summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:47:56 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:47:56 -0700
commitdf4eb19f66445e149d5181d6793bc28dfc066d87 (patch)
tree896dccb27f0819b0dc5372ccf389097fb102521f
initial commit of ebook 29627HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--29627-8.txt11330
-rw-r--r--29627-8.zipbin0 -> 245476 bytes
-rw-r--r--29627-h.zipbin0 -> 2661179 bytes
-rw-r--r--29627-h/29627-h.htm11676
-rw-r--r--29627-h/images/frontispiece.jpgbin0 -> 103538 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p011.gifbin0 -> 32775 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p043.jpgbin0 -> 44770 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p057.jpgbin0 -> 60818 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p059.jpgbin0 -> 89433 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p084.jpgbin0 -> 102162 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p099.jpgbin0 -> 111339 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p116a.jpgbin0 -> 99109 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p155.jpgbin0 -> 39883 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p161.jpgbin0 -> 103974 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p165.jpgbin0 -> 116650 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p177.jpgbin0 -> 79458 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p188a.jpgbin0 -> 110909 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p215.jpgbin0 -> 88921 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p228.jpgbin0 -> 149127 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p241.jpgbin0 -> 88240 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p246a.jpgbin0 -> 97671 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p248a.jpgbin0 -> 96431 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p258.jpgbin0 -> 115310 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p264a.jpgbin0 -> 100048 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p268.jpgbin0 -> 112116 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p270.jpgbin0 -> 116274 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p280.jpgbin0 -> 80097 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p290a.jpgbin0 -> 101132 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/p302.jpgbin0 -> 77124 bytes
-rw-r--r--29627-h/images/voorkant.jpgbin0 -> 83176 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
33 files changed, 23022 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/29627-8.txt b/29627-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..91c7c08
--- /dev/null
+++ b/29627-8.txt
@@ -0,0 +1,11330 @@
+The Project Gutenberg EBook of Vóór vier Eeuwen, by Pieter Louwerse
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Vóór vier Eeuwen
+ Een Volksboek over de Ontdekking van Amerika
+
+Author: Pieter Louwerse
+
+Release Date: August 6, 2009 [EBook #29627]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VÓÓR VIER EEUWEN ***
+
+
+
+
+Produced by Branko Collin and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This file was
+produced from images generously made available by The
+Internet Archive)
+
+
+
+
+
+ +-------------------------Regelnummer 1------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan |
+ | het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. |
+ | |
+ | De illustraties zijn alleen beschikbaar in de html-versie |
+ | van dit boek. (zie http://www.gutenberg.org) |
+ | |
+ | In dit boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. |
+ | Deze zijn respectievelijk aangegeven als »aanhalingstekens«. |
+ | |
+ | Overduidelijke inconsistenties, druk- en spelfouten in het |
+ | origineel zijn gecorrigeerd. Inconsistent gebruik van |
+ | verbindingsstreepjes is behouden. |
+ | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties met bijbehorend regelnummer. |
+ | |
+ +--------------------------------------------------------------+
+
+ Vóór vier Eeuwen.
+
+ [Illustratie: CHRISTOPHORUS COLUMBUS.]
+
+
+
+
+ Vóór vier Eeuwen.
+
+ EEN VOLKSBOEK
+
+ OVER
+
+ DE ONTDEKKING VAN AMERIKA,
+
+ DOOR
+
+ P. LOUWERSE.
+
+ Met Portretten en verschillende Illustraties.
+
+
+ SNEEK.
+
+ J. F. VAN DRUTEN.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+INLEIDING.
+
+
+De aardappel is oorspronkelijk een Amerikaansch gewas, tenminste, men
+houdt Chili of Mejico voor het vaderland ervan, en met zekerheid weet
+men, dat deze plant vroeger in heel Europa niet te vinden was. In 1565
+was er echter een Engelschman, John Hawkins geheeten, die het
+dagelijksch brood, en waarschijnlijk wel meer dan dat, als
+slavenhandelaar verdiende. Daar, door eene langdurige reis, zijn
+scheepsvoorraad aan levensmiddelen in Amerika noodwendig moest
+aangevuld worden, zoo nam hij te Santa Fé, eene stad in de nabijheid
+van de Rio la Plata, bij gebrek aan wat beters, een soort van knollen
+aanboord, welke daar groeiden en door de inlanders gegeten werden. Van
+deze knollen had hij nog over toen hij eene Iersche haven binnenliep.
+Deze knollen waren niets anders dan aardappelen. Ze schenen evenwel
+niet bevallen te zijn, want aan het poten van de vrucht dacht de Ier
+niet. Negentien jaar later bracht de Engelsche Admiraal Walter Raleigh
+dezelfde knollen, als wat nieuws, uit Virginia, een' van de Vereenigde
+Staten van Noord-Amerika, in Engeland, en in 1589 wist Clusius,
+Hoogleeraar te Leiden, eenige knollen te bekomen, welke zorgvuldig in
+den Hortus werden aangekweekt. Langzamerhand verspreidde dit gewas
+zich over geheel Europa. Van een algemeen gebruik was evenwel nog zóó
+weinig sprake, dat Frederik II, de Groote, Koning van Pruisen, de
+koppige boeren met geweld moest dwingen om aardappelen te teelen. Men
+vond dit bevel een' dwang gelijk.
+
+En hoe is het tegenwoordig gesteld met het verbouwen der aardappels?
+
+In jaren van misgewas worden in ons land duizenden Hectoliters uit
+Saksen ingevoerd. En wat zou Ierland, het arme Ierland, zijn zonder
+aardappelen?
+
+Moesten bijna twee eeuwen na het bekend worden dezer plant nog
+dwangmaatregelen genomen worden om haar te verbouwen, thans is hare
+vrucht over een groot deel van Europa het hoofdvoedsel van millioenen
+menschen.
+
+Doch waarom een boek over de ontdekking van Amerika begonnen met eene
+korte geschiedenis van den aardappel?
+
+Hierom. Ik wist met geen beter voorbeeld uit het dagelijksch leven te
+beginnen, om aan te toonen, hoe lang het dikwijls duurt eer eene
+ontdekking of uitvinding van algemeen nut wordt.
+
+Een voorbeeld, op het gebied der uitvindingen, levert de geschiedenis
+van den stoom.
+
+Ja, het is waar, de stoom is eigenlijk niet uitgevonden, want het was
+iets, dat bestond, maar de toepassing van den stoom op fabriekswezen,
+scheepvaart en middelen van vervoer is wél eene uitvinding, en wel
+eene, die zulke groote afmetingen in hare gevolgen heeft, dat de
+toestand der heele maatschappij er door gewijzigd is geworden, en nog
+veel meer wijzigingen noodig heeft. Welk eene tijdruimte ligt er
+tusschen het heden, waarin de stoom als wereldkoning heerscht, en het
+oogenblik waarop de beroemde wis- en natuurkundige Hero van
+Alexandrië, die anderhalve eeuw vóór onze tijdrekening leefde, de
+aeolipile of dampkogel uitvond! Zonder volkomen bekend te zijn met de
+kracht, die door den stoom uitgeoefend wordt, was het niet mogelijk
+zulk een' dampkogel uit te vinden. Zelfs de Celtische heidenpriesters
+schijnen met de kracht van den stoom bekend geweest te zijn. En lezen
+we ook niet van Blasco de Garay, een' zeeman, die ten tijde van Keizer
+Karel V, dus drie eeuwen geleden, in de haven van Barcelona eene
+openbare proef gaf van het voortstuwings-vermogen van schepen door
+middel van stoom? Door geleerde onderzoekers wordt deze toepassing van
+stoomkracht door Blasco de Garay tegengesproken, doch een feit is het,
+dat Papin reeds in 1681 een werk uitgaf, waarin hij de mogelijkheid
+aantoonde, dat schepen door stoomkracht konden voortbewogen worden. Om
+de proef op de som te geven, voer hij langs het riviertje de Fulda van
+Cassel naar Münden met eene raderstoomboot, die volgens zijne
+aanwijzingen gemaakt was. Bekend is het ook, dat de schippers, woedend
+dat men hun met deze uitvinding het brood uit den mond nemen zou,
+zijne eerste stoomboot vernielden. De proef was geleverd, wat
+stoomkracht vermocht, doch het moest toch 1787, dus ruim eene eeuw
+later worden, vóór zekere Patrick Miller in Schotland, op de Firth of
+Forth, stoom op zijn vaartuig gebruikte. Langzaam, zeer langzaam begon
+men nu ook in andere landen de stoomkracht op de scheepvaart toe te
+passen. Wanneer bij ons te lande van de eerste stoomboot gebruik
+gemaakt werd, ben ik niet te weten kunnen komen, doch het is ons allen
+bekend genoeg, hoe ook bij ons het aantal stoombooten, zoowel voor de
+zee- als binnenvaart, met het jaar toeneemt. En dan, welk eene
+uitbreiding heeft de toepassing van den stoom op de nijverheid
+verkregen!
+
+Is het nu met den stoom niet gegaan als met de aardappelen?
+
+Dat eene uitvinding soms eeuwen noodig heeft eer ze voor de heele
+maatschappij beteekenis gekregen heeft, bewijst niet enkel de
+geschiedenis van den stoom. Ook het kompas heeft ongeveer dezelfde
+geschiedenis doorloopen. Wanneer het kompas bekend is geworden, is bij
+geene mogelijkheid te bepalen, want het mannetje, dat de Tataren en
+Chineezen op hunne tochten in de woestijnen gebruikten, eeuwen vóór
+een zekere Flavio Gioia, van het Italiaansche stadje Amalfi, leefde,
+was toch ook een soort van kompas. Het was eene magnetische pop op
+een' wagen geplaatst, welke pop steeds met de eene hand het zuiden
+aanwees. Maar Flavio Gioia, de wakkere Italiaansche zeeman, die in de
+laatste helft der dertiende eeuw stierf, moge al »_onschuldig_ zijn«
+aan de _uitvinding_ van het kompas, toch bracht hij er verbeteringen
+aan, en juist die verbeteringen waren het, welke voor de zeevarende
+volken van Europa langzamerhand een einde maakte aan het gevaar van
+»buiten westen zijn«.--Die kleine verbetering,--welke het geweest is,
+is onbekend,--bracht, maar alweer na verloop van vele jaren, zulk eene
+verandering in den toestand der menschelijke maatschappij, dat er een
+nieuw tijdperk aanbrak, welk tijdvak den naam draagt van »Nieuwe
+Geschiedenis«.
+
+Men zegt wel eens, dat de Nieuwe Geschiedenis in 1492 een' aanvang
+neemt, en wel met de ontdekking van Amerika. Wáár, ontegenzeggelijk
+wáár is het, dat het vinden van een nieuw werelddeel op den toestand
+der heele maatschappij van onberekenbaar grooten invloed was, maar dat
+alleen de ontdekking van Amerika aan de Middel-geschiedenis een einde
+maakte en de nieuwe deed beginnen, is toch wat al te boud gesproken.
+
+De Nieuwe Geschiedenis, met al hare veranderingen, begon met den
+geest, die in dien tijd alle zeevarende volken bezielde, om hunne
+kennis van de aarde uit te breiden. Er was eene behoefte naar weten,
+een dorst naar kennis ontstaan. Die begeerte en die dorst breidden
+zich steeds meer en meer uit; zij brachten de Portugeezen, om Kaap de
+Goede Hoop heen, in den rijken Oostindischen Archipel; zij voerden de
+Spanjaarden naar de landen, waar goud en zilver opgetast lagen.
+
+Die behoefte naar weten en die dorst naar kennis maakten aan de
+Middel-geschiedenis, met al hare ruwheid, dichterlijk als eene woeste
+bergpartij, een einde. Eene nieuwe maatschappij moest ontstaan; ze was
+niet meer te keeren.
+
+Zóó zullen misschien eenmaal de geschiedschrijvers ook het tijdvak der
+Nieuwe Geschiedenis in deze eeuw doen ophouden, om eene »Nieuwste
+nieuwe« te stellen. Die krijgt dan wellicht den naam van
+»Stoom-Geschiedenis«.
+
+Eigenlijk is die Nieuwste-nieuwe geschiedenis er al een vijftig jaar,
+want de maatschappelijke toestand der volken van den tegenwoordigen
+tijd, gelijkt zoo goed als niets op dien van het einde der vijftiende
+eeuw.
+
+Over den stoom en zijne gevolgen willen we evenwel niet schrijven; een
+ander moge dat doen, als de stoom afgedaan heeft, zooals nu eene
+zeereis met een zeilschip bijna tot het verleden behoort. Toch blijven
+ook die eerste groote zeereizen merkwaardig genoeg om er vier eeuwen
+later nog eens op terug te komen. Over al die zeereizen kunnen we
+echter niet spreken, en daarom zullen we enkele maar terloops
+aanstippen, en ons bepalen bij die reizen, welke ten gevolge hadden:
+de ontdekking van Amerika, het werelddeel, dat voorbestemd schijnt te
+zijn in den zoogenaamden »cirkelgang der beschaving« aan de beurt te
+komen om uit de schatkameren van den menschengeest schooner en rijker
+schatten te voorschijn te roepen, dan hare rijke goud- en zilvermijnen
+eenmaal in edele metalen den Spanjaard aanboden.
+
+Eer we echter de ontdekking van Amerika gaan beschrijven, willen we
+even stilstaan bij de zeevaart der oude volken en die van de volken
+der Middel-geschiedenis.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+DE ZEEVAART DER OUDE VOLKEN.
+
+
+Wie zou toch wel het eerste schip gebouwd hebben en de eerste schipper
+geweest zijn?
+
+De Bijbel spreekt ons van den Zondvloed, en laat Noach met zijn gezin,
+en van de dieren des velds elk een paar, in de ark aan de algemeene
+verdelging van het menschen- en dieren-geslacht ontkomen.
+
+In de godsdienst-geschriften der Chaldeërs wordt een zekere Xisuthrus
+met vrouw, kinderen, bloedverwanten, vrienden en eenige dieren, bij
+een' vloed, die de heele wereld overdekte, behouden.
+
+Op steenen, die George Smith, een Engelschman, in de bouwvallen van
+Ninivé vond, las men, na de ontcijfering van het schrift, dat er in
+gekrast of gehouwen was, dat Bel besloten had om de heele wereld door
+een' watervloed te verdelgen. Een andere God, Aö geheeten, die als
+geest over de wateren zweefde, kreeg, toen hij het besluit van God Bel
+vernam, medelijden met een' zekeren Sisithrus. Hij waarschuwde hem
+voor Bels plannen, en gaf hem den raad om vóór dien tijd een houten
+huis te bouwen van verbazende afmetingen, en zich daarin met zijn
+gezin en eenige dieren te begeven, als de overstrooming begon.
+
+De Indiërs spreken van een' man, die Manoe heette, en die door een'
+visch gewaarschuwd wordt voor een' wereldvloed. Hij krijgt ook den
+raad om lijf en leven van zichzelven en zijn gezin in eene drijvende
+woning te redden. Manoe hoort naar dien raad; de vloed komt, en hij en
+de zijnen blijven behouden.
+
+De Grieksche godenleer, ook mythologie genoemd, houdt Deukalion voor
+den stamvader der Grieken of Hellenen, en deze Deukalion en zijne
+vrouw Phyrrha waren de eenigen van al de menschen, die bij een hoogen
+watervloed het leven behielden, door op raad van zijn Vader Prometheus
+zich te begeven in een vaartuig, dat vooraf opzettelijk gebouwd was.
+
+Maar nóch Noach, nóch Xisuthrus, Sisithrus, Manoe of Deukalion was de
+eerste, die met een soort van schip de wateren bevoer. Wanneer wij nu
+nog de onbeschaafde volken in een' uitgeholden boomstam de rivieren,
+ja, soms de zee langs de kust zien bevaren, dan komen we er als
+vanzelf toe om het er voor te houden, dat de menschen lang vóór Noach
+of een' der andere genoemde mannen, ook in uitgeholde boomstammen al
+gevaren hebben, en vóór men werktuigen had, was wellicht slechts een
+stam met takken en al het eenige vaartuig.
+
+Uit dit alles blijkt, dat het met geene mogelijkheid op te geven is,
+niet alleen wie de kunst van varen uitvond, maar zelfs niet welk volk.
+
+Dat het met de kennis onzer aarde in de grijze oudheid al zeer vreemd
+gesteld was, laat zich begrijpen, doch hiervoor behoeven we nog niet
+tot de oudheid terug te gaan, want zelfs vijftien eeuwen na het begin
+van onze tijdrekening hadden de menschen nog de vreemdste denkbeelden
+van den vorm en de grootte onzer aarde. Dit zullen we later zien, en
+liever dan ons in allerlei fabelen te verdiepen, welke toch nog wel
+eens zullen genoemd worden naast gissingen, die men geopperd heeft,
+willen we met elkander eens een' volksstam bezoeken, welke zich eene
+woonplaats gekozen had aan de Oostkust der Middellandsche Zee. Dit
+kustland droeg den naam van Phoenicië of Purperland, en zijne bewoners
+heetten Phoeniciërs.
+
+Wat de Engelschen in onzen tijd zijn, dat waren de Phoeniciërs in de
+oudheid. Reeds elf eeuwen vóór onze tijdrekening durfden ze met hunne
+schepen de tegenwoordige Straat van Gibraltar uitzeilen. Zij stichtten
+volkplantingen op de eilanden der Middellandsche Zee en de noordkust
+van Afrika. Het beroemde Carthago, waarvan we later zullen spreken,
+was ook door hen gesticht. Zij bezochten met hunne schepen niet alleen
+Engeland, de Noord- en de Oostzee om tin, barnsteen, mogelijk ook hout
+en graan te halen, maar ze kwamen zelfs op het eiland Madeira, en de
+Kanarische Eilanden. Dit nu weet men zeker, maar men gist nog veel
+meer, en die gissingen mogen thans bijna waarheden genoemd worden.
+
+In den eenvoudigen bijbelstijl heet het: »En zij,« namelijk de
+Koningin van Scheba, »gaf den Koning Salomo honderdtwintig talenten
+gouds en zeer veel specerijen en kostelijk gesteente. Als deze
+specerij, die de Koningin van Scheba den Koning Salomo gaf, is er
+nooit meer in menigte gekomen. Verder ook de schepen van Hiram, die
+goud uit Ophir voerden, brachten uit Ophir zeer veel almuggimhout en
+kostelijk gesteente.«
+
+Wie die Koningin van Scheba was, en waar Scheba lag, weten we niet
+zeker. Maar Hiram was Koning van de Phoenische stad Tyrus en zeer met
+Salomo bevriend. En het goudland Ophir? Moest men enkele jaren geleden
+nog zeggen, dat de ligging van dat land met geene zekerheid te bepalen
+was, de tochten in Afrika, welke in onzen tijd zulk eene groote
+uitbreiding verkregen, hebben omtrent Ophirs ligging, zoo al geene
+zekerheid, dan toch een sterk vermoeden van waarschijnlijkheid
+gebracht. Dat steenen spreken kunnen, zagen we reeds, waar we gewag
+maakten van Smiths nasporingen in de ruïnen van Ninivé; en de
+bouwvallen in Zuid-Afrika, door de bewoners, als iets heiligs, lang
+voor Europeanen verborgen gehouden, doch nu gevonden, spreken in deze
+ook. De Phoeniciërs moeten ook hier geweest zijn.
+
+Herodotus, de beroemde Griek, die ook wel »Vader der geschiedenis«
+genoemd wordt, en die in het jaar 484 vóór Chr. geboren werd, verhaalt
+het volgende:
+
+»De Phoeniciërs voeren uit de Roode Zee af en kwamen in de Zuidzee.
+Toen het herfst werd, gingen zij aan land en begonnen eenige akkers te
+bezaaien, en eerst toen ze geoogst hadden, zett'en zij hunne reis
+voort, zoodat ze, na eene afwezigheid van twee jaren, in het derde
+jaar door de »Zuilen van Hercules« weder in Egypte kwamen. Zij
+vertelden, dat zij om Libye gezeild waren en de zon aan den
+rechterkant gehad hadden, wat ik evenwel niet gelooven kan.«
+
+Deze tocht geschiedde omstreeks 600 jaar vóór Chr. op bevel van Necho,
+Koning van Egypte. Afrika heette toen Libye, en de zeeëngte van
+Gibraltar droeg den naam van »Zuilen van Hercules«.
+
+Hoe naïef klinkt Herodotus' gezegde: »wat ik evenwel niet gelooven
+kan.« En na hem verliepen eeuwen aan eeuwen, en die tocht der
+Phoeniciërs werd steeds als eene fabel beschouwd. »Hoe kon men nu de
+zon aan den rechterkant, dat is in het Noorden, hebben? Dat was toch
+onmogelijk. Hoe hoog des zomers de zon ook klimmen mocht, zoodat ze
+bijna in het toppunt kwam, de zon in het Noorden zien, dát behoorde
+tot de verzinsels, waarin de Phoenicische zeelieden zeer sterk waren.«
+Zoo redeneerde men eeuwen lang, en eerst de Nieuwe Geschiedenis moest
+komen om met zekerheid te kunnen zeggen, dat Herodotus het gerust had
+kunnen gelooven, want dat het waar was.
+
+Zoo hebben dus de Phoeniciërs Afrika omgezeild, en denkelijk zullen ze
+nog wel verder gegaan zijn ook, doch dit vertelden ze niet graag. Ze
+begrepen zeer goed, dat andere volken eveneens gebruik konden maken
+van de ligging huns lands aan zee, om ook handel in allerlei vreemde
+waren te gaan drijven. Wanneer ze dit deden, dan zou Phoenicië
+ophouden de stapelplaats van den handel te zijn en de welvaart zou
+afnemen. Dit nu moest men voorkomen, en dat deden ze door allerlei
+vreeselijke ontmoetingen te vertellen. Daar buiten die »Zuilen van
+Hercules«,--»ze waren er geweest, ze kwamen er nòg, omdat ze wel
+moesten, maar anders ... neen, liever bleven ze dichter bij honk.
+Verbeeldt u ook, hoe vreeselijk! Niet zoo heel ver het Westen in was
+er niets anders dan water en zwarte duisternis. De verschrikkelijkste
+gedrochten leefden daar, en men zag er zelfs geene sterren meer
+waarnaar men den tocht richten kon!«
+
+Waarom zouden de andere volken dit niet geloofd hebben? Verdween de
+zon dan niet in het Westen in zee, en als zij zich in de wateren
+gedompeld had, kon ze immers geen licht meer geven?
+
+Dat de aarde rond was, niemand kon dat gelooven, en dat er steeds
+evenveel oppervlakte der aarde door de zon beschenen werd, als er in
+duisternis lag, geen mensch, die er aan dacht.
+
+Hoe stelde men zich de aarde voor?
+
+ Homerus stelde de aarde voor als een schijf.
+ Anaximander » » » » » » rol.
+ Heraclitus » » » » » » boot.
+ Anaximenes » » » » » » tafel.
+ Pythagoras » » » » » » kubus.
+ Xenophanes » » » » » » kegel.
+ Leucippus » » » » » » trommel.
+ Eudoxus van Cnidus » » » » » » langwerp. vierk.
+
+Doch onverschillig welken vorm men aan de aarde gaf, allen stelden
+zich voor, dat de aarde op het water dreef. Slechts de beroemde Thales
+van Milete, die zeshonderd jaar vóór Chr. leefde, geloofde dat de
+aarde een bol was, welke met water en land één geheel vormde. Zelfs
+vermoedt men, dat hij reeds eene zonsverduistering voorspeld heeft.
+Het kan evenwel zeer goed zijn, dat de Chaldeërs, de Arabieren, de
+Indiërs of de Chineezen met Thales van hetzelfde gevoelen waren, want
+dat de wetenschappen in die oude tijden hooger stonden dan wij wel
+vermoedden, is zeker. Alleen de gebrekkige middelen van verkeer, welke
+oorzaak waren, dat de volken in afzondering van elkander leefden,
+waren oorzaak, dat kennis en beschaving tot één land beperkt bleven en
+geen gemeen goed werden zooals ze het nu zijn.
+
+Doch keeren we tot onze zeevaarders terug.
+
+Eene der volkplantingen van de Phoeniciërs was Carthago. Ongeveer op
+dezelfde plaats waar nu Tunis ligt, werd, zoo luidt de overlevering,
+door Dido of Elissa, de dochter van een' Koning van Tyrus, eene
+volkplanting en meteen eene stad gesticht, welke den naam van Carthago
+kreeg. Dit geschiedde ongeveer acht eeuwen vóór onze tijdrekening.
+Bezield met denzelfden ondernemingsgeest, als hunne stamgenooten in
+Phoenicië, trachtten de Carthagers door scheepvaart de welvaart huns
+lands te bevorderen. De scheepvaart van dit volk, dat geen land, maar
+slechts eene stad bewoonde, nam eene verbazende vlucht, en gerust kan
+men in den bloeitijd van Carthago de bevolking dezer stad op meer dan
+zevenhonderdduizend inwoners stellen. Meer nog dan de Phoeniciërs
+dreven ze handel op Afrika's westkust, maar wie zal ons zeggen hoevele
+schepen wel heengingen, doch nimmer wederkeerden? Wie zal bewijzen,
+dat al de schepen, waarvan men later nooit meer hoorde, vergingen?
+Kunnen er geene schepen steeds verder en verder in het Westen gevoerd
+zijn om eindelijk in ontredderden toestand in het land te komen,
+hetwelk wij thans Amerika noemen?
+
+[Illustratie: WERELDKAART van Toscanelli.]
+
+Men beweert, dat de uitdrukking »buiten westen zijn«, welke beteekent:
+»in stervenden toestand buiten kennis liggen«, haren oorsprong heeft
+in het gevaar, dat de schepelingen dreigde, wanneer ze met hunne
+schepen zoo ver van de kust gingen, dat ze het land niet meer zagen.
+Maar geloofden de Phoeniciërs, en na hen de Carthagers, daaraan ook?
+Het is niet aan te nemen, want om op Madeira te komen moesten ze zóó
+ver het Westen in, dat er van de Afrikaansche kust niets meer te zien
+was. Hoe kwam Toscanelli, een beroemd Italiaansch sterrenkundige, die
+in de vijftiende eeuw ná Chr. leefde, er aan om op zijne wereldkaart,
+hoe gebrekkig die ook ware, in de zee tusschen Europa en Azië een
+eiland te leggen, hetwelk hij Antilia noemde? Hij zelf, arts van
+beroep, was nimmer in dezen Atlantischen Oceaan geweest, en hij moest
+dus alleen bij overlevering bekend zijn met dit eiland. Van wie die
+overleveringen kwamen, is niet moeielijk te gissen. Ze kwamen van de
+Phoeniciërs, de Carthagers, de Romeinen of Noormannen. Had niet reeds
+Plato, de beroemde Grieksche dichter, die in het jaar 420 vóór Chr. te
+Athene geboren werd, een dichterlijk verhaal opgesteld van een eiland
+Atlantis, dat, ver buiten de »Zuilen van Hercules«, in den
+Atlantischen Oceaan had gelegen? En Plato's Atlantis was maar niet een
+eilandje, neen, hij beschreef het, als grooter dan Azië en Afrika
+samen, en dichtte er eene beschaving aan toe, zoo aanzienlijk en hoog,
+dat hij ze »De gouden eeuw« noemde. De bewoners waren evenwel zeer
+boos en slecht, en daarom was het door de goden verdelgd. Zij riepen
+eene aardbeving te voorschijn, en bijna heel Atlantis verdween, en
+eenige eilandjes bleven er alleen over. Dit eiland Atlantis bestond
+niet enkel in de dichterlijke verbeelding van Plato, want hij had een
+oud Egyptisch verhaal in poëzie oververteld.
+
+Dit berijmde verhaal van Plato, of liever die oud Egyptische sage, is
+wel zeer merkwaardig, want als wij later in Mejico en Peru komen,
+zullen we daar eene beschaving vinden, welke ons onwillekeurig denken
+doet aan de beschaving der Egyptenaren, waarvan de overblijfselen nog
+zoo duidelijk spreken. Ze zal ons verbaasd doen vragen: »Van waar toch
+bij zooveel verschil nog zooveel overeenstemming?« Ze zal ons doen
+stilstaan, en onze gedachten terugvoeren in den grijzen voortijd. De
+menschen hebben al zoo lang geleefd, en de beschaving is niet van
+gisteren. Het bekende Salomo's gezegde: »Er is niets nieuws onder de
+zon«, is zoo onwaar niet, als men wel eens beweert. Menigeen vindt wat
+nieuws uit, dat eigenlijk wat ouds is en er vroeger al was, doch zóó
+verloren ging, dat niemand het meer kende. Dat eene kunst en eene
+wetenschap verloren kunnen gaan, behoeft niet bewezen te worden.
+Iedereen toch weet op welk een' hoogen trap van beschaving de Grieken
+en Romeinen stonden bij den aanvang van onze tijdrekening. Toch wil ik
+één voorbeeld noemen, waaruit duidelijk blijkt, hoe eene wetenschap
+kan verloren gaan. Ik zeide reeds, dat Thales van Milete 600 jaar vóór
+Chr. leerde dat de aarde rond was, en dat hij ook waarschijnlijk eene
+zonsverduistering berekende. Welnu, in het hartje der Middel-eeuwen,
+dus bijna tweeduizend jaar na Thales, was er een Aartsbisschop van
+Salzburg, die beweerde, dat er op aarde menschen moesten wonen, wier
+voeten tegen de onze gekeerd zijn. Die zoogenaamde »Tegenvoeters«
+werden natuurlijk ook door Thales aangenomen en het kon dus geene
+nieuwe vinding van onzen Aartsbisschop zijn. Toch had onze
+middeleeuwsche denker om deze leer allerlei aanvallen te verduren, en
+was hij genoodzaakt haar in te trekken. Hoe was dit nu mogelijk?
+
+Het is bekend, dat aardbevingen en uitbarstingen van vulkanen zulke
+geweldige omkeeringen in de natuur te weeg gebracht hebben, dat de
+oppervlakte der aarde, na zulke vreeselijke gebeurtenissen, er heel
+anders uitzag dan vóór dien tijd. Het is evenwel niet alleen in het
+rijk der natuur, dat die omkeeringen kunnen plaats hebben, maar ook in
+het rijk van beschaving en wetenschap. Aan de beschaving van Grieken
+en Romeinen werd een einde gemaakt door den inval van de ruwe en
+onbeschaafde Hunnen, die heel Europa overdekten, en, òf de toenmalige
+bewoners, arm en berooid, van de eene landstreek naar de andere
+dreven, òf hen tot zulk een' staat van dienstbaarheid en slavernij
+brachten, dat er aan beschaving en wetenschap niet meer gedacht werd.
+Geene sprinkhanenplaag heeft in Egypte aan den oogst ooit grooter
+verwoesting aangebracht, dan de Hunnen-plaag bracht aan de Europeesche
+beschaving.
+
+Toch ontbrak het in die woeste tijden niet aan menschen, die, zonder
+dat ze dit wilden, in dienst der wetenschap waren. Het waren de
+Noormannen en Denen, die, gedreven door roofzucht, stoute zeetochten
+ondernamen. En al gingen hunne ontdekkingen ook alweer verloren, toch
+brachten ze aan de scheepvaart die verbeteringen aan, welke later
+noodig waren, om andere volken instaat te stellen op hunne beurt
+stoute zeetochten te ondernemen. Men bedenke ook wel dat de
+scheepvaart in die tijden bijna het eenige middel was om het eene volk
+met het andere in aanraking te brengen. Dat onderlinge verkeer
+bevordert beschaving en wetenschap, zoodat ieder, die de scheepvaart,
+al was het ook met een slecht doel, verbeterde, in dienst van beiden
+stond.
+
+De tochten der Noormannen zijn te merkwaardig om er ook niet een en
+ander van te vertellen.
+
+De Noormannen waren bewoners van Zweden, Noorwegen en Denemarken. Zij
+waren oorspronkelijk Germanen, en omdat het land, dat zij bewoonden,
+bij hunne gebrekkige kennis van landbouw, niet genoeg opleverde om hen
+van het noodige te voorzien, zoo trachtten ze het te kort door roof
+aan te vullen. Onder aanvoering van Earls, Jarls en Zeekoningen deden
+ze, onder den naam van »Wikingers« dat »Strijders« beteekent, stoute
+strooptochten ter zee, en overal waar ze kwamen, brachten ze schrik en
+ontsteltenis met ellende. Een Zeekoning, Earl of Jarl, was dus niet
+veel anders dan een rooverhoofdman ter zee, die er roem op droeg, den
+drinkhoorn nooit aan den huiselijken haard, maar steeds aanboord
+geledigd te hebben, en die liever onder de berookte balken van zijn
+klein, maar sterk vaartuig sliep, dan aanwal, onder een gezellig
+huisdak. Hunne vaartuigen waren aanvankelijk zoo klein, dat er wel
+drie- of vierhonderd noodig waren, om eene bende van een paar duizend
+man naar het eene of andere land te voeren. Vele scheepjes hadden
+zelfs geen dek, en vaak zag men de Noormannen, om van de eene rivier
+in de andere te komen, de vaartuigen, die ze in hunne dichterlijke
+taal »met schuim bedekte golvenberijders« noemden, op de schouders
+nemen en wegdragen. Met zulke scheepjes waagden ze zich niet alleen op
+de Noordzee, neen, ze voeren er mee door het Kanaal, door de Bocht van
+Frankrijk, door de Spaansche Zee, door de Straat van Gibraltar, en
+waagden zich zelfs in de Middellandsche Zee. Nog verder gingen ze. Na
+eerst Ierland veroverd te hebben, trokken ze noordwaarts, namen de
+Shetlands-eilanden in bezit en daarna de Far-öer, om ten slotte ook
+IJsland aan te doen en zich daar te vestigen. Deze tochten waren
+evenwel niet in den tijd van eenige jaren afgeloopen; ze duurden een
+paar eeuwen. En hoe onbeschaafd die mannen ook waren, ja, met welke
+minachting zij neerzagen op alles, wat naar beschaving geleek, ze
+hadden toch oogen in het hoofd om te zien, dat er bij die beschaving
+voor hen heel veel bruikbaars was. Het noodzakelijk gevolg hiervan
+was, dat een Wiking, die onder Keizer Karel den Grooten een inval in
+ons land deed, een heel ander man was, dan een Wiking van twee eeuwen
+later, die van Wodan-dienaar zelfs Christen geworden was.
+
+De stoutste tochten van deze Noormannen waren niet enkel die, welke
+naar IJsland ondernomen werden. Toen ze dit eiland gekoloniseerd en
+daar eene maatschappij gevormd hadden, deden ze van hier uit reeds
+verre tochten naar het Zuiden.
+
+In Noorwegen regeerde een zekere Koning Harald Haarfager of
+»Schoonhaar« niet naar den zin van zijne Wikingers; misschien wel,
+omdat hij te veel gewoonten van andere Europeesche vorsten aannam.
+Een der Jarls, die het in het geheel niet met hem kon vinden, een
+zekere Ingolf, nam met de zijnen en een groot aantal ontevredenen de
+wijk naar IJsland, en vestigde zich daar. Merkwaardig is het, hoe
+langzamerhand daar op dat afgelegen en koude eiland eene bevolking
+kwam, welke in vele opzichten beschaafder en reiner van zeden werd,
+dan menig volk in Europa. Een der IJslandsche kolonisten, Gunnbjörn
+geheeten, was, kort na Ingolfs vestiging, uitgezeild om in eenig ander
+naburig land te halen, wat op IJsland niet was, en wat men toch noodig
+had om daar te kunnen leven. Een enkele blik op de wereldkaart zal
+ieder doen zien, dat, westelijk van IJsland zich een verbazend groot
+land bevindt, waarvan we nu nog niet weten, of het zich tot aan de
+Noordpool uitstrekt of niet. Dit land heet Groenland, en wordt
+gerekend te behooren tot Amerika. Natuurlijk was men in dien tijd met
+het bestaan van dit land nog niet bekend. Maar wat gebeurde?
+Gunnbjörn, die mogelijk wel naar de Far-öer wilde, werd door den storm
+naar het Westen geslagen, en kwam op de kust van dat onbekende land
+terecht. Hij gaf er den naam van »Gunnbjörns rots« aan, en keerde
+terug, bevindende, dat de afstand tusschen het nieuw ontdekte land en
+IJsland zóó klein was, dat men op de helft der zeeëngte, die beide
+landen van elkander scheidt, op een' helderen dag, zoowel Groenlands
+hoogten, als IJslands bergen zien kon. Thuis gekomen deelde hij zijne
+ontdekking mede, doch daar het gevonden land al even arm en
+onvruchtbaar scheen te zijn als IJsland, zoo stelde men er geen belang
+in, en eene eeuw verliep, zonder dat het iemand in het hoofd kwam,
+»Gunnbjörns rots« op te zoeken.
+
+In 985 kwamen er nieuwe bewoners op IJsland. Een Jarl, Erik geheeten,
+en bijgenaamd »de Roode«, had, óók voor eene overtreding, met zijne
+Wikingers het Vaderland moeten verlaten. De bodem van IJsland leverde
+nu niet zoo heel veel op om onder de kolonisten de komst van nieuwe
+bewoners met blijdschap te begroeten, en toen nu Erik hoorde, dat er
+ten westen van IJsland nog een ander land was, besloot hij er met de
+zijnen heen te trekken. Hij bleef er drie jaar, en toen eens naar
+IJsland teruggekeerd, vertelde hij van het nieuwe land zóóveel goeds,
+dat de arme IJslanders veel lust kregen om te gaan verhuizen, naar het
+land, dat Erik den mooien naam van »Groenland« gaf, omdat er
+uitgestrekte weidevelden gevonden werden. Geheel overdreven had Erik
+niet, want aan de hellingen der hooge bergen bevonden zich werkelijk
+weidevelden, en daar het bekend is, dat IJsland in vroegere eeuwen een
+warmer klimaat had dan het tegenwoordig heeft, zoo kan het ook best
+zijn, dat het Groenland van toen er aantrekkelijker uitzag dan het er
+in onzen tijd uitziet.
+
+In alle gevallen werkten de vertellingen van Erik dit op de IJslanders
+uit, dat hij kort daarna met vijfentwintig scheepjes vol kolonisten
+zich naar Groenland begaf. Men had alles medegenomen, wat voor een
+vast verblijf daar noodig was, doch slechts vier scheepjes kwamen er
+aan. De overige schijnen teruggekeerd of vergaan te zijn.
+
+Tot de Wikingers, die het geluk hadden te landen, behoorde ook
+Heerjolf, een der stoutste zeevaarders, die zijn zoon Bjarni evenwel
+op dien tocht niet mede genomen had, omdat deze op reis naar Noorwegen
+was. Toen nu Bjarni op IJsland terugkwam, en daar vernam, dat zijn
+vader met Erik den Rooden naar Groenland vertrokken was, besloot hij
+om er ook heen te gaan, en dat wel onmiddellijk, zonder zijne lading
+te lossen. Geheel onbekend met het vaarwater en den koers, dien hij
+nemen moest, duurde het evenwel verscheidene weken eer hij bij zijn'
+vader aankwam. Op dien langen tocht had hij wel telkens land gezien,
+doch daar het niet overeenkwam met hetgeen men hem op IJsland ervan
+verteld had, was hij er niet aanwal gegaan, niettegenstaande zijn volk
+graag gewild had. Hoewel Vader Heerjolf zich vrij goed ingericht had,
+beviel het onzen Bjarni al heel weinig in dat land, en sprak hij ervan
+om weer zoo spoedig mogelijk naar Noorwegen terug te keeren. Het kan
+echter zijn, dat Bjarni nog andere redenen had om niet hier te
+blijven, want iedereen vond het verkeerd van hem gedaan, dat hij in
+die landen niet aanwal gegaan was. Blijkbaar waren deze streken immers
+veel vruchtbaarder dan Groenland?
+
+Er werd in de Kolonie veel over de zaak gesproken, en het kwam er
+zelfs toe, dat Erik een' familieraad belegde, om hierin uit te maken,
+of men het land, door Bjarni gezien, opzoeken zou, ja of neen. Er werd
+besloten het te doen, en nu was het eerste werk der familie om
+Bjarni's schip, dat vrij groot en een uitmuntend zeevaarder was, voor
+dien tocht te koopen.
+
+Vijfendertig stoere gezellen, waaronder ook Bjarni was, begaven zich
+aanboord, en Erik zelf zou aanvoerder van den tocht zijn. Toen Erik
+evenwel naar de haven reed, struikelde zijn paard en hij viel er af.
+
+»Dat is een wenk van de Goden om thuis te blijven,« zeide hij. »Mijn
+oudste zoon Leif zal uw Jarl zijn! Gehoorzaamt hem!«
+
+Hoewel Leif liever gewild had, dat zijn Vader het bevel op zich
+genomen had, aanvaardde hij evenwel den tocht.
+
+Wanneer we nu eene kaart van Noord-Amerika raadplegen, dan vinden we
+tusschen eene menigte eilanden, die ten Noorden van het vaste land
+liggen, en Groenland, eene breede zeestraat, onder den naam van Straat
+Davis. Ook deze straat, was Bjarni op zijn' tocht naar Groenland
+overgestoken, toen hij zag dat die landen niet de kusten waren waar
+hij zijn' vader kon vinden. Het land dus, dat Bjarni het laatst gezien
+had, zag men nu het eerst.
+
+Men ging aanwal en vond er achter de rotsen, die den oever omzoomden,
+eene groote vlakte met bosschen overdekt, doch hier en daar
+afgewisseld met uitgestrekte, eentonige heidevelden.
+
+Leif noemde dit land, om die groote vlakten, Helluland, omdat het als
+een vlakke steen was, en het woord »hella« ook »vlakke steen«
+beduidde.
+
+Dit Helluland was niets anders dan het groote eiland New-Foundland,
+dat eene oppervlakte heeft driemaal grooter dan ons land, en gelegen
+is op ongeveer dezelfde breedte. Het klimaat is er echter op den duur
+veel guurder dan bij ons.--Dit nam echter niet weg, dat het toch veel
+beteer bewoonbaar was dan Groenland.
+
+Bjarni had zuidelijker evenwel nog andere landen gezien, en daarom
+beval Leif het anker te lichten, en verder te stevenen.
+
+Na eenigen tijd zag men weer land, en daar aanwal gegaan, scheen het
+heele land niets anders te zijn dan een groot bosch. Om deze reden
+noemde Leif het »Waldland«. Op de kaart vindt ge het tegenwoordig
+geteekend, als een schier-eiland met den naam van Nieuw-Schotland.
+
+Met een' stevigen noordoosten wind verlieten de wakkere Wikingers dat
+Waldland, en voeren twee dagen lang in zuid-oostelijke richting voort,
+totdat ze nogmaals eene kust ontdekten. Daar het weder inmiddels zeer
+ongunstig geworden was, ging Leif met de zijnen op een eilandje aan
+den wal om beter weer af te wachten. Zoodra dit kwam, werd de reis
+langs de kust voortgezet, en eindelijk voer men eene rivier op. De
+ankers werden uitgeworpen en men besloot hier te overwinteren.
+
+Welk een land was dit! Hoe vruchtbaar was het er! Welke schoone
+bosschen! Welke heerlijke weiden! Welk een plantengroei! Deze ruwe
+mannen, die in hun geheele leven nog niet veel anders gezien hadden
+dan ijs, sneeuw, naakte rotsen en schrale weilanden, waren vol
+verrukking. En nog hooger steeg hunne vreugde, toen één hunner, in de
+bosschen dwalende, heerlijke, rijpe wijndruiven in overvloed vond. Vol
+vreugde begonnen zij ze te verzamelen; men at er van zooveel men
+lustte, doch de voorraad was te groot, en daarom werd er besloten, ze
+te drogen en dan naar Groenland mede te nemen. In het voorjaar begon
+men met rijke lading de terugreis. Behouden kwamen de moedige
+ontdekkers in Groenland aan, en het is te begrijpen hoe gretig men
+luisterde naar de vertellingen van de wonderen waaraan »Wijnland«, zoo
+noemden ze deze streek, zoo rijk was.--De Kolonisten van Groenland
+bleven altijd nog met die van IJsland in voortdurende gemeenschap, en
+ook op hunne beurt onderhielden de IJslanders nog de betrekking met
+het moederland Noorwegen, waar men, na eenige jaren, van bijna niets
+anders sprak dan van »Wijnland« en van den ontdekker »Leif den
+Gelukkige.«
+
+Of Leif voor en na nog meer tochten naar Wijnland deed, vertelt de
+geschiedenis niet. Wel deelt ze mede, dat Leif naar Noorwegen
+terugkeerde, en er het Christendom aannam, wat de oude Erik, die aan
+den Wodansdienst getrouw bleef, minder aangenaam vond. Hij stierf
+echter kort daarop, en nu werd Leif in zijn Vaders plaats Jarl.
+Waarschijnlijk vond hij het nu beter om, volgens de wijze van
+Christen-vorsten, thuis te blijven om zijn volk te besturen, dan dat
+hij altijd op zee was. Hij gaf daarom zijn schip aan zijn' broeder
+Thorwald, en deze ging nu in Wijnland overwinteren om met het voorjaar
+nog verder te trekken, en kwam op een schoon en vruchtbaar eiland, in
+eene groote baai gelegen. Het eiland waar hij overwinterd had, was
+eigenlijk een schier-eiland, en het kan wel niets anders geweest zijn
+dan het schier-eiland, dat nu Rhode-Island heet. Het eiland in de
+groote baai ligt er nóg, en heet Long-Island. Tegenover dit eiland
+ging Thorwald met de zijnen aan den wal, en deze landstreek moet
+geweest zijn, waar tegenwoordig New-York ligt.
+
+Terwijl men hier alles voor een vrij langdurig verblijf gereed maakte,
+vonden enkele Noormannen drie booten, die met huiden overtrokken
+waren. Ze waren als tenten opgesteld, en hieronder vonden ze slapende
+... menschen. Ja, menschen waren het, en wel Eskimo's, maar naar de
+meening van de Noormannen konden er alleen menschen in de »wereld«
+wonen, en het land, dat ze nu tijdelijk bewoonden, lag immers buiten
+de wereld in en aan de streek der eeuwige duisternis? Nu wil het
+geval, dat de lichaamsbouw en het aangezicht van de Eskimo's juist
+voor Europeanen niet schoon te noemen zijn, en het is dus geen wonder
+dat de Noormannen hen niet »Menschen« maar »Skrällings« noemden, wat
+zoo veel beduidt als »wangedrochten«, »uitschot van de menschen«. De
+Noormannen meenden dan ook eene zeer goede daad te doen door de
+wereld, al was het ook de buitenwereld, van die gedrochten te
+verlossen en doodden hen. Eén evenwel had het geluk te ontkomen, en
+dit was Thorwalds ongeluk.
+
+Zonder er aan te denken dat die »wangedrochten« ook eene taal hadden
+waarmede ze aan hunne broeders konden mededeelen, wat gebeurd was,
+bleven de Noormannen hun lui en gemakkelijk leven leiden, en zett'en
+zelfs geene enkele wacht uit.
+
+Midden in een' nacht dat allen rustig lagen te slapen, naderden opeens
+honderden Skrällingers en overvielen, onder een afgrijselijk
+geschreeuw en gehuil, het kamp der Noormannen, die met achterlating
+van alles, wat ze aan den wal hadden, naar hun schip vloden, en zich
+daar achter de verschansing verscholen om veilig te zijn voor de
+hagelbui van pijlen, die op hen afgeschoten werden.
+
+Eindelijk gelukte het den Noormannen om de kust te ontvluchten.
+Slechts één hunner was gewond, doch die eene was Jarl Thorwald. Hij
+trok zich den pijl uit de wonde en zeide: »Dat is mijn dood!«
+
+Toen ze nog op Rhode-Island waren, had hij, verrukt door den
+heerlijken aanblik van het land, uitgeroepen: »Hier zou ik wel een
+huis willen bouwen om er te blijven wonen.«
+
+Zoodra hij nu voelde, dat de wonde van den pijl, die zeker vergiftigd
+was, zijn' dood ten gevolge zou hebben, beval hij, dat men hem naar
+dat land brengen zou, en zoodra hij er voet aanwal gezet had, sprak
+hij zacht: »Het is wel een voorspellend woord geweest toen ik zeide,
+dat ik hier een huis zou willen bouwen om er te wonen. Thans zàl ik er
+blijven voor immer en altijd. Men zal er mij begraven; op mijn graf
+zal men een kruis planten en den naam van dit land zal zijn:
+»Krossanes«, dat is »Kruis«.«
+
+Alles geschiedde zooals Thorwald voorspeld had. Hij stierf er, werd
+begraven onder de dennen op een' heuvel; een kruis werd op zijn graf
+geplaatst, en deze landstreek heette onder de Noormannen voortaan
+»Krossanes.«
+
+De Noormannen keerden in treurige stemming terug, doch Thorstein,
+Eriks jongste zoon, begaf zich weldra aanboord van zijn schip om zijn
+broeders lijk van »Kruis-kaap« of »Krossanes« te halen, en het dan
+dicht bij dat van Erik te begraven. Zijn tocht was echter vergeefsch,
+en tot de zijnen weergekeerd, had hij geene begeerte meer om Wijnland
+of een der andere ontdekte landen op te zoeken. Hij werd evenwel
+hierin ook door den dood verhinderd, die hem kort na zijne thuiskomst
+overviel.
+
+Erik had ook eene dochter Freydis nagelaten, die gehuwd was met
+Thorward, een' Noorman geheel van den ouden stempel. Deze liet zich
+niet afschrikken door hetgeen zijn' zwager wedervaren was. Hij sloot
+een verbond met den rijken koopman Thorfin Karlsafna, die met Gudrid,
+de weduwe van zijn' broeder Thorstein gehuwd was, en deze twee
+familiën scheepten zich naar Wijnland in. In 1007 verlieten ze
+Groenland met twee welbemande schepen, die van alles voorzien waren om
+eene Kolonie te kunnen stichten. Hoogstwaarschijnlijk kwamen zij op
+dien tocht nog veel zuidelijker dan New-York ligt. Zij schijnen
+evenwel teruggekeerd te zijn, en zich gevestigd te hebben in de
+omstreken van New-York. Men heeft in den Staat Massachusetts een'
+mark- of grenssteen gevonden, waarop in het Noorsche runenschrift
+staat: »Nam Thorfin«, wat beduidt: »Grond van Thorfin«. Die steen kon
+door Skrällingers daarheen gebracht zijn, zoodat hij nog geen bewijs
+kan wezen, dat de Noorman Thorfin daar eenmaal grondbezit had. Een
+ander bewijs evenwel maakt duidelijk dat die steen daar best kan
+gestaan hebben, want Leif teekende aan, dat daar ter plaatse, waar hij
+overwinterde, de zon om half acht opkwam en om half vijf onderging. En
+wat nu op aarde veranderen moge aan de oppervlakte, de lengte van dag
+en nacht bleef eeuw in en eeuw uit dezelfde, zoodat men met die
+aanwijzing der daglengte er vanzelf toe komt, om met zekerheid te
+kunnen bepalen waar het Wijnland der Noormannen lag.
+
+Maar wat gebeurde met de nieuwe Kolonisten?
+
+De Skrällingers kwamen hen, en thans met geene kwade bedoelingen, maar
+wel om ruilhandel te drijven, opzoeken. Het scheen dat de Noormannen
+begrepen, dat die wezens geene »wangedrochten«, maar menschen waren
+als zijzelve, doch van een ander ras. De ruilhandel bracht den
+Noormannen bovendien veel voordeel, want een Skrällinger gaf voor een
+stuk van een' rooden doek gaarne eenige kostbare pelzen, en toen de
+Noormannen geene roode doeken meer hadden, ruilden de Skrällingers
+kostbare huiden voor een' schotel melkpap. Voordeeliger zaken kon men
+waarlijk niet doen, en het liet zich aanzien, dat de Noormannen met
+het koloniseeren van Wijnland op weg waren om schatten te verzamelen.
+
+Een klein ongeval maakte evenwel aan dien gunstigen toestand een
+einde.
+
+Eens dat de baai, waaraan de Kolonie lag, weer overdekt was met
+kano's, wier eigenaars aan den wal handel dreven, brak een der stieren
+van Karlsafna los, en viel onder woest gebrul te midden der vreedzame
+pelsjagers. Verscheidenen werden gedood en de anderen gingen op de
+vrucht. Ze bleven echter niet weg. Meenende dat die »Witgezichten« met
+opzet den stier op hen losgelaten hadden, keerden ze bij duizendtallen
+terug, en overvielen de Kolonie, die geen kwaad vermoedde. In den
+vreeselijken strijd, die nu volgde, moesten de Noormannen het
+onderspit delven. Stellig zouden alle Noormannen omgekomen zijn, zoo
+niet Freydis, als eene echte Wikinger-dochter, een zwaard gegrepen, en
+zich te midden der Skrällingers geworpen had. Dezen hierdoor
+verschrikt, sloegen nu op hunne beurt op de vlucht, en de overgebleven
+kolonisten waren behouden. Ze waren evenwel zoo verzwakt, dat ze
+besloten, de Kolonie te verlaten, en naar Groenland terug te keeren.
+Thorfin vestigde zich weer op IJsland, en besteedde daar zijne
+rijkdommen om aanzienlijke goederen te koopen. Zijne vrouw Gudrid
+echter, ging naar Rome, bleef er eenigen tijd en keerde toen naar
+IJsland weder als Non. Haar zoon Snorro Sturleson, die in Wijnland
+geboren was, werd naderhand een beroemd geleerde. Natuurlijk is het,
+dat Gudrid, toen ze in Rome was, wel verteld zal hebben van dat
+wonderland aan gene zijde der wateren, en de herinnering aan die
+vertellingen kan aan Toscanelli aanleiding gegeven hebben om aan
+Plato's dichterlijk eiland »Atlantis« eenig geloof te hechten, zoodat
+hij midden in de groote zee tusschen Europa en Azië het eiland Antilia
+plaatste.
+
+Dat die ontdekkingen der Noormannen zoo geheel vergeten werden, en
+alleen in allerlei dwaze vertellingen hier en daar nog eenigszins
+herinnerd werden, mag vreemd schijnen, doch er zijn redenen voor.
+
+De IJslanders zelf lieten heel Wijnland varen, en onderhielden alleen
+gemeenschap met de Kolonisten van Groenland, die allen tot den
+Christelijken godsdienst overgegaan waren. Omstreeks het jaar 1350
+heerschte evenwel in heel Europa eene vreeselijke ziekte, »Zwarte
+Dood« geheeten, welke in alle landen duizenden slachtoffers eischte.
+Zij woedde ook op IJsland, stak naar Groenland, raapte daar de heele
+Kolonie door den dood weg, of maakte haar zóó klein, dat men er later
+niets meer van hoorde.
+
+Nog eene andere oorzaak is er.
+
+Zien we niet dagelijks, dat eene zaak, die eerst niet gewild was en
+een armzalig leven voortsleepte, later een ongekende vlucht nam? Dat
+die zaak aanvankelijk niet opnam, kwam omdat het volk nog niet rijp
+was om er de waarde van te beseffen. Eerst dán, als duizenden door één
+gevoel gedreven worden, komt dat, wat eerst niet geacht werd, opeens
+tot aanzien. De Bijbel noemt die onverklaarbare, algemeene
+volksbegeerte zoo kernachtig »de volheid der tijden«.
+
+Phoeniciërs vonden den weg om Afrika, en die weg werd vergeten;
+Noormannen ontdekten een aanzienlijk deel van Amerika en dat land werd
+onbekend. Eerst eeuwen later, toen er een geest naar onderzoek bij
+alle volken ontwaakte, en men niet meer bij toeval, maar langs
+wetenschappelijken weg, wat trachtte te vinden, kon men zeggen, dat er
+behoefte ontstond om een' zeeweg naar de rijke Indiën op te sporen.
+Die behoefte deed Kaap de Goede Hoop ontdekken, en een nieuw
+werelddeel vinden. En juist omdat, èn ontdekking, èn vinding aan eene
+behoefte voldeed, juist omdat het toeval of goed geluk niet voorop
+stond, behield men, wat men ontdekte of vond.
+
+Ik schreef boven dit hoofdstuk »De zeevaart der oude volken« en
+handelde het breedvoerigst over de ontdekkingen der Noormannen, die
+men bezwaarlijk tot de oude volken rekenen kan. Ik deed dit echter,
+omdat hunne ontdekkingen even goed verloren gingen als die van
+Phoeniciërs en Carthagers. Thans echter dien ik een volgend hoofdstuk
+te beginnen, om reden we van een volk zullen hooren, dat hield, wat
+het gevonden en veroverd had, tot het op zijne beurt door een ander,
+en wel door een beschaafd Christenvolk, verdrongen werd.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+DE ISLAM EN HET CHRISTENDOM.
+
+
+Een van de merkwaardigste landen, niet alleen van Azië, maar zelfs van
+heel de wereld, is Arabië, een groot schiereiland aan de Roode Zee,
+den Indischen Oceaan en de Golf van Perzië gelegen.
+
+Zooals men uit de gewijde verhalen weet, had de Aartsvader Abraham bij
+zijne dienstmaagd Hagar een' zoon, Ismaël geheeten, van wien God tot
+de Moeder zeide: »Hij zal een woudezel van een mensch zijn; zijne hand
+zal tegen allen zijn, en de hand van allen tegen hem.« En tot Abraham
+sprak dezelfde stem van dezen zoon: »Twaalf Vorsten zal hij gewinnen,
+en ik zal hem tot een groot volk stellen.«
+
+Deze Ismaël nu werd, naar men beweert, de stamvader der Arabieren.
+
+Wij, Nederlanders, zouden al weinig ingenomen zijn met een' zoon van
+wien voorspeld werd: »hij zal een woudezel zijn,« doch dit komt
+alleen, omdat wij dit dier niet kennen. Nergens, in Bijbel, Koran of
+een Oostersch verhaal, wordt minachtend van dit dier gesproken, en
+ieder, die eenmaal in het Oosten den ezel gezien heeft, moet erkennen,
+dat dit dier daar niet alleen een mooi, maar bovenal een nuttig dier
+is. De ezel behoort niet thuis in ons vochtig en guur klimaat, en wie
+een' ezel houdt, houdt hem gewoonlijk op een koopje, en laat hem
+paardewerk verrichten, terwijl men voor zijne verzorging zich bijna
+nimmer eenigen tijd gunt. Hoe anders is dat in het Oosten. Geen paard
+wordt hier beter verzorgd dan ginds een ezel. Het dier is daar
+bovendien in zijn Vaderland, en bezit er heel andere eigenschappen.
+
+Ismaël zou als een woudezel worden.
+
+Een woudezel is een wilde ezel, die de tegenwoordigheid der menschen
+niet opzoekt, maar ontvliedt. De eenzaamste plaatsen zoekt hij bij
+voorkeur op. Hij is schuwer dan eenig ander dier, doch omzichtig in
+hooge mate. Hij beklimt met de meeste zekerheid steile rotsen, en
+siddert niet wanneer hij aan zijne voeten een' gapenden afgrond ziet,
+en met wellust kan hij, staande op eene rotspunt, den koelen bergwind
+opsnuiven.
+
+Of hij nu in alles het beeld van den voormaligen en tegenwoordigen
+Arabier is?
+
+Neen, niet in alles, maar toch in veel.
+
+De echte Arabier van onzen tijd, op wien de geest der eeuwen zóó
+weinig invloed gehad heeft, dat hij bijna nog dezelfde zeden en
+gewoonten heeft, als de Arabier ten tijde van Job, haat nog immer den
+Fellah, die zich een verblijf binnen de muren der steden gekozen
+heeft. Hij is een merkwaardig man. Hij is nimmer zwaar van
+lichaamsbouw, doch van statige, iets meer dan middelmatige lengte,
+sterk en gespierd. Zijne behoefte aan spijs en drank voldoet hij, maar
+in het gebruik ervan is hij altijd matig. Een Arabier, die dronken is,
+werd nimmer gevonden, en evenmin een, die een zwelgend leven leidde.
+Zijn lichaam, nimmer vertroeteld, is gehard tegen alle vermoeienissen,
+en meest altijd heeft hij een opgeruimd humeur en eene dichterlijke
+verbeeldingskracht. Gewoon in de woestijn om te dwalen en dus altijd
+eene uitgestrekte vlakte voor zich te zien, wordt zijn gezicht zóó
+scherp, dat hij op verren afstand reeds het aantal naderende ruiters
+telt, als een ander nog niets ziet. De sobere omgeving waarin hij
+leeft, doet hem acht geven op alles, en alles kennen tot in de
+kleinste bijzonderheden. Hij ziet aan het voetspoor in het zand der
+woestijn, of het van een' vriend of wel van een' vijand is, hij ziet
+er aan of de voetganger vermoeid of niet vermoeid was, of hij een'
+last droeg of niet. Zonder kompas vindt hij den weg door de woestijn,
+die in hare eentonigheid _ons_ geen enkel herkenningsteeken geeft,
+maar _hem_ honderden. Bij nacht is de heldere hemel met al zijne
+sterren hem een boek, waarin hij altijd leest, zonder ooit aan de
+laatste bladzijde te komen. Die sterren geven aan zijne dichterlijke
+verbeeldingskracht elken avond eene hoogere vlucht. Geboren jager of
+herder, is hij ook geboren koopman, altijd er op uit om zijn eigen
+voordeel te behartigen. Zijne scherpzinnigheid doet hem bij alles
+rekenen; zijne hebzucht doet hem zelfs onder vrienden, vijanden
+vinden. En te midden van dit volk, zóó berekend, zóó scherpzinnig, zóó
+hebzuchtig en zóó strijdlustig, kwam Mohammed met zijne nieuwe leer,
+wier grondstellingen zoo volkomen pasten bij het karakter van die
+woestijn-bewoners niet alleen, maar ook bij dat van de Fellahs of
+steden-bewoners. Het loon, aan den strijd voor het geloof verbonden,
+deed hen naar de wapenen grijpen om den geloofsstrijd te voeren; en
+daar het Christendom in dien tijd in het Oosten zeer in verval was,
+zoo verspreidde de nieuwe leer, gepredikt door mannen, die vol
+geestdrift het zwaard in de rechter-, en den Koran of Mohammedaanschen
+bijbel in de linkerhand droegen, zich buitengewoon snel. De nieuwe
+leer deed den woudezel zijne woestijn, en den Fellah zijne steden
+verlaten om de wassende maan, het symbool waaronder zij streden, tot
+waarheid te maken. De aarde moest vol worden van den Islam, alle
+monden moesten getuigen: »Er is maar één God, en Mohammed is zijn
+Profeet.«
+
+Wat Mohammed zelf wel nimmer zal vermoed hebben, is, dat zijne leer de
+Arabieren maken zou tot veroveraars, reizigers en landontdekkers, ja,
+tot mannen, die in dichtkunst, geneeskunde, wijsbegeerte, wiskunde,
+sterrenkunde, en bouwkunde, ver boven de Westersche volken stonden.
+
+Een machtig Oostersch rijk, dat der Kaliefen, ontstond, hetwelk naar
+alle zijden zich ontwikkelde, naar alle kanten zijn' invloed deed
+gelden. Door de Arabieren gesticht, was het na verloop van eene eeuw
+grooter dan het Romeinsche Keizerrijk ooit geweest was. Sommige
+Kaliefen waren zeer bekwame Regenten, en moedigden de kunsten en
+wetenschappen op alle mogelijke wijzen aan. Handel en nijverheid
+bereikten eene verbazende hoogte, en bijna alle streken der Oude
+wereld werden door de Arabieren bezocht. Zij kwamen in China; ze
+kenden zelfs Japan; zij bereisden Voor- en Achter-Indiën, ze kwamen op
+Sumatra en Java. Niet alleen Egypte en Afrika's noordkust bezochten
+ze, maar ze drongen zelfs dieper in het »Zwarte werelddeel« door, dan
+iemand vóór hen ooit gedaan had. En overal waar ze kwamen, predikten
+ze den Islam. Bleef China ook grootendeels voor hen gesloten, Voor- en
+Achter-Indië, de Indische Archipel, Egypte en Noord-Afrika bleven dat
+niet, en bijna overal verdrong daar de Islam den heidenschen
+godsdienst. Aan de uitgestrekte macht der Arabieren kwam evenwel
+spoedig een einde, want het rijk werd door binnenlandsche twisten
+verdeeld, en in onderscheidene Staten gesplitst, welke ieder van
+elkander onafhankelijk waren. Eén stam heeft zich zeer bekend gemaakt
+door den stoot, dien ze gaf aan de opwekking van den Europeeschen
+handel en de zeevaart. De bewoners van Toeran of Toerkistan, een woest
+volk, hadden in de achtste eeuw reeds den Islam omhelsd. Dit belette
+echter niet, dat zij jegens de Arabieren zeer vijandig gezind waren,
+en, bij de verzwakking van het Kalifaat, maakten zij zich ook meester
+van het Heilige Land, dat in handen der Arabieren was. Ook Jeruzalem
+viel in hunne handen.
+
+Jeruzalem! Wie kent niet Da Costa's:
+
+ »Aan Babels wateren gezeten,
+ denk ik aan Sion en verteer.
+ Jeruzalem, hoe zoude ik U vergeten?
+ mijn' rechterhand vergeet' zichzelf veeleer.«
+
+Roerend en treffend schoon is Da Costa's klaagzang; maar eindelijk
+gaat het klaaglied langs Golgotha over in een' juichtoon, en jubelend
+klinkt het:
+
+ »Maar neen! Gij zult weer ademhalen.
+ Maar neen! Jeruzalem sterft nooit.«
+
+Da Costa had gelijk! Hoe ook door de Romeinen verwoest en bijna ledig
+gelaten, hoe ook door de Turken veroverd, uitgemergeld en verarmd,
+Jeruzalem leeft nog, Jeruzalem sterft nooit, zoolang er nog één
+Christen of één Israëliet leeft, want voor beiden is het oude Sion de
+stad der steden. Nog altijd weent er de Israëliet bij den ouden muur
+van Salomo's tempel, nog altijd knielt en bidt de Christen bij het
+graf van zijn' Heiland.
+
+Dat Israëlieten ter bedevaart opgaan naar de stad hunner Vaderen mag
+eene zeldzaamheid heeten, maar dat de Christenen het doen naar het
+Heilige graf, is eene vrome gewoonte, die bijna op denzelfden tijd
+ontstond toen de Paaschgang der Israëlieten naar Salomo's tempel
+ophield.
+
+Men noemde zulke Christenen bedevaartgangers of pelgrims naar het
+Heilige Land. Aan zulke tochten waren evenwel groote moeielijkheden
+verbonden, doch wie telde in die tijden moeielijkheden waar het den
+godsdienst betrof? Een Duitsch schrijver zegt: »Tot de scherpst
+uitkomende karaktertrekken dier eeuwen mag wel in de eerste plaats
+genoemd worden eene godsdienst-overtuiging, die bijna tot dweperij
+oversloeg, een gloeiend leven van het hart. Ze vervulde den geest, ja,
+die geloofs-overtuiging was de ziel der menschheid zelve.«
+
+En van het Heilige Land heet het bij dezen schrijver: »Heilig was daar
+iedere voetbreed gronds, en van aanbidding stroomde over het hart des
+pelgrims, die dezen grond betreden mocht. Zijn geestelijk oog zag de
+poorten des hemels daarbij geopend.«
+
+Zouden zulke geloovigen angstvallig eerst alle moeielijkheden wikken,
+alle zwarigheden wegen, alle gevaren tellen? Neen, men ging zonder dat
+alles te doen; men bestreed vol vreugde de moeielijkheden; men
+trotseerde vol verlangen alle zwarigheden; men tartte vol geloofsmoed
+alle gevaren, als men maar in het Heilige land komen mocht en als men
+maar bidden kon aan het graf van zijn' Heiland en Heer.
+
+Maar, waar de Arabieren die bedevaarten geduld hadden, ook omdat ze
+vele voordeelen aanbrachten, daar begonnen de woeste en dweepzieke
+Turken de Pelgrims te mishandelen, te plunderen en soms te dooden.
+
+Wat moesten de Christenen van Europa doen?
+
+Ze duldden jaren lang den smaad hun door de Turken aangedaan; de tijd
+scheen nog niet rijp voor een' grooten geloofsstrijd.
+
+Maar in het jaar 1094 verscheen te Jeruzalem, als Pelgrim, een
+voormalig krijgsman uit Normandië, die het strijdveld verwisseld had
+met de kluizenaarshut, en deze alweer had verlaten om den pelgrimsstaf
+op te nemen.
+
+Hij was een klein en onaanzienlijk man, die »Peter de Kluizenaar« of
+»Peter de Heremiet« heette. Maar in die eeuw van ijzer, staal,
+mannenkracht en dapperheid, zou deze eenvoudige man, alleen gewapend
+met eene wegsleepende welsprekendheid en een' brandenden geloofsmoed,
+de heele Christenwereld in beweging brengen en bezielen tot een'
+strijd op leven en dood tegen de overweldigers van alles, wat den
+Christen dierbaar was. Toen hij in Jeruzalem zag, wat de Christenen
+van de Turken te lijden hadden, vatte hij een grootsch plan op. Hij
+keerde naar zijne Vaderstad Amiens, terug, doch nam zijn' weg over
+Rome, waar hij, toegelaten tot Paus Urbanus II, met de treffendste
+kleuren den ellendigen toestand der Christenen in Palestina schetste,
+en hij wist met zulke bezielende woorden te spreken over de
+noodzakelijkheid, dat alle Christen-vorsten de wapenen moesten
+opnemen, ter verovering van het Heilige Land, dat de Paus hem terstond
+zijne medewerking beloofde. Hij hield die belofte ook trouw, en begon
+met Peter aanbevelingsbrieven te geven aan de voornaamste Vorsten van
+Europa. En Peter ging van land tot land, van het eene Vorstenhof naar
+het andere, en overal predikte hij met eene wegsleepende kracht, die
+allen bezielde, die alle harten deed ontbranden, het lijden en de
+verdrukking der Christenen. Hij was onweerstaanbaar, en vol geestdrift
+togen Vorsten, Edelen, Bisschoppen en voorname Heeren naar Clermont,
+waar de Paus eene groote Kerkvergadering houden zou. Daar was het, dat
+de Paus met eene welsprekendheid, welke misschien die van Peter de
+Heremiet nog overtrof, voor duizenden eene toespraak hield en den
+Kruistocht predikte.
+
+O, het moet een oogenblik geweest zijn, zooals de heele
+wereldgeschiedenis maar enkele oogenblikken telt, toen door die
+duizenden den kreet aangeheven werd: »God wil het! God wil het!«
+
+Bij die uitroepen bleef het niet; men ging over tot daden, en onder
+aanvoering van Godfried van Bouillon, Hertog van Lotharingen, werd den
+vijftienden Juli van het jaar 1099 Jeruzalem ingenomen, nadat over en
+weer door zwaard en ziekten duizenden en nogmaals duizenden gevallen
+waren. Het Christen-koninkrijk Jeruzalem werd gesticht, en daar naast
+ontstonden de Christen-graafschappen Tripolis en Edessa, benevens het
+Vorstendom Antiochië.
+
+Slechts achtentachtig jaar bleef dit Koninkrijk Jeruzalem bestaan, en
+in 1291 ging met Tyrus, dat de Christenen aan hunne vijanden moesten
+overgeven, de laatste Christen-vestiging in het Heilige Land verloren.
+Ruim zes millioen Christenen waren bij die Kruistochten, men rekent er
+meest altijd zeven, omgekomen, en schatten gelds hadden ze verslonden,
+maar--de gevolgen waren onberekenbaar groot.
+
+Vindt men nu nog op sommige plaatsen enkele menschen, die hun dorp of
+hunne stad nimmer verlaten, en dus eene zeer bekrompen
+wereldbeschouwing hebben, ze worden toch met den dag zeldzamer, en men
+wijst hen bijna aan, als eene merkwaardigheid, met: »Kijk, die man
+daar, hij is, zoo oud als hij is, nooit verder geweest dan zijn dorp
+of zijne stad.«
+
+Maar in die eeuwen was de toestand aanvankelijk juist omgekeerd, en
+hij, die het gewaagd had, ver van huis te gaan, werd als eene
+merkwaardigheid met den vinger aangewezen.
+
+De Kruistochten brachten hierin eene verbazend groote verandering. Men
+deed verre tochten; men kwam in een heel ander land, in een heel ander
+klimaat; hier zag men dit, daar dat; hier merkte men het eene, daar
+het andere op. De blik werd verruimd, en men leerde nieuwe behoeften
+kennen. Vooral de mannen van den derden stand, de poorters en dorpers,
+door het deelnemen aan een' Kruistocht van Lijfeigenen in Vrijen
+herschapen, begonnen zulk een krachtig leven te ontwikkelen, dat ze,
+in macht en rijkdom, Vorsten en Edelen boven het hoofd wiesen.
+
+Overal ontwaakte onder hen een ondernemingsgeest, die voor geene
+gevaren terugdeinsde, en die geest was de grondvester van machtige
+steden, van Venetië en Genua bovenal. Die ondernemingsgeest, hoewel
+hoofdzakelijk tendoel hebbende, eigen voordeel te bevorderen, dwong
+echter ook om niet alleen vreemde talen te leeren, maar ook om de
+aardrijkskunde en sterrenkunde te beoefenen.
+
+Zoo iets van: »Er is maar één God en Mohammed is Zijn Profeet«, paste
+vóór de Kruistochten elk land ook op zichzelf toe. Men wist het, ja,
+dat er nog andere landen waren, doch ze kwamen bij het eigen land zoo
+goed als niet in aanmerking. Na de Kruistochten was dat evenwel anders
+geworden; de volkeren van Europa hadden elkander leeren kennen, en die
+kennismaking leidde tot handelsbetrekkingen. Men begon gewassen te
+verbouwen en voorwerpen te maken, met het doel om uit te voeren;
+nieuwe handwerken, andere kunsten werden beoefend. De strijd om het
+bestaan, vroeger tot de bewoners van elk land beperkt, werd nu
+gestreden tusschen de volken onderling, en hij bracht leven en
+beweging. Die strijd scherpte het verstand, spitste het brein en
+maakte de hand vaardig. Werkelijk, de Kruistochten hebben het
+dommelende Europa wakker geschud; ze zijn oorzaak geweest, dat van de
+vijf werelddeelen, Europa _het_ werelddeel werd, en meteen de zetel
+van beschaving, wetenschap en welvaart.
+
+We noemden zoo even twee namen van steden, en wel Venetië en Genua.
+Beide steden hebben door haren handel en hare macht in de
+Middel-eeuwen eene te groote rol gespeeld om er hier niet van te
+spreken.
+
+Venetië ligt ten noorden van de Adriatische Zee, aan eene golf, die
+denzelfden naam als de stad draagt. Bij den inval der Hunnen namen
+vele bewoners van het vasteland de vlucht naar de menigte eilanden,
+die in deze zee gelegen zijn. Waren dezen eerst afhankelijk van het
+Grieksche en later van het Duitsche Keizerrijk, ze wisten voor een
+groot deel zich daarna onafhankelijk te maken, en vormden eene
+Republiek. Het hoofd van die Republiek droeg den naam van Doge, en de
+Republiek zelve heette weldra, naar hare grootste stad, Venetië. Reeds
+lang vóór de Kruistochten dreven de Venetianen een' levendigen handel
+op Azië, doch het toppunt van bloei bereikte de Republiek eerst tegen
+het einde der veertiende eeuw. Zij dreef vooral handel op Alexandrië
+en Joppe in producten, die daar met karavanen aangebracht werden uit
+de Indiën, en ze had zelfs, vooral door de bemoeiingen van den
+beroemden Venetiaanschen reiziger Marco Polo, die diep in het rijk der
+Mongolen drong, en de gunst wist te verwerven van den Khan of
+Oppervorst der Tataren, handelsbetrekkingen aangeknoopt met het
+tegenwoordige China. Door de reistochten van Marco Polo, diens Vader
+Niccolo en neef Maffeo, werd vooral de aardrijkskundige kennis van
+Azië zeer uitgebreid, en men ontwierp zelfs kaarten waarop, behalve
+het bekende deel van Europa, bijna heel Azië voorkwam. Wel had,
+volgens de Venetiaansche kaarten, dit werelddeel een voorkomen,
+hetwelk in latere tijden bijna geheel gewijzigd moest worden om met
+den waren toestand overeen te komen, maar veel vindt men er toch ook
+op waaruit blijkt, dat men bij het vervaardigen ervan niet enkel op
+overleveringen of phantastische verhalen vertrouwde, maar zelf
+waargenomen had.
+
+Niet minder dan vierentwintig jaar duurde hunne reis, en onnoemelijk
+rijk keerden ze alle drie terug. Zóó rijk was Marco, dat de Venetianen
+hem den bijnaam gaven van »Meester Millioen.«
+
+Verwondering kan het niet baren, dat Marco Polo met zijne schatten den
+lust bij anderen opwekte om ook in die verre landen der Tataren zaken
+te gaan doen, en nog meer werd die lust opgewekt toen de beroemde man
+zijn reisverhaal liet te boek stellen. Hij stierf echter in 1323, dus
+vóór de uitvinding der boekdrukkunst, en deze alleen was instaat om
+die reisbeschrijving algemeen te maken. En hoe prettig wist hij te
+vertellen!
+
+In zijn' tijd was de tegenwoordige Chineesche stad Hang-Chow-Foe aan
+de rivier Tsien-Tang, de hoofdstad van het Chineesche of Tataarsche
+rijk. Nu nog telt zij meer dan één millioen inwoners, doch Marco
+zeide, dat hare bevolking toen één millioen zesmaal honderdduizend
+_huisgezinnen_ bevatte; bovendien gaf hij aan deze stad den naam van
+Quin-sai.
+
+Om mijn' lezers eenig denkbeeld te geven, niet alleen van Polo's
+verhaaltrant, maar ook over den toestand van China in onze
+middeleeuwen, wil ik een gedeelte van zijn verhaal hier laten volgen.
+
+»Quin-sai, de hoofdstad, verdient haar' naam: »Stad des Hemels«, ten
+volle door hare grootte, schoonheid, rijkdom en welvaart. Zij is een
+Paradijs op aarde. Naar mijne schatting heeft ze een' omvang van
+vierenveertig Kilometers, dat is acht uur gaans. Zij ligt dicht bij de
+zee aan eene groote rivier, wier wateren door tallooze kanalen in alle
+richtingen door de stad stroomen, en alle vuilnis medevoeren naar zee,
+zoodat er de grootste zindelijkheid heerscht, en de lucht er steeds
+frisch is. Wel twaalfduizend bruggen verbinden de verschillende
+stadsdeelen met elkander, en naast de kanalen heeft men breede
+straten. De meeste bruggen hebben zulke groote bogen, dat de schepen
+er onderdoor kunnen varen zonder de masten te strijken. Er zijn
+verscheidene groote pleinen tot markt ingericht, en elk plein is
+omgeven door steenen gebouwen, waarvan de beneden-verdiepingen als
+winkels in gebruik zijn. De verschillende straten loopen alle op de
+marktpleinen uit, en overal vindt men inrichtingen tot het nemen van
+koude of warme baden, waarvan ieder van zijne jeugd af, gebruik maakt
+eer hij aan den maaltijd gaat. Op tien groote plaatsen wordt driemaal
+in de week markt gehouden, en ongeveer vijftigduizend menschen begeven
+zich telkens naar iedere markt om daar het noodige tot levensonderhoud
+te koopen. Wild en gevogelte vindt men er in overvloed en tegen
+billijke prijzen. Zoo betaalt men voor een paar ganzen met nog vier
+eenden slechts tien penningen. Ander vleesch kan de werkman niet eten,
+want het vleesch van runderen, schapen en geiten is zóó duur, dat
+alleen de rijken het betalen kunnen. Onverschillig in welk jaargetijde
+men de markten bezoekt, altijd vindt men er een' rijken voorraad van
+het heerlijkste ooft. Visch is er steeds in overvloed te vinden. Welk
+een omzet op deze markten is, kan blijken uit de opgaaf van één
+artikel, dat verhandeld wordt, namelijk peper, waarvan de Tataren
+groote liefhebbers zijn. Elken dag zet men meer dan tienduizend pond
+van deze specerij om.
+
+»De inwoners hebben eene blanke gelaatskleur, en kleeden zich steeds
+in zijde, die hier in den omtrek veel gewonnen wordt. Er zijn twaalf
+hoofdambachten, en iedere zoon is verplicht het ambacht van zijn'
+Vader te leeren. De rijke werkbazen doen niets anders dan op het werk
+wat rondloopen om toezicht te houden. De vrouwen pronken den heelen
+dag met hare prachtige zijden kleederen en schitterende juweelen, of
+brengen in sierlijk ingerichte vertrekken, den dag met nietsdoen door.
+
+»De huizen, die gewoonlijk van hout zijn, hebben sierlijke voorgevels,
+voorzien van mooi snijwerk en beschilderd met allerlei wonderlijke
+figuren. Van oorlogvoeren weten de bewoners van Quin-sai niet, en
+zelfs oproer en rooverij behooren bijna tot de onmogelijke
+gebeurtenissen.
+
+»De uitspanningen op het water overtreffen alle andere, en de stad met
+haar onnoemelijk groot aantal paleizen, tempels, villa's, tuinen en
+boomen, allen aan het water gelegen, biedt daardoor, den ganschen dag
+door, eene bonte afwisseling.
+
+»Is de dagtaak afgeloopen, dan denkt niemand aan wat anders dan aan
+uitspanning. Met schuiten en wagens begeven de mannen zich in
+gezelschap hunner vrouwen of kinderen naar tuinen, die alleen voor
+openbare uitspanningen bestemd zijn.
+
+»In elke straat is stellig één steenen gebouw, in den vorm van een'
+toren. Het is zeer groot, en wanneer nu een brand uitbreekt, wat met
+die houten huizen niet zelden het geval is, dan vluchten al de
+bewoners van die straat met hunne kostbaarste have binnen dit steenen
+gebouw.
+
+»Op de voornaamste bruggen staat een wachthuis, dat steeds door tien
+man bezet is. In elk wachthuis is een wateruurwerk, en het is nu de
+hoofdtaak van die mannen, om aan het einde van elk uur met een houten
+blaas-instrument en een metalen voorwerp, hiervan aan de bewoners
+kennis te geven.
+
+»Gedurende den nacht trekken wachters door alle straten. Hunne taak is
+het, minder tegen diefstal te waken, dan wel te zorgen, dat iedere
+bewoner op den bepaalden tijd in zijn huis geen licht of vuur meer
+brandt, en dat niemand zich meer op straat begeeft.
+
+»Elk hoofd van een gezin is verplicht om boven den ingang zijner
+woning eene naamlijst van de bewoners te hangen. Sterft er een, dan
+wordt de naam doorgestreept, en wordt er een geboren, dan wordt zijn
+naam terstond onder de lijst geschreven. Zelfs zij, die vreemdelingen
+en reizigers herbergen, zijn verplicht in een boek, niet alleen de
+namen hunner gasten te schrijven, doch er moet tevens bij vermeld
+staan wat ze zijn, wat ze komen doen, wanneer ze kwamen, wanneer ze
+heengaan, en wáár ze heengaan.
+
+»De inkomsten van den Groot-Khan,--thans noemt men hem
+Keizer,--bedragen, alleen nog maar van het zout, niet minder dan zes
+millioen vierhonderd duizend dukaten, en zijn heele inkomen wordt
+berekend op ruim drieëntwintig millioen dukaten.
+
+»Komt men eenmaal buiten de eigenlijke stad Quin-sai, dan zou men
+wanen nog in de stad te zijn, ja, het is zelfs zóó, dat, vele
+dagreizen afstands om Quin-sai, alles slechts ééne stad gelijkt.«
+
+Van Japan, dat Marco Polo den naam gaf van Zipangu of Nipon, verhaalt
+hij het volgende:
+
+»De inwoners van Zipangu hebben eene heldere gelaatskleur en zijn zeer
+beschaafd. Ze worden geregeerd door een' Koning, die geheel
+onafhankelijk is van den Groot-Khan. Goud wordt er in overvloed
+gevonden, doch het mag niet uitgevoerd worden. Het paleis van den
+Koning is zoowel van binnen als van buiten, en van onder tot boven,
+geheel met gouden platen belegd, ja, eenige meubelen zijn zelfs van
+massief goud. Het heele Koninkrijk bestaat uit zeker meer dan
+zevenduizend eilanden, die alle bewoond zijn, en specerijen en goud in
+overvloed opleveren.«
+
+Onze reiziger kwam ook in den Indischen Archipel. Hij vertelt van
+Groot-Java, Klein-Java en Zeylan of Ceylon, welke eilanden alle rijk
+zijn in goud en specerijen. Zelfs het tin-eiland wordt evenmin
+vergeten, als de parelvisscherijen. Hij spreekt van afstanden over zee
+in mijlen, en honderd, zevenhonderd, ja, vierentwintighonderd mijlen
+afstands worden door hem genoemd. Maar trots die verbazende afstanden
+kwamen de Tataren met hunne schepen daar bijna overal, en brachten
+ongehoorde schatten in hun land terug.
+
+Men begrijpt lichtelijk hoe deze reisbeschrijving, toen ze meer
+algemeen bekend werd, de gemoederen in Europa in beweging, en de
+hoofden tot denken bracht.
+
+Wat er met schepen gedaan kon worden, bewezen de Tataren dat niet, die
+honderden mijlen ver er zich mede waagden op zeeën, waarvan men niet
+beter wist of er was geen einde aan?
+
+En wat nu de Tataren konden doen, zouden dat de Europeanen niet
+kunnen?
+
+Ja, Marco Polo kon overdreven hebben, en waarom zou hij dat niet? Het
+lag immers geheel in den geest van zijn' tijd om aan het fabelachtige
+de voorkeur te geven boven het wetenschappelijke?
+
+Wie kende niet de reisbeschrijving van den Missionaris Oderich van
+Portenau? Veel van hetgeen Marco Polo verteld had, werd door Oderich
+bevestigd, maar hoeveel fabelachtigs haalde deze Oderich er niet bij?
+
+Had ook niet Marignola, Huis-kapelaan van Keizer Karel IV, als
+Zendeling, zijne reistochten beschreven? Het boek, dat eigenlijk eene
+Kroniek van Bohemen heeten moest, begon, omdat de schrijver
+waarschijnlijk van Bohemen niet veel wist, van Adam en Eva in het
+Paradijs af, en het wemelde van allerlei fabelachtige verhalen.
+
+Niet veel beter, ja, misschien nog erger, maakte het de Engelsche
+Ridder John Mandeville. Ook deze volbracht eene langdurige wereldreis,
+want, in 1327 vertrokken, keerde hij pas in 1355 terug. Zijn
+geschreven reisbericht gaf hij aan Koning Eduard III van Engeland, en
+zelden verscheen er een boek, waarin zooveel zotternijen, die voor
+waarheden moesten doorgaan, verteld werden.
+
+Een ander reiziger, Johannes Schiltberger uit München, deed eene reis,
+die van 1394 tot 1427 duurde. Als jong soldaat was hij in den slag bij
+Nikopolis, in 1396, door de Turken gevangengenomen. Sultan Bajazid
+liet al de gevangenen onthoofden, doch Schiltbergers leven bleef
+gespaard, omdat hij nog maar zestien jaar oud was. Hij kwam in dienst
+van den Sultan, en deze werd later op zijne beurt verslagen door
+Tamerlan, waardoor onze gewezen soldaat, als slaaf, in dienst kwam van
+dezen beruchten en wreeden Khan der Mongolen. Waar Tamerlan of Timoer
+kwam, daar kwam ook Schiltberger, zoodat hij, eindelijk in zijn land
+terugkomende, zeggen kon, dat hij in Klein-Azië, Egypte, Perzië,
+Indië, de landen van de Kaspische Zee en in Zuid-Rusland geweest was.
+Het ligt voor de hand, dat deze man, die in eene zeer ondergeschikte
+betrekking, en tegen zijn' zin, die reizen makende, landen en volken
+weer anders bekeek en beschreef dan Marco Polo en de Missionarissen
+dit gedaan hadden. In vele opzichten kwamen echter allen met elkander
+overeen. Het Oosten was een schoon en rijk land, met bewoners, die er
+eene heel andere beschaving op nahielden dan de Christenen in Europa.
+Het was onnoemelijk groot, en op sommige plaatsen buitengewoon
+vruchtbaar, op andere weer woest en dor. De bewoners waren, óf
+Heidenen, óf Mohammedanen, en sommigen woonden in steden, grooter dan
+menig Vorstendom in Europa.
+
+Dat alles was bij alle schrijvers te lezen, en het wekte hier de zucht
+op van den koopman om schatten te gaan verdienen, en dáár de begeerte
+om onder Mohammedanen en Heidenen het Kruis te gaan prediken. In beide
+gevallen werd de aardrijkskundige kennis uitgebreid, en hiermede ook
+menige andere wetenschap. Wanneer wij enkel oordeelen naar hetgeen de
+Missionarissen der Middel-eeuwen _schreven_, dan zouden wij een zeer
+verkeerd oordeel over hun gewichtig werk vellen. Doch ook zelfs zij
+brachten veel tot stand, en helderden op, wat onduidelijk was. Hun
+werk was het, dat de Genueezen een' handels- of karavanenweg kregen,
+van de rivier de Don naar Peking, en hun werk was het ook, dat men
+ophield te gelooven, dat de Kaspische Zee met de IJszee in verbinding
+stond en derhalve geene open zee was. En, vóór een Marco Polo met de
+zijnen in het land der Tataren en in hunne hoofdstad kwam, waren er al
+Missionarissen geweest, zoodat men niet te veel beweert, als men zegt,
+dat China, òf, zooals het door de Tataren genoemd werd, Kataï, ontdekt
+werd door de Missionarissen.
+
+Trouwens, zelfs in onzen tijd wordt het werk van Zendelingen en
+Missionarissen maar al te veel zeer scheef beoordeeld. Ik gebruik hier
+twee woorden, die eigenlijk hetzelfde beteekenen, alléén, omdat de
+Protestant steeds van Zendelingen, en de Katholiek van Missionarissen
+spreekt.
+
+Terecht zegt de Duitsche schrijver Löwenberg, waarlijk geen man wien
+men verwijten kan, dat zijne clericale gevoelens hem de zaak doen
+overdrijven: »De ontdekker is de voorlooper van den zendeling, de
+zendeling zelf dikwijls weder, ontdekker. Waar handelsverbintenissen
+aangeknoopt worden, daar vestigt zich de Zendeling, en waar men
+Zendelingsposten vestigt, daar ontstaat de handel.«
+
+Willens blind moet men wel zijn, als men het werk van mannen, die in
+onze eeuw leefden, zooals: Gutzlaff, Huc en Gabet in China, of van
+Livingstone in Afrika, van weinig beteekenis voor de wetenschap
+beschouwt. Maar ook reeds in de Middeleeuwen dreef het bevel van den
+Heer Jezus: »Gaat dan henen, onderwijst alle volkeren, ze doopende in
+den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes, leerende hen
+onderhouden alles, wat ik u geboden heb,« tal van ernstige en vrome
+mannen aan, om naar verre en onbekende landen te trekken, teneinde
+daar het Evangelie te prediken, en, zonder dat ze het wilden, dienden
+ze daardoor wetenschap en beschaving meteen. Het een _moest_
+noodwendig met het andere samengaan.
+
+Veel zoude er van die zendelingsreizen te verhalen zijn, doch daar het
+mijn doel is, een boek te schrijven over de ontdekking van Amerika,
+mag ik met de inleiding tot dit werk niet te uitvoerig zijn. Te meer
+mag ik dit niet, omdat ik later toch op die Missies noodwendig wijzen
+moet.
+
+Wij verlaten dus voor een oogenblik de Lagunen-stad, zooals Venetië
+ook wel eens genoemd wordt, om met enkele woorden te schetsen, wat
+Genua voor den zeehandel, en daarmede voor de aardrijkskundige
+wetenschap geweest is.
+
+In het jaar 774 kwam Genua onder het rijk der Franken, doch toen na
+den dood van Keizer Karel den Grooten, diens machtig gebied verdeeld
+werd, bekwam Genua hare onafhankelijkheid. Haar heerlijk klimaat, maar
+veel meer nog hare gunstige ligging voor den zeehandel, waren oorzaak,
+dat zij in uitgebreidheid, aanzien en macht steeds toenam, en niet
+weinig werd ze bevoordeeld door de Kruisvaarders, die zich het liefst
+in hare havens voor den tocht naar het Heilige Land inscheepten.
+Gaandeweg breidde zij dan ook hare macht uit, en veroverde niet alleen
+het eiland Corsica, maar ook een groot deel van het eiland Sardinië.
+De Keizer van het Byzantische rijk gaf hun zelfs in twee voorsteden
+van Constantinopel vrijdom van tollen, en verleende hun de vrije vaart
+op de Zwarte Zee. De Genueezen stichtten nu volksplantingen aan de
+kusten dier zee, en maakten zich zelfs van het heele schier-eiland »De
+Krim« meester. In gemeenschap met kooplieden uit Florence en Pisa
+brachten ze ook langs een' karavanenweg, goud, edelgesteenten,
+verfsoorten, vernis, vuurlak, porselein, thee, rabarber, zijden
+stoffen, katoen, pelswerk, ja, ook Indische specerijen uit China naar
+Europa, waar al deze waren buitengewoon veel aftrek vonden. Nog
+grooter werden de voordeelen, welke de Genueezen behaalden, toen
+Alexandrië en Joppe voor de Venetianen niet langer de stapelplaatsen
+konden zijn van de Indische producten, omdat beide steden, na den val
+van het Koninkrijk Jeruzalem, bijna altijd in handen der Turken waren.
+Wel sloot Venetië menigmaal met de Mohammedaansche Vorsten een
+handelsverbond, doch maar al te vaak werd dit alweer verbroken. Dat
+hierdoor tusschen deze twee machtige handelssteden een naijver
+ontstond, welke tot botsingen, ja, zelfs tot oorlogen aanleiding gaf,
+is te begrijpen. Toch zou het te bezien gestaan hebben, wie op den
+duur overwinnaar bleef, indien er niet heel wat anders gebeurd ware.
+
+Tamarlan of Timoer, van wien we reeds gesproken hebben, maakte aan de
+handelsbetrekkingen tusschen China en de Zwarte Zee een einde. Hij
+veroverde in 1406 de landen om deze zee gelegen, en--Genua, beroofd
+van haren voornaamsten handelsweg, moest nu vanzelf onderdoen voor
+Venetië. De Venetianen, die altijd buiten de Zwarte Zee gehouden
+waren, sloten nu andermaal verbonden met de Saracenen, en den Sultan
+van Egypte en Syrië. Dezelfde voordeelen, die de Genueezen eenmaal te
+Constantinopel verkregen, genoten nu de Venetianen te Alexandrië.
+
+Verbazend is de macht, die Venetië ontwikkelde. Hare schepen bezochten
+alle Europeesche havens, en omgekeerd bezochten Engelschen, Vlamingen,
+Duitschers, Franschen, Portugeezen en Spanjaarden de havens der
+beroemde Republiek, die, gesteund door haren rijkdom, voor heel Europa
+het brandpunt werd van kunsten, wetenschappen en beschaving. Hoe ver
+de Venetianen het in de aardrijkskunde gebracht hadden, bewijzen de
+wereldkaarten, die ze maakten. Vooral zijn de twee kaarten van Fra
+Mauro beroemd geworden. Eene ervan wordt nog altijd te Venetië
+bewaard, en de andere kwam te Lissabon in handen der Portugeezen.
+Natuurlijk zijn op die kaarten alleen Europa, Azië en Afrika
+afgebeeld, en wanneer wij die afbeeldingen vergelijken met de
+tegenwoordige, dan ontbreekt er zeer veel aan, maar voor dien tijd
+waren ze zóó uitstekend, dat men niets beters wenschen kon.
+
+Hoe die eene wereldkaart van Fra Mauro in Lissabon kwam, weet ik niet,
+maar de Venetianen hadden wel mogen wenschen, dat dit niet gebeurd
+ware, want de Portugeezen maakten er zulk een gebruik van, dat het de
+ondergang, niet alleen van Genua, maar ook van de oppermachtige
+Republiek Venetië ten gevolge had. Hoe dit geschiedde, zullen we in
+een volgend hoofdstuk zien.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+DE PORTUGEEZEN.
+
+
+Alvorens tot de beschrijving van de ontdekkingsreizen der Portugeezen
+over te gaan, dien ik even te wijzen op de algemeene verarming van
+Europa aan goud en zilver. Eeuwen lang had Azië in Europa ingevoerd,
+en dit zou natuurlijk ook in het voordeel van Europa geweest zijn, als
+dit maar naar Azië had kunnen uitvoeren. Dit was evenwel het geval
+niet, want de Europeesche producten vonden onder de Aziaten bijna
+geen' enkelen afnemer.
+
+Men had in Europa ook goud- en zilvermijnen, doch deze waren ten
+laatste zoo goed als geheel uitgeput, en het gevolg daarvan was, dat
+alles, wat in ons werelddeel verbouwd of gemaakt werd, in prijs
+daalde, en de volksarmoede hand over hand toenam. Zelfs de ongekende
+weelde, die in de Brabantsche en Vlaamsche gewesten, in Genua, en
+vooral in Venetië heerschte, kon den eenvoudigen blik van iemand, die
+wat verder keek dan zijne naaste omgeving, niet bedriegen. Bleef die
+staat van zaken bestendigd, dan zou ten slotte zelfs de weelde in de
+genoemde landen verdwijnen, en het Christelijke Europa arm, ellendig
+en van alles beroofd, zou nederig het hoofd moeten buigen voor
+Heidenen en Mohammedanen, die meester van den handel waren, en prijzen
+bedongen, die nergens naar geleken. Door hoevele handen gingen niet de
+Oostersche producten eer ze in Europeesche schepen overgeladen waren!
+Van handelswaren uit de tweede hand hebben, er was geene sprake van;
+men kreeg ze misschien wel uit de twintigste hand.
+
+Zoo was men te weten gekomen, dat de Indische specerijen, te
+Alexandrië driemaal duurder waren dan te Calicoet, dat in Voor-Indië
+ligt en toen de stad was, waar men de specerijen uit den Archipel
+aanvoerde. Wilde men wierook, te Mecca betaalde men er vijfmaal minder
+voor dan te Alexandrië. Zoo ging het met alles, en het kon niet
+anders, zóó moest de welvaart van Europa ten gronde gaan.
+
+Dit zagen ook twee Genueesche Edellieden, Thedisio Doria en zijn'
+broeder Vivaldo, in, en daarom wilden zij beproeven of men niet langs
+de zee, om Afrika heen, in de Indiën komen kon. Vol moed scheepten zij
+zich in, doch nimmer keerden ze weder.
+
+Dat was koren op den molen van de half-wetenschappelijke klagers.
+
+Europa was er slecht aan toe, zoo redeneerden zij. Zag men niet
+iederen avond de zon in zee ondergaan? Wat hielp het, al durfde men,
+als de Tataren, honderden mijlen ver zich op den Oceaan wagen? Ging
+men het Westen in, men kwam dan immers achter de zon en in eene
+streek, waar steeds volslagen duisternis heerschte, en die
+waarschijnlijk door afschuwelijke wezens bewoond werd. Voer men het
+Zuiden in, dan zou men ten laatste in een land komen, waar de
+zonnewarmte alles verbranden deed, en waar de hitte zóó groot was, dat
+al het zeewater verdampte, en slechts het zout achterliet. Kwam men op
+het land, men zou er alles verschroeid en verbrand vinden.
+
+Hoogstwaarschijnlijk zullen er wel geweest zijn, die het er ook voor
+hielden, dat de Aarde eene bolronde gedaante had, en die redeneerden:
+»Gaat men op de aarde van het Noorden naar het Zuiden, dan wordt ten
+laatste de hitte zóó groot, dat alles er door verteerd wordt. Het
+omgekeerde moet echter ook waar zijn, als men van het Zuiden naar het
+Noorden gaat.« Die redeneering hielp evenwel zoo goed als niets, want
+Noordelijken en Zuidelijken konden nimmer bij elkander komen. De hitte
+wierp tusschen beiden eene grens op, welke niet te overschrijden was.
+Die hittelijn, die we nu kennen onder den naam van Aequator,
+Evennachtslijn of Linie was toen dus wel bekend, maar--als eene lijn
+der verschrikking, die niet overschreden kon worden.
+
+Of er meer waren, die aan de waarheid ervan sterk twijfelden, weet ik
+niet, maar de geschiedenis wijst ons op iemand, die er niets van
+geloofde, en alle krachten inspande, om aan die dwaze
+veronderstellingen een einde te maken.
+
+[Illustratie: PRINS HENDRIK DE ZEEVAARDER. (Geb. 1394, overl. 1460.)]
+
+Hij heette Dom Henrique, of, zooals wij hem noemen zouden, Prins
+Hendrik, en was de vierde zoon van Johan I, Koning van Portugal. Deze
+Prins, geboren den vierden Maart van het jaar 1394, onderscheidde zich
+reeds in zijn' knapen-leeftijd boven al zijne makkers. Geen als hij
+was zoo vlug en stout in het behandelen der wapenen, en hierin was hij
+dan ook geheel een kind van zijn' tijd. In een ander opzicht was hij
+dat evenwel volstrekt niet, want als lans, zwaard en schild hunne taak
+gedaan hadden, zocht hij geene andere uitspanning bij wijnbeker en
+dobbelkroes, maar in de boeken, en het liefst van al studeerde hij in
+aardrijks-, wis-, sterren- en zeevaartkunde. Eene ridderlijke figuur,
+die door schoonheid, gepaard met dapperheid, de harten van alle
+schoonen veroverde, als hij in het tornooi alle tegenstanders overwon,
+was hij evenmin. Om lof der vrouwen bekommerde hij zich zóó weinig,
+dat hij van zichzelven getuigde, dat hij van den dag af, dat er een
+scheermes op zijn gelaat gebruikt was, nimmer aan eene vrouw een' kus
+gegeven had. Nu, de schoonen waren er niet boos om, want zijn
+vierkant, hoekig gelaat, met oogen, die nimmer eenige warmte
+verrieden, trok niemand, althans geene vrouw aan. En dan, waar een
+ander Ridder den beker ledigde, ter eere der Edelvrouwen, daar zag men
+Prins Hendrik het hoofd met walging van den wijn afwenden. Bovendien
+was hij ook nog half Geestelijke. Toen in 1312 de Orde der
+Tempelridders opgeheven werd, stelde Dionysius, Koning van Portugal,
+de Christus-orde in, en Paus Johannes XXII keurde ze goed. Deze Orde
+verving die der Tempelridders, en bezat in Portugal groote schatten.
+Door zijn' Vader werd Prins Hendrik er tot Grootmeester van
+aangesteld.
+
+Het doel der Christus-orde was, uitbreiding van de Christelijke Kerk,
+en om dat te bereiken, sloeg de Vorstelijke Grootmeester het oog op
+Afrika's westkust, waar hij voor zijn' werkkring een uitgestrekt veld
+meende te zullen vinden. Dat in dit geval de prediking van het
+Evangelie met het zwaard moest vergezeld gaan, was zóó geheel in den
+geest van dien tijd, dat we er ons niet over verbazen moeten. Het moge
+ons onmogelijk schijnen, de leer der hoogste Liefde ingang te doen
+vinden langs den weg van bloed en tranen, toen meende men dat het zoo
+goed als de eenige weg was. Een, die anders dacht, zou eenvoudig
+aangeduid worden, als iemand, die het onmogelijke wilde.
+
+Op eenentwintigjarigen leeftijd veroverde hij, in 1415, de sterke stad
+Ceuta in Afrika, bij de Straat van Gibraltar gelegen, op de Mooren.
+Thans behoort deze stad nog altijd aan Spanje, doch reeds kort nadat
+hij ze ingenomen had, hadden de Mooren haar belegerd, en stellig zou
+de zwakke bezetting haar hebben moeten overgeven, als niet Prins
+Hendrik, aan het hoofd eener vloot, haar was komen ontzetten.
+
+Koning Johan ziende, hoe het hart zijns dapperen zoons brandde van
+verlangen, om de Saracenen of Mooren in Afrika te bestrijden, en hoe
+hij de heele westkust van dit werelddeel, zelfs tot in onbekende
+streken, beschouwde als het tooneel zijner werkzaamheid, droeg hem de
+behartiging van Portugals belangen in dat werelddeel geheel op.
+
+Om hierin beter te kunnen slagen bouwde de Prins aan een' zeeboezem,
+die eene uitnemende, natuurlijke haven met reede aanbood, in Algarvië,
+dus ten zuiden van Portugal, een kasteel, dat den naam kreeg van Villa
+de Iffante, en later dien van Sagres. Hier stichtte onze Grootmeester
+nu eene school, waar jongelieden onderwijs in de zeevaart konden
+ontvangen, en behalve een arsenaal, verbond hij er eene sterrenwacht
+aan. Vooral bestemde hij deze school voor de jonge Portugeesche
+Edellieden, want hij begreep zeer goed, dat voor het kleine Portugal
+de wijde zee een beter veld was om eer en wapenroem te behalen dan het
+land. Genua en Venetië, ook klein in Europa, waren immers door de zee
+machtig geworden? Hij deed dus alles, wat hij kon, om den lust voor de
+zeevaart aan te moedigen, en op kosten der Orde, mogelijk ook uit
+eigen middelen, rustte hij ieder jaar een schip uit, om hiermede
+ontdekkingsreizen te gaan doen.
+
+Tristam Vaz en Gonsalves Zargo, twee Portugeesche Edellieden, op zulk
+een' tocht uitgegaan zijnde, werden door een' storm aangegrepen en
+geheel uit den koers geslagen. Ze waren dus, wat men toen als een veeg
+teeken beschouwde, »buiten westen«, doch zie, in dien hoogen nood
+ontdekten zij het eiland Porto Santo, en daarna Madeira. Dit laatste
+was reeds, zooals we weten, door de Phoeniciërs bezocht geworden,
+zoodat het ons niet bevreemden moet, dat men op eene kaart van 1351,
+ter plaatse waar nu Madeira ligt, een eiland vindt met den naam van
+Isola di Legname, dat is »Houteiland«. Waarschijnlijk is het niet, dat
+men nog bij overlevering van de Phoeniciërs wist, dat dit eiland zoo
+houtrijk was, en denkelijk zal een Spanjaard, Portugees of Italiaan er
+nog wel eens geweest zijn, doch zeker is het, dat niemand er aan
+gedacht had om zich hier te vestigen. Prins Hendrik, alles vernomen
+hebbende, besloot om het voor Portugal in bezit te nemen en te
+bevolken. Het kreeg den naam van Madeira of »Woud-eiland«, omdat het
+bijna over zijne heele uitgestrektheid met een bosch bedekt was. Door
+onvoorzichtigheid van de Kolonisten, ontstond er evenwel een
+boschbrand, die negen jaar aanhield, en bijna al het houtgewas van het
+eiland vernielde. Het heerlijke klimaat, en de vruchtbaarheid van den
+bodem waren oorzaak, dat het eiland de ramp spoedig te boven kwam. Hoe
+schoon en vruchtbaar het eiland ook mocht zijn, toch meenden de
+Portugeezen, dat al die zoogenaamde ontdekkingsreizen van Prins
+Hendrik tot niets konden leiden, dan tot verarming van het land en
+achteruitgang van den landbouw, waaraan nijvere handen onttrokken
+werden. De Prins, hoe ook tegengewerkt, hield wakker stand, en wist
+van geen wijken, hoewel hij verscheidene jaren moest laten
+voorbijgaan, zonder wat meer te kunnen doen, dan Madeira en Porto
+Santo zoo winstgevend mogelijk maken.
+
+Eerst in 1431 begon men de eigenlijke ontdekkingen weer voort te
+zetten. De Edelman Gonsalvez Velho Cabral ontdekte in dat jaar de
+Formigas-eilanden, en een jaar later het eiland Santa Maria, dat het
+eerste was van een' kleinen Archipel, later bekend onder den naam van
+Azorische Eilanden, die achtereenvolgens van 1444 tot 1453 ontdekt
+werden. Op een dezer eilanden vestigde zich eene Vlaamsche kolonie,
+waarom de Nederlanders en Belgen dan dezen Archipel ook wel den naam
+van Vlaamsche Eilanden geven.
+
+We zijn thans evenwel onzen tijd vooruitgeloopen, en moeten weer
+eenige jaren terugkeeren.
+
+Langs de westkust van Afrika maakte men geene groote vorderingen, want
+men kwam niet verder dan eenige graden ten zuiden van de Kanarische
+Eilanden. Daar ligt op het vaste land Kaap Bojador. Zij is een
+voorgebergte, en wel het westelijke gedeelte van het gebergte
+Dsjebel-el-Aswad. Zij strekt zich vrij ver in zee uit, en tot op
+grooten afstand van de kust is er de zee vol rotsen, riffen en
+ondiepten, waar eene vreeselijke branding staan kan, welke voor de
+scheepvaart zeer gevaarlijk is.
+
+Hier was, volgens het gevoelen der Portugeesche kustreizigers, het
+zuidelijkste punt der wereld, dat te bereiken viel, en hoewel deze
+kaap reeds in 1291 door de Genueesche broeders Thedisio en Vivaldo
+Doria omgezeild was, en tusschen de jaren 1364 en 1365 Fransche
+zeelieden de Goudkust bereikt hadden, zoo was er in den tijd van Prins
+Hendrik niets meer van bekend, en telkens als de Portugeezen tot deze
+kaap genaderd waren, keerden ze terug.
+
+Toen echter in 1432 de Portugees Gil Eanes, of, zooals hij algemeen
+genoemd wordt, Gilianes, hier kwam, nam deze het stoute besluit, de
+kaap om te zeilen, en tot verbazing van zijne manschappen, die slechts
+met groote moeite en allerlei beloften over te halen waren geweest, om
+hem te gehoorzamen, gelukte de poging. Gilianes behaalde met deze
+koene onderneming wel roem, maar om roem alleen was het niet, dat men
+zijn leven waagde en schatten van geld aan die ontdekkingstochten
+besteedde. Men wilde er ook voordeelen van genieten, en deze waren al
+zeer gering. Slechts wat robbenvellen en meer niet, bracht men van de
+reis mede, zoodat de ondernemende Grootmeester steeds meer
+tegenwerking ondervond.
+
+Maar, men was zoo gelukkig om twee handels-artikelen te vinden, welke
+ook de hebzucht konden tevreden stellen. Eén voornaam artikel was
+stofgoud, dat men eens van eene reis medebracht, en we zagen het
+reeds, goud had men in Europa meer dan noodig, en de hoop, dat men van
+deze begeerde stof nog veel meer zou vinden, gaf alweer nieuwen moed.
+
+Toch was stofgoud niet het voornaamste der twee artikelen.
+
+Men was begonnen, Negers, die geen kwaad vermoedden, en met goede
+bedoelingen bezield, de Blanken ontvingen, die op hunne kusten
+landden, op te vangen, en mede te nemen als slaven. Zoo één flinke
+Neger was dan ook heel wat waard, want gaarne werd er in Portugal eene
+som van veertig lires voor betaald, dat ongeveer vijfhonderd gulden in
+onzen tijd zou zijn.
+
+Prins Hendrik staat algemeen bekend als een werkelijk vroom en edel
+man. Hem moesten die slavenjachten dus zeer tegen de borst stuiten,
+maar zijn verbieden zou gelijk gestaan hebben met een laten varen van
+al zijne ontdekkings-plannen, welke niet mogelijk waren, als hij de
+hebzucht er geene rol in liet spelen. Men dient ook wel in acht te
+nemen, dat de algemeene geest van dien tijd heel anders was dan nu.
+Waren die Negers wel menschen, die evenals de Blanken eene ziel
+hadden? Stonden ze in het rijk der Schepping niet veel lager dan de
+Christenen? Wat meer is, deed men er geen goed werk mede, met de aarde
+van die zwarte monsters te verlossen?
+
+Weet ge wat een zekere Azoerasa schreef?
+
+Dit.
+
+»God, Die alle goede daden beloont, behaagde het eindelijk om voor al
+de ellende in Zijn' dienst geleden, hun,«--den schepelingen
+namelijk--»een' roemrijken dag te verschaffen, en eene ruime
+vergoeding te verleenen, voor al de onkosten, die gemaakt waren, want
+men ving niet minder dan honderdvijfenzestig mannen, vrouwen en
+kinderen!«
+
+De arme Negers, die tegen de vuurwapenen der Portugeezen alleen hunne
+vergiftigde pijlen konden gebruiken, waren nu op hunne hoede. Zij
+zett'en wachters uit, en wanneer dezen in de verte een schip
+ontdekten, waarschuwden zij hun' stam, en terstond werd dan de vlucht
+genomen, diep in de bosschen ten Oosten, of verder langs het strand
+het Zuiden in.
+
+De Portugeezen werden dit gewaar, en ze begrepen zeer goed, dat aan
+een najagen in de bosschen of langs het strand niet te denken viel, en
+daarom besloten ze, heel wat verder het Zuiden in te zeilen, en dan op
+eene plaats te landen, waar de vluchtelingen nog niet konden zijn, en
+de bewoners derhalve niet gewaarschuwd waren voor het dreigende
+gevaar.
+
+De slavenjachten waren derhalve de eenige oorzaak, dat Prins Hendrik,
+die in 1460 stierf, het nog beleven mocht, dat niet alleen Kaap Verd
+werd omgezeild, want dit geschiedde in 1445, of dat men de rivieren de
+Senegal en de Gambia ontdekte, want dit had plaats in 1445 en 1446,
+maar dat men ook de kusten van Guinea bereikte, waar men peper en goud
+vond.
+
+Het voorname doel, dat de Grootmeester gemeend had te bereiken, van om
+Afrika heen een' zeeweg naar de Indiën te vinden, was hem dus slechts
+tendeele gelukt. Men was op weg om hem te vinden, doch nog een half
+menschenleven zou moeten verloopen eer men Afrika's zuidelijkste punt
+bereikte.
+
+Eer we verder gaan, moet ik evenwel nog eene daad van onzen
+ondernemenden Prins mededeelen, omdat ze eene zeer wijde strekking
+had.
+
+Zoodra hij begreep, dat Afrika grooter was dan men vermoedde, vormde
+hij het voornemen om de grenzen van het betrekkelijk kleine Koninkrijk
+zijns Vaders uit te breiden. Daarom vroeg hij aan den Paus eene
+oorkonde, waarin deze verklaarde, dat al het land in Afrika, van kaap
+Non tot in de Indiën, voor zoo ver het door de Portugeezen ontdekt
+werd, tot Portugal behooren zou. Deze oorkonde werd verleend, en was
+van zeer veel gewicht, want ook bij andere volken was de lust ontstaan
+om op ontdekkings-tochten uit te gaan. Daar men evenwel nu zulk een'
+verbazend langen weg moest afleggen, eer men aan eene streek kwam,
+waar de Portugeezen nog niet geweest waren, en omdat men, vóór dien
+tijd, nergens aan wal mocht komen, om reden de Paus het verboden had,
+zoo zett'en ze die gedachten uit het hoofd, en peinsden ze op andere
+ontdekkingstochten. Dat men dit vooral deed in Genua, welks handel
+door Venetië dreigde ten gronde gericht te worden, is duidelijk, en
+niet te stout is het beweren, dat dezelfde Pauselijke oorkonde, die
+aan de Portugeezen zoovele voordeelen verschafte, ook eene voorname
+oorzaak is geweest van de ontdekking van Amerika. Vandaar dus dat ik
+zoo even de daad van Prins Hendrik van zulk eene wijde strekking
+noemde.
+
+Toen de man, die de ziel van alle ondernemingen geweest was, in zijn
+zeeslot Agres, den laatsten adem uitgeblazen had, scheen ook de
+Portugeesche ondernemingsgeest met hem gestorven te zijn. Gelukkig was
+die geest slechts schijndood. De voormalige tegenstanders van den
+Prins wisten echter te bewerken, dat Koning Alfonsus V, die van 1438
+tot 1481 over Portugal regeerde, zich om dien schijndooden geest niet
+veel bekommerde. Wel draagt hij in de geschiedenis den bijnaam van »de
+Afrikaan«, doch dit is alleen daaraan toe te schrijven, dat onder
+zijne regeering zulk een groot deel van Afrika ontdekt werd, waaraan
+hij, ronduit gezegd, part noch deel had. Hijzelf deed niets anders,
+dan in het noorden van Afrika oorlog voeren tegen de Saracenen. Ook
+met Spanje lag hij telkens overhoop, en hij liet zich zelfs tot Koning
+van Kastilië en Leon uitroepen. Van deze eigenmachtige verheffing
+beleefde hij evenwel niet veel vreugde, want in 1476 werd hij bij Toro
+geslagen, en na nog een vrij avontuurlijk leven geleid te hebben,
+stierf hij in 1481. Deze oorlog in Spanje heeft meer met de
+ontdekkings-tochten te maken dan men misschien wel denkt. De Edelen en
+Ridders wilden veel liever roem behalen te land dan ter zee. Een
+_paard_ was een' Ridder en Edelman waard, maar een _schip_ niet. Een
+schip was voor een' matroos, voor een' koopman, en niet voor een'
+Edelman. De Edelen verachtten de zee, en dit belette Portugal reeds
+vroeger te worden, wat het later gedurende eenigen tijd werd: het
+brandpunt van den Europeeschen handel.
+
+Toch had onder Koning Alfonsus' regeering een zeer merkwaardig feit
+plaats. De schijndoode geest was, zonder dat de Koning het wist,
+ontwaakt, en vervolgde Prins Hendriks werk door de ontdekkingen langs
+de Afrikaansche kust voort te zetten. In 1471 passeerde een
+Portugeesch schip de Linie, en eenige graden ten Zuiden ervan ging men
+aan wal.
+
+Dit was eene gebeurtenis van buitengewone beteekenis, wat ieder
+duidelijk zijn zal, als hij zich herinnert, wat we op de 42ste
+bladzijde zeiden omtrent die onoverkomelijke grens tusschen het
+Noordelijke en Zuidelijke halfrond van de Aarde.
+
+Men had die hitte-lijn nu niet alleen bereikt, men had haar zelfs
+overschreden.
+
+Waar was nu het land waar alles verschroeid en verbrand was? Waar was
+de verdampte zee? Had men ergens door eene pekelmassa, als door eene
+zoutwoestijn, moeten varen? Was niet het land schoon en heerlijk als
+een Paradijs? Was niet de zee, even als overal, vloeibaar?
+
+Wat zouden nu de ongeluks-kraaiers, die zóóveel verschrikkelijks van
+die grens tusschen Noord en Zuid hadden verteld, zeggen? Wat zouden ze
+anders doen dan zwijgen of ruiterlijk bekennen, dat ze gedwaald
+hadden?
+
+Waarlijk, het overschrijden der Linie was een buitengewoon feit, en
+met verbazing hoorde men, bij den terugkeer der schepelingen, in
+Portugal het verslag van hun' merkwaardigen tocht aan. Er was dus
+uitgemaakt dat het Noordelijke en Zuidelijke deel der aarde met
+elkander volkomen één waren, en het is geen wonder, dat nu opeens
+iedereen al zijne gedachten op dat onbekende Zuiden richtte. Zelfs de
+Edelen en Ridders moesten er aan denken, maar evenmin als vroeger
+wilden ze nu het oorlogspaard verwisselen met het schip; ze wilden het
+zwaard niet prijsgeven voor het roer. Alle pogingen wendden zij aan,
+om den Koning te bewegen, geen gehoor te geven aan dien drang naar
+ontdekkingen. Zij bereikten hun doel, zeer tegen den zin van Prins
+Johan, die zijn' Vader eens opvolgen zou, doch die nu nog machteloos
+was.
+
+Toen echter Koning Alfonsus overleden, en zijn zoon Johan II Koning
+was, besloot deze het grootsche werk van Prins Hendrik voort te
+zetten, doch wilde hij dat goed doen, dan moest er eerst een zeer
+gewichtig werk verricht worden.
+
+Ten Zuiden van de Linie toch waren andere sterrenbeelden zichtbaar
+geworden, dan die, welke men ten Noorden ervan kende, en daar de
+sterrenbeelden, met het kompas, zooals men dat toen had, de gidsen van
+den zeeman op den Oceaan moesten zijn, zoo diende men in de eerste
+plaats eene nieuwe sterrenkaart te maken.
+
+Nu wilde het geval, dat zich in 1480 te Lissabon een zekere Duitscher
+bevond. Hij heette Bohemus Behaim of, zooals anderen hem noemen,
+Martinus Behaim. Hij was, zooals hij zelf beweerde, van geboorte een
+Edelman uit Bohemen, doch had zich in Neurenberg aan den handel
+gewijd. Om zich hierin meer te bekwamen, begaf hij zich naar Mechelen,
+en legde zich daar vooral op den lakenhandel toe. Hij was evenwel geen
+alledaagsch koopman, want in zijne vrije uren oefende hij zich in de
+studie van aardrijks-, wis- en sterrenkunde, en weldra ontstond ook
+bij hem de begeerte om reizen te gaan doen. Zoo ging hij van Mechelen
+naar Antwerpen en van Antwerpen naar Lissabon, waar hij zich
+inscheepte naar Afrika's westkust. In 1585 weer in Lissabon
+teruggekeerd, sloeg Koning Johan II hem, ter belooning voor zijne
+aardrijkskundige verdiensten, tot Ridder, en benoemde hem tot lid
+eener Junta of Raad, die door den Koning belast was, met het
+vervaardigen van eene nieuwe sterrenkaart.
+
+Inmiddels waren de tochten langs Afrika's westkust voortgezet, en in
+1484 had zekere Diago Câno de rivier de Congo ontdekt, en aan den
+zuidelijksten mond van dezen machtigen stroom een' steenen grenspaal
+opgericht. Die palen moesten geplaatst worden, opdat andere dan
+Portugeesche zeevaarders, die hier kwamen, weten zouden tot hoever het
+gebied van Portugal zich uitstrekte.
+
+Men bevond dat de bewoners van den Congo geregeerd werden door een'
+Koning, die over een machtig en zeer uitgestrekt gebied te bevelen
+had. Hiervan wilden de Portugeezen gebruik maken door eenige
+handels-verbintenissen met dezen Vorst aan te gaan, wat werkelijk ook
+gelukte. Tegelijk hiermede begon men ook het bekeeringswerk, doch dat
+maakte minder goede vorderingen, dan men wel gehoopt had.
+
+Toen men eindelijk in Lissabon met de sterrenkaart klaar gekomen was,
+besloot de Koning er onverwijld gebruik van te maken. Veel was er
+indertijd ook verteld geworden, dat ergens in Afrika, en in de
+nabijheid der Roode Zee, te midden van Mohammedanen en Heidenen, een
+Christelijk Koninkrijk lag, dat geregeerd werd door een' Koning, die
+den naam droeg van »Aartspriester Johannes«, en die een fabelachtig
+man was, want sommigen plaatsten zijn Koninkrijk in Azië, te midden
+der Tataarsche landen, en bijna ieder hield hem voor den Apostel
+Johannes, die nog altijd op aarde leefde.
+
+Later bleek het, dat dit Christelijke rijk er werkelijk was. Het was
+het tegenwoordige Abessinië, dat bevolkt was met zoogenaamde Koptische
+Christenen, die wel de Christelijke leer beleden, doch zóó vermengd
+met allerlei Heidensche en Mohammedaansche begrippen, dat die leer in
+de oogen der Europeesche Christenen volstrekt geene genade kon vinden.
+
+Nu was men door de ontdekkingen te weten gekomen, dat Afrika, naarmate
+men zuidelijker kwam, in breedte afnam, wat juist tegen het algemeene
+gevoelen in was, want ieder, die zich eenigszins met de aardrijkskunde
+inliet, geloofde dat Afrika steeds breeder werd. Daar het nu gebleken
+was, dat men hierin verkeerd gezien had, zoo vormde Koning Johan II
+het plan om Afrika te laten omzeilen. Kon men dat gedaan krijgen, dan
+moest men dat Christelijke rijk op Afrika's oostkust opzoeken, en
+vervolgens trachten, om, in verbinding met die Christenen, Indië te
+bereiken.
+
+Eene kleine vloot werd nu uitgerust, en het bevel hierover ontving een
+zeeman, die zich door zijne vroegere reizen reeds een' grooten naam
+gemaakt had. Hij heette Bartholomeus Diaz.
+
+In 1486 verliet Diaz met zijne drie schepen, en begeleid door de beste
+wenschen en zegenbeden van den Koning, de haven van Lissabon.
+
+Hij had den tijd van afreis evenwel slecht gekozen, want al spoedig
+werd hij door stormen overvallen, en was hij genoodzaakt, wilde hij
+geen gevaar loopen op de kusten schipbreuk te lijden, de ruime zee te
+kiezen.
+
+Was dit zeer tegen den zin der bijgeloovige bemanning, weldra dacht
+deze nu bovendien, dat het voor goed met haar gedaan was.
+
+Een storm stak op, een storm, zóó hevig en langdurig, als niemand er
+nog een beleefd had. Drie dagen en drie nachten vlogen de logge
+vaartuigen, met eene ongekende snelheid, langs den woedenden Oceaan.
+Wat al doodsangsten stond men uit! Altijd en altijd maar door joeg men
+het Zuiden in. Het verbrande land en de pekelzee begonnen weer in hun
+ontsteld brein te spoken, tot een der matrozen tot de ontdekking kwam,
+dat het water niet warmer, doch wel koeler werd. Dat stelde wat
+gerust, en toen eindelijk de storm ging liggen, en men de aangebrachte
+schade zoo goed mogelijk hersteld had, kwam men ook tot nadenken. Wat
+moest er nu gedaan worden? Men raadpleegde sterrenkaart en kompas, en
+eindelijk werd besloten den steven in oostelijke richting te wenden,
+ten einde zoo doende Afrika's westkust te bereiken.
+
+Het was evenwel om moedeloos te worden. Dagen aaneen zeilde men in die
+richting voort, doch Afrika's kust, zoo vurig begeerd, doemde niet aan
+de kimmen op.
+
+Wat moest men ook niet ver van de heete luchtstreek verwijderd zijn!
+Inplaats van last van de warmte te hebben, waren de matrozen soms zoo
+verkleumd van koude, dat ze het werk in het scheepswant en op het dek
+bijna niet verrichten konden.
+
+Het is moeielijk te bepalen, hoe ver Diaz op dien tocht, waarop hij,
+veertien dagen lang, op geene honderden mijlen na wist, waar hij zich
+bevond, wel geweest is.
+
+Gedwongen door zijn volk van koers te veranderen, richtte hij nu den
+steven noordwaarts, en thans smaakte men na eenige dagen zeilens de
+onbeschrijfelijke vreugde van in het gezicht der kust te komen.
+
+Men had Afrika weer teruggevonden.
+
+Op welke breedte?
+
+Wat gaf dat? Afrika was het, en meer behoefde men niet te weten.
+
+Hoe zullen die mannen te moede geweest zijn, toen ze weer den vasten
+bodem onder hunne voeten voelden!
+
+Maar,--het land was veranderd, want hier heerschte niet die
+ondraaglijke warmte van Guinea en van de Congokust. De plantengroei
+was ook een heel andere, en de bewoners, die ze terloops gezien
+hadden, doch die met hunne koeien, die ze bij zich hadden, vol vrees
+het land in gevlucht waren, neen, dat waren niet de kroesharige Negers
+van het warme gedeelte van Afrika.
+
+Al deze gegevens versterkten Diaz in zijn geloof, dat men hier dicht
+aan de zuidelijkste punt van Afrika moest zijn, en dat men deze maar
+om te zeilen had, om in de Indiën te komen.
+
+Met groote moeite kreeg hij het van zijn volk gedaan om nog wat
+zuidelijker te stevenen.
+
+Al dieper en dieper kromp de kust naar het Oosten in. Hij zou er
+komen! Hij zou zijn doel bereiken!
+
+Daar ontdekte hij eene buiging naar het Zuiden.
+
+Het was bij eene kaap, en--wat was daar aan de andere zijde?
+
+Maar vreeselijke stormen beroerden ginds de wateren; de matrozen
+wilden niet verder. Ze waagden niet andermaal hun leven op dien
+woesten Oceaan, om daar te verdrinken of van koude om te komen. Ze
+zouden en ze moesten terug.
+
+Diaz was overtuigd, dat hij Afrika's zuidpunt gezien had, en noemde
+die kaap »Cabo de todos los Tormiëntos«, dat is »Voorgebergte der
+Kwellingen« of »Stormkaap«.
+
+De terugreis werd thans aangenomen, en na eene afwezigheid van zestien
+en eene halve maand kwam hij in het Vaderland terug, waar hij den
+Koning verslag van zijne gewichtige reis deed.
+
+Koning Johan was verrukt van blijdschap, en vol hoop dat men thans den
+zeeweg naar de Indiën om Afrika heen vinden zou, veranderde hij den
+naam van »Stormkaap« in dien van »Cabo de Buéna Esperanza« of »Kaap de
+Goede Hoop«, en zóó heet Afrika's zuidelijkste punt nóg altijd.
+
+De hoop van den Koning, om, met medewerking van de Christenen uit het
+rijk van den »Aarts-priester Johannes«, de Indiën te kunnen bezoeken,
+was niet vervuld, en thans besloot hij een' anderen weg in te slaan.
+Hij zond twee ondernemende mannen, Covillam en Payva, die beiden met
+het Arabisch bekend waren, uit, om over land dat Koninkrijk te
+bezoeken. Beiden kwamen te Caïro en scheidden daar van elkander. Payva
+had genoeg inlichtingen verkregen om er niet aan te twijfelen, of dat
+Christenrijk lag ten Zuiden van Egypte. Hij ging er heen, doch keerde
+nimmer weder. Covillam daarentegen scheepte zich naar de Indiën in, en
+kwam op die reis niet alleen te Calicoet, maar ook te Goa. Hij keerde
+nu naar Caïro terug, en liet vandaar den Portugeeschen Koning bericht
+geven van alles, wat hij in de Indiën gezien had. En dat bericht was
+zóó gewichtig, dat de Koning besloot om er nu met alle krachten naar
+te streven, over zee die rijke gewesten te laten opsporen. Wanneer hem
+dát gelukte, dan waren Venetië en Genua ten ondergang gedoemd, en zou
+Lissabon hare plaats vervangen! Welk eene schoone toekomst lachte hem
+tegen!
+
+De grootste voordeelen van den handel genoten immers de gehate
+Mohammedanen, die zich met het goud en zilver der Christenen
+verrijkten! Gelukte het hem, den weg over zee naar de Indiën te
+vinden, dan verkregen de Portugeezen, dus de Christenen, alle zoo
+vurig begeerde Oostersche producten uit de eerste hand. Schatten
+zouden dan Portugal, en, ja, ook Europa binnenstroomen. De macht van
+het goud zou in handen der Christenen komen, en den val van den Islam
+bewerken.
+
+Arme Koning!
+
+Te midden zijner schoone droomen werd hij uit het leven gerukt. En die
+droomen waren nog niet eens altijd even schoon geweest, want de angst
+van te laat te komen, deed hem er telkens uit wakker schrikken.
+
+De Spanjaarden immers hadden, onder aanvoering van een' Genuees,
+zooals men beweerde, de Indiën gevonden op eene westelijke vaart?
+
+Koning Johan twijfelde eraan.
+
+Had men de rijke Indiën wel gevonden? En zoo ja, wie kon zeggen hoe
+oneindig groot dat rijk was, en of het voordeel niet aan de zijde der
+Portugeezen zijn zou, wanneer ze de Indiën bereikten door het Oosten
+in te slaan.
+
+Het was een tijd van spanning, zooals men er op het Pyreneesche
+schiereiland nog nimmer een beleefd had.
+
+Te midden van die spanning, die worsteling liever, legde Johan II voor
+goed het hoofd neder, en werd opgevolgd door den verlichten en
+geleerden Dom Emanuel, die in de geschiedenis den bijnaam draagt van
+»de Groote«, of ook wel »de Gelukkige«.
+
+Na de regeering van het land verbeterd te hebben, was thans zijn
+eerste werk om het plan van zijn' wakkeren en ondernemenden voorganger
+uit te voeren.
+
+Vier schepen werden uitgerust, en het bevel ervan droeg hij op aan
+Admiraal Vasco de Gama. Een der Onderbevelhebbers was de welbekende
+Bartholomeus Diaz.
+
+Gelukkiger keuze had Koning Emanuel wel niet kunnen doen, want meer
+nog dan Diaz, was Gama van een doorzettend en onbevreesd karakter,
+terwijl hij ook, als zeeman, zeer veel ondervinding opgedaan had.
+
+Hij zeilde den achtsten Juli 1497 uit, doch ook deze tijd had beter
+kunnen zijn, evenals die van Diaz, want kort na het vertrek hadden de
+schepen, die met honderdzestig koppen bemand, en zeer goed bewapend
+waren, met tegenwind te kampen, ja, het duurde niet lang, of ook zij
+werden door stormen aangegrepen, en buitengewoon ver uit den koers
+geslagen. Hij kwam zelfs zóó ver het Westen in, dat enkele
+geschiedschrijvers niet alleen melden, dat hij Brazilië ontdekte, maar
+dat hij het zelfs op de gebruikelijke wijze voor zijn' Koning in bezit
+nam.
+
+[Illustratie: VASCO DE GAMA. (Geb. omstr. 1469, overl. 1524.)]
+
+Na een' moeielijken tocht vol gevaren, die het volk alweer bewogen om
+oproerig te worden, kwamen de schepen eindelijk aan Kaap de Goede Hoop
+aan, en--den twintigsten November 1497 had men Afrika omgezeild, en
+kon men den koers noordelijk richten.
+
+Merkwaardig was deze reis in alle opzichten, want welk eene verbazende
+uitgestrektheid lands bracht men nu niet aan de kroon van Portugal!
+Wat maakte men niet al kennis met voortbrengselen van allerlei aard,
+voortbrengselen, die uitmuntten door hunne hooge waarde, en
+voortbrengselen, die zich vooral kenmerkten door de buitengewone
+voordeeligheid in de dagelijksche samenleving.
+
+Merkwaardig was deze reis vooral, omdat men thans de Indiën bereiken
+zou langs een' heel anderen weg dan de Spanjaarden. En door schepen,
+die Portugal reeds aan de kusten der Roode Zee had laten uitrusten,
+was men verzekerd geworden, dat de rijke Indiën dáár lagen, waarheen
+men den koers richtte. Die wetenschap gaf zelfs den morrenden matroos
+moed, en den twintigsten Mei 1498 liet de moedige en volhardende
+Admiraal het anker vallen voor de groote en rijke handelsstad Calicoet
+in Voor-Indië.
+
+Gaarne zouden wij deze reis zoo uitvoerig beschreven hebben, als zij
+het verdient, maar wij moeten naar Europa terug om te vernemen, wat
+daar is voorgevallen met de Spanjaarden, die reeds zes jaren vroeger,
+zooals zij meenden, de Indiën gevonden hadden.
+
+[Illustratie: CHRISTOPHORUS COLUMBUS. (Geb. te Genua? 1446?-Overl. te
+Valladolid 1506.)]
+
+
+
+
+DE ONTDEKKING VAN AMERIKA.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+DE DAGERAAD DER NIEUWE GESCHIEDENIS.
+
+
+In het vorige hoofdstuk spraken we met een paar woorden van zekeren
+Martinus Behaim, die te Lissabon vertoefde, en daar door den Koning,
+om zijne vele verdiensten tot Ridder geslagen werd, terwijl hij tevens
+zitting kreeg in de Junta, die eene nieuwe sterrenkaart ontwerpen zou.
+
+Met opzet verzuimden we te melden met wien de Koning onzen Behaim daar
+in kennis bracht, daar we den naam van één' man nog niet wilden
+noemen, omdat de noodzakelijkheid zou medegebracht hebben dan ook een
+en ander van hem te zeggen. Nu we echter gereed staan om van dezen man
+zeer veel mede te deelen, kunnen we zeggen wie er door den Koning aan
+Behaim voorgesteld werd.
+
+Die man was Christophorus Columbus.
+
+Er zijn zoo enkele personen in de geschiedenis, van wien bijna ieder
+mensch wat gehoord heeft, en al brengen grondige nasporingen en
+nauwgezet onderzoek ook al aan het licht, dat men den bewusten persoon
+te veel verheerlijkt heeft, en dat hij veel minder deed dan men
+geleerd had, toch wischt al het water van de zee zijne daden niet uit,
+welke van hem in het boek der geschiedenis staan aangeteekend, en
+geene reuzenmacht is instaat den invloed te keeren, door hem op de
+geheele wereldgeschiedenis uitgeoefend.
+
+Zulk een man was Christophorus Columbus, de ontdekker van Amerika, of,
+zooals we uit de reizen der Noormannen gelezen hebben, de
+weder-ontdekker van dat werelddeel.
+
+Het zal iedereen wel eens opgevallen zijn, dat men van de jeugd van de
+meeste beroemde mannen zoo weinig zekers weet mede te deelen. Dit is
+echter zeer natuurlijk. Van Vorstenkinderen weten we vooraf, dat ze,
+als volwassenen, reeds door geboorte zoowel als door afkomst, zich
+boven alle andere menschen zullen verheffen, al maken zij zich ook
+niet door hunne daden beroemd. Heel anders is dat met een kind, wiens
+Ouders tot de gewone burgers of volksklasse behooren. Dat kind leeft
+geheel met andere kinderen mede, en niemand denkt er aan om
+aanteekeningen van zijne jeugd te maken, ten einde later in de
+gelegenheid te zijn, om eene volledige levensbeschrijving te kunnen
+geven.
+
+Een kind zulk eene opleiding geven, dat het een beroemd man _moet_
+worden, is ten eenenmale onmogelijk, want het karakter en de aanleg
+van het kind, benevens de omstandigheden waaronder het opgroeit,
+hebben een' beslissenden invloed. Geene duizend Professoren waren
+instaat, Piet Hein er toe te brengen, dat hij de Spaansche Zilvervloot
+nam, dat De Ruyter den Vierdaagschen Zeeslag won, dat Rembrandt zijne
+»Anatomische les« wist te scheppen, dat Cromwell een' Koning op het
+schavot kon brengen, dat Washington de machtigste Republiek der Nieuwe
+Geschiedenis grondvestte, en dat Napoleon zich eene Keizerskroon op
+het hoofd drukte.
+
+Nu is het met Columbus op dezelfde wijze gegaan, als met al de
+beroemde mannen hier zoo even genoemd. Van de kinderjaren weten we van
+hem zelfs nog minder, want nog altijd zoekt men naar het jaar en de
+plaats zijner geboorte.
+
+Als geboortejaren van Columbus worden vermeld 1435, 1436, 1446, 1447
+en 1456. De meeste schrijvers van onzen tijd houden het er voor, dat
+hij omstreeks 1446 geboren werd. Als zijne geboorteplaats noemt men
+meestal Genua, doch zonder hieromtrent eenige zekerheid te kunnen
+bijbrengen. De beroemde Engelsche geschiedschrijver William Robertson
+zegt eenvoudig, dat hij »een onderdaan uit het Gemeenebest Genua« was.
+Anderen zoeken zijne geboorteplaats op Corsica. De Spanjaarden, die
+hem haatten, gaven hem den scheldnaam van »Liguriër«, en daar Genua in
+de landstreek ligt, die oudtijds Liguria heette, zou men lichtelijk er
+toe kunnen overgaan, te gelooven, dat de Spanjaarden hem althans voor
+iemand hielden, die in Genua geboren was. Maar die scheldnaam is ook
+al geen bewijs, want het eiland Corsica, dat door de Genueezen
+veroverd werd, schijnt ten tijde der Romeinen, en ook nog later, door
+Liguriërs bewoond geweest te zijn.--Robertson echter, die geene
+plaats, maar alleen een land noemt, houdt zich stellig het dichtst bij
+de waarheid, want dat schijnt dan toch onomstootelijk waar te zijn,
+dat de beroemde man in het gebied van Genua geboren werd. Hij was dus
+een Genuees, en heeft bovendien in de stad Genua gewoond.
+
+Zijne Ouders?
+
+Robertson deelt mede, dat hij afstamde van een' aanzienlijk geslacht,
+dat tot armoede vervallen was.
+
+Washington Irving zegt, dat Fernando, een zoon van Columbus, schreef:
+»Het zou naar mijne meening voor mij niet zoo vereerend zijn, wanneer
+mijne Voorouders tot een adellijk geslacht behoorden, dan dat ik de
+zoon van zulk een' Vader ben.«
+
+Irving zelf beweert: »Columbus' Vader was een wolkammer, die geruimen
+tijd in de stad Genua heeft gewoond.«
+
+Columbus zelf heeft echter gezegd, zoo lees ik bij een Duitsch
+schrijver van onzen tijd: »Men mag mij eene afkomst geven, welke men
+wil. David was eenmaal schaapherder, en ik ben een dienaar van
+denzelfden God, die hem tot den troon verhief. Of mijn stamboom
+adellijk of niet adellijk is, daarop komt het al heel weinig aan.
+Genoeg, mijn bloedverwant of Stamvader Columbus stamde met mij van de
+oudste familiën der aarde af, en zonder mij te bedenken, durf ik mijn'
+stamboom bij Adam beginnen.«
+
+Winkler Prins zegt in zijne Encyclopædie, dat hij een bloedverwant van
+Admiraal Domenico Columbus was, doch als we lezen, dat een kleinzoon
+van Admiraal Piet Hein aan den Amsterdamschen Magistraat zich bekend
+maakte, als een »spellebaas«, die om een plaatsje voor zijne tent
+vroeg, dan zegt de bloedverwantschap van Admiraal Columbus al heel
+weinig. Admiraal de Ruyter, die als Hertog stierf, kan wel neven gehad
+hebben, die in lompen door 's heeren straten gingen.
+
+Maar wat doet die afkomst er ook toe? Als een bierdragers-jongen een'
+Vierdaagschen Zeeslag kon winnen, dan kon ook een wolkammers-zoon wel
+een werelddeel ontdekken.
+
+»Gij zijt van geene edele afkomst,« duwde een trotsch en zeer voornaam
+Athener den wijsgeer Socrates toe.
+
+»Daarom verdien ik ook meer eer,« antwoordde Socrates »omdat mijn
+adeldom bij mijzelven begint.«
+
+Ook Columbus had zulk een fier, maar hooghartig antwoord kunnen geven.
+
+Maar zijn naam? Hoe heette hij toch?
+
+Als Italiaan heette hij Colombo; de Spanjaarden zett'en zijn' naam in
+hunne taal over, en noemden hem Colon; waar men zijn' familie-naam in
+de Latijnsche taal gebruikt, heet hij Columbus, en wanneer hij een
+Nederlander van geboorte was, zou zijn familie-naam »Duif« zijn.
+
+Ook zijn voornaam wordt verschillend geschreven. Wij, Nederlanders,
+zouden hem alweer »Stoffel« noemen, wat eene verkorting is van
+Christoffel. De Latijnsche naam _Columbus_ eischt Christophorus, en de
+Spaansche naam _Colon_ eischt Christoval. De naam beteekent
+»Christusdrager«, en zie, dat wenschte de man werkelijk te zijn. Hij
+wilde niets liever dan als een wereldlijk Missionaris overal het
+Evangelie verkondigen.
+
+Hoe eenvoudig en arm zijn Vader ook ware, toch gaf deze Christophorus
+eene zeer goede opvoeding, ja, we zouden haast geneigd zijn te zeggen:
+hij gaf hem eene opvoeding boven zijn' stand.
+
+Al heel vroeg toonde de knaap, dat de zee en verre landen hem meer
+aantrokken dan de eenvoudige wolkammerij des Vaders, en daarom liet
+deze den jongen onderwijs geven in de Latijnsche taal, en in de wis-,
+aardrijks-, sterren- en teekenkunst. In het schrijven maakte hij zulke
+verrassende vorderingen, zegt Las Casas, Bisschop van Chiapas in
+Mejico, wiens Vader een reisgezel van Columbus was, dat hij, als hij
+niet op eene andere wijze door de wereld gekomen was, hiermede zijn
+brood had kunnen verdienen. Zelfs zou hij, volgens denzelfden
+schrijver, ook instaat geweest zijn om met schilderen, of het geven
+van onderricht in het rekenen en teekenen zich in het dagelijksch
+onderhoud te kunnen voorzien. In hoever dit waarheid is, durf ik niet
+verzekeren. Misschien, dat dankbaarheid hier wel wat overdreef, want
+Columbus was oorzaak geweest, dat Las Casas te Salamanca kon
+studeeren.
+
+Behalve onzen Christophorus had Vader Columbus nog twee zoons,
+Bartholomeus en Giacomo, welke laatste door de Spanjaarden in hunne
+taal Diego genoemd wordt. Ter eere van onzen Christophorus mag het
+gezegd worden, dat hij later voor die twee broeders uitnemend zorgde.
+Ook had hij eene zuster, doch hiervan lezen we niets anders, dan dat
+ze gehuwd was met een eenvoudig burger, die Giacomo Varello heette.
+
+Dat Christophorus, of, zooals ik hem voortaan liever noem, Columbus,
+op jeugdigen leeftijd zooveel lust toonde te hebben voor de
+aardrijkskunde en alle aanverwante vakken, kan niemand bevreemden. De
+aardrijkskunde was toen de wetenschap bij uitnemendheid, en in alle
+plaatsen, die zeehandel dreven, en vooral in de kloosters, stond ze
+zóó hoog aangeschreven, dat vele kloosterlingen van dat vak hunne
+lievelings-studie maakten. Menig beroemd aardrijkskundige was van
+beroep wat anders, en vooral onder de Artsen telde men vele
+beoefenaars van deze wetenschap.
+
+Zoo heel laag stond die wetenschap ook niet meer. Wel bewaarde men
+eene groote globe, die Behaim te Neurenberg gemaakt had, als een
+wonderstuk van vernuft, en bevatte ze menige dwaasheid, maar Arabische
+geleerden, te Sennaar vergaderd, verstonden reeds de kunst om een'
+lengtegraad te meten, en op de uitgestrekte vlakten van Mesopotamië
+berekenden zij den omtrek der aarde. Neemt men hierbij in aanmerking,
+dat de handelssteden, aan de Middellandsche Zee en in Spanje en
+Portugal, begrepen, dat haar eigenbelang medebracht om andere
+handelswegen te zoeken, dan zal ieder het natuurlijk vinden, dat
+Columbus zoo vroeg mogelijk trachtte, zich in de aardrijkskunde te
+bekwamen, en het geluk diende hem, dat hij een' bloedverwant had, die
+Admiraal was.
+
+Op zijn veertiende jaar ging hij naar zee, en als hij tot dien tijd
+school gegaan heeft, dan kan hij, want zijn hoofd was buitengewoon
+helder, als een wel ontwikkeld jongeling aanboord gekomen zijn. Al
+dadelijk dient echter gezegd, dat zijn eerste Kapitein niet zijn
+bloedverwant was.
+
+Zijne eerste tochten deed hij in de Middellandsche Zee, doch weldra
+maakte hij grootere reizen, en niet alleen naar Engeland, misschien
+ook Antwerpen, maar zelfs naar IJsland, dat toen Thule genoemd werd.
+
+Hoe lang hij daar in het hooge Noorden bleef, is niet bekend, doch de
+IJslanders van dien tijd waren zeer beschaafde menschen, en stellig
+zal Columbus daar wel wat vernomen hebben van het fabelachtige
+»Wijnland«, dat hunne Voorvaderen eenmaal bezocht hadden, doch dat
+daar nu ver in het Zuiden geheel vergeten lag. Van IJsland werd de
+reis zelfs nog noordelijker voortgezet, zoodat hij eenige graden over
+den Noordpool-cirkel kwam. Handelsbelangen kunnen hem daar niet heen
+gevoerd hebben, zoodat we aannemen mogen, dat deze Noordpool-tocht
+alleen in het belang der wetenschap, en een gevolg van de Pauselijke
+bul aan Portugal was.
+
+Van die groote reis teruggekeerd, trad hij in dienst van zijn'
+bloedverwant, den Admiraal Columbus, die evenwel alweer niet veel
+verder kwam dan de Middellandsche Zee, om de Genueesche koopvaarders
+tegen de Venetianen en de Noordafrikaansche of Barbarijsche zeeroovers
+te beschermen.
+
+Eens echter bevond hij zich met de vloot in de Spaansche Zee, in de
+nabijheid van de Portugeesche kust. Daar raakte men met eenige
+Venetiaansche schepen, die uit Nederland kwamen, slaags. Columbus
+gedroeg zich dapper, doch zijn schip werd in brand geschoten, en om
+zijn leven te redden, sprong hij in zee. Met behulp van een
+losgeslagen roer wist hij de Portugeesche kust te bereiken, en nu hij
+daar eenmaal was, besloot hij naar Lissabon te gaan, waar hij zeker
+was, landgenooten te vinden, want door het verloopen van den
+Genueeschen handel, zochten velen elders hun geluk. Hij bleef daar
+geruimen tijd, en geraakte in kennis met eene schoone, Felipa Monnis
+de Palestrello. Haar Vader was een Italiaansch Edelman, die zich te
+Lissabon gevestigd had. Dat Donna Felipa, niettegenstaande zij eene
+adellijke Jonkvrouw was, zich zóó tot den Genueeschen zwerver
+aangetrokken gevoelde, dat zij met hem in het huwelijk trad, is wel
+verklaarbaar. »Columbus,« zoo zegt Las Casas alweer, »was een lang en
+kloek gebouwd man, met eene edele en waardige houding. Zijn langwerpig
+rond gelaat was niet bol, maar eer mager; het had eene heldere kleur,
+en tusschen de lichtblauwe oogen, die van fierheid glinsterden, had
+hij een' schoonen arendsneus. Wat hem vooral van zijne landgenooten
+onderscheidde, was, dat hij blond hoofdhaar had, dat in rijke lokken
+zijn sprekend gelaat omlijstte.« Als eene groote bijzonderheid merkt
+dezelfde schrijver aan, dat »de zorgen des levens en eene gestadige
+studie hem op zijn dertigste jaar reeds geheel grijs deden zijn.«
+Indien dit waar is, dan zullen de zorgen des levens hiervan wel niet
+de oorzaak geweest zijn, want tot op den dag van zijn huwelijk kon hij
+waarlijk niet klagen, dat zijn leven zoo stormachtig en onrustig was.
+Alleen de gedwongen zeereis op een drijvend scheepsroer, was het
+ergste, wat hem wedervaren was, doch dit was voor een goed zeeman toch
+geene reden, om het zich zóó aan te trekken, dat hij wit werd als eene
+duif. Eer is het te denken, dat èn zijn naam »Duif«, èn zijn blond
+haar, door de zuidelijke zwartharigen met elkander in verband gebracht
+zijn, en dat de »blonde Columbus«, heel dichterlijk, »wit als eene
+blanke duif« zal genoemd zijn.
+
+Na het overlijden van zijn' Schoonvader kwam Columbus in het bezit van
+eene plantage op het eiland Porto-Santo. Hij vestigde er zich
+metterwoon, en het scheen dus, dat hij als een eerzaam planter zijn
+leven zou eindigen, zonder dat hij nog nieuwe zeereizen gedaan had.
+Dit scheen echter maar zoo, want het verbouwen van suikerriet en
+wijnstokken, in eene aangename luchtstreek, op een vruchtbaar eiland,
+mocht anderen aantrekken en behagen, Columbus was er de man niet voor,
+om in zulke landelijke bezigheden zijn genoegen te vinden.
+
+Dikwijls liep hij langs de kust van zijn betrekkelijk klein eiland, en
+meestal vergenoegde hij zich niet uitsluitend met het gezicht op het
+heerlijke Madeira, dat hij heel in de verte, als eene nevelstreep, kon
+zien liggen. Hij woonde hier aan het uiterste einde der wereld, zeide
+men. En daar ginder in het verre Westen, achter de plaats waar de zon
+onderging, was het land of de zee der eeuwige duisternis. Ja, dat had
+men hem ook geleerd, maar, was het wel zoo? Zag men, als men in de
+Middellandsche Zee was, ook niet de zon ondergaan in de golven van
+dezelfde zee? En wanneer men op eene groote vlakte stond, zag men dan
+de zon ook niet ondergaan op dezelfde vlakte? En lag er achter de
+avondplek der Middellandsche Zee, of achter de avondplek van de
+vlakte, niet nog menige streek waar het toch niet duister was, en waar
+men morgen en avond had, evenals te Genua, te Alexandrië, te Lissabon,
+en hier op het afgelegen Porto-Santo? Bevond de mensch zich niet
+altijd in het middelpunt van een' cirkel, en was de afstand van de
+plaats waar hij zich bevond tot de morgenplek, niet even groot, als
+die tot de avondplek? Was er niet iets, iets, nu ja, iets dat men
+gezichts-einder noemt? En--de aarde was rond. Velen, en daaronder
+groote geleerden, noemden dien ronden vorm der aarde eene hersenschim,
+maar Thales van Milete had twintig eeuwen geleden toch al geleerd, dat
+de aarde rond was, en de beroemde Florentijner Arts, Paolo Toscanelli,
+had immers duidelijk bewezen, dat Behaims globe wel niet goed
+geteekend was, maar dat er aan den vorm, dien hij aan de aarde gaf,
+niets ontbrak! Had niet diezelfde Toscanelli verklaard, dat het vaste
+land der aarde veel breeder was dan de zee, die ten Westen van Europa
+en Afrika lag, en het vasteland doorsneed? Was dat zoo, wat zochten de
+Portugeezen dan een' langen zeeweg naar de Indiën om Afrika's zuidpunt
+heen? Die weg moest toch veel langer zijn, dan die door het Westen? En
+áls de aarde rond was, en hij _was_ overtuigd, dát ze het was, welnu,
+dan _moest_ men óók in de Indiën komen, als men steeds westelijk voer.
+Dat kon niet anders.
+
+Maar, had die Toscanelli wel gelijk? Was langs de zee de afstand
+tusschen Europa en Afrika aan de eene, en Azië, met het reusachtig
+groote rijk Kataï, benevens Zipangu, aan den anderen kant, wel zoo
+gering? Was die weg niet veel langer?
+
+Zoo dacht en peinsde de planter Columbus, als hij van zijn eiland af,
+in westelijke richting zijne blikken langs den uitgestrekten Oceaan
+liet gaan.
+
+Een schipper, die wat ver het westen ingezeild was, zoo vertelde men,
+had, midden in zee, een kunstig besneden stuk hout opgevischt. Vanwaar
+was dat gekomen, en waar woonde de man, die dit hout bewerkt had?
+
+Op Madeira's en Porto-Santo's westkust, had men menigmaal ongemeen
+zwaar riet zien aandrijven. Vanwaar kwam dat?
+
+Een ander had hem verteld, dat er zelfs wel eens heele boomen
+aandreven. Dit verbaasde Columbus niet, want op Thule en in de
+Noordelijke IJszee had hij zoo menigmaal drijfhout gezien. De
+stroomingen der zee, ook dat had hij ondervonden, liepen niet steeds
+in dezelfde richting, zoodat een stuk hout, een boom of een riet, al
+eene heel vreemde reis langs het water konden gedaan hebben, eer ze
+hier op de kusten aanspoelden.
+
+Daar kwam zijn Zwager Dom Pedro Correa, die ook op Porto-Santo woonde,
+hem een besneden stuk hout brengen, hetwelk hij op de westkust van het
+eiland gevonden had.
+
+Het was merkwaardig, dat toch alles op die westkust aankwam,--zeer
+merkwaardig. En dat hij hier te doen had met het werk van eene
+geoefende hand, dat bewezen de kunstige figuren en lijnen. Dat moest
+het werk zijn van een bewoner van Kataï of van de Indiën. Hij had
+immers de reisbeschrijvingen van Marco Polo niet gelezen, maar
+verslonden, en wist dus op welk een' hoogen trap van beschaving die
+volken stonden!
+
+Een nieuw gerucht kwam onzen peinzenden planter ter oore. Er waren op
+de westkust van Madeira twee menschenlijken aangespoeld.
+
+Matrozen van een Europeesch vaartuig waren het niet, en evenmin waren
+het negers van Afrika's westkust. Geel als de Tataren of Mongolen
+waren ze ook niet, en evenmin blauwachtig als de Indiërs. Ze hadden
+lange, sluike, zwarte haren, en hun gelaat en hunne huid waren
+roodachtig of koperkleurig geverfd.
+
+Alweer en alweer maar die westkust, en nu geen stuk gesneden hout,
+geen boomstam, geen riet, neen, menschenlijken, en dan nog wel lijken
+met vreemdgeverfde huid en vreemde hoofdharen!
+
+Wat moest hij ervan denken?
+
+Zou dan soms het verhaal van dien Plato niet maar zoo eene phantasie
+van den dichter geweest zijn? Vertelde hij niet van een eiland
+»Atlantis«, grooter dan Azië en Afrika samen? De goden hadden dat
+eiland verdelgd, luidde het verhaal, maar hier en daar waren er toch
+nog eilandjes overgebleven.
+
+Was dan Plato's verhaal wel enkel verdichting, en waren die lijken
+niet afkomstig van afstammelingen van de bewoners van dat eiland
+»Atlantis«? En was dit eiland »Atlantis« wellicht niet hetzelfde, als
+het groote »Goudland«, waarvan Marco Polo vertelde, dat het ten Oosten
+van Kataï lag, en Zipangu heette?
+
+Al deze vragen bestormden den planter van Porto-Santo, en ze lieten
+hem nimmer met rust. Ze vervolgden hem overal, des daags bij het werk,
+des nachts in den droom.
+
+Ten slotte kwam hij er toe, om op al die vragen slechts één antwoord
+te geven, een antwoord vol overtuiging: »Daar in het Westen liggen de
+Indiën, en ze liggen dichter bij dan men vermoedt.«
+
+Hij kon niet langer het kalme en eentonige plantersleven op zijn
+afgelegen eiland blijven leiden. Hij moest, of hij wilde of niet, dien
+westelijken tocht naar de Indiën gaan maken.
+
+Maar hoe? Aan zulk eene onderneming waren verbazend groote kosten
+verbonden, en hijzelf had slechts over zeer beperkte middelen te
+beschikken. Het was ook geene onderneming voor één' man, maar voor een
+volk.
+
+Hij dacht aan zijn geliefd Genua, hoe machtig het eens was, en hoe
+vervallen nu. Maar rijkdommen waren er toch nog te vinden, en hoe zou
+hij zich verheugen, als hij dat geliefde Genua weer eens tot vroegeren
+luister brengen kon! Vroegeren luister? Dwaasheid! Als hij den
+Genueezen den westelijken weg naar de Indiën wees, en men kreeg dan
+van den Paus dezelfde voorrechten voor het Westen, die Prins Hendrik
+voor Portugal in Afrika voor het Oosten verkregen had, dan zou Genua's
+voormalige grootheid niet in de schaduw kunnen staan van de grootheid,
+die haar binnen luttelen tijd wachtte.
+
+Bezield met dit heerlijke denkbeeld verliet Columbus zijne plantage en
+zijn eiland, en begaf zich naar Genua, waar bijna niemand den zwerver
+meer kende. Hij zocht de rijkste kooplieden op, doch dezen waagden het
+niet, om aan een plan, dat in de lucht hing, als het dichterlijkste
+luchtkasteel, zooveel geld te besteden. De Regeering van Genua had er
+nog minder ooren naar. Men mocht immers het Gemeenebest, dat toch al
+zoo verarmd was, geene grootere lasten opleggen, om een' avonturier in
+de gelegenheid te stellen, eene hersenschim na te jagen?
+
+Helaas, de achteruitgang van den handel had Genua's oude veerkracht
+verlamd, haar' ondernemingsgeest gedood. Columbus bleef aan
+doovemans-deuren kloppen; niemand deed hem open.
+
+Columbus was vervuld van bitterheid, en wij, die nu leven, en weten
+welk een prachtig werelddeel Amerika is, wij lachen misschien om de
+domheid der Genueezen, en van allen, die later geene ooren hadden voor
+Columbus' voorstel. Toch, ik mag het niet verzwijgen, verraadt ons
+lachen juist _onze_ domheid, en de ontdekking van Amerika is een
+bewijs, dat Columbus' tegenstanders groot gelijk hadden, met hem op
+wetenschappelijke gronden te bewijzen, dat hij niets anders dan eene
+hersenschim najoeg. Columbus moge een oogenblik gedacht hebben aan een
+eiland »Atlantis«,--aan een eiland, dat grooter was dan Azië en Afrika
+samen, geloofde hij niet; hij bracht Plato's eiland slechts in verband
+met de Indiën, Kataï en Zipangu, en zijne grootste fout was wel deze,
+dat hij aan den Oceaan, die de Indiën van Europa scheidde, slechts
+honderdtwintig graden breedte gaf. De geleerden, die Columbus'
+tegenstanders waren, geloofden niet aan die geringe breedte, en ze
+beweerden, dat Toscanelli in zijne voorstellingen volkomen onwaar was,
+en dat die afstand veel, zeer veel grooter was.
+
+En hadden ze ongelijk?
+
+Wanneer we de globe voor ons nemen, dan zien wij, dat de afstand
+tusschen het vasteland van Europa en dat van Azië nog meer dan
+tweehonderdvijfentwintig graden is. De tegenstanders hadden derhalve
+gelijk.
+
+Ik geef terstond toe, dat de tegenstrevende geleerden dit ook niet zoo
+precies wisten, maar Columbus vergiste zich, door Toscanelli's
+uitspraken, deerlijk, zoodat de partijen volkomen gelijk stonden, en
+Columbus het niet beter wist dan zijne tegenstanders. Had Columbus
+Amerika niet ontdekt, ware dat werelddeel er niet geweest, hij en de
+zijnen zouden op hunne westelijke vaart ongetwijfeld omgekomen zijn,
+eer Azië bereikt was.
+
+Columbus' fout is vereeuwigd in den naam van de eilanden van Amerika,
+welke »West-Indië« genoemd worden. Zijne fout is ook vereeuwigd in den
+naam der oorspronkelijke inwoners van Amerika. Men noemt hen immers,
+altijd nog, volgens hem, »Indianen«?
+
+Ik voer dit alles niet aan om Columbus' roem te verkleinen, want hij
+_was_ een groot, een ondernemend man, doch men plaatse hem niet op den
+top van een »Wijsheids-berg«, en geve aan zijne tegenstanders geene
+plaats op den diepen bodem van den »Domheids-afgrond«. Columbus en
+zijne tegenstanders zijn daar geheel misplaatst.
+
+Ze staan samen even hoog, doch hij _met_, en de anderen _zonder_
+eenige energie.
+
+In Genua geen gehoor vindend, besloot Columbus zich te wenden tot de
+Portugeezen. Hij kende den koenen ondernemingsgeest van dat volk, en
+hij wist ook, hoe hun Koning, Johan II, geene gelegenheid liet
+voorbijgaan om de ontdekkingstochten uit te breiden. Daar zou men zijn
+plan niet afwijzen; daar zou men zijne voorstelling geene hersenschim
+noemen.
+
+Gewapend met Toscanelli's aanbeveling, begaf hij zich naar het
+Portugeesche Hof, en ontmoette waarschijnlijk in die dagen aldaar
+Martinus Behaim, den man, die bij den Koning zoo hoog aangeschreven
+stond.
+
+Tot zijne verbazing, vond zijn plan bij den Koning niet dien bijval,
+welken hij gewacht had.
+
+Het is natuurlijk ook; want al valt het moeielijk te bepalen, in welk
+jaar Columbus met zijne plannen in Lissabon kwam, wij weten toch, dat
+hij daar Behaim leerde kennen, en dat Koning Johan dezen aanstelde tot
+lid van den Raad, die eene nieuwe sterrenkaart ontwerpen moest. De
+Portugeezen hadden in Afrika derhalve de Linie al overschreden, en den
+Congo zelfs reeds bereikt, zoodat men meende nu goed op weg te zijn,
+om langs de ontdekte wateren in de Indiën te komen. De kansen stonden
+goed, waarom nu nog nieuwe onkosten te maken voor een ander plan, dat
+nog geheel in de lucht hing?
+
+Toch was de Koning verstandig genoeg, om zelf geene beslissing in die
+zaak te nemen, hoewel hij door het schrijven van aardrijkskundige en
+sterrenkundige werken bewijzen had gegeven, dat het hem aan geene
+bekwaamheden ontbrak. Niemand zou hem dan ook van verwaandheid
+beschuldigd hebben, zoo hij in deze zaak beslissend opgetreden was.
+
+De Koning gevoelde echter, dat de zaak zeer gewichtig was, en
+beschouwde hij den Genuees nu ook al als een soort van dweper, toch
+had diezelfde man steun in den beroemden Toscanelli, die, jaren
+geleden, aan den geleerden Kanunnik Ferdinand Martinez van Lissabon
+zijne zeekaart van den Oceaan tusschen Europa en Azië gezonden had. En
+bij deze kaart was een brief, die luidde:
+
+»Aan den Kanunnik Ferdinand Martinez te Lissabon, zendt de
+Natuurkundige Paolo Toscanelli zijn' groet.
+
+»Het bericht, dat ik ontving van uw' vertrouwelijken omgang met Zijne
+Majesteit den Koning, was mij des te aangenamer, omdat ik u reeds
+vroeger gesproken heb over een' korteren weg naar de Specerij-landen,
+dan die is, welke langs Guinea leidt. De Koning begeert nu van mij
+eene meer overtuigende opheldering, zoodat zelfs de eenvoudigste man
+instaat is, ze te begrijpen. Hoewel ik weet, dat men dit door een'
+bol, die de aarde voorstelt, duidelijk aantoonen kan, zoo heb ik,
+omdat er minder kennis voor noodig en minder moeite aan verbonden is,
+besloten, dezen weg door eene kaart duidelijk voor te stellen. Ik zend
+daarom aan Zijne Majesteit eene kaart, die ik zelf ontworpen en
+geteekend heb. Op die kaart vindt ge nauwkeurig aangegeven al uwe
+kusten en eilanden, vanwaar de weg begint, welken men altijd in de
+richting naar de avondzijde des hemels volgen moet, benevens de
+landen, waar men dan zal aankomen. Verder is er op aangewezen, hoever
+men van de Pool en van den Evenaar afwijken moet, terwijl ook in
+mijlen de afstanden bepaald zijn om te komen in die landen, welke zulk
+een' onuitputtelijken voorraad van edelgesteenten en specerijen
+bezitten. Verwonder er u niet over, dat ik die landen »Westelijk
+gebied« noem, daar men de »Specerij-landen« altijd beschouwt als
+»Oostelijk« gelegen. Ik doe dat uit overtuiging, dat men ook door eene
+westelijke vaart vinden zal, wat men voortdurend oostelijk zoekt.
+Derhalve beduiden de lijnen, die ik op de kaart rechtuit van het
+Oosten naar het Westen teekende, den afstand, terwijl daarentegen de
+transversale (overdwarse) lijnen, den afstand van het Zuiden naar het
+Noorden aanwijzen. Ik heb op de kaart verscheidene landen geteekend,
+waar men, volgens de nauwkeurigste berichten, welke de reizigers ons
+verschaft hebben, komen kan, al is het ook, dat men door tegenwind of
+andere omstandigheden, in eene geheel andere streek komt, dan die,
+welke men zich voorgesteld had. Ik deed het ook, om den inwoners te
+toonen, dat de zeevaarders, die langs dezen weg komen, reeds met hun
+land bekend waren, eene omstandigheid, welke hun aangenaam zijn moet.
+Op die eilanden wonen evenwel geene andere menschen dan kooplieden.
+Men verzekert, dat alleen in de haven van Zaïton zulk eene groote
+menigte koopvaardijschepen is, dat er meer zijn, dan op al de overige
+deelen der wereld te zamen. Men beweert, dat jaarlijks uit de genoemde
+haven meer dan honderd schepen vertrekken, welke met peper geladen
+zijn, en dan komen er nog die bij, welke andere specerijen vervoeren.
+Dat land is dicht bewoond, en bevat zeer vele provinciën, staten en
+tallooze steden. Het staat onder het bestuur van een' Vorst, die tot
+titel heeft »Groot-Khan«, wat hetzelfde beteekent als: »Koning der
+Koningen«. Meestal houdt hij zich op in zijne residentie, die in de
+provincie Kataï gelegen is. Zijne Voorvaderen wenschten met de
+Christenen in onderling verkeer te komen, en reeds voor tweehonderd
+jaar vroegen ze den Paus om geleerden, die hun onderricht in de
+Christelijke leer konden geven. Die geleerden ontmoetten evenwel op
+hunne reis zooveel moeielijkheden, dat ze terugkeerden. Ook ten tijde
+van Paus Eugenius«--(Paus Eugenius IV van 1431 tot 1447)--»kwam een
+Afgezant van den Groot-Khan binnen Rome, en bevestigde de
+welwillendheid van den Vorst jegens de Christenen. Ikzelf heb met dien
+Gezant een langdurig gesprek gevoerd over de uitgebreidheid van de
+Koninklijke paleizen, over de ontzaglijk lange en breede stroomen, en
+over de menigte steden, die aan hunne oevers liggen. Aan één' stroom
+liggen ongeveer tweehonderd steden, en marmeren bruggen, met zuilen
+versierd, en van eene verbazende lengte en breedte, verbinden in groot
+aantal de oevers met elkander. Dit land is waard, dat het door de
+Latijnsche volken opgezocht wordt, en dat niet alleen om de
+fabelachtige schatten van goud, zilver en allerlei edelgesteenten, die
+daar gevonden worden, niet alleen ook om den onnoemelijken voorraad
+van specerijen, maar ook om de vele geleerde mannen, wijsgeeren en
+sterrenkundigen, die er wonen, en om te zien, met welk eene wijsheid
+dat land geregeerd wordt, en hoe men er oorlog voert.
+
+»Van Lissabon naar het Westen, in eene rechte lijn tot de prachtige en
+buitengewoon groote stad Quin-sai, zijn op de kaart zesentwintig
+ruimten of afstanden aangebracht, en elke ruimte beslaat
+tweehonderdvijftigduizend roeden.--De stad Quin-sai heeft een' omtrek
+van honderdduizend roeden en tien bruggen. De naam »Quin-sai« beduidt:
+»Stad des Hemels«. Van de menigte der kunstenaars, die men daar vindt,
+en van de rijkdommen dier stad wordt zóóveel verhaald, dat het aan het
+ongeloofelijke, ja, aan het wonderbare grenst.--Deze afstand bedraagt
+ongeveer het derde gedeelte van den heelen omtrek der aarde. De stad
+Quin-sai ligt in de provincie Mangi, in de nabijheid van Kataï, in
+welk gewest de Groot-Khan zijne residentie heeft. De afstand van het
+bekende eiland der oudheid: »Antilia«, naar het beroemde eiland
+Zipangu bedraagt tien ruimten. Dat eiland Zipangu is buitengewoon rijk
+aan goud, parelen en edelgesteenten, en met zuiver goud zijn de
+paleizen en tempels gedekt. Zóó moet men langs onbekende, doch niet
+lange wegen de ruimte van den Oceaan doorsnijden.
+
+ Florence, 25 Juni 1474.«
+
+De brief is niet in' sierlijken stijl geschreven, en onder het lezen
+bemerkt men duidelijk, dat de reisbeschrijving van Marco Polo aan
+onzen Florentijner Arts niet onbekend was. Maar niet om die
+beschrijving van Quin-sai of Zipangu was het, dat die brief den Koning
+van zooveel gewicht scheen. Het was om het kernachtige, maar
+veelzeggende slot: »Zóó moet men langs onbekende, doch niet lange
+wegen de ruimte van den Oceaan doorsnijden.«
+
+Die uitdrukking: »zóó moet men«, gaf te denken, vooral in 1474, toen
+men, voor zoover ik heb kunnen nagaan, nog niet tot den Congo gekomen
+was. Jaren lang was die brief met die kaart in het bezit geweest van
+den Koning, en als niet Diego Câno doorgedrongen was tot eenige mijlen
+bezuiden de Linie, en een' grenssteen geplaatst had aan den
+zuidelijken oever van den Congo, wellicht dat hij dan tot andere
+gedachten zou gekomen zijn, en Toscanelli's raad opgevolgd had. Maar
+toen Columbus in Lissabon kwam, had Diego Câno zijn' grenssteen al
+geplaatst, en het was bewezen, dat Afrika naar het Zuiden steeds
+smaller werd, zoodat de hoop om Afrika heen te kunnen zeilen, geene
+hersenschim meer kon genoemd worden, maar veel kans had, vervuld te
+worden.
+
+Begrijpelijk is het derhalve, dat de Portugeesche Koning het voorstel
+van Columbus niet met beide handen en terstond aangreep, maar dat hij
+het in bedenking nam, en aan het oordeel van een' Raad van geleerden
+onderwierp.
+
+Dat Columbus veel van Toscanelli gehoord had, weten wij, doch brief en
+kaart waren hem onbekend. Van den brief nam hij een afschrift en de
+kaart teekende hij na; het een zoowel als het ander zou hem te pas
+kunnen komen. Hier in Portugal echter zou hij er niets mede aanvangen.
+
+De Junta of Raad, aan wien de Koning het voorstel van Columbus ter
+beoordeeling voorlegde, had tot zijn' Voorzitter den Biechtvader des
+Konings. Hij heette Diego Ortiz, doch naar de plaats in Spanje, waar
+hij geboren was, voegde men meestal nog »de Cazadilla« bij zijn' naam.
+Hij was bovendien Bisschop van Ceuta, en derhalve een man van invloed,
+zoowel aan het Hof, als onder de voornaamste Edelen. Twee andere leden
+van dien Junta waren de geschiedschrijvers Rodrigo en Joseph. Na
+nauwkeurig en langdurig onderzoek bracht de Junta als zijne meening
+uit, dat het voorstel van Columbus niet kon of mocht aangenomen
+worden, daar de wetenschap er tegen opkwam. De Voorzitter ging zelfs
+nog verder, en wilde, dat de Koning ook de ontdekkingstochten in
+Afrika niet voortzette, doch hierop vatte Dom Pedro de Meneses, een
+oud vriend van Prins Hendrik, vuur, en deze wist in eene welsprekende
+rede den Junta en de Regeering te bewegen, om die ontdekkingen met
+alle macht en kracht voort te zetten. Men verhaalt ook, dat men
+Columbus op eene listige wijze wist te bewegen om zijne aanteekeningen
+en kaarten af te staan, en toen men deze had, rustte men een schip
+uit, om den weg, door het Westen naar de Indiën, te zoeken. Dit schip
+bracht het echter niet verder dan eenige mijlen bewesten de
+Kaap-Verdische eilanden, en keerde toen terug. De proef op de som was
+geleverd, meende men, en Columbus' voorstel daarmede veroordeeld.
+Denkelijk is dit verhaal niets anders dan een verzinsel.
+
+Hoe lang Columbus in Lissabon vertoefd heeft, wordt niet vermeld, doch
+wat anders verzwijgt de geschiedenis niet. In dien tijd overleed zijne
+vrouw, en liet haar' man met zeer berooide geldmiddelen achter. Dit
+laatste is zeer wel te verklaren, want voor zijn plan had hij zich
+heel wat opofferingen getroost, terwijl hij bovendien op eigen kosten
+zijne twee broeders te Genua had laten studeeren.
+
+Met zijn zoontje Diego verliet hij nu Lissabon in het jaar 1484, en
+zijn' broeder Bartholomeus, dien hij naar Lissabon had laten
+overkomen, zond hij naar Engeland, ten einde daar te beproeven, of hij
+Koning Hendrik VII kon overhalen tot het plan. Bartholomeus werd
+echter op zijne reis derwaarts door zeeroovers overvallen, en zóó
+uitgeplunderd, dat hij, toen hij in Engeland kwam, onmogelijk aan het
+Hof verschijnen kon. Met kaarten-teekenen wist hij nu zooveel te
+verdienen, dat hij het vier jaar later waagde bij den Koning gehoor te
+vragen. Dit gehoor werd hem verleend, doch de Koning, die met allerlei
+binnenlandsche staatkundige woelingen te worstelen had, wilde er niets
+van weten.
+
+Het voornemen van Columbus was geweest, om, nu zijn voorstel door
+Portugal afgewezen was, zich naar Frankrijk te begeven. Hij schijnt er
+evenwel niet heengegaan te zijn. Ik zeg »schijnt«, want gedurende
+eenige jaren verliest de geschiedenis hem geheel uit het oog, en het
+zijn niet veel meer dan gissingen, dat hij zelfs zijne plannen aan de
+Regeering van Venetië voorgelegd heeft. Indien dit waar is, dan moet
+hij wel bittere teleurstellingen ondervonden hebben, want Genua en
+Venetië waren immers geslagen vijanden, en naarmate Genua's handel
+meer en meer kwijnde, terwijl die van Venetië zich nog met groote
+inspanning staande hield, nam de vijandschap, versterkt door naijver,
+nog toe.--
+
+Eindelijk echter komt de groote man weer te voorschijn.
+
+In Andalusië ligt eene kleine stad; ze heet Palos de Moguer. Nog heden
+ten dage bevindt zich in de nabijheid van dit plaatsje een oud
+klooster. Dat klooster was er ook al in dien tijd, en werd door
+Franciscaner monniken bewoond. Het was gewijd aan Santa Maria de
+Rabida, en de Prior heette Juan Perez de Marchena.
+
+Aan de poort van dat klooster nu, klopte op zekeren avond een schamel
+gekleed man aan, die zijn zoontje bij zich had, en op de vraag van den
+portier, wat hij begeerde, luidde het antwoord: »Wat brood en water
+voor dit kind!«
+
+Die bedelaar was Columbus; dat hongerige en dorstige kind was zijn
+zoontje Diego.
+
+De Prior, die in de nabijheid was, hoorde de stem van den man, en het
+viel hem terstond op, dat hij de Spaansche taal, als een vreemdeling
+sprak. Toen nu de portier hem de vraag van den armen man overbracht,
+gaf hij last te onderzoeken, vanwaar hij toch wel kwam. Columbus, die
+geene redenen had om zijn' naam te verzwijgen, vertelde den portier
+een en ander, en het gevolg hiervan was, dat hem de poort van het
+klooster geopend werd, en hij binnen mocht komen.
+
+De Prior was een geleerd man, en had natuurlijk wel eens wat van
+Columbus' plannen opgevangen, zoodat hij weldra met hem in een ernstig
+gesprek verdiept was, en toen Columbus, na door spijs en drank
+versterkt te zijn, aanstalten maakte om weer verder te gaan, wilde de
+Prior hiervan niets weten, en zeide, dat een man als Columbus niet als
+bedelaar van de eene plaats naar de andere mocht trekken, en althans
+dezen nacht de gast van het klooster bleef.
+
+In het stadje zelf woonde Garcia Fernandez, die Arts van beroep was,
+doch meteen zich toegelegd had op de studie van de aardrijks- en
+sterrenkunde, waarin hij zelfs grooten naam gemaakt had. De Prior, die
+met dezen Arts zeer bevriend was, liet hem roepen, en weldra waren de
+drie mannen nu in een zeer geleerd gesprek verdiept.
+
+In dat klooster begon voor den armen zwerver het sterretje der hoop
+weer door de nevelen der teleurstellingen te schijnen; want Prior Juan
+Perez de Marchena droeg ook den titel van Biechtvader van Koningin
+Isabella.
+
+Spanje was toen een heel ander land dan tegenwoordig, dat wil zeggen,
+op staatkundig gebied. Op het Pyreneesche schiereiland vond men toen,
+behalve het Koninkrijk Portugal, ook de Koninkrijken Navarre, Kastilië
+en Aragon, benevens het Mooren-gebied Granada. Over Aragon regeerde
+Koning Ferdinand, en over Kastilië, Koningin Isabella. Deze twee
+Vorstelijke personen waren met elkander gehuwd, zoodat na hun
+overlijden de kronen van beide landen op één hoofd kwamen. In den tijd
+evenwel waren beide rijken nog geheel gescheiden. In karakter
+verschilden Koning Ferdinand en Koningin Isabella buitengewoon veel
+met elkander, doch in ééne zaak stemden ze vrij wel overeen, en deze
+was: »uitbreiding van het gezag der beide Koninkrijken door de
+scheepvaart.« Den Prior nu, was die zucht zijner machtige biechtelinge
+niet onbekend, en daar hij hoog bij haar aangeschreven stond, wist hij
+te bewerken, dat Columbus aan haar Hof geroepen werd, om daar zijn
+plan voor te leggen.
+
+Het was stellig ver met den voormaligen planter gekomen, want, om in
+eene eenigszins geschikte kleeding aan het Hof te kunnen verschijnen,
+zond Isabella hem drieënvijftig dukaten.
+
+Om te bewerken, dat Columbus voor Koningin Isabella verschijnen mocht,
+schijnt Don Louis de la Cerda, Hertog van Medina Celi, die een
+schatrijk Edelman was, eene groote rol gespeeld te hebben. Zelfs had
+deze wel heel alleen Columbus willen helpen, doch hij vreesde daardoor
+de Koningin in moeielijkheden met het Portugeesche Hof te zullen
+brengen, wat hij liever niet wilde.
+
+In 1486 verscheen Columbus voor Isabella, en met de geestdrift van
+een' dweper, die reeds zijn geheele vermogen aan zijn plan opgeofferd
+had, deelde hij haar alles mede. De Koningin hield toen haar Hof te
+Cordova.
+
+Isabella zelve had er wel ooren naar, maar--de uitvoering van het plan
+kostte geld, en hierover had zij niet te beschikken, vooral nu niet,
+daar ze in een' kostbaren oorlog met de Mooren gewikkeld was. Of het
+uit geldgebrek was, dan wel om andere redenen, is alweer niet bekend,
+maar zeker is het, dat Isabella het voorstel van Columbus aan het
+oordeel van de geleerdste mannen van Salamanca onderwierp. Deze stad
+had toen eene bloeiende hoogeschool, en was voor heel het Pyreneesche
+schiereiland het brandpunt der wetenschappen.
+
+De Voorzitter van den Raad, die over Columbus' plannen te beslissen
+had, was Don Fernando de Talavera, Prior van Prado. Hij was een zeer
+geleerd man, en had een edel karakter, doch het bleek al heel spoedig,
+dat hij met de plannen van den Genuees niet bijzonder ingenomen was.
+
+De beraadslagingen duurden lang, en gedurende dezen tijd kwam
+Columbus, die zich in beschaafde en deftige kringen gemakkelijk wist
+te bewegen, in kennis met vele voorname Edelen en Grooten. Een dezer
+was Don Pedro Gonzalez de Mendoza, Aarts-bisschop van Toledo en
+Groot-Kardinaal van Spanje, een man, die aan het Hof van Ferdinand en
+Isabella niet alleen in hoog aanzien stond, maar er ook veel invloed
+had. Bij dezen Kerk-vorst vond Columbus een luisterend oor, en eene
+genegen hand om hem te helpen.
+
+Met dat al kon de Groot-Kardinaal voor zijn' beschermeling in de
+eerste jaren niets gedaan krijgen. De Mooren, tot in hunne laatste
+sterkte verdreven, hielden hardnekkig stand, en zoolang deze oorlog
+duurde, viel er niet aan te denken, om geld uit te geven aan een'
+ontdekkingstocht.
+
+Eindelijk moesten de Mooren het hoofd in den schoot leggen, en zich
+aan Ferdinand en Isabella onderwerpen. Thans meenden Columbus'
+vrienden, dat de tijd gekomen was, om aan zijn voorstel gevolg te
+geven, en trots den tegenstand der geleerden, die niet moede werden te
+bewijzen, dat men aan het Portugeesche Hof goed gezien had met het
+heele plan slechts de hersenschim van een' dweper te noemen, zouden
+Ferdinand en Isabella bereid geweest zijn, aan Columbus' voorstellen
+gevolg te geven, als niet Columbus zelf zijne eigene zaak bedorven
+had.
+
+Hoe hij dat kon doen?
+
+Toen dan het plan op het punt stond om aangenomen te worden, stelde
+Columbus de volgende voorwaarden, die stellig niet pleiten voor zijne
+nederigheid en liefde voor de wetenschap.
+
+Vooreerst verlangde hij, als hij bewezen had, dat zijn plan geen
+droombeeld geweest was, verheffing tot den Adelstand en tot Grande van
+Spanje.--Een Grande werd als zulk een aanzienlijk persoon beschouwd,
+dat hij met gedekt hoofd voor den Koning en de Koningin mocht
+verschijnen.--Ten tweede eischte hij den titel van »Atlantisch
+Admiraal«, eene waardigheid, die slechts één rang lager was dan
+»Veldheer der Kroon«. Ten derde vorderde hij zijne benoeming tot
+Onder-Koning in de landen, die door hem ontdekt, en voor Spanje in
+bezit zouden genomen worden. Ten vierde wilde hij, dat die waardigheid
+op zijne mannelijke nakomelingen zou overgaan. Ten vijfde stelde hij
+de voorwaarde, dat een tiende deel van alle inkomsten der kroon in die
+landen, hem, als geldelijke vergoeding, zouden uitgekeerd worden, en
+ten zesde verlangde hij het achtste deel van het
+monopolie,--uitsluitend recht om in een' Staat alleen handel te mogen
+drijven,--dat in de ontdekte landen, als iets dat vanzelf sprak,
+terstond zou ingevoerd worden.
+
+Dat waren eischen, die zelfs velen zijner vrienden veel te ver gingen,
+en zijne geheime tegenstanders, die in talrijkheid voor zijne openbare
+vijanden niet onderdeden, wisten nu bij Koning Ferdinand gedaan te
+krijgen, dat deze alleen om deze eischen, niets meer van het heele
+plan wilde weten.
+
+Hoe Columbus, die toch zoo menige teleurstelling ondervonden had, en
+die gedurende zijn langdurig verblijf in Cordova wel had moeten
+ontdekken, dat tal van Edellieden hem, den Genuees of den »Liguriër«,
+zooals men hem smadelijk noemde, haatten; zulke verregaande en
+trotsche eischen stellen kon, is onverklaarbaar. Alleen door aan te
+nemen, dat het bij hem onwrikbaar vast stond, dat zijn plan _moest_
+gelukken, kan men zijne houding eenigszins verklaren.
+
+Nadat Koning Ferdinand zich aan de zaak geheel onttrokken had, zou
+Columbus verder dan ooit van zijn doel gestaan hebben, indien niet Don
+Louis de Sant Angel, die in de beide Koninkrijken de waardigheid
+bekleedde, welke wij met »Minister van Financiën« zouden betitelen,
+Koningin Isabella had weten te bewegen, om Columbus niet in de
+noodzakelijkheid te brengen aan andere Hoven zijn geluk te beproeven.
+De redeneering van dezen aanzienlijken Edelman sneed ook vrij goed
+hout.
+
+»Bereikt Columbus de Indiën niet,« zoo sprak hij, »dan is er niets
+verloren, dan het geld aan de uitrusting voor den tocht bestemd, want
+in dat geval vervallen al zijne eischen. Bereikt hij echter de Indiën
+wel, dan is voor Spanje eene onuitputbare goudmijn geopend, welke
+stellig waard is, dat men hem zijne eischen inwilligt. Bovendien zou
+Spanje, indien de weg door het Westen naar de Indiën gevonden werd,
+het machtigste Christenrijk van heel de wereld worden, en kon Koningin
+Isabella, naar den vurigsten wensch van haar vroom hart, de leer des
+Evangelies doen prediken van den op- tot aan den ondergang der zon.«
+
+Isabella, die door alle geschiedschrijvers beschreven wordt, als eene
+vrouw »van middelbare lengte, welgemaakt, vol Vorstelijke waardigheid
+en lieftalligheid,« bezat, volgens hen, ook »een standvastig karakter,
+en een innig, vroom hart.« De oorlogen tegen de Mooren, en de
+tirannieke wijze, waarop zij hen behandelde, toen ze gedwongen waren
+geworden, zich te onderwerpen, mogen de maatstaf niet zijn, waarmede
+men haar karakter afmeet. Zij handelde in deze zaak geheel in den
+geest van haar' tijd, welke geest sprak van: »dwing ze om in te gaan.«
+
+Maar al te veel plaatsen we ons bij het beoordeelen van daden van
+Vorsten, en voorname personen uit vroegere eeuwen op het standpunt van
+onzen tijd, zonder een oogenblik te bedenken, hoe wij zouden gehandeld
+hebben, indien wij in die dagen geleefd hadden. Een oordeel over een
+karakter is niet zoo gemakkelijk uitgesproken, als men wel denkt. Er
+behoort eene diepe kennis toe van de geschiedenis der beschaving en
+der wetenschap. Dat er, zonder die diepe kennis, toch zoo menig
+oordeel uitgesproken wordt, is zeker, maar het gevolg daarvan is, dat
+ook zoo menig oordeel geheel verkeerd is.
+
+Waarom ik dit hier zoo zeg?
+
+Omdat we later met Cortez in Mejico, en met Pizarro in Peru zullen
+zijn, en daar het Evangelie zullen zien prediken op eene wijze, die
+ons, negentiende-eeuwers, tegen de borst stuit, en ook omdat we, met
+het oog op dien voormaligen bekeerings-ijver der Katholieken, er zoo
+gemakkelijk toe komen, om het werk der tegenwoordige Missionarissen er
+mede gelijk te stellen.
+
+De zachte wateren der zee ronden de scherpe kanten van den harden
+steen wel af, en zou de beschaving van vier eeuwen niet de hoekige
+uitwassen van het menschelijke hart afgerond hebben?
+
+Isabella dan bleef Columbus, ook om zijn' bekeerings-ijver, dien hij
+openlijk beleed, genegen, en de woorden van Don Louis de Sant Angel
+vonden bij haar ingang, maar--de oorlog tegen de Mooren had de
+schatkist uitgeput; ze had geen geld om de uitrusting te bekostigen.
+Zij stelde nu voor, hare juweelen te verpanden, doch Don Louis
+voorkwam dat. Hoogstwaarschijnlijk geholpen door den schatrijken
+Hertog van Medina Celi, die nu was, waar hij zijn wilde, schoot Don
+Louis haar al het geld voor. Columbus' eischen zouden, als hij
+werkelijk langs den voorgestelden weg in de Indiën kwam, alle
+ingewilligd worden. Den zeventienden Maart 1492 kwam de overeenkomst
+volkomen tot stand, en Columbus repte zich nu zijn doel te bereiken.
+Hij toog naar het zeestadje Palos, en rustte daar twee karveelen en
+een transport-schip uit, doch stuitte nu op eene zwarigheid, die hij
+niet verwacht had: het ontbrak aan mannen, die hem op dezen tocht
+wilden vergezellen. Zelfs een Koninklijk besluit, dat ieder, die aan
+dezen tocht deelnam, twee maanden na zijne thuiskomst voor geen enkel
+misdrijf, ja, voor geene enkele misdaad zou gestraft worden, kon de
+zeelieden niet bewegen, Columbus te volgen. Eindelijk had hij het
+geluk, om in de gebroeders Pinzon, zoons van een aanzienlijk geslacht,
+dat te Palos woonde, hulp te verkrijgen. Zij zelven zouden medegaan,
+en hun voorbeeld vond zooveel navolging, dat de drie scheepjes
+voldoende bemand waren. Honderdtwintig zeelieden zouden de reis
+medemaken, en deze honderdtwintig mannen togen in den avond van den
+tweeden Augustus naar het vredige Franciscaner-klooster van Santa
+Maria de Rabida, om daar, na het gebruiken van het Heilige Sacrament
+des Avondmaals, Gods zegen op de grootsche onderneming af te smeeken.
+
+Den derden Augustus 1492 voeren de »Santa-Maria«, de »Pinta« en de
+»Nina« de haven van Palos uit. Ze droegen den morgen van een' nieuwen
+dag, den dageraad van de eeuwen der Nieuwe Geschiedenis op het broze
+scheepsdek, den Atlantischen Oceaan in. Ze voeren den avond tegemoet,
+en zouden den morgen brengen.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+EERSTE REIS VAN COLUMBUS.
+
+
+Eer we met Columbus den tocht gaan medemaken, dienen we te zeggen, dat
+Martinus Alonzo Pinzon, die het bevel over de »Pinta«, en Vicente
+Yanez Pinzon, die de »Nina« kommandeerde, twee mannen waren, die als
+kloeke en ervaren zeelieden bekend stonden, en Columbus niet alleen
+hartelijk genegen waren, maar daarenboven ook dweepten met zijn
+grootsch plan. Zonder de Pinzons, zou Columbus zijn doel stellig niet
+bereikt hebben. Martin toonde echter later, dat hij eigenbelang ver
+boven vriendschap en eerlijkheid stelde.
+
+De kaart van Toscanelli had Columbus voorloopig niet noodig te
+raadplegen, want zijn doel was om pas van de Kanarische Eilanden
+westwaarts te zeilen. Van dit gedeelte des Oceaans bestonden toen
+reeds zeer vele zeekaarten, en Columbus zelf had dezen weg zoo
+dikwijls afgelegd, dat hij daarvoor ook geene kaarten behoefde.
+
+[Illustratie: De drie schepen van Columbus.]
+
+Alvorens met ons verhaal verder te gaan, moet ik u weer verzoeken eens
+even eene wereldkaart voor u te leggen, of eene globe te raadplegen.
+
+Beschouwen we den Atlantischen Oceaan, die de Oude van de Nieuwe
+wereld scheidt, dan zien we, dat die Oceaan op de eene plaats veel
+breeder is dan op de andere. Zijne grootste breedte is tusschen
+Senegambië en Mejico; zij bedraagt daar niet minder dan 9000
+Kilometers. De geringste breedte bevindt zich tusschen Noorwegen en
+Groenland, want daar bereikt ze maar 1445 Kilometers. De breedte
+tusschen Afrika en Georgië bedraagt 7225, tusschen Kaap de Goede Hoop
+en Kaap Hoorn ook 7225, tusschen Brest en New-York 5550, en tusschen
+Kaap San Roque en Sierra Leone 3100 Kilometers.--
+
+In den Atlantischen Oceaan is het water natuurlijk ook aan eb en vloed
+onderworpen, doch behalve deze beweging van het water, welke op
+gezette tijden wederkeert, heeft men er ook verschillende stroomingen.
+De voornaamste zijn de Noordelijke Aequatoriaal-stroom, de Zuidelijke
+Aequatoriaal-stroom, de Guinea-stroom, de Benguela-stroom, de
+Braziliaansche stroom, de Florida-stroom, de Groenland-stroom, de
+Noordkaap-stroom, de Labrador-stroom, en de zeer merkwaardige
+Golfstroom. Evenals het water eener rivier, nu eens snel, dan eens
+langzaam, maar altijd in dezelfde richting vloeit, zoo vloeien de
+zeestroomingen ook bijna altijd op bepaalde tijden in dezelfde
+richting. Soms echter kunnen er aanmerkelijke storingen in plaats
+grijpen. Den Golfstroom noemden we zeer merkwaardig, en wie zou dat
+niet doen? Hij neemt een aanvang in de Golf van Mejico, en loopt in
+noordoostelijke richting, doch na zich verscheidene malen verdeeld te
+hebben, tot Nova-Zembla in de Noordelijke IJszee. Met eene snelheid,
+die de snelheid van den Mississipi overtreft, stroomt hij voort, en
+voert zijne warme wateren ver het Noorden in. Aan de hooge temperatuur
+van het water van dezen stroom, welke hoogte natuurlijk afneemt,
+naarmate de stroom meer het Noorden nadert, is West-Europa zijn
+vochtig klimaat verschuldigd. Die vochtigheid houdt ook de felle koude
+tegen. Vandaar komt het, dat het in den winter te New-York meestal
+veel kouder is dan te Amsterdam, niettegenstaande New-York ruim tien
+graden zuidelijker ligt. De stad Hammerfest in Noorwegen ligt op
+zeventig graden noorderbreedte, en toch komen er menigmaal winters,
+dat in hare havens bijna geen ijs te zien is, terwijl op dezelfde
+breedte in Azië en Amerika eene koude heerscht, welke wij het best
+kennen onder den naam van »Siberische koude.«
+
+Behalve die geregelde zeestroomingen, vinden we op onze wereldkaarten
+ook geregelde luchtstroomingen of winden aangeteekend. De voornaamste
+zijn de Noordoost-passaat en de Zuidoost-passaat.
+
+Van deze regelmatige stroomingen en winden, waarvan we, in een boek
+als dit, geene verklaring kunnen geven, maken de zeelieden van den
+tegenwoordigen tijd gebruik, om de reis aanzienlijk te bekorten, doch
+al had Columbus op Porto-Santo en op zijne tochten in de Noordelijke
+IJszee ook kunnen waarnemen, dat er regelmatige stroomingen in den
+Oceaan waren, en dat sommige winden gedurende geruimen tijd vrij
+regelmatig woeien, het was er verre af, dat hij er op zijn'
+ontdekkings-tocht opzettelijk gebruik van maakte. Daar de heele zee
+ten Westen van de Kanarische Eilanden onbekend was, kon hij ook met de
+meerdere en mindere breedte van den Oceaan geene rekening houden.
+
+De reis vorderde niet snel, wat met den lompen bouw der schepen,
+zooals we op onze afbeelding kunnen zien, ook niet mogelijk was.
+Daarenboven had Columbus ook niet de beste schepen, die er in dien
+tijd te vinden waren. De beperkte, zelfs geringe middelen, waarover
+hij te beschikken had, dwongen hem om in zijne keus niet al te
+kieskeurig te zijn. Denkelijk had slechts één der drie schepen een
+doorloopend dek, terwijl de beide andere alleen hooge voor- en
+achterstevens hadden, waarin zich de hutten van de bemanning bevonden.
+Niet zonder reden was het dus, dat Columbus zooveel moeite gehad had,
+om de noodige manschap te vinden. Veel meer dan thans het geval is,
+waren de zeelieden toen aan de grootste gevaren blootgesteld. Daarom
+bleef men ook het liefst zoo dicht mogelijk bij de kusten, en dat
+niet, omdat men de kompassen niet vertrouwde, maar wel, omdat de
+schepen er niet op gebouwd waren, om de stormen en de golven te kunnen
+trotseeren. En Columbus zou de eerste zijn, die opzettelijk zich van
+de kust verwijderde, steeds verder, al door verder, op een' tocht, die
+in het oog van de meesten toch niets anders was dan een zeer
+avontuurlijke. Waarlijk, we dienen ons eer te verbazen, dat Columbus
+zelfs nog eenige misdadigers vond, die met hem de reis wilden
+meemaken, dan dat we verbaasd zijn, dat er geen fatsoenlijk zeevolk
+voor zijne onderneming te vinden was.
+
+Reeds op den derden dag na de afvaart, seinde de »Pinta« averij. Het
+roer was gebroken, en Columbus meende, dat twee mannen, die de
+eigenaars van deze karveel waren, en die de reis tegen hun' zin
+medemaakten, opzettelijk die averij aangebracht hadden, om daardoor
+een voorwendsel te kunnen vinden om terug te keeren. De wind woei te
+hevig om de »Pinta« ter hulp te komen, doch Martinus Pinzon, die een
+ervaren en stoutmoedig zeeman was, wist zich te redden, door, zoo goed
+en kwaad het ging, het roer met touwen te bevestigen. Columbus begreep
+zeer goed, dat men zóó den Oceaan niet kon oversteken. Hij hield dus
+op de Kanarische Eilanden aan, en liet op het eiland Gomera het schip
+herstellen, toen alle pogingen vergeefsch bleken te zijn, om een ander
+te vinden. Men bleef daar tot den zesden September, en in dien tijd
+had de bemanning gelegenheid om eene uitbarsting van den vulkaan op
+het eiland Teneriffe te zien, iets waardoor de mannen zeer beangst
+geworden waren, want niettegenstaande ze wisten, dat er een Etna en
+Vesuvius was, hielden ze hier rekening met de vreeselijke verhalen,
+die omtrent de groote, onbekende zee in omloop waren.
+
+Op Zondag den negenden September verdween Ferro, het laatste der
+Kanarische Eilanden aan den oostelijken horizon, en men zag nu,
+volgens zeemans-uitdrukking, niets dan lucht en water.
+
+De kaart van Toscanelli was thans voor Columbus de eenige wegwijzer
+voor de richting, die men volgen moest, om het eiland Antilia, en
+daarna Zipangu te bereiken.
+
+Zonder het te weten, bevond Columbus zich in den gordel van den
+Noordoost-passaat, en was er niet zooveel kunst aan, den koers steeds
+westelijk te houden. Uit vrees echter, dat de drie scheepjes, door
+storm of stroom, elkander uit het oog zouden kunnen verliezen, gaf hij
+den beiden Pinzons last, om in dit geval geen oogenblik den
+westelijken koers te verlaten. Hadden ze zóó zevenhonderd uur
+voortgezeild, dan moesten ze bijleggen, doch naar zijne stellige
+meening, zouden ze lang vóór dien tijd reeds land ontdekt hebben. De
+schepen bleven evenwel zonder veel moeite bij elkander, en dat was
+nog eenige troost voor de manschap, die al begon te vreezen, dat er
+geen einde zou komen aan die zee, en ook geen einde aan dien
+onveranderlijken wind. Vooral die wind maakte hen beangst. Zeilden ze
+nu zonder bezwaar steeds westelijk, hoe zouden ze terug kunnen keeren,
+als de wind steeds uit die streek bleef waaien?
