diff options
Diffstat (limited to '29627-8.txt')
| -rw-r--r-- | 29627-8.txt | 11330 |
1 files changed, 11330 insertions, 0 deletions
diff --git a/29627-8.txt b/29627-8.txt new file mode 100644 index 0000000..91c7c08 --- /dev/null +++ b/29627-8.txt @@ -0,0 +1,11330 @@ +The Project Gutenberg EBook of Vóór vier Eeuwen, by Pieter Louwerse + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Vóór vier Eeuwen + Een Volksboek over de Ontdekking van Amerika + +Author: Pieter Louwerse + +Release Date: August 6, 2009 [EBook #29627] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VÓÓR VIER EEUWEN *** + + + + +Produced by Branko Collin and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This file was +produced from images generously made available by The +Internet Archive) + + + + + + +-------------------------Regelnummer 1------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, | + | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te | + | moderniseren. | + | | + | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan | + | het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. | + | | + | De illustraties zijn alleen beschikbaar in de html-versie | + | van dit boek. (zie http://www.gutenberg.org) | + | | + | In dit boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. | + | Deze zijn respectievelijk aangegeven als »aanhalingstekens«. | + | | + | Overduidelijke inconsistenties, druk- en spelfouten in het | + | origineel zijn gecorrigeerd. Inconsistent gebruik van | + | verbindingsstreepjes is behouden. | + | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de | + | aangebrachte correcties met bijbehorend regelnummer. | + | | + +--------------------------------------------------------------+ + + Vóór vier Eeuwen. + + [Illustratie: CHRISTOPHORUS COLUMBUS.] + + + + + Vóór vier Eeuwen. + + EEN VOLKSBOEK + + OVER + + DE ONTDEKKING VAN AMERIKA, + + DOOR + + P. LOUWERSE. + + Met Portretten en verschillende Illustraties. + + + SNEEK. + + J. F. VAN DRUTEN. + + + + +HOOFDSTUK I. + +INLEIDING. + + +De aardappel is oorspronkelijk een Amerikaansch gewas, tenminste, men +houdt Chili of Mejico voor het vaderland ervan, en met zekerheid weet +men, dat deze plant vroeger in heel Europa niet te vinden was. In 1565 +was er echter een Engelschman, John Hawkins geheeten, die het +dagelijksch brood, en waarschijnlijk wel meer dan dat, als +slavenhandelaar verdiende. Daar, door eene langdurige reis, zijn +scheepsvoorraad aan levensmiddelen in Amerika noodwendig moest +aangevuld worden, zoo nam hij te Santa Fé, eene stad in de nabijheid +van de Rio la Plata, bij gebrek aan wat beters, een soort van knollen +aanboord, welke daar groeiden en door de inlanders gegeten werden. Van +deze knollen had hij nog over toen hij eene Iersche haven binnenliep. +Deze knollen waren niets anders dan aardappelen. Ze schenen evenwel +niet bevallen te zijn, want aan het poten van de vrucht dacht de Ier +niet. Negentien jaar later bracht de Engelsche Admiraal Walter Raleigh +dezelfde knollen, als wat nieuws, uit Virginia, een' van de Vereenigde +Staten van Noord-Amerika, in Engeland, en in 1589 wist Clusius, +Hoogleeraar te Leiden, eenige knollen te bekomen, welke zorgvuldig in +den Hortus werden aangekweekt. Langzamerhand verspreidde dit gewas +zich over geheel Europa. Van een algemeen gebruik was evenwel nog zóó +weinig sprake, dat Frederik II, de Groote, Koning van Pruisen, de +koppige boeren met geweld moest dwingen om aardappelen te teelen. Men +vond dit bevel een' dwang gelijk. + +En hoe is het tegenwoordig gesteld met het verbouwen der aardappels? + +In jaren van misgewas worden in ons land duizenden Hectoliters uit +Saksen ingevoerd. En wat zou Ierland, het arme Ierland, zijn zonder +aardappelen? + +Moesten bijna twee eeuwen na het bekend worden dezer plant nog +dwangmaatregelen genomen worden om haar te verbouwen, thans is hare +vrucht over een groot deel van Europa het hoofdvoedsel van millioenen +menschen. + +Doch waarom een boek over de ontdekking van Amerika begonnen met eene +korte geschiedenis van den aardappel? + +Hierom. Ik wist met geen beter voorbeeld uit het dagelijksch leven te +beginnen, om aan te toonen, hoe lang het dikwijls duurt eer eene +ontdekking of uitvinding van algemeen nut wordt. + +Een voorbeeld, op het gebied der uitvindingen, levert de geschiedenis +van den stoom. + +Ja, het is waar, de stoom is eigenlijk niet uitgevonden, want het was +iets, dat bestond, maar de toepassing van den stoom op fabriekswezen, +scheepvaart en middelen van vervoer is wél eene uitvinding, en wel +eene, die zulke groote afmetingen in hare gevolgen heeft, dat de +toestand der heele maatschappij er door gewijzigd is geworden, en nog +veel meer wijzigingen noodig heeft. Welk eene tijdruimte ligt er +tusschen het heden, waarin de stoom als wereldkoning heerscht, en het +oogenblik waarop de beroemde wis- en natuurkundige Hero van +Alexandrië, die anderhalve eeuw vóór onze tijdrekening leefde, de +aeolipile of dampkogel uitvond! Zonder volkomen bekend te zijn met de +kracht, die door den stoom uitgeoefend wordt, was het niet mogelijk +zulk een' dampkogel uit te vinden. Zelfs de Celtische heidenpriesters +schijnen met de kracht van den stoom bekend geweest te zijn. En lezen +we ook niet van Blasco de Garay, een' zeeman, die ten tijde van Keizer +Karel V, dus drie eeuwen geleden, in de haven van Barcelona eene +openbare proef gaf van het voortstuwings-vermogen van schepen door +middel van stoom? Door geleerde onderzoekers wordt deze toepassing van +stoomkracht door Blasco de Garay tegengesproken, doch een feit is het, +dat Papin reeds in 1681 een werk uitgaf, waarin hij de mogelijkheid +aantoonde, dat schepen door stoomkracht konden voortbewogen worden. Om +de proef op de som te geven, voer hij langs het riviertje de Fulda van +Cassel naar Münden met eene raderstoomboot, die volgens zijne +aanwijzingen gemaakt was. Bekend is het ook, dat de schippers, woedend +dat men hun met deze uitvinding het brood uit den mond nemen zou, +zijne eerste stoomboot vernielden. De proef was geleverd, wat +stoomkracht vermocht, doch het moest toch 1787, dus ruim eene eeuw +later worden, vóór zekere Patrick Miller in Schotland, op de Firth of +Forth, stoom op zijn vaartuig gebruikte. Langzaam, zeer langzaam begon +men nu ook in andere landen de stoomkracht op de scheepvaart toe te +passen. Wanneer bij ons te lande van de eerste stoomboot gebruik +gemaakt werd, ben ik niet te weten kunnen komen, doch het is ons allen +bekend genoeg, hoe ook bij ons het aantal stoombooten, zoowel voor de +zee- als binnenvaart, met het jaar toeneemt. En dan, welk eene +uitbreiding heeft de toepassing van den stoom op de nijverheid +verkregen! + +Is het nu met den stoom niet gegaan als met de aardappelen? + +Dat eene uitvinding soms eeuwen noodig heeft eer ze voor de heele +maatschappij beteekenis gekregen heeft, bewijst niet enkel de +geschiedenis van den stoom. Ook het kompas heeft ongeveer dezelfde +geschiedenis doorloopen. Wanneer het kompas bekend is geworden, is bij +geene mogelijkheid te bepalen, want het mannetje, dat de Tataren en +Chineezen op hunne tochten in de woestijnen gebruikten, eeuwen vóór +een zekere Flavio Gioia, van het Italiaansche stadje Amalfi, leefde, +was toch ook een soort van kompas. Het was eene magnetische pop op +een' wagen geplaatst, welke pop steeds met de eene hand het zuiden +aanwees. Maar Flavio Gioia, de wakkere Italiaansche zeeman, die in de +laatste helft der dertiende eeuw stierf, moge al »_onschuldig_ zijn« +aan de _uitvinding_ van het kompas, toch bracht hij er verbeteringen +aan, en juist die verbeteringen waren het, welke voor de zeevarende +volken van Europa langzamerhand een einde maakte aan het gevaar van +»buiten westen zijn«.--Die kleine verbetering,--welke het geweest is, +is onbekend,--bracht, maar alweer na verloop van vele jaren, zulk eene +verandering in den toestand der menschelijke maatschappij, dat er een +nieuw tijdperk aanbrak, welk tijdvak den naam draagt van »Nieuwe +Geschiedenis«. + +Men zegt wel eens, dat de Nieuwe Geschiedenis in 1492 een' aanvang +neemt, en wel met de ontdekking van Amerika. Wáár, ontegenzeggelijk +wáár is het, dat het vinden van een nieuw werelddeel op den toestand +der heele maatschappij van onberekenbaar grooten invloed was, maar dat +alleen de ontdekking van Amerika aan de Middel-geschiedenis een einde +maakte en de nieuwe deed beginnen, is toch wat al te boud gesproken. + +De Nieuwe Geschiedenis, met al hare veranderingen, begon met den +geest, die in dien tijd alle zeevarende volken bezielde, om hunne +kennis van de aarde uit te breiden. Er was eene behoefte naar weten, +een dorst naar kennis ontstaan. Die begeerte en die dorst breidden +zich steeds meer en meer uit; zij brachten de Portugeezen, om Kaap de +Goede Hoop heen, in den rijken Oostindischen Archipel; zij voerden de +Spanjaarden naar de landen, waar goud en zilver opgetast lagen. + +Die behoefte naar weten en die dorst naar kennis maakten aan de +Middel-geschiedenis, met al hare ruwheid, dichterlijk als eene woeste +bergpartij, een einde. Eene nieuwe maatschappij moest ontstaan; ze was +niet meer te keeren. + +Zóó zullen misschien eenmaal de geschiedschrijvers ook het tijdvak der +Nieuwe Geschiedenis in deze eeuw doen ophouden, om eene »Nieuwste +nieuwe« te stellen. Die krijgt dan wellicht den naam van +»Stoom-Geschiedenis«. + +Eigenlijk is die Nieuwste-nieuwe geschiedenis er al een vijftig jaar, +want de maatschappelijke toestand der volken van den tegenwoordigen +tijd, gelijkt zoo goed als niets op dien van het einde der vijftiende +eeuw. + +Over den stoom en zijne gevolgen willen we evenwel niet schrijven; een +ander moge dat doen, als de stoom afgedaan heeft, zooals nu eene +zeereis met een zeilschip bijna tot het verleden behoort. Toch blijven +ook die eerste groote zeereizen merkwaardig genoeg om er vier eeuwen +later nog eens op terug te komen. Over al die zeereizen kunnen we +echter niet spreken, en daarom zullen we enkele maar terloops +aanstippen, en ons bepalen bij die reizen, welke ten gevolge hadden: +de ontdekking van Amerika, het werelddeel, dat voorbestemd schijnt te +zijn in den zoogenaamden »cirkelgang der beschaving« aan de beurt te +komen om uit de schatkameren van den menschengeest schooner en rijker +schatten te voorschijn te roepen, dan hare rijke goud- en zilvermijnen +eenmaal in edele metalen den Spanjaard aanboden. + +Eer we echter de ontdekking van Amerika gaan beschrijven, willen we +even stilstaan bij de zeevaart der oude volken en die van de volken +der Middel-geschiedenis. + + + + +HOOFDSTUK II. + +DE ZEEVAART DER OUDE VOLKEN. + + +Wie zou toch wel het eerste schip gebouwd hebben en de eerste schipper +geweest zijn? + +De Bijbel spreekt ons van den Zondvloed, en laat Noach met zijn gezin, +en van de dieren des velds elk een paar, in de ark aan de algemeene +verdelging van het menschen- en dieren-geslacht ontkomen. + +In de godsdienst-geschriften der Chaldeërs wordt een zekere Xisuthrus +met vrouw, kinderen, bloedverwanten, vrienden en eenige dieren, bij +een' vloed, die de heele wereld overdekte, behouden. + +Op steenen, die George Smith, een Engelschman, in de bouwvallen van +Ninivé vond, las men, na de ontcijfering van het schrift, dat er in +gekrast of gehouwen was, dat Bel besloten had om de heele wereld door +een' watervloed te verdelgen. Een andere God, Aö geheeten, die als +geest over de wateren zweefde, kreeg, toen hij het besluit van God Bel +vernam, medelijden met een' zekeren Sisithrus. Hij waarschuwde hem +voor Bels plannen, en gaf hem den raad om vóór dien tijd een houten +huis te bouwen van verbazende afmetingen, en zich daarin met zijn +gezin en eenige dieren te begeven, als de overstrooming begon. + +De Indiërs spreken van een' man, die Manoe heette, en die door een' +visch gewaarschuwd wordt voor een' wereldvloed. Hij krijgt ook den +raad om lijf en leven van zichzelven en zijn gezin in eene drijvende +woning te redden. Manoe hoort naar dien raad; de vloed komt, en hij en +de zijnen blijven behouden. + +De Grieksche godenleer, ook mythologie genoemd, houdt Deukalion voor +den stamvader der Grieken of Hellenen, en deze Deukalion en zijne +vrouw Phyrrha waren de eenigen van al de menschen, die bij een hoogen +watervloed het leven behielden, door op raad van zijn Vader Prometheus +zich te begeven in een vaartuig, dat vooraf opzettelijk gebouwd was. + +Maar nóch Noach, nóch Xisuthrus, Sisithrus, Manoe of Deukalion was de +eerste, die met een soort van schip de wateren bevoer. Wanneer wij nu +nog de onbeschaafde volken in een' uitgeholden boomstam de rivieren, +ja, soms de zee langs de kust zien bevaren, dan komen we er als +vanzelf toe om het er voor te houden, dat de menschen lang vóór Noach +of een' der andere genoemde mannen, ook in uitgeholde boomstammen al +gevaren hebben, en vóór men werktuigen had, was wellicht slechts een +stam met takken en al het eenige vaartuig. + +Uit dit alles blijkt, dat het met geene mogelijkheid op te geven is, +niet alleen wie de kunst van varen uitvond, maar zelfs niet welk volk. + +Dat het met de kennis onzer aarde in de grijze oudheid al zeer vreemd +gesteld was, laat zich begrijpen, doch hiervoor behoeven we nog niet +tot de oudheid terug te gaan, want zelfs vijftien eeuwen na het begin +van onze tijdrekening hadden de menschen nog de vreemdste denkbeelden +van den vorm en de grootte onzer aarde. Dit zullen we later zien, en +liever dan ons in allerlei fabelen te verdiepen, welke toch nog wel +eens zullen genoemd worden naast gissingen, die men geopperd heeft, +willen we met elkander eens een' volksstam bezoeken, welke zich eene +woonplaats gekozen had aan de Oostkust der Middellandsche Zee. Dit +kustland droeg den naam van Phoenicië of Purperland, en zijne bewoners +heetten Phoeniciërs. + +Wat de Engelschen in onzen tijd zijn, dat waren de Phoeniciërs in de +oudheid. Reeds elf eeuwen vóór onze tijdrekening durfden ze met hunne +schepen de tegenwoordige Straat van Gibraltar uitzeilen. Zij stichtten +volkplantingen op de eilanden der Middellandsche Zee en de noordkust +van Afrika. Het beroemde Carthago, waarvan we later zullen spreken, +was ook door hen gesticht. Zij bezochten met hunne schepen niet alleen +Engeland, de Noord- en de Oostzee om tin, barnsteen, mogelijk ook hout +en graan te halen, maar ze kwamen zelfs op het eiland Madeira, en de +Kanarische Eilanden. Dit nu weet men zeker, maar men gist nog veel +meer, en die gissingen mogen thans bijna waarheden genoemd worden. + +In den eenvoudigen bijbelstijl heet het: »En zij,« namelijk de +Koningin van Scheba, »gaf den Koning Salomo honderdtwintig talenten +gouds en zeer veel specerijen en kostelijk gesteente. Als deze +specerij, die de Koningin van Scheba den Koning Salomo gaf, is er +nooit meer in menigte gekomen. Verder ook de schepen van Hiram, die +goud uit Ophir voerden, brachten uit Ophir zeer veel almuggimhout en +kostelijk gesteente.