+
+Den dertienden September, toen men reeds meer dan tweehonderd uur van
+Ferro verwijderd was, bemerkte Columbus des middernachts, dat de stand
+van de Poolster niet in de richting was, waarin het kompas wees. Ook
+op de beide andere schepen was dat opgemerkt, en al hadden Columbus en
+de Pinzons het aanvankelijk ook voor het volk verzwegen, het kwam er
+toch achter, en de angst nam met elk oogenblik toe. Gelukkig wist
+Columbus het volk gerust te stellen, met eene uitlegging, die
+eigenlijk niet veel anders heeten mocht, dan er zich met een Jantje
+van Leiden af maken, doch de mannen waren te onervaren om te beseffen,
+dat hun Admiraal hen met een kluitje in het riet stuurde.
+
+Dat niet alleen het volk, maar ook Columbus met de Pinzons op die
+eentonige vaart van alles notitie namen, is natuurlijk, en dat ze van
+hetgeen ze zagen, allerlei uitleggingen gaven, kon wel niet anders. Nu
+eens namen ze een' drijvenden mast nauwkeurig op, en berekenden zelfs,
+dat hij afkomstig moest zijn van een schip van honderdtwintig ton. Dan
+weer verblijdden ze zich over het zien van een' grooten vogel, die
+veel op een' reiger geleek, en maakten ze de gevolgtrekking, dat ze
+dicht bij land waren. Op een' nacht zagen ze groote vuurvlammen uit de
+zee opstijgen, althans, ze maakten er vuurvlammen van, en de
+vreeselijke verhalen van den onbekenden, donkeren Oceaan, rezen weer
+in hunne ontstelde verbeelding op. Langzamerhand kwamen onze reizigers
+nu meer onder den rechtstreekschen invloed van den Noordoost-passaat,
+en meteen ook meer in de heete of verzengde luchtstreek. De lucht was
+zóó zacht warm, en zóó heerlijk om in te ademen, dat men, zooals
+Columbus zich uitdrukte, »zich in Andalusië waande, en het gezang der
+nachtegalen slechts ontbrak.«
+
+Ook het scheepsvolk was weer wel te moede en opgeruimd, doch toen men
+de zee, zoo ver als men zien kon, overdekt vond met een groen gewas,
+dat zóó dicht in elkander groeide, dat de vaart der schepen er door
+belemmerd werd, verloor men opnieuw den moed. Aanvankelijk dacht men,
+dat er land in de nabijheid zou zijn, en toen het maar al te ras
+bleek, dat dit niet waar was, kwam de vrees boven, dat men zich op de
+plek bevond, waar eenmaal het groote eiland Atlantis gelegen had, dat,
+volgens het oude verhaal, door de Goden verdelgd was. Het dieplood,
+dat uitgeworpen werd, bereikte echter op tweehonderd vademen nog geen'
+grond, zoodat er geene vrees bestond, dat de schepen hier aan den
+grond zouden geraken. Columbus herinnerde zich een verhaal van
+Aristoteles, waarin voorkwam, dat eenige schepen, bij Cadiz zeilende,
+door een' storm waren aangegrepen, en zóó ver in den Oceaan geslagen
+werden, dat ze eindelijk gekomen waren bij eene plek, waar de zee zóó
+begroeid was met groene planten, dat ze wel een weideveld van
+oneindige uitgestrektheid scheen. Zij gaven er den naam van »Wier-zee«
+aan, en hadden het geluk om den koers te wenden, zoodat ze behouden in
+Europa terug kwamen. Men had dit verhaal tot de fabels gerekend, doch
+thans zag Columbus, dat het waarheid bevatte. Vreemde vogels, die zich
+aan hunne oogen vertoonden, deden het volk weer eenigen moed vatten,
+en in de hoop, van nu heel spoedig het gezochte land te zullen zien,
+werd er veertien dagen lang, zonder dat er gewanhoopt werd, tegen deze
+waterweide geworsteld.
+
+Nog altijd bevindt zich in den Atlantischen Oceaan, tusschen negentien
+en vierendertig graden Noorder-breedte, en vierendertig en zesendertig
+graden Westerlengte van Greenwich, deze Planten-zee. Men heeft haar
+den naam gegeven van »Sargasso-zee«, doch omtrent de oorzaak, dat de
+soort van wierplant, die deze zeeweiden vormt, hier in zulk eene
+verbazende hoeveelheid aangetroffen wordt, verkeert men in het
+onzekere.
+
+Nog altijd kwam de wind, die hen voortdreef, uit dezelfde streek, en
+toen men na zooveel dagen worstelens, nog in het geheel geen land
+ontdekte, was de angst van het scheepsvolk verklaarbaar, dat men
+nimmer zou kunnen terugkeeren. Steeds voort, altijd voort, het verre,
+het oneindig verre Westen in! Was de plek er dan niet, waar, in den
+Oceaan, de zon in de baren dook? De kusten van het vasteland hadden ze
+steeds voor hunne oogen zien wijken, en eindelijk zien verdwijnen! Zoo
+was het ook gegaan met het eiland Ferro. En nu! Zestien dagen en
+zestien nachten was men ongestoord het Westen ingezeild, en nog altijd
+bleef de afstand van de ondergaande zon even groot. Dat moest wel, het
+kon niet anders. Columbus wist dat ook wel, en hij trachtte zijn volk
+duidelijk te maken, dat de aarde een bol was, en dat de zon nergens in
+den Oceaan dook, maar op elk punt van de aarde steeds op denzelfden
+afstand van den beschouwer bleef ondergaan.
+
+Ach ja, men geloofde hem wel, men begreep dat het zóó wel zijn moest,
+maar--die wetenschap bracht het land, waarnaar met brandend verlangen
+uitgezien werd, toch niet in het gezicht, dat moede werd van het
+vruchtelooze staren.
+
+En als men geen land vond, dan zou men van honger en dorst moeten
+omkomen, want de voorraad verminderde sterk, en het stond te bezien,
+of dit toch niet het geval zou zijn, wanneer men nu den steven wendde,
+en met dezelfde snelheid van vaart terugkeerde.
+
+Terugkeeren? Kon dat wel? Was de wind dan voor de terugreis niet
+tegen?
+
+De angst en ongerustheid namen steeds toe, totdat op den
+tweeëntwintigsten September de wind van richting veranderde.
+
+Geen »Land vooruit!« had op dit oogenblik meer blijdschap kunnen
+verwekken, dan het zien, dat de wind omgeloopen was. Het was, in
+waarheid, voor allen een groot pak van het hart.
+
+Men was in een heel ander deel der wereld, dan men ooit geweest was,
+dat bleek uit alles; en opnieuw werd de angst opgewekt, toen, bij
+geene verheffing van wind, de zee opeens hol begon te staan.
+
+Geslingerd van hot naar haar, werd het volk elken dag, elk uur. Nu
+eens vol moed, dan weer vol vrees.
+
+Den vijfentwintigsten September kwam Alonzo Pinzon, die meestal met
+zijn schip vooruit voer, omdat de »Pinta« hoe oud en bouwvallig ook,
+toch de beste zeiler was, bij den Admiraal aanboord met het bericht,
+dat hij land gezien had. Anderen bevestigden dit.
+
+Columbus was op het vernemen van dit bericht diep ontroerd, en door
+een dankbaar gevoel aangedreven, viel hij op de knieën, en zong vol
+innige vroomheid het heerlijke lied, dat hij zoo dikwijls in de kerk
+onder de Mis had hooren klinken: »Gloria in excelsis Deo, et in terra
+pax hominibus bonae voluntatis. Laudamus te! Benedicimus te! Adoramus
+te! Glorificamus te!« dat is: »Glorie aan God in den allerhoogste, en
+vrede op aarde, den menschen van goeden wil! Wij loven U! Wij zegenen
+U! Wij aanbidden U! Wij verheerlijken U!«
+
+Maar--Pinzons blijde tijding liep op eene groote teleurstelling uit,
+want het land, dat men meende te zien, werd niet gevonden. Wolken en
+nevelen hadden hun bedrieglijk spel gespeeld.
+
+Om den moed van het volk levendig te houden, schijnt Columbus reeds
+eenige dagen vroeger eene lijfrente van zesentwintig dukaten
+uitgeloofd te hebben aan hem, die het eerst land zag, en Alonzo
+Pinzon, die gehoopt had de belooning te zullen ontvangen, zag zich nu
+natuurlijk zeer teleurgesteld.
+
+Toen den volgenden morgen de zon opkwam, en nog velen de kooi
+verlieten om het land te aanschouwen, zag men--water en lucht, wat men
+nu al zoovele dagen gezien had.
+
+Gelukkig was het weder bij uitstek schoon, en de zee was zóó kalm, dat
+menig matroos, zonder aan haaien te denken, overboord sprong om wat
+rond te zwemmen. De eentonigheid werd ook dikwijls afgebroken door het
+visschen naar dolfijnen, of het vangen van vliegende visschen, die op
+de schepen nedervielen.
+
+Neen, eerlijk moest het scheepsvolk toch erkennen, dat het hier veel
+anders was, dan eenige dagen geleden bij die Wier-zee, waaraan men nog
+wel niet geheel ontkomen was, maar die toch minder moeielijkheden
+opleverde. Nu eens zag men groote vogels in scharen aan den
+gezicht-einder verdwijnen, en dan weer ontdekte men enkele vogels, die
+te klein waren om ver van het land in zee te kunnen vliegen.
+
+Aan den morgen van den zevenden October meenden de wachthebbende
+matrozen van de »Santa Maria«, in het Westen land te zien, doch ze
+waagden het niet, om er den Admiraal kennis van te geven.
+
+Opeens echter klonk een kanonschot langs de stille wateren.
+
+De »Nina«, die nu vooruit voer, had het gelost, en tot overmaat van
+vreugd zag men, dat de vlag aan den mast geheschen werd, en dit was
+het teeken voor de »Santa Maria« en de »Pinta«, dat men »Land
+vooruit!« had.
+
+Met luid gejubel werden kanonschot en vlag begroet. Allen zagen uit,
+en ontdekten land. Maar--het land verdween, loste zich in de blauwe
+lucht op, en--men zag zich weer door eene wolk bedrogen.
+
+Op deze nieuwe teleurstelling volgde groote ontevredenheid, en
+Columbus zag zeer goed, dat zijn volk op het punt stond, alle hoop te
+verliezen. Dat ze hem dwingen zouden om terug te keeren, hij begreep,
+dat dit niet gebeuren zou; want voor eene lange terugreis naar het
+verlaten land, was er geen voorraad van levensbehoeften genoeg. Maar
+door wanhoop gedreven, kon men hem te lijf gaan en dooden. En dan? Ja,
+dan was ook voor hen alles verloren, want hij alleen had het logboek
+gehouden, doch hier en daar een paar onwaarheden vermeld, om het volk
+niet al te wijs te maken. Hij wist echter volkomen, hoe hij gevaren
+was, en kon ook den terugweg vinden. Zijn volk daarentegen, zou met
+het logboek verkeerd uitkomen.
+
+Toch gaf hij den moed niet verloren, en althans voor het oog van zijn
+volk was hij vol hoop en blijde verwachtingen.
+
+Steeds kalmer en rustiger werd de zee, zoodat Columbus den achtsten
+October uitriep: »God zij geloofd! De lucht is zoo zacht, als in April
+te Sevilla. Met wellust ademt men haar met volle teugen in, want zij
+is doortrokken van de heerlijkste geuren!«
+
+Weer gingen drie dagen in onafgebroken kalme, westelijke vaart
+voorbij, en was het Donderdag, de elfde October.
+
+Daar komt Alonzo Pinzon bij den Admiraal aanboord, en toont hem een
+riet en een' gesneden stok aan. Zijn volk had die voorwerpen
+opgevischt, en men had ook een' boom zien drijven.
+
+Iets nieuws was voor Columbus nòch boomstam, nòch riet, nòch gesneden
+stok, want dat alles had hij jaren geleden reeds op Porto-Santo
+gezien. Toch greep hij deze gelegenheid aan, om daardoor den
+wankelenden moed van zijn volk op te beuren.
+
+Het was in waarheid eene reis, zóó vol moeielijkheden en
+teleurstellingen, dat men Columbus bewonderen moet, dat hij den moed
+niet verloor, en eerbied dienen wij te hebben voor zijne sterke
+overtuiging, voor zijn ongeschokt vertrouwen en voor zijne vastheid
+van wil. Zoo we Columbus groot noemen, nergens was hij grooter dan op
+die eerste ontdekkingsreis.
+
+Maar, wat is dat?
+
+Daar nadert Vicente Pinzon in eene boot, die zoo pas de »Nina«
+verlaten heeft. Wat reppen die roeiers zich! Wat is er eene haast!
+Oproer aanboord soms? Weigert men langer het Westen in te gaan? Men
+buigt zich over de verschansing. Vicente komt aanboord en--van onder
+zijn kleed haalt hij een soort van rozetak met nog half gave bloemen
+te voorschijn. Zijn volk heeft dien tak opgevischt, en thans biedt hij
+den Admiraal de eerste, frissche, levende bloemen der Indiën aan.
+
+Boomstammen, rieten, gesneden stokken, ja, zelfs menschenlijken kunnen
+van zeer verre komen aandrijven, maar eene zwakke rozebloem is niet
+tegen den golfslag bestand; ze moet vernield worden, zelfs door de
+nauw merkbare rimpelingen van de wateren dezer lauwe zee.
+
+Als de duif, die in de Ark aan Noach een' olijftak bracht, is Vicente
+Pinzon, nu hij Columbus levende bloemen komt aanbieden.
+
+Het volk op de drie schepen verkeert in eene ongekende spanning.
+
+Het staart met brandende blikken naar den gezicht-einder.
+
+Maar, als gisteren en eergisteren, en, ach, als zoovele dagen terug,
+ging de zon ver, ver in het Westen onder,--stevenden de schepen het
+Westen in--en viel de nacht.
+
+Columbus echter bleef uitstaren. Het »Land der Bloemen« kon niet ver
+af zijn.
+
+Door de duisternis boren zijne, blikken heen en ...
+
+Zag hij daar geen lichtschijnsel?
+
+Eene ster mogelijk! Misschien een werkende vulkaan op mijlen afstands!
+
+Neen, geene ster, geen vulkaan, want zie, het verandert van plaats.
+
+Hij roept Pedro Gutierrez, een' Edelman van het Koninklijke Hof, bij
+zich, en wijzend naar de plaats, waar hij het bewegende licht ziet,
+vraagt de Admiraal gejaagd, en met kloppend hart: »Wat ziet gij daar?«
+
+»Niets, Senor! Ik zie niets!«
+
+»Ziet gij dan geen licht, geen licht dat zich beweegt?«
+
+»Ja, ja, ik zie het! Ik zie licht!« luidt het antwoord.
+
+Anderen worden er bij geroepen. De een ziet het; de ander ziet het
+niet.
+
+Men hoort die woorden, haalt de schouders op, doch gelooft het niet.
+Men is immers in deze zee vol vreemde verschijnselen reeds zoo
+menigmaal teleurgesteld, zoo menigmaal bedrogen!
+
+Zonder eenige merkbare spanning doen de matrozen van de »eerste wacht«
+hun' dienst, en wekken de »mannen van de »hondenwacht.««--Zij gaan
+slapen, en met loomen tred komt de »hondenwacht« boven.
+
+De »eerste wacht« is van des avonds acht uur tot middernacht. De
+»hondenwacht« is van middernacht tot vier uren in den morgen. De
+»dagwacht« duurt van vier tot acht uren in den morgen.
+
+De zandlooper wijst aan, dat het vier uren in den morgen is. Het volk
+van de »hondenwacht« vindt er geen behagen in om op te blijven. Zij
+wekken de mannen van de »dagwacht«, die op hunne beurt ongaarne de
+kooi verlaten en op het scheepsdek komen.
+
+Columbus waakt. Geen slaap is op hem neergedaald. Dat hamerende hart
+vol onrust belette hem in te sluimeren. Geen wonder! Hij gevoelt, dat
+hij op het punt staat zijn doel te bereiken, zijn doel, waarvoor hij
+alles, alles opgeofferd heeft, waarvoor hij als bedelaar, om brood en
+water aan de poort van een klooster klopte.
+
+Hoe dacht hij op dat oogenblik aan den bedeltocht, die hem tot voor
+dat klooster bracht, waar hij slechts brood en water voor zijn zoontje
+vroeg, en niet alleen dàt kreeg, ook voor zich zelven; maar nog veel
+meer. De vriendelijke Prior had hem zijne hulp aangeboden ter
+bereiking van het doel, dat hem, den voormaligen planter, tot den
+bedelstaf gebracht had.
+
+Wel lag er tusschen het oogenblik, dat hij het klooster binnentrad, en
+dat waarop hij van Palos uitzeilde, een lange tijd met veel moeite en
+teleurstelling, maar toch had hij gezegevierd; hij mocht aan zijn plan
+uitvoering geven.
+
+En nu, hij gevoelde het, en zijne borst zwol van gelukkigen trots, nu
+stond hij op het punt, dat hij heel de wereld zou kunnen toeroepen:
+»Waar zijn ze nu, die mijn plan nog de hersenschim van een' dweper
+durven noemen?«
+
+Neen, het fel bewogen gemoed van den koenen, vurig geloovenden man,
+ontnam hem de behoefte aan slaap. Hij kon niet anders dan waken.
+
+De »dagwacht« echter telde niet één' dweper; ze bestond uit half
+onverschillige, half moedelooze mannen, die hunne taak op de gewone
+wijze volbrachten. Waarom zouden zij het ook op buitengewone wijze
+doen? Er was immers toch niets bijzonders?
+
+Dat beweeglijke licht? Ei kom, wat zou dat? Een spel der verbeelding
+was het geweest, en niets anders.
+
+De »hondenwacht« had wel wat gemompeld van eene donkere plek, die heel
+wat anders leek dan eene wolk, maar wat beduidde dat? Zij zagen
+dezelfde donkere plek ook, doch het kon niets anders zijn dan een
+nevel aan de kimmen, of eene laaghangende wolk, waaruit de verbeelding
+van Admiraal, Kapiteins en Volk, zoo dikwijls reeds land getooverd
+had!
+
+Onverschillig liep men langs het dek heen en weer, en verlangde maar
+naar de opkomst der zon, die hare komst in de landen tusschen de
+keerkringen niet met zulk eene lange schemering aankondigt, als in de
+gematigde luchtstreek het geval is.
+
+Reeds aanboord der »Pinta« had men even na middernacht het geroep van
+»Land! Land vooruit!« gehoord, doch geheel overgegeven aan eene doffe
+onverschilligheid, hechtte men er geene waarde aan.
+
+Eindelijk braken de eerste lichtstralen der schemering door, en
+nauwelijks werd het donker van den nacht eenigszins verdreven, of een
+matroos, Rodrigo de Triana, die niet steeds als de anderen het Westen
+inkeek, ontdekte ten Noorden van de »Santa Maria« land. Vol vreugde
+snelde hij naar den Admiraal, om hem de blijde tijding te brengen, ten
+einde daardoor in de gelegenheid te zijn, om de uitgeloofde belooning
+te ontvangen van zesentwintig dukaten, benevens het zijden wambuis,
+dat de Admiraal een paar dagen vroeger nog uitgeloofd had aan hem, die
+het eerst land zag.
+
+Waaraan het ligt, weet ik niet, doch over die uitgeloofde belooning
+wordt zeer verschillend gesproken. De een zegt, dat het een jaargeld
+of lijfrente was, en de ander, dat het eenvoudig eene belooning was,
+welke ineens, maar ook niet meer dan eens uitgekeerd werd. Volgens den
+een was die belofte reeds schriftelijk gegeven door Ferdinand en
+Isabella, en volgens den ander deed Columbus die belofte in zijne
+betrekking als Onder-koning van al de landen, die hij ontdekken zou,
+in naam van zijne Meesters. Volgens den een was het eene som van
+tienduizend maravedis, wat dan zooveel zou wezen, als vijfendertig
+gulden van onze munt. Een ander spreekt van dertien escados of
+zoogenaamde schilddaalders, wat ongeveer veertig gulden zou bedragen
+hebben. Die sommen ontloopen elkander niet veel, maar over het
+toekennen ervan verschilt de eene schrijver aanmerkelijk met den
+ander. Er zijn schrijvers, die beweren, dat Columbus dat jaargeld, of
+die belooning voor één keer en aan zichzelven uitbetaalde, omdat hij
+de eerste was geweest, die het beweeglijke licht ontdekt had, hetwelk
+blijkbaar van het land kwam. Een ander schrijver spreekt wel van de
+uitgeloofde belooning, doch rept er met geen enkel woord van, wie ze
+kreeg, terwijl weer een derde zegt, dat Rodrigo de Triana ze ontving,
+doch inplaats van dezen matroos deel te laten uitmaken van de
+bemanning der »Santa Maria«, plaatst hij hem op de »Pinta«, en is hij
+de man, dien hij even na middernacht het geroep van »Land vooruit!«
+laat aanheffen. Zeker is het, dat als aan iemand de belooning moest
+uitgereikt worden, deze niet toekwam aan Columbus, want hij had zich
+wel gewacht om stellig te verklaren: »Land vooruit!« Ook aan het volk,
+dat bij hem aanboord was, kwam die belooning niet toe, want het volk
+der »Pinta« was hun voor geweest.
+
+Behalve over die belooning, loopen de schrijvers ook zeer uiteen,
+omtrent het gedrag van het scheepsvolk op die moeielijke en langdurige
+reis. Volgens sommigen sloegen de matrozen meer dan eens tot oproer
+over, en was Columbus zelfs genoodzaakt, om, wilde hij het leven
+behouden, de belofte af te leggen, dat ze zouden terugkeeren, indien
+men na drie dagen nog geen land gevonden had.
+
+Later zullen we nog dikwijls genoodzaakt zijn, om achter eene daad van
+Columbus een vraagteeken te zetten, en de oorzaak hiervan laat zich
+hieruit verklaren.
+
+Columbus was een vreemdeling, die hooge eischen stelde. Als
+vreemdeling was hij in Spanje reeds gehaat, en telde men de hooge
+eischen, die hij stelde, niet, omdat men er toch aan twijfelde of hij
+den weg naar de Indiën wel vinden zou. Maar toen hij dien weg beweerde
+gevonden te hebben, en er bijna niemand was, die aan de waarheid
+twijfelde, bracht men die eischen wèl in rekening. Columbus schijnt
+verder iemand geweest te zijn, die gaarne zijn gezag liet gelden, doch
+die geen overleg bezat om dat op eene verstandige en omzichtige wijze
+te doen. Hoe het zij, hij had in Spanje veel meer vijanden dan
+vrienden. Zijne vijanden berokkenden hem veel kwaads, en wisten
+allerlei minder goede dingen van hem te vertellen, om hunne houding
+tegenover hem te rechtvaardigen. Zijne vrienden, hierover gebelgd,
+aarzelden niet om Columbus' deugden breed uit te meten en zijne
+gebreken òf te bewimpelen, òf te verzwijgen, òf wel te loochenen.
+Nemen we verder in aanmerking, dat zijn logboek niet in den haak was,
+en dat het dagboek, hetwelk hij aangelegd en zorgvuldig bijgehouden
+had om het Ferdinand en Isabella terhand te stellen, natuurlijk eigen
+fouten verzweeg, dat verder zijne levensgeschiedenis, die het meest
+aangehaald wordt, naar het heet, geschreven werd door zijn eigen zoon,
+dan zullen we ons niet zoo zeer verwonderen, dat de berichten omtrent
+zijn persoon en zijne handelingen, zoo zeer uiteen loopen.
+
+Zoodra Columbus de blijde tijding vernam, snelde hij naar het dek,
+en--hij ook, hij zag het land!
+
+Welk eene algemeene vreugde er aanboord van de drie scheepjes
+heerschte, kan niet beschreven worden. Zelfs de ruwste zeerobben, die
+zich wellicht zouden schamen om in hun eigen land te laten zien, dat
+ze nog tranen hadden, weenden van blijdschap en omarmden elkander. Het
+was geen wonder ook. De vele teleurstellingen, die ze ondervonden, en
+de angsten, die ze uitgestaan hadden, maakten de blijdschap des te
+grooter, en vol dankbaarheid hieven ze, doch nu niet in het gezicht
+van eene wolk, die ze voor een eiland hielden en zich in de lucht
+oploste, maar in het gezicht van een echt land, een »Te Deum laudamus:
+Te Dominum confitemur. Te aeternum Patrum, omnis terra veneratur« aan,
+dat is: »U, o God, loven wij! U, o Heer, belijden wij! U, o Eeuwige
+Vader, vereert de gansche aarde!«
+
+Neen, het was nu geen gezichtsbedrog, want zie, toen de zon geheel
+boven de kimmen verrezen was, en de schepen het land naderden, wemelde
+het strand van inboorlingen, die vol verbazing de schepen zagen
+naderen.
+
+Zij wisten niet, wat zij zagen, want de zeilen deden hen denken aan
+vleugels, en de rompen der schepen werden daardoor in hunne oogen tot
+vogels herschapen.
+
+[Illustratie: Op Vrijdag-morgen, 12 October 1492, aan de kust van het
+Watlings-eiland.]
+
+Vrijdag, de twaalfde October van het jaar 1492, is en blijft, hoe men
+ook over Columbus denken moge, een dag die een der merkwaardigste in
+de wereld-geschiedenis heeten mag. Die drie scheepjes, met hunne
+honderdtwintig mannen, deden hier meer dan zelfs een Godfried van
+Bouillon voor Jeruzalem deed. Was deze, door zijne grootsche daad, bij
+machte om aan Europa's maatschappelijke instellingen eene andere
+richting te geven, Columbus met zijne mannen gaf aan de heele
+maatschappij, zooals ze over de Oude, en nu ook de Nieuwe wereld
+verspreid was, een' ruk, die haar niet alleen van koers deed
+veranderen, maar ook in eene heel andere stelling bracht.
+
+Na het eindigen van den lofzang, werden de booten uitgezet, om, op
+Portugeesche wijze, bezit van het land te gaan nemen.
+
+Columbus was de eerste, die den voet aanwal zette, en toen allen, die
+in de booten geland waren, zich om hem heen schaarden, plantte hij den
+standaard van Kastilië en Aragon op het strand, en verklaarde plechtig
+het land in bezit te nemen voor Zijne Majesteit Koning Ferdinand en
+Hare Majesteit Koningin Isabella.
+
+Dat Columbus met al zijne tochtgenooten in de stellige overtuiging
+was, dat hij de Indiën langs den westelijken weg bereikt had, weten
+we. Dat men nog verscheidene jaren daarna dit geloofde, en niet wist,
+dat men Plato's fabelachtig Atlantis gevonden had, weten mijne lezers
+uit dit boek nog niet, maar toch is het zoo.
+
+Volgens de nauwkeurigste onderzoekingen, was het eiland, dat Columbus
+het eerst ontdekte, het eiland Watling, dat behoort tot die groep
+eilanden, die zich boogvormig uitstrekt ten Noorden van Cuba en Haïti
+en bekend is onder den naam van Bahama-eilanden. Op sommige atlassen
+staat er ook de naam Guanahani bij, en wordt er bij vermeld, dat het
+voorheen San Salvador heette, en het eerst ontdekte eiland van
+Columbus was.
+
+Van de inboorlingen, die vol aandacht de handelingen der vreemde
+mannen gadesloegen, vernam Columbus, zoo goed en kwaad dit met de
+gebarentaal ging, dat het eiland door hen »Guanahani« genoemd werd.
+Hij echter, bezield met het voornemen, den Christelijken godsdienst
+over de heele Indiën te laten prediken, noemde het San Salvador, wat
+in onze taal beduidt: »Heilige Verlosser«.
+
+Vreemd moet het ieder schijnen, dat de inboorlingen zoo weinig vrees
+aan den dag legden, en bij de landing niet vol angst voor die
+zonderlinge wezens in hunne bosschen vloden. Hiervoor bestond echter
+eene oorzaak, die de Spanjaarden eerst later vernamen. Er was onder de
+inboorlingen van Mejico, dat later door Cortez ontdekt werd, eene oude
+voorspelling in omloop, waarover we bij de geschiedenis van Cortez
+breedvoeriger spreken zullen. Het zij voldoende hier te melden, dat de
+Mejicanen de komst dier »kinderen van de zon« verwachtten. Dat geloof
+was zelfs zóó sterk, dat een voornaam inboorling eens aan een'
+Spanjaard vroeg, hoe ze uit den hemel neergedaald waren, op vleugels
+of op wolken? Hoogstwaarschijnlijk was die voorspelling ten deele ook
+doorgedrongen tot de eenvoudige bewoners der Bahama-eilanden.
+
+Eenvoudig, ja, dat waren ze, en wel tot groote teleurstelling der
+Spanjaarden. Om goud te verkrijgen, hadden ze zich tot het doen van
+dezen gevaarlijken tocht verbonden; aan goud dachten ze elken dag van
+hunne lange reis. Het woord »goud« was instaat, de vrees in moed te
+veranderen. Vertellingen, waarin goud eene hoofdrol speelde, hadden
+het eentonige leven aanboord eenigszins verlevendigd; van goud
+droomden ze. En zie, de inboorlingen liepen bijna naakt, en van
+paleizen en tempels, gedekt met gouden platen, was niets te zien.
+Alleen hadden sommigen den neus doorboord, en droegen in die opening,
+als sieraad, kleine gouden staafjes. Wapenen van metaal kenden ze zóó
+weinig, dat een hunner in Columbus' zwaard liep, en zich daardoor
+deerlijk verwondde.
+
+Waarlijk, de teleurstelling was al te groot, waar de verwachting zoo
+buitengewoon gespannen was. Toch, de menschen hadden goud, al was het
+weinig, en toen men, natuurlijk steeds met gebaren, hun gevraagd had,
+vanwaar ze dat goud hadden gekregen, wezen ze naar het Zuiden.
+
+Zoodra men dit vernomen had, wilde Columbus niet langer op dat kleine
+eiland blijven, en reeds twee dagen later verliet hij het, om zijne
+ontdekkingen voort te zetten. Met het doel hun op den verderen tocht
+eenig Spaansch te leeren, opdat ze dienst zouden kunnen doen als
+tolken, nam hij zeven inboorlingen mede, en zette koers naar het
+Zuiden. Hij zag nu verscheidene eilanden en eilandjes, doch daar geen
+dezer het gezochte »Zipangu« kon zijn, deed hij er slechts drie aan,
+en zeilde de andere voorbij. Ook op de drie eilanden, die hij bezocht,
+vond hij dezelfde, onbeschaafde, arme, doch goedige inboorlingen, die,
+als sieraad, een gouden staafje door den neus droegen, en op zijne
+vraag, vanwaar ze dat goud hadden, hun antwoord, door gebaren,
+geregeld deden luiden: »Uit eene streek ten Zuiden van hier!«
+
+In den vroegen morgen van den achtentwintigsten October, kreeg men
+echter eene kust in het gezicht, welke niet aan een eilandje, als de
+reeds ontdekte, kon behooren. Het moest de kust zijn van een zeer
+groot eiland, of van het vasteland. De monding eener rivier ziende,
+liep Columbus deze binnen, niet alleen met het doel om dit land in
+bezit te nemen voor Spanje of het te laten onderzoeken, maar ook om de
+schepen, die op den tocht veel geleden hadden, eens goed te laten
+herstellen.
+
+Bij het naderen der schepen, waren twee kano's hun te gemoet geroeid,
+doch toen Columbus de zeilen liet strijken en de ankers liet vallen,
+namen ze de vlucht.
+
+Zoodra men aanwal was, werd het land op de gebruikelijke wijze in
+bezit genomen, en door Columbus »Juana« genoemd. Thans draagt het den
+naam van Cuba. Het is nog altijd in het bezit der Spanjaarden, en voor
+hen, wat Java voor de Nederlanders is, hoewel het voor Spanje zoo vele
+voordeelen niet oplevert. In grootte ontloopen deze twee eilanden
+elkander zoo heel veel niet, daar Java slechts tweehonderd vierkante
+geographische mijlen meer oppervlakte heeft. Het binnenland is
+bergachtig, en de hoogste top heeft eene hoogte van
+vijfentwintighonderd Meters. Tal van rivieren, die uit den aard der
+zaak niet groot kunnen zijn, stroomen naar de kusten, en maken den
+vruchtbaren grond zeer geschikt voor den landbouw. Suiker, koffie,
+katoen, tabak, cacao, indigo, maïs, rijst, ananassen, bananen,
+allerlei zuidvruchten en kostbare houtsoorten zijn de tegenwoordige
+voortbrengselen uit het plantenrijk. Als men echter weet, dat slechts
+het elfde deel van de heele oppervlakte des eilands vrij goed bebouwd
+wordt, en dat de overige tien elfde deelen zoo goed als geheel
+verwaarloosd worden, dan springt het terstond in het oog, dat de
+Spanjaarden van deze heerlijke bezitting al heel weinig voordeel
+trekken.
+
+De vraag der eerste ontdekkers: »Is er goud?« besliste over het
+toekomstige lot van alle landen, die door de Spanjaarden ontdekt
+werden.
+
+Op eene vraag, die men eens aan Cortez deed, waarom de Spanjaarden
+toch zoo altijd naar goud verlangden, luidde het antwoord: »Wij lijden
+aan eene ziekte, waartegen goud het eenige geneesmiddel is.« En zóó
+was het. De goudkoorts was Spanjes ziekte, en het scheen, dat zij zich
+verhief, naarmate men het geneesmiddel meer vond.
+
+»Is er goud?« Men kon die vraag nu niet aan de inboorlingen doen, want
+dezen lieten zich aanvankelijk niet zien. Nu stuurde Columbus eenige
+gewapende mannen, vergezeld van een paar eilanders van San Salvador,
+het binnenland in.
+
+De mannen drongen meer dan zestig mijlen landwaarts in, en toen ze
+terugkwamen, deelden ze aan hunne nieuwsgierige makkers mede: »Het
+land is buitengewoon vruchtbaar, zeer goed bebouwd, en vol prachtige
+bosschen. Wij zijn op een dorp geweest, en werden daar niet alleen
+vriendelijk ontvangen, maar men kuste ons zelfs de voeten, als wilde
+men ons goddelijke eer bewijzen. Zij gaven ons volop te eten, en wel
+een soort van wortels, die, als ze gekookt waren, in smaak veel
+geleken op kastanjes. Het brood, dat we kregen, was uitnemend om te
+eten, en gebakken van een meel, dat ze »cassave« noemden. Wilde dieren
+hebben we nergens gezien, ja, we ontdekten zelfs geene andere
+viervoetige dieren dan eene soort van honden, die niet kunnen blaffen,
+en diertjes, die wel wat op konijnen geleken.«
+
+»»En is er goud?««
+
+»De inwoners van het dorp liepen niet zoo naakt, als die van San
+Salvador, maar hunne hutten waren zeer eenvoudig, ja, bijna armoedig
+ingericht. Slechts door den neus droegen velen een gouden staafje. Wij
+hebben eenigen van hen overgehaald, om ons te volgen. Daar zijn de
+lieden; oordeelt nu zelf!«
+
+De medegebrachte inboorlingen werden voor Columbus gebracht, en nadat
+deze, met behulp der tolken, wat evenwel nog zeer gebrekkig in zijn
+werk ging, hun een en ander gevraagd had, wees hij op de gouden
+neusstaafjes, en vroeg: »Vanwaar krijgt gij dat goud?«
+
+De inboorlingen antwoordden: »Uit Cubanacan,« wat beteekende: »Uit het
+binnenland van ons eiland.«
+
+Columbus, die niet beter wist, dan dat hij werkelijk de eilanden, die
+ten oosten van Azië lagen, bereikt had, en die Cuba voor Zipangu
+hield, meende nu uit »_Cubanacan_« te moeten verstaan: »_Groot-Khan_«.
+
+Thans was, indien hij nog bestond, alle twijfel opgeheven. Dit eiland
+wás Zipangu, en ten zuiden lag het goudland. Dat kon niet anders zijn
+dan Kataï, want daar woonde immers de »Groot-Khan«?
+
+Al heel spoedig echter werd Columbus tot eene andere dwaling gebracht.
+
+Drie der tolken, die aanboord van de »Pinta« waren, herkenden het land
+zeer goed, en nu zeiden ze tot Martin Alonzo Pinzon, dat achter de
+kaap, die daar voor hen lag, eene rivier was, en slechts vier
+dagreizen daarvan verwijderd was het zoogenaamde »Cubanacan«.
+
+Pinzon gaf hiervan aan Columbus terstond bericht, en nu redeneerde
+deze: »Als vier dagreizen van deze rivier Cubanacan gevonden wordt,
+dan is dat niet het eiland Zipangu, maar dan hebben we het vasteland
+van Azië vóór ons, en bevinden we ons in de nabijheid van het machtige
+Tataarsche rijk Kataï.«
+
+Hij vatte het plan op om er heen te zeilen en dan een Gezantschap naar
+den Groot-Khan te zenden, doch hoe men zocht, nergens werd eene
+geschikte ankerplaats gevonden, zoodat de reizigers weder den steven
+wendden naar de plaats, die ze verlaten hadden.
+
+Onder den ruilhandel, die andermaal gedreven werd, vernam Columbus,
+dat de Vorst van het land vier dagreizen ver in het binnenland woonde,
+en nu besloot hij, er toch een Gezantschap heen te zenden.
+
+Bij hem aanboord diende Louis De Torres, een bekeerde Israëliet, die
+niet alleen Hebreeuwsch en Chaldeeuwsch, maar zelfs Arabisch verstond.
+Aan het Hof van den »Groot-Khan« zouden er stellig zijn, die ook
+Arabisch spraken, en daarom werd De Torres met nog een' anderen
+Spanjaard uitgezonden om den »Groot-Khan« de komst bekend te maken van
+een' Afgezant van den machtigen Koning van Aragon en de Koningin van
+Kastilië. Voor de zekerheid gaf Columbus echter ook een' der tolken
+mede.
+
+Na verloop van eenige dagen keerde De Torres terug, met het
+teleurstellende bericht, dat hij den Vorst gezien had, maar dat hij
+niet met hem had kunnen spreken. Dit had de tolk moeten doen, en het
+was geen wonder, want van den »Groot-Khan« was geene sprake. Inplaats
+van de groote stad »Quin-sai«, waar alles van goud, zilver, diamanten
+en parelen moest blinken, hadden ze een dorp gevonden van hoogstens
+vijftig ellendige hutten. De bewoners, ten getale van ongeveer duizend
+zielen, liepen ook bijna geheel naakt, en de Koning van het land was
+een alledaagsch man, zonder eenige uiterlijke teekenen van zijne hooge
+waardigheid. Het merkwaardigste, dat ze gezien hadden was, dat de
+inboorlingen droge bladeren, die ze »tobacco« noemden, in elkander
+rolden, in den mond en dan inbrand staken om den rook in wolken uit te
+blazen. Zij waren met allerlei eerbewijzen ontvangen, dat was waar;
+men had hen, als boden des hemels of zonen der goden vereerd, dat was
+óók waar. Het land was verder overal even schoon, en vruchtbaar, vol
+prachtige boomen, bloemen, vruchten en veldgewassen, het kon niet
+tegengesproken worden, maar--van goud, zilver, diamanten of parelen
+was geene sprake. Om Columbus te overtuigen van de waarheid van
+hetgeen ze zeiden, hadden ze drie mannen uit het dorp medegebracht.
+
+Dit was dus eene nieuwe teleurstelling, en daar de nachten koel
+begonnen te worden, vreesde hij, dat hij in den winter vervallen zou,
+zoo hij in bijna noordelijke richting voortzeilde. Men keerde dus
+terug, en voer naar het Oostzuidoosten zonder het eiland ergens aan te
+doen. Op dien tocht had Columbus met veel tegenwind te worstelen, en
+toen hij eindelijk ten oosten van Cuba weer aan alle kanten de zee
+had, ontdekte hij ver in het Zuidoosten land. Hopende dat dit het
+verlangde rijk van den »Groot-Khan« zijn zou en dat daar het goudland
+was, zeilde hij er heen, doch een sterke tegenwind dreef hem ver van
+den koers. Opeens ook ontdekte hij, dat de »Pinta« afhield, en hoe er
+ook geseind werd, niet terugkwam. Intusschen viel de avond, doch toen
+den volgenden dag de zon opkwam, was de »Pinta« verdwenen.
+
+Columbus zeide, dat Martin Pinzon niet tegen wind en zee had kunnen
+opwerken, en nu, ver van het land geslagen, misschien wel verloren
+was.
+
+Hij vergiste zich echter. Een der tolken had op zijne manier zoo
+duidelijk het goudland aangewezen, dat Martins hebzucht overhand kreeg
+over de vriendschap. Hij had besloten op eigen gelegenheid, en zonder
+Columbus, dat goudland op te zoeken.
+
+Andere geschiedschrijvers stellen het zóó voor, alsof Columbus zeer
+goed wist, wat zijn Onder-bevelhebber in het schild voerde. Hij
+vreesde evenwel, zoo zegt men, dat mogelijk ook Vicente het voorbeeld
+zijns broeders zou volgen, als hij wist, dat Martin het waagde, den
+Admiraal ongehoorzaam te zijn. Mogelijk zou zelfs het volk van de
+»Santa Maria« daardoor oproerig durven worden. Door nu te vertellen,
+dat de »Pinta« door storm en hooge zeeën uit den koers geslagen en
+denkelijk verloren was, kon hij die ongehoorzaamheid voorkomen. Toen
+later Martin weer bij Columbus kwam, liet de laatste echter niet
+blijken, dat hij hem wantrouwde, hoewel dit toch wel degelijk het
+geval was. Dit bleek later uit Columbus' daden.
+
+Pas den vijfden December kwam Columbus bij dat nieuwe land aan. Het
+duurde lang eer hij eene geschikte plaats kon vinden om er te ankeren,
+en op dien tocht langs de kust zag hij dat het ook een schoon en
+vruchtbaar land was met bergen, die met verbazend groote en trotsche
+wouden overdekt waren.
+
+Eindelijk zag hij eene kleine baai, die hij binnenliep. De enkele
+inboorlingen, die men af en toe gezien had, hadden allen de vlucht
+genomen, doch ten slotte wisten de matrozen zich meester te maken van
+eene jonge vrouw, die ze bij Columbus brachten.
+
+De Admiraal begreep dat hij door middel van deze vrouw met de
+inboorlingen misschien vertrouwelijk zou kunnen worden. Hij vroeg haar
+niet veel, doch gaf haar eenige glazen koralen en een paar andere
+kleinigheden en liet haar toen weer teruggaan.
+
+Dat middel had geholpen, want nu kwamen de bewoners spoedig van alle
+kanten opdagen om ruilhandel te drijven. Met de meeste vriendelijkheid
+en gastvrijheid boden ze den Spanjaarden cassave-brood, visschen en
+vruchten. Zij waren blanker en schooner van gestalte dan alle
+inboorlingen, die men tot op dit oogenblik gezien had, doch ze liepen
+ook bijna naakt, en schenen niet alleen zeer onwetend, maar ook zeer
+arm te zijn, en het gebruik van het ijzer kenden ze niet, want hunne
+wapenen bestonden slechts uit eene soort van lansen, die aan de punt
+van eene scherpe, doch groote vischgraat voorzien waren.
+
+Op de vraag hoe hun land heette, gaven ze ten antwoord: »Haïti«.
+
+Columbus nam er weer plechtig bezit van, en noemde het »Hispaniola« of
+»Klein Spanje«. Later gaf hij het den naam van »San-Domingo«.
+
+Hoe vriendschappelijk ook door de inboorlingen ontvangen, er ontbrak
+wat aan. Hoe schoon het eiland, van de kusten gezien, ook schijnen
+mocht, er haperde wat aan.
+
+Men vond slechts weinig goud.
+
+Blijkbaar waren de bewoners zeer vredelievende menschen, die tevreden
+en gelukkig leefden te midden van eene onuitputtelijk rijke natuur, en
+onder het bestuur van een' Vorst, die den titel van Kazike droeg, en
+die geen tiran of dwingeland, maar een zachtzinnig en goed man was.
+Wat wilde men meer?
+
+Ja, dat die onnoozele menschen tevreden en gelukkig waren, wilden de
+Spanjaarden wel aannemen, zulke onbeschaafde wezens hadden ook zooveel
+niet noodig, en de staat van onbeschaafdheid, waarin zij leefden,
+maakte ook de behoeften zeer gering. Maar zij, de beschaafde
+Spanjaarden, hadden een heel ander begrip van het woord _behoefte_, en
+om aan die behoeften te voldoen, hadden ze goud, zilver, parelen of
+diamanten noodig. En juist dát alles vonden ze hier niet, en daarom
+togen ze steeds verder langs de kust, overal zoekende, overal vragende
+naar goud en naar niets anders dan goud.
+
+Op dien tocht liepen ze eene kleine, natuurlijke haven binnen, en
+hoewel de bewoners aanvankelijk zeer schuw waren, gelukte het den
+Spanjaarden toch ook met hen vertrouwelijk te worden. Columbus kreeg
+zelfs een bezoek aanboord van een' jongen Vorst of Kazike, en deze
+vereerde den Admiraal een' sierlijk afgewerkten gordel en twee stukken
+goud. Inruil hiervoor gaf Columbus hem een' lap laken, een paar
+schoenen van gekleurd leder, eene flesch met water van oranjebloesem
+en eenige glazen koralen. Meer dan elders lachte deze schoone streek
+den Spanjaarden toe, zoodat ze besloten er eene soort van vestiging te
+bouwen, waar men vertoeven kon, als men niet aanboord was. Midden op
+het dorpje, als men de verzameling van huizen althans zóó noemen mag,
+maakten ze bovendien een zeer groot houten kruis, en zoowel aan het
+woonhuis, als aan het kruis, arbeidden de inboorlingen trouw mede. Ja,
+toen het kruis klaar was, en de Spanjaarden er voor nederknielden,
+bogen ook de goedhartige en eenvoudige inwoners de knieën. Was het
+wonder, dat Columbus, dit ziende, overtuigd was, dat de prediking van
+het Evangelie hier in vruchtbare aarde vallen zou?
+
+Eenige dagen daarna, het was op den tweeëntwintigsten December,
+ontving Columbus een bezoek van Guacanagari, blijkbaar den
+voornaamsten Vorst van het heele eiland. Vooraf echter kwam de eerste
+dienaar van dien Vorst en gaf den Admiraal, uit naam van den Kazike,
+eenige geschenken. Tot die geschenken behoorde een gordel, waaraan
+gekleurde balletjes en kunstig bewerkte beentjes waren, en verder was
+er ook bij een houten menschenhoofd, met ooren, neus en tong van goud.
+Na deze geschenken te hebben overgereikt, verzocht hij Columbus aan
+het verzoek van den Kazike te willen voldoen, door met zijne schepen
+een weinig oostelijker eene baai binnen te loopen.
+
+Columbus voldeed hieraan, en zoodra hij binnen de bedoelde baai lag,
+zond hij eenigen van zijn volk naar de plaats waar de Kazike
+waarschijnlijk zijne residentie had en de Afgezanten wachten zou.
+
+De Spanjaarden werden met allerlei bewijzen van eerbied en hoogachting
+ontvangen, en toen de Kazike aan ieder hunner een katoenen kleed
+gegeven had, kwamen ook de inboorlingen aandragen met eene groote
+menigte van de heerlijkste vruchten.
+
+De Kazike had de Afgezanten gaarne bij zich willen houden, doch dezen
+waren verplicht om naar hunne schepen terug te keeren. Bij hun vertrek
+gaf hij hun voor den Admiraal eenige tamme papegaaien en een paar
+stukken goud mede.
+
+Terwijl de Afgezanten op bezoek bij den Kazike waren, kwamen talrijke
+kano's langszij de schepen van Columbus, en alle inboorlingen, die hem
+het een of ander aanboden, verzekerden hem, dat het land niet alleen
+schoon en vruchtbaar, maar ook buitengewoon rijk aan goud was. Zij
+hadden bij het noemen van goud naar het Oosten gewezen, en den naam
+»Cibao« genoemd.
+
+Later bleek het, dat dit Cibao eene streek in het midden van hun
+eiland was, welke ten oosten van deze baai lag. Columbus echter bracht
+alles, wat hij hoorde of zag, in verband met de Indiën, en de namen
+van volken, landen en steden, welke genoemd werden in de
+reisbeschrijving van Marco Polo. Zoo verwarde hij »Cibao« met
+»Zipangu«, en die verwarring ontstond nog te eer, omdat de eenvoudige
+Haïtiërs hem mededeelden, dat de Kazike van dat land gouden huizen en
+gouden banieren had.
+
+Wie zich over de onnoozelheid van Columbus verbaast, waar deze van
+Cibao,--men spreekt de _ao_ uit als onze _ou_,--eenvoudig Zipangu
+maakte, vergeet, dat het spreken met deze menschen nog zeer gebrekkig
+ging, daar men in een paar maanden tijds geene vreemde taal leert in
+een land, waar zelfs, voor de bezoekers, kunst- en
+natuurvoortbrengselen vreemd zijn.
+
+Dit land Cibao, of zooals hij dan dacht, Zipangu, wilde hij opzoeken,
+en daartoe verlieten de schepen weer de baai. Nauwelijks echter was
+men buiten, of de Stuurman van de »Santa-Maria«, die met de klippen en
+riffen van het vaarwater onbekend was, liet zijn schip op eene blinde
+klip loopen. Het zat muurvast, en tot overmaat van smart bleek het
+weldra, dat het ook gebroken was. Thans was het »haast-je, rep-je,« om
+alles, wat aanboord was, op de »Nina« over te brengen, en daar de wal
+gelukkig nog gemakkelijk te bereiken viel, zoo werden daar tal van
+voorwerpen gebracht, waarvoor op de »Nina«, die zeer klein was, niet
+zoo dadelijk plaats kon gevonden worden. De goedige Haïtiërs, die
+getuigen van de ramp waren geweest, bewezen, bij het bergen, met hunne
+kano's goede diensten.
+
+Het verlies van de »Santa Maria« was voor Columbus bijna eene
+onherstelbare ramp, vooral nu de »Pinta«, die bijna even groot als het
+verloren Admiraalsschip was, hem verlaten had.
+
+Hoe Columbus over de Haïtiërs dacht, vooral na deze schipbreuk, blijkt
+uit hetgeen hij schreef in het Journaal, dat hij aan Ferdinand en
+Isabella wilde geven.
+
+»Zoo liefderijk, zoo meegaande en zoo vreedzaam zijn deze eenvoudige
+lieden, dat ik aan Uwe Majesteiten de plechtige verzekering geef, dat
+er op heel de aarde geene betere menschen zijn, en dat er nergens
+eenig land is, dat beter zou kunnen genoemd worden. Zij hebben hunne
+naasten lief, als zichzelven, en uit al hunne gesprekken straalt
+liefelijkheid en zoetheid. Hun mond heeft steeds een' vriendelijk
+lachenden trek, en al loopen ze ook bijna naakt, toch zijn ze in al
+hunne manieren onberispelijk en betamelijk.«
+
+Zeer neergedrukt door het verlies van de »Santa-Maria« zat den
+achtentwintigsten December Columbus in de kleine kajuit van de »Nina«,
+toen de goedhartige Kazike Guacanagari hem kwam bezoeken, en deze had
+zooveel medelijden met het leed des Admiraals, dat hij zijne tranen
+niet weerhouden kon.
+
+Terwijl beide mannen daar bij elkander zaten, kwamen er matrozen in de
+kajuit, die zeiden dat er inboorlingen uit het Zuiden des lands
+gekomen waren, om stukjes en klompjes goud te verruilen tegen kleine
+valken-belletjes. Deze belletjes had Columbus vóór dien tijd al eens
+gegeven, en het scheen wel, dat de Haïtiërs hierop zeer gesteld waren;
+men zegt, dat ze op de maat van die belletjes godsdienstige dansen
+uitvoerden.
+
+Op het hooren van dit belangrijke bericht verhelderde Columbus'
+gelaat, en de verbaasde Guacanagari vroeg waardoor dit kwam.
+
+Columbus deelde het hem mede, en eenigszins minachtend haalde nu de
+Kazike de schouders op, en zeide, dat er op grooten afstand in het
+gebergte zooveel goud te vinden was, dat men er weinig waarde aan
+hechtte. Gaarne wilde hij zorgen, dat de Admiraal hiervan een' goeden
+voorraad kreeg. Ook Guacanagari noemde dat land »Cibao«, en natuurlijk
+was het, dat Columbus nu alweer aan Zipangu dacht. Maar in alle
+gevallen, Columbus sloeg dat aanbod niet af, en beloofde den Kazike
+den volgenden dag bij hem een bezoek te zullen brengen. Dit geschiedde
+ook, en toen de overvloedige maaltijd afgeloopen was, en de Kazike
+door zijne onderdanen eenige spelen liet uitvoeren, gaf Columbus bevel
+aan een' der zijnen om vanboord een' Moorschen boog met pijlkoker te
+halen, en dan meteen den Kastiliaan mede te brengen, van wien het
+bekend was, dat hij een uitnemend boogschutter was. Toen deze voor den
+Vorst en zijne onderdanen de noodige proeven geleverd had van hetgeen
+er met dit wapen kon gedaan worden, waren de Haïtiërs opgetogen van
+verbazing en verwondering, en de Kazike zeide, dat, als zijne
+onderhoorigen ook zulke wapenen hadden, die dan menigmaal te pas
+zouden komen.
+
+»Of ze dan zooveel oorlog voerden?« vroeg Columbus.
+
+»Nooit,« antwoordde Guacanagari. »Maar ver uit het Zuiden komen vaak
+de Caraïben, in kano's, van hunne eilanden om ons hier te vangen, te
+slachten en te verslinden. Wij kunnen geene tegenweer bieden en niets
+anders doen dan in onze bosschen vluchten.«
+
+Thans werd het Columbus duidelijk waarom de Cubanen en ook de Haïtiërs
+zoo schuw waren en van het strand vluchtten, zoodra ze de schepen
+zagen. Men zag hen aan voor Caraïben. Dat de bewoners van Guanahani
+heel anders gehandeld, en veel minder vrees betoond hadden, kwam
+zeker, omdat de Caraïben het niet waagden met hunne kano's zich zoo
+ver in zee te begeven.
+
+Intusschen bracht de geheel argelooze mededeeling van den Kazike den
+Admiraal op een denkbeeld.
+
+Hij was nu al zoo lang uit Spanje afwezig geweest, en het werd tijd om
+weer terug te keeren, niet alleen om verslag van zijne ontdekkingen te
+doen en de belooningen te ontvangen, welke hij geëischt had, maar ook
+om nieuwe schepen te krijgen. Met de kleine »Nina« kon hij niets van
+belang uitvoeren, en bovendien, waar moest hij al het volk bergen en
+wáár alles laten, wat op de »Santa-Maria« geweest was?
+
+Als hij hier eens eene sterkte liet bouwen en een deel van de
+bemanning achterliet, als bezetting? De kanonnen, het kruit, de kogels
+en de wapenen, die op de »Santa-Maria« geweest waren, konden dan in
+het fort blijven, en de »Nina« kreeg daardoor laadruimte vrij, en deze
+had hij hard noodig. Hij wilde toch aan Ferdinand en Isabella een en
+ander uit die vreemde wereld laten zien. Ze zouden hem dan beter
+gelooven, en zijn' tegenstanders zou hij er het zwijgen door opleggen.
+
+Hij deed Guacanagari dit voorstel en vol vreugde nam deze het aan,
+waarop men terstond aan het bouwen ging van het houten fort. De
+onnoozele Haïtiërs, door den Kazike onderricht, welk een groot
+geschenk de »Zonen der zon« hun geven wilden, hielpen met alle macht
+aan den bouw mede, en binnen een paar dagen was het fort, dat van
+Columbus den naam van »La Navidad« kreeg, voltooid. Om te laten zien
+welk eene uitwerking het geschut had, liet Columbus een paar kanonnen
+afschieten. Doodelijk verschrikt zagen de Haïtiërs welke vreeselijke
+verwoestingen de kogels konden aanrichten, maar ze begrepen ook, dat
+ze onder bescherming van zulke wapenen tegen de Caraïben volkomen
+bestand waren.
+
+Zoo ongemerkt had de »Nina« toch nog al eene vrij rijke lading
+ingekregen, welke lading nog in waarde won door het vreemde waaruit ze
+bestond, want wat Columbus ook van de Westkust van Afrika te Lissabon
+had zien binnenkomen, en wat hij ooit in Genua gezien had, dat uit de
+Indiën aangevoerd was, nooit had hij gezien, wat hij aanboord had, en
+zijn volk ook niet.
+
+Toch bleef Columbus standvastig in zijn geloof, dat hij de Indiën
+gevonden had, al weersprak dit ook bijna de heele lading. Het moet
+inderdaad vreemd genoemd worden, dat Columbus zelf dat niet inzag.
+
+Veertig mannen, die zichzelven daartoe vrijwillig aangeboden hadden,
+liet hij als bezetting van »La Navidad« achter, en den vierden Januari
+van het jaar 1493 verliet de »Nina«, onder het gebulder der
+saluutschoten, het heerlijke eiland Haïti of Hispaniola, met zijne
+hartelijke bewoners.
+
+Twee dagen na zijn vertrek ontmoette Columbus de »Pinta«, die, zooals
+later bleek, een' vruchteloozen tocht gedaan had. Columbus deed, alsof
+hij de verontschuldigingen van Martin Pinzon aannam, en zeilde langs
+Haïti verder, hier en daar nog eenige baaien binnenloopende, om
+ruilhandel te drijven, en ten slotte om zich van een' goeden voorraad
+cassave-brood en water te voorzien.
+
+Den zestienden Januari staken de »Nina« en de »Pinta« den Oceaan in,
+doch nu op eene hoogere breedte dan ze gekomen waren, zeilden ze het
+Oosten in.
+
+Aanvankelijk was de wind voor den terugkeer niet gunstig, doch daar
+het weder voortdurend goed en zonnig was, maakte niemand zich
+ongerust. Langzaam stak men de breede wateren over, en reeds had men
+de Azorische Eilanden in het gezicht, toen de twee schepen door een'
+woedenden storm overvallen werden. Dagen lang werden de vaartuigen
+heen en weer over de baren geslagen. De »Nina«, een oud en slecht
+schip, liep het grootste gevaar, en, alsof het werk sprak, van de
+»Pinta« was geene hulp te verwachten, want die was alweer verdwenen.
+Vergaan was ze niet, dat wist ieder van Columbus' mannen, die evenwel
+geen van allen gissen konden, dat Martin Alonzo Pinzon ten tweeden
+male opzettelijk de »Nina« verlaten had.
+
+Columbus echter doorgrondde dien man volkomen. Martin zou beproeven,
+met zijn sterk schip Spanje te bereiken, want de »Nina« moest, naar
+zijne meening, stellig vergaan. Dan zou Martin ten Hove ijlen, en daar
+mededeelen, dat hij, en niet Columbus, de Indiën op de westelijke
+vaart gevonden had.
+
+Nu, _moest_ de »Nina« vergaan, dan zou ook de Admiraal zijn graf in de
+golven vinden, en hij zou er geene schade bij kunnen hebben, als een
+ander de eer der ontdekking zich toeëigende.
+
+Maar Columbus was bij al zijne deugden zeer eerzuchtig, en hij wilde,
+dat ook na zijn' dood zijn' naam met eere zou genoemd worden door
+Spanjaard en vreemdeling, door vrienden en tegenstanders.
+
+Of die eerzucht alleen sprak?
+
+Columbus was ook Vader, en hij had te Cordova op eene der
+kloosterscholen zijne twee zoons achtergelaten om hen op te voeden en
+te onderrichten in alle wetenschappen, en wanneer nu een ander de eer
+kreeg, de Indiën gevonden te hebben, wat zou er dan van zijne kinderen
+worden?
+
+Neen, bij al de eerzucht, die hem beheerschte, sprak ook de
+Vaderliefde, die hem bezielde, en die Vaderliefde denkelijk nog wel
+het meest.
+
+Hij haalde het Journaal, dat hij voor Ferdinand en Isabella zoo trouw
+bijgehouden had, nam er, onder het schommelen en slingeren van het
+machtelooze schip, een afschrift van, en schreef daaronder een roerend
+slot, een afscheid aan de wereld. Hij deed dit op perkament, wikkelde
+het in eene waterdichte stof en verzegelde het. Daarop liet hij het in
+eene ton kuipen en--het werd aan de golven toevertrouwd. Het
+origineele Journaal werd op dezelfde wijze ingepakt en in eene ton
+gedaan, welke aanboord bleef. Verging de »Nina«, deze ton zou óók
+drijven, en waar uit de »Indiën« zoo menigmaal voorwerpen op Madeira
+of Porto-Santo waren aangedreven, daar zou toch wel ééne van die twee
+tonnen ook in handen van Europeanen komen.
+
+Deze maatregelen van voorzorg waren evenwel niet noodig geweest. De
+storm bedaarde, en hoewel met zware averij, de »Nina« bleef behouden.
+Ze kwam op het eiland Santa-Maria aan, en velen der bemanning
+verlieten daar het schip, om in de Kerk God voor hunne redding te
+danken. De Portugeesche Gouverneur, meenende, dat de Spanjaarden naar
+Guinea geweest waren, waar ze volgens het besluit van den Paus niet
+mochten komen, liet deze mannen gevangennemen, doch toen Columbus de
+zaak opgehelderd had, werden ze weer vrijgelaten en de terugreis werd
+voortgezet. Andermaal werd echter, den derden Maart, de »Nina« door
+een' vreeselijken storm aangevallen, en de Admiraal was genoodzaakt de
+Taag binnen te loopen. Zoo was hij dan andermaal te Lissabon, waar
+zijne komst alle gemoederen in beweging bracht, vooral toen men zag,
+niet alleen welke waren en handels-artikelen, maar ook welke vreemde
+menschen en dieren hij aanboord had.
+
+Al heel spoedig ontwaarde Columbus, dat de Portugeezen heel ontstemd
+waren, dat de Spanjaarden den weg door het Westen naar de Indiën
+gevonden hadden. Eenige aanzienlijke mannen sloegen Koning Johan II
+zelfs voor, den gehaten Columbus te overvallen en te dooden, doch de
+Koning, hoeveel spijt hij ook mocht hebben, dat hij indertijd
+Columbus' voorstel niet aangenomen had, wilde van zulk eene
+laaghartige handelwijze niets weten. Integendeel hij vereerde den
+moedigen en stouten ontdekker eene som van twintig ducaten, die hij
+aan den Stuurman der »Nina« moest uitkeeren, en den dertienden Maart
+vertrok Columbus uit Lissabon. Twee dagen later kwam hij te Palos aan.
+Het was de vijftiende Maart van het jaar 1493, en ontegenzeglijk mag
+deze datum een der merkwaardigste uit de Spaansche geschiedenis
+genoemd worden. Niet zoodra was het schip in het gezicht, of het heele
+stadje liep naar de haven.
+
+Nauwelijks lag het schip aan den wal gemeerd, of Columbus gaf gehoor
+aan den aandrang van zijn vroom gemoed. Gevolgd door zijne
+schepelingen begaf hij zich terstond naar de kerk om God voor Zijne
+bescherming te danken. Spoedig was bekend geworden, dat Columbus de
+Indiën werkelijk ontdekt had, en de heele stad werd vervuld van het
+gejuich der opgetogen bewoners. Alle werkzaamheden werden gestaakt; de
+handelaars sloten hunne winkels, en, als op een' hoogen feestdag,
+werden alle klokken geluid. Geen' Koning kon meer eer bewezen worden
+dan Columbus tendeel viel.
+
+Het eerste werk van den Admiraal, welke titel hem nu ten volle
+toekwam, was te vernemen, waar het Hof zich thans ophield, en toen hem
+gezegd was, dat de Koning en de Koningin zich te Barcelona bevonden,
+was hij aanvankelijk van voornemen om met de »Nina« er heen te zeilen.
+Daar het vaartuig op de reis echter veel geleden had, zag hij van dat
+plan af, en besloot hij, de reis naar de residentie over land te
+maken. Aan den avond van denzelfden dag kwam ook de »Pinta« te Palos
+aan. Voortgejaagd door den storm, of met opzet Columbus
+vooruitgezeild, was Martin Alonzo Pinzon toch zóó afgedwaald, dat hij
+te Bayonne in Frankrijk aangekomen was. Terstond stuurde hij eene
+boodschap naar Koning Ferdinand om dezen bekend te maken, dat de
+Indiën gevonden waren, en hem meteen te vragen of hij aan het Hof
+komen mocht om verslag van de ontdekking te doen. Of Pinzon nu
+werkelijk geloofde, dat Columbus en de zijnen in den storm omgekomen
+waren, dan wel of hij de eer der ontdekking zich wilde toeëigenen, is
+nog altijd de vraag. De vreemde handelwijze van dezen Pinzon doet
+evenwel het vermoeden aan de hand, dat hij Columbus onderkruipen
+wilde. Koning Ferdinand, die waarlijk den Genuees niet al te zeer
+genegen was, schijnt ook begrepen te hebben, dat Pinzons handelwijze
+niet in den haak was, want hij liet hem weten, dat hij wel aan het Hof
+verschijnen mocht, doch alleen in het gevolg van den Admiraal. Zoo nu
+deze Pinzon hoopte toch nog voor den Koning te zullen verschijnen, als
+ontdekker van de Indiën, omdat Columbus omgekomen was, dan zal die
+hoop wel dadelijk verdwenen zijn, toen hij des avonds te Palos kwam,
+en daar niet alleen de »Nina«, maar ook den Admiraal vond. Hij trok,
+naar het schijnt, zijn' tegenspoed zich zóó aan, dat hij kort daarop
+stierf.
+
+Nauwelijks van de vermoeienissen uitgerust, begaf Columbus zich nu
+over Sevilla op reis naar Barcelona. Dat moet voor den man een
+onvergetelijke tocht geweest zijn, want overal waar hij doortrok, werd
+hij als een machtig Koning ontvangen. Niet te ontkennen is het, dat
+Columbus zelf aan zulk eene ontvangst medewerkte, want al wat hij in
+die vreemde gewesten gevonden en naar Spanje medegebracht had, werd
+voor hem uitgedragen. Zelfs zes Indianen openden den tocht, en hadden
+met hunne beschilderde of gekleurde huid, en hun hoofdtooisel van
+vogelvederen buitengewoon veel bekijks.
+
+[Illustratie: Ontvangst van Columbus in Barcelona.]
+
+Het is eigenaardig, dat men zich altijd vergist heeft met te beweren,
+dat de oorspronkelijke bewoners van Amerika geboren roodhuidige
+menschen zijn. Dr. H. F. C. Ten Kate Jr. zegt in zijn »Reizen en
+onderzoekingen in Amerika«: »Eens en voor al moet ik hier wijzen op de
+onjuistheid der benaming »Roodhuiden«, eene benaming, die niet alleen
+zeer populair is, maar die zelfs haar' weg in wetenschappelijke werken
+heeft gevonden. De Indianen hebben geene roode huid, evenmin als
+Hindoes, Javanen, Maleiërs of Polynesiërs, en ik geloof, dat men
+veilig kan aannemen, dat de Noord-Amerikaansche Indianen al de
+huidschakeeringen hebben van de zoo even genoemde rassen, en dikwijls
+zelfs lichter van kleur zijn. Bij de Moqui- en Zuïn-Indianen heb ik
+vrouwen gezien, die eene lichtere gelaatskleur hadden dan menige van
+hare zusters in Zuid-Europa. Het is echter de gewoonte, die bij zeer
+vele Indiaansche stammen bestaat, om zich het gelaat gedeeltelijk met
+eene roode kleurstof in te smeren, die den onjuisten naam »Roodhuiden«
+in zwang heeft doen komen.«
+
+Wie zou na het lezen van Coopers en Aimards werken gedacht hebben, dat
+er geene geboren »Roodhuiden« waren!
+
+Met dat al verschilden de Indianen toch zooveel van de Spaansche
+bevolking, dat ze iedereen terstond in het oog vielen, en dat ze zelfs
+hem, die nu nog niet gelooven kon, dat Columbus vreemde landen in het
+Westen gevonden had, terstond overtuigden, dat het land, dat zulke
+menschen zag geboren worden, een onbekend land moest zijn. Dat bewezen
+ook de dieren, die in den optocht waren, en vooral de bonte papegaaien
+verkondigden door hunne prachtige vederen, dat ze uit vreemde streken
+kwamen.
+
+Eindelijk naderde Columbus met zijn gevolg Barcelona, en zoodra dit
+den Koning en de Koningin bericht was, begaven ze zich naar het groote
+marktveld, waar men alles voor Columbus' plechtige en schitterende
+ontvangst had laten gereedmaken. Het Vorstelijk paar nam op eene
+tribune plaats, en ten aanschouwe van duizenden nieuwsgierigen mocht
+Columbus zich bij Ferdinand en Isabella neerzetten om verslag van
+zijne reis te doen. Hoogere eer kon Columbus al niet bewezen worden,
+dan te mogen _zitten_ in het bijzijn van zijne Monarchen. Geen wonder
+dat dit eerbewijs onzen Columbus onder de trotsche Spaansche
+Edellieden nog meer vijanden bracht dan hij reeds had. Tegenover dien
+vreemdeling te moeten erkennen dat men zich vergist had, toen men zijn
+plan eene hersenschim noemde, was al erg genoeg, en dan nog te moeten
+zien, dat hem een voorrecht vergund werd, hetwelk den meesten onder
+hen nimmer verleend zou worden, dat was om de ergernis ten top te doen
+stijgen. Columbus' vijanden waren evenwel zoo wijs om in die eerste
+dagen van algemeene geestdrift te zwijgen. Ze begrepen, dat ze hem dan
+nog meer tot den man van den dag zouden maken. Ze kenden Koning
+Ferdinand ook te goed, om niet te weten, dat diens geestdrift voor den
+Genuees spoedig genoeg bekoeld zou zijn, en daarom zouden ze hun' tijd
+wel afwachten. De latere lotgevallen van Columbus zullen bewijzen, dat
+zijne vijanden volkomen hun doel bereikten. Ze mochten nu ook al niet
+doen, als de vereerders van den »Liguriër«, en hem op alle mogelijke
+wijzen vleien en verheerlijken, ze mochten hem zelfs zoo nu en dan in
+het geheim doen gevoelen, dat ze hem haatten en minachtten, in het
+openbaar hielden ze zich, alsof zij volkomen eenstemmig over Columbus
+dachten, als alle anderen. Of Columbus zich door hen liet verschalken,
+het is niet te denken. Maar hij trok er zich niets van aan, want de
+Koning en de Koningin hadden hem in al de bedongen waardigheden
+bevestigd. Hij was »Admiraal van den Oceaan« en »Onder-koning van de
+Indiën«. En zóó hoog geplaatst, zóó dicht bij den troon staande, en
+zóó gesteund door duizenden en duizenden uit het volk, gevoelde hij
+zich tegen alle aanslagen bestand. Dat wie hoog geklommen is, laag
+vallen kan, bedacht hij niet, en hieraan kon hij ook niet denken. Niet
+door vleierij, niet door slaafsche onderworpenheid, maar door
+grootsche daden had hij dat hooge standpunt bereikt, en--deze daden en
+die, welke hij nog verrichten zou, ze zouden hem handhaven in zijne
+waardigheden, want daden vielen niet weg te cijferen. De geschiedenis
+meldt die gedachten van Columbus niet, maar uit alles, wat hij een
+tijdlang deed, blijkt het dat hij aan geen »laag vallen« dacht.
+
+Het groote nieuws dat de weg naar de Indiën door Columbus gevonden was
+door het Westen in te zeilen, verspreidde zich als een loopend vuurtje
+door al de landen van Koning Ferdinand en Koningin Isabella. Had het
+plan van Columbus bijna allen onverschillig gelaten, nu het bleek, dat
+het plan uitgevoerd was, en dat men, het Westen inzeilende, werkelijk
+in de Indiën kwam, zag men die onverschilligheid opeens verdwijnen en
+plaats maken voor de begeerte om in die verre landen Ridderlijke
+avonturen na te jagen, of zich te verrijken met het goud, dat er in
+overvloed was. Vooral de Spaansche Edelen, die eeuwen lang in een'
+voortdurenden strijd, of, als er geen oorlog was, in veete met de
+Mooren geleefd hadden, waren geboren »mannen van wapenen«. Nu waren de
+Mooren geheel onderworpen, en de meeste Ridders liepen zich op hunne
+landgoederen vervelen. De Indiën brachten uitkomst; dáár konden ze den
+wapenroem van zichzelven en hun geslacht door nieuwe heldendaden
+vermeerderen en verhoogen.
+
+»Wapenroem? Bah!« zoo dachten de kooplieden, wier zaken in wanorde
+waren, of zij, die zonder veel moeite en bijna zonder werken,
+schatrijk wilden worden. Het woord »goud« bracht hen in verrukking, en
+deed bij hen de begeerte ontstaan om te trekken naar die vreemde
+gewesten.
+
+Overal kwam leven, overal beweging, overal een verlangen, om, onder
+aanvoering van Columbus, naar de Indiën te gaan, om daar ridderlijk te
+kampen, gemakkelijk rijk te worden, of om het Evangelie onder de
+Heidenen te verkondigen. Geen wonder was het dus, dat er nu met spoed
+aan eene nieuwe uitrusting gewerkt werd. En thans zouden het geene
+drie scheepjes zijn, tendeele bemand met booswichten, dieven en
+moordenaars! Neen, eene vloot zou men in zee brengen, en deze vloot
+zou bemand worden met de keur van Castiliës Edelen, met de kundigste
+zeelieden en met de meest berekende handelaars. Vrome en ijverige
+Monniken en Geestelijken zouden medegaan, en misplaatste spaarzaamheid
+zou niet aan het woord zijn, waar het gold de vloot van alles te
+voorzien.
+
+De slimme Koning Ferdinand echter trachtte ondertusschen zich van de
+ontdekte landen niet alleen te verzekeren, maar ook alle andere volken
+den pas af te snijden, om door het Westen heen naar de Indiën te gaan.
+Een Pauselijke bul was daartoe voldoende, en daar Paus Alexander VI
+Borgia, een geboren Spanjaard was, en op het oogenblik zelfs in Spanje
+vertoefde, zoo repten Ferdinand en Isabella zich om van die schoone
+gelegenheid gebruik te maken. De Paus, die als een groot Staatsman
+bekend staat, begreep dat het verstandig was om zich naar de begeerten
+van de beide Monarchen te schikken, en door eene bul van den derden
+Mei 1493, en nog door eene andere van den volgenden dag bepaalde hij,
+dat alle ontdekkingen, die door de Spanjaarden in het Westen zouden
+gedaan worden, uitsluitend aan de Kroon van Spanje zouden behooren.
+Eene denkbeeldige lijn, die op honderd Spaansche mijlen afstands ten
+Westen van de Azorische Eilanden en van pool tot pool liep, zou de
+grensscheiding zijn tusschen Oost en West, wat in dit geval beduidde:
+tusschen Portugal en Spanje. Naar den zin van den Portugeeschen Koning
+was dat niet. Het schijnt dat deze begreep, dat die lijn niets te
+beduiden had, en er nog eene tweede noodig was. Immers, als hij het
+Oosten ingaande ook de Indiën vond, en hij vertrouwde dat dit gebeuren
+zou, dan moesten, het kon niet anders, Spanjaarden en Portugeezen op
+een bepaald punt der ronde Aarde elkander naderen? Hij wendde derhalve
+allerlei pogingen aan om die denkbeeldige grenslijn op te heffen. Dit
+gelukte hem evenwel niet, en hij kreeg alleen gedaan, dat bij eene bul
+van den zevenden Juni 1494 die grenslijn verlegd werd tot op
+driehonderd zeventig Spaansche mijlen afstands ten Westen van de
+Kaapverdische Eilanden.
+
+Tot die beslissing hadden de Spaansche Monarchen echter niet gewacht
+met het uitzenden van Columbus op een' tweeden ontdekkingstocht, en
+toen die grenslijn verlegd werd, was Columbus reeds lang andermaal in
+de Nieuwe wereld. Op die tweede reis willen wij hem volgen.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+LASTER EN NAIJVER.
+
+
+Zoodra de eerste gunstige beschikking door den Paus genomen was, begon
+men alle krachten aan het uitrusten der vloot te wijden, en weldra
+lagen in de haven van Cadiz drie groote koopvaardijschepen en veertien
+karveelen te wachten op--geschikte manschappen. Twaalfhonderd mannen
+zouden medegaan, doch de aanvragen om mede te mogen trekken, waren zóó
+talrijk, dat men er nog driehonderd man bij deed. Ongelukkig genoeg
+waren onder die vijftienhonderd menschen slechts zeer weinigen, die
+zeeman van beroep konden genoemd worden, en daar de matrozen zich niet
+zoo gemakkelijk lieten vinden als de avonturiers, zoo werd het nog de
+vijfentwintigste September 1493 eer Columbus kon uitzeilen. Gedurende
+dien tijd had Columbus reeds menigmalen tegenwerking ondervonden.
+Koning Ferdinand had Don Juan Rodriguez De Fonseca benoemd om toezicht
+op de uitrusting te houden en meteen voor het welbesteden van het geld
+te zorgen. Fonseca behoorde tot de geheime tegenstanders van Columbus,
+en eer deze uitzeilde, was het over de bezoldiging van het
+schitterende gevolg des Admiraals tot onaangenaamheden gekomen, daar
+Fonseca en de Betaalmeester, Don Juan De Soria, die bezoldiging
+weigerden uit te betalen. Koningin Isabella bleef hem in deze netelige
+omstandigheden, die tot groote moeielijkheden aanleiding konden geven,
+trouw ter zijde staan, zoodat Columbus triumfeerde, en zich machtig
+genoeg gevoelde om zijn' tegenstanders trotsch het hoofd te bieden.
+
+Terstond na zijn vertrek richtte Columbus den koers naar de Kanarische
+Eilanden. Bij Gomera, op Groot-Kanarië, werd het anker uitgeworpen.
+Men voorzag daar de vloot van versch water en brandhout, nam er
+kalveren, geiten, schapen en varkens aanboord, en zorgde meteen om
+zich te voorzien van allerlei zaden van planten, met het oogmerk, om
+die dieren en planten naar de Indiën over te brengen. Toen de vloot
+gereed was om het Westen in te stevenen, gaf Columbus aan iederen
+Scheepsbevelhebber een' verzegelden brief, met last, dien slechts te
+openen, wanneer zijn schip van de overige schepen afgedwaald was. In
+dien brief zou hij dan kunnen zien hoe hij varen moest om op het
+eiland Hispaniola aan te komen. Er ligt iets geheimzinnigs in deze
+handelwijze van Columbus, dat eenige opheldering behoeft. Columbus
+wilde de _wegwijzer_ blijven, om aan de Spanjaarden de gelegenheid te
+ontnemen, op eigen hand op ontdekkingen uit te gaan en zich daardoor
+bij de Monarchen verdienstelijk te maken. Deze mededingers zouden voor
+het behoud zijner hooge waardigheid gevaarlijk worden, en dat er vele
+Edelen aanboord waren, die hem gaarne den voet lichten zouden, wist
+hij maar al te goed, en zijn broeder Diego, die hem op deze reis
+vergezelde en die meer voor Geestelijke dan Krijgsbevelhebber geschikt
+was, en daardoor bij velen in zekere minachting stond, kon vaak
+ervaren, dat er tal van Edelen en Ridders op de vloot aanwezig waren,
+die slechts gedwongen Columbus als hun' Opperbevelhebber beschouwden,
+en zich aan zijn gezag zouden onttrekken, zoodra zij meenden, dat er
+aan hunne waardigheid van Hidalgo te kort gedaan werd.
+
+De tocht, die door Columbus thans veel zuidelijker gemaakt werd dan op
+de eerste reis, in de hoop de eilanden der Caraïben te zullen vinden,
+waarvan de inboorlingen hem verteld hadden, was vrij voorspoedig. De
+schepen bleven steeds in elkanders gezicht, en den dag, na dien waarop
+men op de heele vloot het feest van Allerheiligen gevierd had, werd
+een eiland ontdekt. Het was het eerste der Caraïbische Eilanden. Men
+ging er niet aan wal, en toen de vlotelingen, ongeduldig om toch aan
+land te gaan, er bij hem herhaaldelijk op aandrongen, gaf hij dit
+eiland den naam van »Deseada«, dat »Verlangen« beteekent. Op den
+Zondag, die daarop volgde, ontdekte men opnieuw een eiland. Columbus
+noemde het naar den dag waarop het ontdekt was, »Dominica«, doch daar
+hij nergens eene geschikte plaats vond om te ankeren, zoo besloot hij
+verder te zeilen, en vond nu achtereenvolgens de eilanden, die hij den
+naam gaf van »Marie Galante« en »Guadaloupe«. Dezen laatsten naam gaf
+Columbus aan dit schoone eiland, omdat hij den Abt van het klooster
+Onze Lieve Vrouwe van Guadaloupe in Estramadura beloofd had, een nieuw
+ontdekt deel der Indiën naar zijn klooster te noemen.
+
+Toen men in de nabijheid van dit eiland eene goede reede gevonden had,
+liet men het anker vallen en begaf een deel der schepelingen zich aan
+wal, om het eiland nader te verkennen. Zoodra de Spanjaarden in booten
+den wal naderden, hadden de bewoners met zooveel overhaasting de
+vlucht genomen, dat ze zelfs eenige kinderen achterlieten. Het volk,
+aan den wal gekomen, deed den kinderen geen leed, integendeel, men gaf
+hun allerlei snuisterijen, vooral belletjes, waarop de Indianen verzot
+waren. Men hoopte door deze kleine geschenken de Ouders te winnen,
+doch dit mislukte. De Spanjaarden zagen evenwel, dat de bewoners van
+dit eiland beschaafder moesten zijn dan die van de eilanden, welke
+Columbus op zijne vorige reis gevonden had. De bouworde der woningen
+was veel doelmatiger, en ook de inrichting van binnen bood meer
+gemakken aan. Tot hunne verbazing vonden ze in eene dezer woningen
+een' achteroploop of hekbalk van een schip van Europeesche makelij.
+Hoe dit hier gekomen was, scheen velen een raadsel, doch Columbus
+vermoedde, dat het afkomstig was van de »Santa-Maria«, die hij, zooals
+we weten, op de eerste reis door schipbreuk verloren had. Zeer wel
+mogelijk kan het ook zijn, dat een Portugeesch schip, door storm
+afgedwaald, hier in de nabijheid van dit eiland vergaan was, en die
+mogelijkheid wordt er grooter op, als we weten, dat de Spanjaarden in
+een der huizen ook een' ijzeren pot vonden. Intusschen bleek uit
+alles, dat de bewoners dezer eilanden menscheneters waren, want
+behalve dat men in de woningen vele bekkeneelen vond, ontdekte men op
+tal van plaatsen ook deelen van menschelijke geraamten. Dat de
+Caraïben menscheneters waren, valt niet tegen te spreken, maar of ze
+het wel in die mate waren, als ze door de Spanjaarden, zelfs van veel
+lateren tijd, afgeschilderd werden, mag betwijfeld worden. Vele
+oorspronkelijke bewoners van Amerika hadden de gewoonte om het
+stoffelijk overschot van bloedverwanten en vrienden in hunne
+onmiddellijke nabijheid te bewaren. Dit kan ook de gewoonte der
+Caraïben geweest zijn. De Spanjaarden hadden echter geene moediger
+tegenstanders dan juist deze Caraïben, en--van zijn' vijand vertelt
+men immers zelden wat anders dan kwaad?
+
+Vruchtbaar was Guadaloupe in hooge mate, doch dat, wat de meesten naar
+de Indiën gedreven had, was er niet. Men vond geen goud. Columbus vond
+dat niet zoo heel erg; want goud zouden ze in overvloed vinden, als ze
+bij het fort La Navidad aangekomen waren. De achtergelaten Kolonisten
+zouden gedurende den tijd zijner afwezigheid van de goedige en
+hartelijke inboorlingen, op de gemakkelijkste wijze, groote schatten
+verzameld hebben. Dat La Navidad trok hem zóó machtig aan, dat hij er
+niet aan dacht om, nu hij de Caraïbische Eilanden gevonden had, ook
+dat groote vasteland op te zoeken, dat volgens de mededeelingen van
+Guacanagari en zijne vrienden in het Zuiden lag. Niet te verwonderen
+is het dus, dat hij zoo spoedig mogelijk het fort wilde opzoeken, en
+zeer ontstemd was, toen hij tegen zijn' zin bij Guadaloupe eenige
+dagen opgehouden werd. Diego Marque, een Kapitein van eene karveel,
+was met acht man aan wal gegaan en niet teruggekomen. Stellig was hij
+in de dichte bosschen van het eiland verdwaald, en hem met de zijnen
+achterlaten, dat kon niet. Na een paar dagen te vergeefs gewacht te
+hebben, bood Alonzo De Hojeda zich aan om met veertig man de vermisten
+op te sporen. Columbus nam dat aanbod aan, en onder de schepelingen
+behoefde men niet lang te zoeken naar veertig man, die onder De Hojeda
+het eiland wilden doorkruisen. Alonzo De Hojeda was de moedigste,
+krachtigste, dapperste en onverschrokkenste avonturier van geheel
+Spanje. De daden van dezen Ridder, die, als knaap, in den oorlog tegen
+de Mooren reeds de sterkste proeven van zijne vermetele dapperheid
+gegeven had, grenzen bijna aan het ongeloofelijke. Vol moed begaven de
+dapperen zich op weg, doch keerden ze terug met allerlei berichten
+over de schoonheid en vruchtbaarheid van dat eiland, de vermisten
+brachten ze niet mede. Nu besloot men de mannen aan hun lot over te
+laten en de ankers te lichten, doch juist terwijl men hiermede bezig
+was, verschenen de verlorenen op het strand, en in een' deerlijken
+toestand, het gevolg van al de ellende, die ze geleden hadden, keerden
+ze op de vloot terug. Voor de overtreding der krijgstucht waren ze
+door al de ellende, waaraan ze dagen lang overgegeven waren geweest,
+stellig genoeg gestraft, maar ze hadden Columbus door het veroorzaakte
+oponthoud verbitterd, en daarom werd Kapitein Diego Marque in arrest
+gesteld, en de acht mannen, die hem vergezeld hadden, werden gestraft
+door het inkorten van hun rantsoen.
+
+Thans echter werd niet langer vertoefd, en vol moed nu spoedig de
+Kolonie te bereiken, richtte men den steven noordwaarts. Talrijke
+eilanden werden nog op die vaart ontdekt, en ieder kreeg een' naam.
+Bij een van die eilanden, door de inboorlingen »Ayay« genoemd,
+geraakten eenige matrozen in een bloedig gevecht met zes Caraïben,
+vier mannen en twee vrouwen. Zelfs toen hunne kano door de boot der
+Spanjaarden overzeild was, zett'en de mannen zoowel als de vrouwen den
+strijd nog voort, en niet dan met groote moeite werden er vijf
+gevangengenomen. Een der Caraïben was gesneuveld. In dit gevecht
+maakten de Spanjaarden ook kennis met de vergiftigde pijlen der
+inboorlingen, want een matroos, die er door gekwetst was geworden,
+stierf korten tijd daarna onder de vreeselijkste pijnen. Vele eilanden
+latende liggen, zette Columbus de reis voort en kwam eindelijk bij een
+groot en schoon eiland, dat door de gevangenen »Boriquen« genoemd
+werd, doch dat van den Admiraal den naam ontving naar Johannes den
+Dooper: »San Juan Baptista«, bij welken naam later nog gevoegd werd
+»de Puerto Rico«, dat zeggen wil: »Van de Rijke Haven«. Tegenwoordig
+kent men het alleen onder den naam van Portorico. Op den tocht van
+Deseada tot hier had men op enkele eilanden eenige vrouwen aanboord
+gekregen, die de vlucht naar de schepen genomen hadden. Door de
+Caraïben gevangengenomen, ontkwamen ze zóó het treurige lot, dat haar
+wachtte. De meeste vrouwen waren van dit eiland afkomstig, en van haar
+vernam Columbus, dat het niet alleen schoon en vruchtbaar, maar ook
+rijk en machtig was, en dat het door één' Kazike bestuurd werd. Eene
+goede ankerplaats gevonden hebbende, ging men er aanwal, en kwam heel
+spoedig bij een dorp, dat er buitengewoon net en welvarend uitzag. Het
+was blijkbaar de verblijfplaats van een Opperhoofd, misschien wel van
+den Kazike. Niemand echter kon hun inlichtingen geven, want bij hunne
+nadering waren de bewoners naar het binnenland gevlucht, en de
+vrouwen, die aanboord waren, schenen niet te weten welk volk er
+woonde. Slechts twee dagen vertoefde Columbus daar, en na eenigen
+levensvoorraad ingenomen te hebben, werd de tocht weer voortgezet. Den
+tweeëntwintigsten November zag men de kusten van een groot eiland, en
+weldra bleek het, dat het Hispaniola was. De grootste vreugde
+heerschte op de vloot, want dat was immers het eiland, dat men als zoo
+schoon, en zoo rijk, zoo groot en zoo machtig had afgeschilderd? Hier
+zouden nu mannen als De Hojeda hunne begeerte naar krijgsroem en
+avonturen kunnen bevredigen. Hier weer zouden ze, als in den strijd
+tegen de Mooren, zich door heldendaden onderscheiden! Hier zouden ze
+het echte leven eens Ridders kunnen leiden! Voor mannen, die gekomen
+waren om hunne verwarde financiën te herstellen, of eenvoudig, om van
+doodarm, schatrijk te worden, zonder er veel voor te doen, was het in
+het gezicht komen van het eiland niet minder eene bron van vreugde. In
+hunne verbeelding zagen ze reeds het blinkende goud bij stapels voor
+zich, en bouwden ze reeds in hunne gedachten kasteelen in Spanje.
+
+Voor hen, die vol vromen ijver medegegaan waren om het Evangelie onder
+de Heidenen te brengen, was de nadering van het eiland eene bron van
+het hoogste genot. Hier zouden zij kerken bouwen, trotsch als de
+Kathedraal van Sevilla! Hier zouden ze, aangehoord door gedoopte
+Christenen, de gewijde gezangen laten weerklinken, en duizenden,
+duizenden door het geloof in de Leer des Kruises tot God brengen.
+
+Wat al verschillende redenen tot blijdschap!
+
+En samen hadden ze nog dezelfde reden. Ze zouden weer voet aan land
+kunnen zetten, niet in een onbekend land, waar verbleekte bekkeneelen
+en doodsbeenderen van afschuwelijke gewoonten vertelden, maar in een
+land, bewoond door landgenooten en eene bevriende bevolking.
+
+Geene verwachting kon ooit stouter, geene verbeelding ooit sterker,
+geene hoop ooit grooter zijn dan hier het geval was.
+
+En--alles, alles viel zóó tegen, dat ons Nederlandsch: »kasteelen in
+de lucht bouwen«, mogelijk dààrom wel in het Fransch luidt: »Bâtir des
+Chateaux en Espagne.«
+
+Zacht voor den wind langs de kust voortzeilende, zond Columbus eene
+sloep naar den wal om den matroos, die ten gevolge van de wonde, door
+den vergiftigden pijl aangebracht, overleden was, te laten begraven.
+Door de inboorlingen werden ze in deze plechtigheid niet bemoeielijkt
+en zelfs kwamen eenigen hunner op de vloot, om, uit naam van den
+naburigen Kazike, Columbus uit te noodigen aan den wal te komen, daar
+er veel goud was. Zij wisten dus, wat zoo velen herwaarts dreef, en
+dat het woord »goud« op hen eene tooverachtige uitwerking had.
+Columbus gaf aan die uitnoodiging geen gehoor, en stevende verder.
+Drie dagen later werd in eene geschikte baai geankerd, doch toen het
+volk aan den wal ging, vond het daar de geraamten van een' man en een'
+jongen. De man had een koord om den hals, en de armen waren geboeid.
+Men twijfelde eraan of het geene Spanjaarden waren, doch zekerheid had
+men er niet voor. Den volgenden dag evenwel vond men weer twee lijken,
+en nu zag men aan den knevelbaard van het eene lijk, dat men hier de
+overblijfselen van Spanjaarden voor zich had.
+
+Treurige vermoedens rezen op. Wat kon er gebeurd zijn?
+
+»Naar La Navidad! Dan weten we het! Dan zal men ons daar mededeelen,
+wat er met enkele Kolonisten geschied is.«
+
+Zoo dacht men, en vol belangstellende nieuwsgierigheid kwam men den
+zevenentwintigsten November, toen de nacht al ingevallen was, voor La
+Navidad ten anker. Te laat om nu nog aan den wal te gaan, liet
+Columbus door twee kanonschoten aan de Kolonisten bericht geven.
+
+Met koortsachtig ongeduld hoopte men van het fort nu antwoord te
+ontvangen, en iedereen op de vloot luisterde naar het schot, dat van
+den wal moest komen.
+
+Stil bleef het echter, stil als de tropische nacht, die hen omringde,
+en die zelfs de klotsende golfjes inslaap scheen gewiegd te hebben.
+
+Geen enkel seinlicht werd van het fort gegeven.
+
+Niet één op de heele vloot, die niet in angstige spanning verkeerde;
+niet één, die gerust ter kooi ging. Men waakte op bijna alle schepen.
+Wanneer het gemoed zoo gejaagd is, slaapt men niet.
+
+Eindelijk, stil, daar ziet men wat naderen!
+
+Het is eene kano met inboorlingen bemand, en een dezer vraagt naar den
+Admiraal, en als men hun de »Marie Galante« heeft aangewezen,
+verdwijnt de kano in de duisternis om het Admiraalsschip te bereiken.
+
+Columbus staat op het dek, en laat door den eenigen tolk, dien hij nog
+aanboord heeft, vragen wat het doel hunner komst is.
+
+»Wij willen den Admiraal spreken,« luidt het antwoord, en als Columbus
+zegt, dat hijzelf de Admiraal is, gelooven ze hem niet, vóór de
+bemanning toortsen ontsteekt om zijn gelaat te verlichten.
+
+Thans herkennen ze hem, en deelen ze mede welke de redenen van hunne
+komst zijn. De tolk verstaat hen slechts gebrekkig, doch Columbus komt
+toch te weten, dat van La Navidad niets meer over, en dat er van de
+Spanjaarden niet één meer in leven is. Ziekten hadden enkelen ten
+grave gesleept; in onderlinge twisten waren velen gestorven, en ten
+slotte had de machtige Kazike Caonabo de zwakke sterkte met de gedunde
+bezetting overvallen, en gedood, wie van de Kolonisten, na ziekten en
+twist, nog in het leven gebleven waren. Maar trouw was de Kazike
+Guacanagari den Spanjaarden gebleven tot het einde, en zelfs was hij
+in den strijd tegen Caonabo zoo gewond geworden, dat hij onmogelijk
+komen kon om zijn' vriend, den Admiraal, welkom te heeten en alles te
+vertellen.
+
+Treuriger tijding hadden de Spanjaarden wel niet kunnen ontvangen, en
+slechts één lichtpunt was er in dit alles voor Columbus, dat de
+inboorlingen en de Kazike, waarmede hij vriendschap gesloten had, hem
+niet ontrouw geworden waren, of aan laag verraad zich hadden schuldig
+gemaakt.
+
+Had hij niet in het reis-journaal van den eersten tocht, hetwelk voor
+de Monarchen bestemd was, geschreven: »Deze lieden zijn zoo
+liefderijk, zoo handelbaar en zoo vreedzaam, dat ik voor Uwe
+Majesteiten zweer, dat er geene betere menschen op de wereld zijn, en
+geen beter land is. Zij beminnen hunne evenmenschen als zichzelven.«?
+
+Hoewel Columbus van grootspraak en oppervlakkigheid in dat journaal
+niet vrij te pleiten is, had hij deze woorden toch naar waarheid en
+stellig met zijn heele hart geschreven.
+
+Wat de Afgezant van Guacanagari mededeelde, bevestigde hem in zijn
+geloof aan de oprechte trouw van den Kazike en de zijnen. La Navidad
+mocht dan verwoest, de Kolonisten mochten gedood zijn, niet alles was
+verloren, en veel kon nog goed gemaakt worden.
+
+Des morgens vroeg liet Columbus zich aan den wal brengen, waar hij van
+de waarheid der mededeeling dadelijk overtuigd werd, doch hoe alles in
+zijn werk gegaan was, vernam hij natuurlijk niet. Eerst later, als hij
+Guacanagari,--die denkelijk zich maar hield, alsof hij gewond was, om
+bij Columbus niet in verdenking te komen,--zelf gesproken had, zou hij
+weten, dat de achtendertig mannen, die hij onder bevel van Don Arada
+achtergelaten had, al heel spoedig na het vertrek van den Admiraal
+toonden, dat men het ongebonden leven, hetwelk men in Spanje geleid
+had, wilde voortzetten. Dat kon gemakkelijk immers? Guacanagari en
+zijne onderdanen waren toch de goedheid zelven? Ja, dat waren ze,
+zoolang de Spanjaarden zich gedroegen als »hoogere wezens«, waarvoor
+de eenvoudige inboorlingen hen aanvankelijk hielden. Maar toen ze door
+hun laaghartig gedrag, hun ongestoord toegeven aan dierlijke driften
+en hunne onverzadelijke begeerte naar goud toonden, dat ze in deugden
+verre beneden de Indianen stonden, verloren ze den stralenkrans der
+heiligheid en verhevenheid, die bij de onnoozele bewoners tot eerbied
+en ontzag gedwongen had, en vonden ze in iederen Indiaan een' vijand,
+die hen slechts onderdanig bleef, omdat hij wel wist, dat ze door
+hunne geweldige oorlogswapenen de overmacht hadden. Anders dacht
+Caonabo, de fiere en dappere Kazike van Cibao, er over. Hij liet de
+Spanjaarden, die in driesten overmoed rondzwierven, den een na den
+ander overvallen en worgen, en toen ziekten de gedunde gelederen der
+bezetting teisterden, en Don Arada, òf reeds gesneuveld, òf ziek was,
+en dus geene macht meer kon uitoefenen, liet hij La Navidad
+overrompelen, uitmoorden en vernielen.
+
+Zóó treurig was het uiteinde van de eerste Kolonie in de Nieuwe
+Wereld.
+
+Allerminst mocht men Columbus hiervan een verwijt maken. Men kon geene
+vijgen van distelen lezen, en iedereen, die nadacht, zou tot de
+overtuiging komen, dat alleen het lage, zedelijke gehalte van het
+volk, waarvan hij zich had moeten bedienen, de oorzaak van alles was.
+Toch besefte Columbus al te goed dat die ongelukkige afloop van zijne
+eerste onderneming koren op den molen zijner tegenstanders was, en dat
+zij er wel wapenen uit zouden weten te smeden, om hem bij de Monarchen
+in gunst te doen dalen. Maar, klagen hielp niet; hij moest handelen.
+Hij moest, wilde hij niet in ongenade vallen en daardoor het heele
+doel van zijn leven voor goed verliezen, zich met kracht boven de
+slagen van het noodlot verheffen. Hij deed dit, maar, niet altijd
+waren de middelen om zijn gezag staande te houden, en zich in zijne
+hooge betrekking te handhaven, edel te noemen.
+
+Zijn eerste werk was nu aan den wal te gaan om zijn' trouwen vriend en
+bondgenoot Guacanagari een bezoek te brengen. Deze lag, door zijne
+vrouwen omringd, in een hangbed, en was op het gezicht van den
+Admiraal zeer bedroefd. Hij betuigde alles gedaan te hebben, wat in
+zijn vermogen was, om den noodlottigen afloop te keeren, en om te
+bewijzen hoe genegen hij den Admiraal was, liet hij hem mooie steenen,
+eene gouden kroon en eenige kalebassen vol stofgoud geven. Een der
+Spanjaarden, die Arts was, drong er nu op aan om de wonde van het
+been, dat geheel omwikkeld was, te onderzoeken, doch toen men de
+windselen losgemaakt had en geene enkele wonde vond, vertelde de
+Kazike, dat hij niet gewond was geworden, maar dat men een' steen
+tegen zijn been gesmeten had. Toen hij de plek waar de steen hem trof,
+had aangewezen, en de Arts dat plekje, waar ook niets te zien was,
+aanraakte, schreeuwde hij het uit van pijn.
+
+Pater Boyle, een der aanwezige Spanjaarden, beschouwde de heele
+handelwijze van den Kazike, en denkelijk niet ten onrechte, als
+komedie-spel, en stelde Columbus voor, op Guacanagari en al de
+inboorlingen eene bloedige wraak te nemen. Columbus echter wilde in
+Guacanagari's gedrag geen komedie-spel zien en bleef hem zijn
+vertrouwen schenken. Dit zette bij Pater Boyle en de meeste
+Spanjaarden kwaad bloed. Als vreemdeling was hij met de gevallenen
+niet verbroederd; hun treurig uiteinde liet hem koud; hij was geen
+man, die wat gevoelde voor Castiliaansche eer! En--toch waren ze
+verplicht hem, den vreemdeling, den »Liguriër«, te gehoorzamen! Ja,
+men zou hem gehoorzamen, zoo lang ongehoorzaamheid gevaarlijk was,
+langer niet.
+
+Merkwaardig genoeg vergezelde Guacanagari Columbus nog denzelfden dag
+naar de vloot, zonder, naar het scheen, eenig ongemak van zijn been te
+hebben. Een' grooten indruk van de Spaansche macht gaven hem de
+gevangen Caraïben, want een volk, dat deze gevreesde vijanden durfde
+wederstaan en kon overwinnen, was machtiger dan iemand anders. En dan
+die paarden daar aanboord der schepen! Nog nimmer had hij zulke groote
+dieren gezien! Toch waren ze onderworpen aan die Blanken! Hoe groot
+moest niet hunne macht zijn! Maar trots dat alles, de Kazike had te
+veel van de Kolonisten gezien, om nog te gelooven, dat de Blanken
+bovenaardsche wezens waren, en mocht hij vroeger ook al getoond
+hebben, dat hij den Christelijken godsdienst niet ongenegen was, nu
+dacht hij er anders over, en niet zonder tegenstand geboden te hebben,
+liet hij zich door Columbus een Heiligen-beeldje om den hals hangen.
+Die handelwijze van den Kazike verbitterde allen, die gekomen waren om
+de leer des Evangelies te prediken, en niet het minst Pater Boyle.
+
+Gaarne had Columbus den Kazike dien nacht aanboord willen houden, doch
+dit gelukte hem niet, hoewel het Opperhoofd buitengewoon aangetrokken
+werd door de schoonheid van Catalina, eene der vrouwen, die op de
+Caraïbische Eilanden bescherming op de vloot gezocht en ook gevonden
+hadden, doch die geheel als gevangenen beschouwd en behandeld werden.
+
+Toen de Kazike het Admiraalsschip verlaten had, bleven de Spanjaarden
+in een soort van besluiteloosheid ook aanboord, en toen ze den
+volgenden morgen aanwal gingen, bemerkten ze onder de inboorlingen,
+die zich vertoonden, volstrekt niets van de hartelijkheid, die
+Columbus zoo hoog geprezen had. Er was blijkbaar te veel gebeurd, dat
+den eenvoudigen Indianen vrees voor de Spanjaarden inboezemde. Tegen
+den avond kwam de broeder van Guacanagari weer aanboord bij Columbus
+en onderhield zich geruimen tijd met Catalina en hare medegevangenen.
+Hij verliet op de gewone wijze het schip en des nachts wisten de
+vrouwen overboord te springen en zwemmende den wal te bereiken. Toen
+Columbus den volgenden dag bij Guacanagari de vluchtelingen wilde
+laten opeischen, vond men den Kazike nergens. Hij was, althans voor
+het oogenblik, den Spanjaarden ontweken, en velen, die met Columbus
+hem aanvankelijk voor onschuldig hielden aan de gepleegde gruwelen,
+begonnen hem nu ook te verdenken. Guacanagari, wiens gedrag tegenover
+de eerste Kolonisten nimmer opgehelderd is, kan aan den moord
+onschuldig geweest zijn, doch niet tegen te spreken valt het, dat hij
+handelde, alsof zijn geweten niet zuiver was, en eenigszins te
+bevreemden was het, dat Columbus, trots dit alles, geen oogenblik het
+volste vertrouwen in hem verloor.
+
+Dit vertrouwen belette evenwel niet, dat de Admiraal besloot om eene
+nieuwe sterkte niet op de plaats van het verwoeste La Navidad te
+bouwen. Niet al de Kolonisten toch waren vermoord, maar velen waren
+gestorven aan ziekten, die aan deze streek eigen bleken te zijn,
+vooral ook, omdat ze vrij laag en moerassig was. Er werd dus eene
+betere gelegenheid gezocht, en deze vond hij oostelijk van de oude
+nederzetting aan eene ruime baai, die eene vrij hoog gelegen
+landstreek bespoelde, welke bovendien in de nabijheid lag van Cibao,
+welk binnenland hem reeds op de eerste reis aangewezen was, als het
+land, waar veel goud te vinden was.
+
+Zoodra Columbus nu besloten was, hier eene stad te bouwen, liet hij de
+schepen lossen en met het medegebrachte werkvolk begon hij den arbeid.
+Het werk vorderde bijzonder goed, maar--het klimaat bleek voor zwaren
+arbeid niet geschikt, en elken dag kwamen er onder het werkvolk nieuwe
+zieken. Columbus zelf werd door overspanning ook ziekelijk, en toen
+hij, om de stad klaar te krijgen, bijna iedereen bevel gaf om te
+arbeiden, ondervond hij van alle kanten zooveel tegenwerking en
+ontevredenheid, dat hij er zwaarmoedig onder werd. Die tegenstand en
+ontevredenheid waren te verwachten geweest. Van het oogenblik af, dat
+de twee kanonschoten door La Navidad niet beantwoord werden, was de
+teleurstelling gekomen, en niets werkt de ontevredenheid en het verzet
+meer in de hand dan juist teleurstelling.
+
+En nu moeten gaan werken! In Spanje had geen enkele Ridder ooit het
+werk van een' ambachtsman, of den arbeid van een' werkman verricht.
+Een Ridder was een man van het zwaard, niet een man van het
+gereedschap. Het laatste was voor een' Ridder eene vernedering.
+
+Om schop en spade te hanteeren, daarvoor was de berooide koopman, die
+zich even goed een' Hidalgo gevoelde als de voornaamste Edelman, niet
+over zee gegaan. Hij was er heen getrokken om goud te verzamelen en
+hiermede zijne verwarde geldmiddelen te herstellen.
+
+Om te arbeiden, als een daggelder, was ook de Geestelijke niet naar
+die onbekende streken getogen. Hij was gekomen om het Kruis onder de
+Heidenen te prediken. Het was er verre af dat men dit doen kon.
+
+Maar, voorloopig zweeg Ridder, Koopman, Geestelijke. Er werd gearbeid,
+doch onder voortdurend mokken, en niemand deed iets meer dan hij
+moest. Eindelijk was de stad, door Columbus naar zijne Beschermster
+»Isabella« genoemd, zoo goed als voltooid. Er was niet alleen eene
+kerk, maar ook een paleis voor den Onderkoning en er waren magazijnen
+voor levensmiddelen, kleederen en oorlogsbehoeften. Vooral met het oog
+op de levensmiddelen, die niet door de inboorlingen aangebracht
+werden, diende men ook den vruchtbaren grond te bebouwen. De
+inboorlingen zelven leefden buitengewoon matig, en maakten zeer weinig
+werk van den landbouw. Dit voorbeeld schenen ook de Spanjaarden te
+willen volgen, althans er werd aan het zaaien niet veel gedaan, en,
+eerlijk gezegd, daarvoor stonden hunne handen geheel verkeerd. Men had
+er, bij het uitzenden der vloot, niet aan gedacht om boerenarbeiders
+te laten medetrekken. Dat was immers ook niet noodig, want de bodem
+was ongekend vruchtbaar en de inboorlingen waren de vriendelijkheid en
+behulpzaamheid in persoon? De treurige gevolgen van die zorgeloosheid
+bij het uitrusten der vloot en de volslagen lusteloosheid, die thans
+onder de nieuwe Kolonisten, die door koortsen en ziekten verzwakt
+waren, heerschte, zouden niet achterblijven.
+
+Intusschen werd het ook meer dan tijd dat de schepen, die hunne lading
+gelost hadden, voor een deel terugkeerden naar Spanje. Die schepen,
+dat begreep ieder, en niet het minst Columbus, werden in de Spaansche
+havens terug verwacht met een ongeduld, dat evenredig was aan de
+geestdrift, waarmede zij uitgezonden waren. Columbus zelf had in die
+blijde verwachting gedeeld. Te La Navidad de Kolonisten vroolijk
+begroeten, de schepen lossen en terstond weer bevrachten met den
+onnoemlijk grooten voorraad van goud en zeldzaamheden, door diezelfde
+Kolonisten verzameld, dit was zijn plan. De rijkdommen en
+heerlijkheden der ontdekte landen zouden in Spanje iedereen uit het
+vol geladen scheepsruim tegenblinken.
+
+Hoe deerlijk was hij teleurgesteld! Hij, o, dat gaf niets! Hij bleef
+den moed behouden; hij wist, dat hij de rijke Indiën ontdekt had; hij
+was onwankelbaar in zijne hoop, ongeschokt in zijn vertrouwen. Maar
+hij was Koning Ferdinand niet, en nog minder een De Fonseca, De Soria
+of een ander zijner bittere tegenstanders. O, hij voorzag, wat er
+gebeuren zou, als men daar in Spanje in het scheepsruim der
+teruggekeerde vaartuigen blikte, en teleurstelling en ontevredenheid,
+niets anders dan deze, uit de ledige diepte den bezoeker bijna
+toeschreeuwden: »Bedrogen door den Genuees, juist zooals we voorspeld
+hadden!« En wat dan de gevolgen zouden zijn, ook dát begreep hij
+levendig. Er moest dus wat gedaan worden eer de schepen vertrokken. Op
+goud en zilver hoopte men in Spanje, en brachten de schepen dat ook al
+niet terstond aan, ieder der mannen, die de reis gedaan had, moest
+toch volmondig erkennen kunnen: »Er is goud, overvloed van goud in dat
+nieuw ontdekte land!«
+
+Om hiervan de zekerheid te hebben, besloot hij eene afdeeling
+krijgsvolk op expeditie uit te zenden, en niemand vond hij beter
+geschikt om aan het hoofd daarvan te staan dan De Hojeda. Deze nam dat
+voorstel gaarne aan en begaf zich met een veertigtal stoutmoedige
+mannen, waaronder eenige ruiters waren, op weg. Die ruiters vooral
+maakten onder de eenvoudige bevolking, die nimmer zulke groote
+viervoetige dieren als de paarden, gezien had, een' buitengewonen
+indruk. Zij hield ruiter en paard voor één wezen. Misschien maakte de
+vrees de inboorlingen vriendelijk, want overal waar De Hojeda met de
+zijnen kwam, werden ze gastvrij ontvangen. Had men gedacht om op dien
+tocht groote steden te vinden met paleizen, die gouden wanden en daken
+hadden, dan was men opnieuw teleurgesteld, want men vond niets dan
+eenvoudige hutten en inwoners, die naakt liepen en van eenige
+beschaving geen begrip schenen te hebben. Toch trokken onze
+avonturiers zich dat niet aan, want inplaats van bewerkt goud, zagen
+ze, dat het zand der bergstroomen schitterde van de vele goudkorrels,
+die het bevatte. De Indianen, ziende dat de vreemdelingen dit stofgoud
+zoo gaarne hadden, verzamelden een' aanzienlijken voorraad en schonken
+dat den Spanjaarden. Er waren zelfs plaatsen, waar men maar te bukken
+had om een' klomp gouderts op te rapen. De gevolgtrekking lag voor de
+hand: de bodem bevatte groote schatten, die nog onaangeroerd lagen,
+want van het mijnwezen en de kunst om uit erts goud te halen, hadden
+de Indianen geen begrip. Zij verzamelden slechts stofgoud en hadden
+hieraan voor hunne geringe behoeften ook meer dan genoeg. Verheugd,
+den Admiraal zulk eene goede tijding te kunnen mededeelen, keerde De
+Hojeda met zijne manschappen naar »Isabella« terug, en pas had hij den
+Admiraal verslag van zijne ontdekking gedaan, of Corvalan, een Ridder,
+die met eenige mannen van een' anderen kant het landschap Cibao binnen
+gedrongen was, keerde terug en vertelde hetzelfde.
+
+Dit was ten slotte nog eene ongedachte uitkomst, en daar de tijd van
+het jaar juist geschikt was om uit te zeilen, zoo liet Columbus twaalf
+schepen naar Spanje vertrekken en gaf zooveel goud en zeldzaamheden
+mede, als er op het oogenblik voorhanden waren. Zelfs de gevangen
+genomen Caraïben zond hij mede. De Bevelhebber der vloot was Don
+Antonio De Torres, en deze kreeg voor de Monarchen een' brief mede,
+welke van het begin tot het einde, doch in vrij bloemrijken stijl, den
+waren toestand schetste. Hij drong er op aan, dat men hem zoo spoedig
+mogelijk werkvolk sturen zou, dat geschikt was om de rijke mijnen van
+Cibao te ontginnen. Paarden en werktuigen waren ook daarbij onmisbaar.
+Zond men hem bovendien nog eenige Ingenieurs, dan stond hij er voor
+in, dat hij weldra schepen vol goud naar Spanje kon bevrachten. Vooral
+echter vroeg hij ook om levensmiddelen, daar de Kolonisten, gewoon aan
+krachtig voedsel, door de voortbrengselen van Hispaniola niet
+voldoende gevoed konden worden. Eer men van de overgevoerde granen en
+andere zaden oogsten kon, duurde nog te lang. Verder drong hij er op
+aan om hem veel vee toe te zenden, en zoo men er tegen opzag om al die
+uitgaven te maken vóór er goud was, dan zou hij zorgen, dat er een
+groot aantal Caraïben gevangen en, als slaven, naar Spanje gezonden
+werden. Deze laatste raad mishaagde Koningin Isabella, die bij het
+vertrek van Columbus er ten sterkste op aangedrongen had, dat men de
+inboorlingen op de liefderijkste en vriendelijkste wijze moest
+behandelen en in de Christelijke leer onderwijzen. Elke Spanjaard, die
+het waagde een' dezer menschen leed te doen of te benadeelen, moest
+door Columbus streng gestraft worden. Dit bevel had hem sterk gemaakt
+tegenover Pater Boyle en alle anderen, die van meening waren, dat de
+dood der eerste Kolonisten voorbeeldig gewroken moest worden. De
+bijvoeging van Columbus, dat die Caraïbische slaven tot heil hunner
+ziel in Spanje tot Christenen konden bekeerd worden, redde zijn
+voorstel niet, want hij kreeg er op ten antwoord, dat men over dit
+voorstel nog eens moest nadenken, en Koningin Isabella schreef hem
+zelfs, dat hij de bekeering der heidenen ter harte moest nemen, en wel
+terstond in het land, waar hij ze vond. Verstond hij de taal dier
+menschen niet, in Spanje verstond men deze immers evenmin?
+
+Met over het antwoord te reppen, hetwelk Columbus op zijn' brief
+ontving, loopen we de geschiedenis wel wat vooruit, maar het was
+noodig om er hier over te spreken, omdat er uit blijkt, dat Columbus
+zelf nu en dan maatregelen nam, welke niet te verdedigen waren, zelfs
+niet in een' tijd toen men over den slavenhandel heel anders dacht dan
+tegenwoordig.
+
+De Kolonisten hadden met droefheid of ergernis de twaalf schepen zien
+vertrekken. Wat zou hun lot worden? Velen hunner waren ziek, en zij,
+die ziek geweest waren, konden niet op krachten komen. De Admiraal
+zelf was ook dikwijls bedlegerig en ging onder de omstandigheden
+gedrukt. De levensvoorraad minderde met den dag en van de zijde der
+inboorlingen kwam geene toenadering. Zoo nam de ontevredenheid hand
+over hand toe, en ten laatste werd er, onder aanvoering van Don Bernal
+Diaz De Pisa, eene samenzwering gesmeed, welke ten doel had, zich van
+de vijf andere schepen meester te maken, naar Spanje terug te keeren,
+en Columbus, als een bedrieger, in staat van beschuldiging te stellen.
+Vóór de samenzwering tot eene uitvoering kwam, werd ze ontdekt, en in
+een der schepen vond men nu een schotschrift tegen Columbus, zóó vol
+laster en leugen, dat men moeite had te gelooven, dat het door een'
+der Kolonisten kon opgesteld zijn. En toch was dit wel degelijk het
+geval. Don Bernal Diaz De Pisa, die aan het Hof van den Onderkoning
+met het bestuur der geldmiddelen belast was, had het geschreven en
+gebruik gemaakt van de leugens, die zekere Fermin Cado geliefde op te
+disschen. Deze laatste was als essayeur medegegaan, doch zeer
+onbekwaam in zijn vak. Hij zeide, dat er slechts zeer weinig goud op
+Hispaniola was en dat de inwoners het weinige, dat er was, sinds
+eeuwen wellicht, verzameld en telkens gesmolten hadden, om op die
+wijze klompen van eenige grootte te verkrijgen.
+
+Nu zulk eene gevaarlijke samenzwering ontdekt was, diende Columbus als
+rechter op te treden. Hij deed dat ook, doch inplaats van streng te
+straffen, vergenoegde hij zich met de twee hoofdaanleggers eenvoudig
+gevangen te laten zetten, en om te voorkomen, dat men niet andermaal
+eene dergelijke samenzwering smeedde en ten uitvoer bracht, liet hij
+al den krijgsvoorraad en wapenen, benevens de zeevaartkundige
+instrumenten van de vijf schepen op één schip overbrengen. Dit eene
+schip werd bemand met personen, die volkomen te vertrouwen waren. De
+straf was zacht, te zacht zelfs, want velen dachten nu dat Columbus,
+aangeklaagd door zijn geweten, niet strenger straffen durfde, en dat
+zelfs die zachte straf onrechtvaardig was.
+
+Na de samenzwering verijdeld en de twee belhamels gevangen gezet te
+hebben, besloot Columbus om, nu hij weer van zijne ziekte hersteld
+was, zelf Cibao te gaan bezoeken. Hij stelde zijn' broeder Diego tot
+zijn' plaatsvervanger in het bevel over de stad aan en vertrok aan het
+hoofd van eene schitterende krijgsmacht van vierhonderd man het gebied
+van Caonabo binnen. Die tocht was wel geschikt om den terneergeslagen
+moed op te beuren. Men stond verstomd bij het aanschouwen van de
+wondervolle natuurpracht der heele omgeving, die een Paradijs geleek.
+»Vega Real«, dat is »Koninklijke Vlakte«, zoo noemde Columbus deze
+streek, en niemand was er, die wat op dien naam af te dingen had, want
+Koninklijk was alles, tot zelfs het met goud getooide rivierzand, dat
+de leugens van den onbekwamen Fermin Cado ten duidelijkste liet
+uitkomen. Na een' tocht van twee dagen, waarop men van de zijde der
+inboorlingen, na vrees, niets dan hartelijke gastvrijheid ontvangen
+had, kwam het leger in eene ruwe bergstreek. De natuur verloor hier
+hare Paradijsachtige schoonheid en werd steenachtig, wat geheel in
+overeenstemming was met den naam Cibao, die »steen« beteekent.
+Opmerkelijk mag het heeten, dat Columbus' volk telkens zoo gauw den
+moed verloor, want niettegenstaande men overal in het zand der beken
+en rivieren stofgoud vond, wat een bewijs was, dat in het gebergte
+zich goudaderen moesten bevinden, haalden de meesten ongeloovig de
+schouders op, toen Columbus bevel gaf om hier eene houten sterkte te
+bouwen, teneinde de goudmijnen en het volk, dat er in werken zou, te
+beschermen. Naar dat ongeloof der zijnen noemde Columbus dat fort
+zelfs »San-Thomas«. Terwijl hij toezicht hield op het bouwen van het
+fort, zond hij Ridder Juan De Luxan met eenige mannen uit om het land
+nader te verkennen, en gedurende dien tijd kwamen de inboorlingen van
+alle kanten aan om ruilhandel met hem te drijven. Al spoedig wisten
+ze, dat ze voor goud alles konden krijgen, wat in hun oog eenige
+waarde had, en spoedig had Columbus nu eene vrij aanzienlijke
+hoeveelheid stofgoud verzameld. De inboorlingen, die voor ééne
+onnoozele valkenbel soms wel stukken goud gaven, die een ons zwaar
+waren, verzekerden, dat er verder in de vallei ook stukken goud ter
+grootte van een' oranje-appel, ja, van een kinderhoofd gevonden
+werden. Toen De Luxan van zijn' tocht terugkwam, deelde hij den
+Admiraal mede, dat overal waar hij geweest was, zich, te midden eener
+vruchtbare en schoone natuur, sporen van goud vertoonden.
+
+Thans wist Columbus genoeg, en besloot hij naar Isabella terug te
+keeren, het fort San-Thomas, onder het bevel van zijn' gunsteling Don
+Pedro Margarite met zesenvijftig man achterlatend.
+
+Was Columbus op dezen tocht tot de overtuiging gekomen, dat De Hojeda
+en Corvalan hem waarheid hadden medegedeeld, hij had meteen de
+inboorlingen nader leeren kennen. Hij wist nu, dat ze niet zoo goedig
+en vreedzaam waren, als hij gedacht had, en dat ze ook een soort van
+godsdienst hadden, en dat de dansen, die ze zoo dikwijls hielden, een
+godsdienstig karakter hadden. Nu wist hij ook waarom zij zoo verzot
+waren op de onnoozele valkenbellen, omdat ze op het geluid daarvan
+dansen konden. Later zou hij nog meer van hun' godsdienst leeren
+kennen, en zou hij het volgende weten. Zij geloofden aan een
+Opperwezen, dat onsterfelijk, onzichtbaar en almachtig was, doch dat
+te hoog boven hen verheven stond om het rechtstreeks aan te roepen.
+Door middel van halve Goden, die ze »Zemi's« noemden, hielden ze
+gemeenschap met Hem. Bijna elke natuurkracht, elk
+dampkringsverschijnsel, was het werk van zulk een »Zemi«, die ze soms
+in gedrochtelijke afbeelding om den hals of op het hoofd droegen. Zij
+wisten ook te vertellen van een' zondvloed, die bijna de heele aarde
+had overstroomd, en aan een leven na dit leven geloofden zij ook. De
+zielen der zalige afgestorvenen leefden in eene heerlijke vallei aan
+de westzijde van het eiland. Overdag verborgen zij zich voor de
+levenden, maar in de stilte van den nacht kwamen zij zich voeden met
+de vruchten der velden en der boomen, welke daarom door de levenden
+ook nimmer geoogst of geplukt werden. Hunne Priesters waren
+getatoeëerd of beschilderd met afbeeldingen, zoo gedrochtelijk als
+maar mogelijk was, van allerlei »Zemi's«. Priester en Medicijn-man of
+Geneesheer zijn, was zoo ongeveer hetzelfde. In de geneeskundige
+kracht der kruiden waren ze zeer bedreven, doch bij de ingetogen en
+eenvoudige leefwijze der inboorlingen waren er maar zelden zieken.
+Wanneer een Kazike op het punt van sterven stond, en de Medicijn-man
+verklaarde, dat de zieke niet meer herstellen kon, dan zou het voor
+het stervende Opperhoofd eene oneer geweest zijn, indien men hem niet
+geworgd had, dat de dood er op volgde. Stond een voornaam inboorling
+op het punt van sterven, dan droeg men hem vaak naar de woning van den
+Kazike, en wanneer deze dan den lijder eene hooge eer wilde bewijzen,
+gaf hij vergunning hem te worgen. Andere lieden, die den dood nabij
+waren, gaf men brood en water aan het hoofdeinde en verliet hen dan,
+om hen in eenzaamheid te laten sterven.
+
+Werkzaam waren de inboorlingen geen van allen. Hunne behoeften waren
+bij uitstek gering, zoodat de natuur, zonder dat zij veel werkten, hun
+alles opleverde, wat ze noodig hadden. Door die weinige behoefte
+leidden ze zulk een vreedzaam, kalm en gelukkig leven, dat wij er
+onszelven, in onze eeuw van duizenden behoeften voor lichaam en geest,
+geene voorstelling van maken kunnen. Petrus Martyr, een tijdgenoot van
+Columbus, eindigde een zijner brieven over de Indianen van Haïti of
+Hispaniola met de woorden: »Alles brengt er geluk en zegen aan.«
+Columbus zag dat zeer goed, en daar hij inderdaad een man was, die een
+goedig en liefderijk hart bezat, is het voor de inwoners eene ramp te
+noemen, dat haat, naijver en laster hem daden konden doen bedrijven
+waaraan zijn hart geen deel kon nemen.
+
+Bij zijn' terugkeer te Isabella werd hij al dadelijk uit zijne
+gelukkige stemming gebracht door den geest van ontevredenheid of doffe
+onverschilligheid, dien hij er vond: een gevolg van de vele ziekten,
+die er heerschten. Het was echter niet alleen het vochtige en heete
+klimaat, dat die ziekten te voorschijn had geroepen. Velen leidden een
+zedeloos en liederlijk leven, en allen leden onder het gebrek aan
+goede levensmiddelen. Zelfs het eten, dat zoo goed als bedorven was,
+moest bij porties, die steeds kleiner werden, uitgedeeld worden. Meel
+had men niet meer, zoodat het weinige koren, dat men nog had, bij
+gebrek aan watermolens, met handmolens moest gemalen worden. De
+Admiraal begon terstond alles te doen, wat in zijn vermogen was, om
+den algemeenen nood te bestrijden, doch pas was hij hiermede bezig, of
+er kwam eene boodschap van San-Thomas. De Bevelhebber Margarite vroeg
+om versterking, daar de inboorlingen vijandelijke gezindheden aan den
+dag legden. De versterking werd gezonden, doch Columbus begreep, dat
+het niet veel baten zou, want de oorzaak van die vijandelijke houding
+der inboorlingen, zat in het wangedrag der bezetting, welk wangedrag
+waarschijnlijk grooter afmetingen zou krijgen, waar de bezetting
+talrijker werd. Dreigende vijanden in het binnenland, ziekten in de
+stad en eene ontevredenheid onder de zijnen, welke weldra tot verzet
+oversloeg, maakten den toestand van Columbus zeer hachelijk, en wilde
+hij niet, dat de heele Kolonie andermaal te gronde ging, dan was hij
+genoodzaakt als straffend Rechter op te treden. Hij deed dat ook, en,
+ziedaar, alweer eene nieuwe reden om den gehaten vreemdeling, den
+»huichelachtigen Liguriër«, nog meer vijandig te zijn. De ongunstige
+gezondheids-toestand dwong hem ook om iedereen aan den arbeid te
+zetten; hij stelde niemand vrij. Ridders en Priesters, die nimmer
+handenarbeid geleerd hadden, dwong hij hetzelfde en evenveel werk te
+doen, als een geboren werkman. Wanneer men niet genoeg werk verricht
+had, werd dit niet aan onmacht om meer te doen, maar aan onwil
+toegeschreven. Door deze handelwijze kreeg het verzet bij velen
+redenen van bestaan, want eenige Edelen, die aan aanzienlijke
+geslachten in Spanje verwant waren, stierven ten gevolge van
+uitputting, en toen men hiervan in Spanje de tijding kreeg, rees, zeer
+natuurlijk, de vraag: »Mag Columbus zoo willekeurig handelen?«
+
+Aan dien ongelukkigen toestand moest op de eene of andere manier een
+einde gemaakt worden en Columbus beraamde daartoe het volgende plan,
+dat hij ook ten uitvoer bracht. Hij zelf zou met drie karveelen een'
+nieuwen ontdekkingstocht gaan doen. De krijgslieden, die nog gezond
+waren, zouden dan in dien tijd onder aanvoering van Don Margarite het
+eiland in alle richtingen doorkruisen, en Don De Hojeda zou het bevel
+over San-Thomas op zich nemen. Zijn broeder Diego zou met de zieken,
+de oppassers en enkele soldaten in de stad blijven. De Geestelijken
+zouden, òf het leger, òf hem vergezellen, en tendeele ook in de stad
+blijven om de Kerk te bedienen. De Junta aan welks hoofd hij zijn'
+broeder stelde, en die hij in Isabella achterliet, bestond uit Pater
+Boyle, Pedro Fernandez Coronel, Alonso Sanchez Caravajal en Juan De
+Luxan. Na dit alles geregeld te hebben, verliet hij de baai van
+Isabella, doch met de drie kleinste schepen, omdat de twee andere,
+waaronder het Admiraalsschip, te veel diepgang hadden voor de
+onbekende wateren en kusten, die hij opzoeken wilde. Naar zijne
+meening moest hij het rechte goudland vinden, waarheen de inboorlingen
+hem telkens heengewezen hadden.
+
+Het was den vierentwintigsten April van het jaar 1494 toen Columbus
+Isabella verliet om een' nieuwen ontdekkingstocht te beginnen. Zijn
+doel was om het eiland Cuba te naderen, op de hoogte, waar hij het bij
+zijne eerste reis verlaten had. Vandaar zou hij dan oostelijker zeilen
+om zich te overtuigen, dat zijn vermoeden zekerheid was, dat Cuba geen
+eiland, maar het vasteland, en derhalve een deel van Kataï was. Vijf
+dagen later had hij dat punt bereikt. De inboorlingen namen bij de
+nadering der schepen de vlucht, doch de tolk van Guanahani wist hen
+over te halen om met de Spanjaarden vriendschap te sluiten. Langzaam
+werd de tocht voortgezet, en overal waar Columbus kwam, vond hij bij
+de bevolking eerst vrees, doch daarna groote vriendelijkheid en
+gastvrijheid. Natuurlijk werd al weer druk naar het goudland gevraagd,
+en geregeld wees men hem naar het Zuiden. Columbus verliet daarom de
+kust van Cuba, zeilde zuidelijk en weldra zag men hooge bergen zich
+aan den horizon verheffen. Vol hoop dat dit het goudland was, naderde
+men de nieuwe kust. Werkelijk scheen men hier met een heel ander volk
+te doen te hebben, want de oevers wemelden van bont opgesierde mannen,
+die in geregelde slagorde naar het strand kwamen, en onder het zwaaien
+met lansen en een luidklinkend krijgsgeschreeuw plaats namen in
+kano's, waarvan enkele keurig versierd waren. Eenige kleine geschenken
+brachten de krijgers tot bedaren, doch Columbus achtte het minder
+wenschelijk hier te landen en toog verder. Toen nu evenwel bleek, dat
+zijn schip lek geworden was, zocht hij eene geschikte baai op om daar
+het vaartuig te laten herstellen. De inboorlingen schenen besloten te
+hebben, niet te dulden, dat de Spanjaarden landden. Eene groote
+menigte van hen verzamelde zich, gewapend met werplansen, bogen en
+pijlen op het strand, en scheen besloten, elke landing onmogelijk te
+maken. Columbus liet zich echter niet afschrikken, want hij was
+gedwongen te landen, niet alleen om zijn schip te laten kalefaten,
+maar ook om versch drinkwater in te nemen. Hij liet dus eenige booten
+bemannen en naar den wal roeien. Een oorverdoovend krijgsgeschreeuw
+der Indianen weerklonk langs den oever, doch de Spanjaarden schoten
+hunne kruisbogen af, wondden verscheidene vijanden, stapten aanwal en
+vielen den troep aan. Tegen de Europeesche wapenen waren de
+verdedigers van hun land niet bestand, en toen men ten slotte een'
+bloedhond op hen aanhitste, werd de vlucht algemeen. Het gebruiken van
+deze honden had hier voor het eerst plaats, en zou later op treurige
+wijze herhaald worden. Op de gewone plechtige wijze nam Columbus voor
+de Spaansche Kroon bezit van het land en al zijne bewoners. Hij gaf
+het den naam van »San-Jago«, en later kreeg het dien van Jamaïca. Toen
+de inwoners tot de ervaring gekomen waren, dat ze te doen hadden met
+lieden, die veel machtiger waren dan zij, werden ze zeer handelbaar en
+voorzagen, in ruil tegen kleine voorwerpen, de schepen ruimschoots van
+levensmiddelen en vruchten. Goud vond men er niet meer dan elders, en
+toen men zekerheid had, dat het een eiland was, begreep Columbus, dat
+dit »San-Jago« niet het goudland zijn kon en hij stak weer naar Cuba
+over om daar langs de kust nog meer westelijk te zeilen. Dagen
+achtereen ging het steeds verder het Westen in; de moeielijkheden om
+den tocht voort te zetten namen met elk oogenblik toe. Tal van
+eilanden en blinde klippen belemmerden de vaart; stormen en onweders
+schenen hier onafgebroken te woeden; de levensmiddelen verminderden
+sterk en een groot deel der equipage begon te lijden aan koortsen.
+Verscheidene malen deed men eene landing, doch niets wees er op, dat
+men eene meer beschaafde streek naderde. Het waren steeds dezelfde
+menschen, dezelfde onaanzienlijke woningen, dezelfde boomen en
+vruchten. Vroeg men aan de bewoners of hun land een eiland was, dan
+wisten zij het niet. Zij wisten alleen, dat de kust nog veel verder
+doorliep. Het moest dus het vasteland zijn, het kon niet anders, zoo
+meende Columbus, die nog moed genoeg bezat om den moeielijken en
+gevaarlijken tocht voort te zetten. In zijne verbeelding zag hij zich
+reeds in de Roode Zee. Hij zou eene bedevaart doen naar Jeruzalem, en
+als eerste omzeiler van de wereld, triomfantelijk uit het Oosten
+terugkeeren in Spanje, dat hij, het Westen ingaande, verlaten had. De
+wil om dien tocht te doen, was bij hem aanwezig, maar zijn volk, door
+ziekte en zwaar werk afgemat, werd oproerig, en Columbus was
+genoodzaakt, zijne reis te staken en terug te keeren. Eer hij hiertoe
+overging, wilde hij echter door allen erkend zien, dat Cuba niets
+anders was dan het vasteland van Azië. Hij liet door een' beambte een
+stuk opstellen waarin dat verklaard werd, en toen Columbus dit stuk
+had, las hij het aan de heele bemanning voor. Wie niet geloofde, dat
+dit het vasteland van Azië was, mocht nu nog zijne bedenkingen
+inbrengen. Had men het stuk eenmaal, als waarheid, bezworen, dan zou
+iedere Officier, die het tegensprak, gestraft worden met het verlies
+van zijn' rang, en eene boete van drie dukaten. Waagde een der
+minderen den bezworen inhoud tegen te spreken, dan zou hij honderd
+geeselslagen ontvangen.
+
+Het volk, dat nu eenmaal terug wilde, aarzelde niet om den inhoud van
+dat stuk met een' eed te bekrachtigen. Ongeveer driehonderd
+vijfentwintig Spaansche mijlen was men voortgezeild, zonder het einde
+van de kust te bereiken, en derhalve te ervaren, dat Cuba een eiland
+was. Denkelijk geloofden allen dan ook wel, dat men hier het vasteland
+voor zich had, en de terugtocht werd aanvaard onder nog veel meer
+tegenspoed dan men reeds gehad had. Zelfs Columbus werd ziek van
+inspanning. Zijne gedachten werden beneveld; zijn geheugen scheen
+verloren te gaan, en menigmaal werd hij, zelfs midden op den dag, door
+den slaap overvallen. In dezen toestand kwamen hij en de zijnen, na
+eene afwezigheid van honderddrieënvijftig dagen, den vierentwintigsten
+September te Isabella aan. En wat hij hier vond? Iets dat den armen
+kranke geheel opbeurde; hij vond er zijn' broeder Bartholomeus, dien
+hij in geene dertien jaren gezien had. Deze was van zijne omzwervingen
+in Engeland en Frankrijk eindelijk in Spanje gekomen, en daar had hij
+vernomen, dat Christophorus de Indiën reeds ontdekt had. Hij spoedde
+zich nu naar het Hof der Monarchen, in de hoop er zijn' broeder te
+ontmoeten, doch deze was reeds voor de tweede reis uitgezeild.
+Ferdinand en Isabella ontvingen Bartholomeus met de meeste
+onderscheiding, verhieven hem in den Adelstand, ze gaven hem drie
+schepen, die behoorlijk bemand en ruimschoots van levensmiddelen voor
+de Kolonie voorzien waren, en lieten hem naar de Nieuwe Wereld
+vertrekken. Deze Bartholomeus was een buitengewoon stoutmoedig man en
+een onverschrokken zeevaarder. Hij had een fier en standvastig
+karakter, een helder verstand en een' vasten wil, zoodat Columbus niet
+ten onrechte verheugd was, hem hier te vinden. Zulk een man was hem
+meer waard dan eene sterke afdeeling soldaten. En zulk een' man had
+hij meer dan noodig, want de toestand der Kolonie was zorgwekkend.
+Margarite, de man aan wien hij opgedragen had, het eiland te
+onderzoeken en dien hij volkomen vertrouwd had, was een ondankbare en
+ontrouwe geworden. Met zijne soldaten had hij gemoord en geplunderd,
+en de heele bevolking tegen de Spanjaarden in bittere vijandschap
+gebracht. Ten slotte was hij met een groot aantal ontevredenen,
+waartoe ook Pater Boyle behoorde, op een der drie schepen, waarmede
+Bartholomeus gekomen was, naar Spanje teruggekeerd. Wat die
+ontevredenen daar bewerken zouden, was voor Columbus geen raadsel.
+Inmiddels had de onverschrokken Kazike Caonabo al de Opperhoofden van
+het heele eiland tot een verbond tegen de Spanjaarden weten te
+bewegen, en ware De Hojeda, die Columbus trouw bleef, niet zoo
+weergaloos dapper en stoutmoedig, zoo geslepen en slim geweest,
+Columbus zou in Isabella mogelijk een tweede La Navidad gevonden
+hebben. Te midden van dezen ongelukkigen toestand bleek het, dat de
+Kazike Guacanagari trouwer was dan men waande, want hij liet Columbus
+weten, dat de heele bevolking van het eiland, onder aanvoering van
+Caonabo tot den ondergang der Spanjaarden besloten had. De dappere De
+Hojeda stelde Columbus nu voor om dien Caonabo, die blijkbaar de ziel
+der heele onderneming was, door list gevangen te nemen. Hoe? Men wist,
+dat de Indianen vol bewondering luisterden naar de klokketonen van de
+kerk te Isabella. Men moest nu eene zware, klinkende keten maken, en
+die Caonabo, alsof het een geschenk was, om den hals hangen en hem er
+dan mede boeien. Wat er verder geschieden moest, zou van de
+gebeurtenissen afhangen. Het plan was meer dan gewaagd, doch De Hojeda
+wilde het ten uitvoer brengen, en zoo er één was, die het kon, dan was
+hij het. Columbus nam het voorstel aan; de keten werd gemaakt, en door
+slechts tien mannen, even groote waaghalzen als hij, vergezeld, trok
+hij Cibao binnen, verscheen voor Caonabo, kuste hem de hand en bood
+hem de rammelende, klinkende keten aan. Caonabo zag in die keten niets
+anders dan een »Zemi« van de Spanjaarden, en geloofde den Spanjaard
+terstond, toen deze zeide, dat Caonabo eerst in de rivier een bad
+moest nemen, eer hij die keten dragen kon. De lichtgeloovige Kazike
+ging nu in gezelschap van De Hojeda en diens metgezellen naar de
+rivier, baadde zich en liet zich de keten omhangen. Pas was dit
+geschied of de Spanjaarden maakten er eene boei van, wierpen hem op
+een paard en--op dollen draf ging het nu naar Isabella, waar Caonabo
+in de kelders van het steenen huis des Onderkonings gevangen werd
+gezet. Hoewel de inboorlingen van hun' Aanvoerder beroofd waren,
+besloten ze toch de Spanjaarden aan te vallen. Te midden van al deze
+bedrijven was de Admiraal geheel van zijne ziekte hersteld, doch was
+het ook Mei van het jaar 1495 geworden. Columbus begreep, dat
+krachtig, doortastend handelen alleen de Kolonie redden kon, en aan
+het hoofd van slechts tweehonderd man voetvolk en twintig ruiters,
+doch vergezeld van een aantal bloedhonden, vertrok Columbus, na zijn'
+broeder Diego met eenige schepen, tendeele met goud en slaven beladen,
+naar Spanje afgezonden te hebben. Tijdens zijn' krijgstocht zou Don
+Bartholomeus te Isabella achterblijven om de gewone zaken der Kolonie
+te besturen.
+
+Tot hun ongeluk hadden de Bondgenooten een openlijken strijd gekozen,
+en zich gelegerd in de »Vega Real«, niet begrijpende, dat ze, hoe
+talrijk ook, in het open veld niet tegen de zwaargewapende Europeanen
+bestand waren. Columbus viel hen aan, en verschrikkelijk was de
+nederlaag, die de arme Indianen leden. Negen maanden lang toog de
+Admiraal met zijne gevreesde ruiters, wraakgierige soldaten en
+verschrikkelijke bloedhonden, doodend, brandend en verwoestend door
+het geheele bekende deel van het eiland. De onderwerping der
+Verbondenen was volkomen, en daar Columbus er steeds op uit was om
+schepen, rijk geladen met goud, katoen en andere voorwerpen van waarde
+naar Spanje te zenden, zoo maakte hij van deze onderwerping gebruik,
+om de overwonnenen te straffen door het betalen van schatting. In alle
+gewesten waar goud gevonden werd, moest elke inboorling, die boven de
+veertien jaar oud was, alle drie maanden eene Vlaamsche valkenbel vol
+stofgoud leveren. Zulk eene valkenbel stofgoud zou in onzen tijd
+ongeveer veertig gulden waarde hebben. De Kaziken moesten nog veel
+meer opbrengen; zoo was één hunner verplicht om alle drie maanden eene
+kalebas vol stofgoud te leveren, dat naar onze munt ongeveer
+vierhonderd gulden was. De inboorlingen der katoen-districten moesten
+op dezelfde termijnen vijfentwintig pond katoen, als schatting,
+inleveren. Bij het inleveren der schatting kreeg men eene koperen
+medaille, die om den hals moest gedragen worden, en wie zonder die
+medaille gevonden werd, werd in de gevangenis gezet of moest boete
+betalen.
+
+Is het te verwonderen, dat de arme inboorlingen het oogenblik
+verwenschten, waarop de »Blanke zonen des hemels« den eersten voet
+aanwal zett'en? Is het nu nog een raadsel, waarom de prediking van de
+Christelijke leer onder die heidensche menschen zooveel tegenstand
+vond? Hadden die vreemdelingen dan niet onmeedoogend hun
+Paradijsachtig leven geheel verstoord, en hen gedwongen tot den
+zwaarsten en vernederendsten arbeid? Hadden die Blanken niet hunne
+hutten verbrand, hunne velden verwoest, hunne vrouwen en dochters
+beleedigd, hunne ouden van dagen en kinderen als slaven weggevoerd?
+Bij duizenden vloden ze naar de ontoegankelijke bergstreken, om daar
+te sterven aan honger, gebrek en pest.
+
+En eenmaal in die richting begonnen, moesten de Spanjaarden er in
+volharden, wilden ze niet alles verliezen. Toen er in 1877 sprake was
+van Columbus onder de Heiligen op te nemen, gebeurde dat niet, omdat
+»afgezien van de groote daad van Amerika's ontdekking, het privaat en
+openbaar leven van Columbus zich te veel gekenmerkt had door daden,
+die berispelijk waren.« Nu, al moeten we toegeven, dat Columbus door
+allerlei omstandigheden, waarvoor niet hij, maar een ander
+aansprakelijk gesteld moet worden, gedwongen werd tot zulke daden,
+berispelijk zijn en blijven ze, al doen we nog zoo ons best om ze in
+de lijst van haar' tijd te plaatsen.
+
+Terwijl Columbus op Hispaniola zoo werkte, werkten zijne vijanden en
+tegenstanders in Spanje ook, maar tegen hem. Pater Boyle en Margarite
+waren daar aangekomen en hadden den toestand in de Nieuwe Wereld met
+zulke schrille kleuren geschetst, zij hadden zoovele bewijzen, ware en
+gezochte, bijeengebracht, om aan te toonen, dat Columbus, zooal geen
+bedrieger en avonturier, dan toch stellig de man niet was om aan het
+hoofd der zaken te staan, dat Ferdinand en Isabella besloten, iemand
+naar de Nieuwe Wereld te zenden om de zaken onpartijdig te
+onderzoeken. Niemand achtten zij daartoe beter geschikt dan een hunner
+aanzienlijke Hovelingen, een zekere Don Juan Aguado. Columbus zelf had
+dezen Edelman bij de Monarchen aanbevolen als iemand, die door stand
+en karakter verdiende om aanzienlijke betrekkingen te bekleeden,
+zoodat Columbus in de zending van dien man eer een bewijs van
+vriendschappelijk vertrouwen, dan eene onedele verdenking zou zien. De
+Monarchen hadden zich echter zeer vergist. Bij al de fouten, die
+Columbus beging, moet ook, en waarlijk niet in de laatste, maar bijna
+in de eerste plaats genoemd worden, dat hij veel te lichtvaardig was
+in het schenken van vertrouwen, en het koesteren van wantrouwen. Hij
+maakte daardoor vijanden tot zoogenaamde vrienden, en echte vrienden
+tot ware vijanden en tegenstanders. Don Margarite had de bewijzen van
+dat onverdiende vertrouwen reeds geleverd, en Don Aguado zou ze
+leveren. Gezonden door de Monarchen om _onder_ den Admiraal onderzoek
+naar den stand van zaken te doen, overschreed Don Aguado, zoodra hij
+te Isabella aangekomen was, zijne lastgeving door zich _boven_
+Columbus te plaatsen, en hem, ten aanzien van ieder, met grove
+minachting te bejegenen. De voormalige gunsteling had gehoopt, dat de
+Admiraal hem openlijk tegenstand zou bieden, doch Columbus wilde met
+den laaghartigen man in geene woordenwisseling komen, en behandelde
+hem beleefd, doch met eene koele hooghartigheid, die den trouwelooze
+geheel uit het veld sloeg.
+
+Te Isabella aangekomen, werd hij door zijn' broeder met een aangenaam
+bericht verrast. Een knecht van Don Bartholomeus was in twist geraakt
+met een' makker, en had dezen zoo gewond, dat hij dood scheen. Miguel
+Diaz, zoo heette de knecht, nam nu met een vijftal anderen, die er ook
+aan medeplichtig waren, de vlucht, en kwam eindelijk aan de Zuidkust
+in het gebied eener vrouwelijke Kazike, die de vluchtelingen niet
+alleen vriendelijk opnam, maar zelfs Diaz tot haar' echtgenoot
+verhief. Het leven te midden der wilden verveelde Diaz al heel gauw en
+hij kreeg het heimwee naar zijne landgenooten. Zijne vrouw, die
+Catharina genoemd wordt, zag dat, en vreezende dat hij haar verlaten
+zou om nimmer terug te keeren, kwam ze er toe om hem te zeggen, wat
+nog geen enkel Spanjaard wist. Zij wees hem de goudmijnen, die in haar
+gebied lagen, en gaf den raad om de heele Spaansche Kolonie, uit het
+ongezonde Isabella naar haar gebied te verleggen waar de lucht veel
+gezonder was. Gewapend met zulk eene goede tijding, hoopte Diaz van
+Don Bartholomeus vergiffenis te ontvangen en ging naar Isabella, waar
+hij den gewaanden doode in leven en volkomen gezond vond. Bartholomeus
+hoorde het bericht met blijdschap aan, schonk Diaz vergiffenis en toog
+met hem naar Catharina's gebied aan de rivier Ozema, ter plaatse waar
+thans San-Domingo ligt. De goudmijnen werden nu door hem bezocht en
+gevonden. Bij deze gelegenheid deed men bovendien eene andere en zeer
+merkwaardige ontdekking. Men wist, dat de inboorlingen slechts de
+kunst verstonden om uit het rivierzand stofgoud te wasschen, en dat
+dan te smelten om er zeer kunstlooze en leelijke voorwerpen van te
+maken. Om uit het ruwe erts het goud af te zonderen was eene kunst,
+die ze niet verstonden, en dat bevreemdde niemand, want ze kenden
+zelfs geene werktuigen om dat erts uit te graven. En wat zag Don
+Bartholomeus nu? Sommige mijnen waren op wetenschappelijke wijze
+ontgonnen, en zij, die dit gedaan hadden, moesten derhalve ook bekend
+geweest zijn met de wijze, waarop men het edele metaal uit het erts
+kreeg, en bovendien voorzien zijn geweest van werktuigen om het erts
+uit te graven. De heele toestand van het eiland wees op geen enkel
+teeken van eenige beschaving; geene enkele oudheid werd gevonden, die
+bewees, dat hier vroeger een ontwikkeld volk gewoond had, en de
+leefwijze van de bevolking toonde duidelijk aan, dat men er eeuwen
+lang geleefd had zooals nu. Wie hadden dan daar in die mijnen gouderts
+gedolven? Welk beschaafd volk had dan, eeuwen geleden, reeds hier
+vertoefd? Don Bartholomeus en Columbus vertelden van die vondst niets
+aan Don Aguado, doch voor Columbus waren die ontgonnen mijnen niet
+zulk een raadsel. Hij geloofde immers in Cuba het vasteland van Azië
+gevonden te hebben? Het rijk der beschaafde Tataren moest dus niet zoo
+ver af liggen, zoodat hij aannemen kon, dat diezelfde Tataren daar
+gouderts gedolven hadden. Die ontgonnen mijnen versterkten hem
+derhalve alleen in zijn dwaalbegrip, maar wij, die weten, dat hij
+dwaalde, staan bij die ontginning der goudmijnen nog altijd voor eene
+vraag, die niet beantwoord is. Waren het de Egyptenaren, de
+Phoeniciërs, de Israëlieten, de Grieken, de Karthagers of de Romeinen?
+Waren het latere Europeesche volken, die door stormen op dit eiland
+gekomen waren, en daar goud vindende, begonnen met hunne werktuigen
+erts te graven? Zoo ja, waar waren ze dan gebleven? Waren het de
+beschaafde Mejicanen of Peruanen, die hier goud haalden? De laatste
+meening is zeer onwaarschijnlijk, want Mejico en Peru bezaten rijke
+goudmijnen in hun eigen land, waarom zouden ze nu een afgelegen eiland
+opgezocht hebben om daar te halen, wat ze thuis ook krijgen konden?
+Trots al de studie, die er tegenwoordig gemaakt wordt van de Oudheid,
+blijft de geschiedenis van Amerika met hare bevolking, die in een paar
+landen zoo fijn beschaafd was, een groot, en een zeer groot raadsel
+ook. Slechts dat blijkt uit alles, òf dat Amerika eenmaal een' tijd
+heeft gehad, en een' tijd van zeer langen duur, dat het in verbinding
+stond met de Oude Wereld, òf dat Kolonisten van een beschaafd volk
+zich hier neergezet hebben, en de beschaving van hun eigen land
+voortplantten. Wanneer we later met Cortez in Mejico, en met Pizarro
+in Peru komen, zullen we nog voor veel meer vragen staan, waarop men
+reeds toen een antwoord zocht, en dat men nu nog niet gevonden heeft.
+Liever dan ons aan allerlei gissingen wagen, welke toch geen'
+historischen grond hebben, keeren we tot Columbus terug.
+
+Dat de mededeeling van de gevonden goudlagen Columbus tot vreugde
+verstrekte, behoeven we nauwelijks mede te deelen. Het spreekt zoo
+vanzelf, dat hij er zeer verheugd over moest zijn. De vraag naar goud
+beheerschte alles; het antwoord er op te geven zou beslissen over den
+heelen toestand in de landen door hem gevonden. Van de groote vondst
+aan de rivier Ozema werd daarom tegenover Aguado geen woord gerept, en
+van eene mogelijke verplaatsing van de hoofdstad der Kolonie sprak men
+natuurlijk ook niet. Onze vriend Miguel Diaz was weer bij zijne Kazike
+Catharina, leefde met haar, nu ze ook Christin geworden was, zeer
+gelukkig en wachtte bedaard den loop der gebeurtenissen af. Zijne
+makkers schenen niets te weten of ook besloten te hebben om te
+zwijgen, althans ook van deze zijde lekte niets uit. Columbus meende
+daarom nu zelf naar Spanje te moeten gaan, om daar aan zijne Monarchen
+mededeeling van de vondst te doen en een onbewimpeld verslag te geven
+van den heelen stand van zaken. Dat moest wel noodig zijn, want Pater
+Boyle, Margarite en al de ontevredenen, die Hispaniola verlaten
+hadden, zouden tegenover den Koning en de Koningin hem van allerlei
+verkeerde handelingen beticht hebben. Don Aguado, die door de Kaziken
+zich had laten inlichten, en van hen niets anders vernomen had dan wat
+strekken kon tot nadeel van den Onder-Koning, wilde ook naar Spanje,
+en wat deze daar mededeelde, zou hem, den ontdekker der Indiën, den
+genadeslag geven. Hij liet daarom twee schepen gereed maken en
+bevrachten met goud, katoen en gevangenen. Onder deze laatsten
+behoorde ook de dappere en geslepen Kazike Caonabo, die zelfs in zijne
+boeien geen oogenblik zijne trotschheid verloren had, doch die Spanje
+niet zien zou, omdat hij op de langdurige reis overleed. Zoodra de
+beide schepen gereed waren, benoemde Columbus zijn' broeder
+Bartholomeus tot Adelantado of Stadhouder, en moest hij komen te
+vallen vóór de Onder-Koning alweer teruggekeerd was, dan zou Diego,
+die ook weer in de Kolonie was, hem vervangen. Na op alles orde
+gesteld te hebben, verliet hij den tienden Maart 1496 de baai van
+Isabella, met twee schepen. Op het eene schip was hij, op het andere
+Don Aguado. De reis duurde buitengewoon lang, en daar men bij de
+uitrusting der schepen op een' veel korteren tijd gerekend had met het
+aanboord nemen van levensmiddelen, waarop men in de Kolonie zoo zuinig
+moest zijn, zoo ontstond er weldra zulk een nijpend gebrek, dat de
+bemanning begon te morren en het voorstel deed om de gevangenen, als
+onnutte monden, overboord te werpen. Columbus wilde hiervan niets
+weten, doch als men kort na dit voorstel niet Cadiz bereikt had, zou
+hij er wel gevolg aan hebben moeten geven. Het was den elfden Juni
+toen ze daar aankwamen. Columbus vond in de haven drie schepen, die
+met levensmiddelen geladen waren en gereed lagen om, onder bevel van
+Don Pedro Alonzo Nino naar Hispaniola te vertrekken. Columbus las de
+brieven, die Nino voor hem vanwege de Monarchen bij zich had en
+ontdekte uit den inhoud, dat Pater Boyle, Margarite en alle andere
+ontevredenen het toch niet gedaan hadden gekregen om hem in ongenade
+te doen vallen. Hij schreef nu een' brief aan zijn' broeder, drukte
+hem daarin op het hart om toch op alle mogelijke wijzen de ontdekte
+goudmijnen te laten ontginnen, en vooral te zorgen, dat de
+inboorlingen onder bedwang bleven. Na dezen brief in handen te hebben,
+vertrok Nino, en thans zond Columbus aan den Koning en de Koningin
+bericht van zijne aankomst. De brief, dien hij eenigen tijd daarna van
+de Monarchen ontving, was zeer welwillend, en vriendelijk werd hij
+uitgenoodigd om, als hij van de vermoeienissen van de reis hersteld
+was, te Burgos ten Hove te verschijnen. Columbus wachtte niet lang,
+maar trok spoedig, als »zegevierend Veldheer«, naar de bepaalde
+plaats. Op dien tocht deed hij alles, wat hij kon om het volk te laten
+zien welke rijke schatten hij uit die verre gewesten medebracht. Om
+bovendien te toonen hoe de halfnaakte en zeer onbeschaafde Kaziken van
+dat land zich met goud versierden, liet hij in elke stad, die hij
+doortrok, den broeder van Caonabo, die ook tot de gevangenen behoorde,
+een' gouden halskraag omdoen, welke eene waarde had van bijna
+achtduizend gulden. Nieuwsgierigen vond Columbus genoeg, doch met
+toejuichingen werd hij nergens ontvangen. Er was te veel kwaads van
+hem en zijne ontdekkingen verteld geworden om hem weer zoo feestelijk
+te begroeten, als bij zijn' eersten terugkeer. Ook te Burgos
+verschilde de ontvangst zeer veel met die te Barcelona. Columbus had
+echter veel ergers verwacht, en daarom viel de ontvangst, ten Hove
+vooral, hem zeer mede. Hij kon aan niets ontdekken, dat hij ook maar
+eenigszins in achting en gunst gedaald was. Boven alles stelde de
+ontdekking van de goudmijnen Koning Ferdinand tevreden, want meer nog
+dan in de dagen toen hij oorlog voerde tegen de Mooren, had hij goud
+noodig. Door de staatkundige huwelijken, die hij zijne kinderen wilde
+laten sluiten, was hij druk bezig om de toekomstige macht van Keizer
+Karel V te grondvesten, doch dit had hem in een' kostbaren oorlog met
+Frankrijk gewikkeld. De kosten aan dien oorlog verbonden deden evenwel
+nog onder voor die, welke hij maakte om eene prachtige vloot uit te
+rusten. Die vloot, honderd schepen sterk, en bemand met twintigduizend
+koppen, moest naar Vlaanderen, om de Infante Johanna derwaarts te
+brengen, want deze zou in het huwelijk treden met Filips, den
+machtigen Hertog van Bourgondië, Heer van bijna de halve Nederlanden
+en zoon van Keizer Maximiliaan van Duitschland. Dat er dus op het
+oogenblik geene schepen waren om naar de Nieuwe Wereld te stevenen,
+ligt voor de hand, en dat er geen geld was om ze voldoende uit te
+rusten, teneinde de ontdekte mijnen oordeelkundig en met spoed te
+ontginnen, spreekt vanzelf. Toen Columbus dus vroeg om acht uitnemend
+uitgeruste schepen, waarvan er twee rechtstreeks naar Hispaniola
+zouden zeilen met alles, wat voor het onderhoud der Kolonie noodig
+was, en zes zouden dienen om hem nu op een' derden tocht aan het
+vasteland van Azië, in het schatrijke Kataï, te brengen, kreeg hij
+terstond de belofte, dat dit geschieden zou, maar de vervulling der
+belofte lag nog in een ver verwijderd tijdstip. Dat we hier niet alles
+op rekening van het geldgebrek en Koning Ferdinands staatkundige
+bemoeiingen te schrijven hebben, zal ieder wel begrijpen. Waar
+Columbus' vijanden en tegenstanders hunne pogingen om hem in ongenade
+te zien vallen, mislukt zagen, daar bereikten ze voor een deel toch
+hun doel met de uitrusting te vertragen. De kleingeestigste middelen
+werden aangegrepen om Columbus in al zijne plannen te dwarsboomen, ja,
+men schaamde zichzelven niet door zelfs aan den roem zijner ontdekking
+te tornen. Het moet in dezen tijd geweest zijn, dat Columbus zich in
+gezelschap van Aanzienlijken en Geleerden bevond, dat een dezer
+laatsten op smadelijken toon te kennen gaf, dat de ontdekking van de
+Indiën door het Westen in te zeilen, niet zulk een moeielijk en
+gewichtig werk was, en dat iedereen dit wel gedaan kon hebben zonder
+nog geleerd, dapper, ondernemend of nadenkend te zijn.
+
+[Illustratie: Columbus doet de proef met het ei.]
+
+Het was zeker moeielijk voor Columbus om hierop een afdoend antwoord
+te geven, want, waarlijk, nu de ontdekking geschied was, moest
+iedereen verbaasd staan, dat men aan zulk een' eenvoudig iets niet
+veel vroeger gedacht had. Columbus, zoo zegt het verhaal, nam nu een
+ei, en vroeg wie der Heeren het op zijn punt kon zetten, zonder dat
+het omviel; hij kon het, zei hij. De Heeren begonnen dit kunstje te
+beproeven, doch het gelukte natuurlijk niemand. Eindelijk uitgenoodigd
+om het zelf dan te doen, tikte Columbus voorzichtig een plat vlakje
+aan de punt, en zette het ei op dat vlakje neer.
+
+»O,« was het algemeene geroep, »als we geweten hadden, dat we dit
+mochten doen, dan zouden wij het ei ook wel op zijn punt gezet hebben.
+Zoo is er geene kunst aan.«
+
+»Juist, Mijne Heeren,« zeide Columbus, »nu gij het weet, is er geene
+kunst aan. Op vooraf weten komt het aan, en zoo is het ook met de
+ontdekking van de Indiën.«
+
+Vele schrijvers houden dat voorval van het ei voor verzonnen, maar
+verzonnen of waar, het karakteriseert volkomen het streven van
+Columbus' tegenstanders en Columbus zelven.
+
+Doch keeren we terug tot hetgeen geschiedenis is.
+
+Nino was inmiddels alweer in Spanje terug gekomen, en inplaats van aan
+de Monarchen de brieven te zenden, welke de Adelantado hem medegegeven
+had, berichtte hij zijne terugkomst met de drie schepen, geladen met
+goud. Thans dacht Columbus alles gewonnen te hebben, want met Nino's
+schatten, zeker afkomstig uit de rijke mijnen, werd het bewijs
+geleverd van de waarheid van hetgeen hij gezegd had, en was er meteen
+ook van geldgebrek geene sprake meer. Koning Ferdinand maakte aan dien
+droom al dadelijk een einde, door te verklaren, dat hij het geld niet
+missen kon, omdat hij het noodig had voor den oorlog tegen Frankrijk.
+Werd Columbus' zoete droom wreedelijk verstoord, ook die van den
+Koning zou verstoord worden. Toen men bij Nino kwam om goud te halen,
+vond men slechts zeer weinig. Hij had gevangenen aanboord, antwoordde
+hij, en als men die op de slavenmarkten verkocht, had men óók goud.
+»Ander goud is er niet veel meer op Hispaniola,« zeide hij smadelijk,
+en hing verder een zeer droevig tooneel van heel de Kolonie op. Thans
+kostte het Columbus kracht om zich staande te houden, en zelfs zij,
+die hem genegen waren, wezen op de arme gevangenen en riepen spottend:
+»Zie daar het zeldzame goud der Nieuwe wereld!« Dat door deze
+teleurstelling de uitrusting der vloot nog meer vertraagd werd, ja,
+zelfs gevaar liep geheel nagelaten te worden, dat zag ieder. Columbus
+zag het ook, en, hij leed er onder. Er kwamen leelijke plooien in zijn
+karakter, welke hem vreemd zouden gebleven zijn, zoo hij niet in zulk
+eene omgeving van laster en naijver geleefd had. Eene slechts bleef
+hem trouw ter zijde staan, ten minste, zij sloeg niet zulk een
+onvoorwaardelijk geloof meer aan al de beschuldigingen, die tegen den
+grooten man ingebracht werden. Die ééne was Koningin Isabella, die
+zelfs hielp om Koning Ferdinand over te halen een besluit uit te
+vaardigen, dat, op Columbus' verzoek, alle ontdekkingsreizen, die op
+eigen kosten, dus buiten de Regeering om gedaan konden worden,
+verboden werden.
+
+Een Duitsch historie-schrijver van onzen tijd noemt deze eisch van
+Columbus niets anders dan »kleingeestige zelfzucht om zichzelven en
+zijne familie een monopolie van ontdekkingen te verzekeren.« De
+aanmerking is niet vriendelijk, doch behalve dat zij onvriendelijk is,
+is ze ook zeer oneerlijk. Had Columbus er dan geen recht op dat zijn
+onvermoeid streven, hetwelk met zulk een' goeden uitslag bekroond was,
+beloond werd? Indien hij eenvoudig gezwegen had, zouden de
+particuliere Spaansche ontdekkers, gebruik makende van zijne
+ontdekking, het zóó ver gebracht hebben, dat ze hem uit de Indiën
+drongen, en, zonder eenige vergoeding. Dit streven zijner vijanden om
+hem, den gehaten »Liguriër«, van de vruchten van zijne vlijt en moeite
+te berooven, spreekt uit de kroniek van den dag.
+
+Na het uitvaardigen van dit bevel werd nu weldra het besluit genomen
+om de schepen gereed te maken ten einde Columbus eene derde reis te
+laten doen, doch de uitrusting had heel wat voeten in de aarde. De
+Kroon had geen geld; het Volk had geen' lust.
+
+Om nu toch het aantal mijnwerkers te kunnen medenemen, wist Columbus
+het gedaan te krijgen, dat de Regeering Hispaniola tot een soort van
+Straf-kolonie maakte. De misdadigers werden nu naar dit eiland
+gebannen, en de Rechters, zoo beweert men, deden hun best om op deze
+gemakkelijke manier van een aantal schelmen en deugnieten af te komen.
+Wel moet Columbus ten einde raad geweest zijn om zulk een ondoordacht,
+ja, bijna onzinnig voorstel te doen. Zulk werkvolk, het kòn niet
+anders, zou eene ramp voor hem en voor de heele Kolonie worden.
+
+Met dat al ging de zaak zóó langzaam voort, dat Columbus pas den
+dertigsten Mei 1498 met zes slecht uitgeruste schepen den derden
+ontdekkingstocht aanvaarden kon, en de Admiraal was over deze
+vertraging zóó woedend, dat hij Ximeno De Breviesca, die hem op den
+dag der afvaart beleedigde, aangreep, op den grond smeet en eenige
+schoppen toedeelde. Deze Ximeno was de Schatmeester van De Fonseca,
+Columbus' heftigsten en gevaarlijksten tegenstander. Toen Koningin
+Isabella vernam, wat Columbus gedaan had, was zij hierover zeer
+gebelgd, en hoewel de Admiraal later in een' brief, vol berouw
+vergeving aan de Monarchen vroeg voor zijne daad in drift gepleegd,
+nimmer werd de goede Koningin meer voor hem, die ze zoo lang en zoo
+trouw geweest was.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+AMERIGO VESPUCCI.--COLUMBUS IN KETENEN.
+
+
+Welk een verschil den dertigsten Mei 1498 op de reede van San Lucar de
+Barrameda aan den mond van den Guadalquivir, of den vijfentwintigsten
+September 1493 voor de haven van Cadiz. Nu een armzalig uitgerust
+vlootje, bemand met Spanjes uitschot, toen eene prachtige vloot, rijk
+van alles voorzien met eene bemanning, samengesteld uit Spanjes
+aanzienlijkste Edelen. Nu nergens geestdrift, toen alles vol opgewekt
+en vurig leven. Nu een Admiraal die schoppen uitdeelt en zijne oogen
+mismoedig over de zee laat waren, toen een Admiraal wiens mond niet
+stilstond met het vertellen van de heerlijkheden, die men zien, den
+roem, dien men behalen, den rijkdom, dien men zich verwerven zou, een
+Admiraal wiens vurige oogen reeds, aan gindsche zijde van den Oceaan,
+de schatrijke Indiën, die hij gevonden had, zagen.
+
+Behalve de gewone matrozen en manschappen had Columbus nu slechts
+tweehonderd man geleide hij zich. Op de hoogte van Ferro zond hij drie
+zijner schepen onmiddellijk naar Hispaniola, want hij begreep dat
+zijne broeders in de Kolonie met reikhalzend verlangen naar toevoer
+van levens- en krijgsvoorraad zouden uitzien, al waren er ook in
+Januari reeds twee schepen heen gezonden.
+
+Met de drie andere schepen zeilde hij naar de Kaap-Verdische Eilanden.
+Hij wilde ditmaal den tocht in eene richting maken, die veel
+zuidelijker liep, om het vasteland, dat in zijn oog het ware
+»goudland« was, op eene heel andere plaats te bereiken dan op den
+tweeden tocht. Hij verkeerde in de meening dat alle menschen daar
+zwart waren evenals de negers in Afrika.
+
+Die zuidelijke koers bracht Columbus en de zijnen echter onder de
+Linie en in de gevaarlijke streek van windstilte en vreeselijke hitte.
+Deze laatste was werkelijk ondragelijk. Op het dek was er zelfs des
+nachts geen koeltje te voelen en beneden in het scheepsruim was de
+hitte zoo groot, dat de hoepels van de wijn- en watervaten sprongen.
+Te sterven aan dorst en aan hitte scheen ieders toekomst te zijn, en
+wanneer we nu in aanmerking nemen, dat de bemanning voor een groot
+deel uit moordenaars en dieven bestond, dan moeten we verbaasd staan,
+dat de Admiraal onder zooveel tegenspoed het hoofd niet verloor en den
+moed niet opgaf. Gelukkig kwam er een klein koeltje opzetten en de
+Admiraal hiervan gebruik makende, kwam nu onder den invloed van den
+passaat. Hij zag zelf wel in dat zijne schepen door eene hitte, die
+het pek uit de naden deed smelten, te ontredderd waren om nog
+zuidelijker te varen. Bovendien bevond men dat er den eenenderdigsten
+Juli op elk schip maar één vat water meer over was. Hij moest dus
+trachten zoo spoedig mogelijk land te bezeilen en een zucht van
+verlichting steeg uit aller borst toen de uitkijk des middags van
+denzelfden dag luide hooren deed: »Land vooruit!« Men kreeg eerst drie
+hooge bergtoppen in het gezicht, en het land, dat later bleek een
+eiland te zijn, ontving naar deze drie bergtoppen, den naam van »La
+Trinidad,« d. i. »De Drie-eenheid.« Pas den volgenden dag vond hij
+een' geschikten ankergrond en zond nu sloepen aan wal om water in te
+nemen en eene plaats te zoeken waar de schepen konden gekalefaat
+worden. Water vond men, en de vreugde hierover deed vergeten, dat men
+genoodzaakt was met de ontredderde schepen verder te trekken, omdat er
+geene goede haven gevonden werd. Columbus stond verbaasd over den
+weelderigen plantengroei, dien hij hier aantrof, want hij had stellig
+verwacht eene landstreek te vinden, waar alles door de hitte
+verschroeid was. Dat viel hem tegen, want hij was het vreemde geloof
+toegedaan, dat het fijnste goud, de zuiverste edelgesteenten en de
+schoonste parelen alleen in zulk eene streek konden voorkomen.
+Zuidelijk van La Trinidad was nog eene kust zichtbaar en aanvankelijk
+hield Columbus dit voor een ander eiland. Hij vergiste zich echter
+zeer, want de kuststreek, die hij zag, behoorde wel degelijk tot het
+vasteland van Zuid-Amerika. Hij was hier aan de breede monding van den
+Orinoco, wiens melkwitte wateren tot op grooten afstand in den Oceaan
+nog zichtbaar zijn. De oevers van dezen machtigen stroom, wiens
+monding slechts honderdzestig uur van zijn' oorsprong verwijderd is,
+doch welke zulk een' bochtigen loop heeft, dat zijne heele lengte
+vierhonderd vijftig uur bedraagt, zijn schilderachtig schoon. Ook toen
+vertoonde de natuur er zich in volle pracht. Columbus was echter
+ziekelijk en behalve dat hij veel aan ontstoken oogen leed, werd hij
+ook erg gekweld door de jicht, zoodat de lust bij hem niet groot was
+om lang in deze streken te vertoeven. Hij wilde naar Hispaniola om
+daar, door eenige weken rust, tot herstel te komen om dan, als de
+jicht hem niet meer kwelde en de oogen weer hersteld waren, van
+Hispaniola uit, naar deze streken op ontdekkingen uit te gaan. Dat
+men in de kolonie behoefte aan krijgs- en levensvoorraad hebben zou,
+geloofde hij niet, want de drie schepen, die hij er van Ferro
+rechtstreeks heengezonden had, zouden nu reeds te Isabella aangekomen
+zijn. Maar de levensvoorraad, die hij met zijne schepen ook voor de
+Kolonie aan boord had, had door de hitte verbazend geleden en zou
+misschien geheel onbruikbaar worden, als hij den tocht in deze streken
+te lang voortzette.
+
+[Illustratie: Een Indianen-dorp ten tijde van Columbus.]
+
+Er werd dus besloten om slechts een deel van de kust langs te zeilen
+om de overtuiging op te doen, dat een nader bezoek aan deze streek de
+moeite loonen zou.
+
+Het was een heerlijk, schoon land, dat Columbus en zijne reisgenooten
+te zien kregen, en op onzen Admiraal, die zoo gaarne aan zijne
+dichterlijke gedachten de vrije vlucht gaf en dan voor waarheid hield,
+wat toch eigenlijk niets anders was dan eene poëetische vinding,
+maakte dit land zulk een' indruk, dat hij waande in de nabijheid van
+het Paradijs te zijn.
+
+Over de plaats waar dit Paradijs eenmaal lag, werd in die dagen zeer
+veel getwist, zelfs door geleerden. Dat evenwel hunne uitspraken kant
+noch wal raakten, is duidelijk, omdat hunne kennis van de gedaante en
+oppervlakte der aarde zeer gebrekkig was. Eene algemeen aangenomen
+meening in Columbus' tijd was, dat het Paradijs op de Oostkust van
+Azië gelegen had, en er eigenlijk nog lag. Bij den Zondvloed was het
+door zijne eigenaardig hooge ligging gespaard gebleven van de
+overstrooming.
+
+Toen nu bij het aanschouwen van die schoone kust, waar zoo menig
+vriendelijk gelegen Indianen-dorp zich vertoonde de dichterlijke
+verbeelding des Admiraals opgewekt werd, begon hij ook naar den berg
+of de hoogte uit te zien waarop het Paradijs lag. Hij schreef zijne
+meening hierover aan de Monarchen, en om dezen duidelijk te maken, dat
+hij zich maar niet iets ongerijmds voorstelde, deelde hij hun de
+kersversche wetenschap mede: »De Aarde heeft den vorm eener peer en
+verlaat den bolvorm op de plek waar bij eene peer de steel zit, en in
+de nabijheid van de Linie, in den Indischen Oceaan, is het hoogste
+gedeelte en nadert de Aarde het meest den Hemel.«
+
+Tot den vijftienden Augustus bleef Columbus zijn' tocht langs de
+heerlijke kust voortzetten, en had hij gelegenheid om te zien, dat de
+inwoners hier veel beschaafder waren dan de inboorlingen van
+Hispaniola. Aanvankelijk ontweken ze bij het naderen der schepen hunne
+kustdorpen en namen de vlucht in de bosschen. Zij hadden nimmer
+zeilschepen gezien, en later bleek het, dat ze de schepen voor
+reusachtige waterdieren hielden, die niet alleen zwemmen, maar ook
+vliegen konden. De zeilen waren dan hunne vleugels, en in dat geloof
+moesten ze wel versterkt worden, als ze zagen hoe die »zeedieren«, als
+ze ophielden met zich voort te bewegen, de vleugels sloten. Elke
+beweging van de zeilen beschouwden ze als eene vrijwillige beweging
+met de vleugels. Om met de bewoners, die zich niet zien lieten, in
+aanraking te komen, liet Columbus den zesden Augustus op een deel der
+kust, waar zich sporen van landbouw vertoonden, eenige sloepen
+landden. De matrozen zagen uit alles duidelijk, dat kort geleden hier
+menschen moesten vertoefd hebben, want ze vonden zelfs vuren, die nog
+niet uitgedoofd waren. Eindelijk wierpen de schepen de ankers in de
+monding eener rivier uit, en thans zag men eene kano waarin een
+viertal mannen zaten, de karveel naderen, welke het dichtst bij den
+wal lag. Een zonderling middel om de kennismaking met deze menschen
+aan te knoopen, bracht de Kapitein van de karveel in practijk. Hij
+sprong van zijn schip in de kleine kano, die daardoor omkantelde. De
+Wilden trachtten zwemmende den oever te bereiken, doch werden door de
+Spaansche matrozen achterhaald en gevangengenomen. Sidderend en bevend
+verschenen ze voor Columbus, die hen vriendelijk toelachte, en na hun
+eenige valkenbelletjes, koralen en wat suiker gegeven te hebben, weer
+naar den wal liet brengen. Die geschenken hadden de gewenschte
+uitwerking, want de gevangengenomen Wilden hielden, toen ze alweer bij
+de hunnen waren, de geschenken, die ze gekregen hadden, niet
+verborgen, wat ze ook bezwaarlijk konden doen, daar ze geene kleederen
+droegen en de gordel om het middel geene zakken had om de valkenbellen
+te verbergen. Hun hoofd was gedekt met een voorwerp, dat van katoen
+gemaakt was. Nu eenmaal de vrees voor de vreemde dieren en de vreemde
+menschen overwonnen was, kwamen de Indianen van alle kanten opdagen,
+en met hunne kano's, die soms heel aardig versierd waren, aan boord
+van de schepen. Ze maakten op Columbus en de zijnen een' zeer
+gunstigen indruk. Hunne lichaams-gestalte, hoewel niet boven het
+middelmatige, was kloek en krachtig en tot groote verbazing van den
+Admiraal, die gedacht had hier, zoo dicht onder de Linie een
+verschroeid land en zwarte menschen, met wol in plaats van haar op het
+hoofd, te vinden, had hij al sinds eenige dagen gezien dat er van een
+verschroeid land in de verste verte geene spraak was. Hij zag
+daarenboven niet alleen menschen, die lang zwart haar hadden, maar die
+tevens eene huidkleur bezaten, welke al heel weinig verschilde met de
+gebruinde kleur zijner manschappen. Ja, er waren meisjes, zóó bevallig
+en schoon, en zóó blank, dat ze menige beroemde Andalusische schoone
+evenaardden, zelfs overtroffen. In het schieten met den boog waren ze
+zeer ervaren, en om hunne naakte lichamen tegen de pijlen der vijanden
+te beschermen, gebruikten ze een klein soort van houten schilden. Heel
+eigenaardig was ook het gebruik, dat ze van den neus maakten. Het
+zintuig van den reuk scheen, evenals alle andere zintuigen, sterk
+ontwikkeld te zijn, wat nog het geval is bij volken, die bijna in den
+natuurstaat leven. In plaats van, zooals wij zouden doen, de
+voorwerpen en menschen, die ons vreemd zijn, te betasten, begonnen zij
+alles te beruiken. Op de vraag, natuurlijk door teekenen gedaan, hoe
+hun land heette, gaven ze ten antwoord: »Paria!« en ze deelden meteen
+ook mede dat het land in het Westen veel sterker bevolkt was. Zij
+gaven Columbus wegwijzers mede om dat land op te zoeken, en toen hij
+en zijn volk er aankwamen, stonden ze letterlijk verbaasd op het
+gezicht van zooveel natuurschoon als hier heerschte. Natuurlijk was
+Columbus' eerste werk om, nu hij aan wal gekomen was, het land voor
+zijne Monarchen in bezit te nemen, en dit geschiedde op dezelfde
+wijze, als bij gelegenheid, dat hij den eersten voet op het gebied der
+Nieuwe-Wereld zette. In de keuze der woorden was hij wel eenigszins
+vrij, omdat er omstandigheden konden zijn, die wijziging in eene
+voorgeschreven formule noodzakelijk maakten, doch de plechtigheden,
+die er mede gepaard gingen, waren wel degelijk voorgeschreven door het
+Hof waar eene zeer strenge etiquette heerschte. De toespraak van
+Columbus was steeds kort, en eindigde met een' nieuwen eed van trouw
+door hem en zijne manschappen afgelegd. Later kwam het onder Don
+Alonzo De Hojeda in gebruik om eene ellenlange toespraak te houden in
+het bijzijn van de inboorlingen. De plechtige toespraak geschiedde in
+het Spaansch, waarvan de arme menschen natuurlijk geen woord
+verstonden, en als we dan lezen hoe de inboorlingen hunne plichten
+voorgeschreven werden tot in de kleinste bijzonderheden, dan klinkt
+het al zeer naïef, als het ten slotte luidt: »Indien gij het niet
+doet, of voorbedachtelijk en listig uitstelt, het te doen, verzeker ik
+u, dat ik met Gods hulp, u met geweld zal aanvallen, en u overal en op
+alle wijzen zal beoorlogen. Ik zal u onderwerpen aan de macht en aan
+de gehoorzaamheid der Kerk en van Zijne Majesteit. Uwe vrouwen en
+kinderen zal ik als slaven wegvoeren, en zoodanig over hen beschikken
+als Zijne Majesteit zal bevelen. Ik zal uwe bezittingen wegnemen en u
+al het leed en verdriet aandoen, dat in mijne macht is, omdat gij
+vasallen zijt, die hun' Souverein niet willen gehoorzamen of erkennen,
+maar die zich tegen hem verzetten en hem tegenstand bieden. Ik
+verklaar bij deze, dat gij de ellende en jammeren, die ge langs dezen
+weg uzelven veroorzaakt, eenig en alleen aan uzelven en niet aan Zijne
+Majesteit, aan mij of aan deze krijgslieden, die mij vergezellen, zult
+te wijten hebben.«
+
+[Illustratie: Spanjaarden in de Nieuwe-Wereld, die den huldigings-eed
+zweren.]
+
+Het was gesproken, en of de inboorlingen er nu ook geen enkel woord
+van verstaan hadden, dat hinderde niet. Wanneer ze nu niet in alles
+naar den zin en wil van de Spanjaarden handelden, dan meenden deze
+laatsten in hun volle recht te zijn om hen, als oproerlingen te
+behandelen, want »met luider stem waren hunne verplichtingen
+afgekondigd.« Waarlijk, indien deze voorgeschreven toespraak niet in
+de archieven bewaard was gebleven, dan zou men niet kunnen gelooven,
+dat ze gehouden werd.
+
+Ja, dat de heele toespraak van het begin tot het einde volgens de
+voorgestelde formaliteiten gehouden wàs, werd telkens door een'
+Notaris verzekerd, en deze was dan verplicht hiervan een schriftelijk
+bewijs aan den Spaanschen Bevelhebber, die de toespraak hield, over te
+reiken. Men zou anders, wanneer men las, dat deze of gene
+ontdekkings-reiziger een' Notaris bij zich had, lichtelijk kunnen
+vragen: »Wat doet nu toch zulk een Ambtenaar hier?« Thans weet men
+het. Er waren Notarissen bij elken ontdekkings-tocht om de rechten van
+de Spaansche Kroon op de gevonden landen tegenover alle vreemde
+Mogendheden vast te stellen. Dat de inboorlingen er niets van
+begrepen, leverde geen bezwaar op; er was aan den vorm voldaan en die
+vorm redde alles.
+
+Nadat de plechtigheid van de huldiging afgeloopen was begon Columbus
+zich met de inboorlingen bezig te houden. Zij waren blijkbaar nog
+beschaafder dan die, welke hij reeds ontmoet had en tot zijne vreugde
+zag hij, dat ze ook heel andere versiersels bezigden. Om den blanken
+en sierlijken hals droegen de jonge vrouwen en meisjes snoeren van
+kostbare parelen, en de mannen hadden om hals, armen en beenen banden
+van een zeker soort van goud, dat ze »gaunin« noemden, en dat, zooals
+ze zeiden, afkomstig was uit een land, dat niet zoo heel ver af lag.
+Ook de parelen kwamen er vandaan, maar de bewoners van dat land waren
+menscheneters. Indien dit laatste waar was, wat nauwelijks te
+veronderstellen is, dan moeten het bijna wetenschappelijk ontwikkelde
+menscheneters geweest zijn, want later bleek dat »gaunin« een mengsel
+was van goud, zilver en koper, dat zelfs kunstig bearbeid was. Dat
+»gaunin« uit die bestanddeelen bestond, wist Columbus niet, maar dat
+belette hem niet te twijfelen aan de waarheid van hun beweren. Hij
+hield het ervoor dat ze hem niet zeggen wilden waar het »gaunin« en de
+parelen gevonden werden, omdat ze vreesden dat de vreemdelingen er hen
+van berooven zouden. Nu, de Spanjaarden gaven tot zulk een valsch
+beweren dan zelf ook aanleiding, want hunne begeerte om parelen en
+»gaunin« tegen allerlei snuisterijen te verruilen was te groot om
+zelfs de inboorlingen niet terstond te laten begrijpen, dat ze alles
+wegnemen zouden, als ze de plaats maar wisten, waar het te vinden was.
+
+Columbus, die met het »gaunin« niet zooveel ophad, sloeg een
+begeeriger oog op de parelen, en hij hield zich overtuigd, dat deze
+kostbare voorwerpen hier in de nabijheid moesten gevonden worden.
+Immers, een geleerd Romein, Plinius, had eeuwen geleden reeds
+geschreven, dat parelen ontstonden door dauwdruppels, die tusschen
+geopende oesterschelpen vielen. Oesters vond men hier in menigte, en
+de dauw viel er sterker dan hij ergens elders gezien had. Hij zeilde
+daarom langs de kust verder in de hoop dat hij hier op »Paria«, dat
+hij steeds voor een eiland bleef houden, de plek vinden zou, waar de
+pareloesters leefden, en in de stellige meening dat hij hier in het
+land der parelen was, noemde hij eene der vele golven, die hij op dien
+tocht vond: »Parelgolf.«
+
+Zijn zoeken was echter vergeefsch, en daar zijne oogen bovendien zoo
+ontstoken werden, dat hij bijna blind werd en hij genoodzaakt was om
+alles aan zijn' Stuurman over te laten, wat zeer gevaarlijk was, omdat
+de zee op vele plaatsen buitengewoon ondiep werd, zoo besloot hij de
+verdere onderzoekingen voorloopig te staken en de reis naar Hispaniola
+aan te nemen. Was hij eenmaal dáár, dan zou hij tot volkomen herstel
+van zijne geschokte gezondheid en van zijne zieke oogen, rust nemen,
+en inmiddels zijn' broeder Don Bartholomeus met karveelen, die niet
+zoo diep gingen als zijn Admiraalsschip, op verdere ontdekking van dit
+heerlijke land uitzenden.
+
+Veel leed Columbus, maar de zieke oogen straalden van vreugde, als hij
+er aan dacht, welke schatten hij aan de Spaansche kroon brengen, en
+hoe hij dan een kostelijk loon op al zijn streven vinden zou.
+
+Dat land der parelen deed hem denken aan de schriftelijke beloften,
+die hij bij de ontdekking der Nieuwe Wereld aan zijne Monarchen gedaan
+had, namelijk om te zorgen dat hij binnen zeven jaar uit de
+voordeelen, welke zijne ontdekkingen hem zouden aanbrengen, een leger
+van vijftigduizend man voetvolk en vijfduizend ruiters zou kunnen
+uitzenden om een' nieuwen Kruistocht tegen de Ongeloovigen te doen, en
+het Heilige Land te heroveren.
+
+De belofte was gedaan, en hij stond aan de grens van de zeven jaar,
+nu, zoo hij meende, verzekerd dat hij die belofte met ladingen parelen
+zou kunnen inlossen.
+
+Arme man, hoe zou hij bedrogen uitkomen! Maar hoe blijkt het alweer
+uit deze onvoorzichtige belofte, dat hij bij al zijne kennis, al zijn'
+moed, al zijne ervarenheid, in vele opzichten een onpraktisch man was,
+die zich aan allerlei dichterlijke droomen overgaf. Zulk een man, het
+kon niet anders, was niet berekend om de gewichtige en moeielijke
+betrekking van Onder-Koning te bekleeden. Hij moest al zijn wenschen
+en hopen, meestal door eigen schuld, zien mislukken; want wie niet,
+als hij, zulk eene dichterlijke verbeelding had, diende hem wel voor
+een' grootspreker of bedrieger te houden. De tegenstand, dien hij
+vond, ging werkelijk niet altijd van kwaadwillige en hebzuchtige
+menschen uit.
+
+Aan dat alles dacht echter onze gelukkige Admiraal, vooral op dit
+oogenblik, niet.
+
+Den negentienden Augustus kwam hij, door sterke stroomen en door eene
+miswijzing van het kompas, of mogelijk wel, omdat hij zelf, zoo goed
+als blind, den koers niet bepalen kon, op een zeer afgelegen deel van
+Hispaniola aan, en terstond zond hij een scheepje af naar Isabella om
+Don Bartholomeus bericht te geven van de aankomst van hem, den
+Admiraal.
+
+Reeds vóór zijn broeder bij hem kwam, zag Columbus een' inlander, die
+met een' Spaanschen kruisboog gewapend was, en terstond rees de bange
+gedachte bij hem op: »Zou ik wellicht te Isabella een tweede La
+Navidad vinden?«
+
+Die gedachte was niet zoo ongegrond. Hoe kwam die inlander aan een'
+kruisboog? Het zou immers al te groote dwaasheid geweest zijn om de
+Indianen, die reeds overvloedige bewijzen gegeven hadden van hunne
+vijandelijke gezindheid, te oefenen in den handel met wapenen, die
+dienen moesten om hen in bedwang te houden. Had die Indiaan evenwel
+een' Spanjaard gedood om zich van zijn' boog meester te maken, dan was
+het nog erger, want dan leverde immers hij het bewijs, dat de
+Kolonisten gedood of onmachtig waren om den overmoed der Indianen met
+afdoende middelen te keer te gaan.
+
+Tot den dertigsten van die maand bleef Columbus, die slechts langzaam
+verder zeilde, in eene pijnlijke onzekerheid. Op dien dag echter kwam
+Don Bartholomeus bij hem aanboord en vernam hij van dezen dat de
+toestand der Kolonie hachelijk stond.
+
+Wat was er dan toch gebeurd?
+
+Heel veel.
+
+Twee ijverige Monniken hadden op het eiland het Christendom gepredikt
+en het geluk gehad, een gezin van zestien personen te bekeeren. Nu
+wendden zij zich met hunne pogingen tot den machtigen Kazike
+Guarionex. Deze hield zich aanvankelijk, alsof hij wel ooren had naar
+de Leer van het Kruis, en leerde het Pater noster, het Ave Maria en
+het Credo. Hij gaf zijne huisgenooten niet alleen bevel dit ook te
+leeren, maar beval tevens, dat men het elken dag driemaal moest
+opzeggen. De ijverige Monniken waren vol hoop, doch zagen weldra zich
+deerlijk teleurgesteld. De een zegt, dat de naburige Kaziken hem er
+toe kregen om niet meer naar de Monniken te luisteren, terwijl een
+ander beweert, dat een Spanjaard de lievelingsvrouw van den Kazike
+beleedigd had. Het laatste schijnt het meest de waarheid nabij te
+komen. Zooveel is echter zeker, dat de Monniken hunne pogingen opgaven
+en elders heentrokken. Zij namen het hoofd van het bekeerde gezin
+mede, doch lieten vooraf voor de vijftien achterblijvenden eene kleine
+kapel oprichten. Nauwelijks echter waren de Spanjaarden vertrokken of
+de inlanders vernielden het gebouwtje en begroeven het altaar, het
+crucifix en een paar Heiligen-beeldjes in den grond.
+
+Deze daad moest streng gestraft worden. De plunderaars werden
+opgezocht, en toen men hen gevonden en gevangengenomen had, werden ze
+veroordeeld, levend verbrand te worden, welk vonnis ook aan hen
+voltrokken werd.
+
+De Indianen besloten nu den dood hunner broeders te wreken. Zij
+vereenigden onder hunne Kaziken de verschillende benden en bedreigden
+de fortjes, die Don Bartholomeus had laten aanleggen. Toen de
+Adelantado hiervan bericht kreeg, besloot hij, omdat de Kolonisten
+door gebrek aan goed voedsel misschien niet bestand zouden zijn om de
+opstandelingen te bestrijden, de Kaziken door list gevangen te nemen.
+Die list gelukte, en de opstand werd daardoor den kop ingedrukt.
+
+Nu liet de Adelantado het bevel zijns broeders ten uitvoer leggen en
+bouwde aan den mond der rivier Ozema, in de nabijheid der goudmijnen,
+de stad San-Domingo, en toen deze voltooid was, besloot hij met een
+groot gevolg eene reis te maken naar het machtige rijk Xaragua, dat
+ten Westen van Hispaniola lag en nog nimmer door Spanjaarden bezocht
+was. Wat zou men er ook doen? Schoon moest het er zijn,
+onvergelijkelijk schoon en vruchtbaar. Wat men eenmaal onder de
+beschaafde Grieken en Romeinen de »Elyseesche Velden« noemde, dat was
+Xaragua voor Hispaniola. Maar, men vond er geen goud en slechts
+katoen, bloemen, heerlijke vruchten en visch.--Over Xaragua regeerden
+de Kazike Behechio en zijne zuster, de beeldschoone Anacaona, weduwe
+van den bekenden Caonabo. In Xaragua aangekomen, werden Don
+Bartholomeus en de zijnen ingehaald door een groot aantal jonge
+meisjes van buitengewone schoonheid, en de ontvangst was zoo
+hartelijk, als men maar wenschen kon. Na daar te midden van zooveel
+schoons eenigen tijd doorgebracht te hebben, kwam de Adelantado onzen
+Behechio mededeelen, dat hij hem voortaan ook schatting in katoen
+moest opbrengen. Behechio had hierin niet veel lust, doch Anacaona,
+die wist hoe haar echtgenoot door zijn' opstand tegen de Spanjaarden
+zichzelven slechts schade berokkend had, gaf haar broeder den raad om
+de schatting te voldoen. De Kazike luisterde er naar en zeide, dat hij
+bericht zenden zou als de schatting bijeen was. Thans vervolgde de
+Adelantado zijne reis, doch toen hij eenigen tijd daarna te Isabella
+aankwam, vond hij er een treurig tooneel. Wel driehonderd der
+Kolonisten waren aan koortsen bezweken of leidden een treurig leven
+tengevolge van gebrek aan het noodige voedsel. Gelukkig brachten de
+drie schepen onder bevel van Nino eenige verademing, doch weldra was
+de aangebrachte voorraad verteerd. Nu nam het gebrek alweer
+onrustbarende verhoudingen aan. Men begon te morren en te klagen, dat
+Columbus te midden van de feesten aan het Spaansche Hof, de Kolonie
+geheel vergat. Dat hij-zelf daar in Spanje leed onder allerlei
+tegenwerking en teleurstelling, bevroedde niemand. Dat bevroedde zelfs
+Ridder Francisco Roldan niet, en deze had toch zeer goed kunnen weten
+dat de oorzaak van al de ellende onmogelijk bij Columbus gezocht moest
+worden.
+
+Toen Columbus nog bij zijne tweede reis op Hispaniola vertoefde, was
+Roldan dagelijks met hem in aanraking geweest, en hij had zooveel
+werkkracht en zooveel goeden wil getoond, dat de Admiraal hem meer dan
+anderen genegen was. Die genegenheid droeg vruchten, want toen
+Columbus naar Spanje vertrok, benoemde hij dezen Roldan tot
+Opperrechter, en beval hem zijn' broeder aan, als een man, die zijn
+volste vertrouwen verdiende. Columbus had echter in de keuze van
+Roldan andermaal getoond hoe bitter weinig menschenkennis hij bezat,
+want Roldan behoorde tot zijne grootste vijanden, en pas was de
+Admiraal weg, of de valschaard begon reeds zijne rol te spelen. En
+toen ten slotte, door gebrek en ziekte, de ellende der Kolonie ten top
+gestegen was, beschuldigde hij Don Bartholomeus en diens broeder Don
+Diego van allerlei oneerlijke handelingen ten opzichte der Kroon, en
+wist hij verscheidene Kolonisten over te halen om met hem alle
+gehoorzaamheid aan den Adelantado op te zeggen.
+
+De sluwe Kaziken, hoewel nog buiten den twist gehouden, zagen zeer
+goed hoe erbarmelijk zwak de toestand der heele Kolonie was, zoodat
+Don Bartholomeus, wilde hij althans van Isabella geen tweede La
+Navidad gemaakt zien, verplicht was om tegenover de opstandelingen met
+de uiterste gestrengheid op te treden.
+
+In dien treurigen toestand vond de Admiraal de schoone Kolonie, toen
+hij er den laatsten Augustus aankwam.
+
+En hier was hij dan nu gekomen om uit te rusten en van zijne ziekten
+te herstellen!
+
+Roldan zelf hield zich ver van Isabella buiten het bereik des
+Admiraals, doch zijn aanhang was over het geheele eiland verspreid en
+leefde daar in de liederlijkste ongebondenheid. Vooral was het
+heerlijk schoone Xaragua het tooneel waarop Roldan en de zijnen hun
+brooddronken leven leidden. Op zekeren dag zagen zij drie schepen
+naderen. In het eerst meenden ze, dat de Adelantado die op hen
+afgezonden had, doch weldra wisten ze dat het de drie schepen waren,
+die Columbus vooruit gezeild waren om de Kolonie terstond van krijgs-
+en levensvoorraad te voorzien. Roldan begon hier zijne rol nu nog
+uitgebreider te spelen, en weldra had hij door list het scheepsvolk,
+dat uit de grootste deugnieten bestond, overgehaald om hier te
+blijven, en niet naar de ongeluksstad Isabella te gaan. De bemanning
+der schepen, die door allerlei tegenspoeden afgedwaald en nu pas op
+dit punt aangekomen waren, verkoos natuurlijk dat »Luilekkerland«, en
+de samenzwering was al in vollen gang, toen de Kapiteins der schepen
+er alles van te weten kwamen. Het was te laat, en verscheidene
+deugnieten in Xaragua achterlatende, omdat ze geene kans zagen, hen
+weer aanboord te krijgen, zett'en ze koers naar San-Domingo, waar ze
+met een' voorraad van bedorven levensmiddelen eindelijk aankwamen.
+
+Thans was de ellende ten toppunt gestegen, en Columbus wist geen'
+anderen uitweg dan de schepen waarmede hij gekomen was, naar Spanje
+terug te zenden. Hij zou brieven aan de Monarchen medegeven, waarin
+hij een onbewimpeld verslag van den stand van zaken zou doen. Eenmaal
+hiertoe besloten, vroeg hij aan zijne Souvereinen om een kundig man,
+als Opperrechter, naar Hispaniola te sturen, ten einde deze de
+bestaande geschillen beslechten zou, en hij eindigde zijn' brief met
+den raad om, als die Rechter er niet in slaagde, de rebellen dan
+eenvoudig te verdelgen. Met deze schepen gaf Roldan evenwel ook
+brieven aan de Koningin en den Koning mede, en hierin had de geslepen
+Rechtsgeleerde allerlei beschuldigingen tegen den Admiraal en zijne
+broeders aangevoerd. De leeperd wist bovendien hoe hij het aanleggen
+moest om bij Koningin Isabella een gunstig gehoor te erlangen. Hij
+deed zich voor als iemand, die in zijne betrekking van Opperrechter
+gestadig te worstelen had met den Admiraal en zijne broeders om geene
+arme inboorlingen als slaven aanboord der schepen naar Spanje te
+zenden, omdat zulk eene onbarmhartige handelwijze een' Christen
+onwaardig was. Het was heel gemoedelijk van Roldan, en zijne woorden
+zou Columbus zelf bevestigen, want met de terugkeerende schepen gaf
+hij een groot aantal gevangenen mede om die in Spanje, als slaven te
+verkoopen. Dat deze meeste gevangenen daar gekomen waren, omdat zij
+geweigerd hadden, schatting te betalen, dat verzweeg Roldan, en nog
+veel minder maakte hij bekend, dat hij-zelf en niemand anders het
+geweest was, die de arme Indianen ingeblazen had, geene schatting te
+betalen, zoodat hij feitelijk de oorzaak was, dat die lieden, als
+veroordeelde opstandelingen, naar Spanje gevoerd werden.
+
+Met die schepen, waarop een groot aantal ontevredenen naar Spanje
+terugkeerden, doen we ook die reis en verlaten dus voor een oogenblik
+den grooten man, die op een ongelukkig oogenblik zijne aangewezen
+betrekking als landontdekker vereenigd had met die van gezaghebber.
+Hij had het nooit moeten doen, want hij miste geheel den tact om met
+zulk een hoog gezag bekleed te worden, waar hij, als vreemdeling,
+dagelijks aan laster en naijver bloot stond. Het was evenwel niet
+geheel zijne schuld, want echte Spanjaarden, van ouden stam en
+onverdachten Adel, zouden naderhand ondervinden, dat zij zichzelven
+ongelukkiger maakten, naarmate ze meer deden, meer landen ontdekten,
+meer voordeel aan de Kroon bezorgden. Het ellendige goud was oorzaak,
+dat te midden van zooveel edels en schoons, tienmaal meer onedels en
+slechts zich vertoonde, dat daden, die ons met bewondering vervullen,
+met groven ondank beloond werden.
+
+Zooals te denken is, brachten de ongelukkige brieven aan het Hof niet
+veel goeds voor Columbus, en vooral Koningin Isabella was vertoornd
+dat hij steeds voortging met slaven naar Spanje te sturen, en dan nog
+wel zulke onschuldige (?) menschen, zooals uit de brieven van Roldan
+ten duidelijkste bleek. Welk een man was dan toch die Genuees, die
+Spanjaarden schopte, onschuldige inboorlingen tot slavernij doemde, en
+ten slotte in zijn' brief kon spreken van een »verdelgen« van de
+oproermakers? Haar eerste bevel was om al de slaven naar de Nieuwe
+Wereld terug te zenden en hen daar weer vrij te laten.
+
+Een geleerd Rechter naar de Indiën zenden, dit had Columbus zelf
+gevraagd, en daardoor een bewijs van eigen onmacht gegeven. Geheel met
+hem breken, neen, dat wilde Koning Ferdinand niet, maar dat wilde
+stellig en zeker Koningin Isabella ook niet. Wel kon ze niet meer voor
+hem zijn, wat ze vroeger geweest was, maar vergeten welke groote daden
+hij verricht had, dat ging niet.