« + +Wie die Koningin van Scheba was, en waar Scheba lag, weten we niet +zeker. Maar Hiram was Koning van de Phoenische stad Tyrus en zeer met +Salomo bevriend. En het goudland Ophir? Moest men enkele jaren geleden +nog zeggen, dat de ligging van dat land met geene zekerheid te bepalen +was, de tochten in Afrika, welke in onzen tijd zulk eene groote +uitbreiding verkregen, hebben omtrent Ophirs ligging, zoo al geene +zekerheid, dan toch een sterk vermoeden van waarschijnlijkheid +gebracht. Dat steenen spreken kunnen, zagen we reeds, waar we gewag +maakten van Smiths nasporingen in de ruïnen van Ninivé; en de +bouwvallen in Zuid-Afrika, door de bewoners, als iets heiligs, lang +voor Europeanen verborgen gehouden, doch nu gevonden, spreken in deze +ook. De Phoeniciërs moeten ook hier geweest zijn. + +Herodotus, de beroemde Griek, die ook wel »Vader der geschiedenis« +genoemd wordt, en die in het jaar 484 vóór Chr. geboren werd, verhaalt +het volgende: + +»De Phoeniciërs voeren uit de Roode Zee af en kwamen in de Zuidzee. +Toen het herfst werd, gingen zij aan land en begonnen eenige akkers te +bezaaien, en eerst toen ze geoogst hadden, zett'en zij hunne reis +voort, zoodat ze, na eene afwezigheid van twee jaren, in het derde +jaar door de »Zuilen van Hercules« weder in Egypte kwamen. Zij +vertelden, dat zij om Libye gezeild waren en de zon aan den +rechterkant gehad hadden, wat ik evenwel niet gelooven kan.« + +Deze tocht geschiedde omstreeks 600 jaar vóór Chr. op bevel van Necho, +Koning van Egypte. Afrika heette toen Libye, en de zeeëngte van +Gibraltar droeg den naam van »Zuilen van Hercules«. + +Hoe naïef klinkt Herodotus' gezegde: »wat ik evenwel niet gelooven +kan.« En na hem verliepen eeuwen aan eeuwen, en die tocht der +Phoeniciërs werd steeds als eene fabel beschouwd. »Hoe kon men nu de +zon aan den rechterkant, dat is in het Noorden, hebben? Dat was toch +onmogelijk. Hoe hoog des zomers de zon ook klimmen mocht, zoodat ze +bijna in het toppunt kwam, de zon in het Noorden zien, dát behoorde +tot de verzinsels, waarin de Phoenicische zeelieden zeer sterk waren.« +Zoo redeneerde men eeuwen lang, en eerst de Nieuwe Geschiedenis moest +komen om met zekerheid te kunnen zeggen, dat Herodotus het gerust had +kunnen gelooven, want dat het waar was. + +Zoo hebben dus de Phoeniciërs Afrika omgezeild, en denkelijk zullen ze +nog wel verder gegaan zijn ook, doch dit vertelden ze niet graag. Ze +begrepen zeer goed, dat andere volken eveneens gebruik konden maken +van de ligging huns lands aan zee, om ook handel in allerlei vreemde +waren te gaan drijven. Wanneer ze dit deden, dan zou Phoenicië +ophouden de stapelplaats van den handel te zijn en de welvaart zou +afnemen. Dit nu moest men voorkomen, en dat deden ze door allerlei +vreeselijke ontmoetingen te vertellen. Daar buiten die »Zuilen van +Hercules«,--»ze waren er geweest, ze kwamen er nòg, omdat ze wel +moesten, maar anders ... neen, liever bleven ze dichter bij honk. +Verbeeldt u ook, hoe vreeselijk! Niet zoo heel ver het Westen in was +er niets anders dan water en zwarte duisternis. De verschrikkelijkste +gedrochten leefden daar, en men zag er zelfs geene sterren meer +waarnaar men den tocht richten kon!« + +Waarom zouden de andere volken dit niet geloofd hebben? Verdween de +zon dan niet in het Westen in zee, en als zij zich in de wateren +gedompeld had, kon ze immers geen licht meer geven? + +Dat de aarde rond was, niemand kon dat gelooven, en dat er steeds +evenveel oppervlakte der aarde door de zon beschenen werd, als er in +duisternis lag, geen mensch, die er aan dacht. + +Hoe stelde men zich de aarde voor? + + Homerus stelde de aarde voor als een schijf. + Anaximander » » » » » » rol. + Heraclitus » » » » » » boot. + Anaximenes » » » » » » tafel. + Pythagoras » » » » » » kubus. + Xenophanes » » » » » » kegel. + Leucippus » » » » » » trommel. + Eudoxus van Cnidus » » » » » » langwerp. vierk. + +Doch onverschillig welken vorm men aan de aarde gaf, allen stelden +zich voor, dat de aarde op het water dreef. Slechts de beroemde Thales +van Milete, die zeshonderd jaar vóór Chr. leefde, geloofde dat de +aarde een bol was, welke met water en land één geheel vormde. Zelfs +vermoedt men, dat hij reeds eene zonsverduistering voorspeld heeft. +Het kan evenwel zeer goed zijn, dat de Chaldeërs, de Arabieren, de +Indiërs of de Chineezen met Thales van hetzelfde gevoelen waren, want +dat de wetenschappen in die oude tijden hooger stonden dan wij wel +vermoedden, is zeker. Alleen de gebrekkige middelen van verkeer, welke +oorzaak waren, dat de volken in afzondering van elkander leefden, +waren oorzaak, dat kennis en beschaving tot één land beperkt bleven en +geen gemeen goed werden zooals ze het nu zijn. + +Doch keeren we tot onze zeevaarders terug. + +Eene der volkplantingen van de Phoeniciërs was Carthago. Ongeveer op +dezelfde plaats waar nu Tunis ligt, werd, zoo luidt de overlevering, +door Dido of Elissa, de dochter van een' Koning van Tyrus, eene +volkplanting en meteen eene stad gesticht, welke den naam van Carthago +kreeg. Dit geschiedde ongeveer acht eeuwen vóór onze tijdrekening. +Bezield met denzelfden ondernemingsgeest, als hunne stamgenooten in +Phoenicië, trachtten de Carthagers door scheepvaart de welvaart huns +lands te bevorderen. De scheepvaart van dit volk, dat geen land, maar +slechts eene stad bewoonde, nam eene verbazende vlucht, en gerust kan +men in den bloeitijd van Carthago de bevolking dezer stad op meer dan +zevenhonderdduizend inwoners stellen. Meer nog dan de Phoeniciërs +dreven ze handel op Afrika's westkust, maar wie zal ons zeggen hoevele +schepen wel heengingen, doch nimmer wederkeerden? Wie zal bewijzen, +dat al de schepen, waarvan men later nooit meer hoorde, vergingen? +Kunnen er geene schepen steeds verder en verder in het Westen gevoerd +zijn om eindelijk in ontredderden toestand in het land te komen, +hetwelk wij thans Amerika noemen? + +[Illustratie: WERELDKAART van Toscanelli.] + +Men beweert, dat de uitdrukking »buiten westen zijn«, welke beteekent: +»in stervenden toestand buiten kennis liggen«, haren oorsprong heeft +in het gevaar, dat de schepelingen dreigde, wanneer ze met hunne +schepen zoo ver van de kust gingen, dat ze het land niet meer zagen. +Maar geloofden de Phoeniciërs, en na hen de Carthagers, daaraan ook? +Het is niet aan te nemen, want om op Madeira te komen moesten ze zóó +ver het Westen in, dat er van de Afrikaansche kust niets meer te zien +was. Hoe kwam Toscanelli, een beroemd Italiaansch sterrenkundige, die +in de vijftiende eeuw ná Chr. leefde, er aan om op zijne wereldkaart, +hoe gebrekkig die ook ware, in de zee tusschen Europa en Azië een +eiland te leggen, hetwelk hij Antilia noemde? Hij zelf, arts van +beroep, was nimmer in dezen Atlantischen Oceaan geweest, en hij moest +dus alleen bij overlevering bekend zijn met dit eiland. Van wie die +overleveringen kwamen, is niet moeielijk te gissen. Ze kwamen van de +Phoeniciërs, de Carthagers, de Romeinen of Noormannen. Had niet reeds +Plato, de beroemde Grieksche dichter, die in het jaar 420 vóór Chr. te +Athene geboren werd, een dichterlijk verhaal opgesteld van een eiland +Atlantis, dat, ver buiten de »Zuilen van Hercules«, in den +Atlantischen Oceaan had gelegen? En Plato's Atlantis was maar niet een +eilandje, neen, hij beschreef het, als grooter dan Azië en Afrika +samen, en dichtte er eene beschaving aan toe, zoo aanzienlijk en hoog, +dat hij ze »De gouden eeuw« noemde. De bewoners waren evenwel zeer +boos en slecht, en daarom was het door de goden verdelgd. Zij riepen +eene aardbeving te voorschijn, en bijna heel Atlantis verdween, en +eenige eilandjes bleven er alleen over. Dit eiland Atlantis bestond +niet enkel in de dichterlijke verbeelding van Plato, want hij had een +oud Egyptisch verhaal in poëzie oververteld. + +Dit berijmde verhaal van Plato, of liever die oud Egyptische sage, is +wel zeer merkwaardig, want als wij later in Mejico en Peru komen, +zullen we daar eene beschaving vinden, welke ons onwillekeurig denken +doet aan de beschaving der Egyptenaren, waarvan de overblijfselen nog +zoo duidelijk spreken. Ze zal ons verbaasd doen vragen: »Van waar toch +bij zooveel verschil nog zooveel overeenstemming?« Ze zal ons doen +stilstaan, en onze gedachten terugvoeren in den grijzen voortijd. De +menschen hebben al zoo lang geleefd, en de beschaving is niet van +gisteren. Het bekende Salomo's gezegde: »Er is niets nieuws onder de +zon«, is zoo onwaar niet, als men wel eens beweert. Menigeen vindt wat +nieuws uit, dat eigenlijk wat ouds is en er vroeger al was, doch zóó +verloren ging, dat niemand het meer kende. Dat eene kunst en eene +wetenschap verloren kunnen gaan, behoeft niet bewezen te worden. +Iedereen toch weet op welk een' hoogen trap van beschaving de Grieken +en Romeinen stonden bij den aanvang van onze tijdrekening. Toch wil ik +één voorbeeld noemen, waaruit duidelijk blijkt, hoe eene wetenschap +kan verloren gaan. Ik zeide reeds, dat Thales van Milete 600 jaar vóór +Chr. leerde dat de aarde rond was, en dat hij ook waarschijnlijk eene +zonsverduistering berekende. Welnu, in het hartje der Middel-eeuwen, +dus bijna tweeduizend jaar na Thales, was er een Aartsbisschop van +Salzburg, die beweerde, dat er op aarde menschen moesten wonen, wier +voeten tegen de onze gekeerd zijn. Die zoogenaamde »Tegenvoeters« +werden natuurlijk ook door Thales aangenomen en het kon dus geene +nieuwe vinding van onzen Aartsbisschop zijn. Toch had onze +middeleeuwsche denker om deze leer allerlei aanvallen te verduren, en +was hij genoodzaakt haar in te trekken. Hoe was dit nu mogelijk? + +Het is bekend, dat aardbevingen en uitbarstingen van vulkanen zulke +geweldige omkeeringen in de natuur te weeg gebracht hebben, dat de +oppervlakte der aarde, na zulke vreeselijke gebeurtenissen, er heel +anders uitzag dan vóór dien tijd. Het is evenwel niet alleen in het +rijk der natuur, dat die omkeeringen kunnen plaats hebben, maar ook in +het rijk van beschaving en wetenschap. Aan de beschaving van Grieken +en Romeinen werd een einde gemaakt door den inval van de ruwe en +onbeschaafde Hunnen, die heel Europa overdekten, en, òf de toenmalige +bewoners, arm en berooid, van de eene landstreek naar de andere +dreven, òf hen tot zulk een' staat van dienstbaarheid en slavernij +brachten, dat er aan beschaving en wetenschap niet meer gedacht werd. +Geene sprinkhanenplaag heeft in Egypte aan den oogst ooit grooter +verwoesting aangebracht, dan de Hunnen-plaag bracht aan de Europeesche +beschaving. + +Toch ontbrak het in die woeste tijden niet aan menschen, die, zonder +dat ze dit wilden, in dienst der wetenschap waren. Het waren de +Noormannen en Denen, die, gedreven door roofzucht, stoute zeetochten +ondernamen. En al gingen hunne ontdekkingen ook alweer verloren, toch +brachten ze aan de scheepvaart die verbeteringen aan, welke later +noodig waren, om andere volken instaat te stellen op hunne beurt +stoute zeetochten te ondernemen. Men bedenke ook wel dat de +scheepvaart in die tijden bijna het eenige middel was om het eene volk +met het andere in aanraking te brengen. Dat onderlinge verkeer +bevordert beschaving en wetenschap, zoodat ieder, die de scheepvaart, +al was het ook met een slecht doel, verbeterde, in dienst van beiden +stond. + +De tochten der Noormannen zijn te merkwaardig om er ook niet een en +ander van te vertellen. + +De Noormannen waren bewoners van Zweden, Noorwegen en Denemarken. Zij +waren oorspronkelijk Germanen, en omdat het land, dat zij bewoonden, +bij hunne gebrekkige kennis van landbouw, niet genoeg opleverde om hen +van het noodige te voorzien, zoo trachtten ze het te kort door roof +aan te vullen. Onder aanvoering van Earls, Jarls en Zeekoningen deden +ze, onder den naam van »Wikingers« dat »Strijders« beteekent, stoute +strooptochten ter zee, en overal waar ze kwamen, brachten ze schrik en +ontsteltenis met ellende. Een Zeekoning, Earl of Jarl, was dus niet +veel anders dan een rooverhoofdman ter zee, die er roem op droeg, den +drinkhoorn nooit aan den huiselijken haard, maar steeds aanboord +geledigd te hebben, en die liever onder de berookte balken van zijn +klein, maar sterk vaartuig sliep, dan aanwal, onder een gezellig +huisdak. Hunne vaartuigen waren aanvankelijk zoo klein, dat er wel +drie- of vierhonderd noodig waren, om eene bende van een paar duizend +man naar het eene of andere land te voeren. Vele scheepjes hadden +zelfs geen dek, en vaak zag men de Noormannen, om van de eene rivier +in de andere te komen, de vaartuigen, die ze in hunne dichterlijke +taal »met schuim bedekte golvenberijders« noemden, op