+
+Er werden terstond aanstalten gemaakt om De Bobadilla naar de Nieuwe
+Wereld te zenden, maar als altijd was er geen geld genoeg om den
+nieuwen Stadhouder, want dat was hij door de brieven, die hij
+medekreeg, metterdaad, met een eskader, dat aan zijn' rang paste, naar
+Hispaniola over te brengen. Het werd zelfs Juni van het jaar 1500 eer
+hij kon afreizen, en in dien tusschentijd was er in Europa andermaal
+een groot nieuws verbreid.
+
+De tijding dat Columbus door steeds het Westen in te zeilen de lang
+gezochte Indiën gevonden had, was voor de ondernemende Portugeezen
+geene reden geweest om nu moedeloos hunne ontdekkingsreizen te staken.
+Met allen ernst hadden ze hun doel vervolgd, en met den besten uitslag
+waren hunne pogingen bekroond: Vasco De Gama had om Afrika's Zuidpunt
+heen óók de Indiën gevonden, en de berichten van die ontdekking waren
+van zulk een' aard, dat de Spanjaarden zelven moesten erkennen, dat de
+Indiën, van die zijde genaderd, meer gelijkenis hadden met de landen
+door Marco Polo beschreven, dan het deel der Indiën dat men gevonden
+had, het Westen inzeilende. Intusschen, de Portugeezen waren nu óók in
+de Indiën, en dit feit kan strekken om de handelingen der Spaansche
+Monarchen ten opzichte van Columbus eenigszins te vergoelijken. Als
+Columbus het land al niet regeeren kon wanneer de Portugeezen hem niet
+bemoeielijkten, hoe zou hij het dan kunnen, als de Portugeezen er
+werkelijk ook kwamen? Men begreep wel dat die ontmoeting nog wel niet
+in de eerste weken of maanden plaats hebben zou, omdat de afstand
+tusschen de Oostelijke en Westelijke kusten van de Indiën
+onbegrijpelijk groot was, maar de ontmoeting _moest_ eenmaal plaats
+hebben, dat kon niet anders, en in dat geval diende er aan het hoofd
+der Spaansche Indiën een man te staan, die Spanjes gezag met macht en
+kracht wist te handhaven. En hoe men over Columbus ook denken mocht,
+niet één zou durven beweren, dat hij in dit geval de rechte man was om
+de orde te bewaren.
+
+In Spanje had evenwel nog iets meer plaats gegrepen. Columbus had in
+een' zijner brieven ook een wijdloopig verhaal gedaan van de landen,
+die hij op zijn' laatsten tocht gevonden had. Op de gewone manier had
+hij zich vaak aan allerlei dichterlijke bespiegelingen overgegeven en
+die voor waarheid gegeven. Vooral dat Paradijsachtige van de landen,
+die »Paria« genoemd waren, en den schat van parelen, dien men daar
+vinden zou, had hij met de sprekendste kleuren gemaald, en menigeen
+brandde van verlangen om dat heerlijke Paria op te zoeken. Geen
+evenwel wenschte dit zoo vurig als onze bekende Don Alonzo De Hojeda,
+die niet met Columbus op de derde reis medegegaan was. Maar onze
+avontuurlijke Ridder miste, wat het noodigste was om zulk een' tocht
+te doen, en dat was geld. De overeenkomst tusschen de Monarchen en
+Columbus, dat niemand der Spanjaarden bijzondere ontdekkings-reizen
+mocht doen, bestond, dat wist heel Spanje en dat wist De Hojeda ook,
+maar wat zou die overeenkomst? Was ze niet gesloten tusschen de
+Monarchen eenerzijds en den Onder-Koning anderzijds? Was Columbus door
+de benoeming van De Bobadilla niet van zijne waardigheid ontzet en
+slechts »Admiraal van den Oceaan« gebleven? De overeenkomst had
+derhalve hare kracht geheel verloren, en als hij nu maar een'
+machtigen steun verkrijgen kon, dan zou hij, De Hojeda, wel uitzeilen
+om dat Paria te vinden en aan de Kroon van Spanje te brengen.
+
+Die machtige steun was spoedig gevonden in zijn' neef, den Eerwaarden
+Vader Alonzo De Hojeda, een der Groot-Inquisiteurs van Spanje, en wat
+meer zegt, een der beste vrienden van Bisschop Don Juan Rodriguez De
+Fonseca, den volhardenden tegenstander van Columbus.
+
+De Fonseca gaf, zeker wel met goedvinden van Koning Ferdinand, aan
+onzen avonturier een' lastbrief, waarin hij gemachtigd werd om eene
+vloot uit te rusten, ten einde het vasteland van Amerika nader te
+onderzoeken. Waar De Bobadilla uit geldgebrek der Kroon nog niet
+uitzeilen kon, daar was het De Hojeda duidelijk, dat hij bij de Kroon
+niet om geldelijke bijdragen behoefde te komen. De rijke kooplieden
+van Sevilla zouden hem evenwel helpen aan het uitrusten der schepen,
+want er waren, als hij die Parel-landen vond, groote voordeelen van te
+verwachten. De naam van den dapperen Alonzo De Hojeda was in heel
+Spanje bekend, en weldra had hij dan ook aanboord van vier schepen,
+die te Port Santa-Maria in de nabijheid van Cadiz lagen, manschappen
+zoo goed als hij ze maar wenschen kon, want wie der zeelieden nog
+aarzelde om onder bevel van een' Ridder dien tocht te maken, die
+aarzelde niet meer toen hij wist, dat Juan De la Cosa, als Eerste
+stuurman de reis zou medemaken. Afkomstig van Biscaye en als het ware
+op zee geboren en oud geworden, stond hij als Spanjes beste Stuurman
+bekend, terwijl hij daarenboven in de Indiën geen vreemdeling was,
+omdat hij de heele tweede reis met Columbus had medegemaakt.
+
+Den twintigsten Mei 1499 ging Alonzo De Hojeda onder zeil. Geholpen
+door de kennis van zijn' Eersten stuurman, zijne eigene ervaringen en
+de kaarten en aanwijzingen van Columbus zelven, kwam De Hojeda, na
+eene voorspoedige reis van eenentwintig dagen, in dat gedeelte van de
+Nieuwe Wereld aan, hetwelk thans Guyana heet, doch wat hij er vond,
+geen goud en geene parelen. Het doel van den tocht was dus niet
+bereikt, doch den zorgloozen en verkwistenden De Hojeda was het meer
+om avonturen dan om schatten te doen. Hij zette daarom spoedig den
+tocht voort, leverde op een der Caraïben-eilanden slag met de
+inboorlingen, die zich dapper verweerden, doch het onderspit moesten
+delven, en kwam eindelijk bij een eiland, dat hij den naam gaf van
+»Giganten-« of »Reuzen-eiland«, omdat het, zoo het heette, bewoond
+werd door menschen »waarvan elke man een Antaeus en elke vrouw een
+Penthesiléa was.« Naderhand kreeg dit eiland den naam van Curaçao,
+doch niemand heeft er ooit een' man of eene vrouw gevonden, die aan de
+personen uit de fabelleer Antaeus of Penthesiléa deed denken. Toch was
+hij, die dit in zijn dagboek »Quatuor navigationes« schreef, een man,
+die zich later bekend maakte door nog enkele tochten in de Nieuwe
+Wereld te doen en van die tochten uitvoerige beschrijvingen te geven.
+Het was Amerigo Vespucci, en naar dezen man kreeg het nieuwe
+werelddeel den naam van Amerika.
+
+[Illustratie: AMERIGO VESPUCCI. (Geb. 1451, overl. 1512.)]
+
+Amerigo Vespucci werd in 1451 te Florence geboren, en betoonde al heel
+vroeg eene groote voorliefde te hebben voor de studie der natuur-,
+aardrijks- en sterrenkunde. Hij was afkomstig uit een aanzienlijk
+geslacht, niet onbemiddeld, en trachtte door reizen in Europa zijne
+kennis uit te breiden. In 1490 bevond hij zich in Spanje en bleef daar
+tot 1499, wanneer hij zich als Stuurman inscheepte met Don Alonzo De
+Hojeda. Reeds het volgende jaar was hij weer in Spanje terug om eenige
+weken later een' nieuwen tocht naar de Indiën te doen, bij welke
+gelegenheid hij enkele eilanden ontdekte. Die tocht werd nog door
+eenige andere reizen gevolgd, en daar hij den slag had om op eene
+luchtige en vroolijke manier te vertellen, zoo werden de boeken,
+waarin hij zijne reizen beschreef, weldra in alle landen van Europa
+gelezen. De boekhandelaar Martin Waldseemüller, die de werken van
+Vespucci, in het Duitsch vertaald, opnam in een grooter boek, schijnt
+het voorstel gedaan te hebben om het nieuw gevonden werelddeel,
+waarvan men toen reeds wist, dat het niets met de Indiën te maken had,
+den naam van »Amerika« te geven. Dat is zeker, dat de naam »Amerika«
+reeds voorkomt op kaarten van 1520 en 1522. Ongetwijfeld was deze
+Amerigo Vespucci een zeer geleerd man, doch als ontdekker heeft hij
+toch veel te weinig gedaan om zijn' naam aan de Nieuwe Wereld gegeven
+te zien. Het heeft daarom, vooral in den laatsten tijd, niet aan
+geleerden ontbroken, die vroegen: »Is het wel waar, dat Amerika naar
+dezen Amerigo genoemd is?« Sommigen zijn er toe gekomen om het sterk
+te betwijfelen en wijzen op vele namen in Middel-Amerika, die op
+_ique_ en _acao_ eindigen. Anderen weer houden het ervoor, dat de naam
+afgeleid is van »Amarca«, wat de heilige naam der Peruanen was. Het
+zal evenwel een zoeken en gissen blijven, en al vinden we het nu
+jammer, dat dit groote werelddeel niet »Columbia« heet, het zal niet
+baten, en »Amerika« zal het wel blijven heeten.
+
+Na deze noodzakelijke uitweiding tot De Hojeda terugkeerend, treffen
+wij hem aan voor eene diepe en wijde golf. Stoutmoedig zeilde hij de
+golf binnen en bevond dat ze veel eer op een kalm meer dan op eene zee
+geleek, en naarmate hij er dieper in kwam werd het water steeds
+kalmer. Eensklaps echter werden op een' morgen aller oogen getrokken
+door een dorp, dat midden op het water gebouwd was. Zulk een dorp van
+paalwoningen was in De Hojeda's tijd een zeer vreemd iets en bijna
+vier eeuwen moesten nog na hem verloopen om de ontdekking te doen, dat
+diezelfde paalwoningen ook in de Europeesche meren, inzonderheid in de
+Zwitsersche en Italiaansche gebouwd werden, toen Europa nog slechts in
+de Grieksche gedeelten beschaafd was. Op het gezicht van die
+paalwoningen dacht De Hojeda onwillekeurig aan Venetië, dat ook op het
+water gebouwd was, en terstond gaf hij deze streek den naam van
+»Venezuela«, dat »Klein Venetië« beteekent. De inwoners echter, die
+eerst zeer schuw in hunne woningen bleven, doch al heel spoedig een'
+aanval op de vreemdelingen waagden, welke natuurlijk in hun nadeel
+uitviel, noemden het land »Coquibacoa.« Na dit gevecht drongen de
+Spanjaarden de golf steeds dieper in en kwamen eindelijk in het Meer
+van Maracaïbo, waar de inwoners buitengewoon vriendelijk waren en
+alles deden, wat ze konden om den vreemdelingen te behagen.
+Merkwaardig mag het genoemd worden, dat De Hojeda in het verslag van
+zijne reis melding maakt van Engelsche reizigers, die hij te
+Coquibacoa ontmoette. Dit bericht bracht in Spanje heel wat pennen en
+gemoederen in beweging, want, hoe kwamen die Engelschen daar? Wanneer
+De Hojeda zich niet vergist had, dan hadden die Engelschen immers niet
+veel meer dan den draak gestoken met de Pauselijke bul, die alleen aan
+Spanje en Portugal het recht gaf om de landen, aan den Atlantischen
+Oceaan en in de Indiën gelegen, te bezoeken, er handel op te drijven
+en ze zich toe te eigenen. Er werden dan ook terstond maatregelen
+genomen om de Engelschen te beletten de Indiën te naderen. Intusschen
+is in de Engelsche geschiedenis niets bekend van dien tocht, zoodat De
+Hojeda vermoedelijk de blanke inlanders met Engelschen zal verward
+hebben. Een ander vermoeden bestaat er ook nog, doch dat zal eerst
+geopperd worden in een volgend hoofdstuk, als we over Giovanni Caboto
+en van zijn' beroemden zoon Sebastiano met enkele woorden spreken.
+
+Het kostte De Hojeda en den zijnen groote moeite om van deze goedige
+menschen te scheiden en dit heerlijke land te verlaten, en als we dat
+lezen, dan overvalt ons een gevoel van treurigheid bij de gedachte,
+dat later, door de ellendige gouddorst der Spanjaarden, deze menschen
+halve duivels werden en dat, vier eeuwen na de ontdekking, deze landen
+de broeinesten van jammer, ellende en revolutie zijn. Hoe bitter wreed
+werd het Paradijsachtige leven van deze goedige en gelukkige menschen
+verstoord! Waarlijk, wie er ook jubelen mogen bij het vierde eeuwfeest
+van Amerika's ontdekking, de weinige nakomelingen van de
+oorspronkelijke bewoners hebben er allerminst redenen toe. Bij het
+gejubel der Blanken mogen zij weenen bij de bouwvallen van hun
+voormalig Paradijs. En hoe lang nog? Met ieder jaar dringen de Blanken
+steeds verder, en wijken de Indianen. Met ieder jaar neemt hun aantal
+af, want allerlei ziekten, door Europeanen aangebracht, dunnen op eene
+verschrikkelijke wijze hunne gelederen. Het viel bijna allen
+ontdekkers op, dat de inboorlingen niet door de pokken geschonden
+waren; die ziekte kenden de Indianen niet, doch de Europeanen brachten
+ze over, en geene ziekte woedde er ooit heviger onder hen dan juist
+deze.
+
+Al wat laag en liederlijk was, mocht bij hen bijna onbekend heeten,
+doch het uitschot van volk, dat de Spaansche Regeering naar deze
+landen zond, was oorzaak, dat de inboorlingen er mede bekend werden,
+en, als Renegaten in de ondeugd, toonden ze ook de eigenschappen van
+Renegaten te hebben, en overtroffen ze weldra hunne leermeesters.
+
+Na dit heerlijke land verlaten te hebben, zette De Hojeda zijn' tocht
+nog een eindweegs voort, doch besloot toen om den steven naar
+Hispaniola te richten. Het lijkt onschuldig maar het was alles behalve
+onschuldig. Wat De Fonseca had durven doen, hij had den moed niet
+gehad, De Hojeda vrijheid te geven om te reizen waar deze wilde. In
+zijn' lastbrief stond uitdrukkelijk vermeld, dat hij geene landen
+mocht aandoen, welke door de Portugeezen in bezit genomen waren, en
+ook geene, die door Columbus vóór 1495 ontdekt werden. Den inhoud van
+zijn' lastbrief volgende, mocht hij derhalve niet op Hispaniola komen.
+Hij was evenwel de man niet om te vreezen dat die overtreding hem
+kwaad zou doen. Hij kende Koning Ferdinand; hij wist wie De Fonseca
+was, en bovendien begreep hij zeer goed, dat Columbus op dat eiland op
+geene rozen sliep, en dat hij, om het eens platweg uit te drukken
+»Onder-Koning af« was, en dat de toestand in de Kolonie nog ellendig
+zou zijn.
+
+En wel was die toestand meer dan treurig. Bijna door allen verlaten,
+was Columbus genoodzaakt om met Roldan en de zijnen een soort van
+vergelijk te treffen, doch wie nu weet welk een man die Roldan was en
+welk een geest zijn' aanhang bezielde, moet terstond inzien, dat een
+deugdelijk vergelijk tot de onmogelijkheden behoorde en dat er telkens
+nieuwe twisten moesten ontstaan. Roldan, door Columbus weer als
+Opperrechter hersteld, vervolgde den aanhang van Columbus zooveel hij
+kon, doch van de lieden, die tot zijne partij behoorden zag hij alles
+door de vingers. De vriendelijkheid en toegevendheid van Columbus
+jegens hem telde hij niet; hij wist dat Columbus hem bij de Monarchen
+aangeklaagd en tevens op zijn ontslag aangedrongen had. Wel kwam er
+uit Spanje geen antwoord, doch eenmaal zou het komen, en dan zou, òf
+Columbus, òf hij moeten wijken. Maar hij kende de kaart van zijn land
+al te goed en kon bijna voorspellen, dat alles eindigen zou met den
+val van den Admiraal. Er zat voor hem, hoe hij de zaak beschouwde,
+geen voordeel in om te trachten weer in de gunst van den Onder-Koning
+te komen. Zóó stonden de zaken toen Columbus besloot naar Spanje terug
+te keeren. Hij was zwak en ziekelijk en gevoelde zich onmachtig om de
+zaken met vaste hand te besturen. En wat wilde hij nu? Het
+Onder-Koningschap over de Indiën was in zijn geslacht erfelijk
+verklaard en aan het Spaansche Hof diende zijn zoon Diego als Page.
+Diego was nu geen kind meer, maar een jongeling vol kracht. Hem zou
+Columbus halen; samen zouden ze dan de Indiën besturen en Don Diego
+zou van alles volkomen op de hoogte zijn, als de Vader het moede en
+matte hoofd voor altijd te slapen legde. Die Vader gevoelde het wel,
+dat zijn levensuurwerk spoedig afgeloopen zou zijn.
+
+Aan dit voornemen werd evenwel geen gevolg gegeven, want onverwachts
+kwam er tijding, dat er in het Westen van het eiland vier vreemde
+schepen aangekomen waren en meteen verspreidde zich het gerucht, dat
+enkele Kaziken weer plan hadden om tegen de overheersching op te
+staan. Nu zond hij nog twee karveelen naar Spanje met mannen, die niet
+in de Kolonie wenschten te blijven. Het was niet veel meer dan
+gespuis, dat van die gelegenheid gebruik maakte, en dat, in Spanje
+gekomen, niet nalaten zou om allerlei beschuldigingen tegen Columbus
+en zijne broeders in te brengen. Om het kwaad, dat ze hem brouwen
+zouden, zooveel mogelijk te voorkomen, deed de Onder-Koning twee
+zijner getrouwen de reis medemaken. Ze waren Miguel Ballester en
+Garcia De Barrantes. Met opzet worden die twee mannen hier genoemd,
+omdat ze waarlijk edele harten bezaten en nog nimmer bezweken waren
+voor de schoone beloften van Roldan. Deze twee getrouwen kregen
+brieven van Columbus aan de Monarchen mede, en hierin vroeg Columbus
+nogmaals om toch een Opperrechter te zenden. Hij verklaarde er in dat
+hij en zijne broeders van wreedheid beschuldigd werden, doch dat zijn
+geweten hem daarvan niet alleen vrij sprak, maar hem zelfs verweet te
+zachtmoedig en te toegevend te zijn. Zond men nu een eerlijk en
+geleerd Opperrechter dan zouden Roldan en de zijnen inzien, dat ze
+valsche beschuldigingen ingebracht, en dat hij, de Onder-Koning, en
+zijne broeders het recht niet met voeten getreden hadden. Welk een
+geworstel!
+
+De karveelen vertrokken en Columbus moest nu weten welke schepen er in
+het Westen van het eiland aangekomen waren. Spoedig vernam hij, dat
+hij met een eskader te doen had, dat onder bevel van Don Alonzo De
+Hojeda stond. Columbus kende dien man en wist dat hij tot alles in
+staat was, en daarom zond hij er Roldan heen om dien gevaarlijken gast
+weg te krijgen. Roldan nam die taak gaarne op zich en vertrok met twee
+karveelen naar het genoemde punt en wist De Hojeda, die met slechts
+vijftien man aan den wal was, zoo te verrassen, dat hij niet meer naar
+zijne schepen kon terugkeeren. De Hojeda, door de inwoners
+gewaarschuwd, was de man niet om den moed te verliezen, en hij kende
+Roldan ook genoeg om te weten hoe hij de zaak moest aanleggen om niet
+in moeielijkheden te komen. Zoo brutaal mogelijk ging hij Roldan
+tegemoet en toen deze hem vroeg om den vrijbrief te toonen, welke De
+Hojeda noodig had om op dit eiland te komen, vertelde de slimme
+avonturier, dat die vrijbrief aan boord van zijn schip was, dat hij
+een' belangrijken ontdekkingstocht gedaan had en dat hij van plan was
+om met zijne schepen, zoodra hij deze had laten herstellen, naar
+San-Domingo te komen om daar den Onder-Koning van alles bericht te
+geven. Noodig achtte hij het niet, want, vervolgde hij: »Columbus is
+aan het Hof geheel in ongenade gevallen, doch mijn Ridderplicht zou ik
+te kort doen, als ik niet naar San-Domingo kwam.«
+
+Slechts één punt van De Hojeda's mededeeling boezemde Roldan
+belangstelling in en dat was: »Columbus in ongenade.«
+
+Roldan liet evenwel niets van zijne vreugde over dit bericht blijken,
+hield zich, alsof hij geloofde dat De Hojeda te San-Domingo komen zou
+en vertrok om Columbus mede te deelen, wat het plan van den avonturier
+was. Wie er echter te San-Domingo kwam, De Hojeda niet en al spoedig
+bleek het, dat hij er niet aan dacht om te komen. Nu werd Roldan er
+andermaal op uitgezonden en niet dan met de grootste moeite, en op
+vechten af, slaagde hij er in om eindelijk den avonturier verwijderd
+te krijgen. Deze had zich onder de ontevreden Spanjaarden heel wat
+vrienden gemaakt, en daar deze laatsten het moeielijk verkroppen
+konden, dat Roldan, die eerst met hen samengespannen had, nu alweer de
+rol van Opperrechter vervulde, zoo ontstond er opnieuw gevaar, dat er
+onder de kolonisten, die zich nu nog al tamelijk rustig hielden, een
+opstand uitbarsten zou. Dat gevaar vermeerderde nog toen Columbus een'
+zekeren Don Hernando De Guevara naar Xaragua gezonden had, met bevel
+zich daar aanboord van De Hojeda in te schepen, omdat hij voor de
+kolonie een gevaarlijk persoon was. De Hojeda was evenwel vertrokken
+en de woelzieke Ridder kreeg van Roldan vergunning om te Xaragua te
+blijven. Doch wat gebeurde? Roldan had het oog laten vallen op
+Hignameta, de schoone en bevallige dochter van Anacaona, en De
+Guevara, die haar ook leerde kennen, begeerde haar eveneens tot vrouw.
+Thans spande Roldan alle krachten in om den gehaten medeminnaar te
+verwijderen, doch deze wist zich ook een' aanhang onder Roldans
+vroegere makkers te verzekeren en bleef bedaard waar hij was. Toch
+gelukte het Roldan om zijn' tegenstander gevangen te nemen, maar als
+een loopend vuur verspreidde zich het gerucht van deze daad en
+bereikte ook de ooren van Don Adrian De Moxica, een' neef van Guevara.
+De Moxica trok zich de zaak van den neef aan en--de opstand tegen het
+gezag brak opnieuw uit. Mocht Columbus nu ook al andermaal
+toegevendheid hebben willen toonen, Don Bartholomeus wist hem te
+beduiden, dat er heel wat anders gebeuren moest, en dat alleen door
+het invoeren van een schrikbewind de Kolonie te redden was. Columbus
+luisterde naar dien raad, en werkelijk het schrikbewind werd met eene
+ongekende wreedheid ingevoerd. Er ging geen dag voorbij of er werd een
+doodvonnis geveld en voltrokken.
+
+Zeven Spanjaarden waren pas geleden opgehangen en vijf zaten in de
+gevangenis hun vonnis af te wachten, toen den drieëntwintigsten
+Augustus 1500 twee karveelen in het gezicht van San-Domingo kwamen.
+Don Diego voerde daar, bij afwezigheid zijner broeders, bevel, en
+wanende dat die karveelen Columbus' zoon Diego zouden brengen, zond
+hij eene sloep uit om hem welkom te heeten.
+
+Het was niet Don Diego, die daar kwam; het was Don Francisco De
+Bobadilla, de nieuw benoemde Opperrechter, het was de feitelijke
+Onder-Koning, die Columbus van zijne waardigheid kwam ontzetten.
+
+De mannen, die hem met de sloep tegemoet geroeid waren, deelden hem
+mede met welk eene strengheid Columbus in den laatsten tijd het gezag
+uitgeoefend had, en toen De Bobadilla de haven van San-Domingo
+binnenliep, bewezen de galgen op het galgenveld, dat men hem geene
+leugens opgedischt had.
+
+Het was De Bobadilla's verlangen geweest, Columbus schuldig te vinden,
+om dan met meer recht tegen hem te kunnen optreden en hem het hooge
+gezag te ontnemen. Of Columbus wel schuldig was, en of de gehangenen
+hun lot niet verdiend hadden, wilde hij niet onderzoeken, en daardoor
+overtrad hij den lastbrief, dien de Monarchen hem hadden medegegeven.
+Ja, de bedoeling van Ferdinand en Isabella was het geweest om De
+Bobadilla het hoogste gezag in handen te geven, doch hij moest
+Columbus daarbij niet meer krenken dan zij hem al gekrenkt hadden.
+
+Niettegenstaande Don Diego's protest, gedroeg De Bobadilla zich
+terstond als opperste Gezaghebber, en vereischte de loslating der
+gevangenen en het overleggen der proces-stukken. Slechts voor geweld
+bukte Don Diego; hij begreep dat langer tegenstand bieden toch niets
+baten zou. Zoodra Columbus vernam, dat de nieuwe Opperrechter
+aangekomen was, heette hij hem schriftelijk welkom, want ter
+onderdrukking van den opstand bevond hij zich in het binnenland. Hij
+gaf hem den welgemeenden raad om voorzichtig te wezen in het verleenen
+van vrijdom naar het zoeken van goud, en zeide hem verder, dat hij
+binnenkort te San-Domingo komen zou. Hij zelf zou dan naar Spanje
+terugkeeren en hem in het voorloopig bewind over het eiland
+achterlaten.
+
+Op dien brief kwam evenwel geen antwoord, en toen Columbus vernam hoe
+De Bobadilla te werk ging, Roldan en zijn' aanhang begunstigde en dat
+hij zelfs zijn' intrek in het huis des Onder-Konings genomen en daar
+alles zich toegeëigend had, geloofde Columbus met niemand anders te
+doen te hebben dan met een' driesten avonturier en bleef hij
+voorloopig waar hij was, niet wetende hoe in deze zaak te handelen.
+
+Het duurde evenwel niet lang of hij zou weten, wat hij doen moest. De
+Bobadilla zond Francisco Velasquez en Juan De Trasierra naar Columbus,
+en toen deze twee te Bonao aankwamen, waar de Onder-Koning zich
+ophield, lieten ze hem den geloofsbrief van De Bobadilla zien. Het was
+een stuk, onderteekend met: »Ik, de Koning« en »Ik, de Koningin«, en
+bevatte voor hem het bevel om De Bobadilla »in alles te vertrouwen en
+te gehoorzamen.«
+
+Te gehoorzamen? Het stond er maar al te duidelijk. Hij, de
+Onder-Koning, moest gehoorzamen hem over wien hij te bevelen had. De
+Monarchen wilden dat.
+
+Wat zou hij doen?
+
+Wie Columbus kende, behoefde dat niet te vragen. Te trotsch om de
+bevelen van anderen te volgen, volgde hij onvoorwaardelijk de bevelen
+zijner Monarchen en zoo goed als geheel alleen begaf hij zich op weg
+naar San-Domingo.
+
+»Columbus komt, maar vergezeld van zijne vrienden, de Kaziken met
+hunne legerbenden,« zoo vertelden zij, die te San-Domingo gekomen
+waren om »de opgaande zon« te aanbidden en van hem allerlei gunsten te
+verkrijgen.
+
+Er was geen woord van waar, doch De Bobadilla greep dat gerucht met
+blijdschap aan, want het gaf immers een schijn van recht aan alle
+handelingen, die hij reeds gepleegd had en die hij ten opzichte van
+Columbus nog plegen zou?
+
+Al wat een wapen dragen kon, werd in de wapenen geroepen om den
+verwaten Admiraal met zijne wilde legerhorden te keeren, en als een
+bewijs, dat deze maatregelen van voorzorg hoognoodig waren, liet De
+Bobadilla terstond Don Diego in boeien slaan en zoo aanboord van een
+der schepen brengen.
+
+Vol spanning wachtte men op den bode, die het bericht brengen zou: »De
+Admiraal komt!«
+
+Met eene bespottelijke heldhaftigheid, die aan Don Quichotterie doet
+denken, werden de kruisbogen gespannen, de zwaarden getrokken, de
+vuurroeren geladen, de pieken geveld.
+
+Eindelijk... »De Admiraal komt! Hij komt alleen!«
+
+»Men sla hem in boeien!« beveelt De Bobadilla, en laat de rammelende
+keten voorbrengen.
+
+Columbus wordt gevangengenomen, maar hem boeien, hem, van wien ze toch
+niet zeker weten, of hij wel in ongenade gevallen en van zijne
+waardigheden ontzet is,--hem, die zóó lang hun heer en meester was,
+neen, dat kunnen, dat willen ze niet. Zelfs zij, die zoo menigmaal
+tegen zijn gezag waren opgestaan, weigeren.
+
+Eindelijk verschijnt Espinosa, de kok van Columbus, en wat een ander
+niet wilde doen, dat doet deze: hij slaat zijn' meester in de boeien.
+
+De arme Columbus werd naar de gevangenis gebracht en daar wel bewaakt,
+doch hiermede was De Bobadilla's gezag nog niet bevestigd. Don
+Bartholomeus leefde nog in vrijheid, en het was algemeen bekend, dat
+deze niet zoo handelbaar was als zijn broeder en bovendien onder de
+Kaziken een' grooten aanhang had. Wat moest men doen, als hij met eene
+sterke legermacht kwam om den Admiraal te bevrijden?
+
+Of De Bobadilla zelf het middel vond om dat gevaar te bezweren, is
+onbekend, maar het werd gevonden en was zoo laaghartig mogelijk. Men
+had nu gezien dat Columbus zich zonder tegenstreven onderwierp aan
+het: »Ik, de Koning« en »Ik, de Koningin.« Welnu, hij moest een' brief
+aan Don Bartholomeus schrijven en hem daarin gelasten, onmiddellijk
+naar San-Domingo te komen om zich aan het gezag van De Bobadilla te
+onderwerpen, omdat dit de wil der Monarchen was. Als Columbus dat
+schreef, dan zou Don Bartholomeus gehoorzamen, dat wisten ze.
+
+Columbus schreef dien brief; Don Bartholomeus kwam, en werd ook
+gevangengenomen en in boeien geslagen.
+
+Men mag deze daad van Columbus beoordeelen zoo men wil, doch men moet
+niet vergeten, dat de acht jaren na 1492 veel meer dan dubbel voor hem
+geteld hebben. Hij was een grijsaard geworden te midden van allerlei
+tegenspoed en rampen, te midden van allerlei miskenning. Zijne
+gezondheid was geknakt; zijne oogen waren verzwakt; zijne hoop was
+vervlogen. Alleen de trouw, de onwrikbare trouw aan zijne Souvereinen
+was gebleven, en hij twijfelde er geen oogenblik aan of hij zou, als
+hij maar in Spanje ten Hove verschijnen mocht, de vuige lasteringen
+van zijne vijanden zóó weerleggen, dat men hem niet alleen in zijne
+eer, maar ook in al zijne waardigheden herstelde.
+
+Hij wilde naar Spanje, hoe dan ook, doch hij was er nog niet, en een
+man als De Bobadilla was tot alles in staat, zelfs om hem het hoofd
+voor de voeten te leggen. Daarom was hij onderworpen tot de grenzen
+der lafheid; daarom schreef hij zijn' broeder dien ongeluksbrief. En
+waarom zou hij het ook niet gedaan hebben? Al was Don Bartholomeus ook
+zoo gelukkig hem te bevrijden, hoe zou hij, de gevallene, dan nog
+gezag kunnen uitoefenen? Reeds toen hij er nog rechtstreeks mede
+bekleed was, gehoorzaamde men hem niet, en moest hij zelfs een' man
+als Roldan naar de oogen zien, hem alle overtredingen vergeven en
+allerlei gunsten verleenen. Nu hem het gezag ontnomen was, zouden
+zelfs zijne getrouwen aarzelen om hem te gehoorzamen.
+
+Naar Spanje terugkeeren was zijn eenig redmiddel, doch telkens bekroop
+de vrees hem, dat dit niet gebeuren zou.
+
+Eindelijk waren de schepen gereed om met de gevangenen te vertrekken,
+doch Columbus, die nog altijd in den kerker zat, wist nergens van.
+
+Daar treedt eensklaps Ridder Alonzo De Villejo met de wacht binnen.
+
+Columbus verbleekte, dacht aan het schavot, en vroeg met bevende stem:
+»De Villejo, waarheen brengt ge mij?«
+
+Deze De Villejo was een rechtschapen Ridder, en zeide, zonder een
+oogenblik zijne onderdanigheid tegenover den Admiraal te verliezen:
+»Naar het schip, Excellentie, om aanboord te gaan.«
+
+»Om aanboord te gaan,« riep Columbus verheugd. »De Villejo, spreekt
+gij waarheid?«
+
+»Bij het leven van Uwe Excellentie,« hernam de Ridder, »het is de
+waarheid.«
+
+De Admiraal had zijn' zin; hij zou naar Spanje gaan, en zich daar
+kunnen verantwoorden.
+
+Toch moet die gang van de gevangenis naar het schip voor den
+hooghartigen man een oogenblik van duldelooze kwelling geweest zijn.
+
+Het gemeen wachtte den gevangene op, en begroette hem met
+scheldwoorden.
+
+[Illustratie: »Spanje moge getuige zijn van den smaad mij aangedaan.«]
+
+Verloopen Ridders, die als gemeene deugnieten voor hem gesidderd
+hadden, en bijna als bedelaars hadden moeten rondzwerven, stonden daar
+in sierlijke kleeding, trotsch op de gunst waarin ze bij De Bobadilla
+gekomen waren, en lachten hem sarrend uit.
+
+Geen' tred mocht Columbus in zijne eigen woning doen. Al, wat zich
+daarin bevond, was door De Bobadilla in beslag genomen. Alles, zijne
+boeken, instrumenten, meubelen, gouden en zilveren sieraden, zijn geld
+en goed, ja, zelfs zijne brieven en papieren waren verbeurd verklaard,
+doch reeds voor een groot deel gebruikt om Columbus' vijanden te
+verrijken.
+
+Er is een bekend Latijnsch gezegde: »Sic transit gloria mundi!« dat
+is: »Zoo gaat de heerlijkheid der wereld voorbij!«
+
+Weinig voorbeelden zijn in de geschiedenis der wereld aan te wijzen,
+waar dit gezegde in zijne volle beteekenis zoo kan toegepast worden,
+als hier.
+
+Het was in het begin van October 1500 toen de karveelen het anker
+lichtten en de reis naar Spanje aannamen, onder het opperbevel van Don
+Alonzo De Villejo. De Kapitein van de karveel, waarop Columbus als
+gevangene was, heette Andreas Martin. Deze deed voor De Villejo in
+edelmoedigheid niet onder, en behandelde den Admiraal met de meeste
+onderscheiding.
+
+Zoodra men de ankers gelicht en de haven verlaten had, gaf De Villejo
+bevel om Columbus de boeien af te nemen, doch toen men kwam om dit te
+doen, weigerde Columbus beslist, ze zich te laten ontnemen.
+
+»Neen! Spanje moge getuige zijn van den smaad, mij aangedaan,« zeide
+hij. »Hunne Majesteiten hebben mij bevolen om De Bobadilla in alles te
+gehoorzamen. Hij heeft mij in boeien doen slaan in Hun' naam, en ik
+zal ze dragen tot zij bevelen, ze mij af te doen. Dan zal ik ze
+bewaren, als eenig loon voor alles, wat ik voor Hunne Majesteiten en
+voor Spanje gedaan heb.«
+
+Er lag bitterheid in die laatste woorden, doch wie zal ze Columbus
+euvel duiden? Als bedelaar klopte hij eenmaal aan eene kloosterpoort,
+en jaren later, na Spanje, zoo hij meende, de Indiën gegeven te
+hebben, was hij armer dan in die dagen. Toen genoot hij nog de gulden
+vrijheid; thans was hij in kluisters geklonken.
+
+Columbus' zoon, Don Ferdinand, zegt: »Ik zag die ketenen steeds in
+zijn kabinet hangen, en menigmaal deed hij ons het verzoek om, wanneer
+hij gestorven zou zijn, ze bij hem in de kist te leggen.«
+
+Toen Columbus de tochten bestuurde, had hij nimmer in zulk een' korten
+tijd den zeeweg van Hispaniola naar Spanje afgelegd als nu. Zonder
+eenigen tegenspoed kwamen de karveelen reeds in November te Cadiz aan.
+Thans vroeg hij den edelen De Villejo de gunst om de brieven, die hij
+onderweg geschreven had, met eene boot naar den wal te mogen laten
+brengen, en te willen zorgen, dat een renbode ze onmiddellijk aan het
+Hof bezorgde. Hij vreesde dat zelfs de weg naar het Hof hem zou
+afgesloten zijn, wanneer de Koning en de Koningin De Bobadilla's
+brieven vóór de zijne ontvingen.
+
+De Villejo stond dit verzoek gaarne toe, en eer de karveelen aan den
+wal gemeerd lagen, was de renbode reeds met Columbus' brieven weg.
+
+Aanvankelijk hadden de bewoners van Cadiz de twee karveelen met
+onverschilligheid zien naderen. Wat anders zouden ze alweer brengen
+dan ongelukstijdingen? Men verwachtte niets goeds, maar,--de
+nieuwsgierigheid kwam boven en deed vragen.
+
+En daar luidde het antwoord: »Wij hebben den »Admiraal van den
+Oceaan«, den gewezen »Onder-Koning van de Indiën« en zijne twee
+broeders, in boeien geslagen, bij ons aanboord. Zijne Excellentie De
+Bobadilla heeft het zoo bevolen.«
+
+Eene huivering beving ieder, die dit hoorde.
+
+Ja, duizenden en nog eens duizenden hadden Columbus een' avonturier
+genoemd, die aan Spanje nog niets dan schade gebracht had, maar nu men
+hem in boeien geklonken naar Spanje zond, werd ieders gelaat van
+verontwaardiging gekleurd. Dat was eene schande, eene onuitwischbare
+schande. Het waren zelfs Columbus' oudste tegenstanders en vijanden,
+die dit luide getuigden.
+
+Het bericht liep van mond tot mond, en zelden klonken er zoovele
+kreten van diepe verontwaardiging. Ook Koning Ferdinand en de goede
+Koningin Isabella stonden ontzet toen ze de tijding ontvingen; ze
+konden het niet gelooven. De renbode bevestigde evenwel van woord tot
+woord het gerucht, en de brieven deden de waarheid nog erger zijn dan
+het gerucht. Stellig had zóó iets zelfs niet in de bedoeling van
+Koning Ferdinand gelegen, en van Koningin Isabella nog veel minder. De
+Bobadilla had den inhoud van den lastbrief niet gevolgd, en op eigen
+gezag daden gepleegd, waaraan de Monarchen niet schuldig konden of
+wilden zijn. Alle gekroonde Hoofden in Europa zouden er schande van
+spreken, en de Spaansche naam zou veracht worden door heel de wereld.
+
+Onmiddellijk na het lezen van Columbus' brieven werd er een courier
+naar Cadiz gezonden, met het Koninklijke bevel, om oogenblikkelijk
+Columbus en zijne broeders van hunne ketenen te verlossen en in
+vrijheid te stellen. En niet alleen in vrijheid stellen, neen, meer
+dan dat. Het bevel luidde dat men den Admiraal en zijne broeders
+overeenkomstig hun' hoogen rang behandelen zou, en eene som van ruim
+twintigduizend gulden moest Columbus ter hand gesteld worden, om zich
+het noodige aan te schaffen, teneinde op waardige wijze aan het Hof te
+kunnen komen.
+
+Na van de vermoeienissen en ziekten eenigszins hersteld te zijn, begaf
+Columbus zich op reis naar Granada, waar de Monarchen toen hunne
+residentie hadden, en den zeventienden December verscheen hij ten
+Hove.
+
+Ontroering greep ieder aan, die den grooten man zag.
+
+Met waggelenden tred, gebogen rug en doffe oogen schreed hij tusschen
+de Hovelingen door naar den troon der Vorsten. Daar knielde hij neer
+en--brak in een luid gesnik uit. Hij had zich groot willen houden,
+doch hij kon niet.
+
+Koningin Isabella was de eerste, die op hem toetrad, hem zacht bij den
+arm greep, en vriendelijk verzocht om op te staan.
+
+Het woord eener vrouw kan eene tooverachtige kracht hebben, en voor
+Columbus had het woord zijner Koningin meer dan eene tooverachtige
+kracht.
+
+God, de Heilige Maagd en zijne Koningin, geen, die hij meer vereerde.
+
+Hij richtte zich op, en toen hij tranen in de oogen van Isabella zag,
+kreeg hij weer alle hoop terug. Die hoop maakte hem welsprekend, en
+zoodra hij zijn pleidooi geëindigd had, smaakte hij de voldoening, dat
+Koning Ferdinand, ten aanhoore van al de Hovelingen, verklaarde, dat
+De Bobadilla de grens zijner macht verre overschreden had, en dat zij
+nimmer last hadden gegeven, hem en zijne broeders gevangen te nemen,
+en nog veel minder om hen op zulk eene onteerende en vernederende
+wijze te behandelen. Columbus werd in al zijne rechten en waardigheden
+hersteld, doch hoe hij er ook op aandringen mocht, het
+Onder-Koningschap van de Indiën konden ze hem niet toevertrouwen.
+Columbus had zich letterlijk onmogelijk gemaakt door de verkeerde
+maatregelen, die hij in die waardigheid genomen had, en toen de
+Monarchen hem verzekerden, dat zijn leven zelfs gevaar liep zoo hij
+andermaal, met het hoogste gezag bekleed, te San-Domingo kwam, zeiden
+ze dit niet zóó maar, want werkelijk, er bestond alle grond voor, dat
+het gebeuren zou. Toch hielden de Koning en de Koningin hem de handen
+boven het hoofd, door oogenblikkelijk De Bobadilla van zijn ambt te
+ontzetten, en in zijne plaats te benoemen Don Fray Nicolas De Ovando,
+een Edelman, die om zijne deugden en bekwaamheden de achting genoot
+van al wat Spanjaard heette.
+
+Dat Columbus, trots dit alles, geen' vrede met dat besluit kon hebben,
+is natuurlijk, doch hij zweeg, en zou later wel zien terug te krijgen,
+wat hem, naar zijne meening eerlijk toe kwam. Hij hoopte zich door
+nieuwe ontdekkingen nog verdienstelijker te maken, en dan zou alles
+wel weer terecht komen. Naar zijne stellige overtuiging had hij Marco
+Polo's »Zipangu« en de Oostkust van Azië ontdekt. Hij wilde nu een'
+tocht maken om den zeeweg naar de eigenlijke Indiën te vinden. Een
+groot deel van dien weg had hij immers al afgelegd?
+
+De Monarchen vonden dit plan uitnemend, maar .... eerst moest er geld
+voor de uitrusting der schepen zijn, en dat was er nog niet, zoodat
+onze Admiraal tijd had om in Spanje, door rust, weer tot de vorige
+krachten terug te keeren of--door ergernis over het dralen, nog meer
+averechtsche plooien in zijn karakter te krijgen. Dat uitstel van de
+vierde reis, die ook zijne laatste zou zijn, geeft ons gelegenheid om
+in een volgend hoofdstuk eerst over de ontdekkingstochten van andere
+ondernemende mannen te spreken, en dan ten slotte hem op dien laatsten
+tocht te volgen.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX.
+
+LAATSTE REIS VAN COLUMBUS.
+
+
+Het ligt geheel in den aard der zaak om aan te nemen, dat het gerucht
+van Columbus' ontdekking ook nog andere volken dan de Portugeezen
+prikkelen zou om het voorbeeld der Spanjaarden te volgen, wanneer ze
+maar een land bewoonden, dat aan zee gelegen was. De Italianen hadden
+er ook wel lust in, vooral de Genueezen, Florentijnen en Venetiërs,
+maar wanneer dezen uitzeilden om ontdekkingen te gaan doen, dan
+moesten ze de enge Straat van Gibraltar passeeren en waren daardoor
+geheel in de macht van Spanje, dat natuurlijk met Argus-oogen uitzag
+of een ander volk het niet waagde om het voorrecht, door den Paus aan
+Spanje gegeven, als van geene kracht te beschouwen. Italië zag zich
+derhalve gedwongen, bedaard toe te zien. Portugal repte zich om zijne
+ontdekkingen in Afrika voort te zetten, en wij weten reeds met welk
+een' gunstigen uitslag. Frankrijk had echter onder de regeering van
+Koning Lodewijk XII de handen te vol om den verwarden staat van
+binnenlandsche zaken te ordenen, en een waakzaam oog te houden op de
+uitbreiding der macht van het Habsburgsche Huis. Hoe gunstig ook voor
+de zeevaart gelegen, het kon zich niet met ontdekkingstochten inlaten.
+De Nederlanders dreven in dien tijd wel veel zeehandel, ze waren ook
+ondernemend en belust genoeg om ontdekkingen te gaan doen, maar, er
+was iets, dat hun de handen bond. Graaf Filips de Schoone toch, die
+Heer was over bijna al de Nederlanden, was gehuwd met de Infante
+Johanna, dochter van Koning Ferdinand en Koningin Isabella. Nu sprak
+het toch vanzelf, dat de Nederlanders op zee geene mededingers mochten
+of konden worden van een bevriend en machtig land, en toen later Karel
+V Koning van Spanje werd, en meteen dus ook Heer der Nieuwe Wereld,
+waren de handen der Nederlanders nog veel meer gebonden. Dat het hun
+aan geen' ondernemingsgeest of moed faalde, bewezen ze bijna op
+hetzelfde oogenblik, dat ze zich aan de macht van Spanje onttrokken,
+en veilig kan men aannemen, dat die zucht om op ontdekkingen uit te
+gaan, en het toch niet te kunnen doen, eene der vele redenen is
+geweest, dat er tusschen de Nederlanders en Spanjaarden zulk een
+volkshaat bestond.
+
+Nu we de redenen opgenoemd hebben waarom de Italianen, Franschen en
+Nederlanders geen deel aan de ontdekkings-tochten namen, rest ons nog
+om over de Engelschen te spreken, want de Duitschers en Noren rekenden
+in dien tijd niet mede; hunne scheepvaart bepaalde zich bijna
+uitsluitend tot de Noordzee en de Oostzee.
+
+Dat de pogingen van Don Bartholomeus in Engeland schipbreuk leden,
+meldden we reeds. Men vertrouwde den vreemdeling niet genoeg, en
+Koning Hendrik VII bleef er zelfs vrij koel onder, toen de ontdekking
+der Nieuwe Wereld, of zooals men meende, de Indiën, ook in Engeland
+bekend werd.
+
+In die dagen woonde echter te Bristol een vermogend en geleerd
+Italiaansch koopman. Hij was van Venetië afkomstig, en heette Giovanni
+Caboto, doch de Engelschen noemden hem eenvoudig John Cabot. Met leede
+oogen zag deze man het aan, dat de Spanjaarden door hunne ontdekkingen
+den handel van zijne vaderstad Venetië ten gronde zouden doen gaan,
+maar zeer goed zag hij in, dat Venetië onmogelijk als mededingster op
+den Oceaan kon optreden. Nu besloot hij, als Venetiaan, zich te
+wreken, en trachtte den Koning van Engeland over te halen om aan hem
+en aan zijne drie zonen volmacht te verleenen om in het Westen op
+ontdekkingen uit te gaan. De Pauselijke bul was natuurlijk ook in
+Engeland bekend, doch Hendrik was er de man niet naar om zich aan die
+bul te storen. Geen recht was heilig bij hem, als hij er maar voor
+zichzelven voordeel in zag het te verbreken. Toch werd Cabots voorstel
+op de lange baan geschoven, en eerst in 1495 verleende de Koning hem
+die volmacht. Het werd evenwel nog 1497 eer Cabot met vier
+transportschepen en een Koninklijk vaartuig de haven van Bristol
+verliet. De volmacht was hem verleend op voorwaarde, dat hij een
+vijfde deel van de behaalde winst aan den Koning zou afstaan, terwijl
+de Koning, inruil daarvoor, hem het uitsluitend recht waarborgde om
+met zijne zonen op de ontdekte landen handel te drijven. De Cabots
+waren beter wiskunstenaars dan Columbus, zoodat ze overtuigd waren
+dat, op eene hoogere breedte, den weg naar de Indiën nader moest zijn
+dan op de lagere, die Columbus gekozen had. Vader Cabot hield den
+koers ook westelijk, en den vier-en-twintigsten Juni 1497 ontdekte hij
+het vasteland van Noord-Amerika, derhalve veertien maanden vroeger dan
+Columbus het vasteland van Zuid-Amerika aanschouwde. Amerigo
+Vespucci's beweren, dat hij de eerste Europeaan geweest was, die het
+vasteland van de Nieuwe Wereld gevonden had, vervalt door deze
+ontdekking natuurlijk geheel. Columbus had het moeielijk kunnen
+tegenspreken, want het eiland Cuba werd door hem voor het vasteland
+gehouden, en Paria hield hij voor een groot eiland. Wel twijfelde hij
+er nu en dan aan, of Paria wel een eiland was, omdat het water eener
+rivier tot op mijlen afstands buiten den wal, den Oceaan nog zoet
+maakte, doch op een heel groot eiland konden ook groote rivieren zijn.
+Zelfs vóór hij zijne vierde reis ondernam, en de ontdekkingen van
+Zuid-Amerika reeds overal in Spanje bekend waren, hield hij het er
+voor, dat de ontdekte kusten aan een eiland behoorden, hetwelk ten
+zuiden van de Indiën lag. Het moest, zoo redeneerde hij verder,
+slechts door eene zeeëngte van de Indiën en het vasteland van Azië
+gescheiden zijn. Wanneer we hem op zijn' vierden tocht volgen, zullen
+we hem terugvinden, die zeeëngte nog steeds zoekend ten Zuiden van het
+gewaande »vasteland Cuba.«
+
+Van eene vrij voordeelige reis teruggekeerd, maakte Johns zoon
+Sebastiaan in 1498 een' tweeden tocht en bereikte zelfs Kaap Florida,
+die zich nog zuidelijker bevindt dan het noordelijkste van de
+Bahama-eilanden, waarvan Columbus zoo ongeveer het middelste ontdekte.
+Van Sebastiaans broeders vond ik nergens wat vermeld, zoodat het
+mogelijk zou kunnen zijn, dat ze behoorden tot de Engelsche reizigers,
+die De Hojeda op zijn' tocht ontmoette, en waarvan wij met een paar
+woorden gewaagden. Mogelijk ook is het, dat de voordeelige tocht der
+Cabots andere Engelschen bewogen heeft om geheel op eigen gelegenheid,
+en zonder eenige volmacht, eene reis naar de Nieuwe Wereld te maken,
+doch dat ze schipbreuk leden en zoo in de streek kwamen waar De Hojeda
+hen ontmoette.
+
+De opvolger van Hendrik VII, was de beruchte Hendrik VIII, die zelf
+zooveel als Paus wilde zijn, en zich derhalve niets liet gelegen
+liggen aan Pauselijke bullen. Misschien was dit wel de oorzaak, dat
+Sebastiaan Cabot Engeland verliet en in Spaanschen dienst trad. Hij
+deed dat in 1512, doch vijf jaar later was hij weer in Engeland terug.
+Hij zeilde toen met den Vice-Admiraal Perth uit, om langs Amerika's
+Zuidpunt de Oost-Indiën te bereiken. Er blijkt uit deze onderneming,
+die evenwel mislukte, dat er in de aardrijkskunde in zoo weinige jaren
+verbazende vorderingen waren gemaakt. Zoowel voor Engeland als voor
+Spanje was het te bejammeren, dat deze ervaren zeeman zulk een'
+wispelturigen aard had, want in 1525 was hij weer in dienst van
+Spanje, om ten slotte in 1530 opnieuw in Engeland te zijn en aldaar
+benoemd te worden tot Opper-piloot. In die voorname betrekking was hij
+de voorlooper van Jacob van Heemskerk en Barendsz., want ook hij
+geloofde, dat men de Indiën bereiken kon door de Noordelijke IJszee.
+
+Met dezen zwerver langer te volgen, loopen we groot gevaar in de
+Noordelijke IJszee boven Azië te komen en de Nieuwe Wereld uit het oog
+te verliezen. Wij laten hem derhalve tot zijn' dood, die in 1557
+voorviel, zwerven en keeren terug naar Spanje om deel te nemen aan
+andere ontdekkingstochten.
+
+Toen het in Spanje ruchtbaar werd, dat De Fonseca aan Don Alonzo De
+Hojeda eene volmacht tot eene ontdekkingsreis gegeven had, waren er
+terstond anderen bij, die De Hojeda's voorbeeld wilden volgen. Geen
+echter zoo vlug als Pedro Alonzo Nino, die Columbus op zijne eerste en
+derde reis vergezeld had. Hij ontving van De Fonseca eene zelfde
+volmacht, als De Hojeda gekregen had, en in gezelschap van Christoval
+Guerra stak hij, slechts weinige dagen nadat De Hojeda vertrokken was,
+van Palos in zee met een klein vaartuig, dat slechts vijftig ton
+inhoud had. Aan den weg, dien Columbus bij zijne zeereizen genomen
+had, was genoeg bekendheid gegeven, hoewel tegen den zin van den
+Admiraal, die vreesde, dat men van de landen en zeeën, die hij
+gevonden en in kaart gebracht had, gebruik maken zou om hem te
+benadeelen. De beide moedige gelukzoekers volgden De Hojeda, als het
+ware, op den voet en kwamen twee weken na hem op dezelfde kust van
+Paria aan.
+
+Zij zeilden nog westelijker dan De Hojeda gedaan had en kwamen in eene
+streek waar de menschen woester en dapperder waren dan ergens elders,
+doch ze hadden het geluk om toch een groot aantal voorwerpen, die in
+Spanje geene waarde hadden, tegen een' schat van de kostbaarste
+parelen te verruilen. Meer dan voldaan over hun' voordeeligen handel,
+namen ze den terugtocht naar Spanje aan, hopende daar het loon voor
+hun streven te ontvangen. De reis was voorspoedig en in het midden van
+April, nog twee maanden vóór De Hojeda, liepen ze te Bayona in
+Galicië, binnen. De lust om nog eens zulk een' tocht te doen, zal hun
+wel ontnomen zijn, want inplaats van beloond te worden, werden ze
+beschuldigd van parelen achtergehouden te hebben en in de gevangenis
+geworpen. Koning Ferdinand, die dit bevolen had, omdat hij meende, dat
+hem te kort gedaan was, scheen niet alleen »Liguriërs«, maar ook
+geboren Spanjaarden uit de beurs der ondankbaarheid te betalen.
+
+Nog in hetzelfde jaar dat De Hojeda en Nino eene ontdekkingsreis
+ondernamen, rustte Vincente Yanez Pinzon, dezelfde, die Kapitein op de
+Nino was, waarop Columbus van de eerste reis terugkeerde, op eigen
+kosten vier schepen uit en vertrok hiermede naar de Nieuwe Wereld. Hij
+hield den koers ook zuidelijk, en toen hij den zesentwintigsten
+Januari 1500 land ontdekte, ging hij er aan wal en nam het op de
+voorgeschrevene wijze plechtig in bezit voor den Koning en de
+Koningin. De kust waar hij landde lag op 28° Zuiderbreedte en was
+niets anders dan een deel van het tegenwoordige Brazilië, ter hoogte
+waar Kaap Sint-Augustinus ligt. De tocht naar deze streek was zeer
+moeielijk geweest en menigmaal hadden de gezellen van Pinzon op het
+punt gestaan om den moed op te geven. Hij alleen bleef vertrouwen, dat
+men eindelijk land vinden zou, en toen hem dat gelukte, was het geen
+wonder, dat hij het den naam van »Santa Maria de la Consolation« gaf.
+Hij vond de kust verlaten, en welk eene moeite hij zich gaf om de
+gevluchte inboorlingen tot zich te lokken, het gelukte hem niet. Een
+weinig verder had hij evenwel eene ontmoeting, zooals hij er wel geene
+zal gewenscht hebben. Met eenige booten aan den wal gegaan, ontdekten
+ze een groot aantal inboorlingen, die zich hielden, alsof ze geen
+kwaad in den zin hadden. De Spanjaarden lieten zich hierdoor misleiden
+en toen ze zich meer verdeeld hadden, deden de Wilden zulk een'
+verwoeden aanval met hunne pijlen, dat acht der Spanjaarden gedood
+werden, ja, eene der booten viel den Wilden zelfs in handen. Pinzon
+zag wel in, dat er op eene kust waar de bewoners zoo machtig en tevens
+zoo vijandig gezind waren, geene kans bestond om eenigen ruilhandel te
+drijven. Hij zette den tocht nu veertig mijlen in eene noordwestelijke
+richting voort en kwam toen in een deel van den Oceaan, waar het water
+niet zout, maar zoet was. Zonder aan den wal te gaan, liet hij de
+vaten met dat water vullen en stuurde nu dichter onder den wal, waar
+hij een groot eiland en eenige kleinere ontdekte.
+
+De reizigers stonden verbaasd en Pinzon deed, zoo zegt men, luide de
+vraag: »Mare an non?« wat beduidt: »Zee of geene zee?«
+
+Spoedig zag hij dat het geene zee, maar een ontzaglijk groote rivier
+was, welke zij daar voor zich zagen, en ze wisten haar geen' beteren
+naam te geven dan »Mare an non,« wat later verbasterd werd tot
+Maranon, onder welken naam de Amazonen-rivier, de grootste stroom der
+geheele Aarde, tegenwoordig nog altijd bij de Spanjaarden en
+Portugeezen bekend staat.
+
+Terwijl de ontdekkers vol verwondering op den breeden mond van dien
+reuzenstroom staarden, vertoonde zich op eenmaal een zeer vreemd
+natuurverschijnsel. Eensklaps rees de vloed meer dan vijf vademen;
+hooge golven dreigden de scheepjes in den grond te slaan, en er werd
+een vreeselijk geluid vernomen. Gelukkig ontkwamen Pinzon en de zijnen
+dat dreigende gevaar. Zij hadden kennis gemaakt met de »Pororoca,« of
+»zeevloed.« Deze, opgehouden door het uitstroomende rivierwater,
+krijgt eindelijk de overhand, en met een donderend geraas, dat wel
+anderhalve mijl ver gehoord kan worden, bruist de machtige zeevloed
+over het rivierwater heen. Niet veel lust bezittende om, òf met de
+gewapende Wilden, òf met dien hoogen vloed nog eens kennis te maken,
+zette Pinzon den tocht in dezelfde richting voort, en bereikte op
+zijne beurt den Orinoco en het land »Paria.« Wie nu een' blik op de
+kaart slaat en ziet welk een groote afstand er ligt tusschen Kaap
+Sint-Augustinus en het eiland Trinidad, dat voor de zoogenaamde Golf
+van Paria lag, zal moeten erkennen, dat geen der Spaansche ontdekkers
+nog zulk een aanzienlijk deel van de Nieuwe Wereld gezien had, als
+Pinzon. Zonder eenige aanmerkelijke voordeelen behaald te hebben, kwam
+hij eindelijk op Hispaniola aan, doch de thuisreis vervolgende, had
+hij bij de Bahama-eilanden het ongeluk door een' vreeselijken storm
+twee van zijne schepen te verliezen. Dat was voor Pinzon eene ramp te
+noemen, welke hij nimmer te boven zou komen. Al zijn geld had hij aan
+deze vier schepen besteed, en om ze voor den tocht doelmatig uitgerust
+te krijgen, had hij bij de kooplieden van Sevilla alles op krediet
+moeten koopen. Deze hebzuchtige lieden hadden van Pinzons verlegenheid
+gebruik gemaakt, en hem de goederen honderd procent boven de waarde
+aangerekend. Toen hij nu met slechts twee scheepjes, bijna arm en
+berooid te Palos aangekomen was, legden zijne schuldeischers beslag op
+beide vaartuigen, zoodra de moedige reiziger naar Granada vertrokken
+was, om daar den Koning van zijn' belangrijken tocht verslag te doen.
+Nog te Granada zijnde, vernam hij dat de schuldeischers de scheepjes
+met alles wat er op, aan en in was, verkocht hadden om aan hun geld te
+komen. Hij deed zijn beklag bij den Koning en zeide dat de
+driehonderdvijftig centenaars verfhout, die hij medegebracht had,
+alleen zooveel waard waren als zijne heele schuld bedroeg, waarom hij
+verzocht, dat de kooplieden hem alles, wat ze verkocht hadden, zouden
+teruggeven. De Koning vond dien eisch billijk en Pinzon ontkwam zoo
+aan de handen zijner onbarmhartige schuldeischers. Ook hij scheen nu
+geen' lust meer te hebben om op ontdekkingstochten uit te gaan en werd
+graanhandelaar. Later evenwel deed hij nog twee tochten om de zeeëngte
+op te sporen, welke door Columbus vermoed, gezocht en niet gevonden
+werd, omdat ze niet bestond. Pinzons tochten waren derhalve ook
+vergeefsch, maar dat belette niet, dat Keizer Karel V hem en zijne
+familie, uit erkentelijkheid voor zijne groote verdiensten, tot den
+Adelstand verhief.
+
+Niet ontmoedigd door de weinig winstgevende tochten, die reeds gemaakt
+waren, en ook niet afgeschrikt door den ondank waarmede bijna alle
+landontdekkers betaald werden, zeilde Diego De Lepe, ook een inwoner
+van Palos, kort na het vertrek van Pinzon met twee karveelen het
+Westen in om ontdekkingen te doen. Jammer genoeg is van deze reis zoo
+goed als niets bekend, en toch was het deze De Lepe, die het waagde
+Kaap Sint-Augustinus om te zeilen en nog veel dieper langs de
+Braziliaansche kust het Zuiden in te gaan. Het eenige, wat van dezen
+zeereiziger verder bekend is, is dat hij bij zijne terugkomst in
+Spanje voor De Fonseca eene kaart van de ontdekte kusten maakte, welke
+vrij goed was en gedurende eenige jaren dan ook trouw gevolgd werd.
+
+Bijna tegelijk met De Lepe meldde zich om een' lastbrief Don Rodrigo
+De Bastides bij den Koning aan en hij verkreeg dien ook. Don De
+Bastides was een zeer vermogend man en Notaris te Traniana, eene der
+voorsteden van Sevilla. Het contract, dat hij met den Koning sloot,
+was voor dezen laatsten, die er geen geld aan ten koste behoefde te
+leggen, zeer voordeelig, want De Bastides zou het vierde gedeelte van
+alles, wat hij winnen mocht, aan de Kroon afstaan.
+
+Hij zeilde met twee karveelen, die hij op eigen kosten uitgerust had,
+uit, doch was zoo wijs geweest om als Stuurman, onzen ouden bekenden
+Juan De la Cosa mede te nemen, want deze had op de reis met De Hojeda
+immers de kusten bezocht waar goud en parelen te vinden waren? En
+daarheen was het doel van den tocht. Niet om ontdekkingen te doen of
+om krijgsmansroem te verwerven, maar om goede zaken te maken ging de
+slimme De Bastides naar de Nieuwe Wereld. Dat men meer vliegen vangt
+met één' druppel honig dan met een heel vat azijn, scheen hij
+onvoorwaardelijk aan te nemen, want eenmaal in het rijke land
+aangekomen, was hij voor de inboorlingen vriendelijker en hartelijker
+dan nog één Spanjaard geweest was. De goedige inwoners van dat land
+stelden dit ook zeer op prijs en het gevolg hiervan was, dat De
+Bastides schitterende zaken deed. Gaarne had hij hier nog langer
+willen blijven, doch De la Cosa kwam hem wat mededeelen, dat hem dwong
+om zoo spoedig mogelijk te vertrekken, teneinde Hispaniola te
+bereiken. Dit was hoognoodig, want de houtwormen, die in deze zeeën
+buitengewoon talrijk waren, hadden de schepen op verscheidene plaatsen
+lek geknaagd, wat gemakkelijk geschieden kon, omdat men in die tijden
+nog van geene gekoperde schepen iets af wist. De terugreis werd
+derhalve met spoed aanvaard, doch alleen met de grootste moeite waren
+de schepen vlot te houden. Eindelijk bereikten ze een klein eiland op
+de kust van Hispaniola waar ze de deerlijk gehavende vaartuigen zoo
+goed mogelijk herstelden. Vol hoop, dat men nu wel thuis zou komen,
+zeilde men weer verder, doch tegenwind en stormen hielden de reis
+tegen en de houtworm kreeg weer de overhand. Zij repten zich nu
+zooveel zij konden om de parelen en het goud, benevens eenige
+handelsartikelen op Hispaniola aan den wal te brengen, en pas was dit
+geschied, of de schepen verdwenen met alles, wat nog aan boord was, in
+de diepte. Goede raad was thans duur! Wat te doen? De Bastides
+verdeelde zijn volk in drie hoopen om, langs verschillende wegen, te
+trachten San-Domingo te bereiken. Iedere afdeeling droeg in eene
+groote kist de parelen en het goud mede, benevens allerlei
+snuisterijen om die op hun' weg bij de inboorlingen tegen spijs en
+drank te verruilen. Toen deze zonderlinge landreis aanving, was De
+Bobadilla nog niet afgezet en regeerde hij derhalve nog als
+Onder-Koning. Weldra werd hem bericht, dat er schepen geland waren en
+dat de bemanning ruilhandel met de inboorlingen dreef. Hij zond nu
+gewapende benden uit, en weldra werden De Bastides en de zijnen
+aangetroffen en voor den Onder-Koning gebracht. We weten het reeds,
+dat De Bobadilla kort recht kon maken, als hij dat wilde, en als hij
+meende, dat het in zijn belang was. De zwervers werden dan ook maar
+zonder verhoord te zijn, gevangengezet en de kisten werden verbeurd
+verklaard. De Bastides was echter de man niet om zich dat alles maar
+te laten welgevallen; hij verzette zich, door duidelijk te maken, dat
+hij geen' ruilhandel gedreven had. Hij had, na zijne schepen verloren
+te hebben, met hetgeen hij bij zich had, alleen spijs, drank en gidsen
+betaald, meer niet, en betalen, wat men tot dat doel noodig had, mocht
+geen ruilhandel heeten. De verdediging was glashelder, en hoeveel De
+Bobadilla ook durfde, hij waagde het niet om De Bastides te
+veroordeelen, maar zeide, dat hij hem met de eerstvolgende gelegenheid
+naar Spanje zou zenden, dan kon daar de zaak door het Hof onderzocht
+worden.
+
+Weinig vermoedde De Bobadilla, dat met die eerstvolgende gelegenheid
+niet alleen De Bastides naar Spanje zou gebracht worden, maar ook
+hijzelf en zijn vriend Roldan.
+
+Don De Ovando was aangekomen om De Bobadilla van zijn ambt te
+ontzetten en met Roldan gevankelijk naar Spanje te laten voeren.
+
+De vloot, die hen overbracht, we zullen hierover later nog spreken,
+werd door een' vreeselijken orkaan overvallen, en De Bobadilla en
+Roldan vonden hun graf in de golven. De Bastides echter was zoo
+gelukkig om met zijne drie ongeschonden kisten in Spanje aan te komen,
+waar hij natuurlijk terstond buiten alle vervolging gesteld werd. Het
+vierde gedeelte van de medegebrachte parelen en andere schatten werd
+eerlijk aan den Koning gegeven, en dat vierde deel was van zulk eene
+groote waarde, dat Koning Ferdinand opeens een' aanval van
+dankbaarheid en mildheid kreeg en hem levenslang een inkomen schonk
+uit de opbrengsten van het land Uraba, dat hij bezocht had en dat zoo
+rijk bleek te zijn. Eene zelfde belooning ontving ook de oude De la
+Cosa, die tot Bestuurder van dat gewest benoemd werd.
+
+Veel merkwaardigs ten opzichte van de aardrijkskundige wetenschap had
+die reis niet opgeleverd, en toch diende ze genoemd en in het kort
+beschreven te worden, omdat juist De Bastides getoond had, hoe men
+doen moest om de reis- en ontdekkingstochten in de Nieuwe Wereld
+productief te maken. Jammer maar, dat hij met zijn goed voorbeeld
+bijna alleen bleef staan en zoo goed als geene navolging vond.
+
+Eindelijk was ook met groote moeite, omdat de uitrusting op kosten der
+Regeering geschiedde en De Fonseca wel zorgde, dat er voor dit doel
+steeds geld te kort was, een vlootje van vier karveelen klaar gekomen,
+en stond Columbus op het punt, te vertrekken, in gezelschap van zijn'
+zoon Don Ferdinand en zijn' broeder Don Bartholomeus. Wijl de
+Monarchen vreesden, dat de komst van Columbus op Hispaniola, dat met
+groote moeite tot rust gebracht was, aanleiding zou geven tot
+wanordelijkheden, zoo werd hem verboden om op zijne heenreis de
+Kolonie aan te doen. Op de terugreis echter zou het hem vergund zijn
+om eenigen tijd te San-Domingo van de vermoeienissen uit te rusten, en
+als het noodig was zijne schepen te laten herstellen. Verder beloofden
+de Monarchen hem, dat hij, als eenmaal op Hispaniola alles tot orde en
+rust gekomen en hij alweer teruggekeerd was, andermaal in al zijne
+waardigheden zou hersteld worden. Zij deden dat schriftelijk, doch
+Columbus, die bij ervaring wist, hoe hij tegengewerkt werd en hoe
+weinig men zich stoorde aan alles, wat beloofd was, liet van alle
+beloften en brieven afschriften maken, door de Alcaldes van Sevilla
+behoorlijk legaliseeren, en stelde een der duplicaten in handen van
+een vertrouwd vriend, terwijl hij het andere bezorgde bij den Gezant
+van Genua, die aan het Spaansche Hof vertoefde. Later zou het blijken,
+dat hij zeer verstandig gedaan had met deze maatregelen te nemen. Nu
+hij alles verricht had, wat er te doen viel, nam hij afscheid van
+zijn' zoon Don Diego, die op verzoek van Koning Ferdinand in Spanje
+achterbleef om de belangen zijns Vaders te behartigen, en den negenden
+Maart 1502 aanvaardde hij de reis, wijzer dan vroeger, zoo meende hij,
+omdat hij zich overtuigd hield, dat tusschen Cuba en Paria, welks
+kusten in den laatsten tijd zoo ver bezocht waren, de zeeëngte moest
+zijn, waardoor hij in de echte Indiën komen kon.
+
+De heenreis was voorspoedig, doch toen hij het kleine eiland
+Martinique aangedaan had, kon hij de begeerte niet wederstaan, om,
+trots het verbod, toch te San-Domingo binnen te loopen. De groote man
+toonde zich hier wel wat klein; hij stelde er prijs op om allen, die
+hem, in boeien geklonken, hadden zien vertrekken, te toonen dat hij in
+zijne eer hersteld was. Als voorwendsel om de haven van San-Domingo
+binnen te loopen, gebruikte hij de kleine averij, die eene zijner
+karveelen bekomen had, doch De Ovando, die zijne instructies omtrent
+Columbus reeds ontvangen had, nam het voorwendsel niet aan en verbood,
+hoewel in zeer beleefde termen, het binnenloopen der haven. Aangenaam
+was dit voor onzen Admiraal niet, doch hij had zich door eigen schuld
+die beleediging, als het er eene was, op den hals gehaald.
+
+Toen Columbus te San-Domingo aankwam, lagen er niet minder dan
+achtentwintig schepen gereed om met eene rijke lading aan goud,
+parelen en katoen naar Spanje uit te zeilen, wel een bewijs, dat de
+toestand der Kolonie eene heel andere was dan onder zijn bestuur. Aan
+boord der schepen bevonden zich, zooals we vroeger opmerkten, zijne
+vijanden De Bobadilla en Roldan, benevens De Bastides. De ervaringen,
+die Columbus als zeeman en als reiziger in deze streken opgedaan had,
+deden onzen Admiraal aan alle verschijnselen zien, dat er een zware
+storm op handen was. Hij gaf dus den welgemeenden raad om het
+uitzeilen nog eenige dagen uit te stellen. Men hield het er evenwel
+voor, dat Columbus dit alleen zeide, omdat hij jaloersch was, dat er
+zóó spoedig onder het bestuur van een' anderen Onder-Koning zulk eene
+rijk geladen vloot naar Spanje vertrekken kon, en dat hij daarom
+alleen de afvaart wenschte te vertragen. Men hoorde dus niet naar
+zijn' raad en--twintig vaartuigen verdwenen met kostbare lading en
+manschappen, tengevolge van een' verschrikkelijken storm in de diepte,
+en slechts acht kwamen in ontredderden toestand in Spanje aan. Over De
+Bobadilla en Roldan zou derhalve geen vonnis uitgesproken worden; de
+dood belette dat, maar in het voordeel van Columbus was dit niet, want
+veel, waarover de Admiraal terecht geklaagd had, kwam nu niet aan het
+licht.
+
+Zoo spoedig hem dit mogelijk was, had Columbus eene veilige ligplaats
+voor zijne schepen gezocht en doorstond daar, zonder eenige schade te
+lijden, den storm.
+
+Toen het noodweer bedaard was, richtte Columbus den steven naar Cuba
+en van daar voer hij in zuidwestelijke richting naar de Baai van
+Honduras. Op dien tocht had hij eene ontmoeting, die hem bewees, dat
+hij in eene streek gekomen was, waar het volk vrij goed beschaafd was.
+Op een eiland, dat hij om de dennen, die er groeiden, »Isla de Pinos«
+noemde, aan wal gegaan zijnde, vond hij er bewoners met een zeer laag
+voorhoofd, die in beschaving echter boven andere eilanders stonden.
+Daar hun voorhoofdsvorm juist het tegendeel zou doen vermoeden,
+moesten er redenen voor die betere ontwikkeling zijn, en naar die
+redenen behoefde men niet lang te zoeken, want terwijl Don
+Bartholomeus op zekeren dag aan het strand vertoefde, zag hij eene
+verbazend groote kano, die uit één' boomstam gemaakt was, naderen. In
+het midden van die kano was eene hut van palmbladen gebouwd, en in
+deze hut bevond zich een Kazike met zijne vrouw en kinderen. De kano
+werd geroeid door meer dan twintig Indianen, die niet naakt, maar
+evenals de Kazike en zijne vrouw en kinderen gekleed waren.
+
+Zonder eenige vrees of verbazing te toonen, kwamen ze bij Columbus aan
+boord, en nu vernam deze, dat de kano eene lading van cacaoboonen en
+vele andere handels-artikelen in had. Zij waren ook in het bezit van
+allerlei keukengereedschap, ja, zelfs van bijlen, die van koper
+gemaakt waren. Verder hadden ze katoenen doeken en mantels, kroezen om
+metalen te smelten, kortom alles, wat duidelijk bewees, dat ze uit
+eene zeer beschaafde streek afkomstig waren. Ongelukkig kon Columbus
+niets van hunne taal verstaan, en de Arabische tolken, die hij mede
+genomen had om hem van dienst te zijn, als hij in de eigenlijke Indiën
+aangekomen was, konden hen natuurlijk ook niet verstaan. Na een' zeer
+voordeeligen ruilhandel gedreven te hebben, namen ze vriendelijk
+afscheid en vertrokken in eene richting, die ons thans met eenige
+zekerheid kan doen zeggen, dat ze uit Yucatan afkomstig waren. Had
+Columbus maar niet voorgenomen om de zeeëngte, die niet bestond, te
+vinden, en ware hij deze kano gevolgd, dan zou zijne vierde
+ontdekkingsreis de beste en rijkste geweest zijn, welke hij of eenig
+ander nog gemaakt had. Maar die zeeëngte wilde en zou hij vinden, en
+daarom ging het alweer, en nu in zuidoostelijke richting, verder.
+Weldra had hij de kusten van Middel-Amerika bereikt. Dewijl zijn doel
+niet daar lag, zoo deed hij slechts nu en dan eene landing, en telkens
+zag hij bij zulk eene gelegenheid, dat hij meer en meer het goudland
+naderen moest, want de bewoners droegen allerlei gouden versierselen,
+die ze gaarne, vooral tegen valkenbellen, inruilden. Het goud kwam uit
+een land, zoo berichtte men hem door teekenen, dat bewoond werd door
+een zeer beschaafd volk, dat in het bezit was van lastdieren en in
+huizen woonde, half van goud gebouwd. Hij meende verder te verstaan,
+dat dit land »Ciguare« heette en negen dagreizen over land verder lag
+in westelijke richting en--aan de zee.
+
+Thans liet de Admiraal zijne verbeelding weer spelevaren op de wateren
+der valsche voorstelling en meende hij verzekerd te zijn, dat hij zich
+op slechts negen of tien dagreizen afstands bevond van de beroemde
+Indische rivier de Ganges. Vol moed stevende hij nu verder, doch toen
+hij eindelijk kwam, waar de Landengte van Panama het smalst is, werd
+hij overvallen door een' storm, die negen dagen aanhield. De regen
+viel al dien tijd bij stroomen neer, en de bemanning der karveelen
+verkeerde in de grootste gevaren en in de bitterste ellende. Het
+voedsel was door de hitte en de overslaande zeeën zóó bedorven en zóó
+vol maden en wormen, dat het volk de duisternis te baat nam om het
+maal te doen, ten einde dan niet te zien, wat er gegeten moest worden.
+
+Toen de storm ten slotte bedaard, en de zee weer kalm geworden was,
+bevond men door waarnemingen, dat de schepen ver naar het Noorden
+teruggeslagen waren. Nog eens denzelfden weg afleggen, er was geen
+denken aan, want de houtworm had ook deze schepen aangetast. Gelukkig
+vond men kort daarop land, en kon het volk zich aan den wal van de
+doorgestane ellende herstellen. Het was een land, rijk aan goud, en
+bewoond door vriendelijke menschen, die veel beschaafder waren dan al
+de inboorlingen, die hij nog ontmoet had, en geregeerd werden door
+een' Kazike, die den titel van »Quibian« droeg. De Vorst van dit land,
+dat »Veragua« genoemd werd, ontving Don Bartholomeus en de zijnen, die
+hem bezochten, bij uitstek vriendelijk, en de ruilhandel in goud was
+nog nergens zoo voordeelig geweest. Blijkbaar was deze streek
+bijzonder rijk aan dit metaal, en daarom drong Columbus er op aan, dat
+zijn broeder bij den Kazike onderzoek zou doen waar die mijnen zich
+bevonden. De Quibian, die werkelijk geen kwaad in den zin had, gaf Don
+Bartholomeus twee gidsen mede, die hem bij de mijnen bracht, en wat
+men daar vond, was zulk een rijkdom in edel metaal, dat Columbus
+besloot om hier eene volkplanting te stichten, welke onder het
+opperbevel van zijn' broeder zou staan. Aanvankelijk scheen het dat de
+streek niet alleen gezond en vruchtbaar, maar ook bewoond was door
+menschen, die zeer vredelievend en gastvrij van aard waren. De soort
+van sterkte, waarin de Kolonisten leven zouden, was reeds bijna
+voltooid, toen Don Bartholomeus vernam, dat de Quibian zijn volk te
+wapen geroepen had. Waarom dat gedaan was? Om oorlog te voeren met
+een' naburigen stam, bij welke gelegenheid de Quibian zelf gewond
+werd. Don Bartholomeus legde het evenwel anders uit en meende, dat de
+Quibian zijne sterkte wilde aantasten. Om dit te voorkomen vormde hij
+het plan den Vorst op te lichten, en door een aantal gewapende
+manschappen vergezeld, begaf hij zich naar het dorp waar de Quibian
+zijn verblijf hield. De Vorst ontving zijne bezoekers vriendelijk, en
+toonde hun de wonden, die hij in den strijd bekomen had. Op een
+gegeven teeken echter werd de Vorst op den grond gesmeten, gekneveld
+en weggevoerd. In de nabijheid van het Admiraalsschip waagde de
+ongelukkige het, zijn leven te redden. Hij sprong in zee, zwom naar
+den oever, en was van dat oogenblik af de verbitterdste vijand der
+Spanjaarden. Hij viel met de zijnen de sterkte aan, doch werd
+teruggeslagen. Bij een' tweeden aanval echter, werd eene heele
+afdeeling Spanjaarden, die uitgegaan was om voedsel, water en hout te
+halen, op één' man na, door de inboorlingen gedood, en Columbus zag nu
+wel in dat er geene mogelijkheid bestond om hier eene Kolonie achter
+te laten. Het plan werd dus opgegeven, en de ellendige toestand waarin
+de schepen verkeerden dwong den Admiraal tot den terugtocht.
+
+Wat zal hij dien vol teleurstelling aanvaard hebben! Tijd om in
+treurige gedachten verzonken te blijven was er echter niet. Eene der
+karveelen liep op de riffen vast; men moest manschap en lading
+overbrengen op de drie andere schepen, die door dag en nacht pompen
+slechts vlot konden blijven. Een van deze drie schepen kon, wat men
+ook beproefde, de reis weldra niet meer voortzetten, en ook dat moest
+men, na het ontladen te hebben, aan de golven prijsgeven. De twee
+overgebleven karveelen werden met den dag steeds lekker. Het volk
+matte zich vruchteloos aan de pompen af, en toen men het geluk had om
+Jamaïca te bereiken, was er geen ander middel tot behoud over dan de
+beide bodems op strand te laten loopen. Het ruim stroomde terstond vol
+water, en Columbus, die vreesde dat zijne mannen aan den wal, de
+vriendelijke bevolking slecht behandelen zou, liet daarom de twee
+scheepsdekken tot verblijf inrichten.
+
+Wilde de Admiraal hier met zijn volk niet omkomen, dan moest hij eene
+bede om hulp naar Hispaniola zenden. Diego Mendez en Bartholomeus
+Fiesco boden zich aan om in twee kano's naar San-Domingo over te
+steken, ten einde De Ovando in kennis te stellen met den treurigen
+staat waarin de expeditie van den Admiraal zich op Jamaïca bevond. De
+twee moedige mannen kwamen behouden te San-Domingo aan in hunne
+kano's, die met zes Spanjaarden en tien Indianen bemand waren, en
+dadelijk deed Diego Mendez den Onder-Koning verslag van den ellendigen
+toestand van Columbus en de zijnen, en vroeg hij hem een schip om de
+schipbreukelingen af te halen. De Ovando zag hierin evenwel eene list
+van Columbus om in de Kolonie aan wal te komen, en draalde om hulp te
+verleenen. Eerst zeven maanden later gaf hij zijne toestemming om een
+schip te huren, doch hiermede was Diego Mendez nog niet verder, want
+om een schip te huren moest er een schip zijn, en er was nergens eenig
+vaartuig tot dat doel beschikbaar. Die tusschentijd was door De Ovando
+gebruikt geworden om een' zijner gunstelingen naar Jamaïca te zenden,
+teneinde zich te overtuigen of de Admiraal werkelijk in zulk een'
+ellendigen toestand verkeerde. Escobar, zoo heette de man, die den
+dienst van spion moest verrichten, kwam op Jamaïca, en vond daar niet
+alleen alles zooals Diego Mendez het geschetst had, maar nog veel
+erger. De bemanning der karveelen was in opstand tegen Columbus
+gekomen, en gaf op het eiland zich aan allerlei ongebondenheden over,
+nadat zij vruchteloos beproefd had om in kano's het eiland te
+verlaten. Met welk eene vreugde had Columbus, die ziek was, het schip
+zien komen, hopende dat het zijne getrouwen zijn zouden, die hem
+kwamen afhalen! Hoe groot moet zijne teleurstelling geweest zijn, toen
+hij in Escobar een' zijner vijanden en een' aanhanger van Roldan
+herkende, die hem uit naam van den Onder-Koning een stuk spek, een
+vaatje wijn en een' brief gaf. De Ovando beloofde in dien brief hulp
+te zullen zenden en verwachtte van den Admiraal bericht of hij ze nog
+begeerde. Het grensde aan spotternij, zoo niet erger. Toch schreef
+Columbus den brief, en toen Escobar dezen had, vertrok hij, Columbus
+achterlatende in een' toestand, te ellendig om ze in woorden te
+schetsen. Inmiddels gingen de opstandelingen met hun ongebonden leven
+voort, en het gevolg was dat de inboorlingen weigerden, Columbus en de
+zijnen den noodigen levensvoorraad te verschaffen. De hongerdood
+scheen allen beschoren, toen Columbus gelukkig berekende dat er eene
+maansverduistering zou plaats hebben. Hiervan maakte hij terstond
+gebruik en liet aan de inwoners weten, dat de maan diep bedroefd was,
+dat men aan de kinderen der zon geene spijzen bracht, en dat zij
+daarom dien avond zich verbergen zou. De inboorlingen lachten er wat
+mede, doch toen des avonds de maan totaal verduisterd werd, dreef hun
+bijgeloof hen aan om Columbus en de zijnen een' grooten voorraad van
+levensmiddelen te zenden. Hierdoor waren de arme schipbreukelingen
+aanvankelijk geholpen, doch hoe lang zou het duren? Gelukkig,
+eindelijk kwam er uitkomst, want de trouwe Diego Mendez en
+Bartholomeus Fiesco hadden niet gerust voor ze een schip hadden, en
+dit schip kwam aan en bracht de arme lijders naar Hispaniola over.
+
+Columbus werd daar met alle bewijzen van eerbied ontvangen, maar--het
+was te laat. Zijne kracht was geknakt; zijne hoop verdwenen.
+
+Met welbehagen toonde De Ovando hem den bloeienden toestand waarin de
+Kolonie verkeerde, en somde de schatten op, die hij gedurende zijn
+bestuur reeds naar Spanje gezonden had en nog zenden zou.
+
+De Ovando verstond de kunst om de Kolonie productief te maken en zoo
+bij den geldzuchtigen Koning Ferdinand in hooge gunst te komen. Geen
+Spanjaard moest een' slag werk doen; in de Kolonie was elke Spanjaard
+een Hidalgo, die alleen toezicht hield op den arbeid der arme
+inboorlingen, en als beul optrad, wanneer de lieden niet hard genoeg
+werkten of zich verzett'en. Gewoon aan een matig leven, hadden die
+inboorlingen zich nimmer met zwaren arbeid bezig gehouden; ze konden
+dien ook niet verrichten, want het warme en vochtige klimaat verbood
+hun dit. Nu moesten ze het zwaarste werk en nog zonder eenig loon
+doen. Mishandelingen hadden ze dag aan dag te verduren, en dat van
+mannen, die ze bij hunne komst vriendelijk en met open armen als
+hemelsche wezens ontvangen hadden, terwijl het hun geene moeite zou
+gekost hebben om te beletten, dat zij zich in hun Paradijs vestigden!
+Is het wonder, dat ze bij duizenden onder dien zwaren arbeid op het
+veld, bij de goudwasscherijen of in de mijnen bezweken? Is het wonder,
+dat zij zich menigmaal verzett'en met de overtuiging, dat het verzet
+hun het leven kosten zou? Maar ze wilden liever sterven dan zóó leven,
+en hoevelen door zelfmoord een einde aan hun leven maakten, valt niet
+te zeggen. Een geschiedschrijver, die alle vertrouwen verdient, meldt
+dat al het volk van eene plantage zich door ophanging van het leven
+wilde berooven. De opzichter snelde er heen en trachtte hen te
+weerhouden, doch te vergeefs. Niet wetende, wat hem te doen stond, als
+zijne heele plantage zonder werkkrachten was, riep hij uit: »Dan hang
+ik mij ook op!« Verschrikt wierpen de Indianen hunne stroppen weg,
+omdat ze geloofden, dat hij hen dan toch ook na den dood zou
+vergezellen om hen te mishandelen. Hoe diep moet de vrees in die
+eenvoudige zielen post gevat hebben om zóó te handelen!
+
+En het waren niet enkel de opzichters of soldaten, die zoo beestachtig
+te werk gingen.
+
+Wie herinnert zich de schoone en zachtzinnige Anacaona niet? Na den
+dood haars broeders regeerde zij als vrouwelijke Kazike haar schoon
+land met zijne zachtzinnige inwoners. Trouw betaalde ze met elken
+termijn de schatting in katoen, trouw bleef ze den Spanjaard,
+onverschillig wie te San-Domingo zetelde: Columbus, De Bobadilla of De
+Ovando. Maar een Spanjaard klaagde haar bij De Ovando aan, dat zij en
+haar volk aan eene samenzwering tegen de Spanjaarden deelgenomen
+hadden. Zonder te onderzoeken of die aanklacht gegrond was, ging De
+Ovando met eene afdeeling soldaten naar Xaragua. Op de gewone wijze
+werden de Spanjaarden door de Kazike en hare onderdanen met
+eerbewijzen en vriendelijk ontvangen, en weer gaf Anacaona ter eere
+van hare gasten een spiegelgevecht. Toen dit afgeloopen was zeide De
+Ovando, dat hij zijne soldaten ook eens een spiegelgevecht zou laten
+houden. Anacaona betrok nu met tachtig van hare volgelingen eene
+woning waaruit ze die vertooning goed kon zien. De soldaten keken De
+Ovando aan. Hij zou een teeken geven, als ze beginnen moesten. Dat
+teeken was: met den vinger zijne halsketen aanraken. Het werd gegeven,
+en inplaats van een spiegelgevecht te gaan houden, vielen ze de woning
+van Anacaona aan, vermoordden haar gevolg, en sleurden haar als
+gevangene mede. De arme vrouw! Het loon voor al hare trouw was een
+strop, waaraan ze opgehangen of waarmede ze geworgd werd!
+
+En als de Geestelijkheid, zooals later vaak gebeurde, zich tegen
+dergelijke gruwelen verzette, dan eischten de gouddorstige Spanjaarden
+straf voor den moedigen man, die de Kolonie in gevaar bracht.
+
+Dat Koningin Isabella zich met zulk eene wreede dwinglandij en zulk
+eene verdrukking niet vereenigen kon, bleek, want zij schreef De
+Ovando, dat zij hem verbood langer zoo voort te gaan. De Ovando
+antwoordde haar evenwel, dat bij eene andere handelwijze de heele
+Kolonie te gronde zou gaan, en de Koningin was gedwongen zich bij al
+die gruwelen neer te leggen.
+
+Wat Columbus, die vier weken te San-Domingo vertoefde, gedacht heeft,
+toen hij zag hoe De Ovando de teugels van bewind voerde, en welke
+middelen hij te baat nam om rijke ladingen naar Spanje te sturen, wij
+weten het niet, want de historie-schrijver teekent geene gedachten
+aan. Het ligt echter voor de hand om aan te nemen dat zijne hoop, om
+andermaal als Onder-Koning te San-Domingo te komen grooter was. Als
+hij aan het Hof maar eenmaal Koningin Isabella gesproken had, dan zou
+deze stellig wel vergelijkingen maken tusschen hem en De Ovando, en de
+balans zou dan in zijn voordeel doorslaan. Met die hoop bezield
+verliet hij San-Domingo, en kwam na eene moeielijke en gevaarlijke
+reis den zevenden November 1504 ziek in Spanje aan, en terwijl hij te
+Sevilla in eenige dagen rust herstel zocht, ontving hij het bericht
+dat zijne hooge beschermster, op wie hij al zijne hoop gevestigd had,
+overleden was. Zij stierf den zesentwintigsten November van hetzelfde
+jaar.
+
+Toen Columbus eenigszins hersteld was, schreef hij een' brief aan
+Koning Ferdinand, om De Ovando te willen gelasten hem uitbetaling te
+doen van hetgeen deze zich wederrechtelijk had toegeëigend toen hij De
+Bobadilla in het opperbestuur verving. Hij was wel gedwongen om dat
+geld te vragen, want al zijne middelen waren met de laatste reis
+uitgeput, en toch hield men het er in Spanje voor, dat hij onnoemelijk
+rijk was.
+
+Dat Columbus bij veel, wat hij deed, zijn eigen belang op het oog had,
+valt niet tegen te spreken, doch dat eigenbelang gold meer zijne eer
+dan zijne geldmiddelen. Zoo had hij op den laatsten tocht allerlei
+omwegen gemaakt om de zoogenaamde »Zeeëngte« te vinden, en kon hij
+daarom aan den Koning schrijven: »Niemand is bij machte om van dezen
+tocht een nauwkeurig verslag te geven. De kusten van het vasteland heb
+ik wel met het kompas opgenomen, maar niemand van het volk weet op
+welke breedte die kust ligt. De Stuurlieden mogen zeggen, als ze het
+kunnen, waar Veragua ligt. Het eenige, wat ze kunnen mededeelen is,
+dat ze aan eene kust geweest zijn, waar schatten van goud te vinden
+waren, doch als ze er weer heen wilden varen, zouden ze den weg aan de
+visschen moeten vragen.«
+
+Had Columbus goud boven de eer gesteld, wat zijne manschappen graag
+gezien hadden, dan zouden ze inplaats van te zoeken hetgeen er niet
+was, hebben kunnen nemen, wat er in overvloed was. En wie het
+kleingeestig vindt, dat Columbus den afgelegden weg zoo geheim hield,
+die vergeet, dat de Admiraal maar al te veel de bittere ervaring
+opgedaan had, dat zijne benijders de voordeelen trokken van hetgeen
+hij gevonden had. Hij had, om het uit te drukken zooals het is, tegen
+eene onedele concurrentie te strijden. Ongaarne zou ik dan ook het
+oordeel van den Duitschen historie-schrijver, Adolf Streckfuss, als
+het mijne willen aannemen, waar deze in eene noot van zijne Algemeene
+Geschiedenis zoo maar klakkeloos neerschrijft: »Het was, helaas, den
+hooggeprezen, beroemden ontdekker van Amerika nooit te doen om der
+wetenschap en der menschheid een' dienst te bewijzen, maar alleen om
+zijn' eigenen, dikwijls hoogst bekrompen eigenbaat te bevredigen.«
+
+Dat geheim houden van den koers van den laatsten tocht noemt
+Streckfuss een sprekend bewijs voor zijn veroordeelend woord.
+
+In de berooide geldmiddelen van Columbus bracht Koning Ferdinand
+behoorlijk orde, maar toen de Admiraal bij hem aandrong om in al zijne
+waardigheden, ook in die van Onder-Koning van Hispaniola en de heele
+Nieuwe Wereld, hersteld te worden, volhardde de Koning, en dit was
+niet meer dan natuurlijk, bij zijn vroeger besluit. Columbus bezat nu
+eenmaal geen tact om te regeeren, en hem weer Onder-Koning maken, zou
+ongetwijfeld oorzaak geworden zijn van rampen en verliezen van
+allerlei aard.
+
+Columbus, die zichzelven blijkbaar niet genoeg kende om in te zien,
+dat hem de eigenschappen van een goed Regent ontbraken, zag in des
+Konings weigering niets anders dan eene schending van beschreven
+beloften, en was niet tevreden te stellen met het behouden van zijn'
+titel »Admiraal van den Oceaan«, zijn aandeel in de inkomsten, die
+Spanje uit de Nieuwe Wereld trok, en het aanbieden van een Graafschap
+in Castilië. Hij trok zich die zaken zeer aan, en daar hij door zijne
+gevaarvolle reizen, waarop hij, met den minste uit de bemanning,
+hetzelfde geleden had, oud, zwak en ziekelijk geworden was, zoo gaf
+die teleurstelling nieuw voedsel aan zijne ziekte. Zijn toestand werd
+met den dag bedenkelijker, en eindelijk overleed hij den twintigsten
+Mei 1506 te Valladolid, in den ouderdom van ongeveer zestig jaar.
+
+Dat »ongeveer« wordt bijna bij alle schrijvers gevonden, doch daar dit
+woord, vooral hier, eene zeer rekbare beteekenis heeft, is het niet
+mogelijk door hem »ongeveer zestig jaar oud« te geven, daardoor met
+juistheid zijn geboortejaar te bepalen.
+
+Hij werd begraven in het klooster San-Francisco te Valladolid, doch
+zeven jaar later werd zijn lijk overgevoerd naar het
+Carthuizer-klooster van Las Cuevas te Sevilla. In 1536 werd het lijk
+alweer overgebracht naar Hispaniola, om eene rustplaats te vinden in
+de Hoofdkerk van San-Domingo. Toen evenwel het eiland Hispaniola in
+1795 aan de Franschen werd afgestaan, bracht men met zeer veel
+plechtigheid de laatste overblijfselen van Columbus, van zijn' zoon
+Diego en van zijn' broeder Don Bartholomeus naar de Hoofdkerk te
+Havana op het eiland Cuba.
+
+Zijn zoon Diego bekwam, èn door zijn proces tegen de Kroon, waarbij de
+gelegaliseerde papieren van zijn' Vader uitnemend dienst deden, èn
+door zijn huwelijk met Maria van Toledo, eene dochter van een' der
+voornaamste Spaansche Edelen, al de waardigheden, welke zijn Vader
+bekleed had, en werd derhalve ook Onder-Koning van de Nieuwe Wereld.
+Met een' kleinzoon van dezen Diego stierf het geslacht van
+Christophorus Columbus in de mannelijke linie uit. Don Bartholomeus
+overleed in 1564 op hoogen leeftijd, als Directeur van de mijnen op
+Cuba. Waar en wanneer Don Diego, de broeder van Columbus stierf, vond
+ik nergens vermeld, en eveneens bewaart de geschiedenis het
+stilzwijgen over Columbus' zoon Ferdinand, en is alleen van hem
+bekend, dat hij eene levensbeschrijving van zijn' Vader gaf, en dat
+hij in 1546 op zijn kasteel aan een' der oevers van den Guadalquivir
+overleed, eene bibliotheek van twaalfduizend boeken nalatende, welke
+hij aan een klooster te Sevilla vermaakte.
+
+[Illustratie: Gedenkteeken van Columbus te Genua.]
+
+Te Genua, waar Christophorus Columbus waarschijnlijk geboren is, heeft
+men ter eere van den grooten ontdekker een prachtig gedenkteeken
+opgericht.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X.
+
+ONTDEKKINGSIJVER.
+
+
+Wie van avonturen houdt, kan zijn hart terdege ophalen bij het lezen
+van de ontdekkingsreizen in de Nieuwe Wereld, minder nog die van
+Columbus, dan die van de reizigers, die als het ware onder zijne
+leiding gevormd werden. Vreemder ontmoetingen, romantischer
+handelingen, vreeselijker gevaren, grooter ellende, stouter
+ondernemingen, edeler karakters, lager zielen dan in deze
+ontdekkings-reizen geschetst worden, kunnen bezwaarlijk in een
+verdicht verhaal voorkomen. Het kost groote moeite hier niet te
+uitvoerig te worden, want zonder bezwaar zou er een onderhoudend boek,
+veel grooter dan dit, geschreven kunnen worden, over alles, wat hier
+in één hoofdstuk bij elkander gebracht is. En als men dat lijvige boek
+gelezen had, en men zag eens op de kaart na, welk een betrekkelijk
+klein gedeelte van Amerika door die belangwekkende en moeitevolle
+tochten ontdekt werd, dan zou men zich verbazen. Juist, omdat er op
+die tochten zulk een klein gedeelte van Amerika ontdekt werd, willen
+we, na de reizen van Columbus vrij uitvoerig beschreven te hebben,
+liever hier niet te veel over de leerlingen zijner school uitweiden.
+
+In het vorige hoofdstuk lazen we dat Columbus op zijne laatste reis
+een deel van het vasteland ontdekte, hetwelk thans bekend staat onder
+den naam van Centraal- of Middel-Amerika. Wij lazen ook, dat hij hier
+veel goud vond, en dat hij in de nabijheid der mijnen van Veragua eene
+volkplanting wilde achterlaten, welk plan evenwel door de ondoordachte
+handeling van Don Bartholomeus geheel mislukte. Intusschen, er was
+dáár goud, en veel meer dan ergens elders in de ontdekte landen, _die_
+tijding had Columbus in Spanje gebracht, en wekte de begeerte bij
+velen op om dat land voor de Spaansche Kroon in bezit te nemen.
+Verwonderen zal het ons niet, dat in de eerste plaats zich daartoe
+aanmeldde: Don Alonzo De Hojeda, dien we reeds eene ongelukkige reis
+zagen maken. De tocht, dien hij nu ondernemen wilde, zou evenwel niet
+zijn tweede maar zijn derde zijn.
+
+Nog vóór Columbus Spanje verliet om voor de vierde maal naar de Nieuwe
+Wereld te stevenen, zeilde De Hojeda in Januari van 1502 de haven van
+Cadiz uit. Waarom? Hij had op zijne eerste reis in de streken, waaraan
+hij den naam van »Venezuela« gaf, doch die door de inboorlingen
+»Coquibacoa« genoemd werden, Engelschen ontdekt, zoo beweerde hij
+althans, en om nu die vreemde indringers te weren, vond Koning
+Ferdinand het raadzaam om in die uiterste deelen der ontdekte landen
+een' post uit te zetten. Dat de stoutmoedige De Hojeda hiervoor de
+aangewezen man was, zal ieder beamen. Zoodra hij dus vergunning vroeg
+om een' tweeden tocht te mogen doen, verkreeg hij ze. Hij mocht tien
+schepen uitrusten en met deze naar Coquibacoa trekken om er eene
+kolonie te vestigen, waarvan hij de Gouverneur zou zijn. Als de tocht
+goed slaagde, dan waren er schatten mede te verdienen, en dit was de
+reden dat De Hojeda, die zelf geen geld bezat om maar eene halve
+karveel uit te rusten, twee mannen vond, die hem hielpen, onder
+voorwaarde, dat de winsten eerlijk gedeeld zouden worden. Deze twee
+deelgenooten heetten Don Garcia De Campos en Juan De Vergera, die het
+samen zoo ver brachten, dat er vier karveelen voor de reis gereed
+gemaakt konden worden. De tocht naar Coquibacoa, dat in de nabijheid
+van het Meer van Maracaïbo lag, was zeer voorspoedig, doch al heel
+gauw was De Hojeda genoodzaakt om De Vergera naar Jamaïca te zenden,
+teneinde levensbehoeften te halen. Gedurende diens afwezigheid leden
+de overige tochtgenooten een vreeselijk gebrek en het duurde bovendien
+niet lang of er ontstond ontevredenheid en wantrouwen. Men meende dat
+De Hojeda zich verrijkte ten koste van de anderen, en het gevolg was,
+dat de heele tocht hiermede eindigde, dat de Kolonisten Coquibacoa
+verlieten en De Hojeda in boeien gesloten op Hispaniola brachten.
+Later werd hij door Koning Ferdinand wel buiten alle vervolging
+gesteld, doch hiermede was De Hojeda niet geholpen en hij bleef een
+berooid man.
+
+Nieuwe hoop had hem bezield toen hij van »Veragua« hoorde gewagen,
+doch juist toen hij zich bij De Fonseca aanmeldde om dat land voor de
+Spaansche Kroon in bezit te nemen, verkreeg hij een' mededinger in Don
+Diego De Nicuesa, een aanzienlijk Edelman, die in alles wel een
+tweelingbroeder van hem geleek. Koning Ferdinand wist evenwel raad.
+Het land Veragua, dat door de Caraïbische Golf bespeeld werd,
+verdeelde hij in twee Stadhouderschappen, die de namen kregen van
+Goud-Castilië en Nieuw-Andalusië. De grens tusschen deze twee gewesten
+zou de Golf van Dariën of van Uraba zijn. Over het eerstgenoemde
+gewest zou De Nicuesa en over het andere De Hojeda Stadhouder worden.
+Vertrouwende dat er veel bij te winnen en niets bij te verliezen viel,
+namen beide Stadhouders gaarne de verplichting op zich om zelf de
+kosten der uitrusting te dragen. Om dat goed te doen, stak De Nicuesa,
+die nog krediet had, zich tot over de ooren in de schulden en rustte
+vier schepen naar behooren uit. De Hojeda had, naar het scheen, bij de
+avonturiers, die geld te missen hadden, al zeer weinig vertrouwen,
+doch hij was zoo gelukkig om in den beroemden Stuurman, den ouden Juan
+De la Cosa, die te San-Domingo vrij goede zaken gemaakt had, een
+helpend vriend te vinden, die twee schepen voor hem uitrustte. Ten
+slotte wist de slimme De Hojeda nog den Advocaat Martin Fernandez De
+Enciso over te halen zijne spaarpenningen, die ruim vijfentwintig
+duizend gulden bedroegen, in de zaak te steken en met hem mede te
+trekken. Het had heel wat voeten in de aarde eer De Hojeda uitzeilde.
+Don Diego Columbus, die toen de betrekking bekleedde, welke men zijn'
+Vader ontnomen had, was niet van plan om het eiland Jamaïca, dat zoo
+dicht bij Hispaniola lag, aan twee mannen over te laten, die bij hem
+zeer laag aangeschreven stonden. Nu reeds daagde de een den ander uit,
+wat zou er dan van terecht komen, als die twee samen één eiland
+besturen moesten? Trots Koning Ferdinands beschikking, zond de
+Admiraal nu Don Juan De Esquibel met zeventig man uit om het eiland te
+bezetten en te zorgen, dat het niet in handen van die twee avonturiers
+viel. Toen De Hojeda dit vernam, was hij woedend en zwoer dat hij, als
+hij op het eiland kwam, dien De Esquibel het hoofd voor de voeten zou
+leggen.
+
+De Hojeda was de eerste, die uitzeilde met twee schepen, die met
+driehonderd personen bemand waren. Daar hij bij ervaring wist, welk
+een' indruk de ruiters op de inboorlingen maakten, zoo nam hij ook
+twaalf paarden met hunne veulens mede. De Enciso bleef nog te
+San-Domingo, doch beloofde, dat hij hem weldra volgen zou met een
+schip, geladen met levens- en krijgsbehoeften.
+
+Op de hoogte van het tegenwoordige Cartagena--eene zeehaven van de
+Republiek Columbia,--gekomen, begaf De Hojeda zich, tegen den raad van
+den ouden De la Cosa, aan wal om de inboorlingen te overvallen,
+teneinde een aantal slaven buit te maken om hiermede zijne schulden te
+San-Domingo te betalen. Het plan gelukte hem en hierdoor overmoedig
+geworden, besloot hij met eene bende van zeventig man naar de
+binnenlanden te trekken om de Caraïben andermaal te verslaan. Nogmaals
+verhief De la Cosa zijne waarschuwende stem, maar De Hojeda was doof
+voor allen goeden raad. Toen De la Cosa zag, dat de Gouverneur niet
+hooren wilde, trok hij met hem mede. De uitslag was zoo treurig
+mogelijk. De Caraïben versloegen de heele bende en slechts De Hojeda
+gelukte het, den dood te ontkomen. Toen de achtergebleven schepelingen
+hem vonden, was hij geheel uitgeput. Kort daarop kwam zijn mededinger
+De Nicuesa met zijne schepen aan, en deze vergetende, dat De Hojeda
+hem beleedigd en uitgedaagd had, kwam hem nu te hulp en in een
+vreeselijk gevecht namen de Spanjaarden wraak over den dood van De la
+Cosa en al de anderen. Na zoo zijn' plicht, als Ridder, vervuld te
+hebben, toog De Nicuesa verder om Goud-Castilië op te zoeken. De
+Hojeda achtte het onraadzaam om hier zijn fort te bouwen en zocht meer
+westelijk eene geschikte plaats, en toen hij die meende gevonden te
+hebben, begon hij een fort te stichten, hetwelk hij den naam van
+San-Sebastian gaf. Het duurde niet lang of er kwam gebrek aan
+levensmiddelen, want de inboorlingen vertoonden zich alleen, wanneer
+ze kwamen om hunne vergiftigde pijlen op de Spanjaarden af te zenden,
+wat maar al te veel plaats had. Het was derhalve geen wonder, dat De
+Hojeda, die te midden van de ontevreden zieken en hongerlijders de
+tucht met galg en zwaard wist te handhaven, met verlangen uitzag naar
+het schip van zijn' deelgenoot De Enciso. Maar wie er komen mocht, De
+Enciso kwam niet. De ellende werd daardoor van dag tot dag erger, en
+naarmate zij toenam, vermeerderden de aanvallen der Indianen, die ten
+laatste ook De Hojeda met een' vergiftigden pijl wisten te treffen.
+Zulk een pijl bracht eene rillende koude en dan den dood. Die rillende
+koude wilde De Hojeda voorkomen om zich zóó het leven te redden, en
+hij beval zijn' Geneesheer met twee gloeiende ijzeren staven die
+wonden uit te branden. De Geneesheer weigerde, doch De Hojeda zeide
+heel eenvoudig, dat hij hem dadelijk zou laten ophangen, als hij het
+niet deed. Voor zulke bedreigingen zwichtte onze Chirurg; de staven
+werden witgloeiend gemaakt en hiermede liet De Hojeda zich, zonder
+éénig gekreun te laten hooren, de wonden uitbranden, en wonder boven
+wonder, het vreeselijke middel hielp en hij bleef in het leven om te
+strijden tegen eene onbeschrijfelijke ellende. Eindelijk, eindelijk
+kwam er een schip, doch dat van De Enciso was het niet. Een aantal
+bankroetiers, oplichters, dieven en andere schelmen hadden San-Domingo
+in stilte verlaten, een schip afgeloopen, de bemanning vermoord en
+kwamen nu hier bij De Hojeda hun geluk beproeven. Tegen schreeuwend
+hooge prijzen kocht De Hojeda de levensbehoeften, die ze aanboord
+hadden, doch toen deze verteerd waren en De Enciso nog altijd
+wegbleef, besloot De Hojeda zelf naar San-Domingo te stevenen om hulp
+te halen. Hij zou dat doen op het schip en met de mannen, die op zulk
+eene vreemde wijze te San-Sebastian aangekomen waren, en als hij
+binnen vijftig dagen nog niet terug was, dan moesten de Kolonisten het
+fort verlaten en met de schepen waarmede ze gekomen waren, naar
+Hispaniola terugkeeren. Gedurende zijne afwezigheid zou zijn
+Onder-bevelhebber Francisco Pizarro, het bevel over de Kolonie voeren.
+
+De Hojeda vertrok, doch moest het geroofde schip, dat door de
+zeewormen bijna verteerd was, op het eiland Cuba op het strand laten
+loopen. Met zeventig man begon De Hojeda nu een' tocht dwars door de
+moerassen heen, welke dertig dagen duurde, en eene aaneenschakeling
+van de ontzettendste toestanden was. Eindelijk kwamen ze, na met eene
+kano eene boodschap naar Jamaïca gestuurd te hebben, op dat eiland
+aan. Don De Esquibel, die zeer goed wist, dat De Hojeda hem gedreigd
+had, het hoofd voor de voeten te leggen, bewees De Hojeda alle
+mogelijke diensten en liet hem en de zijnen naar San-Domingo brengen.
+De Hojeda kwam daar arm aan; zijn deelgenoot De Enciso was uitgezeild,
+en niemand was er, die zich De Hojeda's lot aantrok. De een zegt, dat
+hij Monnik werd, en de ander dat hij vóór eene kloosterdeur in armoede
+stierf. Zijn levenseinde was in alle gevallen treurig; hij was een der
+vele slachtoffers van het goud. De schipdieven waren, tot op de helft
+in de Cubaansche moerassen gestorven, slechts te San-Domingo
+aangekomen om de doodstraf te ondergaan.
+
+En hoe was het met den Stadhouder van Goud-Castilië, De Nicuesa,
+gegaan?
+
+Eer wij over dezen Ridder spreken, willen wij eerst naar San-Sebastian
+terugkeeren. Met de achtergebleven Kolonisten komen we dan vanzelf bij
+De Nicuesa in Goud-Castilië.
+
+Nog wat langer dan de gestelde vijftig dagen bleef Pizarro op De
+Hojeda's terugkomst wachten. Wat er zooal gebeurd is in dien tijd van
+ongeëvenaarde ellende, niemand, die het zeggen kan, want Pizarro, die
+de onechte zoon was van een' Spaansch Officier en eene arme vrouw uit
+de volksklasse, had de jaren zijner jeugd wel doorgebracht achter de
+zwijnen, maar niet op de schoolbanken. Hij kon niet lezen of
+schrijven, en was uit Spanje weggeloopen om in de Nieuwe Wereld, als
+gemeen soldaat, zijn fortuin te beproeven. Hij was een man van
+beteekenis in die woelige dagen, en bij groote dapperheid bezat hij
+een' ijzeren wil en een helder, natuurlijk verstand, maar meteen eene
+weergaloos wreede inborst. Te midden van eene ellende, die de heele
+Kolonie tot op zestig ziekelijke en verzwakte manschappen deed
+inkrimpen, handhaafde hij de tucht. Eerst toen hij begreep, dat De
+Hojeda niet terugkeeren zou, besloot hij om in de twee vaartuigen
+San-Sebastian te verlaten. Die terugtocht was al even rampspoedig als
+het verblijf in het fort, en door een' zwaren storm overvallen,
+verging een der twee schepen met man en muis. Het schip waarop Pizarro
+was, bleef behouden en ontmoette, na eenige dagen zwervens, in de
+haven van Cartagena, waar De la Cosa gesneuveld was, de karveel van De
+Enciso, die, vernomen hebbende hoe het met de volkplanting afgeloopen
+was, zich nu als hoofd van den tocht en als Gouverneur van
+Nieuw-Andalusië beschouwde, zoo lang De Hojeda er niet was. Hij beval
+daarom naar San-Sebastian terug te keeren. Met tegenzin gehoorzaamden
+Pizarro en de zijnen aan dit bevel, doch eer ze het verlaten fort
+bereikt hadden, verging de karveel van De Enciso in de Golf van
+Dariën. Met groote moeite werden nog eenige levensmiddelen gered, en
+zoo kwam men alweer met één vaartuig en eene half verhongerde
+bemanning op de plaats aan waar het fort eens gestaan had. Gestaan
+had, ja, want de inboorlingen hadden het verbrand. De Enciso's schoone
+hoop om in deze landstreken, wanneer het regen-seizoen ingetreden was,
+in de bergen goud met netten te vangen, wat men hem wijsgemaakt had,
+was als rook vervlogen. Wat nu te doen? Thans trad zekere Vasco Nunez
+de Balboa te voorschijn en zeide, dat hij op den tocht van De
+Bastides, dien hij vergezeld had, in de Golf van Uraba eene plaats
+gezien had, waar veel goud was en waar de inwoners nooit vergiftigde
+pijlen gebruikten; hij bood zich meteen aan om de Kolonisten derwaarts
+te voeren. Het voorstel werd aangenomen en De Balboa had het geluk het
+schip in de rivier Dariën te brengen. De inboorlingen, die de landing
+wilden beletten, werden verslagen en behalve vele levensmiddelen en
+katoen behaalden de Spanjaarden ook een' buit aan goud, die anderhalve
+ton waarde had. Dit herstelde den moed en men besloot hier te blijven.
+Het fort, dat er gesticht was, kreeg den naam van »Santa-Maria De la
+Antiqua del Dariën« en vol hoop gingen de Kolonisten nu de toekomst
+tegemoet. De Enciso verbood echter aan zijne onderhebbende manschappen
+om voor eigen rekening met de inboorlingen ruilhandel te drijven. Dit
+stuitte vooral Nunez tegen de borst, en daar deze een dapper en
+schrander man en bij zijne makkers zeer gezien was, zoo kostte het hem
+weinig moeite om hen te bewegen, het gezag van De Enciso niet te
+erkennen. Hij ging hierbij zeer slim te werk en ving den Advocaat met
+een echt Advocaten-net. De grenslijn, die Koning Ferdinand tusschen
+Goud-Castilië en Nieuw-Andalusië getrokken had, liep midden door de
+Golf van Uraba. Deze lijn was overschreden en derhalve was men in het
+gebied van De Nicuesa. De Kolonisten zett'en dus De Enciso af en
+verkozen tot Aanvoerders Vasco Nunez De Balboa, Zamudio en Valdivia.
+Onder het bestuur van dit nieuwe Driemanschap, liep alles weldra in
+het honderd, doch toen men er toe kwam om één' Bevelhebber te kiezen,
+waren de gevoelens zóó verdeeld, dat men besloot om De Enciso weer
+maar in het gezag te herstellen. Hierover nog aan het kibbelen, kwamen
+onverwachts twee karveelen de golf binnenloopen. Ze stonden onder
+bevel van zekeren Colmenares en waren met levensmiddelen en
+oorlogsbehoeften bevracht voor den Stadhouder van Goud-Castilië.
+Colmenares wist nu de Kolonisten te bewegen om De Nicuesa als
+Gouverneur te erkennen, en na levensmiddelen, kruit, lood en eenige
+wapenen uitgedeeld te hebben, begon hij langs de kust naar het fort
+van De Nicuesa te zoeken. Na eenige dagen ontmoette hij een scheepje,
+dat door den Stadhouder uitgezonden was om levensmiddelen te halen en,
+begeleid door dit scheepje, kwam Colmenares te »Nombre de Dios,« de
+zoogenaamde Residentie van Don De Nicuesa aan, om eene ellende te
+vinden, welke die van San-Sebastian misschien nog wel overtrof. Het
+was met dezen Ridder gegaan als met De Hojeda.--Stormen vernielden
+zijne schepen en sleurden zijne levens- en krijgsbehoeften in de
+golven. Oproer aan boord en ziekten waren zijn deel geweest. Met een
+moedeloos: »Laten wij hier _en el nombre de Dios_ (in Godsnaam) ons
+nederzetten,« van De Nicuesa, waren zij hier gekomen en hadden ze het
+fort gebouwd, dat »Nombre de Dios« genoemd werd. De verjaagde
+inboorlingen lieten zich ook hier niet zien dan om aanvallen op de
+sterkte te doen. Van goud verzamelen in »Goud-Castilië« was geene
+sprake, men vond er zelfs geen cassave-brood. De eene opstand na de
+andere brak uit, en de ellende was ten top gestegen toen Colmenares
+aankwam. Zoodra De Nicuesa van de Kolonie te Santa-Maria gehoord had,
+besloot hij aldaar zijne residentie te vestigen en zond een schip met
+zieken en zwakken er heen; hij zelf zou later komen. Het
+vooruitgezonden volk bewerkte evenwel zijn' val, want te Santa-Maria
+vertelden ze allerlei leelijks van De Nicuesa en zeiden ook, dat ze al
+het goud, hetwelk ze verzameld hadden, zouden moeten afstaan, en dat
+De Balboa, die nog altijd de betrekking van Alcalde of Rechter
+bekleedde, zijn ambt zou moeten neerleggen. Dit nu stond den
+Kolonisten en vooral De Balboa niet aan. Hij haalde het volk over om
+De Nicuesa niet te erkennen en toen deze eindelijk met zijne twee
+schepen te Santa-Maria verscheen, werd hem de landing belet. Het
+eenige, wat hem toegestaan werd, was dat hij, slechts vergezeld door
+een' Page, aan den wal kwam. Nu wist De Balboa, die vooraf reeds alles
+met de zijnen afgesproken had, De Nicuesa mede te deelen, dat het
+noodig was, dat hij zich aan eene keuze der Kolonisten, die eigenlijk
+toch onder De Hojeda stonden, onderwierp. De stemming volgde en--De
+Balboa werd verkozen. Te vergeefs smeekte De Nicuesa nu om de gunst om
+toch te Santa-Maria te mogen blijven. Op eene brigantijn, die meer een
+wrak dan een schip was, noodzaakte men hem, elders zijn geluk te
+beproeven. Hij heeft het nooit gevonden, want het wrakke schip zonk
+met zijne bemanning in de diepte.
+
+Thans beschouwde Vasco Nunez De Balboa zich als Gouverneur van de twee
+Stadhouderschappen: Goud-Castilië en Nieuw-Andalusië, wat natuurlijk
+niet overeenstemde met de gevoelens van De Enciso. Deze werd echter in
+het ongelijk gesteld, gevangengenomen en veroordeeld. De weinige
+vrienden van den ongelukkigen Advocaat vonden dat vonnis evenwel te
+hard, en wisten gedaan te krijgen, dat hij naar San-Domingo of Spanje
+mocht terugkeeren, doch met achterlating van alles, wat hij het zijne
+mocht noemen. De Balboa begreep zeer goed, dat De Enciso te
+San-Domingo of in Spanje in het gelijk zou gesteld worden, doch om op
+het gemoed der Rechters te werken, liet hij met hetzelfde schip ook
+zijn' vriend Zamudio medegaan. Deze zou wel zorgen, dat de groote
+verdiensten van De Balboa met »de breede roede uitgemeten« werden.
+Hierop nog niet genoeg vertrouwende, liet hij Valdivia ook den tocht
+medemaken, en dezen gaf hij eene kist van het fijnste goud mede, om
+dat, als een geschenk van De Balboa, in handen te stellen van Don
+Miguel De Pasamonte, die te San-Domingo de betrekking van
+Schatbewaarder des Konings bekleedde. Verlost van De Enciso, en ook
+buiten bereik van de twee andere leden van het voormalige
+Driemanschap, begon De Balboa thans de zaken te besturen, en het mocht
+gezegd wezen, dat ze voortreffelijk gingen. Hij verstond de kunst om
+zich bij de Kaziken bemind of gevreesd te maken, en daar hij wel wist,
+dat hij bij Koning Ferdinand zijne zaak, al was deze nog zoo
+onrechtvaardig, winnen zou, als hij hem maar schatten van goud
+toevoerde, zoo deed hij al, wat hij kon, om zich van goud meester te
+maken, en dit gelukte hem boven wensch. Binnen korten tijd kon hij
+twee schepen, rijk met goud bevracht, naar San-Domingo afzenden. Hij
+maakte van deze gelegenheid meteen gebruik om Don Diego, den
+Onder-Koning, te vragen om eene aanstelling als Kapitein-Generaal van
+Goud-Castilië. De buitengewoon rijke lading der twee schepen was zóó
+in zijn voordeel, dat Don Diego geen oogenblik aarzelde om hem die
+aanstelling te verleenen. Hij zond hem bovendien de schepen met
+allerlei levens- en krijgsbehoeften benevens honderdvijftig soldaten
+terug. Hoewel De Balboa nu door Don Diego in het gezag bevestigd was,
+meende hij nog wat meer te moeten doen om ook den Koning voor hem te
+winnen, want de genegenheid van den Onder-Koning, die zelfs in Spanje
+nog te worstelen had tegen De Fonseca en al de oude vijanden zijns
+Vaders, was hem niet genoeg.
+
+Eens nu dat hij van een' Kazike eene groote hoeveelheid goud ontvangen
+had, ontstond, over de verdeeling er van, twist onder de Spanjaarden.
+De eenvoudige inboorlingen verbaasden zich hierover en één hunner
+zeide nu tot De Balboa: »Hoe kunt gij twist maken over zulk een weinig
+goud? Indien gij wilt, zal ik u eene plaats aanwijzen, waar gij
+zooveel goud zult vinden, als gij maar begeert. Gij moet evenwel met
+eene sterke bende derwaarts gaan, want het goudland is in het gebied
+van machtige Kaziken, die den Spanjaard vijandig gezind zijn. En
+wanneer gij er heen gaat, dan kunt ge zelfs van den top van een'
+hoogen berg eene zee zien, onmetelijk groot. Zij wordt bevaren door
+schepen, evenals die van u.«
+
+De Balboa's oog straalde van vreugde. Zou die zee dan de zeeëngte
+zijn, welke Columbus gezocht had? Lag dan daar aan gindsche zijde der
+bergen het heerlijke, rijke land, dat men de »Indiën« noemde? Als hij
+dát land vond, dan, hij wist het, dan zou hij zijne zaak ook in Spanje
+winnen. Hij aarzelde niet lang. Den eersten September 1513 begaf hij
+zich met honderdvijftig Spanjaarden en zeshonderd Indianen op weg, en
+begon zulk een' stouten en gewaagden tocht, dat hij in vele opzichten
+dien van Hannibal over de Alpen overtreft. Wanneer we een' blik op de
+kaart slaan, zal het ons tamelijk vreemd voorkomen, dat deze tocht zoo
+moeielijk en gevaarlijk was, want De Balboa bevond zich bijna op het
+smalste gedeelte van de Landengte van Panama. Dit blijkt ook uit de
+verzekering van den Indiaan, die sprak dat men van »gindschen berg,«
+de groote zee aan de overzijde kon zien. De »gindsche berg« moest dus
+met den vinger aangewezen kunnen worden, en kon, hemelsbreed, niet zoo
+ver verwijderd zijn. Dat alles is waar, doch men moet niet vergeten,
+dat de bergen en dalen, òf overdekt waren met bijna ontoegankelijke
+wouden, òf bewoond door Indianen, die weinig geleken op de eenvoudige
+bewoners der afgelegen Westindische eilanden. Zwaard en musket,
+kruisboog en harnas vermochten hier wel veel, doch lang niet alles.
+Wilde De Balboa tusschen zijn klein leger en Santa-Maria, bij wouden
+en bergen, ook geene vijandige Indianen hebben, dan moest hij alle
+Kaziken, die hij op zijn' tocht ontmoette, tot vrienden maken. Dit
+gelukte hem schier overal, want de persoonlijkheid van dezen koenen
+avonturier schijnt eene zeer innemende geweest te zijn. Gelukte het
+hem niet om, door bewijzen van vriendschap, de Kaziken aan zich te
+verbinden, dan wist hij door beleidvol wapengeweld hen tot
+onderwerping te dwingen, en dikwijls werden zelfs de Kaziken, die hij
+met geweld had moeten winnen, zijne warmste vereerders en trouwste
+bondgenooten.
+
+Eindelijk, eindelijk was hij bij »gindschen berg« aangekomen. De
+beklimming was zóó moeielijk, dat velen beneden bleven. Vol ongeduld
+klauterde en klom De Balboa de zijnen vooruit. Daar was hij op een'
+der toppen en--een groote Oceaan lag in de verte vóór hem. Bij dat
+gezicht viel hij op de knieën om God te danken, dat het hem vergund
+was, de eerste Europeaan te zijn, die deze wereldzee zag.
+Onbeschrijfelijk groot was de vreugde der zijnen toen ze bij hem
+aankwamen en ook den Oceaan zagen. Er werd van steenbrokken een kruis
+opgericht, en Andrez De Vara, een Priester, die De Balboa vergezelde,
+begon, vol dankbaarheid en geloofsgloed, het »Te deum laudamus« te
+zingen, waarin hij door allen gevolgd werd. Het moet daar op die
+rotspunt der Cordillera's een buitengewoon schoon en aangrijpend
+tooneel geweest zijn, en als we dan weten, dat de Indianen in de
+vreugde der Spanjaarden deelden, dan moeten we het goud verwenschen,
+dat instaat was, om met moord en doodslag te doen eindigen, wat zóó
+schoon met gebed en lofzang begonnen was.
+
+[Illustratie: Vasco Nunez De Balboa neemt den »Stillen Oceaan« in
+bezit.]
+
+Van de ontdekking van den »Stillen« of »Grooten Oceaan« werd op
+staanden voet een protocol opgemaakt, dat door al de Spanjaarden
+onderteekend werd. De derde onderteekenaar, die als handteekening maar
+een kruisje zette, was Pizarro, en misschien maakte hij toen het plan
+reeds om in het gezicht van dezen Oceaan voor Spanje nieuwe landen te
+veroveren. Na afloop der plechtigheid en na uitgerust te zijn, werd de
+tocht voortgezet, en den negenentwintigsten September bereikte men het
+zeestrand aan eene baai, waaraan de moedige ontdekker den naam van
+»San-Miguel« gaf. Het was peillaag water en het strand bestond niet
+uit zand, maar uit zwarte modder en klei. De Balboa bleef met de
+zijnen wachten tot het water hoog was. Toen nam hij de Rijks-banier,
+wierp zijn schild op den schouder, trok zijn zwaard, trad tot aan de
+knieën in het water en nam daarop, met dezelfde formaliteiten, alsof
+het land was, van den Oceaan bezit voor de Spaansche Kroon.
+
+Was deze ontdekking reeds gewichtig, nog gewichtiger scheen ze te zijn
+door den overvloed van parelen, die hier in de omstreken te bekomen
+waren. Zwaar beladen met goud en parelen werden er nu aanstalten
+gemaakt om den terugtocht aan te nemen. Dat er ver ten Zuiden van de
+baai van San-Miguel een groot en beschaafd land lag, waar nog veel
+meer goud te vinden was dan hier, zooals de inboorlingen mededeelden,
+en dat niet zoo heel ver van de kust een groep eilanden lag, die onder
+het bestuur van een' roofzuchtigen Kazike stonden en een'
+buitengewonen rijkdom van parelen bevatt'en, mocht voor een oogenblik
+de begeerte opwekken om reeds nu dat »Goudland« en die
+»Parel-eilanden« op te zoeken, men stelde dit toch liever tot eene
+volgende gelegenheid uit, en den negentienden Januari 1514 kwamen onze
+moedige ontdekkers, zonder op dien merkwaardigen tocht één' man
+verloren te hebben, te Santa-Maria aan. Het was thans De Balboa's
+eerste werk om een schip, geladen met de verkregen schatten, naar
+Spanje te zenden. Dat men aan het Hof alles zou doen, wat maar
+mogelijk was, om den dood van De Nicuesa op hem te wreken en om den
+verongelukten De Enciso recht te verschaffen, behoefde men niet in
+twijfel te trekken; maar als Koning Ferdinand zag, welke rijkdommen
+aan goud en parelen diezelfde veroordeelde avonturier wist aan te
+brengen, dan zou alles veranderen en de Koning zou hem wel in zijn
+gezag bevestigen. Het rijk geladen schip, waarover Pedro De Arbolancha
+het bevel voerde, kon evenwel pas in Maart zee kiezen en had op reis
+naar Spanje met veel tegenwind te worstelen, en toen het eindelijk in
+Spanje aankwam, was het te laat om geheel te herstellen, wat gebeurd
+was. Op aanraden toch van De Fonseca, die met De Nicuesa bevriend was
+geweest, en die zich ook de zaken van De Enciso aangetrokken had, was
+Don Pedro Arias De Avila, gewoonlijk Pedrarias genoemd, aangesteld tot
+Stadhouder van Goud-Castilië, met bevel om de daden en handelingen van
+De Balboa ten strengste te onderzoeken. Nog waren na die benoeming
+slechts eenige dagen verloopen toen De Arbolancha met zijne schatten
+en merkwaardige berichten aankwam. Die schat van goud, die menigte
+parelen, die berichten van de ontdekking van den nieuwen oceaan,
+brachten heel Spanje in beweging, en Koning Ferdinand moest nu wel het
+veroordeelend vonnis terugtrekken, hetwelk uitgesproken was over een'
+man, die zulke schatten aanbracht en zulke gewichtige ontdekkingen
+gedaan had. Don Pedrarias bleef in het gezag gehandhaafd, doch kreeg
+in last om dien De Balboa te vriend te houden en hem in alle zaken van
+het bestuur te raadplegen. Van alle kanten stroomden de avonturiers nu
+weer toe, om met den nieuwen Gouverneur naar dat »Dorado« te trekken.
+Het waren thans geene schatten, die alleen in het dichterlijke brein
+van een' tweeden Columbus bestonden, maar werkelijke parelen en echt
+goud, die hen aandreven om daar in het verre Westen rijkdommen te
+verzamelen. Eene vloot van tweeëntwintig schepen, rijkelijk voorzien
+van allerlei zaken, die voor de Kolonie onmisbaar waren, en bemand met
+vijftienhonderd koppen, stak weldra in zee, aangevoerd door Pedrarias,
+wiens echtgenoote, Donna Isabella De Bobadilla, hem zelfs vergezelde.
+
+Zonder noemenswaardig oponthoud kwam deze schoone vloot weldra in de
+Golf van Uraba in de nabijheid van Santa-Maria aan, doch Pedrarias,
+die vreesde door de Kolonisten slecht ontvangen te worden, liet al het
+volk aan boord blijven en zond alleen een' Ridder naar den wal om daar
+het bericht te brengen, dat Don Pedro Arias De Avila aangekomen was
+om, als Gouverneur over Goud-Castilië, op te treden.
+
+De Balboa had niet stil gezeten sinds hij het rijkgeladen schip naar
+Spanje gezonden had. Nieuwe schatten aan goud en parelen lagen in de
+magazijnen opgehoopt; nieuwe vriendschaps-verbonden had hij met vele
+Kaziken gesloten door zijn tact om met die menschen om te gaan. De
+Kaziken, die vijandig tegen hem opgetreden waren, had hij met behulp
+van zijne soldaten en bloedhonden tot onderwerping gedwongen. Het was
+nog niet alles. De Balboa wist ook bij ondervinding hoe gebrek aan
+levensmiddelen dikwijls den ondergang van heele Koloniën ten gevolge
+had. Dat wilde hij voorkomen, en waar hij den eenen dag met het harnas
+om de leden, het schild aan den linkerarm en het zwaard in de
+rechterhand, als Veldheer overwinningen behaalde, daar zag men hem den
+volgenden dag in een' katoenen werkmanskiel met den grooten stroohoed
+op, als boer, de velden bebouwen om Goud-Castilië, wat levensmiddelen
+betreft, geheel onafhankelijk van Spanje te maken. Hij zelf woonde in
+eene groote stroohut en ging zijn volk voor in eene matige leefwijs.
+Op Heiligdagen liet hij feesten vieren en wist hij altijd wat te
+bedenken, dat zijnen Spanjaarden aangenaam was en dat den Indianen
+genoegen verschafte. Hij, aan wien het gegeven ware geweest om al de
+Koloniën der Nieuwe-Wereld van 1492 af te bezoeken, zou, te
+Santa-Maria komende, hebben moeten getuigen, dat dit eene
+»Model-Kolonie« was, en meteen zou hij hebben moeten bekennen, dat dit
+te danken was aan den »Model-Gouverneur.«--
+
+Wat keek de prachtig uitgedoste Ridder vreemd op, toen hij, voor de
+Balboa gebracht, inplaats van een' Ridder, een' man voor zich zag,
+gekleed met katoenen kiel en broek, een' stroohoed op het hoofd, en
+met ruwe handen, die van zwaren veldarbeid spraken! Toch naderde de
+Ridder hem met eerbied en bracht hem zijne boodschap over.
+
+Hoe moet De Balboa teleurgesteld geweest zijn toen hij vernam, dat de
+Koning een ander tot Gouverneur aangesteld had! Hij hield zich evenwel
+goed en gaf den Ridder ten antwoord: »Zeg aan Don Pedrarias De Avila,
+dat hij welkom is en dat ik hem met zijne behouden aankomst geluk
+wensch. Zeg hem verder, dat ik bereid ben om hem met al mijne
+manschappen gehoorzaam te zijn en dat wij zijne bevelen zullen
+opvolgen.«
+
+Met deze boodschap keerde de Ridder naar het Admiraalsschip terug,
+doch dat bijna de heele Kolonie verontwaardigd was, dat de Koning De
+Balboa niet tot Stadhouder benoemd had, kon hij niet vertellen, omdat
+hij van die verontwaardiging, door De Balboa slechts met groote moeite
+bedwongen, geen getuige geweest was. Slechts enkelen verheugden zich
+in Santa-Maria over den val van den algemeen beminden man. Ze waren de
+aanhangers van De Nicuesa en De Enciso, die slechts gezwegen hadden,
+omdat ze niet spreken durfden.
+
+Met een schitterend vertoon, waarbij de eenvoudige kleeding van De
+Balboa in een schreeuwend contrast stond, deed de nieuwe Gouverneur,
+te midden van een' stoet prachtig gekleede Ridders, en vergezeld van
+zijne Gemalin en Juan De Quevedo, nieuw-benoemd Bisschop van Dariën,
+zijn' intocht in Santa-Maria, de hoofdstad van »Castilla del Oro« of
+»Goud-Castilië.« De Balboa ontving de aanzienlijke gasten in zijne
+eenvoudige woning en bood hun een feestmaal aan, dat bestond uit
+cassave-brood, maïskoeken, eenige vruchten en water.
+
+Wat zullen die Ridders zich in hunne verwachtingen bedrogen hebben
+gezien! Cassave-brood, maïskoeken en water, aangeboden in eene
+stroohut, door een' Bevelhebber, gekleed in een' werkmanskiel! Hoe
+zullen ze zich verheugd hebben, dat niet de man met de vereelte handen
+hun Gouverneur was, maar wel een schitterend Ridder, in Spanje
+algemeen bekend als »El Galan« of »De Galante.« Toch schijnt er één
+geweest te zijn, die terstond zag, dat alleen een man als De Balboa de
+noodige geschiktheid had om eene Kolonie tot bloei en welvaart te
+brengen. Deze man was Bisschop De Quevedo, die er steeds op uit was om
+in het belang der Kolonie De Balboa te begunstigen en in moeielijke
+gevallen voor te spreken. Zelfs de Gemalin van den Stadhouder schijnt
+dat ingezien te hebben, want ook zij sprong later menigmaal voor den
+miskenden man in de bres. De Avila evenwel ging van eene geheel andere
+meening uit. Hij zag zeer goed hoe de kern der oude Kolonisten De
+Balboa met hart en ziel genegen was, en hij had wel blind moeten zijn,
+wanneer hij niet bemerkt had, met welk een' weergaloozen tact dezelfde
+avonturier met de Kaziken en de inboorlingen wist om te gaan. Die man
+kon hem gevaarlijk worden, en vreezende dan het lot van De Nicuesa of
+De Enciso te zullen ondergaan, stond hij overal tegenover hem als zijn
+vijand, en wist hij de oude aanhangers van De Nicuesa en De Enciso in
+zijne belangen over te halen. En terwijl Pedrarias zoo in het geheim
+werkte, deden de nieuwaangekomene Ridders en soldaten niet veel anders
+dan een lui en ongebonden leven leiden. Aan werken dacht men niet; men
+was gekomen om rijkdommen te verzamelen. Geen De Balboa was er nu, die
+langs vriendelijken weg de Kaziken bewoog goud en parelen te ruilen
+voor eenvoudige voorwerpen. Met blanke wapenen trok men de bergstreken
+en de dalen in om met geweld te nemen, wat men met zachtheid had
+kunnen verkrijgen. Als met een' tooverslag werd de toestand omgekeerd,
+zoodat De Balboa naar Spanje schrijven kon: »De Kaziken en Indianen
+zijn van lammeren in leeuwen veranderd.« En te midden van dien
+toestand deed de vreeselijke, gele koorts hare intrede in Santa-Maria,
+waar ze in de ontzenuwde lichamen der Spanjaarden een' vruchtbaren
+bodem vond om zich met ontzettende snelheid te verbreiden. Zij maakte
+meer dan vijfhonderd slachtoffers, en alsof de ellende nog niet groot
+genoeg was, werd, door onvoorzichtigheid, het magazijn, dat de laatste
+levensbehoeften bevatte, een prooi der vlammen en vernielden de
+sprinkhanen den te veld staanden oogst.
+
+De tijdingen van deze rampen kwamen ook in Spanje, dat schepen met
+schatten verwachtte en nu slechts wrakke vaartuigen met ellende
+ontving. Thans zag Koning Ferdinand in dat hij, alsof hij gedoemd was
+om door schade en schande nimmer wijs te worden, alweer eene groote
+domheid begaan had door De Balboa niet tot Gouverneur van
+Goud-Castilië aan te stellen. Die domheid kon goed gemaakt worden,
+wanneer hij Pedrarias terugriep en De Balboa tot Gouverneur benoemde.
+Hij deed het niet, doch stelde De Balboa aan tot Adelantado van de
+»Zuidzee,« zooals de »Groote« of »Stille Oceaan« vaak genoemd werd, en
+tot Gouverneur van Panama en Coyba, maar--onder het oppergezag van
+Pedrarias.
+
+De brieven, die deze benoeming bevatt'en, werden in een pak met nog
+andere aan den Gouverneur gezonden, die meteen van De Balboa's
+benoeming in kennis gesteld werd. Pedrarias had De Balboa zijne
+dochter tot vrouw beloofd. Dat dit van de zijde der Moeder, Donna
+Isabella, ernstig gemeend was, mag aangenomen worden, doch van de
+zijde van den Vader was het niet gemeend. Terwijl deze De Balboa in
+het openbaar, als zijn' aanstaanden schoonzoon behandelde, zette hij
+in het geheim het proces in de zaak van De Nicuesa en De Enciso tegen
+hem voort. Inplaats van hem een' tocht naar de Parel-eilanden te laten
+ondernemen, gaf hij Pizarro last dien te doen, en toen De Balboa er
+later tòch nog een, en met veel voordeel, naar die eilanden maakte,
+trachtte Pedrarias niet alleen zijn' roem te verkleinen, maar zelfs
+zijne eer te bezoedelen. Was er eene onderneming te doen, welke geene
+kans van slagen had, dan werd De Balboa er mede belast. Was hij zoo
+gelukkig van toch te slagen, dan werd het voor niet veel meer dan
+kennisgeving aangenomen; slaagde hij niet, dan waren verwijten en
+beschuldigingen zijn deel, zelfs als hij wonderen van dapperheid
+verricht had en gewond te Santa-Maria terugkwam.
+
+Nu waren de brieven van zijne verheffing gekomen, en thans beging
+Pedrarias de laagheid om in zijn' Raad, die voor het grootste deel uit
+zijne aanhangers samengesteld was, de vraag te doen, of men De Balboa
+die aanstellingen wel geven zou, omdat hij altijd nog in staat van
+beschuldiging stond. Gelukkig was Bisschop De Quevedo ook aanwezig, en
+deze kwam met zooveel kracht en klem voor de rechten van De Balboa op,
+dat de Gouverneur niet langer durfde weigeren om zijn' tegenstander de
+benoemingen ter hand te stellen. Nauwelijks echter was de benoeming
+van De Balboa bekend, of zijne talrijke vrienden toonden de
+uitbundigste bewijzen van blijdschap, wat den Gouverneur weer ergerde,
+die hierin eene samenzwering tegen zijn gezag meende te moeten zien.
+Een schip, dat De Balboa indertijd uitgezonden had, kwam terug met
+allerlei benoodigdheden voor een' ontdekkingstocht in den »Grooten
+Oceaan« en de Kapitein liet in stilte De Balboa waarschuwen. De
+Gouverneur kwam er evenwel achter en had nu werkelijk iets, waarvan
+hij De Balboa beschuldigen kon. Deze dacht evenwel aan geen verraad en
+begon vier schepen te laten bouwen en wel aan deze zijde van het
+gebergte, omdat dit aan de andere zijde niet geschieden kon. De bouw
+van die schepen en het vervoer van alle materialen over de bergen,
+vormt op zichzelf reeds stof voor een heldendicht, en zie, juist stond
+De Balboa gereed om met driehonderd wakkere mannen, als Adelantado,
+een' ontdekkingstocht te gaan aanvaarden, toen Francisco Pizarro bij
+hem kwam en hem in naam des Konings gevangennam, omdat hij eene
+samenzwering tegen het gezag gesmeed had. Ongetwijfeld had De Balboa
+tegenover De Nicuesa en De Enciso zeer verkeerd gehandeld, en de wijze
+waarop hij schepen uitzond met een doel, dat voor den Gouverneur
+geheim moest blijven, pleit ook tegen hem, maar dat Pedrarias het
+wagen zou om het doodvonnis over hem uit te spreken, dat had niemand,
+zelfs de Bisschop niet vermoed. En toch, dat gebeurde. Tal van
+Kolonisten sprongen voor hem in de bres en verlangden dat Koning
+Karel,--dezelfde, die als Karel V, later Keizer van Duitschland
+werd,--in deze recht zou spreken. Alles was vergeefsch, en de man aan
+wien Spanjes schatkist millioenen schats te danken had, werd in 1517
+op tweeënveertigjarigen leeftijd onthoofd.
+
+De schepen waarmede De Balboa den ontdekkingstocht wilde doen, kwamen
+nu onder bevel van Don Gaspar De Espinosa, die juist een' voordeeligen
+tocht over de Cordillera's gemaakt had. Niet zuidelijk voer hij, maar
+wel in eene noordelijke richting, en, na eene betrekkelijk korte
+afwezigheid, kwam hij met groote schatten terug. Zijn voorbeeld werd
+gevolgd door Don Gonçalez De Avila, die met honderd man een' stouten
+tocht in de binnenlanden van het tegenwoordige Nicaragua deed. Wat hij
+hier vond, deed al zijne makkers verbaasd staan. Steden, waarin zich
+groote huizen van steen gebouwd bevonden, met een veertig duizend
+beschaafde inwoners, die allen gekleed waren en naar vaste wetten
+geregeerd werden, waren geene zeldzaamheid. Naast schitterenden
+rijkdom vonden ze er evenwel ook afzichtelijke armoede.
+
+De Spanjaarden werden door den Kazike van Nicaragua met de meeste
+voorkomendheid ontvangen en met schatten overladen, doch toen Gonçalez
+De Avila te paard in het groote meer van Nicaragua sprong en dat in
+bezit nam voor Koning Karel, hielden de vriendschapsbewijzen op en
+werden de Spanjaarden zelfs door de Indianen aangevallen, zoodat ze
+slechts met groote moeite hunne schepen konden bereiken.
+
+Breidde men zoo in Middel-Amerika de ontdekkingen op het vasteland
+steeds uit, ook de groote eilanden-wereld dezer streken werd gaandeweg
+meer bekend en aan Spanje onderworpen. Don Juan Pince De Leon, een oud
+soldaat, die reeds in den oorlog tegen de Mooren bijna grijs geworden
+was, had door zijn' moed en beleid in de Nieuwe Wereld het zóó ver
+weten te brengen, dat hij Bevelhebber eener provincie op Hispaniola
+geworden was. Dit kalme en deftige leven kon den ouden krijger evenwel
+niet behagen, en daar hij bij helder weder dikwijls het eiland
+Boriquen of Portorico kon zien liggen, kwam de begeerte bij hem op om
+ook dit eiland, dat nog altijd als vergeten daar lag, voor Spanje in
+bezit te nemen. De Onder-Koning Ovando verleende hem verlof daartoe,
+en in 1508 stak de moedige krijgsman naar dit eiland over, en na daar
+nog al vrij veel goud verzameld te hebben, liet hij een deel der
+bemanning van zijn schip op het eiland achter en stak naar San-Domingo
+over, om den Onder-Koning het goud te laten zien. Ovando meende dat
+het in bezit nemen van dit eiland voor Spanje gewichtig genoeg was, en
+vertrouwde dat werk aan onzen De Leon toe, die evenwel nog eerst naar
+Portorico terugkeerde om te onderzoeken of die onderwerping ook zonder
+bloedvergieten kon plaats hebben. Zijn onderzoek liep gunstig af, en
+in 1509 was De Leon, hoewel met veel moeite, Gouverneur van het
+eiland, welks bewoners zich vrijwillig onderworpen hadden. Het duurde
+niet lang of ze begrepen zeer verkeerd gedaan te hebben, doch het was
+nu te laat om zonder wanhopigen strijd zich vrij te maken. In hunne
+eenvoudigheid geloofden de bewoners, dat de Spanjaarden onsterfelijk
+waren, doch toen ze met zekeren Salzedo eene proef namen, kwamen ze
+tot andere gedachten. Ze droegen hem over een water, lieten er hem,
+zoogenaamd bij ongeluk, in vallen, en gingen eenigen tijd op hem
+zitten. Toen hij nu uit het water aan den oever gebracht was, en men
+zag dat hij werkelijk dood was, besloot men de »sterfelijke«
+overweldigers te verdrijven. De Leon evenwel wist door dapperheid en
+krijgsbeleid den opstand te onderdrukken en stond, toen dit geschied
+was, willig zijn Gouverneursbetrekking af aan Juan Ceron en zocht door
+nieuwe daden zich te onderscheiden. De ouderdom kwam evenwel ook bij
+hem met gebreken, en toen hij eenige oude Indianen eens hoorde
+verhalen, dat er ten Noorden van hun eiland een land was, waar niet
+alleen goud in overvloed, maar ook eene bron gevonden werd, waarin men
+door een bad zich kon verjongen, besloot hij dat land op te zoeken en
+misschien wel eene heele nieuwste Nieuwe Wereld te zullen ontdekken.
+Als hij dan bovendien het geluk mocht hebben die bron te vinden, dan
+zou een scheepsruim vol parelen hem niet zoo rijk kunnen maken, als
+die ééne bron. Hij vond haar natuurlijk niet, maar wel vond hij op
+Palmzondag van het jaar 1512 het vasteland van Noord-Amerika. Hij nam
+het heerlijk schoone land voor Spanje in bezit en noemde het
+»Florida«, onder welken naam dat land nog altijd bekend staat. Dat hij
+het vasteland ontdekt had, wist hij bij zijn' terugkeer echter niet;
+hij hield het voor een groot eiland. Op dien terugtocht nog altijd de
+»Verjongings-bron« zoekend, kwam hij bij een groot aantal eilandjes.
+Een' groep gaf hij den naam van »Schildpadden-eilanden,« omdat zijne
+matrozen er in één' nacht honderd zeventig schildpadden vingen, en
+een' anderen groep noemde hij »Oude-vrouwen-eilanden,« omdat hij er
+slechts ééne oude vrouw vond. Hij nam haar aan boord, en door hare
+kennis met deze zee diende ze hem als loods. Goed en wel kwam hij op
+Portorico terug en stevende toen naar Spanje om den Koning bericht van
+zijne ontdekking te geven. De Koning benoemde hem tot Adelantado van
+Florida, doch inplaats van die betrekking te aanvaarden, nam hij het
+bevel over een vlootje op zich om de Caraïben te tuchtigen. De tocht
+mislukte en weer kwam hij op Portorico terug, dat hij evenwel later
+andermaal verliet om, als Adelantado, van Florida bezit te gaan nemen.
+De bewoners sloegen hem evenwel terug en zwaar gewond kwam hij op het
+eiland Cuba aan, waar hij kort daarna in hoogen ouderdom overleed. En
+nu we met De Leon op Cuba gekomen zijn, rijst misschien bij eenigen de
+vraag: »Was dat eiland nog steeds in de macht der inboorlingen en
+meende men nog altijd, dat het stellig het vasteland van Azië was?« We
+beginnen met het laatste gedeelte der vraag en antwoorden, dat alleen
+Columbus bij zijn overlijden nog geloofde, dat Cuba een deel van het
+Aziatische vasteland was. De Portugeesche ontdekkingen hadden voor
+anderen reeds zonneklaar bewezen, dat Columbus niet de »Indiën,« maar
+eene geheel nieuwe wereld ontdekt had. Cuba behoorde derhalve niet tot
+Azië, dat wist men reeds geruimen tijd, en dat het een eiland was,
+schooner, vruchtbaarder, rijker en veel grooter dan Hispaniola, ook
+dát wist men reeds, toen De Leon er den laatsten adem uitblies in
+1520.
+
+In 1511 had Don Diego Columbus aan Don Diego Velasquez, een' der
+oudste volksplanters van Hispaniola, vergunning gegeven om dat eiland
+voor Spanje in bezit te nemen. Aan het hoofd van driehonderd
+ondernemende mannen en vergezeld door Las Casas en Hernando Cortez,
+vertrok hij derwaarts en op voorzichtige wijze te werk gaande, wist
+hij langzamerhand al de Kaziken aan zich te onderwerpen. Er was veel
+stofgoud te vinden, en van alle kanten kwamen Kolonisten om zich van
+dat goud meester te maken, doch daar zij zelven liever niet werkten,
+en Velasquez voorzichtigheidshalve de inboorlingen van Cuba vooreerst
+nog niet dwong om slavenarbeid te verrichten, zoo zond hij Don
+Francisco Hernandez De Cordova uit om op het vasteland, dat westelijk
+gelegen moest zijn, doch dat nog niet bezocht was, Indianen te gaan
+rooven. Dit geschiedde in 1517, en De Cordova ontdekte op den eersten
+Maart van dat jaar Kaap Catoche van Yucatan, doch meteen zag hij, dat
+hij hier niet wezen moest om onnoozele inwoners, als slaven, op te
+vangen. Had Don Gonçalez De Avila aan de westzijde van de landengte,
+in het rijk van Nicaragua, steden met beschaafde inwoners gevonden,
+hier ging het onzen De Cordova eveneens, en reeds uit zee ontdekte hij
+in de verte eene stad met torens en witte, steenen huizen. Ook hier
+toonden de inboorlingen zich niet zoo bijzonder verbaasd bij het zien
+van de Spanjaarden, en de Kazike noodigde hem zelfs uit om een bezoek
+in zijne stad te brengen. De Cordova voldeed hieraan en stond niet
+weinig verwonderd, dat hij bij zooveel beschaving ook zag, dat hij
+hier onder menscheneters was, die afgodendienaars waren. Wat wel
+opmerkelijk heeten mag is, dat die afgodsbeelden allen het kruisteeken
+droegen. De Cordova ontdekte echter, dat men hem en zijn volk in eene
+hinderlaag trachtte te lokken, en hij verliet daarom de stad en
+trachtte verder op de kusten slaven te vangen. Het mislukte hem echter
+overal, en zonder slaven, maar met het bericht, dat hij een land van
+beschaafde menscheneters gevonden had, kwam hij op Cuba terug. De
+Velasquez zond nu zijn' neef, Don Juan De Gryalva met een vlootje uit
+om die merkwaardige kusten nauwkeuriger te verkennen. Hij kwam in
+hetzelfde land, doch den tocht van Kaap Catoche nog westelijker
+voortzettend, ontdekte hij onder de bewoners steeds meer beschaving.
+Vooral de bouwtrant der huizen deed hem aan zijn vaderland denken,
+waarom hij dat land den naam van »Nieuw-Spanje« gaf. Hij ging er aan
+den wal en begon met de bewoners, die zich Azteken noemden, ruilhandel
+te drijven. Goud was er onder de Azteken in zulke groote hoeveelheden,
+dat ze er bijna geene waarde aan hechtten, en groote klompen voor
+eenvoudige ijzeren gereedschappen gaarne inruilden.
+
+Zij toonden evenwel heel duidelijk, dat ze nu juist voor zulk een
+klein aantal mannen met baarden niet zoo bevreesd waren, en daarom
+hoorde De Gryalva niet naar het voorstel zijner tochtgenooten om daar
+eene Volkplanting achter te laten. Dubbel tevreden met de
+onbegrijpelijk groote schatten, die hij aan boord had, keerde hij naar
+San-Jago de Cuba, de hoofdplaats van het eiland, terug. Welke de
+gevolgen waren van de berichten en de schatten, die hij aanbracht, zal
+in een volgend hoofdstuk verhaald worden, doch eer we dat doen, dienen
+we nog even te spreken over een ander beroemd reiziger, die als het
+ware als een nieuwe Christophorus Columbus optrad.
+
+[Illustratie: FERDINAND DEL MAGELHANES. (Geb. 1440, overl. 1521.)]
+
+De Portugeezen hadden hun gebied in de Indiën ook steeds uitgebreid,
+zoodat om Afrika's Zuidpunt eene zeer drukke scheepvaart plaats had.
+Een der Portugeezen, die zich zeer beijverd had om de macht van
+Portugal in de Indiën te vergrooten, en die door zijne tochten reeds
+heel veel voordeelen aangebracht had, was zekere Ferdinand Del
+Magelhanes, een Portugeesch Edelman uit een oud, maar arm geslacht.
+Zijne diensten werden slecht beloond, en dit was ongetwijfeld wel de
+oorzaak, dat hij zich tot Koning Karel van Spanje wendde, om dezen
+Vorst zijne diensten aan te bieden tot het volvoeren van het plan, dat
+Columbus zich reeds voorgesteld had te zullen volbrengen. Ook
+Magelhanes hield zich overtuigd, dat men, het Westen inzeilende,
+eindelijk in de Indiën aankomen moest. Dat de aarde den vorm eener
+peer had, mocht Columbus nog beweerd hebben, reeds vóór hem leerden
+velen, dat de Aarde eene bolronde gedaante had, zoodat er mogelijkheid
+op bestaan moest, dat men eene reis om de Aarde deed. De groote vraag
+was maar: »Is er eene zee om die reis met een schip te doen?«
+Magelhanes, die uitgestrekte tochten in den Indischen Archipel gemaakt
+had, was opmerkzaam geworden op den vorm der landen ten Zuiden van de
+Oude Wereld. Groote schiereilanden met eene landengte zoo breed, dat
+men ze moeielijk schiereilanden noemen kon, liepen werkelijk
+peervormig naar het Zuiden. Dit was zoo in den Indischen Oceaan, dat
+was het geval met Afrika ook. Waarom zou nu de Nieuwe Wereld, door
+Columbus ontdekt, eene uitzondering maken? Voor dien vorm der landen
+moest immers eene oorzaak zijn? En de oorzaak, die gold voor de Oude
+Wereld, gold ook voor de Nieuwe. Bijgevolg hield Magelhanes zich
+overtuigd, dat de westelijke tocht naar de Indiën tot de mogelijkheden
+behoorde. Het blijkt niet, dat hij met dit plan reeds aan het
+Portugeesche Hof geweest was, toen hij het Koning Karel voorstelde,
+doch zeker is het, dat de Koning er dadelijk ooren naar had. De vraag
+alleen was maar: »Mag die tocht gedaan worden met het oog op de
+Pauselijke bullen, en zal hij, die het waagt ze te overtreden, met den
+Kerkelijken ban gestraft worden?« Slechts enkelen konden die vraag in
+ernst meer doen, want het was voor iedereen duidelijk, dat de deellijn
+tusschen het Spaansche en Portugeesche ontdekkings-gebied, zooals die
+door Paus Alexander bepaald was, eenvoudig niet kon getrokken worden,
+en met het oog op diezelfde lijn, viel het Del Magelhanes niet
+moeielijk om Koning Karel te bewijzen, dat de »Molukken« of
+»Specerij-Eilanden« tot het ontdekkings-gebied van Spanje behoorden.
+Het zou hem even gemakkelijk gevallen zijn om den Koning van Portugal
+te bewijzen, dat die eilanden niet door Spanje in bezit mochten
+genomen worden. Koning Karel was evenwel gerust gesteld; hij wist nu
+dat hij, zonder de bul te overtreden, de Molukken bij zijn gebied
+trekken kon, en benoemde Magelhanes, die met zijne korte, maar
+krachtige gestalte en fier uiterlijk een' uitnemenden indruk maakte,
+tot Ridder van San-Jago, tot Opperbevelhebber over de vloot, die
+uitgerust zou worden, en tot Gouverneur der Molukken. Het was in 1519
+toen Magelhanes met dit voorstel aan het Spaansche Hof kwam, doch
+dezelfde kleingeestige tegenwerking, die Columbus ongeveer dertig jaar
+geleden vond, vond Magelhanes ook. Onze moedige Ridder liet zich
+evenwel niet afschrikken, en de jonge Koning, die zelf, als
+vreemdeling, ook bij de echte Spanjaarden veel tegenstand ontmoette,
+ondersteunde Magelhanes zóó krachtig, dat reeds in Augustus eene vloot
+van vijf schepen, in alles uitmuntend uitgerust, in de haven van
+San-Lucar de Barrameda, gereed lag. De inscheping werd wat vertraagd,
+en zoo kwam het, dat Magelhanes pas den twintigsten September 1519 in
+zee stak. Bijna zeker van de wetenschappelijke overwinning, die hij
+behalen zou, had hij zijn Admiraalsschip den naam van »Victoria«
+gegeven. Den twaalfden Januari 1520 bereikte men de monding van de Rio
+La Plata, doch eer men daar was, had Magelhanes reeds ondervonden, dat
+men hem, den vreemdeling, slechts gedwongen gehoorzaamde. Moeite doen
+om zich onder het volk bemind te maken, scheen niet in het plan van
+den Admiraal te liggen, want toen men hem vroeg: »Waarheen wilt gij
+ons toch brengen?« gaf hij het hooghartige antwoord: »Vraagt niets!
+Het is uw plicht mij te volgen. Mijne vlag zal u over dag en mijn
+seinlicht bij nacht den weg wijzen.« Dat dit antwoord de trotsche
+Spanjaarden krenken moest, had hij vooraf kunnen begrijpen, en er
+ontstond ook algemeen gemor, dat oversloeg tot opstand. Men wilde
+Magelhanes dwingen, zijn plan te laten varen, en om de Kaap de Goede
+Hoop heen naar de Molukken te stevenen, en toen dit beslist geweigerd
+werd, zeiden drie Kapiteins hem hunne gehoorzaamheid op. Met behulp
+van zwaard en strop wist de Admiraal het oproer te dempen, doch
+gedurende den strengen winter, die volgde, terwijl ze in eene baai
+lagen, kostte het niet weinig kracht om het gezag te handhaven. De
+baai, waar de schepen lagen, bevond zich op ruim 49° Zuiderbreedte,
+dat is ongeveer op dezelfde breedte, als Parijs ten Noorden van de
+Linie ligt. Het klimaat van Zuid-Amerika kan evenwel op die breedte
+gerust gelijk gesteld worden met dat van Stockholm, zoodat het ons
+niet bevreemdt, dat de Spanjaarden, aan milder klimaat gewoon, er
+ontzettend veel koude leden en er tegen opzagen om nu nog verder het
+Zuiden in te gaan. Tot hoe ver? »Vraagt niets; het is uw plicht mij te
+volgen,« had Magelhanes gezegd. Tot in Augustus waren ze genoodzaakt
+in die baai te blijven, en toen eerst waren ijs en sneeuw opgeruimd,
+en was de weg naar het Zuiden weer vrij. Pas echter was hij op weg, of
+een der schepen liep op een rif, en de bemanning had juist nog den
+tijd om zich het leven te redden, doch al het overige, dat aanboord
+was, verdween in de golven. Het weder werd steeds onstuimiger, en de
+Admiraal was verplicht om naar de baai, waar hij overwinterd had,
+terug te keeren. Opnieuw brak er oproer uit en moesten zwaard en strop
+de orde herstellen. Eindelijk werd het weder gunstiger; de vaart werd
+voortgezet, en den twintigsten October had Magelhanes het geluk
+Amerika's Zuidpunt te bereiken. De zeeëngte, welke hem van den
+Atlantischen naar den Grooten Oceaan bracht, kreeg den naam van
+»Straat van Magelhanes.« Ware hij nu de kust gevolgd, dan zou hij ook
+Chili en Peru ontdekt hebben. Hij deed het evenwel niet, en zond
+alleen twee zijner schepen uit om de heele zeeëngte nauwkeurig te
+onderzoeken. Het volk van een dezer schepen, nu buiten toezicht van
+den Admiraal, sloeg tot oproer over, en dwong de Officieren om naar
+Spanje terug te keeren. Met drie schepen stevende Magelhanes thans den
+Oceaan in, dien hij, omdat hij op de heele verdere reis geen' hevigen
+wind had, den naam van »Stillen Oceaan« gaf. Mag het vreemd genoemd
+worden, dat hij in dezen Oceaan, waar evenzeer stormen heerschen, als
+in elken anderen, meer dan drie en eene halve maand lang kalm weder
+had, nog vreemder was het, dat hij in al dien tijd niet één der
+eilanden zag waarmede deze Oceaan als bezaaid is. Alle levensbehoeften
+waren reeds verbruikt, en met graagte werden de ratten en muizen
+gegeten, welke men beneden in het scheepsruim ving, toen men eindelijk
+den zesden Maart land ontdekte. Men was in den Archipel gekomen, waar,
+tusschen de 13 en 20 graden Noorderbreedte, de groote groep eilanden
+zich bevindt, welke bekend staan onder den naam van »Ladronen« of
+»Dieven-eilanden«. Met gejuich werden deze eilanden begroet, en
+hoopvol zette men, na een' rijken voorraad levensmiddelen aan boord
+genomen te hebben, de reis voort. In het begin van April bereikte men
+de »Filippijnsche Eilanden«, waar eene vrij lange rust zou genomen
+worden om de schepen wat te herstellen. De natuur was er heerlijk en
+de bewoners waren vrij beschaafd en vriendelijk, zoodat Magelhanes
+begon met hier het Christendom te laten prediken. De Koning van het
+eiland Zeboe liet zich zelfs doopen, doch de Koning van het eiland
+Matan verkoos hiertoe niet over te gaan, en toen Magelhanes hem met
+geweld wilde dwingen om het Christendom te omhelzen, viel de Koning
+hem onverwachts aan, en doodde hem. Thans van hun' Aanvoerder beroofd,
+vloden de reizigers naar hunne schepen, doch daar door honger en
+ziekten, en nu door het gevecht met den Koning van Matan, hun aantal
+veel te gering geworden was om drie schepen te bemannen, zoo werd één
+schip in den grond geboord. De andere twee kwamen pas den derden
+November op Tidori, een van de Molukken, aan. Zij vonden dat eiland
+echter door de Portugeezen bezet, en dezen stonden verbaasd te kijken,
+dat men uit het Oosten tot hen gekomen was. Men deed hen evenwel geen'
+overlast, en stond hun zelfs toe om de »Victoria« met specerijen te
+laden. Het andere schip de »Trinidad« moest daar blijven, om hersteld
+te worden. Nu werd de thuisreis aangenomen, en den zesden September
+1522 kwamen de eerste aardomzeilers te San-Lucar aan. Van de vloot van
+vijf schepen waarmede Magelhanes uitgezeild was, waren slechts twee
+schepen terug gekomen, en een van deze was reeds halverwegen den tocht
+naar Spanje gezeild. De »Trinidad« bleef op Tidori, en van hare
+bemanning kwamen slechts drie matrozen en een Geestelijke in Spanje
+weder. Op de »Victoria« waren bij de aankomst in San-Lucar slechts
+dertien Spanjaarden, zoodat van de tweehonderd veertig mannen, die
+uitgezeild waren, maar zeventien de heele reis om de Aarde gedaan
+hadden. Gelukkig behoorde tot die zeventien de geleerde aardrijks- en
+geschiedkundige Pigafetta, die dezen merkwaardigen tocht beschreef en
+daardoor aan de wetenschap een' buitengewoon grooten dienst bewees.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI.
+
+CORTEZ IN MEJICO.
+
+
+Met groote schatten aan goud was Don Juan De Gryalva te San-Jago op
+Cuba teruggekeerd, doch toen hij verslag deed van de landen en volken,
+die hij ontdekt had, was Velasquez zeer ontevreden, dat De Gryalva de
+gelegenheid niet waargenomen had om in die landen eene Kolonie aan te
+leggen, en inplaats van dank voor de schatten, die hij medebracht,
+ontving hij eene strenge berisping. Dat zijne tochtgenooten vol waren
+over hetgeen ze gezien hadden en de gewoonte van vele reizigers
+volgden om waarheid en verdichting met elkander te vermengen, is iets,
+dat vanzelf spreekt. Men was op Cuba niet uitgesproken over
+»Nieuw-Spanje«, en van alle kanten ontwaakte een streven om dat land
+voor de Spaansche Kroon te veroveren. Don Velasquez zag echter wel in,
+dat hier bedaard en met veel overleg diende gehandeld te worden, wilde
+men niet alles, wat men nu in de Nieuwe Wereld aan de Spaansche Kroon
+gebracht had, verloren zien gaan. Het gold hier geene in bezitneming
+van kuststreken met eene kinderlijk eenvoudige en onbeschaafde
+bevolking, maar van een groot en beschaafd volk, dat tegenover de
+Europeesche wapenen eene goed georganiseerde overmacht stellen kon,
+waartegen diezelfde Europeesche wapenen niet opgewassen waren. Hij,
+die zich aan het hoofd der onderneming stelde, moest dus iemand zijn,
+die dapperheid aan beleid, en moed aan list wist te paren. Hij moest
+iemand zijn in de volle kracht van het leven, gehard tegen alle
+ongemakken, en tevens gezien en geëerd bij al zijne volgelingen.
+Wonder genoeg, zichzelven achtte hij niet voor die groote taak
+berekend, en ten slotte wist hij niemand, die beter aan al de gestelde
+eischen beantwoordde, dan Hernando Cortez.
+
+[Illustratie: HERNANDO CORTEZ. (Geb. 1485, overl. 1547.)]
+
+Deze Hernando of Ferdinando Cortez werd in 1485 geboren te Medellin in
+Estramadura, uit een oud en aanzienlijk geslacht. Aanvankelijk
+studeerde hij aan de beroemde Hoogeschool te Salamanca in de rechten,
+doch zijn vurige en ridderlijke geest kon in den deftigen tabbaard der
+Rechtsgeleerden geen behagen vinden; hij haakte naar zwaard en schild.
+Hij trad derhalve in den krijgsdienst, en na een paar jaren in Spanje
+zich geoefend te hebben in alles, wat een krijgsman weten moest,
+vertrok hij naar Hispaniola, om aan Ovando zijne diensten aan te
+bieden. Op Hispaniola heerschte evenwel rust, en zoo kwam het, dat
+onze naar krijgsroem dorstende Edelman van 1504 tot 1511 een eerzaam
+planter was. Toen echter Velasquez naar Cuba overstak om dat eiland te
+veroveren, sloot Cortez zich bij hem aan, en toonde weldra hoe goed
+hij hier op zijne plaats was. Met welke onderneming hij belast werd,
+steeds had hij het geluk te slagen, zoodat Velasquez hem benoemde tot
+zijn' Secretaris, want de pen en het zwaard waren hem beide even goed
+toevertrouwd. Cortez was bovendien, èn door zijn fier voorkomen, èn
+door zijn vroolijk en geestig karakter, bij allen, niet het minst bij
+de Donna's, gezien, en weldra was hij dan ook verloofd met de schoone
+Catalina, eene bloedverwante van eene vriendin van Velasquez. Cortez
+was echter als eene bij, die van de eene bloem naar de andere vliegt,
+en hoe schoon Catalina ook wezen mocht, hij had geene begeerte om haar
+alleen te behooren. De trouwbelofte werd dus verbroken, en Velasquez
+nam de partij der beleedigde vriendin op. Hij ontsloeg Cortez als
+Secretaris en begon hem het leven onaangenaam te maken. Dat was Cortez
+natuurlijk niet naar den zin, en hij smeedde eene samenzwering tegen
+het gezag van Velasquez. De samenzwering werd tijdig ontdekt en Cortez
+terdood veroordeeld. Toen Cortez evenwel geboeid in de gevangenis zat,
+om na eenige dagen, als een gemeene misdadiger zijn leven aan de galg
+te eindigen, wist hij te ontvluchten. Hij werd echter spoedig gevat en
+opnieuw gevangen gezet. Toch wist hij andermaal te ontsnappen, en zijn
+leven te redden door Velasquez te melden, dat hij bereid was, de
+schoone Donna Catalina te huwen. Velasquez nam hiermede vrede, en gaf
+het jonge paar eene uitgestrekte landstreek, als huwelijksgave.
+Andermaal was de man, die naar krijgsroem dorstte, dus een eerzaam
+planter, en wel zulk een, die wist hoe men rijk worden kon. Toch zag
+hij begeerig naar alle kanten uit om als krijgsman op te treden, en
+toen hij van Nieuw-Spanje hoorde, wist hij een paar zijner vrienden
+over te halen, hem heel voorzichtig en langs bedekte wegen bij
+Velasquez aan te bevelen, als de eenige man, die meer dan iemand
+geschikt was om deze landstreek te veroveren. Meende Velasquez dus dat
+hijzelf en niemand anders Cortez tot die gewichtige taak riep, dan
+vergiste hij zich. Zoodra Cortez de opdracht ontvangen had, sloeg hij
+de handen aan het werk, en wel met zulk een' ijver, dat het de
+achterdocht van Velasquez opwekte. Niet alleen offerde hij zijn
+verbazend groot vermogen, verworven uit de goudmijnen van zijn
+huwelijksgoed, op, maar hij verpandde zelfs al zijne bezittingen, en
+kwam daardoor aan het hoofd van eene uitrusting, waarmede hij
+gemakkelijk geheel Cuba onderwerpen kon aan zijn gezag. Toen de
+prachtige vloot op de reede van San-Jago gereed lag om, na het innemen
+van levensvoorraad, uit te zeilen, vernam Cortez, dat Velasquez hem
+ten slotte verbieden zou om te vertrekken. Dit wilde Cortez voorkomen,
+en zonder er kennis van te geven liet hij zijne vloot zee kiezen, en
+wel midden in den nacht. Vooraf echter had hij bij al de slagers den
+geheelen voorraad van vleesch, dien ze hadden, met geweld afgekocht.
+De slagers spoedden zich nu naar het paleis van Velasquez en deelden
+hem mede, wat er gebeurd was. Velasquez liet terstond alarm slaan en
+rende aan het hoofd der zijnen naar den mond der baai, waaraan
+San-Jago gelegen is. Toen Cortez hem bij het licht van den
+aanbrekenden dageraad zag, ging hij in eene welgewapende sloep en liet
+zich dicht onder den wal roeien om zoogenaamd te vragen, of er wat
+bijzonders aan de hand was. Velasquez zeide, dat hij het vreemd vond,
+dat Cortez, zonder van iemand afscheid te nemen, vertrokken was, en
+dat hij alleen daarom zich hier bevond, waarop Cortez ten antwoord
+gaf, dat de zaak voortgang eischte, en dat hij derhalve vertrokken
+was. Hiermede was het onderhoud geëindigd, en spoedig was de vloot,
+maar half uitgerust, uit het gezicht. Eer Cortez het eiland Cuba voor
+goed verliet, wist hij evenwel op vele kustplaatsen nog aanzienlijke
+hoeveelheden levensmiddelen aan boord te nemen, zoodat de driehonderd
+mannen, die onder zijne bevelen stonden, geen gevaar liepen honger te
+zullen moeten lijden. Het mag vreemd schijnen, dat ik in een boek, dat
+uitteraard zeer beknopt moet zijn, tot zulke kleinigheden afdaal, maar
+het vervolg van Cortez' geschiedenis zal niemand nu doen vragen, wat
+toch de reden was, dat Cortez in Velasquez zulk een vijandig
+tegenstander vond. Eene der laatste plaatsen, die Cortez op Cuba
+aandeed, was Trinidad, waar Don Verdugo bevel voerde, en deze had door
+een' ijlbode van Velasquez in last gekregen om Cortez gevangen te
+nemen en naar San-Jago te zenden. Verdugo zag evenwel geene kans om
+dat te doen, en liet den ijlbode naar Havana vertrekken om daar den
+last van den Stadhouder aan den Gouverneur Don Pedro Barba over te
+brengen. Cortez wist ook deze te verschalken, en zoo kwam het, dat hij
+ten slotte Cuba geheel verliet, en aan het hoofd stond van elf schepen
+met honderdtweeënzestig matrozen bemand. Zijn landingsleger bestond
+uit vijfhonderd en acht soldaten, waarvan er dertien met musketten en
+tweeëndertig met armborsten gewapend waren. De overigen hadden
+zwaarden en lansen. Verder had hij nog veertien kleine kanonnen en
+zestien paarden, en daar in deze landen het dragen van zware
+wapenrustingen hinderlijk was, zoo waren allen voorzien van katoenen
+harnassen met watten gevoerd, sterk genoeg om pijlschoten te weren.
+Naar het aantal zijner schepen had hij zijn legertje in elf
+afdeelingen gesplitst, en elke afdeeling kreeg een vaandel met een
+Kruis, waaronder stond: »In hoc signo vinces«, wat zeggen wil: »In dit
+teeken zult gij overwinnen.« Hij gaf dus, geheel in den geest van
+zijn' tijd, aan zijn' veroveringstocht het karakter van een'
+geloofskrijg, en als een bewijs, dat het hem hiermede ernst was, had
+hij ook gezorgd twee Geestelijken in zijn gevolg mede te nemen. Als
+loods had hij een' zekeren Antonio Alaminos, die reeds driemaal in
+deze streken geweest was. Op het eiland Cozumel kreeg hij nog een'
+Geestelijke aan boord, die acht jaren lang onder de inboorlingen
+verkeerd had, en niet alleen ingewijd was in de taal van het volk,
+maar ook in hunne wijze van oorlog voeren. Om zijn leven te behouden,
+had deze Geestelijke zelfs als krijgsman onder de inboorlingen
+gediend. Cortez zeilde daarop het geheele schier-eiland Yucatan om,
+liep de rivier de Tabasco op en nam de stad van dien naam in. De
+inwoners onderwierpen zich, en beloofden Cortez om aan den Koning van
+Spanje schatting te zullen betalen. Reeds dadelijk begonnen ze
+hiermede door goud en slavinnen te leveren. Tot deze slavinnen
+behoorde eene Prinses, die de bewoners van Tabasco bij een' oorlog in
+de binnenlanden gevangengenomen hadden. Zij heette Marina, en was niet
+alleen jong, maar zóó schoon, dat Cortez, toen hij haar zag, terstond
+dacht aan Anacaona, wier schoonheid op Hispaniola spreekwoordelijk
+was. De vereerder van het schoone geslacht gevoelde zich tot haar, die
+zoo schoon en lieftallig was, buitengewoon aangetrokken, en nog meer
+wenschte hij haar steeds in zijne nabijheid te hebben toen hij
+ontdekte, dat ze eene zeer beschaafde en verstandige vrouw was, die de
+taal der inboorlingen van Nieuw-Spanje sprak, en daarenboven volkomen
+op de hoogte van de zeden en gewoonten was. Deze Marina was in vele
+opzichten menigmaal Cortez' goede geest. Zij nam gaarne het
+Christendom aan, en daar Cortez wel oppaste om haar te zeggen, dat hij
+gehuwd was, en dat de Christelijke leer hem verbood eene vrouw buiten
+wettig huwelijk te hebben, zoo leefde ze met hem als eene gade, die
+haar echtgenoot grenzenloos liefhad en onbezweken trouw was. Na te
+Tabasco enkele inboorlingen overgehaald te hebben om zich te laten
+doopen, trok hij verder en kwam op Witten Donderdag bij een eiland,
+dat hij den naam van »San-Juan De Ulloa« gaf. Hij wierp hier de ankers
+uit, en kreeg al aanstonds bezoek van de inwoners der stad, die in de
+onmiddellijke nabijheid op het vasteland lag. De Geestelijke Aquilar,
+dien hij op Cozumel aan boord genomen had, kon de menschen niet
+verstaan, doch thans trad Marina als tolk op. Zij zeide in eene taal,
+die Aquilar verstond, wat de inboorlingen spraken, en Aquilar
+vertolkte dat alweer in het Spaansch. Deze gebrekkige manier van zich
+met het volk te onderhouden was maar van korten duur. De begeerte om
+te kunnen spreken met hem, dien ze zoo oprecht en innig liefhad, deed
+Marina in korten tijd de Spaansche taal zoo goed leeren, dat zij haar
+sprak, alsof ze hare opvoeding in Andalusië ontvangen had.--Uit
+hetgeen Cortez verteld werd, kwam hij te weten, dat De Gryalva vroeger
+hier al geweest was, dat het land »Mejico« genoemd en geregeerd werd
+door een' Vorst, dien ze een' titel gaven, welke eenige overeenkomst
+had met dien van Keizer, en dat hij Montezuma heette. Onbekendheid met
+het schrift en de taal van dat volk mag wel oorzaak zijn, dat de naam
+van dezen Vorst zoo verschillend geschreven wordt, en dat we
+Montezuma, Moctheuzema, Muteczama, Motezuina en Montecuhcuma naast
+elkander zien staan, als namen voor een' en denzelfden persoon. Den
+eenentwintigsten April, juist op Goeden Vrijdag, landde Cortez, en na
+het hooge feest met de zijnen aan den wal plechtig gevierd te hebben,
+begon hij terstond met het inrichten van de legerplaats, die een
+versterkt fort en daarna eene stad moest worden. Daar de stichting er
+van op Goeden Vrijdag begonnen was, kreeg ze den naam van »Villa Rica
+de Vera Cruz,« wat »Rijke stad van het Ware Kruis« beteekent. Terwijl
+men zoo aan het werk was, kwamen twee Kaziken, die aan Montezuma
+onderworpen waren en Pilpatoe en Teutile heetten, met schatten beladen
+bij Cortez. Zij boden hem alles, wat ze bij zich hadden,
+vriendschappelijk ten geschenke aan, doch vroegen hem meteen, wat hij
+met dat bouwen toch van plan was. Cortez zeide dat hij hier voor den
+Koning van Spanje eene stad wilde stichten, doch Pilpatoe en Teutile
+meenden, dat men dit eerst wel eens aan Keizer Montezuma diende te
+vragen. Zij stuurden daarom boden met brieven naar den Keizer en
+eenige dagen later kwamen die boden met een Gezantschap terug. Waren
+de schatten, die de beide Kaziken gebracht hadden, reeds onnoemelijk
+groot, ze verzonken in het niet bij hetgeen de Gezanten brachten, als
+een geschenk van den Keizer aan zijne blanke vrienden. Er was evenwel
+een bevel bij dat ze terstond moesten vertrekken, en deden ze dat
+niet, dan zouden ze aan de Goden geofferd worden. Dit »aan de Goden
+geofferd worden« was eene parlementaire uitdrukking voor »opgegeten
+worden.«
+
+[Illustratie: MONTEZUMA, Alleenheerscher van Mejico. (Overl. 30 Juni
+1520.)]
+
+Eer we verder gaan, dienen we eerst eens in vluchtige trekken den
+toestand van Mejico te schetsen, zooals die was ten tijde, dat Cortez
+er landde. Misschien hebben sommige lezers ook reeds vreemd opgekeken,
+waar ze van »brieven« hoorden spreken en denken ze dat hier eene
+vergissing plaats greep, of dat er met »brieven« heel wat anders
+bedoeld werd. Hooren ze nu dat hier wel degelijk sprake is van echte
+brieven, dan moet de vraag wel rijzen: »Maar welk land was dat Mejico
+dan toch, dat men er zelfs van brieven sprak?«
+
+Wat Pizarro later in Peru vond, dat vond Cortez in Mejico: een volk
+met eene hooge en fijne beschaving, die evenwel geheel onafhankelijk
+van de Europeesche, en in den loop der eeuwen zelfstandig ontstaan
+was. Ze bewoonden, we zagen dit reeds elders, steenen huizen en
+droegen prachtig geweven katoenen kleederen, die met kleuren en goud
+rijk versierd waren. De geschiedenis van het land was beschreven in
+teekens, die veel overeenkomst hadden met de Egyptische hiëroglyphen,
+en met deze teekens voerden ze ook onder elkander briefwisseling,
+zoodat er zelfs een vrij goed ingericht postwezen was. Door het heele
+rijk heen vond men op bepaalde afstanden huizen, die bewoond werden
+door ijlboden of hardloopers. De eene hardlooper bracht de brieven bij
+den anderen, en zoo kwamen ze in handen van hen, aan wie ze gericht
+waren, en dat wel in een' onbegrijpelijk korten tijd, want menige
+hardlooper kon een rennend paard bijhouden. Volgens de weinige
+historische oorkonden, die onder de Spaansche overheersching niet
+vernietigd werden, moeten, omstreeks de zevende eeuw van onze
+jaartelling, beschaafde Indianen, Tolteken geheeten, uit het
+Noordwesten in deze streken gekomen zijn en daar de stad Tecla
+gesticht hebben.--De bouwvallen, die men van deze stad, die ook wel
+Tollan of Toela genoemd wordt, gevonden heeft, bewijzen op welk een'
+hoogen trap van beschaving dit volk stond. Later, wellicht in de
+twaalfde eeuw, kwamen de Azteken, die hunne eigen beschaving aanvulden
+met die der overgebleven Tolteken en stichtten het machtige rijk,
+zooals Cortez dat vond. De Vorst van het land, die uit de
+afstammelingen van de oude, Koninklijke familie gekozen werd door vier
+der aanzienlijkste Edelen, voerde de heerschappij met bijna onbeperkte
+macht. Eer hij evenwel als Vorst erkend was, moest hij een' veldtocht
+doen en slechts dan, wanneer hij als overwinnaar terugkeerde, werd hij
+door den Vorst van Tezcuco tot Alleenheerscher gekroond. Die kroon was
+eene bonte muts of hoofdband, versierd met prachtige vederen en een
+schat van parelen, edelgesteenten en het fijnste goud. De Vorst
+bewoonde een verbazend groot en prachtig paleis, dat zich bevond in de
+hoofdstad van het land, welke stad gelegen was midden in een meer en
+door de Azteken »Tenochtitlan« genoemd werd. Kunstige dammen en
+bruggen, welke gemakkelijk konden weggenomen worden om den toegang tot
+de stad voor vijandelijke stammen af te sluiten, verbonden de
+residentie met den vasten wal, terwijl tal van sierlijke kano's het
+uitgestrekte meer in allerlei richtingen bevoeren. De oevers en de
+naaste omstreken van het meer waren schilderachtig mooi, en geen
+'s-Gravenhage, Utrecht of Arnhem bezit schooner villa's en
+buitenplaatsen dan het »Meer van Tenochtitlan« bezat. Eene ongekende
+welvaart heerschte in het geheele land, waar handel, nijverheid en
+landbouw bloeiden. In de bewerking der metalen hadden de Azteken eene
+ongekende hoogte bereikt, en zelfs verstonden ze de kunst om uit een
+mengsel van koper en tin gereedschappen en wapenen te maken, welke in
+hardheid voor de stalen niet veel onderdeden. Was de regeering van den
+Vorst des lands bijna onbeperkt, toch werd ze gevoerd naar geschreven
+wetten, doch deze werden door hemzelf gemaakt met behulp der
+aanzienlijkste Edelen, die hij, door hun leengoederen te schenken, aan
+zijn' dienst verbond. De Azteken zelven, deden weinig werk, doch ze
+lieten het verrichten door slaven, en het gevolg hiervan was, dat de
+slavenhandel in dit rijk op groote schaal gedreven werd. Hun
+godsdienst was de heidensche en ging gepaard met menschenoffers. Een
+talrijke Priesterstand zorgde, dat de dienst voor de dertien
+Hoofdgoden en tweehonderd en tien Ondergoden behoorlijk verricht werd,
+en wat zeer merkwaardig was, ja, bijna een raadsel mag genoemd worden,
+de Azteken verbonden aan hun' godsdienst niet alleen doop, biecht en
+vasten, maar ze gebruikten zelfs het kruisteeken, en het kloosterleven
+was er met vaste instellingen aan verbonden. Vanwaar dat alles toch?
+Ondenkbaar is het aan te nemen, dat men hier met eene toevallige
+overeenkomst te doen heeft. De Tolteken of Azteken moeten op eene of
+andere wijze reeds eeuwen vroeger met Christenen in aanraking gekomen
+zijn, en wanneer we deze Christelijke instellingen voegen bij hunne
+hiëroglyphen, dan zouden we bijna geneigd zijn om aan te nemen, dat
+Koptische Christenen de grondvesters zijn geweest van de oude,
+Mejicaansche beschaving, en onwillekeurig denken we daarbij aan het
+fabelachtige rijk van den raadselachtigen »Aartspriester Johannes,«
+van wien we reeds vroeger spraken. Intusschen week de godsdienst toch
+ook alweer zeer ver van den Christelijken af door de menschenoffers,
+die vooral aan den Hoofdgod Huitzilopotchli, den God des oorlogs,
+gebracht werden. Uit de bewaarde oorkonden bleek het, dat men in 1486,
+bij gelegenheid van de inwijding van een' nieuwen tempel voor den
+eeredienst aan den Krijgsgod bestemd, niet minder dan zeventigduizend
+krijgsgevangenen offerde. Die offers werden ook gegeten, doch wie nu
+denkt aan een' Kannibalen-maaltijd, waar het vleesch verslonden wordt,
+vergist zich. De beschaving had hier koks en keukenmeesters, die het
+menschenvleesch met allerlei kruiden en vruchtensappen, als een
+gerecht vol afwisseling, lieten ronddienen op den rijk versierden
+feestdisch. Het gevolg van deze menschenoffers en afschuwelijke
+feestmaaltijden was, dat de Azteken een volk waren, dat weinig vatbaar
+was voor edele aandoeningen.
+
+De schatten, die de Afgezanten van Montezuma bij Cortez brachten,
+hadden echter eene heel andere uitwerking dan Montezuma gehoopt had.
+Hij meende dat dit goud en die edelgesteenten de »bleeke zonen van den
+God der lucht,« zooals hij hen met al de Azteken noemde, zóó blij zou
+maken, dat ze als kinderen, die wat moois gekregen hadden, terstond
+naar huis loopen zouden, om daar vol vreugde te laten kijken welke
+schatten ze hadden ontvangen. Het gezicht van dat goud en die
+edelgesteenten wekte echter den lust op om de stad en het volk te
+zien, welke zulke schatten bezaten. Enkelen onder de Spanjaarden waren
+er evenwel, die al dat schoons en al dien rijkdom ook wel zouden
+willen zien, doch die zich vrees lieten aanjagen door de bedreiging,
+dat ze »aan de Goden zouden geofferd«, dus, opgegeten worden. Anderen
+nog, die het er wel op durfden wagen, vroegen zich af, of ze zich niet
+blootstelden aan gevangenis of galg, wanneer ze Cortez bleven
+gehoorzamen. Immers, duidelijk was het gebleken, dat de Gouverneur
+Velasquez niet wilde hebben, dat Cortez zich aan het hoofd van den
+veroveringstocht stelde, en zoo zij hem nu bleven gehoorzamen, dan kon
+Velasquez hen als rebellen beschouwen en als zoodanig behandelen.
+Cortez zag dat zeer goed in en hij begreep ook wel, dat men hem bij
+den minsten tegenspoed de gehoorzaamheid ontzeggen zou en dat hij dan
+het recht niet had om gehoorzaamheid te _eischen_. Hij was evenwel de
+man er niet naar om moedeloos het hoofd te laten hangen, en gelukkig
+voor hem gebeurde er wat, dat hem licht gaf. Terwijl hij nog bezig was
+met het bouwen van »Vera Cruz« kwam tot hem een Gezantschap van vijf
+Indianen, die blijkbaar tot een' anderen stam behoorden dan de
+Azteken. Ze zeiden dat ze Totonaken waren en in de bergen woonden,
+doch door Montezuma onderworpen waren en nu schandelijk verdrukt
+werden, waarom ze Cortez kwamen vragen hen te helpen, waar ze dit
+dwangjuk wilden afschudden. Verder kwam hij te weten, dat de
+tegenwoordige Keizer eigenlijk voor een groot deel zijner onderdanen
+een vreemdeling en bij velen in minachting was. Thans was het voor
+Cortez zaak, hiervan partij te trekken en hij deed dat op eene wijze,
+welke den naam van eerlijk niet verdient. Zoodra Montezuma hoorde, dat
+de Totonaken in Cortez' legerkamp waren en een verbond met hem
+gesloten hadden, zond hij eenige Edelen naar Vera Cruz met de
+boodschap aan de Afgezanten der Totonaken: »Gij hebt zonder mijne
+voorkennis een verbond met de vreemdelingen gesloten en moet mij nu
+tot straf twintig van uwe jonge mannen en vrouwen zenden om aan de
+Goden geofferd te worden.« Reeds wilden de verschrikte Indianen
+toegeven, toen Cortez de Edelen der Azteken liet boeien en in de
+gevangenis werpen. Na deze daad konden de Totonaken niet meer
+terugtreden; ze hadden zich bij Montezuma onmogelijk gemaakt. Des
+nachts evenwel bevrijdde hij twee der Edelen en liet ze in stilte met
+vriendelijke groeten aan den Keizer vertrekken. Toen den anderen dag
+de Totonaken hoorden, dat twee Azteken ontkomen waren, wilden ze de
+anderen dooden. Cortez sprong evenwel voor hen in de bres en liet ook
+dezen in vrijheid naar Tenochtitlan vertrekken. Door deze sluwe
+handelwijze had hij het den Totonaken geheel onmogelijk gemaakt om hem
+te verlaten, terwijl hij aan den anderen kant Montezuma te vriend
+hield. In troebel water meende Cortez het best te kunnen visschen.
+Eindelijk was Vera Cruz in zooverre voltooid dat het, met eene
+voldoende bezetting, weerstand kon bieden aan een' aanval, en thans
+besloot Cortez zijn' laatsten slag te slaan. Vóór hij zijne plannen nu
+verder doorzette, moest hij een wettig gezag hebben. Dit zou hij
+verkrijgen als zijne tochtgenooten zelven hem tot Aanvoerder kozen.
+Ontstond er dàn verdeeldheid, dan had hij het recht om te zeggen: »Gij
+zelf hebt mij tot uw' Bevelhebber gekozen, bijgevolg kan ik van u
+eischen, dat ge mij gehoorzaamt.« Hij stelde nu een' Raad over Vera
+Cruz aan, en den schijn aannemende, dat hij naar Cuba wilde
+terugkeeren, omdat zijn gezag onwettig was, legde hij zijne
+waardigheid neder. Nu gebeurde echter, wat hij voorzien had, dat
+gebeuren zou, en met bijna algemeene stemmen verklaarden de
+Spanjaarden, dat zij hem tot hun' Bevelhebber uitriepen en niemand
+anders begeerden. Zóó door het volk zelf in zijn gezag bevestigd,
+besloot Cortez naar Tenochtitlan te trekken en daar Montezuma het
+bezoek te brengen, hetwelk deze beslist geweigerd had te ontvangen.
+Vooraf echter zond hij twee schepen met eene buitengewoon rijke lading
+aan goud, edelgesteenten en kostbaarheden rechtstreeks naar Spanje, in
+de hoop dat Koning Karel hem dan in zijn gezag bevestigen zou. Na dit
+alles gedaan te hebben, aanvaardde hij, in het volste vertrouwen dat
+alles hem gelukken zou, den tocht naar de wonderstad, waarvan men hem
+reeds zooveel verhaald had. Waar hij kon, daar sloot hij met de
+leenroerige Kaziken een verbond van vriendschap en meteen trachtte hij
+hen voor het Christendom te winnen. Dit nu deed hij in zijn' ijver
+niet altijd met de noodige bezadigdheid, en zelfs zou hij er, door
+onbekendheid met de taal der Totonaken, eenmaal het leven bij
+ingeschoten hebben, als men hem niet tijdig gewaarschuwd had. Toch
+liet Cortez de afgodsbeelden vernietigen en toen de Totonaken zagen,
+dat de Goden die heiligschennis niet wreekten, gingen velen hunner
+vrijwillig tot het Christendom over. Op eenmaal echter vernam hij, dat
+er ook onder de aanhangers van Velasquez eene samenzwering gesmeed was
+en dat dezen met een der schepen naar Cuba wilden terugkeeren. De
+Aanvoerders van die samenzwering liet Cortez terdood brengen en de
+overigen geeselen, en om te voorkomen, dat men op den een' of anderen
+dag toch niet met een schip naar Cuba ontvluchten zou, liet hij, na
+eerst alles, wat van de schepen gehaald kon worden, aan den wal
+gebracht te hebben, zijne heele vloot vernielen, onder voorwendsel,
+dat al de schepen zóó door den zeeworm gehavend waren, dat ze niet
+langer konden gebruikt worden. Lezen we later van onzen Prins Maurits,
+die op het strand van Nieuwpoort de schepen wegzond, en aan zijn volk
+de keus gaf om te overwinnen of de zee ledig te drinken, dan zien we
+hier, dat Salomo's gezegde: »Er is niets nieuws onder de zon« al weer
+door Cortez bevestigd werd. Eén, slechts één der kleinste schepen,
+liet hij ongeschonden, doch toen hij verklaarde, dat dit toch nog te
+groot was voor de enkele lafaards, die hem niet durfden volgen, was er
+niet één, die er gebruik van wilde maken om naar Cuba terug te keeren,
+en vol geestdrift aanvaardde men den avontuurlijken tocht.
+
+Ongetwijfeld was Montezuma een zeer machtig Vorst, maar hoe machtig
+ook, den vrijstaat Tlascala had hij niet tot onderwerping kunnen
+brengen. De Tlascalanen waren een moedig en dapper bergvolk, dat
+Cortez op zijn' tocht naar de hoofdstad des rijks niet misloopen kon.
+Hij hoopte evenwel, dat hij met hen ook wel een soort van verbond zou
+kunnen sluiten, zooals hij met de Totonaken gesloten had, en daar hij
+op zijn' moeielijken weg, over bergen en door dalen, van alle Kaziken
+de vriendelijkste hulp ontvangen had, zoo twijfelde hij er niet aan,
+of de Tlascalanen zouden zich met hem vereenigen, als ze maar wisten
+dat de »Zonen van den God der lucht« gekomen waren om hunne
+erfvijanden, de Azteken, van wie ze overigens in godsdienst,
+beschaving, zeden en gewoonten niet te onderscheiden waren, te helpen
+bestrijden. De gesloten verbonden met de Kaziken, die met Montezuma
+bevriend waren, klopten echter niet met het voorstel, dat Cortez door
+zijne Afgezanten den Tlascalanen liet doen om de Azteken te
+bestrijden, en het gevolg was, dat in den Raad der Tlascalanen
+besloten werd, de vreemdelingen als vijanden te beschouwen. Cortez'
+heele leger bedroeg niet meer dan vierhonderd Spaansche voetknechten,
+vijftien ruiters en dertienhonderd Indiaansche krijgslieden. Verder
+had hij enkele musketten en zeven kleine kanonnen, doch over deze
+geringe macht had hij nog niet eens geheel op het slagveld te
+beschikken, omdat er altijd nog een deel overblijven moest om de
+bagage te bewaken. Toch trok Cortez moedig voorwaarts en versloeg tot
+tweemalen, vooral met behulp zijner kanonnen, den overmachtigen
+vijand. Op eenmaal echter stond hij in eene vlakte tegenover een leger
+van vijftigduizend Tlascalanen, die blaakten van krijgsmoed en
+hunkerden om de vreemdelingen aan te vallen. De kans stond hachelijk,
+want met den moed der wanhoop liepen de dappere verdedigers van hun
+vaderland tegen het vuur der kanonnen in, en lieten zich bij honderden
+tegelijk doodschieten. Reeds stond het kleine hoopje Spanjaarden
+gereed om op de vlucht te slaan, toen Cortez op dat gevaarlijke
+oogenblik met het zwaard in de vuist, onder het geroep van »Santiago!
+Santiago!« en gevolgd door de veertien andere ruiters, moedig op den
+vooruitdringenden vijand toesnelde. Wat de kanonnen niet hadden kunnen
+doen, dat deden de ruiters. Vol schrik en ontzetting gingen de
+Tlascalanen nu op de vlucht, achtervolgd door al de Spanjaarden.
+Verschrikkelijk was de nederlaag, die de Tlascalanen leden en
+onvoorwaardelijk onderwierpen de overgeblevenen zich thans. Cortez
+aarzelde geen oogenblik om die onderwerping aan te nemen, en inplaats
+van zich te wreken, behandelde hij hen vriendschappelijk en prees hun'
+weergaloozen moed. Deze handelwijze van Cortez deed hem de trouw en
+genegenheid van het dappere bergvolk verwerven, en onder het gejuich
+der menigte werd hij in de hoofdstad van den Vrijstaat ontvangen. Bij
+de eerste pogingen, die hij aanwendde om zijne nieuwe vrienden tot het
+Christendom te bekeeren, bemerkte hij echter, dat hij gevaar liep
+hierdoor hunne genegenheid te verliezen, waarom hij dan ook de zaak
+der bekeering rusten liet.
+
+[Illustratie: Cortez met zijne ruiterij in den slag tegen de
+Tlascalanen.]
+
+Toen nu Montezuma zag, dat het kleine hoopje vreemdelingen een volk
+overwinnen kon, dat hij niet ten onder had kunnen brengen, hield hij
+op met Cortez nog langer te verbieden om in de hoofdstad te komen. Hij
+ging zelfs verder en zond Gezanten om hem uit te noodigen wél te
+komen, doch dan zijn' weg te nemen over Cholula. De Tlascalanen, die
+Montezuma kenden, gaven Cortez den raad om den Keizer niet te
+vertrouwen en niet over Cholula te gaan, doch hij hoorde er niet naar,
+en zijn geleide van zesduizend Tlascalanen bevolen hebbende achter te
+blijven, deed hij zijn' intocht in Cholula, dat feestelijk versierd
+was en slechts inwoners scheen te bevatten, die hem met oprecht
+gemeend gejuich begroetten. De schoone Marina evenwel waakte met
+Argusoogen voor haar' beminden vriend, en door zich te houden, alsof
+ze door de Spanjaarden mishandeld werd, won ze het vertrouwen van de
+vrouw van een' Kazike van Cholula en kwam er achter, dat men bij een
+groot offerfeest de argelooze Spanjaarden overvallen en dooden zou.
+Zoodra Cortez met dit plan in kennis gesteld was, viel het hem niet
+moeielijk het in zijn voordeel aan te wenden. Hij bracht zijn volk op
+de hoogte der zaak en deelde toen op een bezoek, dat eenige voorname
+ingezetenen hem brachten, zijn voornemen mede om den volgenden dag te
+vertrekken, en vriendelijk vroeg hij of men wel zoo goed wilde zijn om
+hem tweeduizend mannen te geven, die zijne bagage naar Tenochtitlan
+wilden dragen. Omdat dit voorstel zoo geheel in hun plan greep,
+beloofden ze gaarne om hem die lastdragers te bezorgen, en vol
+vertrouwen, dat men den volgenden dag vierhonderd vreemdelingen aan
+den Krijgsgod zou kunnen offeren, gingen de Cholulanen ter ruste.