de schouders +nemen en wegdragen. Met zulke scheepjes waagden ze zich niet alleen op +de Noordzee, neen, ze voeren er mee door het Kanaal, door de Bocht van +Frankrijk, door de Spaansche Zee, door de Straat van Gibraltar, en +waagden zich zelfs in de Middellandsche Zee. Nog verder gingen ze. Na +eerst Ierland veroverd te hebben, trokken ze noordwaarts, namen de +Shetlands-eilanden in bezit en daarna de Far-öer, om ten slotte ook +IJsland aan te doen en zich daar te vestigen. Deze tochten waren +evenwel niet in den tijd van eenige jaren afgeloopen; ze duurden een +paar eeuwen. En hoe onbeschaafd die mannen ook waren, ja, met welke +minachting zij neerzagen op alles, wat naar beschaving geleek, ze +hadden toch oogen in het hoofd om te zien, dat er bij die beschaving +voor hen heel veel bruikbaars was. Het noodzakelijk gevolg hiervan +was, dat een Wiking, die onder Keizer Karel den Grooten een inval in +ons land deed, een heel ander man was, dan een Wiking van twee eeuwen +later, die van Wodan-dienaar zelfs Christen geworden was. + +De stoutste tochten van deze Noormannen waren niet enkel die, welke +naar IJsland ondernomen werden. Toen ze dit eiland gekoloniseerd en +daar eene maatschappij gevormd hadden, deden ze van hier uit reeds +verre tochten naar het Zuiden. + +In Noorwegen regeerde een zekere Koning Harald Haarfager of +»Schoonhaar« niet naar den zin van zijne Wikingers; misschien wel, +omdat hij te veel gewoonten van andere Europeesche vorsten aannam. +Een der Jarls, die het in het geheel niet met hem kon vinden, een +zekere Ingolf, nam met de zijnen en een groot aantal ontevredenen de +wijk naar IJsland, en vestigde zich daar. Merkwaardig is het, hoe +langzamerhand daar op dat afgelegen en koude eiland eene bevolking +kwam, welke in vele opzichten beschaafder en reiner van zeden werd, +dan menig volk in Europa. Een der IJslandsche kolonisten, Gunnbjörn +geheeten, was, kort na Ingolfs vestiging, uitgezeild om in eenig ander +naburig land te halen, wat op IJsland niet was, en wat men toch noodig +had om daar te kunnen leven. Een enkele blik op de wereldkaart zal +ieder doen zien, dat, westelijk van IJsland zich een verbazend groot +land bevindt, waarvan we nu nog niet weten, of het zich tot aan de +Noordpool uitstrekt of niet. Dit land heet Groenland, en wordt +gerekend te behooren tot Amerika. Natuurlijk was men in dien tijd met +het bestaan van dit land nog niet bekend. Maar wat gebeurde? +Gunnbjörn, die mogelijk wel naar de Far-öer wilde, werd door den storm +naar het Westen geslagen, en kwam op de kust van dat onbekende land +terecht. Hij gaf er den naam van »Gunnbjörns rots« aan, en keerde +terug, bevindende, dat de afstand tusschen het nieuw ontdekte land en +IJsland zóó klein was, dat men op de helft der zeeëngte, die beide +landen van elkander scheidt, op een' helderen dag, zoowel Groenlands +hoogten, als IJslands bergen zien kon. Thuis gekomen deelde hij zijne +ontdekking mede, doch daar het gevonden land al even arm en +onvruchtbaar scheen te zijn als IJsland, zoo stelde men er geen belang +in, en eene eeuw verliep, zonder dat het iemand in het hoofd kwam, +»Gunnbjörns rots« op te zoeken. + +In 985 kwamen er nieuwe bewoners op IJsland. Een Jarl, Erik geheeten, +en bijgenaamd »de Roode«, had, óók voor eene overtreding, met zijne +Wikingers het Vaderland moeten verlaten. De bodem van IJsland leverde +nu niet zoo heel veel op om onder de kolonisten de komst van nieuwe +bewoners met blijdschap te begroeten, en toen nu Erik hoorde, dat er +ten westen van IJsland nog een ander land was, besloot hij er met de +zijnen heen te trekken. Hij bleef er drie jaar, en toen eens naar +IJsland teruggekeerd, vertelde hij van het nieuwe land zóóveel goeds, +dat de arme IJslanders veel lust kregen om te gaan verhuizen, naar het +land, dat Erik den mooien naam van »Groenland« gaf, omdat er +uitgestrekte weidevelden gevonden werden. Geheel overdreven had Erik +niet, want aan de hellingen der hooge bergen bevonden zich werkelijk +weidevelden, en daar het bekend is, dat IJsland in vroegere eeuwen een +warmer klimaat had dan het tegenwoordig heeft, zoo kan het ook best +zijn, dat het Groenland van toen er aantrekkelijker uitzag dan het er +in onzen tijd uitziet. + +In alle gevallen werkten de vertellingen van Erik dit op de IJslanders +uit, dat hij kort daarna met vijfentwintig scheepjes vol kolonisten +zich naar Groenland begaf. Men had alles medegenomen, wat voor een +vast verblijf daar noodig was, doch slechts vier scheepjes kwamen er +aan. De overige schijnen teruggekeerd of vergaan te zijn. + +Tot de Wikingers, die het geluk hadden te landen, behoorde ook +Heerjolf, een der stoutste zeevaarders, die zijn zoon Bjarni evenwel +op dien tocht niet mede genomen had, omdat deze op reis naar Noorwegen +was. Toen nu Bjarni op IJsland terugkwam, en daar vernam, dat zijn +vader met Erik den Rooden naar Groenland vertrokken was, besloot hij +om er ook heen te gaan, en dat wel onmiddellijk, zonder zijne lading +te lossen. Geheel onbekend met het vaarwater en den koers, dien hij +nemen moest, duurde het evenwel verscheidene weken eer hij bij zijn' +vader aankwam. Op dien langen tocht had hij wel telkens land gezien, +doch daar het niet overeenkwam met hetgeen men hem op IJsland ervan +verteld had, was hij er niet aanwal gegaan, niettegenstaande zijn volk +graag gewild had. Hoewel Vader Heerjolf zich vrij goed ingericht had, +beviel het onzen Bjarni al heel weinig in dat land, en sprak hij ervan +om weer zoo spoedig mogelijk naar Noorwegen terug te keeren. Het kan +echter zijn, dat Bjarni nog andere redenen had om niet hier te +blijven, want iedereen vond het verkeerd van hem gedaan, dat hij in +die landen niet aanwal gegaan was. Blijkbaar waren deze streken immers +veel vruchtbaarder dan Groenland? + +Er werd in de Kolonie veel over de zaak gesproken, en het kwam er +zelfs toe, dat Erik een' familieraad belegde, om hierin uit te maken, +of men het land, door Bjarni gezien, opzoeken zou, ja of neen. Er werd +besloten het te doen, en nu was het eerste werk der familie om +Bjarni's schip, dat vrij groot en een uitmuntend zeevaarder was, voor +dien tocht te koopen. + +Vijfendertig stoere gezellen, waaronder ook Bjarni was, begaven zich +aanboord, en Erik zelf zou aanvoerder van den tocht zijn. Toen Erik +evenwel naar de haven reed, struikelde zijn paard en hij viel er af. + +»Dat is een wenk van de Goden om thuis te blijven,« zeide hij. »Mijn +oudste zoon Leif zal uw Jarl zijn! Gehoorzaamt hem!« + +Hoewel Leif liever gewild had, dat zijn Vader het bevel op zich +genomen had, aanvaardde hij evenwel den tocht. + +Wanneer we nu eene kaart van Noord-Amerika raadplegen, dan vinden we +tusschen eene menigte eilanden, die ten Noorden van het vaste land +liggen, en Groenland, eene breede zeestraat, onder den naam van Straat +Davis. Ook deze straat, was Bjarni op zijn' tocht naar Groenland +overgestoken, toen hij zag dat die landen niet de kusten waren waar +hij zijn' vader kon vinden. Het land dus, dat Bjarni het laatst gezien +had, zag men nu het eerst. + +Men ging aanwal en vond er achter de rotsen, die den oever omzoomden, +eene groote vlakte met bosschen overdekt, doch hier en daar +afgewisseld met uitgestrekte, eentonige heidevelden. + +Leif noemde dit land, om die groote vlakten, Helluland, omdat het als +een vlakke steen was, en het woord »hella« ook »vlakke steen« +beduidde. + +Dit Helluland was niets anders dan het groote eiland New-Foundland, +dat eene oppervlakte heeft driemaal grooter dan ons land, en gelegen +is op ongeveer dezelfde breedte. Het klimaat is er echter op den duur +veel guurder dan bij ons.--Dit nam echter niet weg, dat het toch veel +beteer bewoonbaar was dan Groenland. + +Bjarni had zuidelijker evenwel nog andere landen gezien, en daarom +beval Leif het anker te lichten, en verder te stevenen. + +Na eenigen tijd zag men weer land, en daar aanwal gegaan, scheen het +heele land niets anders te zijn dan een groot bosch. Om deze reden +noemde Leif het »Waldland«. Op de kaart vindt ge het tegenwoordig +geteekend, als een schier-eiland met den naam van Nieuw-Schotland. + +Met een' stevigen noordoosten wind verlieten de wakkere Wikingers dat +Waldland, en voeren twee dagen lang in zuid-oostelijke richting voort, +totdat ze nogmaals eene kust ontdekten. Daar het weder inmiddels zeer +ongunstig geworden was, ging Leif met de zijnen op een eilandje aan +den wal om beter weer af te wachten. Zoodra dit kwam, werd de reis +langs de kust voortgezet, en eindelijk voer men eene rivier op. De +ankers werden uitgeworpen en men besloot hier te overwinteren. + +Welk een land was dit! Hoe vruchtbaar was het er! Welke schoone +bosschen! Welke heerlijke weiden! Welk een plantengroei! Deze ruwe +mannen, die in hun geheele leven nog niet veel anders gezien hadden +dan ijs, sneeuw, naakte rotsen en schrale weilanden, waren vol +verrukking. En nog hooger steeg hunne vreugde, toen één hunner, in de +bosschen dwalende, heerlijke, rijpe wijndruiven in overvloed vond. Vol +vreugde begonnen zij ze te verzamelen; men at er van zooveel men +lustte, doch de voorraad was te groot, en daarom werd er besloten, ze +te drogen en dan naar Groenland mede te nemen. In het voorjaar begon +men met rijke lading de terugreis. Behouden kwamen de moedige +ontdekkers in Groenland aan, en het is te begrijpen hoe gretig men +luisterde naar de vertellingen van de wonderen waaraan »Wijnland«, zoo +noemden ze deze streek, zoo rijk was.--De Kolonisten van Groenland +bleven altijd nog met die van IJsland in voortdurende gemeenschap, en +ook op hunne beurt onderhielden de IJslanders nog de betrekking met +het moederland Noorwegen, waar men, na eenige jaren, van bijna niets +anders sprak dan van »Wijnland« en van den ontdekker »Leif den +Gelukkige.« + +Of Leif voor en na nog meer tochten naar Wijnland deed, vertelt de +geschiedenis niet. Wel deelt ze mede, dat Leif naar Noorwegen +terugkeerde, en er het Christendom aannam, wat de oude Erik, die aan +den Wodansdienst getrouw bleef, minder aangenaam vond. Hij stierf +echter kort daarop, en nu werd Leif in zijn Vaders plaats Jarl. +Waarschijnlijk vond hij het nu beter om, volgens de wijze van +Christen-vorsten, thuis te blijven om zijn volk te besturen, dan dat +hij altijd op zee was. Hij gaf daarom zijn schip aan zijn' broeder +Thorwald, en deze ging nu in Wijnland overwinteren om met het voorjaar +nog verder te trekken, en kwam op een schoon en vruchtbaar eiland, in +eene groote baai gelegen. Het eiland waar hij overwinterd had, was +eigenlijk een schier-eiland, en het kan wel niets anders geweest zijn +dan het schier-eiland, dat nu Rhode-Island heet. Het eiland in de +groote baai ligt er nóg, en heet Long-Island. Tegenover dit eiland +ging Thorwald met de zijnen aan den wal, en deze landstreek moet +geweest zijn, waar tegenwoordig New-York ligt. + +Terwijl men hier alles voor een vrij langdurig verblijf gereed maakte, +vonden enkele Noormannen drie booten, die met huiden overtrokken +waren. Ze waren als tenten opgesteld, en hieronder vonden ze slapende +... menschen. Ja, menschen waren het, en wel Eskimo's, maar naar de +meening van de Noormannen konden er alleen menschen in de »wereld« +wonen, en het land, dat ze nu tijdelijk bewoonden, lag immers buiten +de wereld in en aan de streek der eeuwige duisternis? Nu wil het +geval, dat de lichaamsbouw en het aangezicht van de Eskimo's juist +voor Europeanen niet schoon te noemen zijn, en het is dus geen wonder +dat de Noormannen hen niet »Menschen« maar »Skrällings« noemden, wat +zoo veel beduidt als »wangedrochten«, »uitschot van de menschen«. De +Noormannen meenden dan ook eene zeer goede daad te doen door de +wereld, al was het ook de buitenwereld, van die gedrochten te +verlossen en doodden hen. Eén evenwel had het geluk te ontkomen, en +dit was Thorwalds ongeluk. + +Zonder er aan te denken dat die »wangedrochten« ook eene taal hadden +waarmede ze aan hunne broeders konden mededeelen, wat gebeurd was, +bleven de Noormannen hun lui en gemakkelijk leven leiden, en zett'en +zelfs geene enkele wacht uit. + +Midden in een' nacht dat allen rustig lagen te slapen, naderden opeens +honderden Skrällingers en overvielen, onder een afgrijselijk +geschreeuw en gehuil, het kamp der Noormannen, die met achterlating +van alles, wat ze aan den wal hadden, naar hun schip vloden, en zich +daar achter de verschansing verscholen om veilig te zijn voor de +hagelbui van pijlen, die op hen afgeschoten werden. + +Eindelijk gelukte het den Noormannen om de kust te ontvluchten. +Slechts één hunner was gewond, doch die eene was Jarl Thorwald. Hij +trok zich den pijl uit de wonde en zeide: »Dat is mijn dood!« + +Toen ze nog op Rhode-Island waren, had hij, verrukt door den +heerlijken aanblik van het land, uitgeroepen: »Hier zou ik wel een +huis willen bouwen om er te blijven wonen.« + +Zoodra hij nu voelde, dat de wonde van den pijl, die zeker vergiftigd +was, zijn' dood ten gevolge zou hebben, beval hij, dat men hem naar +dat land brengen zou, en zoodra hij er voet aanwal gezet had, sprak +hij zacht: »Het is wel een voorspellend woord geweest toen ik zeide, +dat ik hier een huis zou willen bouwen om er te wonen. Thans zàl ik er +blijven voor immer en altijd. Men zal er mij begraven; op mijn graf +zal men een kruis planten en den naam van dit land zal zijn: +»Krossanes«, dat is »Kruis«.« + +Alles geschiedde zooals Thorwald voorspeld had. Hij stierf er, werd +begraven onder de dennen op een' heuvel; een kruis werd op zijn graf +geplaatst, en deze landstreek heette onder de Noormannen voortaan +»Krossanes.« + +De Noormannen keerden in treurige stemming terug, doch Thorstein, +Eriks jongste zoon, begaf zich weldra aanboord van zijn schip om zijn +broeders lijk van »Kruis-kaap« of »Krossanes« te halen, en het dan +dicht bij dat van Erik te begraven. Zijn tocht was echter vergeefsch, +en tot de zijnen weergekeerd, had hij geene begeerte meer om Wijnland +of een der andere ontdekte landen op te zoeken. Hij werd evenwel +hierin ook door den dood verhinderd, die hem kort na zijne thuiskomst +overviel. + +Erik had ook eene dochter Freydis nagelaten, die gehuwd was met +Thorward, een' Noorman geheel van den ouden stempel. Deze liet zich +niet afschrikken door hetgeen zijn' zwager wedervaren was. Hij sloot +een verbond met den rijken koopman Thorfin Karlsafna, die met Gudrid, +de weduwe van zijn' broeder Thorstein gehuwd was, en deze twee +familiën scheepten zich naar Wijnland in. In 1007 verlieten ze +Groenland met twee welbemande schepen, die van alles voorzien waren om +eene Kolonie te kunnen stichten. Hoogstwaarschijnlijk kwamen zij op +dien tocht nog veel zuidelijker dan New-York ligt. Zij schijnen +evenwel teruggekeerd te zijn, en zich gevestigd te hebben in de +omstreken van New-York. Men heeft in den Staat Massachusetts een' +mark- of grenssteen gevonden, waarop in het Noorsche runenschrift +staat: »Nam Thorfin«, wat beduidt: »Grond van Thorfin«. Die steen kon +door Skrällingers daarheen gebracht zijn, zoodat hij nog geen bewijs +kan wezen, dat de Noorman Thorfin daar eenmaal grondbezit had. Een +ander bewijs evenwel maakt duidelijk dat die steen daar best kan +gestaan hebben, want Leif teekende aan, dat daar ter plaatse, waar hij +overwinterde, de zon om half acht opkwam en om half vijf onderging. En +wat nu op aarde veranderen moge aan de oppervlakte, de lengte van dag +en nacht bleef eeuw in en eeuw uit dezelfde, zoodat men met die +aanwijzing der daglengte er vanzelf toe komt, om met zekerheid te +kunnen bepalen waar het Wijnland der Noormannen lag. + +Maar wat gebeurde met de nieuwe Kolonisten? + +De Skrällingers kwamen hen, en thans met geene kwade bedoelingen, maar +wel om ruilhandel te drijven, opzoeken. Het scheen dat de Noormannen +begrepen, dat die wezens geene »wangedrochten«, maar menschen waren +als zijzelve, doch van een ander ras. De ruilhandel bracht den +Noormannen bovendien veel voordeel, want een Skrällinger gaf voor een +stuk van een' rooden doek gaarne eenige kostbare pelzen, en toen de +Noormannen geene roode doeken meer hadden, ruilden de Skrällingers +kostbare huiden voor een' schotel melkpap. Voordeeliger zaken kon men +waarlijk niet doen, en het liet zich aanzien, dat de Noormannen met +het koloniseeren van Wijnland op weg waren om schatten te verzamelen. + +Een klein ongeval maakte evenwel aan dien gunstigen toestand een +einde. + +Eens dat de baai, waaraan de Kolonie lag, weer overdekt was met +kano's, wier eigenaars aan den wal handel dreven, brak een der stieren +van Karlsafna los, en viel onder woest gebrul te midden der vreedzame +pelsjagers. Verscheidenen werden gedood en de anderen gingen op de +vrucht. Ze bleven echter niet weg. Meenende dat die »Witgezichten« met +opzet den stier op hen losgelaten hadden, keerden ze bij duizendtallen +terug, en overvielen de Kolonie, die geen kwaad vermoedde. In den +vreeselijken strijd, die nu volgde, moesten de Noormannen het +onderspit delven. Stellig zouden alle Noormannen omgekomen zijn, zoo +niet Freydis, als eene echte Wikinger-dochter, een zwaard gegrepen, en +zich te midden der Skrällingers geworpen had. Dezen hierdoor +verschrikt, sloegen nu op hunne beurt op de vlucht, en de overgebleven +kolonisten waren behouden. Ze waren evenwel zoo verzwakt, dat ze +besloten, de Kolonie te verlaten, en naar Groenland terug te keeren. +Thorfin vestigde zich weer op IJsland, en besteedde daar zijne +rijkdommen om aanzienlijke goederen te koopen. Zijne vrouw Gudrid +echter, ging naar Rome, bleef er eenigen tijd en keerde toen naar +IJsland weder als Non. Haar zoon Snorro Sturleson, die in Wijnland +geboren was, werd naderhand een beroemd geleerde. Natuurlijk is het, +dat Gudrid, toen ze in Rome was, wel verteld zal hebben van dat +wonderland aan gene zijde der wateren, en de herinnering aan die +vertellingen kan aan Toscanelli aanleiding gegeven hebben om aan +Plato's dichterlijk eiland »Atlantis« eenig geloof te hechten, zoodat +hij midden in de groote zee tusschen Europa en Azië het eiland Antilia +plaatste. + +Dat die ontdekkingen der Noormannen zoo geheel vergeten werden, en +alleen in allerlei dwaze vertellingen hier en daar nog eenigszins +herinnerd werden, mag vreemd schijnen, doch er zijn redenen voor. + +De IJslanders zelf lieten heel Wijnland varen, en onderhielden alleen +gemeenschap met de Kolonisten van Groenland, die allen tot den +Christelijken godsdienst overgegaan waren. Omstreeks het jaar 1350 +heerschte evenwel in heel Europa eene vreeselijke ziekte, »Zwarte +Dood« geheeten, welke in alle landen duizenden slachtoffers eischte. +Zij woedde ook op IJsland, stak naar Groenland, raapte daar de heele +Kolonie door den dood weg, of maakte haar zóó klein, dat men er later +niets meer van hoorde. + +Nog eene andere oorzaak is er. + +Zien we niet dagelijks, dat eene zaak, die eerst niet gewild was en +een armzalig leven voortsleepte, later een ongekende vlucht nam? Dat +die zaak aanvankelijk niet opnam, kwam omdat het volk nog niet rijp +was om er de waarde van te beseffen. Eerst dán, als duizenden door één +gevoel gedreven worden, komt dat, wat eerst niet geacht werd, opeens +tot aanzien. De Bijbel noemt die onverklaarbare, algemeene +volksbegeerte zoo kernachtig »de volheid der tijden«. + +Phoeniciërs vonden den weg om Afrika, en die weg werd vergeten; +Noormannen ontdekten een aanzienlijk deel van Amerika en dat land werd +onbekend. Eerst eeuwen later, toen er een geest naar onderzoek bij +alle volken ontwaakte, en men niet meer bij toeval, maar langs +wetenschappelijken weg, wat trachtte te vinden, kon men zeggen, dat er +behoefte ontstond om een' zeeweg naar de rijke Indiën op te sporen. +Die behoefte deed Kaap de Goede Hoop ontdekken, en een nieuw +werelddeel vinden. En juist omdat, èn ontdekking, èn vinding aan eene +behoefte voldeed, juist omdat het toeval of goed geluk niet voorop +stond, behield men, wat men ontdekte of vond. + +Ik schreef boven dit hoofdstuk »De zeevaart der oude volken« en +handelde het breedvoerigst over de ontdekkingen der Noormannen, die +men bezwaarlijk tot de oude volken rekenen kan. Ik deed dit echter, +omdat hunne ontdekkingen even goed verloren gingen als die van +Phoeniciërs en Carthagers. Thans echter dien ik een volgend hoofdstuk +te beginnen, om reden we van een volk zullen hooren, dat hield, wat +het gevonden en veroverd had, tot het op zijne beurt door een ander, +en wel door een beschaafd Christenvolk, verdrongen werd. + + + + +HOOFDSTUK III. + +DE ISLAM EN HET CHRISTENDOM. + + +Een van de merkwaardigste landen, niet alleen van Azië, maar zelfs van +heel de wereld, is Arabië, een groot schiereiland aan de Roode Zee, +den Indischen Oceaan en de Golf van Perzië gelegen. + +Zooals men uit de gewijde verhalen weet, had de Aartsvader Abraham bij +zijne dienstmaagd Hagar een' zoon, Ismaël geheeten, van wien God tot +de Moeder zeide: »Hij zal een woudezel van een mensch zijn; zijne hand +zal tegen allen zijn, en de hand van allen tegen hem.« En tot Abraham +sprak dezelfde stem van dezen zoon: »Twaalf Vorsten zal hij gewinnen, +en ik zal hem tot een groot volk stellen.« + +Deze Ismaël nu werd, naar men beweert, de stamvader der Arabieren. + +Wij, Nederlanders, zouden al weinig ingenomen zijn met een' zoon van +wien voorspeld werd: »hij zal een woudezel zijn,« doch dit komt +alleen, omdat wij dit dier niet kennen. Nergens, in Bijbel, Koran of +een Oostersch verhaal, wordt minachtend van dit dier gesproken, en +ieder, die eenmaal in het Oosten den ezel gezien heeft, moet erkennen, +dat dit dier daar niet alleen een mooi, maar bovenal een nuttig dier +is. De ezel behoort niet thuis in ons vochtig en guur klimaat, en wie +een' ezel houdt, houdt hem gewoonlijk op een koopje, en laat hem +paardewerk verrichten, terwijl men voor zijne verzorging zich bijna +nimmer eenigen tijd gunt. Hoe anders is dat in het Oosten. Geen paard +wordt hier beter verzorgd dan ginds een ezel. Het dier is daar +bovendien in zijn Vaderland, en bezit er heel andere eigenschappen. + +Ismaël zou als een woudezel worden. + +Een woudezel is een wilde ezel, die de tegenwoordigheid der menschen +niet opzoekt, maar ontvliedt. De eenzaamste plaatsen zoekt hij bij +voorkeur op. Hij is schuwer dan eenig ander dier, doch omzichtig in +hooge mate. Hij beklimt met de meeste zekerheid steile rotsen, en +siddert niet wanneer hij aan zijne voeten een' gapenden afgrond ziet, +en met wellust kan hij, staande op eene rotspunt, den koelen bergwind +opsnuiven. + +Of hij nu in alles het beeld van den voormaligen en tegenwoordigen +Arabier is? + +Neen, niet in alles, maar toch in veel. + +De echte Arabier van onzen tijd, op wien de geest der eeuwen zóó +weinig invloed gehad heeft, dat hij bijna nog dezelfde zeden en +gewoonten heeft, als de Arabier ten tijde van Job, haat nog immer den +Fellah, die zich een verblijf binnen de muren der steden gekozen +heeft. Hij is een merkwaardig man. Hij is nimmer zwaar van +lichaamsbouw, doch van statige, iets meer dan middelmatige lengte, +sterk en gespierd. Zijne behoefte aan spijs en drank voldoet hij, maar +in het gebruik ervan is hij altijd matig. Een Arabier, die dronken is, +werd nimmer gevonden, en evenmin een, die een zwelgend leven leidde. +Zijn lichaam, nimmer vertroeteld, is gehard tegen alle vermoeienissen, +en meest altijd heeft hij een opgeruimd humeur en eene dichterlijke +verbeeldingskracht. Gewoon in de woestijn om te dwalen en dus altijd +eene uitgestrekte vlakte voor zich te zien, wordt zijn gezicht zóó +scherp, dat hij op verren afstand reeds het aantal naderende ruiters +telt, als een ander nog niets ziet. De sobere omgeving waarin hij +leeft, doet hem acht geven op alles, en alles kennen tot in de +kleinste bijzonderheden. Hij ziet aan het voetspoor in het zand der +woestijn, of het van een' vriend of wel van een' vijand is, hij ziet +er aan of de voetganger vermoeid of niet vermoeid was, of hij een' +last droeg of niet. Zonder kompas vindt hij den weg door de woestijn, +die in hare eentonigheid _ons_ geen enkel herkenningsteeken geeft, +maar _hem_ honderden. Bij nacht is de heldere hemel met al zijne +sterren hem een boek, waarin hij altijd leest, zonder ooit aan de +laatste bladzijde te komen. Die sterren geven aan zijne dichterlijke +verbeeldingskracht elken avond eene hoogere vlucht. Geboren jager of +herder, is hij ook geboren koopman, altijd er op uit om zijn eigen +voordeel te behartigen. Zijne scherpzinnigheid doet hem bij alles +rekenen; zijne hebzucht doet hem zelfs onder vrienden, vijanden +vinden. En te midden van dit volk, zóó berekend, zóó scherpzinnig, zóó +hebzuchtig en zóó strijdlustig, kwam Mohammed met zijne nieuwe leer, +wier grondstellingen zoo volkomen pasten bij het karakter van die +woestijn-bewoners niet alleen, maar ook bij dat van de Fellahs of +steden-bewoners. Het loon, aan den strijd voor het geloof verbonden, +deed hen naar de wapenen grijpen om den geloofsstrijd te voeren; en +daar het Christendom in dien tijd in het Oosten zeer in verval was, +zoo verspreidde de nieuwe leer, gepredikt door mannen, die vol +geestdrift het zwaard in de rechter-, en den Koran of Mohammedaanschen +bijbel in de linkerhand droegen, zich buitengewoon snel. De nieuwe +leer deed den woudezel zijne woestijn, en den Fellah zijne steden +verlaten om de wassende maan, het symbool waaronder zij streden, tot +waarheid te maken. De aarde moest vol worden van den Islam, alle +monden moesten getuigen: »Er is maar één God, en Mohammed is zijn +Profeet.« + +Wat Mohammed zelf wel nimmer zal vermoed hebben, is, dat zijne leer de +Arabieren maken zou tot veroveraars, reizigers en landontdekkers, ja, +tot mannen, die in dichtkunst, geneeskunde, wijsbegeerte, wiskunde, +sterrenkunde, en bouwkunde, ver boven de Westersche volken stonden. + +Een machtig Oostersch rijk, dat der Kaliefen, ontstond, hetwelk naar +alle zijden zich ontwikkelde, naar alle kanten zijn' invloed deed +gelden. Door de Arabieren gesticht, was het na verloop van eene eeuw +grooter dan het Romeinsche Keizerrijk ooit geweest was. Sommige +Kaliefen waren zeer bekwame Regenten, en moedigden de kunsten en +wetenschappen op alle mogelijke wijzen aan. Handel en nijverheid +bereikten eene verbazende hoogte, en bijna alle streken der Oude +wereld werden door de Arabieren bezocht. Zij kwamen in China; ze +kenden zelfs Japan; zij bereisden Voor- en Achter-Indiën, ze kwamen op +Sumatra en Java. Niet alleen Egypte en Afrika's noordkust bezochten +ze, maar ze drongen zelfs dieper in het »Zwarte werelddeel« door, dan +iemand vóór hen ooit gedaan had. En overal waar ze kwamen, predikten +ze den Islam. Bleef China ook grootendeels voor hen gesloten, Voor- en +Achter-Indië, de Indische Archipel, Egypte en Noord-Afrika bleven dat +niet, en bijna overal verdrong daar de Islam den heidenschen +godsdienst. Aan de uitgestrekte macht der Arabieren kwam evenwel +spoedig een einde, want het rijk werd door binnenlandsche twisten +verdeeld, en in onderscheidene Staten gesplitst, welke ieder van +elkander onafhankelijk waren. Eén stam heeft zich zeer bekend gemaakt +door den stoot, dien ze gaf aan de opwekking van den Europeeschen +handel en de zeevaart. De bewoners van Toeran of Toerkistan, een woest +volk, hadden in de achtste eeuw reeds den Islam omhelsd. Dit belette +echter niet, dat zij jegens de Arabieren zeer vijandig gezind waren, +en, bij de verzwakking van het Kalifaat, maakten zij zich ook meester +van het Heilige Land, dat in handen der Arabieren was. Ook Jeruzalem +viel in hunne handen. + +Jeruzalem! Wie kent niet Da Costa's: + + »Aan Babels wateren gezeten, + denk ik aan Sion en verteer. + Jeruzalem, hoe zoude ik U vergeten? + mijn' rechterhand vergeet' zichzelf veeleer.