+
+Nauwelijks was de dag aangebroken of de Kaziken kwamen, zonder eenig
+kwaad vermoeden, op het ruime plein waarop Cortez zich met de zijnen,
+gereed om te vertrekken, opgesteld had. De duizenden, die zich
+voorgenomen hadden om de gehate vreemdelingen aan te vallen, als zij
+zich op marsch begaven, stonden in dicht opeengepakte hoopen in de
+nabijheid. Toen trad Cortez vooruit, en de Kaziken aanziende, verweet
+hij hun het laaghartige plan, dat ze hadden willen volvoeren. De
+Kaziken stonden verslagen en één hunner riep uit: »Hij is als één van
+onze Goden; voor hem is niets verborgen.«
+
+Thans vroeg Cortez hun waarom zij zulk een plan gesmeed hadden, en
+eerlijk bekenden ze, dat Montezuma hun bevolen had zoo te handelen,
+omdat hij de Spanjaarden liever niet in zijne hoofdstad ontvangen
+wilde. Cortez nu genoeg wetend, nam een musket en schoot het af. Het
+was het afgesproken sein, en op hetzelfde oogenblik braakten de
+kanonnen, in batterij opgesteld, dood en verderf uit te midden der
+opeengepakte Cholulanen. De musketiers volgden het voorbeeld en daarna
+vielen al de Spanjaarden op de menigte aan. Het was geen strijd meer;
+het werd eene algemeene slachting. De achtergebleven Tlascalanen, van
+alles onderricht, snelden mede toe en in een' ontzettend korten tijd
+was Cholula's val beslist en lagen duizenden bij duizenden gedood op
+pleinen en straten. Eene week lang bleef Cortez in de uitgemoorde stad
+om haar te plunderen en trok toen, overladen met schatten, naar
+Mejico. Telkens kwamen er nu Afgezanten van Montezuma om Cortez te
+bevelen terug te keeren, doch toen deze hiernaar niet luisterde,
+verschenen er andere Afgezanten om hem schatten aan te bieden, als hij
+deze streken verliet. Hoe meer de Spanjaarden de hoofdstad naderden,
+hoe grooter de voordeelen werden, welke Montezuma hun aanbood, als ze
+maar niet naar de hoofdstad kwamen. Zelfs de minste trosdrager onder
+de Spanjaarden begreep, dat alleen vrees de Azteken en hun Keizer zoo
+deed handelen, en toen Montezuma inzag, dat het gevaar niet te keeren
+was, besloot hij de Spanjaarden te ontvangen, alsof hij hen tot het
+houden van een' triomftocht binnen Tenochtitlan uitgenoodigd had. Het
+was te laat. De beschaafde Vorst der Azteken mocht slim en geslepen
+zijn, tegen Cortez was hij niet opgewassen. Den achtsten November 1519
+bereikte Cortez met zijne dappere schaar avonturiers eene hoogte bij
+het Meer van Tenochtitlan. Onbeschrijfelijk was de indruk, dien dit
+meer met de machtige stad in het midden er van op de Spanjaarden
+maakte. Het is historisch zeker, dat Tenochtitlan toen meer dan
+zestigduizend huizen, paleizen en tempels telde. Duizenden inwoners
+verdrongen zich op de dammen of voeren in kano's op het meer om de
+verschrikkelijke mannen met baarden te zien, en onder de Spanjaarden
+was er op dat oogenblik niet één, die er aan dacht om den man, die hen
+tot hier gebracht had, ontrouw te worden.
+
+Een schitterende stoet Edelen der Azteken kwam Cortez en de zijnen
+namens Montezuma begroeten, doch toen de Spanjaarden over eene
+ophaalbrug de stad binnentraden, sloeg velen de vrees om het hart, dat
+ze hier in de val liepen. Lang tijd om er over na te denken hadden ze
+echter niet, want, gezeten in een' gouden draagstoel, getooid met al
+de versierselen zijner Keizerlijke waardigheid en omringd door al de
+Edelen van zijn Hof, op het prachtigst uitgedost, kwam Montezuma hen
+te gemoet en heette »Malinche,«--met dien naam sprak hij Cortez
+aan,--en al zijne »Zonen van den God der lucht« welkom in
+Tenochtitlan. Hij zelf geleidde hen, doch altijd gezeten in zijn'
+draagstoel, naar een prachtig paleis, dat aan een groot plein stond,
+en zoodra ze daar waren wees hij op het paleis, en zeide tot Cortez,
+die met zijn gevolg van ruiters ook te paard naast den draagstoel
+reed: »Malinche, zie daar voor u en de uwen eene woning! Eet en drinkt
+er, verkwikt u en neemt uw vermaak. Ik zal binnen weinige oogenblikken
+weer bij u terug zijn!«
+
+Montezuma liet zich nu wegdragen, en Cortez betrok het huis. Hij
+verdeelde de talrijke vertrekken onder de zijnen, doch zorgde dat de
+kanonnen, steeds geladen en in batterij, voor den ingang van het huis
+goed bewaakt werden. Schildwachten werden overal uitgezet, en toen dit
+alles gedaan was, begaf hij zich aan den rijken disch, waarop keur van
+spijzen en dranken waren.
+
+Nog niet lang was de maaltijd afgeloopen, toen Montezuma binnentrad om
+zich met »Malinche« te onderhouden. Natuurlijk moest Marina hier als
+tolk dienst doen, en deze had al heel gauw bemerkt, dat Montezuma maar
+op een geschikt oogenblik wachtte om al de vreemdelingen met één slag
+gevangen te nemen, en dan aan Huitzilopotchli te offeren. Cortez zag
+echter ook zeer goed in, dat al die eerbewijzen, die onderdanigheid en
+vriendschap slechts gehuicheld waren, en om te maken, dat hij niet in
+de val liep, had hij zijn plan reeds gemaakt toen Marina hem kwam
+waarschuwen.
+
+Montezuma, die bij de komst der Spanjaarden ongeveer veertig jaar oud
+schijnt geweest te zijn, had eene rijzige gestalte en een innemend
+gelaat vol Vorstelijke waardigheid, doch het wellustig leven, dat hij
+leidde, had maar al te duidelijk zijn stempel op hem afgedrukt.--
+
+Om duidelijk te maken welk eene machtige en schoone stad Tenochtitlan
+was, willen wij er even eene kleine wandeling in afleggen. Wij zullen
+dan nog beter begrijpen welk een merkwaardig land dit Mejico was. We
+beginnen bij het paleis van Montezuma. Zijn hoofdpaleis had twintig
+poorten of deuren, en drie voorhoven. Op een' dezer voorhoven bevond
+zich eene fontein, die het zuivere water door zeer doelmatige
+leidingen in al de kamers van het paleis bracht. Het paleis bestond
+uit verschillende afdeelingen, en elke afdeeling bevatte meer dan
+honderd kamers, die bijna allen van badtoestellen voorzien waren. De
+muren waren van marmer, jaspis, porfier en bonte steenen gebouwd. Het
+timmerwerk was van zeer licht hout, doch stevig in elkander gezet,
+terwijl de daken en schoorbalken, zoowel als de zolders, van uitnemend
+en zwaar timmerhout gemaakt waren. Waar dit maar mogelijk was, had men
+het hout gebeeldhouwd of was het kunstig gesneden. De wanden waren
+beschilderd, en op de vloeren lagen zware tapijten, die meest gemaakt
+waren van konijnenhaar. In alle kamers stonden metalen,--meestal
+gouden,--vuurpannen met reukwerken te branden en de wanden waren
+versierd met prachtige vogelvederen, zeer bevallig en kunstig
+gerangschikt. Tafellakens, servetten en handdoeken waren van geweven
+katoen en hagelwit. Een zeer groot gedeelte van het paleis was
+ingenomen door het serail, want de Vorst had op zijn minst duizend
+vrouwen. Verder waren er aan de hofhouding een groot aantal narren,
+dwergen, mismaakten, kunstenmakers, dansers, muzikanten en andere
+lieden verbonden, wier taak het was om het leven van den Monarch op te
+vroolijken. Zijne gebeden verrichtte de Vorst des nachts in eene
+kapel, die in de nabijheid van zijn slaapvertrek was. Deze kapel was
+honderdvijftig voet lang en vijftig breed, en de wanden van onder tot
+boven beladen met goud, edelgesteenten en parelen. Behalve dit paleis
+in de stad had Montezuma nog verscheidene landhuizen in de prachtige
+omstreken van het Meer van Tenochtitlan. Het weelderige en wellustige
+leven, dat de Keizer leidde, werd door alle Hofgrooten nagevolgd, en
+ieder deed dit naarmate van zijn vermogen, zoodat het oude Capua, waar
+Hannibal overwinterde, en door de wellustige levenswijze der Capuanen
+zijn leger geheel liet verderven, nog niet in de schaduw van
+Tenochtitlan staan kon. De verfijnde zedeloosheid, verbonden aan eene
+dierlijke wreedheid, een grof bijgeloof en eene zucht om te
+schitteren, had er haar toppunt bereikt. Daar de stad midden in het
+meer gebouwd was, waren de beste wegen de waterwegen, en wedijverden
+de Aanzienlijken alweer onder elkander om de prachtigste kano's te
+hebben. Langs die waterwegen liepen evenwel ook straten, die geplaveid
+waren met eene soort van harde klei. Zoowel die straten als grachten
+werden buitengewoon zindelijk gehouden, en van vuil of afval in het
+water of op straat werpen was geene sprake; het was ten strengste
+verboden. Het water uit het meer werd niet gebruikt om te drinken,
+want het was brak. Het drinkwater kwam door zeer doelmatige leidingen
+uit de naburige bergen, en op de markten en pleinen vond men voor den
+minderen man, die vaak met zes of zeven gezinnen één huis bewoonde,
+openbare fonteinen. Op die groote en ruime pleinen werden geregeld
+markten gehouden, want winkelhuizen waren er onbekend. Al wat men
+noodig had aan eten, drinken, kleederen, opschik, gereedschap,
+bloemen, vederen of huiselijke godsdienstplechtigheden, werd op die
+markten verkocht, en steeds onder streng toezicht der Overheid. Naar
+het verbazend aantal Hoofd- en Ondergoden, dat de Azteken vereerden,
+was ook het aantal tempels. Een dezer was de Hoofdtempel en heette
+»Teucalli«, dat zooveel beduidt als »Godshuis«. Het was een vierkant
+steenen gebouw van verbazende grootte. Een oud schrijver zegt: »Van
+hoek tot hoek had men een' afstand van een roerschot ver.« Een roer
+was een musket, doch die oude musketten droegen niet veel verder dan
+honderd Meters. Het geheel geleek op eene afgeknotte vierzijdige
+pyramide, die op twee hoeken zware en vrij hooge torens droeg. Met
+trappen, aan den buitenkant aangebracht, beklom men het platte dak en
+kwam men ook in de torens, die eveneens tot godsdienstige doeleinden
+dienden.
+
+[Illustratie: Tenochtitlan of Oud-Mejico, residentie van Montezuma.]
+
+Was het wonder, dat de Spanjaarden in zulk eene stad bijna de oogen
+uit het hoofd keken? Ook Cortez deed dat, maar hij zorgde er voor,
+zich niet te laten verblinden, en weldra kwam hij er achter, dat het
+doel van Montezuma en de Azteken was om hem en de zijnen in een'
+zorgeloozen roes van wellust en weelderigheid te brengen. Cortez hield
+zich evenwel, alsof hij het niet zag, en het mag ter eere van de
+meeste Spanjaarden gezegd worden, dat zij van zulk een leven walgden.
+De matigheid van Cortez in het gebruik van spijs en drank, en de zucht
+om het lichaam te harden, had een' gunstigen invloed op zijn volk. Met
+afgrijzen zagen ze ook de bloedige offerfeesten aan de Afgoden aan, en
+het werk der bekeering werd met kracht begonnen, doch zonder veel
+baat. De godsdienst der Azteken had zich veel te veel vereenzelvigd
+met het heele maatschappelijke leven om hem dadelijk door het
+Evangelie te vervangen, dat terstond ook eene omkeering in het
+dagelijksche doen en laten zou brengen. Toen nu Cortez zag, dat hij
+niet vorderde met het invoeren van het Christendom, en dat er ook
+geene sprake was van eenige onderwerping aan den Koning van Spanje,
+begreep hij niet langer te moeten dralen. Er was meer, dat hem tot
+handelen dwong. De bezetting van Vera-Cruz was door de Azteken
+aangevallen, en hoewel de Spanjaarden de overwinning behaald hadden,
+hadden ze toch één' man in den strijd verloren. De Azteken hadden
+dezen Spanjaard onthoofd, en het hoofd naar Montezuma gezonden. Het
+bijgeloof, dat de »Zonen van den God der lucht« onsterfelijk waren,
+hield dus op te bestaan, en juist dit bijgeloof was Cortez' grootste
+kracht. Hij nam nu met overleg en goedvinden van zijne
+Onderbevelhebbers Montezuma, toen deze in het paleis van de
+Spanjaarden op bezoek was, gevangen, en hield hem in zijne
+onmiddellijke nabijheid. Alle besluiten, die Montezuma nam, en alle
+bevelen, die hij uitvaardigde, kwamen nu ter kennis van Cortez, die
+weigerde ze uit te voeren wanneer ze tegen zijn' zin waren.
+Aanvankelijk verzette Montezuma zich wel, doch toen de aangeklaagde
+Stadhouder van Vera-Cruz, die den Spanjaard had laten onthoofden, met
+zijne onderhoorigen voor Montezuma verscheen, gaf deze hen aan Cortez
+over om er recht over te spreken. Het was een kort recht, dat gehouden
+werd, en het vonnis luidde, dat de Gouverneur en de zijnen levend
+verbrand zouden worden. In de hoop van hun leven te redden, zeiden de
+veroordeelden nu, dat ze op bevel van den Keizer gehandeld hadden,
+waarop Cortez den Keizer, die alles ontkende, als verrader in ketenen
+liet leggen. Het vreeselijke vonnis werd voor het paleis voltrokken,
+en pas toen de laatste rookwalmen van de brandstapels verdwenen waren,
+liet Cortez hem de ketenen afnemen. De verwijfde Vorst, die alle
+ziels- en geestkracht miste, schikte zich nu in alles, wat Cortez
+wilde, zoodat deze feitelijk het heele rijk regeerde. Montezuma nam
+den Christelijken godsdienst aan, en erkende Koning Karel als zijn
+Opperheer, ja, hij ging in zijne lafhartigheid zelfs zóó ver, dat hij
+zijn volk liet weten, dat hij geheel vrijwillig zich te midden van
+zijne vrienden, de Spanjaarden, bevond, en meteen gaf hij bevel om
+een' der prachtigste tempels van Tenochtitlan aan de vreemdelingen af
+te staan, opdat dezen daarin hunne godsdienst-plechtigheden zouden
+kunnen verrichten. Een storm van verontwaardiging stak thans onder de
+Priesters en het volk op, en de toestand werd zóó dreigend, dat zelfs
+Montezuma alweer moed begon te krijgen, en Cortez beval om niet alleen
+de stad Tenochtitlan, maar het heele rijk te verlaten. Om tijd te
+winnen, zeide Cortez, dat hij dit doen zou, maar dat hij dan eerst
+schepen moest laten bouwen. Waren deze klaar, dan zou hij vertrekken,
+maar tegelijk Montezuma als gijzelaar medenemen. Zoodra de Keizer dit
+hoorde, begon hij alweer heel anders te spreken en was Cortez in alles
+ter wille. Het scheen dus dat het groote rijk der Azteken al op eene
+heel gemakkelijke en onbloedige wijze aan de Spaansche Kroon zou
+komen, doch Cortez had buiten den waard gerekend, en deze waard was
+zijn onverzoenlijke vijand Velasquez, die, jaloersch op de
+welgeslaagde onderneming van zijn' tegenstander, eene vloot van
+achttien schepen, onder bevel van Don Panfilo De Narvaëz naar
+Vera-Cruz zond. Aan boord der schepen bevonden zich negenhonderd
+uitstekend gewapende soldaten, negentien ruiters en twaalf kanonnen
+met een' grooten voorraad van kruit en lood. Zoodra Cortez de landing
+van dit leger vernam, liet hij Don Pedro de Alvarado met
+honderdvijftig man ter bewaking van Montezuma in Tenochtitlan achter,
+en met slechts tweehonderdvijftig man trok hij met geforceerde
+marschen naar Vera-Cruz, overviel Narvaëz, die geen kwaad vermoedde,
+en versloeg hem. De verwarring was zóó groot, dat er slechts weinigen
+sneuvelden, en allen gevangengenomen werden. Door list en
+toegevendheid wist Cortez het nu zoo ver te brengen, dat bijna geheel
+het leger van Don Narvaëz hem met alles, wat het bij zich had,
+toeviel, en thans bezat onze stoute avonturier eene macht, waarmede
+hij naar zijne meening, heel gemakkelijk, desnoods met geweld, het
+gansche rijk van Montezuma onderwerpen kon. Pas echter was hij bezig
+met zijn leger te ordenen, toen hij de tijding kreeg, dat er te
+Tenochtitlan eene gevaarlijke opstand uitgebroken was. Aanvankelijk
+had De Alvarado, op raad van Cortez, de Azteken met veel toegevendheid
+behandeld, en stond hij zelfs toe dat de Opperhoofden in den tempel
+van den Krijgsgod feest mochten vieren, indien men er maar geen
+menschenoffers bracht, en de Hoofden ongewapend verschenen. Wel
+zeshonderd Edelen zonder wapenen, doch beladen met goud en juweelen,
+waren in den tempel, toen De Alvarado van de Tlascalanen vernam, dat
+er onder die bijeenkomst der feestelingen heel wat anders school dan
+feestvreugde, en dat het plan er gesmeed werd om de Spanjaarden aan te
+vallen en Montezuma te bevrijden. Zonder onderzoek te doen naar de
+waarheid van dit beweren, greep De Alvarado de ongewapenden aan, en
+richtte met de zijnen een vreeselijk bloedbad aan, waarna de
+goudgierige Spanjaarden zich op de lijken wierpen om ze te plunderen.
+Had De Alvarado gedacht met deze handeling de Azteken door vrees te
+verpletteren, er gebeurde heel wat anders. De geheele stad kwam in
+opstand en begon het paleis der Spanjaarden te belegeren. De
+vreeselijke kanonnen mochten er honderden dooden, het hielp niet; voor
+honderd gevallenen kwamen dubbel zooveel wanhopige strijders in de
+plaats. Eindelijk verscheen Cortez in de nabijheid van Tenochtitlan,
+en Montezuma, die vol verlangen zijne terugkomst verbeid had, zond hem
+Gezanten tegemoet. Cortez evenwel, vernomen hebbende, dat Montezuma
+niet alleen in stilte met zijn volk onderhandelde, maar zelfs met
+Narvaëz in betrekking stond, beleedigde de Gezanten, en schold den
+Keizer uit voor »hond van een' Koning«. Hoogstwaarschijnlijk was er nu
+van verraad van Montezuma geene sprake, en dezelfde man, die tot
+lafhartigheid toe zich aan Cortez onderworpen had, was thans, door de
+beleediging hem aangedaan, diep verontwaardigd en gegriefd, en wat
+Cortez, wien aan de genegenheid en onderwerping van den Keizer bijna
+alles gelegen was om de oude verhouding te herstellen, ook deed, het
+gelukte hem slechts maar tendeele.
+
+[Illustratie: Keizer Montezuma door pijlen en steenen zwaar gewond.]
+
+Intusschen werd de toestand der belegerden met ieder oogenblik
+dreigender, en thans verlangde Cortez, dat Montezuma als bemiddelaar
+optreden zou, doch deze weigerde dit te doen. Eindelijk echter liet
+hij zich overhalen; hij kleedde zich, en met al de waardigheden van
+zijn' rang versierd, beklom hij den toren boven het paleis der
+Spanjaarden, en vertoonde zich aan het volk. Dadelijk heerschte onder
+den hoop, die bijna schouder aan schouder voor het paleis op het plein
+stond, eene sombere stilte, doch toen Montezuma begon te zeggen, dat
+hij verlangde dat al zijne onderdanen de wapenen zouden neerleggen, en
+dat hij een vriend van de Spanjaarden was, steeg er een woest
+geschreeuw op; pijlen snorden door de lucht, en groote steenen vielen
+in de richting van het torenplat. Getroffen door steenen en pijlen
+werd de arme Keizer door de Spanjaarden weggedragen en zorgvuldig
+verbonden. Cortez wilde hem in het leven behouden, doch in een
+onbewaakt oogenblik rukte Montezuma de verbanden van de wonden, die nu
+onherstelbaar waren, en den dertigsten Juni 1520 overleed hij.
+
+Grooter ramp had Cortez op dat oogenblik niet kunnen treffen, en er
+zat voor hem nu niets anders op dan de stad te verlaten. Dat moest
+evenwel in alle stilte geschieden. In den nacht tusschen den eersten
+en tweeden Juli maakte Cortez zich voor den aftocht gereed. De
+Keizerlijke versierselen en kroon-juweelen, die een' onnoemlijken
+schat vertegenwoordigden, liet hij op een paard laden, doch zijn volk
+verzocht hij zoo weinig goud mogelijk mede te nemen, omdat dit hun op
+den tocht last veroorzaken kon. Zijne oude soldaten gehoorzaamden hem,
+doch de soldaten van Narvaëz, die gedroomd hadden van schatten te
+zullen verzamelen, en die inplaats daarvan wanhopig hadden moeten
+strijden, luisterden er niet naar, en staken alle zakken vol met goud,
+juweelen en parelen.
+
+Eindelijk toen de heele stad in duisternis gehuld was, verliet Cortez
+met de zijnen en met de Tlascalanen zoo stil mogelijk het paleis.
+Reeds waren ze op een' der laatste dammen gekomen, en meenden ze in
+veiligheid te zijn, toen de Aztekische schildwachten den aftocht
+gewaar werden en alarm maakten. Oogenblikkelijk was de heele stad in
+beweging. De Priesters hitsten van de daken der tempels het volk tot
+wraakneming aan. Het meer zag zwart van kano's, tot zinkens geladen
+met woeste krijgers.
+
+»Voorwaarts! Voorwaarts!« klonken de bevelen van Cortez en zijne
+Bevelhebbers.
+
+Maar de orde werd verstoord, want zij, die achteraan kwamen, en dus
+het meest te lijden hadden van de steenen en de pijlen der Azteken,
+begonnen te duwen, te dringen en te schreeuwen. Ten deele waren de
+bruggen, die de dammen met elkander verbonden, weggenomen of
+afgebroken, en zij, die nu bij zulk eene afgebroken brug kwamen,
+werden door de opdringende menigte onbarmhartig in het meer geduwd. Er
+ontstond eene ontzettende verwarring en naar bevelen werd niet meer
+geluisterd; ieder trachtte zich te redden, zoo goed hij kon. De
+soldaten van Narvaëz echter, die zich zoo zwaar met goud beladen
+hadden, werden door het gewicht van hun' roof verhinderd te zwemmen en
+moesten verdrinken of werden levend gevangengenomen om als krijgsbuit
+aan den Oorlogsgod geofferd te worden.
+
+[Illustratie: Cortez in den »Nacht der treurigheid« op een' dam van
+Tenochtitlan.]
+
+Cortez verrichtte wonderen van dapperheid en wendde bijna
+bovenmenschelijke pogingen aan om de orde te herstellen. Het was
+echter alles vergeefsch, en pas tegen het aanbreken van den morgen
+bereikte hij met het overschot van zijn legertje den oever. Het was
+een treurig overschot, want meer dan de helft zijner soldaten had in
+het meer een' akeligen dood gevonden of wachtte in de gevangenis het
+verschrikkelijke oogenblik af om aan den Krijgsgod geofferd te worden.
+
+»_Noche triste!_« riep Cortez met tranen in de oogen uit, en thans
+noemt men nog altijd in Mejico iets, dat vreeselijk treurig is een
+»Noche triste« of »Nacht der treurigheid.«
+
+Al zijn geschut was verloren gegaan, en slechts enkele paarden waren
+overgebleven. De heele ruiterij bestond maar uit drieëntwintig man. De
+musketten waren weggeworpen; kruit en kogels lagen bij de kanonnen op
+den bodem van het meer.
+
+Hadden de Azteken, inplaats van in dolle vreugde het offerfeest te
+vieren, zich terstond op Cortez' bende geworpen, de Spanjaarden zouden
+dan onherroepelijk verloren zijn geweest. Nu echter hadden Cortez en
+de zijnen tijd om wat uit te rusten, en zich voor den tocht naar
+Vera-Cruz gereed te maken. Eer ze evenwel nog halverwegen waren,
+ontmoetten ze een ontzettend groot leger van Azteken, te wapen
+geroepen door Cuitlahuac, den broeder en opvolger van Montezuma.
+
+»Overwinnen of sterven, broeders,« sprak Cortez tot de zijnen, en
+allen beaamden het ten volle, en geloofden dat het »sterven« zijn zou,
+want zonder kanonnen of musketten konden ze zulk eene verpletterende
+overmacht niet keeren. Dat »zich overgeven« hetzelfde was, als »aan de
+Goden geofferd worden,« ieder wist dat, en zoo ving men den ongelijken
+kamp aan, vast besloten zijn leven zoo duur mogelijk te verkoopen. De
+aanval werd zelfs door de Spanjaarden en trouwe Tlascalanen gedaan,
+doch reeds scheen voor Cortez alles verloren te zijn, toen hij den
+Aanvoerder van het vijandelijke leger in het oog kreeg, die met
+opgeheven banier den slag bestuurde. Het was eene wanhopige poging,
+maar het eenige middel tot behoud.
+
+»Santiago! Santiago! Volgt mij!« riep hij, en vergezeld door enkele
+ruiters rende hij op den Aztekischen Bevelhebber toe, ontrukte hem de
+banier en doodde hem.
+
+De heilige krijgsbanier in handen van den vreeselijken »Malinche!«
+Ontzetting greep de Azteken aan, en zij die op het punt stonden om
+alle Spanjaarden te dooden, sloegen nu op de vlucht, achtervolgd door
+Spanjaarden en Tlascalanen, die de moordbijl zwaaiden tot vermoeidheid
+hen dwong ze neer te leggen. Deze schitterende overwinning behaalde
+Cortez den achtsten Juli 1520 bij Otumba.
+
+Zwaar gekwetst kwam Cortez in de hoofdstad van zijne getrouwe
+Tlascalanen aan, en verscheidene dagen lag hij daar tusschen leven en
+dood. Zijn sterk gestel echter zegevierde; hij herstelde. En wat hij
+in het ijlen der wondkoorts uitgeroepen had: »Ik zàl Mejico
+onderwerpen!« dat begon hij nu, waar hij weer de oude, veerkrachtige
+man was, terstond te beproeven. Na den verschrikkelijken slag bij
+Otumba schenen de Azteken met verlamming geslagen te zijn, want dat
+dit kleine hoopje Spanjaarden op honderdduizenden de overwinning
+behalen kon, dat moest iets goddelijks zijn; het kon niet anders. De
+eene stad na de andere werd dan ook door Cortez ingenomen, en toen
+Velasquez, niet wetende, dat Narvaëz in boeien lag, andermaal
+versterkingen zond, lieten de nieuw aangekomen benden, toen ze
+vernamen hoe de zaken stonden, zich gemakkelijk overhalen om onder
+Cortez' vanen dienst te nemen. Bij de eerstvolgende wapenschouwing,
+die gehouden werd, bleek dat het leger bestond uit zeshonderd
+voetknechten, gewapend met hellebaarden, lansen en zwaarden, tachtig
+musketiers, veertig ruiters en ongeveer tweehonderd duizend
+Tlascalanen en andere Indianen. Verder had hij nu alweer twaalf
+kanonnen en een' voldoenden voorraad van kruit, lood en
+levensbehoeften. Wat belette hem thans om den dood te wreken van hen,
+die in den »Noche triste« gevallen waren? De vrees en schrik zaten er
+bij de Azteken in, en Cortez meende, dat hij veilig kon overgaan om
+Tenochtitlan in te nemen en te plunderen. Was de hoofdstad gevallen,
+dan zouden daarbij duizenden en duizenden Azteken omgekomen zijn en de
+verdere verovering van het land zou niet veel moeielijkheden baren.
+
+Thans hield Cortez in dien geest eene toespraak tot het leger en de
+Spaansche soldaten waren terstond bereid om met hem op te trekken, en
+toen Marina de toespraak ook vertaald had voor de Tlascalanen en
+andere bondgenooten, toonden ook dezen zich bereidwillig om den
+»Malinche« te volgen. Wilde hij echter met hoop op een' goeden uitslag
+het beleg van Tenochtitlan ondernemen, dan had hij schepen noodig,
+welke in den omtrek van het meer zouden gebouwd worden. Gedurende den
+tijd, dat men aan die schepen werkte, werden er benden uitgezonden,
+die de steden, daar in den omtrek gelegen, innamen en plunderden.
+Bijna nergens werd tegenweer geboden. Eindelijk waren de schepen klaar
+en Cortez liet ze door de Tlascalanen naar het meer dragen en te water
+brengen, en toen men dit gedaan had, kreeg Narvaëz, ditmaal uit
+Hispaniola, eene versterking van tweehonderd man, tachtig paarden en
+een groot aantal kanonnen. Wat voor Narvaëz gekomen was, nam Cortez,
+en de mannen waren met dien ruil van Bevelhebber zeer tevreden.
+
+Te midden van al deze bedrijven was het inmiddels al Juli van het jaar
+1521 geworden. Het volk werd ongeduldig en wilde, nu men eene
+voldoende macht bijeen had, ook maar aanstonds de verovering van
+Tenochtitlan beginnen, doch Cortez, die zijn' vijand maar al te goed
+kende, en wist hoe alleen voorzichtigheid en beleid hier zegevieren
+konden, maande tot geduld en kalmte aan. De broeder van Montezuma was,
+na zijne korte regeering, gestorven, en door zekeren Guatemozin, een
+verklaard vijand van de Spanjaarden en een geducht krijgsman,
+opgevolgd. Hiermede diende rekening gehouden te worden, want de Keizer
+zoowel als zijne onderdanen begrepen, dat het te doen zou zijn om den
+ondergang der Azteken en van het Mejicaansche rijk, of om den
+ondergang der Spanjaarden. In een' krijgsraad werd nu, tegen den zin
+van Cortez, besloten, om den derden Juli reeds een' aanval op de heele
+stad te doen. Wel trachtte Cortez dit tegen te houden, doch men
+luisterde niet naar hem. Gereed staande om den aanval te beginnen,
+waarschuwde Cortez nog, om niet te snel voort te trekken, zelfs dan
+niet, als ze een open terrein voor zich hadden. Hij kende de manier
+van oorlogvoeren der Azteken en wist, dat ze den schijn zouden
+aannemen, van te vluchten. Ook deze raad van Cortez werd niet
+opgevolgd, en vol overmoed kwamen de soldaten over de dammen tot diep
+in de stad. Op eenmaal echter liet Guatemozin van zijn paleis den
+krijgshoorn klinken, en de vluchtelingen werden aanvallers. Cortez
+snelde toe om zijne makkers bij te staan en viel gewond in het meer.
+»Malinche! Malinche!« joelden de Azteken, en verscheidene handen waren
+gereed hem gevangen te nemen, toen een der Spaansche soldaten zijn
+leven opofferde om zijn' Veldheer te redden. Met zware verliezen waren
+de Spanjaarden afgeslagen, en aan den oever van het meer gelegerd,
+zagen ze des nachts, dat hunne gevangengenomen makkers, bij
+fakkellicht, boven op de daken der tempels, aan de Goden geofferd
+werden. In zijn' overmoed liet nu Guatemozin tot ver in het land
+verkondigen, dat de Krijgsgod door de laatste offers voldaan was, en
+dat binnen acht dagen geen enkele Spanjaard meer over zou zijn. Door
+deze profetie verschrikt, verlieten de meeste Bondgenooten, waaronder
+zelfs vele Tlascalanen waren, de legerplaats van Cortez, die alleen
+zeide: »Trekt maar niet te ver, want over acht dagen zult gij zien,
+dat alle Spanjaarden er nog zijn!« Toen nu werkelijk eene week later
+zelfs niet één Spanjaard gevallen was, kwamen al de Bondgenooten terug
+en Cortez had gewonnen spel. Gewonnen spel had hij ook door te zeggen,
+dat de eerste aanval mislukt was, omdat men niet naar zijn' raad
+geluisterd had.
+
+»Men moet met behoedzaamheid langzaam voorwaarts dringen,« zeide hij.
+»Komt men bij een huis, men breke het af en gebruike het puin om de
+grachten te vullen en de dammen te versterken.«
+
+Zoo deed men meer dan eene maand lang. De prachtigste paleizen lagen
+in puin en vulden de grachten of het meer. De eene straat na de andere
+verdween en steeds kleiner werd de plek, waar de verdedigers stand
+hielden, te midden van den vreeselijksten hongersnood. Den derden
+Augustus 1521 werd de laatste versterking ingenomen en met den grond
+gelijk gemaakt, en--het schoone Tenochtitlan was verdwenen van de
+oppervlakte der Aarde. Guatemozin werd gevangen voor Cortez gebracht
+en zeide: »Malinche, ik heb alles gedaan, wat een krijgsman doen kon.
+Het hielp mij niet. Neem nu uw zwaard en dood mij, want het leven is
+mij eene ergernis.«
+
+»Neen, Guatemozin, vrees niet! Malinche doodt geene helden als gij
+zijt,« antwoordde Cortez. »Uw leven is veilig!«
+
+Het was te veel gezegd. Waar waren de onbegrijpelijk groote schatten
+aan goud, edelgesteenten en parelen gebleven? Niemand kon ze vinden,
+en nu eischte het volk, dat men Guatemozin op de pijnbank leggen zou,
+opdat hij bekende, waar ergens al die schatten gebleven waren. Cortez
+wilde er eerst niets van weten, doch toen het volk tot oproer dreigde
+over te slaan, gaf hij toe. Het pijnigen hielp niet, en welk een moed
+Guatemozin had, bleek wel hieruit, dat hij een' klagenden vriend, die
+ook op de pijnbank gefolderd werd, kalm toevoegde: »Denkt gij dan,
+mijn vriend, dat ik in een bad lig?« Cortez, dit pijnigen moede, liet
+beide Vorsten wegvoeren.
+
+Na de verwoesting van Tenochtitlan, waarbij, den eersten aanval
+uitgezonderd, slechts weinig Spanjaarden gesneuveld waren, had de
+verovering van het Mejicaansche rijk zooveel moeite niet meer in,
+zoodat Cortez, na eenigen tijd, aan Koning Karel melden kon, dat hij
+een land aan Spanjes Kroon gebracht had, veel grooter dan het heele
+gebied zijns Konings in Europa, en zóó rijk, dat de schatten eenvoudig
+niet te overzien waren.
+
+Er heerschte in dat bericht geene overdrijving, want Mejico was langs
+den Stillen Oceaan zevenendertighonderd en vijftig, en langs den
+Atlantischen Oceaan drieduizend Kilo-meter lang. Nog steeds grooter
+werd dit wingewest door de ontdekkingen en veroveringen, die enkele
+Veldheeren van Cortez deden. Zoo veroverde De Alvarado, die onder de
+Azteken den bijnaam van »Tonatiuk«, dat is »Zoon der Zon«, ontvangen
+had, in 1523 dát deel van Middel-Amerika, hetwelk wij thans onder den
+naam van Guatamala kennen, terwijl een ander Veldheer, wiens naam ik
+niet vermeld vond, in hetzelfde jaar Honduras aan de Kroon van Spanje
+bracht.
+
+Het bericht van die groote ontdekkingen bewoog in Spanje tal van
+lieden zich onder Cortez' vanen te scharen teneinde nieuwe
+veroveringen te doen. Maar honderden kwamen ook, wien het alleen om
+goud te doen was, en deze laatsten juist waren het, die alweer onrust
+en verdeeldheden in de Kolonie brachten. Zoo lang deze lieden maar
+niet in hunne handelingen gestoord werden, en Cortez hen hielp wanneer
+ze door hunne hebzucht in moeielijkheden kwamen, ging alles goed, doch
+wanneer hij ook voor de rechten der Azteken opkwam, en dezen durfde
+verdedigen, liep het mis, zoodat de positie van Cortez ten slotte al
+niet veel beter werd dan die van Columbus eenmaal was. Bovendien, De
+Fonseca leefde nog altijd, en deze was een vriend van Velasquez,
+zoodat we niet behoeven te vragen, wat gebeurde. Op zijn aanraden werd
+door Koning Karel een' zekeren Don Christoval De Tapia naar
+Nieuw-Spanje gezonden om als Stadhouder op te treden. Toen De Tapia
+evenwel te Vera-Cruz aangekomen was, zag hij wel in, dat er geene
+sprake was van Cortez eenvoudig af te zetten, want niemand wilde er
+naar luisteren. Hij ging dus weer terug naar Spanje en wist daar zelfs
+voor den grooten held zóó te werken, dat Koning Karel Cortez den
+vijftienden October 1522 tot Stadhouder, Opperbevelhebber en
+Opperrechter van »Nieuw-Spanje,« zoo werd Mejico voortaan genoemd,
+aanstelde.
+
+Drie jaar lang heerschte Cortez als zoodanig, en de Azteken en andere
+onderworpen volksstammen mochten van geluk spreken, want hij was niet
+wreed of bloeddorstig en strikt rechtvaardig. Het is waar, hij liet
+Guatemozin terdood brengen, en Cortez' vijanden zeiden, dat hij
+onschuldig terdood veroordeeld werd. De vrienden van Cortez
+daarentegen beweerden, dat Guatemozin deelgenomen had aan eene
+samenzwering en dus wel degelijk schuldig was.
+
+Hoewel Cortez nu eene schitterende betrekking bekleedde, dreef zijn
+onrustig karakter hem aan om telkens nieuwe tochten te doen, welke nu
+juist niet altijd even voordeelig voor hem afliepen. Zoo deed hij in
+1528 eene reis naar Spanje, en zijn onmetelijk vermogen stelde hem in
+staat om aan het Spaansche Hof te verschijnen met eene ongeëvenaarde
+pracht. Hij en zijn talrijk gevolg van Aztekische Edelen spreidden
+een' luister en een' rijkdom ten toon, welke noodwendig heel wat
+anders dan verblinden moest, waar de naijver door zijne heldendaden
+nog lang niet tot zwijgen gebracht was. Cortez was naar Spanje gekomen
+met het doel, zich te verdedigen tegen de beschuldigingen, die tegen
+hem ingebracht waren. Men had hem beticht, dat hij misbruik van zijn
+gezag maakte, dat hij de Azteken steeds behandelde, alsof hij hun beul
+was, alleen om zichzelven rijkdommen te verschaffen, dat hij den
+Godsdienst niet ijverig liet prediken, en zelf voorging in eene
+onzedelijkheid, die met het Evangelie niet te rijmen was, door zijne
+Gemalin Donna Catalina schandelijk te verlaten en met Marina te leven.
+
+Nu, veel ervan was waar, want vroom en deugdzaam was Cortez
+allerminst, doch de beschuldigingen waren toch onbillijk. Cortez was
+in zijn privaat leven niet beter, maar ook niet slechter dan alle
+andere Ridders en Edelen, en onwaar was het, dat het hem met de
+prediking van het Evangelie geen ernst was. Hij had echter aan zijne
+trouwe Tlascalanen gezien, hoe uiterst voorzichtig hij met de
+Evangelie-verkondiging moest te werk gaan. Zijne meening was het
+Christendom zóó te prediken, dat men er toe kwam, het vrijwillig en
+niet gedwongen aan te nemen. Ongetwijfeld waren er velen, die hem
+hierin gelijk gaven, doch de ijveraars waren er niet mede tevreden.
+Dat Cortez zich verrijkte, ten koste der Azteken, was ook waar, doch
+indien hij dat recht niet had, dan had de Spaansche Kroon het toch ook
+niet. Mejico was veroverd zonder dat de Azteken van hunne zijde iets
+gedaan hadden, dat den Spanjaarden daartoe eenig recht gaf.
+
+Intusschen maakte Cortez door den luister, dien hij tentoon spreidde,
+er zijne zaak niet beter op. Wel wist hij alle beschuldigingen te
+wederleggen, en werd hij door Koning Karel in het gelijk gesteld, maar
+hiermede had hij zijn pleit nog niet gewonnen. Koning Karel was een
+zeer staatkundig Vorst, die, wilde hij zich als Koning van Spanje,
+Keizer van Duitschland, Heer der Nederlanden en Oppermachtig Gebieder
+der Nieuwe Wereld handhaven, verplicht was, hier en daar toe te geven
+waar hij, zoo hij vrij geweest ware, dit stellig niet zou gedaan
+hebben. Zeer goed zag Koning Karel in, dat hij moest toegeven aan den
+drang van Cortez' vijanden. Hij gaf hem daarom den titel van Markies
+Del Balle, en schonk hem in Nieuw-Spanje de landstreek Oaxaca als
+Leen. Verder benoemde hij hem tot Opperbevelhebber over het leger en
+tot Admiraal van den Stillen-Oceaan, doch tot Onder-Koning werd
+benoemd Don Antonio De Mendoza.
+
+Teleurgesteld keerde Cortez naar Nieuw-Spanje terug, na inmiddels,
+daar hij weduwnaar geworden was, in zijn Vaderland met eene Gravin in
+het huwelijk getreden te zijn. Hij vestigde zich in zijn nieuw Leen,
+dat zeer rijk en vruchtbaar was, en in grootte menig Europeesch
+Koninkrijk overtrof. Hoewel hij aanvankelijk zich in zijn lot scheen
+te zullen schikken, en als een machtig Land-edelman leefde, had hij er
+op den duur geen behagen in, en begon hij zich uit te rusten voor
+nieuwe ontdekkingen en veroveringen. Dat er ver in het zuiden een
+»Goudland« was, dat wist hij, en hij had zelfs Pizarro hierin reeds
+wenken gegeven. Zelf wilde hij daar niet heen, want naar zijne meening
+lagen er ten Noorden van Nieuw-Spanje ook landen, die nog rijker aan
+goud waren dan het land der Azteken. Die landen wilde hij ontdekken en
+veroveren. Met opoffering van het grootste deel van zijn vermogen
+mocht het hem gelukken om in 1536 Californië te ontdekken, doch zonder
+voordeel, want de rijke mijnen, die daar aangetroffen werden, zouden
+pas driehonderd jaar later gevonden worden.
+
+Teleurgesteld in alles keerde hij in 1540 naar Spanje terug, waar men
+hem zoo goed als links liet liggen. Verdrietig trok hij zich nu uit
+het openbare leven terug, en de man, wiens naam genoemd zal worden,
+zoolang het menschdom bestaat, stierf als een vergeten burger op een
+landgoed in de nabijheid van Sevilla, den tweeden December 1547 aan
+eene ingewands-ziekte.
+
+ * * * * *
+
+Nog altijd wordt Cortez zeer verschillend beoordeeld, doch naar mijne
+meening begaan zij, die hem veroordeelen, de groote fout, dat zij de
+onrechtvaardige handelingen van een geheel Volk laden op één' man, en
+hem zóó het uitgestrekte veld der Historie injagen, zooals vroeger de
+Israëlieten den bok, beladen met de zonden des volks, de woestijn
+injoegen. Trots al zijne ondeugden en gebreken kan ik in Cortez niets
+anders zien dan een' man, die in groote daden en zelfs in vele deugden
+uitblonk boven duizenden zijner tijdgenooten. In alle gevallen plaats
+ik hem ver boven den man, die Peru aan de Spaansche Kroon bracht.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII.
+
+ZUID-AMERIKA ONDER SPANJAARDEN EN PORTUGEEZEN.--NEDERLANDERS EN
+ENGELSCHEN IN AMERIKA.
+
+
+Jaren lang had men den Archipel tusschen Noord- en Zuid-Amerika reeds
+doorkruist, kustlanden had men er ten Zuiden, ten Westen en ten
+Noorden van gevonden, maar nog altijd lag het vasteland in het Zuiden
+zoo goed als onbekend. Zelfs een Del Magelhanes kon dat groote
+Zuidelijke vasteland omzeilen, zonder er aan te denken om te
+onderzoeken of het ook waar was, wat al de Wilden, zonder eenige
+uitzondering, aan Columbus verteld hadden, dat het land, waar veel
+goud was, ten Zuiden lag.
+
+En dat land was er werkelijk, en één man was er, die reeds geruimen
+tijd geleden begeerige blikken naar die onbekende streken geworpen
+had. Wij hebben hem reeds tegenover De Balboa zien staan, en hoorden
+hem toen Francisco Pizarro noemen.
+
+Buiten huwelijk in 1478 geboren, weggeloopen van achter de zwijnen,
+die hij hoeden moest, en als soldaat in dienst getreden, kwam hij in
+de Nieuwe Wereld aan om daar eene rol te spelen, welke in schitterende
+krijgsdaden, die van Cortez misschien wel overtrof. Dezelfde man, die
+niet lezen of schrijven kon, zou Spanje in de gelegenheid stellen,
+zich in schatten te kunnen baden, en wat aan een beschaafd en wel
+onderwezen man, als Columbus of Cortez, niet gelukt was, dat gelukte
+dezen soldaat van fortuin: hij wist zich in zijn gezag te handhaven
+tot hij viel onder de dolken zijner vijanden.
+
+[Illustratie: FRANCISCO PIZARRO. (Geb. 1478, vermoord 1541.)]
+
+Na onder De Hojeda en Pedrarias, als ondergeschikt Bevelhebber gestaan
+te hebben, werd hij eindelijk Stadhouder van het landschap Uraba, doch
+het was er verre af, dat deze aanzienlijke betrekking zijne eerzucht
+bevredigde; hij wilde meer zijn, en zonder ophouden dacht hij aan dat
+land ver in het Zuiden, waarvan de inboorlingen van Uraba hem zoovele
+wonderen wisten te verhalen.
+
+Het was werkelijk een wonderland, zooals later bleek. Het heette Peru,
+en bevatte door zijne ligging bijna alle planten der wereld en het
+bezat ook groote dieren, die, tam gemaakt, den mensch groote diensten
+bewezen. Deze dieren waren de lama's of kameelschapen. Het goud was in
+dat land in zulk een' overvloed aanwezig, dat men er bijna hetzelfde
+gebruik van maakte, als heden ten dage van het ijzer in onze streken.
+Maar dat land onderscheidde zich door nog wat anders dan door rijkdom
+aan voortbrengselen uit de drie rijken der natuur, het onderscheidde
+zich door beschaving en door regeeringsvorm. De beschaving der
+Peruanen was evenwel eene heel andere dan die der Azteken, en stellig
+is dit voor een groot deel toe te schrijven aan het bezit van dieren,
+die men tot trek- en lastdieren afgericht had. Het is moeielijk te
+bepalen hoe heel anders onze eigen Maatschappij zijn zou, zoo we geene
+koeien en paarden hadden. Nog veel meer dan nu het geval is, zouden we
+onzen geest gericht houden op het vinden van machines om de werkkracht
+te vermeerderen. Daar de meeste machines echter met de kennis der
+natuur in verband staan, zoo spreekt het vanzelf, dat de Azteken er al
+heel weinig hadden, doch ze trachtten dat te vergoeden door het houden
+van slaven. In Peru was, voornamelijk omdat men er trek- en lastdieren
+had, de slavernij zoo goed als onbekend, en daardoor waren ook de
+zeden zachter. Om slaven te verkrijgen moesten de Azteken telkens
+oorlog voeren, en daardoor is het geen wonder, dat de Krijgsgod hun
+voornaamste God was. Ook de Peruanen voerden oorlogen, doch niet om
+slaven te verkrijgen, maar alleen om het Rijk uit te breiden en andere
+Volken te regeeren volgens de wetten van Manco Capac.
+
+Eeuwen geleden, zoo vertelde men, waren de Peruanen wilde en woeste
+menschen. Eensklaps echter verschenen onder hen een man en eene vrouw
+van eene prachtige gestalte en eene heerlijke gedaante. Ze hadden
+kleederen aan, en wisten zooveel als de Goden. De man heette Manco
+Capac en de vrouw Mámá Ocollo.--Manco Capac leerde den mannen allerlei
+mannelijke bedrijven en handwerken, en Mámá Ocollo leerde aan de
+vrouwen spinnen, weven en velerlei huiselijk werk. Na den dood dezer
+twee zette hun zoon het werk zijner Ouders voort, en gaarne erkenden
+de Peruanen ook dezen tot hun Opperhoofd of Inka. Manco Capac en Mámá
+Ocollo hadden den vrede bemind, en beschaving van den geest hooger
+gesteld dan ruw wapengeweld. Zij hadden den Peruanen ook geleerd, dat
+er een Wezen was, dat alles, wat op Aarde is, geschapen heeft. Om dat
+geschapene te onderhouden, had Hij iemand aangesteld tot Hoofdgod, en
+dezen alleen moesten alle menschen dienen en aanbidden. Deze Hoofdgod
+was de Zon.
+
+Wie die Manco Capac en Mámá Ocollo geweest zijn, niemand, die het
+weet. De beschaving der Tataren en Indiërs echter, waarvan Marco Polo
+zooveel verhaald heeft, de wijze waarop ze gekleed gingen en hunne
+huizen bouwden en versierden, geven veel zekerheid aan de meening, dat
+Peru beschaafd werd door Mongolen, Indiërs of Perzen, en
+waarschijnlijk wel door de laatsten, want de Zonnedienst der Peruanen
+kwam in vele opzichten overeen met dien der Perzen.--Dat een Hoofdgod
+als de Zon, die slechts goed doet, eene heel andere richting aan de
+beschaving moest geven dan een Hoofdgod, die zich bloedige
+menschenoffers laat brengen, gevoelt ieder. Het Rijk der Inka's was
+dan ook in den loop der eeuwen een land geworden met instellingen,
+waarvan de Spanjaarden bijna niets begrepen. De heele oppervlakte van
+het Rijk was in drie deelen verdeeld, en die deelen behoorden aan den
+Hoofdgod, den Inka en zijn geslacht, en het Volk, doch alle drie de
+deelen moesten door het Volk bearbeid worden. Geen land werd veroverd,
+of de bodem werd terstond staatseigendom, en op de bepaalde wijze
+verdeeld. Met de opbrengst van het Kroonland, als wij het zoo noemen
+mogen, bezoldigde de Inka niet alleen zichzelven en zijne familie,
+maar ook de Edelen en alle anderen, die hij wilde begunstigen. De
+Peruanen bestonden uit drie standen, en wel uit den Priester- en
+Adelstand en uit het Volk. De familie der Inka's behoorde tot geen'
+stand; daartoe was ze te verheven. Kunsten en wetenschappen werden
+vlijtig beoefend door den Priester- en Adelstand, doch altijd onder
+toezicht van den Inka. Aan eenige ontwikkeling van het Volk werd niet
+gedacht. Het Volk was er alleen tot welzijn van het Peruaansche Rijk,
+als geheel, en om dat welzijn nu te bevorderen, zorgden de Inka's
+steeds, dat het Volk alles had, wat het als »dier« noodig had om te
+leven. We zouden het Peruaansche Volk dan ook geen' beteren naam
+kunnen geven dan »uitmuntend onderhouden machine«. Veel nadenken
+vereischt het echter niet, dat hetzelfde Volk, hoe de ontwikkeling van
+den geest ook onderdrukt werd, bij het dagelijksch zien der verfijnde
+beschaving van Inka's, Priesters en Edelen, vanzelf langzamerhand aan
+dat machinale leven en werken moest ontgroeien, en dat men maar op
+eene gelegenheid wachtte om zich uit dien vernederenden staat op te
+heffen. Die gelegenheid kwam. We zeiden hierboven reeds, dat het
+geslacht der Inka's eigenlijk tot geen' stand behoorde, en daarom was
+er bepaald, dat de zoons uit dat geslacht slechts met de dochters uit
+dat geslacht, sommigen beweren met hunne eigen zusters, mochten huwen.
+
+Ook Inka Huana Capac had dat gedaan, en uit dit huwelijk had hij een'
+zoon Huascar geheeten. Weduwnaar geworden, veroverde hij het machtige
+Rijk Quito, en, tegen alle wetten in, huwde hij voor de tweede maal
+met eene dochter van den Koning van Quito. Ook uit dit huwelijk werd
+hem een zoon geboren, dien hij den naam van Atahualpa of Athabaliba
+gaf. Had het veler ontevredenheid verwekt, dat Huana Capac de oude
+wetten met voeten trad, toch had men gezwegen, want hij was een
+uitnemend Vorst. Bij zijn overlijden had hij echter bepaald, dat
+Huascar hem in Peru, en Atahualpa in Quito zou opvolgen, en dit was
+andermaal eene inbreuk maken op de wetten, die bepaalden, dat de
+oudste zoon van den Inka, bij den dood zijns Vaders, Inka werd over
+het geheele Peruaansche Rijk. Geen land, hoe groot of klein ook, of
+het behoorde, zoodra het veroverd was, tot het Inka-gebied, dat één en
+ondeelbaar was. Nauwelijks was dan ook Huana Capac, als mummie, op
+een' gouden stoel in de schitterende begraafplaats der Inka's
+gebracht, of de strijd tusschen de broeders uit de twee verschillende
+huwelijken ontbrandde. Het behoeft niet gezegd te worden dat zij, die
+alle oude vormen en wetten onveranderd en ongeschonden wilden bewaren,
+zich schaarden aan de zijde van Huascar, terwijl zij, die gaarne
+verandering gebracht zagen in het machinale leven en werken, de partij
+kozen van Atahualpa.
+
+We hebben lang stil gestaan bij iets, wat men alweer geene »ontdekking
+van Amerika« noemen kan, doch daar het woord »ontdekking« steeds
+vergezeld is door het woord »verovering«, zoo moeten wij dit hier
+doen, want zonder dien strijd tusschen de Peruaansche Conservatieven
+en Revolutionnairen uit het begin der zestiende eeuw, zou het Pizarro
+nimmer gelukt zijn, zich meester te maken van het rijk en van de
+schatten der Inka's. Het zij evenwel terstond gezegd, dat Pizarro en
+de zijnen niets wisten van die binnenlandsche verdeeldheid, waar ze
+een »Goudland« gingen zoeken, dat volgens de geruchten ergens in het
+Zuiden lag. Ze vernamen dat later.
+
+Toen Pizarro eenmaal besloten had om dat onbekende, rijke land op te
+sporen, verbond hij zich met zekeren Diego Almagro, en beiden zeilden
+met twee kleine scheepjes uit. Hun tocht was evenwel zeer rampspoedig,
+en bijna een jaar later kwamen ze onverrichter zake terug, zonder
+evenwel den moed opgegeven te hebben. Een rijk man Gaspar De Espinosa,
+die te Santa-Maria of daar ergens in den omtrek woonde, liet zich door
+Hernando De Luque, een' Priester, overhalen om geld voor de werving en
+het bouwen van twee schepen voor te schieten. Waar De Luque met de
+twee avonturiers een verbond aanging, meende De Espinosa voldoende
+waarborg te hebben voor de twintigduizend onsen goud, die hij in deze
+onderneming stak.
+
+Deze tweede tocht scheen voordeeliger te zullen zijn dan de eerste,
+want nog niet heel lang waren ze onderweg, of ze veroverden een dorp,
+en bemachtigden daarbij zooveel goud, dat Almagro met zijn schip, rijk
+geladen, naar Panama terugkeerde. Men deed dit vooral om avonturiers,
+die aan den goeden uitslag getwijfeld hadden, te lokken met Almagro
+terug te keeren naar het schip van Pizarro, die inmiddels den tocht
+zou voortzetten. Toen evenwel Almagro met versterking terugkwam, moest
+men de verdere reis voor eene poos staken, omdat het jaargetijde in
+hun nadeel was. Toen eindelijk weer en wind zóó waren, dat men verder
+trekken kon, kregen ze het bij het kleine eiland Gallo, bij de kust
+van Quito gelegen, met de inboorlingen zóó te kwaad, dat er besloten
+werd dat Almagro andermaal naar Panama om versterking zou gaan, en in
+dien tusschentijd zou Pizarro op dit eiland Gallo hem afwachten.
+
+De nieuwe Landvoogd van Goud-Castilië en Nieuw-Andalusië, die
+Pedrarias opgevolgd was en Don Pedro De los Rios heette, wilde evenwel
+niets van nieuwe wervingen weten, en zond zelfs een schip uit om
+Pizarro van het eiland Gallo terug te halen, en hem te verbieden, den
+ontdekkingstocht voort te zetten. Het schip van De los Rios vond
+Pizarro met de zijnen in een' ellendigen toestand, doch Pizarro was
+niet te bewegen om naar Panama terug te keeren, en toen Almagro en De
+Luque hem eindelijk eenige versterking en levensmiddelen zonden,
+besloot hij den tocht voort te zetten.
+
+Zijne volharding werd met den meest begeerden uitslag bekroond, want
+eindelijk kwam hij op de kust van Peru aan. Hoe stond hij verbaasd
+daar eene schoone havenstad te vinden! Voor de haven en zelfs tot diep
+in zee wemelde het van uitmuntend gebouwde booten, die van zeilen en
+roer voorzien waren. De inwoners waren allen zeer goed gekleed,
+beleefd en voorkomend. Zij vertelden, dat hunne stad Toembez heette,
+en een paar mannen van Pizarro's schip kregen zelfs vergunning om aan
+den wal te komen en den zonnetempel binnen te treden. Weer aanboord
+teruggekeerd, waren ze niet uitgesproken over de schatten van goud en
+zilver, die ze gezien hadden. Pizarro voer nog een heel eind het
+Zuiden in, doch hoe verder hij kwam, hoe meer hij zag, dat hij hier
+niets uitrichten kon. De inwoners waren volstrekt niet bevreesd voor
+de mannen met baarden, en beschouwden hen alleen, als een soort van
+hemelsche wezens, aan wie donder en bliksem onderworpen waren. Wilde
+men hier wat in het belang van de Spaansche Kroon verrichten, dan was
+er eene veel sterkere macht noodig, en daarom keerde Pizarro naar
+Panama terug, in de hoop, dat zijne verhalen van hetgeen hij en zijn
+volk gezien hadden, tal van mannen bewegen zou om te beproeven, dat
+machtige land met al zijne schatten te veroveren. Om het niet te laten
+enkel bij verhalen, bracht hij ook eene groote hoeveelheid goud mede,
+dat hij op eene gemakkelijke manier tegen kleinigheden ingeruild had.
+Van Toembez had hij bovendien twee inwoners aanboord, die vrijwillig
+met hem medegegaan waren.
+
+Toen hij evenwel te Panama aankwam, was Don Pedro De los Rios nog
+altijd even vijandig aan het plan. Hij diende nu, van achteren bezien,
+wel de wetenschap niet, maar hij toonde toch, dat hij eene groote
+uitzondering op vele Spanjaarden maakte, want hij verbood alle
+werving, en zeide, dat er al meer dan genoeg menschenlevens geofferd
+waren voor een handvol gouds en een paar Peruaansche schapen, die
+Pizarro medegebracht had. Wilde het driemanschap hun plan doorzetten,
+dan moest men andere middelen te baat nemen, en hiertoe werd besloten.
+Men wilde, om tot het groote doel te geraken, niet langer den
+kostbaren tijd zoek maken door met een' koppigen Gouverneur te
+onderhandelen, maar sloeg den Koninklijken weg in. Pizarro zou naar
+Spanje gaan, en daar den Koning om zijne hulp vragen. Na eene
+voorspoedige reis kwam Pizarro in zijn Vaderland, en verscheen bijna
+tegelijkertijd met Cortez aan het Hof. Hij werd daar zeer goed
+ontvangen, en Koning Karel aarzelde geen oogenblik om den moedigen
+avonturier en twee deelgenooten te steunen met zijne volkomen
+goedkeuring. Geld of schepen vroeg Pizarro niet, zoodat Koning Karel
+hem gemakkelijk veel beloven, en goedkoop veel geven kon. Den
+zesentwintigsten Juli 1529 werd dan ook tusschen den Koning van Spanje
+en Pizarro het volgende verbond gesloten. Pizarro verbond zich van
+zijne zijde om het machtige en rijke Peru te veroveren voor de
+Spaansche Kroon, en was hem dit gelukt, dan stelde Koning Karel van
+zijne zijde Pizarro aan tot Stadhouder en Opperbevelhebber van Peru,
+terwijl Almagro als Bevelhebber van Toembez tot den Adelstand verheven
+werd, in welke laatste eer Pizarro natuurlijk ook deelde, daar de
+Koning hem tot Ridder van San-Jago sloeg. De Luque zou Bisschop van
+Toembez worden, doch alle benoemingen, zoo van Officieren als
+Ambtenaren, zou een recht zijn, dat alleen aan het Stadhouderschap
+verbonden was. Aan dit laatste voordeel was het bezwaar verbonden, dat
+Pizarro al de kosten voor zijne eigen rekening zou nemen. Nu, dat
+wilde de avonturier wel, want niet alleen had hij voor zijn plan de
+Koninklijke goedkeuring verworven, hij had ook een' raad ontvangen,
+die het welslagen zijner onderneming zoo goed als verzekerde. Cortez
+had hem namelijk aangeraden met Atahualpa te doen, wat hij indertijd
+met Montezuma gedaan had, en Pizarro, die ontwaard had, dat de
+Peruanen zeer argeloos waren, meende dat Atahualpa even goed in de val
+gelokt zou worden als Montezuma.
+
+Verlokt door de schitterende aanbiedingen, die hij deed, nam hij uit
+Spanje, behalve vier zijner broeders, nog een groot aantal mannen
+mede, die onder zulk een' Aanvoerder het wel eens wagen wilden een
+land vol goud en zilver te veroveren. Almagro en De Luque waren met de
+tijdingen, die Pizarro medebracht, niet zeer ingenomen. Zij handelden
+immers in gemeenschap? En waarom moest hij dan zoo hoog boven hen
+verheven worden? Er ontstond tusschen Pizarro en Almagro een hevige
+twist, die nog hooger liep toen de vier broeders van Pizarro er zich
+in mengden, en reeds bestond het gevaar, dat de heele onderneming in
+duigen vallen zou, toen De Luque en De Espinosa, die beiden reeds
+zulke groote sommen voorgeschoten hadden, de zaak wisten bij te
+leggen, door Pizarro over te halen, afstand te doen van zijne
+benoeming tot Opperbevelhebber of Adelantado.
+
+Nu men weer zoo ver was, begon men met kracht aan de uitrusting van
+eene vloot en een leger, maar dit plan mislukte deerlijk. Vertrouwde
+men De Luque en De Espinosa al, Almagro vertrouwde men niet, en nog
+veel minder vertrouwde men Pizarro met zijne vier broeders, zoodat de
+verbondenen zich ten slotte moesten tevreden stellen met drie
+scheepjes, honderddrieëntachtig mannen, waaronder, tot Pizarro's
+geluk, nog vijfentwintig ruiters waren, eenige musketten en een paar
+kanonnen.
+
+Vol moed en vertrouwen aanvaardde men evenwel den tocht en hadden
+Pizarro en Almagro aanvankelijk ook te strijden tegen oproerige
+handelingen van goudgierige manschappen, die niets vonden dan
+onbevolkte kusten en verlaten dorpen, toch bleven ze volharden.
+Eindelijk kwamen ze aan de kuststreek, die »Coaque« genoemd werd, en
+hier vonden ze in de huizen, waaruit ze de inwoners verdreven hadden,
+goud in overvloed. Voor het welslagen van den tocht was dit eene
+gelukkige gebeurtenis. Het regen-seizoen was op handen en indien men
+nu nog geen goud gevonden had, dan zou de oproerige manschap Pizarro
+stellig tot den terugtocht gedwongen hebben. Nu in het bezit van goud,
+en met het gegronde vooruitzicht van nog meer goud te zullen
+verkrijgen, wilde men den regentijd, die steeds van stormen en
+onweders vergezeld ging, wel op het eiland Poena, in de nabijheid der
+kust, overblijven. Dat er gebrek aan levensmiddelen zou komen,
+behoefde men niet te vreezen. Toen het weder zich weer in hun voordeel
+veranderd had, zette men den tocht voort en aan de monding van de
+rivier de Pioera besloot Pizarro een fort te bouwen en daar eene
+Kolonie achter te laten. Het fort kreeg den naam van San-Miguel de
+Pioera, en het kan de eerste Spaansche stad in Peru genoemd worden.
+
+Een der Peruanen uit Toembez had met Pizarro de reis naar Spanje
+medegemaakt, vrijwillig zeiden we. Nu ja, Pizarro had hem niet
+gedwongen, maar Felipillo, zoo heette de man, had wat op zijn geweten,
+en zou door Inka Atahualpa hoogstwaarschijnlijk niet zoo heel
+vriendelijk behandeld zijn. Deze Felipillo nu was met den anderen
+Peruaan alweer bij Pizarro aanboord. Beiden hadden in dien
+tusschentijd voldoende Spaansch geleerd om als tolk op te treden, en
+van hen had Pizarro later vernomen, dat er een burgeroorlog in het
+Inka-rijk woedde en wel tusschen twee Kroon-pretendenten. Hier te
+San-Miguel nu hoorden de tolken, dat Inka Atahualpa, na eerst het
+onderspit gedolven te hebben, thans weer overwinnaar was en dat hij
+zijn' broeder, Inka Huascar, die zijn tegenstander was gevangen hield.
+Verder werd er verteld, dat Atahualpa met zijn overwinnend leger een
+kamp in het gebergte betrokken had, niet ver van de staat Caxamalca,
+om in een' volgenden veldtocht de laatste aanhangers van zijn' broeder
+te onderwerpen.
+
+Zoodra Pizarro dit alles hoorde, nam hij het stoute besluit om Inka
+Atahualpa in zijn kamp een bezoek te brengen. Daar hij even vóór zijn
+vertrek weer versterking van manschappen en krijgsmaterieel uit Panama
+ontvangen had, kon hij eene voldoende bezetting achterlaten in het
+kleine fort om met de overige mannen den stouten tocht te ondernemen.
+En wel mocht die tocht stout, zoo niet meer genoemd worden. Zijn
+geheele leger bestond uit slechts zevenenzestig ruiters, honderdtien
+lansknechten, zeventien boogschutters en drie musketiers benevens
+eenige kleine kanonnen, en uit hetgeen Pizarro van Felipillo begrepen
+had, kon de Inka gemakkelijk tegenover één Spanjaard duizend Peruanen
+stellen. Het zou dan ook groote dwaasheid geweest zijn om met dit
+legertje Peru door een' oorlog te veroveren, en Pizarro, die niet
+alleen een geboren Veldheer, maar ook een geboren Staatsman was, had,
+zooals we weten, een heel ander plan.
+
+Met behulp der tolken werd men overal zeer vriendelijk en voorkomend
+ontvangen, wat niet te verwonderen was, want het bevel van Pizarro,
+dat niemand eenig geweld mocht plegen, werd stipt gevolgd. Ook hier
+waren, even als elders in de Nieuwe Wereld, de ruiters het voorwerp
+van verbazing en vrees, want nimmer had men het veelgebruikte
+kameelschaap afgericht tot het dragen van een' ruiter, en de forsche
+paarden met hunne fiere gestalte maakten op sommige plaatsen zooveel
+indruk, dat men gouden sieraden, als een offer, voor hen neerlegde. Na
+eene lange en afmattende reis, omdat de kanonnen moeielijk te
+vervoeren vielen en men ze toch niet wilde achterlaten, kreeg men, op
+eenige dagreizen afstands van Caxamalca, bezoek van enkele Afgezanten,
+die de vreemdelingen namens den Inka welkom heetten en hun eenige
+geschenken aanboden. Pizarro ontving de Gezanten vriendelijk en zond
+hen met enkele voorwerpen van Europeesch maaksel, als een geschenk
+voor den Inka, terug. Toen men eindelijk te Caxamalca aankwam, was het
+half November geworden. Pizarro vond de groote en schoone stad geheel
+verlaten en zond nu zijn' broeder Hernando, aan het hoofd van eenige
+ruiters, naar het Peruaansche kamp om den Inka vriendelijk uit te
+noodigen een mondgesprek te willen komen houden met den Veldheer van
+den machtigen Keizer uit verre landen.
+
+Het kamp van Atahualpa kon uit Caxamalca gemakkelijk gezien worden, en
+één blik erop was voldoende om elken avonturier den schrik om het hart
+te doen slaan. Gelegerd tegen de hellingen van het gebergte, was het
+kamp niet te overzien. Duizenden en duizenden soldaten bewoonden daar
+tenten, die met de meeste orde opgeslagen waren, en nergens was iets
+te ontdekken, dat op gebrek aan krijgstucht wees. De soldaten waren
+goed gewapend en uit alles bleek, dat ze ook aan eene soort van
+exercitie onderworpen waren en den oorlog voerden naar krijgsregelen.
+Wat moest men hier beginnen? Pizarro zou het zijn volk duidelijk
+maken, en hij had het voorbeeld van Cortez in zijn voordeel. Het was
+een waagstuk den Inka gevangen te nemen, dat gevoelde ieder, maar àls
+het plan gelukte, dan zou men alles gewonnen hebben, geloofde men
+algemeen. Eindelijk kwam Hernando Pizarro met zijn gevolg terug en hij
+bracht het bericht mede, dat de Inka den volgenden dag in persoon
+komen zou, doch meteen was er het bevel bij om in Caxamalca slechts
+eenige huizen, aan een groot plein gelegen, te mogen betrekken. Dat
+Inka Atahualpa een zeer trotsch man was, die hen uit de hoogte
+behandeld had, vertelden zij ook, en deze mededeeling was niet zeer
+geschikt om den Inka de hoogachting van de Spanjaarden te verzekeren.
+
+Met eene zekere onrust verbeidde men nu den volgenden dag, den
+zestienden November van het jaar 1532. Deze datum zou een der
+merkwaardigste worden in de geschiedenis der Nieuwe Wereld.
+
+[Illustratie: ATAHUALPA, Inka van Peru. (Geworgd 19 Aug. 1533.)]
+
+Reeds een groot gedeelte van den dag was verloopen en men begon al te
+vreezen, dat de Inka geen woord zou houden, toen men eene groote
+beweging in het Peruaansche kamp gewaar werd. Aan het hoofd van eene
+kleine afdeeling van zijn leger werd de Inka, getooid met al de
+versierselen van zijne waardigheid, op een' massief gouden stoel
+gedragen door de voornaamste Edelen, allen op het sierlijkst
+uitgedost. De »kleine« legerafdeeling bestond evenwel uit niet minder
+dan dertigduizend man en hieruit laat zich de sterkte van het heele
+leger gemakkelijk begroeten. Met een gevolg van slechts vijfduizend
+ongewapende mannen kwam hij in de stad; de overigen moesten buiten
+blijven. Tot groote verbazing van den Inka was nergens een Spanjaard
+te zien. Vol verontwaardiging over zulk eene ontvangst riep hij uit:
+»Waar zijn dan nu de vreemdelingen?« toen een Geestelijke verscheen en
+op den Inka toetrad. Crucifix en Brevier in de handen houdende, begon
+de Geestelijke terstond voor den Inka het Evangelie te prediken, doch
+het slot was, dat de Inka zich diende te onderwerpen aan het gezag van
+den machtigen Keizer Karel en dat hij zich moest laten doopen en
+Christen worden. Deze toespraak, door een' tolk, zin voor zin,
+vertaald, maakte aanvankelijk op Atahualpa, die er waarschijnlijk al
+zeer weinig van begreep, den gewenschten indruk niet. Het slot evenwel
+begreep hij zooveel te beter en vol van verontwaardiging gaf hij ten
+antwoord dat hij, de machtigste Vorst der Wereld, aan geen' enkelen
+anderen Vorst zich wilde onderwerpen. Was deze tevreden met zijne
+vriendschap, dan was hij bereid hem die aan te bieden. Wat het
+aannemen van een' anderen godsdienst betreft, hiertoe was hij in het
+geheel niet te bewegen, en hij begreep niet, wie of wat den Priester
+den moed had kunnen geven om zoo tot hem te spreken.
+
+»Dit boek beveelt het mij,« zeide de Priester.
+
+Atahualpa nu het Brevier in handen nemende, hield het tegen het oor,
+en geene spraak hoorende, wierp hij het met een verachtelijk gebaar op
+den grond en zeide: »Dit boek zegt niets.«
+
+Die onnoozele daad van Atahualpa rijmt niet zeer met de hooge
+beschaving der Peruanen en ze vereischt derhalve eenige opheldering.
+
+De beschaving in Peru kende de kunst wel om gedachten in zichtbare
+teekenen uit te drukken. Wanneer een Peruaan dat wilde doen, nam hij
+een koord van ongeveer zeven deci-Meter lengte. Het was uit
+verschillend gekleurde draden gevlochten en bevatte bovendien ook
+verschillend gekleurde franje. Nu had de kunst bedacht om door het
+kiezen van de kleur en de rangschikking der draden en der franje
+zoowel als door het leggen van knoopen in het koord, zichtbare figuren
+aan te nemen om er gedachten door uit te drukken. Dit kan wel; men
+denke slechts aan het oude, telegraphische schrift, dat bestaat uit
+punten en strepen, die letters vervangen. Het schrift der leessnoeren,
+die den naam droegen van »Quippos« was echter veel gebrekkiger en veel
+ingewikkelder dan het genoemde telegraphisch schrift, zoodat het niet
+te verwonderen valt, dat alleen Inka's, leden van zijn geslacht,
+Priesters en Edelen de »Quippos« lezen konden. Van boeken had men
+derhalve geen begrip, en nu we dat weten, wordt de handeling van den
+Inka minder onnoozel.
+
+De Priester, die waarschijnlijk gehoopt had, dat zijne prediking in
+goede aarde zou vallen, raapte zijn Brevier op, liep naar het vertrek
+waar Pizarro zich bevond en deelde hem, vol geloofs-verontwaardiging,
+mede, wat de Inka gedaan had. Zulk eene daad moest gestraft worden.
+
+Pizarro schijnt echter wel geweten te hebben hoe de zaak afloopen zou;
+dat blijkt uit alles. Hij gaf het afgesproken teeken; de Spanjaarden
+kwamen te voorschijn; de musketten knalden; de kanonnen donderden en
+onder het geroep van: »Santiago! Santiago!« viel men de verschrikte en
+ongewapende Peruanen aan. De ruiters, de kanonnen en de musketten
+deden wonderen. Men dacht aan geen tegenweer en wat niet vluchten kon,
+liet zich dooden. Het was een verschrikkelijk bloedbad waarmede aan
+den avond van dien dag de verovering van het machtige Inka-rijk in de
+straten van Caxamalca een' aanvang nam.
+
+Het eerste werk van Pizarro was geweest om Atahualpa gevangen te
+nemen. Hij bracht hem in een groot huis en behandelde hem met de
+achting aan zijn' hoogen rang verschuldigd. Hij stond zelfs toe, dat
+zijn eigen mannen hem bedienden en dat hij met de Edelen en
+Bevelhebbers van zijn leger mondelinge gesprekken had om zijne bevelen
+te geven. »Quippos« echter mochten door hem niet verzonden worden, en
+bij elk gesprek, dat hij hield, was Felipillo tegenwoordig en daar
+deze tegen den Inka eene grief had, zoo behoefde Pizarro niet te
+vreezen, dat hem wat van het onderhoud zou verzwegen worden.
+
+De tijding dat Atahualpa door de vreemdelingen gevangengenomen was,
+maakte in heel het Peruaansche Rijk een' ontzettenden indruk.
+
+Kort geleden had eene zons-verduistering plaats gehad, en waar nu de
+Peruanen in de Zon hun' Hoofdgod hadden, daar behoeven we niet te
+vragen, welke droevige voorspellingen er naar aanleiding van die
+verduistering gedaan werden. Het is nog niet eens zoovele jaren
+geleden, dat in de Christelijke maatschappij zons- en
+maansverduisteringen, als voorboden van onheilen en rampen beschouwd
+werden. De voorspellingen waren ditmaal uitgekomen; de Inka's, die
+elkander beoorloogden, waren beiden gevangen. Men gevoelde het: Peru
+stond aan den vooravond eener vreeselijke revolutie. De Spanjaarden
+konden nu doen, wat zij wilden: stelen, rooven, moorden, branden,
+vrouwen en meisjes mishandelen; men liet hen begaan, want men vreesde,
+dat de geringste mishandeling, die een Spanjaard onderging, gewroken
+zou worden op den Inka. De Spanjaarden maakten hiervan een schandelijk
+misbruik en Atahualpa zag zeer goed in, dat goud het eenige middel was
+om hem zijne vrijheid te doen herkrijgen. Hij bewoonde een vertrek van
+bijna tien Meter lengte en vijf Meter breedte, en nu deed hij Pizarro
+het voorstel om dit vertrek, ongeveer drie Meter hoog, binnen twee
+maanden met goud te vullen, als hij dan zijne vrijheid terugkreeg.
+Pizarro bedacht zich geen oogenblik en nam het voorstel aan, wel
+wetende, wat hij doen zou, als de losprijs er was. Van alle kanten
+kwam men nu met goud aandragen, doch eer de bepaalde hoeveelheid er
+was, begon men het al tot baren te smelten en te verdeelen. Veilig mag
+men berekenen, dat de waarde van dien losprijs twintig millioen gulden
+bedroeg. Het leeuwendeel van dat goud was natuurlijk voor Koning
+Karel, Pizarro, Almagro, De Luque, De Espinosa en de Bevelhebbers,
+doch dat nam niet weg, dat zelfs de minste lansknecht door zijn deel
+een rijk man werd. Velen verbrasten den gemakkelijk verkregen schat,
+doch enkelen wilden nu terug. Pizarro hield deze laatsten niet tegen
+en gaf hun gaarne verlof. Hij begreep wel dat één rijk teruggekeerde
+avonturier er tien of twintig bewegen zou om naar Peru te komen. Zijne
+berekening faalde niet, want heel Spanje was in rep en roer bij het
+vernemen van den gouden oogst; ieder wilde daar gaan maaien en oogsten
+van hetgeen hij niet gezaaid had.
+
+Atahualpa, die wel inzag, dat hij met zijn' losprijs nooit klaar zou
+komen, meende evenwel nu al genoeg betaald te hebben en drong thans op
+zijne vrijheid aan. Vele edeldenkende Spaansche Ridders ondersteunden
+het billijke voorstel. Een zekere Don Hernando De Soto was voor die
+Ridders de woordvoerder. Dit voorstel aan te nemen lag niet in het
+plan van Pizarro, en daarom wendde hij het over een' anderen boeg.
+Onder den schijn van de zaak tusschen Atahualpa en Huascar te willen
+onderzoeken, had hij Atahualpa voorgesteld om Huascar uit de
+gevangenis te ontslaan en bevel te geven, dat men hem naar Caxamalca
+zou brengen. Atahualpa had hierin echter geen' lust, want ongetwijfeld
+zou Pizarro, zoo meende hij, Huascars rechten erkennen, en wat er dan
+gebeuren zou, was hem geen raadsel. Inplaats dus van bevel te geven
+Huascar te ontslaan en naar Caxamalca te voeren, beval hij, dat men
+hem in de gevangenis dooden zou en dit geschiedde ook. Toen nu
+Felipillo nog verklaarde dat de Inka eene samenzwering smeedde tegen
+het leven der Spanjaarden, werd Atahualpa, beschuldigd dat hij zijn'
+broeder had laten vermoorden, dat hij eene samenzwering tegen de
+Spanjaarden smeedde en dat hij volhardde in zijn Heidensch geloof,
+door Pizarro's rechtbank veroordeeld om levend verbrand te worden.
+
+Bij het hooren van dit vreeselijke vonnis verloor de arme Vorst al
+zijn' moed en zijne geestkracht. Bijna weenend smeekte hij om het
+behoud van zijn leven, en als men het hem schonk, dan beloofde hij nog
+dubbel zooveel goud te geven, als hij voor zijn' losprijs reeds
+betaald had. Pizarro, die nu gedurig versterkingen in soldaten,
+musketten en kanonnen gekregen had en dus zoo zwak niet meer stond als
+in het begin, sloeg dat aanbod af en was alleen te bewegen om den dood
+op den brandstapel door eene andere straf te vervangen, als de Inka
+Christen worden en den doop ondergaan wilde. De Inka, geheel
+ontmoedigd en van alle fierheid en geestkracht beroofd, stemde toe.
+Hij nam het Christendom aan, liet zich doopen en--werd geworgd. Het is
+zoo natuurlijk als iets, dat de dood van Atahualpa, die gestorven was
+zonder omtrent de opvolging eenige beschikking gemaakt te hebben, de
+grootste wanorde te voorschijn roepen moest. Een Inka werd niet
+gekozen door Priesters van de Zon, door Edelen of Krijgsbevelhebbers.
+Een Inka volgde eenvoudig op, en als dat de oudste zoon uit het
+voorgeschreven huwelijk niet was, dan was het een broeder of ander
+familielid van den overledene. Maar welke gevallen van opvolging zich
+ook mochten voordoen, Priester noch Edelman of Volkskind liet er zich
+mede in; het was eene zaak, die enkel het geslacht van Manco Capac
+aanging. Thans was er ineens in het regeeringsstelsel eene verbazend
+groote verandering gekomen. Wat de stok doet, dien men door het
+spinneweb slaat, dat had de hand van Pizarro met het geslacht der
+Inka's gedaan, en letterlijk was hier het Bijbelwoord van toepassing:
+»Ze dwalen als schapen, die geen' herder hebben.« Aan dien toestand
+wilde Pizarro een einde maken. Hij zou den Inka benoemen en hem even
+als Atahualpa bij zich en onder zijn rechtstreeksch toezicht houden.
+Een broeder van Huascar werd gevonden en deze heette ook Manco Capac,
+doch als Pizarro had gemeend in dezen jongen Vorst een werktuig te
+vinden, dan had hij zich vergist. Na het in bezit nemen van Cuzco, de
+oude hoofdstad van Peru, waar de Spanjaarden alweer opgestapelde
+schatten vonden, deed Pizarro Manco Capac kronen. Toen dit geschied
+was, liet hij den Inka te Cuzco, welke stad door een' Spaanschen Raad
+zou bestuurd worden, en zelf trok hij met een groot deel van zijn
+leger uit, om, in de nabijheid der zee, eene andere hoofdstad van de
+Kolonie te stichten, dewijl Cuzco te diep in het binnenland gelegen
+was, wat, met het oog op de verbinding met Spanje, op den duur te
+lastig was. In eene heerlijke landstreek stichtte hij nu, dicht bij
+den Stillen-Oceaan, zijne hoofdstad en noemde die »Ciudad de los
+Reyes,« wat »Stad der Koningen« beduidt. Naar den kuststroom Rio Lima,
+aan welks oevers ze gelegen is, kreeg ze later den naam van Lima.
+
+Thans begon Pizarro zich met alle macht en kracht toe te leggen op de
+verdeeling van het land, en hoeveel men hem, helaas, ten laste leggen
+moet, hij toonde een »organiseerend talent« te hebben, als slechts
+weinigen. Met krachtige hand voerde hij de teugels van bewind, en
+handel, nijverheid en landbouw konden overal en altijd op zijne
+krachtige ondersteuning rekenen, maar--alles ten voordeele der
+Spanjaarden. Aan de belangen der millioenen Peruanen werd niet
+gedacht, en hun grond, het »Staatseigendom«, werd eenvoudig aan
+Spanjaarden gegeven, want van die oude grondverdeeling wilde Pizarro
+niets weten. Daar de heele Inka-regeering met dat algemeene grondbezit
+alleen bestaanbaar was, zoo gevoelde de Inka, dat hij, wilde hij in
+handen der Spanjaarden geene ledepop zijn, iets doen moest om hieraan
+een einde te maken. Hij wist de waakzaamheid van den Spaanschen Raad,
+waaronder Pizarro's broeders Gonzalo en Juan waren, te verschalken,
+ontvluchtte Cuzco, en stelde zich aan het hoofd zijns Volks.
+
+Wie herinnert zich niet de laatste bedrijven van den Fransch-Duitschen
+oorlog van 1870-71? Wie gevoelde geene warme sympathie voor den
+Franschman? Geen militie-plichtig of gehuurd leger was het, dat onder
+den dapperen Generaal Baptiste d' Aurelle de Paladine aan de Loire
+streed. Het waren nu de zonen des Volks, die hun hartebloed wijdden
+aan de verdediging van hun' geboortegrond, en--geen heftiger
+tegenstanders hadden de Duitschers dan deze Patriotten.--Zoo ging het
+ook in Peru. Onder aanvoering van den dapperen en beleidvollen Manco
+Capac aanvaardden de Peruanen den strijd tegen hunne onderdrukkers en
+overweldigers. Het scheen zelfs, dat het lot hun gunstig was, want
+weldra brak ook onder de Spanjaarden een broederoorlog uit. Almagro,
+die, en niet ten onrechte, meende dat hij aan de verovering van Peru
+een even groot aandeel had als Pizarro, kon het niet verkroppen, dat
+deze laatste alle macht en gezag aan zich trok. Wel had Koning Karel
+hem tot belooning van zijne diensten benoemd tot Stadhouder van de
+Zuidelijke gewesten van Peru, doch hiermede was Almagro niet tevreden.
+Een tocht naar Chili, dat hij in 1535 ontdekte, leverde hem geene
+voordeelen op. In den strijd tegen Pizarro om het bezit van de oude
+hoofdstad Cuzco, moest hij het onderspit delven, en de man, die
+zooveel gedaan had voor de ontdekking van Peru, werd, op last van
+Pizarro's broeder Hernando, op bijna vijfenzeventigjarigen leeftijd in
+de gevangenis geworgd en daarna onthoofd. Zoo eindigde de man, die in
+1464 bij Almagro te vondeling gelegd was, zijn beroemd leven, dat
+alleen, omdat het geketend was aan dat van Pizarro, van al te veel
+bloedige tooneelen getuige was. Tijdgenooten noemen hem een edel man,
+doch juist zou zijn edel karakter ook al zijn ongeluk geweest zijn,
+als hij inplaats van Pizarro aan het hoofd der onderneming gestaan
+had. Thans regeerde Pizarro zoo goed als oppermachtig Vorst, doch de
+wraak sliep niet, al behaalde Pizarro op Inka Manco Capac, die zelfs
+te paard zijne legers aanvoerde, de eene overwinning na de andere. Een
+zoon van Almagro smeedde eene samenzwering tegen het leven van den
+dwingeland, en deze werd nu op Zondag den twintigsten Juni 1541
+vermoord. De regeeringloosheid van het land duurde niet lang, want
+kort na Pizarro's dood kwam de nieuwbenoemde Onder-Koning Don Vaca De
+Castro, die het land met beleid en zachtheid regeerde, doch daardoor
+ook in Spanje den goud- en zilveraanvoer verminderde. Zulke mannen kon
+men niet gebruiken, en zóó zag men te Lima, beurtelings onder dezen
+dan dien Onder-Koning, het oude Inka-rijk langzaam, maar zeker ten
+gronde gaan. Het mocht voor het geslacht van Manco Capac zelfs niet
+baten, dat Sayri Capac in 1557 vrede met de Spanjaarden sloot en
+afstand van de Regeering deed ten behoeve van Koning Filips van
+Spanje, want in 1571 werd het geheele Inka-geslacht eenvoudig onthoofd
+of geworgd. Het schoone en vruchtbare Chili werd in 1550 door Don
+Pedro Valdivia onder het bestuur van Lima's Onder-Koning gebracht.
+
+Terwijl Zuid-Amerika langs den Stillen Oceaan zoo in het bezit van
+Spanje gebracht werd, trachtten de Portugeezen zich meester te maken
+van de landen aan den Atlantischen Oceaan gelegen. Ze werden, we lazen
+dit vroeger, ontdekt door Vincente Yanez Pinzon, doch na hem kwam er
+de Portugees Pedro Alvarez De Cabral. Het was niet het doel van hem
+geweest om dit land te naderen, doch op eene reis naar de Oost-Indiën
+werd hij door storm hierheen geslagen. Hij nam deze kust voor Portugal
+in bezit, en noemde ze »Terra da Vera-Cruz,« dat is »Land van het Ware
+Kruis.« Later kreeg het naar het verfhout »pao do brazilia« den naam
+van Brazilië. Onder de regeering van Koning Johan III van Portugal
+hechtte de Paus zijne goedkeuring aan deze in bezitneming. Eerst in
+1549 echter kwam er onder het bestuur van Don Thomas Da Souza, die
+door Koning Johan tot Gouverneur aangesteld was, in de Koloniën eenig
+leven van beteekenis, en tot eer van Portugal, dat toch óók een
+Katholiek volk was, en alles deed, wat het kon om het Evangelie te
+verbreiden, moet gezegd worden, dat de Koloniën zich in vrede
+ontwikkelden, en dat er van een bloedvergieten als in Mejico, Peru en
+Chili geene sprake was. Ongelukkig echter kwam Portugal in 1580 onder
+den Koning van Spanje, en zoo werd Brazilië ook Spaansch. Het was voor
+de Kolonie zoo goed als haar ondergang, want hoewel meest door
+Portugeesche Stadhouders bestuurd, moesten dezen zich toch schikken
+naar den zin en den wil van den Spaanschen Koning, die hun in de
+Nederlanders vijanden bezorgde, die medetellen konden. De
+Tachtigjarige Oorlog toch tegen Spanje, deed in Holland de later zoo
+machtige Oostindische Compagnie in 1602, en in 1621 de Westindische
+ontstaan. Deze Westindische Compagnie was het, die eerst onder
+Admiraal Piet Hein, de Braziliaansche Koloniën fel liet bestoken, om
+later, in 1630, Graaf Johan Maurits van Nassau, als Stadhouder naar
+deze nieuwe Westindische bezitting te zenden. Eenendertig jaar lang
+bleef Brazilië nu in het bezit der W. I. Compagnie, doch daar
+inmiddels Portugal zijne zelfstandigheid als Koninkrijk weer herkregen
+had, en de zaken der Compagnie in dat groote land niet naar wensch
+gingen, zoo werd het in 1661 eenvoudig aan Portugal teruggegeven voor
+eene som van ruim vier millioen gulden. Deze Compagnie, die al te veel
+bedacht was geweest op groote uitkeeringen van winst, was daardoor in
+schulden geraakt, en moest in hetzelfde jaar ontbonden worden. Wel
+werd er terstond weer eene nieuwe opgericht, maar van deze ging
+slechts een zwak leven uit, waaraan het wel toe te schrijven is, dat
+onze Westindische bezittingen niet tot bloei geraakten en meestal
+schadeposten waren, niettegenstaande de Kolonie Suriname, veel meer
+dan de eilanden, die daar tot onze bezittingen behooren, rijke bronnen
+van welvaart bevat.
+
+Verlaten we nu Zuid-Amerika om een' blik te werpen op de noordelijke
+helft der Nieuwe Wereld bekend onder den naam van Noord-Amerika.
+
+Wij kwamen er reeds met de Noormannen langs de kusten tot bij de
+plaats waar nu New-York ligt; met Juan Ponce De Leon en de Cabots in
+Florida, en met Cortez in Mejico en Californië.
+
+De omstandigheid, dat het verarmde Europa zooveel behoefte had aan
+goud, mag wel oorzaak genoemd worden, dat de geschiedenis van
+Noord-Amerika zulk een geheel andere is dan die van Zuid-Amerika. Wie
+hier Koloniën stichten wilde, had heel wat anders te doen dan goud te
+verzamelen. Slechts krachtige en nijvere handen, mannen bezield met
+lust tot den arbeid en niet krachteloos gemaakt door een lui,
+wellustig en weelderig leven, konden in dit gedeelte der Nieuwe Wereld
+Koloniën stichten. Zoo kwamen hier onder de regeering van Koningin
+Elisabeth, in 1585, de Engelschen onder Sir Walter Raleigh. Zij
+vestigden zich op het eiland Roanoke, bij de kust van Noord-Carolina,
+en Sir Walter gaf aan zijne Kolonie den naam van »Virginia« of »Maagd«
+ter eere van zijne Koningin, die ongehuwd was. In 1606 echter begonnen
+de Koloniën, die daar aangelegd waren, eerst van eenige beteekenis te
+worden, daar Koning Jacobus I er op bedacht was om er geschikte
+landbouwers en handwerkslieden heen te zenden. Deze Kolonisten waren
+dus Planters, die hunne plantages slechts zeer langzaam naar het
+binnenland uitbreidden. Met het musket op den schouder en pistolen en
+dolken in den gordel, bebouwden ze het land, dat ze in bezit genomen
+hadden, telkens aangevallen en verontrust door de Indianen, die wel
+ruw en onbeschaafd waren, doch niet, als Azteken en Peruanen, door een
+weelderig leven verzwakt waren geworden. De strijd om het bestaan werd
+daardoor voor de Planters een felle strijd, en iemand, die gaarne
+klakkeloos rijk wilde worden, zocht allerminst de Noordamerikaansche
+wouden en prairiën op. Kloeke mannen, kerels waar pit in zat, waren
+die Engelsche Planters.
+
+Weldra zouden ze eene zeer gewenschte versterking ontvangen ook in
+lieden, die terwille van den Godsdienst hun land verlieten. Koning
+Jacobus I, die gaarne de rol van groot godgeleerde speelde, begon al
+heel spoedig na zijne troonsbeklimming de
+Presbyterianen,--Protestanten, die zich tegen de Bisschoppelijk
+Protestantsche Kerk verzett'en,--te onderdrukken en te vervolgen. Zijn
+zoon, Koning Karel I, was als zijn Vader, een heftig tegenstander van
+de Presbyterianen, en tal van dezen nu namen de wijk naar de
+Noordamerikaansche Koloniën, waar ze met open armen ontvangen werden,
+als ernstige mannen, die vast besloten hadden, in het aangenomen
+Vaderland zich eene positie te veroveren.
+
+Het waren evenwel de Engelschen alleen niet, die Koloniën in
+Noord-Amerika gevestigd hadden. Henry Hudson, een Engelschman, was in
+dienst van onze Oostindische Compagnie getreden, en op zijne reis om
+eene noordoostelijke doorvaart te vinden, ontdekte hij den derden
+September 1609 het eiland Manhattan. Een deel der bemanning bleef hier
+achter en stichtte er eene Kolonie, die weldra uit het Vaderland de
+noodige versterking ontving. Er werd nu een fort gebouwd, dat den naam
+kreeg van »Nieuw-Amsterdam«. De Kolonie nam, in korten tijd, in omvang
+toe, en het fort werd een zeer welvarend, echt Hollandsch stadje. Echt
+Hollandsch was men ook te werk gegaan met het in bezit nemen van het
+eiland, want men had het voor de som van vierentwintig dollars van de
+Indianen gekocht. Die som moge bespottelijk klein heeten, het feit
+blijft toch bestaan, dat de Nederlanders aan de Indianen den grond
+maar niet eenvoudig met het recht van den sterkste ontnamen. Dat
+koopen van grond hielden zij vol toen ze, ter uitbreiding van hunne
+Kolonie, gronden aan de rivier de Delaware en het Staten-eiland noodig
+hadden. Aan deze handelwijze zal het dan ook wel te danken geweest
+zijn, dat de Kolonisten steeds in welvaart en macht toenamen, want de
+Indianen dreven met hen gaarne handel in pelterijen, en waren er niet
+op uit om hen te scalpeeren, als ze hen wat ver van hunne Kolonie
+aantroffen. Nieuw-Amsterdam breidde zich steeds meer en meer uit, en
+de welvaart nam met den dag toe. Doch wat gebeurde?
+
+[Illustratie: Nieuw-Amsterdam of New-York vóór derdehalve eeuw.]
+
+Met Karel II was het huis der Stuarts weer op den Engelschen troon
+gekomen, en hoeveel Koning Karel ook aan de Nederlandsche Republiek te
+danken had, hij bleef haar levenslang vijandig, en niet lang was hij
+aan de Regeering, of hij verklaarde de Republiek den oorlog.
+Schitterend werd deze zee-oorlog, vooral door het beleid van onzen
+grooten De Ruyter, door de Republiek gevoerd, maar, de Kolonie
+»Nieuw-Nederland«, zooals de Nieuw-Amsterdammers hun land noemden,
+ging er bij verloren. Koning Karel II, wiens geldmiddelen steeds in
+een' berooiden toestand verkeerden, moest zijn' broeder Jacobus,
+Hertog van York, toch ook eenige inkomsten geven, en daar hij zelf
+geen geld had, zoo gaf hij de Kolonie Nieuw-Nederland aan hem. Door
+vier Engelsche fregatten werd deze streek in bezit genomen, en ter
+eere van den nieuwen Vorstelijken eigenaar kreeg de stad den naam van
+»New-York«. De Hollanders, die hier eigendommen hadden, en niet heel
+erg bemoeielijkt werden, bleven er voor het grootste gedeelte wonen,
+en nog altijd kan men in New-Yorks adresboek honderden namen vinden,
+die of nog geheel Hollandsch zijn, òf tendeele hun' Hollandschen klank
+behouden hebben. Hoe die afstammelingen van onze wakkere Voorvaderen
+ons gezind zijn, blijkt uit tal van voorbeelden, en waar men nu
+gedachtenis viert van Columbus' groote ontdekking, daar blijven de
+New-Yorkers niet achter om ook de geschiedenis van hunne stad door den
+druk algemeen bekend te maken, en de wijze waarop ze met lof spreken
+van de kloeke stichters van deze wereldstad, kan ons tevreden doen
+zijn en steekt scherp af bij de oordeelvellingen, die in den vreemde
+ons land en volk meestal tendeel vallen. Trouwens van New-Yorks
+grootheid en aanzien legden die Oud-Hollandsche familiën--er is geen
+Amerikaan, die dat tegenspreekt--den hechten grondslag. Trotsch zijn
+ze op hunne Oud-Hollandsche namen, en hoe hunne zeden en gewoonten in
+den loop der tijden ook veranderd mogen zijn, zóó zelfs, dat zij geen
+woord meer van onze taal verstaan, toch sluiten zij zich gaarne aaneen
+om in de groote wereldstad eene vereeniging te vormen, waarin men,
+stellig eenmaal in het jaar op het aartsvaderlijke Sinterklaasfeest,
+nog eens op zijn Oud-Hollandsch feest viert, en een aanzienlijk aantal
+hunner is, uit sympathie voor het geboorteland hunner Vaderen, lid van
+de Leidsche »Drie October vereeniging«. Daar onder de leden van die
+Vereeniging tal van mannen gevonden worden, die zeer vermogend zijn,
+zoo wordt het duidelijk, dat zelfs de Engelsche Amerikanen rekening
+houden met de leden van de »Hollandsche Club«.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIII.
+
+DE EERSTE REPUBLIEK IN AMERIKA.
+
+
+De omstandigheid, dat onder de Kolonisten van Noord-Amerika zeer velen
+waren, die Engeland verlaten hadden om in vrijheid hun' godsdienst te
+belijden, heeft in het karakter der Kolonisten eene zeer groote rol
+gespeeld. Ze hadden waarlijk niet zoo heel veel redenen om een land te
+beminnen, waar voor hen en hun geloof geene plaats was, en steeds
+waren ze er op uit om de Regeering van Engeland tegen te streven,
+wanneer deze hen ook hier het leven bemoeielijkte. Dat ze er prijs op
+stelden om althans hier God naar de inspraak van hun hart vrijelijk te
+dienen, is duidelijk, maar even duidelijk is het, dat ze ook prijs
+stelden op hetgeen ze met zooveel moeite en kosten hadden tot stand
+gebracht. Veel wilden ze dulden, maar ten opzichte van het geloof en
+handelszaken waren ze zeer prikkelbaar. Dit bleek helder als de dag in
+1642, toen de Engelsche Regeering een algemeen handels-monopolie
+eischte, waarop de Kolonisten van Virginië eenvoudig antwoordden, dat
+ze niet genegen waren dat handels-monopolie te erkennen, omdat
+»vrijheid van handel het bloed en leven is van een' Staat.« Men ziet
+uit deze woorden dat de »freetraders«, die heden ten dage nog zoovele
+pennen in beweging brengen en zoovele hoofden warm maken, niet van
+vandaag of gisteren zijn.
+
+Met zulk een handelsbeginsel en zulk een Republikeinsch streven kon
+het den Kolonisten in Noord-Amerika natuurlijk niet welkom zijn, toen
+in 1664 de verschillende Koloniën meer rechtstreeks onder den invloed
+der Engelsche Regeering kwamen. Wel toonde deze laatste aanvankelijk
+het zoo heel kwaad niet te meenen. Zij trachtte door schenkingen en
+giftbrieven van allerlei aard aan de Koloniën eene soort van
+staatkundige onafhankelijkheid te verleenen. Aan de eene Kolonie
+schonk zij dit en aan de andere dat voordeel, en daar vele Koloniën
+later Staten werden, zoo kwam het, dat er tusschen deze Staten
+onderling dikwijls tweedracht en twist ontstond. Die twisten wilden de
+Staten liever onder elkander uitmaken, doch de Engelsche Regeering
+begreep dit anders, en trad tusschenbeiden door gegeven voorrechten op
+te heffen, wat natuurlijk van de zijde der Kolonisten tot
+ontevredenheid aanleiding gaf. Zoo waren de verschillende Koloniën of
+Staten telkens in botsing met de Regeering, en daar zij zich sterk
+uitbreidden, kwamen ze ook menigmaal in verzet. Onderwerping was dan
+meestal het geval, omdat ze te zwak waren om zich tegen Engelands
+macht te verzetten. Dat men zich slechts noode onderwierp, ligt in den
+aard der zaak. Om hunne belangen krachtiger te kunnen behartigen,
+hadden de Kolonisten van Connecticut, Rhode Island, New Hampshire,
+Vermont en Maine in 1643 een verbond met elkander gesloten, dat den
+naam kreeg van »Unie der Koloniën van Nieuw-Engeland«. Was het vooral
+gericht tegen de Nederlanders en Franschen, die zich op hunne kosten
+wilden uitbreiden, later gebruikte men die Unie toch ook tegenover de
+onbillijke eischen van Engeland. Na den val van Koning Jacobus II, en
+de verheffing van Willem van Oranje tot Koning van Groot-Britannië en
+Ierland in 1688, kon men in de Amerikaansche Koloniën niet veel
+verbetering in den toestand gewaar worden. Alles bleef bij het oude,
+ja, het duurde niet lang, of men maakte zich vanwege de Regeering aan
+handelingen schuldig, welke nieuwe grieven te voorschijn riepen.
+Handel en nijverheid werden gesteund, ja, maar altijd in het belang
+van Engeland, nimmer in dat van de Kolonisten.
+
+»Vrijheid van handel is het bloed en leven van een Staat,« hadden de
+Virginiërs reeds in 1642 gezegd, maar Engeland ging voort met die
+stelling niet aan te nemen, en beperkte den handel op kleingeestige
+wijze.
+
+De »Acte van Navigatie«, door Cromwell in het leven geroepen, vooral
+om den koophandel en de vrachtvaart van Holland te kortwieken, werd
+ook hier toegepast, want in de verschillende havens mochten geene
+andere schepen dan Engelsche binnenloopen.
+
+Den handel werkten de Engelsche Regeering en het Koloniaal Bestuur
+door allerlei hooge belastingen tegen, en het binnenlandsche verkeer
+kwijnde onder tal van lastige en kleingeestige maatregelen.
+
+Hadden de Kolonisten kleederen, gereedschappen, werktuigen of
+voorwerpen van huiselijk gebruik noodig, dan mochten ze die uit geen
+ander land laten komen. In Engeland moesten ze alles koopen en
+verkoopen.
+
+Dat drukte vooral op den landbouw en de nijverheid, die werktuigen en
+gereedschappen noodig hadden. De ijzer-industrie mocht, wanneer het
+ander werk beoogde dan gewoon smidswerk, niet gedreven worden, en
+schandelijk genoeg maakten de Engelsche ijzer-fabrikanten hiervan
+gebruik door hun fabrikaat met grove winsten aan de Kolonisten te
+verkoopen.
+
+Voor het verbouwen van suikerriet was de bodem in vele streken
+uitnemend geschikt, maar wie dacht er aan om suiker-plantages aan te
+leggen, waar de Regeering op de suiker-raffinaderijen zulke hooge
+lasten legde, dat het verbouwen van suikerriet niets anders dan schade
+opleverde?
+
+Uit alles bleek het duidelijk, dat Engeland de Koloniën alleen
+beschouwde als zijn' citroen, dien het met alle recht mochten
+uitknijpen tot de pitten droog van tusschen de schillen vielen.
+
+Wat Freiligrath van Ierland dichtte, zou met verandering van woorden
+op de toenmalige Koloniën toegepast kunnen worden:
+
+ »De visscher, herder, jager zien
+ Beroofd de landstreek rond;
+ Hier diep moeras, daar weel'gen, maar
+ Nog onontgonnen grond.
+ O, dit gedempt, en dien bebouwd...
+ »Laat af! Gij zult niet!«--
+ Hoe?--
+ Niet aan den _Ier_ hoort de _Iersche_ grond
+ Hij komt den _landheer_ toe.«
+
+en die _landheer_ is dan een Engelschman, waarvan het snijdend scherp
+heet:
+
+ »En dan te _Londen_ of _Parijs_
+ Er de opbrengst van verspeelt.«
+
+Inmiddels was ook van eene andere zijde de toestand der Kolonisten
+niet rooskleurig.
+
+Hadden de Spanjaarden, zoo het volgens de overlevering heet, hoog ten
+Noorden van den Amerikaanschen Archipel een land gevonden, waarvan ze
+eenparig getuigden: »Aca nada!« dat is: »Hier is niets!« toch had
+omstreeks 1500 een zekere Italiaan Giovanni Verragani, die in
+Franschen dienst was, dit land, dat later den naam van »Canada« kreeg,
+voor Frankrijk in bezit genomen. Frankrijk vond dat goed, doch deed er
+niets mede, en honderd jaar moest er verloopen eer de eerste Fransche
+Kolonie zich daar nederzette. Kardinaal De Richelieu was het, die wist
+door te drijven, dat er zich een handels-genootschap vestigde, hetwelk
+niet minder dan zestienduizend handwerkslieden en landbouwers
+derwaarts brengen zou. Deze Fransche Kolonie nu, leverde door
+landbouw-producten en pelterijen-handel groote voordeelen op, zoodat
+de Kolonie zich steeds uitbreidde, en ten laatste in aanraking kwam
+met de Engelsche Kolonisten.
+
+Het was natuurlijk, dat nu de vraag geopperd werd waar de grenzen
+waren tusschen de Fransche en de Engelsche Koloniën, en dit was maar
+niet met een paar woorden uit te maken.
+
+Over die grensscheiding ontstond een oorlog tusschen Frankrijk en
+Engeland, die niet alleen in Europa, maar ook in Amerika gevoerd werd.
+
+Het was voor de Engelsche Kolonisten werkelijk niet alles om goed en
+bloed in dien strijd te wagen, en toch deden ze het, en wel met zulk
+een' goeden uitslag, dat Frankrijk in 1763 Canada aan Engeland
+afstond, welk Rijk deze veroverde Kolonie als een zelfstandig geheel
+beschouwde en geheel van de andere Koloniën afscheidde.
+
+De man, die had weten te bewerken, dat de Engelsche Kolonisten zich in
+dezen oorlog zoo wakker weerden, was William Pitt, de beroemde
+Staatsman, die echter in de oogen van Koning George III geene genade
+vinden kon. Te vergeefs was het, dat Pitt zich beijverde om aan de
+Engelsche Koloniën, ter belooning voor hunne onwaardeerbare diensten
+in den oorlog tegen Frankrijk, eene eigen Wetgeving en een eigen
+Bestuur te verleenen. De stijfhoofdige Koning wilde, opgestookt door
+lieden, die Pitt's tegenstanders waren, hiervan niets weten. Hij wilde
+in die Koloniën niets anders zien dan een winstgevend bezit. Ware het
+daarbij nu nog maar gebleven, wellicht dat men in de Koloniën zou
+gezwegen hebben. Maar Koning George had nog andere plannen. De oorlog
+tegen Frankrijk had Engeland een' schat van geld gekost, en om de
+rente van de nieuwe staatsschulden te kunnen betalen, besloot hij de
+belastingen in de Koloniën te verhoogen.
+
+Was het wonder, dat deze Vorstelijke willekeur alle Kolonisten in
+verzet bracht tegen de Regeering? Toch bleef het verzet lijdelijk, en
+bepaalde het zich alleen tot gemor. Minder lijdelijk verdroegen ze de
+verklaring van den Minister, in het Parlement gegeven, dat de
+Koloniale Staten zich onvoorwaardelijk onderwerpen moesten aan de
+uitspraken van Kroon en Parlement. In vinnige geschriften en vurige
+redevoeringen werd dit recht van Kroon en Parlement betwist.
+
+Koning George, die het er inderdaad op scheen toe te leggen om den
+opstand der Koloniën in het leven te roepen, voerde nu eene zegelwet
+in, die niemand begeerde, en hij liet ook bekendmaken, dat de
+Kolonisten verplicht waren aan de Koninklijke troepen huisvesting en
+verpleging te verschaffen, waar en wanneer de Koning zulks begeerde.
+
+Het was een tijd van gisting in Europa, en de »onschendbare rechten«
+van den mensch vonden hare predikers in James Otis, John Adams, en
+vooral in den Franschen wijsgeer Jean Jacques Rousseau.
+
+Met de geschriften en prediking van die mannen bleef men in de
+Amerikaansche Koloniën niet onbekend. Allerwegen verrezen
+vereenigingen van »Vrijheidszonen«, die zich ten doel stelden om als
+Apostelen van de onschendbare rechten van den mensch op te treden. Te
+midden van dien algemeenen tegenstand verordende de Koning de
+invoering der zegelwet, doch men moest dit nalaten, omdat de zegels
+gestempeld moesten worden, en er niemand was, die zich aanbood om de
+betrekking van stempelaar te aanvaarden.
+
+Met elken dag werd de toestand steeds meer gespannen.
+
+In December 1773 liepen te Boston eenige overmoedige Kolonisten, die
+zich als Indianen verkleed hadden, een Engelsch schip af. Het was met
+thee geladen, en de heele lading, die eene waarde had van ruim twee
+ton, werd in zee geworpen.
+
+Deze handeling was de ouverture van het heele spel.
+
+Boston werd door de Regeering in staat van beleg verklaard, en eenige
+regimenten werden naar de Kolonie gezonden om de inwoners van Boston
+te straffen, en de oproerige menigte tot zwijgen te brengen. Een adres
+aan de Regeering, om het gebeurde niet zoo hoog op te nemen, werd
+eenvoudig terzijde gelegd. Dit ging den Kolonisten te ver, en in
+September 1774 kwamen de vertegenwoordigers van twaalf Koloniën of
+Staten bijeen om den toestand te bespreken en dan onder elkander uit
+te maken, wat er gedaan moest worden. Het was het eerste Congres der
+Revolutionnairen.
+
+De besluiten, die genomen waren, konden zeker niet strekken om eene
+verzoening met het Moederland tot stand te brengen, want ze waren zoo
+vijandig mogelijk, ja, er werd eenvoudig besloten, dat men, als
+zelfstandig land in het Koninkrijk, zitting en stem in het Parlement
+hebben zou, en zoo lang de Regeering weigerde aan dien eisch te
+voldoen, zoo lang zou men ook alle verkeer met Engeland afbreken.
+
+De teerling was geworpen; de opstand in de Kolonie was uitgebroken.
+
+Men kon in die dagen nog mannen huren, die er het ambacht van soldaat
+op nahielden, en er waren ook wel enkele Duitsche Vorsten, die hunne
+soldaten aan een' vreemden Koning tegen eene billijke vergoeding, die
+de Vorsten in den zak staken, afstonden.
+
+Koning George wist zoo eenige regimenten van die geoefende
+vechtersbazen te bekomen en zond ze naar Amerika. In het eerst scheen
+het, dat de ongeordende troepen »Vrijheidszonen« het op de gehuurde
+soldaten winnen zouden, doch weldra bleek het, dat orde en tucht onder
+die »Vrijheidszonen« al te veel ontbraken, zoodat de huurbenden niet
+zooveel moeite hadden om de overwinning te behalen. De eerste
+nederlaag van aanbelang leden de opstandelingen bij Bunkershill. Thans
+was goede raad duur. Wat moest men doen?
+
+In dien dreigenden toestand verscheen een redder in den persoon van
+den Kwaker, George Washington, die op het tweede Congres, dat de
+opstandelingen hielden, den tienden Mei 1775, tot Opperbevelhebber
+over het leger benoemd was geworden. Weinig beroemde mannen zijn er,
+die zóó de algemeene achting van vriend en vijand genoten hebben, als
+deze George Washington, eene der beminnelijkste historische figuren
+uit de achttiende eeuw, de Wilhelm Tell van Amerika. De nederlaag bij
+Bunkershill had hij niet kunnen beletten, en evenmin kon men hem
+aansprakelijk stellen voor den noodlottigen winterveldtocht van
+Montgomery tegen Canada, in November 1775. Zijne heele aandacht was
+gevestigd op de geduchte toebereidselen, die Engeland maakte om door
+kracht van wapenen den opstand ineens te onderdrukken. Engeland zond
+veertigduizend man geoefende troepen, en hiertegen over kon Washington
+slechts zeventienduizend ongeoefende plaatsen. Washington deed, wat
+hij kon, maar was aanvankelijk niet gelukkig. Dit belette evenwel
+niet, dat de opstandelingen minder dan ooit eraan dachten om het hoofd
+in den schoot te leggen. Integendeel, dertien Staten of Koloniën
+gingen verder dan ze reeds gegaan waren, en op een nieuw Congres
+verklaarden ze zich onafhankelijk van Engeland, en namen den naam aan
+van »Vereenigde Staten van Noord-Amerika.«
+
+Dit gedenkwaardig besluit werd genomen den vierden Juli 1776, en--de
+eerste Republiek in Amerika was gegrondvest.
+
+Zwaar, ontzaglijk zwaar viel de strijd, maar Washington bezielde
+alles, zelfs na eene nederlaag, en waar hij in de Koloniën alles deed
+om de zaak der vrijheid te doen zegevieren, daar was zijn vriend
+Benjamin Franklin buiten de Koloniën in Europa bezig, om de belangen
+van de opstandelingen aan het Fransche Hof te bepleiten, en hij deed
+dit met zulk eene warmte en met zóóveel overleg, dat Koning Lodewijk
+XVI in 1778 de onafhankelijkheid van de Vereenigde Staten van
+Noord-Amerika erkende. Spanje volgde met het sluiten van een
+handelsverdrag met deze Vereenigde Staten, hetwelk vanzelf de
+erkenning als Mogendheid inhield, het volgende jaar.
+
+Bij deze erkenning van Frankrijk bleef het niet.
+
+Dit mag ons verbazen van een' Koning van Frankrijk, doch we moeten
+niet vergeten, dat Koning Lodewijk XVI gedreven werd door den wil van
+het Fransche volk, dat doortrokken was van Rousseau's leer over de
+onschendbare rechten van den mensch. Er heerschte in Frankrijk een
+zelfde geest van verzet, als in de oproerige Engelsche Koloniën,
+zoodat Koning Lodewijk genoodzaakt was te doen, wat met zijne
+beginselen streed.
+
+Den tienden Juli 1780 stapte een Fransch hulpleger van zesduizend man
+op Rhode Island aan wal, om tegen de Engelschen op te trekken.
+Generaal Rochambeau, die de Fransche troepen aanvoerde, stelde
+Washington bovendien nog eene som van zestien millioen livres terhand,
+welke ten deele door het Fransche volk geschonken, tendeele geleend
+werden.
+
+Stonden de zaken van Engeland al hopeloos vóór de Franschen hulp
+zonden, nu zag ieder verstandig mensch terstond in, dat de Koloniën
+onherroepelijk voor Engeland verloren waren.
+
+Alleen Koning George wilde dat niet zien, en hield met eene
+hoofdigheid, die het Rijk op millioenen ponden sterling te staan kwam,
+den strijd nog anderhalf jaar vol, en men ging pas tot
+onderhandelingen met de opstandelingen over toen een vrijzinnig
+Ministerie »Rockingham-Shelburne« aan het roer kwam. Den dertigsten
+November 1782 kwam er een verdrag tot stand, waarbij Engeland
+voorloopig de onafhankelijkheid van de Vereenigde Staten van
+Noord-Amerika erkende. Voor goed werd die onafhankelijkheid erkend bij
+den vrede van Versailles in 1783.
+
+Het was onmogelijk om in een boek van dit bestek waarin zoovele
+gebeurtenissen moesten opgenomen en geschetst worden, over dezen
+vrijheidsoorlog breedvoeriger te zijn. Deze oorlog is waard om door
+ieder uitgebreider gelezen te worden, al ware het alleen om de twee
+groote en schoone figuren, George Washington en Benjamin Franklin, in
+hunne volle kracht te leeren kennen.
+
+Geen wonder was het, dat de Vereenigde Staten, nu ze eenmaal, en zelfs
+door Engeland, erkend waren, de handen ineen sloegen tot het ontwerpen
+eener Constitutie, en toen volgens de bepalingen dezer Constitutie een
+President moest gekozen worden, verbaasde niemand zich, dat George
+Washington de uitverkorene was. Dat men verder de stad, waar de zetel
+der Regeering gevestigd werd, »Washington« noemde, is verklaarbaar
+voor iedereen, die gaarne aanneemt, dat dankbaarheid geene
+vreemdelinge in de Vereenigde Staten is.--
+
+De verschoonbare geest van verzet tegen de Europeesche Souvereinen
+heerschte evenwel niet uitsluitend in de Engelsche Koloniën van
+Noord-Amerika. Die geest doorreisde de heele Nieuwe Wereld, en
+gaandeweg verklaarde, op het voorbeeld der Vereenigde Staten, de eene
+Spaansche Kolonie na de andere zich onafhankelijk.
+
+De geschiedenis van al die nieuwe Republieken te verhalen is
+ondoenlijk, en wij willen volstaan met alleen eene opgaaf te doen van
+de jaren waarin ze ontstonden.
+
+Peru verklaarde zich onafhankelijk en werd eene Republiek in 1824;
+Chili had zichzelf reeds in 1818 vrijgemaakt en tot Republiek
+verklaard. Mejico was in 1824 eene Republiek geworden. Wat de andere
+Republieken betreft, valt dit zeer moeielijk te zeggen, want geene
+kaart waarop de staatkundige indeeling der landen afgebeeld is,
+onderging zoovele malen eene verandering, als die van Middel-Amerika.
+
+Van de Republiek Mejico dient evenwel nog wat vermeld.
+
+Keizer Napoleon III, die eenmaal President van de Fransche Republiek
+was, maar die zich tot Keizer van Frankrijk had weten te verheffen,
+kon met geene goede oogen eene Republiek aanzien, en trachtte met de
+verwikkelingen, die voortdurend in Mejico heerschten, zijn voordeel te
+doen. Zich verbonden hebbende met een deel ontevreden Mejicanen, zond
+hij, onder Bazaine, een Fransch leger naar het voormalige Azteken-rijk
+en weldra was een groot deel van dat land veroverd. Nu wist Keizer
+Napoleon een' broeder van den Keizer van Oostenrijk te bewegen om,
+aanvankelijk onder het protectoraat van Frankrijk, Keizer van Mejico
+te worden. Deze Aartshertog heette Maximiliaan en hij was een
+innemend, vriendelijk en zachtmoedig man. Als zoodanig was hij reeds
+ongeschikt om de Mejicaansche Keizerskroon te dragen. Zij werd hem
+eene smartelijke doornenkroon, en na haar drie jaar gedragen te
+hebben, kreeg de partij der revolutie de overhand, omdat Frankrijk
+zijn' beschermeling zoo goed als aan zijn lot overliet, en de arme
+Keizer werd den negentienden Juni 1867 gefusilleerd. Na dien tijd is
+zijne ongelukkige Gemalin, Keizerin Charlotte, eene zuster van Koning
+Leopold II van België, krankzinnig.
+
+Merkwaardig is het, dat na de ontdekking van de Nieuwe Wereld en den
+ondergang der oorspronkelijke Monarchale Rijken, in heel Amerika
+slechts twee Keizerrijken geweest zijn, door Christen-keizers
+bestuurd. Beiden werden het nog niet eens door vrije keuze, doch door
+een' samenloop van omstandigheden.
+
+Het Keizerrijk Mejico onder Maximiliaan hield zich slechts drie jaar
+stand; vele jaren langer bleef het Keizerrijk Brazilië bestaan.
+
+Nadat de W. I. Compagnie dit land aan Portugal verkocht had, bleef het
+ook in het bezit van dat Rijk, doch toen Keizer Napoleon I in 1808 het
+Portugeesche Koningshof tot wijken dwong, verlegde dit den zetel der
+Portugeesche Regeering van Lissabon naar Rio de Janeiro, de hoofdstad
+van de Kolonie Brazilië.
+
+De komst van de Vorstelijke familie was voor de Kolonie, die bijna
+altijd in kwijnenden toestand verkeerd had, van groote beteekenis. Er
+ontstond een heel nieuw leven, want vele voorname Portugeezen, die in
+Brazilië bezittingen hadden, maar nimmer, zoo lang ze in Portugal vrij
+leven konden, er aan gedacht hadden om op die bezittingen te gaan
+wonen, kwamen nu ook in Brazilië, dat eensklaps van Kolonie in een
+Koninkrijk Portugal veranderd was, want over het Europeesche Portugal
+had Koning Johan tijdens de Fransche overheersching natuurlijk niets
+te zeggen. Toch bleef het land Brazilië heeten, zelfs toen Koning
+Johan het in 1815 tot een Koninkrijk verhief, dat evenwel afhankelijk
+zou zijn van het inmiddels herstelde Koninkrijk Portugal. De
+Brazilianen wilden echter meer, en toen Koning Johan in 1821 naar
+Lissabon terugkeerde, hield men niet op, of de Kroonprins Dom Pedro
+moest, als Koning, achterblijven. Koning Johan gaf toe, doch eenmaal
+weer in Lissabon zijnde, zond hij Dom Pedro bevel om naar Portugal te
+komen. De Brazilianen echter meldden den Koning, dat men, als dit
+bevel gehoorzaamd werd, terstond na het vertrek van Dom Pedro, de
+Republiek zou uitroepen.
+
+Dom Pedro besloot nu te blijven, doch verkeerde in het moeielijke
+geval van heel dikwijls besluiten te moeten nemen welke lijnrecht
+indruischten tegen de belangen zijns Vaders. De
+Cortes-vergadering,--wij zouden zulk eene vergadering »Tweede Kamer«
+noemen,--ging inmiddels steeds verder, en in 1822 verklaarde zij het
+Koninkrijk Brazilië onafhankelijk van Portugal onder de regeering van
+Dom Pedro, die met zijne Gemalin tot Keizer en Keizerin van Brazilië
+uitgeroepen werd. In 1825 erkende de Koning van Portugal het
+Keizerrijk Brazilië, doch het geleek er niet naar, dat de Brazilianen
+nu tevreden waren. In 1831 zag Keizer Dom Pedro zich genoodzaakt
+afstand van de regeering te doen ten behoeve van zijn' zoon, die hem
+onder den naam van Dom Pedro II opvolgde, doch onder voogdijschap,
+want hij was pas vijf jaar oud. Thans echter is Brazilië ook eene
+Republiek. Dom Pedro II heeft jaren lang de Braziliaansche
+Keizerskroon gedragen, en alleen door zijn buitengewoon helder
+verstand, maar vooral door zijn vriendelijk en innemend karakter, kon
+hij zich op den troon staande houden. Zijne langdurige regeering was
+echter een even langdurige strijd van de Monarchale tegen de
+Republikeinsche beginselen, en het einde was, dat hij in 1889, door
+een' opstand, gedwongen werd om afstand van de regeering te doen. Daar
+zijn eenig kind, de Infante Isabella, gehuwd met Hertog Lodewijk van
+Orleans, Graaf van Eu, verre van bemind was, zoo dacht hij er niet
+aan, ten behoeve van haar afstand te doen. Hij verliet, zonder dat
+iemand hem eenige moeielijkheden in den weg legde, zijn Rijk en
+vertrok naar Europa, en oogenblikkelijk werd nu in Rio de Janeiro de
+Braziliaansche Republiek uitgeroepen.
+
+Thans telt heel Amerika van Noord tot Zuid geene enkele Monarchie
+meer; Amerika is het werelddeel der Republieken.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIV.
+
+NA VIER EEUWEN.
+
+
+Het jaar 1892 is een jaar van feesten waaraan de geheele beschaafde
+wereld deelneemt.
+
+Genua huldigt zijn' grooten zoon en Spanje viert schitterend feest ter
+eere van zijn' grooten ontdekker.
+
+Christophorus Columbus is de man van 1892.
+
+Wie met zijn' tijd medeleeft, en wie dit boek en nog veel meer andere
+boeken over hem en zijne ontdekking gelezen heeft, vraagt niet meer
+»waarom?« want hij weet het, en stellig stemt hij in met het
+kernachtige onderschrift van de plaat in »De Nederlandsche Spectator«
+van den dertienden Augustus van dit jaar:
+
+ »Voor vier eeuwen verwon Columbus 't kampioenschap der wereld.
+ Wie onzer sportsmen slaat hem ooit in dit reuzen-record?«
+
+Men moge denken over Columbus, zooals men wil; men moge de ontdekking
+van Amerika eene ramp noemen voor de oorspronkelijke bewoners, de daad
+blijft groot en grootsch, en de gevolgen van die daad waren
+onberekenbaar voor het verarmde, maar krachtige Europa, voor de Nieuwe
+Wereld zelve en--ook voor het Zwarte Afrika.
+
+Europa heeft zich eeuwen lang verrijkt met den onnoemelijk grooten
+schat van goud en zilver, gedolven uit de mijnen der Nieuwe Wereld, of
+eenvoudig weggenomen uit tempels en paleizen. Met dat goud en zilver
+deed Europa verbazend veel; het werd de bron van stoffelijke en
+geestelijke welvaart. Maar ook het plantenrijk van Amerika heeft eene
+ontzettende rol gespeeld, waar het zwarte slaven behoefde om den grond
+te bebouwen, teneinde katoen, suiker, cacao en tabak te kunnen
+oogsten.
+
+De slavenhandel is thans afgeschaft, maar niet te tellen zijn de
+Negers, die er de slachtoffers van werden. Voor Afrika werd dus in dit
+opzicht, Amerika's ontdekking eene ramp.
+
+Dit was evenwel niet de schuld van Columbus. De wijze waarop de
+Spanjaarden en Portugeezen koloniseerden draagt de schuld van al de
+rampen. En nog zijn de gevolgen van die slechte kolonisatie niet ten
+einde. Wie van de Republiek Mejico steeds Zuidwaarts trekt, vindt
+overal nog de nawerking van Spanjes gouddorst en bloedig bestuur. Men
+heeft er, over het heele vasteland, Spanjes gezag afgezworen, maar
+daarmede brak voor de ongelukkige landen de gouden eeuw van vrede en
+welvaart niet aan. Integendeel, nu begon eerst de grootste ellende
+voor de nakomelingen der Kolonisten.
+
+Meer kwaad dan ooit de verdrukking van een' Koning deed, doen daar
+thans de eer- en heerschzucht van de mannen, die zich, als President,
+aan het hoofd van de groote en kleine Republieken stellen. Even als
+ten tijde van Cortez en Pizarro wordt de dolk er gehuldigd, en ziet
+een eerzuchtige geene kans om in eene Republiek den President te
+verwijderen, teneinde in zijne plaats te komen, geen nood! Die
+eerzuchtige vindt zijne partij en vestigt eene nieuwe Republiek, tot
+hij op zijne beurt alweer verdrongen wordt door een ander.
+
+Onder zulk staatkundig gemartel, dat steeds met burgeroorlog gepaard
+gaat, kunnen handel, industrie, kunsten en wetenschappen met geene
+mogelijkheid zich ontwikkelen. Al wat liefelijk en schoon is, wordt
+verbannen, en al wat ruw en leelijk is, vat er post. Wordt de
+wetenschap er beoefend, dan is het minder om het welzijn van het volk
+te dienen, doch meer om te kunnen offeren op het altaar der laagste
+hartstochten.
+
+De toestand van heel Zuid-Amerika is treurig, en waren er geene
+Republieken, als de Vereenigde Staten van Noord Amerika en Zwitserland
+nu, was er niet eenmaal eene Republiek der Vereenigde Nederlanden
+geweest, was er nu nog niet eene Fransche Republiek, die, trots hare
+verdeeldheid, toch krachtig en welvarend is, dan zou men er toe komen
+om den Republikeinschen Regeeringsvorm den slechtsten te noemen, die
+er bestaan heeft en nog bestaat.
+
+ »Och, waren alle menschen wijs
+ En wilden daarbij wel,
+ Deze Aarde was een Paradijs;
+ Nu is ze vaak een hel.«
+
+Zoo zong de gemoedelijke Camphuyzen een paar eeuwen geleden en hij
+sprak daarmede eene groote waarheid uit. De menschen zijn, helaas,
+niet allen wijs en willen niet allen wel, en hierin zit de groote
+oorzaak van den ongelukkigen stand van zaken in de Amerikaansche
+Republieken van Mejico tot Patagonië. Hoe verstandiger en edeler de
+menschen zijn, hoe minder het er op aankomt, onder welken
+Regeeringsvorm men leeft. Maar eeuwen lang zijn in de Spaansche
+Koloniën de geesten uitgedoofd en was wetenschap er de uitbestede
+wees. Eeuwen lang heeft men er het volk in een' staat van trotsche
+domheid en verregaande onwetendheid gehouden. Toen de Peruanen geene
+Inka's meer hadden, waren ze als dwalende schapen zonder herder. Maar
+de geschiedenis van den val van het Inka-rijk is voor de Republikeinen
+van Amerika te vergeefs geboekt geworden, want toen men het juk van
+Spanje afwierp, was men niet instaat zichzelven te regeeren; de
+overgang geschiedde te plotseling, en na de
+onafhankelijkheids-verklaring heeft men den tijd niet gehad om door
+goed onderwijs en eene uitmuntende opvoeding de hoofden te verrijken
+en de harten te veredelen.
+
+Dikwijls echter hangt alles af van één' man, die aan zulk een'
+ongelukkigen toestand een einde maakt. Maar dat moet een man zijn met
+een helder hoofd en eene ijzeren wilskracht, een soort van Pizarro,
+maar veel beter nog, een soort van De Balboa. Jaren van rust zijn,
+onder elken Regeeringsvorm, in een land noodig om het volk wijzer en
+beter te maken. Scholen moeten er kunnen gebouwd en geld moet er voor
+goed onderwijs kunnen besteed worden, zal er orde en welvaart zijn.
+
+Of die tijd voor de ongelukkige Amerikaansche Republieken ooit komen
+zal? Of ze, zooals een dagblad-correspondent zich onlangs uitdrukte,
+nog lang zullen moeten bestaan »als afschrik voor de Europeanen, die
+de Republikeinsche denkbeelden zijn toegedaan«? Wie zal het zeggen?
+Wie waagt zich in deze aan eene voorspelling?
+
+Zou de wetenschap, die tegenwoordig zulk eene hooge vlucht neemt, en
+in onbegrijpelijk korten tijd verbazende veranderingen teweeg brengt,
+ook eenmaal de booze hartstochten bedwingen en de menschen wijs maken?
+
+Als dàt zoo is, dan zal die toestand spoedig genoeg veranderen, zelfs
+zonder hulp uit de Oude Wereld. Het land, dat eenmaal Azteken en
+Peruanen had, staat op het punt om aan de spits der beschaving te
+komen; want wat Amerika vooral in zijne Vereenigde Staten, die bijna
+voor iederen Europeaan »het Amerika« uitmaken, nu is, kan reeds ieders
+verbazing wekken, en steeds neemt de wetenschap er hooger vlucht.
+Zooals het oliezaad in een pas ingedijkten polder van goede klei veel
+weliger en krachtiger groeit en meer zaad oplevert dan op een' reeds
+lang gebruikten en toch goed bemesten grond, zoo ook schijnt de
+wetenschap op den maagdelijken akker van den geest veel forscher en
+krachtiger te wassen dan op den akker, die al zoo vele jaren oogst
+opleverde. Kunnen we het vierde eeuwfeest van de ontdekking der Nieuwe
+Wereld nu nog vieren met Amerika náást ons, het staat te voorzien, dat
+het vijfde eeuwfeest zal gevierd worden met Amerika bòven ons. In eene
+geestige causerie, die wel den naam van »studie« kan dragen, heeft Mr.
+H. A. des Amorie van der Hoeven in zijn reeds vroeger even
+aangehaalden »Cirkelgang der beschaving« er eenige jaren geleden reeds
+op gewezen. De landen ten Oosten van ons, vroeger zoo beschaafd, staan
+thans verre achter ons. Zullen wij ook eenmaal voor Amerika die
+»landen ten Oosten« zijn? We hopen het niet; maar het eene ramp te
+noemen, wanneer Amerika ons vóór gaat, dat zeggen we nog zoo gauw
+niet. De trekgans, die aan de spits van eene vlucht makkers, als
+voorvlieger, de lucht klieft, gaat willig achter in de rij om
+volgeling te zijn, ten einde in de daardoor verkregen rust krachten te
+verzamelen om straks alweer op hare beurt voorvlieger te kunnen
+worden.
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Bladz.
+
+ INLEIDING 1
+ DE ZEEVAART DER OUDE VOLKEN 5
+ DE ISLAM EN HET CHRISTENDOM 24
+ DE PORTUGEEZEN 41
+ DE DAGERAAD DER NIEUWE GESCHIEDENIS 59
+ EERSTE REIS VAN COLUMBUS 83
+ LASTER EN NAIJVER 121
+ AMERIGO VESPUCCI.--COLUMBUS IN KETENEN 158
+ LAATSTE REIS VAN COLUMBUS 193
+ ONTDEKKINGSIJVER 216
+ CORTEZ IN MEJICO 245
+ ZUID-AMERIKA ONDER SPANJAARDEN EN PORTUGEEZEN.--NEDERLANDERS
+ EN ENGELSCHEN IN AMERIKA 279
+ DE EERSTE REPUBLIEK IN AMERIKA 303
+ NA VIER EEUWEN 314
+
+
+
+
+ +------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: |
+ | |
+ | Plaats Bron Correctie |
+ | |
+ | Regel 128 . , |
+ | Regel 364 Lencippus Leucippus |
+ | Regel 435 [Niet in Bron] « |
+ | Regel 732 [Niet in Bron] « |
+ | Regel 782 [Niet in Bron] . |
+ | Regel 992 [Niet in Bron] » |
+ | Regel 1499 specerijën specerijen |
+ | Regel 1587 Saraceenen Saracenen |
+ | Regel 1856 Canjo Câno |
+ | Regel 2223 zet'ten zett'en |
+ | Regel 2374 Miléte Milete |
+ | Regel 2423 peizenden peinzenden |
+ | Regel 2447 Westen Oosten |
+ | Regel 2887 ---- -- |
+ | Regel 2996 de de de |
+ | Regel 3374 « «« |
+ | Regel 3438 Friana Triana |
+ | Regel 3655 werden werden. |
+ | Regel 3917 Nina' Nina« |
+ | Regel 4298 had. had, |
+ | Regel 4575 onsteekt ontsteekt |
+ | Regel 4986 zieken zieken. |
+ | Regel 5348 Mejikanen Mejicanen |
+ | Regel 5454 Kathaï Kataï |
+ | Regel 5778 Majesteit. Majesteit, |
+ | Regel 5954 Romeimen Romeinen |
+ | Regel 6183 Phenthesiléa Penthesiléa |
+ | Regel 6190 [Niet in Bron] ( |
+ | Regel 6190 [Niet in Bron] ) |
+ | Regel 6238 Coquibacao Coquibacoa |
+ | Regel 6244 Coquibacao Coquibacoa |
+ | Regel 6394 Anocaona Anacaona |
+ | Regel 6404 Barthelomeus Bartholomeus |
+ | Regel 6527 Barthelomeus Bartholomeus |
+ | Regel 6912 Janez Yanez |
+ | Regel 7075 Ovado Ovando |
+ | Regel 7134 Ovanda Ovando |
+ | Regel 7284 Fiësco Fiesco |
+ | Regel 7841 de Balboa De Balboa |
+ | Regel 7868 De Balbao De Balboa |
+ | Regel 7976 Ariaz Arias |
+ | Regel 8086 de Balboa De Balboa |
+ | Regel 8089 De Balbao De Balboa |
+ | Regel 8274 de Gryalva De Gryalva |
+ | Regel 8283 geb. Geb. |
+ | Regel 8338 Barameda Barrameda |
+ | Regel 8410 Portugeeschen Portugeezen |
+ | Regel 8572 Anacoana Anacaona |
+ | Regel 8709 Huitzilspotchli Huitzilopotchli |
+ | Regel 9316 Mejikaansche Mejicaansche |
+ | Regel 9897 Crusifix Crucifix |
+ | Regel 10322 Connecticut Connecticut, |
+ | Regel 10591 Saten Staten |
+ | |
+ +------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Vóór vier Eeuwen, by Pieter Louwerse
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VÓÓR VIER EEUWEN ***
+
+***** This file should be named 29627-8.txt or 29627-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/9/6/2/29627/
+
+Produced by Branko Collin and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This file was
+produced from images generously made available by The
+Internet Archive)
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/29627-8.zip b/29627-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..a5f63d4
--- /dev/null
+++ b/29627-8.zip
Binary files differ
diff --git a/29627-h.zip b/29627-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..73da16a
--- /dev/null
+++ b/29627-h.zip
Binary files differ
diff --git a/29627-h/29627-h.htm b/29627-h/29627-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..7cbc169
--- /dev/null
+++ b/29627-h/29627-h.htm
@@ -0,0 +1,11676 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.1//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml11/DTD/xhtml11.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of Vóór vier Eeuwen, by Pieter Louwerse.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+
+body {margin-left: 10%; margin-right: 10%;}
+
+h1 {text-align: center; clear: both; margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; font-size: 250%;}
+h2 {text-align: center; clear: both; margin-top: 4em; font-size: 100%;}
+h3 {text-align: center; clear: both; margin-top: 4em; margin-bottom: 3em;}
+
+h2.h2big {font-size: 150%; margin-top: 2em; margin-bottom: 2em;}
+h2.ch {font-size: 120%;}
+
+p {margin-top: .4em; margin-bottom: .4em; text-align: justify; text-indent: 1em;}
+p.subtitle {text-align: center; font-size: 85%; text-indent: 0em;}
+p.tp {text-align: center; text-indent: 0em; margin-top: 1em; margin-bottom: 1em;}
+p.noi {text-indent: 0em;}
+
+div.tpv {margin-top: 4em; margin-bottom: 7em; text-align: center;}
+div.inhoud {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em;}
+
+hr {width: 15%; clear: both;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 2em; margin-left: auto; margin-right: auto;}
+hr.tb {border-style: none;}
+hr.hrtp {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em;}
+hr.chend {margin-top: 1em; margin-bottom: 1em;}
+hr.tit {width: 8%; margin-top: 1em; margin-bottom: 1em;}
+
+.pagenum {/* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute; text-indent: 0em; font-style: normal;
+ left: 93%; font-size: 90%; text-align: right; color: #888888;}
+
+/* TABLES */
+table {margin-left: auto; margin-right: auto;
+ padding: 0; border: 0; border-collapse: collapse;}
+td.tdl {text-align: left; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+td.tdlt {text-align: left; padding-left: 1.5em; padding-right: 0.5em; text-indent: -1em; font-size: 80%;}
+td.tdc {text-align: center; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+td.tdcw {text-align: center; padding-left: 0.5em; padding-right: 0em; word-spacing: 1.3em;}
+td.tdr {text-align: right; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em; vertical-align: bottom;}
+
+/* ALIGN */
+.left {text-align: left;}
+.center {text-align: center;}
+.right {text-align: right;}
+.ri2 {padding-right: 2em;}
+
+.mixcap {font-variant: small-caps;}
+.g {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em; font-weight: normal; font-style: normal;}
+span.corr {border-bottom: 1px dotted red;}
+
+/* IMAGES */
+.figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+.figleft {float: left; clear: left; padding: 0; text-align: center; width: auto;
+ margin-left: 0; margin-bottom: 1em; margin-top: 1em; margin-right: 1em;}
+.figright {float: right; clear: right; padding: 0; text-align: center; width: auto;
+ margin-left: 1em; margin-bottom: 1em; margin-top: 1em; margin-right: 0;}
+.caption {text-align: center; font-size: 85%;}
+.caption2 {text-align: center; font-size: 100%;}
+
+/* POETRY */
+.poem {margin-left: 10%; margin-right: 10%; text-align: left; font-size: 85%;}
+.poem br {display: none;}
+.poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+
+.poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+.poem span.i1 {display: block; margin-left: 1em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+.poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+.poem span.i14 {display: block; margin-left: 14em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+
+.size75 {font-size: 75%;}
+.size125 {font-size: 125%;}
+.size150 {font-size: 150%;}
+.size200 {font-size: 200%;}
+
+/* Transcriber Note */
+.TNbox {margin: 5% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em; background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;}
+.TNbox h1 {font-variant: small-caps; font-size: 130%; letter-spacing: 0; margin: 1em;}
+.TNbox p {text-indent: 0em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+.TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;}
+.TNbox th {text-align: left;}
+.TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;}
+td.td2 {width: 20%;}
+td.td4 {width: 40%;}
+
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Vóór vier Eeuwen, by Pieter Louwerse
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Vóór vier Eeuwen
+ Een Volksboek over de Ontdekking van Amerika
+
+Author: Pieter Louwerse
+
+Release Date: August 6, 2009 [EBook #29627]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VÓÓR VIER EEUWEN ***
+
+
+
+
+Produced by Branko Collin and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This file was
+produced from images generously made available by The
+Internet Archive)
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="TNbox">
+ <h1>Opmerkingen van de bewerker</h1>
+
+ <p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling.
+ Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p>
+
+ <p>Overduidelijke inconsistenties, druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd;
+ deze zijn voorzien van een <span class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne
+ rode stippellijn</span>, waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.<br />
+ Inconsistent gebruik van verbindingsstreepjes is behouden.</p>
+
+ <p>Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan
+ <a href="#correctie">het eind van dit bestand</a>.</p>
+</div>
+
+<div class="figcenter" style="width: 474px;">
+<img src="images/voorkant.jpg" width="474" height="720" alt="voorkant boek" title="" />
+</div>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_i">[i]</a></span></p>
+
+<h3>Vóór vier Eeuwen.</h3>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_ii">[ii]</a></span><br />
+<span class="pagenum"><a id="p_iii">[iii]</a></span><br />
+<span class="pagenum"><a id="p_iv">[iv]</a></span></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 501px;">
+<img src="images/frontispiece.jpg" width="501" height="720" alt="CHRISTOPHORUS COLUMBUS." title="" />
+<span class="caption2">CHRISTOPHORUS COLUMBUS.</span>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_v">[v]</a></span></p>
+
+<div class="tpv">
+
+<h1>Vóór vier Eeuwen.</h1>
+
+<p class="tp size125"><em class="g">EEN VOLKSBOEK</em></p>
+
+<p class="tp size75">OVER</p>
+
+<p class="tp size200">DE ONTDEKKING VAN AMERIKA,</p>
+
+<p class="tp size75">DOOR</p>
+
+<p class="tp size150"><em class="g">P. LOUWERSE</em>.</p>
+
+<p class="tp"><b>Met Portretten en verschillende Illustraties.</b></p>
+
+<hr class="hrtp" />
+
+<p class="tp size125"><em class="g">SNEEK</em>.</p>
+
+<p class="tp size125"><em class="g">J. F. VAN DRUTEN</em>.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_vi">[vi]</a></span></p>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_1">[1]</a></span></p>
+
+<h2><a id="HOOFDSTUK_I"></a>HOOFDSTUK I.</h2>
+
+<hr class="tit" />
+
+<p class="subtitle">INLEIDING.</p>
+
+<p>De aardappel is oorspronkelijk een Amerikaansch gewas, tenminste, men
+houdt Chili of Mejico voor het vaderland ervan, en met zekerheid weet
+men, dat deze plant vroeger in heel Europa niet te vinden was. In 1565
+was er echter een Engelschman, <span xml:lang="en">John Hawkins</span> geheeten, die het
+dagelijksch brood, en waarschijnlijk wel meer dan dat, als
+slavenhandelaar verdiende. Daar, door eene langdurige reis, zijn
+scheepsvoorraad aan levensmiddelen in Amerika noodwendig moest
+aangevuld worden, zoo nam hij te <span xml:lang="es">Santa Fé</span>, eene stad in de nabijheid
+van de <span xml:lang="es">Rio la Plata</span>, bij gebrek aan wat beters, een soort van knollen
+aanboord, welke daar groeiden en door de inlanders gegeten werden. Van
+deze knollen had hij nog over toen hij eene Iersche haven binnenliep.
+Deze knollen waren niets anders dan aardappelen. Ze schenen evenwel
+niet bevallen te zijn, want aan het poten van de vrucht dacht de Ier
+niet. Negentien jaar later bracht de Engelsche Admiraal <span xml:lang="en">Walter Raleigh</span>
+dezelfde knollen, als wat nieuws, uit <span xml:lang="en">Virginia</span>, een&rsquo; van de Vereenigde
+Staten van Noord-Amerika, in Engeland, en in 1589 wist Clusius,
+Hoogleeraar te Leiden, eenige knollen te bekomen, welke zorgvuldig in
+den Hortus werden aangekweekt. Langzamerhand verspreidde dit gewas
+zich over geheel Europa. Van een algemeen gebruik was evenwel nog zóó
+<span class="pagenum"><a id="p_2">[2]</a></span>weinig sprake, dat Frederik II, de Groote, Koning van Pruisen, de
+koppige boeren met geweld moest dwingen om aardappelen te teelen. Men
+vond dit bevel een&rsquo; dwang gelijk.</p>
+
+<p>En hoe is het tegenwoordig gesteld met het verbouwen der aardappels?</p>
+
+<p>In jaren van misgewas worden in ons land duizenden Hectoliters uit
+Saksen ingevoerd. En wat zou Ierland, het arme Ierland, zijn zonder
+aardappelen?</p>
+
+<p>Moesten bijna twee eeuwen na het bekend worden dezer plant nog
+dwangmaatregelen genomen worden om haar te verbouwen, thans is hare
+vrucht over een groot deel van Europa het hoofdvoedsel van millioenen
+menschen.</p>
+
+<p>Doch waarom een boek over de ontdekking van Amerika begonnen met eene
+korte geschiedenis van den aardappel?</p>
+
+<p>Hierom. Ik wist met geen beter voorbeeld uit het dagelijksch leven te
+beginnen, om aan te toonen, hoe lang het dikwijls duurt eer eene
+ontdekking of uitvinding van algemeen nut wordt.</p>
+
+<p>Een voorbeeld, op het gebied der uitvindingen, levert de geschiedenis
+van den stoom.</p>
+
+<p>Ja, het is waar, de stoom is eigenlijk niet uitgevonden, want het was
+iets, dat bestond, maar de toepassing van den stoom op fabriekswezen,
+scheepvaart en middelen van vervoer is wél eene uitvinding, en wel
+eene, die zulke groote afmetingen in hare gevolgen heeft, dat de
+toestand der heele maatschappij er door gewijzigd is geworden, en nog
+veel meer wijzigingen noodig heeft. Welk eene tijdruimte ligt er
+tusschen het heden, waarin de stoom als wereldkoning heerscht, en het
+oogenblik waarop de beroemde wis- en natuurkundige Hero van
+Alexandrië, die anderhalve eeuw vóór onze tijdrekening leefde, de
+aeolipile of dampkogel uitvond! Zonder volkomen bekend te zijn met de
+kracht, die door den stoom uitgeoefend wordt, was het niet mogelijk
+zulk een&rsquo; dampkogel uit te vinden. Zelfs de Celtische heidenpriesters
+schijnen met de kracht van den stoom bekend geweest te zijn. En lezen
+we ook niet van <span xml:lang="es">Blasco de Garay</span>, een&rsquo; zeeman, die ten tijde van Keizer
+<span class="pagenum"><a id="p_3">[3]</a></span>Karel V, dus drie eeuwen geleden, in de haven van Barcelona eene
+openbare proef gaf van het voortstuwings-vermogen van schepen door
+middel van stoom? Door geleerde onderzoekers wordt deze toepassing van
+stoomkracht door <span xml:lang="es">Blasco de Garay</span> tegengesproken, doch een feit is het,
+dat <span xml:lang="fr">Papin</span> reeds in 1681 een werk uitgaf, waarin hij de mogelijkheid
+aantoonde, dat schepen door stoomkracht konden voortbewogen worden. Om
+de proef op de som te geven, voer hij langs het riviertje de <span xml:lang="de">Fulda</span> van
+<span xml:lang="de">Cassel</span> naar <span xml:lang="de">Münden</span> met eene raderstoomboot, die volgens zijne
+aanwijzingen gemaakt was. Bekend is het ook, dat de schippers, woedend
+dat men hun met deze uitvinding het brood uit den mond nemen zou,
+zijne eerste stoomboot vernielden. De proef was geleverd<span class="corr" id="corr01" title="Bron: .">,</span> wat
+stoomkracht vermocht, doch het moest toch 1787, dus ruim eene eeuw
+later worden, vóór zekere <span xml:lang="en">Patrick Miller</span> in Schotland, op de <span xml:lang="en">Firth of
+Forth</span>, stoom op zijn vaartuig gebruikte. Langzaam, zeer langzaam begon
+men nu ook in andere landen de stoomkracht op de scheepvaart toe te
+passen. Wanneer bij ons te lande van de eerste stoomboot gebruik
+gemaakt werd, ben ik niet te weten kunnen komen, doch het is ons allen
+bekend genoeg, hoe ook bij ons het aantal stoombooten, zoowel voor de
+zee- als binnenvaart, met het jaar toeneemt. En dan, welk eene
+uitbreiding heeft de toepassing van den stoom op de nijverheid
+verkregen!</p>
+
+<p>Is het nu met den stoom niet gegaan als met de aardappelen?</p>
+
+<p>Dat eene uitvinding soms eeuwen noodig heeft eer ze voor de heele
+maatschappij beteekenis gekregen heeft, bewijst niet enkel de
+geschiedenis van den stoom. Ook het kompas heeft ongeveer dezelfde
+geschiedenis doorloopen. Wanneer het kompas bekend is geworden, is bij
+geene mogelijkheid te bepalen, want het mannetje, dat de Tataren en
+Chineezen op hunne tochten in de woestijnen gebruikten, eeuwen vóór
+een zekere <span xml:lang="it">Flavio Gioia</span>, van het Italiaansche stadje <span xml:lang="it">Amalfi</span>, leefde,
+was toch ook een soort van kompas. Het was eene magnetische pop op
+een&rsquo; wagen geplaatst, welke pop steeds met de eene hand het zuiden
+aanwees. Maar <span xml:lang="it">Flavio Gioia</span>, de wakkere Italiaansche zeeman, die in de
+laatste helft der dertiende eeuw stierf, <span class="pagenum"><a id="p_4">[4]</a></span>moge al &bdquo;<em class="g">onschuldig</em> zijn&rdquo;
+aan de <em class="g">uitvinding</em> van het kompas, toch bracht hij er verbeteringen
+aan, en juist die verbeteringen waren het, welke voor de zeevarende
+volken van Europa langzamerhand een einde maakte aan het gevaar van
+&bdquo;buiten westen zijn&rdquo;.&mdash;Die kleine verbetering,&mdash;welke het geweest is,
+is onbekend,&mdash;bracht, maar alweer na verloop van vele jaren, zulk eene
+verandering in den toestand der menschelijke maatschappij, dat er een
+nieuw tijdperk aanbrak, welk tijdvak den naam draagt van &bdquo;Nieuwe
+Geschiedenis&rdquo;.</p>
+
+<p>Men zegt wel eens, dat de Nieuwe Geschiedenis in 1492 een&rsquo; aanvang
+neemt, en wel met de ontdekking van Amerika. Wáár, ontegenzeggelijk
+wáár is het, dat het vinden van een nieuw werelddeel op den toestand
+der heele maatschappij van onberekenbaar grooten invloed was, maar dat
+alleen de ontdekking van Amerika aan de Middel-geschiedenis een einde
+maakte en de nieuwe deed beginnen, is toch wat al te boud gesproken.</p>
+
+<p>De Nieuwe Geschiedenis, met al hare veranderingen, begon met den
+geest, die in dien tijd alle zeevarende volken bezielde, om hunne
+kennis van de aarde uit te breiden. Er was eene behoefte naar weten,
+een dorst naar kennis ontstaan. Die begeerte en die dorst breidden
+zich steeds meer en meer uit; zij brachten de Portugeezen, om Kaap de
+Goede Hoop heen, in den rijken Oostindischen Archipel; zij voerden de
+Spanjaarden naar de landen, waar goud en zilver opgetast lagen.</p>
+
+<p>Die behoefte naar weten en die dorst naar kennis maakten aan de
+Middel-geschiedenis, met al hare ruwheid, dichterlijk als eene woeste
+bergpartij, een einde. Eene nieuwe maatschappij moest ontstaan; ze was
+niet meer te keeren.</p>
+
+<p>Zóó zullen misschien eenmaal de geschiedschrijvers ook het tijdvak der
+Nieuwe Geschiedenis in deze eeuw doen ophouden, om eene &bdquo;Nieuwste
+nieuwe&rdquo; te stellen. Die krijgt dan wellicht den naam van
+&bdquo;Stoom-Geschiedenis&rdquo;.</p>
+
+<p>Eigenlijk is die Nieuwste-nieuwe geschiedenis er al een vijftig jaar,
+want de maatschappelijke toestand der volken van den tegenwoordigen
+tijd, gelijkt zoo goed als niets op dien van het einde der vijftiende
+eeuw.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_5">[5]</a></span>Over den stoom en
+zijne gevolgen willen we evenwel niet schrijven; een
+ander moge dat doen, als de stoom afgedaan heeft, zooals nu eene
+zeereis met een zeilschip bijna tot het verleden behoort. Toch blijven
+ook die eerste groote zeereizen merkwaardig genoeg om er vier eeuwen
+later nog eens op terug te komen. Over al die zeereizen kunnen we
+echter niet spreken, en daarom zullen we enkele maar terloops
+aanstippen, en ons bepalen bij die reizen, welke ten gevolge hadden:
+de ontdekking van Amerika, het werelddeel, dat voorbestemd schijnt te
+zijn in den zoogenaamden &bdquo;cirkelgang der beschaving&rdquo; aan de beurt te
+komen om uit de schatkameren van den menschengeest schooner en rijker
+schatten te voorschijn te roepen, dan hare rijke goud- en zilvermijnen
+eenmaal in edele metalen den Spanjaard aanboden.</p>
+
+<p>Eer we echter de ontdekking van Amerika gaan beschrijven, willen we
+even stilstaan bij de zeevaart der oude volken en die van de volken
+der Middel-geschiedenis.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="HOOFDSTUK_II"></a>HOOFDSTUK II.</h2>
+
+<hr class="tit" />
+
+<p class="subtitle">DE ZEEVAART DER OUDE VOLKEN.</p>
+
+<p>Wie zou toch wel het eerste schip gebouwd hebben en de eerste schipper
+geweest zijn?</p>
+
+<p>De Bijbel spreekt ons van den Zondvloed, en laat Noach met zijn gezin,
+en van de dieren des velds elk een paar, in de ark aan de algemeene
+verdelging van het menschen- en dieren-geslacht ontkomen.</p>
+
+<p>In de godsdienst-geschriften der Chaldeërs wordt een zekere Xisuthrus
+met vrouw, kinderen, bloedverwanten, vrienden en eenige dieren, bij
+een&rsquo; vloed, die de heele wereld overdekte, behouden.</p>
+
+<p>Op steenen, die <span xml:lang="en">George Smith</span>, een Engelschman, in de bouwvallen van
+Ninivé vond, las men, na de ontcijfering <span class="pagenum"><a id="p_6">[6]</a></span>van het schrift, dat er in
+gekrast of gehouwen was, dat Bel besloten had om de heele wereld door
+een&rsquo; watervloed te verdelgen. Een andere God, Aö geheeten, die als
+geest over de wateren zweefde, kreeg, toen hij het besluit van God Bel
+vernam, medelijden met een&rsquo; zekeren Sisithrus. Hij waarschuwde hem
+voor Bels plannen, en gaf hem den raad om vóór dien tijd een houten
+huis te bouwen van verbazende afmetingen, en zich daarin met zijn
+gezin en eenige dieren te begeven, als de overstrooming begon.</p>
+
+<p>De Indiërs spreken van een&rsquo; man, die Manoe heette, en die door een&rsquo;
+visch gewaarschuwd wordt voor een&rsquo; wereldvloed. Hij krijgt ook den
+raad om lijf en leven van zichzelven en zijn gezin in eene drijvende
+woning te redden. Manoe hoort naar dien raad; de vloed komt, en hij en
+de zijnen blijven behouden.</p>
+
+<p>De Grieksche godenleer, ook mythologie genoemd, houdt Deukalion voor
+den stamvader der Grieken of Hellenen, en deze Deukalion en zijne
+vrouw Phyrrha waren de eenigen van al de menschen, die bij een hoogen
+watervloed het leven behielden, door op raad van zijn Vader Prometheus
+zich te begeven in een vaartuig, dat vooraf opzettelijk gebouwd was.</p>
+
+<p>Maar nóch Noach, nóch Xisuthrus, Sisithrus, Manoe of Deukalion was de
+eerste, die met een soort van schip de wateren bevoer. Wanneer wij nu
+nog de onbeschaafde volken in een&rsquo; uitgeholden boomstam de rivieren,
+ja, soms de zee langs de kust zien bevaren, dan komen we er als
+vanzelf toe om het er voor te houden, dat de menschen lang vóór Noach
+of een&rsquo; der andere genoemde mannen, ook in uitgeholde boomstammen al
+gevaren hebben, en vóór men werktuigen had, was wellicht slechts een
+stam met takken en al het eenige vaartuig.</p>
+
+<p>Uit dit alles blijkt, dat het met geene mogelijkheid op te geven is,
+niet alleen wie de kunst van varen uitvond, maar zelfs niet welk volk.</p>
+
+<p>Dat het met de kennis onzer aarde in de grijze oudheid al zeer vreemd
+gesteld was, laat zich begrijpen, doch hiervoor behoeven we nog niet
+tot de oudheid terug te gaan, want zelfs vijftien eeuwen na het begin
+van onze <span class="pagenum"><a id="p_7">[7]</a></span>tijdrekening hadden de menschen nog de vreemdste denkbeelden
+van den vorm en de grootte onzer aarde. Dit zullen we later zien, en
+liever dan ons in allerlei fabelen te verdiepen, welke toch nog wel
+eens zullen genoemd worden naast gissingen, die men geopperd heeft,
+willen we met elkander eens een&rsquo; volksstam bezoeken, welke zich eene
+woonplaats gekozen had aan de Oostkust der Middellandsche Zee. Dit
+kustland droeg den naam van Phoenicië of Purperland, en zijne bewoners
+heetten Phoeniciërs.</p>
+
+<p>Wat de Engelschen in onzen tijd zijn, dat waren de Phoeniciërs in de
+oudheid. Reeds elf eeuwen vóór onze tijdrekening durfden ze met hunne
+schepen de tegenwoordige Straat van Gibraltar uitzeilen. Zij stichtten
+volkplantingen op de eilanden der Middellandsche Zee en de noordkust
+van Afrika. Het beroemde Carthago, waarvan we later zullen spreken,
+was ook door hen gesticht. Zij bezochten met hunne schepen niet alleen
+Engeland, de Noord- en de Oostzee om tin, barnsteen, mogelijk ook hout
+en graan te halen, maar ze kwamen zelfs op het eiland Madeira, en de
+Kanarische Eilanden. Dit nu weet men zeker, maar men gist nog veel
+meer, en die gissingen mogen thans bijna waarheden genoemd worden.</p>
+
+<p>In den eenvoudigen bijbelstijl heet het: &bdquo;En zij,&rdquo; namelijk de
+Koningin van Scheba, &bdquo;gaf den Koning Salomo honderdtwintig talenten
+gouds en zeer veel specerijen en kostelijk gesteente. Als deze
+specerij, die de Koningin van Scheba den Koning Salomo gaf, is er
+nooit meer in menigte gekomen. Verder ook de schepen van Hiram, die
+goud uit Ophir voerden, brachten uit Ophir zeer veel almuggimhout en
+kostelijk gesteente.&rdquo;</p>
+
+<p>Wie die Koningin van Scheba was, en waar Scheba lag, weten we niet
+zeker. Maar Hiram was Koning van de Phoenische stad Tyrus en zeer met
+Salomo bevriend. En het goudland Ophir? Moest men enkele jaren geleden
+nog zeggen, dat de ligging van dat land met geene zekerheid te bepalen
+was, de tochten in Afrika, welke in onzen tijd zulk eene groote
+uitbreiding verkregen, hebben omtrent Ophirs ligging, zoo al geene
+zekerheid, dan toch een sterk vermoeden van waarschijnlijkheid
+gebracht. Dat steenen <span class="pagenum"><a id="p_8">[8]</a></span>spreken kunnen, zagen we reeds, waar we gewag
+maakten van Smiths nasporingen in de ruïnen van Ninivé; en de
+bouwvallen in Zuid-Afrika, door de bewoners, als iets heiligs, lang
+voor Europeanen verborgen gehouden, doch nu gevonden, spreken in deze
+ook. De Phoeniciërs moeten ook hier geweest zijn.</p>
+
+<p>Herodotus, de beroemde Griek, die ook wel &bdquo;Vader der geschiedenis&rdquo;
+genoemd wordt, en die in het jaar 484 vóór Chr. geboren werd, verhaalt
+het volgende:</p>
+
+<p>&bdquo;De Phoeniciërs voeren uit de Roode Zee af en kwamen in de Zuidzee.
+Toen het herfst werd, gingen zij aan land en begonnen eenige akkers te
+bezaaien, en eerst toen ze geoogst hadden, zett&rsquo;en zij hunne reis
+voort, zoodat ze, na eene afwezigheid van twee jaren, in het derde
+jaar door de &bdquo;Zuilen van Hercules&rdquo; weder in Egypte kwamen. Zij
+vertelden, dat zij om Libye gezeild waren en de zon aan den
+rechterkant gehad hadden, wat ik evenwel niet gelooven kan.&rdquo;</p>
+
+<p>Deze tocht geschiedde omstreeks 600 jaar vóór Chr. op bevel van Necho,
+Koning van Egypte. Afrika heette toen Libye, en de zeeëngte van
+Gibraltar droeg den naam van &bdquo;Zuilen van Hercules&rdquo;.</p>
+
+<p>Hoe naïef klinkt Herodotus&rsquo; gezegde: &bdquo;wat ik evenwel niet gelooven
+kan.&rdquo; En na hem verliepen eeuwen aan eeuwen, en die tocht der
+Phoeniciërs werd steeds als eene fabel beschouwd. &bdquo;Hoe kon men nu de
+zon aan den rechterkant, dat is in het Noorden, hebben? Dat was toch
+onmogelijk. Hoe hoog des zomers de zon ook klimmen mocht, zoodat ze
+bijna in het toppunt kwam, de zon in het Noorden zien, dát behoorde
+tot de verzinsels, waarin de Phoenicische zeelieden zeer sterk waren.&rdquo;
+Zoo redeneerde men eeuwen lang, en eerst de Nieuwe Geschiedenis moest
+komen om met zekerheid te kunnen zeggen, dat Herodotus het gerust had
+kunnen gelooven, want dat het waar was.</p>
+
+<p>Zoo hebben dus de Phoeniciërs Afrika omgezeild, en denkelijk zullen ze
+nog wel verder gegaan zijn ook, doch dit vertelden ze niet graag. Ze
+begrepen zeer goed, dat andere volken eveneens gebruik konden maken
+van de ligging huns lands aan zee, om ook handel in allerlei vreemde
+<span class="pagenum"><a id="p_9">[9]</a></span>waren te gaan drijven. Wanneer ze dit deden, dan zou Phoenicië
+ophouden de stapelplaats van den handel te zijn en de welvaart zou
+afnemen. Dit nu moest men voorkomen, en dat deden ze door allerlei
+vreeselijke ontmoetingen te vertellen. Daar buiten die &bdquo;Zuilen van
+Hercules&rdquo;,&mdash;&bdquo;ze waren er geweest, ze kwamen er nòg, omdat ze wel
+moesten, maar anders ... neen, liever bleven ze dichter bij honk.
+Verbeeldt u ook, hoe vreeselijk! Niet zoo heel ver het Westen in was
+er niets anders dan water en zwarte duisternis. De verschrikkelijkste
+gedrochten leefden daar, en men zag er zelfs geene sterren meer
+waarnaar men den tocht richten kon!&rdquo;</p>
+
+<p>Waarom zouden de andere volken dit niet geloofd hebben? Verdween de
+zon dan niet in het Westen in zee, en als zij zich in de wateren
+gedompeld had, kon ze immers geen licht meer geven?</p>
+
+<p>Dat de aarde rond was, niemand kon dat gelooven, en dat er steeds
+evenveel oppervlakte der aarde door de zon beschenen werd, als er in
+duisternis lag, geen mensch, die er aan dacht.</p>
+
+<p>Hoe stelde men zich de aarde voor?</p>
+
+<table summary="">
+<tbody>
+<tr><td class="tdl">Homerus</td><td class="tdc">stelde de aarde voor als een</td><td class="tdl">schijf.</td></tr>
+<tr><td class="tdl">Anaximander</td><td class="tdcw"> &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo;</td><td class="tdl">rol.</td></tr>
+<tr><td class="tdl">Heraclitus</td><td class="tdcw"> &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo;</td><td class="tdl">boot.</td></tr>
+<tr><td class="tdl">Anaximenes</td><td class="tdcw"> &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo;</td><td class="tdl">tafel.</td></tr>
+<tr><td class="tdl">Pythagoras</td><td class="tdcw"> &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo;</td><td class="tdl">kubus.</td></tr>
+<tr><td class="tdl">Xenophanes</td><td class="tdcw"> &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo;</td><td class="tdl">kegel.</td></tr>
+<tr><td class="tdl"><span class="corr" id="corr02" title="Bron: Lencippus">Leucippus</span></td><td class="tdcw"> &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo;</td><td class="tdl">trommel.</td></tr>
+<tr><td class="tdl">Eudoxus van Cnidus</td><td class="tdcw"> &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo; &bdquo;</td><td class="tdl">langwerp. vierk.</td></tr>
+</tbody>
+</table>
+
+<p>Doch onverschillig welken vorm men aan de aarde gaf, allen stelden
+zich voor, dat de aarde op het water dreef. Slechts de beroemde Thales
+van Milete, die zeshonderd jaar vóór Chr. leefde, geloofde dat de
+aarde een bol was, welke met water en land één geheel vormde. Zelfs
+vermoedt men, dat hij reeds eene zonsverduistering voorspeld heeft.
+Het kan evenwel zeer goed zijn, dat de Chaldeërs, de Arabieren, de
+Indiërs of de Chineezen met Thales van hetzelfde gevoelen waren, want
+dat de wetenschappen in <span class="pagenum"><a id="p_10">[10]</a></span>die oude tijden hooger stonden dan wij wel
+vermoedden, is zeker. Alleen de gebrekkige middelen van verkeer, welke
+oorzaak waren, dat de volken in afzondering van elkander leefden,
+waren oorzaak, dat kennis en beschaving tot één land beperkt bleven en
+geen gemeen goed werden zooals ze het nu zijn.</p>
+
+<p>Doch keeren we tot onze zeevaarders terug.</p>
+
+<p>Eene der volkplantingen van de Phoeniciërs was Carthago. Ongeveer op
+dezelfde plaats waar nu Tunis ligt, werd, zoo luidt de overlevering,
+door Dido of Elissa, de dochter van een&rsquo; Koning van Tyrus, eene
+volkplanting en meteen eene stad gesticht, welke den naam van Carthago
+kreeg. Dit geschiedde ongeveer acht eeuwen vóór onze tijdrekening.
+Bezield met denzelfden ondernemingsgeest, als hunne stamgenooten in
+Phoenicië, trachtten de Carthagers door scheepvaart de welvaart huns
+lands te bevorderen. De scheepvaart van dit volk, dat geen land, maar
+slechts eene stad bewoonde, nam eene verbazende vlucht, en gerust kan
+men in den bloeitijd van Carthago de bevolking dezer stad op meer dan
+zevenhonderdduizend inwoners stellen. Meer nog dan de Phoeniciërs
+dreven ze handel op Afrika&rsquo;s westkust, maar wie zal ons zeggen hoevele
+schepen wel heengingen, doch nimmer wederkeerden? Wie zal bewijzen,
+dat al de schepen, waarvan men later nooit meer hoorde, vergingen?
+Kunnen er geene schepen steeds verder en verder in het Westen gevoerd
+zijn om eindelijk in ontredderden toestand in het land te komen,
+hetwelk wij thans Amerika noemen?</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 720px;">
+<img src="images/p011.gif" width="720" height="512" alt="WERELDKAART van Toscanelli." title="" />
+<span class="caption">WERELDKAART van Toscanelli.</span>
+</div>
+
+<p>Men beweert, dat de uitdrukking &bdquo;buiten westen zijn&rdquo;, welke beteekent:
+&bdquo;in stervenden toestand buiten kennis liggen&rdquo;, haren oorsprong heeft
+in het gevaar, dat de schepelingen dreigde, wanneer ze met hunne
+schepen zoo ver van de kust gingen, dat ze het land niet meer zagen.
+Maar geloofden de Phoeniciërs, en na hen de Carthagers, daaraan ook?
+Het is niet aan te nemen, want om op Madeira te komen moesten ze zóó
+ver het Westen in, dat er van de Afrikaansche kust niets meer te zien
+was. Hoe kwam <span xml:lang="it">Toscanelli</span>, een beroemd Italiaansch sterrenkundige, die
+in de vijftiende eeuw ná Chr. leefde, er aan om op zijne wereldkaart,
+hoe gebrekkig <span class="pagenum"><a id="p_11">[11]</a></span>die ook ware, in de zee tusschen Europa en Azië een
+eiland te leggen, hetwelk hij <span xml:lang="it">Antilia</span> noemde? Hij zelf, arts van
+beroep, was nimmer in dezen Atlantischen Oceaan geweest, en hij moest
+dus alleen bij overlevering bekend zijn met dit eiland. Van wie die
+overleveringen kwamen, is niet moeielijk te gissen. Ze kwamen van de
+Phoeniciërs, de Carthagers, de Romeinen of Noormannen. Had niet reeds
+Plato, de beroemde Grieksche dichter, die in het jaar 420 vóór Chr. te
+Athene geboren werd, een dichterlijk verhaal opgesteld van een eiland
+Atlantis, dat, ver buiten de &bdquo;Zuilen van Hercules&rdquo;, in den
+Atlantischen Oceaan had gelegen? En Plato&rsquo;s Atlantis was maar niet een
+eilandje, neen, hij beschreef het, als grooter dan Azië en Afrika
+samen, en dichtte er eene beschaving aan toe, zoo aanzienlijk en hoog,
+dat hij ze &bdquo;De gouden eeuw&rdquo; noemde. De bewoners waren evenwel zeer
+boos en slecht, en daarom was het door de goden verdelgd. Zij riepen
+eene aardbeving te voorschijn, en bijna heel Atlantis verdween, en
+eenige eilandjes bleven <span class="pagenum"><a id="p_12">[12]</a></span>er alleen over. Dit eiland Atlantis bestond
+niet enkel in de dichterlijke verbeelding van Plato, want hij had een
+oud Egyptisch verhaal in poëzie oververteld.</p>
+
+<p>Dit berijmde verhaal van Plato, of liever die oud Egyptische sage, is
+wel zeer merkwaardig, want als wij later in Mejico en Peru komen,
+zullen we daar eene beschaving vinden, welke ons onwillekeurig denken
+doet aan de beschaving der Egyptenaren, waarvan de overblijfselen nog
+zoo duidelijk spreken. Ze zal ons verbaasd doen vragen: &bdquo;Van waar toch
+bij zooveel verschil nog zooveel overeenstemming?<span class="corr" id="corr03" title="[Niet in Bron]">&rdquo;</span> Ze zal ons doen
+stilstaan, en onze gedachten terugvoeren in den grijzen voortijd. De
+menschen hebben al zoo lang geleefd, en de beschaving is niet van
+gisteren. Het bekende Salomo&rsquo;s gezegde: &bdquo;Er is niets nieuws onder de
+zon&rdquo;, is zoo onwaar niet, als men wel eens beweert. Menigeen vindt wat
+nieuws uit, dat eigenlijk wat ouds is en er vroeger al was, doch zóó
+verloren ging, dat niemand het meer kende. Dat eene kunst en eene
+wetenschap verloren kunnen gaan, behoeft niet bewezen te worden.
+Iedereen toch weet op welk een&rsquo; hoogen trap van beschaving de Grieken
+en Romeinen stonden bij den aanvang van onze tijdrekening. Toch wil ik
+één voorbeeld noemen, waaruit duidelijk blijkt, hoe eene wetenschap
+kan verloren gaan. Ik zeide reeds, dat Thales van Milete 600 jaar vóór
+Chr. leerde dat de aarde rond was, en dat hij ook waarschijnlijk eene
+zonsverduistering berekende. Welnu, in het hartje der Middel-eeuwen,
+dus bijna tweeduizend jaar na Thales, was er een Aartsbisschop van
+Salzburg, die beweerde, dat er op aarde menschen moesten wonen, wier
+voeten tegen de onze gekeerd zijn. Die zoogenaamde &bdquo;Tegenvoeters&rdquo;
+werden natuurlijk ook door Thales aangenomen en het kon dus geene
+nieuwe vinding van onzen Aartsbisschop zijn. Toch had onze
+middeleeuwsche denker om deze leer allerlei aanvallen te verduren, en
+was hij genoodzaakt haar in te trekken. Hoe was dit nu mogelijk?</p>
+
+<p>Het is bekend, dat aardbevingen en uitbarstingen van vulkanen zulke
+geweldige omkeeringen in de natuur te weeg gebracht hebben, dat de
+oppervlakte der aarde, na zulke vreeselijke gebeurtenissen, er heel
+anders uitzag dan <span class="pagenum"><a id="p_13">[13]</a></span>vóór dien tijd. Het is evenwel niet alleen in het
+rijk der natuur, dat die omkeeringen kunnen plaats hebben, maar ook in
+het rijk van beschaving en wetenschap. Aan de beschaving van Grieken
+en Romeinen werd een einde gemaakt door den inval van de ruwe en
+onbeschaafde Hunnen, die heel Europa overdekten, en, òf de toenmalige
+bewoners, arm en berooid, van de eene landstreek naar de andere
+dreven, òf hen tot zulk een&rsquo; staat van dienstbaarheid en slavernij
+brachten, dat er aan beschaving en wetenschap niet meer gedacht werd.
+Geene sprinkhanenplaag heeft in Egypte aan den oogst ooit grooter
+verwoesting aangebracht, dan de Hunnen-plaag bracht aan de Europeesche
+beschaving.</p>
+
+<p>Toch ontbrak het in die woeste tijden niet aan menschen, die, zonder
+dat ze dit wilden, in dienst der wetenschap waren. Het waren de
+Noormannen en Denen, die, gedreven door roofzucht, stoute zeetochten
+ondernamen. En al gingen hunne ontdekkingen ook alweer verloren, toch
+brachten ze aan de scheepvaart die verbeteringen aan, welke later
+noodig waren, om andere volken instaat te stellen op hunne beurt
+stoute zeetochten te ondernemen. Men bedenke ook wel dat de
+scheepvaart in die tijden bijna het eenige middel was om het eene volk
+met het andere in aanraking te brengen. Dat onderlinge verkeer
+bevordert beschaving en wetenschap, zoodat ieder, die de scheepvaart,
+al was het ook met een slecht doel, verbeterde, in dienst van beiden
+stond.</p>
+
+<p>De tochten der Noormannen zijn te merkwaardig om er ook niet een en
+ander van te vertellen.</p>
+
+<p>De Noormannen waren bewoners van Zweden, Noorwegen en Denemarken. Zij
+waren oorspronkelijk Germanen, en omdat het land, dat zij bewoonden,
+bij hunne gebrekkige kennis van landbouw, niet genoeg opleverde om hen
+van het noodige te voorzien, zoo trachtten ze het te kort door roof
+aan te vullen. Onder aanvoering van Earls, Jarls en Zeekoningen deden
+ze, onder den naam van &bdquo;Wikingers&rdquo; dat &bdquo;Strijders&rdquo; beteekent, stoute
+strooptochten ter zee, en overal waar ze kwamen, brachten ze schrik en
+ontsteltenis met ellende. Een Zeekoning, Earl of Jarl, was dus niet
+<span class="pagenum"><a id="p_14">[14]</a></span>veel anders dan een rooverhoofdman ter zee, die er roem op droeg, den
+drinkhoorn nooit aan den huiselijken haard, maar steeds aanboord
+geledigd te hebben, en die liever onder de berookte balken van zijn
+klein, maar sterk vaartuig sliep, dan aanwal, onder een gezellig
+huisdak. Hunne vaartuigen waren aanvankelijk zoo klein, dat er wel
+drie- of vierhonderd noodig waren, om eene bende van een paar duizend
+man naar het eene of andere land te voeren. Vele scheepjes hadden
+zelfs geen dek, en vaak zag men de Noormannen, om van de eene rivier
+in de andere te komen, de vaartuigen, die ze in hunne dichterlijke
+taal &bdquo;met schuim bedekte golvenberijders&rdquo; noemden, op de schouders
+nemen en wegdragen. Met zulke scheepjes waagden ze zich niet alleen op
+de Noordzee, neen, ze voeren er mee door het Kanaal, door de Bocht van
+Frankrijk, door de Spaansche Zee, door de Straat van Gibraltar, en
+waagden zich zelfs in de Middellandsche Zee. Nog verder gingen ze. Na
+eerst Ierland veroverd te hebben, trokken ze noordwaarts, namen de
+Shetlands-eilanden in bezit en daarna de Far-öer, om ten slotte ook
+IJsland aan te doen en zich daar te vestigen. Deze tochten waren
+evenwel niet in den tijd van eenige jaren afgeloopen; ze duurden een
+paar eeuwen. En hoe onbeschaafd die mannen ook waren, ja, met welke
+minachting zij neerzagen op alles, wat naar beschaving geleek, ze
+hadden toch oogen in het hoofd om te zien, dat er bij die beschaving
+voor hen heel veel bruikbaars was. Het noodzakelijk gevolg hiervan
+was, dat een Wiking, die onder Keizer Karel den Grooten een inval in
+ons land deed, een heel ander man was, dan een Wiking van twee eeuwen
+later, die van Wodan-dienaar zelfs Christen geworden was.</p>
+
+<p>De stoutste tochten van deze Noormannen waren niet enkel die, welke
+naar IJsland ondernomen werden. Toen ze dit eiland gekoloniseerd en
+daar eene maatschappij gevormd hadden, deden ze van hier uit reeds
+verre tochten naar het Zuiden.</p>
+
+<p>In Noorwegen regeerde een zekere Koning <span xml:lang="no">Harald Haarfager</span> of
+&bdquo;Schoonhaar&rdquo; niet naar den zin van zijne Wikingers; misschien wel,
+omdat hij te veel gewoonten van andere <span class="pagenum"><a id="p_15">[15]</a></span>Europeesche vorsten aannam.
+Een der Jarls, die het in het geheel niet met hem kon vinden, een
+zekere <span xml:lang="no">Ingolf</span>, nam met de zijnen en een groot aantal ontevredenen de
+wijk naar IJsland, en vestigde zich daar. Merkwaardig is het, hoe
+langzamerhand daar op dat afgelegen en koude eiland eene bevolking
+kwam, welke in vele opzichten beschaafder en reiner van zeden werd,
+dan menig volk in Europa. Een der IJslandsche kolonisten, <span xml:lang="no">Gunnbjörn</span>
+geheeten, was, kort na <span xml:lang="no">Ingolfs</span> vestiging, uitgezeild om in eenig ander
+naburig land te halen, wat op IJsland niet was, en wat men toch noodig
+had om daar te kunnen leven. Een enkele blik op de wereldkaart zal
+ieder doen zien, dat, westelijk van IJsland zich een verbazend groot
+land bevindt, waarvan we nu nog niet weten, of het zich tot aan de
+Noordpool uitstrekt of niet. Dit land heet Groenland, en wordt
+gerekend te behooren tot Amerika. Natuurlijk was men in dien tijd met
+het bestaan van dit land nog niet bekend. Maar wat gebeurde?
+<span xml:lang="no">Gunnbjörn</span>, die mogelijk wel naar de Far-öer wilde, werd door den storm
+naar het Westen geslagen, en kwam op de kust van dat onbekende land
+terecht. Hij gaf er den naam van &bdquo;<span xml:lang="no">Gunnbjörns</span> rots&rdquo; aan, en keerde
+terug, bevindende, dat de afstand tusschen het nieuw ontdekte land en
+IJsland zóó klein was, dat men op de helft der zeeëngte, die beide
+landen van elkander scheidt, op een&rsquo; helderen dag, zoowel Groenlands
+hoogten, als IJslands bergen zien kon. Thuis gekomen deelde hij zijne
+ontdekking mede, doch daar het gevonden land al even arm en
+onvruchtbaar scheen te zijn als IJsland, zoo stelde men er geen belang
+in, en eene eeuw verliep, zonder dat het iemand in het hoofd kwam,
+&bdquo;<span xml:lang="no">Gunnbjörns</span> rots&rdquo; op te zoeken.</p>
+
+<p>In 985 kwamen er nieuwe bewoners op IJsland. Een Jarl, Erik geheeten,
+en bijgenaamd &bdquo;de Roode&rdquo;, had, óók voor eene overtreding, met zijne
+Wikingers het Vaderland moeten verlaten. De bodem van IJsland leverde
+nu niet zoo heel veel op om onder de kolonisten de komst van nieuwe
+bewoners met blijdschap te begroeten, en toen nu Erik hoorde, dat er
+ten westen van IJsland nog een ander land was, besloot hij er met de
+zijnen heen te trekken. Hij bleef er drie jaar, en toen eens naar
+IJsland teruggekeerd, <span class="pagenum"><a id="p_16">[16]</a></span>vertelde hij van het nieuwe land zóóveel goeds,
+dat de arme IJslanders veel lust kregen om te gaan verhuizen, naar het
+land, dat Erik den mooien naam van &bdquo;Groenland&rdquo; gaf, omdat er
+uitgestrekte weidevelden gevonden werden. Geheel overdreven had Erik
+niet, want aan de hellingen der hooge bergen bevonden zich werkelijk
+weidevelden, en daar het bekend is, dat IJsland in vroegere eeuwen een
+warmer klimaat had dan het tegenwoordig heeft, zoo kan het ook best
+zijn, dat het Groenland van toen er aantrekkelijker uitzag dan het er
+in onzen tijd uitziet.</p>
+
+<p>In alle gevallen werkten de vertellingen van Erik dit op de IJslanders
+uit, dat hij kort daarna met vijfentwintig scheepjes vol kolonisten
+zich naar Groenland begaf. Men had alles medegenomen, wat voor een
+vast verblijf daar noodig was, doch slechts vier scheepjes kwamen er
+aan. De overige schijnen teruggekeerd of vergaan te zijn.</p>
+
+<p>Tot de Wikingers, die het geluk hadden te landen, behoorde ook
+<span xml:lang="no">Heerjolf</span>, een der stoutste zeevaarders, die zijn zoon <span xml:lang="no">Bjarni</span> evenwel
+op dien tocht niet mede genomen had, omdat deze op reis naar Noorwegen
+was. Toen nu <span xml:lang="no">Bjarni</span> op IJsland terugkwam, en daar vernam, dat zijn
+vader met Erik den Rooden naar Groenland vertrokken was, besloot hij
+om er ook heen te gaan, en dat wel onmiddellijk, zonder zijne lading
+te lossen. Geheel onbekend met het vaarwater en den koers, dien hij
+nemen moest, duurde het evenwel verscheidene weken eer hij bij zijn&rsquo;
+vader aankwam. Op dien langen tocht had hij wel telkens land gezien,
+doch daar het niet overeenkwam met hetgeen men hem op IJsland ervan
+verteld had, was hij er niet aanwal gegaan, niettegenstaande zijn volk
+graag gewild had. Hoewel Vader <span xml:lang="no">Heerjolf</span> zich vrij goed ingericht had,
+beviel het onzen <span xml:lang="no">Bjarni</span> al heel weinig in dat land, en sprak hij ervan
+om weer zoo spoedig mogelijk naar Noorwegen terug te keeren. Het kan
+echter zijn, dat <span xml:lang="no">Bjarni</span> nog andere redenen had om niet hier te
+blijven, want iedereen vond het verkeerd van hem gedaan, dat hij in
+die landen niet aanwal gegaan was. Blijkbaar waren deze streken immers
+veel vruchtbaarder dan Groenland?<span class="pagenum"><a id="p_17">[17]</a></span></p>
+
+<p>Er werd in de Kolonie veel over de zaak gesproken, en het kwam er
+zelfs toe, dat Erik een&rsquo; familieraad belegde, om hierin uit te maken,
+of men het land, door <span xml:lang="no">Bjarni</span> gezien, opzoeken zou, ja of neen. Er werd
+besloten het te doen, en nu was het eerste werk der familie om
+<span xml:lang="no">Bjarni</span>&rsquo;s schip, dat vrij groot en een uitmuntend zeevaarder was, voor
+dien tocht te koopen.</p>
+
+<p>Vijfendertig stoere gezellen, waaronder ook <span xml:lang="no">Bjarni</span> was, begaven zich
+aanboord, en Erik zelf zou aanvoerder van den tocht zijn. Toen Erik
+evenwel naar de haven reed, struikelde zijn paard en hij viel er af.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat is een wenk van de Goden om thuis te blijven,&rdquo; zeide hij. &bdquo;Mijn
+oudste zoon <span xml:lang="no">Leif</span> zal uw Jarl zijn! Gehoorzaamt hem!&rdquo;</p>
+
+<p>Hoewel <span xml:lang="no">Leif</span> liever gewild had, dat zijn Vader het bevel op zich
+genomen had, aanvaardde hij evenwel den tocht.</p>
+
+<p>Wanneer we nu eene kaart van Noord-Amerika raadplegen, dan vinden we
+tusschen eene menigte eilanden, die ten Noorden van het vaste land
+liggen, en Groenland, eene breede zeestraat, onder den naam van Straat
+<span xml:lang="en">Davis</span>. Ook deze straat, was <span xml:lang="no">Bjarni</span> op zijn&rsquo; tocht naar Groenland
+overgestoken, toen hij zag dat die landen niet de kusten waren waar
+hij zijn&rsquo; vader kon vinden. Het land dus, dat <span xml:lang="no">Bjarni</span> het laatst gezien
+had, zag men nu het eerst.</p>
+
+<p>Men ging aanwal en vond er achter de rotsen, die den oever omzoomden,
+eene groote vlakte met bosschen overdekt, doch hier en daar
+afgewisseld met uitgestrekte, eentonige heidevelden.</p>
+
+<p><span xml:lang="no">Leif</span> noemde dit land, om die groote vlakten, <span xml:lang="no">Helluland</span>, omdat het als
+een vlakke steen was, en het woord &bdquo;hella&rdquo; ook &bdquo;vlakke steen&rdquo;
+beduidde.</p>
+
+<p>Dit <span xml:lang="no">Helluland</span> was niets anders dan het groote eiland New-Foundland,
+dat eene oppervlakte heeft driemaal grooter dan ons land, en gelegen
+is op ongeveer dezelfde breedte. Het klimaat is er echter op den duur
+veel guurder dan bij ons.&mdash;Dit nam echter niet weg, dat het toch veel
+beteer bewoonbaar was dan Groenland.</p>
+
+<p><span xml:lang="no">Bjarni</span> had zuidelijker evenwel nog andere landen gezien, <span class="pagenum"><a id="p_18">[18]</a></span>en daarom
+beval <span xml:lang="no">Leif</span> het anker te lichten, en verder te stevenen.</p>
+
+<p>Na eenigen tijd zag men weer land, en daar aanwal gegaan, scheen het
+heele land niets anders te zijn dan een groot bosch. Om deze reden
+noemde <span xml:lang="no">Leif</span> het &bdquo;<span xml:lang="no">Waldland</span>&rdquo;. Op de kaart vindt ge het tegenwoordig
+geteekend, als een schier-eiland met den naam van Nieuw-Schotland.</p>
+
+<p>Met een&rsquo; stevigen noordoosten wind verlieten de wakkere Wikingers dat
+Waldland, en voeren twee dagen lang in zuid-oostelijke richting voort,
+totdat ze nogmaals eene kust ontdekten. Daar het weder inmiddels zeer
+ongunstig geworden was, ging <span xml:lang="no">Leif</span> met de zijnen op een eilandje aan
+den wal om beter weer af te wachten. Zoodra dit kwam, werd de reis
+langs de kust voortgezet, en eindelijk voer men eene rivier op. De
+ankers werden uitgeworpen en men besloot hier te overwinteren.</p>
+
+<p>Welk een land was dit! Hoe vruchtbaar was het er! Welke schoone
+bosschen! Welke heerlijke weiden! Welk een plantengroei! Deze ruwe
+mannen, die in hun geheele leven nog niet veel anders gezien hadden
+dan ijs, sneeuw, naakte rotsen en schrale weilanden, waren vol
+verrukking. En nog hooger steeg hunne vreugde, toen één hunner, in de
+bosschen dwalende, heerlijke, rijpe wijndruiven in overvloed vond. Vol
+vreugde begonnen zij ze te verzamelen; men at er van zooveel men
+lustte, doch de voorraad was te groot, en daarom werd er besloten, ze
+te drogen en dan naar Groenland mede te nemen. In het voorjaar begon
+men met rijke lading de terugreis. Behouden kwamen de moedige
+ontdekkers in Groenland aan, en het is te begrijpen hoe gretig men
+luisterde naar de vertellingen van de wonderen waaraan &bdquo;Wijnland&rdquo;, zoo
+noemden ze deze streek, zoo rijk was.&mdash;De Kolonisten van Groenland
+bleven altijd nog met die van IJsland in voortdurende gemeenschap, en
+ook op hunne beurt onderhielden de IJslanders nog de betrekking met
+het moederland Noorwegen, waar men, na eenige jaren, van bijna niets
+anders sprak dan van &bdquo;Wijnland&rdquo; en van den ontdekker &bdquo;<span xml:lang="no">Leif</span> den
+Gelukkige.&rdquo;</p>
+
+<p>Of <span xml:lang="no">Leif</span> voor en na nog meer tochten naar Wijnland <span class="pagenum"><a id="p_19">[19]</a></span>deed, vertelt de
+geschiedenis niet. Wel deelt ze mede, dat <span xml:lang="no">Leif</span> naar Noorwegen
+terugkeerde, en er het Christendom aannam, wat de oude Erik, die aan
+den Wodansdienst getrouw bleef, minder aangenaam vond. Hij stierf
+echter kort daarop, en nu werd <span xml:lang="no">Leif</span> in zijn Vaders plaats Jarl.
+Waarschijnlijk vond hij het nu beter om, volgens de wijze van
+Christen-vorsten, thuis te blijven om zijn volk te besturen, dan dat
+hij altijd op zee was. Hij gaf daarom zijn schip aan zijn&rsquo; broeder
+<span xml:lang="no">Thorwald</span>, en deze ging nu in Wijnland overwinteren om met het voorjaar
+nog verder te trekken, en kwam op een schoon en vruchtbaar eiland, in
+eene groote baai gelegen. Het eiland waar hij overwinterd had, was
+eigenlijk een schier-eiland, en het kan wel niets anders geweest zijn
+dan het schier-eiland, dat nu <span xml:lang="en">Rhode-Island</span> heet. Het eiland in de
+groote baai ligt er nóg, en heet <span xml:lang="en">Long-Island</span>. Tegenover dit eiland
+ging <span xml:lang="no">Thorwald</span> met de zijnen aan den wal, en deze landstreek moet
+geweest zijn, waar tegenwoordig <span xml:lang="en">New-York</span> ligt.</p>
+
+<p>Terwijl men hier alles voor een vrij langdurig verblijf gereed maakte,
+vonden enkele Noormannen drie booten, die met huiden overtrokken
+waren. Ze waren als tenten opgesteld, en hieronder vonden ze slapende
+... menschen. Ja, menschen waren het, en wel Eskimo&rsquo;s, maar naar de
+meening van de Noormannen konden er alleen menschen in de &bdquo;wereld&rdquo;
+wonen, en het land, dat ze nu tijdelijk bewoonden, lag immers buiten
+de wereld in en aan de streek der eeuwige duisternis? Nu wil het
+geval, dat de lichaamsbouw en het aangezicht van de Eskimo&rsquo;s juist
+voor Europeanen niet schoon te noemen zijn, en het is dus geen wonder
+dat de Noormannen hen niet &bdquo;Menschen&rdquo; maar &bdquo;<span xml:lang="no">Skrällings</span>&rdquo; noemden, wat
+zoo veel beduidt als &bdquo;wangedrochten&rdquo;, &bdquo;uitschot van de menschen&rdquo;. De
+Noormannen meenden dan ook eene zeer goede daad te doen door de
+wereld, al was het ook de buitenwereld, van die gedrochten te
+verlossen en doodden hen. Eén evenwel had het geluk te ontkomen, en
+dit was <span xml:lang="no">Thorwalds</span> ongeluk.</p>
+
+<p>Zonder er aan te denken dat die &bdquo;wangedrochten&rdquo; ook eene taal hadden
+waarmede ze aan hunne broeders konden mededeelen, wat gebeurd was,
+bleven de Noormannen hun <span class="pagenum"><a id="p_20">[20]</a></span>lui en gemakkelijk leven leiden, en zett&rsquo;en
+zelfs geene enkele wacht uit.</p>
+
+<p>Midden in een&rsquo; nacht dat allen rustig lagen te slapen, naderden opeens
+honderden <span xml:lang="no">Skrälling</span>ers en overvielen, onder een afgrijselijk
+geschreeuw en gehuil, het kamp der Noormannen, die met achterlating
+van alles, wat ze aan den wal hadden, naar hun schip vloden, en zich
+daar achter de verschansing verscholen om veilig te zijn voor de
+hagelbui van pijlen, die op hen afgeschoten werden.</p>
+
+<p>Eindelijk gelukte het den Noormannen om de kust te ontvluchten.
+Slechts één hunner was gewond, doch die eene was Jarl <span xml:lang="no">Thorwald</span>. Hij
+trok zich den pijl uit de wonde en zeide: &bdquo;Dat is mijn dood!&rdquo;</p>
+
+<p>Toen ze nog op <span xml:lang="en">Rhode-Island</span> waren, had hij, verrukt door den
+heerlijken aanblik van het land, uitgeroepen: &bdquo;Hier zou ik wel een
+huis willen bouwen om er te blijven wonen.&rdquo;</p>
+
+<p>Zoodra hij nu voelde, dat de wonde van den pijl, die zeker vergiftigd
+was, zijn&rsquo; dood ten gevolge zou hebben, beval hij, dat men hem naar
+dat land brengen zou, en zoodra hij er voet aanwal gezet had, sprak
+hij zacht: &bdquo;Het is wel een voorspellend woord geweest toen ik zeide,
+dat ik hier een huis zou willen bouwen om er te wonen. Thans zàl ik er
+blijven voor immer en altijd. Men zal er mij begraven; op mijn graf
+zal men een kruis planten en den naam van dit land zal zijn:
+&bdquo;<span xml:lang="no">Krossanes</span>&rdquo;, dat is &bdquo;Kruis&rdquo;.<span class="corr" id="corr04" title="[Niet in Bron]">&rdquo;</span></p>
+
+<p>Alles geschiedde zooals <span xml:lang="no">Thorwald</span> voorspeld had. Hij stierf er, werd
+begraven onder de dennen op een&rsquo; heuvel; een kruis werd op zijn graf
+geplaatst, en deze landstreek heette onder de Noormannen voortaan
+&bdquo;<span xml:lang="no">Krossanes</span>.&rdquo;</p>
+
+<p>De Noormannen keerden in treurige stemming terug, doch <span xml:lang="no">Thorstein</span>,
+Eriks jongste zoon, begaf zich weldra aanboord van zijn schip om zijn
+broeders lijk van &bdquo;Kruis-kaap&rdquo; of &bdquo;<span xml:lang="no">Krossanes</span>&rdquo; te halen, en het dan
+dicht bij dat van Erik te begraven. Zijn tocht was echter vergeefsch,
+en tot de zijnen weergekeerd, had hij geene begeerte meer om Wijnland
+of een der andere ontdekte landen op te zoeken. Hij werd evenwel
+hierin ook door den dood verhinderd, die hem kort na zijne thuiskomst
+overviel.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_21">[21]</a></span>Erik had ook eene dochter <span xml:lang="no">Freydis</span> nagelaten, die gehuwd was met
+<span xml:lang="no">Thorward</span>, een&rsquo; Noorman geheel van den ouden stempel. Deze liet zich
+niet afschrikken door hetgeen zijn&rsquo; zwager wedervaren was. Hij sloot
+een verbond met den rijken koopman <span xml:lang="no">Thorfin Karlsafna</span>, die met <span xml:lang="no">Gudrid</span>,
+de weduwe van zijn&rsquo; broeder <span xml:lang="no">Thorstein</span> gehuwd was, en deze twee
+familiën scheepten zich naar Wijnland in. In 1007 verlieten ze
+Groenland met twee welbemande schepen, die van alles voorzien waren om
+eene Kolonie te kunnen stichten. Hoogstwaarschijnlijk kwamen zij op
+dien tocht nog veel zuidelijker dan <span xml:lang="en">New-York</span> ligt. Zij schijnen
+evenwel teruggekeerd te zijn, en zich gevestigd te hebben in de
+omstreken van <span xml:lang="en">New-York</span>. Men heeft in den Staat <span xml:lang="en">Massachusetts</span> een&rsquo;
+mark- of grenssteen gevonden, waarop in het Noorsche runenschrift
+staat: &bdquo;<span xml:lang="no">Nam Thorfin</span>&rdquo;, wat beduidt: &bdquo;Grond van <span xml:lang="no">Thorfin</span>&rdquo;. Die steen kon
+door <span xml:lang="no">Skrälling</span>ers daarheen gebracht zijn, zoodat hij nog geen bewijs
+kan wezen, dat de Noorman <span xml:lang="no">Thorfin</span> daar eenmaal grondbezit had. Een
+ander bewijs evenwel maakt duidelijk dat die steen daar best kan
+gestaan hebben, want <span xml:lang="no">Leif</span> teekende aan, dat daar ter plaatse, waar hij
+overwinterde, de zon om half acht opkwam en om half vijf onderging. En
+wat nu op aarde veranderen moge aan de oppervlakte, de lengte van dag
+en nacht bleef eeuw in en eeuw uit dezelfde, zoodat men met die
+aanwijzing der daglengte er vanzelf toe komt, om met zekerheid te
+kunnen bepalen waar het Wijnland der Noormannen lag.</p>
+
+<p>Maar wat gebeurde met de nieuwe Kolonisten?</p>
+
+<p>De <span xml:lang="no">Skrälling</span>ers kwamen hen, en thans met geene kwade bedoelingen, maar
+wel om ruilhandel te drijven, opzoeken. Het scheen dat de Noormannen
+begrepen, dat die wezens geene &bdquo;wangedrochten&rdquo;, maar menschen waren
+als zijzelve, doch van een ander ras. De ruilhandel bracht den
+Noormannen bovendien veel voordeel, want een <span xml:lang="no">Skrälling</span>er gaf voor een
+stuk van een&rsquo; rooden doek gaarne eenige kostbare pelzen, en toen de
+Noormannen geene roode doeken meer hadden, ruilden de <span xml:lang="no">Skrälling</span>ers
+kostbare huiden voor een&rsquo; schotel melkpap. Voordeeliger zaken kon men
+waarlijk niet doen, en het liet zich aanzien, dat de Noormannen <span class="pagenum"><a id="p_22">[22]</a></span>met
+het koloniseeren van Wijnland op weg waren om schatten te
+verzamelen<span class="corr" id="corr05" title="[Niet in Bron]">.</span></p>
+
+<p>Een klein ongeval maakte evenwel aan dien gunstigen toestand een
+einde.</p>
+
+<p>Eens dat de baai, waaraan de Kolonie lag, weer overdekt was met
+kano&rsquo;s, wier eigenaars aan den wal handel dreven, brak een der stieren
+van <span xml:lang="no">Karlsafna</span> los, en viel onder woest gebrul te midden der vreedzame
+pelsjagers. Verscheidenen werden gedood en de anderen gingen op de
+vrucht. Ze bleven echter niet weg. Meenende dat die &bdquo;Witgezichten&rdquo; met
+opzet den stier op hen losgelaten hadden, keerden ze bij duizendtallen
+terug, en overvielen de Kolonie, die geen kwaad vermoedde. In den
+vreeselijken strijd, die nu volgde, moesten de Noormannen het
+onderspit delven. Stellig zouden alle Noormannen omgekomen zijn, zoo
+niet <span xml:lang="no">Freydis</span>, als eene echte Wikinger-dochter, een zwaard gegrepen, en
+zich te midden der <span xml:lang="no">Skrälling</span>ers geworpen had. Dezen hierdoor
+verschrikt, sloegen nu op hunne beurt op de vlucht, en de overgebleven
+kolonisten waren behouden. Ze waren evenwel zoo verzwakt, dat ze
+besloten, de Kolonie te verlaten, en naar Groenland terug te keeren.
+<span xml:lang="no">Thorfin</span> vestigde zich weer op IJsland, en besteedde daar zijne
+rijkdommen om aanzienlijke goederen te koopen. Zijne vrouw <span xml:lang="no">Gudrid</span>
+echter, ging naar Rome, bleef er eenigen tijd en keerde toen naar
+IJsland weder als Non. Haar zoon <span xml:lang="no">Snorro Sturleson</span>, die in Wijnland
+geboren was, werd naderhand een beroemd geleerde. Natuurlijk is het,
+dat <span xml:lang="no">Gudrid</span>, toen ze in Rome was, wel verteld zal hebben van dat
+wonderland aan gene zijde der wateren, en de herinnering aan die
+vertellingen kan aan <span xml:lang="it">Toscanelli</span> aanleiding gegeven hebben om aan
+Plato&rsquo;s dichterlijk eiland &bdquo;Atlantis&rdquo; eenig geloof te hechten, zoodat
+hij midden in de groote zee tusschen Europa en Azië het eiland <span xml:lang="it">Antilia</span>
+plaatste.</p>
+
+<p>Dat die ontdekkingen der Noormannen zoo geheel vergeten werden, en
+alleen in allerlei dwaze vertellingen hier en daar nog eenigszins
+herinnerd werden, mag vreemd schijnen, doch er zijn redenen voor.</p>
+
+<p>De IJslanders zelf lieten heel Wijnland varen, en onderhielden <span class="pagenum"><a id="p_23">[23]</a></span>alleen
+gemeenschap met de Kolonisten van Groenland, die allen tot den
+Christelijken godsdienst overgegaan waren. Omstreeks het jaar 1350
+heerschte evenwel in heel Europa eene vreeselijke ziekte, &bdquo;Zwarte
+Dood&rdquo; geheeten, welke in alle landen duizenden slachtoffers eischte.
+Zij woedde ook op IJsland, stak naar Groenland, raapte daar de heele
+Kolonie door den dood weg, of maakte haar zóó klein, dat men er later
+niets meer van hoorde.</p>
+
+<p>Nog eene andere oorzaak is er.</p>
+
+<p>Zien we niet dagelijks, dat eene zaak, die eerst niet gewild was en
+een armzalig leven voortsleepte, later een ongekende vlucht nam? Dat
+die zaak aanvankelijk niet opnam, kwam omdat het volk nog niet rijp
+was om er de waarde van te beseffen. Eerst dán, als duizenden door één
+gevoel gedreven worden, komt dat, wat eerst niet geacht werd, opeens
+tot aanzien. De Bijbel noemt die onverklaarbare, algemeene
+volksbegeerte zoo kernachtig &bdquo;de volheid der tijden&rdquo;.</p>
+
+<p>Phoeniciërs vonden den weg om Afrika, en die weg werd vergeten;
+Noormannen ontdekten een aanzienlijk deel van Amerika en dat land werd
+onbekend. Eerst eeuwen later, toen er een geest naar onderzoek bij
+alle volken ontwaakte, en men niet meer bij toeval, maar langs
+wetenschappelijken weg, wat trachtte te vinden, kon men zeggen, dat er
+behoefte ontstond om een&rsquo; zeeweg naar de rijke Indiën op te sporen.
+Die behoefte deed Kaap de Goede Hoop ontdekken, en een nieuw
+werelddeel vinden. En juist omdat, èn ontdekking, èn vinding aan eene
+behoefte voldeed, juist omdat het toeval of goed geluk niet voorop
+stond, behield men, wat men ontdekte of vond.</p>
+
+<p>Ik schreef boven dit hoofdstuk &bdquo;De zeevaart der oude volken&rdquo; en
+handelde het breedvoerigst over de ontdekkingen der Noormannen, die
+men bezwaarlijk tot de oude volken rekenen kan. Ik deed dit echter,
+omdat hunne ontdekkingen even goed verloren gingen als die van
+Phoeniciërs en Carthagers. Thans echter dien ik een volgend hoofdstuk
+te beginnen, om reden we van een volk zullen hooren, dat hield, wat
+het gevonden en veroverd had, tot het op zijne beurt door een ander,
+en wel door een beschaafd Christenvolk, verdrongen werd.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_24">[24]</a></span></p>
+
+<h2><a id="HOOFDSTUK_III"></a>HOOFDSTUK III.</h2>
+
+<hr class="tit" />
+
+<p class="subtitle">DE ISLAM EN HET CHRISTENDOM.</p>
+
+<p>Een van de merkwaardigste landen, niet alleen van Azië, maar zelfs van
+heel de wereld, is Arabië, een groot schiereiland aan de Roode Zee,
+den Indischen Oceaan en de Golf van Perzië gelegen.</p>
+
+<p>Zooals men uit de gewijde verhalen weet, had de Aartsvader Abraham bij
+zijne dienstmaagd Hagar een&rsquo; zoon, Ismaël geheeten, van wien God tot
+de Moeder zeide: &bdquo;Hij zal een woudezel van een mensch zijn; zijne hand
+zal tegen allen zijn, en de hand van allen tegen hem.&rdquo; En tot Abraham
+sprak dezelfde stem van dezen zoon: &bdquo;Twaalf Vorsten zal hij gewinnen,
+en ik zal hem tot een groot volk stellen.&rdquo;</p>
+
+<p>Deze Ismaël nu werd, naar men beweert, de stamvader der Arabieren.</p>
+
+<p>Wij, Nederlanders, zouden al weinig ingenomen zijn met een&rsquo; zoon van
+wien voorspeld werd: &bdquo;hij zal een woudezel zijn,&rdquo; doch dit komt
+alleen, omdat wij dit dier niet kennen. Nergens, in Bijbel, Koran of
+een Oostersch verhaal, wordt minachtend van dit dier gesproken, en
+ieder, die eenmaal in het Oosten den ezel gezien heeft, moet erkennen,
+dat dit dier daar niet alleen een mooi, maar bovenal een nuttig dier
+is. De ezel behoort niet thuis in ons vochtig en guur klimaat, en wie
+een&rsquo; ezel houdt, houdt hem gewoonlijk op een koopje, en laat hem
+paardewerk verrichten, terwijl men voor zijne verzorging zich bijna
+nimmer eenigen tijd gunt. Hoe anders is dat in het Oosten. Geen paard
+wordt hier beter verzorgd dan ginds een ezel. Het dier is daar
+bovendien in zijn Vaderland, en bezit er heel andere eigenschappen.</p>
+
+<p>Ismaël zou als een woudezel worden.</p>
+
+<p>Een woudezel is een wilde ezel, die de tegenwoordigheid <span class="pagenum"><a id="p_25">[25]</a></span>der menschen
+niet opzoekt, maar ontvliedt. De eenzaamste plaatsen zoekt hij bij
+voorkeur op. Hij is schuwer dan eenig ander dier, doch omzichtig in
+hooge mate. Hij beklimt met de meeste zekerheid steile rotsen, en
+siddert niet wanneer hij aan zijne voeten een&rsquo; gapenden afgrond ziet,
+en met wellust kan hij, staande op eene rotspunt, den koelen bergwind
+opsnuiven.</p>
+
+<p>Of hij nu in alles het beeld van den voormaligen en tegenwoordigen
+Arabier is?</p>
+
+<p>Neen, niet in alles, maar toch in veel.</p>
+
+<p>De echte Arabier van onzen tijd, op wien de geest der eeuwen zóó
+weinig invloed gehad heeft, dat hij bijna nog dezelfde zeden en
+gewoonten heeft, als de Arabier ten tijde van Job, haat nog immer den
+Fellah, die zich een verblijf binnen de muren der steden gekozen
+heeft. Hij is een merkwaardig man. Hij is nimmer zwaar van
+lichaamsbouw, doch van statige, iets meer dan middelmatige lengte,
+sterk en gespierd. Zijne behoefte aan spijs en drank voldoet hij, maar
+in het gebruik ervan is hij altijd matig. Een Arabier, die dronken is,
+werd nimmer gevonden, en evenmin een, die een zwelgend leven leidde.
+Zijn lichaam, nimmer vertroeteld, is gehard tegen alle vermoeienissen,
+en meest altijd heeft hij een opgeruimd humeur en eene dichterlijke
+verbeeldingskracht. Gewoon in de woestijn om te dwalen en dus altijd
+eene uitgestrekte vlakte voor zich te zien, wordt zijn gezicht zóó
+scherp, dat hij op verren afstand reeds het aantal naderende ruiters
+telt, als een ander nog niets ziet. De sobere omgeving waarin hij
+leeft, doet hem acht geven op alles, en alles kennen tot in de
+kleinste bijzonderheden. Hij ziet aan het voetspoor in het zand der
+woestijn, of het van een&rsquo; vriend of wel van een&rsquo; vijand is, hij ziet
+er aan of de voetganger vermoeid of niet vermoeid was, of hij een&rsquo;
+last droeg of niet. Zonder kompas vindt hij den weg door de woestijn,
+die in hare eentonigheid <em class="g">ons</em> geen enkel herkenningsteeken geeft, maar
+<em class="g">hem</em> honderden. Bij nacht is de heldere hemel met al zijne sterren hem
+een boek, waarin hij altijd leest, zonder ooit aan de laatste
+bladzijde te komen. Die sterren geven aan zijne dichterlijke
+verbeeldingskracht elken avond eene hoogere <span class="pagenum"><a id="p_26">[26]</a></span>vlucht. Geboren jager of
+herder, is hij ook geboren koopman, altijd er op uit om zijn eigen
+voordeel te behartigen. Zijne scherpzinnigheid doet hem bij alles
+rekenen; zijne hebzucht doet hem zelfs onder vrienden, vijanden
+vinden. En te midden van dit volk, zóó berekend, zóó scherpzinnig, zóó
+hebzuchtig en zóó strijdlustig, kwam Mohammed met zijne nieuwe leer,
+wier grondstellingen zoo volkomen pasten bij het karakter van die
+woestijn-bewoners niet alleen, maar ook bij dat van de Fellahs of
+steden-bewoners. Het loon, aan den strijd voor het geloof verbonden,
+deed hen naar de wapenen grijpen om den geloofsstrijd te voeren; en
+daar het Christendom in dien tijd in het Oosten zeer in verval was,
+zoo verspreidde de nieuwe leer, gepredikt door mannen, die vol
+geestdrift het zwaard in de rechter-, en den Koran of Mohammedaanschen
+bijbel in de linkerhand droegen, zich buitengewoon snel. De nieuwe
+leer deed den woudezel zijne woestijn, en den Fellah zijne steden
+verlaten om de wassende maan, het symbool waaronder zij streden, tot
+waarheid te maken. De aarde moest vol worden van den Islam, alle
+monden moesten getuigen: &bdquo;Er is maar één God, en Mohammed is zijn
+Profeet.&rdquo;</p>
+
+<p>Wat Mohammed zelf wel nimmer zal vermoed hebben, is, dat zijne leer de
+Arabieren maken zou tot veroveraars, reizigers en landontdekkers, ja,
+tot mannen, die in dichtkunst, geneeskunde, wijsbegeerte, wiskunde,
+sterrenkunde, en bouwkunde, ver boven de Westersche volken stonden.</p>
+
+<p>Een machtig Oostersch rijk, dat der Kaliefen, ontstond, hetwelk naar
+alle zijden zich ontwikkelde, naar alle kanten zijn&rsquo; invloed deed
+gelden. Door de Arabieren gesticht, was het na verloop van eene eeuw
+grooter dan het Romeinsche Keizerrijk ooit geweest was. Sommige
+Kaliefen waren zeer bekwame Regenten, en moedigden de kunsten en
+wetenschappen op alle mogelijke wijzen aan. Handel en nijverheid
+bereikten eene verbazende hoogte, en bijna alle streken der Oude
+wereld werden door de Arabieren bezocht. Zij kwamen in China; ze
+kenden zelfs Japan; zij bereisden Voor- en Achter-Indiën, ze kwamen op
+Sumatra <span class="pagenum"><a id="p_27">[27]</a></span>en Java. Niet alleen Egypte en Afrika&rsquo;s noordkust bezochten
+ze, maar ze drongen zelfs dieper in het &bdquo;Zwarte werelddeel&rdquo; door, dan
+iemand vóór hen ooit gedaan had. En overal waar ze kwamen, predikten
+ze den Islam. Bleef China ook grootendeels voor hen gesloten, Voor- en
+Achter-Indië, de Indische Archipel, Egypte en Noord-Afrika bleven dat
+niet, en bijna overal verdrong daar de Islam den heidenschen
+godsdienst. Aan de uitgestrekte macht der Arabieren kwam evenwel
+spoedig een einde, want het rijk werd door binnenlandsche twisten
+verdeeld, en in onderscheidene Staten gesplitst, welke ieder van
+elkander onafhankelijk waren. Eén stam heeft zich zeer bekend gemaakt
+door den stoot, dien ze gaf aan de opwekking van den Europeeschen
+handel en de zeevaart. De bewoners van Toeran of Toerkistan, een woest
+volk, hadden in de achtste eeuw reeds den Islam omhelsd. Dit belette
+echter niet, dat zij jegens de Arabieren zeer vijandig gezind waren,
+en, bij de verzwakking van het Kalifaat, maakten zij zich ook meester
+van het Heilige Land, dat in handen der Arabieren was. Ook Jeruzalem
+viel in hunne handen.</p>
+
+<p>Jeruzalem! Wie kent niet Da Costa&rsquo;s:</p>
+
+<div class="poem">
+ <div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Aan Babels wateren gezeten,<br /></span>
+ <span class="i1">denk ik aan Sion en verteer.<br /></span>
+ <span class="i0">Jeruzalem, hoe zoude ik U vergeten?<br /></span>
+ <span class="i1">mijn&rsquo; rechterhand vergeet&rsquo; zichzelf veeleer.&rdquo;<br /></span>
+ </div>
+</div>
+
+<p>Roerend en treffend schoon is Da Costa&rsquo;s klaagzang; maar eindelijk
+gaat het klaaglied langs Golgotha over in een&rsquo; juichtoon, en jubelend
+klinkt het:</p>
+
+<div class="poem">
+ <div class="stanza">
+ <span class="i0"><span class="corr" id="corr06" title="[Niet in Bron]">&bdquo;</span>Maar neen! Gij zult weer ademhalen.<br /></span>
+ <span class="i1">Maar neen! Jeruzalem sterft nooit.&rdquo;<br /></span>
+ </div>
+</div>
+
+<p>Da Costa had gelijk! Hoe ook door de Romeinen verwoest en bijna ledig
+gelaten, hoe ook door de Turken veroverd, uitgemergeld en verarmd,
+Jeruzalem leeft nog, Jeruzalem sterft nooit, zoolang er nog één
+Christen of één Israëliet leeft, want voor beiden is het oude Sion de
+stad der steden. Nog altijd weent er de Israëliet bij den ouden <span class="pagenum"><a id="p_28">[28]</a></span>muur
+van Salomo&rsquo;s tempel, nog altijd knielt en bidt de Christen bij het
+graf van zijn&rsquo; Heiland.</p>
+
+<p>Dat Israëlieten ter bedevaart opgaan naar de stad hunner Vaderen mag
+eene zeldzaamheid heeten, maar dat de Christenen het doen naar het
+Heilige graf, is eene vrome gewoonte, die bijna op denzelfden tijd
+ontstond toen de Paaschgang der Israëlieten naar Salomo&rsquo;s tempel
+ophield.</p>
+
+<p>Men noemde zulke Christenen bedevaartgangers of pelgrims naar het
+Heilige Land. Aan zulke tochten waren evenwel groote moeielijkheden
+verbonden, doch wie telde in die tijden moeielijkheden waar het den
+godsdienst betrof? Een Duitsch schrijver zegt: &bdquo;Tot de scherpst
+uitkomende karaktertrekken dier eeuwen mag wel in de eerste plaats
+genoemd worden eene godsdienst-overtuiging, die bijna tot dweperij
+oversloeg, een gloeiend leven van het hart. Ze vervulde den geest, ja,
+die geloofs-overtuiging was de ziel der menschheid zelve.&rdquo;</p>
+
+<p>En van het Heilige Land heet het bij dezen schrijver: &bdquo;Heilig was daar
+iedere voetbreed gronds, en van aanbidding stroomde over het hart des
+pelgrims, die dezen grond betreden mocht. Zijn geestelijk oog zag de
+poorten des hemels daarbij geopend.&rdquo;</p>
+
+<p>Zouden zulke geloovigen angstvallig eerst alle moeielijkheden wikken,
+alle zwarigheden wegen, alle gevaren tellen? Neen, men ging zonder dat
+alles te doen; men bestreed vol vreugde de moeielijkheden; men
+trotseerde vol verlangen alle zwarigheden; men tartte vol geloofsmoed
+alle gevaren, als men maar in het Heilige land komen mocht en als men
+maar bidden kon aan het graf van zijn&rsquo; Heiland en Heer.</p>
+
+<p>Maar, waar de Arabieren die bedevaarten geduld hadden, ook omdat ze
+vele voordeelen aanbrachten, daar begonnen de woeste en dweepzieke
+Turken de Pelgrims te mishandelen, te plunderen en soms te dooden.</p>
+
+<p>Wat moesten de Christenen van Europa doen?</p>
+
+<p>Ze duldden jaren lang den smaad hun door de Turken aangedaan; de tijd
+scheen nog niet rijp voor een&rsquo; grooten geloofsstrijd.</p>
+
+<p>Maar in het jaar 1094 verscheen te Jeruzalem, als Pelgrim, <span class="pagenum"><a id="p_29">[29]</a></span>een
+voormalig krijgsman uit Normandië, die het strijdveld verwisseld had
+met de kluizenaarshut, en deze alweer had verlaten om den pelgrimsstaf
+op te nemen.</p>
+
+<p>Hij was een klein en onaanzienlijk man, die &bdquo;Peter de Kluizenaar&rdquo; of
+&bdquo;Peter de Heremiet&rdquo; heette. Maar in die eeuw van ijzer, staal,
+mannenkracht en dapperheid, zou deze eenvoudige man, alleen gewapend
+met eene wegsleepende welsprekendheid en een&rsquo; brandenden geloofsmoed,
+de heele Christenwereld in beweging brengen en bezielen tot een&rsquo;
+strijd op leven en dood tegen de overweldigers van alles, wat den
+Christen dierbaar was. Toen hij in Jeruzalem zag, wat de Christenen
+van de Turken te lijden hadden, vatte hij een grootsch plan op. Hij
+keerde naar zijne Vaderstad <span xml:lang="fr">Amiens</span>, terug, doch nam zijn&rsquo; weg over
+Rome, waar hij, toegelaten tot Paus Urbanus II, met de treffendste
+kleuren den ellendigen toestand der Christenen in Palestina schetste,
+en hij wist met zulke bezielende woorden te spreken over de
+noodzakelijkheid, dat alle Christen-vorsten de wapenen moesten
+opnemen, ter verovering van het Heilige Land, dat de Paus hem terstond
+zijne medewerking beloofde. Hij hield die belofte ook trouw, en begon
+met Peter aanbevelingsbrieven te geven aan de voornaamste Vorsten van
+Europa. En Peter ging van land tot land, van het eene Vorstenhof naar
+het andere, en overal predikte hij met eene wegsleepende kracht, die
+allen bezielde, die alle harten deed ontbranden, het lijden en de
+verdrukking der Christenen. Hij was onweerstaanbaar, en vol geestdrift
+togen Vorsten, Edelen, Bisschoppen en voorname Heeren naar <span xml:lang="fr">Clermont</span>,
+waar de Paus eene groote Kerkvergadering houden zou. Daar was het, dat
+de Paus met eene welsprekendheid, welke misschien die van Peter de
+Heremiet nog overtrof, voor duizenden eene toespraak hield en den
+Kruistocht predikte.</p>
+
+<p>O, het moet een oogenblik geweest zijn, zooals de heele
+wereldgeschiedenis maar enkele oogenblikken telt, toen door die
+duizenden den kreet aangeheven werd: &bdquo;God wil het! God wil het!&rdquo;</p>
+
+<p>Bij die uitroepen bleef het niet; men ging over tot daden, en onder
+aanvoering van Godfried van Bouillon, <span class="pagenum"><a id="p_30">[30]</a></span>Hertog van Lotharingen, werd
+den vijftienden Juli van het jaar 1099 Jeruzalem ingenomen, nadat over
+en weer door zwaard en ziekten duizenden en nogmaals duizenden
+gevallen waren. Het Christen-koninkrijk Jeruzalem werd gesticht, en
+daar naast ontstonden de Christen-graafschappen Tripolis en Edessa,
+benevens het Vorstendom Antiochië.</p>
+
+<p>Slechts achtentachtig jaar bleef dit Koninkrijk Jeruzalem bestaan, en
+in 1291 ging met Tyrus, dat de Christenen aan hunne vijanden moesten
+overgeven, de laatste Christen-vestiging in het Heilige Land verloren.
+Ruim zes millioen Christenen waren bij die Kruistochten, men rekent er
+meest altijd zeven, omgekomen, en schatten gelds hadden ze verslonden,
+maar&mdash;de gevolgen waren onberekenbaar groot.</p>
+
+<p>Vindt men nu nog op sommige plaatsen enkele menschen, die hun dorp of
+hunne stad nimmer verlaten, en dus eene zeer bekrompen
+wereldbeschouwing hebben, ze worden toch met den dag zeldzamer, en men
+wijst hen bijna aan, als eene merkwaardigheid, met: &bdquo;Kijk, die man
+daar, hij is, zoo oud als hij is, nooit verder geweest dan zijn dorp
+of zijne stad.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar in die eeuwen was de toestand aanvankelijk juist omgekeerd, en
+hij, die het gewaagd had, ver van huis te gaan, werd als eene
+merkwaardigheid met den vinger aangewezen.</p>
+
+<p>De Kruistochten brachten hierin eene verbazend groote verandering. Men
+deed verre tochten; men kwam in een heel ander land, in een heel ander
+klimaat; hier zag men dit, daar dat; hier merkte men het eene, daar
+het andere op. De blik werd verruimd, en men leerde nieuwe behoeften
+kennen. Vooral de mannen van den derden stand, de poorters en dorpers,
+door het deelnemen aan een&rsquo; Kruistocht van Lijfeigenen in Vrijen
+herschapen, begonnen zulk een krachtig leven te ontwikkelen, dat ze,
+in macht en rijkdom, Vorsten en Edelen boven het hoofd wiesen.</p>
+
+<p>Overal ontwaakte onder hen een ondernemingsgeest, die voor geene
+gevaren terugdeinsde, en die geest was de <span class="pagenum"><a id="p_31">[31]</a></span>grondvester van machtige
+steden, van Venetië en Genua bovenal. Die ondernemingsgeest, hoewel
+hoofdzakelijk tendoel hebbende, eigen voordeel te bevorderen, dwong
+echter ook om niet alleen vreemde talen te leeren, maar ook om de
+aardrijkskunde en sterrenkunde te beoefenen.</p>
+
+<p>Zoo iets van: &bdquo;Er is maar één God en Mohammed is Zijn Profeet&rdquo;, paste
+vóór de Kruistochten elk land ook op zichzelf toe. Men wist het, ja,
+dat er nog andere landen waren, doch ze kwamen bij het eigen land zoo
+goed als niet in aanmerking. Na de Kruistochten was dat evenwel anders
+geworden; de volkeren van Europa hadden elkander leeren kennen, en die
+kennismaking leidde tot handelsbetrekkingen. Men begon gewassen te
+verbouwen en voorwerpen te maken, met het doel om uit te voeren;
+nieuwe handwerken, andere kunsten werden beoefend. De strijd om het
+bestaan, vroeger tot de bewoners van elk land beperkt, werd nu
+gestreden tusschen de volken onderling, en hij bracht leven en
+beweging. Die strijd scherpte het verstand, spitste het brein en
+maakte de hand vaardig. Werkelijk, de Kruistochten hebben het
+dommelende Europa wakker geschud; ze zijn oorzaak geweest, dat van de
+vijf werelddeelen, Europa <em class="g">het</em> werelddeel werd, en meteen de zetel van
+beschaving, wetenschap en welvaart.</p>
+
+<p>We noemden zoo even twee namen van steden, en wel Venetië en Genua.
+Beide steden hebben door haren handel en hare macht in de
+Middel-eeuwen eene te groote rol gespeeld om er hier niet van te
+spreken.</p>
+
+<p>Venetië ligt ten noorden van de Adriatische Zee, aan eene golf, die
+denzelfden naam als de stad draagt. Bij den inval der Hunnen namen
+vele bewoners van het vasteland de vlucht naar de menigte eilanden,
+die in deze zee gelegen zijn. Waren dezen eerst afhankelijk van het
+Grieksche en later van het Duitsche Keizerrijk, ze wisten voor een
+groot deel zich daarna onafhankelijk te maken, en vormden eene
+Republiek. Het hoofd van die Republiek droeg den naam van Doge, en de
+Republiek zelve heette weldra, naar hare grootste stad, Venetië. Reeds
+lang vóór de Kruistochten dreven de Venetianen een&rsquo; levendigen handel
+op Azië, doch het toppunt van bloei bereikte de Republiek eerst <span class="pagenum"><a id="p_32">[32]</a></span>tegen
+het einde der veertiende eeuw. Zij dreef vooral handel op Alexandrië
+en Joppe in producten, die daar met karavanen aangebracht werden uit
+de Indiën, en ze had zelfs, vooral door de bemoeiingen van den
+beroemden Venetiaanschen reiziger <span xml:lang="it">Marco Polo</span>, die diep in het rijk der
+Mongolen drong, en de gunst wist te verwerven van den Khan of
+Oppervorst der Tataren, handelsbetrekkingen aangeknoopt met het
+tegenwoordige China. Door de reistochten van <span xml:lang="it">Marco Polo</span>, diens Vader
+<span xml:lang="it">Niccolo</span> en neef <span xml:lang="it">Maffeo</span>, werd vooral de aardrijkskundige kennis van
+Azië zeer uitgebreid, en men ontwierp zelfs kaarten waarop, behalve
+het bekende deel van Europa, bijna heel Azië voorkwam. Wel had,
+volgens de Venetiaansche kaarten, dit werelddeel een voorkomen,
+hetwelk in latere tijden bijna geheel gewijzigd moest worden om met
+den waren toestand overeen te komen, maar veel vindt men er toch ook
+op waaruit blijkt, dat men bij het vervaardigen ervan niet enkel op
+overleveringen of phantastische verhalen vertrouwde, maar zelf
+waargenomen had.</p>
+
+<p>Niet minder dan vierentwintig jaar duurde hunne reis, en onnoemelijk
+rijk keerden ze alle drie terug. Zóó rijk was Marco, dat de Venetianen
+hem den bijnaam gaven van &bdquo;Meester Millioen.&rdquo;</p>
+
+<p>Verwondering kan het niet baren, dat <span xml:lang="it">Marco Polo</span> met zijne schatten den
+lust bij anderen opwekte om ook in die verre landen der Tataren zaken
+te gaan doen, en nog meer werd die lust opgewekt toen de beroemde man
+zijn reisverhaal liet te boek stellen. Hij stierf echter in 1323, dus
+vóór de uitvinding der boekdrukkunst, en deze alleen was instaat om
+die reisbeschrijving algemeen te maken. En hoe prettig wist hij te
+vertellen!</p>
+
+<p>In zijn&rsquo; tijd was de tegenwoordige Chineesche stad Hang-Chow-Foe aan
+de rivier Tsien-Tang, de hoofdstad van het Chineesche of Tataarsche
+rijk. Nu nog telt zij meer dan één millioen inwoners, doch Marco
+zeide, dat hare bevolking toen één millioen zesmaal honderdduizend
+<em class="g">huisgezinnen</em> bevatte; bovendien gaf hij aan deze stad den naam van
+Quin-sai.</p>
+
+<p>Om mijn&rsquo; lezers eenig denkbeeld te geven, niet alleen <span class="pagenum"><a id="p_33">[33]</a></span>van Polo&rsquo;s
+verhaaltrant, maar ook over den toestand van China in onze
+middeleeuwen, wil ik een gedeelte van zijn verhaal hier laten volgen.</p>
+
+<p>&bdquo;Quin-sai, de hoofdstad, verdient haar&rsquo; naam: &bdquo;Stad des Hemels&rdquo;, ten
+volle door hare grootte, schoonheid, rijkdom en welvaart. Zij is een
+Paradijs op aarde. Naar mijne schatting heeft ze een&rsquo; omvang van
+vierenveertig Kilometers, dat is acht uur gaans. Zij ligt dicht bij de
+zee aan eene groote rivier, wier wateren door tallooze kanalen in alle
+richtingen door de stad stroomen, en alle vuilnis medevoeren naar zee,
+zoodat er de grootste zindelijkheid heerscht, en de lucht er steeds
+frisch is. Wel twaalfduizend bruggen verbinden de verschillende
+stadsdeelen met elkander, en naast de kanalen heeft men breede
+straten. De meeste bruggen hebben zulke groote bogen, dat de schepen
+er onderdoor kunnen varen zonder de masten te strijken. Er zijn
+verscheidene groote pleinen tot markt ingericht, en elk plein is
+omgeven door steenen gebouwen, waarvan de beneden-verdiepingen als
+winkels in gebruik zijn. De verschillende straten loopen alle op de
+marktpleinen uit, en overal vindt men inrichtingen tot het nemen van
+koude of warme baden, waarvan ieder van zijne jeugd af, gebruik maakt
+eer hij aan den maaltijd gaat. Op tien groote plaatsen wordt driemaal
+in de week markt gehouden, en ongeveer vijftigduizend menschen begeven
+zich telkens naar iedere markt om daar het noodige tot levensonderhoud
+te koopen. Wild en gevogelte vindt men er in overvloed en tegen
+billijke prijzen. Zoo betaalt men voor een paar ganzen met nog vier
+eenden slechts tien penningen. Ander vleesch kan de werkman niet eten,
+want het vleesch van runderen, schapen en geiten is zóó duur, dat
+alleen de rijken het betalen kunnen. Onverschillig in welk jaargetijde
+men de markten bezoekt, altijd vindt men er een&rsquo; rijken voorraad van
+het heerlijkste ooft. Visch is er steeds in overvloed te vinden. Welk
+een omzet op deze markten is, kan blijken uit de opgaaf van één
+artikel, dat verhandeld wordt, namelijk peper, waarvan de Tataren
+groote liefhebbers zijn. Elken dag zet men meer dan tienduizend pond
+van deze specerij om.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_34">[34]</a></span>&bdquo;De inwoners
+hebben eene blanke gelaatskleur, en kleeden zich steeds
+in zijde, die hier in den omtrek veel gewonnen wordt. Er zijn twaalf
+hoofdambachten, en iedere zoon is verplicht het ambacht van zijn&rsquo;
+Vader te leeren. De rijke werkbazen doen niets anders dan op het werk
+wat rondloopen om toezicht te houden. De vrouwen pronken den heelen
+dag met hare prachtige zijden kleederen en schitterende juweelen, of
+brengen in sierlijk ingerichte vertrekken, den dag met nietsdoen door.</p>
+
+<p>&bdquo;De huizen, die gewoonlijk van hout zijn, hebben sierlijke voorgevels,
+voorzien van mooi snijwerk en beschilderd met allerlei wonderlijke
+figuren. Van oorlogvoeren weten de bewoners van Quin-sai niet, en
+zelfs oproer en rooverij behooren bijna tot de onmogelijke
+gebeurtenissen.</p>
+
+<p>&bdquo;De uitspanningen op het water overtreffen alle andere, en de stad met
+haar onnoemelijk groot aantal paleizen, tempels, villa&rsquo;s, tuinen en
+boomen, allen aan het water gelegen, biedt daardoor, den ganschen dag
+door, eene bonte afwisseling.</p>
+
+<p>&bdquo;Is de dagtaak afgeloopen, dan denkt niemand aan wat anders dan aan
+uitspanning. Met schuiten en wagens begeven de mannen zich in
+gezelschap hunner vrouwen of kinderen naar tuinen, die alleen voor
+openbare uitspanningen bestemd zijn.</p>
+
+<p>&bdquo;In elke straat is stellig één steenen gebouw, in den vorm van een&rsquo;
+toren. Het is zeer groot, en wanneer nu een brand uitbreekt, wat met
+die houten huizen niet zelden het geval is, dan vluchten al de
+bewoners van die straat met hunne kostbaarste have binnen dit steenen
+gebouw.</p>
+
+<p>&bdquo;Op de voornaamste bruggen staat een wachthuis, dat steeds door tien
+man bezet is. In elk wachthuis is een wateruurwerk, en het is nu de
+hoofdtaak van die mannen, om aan het einde van elk uur met een houten
+blaas-instrument en een metalen voorwerp, hiervan aan de bewoners
+kennis te geven.</p>
+
+<p>&bdquo;Gedurende den nacht trekken wachters door alle straten. Hunne taak is
+het, minder tegen diefstal te waken, dan wel te zorgen, dat iedere
+bewoner op den bepaalden <span class="pagenum"><a id="p_35">[35]</a></span>tijd in zijn huis geen licht of vuur meer
+brandt, en dat niemand zich meer op straat begeeft.</p>
+
+<p>&bdquo;Elk hoofd van een gezin is verplicht om boven den ingang zijner
+woning eene naamlijst van de bewoners te hangen. Sterft er een, dan
+wordt de naam doorgestreept, en wordt er een geboren, dan wordt zijn
+naam terstond onder de lijst geschreven. Zelfs zij, die vreemdelingen
+en reizigers herbergen, zijn verplicht in een boek, niet alleen de
+namen hunner gasten te schrijven, doch er moet tevens bij vermeld
+staan wat ze zijn, wat ze komen doen, wanneer ze kwamen, wanneer ze
+heengaan, en wáár ze heengaan.</p>
+
+<p>&bdquo;De inkomsten van den Groot-Khan,&mdash;thans noemt men hem
+Keizer,&mdash;bedragen, alleen nog maar van het zout, niet minder dan zes
+millioen vierhonderd duizend dukaten, en zijn heele inkomen wordt
+berekend op ruim drieëntwintig millioen dukaten.</p>
+
+<p>&bdquo;Komt men eenmaal buiten de eigenlijke stad Quin-sai, dan zou men
+wanen nog in de stad te zijn, ja, het is zelfs zóó, dat, vele
+dagreizen afstands om Quin-sai, alles slechts ééne stad gelijkt.&rdquo;</p>
+
+<p>Van Japan, dat <span xml:lang="it">Marco Polo</span> den naam gaf van <span xml:lang="it">Zipangu</span> of <span xml:lang="it">Nipon</span>, verhaalt
+hij het volgende:</p>
+
+<p>&bdquo;De inwoners van <span xml:lang="it">Zipangu</span> hebben eene heldere gelaatskleur en zijn zeer
+beschaafd. Ze worden geregeerd door een&rsquo; Koning, die geheel
+onafhankelijk is van den Groot-Khan. Goud wordt er in overvloed
+gevonden, doch het mag niet uitgevoerd worden. Het paleis van den
+Koning is zoowel van binnen als van buiten, en van onder tot boven,
+geheel met gouden platen belegd, ja, eenige meubelen zijn zelfs van
+massief goud. Het heele Koninkrijk bestaat uit zeker meer dan
+zevenduizend eilanden, die alle bewoond zijn, en specerijen en goud in
+overvloed opleveren.&rdquo;</p>
+
+<p>Onze reiziger kwam ook in den Indischen Archipel. Hij vertelt van
+Groot-Java, Klein-Java en Zeylan of Ceylon, welke eilanden alle rijk
+zijn in goud en specerijen. Zelfs het tin-eiland wordt evenmin
+vergeten, als de parelvisscherijen. Hij spreekt van afstanden over zee
+in mijlen, <span class="pagenum"><a id="p_36">[36]</a></span>en honderd, zevenhonderd, ja, vierentwintighonderd mijlen
+afstands worden door hem genoemd. Maar trots die verbazende afstanden
+kwamen de Tataren met hunne schepen daar bijna overal, en brachten
+ongehoorde schatten in hun land terug.</p>
+
+<p>Men begrijpt lichtelijk hoe deze reisbeschrijving, toen ze meer
+algemeen bekend werd, de gemoederen in Europa in beweging, en de
+hoofden tot denken bracht.</p>
+
+<p>Wat er met schepen gedaan kon worden, bewezen de Tataren dat niet, die
+honderden mijlen ver er zich mede waagden op zeeën, waarvan men niet
+beter wist of er was geen einde aan?</p>
+
+<p>En wat nu de Tataren konden doen, zouden dat de Europeanen niet
+kunnen?</p>
+
+<p>Ja, <span xml:lang="it">Marco Polo</span> kon overdreven hebben, en waarom zou hij dat niet? Het
+lag immers geheel in den geest van zijn&rsquo; tijd om aan het fabelachtige
+de voorkeur te geven boven het wetenschappelijke?</p>
+
+<p>Wie kende niet de reisbeschrijving van den Missionaris <span xml:lang="de">Oderich</span> van
+Portenau? Veel van hetgeen <span xml:lang="it">Marco Polo</span> verteld had, werd door <span xml:lang="de">Oderich</span>
+bevestigd, maar hoeveel fabelachtigs haalde deze <span xml:lang="de">Oderich</span> er niet bij?</p>
+
+<p>Had ook niet <span xml:lang="it">Marignola</span>, Huis-kapelaan van Keizer Karel IV, als
+Zendeling, zijne reistochten beschreven? Het boek, dat eigenlijk eene
+Kroniek van Bohemen heeten moest, begon, omdat de schrijver
+waarschijnlijk van Bohemen niet veel wist, van Adam en Eva in het
+Paradijs af, en het wemelde van allerlei fabelachtige verhalen.</p>
+
+<p>Niet veel beter, ja, misschien nog erger, maakte het de Engelsche
+Ridder <span xml:lang="en">John Mandeville</span>. Ook deze volbracht eene langdurige wereldreis,
+want, in 1327 vertrokken, keerde hij pas in 1355 terug. Zijn
+geschreven reisbericht gaf hij aan Koning Eduard III van Engeland, en
+zelden verscheen er een boek, waarin zooveel zotternijen, die voor
+waarheden moesten doorgaan, verteld werden.</p>
+
+<p>Een ander reiziger, <span xml:lang="de">Johannes Schiltberger</span> uit <span xml:lang="de">München</span>, deed eene reis,
+die van 1394 tot 1427 duurde. Als jong soldaat was hij in den slag bij
+Nikopolis, in 1396, door de Turken gevangengenomen. Sultan Bajazid
+liet al de <span class="pagenum"><a id="p_37">[37]</a></span>gevangenen onthoofden, doch <span xml:lang="de">Schiltbergers</span> leven bleef
+gespaard, omdat hij nog maar zestien jaar oud was. Hij kwam in dienst
+van den Sultan, en deze werd later op zijne beurt verslagen door
+Tamerlan, waardoor onze gewezen soldaat, als slaaf, in dienst kwam van
+dezen beruchten en wreeden Khan der Mongolen. Waar Tamerlan of Timoer
+kwam, daar kwam ook <span xml:lang="de">Schiltberger</span>, zoodat hij, eindelijk in zijn land
+terugkomende, zeggen kon, dat hij in Klein-Azië, Egypte, Perzië,
+Indië, de landen van de Kaspische Zee en in Zuid-Rusland geweest was.
+Het ligt voor de hand, dat deze man, die in eene zeer ondergeschikte
+betrekking, en tegen zijn&rsquo; zin, die reizen makende, landen en volken
+weer anders bekeek en beschreef dan <span xml:lang="it">Marco Polo</span> en de Missionarissen
+dit gedaan hadden. In vele opzichten kwamen echter allen met elkander
+overeen. Het Oosten was een schoon en rijk land, met bewoners, die er
+eene heel andere beschaving op nahielden dan de Christenen in Europa.
+Het was onnoemelijk groot, en op sommige plaatsen buitengewoon
+vruchtbaar, op andere weer woest en dor. De bewoners waren, óf
+Heidenen, óf Mohammedanen, en sommigen woonden in steden, grooter dan
+menig Vorstendom in Europa.</p>
+
+<p>Dat alles was bij alle schrijvers te lezen, en het wekte hier de zucht
+op van den koopman om schatten te gaan verdienen, en dáár de begeerte
+om onder Mohammedanen en Heidenen het Kruis te gaan prediken. In beide
+gevallen werd de aardrijkskundige kennis uitgebreid, en hiermede ook
+menige andere wetenschap. Wanneer wij enkel oordeelen naar hetgeen de
+Missionarissen der Middel-eeuwen <em class="g">schreven</em>, dan zouden wij een zeer
+verkeerd oordeel over hun gewichtig werk vellen. Doch ook zelfs zij
+brachten veel tot stand, en helderden op, wat onduidelijk was. Hun
+werk was het, dat de Genueezen een&rsquo; handels- of karavanenweg kregen,
+van de rivier de Don naar Peking, en hun werk was het ook, dat men
+ophield te gelooven, dat de Kaspische Zee met de IJszee in verbinding
+stond en derhalve geene open zee was. En, vóór een <span xml:lang="it">Marco Polo</span> met de
+zijnen in het land der Tataren en in hunne hoofdstad kwam, waren er al
+Missionarissen geweest, zoodat <span class="pagenum"><a id="p_38">[38]</a></span>men niet te veel beweert, als men
+zegt, dat China, òf, zooals het door de Tataren genoemd werd, Kataï,
+ontdekt werd door de Missionarissen.</p>
+
+<p>Trouwens, zelfs in onzen tijd wordt het werk van Zendelingen en
+Missionarissen maar al te veel zeer scheef beoordeeld. Ik gebruik hier
+twee woorden, die eigenlijk hetzelfde beteekenen, alléén, omdat de
+Protestant steeds van Zendelingen, en de Katholiek van Missionarissen
+spreekt.</p>
+
+<p>Terecht zegt de Duitsche schrijver <span xml:lang="de">Löwenberg</span>, waarlijk geen man wien
+men verwijten kan, dat zijne clericale gevoelens hem de zaak doen
+overdrijven: &bdquo;De ontdekker is de voorlooper van den zendeling, de
+zendeling zelf dikwijls weder, ontdekker. Waar handelsverbintenissen
+aangeknoopt worden, daar vestigt zich de Zendeling, en waar men
+Zendelingsposten vestigt, daar ontstaat de handel.&rdquo;</p>
+
+<p>Willens blind moet men wel zijn, als men het werk van mannen, die in
+onze eeuw leefden, zooals: <span xml:lang="de">Gutzlaff</span>, <span xml:lang="fr">Huc</span> en <span xml:lang="fr">Gabet</span> in China, of van
+<span xml:lang="en">Livingstone</span> in Afrika, van weinig beteekenis voor de wetenschap
+beschouwt. Maar ook reeds in de Middeleeuwen dreef het bevel van den
+Heer Jezus: &bdquo;Gaat dan henen, onderwijst alle volkeren, ze doopende in
+den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes, leerende hen
+onderhouden alles, wat ik u geboden heb,&rdquo; tal van ernstige en vrome
+mannen aan, om naar verre en onbekende landen te trekken, teneinde
+daar het Evangelie te prediken, en, zonder dat ze het wilden, dienden
+ze daardoor wetenschap en beschaving meteen. Het een <em class="g">moest</em> noodwendig
+met het andere samengaan.</p>
+
+<p>Veel zoude er van die zendelingsreizen te verhalen zijn, doch daar het
+mijn doel is, een boek te schrijven over de ontdekking van Amerika,
+mag ik met de inleiding tot dit werk niet te uitvoerig zijn. Te meer
+mag ik dit niet, omdat ik later toch op die Missies noodwendig wijzen
+moet.</p>
+
+<p>Wij verlaten dus voor een oogenblik de Lagunen-stad, zooals Venetië
+ook wel eens genoemd wordt, om met enkele woorden te schetsen, wat
+Genua voor den zeehandel, en daarmede voor de aardrijkskundige
+wetenschap geweest is.<span class="pagenum"><a id="p_39">[39]</a></span></p>
+
+<p>In het jaar 774 kwam Genua onder het rijk der Franken, doch toen na
+den dood van Keizer Karel den Grooten, diens machtig gebied verdeeld
+werd, bekwam Genua hare onafhankelijkheid. Haar heerlijk klimaat, maar
+veel meer nog hare gunstige ligging voor den zeehandel, waren oorzaak,
+dat zij in uitgebreidheid, aanzien en macht steeds toenam, en niet
+weinig werd ze bevoordeeld door de Kruisvaarders, die zich het liefst
+in hare havens voor den tocht naar het Heilige Land inscheepten.
+Gaandeweg breidde zij dan ook hare macht uit, en veroverde niet alleen
+het eiland Corsica, maar ook een groot deel van het eiland Sardinië.
+De Keizer van het Byzantische rijk gaf hun zelfs in twee voorsteden
+van Constantinopel vrijdom van tollen, en verleende hun de vrije vaart
+op de Zwarte Zee. De Genueezen stichtten nu volksplantingen aan de
+kusten dier zee, en maakten zich zelfs van het heele schier-eiland &bdquo;De
+Krim&rdquo; meester. In gemeenschap met kooplieden uit Florence en Pisa
+brachten ze ook langs een&rsquo; karavanenweg, goud, edelgesteenten,
+verfsoorten, vernis, vuurlak, porselein, thee, rabarber, zijden
+stoffen, katoen, pelswerk, ja, ook Indische specerijen uit China naar
+Europa, waar al deze waren buitengewoon veel aftrek vonden. Nog
+grooter werden de voordeelen, welke de Genueezen behaalden, toen
+Alexandrië en Joppe voor de Venetianen niet langer de stapelplaatsen
+konden zijn van de Indische producten, omdat beide steden, na den val
+van het Koninkrijk Jeruzalem, bijna altijd in handen der Turken waren.
+Wel sloot Venetië menigmaal met de Mohammedaansche Vorsten een
+handelsverbond, doch maar al te vaak werd dit alweer verbroken. Dat
+hierdoor tusschen deze twee machtige handelssteden een naijver
+ontstond, welke tot botsingen, ja, zelfs tot oorlogen aanleiding gaf,
+is te begrijpen. Toch zou het te bezien gestaan hebben, wie op den
+duur overwinnaar bleef, indien er niet heel wat anders gebeurd ware.</p>
+
+<p>Tamarlan of Timoer, van wien we reeds gesproken hebben, maakte aan de
+handelsbetrekkingen tusschen China en de Zwarte Zee een einde. Hij
+veroverde in 1406 de landen om deze zee gelegen, en&mdash;Genua, beroofd
+van <span class="pagenum"><a id="p_40">[40]</a></span>haren voornaamsten handelsweg, moest nu vanzelf onderdoen voor
+Venetië. De Venetianen, die altijd buiten de Zwarte Zee gehouden
+waren, sloten nu andermaal verbonden met de Saracenen, en den Sultan
+van Egypte en Syrië. Dezelfde voordeelen, die de Genueezen eenmaal te
+Constantinopel verkregen, genoten nu de Venetianen te Alexandrië.</p>
+
+<p>Verbazend is de macht, die Venetië ontwikkelde. Hare schepen bezochten
+alle Europeesche havens, en omgekeerd bezochten Engelschen, Vlamingen,
+Duitschers, Franschen, Portugeezen en Spanjaarden de havens der
+beroemde Republiek, die, gesteund door haren rijkdom, voor heel Europa
+het brandpunt werd van kunsten, wetenschappen en beschaving. Hoe ver
+de Venetianen het in de aardrijkskunde gebracht hadden, bewijzen de
+wereldkaarten, die ze maakten. Vooral zijn de twee kaarten van <span xml:lang="it">Fra
+Mauro</span> beroemd geworden. Eene ervan wordt nog altijd te Venetië
+bewaard, en de andere kwam te Lissabon in handen der Portugeezen.
+Natuurlijk zijn op die kaarten alleen Europa, Azië en Afrika
+afgebeeld, en wanneer wij die afbeeldingen vergelijken met de
+tegenwoordige, dan ontbreekt er zeer veel aan, maar voor dien tijd
+waren ze zóó uitstekend, dat men niets beters wenschen kon.</p>
+
+<p>Hoe die eene wereldkaart van <span xml:lang="it">Fra Mauro</span> in Lissabon kwam, weet ik niet,
+maar de Venetianen hadden wel mogen wenschen, dat dit niet gebeurd
+ware, want de Portugeezen maakten er zulk een gebruik van, dat het de
+ondergang, niet alleen van Genua, maar ook van de oppermachtige
+Republiek Venetië ten gevolge had. Hoe dit geschiedde, zullen we in
+een volgend hoofdstuk zien.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_41">[41]</a></span></p>
+
+<h2><a id="HOOFDSTUK_IV"></a>HOOFDSTUK IV.</h2>
+
+<hr class="tit" />
+
+<p class="subtitle">DE PORTUGEEZEN.</p>
+
+<p>Alvorens tot de beschrijving van de ontdekkingsreizen der Portugeezen
+over te gaan, dien ik even te wijzen op de algemeene verarming van
+Europa aan goud en zilver. Eeuwen lang had Azië in Europa ingevoerd,
+en dit zou natuurlijk ook in het voordeel van Europa geweest zijn, als
+dit maar naar Azië had kunnen uitvoeren. Dit was evenwel het geval
+niet, want de Europeesche producten vonden onder de Aziaten bijna
+geen&rsquo; enkelen afnemer.</p>
+
+<p>Men had in Europa ook goud- en zilvermijnen, doch deze waren ten
+laatste zoo goed als geheel uitgeput, en het gevolg daarvan was, dat
+alles, wat in ons werelddeel verbouwd of gemaakt werd, in prijs
+daalde, en de volksarmoede hand over hand toenam. Zelfs de ongekende
+weelde, die in de Brabantsche en Vlaamsche gewesten, in Genua, en
+vooral in Venetië heerschte, kon den eenvoudigen blik van iemand, die
+wat verder keek dan zijne naaste omgeving, niet bedriegen. Bleef die
+staat van zaken bestendigd, dan zou ten slotte zelfs de weelde in de
+genoemde landen verdwijnen, en het Christelijke Europa arm, ellendig
+en van alles beroofd, zou nederig het hoofd moeten buigen voor
+Heidenen en Mohammedanen, die meester van den handel waren, en prijzen
+bedongen, die nergens naar geleken. Door hoevele handen gingen niet de
+Oostersche producten eer ze in Europeesche schepen overgeladen waren!
+Van handelswaren uit de tweede hand hebben, er was geene sprake van;
+men kreeg ze misschien wel uit de twintigste hand.</p>
+
+<p>Zoo was men te weten gekomen, dat de Indische specerijen, te
+Alexandrië driemaal duurder waren dan te Calicoet, dat in Voor-Indië
+ligt en toen de stad was, waar <span class="pagenum"><a id="p_42">[42]</a></span>men de <span class="corr" id="corr07" title="Bron: specerijën">specerijen</span> uit
+den Archipel aanvoerde. Wilde men wierook, te Mecca betaalde men er
+vijfmaal minder voor dan te Alexandrië. Zoo ging het met alles, en het
+kon niet anders, zóó moest de welvaart van Europa ten gronde gaan.</p>
+
+<p>Dit zagen ook twee Genueesche Edellieden, <span xml:lang="it">Thedisio Doria</span> en zijn&rsquo;
+broeder <span xml:lang="it">Vivaldo</span>, in, en daarom wilden zij beproeven of men niet langs
+de zee, om Afrika heen, in de Indiën komen kon. Vol moed scheepten zij
+zich in, doch nimmer keerden ze weder.</p>
+
+<p>Dat was koren op den molen van de half-wetenschappelijke klagers.</p>
+
+<p>Europa was er slecht aan toe, zoo redeneerden zij. Zag men niet
+iederen avond de zon in zee ondergaan? Wat hielp het, al durfde men,
+als de Tataren, honderden mijlen ver zich op den Oceaan wagen? Ging
+men het Westen in, men kwam dan immers achter de zon en in eene
+streek, waar steeds volslagen duisternis heerschte, en die
+waarschijnlijk door afschuwelijke wezens bewoond werd. Voer men het
+Zuiden in, dan zou men ten laatste in een land komen, waar de
+zonnewarmte alles verbranden deed, en waar de hitte zóó groot was, dat
+al het zeewater verdampte, en slechts het zout achterliet. Kwam men op
+het land, men zou er alles verschroeid en verbrand vinden.</p>
+
+<p>Hoogstwaarschijnlijk zullen er wel geweest zijn, die het er ook voor
+hielden, dat de Aarde eene bolronde gedaante had, en die redeneerden:
+&bdquo;Gaat men op de aarde van het Noorden naar het Zuiden, dan wordt ten
+laatste de hitte zóó groot, dat alles er door verteerd wordt. Het
+omgekeerde moet echter ook waar zijn, als men van het Zuiden naar het
+Noorden gaat.&rdquo; Die redeneering hielp evenwel zoo goed als niets, want
+Noordelijken en Zuidelijken konden nimmer bij elkander komen. De hitte
+wierp tusschen beiden eene grens op, welke niet te overschrijden was.
+Die hittelijn, die we nu kennen onder den naam van Aequator,
+Evennachtslijn of Linie was toen dus wel bekend, maar&mdash;als eene lijn
+der verschrikking, die niet overschreden kon worden.</p>
+
+<p>Of er meer waren, die aan de waarheid ervan sterk <span class="pagenum"><a id="p_43">[43]</a></span>twijfelden, weet ik
+niet, maar de geschiedenis wijst ons op iemand, die er niets van
+geloofde, en alle krachten inspande, om aan die dwaze
+veronderstellingen een einde te maken.</p>
+
+<div class="figleft" style="width: 379px;">
+<img src="images/p043.jpg" width="379" height="490" alt="Prins Hendrik de Zeevaarder. (Geb. 1394, overl. 1460.)" title="" />
+<span class="caption"><span class="mixcap">Prins Hendrik de Zeevaarder.</span> (Geb. 1394, overl. 1460.)</span>
+</div>
+
+<p>Hij heette <span xml:lang="pt">Dom Henrique</span>, of, zooals wij hem noemen zouden, Prins
+Hendrik, en was de vierde zoon van Johan I, Koning van Portugal. Deze
+Prins, geboren den vierden Maart van het jaar 1394, onderscheidde zich
+reeds in zijn&rsquo; knapen-leeftijd boven al zijne makkers. Geen als hij
+was zoo vlug en stout in het behandelen der wapenen, en hierin was hij
+dan ook geheel een kind van zijn&rsquo; tijd. In een ander opzicht was hij
+dat evenwel volstrekt niet, want als lans, zwaard en schild hunne taak
+gedaan hadden, zocht hij geene andere uitspanning bij wijnbeker en
+dobbelkroes, maar in de boeken, en het liefst van al studeerde hij in
+aardrijks-, wis-, sterren- en zeevaartkunde. Eene ridderlijke figuur,
+die door schoonheid, gepaard met dapperheid, de harten van alle
+schoonen veroverde, als hij in het tornooi alle tegenstanders overwon,
+was hij evenmin. Om lof der vrouwen bekommerde hij zich zóó weinig,
+dat hij van zichzelven getuigde, dat hij van den dag af, dat er een
+scheermes op zijn gelaat gebruikt was, nimmer aan eene vrouw een&rsquo; kus
+gegeven had. Nu, de schoonen waren er niet boos om, want zijn
+vierkant, hoekig gelaat, met oogen, die nimmer eenige warmte
+verrieden, trok niemand, althans geene vrouw aan. En dan, waar een
+ander Ridder den beker ledigde, ter eere der Edelvrouwen, daar zag men
+Prins Hendrik het hoofd met <span class="pagenum"><a id="p_44">[44]</a></span>walging van den wijn afwenden. Bovendien
+was hij ook nog half Geestelijke. Toen in 1312 de Orde der
+Tempelridders opgeheven werd, stelde Dionysius, Koning van Portugal,
+de Christus-orde in, en Paus Johannes XXII keurde ze goed. Deze Orde
+verving die der Tempelridders, en bezat in Portugal groote schatten.
+Door zijn&rsquo; Vader werd Prins Hendrik er tot Grootmeester van
+aangesteld.</p>
+
+<p>Het doel der Christus-orde was, uitbreiding van de Christelijke Kerk,
+en om dat te bereiken, sloeg de Vorstelijke Grootmeester het oog op
+Afrika&rsquo;s westkust, waar hij voor zijn&rsquo; werkkring een uitgestrekt veld
+meende te zullen vinden. Dat in dit geval de prediking van het
+Evangelie met het zwaard moest vergezeld gaan, was zóó geheel in den
+geest van dien tijd, dat we er ons niet over verbazen moeten. Het moge
+ons onmogelijk schijnen, de leer der hoogste Liefde ingang te doen
+vinden langs den weg van bloed en tranen, toen meende men dat het zoo
+goed als de eenige weg was. Een, die anders dacht, zou eenvoudig
+aangeduid worden, als iemand, die het onmogelijke wilde.</p>
+
+<p>Op eenentwintigjarigen leeftijd veroverde hij, in 1415, de sterke stad
+<span xml:lang="es">Ceuta</span> in Afrika, bij de Straat van Gibraltar gelegen, op de Mooren.
+Thans behoort deze stad nog altijd aan Spanje, doch reeds kort nadat
+hij ze ingenomen had, hadden de Mooren haar belegerd, en stellig zou
+de zwakke bezetting haar hebben moeten overgeven, als niet Prins
+Hendrik, aan het hoofd eener vloot, haar was komen ontzetten.</p>
+
+<p>Koning Johan ziende, hoe het hart zijns dapperen zoons brandde van
+verlangen, om de <span class="corr" id="corr08" title="Bron: Saraceenen">Saracenen</span> of Mooren in Afrika te bestrijden, en hoe
+hij de heele westkust van dit werelddeel, zelfs tot in onbekende
+streken, beschouwde als het tooneel zijner werkzaamheid, droeg hem de
+behartiging van Portugals belangen in dat werelddeel geheel op.</p>
+
+<p>Om hierin beter te kunnen slagen bouwde de Prins aan een&rsquo; zeeboezem,
+die eene uitnemende, natuurlijke haven met reede aanbood, in Algarvië,
+dus ten zuiden van Portugal, een kasteel, dat den naam kreeg van <span xml:lang="pt">Villa
+de Iffante</span>, en later dien van <span xml:lang="pt">Sagres</span>. Hier stichtte onze Grootmeester
+<span class="pagenum"><a id="p_45">[45]</a></span>nu eene school, waar jongelieden onderwijs in de zeevaart konden
+ontvangen, en behalve een arsenaal, verbond hij er eene sterrenwacht
+aan. Vooral bestemde hij deze school voor de jonge Portugeesche
+Edellieden, want hij begreep zeer goed, dat voor het kleine Portugal
+de wijde zee een beter veld was om eer en wapenroem te behalen dan het
+land. Genua en Venetië, ook klein in Europa, waren immers door de zee
+machtig geworden? Hij deed dus alles, wat hij kon, om den lust voor de
+zeevaart aan te moedigen, en op kosten der Orde, mogelijk ook uit
+eigen middelen, rustte hij ieder jaar een schip uit, om hiermede
+ontdekkingsreizen te gaan doen.</p>
+
+<p><span xml:lang="pt">Tristam Vaz</span> en <span xml:lang="pt">Gonsalves Zargo</span>, twee Portugeesche Edellieden, op zulk
+een&rsquo; tocht uitgegaan zijnde, werden door een&rsquo; storm aangegrepen en
+geheel uit den koers geslagen. Ze waren dus, wat men toen als een veeg
+teeken beschouwde, &bdquo;buiten westen&rdquo;, doch zie, in dien hoogen nood
+ontdekten zij het eiland <span xml:lang="pt">Porto Santo</span>, en daarna Madeira. Dit laatste
+was reeds, zooals we weten, door de Phoeniciërs bezocht geworden,
+zoodat het ons niet bevreemden moet, dat men op eene kaart van 1351,
+ter plaatse waar nu Madeira ligt, een eiland vindt met den naam van
+<span xml:lang="it">Isola di Legname</span>, dat is &bdquo;Houteiland&rdquo;. Waarschijnlijk is het niet, dat
+men nog bij overlevering van de Phoeniciërs wist, dat dit eiland zoo
+houtrijk was, en denkelijk zal een Spanjaard, Portugees of Italiaan er
+nog wel eens geweest zijn, doch zeker is het, dat niemand er aan
+gedacht had om zich hier te vestigen. Prins Hendrik, alles vernomen
+hebbende, besloot om het voor Portugal in bezit te nemen en te
+bevolken. Het kreeg den naam van Madeira of &bdquo;Woud-eiland&rdquo;, omdat het
+bijna over zijne heele uitgestrektheid met een bosch bedekt was. Door
+onvoorzichtigheid van de Kolonisten, ontstond er evenwel een
+boschbrand, die negen jaar aanhield, en bijna al het houtgewas van het
+eiland vernielde. Het heerlijke klimaat, en de vruchtbaarheid van den
+bodem waren oorzaak, dat het eiland de ramp spoedig te boven kwam. Hoe
+schoon en vruchtbaar het eiland ook mocht zijn, toch meenden de
+Portugeezen, dat al die zoogenaamde ontdekkingsreizen <span class="pagenum"><a id="p_46">[46]</a></span>van Prins
+Hendrik tot niets konden leiden, dan tot verarming van het land en
+achteruitgang van den landbouw, waaraan nijvere handen onttrokken
+werden. De Prins, hoe ook tegengewerkt, hield wakker stand, en wist
+van geen wijken, hoewel hij verscheidene jaren moest laten
+voorbijgaan, zonder wat meer te kunnen doen, dan Madeira en <span xml:lang="pt">Porto
+Santo</span> zoo winstgevend mogelijk maken.</p>
+
+<p>Eerst in 1431 begon men de eigenlijke ontdekkingen weer voort te
+zetten. De Edelman <span xml:lang="pt">Gonsalvez Velho Cabral</span> ontdekte in dat jaar de
+<span xml:lang="pt">Formigas</span>-eilanden, en een jaar later het eiland <span xml:lang="pt">Santa Maria</span>, dat het
+eerste was van een&rsquo; kleinen Archipel, later bekend onder den naam van
+Azorische Eilanden, die achtereenvolgens van 1444 tot 1453 ontdekt
+werden. Op een dezer eilanden vestigde zich eene Vlaamsche kolonie,
+waarom de Nederlanders en Belgen dan dezen Archipel ook wel den naam
+van Vlaamsche Eilanden geven.</p>
+
+<p>We zijn thans evenwel onzen tijd vooruitgeloopen, en moeten weer
+eenige jaren terugkeeren.</p>
+
+<p>Langs de westkust van Afrika maakte men geene groote vorderingen, want
+men kwam niet verder dan eenige graden ten zuiden van de Kanarische
+Eilanden. Daar ligt op het vaste land Kaap Bojador. Zij is een
+voorgebergte, en wel het westelijke gedeelte van het gebergte
+Dsjebel-el-Aswad. Zij strekt zich vrij ver in zee uit, en tot op
+grooten afstand van de kust is er de zee vol rotsen, riffen en
+ondiepten, waar eene vreeselijke branding staan kan, welke voor de
+scheepvaart zeer gevaarlijk is.</p>
+
+<p>Hier was, volgens het gevoelen der Portugeesche kustreizigers, het
+zuidelijkste punt der wereld, dat te bereiken viel, en hoewel deze
+kaap reeds in 1291 door de Genueesche broeders <span xml:lang="it">Thedisio</span> en <span xml:lang="it">Vivaldo
+Doria</span> omgezeild was, en tusschen de jaren 1364 en 1365 Fransche
+zeelieden de Goudkust bereikt hadden, zoo was er in den tijd van Prins
+Hendrik niets meer van bekend, en telkens als de Portugeezen tot deze
+kaap genaderd waren, keerden ze terug.</p>
+
+<p>Toen echter in 1432 de Portugees <span xml:lang="pt">Gil Eanes</span>, of, zooals hij algemeen
+genoemd wordt, <span xml:lang="pt">Gilianes</span>, hier kwam, nam <span class="pagenum"><a id="p_47">[47]</a></span>deze het stoute besluit, de
+kaap om te zeilen, en tot verbazing van zijne manschappen, die slechts
+met groote moeite en allerlei beloften over te halen waren geweest, om
+hem te gehoorzamen, gelukte de poging. <span xml:lang="pt">Gilianes</span> behaalde met deze
+koene onderneming wel roem, maar om roem alleen was het niet, dat men
+zijn leven waagde en schatten van geld aan die ontdekkingstochten
+besteedde. Men wilde er ook voordeelen van genieten, en deze waren al
+zeer gering. Slechts wat robbenvellen en meer niet, bracht men van de
+reis mede, zoodat de ondernemende Grootmeester steeds meer
+tegenwerking ondervond.</p>
+
+<p>Maar, men was zoo gelukkig om twee handels-artikelen te vinden, welke
+ook de hebzucht konden tevreden stellen. Eén voornaam artikel was
+stofgoud, dat men eens van eene reis medebracht, en we zagen het
+reeds, goud had men in Europa meer dan noodig, en de hoop, dat men van
+deze begeerde stof nog veel meer zou vinden, gaf alweer nieuwen moed.</p>
+
+<p>Toch was stofgoud niet het voornaamste der twee artikelen.</p>
+
+<p>Men was begonnen, Negers, die geen kwaad vermoedden, en met goede
+bedoelingen bezield, de Blanken ontvingen, die op hunne kusten
+landden, op te vangen, en mede te nemen als slaven. Zoo één flinke
+Neger was dan ook heel wat waard, want gaarne werd er in Portugal eene
+som van veertig lires voor betaald, dat ongeveer vijfhonderd gulden in
+onzen tijd zou zijn.</p>
+
+<p>Prins Hendrik staat algemeen bekend als een werkelijk vroom en edel
+man. Hem moesten die slavenjachten dus zeer tegen de borst stuiten,
+maar zijn verbieden zou gelijk gestaan hebben met een laten varen van
+al zijne ontdekkings-plannen, welke niet mogelijk waren, als hij de
+hebzucht er geene rol in liet spelen. Men dient ook wel in acht te
+nemen, dat de algemeene geest van dien tijd heel anders was dan nu.
+Waren die Negers wel menschen, die evenals de Blanken eene ziel
+hadden? Stonden ze in het rijk der Schepping niet veel lager dan de
+Christenen? Wat meer is, deed men er geen goed werk mede, met de aarde
+van die zwarte monsters te verlossen?</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_48">[48]</a></span>Weet ge wat een zekere Azoerasa schreef?</p>
+
+<p>Dit.</p>
+
+<p>&bdquo;God, Die alle goede daden beloont, behaagde het eindelijk om voor al
+de ellende in Zijn&rsquo; dienst geleden, hun,&rdquo;&mdash;den schepelingen
+namelijk&mdash;&bdquo;een&rsquo; roemrijken dag te verschaffen, en eene ruime
+vergoeding te verleenen, voor al de onkosten, die gemaakt waren, want
+men ving niet minder dan honderdvijfenzestig mannen, vrouwen en
+kinderen!&rdquo;</p>
+
+<p>De arme Negers, die tegen de vuurwapenen der Portugeezen alleen hunne
+vergiftigde pijlen konden gebruiken, waren nu op hunne hoede. Zij
+zett&rsquo;en wachters uit, en wanneer dezen in de verte een schip
+ontdekten, waarschuwden zij hun&rsquo; stam, en terstond werd dan de vlucht
+genomen, diep in de bosschen ten Oosten, of verder langs het strand
+het Zuiden in.</p>
+
+<p>De Portugeezen werden dit gewaar, en ze begrepen zeer goed, dat aan
+een najagen in de bosschen of langs het strand niet te denken viel, en
+daarom besloten ze, heel wat verder het Zuiden in te zeilen, en dan op
+eene plaats te landen, waar de vluchtelingen nog niet konden zijn, en
+de bewoners derhalve niet gewaarschuwd waren voor het dreigende
+gevaar.</p>
+
+<p>De slavenjachten waren derhalve de eenige oorzaak, dat Prins Hendrik,
+die in 1460 stierf, het nog beleven mocht, dat niet alleen Kaap Verd
+werd omgezeild, want dit geschiedde in 1445, of dat men de rivieren de
+Senegal en de Gambia ontdekte, want dit had plaats in 1445 en 1446,
+maar dat men ook de kusten van Guinea bereikte, waar men peper en goud
+vond.</p>
+
+<p>Het voorname doel, dat de Grootmeester gemeend had te bereiken, van om
+Afrika heen een&rsquo; zeeweg naar de Indiën te vinden, was hem dus slechts
+tendeele gelukt. Men was op weg om hem te vinden, doch nog een half
+menschenleven zou moeten verloopen eer men Afrika&rsquo;s zuidelijkste punt
+bereikte.</p>
+
+<p>Eer we verder gaan, moet ik evenwel nog eene daad van onzen ondernemenden
+Prins mededeelen, omdat ze eene zeer wijde strekking had.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_49">[49]</a></span>Zoodra
+hij begreep, dat Afrika grooter was dan men vermoedde, vormde
+hij het voornemen om de grenzen van het betrekkelijk kleine Koninkrijk
+zijns Vaders uit te breiden. Daarom vroeg hij aan den Paus eene
+oorkonde, waarin deze verklaarde, dat al het land in Afrika, van kaap
+Non tot in de Indiën, voor zoo ver het door de Portugeezen ontdekt
+werd, tot Portugal behooren zou. Deze oorkonde werd verleend, en was
+van zeer veel gewicht, want ook bij andere volken was de lust ontstaan
+om op ontdekkings-tochten uit te gaan. Daar men evenwel nu zulk een&rsquo;
+verbazend langen weg moest afleggen, eer men aan eene streek kwam,
+waar de Portugeezen nog niet geweest waren, en omdat men, vóór dien
+tijd, nergens aan wal mocht komen, om reden de Paus het verboden had,
+zoo zett&rsquo;en ze die gedachten uit het hoofd, en peinsden ze op andere
+ontdekkingstochten. Dat men dit vooral deed in Genua, welks handel
+door Venetië dreigde ten gronde gericht te worden, is duidelijk, en
+niet te stout is het beweren, dat dezelfde Pauselijke oorkonde, die
+aan de Portugeezen zoovele voordeelen verschafte, ook eene voorname
+oorzaak is geweest van de ontdekking van Amerika. Vandaar dus dat ik
+zoo even de daad van Prins Hendrik van zulk eene wijde strekking
+noemde.</p>
+
+<p>Toen de man, die de ziel van alle ondernemingen geweest was, in zijn
+zeeslot <span xml:lang="pt">Agres</span>, den laatsten adem uitgeblazen had, scheen ook de
+Portugeesche ondernemingsgeest met hem gestorven te zijn. Gelukkig was
+die geest slechts schijndood. De voormalige tegenstanders van den
+Prins wisten echter te bewerken, dat Koning Alfonsus V, die van 1438
+tot 1481 over Portugal regeerde, zich om dien schijndooden geest niet
+veel bekommerde. Wel draagt hij in de geschiedenis den bijnaam van &bdquo;de
+Afrikaan&rdquo;, doch dit is alleen daaraan toe te schrijven, dat onder
+zijne regeering zulk een groot deel van Afrika ontdekt werd, waaraan
+hij, ronduit gezegd, part noch deel had. Hijzelf deed niets anders,
+dan in het noorden van Afrika oorlog voeren tegen de Saracenen. Ook
+met Spanje lag hij telkens overhoop, en hij liet zich zelfs tot Koning
+van Kastilië en Leon uitroepen. Van deze eigenmachtige <span class="pagenum"><a id="p_50">[50]</a></span>verheffing
+beleefde hij evenwel niet veel vreugde, want in 1476 werd hij bij <span xml:lang="es">Toro</span>
+geslagen, en na nog een vrij avontuurlijk leven geleid te hebben,
+stierf hij in 1481. Deze oorlog in Spanje heeft meer met de
+ontdekkings-tochten te maken dan men misschien wel denkt. De Edelen en
+Ridders wilden veel liever roem behalen te land dan ter zee. Een <em class="g">paard</em>
+was een&rsquo; Ridder en Edelman waard, maar een <em class="g">schip</em> niet. Een schip was
+voor een&rsquo; matroos, voor een&rsquo; koopman, en niet voor een&rsquo; Edelman. De
+Edelen verachtten de zee, en dit belette Portugal reeds vroeger te
+worden, wat het later gedurende eenigen tijd werd: het brandpunt van
+den Europeeschen handel.</p>
+
+<p>Toch had onder Koning Alfonsus&rsquo; regeering een zeer merkwaardig feit
+plaats. De schijndoode geest was, zonder dat de Koning het wist,
+ontwaakt, en vervolgde Prins Hendriks werk door de ontdekkingen langs
+de Afrikaansche kust voort te zetten. In 1471 passeerde een
+Portugeesch schip de Linie, en eenige graden ten Zuiden ervan ging men
+aan wal.</p>
+
+<p>Dit was eene gebeurtenis van buitengewone beteekenis, wat ieder
+duidelijk zijn zal, als hij zich herinnert, wat we op de <a href="#p_42">42ste
+bladzijde</a> zeiden omtrent die onoverkomelijke grens tusschen
+het Noordelijke en Zuidelijke halfrond van de Aarde.</p>
+
+<p>Men had die hitte-lijn nu niet alleen bereikt, men had haar zelfs
+overschreden.</p>
+
+<p>Waar was nu het land waar alles verschroeid en verbrand was? Waar was
+de verdampte zee? Had men ergens door eene pekelmassa, als door eene
+zoutwoestijn, moeten varen? Was niet het land schoon en heerlijk als
+een Paradijs? Was niet de zee, even als overal, vloeibaar?</p>
+
+<p>Wat zouden nu de ongeluks-kraaiers, die zóóveel verschrikkelijks van
+die grens tusschen Noord en Zuid hadden verteld, zeggen? Wat zouden ze
+anders doen dan zwijgen of ruiterlijk bekennen, dat ze gedwaald
+hadden?</p>
+
+<p>Waarlijk, het overschrijden der Linie was een buitengewoon feit, en
+met verbazing hoorde men, bij den terugkeer der schepelingen, in
+Portugal het verslag van hun&rsquo; <span class="pagenum"><a id="p_51">[51]</a></span>merkwaardigen tocht aan. Er was dus
+uitgemaakt dat het Noordelijke en Zuidelijke deel der aarde met
+elkander volkomen één waren, en het is geen wonder, dat nu opeens
+iedereen al zijne gedachten op dat onbekende Zuiden richtte. Zelfs de
+Edelen en Ridders moesten er aan denken, maar evenmin als vroeger
+wilden ze nu het oorlogspaard verwisselen met het schip; ze wilden het
+zwaard niet prijsgeven voor het roer. Alle pogingen wendden zij aan,
+om den Koning te bewegen, geen gehoor te geven aan dien drang naar
+ontdekkingen. Zij bereikten hun doel, zeer tegen den zin van Prins
+Johan, die zijn&rsquo; Vader eens opvolgen zou, doch die nu nog machteloos
+was.</p>
+
+<p>Toen echter Koning Alfonsus overleden, en zijn zoon Johan II Koning
+was, besloot deze het grootsche werk van Prins Hendrik voort te
+zetten, doch wilde hij dat goed doen, dan moest er eerst een zeer
+gewichtig werk verricht worden.</p>
+
+<p>Ten Zuiden van de Linie toch waren andere sterrenbeelden zichtbaar
+geworden, dan die, welke men ten Noorden ervan kende, en daar de
+sterrenbeelden, met het kompas, zooals men dat toen had, de gidsen van
+den zeeman op den Oceaan moesten zijn, zoo diende men in de eerste
+plaats eene nieuwe sterrenkaart te maken.</p>
+
+<p>Nu wilde het geval, dat zich in 1480 te Lissabon een zekere Duitscher
+bevond. Hij heette <span xml:lang="de">Bohemus Behaim</span> of, zooals anderen hem noemen,
+<span xml:lang="de">Martinus Behaim</span>. Hij was, zooals hij zelf beweerde, van geboorte een
+Edelman uit Bohemen, doch had zich in Neurenberg aan den handel
+gewijd. Om zich hierin meer te bekwamen, begaf hij zich naar Mechelen,
+en legde zich daar vooral op den lakenhandel toe. Hij was evenwel geen
+alledaagsch koopman, want in zijne vrije uren oefende hij zich in de
+studie van aardrijks-, wis- en sterrenkunde, en weldra ontstond ook
+bij hem de begeerte om reizen te gaan doen. Zoo ging hij van Mechelen
+naar Antwerpen en van Antwerpen naar Lissabon, waar hij zich
+inscheepte naar Afrika&rsquo;s westkust. In 1585 weer in Lissabon
+teruggekeerd, sloeg Koning Johan II hem, ter belooning voor zijne
+aardrijkskundige verdiensten, tot Ridder, en benoemde hem tot lid
+<span class="pagenum"><a id="p_52">[52]</a></span>eener <span xml:lang="pt">Junta</span> of Raad, die door den Koning belast was, met het
+vervaardigen van eene nieuwe sterrenkaart.</p>
+
+<p>Inmiddels waren de tochten langs Afrika&rsquo;s westkust voortgezet, en in
+1484 had zekere <span xml:lang="pt">Diago <span class="corr" id="corr09" title="Bron: Canjo">Câno</span></span> de rivier de Congo ontdekt, en aan den
+zuidelijksten mond van dezen machtigen stroom een&rsquo; steenen grenspaal
+opgericht. Die palen moesten geplaatst worden, opdat andere dan
+Portugeesche zeevaarders, die hier kwamen, weten zouden tot hoever het
+gebied van Portugal zich uitstrekte.</p>
+
+<p>Men bevond dat de bewoners van den Congo geregeerd werden door een&rsquo;
+Koning, die over een machtig en zeer uitgestrekt gebied te bevelen
+had. Hiervan wilden de Portugeezen gebruik maken door eenige
+handels-verbintenissen met dezen Vorst aan te gaan, wat werkelijk ook
+gelukte. Tegelijk hiermede begon men ook het bekeeringswerk, doch dat
+maakte minder goede vorderingen, dan men wel gehoopt had.</p>
+
+<p>Toen men eindelijk in Lissabon met de sterrenkaart klaar gekomen was,
+besloot de Koning er onverwijld gebruik van te maken. Veel was er
+indertijd ook verteld geworden, dat ergens in Afrika, en in de
+nabijheid der Roode Zee, te midden van Mohammedanen en Heidenen, een
+Christelijk Koninkrijk lag, dat geregeerd werd door een&rsquo; Koning, die
+den naam droeg van &bdquo;Aartspriester Johannes&rdquo;, en die een fabelachtig
+man was, want sommigen plaatsten zijn Koninkrijk in Azië, te midden
+der Tataarsche landen, en bijna ieder hield hem voor den Apostel
+Johannes, die nog altijd op aarde leefde.</p>
+
+<p>Later bleek het, dat dit Christelijke rijk er werkelijk was. Het was
+het tegenwoordige Abessinië, dat bevolkt was met zoogenaamde Koptische
+Christenen, die wel de Christelijke leer beleden, doch zóó vermengd
+met allerlei Heidensche en Mohammedaansche begrippen, dat die leer in
+de oogen der Europeesche Christenen volstrekt geene genade kon vinden.</p>
+
+<p>Nu was men door de ontdekkingen te weten gekomen, dat Afrika, naarmate
+men zuidelijker kwam, in breedte afnam, wat juist tegen het algemeene
+gevoelen in was, want ieder, die zich eenigszins met de aardrijkskunde
+inliet, <span class="pagenum"><a id="p_53">[53]</a></span>geloofde dat Afrika steeds breeder werd. Daar het nu gebleken
+was, dat men hierin verkeerd gezien had, zoo vormde Koning Johan II
+het plan om Afrika te laten omzeilen. Kon men dat gedaan krijgen, dan
+moest men dat Christelijke rijk op Afrika&rsquo;s oostkust opzoeken, en
+vervolgens trachten, om, in verbinding met die Christenen, Indië te
+bereiken.</p>
+
+<p>Eene kleine vloot werd nu uitgerust, en het bevel hierover ontving een
+zeeman, die zich door zijne vroegere reizen reeds een&rsquo; grooten naam
+gemaakt had. Hij heette Bartholomeus <span xml:lang="pt">Diaz</span>.</p>
+
+<p>In 1486 verliet <span xml:lang="pt">Diaz</span> met zijne drie schepen, en begeleid door de beste
+wenschen en zegenbeden van den Koning, de haven van Lissabon.</p>
+
+<p>Hij had den tijd van afreis evenwel slecht gekozen, want al spoedig
+werd hij door stormen overvallen, en was hij genoodzaakt, wilde hij
+geen gevaar loopen op de kusten schipbreuk te lijden, de ruime zee te
+kiezen.</p>
+
+<p>Was dit zeer tegen den zin der bijgeloovige bemanning, weldra dacht
+deze nu bovendien, dat het voor goed met haar gedaan was.</p>
+
+<p>Een storm stak op, een storm, zóó hevig en langdurig, als niemand er
+nog een beleefd had. Drie dagen en drie nachten vlogen de logge
+vaartuigen, met eene ongekende snelheid, langs den woedenden Oceaan.
+Wat al doodsangsten stond men uit! Altijd en altijd maar door joeg men
+het Zuiden in. Het verbrande land en de pekelzee begonnen weer in hun
+ontsteld brein te spoken, tot een der matrozen tot de ontdekking kwam,
+dat het water niet warmer, doch wel koeler werd. Dat stelde wat
+gerust, en toen eindelijk de storm ging liggen, en men de aangebrachte
+schade zoo goed mogelijk hersteld had, kwam men ook tot nadenken. Wat
+moest er nu gedaan worden? Men raadpleegde sterrenkaart en kompas, en
+eindelijk werd besloten den steven in oostelijke richting te wenden,
+ten einde zoo doende Afrika&rsquo;s westkust te bereiken.</p>
+
+<p>Het was evenwel om moedeloos te worden. Dagen aaneen zeilde men in die
+richting voort, doch Afrika&rsquo;s kust, zoo vurig begeerd, doemde niet aan
+de kimmen op.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_54">[54]</a></span>Wat moest
+men ook niet ver van de heete luchtstreek verwijderd zijn!
+Inplaats van last van de warmte te hebben, waren de matrozen soms zoo
+verkleumd van koude, dat ze het werk in het scheepswant en op het dek
+bijna niet verrichten konden.</p>
+
+<p>Het is moeielijk te bepalen, hoe ver <span xml:lang="pt">Diaz</span> op dien tocht, waarop hij,
+veertien dagen lang, op geene honderden mijlen na wist, waar hij zich
+bevond, wel geweest is.</p>
+
+<p>Gedwongen door zijn volk van koers te veranderen, richtte hij nu den
+steven noordwaarts, en thans smaakte men na eenige dagen zeilens de
+onbeschrijfelijke vreugde van in het gezicht der kust te komen.</p>
+
+<p>Men had Afrika weer teruggevonden.</p>
+
+<p>Op welke breedte?</p>
+
+<p>Wat gaf dat? Afrika was het, en meer behoefde men niet te weten.</p>
+
+<p>Hoe zullen die mannen te moede geweest zijn, toen ze weer den vasten
+bodem onder hunne voeten voelden!</p>
+
+<p>Maar,&mdash;het land was veranderd, want hier heerschte niet die
+ondraaglijke warmte van Guinea en van de Congokust. De plantengroei
+was ook een heel andere, en de bewoners, die ze terloops gezien
+hadden, doch die met hunne koeien, die ze bij zich hadden, vol vrees
+het land in gevlucht waren, neen, dat waren niet de kroesharige Negers
+van het warme gedeelte van Afrika.</p>
+
+<p>Al deze gegevens versterkten <span xml:lang="pt">Diaz</span> in zijn geloof, dat men hier dicht
+aan de zuidelijkste punt van Afrika moest zijn, en dat men deze maar
+om te zeilen had, om in de Indiën te komen.</p>
+
+<p>Met groote moeite kreeg hij het van zijn volk gedaan om nog wat
+zuidelijker te stevenen.</p>
+
+<p>Al dieper en dieper kromp de kust naar het Oosten in. Hij zou er
+komen! Hij zou zijn doel bereiken!</p>
+
+<p>Daar ontdekte hij eene buiging naar het Zuiden.</p>
+
+<p>Het was bij eene kaap, en&mdash;wat was daar aan de andere zijde?</p>
+
+<p>Maar vreeselijke stormen beroerden ginds de wateren; de matrozen
+wilden niet verder. Ze waagden niet andermaal hun leven op dien
+woesten Oceaan, om daar te verdrinken <span class="pagenum"><a id="p_55">[55]</a></span>of van koude om te komen. Ze
+zouden en ze moesten terug.</p>
+
+<p><span xml:lang="pt">Diaz</span> was overtuigd, dat hij Afrika&rsquo;s zuidpunt gezien had, en noemde
+die kaap &bdquo;<span xml:lang="pt">Cabo de todos los Tormiëntos</span>&rdquo;, dat is &bdquo;Voorgebergte der
+Kwellingen&rdquo; of &bdquo;Stormkaap&rdquo;.</p>
+
+<p>De terugreis werd thans aangenomen, en na eene afwezigheid van zestien
+en eene halve maand kwam hij in het Vaderland terug, waar hij den
+Koning verslag van zijne gewichtige reis deed.</p>
+
+<p>Koning Johan was verrukt van blijdschap, en vol hoop dat men thans den
+zeeweg naar de Indiën om Afrika heen vinden zou, veranderde hij den
+naam van &bdquo;Stormkaap&rdquo; in dien van &bdquo;<span xml:lang="pt">Cabo de Buéna Esperanza</span>&rdquo; of &bdquo;Kaap de
+Goede Hoop&rdquo;, en zóó heet Afrika&rsquo;s zuidelijkste punt nóg altijd.</p>
+
+<p>De hoop van den Koning, om, met medewerking van de Christenen uit het
+rijk van den &bdquo;Aarts-priester Johannes&rdquo;, de Indiën te kunnen bezoeken,
+was niet vervuld, en thans besloot hij een&rsquo; anderen weg in te slaan.
+Hij zond twee ondernemende mannen, <span xml:lang="pt">Covillam</span> en <span xml:lang="pt">Payva</span>, die beiden met
+het Arabisch bekend waren, uit, om over land dat Koninkrijk te
+bezoeken. Beiden kwamen te Caïro en scheidden daar van elkander. <span xml:lang="pt">Payva</span>
+had genoeg inlichtingen verkregen om er niet aan te twijfelen, of dat
+Christenrijk lag ten Zuiden van Egypte. Hij ging er heen, doch keerde
+nimmer weder. <span xml:lang="pt">Covillam</span> daarentegen scheepte zich naar de Indiën in, en
+kwam op die reis niet alleen te Calicoet, maar ook te Goa. Hij keerde
+nu naar Caïro terug, en liet vandaar den Portugeeschen Koning bericht
+geven van alles, wat hij in de Indiën gezien had. En dat bericht was
+zóó gewichtig, dat de Koning besloot om er nu met alle krachten naar
+te streven, over zee die rijke gewesten te laten opsporen. Wanneer hem
+dát gelukte, dan waren Venetië en Genua ten ondergang gedoemd, en zou
+Lissabon hare plaats vervangen! Welk eene schoone toekomst lachte hem
+tegen!</p>
+
+<p>De grootste voordeelen van den handel genoten immers de gehate
+Mohammedanen, die zich met het goud en zilver der Christenen
+verrijkten! Gelukte het hem, den weg over zee naar de Indiën te
+vinden, dan verkregen de Portugeezen, <span class="pagenum"><a id="p_56">[56]</a></span>dus de Christenen, alle zoo
+vurig begeerde Oostersche producten uit de eerste hand. Schatten
+zouden dan Portugal, en, ja, ook Europa binnenstroomen. De macht van
+het goud zou in handen der Christenen komen, en den val van den Islam
+bewerken.</p>
+
+<p>Arme Koning!</p>
+
+<p>Te midden zijner schoone droomen werd hij uit het leven gerukt.
+En die droomen waren nog niet eens altijd even schoon geweest, want de
+angst van te laat te komen, deed hem er telkens uit wakker schrikken.</p>
+
+<p>De Spanjaarden immers hadden, onder aanvoering van een&rsquo; Genuees,
+zooals men beweerde, de Indiën gevonden op eene westelijke vaart?</p>
+
+<p>Koning Johan twijfelde eraan.</p>
+
+<p>Had men de rijke Indiën wel gevonden? En zoo ja, wie kon zeggen hoe
+oneindig groot dat rijk was, en of het voordeel niet aan de zijde der
+Portugeezen zijn zou, wanneer ze de Indiën bereikten door het Oosten
+in te slaan.</p>
+
+<p>Het was een tijd van spanning, zooals men er op het Pyreneesche
+schiereiland nog nimmer een beleefd had.</p>
+
+<p>Te midden van die spanning, die worsteling liever, legde Johan II voor
+goed het hoofd neder, en werd opgevolgd door den verlichten en
+geleerden <span xml:lang="pt">Dom Emanuel</span>, die in de geschiedenis den bijnaam draagt van
+&bdquo;de Groote&rdquo;, of ook wel &bdquo;de Gelukkige&rdquo;.</p>
+
+<p>Na de regeering van het land verbeterd te hebben, was thans zijn
+eerste werk om het plan van zijn&rsquo; wakkeren en ondernemenden voorganger
+uit te voeren.</p>
+
+<p>Vier schepen werden uitgerust, en het bevel ervan droeg hij op aan
+Admiraal <span xml:lang="pt">Vasco de Gama</span>. Een der Onderbevelhebbers was de welbekende
+Bartholomeus <span xml:lang="pt">Diaz</span>.</p>
+
+<p>Gelukkiger keuze had Koning <span xml:lang="pt">Emanuel</span> wel niet kunnen doen, want meer
+nog dan <span xml:lang="pt">Diaz</span>, was <span xml:lang="pt">Gama</span> van een doorzettend en onbevreesd karakter,
+terwijl hij ook, als zeeman, zeer veel ondervinding opgedaan had.</p>
+
+<div class="figright" style="width: 527px;">
+<img src="images/p057.jpg" width="527" height="545" alt="Vasco de Gama. (Geb. omstr. 1469, overl. 1524.)" title="" />
+<span class="caption"><span class="mixcap">Vasco de Gama.</span> (Geb. omstr. 1469, overl. 1524.)</span>
+</div>
+
+<p>Hij zeilde den achtsten Juli 1497 uit, doch ook deze tijd had beter
+kunnen zijn, evenals die van <span xml:lang="pt">Diaz</span>, want kort na het vertrek hadden de
+schepen, die met honderdzestig <span class="pagenum"><a id="p_57">[57]</a></span>koppen bemand, en zeer goed bewapend
+waren, met tegenwind te kampen, ja, het duurde niet lang, of ook zij
+werden door stormen aangegrepen, en buitengewoon ver uit den koers
+geslagen. Hij kwam zelfs zóó ver het Westen in, dat enkele
+geschiedschrijvers niet alleen melden, dat hij Brazilië ontdekte, maar
+dat hij het zelfs op de gebruikelijke wijze voor zijn&rsquo; Koning in bezit
+nam.</p>
+
+<p>Na een&rsquo; moeielijken tocht vol gevaren, die het volk alweer bewogen om
+oproerig te worden, kwamen de schepen eindelijk aan Kaap de Goede Hoop
+aan, en&mdash;den twintigsten November 1497 had men Afrika omgezeild, en
+kon men den koers noordelijk richten.</p>
+
+<p>Merkwaardig was deze reis in alle opzichten, want welk eene verbazende
+uitgestrektheid lands bracht men nu niet aan de kroon van Portugal!
+Wat maakte men niet al kennis met voortbrengselen van allerlei aard,
+voortbrengselen, <span class="pagenum"><a id="p_58">[58]</a></span>die uitmuntten door hunne hooge waarde, en
+voortbrengselen, die zich vooral kenmerkten door de buitengewone
+voordeeligheid in de dagelijksche samenleving.</p>
+
+<p>Merkwaardig was deze reis vooral, omdat men thans de Indiën bereiken
+zou langs een&rsquo; heel anderen weg dan de Spanjaarden. En door schepen,
+die Portugal reeds aan de kusten der Roode Zee had laten uitrusten,
+was men verzekerd geworden, dat de rijke Indiën dáár lagen, waarheen
+men den koers richtte. Die wetenschap gaf zelfs den morrenden matroos
+moed, en den twintigsten Mei 1498 liet de moedige en volhardende
+Admiraal het anker vallen voor de groote en rijke handelsstad Calicoet
+in Voor-Indië.</p>
+
+<p>Gaarne zouden wij deze reis zoo uitvoerig beschreven hebben, als zij
+het verdient, maar wij moeten naar Europa terug om te vernemen, wat
+daar is voorgevallen met de Spanjaarden, die reeds zes jaren vroeger,
+zooals zij meenden, de Indiën gevonden hadden.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_59">[59]</a></span></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 720px;">
+<img src="images/p059.jpg" width="720" height="487" alt="Christophorus Columbus. (Geb. te Genua? 1446?&ndash;Overl. te Valladolid 1506.)" title="" />
+<span class="caption"><span class="mixcap">Christophorus Columbus.</span> (Geb. te Genua? 1446?&ndash;Overl. te Valladolid 1506.)</span>
+</div>
+
+<h2 class="h2big"><a id="DE_ONTDEKKING_VAN_AMERIKA"></a>DE ONTDEKKING VAN AMERIKA.</h2>
+
+<h2><a id="HOOFDSTUK_V"></a>HOOFDSTUK V.</h2>
+
+<hr class="tit" />
+
+<p class="subtitle">DE DAGERAAD DER NIEUWE GESCHIEDENIS.</p>
+
+<p>In het vorige hoofdstuk spraken we met een paar woorden van zekeren
+<span xml:lang="de">Martinus Behaim</span>, die te Lissabon vertoefde, en daar door den Koning,
+om zijne vele verdiensten tot Ridder geslagen werd, terwijl hij tevens
+zitting kreeg in de <span xml:lang="pt">Junta</span>, die eene nieuwe sterrenkaart ontwerpen zou.</p>
+
+<p>Met opzet verzuimden we te melden met wien de Koning onzen <span xml:lang="de">Behaim</span> daar
+in kennis bracht, daar we den naam van één&rsquo; man nog niet wilden
+noemen, omdat de noodzakelijkheid zou medegebracht hebben dan ook een
+en ander van hem te zeggen. Nu we echter gereed staan om van dezen man
+zeer veel mede te deelen, kunnen we zeggen <span class="pagenum"><a id="p_60">[60]</a></span>wie er door den Koning aan
+<span xml:lang="de">Behaim</span> voorgesteld werd.</p>
+
+<p>Die man was Christophorus Columbus.</p>
+
+<p>Er zijn zoo enkele personen in de geschiedenis, van wien bijna ieder
+mensch wat gehoord heeft, en al brengen grondige nasporingen en
+nauwgezet onderzoek ook al aan het licht, dat men den bewusten persoon
+te veel verheerlijkt heeft, en dat hij veel minder deed dan men
+geleerd had, toch wischt al het water van de zee zijne daden niet uit,
+welke van hem in het boek der geschiedenis staan aangeteekend, en
+geene reuzenmacht is instaat den invloed te keeren, door hem op de
+geheele wereldgeschiedenis uitgeoefend.</p>
+
+<p>Zulk een man was Christophorus Columbus, de ontdekker van Amerika, of,
+zooals we uit de reizen der Noormannen gelezen hebben, de
+weder-ontdekker van dat werelddeel.</p>
+
+<p>Het zal iedereen wel eens opgevallen zijn, dat men van de jeugd van de
+meeste beroemde mannen zoo weinig zekers weet mede te deelen. Dit is
+echter zeer natuurlijk. Van Vorstenkinderen weten we vooraf, dat ze,
+als volwassenen, reeds door geboorte zoowel als door afkomst, zich
+boven alle andere menschen zullen verheffen, al maken zij zich ook
+niet door hunne daden beroemd. Heel anders is dat met een kind, wiens
+Ouders tot de gewone burgers of volksklasse behooren. Dat kind leeft
+geheel met andere kinderen mede, en niemand denkt er aan om
+aanteekeningen van zijne jeugd te maken, ten einde later in de
+gelegenheid te zijn, om eene volledige levensbeschrijving te kunnen
+geven.</p>
+
+<p>Een kind zulk eene opleiding geven, dat het een beroemd man <em class="g">moet</em>
+worden, is ten eenenmale onmogelijk, want het karakter en de aanleg
+van het kind, benevens de omstandigheden waaronder het opgroeit,
+hebben een&rsquo; beslissenden invloed. Geene duizend Professoren waren
+instaat, Piet Hein er toe te brengen, dat hij de Spaansche Zilvervloot
+nam, dat De Ruyter den Vierdaagschen Zeeslag won, dat Rembrandt zijne
+&bdquo;Anatomische les&rdquo; wist te scheppen, dat <span xml:lang="en">Cromwell</span> een&rsquo; Koning op het
+schavot kon brengen, dat <span xml:lang="en">Washington</span> de machtigste Republiek der Nieuwe
+<span class="pagenum"><a id="p_61">[61]</a></span>Geschiedenis grondvestte, en dat Napoleon zich eene Keizerskroon op
+het hoofd drukte.</p>
+
+<p>Nu is het met Columbus op dezelfde wijze gegaan, als met al de
+beroemde mannen hier zoo even genoemd. Van de kinderjaren weten we van
+hem zelfs nog minder, want nog altijd zoekt men naar het jaar en de
+plaats zijner geboorte.</p>
+
+<p>Als geboortejaren van Columbus worden vermeld 1435, 1436, 1446, 1447
+en 1456. De meeste schrijvers van onzen tijd houden het er voor, dat
+hij omstreeks 1446 geboren werd. Als zijne geboorteplaats noemt men
+meestal Genua, doch zonder hieromtrent eenige zekerheid te kunnen
+bijbrengen. De beroemde Engelsche geschiedschrijver <span xml:lang="en">William Robertson</span>
+zegt eenvoudig, dat hij &bdquo;een onderdaan uit het Gemeenebest Genua&rdquo; was.
+Anderen zoeken zijne geboorteplaats op Corsica. De Spanjaarden, die
+hem haatten, gaven hem den scheldnaam van &bdquo;Liguriër&rdquo;, en daar Genua in
+de landstreek ligt, die oudtijds Liguria heette, zou men lichtelijk er
+toe kunnen overgaan, te gelooven, dat de Spanjaarden hem althans voor
+iemand hielden, die in Genua geboren was. Maar die scheldnaam is ook
+al geen bewijs, want het eiland Corsica, dat door de Genueezen
+veroverd werd, schijnt ten tijde der Romeinen, en ook nog later, door
+Liguriërs bewoond geweest te zijn.&mdash;<span xml:lang="en">Robertson</span> echter, die geene
+plaats, maar alleen een land noemt, houdt zich stellig het dichtst bij
+de waarheid, want dat schijnt dan toch onomstootelijk waar te zijn,
+dat de beroemde man in het gebied van Genua geboren werd. Hij was dus
+een Genuees, en heeft bovendien in de stad Genua gewoond.</p>
+
+<p>Zijne Ouders?</p>
+
+<p><span xml:lang="en">Robertson</span> deelt mede, dat hij afstamde van een&rsquo; aanzienlijk geslacht,
+dat tot armoede vervallen was.</p>
+
+<p><span xml:lang="en">Washington Irving</span> zegt, dat <span xml:lang="it">Fernando</span>, een zoon van Columbus, schreef:
+&bdquo;Het zou naar mijne meening voor mij niet zoo vereerend zijn, wanneer
+mijne Voorouders tot een adellijk geslacht behoorden, dan dat ik de
+zoon van zulk een&rsquo; Vader ben.&rdquo;</p>
+
+<p><span xml:lang="en">Irving</span> zelf beweert: &bdquo;Columbus&rsquo; Vader was een wolkammer, <span class="pagenum"><a id="p_62">[62]</a></span>die geruimen
+tijd in de stad Genua heeft gewoond.&rdquo;</p>
+
+<p>Columbus zelf heeft echter gezegd, zoo lees ik bij een Duitsch
+schrijver van onzen tijd: &bdquo;Men mag mij eene afkomst geven, welke men
+wil. David was eenmaal schaapherder, en ik ben een dienaar van
+denzelfden God, die hem tot den troon verhief. Of mijn stamboom
+adellijk of niet adellijk is, daarop komt het al heel weinig aan.
+Genoeg, mijn bloedverwant of Stamvader Columbus stamde met mij van de
+oudste familiën der aarde af, en zonder mij te bedenken, durf ik mijn&rsquo;
+stamboom bij Adam beginnen.&rdquo;</p>
+
+<p>Winkler Prins zegt in zijne Encyclopædie, dat hij een bloedverwant van
+Admiraal <span xml:lang="it">Domenico</span> Columbus was, doch als we lezen, dat een kleinzoon
+van Admiraal Piet Hein aan den Amsterdamschen Magistraat zich bekend
+maakte, als een &bdquo;spellebaas&rdquo;, die om een plaatsje voor zijne tent
+vroeg, dan zegt de bloedverwantschap van Admiraal Columbus al heel
+weinig. Admiraal de Ruyter, die als Hertog stierf, kan wel neven gehad
+hebben, die in lompen door &rsquo;s heeren straten gingen.</p>
+
+<p>Maar wat doet die afkomst er ook toe? Als een bierdragers-jongen een&rsquo;
+Vierdaagschen Zeeslag kon winnen, dan kon ook een wolkammers-zoon wel
+een werelddeel ontdekken.</p>
+
+<p>&bdquo;Gij zijt van geene edele afkomst,&rdquo; duwde een trotsch en zeer voornaam
+Athener den wijsgeer Socrates toe.</p>
+
+<p>&bdquo;Daarom verdien ik ook meer eer,&rdquo; antwoordde Socrates &bdquo;omdat mijn
+adeldom bij mijzelven begint.&rdquo;</p>
+
+<p>Ook Columbus had zulk een fier, maar hooghartig antwoord kunnen geven.</p>
+
+<p>Maar zijn naam? Hoe heette hij toch?</p>
+
+<p>Als Italiaan heette hij <span xml:lang="it">Colombo</span>; de Spanjaarden <span class="corr" id="corr10" title="Bron: zet&rsquo;ten">zett&rsquo;en</span>
+zijn&rsquo; naam in hunne taal over, en noemden hem <span xml:lang="es">Colon</span>; waar men zijn&rsquo;
+familie-naam in de Latijnsche taal gebruikt, heet hij Columbus, en
+wanneer hij een Nederlander van geboorte was, zou zijn familie-naam
+&bdquo;Duif&rdquo; zijn.</p>
+
+<p>Ook zijn voornaam wordt verschillend geschreven. Wij, Nederlanders,
+zouden hem alweer &bdquo;Stoffel&rdquo; noemen, wat eene verkorting is van
+Christoffel. De Latijnsche naam <em class="g">Columbus</em> eischt Christophorus, en de
+Spaansche naam <span class="pagenum"><a id="p_63">[63]</a></span><em class="g" xml:lang="es">Colon</em> eischt <span xml:lang="es">Christoval</span>. De naam beteekent
+&bdquo;Christusdrager&rdquo;, en zie, dat wenschte de man werkelijk te zijn. Hij
+wilde niets liever dan als een wereldlijk Missionaris overal het
+Evangelie verkondigen.</p>
+
+<p>Hoe eenvoudig en arm zijn Vader ook ware, toch gaf deze Christophorus
+eene zeer goede opvoeding, ja, we zouden haast geneigd zijn te zeggen:
+hij gaf hem eene opvoeding boven zijn&rsquo; stand.</p>
+
+<p>Al heel vroeg toonde de knaap, dat de zee en verre landen hem meer
+aantrokken dan de eenvoudige wolkammerij des Vaders, en daarom liet
+deze den jongen onderwijs geven in de Latijnsche taal, en in de wis-,
+aardrijks-, sterren- en teekenkunst. In het schrijven maakte hij zulke
+verrassende vorderingen, zegt <span xml:lang="es">Las Casas</span>, Bisschop van <span xml:lang="es">Chiapas</span> in
+Mejico, wiens Vader een reisgezel van Columbus was, dat hij, als hij
+niet op eene andere wijze door de wereld gekomen was, hiermede zijn
+brood had kunnen verdienen. Zelfs zou hij, volgens denzelfden
+schrijver, ook instaat geweest zijn om met schilderen, of het geven
+van onderricht in het rekenen en teekenen zich in het dagelijksch
+onderhoud te kunnen voorzien. In hoever dit waarheid is, durf ik niet
+verzekeren. Misschien, dat dankbaarheid hier wel wat overdreef, want
+Columbus was oorzaak geweest, dat <span xml:lang="es">Las Casas</span> te <span xml:lang="es">Salamanca</span> kon
+studeeren.</p>
+
+<p>Behalve onzen Christophorus had Vader Columbus nog twee zoons,
+<span xml:lang="it">Bartholomeus</span> en <span xml:lang="it">Giacomo</span>, welke laatste door de Spanjaarden in hunne
+taal <span xml:lang="es">Diego</span> genoemd wordt. Ter eere van onzen Christophorus mag het
+gezegd worden, dat hij later voor die twee broeders uitnemend zorgde.
+Ook had hij eene zuster, doch hiervan lezen we niets anders, dan dat
+ze gehuwd was met een eenvoudig burger, die <span xml:lang="it">Giacomo Varello</span> heette.</p>
+
+<p>Dat Christophorus, of, zooals ik hem voortaan liever noem, Columbus,
+op jeugdigen leeftijd zooveel lust toonde te hebben voor de
+aardrijkskunde en alle aanverwante vakken, kan niemand bevreemden. De
+aardrijkskunde was toen de wetenschap bij uitnemendheid, en in alle
+plaatsen, die zeehandel dreven, en vooral in de kloosters, stond ze
+zóó hoog aangeschreven, dat vele kloosterlingen van dat vak <span class="pagenum"><a id="p_64">[64]</a></span>hunne
+lievelings-studie maakten. Menig beroemd aardrijkskundige was van
+beroep wat anders, en vooral onder de Artsen telde men vele
+beoefenaars van deze wetenschap.</p>
+
+<p>Zoo heel laag stond die wetenschap ook niet meer. Wel bewaarde men
+eene groote globe, die <span xml:lang="de">Behaim</span> te Neurenberg gemaakt had, als een
+wonderstuk van vernuft, en bevatte ze menige dwaasheid, maar Arabische
+geleerden, te Sennaar vergaderd, verstonden reeds de kunst om een&rsquo;
+lengtegraad te meten, en op de uitgestrekte vlakten van Mesopotamië
+berekenden zij den omtrek der aarde. Neemt men hierbij in aanmerking,
+dat de handelssteden, aan de Middellandsche Zee en in Spanje en
+Portugal, begrepen, dat haar eigenbelang medebracht om andere
+handelswegen te zoeken, dan zal ieder het natuurlijk vinden, dat
+Columbus zoo vroeg mogelijk trachtte, zich in de aardrijkskunde te
+bekwamen, en het geluk diende hem, dat hij een&rsquo; bloedverwant had, die
+Admiraal was.</p>
+
+<p>Op zijn veertiende jaar ging hij naar zee, en als hij tot dien tijd
+school gegaan heeft, dan kan hij, want zijn hoofd was buitengewoon
+helder, als een wel ontwikkeld jongeling aanboord gekomen zijn. Al
+dadelijk dient echter gezegd, dat zijn eerste Kapitein niet zijn
+bloedverwant was.</p>
+
+<p>Zijne eerste tochten deed hij in de Middellandsche Zee, doch weldra
+maakte hij grootere reizen, en niet alleen naar Engeland, misschien
+ook Antwerpen, maar zelfs naar IJsland, dat toen Thule genoemd werd.</p>
+
+<p>Hoe lang hij daar in het hooge Noorden bleef, is niet bekend, doch de
+IJslanders van dien tijd waren zeer beschaafde menschen, en stellig
+zal Columbus daar wel wat vernomen hebben van het fabelachtige
+&bdquo;Wijnland&rdquo;, dat hunne Voorvaderen eenmaal bezocht hadden, doch dat
+daar nu ver in het Zuiden geheel vergeten lag. Van IJsland werd de
+reis zelfs nog noordelijker voortgezet, zoodat hij eenige graden over
+den Noordpool-cirkel kwam. Handelsbelangen kunnen hem daar niet heen
+gevoerd hebben, zoodat we aannemen mogen, dat deze Noordpool-tocht
+alleen in het belang der wetenschap, en een gevolg van de Pauselijke
+bul aan Portugal was.</p>
+
+<p>Van die groote reis teruggekeerd, trad hij in dienst <span class="pagenum"><a id="p_65">[65]</a></span>van zijn&rsquo;
+bloedverwant, den Admiraal Columbus, die evenwel alweer niet veel
+verder kwam dan de Middellandsche Zee, om de Genueesche koopvaarders
+tegen de Venetianen en de Noordafrikaansche of Barbarijsche zeeroovers
+te beschermen.</p>
+
+<p>Eens echter bevond hij zich met de vloot in de Spaansche Zee, in de
+nabijheid van de Portugeesche kust. Daar raakte men met eenige
+Venetiaansche schepen, die uit Nederland kwamen, slaags. Columbus
+gedroeg zich dapper, doch zijn schip werd in brand geschoten, en om
+zijn leven te redden, sprong hij in zee. Met behulp van een
+losgeslagen roer wist hij de Portugeesche kust te bereiken, en nu hij
+daar eenmaal was, besloot hij naar Lissabon te gaan, waar hij zeker
+was, landgenooten te vinden, want door het verloopen van den
+Genueeschen handel, zochten velen elders hun geluk. Hij bleef daar
+geruimen tijd, en geraakte in kennis met eene schoone, <span xml:lang="it">Felipa Monnis
+de Palestrello</span>. Haar Vader was een Italiaansch Edelman, die zich te
+Lissabon gevestigd had. Dat <span xml:lang="it">Donna Felipa</span>, niettegenstaande zij eene
+adellijke Jonkvrouw was, zich zóó tot den Genueeschen zwerver
+aangetrokken gevoelde, dat zij met hem in het huwelijk trad, is wel
+verklaarbaar. &bdquo;Columbus,&rdquo; zoo zegt <span xml:lang="es">Las Casas</span> alweer, &bdquo;was een lang en
+kloek gebouwd man, met eene edele en waardige houding. Zijn langwerpig
+rond gelaat was niet bol, maar eer mager; het had eene heldere kleur,
+en tusschen de lichtblauwe oogen, die van fierheid glinsterden, had
+hij een&rsquo; schoonen arendsneus. Wat hem vooral van zijne landgenooten
+onderscheidde, was, dat hij blond hoofdhaar had, dat in rijke lokken
+zijn sprekend gelaat omlijstte.&rdquo; Als eene groote bijzonderheid merkt
+dezelfde schrijver aan, dat &bdquo;de zorgen des levens en eene gestadige
+studie hem op zijn dertigste jaar reeds geheel grijs deden zijn.&rdquo;
+Indien dit waar is, dan zullen de zorgen des levens hiervan wel niet
+de oorzaak geweest zijn, want tot op den dag van zijn huwelijk kon hij
+waarlijk niet klagen, dat zijn leven zoo stormachtig en onrustig was.
+Alleen de gedwongen zeereis op een drijvend scheepsroer, was het
+ergste, wat hem wedervaren was, doch dit was voor een goed zeeman toch
+geene reden, om het <span class="pagenum"><a id="p_66">[66]</a></span>zich zóó aan te trekken, dat hij wit werd als
+eene duif. Eer is het te denken, dat èn zijn naam &bdquo;Duif&rdquo;, èn zijn
+blond haar, door de zuidelijke zwartharigen met elkander in verband
+gebracht zijn, en dat de &bdquo;blonde Columbus&rdquo;, heel dichterlijk, &bdquo;wit als
+eene blanke duif&rdquo; zal genoemd zijn.</p>
+
+<p>Na het overlijden van zijn&rsquo; Schoonvader kwam Columbus in het bezit van
+eene plantage op het eiland <span xml:lang="pt">Porto-Santo</span>. Hij vestigde er zich
+metterwoon, en het scheen dus, dat hij als een eerzaam planter zijn
+leven zou eindigen, zonder dat hij nog nieuwe zeereizen gedaan had.
+Dit scheen echter maar zoo, want het verbouwen van suikerriet en
+wijnstokken, in eene aangename luchtstreek, op een vruchtbaar eiland,
+mocht anderen aantrekken en behagen, Columbus was er de man niet voor,
+om in zulke landelijke bezigheden zijn genoegen te vinden.</p>
+
+<p>Dikwijls liep hij langs de kust van zijn betrekkelijk klein eiland, en
+meestal vergenoegde hij zich niet uitsluitend met het gezicht op het
+heerlijke Madeira, dat hij heel in de verte, als eene nevelstreep, kon
+zien liggen. Hij woonde hier aan het uiterste einde der wereld, zeide
+men. En daar ginder in het verre Westen, achter de plaats waar de zon
+onderging, was het land of de zee der eeuwige duisternis. Ja, dat had
+men hem ook geleerd, maar, was het wel zoo? Zag men, als men in de
+Middellandsche Zee was, ook niet de zon ondergaan in de golven van
+dezelfde zee? En wanneer men op eene groote vlakte stond, zag men dan
+de zon ook niet ondergaan op dezelfde vlakte? En lag er achter de
+avondplek der Middellandsche Zee, of achter de avondplek van de
+vlakte, niet nog menige streek waar het toch niet duister was, en waar
+men morgen en avond had, evenals te Genua, te Alexandrië, te Lissabon,
+en hier op het afgelegen <span xml:lang="pt">Porto-Santo</span>? Bevond de mensch zich niet
+altijd in het middelpunt van een&rsquo; cirkel, en was de afstand van de
+plaats waar hij zich bevond tot de morgenplek, niet even groot, als
+die tot de avondplek? Was er niet iets, iets, nu ja, iets dat men
+gezichts-einder noemt? En&mdash;de aarde was rond. Velen, en daaronder
+groote geleerden, noemden dien ronden vorm der aarde <span class="pagenum"><a id="p_67">[67]</a></span>eene
+hersenschim, maar Thales van <span class="corr" id="corr11" title="Bron: Miléte">Milete</span> had twintig eeuwen
+geleden toch al geleerd, dat de aarde rond was, en de beroemde
+Florentijner Arts, <span xml:lang="it">Paolo Toscanelli</span>, had immers duidelijk bewezen, dat
+<span xml:lang="de">Behaims</span> globe wel niet goed geteekend was, maar dat er aan den vorm,
+dien hij aan de aarde gaf, niets ontbrak! Had niet diezelfde
+<span xml:lang="it">Toscanelli</span> verklaard, dat het vaste land der aarde veel breeder was
+dan de zee, die ten Westen van Europa en Afrika lag, en het vasteland
+doorsneed? Was dat zoo, wat zochten de Portugeezen dan een&rsquo; langen
+zeeweg naar de Indiën om Afrika&rsquo;s zuidpunt heen? Die weg moest toch
+veel langer zijn, dan die door het Westen? En áls de aarde rond was,
+en hij <em class="g">was</em> overtuigd, dát ze het was, welnu, dan <em class="g">moest</em> men óók in de
+Indiën komen, als men steeds westelijk voer. Dat kon niet anders.</p>
+
+<p>Maar, had die <span xml:lang="it">Toscanelli</span> wel gelijk? Was langs de zee de afstand
+tusschen Europa en Afrika aan de eene, en Azië, met het reusachtig
+groote rijk Kataï, benevens <span xml:lang="it">Zipangu</span>, aan den anderen kant, wel zoo
+gering? Was die weg niet veel langer?</p>
+
+<p>Zoo dacht en peinsde de planter Columbus, als hij van zijn eiland af,
+in westelijke richting zijne blikken langs den uitgestrekten Oceaan
+liet gaan.</p>
+
+<p>Een schipper, die wat ver het westen ingezeild was, zoo vertelde men,
+had, midden in zee, een kunstig besneden stuk hout opgevischt. Vanwaar
+was dat gekomen, en waar woonde de man, die dit hout bewerkt had?</p>
+
+<p>Op Madeira&rsquo;s en <span xml:lang="pt">Porto-Santo</span>&rsquo;s westkust, had men menigmaal ongemeen
+zwaar riet zien aandrijven. Vanwaar kwam dat?</p>
+
+<p>Een ander had hem verteld, dat er zelfs wel eens heele boomen
+aandreven. Dit verbaasde Columbus niet, want op Thule en in de
+Noordelijke IJszee had hij zoo menigmaal drijfhout gezien. De
+stroomingen der zee, ook dat had hij ondervonden, liepen niet steeds
+in dezelfde richting, zoodat een stuk hout, een boom of een riet, al
+eene heel vreemde reis langs het water konden gedaan hebben, eer ze
+hier op de kusten aanspoelden.</p>
+
+<p>Daar kwam zijn Zwager <span xml:lang="pt">Dom Pedro Correa</span>, die ook <span class="pagenum"><a id="p_68">[68]</a></span>op <span xml:lang="pt">Porto-Santo</span>
+woonde, hem een besneden stuk hout brengen, hetwelk hij op de westkust
+van het eiland gevonden had.</p>
+
+<p>Het was merkwaardig, dat toch alles op die westkust aankwam,&mdash;zeer
+merkwaardig. En dat hij hier te doen had met het werk van eene
+geoefende hand, dat bewezen de kunstige figuren en lijnen. Dat moest
+het werk zijn van een bewoner van Kataï of van de Indiën. Hij had
+immers de reisbeschrijvingen van <span xml:lang="it">Marco Polo</span> niet gelezen, maar
+verslonden, en wist dus op welk een&rsquo; hoogen trap van beschaving die
+volken stonden!</p>
+
+<p>Een nieuw gerucht kwam onzen <span class="corr" id="corr12" title="Bron: peizenden">peinzenden</span> planter ter
+oore. Er waren op de westkust van Madeira twee menschenlijken
+aangespoeld.</p>
+
+<p>Matrozen van een Europeesch vaartuig waren het niet, en evenmin waren
+het negers van Afrika&rsquo;s westkust. Geel als de Tataren of Mongolen
+waren ze ook niet, en evenmin blauwachtig als de Indiërs. Ze hadden
+lange, sluike, zwarte haren, en hun gelaat en hunne huid waren
+roodachtig of koperkleurig geverfd.</p>
+
+<p>Alweer en alweer maar die westkust, en nu geen stuk gesneden hout,
+geen boomstam, geen riet, neen, menschenlijken, en dan nog wel lijken
+met vreemdgeverfde huid en vreemde hoofdharen!</p>
+
+<p>Wat moest hij ervan denken?</p>
+
+<p>Zou dan soms het verhaal van dien Plato niet maar zoo eene phantasie
+van den dichter geweest zijn? Vertelde hij niet van een eiland
+&bdquo;Atlantis&rdquo;, grooter dan Azië en Afrika samen? De goden hadden dat
+eiland verdelgd, luidde het verhaal, maar hier en daar waren er toch
+nog eilandjes overgebleven.</p>
+
+<p>Was dan Plato&rsquo;s verhaal wel enkel verdichting, en waren die lijken
+niet afkomstig van afstammelingen van de bewoners van dat eiland
+&bdquo;Atlantis&rdquo;? En was dit eiland &bdquo;Atlantis&rdquo; wellicht niet hetzelfde, als
+het groote &bdquo;Goudland&rdquo;, waarvan <span xml:lang="it">Marco Polo</span> vertelde, dat het ten
+<span class="corr" id="corr13" title="Bron: Westen">Oosten</span> van Kataï lag, en <span xml:lang="it">Zipangu</span> heette?</p>
+
+<p>Al deze vragen bestormden den planter van <span xml:lang="pt">Porto-Santo</span>, en ze lieten
+hem nimmer met rust. Ze vervolgden <span class="pagenum"><a id="p_69">[69]</a></span>hem overal, des daags bij het
+werk, des nachts in den droom.</p>
+
+<p>Ten slotte kwam hij er toe, om op al die vragen slechts één antwoord
+te geven, een antwoord vol overtuiging: &bdquo;Daar in het Westen liggen de
+Indiën, en ze liggen dichter bij dan men vermoedt.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij kon niet langer het kalme en eentonige plantersleven op zijn
+afgelegen eiland blijven leiden. Hij moest, of hij wilde of niet, dien
+westelijken tocht naar de Indiën gaan maken.</p>
+
+<p>Maar hoe? Aan zulk eene onderneming waren verbazend groote kosten
+verbonden, en hijzelf had slechts over zeer beperkte middelen te
+beschikken. Het was ook geene onderneming voor één&rsquo; man, maar voor een
+volk.</p>
+
+<p>Hij dacht aan zijn geliefd Genua, hoe machtig het eens was, en hoe
+vervallen nu. Maar rijkdommen waren er toch nog te vinden, en hoe zou
+hij zich verheugen, als hij dat geliefde Genua weer eens tot vroegeren
+luister brengen kon! Vroegeren luister? Dwaasheid! Als hij den
+Genueezen den westelijken weg naar de Indiën wees, en men kreeg dan
+van den Paus dezelfde voorrechten voor het Westen, die Prins Hendrik
+voor Portugal in Afrika voor het Oosten verkregen had, dan zou Genua&rsquo;s
+voormalige grootheid niet in de schaduw kunnen staan van de grootheid,
+die haar binnen luttelen tijd wachtte.</p>
+
+<p>Bezield met dit heerlijke denkbeeld verliet Columbus zijne plantage en
+zijn eiland, en begaf zich naar Genua, waar bijna niemand den zwerver
+meer kende. Hij zocht de rijkste kooplieden op, doch dezen waagden het
+niet, om aan een plan, dat in de lucht hing, als het dichterlijkste
+luchtkasteel, zooveel geld te besteden. De Regeering van Genua had er
+nog minder ooren naar. Men mocht immers het Gemeenebest, dat toch al
+zoo verarmd was, geene grootere lasten opleggen, om een&rsquo; avonturier in
+de gelegenheid te stellen, eene hersenschim na te jagen?</p>
+
+<p>Helaas, de achteruitgang van den handel had Genua&rsquo;s oude veerkracht
+verlamd, haar&rsquo; ondernemingsgeest gedood. Columbus bleef aan
+doovemans-deuren kloppen; niemand deed hem open.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_70">[70]</a></span>Columbus was vervuld van bitterheid, en wij, die nu leven, en weten
+welk een prachtig werelddeel Amerika is, wij lachen misschien om de
+domheid der Genueezen, en van allen, die later geene ooren hadden voor
+Columbus&rsquo; voorstel. Toch, ik mag het niet verzwijgen, verraadt ons
+lachen juist <em class="g">onze</em> domheid, en de ontdekking van Amerika is een bewijs,
+dat Columbus&rsquo; tegenstanders groot gelijk hadden, met hem op
+wetenschappelijke gronden te bewijzen, dat hij niets anders dan eene
+hersenschim najoeg. Columbus moge een oogenblik gedacht hebben aan een
+eiland &bdquo;Atlantis&rdquo;,&mdash;aan een eiland, dat grooter was dan Azië en Afrika
+samen, geloofde hij niet; hij bracht Plato&rsquo;s eiland slechts in verband
+met de Indiën, Kataï en <span xml:lang="it">Zipangu</span>, en zijne grootste fout was wel deze,
+dat hij aan den Oceaan, die de Indiën van Europa scheidde, slechts
+honderdtwintig graden breedte gaf. De geleerden, die Columbus&rsquo;
+tegenstanders waren, geloofden niet aan die geringe breedte, en ze
+beweerden, dat <span xml:lang="it">Toscanelli</span> in zijne voorstellingen volkomen onwaar was,
+en dat die afstand veel, zeer veel grooter was.</p>
+
+<p>En hadden ze ongelijk?</p>
+
+<p>Wanneer we de globe voor ons nemen, dan zien wij, dat de afstand
+tusschen het vasteland van Europa en dat van Azië nog meer dan
+tweehonderdvijfentwintig graden is. De tegenstanders hadden derhalve
+gelijk.</p>
+
+<p>Ik geef terstond toe, dat de tegenstrevende geleerden dit ook niet zoo
+precies wisten, maar Columbus vergiste zich, door <span xml:lang="it">Toscanelli</span>&rsquo;s
+uitspraken, deerlijk, zoodat de partijen volkomen gelijk stonden, en
+Columbus het niet beter wist dan zijne tegenstanders. Had Columbus
+Amerika niet ontdekt, ware dat werelddeel er niet geweest, hij en de
+zijnen zouden op hunne westelijke vaart ongetwijfeld omgekomen zijn,
+eer Azië bereikt was.</p>
+
+<p>Columbus&rsquo; fout is vereeuwigd in den naam van de eilanden van Amerika,
+welke &bdquo;West-Indië&rdquo; genoemd worden. Zijne fout is ook vereeuwigd in den
+naam der oorspronkelijke inwoners van Amerika. Men noemt hen immers,
+altijd nog, volgens hem, &bdquo;Indianen&rdquo;?</p>
+
+<p>Ik voer dit alles niet aan om Columbus&rsquo; roem te verkleinen,
+<span class="pagenum"><a id="p_71">[71]</a></span>want hij
+<em class="g">was</em> een groot, een ondernemend man, doch men plaatse hem niet op den
+top van een &bdquo;Wijsheids-berg&rdquo;, en geve aan zijne tegenstanders geene
+plaats op den diepen bodem van den &bdquo;Domheids-afgrond&rdquo;. Columbus en
+zijne tegenstanders zijn daar geheel misplaatst.</p>
+
+<p>Ze staan samen even hoog, doch hij <em class="g">met</em>, en de anderen <em class="g">zonder</em> eenige
+energie.</p>
+
+<p>In Genua geen gehoor vindend, besloot Columbus zich te wenden tot de
+Portugeezen. Hij kende den koenen ondernemingsgeest van dat volk, en
+hij wist ook, hoe hun Koning, Johan II, geene gelegenheid liet
+voorbijgaan om de ontdekkingstochten uit te breiden. Daar zou men zijn
+plan niet afwijzen; daar zou men zijne voorstelling geene hersenschim
+noemen.</p>
+
+<p>Gewapend met <span xml:lang="it">Toscanelli</span>&rsquo;s aanbeveling, begaf hij zich naar het
+Portugeesche Hof, en ontmoette waarschijnlijk in die dagen aldaar
+<span xml:lang="de">Martinus Behaim</span>, den man, die bij den Koning zoo hoog aangeschreven
+stond.</p>
+
+<p>Tot zijne verbazing, vond zijn plan bij den Koning niet dien bijval,
+welken hij gewacht had.</p>
+
+<p>Het is natuurlijk ook; want al valt het moeielijk te bepalen, in welk
+jaar Columbus met zijne plannen in Lissabon kwam, wij weten toch, dat
+hij daar <span xml:lang="de">Behaim</span> leerde kennen, en dat Koning Johan dezen aanstelde tot
+lid van den Raad, die eene nieuwe sterrenkaart ontwerpen moest. De
+Portugeezen hadden in Afrika derhalve de Linie al overschreden, en den
+Congo zelfs reeds bereikt, zoodat men meende nu goed op weg te zijn,
+om langs de ontdekte wateren in de Indiën te komen. De kansen stonden
+goed, waarom nu nog nieuwe onkosten te maken voor een ander plan, dat
+nog geheel in de lucht hing?</p>
+
+<p>Toch was de Koning verstandig genoeg, om zelf geene beslissing in die
+zaak te nemen, hoewel hij door het schrijven van aardrijkskundige en
+sterrenkundige werken bewijzen had gegeven, dat het hem aan geene
+bekwaamheden ontbrak. Niemand zou hem dan ook van verwaandheid
+beschuldigd hebben, zoo hij in deze zaak beslissend opgetreden was.</p>
+
+<p>De Koning gevoelde echter, dat de zaak zeer gewichtig <span class="pagenum"><a id="p_72">[72]</a></span>was, en
+beschouwde hij den Genuees nu ook al als een soort van dweper, toch
+had diezelfde man steun in den beroemden <span xml:lang="it">Toscanelli</span>, die, jaren
+geleden, aan den geleerden Kanunnik <span xml:lang="pt">Ferdinand Martinez</span> van Lissabon
+zijne zeekaart van den Oceaan tusschen Europa en Azië gezonden had. En
+bij deze kaart was een brief, die luidde:</p>
+
+<p>&bdquo;Aan den Kanunnik <span xml:lang="pt">Ferdinand Martinez</span> te Lissabon, zendt de
+Natuurkundige <span xml:lang="it">Paolo Toscanelli</span> zijn&rsquo; groet.</p>
+
+<p>&bdquo;Het bericht, dat ik ontving van uw&rsquo; vertrouwelijken omgang met Zijne
+Majesteit den Koning, was mij des te aangenamer, omdat ik u reeds
+vroeger gesproken heb over een&rsquo; korteren weg naar de Specerij-landen,
+dan die is, welke langs Guinea leidt. De Koning begeert nu van mij
+eene meer overtuigende opheldering, zoodat zelfs de eenvoudigste man
+instaat is, ze te begrijpen. Hoewel ik weet, dat men dit door een&rsquo;
+bol, die de aarde voorstelt, duidelijk aantoonen kan, zoo heb ik,
+omdat er minder kennis voor noodig en minder moeite aan verbonden is,
+besloten, dezen weg door eene kaart duidelijk voor te stellen. Ik zend
+daarom aan Zijne Majesteit eene kaart, die ik zelf ontworpen en
+geteekend heb. Op die kaart vindt ge nauwkeurig aangegeven al uwe
+kusten en eilanden, vanwaar de weg begint, welken men altijd in de
+richting naar de avondzijde des hemels volgen moet, benevens de
+landen, waar men dan zal aankomen. Verder is er op aangewezen, hoever
+men van de Pool en van den Evenaar afwijken moet, terwijl ook in
+mijlen de afstanden bepaald zijn om te komen in die landen, welke zulk
+een&rsquo; onuitputtelijken voorraad van edelgesteenten en specerijen
+bezitten. Verwonder er u niet over, dat ik die landen &bdquo;Westelijk
+gebied&rdquo; noem, daar men de &bdquo;Specerij-landen&rdquo; altijd beschouwt als
+&bdquo;Oostelijk&rdquo; gelegen. Ik doe dat uit overtuiging, dat men ook door eene
+westelijke vaart vinden zal, wat men voortdurend oostelijk zoekt.
+Derhalve beduiden de lijnen, die ik op de kaart rechtuit van het
+Oosten naar het Westen teekende, den afstand, terwijl daarentegen de
+transversale (overdwarse) lijnen, den afstand van het Zuiden naar het
+Noorden aanwijzen. Ik heb op de kaart verscheidene landen geteekend,
+waar men, volgens de nauwkeurigste berichten, <span class="pagenum"><a id="p_73">[73]</a></span>welke de reizigers ons
+verschaft hebben, komen kan, al is het ook, dat men door tegenwind of
+andere omstandigheden, in eene geheel andere streek komt, dan die,
+welke men zich voorgesteld had. Ik deed het ook, om den inwoners te
+toonen, dat de zeevaarders, die langs dezen weg komen, reeds met hun
+land bekend waren, eene omstandigheid, welke hun aangenaam zijn moet.
+Op die eilanden wonen evenwel geene andere menschen dan kooplieden.
+Men verzekert, dat alleen in de haven van Zaïton zulk eene groote
+menigte koopvaardijschepen is, dat er meer zijn, dan op al de overige
+deelen der wereld te zamen. Men beweert, dat jaarlijks uit de genoemde
+haven meer dan honderd schepen vertrekken, welke met peper geladen
+zijn, en dan komen er nog die bij, welke andere specerijen vervoeren.
+Dat land is dicht bewoond, en bevat zeer vele provinciën, staten en
+tallooze steden. Het staat onder het bestuur van een&rsquo; Vorst, die tot
+titel heeft &bdquo;Groot-Khan&rdquo;, wat hetzelfde beteekent als: &bdquo;Koning der
+Koningen&rdquo;. Meestal houdt hij zich op in zijne residentie, die in de
+provincie Kataï gelegen is. Zijne Voorvaderen wenschten met de
+Christenen in onderling verkeer te komen, en reeds voor tweehonderd
+jaar vroegen ze den Paus om geleerden, die hun onderricht in de
+Christelijke leer konden geven. Die geleerden ontmoetten evenwel op
+hunne reis zooveel moeielijkheden, dat ze terugkeerden. Ook ten tijde
+van Paus Eugenius&rdquo;&mdash;(Paus Eugenius IV van 1431 tot 1447)&mdash;&bdquo;kwam een
+Afgezant van den Groot-Khan binnen Rome, en bevestigde de
+welwillendheid van den Vorst jegens de Christenen. Ikzelf heb met dien
+Gezant een langdurig gesprek gevoerd over de uitgebreidheid van de
+Koninklijke paleizen, over de ontzaglijk lange en breede stroomen, en
+over de menigte steden, die aan hunne oevers liggen. Aan één&rsquo; stroom
+liggen ongeveer tweehonderd steden, en marmeren bruggen, met zuilen
+versierd, en van eene verbazende lengte en breedte, verbinden in groot
+aantal de oevers met elkander. Dit land is waard, dat het door de
+Latijnsche volken opgezocht wordt, en dat niet alleen om de
+fabelachtige schatten van goud, zilver en allerlei edelgesteenten, die
+daar gevonden worden, niet alleen <span class="pagenum"><a id="p_74">[74]</a></span>ook om den onnoemelijken voorraad
+van specerijen, maar ook om de vele geleerde mannen, wijsgeeren en
+sterrenkundigen, die er wonen, en om te zien, met welk eene wijsheid
+dat land geregeerd wordt, en hoe men er oorlog voert.</p>
+
+<p>&bdquo;Van Lissabon naar het Westen, in eene rechte lijn tot de prachtige en
+buitengewoon groote stad Quin-sai, zijn op de kaart zesentwintig
+ruimten of afstanden aangebracht, en elke ruimte beslaat
+tweehonderdvijftigduizend roeden.&mdash;De stad Quin-sai heeft een&rsquo; omtrek
+van honderdduizend roeden en tien bruggen. De naam &bdquo;Quin-sai&rdquo; beduidt:
+&bdquo;Stad des Hemels&rdquo;. Van de menigte der kunstenaars, die men daar vindt,
+en van de rijkdommen dier stad wordt zóóveel verhaald, dat het aan het
+ongeloofelijke, ja, aan het wonderbare grenst.&mdash;Deze afstand bedraagt
+ongeveer het derde gedeelte van den heelen omtrek der aarde. De stad
+Quin-sai ligt in de provincie Mangi, in de nabijheid van Kataï, in
+welk gewest de Groot-Khan zijne residentie heeft. De afstand van het
+bekende eiland der oudheid: &bdquo;<span xml:lang="it">Antilia</span>&rdquo;, naar het beroemde eiland
+<span xml:lang="it">Zipangu</span> bedraagt tien ruimten. Dat eiland <span xml:lang="it">Zipangu</span> is buitengewoon rijk
+aan goud, parelen en edelgesteenten, en met zuiver goud zijn de
+paleizen en tempels gedekt. Zóó moet men langs onbekende, doch niet
+lange wegen de ruimte van den Oceaan doorsnijden.</p>
+
+<p class="right ri2">Florence, 25 Juni 1474.&rdquo;</p>
+
+<p>De brief is niet in&rsquo; sierlijken stijl geschreven, en onder het lezen
+bemerkt men duidelijk, dat de reisbeschrijving van <span xml:lang="it">Marco Polo</span> aan
+onzen Florentijner Arts niet onbekend was. Maar niet om die
+beschrijving van Quin-sai of <span xml:lang="it">Zipangu</span> was het, dat die brief den Koning
+van zooveel gewicht scheen. Het was om het kernachtige, maar
+veelzeggende slot: &bdquo;Zóó moet men langs onbekende, doch niet lange
+wegen de ruimte van den Oceaan doorsnijden.&rdquo;</p>
+
+<p>Die uitdrukking: &bdquo;zóó moet men&rdquo;, gaf te denken, vooral in 1474, toen
+men, voor zoover ik heb kunnen nagaan, nog niet tot den Congo gekomen
+was. Jaren lang was die brief met die kaart in het bezit geweest van
+den Koning, <span class="pagenum"><a id="p_75">[75]</a></span>en als niet <span xml:lang="pt">Diego Câno</span> doorgedrongen was tot eenige
+mijlen bezuiden de Linie, en een&rsquo; grenssteen geplaatst had aan den
+zuidelijken oever van den Congo, wellicht dat hij dan tot andere
+gedachten zou gekomen zijn, en <span xml:lang="it">Toscanelli</span>&rsquo;s raad opgevolgd had. Maar
+toen Columbus in Lissabon kwam, had <span xml:lang="pt">Diego Câno</span> zijn&rsquo; grenssteen al
+geplaatst, en het was bewezen, dat Afrika naar het Zuiden steeds
+smaller werd, zoodat de hoop om Afrika heen te kunnen zeilen, geene
+hersenschim meer kon genoemd worden, maar veel kans had, vervuld te
+worden.</p>
+
+<p>Begrijpelijk is het derhalve, dat de Portugeesche Koning het voorstel
+van Columbus niet met beide handen en terstond aangreep, maar dat hij
+het in bedenking nam, en aan het oordeel van een&rsquo; Raad van geleerden
+onderwierp.</p>
+
+<p>Dat Columbus veel van <span xml:lang="it">Toscanelli</span> gehoord had, weten wij, doch brief en
+kaart waren hem onbekend. Van den brief nam hij een afschrift en de
+kaart teekende hij na; het een zoowel als het ander zou hem te pas
+kunnen komen. Hier in Portugal echter zou hij er niets mede aanvangen.</p>
+
+<p>De <span xml:lang="pt">Junta</span> of Raad, aan wien de Koning het voorstel van Columbus ter
+beoordeeling voorlegde, had tot zijn&rsquo; Voorzitter den Biechtvader des
+Konings. Hij heette <span xml:lang="pt">Diego Ortiz</span>, doch naar de plaats in Spanje, waar
+hij geboren was, voegde men meestal nog &bdquo;<span xml:lang="pt">de Cazadilla</span>&rdquo; bij zijn&rsquo; naam.
+Hij was bovendien Bisschop van <span xml:lang="pt">Ceuta</span>, en derhalve een man van invloed,
+zoowel aan het Hof, als onder de voornaamste Edelen. Twee andere leden
+van dien <span xml:lang="pt">Junta</span> waren de geschiedschrijvers <span xml:lang="pt">Rodrigo</span> en <span xml:lang="pt">Joseph</span>. Na
+nauwkeurig en langdurig onderzoek bracht de <span xml:lang="pt">Junta</span> als zijne meening
+uit, dat het voorstel van Columbus niet kon of mocht aangenomen
+worden, daar de wetenschap er tegen opkwam. De Voorzitter ging zelfs
+nog verder, en wilde, dat de Koning ook de ontdekkingstochten in
+Afrika niet voortzette, doch hierop vatte <span xml:lang="pt">Dom Pedro de Meneses</span>, een
+oud vriend van Prins Hendrik, vuur, en deze wist in eene welsprekende
+rede den <span xml:lang="pt">Junta</span> en de Regeering te bewegen, om die ontdekkingen met
+alle macht en kracht voort <span class="pagenum"><a id="p_76">[76]</a></span>te zetten. Men verhaalt ook, dat men
+Columbus op eene listige wijze wist te bewegen om zijne aanteekeningen
+en kaarten af te staan, en toen men deze had, rustte men een schip
+uit, om den weg, door het Westen naar de Indiën, te zoeken. Dit schip
+bracht het echter niet verder dan eenige mijlen bewesten de
+Kaap-Verdische eilanden, en keerde toen terug. De proef op de som was
+geleverd, meende men, en Columbus&rsquo; voorstel daarmede veroordeeld.
+Denkelijk is dit verhaal niets anders dan een verzinsel.</p>
+
+<p>Hoe lang Columbus in Lissabon vertoefd heeft, wordt niet vermeld, doch
+wat anders verzwijgt de geschiedenis niet. In dien tijd overleed zijne
+vrouw, en liet haar&rsquo; man met zeer berooide geldmiddelen achter. Dit
+laatste is zeer wel te verklaren, want voor zijn plan had hij zich
+heel wat opofferingen getroost, terwijl hij bovendien op eigen kosten
+zijne twee broeders te Genua had laten studeeren.</p>
+
+<p>Met zijn zoontje <span xml:lang="pt">Diego</span> verliet hij nu Lissabon in het jaar 1484, en
+zijn&rsquo; broeder <span xml:lang="it">Bartholomeus</span>, dien hij naar Lissabon had laten
+overkomen, zond hij naar Engeland, ten einde daar te beproeven, of hij
+Koning Hendrik VII kon overhalen tot het plan. <span xml:lang="it">Bartholomeus</span> werd
+echter op zijne reis derwaarts door zeeroovers overvallen, en zóó
+uitgeplunderd, dat hij, toen hij in Engeland kwam, onmogelijk aan het
+Hof verschijnen kon. Met kaarten-teekenen wist hij nu zooveel te
+verdienen, dat hij het vier jaar later waagde bij den Koning gehoor te
+vragen. Dit gehoor werd hem verleend, doch de Koning, die met allerlei
+binnenlandsche staatkundige woelingen te worstelen had, wilde er niets
+van weten.</p>
+
+<p>Het voornemen van Columbus was geweest, om, nu zijn voorstel door
+Portugal afgewezen was, zich naar Frankrijk te begeven. Hij schijnt er
+evenwel niet heengegaan te zijn. Ik zeg &bdquo;schijnt&rdquo;, want gedurende
+eenige jaren verliest de geschiedenis hem geheel uit het oog, en het
+zijn niet veel meer dan gissingen, dat hij zelfs zijne plannen aan de
+Regeering van Venetië voorgelegd heeft. Indien dit waar is, dan moet
+hij wel bittere teleurstellingen ondervonden hebben, want Genua en
+Venetië waren immers <span class="pagenum"><a id="p_77">[77]</a></span>geslagen vijanden, en naarmate Genua&rsquo;s handel
+meer en meer kwijnde, terwijl die van Venetië zich nog met groote
+inspanning staande hield, nam de vijandschap, versterkt door naijver,
+nog toe.&mdash;</p>
+
+<p>Eindelijk echter komt de groote man weer te voorschijn.</p>
+
+<p>In Andalusië ligt eene kleine stad; ze heet <span xml:lang="es">Palos de Moguer</span>. Nog heden
+ten dage bevindt zich in de nabijheid van dit plaatsje een oud
+klooster. Dat klooster was er ook al in dien tijd, en werd door
+Franciscaner monniken bewoond. Het was gewijd aan <span xml:lang="es">Santa Maria de
+Rabida</span>, en de Prior heette <span xml:lang="es">Juan Perez de Marchena</span>.</p>
+
+<p>Aan de poort van dat klooster nu, klopte op zekeren avond een schamel
+gekleed man aan, die zijn zoontje bij zich had, en op de vraag van den
+portier, wat hij begeerde, luidde het antwoord: &bdquo;Wat brood en water
+voor dit kind!&rdquo;</p>
+
+<p>Die bedelaar was Columbus; dat hongerige en dorstige kind was zijn
+zoontje <span xml:lang="pt">Diego</span>.</p>
+
+<p>De Prior, die in de nabijheid was, hoorde de stem van den man, en het
+viel hem terstond op, dat hij de Spaansche taal, als een vreemdeling
+sprak. Toen nu de portier hem de vraag van den armen man overbracht,
+gaf hij last te onderzoeken, vanwaar hij toch wel kwam. Columbus, die
+geene redenen had om zijn&rsquo; naam te verzwijgen, vertelde den portier
+een en ander, en het gevolg hiervan was, dat hem de poort van het
+klooster geopend werd, en hij binnen mocht komen.</p>
+
+<p>De Prior was een geleerd man, en had natuurlijk wel eens wat van
+Columbus&rsquo; plannen opgevangen, zoodat hij weldra met hem in een ernstig
+gesprek verdiept was, en toen Columbus, na door spijs en drank
+versterkt te zijn, aanstalten maakte om weer verder te gaan, wilde de
+Prior hiervan niets weten, en zeide, dat een man als Columbus niet als
+bedelaar van de eene plaats naar de andere mocht trekken, en althans
+dezen nacht de gast van het klooster bleef.</p>
+
+<p>In het stadje zelf woonde <span xml:lang="es">Garcia Fernandez</span>, die Arts van beroep was,
+doch meteen zich toegelegd had op de <span class="pagenum"><a id="p_78">[78]</a></span>studie van de aardrijks- en
+sterrenkunde, waarin hij zelfs grooten naam gemaakt had. De Prior, die
+met dezen Arts zeer bevriend was, liet hem roepen, en weldra waren de
+drie mannen nu in een zeer geleerd gesprek verdiept.</p>
+
+<p>In dat klooster begon voor den armen zwerver het sterretje der hoop
+weer door de nevelen der teleurstellingen te schijnen; want Prior <span xml:lang="es">Juan
+Perez de Marchena</span> droeg ook den titel van Biechtvader van Koningin
+Isabella.</p>
+
+<p>Spanje was toen een heel ander land dan tegenwoordig, dat wil zeggen,
+op staatkundig gebied. Op het Pyreneesche schiereiland vond men toen,
+behalve het Koninkrijk Portugal, ook de Koninkrijken Navarre, Kastilië
+en Aragon, benevens het Mooren-gebied Granada. Over Aragon regeerde
+Koning Ferdinand, en over Kastilië, Koningin Isabella. Deze twee
+Vorstelijke personen waren met elkander gehuwd, zoodat na hun
+overlijden de kronen van beide landen op één hoofd kwamen. In den tijd
+evenwel waren beide rijken nog geheel gescheiden. In karakter
+verschilden Koning Ferdinand en Koningin Isabella buitengewoon veel
+met elkander, doch in ééne zaak stemden ze vrij wel overeen, en deze
+was: &bdquo;uitbreiding van het gezag der beide Koninkrijken door de
+scheepvaart.&rdquo; Den Prior nu, was die zucht zijner machtige biechtelinge
+niet onbekend, en daar hij hoog bij haar aangeschreven stond, wist hij
+te bewerken, dat Columbus aan haar Hof geroepen werd, om daar zijn
+plan voor te leggen.</p>
+
+<p>Het was stellig ver met den voormaligen planter gekomen, want, om in
+eene eenigszins geschikte kleeding aan het Hof te kunnen verschijnen,
+zond Isabella hem drieënvijftig dukaten.</p>
+
+<p>Om te bewerken, dat Columbus voor Koningin Isabella verschijnen mocht,
+schijnt <span xml:lang="es">Don Louis de la Cerda</span>, Hertog van <span xml:lang="es">Medina Celi</span>, die een
+schatrijk Edelman was, eene groote rol gespeeld te hebben. Zelfs had
+deze wel heel alleen Columbus willen helpen, doch hij vreesde daardoor
+de Koningin in moeielijkheden met het Portugeesche Hof te zullen
+brengen, wat hij liever niet wilde.</p>
+
+<p>In 1486 verscheen Columbus voor Isabella, en met de geestdrift van
+een&rsquo; dweper, die reeds zijn geheele vermogen <span class="pagenum"><a id="p_79">[79]</a></span>aan zijn plan opgeofferd
+had, deelde hij haar alles mede. De Koningin hield toen haar Hof te
+Cordova.</p>
+
+<p>Isabella zelve had er wel ooren naar, maar&mdash;de uitvoering van het plan
+kostte geld, en hierover had zij niet te beschikken, vooral nu niet,
+daar ze in een&rsquo; kostbaren oorlog met de Mooren gewikkeld was. Of het
+uit geldgebrek was, dan wel om andere redenen, is alweer niet bekend,
+maar zeker is het, dat Isabella het voorstel van Columbus aan het
+oordeel van de geleerdste mannen van <span xml:lang="es">Salamanca</span> onderwierp. Deze stad
+had toen eene bloeiende hoogeschool, en was voor heel het Pyreneesche
+schiereiland het brandpunt der wetenschappen.</p>
+
+<p>De Voorzitter van den Raad, die over Columbus&rsquo; plannen te beslissen
+had, was <span xml:lang="es">Don Fernando de Talavera</span>, Prior van <span xml:lang="es">Prado</span>. Hij was een zeer
+geleerd man, en had een edel karakter, doch het bleek al heel spoedig,
+dat hij met de plannen van den Genuees niet bijzonder ingenomen was.</p>
+
+<p>De beraadslagingen duurden lang, en gedurende dezen tijd kwam
+Columbus, die zich in beschaafde en deftige kringen gemakkelijk wist
+te bewegen, in kennis met vele voorname Edelen en Grooten. Een dezer
+was <span xml:lang="es">Don Pedro Gonzalez de Mendoza</span>, Aarts-bisschop van <span xml:lang="es">Toledo</span> en
+Groot-Kardinaal van Spanje, een man, die aan het Hof van Ferdinand en
+Isabella niet alleen in hoog aanzien stond, maar er ook veel invloed
+had. Bij dezen Kerk-vorst vond Columbus een luisterend oor, en eene
+genegen hand om hem te helpen.</p>
+
+<p>Met dat al kon de Groot-Kardinaal voor zijn&rsquo; beschermeling in de
+eerste jaren niets gedaan krijgen. De Mooren, tot in hunne laatste
+sterkte verdreven, hielden hardnekkig stand, en zoolang deze oorlog
+duurde, viel er niet aan te denken, om geld uit te geven aan een&rsquo;
+ontdekkingstocht.</p>
+
+<p>Eindelijk moesten de Mooren het hoofd in den schoot leggen, en zich
+aan Ferdinand en Isabella onderwerpen. Thans meenden Columbus&rsquo;
+vrienden, dat de tijd gekomen was, om aan zijn voorstel gevolg te
+geven, en trots den tegenstand der geleerden, die niet moede werden te
+bewijzen, <span class="pagenum"><a id="p_80">[80]</a></span>dat men
+aan het Portugeesche Hof goed gezien had met het
+heele plan slechts de hersenschim van een&rsquo; dweper te noemen, zouden
+Ferdinand en Isabella bereid geweest zijn, aan Columbus&rsquo; voorstellen
+gevolg te geven, als niet Columbus zelf zijne eigene zaak bedorven
+had.</p>
+
+<p>Hoe hij dat kon doen?</p>
+
+<p>Toen dan het plan op het punt stond om aangenomen te worden, stelde
+Columbus de volgende voorwaarden, die stellig niet pleiten voor zijne
+nederigheid en liefde voor de wetenschap.</p>
+
+<p>Vooreerst verlangde hij, als hij bewezen had, dat zijn plan geen
+droombeeld geweest was, verheffing tot den Adelstand en tot <span xml:lang="es">Grande</span> van
+Spanje.&mdash;Een <span xml:lang="es">Grande</span> werd als zulk een aanzienlijk persoon beschouwd,
+dat hij met gedekt hoofd voor den Koning en de Koningin mocht
+verschijnen.&mdash;Ten tweede eischte hij den titel van &bdquo;Atlantisch
+Admiraal&rdquo;, eene waardigheid, die slechts één rang lager was dan
+&bdquo;Veldheer der Kroon&rdquo;. Ten derde vorderde hij zijne benoeming tot
+Onder-Koning in de landen, die door hem ontdekt, en voor Spanje in
+bezit zouden genomen worden. Ten vierde wilde hij, dat die waardigheid
+op zijne mannelijke nakomelingen zou overgaan. Ten vijfde stelde hij
+de voorwaarde, dat een tiende deel van alle inkomsten der kroon in die
+landen, hem, als geldelijke vergoeding, zouden uitgekeerd worden, en
+ten zesde verlangde hij het achtste deel van het
+monopolie,&mdash;uitsluitend recht om in een&rsquo; Staat alleen handel te mogen
+drijven,<span class="corr" id="corr14" title="Bron: &mdash;&mdash;">&mdash;</span>dat in de ontdekte
+landen, als iets dat vanzelf sprak, terstond zou ingevoerd worden.</p>
+
+<p>Dat waren eischen, die zelfs velen zijner vrienden veel te ver gingen,
+en zijne geheime tegenstanders, die in talrijkheid voor zijne openbare
+vijanden niet onderdeden, wisten nu bij Koning Ferdinand gedaan te
+krijgen, dat deze alleen om deze eischen, niets meer van het heele
+plan wilde weten.</p>
+
+<p>Hoe Columbus, die toch zoo menige teleurstelling ondervonden had, en
+die gedurende zijn langdurig verblijf in <span xml:lang="es">Cordova</span> wel had moeten
+ontdekken, dat tal van Edellieden hem, den Genuees of den &bdquo;Liguriër&rdquo;,
+zooals men hem smadelijk <span class="pagenum"><a id="p_81">[81]</a></span>noemde, haatten; zulke verregaande en
+trotsche eischen stellen kon, is onverklaarbaar. Alleen door aan te
+nemen, dat het bij hem onwrikbaar vast stond, dat zijn plan <em class="g">moest</em>
+gelukken, kan men zijne houding eenigszins verklaren.</p>
+
+<p>Nadat Koning Ferdinand zich aan de zaak geheel onttrokken had, zou
+Columbus verder dan ooit van zijn doel gestaan hebben, indien niet <span xml:lang="es">Don
+Louis de Sant Angel</span>, die in de beide Koninkrijken de waardigheid
+bekleedde, welke wij met &bdquo;Minister van Financiën&rdquo; zouden betitelen,
+Koningin Isabella had weten te bewegen, om Columbus niet in de
+noodzakelijkheid te brengen aan andere Hoven zijn geluk te beproeven.
+De redeneering van dezen aanzienlijken Edelman sneed ook vrij goed
+hout.</p>
+
+<p>&bdquo;Bereikt Columbus de Indiën niet,&rdquo; zoo sprak hij, &bdquo;dan is er niets
+verloren, dan het geld aan de uitrusting voor den tocht bestemd, want
+in dat geval vervallen al zijne eischen. Bereikt hij echter de Indiën
+wel, dan is voor Spanje eene onuitputbare goudmijn geopend, welke
+stellig waard is, dat men hem zijne eischen inwilligt. Bovendien zou
+Spanje, indien de weg door het Westen naar de Indiën gevonden werd,
+het machtigste Christenrijk van heel de wereld worden, en kon Koningin
+Isabella, naar den vurigsten wensch van haar vroom hart, de leer des
+Evangelies doen prediken van den op- tot aan den ondergang der zon.&rdquo;</p>
+
+<p>Isabella, die door alle geschiedschrijvers beschreven wordt, als eene
+vrouw &bdquo;van middelbare lengte, welgemaakt, vol Vorstelijke waardigheid
+en lieftalligheid,&rdquo; bezat, volgens hen, ook &bdquo;een standvastig karakter,
+en een innig, vroom hart.&rdquo; De oorlogen tegen de Mooren, en de
+tirannieke wijze, waarop zij hen behandelde, toen ze gedwongen waren
+geworden, zich te onderwerpen, mogen de maatstaf niet zijn, waarmede
+men haar karakter afmeet. Zij handelde in deze zaak geheel in den
+geest van haar&rsquo; tijd, welke geest sprak van: &bdquo;dwing ze om in te gaan.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar al te veel plaatsen we ons bij het beoordeelen van daden van
+Vorsten, en voorname personen uit vroegere eeuwen op het standpunt van
+onzen tijd, zonder een <span class="pagenum"><a id="p_82">[82]</a></span>oogenblik te bedenken, hoe wij zouden
+gehandeld hebben, indien wij in die dagen geleefd hadden. Een oordeel
+over een karakter is niet zoo gemakkelijk uitgesproken, als men wel
+denkt. Er behoort eene diepe kennis toe van de geschiedenis der
+beschaving en der wetenschap. Dat er, zonder die diepe kennis, toch
+zoo menig oordeel uitgesproken wordt, is zeker, maar het gevolg
+daarvan is, dat ook zoo menig oordeel geheel verkeerd is.</p>
+
+<p>Waarom ik dit hier zoo zeg?</p>
+
+<p>Omdat we later met <span xml:lang="es">Cortez</span> in Mejico, en met <span xml:lang="es">Pizarro</span> in Peru zullen
+zijn, en daar het Evangelie zullen zien prediken op eene wijze, die
+ons, negentiende-eeuwers, tegen de borst stuit, en ook omdat we, met
+het oog op dien voormaligen bekeerings-ijver der Katholieken, er zoo
+gemakkelijk toe komen, om het werk der tegenwoordige Missionarissen er
+mede gelijk te stellen.</p>
+
+<p>De zachte wateren der zee ronden de scherpe kanten van den harden
+steen wel af, en zou de beschaving van vier eeuwen niet de hoekige
+uitwassen van het menschelijke hart afgerond hebben?</p>
+
+<p>Isabella dan bleef Columbus, ook om zijn&rsquo; bekeerings-ijver, dien hij
+openlijk beleed, genegen, en de woorden van <span xml:lang="es">Don Louis de Sant Angel</span>
+vonden bij haar ingang, maar&mdash;de oorlog tegen de Mooren had de
+schatkist uitgeput; ze had geen geld om de uitrusting te bekostigen.
+Zij stelde nu voor, hare juweelen te verpanden, doch <span xml:lang="es">Don Louis</span>
+voorkwam dat. Hoogstwaarschijnlijk geholpen door den schatrijken
+Hertog van <span xml:lang="es">Medina Celi</span>, die nu was, waar hij zijn wilde, schoot <span xml:lang="es">Don
+Louis</span> haar al het geld voor. Columbus&rsquo; eischen zouden, als hij
+werkelijk langs den voorgestelden weg in de Indiën kwam, alle
+ingewilligd worden. Den zeventienden Maart 1492 kwam de overeenkomst
+volkomen tot stand, en Columbus repte zich nu zijn doel te bereiken.
+Hij toog naar het zeestadje <span xml:lang="es">Palos</span>, en rustte daar twee karveelen en
+een transport-schip uit, doch stuitte nu op eene zwarigheid, die hij
+niet verwacht had: het ontbrak aan mannen, die hem op dezen tocht
+wilden vergezellen. Zelfs een Koninklijk besluit, dat ieder, die aan
+dezen tocht deelnam, twee maanden na zijne thuiskomst <span class="pagenum"><a id="p_83">[83]</a></span>voor geen enkel
+misdrijf, ja, voor geene enkele misdaad zou gestraft worden, kon de
+zeelieden niet bewegen, Columbus te volgen. Eindelijk had hij het
+geluk, om in de gebroeders <span xml:lang="es">Pinzon</span>, zoons van een aanzienlijk geslacht,
+dat te <span xml:lang="es">Palos</span> woonde, hulp te verkrijgen. Zij zelven zouden medegaan,
+en hun voorbeeld vond zooveel navolging, dat de drie scheepjes
+voldoende bemand waren. Honderdtwintig zeelieden zouden de reis
+medemaken, en deze honderdtwintig mannen togen in den avond van den
+tweeden Augustus naar het vredige Franciscaner-klooster van <span xml:lang="es">Santa
+Maria de Rabida</span>, om daar, na het gebruiken van het Heilige Sacrament
+des Avondmaals, Gods zegen op de grootsche onderneming af te smeeken.</p>
+
+<p>Den derden Augustus 1492 voeren de &bdquo;<span xml:lang="es">Santa-Maria</span>&rdquo;, de &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo; en de
+&bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo; de haven van <span xml:lang="es">Palos</span> uit. Ze droegen den morgen van een&rsquo; nieuwen
+dag, den dageraad van de eeuwen der Nieuwe Geschiedenis op het broze
+scheepsdek, den Atlantischen Oceaan in. Ze voeren den avond tegemoet,
+en zouden den morgen brengen.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="HOOFDSTUK_VI"></a>HOOFDSTUK VI.</h2>
+
+<hr class="tit" />
+
+<p class="subtitle">EERSTE REIS VAN COLUMBUS.</p>
+
+<p>Eer we met Columbus den tocht gaan medemaken, dienen we te zeggen, dat
+<span xml:lang="es">Martinus Alonzo Pinzon</span>, die het bevel over de &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo;, en <span xml:lang="es">Vicente
+Yanez Pinzon</span>, die de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo; kommandeerde, twee mannen waren, die als
+kloeke en ervaren zeelieden bekend stonden, en Columbus niet alleen
+hartelijk genegen waren, maar daarenboven ook dweepten met zijn
+grootsch plan. Zonder de <span xml:lang="es">Pinzon</span>s, zou Columbus zijn doel stellig niet
+bereikt hebben. <span xml:lang="es">Martin</span> toonde echter later, dat hij eigenbelang ver
+boven vriendschap en eerlijkheid stelde.</p>
+
+<p>De kaart van <span xml:lang="it">Toscanelli</span> had Columbus voorloopig niet <span class="pagenum"><a id="p_84">[84]</a></span>noodig te
+raadplegen, want zijn doel was om pas van <span class="corr" id="corr15" title="Bron: de de">de</span> Kanarische
+Eilanden westwaarts te zeilen. Van dit gedeelte des Oceaans bestonden
+toen reeds zeer vele zeekaarten, en Columbus zelf had dezen weg zoo
+dikwijls afgelegd, dat hij daarvoor ook geene kaarten behoefde.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 720px;">
+<img src="images/p084.jpg" width="720" height="582" alt="De drie schepen van Columbus." title="" />
+<span class="caption">De drie schepen van Columbus.</span>
+</div>
+
+<p>Alvorens met ons verhaal verder te gaan, moet ik u weer verzoeken eens
+even eene wereldkaart voor u te leggen, of eene globe te raadplegen.</p>
+
+<p>Beschouwen we den Atlantischen Oceaan, die de Oude van de Nieuwe
+wereld scheidt, dan zien we, dat die Oceaan op de eene plaats veel
+breeder is dan op de andere. Zijne grootste breedte is tusschen
+Senegambië en Mejico; zij bedraagt daar niet minder dan 9000
+Kilometers. De geringste breedte bevindt zich tusschen Noorwegen en
+Groenland, want daar bereikt ze maar 1445 Kilometers. <span class="pagenum"><a id="p_85">[85]</a></span>De breedte
+tusschen Afrika en Georgië bedraagt 7225, tusschen Kaap de Goede Hoop
+en Kaap Hoorn ook 7225, tusschen Brest en New-York 5550, en tusschen
+Kaap <span xml:lang="pt">San Roque</span> en Sierra Leone 3100 Kilometers.&mdash;</p>
+
+<p>In den Atlantischen Oceaan is het water natuurlijk ook aan eb en vloed
+onderworpen, doch behalve deze beweging van het water, welke op
+gezette tijden wederkeert, heeft men er ook verschillende stroomingen.
+De voornaamste zijn de Noordelijke Aequatoriaal-stroom, de Zuidelijke
+Aequatoriaal-stroom, de Guinea-stroom, de Benguela-stroom, de
+Braziliaansche stroom, de Florida-stroom, de Groenland-stroom, de
+Noordkaap-stroom, de Labrador-stroom, en de zeer merkwaardige
+Golfstroom. Evenals het water eener rivier, nu eens snel, dan eens
+langzaam, maar altijd in dezelfde richting vloeit, zoo vloeien de
+zeestroomingen ook bijna altijd op bepaalde tijden in dezelfde
+richting. Soms echter kunnen er aanmerkelijke storingen in plaats
+grijpen. Den Golfstroom noemden we zeer merkwaardig, en wie zou dat
+niet doen? Hij neemt een aanvang in de Golf van Mejico, en loopt in
+noordoostelijke richting, doch na zich verscheidene malen verdeeld te
+hebben, tot Nova-Zembla in de Noordelijke IJszee. Met eene snelheid,
+die de snelheid van den Mississipi overtreft, stroomt hij voort, en
+voert zijne warme wateren ver het Noorden in. Aan de hooge temperatuur
+van het water van dezen stroom, welke hoogte natuurlijk afneemt,
+naarmate de stroom meer het Noorden nadert, is West-Europa zijn
+vochtig klimaat verschuldigd. Die vochtigheid houdt ook de felle koude
+tegen. Vandaar komt het, dat het in den winter te New-York meestal
+veel kouder is dan te Amsterdam, niettegenstaande New-York ruim tien
+graden zuidelijker ligt. De stad Hammerfest in Noorwegen ligt op
+zeventig graden noorderbreedte, en toch komen er menigmaal winters,
+dat in hare havens bijna geen ijs te zien is, terwijl op dezelfde
+breedte in Azië en Amerika eene koude heerscht, welke wij het best
+kennen onder den naam van &bdquo;Siberische koude.&rdquo;</p>
+
+<p>Behalve die geregelde zeestroomingen, vinden we op onze wereldkaarten
+ook geregelde luchtstroomingen of winden <span class="pagenum"><a id="p_86">[86]</a></span>aangeteekend. De voornaamste
+zijn de Noordoost-passaat en de Zuidoost-passaat.</p>
+
+<p>Van deze regelmatige stroomingen en winden, waarvan we, in een boek
+als dit, geene verklaring kunnen geven, maken de zeelieden van den
+tegenwoordigen tijd gebruik, om de reis aanzienlijk te bekorten, doch
+al had Columbus op <span xml:lang="pt">Porto-Santo</span> en op zijne tochten in de Noordelijke
+IJszee ook kunnen waarnemen, dat er regelmatige stroomingen in den
+Oceaan waren, en dat sommige winden gedurende geruimen tijd vrij
+regelmatig woeien, het was er verre af, dat hij er op zijn&rsquo;
+ontdekkings-tocht opzettelijk gebruik van maakte. Daar de heele zee
+ten Westen van de Kanarische Eilanden onbekend was, kon hij ook met de
+meerdere en mindere breedte van den Oceaan geene rekening houden.</p>
+
+<p>De reis vorderde niet snel, wat met den lompen bouw der schepen,
+zooals we op onze afbeelding kunnen zien, ook niet mogelijk was.
+Daarenboven had Columbus ook niet de beste schepen, die er in dien
+tijd te vinden waren. De beperkte, zelfs geringe middelen, waarover
+hij te beschikken had, dwongen hem om in zijne keus niet al te
+kieskeurig te zijn. Denkelijk had slechts één der drie schepen een
+doorloopend dek, terwijl de beide andere alleen hooge voor- en
+achterstevens hadden, waarin zich de hutten van de bemanning bevonden.
+Niet zonder reden was het dus, dat Columbus zooveel moeite gehad had,
+om de noodige manschap te vinden. Veel meer dan thans het geval is,
+waren de zeelieden toen aan de grootste gevaren blootgesteld. Daarom
+bleef men ook het liefst zoo dicht mogelijk bij de kusten, en dat
+niet, omdat men de kompassen niet vertrouwde, maar wel, omdat de
+schepen er niet op gebouwd waren, om de stormen en de golven te kunnen
+trotseeren. En Columbus zou de eerste zijn, die opzettelijk zich van
+de kust verwijderde, steeds verder, al door verder, op een&rsquo; tocht, die
+in het oog van de meesten toch niets anders was dan een zeer
+avontuurlijke. Waarlijk, we dienen ons eer te verbazen, dat Columbus
+zelfs nog eenige misdadigers vond, die met hem de reis wilden
+meemaken, dan dat we verbaasd zijn, dat er geen <span class="pagenum"><a id="p_87">[87]</a></span>fatsoenlijk zeevolk
+voor zijne onderneming te vinden was.</p>
+
+<p>Reeds op den derden dag na de afvaart, seinde de &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo; averij. Het
+roer was gebroken, en Columbus meende, dat twee mannen, die de
+eigenaars van deze karveel waren, en die de reis tegen hun&rsquo; zin
+medemaakten, opzettelijk die averij aangebracht hadden, om daardoor
+een voorwendsel te kunnen vinden om terug te keeren. De wind woei te
+hevig om de &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo; ter hulp te komen, doch <span xml:lang="es">Martinus Pinzon</span>, die een
+ervaren en stoutmoedig zeeman was, wist zich te redden, door, zoo goed
+en kwaad het ging, het roer met touwen te bevestigen. Columbus begreep
+zeer goed, dat men zóó den Oceaan niet kon oversteken. Hij hield dus
+op de Kanarische Eilanden aan, en liet op het eiland <span xml:lang="es">Gomera</span> het schip
+herstellen, toen alle pogingen vergeefsch bleken te zijn, om een ander
+te vinden. Men bleef daar tot den zesden September, en in dien tijd
+had de bemanning gelegenheid om eene uitbarsting van den vulkaan op
+het eiland Teneriffe te zien, iets waardoor de mannen zeer beangst
+geworden waren, want niettegenstaande ze wisten, dat er een Etna en
+Vesuvius was, hielden ze hier rekening met de vreeselijke verhalen,
+die omtrent de groote, onbekende zee in omloop waren.</p>
+
+<p>Op Zondag den negenden September verdween <span xml:lang="es">Ferro</span>, het laatste der
+Kanarische Eilanden aan den oostelijken horizon, en men zag nu,
+volgens zeemans-uitdrukking, niets dan lucht en water.</p>
+
+<p>De kaart van <span xml:lang="it">Toscanelli</span> was thans voor Columbus de eenige wegwijzer
+voor de richting, die men volgen moest, om het eiland <span xml:lang="it">Antilia</span>, en
+daarna <span xml:lang="it">Zipangu</span> te bereiken.</p>
+
+<p>Zonder het te weten, bevond Columbus zich in den gordel van den
+Noordoost-passaat, en was er niet zooveel kunst aan, den koers steeds
+westelijk te houden. Uit vrees echter, dat de drie scheepjes, door
+storm of stroom, elkander uit het oog zouden kunnen verliezen, gaf hij
+den beiden <span xml:lang="es">Pinzon</span>s last, om in dit geval geen oogenblik den
+westelijken koers te verlaten. Hadden ze zóó zevenhonderd uur
+voortgezeild, dan moesten ze bijleggen, doch naar zijne stellige
+meening, zouden ze lang vóór dien tijd reeds land ontdekt hebben. De
+schepen bleven evenwel zonder veel <span class="pagenum"><a id="p_88">[88]</a></span>moeite bij elkander, en dat was
+nog eenige troost voor de manschap, die al begon te vreezen, dat er
+geen einde zou komen aan die zee, en ook geen einde aan dien
+onveranderlijken wind. Vooral die wind maakte hen beangst. Zeilden ze
+nu zonder bezwaar steeds westelijk, hoe zouden ze terug kunnen keeren,
+als de wind steeds uit die streek bleef waaien?</p>
+
+<p>Den dertienden September, toen men reeds meer dan tweehonderd uur van
+<span xml:lang="es">Ferro</span> verwijderd was, bemerkte Columbus des middernachts, dat de stand
+van de Poolster niet in de richting was, waarin het kompas wees. Ook
+op de beide andere schepen was dat opgemerkt, en al hadden Columbus en
+de <span xml:lang="es">Pinzon</span>s het aanvankelijk ook voor het volk verzwegen, het kwam er
+toch achter, en de angst nam met elk oogenblik toe. Gelukkig wist
+Columbus het volk gerust te stellen, met eene uitlegging, die
+eigenlijk niet veel anders heeten mocht, dan er zich met een Jantje
+van Leiden af maken, doch de mannen waren te onervaren om te beseffen,
+dat hun Admiraal hen met een kluitje in het riet stuurde.</p>
+
+<p>Dat niet alleen het volk, maar ook Columbus met de <span xml:lang="es">Pinzon</span>s op die
+eentonige vaart van alles notitie namen, is natuurlijk, en dat ze van
+hetgeen ze zagen, allerlei uitleggingen gaven, kon wel niet anders. Nu
+eens namen ze een&rsquo; drijvenden mast nauwkeurig op, en berekenden zelfs,
+dat hij afkomstig moest zijn van een schip van honderdtwintig ton. Dan
+weer verblijdden ze zich over het zien van een&rsquo; grooten vogel, die
+veel op een&rsquo; reiger geleek, en maakten ze de gevolgtrekking, dat ze
+dicht bij land waren. Op een&rsquo; nacht zagen ze groote vuurvlammen uit de
+zee opstijgen, althans, ze maakten er vuurvlammen van, en de
+vreeselijke verhalen van den onbekenden, donkeren Oceaan, rezen weer
+in hunne ontstelde verbeelding op. Langzamerhand kwamen onze reizigers
+nu meer onder den rechtstreekschen invloed van den Noordoost-passaat,
+en meteen ook meer in de heete of verzengde luchtstreek. De lucht was
+zóó zacht warm, en zóó heerlijk om in te ademen, dat men, zooals
+Columbus zich uitdrukte, &bdquo;zich in Andalusië waande, en het gezang der
+nachtegalen slechts ontbrak.<span class="pagenum"><a id="p_89">[89]</a></span>&rdquo;</p>
+
+<p>Ook het scheepsvolk was weer wel te moede en opgeruimd, doch toen men
+de zee, zoo ver als men zien kon, overdekt vond met een groen gewas,
+dat zóó dicht in elkander groeide, dat de vaart der schepen er door
+belemmerd werd, verloor men opnieuw den moed. Aanvankelijk dacht men,
+dat er land in de nabijheid zou zijn, en toen het maar al te ras
+bleek, dat dit niet waar was, kwam de vrees boven, dat men zich op de
+plek bevond, waar eenmaal het groote eiland Atlantis gelegen had, dat,
+volgens het oude verhaal, door de Goden verdelgd was. Het dieplood,
+dat uitgeworpen werd, bereikte echter op tweehonderd vademen nog geen&rsquo;
+grond, zoodat er geene vrees bestond, dat de schepen hier aan den
+grond zouden geraken. Columbus herinnerde zich een verhaal van
+Aristoteles, waarin voorkwam, dat eenige schepen, bij <span xml:lang="es">Cadiz</span> zeilende,
+door een&rsquo; storm waren aangegrepen, en zóó ver in den Oceaan geslagen
+werden, dat ze eindelijk gekomen waren bij eene plek, waar de zee zóó
+begroeid was met groene planten, dat ze wel een weideveld van
+oneindige uitgestrektheid scheen. Zij gaven er den naam van &bdquo;Wier-zee&rdquo;
+aan, en hadden het geluk om den koers te wenden, zoodat ze behouden in
+Europa terug kwamen. Men had dit verhaal tot de fabels gerekend, doch
+thans zag Columbus, dat het waarheid bevatte. Vreemde vogels, die zich
+aan hunne oogen vertoonden, deden het volk weer eenigen moed vatten,
+en in de hoop, van nu heel spoedig het gezochte land te zullen zien,
+werd er veertien dagen lang, zonder dat er gewanhoopt werd, tegen deze
+waterweide geworsteld.</p>
+
+<p>Nog altijd bevindt zich in den Atlantischen Oceaan, tusschen negentien
+en vierendertig graden Noorder-breedte, en vierendertig en zesendertig
+graden Westerlengte van Greenwich, deze Planten-zee. Men heeft haar
+den naam gegeven van &bdquo;Sargasso-zee&rdquo;, doch omtrent de oorzaak, dat de
+soort van wierplant, die deze zeeweiden vormt, hier in zulk eene
+verbazende hoeveelheid aangetroffen wordt, verkeert men in het
+onzekere.</p>
+
+<p>Nog altijd kwam de wind, die hen voortdreef, uit dezelfde streek, en
+toen men na zooveel dagen worstelens, nog in het geheel geen land
+ontdekte, was de angst van <span class="pagenum"><a id="p_90">[90]</a></span>het scheepsvolk verklaarbaar, dat men
+nimmer zou kunnen terugkeeren. Steeds voort, altijd voort, het verre,
+het oneindig verre Westen in! Was de plek er dan niet, waar, in den
+Oceaan, de zon in de baren dook? De kusten van het vasteland hadden ze
+steeds voor hunne oogen zien wijken, en eindelijk zien verdwijnen! Zoo
+was het ook gegaan met het eiland <span xml:lang="es">Ferro</span>. En nu! Zestien dagen en
+zestien nachten was men ongestoord het Westen ingezeild, en nog altijd
+bleef de afstand van de ondergaande zon even groot. Dat moest wel, het
+kon niet anders. Columbus wist dat ook wel, en hij trachtte zijn volk
+duidelijk te maken, dat de aarde een bol was, en dat de zon nergens in
+den Oceaan dook, maar op elk punt van de aarde steeds op denzelfden
+afstand van den beschouwer bleef ondergaan.</p>
+
+<p>Ach ja, men geloofde hem wel, men begreep dat het zóó wel zijn moest,
+maar&mdash;die wetenschap bracht het land, waarnaar met brandend verlangen
+uitgezien werd, toch niet in het gezicht, dat moede werd van het
+vruchtelooze staren.</p>
+
+<p>En als men geen land vond, dan zou men van honger en dorst moeten
+omkomen, want de voorraad verminderde sterk, en het stond te bezien,
+of dit toch niet het geval zou zijn, wanneer men nu den steven wendde,
+en met dezelfde snelheid van vaart terugkeerde.</p>
+
+<p>Terugkeeren? Kon dat wel? Was de wind dan voor de terugreis niet
+tegen?</p>
+
+<p>De angst en ongerustheid namen steeds toe, totdat op den
+tweeëntwintigsten September de wind van richting veranderde.</p>
+
+<p>Geen &bdquo;Land vooruit!&rdquo; had op dit oogenblik meer blijdschap kunnen
+verwekken, dan het zien, dat de wind omgeloopen was. Het was, in
+waarheid, voor allen een groot pak van het hart.</p>
+
+<p>Men was in een heel ander deel der wereld, dan men ooit geweest was,
+dat bleek uit alles; en opnieuw werd de angst opgewekt, toen, bij
+geene verheffing van wind, de zee opeens hol begon te staan.</p>
+
+<p>Geslingerd van hot naar haar, werd het volk elken <span class="pagenum"><a id="p_91">[91]</a></span>dag, elk uur. Nu
+eens vol moed, dan weer vol vrees.</p>
+
+<p>Den vijfentwintigsten September kwam <span xml:lang="es">Alonzo Pinzon</span>, die meestal met
+zijn schip vooruit voer, omdat de &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo; hoe oud en bouwvallig ook,
+toch de beste zeiler was, bij den Admiraal aanboord met het bericht,
+dat hij land gezien had. Anderen bevestigden dit.</p>
+
+<p>Columbus was op het vernemen van dit bericht diep ontroerd, en door
+een dankbaar gevoel aangedreven, viel hij op de knieën, en zong vol
+innige vroomheid het heerlijke lied, dat hij zoo dikwijls in de kerk
+onder de Mis had hooren klinken: &bdquo;<span xml:lang="la">Gloria in excelsis Deo, et in terra
+pax hominibus bonae voluntatis. Laudamus te! Benedicimus te! Adoramus
+te! Glorificamus te!</span>&rdquo; dat is: &bdquo;Glorie aan God in den allerhoogste, en
+vrede op aarde, den menschen van goeden wil! Wij loven U! Wij zegenen
+U! Wij aanbidden U! Wij verheerlijken U!&rdquo;</p>
+
+<p>Maar&mdash;<span xml:lang="es">Pinzon</span>s blijde tijding liep op eene groote teleurstelling uit,
+want het land, dat men meende te zien, werd niet gevonden. Wolken en
+nevelen hadden hun bedrieglijk spel gespeeld.</p>
+
+<p>Om den moed van het volk levendig te houden, schijnt Columbus reeds
+eenige dagen vroeger eene lijfrente van zesentwintig dukaten
+uitgeloofd te hebben aan hem, die het eerst land zag, en <span xml:lang="es">Alonzo
+Pinzon</span>, die gehoopt had de belooning te zullen ontvangen, zag zich nu
+natuurlijk zeer teleurgesteld.</p>
+
+<p>Toen den volgenden morgen de zon opkwam, en nog velen de kooi
+verlieten om het land te aanschouwen, zag men&mdash;water en lucht, wat men
+nu al zoovele dagen gezien had.</p>
+
+<p>Gelukkig was het weder bij uitstek schoon, en de zee was zóó kalm, dat
+menig matroos, zonder aan haaien te denken, overboord sprong om wat
+rond te zwemmen. De eentonigheid werd ook dikwijls afgebroken door het
+visschen naar dolfijnen, of het vangen van vliegende visschen, die op
+de schepen nedervielen.</p>
+
+<p>Neen, eerlijk moest het scheepsvolk toch erkennen, dat het hier veel
+anders was, dan eenige dagen geleden bij die Wier-zee, waaraan men nog
+wel niet geheel ontkomen <span class="pagenum"><a id="p_92">[92]</a></span>was, maar die toch minder moeielijkheden
+opleverde. Nu eens zag men groote vogels in scharen aan den
+gezicht-einder verdwijnen, en dan weer ontdekte men enkele vogels, die
+te klein waren om ver van het land in zee te kunnen vliegen.</p>
+
+<p>Aan den morgen van den zevenden October meenden de wachthebbende
+matrozen van de &bdquo;<span xml:lang="es">Santa Maria</span>&rdquo;, in het Westen land te zien, doch ze
+waagden het niet, om er den Admiraal kennis van te geven.</p>
+
+<p>Opeens echter klonk een kanonschot langs de stille wateren.</p>
+
+<p>De &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo;, die nu vooruit voer, had het gelost, en tot overmaat van
+vreugd zag men, dat de vlag aan den mast geheschen werd, en dit was
+het teeken voor de &bdquo;<span xml:lang="es">Santa Maria</span>&rdquo; en de &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo;, dat men &bdquo;Land
+vooruit!&rdquo; had.</p>
+
+<p>Met luid gejubel werden kanonschot en vlag begroet. Allen zagen uit,
+en ontdekten land. Maar&mdash;het land verdween, loste zich in de blauwe
+lucht op, en&mdash;men zag zich weer door eene wolk bedrogen.</p>
+
+<p>Op deze nieuwe teleurstelling volgde groote ontevredenheid, en
+Columbus zag zeer goed, dat zijn volk op het punt stond, alle hoop te
+verliezen. Dat ze hem dwingen zouden om terug te keeren, hij begreep,
+dat dit niet gebeuren zou; want voor eene lange terugreis naar het
+verlaten land, was er geen voorraad van levensbehoeften genoeg. Maar
+door wanhoop gedreven, kon men hem te lijf gaan en dooden. En dan? Ja,
+dan was ook voor hen alles verloren, want hij alleen had het logboek
+gehouden, doch hier en daar een paar onwaarheden vermeld, om het volk
+niet al te wijs te maken. Hij wist echter volkomen, hoe hij gevaren
+was, en kon ook den terugweg vinden. Zijn volk daarentegen, zou met
+het logboek verkeerd uitkomen.</p>
+
+<p>Toch gaf hij den moed niet verloren, en althans voor het oog van zijn
+volk was hij vol hoop en blijde verwachtingen.</p>
+
+<p>Steeds kalmer en rustiger werd de zee, zoodat Columbus den achtsten
+October uitriep: &bdquo;God zij geloofd! De lucht is zoo zacht, als in April
+te <span xml:lang="es">Sevilla</span>. Met wellust <span class="pagenum"><a id="p_93">[93]</a></span>ademt men haar met volle teugen in, want zij
+is doortrokken van de heerlijkste geuren!&rdquo;</p>
+
+<p>Weer gingen drie dagen in onafgebroken kalme, westelijke vaart
+voorbij, en was het Donderdag, de elfde October.</p>
+
+<p>Daar komt <span xml:lang="es">Alonzo Pinzon</span> bij den Admiraal aanboord, en toont hem een
+riet en een&rsquo; gesneden stok aan. Zijn volk had die voorwerpen
+opgevischt, en men had ook een&rsquo; boom zien drijven.</p>
+
+<p>Iets nieuws was voor Columbus nòch boomstam, nòch riet, nòch gesneden
+stok, want dat alles had hij jaren geleden reeds op <span xml:lang="es">Porto-Santo</span>
+gezien. Toch greep hij deze gelegenheid aan, om daardoor den
+wankelenden moed van zijn volk op te beuren.</p>
+
+<p>Het was in waarheid eene reis, zóó vol moeielijkheden en
+teleurstellingen, dat men Columbus bewonderen moet, dat hij den moed
+niet verloor, en eerbied dienen wij te hebben voor zijne sterke
+overtuiging, voor zijn ongeschokt vertrouwen en voor zijne vastheid
+van wil. Zoo we Columbus groot noemen, nergens was hij grooter dan op
+die eerste ontdekkingsreis.</p>
+
+<p>Maar, wat is dat?</p>
+
+<p>Daar nadert <span xml:lang="es">Vicente Pinzon</span> in eene boot, die zoo pas de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo;
+verlaten heeft. Wat reppen die roeiers zich! Wat is er eene haast!
+Oproer aanboord soms? Weigert men langer het Westen in te gaan? Men
+buigt zich over de verschansing. <span xml:lang="es">Vicente</span> komt aanboord en&mdash;van onder
+zijn kleed haalt hij een soort van rozetak met nog half gave bloemen
+te voorschijn. Zijn volk heeft dien tak opgevischt, en thans biedt hij
+den Admiraal de eerste, frissche, levende bloemen der Indiën aan.</p>
+
+<p>Boomstammen, rieten, gesneden stokken, ja, zelfs menschenlijken kunnen
+van zeer verre komen aandrijven, maar eene zwakke rozebloem is niet
+tegen den golfslag bestand; ze moet vernield worden, zelfs door de
+nauw merkbare rimpelingen van de wateren dezer lauwe zee.</p>
+
+<p>Als de duif, die in de Ark aan Noach een&rsquo; olijftak bracht, is <span xml:lang="es">Vicente
+Pinzon</span>, nu hij Columbus levende bloemen komt aanbieden.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_94">[94]</a></span>Het volk op de drie schepen verkeert in eene ongekende spanning.</p>
+
+<p>Het staart met brandende blikken naar den gezicht-einder.</p>
+
+<p>Maar, als gisteren en eergisteren, en, ach, als zoovele dagen terug,
+ging de zon ver, ver in het Westen onder,&mdash;stevenden de schepen het
+Westen in&mdash;en viel de nacht.</p>
+
+<p>Columbus echter bleef uitstaren. Het &bdquo;Land der Bloemen&rdquo; kon niet ver
+af zijn.</p>
+
+<p>Door de duisternis boren zijne, blikken heen en ...</p>
+
+<p>Zag hij daar geen lichtschijnsel?</p>
+
+<p>Eene ster mogelijk! Misschien een werkende vulkaan op mijlen afstands!</p>
+
+<p>Neen, geene ster, geen vulkaan, want zie, het verandert van plaats.</p>
+
+<p>Hij roept <span xml:lang="es">Pedro Gutierrez</span>, een&rsquo; Edelman van het Koninklijke Hof, bij
+zich, en wijzend naar de plaats, waar hij het bewegende licht ziet,
+vraagt de Admiraal gejaagd, en met kloppend hart: &bdquo;Wat ziet gij daar?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Niets, <span xml:lang="es">Senor</span>! Ik zie niets!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ziet gij dan geen licht, geen licht dat zich beweegt?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, ja, ik zie het! Ik zie licht!&rdquo; luidt het antwoord.</p>
+
+<p>Anderen worden er bij geroepen. De een ziet het; de ander ziet het niet.</p>
+
+<p>Men hoort die woorden, haalt de schouders op, doch gelooft het niet.
+Men is immers in deze zee vol vreemde verschijnselen reeds zoo
+menigmaal teleurgesteld, zoo menigmaal bedrogen!</p>
+
+<p>Zonder eenige merkbare spanning doen de matrozen van de &bdquo;eerste wacht&rdquo;
+hun&rsquo; dienst, en wekken de &bdquo;mannen van de &bdquo;hondenwacht.&rdquo;<span class="corr" id="corr16" title="[Niet in Bron]">&rdquo;</span>&mdash;Zij gaan
+slapen, en met loomen tred komt de &bdquo;hondenwacht&rdquo; boven.</p>
+
+<p>De &bdquo;eerste wacht&rdquo; is van des avonds acht uur tot middernacht. De
+&bdquo;hondenwacht&rdquo; is van middernacht tot vier uren in den morgen. De
+&bdquo;dagwacht&rdquo; duurt van vier tot acht uren in den morgen.</p>
+
+<p>De zandlooper wijst aan, dat het vier uren in den morgen is. Het volk
+van de &bdquo;hondenwacht&rdquo; vindt er geen <span class="pagenum"><a id="p_95">[95]</a></span>behagen in om op te blijven. Zij
+wekken de mannen van de &bdquo;dagwacht&rdquo;, die op hunne beurt ongaarne de
+kooi verlaten en op het scheepsdek komen.</p>
+
+<p>Columbus waakt. Geen slaap is op hem neergedaald. Dat hamerende hart
+vol onrust belette hem in te sluimeren. Geen wonder! Hij gevoelt, dat
+hij op het punt staat zijn doel te bereiken, zijn doel, waarvoor hij
+alles, alles opgeofferd heeft, waarvoor hij als bedelaar, om brood en
+water aan de poort van een klooster klopte.</p>
+
+<p>Hoe dacht hij op dat oogenblik aan den bedeltocht, die hem tot voor
+dat klooster bracht, waar hij slechts brood en water voor zijn zoontje
+vroeg, en niet alleen dàt kreeg, ook voor zich zelven; maar nog veel
+meer. De vriendelijke Prior had hem zijne hulp aangeboden ter
+bereiking van het doel, dat hem, den voormaligen planter, tot den
+bedelstaf gebracht had.</p>
+
+<p>Wel lag er tusschen het oogenblik, dat hij het klooster binnentrad, en
+dat waarop hij van <span xml:lang="es">Palos</span> uitzeilde, een lange tijd met veel moeite en
+teleurstelling, maar toch had hij gezegevierd; hij mocht aan zijn plan
+uitvoering geven.</p>
+
+<p>En nu, hij gevoelde het, en zijne borst zwol van gelukkigen trots, nu
+stond hij op het punt, dat hij heel de wereld zou kunnen toeroepen:
+&bdquo;Waar zijn ze nu, die mijn plan nog de hersenschim van een&rsquo; dweper
+durven noemen?&rdquo;</p>
+
+<p>Neen, het fel bewogen gemoed van den koenen, vurig geloovenden man,
+ontnam hem de behoefte aan slaap. Hij kon niet anders dan waken.</p>
+
+<p>De &bdquo;dagwacht&rdquo; echter telde niet één&rsquo; dweper; ze bestond uit half
+onverschillige, half moedelooze mannen, die hunne taak op de gewone
+wijze volbrachten. Waarom zouden zij het ook op buitengewone wijze
+doen? Er was immers toch niets bijzonders?</p>
+
+<p>Dat beweeglijke licht? Ei kom, wat zou dat? Een spel der verbeelding
+was het geweest, en niets anders.</p>
+
+<p>De &bdquo;hondenwacht&rdquo; had wel wat gemompeld van eene donkere plek, die heel
+wat anders leek dan eene wolk, maar wat beduidde dat? Zij zagen
+dezelfde donkere plek <span class="pagenum"><a id="p_96">[96]</a></span>ook, doch het kon niets anders zijn dan een
+nevel aan de kimmen, of eene laaghangende wolk, waaruit de verbeelding
+van Admiraal, Kapiteins en Volk, zoo dikwijls reeds land getooverd
+had!</p>
+
+<p>Onverschillig liep men langs het dek heen en weer, en verlangde maar
+naar de opkomst der zon, die hare komst in de landen tusschen de
+keerkringen niet met zulk eene lange schemering aankondigt, als in de
+gematigde luchtstreek het geval is.</p>
+
+<p>Reeds aanboord der &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo; had men even na middernacht het geroep van
+&bdquo;Land! Land vooruit!&rdquo; gehoord, doch geheel overgegeven aan eene doffe
+onverschilligheid, hechtte men er geene waarde aan.</p>
+
+<p>Eindelijk braken de eerste lichtstralen der schemering door, en
+nauwelijks werd het donker van den nacht eenigszins verdreven, of een
+matroos, <span xml:lang="es">Rodrigo de <span class="corr" id="corr17" title="Bron: Friana">Triana</span></span>, die niet steeds als de anderen het Westen
+inkeek, ontdekte ten Noorden van de &bdquo;<span xml:lang="es">Santa Maria</span>&rdquo; land. Vol vreugde
+snelde hij naar den Admiraal, om hem de blijde tijding te brengen, ten
+einde daardoor in de gelegenheid te zijn, om de uitgeloofde belooning
+te ontvangen van zesentwintig dukaten, benevens het zijden wambuis,
+dat de Admiraal een paar dagen vroeger nog uitgeloofd had aan hem, die
+het eerst land zag.</p>
+
+<p>Waaraan het ligt, weet ik niet, doch over die uitgeloofde belooning
+wordt zeer verschillend gesproken. De een zegt, dat het een jaargeld
+of lijfrente was, en de ander, dat het eenvoudig eene belooning was,
+welke ineens, maar ook niet meer dan eens uitgekeerd werd. Volgens den
+een was die belofte reeds schriftelijk gegeven door Ferdinand en
+Isabella, en volgens den ander deed Columbus die belofte in zijne
+betrekking als Onder-koning van al de landen, die hij ontdekken zou,
+in naam van zijne Meesters. Volgens den een was het eene som van
+tienduizend maravedis, wat dan zooveel zou wezen, als vijfendertig
+gulden van onze munt. Een ander spreekt van dertien escados of
+zoogenaamde schilddaalders, wat ongeveer veertig gulden zou bedragen
+hebben. Die sommen ontloopen elkander niet veel, maar over het
+toekennen <span class="pagenum"><a id="p_97">[97]</a></span>ervan verschilt de eene schrijver aanmerkelijk met den
+ander. Er zijn schrijvers, die beweren, dat Columbus dat jaargeld, of
+die belooning voor één keer en aan zichzelven uitbetaalde, omdat hij
+de eerste was geweest, die het beweeglijke licht ontdekt had, hetwelk
+blijkbaar van het land kwam. Een ander schrijver spreekt wel van de
+uitgeloofde belooning, doch rept er met geen enkel woord van, wie ze
+kreeg, terwijl weer een derde zegt, dat <span xml:lang="es">Rodrigo de Triana</span>
+ze ontving, doch inplaats van dezen matroos deel te laten
+uitmaken van de bemanning der &bdquo;<span xml:lang="es">Santa Maria</span>&rdquo;, plaatst hij hem op de
+&bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo;, en is hij de man, dien hij even na middernacht het geroep van
+&bdquo;Land vooruit!&rdquo; laat aanheffen. Zeker is het, dat als aan iemand de
+belooning moest uitgereikt worden, deze niet toekwam aan Columbus,
+want hij had zich wel gewacht om stellig te verklaren: &bdquo;Land vooruit!&rdquo;
+Ook aan het volk, dat bij hem aanboord was, kwam die belooning niet
+toe, want het volk der &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo; was hun voor geweest.</p>
+
+<p>Behalve over die belooning, loopen de schrijvers ook zeer uiteen,
+omtrent het gedrag van het scheepsvolk op die moeielijke en langdurige
+reis. Volgens sommigen sloegen de matrozen meer dan eens tot oproer
+over, en was Columbus zelfs genoodzaakt, om, wilde hij het leven
+behouden, de belofte af te leggen, dat ze zouden terugkeeren, indien
+men na drie dagen nog geen land gevonden had.</p>
+
+<p>Later zullen we nog dikwijls genoodzaakt zijn, om achter eene daad van
+Columbus een vraagteeken te zetten, en de oorzaak hiervan laat zich
+hieruit verklaren.</p>
+
+<p>Columbus was een vreemdeling, die hooge eischen stelde. Als
+vreemdeling was hij in Spanje reeds gehaat, en telde men de hooge
+eischen, die hij stelde, niet, omdat men er toch aan twijfelde of hij
+den weg naar de Indiën wel vinden zou. Maar toen hij dien weg beweerde
+gevonden te hebben, en er bijna niemand was, die aan de waarheid
+twijfelde, bracht men die eischen wèl in rekening. Columbus schijnt
+verder iemand geweest te zijn, die gaarne zijn gezag liet gelden, doch
+die geen overleg bezat om dat op eene verstandige en omzichtige wijze
+te doen. Hoe het zij, hij had in Spanje <span class="pagenum"><a id="p_98">[98]</a></span>veel meer vijanden dan
+vrienden. Zijne vijanden berokkenden hem veel kwaads, en wisten
+allerlei minder goede dingen van hem te vertellen, om hunne houding
+tegenover hem te rechtvaardigen. Zijne vrienden, hierover gebelgd,
+aarzelden niet om Columbus&rsquo; deugden breed uit te meten en zijne
+gebreken òf te bewimpelen, òf te verzwijgen, òf wel te loochenen.
+Nemen we verder in aanmerking, dat zijn logboek niet in den haak was,
+en dat het dagboek, hetwelk hij aangelegd en zorgvuldig bijgehouden
+had om het Ferdinand en Isabella terhand te stellen, natuurlijk eigen
+fouten verzweeg, dat verder zijne levensgeschiedenis, die het meest
+aangehaald wordt, naar het heet, geschreven werd door zijn eigen zoon,
+dan zullen we ons niet zoo zeer verwonderen, dat de berichten omtrent
+zijn persoon en zijne handelingen, zoo zeer uiteen loopen.</p>
+
+<p>Zoodra Columbus de blijde tijding vernam, snelde hij naar het dek,
+en&mdash;hij ook, hij zag het land!</p>
+
+<p>Welk eene algemeene vreugde er aanboord van de drie scheepjes
+heerschte, kan niet beschreven worden. Zelfs de ruwste zeerobben, die
+zich wellicht zouden schamen om in hun eigen land te laten zien, dat
+ze nog tranen hadden, weenden van blijdschap en omarmden elkander. Het
+was geen wonder ook. De vele teleurstellingen, die ze ondervonden, en
+de angsten, die ze uitgestaan hadden, maakten de blijdschap des te
+grooter, en vol dankbaarheid hieven ze, doch nu niet in het gezicht
+van eene wolk, die ze voor een eiland hielden en zich in de lucht
+oploste, maar in het gezicht van een echt land, een &bdquo;<span xml:lang="la">Te Deum laudamus:
+Te Dominum confitemur. Te aeternum Patrum, omnis terra veneratur</span>&rdquo; aan,
+dat is: &bdquo;U, o God, loven wij! U, o Heer, belijden wij! U, o Eeuwige
+Vader, vereert de gansche aarde!&rdquo;</p>
+
+<p>Neen, het was nu geen gezichtsbedrog, want zie, toen de zon geheel
+boven de kimmen verrezen was, en de schepen het land naderden, wemelde
+het strand van inboorlingen, die vol verbazing de schepen zagen
+naderen.</p>
+
+<p>Zij wisten niet, wat zij zagen, want de zeilen deden hen denken aan
+vleugels, en de rompen der schepen werden daardoor in hunne oogen tot
+vogels herschapen.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_99">[99]</a></span></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 720px;">
+<img src="images/p099.jpg" width="720" height="473" alt="Op Vrijdag-morgen, 12 October 1492, aan de kust van het Watlings-eiland." title="" />
+<span class="caption">Op Vrijdag-morgen, 12 October 1492, aan de kust van het Watlings-eiland.</span>
+</div>
+
+<p>Vrijdag, de twaalfde October van het jaar 1492, is en blijft, hoe men
+ook over Columbus denken moge, een dag die een der merkwaardigste in
+de wereld-geschiedenis heeten mag. Die drie scheepjes, met hunne
+honderdtwintig mannen, deden hier meer dan zelfs een Godfried van
+Bouillon voor Jeruzalem deed. Was deze, door zijne grootsche daad, bij
+machte om aan Europa&rsquo;s maatschappelijke instellingen eene andere
+richting te geven, Columbus met zijne mannen gaf aan de heele
+maatschappij, zooals ze over de Oude, en nu ook de Nieuwe wereld
+verspreid was, een&rsquo; ruk, die haar niet alleen van koers deed
+veranderen, maar ook in eene heel andere stelling bracht.</p>
+
+<p>Na het eindigen van den lofzang, werden de booten uitgezet, om, op
+Portugeesche wijze, bezit van het land te gaan nemen.</p>
+
+<p>Columbus was de eerste, die den voet aanwal zette, en toen allen, die
+in de booten geland waren, zich om hem heen schaarden, plantte hij den
+standaard van Kastilië en <span class="pagenum"><a id="p_100">[100]</a></span>Aragon op het strand, en verklaarde
+plechtig het land in bezit te nemen voor Zijne Majesteit Koning
+Ferdinand en Hare Majesteit Koningin Isabella.</p>
+
+<p>Dat Columbus met al zijne tochtgenooten in de stellige overtuiging
+was, dat hij de Indiën langs den westelijken weg bereikt had, weten
+we. Dat men nog verscheidene jaren daarna dit geloofde, en niet wist,
+dat men Plato&rsquo;s fabelachtig Atlantis gevonden had, weten mijne lezers
+uit dit boek nog niet, maar toch is het zoo.</p>
+
+<p>Volgens de nauwkeurigste onderzoekingen, was het eiland, dat Columbus
+het eerst ontdekte, het eiland <span xml:lang="en">Watling</span>, dat behoort tot die groep
+eilanden, die zich boogvormig uitstrekt ten Noorden van Cuba en Haïti
+en bekend is onder den naam van Bahama-eilanden. Op sommige atlassen
+staat er ook de naam <span xml:lang="es">Guanahani</span> bij, en wordt er bij vermeld, dat het
+voorheen <span xml:lang="es">San Salvador</span> heette, en het eerst ontdekte eiland van
+Columbus was.</p>
+
+<p>Van de inboorlingen, die vol aandacht de handelingen der vreemde
+mannen gadesloegen, vernam Columbus, zoo goed en kwaad dit met de
+gebarentaal ging, dat het eiland door hen &bdquo;<span xml:lang="es">Guanahani</span>&rdquo; genoemd werd.