« + +Roerend en treffend schoon is Da Costa's klaagzang; maar eindelijk +gaat het klaaglied langs Golgotha over in een' juichtoon, en jubelend +klinkt het: + + »Maar neen! Gij zult weer ademhalen. + Maar neen! Jeruzalem sterft nooit.« + +Da Costa had gelijk! Hoe ook door de Romeinen verwoest en bijna ledig +gelaten, hoe ook door de Turken veroverd, uitgemergeld en verarmd, +Jeruzalem leeft nog, Jeruzalem sterft nooit, zoolang er nog één +Christen of één Israëliet leeft, want voor beiden is het oude Sion de +stad der steden. Nog altijd weent er de Israëliet bij den ouden muur +van Salomo's tempel, nog altijd knielt en bidt de Christen bij het +graf van zijn' Heiland. + +Dat Israëlieten ter bedevaart opgaan naar de stad hunner Vaderen mag +eene zeldzaamheid heeten, maar dat de Christenen het doen naar het +Heilige graf, is eene vrome gewoonte, die bijna op denzelfden tijd +ontstond toen de Paaschgang der Israëlieten naar Salomo's tempel +ophield. + +Men noemde zulke Christenen bedevaartgangers of pelgrims naar het +Heilige Land. Aan zulke tochten waren evenwel groote moeielijkheden +verbonden, doch wie telde in die tijden moeielijkheden waar het den +godsdienst betrof? Een Duitsch schrijver zegt: »Tot de scherpst +uitkomende karaktertrekken dier eeuwen mag wel in de eerste plaats +genoemd worden eene godsdienst-overtuiging, die bijna tot dweperij +oversloeg, een gloeiend leven van het hart. Ze vervulde den geest, ja, +die geloofs-overtuiging was de ziel der menschheid zelve.« + +En van het Heilige Land heet het bij dezen schrijver: »Heilig was daar +iedere voetbreed gronds, en van aanbidding stroomde over het hart des +pelgrims, die dezen grond betreden mocht. Zijn geestelijk oog zag de +poorten des hemels daarbij geopend.« + +Zouden zulke geloovigen angstvallig eerst alle moeielijkheden wikken, +alle zwarigheden wegen, alle gevaren tellen? Neen, men ging zonder dat +alles te doen; men bestreed vol vreugde de moeielijkheden; men +trotseerde vol verlangen alle zwarigheden; men tartte vol geloofsmoed +alle gevaren, als men maar in het Heilige land komen mocht en als men +maar bidden kon aan het graf van zijn' Heiland en Heer. + +Maar, waar de Arabieren die bedevaarten geduld hadden, ook omdat ze +vele voordeelen aanbrachten, daar begonnen de woeste en dweepzieke +Turken de Pelgrims te mishandelen, te plunderen en soms te dooden. + +Wat moesten de Christenen van Europa doen? + +Ze duldden jaren lang den smaad hun door de Turken aangedaan; de tijd +scheen nog niet rijp voor een' grooten geloofsstrijd. + +Maar in het jaar 1094 verscheen te Jeruzalem, als Pelgrim, een +voormalig krijgsman uit Normandië, die het strijdveld verwisseld had +met de kluizenaarshut, en deze alweer had verlaten om den pelgrimsstaf +op te nemen. + +Hij was een klein en onaanzienlijk man, die »Peter de Kluizenaar« of +»Peter de Heremiet« heette. Maar in die eeuw van ijzer, staal, +mannenkracht en dapperheid, zou deze eenvoudige man, alleen gewapend +met eene wegsleepende welsprekendheid en een' brandenden geloofsmoed, +de heele Christenwereld in beweging brengen en bezielen tot een' +strijd op leven en dood tegen de overweldigers van alles, wat den +Christen dierbaar was. Toen hij in Jeruzalem zag, wat de Christenen +van de Turken te lijden hadden, vatte hij een grootsch plan op. Hij +keerde naar zijne Vaderstad Amiens, terug, doch nam zijn' weg over +Rome, waar hij, toegelaten tot Paus Urbanus II, met de treffendste +kleuren den ellendigen toestand der Christenen in Palestina schetste, +en hij wist met zulke bezielende woorden te spreken over de +noodzakelijkheid, dat alle Christen-vorsten de wapenen moesten +opnemen, ter verovering van het Heilige Land, dat de Paus hem terstond +zijne medewerking beloofde. Hij hield die belofte ook trouw, en begon +met Peter aanbevelingsbrieven te geven aan de voornaamste Vorsten van +Europa. En Peter ging van land tot land, van het eene Vorstenhof naar +het andere, en overal predikte hij met eene wegsleepende kracht, die +allen bezielde, die alle harten deed ontbranden, het lijden en de +verdrukking der Christenen. Hij was onweerstaanbaar, en vol geestdrift +togen Vorsten, Edelen, Bisschoppen en voorname Heeren naar Clermont, +waar de Paus eene groote Kerkvergadering houden zou. Daar was het, dat +de Paus met eene welsprekendheid, welke misschien die van Peter de +Heremiet nog overtrof, voor duizenden eene toespraak hield en den +Kruistocht predikte. + +O, het moet een oogenblik geweest zijn, zooals de heele +wereldgeschiedenis maar enkele oogenblikken telt, toen door die +duizenden den kreet aangeheven werd: »God wil het! God wil het!« + +Bij die uitroepen bleef het niet; men ging over tot daden, en onder +aanvoering van Godfried van Bouillon, Hertog van Lotharingen, werd den +vijftienden Juli van het jaar 1099 Jeruzalem ingenomen, nadat over en +weer door zwaard en ziekten duizenden en nogmaals duizenden gevallen +waren. Het Christen-koninkrijk Jeruzalem werd gesticht, en daar naast +ontstonden de Christen-graafschappen Tripolis en Edessa, benevens het +Vorstendom Antiochië. + +Slechts achtentachtig jaar bleef dit Koninkrijk Jeruzalem bestaan, en +in 1291 ging met Tyrus, dat de Christenen aan hunne vijanden moesten +overgeven, de laatste Christen-vestiging in het Heilige Land verloren. +Ruim zes millioen Christenen waren bij die Kruistochten, men rekent er +meest altijd zeven, omgekomen, en schatten gelds hadden ze verslonden, +maar--de gevolgen waren onberekenbaar groot. + +Vindt men nu nog op sommige plaatsen enkele menschen, die hun dorp of +hunne stad nimmer verlaten, en dus eene zeer bekrompen +wereldbeschouwing hebben, ze worden toch met den dag zeldzamer, en men +wijst hen bijna aan, als eene merkwaardigheid, met: »Kijk, die man +daar, hij is, zoo oud als hij is, nooit verder geweest dan zijn dorp +of zijne stad.« + +Maar in die eeuwen was de toestand aanvankelijk juist omgekeerd, en +hij, die het gewaagd had, ver van huis te gaan, werd als eene +merkwaardigheid met den vinger aangewezen. + +De Kruistochten brachten hierin eene verbazend groote verandering. Men +deed verre tochten; men kwam in een heel ander land, in een heel ander +klimaat; hier zag men dit, daar dat; hier merkte men het eene, daar +het andere op. De blik werd verruimd, en men leerde nieuwe behoeften +kennen. Vooral de mannen van den derden stand, de poorters en dorpers, +door het deelnemen aan een' Kruistocht van Lijfeigenen in Vrijen +herschapen, begonnen zulk een krachtig leven te ontwikkelen, dat ze, +in macht en rijkdom, Vorsten en Edelen boven het hoofd wiesen. + +Overal ontwaakte onder hen een ondernemingsgeest, die voor geene +gevaren terugdeinsde, en die geest was de grondvester van machtige +steden, van Venetië en Genua bovenal. Die ondernemingsgeest, hoewel +hoofdzakelijk tendoel hebbende, eigen voordeel te bevorderen, dwong +echter ook om niet alleen vreemde talen te leeren, maar ook om de +aardrijkskunde en sterrenkunde te beoefenen. + +Zoo iets van: »Er is maar één God en Mohammed is Zijn Profeet«, paste +vóór de Kruistochten elk land ook op zichzelf toe. Men wist het, ja, +dat er nog andere landen waren, doch ze kwamen bij het eigen land zoo +goed als niet in aanmerking. Na de Kruistochten was dat evenwel anders +geworden; de volkeren van Europa hadden elkander leeren kennen, en die +kennismaking leidde tot handelsbetrekkingen. Men begon gewassen te +verbouwen en voorwerpen te maken, met het doel om uit te voeren; +nieuwe handwerken, andere kunsten werden beoefend. De strijd om het +bestaan, vroeger tot de bewoners van elk land beperkt, werd nu +gestreden tusschen de volken onderling, en hij bracht leven en +beweging. Die strijd scherpte het verstand, spitste het brein en +maakte de hand vaardig. Werkelijk, de Kruistochten hebben het +dommelende Europa wakker geschud; ze zijn oorzaak geweest, dat van de +vijf werelddeelen, Europa _het_ werelddeel werd, en meteen de zetel +van beschaving, wetenschap en welvaart. + +We noemden zoo even twee namen van steden, en wel Venetië en Genua. +Beide steden hebben door haren handel en hare macht in de +Middel-eeuwen eene te groote rol gespeeld om er hier niet van te +spreken. + +Venetië ligt ten noorden van de Adriatische Zee, aan eene golf, die +denzelfden naam als de stad draagt. Bij den inval der Hunnen namen +vele bewoners van het vasteland de vlucht naar de menigte eilanden, +die in deze zee gelegen zijn. Waren dezen eerst afhankelijk van het +Grieksche en later van het Duitsche Keizerrijk, ze wisten voor een +groot deel zich daarna onafhankelijk te maken, en vormden eene +Republiek. Het hoofd van die Republiek droeg den naam van Doge, en de +Republiek zelve heette weldra, naar hare grootste stad, Venetië. Reeds +lang vóór de Kruistochten dreven de Venetianen een' levendigen handel +op Azië, doch het toppunt van bloei bereikte de Republiek eerst tegen +het einde der veertiende eeuw. Zij dreef vooral handel op Alexandrië +en Joppe in producten, die daar met karavanen aangebracht werden uit +de Indiën, en ze had zelfs, vooral door de bemoeiingen van den +beroemden Venetiaanschen reiziger Marco Polo, die diep in het rijk der +Mongolen drong, en de gunst wist te verwerven van den Khan of +Oppervorst der Tataren, handelsbetrekkingen aangeknoopt met het +tegenwoordige China. Door de reistochten van Marco Polo, diens Vader +Niccolo en neef Maffeo, werd vooral de aardrijkskundige kennis van +Azië zeer uitgebreid, en men ontwierp zelfs kaarten waarop, behalve +het bekende deel van Europa, bijna heel Azië voorkwam. Wel had, +volgens de Venetiaansche kaarten, dit werelddeel een voorkomen, +hetwelk in latere tijden bijna geheel gewijzigd moest worden om met +den waren toestand overeen te komen, maar veel vindt men er toch ook +op waaruit blijkt, dat men bij het vervaardigen ervan niet enkel op +overleveringen of phantastische verhalen vertrouwde, maar zelf +waargenomen had. + +Niet minder dan vierentwintig jaar duurde hunne reis, en onnoemelijk +rijk keerden ze alle drie terug. Zóó rijk was Marco, dat de Venetianen +hem den bijnaam gaven van »Meester Millioen.« + +Verwondering kan het niet baren, dat Marco Polo met zijne schatten den +lust bij anderen opwekte om ook in die verre landen der Tataren zaken +te gaan doen, en nog meer werd die lust opgewekt toen de beroemde man +zijn reisverhaal liet te boek stellen. Hij stierf echter in 1323, dus +vóór de uitvinding der boekdrukkunst, en deze alleen was instaat om +die reisbeschrijving algemeen te maken. En hoe prettig wist hij te +vertellen! + +In zijn' tijd was de tegenwoordige Chineesche stad Hang-Chow-Foe aan +de rivier Tsien-Tang, de hoofdstad van het Chineesche of Tataarsche +rijk. Nu nog telt zij meer dan één millioen inwoners, doch Marco +zeide, dat hare bevolking toen één millioen zesmaal honderdduizend +_huisgezinnen_ bevatte; bovendien gaf hij aan deze stad den naam van +Quin-sai. + +Om mijn' lezers eenig denkbeeld te geven, niet alleen van Polo's +verhaaltrant, maar ook over den toestand van China in onze +middeleeuwen, wil ik een gedeelte van zijn verhaal hier laten volgen. + +»Quin-sai, de hoofdstad, verdient haar' naam: »Stad des Hemels«, ten +volle door hare grootte, schoonheid, rijkdom en welvaart. Zij is een +Paradijs op aarde. Naar mijne schatting heeft ze een' omvang van +vierenveertig Kilometers, dat is acht uur gaans. Zij ligt dicht bij de +zee aan eene groote rivier, wier wateren door tallooze kanalen in alle +richtingen door de stad stroomen, en alle vuilnis medevoeren naar zee, +zoodat er de grootste zindelijkheid heerscht, en de lucht er steeds +frisch is. Wel twaalfduizend bruggen verbinden de verschillende +stadsdeelen met elkander, en naast de kanalen heeft men breede +straten. De meeste bruggen hebben zulke groote bogen, dat de schepen +er onderdoor kunnen varen zonder de masten te strijken. Er zijn +verscheidene groote pleinen tot markt ingericht, en elk plein is +omgeven door steenen gebouwen, waarvan de beneden-verdiepingen als +winkels in gebruik zijn. De verschillende straten loopen alle op de +marktpleinen uit, en overal vindt men inrichtingen tot het nemen van +koude of warme baden, waarvan ieder van zijne jeugd af, gebruik maakt +eer hij aan den maaltijd gaat. Op tien groote plaatsen wordt driemaal +in de week markt gehouden, en ongeveer vijftigduizend menschen begeven +zich telkens naar iedere markt om daar het noodige tot levensonderhoud +te koopen. Wild en gevogelte vindt men er in overvloed en tegen +billijke prijzen. Zoo betaalt men voor een paar ganzen met nog vier +eenden slechts tien penningen. Ander vleesch kan de werkman niet eten, +want het vleesch van runderen, schapen en geiten is zóó duur, dat +alleen de rijken het betalen kunnen. Onverschillig in welk jaargetijde +men de markten bezoekt, altijd vindt men er een' rijken voorraad van +het heerlijkste ooft. Visch is er steeds in overvloed te vinden. Welk +een omzet op deze markten is, kan blijken uit de opgaaf van één +artikel, dat verhandeld wordt, namelijk peper, waarvan de Tataren +groote liefhebbers zijn. Elken dag zet men meer dan tienduizend pond +van deze specerij om. + +»De inwoners hebben eene blanke gelaatskleur, en kleeden zich steeds +in zijde, die hier in den omtrek veel gewonnen wordt. Er zijn twaalf +hoofdambachten, en iedere zoon is verplicht het ambacht van zijn' +Vader te leeren. De rijke werkbazen doen niets anders dan op het werk +wat rondloopen om toezicht te houden. De vrouwen pronken den heelen +dag met hare prachtige zijden kleederen en schitterende juweelen, of +brengen in sierlijk ingerichte vertrekken, den dag met nietsdoen door. + +»De huizen, die gewoonlijk van hout zijn, hebben