+Hij echter, bezield met het voornemen, den Christelijken godsdienst
+over de heele Indiën te laten prediken, noemde het <span xml:lang="es">San Salvador</span>, wat
+in onze taal beduidt: &bdquo;Heilige Verlosser&rdquo;.</p>
+
+<p>Vreemd moet het ieder schijnen, dat de inboorlingen zoo weinig vrees
+aan den dag legden, en bij de landing niet vol angst voor die
+zonderlinge wezens in hunne bosschen vloden. Hiervoor bestond echter
+eene oorzaak, die de Spanjaarden eerst later vernamen. Er was onder de
+inboorlingen van Mejico, dat later door <span xml:lang="es">Cortez</span> ontdekt werd, eene oude
+voorspelling in omloop, waarover we bij de geschiedenis van <span xml:lang="es">Cortez</span>
+breedvoeriger spreken zullen. Het zij voldoende hier te melden, dat de
+Mejicanen de komst dier &bdquo;kinderen van de zon&rdquo; verwachtten. Dat geloof
+was zelfs zóó sterk, dat een voornaam inboorling eens aan een&rsquo;
+Spanjaard vroeg, hoe ze uit den hemel neergedaald waren, op vleugels
+of op wolken? Hoogstwaarschijnlijk was die voorspelling ten deele ook
+doorgedrongen tot de eenvoudige bewoners der Bahama-eilanden.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_101">[101]</a></span>Eenvoudig,
+ja, dat waren ze, en wel tot groote teleurstelling der
+Spanjaarden. Om goud te verkrijgen, hadden ze zich tot het doen van
+dezen gevaarlijken tocht verbonden; aan goud dachten ze elken dag van
+hunne lange reis. Het woord &bdquo;goud&rdquo; was instaat, de vrees in moed te
+veranderen. Vertellingen, waarin goud eene hoofdrol speelde, hadden
+het eentonige leven aanboord eenigszins verlevendigd; van goud
+droomden ze. En zie, de inboorlingen liepen bijna naakt, en van
+paleizen en tempels, gedekt met gouden platen, was niets te zien.
+Alleen hadden sommigen den neus doorboord, en droegen in die opening,
+als sieraad, kleine gouden staafjes. Wapenen van metaal kenden ze zóó
+weinig, dat een hunner in Columbus&rsquo; zwaard liep, en zich daardoor
+deerlijk verwondde.</p>
+
+<p>Waarlijk, de teleurstelling was al te groot, waar de verwachting zoo
+buitengewoon gespannen was. Toch, de menschen hadden goud, al was het
+weinig, en toen men, natuurlijk steeds met gebaren, hun gevraagd had,
+vanwaar ze dat goud hadden gekregen, wezen ze naar het Zuiden.</p>
+
+<p>Zoodra men dit vernomen had, wilde Columbus niet langer op dat kleine
+eiland blijven, en reeds twee dagen later verliet hij het, om zijne
+ontdekkingen voort te zetten. Met het doel hun op den verderen tocht
+eenig Spaansch te leeren, opdat ze dienst zouden kunnen doen als
+tolken, nam hij zeven inboorlingen mede, en zette koers naar het
+Zuiden. Hij zag nu verscheidene eilanden en eilandjes, doch daar geen
+dezer het gezochte &bdquo;<span xml:lang="it">Zipangu</span>&rdquo; kon zijn, deed hij er slechts drie aan,
+en zeilde de andere voorbij. Ook op de drie eilanden, die hij bezocht,
+vond hij dezelfde, onbeschaafde, arme, doch goedige inboorlingen, die,
+als sieraad, een gouden staafje door den neus droegen, en op zijne
+vraag, vanwaar ze dat goud hadden, hun antwoord, door gebaren,
+geregeld deden luiden: &bdquo;Uit eene streek ten Zuiden van hier!&rdquo;</p>
+
+<p>In den vroegen morgen van den achtentwintigsten October, kreeg men
+echter eene kust in het gezicht, welke niet aan een eilandje, als de
+reeds ontdekte, kon behooren. Het moest de kust zijn van een zeer
+groot eiland, of van het vasteland. De monding eener rivier ziende,
+liep <span class="pagenum"><a id="p_102">[102]</a></span>Columbus deze binnen, niet alleen met het doel om dit land in
+bezit te nemen voor Spanje of het te laten onderzoeken, maar ook om de
+schepen, die op den tocht veel geleden hadden, eens goed te laten
+herstellen.</p>
+
+<p>Bij het naderen der schepen, waren twee kano&rsquo;s hun te gemoet geroeid,
+doch toen Columbus de zeilen liet strijken en de ankers liet vallen,
+namen ze de vlucht.</p>
+
+<p>Zoodra men aanwal was, werd het land op de gebruikelijke wijze in
+bezit genomen, en door Columbus &bdquo;<span xml:lang="es">Juana</span>&rdquo; genoemd. Thans draagt het den
+naam van Cuba. Het is nog altijd in het bezit der Spanjaarden, en voor
+hen, wat Java voor de Nederlanders is, hoewel het voor Spanje zoo vele
+voordeelen niet oplevert. In grootte ontloopen deze twee eilanden
+elkander zoo heel veel niet, daar Java slechts tweehonderd vierkante
+geographische mijlen meer oppervlakte heeft. Het binnenland is
+bergachtig, en de hoogste top heeft eene hoogte van
+vijfentwintighonderd Meters. Tal van rivieren, die uit den aard der
+zaak niet groot kunnen zijn, stroomen naar de kusten, en maken den
+vruchtbaren grond zeer geschikt voor den landbouw. Suiker, koffie,
+katoen, tabak, cacao, indigo, maïs, rijst, ananassen, bananen,
+allerlei zuidvruchten en kostbare houtsoorten zijn de tegenwoordige
+voortbrengselen uit het plantenrijk. Als men echter weet, dat slechts
+het elfde deel van de heele oppervlakte des eilands vrij goed bebouwd
+wordt, en dat de overige tien elfde deelen zoo goed als geheel
+verwaarloosd worden, dan springt het terstond in het oog, dat de
+Spanjaarden van deze heerlijke bezitting al heel weinig voordeel
+trekken.</p>
+
+<p>De vraag der eerste ontdekkers: &bdquo;Is er goud?&rdquo; besliste over het
+toekomstige lot van alle landen, die door de Spanjaarden ontdekt
+werden<span class="corr" id="corr18" title="[Niet in Bron]">.</span></p>
+
+<p>Op eene vraag, die men eens aan <span xml:lang="es">Cortez</span> deed, waarom de Spanjaarden
+toch zoo altijd naar goud verlangden, luidde het antwoord: &bdquo;Wij lijden
+aan eene ziekte, waartegen goud het eenige geneesmiddel is.&rdquo; En zóó
+was het. De goudkoorts was Spanjes ziekte, en het scheen, dat zij zich
+verhief, naarmate men het geneesmiddel meer vond.</p>
+
+<p>&bdquo;Is er goud?&rdquo; Men kon die vraag nu niet aan de inboorlingen <span class="pagenum"><a id="p_103">[103]</a></span>doen,
+want dezen lieten zich aanvankelijk niet zien. Nu stuurde Columbus
+eenige gewapende mannen, vergezeld van een paar eilanders van San
+Salvador, het binnenland in.</p>
+
+<p>De mannen drongen meer dan zestig mijlen landwaarts in, en toen ze
+terugkwamen, deelden ze aan hunne nieuwsgierige makkers mede: &bdquo;Het
+land is buitengewoon vruchtbaar, zeer goed bebouwd, en vol prachtige
+bosschen. Wij zijn op een dorp geweest, en werden daar niet alleen
+vriendelijk ontvangen, maar men kuste ons zelfs de voeten, als wilde
+men ons goddelijke eer bewijzen. Zij gaven ons volop te eten, en wel
+een soort van wortels, die, als ze gekookt waren, in smaak veel
+geleken op kastanjes. Het brood, dat we kregen, was uitnemend om te
+eten, en gebakken van een meel, dat ze &bdquo;cassave&rdquo; noemden. Wilde dieren
+hebben we nergens gezien, ja, we ontdekten zelfs geene andere
+viervoetige dieren dan eene soort van honden, die niet kunnen blaffen,
+en diertjes, die wel wat op konijnen geleken.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;&bdquo;En is er goud?&rdquo;&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;De inwoners van het dorp liepen niet zoo naakt, als die van <span xml:lang="es">San
+Salvador</span>, maar hunne hutten waren zeer eenvoudig, ja, bijna armoedig
+ingericht. Slechts door den neus droegen velen een gouden staafje. Wij
+hebben eenigen van hen overgehaald, om ons te volgen. Daar zijn de
+lieden; oordeelt nu zelf!&rdquo;</p>
+
+<p>De medegebrachte inboorlingen werden voor Columbus gebracht, en nadat
+deze, met behulp der tolken, wat evenwel nog zeer gebrekkig in zijn
+werk ging, hun een en ander gevraagd had, wees hij op de gouden
+neusstaafjes, en vroeg: &bdquo;Vanwaar krijgt gij dat goud?&rdquo;</p>
+
+<p>De inboorlingen antwoordden: &bdquo;Uit Cubanacan,&rdquo; wat beteekende: &bdquo;Uit het
+binnenland van ons eiland.&rdquo;</p>
+
+<p>Columbus, die niet beter wist, dan dat hij werkelijk de eilanden, die
+ten oosten van Azië lagen, bereikt had, en die Cuba voor <span xml:lang="it">Zipangu</span>
+hield, meende nu uit &bdquo;<em class="g">Cubanacan</em>&rdquo; te moeten verstaan: &bdquo;<em class="g">Groot-Khan</em>&rdquo;.</p>
+
+<p>Thans was, indien hij nog bestond, alle twijfel opgeheven. Dit eiland
+wás <span xml:lang="it">Zipangu</span>, en ten zuiden lag het goudland.
+<span class="pagenum"><a id="p_104">[104]</a></span>Dat kon niet anders zijn
+dan Kataï, want daar woonde immers de &bdquo;Groot-Khan&rdquo;?</p>
+
+<p>Al heel spoedig echter werd Columbus tot eene andere dwaling gebracht.</p>
+
+<p>Drie der tolken, die aanboord van de &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo; waren, herkenden het land
+zeer goed, en nu zeiden ze tot <span xml:lang="es">Martin Alonzo Pinzon</span>, dat achter de
+kaap, die daar voor hen lag, eene rivier was, en slechts vier
+dagreizen daarvan verwijderd was het zoogenaamde &bdquo;Cubanacan&rdquo;.</p>
+
+<p><span xml:lang="es">Pinzon</span> gaf hiervan aan Columbus terstond bericht, en nu redeneerde
+deze: &bdquo;Als vier dagreizen van deze rivier Cubanacan gevonden wordt,
+dan is dat niet het eiland <span xml:lang="it">Zipangu</span>, maar dan hebben we het vasteland
+van Azië vóór ons, en bevinden we ons in de nabijheid van het machtige
+Tataarsche rijk Kataï.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij vatte het plan op om er heen te zeilen en dan een Gezantschap naar
+den Groot-Khan te zenden, doch hoe men zocht, nergens werd eene
+geschikte ankerplaats gevonden, zoodat de reizigers weder den steven
+wendden naar de plaats, die ze verlaten hadden.</p>
+
+<p>Onder den ruilhandel, die andermaal gedreven werd, vernam Columbus,
+dat de Vorst van het land vier dagreizen ver in het binnenland woonde,
+en nu besloot hij, er toch een Gezantschap heen te zenden.</p>
+
+<p>Bij hem aanboord diende <span xml:lang="es">Louis De Torres</span>, een bekeerde Israëliet, die
+niet alleen Hebreeuwsch en Chaldeeuwsch, maar zelfs Arabisch verstond.
+Aan het Hof van den &bdquo;Groot-Khan&rdquo; zouden er stellig zijn, die ook
+Arabisch spraken, en daarom werd <span xml:lang="es">De Torres</span> met nog een&rsquo; anderen
+Spanjaard uitgezonden om den &bdquo;Groot-Khan&rdquo; de komst bekend te maken van
+een&rsquo; Afgezant van den machtigen Koning van Aragon en de Koningin van
+Kastilië. Voor de zekerheid gaf Columbus echter ook een&rsquo; der tolken
+mede.</p>
+
+<p>Na verloop van eenige dagen keerde <span xml:lang="es">De Torres</span> terug, met het
+teleurstellende bericht, dat hij den Vorst gezien had, maar dat hij
+niet met hem had kunnen spreken. Dit had de tolk moeten doen, en het
+was geen wonder, want van den &bdquo;Groot-Khan&rdquo; was geene sprake. Inplaats
+van de groote stad &bdquo;Quin-sai&rdquo;, waar alles van goud, zilver, diamanten
+<span class="pagenum"><a id="p_105">[105]</a></span>en parelen moest blinken,
+hadden ze een dorp gevonden van hoogstens
+vijftig ellendige hutten. De bewoners, ten getale van ongeveer duizend
+zielen, liepen ook bijna geheel naakt, en de Koning van het land was
+een alledaagsch man, zonder eenige uiterlijke teekenen van zijne hooge
+waardigheid. Het merkwaardigste, dat ze gezien hadden was, dat de
+inboorlingen droge bladeren, die ze &bdquo;tobacco&rdquo; noemden, in elkander
+rolden, in den mond en dan inbrand staken om den rook in wolken uit te
+blazen. Zij waren met allerlei eerbewijzen ontvangen, dat was waar;
+men had hen, als boden des hemels of zonen der goden vereerd, dat was
+óók waar. Het land was verder overal even schoon, en vruchtbaar, vol
+prachtige boomen, bloemen, vruchten en veldgewassen, het kon niet
+tegengesproken worden, maar&mdash;van goud, zilver, diamanten of parelen
+was geene sprake. Om Columbus te overtuigen van de waarheid van
+hetgeen ze zeiden, hadden ze drie mannen uit het dorp medegebracht.</p>
+
+<p>Dit was dus eene nieuwe teleurstelling, en daar de nachten koel
+begonnen te worden, vreesde hij, dat hij in den winter vervallen zou,
+zoo hij in bijna noordelijke richting voortzeilde. Men keerde dus
+terug, en voer naar het Oostzuidoosten zonder het eiland ergens aan te
+doen. Op dien tocht had Columbus met veel tegenwind te worstelen, en
+toen hij eindelijk ten oosten van Cuba weer aan alle kanten de zee
+had, ontdekte hij ver in het Zuidoosten land. Hopende dat dit het
+verlangde rijk van den &bdquo;Groot-Khan&rdquo; zijn zou en dat daar het goudland
+was, zeilde hij er heen, doch een sterke tegenwind dreef hem ver van
+den koers. Opeens ook ontdekte hij, dat de &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo; afhield, en hoe er
+ook geseind werd, niet terugkwam. Intusschen viel de avond, doch toen
+den volgenden dag de zon opkwam, was de &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo; verdwenen.</p>
+
+<p>Columbus zeide, dat <span xml:lang="es">Martin Pinzon</span> niet tegen wind en zee had kunnen
+opwerken, en nu, ver van het land geslagen, misschien wel verloren
+was.</p>
+
+<p>Hij vergiste zich echter. Een der tolken had op zijne manier zoo
+duidelijk het goudland aangewezen, dat <span xml:lang="es">Martin</span>s hebzucht overhand kreeg
+over de vriendschap. Hij had <span class="pagenum"><a id="p_106">[106]</a></span>besloten op eigen gelegenheid, en zonder
+Columbus, dat goudland op te zoeken.</p>
+
+<p>Andere geschiedschrijvers stellen het zóó voor, alsof Columbus zeer
+goed wist, wat zijn Onder-bevelhebber in het schild voerde. Hij
+vreesde evenwel, zoo zegt men, dat mogelijk ook <span xml:lang="es">Vicente</span> het voorbeeld
+zijns broeders zou volgen, als hij wist, dat <span xml:lang="es">Martin</span> het waagde, den
+Admiraal ongehoorzaam te zijn. Mogelijk zou zelfs het volk van de
+&bdquo;<span xml:lang="es">Santa Maria</span>&rdquo; daardoor oproerig durven worden. Door nu te vertellen,
+dat de &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo; door storm en hooge zeeën uit den koers geslagen en
+denkelijk verloren was, kon hij die ongehoorzaamheid voorkomen. Toen
+later <span xml:lang="es">Martin</span> weer bij Columbus kwam, liet de laatste echter niet
+blijken, dat hij hem wantrouwde, hoewel dit toch wel degelijk het
+geval was. Dit bleek later uit Columbus&rsquo; daden.</p>
+
+<p>Pas den vijfden December kwam Columbus bij dat nieuwe land aan. Het
+duurde lang eer hij eene geschikte plaats kon vinden om er te ankeren,
+en op dien tocht langs de kust zag hij dat het ook een schoon en
+vruchtbaar land was met bergen, die met verbazend groote en trotsche
+wouden overdekt waren.</p>
+
+<p>Eindelijk zag hij eene kleine baai, die hij binnenliep. De enkele
+inboorlingen, die men af en toe gezien had, hadden allen de vlucht
+genomen, doch ten slotte wisten de matrozen zich meester te maken van
+eene jonge vrouw, die ze bij Columbus brachten.</p>
+
+<p>De Admiraal begreep dat hij door middel van deze vrouw met de
+inboorlingen misschien vertrouwelijk zou kunnen worden. Hij vroeg haar
+niet veel, doch gaf haar eenige glazen koralen en een paar andere
+kleinigheden en liet haar toen weer teruggaan.</p>
+
+<p>Dat middel had geholpen, want nu kwamen de bewoners spoedig van alle
+kanten opdagen om ruilhandel te drijven. Met de meeste vriendelijkheid
+en gastvrijheid boden ze den Spanjaarden cassave-brood, visschen en
+vruchten. Zij waren blanker en schooner van gestalte dan alle
+inboorlingen, die men tot op dit oogenblik gezien had, doch ze liepen
+ook bijna naakt, en schenen niet alleen zeer onwetend, maar ook zeer
+arm te zijn, en het gebruik van <span class="pagenum"><a id="p_107">[107]</a></span>het ijzer kenden ze niet, want hunne
+wapenen bestonden slechts uit eene soort van lansen, die aan de punt
+van eene scherpe, doch groote vischgraat voorzien waren.</p>
+
+<p>Op de vraag hoe hun land heette, gaven ze ten antwoord: &bdquo;Haïti&rdquo;.</p>
+
+<p>Columbus nam er weer plechtig bezit van, en noemde het &bdquo;<span xml:lang="es">Hispaniola</span>&rdquo; of
+&bdquo;Klein Spanje&rdquo;. Later gaf hij het den naam van &bdquo;<span xml:lang="es">San-Domingo</span>&rdquo;.</p>
+
+<p>Hoe vriendschappelijk ook door de inboorlingen ontvangen, er ontbrak
+wat aan. Hoe schoon het eiland, van de kusten gezien, ook schijnen
+mocht, er haperde wat aan.</p>
+
+<p>Men vond slechts weinig goud.</p>
+
+<p>Blijkbaar waren de bewoners zeer vredelievende menschen, die tevreden
+en gelukkig leefden te midden van eene onuitputtelijk rijke natuur, en
+onder het bestuur van een&rsquo; Vorst, die den titel van Kazike droeg, en
+die geen tiran of dwingeland, maar een zachtzinnig en goed man was.
+Wat wilde men meer?</p>
+
+<p>Ja, dat die onnoozele menschen tevreden en gelukkig waren, wilden de
+Spanjaarden wel aannemen, zulke onbeschaafde wezens hadden ook zooveel
+niet noodig, en de staat van onbeschaafdheid, waarin zij leefden,
+maakte ook de behoeften zeer gering. Maar zij, de beschaafde
+Spanjaarden, hadden een heel ander begrip van het woord <em class="g">behoefte</em>, en
+om aan die behoeften te voldoen, hadden ze goud, zilver, parelen of
+diamanten noodig. En juist dát alles vonden ze hier niet, en daarom
+togen ze steeds verder langs de kust, overal zoekende, overal vragende
+naar goud en naar niets anders dan goud.</p>
+
+<p>Op dien tocht liepen ze eene kleine, natuurlijke haven binnen, en
+hoewel de bewoners aanvankelijk zeer schuw waren, gelukte het den
+Spanjaarden toch ook met hen vertrouwelijk te worden. Columbus kreeg
+zelfs een bezoek aanboord van een&rsquo; jongen Vorst of Kazike, en deze
+vereerde den Admiraal een&rsquo; sierlijk afgewerkten gordel en twee stukken
+goud. Inruil hiervoor gaf Columbus hem een&rsquo; lap laken, een paar
+schoenen van gekleurd leder, eene flesch met water van oranjebloesem
+en eenige glazen koralen. Meer dan elders lachte deze schoone streek
+den <span class="pagenum"><a id="p_108">[108]</a></span>Spanjaarden toe, zoodat ze besloten er eene soort van vestiging
+te bouwen, waar men vertoeven kon, als men niet aanboord was. Midden
+op het dorpje, als men de verzameling van huizen althans zóó noemen
+mag, maakten ze bovendien een zeer groot houten kruis, en zoowel aan
+het woonhuis, als aan het kruis, arbeidden de inboorlingen trouw mede.
+Ja, toen het kruis klaar was, en de Spanjaarden er voor nederknielden,
+bogen ook de goedhartige en eenvoudige inwoners de knieën. Was het
+wonder, dat Columbus, dit ziende, overtuigd was, dat de prediking van
+het Evangelie hier in vruchtbare aarde vallen zou?</p>
+
+<p>Eenige dagen daarna, het was op den tweeëntwintigsten December,
+ontving Columbus een bezoek van Guacanagari, blijkbaar den
+voornaamsten Vorst van het heele eiland. Vooraf echter kwam de eerste
+dienaar van dien Vorst en gaf den Admiraal, uit naam van den Kazike,
+eenige geschenken. Tot die geschenken behoorde een gordel, waaraan
+gekleurde balletjes en kunstig bewerkte beentjes waren, en verder was
+er ook bij een houten menschenhoofd, met ooren, neus en tong van goud.
+Na deze geschenken te hebben overgereikt, verzocht hij Columbus aan
+het verzoek van den Kazike te willen voldoen, door met zijne schepen
+een weinig oostelijker eene baai binnen te loopen.</p>
+
+<p>Columbus voldeed hieraan, en zoodra hij binnen de bedoelde baai lag,
+zond hij eenigen van zijn volk naar de plaats waar de Kazike
+waarschijnlijk zijne residentie had en de Afgezanten wachten zou.</p>
+
+<p>De Spanjaarden werden met allerlei bewijzen van eerbied en hoogachting
+ontvangen, en toen de Kazike aan ieder hunner een katoenen kleed
+gegeven had, kwamen ook de inboorlingen aandragen met eene groote
+menigte van de heerlijkste vruchten.</p>
+
+<p>De Kazike had de Afgezanten gaarne bij zich willen houden, doch dezen
+waren verplicht om naar hunne schepen terug te keeren. Bij hun vertrek
+gaf hij hun voor den Admiraal eenige tamme papegaaien en een paar
+stukken goud mede.</p>
+
+<p>Terwijl de Afgezanten op bezoek bij den Kazike waren, kwamen talrijke
+kano&rsquo;s langszij de schepen van Columbus, <span class="pagenum"><a id="p_109">[109]</a></span>en alle inboorlingen, die
+hem het een of ander aanboden, verzekerden hem, dat het land niet
+alleen schoon en vruchtbaar, maar ook buitengewoon rijk aan goud was.
+Zij hadden bij het noemen van goud naar het Oosten gewezen, en den
+naam &bdquo;Cibao&rdquo; genoemd.</p>
+
+<p>Later bleek het, dat dit Cibao eene streek in het midden van hun
+eiland was, welke ten oosten van deze baai lag. Columbus echter bracht
+alles, wat hij hoorde of zag, in verband met de Indiën, en de namen
+van volken, landen en steden, welke genoemd werden in de
+reisbeschrijving van <span xml:lang="it">Marco Polo</span>. Zoo verwarde hij &bdquo;Cibao&rdquo; met
+&bdquo;<span xml:lang="it">Zipangu</span>&rdquo;, en die verwarring ontstond nog te eer, omdat de eenvoudige
+Haïtiërs hem mededeelden, dat de Kazike van dat land gouden huizen en
+gouden banieren had.</p>
+
+<p>Wie zich over de onnoozelheid van Columbus verbaast, waar deze van
+Cibao,&mdash;men spreekt de <em class="g">ao</em> uit als onze
+<em class="g">ou</em>,&mdash;eenvoudig <span xml:lang="it">Zipangu</span> maakte,
+vergeet, dat het spreken met deze menschen nog zeer gebrekkig ging,
+daar men in een paar maanden tijds geene vreemde taal leert in een
+land, waar zelfs, voor de bezoekers, kunst- en natuurvoortbrengselen
+vreemd zijn.</p>
+
+<p>Dit land Cibao, of zooals hij dan dacht, <span xml:lang="it">Zipangu</span>, wilde hij opzoeken,
+en daartoe verlieten de schepen weer de baai. Nauwelijks echter was
+men buiten, of de Stuurman van de &bdquo;<span xml:lang="es">Santa-Maria</span>&rdquo;, die met de klippen en
+riffen van het vaarwater onbekend was, liet zijn schip op eene blinde
+klip loopen. Het zat muurvast, en tot overmaat van smart bleek het
+weldra, dat het ook gebroken was. Thans was het &bdquo;haast-je, rep-je,&rdquo; om
+alles, wat aanboord was, op de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo; over te brengen, en daar de wal
+gelukkig nog gemakkelijk te bereiken viel, zoo werden daar tal van
+voorwerpen gebracht, waarvoor op de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span><span class="corr" id="corr19" title="Bron: &rsquo;">&rdquo;</span>, die zeer klein was,
+niet zoo dadelijk plaats kon gevonden worden. De goedige Haïtiërs, die
+getuigen van de ramp waren geweest, bewezen, bij het bergen, met hunne
+kano&rsquo;s goede diensten.</p>
+
+<p>Het verlies van de &bdquo;<span xml:lang="es">Santa Maria</span>&rdquo; was voor Columbus bijna eene
+onherstelbare ramp, vooral nu de &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo;, die bijna even groot als het
+verloren Admiraalsschip was, hem verlaten had.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_110">[110]</a></span>Hoe Columbus
+over de Haïtiërs dacht, vooral na deze schipbreuk, blijkt
+uit hetgeen hij schreef in het Journaal, dat hij aan Ferdinand en
+Isabella wilde geven.</p>
+
+<p>&bdquo;Zoo liefderijk, zoo meegaande en zoo vreedzaam zijn deze eenvoudige
+lieden, dat ik aan Uwe Majesteiten de plechtige verzekering geef, dat
+er op heel de aarde geene betere menschen zijn, en dat er nergens
+eenig land is, dat beter zou kunnen genoemd worden. Zij hebben hunne
+naasten lief, als zichzelven, en uit al hunne gesprekken straalt
+liefelijkheid en zoetheid. Hun mond heeft steeds een&rsquo; vriendelijk
+lachenden trek, en al loopen ze ook bijna naakt, toch zijn ze in al
+hunne manieren onberispelijk en betamelijk.&rdquo;</p>
+
+<p>Zeer neergedrukt door het verlies van de &bdquo;<span xml:lang="es">Santa-Maria</span>&rdquo; zat den
+achtentwintigsten December Columbus in de kleine kajuit van de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo;,
+toen de goedhartige Kazike Guacanagari hem kwam bezoeken, en deze had
+zooveel medelijden met het leed des Admiraals, dat hij zijne tranen
+niet weerhouden kon.</p>
+
+<p>Terwijl beide mannen daar bij elkander zaten, kwamen er matrozen in de
+kajuit, die zeiden dat er inboorlingen uit het Zuiden des lands
+gekomen waren, om stukjes en klompjes goud te verruilen tegen kleine
+valken-belletjes. Deze belletjes had Columbus vóór dien tijd al eens
+gegeven, en het scheen wel, dat de Haïtiërs hierop zeer gesteld waren;
+men zegt, dat ze op de maat van die belletjes godsdienstige dansen
+uitvoerden.</p>
+
+<p>Op het hooren van dit belangrijke bericht verhelderde Columbus&rsquo;
+gelaat, en de verbaasde Guacanagari vroeg waardoor dit kwam.</p>
+
+<p>Columbus deelde het hem mede, en eenigszins minachtend haalde nu de
+Kazike de schouders op, en zeide, dat er op grooten afstand in het
+gebergte zooveel goud te vinden was, dat men er weinig waarde aan
+hechtte. Gaarne wilde hij zorgen, dat de Admiraal hiervan een&rsquo; goeden
+voorraad kreeg. Ook Guacanagari noemde dat land &bdquo;Cibao&rdquo;, en natuurlijk
+was het, dat Columbus nu alweer aan <span xml:lang="it">Zipangu</span> dacht. Maar in alle
+gevallen, Columbus sloeg dat aanbod niet af, en beloofde den Kazike
+den volgenden <span class="pagenum"><a id="p_111">[111]</a></span>dag
+bij hem een bezoek te zullen brengen. Dit
+geschiedde ook, en toen de overvloedige maaltijd afgeloopen was, en de
+Kazike door zijne onderdanen eenige spelen liet uitvoeren, gaf
+Columbus bevel aan een&rsquo; der zijnen om vanboord een&rsquo; Moorschen boog met
+pijlkoker te halen, en dan meteen den Kastiliaan mede te brengen, van
+wien het bekend was, dat hij een uitnemend boogschutter was. Toen deze
+voor den Vorst en zijne onderdanen de noodige proeven geleverd had van
+hetgeen er met dit wapen kon gedaan worden, waren de Haïtiërs
+opgetogen van verbazing en verwondering, en de Kazike zeide, dat, als
+zijne onderhoorigen ook zulke wapenen hadden, die dan menigmaal te pas
+zouden komen.</p>
+
+<p>&bdquo;Of ze dan zooveel oorlog voerden?&rdquo; vroeg Columbus.</p>
+
+<p>&bdquo;Nooit,&rdquo; antwoordde Guacanagari. &bdquo;Maar ver uit het Zuiden komen vaak
+de Caraïben, in kano&rsquo;s, van hunne eilanden om ons hier te vangen, te
+slachten en te verslinden. Wij kunnen geene tegenweer bieden en niets
+anders doen dan in onze bosschen vluchten.&rdquo;</p>
+
+<p>Thans werd het Columbus duidelijk waarom de Cubanen en ook de Haïtiërs
+zoo schuw waren en van het strand vluchtten, zoodra ze de schepen
+zagen. Men zag hen aan voor Caraïben. Dat de bewoners van Guanahani
+heel anders gehandeld, en veel minder vrees betoond hadden, kwam
+zeker, omdat de Caraïben het niet waagden met hunne kano&rsquo;s zich zoo
+ver in zee te begeven.</p>
+
+<p>Intusschen bracht de geheel argelooze mededeeling van den Kazike den
+Admiraal op een denkbeeld.</p>
+
+<p>Hij was nu al zoo lang uit Spanje afwezig geweest, en het werd tijd om
+weer terug te keeren, niet alleen om verslag van zijne ontdekkingen te
+doen en de belooningen te ontvangen, welke hij geëischt had, maar ook
+om nieuwe schepen te krijgen. Met de kleine &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo; kon hij niets van
+belang uitvoeren, en bovendien, waar moest hij al het volk bergen en
+wáár alles laten, wat op de &bdquo;<span xml:lang="es">Santa-Maria</span>&rdquo; geweest was?</p>
+
+<p>Als hij hier eens eene sterkte liet bouwen en een deel van de
+bemanning achterliet, als bezetting? De kanonnen, het kruit, de kogels
+en de wapenen, die op de &bdquo;<span xml:lang="es">Santa-Maria</span>&rdquo;
+<span class="pagenum"><a id="p_112">[112]</a></span>geweest waren, konden dan in
+het fort blijven, en de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo; kreeg daardoor laadruimte vrij,
+en deze had hij hard noodig. Hij wilde toch aan Ferdinand en Isabella een en
+ander uit die vreemde wereld laten zien. Ze zouden hem dan beter
+gelooven, en zijn&rsquo; tegenstanders zou hij er het zwijgen door opleggen.</p>
+
+<p>Hij deed Guacanagari dit voorstel en vol vreugde nam deze het aan,
+waarop men terstond aan het bouwen ging van het houten fort. De
+onnoozele Haïtiërs, door den Kazike onderricht, welk een groot
+geschenk de &bdquo;Zonen der zon&rdquo; hun geven wilden, hielpen met alle macht
+aan den bouw mede, en binnen een paar dagen was het fort, dat van
+Columbus den naam van &bdquo;<span xml:lang="es">La Navidad</span>&rdquo; kreeg, voltooid. Om te laten zien
+welk eene uitwerking het geschut had, liet Columbus een paar kanonnen
+afschieten. Doodelijk verschrikt zagen de Haïtiërs welke vreeselijke
+verwoestingen de kogels konden aanrichten, maar ze begrepen ook, dat
+ze onder bescherming van zulke wapenen tegen de Caraïben volkomen
+bestand waren.</p>
+
+<p>Zoo ongemerkt had de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo; toch nog al eene vrij rijke lading
+ingekregen, welke lading nog in waarde won door het vreemde waaruit ze
+bestond, want wat Columbus ook van de Westkust van Afrika te Lissabon
+had zien binnenkomen, en wat hij ooit in Genua gezien had, dat uit de
+Indiën aangevoerd was, nooit had hij gezien, wat hij aanboord had, en
+zijn volk ook niet.</p>
+
+<p>Toch bleef Columbus standvastig in zijn geloof, dat hij de Indiën
+gevonden had, al weersprak dit ook bijna de heele lading. Het moet
+inderdaad vreemd genoemd worden, dat Columbus zelf dat niet inzag.</p>
+
+<p>Veertig mannen, die zichzelven daartoe vrijwillig aangeboden hadden,
+liet hij als bezetting van &bdquo;<span xml:lang="es">La Navidad</span>&rdquo; achter, en den vierden Januari
+van het jaar 1493 verliet de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo;, onder het gebulder der
+saluutschoten, het heerlijke eiland Haïti of <span xml:lang="es">Hispaniola</span>, met zijne
+hartelijke bewoners.</p>
+
+<p>Twee dagen na zijn vertrek ontmoette Columbus de &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo;, die, zooals
+later bleek, een&rsquo; vruchteloozen tocht gedaan had. Columbus deed, alsof
+hij de verontschuldigingen <span class="pagenum"><a id="p_113">[113]</a></span>van
+<span xml:lang="es">Martin Pinzon</span> aannam, en zeilde langs
+Haïti verder, hier en daar nog eenige baaien binnenloopende, om
+ruilhandel te drijven, en ten slotte om zich van een&rsquo; goeden voorraad
+cassave-brood en water te voorzien.</p>
+
+<p>Den zestienden Januari staken de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo; en de &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo; den Oceaan in,
+doch nu op eene hoogere breedte dan ze gekomen waren, zeilden ze het
+Oosten in.</p>
+
+<p>Aanvankelijk was de wind voor den terugkeer niet gunstig, doch daar
+het weder voortdurend goed en zonnig was, maakte niemand zich
+ongerust. Langzaam stak men de breede wateren over, en reeds had men
+de Azorische Eilanden in het gezicht, toen de twee schepen door een&rsquo;
+woedenden storm overvallen werden. Dagen lang werden de vaartuigen
+heen en weer over de baren geslagen. De &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo;, een oud en slecht
+schip, liep het grootste gevaar, en, alsof het werk sprak, van de
+&bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo; was geene hulp te verwachten, want die was alweer verdwenen.
+Vergaan was ze niet, dat wist ieder van Columbus&rsquo; mannen, die evenwel
+geen van allen gissen konden, dat <span xml:lang="es">Martin Alonzo Pinzon</span> ten tweeden
+male opzettelijk de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo; verlaten had.</p>
+
+<p>Columbus echter doorgrondde dien man volkomen. <span xml:lang="es">Martin</span> zou beproeven,
+met zijn sterk schip Spanje te bereiken, want de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo; moest, naar
+zijne meening, stellig vergaan. Dan zou Martin ten Hove ijlen, en daar
+mededeelen, dat hij, en niet Columbus, de Indiën op de westelijke
+vaart gevonden had.</p>
+
+<p>Nu, <em class="g">moest</em> de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo; vergaan, dan zou ook de Admiraal zijn graf in de
+golven vinden, en hij zou er geene schade bij kunnen hebben, als een
+ander de eer der ontdekking zich toeëigende.</p>
+
+<p>Maar Columbus was bij al zijne deugden zeer eerzuchtig, en hij wilde,
+dat ook na zijn&rsquo; dood zijn&rsquo; naam met eere zou genoemd worden door
+Spanjaard en vreemdeling, door vrienden en tegenstanders.</p>
+
+<p>Of die eerzucht alleen sprak?</p>
+
+<p>Columbus was ook Vader, en hij had te <span xml:lang="es">Cordova</span> op eene der
+kloosterscholen zijne twee zoons achtergelaten om hen op te voeden en
+te onderrichten in alle wetenschappen, <span class="pagenum"><a id="p_114">[114]</a></span>en wanneer nu een ander de eer
+kreeg, de Indiën gevonden te hebben, wat zou er dan van zijne kinderen
+worden?</p>
+
+<p>Neen, bij al de eerzucht, die hem beheerschte, sprak ook de
+Vaderliefde, die hem bezielde, en die Vaderliefde denkelijk nog wel
+het meest.</p>
+
+<p>Hij haalde het Journaal, dat hij voor Ferdinand en Isabella zoo trouw
+bijgehouden had, nam er, onder het schommelen en slingeren van het
+machtelooze schip, een afschrift van, en schreef daaronder een roerend
+slot, een afscheid aan de wereld. Hij deed dit op perkament, wikkelde
+het in eene waterdichte stof en verzegelde het. Daarop liet hij het in
+eene ton kuipen en&mdash;het werd aan de golven toevertrouwd. Het
+origineele Journaal werd op dezelfde wijze ingepakt en in eene ton
+gedaan, welke aanboord bleef. Verging de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo;, deze ton zou óók
+drijven, en waar uit de &bdquo;Indiën&rdquo; zoo menigmaal voorwerpen op Madeira
+of <span xml:lang="es">Porto-Santo</span> waren aangedreven, daar zou toch wel ééne van die twee
+tonnen ook in handen van Europeanen komen.</p>
+
+<p>Deze maatregelen van voorzorg waren evenwel niet noodig geweest. De
+storm bedaarde, en hoewel met zware averij, de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo; bleef behouden.
+Ze kwam op het eiland <span xml:lang="es">Santa-Maria</span> aan, en velen der bemanning
+verlieten daar het schip, om in de Kerk God voor hunne redding te
+danken. De Portugeesche Gouverneur, meenende, dat de Spanjaarden naar
+Guinea geweest waren, waar ze volgens het besluit van den Paus niet
+mochten komen, liet deze mannen gevangennemen, doch toen Columbus de
+zaak opgehelderd had, werden ze weer vrijgelaten en de terugreis werd
+voortgezet. Andermaal werd echter, den derden Maart, de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo; door
+een&rsquo; vreeselijken storm aangevallen, en de Admiraal was genoodzaakt de
+Taag binnen te loopen. Zoo was hij dan andermaal te Lissabon, waar
+zijne komst alle gemoederen in beweging bracht, vooral toen men zag,
+niet alleen welke waren en handels-artikelen, maar ook welke vreemde
+menschen en dieren hij aanboord had.</p>
+
+<p>Al heel spoedig ontwaarde Columbus, dat de Portugeezen <span class="pagenum"><a id="p_115">[115]</a></span>heel ontstemd
+waren, dat de Spanjaarden den weg door het Westen naar de Indiën
+gevonden hadden. Eenige aanzienlijke mannen sloegen Koning Johan II
+zelfs voor, den gehaten Columbus te overvallen en te dooden, doch de
+Koning, hoeveel spijt hij ook mocht hebben, dat hij indertijd
+Columbus&rsquo; voorstel niet aangenomen had, wilde van zulk eene
+laaghartige handelwijze niets weten. Integendeel hij vereerde den
+moedigen en stouten ontdekker eene som van twintig ducaten, die hij
+aan den Stuurman der &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo; moest uitkeeren, en den dertienden Maart
+vertrok Columbus uit Lissabon. Twee dagen later kwam hij te <span xml:lang="es">Palos</span> aan.
+Het was de vijftiende Maart van het jaar 1493, en ontegenzeglijk mag
+deze datum een der merkwaardigste uit de Spaansche geschiedenis
+genoemd worden. Niet zoodra was het schip in het gezicht, of het heele
+stadje liep naar de haven.</p>
+
+<p>Nauwelijks lag het schip aan den wal gemeerd, of Columbus gaf gehoor
+aan den aandrang van zijn vroom gemoed. Gevolgd door zijne
+schepelingen begaf hij zich terstond naar de kerk om God voor Zijne
+bescherming te danken. Spoedig was bekend geworden, dat Columbus de
+Indiën werkelijk ontdekt had, en de heele stad werd vervuld van het
+gejuich der opgetogen bewoners. Alle werkzaamheden werden gestaakt; de
+handelaars sloten hunne winkels, en, als op een&rsquo; hoogen feestdag,
+werden alle klokken geluid. Geen&rsquo; Koning kon meer eer bewezen worden
+dan Columbus tendeel viel.</p>
+
+<p>Het eerste werk van den Admiraal, welke titel hem nu ten volle
+toekwam, was te vernemen, waar het Hof zich thans ophield, en toen hem
+gezegd was, dat de Koning en de Koningin zich te Barcelona bevonden,
+was hij aanvankelijk van voornemen om met de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo; er heen te zeilen.
+Daar het vaartuig op de reis echter veel geleden had, zag hij van dat
+plan af, en besloot hij, de reis naar de residentie over land te
+maken. Aan den avond van denzelfden dag kwam ook de &bdquo;<span xml:lang="es">Pinta</span>&rdquo; te <span xml:lang="es">Palos</span>
+aan. Voortgejaagd door den storm, of met opzet Columbus
+vooruitgezeild, was <span xml:lang="es">Martin Alonzo Pinzon</span> toch zóó afgedwaald, dat hij
+te <span xml:lang="fr">Bayonne</span> in Frankrijk aangekomen was. Terstond stuurde hij eene
+boodschap <span class="pagenum"><a id="p_116">[116]</a></span>naar Koning Ferdinand om dezen bekend te maken, dat de
+Indiën gevonden waren, en hem meteen te vragen of hij aan het Hof
+komen mocht om verslag van de ontdekking te doen. Of <span xml:lang="es">Pinzon</span> nu
+werkelijk geloofde, dat Columbus en de zijnen in den storm omgekomen
+waren, dan wel of hij de eer der ontdekking zich wilde toeëigenen, is
+nog altijd de vraag. De vreemde handelwijze van dezen <span xml:lang="es">Pinzon</span> doet
+evenwel het vermoeden aan de hand, dat hij Columbus onderkruipen
+wilde. Koning Ferdinand, die waarlijk den Genuees niet al te zeer
+genegen was, schijnt ook begrepen te hebben, dat <span xml:lang="es">Pinzon</span>s handelwijze
+niet in den haak was, want hij liet hem weten, dat hij wel aan het Hof
+verschijnen mocht, doch alleen in het gevolg van den Admiraal. Zoo nu
+deze <span xml:lang="es">Pinzon</span> hoopte toch nog voor den Koning te zullen verschijnen, als
+ontdekker van de Indiën, omdat Columbus omgekomen was, dan zal die
+hoop wel dadelijk verdwenen zijn, toen hij des avonds te <span xml:lang="es">Palos</span> kwam,
+en daar niet alleen de &bdquo;<span xml:lang="es">Nina</span>&rdquo;, maar ook den Admiraal vond. Hij trok,
+naar het schijnt, zijn&rsquo; tegenspoed zich zóó aan, dat hij kort daarop
+stierf.</p>
+
+<p>Nauwelijks van de vermoeienissen uitgerust, begaf Columbus zich nu
+over <span xml:lang="es">Sevilla</span> op reis naar Barcelona. Dat moet voor den man een
+onvergetelijke tocht geweest zijn, want overal waar hij doortrok, werd
+hij als een machtig Koning ontvangen. Niet te ontkennen is het, dat
+Columbus zelf aan zulk eene ontvangst medewerkte, want al wat hij in
+die vreemde gewesten gevonden en naar Spanje medegebracht had, werd
+voor hem uitgedragen. Zelfs zes Indianen openden den tocht, en hadden
+met hunne beschilderde of gekleurde huid, en hun hoofdtooisel van
+vogelvederen buitengewoon veel bekijks.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 480px;">
+<img src="images/p116a.jpg" width="480" height="720" alt="Ontvangst van Columbus in Barcelona." title="" />
+<span class="caption2">Ontvangst van Columbus in Barcelona.</span>
+</div>
+
+<p>Het is eigenaardig, dat men zich altijd vergist heeft met te beweren,
+dat de oorspronkelijke bewoners van Amerika geboren roodhuidige
+menschen zijn. Dr. H. F. C. Ten Kate Jr. zegt in zijn &bdquo;Reizen en
+onderzoekingen in Amerika&rdquo;: &bdquo;Eens en voor al moet ik hier wijzen op de
+onjuistheid der benaming &bdquo;Roodhuiden&rdquo;, eene benaming, die niet alleen
+zeer populair is, maar die zelfs haar&rsquo; weg in wetenschappelijke werken
+heeft gevonden. De Indianen <span class="pagenum"><a id="p_117">[117]</a></span>hebben geene roode huid, evenmin als
+Hindoes, Javanen, Maleiërs of Polynesiërs, en ik geloof, dat men
+veilig kan aannemen, dat de Noord-Amerikaansche Indianen al de
+huidschakeeringen hebben van de zoo even genoemde rassen, en dikwijls
+zelfs lichter van kleur zijn. Bij de Moqui- en Zuïn-Indianen heb ik
+vrouwen gezien, die eene lichtere gelaatskleur hadden dan menige van
+hare zusters in Zuid-Europa. Het is echter de gewoonte, die bij zeer
+vele Indiaansche stammen bestaat, om zich het gelaat gedeeltelijk met
+eene roode kleurstof in te smeren, die den onjuisten naam &bdquo;Roodhuiden&rdquo;
+in zwang heeft doen komen.&rdquo;</p>
+
+<p>Wie zou na het lezen van <span xml:lang="en">Cooper</span>s en <span xml:lang="fr">Aimard</span>s werken gedacht hebben, dat
+er geene geboren &bdquo;Roodhuiden&rdquo; waren!</p>
+
+<p>Met dat al verschilden de Indianen toch zooveel van de Spaansche
+bevolking, dat ze iedereen terstond in het oog vielen, en dat ze zelfs
+hem, die nu nog niet gelooven kon, dat Columbus vreemde landen in het
+Westen gevonden had, terstond overtuigden, dat het land, dat zulke
+menschen zag geboren worden, een onbekend land moest zijn. Dat bewezen
+ook de dieren, die in den optocht waren, en vooral de bonte papegaaien
+verkondigden door hunne prachtige vederen, dat ze uit vreemde streken
+kwamen.</p>
+
+<p>Eindelijk naderde Columbus met zijn gevolg Barcelona, en zoodra dit
+den Koning en de Koningin bericht was, begaven ze zich naar het groote
+marktveld, waar men alles voor Columbus&rsquo; plechtige en schitterende
+ontvangst had laten gereedmaken. Het Vorstelijk paar nam op eene
+tribune plaats, en ten aanschouwe van duizenden nieuwsgierigen mocht
+Columbus zich bij Ferdinand en Isabella neerzetten om verslag van
+zijne reis te doen. Hoogere eer kon Columbus al niet bewezen worden,
+dan te mogen <em class="g">zitten</em> in het bijzijn van zijne Monarchen. Geen wonder
+dat dit eerbewijs onzen Columbus onder de trotsche Spaansche
+Edellieden nog meer vijanden bracht dan hij reeds had. Tegenover dien
+vreemdeling te moeten erkennen dat men zich vergist had, toen men zijn
+plan eene hersenschim noemde, was al erg genoeg, en dan nog te moeten
+zien, <span class="pagenum"><a id="p_118">[118]</a></span>dat hem een voorrecht vergund werd, hetwelk den meesten onder
+hen nimmer verleend zou worden, dat was om de ergernis ten top te doen
+stijgen. Columbus&rsquo; vijanden waren evenwel zoo wijs om in die eerste
+dagen van algemeene geestdrift te zwijgen. Ze begrepen, dat ze hem dan
+nog meer tot den man van den dag zouden maken. Ze kenden Koning
+Ferdinand ook te goed, om niet te weten, dat diens geestdrift voor den
+Genuees spoedig genoeg bekoeld zou zijn, en daarom zouden ze hun&rsquo; tijd
+wel afwachten. De latere lotgevallen van Columbus zullen bewijzen, dat
+zijne vijanden volkomen hun doel bereikten. Ze mochten nu ook al niet
+doen, als de vereerders van den &bdquo;Liguriër&rdquo;, en hem op alle mogelijke
+wijzen vleien en verheerlijken, ze mochten hem zelfs zoo nu en dan in
+het geheim doen gevoelen, dat ze hem haatten en minachtten, in het
+openbaar hielden ze zich, alsof zij volkomen eenstemmig over Columbus
+dachten, als alle anderen. Of Columbus zich door hen liet verschalken,
+het is niet te denken. Maar hij trok er zich niets van aan, want de
+Koning en de Koningin hadden hem in al de bedongen waardigheden
+bevestigd. Hij was &bdquo;Admiraal van den Oceaan&rdquo; en &bdquo;Onder-koning van de
+Indiën&rdquo;. En zóó hoog geplaatst, zóó dicht bij den troon staande, en
+zóó gesteund door duizenden en duizenden uit het volk, gevoelde hij
+zich tegen alle aanslagen bestand. Dat wie hoog geklommen is, laag
+vallen kan, bedacht hij niet, en hieraan kon hij ook niet denken. Niet
+door vleierij, niet door slaafsche onderworpenheid, maar door
+grootsche daden had hij dat hooge standpunt bereikt, en&mdash;deze daden en
+die, welke hij nog verrichten zou, ze zouden hem handhaven in zijne
+waardigheden, want daden vielen niet weg te cijferen. De geschiedenis
+meldt die gedachten van Columbus niet, maar uit alles, wat hij een
+tijdlang deed, blijkt het dat hij aan geen &bdquo;laag vallen&rdquo; dacht.</p>
+
+<p>Het groote nieuws dat de weg naar de Indiën door Columbus gevonden was
+door het Westen in te zeilen, verspreidde zich als een loopend vuurtje
+door al de landen van Koning Ferdinand en Koningin Isabella. Had het
+plan van Columbus bijna allen onverschillig gelaten, nu <span class="pagenum"><a id="p_119">[119]</a></span>het bleek,
+dat het plan uitgevoerd was, en dat men, het Westen inzeilende,
+werkelijk in de Indiën kwam, zag men die onverschilligheid opeens
+verdwijnen en plaats maken voor de begeerte om in die verre landen
+Ridderlijke avonturen na te jagen, of zich te verrijken met het goud,
+dat er in overvloed was. Vooral de Spaansche Edelen, die eeuwen lang
+in een&rsquo; voortdurenden strijd, of, als er geen oorlog was, in veete met
+de Mooren geleefd hadden, waren geboren &bdquo;mannen van wapenen&rdquo;. Nu waren
+de Mooren geheel onderworpen, en de meeste Ridders liepen zich op
+hunne landgoederen vervelen. De Indiën brachten uitkomst; dáár konden
+ze den wapenroem van zichzelven en hun geslacht door nieuwe
+heldendaden vermeerderen en verhoogen.</p>
+
+<p>&bdquo;Wapenroem? Bah!&rdquo; zoo dachten de kooplieden, wier zaken in wanorde
+waren, of zij, die zonder veel moeite en bijna zonder werken,
+schatrijk wilden worden. Het woord &bdquo;goud&rdquo; bracht hen in verrukking, en
+deed bij hen de begeerte ontstaan om te trekken naar die vreemde
+gewesten.</p>
+
+<p>Overal kwam leven, overal beweging, overal een verlangen, om, onder
+aanvoering van Columbus, naar de Indiën te gaan, om daar ridderlijk te
+kampen, gemakkelijk rijk te worden, of om het Evangelie onder de
+Heidenen te verkondigen. Geen wonder was het dus, dat er nu met spoed
+aan eene nieuwe uitrusting gewerkt werd. En thans zouden het geene
+drie scheepjes zijn, tendeele bemand met booswichten, dieven en
+moordenaars! Neen, eene vloot zou men in zee brengen, en deze vloot
+zou bemand worden met de keur van Castiliës Edelen, met de kundigste
+zeelieden en met de meest berekende handelaars. Vrome en ijverige
+Monniken en Geestelijken zouden medegaan, en misplaatste spaarzaamheid
+zou niet aan het woord zijn, waar het gold de vloot van alles te
+voorzien.</p>
+
+<p>De slimme Koning Ferdinand echter trachtte ondertusschen zich van de
+ontdekte landen niet alleen te verzekeren, maar ook alle andere volken
+den pas af te snijden, om door het Westen heen naar de Indiën te gaan.
+Een Pauselijke bul was daartoe voldoende, en daar Paus <span xml:lang="es">Alexander</span> <span class="pagenum"><a id="p_120">[120]</a></span><span xml:lang="es">VI
+Borgia</span>, een geboren Spanjaard was, en op het oogenblik zelfs in Spanje
+vertoefde, zoo repten Ferdinand en Isabella zich om van die schoone
+gelegenheid gebruik te maken. De Paus, die als een groot Staatsman
+bekend staat, begreep dat het verstandig was om zich naar de begeerten
+van de beide Monarchen te schikken, en door eene bul van den derden
+Mei 1493, en nog door eene andere van den volgenden dag bepaalde hij,
+dat alle ontdekkingen, die door de Spanjaarden in het Westen zouden
+gedaan worden, uitsluitend aan de Kroon van Spanje zouden behooren.
+Eene denkbeeldige lijn, die op honderd Spaansche mijlen afstands ten
+Westen van de Azorische Eilanden en van pool tot pool liep, zou de
+grensscheiding zijn tusschen Oost en West, wat in dit geval beduidde:
+tusschen Portugal en Spanje. Naar den zin van den Portugeeschen Koning
+was dat niet. Het schijnt dat deze begreep, dat die lijn niets te
+beduiden had<span class="corr" id="corr20" title="Bron: .">,</span> en er nog eene tweede noodig was. Immers, als hij
+het Oosten ingaande ook de Indiën vond, en hij vertrouwde dat dit
+gebeuren zou, dan moesten, het kon niet anders, Spanjaarden en
+Portugeezen op een bepaald punt der ronde Aarde elkander naderen? Hij
+wendde derhalve allerlei pogingen aan om die denkbeeldige grenslijn op
+te heffen. Dit gelukte hem evenwel niet, en hij kreeg alleen gedaan,
+dat bij eene bul van den zevenden Juni 1494 die grenslijn verlegd werd
+tot op driehonderd zeventig Spaansche mijlen afstands ten Westen van
+de Kaapverdische Eilanden.</p>
+
+<p>Tot die beslissing hadden de Spaansche Monarchen echter niet gewacht
+met het uitzenden van Columbus op een&rsquo; tweeden ontdekkingstocht, en
+toen die grenslijn verlegd werd, was Columbus reeds lang andermaal in
+de Nieuwe wereld. Op die tweede reis willen wij hem volgen.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_121">[121]</a></span></p>
+
+<h2><a id="HOOFDSTUK_VII"></a>HOOFDSTUK VII.</h2>
+
+<hr class="tit" />
+
+<p class="subtitle">LASTER EN NAIJVER.</p>
+
+<p>Zoodra de eerste gunstige beschikking door den Paus genomen was, begon
+men alle krachten aan het uitrusten der vloot te wijden, en weldra
+lagen in de haven van <span xml:lang="es">Cadiz</span> drie groote koopvaardijschepen en veertien
+karveelen te wachten op&mdash;geschikte manschappen. Twaalfhonderd mannen
+zouden medegaan, doch de aanvragen om mede te mogen trekken, waren zóó
+talrijk, dat men er nog driehonderd man bij deed. Ongelukkig genoeg
+waren onder die vijftienhonderd menschen slechts zeer weinigen, die
+zeeman van beroep konden genoemd worden, en daar de matrozen zich niet
+zoo gemakkelijk lieten vinden als de avonturiers, zoo werd het nog de
+vijfentwintigste September 1493 eer Columbus kon uitzeilen. Gedurende
+dien tijd had Columbus reeds menigmalen tegenwerking ondervonden.
+Koning Ferdinand had <span xml:lang="es">Don Juan Rodriguez De Fonseca</span> benoemd om toezicht
+op de uitrusting te houden en meteen voor het welbesteden van het geld
+te zorgen. <span xml:lang="es">Fonseca</span> behoorde tot de geheime tegenstanders van Columbus,
+en eer deze uitzeilde, was het over de bezoldiging van het
+schitterende gevolg des Admiraals tot onaangenaamheden gekomen, daar
+<span xml:lang="es">Fonseca</span> en de Betaalmeester, <span xml:lang="es">Don Juan De Soria</span>, die bezoldiging
+weigerden uit te betalen. Koningin Isabella bleef hem in deze netelige
+omstandigheden, die tot groote moeielijkheden aanleiding konden geven,
+trouw ter zijde staan, zoodat Columbus triumfeerde, en zich machtig
+genoeg gevoelde om zijn&rsquo; tegenstanders trotsch het hoofd te bieden.</p>
+
+<p>Terstond na zijn vertrek richtte Columbus den koers naar de Kanarische
+Eilanden. Bij <span xml:lang="es">Gomera</span>, op Groot-Kanarië, werd het anker uitgeworpen.
+Men voorzag daar de <span class="pagenum"><a id="p_122">[122]</a></span>vloot van versch water en brandhout, nam er
+kalveren, geiten, schapen en varkens aanboord, en zorgde meteen om
+zich te voorzien van allerlei zaden van planten, met het oogmerk, om
+die dieren en planten naar de Indiën over te brengen. Toen de vloot
+gereed was om het Westen in te stevenen, gaf Columbus aan iederen
+Scheepsbevelhebber een&rsquo; verzegelden brief, met last, dien slechts te
+openen, wanneer zijn schip van de overige schepen afgedwaald was. In
+dien brief zou hij dan kunnen zien hoe hij varen moest om op het
+eiland <span xml:lang="es">Hispaniola</span> aan te komen. Er ligt iets geheimzinnigs in deze
+handelwijze van Columbus, dat eenige opheldering behoeft. Columbus
+wilde de <em class="g">wegwijzer</em> blijven, om aan de Spanjaarden de gelegenheid te
+ontnemen, op eigen hand op ontdekkingen uit te gaan en zich daardoor
+bij de Monarchen verdienstelijk te maken. Deze mededingers zouden voor
+het behoud zijner hooge waardigheid gevaarlijk worden, en dat er vele
+Edelen aanboord waren, die hem gaarne den voet lichten zouden, wist
+hij maar al te goed, en zijn broeder <span xml:lang="es">Diego</span>, die hem op deze reis
+vergezelde en die meer voor Geestelijke dan Krijgsbevelhebber geschikt
+was, en daardoor bij velen in zekere minachting stond, kon vaak
+ervaren, dat er tal van Edelen en Ridders op de vloot aanwezig waren,
+die slechts gedwongen Columbus als hun&rsquo; Opperbevelhebber beschouwden,
+en zich aan zijn gezag zouden onttrekken, zoodra zij meenden, dat er
+aan hunne waardigheid van <span xml:lang="es">Hidalgo</span> te kort gedaan werd.</p>
+
+<p>De tocht, die door Columbus thans veel zuidelijker gemaakt werd dan op
+de eerste reis, in de hoop de eilanden der Caraïben te zullen vinden,
+waarvan de inboorlingen hem verteld hadden, was vrij voorspoedig. De
+schepen bleven steeds in elkanders gezicht, en den dag, na dien waarop
+men op de heele vloot het feest van Allerheiligen gevierd had, werd
+een eiland ontdekt. Het was het eerste der Caraïbische Eilanden. Men
+ging er niet aan wal, en toen de vlotelingen, ongeduldig om toch aan
+land te gaan, er bij hem herhaaldelijk op aandrongen, gaf hij dit
+eiland den naam van &bdquo;<span xml:lang="es">Deseada</span>&rdquo;,
+dat &bdquo;Verlangen&rdquo; beteekent. Op den
+Zondag, die daarop volgde, ontdekte men opnieuw een
+<span class="pagenum"><a id="p_123">[123]</a></span>eiland. Columbus
+noemde het naar den dag waarop het ontdekt was, &bdquo;<span xml:lang="es">Dominica</span>&rdquo;, doch daar
+hij nergens eene geschikte plaats vond om te ankeren, zoo besloot hij
+verder te zeilen, en vond nu achtereenvolgens de eilanden, die hij den
+naam gaf van &bdquo;<span xml:lang="es">Marie Galante</span>&rdquo; en &bdquo;<span xml:lang="es">Guadaloupe</span>&rdquo;. Dezen laatsten naam gaf
+Columbus aan dit schoone eiland, omdat hij den Abt van het klooster
+Onze Lieve Vrouwe van <span xml:lang="es">Guadaloupe</span> in Estramadura beloofd had, een nieuw
+ontdekt deel der Indiën naar zijn klooster te noemen.</p>
+
+<p>Toen men in de nabijheid van dit eiland eene goede reede gevonden had,
+liet men het anker vallen en begaf een deel der schepelingen zich aan
+wal, om het eiland nader te verkennen. Zoodra de Spanjaarden in booten
+den wal naderden, hadden de bewoners met zooveel overhaasting de
+vlucht genomen, dat ze zelfs eenige kinderen achterlieten. Het volk,
+aan den wal gekomen, deed den kinderen geen leed, integendeel, men gaf
+hun allerlei snuisterijen, vooral belletjes, waarop de Indianen verzot
+waren. Men hoopte door deze kleine geschenken de Ouders te winnen,
+doch dit mislukte. De Spanjaarden zagen evenwel, dat de bewoners van
+dit eiland beschaafder moesten zijn dan die van de eilanden, welke
+Columbus op zijne vorige reis gevonden had. De bouworde der woningen
+was veel doelmatiger, en ook de inrichting van binnen bood meer
+gemakken aan. Tot hunne verbazing vonden ze in eene dezer woningen
+een&rsquo; achteroploop of hekbalk van een schip van Europeesche makelij.
+Hoe dit hier gekomen was, scheen velen een raadsel, doch Columbus
+vermoedde, dat het afkomstig was van de &bdquo;<span xml:lang="es">Santa-Maria</span>&rdquo;, die hij, zooals
+we weten, op de eerste reis door schipbreuk verloren had. Zeer wel
+mogelijk kan het ook zijn, dat een Portugeesch schip, door storm
+afgedwaald, hier in de nabijheid van dit eiland vergaan was, en die
+mogelijkheid wordt er grooter op, als we weten, dat de Spanjaarden in
+een der huizen ook een&rsquo; ijzeren pot vonden. Intusschen bleek uit
+alles, dat de bewoners dezer eilanden menscheneters waren, want
+behalve dat men in de woningen vele bekkeneelen vond, ontdekte men op
+tal van plaatsen ook deelen van menschelijke geraamten. Dat de
+Caraïben menscheneters waren, <span class="pagenum"><a id="p_124">[124]</a></span>valt niet tegen te spreken, maar of ze
+het wel in die mate waren, als ze door de Spanjaarden, zelfs van veel
+lateren tijd, afgeschilderd werden, mag betwijfeld worden. Vele
+oorspronkelijke bewoners van Amerika hadden de gewoonte om het
+stoffelijk overschot van bloedverwanten en vrienden in hunne
+onmiddellijke nabijheid te bewaren. Dit kan ook de gewoonte der
+Caraïben geweest zijn. De Spanjaarden hadden echter geene moediger
+tegenstanders dan juist deze Caraïben, en&mdash;van zijn&rsquo; vijand vertelt
+men immers zelden wat anders dan kwaad?</p>
+
+<p>Vruchtbaar was <span xml:lang="es">Guadaloupe</span> in hooge mate, doch dat, wat de meesten naar
+de Indiën gedreven had, was er niet. Men vond geen goud. Columbus vond
+dat niet zoo heel erg; want goud zouden ze in overvloed vinden, als ze
+bij het fort <span xml:lang="es">La Navidad</span> aangekomen waren. De achtergelaten Kolonisten
+zouden gedurende den tijd zijner afwezigheid van de goedige en
+hartelijke inboorlingen, op de gemakkelijkste wijze, groote schatten
+verzameld hebben. Dat <span xml:lang="es">La Navidad</span> trok hem zóó machtig aan, dat hij er
+niet aan dacht om, nu hij de Caraïbische Eilanden gevonden had, ook
+dat groote vasteland op te zoeken, dat volgens de mededeelingen van
+Guacanagari en zijne vrienden in het Zuiden lag. Niet te verwonderen
+is het dus, dat hij zoo spoedig mogelijk het fort wilde opzoeken, en
+zeer ontstemd was, toen hij tegen zijn&rsquo; zin bij <span xml:lang="es">Guadaloupe</span> eenige
+dagen opgehouden werd. <span xml:lang="es">Diego Marque</span>, een Kapitein van eene karveel,
+was met acht man aan wal gegaan en niet teruggekomen. Stellig was hij
+in de dichte bosschen van het eiland verdwaald, en hem met de zijnen
+achterlaten, dat kon niet. Na een paar dagen te vergeefs gewacht te
+hebben, bood <span xml:lang="es">Alonzo De Hojeda</span> zich aan om met veertig man de vermisten
+op te sporen. Columbus nam dat aanbod aan, en onder de schepelingen
+behoefde men niet lang te zoeken naar veertig man, die onder <span xml:lang="es">De Hojeda</span>
+het eiland wilden doorkruisen. <span xml:lang="es">Alonzo De Hojeda</span> was de moedigste,
+krachtigste, dapperste en onverschrokkenste avonturier van geheel
+Spanje. De daden van dezen Ridder, die, als knaap, in den oorlog tegen
+de Mooren reeds de sterkste proeven van zijne vermetele dapperheid
+gegeven had, grenzen bijna <span class="pagenum"><a id="p_125">[125]</a></span>aan het ongeloofelijke. Vol moed begaven
+de dapperen zich op weg, doch keerden ze terug met allerlei berichten
+over de schoonheid en vruchtbaarheid van dat eiland, de vermisten
+brachten ze niet mede. Nu besloot men de mannen aan hun lot over te
+laten en de ankers te lichten, doch juist terwijl men hiermede bezig
+was, verschenen de verlorenen op het strand, en in een&rsquo; deerlijken
+toestand, het gevolg van al de ellende, die ze geleden hadden, keerden
+ze op de vloot terug. Voor de overtreding der krijgstucht waren ze
+door al de ellende, waaraan ze dagen lang overgegeven waren geweest,
+stellig genoeg gestraft, maar ze hadden Columbus door het veroorzaakte
+oponthoud verbitterd, en daarom werd Kapitein <span xml:lang="es">Diego Marque</span> in arrest
+gesteld, en de acht mannen, die hem vergezeld hadden, werden gestraft
+door het inkorten van hun rantsoen.</p>
+
+<p>Thans echter werd niet langer vertoefd, en vol moed nu spoedig de
+Kolonie te bereiken, richtte men den steven noordwaarts. Talrijke
+eilanden werden nog op die vaart ontdekt, en ieder kreeg een&rsquo; naam.
+Bij een van die eilanden, door de inboorlingen &bdquo;Ayay&rdquo; genoemd,
+geraakten eenige matrozen in een bloedig gevecht met zes Caraïben,
+vier mannen en twee vrouwen. Zelfs toen hunne kano door de boot der
+Spanjaarden overzeild was, zett&rsquo;en de mannen zoowel als de vrouwen den
+strijd nog voort, en niet dan met groote moeite werden er vijf
+gevangengenomen. Een der Caraïben was gesneuveld. In dit gevecht
+maakten de Spanjaarden ook kennis met de vergiftigde pijlen der
+inboorlingen, want een matroos, die er door gekwetst was geworden,
+stierf korten tijd daarna onder de vreeselijkste pijnen. Vele eilanden
+latende liggen, zette Columbus de reis voort en kwam eindelijk bij een
+groot en schoon eiland, dat door de gevangenen &bdquo;Boriquen&rdquo; genoemd
+werd, doch dat van den Admiraal den naam ontving naar Johannes den
+Dooper: &bdquo;<span xml:lang="es">San Juan Baptista</span>&rdquo;, bij welken naam later nog gevoegd werd
+&bdquo;<span xml:lang="es">de Puerto Rico</span>&rdquo;, dat zeggen wil: &bdquo;Van de Rijke Haven&rdquo;. Tegenwoordig
+kent men het alleen onder den naam van <span xml:lang="es">Portorico</span>. Op den tocht van
+<span xml:lang="es">Deseada</span> tot hier had men op enkele eilanden eenige
+vrouwen <span class="pagenum"><a id="p_126">[126]</a></span>aanboord
+gekregen, die de vlucht naar de schepen genomen hadden. Door de
+Caraïben gevangengenomen, ontkwamen ze zóó het treurige lot, dat haar
+wachtte. De meeste vrouwen waren van dit eiland afkomstig, en van haar
+vernam Columbus, dat het niet alleen schoon en vruchtbaar, maar ook
+rijk en machtig was, en dat het door één&rsquo; Kazike bestuurd werd. Eene
+goede ankerplaats gevonden hebbende, ging men er aanwal, en kwam heel
+spoedig bij een dorp, dat er buitengewoon net en welvarend uitzag. Het
+was blijkbaar de verblijfplaats van een Opperhoofd, misschien wel van
+den Kazike. Niemand echter kon hun inlichtingen geven, want bij hunne
+nadering waren de bewoners naar het binnenland gevlucht, en de
+vrouwen, die aanboord waren, schenen niet te weten welk volk er
+woonde. Slechts twee dagen vertoefde Columbus daar, en na eenigen
+levensvoorraad ingenomen te hebben, werd de tocht weer voortgezet. Den
+tweeëntwintigsten November zag men de kusten van een groot eiland, en
+weldra bleek het, dat het <span xml:lang="es">Hispaniola</span> was. De grootste vreugde
+heerschte op de vloot, want dat was immers het eiland, dat men als zoo
+schoon, en zoo rijk, zoo groot en zoo machtig had afgeschilderd? Hier
+zouden nu mannen als <span xml:lang="es">De Hojeda</span> hunne begeerte naar krijgsroem en
+avonturen kunnen bevredigen. Hier weer zouden ze, als in den strijd
+tegen de Mooren, zich door heldendaden onderscheiden! Hier zouden ze
+het echte leven eens Ridders kunnen leiden! Voor mannen, die gekomen
+waren om hunne verwarde financiën te herstellen, of eenvoudig, om van
+doodarm, schatrijk te worden, zonder er veel voor te doen, was het in
+het gezicht komen van het eiland niet minder eene bron van vreugde. In
+hunne verbeelding zagen ze reeds het blinkende goud bij stapels voor
+zich, en bouwden ze reeds in hunne gedachten kasteelen in Spanje.</p>
+
+<p>Voor hen, die vol vromen ijver medegegaan waren om het Evangelie onder
+de Heidenen te brengen, was de nadering van het eiland eene bron van
+het hoogste genot. Hier zouden zij kerken bouwen, trotsch als de
+Kathedraal van <span xml:lang="es">Sevilla</span>! Hier zouden ze, aangehoord door gedoopte
+Christenen, de gewijde gezangen laten weerklinken, en <span class="pagenum"><a id="p_127">[127]</a></span>duizenden,
+duizenden door het geloof in de Leer des Kruises tot God brengen.</p>
+
+<p>Wat al verschillende redenen tot blijdschap!</p>
+
+<p>En samen hadden ze nog dezelfde reden. Ze zouden weer voet aan land
+kunnen zetten, niet in een onbekend land, waar verbleekte bekkeneelen
+en doodsbeenderen van afschuwelijke gewoonten vertelden, maar in een
+land, bewoond door landgenooten en eene bevriende bevolking.</p>
+
+<p>Geene verwachting kon ooit stouter, geene verbeelding ooit sterker,
+geene hoop ooit grooter zijn dan hier het geval was.</p>
+
+<p>En&mdash;alles, alles viel zóó tegen, dat ons Nederlandsch: &bdquo;kasteelen in
+de lucht bouwen&rdquo;, mogelijk dààrom wel in het Fransch luidt: &bdquo;<span xml:lang="fr">Bâtir des
+Chateaux en Espagne</span>.&rdquo;</p>
+
+<p>Zacht voor den wind langs de kust voortzeilende, zond Columbus eene
+sloep naar den wal om den matroos, die ten gevolge van de wonde, door
+den vergiftigden pijl aangebracht, overleden was, te laten begraven.
+Door de inboorlingen werden ze in deze plechtigheid niet bemoeielijkt
+en zelfs kwamen eenigen hunner op de vloot, om, uit naam van den
+naburigen Kazike, Columbus uit te noodigen aan den wal te komen, daar
+er veel goud was. Zij wisten dus, wat zoo velen herwaarts dreef, en
+dat het woord &bdquo;goud&rdquo; op hen eene tooverachtige uitwerking had.
+Columbus gaf aan die uitnoodiging geen gehoor, en stevende verder.
+Drie dagen later werd in eene geschikte baai geankerd, doch toen het
+volk aan den wal ging, vond het daar de geraamten van een&rsquo; man en een&rsquo;
+jongen. De man had een koord om den hals, en de armen waren geboeid.
+Men twijfelde eraan of het geene Spanjaarden waren, doch zekerheid had
+men er niet voor. Den volgenden dag evenwel vond men weer twee lijken,
+en nu zag men aan den knevelbaard van het eene lijk, dat men hier de
+overblijfselen van Spanjaarden voor zich had.</p>
+
+<p>Treurige vermoedens rezen op. Wat kon er gebeurd zijn?</p>
+
+<p>&bdquo;Naar <span xml:lang="es">La Navidad</span>! Dan weten we het! Dan zal men ons daar mededeelen,
+wat er met enkele Kolonisten geschied is.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_128">[128]</a></span>Zoo
+dacht men, en vol belangstellende nieuwsgierigheid kwam men den
+zevenentwintigsten November, toen de nacht al ingevallen was, voor <span xml:lang="es">La
+Navidad</span> ten anker. Te laat om nu nog aan den wal te gaan, liet
+Columbus door twee kanonschoten aan de Kolonisten bericht geven.</p>
+
+<p>Met koortsachtig ongeduld hoopte men van het fort nu antwoord te
+ontvangen, en iedereen op de vloot luisterde naar het schot, dat van
+den wal moest komen.</p>
+
+<p>Stil bleef het echter, stil als de tropische nacht, die hen omringde,
+en die zelfs de klotsende golfjes inslaap scheen gewiegd te hebben.</p>
+
+<p>Geen enkel seinlicht werd van het fort gegeven.</p>
+
+<p>Niet één op de heele vloot, die niet in angstige spanning verkeerde;
+niet één, die gerust ter kooi ging. Men waakte op bijna alle schepen.
+Wanneer het gemoed zoo gejaagd is, slaapt men niet.</p>
+
+<p>Eindelijk, stil, daar ziet men wat naderen!</p>
+
+<p>Het is eene kano met inboorlingen bemand, en een dezer vraagt naar den
+Admiraal, en als men hun de &bdquo;<span xml:lang="es">Marie Galante</span>&rdquo; heeft aangewezen,
+verdwijnt de kano in de duisternis om het Admiraalsschip te bereiken.</p>
+
+<p>Columbus staat op het dek, en laat door den eenigen tolk, dien hij nog
+aanboord heeft, vragen wat het doel hunner komst is.</p>
+
+<p>&bdquo;Wij willen den Admiraal spreken,&rdquo; luidt het antwoord, en als Columbus
+zegt, dat hijzelf de Admiraal is, gelooven ze hem niet, vóór de
+bemanning toortsen <span class="corr" id="corr21" title="Bron: onsteekt">ontsteekt</span> om zijn gelaat te
+verlichten.</p>
+
+<p>Thans herkennen ze hem, en deelen ze mede welke de redenen van hunne
+komst zijn. De tolk verstaat hen slechts gebrekkig, doch Columbus komt
+toch te weten, dat van <span xml:lang="es">La Navidad</span> niets meer over, en dat er van de
+Spanjaarden niet één meer in leven is. Ziekten hadden enkelen ten
+grave gesleept; in onderlinge twisten waren velen gestorven, en ten
+slotte had de machtige Kazike Caonabo de zwakke sterkte met de gedunde
+bezetting overvallen, en gedood, wie van de Kolonisten, na ziekten en
+twist, nog in het leven gebleven waren. Maar trouw was de Kazike
+Guacanagari den Spanjaarden gebleven tot het einde, <span class="pagenum"><a id="p_129">[129]</a></span>en zelfs was hij
+in den strijd tegen Caonabo zoo gewond geworden, dat hij onmogelijk
+komen kon om zijn&rsquo; vriend, den Admiraal, welkom te heeten en alles te
+vertellen.</p>
+
+<p>Treuriger tijding hadden de Spanjaarden wel niet kunnen ontvangen, en
+slechts één lichtpunt was er in dit alles voor Columbus, dat de
+inboorlingen en de Kazike, waarmede hij vriendschap gesloten had, hem
+niet ontrouw geworden waren, of aan laag verraad zich hadden schuldig
+gemaakt.</p>
+
+<p>Had hij niet in het reis-journaal van den eersten tocht, hetwelk voor
+de Monarchen bestemd was, geschreven: &bdquo;Deze lieden zijn zoo
+liefderijk, zoo handelbaar en zoo vreedzaam, dat ik voor Uwe
+Majesteiten zweer, dat er geene betere menschen op de wereld zijn, en
+geen beter land is. Zij beminnen hunne evenmenschen als zichzelven.&rdquo;?</p>
+
+<p>Hoewel Columbus van grootspraak en oppervlakkigheid in dat journaal
+niet vrij te pleiten is, had hij deze woorden toch naar waarheid en
+stellig met zijn heele hart geschreven.</p>
+
+<p>Wat de Afgezant van Guacanagari mededeelde, bevestigde hem in zijn
+geloof aan de oprechte trouw van den Kazike en de zijnen. <span xml:lang="es">La Navidad</span>
+mocht dan verwoest, de Kolonisten mochten gedood zijn, niet alles was
+verloren, en veel kon nog goed gemaakt worden.</p>
+
+<p>Des morgens vroeg liet Columbus zich aan den wal brengen, waar hij van
+de waarheid der mededeeling dadelijk overtuigd werd, doch hoe alles in
+zijn werk gegaan was, vernam hij natuurlijk niet. Eerst later, als hij
+Guacanagari,&mdash;die denkelijk zich maar hield, alsof hij gewond was, om
+bij Columbus niet in verdenking te komen,&mdash;zelf gesproken had, zou hij
+weten, dat de achtendertig mannen, die hij onder bevel van <span xml:lang="es">Don Arada</span>
+achtergelaten had, al heel spoedig na het vertrek van den Admiraal
+toonden, dat men het ongebonden leven, hetwelk men in Spanje geleid
+had, wilde voortzetten. Dat kon gemakkelijk immers? Guacanagari en
+zijne onderdanen waren toch de goedheid zelven? Ja, dat waren ze,
+zoolang de Spanjaarden zich gedroegen als &bdquo;hoogere wezens&rdquo;, waarvoor
+de eenvoudige inboorlingen <span class="pagenum"><a id="p_130">[130]</a></span>hen aanvankelijk hielden. Maar toen ze
+door hun laaghartig gedrag, hun ongestoord toegeven aan dierlijke
+driften en hunne onverzadelijke begeerte naar goud toonden, dat ze in
+deugden verre beneden de Indianen stonden, verloren ze den
+stralenkrans der heiligheid en verhevenheid, die bij de onnoozele
+bewoners tot eerbied en ontzag gedwongen had, en vonden ze in iederen
+Indiaan een&rsquo; vijand, die hen slechts onderdanig bleef, omdat hij wel
+wist, dat ze door hunne geweldige oorlogswapenen de overmacht hadden.
+Anders dacht Caonabo, de fiere en dappere Kazike van Cibao, er over.
+Hij liet de Spanjaarden, die in driesten overmoed rondzwierven, den
+een na den ander overvallen en worgen, en toen ziekten de gedunde
+gelederen der bezetting teisterden, en <span xml:lang="es">Don Arada</span>, òf reeds gesneuveld,
+òf ziek was, en dus geene macht meer kon uitoefenen, liet hij <span xml:lang="es">La
+Navidad</span> overrompelen, uitmoorden en vernielen.</p>
+
+<p>Zóó treurig was het uiteinde van de eerste Kolonie in de Nieuwe
+Wereld.</p>
+
+<p>Allerminst mocht men Columbus hiervan een verwijt maken. Men kon geene
+vijgen van distelen lezen, en iedereen, die nadacht, zou tot de
+overtuiging komen, dat alleen het lage, zedelijke gehalte van het
+volk, waarvan hij zich had moeten bedienen, de oorzaak van alles was.
+Toch besefte Columbus al te goed dat die ongelukkige afloop van zijne
+eerste onderneming koren op den molen zijner tegenstanders was, en dat
+zij er wel wapenen uit zouden weten te smeden, om hem bij de Monarchen
+in gunst te doen dalen. Maar, klagen hielp niet; hij moest handelen.
+Hij moest, wilde hij niet in ongenade vallen en daardoor het heele
+doel van zijn leven voor goed verliezen, zich met kracht boven de
+slagen van het noodlot verheffen. Hij deed dit, maar, niet altijd
+waren de middelen om zijn gezag staande te houden, en zich in zijne
+hooge betrekking te handhaven, edel te noemen.</p>
+
+<p>Zijn eerste werk was nu aan den wal te gaan om zijn&rsquo; trouwen vriend en
+bondgenoot Guacanagari een bezoek te brengen. Deze lag, door zijne
+vrouwen omringd, in een hangbed, en was op het gezicht van den
+Admiraal zeer <span class="pagenum"><a id="p_131">[131]</a></span>bedroefd. Hij betuigde alles gedaan te hebben, wat in
+zijn vermogen was, om den noodlottigen afloop te keeren, en om te
+bewijzen hoe genegen hij den Admiraal was, liet hij hem mooie steenen,
+eene gouden kroon en eenige kalebassen vol stofgoud geven. Een der
+Spanjaarden, die Arts was, drong er nu op aan om de wonde van het
+been, dat geheel omwikkeld was, te onderzoeken, doch toen men de
+windselen losgemaakt had en geene enkele wonde vond, vertelde de
+Kazike, dat hij niet gewond was geworden, maar dat men een&rsquo; steen
+tegen zijn been gesmeten had. Toen hij de plek waar de steen hem trof,
+had aangewezen, en de Arts dat plekje, waar ook niets te zien was,
+aanraakte, schreeuwde hij het uit van pijn.</p>
+
+<p>Pater <span xml:lang="es">Boyle</span>, een der aanwezige Spanjaarden, beschouwde de heele
+handelwijze van den Kazike, en denkelijk niet ten onrechte, als
+komedie-spel, en stelde Columbus voor, op Guacanagari en al de
+inboorlingen eene bloedige wraak te nemen. Columbus echter wilde in
+Guacanagari&rsquo;s gedrag geen komedie-spel zien en bleef hem zijn
+vertrouwen schenken. Dit zette bij Pater <span xml:lang="es">Boyle</span> en de meeste
+Spanjaarden kwaad bloed. Als vreemdeling was hij met de gevallenen
+niet verbroederd; hun treurig uiteinde liet hem koud; hij was geen
+man, die wat gevoelde voor Castiliaansche eer! En&mdash;toch waren ze
+verplicht hem, den vreemdeling, den &bdquo;Liguriër&rdquo;, te gehoorzamen! Ja,
+men zou hem gehoorzamen, zoo lang ongehoorzaamheid gevaarlijk was,
+langer niet.</p>
+
+<p>Merkwaardig genoeg vergezelde Guacanagari Columbus nog denzelfden dag
+naar de vloot, zonder, naar het scheen, eenig ongemak van zijn been te
+hebben. Een&rsquo; grooten indruk van de Spaansche macht gaven hem de
+gevangen Caraïben, want een volk, dat deze gevreesde vijanden durfde
+wederstaan en kon overwinnen, was machtiger dan iemand anders. En dan
+die paarden daar aanboord der schepen! Nog nimmer had hij zulke groote
+dieren gezien! Toch waren ze onderworpen aan die Blanken! Hoe groot
+moest niet hunne macht zijn! Maar trots dat alles, de Kazike had te
+veel van de Kolonisten gezien, om nog te gelooven, dat de Blanken
+bovenaardsche wezens waren, en mocht hij vroeger ook al getoond
+hebben, dat hij den Christelijken godsdienst <span class="pagenum"><a id="p_132">[132]</a></span>niet ongenegen was, nu
+dacht hij er anders over, en niet zonder tegenstand geboden te hebben,
+liet hij zich door Columbus een Heiligen-beeldje om den hals hangen.
+Die handelwijze van den Kazike verbitterde allen, die gekomen waren om
+de leer des Evangelies te prediken, en niet het minst Pater <span xml:lang="es">Boyle</span>.</p>
+
+<p>Gaarne had Columbus den Kazike dien nacht aanboord willen houden, doch
+dit gelukte hem niet, hoewel het Opperhoofd buitengewoon aangetrokken
+werd door de schoonheid van <span xml:lang="es">Catalina</span>, eene der vrouwen, die op de
+Caraïbische Eilanden bescherming op de vloot gezocht en ook gevonden
+hadden, doch die geheel als gevangenen beschouwd en behandeld werden.</p>
+
+<p>Toen de Kazike het Admiraalsschip verlaten had, bleven de Spanjaarden
+in een soort van besluiteloosheid ook aanboord, en toen ze den
+volgenden morgen aanwal gingen, bemerkten ze onder de inboorlingen,
+die zich vertoonden, volstrekt niets van de hartelijkheid, die
+Columbus zoo hoog geprezen had. Er was blijkbaar te veel gebeurd, dat
+den eenvoudigen Indianen vrees voor de Spanjaarden inboezemde. Tegen
+den avond kwam de broeder van Guacanagari weer aanboord bij Columbus
+en onderhield zich geruimen tijd met <span xml:lang="es">Catalina</span> en hare medegevangenen.
+Hij verliet op de gewone wijze het schip en des nachts wisten de
+vrouwen overboord te springen en zwemmende den wal te bereiken. Toen
+Columbus den volgenden dag bij Guacanagari de vluchtelingen wilde
+laten opeischen, vond men den Kazike nergens. Hij was, althans voor
+het oogenblik, den Spanjaarden ontweken, en velen, die met Columbus
+hem aanvankelijk voor onschuldig hielden aan de gepleegde gruwelen,
+begonnen hem nu ook te verdenken. Guacanagari, wiens gedrag tegenover
+de eerste Kolonisten nimmer opgehelderd is, kan aan den moord
+onschuldig geweest zijn, doch niet tegen te spreken valt het, dat hij
+handelde, alsof zijn geweten niet zuiver was, en eenigszins te
+bevreemden was het, dat Columbus, trots dit alles, geen oogenblik het
+volste vertrouwen in hem verloor.</p>
+
+<p>Dit vertrouwen belette evenwel niet, dat de Admiraal <span class="pagenum"><a id="p_133">[133]</a></span>besloot om eene
+nieuwe sterkte niet op de plaats van het verwoeste <span xml:lang="es">La Navidad</span> te
+bouwen. Niet al de Kolonisten toch waren vermoord, maar velen waren
+gestorven aan ziekten, die aan deze streek eigen bleken te zijn,
+vooral ook, omdat ze vrij laag en moerassig was. Er werd dus eene
+betere gelegenheid gezocht, en deze vond hij oostelijk van de oude
+nederzetting aan eene ruime baai, die eene vrij hoog gelegen
+landstreek bespoelde, welke bovendien in de nabijheid lag van Cibao,
+welk binnenland hem reeds op de eerste reis aangewezen was, als het
+land, waar veel goud te vinden was.</p>
+
+<p>Zoodra Columbus nu besloten was, hier eene stad te bouwen, liet hij de
+schepen lossen en met het medegebrachte werkvolk begon hij den arbeid.
+Het werk vorderde bijzonder goed, maar&mdash;het klimaat bleek voor zwaren
+arbeid niet geschikt, en elken dag kwamen er onder het werkvolk nieuwe
+zieken. Columbus zelf werd door overspanning ook ziekelijk, en toen
+hij, om de stad klaar te krijgen, bijna iedereen bevel gaf om te
+arbeiden, ondervond hij van alle kanten zooveel tegenwerking en
+ontevredenheid, dat hij er zwaarmoedig onder werd. Die tegenstand en
+ontevredenheid waren te verwachten geweest. Van het oogenblik af, dat
+de twee kanonschoten door <span xml:lang="es">La Navidad</span> niet beantwoord werden, was de
+teleurstelling gekomen, en niets werkt de ontevredenheid en het verzet
+meer in de hand dan juist teleurstelling.</p>
+
+<p>En nu moeten gaan werken! In Spanje had geen enkele Ridder ooit het
+werk van een&rsquo; ambachtsman, of den arbeid van een&rsquo; werkman verricht.
+Een Ridder was een man van het zwaard, niet een man van het
+gereedschap. Het laatste was voor een&rsquo; Ridder eene vernedering.</p>
+
+<p>Om schop en spade te hanteeren, daarvoor was de berooide koopman, die
+zich even goed een&rsquo; <span xml:lang="es">Hidalgo</span> gevoelde als de voornaamste Edelman, niet
+over zee gegaan. Hij was er heen getrokken om goud te verzamelen en
+hiermede zijne verwarde geldmiddelen te herstellen.</p>
+
+<p>Om te arbeiden, als een daggelder, was ook de Geestelijke niet naar
+die onbekende streken getogen. Hij was gekomen om het Kruis onder de
+Heidenen te <span class="pagenum"><a id="p_134">[134]</a></span>prediken.
+Het was er verre af dat men dit doen kon.</p>
+
+<p>Maar, voorloopig zweeg Ridder, Koopman, Geestelijke. Er werd gearbeid,
+doch onder voortdurend mokken, en niemand deed iets meer dan hij
+moest. Eindelijk was de stad, door Columbus naar zijne Beschermster
+&bdquo;<span xml:lang="es">Isabella</span>&rdquo; genoemd, zoo goed als voltooid. Er was niet alleen eene
+kerk, maar ook een paleis voor den Onderkoning en er waren magazijnen
+voor levensmiddelen, kleederen en oorlogsbehoeften. Vooral met het oog
+op de levensmiddelen, die niet door de inboorlingen aangebracht
+werden, diende men ook den vruchtbaren grond te bebouwen. De
+inboorlingen zelven leefden buitengewoon matig, en maakten zeer weinig
+werk van den landbouw. Dit voorbeeld schenen ook de Spanjaarden te
+willen volgen, althans er werd aan het zaaien niet veel gedaan, en,
+eerlijk gezegd, daarvoor stonden hunne handen geheel verkeerd. Men had
+er, bij het uitzenden der vloot, niet aan gedacht om boerenarbeiders
+te laten medetrekken. Dat was immers ook niet noodig, want de bodem
+was ongekend vruchtbaar en de inboorlingen waren de vriendelijkheid en
+behulpzaamheid in persoon? De treurige gevolgen van die zorgeloosheid
+bij het uitrusten der vloot en de volslagen lusteloosheid, die thans
+onder de nieuwe Kolonisten, die door koortsen en ziekten verzwakt
+waren, heerschte, zouden niet achterblijven.</p>
+
+<p>Intusschen werd het ook meer dan tijd dat de schepen, die hunne lading
+gelost hadden, voor een deel terugkeerden naar Spanje. Die schepen,
+dat begreep ieder, en niet het minst Columbus, werden in de Spaansche
+havens terug verwacht met een ongeduld, dat evenredig was aan de
+geestdrift, waarmede zij uitgezonden waren. Columbus zelf had in die
+blijde verwachting gedeeld. Te <span xml:lang="es">La Navidad</span> de Kolonisten vroolijk
+begroeten, de schepen lossen en terstond weer bevrachten met den
+onnoemlijk grooten voorraad van goud en zeldzaamheden, door diezelfde
+Kolonisten verzameld, dit was zijn plan. De rijkdommen en
+heerlijkheden der ontdekte landen zouden in Spanje iedereen uit het
+vol geladen scheepsruim tegenblinken.</p>
+
+<p>Hoe deerlijk was hij teleurgesteld! Hij, o, dat gaf niets!
+<span class="pagenum"><a id="p_135">[135]</a></span>Hij bleef
+den moed behouden; hij wist, dat hij de rijke Indiën ontdekt had; hij
+was onwankelbaar in zijne hoop, ongeschokt in zijn vertrouwen. Maar
+hij was Koning Ferdinand niet, en nog minder een <span xml:lang="es">De Fonseca, De Soria</span>
+of een ander zijner bittere tegenstanders. O, hij voorzag, wat er
+gebeuren zou, als men daar in Spanje in het scheepsruim der
+teruggekeerde vaartuigen blikte, en teleurstelling en ontevredenheid,
+niets anders dan deze, uit de ledige diepte den bezoeker bijna
+toeschreeuwden: &bdquo;Bedrogen door den Genuees, juist zooals we voorspeld
+hadden!&rdquo; En wat dan de gevolgen zouden zijn, ook dát begreep hij
+levendig. Er moest dus wat gedaan worden eer de schepen vertrokken. Op
+goud en zilver hoopte men in Spanje, en brachten de schepen dat ook al
+niet terstond aan, ieder der mannen, die de reis gedaan had, moest
+toch volmondig erkennen kunnen: &bdquo;Er is goud, overvloed van goud in dat
+nieuw ontdekte land!&rdquo;</p>
+
+<p>Om hiervan de zekerheid te hebben, besloot hij eene afdeeling
+krijgsvolk op expeditie uit te zenden, en niemand vond hij beter
+geschikt om aan het hoofd daarvan te staan dan <span xml:lang="es">De Hojeda</span>. Deze nam dat
+voorstel gaarne aan en begaf zich met een veertigtal stoutmoedige
+mannen, waaronder eenige ruiters waren, op weg. Die ruiters vooral
+maakten onder de eenvoudige bevolking, die nimmer zulke groote
+viervoetige dieren als de paarden, gezien had, een&rsquo; buitengewonen
+indruk. Zij hield ruiter en paard voor één wezen. Misschien maakte de
+vrees de inboorlingen vriendelijk, want overal waar <span xml:lang="es">De Hojeda</span> met de
+zijnen kwam, werden ze gastvrij ontvangen. Had men gedacht om op dien
+tocht groote steden te vinden met paleizen, die gouden wanden en daken
+hadden, dan was men opnieuw teleurgesteld, want men vond niets dan
+eenvoudige hutten en inwoners, die naakt liepen en van eenige
+beschaving geen begrip schenen te hebben. Toch trokken onze
+avonturiers zich dat niet aan, want inplaats van bewerkt goud, zagen
+ze, dat het zand der bergstroomen schitterde van de vele goudkorrels,
+die het bevatte. De Indianen, ziende dat de vreemdelingen dit stofgoud
+zoo gaarne hadden, verzamelden een&rsquo; aanzienlijken voorraad en schonken
+dat den <span class="pagenum"><a id="p_136">[136]</a></span>Spanjaarden.
+Er waren zelfs plaatsen, waar men maar te bukken
+had om een&rsquo; klomp gouderts op te rapen. De gevolgtrekking lag voor de
+hand: de bodem bevatte groote schatten, die nog onaangeroerd lagen,
+want van het mijnwezen en de kunst om uit erts goud te halen, hadden
+de Indianen geen begrip. Zij verzamelden slechts stofgoud en hadden
+hieraan voor hunne geringe behoeften ook meer dan genoeg. Verheugd,
+den Admiraal zulk eene goede tijding te kunnen mededeelen, keerde <span xml:lang="es">De
+Hojeda</span> met zijne manschappen naar &bdquo;<span xml:lang="es">Isabella</span>&rdquo; terug, en pas had hij den
+Admiraal verslag van zijne ontdekking gedaan, of <span xml:lang="es">Corvalan</span>, een Ridder,
+die met eenige mannen van een&rsquo; anderen kant het landschap Cibao binnen
+gedrongen was, keerde terug en vertelde hetzelfde.</p>
+
+<p>Dit was ten slotte nog eene ongedachte uitkomst, en daar de tijd van
+het jaar juist geschikt was om uit te zeilen, zoo liet Columbus twaalf
+schepen naar Spanje vertrekken en gaf zooveel goud en zeldzaamheden
+mede, als er op het oogenblik voorhanden waren. Zelfs de gevangen
+genomen Caraïben zond hij mede. De Bevelhebber der vloot was <span xml:lang="es">Don
+Antonio De Torres</span>, en deze kreeg voor de Monarchen een&rsquo; brief mede,
+welke van het begin tot het einde, doch in vrij bloemrijken stijl, den
+waren toestand schetste. Hij drong er op aan, dat men hem zoo spoedig
+mogelijk werkvolk sturen zou, dat geschikt was om de rijke mijnen van
+Cibao te ontginnen. Paarden en werktuigen waren ook daarbij onmisbaar.
+Zond men hem bovendien nog eenige Ingenieurs, dan stond hij er voor
+in, dat hij weldra schepen vol goud naar Spanje kon bevrachten. Vooral
+echter vroeg hij ook om levensmiddelen, daar de Kolonisten, gewoon aan
+krachtig voedsel, door de voortbrengselen van <span xml:lang="es">Hispaniola</span> niet
+voldoende gevoed konden worden. Eer men van de overgevoerde granen en
+andere zaden oogsten kon, duurde nog te lang. Verder drong hij er op
+aan om hem veel vee toe te zenden, en zoo men er tegen opzag om al die
+uitgaven te maken vóór er goud was, dan zou hij zorgen, dat er een
+groot aantal Caraïben gevangen en, als slaven, naar Spanje gezonden
+werden. Deze laatste raad mishaagde Koningin Isabella,
+die <span class="pagenum"><a id="p_137">[137]</a></span>bij het
+vertrek van Columbus er ten sterkste op aangedrongen had, dat men de
+inboorlingen op de liefderijkste en vriendelijkste wijze moest
+behandelen en in de Christelijke leer onderwijzen. Elke Spanjaard, die
+het waagde een&rsquo; dezer menschen leed te doen of te benadeelen, moest
+door Columbus streng gestraft worden. Dit bevel had hem sterk gemaakt
+tegenover Pater <span xml:lang="es">Boyle</span> en alle anderen, die van meening waren, dat de
+dood der eerste Kolonisten voorbeeldig gewroken moest worden. De
+bijvoeging van Columbus, dat die Caraïbische slaven tot heil hunner
+ziel in Spanje tot Christenen konden bekeerd worden, redde zijn
+voorstel niet, want hij kreeg er op ten antwoord, dat men over dit
+voorstel nog eens moest nadenken, en Koningin Isabella schreef hem
+zelfs, dat hij de bekeering der heidenen ter harte moest nemen, en wel
+terstond in het land, waar hij ze vond. Verstond hij de taal dier
+menschen niet, in Spanje verstond men deze immers evenmin?</p>
+
+<p>Met over het antwoord te reppen, hetwelk Columbus op zijn&rsquo; brief
+ontving, loopen we de geschiedenis wel wat vooruit, maar het was
+noodig om er hier over te spreken, omdat er uit blijkt, dat Columbus
+zelf nu en dan maatregelen nam, welke niet te verdedigen waren, zelfs
+niet in een&rsquo; tijd toen men over den slavenhandel heel anders dacht dan
+tegenwoordig.</p>
+
+<p>De Kolonisten hadden met droefheid of ergernis de twaalf schepen zien
+vertrekken. Wat zou hun lot worden? Velen hunner waren ziek, en zij,
+die ziek geweest waren, konden niet op krachten komen. De Admiraal
+zelf was ook dikwijls bedlegerig en ging onder de omstandigheden
+gedrukt. De levensvoorraad minderde met den dag en van de zijde der
+inboorlingen kwam geene toenadering. Zoo nam de ontevredenheid hand
+over hand toe, en ten laatste werd er, onder aanvoering van <span xml:lang="es">Don Bernal
+Diaz De Pisa</span>, eene samenzwering gesmeed, welke ten doel had, zich van
+de vijf andere schepen meester te maken, naar Spanje terug te keeren,
+en Columbus, als een bedrieger, in staat van beschuldiging te stellen.
+Vóór de samenzwering tot eene uitvoering kwam, werd ze ontdekt, en in
+een der schepen vond men nu een schotschrift tegen Columbus, zóó vol
+<span class="pagenum"><a id="p_138">[138]</a></span>laster en leugen, dat men moeite had te gelooven, dat het door een&rsquo;
+der Kolonisten kon opgesteld zijn. En toch was dit wel degelijk het
+geval. <span xml:lang="es">Don Bernal Diaz De Pisa</span>, die aan het Hof van den Onderkoning
+met het bestuur der geldmiddelen belast was, had het geschreven en
+gebruik gemaakt van de leugens, die zekere <span xml:lang="es">Fermin Cado</span> geliefde op te
+disschen. Deze laatste was als essayeur medegegaan, doch zeer
+onbekwaam in zijn vak. Hij zeide, dat er slechts zeer weinig goud op
+<span xml:lang="es">Hispaniola</span> was en dat de inwoners het weinige, dat er was, sinds
+eeuwen wellicht, verzameld en telkens gesmolten hadden, om op die
+wijze klompen van eenige grootte te verkrijgen.</p>
+
+<p>Nu zulk eene gevaarlijke samenzwering ontdekt was, diende Columbus als
+rechter op te treden. Hij deed dat ook, doch inplaats van streng te
+straffen, vergenoegde hij zich met de twee hoofdaanleggers eenvoudig
+gevangen te laten zetten, en om te voorkomen, dat men niet andermaal
+eene dergelijke samenzwering smeedde en ten uitvoer bracht, liet hij
+al den krijgsvoorraad en wapenen, benevens de zeevaartkundige
+instrumenten van de vijf schepen op één schip overbrengen. Dit eene
+schip werd bemand met personen, die volkomen te vertrouwen waren. De
+straf was zacht, te zacht zelfs, want velen dachten nu dat Columbus,
+aangeklaagd door zijn geweten, niet strenger straffen durfde, en dat
+zelfs die zachte straf onrechtvaardig was.</p>
+
+<p>Na de samenzwering verijdeld en de twee belhamels gevangen gezet te
+hebben, besloot Columbus om, nu hij weer van zijne ziekte hersteld
+was, zelf Cibao te gaan bezoeken. Hij stelde zijn&rsquo; broeder <span xml:lang="es">Diego</span> tot
+zijn&rsquo; plaatsvervanger in het bevel over de stad aan en vertrok aan het
+hoofd van eene schitterende krijgsmacht van vierhonderd man het gebied
+van Caonabo binnen. Die tocht was wel geschikt om den terneergeslagen
+moed op te beuren. Men stond verstomd bij het aanschouwen van de
+wondervolle natuurpracht der heele omgeving, die een Paradijs geleek.
+&bdquo;<span xml:lang="es">Vega Real</span>&rdquo;, dat is &bdquo;Koninklijke Vlakte&rdquo;, zoo noemde Columbus deze
+streek, en niemand was er, die wat op dien naam af te dingen had, want
+Koninklijk was alles, <span class="pagenum"><a id="p_139">[139]</a></span>tot zelfs het met goud getooide rivierzand, dat
+de leugens van den onbekwamen <span xml:lang="es">Fermin Cado</span> ten duidelijkste liet
+uitkomen. Na een&rsquo; tocht van twee dagen, waarop men van de zijde der
+inboorlingen, na vrees, niets dan hartelijke gastvrijheid ontvangen
+had, kwam het leger in eene ruwe bergstreek. De natuur verloor hier
+hare Paradijsachtige schoonheid en werd steenachtig, wat geheel in
+overeenstemming was met den naam Cibao, die &bdquo;steen&rdquo; beteekent.
+Opmerkelijk mag het heeten, dat Columbus&rsquo; volk telkens zoo gauw den
+moed verloor, want niettegenstaande men overal in het zand der beken
+en rivieren stofgoud vond, wat een bewijs was, dat in het gebergte
+zich goudaderen moesten bevinden, haalden de meesten ongeloovig de
+schouders op, toen Columbus bevel gaf om hier eene houten sterkte te
+bouwen, teneinde de goudmijnen en het volk, dat er in werken zou, te
+beschermen. Naar dat ongeloof der zijnen noemde Columbus dat fort
+zelfs &bdquo;<span xml:lang="es">San-Thomas</span>&rdquo;. Terwijl hij toezicht hield op het bouwen van het
+fort, zond hij Ridder <span xml:lang="es">Juan De Luxan</span> met eenige mannen uit om het land
+nader te verkennen, en gedurende dien tijd kwamen de inboorlingen van
+alle kanten aan om ruilhandel met hem te drijven. Al spoedig wisten
+ze, dat ze voor goud alles konden krijgen, wat in hun oog eenige
+waarde had, en spoedig had Columbus nu eene vrij aanzienlijke
+hoeveelheid stofgoud verzameld. De inboorlingen, die voor ééne
+onnoozele valkenbel soms wel stukken goud gaven, die een ons zwaar
+waren, verzekerden, dat er verder in de vallei ook stukken goud ter
+grootte van een&rsquo; oranje-appel, ja, van een kinderhoofd gevonden
+werden. Toen <span xml:lang="es">De Luxan</span> van zijn&rsquo; tocht terugkwam, deelde hij den
+Admiraal mede, dat overal waar hij geweest was, zich, te midden eener
+vruchtbare en schoone natuur, sporen van goud vertoonden.</p>
+
+<p>Thans wist Columbus genoeg, en besloot hij naar <span xml:lang="es">Isabella</span> terug te
+keeren, het fort <span xml:lang="es">San-Thomas</span>, onder het bevel
+van zijn&rsquo; gunsteling <span xml:lang="es">Don
+Pedro Margarite</span> met zesenvijftig man achterlatend.</p>
+
+<p>Was Columbus op dezen tocht tot de overtuiging gekomen, dat <span xml:lang="es">De Hojeda</span>
+en <span xml:lang="es">Corvalan</span> hem waarheid hadden medegedeeld, <span class="pagenum"><a id="p_140">[140]</a></span>hij had meteen de
+inboorlingen nader leeren kennen. Hij wist nu, dat ze niet zoo goedig
+en vreedzaam waren, als hij gedacht had, en dat ze ook een soort van
+godsdienst hadden, en dat de dansen, die ze zoo dikwijls hielden, een
+godsdienstig karakter hadden. Nu wist hij ook waarom zij zoo verzot
+waren op de onnoozele valkenbellen, omdat ze op het geluid daarvan
+dansen konden. Later zou hij nog meer van hun&rsquo; godsdienst leeren
+kennen, en zou hij het volgende weten. Zij geloofden aan een
+Opperwezen, dat onsterfelijk, onzichtbaar en almachtig was, doch dat
+te hoog boven hen verheven stond om het rechtstreeks aan te roepen.
+Door middel van halve Goden, die ze &bdquo;Zemi&rsquo;s&rdquo; noemden, hielden ze
+gemeenschap met Hem. Bijna elke natuurkracht, elk
+dampkringsverschijnsel, was het werk van zulk een &bdquo;Zemi&rdquo;, die ze soms
+in gedrochtelijke afbeelding om den hals of op het hoofd droegen. Zij
+wisten ook te vertellen van een&rsquo; zondvloed, die bijna de heele aarde
+had overstroomd, en aan een leven na dit leven geloofden zij ook. De
+zielen der zalige afgestorvenen leefden in eene heerlijke vallei aan
+de westzijde van het eiland. Overdag verborgen zij zich voor de
+levenden, maar in de stilte van den nacht kwamen zij zich voeden met
+de vruchten der velden en der boomen, welke daarom door de levenden
+ook nimmer geoogst of geplukt werden. Hunne Priesters waren
+getatoeëerd of beschilderd met afbeeldingen, zoo gedrochtelijk als
+maar mogelijk was, van allerlei &bdquo;Zemi&rsquo;s&rdquo;. Priester en Medicijn-man of
+Geneesheer zijn, was zoo ongeveer hetzelfde. In de geneeskundige
+kracht der kruiden waren ze zeer bedreven, doch bij de ingetogen en
+eenvoudige leefwijze der inboorlingen waren er maar zelden zieken<span class="corr" id="corr22" title="[Niet in Bron]">.</span>
+Wanneer een Kazike op het punt van sterven stond, en de Medicijn-man
+verklaarde, dat de zieke niet meer herstellen kon, dan zou het voor
+het stervende Opperhoofd eene oneer geweest zijn, indien men hem niet
+geworgd had, dat de dood er op volgde. Stond een voornaam inboorling
+op het punt van sterven, dan droeg men hem vaak naar de woning van den
+Kazike, en wanneer deze dan den lijder eene hooge eer wilde bewijzen,
+gaf hij vergunning hem te worgen. <span class="pagenum"><a id="p_141">[141]</a></span>Andere lieden, die den dood nabij
+waren, gaf men brood en water aan het hoofdeinde en verliet hen dan,
+om hen in eenzaamheid te laten sterven.</p>
+
+<p>Werkzaam waren de inboorlingen geen van allen. Hunne behoeften waren
+bij uitstek gering, zoodat de natuur, zonder dat zij veel werkten, hun
+alles opleverde, wat ze noodig hadden. Door die weinige behoefte
+leidden ze zulk een vreedzaam, kalm en gelukkig leven, dat wij er
+onszelven, in onze eeuw van duizenden behoeften voor lichaam en geest,
+geene voorstelling van maken kunnen. <span xml:lang="it">Petrus Martyr</span>, een tijdgenoot van
+Columbus, eindigde een zijner brieven over de Indianen van Haïti of
+<span xml:lang="es">Hispaniola</span> met de woorden: &bdquo;Alles brengt er geluk en zegen aan.&rdquo;
+Columbus zag dat zeer goed, en daar hij inderdaad een man was, die een
+goedig en liefderijk hart bezat, is het voor de inwoners eene ramp te
+noemen, dat haat, naijver en laster hem daden konden doen bedrijven
+waaraan zijn hart geen deel kon nemen.</p>
+
+<p>Bij zijn&rsquo; terugkeer te <span xml:lang="es">Isabella</span> werd hij al dadelijk uit zijne
+gelukkige stemming gebracht door den geest van ontevredenheid of doffe
+onverschilligheid, dien hij er vond: een gevolg van de vele ziekten,
+die er heerschten. Het was echter niet alleen het vochtige en heete
+klimaat, dat die ziekten te voorschijn had geroepen. Velen leidden een
+zedeloos en liederlijk leven, en allen leden onder het gebrek aan
+goede levensmiddelen. Zelfs het eten, dat zoo goed als bedorven was,
+moest bij porties, die steeds kleiner werden, uitgedeeld worden. Meel
+had men niet meer, zoodat het weinige koren, dat men nog had, bij
+gebrek aan watermolens, met handmolens moest gemalen worden. De
+Admiraal begon terstond alles te doen, wat in zijn vermogen was, om
+den algemeenen nood te bestrijden, doch pas was hij hiermede bezig, of
+er kwam eene boodschap van <span xml:lang="es">San-Thomas</span>. De Bevelhebber <span xml:lang="es">Margarite</span> vroeg
+om versterking, daar de inboorlingen vijandelijke gezindheden aan den
+dag legden. De versterking werd gezonden, doch Columbus begreep, dat
+het niet veel baten zou, want de oorzaak van die vijandelijke houding
+der inboorlingen, zat in het wangedrag der bezetting, welk wangedrag
+waarschijnlijk <span class="pagenum"><a id="p_142">[142]</a></span>grooter afmetingen zou krijgen, waar de bezetting
+talrijker werd. Dreigende vijanden in het binnenland, ziekten in de
+stad en eene ontevredenheid onder de zijnen, welke weldra tot verzet
+oversloeg, maakten den toestand van Columbus zeer hachelijk, en wilde
+hij niet, dat de heele Kolonie andermaal te gronde ging, dan was hij
+genoodzaakt als straffend Rechter op te treden. Hij deed dat ook, en,
+ziedaar, alweer eene nieuwe reden om den gehaten vreemdeling, den
+&bdquo;huichelachtigen Liguriër&rdquo;, nog meer vijandig te zijn. De ongunstige
+gezondheids-toestand dwong hem ook om iedereen aan den arbeid te
+zetten; hij stelde niemand vrij. Ridders en Priesters, die nimmer
+handenarbeid geleerd hadden, dwong hij hetzelfde en evenveel werk te
+doen, als een geboren werkman. Wanneer men niet genoeg werk verricht
+had, werd dit niet aan onmacht om meer te doen, maar aan onwil
+toegeschreven. Door deze handelwijze kreeg het verzet bij velen
+redenen van bestaan, want eenige Edelen, die aan aanzienlijke
+geslachten in Spanje verwant waren, stierven ten gevolge van
+uitputting, en toen men hiervan in Spanje de tijding kreeg, rees, zeer
+natuurlijk, de vraag: &bdquo;Mag Columbus zoo willekeurig handelen?&rdquo;</p>
+
+<p>Aan dien ongelukkigen toestand moest op de eene of andere manier een
+einde gemaakt worden en Columbus beraamde daartoe het volgende plan,
+dat hij ook ten uitvoer bracht. Hij zelf zou met drie karveelen een&rsquo;
+nieuwen ontdekkingstocht gaan doen. De krijgslieden, die nog gezond
+waren, zouden dan in dien tijd onder aanvoering van <span xml:lang="es">Don Margarite</span> het
+eiland in alle richtingen doorkruisen, en <span xml:lang="es">Don De Hojeda</span> zou het bevel
+over <span xml:lang="es">San-Thomas</span> op zich nemen. Zijn broeder <span xml:lang="es">Diego</span> zou met de zieken,
+de oppassers en enkele soldaten in de stad blijven. De Geestelijken
+zouden, òf het leger, òf hem vergezellen, en tendeele ook in de stad
+blijven om de Kerk te bedienen. De <span xml:lang="pt">Junta</span> aan welks hoofd hij zijn&rsquo;
+broeder stelde, en die hij in <span xml:lang="es">Isabella</span> achterliet, bestond uit Pater
+<span xml:lang="es">Boyle, Pedro Fernandez Coronel, Alonso Sanchez Caravajal</span> en <span xml:lang="es">Juan De
+Luxan</span>. Na dit alles geregeld te hebben, verliet hij de baai van
+<span xml:lang="es">Isabella</span>, doch met de drie kleinste schepen, omdat de <span class="pagenum"><a id="p_143">[143]</a></span>twee andere,
+waaronder het Admiraalsschip, te veel diepgang hadden voor de
+onbekende wateren en kusten, die hij opzoeken wilde. Naar zijne
+meening moest hij het rechte goudland vinden, waarheen de inboorlingen
+hem telkens heengewezen hadden.</p>
+
+<p>Het was den vierentwintigsten April van het jaar 1494 toen Columbus
+<span xml:lang="es">Isabella</span> verliet om een&rsquo; nieuwen ontdekkingstocht te beginnen. Zijn
+doel was om het eiland Cuba te naderen, op de hoogte, waar hij het bij
+zijne eerste reis verlaten had. Vandaar zou hij dan oostelijker zeilen
+om zich te overtuigen, dat zijn vermoeden zekerheid was, dat Cuba geen
+eiland, maar het vasteland, en derhalve een deel van Kataï was. Vijf
+dagen later had hij dat punt bereikt. De inboorlingen namen bij de
+nadering der schepen de vlucht, doch de tolk van Guanahani wist hen
+over te halen om met de Spanjaarden vriendschap te sluiten. Langzaam
+werd de tocht voortgezet, en overal waar Columbus kwam, vond hij bij
+de bevolking eerst vrees, doch daarna groote vriendelijkheid en
+gastvrijheid. Natuurlijk werd al weer druk naar het goudland gevraagd,
+en geregeld wees men hem naar het Zuiden. Columbus verliet daarom de
+kust van Cuba, zeilde zuidelijk en weldra zag men hooge bergen zich
+aan den horizon verheffen. Vol hoop dat dit het goudland was, naderde
+men de nieuwe kust. Werkelijk scheen men hier met een heel ander volk
+te doen te hebben, want de oevers wemelden van bont opgesierde mannen,
+die in geregelde slagorde naar het strand kwamen, en onder het zwaaien
+met lansen en een luidklinkend krijgsgeschreeuw plaats namen in
+kano&rsquo;s, waarvan enkele keurig versierd waren. Eenige kleine geschenken
+brachten de krijgers tot bedaren, doch Columbus achtte het minder
+wenschelijk hier te landen en toog verder. Toen nu evenwel bleek, dat
+zijn schip lek geworden was, zocht hij eene geschikte baai op om daar
+het vaartuig te laten herstellen. De inboorlingen schenen besloten te
+hebben, niet te dulden, dat de Spanjaarden landden. Eene groote
+menigte van hen verzamelde zich, gewapend met werplansen, bogen en
+pijlen op het strand, en scheen besloten, elke landing onmogelijk te
+maken. Columbus liet zich echter niet <span class="pagenum"><a id="p_144">[144]</a></span>afschrikken, want hij was
+gedwongen te landen, niet alleen om zijn schip te laten kalefaten,
+maar ook om versch drinkwater in te nemen. Hij liet dus eenige booten
+bemannen en naar den wal roeien. Een oorverdoovend krijgsgeschreeuw
+der Indianen weerklonk langs den oever, doch de Spanjaarden schoten
+hunne kruisbogen af, wondden verscheidene vijanden, stapten aanwal en
+vielen den troep aan. Tegen de Europeesche wapenen waren de
+verdedigers van hun land niet bestand, en toen men ten slotte een&rsquo;
+bloedhond op hen aanhitste, werd de vlucht algemeen. Het gebruiken van
+deze honden had hier voor het eerst plaats, en zou later op treurige
+wijze herhaald worden. Op de gewone plechtige wijze nam Columbus voor
+de Spaansche Kroon bezit van het land en al zijne bewoners. Hij gaf
+het den naam van &bdquo;<span xml:lang="es">San-Jago</span>&rdquo;, en later kreeg het dien van Jamaïca. Toen
+de inwoners tot de ervaring gekomen waren, dat ze te doen hadden met
+lieden, die veel machtiger waren dan zij, werden ze zeer handelbaar en
+voorzagen, in ruil tegen kleine voorwerpen, de schepen ruimschoots van
+levensmiddelen en vruchten. Goud vond men er niet meer dan elders, en
+toen men zekerheid had, dat het een eiland was, begreep Columbus, dat
+dit &bdquo;<span xml:lang="es">San-Jago</span>&rdquo; niet het goudland zijn kon en hij stak weer naar Cuba
+over om daar langs de kust nog meer westelijk te zeilen. Dagen
+achtereen ging het steeds verder het Westen in; de moeielijkheden om
+den tocht voort te zetten namen met elk oogenblik toe. Tal van
+eilanden en blinde klippen belemmerden de vaart; stormen en onweders
+schenen hier onafgebroken te woeden; de levensmiddelen verminderden
+sterk en een groot deel der equipage begon te lijden aan koortsen.
+Verscheidene malen deed men eene landing, doch niets wees er op, dat
+men eene meer beschaafde streek naderde. Het waren steeds dezelfde
+menschen, dezelfde onaanzienlijke woningen, dezelfde boomen en
+vruchten. Vroeg men aan de bewoners of hun land een eiland was, dan
+wisten zij het niet. Zij wisten alleen, dat de kust nog veel verder
+doorliep. Het moest dus het vasteland zijn, het kon niet anders, zoo
+meende Columbus, die nog moed genoeg bezat om den moeielijken en
+gevaarlijken tocht voort <span class="pagenum"><a id="p_145">[145]</a></span>te zetten. In zijne verbeelding zag hij zich
+reeds in de Roode Zee. Hij zou eene bedevaart doen naar Jeruzalem, en
+als eerste omzeiler van de wereld, triomfantelijk uit het Oosten
+terugkeeren in Spanje, dat hij, het Westen ingaande, verlaten had. De
+wil om dien tocht te doen, was bij hem aanwezig, maar zijn volk, door
+ziekte en zwaar werk afgemat, werd oproerig, en Columbus was
+genoodzaakt, zijne reis te staken en terug te keeren. Eer hij hiertoe
+overging, wilde hij echter door allen erkend zien, dat Cuba niets
+anders was dan het vasteland van Azië. Hij liet door een&rsquo; beambte een
+stuk opstellen waarin dat verklaard werd, en toen Columbus dit stuk
+had, las hij het aan de heele bemanning voor. Wie niet geloofde, dat
+dit het vasteland van Azië was, mocht nu nog zijne bedenkingen
+inbrengen. Had men het stuk eenmaal, als waarheid, bezworen, dan zou
+iedere Officier, die het tegensprak, gestraft worden met het verlies
+van zijn&rsquo; rang, en eene boete van drie dukaten. Waagde een der
+minderen den bezworen inhoud tegen te spreken, dan zou hij honderd
+geeselslagen ontvangen.</p>
+
+<p>Het volk, dat nu eenmaal terug wilde, aarzelde niet om den inhoud van
+dat stuk met een&rsquo; eed te bekrachtigen. Ongeveer driehonderd
+vijfentwintig Spaansche mijlen was men voortgezeild, zonder het einde
+van de kust te bereiken, en derhalve te ervaren, dat Cuba een eiland
+was. Denkelijk geloofden allen dan ook wel, dat men hier het vasteland
+voor zich had, en de terugtocht werd aanvaard onder nog veel meer
+tegenspoed dan men reeds gehad had. Zelfs Columbus werd ziek van
+inspanning. Zijne gedachten werden beneveld; zijn geheugen scheen
+verloren te gaan, en menigmaal werd hij, zelfs midden op den dag, door
+den slaap overvallen. In dezen toestand kwamen hij en de zijnen, na
+eene afwezigheid van honderddrieënvijftig dagen, den vierentwintigsten
+September te <span xml:lang="es">Isabella</span> aan. En wat hij hier vond? Iets dat den armen
+kranke geheel opbeurde; hij vond er zijn&rsquo; broeder Bartholomeus, dien
+hij in geene dertien jaren gezien had. Deze was van zijne omzwervingen
+in Engeland en Frankrijk eindelijk in Spanje gekomen, en daar had hij
+vernomen, dat Christophorus <span class="pagenum"><a id="p_146">[146]</a></span>de Indiën reeds ontdekt had. Hij spoedde
+zich nu naar het Hof der Monarchen, in de hoop er zijn&rsquo; broeder te
+ontmoeten, doch deze was reeds voor de tweede reis uitgezeild.
+Ferdinand en Isabella ontvingen Bartholomeus met de meeste
+onderscheiding, verhieven hem in den Adelstand, ze gaven hem drie
+schepen, die behoorlijk bemand en ruimschoots van levensmiddelen voor
+de Kolonie voorzien waren, en lieten hem naar de Nieuwe Wereld
+vertrekken. Deze Bartholomeus was een buitengewoon stoutmoedig man en
+een onverschrokken zeevaarder. Hij had een fier en standvastig
+karakter, een helder verstand en een&rsquo; vasten wil, zoodat Columbus niet
+ten onrechte verheugd was, hem hier te vinden. Zulk een man was hem
+meer waard dan eene sterke afdeeling soldaten. En zulk een&rsquo; man had
+hij meer dan noodig, want de toestand der Kolonie was zorgwekkend.
+<span xml:lang="es">Margarite</span>, de man aan wien hij opgedragen had, het eiland te
+onderzoeken en dien hij volkomen vertrouwd had, was een ondankbare en
+ontrouwe geworden. Met zijne soldaten had hij gemoord en geplunderd,
+en de heele bevolking tegen de Spanjaarden in bittere vijandschap
+gebracht. Ten slotte was hij met een groot aantal ontevredenen,
+waartoe ook Pater <span xml:lang="es">Boyle</span> behoorde, op een der drie schepen, waarmede
+Bartholomeus gekomen was, naar Spanje teruggekeerd. Wat die
+ontevredenen daar bewerken zouden, was voor Columbus geen raadsel.
+Inmiddels had de onverschrokken Kazike Caonabo al de Opperhoofden van
+het heele eiland tot een verbond tegen de Spanjaarden weten te
+bewegen, en ware <span xml:lang="es">De Hojeda</span>, die Columbus trouw bleef, niet zoo
+weergaloos dapper en stoutmoedig, zoo geslepen en slim geweest,
+Columbus zou in <span xml:lang="es">Isabella</span> mogelijk een tweede <span xml:lang="es">La Navidad</span> gevonden
+hebben. Te midden van dezen ongelukkigen toestand bleek het, dat de
+Kazike Guacanagari trouwer was dan men waande, want hij liet Columbus
+weten, dat de heele bevolking van het eiland, onder aanvoering van
+Caonabo tot den ondergang der Spanjaarden besloten had. De dappere <span xml:lang="es">De
+Hojeda</span> stelde Columbus nu voor om dien Caonabo, die blijkbaar de ziel
+der heele onderneming was, door list gevangen te nemen. Hoe? Men wist,
+dat de Indianen vol <span class="pagenum"><a id="p_147">[147]</a></span>bewondering luisterden naar de klokketonen van de
+kerk te <span xml:lang="es">Isabella</span>. Men moest nu eene zware, klinkende keten maken, en
+die Caonabo, alsof het een geschenk was, om den hals hangen en hem er
+dan mede boeien. Wat er verder geschieden moest, zou van de
+gebeurtenissen afhangen. Het plan was meer dan gewaagd, doch <span xml:lang="es">De Hojeda</span>
+wilde het ten uitvoer brengen, en zoo er één was, die het kon, dan was
+hij het. Columbus nam het voorstel aan; de keten werd gemaakt, en door
+slechts tien mannen, even groote waaghalzen als hij, vergezeld, trok
+hij Cibao binnen, verscheen voor Caonabo, kuste hem de hand en bood
+hem de rammelende, klinkende keten aan. Caonabo zag in die keten niets
+anders dan een &bdquo;Zemi&rdquo; van de Spanjaarden, en geloofde den Spanjaard
+terstond, toen deze zeide, dat Caonabo eerst in de rivier een bad
+moest nemen, eer hij die keten dragen kon. De lichtgeloovige Kazike
+ging nu in gezelschap van <span xml:lang="es">De Hojeda</span> en diens metgezellen naar de
+rivier, baadde zich en liet zich de keten omhangen. Pas was dit
+geschied of de Spanjaarden maakten er eene boei van, wierpen hem op
+een paard en&mdash;op dollen draf ging het nu naar <span xml:lang="es">Isabella</span>, waar Caonabo
+in de kelders van het steenen huis des Onderkonings gevangen werd
+gezet. Hoewel de inboorlingen van hun&rsquo; Aanvoerder beroofd waren,
+besloten ze toch de Spanjaarden aan te vallen. Te midden van al deze
+bedrijven was de Admiraal geheel van zijne ziekte hersteld, doch was
+het ook Mei van het jaar 1495 geworden. Columbus begreep, dat
+krachtig, doortastend handelen alleen de Kolonie redden kon, en aan
+het hoofd van slechts tweehonderd man voetvolk en twintig ruiters,
+doch vergezeld van een aantal bloedhonden, vertrok Columbus, na zijn&rsquo;
+broeder <span xml:lang="es">Diego</span> met eenige schepen, tendeele met goud en slaven beladen,
+naar Spanje afgezonden te hebben. Tijdens zijn&rsquo; krijgstocht zou <span xml:lang="es">Don</span>
+Bartholomeus te <span xml:lang="es">Isabella</span> achterblijven om de gewone zaken der Kolonie
+te besturen.</p>
+
+<p>Tot hun ongeluk hadden de Bondgenooten een openlijken strijd gekozen,
+en zich gelegerd in de &bdquo;<span xml:lang="es">Vega Real</span>&rdquo;, niet begrijpende, dat ze, hoe
+talrijk ook, in het open veld niet tegen de zwaargewapende Europeanen
+bestand waren. <span class="pagenum"><a id="p_148">[148]</a></span>Columbus viel hen aan, en verschrikkelijk was de
+nederlaag, die de arme Indianen leden. Negen maanden lang toog de
+Admiraal met zijne gevreesde ruiters, wraakgierige soldaten en
+verschrikkelijke bloedhonden, doodend, brandend en verwoestend door
+het geheele bekende deel van het eiland. De onderwerping der
+Verbondenen was volkomen, en daar Columbus er steeds op uit was om
+schepen, rijk geladen met goud, katoen en andere voorwerpen van waarde
+naar Spanje te zenden, zoo maakte hij van deze onderwerping gebruik,
+om de overwonnenen te straffen door het betalen van schatting. In alle
+gewesten waar goud gevonden werd, moest elke inboorling, die boven de
+veertien jaar oud was, alle drie maanden eene Vlaamsche valkenbel vol
+stofgoud leveren. Zulk eene valkenbel stofgoud zou in onzen tijd
+ongeveer veertig gulden waarde hebben. De Kaziken moesten nog veel
+meer opbrengen; zoo was één hunner verplicht om alle drie maanden eene
+kalebas vol stofgoud te leveren, dat naar onze munt ongeveer
+vierhonderd gulden was. De inboorlingen der katoen-districten moesten
+op dezelfde termijnen vijfentwintig pond katoen, als schatting,
+inleveren. Bij het inleveren der schatting kreeg men eene koperen
+medaille, die om den hals moest gedragen worden, en wie zonder die
+medaille gevonden werd, werd in de gevangenis gezet of moest boete
+betalen.</p>
+
+<p>Is het te verwonderen, dat de arme inboorlingen het oogenblik
+verwenschten, waarop de &bdquo;Blanke zonen des hemels&rdquo; den eersten voet
+aanwal zett&rsquo;en? Is het nu nog een raadsel, waarom de prediking van de
+Christelijke leer onder die heidensche menschen zooveel tegenstand
+vond? Hadden die vreemdelingen dan niet onmeedoogend hun
+Paradijsachtig leven geheel verstoord, en hen gedwongen tot den
+zwaarsten en vernederendsten arbeid? Hadden die Blanken niet hunne
+hutten verbrand, hunne velden verwoest, hunne vrouwen en dochters
+beleedigd, hunne ouden van dagen en kinderen als slaven weggevoerd?
+Bij duizenden vloden ze naar de ontoegankelijke bergstreken, om daar
+te sterven aan honger, gebrek en pest.</p>
+
+<p>En eenmaal in die richting begonnen, moesten de Spanjaarden <span class="pagenum"><a id="p_149">[149]</a></span>er in
+volharden, wilden ze niet alles verliezen. Toen er in 1877 sprake was
+van Columbus onder de Heiligen op te nemen, gebeurde dat niet, omdat
+&bdquo;afgezien van de groote daad van Amerika&rsquo;s ontdekking, het privaat en
+openbaar leven van Columbus zich te veel gekenmerkt had door daden,
+die berispelijk waren.&rdquo; Nu, al moeten we toegeven, dat Columbus door
+allerlei omstandigheden, waarvoor niet hij, maar een ander
+aansprakelijk gesteld moet worden, gedwongen werd tot zulke daden,
+berispelijk zijn en blijven ze, al doen we nog zoo ons best om ze in
+de lijst van haar&rsquo; tijd te plaatsen.</p>
+
+<p>Terwijl Columbus op <span xml:lang="es">Hispaniola</span> zoo werkte, werkten zijne vijanden en
+tegenstanders in Spanje ook, maar tegen hem. Pater <span xml:lang="es">Boyle</span> en <span xml:lang="es">Margarite</span>
+waren daar aangekomen en hadden den toestand in de Nieuwe Wereld met
+zulke schrille kleuren geschetst, zij hadden zoovele bewijzen, ware en
+gezochte, bijeengebracht, om aan te toonen, dat Columbus, zooal geen
+bedrieger en avonturier, dan toch stellig de man niet was om aan het
+hoofd der zaken te staan, dat Ferdinand en Isabella besloten, iemand
+naar de Nieuwe Wereld te zenden om de zaken onpartijdig te
+onderzoeken. Niemand achtten zij daartoe beter geschikt dan een hunner
+aanzienlijke Hovelingen, een zekere <span xml:lang="es">Don Juan Aguado</span>. Columbus zelf had
+dezen Edelman bij de Monarchen aanbevolen als iemand, die door stand
+en karakter verdiende om aanzienlijke betrekkingen te bekleeden,
+zoodat Columbus in de zending van dien man eer een bewijs van
+vriendschappelijk vertrouwen, dan eene onedele verdenking zou zien. De
+Monarchen hadden zich echter zeer vergist. Bij al de fouten, die
+Columbus beging, moet ook, en waarlijk niet in de laatste, maar bijna
+in de eerste plaats genoemd worden, dat hij veel te lichtvaardig was
+in het schenken van vertrouwen, en het koesteren van wantrouwen. Hij
+maakte daardoor vijanden tot zoogenaamde vrienden, en echte vrienden
+tot ware vijanden en tegenstanders. <span xml:lang="es">Don Margarite</span> had de bewijzen van
+dat onverdiende vertrouwen reeds geleverd, en <span xml:lang="es">Don Aguado</span> zou ze
+leveren. Gezonden door de Monarchen om <em class="g">onder</em> den Admiraal onderzoek
+naar den stand van zaken <span class="pagenum"><a id="p_150">[150]</a></span>te
+doen, overschreed <span xml:lang="es">Don Aguado</span>, zoodra hij
+te <span xml:lang="es">Isabella</span> aangekomen was, zijne lastgeving door zich <em class="g">boven</em> Columbus
+te plaatsen, en hem, ten aanzien van ieder, met grove minachting te
+bejegenen. De voormalige gunsteling had gehoopt, dat de Admiraal hem
+openlijk tegenstand zou bieden, doch Columbus wilde met den
+laaghartigen man in geene woordenwisseling komen, en behandelde hem
+beleefd, doch met eene koele hooghartigheid, die den trouwelooze
+geheel uit het veld sloeg.</p>
+
+<p>Te <span xml:lang="es">Isabella</span> aangekomen, werd hij door zijn&rsquo; broeder met een aangenaam
+bericht verrast. Een knecht van <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus was in twist geraakt
+met een&rsquo; makker, en had dezen zoo gewond, dat hij dood scheen. <span xml:lang="es">Miguel
+Diaz</span>, zoo heette de knecht, nam nu met een vijftal anderen, die er ook
+aan medeplichtig waren, de vlucht, en kwam eindelijk aan de Zuidkust
+in het gebied eener vrouwelijke Kazike, die de vluchtelingen niet
+alleen vriendelijk opnam, maar zelfs <span xml:lang="es">Diaz</span> tot haar&rsquo; echtgenoot
+verhief. Het leven te midden der wilden verveelde <span xml:lang="es">Diaz</span> al heel gauw en
+hij kreeg het heimwee naar zijne landgenooten. Zijne vrouw, die
+<span xml:lang="es">Catharina</span> genoemd wordt, zag dat, en vreezende dat hij haar verlaten
+zou om nimmer terug te keeren, kwam ze er toe om hem te zeggen, wat
+nog geen enkel Spanjaard wist. Zij wees hem de goudmijnen, die in haar
+gebied lagen, en gaf den raad om de heele Spaansche Kolonie, uit het
+ongezonde <span xml:lang="es">Isabella</span> naar haar gebied te verleggen waar de lucht veel
+gezonder was. Gewapend met zulk eene goede tijding, hoopte <span xml:lang="es">Diaz</span> van
+<span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus vergiffenis te ontvangen en ging naar <span xml:lang="es">Isabella</span>, waar
+hij den gewaanden doode in leven en volkomen gezond vond. Bartholomeus
+hoorde het bericht met blijdschap aan, schonk <span xml:lang="es">Diaz</span> vergiffenis en toog
+met hem naar <span xml:lang="es">Catharina</span>&rsquo;s gebied aan de rivier Ozema, ter plaatse waar
+thans <span xml:lang="es">San-Domingo</span> ligt. De goudmijnen werden nu door hem bezocht en
+gevonden. Bij deze gelegenheid deed men bovendien eene andere en zeer
+merkwaardige ontdekking. Men wist, dat de inboorlingen slechts de
+kunst verstonden om uit het rivierzand stofgoud te wasschen, en dat
+dan te smelten om er zeer kunstlooze en leelijke voorwerpen <span class="pagenum"><a id="p_151">[151]</a></span>van te
+maken. Om uit het ruwe erts het goud af te zonderen was eene kunst,
+die ze niet verstonden, en dat bevreemdde niemand, want ze kenden
+zelfs geene werktuigen om dat erts uit te graven. En wat zag <span xml:lang="es">Don</span>
+Bartholomeus nu? Sommige mijnen waren op wetenschappelijke wijze
+ontgonnen, en zij, die dit gedaan hadden, moesten derhalve ook bekend
+geweest zijn met de wijze, waarop men het edele metaal uit het erts
+kreeg, en bovendien voorzien zijn geweest van werktuigen om het erts
+uit te graven. De heele toestand van het eiland wees op geen enkel
+teeken van eenige beschaving; geene enkele oudheid werd gevonden, die
+bewees, dat hier vroeger een ontwikkeld volk gewoond had, en de
+leefwijze van de bevolking toonde duidelijk aan, dat men er eeuwen
+lang geleefd had zooals nu. Wie hadden dan daar in die mijnen gouderts
+gedolven? Welk beschaafd volk had dan, eeuwen geleden, reeds hier
+vertoefd? <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus en Columbus vertelden van die vondst niets
+aan <span xml:lang="es">Don Aguado</span>, doch voor Columbus waren die ontgonnen mijnen niet
+zulk een raadsel. Hij geloofde immers in Cuba het vasteland van Azië
+gevonden te hebben? Het rijk der beschaafde Tataren moest dus niet zoo
+ver af liggen, zoodat hij aannemen kon, dat diezelfde Tataren daar
+gouderts gedolven hadden. Die ontgonnen mijnen versterkten hem
+derhalve alleen in zijn dwaalbegrip, maar wij, die weten, dat hij
+dwaalde, staan bij die ontginning der goudmijnen nog altijd voor eene
+vraag, die niet beantwoord is. Waren het de Egyptenaren, de
+Phoeniciërs, de Israëlieten, de Grieken, de Karthagers of de Romeinen?
+Waren het latere Europeesche volken, die door stormen op dit eiland
+gekomen waren, en daar goud vindende, begonnen met hunne werktuigen
+erts te graven? Zoo ja, waar waren ze dan gebleven? Waren het de
+beschaafde <span class="corr" id="corr23" title="Bron: Mejikanen">Mejicanen</span> of Peruanen, die hier goud haalden? De laatste
+meening is zeer onwaarschijnlijk, want Mejico en Peru bezaten rijke
+goudmijnen in hun eigen land, waarom zouden ze nu een afgelegen eiland
+opgezocht hebben om daar te halen, wat ze thuis ook krijgen konden?
+Trots al de studie, die er tegenwoordig gemaakt wordt van de Oudheid,
+blijft de geschiedenis <span class="pagenum"><a id="p_152">[152]</a></span>van Amerika met hare bevolking, die in een
+paar landen zoo fijn beschaafd was, een groot, en een zeer groot
+raadsel ook. Slechts dat blijkt uit alles, òf dat Amerika eenmaal een&rsquo;
+tijd heeft gehad, en een&rsquo; tijd van zeer langen duur, dat het in
+verbinding stond met de Oude Wereld, òf dat Kolonisten van een
+beschaafd volk zich hier neergezet hebben, en de beschaving van hun
+eigen land voortplantten. Wanneer we later met <span xml:lang="es">Cortez</span> in Mejico, en
+met <span xml:lang="es">Pizarro</span> in Peru komen, zullen we nog voor veel meer vragen staan,
+waarop men reeds toen een antwoord zocht, en dat men nu nog niet
+gevonden heeft. Liever dan ons aan allerlei gissingen wagen, welke
+toch geen&rsquo; historischen grond hebben, keeren we tot Columbus terug.</p>
+
+<p>Dat de mededeeling van de gevonden goudlagen Columbus tot vreugde
+verstrekte, behoeven we nauwelijks mede te deelen. Het spreekt zoo
+vanzelf, dat hij er zeer verheugd over moest zijn. De vraag naar goud
+beheerschte alles; het antwoord er op te geven zou beslissen over den
+heelen toestand in de landen door hem gevonden. Van de groote vondst
+aan de rivier Ozema werd daarom tegenover <span xml:lang="es">Aguado</span> geen woord gerept, en
+van eene mogelijke verplaatsing van de hoofdstad der Kolonie sprak men
+natuurlijk ook niet. Onze vriend <span xml:lang="es">Miguel Diaz</span> was weer bij zijne Kazike
+Catharina, leefde met haar, nu ze ook Christin geworden was, zeer
+gelukkig en wachtte bedaard den loop der gebeurtenissen af. Zijne
+makkers schenen niets te weten of ook besloten te hebben om te
+zwijgen, althans ook van deze zijde lekte niets uit. Columbus meende
+daarom nu zelf naar Spanje te moeten gaan, om daar aan zijne Monarchen
+mededeeling van de vondst te doen en een onbewimpeld verslag te geven
+van den heelen stand van zaken. Dat moest wel noodig zijn, want Pater
+<span xml:lang="es">Boyle, Margarite</span> en al de ontevredenen, die <span xml:lang="es">Hispaniola</span> verlaten
+hadden, zouden tegenover den Koning en de Koningin hem van allerlei
+verkeerde handelingen beticht hebben. <span xml:lang="es">Don Aguado</span>, die door de Kaziken
+zich had laten inlichten, en van hen niets anders vernomen had dan wat
+strekken kon tot nadeel van den Onder-Koning, wilde ook naar Spanje,
+en wat deze daar mededeelde, zou hem, den ontdekker <span class="pagenum"><a id="p_153">[153]</a></span>der Indiën, den
+genadeslag geven. Hij liet daarom twee schepen gereed maken en
+bevrachten met goud, katoen en gevangenen. Onder deze laatsten
+behoorde ook de dappere en geslepen Kazike Caonabo, die zelfs in zijne
+boeien geen oogenblik zijne trotschheid verloren had, doch die Spanje
+niet zien zou, omdat hij op de langdurige reis overleed. Zoodra de
+beide schepen gereed waren, benoemde Columbus zijn&rsquo; broeder
+Bartholomeus tot <span xml:lang="es">Adelantado</span> of Stadhouder, en moest hij komen te
+vallen vóór de Onder-Koning alweer teruggekeerd was, dan zou <span xml:lang="es">Diego</span>,
+die ook weer in de Kolonie was, hem vervangen. Na op alles orde
+gesteld te hebben, verliet hij den tienden Maart 1496 de baai van
+<span xml:lang="es">Isabella</span>, met twee schepen. Op het eene schip was hij, op het andere
+<span xml:lang="es">Don Aguado</span>. De reis duurde buitengewoon lang, en daar men bij de
+uitrusting der schepen op een&rsquo; veel korteren tijd gerekend had met het
+aanboord nemen van levensmiddelen, waarop men in de Kolonie zoo zuinig
+moest zijn, zoo ontstond er weldra zulk een nijpend gebrek, dat de
+bemanning begon te morren en het voorstel deed om de gevangenen, als
+onnutte monden, overboord te werpen. Columbus wilde hiervan niets
+weten, doch als men kort na dit voorstel niet <span xml:lang="es">Cadiz</span> bereikt had, zou
+hij er wel gevolg aan hebben moeten geven. Het was den elfden Juni
+toen ze daar aankwamen. Columbus vond in de haven drie schepen, die
+met levensmiddelen geladen waren en gereed lagen om, onder bevel van
+<span xml:lang="es">Don Pedro Alonzo Nino</span> naar <span xml:lang="es">Hispaniola</span> te vertrekken. Columbus las de
+brieven, die <span xml:lang="es">Nino</span> voor hem vanwege de Monarchen bij zich had en
+ontdekte uit den inhoud, dat Pater <span xml:lang="es">Boyle, Margarite</span> en alle andere
+ontevredenen het toch niet gedaan hadden gekregen om hem in ongenade
+te doen vallen. Hij schreef nu een&rsquo; brief aan zijn&rsquo; broeder, drukte
+hem daarin op het hart om toch op alle mogelijke wijzen de ontdekte
+goudmijnen te laten ontginnen, en vooral te zorgen, dat de
+inboorlingen onder bedwang bleven. Na dezen brief in handen te hebben,
+vertrok <span xml:lang="es">Nino</span>, en thans zond Columbus aan den Koning en de Koningin
+bericht van zijne aankomst. De brief, dien hij eenigen tijd daarna van
+de Monarchen ontving, was zeer welwillend, en vriendelijk <span class="pagenum"><a id="p_154">[154]</a></span>werd hij
+uitgenoodigd om, als hij van de vermoeienissen van de reis hersteld
+was, te <span xml:lang="es">Burgos</span> ten Hove te verschijnen. Columbus wachtte niet lang,
+maar trok spoedig, als &bdquo;zegevierend Veldheer&rdquo;, naar de bepaalde
+plaats. Op dien tocht deed hij alles, wat hij kon om het volk te laten
+zien welke rijke schatten hij uit die verre gewesten medebracht. Om
+bovendien te toonen hoe de halfnaakte en zeer onbeschaafde Kaziken van
+dat land zich met goud versierden, liet hij in elke stad, die hij
+doortrok, den broeder van Caonabo, die ook tot de gevangenen behoorde,
+een&rsquo; gouden halskraag omdoen, welke eene waarde had van bijna
+achtduizend gulden. Nieuwsgierigen vond Columbus genoeg, doch met
+toejuichingen werd hij nergens ontvangen. Er was te veel kwaads van
+hem en zijne ontdekkingen verteld geworden om hem weer zoo feestelijk
+te begroeten, als bij zijn&rsquo; eersten terugkeer. Ook te <span xml:lang="es">Burgos</span>
+verschilde de ontvangst zeer veel met die te Barcelona. Columbus had
+echter veel ergers verwacht, en daarom viel de ontvangst, ten Hove
+vooral, hem zeer mede. Hij kon aan niets ontdekken, dat hij ook maar
+eenigszins in achting en gunst gedaald was. Boven alles stelde de
+ontdekking van de goudmijnen Koning Ferdinand tevreden, want meer nog
+dan in de dagen toen hij oorlog voerde tegen de Mooren, had hij goud
+noodig. Door de staatkundige huwelijken, die hij zijne kinderen wilde
+laten sluiten, was hij druk bezig om de toekomstige macht van Keizer
+Karel V te grondvesten, doch dit had hem in een&rsquo; kostbaren oorlog met
+Frankrijk gewikkeld. De kosten aan dien oorlog verbonden deden evenwel
+nog onder voor die, welke hij maakte om eene prachtige vloot uit te
+rusten. Die vloot, honderd schepen sterk, en bemand met twintigduizend
+koppen, moest naar Vlaanderen, om de <span xml:lang="es">Infante</span> Johanna derwaarts te
+brengen, want deze zou in het huwelijk treden met Filips, den
+machtigen Hertog van Bourgondië, Heer van bijna de halve Nederlanden
+en zoon van Keizer Maximiliaan van Duitschland. Dat er dus op het
+oogenblik geene schepen waren om naar de Nieuwe Wereld te stevenen,
+ligt voor de hand, en dat er geen geld was om ze voldoende uit te
+rusten, teneinde de ontdekte mijnen oordeelkundig <span class="pagenum"><a id="p_155">[155]</a></span>en met spoed te
+ontginnen, spreekt vanzelf. Toen Columbus dus vroeg om acht uitnemend
+uitgeruste schepen, waarvan er twee rechtstreeks naar <span xml:lang="es">Hispaniola</span>
+zouden zeilen met alles, wat voor het onderhoud der Kolonie noodig
+was, en zes zouden dienen om hem nu op een&rsquo; derden tocht aan het
+vasteland van Azië, in het schatrijke <span class="corr" id="corr24" title="Bron: Kathaï">Kataï</span>, te brengen, kreeg hij
+terstond de belofte, dat dit geschieden zou, maar de vervulling der
+belofte lag nog in een ver verwijderd tijdstip. Dat we hier niet alles
+op rekening van het geldgebrek en Koning Ferdinands staatkundige
+bemoeiingen te schrijven hebben, zal ieder wel begrijpen. Waar
+Columbus&rsquo; vijanden en tegenstanders hunne pogingen om hem in ongenade
+te zien vallen, mislukt zagen, daar bereikten ze voor een deel toch
+hun doel met de uitrusting te vertragen. De kleingeestigste middelen
+werden aangegrepen om Columbus in al zijne plannen te dwarsboomen, ja,
+men schaamde zichzelven niet door zelfs aan den roem zijner ontdekking
+te tornen. Het moet in dezen tijd geweest zijn, dat Columbus zich in
+gezelschap van Aanzienlijken en Geleerden bevond, dat een dezer
+laatsten op smadelijken toon te kennen gaf, dat de ontdekking van de
+Indiën door het Westen in te zeilen, niet zulk een moeielijk en
+gewichtig werk was, en dat iedereen dit wel gedaan kon hebben zonder
+nog geleerd, dapper, ondernemend of nadenkend te zijn.</p>
+
+<div class="figleft" style="width: 432px;">
+<img src="images/p155.jpg" width="432" height="320" alt="Columbus doet de proef met het ei." title="" />
+<span class="caption">Columbus doet de proef met het ei.</span>
+</div>
+
+<p>Het was zeker moeielijk voor Columbus om hierop een afdoend antwoord
+te geven, want, waarlijk, nu de ontdekking geschied was, moest
+iedereen verbaasd staan, dat men aan zulk een&rsquo; eenvoudig iets niet
+veel vroeger gedacht <span class="pagenum"><a id="p_156">[156]</a></span>had. Columbus, zoo zegt het verhaal, nam nu een
+ei, en vroeg wie der Heeren het op zijn punt kon zetten, zonder dat
+het omviel; hij kon het, zei hij. De Heeren begonnen dit kunstje te
+beproeven, doch het gelukte natuurlijk niemand. Eindelijk uitgenoodigd
+om het zelf dan te doen, tikte Columbus voorzichtig een plat vlakje
+aan de punt, en zette het ei op dat vlakje neer.</p>
+
+<p>&bdquo;O,&rdquo; was het algemeene geroep, &bdquo;als we geweten hadden, dat we dit
+mochten doen, dan zouden wij het ei ook wel op zijn punt gezet hebben.
+Zoo is er geene kunst aan.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Juist, Mijne Heeren,&rdquo; zeide Columbus, &bdquo;nu gij het weet, is er geene
+kunst aan. Op vooraf weten komt het aan, en zoo is het ook met de
+ontdekking van de Indiën.&rdquo;</p>
+
+<p>Vele schrijvers houden dat voorval van het ei voor verzonnen, maar
+verzonnen of waar, het karakteriseert volkomen het streven van
+Columbus&rsquo; tegenstanders en Columbus zelven.</p>
+
+<p>Doch keeren we terug tot hetgeen geschiedenis is.</p>
+
+<p><span xml:lang="es">Nino</span> was inmiddels alweer in Spanje terug gekomen, en inplaats van aan
+de Monarchen de brieven te zenden, welke de <span xml:lang="es">Adelantado</span> hem medegegeven
+had, berichtte hij zijne terugkomst met de drie schepen, geladen met
+goud. Thans dacht Columbus alles gewonnen te hebben, want met <span xml:lang="es">Nino</span>&rsquo;s
+schatten, zeker afkomstig uit de rijke mijnen, werd het bewijs
+geleverd van de waarheid van hetgeen hij gezegd had, en was er meteen
+ook van geldgebrek geene sprake meer. Koning Ferdinand maakte aan dien
+droom al dadelijk een einde, door te verklaren, dat hij het geld niet
+missen kon, omdat hij het noodig had voor den oorlog tegen Frankrijk.
+Werd Columbus&rsquo; zoete droom wreedelijk verstoord, ook die van den
+Koning zou verstoord worden. Toen men bij <span xml:lang="es">Nino</span> kwam om goud te halen,
+vond men slechts zeer weinig. Hij had gevangenen aanboord, antwoordde
+hij, en als men die op de slavenmarkten verkocht, had men óók goud.
+&bdquo;Ander goud is er niet veel meer op <span xml:lang="es">Hispaniola</span>,&rdquo; zeide hij smadelijk,
+en hing verder een zeer droevig tooneel <span class="pagenum"><a id="p_157">[157]</a></span>van heel de Kolonie op. Thans
+kostte het Columbus kracht om zich staande te houden, en zelfs zij,
+die hem genegen waren, wezen op de arme gevangenen en riepen spottend:
+&bdquo;Zie daar het zeldzame goud der Nieuwe wereld!&rdquo; Dat door deze
+teleurstelling de uitrusting der vloot nog meer vertraagd werd, ja,
+zelfs gevaar liep geheel nagelaten te worden, dat zag ieder. Columbus
+zag het ook, en, hij leed er onder. Er kwamen leelijke plooien in zijn
+karakter, welke hem vreemd zouden gebleven zijn, zoo hij niet in zulk
+eene omgeving van laster en naijver geleefd had. Eene slechts bleef
+hem trouw ter zijde staan, ten minste, zij sloeg niet zulk een
+onvoorwaardelijk geloof meer aan al de beschuldigingen, die tegen den
+grooten man ingebracht werden. Die ééne was Koningin Isabella, die
+zelfs hielp om Koning Ferdinand over te halen een besluit uit te
+vaardigen, dat, op Columbus&rsquo; verzoek, alle ontdekkingsreizen, die op
+eigen kosten, dus buiten de Regeering om gedaan konden worden,
+verboden werden.</p>
+
+<p>Een Duitsch historie-schrijver van onzen tijd noemt deze eisch van
+Columbus niets anders dan &bdquo;kleingeestige zelfzucht om zichzelven en
+zijne familie een monopolie van ontdekkingen te verzekeren.&rdquo; De
+aanmerking is niet vriendelijk, doch behalve dat zij onvriendelijk is,
+is ze ook zeer oneerlijk. Had Columbus er dan geen recht op dat zijn
+onvermoeid streven, hetwelk met zulk een&rsquo; goeden uitslag bekroond was,
+beloond werd? Indien hij eenvoudig gezwegen had, zouden de
+particuliere Spaansche ontdekkers, gebruik makende van zijne
+ontdekking, het zóó ver gebracht hebben, dat ze hem uit de Indiën
+drongen, en, zonder eenige vergoeding. Dit streven zijner vijanden om
+hem, den gehaten &bdquo;Liguriër&rdquo;, van de vruchten van zijne vlijt en moeite
+te berooven, spreekt uit de kroniek van den dag.</p>
+
+<p>Na het uitvaardigen van dit bevel werd nu weldra het besluit genomen
+om de schepen gereed te maken ten einde Columbus eene derde reis te
+laten doen, doch de uitrusting had heel wat voeten in de aarde. De
+Kroon had geen geld; het Volk had geen&rsquo; lust.</p>
+
+<p>Om nu toch het aantal mijnwerkers te kunnen medenemen, wist Columbus
+het gedaan te krijgen, dat de Regeering <span class="pagenum"><a id="p_158">[158]</a></span><span xml:lang="es">Hispaniola</span> tot een soort van
+Straf-kolonie maakte. De misdadigers werden nu naar dit eiland
+gebannen, en de Rechters, zoo beweert men, deden hun best om op deze
+gemakkelijke manier van een aantal schelmen en deugnieten af te komen.
+Wel moet Columbus ten einde raad geweest zijn om zulk een ondoordacht,
+ja, bijna onzinnig voorstel te doen. Zulk werkvolk, het kòn niet
+anders, zou eene ramp voor hem en voor de heele Kolonie worden.</p>
+
+<p>Met dat al ging de zaak zóó langzaam voort, dat Columbus pas den
+dertigsten Mei 1498 met zes slecht uitgeruste schepen den derden
+ontdekkingstocht aanvaarden kon, en de Admiraal was over deze
+vertraging zóó woedend, dat hij <span xml:lang="es">Ximeno De Breviesca</span>, die hem op den
+dag der afvaart beleedigde, aangreep, op den grond smeet en eenige
+schoppen toedeelde. Deze <span xml:lang="es">Ximeno</span> was de Schatmeester van <span xml:lang="es">De Fonseca</span>,
+Columbus&rsquo; heftigsten en gevaarlijksten tegenstander. Toen Koningin
+Isabella vernam, wat Columbus gedaan had, was zij hierover zeer
+gebelgd, en hoewel de Admiraal later in een&rsquo; brief, vol berouw
+vergeving aan de Monarchen vroeg voor zijne daad in drift gepleegd,
+nimmer werd de goede Koningin meer voor hem, die ze zoo lang en zoo
+trouw geweest was.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="HOOFDSTUK_VIII"></a>HOOFDSTUK VIII.</h2>
+
+<hr class="tit" />
+
+<p class="subtitle"><span xml:lang="it">AMERIGO VESPUCCI</span>.&mdash;COLUMBUS IN KETENEN.</p>
+
+<p>Welk een verschil den dertigsten Mei 1498 op de reede van <span xml:lang="es">San Lucar de
+Barrameda</span> aan den mond van den <span xml:lang="es">Guadalquivir</span>, of den vijfentwintigsten
+September 1493 voor de haven van <span xml:lang="es">Cadiz</span>. Nu een armzalig uitgerust
+vlootje, bemand met Spanjes uitschot, toen eene prachtige vloot, rijk
+van alles voorzien met eene bemanning, samengesteld uit Spanjes
+aanzienlijkste Edelen. Nu nergens geestdrift, toen alles vol opgewekt
+en vurig leven. Nu een Admiraal <span class="pagenum"><a id="p_159">[159]</a></span>die schoppen uitdeelt en zijne oogen
+mismoedig over de zee laat waren, toen een Admiraal wiens mond niet
+stilstond met het vertellen van de heerlijkheden, die men zien, den
+roem, dien men behalen, den rijkdom, dien men zich verwerven zou, een
+Admiraal wiens vurige oogen reeds, aan gindsche zijde van den Oceaan,
+de schatrijke Indiën, die hij gevonden had, zagen.</p>
+
+<p>Behalve de gewone matrozen en manschappen had Columbus nu slechts
+tweehonderd man geleide hij zich. Op de hoogte van <span xml:lang="es">Ferro</span> zond hij drie
+zijner schepen onmiddellijk naar <span xml:lang="es">Hispaniola</span>, want hij begreep dat
+zijne broeders in de Kolonie met reikhalzend verlangen naar toevoer
+van levens- en krijgsvoorraad zouden uitzien, al waren er ook in
+Januari reeds twee schepen heen gezonden.</p>
+
+<p>Met de drie andere schepen zeilde hij naar de Kaap-Verdische Eilanden.
+Hij wilde ditmaal den tocht in eene richting maken, die veel
+zuidelijker liep, om het vasteland, dat in zijn oog het ware
+&bdquo;goudland&rdquo; was, op eene heel andere plaats te bereiken dan op den
+tweeden tocht. Hij verkeerde in de meening dat alle menschen daar
+zwart waren evenals de negers in Afrika.</p>
+
+<p>Die zuidelijke koers bracht Columbus en de zijnen echter onder de
+Linie en in de gevaarlijke streek van windstilte en vreeselijke hitte.
+Deze laatste was werkelijk ondragelijk. Op het dek was er zelfs des
+nachts geen koeltje te voelen en beneden in het scheepsruim was de
+hitte zoo groot, dat de hoepels van de wijn- en watervaten sprongen.
+Te sterven aan dorst en aan hitte scheen ieders toekomst te zijn, en
+wanneer we nu in aanmerking nemen, dat de bemanning voor een groot
+deel uit moordenaars en dieven bestond, dan moeten we verbaasd staan,
+dat de Admiraal onder zooveel tegenspoed het hoofd niet verloor en den
+moed niet opgaf. Gelukkig kwam er een klein koeltje opzetten en de
+Admiraal hiervan gebruik makende, kwam nu onder den invloed van den
+passaat. Hij zag zelf wel in dat zijne schepen door eene hitte, die
+het pek uit de naden deed smelten, te ontredderd waren om nog
+zuidelijker te varen. Bovendien bevond men dat er den eenenderdigsten
+Juli op elk schip maar één vat water meer <span class="pagenum"><a id="p_160">[160]</a></span>over was. Hij moest dus
+trachten zoo spoedig mogelijk land te bezeilen en een zucht van
+verlichting steeg uit aller borst toen de uitkijk des middags van
+denzelfden dag luide hooren deed: &bdquo;Land vooruit!&rdquo; Men kreeg eerst drie
+hooge bergtoppen in het gezicht, en het land, dat later bleek een
+eiland te zijn, ontving naar deze drie bergtoppen, den naam van &bdquo;<span xml:lang="es">La
+Trinidad</span>,&rdquo; d. i. &bdquo;De Drie-eenheid.&rdquo; Pas den volgenden dag vond hij
+een&rsquo; geschikten ankergrond en zond nu sloepen aan wal om water in te
+nemen en eene plaats te zoeken waar de schepen konden gekalefaat
+worden. Water vond men, en de vreugde hierover deed vergeten, dat men
+genoodzaakt was met de ontredderde schepen verder te trekken, omdat er
+geene goede haven gevonden werd. Columbus stond verbaasd over den
+weelderigen plantengroei, dien hij hier aantrof, want hij had stellig
+verwacht eene landstreek te vinden, waar alles door de hitte
+verschroeid was. Dat viel hem tegen, want hij was het vreemde geloof
+toegedaan, dat het fijnste goud, de zuiverste edelgesteenten en de
+schoonste parelen alleen in zulk eene streek konden voorkomen.
+Zuidelijk van <span xml:lang="es">La Trinidad</span> was nog eene kust zichtbaar en aanvankelijk
+hield Columbus dit voor een ander eiland. Hij vergiste zich echter
+zeer, want de kuststreek, die hij zag, behoorde wel degelijk tot het
+vasteland van Zuid-Amerika. Hij was hier aan de breede monding van den
+Orinoco, wiens melkwitte wateren tot op grooten afstand in den Oceaan
+nog zichtbaar zijn. De oevers van dezen machtigen stroom, wiens
+monding slechts honderdzestig uur van zijn&rsquo; oorsprong verwijderd is,
+doch welke zulk een&rsquo; bochtigen loop heeft, dat zijne heele lengte
+vierhonderd vijftig uur bedraagt, zijn schilderachtig schoon. Ook toen
+vertoonde de natuur er zich in volle pracht. Columbus was echter
+ziekelijk en behalve dat hij veel aan ontstoken oogen leed, werd hij
+ook erg gekweld door de jicht, zoodat de lust bij hem niet groot was
+om lang in deze streken te vertoeven. Hij wilde naar <span xml:lang="es">Hispaniola</span> om
+daar, door eenige weken rust, tot herstel te komen om dan, als de
+jicht hem niet meer kwelde en de oogen weer hersteld waren, van
+<span xml:lang="es">Hispaniola</span> uit, naar deze streken op ontdekkingen <span class="pagenum"><a id="p_161">[161]</a></span>uit te gaan. Dat
+men in de kolonie behoefte aan krijgs- en levensvoorraad hebben zou,
+geloofde hij niet, want de drie schepen, die hij er van <span xml:lang="es">Ferro</span>
+rechtstreeks heengezonden had, zouden nu reeds te <span xml:lang="es">Isabella</span> aangekomen
+zijn. Maar de levensvoorraad, die hij met zijne schepen ook voor de
+Kolonie aan boord had, had door de hitte verbazend geleden en zou
+misschien geheel onbruikbaar worden, als hij den tocht in deze streken
+te lang voortzette.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 720px;">
+<img src="images/p161.jpg" width="720" height="537" alt="Een Indianen-dorp ten tijde van Columbus." title="" />
+<span class="caption">Een Indianen-dorp ten tijde van Columbus.</span>
+</div>
+
+<p>Er werd dus besloten om slechts een deel van de kust langs te zeilen
+om de overtuiging op te doen, dat een nader bezoek aan deze streek de
+moeite loonen zou.</p>
+
+<p>Het was een heerlijk, schoon land, dat Columbus en zijne reisgenooten
+te zien kregen, en op onzen Admiraal, <span class="pagenum"><a id="p_162">[162]</a></span>die zoo gaarne aan zijne
+dichterlijke gedachten de vrije vlucht gaf en dan voor waarheid hield,
+wat toch eigenlijk niets anders was dan eene poëetische vinding,
+maakte dit land zulk een&rsquo; indruk, dat hij waande in de nabijheid van
+het Paradijs te zijn.</p>
+
+<p>Over de plaats waar dit Paradijs eenmaal lag, werd in die dagen zeer
+veel getwist, zelfs door geleerden. Dat evenwel hunne uitspraken kant
+noch wal raakten, is duidelijk, omdat hunne kennis van de gedaante en
+oppervlakte der aarde zeer gebrekkig was. Eene algemeen aangenomen
+meening in Columbus&rsquo; tijd was, dat het Paradijs op de Oostkust van
+Azië gelegen had, en er eigenlijk nog lag. Bij den Zondvloed was het
+door zijne eigenaardig hooge ligging gespaard gebleven van de
+overstrooming.</p>
+
+<p>Toen nu bij het aanschouwen van die schoone kust, waar zoo menig
+vriendelijk gelegen Indianen-dorp zich vertoonde de dichterlijke
+verbeelding des Admiraals opgewekt werd, begon hij ook naar den berg
+of de hoogte uit te zien waarop het Paradijs lag. Hij schreef zijne
+meening hierover aan de Monarchen, en om dezen duidelijk te maken, dat
+hij zich maar niet iets ongerijmds voorstelde, deelde hij hun de
+kersversche wetenschap mede: &bdquo;De Aarde heeft den vorm eener peer en
+verlaat den bolvorm op de plek waar bij eene peer de steel zit, en in
+de nabijheid van de Linie, in den Indischen Oceaan, is het hoogste
+gedeelte en nadert de Aarde het meest den Hemel.&rdquo;</p>
+
+<p>Tot den vijftienden Augustus bleef Columbus zijn&rsquo; tocht langs de
+heerlijke kust voortzetten, en had hij gelegenheid om te zien, dat de
+inwoners hier veel beschaafder waren dan de inboorlingen van
+<span xml:lang="es">Hispaniola</span>. Aanvankelijk ontweken ze bij het naderen der schepen hunne
+kustdorpen en namen de vlucht in de bosschen. Zij hadden nimmer
+zeilschepen gezien, en later bleek het, dat ze de schepen voor
+reusachtige waterdieren hielden, die niet alleen zwemmen, maar ook
+vliegen konden. De zeilen waren dan hunne vleugels, en in dat geloof
+moesten ze wel versterkt worden, als ze zagen hoe die &bdquo;zeedieren&rdquo;, als
+ze ophielden met zich voort te bewegen, de vleugels sloten. Elke
+beweging van de zeilen beschouwden ze als eene vrijwillige beweging
+<span class="pagenum"><a id="p_163">[163]</a></span>met de vleugels. Om met de bewoners, die zich niet zien lieten, in
+aanraking te komen, liet Columbus den zesden Augustus op een deel der
+kust, waar zich sporen van landbouw vertoonden, eenige sloepen
+landden. De matrozen zagen uit alles duidelijk, dat kort geleden hier
+menschen moesten vertoefd hebben, want ze vonden zelfs vuren, die nog
+niet uitgedoofd waren. Eindelijk wierpen de schepen de ankers in de
+monding eener rivier uit, en thans zag men eene kano waarin een
+viertal mannen zaten, de karveel naderen, welke het dichtst bij den
+wal lag. Een zonderling middel om de kennismaking met deze menschen
+aan te knoopen, bracht de Kapitein van de karveel in practijk. Hij
+sprong van zijn schip in de kleine kano, die daardoor omkantelde. De
+Wilden trachtten zwemmende den oever te bereiken, doch werden door de
+Spaansche matrozen achterhaald en gevangengenomen. Sidderend en bevend
+verschenen ze voor Columbus, die hen vriendelijk toelachte, en na hun
+eenige valkenbelletjes, koralen en wat suiker gegeven te hebben, weer
+naar den wal liet brengen. Die geschenken hadden de gewenschte
+uitwerking, want de gevangengenomen Wilden hielden, toen ze alweer bij
+de hunnen waren, de geschenken, die ze gekregen hadden, niet
+verborgen, wat ze ook bezwaarlijk konden doen, daar ze geene kleederen
+droegen en de gordel om het middel geene zakken had om de valkenbellen
+te verbergen. Hun hoofd was gedekt met een voorwerp, dat van katoen
+gemaakt was. Nu eenmaal de vrees voor de vreemde dieren en de vreemde
+menschen overwonnen was, kwamen de Indianen van alle kanten opdagen,
+en met hunne kano&rsquo;s, die soms heel aardig versierd waren, aan boord
+van de schepen. Ze maakten op Columbus en de zijnen een&rsquo; zeer
+gunstigen indruk. Hunne lichaams-gestalte, hoewel niet boven het
+middelmatige, was kloek en krachtig en tot groote verbazing van den
+Admiraal, die gedacht had hier, zoo dicht onder de Linie een
+verschroeid land en zwarte menschen, met wol in plaats van haar op het
+hoofd, te vinden, had hij al sinds eenige dagen gezien dat er van een
+verschroeid land in de verste verte geene spraak was. Hij zag
+daarenboven niet alleen menschen, die lang <span class="pagenum"><a id="p_164">[164]</a></span>zwart haar hadden, maar
+die tevens eene huidkleur bezaten, welke al heel weinig verschilde met
+de gebruinde kleur zijner manschappen. Ja, er waren meisjes, zóó
+bevallig en schoon, en zóó blank, dat ze menige beroemde Andalusische
+schoone evenaardden, zelfs overtroffen. In het schieten met den boog
+waren ze zeer ervaren, en om hunne naakte lichamen tegen de pijlen der
+vijanden te beschermen, gebruikten ze een klein soort van houten
+schilden. Heel eigenaardig was ook het gebruik, dat ze van den neus
+maakten. Het zintuig van den reuk scheen, evenals alle andere
+zintuigen, sterk ontwikkeld te zijn, wat nog het geval is bij volken,
+die bijna in den natuurstaat leven. In plaats van, zooals wij zouden
+doen, de voorwerpen en menschen, die ons vreemd zijn, te betasten,
+begonnen zij alles te beruiken. Op de vraag, natuurlijk door teekenen
+gedaan, hoe hun land heette, gaven ze ten antwoord: &bdquo;Paria!&rdquo; en ze
+deelden meteen ook mede dat het land in het Westen veel sterker
+bevolkt was. Zij gaven Columbus wegwijzers mede om dat land op te
+zoeken, en toen hij en zijn volk er aankwamen, stonden ze letterlijk
+verbaasd op het gezicht van zooveel natuurschoon als hier heerschte.
+Natuurlijk was Columbus&rsquo; eerste werk om, nu hij aan wal gekomen was,
+het land voor zijne Monarchen in bezit te nemen, en dit geschiedde op
+dezelfde wijze, als bij gelegenheid, dat hij den eersten voet op het
+gebied der Nieuwe-Wereld zette. In de keuze der woorden was hij wel
+eenigszins vrij, omdat er omstandigheden konden zijn, die wijziging in
+eene voorgeschreven formule noodzakelijk maakten, doch de
+plechtigheden, die er mede gepaard gingen, waren wel degelijk
+voorgeschreven door het Hof waar eene zeer strenge etiquette
+heerschte. De toespraak van Columbus was steeds kort, en eindigde met
+een&rsquo; nieuwen eed van trouw door hem en zijne manschappen afgelegd.
+Later kwam het onder <span xml:lang="es">Don Alonzo De Hojeda</span> in gebruik om eene
+ellenlange toespraak te houden in het bijzijn van de inboorlingen. De
+plechtige toespraak geschiedde in het Spaansch, waarvan de arme
+menschen natuurlijk geen woord verstonden, en als we dan lezen hoe de
+inboorlingen hunne plichten voorgeschreven werden tot in de kleinste
+bijzonderheden, <span class="pagenum"><a id="p_165">[165]</a></span>dan klinkt het al zeer naïef, als het ten slotte
+luidt: &bdquo;Indien gij het niet doet, of voorbedachtelijk en listig
+uitstelt, het te doen, verzeker ik u, dat ik met Gods hulp, u met
+geweld zal aanvallen, en u overal en op alle wijzen zal beoorlogen. Ik
+zal u onderwerpen aan de macht en aan de gehoorzaamheid der Kerk en
+van Zijne Majesteit. Uwe vrouwen en kinderen zal ik als slaven
+wegvoeren, en zoodanig over hen beschikken als Zijne Majesteit zal
+bevelen. Ik zal uwe bezittingen wegnemen en u al het leed en verdriet
+aandoen, dat in mijne macht is, omdat gij vasallen zijt, die hun&rsquo;
+Souverein niet willen gehoorzamen of erkennen, maar die zich tegen hem
+verzetten en hem tegenstand bieden. Ik verklaar bij deze, dat gij de
+ellende en jammeren, die ge langs dezen weg uzelven veroorzaakt, eenig
+en alleen aan uzelven en niet aan Zijne Majesteit<span class="corr" id="corr25" title="Bron: .">,</span> aan mij of aan
+deze krijgslieden, die mij vergezellen, zult te wijten hebben.&rdquo;</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 720px;">
+<img src="images/p165.jpg" width="720" height="529" alt="Spanjaarden in de Nieuwe-Wereld, die den huldigings-eed zweren." title="" />
+<span class="caption">Spanjaarden in de Nieuwe-Wereld, die den huldigings-eed zweren.</span>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_166">[166]</a></span></p>
+
+<p>Het was gesproken, en of de inboorlingen er nu ook geen enkel woord
+van verstaan hadden, dat hinderde niet. Wanneer ze nu niet in alles
+naar den zin en wil van de Spanjaarden handelden, dan meenden deze
+laatsten in hun volle recht te zijn om hen, als oproerlingen te
+behandelen, want &bdquo;met luider stem waren hunne verplichtingen
+afgekondigd.&rdquo; Waarlijk, indien deze voorgeschreven toespraak niet in
+de archieven bewaard was gebleven, dan zou men niet kunnen gelooven,
+dat ze gehouden werd.</p>
+
+<p>Ja, dat de heele toespraak van het begin tot het einde volgens de
+voorgestelde formaliteiten gehouden wàs, werd telkens door een&rsquo;
+Notaris verzekerd, en deze was dan verplicht hiervan een schriftelijk
+bewijs aan den Spaanschen Bevelhebber, die de toespraak hield, over te
+reiken. Men zou anders, wanneer men las, dat deze of gene
+ontdekkings-reiziger een&rsquo; Notaris bij zich had, lichtelijk kunnen
+vragen: &bdquo;Wat doet nu toch zulk een Ambtenaar hier?&rdquo; Thans weet men
+het. Er waren Notarissen bij elken ontdekkings-tocht om de rechten van
+de Spaansche Kroon op de gevonden landen tegenover alle vreemde
+Mogendheden vast te stellen. Dat de inboorlingen er niets van
+begrepen, leverde geen bezwaar op; er was aan den vorm voldaan en die
+vorm redde alles.</p>
+
+<p>Nadat de plechtigheid van de huldiging afgeloopen was begon Columbus
+zich met de inboorlingen bezig te houden. Zij waren blijkbaar nog
+beschaafder dan die, welke hij reeds ontmoet had en tot zijne vreugde
+zag hij, dat ze ook heel andere versiersels bezigden. Om den blanken
+en sierlijken hals droegen de jonge vrouwen en meisjes snoeren van
+kostbare parelen, en de mannen hadden om hals, armen en beenen banden
+van een zeker soort van goud, dat ze &bdquo;gaunin&rdquo; noemden, en dat, zooals
+ze zeiden, afkomstig was uit een land, dat niet zoo heel ver af lag.
+Ook de parelen kwamen er vandaan, maar de bewoners van dat land waren
+menscheneters. Indien dit laatste waar was, wat nauwelijks te
+veronderstellen is, dan moeten het bijna wetenschappelijk ontwikkelde
+menscheneters geweest zijn, want later bleek dat &bdquo;gaunin&rdquo; een mengsel
+was van goud, zilver en koper, dat zelfs kunstig bearbeid was. <span class="pagenum"><a id="p_167">[167]</a></span>Dat
+&bdquo;gaunin&rdquo; uit die bestanddeelen bestond, wist Columbus niet, maar dat
+belette hem niet te twijfelen aan de waarheid van hun beweren. Hij
+hield het ervoor dat ze hem niet zeggen wilden waar het &bdquo;gaunin&rdquo; en de
+parelen gevonden werden, omdat ze vreesden dat de vreemdelingen er hen
+van berooven zouden. Nu, de Spanjaarden gaven tot zulk een valsch
+beweren dan zelf ook aanleiding, want hunne begeerte om parelen en
+&bdquo;gaunin&rdquo; tegen allerlei snuisterijen te verruilen was te groot om
+zelfs de inboorlingen niet terstond te laten begrijpen, dat ze alles
+wegnemen zouden, als ze de plaats maar wisten, waar het te vinden was.</p>
+
+<p>Columbus, die met het &bdquo;gaunin&rdquo; niet zooveel ophad, sloeg een
+begeeriger oog op de parelen, en hij hield zich overtuigd, dat deze
+kostbare voorwerpen hier in de nabijheid moesten gevonden worden.
+Immers, een geleerd Romein, Plinius, had eeuwen geleden reeds
+geschreven, dat parelen ontstonden door dauwdruppels, die tusschen
+geopende oesterschelpen vielen. Oesters vond men hier in menigte, en
+de dauw viel er sterker dan hij ergens elders gezien had. Hij zeilde
+daarom langs de kust verder in de hoop dat hij hier op &bdquo;Paria&rdquo;, dat
+hij steeds voor een eiland bleef houden, de plek vinden zou, waar de
+pareloesters leefden, en in de stellige meening dat hij hier in het
+land der parelen was, noemde hij eene der vele golven, die hij op dien
+tocht vond: &bdquo;Parelgolf.&rdquo;</p>
+
+<p>Zijn zoeken was echter vergeefsch, en daar zijne oogen bovendien zoo
+ontstoken werden, dat hij bijna blind werd en hij genoodzaakt was om
+alles aan zijn&rsquo; Stuurman over te laten, wat zeer gevaarlijk was, omdat
+de zee op vele plaatsen buitengewoon ondiep werd, zoo besloot hij de
+verdere onderzoekingen voorloopig te staken en de reis naar <span xml:lang="es">Hispaniola</span>
+aan te nemen. Was hij eenmaal dáár, dan zou hij tot volkomen herstel
+van zijne geschokte gezondheid en van zijne zieke oogen, rust nemen,
+en inmiddels zijn&rsquo; broeder <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus met karveelen, die niet
+zoo diep gingen als zijn Admiraalsschip, op verdere ontdekking van dit
+heerlijke land uitzenden.</p>
+
+<p>Veel leed Columbus, maar de zieke oogen straalden <span class="pagenum"><a id="p_168">[168]</a></span>van vreugde, als
+hij er aan dacht, welke schatten hij aan de Spaansche kroon brengen,
+en hoe hij dan een kostelijk loon op al zijn streven vinden zou.</p>
+
+<p>Dat land der parelen deed hem denken aan de schriftelijke beloften,
+die hij bij de ontdekking der Nieuwe Wereld aan zijne Monarchen gedaan
+had, namelijk om te zorgen dat hij binnen zeven jaar uit de
+voordeelen, welke zijne ontdekkingen hem zouden aanbrengen, een leger
+van vijftigduizend man voetvolk en vijfduizend ruiters zou kunnen
+uitzenden om een&rsquo; nieuwen Kruistocht tegen de Ongeloovigen te doen, en
+het Heilige Land te heroveren.</p>
+
+<p>De belofte was gedaan, en hij stond aan de grens van de zeven jaar,
+nu, zoo hij meende, verzekerd dat hij die belofte met ladingen parelen
+zou kunnen inlossen.</p>
+
+<p>Arme man, hoe zou hij bedrogen uitkomen! Maar hoe blijkt het alweer
+uit deze onvoorzichtige belofte, dat hij bij al zijne kennis, al zijn&rsquo;
+moed, al zijne ervarenheid, in vele opzichten een onpraktisch man was,
+die zich aan allerlei dichterlijke droomen overgaf. Zulk een man, het
+kon niet anders, was niet berekend om de gewichtige en moeielijke
+betrekking van Onder-Koning te bekleeden. Hij moest al zijn wenschen
+en hopen, meestal door eigen schuld, zien mislukken; want wie niet,
+als hij, zulk eene dichterlijke verbeelding had, diende hem wel voor
+een&rsquo; grootspreker of bedrieger te houden. De tegenstand, dien hij
+vond, ging werkelijk niet altijd van kwaadwillige en hebzuchtige
+menschen uit.</p>
+
+<p>Aan dat alles dacht echter onze gelukkige Admiraal, vooral op dit
+oogenblik, niet.</p>
+
+<p>Den negentienden Augustus kwam hij, door sterke stroomen en door eene
+miswijzing van het kompas, of mogelijk wel, omdat hij zelf, zoo goed
+als blind, den koers niet bepalen kon, op een zeer afgelegen deel van
+<span xml:lang="es">Hispaniola</span> aan, en terstond zond hij een scheepje af naar <span xml:lang="es">Isabella</span> om
+<span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus bericht te geven van de aankomst van hem, den
+Admiraal.</p>
+
+<p>Reeds vóór zijn broeder bij hem kwam, zag Columbus een&rsquo; inlander, die
+met een&rsquo; Spaanschen kruisboog gewapend was, en terstond rees de bange
+gedachte bij hem op:<span class="pagenum"><a id="p_169">[169]</a></span> &bdquo;Zou ik
+wellicht te <span xml:lang="es">Isabella</span> een tweede <span xml:lang="es">La
+Navidad</span> vinden?&rdquo;</p>
+
+<p>Die gedachte was niet zoo ongegrond. Hoe kwam die inlander aan een&rsquo;
+kruisboog? Het zou immers al te groote dwaasheid geweest zijn om de
+Indianen, die reeds overvloedige bewijzen gegeven hadden van hunne
+vijandelijke gezindheid, te oefenen in den handel met wapenen, die
+dienen moesten om hen in bedwang te houden. Had die Indiaan evenwel
+een&rsquo; Spanjaard gedood om zich van zijn&rsquo; boog meester te maken, dan was
+het nog erger, want dan leverde immers hij het bewijs, dat de
+Kolonisten gedood of onmachtig waren om den overmoed der Indianen met
+afdoende middelen te keer te gaan.</p>
+
+<p>Tot den dertigsten van die maand bleef Columbus, die slechts langzaam
+verder zeilde, in eene pijnlijke onzekerheid. Op dien dag echter kwam
+<span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus bij hem aanboord en vernam hij van dezen dat de
+toestand der Kolonie hachelijk stond.</p>
+
+<p>Wat was er dan toch gebeurd?</p>
+
+<p>Heel veel.</p>
+
+<p>Twee ijverige Monniken hadden op het eiland het Christendom gepredikt
+en het geluk gehad, een gezin van zestien personen te bekeeren. Nu
+wendden zij zich met hunne pogingen tot den machtigen Kazike
+Guarionex. Deze hield zich aanvankelijk, alsof hij wel ooren had naar
+de Leer van het Kruis, en leerde het <span xml:lang="la">Pater noster</span>,
+het <span xml:lang="la">Ave Maria</span> en
+het <span xml:lang="la">Credo</span>. Hij gaf zijne huisgenooten niet alleen bevel dit ook te
+leeren, maar beval tevens, dat men het elken dag driemaal moest
+opzeggen. De ijverige Monniken waren vol hoop, doch zagen weldra zich
+deerlijk teleurgesteld. De een zegt, dat de naburige Kaziken hem er
+toe kregen om niet meer naar de Monniken te luisteren, terwijl een
+ander beweert, dat een Spanjaard de lievelingsvrouw van den Kazike
+beleedigd had. Het laatste schijnt het meest de waarheid nabij te
+komen. Zooveel is echter zeker, dat de Monniken hunne pogingen opgaven
+en elders heentrokken. Zij namen het hoofd van het bekeerde gezin
+mede, doch lieten vooraf voor de vijftien achterblijvenden eene kleine
+kapel oprichten. Nauwelijks echter waren <span class="pagenum"><a id="p_170">[170]</a></span>de Spanjaarden vertrokken of
+de inlanders vernielden het gebouwtje en begroeven het altaar, het
+crucifix en een paar Heiligen-beeldjes in den grond.</p>
+
+<p>Deze daad moest streng gestraft worden. De plunderaars werden
+opgezocht, en toen men hen gevonden en gevangengenomen had, werden ze
+veroordeeld, levend verbrand te worden, welk vonnis ook aan hen
+voltrokken werd.</p>
+
+<p>De Indianen besloten nu den dood hunner broeders te wreken. Zij
+vereenigden onder hunne Kaziken de verschillende benden en bedreigden
+de fortjes, die <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus had laten aanleggen. Toen de
+<span xml:lang="es">Adelantado</span> hiervan bericht kreeg, besloot hij, omdat de Kolonisten
+door gebrek aan goed voedsel misschien niet bestand zouden zijn om de
+opstandelingen te bestrijden, de Kaziken door list gevangen te nemen.
+Die list gelukte, en de opstand werd daardoor den kop ingedrukt.</p>
+
+<p>Nu liet de <span xml:lang="es">Adelantado</span> het bevel zijns broeders ten uitvoer leggen en
+bouwde aan den mond der rivier Ozema, in de nabijheid der goudmijnen,
+de stad <span xml:lang="es">San-Domingo</span>, en toen deze voltooid was, besloot hij met een
+groot gevolg eene reis te maken naar het machtige rijk Xaragua, dat
+ten Westen van <span xml:lang="es">Hispaniola</span> lag en nog nimmer door Spanjaarden bezocht
+was. Wat zou men er ook doen? Schoon moest het er zijn,
+onvergelijkelijk schoon en vruchtbaar. Wat men eenmaal onder de
+beschaafde Grieken en <span class="corr" id="corr26" title="Bron: Romeimen">Romeinen</span> de &bdquo;Elyseesche Velden&rdquo;
+noemde, dat was Xaragua voor <span xml:lang="es">Hispaniola</span>. Maar, men vond er geen goud
+en slechts katoen, bloemen, heerlijke vruchten en visch.&mdash;Over Xaragua
+regeerden de Kazike Behechio en zijne zuster, de beeldschoone
+Anacaona, weduwe van den bekenden Caonabo. In Xaragua aangekomen,
+werden <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus en de zijnen ingehaald door een groot aantal
+jonge meisjes van buitengewone schoonheid, en de ontvangst was zoo
+hartelijk, als men maar wenschen kon. Na daar te midden van zooveel
+schoons eenigen tijd doorgebracht te hebben, kwam de <span xml:lang="es">Adelantado</span> onzen
+Behechio mededeelen, dat hij hem voortaan ook schatting in katoen
+moest opbrengen. Behechio had hierin niet veel lust, doch Anacaona,
+die wist hoe haar echtgenoot door zijn&rsquo; opstand tegen de <span class="pagenum"><a id="p_171">[171]</a></span>Spanjaarden
+zichzelven slechts schade berokkend had, gaf haar broeder den raad om
+de schatting te voldoen. De Kazike luisterde er naar en zeide, dat hij
+bericht zenden zou als de schatting bijeen was. Thans vervolgde de
+<span xml:lang="es">Adelantado</span> zijne reis, doch toen hij eenigen tijd daarna te <span xml:lang="es">Isabella</span>
+aankwam, vond hij er een treurig tooneel. Wel driehonderd der
+Kolonisten waren aan koortsen bezweken of leidden een treurig leven
+tengevolge van gebrek aan het noodige voedsel. Gelukkig brachten de
+drie schepen onder bevel van <span xml:lang="es">Nino</span> eenige verademing, doch weldra was
+de aangebrachte voorraad verteerd. Nu nam het gebrek alweer
+onrustbarende verhoudingen aan. Men begon te morren en te klagen, dat
+Columbus te midden van de feesten aan het Spaansche Hof, de Kolonie
+geheel vergat. Dat hij-zelf daar in Spanje leed onder allerlei
+tegenwerking en teleurstelling, bevroedde niemand. Dat bevroedde zelfs
+Ridder <span xml:lang="es">Francisco Roldan</span> niet, en deze had toch zeer goed kunnen weten
+dat de oorzaak van al de ellende onmogelijk bij Columbus gezocht moest
+worden.</p>
+
+<p>Toen Columbus nog bij zijne tweede reis op <span xml:lang="es">Hispaniola</span> vertoefde, was
+<span xml:lang="es">Roldan</span> dagelijks met hem in aanraking geweest, en hij had zooveel
+werkkracht en zooveel goeden wil getoond, dat de Admiraal hem meer dan
+anderen genegen was. Die genegenheid droeg vruchten, want toen
+Columbus naar Spanje vertrok, benoemde hij dezen <span xml:lang="es">Roldan</span> tot
+Opperrechter, en beval hem zijn&rsquo; broeder aan, als een man, die zijn
+volste vertrouwen verdiende. Columbus had echter in de keuze van
+<span xml:lang="es">Roldan</span> andermaal getoond hoe bitter weinig menschenkennis hij bezat,
+want <span xml:lang="es">Roldan</span> behoorde tot zijne grootste vijanden, en pas was de
+Admiraal weg, of de valschaard begon reeds zijne rol te spelen. En
+toen ten slotte, door gebrek en ziekte, de ellende der Kolonie ten top
+gestegen was, beschuldigde hij <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus en diens broeder <span xml:lang="es">Don
+Diego</span> van allerlei oneerlijke handelingen ten opzichte der Kroon, en
+wist hij verscheidene Kolonisten over te halen om met hem alle
+gehoorzaamheid aan den <span xml:lang="es">Adelantado</span> op te zeggen.</p>
+
+<p>De sluwe Kaziken, hoewel nog buiten den twist gehouden, zagen zeer
+goed hoe erbarmelijk zwak de toestand <span class="pagenum"><a id="p_172">[172]</a></span>der heele Kolonie was, zoodat
+<span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus, wilde hij althans van <span xml:lang="es">Isabella</span> geen tweede <span xml:lang="es">La
+Navidad</span> gemaakt zien, verplicht was om tegenover de opstandelingen met
+de uiterste gestrengheid op te treden.</p>
+
+<p>In dien treurigen toestand vond de Admiraal de schoone Kolonie, toen
+hij er den laatsten Augustus aankwam.</p>
+
+<p>En hier was hij dan nu gekomen om uit te rusten en van zijne ziekten
+te herstellen!</p>
+
+<p><span xml:lang="es">Roldan</span> zelf hield zich ver van <span xml:lang="es">Isabella</span> buiten het bereik des
+Admiraals, doch zijn aanhang was over het geheele eiland verspreid en
+leefde daar in de liederlijkste ongebondenheid. Vooral was het
+heerlijk schoone Xaragua het tooneel waarop <span xml:lang="es">Roldan</span> en de zijnen hun
+brooddronken leven leidden. Op zekeren dag zagen zij drie schepen
+naderen. In het eerst meenden ze, dat de <span xml:lang="es">Adelantado</span> die op hen
+afgezonden had, doch weldra wisten ze dat het de drie schepen waren,
+die Columbus vooruit gezeild waren om de Kolonie terstond van krijgs-
+en levensvoorraad te voorzien. <span xml:lang="es">Roldan</span> begon hier zijne rol nu nog
+uitgebreider te spelen, en weldra had hij door list het scheepsvolk,
+dat uit de grootste deugnieten bestond, overgehaald om hier te
+blijven, en niet naar de ongeluksstad <span xml:lang="es">Isabella</span> te gaan. De bemanning
+der schepen, die door allerlei tegenspoeden afgedwaald en nu pas op
+dit punt aangekomen waren, verkoos natuurlijk dat &bdquo;Luilekkerland&rdquo;, en
+de samenzwering was al in vollen gang, toen de Kapiteins der schepen
+er alles van te weten kwamen. Het was te laat, en verscheidene
+deugnieten in Xaragua achterlatende, omdat ze geene kans zagen, hen
+weer aanboord te krijgen, zett&rsquo;en ze koers naar <span xml:lang="es">San-Domingo</span>, waar ze
+met een&rsquo; voorraad van bedorven levensmiddelen eindelijk aankwamen.</p>
+
+<p>Thans was de ellende ten toppunt gestegen, en Columbus wist geen&rsquo;
+anderen uitweg dan de schepen waarmede hij gekomen was, naar Spanje
+terug te zenden. Hij zou brieven aan de Monarchen medegeven, waarin
+hij een onbewimpeld verslag van den stand van zaken zou doen. Eenmaal
+hiertoe besloten, vroeg hij aan zijne Souvereinen om een kundig man,
+als Opperrechter, naar <span xml:lang="es">Hispaniola</span> te sturen, ten einde deze de
+bestaande geschillen beslechten <span class="pagenum"><a id="p_173">[173]</a></span>zou, en hij eindigde zijn&rsquo; brief met
+den raad om, als die Rechter er niet in slaagde, de rebellen dan
+eenvoudig te verdelgen. Met deze schepen gaf <span xml:lang="es">Roldan</span> evenwel ook
+brieven aan de Koningin en den Koning mede, en hierin had de geslepen
+Rechtsgeleerde allerlei beschuldigingen tegen den Admiraal en zijne
+broeders aangevoerd. De leeperd wist bovendien hoe hij het aanleggen
+moest om bij Koningin Isabella een gunstig gehoor te erlangen. Hij
+deed zich voor als iemand, die in zijne betrekking van Opperrechter
+gestadig te worstelen had met den Admiraal en zijne broeders om geene
+arme inboorlingen als slaven aanboord der schepen naar Spanje te
+zenden, omdat zulk eene onbarmhartige handelwijze een&rsquo; Christen
+onwaardig was. Het was heel gemoedelijk van <span xml:lang="es">Roldan</span>, en zijne woorden
+zou Columbus zelf bevestigen, want met de terugkeerende schepen gaf
+hij een groot aantal gevangenen mede om die in Spanje, als slaven te
+verkoopen. Dat deze meeste gevangenen daar gekomen waren, omdat zij
+geweigerd hadden, schatting te betalen, dat verzweeg <span xml:lang="es">Roldan</span>, en nog
+veel minder maakte hij bekend, dat hij-zelf en niemand anders het
+geweest was, die de arme Indianen ingeblazen had, geene schatting te
+betalen, zoodat hij feitelijk de oorzaak was, dat die lieden, als
+veroordeelde opstandelingen, naar Spanje gevoerd werden.</p>
+
+<p>Met die schepen, waarop een groot aantal ontevredenen naar Spanje
+terugkeerden, doen we ook die reis en verlaten dus voor een oogenblik
+den grooten man, die op een ongelukkig oogenblik zijne aangewezen
+betrekking als landontdekker vereenigd had met die van gezaghebber.
+Hij had het nooit moeten doen, want hij miste geheel den tact om met
+zulk een hoog gezag bekleed te worden, waar hij, als vreemdeling,
+dagelijks aan laster en naijver bloot stond. Het was evenwel niet
+geheel zijne schuld, want echte Spanjaarden, van ouden stam en
+onverdachten Adel, zouden naderhand ondervinden, dat zij zichzelven
+ongelukkiger maakten, naarmate ze meer deden, meer landen ontdekten,
+meer voordeel aan de Kroon bezorgden. Het ellendige goud was oorzaak,
+dat te midden van zooveel edels en schoons, tienmaal meer onedels en
+slechts <span class="pagenum"><a id="p_174">[174]</a></span>zich vertoonde, dat daden, die ons met bewondering vervullen,
+met groven ondank beloond werden.</p>
+
+<p>Zooals te denken is, brachten de ongelukkige brieven aan het Hof niet
+veel goeds voor Columbus, en vooral Koningin Isabella was vertoornd
+dat hij steeds voortging met slaven naar Spanje te sturen, en dan nog
+wel zulke onschuldige (?) menschen, zooals uit de brieven van <span xml:lang="es">Roldan</span>
+ten duidelijkste bleek. Welk een man was dan toch die Genuees, die
+Spanjaarden schopte, onschuldige inboorlingen tot slavernij doemde, en
+ten slotte in zijn&rsquo; brief kon spreken van een &bdquo;verdelgen&rdquo; van de
+oproermakers? Haar eerste bevel was om al de slaven naar de Nieuwe
+Wereld terug te zenden en hen daar weer vrij te laten.</p>
+
+<p>Een geleerd Rechter naar de Indiën zenden, dit had Columbus zelf
+gevraagd, en daardoor een bewijs van eigen onmacht gegeven. Geheel met
+hem breken, neen, dat wilde Koning Ferdinand niet, maar dat wilde
+stellig en zeker Koningin Isabella ook niet. Wel kon ze niet meer voor
+hem zijn, wat ze vroeger geweest was, maar vergeten welke groote daden
+hij verricht had, dat ging niet.</p>
+
+<p>Er werden terstond aanstalten gemaakt om <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> naar de Nieuwe
+Wereld te zenden, maar als altijd was er geen geld genoeg om den
+nieuwen Stadhouder, want dat was hij door de brieven, die hij
+medekreeg, metterdaad, met een eskader, dat aan zijn&rsquo; rang paste, naar
+<span xml:lang="es">Hispaniola</span> over te brengen. Het werd zelfs Juni van het jaar 1500 eer
+hij kon afreizen, en in dien tusschentijd was er in Europa andermaal
+een groot nieuws verbreid.</p>
+
+<p>De tijding dat Columbus door steeds het Westen in te zeilen de lang
+gezochte Indiën gevonden had, was voor de ondernemende Portugeezen
+geene reden geweest om nu moedeloos hunne ontdekkingsreizen te staken.