sierlijke voorgevels, +voorzien van mooi snijwerk en beschilderd met allerlei wonderlijke +figuren. Van oorlogvoeren weten de bewoners van Quin-sai niet, en +zelfs oproer en rooverij behooren bijna tot de onmogelijke +gebeurtenissen. + +»De uitspanningen op het water overtreffen alle andere, en de stad met +haar onnoemelijk groot aantal paleizen, tempels, villa's, tuinen en +boomen, allen aan het water gelegen, biedt daardoor, den ganschen dag +door, eene bonte afwisseling. + +»Is de dagtaak afgeloopen, dan denkt niemand aan wat anders dan aan +uitspanning. Met schuiten en wagens begeven de mannen zich in +gezelschap hunner vrouwen of kinderen naar tuinen, die alleen voor +openbare uitspanningen bestemd zijn. + +»In elke straat is stellig één steenen gebouw, in den vorm van een' +toren. Het is zeer groot, en wanneer nu een brand uitbreekt, wat met +die houten huizen niet zelden het geval is, dan vluchten al de +bewoners van die straat met hunne kostbaarste have binnen dit steenen +gebouw. + +»Op de voornaamste bruggen staat een wachthuis, dat steeds door tien +man bezet is. In elk wachthuis is een wateruurwerk, en het is nu de +hoofdtaak van die mannen, om aan het einde van elk uur met een houten +blaas-instrument en een metalen voorwerp, hiervan aan de bewoners +kennis te geven. + +»Gedurende den nacht trekken wachters door alle straten. Hunne taak is +het, minder tegen diefstal te waken, dan wel te zorgen, dat iedere +bewoner op den bepaalden tijd in zijn huis geen licht of vuur meer +brandt, en dat niemand zich meer op straat begeeft. + +»Elk hoofd van een gezin is verplicht om boven den ingang zijner +woning eene naamlijst van de bewoners te hangen. Sterft er een, dan +wordt de naam doorgestreept, en wordt er een geboren, dan wordt zijn +naam terstond onder de lijst geschreven. Zelfs zij, die vreemdelingen +en reizigers herbergen, zijn verplicht in een boek, niet alleen de +namen hunner gasten te schrijven, doch er moet tevens bij vermeld +staan wat ze zijn, wat ze komen doen, wanneer ze kwamen, wanneer ze +heengaan, en wáár ze heengaan. + +»De inkomsten van den Groot-Khan,--thans noemt men hem +Keizer,--bedragen, alleen nog maar van het zout, niet minder dan zes +millioen vierhonderd duizend dukaten, en zijn heele inkomen wordt +berekend op ruim drieëntwintig millioen dukaten. + +»Komt men eenmaal buiten de eigenlijke stad Quin-sai, dan zou men +wanen nog in de stad te zijn, ja, het is zelfs zóó, dat, vele +dagreizen afstands om Quin-sai, alles slechts ééne stad gelijkt.« + +Van Japan, dat Marco Polo den naam gaf van Zipangu of Nipon, verhaalt +hij het volgende: + +»De inwoners van Zipangu hebben eene heldere gelaatskleur en zijn zeer +beschaafd. Ze worden geregeerd door een' Koning, die geheel +onafhankelijk is van den Groot-Khan. Goud wordt er in overvloed +gevonden, doch het mag niet uitgevoerd worden. Het paleis van den +Koning is zoowel van binnen als van buiten, en van onder tot boven, +geheel met gouden platen belegd, ja, eenige meubelen zijn zelfs van +massief goud. Het heele Koninkrijk bestaat uit zeker meer dan +zevenduizend eilanden, die alle bewoond zijn, en specerijen en goud in +overvloed opleveren.« + +Onze reiziger kwam ook in den Indischen Archipel. Hij vertelt van +Groot-Java, Klein-Java en Zeylan of Ceylon, welke eilanden alle rijk +zijn in goud en specerijen. Zelfs het tin-eiland wordt evenmin +vergeten, als de parelvisscherijen. Hij spreekt van afstanden over zee +in mijlen, en honderd, zevenhonderd, ja, vierentwintighonderd mijlen +afstands worden door hem genoemd. Maar trots die verbazende afstanden +kwamen de Tataren met hunne schepen daar bijna overal, en brachten +ongehoorde schatten in hun land terug. + +Men begrijpt lichtelijk hoe deze reisbeschrijving, toen ze meer +algemeen bekend werd, de gemoederen in Europa in beweging, en de +hoofden tot denken bracht. + +Wat er met schepen gedaan kon worden, bewezen de Tataren dat niet, die +honderden mijlen ver er zich mede waagden op zeeën, waarvan men niet +beter wist of er was geen einde aan? + +En wat nu de Tataren konden doen, zouden dat de Europeanen niet +kunnen? + +Ja, Marco Polo kon overdreven hebben, en waarom zou hij dat niet? Het +lag immers geheel in den geest van zijn' tijd om aan het fabelachtige +de voorkeur te geven boven het wetenschappelijke? + +Wie kende niet de reisbeschrijving van den Missionaris Oderich van +Portenau? Veel van hetgeen Marco Polo verteld had, werd door Oderich +bevestigd, maar hoeveel fabelachtigs haalde deze Oderich er niet bij? + +Had ook niet Marignola, Huis-kapelaan van Keizer Karel IV, als +Zendeling, zijne reistochten beschreven? Het boek, dat eigenlijk eene +Kroniek van Bohemen heeten moest, begon, omdat de schrijver +waarschijnlijk van Bohemen niet veel wist, van Adam en Eva in het +Paradijs af, en het wemelde van allerlei fabelachtige verhalen. + +Niet veel beter, ja, misschien nog erger, maakte het de Engelsche +Ridder John Mandeville. Ook deze volbracht eene langdurige wereldreis, +want, in 1327 vertrokken, keerde hij pas in 1355 terug. Zijn +geschreven reisbericht gaf hij aan Koning Eduard III van Engeland, en +zelden verscheen er een boek, waarin zooveel zotternijen, die voor +waarheden moesten doorgaan, verteld werden. + +Een ander reiziger, Johannes Schiltberger uit München, deed eene reis, +die van 1394 tot 1427 duurde. Als jong soldaat was hij in den slag bij +Nikopolis, in 1396, door de Turken gevangengenomen. Sultan Bajazid +liet al de gevangenen onthoofden, doch Schiltbergers leven bleef +gespaard, omdat hij nog maar zestien jaar oud was. Hij kwam in dienst +van den Sultan, en deze werd later op zijne beurt verslagen door +Tamerlan, waardoor onze gewezen soldaat, als slaaf, in dienst kwam van +dezen beruchten en wreeden Khan der Mongolen. Waar Tamerlan of Timoer +kwam, daar kwam ook Schiltberger, zoodat hij, eindelijk in zijn land +terugkomende, zeggen kon, dat hij in Klein-Azië, Egypte, Perzië, +Indië, de landen van de Kaspische Zee en in Zuid-Rusland geweest was. +Het ligt voor de hand, dat deze man, die in eene zeer ondergeschikte +betrekking, en tegen zijn' zin, die reizen makende, landen en volken +weer anders bekeek en beschreef dan Marco Polo en de Missionarissen +dit gedaan hadden. In vele opzichten kwamen echter allen met elkander +overeen. Het Oosten was een schoon en rijk land, met bewoners, die er +eene heel andere beschaving op nahielden dan de Christenen in Europa. +Het was onnoemelijk groot, en op sommige plaatsen buitengewoon +vruchtbaar, op andere weer woest en dor. De bewoners waren, óf +Heidenen, óf Mohammedanen, en sommigen woonden in steden, grooter dan +menig Vorstendom in Europa. + +Dat alles was bij alle schrijvers te lezen, en het wekte hier de zucht +op van den koopman om schatten te gaan verdienen, en dáár de begeerte +om onder Mohammedanen en Heidenen het Kruis te gaan prediken. In beide +gevallen werd de aardrijkskundige kennis uitgebreid, en hiermede ook +menige andere wetenschap. Wanneer wij enkel oordeelen naar hetgeen de +Missionarissen der Middel-eeuwen _schreven_, dan zouden wij een zeer +verkeerd oordeel over hun gewichtig werk vellen. Doch ook zelfs zij +brachten veel tot stand, en helderden op, wat onduidelijk was. Hun +werk was het, dat de Genueezen een' handels- of karavanenweg kregen, +van de rivier de Don naar Peking, en hun werk was het ook, dat men +ophield te gelooven, dat de Kaspische Zee met de IJszee in verbinding +stond en derhalve geene open zee was. En, vóór een Marco Polo met de +zijnen in het land der Tataren en in hunne hoofdstad kwam, waren er al +Missionarissen geweest, zoodat men niet te veel beweert, als men zegt, +dat China, òf, zooals het door de Tataren genoemd werd, Kataï, ontdekt +werd door de Missionarissen. + +Trouwens, zelfs in onzen tijd wordt het werk van Zendelingen en +Missionarissen maar al te veel zeer scheef beoordeeld. Ik gebruik hier +twee woorden, die eigenlijk hetzelfde beteekenen, alléén, omdat de +Protestant steeds van Zendelingen, en de Katholiek van Missionarissen +spreekt. + +Terecht zegt de Duitsche schrijver Löwenberg, waarlijk geen man wien +men verwijten kan, dat zijne clericale gevoelens hem de zaak doen +overdrijven: »De ontdekker is de voorlooper van den zendeling, de +zendeling zelf dikwijls weder, ontdekker. Waar handelsverbintenissen +aangeknoopt worden, daar vestigt zich de Zendeling, en waar men +Zendelingsposten vestigt, daar ontstaat de handel.« + +Willens blind moet men wel zijn, als men het werk van mannen, die in +onze eeuw leefden, zooals: Gutzlaff, Huc en Gabet in China, of van +Livingstone in Afrika, van weinig beteekenis voor de wetenschap +beschouwt. Maar ook reeds in de Middeleeuwen dreef het bevel van den +Heer Jezus: »Gaat dan henen, onderwijst alle volkeren, ze doopende in +den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes, leerende hen +onderhouden alles, wat ik u geboden heb,« tal van ernstige en vrome +mannen aan, om naar verre en onbekende landen te trekken, teneinde +daar het Evangelie te prediken, en, zonder dat ze het wilden, dienden +ze daardoor wetenschap en beschaving meteen. Het een _moest_ +noodwendig met het andere samengaan. + +Veel zoude er van die zendelingsreizen te verhalen zijn, doch daar het +mijn doel is, een boek te schrijven over de ontdekking van Amerika, +mag ik met de inleiding tot dit werk niet te uitvoerig zijn. Te meer +mag ik dit niet, omdat ik later toch op die Missies noodwendig wijzen +moet. + +Wij verlaten dus voor een oogenblik de Lagunen-stad, zooals Venetië +ook wel eens genoemd wordt, om met enkele woorden te schetsen, wat +Genua voor den zeehandel, en daarmede voor de aardrijkskundige +wetenschap geweest is. + +In het jaar 774 kwam Genua onder het rijk der Franken, doch toen na +den dood van Keizer Karel den Grooten, diens machtig gebied verdeeld +werd, bekwam Genua hare onafhankelijkheid. Haar heerlijk klimaat, maar +veel meer nog hare gunstige ligging voor den zeehandel, waren oorzaak, +dat zij in uitgebreidheid, aanzien en macht steeds toenam, en niet +weinig werd ze bevoordeeld door de Kruisvaarders, die zich het liefst +in hare havens voor den tocht naar het Heilige Land inscheepten. +Gaandeweg breidde zij dan ook hare macht uit, en veroverde niet alleen +het eiland Corsica, maar ook een groot deel van het eiland Sardinië. +De Keizer van het Byzantische rijk gaf hun zelfs in twee voorsteden +van Constantinopel vrijdom van tollen, en verleende hun de vrije vaart +op de Zwarte Zee. De Genueezen stichtten nu volksplantingen aan de +kusten dier zee, en maakten zich zelfs van het heele schier-eiland »De +Krim« meester. In gemeenschap met kooplieden uit Florence en Pisa +brachten ze ook langs een' karavanenweg, goud, edelgesteenten, +verfsoorten, vernis, vuurlak, porselein, thee, rabarber, zijden +stoffen, katoen, pelswerk, ja, ook Indische specerijen uit China naar +Europa, waar al deze waren buitengewoon veel aftrek vonden. Nog +grooter werden de voordeelen, welke de Genueezen behaalden, toen +Alexandrië en Joppe voor de Venetianen niet langer de stapelplaatsen +konden zijn van de Indische producten, omdat beide steden, na den val +van het Koninkrijk Jeruzalem, bijna altijd in handen der Turken waren. +Wel sloot Venetië menigmaal met de Mohammedaansche Vorsten een +handelsverbond, doch maar al te vaak werd dit alweer verbroken. Dat +hierdoor tusschen deze twee machtige handelssteden een naijver +ontstond, welke tot botsingen, ja, zelfs tot oorlogen aanleiding gaf, +is te begrijpen. Toch zou het te bezien gestaan hebben, wie op den +duur overwinnaar bleef, indien er niet heel wat anders gebeurd ware. + +Tamarlan of Timoer, van wien we reeds gesproken hebben, maakte aan de +handelsbetrekkingen tusschen China en de Zwarte Zee een einde. Hij +veroverde in 1406 de landen om deze zee gelegen, en--Genua, beroofd +van haren voornaamsten handelsweg, moest nu vanzelf onderdoen voor +Venetië. De Venetianen, die altijd buiten de Zwarte Zee gehouden +waren, sloten nu andermaal verbonden met de Saracenen, en den Sultan +van Egypte en Syrië. Dezelfde voordeelen, die de Genueezen eenmaal te +Constantinopel verkregen, genoten nu de Venetianen te Alexandrië. + +Verbazend is de macht, die Venetië ontwikkelde. Hare schepen bezochten +alle Europeesche havens, en omgekeerd bezochten Engelschen, Vlamingen, +Duitschers, Franschen, Portugeezen en Spanjaarden de havens der +beroemde Republiek, die, gesteund door haren rijkdom, voor heel Europa +het brandpunt werd van kunsten, wetenschappen en beschaving. Hoe ver +de Venetianen het in de aardrijkskunde gebracht hadden, bewijzen de +wereldkaarten, die ze maakten. Vooral zijn de twee kaarten van Fra +Mauro beroemd geworden. Eene ervan wordt nog altijd te Venetië +bewaard, en de andere kwam te Lissabon in handen der Portugeezen. +Natuurlijk zijn op die kaarten alleen Europa, Azië en Afrika +afgebeeld, en wanneer wij die afbeeldingen vergelijken met de +tegenwoordige, dan ontbreekt er zeer veel aan, maar voor dien tijd +waren ze zóó uitstekend, dat men niets beters wenschen kon. + +Hoe die eene wereldkaart van Fra Mauro in Lissabon kwam, weet ik niet, +maar de Venetianen hadden wel mogen wenschen, dat dit niet gebeurd +ware, want de Portugeezen maakten er zulk een gebruik van, dat het de +ondergang, niet alleen van Genua, maar ook van de oppermachtige +Republiek Venetië ten gevolge had. Hoe dit geschiedde, zullen we in +een volgend hoofdstuk zien. + + + + +HOOFDSTUK IV. + +DE PORTUGEEZEN. + + +Alvorens tot de beschrijving van de ontdekkingsreizen der Portugeezen +over te gaan, dien ik even te wijzen op de algemeene verarming van +Europa aan goud en zilver. Eeuwen lang had Azië in Europa ingevoerd, +en dit zou natuurlijk ook in het voordeel van Europa geweest zijn, als +dit maar naar Azië had kunnen uitvoeren. Dit was evenwel het geval +niet, want de Europeesche producten vonden onder de Aziaten bijna +geen' enkelen afnemer. + +Men had in Europa ook goud- en zilvermijnen, doch deze waren ten +laatste zoo goed als geheel uitgeput, en het gevolg daarvan was, dat +alles, wat in ons werelddeel verbouwd of gemaakt werd, in prijs +daalde, en de volksarmoede hand over hand toenam. Zelfs de ongekende +weelde, die in de Brabantsche en Vlaamsche gewesten, in Genua, en +vooral in Venetië heerschte, kon den eenvoudigen blik van iemand, die +wat verder keek dan zijne naaste omgeving, niet bedriegen. Bleef die +staat van zaken bestendigd, dan zou ten slotte zelfs de weelde in de +genoemde landen verdwijnen, en het Christelijke Europa arm, ellendig +en van alles beroofd, zou nederig het hoofd moeten buigen voor +Heidenen en Mohammedanen, die meester van den handel waren, en prijzen +bedongen, die nergens naar geleken. Door hoevele handen gingen niet de +Oostersche producten eer ze in Europeesche schepen overgeladen waren! +Van handelswaren uit de tweede hand hebben, er was geene sprake van; +men kreeg ze misschien wel uit de twintigste hand. + +Zoo was men te weten gekomen, dat de Indische specerijen, te +Alexandrië driemaal duurder waren dan te Calicoet, dat in Voor-Indië +ligt en toen de stad was, waar men de specerijen uit den Archipel +aanvoerde. Wilde men wierook, te Mecca betaalde men er vijfmaal minder +voor dan te Alexandrië. Zoo ging het met alles, en het kon niet +anders, zóó moest de welvaart van Europa ten gronde gaan. + +Dit zagen ook twee Genueesche Edellieden, Thedisio Doria en zijn' +broeder Vivaldo, in, en daarom wilden zij beproeven of men niet langs +de zee, om Afrika heen, in de Indiën komen kon. Vol moed scheepten zij +zich in, doch nimmer keerden ze weder. + +Dat was koren op den molen van de half-wetenschappelijke klagers. + +Europa was er slecht aan toe, zoo redeneerden zij. Zag men niet +iederen avond de zon in zee ondergaan? Wat hielp het, al durfde men, +als de Tataren, honderden mijlen ver zich op den Oceaan wagen? Ging +men het Westen in, men kwam dan immers achter de zon en in eene +streek, waar steeds volslagen duisternis heerschte, en die +waarschijnlijk door afschuwelijke wezens bewoond werd. Voer men het +Zuiden in, dan zou men ten laatste in een land komen, waar de +zonnewarmte alles verbranden deed, en waar de hitte zóó groot was, dat +al het zeewater verdampte, en slechts het zout achterliet. Kwam men op +het land, men zou er alles verschroeid en verbrand vinden. + +Hoogstwaarschijnlijk zullen er wel geweest zijn, die het er ook voor +hielden, dat de Aarde eene bolronde gedaante had, en die redeneerden: +»Gaat men op de aarde van het Noorden naar het Zuiden, dan wordt ten +laatste de hitte zóó groot, dat alles er door verteerd wordt. Het +omgekeerde moet echter ook waar zijn, als men van het Zuiden naar het +Noorden gaat.« Die redeneering hielp evenwel zoo goed als niets, want +Noordelijken en Zuidelijken konden nimmer bij elkander komen. De hitte +wierp tusschen beiden eene grens op, welke niet te overschrijden was. +Die hittelijn, die we nu kennen onder den naam van Aequator, +Evennachtslijn of Linie was toen dus wel bekend, maar--als eene lijn +der verschrikking, die niet overschreden kon worden. + +Of er meer waren, die aan de waarheid ervan sterk twijfelden, weet ik +niet, maar de geschiedenis wijst ons op iemand, die er niets van +geloofde, en alle krachten inspande, om aan die dwaze +veronderstellingen een einde te maken. + +[Illustratie: PRINS HENDRIK DE ZEEVAARDER. (Geb. 1394, overl. 1460.)] + +Hij heette Dom Henrique, of, zooals wij hem noemen zouden, Prins +Hendrik, en was de vierde zoon van Johan I, Koning van Portugal. Deze +Prins, geboren den vierden Maart van het jaar 1394, onderscheidde zich +reeds in zijn' knapen-leeftijd boven al zijne makkers. Geen als hij +was zoo vlug en stout in het behandelen der wapenen, en hierin was hij +dan ook geheel een kind van zijn' tijd. In een ander opzicht was hij +dat evenwel volstrekt niet, want als lans, zwaard en schild hunne taak +gedaan hadden, zocht hij geene andere uitspanning bij wijnbeker en +dobbelkroes, maar in de boeken, en het liefst van al studeerde hij in +aardrijks-, wis-, sterren- en zeevaartkunde. Eene ridderlijke figuur, +die door schoonheid, gepaard met dapperheid, de harten van alle +schoonen veroverde, als hij in het tornooi alle tegenstanders overwon, +was hij evenmin. Om lof der vrouwen bekommerde hij zich zóó weinig, +dat hij van zichzelven getuigde, dat hij van den dag af, dat er een +scheermes op zijn gelaat gebruikt was, nimmer aan eene vrouw een' kus +gegeven had. Nu, de schoonen waren er niet boos om, want zijn +vierkant, hoekig gelaat, met oogen, die nimmer eenige warmte +verrieden, trok niemand, althans geene vrouw aan. En dan, waar een +ander Ridder den beker ledigde, ter eere der Edelvrouwen, daar zag men +Prins Hendrik het hoofd met walging van den wijn afwenden. Bovendien +was hij ook nog half Geestelijke. Toen in 1312 de Orde der +Tempelridders opgeheven werd, stelde Dionysius, Koning van Portugal, +de Christus-orde in, en Paus Johannes XXII keurde ze goed. Deze Orde +verving die der Tempelridders, en bezat in Portugal groote schatten. +Door zijn' Vader werd Prins Hendrik er tot Grootmeester van +aangesteld. + +Het doel der Christus-orde was, uitbreiding van de Christelijke Kerk, +en om dat te bereiken, sloeg de Vorstelijke Grootmeester het oog op +Afrika's westkust, waar hij voor zijn' werkkring een uitgestrekt veld +meende te zullen vinden. Dat in dit geval de prediking van het +Evangelie met het zwaard moest vergezeld gaan, was zóó geheel in den +geest van dien tijd, dat we er ons niet over verbazen moeten. Het moge +ons onmogelijk schijnen, de leer der hoogste Liefde ingang te doen +vinden langs den weg van bloed en tranen, toen meende men dat het zoo +goed als de eenige weg was. Een, die anders dacht, zou eenvoudig +aangeduid worden, als iemand, die het onmogelijke wilde. + +Op eenentwintigjarigen leeftijd veroverde hij, in 1415, de sterke stad +Ceuta in Afrika, bij de Straat van Gibraltar gelegen, op de Mooren. +Thans behoort deze stad nog altijd aan Spanje, doch reeds kort nadat +hij ze ingenomen had, hadden de Mooren haar belegerd, en stellig zou +de zwakke bezetting haar hebben moeten overgeven, als niet Prins +Hendrik, aan het hoofd eener vloot, haar was komen ontzetten. + +Koning Johan ziende, hoe het hart zijns dapperen zoons brandde van +verlangen, om de Saracenen of Mooren in Afrika te bestrijden, en hoe +hij de heele westkust van dit werelddeel, zelfs tot in onbekende +streken, beschouwde als het tooneel zijner werkzaamheid, droeg hem de +behartiging van Portugals belangen in dat werelddeel geheel op. + +Om hierin beter te kunnen slagen bouwde de Prins aan een' zeeboezem, +die eene uitnemende, natuurlijke haven met reede aanbood, in Algarvië, +dus ten zuiden van Portugal, een kasteel, dat den naam kreeg van Villa +de Iffante, en later dien van Sagres. Hier stichtte onze Grootmeester +nu eene school, waar jongelieden onderwijs in de zeevaart konden +ontvangen, en behalve een arsenaal, verbond hij er eene sterrenwacht +aan. Vooral bestemde hij deze school voor de jonge Portugeesche +Edellieden, want hij begreep zeer goed, dat voor het kleine Portugal +de wijde zee een beter veld was om eer en wapenroem te behalen dan het +land. Genua en Venetië, ook klein in Europa, waren immers door de zee +machtig geworden? Hij deed dus alles, wat hij kon, om den lust voor de +zeevaart aan te moedigen, en op kosten der Orde, mogelijk ook uit +eigen middelen, rustte hij ieder jaar een schip uit, om hiermede +ontdekkingsreizen te gaan doen. + +Tristam Vaz en Gonsalves Zargo, twee Portugeesche Edellieden, op zulk +een' tocht uitgegaan zijnde, werden door een' storm aangegrepen en +geheel uit den koers geslagen. Ze waren dus, wat men toen als een veeg +teeken beschouwde, »buiten westen«, doch zie, in dien hoogen nood +ontdekten zij het eiland Porto Santo, en daarna Madeira. Dit laatste +was reeds, zooals we weten, door de Phoeniciërs bezocht geworden, +zoodat het ons niet bevreemden moet, dat men op eene kaart van 1351, +ter plaatse waar nu Madeira ligt, een eiland vindt met den naam van +Isola di Legname, dat is »Houteiland«. Waarschijnlijk is het niet, dat +men nog bij overlevering van de Phoeniciërs wist, dat dit eiland zoo +houtrijk was, en denkelijk zal een Spanjaard, Portugees of Italiaan er +nog wel eens geweest zijn, doch zeker is het, dat niemand er aan +gedacht had om zich hier te vestigen. Prins Hendrik, alles vernomen +hebbende, besloot om het voor Portugal in bezit te nemen en te +bevolken. Het kreeg den naam van Madeira of »Woud-eiland«, omdat het +bijna over zijne heele uitgestrektheid met een bosch bedekt was. Door +onvoorzichtigheid van de Kolonisten, ontstond er evenwel een +boschbrand, die negen jaar aanhield, en bijna al het houtgewas van het +eiland vernielde. Het heerlijke klimaat, en de vruchtbaarheid van den +bodem waren oorzaak, dat het eiland de ramp spoedig te boven kwam. Hoe +schoon en vruchtbaar het eiland ook mocht zijn, toch meenden de +Portugeezen, dat al die zoogenaamde ontdekkingsreizen van Prins +Hendrik tot niets konden leiden, dan tot verarming van het land en +achteruitgang van den landbouw, waaraan nijvere handen onttrokken +werden. De Prins, hoe ook tegengewerkt, hield wakker stand, en wist +van geen wijken, hoewel hij verscheidene jaren moest laten +voorbijgaan, zonder wat meer te kunnen doen, dan Madeira en Porto +Santo zoo winstgevend mogelijk maken. + +Eerst in 1431 begon men de eigenlijke ontdekkingen weer voort te +zetten. De Edelman Gonsalvez Velho Cabral ontdekte in dat jaar de +Formigas-eilanden, en een jaar later het eiland Santa Maria, dat het +eerste was van een' kleinen Archipel, later bekend onder den naam van +Azorische Eilanden, die achtereenvolgens van 1444 tot 1453 ontdekt +werden. Op een dezer eilanden vestigde zich eene Vlaamsche kolonie, +waarom de Nederlanders en Belgen dan dezen Archipel ook wel den naam +van Vlaamsche Eilanden geven. + +We zijn thans evenwel onzen tijd vooruitgeloopen, en moeten weer +eenige jaren terugkeeren. + +Langs de westkust van Afrika maakte men geene groote vorderingen, want +men kwam niet verder dan eenige graden ten zuiden van de Kanarische +Eilanden. Daar ligt op het vaste land Kaap Bojador. Zij is een +voorgebergte, en wel het westelijke gedeelte van het gebergte +Dsjebel-el-Aswad. Zij strekt zich vrij ver in zee uit, en tot op +grooten afstand van de kust is er de zee vol rotsen, riffen en +ondiepten, waar eene vreeselijke branding staan kan, welke voor de +scheepvaart zeer gevaarlijk is. + +Hier was, volgens het gevoelen der Portugeesche kustreizigers, het +zuidelijkste punt der wereld, dat te bereiken viel, en hoewel deze +kaap reeds in 1291 door de Genueesche broeders Thedisio en Vivaldo +Doria omgezeild was, en tusschen de jaren 1364 en 1365 Fransche +zeelieden de Goudkust bereikt hadden, zoo was er in den tijd van Prins +Hendrik niets meer van bekend, en telkens als de Portugeezen tot deze +kaap genaderd waren, keerden ze terug. + +Toen echter in 1432 de Portugees Gil Eanes, of, zooals hij algemeen +genoemd wordt, Gilianes, hier kwam, nam deze het stoute besluit, de +kaap om te zeilen, en tot verbazing van zijne manschappen, die slechts +met groote moeite en allerlei beloften over te halen waren geweest, om +hem te gehoorzamen, gelukte de poging. Gilianes behaalde met deze +koene onderneming wel roem, maar om roem alleen was het niet, dat men +zijn leven waagde en schatten van geld aan die ontdekkingstochten +besteedde. Men wilde er ook voordeelen van genieten, en deze waren al +zeer gering. Slechts wat robbenvellen en meer niet, bracht men van de +reis mede, zoodat de ondernemende Grootmeester steeds meer +tegenwerking ondervond. + +Maar, men was zoo gelukkig om twee handels-artikelen te vinden, welke +ook de hebzucht konden tevreden stellen. Eén voornaam artikel was +stofgoud, dat men eens van eene reis medebracht, en we zagen het +reeds, goud had men in Europa meer dan noodig, en de hoop, dat men van +deze begeerde stof nog veel meer zou vinden, gaf alweer nieuwen moed. + +Toch was stofgoud niet het voornaamste der twee artikelen. + +Men was begonnen, Negers, die geen kwaad vermoedden, en met goede +bedoelingen bezield, de Blanken ontvingen, die op hunne kusten +landden, op te vangen, en mede te nemen als slaven. Zoo één flinke +Neger was dan ook heel wat waard, want gaarne werd er in Portugal eene +som van veertig lires voor betaald, dat ongeveer vijfhonderd gulden in +onzen tijd zou zijn. + +Prins Hendrik staat algemeen bekend als een werkelijk vroom en edel +man. Hem moesten die slavenjachten dus zeer tegen de borst stuiten, +maar zijn verbieden zou gelijk gestaan hebben met een laten varen van +al zijne ontdekkings-plannen, welke niet mogelijk waren, als hij de +hebzucht er geene rol in liet spelen. Men dient ook wel in acht te +nemen, dat de algemeene geest van dien tijd heel anders was dan nu. +Waren die Negers wel menschen, die evenals de Blanken eene ziel +hadden? Stonden ze in het rijk der Schepping niet veel lager dan de +Christenen? Wat meer is, deed men er geen goed werk mede, met de aarde +van die zwarte monsters te verlossen? + +Weet ge wat een zekere Azoerasa schreef? + +Dit. + +»God, Die alle goede daden beloont, behaagde het eindelijk om voor al +de ellende in Zijn' dienst geleden, hun,«--den schepelingen +namelijk--»een' roemrijken dag te verschaffen, en eene ruime +vergoeding te verleenen, voor al de onkosten, die gemaakt waren, want +men ving niet minder dan honderdvijfenzestig mannen, vrouwen en +kinderen!