+Met allen ernst hadden ze hun doel vervolgd, en met den besten uitslag
+waren hunne pogingen bekroond: <span xml:lang="pt">Vasco De Gama</span> had om Afrika&rsquo;s Zuidpunt
+heen óók de Indiën gevonden, en de berichten van die ontdekking waren
+van zulk een&rsquo; aard, dat de Spanjaarden zelven moesten erkennen, dat de
+Indiën, van die zijde genaderd, meer gelijkenis hadden met de landen
+door <span xml:lang="it">Marco Polo</span> beschreven, dan het deel der Indiën <span class="pagenum"><a id="p_175">[175]</a></span>dat men gevonden
+had, het Westen inzeilende. Intusschen, de Portugeezen waren nu óók in
+de Indiën, en dit feit kan strekken om de handelingen der Spaansche
+Monarchen ten opzichte van Columbus eenigszins te vergoelijken. Als
+Columbus het land al niet regeeren kon wanneer de Portugeezen hem niet
+bemoeielijkten, hoe zou hij het dan kunnen, als de Portugeezen er
+werkelijk ook kwamen? Men begreep wel dat die ontmoeting nog wel niet
+in de eerste weken of maanden plaats hebben zou, omdat de afstand
+tusschen de Oostelijke en Westelijke kusten van de Indiën
+onbegrijpelijk groot was, maar de ontmoeting <em class="g">moest</em> eenmaal plaats
+hebben, dat kon niet anders, en in dat geval diende er aan het hoofd
+der Spaansche Indiën een man te staan, die Spanjes gezag met macht en
+kracht wist te handhaven. En hoe men over Columbus ook denken mocht,
+niet één zou durven beweren, dat hij in dit geval de rechte man was om
+de orde te bewaren.</p>
+
+<p>In Spanje had evenwel nog iets meer plaats gegrepen. Columbus had in
+een&rsquo; zijner brieven ook een wijdloopig verhaal gedaan van de landen,
+die hij op zijn&rsquo; laatsten tocht gevonden had. Op de gewone manier had
+hij zich vaak aan allerlei dichterlijke bespiegelingen overgegeven en
+die voor waarheid gegeven. Vooral dat Paradijsachtige van de landen,
+die &bdquo;Paria&rdquo; genoemd waren, en den schat van parelen, dien men daar
+vinden zou, had hij met de sprekendste kleuren gemaald, en menigeen
+brandde van verlangen om dat heerlijke Paria op te zoeken. Geen
+evenwel wenschte dit zoo vurig als onze bekende <span xml:lang="es">Don Alonzo De Hojeda</span>,
+die niet met Columbus op de derde reis medegegaan was. Maar onze
+avontuurlijke Ridder miste, wat het noodigste was om zulk een&rsquo; tocht
+te doen, en dat was geld. De overeenkomst tusschen de Monarchen en
+Columbus, dat niemand der Spanjaarden bijzondere ontdekkings-reizen
+mocht doen, bestond, dat wist heel Spanje en dat wist <span xml:lang="es">De Hojeda</span> ook,
+maar wat zou die overeenkomst? Was ze niet gesloten tusschen de
+Monarchen eenerzijds en den Onder-Koning anderzijds? Was Columbus door
+de benoeming van <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> niet van zijne waardigheid ontzet en
+slechts &bdquo;Admiraal van den Oceaan&rdquo; gebleven? De <span class="pagenum"><a id="p_176">[176]</a></span>overeenkomst had
+derhalve hare kracht geheel verloren, en als hij nu maar een&rsquo;
+machtigen steun verkrijgen kon, dan zou hij, <span xml:lang="es">De Hojeda</span>, wel uitzeilen
+om dat Paria te vinden en aan de Kroon van Spanje te brengen.</p>
+
+<p>Die machtige steun was spoedig gevonden in zijn&rsquo; neef, den Eerwaarden
+Vader <span xml:lang="es">Alonzo De Hojeda</span>, een der Groot-Inquisiteurs van Spanje, en wat
+meer zegt, een der beste vrienden van Bisschop <span xml:lang="es">Don Juan Rodriguez De
+Fonseca</span>, den volhardenden tegenstander van Columbus.</p>
+
+<p><span xml:lang="es">De Fonseca</span> gaf, zeker wel met goedvinden van Koning Ferdinand, aan
+onzen avonturier een&rsquo; lastbrief, waarin hij gemachtigd werd om eene
+vloot uit te rusten, ten einde het vasteland van Amerika
+nader te onderzoeken. Waar <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> uit geldgebrek der
+Kroon nog niet uitzeilen kon, daar was het <span xml:lang="es">De Hojeda</span> duidelijk, dat
+hij bij de Kroon niet om geldelijke bijdragen behoefde te komen. De
+rijke kooplieden van <span xml:lang="es">Sevilla</span> zouden hem evenwel helpen aan het
+uitrusten der schepen, want er waren, als hij die Parel-landen vond,
+groote voordeelen van te verwachten. De naam van den dapperen <span xml:lang="es">Alonzo
+De Hojeda</span> was in heel Spanje bekend, en weldra had hij dan ook
+aanboord van vier schepen, die te <span xml:lang="es">Port Santa-Maria</span> in de nabijheid van
+<span xml:lang="es">Cadiz</span> lagen, manschappen zoo goed als hij ze maar wenschen kon, want
+wie der zeelieden nog aarzelde om onder bevel van een&rsquo; Ridder dien
+tocht te maken, die aarzelde niet meer toen hij wist, dat <span xml:lang="es">Juan De la
+Cosa</span>, als Eerste stuurman de reis zou medemaken. Afkomstig van <span xml:lang="es">Biscaye</span>
+en als het ware op zee geboren en oud geworden, stond hij als Spanjes
+beste Stuurman bekend, terwijl hij daarenboven in de Indiën geen
+vreemdeling was, omdat hij de heele tweede reis met Columbus had
+medegemaakt.</p>
+
+<p>Den twintigsten Mei 1499 ging <span xml:lang="es">Alonzo De Hojeda</span> onder zeil. Geholpen
+door de kennis van zijn&rsquo; Eersten stuurman, zijne eigene ervaringen en
+de kaarten en aanwijzingen van Columbus zelven, kwam <span xml:lang="es">De Hojeda</span>, na
+eene voorspoedige reis van eenentwintig dagen, in dat gedeelte van de
+Nieuwe Wereld aan, hetwelk thans Guyana heet, doch wat hij er vond,
+geen goud en geene parelen. Het doel van den tocht was dus niet
+bereikt, doch den zorgloozen <span class="pagenum"><a id="p_177">[177]</a></span>en verkwistenden <span xml:lang="es">De Hojeda</span> was het meer
+om avonturen dan om schatten te doen. Hij zette daarom spoedig den
+tocht voort, leverde op een der Caraïben-eilanden slag met de
+inboorlingen, die zich dapper verweerden, doch het onderspit moesten
+delven, en kwam eindelijk bij een eiland, dat hij den naam gaf van
+&bdquo;Giganten-&rdquo; of &bdquo;Reuzen-eiland&rdquo;, omdat het, zoo het heette, bewoond
+werd door menschen &bdquo;waarvan elke man een Antaeus en elke vrouw een
+Penthesiléa was.&rdquo; Naderhand kreeg dit eiland den naam van Curaçao,
+doch niemand heeft er ooit een&rsquo; man of eene vrouw gevonden, die aan de
+personen uit de fabelleer Antaeus of <span class="corr" id="corr27" title="Bron: Phenthesiléa">Penthesiléa</span>
+deed denken. Toch was hij, die dit in zijn dagboek &bdquo;<span xml:lang="es">Quatuor
+navigationes</span>&rdquo; schreef, een man, die zich later bekend maakte door nog
+enkele tochten in de Nieuwe Wereld te doen en van die tochten
+uitvoerige beschrijvingen te geven. Het was <span xml:lang="it">Amerigo Vespucci</span>, en naar
+dezen man kreeg het nieuwe werelddeel den naam van Amerika.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 537px;">
+<img src="images/p177.jpg" width="537" height="561" alt="Amerigo Vespucci. Geb. 1451, overl. 1512." title="" />
+<span class="caption"><span class="mixcap">Amerigo Vespucci.</span>
+<span class="corr" id="corr28" title="[Niet in Bron]">(</span>Geb. 1451, overl. 1512.<span class="corr" id="corr29" title="[Niet in Bron]">)</span></span>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_178">[178]</a></span></p>
+
+<p><span xml:lang="it">Amerigo Vespucci</span> werd in 1451 te Florence geboren, en betoonde al heel
+vroeg eene groote voorliefde te hebben voor de studie der natuur-,
+aardrijks- en sterrenkunde. Hij was afkomstig uit een aanzienlijk
+geslacht, niet onbemiddeld, en trachtte door reizen in Europa zijne
+kennis uit te breiden. In 1490 bevond hij zich in Spanje en bleef daar
+tot 1499, wanneer hij zich als Stuurman inscheepte met <span xml:lang="es">Don Alonzo De
+Hojeda</span>. Reeds het volgende jaar was hij weer in Spanje terug om eenige
+weken later een&rsquo; nieuwen tocht naar de Indiën te doen, bij welke
+gelegenheid hij enkele eilanden ontdekte. Die tocht werd nog door
+eenige andere reizen gevolgd, en daar hij den slag had om op eene
+luchtige en vroolijke manier te vertellen, zoo werden de boeken,
+waarin hij zijne reizen beschreef, weldra in alle landen van Europa
+gelezen. De boekhandelaar <span xml:lang="de">Martin Waldseemüller</span>, die de werken van
+<span xml:lang="it">Vespucci</span>, in het Duitsch vertaald, opnam in een grooter boek, schijnt
+het voorstel gedaan te hebben om het nieuw gevonden werelddeel,
+waarvan men toen reeds wist, dat het niets met de Indiën te maken had,
+den naam van &bdquo;Amerika&rdquo; te geven. Dat is zeker, dat de naam &bdquo;Amerika&rdquo;
+reeds voorkomt op kaarten van 1520 en 1522. Ongetwijfeld was deze
+<span xml:lang="it">Amerigo Vespucci</span> een zeer geleerd man, doch als ontdekker heeft hij
+toch veel te weinig gedaan om zijn&rsquo; naam aan de Nieuwe Wereld gegeven
+te zien. Het heeft daarom, vooral in den laatsten tijd, niet aan
+geleerden ontbroken, die vroegen: &bdquo;Is het wel waar, dat Amerika naar
+dezen <span xml:lang="it">Amerigo</span> genoemd is?&rdquo; Sommigen zijn er toe gekomen om het sterk
+te betwijfelen en wijzen op vele namen in Middel-Amerika, die op <em class="g">ique</em>
+en <em class="g">acao</em> eindigen. Anderen weer houden het ervoor, dat de naam afgeleid
+is van &bdquo;Amarca&rdquo;, wat de heilige naam der Peruanen was. Het zal evenwel
+een zoeken en gissen blijven, en al vinden we het nu jammer, dat dit
+groote werelddeel niet &bdquo;Columbia&rdquo; heet, het zal niet baten, en
+&bdquo;Amerika&rdquo; zal het wel blijven heeten.</p>
+
+<p>Na deze noodzakelijke uitweiding tot <span xml:lang="es">De Hojeda</span> terugkeerend, treffen
+wij hem aan voor eene diepe en wijde golf. Stoutmoedig zeilde hij de
+golf binnen en bevond dat ze veel eer op een kalm meer dan op eene zee
+geleek, <span class="pagenum"><a id="p_179">[179]</a></span>en naarmate hij er dieper in kwam werd het water steeds
+kalmer. Eensklaps echter werden op een&rsquo; morgen aller oogen getrokken
+door een dorp, dat midden op het water gebouwd was. Zulk een dorp van
+paalwoningen was in <span xml:lang="es">De Hojeda</span>&rsquo;s tijd een zeer vreemd iets en bijna
+vier eeuwen moesten nog na hem verloopen om de ontdekking te doen, dat
+diezelfde paalwoningen ook in de Europeesche meren, inzonderheid in de
+Zwitsersche en Italiaansche gebouwd werden, toen Europa nog slechts in
+de Grieksche gedeelten beschaafd was. Op het gezicht van die
+paalwoningen dacht <span xml:lang="es">De Hojeda</span> onwillekeurig aan Venetië, dat ook op het
+water gebouwd was, en terstond gaf hij deze streek den naam van
+&bdquo;<span xml:lang="es">Venezuela</span>&rdquo;, dat &bdquo;Klein Venetië&rdquo; beteekent. De inwoners echter, die
+eerst zeer schuw in hunne woningen bleven, doch al heel spoedig een&rsquo;
+aanval op de vreemdelingen waagden, welke natuurlijk in hun nadeel
+uitviel, noemden het land &bdquo;<span class="corr" id="corr30" title="Bron: Coquibacao">Coquibacoa</span>.&rdquo; Na dit gevecht drongen de
+Spanjaarden de golf steeds dieper in en kwamen eindelijk in het Meer
+van Maracaïbo, waar de inwoners buitengewoon vriendelijk waren en
+alles deden, wat ze konden om den vreemdelingen te behagen.
+Merkwaardig mag het genoemd worden, dat <span xml:lang="es">De Hojeda</span> in het verslag van
+zijne reis melding maakt van Engelsche reizigers, die hij te
+<span class="corr" id="corr31" title="Bron: Coquibacao">Coquibacoa</span> ontmoette. Dit bericht bracht in Spanje heel wat pennen en
+gemoederen in beweging, want, hoe kwamen die Engelschen daar? Wanneer
+<span xml:lang="es">De Hojeda</span> zich niet vergist had, dan hadden die Engelschen immers niet
+veel meer dan den draak gestoken met de Pauselijke bul, die alleen aan
+Spanje en Portugal het recht gaf om de landen, aan den Atlantischen
+Oceaan en in de Indiën gelegen, te bezoeken, er handel op te drijven
+en ze zich toe te eigenen. Er werden dan ook terstond maatregelen
+genomen om de Engelschen te beletten de Indiën te naderen. Intusschen
+is in de Engelsche geschiedenis niets bekend van dien tocht, zoodat <span xml:lang="es">De
+Hojeda</span> vermoedelijk de blanke inlanders met Engelschen zal verward
+hebben. Een ander vermoeden bestaat er ook nog, doch dat zal eerst
+geopperd worden in een volgend hoofdstuk, als we over <span xml:lang="it">Giovanni Caboto</span>
+<span class="pagenum"><a id="p_180">[180]</a></span>en van zijn&rsquo;
+beroemden zoon <span xml:lang="it">Sebastiano</span> met enkele woorden spreken.</p>
+
+<p>Het kostte <span xml:lang="es">De Hojeda</span> en den zijnen groote moeite om van deze goedige
+menschen te scheiden en dit heerlijke land te verlaten, en als we dat
+lezen, dan overvalt ons een gevoel van treurigheid bij de gedachte,
+dat later, door de ellendige gouddorst der Spanjaarden, deze menschen
+halve duivels werden en dat, vier eeuwen na de ontdekking, deze landen
+de broeinesten van jammer, ellende en revolutie zijn. Hoe bitter wreed
+werd het Paradijsachtige leven van deze goedige en gelukkige menschen
+verstoord! Waarlijk, wie er ook jubelen mogen bij het vierde eeuwfeest
+van Amerika&rsquo;s ontdekking, de weinige nakomelingen van de
+oorspronkelijke bewoners hebben er allerminst redenen toe. Bij het
+gejubel der Blanken mogen zij weenen bij de bouwvallen van hun
+voormalig Paradijs. En hoe lang nog? Met ieder jaar dringen de Blanken
+steeds verder, en wijken de Indianen. Met ieder jaar neemt hun aantal
+af, want allerlei ziekten, door Europeanen aangebracht, dunnen op eene
+verschrikkelijke wijze hunne gelederen. Het viel bijna allen
+ontdekkers op, dat de inboorlingen niet door de pokken geschonden
+waren; die ziekte kenden de Indianen niet, doch de Europeanen brachten
+ze over, en geene ziekte woedde er ooit heviger onder hen dan juist
+deze.</p>
+
+<p>Al wat laag en liederlijk was, mocht bij hen bijna onbekend heeten,
+doch het uitschot van volk, dat de Spaansche Regeering naar deze
+landen zond, was oorzaak, dat de inboorlingen er mede bekend werden,
+en, als Renegaten in de ondeugd, toonden ze ook de eigenschappen van
+Renegaten te hebben, en overtroffen ze weldra hunne leermeesters.</p>
+
+<p>Na dit heerlijke land verlaten te hebben, zette <span xml:lang="es">De Hojeda</span> zijn&rsquo; tocht
+nog een eindweegs voort, doch besloot toen om den steven naar
+<span xml:lang="es">Hispaniola</span> te richten. Het lijkt onschuldig maar het was alles behalve
+onschuldig. Wat <span xml:lang="es">De Fonseca</span> had durven doen, hij had den moed niet
+gehad, <span xml:lang="es">De Hojeda</span> vrijheid te geven om te reizen waar deze wilde. In
+zijn&rsquo; lastbrief stond uitdrukkelijk vermeld, dat hij geene landen
+mocht aandoen, welke door de Portugeezen <span class="pagenum"><a id="p_181">[181]</a></span>in bezit genomen waren, en
+ook geene, die door Columbus vóór 1495 ontdekt werden. Den inhoud van
+zijn&rsquo; lastbrief volgende, mocht hij derhalve niet op <span xml:lang="es">Hispaniola</span> komen.
+Hij was evenwel de man niet om te vreezen dat die overtreding hem
+kwaad zou doen. Hij kende Koning Ferdinand; hij wist wie <span xml:lang="es">De Fonseca</span>
+was, en bovendien begreep hij zeer goed, dat Columbus op dat eiland op
+geene rozen sliep, en dat hij, om het eens platweg uit te drukken
+&bdquo;Onder-Koning af&rdquo; was, en dat de toestand in de Kolonie nog ellendig
+zou zijn.</p>
+
+<p>En wel was die toestand meer dan treurig. Bijna door allen verlaten,
+was Columbus genoodzaakt om met <span xml:lang="es">Roldan</span> en de zijnen een soort van
+vergelijk te treffen, doch wie nu weet welk een man die <span xml:lang="es">Roldan</span> was en
+welk een geest zijn&rsquo; aanhang bezielde, moet terstond inzien, dat een
+deugdelijk vergelijk tot de onmogelijkheden behoorde en dat er telkens
+nieuwe twisten moesten ontstaan. <span xml:lang="es">Roldan</span>, door Columbus weer als
+Opperrechter hersteld, vervolgde den aanhang van Columbus zooveel hij
+kon, doch van de lieden, die tot zijne partij behoorden zag hij alles
+door de vingers. De vriendelijkheid en toegevendheid van Columbus
+jegens hem telde hij niet; hij wist dat Columbus hem bij de Monarchen
+aangeklaagd en tevens op zijn ontslag aangedrongen had. Wel kwam er
+uit Spanje geen antwoord, doch eenmaal zou het komen, en dan zou, òf
+Columbus, òf hij moeten wijken. Maar hij kende de kaart van zijn land
+al te goed en kon bijna voorspellen, dat alles eindigen zou met den
+val van den Admiraal. Er zat voor hem, hoe hij de zaak beschouwde,
+geen voordeel in om te trachten weer in de gunst van den Onder-Koning
+te komen. Zóó stonden de zaken toen Columbus besloot naar Spanje terug
+te keeren. Hij was zwak en ziekelijk en gevoelde zich onmachtig om de
+zaken met vaste hand te besturen. En wat wilde hij nu? Het
+Onder-Koningschap over de Indiën was in zijn geslacht erfelijk
+verklaard en aan het Spaansche Hof diende zijn zoon <span xml:lang="es">Diego</span> als Page.
+<span xml:lang="es">Diego</span> was nu geen kind meer, maar een jongeling vol kracht. Hem zou
+Columbus halen; samen zouden ze dan de Indiën besturen en <span xml:lang="es">Don Diego</span>
+zou van alles volkomen op de hoogte <span class="pagenum"><a id="p_182">[182]</a></span>zijn, als de Vader het moede en
+matte hoofd voor altijd te slapen legde. Die Vader gevoelde het wel,
+dat zijn levensuurwerk spoedig afgeloopen zou zijn.</p>
+
+<p>Aan dit voornemen werd evenwel geen gevolg gegeven, want onverwachts
+kwam er tijding, dat er in het Westen van het eiland vier vreemde
+schepen aangekomen waren en meteen verspreidde zich het gerucht, dat
+enkele Kaziken weer plan hadden om tegen de overheersching op te
+staan. Nu zond hij nog twee karveelen naar Spanje met mannen, die niet
+in de Kolonie wenschten te blijven. Het was niet veel meer dan
+gespuis, dat van die gelegenheid gebruik maakte, en dat, in Spanje
+gekomen, niet nalaten zou om allerlei beschuldigingen tegen Columbus
+en zijne broeders in te brengen. Om het kwaad, dat ze hem brouwen
+zouden, zooveel mogelijk te voorkomen, deed de Onder-Koning twee
+zijner getrouwen de reis medemaken. Ze waren <span xml:lang="es">Miguel Ballester</span> en
+<span xml:lang="es">Garcia De Barrantes</span>. Met opzet worden die twee mannen hier genoemd,
+omdat ze waarlijk edele harten bezaten en nog nimmer bezweken waren
+voor de schoone beloften van <span xml:lang="es">Roldan</span>. Deze twee getrouwen kregen
+brieven van Columbus aan de Monarchen mede, en hierin vroeg Columbus
+nogmaals om toch een Opperrechter te zenden. Hij verklaarde er in dat
+hij en zijne broeders van wreedheid beschuldigd werden, doch dat zijn
+geweten hem daarvan niet alleen vrij sprak, maar hem zelfs verweet te
+zachtmoedig en te toegevend te zijn. Zond men nu een eerlijk en
+geleerd Opperrechter dan zouden <span xml:lang="es">Roldan</span> en de zijnen inzien, dat ze
+valsche beschuldigingen ingebracht, en dat hij, de Onder-Koning, en
+zijne broeders het recht niet met voeten getreden hadden. Welk een
+geworstel!</p>
+
+<p>De karveelen vertrokken en Columbus moest nu weten welke schepen er in
+het Westen van het eiland aangekomen waren. Spoedig vernam hij, dat
+hij met een eskader te doen had, dat onder bevel van <span xml:lang="es">Don Alonzo De
+Hojeda</span> stond. Columbus kende dien man en wist dat hij tot alles in
+staat was, en daarom zond hij er <span xml:lang="es">Roldan</span> heen om dien gevaarlijken gast
+weg te krijgen. <span xml:lang="es">Roldan</span> nam die taak gaarne op zich en vertrok met twee
+karveelen naar het <span class="pagenum"><a id="p_183">[183]</a></span>genoemde punt en
+wist <span xml:lang="es">De Hojeda</span>, die met slechts
+vijftien man aan den wal was, zoo te verrassen, dat hij niet meer naar
+zijne schepen kon terugkeeren. <span xml:lang="es">De Hojeda</span>, door de inwoners
+gewaarschuwd, was de man niet om den moed te verliezen, en hij kende
+<span xml:lang="es">Roldan</span> ook genoeg om te weten hoe hij de zaak moest aanleggen om niet
+in moeielijkheden te komen. Zoo brutaal mogelijk ging hij <span xml:lang="es">Roldan</span>
+tegemoet en toen deze hem vroeg om den vrijbrief te toonen, welke <span xml:lang="es">De
+Hojeda</span> noodig had om op dit eiland te komen, vertelde de slimme
+avonturier, dat die vrijbrief aan boord van zijn schip was, dat hij
+een&rsquo; belangrijken ontdekkingstocht gedaan had en dat hij van plan was
+om met zijne schepen, zoodra hij deze had laten herstellen, naar
+<span xml:lang="es">San-Domingo</span> te komen om daar den Onder-Koning van alles bericht te
+geven. Noodig achtte hij het niet, want, vervolgde hij: &bdquo;Columbus is
+aan het Hof geheel in ongenade gevallen, doch mijn Ridderplicht zou ik
+te kort doen, als ik niet naar <span xml:lang="es">San-Domingo</span> kwam.&rdquo;</p>
+
+<p>Slechts één punt van <span xml:lang="es">De Hojeda</span>&rsquo;s mededeeling
+boezemde <span xml:lang="es">Roldan</span>
+belangstelling in en dat was: &bdquo;Columbus in ongenade.&rdquo;</p>
+
+<p><span xml:lang="es">Roldan</span> liet evenwel niets van zijne vreugde over dit bericht blijken,
+hield zich, alsof hij geloofde dat <span xml:lang="es">De Hojeda</span>
+te <span xml:lang="es">San-Domingo</span> komen zou
+en vertrok om Columbus mede te deelen, wat het plan van den avonturier
+was. Wie er echter te <span xml:lang="es">San-Domingo</span> kwam,
+<span xml:lang="es">De Hojeda</span> niet en al spoedig
+bleek het, dat hij er niet aan dacht om te komen. Nu werd <span xml:lang="es">Roldan</span> er
+andermaal op uitgezonden en niet dan met de grootste moeite, en op
+vechten af, slaagde hij er in om eindelijk den avonturier verwijderd
+te krijgen. Deze had zich onder de ontevreden Spanjaarden heel wat
+vrienden gemaakt, en daar deze laatsten het moeielijk verkroppen
+konden, dat <span xml:lang="es">Roldan</span>, die eerst met hen samengespannen had, nu alweer de
+rol van Opperrechter vervulde, zoo ontstond er opnieuw gevaar, dat er
+onder de kolonisten, die zich nu nog al tamelijk rustig hielden, een
+opstand uitbarsten zou. Dat gevaar vermeerderde nog toen Columbus een&rsquo;
+zekeren <span xml:lang="es">Don Hernando De Guevara</span> naar Xaragua gezonden had, met bevel zich daar
+aanboord van <span class="pagenum"><a id="p_184">[184]</a></span><span xml:lang="es">De Hojeda</span>
+in te schepen, omdat hij voor de kolonie een gevaarlijk persoon was.
+<span xml:lang="es">De Hojeda</span> was evenwel vertrokken
+en de woelzieke Ridder kreeg van <span xml:lang="es">Roldan</span> vergunning om te Xaragua te
+blijven. Doch wat gebeurde? <span xml:lang="es">Roldan</span> had het oog laten vallen op
+Hignameta, de schoone en bevallige dochter van <span class="corr" id="corr32" title="Bron: Anocaona">Anacaona</span>, en <span xml:lang="es">De
+Guevara</span>, die haar ook leerde kennen, begeerde haar eveneens tot vrouw.
+Thans spande <span xml:lang="es">Roldan</span> alle krachten in om den gehaten medeminnaar te
+verwijderen, doch deze wist zich ook een&rsquo; aanhang onder <span xml:lang="es">Roldan</span>s
+vroegere makkers te verzekeren en bleef bedaard waar hij was. Toch
+gelukte het <span xml:lang="es">Roldan</span> om zijn&rsquo; tegenstander gevangen te nemen, maar als
+een loopend vuur verspreidde zich het gerucht van deze daad en
+bereikte ook de ooren van <span xml:lang="es">Don Adrian De Moxica</span>, een&rsquo; neef van <span xml:lang="es">Guevara</span>.
+<span xml:lang="es">De Moxica</span> trok zich de zaak van den neef aan en&mdash;de opstand tegen het
+gezag brak opnieuw uit. Mocht Columbus nu ook al andermaal
+toegevendheid hebben willen toonen, <span xml:lang="es">Don</span> <span class="corr" id="corr33" title="Bron: Barthelomeus">Bartholomeus</span>
+wist hem te beduiden, dat er heel wat anders gebeuren moest, en dat
+alleen door het invoeren van een schrikbewind de Kolonie te redden
+was. Columbus luisterde naar dien raad, en werkelijk het schrikbewind
+werd met eene ongekende wreedheid ingevoerd. Er ging geen dag voorbij
+of er werd een doodvonnis geveld en voltrokken.</p>
+
+<p>Zeven Spanjaarden waren pas geleden opgehangen en vijf zaten in de
+gevangenis hun vonnis af te wachten, toen den drieëntwintigsten
+Augustus 1500 twee karveelen in het gezicht van <span xml:lang="es">San-Domingo</span> kwamen.
+<span xml:lang="es">Don Diego</span> voerde daar, bij afwezigheid zijner broeders, bevel, en
+wanende dat die karveelen Columbus&rsquo; zoon <span xml:lang="es">Diego</span> zouden brengen, zond
+hij eene sloep uit om hem welkom te heeten.</p>
+
+<p>Het was niet <span xml:lang="es">Don Diego</span>, die daar kwam; het was <span xml:lang="es">Don Francisco De
+Bobadilla</span>, de nieuw benoemde Opperrechter, het was de feitelijke
+Onder-Koning, die Columbus van zijne waardigheid kwam ontzetten.</p>
+
+<p>De mannen, die hem met de sloep tegemoet geroeid waren, deelden hem
+mede met welk eene strengheid Columbus in den laatsten tijd het gezag
+uitgeoefend had, en toen <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> de haven van <span xml:lang="es">San-Domingo</span>
+binnenliep, <span class="pagenum"><a id="p_185">[185]</a></span>bewezen
+de galgen op het galgenveld, dat men hem geene
+leugens opgedischt had.</p>
+
+<p>Het was <span xml:lang="es">De Bobadilla</span>&rsquo;s verlangen geweest, Columbus schuldig te vinden,
+om dan met meer recht tegen hem te kunnen optreden en hem het hooge
+gezag te ontnemen. Of Columbus wel schuldig was, en of de gehangenen
+hun lot niet verdiend hadden, wilde hij niet onderzoeken, en daardoor
+overtrad hij den lastbrief, dien de Monarchen hem hadden medegegeven.
+Ja, de bedoeling van Ferdinand en Isabella was het geweest om <span xml:lang="es">De
+Bobadilla</span> het hoogste gezag in handen te geven, doch hij moest
+Columbus daarbij niet meer krenken dan zij hem al gekrenkt hadden.</p>
+
+<p>Niettegenstaande <span xml:lang="es">Don Diego</span>&rsquo;s protest, gedroeg <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> zich
+terstond als opperste Gezaghebber, en vereischte de loslating der
+gevangenen en het overleggen der proces-stukken. Slechts voor geweld
+bukte <span xml:lang="es">Don Diego</span>; hij begreep dat langer tegenstand bieden toch niets
+baten zou. Zoodra Columbus vernam, dat de nieuwe Opperrechter
+aangekomen was, heette hij hem schriftelijk welkom, want ter
+onderdrukking van den opstand bevond hij zich in het binnenland. Hij
+gaf hem den welgemeenden raad om voorzichtig te wezen in het verleenen
+van vrijdom naar het zoeken van goud, en zeide hem verder, dat hij
+binnenkort te <span xml:lang="es">San-Domingo</span> komen zou. Hij zelf zou dan naar Spanje
+terugkeeren en hem in het voorloopig bewind over het eiland
+achterlaten.</p>
+
+<p>Op dien brief kwam evenwel geen antwoord, en toen Columbus vernam hoe
+<span xml:lang="es">De Bobadilla</span> te werk ging, <span xml:lang="es">Roldan</span> en zijn&rsquo; aanhang begunstigde en dat
+hij zelfs zijn&rsquo; intrek in het huis des Onder-Konings genomen en daar
+alles zich toegeëigend had, geloofde Columbus met niemand anders te
+doen te hebben dan met een&rsquo; driesten avonturier en bleef hij
+voorloopig waar hij was, niet wetende hoe in deze zaak te handelen.</p>
+
+<p>Het duurde evenwel niet lang of hij zou weten, wat hij doen moest. <span xml:lang="es">De
+Bobadilla</span> zond <span xml:lang="es">Francisco Velasquez</span>
+en <span xml:lang="es">Juan De Trasierra</span> naar Columbus,
+en toen deze twee te Bonao aankwamen, waar de Onder-Koning zich
+ophield, lieten ze hem den geloofsbrief van <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> zien. Het
+<span class="pagenum"><a id="p_186">[186]</a></span>was een stuk,
+onderteekend met: &bdquo;Ik, de Koning&rdquo; en &bdquo;Ik, de Koningin&rdquo;,
+en bevatte voor hem het bevel om <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> &bdquo;in alles te vertrouwen
+en te gehoorzamen.&rdquo;</p>
+
+<p>Te gehoorzamen? Het stond er maar al te duidelijk. Hij, de
+Onder-Koning, moest gehoorzamen hem over wien hij te bevelen had. De
+Monarchen wilden dat.</p>
+
+<p>Wat zou hij doen?</p>
+
+<p>Wie Columbus kende, behoefde dat niet te vragen. Te trotsch om de
+bevelen van anderen te volgen, volgde hij onvoorwaardelijk de bevelen
+zijner Monarchen en zoo goed als geheel alleen begaf hij zich op weg
+naar <span xml:lang="es">San-Domingo</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Columbus komt, maar vergezeld van zijne vrienden, de Kaziken met
+hunne legerbenden,&rdquo; zoo vertelden zij, die te <span xml:lang="es">San-Domingo</span> gekomen
+waren om &bdquo;de opgaande zon&rdquo; te aanbidden en van hem allerlei gunsten te
+verkrijgen.</p>
+
+<p>Er was geen woord van waar, doch <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> greep dat gerucht met
+blijdschap aan, want het gaf immers een schijn van recht aan alle
+handelingen, die hij reeds gepleegd had en die hij ten opzichte van
+Columbus nog plegen zou?</p>
+
+<p>Al wat een wapen dragen kon, werd in de wapenen geroepen om den
+verwaten Admiraal met zijne wilde legerhorden te keeren, en als een
+bewijs, dat deze maatregelen van voorzorg hoognoodig waren, liet <span xml:lang="es">De
+Bobadilla</span> terstond <span xml:lang="es">Don Diego</span> in boeien slaan en zoo aanboord van een
+der schepen brengen.</p>
+
+<p>Vol spanning wachtte men op den bode, die het bericht brengen zou: &bdquo;De
+Admiraal komt!&rdquo;</p>
+
+<p>Met eene bespottelijke heldhaftigheid, die aan <span xml:lang="es">Don</span> Quichotterie doet
+denken, werden de kruisbogen gespannen, de zwaarden getrokken, de
+vuurroeren geladen, de pieken geveld.</p>
+
+<p>Eindelijk... &bdquo;De Admiraal komt! Hij komt alleen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Men sla hem in boeien!&rdquo; beveelt <span xml:lang="es">De Bobadilla</span>, en laat de rammelende
+keten voorbrengen.</p>
+
+<p>Columbus wordt gevangengenomen, maar hem boeien, hem, van wien ze toch
+niet zeker weten, of hij wel in ongenade gevallen en van zijne
+waardigheden ontzet is,&mdash;hem, die zóó lang hun heer en meester was,
+neen, dat kunnen, <span class="pagenum"><a id="p_187">[187]</a></span>dat willen ze niet. Zelfs zij, die zoo menigmaal
+tegen zijn gezag waren opgestaan, weigeren.</p>
+
+<p>Eindelijk verschijnt <span xml:lang="es">Espinosa</span>, de kok van Columbus, en wat een ander
+niet wilde doen, dat doet deze: hij slaat zijn&rsquo; meester in de boeien.</p>
+
+<p>De arme Columbus werd naar de gevangenis gebracht en daar wel bewaakt,
+doch hiermede was <span xml:lang="es">De Bobadilla</span>&rsquo;s gezag nog niet bevestigd. <span xml:lang="es">Don</span>
+Bartholomeus leefde nog in vrijheid, en het was algemeen bekend, dat
+deze niet zoo handelbaar was als zijn broeder en bovendien onder de
+Kaziken een&rsquo; grooten aanhang had. Wat moest men doen, als hij met eene
+sterke legermacht kwam om den Admiraal te bevrijden?</p>
+
+<p>Of <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> zelf het middel vond om dat gevaar te bezweren, is
+onbekend, maar het werd gevonden en was zoo laaghartig mogelijk. Men
+had nu gezien dat Columbus zich zonder tegenstreven onderwierp aan
+het: &bdquo;Ik, de Koning&rdquo; en &bdquo;Ik, de Koningin.&rdquo; Welnu, hij moest een&rsquo; brief
+aan <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus schrijven en hem daarin gelasten, onmiddellijk
+naar <span xml:lang="es">San-Domingo</span> te komen om zich aan het gezag van <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> te
+onderwerpen, omdat dit de wil der Monarchen was. Als Columbus dat
+schreef, dan zou <span xml:lang="es">Don</span> <span class="corr" id="corr34" title="Bron: Barthelomeus">Bartholomeus</span> gehoorzamen, dat
+wisten ze.</p>
+
+<p>Columbus schreef dien brief; <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus kwam, en werd ook
+gevangengenomen en in boeien geslagen.</p>
+
+<p>Men mag deze daad van Columbus beoordeelen zoo men wil, doch men moet
+niet vergeten, dat de acht jaren na 1492 veel meer dan dubbel voor hem
+geteld hebben. Hij was een grijsaard geworden te midden van allerlei
+tegenspoed en rampen, te midden van allerlei miskenning. Zijne
+gezondheid was geknakt; zijne oogen waren verzwakt; zijne hoop was
+vervlogen. Alleen de trouw, de onwrikbare trouw aan zijne Souvereinen
+was gebleven, en hij twijfelde er geen oogenblik aan of hij zou, als
+hij maar in Spanje ten Hove verschijnen mocht, de vuige lasteringen
+van zijne vijanden zóó weerleggen, dat men hem niet alleen in zijne
+eer, maar ook in al zijne waardigheden herstelde.</p>
+
+<p>Hij wilde naar Spanje, hoe dan ook, doch hij was er nog niet, en een
+man als <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> was tot alles in
+<span class="pagenum"><a id="p_188">[188]</a></span>staat, zelfs om hem het hoofd
+voor de voeten te leggen. Daarom was hij onderworpen tot de grenzen
+der lafheid; daarom schreef hij zijn&rsquo; broeder dien ongeluksbrief. En
+waarom zou hij het ook niet gedaan hebben? Al was <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus ook
+zoo gelukkig hem te bevrijden, hoe zou hij, de gevallene, dan nog
+gezag kunnen uitoefenen? Reeds toen hij er nog rechtstreeks mede
+bekleed was, gehoorzaamde men hem niet, en moest hij zelfs een&rsquo; man
+als <span xml:lang="es">Roldan</span> naar de oogen zien, hem alle overtredingen vergeven en
+allerlei gunsten verleenen. Nu hem het gezag ontnomen was, zouden
+zelfs zijne getrouwen aarzelen om hem te gehoorzamen.</p>
+
+<p>Naar Spanje terugkeeren was zijn eenig redmiddel, doch telkens bekroop
+de vrees hem, dat dit niet gebeuren zou.</p>
+
+<p>Eindelijk waren de schepen gereed om met de gevangenen te vertrekken,
+doch Columbus, die nog altijd in den kerker zat, wist nergens van.</p>
+
+<p>Daar treedt eensklaps Ridder <span xml:lang="es">Alonzo De Villejo</span> met de wacht binnen.</p>
+
+<p>Columbus verbleekte, dacht aan het schavot, en vroeg met bevende stem:
+&bdquo;<span xml:lang="es">De Villejo</span>, waarheen brengt ge mij?&rdquo;</p>
+
+<p>Deze <span xml:lang="es">De Villejo</span> was een rechtschapen Ridder, en zeide, zonder een
+oogenblik zijne onderdanigheid tegenover den Admiraal te verliezen:
+&bdquo;Naar het schip, Excellentie, om aanboord te gaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Om aanboord te gaan,&rdquo; riep Columbus verheugd. &bdquo;<span xml:lang="es">De Villejo</span>, spreekt
+gij waarheid?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Bij het leven van Uwe Excellentie,&rdquo; hernam de Ridder, &bdquo;het is de
+waarheid.&rdquo;</p>
+
+<p>De Admiraal had zijn&rsquo; zin; hij zou naar Spanje gaan, en zich daar
+kunnen verantwoorden.</p>
+
+<p>Toch moet die gang van de gevangenis naar het schip voor den
+hooghartigen man een oogenblik van duldelooze kwelling geweest zijn.</p>
+
+<p>Het gemeen wachtte den gevangene op, en begroette hem met
+scheldwoorden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 473px;">
+<img src="images/p188a.jpg" width="473" height="720" alt="&bdquo;Spanje moge getuige zijn van den smaad mij aangedaan.&rdquo;" title="" />
+<span class="caption2">&bdquo;Spanje moge getuige zijn van den smaad mij aangedaan.&rdquo;</span>
+</div>
+
+<p>Verloopen Ridders, die als gemeene deugnieten voor hem gesidderd
+hadden, en bijna als bedelaars hadden moeten rondzwerven, stonden daar
+in sierlijke kleeding, <span class="pagenum"><a id="p_189">[189]</a></span>trotsch op de gunst waarin ze bij <span xml:lang="es">De
+Bobadilla</span> gekomen waren, en lachten hem sarrend uit.</p>
+
+<p>Geen&rsquo; tred mocht Columbus in zijne eigen woning doen. Al, wat zich
+daarin bevond, was door <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> in beslag genomen. Alles, zijne
+boeken, instrumenten, meubelen, gouden en zilveren sieraden, zijn geld
+en goed, ja, zelfs zijne brieven en papieren waren verbeurd verklaard,
+doch reeds voor een groot deel gebruikt om Columbus&rsquo; vijanden te
+verrijken.</p>
+
+<p>Er is een bekend Latijnsch gezegde: &bdquo;<span xml:lang="la">Sic transit gloria mundi!</span>&rdquo; dat
+is: &bdquo;Zoo gaat de heerlijkheid der wereld voorbij!&rdquo;</p>
+
+<p>Weinig voorbeelden zijn in de geschiedenis der wereld aan te wijzen,
+waar dit gezegde in zijne volle beteekenis zoo kan toegepast worden,
+als hier.</p>
+
+<p>Het was in het begin van October 1500 toen de karveelen het anker
+lichtten en de reis naar Spanje aannamen, onder het opperbevel van <span xml:lang="es">Don
+Alonzo De Villejo</span>. De Kapitein van de karveel, waarop Columbus als
+gevangene was, heette <span xml:lang="es">Andreas Martin</span>. Deze deed voor <span xml:lang="es">De Villejo</span> in
+edelmoedigheid niet onder, en behandelde den Admiraal met de meeste
+onderscheiding.</p>
+
+<p>Zoodra men de ankers gelicht en de haven verlaten had, gaf <span xml:lang="es">De Villejo</span>
+bevel om Columbus de boeien af te nemen, doch toen men kwam om dit te
+doen, weigerde Columbus beslist, ze zich te laten ontnemen.</p>
+
+<p>&bdquo;Neen! Spanje moge getuige zijn van den smaad, mij aangedaan,&rdquo; zeide
+hij. &bdquo;Hunne Majesteiten hebben mij bevolen om <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> in alles te
+gehoorzamen. Hij heeft mij in boeien doen slaan in Hun&rsquo; naam, en ik
+zal ze dragen tot zij bevelen, ze mij af te doen. Dan zal ik ze
+bewaren, als eenig loon voor alles, wat ik voor Hunne Majesteiten en
+voor Spanje gedaan heb.&rdquo;</p>
+
+<p>Er lag bitterheid in die laatste woorden, doch wie zal ze Columbus
+euvel duiden? Als bedelaar klopte hij eenmaal aan eene kloosterpoort,
+en jaren later, na Spanje, zoo hij meende, de Indiën gegeven te
+hebben, was hij armer dan in die dagen. Toen genoot hij nog de gulden
+vrijheid; thans was hij in kluisters geklonken.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_190">[190]</a></span>Columbus&rsquo;
+zoon, <span xml:lang="es">Don</span> Ferdinand, zegt: &bdquo;Ik zag die ketenen steeds in
+zijn kabinet hangen, en menigmaal deed hij ons het verzoek om, wanneer
+hij gestorven zou zijn, ze bij hem in de kist te leggen.&rdquo;</p>
+
+<p>Toen Columbus de tochten bestuurde, had hij nimmer in zulk een&rsquo; korten
+tijd den zeeweg van <span xml:lang="es">Hispaniola</span> naar Spanje afgelegd als nu. Zonder
+eenigen tegenspoed kwamen de karveelen reeds in November te <span xml:lang="es">Cadiz</span> aan.
+Thans vroeg hij den edelen <span xml:lang="es">De Villejo</span> de gunst om de brieven, die hij
+onderweg geschreven had, met eene boot naar den wal te mogen laten
+brengen, en te willen zorgen, dat een renbode ze onmiddellijk aan het
+Hof bezorgde. Hij vreesde dat zelfs de weg naar het Hof hem zou
+afgesloten zijn, wanneer de Koning en de Koningin <span xml:lang="es">De Bobadilla</span>&rsquo;s
+brieven vóór de zijne ontvingen.</p>
+
+<p><span xml:lang="es">De Villejo</span> stond dit verzoek gaarne toe, en eer de karveelen aan den
+wal gemeerd lagen, was de renbode reeds met Columbus&rsquo; brieven weg.</p>
+
+<p>Aanvankelijk hadden de bewoners van <span xml:lang="es">Cadiz</span> de twee karveelen met
+onverschilligheid zien naderen. Wat anders zouden ze alweer brengen
+dan ongelukstijdingen? Men verwachtte niets goeds, maar,&mdash;de
+nieuwsgierigheid kwam boven en deed vragen.</p>
+
+<p>En daar luidde het antwoord: &bdquo;Wij hebben den &bdquo;Admiraal van den
+Oceaan&rdquo;, den gewezen &bdquo;Onder-Koning van de Indiën&rdquo; en zijne twee
+broeders, in boeien geslagen, bij ons aanboord. Zijne Excellentie <span xml:lang="es">De
+Bobadilla</span> heeft het zoo bevolen.&rdquo;</p>
+
+<p>Eene huivering beving ieder, die dit hoorde.</p>
+
+<p>Ja, duizenden en nog eens duizenden hadden Columbus een&rsquo; avonturier
+genoemd, die aan Spanje nog niets dan schade gebracht had, maar nu men
+hem in boeien geklonken naar Spanje zond, werd ieders gelaat van
+verontwaardiging gekleurd. Dat was eene schande, eene onuitwischbare
+schande. Het waren zelfs Columbus&rsquo; oudste tegenstanders en vijanden,
+die dit luide getuigden.</p>
+
+<p>Het bericht liep van mond tot mond, en zelden klonken er zoovele
+kreten van diepe verontwaardiging. Ook Koning Ferdinand en de goede
+Koningin Isabella stonden <span class="pagenum"><a id="p_191">[191]</a></span>ontzet toen ze de tijding ontvingen; ze
+konden het niet gelooven. De renbode bevestigde evenwel van woord tot
+woord het gerucht, en de brieven deden de waarheid nog erger zijn dan
+het gerucht. Stellig had zóó iets zelfs niet in de bedoeling van
+Koning Ferdinand gelegen, en van Koningin Isabella nog veel minder. <span xml:lang="es">De
+Bobadilla</span> had den inhoud van den lastbrief niet gevolgd, en op eigen
+gezag daden gepleegd, waaraan de Monarchen niet schuldig konden of
+wilden zijn. Alle gekroonde Hoofden in Europa zouden er schande van
+spreken, en de Spaansche naam zou veracht worden door heel de wereld.</p>
+
+<p>Onmiddellijk na het lezen van Columbus&rsquo; brieven werd er een courier
+naar <span xml:lang="es">Cadiz</span> gezonden, met het Koninklijke bevel, om oogenblikkelijk
+Columbus en zijne broeders van hunne ketenen te verlossen en in
+vrijheid te stellen. En niet alleen in vrijheid stellen, neen, meer
+dan dat. Het bevel luidde dat men den Admiraal en zijne broeders
+overeenkomstig hun&rsquo; hoogen rang behandelen zou, en eene som van ruim
+twintigduizend gulden moest Columbus ter hand gesteld worden, om zich
+het noodige aan te schaffen, teneinde op waardige wijze aan het Hof te
+kunnen komen.</p>
+
+<p>Na van de vermoeienissen en ziekten eenigszins hersteld te zijn, begaf
+Columbus zich op reis naar <span xml:lang="es">Granada</span>, waar de Monarchen toen hunne
+residentie hadden, en den zeventienden December verscheen hij ten
+Hove.</p>
+
+<p>Ontroering greep ieder aan, die den grooten man zag.</p>
+
+<p>Met waggelenden tred, gebogen rug en doffe oogen schreed hij tusschen
+de Hovelingen door naar den troon der Vorsten. Daar knielde hij neer
+en&mdash;brak in een luid gesnik uit. Hij had zich groot willen houden,
+doch hij kon niet.</p>
+
+<p>Koningin Isabella was de eerste, die op hem toetrad, hem zacht bij den
+arm greep, en vriendelijk verzocht om op te staan.</p>
+
+<p>Het woord eener vrouw kan eene tooverachtige kracht hebben, en voor
+Columbus had het woord zijner Koningin meer dan eene tooverachtige
+kracht.</p>
+
+<p>God, de Heilige Maagd en zijne Koningin, geen, die hij meer vereerde.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_192">[192]</a></span>Hij
+richtte zich op, en toen hij tranen in de oogen van Isabella zag,
+kreeg hij weer alle hoop terug. Die hoop maakte hem welsprekend, en
+zoodra hij zijn pleidooi geëindigd had, smaakte hij de voldoening, dat
+Koning Ferdinand, ten aanhoore van al de Hovelingen, verklaarde, dat
+<span xml:lang="es">De Bobadilla</span> de grens zijner macht verre overschreden had, en dat zij
+nimmer last hadden gegeven, hem en zijne broeders gevangen te nemen,
+en nog veel minder om hen op zulk eene onteerende en vernederende
+wijze te behandelen. Columbus werd in al zijne rechten en waardigheden
+hersteld, doch hoe hij er ook op aandringen mocht, het
+Onder-Koningschap van de Indiën konden ze hem niet toevertrouwen.
+Columbus had zich letterlijk onmogelijk gemaakt door de verkeerde
+maatregelen, die hij in die waardigheid genomen had, en toen de
+Monarchen hem verzekerden, dat zijn leven zelfs gevaar liep zoo hij
+andermaal, met het hoogste gezag bekleed, te <span xml:lang="es">San-Domingo</span> kwam, zeiden
+ze dit niet zóó maar, want werkelijk, er bestond alle grond voor, dat
+het gebeuren zou. Toch hielden de Koning en de Koningin hem de handen
+boven het hoofd, door oogenblikkelijk <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> van zijn ambt te
+ontzetten, en in zijne plaats te benoemen <span xml:lang="es">Don Fray Nicolas De Ovando</span>,
+een Edelman, die om zijne deugden en bekwaamheden de achting genoot
+van al wat Spanjaard heette.</p>
+
+<p>Dat Columbus, trots dit alles, geen&rsquo; vrede met dat besluit kon hebben,
+is natuurlijk, doch hij zweeg, en zou later wel zien terug te krijgen,
+wat hem, naar zijne meening eerlijk toe kwam. Hij hoopte zich door
+nieuwe ontdekkingen nog verdienstelijker te maken, en dan zou alles
+wel weer terecht komen. Naar zijne stellige overtuiging had hij <span xml:lang="it">Marco
+Polo</span>&rsquo;s &bdquo;<span xml:lang="it">Zipangu</span>&rdquo;
+en de Oostkust van Azië ontdekt. Hij wilde nu een&rsquo;
+tocht maken om den zeeweg naar de eigenlijke Indiën te vinden. Een
+groot deel van dien weg had hij immers al afgelegd?</p>
+
+<p>De Monarchen vonden dit plan uitnemend, maar .... eerst moest er geld
+voor de uitrusting der schepen zijn, en dat was er nog niet, zoodat
+onze Admiraal tijd had om in Spanje, door rust, weer tot de vorige
+krachten terug te keeren of&mdash;door ergernis over het dralen, nog meer
+<span class="pagenum"><a id="p_193">[193]</a></span>averechtsche plooien
+in zijn karakter te krijgen. Dat uitstel van de
+vierde reis, die ook zijne laatste zou zijn, geeft ons gelegenheid om
+in een volgend hoofdstuk eerst over de ontdekkingstochten van andere
+ondernemende mannen te spreken, en dan ten slotte hem op dien laatsten
+tocht te volgen.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="HOOFDSTUK_IX"></a>HOOFDSTUK IX.</h2>
+
+<hr class="tit" />
+
+<p class="subtitle">LAATSTE REIS VAN COLUMBUS.</p>
+
+<p>Het ligt geheel in den aard der zaak om aan te nemen, dat het gerucht
+van Columbus&rsquo; ontdekking ook nog andere volken dan de Portugeezen
+prikkelen zou om het voorbeeld der Spanjaarden te volgen, wanneer ze
+maar een land bewoonden, dat aan zee gelegen was. De Italianen hadden
+er ook wel lust in, vooral de Genueezen, Florentijnen en Venetiërs,
+maar wanneer dezen uitzeilden om ontdekkingen te gaan doen, dan
+moesten ze de enge Straat van Gibraltar passeeren en waren daardoor
+geheel in de macht van Spanje, dat natuurlijk met Argus-oogen uitzag
+of een ander volk het niet waagde om het voorrecht, door den Paus aan
+Spanje gegeven, als van geene kracht te beschouwen. Italië zag zich
+derhalve gedwongen, bedaard toe te zien. Portugal repte zich om zijne
+ontdekkingen in Afrika voort te zetten, en wij weten reeds met welk
+een&rsquo; gunstigen uitslag. Frankrijk had echter onder de regeering van
+Koning Lodewijk XII de handen te vol om den verwarden staat van
+binnenlandsche zaken te ordenen, en een waakzaam oog te houden op de
+uitbreiding der macht van het Habsburgsche Huis. Hoe gunstig ook voor
+de zeevaart gelegen, het kon zich niet met ontdekkingstochten inlaten.
+De Nederlanders dreven in dien tijd wel veel zeehandel, ze waren ook
+ondernemend en belust genoeg om ontdekkingen te gaan doen, maar, er
+was iets, dat hun de <span class="pagenum"><a id="p_194">[194]</a></span>handen bond. Graaf Filips de Schoone toch, die
+Heer was over bijna al de Nederlanden, was gehuwd met de <span xml:lang="es">Infante</span>
+Johanna, dochter van Koning Ferdinand en Koningin Isabella. Nu sprak
+het toch vanzelf, dat de Nederlanders op zee geene mededingers mochten
+of konden worden van een bevriend en machtig land, en toen later Karel
+V Koning van Spanje werd, en meteen dus ook Heer der Nieuwe Wereld,
+waren de handen der Nederlanders nog veel meer gebonden. Dat het hun
+aan geen&rsquo; ondernemingsgeest of moed faalde, bewezen ze bijna op
+hetzelfde oogenblik, dat ze zich aan de macht van Spanje onttrokken,
+en veilig kan men aannemen, dat die zucht om op ontdekkingen uit te
+gaan, en het toch niet te kunnen doen, eene der vele redenen is
+geweest, dat er tusschen de Nederlanders en Spanjaarden zulk een
+volkshaat bestond.</p>
+
+<p>Nu we de redenen opgenoemd hebben waarom de Italianen, Franschen en
+Nederlanders geen deel aan de ontdekkings-tochten namen, rest ons nog
+om over de Engelschen te spreken, want de Duitschers en Noren rekenden
+in dien tijd niet mede; hunne scheepvaart bepaalde zich bijna
+uitsluitend tot de Noordzee en de Oostzee.</p>
+
+<p>Dat de pogingen van <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus in Engeland schipbreuk leden,
+meldden we reeds. Men vertrouwde den vreemdeling niet genoeg, en
+Koning Hendrik VII bleef er zelfs vrij koel onder, toen de ontdekking
+der Nieuwe Wereld, of zooals men meende, de Indiën, ook in Engeland
+bekend werd.</p>
+
+<p>In die dagen woonde echter te Bristol een vermogend en geleerd
+Italiaansch koopman. Hij was van Venetië afkomstig, en heette <span xml:lang="it">Giovanni
+Caboto</span>, doch de Engelschen noemden hem eenvoudig <span xml:lang="en">John Cabot</span>. Met leede
+oogen zag deze man het aan, dat de Spanjaarden door hunne ontdekkingen
+den handel van zijne vaderstad Venetië ten gronde zouden doen gaan,
+maar zeer goed zag hij in, dat Venetië onmogelijk als mededingster op
+den Oceaan kon optreden. Nu besloot hij, als Venetiaan, zich te
+wreken, en trachtte den Koning van Engeland over te halen om aan hem
+en aan zijne drie zonen volmacht te verleenen om in het Westen op
+ontdekkingen uit te gaan. De Pauselijke bul <span class="pagenum"><a id="p_195">[195]</a></span>was natuurlijk ook in
+Engeland bekend, doch Hendrik was er de man niet naar om zich aan die
+bul te storen. Geen recht was heilig bij hem, als hij er maar voor
+zichzelven voordeel in zag het te verbreken. Toch werd <span xml:lang="en">Cabot</span>s voorstel
+op de lange baan geschoven, en eerst in 1495 verleende de Koning hem
+die volmacht. Het werd evenwel nog 1497 eer <span xml:lang="es">Cabot</span> met vier
+transportschepen en een Koninklijk vaartuig de haven van <span xml:lang="en">Bristol</span>
+verliet. De volmacht was hem verleend op voorwaarde, dat hij een
+vijfde deel van de behaalde winst aan den Koning zou afstaan, terwijl
+de Koning, inruil daarvoor, hem het uitsluitend recht waarborgde om
+met zijne zonen op de ontdekte landen handel te drijven. De <span xml:lang="ens">Cabot</span>s
+waren beter wiskunstenaars dan Columbus, zoodat ze overtuigd waren
+dat, op eene hoogere breedte, den weg naar de Indiën nader moest zijn
+dan op de lagere, die Columbus gekozen had. Vader <span xml:lang="en">Cabot</span> hield den
+koers ook westelijk, en den vier-en-twintigsten Juni 1497 ontdekte hij
+het vasteland van Noord-Amerika, derhalve veertien maanden vroeger dan
+Columbus het vasteland van Zuid-Amerika aanschouwde. <span xml:lang="it">Amerigo
+Vespucci</span>&rsquo;s beweren, dat hij de eerste Europeaan geweest was, die het
+vasteland van de Nieuwe Wereld gevonden had, vervalt door deze
+ontdekking natuurlijk geheel. Columbus had het moeielijk kunnen
+tegenspreken, want het eiland Cuba werd door hem voor het vasteland
+gehouden, en Paria hield hij voor een groot eiland. Wel twijfelde hij
+er nu en dan aan, of Paria wel een eiland was, omdat het water eener
+rivier tot op mijlen afstands buiten den wal, den Oceaan nog zoet
+maakte, doch op een heel groot eiland konden ook groote rivieren zijn.
+Zelfs vóór hij zijne vierde reis ondernam, en de ontdekkingen van
+Zuid-Amerika reeds overal in Spanje bekend waren, hield hij het er
+voor, dat de ontdekte kusten aan een eiland behoorden, hetwelk ten
+zuiden van de Indiën lag. Het moest, zoo redeneerde hij verder,
+slechts door eene zeeëngte van de Indiën en het vasteland van Azië
+gescheiden zijn. Wanneer we hem op zijn&rsquo; vierden tocht volgen, zullen
+we hem terugvinden, die zeeëngte nog steeds zoekend ten Zuiden van het
+gewaande &bdquo;vasteland Cuba.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_196">[196]</a></span>Van
+eene vrij voordeelige reis teruggekeerd, maakte Johns zoon
+Sebastiaan in 1498 een&rsquo; tweeden tocht en bereikte zelfs Kaap Florida,
+die zich nog zuidelijker bevindt dan het noordelijkste van de
+Bahama-eilanden, waarvan Columbus zoo ongeveer het middelste ontdekte.
+Van Sebastiaans broeders vond ik nergens wat vermeld, zoodat het
+mogelijk zou kunnen zijn, dat ze behoorden tot de Engelsche reizigers,
+die <span xml:lang="es">De Hojeda</span> op zijn&rsquo; tocht ontmoette, en waarvan wij met een paar
+woorden gewaagden. Mogelijk ook is het, dat de voordeelige tocht der
+<span xml:lang="en">Cabot</span>s andere Engelschen bewogen heeft om geheel op eigen gelegenheid,
+en zonder eenige volmacht, eene reis naar de Nieuwe Wereld te maken,
+doch dat ze schipbreuk leden en zoo in de streek kwamen waar <span xml:lang="es">De Hojeda</span>
+hen ontmoette.</p>
+
+<p>De opvolger van Hendrik VII, was de beruchte Hendrik VIII, die zelf
+zooveel als Paus wilde zijn, en zich derhalve niets liet gelegen
+liggen aan Pauselijke bullen. Misschien was dit wel de oorzaak, dat
+Sebastiaan <span xml:lang="en">Cabot</span> Engeland verliet en in Spaanschen dienst trad. Hij
+deed dat in 1512, doch vijf jaar later was hij weer in Engeland terug.
+Hij zeilde toen met den Vice-Admiraal <span xml:lang="en">Perth</span> uit, om langs Amerika&rsquo;s
+Zuidpunt de Oost-Indiën te bereiken. Er blijkt uit deze onderneming,
+die evenwel mislukte, dat er in de aardrijkskunde in zoo weinige jaren
+verbazende vorderingen waren gemaakt. Zoowel voor Engeland als voor
+Spanje was het te bejammeren, dat deze ervaren zeeman zulk een&rsquo;
+wispelturigen aard had, want in 1525 was hij weer in dienst van
+Spanje, om ten slotte in 1530 opnieuw in Engeland te zijn en aldaar
+benoemd te worden tot Opper-piloot. In die voorname betrekking was hij
+de voorlooper van Jacob van Heemskerk en Barendsz., want ook hij
+geloofde, dat men de Indiën bereiken kon door de Noordelijke IJszee.</p>
+
+<p>Met dezen zwerver langer te volgen, loopen we groot gevaar in de
+Noordelijke IJszee boven Azië te komen en de Nieuwe Wereld uit het oog
+te verliezen. Wij laten hem derhalve tot zijn&rsquo; dood, die in 1557
+voorviel, zwerven en keeren terug naar Spanje om deel te nemen aan
+andere ontdekkingstochten.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_197">[197]</a></span>Toen het in Spanje
+ruchtbaar werd, dat <span xml:lang="es">De Fonseca</span> aan <span xml:lang="es">Don Alonzo De
+Hojeda</span> eene volmacht tot eene ontdekkingsreis gegeven had, waren er
+terstond anderen bij, die <span xml:lang="es">De Hojeda</span>&rsquo;s voorbeeld wilden volgen. Geen
+echter zoo vlug als <span xml:lang="es">Pedro Alonzo Nino</span>, die Columbus op zijne eerste en
+derde reis vergezeld had. Hij ontving van <span xml:lang="es">De Fonseca</span> eene zelfde
+volmacht, als <span xml:lang="es">De Hojeda</span> gekregen had, en in gezelschap van <span xml:lang="es">Christoval
+Guerra</span> stak hij, slechts weinige dagen nadat <span xml:lang="es">De Hojeda</span> vertrokken was,
+van <span xml:lang="es">Palos</span> in zee met een klein vaartuig, dat slechts vijftig ton
+inhoud had. Aan den weg, dien Columbus bij zijne zeereizen genomen
+had, was genoeg bekendheid gegeven, hoewel tegen den zin van den
+Admiraal, die vreesde, dat men van de landen en zeeën, die hij
+gevonden en in kaart gebracht had, gebruik maken zou om hem te
+benadeelen. De beide moedige gelukzoekers volgden <span xml:lang="es">De Hojeda</span>, als het
+ware, op den voet en kwamen twee weken na hem op dezelfde kust van
+Paria aan.</p>
+
+<p>Zij zeilden nog westelijker dan <span xml:lang="es">De Hojeda</span> gedaan had en kwamen in eene
+streek waar de menschen woester en dapperder waren dan ergens elders,
+doch ze hadden het geluk om toch een groot aantal voorwerpen, die in
+Spanje geene waarde hadden, tegen een&rsquo; schat van de kostbaarste
+parelen te verruilen. Meer dan voldaan over hun&rsquo; voordeeligen handel,
+namen ze den terugtocht naar Spanje aan, hopende daar het loon voor
+hun streven te ontvangen. De reis was voorspoedig en in het midden van
+April, nog twee maanden vóór <span xml:lang="es">De Hojeda</span>, liepen ze te <span xml:lang="es">Bayona</span> in
+Galicië, binnen. De lust om nog eens zulk een&rsquo; tocht te doen, zal hun
+wel ontnomen zijn, want inplaats van beloond te worden, werden ze
+beschuldigd van parelen achtergehouden te hebben en in de gevangenis
+geworpen. Koning Ferdinand, die dit bevolen had, omdat hij meende, dat
+hem te kort gedaan was, scheen niet alleen &bdquo;Liguriërs&rdquo;, maar ook
+geboren Spanjaarden uit de beurs der ondankbaarheid te betalen.</p>
+
+<p>Nog in hetzelfde jaar dat <span xml:lang="es">De Hojeda</span> en
+<span xml:lang="es">Nino</span> eene ontdekkingsreis
+ondernamen, rustte <span xml:lang="es">Vincente <span class="corr" id="corr35" title="Bron: Janez">Yanez</span> Pinzon</span>, dezelfde, die Kapitein op de
+<span xml:lang="es">Nino</span> was, waarop Columbus
+<span class="pagenum"><a id="p_198">[198]</a></span>van de eerste reis terugkeerde, op eigen
+kosten vier schepen uit en vertrok hiermede naar de Nieuwe Wereld. Hij
+hield den koers ook zuidelijk, en toen hij den zesentwintigsten
+Januari 1500 land ontdekte, ging hij er aan wal en nam het op de
+voorgeschrevene wijze plechtig in bezit voor den Koning en de
+Koningin. De kust waar hij landde lag op 28° Zuiderbreedte en was
+niets anders dan een deel van het tegenwoordige Brazilië, ter hoogte
+waar Kaap Sint-Augustinus ligt. De tocht naar deze streek was zeer
+moeielijk geweest en menigmaal hadden de gezellen van <span xml:lang="es">Pinzon</span> op het
+punt gestaan om den moed op te geven. Hij alleen bleef vertrouwen, dat
+men eindelijk land vinden zou, en toen hem dat gelukte, was het geen
+wonder, dat hij het den naam van &bdquo;<span xml:lang="es">Santa Maria de la Consolation</span>&rdquo; gaf.
+Hij vond de kust verlaten, en welk eene moeite hij zich gaf om de
+gevluchte inboorlingen tot zich te lokken, het gelukte hem niet. Een
+weinig verder had hij evenwel eene ontmoeting, zooals hij er wel geene
+zal gewenscht hebben. Met eenige booten aan den wal gegaan, ontdekten
+ze een groot aantal inboorlingen, die zich hielden, alsof ze geen
+kwaad in den zin hadden. De Spanjaarden lieten zich hierdoor misleiden
+en toen ze zich meer verdeeld hadden, deden de Wilden zulk een&rsquo;
+verwoeden aanval met hunne pijlen, dat acht der Spanjaarden gedood
+werden, ja, eene der booten viel den Wilden zelfs in handen. <span xml:lang="es">Pinzon</span>
+zag wel in, dat er op eene kust waar de bewoners zoo machtig en tevens
+zoo vijandig gezind waren, geene kans bestond om eenigen ruilhandel te
+drijven. Hij zette den tocht nu veertig mijlen in eene noordwestelijke
+richting voort en kwam toen in een deel van den Oceaan, waar het water
+niet zout, maar zoet was. Zonder aan den wal te gaan, liet hij de
+vaten met dat water vullen en stuurde nu dichter onder den wal, waar
+hij een groot eiland en eenige kleinere ontdekte.</p>
+
+<p>De reizigers stonden verbaasd en <span xml:lang="es">Pinzon</span> deed, zoo zegt men, luide de
+vraag: &bdquo;<span xml:lang="la">Mare an non?</span>&rdquo; wat beduidt: &bdquo;Zee of geene zee?&rdquo;</p>
+
+<p>Spoedig zag hij dat het geene zee, maar een ontzaglijk groote rivier
+was, welke zij daar voor zich zagen, en ze <span class="pagenum"><a id="p_199">[199]</a></span>wisten haar geen&rsquo; beteren
+naam te geven dan &bdquo;<span xml:lang="la">Mare an non</span>,&rdquo; wat later verbasterd werd tot
+Maranon, onder welken naam de Amazonen-rivier, de grootste stroom der
+geheele Aarde, tegenwoordig nog altijd bij de Spanjaarden en
+Portugeezen bekend staat.</p>
+
+<p>Terwijl de ontdekkers vol verwondering op den breeden mond van dien
+reuzenstroom staarden, vertoonde zich op eenmaal een zeer vreemd
+natuurverschijnsel. Eensklaps rees de vloed meer dan vijf vademen;
+hooge golven dreigden de scheepjes in den grond te slaan, en er werd
+een vreeselijk geluid vernomen. Gelukkig ontkwamen <span xml:lang="es">Pinzon</span> en de zijnen
+dat dreigende gevaar. Zij hadden kennis gemaakt met de &bdquo;Pororoca,&rdquo; of
+&bdquo;zeevloed.&rdquo; Deze, opgehouden door het uitstroomende rivierwater,
+krijgt eindelijk de overhand, en met een donderend geraas, dat wel
+anderhalve mijl ver gehoord kan worden, bruist de machtige zeevloed
+over het rivierwater heen. Niet veel lust bezittende om, òf met de
+gewapende Wilden, òf met dien hoogen vloed nog eens kennis te maken,
+zette <span xml:lang="es">Pinzon</span> den tocht in dezelfde richting voort, en bereikte op
+zijne beurt den Orinoco en het land &bdquo;Paria.&rdquo; Wie nu een&rsquo; blik op de
+kaart slaat en ziet welk een groote afstand er ligt tusschen Kaap
+Sint-Augustinus en het eiland Trinidad, dat voor de zoogenaamde Golf
+van Paria lag, zal moeten erkennen, dat geen der Spaansche ontdekkers
+nog zulk een aanzienlijk deel van de Nieuwe Wereld gezien had, als
+<span xml:lang="es">Pinzon</span>. Zonder eenige aanmerkelijke voordeelen behaald te hebben, kwam
+hij eindelijk op <span xml:lang="es">Hispaniola</span> aan, doch de thuisreis vervolgende, had
+hij bij de Bahama-eilanden het ongeluk door een&rsquo; vreeselijken storm
+twee van zijne schepen te verliezen. Dat was voor <span xml:lang="es">Pinzon</span> eene ramp te
+noemen, welke hij nimmer te boven zou komen. Al zijn geld had hij aan
+deze vier schepen besteed, en om ze voor den tocht doelmatig uitgerust
+te krijgen, had hij bij de kooplieden van <span xml:lang="es">Sevilla</span> alles op krediet
+moeten koopen. Deze hebzuchtige lieden hadden van <span xml:lang="es">Pinzon</span>s verlegenheid
+gebruik gemaakt, en hem de goederen honderd procent boven de waarde
+aangerekend. Toen hij nu met slechts twee scheepjes, bijna arm en
+berooid te <span xml:lang="es">Palos</span> aangekomen was, <span class="pagenum"><a id="p_200">[200]</a></span>legden zijne schuldeischers beslag
+op beide vaartuigen, zoodra de moedige reiziger naar <span xml:lang="es">Granada</span>
+vertrokken was, om daar den Koning van zijn&rsquo; belangrijken tocht
+verslag te doen. Nog te <span xml:lang="es">Granada</span> zijnde, vernam hij dat de
+schuldeischers de scheepjes met alles wat er op, aan en in was,
+verkocht hadden om aan hun geld te komen. Hij deed zijn beklag bij den
+Koning en zeide dat de driehonderdvijftig centenaars verfhout, die hij
+medegebracht had, alleen zooveel waard waren als zijne heele schuld
+bedroeg, waarom hij verzocht, dat de kooplieden hem alles, wat ze
+verkocht hadden, zouden teruggeven. De Koning vond dien eisch billijk
+en <span xml:lang="es">Pinzon</span> ontkwam zoo aan de handen zijner onbarmhartige
+schuldeischers. Ook hij scheen nu geen&rsquo; lust meer te hebben om op
+ontdekkingstochten uit te gaan en werd graanhandelaar. Later evenwel
+deed hij nog twee tochten om de zeeëngte op te sporen, welke door
+Columbus vermoed, gezocht en niet gevonden werd, omdat ze niet
+bestond. <span xml:lang="es">Pinzon</span>s tochten waren derhalve ook vergeefsch, maar dat
+belette niet, dat Keizer Karel V hem en zijne familie, uit
+erkentelijkheid voor zijne groote verdiensten, tot den Adelstand
+verhief.</p>
+
+<p>Niet ontmoedigd door de weinig winstgevende tochten, die reeds gemaakt
+waren, en ook niet afgeschrikt door den ondank waarmede bijna alle
+landontdekkers betaald werden, zeilde <span xml:lang="es">Diego De Lepe</span>, ook een inwoner
+van <span xml:lang="es">Palos</span>, kort na het vertrek van <span xml:lang="es">Pinzon</span> met twee karveelen het
+Westen in om ontdekkingen te doen. Jammer genoeg is van deze reis zoo
+goed als niets bekend, en toch was het deze <span xml:lang="es">De Lepe</span>, die het waagde
+Kaap Sint-Augustinus om te zeilen en nog veel dieper langs de
+Braziliaansche kust het Zuiden in te gaan. Het eenige, wat van dezen
+zeereiziger verder bekend is, is dat hij bij zijne terugkomst in
+Spanje voor <span xml:lang="es">De Fonseca</span> eene kaart van de ontdekte kusten maakte, welke
+vrij goed was en gedurende eenige jaren dan ook trouw gevolgd werd.</p>
+
+<p>Bijna tegelijk met <span xml:lang="es">De Lepe</span> meldde zich om een&rsquo; lastbrief <span xml:lang="es">Don Rodrigo
+De Bastides</span> bij den Koning aan en hij verkreeg dien ook. <span xml:lang="es">Don De
+Bastides</span> was een zeer vermogend man en Notaris te <span xml:lang="es">Traniana</span>, eene der
+voorsteden van <span class="pagenum"><a id="p_201">[201]</a></span>Sevilla. Het contract, dat hij met den Koning sloot,
+was voor dezen laatsten, die er geen geld aan ten koste behoefde te
+leggen, zeer voordeelig, want <span xml:lang="es">De Bastides</span> zou het vierde gedeelte van
+alles, wat hij winnen mocht, aan de Kroon afstaan.</p>
+
+<p>Hij zeilde met twee karveelen, die hij op eigen kosten uitgerust had,
+uit, doch was zoo wijs geweest om als Stuurman, onzen ouden bekenden
+<span xml:lang="es">Juan De la Cosa</span> mede te nemen, want deze
+had op de reis met <span xml:lang="es">De Hojeda</span>
+immers de kusten bezocht waar goud en parelen te vinden waren? En
+daarheen was het doel van den tocht. Niet om ontdekkingen te doen of
+om krijgsmansroem te verwerven, maar om goede zaken te maken ging de
+slimme <span xml:lang="es">De Bastides</span> naar de Nieuwe Wereld. Dat men meer vliegen vangt
+met één&rsquo; druppel honig dan met een heel vat azijn, scheen hij
+onvoorwaardelijk aan te nemen, want eenmaal in het rijke land
+aangekomen, was hij voor de inboorlingen vriendelijker en hartelijker
+dan nog één Spanjaard geweest was. De goedige inwoners van dat land
+stelden dit ook zeer op prijs en het gevolg hiervan was, dat <span xml:lang="es">De
+Bastides</span> schitterende zaken deed. Gaarne had hij hier nog langer
+willen blijven, doch <span xml:lang="es">De la Cosa</span> kwam hem wat mededeelen, dat hem dwong
+om zoo spoedig mogelijk te vertrekken, teneinde <span xml:lang="es">Hispaniola</span> te
+bereiken. Dit was hoognoodig, want de houtwormen, die in deze zeeën
+buitengewoon talrijk waren, hadden de schepen op verscheidene plaatsen
+lek geknaagd, wat gemakkelijk geschieden kon, omdat men in die tijden
+nog van geene gekoperde schepen iets af wist. De terugreis werd
+derhalve met spoed aanvaard, doch alleen met de grootste moeite waren
+de schepen vlot te houden. Eindelijk bereikten ze een klein eiland op
+de kust van <span xml:lang="es">Hispaniola</span> waar ze de deerlijk gehavende vaartuigen zoo
+goed mogelijk herstelden. Vol hoop, dat men nu wel thuis zou komen,
+zeilde men weer verder, doch tegenwind en stormen hielden de reis
+tegen en de houtworm kreeg weer de overhand. Zij repten zich nu
+zooveel zij konden om de parelen en het goud, benevens eenige
+handelsartikelen op <span xml:lang="es">Hispaniola</span> aan den wal te brengen, en pas was dit
+geschied, of de schepen verdwenen met alles, wat nog <span class="pagenum"><a id="p_202">[202]</a></span>aan boord was,
+in de diepte. Goede raad was thans duur! Wat te doen? <span xml:lang="es">De Bastides</span>
+verdeelde zijn volk in drie hoopen om, langs verschillende wegen, te
+trachten <span xml:lang="es">San-Domingo</span> te bereiken. Iedere afdeeling droeg in eene
+groote kist de parelen en het goud mede, benevens allerlei
+snuisterijen om die op hun&rsquo; weg bij de inboorlingen tegen spijs en
+drank te verruilen. Toen deze zonderlinge landreis aanving, was <span xml:lang="es">De
+Bobadilla</span> nog niet afgezet en regeerde hij derhalve nog als
+Onder-Koning. Weldra werd hem bericht, dat er schepen geland waren en
+dat de bemanning ruilhandel met de inboorlingen dreef. Hij zond nu
+gewapende benden uit, en weldra werden <span xml:lang="es">De Bastides</span> en de zijnen
+aangetroffen en voor den Onder-Koning gebracht. We weten het reeds,
+dat <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> kort recht kon maken, als hij dat wilde, en als hij
+meende, dat het in zijn belang was. De zwervers werden dan ook maar
+zonder verhoord te zijn, gevangengezet en de kisten werden verbeurd
+verklaard. <span xml:lang="es">De Bastides</span> was echter de man niet om zich dat alles maar
+te laten welgevallen; hij verzette zich, door duidelijk te maken, dat
+hij geen&rsquo; ruilhandel gedreven had. Hij had, na zijne schepen verloren
+te hebben, met hetgeen hij bij zich had, alleen spijs, drank en gidsen
+betaald, meer niet, en betalen, wat men tot dat doel noodig had, mocht
+geen ruilhandel heeten. De verdediging was glashelder, en hoeveel <span xml:lang="es">De
+Bobadilla</span> ook durfde, hij waagde het niet om <span xml:lang="es">De Bastides</span> te
+veroordeelen, maar zeide, dat hij hem met de eerstvolgende gelegenheid
+naar Spanje zou zenden, dan kon daar de zaak door het Hof onderzocht
+worden.</p>
+
+<p>Weinig vermoedde <span xml:lang="es">De Bobadilla</span>, dat met die eerstvolgende gelegenheid
+niet alleen <span xml:lang="es">De Bastides</span> naar Spanje zou gebracht worden, maar ook
+hijzelf en zijn vriend <span xml:lang="es">Roldan</span>.</p>
+
+<p><span xml:lang="es">Don De <span class="corr" id="corr36" title="Bron: Ovado">Ovando</span></span> was aangekomen om <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> van zijn ambt te ontzetten
+en met <span xml:lang="es">Roldan</span> gevankelijk naar Spanje te laten voeren.</p>
+
+<p>De vloot, die hen overbracht, we zullen hierover later nog spreken,
+werd door een&rsquo; vreeselijken orkaan overvallen, en <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> en
+<span xml:lang="es">Roldan</span> vonden hun graf in de golven. <span xml:lang="es">De Bastides</span> echter was zoo
+gelukkig om met zijne <span class="pagenum"><a id="p_203">[203]</a></span>drie ongeschonden kisten in Spanje aan te
+komen, waar hij natuurlijk terstond buiten alle vervolging gesteld
+werd. Het vierde gedeelte van de medegebrachte parelen en andere
+schatten werd eerlijk aan den Koning gegeven, en dat vierde deel was
+van zulk eene groote waarde, dat Koning Ferdinand opeens een&rsquo; aanval
+van dankbaarheid en mildheid kreeg en hem levenslang een inkomen
+schonk uit de opbrengsten van het land Uraba, dat hij bezocht had en
+dat zoo rijk bleek te zijn. Eene zelfde belooning ontving ook de oude
+<span xml:lang="es">De la Cosa</span>, die tot Bestuurder van dat gewest benoemd werd.</p>
+
+<p>Veel merkwaardigs ten opzichte van de aardrijkskundige wetenschap had
+die reis niet opgeleverd, en toch diende ze genoemd en in het kort
+beschreven te worden, omdat juist <span xml:lang="es">De Bastides</span> getoond had, hoe men
+doen moest om de reis- en ontdekkingstochten in de Nieuwe Wereld
+productief te maken. Jammer maar, dat hij met zijn goed voorbeeld
+bijna alleen bleef staan en zoo goed als geene navolging vond.</p>
+
+<p>Eindelijk was ook met groote moeite, omdat de uitrusting op kosten der
+Regeering geschiedde en <span xml:lang="es">De Fonseca</span> wel zorgde, dat er voor dit doel
+steeds geld te kort was, een vlootje van vier karveelen klaar gekomen,
+en stond Columbus op het punt, te vertrekken, in gezelschap van zijn&rsquo;
+zoon <span xml:lang="es">Don</span> Ferdinand en zijn&rsquo; broeder <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus. Wijl de
+Monarchen vreesden, dat de komst van Columbus op <span xml:lang="es">Hispaniola</span>, dat met
+groote moeite tot rust gebracht was, aanleiding zou geven tot
+wanordelijkheden, zoo werd hem verboden om op zijne heenreis de
+Kolonie aan te doen. Op de terugreis echter zou het hem vergund zijn
+om eenigen tijd te <span xml:lang="es">San-Domingo</span> van de vermoeienissen uit te rusten, en
+als het noodig was zijne schepen te laten herstellen. Verder beloofden
+de Monarchen hem, dat hij, als eenmaal op <span xml:lang="es">Hispaniola</span> alles tot orde en
+rust gekomen en hij alweer teruggekeerd was, andermaal in al zijne
+waardigheden zou hersteld worden. Zij deden dat schriftelijk, doch
+Columbus, die bij ervaring wist, hoe hij tegengewerkt werd en hoe
+weinig men zich stoorde aan alles, wat beloofd was, liet van alle
+beloften en brieven afschriften <span class="pagenum"><a id="p_204">[204]</a></span>maken,
+door de <span xml:lang="es">Alcaldes</span> van <span xml:lang="es">Sevilla</span>
+behoorlijk legaliseeren, en stelde een der duplicaten in handen van
+een vertrouwd vriend, terwijl hij het andere bezorgde bij den Gezant
+van Genua, die aan het Spaansche Hof vertoefde. Later zou het blijken,
+dat hij zeer verstandig gedaan had met deze maatregelen te nemen. Nu
+hij alles verricht had, wat er te doen viel, nam hij afscheid van
+zijn&rsquo; zoon <span xml:lang="es">Don Diego</span>, die op verzoek van Koning Ferdinand in Spanje
+achterbleef om de belangen zijns Vaders te behartigen, en den negenden
+Maart 1502 aanvaardde hij de reis, wijzer dan vroeger, zoo meende hij,
+omdat hij zich overtuigd hield, dat tusschen Cuba en Paria, welks
+kusten in den laatsten tijd zoo ver bezocht waren, de zeeëngte moest
+zijn, waardoor hij in de echte Indiën komen kon.</p>
+
+<p>De heenreis was voorspoedig, doch toen hij het kleine eiland
+Martinique aangedaan had, kon hij de begeerte niet wederstaan, om,
+trots het verbod, toch te <span xml:lang="es">San-Domingo</span> binnen te loopen. De groote man
+toonde zich hier wel wat klein; hij stelde er prijs op om allen, die
+hem, in boeien geklonken, hadden zien vertrekken, te toonen dat hij in
+zijne eer hersteld was. Als voorwendsel om de haven van <span xml:lang="es">San-Domingo</span>
+binnen te loopen, gebruikte hij de kleine averij, die eene zijner
+karveelen bekomen had, doch <span xml:lang="es">De <span class="corr" id="corr37" title="Bron: Ovanda">Ovando</span></span>, die zijne instructies omtrent
+Columbus reeds ontvangen had, nam het voorwendsel niet aan en verbood,
+hoewel in zeer beleefde termen, het binnenloopen der haven. Aangenaam
+was dit voor onzen Admiraal niet, doch hij had zich door eigen schuld
+die beleediging, als het er eene was, op den hals gehaald.</p>
+
+<p>Toen Columbus te <span xml:lang="es">San-Domingo</span> aankwam, lagen er niet minder dan
+achtentwintig schepen gereed om met eene rijke lading aan goud,
+parelen en katoen naar Spanje uit te zeilen, wel een bewijs, dat de
+toestand der Kolonie eene heel andere was dan onder zijn bestuur. Aan
+boord der schepen bevonden zich, zooals we vroeger opmerkten, zijne
+vijanden <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> en <span xml:lang="es">Roldan</span>,
+benevens <span xml:lang="es">De Bastides</span>. De ervaringen,
+die Columbus als zeeman en als reiziger in deze streken opgedaan had,
+deden onzen Admiraal aan alle verschijnselen zien, dat er een zware
+storm op handen <span class="pagenum"><a id="p_205">[205]</a></span>was. Hij gaf dus den welgemeenden raad om het
+uitzeilen nog eenige dagen uit te stellen. Men hield het er evenwel
+voor, dat Columbus dit alleen zeide, omdat hij jaloersch was, dat er
+zóó spoedig onder het bestuur van een&rsquo; anderen Onder-Koning zulk eene
+rijk geladen vloot naar Spanje vertrekken kon, en dat hij daarom
+alleen de afvaart wenschte te vertragen. Men hoorde dus niet naar
+zijn&rsquo; raad en&mdash;twintig vaartuigen verdwenen met kostbare lading en
+manschappen, tengevolge van een&rsquo; verschrikkelijken storm in de diepte,
+en slechts acht kwamen in ontredderden toestand in Spanje aan. Over <span xml:lang="es">De
+Bobadilla</span> en <span xml:lang="es">Roldan</span> zou derhalve geen vonnis uitgesproken worden; de
+dood belette dat, maar in het voordeel van Columbus was dit niet, want
+veel, waarover de Admiraal terecht geklaagd had, kwam nu niet aan het
+licht.</p>
+
+<p>Zoo spoedig hem dit mogelijk was, had Columbus eene veilige ligplaats
+voor zijne schepen gezocht en doorstond daar, zonder eenige schade te
+lijden, den storm.</p>
+
+<p>Toen het noodweer bedaard was, richtte Columbus den steven naar Cuba
+en van daar voer hij in zuidwestelijke richting naar de Baai van
+Honduras. Op dien tocht had hij eene ontmoeting, die hem bewees, dat
+hij in eene streek gekomen was, waar het volk vrij goed beschaafd was.
+Op een eiland, dat hij om de dennen, die er groeiden, &bdquo;<span xml:lang="es">Isla de Pinos</span>&rdquo;
+noemde, aan wal gegaan zijnde, vond hij er bewoners met een zeer laag
+voorhoofd, die in beschaving echter boven andere eilanders stonden.
+Daar hun voorhoofdsvorm juist het tegendeel zou doen vermoeden,
+moesten er redenen voor die betere ontwikkeling zijn, en naar die
+redenen behoefde men niet lang te zoeken, want terwijl <span xml:lang="es">Don</span>
+Bartholomeus op zekeren dag aan het strand vertoefde, zag hij eene
+verbazend groote kano, die uit één&rsquo; boomstam gemaakt was, naderen. In
+het midden van die kano was eene hut van palmbladen gebouwd, en in
+deze hut bevond zich een Kazike met zijne vrouw en kinderen. De kano
+werd geroeid door meer dan twintig Indianen, die niet naakt, maar
+evenals de Kazike en zijne vrouw en kinderen gekleed waren.</p>
+
+<p>Zonder eenige vrees of verbazing te toonen, kwamen <span class="pagenum"><a id="p_206">[206]</a></span>ze bij Columbus
+aan boord, en nu vernam deze, dat de kano eene lading van cacaoboonen
+en vele andere handels-artikelen in had. Zij waren ook in het bezit van
+allerlei keukengereedschap, ja, zelfs van bijlen, die van koper
+gemaakt waren. Verder hadden ze katoenen doeken en mantels, kroezen om
+metalen te smelten, kortom alles, wat duidelijk bewees, dat ze uit
+eene zeer beschaafde streek afkomstig waren. Ongelukkig kon Columbus
+niets van hunne taal verstaan, en de Arabische tolken, die hij mede
+genomen had om hem van dienst te zijn, als hij in de eigenlijke Indiën
+aangekomen was, konden hen natuurlijk ook niet verstaan. Na een&rsquo; zeer
+voordeeligen ruilhandel gedreven te hebben, namen ze vriendelijk
+afscheid en vertrokken in eene richting, die ons thans met eenige
+zekerheid kan doen zeggen, dat ze uit Yucatan afkomstig waren. Had
+Columbus maar niet voorgenomen om de zeeëngte, die niet bestond, te
+vinden, en ware hij deze kano gevolgd, dan zou zijne vierde
+ontdekkingsreis de beste en rijkste geweest zijn, welke hij of eenig
+ander nog gemaakt had. Maar die zeeëngte wilde en zou hij vinden, en
+daarom ging het alweer, en nu in zuidoostelijke richting, verder.
+Weldra had hij de kusten van Middel-Amerika bereikt. Dewijl zijn doel
+niet daar lag, zoo deed hij slechts nu en dan eene landing, en telkens
+zag hij bij zulk eene gelegenheid, dat hij meer en meer het goudland
+naderen moest, want de bewoners droegen allerlei gouden versierselen,
+die ze gaarne, vooral tegen valkenbellen, inruilden. Het goud kwam uit
+een land, zoo berichtte men hem door teekenen, dat bewoond werd door
+een zeer beschaafd volk, dat in het bezit was van lastdieren en in
+huizen woonde, half van goud gebouwd. Hij meende verder te verstaan,
+dat dit land &bdquo;Ciguare&rdquo; heette en negen dagreizen over land verder lag
+in westelijke richting en&mdash;aan de zee.</p>
+
+<p>Thans liet de Admiraal zijne verbeelding weer spelevaren op de wateren
+der valsche voorstelling en meende hij verzekerd te zijn, dat hij zich
+op slechts negen of tien dagreizen afstands bevond van de beroemde
+Indische rivier de Ganges. Vol moed stevende hij nu verder, doch toen
+hij eindelijk kwam, waar de Landengte van Panama het smalst <span class="pagenum"><a id="p_207">[207]</a></span>is, werd
+hij overvallen door een&rsquo; storm, die negen dagen aanhield. De regen
+viel al dien tijd bij stroomen neer, en de bemanning der karveelen
+verkeerde in de grootste gevaren en in de bitterste ellende. Het
+voedsel was door de hitte en de overslaande zeeën zóó bedorven en zóó
+vol maden en wormen, dat het volk de duisternis te baat nam om het
+maal te doen, ten einde dan niet te zien, wat er gegeten moest worden.</p>
+
+<p>Toen de storm ten slotte bedaard, en de zee weer kalm geworden was,
+bevond men door waarnemingen, dat de schepen ver naar het Noorden
+teruggeslagen waren. Nog eens denzelfden weg afleggen, er was geen
+denken aan, want de houtworm had ook deze schepen aangetast. Gelukkig
+vond men kort daarop land, en kon het volk zich aan den wal van de
+doorgestane ellende herstellen. Het was een land, rijk aan goud, en
+bewoond door vriendelijke menschen, die veel beschaafder waren dan al
+de inboorlingen, die hij nog ontmoet had, en geregeerd werden door
+een&rsquo; Kazike, die den titel van &bdquo;Quibian&rdquo; droeg. De Vorst van dit land,
+dat &bdquo;Veragua&rdquo; genoemd werd, ontving <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus en de zijnen, die
+hem bezochten, bij uitstek vriendelijk, en de ruilhandel in goud was
+nog nergens zoo voordeelig geweest. Blijkbaar was deze streek
+bijzonder rijk aan dit metaal, en daarom drong Columbus er op aan, dat
+zijn broeder bij den Kazike onderzoek zou doen waar die mijnen zich
+bevonden. De Quibian, die werkelijk geen kwaad in den zin had, gaf <span xml:lang="es">Don</span>
+Bartholomeus twee gidsen mede, die hem bij de mijnen bracht, en wat
+men daar vond, was zulk een rijkdom in edel metaal, dat Columbus
+besloot om hier eene volkplanting te stichten, welke onder het
+opperbevel van zijn&rsquo; broeder zou staan. Aanvankelijk scheen het dat de
+streek niet alleen gezond en vruchtbaar, maar ook bewoond was door
+menschen, die zeer vredelievend en gastvrij van aard waren. De soort
+van sterkte, waarin de Kolonisten leven zouden, was reeds bijna
+voltooid, toen <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus vernam, dat de Quibian zijn volk te
+wapen geroepen had. Waarom dat gedaan was? Om oorlog te voeren met
+een&rsquo; naburigen stam, bij welke gelegenheid de Quibian zelf gewond
+werd. <span class="pagenum"><a id="p_208">[208]</a></span><span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus legde het evenwel anders uit en meende, dat de
+Quibian zijne sterkte wilde aantasten. Om dit te voorkomen vormde hij
+het plan den Vorst op te lichten, en door een aantal gewapende
+manschappen vergezeld, begaf hij zich naar het dorp waar de Quibian
+zijn verblijf hield. De Vorst ontving zijne bezoekers vriendelijk, en
+toonde hun de wonden, die hij in den strijd bekomen had. Op een
+gegeven teeken echter werd de Vorst op den grond gesmeten, gekneveld
+en weggevoerd. In de nabijheid van het Admiraalsschip waagde de
+ongelukkige het, zijn leven te redden. Hij sprong in zee, zwom naar
+den oever, en was van dat oogenblik af de verbitterdste vijand der
+Spanjaarden. Hij viel met de zijnen de sterkte aan, doch werd
+teruggeslagen. Bij een&rsquo; tweeden aanval echter, werd eene heele
+afdeeling Spanjaarden, die uitgegaan was om voedsel, water en hout te
+halen, op één&rsquo; man na, door de inboorlingen gedood, en Columbus zag nu
+wel in dat er geene mogelijkheid bestond om hier eene Kolonie achter
+te laten. Het plan werd dus opgegeven, en de ellendige toestand waarin
+de schepen verkeerden dwong den Admiraal tot den terugtocht.</p>
+
+<p>Wat zal hij dien vol teleurstelling aanvaard hebben! Tijd om in
+treurige gedachten verzonken te blijven was er echter niet. Eene der
+karveelen liep op de riffen vast; men moest manschap en lading
+overbrengen op de drie andere schepen, die door dag en nacht pompen
+slechts vlot konden blijven. Een van deze drie schepen kon, wat men
+ook beproefde, de reis weldra niet meer voortzetten, en ook dat moest
+men, na het ontladen te hebben, aan de golven prijsgeven. De twee
+overgebleven karveelen werden met den dag steeds lekker. Het volk
+matte zich vruchteloos aan de pompen af, en toen men het geluk had om
+Jamaïca te bereiken, was er geen ander middel tot behoud over dan de
+beide bodems op strand te laten loopen. Het ruim stroomde terstond vol
+water, en Columbus, die vreesde dat zijne mannen aan den wal, de
+vriendelijke bevolking slecht behandelen zou, liet daarom de twee
+scheepsdekken tot verblijf inrichten.</p>
+
+<p>Wilde de Admiraal hier met zijn volk niet omkomen, <span class="pagenum"><a id="p_209">[209]</a></span>dan moest hij eene
+bede om hulp naar <span xml:lang="es">Hispaniola</span> zenden. <span xml:lang="es">Diego Mendez</span> en Bartholomeus
+<span class="corr" id="corr38" title="Bron: Fiësco" xml:lang="es">Fiesco</span> boden zich aan om in twee kano&rsquo;s naar <span xml:lang="es">San-Domingo</span> over te
+steken, ten einde <span xml:lang="es">De Ovando</span> in kennis te stellen met den treurigen
+staat waarin de expeditie van den Admiraal zich op Jamaïca bevond. De
+twee moedige mannen kwamen behouden te <span xml:lang="es">San-Domingo</span> aan in hunne
+kano&rsquo;s, die met zes Spanjaarden en tien Indianen bemand waren, en
+dadelijk deed <span xml:lang="es">Diego Mendez</span> den Onder-Koning verslag van den ellendigen
+toestand van Columbus en de zijnen, en vroeg hij hem een schip om de
+schipbreukelingen af te halen. <span xml:lang="es">De Ovando</span> zag hierin evenwel eene list
+van Columbus om in de Kolonie aan wal te komen, en draalde om hulp te
+verleenen. Eerst zeven maanden later gaf hij zijne toestemming om een
+schip te huren, doch hiermede was <span xml:lang="es">Diego Mendez</span> nog niet verder, want
+om een schip te huren moest er een schip zijn, en er was nergens eenig
+vaartuig tot dat doel beschikbaar. Die tusschentijd was door <span xml:lang="es">De Ovando</span>
+gebruikt geworden om een&rsquo; zijner gunstelingen naar Jamaïca te zenden,
+teneinde zich te overtuigen of de Admiraal werkelijk in zulk een&rsquo;
+ellendigen toestand verkeerde. <span xml:lang="es">Escobar</span>, zoo heette de man, die den
+dienst van spion moest verrichten, kwam op Jamaïca, en vond daar niet
+alleen alles zooals <span xml:lang="es">Diego Mendez</span> het geschetst had, maar nog veel
+erger. De bemanning der karveelen was in opstand tegen Columbus
+gekomen, en gaf op het eiland zich aan allerlei ongebondenheden over,
+nadat zij vruchteloos beproefd had om in kano&rsquo;s het eiland te
+verlaten. Met welk eene vreugde had Columbus, die ziek was, het schip
+zien komen, hopende dat het zijne getrouwen zijn zouden, die hem
+kwamen afhalen! Hoe groot moet zijne teleurstelling geweest zijn, toen
+hij in <span xml:lang="es">Escobar</span> een&rsquo; zijner vijanden
+en een&rsquo; aanhanger van <span xml:lang="es">Roldan</span>
+herkende, die hem uit naam van den Onder-Koning een stuk spek, een
+vaatje wijn en een&rsquo; brief gaf. <span xml:lang="es">De Ovando</span> beloofde in dien brief hulp
+te zullen zenden en verwachtte van den Admiraal bericht of hij ze nog
+begeerde. Het grensde aan spotternij, zoo niet erger. Toch schreef
+Columbus den brief, en toen <span xml:lang="es">Escobar</span> dezen
+had, vertrok hij, Columbus achterlatende in een&rsquo; toestand,
+<span class="pagenum"><a id="p_210">[210]</a></span>te ellendig om ze in woorden te
+schetsen. Inmiddels gingen de opstandelingen met hun ongebonden leven
+voort, en het gevolg was dat de inboorlingen weigerden, Columbus en de
+zijnen den noodigen levensvoorraad te verschaffen. De hongerdood
+scheen allen beschoren, toen Columbus gelukkig berekende dat er eene
+maansverduistering zou plaats hebben. Hiervan maakte hij terstond
+gebruik en liet aan de inwoners weten, dat de maan diep bedroefd was,
+dat men aan de kinderen der zon geene spijzen bracht, en dat zij
+daarom dien avond zich verbergen zou. De inboorlingen lachten er wat
+mede, doch toen des avonds de maan totaal verduisterd werd, dreef hun
+bijgeloof hen aan om Columbus en de zijnen een&rsquo; grooten voorraad van
+levensmiddelen te zenden. Hierdoor waren de arme schipbreukelingen
+aanvankelijk geholpen, doch hoe lang zou het duren? Gelukkig,
+eindelijk kwam er uitkomst, want de trouwe <span xml:lang="es">Diego Mendez</span>
+en Bartholomeus Fiesco hadden niet gerust voor ze een schip hadden, en dit schip
+kwam aan en bracht de arme lijders naar <span xml:lang="es">Hispaniola</span> over.</p>
+
+<p>Columbus werd daar met alle bewijzen van eerbied ontvangen, maar&mdash;het
+was te laat. Zijne kracht was geknakt; zijne hoop verdwenen.</p>
+
+<p>Met welbehagen toonde <span xml:lang="es">De Ovando</span> hem den bloeienden toestand waarin de
+Kolonie verkeerde, en somde de schatten op, die hij gedurende zijn
+bestuur reeds naar Spanje gezonden had en nog zenden zou.</p>
+
+<p><span xml:lang="es">De Ovando</span> verstond de kunst om de Kolonie productief te maken en zoo
+bij den geldzuchtigen Koning Ferdinand in hooge gunst te komen. Geen
+Spanjaard moest een&rsquo; slag werk doen; in de Kolonie was elke Spanjaard
+een <span xml:lang="es">Hidalgo</span>, die alleen toezicht hield op den arbeid der arme
+inboorlingen, en als beul optrad, wanneer de lieden niet hard genoeg
+werkten of zich verzett&rsquo;en. Gewoon aan een matig leven, hadden die
+inboorlingen zich nimmer met zwaren arbeid bezig gehouden; ze konden
+dien ook niet verrichten, want het warme en vochtige klimaat verbood
+hun dit. Nu moesten ze het zwaarste werk en nog zonder eenig loon
+doen. Mishandelingen hadden ze dag aan dag te verduren, en dat van
+mannen, die ze bij hunne komst vriendelijk <span class="pagenum"><a id="p_211">[211]</a></span>en met open armen als
+hemelsche wezens ontvangen hadden, terwijl het hun geene moeite zou
+gekost hebben om te beletten, dat zij zich in hun Paradijs vestigden!
+Is het wonder, dat ze bij duizenden onder dien zwaren arbeid op het
+veld, bij de goudwasscherijen of in de mijnen bezweken? Is het wonder,
+dat zij zich menigmaal verzett&rsquo;en met de overtuiging, dat het verzet
+hun het leven kosten zou? Maar ze wilden liever sterven dan zóó leven,
+en hoevelen door zelfmoord een einde aan hun leven maakten, valt niet
+te zeggen. Een geschiedschrijver, die alle vertrouwen verdient, meldt
+dat al het volk van eene plantage zich door ophanging van het leven
+wilde berooven. De opzichter snelde er heen en trachtte hen te
+weerhouden, doch te vergeefs. Niet wetende, wat hem te doen stond, als
+zijne heele plantage zonder werkkrachten was, riep hij uit: &bdquo;Dan hang
+ik mij ook op!&rdquo; Verschrikt wierpen de Indianen hunne stroppen weg,
+omdat ze geloofden, dat hij hen dan toch ook na den dood zou
+vergezellen om hen te mishandelen. Hoe diep moet de vrees in die
+eenvoudige zielen post gevat hebben om zóó te handelen!</p>
+
+<p>En het waren niet enkel de opzichters of soldaten, die zoo beestachtig
+te werk gingen.</p>
+
+<p>Wie herinnert zich de schoone en zachtzinnige Anacaona niet? Na den
+dood haars broeders regeerde zij als vrouwelijke Kazike haar schoon
+land met zijne zachtzinnige inwoners. Trouw betaalde ze met elken
+termijn de schatting in katoen, trouw bleef ze den Spanjaard,
+onverschillig wie te <span xml:lang="es">San-Domingo</span> zetelde:
+Columbus, <span xml:lang="es">De Bobadilla</span> of <span xml:lang="es">De
+Ovando</span>. Maar een Spanjaard klaagde haar bij <span xml:lang="es">De Ovando</span> aan,
+dat zij en haar volk aan eene samenzwering tegen de Spanjaarden deelgenomen
+hadden. Zonder te onderzoeken of die aanklacht gegrond was, ging <span xml:lang="es">De
+Ovando</span> met eene afdeeling soldaten naar Xaragua. Op de gewone wijze
+werden de Spanjaarden door de Kazike en hare onderdanen met
+eerbewijzen en vriendelijk ontvangen, en weer gaf Anacaona ter eere
+van hare gasten een spiegelgevecht. Toen dit afgeloopen was zeide <span xml:lang="es">De
+Ovando</span>, dat hij zijne soldaten ook eens een spiegelgevecht zou laten
+houden. Anacaona betrok nu met tachtig van hare volgelingen eene
+woning <span class="pagenum"><a id="p_212">[212]</a></span>waaruit ze
+die vertooning goed kon zien. De soldaten keken <span xml:lang="es">De
+Ovando</span> aan. Hij zou een teeken geven, als ze beginnen moesten. Dat
+teeken was: met den vinger zijne halsketen aanraken. Het werd gegeven,
+en inplaats van een spiegelgevecht te gaan houden, vielen ze de woning
+van Anacaona aan, vermoordden haar gevolg, en sleurden haar als
+gevangene mede. De arme vrouw! Het loon voor al hare trouw was een
+strop, waaraan ze opgehangen of waarmede ze geworgd werd!</p>
+
+<p>En als de Geestelijkheid, zooals later vaak gebeurde, zich tegen
+dergelijke gruwelen verzette, dan eischten de gouddorstige Spanjaarden
+straf voor den moedigen man, die de Kolonie in gevaar bracht.</p>
+
+<p>Dat Koningin Isabella zich met zulk eene wreede dwinglandij en zulk
+eene verdrukking niet vereenigen kon, bleek, want zij schreef <span xml:lang="es">De
+Ovando</span>, dat zij hem verbood langer zoo voort te gaan. <span xml:lang="es">De Ovando</span>
+antwoordde haar evenwel, dat bij eene andere handelwijze de heele
+Kolonie te gronde zou gaan, en de Koningin was gedwongen zich bij al
+die gruwelen neer te leggen.</p>
+
+<p>Wat Columbus, die vier weken te <span xml:lang="es">San-Domingo</span> vertoefde, gedacht heeft,
+toen hij zag hoe <span xml:lang="es">De Ovando</span> de teugels van bewind voerde, en welke
+middelen hij te baat nam om rijke ladingen naar Spanje te sturen, wij
+weten het niet, want de historie-schrijver teekent geene gedachten
+aan. Het ligt echter voor de hand om aan te nemen dat zijne hoop, om
+andermaal als Onder-Koning te <span xml:lang="es">San-Domingo</span> te komen grooter was. Als
+hij aan het Hof maar eenmaal Koningin Isabella gesproken had, dan zou
+deze stellig wel vergelijkingen maken tusschen hem en <span xml:lang="es">De Ovando</span>, en de
+balans zou dan in zijn voordeel doorslaan. Met die hoop bezield
+verliet hij <span xml:lang="es">San-Domingo</span>, en kwam na eene moeielijke en gevaarlijke
+reis den zevenden November 1504 ziek in Spanje aan, en terwijl hij te
+<span xml:lang="es">Sevilla</span> in eenige dagen rust herstel zocht, ontving hij het bericht
+dat zijne hooge beschermster, op wie hij al zijne hoop gevestigd had,
+overleden was. Zij stierf den zesentwintigsten November van hetzelfde
+jaar.</p>
+
+<p>Toen Columbus eenigszins hersteld was, schreef hij een&rsquo;
+<span class="pagenum"><a id="p_213">[213]</a></span>brief aan
+Koning Ferdinand, om <span xml:lang="es">De Ovando</span> te willen gelasten hem uitbetaling te
+doen van hetgeen deze zich wederrechtelijk had toegeëigend toen hij <span xml:lang="es">De
+Bobadilla</span> in het opperbestuur verving. Hij was wel gedwongen om dat
+geld te vragen, want al zijne middelen waren met de laatste reis
+uitgeput, en toch hield men het er in Spanje voor, dat hij onnoemelijk
+rijk was.</p>
+
+<p>Dat Columbus bij veel, wat hij deed, zijn eigen belang op het oog had,
+valt niet tegen te spreken, doch dat eigenbelang gold meer zijne eer
+dan zijne geldmiddelen. Zoo had hij op den laatsten tocht allerlei
+omwegen gemaakt om de zoogenaamde &bdquo;Zeeëngte&rdquo; te vinden, en kon hij
+daarom aan den Koning schrijven: &bdquo;Niemand is bij machte om van dezen
+tocht een nauwkeurig verslag te geven. De kusten van het vasteland heb
+ik wel met het kompas opgenomen, maar niemand van het volk weet op
+welke breedte die kust ligt. De Stuurlieden mogen zeggen, als ze het
+kunnen, waar Veragua ligt. Het eenige, wat ze kunnen mededeelen is,
+dat ze aan eene kust geweest zijn, waar schatten van goud te vinden
+waren, doch als ze er weer heen wilden varen, zouden ze den weg aan de
+visschen moeten vragen.&rdquo;</p>
+
+<p>Had Columbus goud boven de eer gesteld, wat zijne manschappen graag
+gezien hadden, dan zouden ze inplaats van te zoeken hetgeen er niet
+was, hebben kunnen nemen, wat er in overvloed was. En wie het
+kleingeestig vindt, dat Columbus den afgelegden weg zoo geheim hield,
+die vergeet, dat de Admiraal maar al te veel de bittere ervaring
+opgedaan had, dat zijne benijders de voordeelen trokken van hetgeen
+hij gevonden had. Hij had, om het uit te drukken zooals het is, tegen
+eene onedele concurrentie te strijden. Ongaarne zou ik dan ook het
+oordeel van den Duitschen historie-schrijver, <span xml:lang="de">Adolf Streckfuss</span>, als
+het mijne willen aannemen, waar deze in eene noot van zijne Algemeene
+Geschiedenis zoo maar klakkeloos neerschrijft: &bdquo;Het was, helaas, den
+hooggeprezen, beroemden ontdekker van Amerika nooit te doen om der
+wetenschap en der menschheid een&rsquo; dienst te bewijzen, maar alleen om
+zijn&rsquo; eigenen, dikwijls hoogst bekrompen eigenbaat te bevredigen.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_214">[214]</a></span>Dat
+geheim houden van den koers van den laatsten tocht noemt
+Streckfuss een sprekend bewijs voor zijn veroordeelend woord.</p>
+
+<p>In de berooide geldmiddelen van Columbus bracht Koning Ferdinand
+behoorlijk orde, maar toen de Admiraal bij hem aandrong om in al zijne
+waardigheden, ook in die van Onder-Koning van <span xml:lang="es">Hispaniola</span> en de heele
+Nieuwe Wereld, hersteld te worden, volhardde de Koning, en dit was
+niet meer dan natuurlijk, bij zijn vroeger besluit. Columbus bezat nu
+eenmaal geen tact om te regeeren, en hem weer Onder-Koning maken, zou
+ongetwijfeld oorzaak geworden zijn van rampen en verliezen van
+allerlei aard.</p>
+
+<p>Columbus, die zichzelven blijkbaar niet genoeg kende om in te zien,
+dat hem de eigenschappen van een goed Regent ontbraken, zag in des
+Konings weigering niets anders dan eene schending van beschreven
+beloften, en was niet tevreden te stellen met het behouden van zijn&rsquo;
+titel &bdquo;Admiraal van den Oceaan&rdquo;, zijn aandeel in de inkomsten, die
+Spanje uit de Nieuwe Wereld trok, en het aanbieden van een Graafschap
+in Castilië. Hij trok zich die zaken zeer aan, en daar hij door zijne
+gevaarvolle reizen, waarop hij, met den minste uit de bemanning,
+hetzelfde geleden had, oud, zwak en ziekelijk geworden was, zoo gaf
+die teleurstelling nieuw voedsel aan zijne ziekte. Zijn toestand werd
+met den dag bedenkelijker, en eindelijk overleed hij den twintigsten
+Mei 1506 te <span xml:lang="es">Valladolid</span>, in den ouderdom van ongeveer zestig jaar.</p>
+
+<p>Dat &bdquo;ongeveer&rdquo; wordt bijna bij alle schrijvers gevonden, doch daar dit
+woord, vooral hier, eene zeer rekbare beteekenis heeft, is het niet
+mogelijk door hem &bdquo;ongeveer zestig jaar oud&rdquo; te geven, daardoor met
+juistheid zijn geboortejaar te bepalen.</p>
+
+<p>Hij werd begraven in het klooster <span xml:lang="es">San-Francisco</span>
+te <span xml:lang="es">Valladolid</span>, doch
+zeven jaar later werd zijn lijk overgevoerd naar het
+Carthuizer-klooster van <span xml:lang="es">Las Cuevas</span> te
+<span xml:lang="es">Sevilla</span>. In 1536 werd het lijk
+alweer overgebracht naar <span xml:lang="es">Hispaniola</span>, om eene rustplaats
+te vinden in de Hoofdkerk van <span xml:lang="es">San-Domingo</span>.
+Toen evenwel het eiland <span xml:lang="es">Hispaniola</span> in
+1795 aan de Franschen werd afgestaan, bracht men met <span class="pagenum"><a id="p_215">[215]</a></span>zeer veel
+plechtigheid de laatste overblijfselen van Columbus, van zijn&rsquo; zoon
+<span xml:lang="es">Diego</span> en van zijn&rsquo; broeder <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus naar de Hoofdkerk te
+<span xml:lang="es">Havana</span> op het eiland Cuba.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 474px;">
+<img src="images/p215.jpg" width="474" height="720" alt="Gedenkteeken van Columbus te Genua." title="" />
+<span class="caption">Gedenkteeken van Columbus te Genua.</span>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_216">[216]</a></span>Zijn
+zoon <span xml:lang="es">Diego</span> bekwam, èn door zijn proces tegen de Kroon, waarbij de
+gelegaliseerde papieren van zijn&rsquo; Vader uitnemend dienst deden, èn
+door zijn huwelijk met <span xml:lang="es">Maria</span> van <span xml:lang="es">Toledo</span>, eene dochter van een&rsquo; der
+voornaamste Spaansche Edelen, al de waardigheden, welke zijn Vader
+bekleed had, en werd derhalve ook Onder-Koning van de Nieuwe Wereld.
+Met een&rsquo; kleinzoon van dezen <span xml:lang="es">Diego</span> stierf het geslacht van
+Christophorus Columbus in de mannelijke linie uit. <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus
+overleed in 1564 op hoogen leeftijd, als Directeur van de mijnen op
+Cuba. Waar en wanneer <span xml:lang="es">Don Diego</span>, de broeder van Columbus stierf, vond
+ik nergens vermeld, en eveneens bewaart de geschiedenis het
+stilzwijgen over Columbus&rsquo; zoon Ferdinand, en is alleen van hem
+bekend, dat hij eene levensbeschrijving van zijn&rsquo; Vader gaf, en dat
+hij in 1546 op zijn kasteel aan een&rsquo; der oevers van den <span xml:lang="es">Guadalquivir</span>
+overleed, eene bibliotheek van twaalfduizend boeken nalatende, welke
+hij aan een klooster te <span xml:lang="es">Sevilla</span> vermaakte.</p>
+
+<p>Te Genua, waar Christophorus Columbus waarschijnlijk geboren is, heeft
+men ter eere van den grooten ontdekker een prachtig gedenkteeken
+opgericht.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="HOOFDSTUK_X"></a>HOOFDSTUK X.</h2>
+
+<hr class="tit" />
+
+<p class="subtitle">ONTDEKKINGSIJVER.</p>
+
+<p>Wie van avonturen houdt, kan zijn hart terdege ophalen bij het lezen
+van de ontdekkingsreizen in de Nieuwe Wereld, minder nog die van
+Columbus, dan die van de reizigers, die als het ware onder zijne
+leiding gevormd werden. Vreemder ontmoetingen, romantischer
+handelingen, vreeselijker gevaren, grooter ellende, stouter
+ondernemingen, edeler karakters, lager zielen dan in deze
+ontdekkings-reizen geschetst worden, kunnen bezwaarlijk in een
+verdicht verhaal voorkomen. Het kost groote moeite hier <span class="pagenum"><a id="p_217">[217]</a></span>niet te
+uitvoerig te worden, want zonder bezwaar zou er een onderhoudend boek,
+veel grooter dan dit, geschreven kunnen worden, over alles, wat hier
+in één hoofdstuk bij elkander gebracht is. En als men dat lijvige boek
+gelezen had, en men zag eens op de kaart na, welk een betrekkelijk
+klein gedeelte van Amerika door die belangwekkende en moeitevolle
+tochten ontdekt werd, dan zou men zich verbazen. Juist, omdat er op
+die tochten zulk een klein gedeelte van Amerika ontdekt werd, willen
+we, na de reizen van Columbus vrij uitvoerig beschreven te hebben,
+liever hier niet te veel over de leerlingen zijner school uitweiden.</p>
+
+<p>In het vorige hoofdstuk lazen we dat Columbus op zijne laatste reis
+een deel van het vasteland ontdekte, hetwelk thans bekend staat onder
+den naam van Centraal- of Middel-Amerika. Wij lazen ook, dat hij hier
+veel goud vond, en dat hij in de nabijheid der mijnen van Veragua eene
+volkplanting wilde achterlaten, welk plan evenwel door de ondoordachte
+handeling van <span xml:lang="es">Don</span> Bartholomeus geheel mislukte. Intusschen, er was
+dáár goud, en veel meer dan ergens elders in de ontdekte landen, <em class="g">die</em>
+tijding had Columbus in Spanje gebracht, en wekte de begeerte bij
+velen op om dat land voor de Spaansche Kroon in bezit te nemen.
+Verwonderen zal het ons niet, dat in de eerste plaats zich daartoe
+aanmeldde: <span xml:lang="es">Don Alonzo De Hojeda</span>, dien we reeds eene ongelukkige reis
+zagen maken. De tocht, dien hij nu ondernemen wilde, zou evenwel niet
+zijn tweede maar zijn derde zijn.</p>
+
+<p>Nog vóór Columbus Spanje verliet om voor de vierde maal naar de Nieuwe
+Wereld te stevenen, zeilde <span xml:lang="es">De Hojeda</span> in Januari van 1502 de haven van
+<span xml:lang="es">Cadiz</span> uit. Waarom? Hij had op zijne eerste reis in de streken, waaraan
+hij den naam van &bdquo;<span xml:lang="es">Venezuela</span>&rdquo; gaf, doch die door de inboorlingen
+&bdquo;Coquibacoa&rdquo; genoemd werden, Engelschen ontdekt, zoo beweerde hij
+althans, en om nu die vreemde indringers te weren, vond Koning
+Ferdinand het raadzaam om in die uiterste deelen der ontdekte landen
+een&rsquo; post uit te zetten. Dat de stoutmoedige <span xml:lang="es">De Hojeda</span> hiervoor de
+aangewezen man was, zal ieder beamen. Zoodra hij dus <span class="pagenum"><a id="p_218">[218]</a></span>vergunning vroeg
+om een&rsquo; tweeden tocht te mogen doen, verkreeg hij ze. Hij mocht tien
+schepen uitrusten en met deze naar Coquibacoa trekken om er eene
+kolonie te vestigen, waarvan hij de Gouverneur zou zijn. Als de tocht
+goed slaagde, dan waren er schatten mede te verdienen, en dit was de
+reden dat <span xml:lang="es">De Hojeda</span>, die zelf geen geld bezat om maar eene halve
+karveel uit te rusten, twee mannen vond, die hem hielpen, onder
+voorwaarde, dat de winsten eerlijk gedeeld zouden worden. Deze twee
+deelgenooten heetten <span xml:lang="es">Don Garcia De Campos</span> en <span xml:lang="es">Juan De Vergera</span>, die het
+samen zoo ver brachten, dat er vier karveelen voor de reis gereed
+gemaakt konden worden. De tocht naar Coquibacoa, dat in de nabijheid
+van het Meer van Maracaïbo lag, was zeer voorspoedig, doch al heel
+gauw was <span xml:lang="es">De Hojeda</span> genoodzaakt om <span xml:lang="es">De Vergera</span> naar Jamaïca te zenden,
+teneinde levensbehoeften te halen. Gedurende diens afwezigheid leden
+de overige tochtgenooten een vreeselijk gebrek en het duurde bovendien
+niet lang of er ontstond ontevredenheid en wantrouwen. Men meende dat
+<span xml:lang="es">De Hojeda</span> zich verrijkte ten koste van de anderen, en het gevolg was,
+dat de heele tocht hiermede eindigde, dat de Kolonisten Coquibacoa
+verlieten en <span xml:lang="es">De Hojeda</span> in boeien gesloten op <span xml:lang="es">Hispaniola</span> brachten.
+Later werd hij door Koning Ferdinand wel buiten alle vervolging
+gesteld, doch hiermede was <span xml:lang="es">De Hojeda</span> niet geholpen en hij bleef een
+berooid man.</p>
+
+<p>Nieuwe hoop had hem bezield toen hij van &bdquo;Veragua&rdquo; hoorde gewagen,
+doch juist toen hij zich bij <span xml:lang="es">De Fonseca</span> aanmeldde om dat land voor de
+Spaansche Kroon in bezit te nemen, verkreeg hij een&rsquo; mededinger in <span xml:lang="es">Don
+Diego De Nicuesa</span>, een aanzienlijk Edelman, die in alles wel een
+tweelingbroeder van hem geleek. Koning Ferdinand wist evenwel raad.
+Het land Veragua, dat door de Caraïbische Golf bespeeld werd,
+verdeelde hij in twee Stadhouderschappen, die de namen kregen van
+Goud-Castilië en Nieuw-Andalusië. De grens tusschen deze twee gewesten
+zou de Golf van Dariën of van Uraba zijn. Over het eerstgenoemde
+gewest zou <span xml:lang="es">De Nicuesa</span> en over het andere
+<span xml:lang="es">De Hojeda</span> Stadhouder worden.
+Vertrouwende dat er veel bij te <span class="pagenum"><a id="p_219">[219]</a></span>winnen en niets bij te verliezen
+viel, namen beide Stadhouders gaarne de verplichting op zich om zelf
+de kosten der uitrusting te dragen. Om dat goed te doen, stak De
+Nicuesa, die nog krediet had, zich tot over de ooren in de schulden en
+rustte vier schepen naar behooren uit. <span xml:lang="es">De Hojeda</span> had, naar het scheen,
+bij de avonturiers, die geld te missen hadden, al zeer weinig
+vertrouwen, doch hij was zoo gelukkig om in den beroemden Stuurman,
+den ouden <span xml:lang="es">Juan De la Cosa</span>, die te
+<span xml:lang="es">San-Domingo</span> vrij goede zaken gemaakt
+had, een helpend vriend te vinden, die twee schepen voor hem
+uitrustte. Ten slotte wist de slimme <span xml:lang="es">De Hojeda</span> nog den Advocaat <span xml:lang="es">Martin
+Fernandez De Enciso</span> over te halen zijne spaarpenningen, die ruim
+vijfentwintig duizend gulden bedroegen, in de zaak te steken en met
+hem mede te trekken. Het had heel wat voeten in de aarde eer <span xml:lang="es">De Hojeda</span>
+uitzeilde. <span xml:lang="es">Don Diego</span> Columbus, die toen de betrekking bekleedde, welke
+men zijn&rsquo; Vader ontnomen had, was niet van plan om het eiland Jamaïca,
+dat zoo dicht bij <span xml:lang="es">Hispaniola</span> lag, aan twee mannen over te laten, die
+bij hem zeer laag aangeschreven stonden. Nu reeds daagde de een den
+ander uit, wat zou er dan van terecht komen, als die twee samen één
+eiland besturen moesten? Trots Koning Ferdinands beschikking, zond de
+Admiraal nu <span xml:lang="es">Don Juan De Esquibel</span> met zeventig man uit om het eiland te
+bezetten en te zorgen, dat het niet in handen van die twee avonturiers
+viel. Toen <span xml:lang="es">De Hojeda</span> dit vernam, was hij woedend en zwoer dat hij, als
+hij op het eiland kwam, dien <span xml:lang="es">De Esquibel</span> het hoofd voor de voeten zou
+leggen.</p>
+
+<p><span xml:lang="es">De Hojeda</span> was de eerste, die uitzeilde met twee schepen, die met
+driehonderd personen bemand waren. Daar hij bij ervaring wist, welk
+een&rsquo; indruk de ruiters op de inboorlingen maakten, zoo nam hij ook
+twaalf paarden met hunne veulens mede. <span xml:lang="es">De Enciso</span> bleef nog te
+<span xml:lang="es">San-Domingo</span>, doch beloofde, dat hij hem weldra volgen zou met een
+schip, geladen met levens- en krijgsbehoeften.</p>
+
+<p>Op de hoogte van het tegenwoordige Cartagena&mdash;eene zeehaven van de
+Republiek Columbia,&mdash;gekomen, begaf <span xml:lang="es">De Hojeda</span> zich,
+tegen den raad van den ouden <span xml:lang="es">De la Cosa</span>,
+<span class="pagenum"><a id="p_220">[220]</a></span>aan wal om de inboorlingen te overvallen,
+teneinde een aantal slaven buit te maken om hiermede zijne schulden te
+<span xml:lang="es">San-Domingo</span> te betalen. Het plan gelukte hem en hierdoor overmoedig
+geworden, besloot hij met eene bende van zeventig man naar de
+binnenlanden te trekken om de Caraïben andermaal te verslaan. Nogmaals
+verhief <span xml:lang="es">De la Cosa</span> zijne waarschuwende stem,
+maar <span xml:lang="es">De Hojeda</span> was doof
+voor allen goeden raad. Toen <span xml:lang="es">De la Cosa</span> zag, dat de Gouverneur niet
+hooren wilde, trok hij met hem mede. De uitslag was zoo treurig
+mogelijk. De Caraïben versloegen de heele bende en slechts <span xml:lang="es">De Hojeda</span>
+gelukte het, den dood te ontkomen. Toen de achtergebleven schepelingen
+hem vonden, was hij geheel uitgeput. Kort daarop kwam zijn mededinger
+<span xml:lang="es">De Nicuesa</span> met zijne schepen aan, en deze vergetende,
+dat <span xml:lang="es">De Hojeda</span>
+hem beleedigd en uitgedaagd had, kwam hem nu te hulp en in een
+vreeselijk gevecht namen de Spanjaarden wraak over den dood van <span xml:lang="es">De la
+Cosa</span> en al de anderen. Na zoo zijn&rsquo; plicht, als Ridder, vervuld te
+hebben, toog <span xml:lang="es">De Nicuesa</span> verder om Goud-Castilië op te zoeken. <span xml:lang="es">De
+Hojeda</span> achtte het onraadzaam om hier zijn fort te bouwen en zocht meer
+westelijk eene geschikte plaats, en toen hij die meende gevonden te
+hebben, begon hij een fort te stichten, hetwelk hij den naam van
+<span xml:lang="es">San-Sebastian</span> gaf. Het duurde niet lang of er kwam gebrek aan
+levensmiddelen, want de inboorlingen vertoonden zich alleen, wanneer
+ze kwamen om hunne vergiftigde pijlen op de Spanjaarden af te zenden,
+wat maar al te veel plaats had. Het was derhalve geen wonder, dat <span xml:lang="es">De
+Hojeda</span>, die te midden van de ontevreden zieken en hongerlijders de
+tucht met galg en zwaard wist te handhaven, met verlangen uitzag naar
+het schip van zijn&rsquo; deelgenoot <span xml:lang="es">De Enciso</span>.
+Maar wie er komen mocht, <span xml:lang="es">De
+Enciso</span> kwam niet. De ellende werd daardoor van dag tot dag erger, en
+naarmate zij toenam, vermeerderden de aanvallen der Indianen, die ten
+laatste ook <span xml:lang="es">De Hojeda</span> met een&rsquo; vergiftigden pijl wisten te treffen.
+Zulk een pijl bracht eene rillende koude en dan den dood. Die rillende
+koude wilde <span xml:lang="es">De Hojeda</span> voorkomen om zich zóó het leven te redden, en
+hij beval zijn&rsquo; Geneesheer met twee gloeiende ijzeren
+<span class="pagenum"><a id="p_221">[221]</a></span>staven die
+wonden uit te branden. De Geneesheer weigerde, doch <span xml:lang="es">De Hojeda</span> zeide
+heel eenvoudig, dat hij hem dadelijk zou laten ophangen, als hij het
+niet deed. Voor zulke bedreigingen zwichtte onze Chirurg; de staven
+werden witgloeiend gemaakt en hiermede liet <span xml:lang="es">De Hojeda</span> zich, zonder
+éénig gekreun te laten hooren, de wonden uitbranden, en wonder boven
+wonder, het vreeselijke middel hielp en hij bleef in het leven om te
+strijden tegen eene onbeschrijfelijke ellende. Eindelijk, eindelijk
+kwam er een schip, doch dat van <span xml:lang="es">De Enciso</span> was het niet. Een aantal
+bankroetiers, oplichters, dieven en andere schelmen hadden <span xml:lang="es">San-Domingo</span>
+in stilte verlaten, een schip afgeloopen, de bemanning vermoord en
+kwamen nu hier bij <span xml:lang="es">De Hojeda</span> hun geluk beproeven. Tegen schreeuwend
+hooge prijzen kocht <span xml:lang="es">De Hojeda</span> de levensbehoeften, die ze aanboord
+hadden, doch toen deze verteerd waren en <span xml:lang="es">De Enciso</span> nog altijd
+wegbleef, besloot <span xml:lang="es">De Hojeda</span> zelf
+naar <span xml:lang="es">San-Domingo</span> te stevenen om hulp
+te halen. Hij zou dat doen op het schip en met de mannen, die op zulk
+eene vreemde wijze te <span xml:lang="es">San-Sebastian</span> aangekomen waren, en als hij
+binnen vijftig dagen nog niet terug was, dan moesten de Kolonisten het
+fort verlaten en met de schepen waarmede ze gekomen waren, naar
+<span xml:lang="es">Hispaniola</span> terugkeeren. Gedurende zijne afwezigheid zou zijn
+Onder-bevelhebber <span xml:lang="es">Francisco Pizarro</span>, het bevel over de Kolonie voeren.</p>
+
+<p><span xml:lang="es">De Hojeda</span> vertrok, doch moest het geroofde schip, dat door de
+zeewormen bijna verteerd was, op het eiland Cuba op het strand laten
+loopen. Met zeventig man begon <span xml:lang="es">De Hojeda</span> nu een&rsquo; tocht dwars door de
+moerassen heen, welke dertig dagen duurde, en eene aaneenschakeling
+van de ontzettendste toestanden was. Eindelijk kwamen ze, na met eene
+kano eene boodschap naar Jamaïca gestuurd te hebben, op dat eiland
+aan. <span xml:lang="es">Don De Esquibel</span>, die zeer goed wist, dat <span xml:lang="es">De Hojeda</span> hem gedreigd
+had, het hoofd voor de voeten te leggen, bewees <span xml:lang="es">De Hojeda</span> alle
+mogelijke diensten en liet hem en de zijnen naar <span xml:lang="es">San-Domingo</span> brengen.
+<span xml:lang="es">De Hojeda</span> kwam daar arm aan; zijn deelgenoot <span xml:lang="es">De Enciso</span> was uitgezeild,
+en niemand was er, die zich <span xml:lang="es">De Hojeda</span>&rsquo;s lot aantrok. De een zegt, dat
+hij Monnik werd, en de ander dat hij <span class="pagenum"><a id="p_222">[222]</a></span>vóór eene kloosterdeur in
+armoede stierf. Zijn levenseinde was in alle gevallen treurig; hij was
+een der vele slachtoffers van het goud. De schipdieven waren, tot op
+de helft in de Cubaansche moerassen gestorven, slechts te <span xml:lang="es">San-Domingo</span>
+aangekomen om de doodstraf te ondergaan.</p>
+
+<p>En hoe was het met den Stadhouder van Goud-Castilië, <span xml:lang="es">De Nicuesa</span>,
+gegaan?</p>
+
+<p>Eer wij over dezen Ridder spreken, willen wij eerst naar <span xml:lang="es">San-Sebastian</span>
+terugkeeren. Met de achtergebleven Kolonisten komen we dan vanzelf bij
+<span xml:lang="es">De Nicuesa</span> in Goud-Castilië.</p>
+
+<p>Nog wat langer dan de gestelde vijftig dagen bleef <span xml:lang="es">Pizarro</span> op <span xml:lang="es">De
+Hojeda</span>&rsquo;s terugkomst wachten. Wat er zooal gebeurd is in dien tijd van
+ongeëvenaarde ellende, niemand, die het zeggen kan, want <span xml:lang="es">Pizarro</span>, die
+de onechte zoon was van een&rsquo; Spaansch Officier en eene arme vrouw uit
+de volksklasse, had de jaren zijner jeugd wel doorgebracht achter de
+zwijnen, maar niet op de schoolbanken. Hij kon niet lezen of
+schrijven, en was uit Spanje weggeloopen om in de Nieuwe Wereld, als
+gemeen soldaat, zijn fortuin te beproeven. Hij was een man van
+beteekenis in die woelige dagen, en bij groote dapperheid bezat hij
+een&rsquo; ijzeren wil en een helder, natuurlijk verstand, maar meteen eene
+weergaloos wreede inborst. Te midden van eene ellende, die de heele
+Kolonie tot op zestig ziekelijke en verzwakte manschappen deed
+inkrimpen, handhaafde hij de tucht. Eerst toen hij begreep, dat <span xml:lang="es">De
+Hojeda</span> niet terugkeeren zou, besloot hij om in de twee vaartuigen
+<span xml:lang="es">San-Sebastian</span> te verlaten. Die terugtocht was al even rampspoedig als
+het verblijf in het fort, en door een&rsquo; zwaren storm overvallen,
+verging een der twee schepen met man en muis. Het schip waarop <span xml:lang="es">Pizarro</span>
+was, bleef behouden en ontmoette, na eenige dagen zwervens, in de
+haven van <span xml:lang="es">Cartagena</span>, waar <span xml:lang="es">De la Cosa</span> gesneuveld was, de karveel van <span xml:lang="es">De
+Enciso</span>, die, vernomen hebbende hoe het met de volkplanting afgeloopen
+was, zich nu als hoofd van den tocht en als Gouverneur van
+Nieuw-Andalusië beschouwde, zoo lang <span xml:lang="es">De Hojeda</span> er niet was. Hij beval
+daarom naar <span xml:lang="es">San-Sebastian</span> terug te keeren. Met tegenzin gehoorzaamden
+<span xml:lang="es">Pizarro</span> en <span class="pagenum"><a id="p_223">[223]</a></span>de zijnen aan dit bevel, doch eer ze het verlaten fort
+bereikt hadden, verging de karveel van <span xml:lang="es">De Enciso</span> in de Golf van
+Dariën. Met groote moeite werden nog eenige levensmiddelen gered, en
+zoo kwam men alweer met één vaartuig en eene half verhongerde
+bemanning op de plaats aan waar het fort eens gestaan had. Gestaan
+had, ja, want de inboorlingen hadden het verbrand. <span xml:lang="es">De Enciso</span>&rsquo;s schoone
+hoop om in deze landstreken, wanneer het regen-seizoen ingetreden was,
+in de bergen goud met netten te vangen, wat men hem wijsgemaakt had,
+was als rook vervlogen. Wat nu te doen? Thans trad zekere <span xml:lang="es">Vasco Nunez
+de Balboa</span> te voorschijn en zeide, dat hij op den tocht van <span xml:lang="es">De
+Bastides</span>, dien hij vergezeld had, in de Golf van Uraba eene plaats
+gezien had, waar veel goud was en waar de inwoners nooit vergiftigde
+pijlen gebruikten; hij bood zich meteen aan om de Kolonisten derwaarts
+te voeren. Het voorstel werd aangenomen en <span xml:lang="es">De Balboa</span> had het geluk het
+schip in de rivier Dariën te brengen. De inboorlingen, die de landing
+wilden beletten, werden verslagen en behalve vele levensmiddelen en
+katoen behaalden de Spanjaarden ook een&rsquo; buit aan goud, die anderhalve
+ton waarde had. Dit herstelde den moed en men besloot hier te blijven.
+Het fort, dat er gesticht was, kreeg den naam van &bdquo;<span xml:lang="es">Santa-Maria De la
+Antiqua del Dariën</span>&rdquo; en vol hoop gingen de Kolonisten nu de toekomst
+tegemoet. <span xml:lang="es">De Enciso</span> verbood echter aan zijne onderhebbende manschappen
+om voor eigen rekening met de inboorlingen ruilhandel te drijven. Dit
+stuitte vooral <span xml:lang="es">Nunez</span> tegen de borst, en daar deze een dapper en
+schrander man en bij zijne makkers zeer gezien was, zoo kostte het hem
+weinig moeite om hen te bewegen, het gezag van <span xml:lang="es">De Enciso</span> niet te
+erkennen. Hij ging hierbij zeer slim te werk en ving den Advocaat met
+een echt Advocaten-net. De grenslijn, die Koning Ferdinand tusschen
+Goud-Castilië en Nieuw-Andalusië getrokken had, liep midden door de
+Golf van Uraba. Deze lijn was overschreden en derhalve was men in het
+gebied van <span xml:lang="es">De Nicuesa</span>. De Kolonisten zett&rsquo;en dus <span xml:lang="es">De Enciso</span> af en
+verkozen tot Aanvoerders <span xml:lang="es">Vasco Nunez De Balboa, Zamudio</span> en
+<span xml:lang="es">Valdivia</span>. Onder het bestuur van dit nieuwe Driemanschap,
+<span class="pagenum"><a id="p_224">[224]</a></span>liep alles weldra in
+het honderd, doch toen men er toe kwam om één&rsquo; Bevelhebber te kiezen,
+waren de gevoelens zóó verdeeld, dat men besloot om <span xml:lang="es">De Enciso</span> weer
+maar in het gezag te herstellen. Hierover nog aan het kibbelen, kwamen
+onverwachts twee karveelen de golf binnenloopen. Ze stonden onder
+bevel van zekeren <span xml:lang="es">Colmenares</span> en waren met levensmiddelen en
+oorlogsbehoeften bevracht voor den Stadhouder van Goud-Castilië.
+<span xml:lang="es">Colmenares</span> wist nu de Kolonisten te bewegen om <span xml:lang="es">De Nicuesa</span> als
+Gouverneur te erkennen, en na levensmiddelen, kruit, lood en eenige
+wapenen uitgedeeld te hebben, begon hij langs de kust naar het fort
+van <span xml:lang="es">De Nicuesa</span> te zoeken. Na eenige dagen ontmoette hij een scheepje,
+dat door den Stadhouder uitgezonden was om levensmiddelen te halen en,
+begeleid door dit scheepje, kwam <span xml:lang="es">Colmenares</span> te &bdquo;<span xml:lang="es">Nombre de Dios</span>,&rdquo; de
+zoogenaamde Residentie van <span xml:lang="es">Don De Nicuesa</span> aan, om eene ellende te
+vinden, welke die van <span xml:lang="es">San-Sebastian</span> misschien nog wel overtrof. Het
+was met dezen Ridder gegaan als met <span xml:lang="es">De Hojeda</span>.&mdash;Stormen vernielden
+zijne schepen en sleurden zijne levens- en krijgsbehoeften in de
+golven. Oproer aan boord en ziekten waren zijn deel geweest. Met een
+moedeloos: &bdquo;Laten wij hier <em class="g" xml:lang="es">en el nombre de Dios</em> (in Godsnaam) ons
+nederzetten,&rdquo; van <span xml:lang="es">De Nicuesa</span>, waren zij hier gekomen en hadden ze het
+fort gebouwd, dat &bdquo;<span xml:lang="es">Nombre de Dios</span>&rdquo; genoemd werd. De verjaagde
+inboorlingen lieten zich ook hier niet zien dan om aanvallen op de
+sterkte te doen. Van goud verzamelen in &bdquo;Goud-Castilië&rdquo; was geene
+sprake, men vond er zelfs geen cassave-brood. De eene opstand na de
+andere brak uit, en de ellende was ten top gestegen toen <span xml:lang="es">Colmenares</span>
+aankwam. Zoodra <span xml:lang="es">De Nicuesa</span> van de Kolonie
+te <span xml:lang="es">Santa-Maria</span> gehoord had,
+besloot hij aldaar zijne residentie te vestigen en zond een schip met
+zieken en zwakken er heen; hij zelf zou later komen. Het
+vooruitgezonden volk bewerkte evenwel zijn&rsquo; val, want te <span xml:lang="es">Santa-Maria</span>
+vertelden ze allerlei leelijks van <span xml:lang="es">De Nicuesa</span> en zeiden ook, dat ze al
+het goud, hetwelk ze verzameld hadden, zouden moeten afstaan, en dat
+<span xml:lang="es">De Balboa</span>, die nog altijd de betrekking van <span xml:lang="es">Alcalde</span> of Rechter
+bekleedde, zijn ambt zou moeten neerleggen. <span class="pagenum"><a id="p_225">[225]</a></span>Dit nu stond den
+Kolonisten en vooral <span xml:lang="es">De Balboa</span> niet aan. Hij haalde het volk over om
+<span xml:lang="es">De Nicuesa</span> niet te erkennen en toen deze eindelijk met zijne twee
+schepen te <span xml:lang="es">Santa-Maria</span> verscheen, werd hem de landing belet. Het
+eenige, wat hem toegestaan werd, was dat hij, slechts vergezeld door
+een&rsquo; Page, aan den wal kwam. Nu wist <span xml:lang="es">De Balboa</span>, die vooraf reeds alles
+met de zijnen afgesproken had, <span xml:lang="es">De Nicuesa</span> mede te deelen, dat het
+noodig was, dat hij zich aan eene keuze der Kolonisten, die eigenlijk
+toch onder <span xml:lang="es">De Hojeda</span> stonden, onderwierp. De stemming volgde en&mdash;<span xml:lang="es">De
+Balboa</span> werd verkozen. Te vergeefs smeekte <span xml:lang="es">De Nicuesa</span> nu om de gunst om
+toch te <span xml:lang="es">Santa-Maria</span> te mogen blijven. Op eene brigantijn, die meer een
+wrak dan een schip was, noodzaakte men hem, elders zijn geluk te
+beproeven. Hij heeft het nooit gevonden, want het wrakke schip zonk
+met zijne bemanning in de diepte.</p>
+
+<p>Thans beschouwde <span xml:lang="es">Vasco Nunez De Balboa</span> zich als Gouverneur van de twee
+Stadhouderschappen: Goud-Castilië en Nieuw-Andalusië, wat natuurlijk
+niet overeenstemde met de gevoelens van <span xml:lang="es">De Enciso</span>. Deze werd echter in
+het ongelijk gesteld, gevangengenomen en veroordeeld. De weinige
+vrienden van den ongelukkigen Advocaat vonden dat vonnis evenwel te
+hard, en wisten gedaan te krijgen, dat hij naar <span xml:lang="es">San-Domingo</span> of Spanje
+mocht terugkeeren, doch met achterlating van alles, wat hij het zijne
+mocht noemen. <span xml:lang="es">De Balboa</span> begreep zeer goed, dat <span xml:lang="es">De Enciso</span> te
+<span xml:lang="es">San-Domingo</span> of in Spanje in het gelijk zou gesteld worden, doch om op
+het gemoed der Rechters te werken, liet hij met hetzelfde schip ook
+zijn&rsquo; vriend <span xml:lang="es">Zamudio</span> medegaan. Deze zou wel zorgen, dat de groote
+verdiensten van <span xml:lang="es">De Balboa</span> met &bdquo;de breede roede uitgemeten&rdquo; werden.
+Hierop nog niet genoeg vertrouwende, liet hij <span xml:lang="es">Valdivia</span> ook den tocht
+medemaken, en dezen gaf hij eene kist van het fijnste goud mede, om
+dat, als een geschenk van <span xml:lang="es">De Balboa</span>, in handen te stellen van <span xml:lang="es">Don
+Miguel De Pasamonte</span>, die te <span xml:lang="es">San-Domingo</span> de betrekking van
+Schatbewaarder des Konings bekleedde. Verlost van <span xml:lang="es">De Enciso</span>, en ook
+buiten bereik van de twee andere leden van het voormalige
+Driemanschap, begon <span xml:lang="es">De Balboa</span> thans de zaken
+te besturen, <span class="pagenum"><a id="p_226">[226]</a></span>en het
+mocht gezegd wezen, dat ze voortreffelijk gingen. Hij verstond de
+kunst om zich bij de Kaziken bemind of gevreesd te maken, en daar hij
+wel wist, dat hij bij Koning Ferdinand zijne zaak, al was deze nog zoo
+onrechtvaardig, winnen zou, als hij hem maar schatten van goud
+toevoerde, zoo deed hij al, wat hij kon, om zich van goud meester te
+maken, en dit gelukte hem boven wensch. Binnen korten tijd kon hij
+twee schepen, rijk met goud bevracht, naar <span xml:lang="es">San-Domingo</span> afzenden. Hij
+maakte van deze gelegenheid meteen gebruik om <span xml:lang="es">Don Diego</span>, den
+Onder-Koning, te vragen om eene aanstelling als Kapitein-Generaal van
+Goud-Castilië. De buitengewoon rijke lading der twee schepen was zóó
+in zijn voordeel, dat <span xml:lang="es">Don Diego</span> geen oogenblik aarzelde om hem die
+aanstelling te verleenen. Hij zond hem bovendien de schepen met
+allerlei levens- en krijgsbehoeften benevens honderdvijftig soldaten
+terug. Hoewel <span class="corr" id="corr39" title="Bron: de Balboa" xml:lang="es">De Balboa</span>
+nu door <span xml:lang="es">Don Diego</span> in het gezag bevestigd was,
+meende hij nog wat meer te moeten doen om ook den Koning voor hem te
+winnen, want de genegenheid van den Onder-Koning, die zelfs in Spanje
+nog te worstelen had tegen <span xml:lang="es">De Fonseca</span> en al de oude vijanden zijns
+Vaders, was hem niet genoeg.</p>
+
+<p>Eens nu dat hij van een&rsquo; Kazike eene groote hoeveelheid goud ontvangen
+had, ontstond, over de verdeeling er van, twist onder de Spanjaarden.
+De eenvoudige inboorlingen verbaasden zich hierover en één hunner
+zeide nu tot <span xml:lang="es">De Balboa</span>: &bdquo;Hoe kunt gij twist maken over zulk een weinig
+goud? Indien gij wilt, zal ik u eene plaats aanwijzen, waar gij
+zooveel goud zult vinden, als gij maar begeert. Gij moet evenwel met
+eene sterke bende derwaarts gaan, want het goudland is in het gebied
+van machtige Kaziken, die den Spanjaard vijandig gezind zijn. En
+wanneer gij er heen gaat, dan kunt ge zelfs van den top van een&rsquo;
+hoogen berg eene zee zien, onmetelijk groot. Zij wordt bevaren door
+schepen, evenals die van u.&rdquo;</p>
+
+<p><span xml:lang="es">De Balboa</span>&rsquo;s oog straalde van vreugde. Zou die zee dan de zeeëngte
+zijn, welke Columbus gezocht had? Lag dan daar aan gindsche zijde der
+bergen het heerlijke, rijke land, dat men de &bdquo;Indiën&rdquo; noemde? Als hij
+dát land vond, dan, <span class="pagenum"><a id="p_227">[227]</a></span>hij wist het, dan zou hij zijne zaak ook in
+Spanje winnen. Hij aarzelde niet lang. Den eersten September 1513
+begaf hij zich met honderdvijftig Spanjaarden en zeshonderd Indianen
+op weg, en begon zulk een&rsquo; stouten en gewaagden tocht, dat hij in vele
+opzichten dien van Hannibal over de Alpen overtreft. Wanneer we een&rsquo;
+blik op de kaart slaan, zal het ons tamelijk vreemd voorkomen, dat
+deze tocht zoo moeielijk en gevaarlijk was, want <span class="corr" id="corr40" title="Bron: De Balbao" xml:lang="es">De Balboa</span>
+bevond zich bijna op het smalste gedeelte van de Landengte van Panama.
+Dit blijkt ook uit de verzekering van den Indiaan, die sprak dat men
+van &bdquo;gindschen berg,&rdquo; de groote zee aan de overzijde kon zien. De
+&bdquo;gindsche berg&rdquo; moest dus met den vinger aangewezen kunnen worden, en
+kon, hemelsbreed, niet zoo ver verwijderd zijn. Dat alles is waar,
+doch men moet niet vergeten, dat de bergen en dalen, òf overdekt waren
+met bijna ontoegankelijke wouden, òf bewoond door Indianen, die weinig
+geleken op de eenvoudige bewoners der afgelegen Westindische
+eilanden. Zwaard en musket, kruisboog en harnas vermochten hier wel
+veel, doch lang niet alles. Wilde <span xml:lang="es">De Balboa</span> tusschen zijn klein leger
+en <span xml:lang="es">Santa-Maria</span>, bij wouden en bergen, ook geene vijandige Indianen
+hebben, dan moest hij alle Kaziken, die hij op zijn&rsquo; tocht ontmoette,
+tot vrienden maken. Dit gelukte hem schier overal, want de
+persoonlijkheid van dezen koenen avonturier schijnt eene zeer
+innemende geweest te zijn. Gelukte het hem niet om, door bewijzen van
+vriendschap, de Kaziken aan zich te verbinden, dan wist hij door
+beleidvol wapengeweld hen tot onderwerping te dwingen, en dikwijls
+werden zelfs de Kaziken, die hij met geweld had moeten winnen, zijne
+warmste vereerders en trouwste bondgenooten.</p>
+
+<p>Eindelijk, eindelijk was hij bij &bdquo;gindschen berg&rdquo; aangekomen. De
+beklimming was zóó moeielijk, dat velen beneden bleven. Vol ongeduld
+klauterde en klom <span xml:lang="es">De Balboa</span> de zijnen vooruit. Daar was hij op een&rsquo;
+der toppen en&mdash;een groote Oceaan lag in de verte vóór hem. Bij dat
+gezicht viel hij op de knieën om God te danken, dat het hem vergund
+was, de eerste Europeaan te zijn, die deze wereldzee zag.
+Onbeschrijfelijk groot was de vreugde <span class="pagenum"><a id="p_228">[228]</a></span>der zijnen toen ze bij hem
+aankwamen en ook den Oceaan zagen. Er werd van steenbrokken een kruis
+opgericht, en <span xml:lang="es">Andrez De Vara</span>, een Priester,
+die <span xml:lang="es">De Balboa</span> vergezelde,
+begon, vol dankbaarheid en geloofsgloed, het &bdquo;<span xml:lang="la">Te deum laudamus</span>&rdquo; te
+zingen, waarin hij door allen gevolgd werd. Het moet daar op die
+rotspunt der <span xml:lang="es">Cordillera</span>&rsquo;s een buitengewoon schoon en aangrijpend
+tooneel geweest zijn, en als we dan weten, dat de Indianen in de
+vreugde der Spanjaarden deelden, dan moeten we het goud verwenschen,
+<span class="pagenum"><a id="p_229">[229]</a></span>dat instaat was,
+om met moord en doodslag te doen eindigen, wat zóó
+schoon met gebed en lofzang begonnen was.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 720px;">
+<img src="images/p228.jpg" width="720" height="696" alt="Vasco Nunez De Balboa neemt den &bdquo;Stillen Oceaan&rdquo; in bezit." title="" />
+<span class="caption">Vasco Nunez De Balboa neemt den &bdquo;Stillen Oceaan&rdquo; in bezit.</span>
+</div>
+
+<p>Van de ontdekking van den &bdquo;Stillen&rdquo; of &bdquo;Grooten Oceaan&rdquo; werd op
+staanden voet een protocol opgemaakt, dat door al de Spanjaarden
+onderteekend werd. De derde onderteekenaar, die als handteekening maar
+een kruisje zette, was <span xml:lang="es">Pizarro</span>, en misschien maakte hij toen het plan
+reeds om in het gezicht van dezen Oceaan voor Spanje nieuwe landen te
+veroveren. Na afloop der plechtigheid en na uitgerust te zijn, werd de
+tocht voortgezet, en den negenentwintigsten September bereikte men het
+zeestrand aan eene baai, waaraan de moedige ontdekker den naam van
+&bdquo;<span xml:lang="es">San-Miguel</span>&rdquo; gaf. Het was peillaag water en het strand bestond niet
+uit zand, maar uit zwarte modder en klei. <span xml:lang="es">De Balboa</span> bleef met de
+zijnen wachten tot het water hoog was. Toen nam hij de Rijks-banier,
+wierp zijn schild op den schouder, trok zijn zwaard, trad tot aan de
+knieën in het water en nam daarop, met dezelfde formaliteiten, alsof
+het land was, van den Oceaan bezit voor de Spaansche Kroon.</p>
+
+<p>Was deze ontdekking reeds gewichtig, nog gewichtiger scheen ze te zijn
+door den overvloed van parelen, die hier in de omstreken te bekomen
+waren. Zwaar beladen met goud en parelen werden er nu aanstalten
+gemaakt om den terugtocht aan te nemen. Dat er ver ten Zuiden van de
+baai van <span xml:lang="es">San-Miguel</span> een groot en beschaafd land lag, waar nog veel
+meer goud te vinden was dan hier, zooals de inboorlingen mededeelden,
+en dat niet zoo heel ver van de kust een groep eilanden lag, die onder
+het bestuur van een&rsquo; roofzuchtigen Kazike stonden en een&rsquo;
+buitengewonen rijkdom van parelen bevatt&rsquo;en, mocht voor een oogenblik
+de begeerte opwekken om reeds nu dat &bdquo;Goudland&rdquo; en die
+&bdquo;Parel-eilanden&rdquo; op te zoeken, men stelde dit toch liever tot eene
+volgende gelegenheid uit, en den negentienden Januari 1514 kwamen onze
+moedige ontdekkers, zonder op dien merkwaardigen tocht één&rsquo; man
+verloren te hebben, te <span xml:lang="es">Santa-Maria</span> aan. Het
+was thans <span xml:lang="es">De Balboa</span>&rsquo;s
+eerste werk om een schip, geladen met de verkregen schatten, <span class="pagenum"><a id="p_230">[230]</a></span>naar
+Spanje te zenden. Dat men aan het Hof alles zou doen, wat maar
+mogelijk was, om den dood van <span xml:lang="es">De Nicuesa</span> op hem te wreken en om den
+verongelukten <span xml:lang="es">De Enciso</span> recht te verschaffen, behoefde men niet in
+twijfel te trekken; maar als Koning Ferdinand zag, welke rijkdommen
+aan goud en parelen diezelfde veroordeelde avonturier wist aan te
+brengen, dan zou alles veranderen en de Koning zou hem wel in zijn
+gezag bevestigen. Het rijk geladen schip, waarover <span xml:lang="es">Pedro De Arbolancha</span>
+het bevel voerde, kon evenwel pas in Maart zee kiezen en had op reis
+naar Spanje met veel tegenwind te worstelen, en toen het eindelijk in
+Spanje aankwam, was het te laat om geheel te herstellen, wat gebeurd
+was. Op aanraden toch van <span xml:lang="es">De Fonseca</span>,
+die met <span xml:lang="es">De Nicuesa</span> bevriend was
+geweest, en die zich ook de zaken van <span xml:lang="es">De Enciso</span> aangetrokken had, was
+<span xml:lang="es">Don Pedro Arias De Avila</span>,
+gewoonlijk <span xml:lang="es">Pedrarias</span> genoemd, aangesteld tot
+Stadhouder van Goud-Castilië, met bevel om de daden en handelingen van
+<span xml:lang="es">De Balboa</span> ten strengste te onderzoeken. Nog waren na die benoeming
+slechts eenige dagen verloopen toen <span xml:lang="es">De Arbolancha</span> met zijne schatten
+en merkwaardige berichten aankwam. Die schat van goud, die menigte
+parelen, die berichten van de ontdekking van den nieuwen oceaan,
+brachten heel Spanje in beweging, en Koning Ferdinand moest nu wel het
+veroordeelend vonnis terugtrekken, hetwelk uitgesproken was over een&rsquo;
+man, die zulke schatten aanbracht en zulke gewichtige ontdekkingen
+gedaan had. <span xml:lang="es">Don Pedrarias</span> bleef in het gezag gehandhaafd, doch kreeg
+in last om dien <span xml:lang="es">De Balboa</span> te vriend te houden en hem in alle zaken van
+het bestuur te raadplegen. Van alle kanten stroomden de avonturiers nu
+weer toe, om met den nieuwen Gouverneur naar dat &bdquo;<span xml:lang="es">Dorado</span>&rdquo; te trekken.
+Het waren thans geene schatten, die alleen in het dichterlijke brein
+van een&rsquo; tweeden Columbus bestonden, maar werkelijke parelen en echt
+goud, die hen aandreven om daar in het verre Westen rijkdommen te
+verzamelen. Eene vloot van tweeëntwintig schepen, rijkelijk voorzien
+van allerlei zaken, die voor de Kolonie onmisbaar waren, en bemand met
+vijftienhonderd koppen, stak weldra in zee, aangevoerd <span class="pagenum"><a id="p_231">[231]</a></span>door
+<span xml:lang="es">Pedrarias</span>, wiens echtgenoote, <span xml:lang="es">Donna Isabella De Bobadilla</span>, hem zelfs
+vergezelde.</p>
+
+<p>Zonder noemenswaardig oponthoud kwam deze schoone vloot weldra in de
+Golf van Uraba in de nabijheid van <span xml:lang="es">Santa-Maria</span> aan, doch <span xml:lang="es">Pedrarias</span>,
+die vreesde door de Kolonisten slecht ontvangen te worden, liet al het
+volk aan boord blijven en zond alleen een&rsquo; Ridder naar den wal om daar
+het bericht te brengen, dat <span xml:lang="es">Don Pedro <span class="corr" id="corr41" title="Bron: Ariaz">Arias</span> De Avila</span> aangekomen was
+om, als Gouverneur over Goud-Castilië, op te treden.</p>
+
+<p><span xml:lang="es">De Balboa</span> had niet stil gezeten sinds hij het rijkgeladen schip naar
+Spanje gezonden had. Nieuwe schatten aan goud en parelen lagen in de
+magazijnen opgehoopt; nieuwe vriendschaps-verbonden had hij met vele
+Kaziken gesloten door zijn tact om met die menschen om te gaan. De
+Kaziken, die vijandig tegen hem opgetreden waren, had hij met behulp
+van zijne soldaten en bloedhonden tot onderwerping gedwongen. Het was
+nog niet alles. <span xml:lang="es">De Balboa</span> wist ook bij ondervinding hoe gebrek aan
+levensmiddelen dikwijls den ondergang van heele Koloniën ten gevolge
+had. Dat wilde hij voorkomen, en waar hij den eenen dag met het harnas
+om de leden, het schild aan den linkerarm en het zwaard in de
+rechterhand, als Veldheer overwinningen behaalde, daar zag men hem den
+volgenden dag in een&rsquo; katoenen werkmanskiel met den grooten stroohoed
+op, als boer, de velden bebouwen om Goud-Castilië, wat levensmiddelen
+betreft, geheel onafhankelijk van Spanje te maken. Hij zelf woonde in
+eene groote stroohut en ging zijn volk voor in eene matige leefwijs.
+Op Heiligdagen liet hij feesten vieren en wist hij altijd wat te
+bedenken, dat zijnen Spanjaarden aangenaam was en dat den Indianen
+genoegen verschafte. Hij, aan wien het gegeven ware geweest om al de
+Koloniën der Nieuwe-Wereld van 1492 af te bezoeken, zou, te
+<span xml:lang="es">Santa-Maria</span> komende, hebben moeten getuigen, dat dit eene
+&bdquo;Model-Kolonie&rdquo; was, en meteen zou hij hebben moeten bekennen, dat dit
+te danken was aan den &bdquo;Model-Gouverneur.&rdquo;&mdash;</p>
+
+<p>Wat keek de prachtig uitgedoste Ridder vreemd op, toen hij, voor de
+Balboa gebracht, inplaats van een&rsquo; Ridder, <span class="pagenum"><a id="p_232">[232]</a></span>een&rsquo; man voor zich zag,
+gekleed met katoenen kiel en broek, een&rsquo; stroohoed op het hoofd, en
+met ruwe handen, die van zwaren veldarbeid spraken! Toch naderde de
+Ridder hem met eerbied en bracht hem zijne boodschap over.</p>
+
+<p>Hoe moet <span xml:lang="es">De Balboa</span> teleurgesteld geweest zijn toen hij vernam, dat de
+Koning een ander tot Gouverneur aangesteld had! Hij hield zich evenwel
+goed en gaf den Ridder ten antwoord: &bdquo;Zeg aan <span xml:lang="es">Don Pedrarias De Avila</span>,
+dat hij welkom is en dat ik hem met zijne behouden aankomst geluk
+wensch. Zeg hem verder, dat ik bereid ben om hem met al mijne
+manschappen gehoorzaam te zijn en dat wij zijne bevelen zullen
+opvolgen.&rdquo;</p>
+
+<p>Met deze boodschap keerde de Ridder naar het Admiraalsschip terug,
+doch dat bijna de heele Kolonie verontwaardigd was, dat de Koning De
+Balboa niet tot Stadhouder benoemd had, kon hij niet vertellen, omdat
+hij van die verontwaardiging, door <span xml:lang="es">De Balboa</span> slechts met groote moeite
+bedwongen, geen getuige geweest was. Slechts enkelen verheugden zich
+in <span xml:lang="es">Santa-Maria</span> over den val van den algemeen beminden man. Ze waren de
+aanhangers van <span xml:lang="es">De Nicuesa</span> en <span xml:lang="es">De Enciso</span>, die slechts gezwegen hadden,
+omdat ze niet spreken durfden.</p>
+
+<p>Met een schitterend vertoon, waarbij de eenvoudige kleeding van <span xml:lang="es">De
+Balboa</span> in een schreeuwend contrast stond, deed de nieuwe Gouverneur,
+te midden van een&rsquo; stoet prachtig gekleede Ridders, en vergezeld van
+zijne Gemalin en <span xml:lang="es">Juan De Quevedo</span>, nieuw-benoemd Bisschop van Dariën,
+zijn&rsquo; intocht in <span xml:lang="es">Santa-Maria</span>,
+de hoofdstad van &bdquo;<span xml:lang="es">Castilla del Oro</span>&rdquo; of
+&bdquo;Goud-Castilië.&rdquo; <span xml:lang="es">De Balboa</span> ontving de aanzienlijke gasten in zijne
+eenvoudige woning en bood hun een feestmaal aan, dat bestond uit
+cassave-brood, maïskoeken, eenige vruchten en water.</p>
+
+<p>Wat zullen die Ridders zich in hunne verwachtingen bedrogen hebben
+gezien! Cassave-brood, maïskoeken en water, aangeboden in eene
+stroohut, door een&rsquo; Bevelhebber, gekleed in een&rsquo; werkmanskiel! Hoe
+zullen ze zich verheugd hebben, dat niet de man met de vereelte handen
+hun Gouverneur was, maar wel een schitterend Ridder, in Spanje
+algemeen bekend als &bdquo;<span xml:lang="es">El Galan</span>&rdquo; of &bdquo;<span xml:lang="es">De Galante</span>.&rdquo;
+Toch <span class="pagenum"><a id="p_233">[233]</a></span>schijnt er één
+geweest te zijn, die terstond zag, dat alleen een man als <span xml:lang="es">De Balboa</span> de
+noodige geschiktheid had om eene Kolonie tot bloei en welvaart te
+brengen. Deze man was Bisschop <span xml:lang="es">De Quevedo</span>, die er steeds op uit was om
+in het belang der Kolonie <span xml:lang="es">De Balboa</span> te begunstigen en in moeielijke
+gevallen voor te spreken. Zelfs de Gemalin van den Stadhouder schijnt
+dat ingezien te hebben, want ook zij sprong later menigmaal voor den
+miskenden man in de bres. <span xml:lang="es">De Avila</span> evenwel ging van eene geheel andere
+meening uit. Hij zag zeer goed hoe de kern der oude Kolonisten <span xml:lang="es">De
+Balboa</span> met hart en ziel genegen was, en hij had wel blind moeten zijn,
+wanneer hij niet bemerkt had, met welk een&rsquo; weergaloozen tact dezelfde
+avonturier met de Kaziken en de inboorlingen wist om te gaan. Die man
+kon hem gevaarlijk worden, en vreezende dan het lot van <span xml:lang="es">De Nicuesa</span> of
+<span xml:lang="es">De Enciso</span> te zullen ondergaan, stond hij overal tegenover hem als zijn
+vijand, en wist hij de oude aanhangers van <span xml:lang="es">De Nicuesa</span> en <span xml:lang="es">De Enciso</span> in
+zijne belangen over te halen. En terwijl <span xml:lang="es">Pedrarias</span> zoo in het geheim
+werkte, deden de nieuwaangekomene Ridders en soldaten niet veel anders
+dan een lui en ongebonden leven leiden. Aan werken dacht men niet; men
+was gekomen om rijkdommen te verzamelen. Geen <span xml:lang="es">De Balboa</span> was er nu, die
+langs vriendelijken weg de Kaziken bewoog goud en parelen te ruilen
+voor eenvoudige voorwerpen. Met blanke wapenen trok men de bergstreken
+en de dalen in om met geweld te nemen, wat men met zachtheid had
+kunnen verkrijgen. Als met een&rsquo; tooverslag werd de toestand omgekeerd,
+zoodat <span xml:lang="es">De Balboa</span> naar Spanje schrijven kon: &bdquo;De Kaziken en Indianen
+zijn van lammeren in leeuwen veranderd.&rdquo; En te midden van dien
+toestand deed de vreeselijke, gele koorts hare intrede in <span xml:lang="es">Santa-Maria</span>,
+waar ze in de ontzenuwde lichamen der Spanjaarden een&rsquo; vruchtbaren
+bodem vond om zich met ontzettende snelheid te verbreiden. Zij maakte
+meer dan vijfhonderd slachtoffers, en alsof de ellende nog niet groot
+genoeg was, werd, door onvoorzichtigheid, het magazijn, dat de laatste
+levensbehoeften bevatte, een prooi der vlammen en vernielden de
+sprinkhanen den te veld staanden oogst.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_234">[234]</a></span>De
+tijdingen van deze rampen kwamen ook in Spanje, dat schepen met
+schatten verwachtte en nu slechts wrakke vaartuigen met ellende
+ontving. Thans zag Koning Ferdinand in dat hij, alsof hij gedoemd was
+om door schade en schande nimmer wijs te worden, alweer eene groote
+domheid begaan had door <span xml:lang="es">De Balboa</span> niet tot Gouverneur van
+Goud-Castilië aan te stellen. Die domheid kon goed gemaakt worden,
+wanneer hij <span xml:lang="es">Pedrarias</span> terugriep en <span xml:lang="es">De Balboa</span> tot Gouverneur benoemde.
+Hij deed het niet, doch stelde <span xml:lang="es">De Balboa</span> aan tot <span xml:lang="es">Adelantado</span> van de
+&bdquo;Zuidzee,&rdquo; zooals de &bdquo;Groote&rdquo; of &bdquo;Stille Oceaan&rdquo; vaak genoemd werd, en
+tot Gouverneur van Panama en <span xml:lang="es">Coyba</span>, maar&mdash;onder het oppergezag van
+<span xml:lang="es">Pedrarias</span>.</p>
+
+<p>De brieven, die deze benoeming bevatt&rsquo;en, werden in een pak met nog
+andere aan den Gouverneur gezonden, die meteen van <span xml:lang="es">De Balboa</span>&rsquo;s
+benoeming in kennis gesteld werd. <span xml:lang="es">Pedrarias</span> had
+<span class="corr" id="corr42" title="Bron: de Balboa" xml:lang="es">De Balboa</span> zijne
+dochter tot vrouw beloofd. Dat dit van de zijde der Moeder, <span xml:lang="es">Donna
+Isabella</span>, ernstig gemeend was, mag aangenomen worden, doch van de
+zijde van den Vader was het niet gemeend. Terwijl deze
+<span class="corr" id="corr43" title="Bron: De Balbao" xml:lang="es">De Balboa</span>
+in het openbaar, als zijn&rsquo; aanstaanden schoonzoon
+behandelde, zette hij in het geheim het proces in de zaak van <span xml:lang="es">De
+Nicuesa</span> en <span xml:lang="es">De Enciso</span> tegen hem voort. Inplaats van hem een&rsquo; tocht naar
+de Parel-eilanden te laten ondernemen, gaf hij <span xml:lang="es">Pizarro</span> last dien te
+doen, en toen <span xml:lang="es">De Balboa</span> er later tòch nog een, en met veel voordeel,
+naar die eilanden maakte, trachtte <span xml:lang="es">Pedrarias</span> niet alleen zijn&rsquo; roem te
+verkleinen, maar zelfs zijne eer te bezoedelen. Was er eene
+onderneming te doen, welke geene kans van slagen had, dan werd <span xml:lang="es">De
+Balboa</span> er mede belast. Was hij zoo gelukkig van toch te slagen, dan
+werd het voor niet veel meer dan kennisgeving aangenomen; slaagde hij
+niet, dan waren verwijten en beschuldigingen zijn deel, zelfs als hij
+wonderen van dapperheid verricht had en gewond te <span xml:lang="es">Santa-Maria</span>
+terugkwam.</p>
+
+<p>Nu waren de brieven van zijne verheffing gekomen, en thans beging
+<span xml:lang="es">Pedrarias</span> de laagheid om in zijn&rsquo; Raad, die voor het grootste deel uit
+zijne aanhangers samengesteld was, de vraag te doen, of men <span xml:lang="es">De Balboa</span>
+die aanstellingen <span class="pagenum"><a id="p_235">[235]</a></span>wel geven zou, omdat hij altijd nog in staat van
+beschuldiging stond. Gelukkig was Bisschop <span xml:lang="es">De Quevedo</span> ook aanwezig, en
+deze kwam met zooveel kracht en klem voor de rechten van <span xml:lang="es">De Balboa</span> op,
+dat de Gouverneur niet langer durfde weigeren om zijn&rsquo; tegenstander de
+benoemingen ter hand te stellen. Nauwelijks echter was de benoeming
+van <span xml:lang="es">De Balboa</span> bekend, of zijne talrijke vrienden toonden de
+uitbundigste bewijzen van blijdschap, wat den Gouverneur weer ergerde,
+die hierin eene samenzwering tegen zijn gezag meende te moeten zien.
+Een schip, dat <span xml:lang="es">De Balboa</span> indertijd uitgezonden had, kwam terug met
+allerlei benoodigdheden voor een&rsquo; ontdekkingstocht in den &bdquo;Grooten
+Oceaan&rdquo; en de Kapitein liet in stilte <span xml:lang="es">De Balboa</span> waarschuwen. De
+Gouverneur kwam er evenwel achter en had nu werkelijk iets, waarvan
+hij <span xml:lang="es">De Balboa</span> beschuldigen kon. Deze dacht evenwel aan geen verraad en
+begon vier schepen te laten bouwen en wel aan deze zijde van het
+gebergte, omdat dit aan de andere zijde niet geschieden kon. De bouw
+van die schepen en het vervoer van alle materialen over de bergen,
+vormt op zichzelf reeds stof voor een heldendicht, en zie, juist stond
+<span xml:lang="es">De Balboa</span> gereed om met driehonderd wakkere mannen, als <span xml:lang="es">Adelantado</span>,
+een&rsquo; ontdekkingstocht te gaan aanvaarden, toen <span xml:lang="es">Francisco Pizarro</span> bij
+hem kwam en hem in naam des Konings gevangennam, omdat hij eene
+samenzwering tegen het gezag gesmeed had. Ongetwijfeld had <span xml:lang="es">De Balboa</span>
+tegenover <span xml:lang="es">De Nicuesa</span> en <span xml:lang="es">De Enciso</span> zeer verkeerd gehandeld, en de wijze
+waarop hij schepen uitzond met een doel, dat voor den Gouverneur
+geheim moest blijven, pleit ook tegen hem, maar dat <span xml:lang="es">Pedrarias</span> het
+wagen zou om het doodvonnis over hem uit te spreken, dat had niemand,
+zelfs de Bisschop niet vermoed. En toch, dat gebeurde. Tal van
+Kolonisten sprongen voor hem in de bres en verlangden dat Koning
+Karel,&mdash;dezelfde, die als Karel V, later Keizer van Duitschland
+werd,&mdash;in deze recht zou spreken. Alles was vergeefsch, en de man aan
+wien Spanjes schatkist millioenen schats te danken had, werd in 1517
+op tweeënveertigjarigen leeftijd onthoofd.</p>
+
+<p>De schepen waarmede <span xml:lang="es">De Balboa</span> den ontdekkingstocht
+<span class="pagenum"><a id="p_236">[236]</a></span>wilde doen, kwamen
+nu onder bevel van <span xml:lang="es">Don Gaspar De Espinosa</span>, die juist een&rsquo; voordeeligen
+tocht over de <span xml:lang="es">Cordillera</span>&rsquo;s gemaakt had. Niet zuidelijk voer hij, maar
+wel in eene noordelijke richting, en, na eene betrekkelijk korte
+afwezigheid, kwam hij met groote schatten terug. Zijn voorbeeld werd
+gevolgd door <span xml:lang="es">Don Gonçalez De Avila</span>, die met honderd man een&rsquo; stouten
+tocht in de binnenlanden van het tegenwoordige Nicaragua deed. Wat hij
+hier vond, deed al zijne makkers verbaasd staan. Steden, waarin zich
+groote huizen van steen gebouwd bevonden, met een veertig duizend
+beschaafde inwoners, die allen gekleed waren en naar vaste wetten
+geregeerd werden, waren geene zeldzaamheid. Naast schitterenden
+rijkdom vonden ze er evenwel ook afzichtelijke armoede.</p>
+
+<p>De Spanjaarden werden door den Kazike van Nicaragua met de meeste
+voorkomendheid ontvangen en met schatten overladen, doch toen <span xml:lang="es">Gonçalez
+De Avila</span> te paard in het groote meer van Nicaragua sprong en dat in
+bezit nam voor Koning Karel, hielden de vriendschapsbewijzen op en
+werden de Spanjaarden zelfs door de Indianen aangevallen, zoodat ze
+slechts met groote moeite hunne schepen konden bereiken.</p>
+
+<p>Breidde men zoo in Middel-Amerika de ontdekkingen op het vasteland
+steeds uit, ook de groote eilanden-wereld dezer streken werd gaandeweg
+meer bekend en aan Spanje onderworpen. <span xml:lang="es">Don Juan Pince De Leon</span>, een oud
+soldaat, die reeds in den oorlog tegen de Mooren bijna grijs geworden
+was, had door zijn&rsquo; moed en beleid in de Nieuwe Wereld het zóó ver
+weten te brengen, dat hij Bevelhebber eener provincie op <span xml:lang="es">Hispaniola</span>
+geworden was. Dit kalme en deftige leven kon den ouden krijger evenwel
+niet behagen, en daar hij bij helder weder dikwijls het eiland
+Boriquen of <span xml:lang="es">Portorico</span> kon zien liggen, kwam de begeerte bij hem op om
+ook dit eiland, dat nog altijd als vergeten daar lag, voor Spanje in
+bezit te nemen. De Onder-Koning <span xml:lang="es">Ovando</span> verleende hem verlof daartoe,
+en in 1508 stak de moedige krijgsman naar dit eiland over, en na daar
+nog al vrij veel goud verzameld te hebben, liet hij een deel der
+bemanning van zijn schip op het eiland achter <span class="pagenum"><a id="p_237">[237]</a></span>en stak naar
+<span xml:lang="es">San-Domingo</span> over, om den Onder-Koning het goud te laten zien. <span xml:lang="es">Ovando</span>
+meende dat het in bezit nemen van dit eiland voor Spanje gewichtig
+genoeg was, en vertrouwde dat werk aan onzen <span xml:lang="es">De Leon</span> toe, die evenwel
+nog eerst naar <span xml:lang="es">Portorico</span> terugkeerde om te onderzoeken of die
+onderwerping ook zonder bloedvergieten kon plaats hebben. Zijn
+onderzoek liep gunstig af, en in 1509 was <span xml:lang="es">De Leon</span>, hoewel met veel
+moeite, Gouverneur van het eiland, welks bewoners zich vrijwillig
+onderworpen hadden. Het duurde niet lang of ze begrepen zeer verkeerd
+gedaan te hebben, doch het was nu te laat om zonder wanhopigen strijd
+zich vrij te maken. In hunne eenvoudigheid geloofden de bewoners, dat
+de Spanjaarden onsterfelijk waren, doch toen ze met zekeren <span xml:lang="es">Salzedo</span>
+eene proef namen, kwamen ze tot andere gedachten. Ze droegen hem over
+een water, lieten er hem, zoogenaamd bij ongeluk, in vallen, en gingen
+eenigen tijd op hem zitten. Toen hij nu uit het water aan den oever
+gebracht was, en men zag dat hij werkelijk dood was, besloot men de
+&bdquo;sterfelijke&rdquo; overweldigers te verdrijven. <span xml:lang="es">De Leon</span> evenwel wist door
+dapperheid en krijgsbeleid den opstand te onderdrukken en stond, toen
+dit geschied was, willig zijn Gouverneursbetrekking af aan <span xml:lang="es">Juan Ceron</span>
+en zocht door nieuwe daden zich te onderscheiden. De ouderdom kwam
+evenwel ook bij hem met gebreken, en toen hij eenige oude Indianen
+eens hoorde verhalen, dat er ten Noorden van hun eiland een land was,
+waar niet alleen goud in overvloed, maar ook eene bron gevonden werd,
+waarin men door een bad zich kon verjongen, besloot hij dat land op te
+zoeken en misschien wel eene heele nieuwste Nieuwe Wereld te zullen
+ontdekken. Als hij dan bovendien het geluk mocht hebben die bron te
+vinden, dan zou een scheepsruim vol parelen hem niet zoo rijk kunnen
+maken, als die ééne bron. Hij vond haar natuurlijk niet, maar wel vond
+hij op Palmzondag van het jaar 1512 het vasteland van Noord-Amerika.
+Hij nam het heerlijk schoone land voor Spanje in bezit en noemde het
+&bdquo;Florida&rdquo;, onder welken naam dat land nog altijd bekend staat. Dat hij
+het vasteland ontdekt had, wist hij bij zijn&rsquo; terugkeer echter niet;
+hij hield het voor <span class="pagenum"><a id="p_238">[238]</a></span>een groot eiland. Op dien terugtocht nog altijd de
+&bdquo;Verjongings-bron&rdquo; zoekend, kwam hij bij een groot aantal eilandjes.
+Een&rsquo; groep gaf hij den naam van &bdquo;Schildpadden-eilanden,&rdquo; omdat zijne
+matrozen er in één&rsquo; nacht honderd zeventig schildpadden vingen, en
+een&rsquo; anderen groep noemde hij &bdquo;Oude-vrouwen-eilanden,&rdquo; omdat hij er
+slechts ééne oude vrouw vond. Hij nam haar aan boord, en door hare
+kennis met deze zee diende ze hem als loods. Goed en wel kwam hij op
+<span xml:lang="es">Portorico</span> terug en stevende toen naar Spanje om den Koning bericht van
+zijne ontdekking te geven. De Koning benoemde hem tot <span xml:lang="es">Adelantado</span> van
+Florida, doch inplaats van die betrekking te aanvaarden, nam hij het
+bevel over een vlootje op zich om de Caraïben te tuchtigen. De tocht
+mislukte en weer kwam hij op <span xml:lang="es">Portorico</span> terug, dat hij evenwel later
+andermaal verliet om, als <span xml:lang="es">Adelantado</span>, van Florida bezit te gaan nemen.
+De bewoners sloegen hem evenwel terug en zwaar gewond kwam hij op het
+eiland Cuba aan, waar hij kort daarna in hoogen ouderdom overleed. En
+nu we met <span xml:lang="es">De Leon</span> op Cuba gekomen zijn, rijst misschien bij eenigen de
+vraag: &bdquo;Was dat eiland nog steeds in de macht der inboorlingen en
+meende men nog altijd, dat het stellig het vasteland van Azië was?&rdquo; We
+beginnen met het laatste gedeelte der vraag en antwoorden, dat alleen
+Columbus bij zijn overlijden nog geloofde, dat Cuba een deel van het
+Aziatische vasteland was. De Portugeesche ontdekkingen hadden voor
+anderen reeds zonneklaar bewezen, dat Columbus niet de &bdquo;Indiën,&rdquo; maar
+eene geheel nieuwe wereld ontdekt had. Cuba behoorde derhalve niet tot
+Azië, dat wist men reeds geruimen tijd, en dat het een eiland was,
+schooner, vruchtbaarder, rijker en veel grooter dan <span xml:lang="es">Hispaniola</span>, ook
+dát wist men reeds, toen <span xml:lang="es">De Leon</span> er den laatsten adem uitblies in
+1520.</p>
+
+<p>In 1511 had <span xml:lang="es">Don Diego</span> Columbus aan
+<span xml:lang="es">Don Diego Velasquez</span>, een&rsquo; der
+oudste volksplanters van <span xml:lang="es">Hispaniola</span>, vergunning gegeven om dat eiland
+voor Spanje in bezit te nemen. Aan het hoofd van driehonderd
+ondernemende mannen en vergezeld door <span xml:lang="es">Las Casas</span>
+en <span xml:lang="es">Hernando Cortez</span>,
+vertrok hij derwaarts en op voorzichtige wijze te werk <span class="pagenum"><a id="p_239">[239]</a></span>gaande, wist
+hij langzamerhand al de Kaziken aan zich te onderwerpen. Er was veel
+stofgoud te vinden, en van alle kanten kwamen Kolonisten om zich van
+dat goud meester te maken, doch daar zij zelven liever niet werkten,
+en <span xml:lang="es">Velasquez</span> voorzichtigheidshalve de inboorlingen van Cuba vooreerst
+nog niet dwong om slavenarbeid te verrichten, zoo zond hij <span xml:lang="es">Don
+Francisco Hernandez De Cordova</span> uit om op het vasteland, dat westelijk
+gelegen moest zijn, doch dat nog niet bezocht was, Indianen te gaan
+rooven. Dit geschiedde in 1517, en <span xml:lang="es">De Cordova</span> ontdekte op den eersten
+Maart van dat jaar Kaap <span xml:lang="es">Catoche</span> van Yucatan, doch meteen zag hij, dat
+hij hier niet wezen moest om onnoozele inwoners, als slaven, op te
+vangen. Had <span xml:lang="es">Don Gonçalez De Avila</span> aan de westzijde van de landengte,
+in het rijk van Nicaragua, steden met beschaafde inwoners gevonden,
+hier ging het onzen <span xml:lang="es">De Cordova</span> eveneens, en reeds uit zee ontdekte hij
+in de verte eene stad met torens en witte, steenen huizen. Ook hier
+toonden de inboorlingen zich niet zoo bijzonder verbaasd bij het zien
+van de Spanjaarden, en de Kazike noodigde hem zelfs uit om een bezoek
+in zijne stad te brengen. <span xml:lang="es">De Cordova</span> voldeed hieraan en stond niet
+weinig verwonderd, dat hij bij zooveel beschaving ook zag, dat hij
+hier onder menscheneters was, die afgodendienaars waren. Wat wel
+opmerkelijk heeten mag is, dat die afgodsbeelden allen het kruisteeken
+droegen. <span xml:lang="es">De Cordova</span> ontdekte echter, dat men hem en zijn volk in eene
+hinderlaag trachtte te lokken, en hij verliet daarom de stad en
+trachtte verder op de kusten slaven te vangen. Het mislukte hem echter
+overal, en zonder slaven, maar met het bericht, dat hij een land van
+beschaafde menscheneters gevonden had, kwam hij op Cuba terug. <span xml:lang="es">De
+Velasquez</span> zond nu zijn&rsquo; neef, <span xml:lang="es">Don Juan De Gryalva</span> met een vlootje uit
+om die merkwaardige kusten nauwkeuriger te verkennen. Hij kwam in
+hetzelfde land, doch den tocht van Kaap <span xml:lang="es">Catoche</span> nog westelijker
+voortzettend, ontdekte hij onder de bewoners steeds meer beschaving.
+Vooral de bouwtrant der huizen deed hem aan zijn vaderland denken,
+waarom hij dat land den naam van &bdquo;Nieuw-Spanje&rdquo; gaf. Hij ging er aan
+den wal en begon met de bewoners, die <span class="pagenum"><a id="p_240">[240]</a></span>zich Azteken noemden,
+ruilhandel te drijven. Goud was er onder de Azteken in zulke groote
+hoeveelheden, dat ze er bijna geene waarde aan hechtten, en groote
+klompen voor eenvoudige ijzeren gereedschappen gaarne inruilden.</p>
+
+<p>Zij toonden evenwel heel duidelijk, dat ze nu juist voor zulk een
+klein aantal mannen met baarden niet zoo bevreesd waren, en daarom
+hoorde <span class="corr" id="corr44" title="Bron: de Gryalva" xml:lang="es">De Gryalva</span>
+niet naar het voorstel zijner tochtgenooten om daar
+eene Volkplanting achter te laten. Dubbel tevreden met de
+onbegrijpelijk groote schatten, die hij aan boord had, keerde hij naar
+<span xml:lang="es">San-Jago de Cuba</span>, de hoofdplaats van het eiland, terug. Welke de
+gevolgen waren van de berichten en de schatten, die hij aanbracht, zal
+in een volgend hoofdstuk verhaald worden, doch eer we dat doen, dienen
+we nog even te spreken over een ander beroemd reiziger, die als het
+ware als een nieuwe Christophorus Columbus optrad.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 601px;">
+<img src="images/p241.jpg" width="601" height="640" alt="Ferdinand Del Magelhanes. (geb. 1440, overl. 1521.)" title="" />
+<span class="caption"><span class="mixcap">Ferdinand Del Magelhanes.</span> (<span class="corr" id="corr45" title="Bron: geb.">Geb.</span> 1440, overl. 1521.)</span>
+</div>
+
+<p>De Portugeezen hadden hun gebied in de Indiën ook steeds uitgebreid,
+zoodat om Afrika&rsquo;s Zuidpunt eene zeer drukke scheepvaart plaats had.
+Een der Portugeezen, die zich zeer beijverd had om de macht van
+Portugal in de Indiën te vergrooten, en die door zijne tochten reeds
+heel veel voordeelen aangebracht had, was zekere <span xml:lang="pt">Ferdinand Del
+Magelhanes</span>, een Portugeesch Edelman uit een oud, maar arm geslacht.
+Zijne diensten werden slecht beloond, en dit was ongetwijfeld wel de
+oorzaak, dat hij zich tot Koning Karel van Spanje wendde, om dezen
+Vorst zijne diensten aan te bieden tot het volvoeren van het plan, dat
+Columbus zich reeds voorgesteld had te zullen volbrengen. Ook
+<span xml:lang="pt">Magelhanes</span> hield zich overtuigd, dat men, het Westen inzeilende,
+eindelijk in de Indiën aankomen moest. Dat de aarde den vorm eener
+peer had, mocht Columbus nog beweerd hebben, reeds vóór hem leerden
+velen, dat de Aarde eene bolronde gedaante had, zoodat er mogelijkheid
+op bestaan moest, dat men eene reis om de Aarde deed. De groote vraag
+was maar: &bdquo;Is er eene zee om die reis met een schip te doen?&rdquo;
+<span xml:lang="pt">Magelhanes</span>, die uitgestrekte tochten in den Indischen Archipel gemaakt
+had, was opmerkzaam geworden op den vorm der landen ten Zuiden van de
+Oude Wereld. Groote schiereilanden met <span class="pagenum"><a id="p_241">[241]</a></span>eene landengte zoo breed, dat
+men ze moeielijk schiereilanden noemen kon, liepen werkelijk
+peervormig naar het Zuiden. Dit was zoo in den Indischen Oceaan, dat
+was het geval met Afrika ook. Waarom zou nu de Nieuwe Wereld, door
+Columbus ontdekt, eene uitzondering maken? Voor dien vorm der landen
+moest immers eene oorzaak zijn? En de oorzaak, die gold voor de Oude
+Wereld, gold ook voor de Nieuwe. Bijgevolg hield <span xml:lang="pt">Magelhanes</span> zich
+overtuigd, dat de westelijke tocht naar de Indiën tot de mogelijkheden
+behoorde. Het blijkt niet, dat hij met dit plan reeds aan het
+Portugeesche Hof geweest was, toen hij het Koning Karel voorstelde,
+doch zeker is het, dat de Koning er dadelijk ooren naar had. De vraag
+alleen was maar: &bdquo;Mag die tocht gedaan worden met het oog <span class="pagenum"><a id="p_242">[242]</a></span>op de
+Pauselijke bullen, en zal hij, die het waagt ze te overtreden, met den
+Kerkelijken ban gestraft worden?&rdquo; Slechts enkelen konden die vraag in
+ernst meer doen, want het was voor iedereen duidelijk, dat de deellijn
+tusschen het Spaansche en Portugeesche ontdekkings-gebied, zooals die
+door Paus Alexander bepaald was, eenvoudig niet kon getrokken worden,
+en met het oog op diezelfde lijn, viel het <span xml:lang="pt">Del Magelhanes</span> niet
+moeielijk om Koning Karel te bewijzen, dat de &bdquo;Molukken&rdquo; of
+&bdquo;Specerij-Eilanden&rdquo; tot het ontdekkings-gebied van Spanje behoorden.
+Het zou hem even gemakkelijk gevallen zijn om den Koning van Portugal
+te bewijzen, dat die eilanden niet door Spanje in bezit mochten
+genomen worden. Koning Karel was evenwel gerust gesteld; hij wist nu
+dat hij, zonder de bul te overtreden, de Molukken bij zijn gebied
+trekken kon, en benoemde <span xml:lang="pt">Magelhanes</span>, die met zijne korte, maar
+krachtige gestalte en fier uiterlijk een&rsquo; uitnemenden indruk maakte,
+tot Ridder van <span xml:lang="es">San-Jago</span>, tot Opperbevelhebber over de vloot, die
+uitgerust zou worden, en tot Gouverneur der Molukken. Het was in 1519
+toen <span xml:lang="pt">Magelhanes</span> met dit voorstel aan het Spaansche Hof kwam, doch
+dezelfde kleingeestige tegenwerking, die Columbus ongeveer dertig jaar
+geleden vond, vond <span xml:lang="pt">Magelhanes</span> ook. Onze moedige Ridder liet zich
+evenwel niet afschrikken, en de jonge Koning, die zelf, als
+vreemdeling, ook bij de echte Spanjaarden veel tegenstand ontmoette,
+ondersteunde <span xml:lang="pt">Magelhanes</span> zóó krachtig, dat reeds in Augustus eene vloot
+van vijf schepen, in alles uitmuntend uitgerust, in de haven van
+<span xml:lang="pt">San-Lucar de <span class="corr" id="corr46" title="Bron: Barameda">Barrameda</span></span>, gereed lag. De inscheping werd
+wat vertraagd, en zoo kwam het, dat <span xml:lang="pt">Magelhanes</span> pas den twintigsten
+September 1519 in zee stak. Bijna zeker van de wetenschappelijke
+overwinning, die hij behalen zou, had hij zijn Admiraalsschip den naam
+van &bdquo;<span xml:lang="es">Victoria</span>&rdquo; gegeven. Den twaalfden Januari 1520 bereikte men de
+monding van de <span xml:lang="pt">Rio La Plata</span>, doch eer men daar was, had <span xml:lang="pt">Magelhanes</span>
+reeds ondervonden, dat men hem, den vreemdeling, slechts gedwongen
+gehoorzaamde. Moeite doen om zich onder het volk bemind te maken,
+scheen niet in het plan van den Admiraal te liggen, want toen men hem
+vroeg: &bdquo;Waarheen <span class="pagenum"><a id="p_243">[243]</a></span>wilt gij ons toch brengen?&rdquo; gaf hij het hooghartige
+antwoord: &bdquo;Vraagt niets! Het is uw plicht mij te volgen. Mijne vlag
+zal u over dag en mijn seinlicht bij nacht den weg wijzen.&rdquo; Dat dit
+antwoord de trotsche Spanjaarden krenken moest, had hij vooraf kunnen
+begrijpen, en er ontstond ook algemeen gemor, dat oversloeg tot
+opstand. Men wilde <span xml:lang="pt">Magelhanes</span> dwingen, zijn plan te laten varen, en om
+de Kaap de Goede Hoop heen naar de Molukken te stevenen, en toen dit
+beslist geweigerd werd, zeiden drie Kapiteins hem hunne gehoorzaamheid
+op. Met behulp van zwaard en strop wist de Admiraal het oproer te
+dempen, doch gedurende den strengen winter, die volgde, terwijl ze in
+eene baai lagen, kostte het niet weinig kracht om het gezag te
+handhaven. De baai, waar de schepen lagen, bevond zich op ruim 49°
+Zuiderbreedte, dat is ongeveer op dezelfde breedte, als Parijs ten
+Noorden van de Linie ligt. Het klimaat van Zuid-Amerika kan evenwel op
+die breedte gerust gelijk gesteld worden met dat van Stockholm, zoodat
+het ons niet bevreemdt, dat de Spanjaarden, aan milder klimaat gewoon,
+er ontzettend veel koude leden en er tegen opzagen om nu nog verder
+het Zuiden in te gaan. Tot hoe ver? &bdquo;Vraagt niets; het is uw plicht
+mij te volgen,&rdquo; had <span xml:lang="pt">Magelhanes</span> gezegd. Tot in Augustus waren ze
+genoodzaakt in die baai te blijven, en toen eerst waren ijs en sneeuw
+opgeruimd, en was de weg naar het Zuiden weer vrij. Pas echter was hij
+op weg, of een der schepen liep op een rif, en de bemanning had juist
+nog den tijd om zich het leven te redden, doch al het overige, dat
+aanboord was, verdween in de golven. Het weder werd steeds
+onstuimiger, en de Admiraal was verplicht om naar de baai, waar hij
+overwinterd had, terug te keeren. Opnieuw brak er oproer uit en
+moesten zwaard en strop de orde herstellen. Eindelijk werd het weder
+gunstiger; de vaart werd voortgezet, en den twintigsten October had
+<span xml:lang="pt">Magelhanes</span> het geluk Amerika&rsquo;s Zuidpunt te bereiken. De zeeëngte,
+welke hem van den Atlantischen naar den Grooten Oceaan bracht, kreeg
+den naam van &bdquo;Straat van <span xml:lang="pt">Magelhanes</span>.&rdquo; Ware hij nu de kust gevolgd, dan
+zou hij ook Chili en Peru ontdekt hebben. Hij deed <span class="pagenum"><a id="p_244">[244]</a></span>het evenwel niet,
+en zond alleen twee zijner schepen uit om de heele zeeëngte nauwkeurig
+te onderzoeken. Het volk van een dezer schepen, nu buiten toezicht van
+den Admiraal, sloeg tot oproer over, en dwong de Officieren om naar
+Spanje terug te keeren. Met drie schepen stevende <span xml:lang="pt">Magelhanes</span> thans den
+Oceaan in, dien hij, omdat hij op de heele verdere reis geen&rsquo; hevigen
+wind had, den naam van &bdquo;Stillen Oceaan&rdquo; gaf. Mag het vreemd genoemd
+worden, dat hij in dezen Oceaan, waar evenzeer stormen heerschen, als
+in elken anderen, meer dan drie en eene halve maand lang kalm weder
+had, nog vreemder was het, dat hij in al dien tijd niet één der
+eilanden zag waarmede deze Oceaan als bezaaid is. Alle levensbehoeften
+waren reeds verbruikt, en met graagte werden de ratten en muizen
+gegeten, welke men beneden in het scheepsruim ving, toen men eindelijk
+den zesden Maart land ontdekte. Men was in den Archipel gekomen, waar,
+tusschen de 13 en 20 graden Noorderbreedte, de groote groep eilanden
+zich bevindt, welke bekend staan onder den naam van &bdquo;Ladronen&rdquo; of
+&bdquo;Dieven-eilanden&rdquo;. Met gejuich werden deze eilanden begroet, en
+hoopvol zette men, na een&rsquo; rijken voorraad levensmiddelen aan boord
+genomen te hebben, de reis voort. In het begin van April bereikte men
+de &bdquo;Filippijnsche Eilanden&rdquo;, waar eene vrij lange rust zou genomen
+worden om de schepen wat te herstellen. De natuur was er heerlijk en
+de bewoners waren vrij beschaafd en vriendelijk, zoodat <span xml:lang="pt">Magelhanes</span>
+begon met hier het Christendom te laten prediken. De Koning van het
+eiland Zeboe liet zich zelfs doopen, doch de Koning van het eiland
+Matan verkoos hiertoe niet over te gaan, en toen <span xml:lang="pt">Magelhanes</span> hem met
+geweld wilde dwingen om het Christendom te omhelzen, viel de Koning
+hem onverwachts aan, en doodde hem. Thans van hun&rsquo; Aanvoerder beroofd,
+vloden de reizigers naar hunne schepen, doch daar door honger en
+ziekten, en nu door het gevecht met den Koning van Matan, hun aantal
+veel te gering geworden was om drie schepen te bemannen, zoo werd één
+schip in den grond geboord. De andere twee kwamen pas den derden
+November op Tidori, een van de Molukken, aan. Zij vonden dat <span class="pagenum"><a id="p_245">[245]</a></span>eiland
+echter door de <span class="corr" id="corr47" title="Bron: Portugeeschen">Portugeezen</span> bezet, en dezen stonden
+verbaasd te kijken, dat men uit het Oosten tot hen gekomen was. Men
+deed hen evenwel geen&rsquo; overlast, en stond hun zelfs toe om de
+&bdquo;<span xml:lang="es">Victoria</span>&rdquo; met specerijen te laden. Het andere schip de &bdquo;<span xml:lang="es">Trinidad</span>&rdquo;
+moest daar blijven, om hersteld te worden. Nu werd de thuisreis
+aangenomen, en den zesden September 1522 kwamen de eerste
+aardomzeilers te <span xml:lang="es">San-Lucar</span> aan. Van de vloot van vijf schepen waarmede
+<span xml:lang="pt">Magelhanes</span> uitgezeild was, waren slechts twee schepen terug gekomen,
+en een van deze was reeds halverwegen den tocht naar Spanje gezeild.
+De &bdquo;<span xml:lang="es">Trinidad</span>&rdquo; bleef op Tidori, en van hare bemanning kwamen slechts
+drie matrozen en een Geestelijke in Spanje weder. Op de &bdquo;<span xml:lang="es">Victoria</span>&rdquo;
+waren bij de aankomst in <span xml:lang="es">San-Lucar</span> slechts dertien Spanjaarden, zoodat
+van de tweehonderd veertig mannen, die uitgezeild waren, maar
+zeventien de heele reis om de Aarde gedaan hadden. Gelukkig behoorde
+tot die zeventien de geleerde aardrijks- en geschiedkundige <span xml:lang="it">Pigafetta</span>,
+die dezen merkwaardigen tocht beschreef en daardoor aan de wetenschap
+een&rsquo; buitengewoon grooten dienst bewees.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="HOOFDSTUK_XI"></a>HOOFDSTUK XI.</h2>
+
+<hr class="tit" />
+
+<p class="subtitle"><span xml:lang="es">CORTEZ</span> IN MEJICO.</p>
+
+<p>Met groote schatten aan goud was <span xml:lang="es">Don Juan De Gryalva</span> te <span xml:lang="es">San-Jago</span> op
+Cuba teruggekeerd, doch toen hij verslag deed van de landen en volken,
+die hij ontdekt had, was <span xml:lang="es">Velasquez</span> zeer ontevreden, dat <span xml:lang="es">De Gryalva</span> de
+gelegenheid niet waargenomen had om in die landen eene Kolonie aan te
+leggen, en inplaats van dank voor de schatten, die hij medebracht,
+ontving hij eene strenge berisping. Dat zijne tochtgenooten vol waren
+over hetgeen ze gezien hadden en de gewoonte van vele reizigers
+volgden om waarheid <span class="pagenum"><a id="p_246">[246]</a></span>en verdichting met elkander te vermengen, is
+iets, dat vanzelf spreekt. Men was op Cuba niet uitgesproken over
+&bdquo;Nieuw-Spanje&rdquo;, en van alle kanten ontwaakte een streven om dat land
+voor de Spaansche Kroon te veroveren. <span xml:lang="es">Don Velasquez</span> zag echter wel in,
+dat hier bedaard en met veel overleg diende gehandeld te worden, wilde
+men niet alles, wat men nu in de Nieuwe Wereld aan de Spaansche Kroon
+gebracht had, verloren zien gaan. Het gold hier geene in bezitneming
+van kuststreken met eene kinderlijk eenvoudige en onbeschaafde
+bevolking, maar van een groot en beschaafd volk, dat tegenover de
+Europeesche wapenen eene goed georganiseerde overmacht stellen kon,
+waartegen diezelfde Europeesche wapenen niet opgewassen waren. Hij,
+die zich aan het hoofd der onderneming stelde, moest dus iemand zijn,
+die dapperheid aan beleid, en moed aan list wist te paren. Hij moest
+iemand zijn in de volle kracht van het leven, gehard tegen alle
+ongemakken, en tevens gezien en geëerd bij al zijne volgelingen.
+Wonder genoeg, zichzelven achtte hij niet voor die groote taak
+berekend, en ten slotte wist hij niemand, die beter aan al de gestelde
+eischen beantwoordde, dan <span xml:lang="es">Hernando Cortez</span>.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 632px;">
+<img src="images/p246a.jpg" width="632" height="720" alt="Hernando Cortez. (Geb. 1485, overl. 1547.)" title="" />
+<span class="caption2"><span class="mixcap">Hernando Cortez.</span> (Geb. 1485, overl. 1547.)</span>
+</div>
+
+<p>Deze <span xml:lang="es">Hernando</span> of <span xml:lang="es">Ferdinando Cortez</span> werd in 1485 geboren te <span xml:lang="es">Medellin</span> in
+Estramadura, uit een oud en aanzienlijk geslacht. Aanvankelijk
+studeerde hij aan de beroemde Hoogeschool te <span xml:lang="es">Salamanca</span> in de rechten,
+doch zijn vurige en ridderlijke geest kon in den deftigen tabbaard der
+Rechtsgeleerden geen behagen vinden; hij haakte naar zwaard en schild.
+Hij trad derhalve in den krijgsdienst, en na een paar jaren in Spanje
+zich geoefend te hebben in alles, wat een krijgsman weten moest,
+vertrok hij naar <span xml:lang="es">Hispaniola</span>, om aan <span xml:lang="es">Ovando</span> zijne diensten aan te
+bieden. Op <span xml:lang="es">Hispaniola</span> heerschte evenwel rust, en zoo kwam het, dat
+onze naar krijgsroem dorstende Edelman van 1504 tot 1511 een eerzaam
+planter was. Toen echter <span xml:lang="es">Velasquez</span> naar Cuba overstak om dat eiland te
+veroveren, sloot <span xml:lang="es">Cortez</span> zich bij hem aan, en toonde weldra hoe goed
+hij hier op zijne plaats was. Met welke onderneming hij belast werd,
+steeds had hij het geluk te slagen, zoodat <span xml:lang="es">Velasquez</span> hem benoemde tot
+zijn&rsquo; Secretaris, want de pen en het zwaard <span class="pagenum"><a id="p_247">[247]</a></span>waren hem beide even
+goed toevertrouwd. <span xml:lang="es">Cortez</span> was bovendien, èn door zijn fier voorkomen,
+èn door zijn vroolijk en geestig karakter, bij allen, niet het minst
+bij de <span xml:lang="es">Donna</span>&rsquo;s, gezien, en weldra was hij dan ook verloofd met de
+schoone <span xml:lang="es">Catalina</span>, eene bloedverwante van eene vriendin van <span xml:lang="es">Velasquez</span>.
+<span xml:lang="es">Cortez</span> was echter als eene bij, die van de eene bloem naar de andere
+vliegt, en hoe schoon <span xml:lang="es">Catalina</span> ook wezen mocht, hij had geene begeerte
+om haar alleen te behooren. De trouwbelofte werd dus verbroken, en
+<span xml:lang="es">Velasquez</span> nam de partij der beleedigde vriendin op. Hij ontsloeg
+<span xml:lang="es">Cortez</span> als Secretaris en begon hem het leven onaangenaam te maken. Dat
+was <span xml:lang="es">Cortez</span> natuurlijk niet naar den zin, en hij smeedde eene
+samenzwering tegen het gezag van <span xml:lang="es">Velasquez</span>. De samenzwering werd
+tijdig ontdekt en <span xml:lang="es">Cortez</span> terdood veroordeeld. Toen <span xml:lang="es">Cortez</span> evenwel
+geboeid in de gevangenis zat, om na eenige dagen, als een gemeene
+misdadiger zijn leven aan de galg te eindigen, wist hij te
+ontvluchten. Hij werd echter spoedig gevat en opnieuw gevangen gezet.
+Toch wist hij andermaal te ontsnappen, en zijn leven te redden door
+<span xml:lang="es">Velasquez</span> te melden, dat hij bereid was, de schoone <span xml:lang="es">Donna Catalina</span> te
+huwen. <span xml:lang="es">Velasquez</span> nam hiermede vrede, en gaf het jonge paar eene
+uitgestrekte landstreek, als huwelijksgave. Andermaal was de man, die
+naar krijgsroem dorstte, dus een eerzaam planter, en wel zulk een, die
+wist hoe men rijk worden kon. Toch zag hij begeerig naar alle kanten
+uit om als krijgsman op te treden, en toen hij van Nieuw-Spanje
+hoorde, wist hij een paar zijner vrienden over te halen, hem heel
+voorzichtig en langs bedekte wegen bij <span xml:lang="es">Velasquez</span> aan te bevelen, als
+de eenige man, die meer dan iemand geschikt was om deze landstreek te
+veroveren. Meende <span xml:lang="es">Velasquez</span> dus dat hijzelf en niemand anders <span xml:lang="es">Cortez</span>
+tot die gewichtige taak riep, dan vergiste hij zich. Zoodra <span xml:lang="es">Cortez</span> de
+opdracht ontvangen had, sloeg hij de handen aan het werk, en wel met
+zulk een&rsquo; ijver, dat het de achterdocht van <span xml:lang="es">Velasquez</span> opwekte. Niet
+alleen offerde hij zijn verbazend groot vermogen, verworven uit de
+goudmijnen van zijn huwelijksgoed, op, maar hij verpandde zelfs al
+zijne bezittingen, en kwam daardoor aan het hoofd van eene uitrusting,
+<span class="pagenum"><a id="p_248">[248]</a></span>waarmede hij gemakkelijk geheel Cuba onderwerpen kon aan zijn gezag.
+Toen de prachtige vloot op de reede van <span xml:lang="es">San-Jago</span> gereed lag om, na het
+innemen van levensvoorraad, uit te zeilen, vernam <span xml:lang="es">Cortez</span>, dat
+<span xml:lang="es">Velasquez</span> hem ten slotte verbieden zou om te vertrekken. Dit wilde
+<span xml:lang="es">Cortez</span> voorkomen, en zonder er kennis van te geven liet hij zijne
+vloot zee kiezen, en wel midden in den nacht. Vooraf echter had hij
+bij al de slagers den geheelen voorraad van vleesch, dien ze hadden,
+met geweld afgekocht. De slagers spoedden zich nu naar het paleis van
+<span xml:lang="es">Velasquez</span> en deelden hem mede, wat er gebeurd was. <span xml:lang="es">Velasquez</span> liet
+terstond alarm slaan en rende aan het hoofd der zijnen naar den mond
+der baai, waaraan <span xml:lang="es">San-Jago</span> gelegen is. Toen <span xml:lang="es">Cortez</span> hem bij het licht
+van den aanbrekenden dageraad zag, ging hij in eene welgewapende sloep
+en liet zich dicht onder den wal roeien om zoogenaamd te vragen, of er
+wat bijzonders aan de hand was. <span xml:lang="es">Velasquez</span> zeide, dat hij het vreemd
+vond, dat <span xml:lang="es">Cortez</span>, zonder van iemand afscheid te nemen, vertrokken was,
+en dat hij alleen daarom zich hier bevond, waarop <span xml:lang="es">Cortez</span> ten antwoord
+gaf, dat de zaak voortgang eischte, en dat hij derhalve vertrokken
+was. Hiermede was het onderhoud geëindigd, en spoedig was de vloot,
+maar half uitgerust, uit het gezicht. Eer <span xml:lang="es">Cortez</span> het eiland Cuba voor
+goed verliet, wist hij evenwel op vele kustplaatsen nog aanzienlijke
+hoeveelheden levensmiddelen aan boord te nemen, zoodat de driehonderd
+mannen, die onder zijne bevelen stonden, geen gevaar liepen honger te
+zullen moeten lijden. Het mag vreemd schijnen, dat ik in een boek, dat
+uitteraard zeer beknopt moet zijn, tot zulke kleinigheden afdaal, maar
+het vervolg van <span xml:lang="es">Cortez</span>&rsquo; geschiedenis zal niemand nu doen vragen, wat
+toch de reden was, dat <span xml:lang="es">Cortez</span> in <span xml:lang="es">Velasquez</span> zulk een vijandig
+tegenstander vond. Eene der laatste plaatsen, die <span xml:lang="es">Cortez</span> op Cuba
+aandeed, was <span xml:lang="es">Trinidad</span>, waar <span xml:lang="es">Don Verdugo</span> bevel voerde, en deze had door
+een&rsquo; ijlbode van <span xml:lang="es">Velasquez</span> in last gekregen om <span xml:lang="es">Cortez</span> gevangen te
+nemen en naar <span xml:lang="es">San-Jago</span> te zenden. <span xml:lang="es">Verdugo</span> zag evenwel geene kans om
+dat te doen, en liet den ijlbode naar Havana vertrekken om daar den
+last van den Stadhouder aan den Gouverneur <span xml:lang="es">Don Pedro Barba</span> <span class="pagenum"><a id="p_249">[249]</a></span>over te
+brengen. <span xml:lang="es">Cortez</span> wist ook deze te verschalken, en zoo kwam het, dat hij
+ten slotte Cuba geheel verliet, en aan het hoofd stond van elf schepen
+met honderdtweeënzestig matrozen bemand. Zijn landingsleger bestond
+uit vijfhonderd en acht soldaten, waarvan er dertien met musketten en
+tweeëndertig met armborsten gewapend waren. De overigen hadden
+zwaarden en lansen. Verder had hij nog veertien kleine kanonnen en
+zestien paarden, en daar in deze landen het dragen van zware
+wapenrustingen hinderlijk was, zoo waren allen voorzien van katoenen
+harnassen met watten gevoerd, sterk genoeg om pijlschoten te weren.
+Naar het aantal zijner schepen had hij zijn legertje in elf
+afdeelingen gesplitst, en elke afdeeling kreeg een vaandel met een
+Kruis, waaronder stond: &bdquo;<span xml:lang="la">In hoc signo vinces</span>&rdquo;, wat zeggen wil: &bdquo;In dit
+teeken zult gij overwinnen.&rdquo; Hij gaf dus, geheel in den geest van
+zijn&rsquo; tijd, aan zijn&rsquo; veroveringstocht het karakter van een&rsquo;
+geloofskrijg, en als een bewijs, dat het hem hiermede ernst was, had
+hij ook gezorgd twee Geestelijken in zijn gevolg mede te nemen. Als
+loods had hij een&rsquo; zekeren <span xml:lang="es">Antonio Alaminos</span>, die reeds driemaal in
+deze streken geweest was. Op het eiland <span xml:lang="es">Cozumel</span> kreeg hij nog een&rsquo;
+Geestelijke aan boord, die acht jaren lang onder de inboorlingen
+verkeerd had, en niet alleen ingewijd was in de taal van het volk,
+maar ook in hunne wijze van oorlog voeren. Om zijn leven te behouden,
+had deze Geestelijke zelfs als krijgsman onder de inboorlingen
+gediend. <span xml:lang="es">Cortez</span> zeilde daarop het geheele schier-eiland Yucatan om,
+liep de rivier de Tabasco op en nam de stad van dien naam in. De
+inwoners onderwierpen zich, en beloofden <span xml:lang="es">Cortez</span> om aan den Koning van
+Spanje schatting te zullen betalen. Reeds dadelijk begonnen ze
+hiermede door goud en slavinnen te leveren. Tot deze slavinnen
+behoorde eene Prinses, die de bewoners van Tabasco bij een&rsquo; oorlog in
+de binnenlanden gevangengenomen hadden. Zij heette <span xml:lang="es">Marina</span>, en was niet
+alleen jong, maar zóó schoon, dat <span xml:lang="es">Cortez</span>, toen hij haar zag, terstond
+dacht aan <span class="corr" id="corr48" title="Bron: Anacoana">Anacaona</span>, wier schoonheid op <span xml:lang="es">Hispaniola</span> spreekwoordelijk
+was. De vereerder van het schoone geslacht gevoelde zich tot haar, die
+zoo schoon en lieftallig was, buitengewoon aangetrokken, en <span class="pagenum"><a id="p_250">[250]</a></span>nog meer
+wenschte hij haar steeds in zijne nabijheid te hebben toen hij
+ontdekte, dat ze eene zeer beschaafde en verstandige vrouw was, die de
+taal der inboorlingen van Nieuw-Spanje sprak, en daarenboven volkomen
+op de hoogte van de zeden en gewoonten was. Deze <span xml:lang="es">Marina</span> was in vele
+opzichten menigmaal <span xml:lang="es">Cortez</span>&rsquo; goede geest. Zij nam gaarne het
+Christendom aan, en daar <span xml:lang="es">Cortez</span> wel oppaste om haar te zeggen, dat hij
+gehuwd was, en dat de Christelijke leer hem verbood eene vrouw buiten
+wettig huwelijk te hebben, zoo leefde ze met hem als eene gade, die
+haar echtgenoot grenzenloos liefhad en onbezweken trouw was. Na te
+Tabasco enkele inboorlingen overgehaald te hebben om zich te laten
+doopen, trok hij verder en kwam op Witten Donderdag bij een eiland,
+dat hij den naam van &bdquo;<span xml:lang="es">San-Juan De Ulloa</span>&rdquo; gaf. Hij wierp hier de ankers
+uit, en kreeg al aanstonds bezoek van de inwoners der stad, die in de
+onmiddellijke nabijheid op het vasteland lag. De Geestelijke <span xml:lang="es">Aquilar</span>,
+dien hij op Cozumel aan boord genomen had, kon de menschen niet
+verstaan, doch thans trad <span xml:lang="es">Marina</span> als tolk op. Zij zeide in eene taal,
+die <span xml:lang="es">Aquilar</span> verstond, wat de inboorlingen spraken, en <span xml:lang="es">Aquilar</span>
+vertolkte dat alweer in het Spaansch. Deze gebrekkige manier van zich
+met het volk te onderhouden was maar van korten duur. De begeerte om
+te kunnen spreken met hem, dien ze zoo oprecht en innig liefhad, deed
+<span xml:lang="es">Marina</span> in korten tijd de Spaansche taal zoo goed leeren, dat zij haar
+sprak, alsof ze hare opvoeding in Andalusië ontvangen had.&mdash;Uit
+hetgeen <span xml:lang="es">Cortez</span> verteld werd, kwam hij te weten, dat <span xml:lang="es">De Gryalva</span> vroeger
+hier al geweest was, dat het land &bdquo;Mejico&rdquo; genoemd en geregeerd werd
+door een&rsquo; Vorst, dien ze een&rsquo; titel gaven, welke eenige overeenkomst
+had met dien van Keizer, en dat hij Montezuma heette. Onbekendheid met
+het schrift en de taal van dat volk mag wel oorzaak zijn, dat de naam
+van dezen Vorst zoo verschillend geschreven wordt, en dat we
+Montezuma, Moctheuzema, Muteczama, Motezuina en Montecuhcuma naast
+elkander zien staan, als namen voor een&rsquo; en denzelfden persoon. Den
+eenentwintigsten April, juist op Goeden Vrijdag, landde <span xml:lang="es">Cortez</span>, en na
+het hooge feest met de zijnen aan den wal plechtig <span class="pagenum"><a id="p_251">[251]</a></span>gevierd te hebben,
+begon hij terstond met het inrichten van de legerplaats, die een
+versterkt fort en daarna eene stad moest worden. Daar de stichting er
+van op Goeden Vrijdag begonnen was, kreeg ze den naam van &bdquo;<span xml:lang="es">Villa Rica
+de Vera Cruz</span>,&rdquo; wat &bdquo;Rijke stad van het Ware Kruis&rdquo; beteekent. Terwijl
+men zoo aan het werk was, kwamen twee Kaziken, die aan Montezuma
+onderworpen waren en Pilpatoe en Teutile heetten, met schatten beladen
+bij <span xml:lang="es">Cortez</span>. Zij boden hem alles, wat ze bij zich hadden,
+vriendschappelijk ten geschenke aan, doch vroegen hem meteen, wat hij
+met dat bouwen toch van plan was. <span xml:lang="es">Cortez</span> zeide dat hij hier voor den
+Koning van Spanje eene stad wilde stichten, doch Pilpatoe en Teutile
+meenden, dat men dit eerst wel eens aan Keizer Montezuma diende te
+vragen. Zij stuurden daarom boden met brieven naar den Keizer en
+eenige dagen later kwamen die boden met een Gezantschap terug. Waren
+de schatten, die de beide Kaziken gebracht hadden, reeds onnoemelijk
+groot, ze verzonken in het niet bij hetgeen de Gezanten brachten, als
+een geschenk van den Keizer aan zijne blanke vrienden. Er was evenwel
+een bevel bij dat ze terstond moesten vertrekken, en deden ze dat
+niet, dan zouden ze aan de Goden geofferd worden. Dit &bdquo;aan de Goden
+geofferd worden&rdquo; was eene parlementaire uitdrukking voor &bdquo;opgegeten
+worden.&rdquo;</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 446px;">
+<img src="images/p248a.jpg" width="446" height="720" alt="Montezuma, Alleenheerscher van Mejico. (Overl. 30 Juni 1520.)" title="" />
+<span class="caption2"><span class="mixcap">Montezuma</span>, Alleenheerscher van Mejico. (Overl. 30 Juni 1520.)</span>
+</div>
+
+<p>Eer we verder gaan, dienen we eerst eens in vluchtige trekken den
+toestand van Mejico te schetsen, zooals die was ten tijde, dat <span xml:lang="es">Cortez</span>
+er landde. Misschien hebben sommige lezers ook reeds vreemd opgekeken,
+waar ze van &bdquo;brieven&rdquo; hoorden spreken en denken ze dat hier eene
+vergissing plaats greep, of dat er met &bdquo;brieven&rdquo; heel wat anders
+bedoeld werd. Hooren ze nu dat hier wel degelijk sprake is van echte
+brieven, dan moet de vraag wel rijzen: &bdquo;Maar welk land was dat Mejico
+dan toch, dat men er zelfs van brieven sprak?&rdquo;</p>
+
+<p>Wat <span xml:lang="es">Pizarro</span> later in Peru vond, dat vond <span xml:lang="es">Cortez</span> in Mejico: een volk
+met eene hooge en fijne beschaving, die evenwel geheel onafhankelijk
+van de Europeesche, en in den loop der eeuwen zelfstandig ontstaan
+was. Ze bewoonden, we zagen dit reeds elders, steenen huizen en
+droegen <span class="pagenum"><a id="p_252">[252]</a></span>prachtig geweven katoenen kleederen, die met kleuren en goud
+rijk versierd waren. De geschiedenis van het land was beschreven in
+teekens, die veel overeenkomst hadden met de Egyptische hiëroglyphen,
+en met deze teekens voerden ze ook onder elkander briefwisseling,
+zoodat er zelfs een vrij goed ingericht postwezen was. Door het heele
+rijk heen vond men op bepaalde afstanden huizen, die bewoond werden
+door ijlboden of hardloopers. De eene hardlooper bracht de brieven bij
+den anderen, en zoo kwamen ze in handen van hen, aan wie ze gericht
+waren, en dat wel in een&rsquo; onbegrijpelijk korten tijd, want menige
+hardlooper kon een rennend paard bijhouden. Volgens de weinige
+historische oorkonden, die onder de Spaansche overheersching niet
+vernietigd werden, moeten, omstreeks de zevende eeuw van onze
+jaartelling, beschaafde Indianen, Tolteken geheeten, uit het
+Noordwesten in deze streken gekomen zijn en daar de stad Tecla
+gesticht hebben.&mdash;De bouwvallen, die men van deze stad, die ook wel
+Tollan of Toela genoemd wordt, gevonden heeft, bewijzen op welk een&rsquo;
+hoogen trap van beschaving dit volk stond. Later, wellicht in de
+twaalfde eeuw, kwamen de Azteken, die hunne eigen beschaving aanvulden
+met die der overgebleven Tolteken en stichtten het machtige rijk,
+zooals <span xml:lang="es">Cortez</span> dat vond. De Vorst van het land, die uit de
+afstammelingen van de oude, Koninklijke familie gekozen werd door vier
+der aanzienlijkste Edelen, voerde de heerschappij met bijna onbeperkte
+macht. Eer hij evenwel als Vorst erkend was, moest hij een&rsquo; veldtocht
+doen en slechts dan, wanneer hij als overwinnaar terugkeerde, werd hij
+door den Vorst van Tezcuco tot Alleenheerscher gekroond. Die kroon was
+eene bonte muts of hoofdband, versierd met prachtige vederen en een
+schat van parelen, edelgesteenten en het fijnste goud. De Vorst
+bewoonde een verbazend groot en prachtig paleis, dat zich bevond in de
+hoofdstad van het land, welke stad gelegen was midden in een meer en
+door de Azteken &bdquo;Tenochtitlan&rdquo; genoemd werd. Kunstige dammen en
+bruggen, welke gemakkelijk konden weggenomen worden om den toegang tot
+de stad voor vijandelijke stammen af te sluiten, verbonden de
+residentie met den vasten wal, <span class="pagenum"><a id="p_253">[253]</a></span>terwijl tal van sierlijke kano&rsquo;s het
+uitgestrekte meer in allerlei richtingen bevoeren. De oevers en de
+naaste omstreken van het meer waren schilderachtig mooi, en geen
+&rsquo;s-Gravenhage, Utrecht of Arnhem bezit schooner villa&rsquo;s en
+buitenplaatsen dan het &bdquo;Meer van Tenochtitlan&rdquo; bezat. Eene ongekende
+welvaart heerschte in het geheele land, waar handel, nijverheid en
+landbouw bloeiden. In de bewerking der metalen hadden de Azteken eene
+ongekende hoogte bereikt, en zelfs verstonden ze de kunst om uit een
+mengsel van koper en tin gereedschappen en wapenen te maken, welke in
+hardheid voor de stalen niet veel onderdeden. Was de regeering van den
+Vorst des lands bijna onbeperkt, toch werd ze gevoerd naar geschreven
+wetten, doch deze werden door hemzelf gemaakt met behulp der
+aanzienlijkste Edelen, die hij, door hun leengoederen te schenken, aan
+zijn&rsquo; dienst verbond. De Azteken zelven, deden weinig werk, doch ze
+lieten het verrichten door slaven, en het gevolg hiervan was, dat de
+slavenhandel in dit rijk op groote schaal gedreven werd. Hun
+godsdienst was de heidensche en ging gepaard met menschenoffers. Een
+talrijke Priesterstand zorgde, dat de dienst voor de dertien
+Hoofdgoden en tweehonderd en tien Ondergoden behoorlijk verricht werd,
+en wat zeer merkwaardig was, ja, bijna een raadsel mag genoemd worden,
+de Azteken verbonden aan hun&rsquo; godsdienst niet alleen doop, biecht en
+vasten, maar ze gebruikten zelfs het kruisteeken, en het kloosterleven
+was er met vaste instellingen aan verbonden. Vanwaar dat alles toch?
+Ondenkbaar is het aan te nemen, dat men hier met eene toevallige
+overeenkomst te doen heeft. De Tolteken of Azteken moeten op eene of
+andere wijze reeds eeuwen vroeger met Christenen in aanraking gekomen
+zijn, en wanneer we deze Christelijke instellingen voegen bij hunne
+hiëroglyphen, dan zouden we bijna geneigd zijn om aan te nemen, dat
+Koptische Christenen de grondvesters zijn geweest van de oude,
+Mejicaansche beschaving, en onwillekeurig denken we daarbij aan het
+fabelachtige rijk van den raadselachtigen &bdquo;Aartspriester Johannes,&rdquo;
+van wien we reeds vroeger spraken. Intusschen week de godsdienst toch
+ook alweer zeer ver van <span class="pagenum"><a id="p_254">[254]</a></span>den Christelijken af door de menschenoffers,
+die vooral aan den Hoofdgod <span class="corr" id="corr49" title="Bron: Huitzilspotchli">Huitzilopotchli</span>, den
+God des oorlogs, gebracht werden. Uit de bewaarde oorkonden bleek het,
+dat men in 1486, bij gelegenheid van de inwijding van een&rsquo; nieuwen
+tempel voor den eeredienst aan den Krijgsgod bestemd, niet minder dan
+zeventigduizend krijgsgevangenen offerde. Die offers werden ook
+gegeten, doch wie nu denkt aan een&rsquo; Kannibalen-maaltijd, waar het
+vleesch verslonden wordt, vergist zich. De beschaving had hier koks en
+keukenmeesters, die het menschenvleesch met allerlei kruiden en
+vruchtensappen, als een gerecht vol afwisseling, lieten ronddienen op
+den rijk versierden feestdisch. Het gevolg van deze menschenoffers en
+afschuwelijke feestmaaltijden was, dat de Azteken een volk waren, dat
+weinig vatbaar was voor edele aandoeningen.</p>
+
+<p>De schatten, die de Afgezanten van Montezuma bij <span xml:lang="es">Cortez</span> brachten,
+hadden echter eene heel andere uitwerking dan Montezuma gehoopt had.
+Hij meende dat dit goud en die edelgesteenten de &bdquo;bleeke zonen van den
+God der lucht,&rdquo; zooals hij hen met al de Azteken noemde, zóó blij zou
+maken, dat ze als kinderen, die wat moois gekregen hadden, terstond
+naar huis loopen zouden, om daar vol vreugde te laten kijken welke
+schatten ze hadden ontvangen. Het gezicht van dat goud en die
+edelgesteenten wekte echter den lust op om de stad en het volk te
+zien, welke zulke schatten bezaten. Enkelen onder de Spanjaarden waren
+er evenwel, die al dat schoons en al dien rijkdom ook wel zouden
+willen zien, doch die zich vrees lieten aanjagen door de bedreiging,
+dat ze &bdquo;aan de Goden zouden geofferd&rdquo;, dus, opgegeten worden. Anderen
+nog, die het er wel op durfden wagen, vroegen zich af, of ze zich niet
+blootstelden aan gevangenis of galg, wanneer ze <span xml:lang="es">Cortez</span> bleven
+gehoorzamen. Immers, duidelijk was het gebleken, dat de Gouverneur
+<span xml:lang="es">Velasquez</span> niet wilde hebben, dat <span xml:lang="es">Cortez</span> zich aan het hoofd van den
+veroveringstocht stelde, en zoo zij hem nu bleven gehoorzamen, dan kon
+<span xml:lang="es">Velasquez</span> hen als rebellen beschouwen en als zoodanig behandelen.
+<span xml:lang="es">Cortez</span> zag dat zeer goed in en hij begreep ook wel, dat men hem bij
+den minsten tegenspoed de gehoorzaamheid ontzeggen <span class="pagenum"><a id="p_255">[255]</a></span>zou en dat hij dan
+het recht niet had om gehoorzaamheid te <em class="g">eischen</em>. Hij was evenwel de
+man er niet naar om moedeloos het hoofd te laten hangen, en gelukkig
+voor hem gebeurde er wat, dat hem licht gaf. Terwijl hij nog bezig was
+met het bouwen van &bdquo;<span xml:lang="es">Vera Cruz</span>&rdquo; kwam tot hem een Gezantschap van vijf
+Indianen, die blijkbaar tot een&rsquo; anderen stam behoorden dan de
+Azteken. Ze zeiden dat ze Totonaken waren en in de bergen woonden,
+doch door Montezuma onderworpen waren en nu schandelijk verdrukt
+werden, waarom ze <span xml:lang="es">Cortez</span> kwamen vragen hen te helpen, waar ze dit
+dwangjuk wilden afschudden. Verder kwam hij te weten, dat de
+tegenwoordige Keizer eigenlijk voor een groot deel zijner onderdanen
+een vreemdeling en bij velen in minachting was. Thans was het voor
+<span xml:lang="es">Cortez</span> zaak, hiervan partij te trekken en hij deed dat op eene wijze,
+welke den naam van eerlijk niet verdient. Zoodra Montezuma hoorde, dat
+de Totonaken in <span xml:lang="es">Cortez</span>&rsquo; legerkamp waren en een verbond met hem
+gesloten hadden, zond hij eenige Edelen naar <span xml:lang="es">Vera Cruz</span> met de
+boodschap aan de Afgezanten der Totonaken: &bdquo;Gij hebt zonder mijne
+voorkennis een verbond met de vreemdelingen gesloten en moet mij nu
+tot straf twintig van uwe jonge mannen en vrouwen zenden om aan de
+Goden geofferd te worden.&rdquo; Reeds wilden de verschrikte Indianen
+toegeven, toen <span xml:lang="es">Cortez</span> de Edelen der Azteken liet boeien en in de
+gevangenis werpen. Na deze daad konden de Totonaken niet meer
+terugtreden; ze hadden zich bij Montezuma onmogelijk gemaakt. Des
+nachts evenwel bevrijdde hij twee der Edelen en liet ze in stilte met
+vriendelijke groeten aan den Keizer vertrekken. Toen den anderen dag
+de Totonaken hoorden, dat twee Azteken ontkomen waren, wilden ze de
+anderen dooden. <span xml:lang="es">Cortez</span> sprong evenwel voor hen in de bres en liet ook
+dezen in vrijheid naar Tenochtitlan vertrekken. Door deze sluwe
+handelwijze had hij het den Totonaken geheel onmogelijk gemaakt om hem
+te verlaten, terwijl hij aan den anderen kant Montezuma te vriend
+hield. In troebel water meende <span xml:lang="es">Cortez</span> het best te kunnen visschen.
+Eindelijk was <span xml:lang="es">Vera Cruz</span> in zooverre voltooid dat het, met eene
+voldoende bezetting, weerstand kon bieden aan een&rsquo; <span class="pagenum"><a id="p_256">[256]</a></span>aanval, en thans
+besloot <span xml:lang="es">Cortez</span> zijn&rsquo; laatsten slag te slaan. Vóór hij zijne plannen nu
+verder doorzette, moest hij een wettig gezag hebben. Dit zou hij
+verkrijgen als zijne tochtgenooten zelven hem tot Aanvoerder kozen.
+Ontstond er dàn verdeeldheid, dan had hij het recht om te zeggen: &bdquo;Gij
+zelf hebt mij tot uw&rsquo; Bevelhebber gekozen, bijgevolg kan ik van u
+eischen, dat ge mij gehoorzaamt.&rdquo; Hij stelde nu een&rsquo; Raad over <span xml:lang="es">Vera
+Cruz</span> aan, en den schijn aannemende, dat hij naar Cuba wilde
+terugkeeren, omdat zijn gezag onwettig was, legde hij zijne
+waardigheid neder. Nu gebeurde echter, wat hij voorzien had, dat
+gebeuren zou, en met bijna algemeene stemmen verklaarden de
+Spanjaarden, dat zij hem tot hun&rsquo; Bevelhebber uitriepen en niemand
+anders begeerden. Zóó door het volk zelf in zijn gezag bevestigd,
+besloot <span xml:lang="es">Cortez</span> naar Tenochtitlan te trekken en daar Montezuma het
+bezoek te brengen, hetwelk deze beslist geweigerd had te ontvangen.
+Vooraf echter zond hij twee schepen met eene buitengewoon rijke lading
+aan goud, edelgesteenten en kostbaarheden rechtstreeks naar Spanje, in
+de hoop dat Koning Karel hem dan in zijn gezag bevestigen zou. Na dit
+alles gedaan te hebben, aanvaardde hij, in het volste vertrouwen dat
+alles hem gelukken zou, den tocht naar de wonderstad, waarvan men hem
+reeds zooveel verhaald had. Waar hij kon, daar sloot hij met de
+leenroerige Kaziken een verbond van vriendschap en meteen trachtte hij
+hen voor het Christendom te winnen. Dit nu deed hij in zijn&rsquo; ijver
+niet altijd met de noodige bezadigdheid, en zelfs zou hij er, door
+onbekendheid met de taal der Totonaken, eenmaal het leven bij
+ingeschoten hebben, als men hem niet tijdig gewaarschuwd had. Toch
+liet <span xml:lang="es">Cortez</span> de afgodsbeelden vernietigen en toen de Totonaken zagen,
+dat de Goden die heiligschennis niet wreekten, gingen velen hunner
+vrijwillig tot het Christendom over. Op eenmaal echter vernam hij, dat
+er ook onder de aanhangers van <span xml:lang="es">Velasquez</span> eene samenzwering gesmeed was
+en dat dezen met een der schepen naar Cuba wilden terugkeeren. De
+Aanvoerders van die samenzwering liet <span xml:lang="es">Cortez</span> terdood brengen en de
+overigen geeselen, en om te voorkomen, dat men op den een&rsquo; of <span class="pagenum"><a id="p_257">[257]</a></span>anderen
+dag toch niet met een schip naar Cuba ontvluchten zou, liet hij, na
+eerst alles, wat van de schepen gehaald kon worden, aan den wal
+gebracht te hebben, zijne heele vloot vernielen, onder voorwendsel,
+dat al de schepen zóó door den zeeworm gehavend waren, dat ze niet
+langer konden gebruikt worden. Lezen we later van onzen Prins Maurits,
+die op het strand van Nieuwpoort de schepen wegzond, en aan zijn volk
+de keus gaf om te overwinnen of de zee ledig te drinken, dan zien we
+hier, dat Salomo&rsquo;s gezegde: &bdquo;Er is niets nieuws onder de zon&rdquo; al weer
+door <span xml:lang="es">Cortez</span> bevestigd werd. Eén, slechts één der kleinste schepen,
+liet hij ongeschonden, doch toen hij verklaarde, dat dit toch nog te
+groot was voor de enkele lafaards, die hem niet durfden volgen, was er
+niet één, die er gebruik van wilde maken om naar Cuba terug te keeren,
+en vol geestdrift aanvaardde men den avontuurlijken tocht.</p>
+
+<p>Ongetwijfeld was Montezuma een zeer machtig Vorst, maar hoe machtig
+ook, den vrijstaat Tlascala had hij niet tot onderwerping kunnen
+brengen. De Tlascalanen waren een moedig en dapper bergvolk, dat
+<span xml:lang="es">Cortez</span> op zijn&rsquo; tocht naar de hoofdstad des rijks niet misloopen kon.
+Hij hoopte evenwel, dat hij met hen ook wel een soort van verbond zou
+kunnen sluiten, zooals hij met de Totonaken gesloten had, en daar hij
+op zijn&rsquo; moeielijken weg, over bergen en door dalen, van alle Kaziken
+de vriendelijkste hulp ontvangen had, zoo twijfelde hij er niet aan,
+of de Tlascalanen zouden zich met hem vereenigen, als ze maar wisten
+dat de &bdquo;Zonen van den God der lucht&rdquo; gekomen waren om hunne
+erfvijanden, de Azteken, van wie ze overigens in godsdienst,
+beschaving, zeden en gewoonten niet te onderscheiden waren, te helpen
+bestrijden. De gesloten verbonden met de Kaziken, die met Montezuma
+bevriend waren, klopten echter niet met het voorstel, dat <span xml:lang="es">Cortez</span> door
+zijne Afgezanten den Tlascalanen liet doen om de Azteken te
+bestrijden, en het gevolg was, dat in den Raad der Tlascalanen
+besloten werd, de vreemdelingen als vijanden te beschouwen. <span xml:lang="es">Cortez</span>&rsquo;
+heele leger bedroeg niet meer dan vierhonderd Spaansche voetknechten,
+vijftien ruiters <span class="pagenum"><a id="p_258">[258]</a></span>en dertienhonderd Indiaansche krijgslieden. Verder
+had hij enkele musketten en zeven kleine kanonnen, doch over deze
+geringe macht had hij nog niet eens geheel op het slagveld te
+beschikken, omdat er altijd nog een deel overblijven moest om de
+bagage te bewaken. Toch trok <span xml:lang="es">Cortez</span> moedig voorwaarts en versloeg tot
+tweemalen, vooral met behulp zijner kanonnen, den overmachtigen
+vijand. Op eenmaal echter stond hij in eene vlakte tegenover een leger
+van vijftigduizend Tlascalanen, die blaakten van krijgsmoed en
+hunkerden om de vreemdelingen aan te vallen. De kans stond hachelijk,
+want met den moed der wanhoop liepen de dappere verdedigers van hun
+vaderland tegen het vuur der kanonnen in, en lieten zich bij honderden
+tegelijk doodschieten. Reeds stond het kleine hoopje Spanjaarden
+gereed <span class="pagenum"><a id="p_259">[259]</a></span>om op de vlucht
+te slaan, toen <span xml:lang="es">Cortez</span> op dat gevaarlijke
+oogenblik met het zwaard in de vuist, onder het geroep van &bdquo;<span xml:lang="es">Santiago!
+Santiago!</span>&rdquo; en gevolgd door de veertien andere ruiters, moedig op den
+vooruitdringenden vijand toesnelde. Wat de kanonnen niet hadden kunnen
+doen, dat deden de ruiters. Vol schrik en ontzetting gingen de
+Tlascalanen nu op de vlucht, achtervolgd door al de Spanjaarden.
+Verschrikkelijk was de nederlaag, die de Tlascalanen leden en
+onvoorwaardelijk onderwierpen de overgeblevenen zich thans. <span xml:lang="es">Cortez</span>
+aarzelde geen oogenblik om die onderwerping aan te nemen, en inplaats
+van zich te wreken, behandelde hij hen vriendschappelijk en prees hun&rsquo;
+weergaloozen moed. Deze handelwijze van <span xml:lang="es">Cortez</span> deed hem de trouw en
+genegenheid van het dappere bergvolk verwerven, en onder het gejuich
+der menigte werd hij in de hoofdstad van den Vrijstaat ontvangen. Bij
+de eerste pogingen, die hij aanwendde om zijne nieuwe vrienden tot het
+Christendom te bekeeren, bemerkte hij echter, dat hij gevaar liep
+hierdoor hunne genegenheid te verliezen, waarom hij dan ook de zaak
+der bekeering rusten liet.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 720px;">
+<img src="images/p258.jpg" width="720" height="571" alt="Cortez met zijne ruiterij in den slag tegen de Tlascalanen." title="" />
+<span class="caption">Cortez met zijne ruiterij in den slag tegen de Tlascalanen.</span>
+</div>
+
+<p>Toen nu Montezuma zag, dat het kleine hoopje vreemdelingen een volk
+overwinnen kon, dat hij niet ten onder had kunnen brengen, hield hij
+op met <span xml:lang="es">Cortez</span> nog langer te verbieden om in de hoofdstad te komen. Hij
+ging zelfs verder en zond Gezanten om hem uit te noodigen wél te
+komen, doch dan zijn&rsquo; weg te nemen over Cholula. De Tlascalanen, die
+Montezuma kenden, gaven <span xml:lang="es">Cortez</span> den raad om den Keizer niet te
+vertrouwen en niet over Cholula te gaan, doch hij hoorde er niet naar,
+en zijn geleide van zesduizend Tlascalanen bevolen hebbende achter te
+blijven, deed hij zijn&rsquo; intocht in Cholula, dat feestelijk versierd
+was en slechts inwoners scheen te bevatten, die hem met oprecht
+gemeend gejuich begroetten. De schoone Marina evenwel waakte met
+Argusoogen voor haar&rsquo; beminden vriend, en door zich te houden, alsof
+ze door de Spanjaarden mishandeld werd, won ze het vertrouwen van de
+vrouw van een&rsquo; Kazike van Cholula en kwam er achter, dat men bij een
+groot offerfeest de argelooze Spanjaarden overvallen en dooden zou.
+Zoodra <span xml:lang="es">Cortez</span> met dit plan in kennis <span class="pagenum"><a id="p_260">[260]</a></span>gesteld was, viel het hem niet
+moeielijk het in zijn voordeel aan te wenden. Hij bracht zijn volk op
+de hoogte der zaak en deelde toen op een bezoek, dat eenige voorname
+ingezetenen hem brachten, zijn voornemen mede om den volgenden dag te
+vertrekken, en vriendelijk vroeg hij of men wel zoo goed wilde zijn om
+hem tweeduizend mannen te geven, die zijne bagage naar Tenochtitlan
+wilden dragen. Omdat dit voorstel zoo geheel in hun plan greep,
+beloofden ze gaarne om hem die lastdragers te bezorgen, en vol
+vertrouwen, dat men den volgenden dag vierhonderd vreemdelingen aan
+den Krijgsgod zou kunnen offeren, gingen de Cholulanen ter ruste.</p>
+
+<p>Nauwelijks was de dag aangebroken of de Kaziken kwamen, zonder eenig
+kwaad vermoeden, op het ruime plein waarop <span xml:lang="es">Cortez</span> zich met de zijnen,
+gereed om te vertrekken, opgesteld had. De duizenden, die zich
+voorgenomen hadden om de gehate vreemdelingen aan te vallen, als zij
+zich op marsch begaven, stonden in dicht opeengepakte hoopen in de
+nabijheid. Toen trad <span xml:lang="es">Cortez</span> vooruit, en de Kaziken aanziende, verweet
+hij hun het laaghartige plan, dat ze hadden willen volvoeren. De
+Kaziken stonden verslagen en één hunner riep uit: &bdquo;Hij is als één van
+onze Goden; voor hem is niets verborgen.&rdquo;</p>
+
+<p>Thans vroeg <span xml:lang="es">Cortez</span> hun waarom zij zulk een plan gesmeed hadden, en
+eerlijk bekenden ze, dat Montezuma hun bevolen had zoo te handelen,
+omdat hij de Spanjaarden liever niet in zijne hoofdstad ontvangen
+wilde. <span xml:lang="es">Cortez</span> nu genoeg wetend, nam een musket en schoot het af. Het
+was het afgesproken sein, en op hetzelfde oogenblik braakten de
+kanonnen, in batterij opgesteld, dood en verderf uit te midden der
+opeengepakte Cholulanen. De musketiers volgden het voorbeeld en daarna
+vielen al de Spanjaarden op de menigte aan. Het was geen strijd meer;
+het werd eene algemeene slachting. De achtergebleven Tlascalanen, van
+alles onderricht, snelden mede toe en in een&rsquo; ontzettend korten tijd
+was Cholula&rsquo;s val beslist en lagen duizenden bij duizenden gedood op
+pleinen en straten. Eene week lang bleef <span xml:lang="es">Cortez</span> in de uitgemoorde stad
+om haar te plunderen en trok toen, overladen met schatten, naar
+<span class="pagenum"><a id="p_261">[261]</a></span>Mejico. Telkens kwamen er nu Afgezanten van Montezuma om <span xml:lang="es">Cortez</span> te
+bevelen terug te keeren, doch toen deze hiernaar niet luisterde,
+verschenen er andere Afgezanten om hem schatten aan te bieden, als hij
+deze streken verliet. Hoe meer de Spanjaarden de hoofdstad naderden,
+hoe grooter de voordeelen werden, welke Montezuma hun aanbood, als ze
+maar niet naar de hoofdstad kwamen. Zelfs de minste trosdrager onder
+de Spanjaarden begreep, dat alleen vrees de Azteken en hun Keizer zoo
+deed handelen, en toen Montezuma inzag, dat het gevaar niet te keeren
+was, besloot hij de Spanjaarden te ontvangen, alsof hij hen tot het
+houden van een&rsquo; triomftocht binnen Tenochtitlan uitgenoodigd had. Het
+was te laat. De beschaafde Vorst der Azteken mocht slim en geslepen
+zijn, tegen <span xml:lang="es">Cortez</span> was hij niet opgewassen. Den achtsten November 1519
+bereikte <span xml:lang="es">Cortez</span> met zijne dappere schaar avonturiers eene hoogte bij
+het Meer van Tenochtitlan. Onbeschrijfelijk was de indruk, dien dit
+meer met de machtige stad in het midden er van op de Spanjaarden
+maakte. Het is historisch zeker, dat Tenochtitlan toen meer dan
+zestigduizend huizen, paleizen en tempels telde. Duizenden inwoners
+verdrongen zich op de dammen of voeren in kano&rsquo;s op het meer om de
+verschrikkelijke mannen met baarden te zien, en onder de Spanjaarden
+was er op dat oogenblik niet één, die er aan dacht om den man, die hen
+tot hier gebracht had, ontrouw te worden.</p>
+
+<p>Een schitterende stoet Edelen der Azteken kwam <span xml:lang="es">Cortez</span> en de zijnen
+namens Montezuma begroeten, doch toen de Spanjaarden over eene
+ophaalbrug de stad binnentraden, sloeg velen de vrees om het hart, dat
+ze hier in de val liepen. Lang tijd om er over na te denken hadden ze
+echter niet, want, gezeten in een&rsquo; gouden draagstoel, getooid met al
+de versierselen zijner Keizerlijke waardigheid en omringd door al de
+Edelen van zijn Hof, op het prachtigst uitgedost, kwam Montezuma hen
+te gemoet en heette &bdquo;<span xml:lang="es">Malinche</span>,&rdquo;&mdash;met dien naam sprak hij <span xml:lang="es">Cortez</span>
+aan,&mdash;en al zijne &bdquo;Zonen van den God der lucht&rdquo; welkom in
+Tenochtitlan. Hij zelf geleidde hen, doch altijd gezeten in zijn&rsquo;
+draagstoel, naar een prachtig paleis, dat aan een groot <span class="pagenum"><a id="p_262">[262]</a></span>plein stond,
+en zoodra ze daar waren wees hij op het paleis, en zeide tot <span xml:lang="es">Cortez</span>,
+die met zijn gevolg van ruiters ook te paard naast den draagstoel
+reed: &bdquo;<span xml:lang="es">Malinche</span>, zie daar voor u en de uwen eene woning! Eet en drinkt
+er, verkwikt u en neemt uw vermaak. Ik zal binnen weinige oogenblikken
+weer bij u terug zijn!&rdquo;</p>
+
+<p>Montezuma liet zich nu wegdragen, en <span xml:lang="es">Cortez</span> betrok het huis. Hij
+verdeelde de talrijke vertrekken onder de zijnen, doch zorgde dat de
+kanonnen, steeds geladen en in batterij, voor den ingang van het huis
+goed bewaakt werden. Schildwachten werden overal uitgezet, en toen dit
+alles gedaan was, begaf hij zich aan den rijken disch, waarop keur van
+spijzen en dranken waren.</p>
+
+<p>Nog niet lang was de maaltijd afgeloopen, toen Montezuma binnentrad om
+zich met &bdquo;Malinche&rdquo; te onderhouden. Natuurlijk moest <span xml:lang="es">Marina</span> hier als
+tolk dienst doen, en deze had al heel gauw bemerkt, dat Montezuma maar
+op een geschikt oogenblik wachtte om al de vreemdelingen met één slag
+gevangen te nemen, en dan aan Huitzilopotchli te offeren. <span xml:lang="es">Cortez</span> zag
+echter ook zeer goed in, dat al die eerbewijzen, die onderdanigheid en
+vriendschap slechts gehuicheld waren, en om te maken, dat hij niet in
+de val liep, had hij zijn plan reeds gemaakt toen Marina hem kwam
+waarschuwen.</p>
+
+<p>Montezuma, die bij de komst der Spanjaarden ongeveer veertig jaar oud
+schijnt geweest te zijn, had eene rijzige gestalte en een innemend
+gelaat vol Vorstelijke waardigheid, doch het wellustig leven, dat hij
+leidde, had maar al te duidelijk zijn stempel op hem afgedrukt.&mdash;</p>
+
+<p>Om duidelijk te maken welk eene machtige en schoone stad Tenochtitlan
+was, willen wij er even eene kleine wandeling in afleggen. Wij zullen
+dan nog beter begrijpen welk een merkwaardig land dit Mejico was. We
+beginnen bij het paleis van Montezuma. Zijn hoofdpaleis had twintig
+poorten of deuren, en drie voorhoven. Op een&rsquo; dezer voorhoven bevond
+zich eene fontein, die het zuivere water door zeer doelmatige
+leidingen in al de kamers van het paleis bracht. Het paleis bestond
+uit verschillende afdeelingen, en elke afdeeling bevatte meer dan
+honderd kamers, die bijna allen <span class="pagenum"><a id="p_263">[263]</a></span>van badtoestellen voorzien waren. De
+muren waren van marmer, jaspis, porfier en bonte steenen gebouwd. Het
+timmerwerk was van zeer licht hout, doch stevig in elkander gezet,
+terwijl de daken en schoorbalken, zoowel als de zolders, van uitnemend
+en zwaar timmerhout gemaakt waren. Waar dit maar mogelijk was, had men
+het hout gebeeldhouwd of was het kunstig gesneden. De wanden waren
+beschilderd, en op de vloeren lagen zware tapijten, die meest gemaakt
+waren van konijnenhaar. In alle kamers stonden metalen,&mdash;meestal
+gouden,&mdash;vuurpannen met reukwerken te branden en de wanden waren
+versierd met prachtige vogelvederen, zeer bevallig en kunstig
+gerangschikt. Tafellakens, servetten en handdoeken waren van geweven
+katoen en hagelwit. Een zeer groot gedeelte van het paleis was
+ingenomen door het serail, want de Vorst had op zijn minst duizend
+vrouwen. Verder waren er aan de hofhouding een groot aantal narren,
+dwergen, mismaakten, kunstenmakers, dansers, muzikanten en andere
+lieden verbonden, wier taak het was om het leven van den Monarch op te
+vroolijken. Zijne gebeden verrichtte de Vorst des nachts in eene
+kapel, die in de nabijheid van zijn slaapvertrek was. Deze kapel was
+honderdvijftig voet lang en vijftig breed, en de wanden van onder tot
+boven beladen met goud, edelgesteenten en parelen. Behalve dit paleis
+in de stad had Montezuma nog verscheidene landhuizen in de prachtige
+omstreken van het Meer van Tenochtitlan. Het weelderige en wellustige
+leven, dat de Keizer leidde, werd door alle Hofgrooten nagevolgd, en
+ieder deed dit naarmate van zijn vermogen, zoodat het oude Capua, waar
+Hannibal overwinterde, en door de wellustige levenswijze der Capuanen
+zijn leger geheel liet verderven, nog niet in de schaduw van
+Tenochtitlan staan kon. De verfijnde zedeloosheid, verbonden aan eene
+dierlijke wreedheid, een grof bijgeloof en eene zucht om te
+schitteren, had er haar toppunt bereikt. Daar de stad midden in het
+meer gebouwd was, waren de beste wegen de waterwegen, en wedijverden
+de Aanzienlijken alweer onder elkander om de prachtigste kano&rsquo;s te
+hebben. Langs die waterwegen liepen evenwel ook straten, die geplaveid
+waren met eene <span class="pagenum"><a id="p_264">[264]</a></span>soort van harde klei. Zoowel die straten als grachten
+werden buitengewoon zindelijk gehouden, en van vuil of afval in het
+water of op straat werpen was geene sprake; het was ten strengste
+verboden. Het water uit het meer werd niet gebruikt om te drinken,
+want het was brak. Het drinkwater kwam door zeer doelmatige leidingen
+uit de naburige bergen, en op de markten en pleinen vond men voor den
+minderen man, die vaak met zes of zeven gezinnen één huis bewoonde,
+openbare fonteinen. Op die groote en ruime pleinen werden geregeld
+markten gehouden, want winkelhuizen waren er onbekend. Al wat men
+noodig had aan eten, drinken, kleederen, opschik, gereedschap,
+bloemen, vederen of huiselijke godsdienstplechtigheden, werd op die
+markten verkocht, en steeds onder streng toezicht der Overheid. Naar
+het verbazend aantal Hoofd- en Ondergoden, dat de Azteken vereerden,
+was ook het aantal tempels. Een dezer was de Hoofdtempel en heette
+&bdquo;Teucalli&rdquo;, dat zooveel beduidt als &bdquo;Godshuis&rdquo;. Het was een vierkant
+steenen gebouw van verbazende grootte. Een oud schrijver zegt: &bdquo;Van
+hoek tot hoek had men een&rsquo; afstand van een roerschot ver.&rdquo; Een roer
+was een musket, doch die oude musketten droegen niet veel verder dan
+honderd Meters. Het geheel geleek op eene afgeknotte vierzijdige
+pyramide, die op twee hoeken zware en vrij hooge torens droeg. Met
+trappen, aan den buitenkant aangebracht, beklom men het platte dak en
+kwam men ook in de torens, die eveneens tot godsdienstige doeleinden
+dienden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 474px;">
+<img src="images/p264a.jpg" width="474" height="720" alt="Tenochtitlan of Oud-Mejico, residentie van Montezuma." title="" />
+<span class="caption2">Tenochtitlan of Oud-Mejico, residentie van Montezuma.</span>
+</div>
+
+<p>Was het wonder, dat de Spanjaarden in zulk eene stad bijna de oogen
+uit het hoofd keken? Ook <span xml:lang="es">Cortez</span> deed dat, maar hij zorgde er voor,
+zich niet te laten verblinden, en weldra kwam hij er achter, dat het
+doel van Montezuma en de Azteken was om hem en de zijnen in een&rsquo;
+zorgeloozen roes van wellust en weelderigheid te brengen. <span xml:lang="es">Cortez</span> hield
+zich evenwel, alsof hij het niet zag, en het mag ter eere van de
+meeste Spanjaarden gezegd worden, dat zij van zulk een leven walgden.
+De matigheid van <span xml:lang="es">Cortez</span> in het gebruik van spijs en drank, en de zucht
+om het lichaam te harden, had een&rsquo; gunstigen invloed op zijn volk. Met
+afgrijzen zagen ze ook de bloedige offerfeesten aan <span class="pagenum"><a id="p_265">[265]</a></span>de Afgoden aan,
+en het werk der bekeering werd met kracht begonnen, doch zonder veel
+baat. De godsdienst der Azteken had zich veel te veel vereenzelvigd
+met het heele maatschappelijke leven om hem dadelijk door het
+Evangelie te vervangen, dat terstond ook eene omkeering in het
+dagelijksche doen en laten zou brengen. Toen nu <span xml:lang="es">Cortez</span> zag, dat hij
+niet vorderde met het invoeren van het Christendom, en dat er ook
+geene sprake was van eenige onderwerping aan den Koning van Spanje,
+begreep hij niet langer te moeten dralen. Er was meer, dat hem tot
+handelen dwong. De bezetting van <span xml:lang="es">Vera-Cruz</span> was door de Azteken
+aangevallen, en hoewel de Spanjaarden de overwinning behaald hadden,
+hadden ze toch één&rsquo; man in den strijd verloren. De Azteken hadden
+dezen Spanjaard onthoofd, en het hoofd naar Montezuma gezonden. Het
+bijgeloof, dat de &bdquo;Zonen van den God der lucht&rdquo; onsterfelijk waren,
+hield dus op te bestaan, en juist dit bijgeloof was <span xml:lang="es">Cortez</span>&rsquo; grootste
+kracht. Hij nam nu met overleg en goedvinden van zijne
+Onderbevelhebbers Montezuma, toen deze in het paleis van de
+Spanjaarden op bezoek was, gevangen, en hield hem in zijne
+onmiddellijke nabijheid. Alle besluiten, die Montezuma nam, en alle
+bevelen, die hij uitvaardigde, kwamen nu ter kennis van <span xml:lang="es">Cortez</span>, die
+weigerde ze uit te voeren wanneer ze tegen zijn&rsquo; zin waren.
+Aanvankelijk verzette Montezuma zich wel, doch toen de aangeklaagde
+Stadhouder van <span xml:lang="es">Vera-Cruz</span>, die den Spanjaard had laten onthoofden, met
+zijne onderhoorigen voor Montezuma verscheen, gaf deze hen aan <span xml:lang="es">Cortez</span>
+over om er recht over te spreken. Het was een kort recht, dat gehouden
+werd, en het vonnis luidde, dat de Gouverneur en de zijnen levend
+verbrand zouden worden. In de hoop van hun leven te redden, zeiden de
+veroordeelden nu, dat ze op bevel van den Keizer gehandeld hadden,
+waarop <span xml:lang="es">Cortez</span> den Keizer, die alles ontkende, als verrader in ketenen
+liet leggen. Het vreeselijke vonnis werd voor het paleis voltrokken,
+en pas toen de laatste rookwalmen van de brandstapels verdwenen waren,
+liet <span xml:lang="es">Cortez</span> hem de ketenen afnemen. De verwijfde Vorst, die alle
+ziels- en geestkracht miste, schikte zich nu in alles, wat <span xml:lang="es">Cortez</span>
+wilde, zoodat deze feitelijk het <span class="pagenum"><a id="p_266">[266]</a></span>heele rijk regeerde. Montezuma nam
+den Christelijken godsdienst aan, en erkende Koning Karel als zijn
+Opperheer, ja, hij ging in zijne lafhartigheid zelfs zóó ver, dat hij
+zijn volk liet weten, dat hij geheel vrijwillig zich te midden van
+zijne vrienden, de Spanjaarden, bevond, en meteen gaf hij bevel om
+een&rsquo; der prachtigste tempels van Tenochtitlan aan de vreemdelingen af
+te staan, opdat dezen daarin hunne godsdienst-plechtigheden zouden
+kunnen verrichten. Een storm van verontwaardiging stak thans onder de
+Priesters en het volk op, en de toestand werd zóó dreigend, dat zelfs
+Montezuma alweer moed begon te krijgen, en <span xml:lang="es">Cortez</span> beval om niet alleen
+de stad Tenochtitlan, maar het heele rijk te verlaten. Om tijd te
+winnen, zeide <span xml:lang="es">Cortez</span>, dat hij dit doen zou, maar dat hij dan eerst
+schepen moest laten bouwen. Waren deze klaar, dan zou hij vertrekken,
+maar tegelijk Montezuma als gijzelaar medenemen. Zoodra de Keizer dit
+hoorde, begon hij alweer heel anders te spreken en was <span xml:lang="es">Cortez</span> in alles
+ter wille. Het scheen dus dat het groote rijk der Azteken al op eene
+heel gemakkelijke en onbloedige wijze aan de Spaansche Kroon zou
+komen, doch <span xml:lang="es">Cortez</span> had buiten den waard gerekend, en deze waard was
+zijn onverzoenlijke vijand <span xml:lang="es">Velasquez</span>, die, jaloersch op de
+welgeslaagde onderneming van zijn&rsquo; tegenstander, eene vloot van
+achttien schepen, onder bevel van <span xml:lang="es">Don Panfilo De Narvaëz</span> naar
+<span xml:lang="es">Vera-Cruz</span> zond. Aan boord der schepen bevonden zich negenhonderd
+uitstekend gewapende soldaten, negentien ruiters en twaalf kanonnen
+met een&rsquo; grooten voorraad van kruit en lood. Zoodra <span xml:lang="es">Cortez</span> de landing
+van dit leger vernam, liet hij <span xml:lang="es">Don Pedro de Alvarado</span> met
+honderdvijftig man ter bewaking van Montezuma in Tenochtitlan achter,
+en met slechts tweehonderdvijftig man trok hij met geforceerde
+marschen naar <span xml:lang="es">Vera-Cruz</span>, overviel <span xml:lang="es">Narvaëz</span>, die geen kwaad vermoedde,
+en versloeg hem. De verwarring was zóó groot, dat er slechts weinigen
+sneuvelden, en allen gevangengenomen werden. Door list en
+toegevendheid wist <span xml:lang="es">Cortez</span> het nu zoo ver te brengen, dat bijna geheel
+het leger van <span xml:lang="es">Don Narvaëz</span> hem met alles, wat het bij zich had,
+toeviel, en thans bezat onze stoute avonturier eene macht, waarmede
+<span class="pagenum"><a id="p_267">[267]</a></span>hij naar zijne meening, heel gemakkelijk, desnoods met geweld, het
+gansche rijk van Montezuma onderwerpen kon. Pas echter was hij bezig
+met zijn leger te ordenen, toen hij de tijding kreeg, dat er te
+Tenochtitlan eene gevaarlijke opstand uitgebroken was. Aanvankelijk
+had <span xml:lang="es">De Alvarado</span>, op raad van <span xml:lang="es">Cortez</span>, de Azteken met veel toegevendheid
+behandeld, en stond hij zelfs toe dat de Opperhoofden in den tempel
+van den Krijgsgod feest mochten vieren, indien men er maar geen
+menschenoffers bracht, en de Hoofden ongewapend verschenen. Wel
+zeshonderd Edelen zonder wapenen, doch beladen met goud en juweelen,
+waren in den tempel, toen <span xml:lang="es">De Alvarado</span> van de Tlascalanen vernam, dat
+er onder die bijeenkomst der feestelingen heel wat anders school dan
+feestvreugde, en dat het plan er gesmeed werd om de Spanjaarden aan te
+vallen en Montezuma te bevrijden. Zonder onderzoek te doen naar de
+waarheid van dit beweren, greep <span xml:lang="es">De Alvarado</span> de ongewapenden aan, en
+richtte met de zijnen een vreeselijk bloedbad aan, waarna de
+goudgierige Spanjaarden zich op de lijken wierpen om ze te plunderen.
+Had <span xml:lang="es">De Alvarado</span> gedacht met deze handeling de Azteken door vrees te
+verpletteren, er gebeurde heel wat anders. De geheele stad kwam in
+opstand en begon het paleis der Spanjaarden te belegeren. De
+vreeselijke kanonnen mochten er honderden dooden, het hielp niet; voor
+honderd gevallenen kwamen dubbel zooveel wanhopige strijders in de
+plaats. Eindelijk verscheen <span xml:lang="es">Cortez</span> in de nabijheid van Tenochtitlan,
+en Montezuma, die vol verlangen zijne terugkomst verbeid had, zond hem
+Gezanten tegemoet. <span xml:lang="es">Cortez</span> evenwel, vernomen hebbende, dat Montezuma
+niet alleen in stilte met zijn volk onderhandelde, maar zelfs met
+<span xml:lang="es">Narvaëz</span> in betrekking stond, beleedigde de Gezanten, en schold den
+Keizer uit voor &bdquo;hond van een&rsquo; Koning&rdquo;. Hoogstwaarschijnlijk was er nu
+van verraad van Montezuma geene sprake, en dezelfde man, die tot
+lafhartigheid toe zich aan <span xml:lang="es">Cortez</span> onderworpen had, was thans, door de
+beleediging hem aangedaan, diep verontwaardigd en gegriefd, en wat
+<span xml:lang="es">Cortez</span>, wien aan de genegenheid en onderwerping van den Keizer bijna
+alles gelegen was om de oude verhouding te herstellen, <span class="pagenum"><a id="p_268">[268]</a></span>ook deed, het
+gelukte hem slechts maar tendeele.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 720px;">
+<img src="images/p268.jpg" width="720" height="572" alt="Keizer Montezuma door pijlen en steenen zwaar gewond." title="" />
+<span class="caption">Keizer Montezuma door pijlen en steenen zwaar gewond.</span>
+</div>
+
+<p>Intusschen werd de toestand der belegerden met ieder oogenblik
+dreigender, en thans verlangde <span xml:lang="es">Cortez</span>, dat Montezuma als bemiddelaar
+optreden zou, doch deze weigerde dit te doen. Eindelijk echter liet
+hij zich overhalen; hij kleedde zich, en met al de waardigheden van
+zijn&rsquo; rang versierd, beklom hij den toren boven het paleis der
+Spanjaarden, en vertoonde zich aan het volk. Dadelijk heerschte onder
+den hoop, die bijna schouder aan schouder voor het paleis op het plein
+stond, eene sombere stilte, doch toen Montezuma begon te zeggen, dat
+hij verlangde dat al zijne onderdanen de wapenen zouden neerleggen, en
+dat hij een vriend van de Spanjaarden was, steeg er een woest
+geschreeuw op; pijlen snorden door de lucht, en groote steenen <span class="pagenum"><a id="p_269">[269]</a></span>vielen
+in de richting van het torenplat. Getroffen door steenen en pijlen
+werd de arme Keizer door de Spanjaarden weggedragen en zorgvuldig
+verbonden. <span xml:lang="es">Cortez</span> wilde hem in het leven behouden, doch in een
+onbewaakt oogenblik rukte Montezuma de verbanden van de wonden, die nu
+onherstelbaar waren, en den dertigsten Juni 1520 overleed hij.</p>
+
+<p>Grooter ramp had <span xml:lang="es">Cortez</span> op dat oogenblik niet kunnen treffen, en er
+zat voor hem nu niets anders op dan de stad te verlaten. Dat moest
+evenwel in alle stilte geschieden. In den nacht tusschen den eersten
+en tweeden Juli maakte <span xml:lang="es">Cortez</span> zich voor den aftocht gereed. De
+Keizerlijke versierselen en kroon-juweelen, die een&rsquo; onnoemlijken
+schat vertegenwoordigden, liet hij op een paard laden, doch zijn volk
+verzocht hij zoo weinig goud mogelijk mede te nemen, omdat dit hun op
+den tocht last veroorzaken kon. Zijne oude soldaten gehoorzaamden hem,
+doch de soldaten van <span xml:lang="es">Narvaëz</span>, die gedroomd hadden van schatten te
+zullen verzamelen, en die inplaats daarvan wanhopig hadden moeten
+strijden, luisterden er niet naar, en staken alle zakken vol met goud,
+juweelen en parelen.</p>
+
+<p>Eindelijk toen de heele stad in duisternis gehuld was, verliet <span xml:lang="es">Cortez</span>
+met de zijnen en met de Tlascalanen zoo stil mogelijk het paleis.
+Reeds waren ze op een&rsquo; der laatste dammen gekomen, en meenden ze in
+veiligheid te zijn, toen de Aztekische schildwachten den aftocht
+gewaar werden en alarm maakten. Oogenblikkelijk was de heele stad in
+beweging. De Priesters hitsten van de daken der tempels het volk tot
+wraakneming aan. Het meer zag zwart van kano&rsquo;s, tot zinkens geladen
+met woeste krijgers.</p>
+
+<p>&bdquo;Voorwaarts! Voorwaarts!&rdquo; klonken de bevelen van <span xml:lang="es">Cortez</span> en zijne
+Bevelhebbers.</p>
+
+<p>Maar de orde werd verstoord, want zij, die achteraan kwamen, en dus
+het meest te lijden hadden van de steenen en de pijlen der Azteken,
+begonnen te duwen, te dringen en te schreeuwen. Ten deele waren de
+bruggen, die de dammen met elkander verbonden, weggenomen of
+afgebroken, en zij, die nu bij zulk eene afgebroken brug kwamen,
+werden door de opdringende menigte onbarmhartig <span class="pagenum"><a id="p_270">[270]</a></span>in het meer geduwd.
+Er ontstond eene ontzettende verwarring en naar bevelen werd niet meer
+geluisterd; ieder trachtte zich te redden, zoo goed hij kon. De
+soldaten van <span xml:lang="es">Narvaëz</span> echter, die zich zoo zwaar met goud beladen
+hadden, werden door het gewicht van hun&rsquo; roof verhinderd te zwemmen en
+moesten verdrinken of werden levend gevangengenomen om als krijgsbuit
+aan den Oorlogsgod geofferd te worden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 720px;">
+<img src="images/p270.jpg" width="720" height="570" alt="Cortez in den &bdquo;Nacht der treurigheid&rdquo; op een&rsquo; dam van Tenochtitlan." title="" />
+<span class="caption">Cortez in den &bdquo;Nacht der treurigheid&rdquo; op een&rsquo; dam van Tenochtitlan.</span>
+</div>
+
+<p><span xml:lang="es">Cortez</span> verrichtte wonderen van dapperheid en wendde bijna
+bovenmenschelijke pogingen aan om de orde te herstellen. Het was
+echter alles vergeefsch, en pas tegen het aanbreken van den morgen
+bereikte hij met het overschot van zijn legertje den oever. Het was
+een treurig overschot, <span class="pagenum"><a id="p_271">[271]</a></span>want meer dan de helft zijner soldaten had in
+het meer een&rsquo; akeligen dood gevonden of wachtte in de gevangenis het
+verschrikkelijke oogenblik af om aan den Krijgsgod geofferd te worden.</p>
+
+<p>&bdquo;<em class="g" xml:lang="es">Noche triste!</em>&rdquo; riep <span xml:lang="es">Cortez</span> met tranen in de oogen uit, en thans noemt
+men nog altijd in Mejico iets, dat vreeselijk treurig is een &bdquo;<span xml:lang="es">Noche
+triste</span>&rdquo; of &bdquo;Nacht der treurigheid.&rdquo;</p>
+
+<p>Al zijn geschut was verloren gegaan, en slechts enkele paarden waren
+overgebleven. De heele ruiterij bestond maar uit drieëntwintig man. De
+musketten waren weggeworpen; kruit en kogels lagen bij de kanonnen op
+den bodem van het meer.</p>
+
+<p>Hadden de Azteken, inplaats van in dolle vreugde het offerfeest te
+vieren, zich terstond op <span xml:lang="es">Cortez</span>&rsquo; bende geworpen, de Spanjaarden zouden
+dan onherroepelijk verloren zijn geweest. Nu echter hadden <span xml:lang="es">Cortez</span> en
+de zijnen tijd om wat uit te rusten, en zich voor den tocht naar
+<span xml:lang="es">Vera-Cruz</span> gereed te maken. Eer ze evenwel nog halverwegen waren,
+ontmoetten ze een ontzettend groot leger van Azteken, te wapen
+geroepen door Cuitlahuac, den broeder en opvolger van Montezuma.</p>
+
+<p>&bdquo;Overwinnen of sterven, broeders,&rdquo; sprak <span xml:lang="es">Cortez</span> tot de zijnen, en
+allen beaamden het ten volle, en geloofden dat het &bdquo;sterven&rdquo; zijn zou,
+want zonder kanonnen of musketten konden ze zulk eene verpletterende
+overmacht niet keeren. Dat &bdquo;zich overgeven&rdquo; hetzelfde was, als &bdquo;aan de
+Goden geofferd worden,&rdquo; ieder wist dat, en zoo ving men den ongelijken
+kamp aan, vast besloten zijn leven zoo duur mogelijk te verkoopen. De
+aanval werd zelfs door de Spanjaarden en trouwe Tlascalanen gedaan,
+doch reeds scheen voor <span xml:lang="es">Cortez</span> alles verloren te zijn, toen hij den
+Aanvoerder van het vijandelijke leger in het oog kreeg, die met
+opgeheven banier den slag bestuurde. Het was eene wanhopige poging,
+maar het eenige middel tot behoud.</p>
+
+<p>&bdquo;<span xml:lang="es">Santiago! Santiago!</span> Volgt mij!&rdquo; riep hij, en vergezeld door enkele
+ruiters rende hij op den Aztekischen Bevelhebber toe, ontrukte hem de
+banier en doodde hem.</p>
+
+<p>De heilige krijgsbanier in handen van den vreeselijken<span class="pagenum"><a id="p_272">[272]</a></span> &bdquo;<span xml:lang="es">Malinche!</span>&rdquo;
+Ontzetting greep de Azteken aan, en zij die op het punt stonden om
+alle Spanjaarden te dooden, sloegen nu op de vlucht, achtervolgd door
+Spanjaarden en Tlascalanen, die de moordbijl zwaaiden tot vermoeidheid
+hen dwong ze neer te leggen. Deze schitterende overwinning behaalde
+<span xml:lang="es">Cortez</span> den achtsten Juli 1520 bij Otumba.</p>
+
+<p>Zwaar gekwetst kwam <span xml:lang="es">Cortez</span> in de hoofdstad van zijne getrouwe
+Tlascalanen aan, en verscheidene dagen lag hij daar tusschen leven en
+dood. Zijn sterk gestel echter zegevierde; hij herstelde. En wat hij
+in het ijlen der wondkoorts uitgeroepen had: &bdquo;Ik zàl Mejico
+onderwerpen!&rdquo; dat begon hij nu, waar hij weer de oude, veerkrachtige
+man was, terstond te beproeven. Na den verschrikkelijken slag bij
+Otumba schenen de Azteken met verlamming geslagen te zijn, want dat
+dit kleine hoopje Spanjaarden op honderdduizenden de overwinning
+behalen kon, dat moest iets goddelijks zijn; het kon niet anders. De
+eene stad na de andere werd dan ook door <span xml:lang="es">Cortez</span> ingenomen, en toen
+<span xml:lang="es">Velasquez</span>, niet wetende, dat <span xml:lang="es">Narvaëz</span> in boeien lag, andermaal
+versterkingen zond, lieten de nieuw aangekomen benden, toen ze
+vernamen hoe de zaken stonden, zich gemakkelijk overhalen om onder
+<span xml:lang="es">Cortez</span>&rsquo; vanen dienst te nemen. Bij de eerstvolgende wapenschouwing,
+die gehouden werd, bleek dat het leger bestond uit zeshonderd
+voetknechten, gewapend met hellebaarden, lansen en zwaarden, tachtig
+musketiers, veertig ruiters en ongeveer tweehonderd duizend
+Tlascalanen en andere Indianen. Verder had hij nu alweer twaalf
+kanonnen en een&rsquo; voldoenden voorraad van kruit, lood en
+levensbehoeften. Wat belette hem thans om den dood te wreken van hen,
+die in den &bdquo;Noche triste&rdquo; gevallen waren? De vrees en schrik zaten er
+bij de Azteken in, en <span xml:lang="es">Cortez</span> meende, dat hij veilig kon overgaan om
+Tenochtitlan in te nemen en te plunderen. Was de hoofdstad gevallen,
+dan zouden daarbij duizenden en duizenden Azteken omgekomen zijn en de
+verdere verovering van het land zou niet veel moeielijkheden baren.</p>
+
+<p>Thans hield <span xml:lang="es">Cortez</span> in dien geest eene toespraak tot het leger en de
+Spaansche soldaten waren terstond bereid om met hem op te trekken, en
+toen <span xml:lang="es">Marina</span> de toespraak ook <span class="pagenum"><a id="p_273">[273]</a></span>vertaald had voor de Tlascalanen en
+andere bondgenooten, toonden ook dezen zich bereidwillig om den
+&bdquo;<span xml:lang="es">Malinche</span>&rdquo; te volgen. Wilde hij echter met hoop op een&rsquo; goeden uitslag
+het beleg van Tenochtitlan ondernemen, dan had hij schepen noodig,
+welke in den omtrek van het meer zouden gebouwd worden. Gedurende den
+tijd, dat men aan die schepen werkte, werden er benden uitgezonden,
+die de steden, daar in den omtrek gelegen, innamen en plunderden.
+Bijna nergens werd tegenweer geboden. Eindelijk waren de schepen klaar
+en <span xml:lang="es">Cortez</span> liet ze door de Tlascalanen naar het meer dragen en te water
+brengen, en toen men dit gedaan had, kreeg <span xml:lang="es">Narvaëz</span>, ditmaal uit
+<span xml:lang="es">Hispaniola</span>, eene versterking van tweehonderd man, tachtig paarden en
+een groot aantal kanonnen. Wat voor <span xml:lang="es">Narvaëz</span> gekomen was, nam <span xml:lang="es">Cortez</span>,
+en de mannen waren met dien ruil van Bevelhebber zeer tevreden.</p>
+
+<p>Te midden van al deze bedrijven was het inmiddels al Juli van het jaar
+1521 geworden. Het volk werd ongeduldig en wilde, nu men eene
+voldoende macht bijeen had, ook maar aanstonds de verovering van
+Tenochtitlan beginnen, doch <span xml:lang="es">Cortez</span>, die zijn&rsquo; vijand maar al te goed
+kende, en wist hoe alleen voorzichtigheid en beleid hier zegevieren
+konden, maande tot geduld en kalmte aan. De broeder van Montezuma was,
+na zijne korte regeering, gestorven, en door zekeren Guatemozin, een
+verklaard vijand van de Spanjaarden en een geducht krijgsman,
+opgevolgd. Hiermede diende rekening gehouden te worden, want de Keizer
+zoowel als zijne onderdanen begrepen, dat het te doen zou zijn om den
+ondergang der Azteken en van het <span class="corr" id="corr50" title="Bron: Mejikaansche">Mejicaansche</span> rijk, of om den
+ondergang der Spanjaarden. In een&rsquo; krijgsraad werd nu, tegen den zin
+van <span xml:lang="es">Cortez</span>, besloten, om den derden Juli reeds een&rsquo; aanval op de heele
+stad te doen. Wel trachtte <span xml:lang="es">Cortez</span> dit tegen te houden, doch men
+luisterde niet naar hem. Gereed staande om den aanval te beginnen,
+waarschuwde <span xml:lang="es">Cortez</span> nog, om niet te snel voort te trekken, zelfs dan
+niet, als ze een open terrein voor zich hadden. Hij kende de manier
+van oorlogvoeren der Azteken en wist, dat ze den schijn zouden
+aannemen, van te vluchten. Ook deze raad van <span xml:lang="es">Cortez</span> werd niet
+opgevolgd, <span class="pagenum"><a id="p_274">[274]</a></span>en vol overmoed kwamen de soldaten over de dammen tot diep
+in de stad. Op eenmaal echter liet Guatemozin van zijn paleis den
+krijgshoorn klinken, en de vluchtelingen werden aanvallers. <span xml:lang="es">Cortez</span>
+snelde toe om zijne makkers bij te staan en viel gewond in het meer.
+&bdquo;<span xml:lang="es">Malinche! Malinche!</span>&rdquo; joelden de Azteken, en verscheidene handen waren
+gereed hem gevangen te nemen, toen een der Spaansche soldaten zijn
+leven opofferde om zijn&rsquo; Veldheer te redden. Met zware verliezen waren
+de Spanjaarden afgeslagen, en aan den oever van het meer gelegerd,
+zagen ze des nachts, dat hunne gevangengenomen makkers, bij
+fakkellicht, boven op de daken der tempels, aan de Goden geofferd
+werden. In zijn&rsquo; overmoed liet nu Guatemozin tot ver in het land
+verkondigen, dat de Krijgsgod door de laatste offers voldaan was, en
+dat binnen acht dagen geen enkele Spanjaard meer over zou zijn. Door
+deze profetie verschrikt, verlieten de meeste Bondgenooten, waaronder
+zelfs vele Tlascalanen waren, de legerplaats van <span xml:lang="es">Cortez</span>, die alleen
+zeide: &bdquo;Trekt maar niet te ver, want over acht dagen zult gij zien,
+dat alle Spanjaarden er nog zijn!&rdquo; Toen nu werkelijk eene week later
+zelfs niet één Spanjaard gevallen was, kwamen al de Bondgenooten terug
+en <span xml:lang="es">Cortez</span> had gewonnen spel. Gewonnen spel had hij ook door te zeggen,
+dat de eerste aanval mislukt was, omdat men niet naar zijn&rsquo; raad
+geluisterd had.</p>
+
+<p>&bdquo;Men moet met behoedzaamheid langzaam voorwaarts dringen,&rdquo; zeide hij.
+&bdquo;Komt men bij een huis, men breke het af en gebruike het puin om de
+grachten te vullen en de dammen te versterken.&rdquo;</p>
+
+<p>Zoo deed men meer dan eene maand lang. De prachtigste paleizen lagen
+in puin en vulden de grachten of het meer. De eene straat na de andere
+verdween en steeds kleiner werd de plek, waar de verdedigers stand
+hielden, te midden van den vreeselijksten hongersnood. Den derden
+Augustus 1521 werd de laatste versterking ingenomen en met den grond
+gelijk gemaakt, en&mdash;het schoone Tenochtitlan was verdwenen van de
+oppervlakte der Aarde. Guatemozin werd gevangen voor <span xml:lang="es">Cortez</span> gebracht
+en zeide: &bdquo;<span xml:lang="es">Malinche</span>, ik heb alles gedaan, wat een krijgsman doen <span class="pagenum"><a id="p_275">[275]</a></span>kon.
+Het hielp mij niet. Neem nu uw zwaard en dood mij, want het leven is
+mij eene ergernis.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Neen, Guatemozin, vrees niet! <span xml:lang="es">Malinche</span> doodt geene helden als gij
+zijt,&rdquo; antwoordde <span xml:lang="es">Cortez</span>. &bdquo;Uw leven is veilig!&rdquo;</p>
+
+<p>Het was te veel gezegd. Waar waren de onbegrijpelijk groote schatten
+aan goud, edelgesteenten en parelen gebleven? Niemand kon ze vinden,
+en nu eischte het volk, dat men Guatemozin op de pijnbank leggen zou,
+opdat hij bekende, waar ergens al die schatten gebleven waren. <span xml:lang="es">Cortez</span>
+wilde er eerst niets van weten, doch toen het volk tot oproer dreigde
+over te slaan, gaf hij toe. Het pijnigen hielp niet, en welk een moed
+Guatemozin had, bleek wel hieruit, dat hij een&rsquo; klagenden vriend, die
+ook op de pijnbank gefolderd werd, kalm toevoegde: &bdquo;Denkt gij dan,
+mijn vriend, dat ik in een bad lig?&rdquo; <span xml:lang="es">Cortez</span>, dit pijnigen moede, liet
+beide Vorsten wegvoeren.</p>
+
+<p>Na de verwoesting van Tenochtitlan, waarbij, den eersten aanval
+uitgezonderd, slechts weinig Spanjaarden gesneuveld waren, had de
+verovering van het Mejicaansche rijk zooveel moeite niet meer in,
+zoodat <span xml:lang="es">Cortez</span>, na eenigen tijd, aan Koning Karel melden kon, dat hij
+een land aan Spanjes Kroon gebracht had, veel grooter dan het heele
+gebied zijns Konings in Europa, en zóó rijk, dat de schatten eenvoudig
+niet te overzien waren.</p>
+
+<p>Er heerschte in dat bericht geene overdrijving, want Mejico was langs
+den Stillen Oceaan zevenendertighonderd en vijftig, en langs den
+Atlantischen Oceaan drieduizend Kilo-meter lang. Nog steeds grooter
+werd dit wingewest door de ontdekkingen en veroveringen, die enkele
+Veldheeren van <span xml:lang="es">Cortez</span> deden. Zoo veroverde <span xml:lang="es">De Alvarado</span>, die onder de
+Azteken den bijnaam van &bdquo;Tonatiuk&rdquo;, dat is &bdquo;Zoon der Zon&rdquo;, ontvangen
+had, in 1523 dát deel van Middel-Amerika, hetwelk wij thans onder den
+naam van Guatamala kennen, terwijl een ander Veldheer, wiens naam ik
+niet vermeld vond, in hetzelfde jaar Honduras aan de Kroon van Spanje
+bracht.</p>
+
+<p>Het bericht van die groote ontdekkingen bewoog in Spanje tal van
+lieden zich onder <span xml:lang="es">Cortez</span>&rsquo; vanen te scharen <span class="pagenum"><a id="p_276">[276]</a></span>teneinde nieuwe
+veroveringen te doen. Maar honderden kwamen ook, wien het alleen om
+goud te doen was, en deze laatsten juist waren het, die alweer onrust
+en verdeeldheden in de Kolonie brachten. Zoo lang deze lieden maar
+niet in hunne handelingen gestoord werden, en <span xml:lang="es">Cortez</span> hen hielp wanneer
+ze door hunne hebzucht in moeielijkheden kwamen, ging alles goed, doch
+wanneer hij ook voor de rechten der Azteken opkwam, en dezen durfde
+verdedigen, liep het mis, zoodat de positie van <span xml:lang="es">Cortez</span> ten slotte al
+niet veel beter werd dan die van Columbus eenmaal was. Bovendien, <span xml:lang="es">De
+Fonseca</span> leefde nog altijd, en deze was een vriend van <span xml:lang="es">Velasquez</span>,
+zoodat we niet behoeven te vragen, wat gebeurde. Op zijn aanraden werd
+door Koning Karel een&rsquo; zekeren <span xml:lang="es">Don Christoval De Tapia</span> naar
+Nieuw-Spanje gezonden om als Stadhouder op te treden. Toen <span xml:lang="es">De Tapia</span>
+evenwel te <span xml:lang="es">Vera-Cruz</span> aangekomen was, zag hij wel in, dat er geene
+sprake was van <span xml:lang="es">Cortez</span> eenvoudig af te zetten, want niemand wilde er
+naar luisteren. Hij ging dus weer terug naar Spanje en wist daar zelfs
+voor den grooten held zóó te werken, dat Koning Karel <span xml:lang="es">Cortez</span> den
+vijftienden October 1522 tot Stadhouder, Opperbevelhebber en
+Opperrechter van &bdquo;Nieuw-Spanje,&rdquo; zoo werd Mejico voortaan genoemd,
+aanstelde.</p>
+
+<p>Drie jaar lang heerschte <span xml:lang="es">Cortez</span> als zoodanig, en de Azteken en andere
+onderworpen volksstammen mochten van geluk spreken, want hij was niet
+wreed of bloeddorstig en strikt rechtvaardig. Het is waar, hij liet
+Guatemozin terdood brengen, en <span xml:lang="es">Cortez</span>&rsquo; vijanden zeiden, dat hij
+onschuldig terdood veroordeeld werd. De vrienden van <span xml:lang="es">Cortez</span>
+daarentegen beweerden, dat Guatemozin deelgenomen had aan eene
+samenzwering en dus wel degelijk schuldig was.</p>
+
+<p>Hoewel <span xml:lang="es">Cortez</span> nu eene schitterende betrekking bekleedde, dreef zijn
+onrustig karakter hem aan om telkens nieuwe tochten te doen, welke nu
+juist niet altijd even voordeelig voor hem afliepen. Zoo deed hij in
+1528 eene reis naar Spanje, en zijn onmetelijk vermogen stelde hem in
+staat om aan het Spaansche Hof te verschijnen met eene ongeëvenaarde
+pracht. Hij en zijn talrijk gevolg van Aztekische Edelen spreidden
+een&rsquo; luister en een&rsquo; rijkdom ten <span class="pagenum"><a id="p_277">[277]</a></span>toon, welke noodwendig heel wat
+anders dan verblinden moest, waar de naijver door zijne heldendaden
+nog lang niet tot zwijgen gebracht was. <span xml:lang="es">Cortez</span> was naar Spanje gekomen
+met het doel, zich te verdedigen tegen de beschuldigingen, die tegen
+hem ingebracht waren. Men had hem beticht, dat hij misbruik van zijn
+gezag maakte, dat hij de Azteken steeds behandelde, alsof hij hun beul
+was, alleen om zichzelven rijkdommen te verschaffen, dat hij den
+Godsdienst niet ijverig liet prediken, en zelf voorging in eene
+onzedelijkheid, die met het Evangelie niet te rijmen was, door zijne
+Gemalin <span xml:lang="es">Donna Catalina</span> schandelijk te verlaten en met <span xml:lang="es">Marina</span> te leven.</p>
+
+<p>Nu, veel ervan was waar, want vroom en deugdzaam was <span xml:lang="es">Cortez</span>
+allerminst, doch de beschuldigingen waren toch onbillijk. <span xml:lang="es">Cortez</span> was
+in zijn privaat leven niet beter, maar ook niet slechter dan alle
+andere Ridders en Edelen, en onwaar was het, dat het hem met de
+prediking van het Evangelie geen ernst was. Hij had echter aan zijne
+trouwe Tlascalanen gezien, hoe uiterst voorzichtig hij met de
+Evangelie-verkondiging moest te werk gaan. Zijne meening was het
+Christendom zóó te prediken, dat men er toe kwam, het vrijwillig en
+niet gedwongen aan te nemen. Ongetwijfeld waren er velen, die hem
+hierin gelijk gaven, doch de ijveraars waren er niet mede tevreden.
+Dat <span xml:lang="es">Cortez</span> zich verrijkte, ten koste der Azteken, was ook waar, doch
+indien hij dat recht niet had, dan had de Spaansche Kroon het toch ook
+niet. Mejico was veroverd zonder dat de Azteken van hunne zijde iets
+gedaan hadden, dat den Spanjaarden daartoe eenig recht gaf.</p>
+
+<p>Intusschen maakte <span xml:lang="es">Cortez</span> door den luister, dien hij tentoon spreidde,
+er zijne zaak niet beter op. Wel wist hij alle beschuldigingen te
+wederleggen, en werd hij door Koning Karel in het gelijk gesteld, maar
+hiermede had hij zijn pleit nog niet gewonnen. Koning Karel was een
+zeer staatkundig Vorst, die, wilde hij zich als Koning van Spanje,
+Keizer van Duitschland, Heer der Nederlanden en Oppermachtig Gebieder
+der Nieuwe Wereld handhaven, verplicht was, hier en daar toe te geven
+waar hij, zoo hij vrij geweest ware, dit stellig niet zou gedaan
+hebben. Zeer <span class="pagenum"><a id="p_278">[278]</a></span>goed zag Koning Karel in, dat hij moest toegeven aan den
+drang van <span xml:lang="es">Cortez</span>&rsquo; vijanden. Hij gaf hem daarom den titel van Markies
+<span xml:lang="es">Del Balle</span>, en schonk hem in Nieuw-Spanje de landstreek Oaxaca als
+Leen. Verder benoemde hij hem tot Opperbevelhebber over het leger en
+tot Admiraal van den Stillen-Oceaan, doch tot Onder-Koning werd
+benoemd <span xml:lang="es">Don Antonio De Mendoza</span>.</p>
+
+<p>Teleurgesteld keerde <span xml:lang="es">Cortez</span> naar Nieuw-Spanje terug, na inmiddels,
+daar hij weduwnaar geworden was, in zijn Vaderland met eene Gravin in
+het huwelijk getreden te zijn. Hij vestigde zich in zijn nieuw Leen,
+dat zeer rijk en vruchtbaar was, en in grootte menig Europeesch
+Koninkrijk overtrof. Hoewel hij aanvankelijk zich in zijn lot scheen
+te zullen schikken, en als een machtig Land-edelman leefde, had hij er
+op den duur geen behagen in, en begon hij zich uit te rusten voor
+nieuwe ontdekkingen en veroveringen. Dat er ver in het zuiden een
+&bdquo;Goudland&rdquo; was, dat wist hij, en hij had zelfs <span xml:lang="es">Pizarro</span> hierin reeds
+wenken gegeven. Zelf wilde hij daar niet heen, want naar zijne meening
+lagen er ten Noorden van Nieuw-Spanje ook landen, die nog rijker aan
+goud waren dan het land der Azteken. Die landen wilde hij ontdekken en
+veroveren. Met opoffering van het grootste deel van zijn vermogen
+mocht het hem gelukken om in 1536 Californië te ontdekken, doch zonder
+voordeel, want de rijke mijnen, die daar aangetroffen werden, zouden
+pas driehonderd jaar later gevonden worden.</p>
+
+<p>Teleurgesteld in alles keerde hij in 1540 naar Spanje terug, waar men
+hem zoo goed als links liet liggen. Verdrietig trok hij zich nu uit
+het openbare leven terug, en de man, wiens naam genoemd zal worden,
+zoolang het menschdom bestaat, stierf als een vergeten burger op een
+landgoed in de nabijheid van Sevilla, den tweeden December 1547 aan
+eene ingewands-ziekte.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Nog altijd wordt <span xml:lang="es">Cortez</span> zeer verschillend beoordeeld, doch naar mijne
+meening begaan zij, die hem veroordeelen, de groote fout, dat zij de
+onrechtvaardige handelingen van een geheel Volk laden op één&rsquo; man, en
+hem zóó het <span class="pagenum"><a id="p_279">[279]</a></span>uitgestrekte veld der Historie injagen, zooals vroeger de
+Israëlieten den bok, beladen met de zonden des volks, de woestijn
+injoegen. Trots al zijne ondeugden en gebreken kan ik in <span xml:lang="es">Cortez</span> niets
+anders zien dan een&rsquo; man, die in groote daden en zelfs in vele deugden
+uitblonk boven duizenden zijner tijdgenooten. In alle gevallen plaats
+ik hem ver boven den man, die Peru aan de Spaansche Kroon bracht.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="HOOFDSTUK_XII"></a>HOOFDSTUK XII.</h2>
+
+<hr class="tit" />
+
+<p class="subtitle">ZUID-AMERIKA ONDER SPANJAARDEN EN PORTUGEEZEN.&mdash;NEDERLANDERS EN
+ENGELSCHEN IN AMERIKA.</p>
+
+<p>Jaren lang had men den Archipel tusschen Noord- en Zuid-Amerika reeds
+doorkruist, kustlanden had men er ten Zuiden, ten Westen en ten
+Noorden van gevonden, maar nog altijd lag het vasteland in het Zuiden
+zoo goed als onbekend. Zelfs een <span xml:lang="pt">Del Magelhanes</span> kon dat groote
+Zuidelijke vasteland omzeilen, zonder er aan te denken om te
+onderzoeken of het ook waar was, wat al de Wilden, zonder eenige
+uitzondering, aan Columbus verteld hadden, dat het land, waar veel
+goud was, ten Zuiden lag.</p>
+
+<p>En dat land was er werkelijk, en één man was er, die reeds geruimen
+tijd geleden begeerige blikken naar die onbekende streken geworpen
+had. Wij hebben hem reeds tegenover <span xml:lang="es">De Balboa</span> zien staan, en hoorden
+hem toen <span xml:lang="es">Francisco Pizarro</span> noemen.</p>
+
+<p>Buiten huwelijk in 1478 geboren, weggeloopen van achter de zwijnen,
+die hij hoeden moest, en als soldaat in dienst getreden, kwam hij in
+de Nieuwe Wereld aan om daar eene rol te spelen, welke in schitterende
+krijgsdaden, die van <span xml:lang="es">Cortez</span> misschien wel overtrof. Dezelfde man, die
+niet lezen of schrijven kon, zou Spanje in de gelegenheid stellen,
+zich in schatten te kunnen baden, en wat aan een <span class="pagenum"><a id="p_280">[280]</a></span>beschaafd en wel
+onderwezen man, als Columbus of <span xml:lang="es">Cortez</span>, niet gelukt was, dat gelukte
+dezen soldaat van fortuin: hij wist zich in zijn gezag te handhaven
+tot hij viel onder de dolken zijner vijanden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 544px;">
+<img src="images/p280.jpg" width="544" height="665" alt="Francisco Pizarro. (Geb. 1478, vermoord 1541.)" title="" />
+<span class="caption"><span class="mixcap">Francisco Pizarro.</span> (Geb. 1478, vermoord 1541.)</span>
+</div>
+
+<p>Na onder <span xml:lang="es">De Hojeda</span> en <span xml:lang="es">Pedrarias</span>, als ondergeschikt Bevelhebber gestaan
+te hebben, werd hij eindelijk Stadhouder van het landschap Uraba, doch
+het was er verre af, dat deze aanzienlijke betrekking zijne eerzucht
+bevredigde; hij wilde meer zijn, en zonder ophouden dacht hij aan dat
+land ver in het Zuiden, waarvan de inboorlingen van Uraba hem zoovele
+wonderen wisten te verhalen.</p>
+
+<p>Het was werkelijk een wonderland, zooals later bleek. <span class="pagenum"><a id="p_281">[281]</a></span>Het heette
+Peru, en bevatte door zijne ligging bijna alle planten der wereld en
+het bezat ook groote dieren, die, tam gemaakt, den mensch groote
+diensten bewezen. Deze dieren waren de lama&rsquo;s of kameelschapen. Het
+goud was in dat land in zulk een&rsquo; overvloed aanwezig, dat men er bijna
+hetzelfde gebruik van maakte, als heden ten dage van het ijzer in onze
+streken. Maar dat land onderscheidde zich door nog wat anders dan door
+rijkdom aan voortbrengselen uit de drie rijken der natuur, het
+onderscheidde zich door beschaving en door regeeringsvorm. De
+beschaving der Peruanen was evenwel eene heel andere dan die der
+Azteken, en stellig is dit voor een groot deel toe te schrijven aan
+het bezit van dieren, die men tot trek- en lastdieren afgericht had.
+Het is moeielijk te bepalen hoe heel anders onze eigen Maatschappij
+zijn zou, zoo we geene koeien en paarden hadden. Nog veel meer dan nu
+het geval is, zouden we onzen geest gericht houden op het vinden van
+machines om de werkkracht te vermeerderen. Daar de meeste machines
+echter met de kennis der natuur in verband staan, zoo spreekt het
+vanzelf, dat de Azteken er al heel weinig hadden, doch ze trachtten
+dat te vergoeden door het houden van slaven. In Peru was, voornamelijk
+omdat men er trek- en lastdieren had, de slavernij zoo goed als
+onbekend, en daardoor waren ook de zeden zachter. Om slaven te
+verkrijgen moesten de Azteken telkens oorlog voeren, en daardoor is
+het geen wonder, dat de Krijgsgod hun voornaamste God was. Ook de
+Peruanen voerden oorlogen, doch niet om slaven te verkrijgen, maar
+alleen om het Rijk uit te breiden en andere Volken te regeeren volgens
+de wetten van Manco Capac.</p>
+
+<p>Eeuwen geleden, zoo vertelde men, waren de Peruanen wilde en woeste
+menschen. Eensklaps echter verschenen onder hen een man en eene vrouw
+van eene prachtige gestalte en eene heerlijke gedaante. Ze hadden
+kleederen aan, en wisten zooveel als de Goden. De man heette Manco
+Capac en de vrouw Mámá Ocollo.&mdash;Manco Capac leerde den mannen allerlei
+mannelijke bedrijven en handwerken, en Mámá Ocollo leerde aan de
+vrouwen spinnen, <span class="pagenum"><a id="p_282">[282]</a></span>weven en velerlei huiselijk werk. Na den dood dezer
+twee zette hun zoon het werk zijner Ouders voort, en gaarne erkenden
+de Peruanen ook dezen tot hun Opperhoofd of Inka. Manco Capac en Mámá
+Ocollo hadden den vrede bemind, en beschaving van den geest hooger
+gesteld dan ruw wapengeweld. Zij hadden den Peruanen ook geleerd, dat
+er een Wezen was, dat alles, wat op Aarde is, geschapen heeft. Om dat
+geschapene te onderhouden, had Hij iemand aangesteld tot Hoofdgod, en
+dezen alleen moesten alle menschen dienen en aanbidden. Deze Hoofdgod
+was de Zon.</p>
+
+<p>Wie die Manco Capac en Mámá Ocollo geweest zijn, niemand, die het
+weet. De beschaving der Tataren en Indiërs echter, waarvan <span xml:lang="it">Marco Polo</span>
+zooveel verhaald heeft, de wijze waarop ze gekleed gingen en hunne
+huizen bouwden en versierden, geven veel zekerheid aan de meening, dat
+Peru beschaafd werd door Mongolen, Indiërs of Perzen, en
+waarschijnlijk wel door de laatsten, want de Zonnedienst der Peruanen
+kwam in vele opzichten overeen met dien der Perzen.&mdash;Dat een Hoofdgod
+als de Zon, die slechts goed doet, eene heel andere richting aan de
+beschaving moest geven dan een Hoofdgod, die zich bloedige
+menschenoffers laat brengen, gevoelt ieder. Het Rijk der Inka&rsquo;s was
+dan ook in den loop der eeuwen een land geworden met instellingen,
+waarvan de Spanjaarden bijna niets begrepen. De heele oppervlakte van
+het Rijk was in drie deelen verdeeld, en die deelen behoorden aan den
+Hoofdgod, den Inka en zijn geslacht, en het Volk, doch alle drie de
+deelen moesten door het Volk bearbeid worden. Geen land werd veroverd,
+of de bodem werd terstond staatseigendom, en op de bepaalde wijze
+verdeeld. Met de opbrengst van het Kroonland, als wij het zoo noemen
+mogen, bezoldigde de Inka niet alleen zichzelven en zijne familie,
+maar ook de Edelen en alle anderen, die hij wilde begunstigen. De
+Peruanen bestonden uit drie standen, en wel uit den Priester- en
+Adelstand en uit het Volk. De familie der Inka&rsquo;s behoorde tot geen&rsquo;
+stand; daartoe was ze te verheven. Kunsten en wetenschappen werden
+vlijtig beoefend door den Priester- en Adelstand, doch altijd onder
+<span class="pagenum"><a id="p_283">[283]</a></span>toezicht van den Inka. Aan eenige ontwikkeling van het Volk werd niet
+gedacht. Het Volk was er alleen tot welzijn van het Peruaansche Rijk,
+als geheel, en om dat welzijn nu te bevorderen, zorgden de Inka&rsquo;s
+steeds, dat het Volk alles had, wat het als &bdquo;dier&rdquo; noodig had om te
+leven. We zouden het Peruaansche Volk dan ook geen&rsquo; beteren naam
+kunnen geven dan &bdquo;uitmuntend onderhouden machine&rdquo;. Veel nadenken
+vereischt het echter niet, dat hetzelfde Volk, hoe de ontwikkeling van
+den geest ook onderdrukt werd, bij het dagelijksch zien der verfijnde
+beschaving van Inka&rsquo;s, Priesters en Edelen, vanzelf langzamerhand aan
+dat machinale leven en werken moest ontgroeien, en dat men maar op
+eene gelegenheid wachtte om zich uit dien vernederenden staat op te
+heffen. Die gelegenheid kwam. We zeiden hierboven reeds, dat het
+geslacht der Inka&rsquo;s eigenlijk tot geen&rsquo; stand behoorde, en daarom was
+er bepaald, dat de zoons uit dat geslacht slechts met de dochters uit
+dat geslacht, sommigen beweren met hunne eigen zusters, mochten huwen.</p>
+
+<p>Ook Inka Huana Capac had dat gedaan, en uit dit huwelijk had hij een&rsquo;
+zoon Huascar geheeten. Weduwnaar geworden, veroverde hij het machtige
+Rijk Quito, en, tegen alle wetten in, huwde hij voor de tweede maal
+met eene dochter van den Koning van Quito. Ook uit dit huwelijk werd
+hem een zoon geboren, dien hij den naam van Atahualpa of Athabaliba
+gaf. Had het veler ontevredenheid verwekt, dat Huana Capac de oude
+wetten met voeten trad, toch had men gezwegen, want hij was een
+uitnemend Vorst. Bij zijn overlijden had hij echter bepaald, dat
+Huascar hem in Peru, en Atahualpa in Quito zou opvolgen, en dit was
+andermaal eene inbreuk maken op de wetten, die bepaalden, dat de
+oudste zoon van den Inka, bij den dood zijns Vaders, Inka werd over
+het geheele Peruaansche Rijk. Geen land, hoe groot of klein ook, of
+het behoorde, zoodra het veroverd was, tot het Inka-gebied, dat één en
+ondeelbaar was. Nauwelijks was dan ook Huana Capac, als mummie, op
+een&rsquo; gouden stoel in de schitterende begraafplaats der Inka&rsquo;s
+gebracht, of de strijd tusschen de broeders uit de twee verschillende
+huwelijken <span class="pagenum"><a id="p_284">[284]</a></span>ontbrandde. Het behoeft niet gezegd te worden dat zij, die
+alle oude vormen en wetten onveranderd en ongeschonden wilden bewaren,
+zich schaarden aan de zijde van Huascar, terwijl zij, die gaarne
+verandering gebracht zagen in het machinale leven en werken, de partij
+kozen van Atahualpa.</p>
+
+<p>We hebben lang stil gestaan bij iets, wat men alweer geene &bdquo;ontdekking
+van Amerika&rdquo; noemen kan, doch daar het woord &bdquo;ontdekking&rdquo; steeds
+vergezeld is door het woord &bdquo;verovering&rdquo;, zoo moeten wij dit hier
+doen, want zonder dien strijd tusschen de Peruaansche Conservatieven
+en Revolutionnairen uit het begin der zestiende eeuw, zou het <span xml:lang="es">Pizarro</span>
+nimmer gelukt zijn, zich meester te maken van het rijk en van de
+schatten der Inka&rsquo;s. Het zij evenwel terstond gezegd, dat <span xml:lang="es">Pizarro</span> en
+de zijnen niets wisten van die binnenlandsche verdeeldheid, waar ze
+een &bdquo;Goudland&rdquo; gingen zoeken, dat volgens de geruchten ergens in het
+Zuiden lag. Ze vernamen dat later.</p>
+
+<p>Toen <span xml:lang="es">Pizarro</span> eenmaal besloten had om dat onbekende, rijke land op te
+sporen, verbond hij zich met zekeren <span xml:lang="es">Diego Almagro</span>, en beiden zeilden
+met twee kleine scheepjes uit. Hun tocht was evenwel zeer rampspoedig,
+en bijna een jaar later kwamen ze onverrichter zake terug, zonder
+evenwel den moed opgegeven te hebben. Een rijk man <span xml:lang="es">Gaspar De Espinosa</span>,
+die te <span xml:lang="es">Santa-Maria</span> of daar ergens in den omtrek woonde, liet zich door
+<span xml:lang="es">Hernando De Luque</span>, een&rsquo; Priester, overhalen om geld voor de werving en
+het bouwen van twee schepen voor te schieten. Waar <span xml:lang="es">De Luque</span> met de
+twee avonturiers een verbond aanging, meende <span xml:lang="es">De Espinosa</span> voldoende
+waarborg te hebben voor de twintigduizend onsen goud, die hij in deze
+onderneming stak.</p>
+
+<p>Deze tweede tocht scheen voordeeliger te zullen zijn dan de eerste,
+want nog niet heel lang waren ze onderweg, of ze veroverden een dorp,
+en bemachtigden daarbij zooveel goud, dat <span xml:lang="es">Almagro</span> met zijn schip, rijk
+geladen, naar Panama terugkeerde. Men deed dit vooral om avonturiers,
+die aan den goeden uitslag getwijfeld hadden, te lokken met <span xml:lang="es">Almagro</span>
+terug te keeren naar het schip van <span xml:lang="es">Pizarro</span>, die inmiddels den tocht
+zou voortzetten. Toen <span class="pagenum"><a id="p_285">[285]</a></span>evenwel <span xml:lang="es">Almagro</span> met versterking terugkwam,
+moest men de verdere reis voor eene poos staken, omdat het jaargetijde
+in hun nadeel was. Toen eindelijk weer en wind zóó waren, dat men
+verder trekken kon, kregen ze het bij het kleine eiland Gallo, bij de
+kust van Quito gelegen, met de inboorlingen zóó te kwaad, dat er
+besloten werd dat <span xml:lang="es">Almagro</span> andermaal naar Panama om versterking zou
+gaan, en in dien tusschentijd zou <span xml:lang="es">Pizarro</span> op dit eiland Gallo hem
+afwachten.</p>
+
+<p>De nieuwe Landvoogd van Goud-Castilië en Nieuw-Andalusië, die
+<span xml:lang="es">Pedrarias</span> opgevolgd was en <span xml:lang="es">Don Pedro De los Rios</span> heette, wilde evenwel
+niets van nieuwe wervingen weten, en zond zelfs een schip uit om
+<span xml:lang="es">Pizarro</span> van het eiland Gallo terug te halen, en hem te verbieden, den
+ontdekkingstocht voort te zetten. Het schip van <span xml:lang="es">De los Rios</span> vond
+<span xml:lang="es">Pizarro</span> met de zijnen in een&rsquo; ellendigen toestand, doch <span xml:lang="es">Pizarro</span> was
+niet te bewegen om naar Panama terug te keeren, en toen <span xml:lang="es">Almagro</span>
+en <span xml:lang="es">De Luque</span> hem eindelijk eenige versterking en levensmiddelen
+zonden, besloot hij den tocht voort te zetten.</p>
+
+<p>Zijne volharding werd met den meest begeerden uitslag bekroond, want
+eindelijk kwam hij op de kust van Peru aan. Hoe stond hij verbaasd
+daar eene schoone havenstad te vinden! Voor de haven en zelfs tot diep
+in zee wemelde het van uitmuntend gebouwde booten, die van zeilen en
+roer voorzien waren. De inwoners waren allen zeer goed gekleed,
+beleefd en voorkomend. Zij vertelden, dat hunne stad Toembez heette,
+en een paar mannen van <span xml:lang="es">Pizarro</span>&rsquo;s schip kregen zelfs vergunning om aan
+den wal te komen en den zonnetempel binnen te treden. Weer aanboord
+teruggekeerd, waren ze niet uitgesproken over de schatten van goud en
+zilver, die ze gezien hadden. <span xml:lang="es">Pizarro</span> voer nog een heel eind het
+Zuiden in, doch hoe verder hij kwam, hoe meer hij zag, dat hij hier
+niets uitrichten kon. De inwoners waren volstrekt niet bevreesd voor
+de mannen met baarden, en beschouwden hen alleen, als een soort van
+hemelsche wezens, aan wie donder en bliksem onderworpen waren. Wilde
+men hier wat in het belang van de Spaansche Kroon verrichten, dan was
+er <span class="pagenum"><a id="p_286">[286]</a></span>eene veel sterkere macht noodig, en daarom keerde <span xml:lang="es">Pizarro</span> naar
+Panama terug, in de hoop, dat zijne verhalen van hetgeen hij en zijn
+volk gezien hadden, tal van mannen bewegen zou om te beproeven, dat
+machtige land met al zijne schatten te veroveren. Om het niet te laten
+enkel bij verhalen, bracht hij ook eene groote hoeveelheid goud mede,
+dat hij op eene gemakkelijke manier tegen kleinigheden ingeruild had.
+Van Toembez had hij bovendien twee inwoners aanboord, die vrijwillig
+met hem medegegaan waren.</p>
+
+<p>Toen hij evenwel te Panama aankwam, was <span xml:lang="es">Don Pedro De los Rios</span> nog
+altijd even vijandig aan het plan. Hij diende nu, van achteren bezien,
+wel de wetenschap niet, maar hij toonde toch, dat hij eene groote
+uitzondering op vele Spanjaarden maakte, want hij verbood alle
+werving, en zeide, dat er al meer dan genoeg menschenlevens geofferd
+waren voor een handvol gouds en een paar Peruaansche schapen, die
+<span xml:lang="es">Pizarro</span> medegebracht had. Wilde het driemanschap hun plan doorzetten,
+dan moest men andere middelen te baat nemen, en hiertoe werd besloten.
+Men wilde, om tot het groote doel te geraken, niet langer den
+kostbaren tijd zoek maken door met een&rsquo; koppigen Gouverneur te
+onderhandelen, maar sloeg den Koninklijken weg in. <span xml:lang="es">Pizarro</span> zou naar
+Spanje gaan, en daar den Koning om zijne hulp vragen. Na eene
+voorspoedige reis kwam <span xml:lang="es">Pizarro</span> in zijn Vaderland, en verscheen bijna
+tegelijkertijd met <span xml:lang="es">Cortez</span> aan het Hof. Hij werd daar zeer goed
+ontvangen, en Koning Karel aarzelde geen oogenblik om den moedigen
+avonturier en twee deelgenooten te steunen met zijne volkomen
+goedkeuring. Geld of schepen vroeg <span xml:lang="es">Pizarro</span> niet, zoodat Koning Karel
+hem gemakkelijk veel beloven, en goedkoop veel geven kon. Den
+zesentwintigsten Juli 1529 werd dan ook tusschen den Koning van Spanje
+en <span xml:lang="es">Pizarro</span> het volgende verbond gesloten. <span xml:lang="es">Pizarro</span> verbond zich van
+zijne zijde om het machtige en rijke Peru te veroveren voor de
+Spaansche Kroon, en was hem dit gelukt, dan stelde Koning Karel van
+zijne zijde <span xml:lang="es">Pizarro</span> aan tot Stadhouder en Opperbevelhebber van Peru,
+terwijl <span xml:lang="es">Almagro</span> als Bevelhebber van Toembez <span class="pagenum"><a id="p_287">[287]</a></span>tot den Adelstand
+verheven werd, in welke laatste eer <span xml:lang="es">Pizarro</span> natuurlijk ook deelde,
+daar de Koning hem tot Ridder van <span xml:lang="es">San-Jago</span> sloeg. <span xml:lang="es">De Luque</span> zou
+Bisschop van Toembez worden, doch alle benoemingen, zoo van Officieren
+als Ambtenaren, zou een recht zijn, dat alleen aan het Stadhouderschap
+verbonden was. Aan dit laatste voordeel was het bezwaar verbonden, dat
+<span xml:lang="es">Pizarro</span> al de kosten voor zijne eigen rekening zou nemen. Nu, dat
+wilde de avonturier wel, want niet alleen had hij voor zijn plan de
+Koninklijke goedkeuring verworven, hij had ook een&rsquo; raad ontvangen,
+die het welslagen zijner onderneming zoo goed als verzekerde. <span xml:lang="es">Cortez</span>
+had hem namelijk aangeraden met Atahualpa te doen, wat hij indertijd
+met Montezuma gedaan had, en <span xml:lang="es">Pizarro</span>, die ontwaard had, dat de
+Peruanen zeer argeloos waren, meende dat Atahualpa even goed in de val
+gelokt zou worden als Montezuma.</p>
+
+<p>Verlokt door de schitterende aanbiedingen, die hij deed, nam hij uit
+Spanje, behalve vier zijner broeders, nog een groot aantal mannen
+mede, die onder zulk een&rsquo; Aanvoerder het wel eens wagen wilden een
+land vol goud en zilver te veroveren. <span xml:lang="es">Almagro</span> en <span xml:lang="es">De Luque</span> waren met de
+tijdingen, die <span xml:lang="es">Pizarro</span> medebracht, niet zeer ingenomen. Zij handelden
+immers in gemeenschap? En waarom moest hij dan zoo hoog boven hen
+verheven worden? Er ontstond tusschen <span xml:lang="es">Pizarro</span> en <span xml:lang="es">Almagro</span> een hevige
+twist, die nog hooger liep toen de vier broeders van <span xml:lang="es">Pizarro</span> er zich
+in mengden, en reeds bestond het gevaar, dat de heele onderneming in
+duigen vallen zou, toen <span xml:lang="es">De Luque</span> en <span xml:lang="es">De Espinosa</span>, die beiden reeds
+zulke groote sommen voorgeschoten hadden, de zaak wisten bij te
+leggen, door <span xml:lang="es">Pizarro</span> over te halen, afstand te doen van zijne
+benoeming tot Opperbevelhebber of <span xml:lang="es">Adelantado</span>.</p>
+
+<p>Nu men weer zoo ver was, begon men met kracht aan de uitrusting van
+eene vloot en een leger, maar dit plan mislukte deerlijk. Vertrouwde
+men <span xml:lang="es">De Luque</span> en <span xml:lang="es">De Espinosa</span> al, <span xml:lang="es">Almagro</span> vertrouwde men niet, en nog
+veel minder vertrouwde men <span xml:lang="es">Pizarro</span> met zijne vier broeders, zoodat de
+verbondenen zich ten slotte moesten tevreden stellen met drie
+scheepjes, honderddrieëntachtig mannen, waaronder, <span class="pagenum"><a id="p_288">[288]</a></span>tot <span xml:lang="es">Pizarro</span>&rsquo;s
+geluk, nog vijfentwintig ruiters waren, eenige musketten en een paar
+kanonnen.</p>
+
+<p>Vol moed en vertrouwen aanvaardde men evenwel den tocht en hadden
+<span xml:lang="es">Pizarro</span> en <span xml:lang="es">Almagro</span> aanvankelijk ook te strijden tegen oproerige
+handelingen van goudgierige manschappen, die niets vonden dan
+onbevolkte kusten en verlaten dorpen, toch bleven ze volharden.
+Eindelijk kwamen ze aan de kuststreek, die &bdquo;Coaque&rdquo; genoemd werd, en
+hier vonden ze in de huizen, waaruit ze de inwoners verdreven hadden,
+goud in overvloed. Voor het welslagen van den tocht was dit eene
+gelukkige gebeurtenis. Het regen-seizoen was op handen en indien men
+nu nog geen goud gevonden had, dan zou de oproerige manschap <span xml:lang="es">Pizarro</span>
+stellig tot den terugtocht gedwongen hebben. Nu in het bezit van goud,
+en met het gegronde vooruitzicht van nog meer goud te zullen
+verkrijgen, wilde men den regentijd, die steeds van stormen en
+onweders vergezeld ging, wel op het eiland Poena, in de nabijheid der
+kust, overblijven. Dat er gebrek aan levensmiddelen zou komen,
+behoefde men niet te vreezen. Toen het weder zich weer in hun voordeel
+veranderd had, zette men den tocht voort en aan de monding van de
+rivier de Pioera besloot <span xml:lang="es">Pizarro</span> een fort te bouwen en daar eene
+Kolonie achter te laten. Het fort kreeg den naam van <span xml:lang="es">San-Miguel de
+Pioera</span>, en het kan de eerste Spaansche stad in Peru genoemd worden.</p>
+
+<p>Een der Peruanen uit Toembez had met <span xml:lang="es">Pizarro</span> de reis naar Spanje
+medegemaakt, vrijwillig zeiden we. Nu ja, <span xml:lang="es">Pizarro</span> had hem niet
+gedwongen, maar <span xml:lang="es">Felipillo</span>, zoo heette de man, had wat op zijn geweten,
+en zou door Inka Atahualpa hoogstwaarschijnlijk niet zoo heel
+vriendelijk behandeld zijn. Deze <span xml:lang="es">Felipillo</span> nu was met den anderen
+Peruaan alweer bij <span xml:lang="es">Pizarro</span> aanboord. Beiden hadden in dien
+tusschentijd voldoende Spaansch geleerd om als tolk op te treden, en
+van hen had <span xml:lang="es">Pizarro</span> later vernomen, dat er een burgeroorlog in het
+Inka-rijk woedde en wel tusschen twee Kroon-pretendenten. Hier te
+<span xml:lang="es">San-Miguel</span> nu hoorden de tolken, dat Inka Atahualpa, na eerst het
+onderspit gedolven te hebben, thans weer overwinnaar was en dat hij
+zijn&rsquo; broeder, Inka Huascar, die zijn tegenstander <span class="pagenum"><a id="p_289">[289]</a></span>was gevangen
+hield. Verder werd er verteld, dat Atahualpa met zijn overwinnend
+leger een kamp in het gebergte betrokken had, niet ver van de staat
+Caxamalca, om in een&rsquo; volgenden veldtocht de laatste aanhangers van
+zijn&rsquo; broeder te onderwerpen.</p>
+
+<p>Zoodra <span xml:lang="es">Pizarro</span> dit alles hoorde, nam hij het stoute besluit om Inka
+Atahualpa in zijn kamp een bezoek te brengen. Daar hij even vóór zijn
+vertrek weer versterking van manschappen en krijgsmaterieel uit Panama
+ontvangen had, kon hij eene voldoende bezetting achterlaten in het
+kleine fort om met de overige mannen den stouten tocht te ondernemen.
+En wel mocht die tocht stout, zoo niet meer genoemd worden. Zijn
+geheele leger bestond uit slechts zevenenzestig ruiters, honderdtien
+lansknechten, zeventien boogschutters en drie musketiers benevens
+eenige kleine kanonnen, en uit hetgeen <span xml:lang="es">Pizarro</span> van <span xml:lang="es">Felipillo</span> begrepen
+had, kon de Inka gemakkelijk tegenover één Spanjaard duizend Peruanen
+stellen. Het zou dan ook groote dwaasheid geweest zijn om met dit
+legertje Peru door een&rsquo; oorlog te veroveren, en <span xml:lang="es">Pizarro</span>, die niet
+alleen een geboren Veldheer, maar ook een geboren Staatsman was, had,
+zooals we weten, een heel ander plan.</p>
+
+<p>Met behulp der tolken werd men overal zeer vriendelijk en voorkomend
+ontvangen, wat niet te verwonderen was, want het bevel van <span xml:lang="es">Pizarro</span>,
+dat niemand eenig geweld mocht plegen, werd stipt gevolgd. Ook hier
+waren, even als elders in de Nieuwe Wereld, de ruiters het voorwerp
+van verbazing en vrees, want nimmer had men het veelgebruikte
+kameelschaap afgericht tot het dragen van een&rsquo; ruiter, en de forsche
+paarden met hunne fiere gestalte maakten op sommige plaatsen zooveel
+indruk, dat men gouden sieraden, als een offer, voor hen neerlegde. Na
+eene lange en afmattende reis, omdat de kanonnen moeielijk te
+vervoeren vielen en men ze toch niet wilde achterlaten, kreeg men, op
+eenige dagreizen afstands van Caxamalca, bezoek van enkele Afgezanten,
+die de vreemdelingen namens den Inka welkom heetten en hun eenige
+geschenken aanboden. <span xml:lang="es">Pizarro</span> ontving de Gezanten vriendelijk en zond
+hen met enkele voorwerpen van Europeesch maaksel, als <span class="pagenum"><a id="p_290">[290]</a></span>een geschenk
+voor den Inka, terug. Toen men eindelijk te Caxamalca aankwam, was het
+half November geworden. <span xml:lang="es">Pizarro</span> vond de groote en schoone stad geheel
+verlaten en zond nu zijn&rsquo; broeder Hernando, aan het hoofd van eenige
+ruiters, naar het Peruaansche kamp om den Inka vriendelijk uit te
+noodigen een mondgesprek te willen komen houden met den Veldheer van
+den machtigen Keizer uit verre landen.</p>
+
+<p>Het kamp van Atahualpa kon uit Caxamalca gemakkelijk gezien worden, en
+één blik erop was voldoende om elken avonturier den schrik om het hart
+te doen slaan. Gelegerd tegen de hellingen van het gebergte, was het
+kamp niet te overzien. Duizenden en duizenden soldaten bewoonden daar
+tenten, die met de meeste orde opgeslagen waren, en nergens was iets
+te ontdekken, dat op gebrek aan krijgstucht wees. De soldaten waren
+goed gewapend en uit alles bleek, dat ze ook aan eene soort van
+exercitie onderworpen waren en den oorlog voerden naar krijgsregelen.
+Wat moest men hier beginnen? <span xml:lang="es">Pizarro</span> zou het zijn volk duidelijk
+maken, en hij had het voorbeeld van <span xml:lang="es">Cortez</span> in zijn voordeel. Het was
+een waagstuk den Inka gevangen te nemen, dat gevoelde ieder, maar àls
+het plan gelukte, dan zou men alles gewonnen hebben, geloofde men
+algemeen. Eindelijk kwam <span xml:lang="es">Hernando Pizarro</span> met zijn gevolg terug en hij
+bracht het bericht mede, dat de Inka den volgenden dag in persoon
+komen zou, doch meteen was er het bevel bij om in Caxamalca slechts
+eenige huizen, aan een groot plein gelegen, te mogen betrekken. Dat
+Inka Atahualpa een zeer trotsch man was, die hen uit de hoogte
+behandeld had, vertelden zij ook, en deze mededeeling was niet zeer
+geschikt om den Inka de hoogachting van de Spanjaarden te verzekeren.</p>
+
+<p>Met eene zekere onrust verbeidde men nu den volgenden dag, den
+zestienden November van het jaar 1532. Deze datum zou een der
+merkwaardigste worden in de geschiedenis der Nieuwe Wereld.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 454px;">
+<img src="images/p290a.jpg" width="454" height="720" alt="Atahualpa, Inka van Peru. (Geworgd 19 Aug. 1533.)" title="" />
+<span class="caption2"><span class="mixcap">Atahualpa</span>, Inka van Peru. (Geworgd 19 Aug. 1533.)</span>
+</div>
+
+<p>Reeds een groot gedeelte van den dag was verloopen en men begon al te
+vreezen, dat de Inka geen woord zou houden, toen men eene groote
+beweging in het Peruaansche <span class="pagenum"><a id="p_291">[291]</a></span>kamp gewaar werd. Aan het hoofd van
+eene kleine afdeeling van zijn leger werd de Inka, getooid met al de
+versierselen van zijne waardigheid, op een&rsquo; massief gouden stoel
+gedragen door de voornaamste Edelen, allen op het sierlijkst
+uitgedost. De &bdquo;kleine&rdquo; legerafdeeling bestond evenwel uit niet minder
+dan dertigduizend man en hieruit laat zich de sterkte van het heele
+leger gemakkelijk begroeten. Met een gevolg van slechts vijfduizend
+ongewapende mannen kwam hij in de stad; de overigen moesten buiten
+blijven. Tot groote verbazing van den Inka was nergens een Spanjaard
+te zien. Vol verontwaardiging over zulk eene ontvangst riep hij uit:
+&bdquo;Waar zijn dan nu de vreemdelingen?&rdquo; toen een Geestelijke verscheen en
+op den Inka toetrad. <span class="corr" id="corr51" title="Bron: Crusifix">Crucifix</span> en Brevier in de handen houdende, begon
+de Geestelijke terstond voor den Inka het Evangelie te prediken, doch
+het slot was, dat de Inka zich diende te onderwerpen aan het gezag van
+den machtigen Keizer Karel en dat hij zich moest laten doopen en
+Christen worden. Deze toespraak, door een&rsquo; tolk, zin voor zin,
+vertaald, maakte aanvankelijk op Atahualpa, die er waarschijnlijk al
+zeer weinig van begreep, den gewenschten indruk niet. Het slot evenwel
+begreep hij zooveel te beter en vol van verontwaardiging gaf hij ten
+antwoord dat hij, de machtigste Vorst der Wereld, aan geen&rsquo; enkelen
+anderen Vorst zich wilde onderwerpen. Was deze tevreden met zijne
+vriendschap, dan was hij bereid hem die aan te bieden. Wat het
+aannemen van een&rsquo; anderen godsdienst betreft, hiertoe was hij in het
+geheel niet te bewegen, en hij begreep niet, wie of wat den Priester
+den moed had kunnen geven om zoo tot hem te spreken.</p>
+
+<p>&bdquo;Dit boek beveelt het mij,&rdquo; zeide de Priester.</p>
+
+<p>Atahualpa nu het Brevier in handen nemende, hield het tegen het oor,
+en geene spraak hoorende, wierp hij het met een verachtelijk gebaar op
+den grond en zeide: &bdquo;Dit boek zegt niets.&rdquo;</p>
+
+<p>Die onnoozele daad van Atahualpa rijmt niet zeer met de hooge
+beschaving der Peruanen en ze vereischt derhalve eenige opheldering.</p>
+
+<p>De beschaving in Peru kende de kunst wel om gedachten <span class="pagenum"><a id="p_292">[292]</a></span>in zichtbare
+teekenen uit te drukken. Wanneer een Peruaan dat wilde doen, nam hij
+een koord van ongeveer zeven deci-Meter lengte. Het was uit
+verschillend gekleurde draden gevlochten en bevatte bovendien ook
+verschillend gekleurde franje. Nu had de kunst bedacht om door het
+kiezen van de kleur en de rangschikking der draden en der franje
+zoowel als door het leggen van knoopen in het koord, zichtbare figuren
+aan te nemen om er gedachten door uit te drukken. Dit kan wel; men
+denke slechts aan het oude, telegraphische schrift, dat bestaat uit
+punten en strepen, die letters vervangen. Het schrift der leessnoeren,
+die den naam droegen van &bdquo;Quippos&rdquo; was echter veel gebrekkiger en veel
+ingewikkelder dan het genoemde telegraphisch schrift, zoodat het niet
+te verwonderen valt, dat alleen Inka&rsquo;s, leden van zijn geslacht,
+Priesters en Edelen de &bdquo;Quippos&rdquo; lezen konden. Van boeken had men
+derhalve geen begrip, en nu we dat weten, wordt de handeling van den
+Inka minder onnoozel.</p>
+
+<p>De Priester, die waarschijnlijk gehoopt had, dat zijne prediking in
+goede aarde zou vallen, raapte zijn Brevier op, liep naar het vertrek
+waar <span xml:lang="es">Pizarro</span> zich bevond en deelde hem, vol geloofs-verontwaardiging,
+mede, wat de Inka gedaan had. Zulk eene daad moest gestraft worden.</p>
+
+<p><span xml:lang="es">Pizarro</span> schijnt echter wel geweten te hebben hoe de zaak afloopen zou;
+dat blijkt uit alles. Hij gaf het afgesproken teeken; de Spanjaarden
+kwamen te voorschijn; de musketten knalden; de kanonnen donderden en
+onder het geroep van: &bdquo;<span xml:lang="es">Santiago! Santiago!</span>&rdquo; viel men de verschrikte en
+ongewapende Peruanen aan. De ruiters, de kanonnen en de musketten
+deden wonderen. Men dacht aan geen tegenweer en wat niet vluchten kon,
+liet zich dooden. Het was een verschrikkelijk bloedbad waarmede aan
+den avond van dien dag de verovering van het machtige Inka-rijk in de
+straten van Caxamalca een&rsquo; aanvang nam.</p>
+
+<p>Het eerste werk van <span xml:lang="es">Pizarro</span> was geweest om Atahualpa gevangen te
+nemen. Hij bracht hem in een groot huis en behandelde hem met de
+achting aan zijn&rsquo; hoogen rang verschuldigd. Hij stond zelfs toe, dat
+zijn eigen mannen hem bedienden en dat hij met de Edelen en
+Bevelhebbers <span class="pagenum"><a id="p_293">[293]</a></span>van zijn leger mondelinge gesprekken had om zijne
+bevelen te geven. &bdquo;Quippos&rdquo; echter mochten door hem niet verzonden
+worden, en bij elk gesprek, dat hij hield, was <span xml:lang="es">Felipillo</span> tegenwoordig
+en daar deze tegen den Inka eene grief had, zoo behoefde <span xml:lang="es">Pizarro</span> niet
+te vreezen, dat hem wat van het onderhoud zou verzwegen worden.</p>
+
+<p>De tijding dat Atahualpa door de vreemdelingen gevangengenomen was,
+maakte in heel het Peruaansche Rijk een&rsquo; ontzettenden indruk.</p>
+
+<p>Kort geleden had eene zons-verduistering plaats gehad, en waar nu de
+Peruanen in de Zon hun&rsquo; Hoofdgod hadden, daar behoeven we niet te
+vragen, welke droevige voorspellingen er naar aanleiding van die
+verduistering gedaan werden. Het is nog niet eens zoovele jaren
+geleden, dat in de Christelijke maatschappij zons- en
+maansverduisteringen, als voorboden van onheilen en rampen beschouwd
+werden. De voorspellingen waren ditmaal uitgekomen; de Inka&rsquo;s, die
+elkander beoorloogden, waren beiden gevangen. Men gevoelde het: Peru
+stond aan den vooravond eener vreeselijke revolutie. De Spanjaarden
+konden nu doen, wat zij wilden: stelen, rooven, moorden, branden,
+vrouwen en meisjes mishandelen; men liet hen begaan, want men vreesde,
+dat de geringste mishandeling, die een Spanjaard onderging, gewroken
+zou worden op den Inka. De Spanjaarden maakten hiervan een schandelijk
+misbruik en Atahualpa zag zeer goed in, dat goud het eenige middel was
+om hem zijne vrijheid te doen herkrijgen. Hij bewoonde een vertrek van
+bijna tien Meter lengte en vijf Meter breedte, en nu deed hij <span xml:lang="es">Pizarro</span>
+het voorstel om dit vertrek, ongeveer drie Meter hoog, binnen twee
+maanden met goud te vullen, als hij dan zijne vrijheid terugkreeg.
+<span xml:lang="es">Pizarro</span> bedacht zich geen oogenblik en nam het voorstel aan, wel
+wetende, wat hij doen zou, als de losprijs er was. Van alle kanten
+kwam men nu met goud aandragen, doch eer de bepaalde hoeveelheid er
+was, begon men het al tot baren te smelten en te verdeelen. Veilig mag
+men berekenen, dat de waarde van dien losprijs twintig millioen gulden
+bedroeg. Het leeuwendeel van dat goud was natuurlijk voor Koning
+Karel, <span xml:lang="es">Pizarro, Almagro, De Luque</span>, <span class="pagenum"><a id="p_294">[294]</a></span><span xml:lang="es">De Espinosa</span> en de Bevelhebbers,
+doch dat nam niet weg, dat zelfs de minste lansknecht door zijn deel
+een rijk man werd. Velen verbrasten den gemakkelijk verkregen schat,
+doch enkelen wilden nu terug. <span xml:lang="es">Pizarro</span> hield deze laatsten niet tegen
+en gaf hun gaarne verlof. Hij begreep wel dat één rijk teruggekeerde
+avonturier er tien of twintig bewegen zou om naar Peru te komen. Zijne
+berekening faalde niet, want heel Spanje was in rep en roer bij het
+vernemen van den gouden oogst; ieder wilde daar gaan maaien en oogsten
+van hetgeen hij niet gezaaid had.</p>
+
+<p>Atahualpa, die wel inzag, dat hij met zijn&rsquo; losprijs nooit klaar zou
+komen, meende evenwel nu al genoeg betaald te hebben en drong thans op
+zijne vrijheid aan. Vele edeldenkende Spaansche Ridders
+ondersteunden het billijke voorstel. Een zekere <span xml:lang="es">Don Hernando De Soto</span>
+was voor die Ridders de woordvoerder. Dit voorstel aan te nemen lag
+niet in het plan van <span xml:lang="es">Pizarro</span>, en daarom wendde hij het over een&rsquo;
+anderen boeg. Onder den schijn van de zaak tusschen Atahualpa en
+Huascar te willen onderzoeken, had hij Atahualpa voorgesteld om
+Huascar uit de gevangenis te ontslaan en bevel te geven, dat men hem
+naar Caxamalca zou brengen. Atahualpa had hierin echter geen&rsquo; lust,
+want ongetwijfeld zou <span xml:lang="es">Pizarro</span>, zoo meende hij, Huascars rechten
+erkennen, en wat er dan gebeuren zou, was hem geen raadsel. Inplaats
+dus van bevel te geven Huascar te ontslaan en naar Caxamalca te
+voeren, beval hij, dat men hem in de gevangenis dooden zou en dit
+geschiedde ook. Toen nu <span xml:lang="es">Felipillo</span> nog verklaarde dat de Inka eene
+samenzwering smeedde tegen het leven der Spanjaarden, werd Atahualpa,
+beschuldigd dat hij zijn&rsquo; broeder had laten vermoorden, dat hij eene
+samenzwering tegen de Spanjaarden smeedde en dat hij volhardde in zijn
+Heidensch geloof, door <span xml:lang="es">Pizarro</span>&rsquo;s rechtbank veroordeeld om levend
+verbrand te worden.</p>
+
+<p>Bij het hooren van dit vreeselijke vonnis verloor de arme Vorst al
+zijn&rsquo; moed en zijne geestkracht. Bijna weenend smeekte hij om het
+behoud van zijn leven, en als men het hem schonk, dan beloofde hij nog
+dubbel zooveel goud te geven, als hij voor zijn&rsquo; losprijs reeds
+betaald had. <span class="pagenum"><a id="p_295">[295]</a></span><span xml:lang="es">Pizarro</span>, die nu gedurig versterkingen in soldaten,
+musketten en kanonnen gekregen had en dus zoo zwak niet meer stond als
+in het begin, sloeg dat aanbod af en was alleen te bewegen om den dood
+op den brandstapel door eene andere straf te vervangen, als de Inka
+Christen worden en den doop ondergaan wilde. De Inka, geheel
+ontmoedigd en van alle fierheid en geestkracht beroofd, stemde toe.
+Hij nam het Christendom aan, liet zich doopen en&mdash;werd geworgd. Het is
+zoo natuurlijk als iets, dat de dood van Atahualpa, die gestorven was
+zonder omtrent de opvolging eenige beschikking gemaakt te hebben, de
+grootste wanorde te voorschijn roepen moest. Een Inka werd niet
+gekozen door Priesters van de Zon, door Edelen of Krijgsbevelhebbers.
+Een Inka volgde eenvoudig op, en als dat de oudste zoon uit het
+voorgeschreven huwelijk niet was, dan was het een broeder of ander
+familielid van den overledene. Maar welke gevallen van opvolging zich
+ook mochten voordoen, Priester noch Edelman of Volkskind liet er zich
+mede in; het was eene zaak, die enkel het geslacht van Manco Capac
+aanging. Thans was er ineens in het regeeringsstelsel eene verbazend
+groote verandering gekomen. Wat de stok doet, dien men door het
+spinneweb slaat, dat had de hand van <span xml:lang="es">Pizarro</span> met het geslacht der
+Inka&rsquo;s gedaan, en letterlijk was hier het Bijbelwoord van toepassing:
+&bdquo;Ze dwalen als schapen, die geen&rsquo; herder hebben.&rdquo; Aan dien toestand
+wilde <span xml:lang="es">Pizarro</span> een einde maken. Hij zou den Inka benoemen en hem even
+als Atahualpa bij zich en onder zijn rechtstreeksch toezicht houden.
+Een broeder van Huascar werd gevonden en deze heette ook Manco Capac,
+doch als <span xml:lang="es">Pizarro</span> had gemeend in dezen jongen Vorst een werktuig te
+vinden, dan had hij zich vergist. Na het in bezit nemen van Cuzco, de
+oude hoofdstad van Peru, waar de Spanjaarden alweer opgestapelde
+schatten vonden, deed <span xml:lang="es">Pizarro</span> Manco Capac kronen. Toen dit geschied
+was, liet hij den Inka te Cuzco, welke stad door een&rsquo; Spaanschen Raad
+zou bestuurd worden, en zelf trok hij met een groot deel van zijn
+leger uit, om, in de nabijheid der zee, eene andere hoofdstad van de
+Kolonie te stichten, dewijl Cuzco te diep in het binnenland <span class="pagenum"><a id="p_296">[296]</a></span>gelegen
+was, wat, met het oog op de verbinding met Spanje, op den duur te
+lastig was. In eene heerlijke landstreek stichtte hij nu, dicht bij
+den Stillen-Oceaan, zijne hoofdstad en noemde die &bdquo;<span xml:lang="es">Ciudad de los
+Reyes</span>,&rdquo; wat &bdquo;Stad der Koningen&rdquo; beduidt. Naar den kuststroom <span xml:lang="es">Rio Lima</span>,
+aan welks oevers ze gelegen is, kreeg ze later den naam van Lima.</p>
+
+<p>Thans begon <span xml:lang="es">Pizarro</span> zich met alle macht en kracht toe te leggen op de
+verdeeling van het land, en hoeveel men hem, helaas, ten laste leggen
+moet, hij toonde een &bdquo;organiseerend talent&rdquo; te hebben, als slechts
+weinigen. Met krachtige hand voerde hij de teugels van bewind, en
+handel, nijverheid en landbouw konden overal en altijd op zijne
+krachtige ondersteuning rekenen, maar&mdash;alles ten voordeele der
+Spanjaarden. Aan de belangen der millioenen Peruanen werd niet
+gedacht, en hun grond, het &bdquo;Staatseigendom&rdquo;, werd eenvoudig aan
+Spanjaarden gegeven, want van die oude grondverdeeling wilde <span xml:lang="es">Pizarro</span>
+niets weten. Daar de heele Inka-regeering met dat algemeene grondbezit
+alleen bestaanbaar was, zoo gevoelde de Inka, dat hij, wilde hij in
+handen der Spanjaarden geene ledepop zijn, iets doen moest om hieraan
+een einde te maken. Hij wist de waakzaamheid van den Spaanschen Raad,
+waaronder <span xml:lang="es">Pizarro</span>&rsquo;s broeders
+<span xml:lang="es">Gonzalo</span> en <span xml:lang="es">Juan</span> waren, te verschalken,
+ontvluchtte Cuzco, en stelde zich aan het hoofd zijns Volks.</p>
+
+<p>Wie herinnert zich niet de laatste bedrijven van den Fransch-Duitschen
+oorlog van 1870&ndash;71? Wie gevoelde geene warme sympathie voor den
+Franschman? Geen militie-plichtig of gehuurd leger was het, dat onder
+den dapperen Generaal <span xml:lang="fr">Baptiste d&rsquo; Aurelle de Paladine</span> aan de <span xml:lang="fr">Loire</span>
+streed. Het waren nu de zonen des Volks, die hun hartebloed wijdden
+aan de verdediging van hun&rsquo; geboortegrond, en&mdash;geen heftiger
+tegenstanders hadden de Duitschers dan deze Patriotten.&mdash;Zoo ging het
+ook in Peru. Onder aanvoering van den dapperen en beleidvollen Manco
+Capac aanvaardden de Peruanen den strijd tegen hunne onderdrukkers en
+overweldigers. Het scheen zelfs, dat het lot hun gunstig was, want
+weldra brak ook onder de Spanjaarden een broederoorlog uit. <span xml:lang="es">Almagro</span>,
+die, <span class="pagenum"><a id="p_297">[297]</a></span>en niet ten onrechte, meende dat hij aan de verovering van Peru
+een even groot aandeel had als <span xml:lang="es">Pizarro</span>, kon het niet verkroppen, dat
+deze laatste alle macht en gezag aan zich trok. Wel had Koning Karel
+hem tot belooning van zijne diensten benoemd tot Stadhouder van de
+Zuidelijke gewesten van Peru, doch hiermede was <span xml:lang="es">Almagro</span> niet tevreden.
+Een tocht naar Chili, dat hij in 1535 ontdekte, leverde hem geene
+voordeelen op. In den strijd tegen <span xml:lang="es">Pizarro</span> om het bezit van de oude
+hoofdstad Cuzco, moest hij het onderspit delven, en de man, die
+zooveel gedaan had voor de ontdekking van Peru, werd, op last van
+<span xml:lang="es">Pizarro</span>&rsquo;s broeder <span xml:lang="es">Hernando</span>, op bijna vijfenzeventigjarigen leeftijd in
+de gevangenis geworgd en daarna onthoofd. Zoo eindigde de man, die in
+1464 bij <span xml:lang="es">Almagro</span> te vondeling gelegd was, zijn beroemd leven, dat
+alleen, omdat het geketend was aan dat van <span xml:lang="es">Pizarro</span>, van al te veel
+bloedige tooneelen getuige was. Tijdgenooten noemen hem een edel man,
+doch juist zou zijn edel karakter ook al zijn ongeluk geweest zijn,
+als hij inplaats van <span xml:lang="es">Pizarro</span> aan het hoofd der onderneming gestaan
+had. Thans regeerde <span xml:lang="es">Pizarro</span> zoo goed als oppermachtig Vorst, doch de
+wraak sliep niet, al behaalde <span xml:lang="es">Pizarro</span> op Inka Manco Capac, die zelfs
+te paard zijne legers aanvoerde, de eene overwinning na de andere. Een
+zoon van <span xml:lang="es">Almagro</span> smeedde eene samenzwering tegen het leven van den
+dwingeland, en deze werd nu op Zondag den twintigsten Juni 1541
+vermoord. De regeeringloosheid van het land duurde niet lang, want
+kort na <span xml:lang="es">Pizarro</span>&rsquo;s dood kwam de nieuwbenoemde Onder-Koning <span xml:lang="es">Don Vaca De
+Castro</span>, die het land met beleid en zachtheid regeerde, doch daardoor
+ook in Spanje den goud- en zilveraanvoer verminderde. Zulke mannen kon
+men niet gebruiken, en zóó zag men te Lima, beurtelings onder dezen
+dan dien Onder-Koning, het oude Inka-rijk langzaam, maar zeker ten
+gronde gaan. Het mocht voor het geslacht van Manco Capac zelfs niet
+baten, dat Sayri Capac in 1557 vrede met de Spanjaarden sloot en
+afstand van de Regeering deed ten behoeve van Koning Filips van
+Spanje, want in 1571 werd het geheele Inka-geslacht eenvoudig onthoofd
+of geworgd. Het schoone en vruchtbare Chili werd in <span class="pagenum"><a id="p_298">[298]</a></span>1550 door <span xml:lang="es">Don
+Pedro Valdivia</span> onder het bestuur van Lima&rsquo;s Onder-Koning gebracht.</p>
+
+<p>Terwijl Zuid-Amerika langs den Stillen Oceaan zoo in het bezit van
+Spanje gebracht werd, trachtten de Portugeezen zich meester te maken
+van de landen aan den Atlantischen Oceaan gelegen. Ze werden, we lazen
+dit vroeger, ontdekt door <span xml:lang="es">Vincente Yanez Pinzon</span>, doch na hem kwam er
+de Portugees <span xml:lang="pt">Pedro Alvarez De Cabral</span>. Het was niet het doel van hem
+geweest om dit land te naderen, doch op eene reis naar de Oost-Indiën
+werd hij door storm hierheen geslagen. Hij nam deze kust voor Portugal
+in bezit, en noemde ze &bdquo;<span xml:lang="pt">Terra da Vera-Cruz</span>,&rdquo; dat is &bdquo;Land van het Ware
+Kruis.&rdquo; Later kreeg het naar het verfhout &bdquo;<span xml:lang="pt">pao do brazilia</span>&rdquo; den naam
+van Brazilië. Onder de regeering van Koning Johan III van Portugal
+hechtte de Paus zijne goedkeuring aan deze in bezitneming. Eerst in
+1549 echter kwam er onder het bestuur van <span xml:lang="pt">Don Thomas Da Souza</span>, die
+door Koning Johan tot Gouverneur aangesteld was, in de Koloniën eenig
+leven van beteekenis, en tot eer van Portugal, dat toch óók een
+Katholiek volk was, en alles deed, wat het kon om het Evangelie te
+verbreiden, moet gezegd worden, dat de Koloniën zich in vrede
+ontwikkelden, en dat er van een bloedvergieten als in Mejico, Peru en
+Chili geene sprake was. Ongelukkig echter kwam Portugal in 1580 onder
+den Koning van Spanje, en zoo werd Brazilië ook Spaansch. Het was voor
+de Kolonie zoo goed als haar ondergang, want hoewel meest door
+Portugeesche Stadhouders bestuurd, moesten dezen zich toch schikken
+naar den zin en den wil van den Spaanschen Koning, die hun in de
+Nederlanders vijanden bezorgde, die medetellen konden. De
+Tachtigjarige Oorlog toch tegen Spanje, deed in Holland de later zoo
+machtige Oostindische Compagnie in 1602, en in 1621 de Westindische
+ontstaan. Deze Westindische Compagnie was het, die eerst onder
+Admiraal Piet Hein, de Braziliaansche Koloniën fel liet bestoken, om
+later, in 1630, Graaf Johan Maurits van Nassau, als Stadhouder naar
+deze nieuwe Westindische bezitting te zenden. Eenendertig jaar lang
+bleef Brazilië nu in het bezit der W. I. Compagnie, doch daar
+inmiddels Portugal <span class="pagenum"><a id="p_299">[299]</a></span>zijne zelfstandigheid als Koninkrijk weer
+herkregen had, en de zaken der Compagnie in dat groote land niet naar
+wensch gingen, zoo werd het in 1661 eenvoudig aan Portugal
+teruggegeven voor eene som van ruim vier millioen gulden. Deze
+Compagnie, die al te veel bedacht was geweest op groote uitkeeringen
+van winst, was daardoor in schulden geraakt, en moest in hetzelfde
+jaar ontbonden worden. Wel werd er terstond weer eene nieuwe
+opgericht, maar van deze ging slechts een zwak leven uit, waaraan het
+wel toe te schrijven is, dat onze Westindische bezittingen niet tot
+bloei geraakten en meestal schadeposten waren, niettegenstaande de
+Kolonie Suriname, veel meer dan de eilanden, die daar tot onze
+bezittingen behooren, rijke bronnen van welvaart bevat.</p>
+
+<p>Verlaten we nu Zuid-Amerika om een&rsquo; blik te werpen op de noordelijke
+helft der Nieuwe Wereld bekend onder den naam van Noord-Amerika.</p>
+
+<p>Wij kwamen er reeds met de Noormannen langs de kusten tot bij de
+plaats waar nu New-York ligt; met <span xml:lang="es">Juan Ponce De Leon</span> en de <span xml:lang="es">Cabot</span>s in
+Florida, en met <span xml:lang="es">Cortez</span> in Mejico en Californië.</p>
+
+<p>De omstandigheid, dat het verarmde Europa zooveel behoefte had aan
+goud, mag wel oorzaak genoemd worden, dat de geschiedenis van
+Noord-Amerika zulk een geheel andere is dan die van Zuid-Amerika. Wie
+hier Koloniën stichten wilde, had heel wat anders te doen dan goud te
+verzamelen. Slechts krachtige en nijvere handen, mannen bezield met
+lust tot den arbeid en niet krachteloos gemaakt door een lui,
+wellustig en weelderig leven, konden in dit gedeelte der Nieuwe Wereld
+Koloniën stichten. Zoo kwamen hier onder de regeering van Koningin
+<span xml:lang="en">Elisabeth</span>, in 1585, de Engelschen onder <span xml:lang="en">Sir Walter Raleigh</span>. Zij
+vestigden zich op het eiland <span xml:lang="en">Roanoke</span>, bij de kust van Noord-<span xml:lang="en">Carolina</span>,
+en Sir <span xml:lang="en">Walter</span> gaf aan zijne Kolonie den naam van &bdquo;<span xml:lang="en">Virginia</span>&rdquo; of &bdquo;Maagd&rdquo;
+ter eere van zijne Koningin, die ongehuwd was. In 1606 echter begonnen
+de Koloniën, die daar aangelegd waren, eerst van eenige beteekenis te
+worden, daar Koning Jacobus I er op bedacht was om er geschikte
+landbouwers en handwerkslieden heen te zenden. Deze Kolonisten <span class="pagenum"><a id="p_300">[300]</a></span>waren
+dus Planters, die hunne plantages slechts zeer langzaam naar het
+binnenland uitbreidden. Met het musket op den schouder en pistolen en
+dolken in den gordel, bebouwden ze het land, dat ze in bezit genomen
+hadden, telkens aangevallen en verontrust door de Indianen, die wel
+ruw en onbeschaafd waren, doch niet, als Azteken en Peruanen, door een
+weelderig leven verzwakt waren geworden. De strijd om het bestaan werd
+daardoor voor de Planters een felle strijd, en iemand, die gaarne
+klakkeloos rijk wilde worden, zocht allerminst de Noordamerikaansche
+wouden en prairiën op. Kloeke mannen, kerels waar pit in zat, waren
+die Engelsche Planters.</p>
+
+<p>Weldra zouden ze eene zeer gewenschte versterking ontvangen ook in
+lieden, die terwille van den Godsdienst hun land verlieten. Koning
+Jacobus I, die gaarne de rol van groot godgeleerde speelde, begon al
+heel spoedig na zijne troonsbeklimming de
+Presbyterianen,&mdash;Protestanten, die zich tegen de Bisschoppelijk
+Protestantsche Kerk verzett&rsquo;en,&mdash;te onderdrukken en te vervolgen. Zijn
+zoon, Koning Karel I, was als zijn Vader, een heftig tegenstander van
+de Presbyterianen, en tal van dezen nu namen de wijk naar de
+Noordamerikaansche Koloniën, waar ze met open armen ontvangen werden,
+als ernstige mannen, die vast besloten hadden, in het aangenomen
+Vaderland zich eene positie te veroveren.</p>
+
+<p>Het waren evenwel de Engelschen alleen niet, die Koloniën in
+Noord-Amerika gevestigd hadden. <span xml:lang="en">Henry Hudson</span>, een Engelschman, was in
+dienst van onze Oostindische Compagnie getreden, en op zijne reis om
+eene noordoostelijke doorvaart te vinden, ontdekte hij den derden
+September 1609 het eiland <span xml:lang="en">Manhattan</span>. Een deel der bemanning bleef hier
+achter en stichtte er eene Kolonie, die weldra uit het Vaderland de
+noodige versterking ontving. Er werd nu een fort gebouwd, dat den naam
+kreeg van &bdquo;Nieuw-Amsterdam&rdquo;. De Kolonie nam, in korten tijd, in omvang
+toe, en het fort werd een zeer welvarend, echt Hollandsch stadje. Echt
+Hollandsch was men ook te werk gegaan met het in bezit nemen van het
+eiland, want men had het voor de som van vierentwintig dollars van de
+Indianen <span class="pagenum"><a id="p_301">[301]</a></span>gekocht. Die som moge bespottelijk klein heeten, het feit
+blijft toch bestaan, dat de Nederlanders aan de Indianen den grond
+maar niet eenvoudig met het recht van den sterkste ontnamen. Dat
+koopen van grond hielden zij vol toen ze, ter uitbreiding van hunne
+Kolonie, gronden aan de rivier de <span xml:lang="en">Delaware</span> en het Staten-eiland noodig
+hadden. Aan deze handelwijze zal het dan ook wel te danken geweest
+zijn, dat de Kolonisten steeds in welvaart en macht toenamen, want de
+Indianen dreven met hen gaarne handel in pelterijen, en waren er niet
+op uit om hen te scalpeeren, als ze hen wat ver van hunne Kolonie
+aantroffen. Nieuw-Amsterdam breidde zich steeds meer en meer uit, en
+de welvaart nam met den dag toe. Doch wat gebeurde?</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 720px;">
+<img src="images/p302.jpg" width="720" height="421" alt="Nieuw-Amsterdam of New-York vóór derdehalve eeuw." title="" />
+<span class="caption">Nieuw-Amsterdam of New-York vóór derdehalve eeuw.</span>
+</div>
+
+<p>Met Karel II was het huis der <span xml:lang="en">Stuart</span>s weer op den Engelschen troon
+gekomen, en hoeveel Koning Karel ook aan de Nederlandsche Republiek te
+danken had, hij bleef haar levenslang vijandig, en niet lang was hij
+aan de Regeering, of hij verklaarde de Republiek den oorlog.
+Schitterend werd deze zee-oorlog, vooral door het beleid van onzen
+grooten De Ruyter, door de Republiek gevoerd, maar, de Kolonie
+&bdquo;Nieuw-Nederland&rdquo;, zooals de Nieuw-Amsterdammers hun land noemden,
+ging er bij verloren. Koning Karel II, wiens geldmiddelen steeds in
+een&rsquo; berooiden toestand verkeerden, moest zijn&rsquo; broeder Jacobus,
+Hertog van <span xml:lang="en">York</span>, toch ook eenige inkomsten geven, en daar hij zelf
+geen geld had, zoo gaf hij de Kolonie Nieuw-Nederland aan hem. Door
+vier Engelsche fregatten werd deze streek in bezit genomen, en ter
+eere van den nieuwen Vorstelijken eigenaar kreeg de stad den naam van
+&bdquo;<span xml:lang="en">New-York</span>&rdquo;. De Hollanders, die hier eigendommen hadden, en niet heel
+erg bemoeielijkt werden, bleven er voor het grootste gedeelte wonen,
+en nog altijd kan men in <span xml:lang="en">New-York</span>s adresboek honderden namen vinden,
+die of nog geheel Hollandsch zijn, òf tendeele hun&rsquo; Hollandschen klank
+behouden hebben. Hoe die afstammelingen van onze wakkere Voorvaderen
+ons gezind zijn, blijkt uit tal van voorbeelden, en waar men nu
+gedachtenis viert van Columbus&rsquo; groote ontdekking, daar blijven de
+<span xml:lang="en">New-York</span>ers niet achter om ook de geschiedenis van hunne stad door den
+druk <span class="pagenum"><a id="p_302">[302]</a></span>algemeen bekend te maken, en de wijze waarop ze met lof spreken
+van de kloeke stichters van deze wereldstad, kan ons tevreden doen
+zijn en steekt scherp af bij de oordeelvellingen, die in den vreemde
+ons land en volk meestal tendeel vallen. Trouwens van <span xml:lang="en">New-York</span>s
+grootheid en aanzien legden die Oud-Hollandsche familiën&mdash;er is geen
+Amerikaan, die dat tegenspreekt&mdash;den hechten grondslag. Trotsch zijn
+ze op hunne Oud-Hollandsche namen, en hoe hunne zeden en gewoonten in
+den loop der tijden ook veranderd mogen zijn, zóó zelfs, dat zij geen
+woord meer van onze taal verstaan, toch sluiten zij zich gaarne aaneen
+om in de groote wereldstad eene vereeniging te vormen, waarin men,
+stellig eenmaal in het jaar op het aartsvaderlijke Sinterklaasfeest,
+nog eens op zijn Oud-Hollandsch feest viert, en een aanzienlijk aantal
+hunner is, uit sympathie voor het geboorteland hunner Vaderen, lid van
+de Leidsche &bdquo;Drie October vereeniging&rdquo;. Daar onder de leden van die
+Vereeniging tal van mannen gevonden worden, die zeer vermogend zijn,
+zoo wordt het duidelijk, dat zelfs de Engelsche Amerikanen rekening
+houden met de leden van de &bdquo;Hollandsche Club&rdquo;.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_303">[303]</a></span></p>
+
+<h2><a id="HOOFDSTUK_XIII"></a>HOOFDSTUK XIII.</h2>
+
+<hr class="tit" />
+
+<p class="subtitle">DE EERSTE REPUBLIEK IN AMERIKA.</p>
+
+<p>De omstandigheid, dat onder de Kolonisten van Noord-Amerika zeer velen
+waren, die Engeland verlaten hadden om in vrijheid hun&rsquo; godsdienst te
+belijden, heeft in het karakter der Kolonisten eene zeer groote rol
+gespeeld. Ze hadden waarlijk niet zoo heel veel redenen om een land te
+beminnen, waar voor hen en hun geloof geene plaats was, en steeds
+waren ze er op uit om de Regeering van Engeland tegen te streven,
+wanneer deze hen ook hier het leven bemoeielijkte. Dat ze er prijs op
+stelden om althans hier God naar de inspraak van hun hart vrijelijk te
+dienen, is duidelijk, maar even duidelijk is het, dat ze ook prijs
+stelden op hetgeen ze met zooveel moeite en kosten hadden tot stand
+gebracht. Veel wilden ze dulden, maar ten opzichte van het geloof en
+handelszaken waren ze zeer prikkelbaar. Dit bleek helder als de dag in
+1642, toen de Engelsche Regeering een algemeen handels-monopolie
+eischte, waarop de Kolonisten van Virginië eenvoudig antwoordden, dat
+ze niet genegen waren dat handels-monopolie te erkennen, omdat
+&bdquo;vrijheid van handel het bloed en leven is van een&rsquo; Staat.&rdquo; Men ziet
+uit deze woorden dat de &bdquo;<span xml:lang="en">freetraders</span>&rdquo;, die heden ten dage nog zoovele
+pennen in beweging brengen en zoovele hoofden warm maken, niet van
+vandaag of gisteren zijn.</p>
+
+<p>Met zulk een handelsbeginsel en zulk een Republikeinsch streven kon
+het den Kolonisten in Noord-Amerika natuurlijk niet welkom zijn, toen
+in 1664 de verschillende Koloniën meer rechtstreeks onder den invloed
+der Engelsche Regeering kwamen. Wel toonde deze laatste aanvankelijk
+het zoo heel kwaad niet te meenen. Zij trachtte door schenkingen en
+giftbrieven van allerlei aard aan <span class="pagenum"><a id="p_304">[304]</a></span>de Koloniën eene soort van
+staatkundige onafhankelijkheid te verleenen. Aan de eene Kolonie
+schonk zij dit en aan de andere dat voordeel, en daar vele Koloniën
+later Staten werden, zoo kwam het, dat er tusschen deze Staten
+onderling dikwijls tweedracht en twist ontstond. Die twisten wilden de
+Staten liever onder elkander uitmaken, doch de Engelsche Regeering
+begreep dit anders, en trad tusschenbeiden door gegeven voorrechten op
+te heffen, wat natuurlijk van de zijde der Kolonisten tot
+ontevredenheid aanleiding gaf. Zoo waren de verschillende Koloniën of
+Staten telkens in botsing met de Regeering, en daar zij zich sterk
+uitbreidden, kwamen ze ook menigmaal in verzet. Onderwerping was dan
+meestal het geval, omdat ze te zwak waren om zich tegen Engelands
+macht te verzetten. Dat men zich slechts noode onderwierp, ligt in den
+aard der zaak. Om hunne belangen krachtiger te kunnen behartigen,
+hadden de Kolonisten van <span xml:lang="en">Connecticut<span class="corr" id="corr52" title="[Niet in Bron]">,</span> Rhode Island, New Hampshire,
+Vermont</span> en <span xml:lang="en">Maine</span> in 1643 een verbond met elkander gesloten, dat den
+naam kreeg van &bdquo;Unie der Koloniën van Nieuw-Engeland&rdquo;. Was het vooral
+gericht tegen de Nederlanders en Franschen, die zich op hunne kosten
+wilden uitbreiden, later gebruikte men die Unie toch ook tegenover de
+onbillijke eischen van Engeland. Na den val van Koning Jacobus II, en
+de verheffing van Willem van Oranje tot Koning van Groot-Britannië en
+Ierland in 1688, kon men in de Amerikaansche Koloniën niet veel
+verbetering in den toestand gewaar worden. Alles bleef bij het oude,
+ja, het duurde niet lang, of men maakte zich vanwege de Regeering aan
+handelingen schuldig, welke nieuwe grieven te voorschijn riepen.
+Handel en nijverheid werden gesteund, ja, maar altijd in het belang
+van Engeland, nimmer in dat van de Kolonisten.</p>
+
+<p>&bdquo;Vrijheid van handel is het bloed en leven van een Staat,&rdquo; hadden de
+Virginiërs reeds in 1642 gezegd, maar Engeland ging voort met die
+stelling niet aan te nemen, en beperkte den handel op kleingeestige
+wijze.</p>
+
+<p>De &bdquo;Acte van Navigatie&rdquo;, door <span xml:lang="en">Cromwell</span> in het leven geroepen, vooral
+om den koophandel en de vrachtvaart van <span class="pagenum"><a id="p_305">[305]</a></span>Holland te kortwieken, werd
+ook hier toegepast, want in de verschillende havens mochten geene
+andere schepen dan Engelsche binnenloopen.</p>
+
+<p>Den handel werkten de Engelsche Regeering en het Koloniaal Bestuur
+door allerlei hooge belastingen tegen, en het binnenlandsche verkeer
+kwijnde onder tal van lastige en kleingeestige maatregelen.</p>
+
+<p>Hadden de Kolonisten kleederen, gereedschappen, werktuigen of
+voorwerpen van huiselijk gebruik noodig, dan mochten ze die uit geen
+ander land laten komen. In Engeland moesten ze alles koopen en
+verkoopen.</p>
+
+<p>Dat drukte vooral op den landbouw en de nijverheid, die werktuigen en
+gereedschappen noodig hadden. De ijzer-industrie mocht, wanneer het
+ander werk beoogde dan gewoon smidswerk, niet gedreven worden, en
+schandelijk genoeg maakten de Engelsche ijzer-fabrikanten hiervan
+gebruik door hun fabrikaat met grove winsten aan de Kolonisten te
+verkoopen.</p>
+
+<p>Voor het verbouwen van suikerriet was de bodem in vele streken
+uitnemend geschikt, maar wie dacht er aan om suiker-plantages aan te
+leggen, waar de Regeering op de suiker-raffinaderijen zulke hooge
+lasten legde, dat het verbouwen van suikerriet niets anders dan schade
+opleverde?</p>
+
+<p>Uit alles bleek het duidelijk, dat Engeland de Koloniën alleen
+beschouwde als zijn&rsquo; citroen, dien het met alle recht mochten
+uitknijpen tot de pitten droog van tusschen de schillen vielen.</p>
+
+<p>Wat <span xml:lang="en">Freiligrath</span> van Ierland dichtte, zou met verandering van woorden
+op de toenmalige Koloniën toegepast kunnen worden:</p>
+
+<div class="poem">
+ <div class="stanza">
+ <span class="i1">&bdquo;De visscher, herder, jager zien<br /></span>
+ <span class="i2">Beroofd de landstreek rond;<br /></span>
+ <span class="i1">Hier diep moeras, daar weel&rsquo;gen, maar<br /></span>
+ <span class="i2">Nog onontgonnen grond.<br /></span>
+ <span class="i1">O, dit gedempt, en dien bebouwd...<br /></span>
+ <span class="i2">&bdquo;Laat af! Gij zult niet!&rdquo;&mdash;<br /></span>
+ <span class="i14">Hoe?&mdash;<br /></span>
+ <span class="i0">Niet aan den <em class="g">Ier</em> hoort de <em class="g">Iersche</em> grond<br /></span>
+ <span class="i2">Hij komt den <em class="g">landheer</em> toe.&rdquo;<br /></span>
+ </div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_306">[306]</a></span></p>
+
+<p class="noi">en die <em class="g">landheer</em> is dan een Engelschman, waarvan het snijdend scherp
+heet:</p>
+
+<div class="poem">
+ <div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;En dan te <em class="g">Londen</em> of <em class="g">Parijs</em><br /></span>
+ <span class="i1">Er de opbrengst van verspeelt.&rdquo;<br /></span>
+ </div>
+</div>
+
+<p>Inmiddels was ook van eene andere zijde de toestand der Kolonisten
+niet rooskleurig.</p>
+
+<p>Hadden de Spanjaarden, zoo het volgens de overlevering heet, hoog ten
+Noorden van den Amerikaanschen Archipel een land gevonden, waarvan ze
+eenparig getuigden: &bdquo;<span xml:lang="es">Aca nada!</span>&rdquo; dat is: &bdquo;Hier is niets!&rdquo; toch had
+omstreeks 1500 een zekere Italiaan <span xml:lang="it">Giovanni Verragani</span>, die in
+Franschen dienst was, dit land, dat later den naam van &bdquo;Canada&rdquo; kreeg,
+voor Frankrijk in bezit genomen. Frankrijk vond dat goed, doch deed er
+niets mede, en honderd jaar moest er verloopen eer de eerste Fransche
+Kolonie zich daar nederzette. Kardinaal <span xml:lang="fr">De Richelieu</span> was het, die wist
+door te drijven, dat er zich een handels-genootschap vestigde, hetwelk
+niet minder dan zestienduizend handwerkslieden en landbouwers
+derwaarts brengen zou. Deze Fransche Kolonie nu, leverde door
+landbouw-producten en pelterijen-handel groote voordeelen op, zoodat
+de Kolonie zich steeds uitbreidde, en ten laatste in aanraking kwam
+met de Engelsche Kolonisten.</p>
+
+<p>Het was natuurlijk, dat nu de vraag geopperd werd waar de grenzen
+waren tusschen de Fransche en de Engelsche Koloniën, en dit was maar
+niet met een paar woorden uit te maken.</p>
+
+<p>Over die grensscheiding ontstond een oorlog tusschen Frankrijk en
+Engeland, die niet alleen in Europa, maar ook in Amerika gevoerd werd.</p>
+
+<p>Het was voor de Engelsche Kolonisten werkelijk niet alles om goed en
+bloed in dien strijd te wagen, en toch deden ze het, en wel met zulk
+een&rsquo; goeden uitslag, dat Frankrijk in 1763 Canada aan Engeland
+afstond, welk Rijk deze veroverde Kolonie als een zelfstandig geheel
+beschouwde en geheel van de andere Koloniën afscheidde.</p>
+
+<p>De man, die had weten te bewerken, dat de Engelsche Kolonisten zich in
+dezen oorlog zoo wakker weerden, was <span class="pagenum"><a id="p_307">[307]</a></span><span xml:lang="en">William Pitt</span>, de beroemde
+Staatsman, die echter in de oogen van Koning <span xml:lang="en">George</span> III geene genade
+vinden kon. Te vergeefs was het, dat <span xml:lang="en">Pitt</span> zich beijverde om aan de
+Engelsche Koloniën, ter belooning voor hunne onwaardeerbare diensten
+in den oorlog tegen Frankrijk, eene eigen Wetgeving en een eigen
+Bestuur te verleenen. De stijfhoofdige Koning wilde, opgestookt door
+lieden, die <span xml:lang="en">Pitt</span>&rsquo;s tegenstanders waren, hiervan niets weten. Hij wilde
+in die Koloniën niets anders zien dan een winstgevend bezit. Ware het
+daarbij nu nog maar gebleven, wellicht dat men in de Koloniën zou
+gezwegen hebben. Maar Koning <span xml:lang="en">George</span> had nog andere plannen. De oorlog
+tegen Frankrijk had Engeland een&rsquo; schat van geld gekost, en om de
+rente van de nieuwe staatsschulden te kunnen betalen, besloot hij de
+belastingen in de Koloniën te verhoogen.</p>
+
+<p>Was het wonder, dat deze Vorstelijke willekeur alle Kolonisten in
+verzet bracht tegen de Regeering? Toch bleef het verzet lijdelijk, en
+bepaalde het zich alleen tot gemor. Minder lijdelijk verdroegen ze de
+verklaring van den Minister, in het Parlement gegeven, dat de
+Koloniale Staten zich onvoorwaardelijk onderwerpen moesten aan de
+uitspraken van Kroon en Parlement. In vinnige geschriften en vurige
+redevoeringen werd dit recht van Kroon en Parlement betwist.</p>
+
+<p>Koning <span xml:lang="en">George</span>, die het er inderdaad op scheen toe te leggen om den
+opstand der Koloniën in het leven te roepen, voerde nu eene zegelwet
+in, die niemand begeerde, en hij liet ook bekendmaken, dat de
+Kolonisten verplicht waren aan de Koninklijke troepen huisvesting en
+verpleging te verschaffen, waar en wanneer de Koning zulks begeerde.</p>
+
+<p>Het was een tijd van gisting in Europa, en de &bdquo;onschendbare rechten&rdquo;
+van den mensch vonden hare predikers in <span xml:lang="en">James Otis, John Adams</span>, en
+vooral in den Franschen wijsgeer <span xml:lang="fr">Jean Jacques Rousseau</span>.</p>
+
+<p>Met de geschriften en prediking van die mannen bleef men in de
+Amerikaansche Koloniën niet onbekend. Allerwegen verrezen
+vereenigingen van &bdquo;Vrijheidszonen&rdquo;, die <span class="pagenum"><a id="p_308">[308]</a></span>zich ten doel stelden om als
+Apostelen van de onschendbare rechten van den mensch op te treden. Te
+midden van dien algemeenen tegenstand verordende de Koning de
+invoering der zegelwet, doch men moest dit nalaten, omdat de zegels
+gestempeld moesten worden, en er niemand was, die zich aanbood om de
+betrekking van stempelaar te aanvaarden.</p>
+
+<p>Met elken dag werd de toestand steeds meer gespannen.</p>
+
+<p>In December 1773 liepen te <span xml:lang="en">Boston</span> eenige overmoedige Kolonisten, die
+zich als Indianen verkleed hadden, een Engelsch schip af. Het was met
+thee geladen, en de heele lading, die eene waarde had van ruim twee
+ton, werd in zee geworpen.</p>
+
+<p>Deze handeling was de ouverture van het heele spel.</p>
+
+<p><span xml:lang="en">Boston</span> werd door de Regeering in staat van beleg verklaard, en eenige
+regimenten werden naar de Kolonie gezonden om de inwoners van <span xml:lang="en">Boston</span>
+te straffen, en de oproerige menigte tot zwijgen te brengen. Een adres
+aan de Regeering, om het gebeurde niet zoo hoog op te nemen, werd
+eenvoudig terzijde gelegd. Dit ging den Kolonisten te ver, en in
+September 1774 kwamen de vertegenwoordigers van twaalf Koloniën of
+Staten bijeen om den toestand te bespreken en dan onder elkander uit
+te maken, wat er gedaan moest worden. Het was het eerste Congres der
+Revolutionnairen.</p>
+
+<p>De besluiten, die genomen waren, konden zeker niet strekken om eene
+verzoening met het Moederland tot stand te brengen, want ze waren zoo
+vijandig mogelijk, ja, er werd eenvoudig besloten, dat men, als
+zelfstandig land in het Koninkrijk, zitting en stem in het Parlement
+hebben zou, en zoo lang de Regeering weigerde aan dien eisch te
+voldoen, zoo lang zou men ook alle verkeer met Engeland afbreken.</p>
+
+<p>De teerling was geworpen; de opstand in de Kolonie was uitgebroken.</p>
+
+<p>Men kon in die dagen nog mannen huren, die er het ambacht van soldaat
+op nahielden, en er waren ook wel enkele Duitsche Vorsten, die hunne
+soldaten aan een&rsquo; vreemden <span class="pagenum"><a id="p_309">[309]</a></span>Koning
+tegen eene billijke vergoeding, die
+de Vorsten in den zak staken, afstonden.</p>
+
+<p>Koning <span xml:lang="en">George</span> wist zoo eenige regimenten van die geoefende
+vechtersbazen te bekomen en zond ze naar Amerika. In het eerst scheen
+het, dat de ongeordende troepen &bdquo;Vrijheidszonen&rdquo; het op de gehuurde
+soldaten winnen zouden, doch weldra bleek het, dat orde en tucht onder
+die &bdquo;Vrijheidszonen&rdquo; al te veel ontbraken, zoodat de huurbenden niet
+zooveel moeite hadden om de overwinning te behalen. De eerste
+nederlaag van aanbelang leden de opstandelingen bij <span xml:lang="en">Bunkershill</span>. Thans
+was goede raad duur. Wat moest men doen?</p>
+
+<p>In dien dreigenden toestand verscheen een redder in den persoon van
+den Kwaker, <span xml:lang="en">George Washington</span>, die op het tweede Congres, dat de
+opstandelingen hielden, den tienden Mei 1775, tot Opperbevelhebber
+over het leger benoemd was geworden. Weinig beroemde mannen zijn er,
+die zóó de algemeene achting van vriend en vijand genoten hebben, als
+deze <span xml:lang="en">George Washington</span>, eene der beminnelijkste historische figuren
+uit de achttiende eeuw, de <span xml:lang="de">Wilhelm Tell</span> van Amerika. De nederlaag bij
+<span xml:lang="en">Bunkershill</span> had hij niet kunnen beletten, en evenmin kon men hem
+aansprakelijk stellen voor den noodlottigen winterveldtocht van
+<span xml:lang="en">Montgomery</span> tegen Canada, in November 1775. Zijne heele aandacht was
+gevestigd op de geduchte toebereidselen, die Engeland maakte om door
+kracht van wapenen den opstand ineens te onderdrukken. Engeland zond
+veertigduizend man geoefende troepen, en hiertegen over kon <span xml:lang="en">Washington</span>
+slechts zeventienduizend ongeoefende plaatsen. <span xml:lang="en">Washington</span> deed, wat
+hij kon, maar was aanvankelijk niet gelukkig. Dit belette evenwel
+niet, dat de opstandelingen minder dan ooit eraan dachten om het hoofd
+in den schoot te leggen. Integendeel, dertien Staten of Koloniën
+gingen verder dan ze reeds gegaan waren, en op een nieuw Congres
+verklaarden ze zich onafhankelijk van Engeland, en namen den naam aan
+van &bdquo;Vereenigde Staten van Noord-Amerika.&rdquo;</p>
+
+<p>Dit gedenkwaardig besluit werd genomen den vierden Juli 1776, en&mdash;de
+eerste Republiek in Amerika was gegrondvest.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_310">[310]</a></span>Zwaar,
+ontzaglijk zwaar viel de strijd, maar <span xml:lang="en">Washington</span> bezielde
+alles, zelfs na eene nederlaag, en waar hij in de Koloniën alles deed
+om de zaak der vrijheid te doen zegevieren, daar was zijn vriend
+<span xml:lang="en">Benjamin Franklin</span> buiten de Koloniën in Europa bezig, om de belangen
+van de opstandelingen aan het Fransche Hof te bepleiten, en hij deed
+dit met zulk eene warmte en met zóóveel overleg, dat Koning Lodewijk
+XVI in 1778 de onafhankelijkheid van de Vereenigde Staten van
+Noord-Amerika erkende. Spanje volgde met het sluiten van een
+handelsverdrag met deze Vereenigde Staten, hetwelk vanzelf de
+erkenning als Mogendheid inhield, het volgende jaar.</p>
+
+<p>Bij deze erkenning van Frankrijk bleef het niet.</p>
+
+<p>Dit mag ons verbazen van een&rsquo; Koning van Frankrijk, doch we moeten
+niet vergeten, dat Koning Lodewijk XVI gedreven werd door den wil van
+het Fransche volk, dat doortrokken was van <span xml:lang="es">Rousseau</span>&rsquo;s leer over de
+onschendbare rechten van den mensch. Er heerschte in Frankrijk een
+zelfde geest van verzet, als in de oproerige Engelsche Koloniën,
+zoodat Koning Lodewijk genoodzaakt was te doen, wat met zijne
+beginselen streed.</p>
+
+<p>Den tienden Juli 1780 stapte een Fransch hulpleger van zesduizend man
+op <span xml:lang="en">Rhode Island</span> aan wal, om tegen de Engelschen op te trekken.
+Generaal <span xml:lang="fr">Rochambeau</span>, die de Fransche troepen aanvoerde, stelde
+<span xml:lang="en">Washington</span> bovendien nog eene som van zestien millioen <span xml:lang="fr">livres</span> terhand,
+welke ten deele door het Fransche volk geschonken, tendeele
+geleend werden.</p>
+
+<p>Stonden de zaken van Engeland al hopeloos vóór de Franschen hulp
+zonden, nu zag ieder verstandig mensch terstond in, dat de Koloniën
+onherroepelijk voor Engeland verloren waren.</p>
+
+<p>Alleen Koning <span xml:lang="en">George</span> wilde dat niet zien, en hield met eene
+hoofdigheid, die het Rijk op millioenen ponden <span xml:lang="en">sterling</span> te staan kwam,
+den strijd nog anderhalf jaar vol, en men ging pas tot
+onderhandelingen met de opstandelingen over toen een vrijzinnig
+Ministerie &bdquo;<span xml:lang="en">Rockingham-Shelburne</span>&rdquo; aan het roer kwam. Den dertigsten
+November 1782 kwam er een verdrag tot stand, waarbij Engeland
+voorloopig de <span class="pagenum"><a id="p_311">[311]</a></span>onafhankelijkheid van de Vereenigde Staten van
+Noord-Amerika erkende. Voor goed werd die onafhankelijkheid erkend bij
+den vrede van <span xml:lang="fr">Versailles</span> in 1783.</p>
+
+<p>Het was onmogelijk om in een boek van dit bestek waarin zoovele
+gebeurtenissen moesten opgenomen en geschetst worden, over dezen
+vrijheidsoorlog breedvoeriger te zijn. Deze oorlog is waard om door
+ieder uitgebreider gelezen te worden, al ware het alleen om de twee
+groote en schoone figuren, <span xml:lang="en">George Washington</span> en <span xml:lang="en">Benjamin Franklin</span>, in
+hunne volle kracht te leeren kennen.</p>
+
+<p>Geen wonder was het, dat de Vereenigde Staten, nu ze eenmaal, en zelfs
+door Engeland, erkend waren, de handen ineen sloegen tot het ontwerpen
+eener Constitutie, en toen volgens de bepalingen dezer Constitutie een
+President moest gekozen worden, verbaasde niemand zich, dat <span xml:lang="en">George
+Washington</span> de uitverkorene was. Dat men verder de stad, waar de zetel
+der Regeering gevestigd werd, &bdquo;<span xml:lang="en">Washington</span>&rdquo; noemde, is verklaarbaar
+voor iedereen, die gaarne aanneemt, dat dankbaarheid geene
+vreemdelinge in de Vereenigde Staten is.&mdash;</p>
+
+<p>De verschoonbare geest van verzet tegen de Europeesche Souvereinen
+heerschte evenwel niet uitsluitend in de Engelsche Koloniën van
+Noord-Amerika. Die geest doorreisde de heele Nieuwe Wereld, en
+gaandeweg verklaarde, op het voorbeeld der Vereenigde <span class="corr" id="corr53" title="Bron: Saten">Staten</span>,
+de eene Spaansche Kolonie na de andere zich onafhankelijk.</p>
+
+<p>De geschiedenis van al die nieuwe Republieken te verhalen is
+ondoenlijk, en wij willen volstaan met alleen eene opgaaf te doen van
+de jaren waarin ze ontstonden.</p>
+
+<p>Peru verklaarde zich onafhankelijk en werd eene Republiek in 1824;
+Chili had zichzelf reeds in 1818 vrijgemaakt en tot Republiek
+verklaard. Mejico was in 1824 eene Republiek geworden. Wat de andere
+Republieken betreft, valt dit zeer moeielijk te zeggen, want geene
+kaart waarop de staatkundige indeeling der landen afgebeeld is,
+onderging zoovele malen eene verandering, als die van Middel-Amerika.</p>
+
+<p>Van de Republiek Mejico dient evenwel nog wat vermeld.<span class="pagenum"><a id="p_312">[312]</a></span></p>
+
+<p>Keizer Napoleon III, die eenmaal President van de Fransche Republiek
+was, maar die zich tot Keizer van Frankrijk had weten te verheffen,
+kon met geene goede oogen eene Republiek aanzien, en trachtte met de
+verwikkelingen, die voortdurend in Mejico heerschten, zijn voordeel te
+doen. Zich verbonden hebbende met een deel ontevreden Mejicanen, zond
+hij, onder <span xml:lang="fr">Bazaine</span>, een Fransch leger naar het voormalige Azteken-rijk
+en weldra was een groot deel van dat land veroverd. Nu wist Keizer
+<span xml:lang="fr">Napoleon</span> een&rsquo; broeder van den Keizer van Oostenrijk te bewegen om,
+aanvankelijk onder het protectoraat van Frankrijk, Keizer van Mejico
+te worden. Deze Aartshertog heette Maximiliaan en hij was een
+innemend, vriendelijk en zachtmoedig man. Als zoodanig was hij reeds
+ongeschikt om de Mejicaansche Keizerskroon te dragen. Zij werd hem
+eene smartelijke doornenkroon, en na haar drie jaar gedragen te
+hebben, kreeg de partij der revolutie de overhand, omdat Frankrijk
+zijn&rsquo; beschermeling zoo goed als aan zijn lot overliet, en de arme
+Keizer werd den negentienden Juni 1867 gefusilleerd. Na dien tijd is
+zijne ongelukkige Gemalin, Keizerin <span xml:lang="fr">Charlotte</span>, eene zuster van Koning
+Leopold II van België, krankzinnig.</p>
+
+<p>Merkwaardig is het, dat na de ontdekking van de Nieuwe Wereld en den
+ondergang der oorspronkelijke Monarchale Rijken, in heel Amerika
+slechts twee Keizerrijken geweest zijn, door Christen-keizers
+bestuurd. Beiden werden het nog niet eens door vrije keuze, doch door
+een&rsquo; samenloop van omstandigheden.</p>
+
+<p>Het Keizerrijk Mejico onder Maximiliaan hield zich slechts drie jaar
+stand; vele jaren langer bleef het Keizerrijk Brazilië bestaan.</p>
+
+<p>Nadat de W. I. Compagnie dit land aan Portugal verkocht had, bleef het
+ook in het bezit van dat Rijk, doch toen Keizer Napoleon I in 1808 het
+Portugeesche Koningshof tot wijken dwong, verlegde dit den zetel der
+Portugeesche Regeering van Lissabon naar <span xml:lang="pt">Rio de Janeiro</span>, de hoofdstad
+van de Kolonie Brazilië.</p>
+
+<p>De komst van de Vorstelijke familie was voor de Kolonie, die bijna
+altijd in kwijnenden toestand verkeerd had, <span class="pagenum"><a id="p_313">[313]</a></span>van groote beteekenis. Er
+ontstond een heel nieuw leven, want vele voorname Portugeezen, die in
+Brazilië bezittingen hadden, maar nimmer, zoo lang ze in Portugal vrij
+leven konden, er aan gedacht hadden om op die bezittingen te gaan
+wonen, kwamen nu ook in Brazilië, dat eensklaps van Kolonie in een
+Koninkrijk Portugal veranderd was, want over het Europeesche Portugal
+had Koning Johan tijdens de Fransche overheersching natuurlijk niets
+te zeggen. Toch bleef het land Brazilië heeten, zelfs toen Koning
+Johan het in 1815 tot een Koninkrijk verhief, dat evenwel afhankelijk
+zou zijn van het inmiddels herstelde Koninkrijk Portugal. De
+Brazilianen wilden echter meer, en toen Koning Johan in 1821 naar
+Lissabon terugkeerde, hield men niet op, of de Kroonprins <span xml:lang="pt">Dom Pedro</span>
+moest, als Koning, achterblijven. Koning Johan gaf toe, doch eenmaal
+weer in Lissabon zijnde, zond hij <span xml:lang="pt">Dom Pedro</span> bevel om naar Portugal te
+komen. De Brazilianen echter meldden den Koning, dat men, als dit
+bevel gehoorzaamd werd, terstond na het vertrek van <span xml:lang="pt">Dom Pedro</span>, de
+Republiek zou uitroepen.</p>
+
+<p><span xml:lang="pt">Dom Pedro</span> besloot nu te blijven, doch verkeerde in het moeielijke
+geval van heel dikwijls besluiten te moeten nemen welke lijnrecht
+indruischten tegen de belangen zijns Vaders. <span xml:lang="pt">De
+Cortes</span>-vergadering,&mdash;wij zouden zulk eene vergadering &bdquo;Tweede Kamer&rdquo;
+noemen,&mdash;ging inmiddels steeds verder, en in 1822 verklaarde zij het
+Koninkrijk Brazilië onafhankelijk van Portugal onder de regeering van
+<span xml:lang="pt">Dom Pedro</span>, die met zijne Gemalin tot Keizer en Keizerin van Brazilië
+uitgeroepen werd. In 1825 erkende de Koning van Portugal het
+Keizerrijk Brazilië, doch het geleek er niet naar, dat de Brazilianen
+nu tevreden waren. In 1831 zag Keizer <span xml:lang="pt">Dom Pedro</span> zich genoodzaakt
+afstand van de regeering te doen ten behoeve van zijn&rsquo; zoon, die hem
+onder den naam van <span xml:lang="pt">Dom Pedro</span> II opvolgde, doch onder voogdijschap,
+want hij was pas vijf jaar oud. Thans echter is Brazilië ook eene
+Republiek. <span xml:lang="pt">Dom Pedro</span> II heeft jaren lang de Braziliaansche
+Keizerskroon gedragen, en alleen door zijn buitengewoon helder
+verstand, maar vooral door zijn vriendelijk en innemend karakter, kon
+hij zich op den <span class="pagenum"><a id="p_314">[314]</a></span>troon staande houden. Zijne langdurige regeering was
+echter een even langdurige strijd van de Monarchale tegen de
+Republikeinsche beginselen, en het einde was, dat hij in 1889, door
+een&rsquo; opstand, gedwongen werd om afstand van de regeering te doen. Daar
+zijn eenig kind, de <span xml:lang="pt">Infante Isabella</span>, gehuwd met Hertog Lodewijk van
+<span xml:lang="fr">Orleans</span>, Graaf van Eu, verre van bemind was, zoo dacht hij er niet
+aan, ten behoeve van haar afstand te doen. Hij verliet, zonder dat
+iemand hem eenige moeielijkheden in den weg legde, zijn Rijk en
+vertrok naar Europa, en oogenblikkelijk werd nu in <span xml:lang="pt">Rio de Janeiro</span> de
+Braziliaansche Republiek uitgeroepen.</p>
+
+<p>Thans telt heel Amerika van Noord tot Zuid geene enkele Monarchie
+meer; Amerika is het werelddeel der Republieken.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="HOOFDSTUK_XIV"></a>HOOFDSTUK XIV.</h2>
+
+<hr class="tit" />
+
+<p class="subtitle">NA VIER EEUWEN.</p>
+
+<p>Het jaar 1892 is een jaar van feesten waaraan de geheele beschaafde
+wereld deelneemt.</p>
+
+<p>Genua huldigt zijn&rsquo; grooten zoon en Spanje viert schitterend feest ter
+eere van zijn&rsquo; grooten ontdekker.</p>
+
+<p>Christophorus Columbus is de man van 1892.</p>
+
+<p>Wie met zijn&rsquo; tijd medeleeft, en wie dit boek en nog veel meer andere
+boeken over hem en zijne ontdekking gelezen heeft, vraagt niet meer
+&bdquo;waarom?&rdquo; want hij weet het, en stellig stemt hij in met het
+kernachtige onderschrift van de plaat in &bdquo;De Nederlandsche Spectator&rdquo;
+van den dertienden Augustus van dit jaar:</p>
+
+<div class="poem">
+ <div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Voor vier eeuwen verwon Columbus &rsquo;t kampioenschap der wereld.<br /></span>
+ <span class="i0">Wie onzer <span xml:lang="en">sportsmen</span> slaat hem ooit in dit reuzen-record?&rdquo;<br /></span>
+ </div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_315">[315]</a></span></p>
+
+<p>Men moge denken over Columbus, zooals men wil; men moge de ontdekking
+van Amerika eene ramp noemen voor de oorspronkelijke bewoners, de daad
+blijft groot en grootsch, en de gevolgen van die daad waren
+onberekenbaar voor het verarmde, maar krachtige Europa, voor de Nieuwe
+Wereld zelve en&mdash;ook voor het Zwarte Afrika.</p>
+
+<p>Europa heeft zich eeuwen lang verrijkt met den onnoemelijk grooten
+schat van goud en zilver, gedolven uit de mijnen der Nieuwe Wereld, of
+eenvoudig weggenomen uit tempels en paleizen. Met dat goud en zilver
+deed Europa verbazend veel; het werd de bron van stoffelijke en
+geestelijke welvaart. Maar ook het plantenrijk van Amerika heeft eene
+ontzettende rol gespeeld, waar het zwarte slaven behoefde om den grond
+te bebouwen, teneinde katoen, suiker, cacao en tabak te kunnen
+oogsten.</p>
+
+<p>De slavenhandel is thans afgeschaft, maar niet te tellen zijn de
+Negers, die er de slachtoffers van werden. Voor Afrika werd dus in dit
+opzicht, Amerika&rsquo;s ontdekking eene ramp.</p>
+
+<p>Dit was evenwel niet de schuld van Columbus. De wijze waarop de
+Spanjaarden en Portugeezen koloniseerden draagt de schuld van al de
+rampen. En nog zijn de gevolgen van die slechte kolonisatie niet ten
+einde. Wie van de Republiek Mejico steeds Zuidwaarts trekt, vindt
+overal nog de nawerking van Spanjes gouddorst en bloedig bestuur. Men
+heeft er, over het heele vasteland, Spanjes gezag afgezworen, maar
+daarmede brak voor de ongelukkige landen de gouden eeuw van vrede en
+welvaart niet aan. Integendeel, nu begon eerst de grootste ellende
+voor de nakomelingen der Kolonisten.</p>
+
+<p>Meer kwaad dan ooit de verdrukking van een&rsquo; Koning deed, doen daar
+thans de eer- en heerschzucht van de mannen, die zich, als President,
+aan het hoofd van de groote en kleine Republieken stellen. Even als
+ten tijde van <span xml:lang="es">Cortez</span> en <span xml:lang="es">Pizarro</span> wordt de dolk er gehuldigd, en ziet
+een eerzuchtige geene kans om in eene Republiek den President te
+verwijderen, teneinde in zijne plaats te komen, geen nood! Die
+eerzuchtige vindt zijne partij en vestigt eene <span class="pagenum"><a id="p_316">[316]</a></span>nieuwe Republiek, tot
+hij op zijne beurt alweer verdrongen wordt door een ander.</p>
+
+<p>Onder zulk staatkundig gemartel, dat steeds met burgeroorlog gepaard
+gaat, kunnen handel, industrie, kunsten en wetenschappen met geene
+mogelijkheid zich ontwikkelen. Al wat liefelijk en schoon is, wordt
+verbannen, en al wat ruw en leelijk is, vat er post. Wordt de
+wetenschap er beoefend, dan is het minder om het welzijn van het volk
+te dienen, doch meer om te kunnen offeren op het altaar der laagste
+hartstochten.</p>
+
+<p>De toestand van heel Zuid-Amerika is treurig, en waren er geene
+Republieken, als de Vereenigde Staten van Noord Amerika en Zwitserland
+nu, was er niet eenmaal eene Republiek der Vereenigde Nederlanden
+geweest, was er nu nog niet eene Fransche Republiek, die, trots hare
+verdeeldheid, toch krachtig en welvarend is, dan zou men er toe komen
+om den Republikeinschen Regeeringsvorm den slechtsten te noemen, die
+er bestaan heeft en nog bestaat.</p>
+
+<div class="poem">
+ <div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Och, waren alle menschen wijs<br /></span>
+ <span class="i1">En wilden daarbij wel,<br /></span>
+ <span class="i0">Deze Aarde was een Paradijs;<br /></span>
+ <span class="i1">Nu is ze vaak een hel.&rdquo;<br /></span>
+ </div>
+</div>
+
+<p>Zoo zong de gemoedelijke Camphuyzen een paar eeuwen geleden en hij
+sprak daarmede eene groote waarheid uit. De menschen zijn, helaas,
+niet allen wijs en willen niet allen wel, en hierin zit de groote
+oorzaak van den ongelukkigen stand van zaken in de Amerikaansche
+Republieken van Mejico tot Patagonië. Hoe verstandiger en edeler de
+menschen zijn, hoe minder het er op aankomt, onder welken
+Regeeringsvorm men leeft. Maar eeuwen lang zijn in de Spaansche
+Koloniën de geesten uitgedoofd en was wetenschap er de uitbestede
+wees. Eeuwen lang heeft men er het volk in een&rsquo; staat van trotsche
+domheid en verregaande onwetendheid gehouden. Toen de Peruanen geene
+Inka&rsquo;s meer hadden, waren ze als dwalende schapen zonder herder. Maar
+de geschiedenis van den val van het Inka-rijk is voor de Republikeinen
+van Amerika te vergeefs <span class="pagenum"><a id="p_317">[317]</a></span>geboekt geworden, want toen men het juk van
+Spanje afwierp, was men niet instaat zichzelven te regeeren; de
+overgang geschiedde te plotseling, en na de
+onafhankelijkheids-verklaring heeft men den tijd niet gehad om door
+goed onderwijs en eene uitmuntende opvoeding de hoofden te verrijken
+en de harten te veredelen.</p>
+
+<p>Dikwijls echter hangt alles af van één&rsquo; man, die aan zulk een&rsquo;
+ongelukkigen toestand een einde maakt. Maar dat moet een man zijn met
+een helder hoofd en eene ijzeren wilskracht, een soort van <span xml:lang="es">Pizarro</span>,
+maar veel beter nog, een soort van <span xml:lang="es">De Balboa</span>. Jaren van rust zijn,
+onder elken Regeeringsvorm, in een land noodig om het volk wijzer en
+beter te maken. Scholen moeten er kunnen gebouwd en geld moet er voor
+goed onderwijs kunnen besteed worden, zal er orde en welvaart zijn.</p>
+
+<p>Of die tijd voor de ongelukkige Amerikaansche Republieken ooit komen
+zal? Of ze, zooals een dagblad-correspondent zich onlangs uitdrukte,
+nog lang zullen moeten bestaan &bdquo;als afschrik voor de Europeanen, die
+de Republikeinsche denkbeelden zijn toegedaan&rdquo;? Wie zal het zeggen?
+Wie waagt zich in deze aan eene voorspelling?</p>
+
+<p>Zou de wetenschap, die tegenwoordig zulk eene hooge vlucht neemt, en
+in onbegrijpelijk korten tijd verbazende veranderingen teweeg brengt,
+ook eenmaal de booze hartstochten bedwingen en de menschen wijs maken?</p>
+
+<p>Als dàt zoo is, dan zal die toestand spoedig genoeg veranderen, zelfs
+zonder hulp uit de Oude Wereld. Het land, dat eenmaal Azteken en
+Peruanen had, staat op het punt om aan de spits der beschaving te
+komen; want wat Amerika vooral in zijne Vereenigde Staten, die bijna
+voor iederen Europeaan &bdquo;het Amerika&rdquo; uitmaken, nu is, kan reeds ieders
+verbazing wekken, en steeds neemt de wetenschap er hooger vlucht.
+Zooals het oliezaad in een pas ingedijkten polder van goede klei veel
+weliger en krachtiger groeit en meer zaad oplevert dan op een&rsquo; reeds
+lang gebruikten en toch goed bemesten grond, zoo ook schijnt de
+wetenschap op den maagdelijken akker van den geest veel forscher en
+krachtiger te wassen dan op den akker, die al zoo vele jaren oogst
+opleverde. Kunnen we <span class="pagenum"><a id="p_318">[318]</a></span>het vierde eeuwfeest van de ontdekking der
+Nieuwe Wereld nu nog vieren met Amerika náást ons, het staat te
+voorzien, dat het vijfde eeuwfeest zal gevierd worden met Amerika
+bòven ons. In eene geestige causerie, die wel den naam van &bdquo;studie&rdquo;
+kan dragen, heeft Mr. H. A. des Amorie van der Hoeven in zijn reeds
+vroeger even aangehaalden &bdquo;Cirkelgang der beschaving&rdquo; er eenige jaren
+geleden reeds op gewezen. De landen ten Oosten van ons, vroeger zoo
+beschaafd, staan thans verre achter ons. Zullen wij ook eenmaal voor
+Amerika die &bdquo;landen ten Oosten&rdquo; zijn? We hopen het niet; maar het eene
+ramp te noemen, wanneer Amerika ons vóór gaat, dat zeggen we nog zoo
+gauw niet. De trekgans, die aan de spits van eene vlucht makkers, als
+voorvlieger, de lucht klieft, gaat willig achter in de rij om
+volgeling te zijn, ten einde in de daardoor verkregen rust krachten te
+verzamelen om straks alweer op hare beurt voorvlieger te kunnen
+worden.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum"><a id="p_xix">[xix]</a></span></p>
+
+<div class="inhoud">
+
+<h2><a id="INHOUD"></a><span style="letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em;">INHOUD</span>.</h2>
+
+<hr class="tit" />
+
+<table id="toc" summary="Inhoudsopgave">
+<tbody>
+ <tr><td class="tdlt"></td><td class="tdr mixcap">Bladz.</td></tr>
+ <tr><td class="tdlt"><a href="#HOOFDSTUK_I">INLEIDING</a></td><td class="tdr"><a href="#p_1">1</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlt"><a href="#HOOFDSTUK_II">DE ZEEVAART DER OUDE VOLKEN</a></td><td class="tdr"><a href="#p_5">5</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlt"><a href="#HOOFDSTUK_III">DE ISLAM EN HET CHRISTENDOM</a></td><td class="tdr"><a href="#p_24">24</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlt"><a href="#HOOFDSTUK_IV">DE PORTUGEEZEN</a></td><td class="tdr"><a href="#p_41">41</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlt"><a href="#HOOFDSTUK_V">DE DAGERAAD DER NIEUWE GESCHIEDENIS</a></td><td class="tdr"><a href="#p_59">59</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlt"><a href="#HOOFDSTUK_VI">EERSTE REIS VAN COLUMBUS</a></td><td class="tdr"><a href="#p_83">83</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlt"><a href="#HOOFDSTUK_VII">LASTER EN NAIJVER</a></td><td class="tdr"><a href="#p_121">121</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlt"><a href="#HOOFDSTUK_VIII"><span xml:lang="it">AMERIGO VESPUCCI</span>.&mdash;COLUMBUS IN KETENEN</a></td><td class="tdr"><a href="#p_158">158</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlt"><a href="#HOOFDSTUK_IX">LAATSTE REIS VAN COLUMBUS</a></td><td class="tdr"><a href="#p_193">193</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlt"><a href="#HOOFDSTUK_X">ONTDEKKINGSIJVER</a></td><td class="tdr"><a href="#p_216">216</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlt"><a href="#HOOFDSTUK_XI"><span xml:lang="es">CORTEZ</span> IN MEJICO</a></td><td class="tdr"><a href="#p_245">245</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlt"><a href="#HOOFDSTUK_XII">ZUID-AMERIKA ONDER SPANJAARDEN EN PORTUGEEZEN.&mdash;NEDERLANDERS EN ENGELSCHEN IN AMERIKA</a></td><td class="tdr"><a href="#p_279">279</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlt"><a href="#HOOFDSTUK_XIII">DE EERSTE REPUBLIEK IN AMERIKA</a></td><td class="tdr"><a href="#p_303">303</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlt"><a href="#HOOFDSTUK_XIV">NA VIER EEUWEN</a></td><td class="tdr"><a href="#p_314">314</a></td></tr>
+</tbody>
+</table>
+
+</div>
+
+<div class="TNbox">
+<a id="correctie"></a>
+
+<h1>Overzicht aangebrachte correcties</h1>
+<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p>
+
+<table summary="correcties in tekst">
+ <thead>
+ <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr>
+ </thead>
+ <tbody>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr01">Blz. 3</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr02">Blz. 9</a></td><td class="td4">Lencippus</td><td class="td4">Leucippus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr03">Blz. 12</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr04">Blz. 20</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr05">Blz. 22</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr06">Blz. 27</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr07">Blz. 42</a></td><td class="td4">specerijën</td><td class="td4">specerijen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr08">Blz. 44</a></td><td class="td4">Saraceenen</td><td class="td4">Saracenen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr09">Blz. 52</a></td><td class="td4">Canjo</td><td class="td4">Câno</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr10">Blz. 62</a></td><td class="td4">zet&rsquo;ten</td><td class="td4">zett&rsquo;en</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr11">Blz. 67</a></td><td class="td4">Miléte</td><td class="td4">Milete</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr12">Blz. 68</a></td><td class="td4">peizenden</td><td class="td4">peinzenden</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr13">Blz. 68</a></td><td class="td4">Westen</td><td class="td4">Oosten</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr14">Blz. 80</a></td><td class="td4">&mdash;&mdash;</td><td class="td4">&mdash;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr15">Blz. 84</a></td><td class="td4">de de</td><td class="td4">de</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr16">Blz. 94</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr17">Blz. 96</a></td><td class="td4">Friana</td><td class="td4">Triana</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr18">Blz. 102</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr19">Blz. 109</a></td><td class="td4">&rsquo;</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr20">Blz. 120</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr21">Blz. 128</a></td><td class="td4">onsteekt</td><td class="td4">ontsteekt</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr22">Blz. 140</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr23">Blz. 151</a></td><td class="td4">Mejikanen</td><td class="td4">Mejicanen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr24">Blz. 155</a></td><td class="td4">Kathaï</td><td class="td4">Kataï</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr25">Blz. 165</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr26">Blz. 170</a></td><td class="td4">Romeimen</td><td class="td4">Romeinen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr27">Blz. 177</a></td><td class="td4">Phenthesiléa</td><td class="td4">Penthesiléa</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr28">Blz. 177</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron</i>]</td><td class="td4">(</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr29">Blz. 177</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron</i>]</td><td class="td4">)</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr30">Blz. 179</a></td><td class="td4">Coquibacao</td><td class="td4">Coquibacoa</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr31">Blz. 179</a></td><td class="td4">Coquibacao</td><td class="td4">Coquibacoa</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr32">Blz. 184</a></td><td class="td4">Anocaona</td><td class="td4">Anacaona</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr33">Blz. 184</a></td><td class="td4">Barthelomeus</td><td class="td4">Bartholomeus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr34">Blz. 187</a></td><td class="td4">Barthelomeus</td><td class="td4">Bartholomeus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr35">Blz. 197</a></td><td class="td4">Janez</td><td class="td4">Yanez</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr36">Blz. 202</a></td><td class="td4">Ovado</td><td class="td4">Ovando</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr37">Blz. 204</a></td><td class="td4">Ovanda</td><td class="td4">Ovando</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr38">Blz. 209</a></td><td class="td4">Fiësco</td><td class="td4">Fiesco</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr39">Blz. 226</a></td><td class="td4">de Balboa</td><td class="td4">De Balboa</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr40">Blz. 227</a></td><td class="td4">De Balbao</td><td class="td4">De Balboa</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr41">Blz. 231</a></td><td class="td4">Ariaz</td><td class="td4">Arias</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr42">Blz. 234</a></td><td class="td4">de Balboa</td><td class="td4">De Balboa</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr43">Blz. 234</a></td><td class="td4">De Balbao</td><td class="td4">De Balboa</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr44">Blz. 240</a></td><td class="td4">de Gryalva</td><td class="td4">De Gryalva</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr45">Blz. 240</a></td><td class="td4">geb.</td><td class="td4">Geb.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr46">Blz. 242</a></td><td class="td4">Barameda</td><td class="td4">Barrameda</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr47">Blz. 245</a></td><td class="td4">Portugeeschen</td><td class="td4">Portugeezen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr48">Blz. 249</a></td><td class="td4">Anacoana</td><td class="td4">Anacaona</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr49">Blz. 254</a></td><td class="td4">Huitzilspotchli</td><td class="td4">Huitzilopotchli</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr50">Blz. 273</a></td><td class="td4">Mejikaansche</td><td class="td4">Mejicaansche</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr51">Blz. 291</a></td><td class="td4">Crusifix</td><td class="td4">Crucifix</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr52">Blz. 304</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr53">Blz. 311</a></td><td class="td4">Saten</td><td class="td4">Staten</td></tr>
+ </tbody>
+</table>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Vóór vier Eeuwen, by Pieter Louwerse
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VÓÓR VIER EEUWEN ***
+
+***** This file should be named 29627-h.htm or 29627-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/9/6/2/29627/
+
+Produced by Branko Collin and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This file was
+produced from images generously made available by The
+Internet Archive)
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/29627-h/images/frontispiece.jpg b/29627-h/images/frontispiece.jpg
new file mode 100644
index 0000000..52b113c
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/frontispiece.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p011.gif b/29627-h/images/p011.gif
new file mode 100644
index 0000000..7b81717
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p011.gif
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p043.jpg b/29627-h/images/p043.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3c79b5a
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p043.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p057.jpg b/29627-h/images/p057.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8dae3a3
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p057.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p059.jpg b/29627-h/images/p059.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e2bedb0
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p059.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p084.jpg b/29627-h/images/p084.jpg
new file mode 100644
index 0000000..64ab0cc
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p084.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p099.jpg b/29627-h/images/p099.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c2f59e9
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p099.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p116a.jpg b/29627-h/images/p116a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..881c19f
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p116a.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p155.jpg b/29627-h/images/p155.jpg
new file mode 100644
index 0000000..003645d
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p155.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p161.jpg b/29627-h/images/p161.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0cb77d1
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p161.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p165.jpg b/29627-h/images/p165.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c7ed792
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p165.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p177.jpg b/29627-h/images/p177.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9113d5a
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p177.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p188a.jpg b/29627-h/images/p188a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c843924
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p188a.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p215.jpg b/29627-h/images/p215.jpg
new file mode 100644
index 0000000..127a74a
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p215.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p228.jpg b/29627-h/images/p228.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f0cd7c3
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p228.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p241.jpg b/29627-h/images/p241.jpg
new file mode 100644
index 0000000..407dd18
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p241.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p246a.jpg b/29627-h/images/p246a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9b62baf
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p246a.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p248a.jpg b/29627-h/images/p248a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3d8627d
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p248a.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p258.jpg b/29627-h/images/p258.jpg
new file mode 100644
index 0000000..afd0b27
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p258.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p264a.jpg b/29627-h/images/p264a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e97e782
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p264a.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p268.jpg b/29627-h/images/p268.jpg
new file mode 100644
index 0000000..966ae96
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p268.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p270.jpg b/29627-h/images/p270.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c2de6b1
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p270.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p280.jpg b/29627-h/images/p280.jpg
new file mode 100644
index 0000000..86d0a1e
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p280.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p290a.jpg b/29627-h/images/p290a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..cf75129
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p290a.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/p302.jpg b/29627-h/images/p302.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1e60366
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/p302.jpg
Binary files differ
diff --git a/29627-h/images/voorkant.jpg b/29627-h/images/voorkant.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6f4fef8
--- /dev/null
+++ b/29627-h/images/voorkant.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..29e91b7
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #29627 (https://www.gutenberg.org/ebooks/29627)