« + +De arme Negers, die tegen de vuurwapenen der Portugeezen alleen hunne +vergiftigde pijlen konden gebruiken, waren nu op hunne hoede. Zij +zett'en wachters uit, en wanneer dezen in de verte een schip +ontdekten, waarschuwden zij hun' stam, en terstond werd dan de vlucht +genomen, diep in de bosschen ten Oosten, of verder langs het strand +het Zuiden in. + +De Portugeezen werden dit gewaar, en ze begrepen zeer goed, dat aan +een najagen in de bosschen of langs het strand niet te denken viel, en +daarom besloten ze, heel wat verder het Zuiden in te zeilen, en dan op +eene plaats te landen, waar de vluchtelingen nog niet konden zijn, en +de bewoners derhalve niet gewaarschuwd waren voor het dreigende +gevaar. + +De slavenjachten waren derhalve de eenige oorzaak, dat Prins Hendrik, +die in 1460 stierf, het nog beleven mocht, dat niet alleen Kaap Verd +werd omgezeild, want dit geschiedde in 1445, of dat men de rivieren de +Senegal en de Gambia ontdekte, want dit had plaats in 1445 en 1446, +maar dat men ook de kusten van Guinea bereikte, waar men peper en goud +vond. + +Het voorname doel, dat de Grootmeester gemeend had te bereiken, van om +Afrika heen een' zeeweg naar de Indiën te vinden, was hem dus slechts +tendeele gelukt. Men was op weg om hem te vinden, doch nog een half +menschenleven zou moeten verloopen eer men Afrika's zuidelijkste punt +bereikte. + +Eer we verder gaan, moet ik evenwel nog eene daad van onzen +ondernemenden Prins mededeelen, omdat ze eene zeer wijde strekking +had. + +Zoodra hij begreep, dat Afrika grooter was dan men vermoedde, vormde +hij het voornemen om de grenzen van het betrekkelijk kleine Koninkrijk +zijns Vaders uit te breiden. Daarom vroeg hij aan den Paus eene +oorkonde, waarin deze verklaarde, dat al het land in Afrika, van kaap +Non tot in de Indiën, voor zoo ver het door de Portugeezen ontdekt +werd, tot Portugal behooren zou. Deze oorkonde werd verleend, en was +van zeer veel gewicht, want ook bij andere volken was de lust ontstaan +om op ontdekkings-tochten uit te gaan. Daar men evenwel nu zulk een' +verbazend langen weg moest afleggen, eer men aan eene streek kwam, +waar de Portugeezen nog niet geweest waren, en omdat men, vóór dien +tijd, nergens aan wal mocht komen, om reden de Paus het verboden had, +zoo zett'en ze die gedachten uit het hoofd, en peinsden ze op andere +ontdekkingstochten. Dat men dit vooral deed in Genua, welks handel +door Venetië dreigde ten gronde gericht te worden, is duidelijk, en +niet te stout is het beweren, dat dezelfde Pauselijke oorkonde, die +aan de Portugeezen zoovele voordeelen verschafte, ook eene voorname +oorzaak is geweest van de ontdekking van Amerika. Vandaar dus dat ik +zoo even de daad van Prins Hendrik van zulk eene wijde strekking +noemde. + +Toen de man, die de ziel van alle ondernemingen geweest was, in zijn +zeeslot Agres, den laatsten adem uitgeblazen had, scheen ook de +Portugeesche ondernemingsgeest met hem gestorven te zijn. Gelukkig was +die geest slechts schijndood. De voormalige tegenstanders van den +Prins wisten echter te bewerken, dat Koning Alfonsus V, die van 1438 +tot 1481 over Portugal regeerde, zich om dien schijndooden geest niet +veel bekommerde. Wel draagt hij in de geschiedenis den bijnaam van »de +Afrikaan«, doch dit is alleen daaraan toe te schrijven, dat onder +zijne regeering zulk een groot deel van Afrika ontdekt werd, waaraan +hij, ronduit gezegd, part noch deel had. Hijzelf deed niets anders, +dan in het noorden van Afrika oorlog voeren tegen de Saracenen. Ook +met Spanje lag hij telkens overhoop, en hij liet zich zelfs tot Koning +van Kastilië en Leon uitroepen. Van deze eigenmachtige verheffing +beleefde hij evenwel niet veel vreugde, want in 1476 werd hij bij Toro +geslagen, en na nog een vrij avontuurlijk leven geleid te hebben, +stierf hij in 1481. Deze oorlog in Spanje heeft meer met de +ontdekkings-tochten te maken dan men misschien wel denkt. De Edelen en +Ridders wilden veel liever roem behalen te land dan ter zee. Een +_paard_ was een' Ridder en Edelman waard, maar een _schip_ niet. Een +schip was voor een' matroos, voor een' koopman, en niet voor een' +Edelman. De Edelen verachtten de zee, en dit belette Portugal reeds +vroeger te worden, wat het later gedurende eenigen tijd werd: het +brandpunt van den Europeeschen handel. + +Toch had onder Koning Alfonsus' regeering een zeer merkwaardig feit +plaats. De schijndoode geest was, zonder dat de Koning het wist, +ontwaakt, en vervolgde Prins Hendriks werk door de ontdekkingen langs +de Afrikaansche kust voort te zetten. In 1471 passeerde een +Portugeesch schip de Linie, en eenige graden ten Zuiden ervan ging men +aan wal. + +Dit was eene gebeurtenis van buitengewone beteekenis, wat ieder +duidelijk zijn zal, als hij zich herinnert, wat we op de 42ste +bladzijde zeiden omtrent die onoverkomelijke grens tusschen het +Noordelijke en Zuidelijke halfrond van de Aarde. + +Men had die hitte-lijn nu niet alleen bereikt, men had haar zelfs +overschreden. + +Waar was nu het land waar alles verschroeid en verbrand was? Waar was +de verdampte zee? Had men ergens door eene pekelmassa, als door eene +zoutwoestijn, moeten varen? Was niet het land schoon en heerlijk als +een Paradijs? Was niet de zee, even als overal, vloeibaar? + +Wat zouden nu de ongeluks-kraaiers, die zóóveel verschrikkelijks van +die grens tusschen Noord en Zuid hadden verteld, zeggen? Wat zouden ze +anders doen dan zwijgen of ruiterlijk bekennen, dat ze gedwaald +hadden? + +Waarlijk, het overschrijden der Linie was een buitengewoon feit, en +met verbazing hoorde men, bij den terugkeer der schepelingen, in +Portugal het verslag van hun' merkwaardigen tocht aan. Er was dus +uitgemaakt dat het Noordelijke en Zuidelijke deel der aarde met +elkander volkomen één waren, en het is geen wonder, dat nu opeens +iedereen al zijne gedachten op dat onbekende Zuiden richtte. Zelfs de +Edelen en Ridders moesten er aan denken, maar evenmin als vroeger +wilden ze nu het oorlogspaard verwisselen met het schip; ze wilden het +zwaard niet prijsgeven voor het roer. Alle pogingen wendden zij aan, +om den Koning te bewegen, geen gehoor te geven aan dien drang naar +ontdekkingen. Zij bereikten hun doel, zeer tegen den zin van Prins +Johan, die zijn' Vader eens opvolgen zou, doch die nu nog machteloos +was. + +Toen echter Koning Alfonsus overleden, en zijn zoon Johan II Koning +was, besloot deze het grootsche werk van Prins Hendrik voort te +zetten, doch wilde hij dat goed doen, dan moest er eerst een zeer +gewichtig werk verricht worden. + +Ten Zuiden van de Linie toch waren andere sterrenbeelden zichtbaar +geworden, dan die, welke men ten Noorden ervan kende, en daar de +sterrenbeelden, met het kompas, zooals men dat toen had, de gidsen van +den zeeman op den Oceaan moesten zijn, zoo diende men in de eerste +plaats eene nieuwe sterrenkaart te maken. + +Nu wilde het geval, dat zich in 1480 te Lissabon een zekere Duitscher +bevond. Hij heette Bohemus Behaim of, zooals anderen hem noemen, +Martinus Behaim. Hij was, zooals hij zelf beweerde, van geboorte een +Edelman uit Bohemen, doch had zich in Neurenberg aan den handel +gewijd. Om zich hierin meer te bekwamen, begaf hij zich naar Mechelen, +en legde zich daar vooral op den lakenhandel toe. Hij was evenwel geen +alledaagsch koopman, want in zijne vrije uren oefende hij zich in de +studie van aardrijks-, wis- en sterrenkunde, en weldra ontstond ook +bij hem de begeerte om reizen te gaan doen. Zoo ging hij van Mechelen +naar Antwerpen en van Antwerpen naar Lissabon, waar hij zich +inscheepte naar Afrika's westkust. In 1585 weer in Lissabon +teruggekeerd, sloeg Koning Johan II hem, ter belooning voor zijne +aardrijkskundige verdiensten, tot Ridder, en benoemde hem tot lid +eener Junta of Raad, die door den Koning belast was, met het +vervaardigen van eene nieuwe sterrenkaart. + +Inmiddels waren de tochten langs Afrika's westkust voortgezet, en in +1484 had zekere Diago Câno de rivier de Congo ontdekt, en aan den +zuidelijksten mond van dezen machtigen stroom een' steenen grenspaal +opgericht. Die palen moesten geplaatst worden, opdat andere dan +Portugeesche zeevaarders, die hier kwamen, weten zouden tot hoever het +gebied van Portugal zich uitstrekte. + +Men bevond dat de bewoners van den Congo geregeerd werden door een' +Koning, die over een machtig en zeer uitgestrekt gebied te bevelen +had. Hiervan wilden de Portugeezen gebruik maken door eenige +handels-verbintenissen met dezen Vorst aan te gaan, wat werkelijk ook +gelukte. Tegelijk hiermede begon men ook het bekeeringswerk, doch dat +maakte minder goede vorderingen, dan men wel gehoopt had. + +Toen men eindelijk in Lissabon met de sterrenkaart klaar gekomen was, +besloot de Koning er onverwijld gebruik van te maken. Veel was er +indertijd ook verteld geworden, dat ergens in Afrika, en in de +nabijheid der Roode Zee, te midden van Mohammedanen en Heidenen, een +Christelijk Koninkrijk lag, dat geregeerd werd door een' Koning, die +den naam droeg van »Aartspriester Johannes«, en die een fabelachtig +man was, want sommigen plaatsten zijn Koninkrijk in Azië, te midden +der Tataarsche landen, en bijna ieder hield hem voor den Apostel +Johannes, die nog altijd op aarde leefde. + +Later bleek het, dat dit Christelijke rijk er werkelijk was. Het was +het tegenwoordige Abessinië, dat bevolkt was met zoogenaamde Koptische +Christenen, die wel de Christelijke leer beleden, doch zóó vermengd +met allerlei Heidensche en Mohammedaansche begrippen, dat die leer in +de oogen der Europeesche Christenen volstrekt geene genade kon vinden. + +Nu was men door de ontdekkingen te weten gekomen, dat Afrika, naarmate +men zuidelijker kwam, in breedte afnam, wat juist tegen het algemeene +gevoelen in was, want ieder, die zich eenigszins met de aardrijkskunde +inliet, geloofde dat Afrika steeds breeder werd. Daar het nu gebleken +was, dat men hierin verkeerd gezien had, zoo vormde Koning Johan II +het plan om Afrika te laten omzeilen. Kon men dat gedaan krijgen, dan +moest men dat Christelijke rijk op Afrika's oostkust opzoeken, en +vervolgens trachten, om, in verbinding met die Christenen, Indië te +bereiken. + +Eene kleine vloot werd nu uitgerust, en het bevel hierover ontving een +zeeman, die zich door zijne vroegere reizen reeds een' grooten naam +gemaakt had. Hij heette Bartholomeus Diaz. + +In 1486 verliet Diaz met zijne drie schepen, en begeleid door de beste +wenschen en zegenbeden van den Koning, de haven van Lissabon. + +Hij had den tijd van afreis evenwel slecht gekozen, want al spoedig +werd hij door stormen overvallen, en was hij genoodzaakt, wilde hij +geen gevaar loopen op de kusten schipbreuk te lijden, de ruime zee te +kiezen. + +Was dit zeer tegen den zin der bijgeloovige bemanning, weldra dacht +deze nu bovendien, dat het voor goed met haar gedaan was. + +Een storm stak op, een storm, zóó hevig en langdurig, als niemand er +nog een beleefd had. Drie dagen en drie nachten vlogen de logge +vaartuigen, met eene ongekende snelheid, langs den woedenden Oceaan. +Wat al doodsangsten stond men uit! Altijd en altijd maar door joeg men +het Zuiden in. Het verbrande land en de pekelzee begonnen weer in hun +ontsteld brein te spoken, tot een der matrozen tot de ontdekking kwam, +dat het water niet warmer, doch wel koeler werd. Dat stelde wat +gerust, en toen eindelijk de storm ging liggen, en men de aangebrachte +schade zoo goed mogelijk hersteld had, kwam men ook tot nadenken. Wat +moest er nu gedaan worden? Men raadpleegde sterrenkaart en kompas, en +eindelijk werd besloten den steven in oostelijke richting te wenden, +ten einde zoo doende Afrika's westkust te bereiken. + +Het was evenwel om moedeloos te worden. Dagen aaneen zeilde men in die +richting voort, doch Afrika's kust, zoo vurig begeerd, doemde niet aan +de kimmen op. + +Wat moest men ook niet ver van de heete luchtstreek verwijderd zijn! +Inplaats van last van de warmte te hebben, waren de matrozen soms zoo +verkleumd van koude, dat ze het werk in het scheepswant en op het dek +bijna niet verrichten konden. + +Het is moeielijk te bepalen, hoe ver Diaz op dien tocht, waarop hij, +veertien dagen lang, op geene honderden mijlen na wist, waar hij zich +bevond, wel geweest is. + +Gedwongen door zijn volk van koers te veranderen, richtte hij nu den +steven noordwaarts, en thans smaakte men na eenige dagen zeilens de +onbeschrijfelijke vreugde van in het gezicht der kust te komen. + +Men had Afrika weer teruggevonden. + +Op welke breedte? + +Wat gaf dat? Afrika was het, en meer behoefde men niet te weten. + +Hoe zullen die mannen te moede geweest zijn, toen ze weer den vasten +bodem onder hunne voeten voelden! + +Maar,--het land was veranderd, want hier heerschte niet die +ondraaglijke warmte van Guinea en van de Congokust. De plantengroei +was ook een heel andere, en de bewoners, die ze terloops gezien +hadden, doch die met hunne koeien, die ze bij zich hadden, vol vrees +het land in gevlucht waren, neen, dat waren niet de kroesharige Negers +van het warme gedeelte van Afrika. + +Al deze gegevens versterkten Diaz in zijn geloof, dat men hier dicht +aan de zuidelijkste punt van Afrika moest zijn, en dat men deze maar +om te zeilen had, om in de Indiën te komen. + +Met groote moeite kreeg hij het van zijn volk gedaan om nog wat +zuidelijker te stevenen. + +Al dieper en dieper kromp de kust naar het Oosten in. Hij zou er +komen! Hij zou zijn doel bereiken! + +Daar ontdekte hij eene buiging naar het Zuiden. + +Het was bij eene kaap, en--wat was daar aan de andere zijde? + +Maar vreeselijke stormen beroerden ginds de wateren; de matrozen +wilden niet verder. Ze waagden niet andermaal hun leven op dien +woesten Oceaan, om daar te verdrinken of van koude om te komen. Ze +zouden en ze moesten terug. + +Diaz was overtuigd, dat hij Afrika's zuidpunt gezien had, en noemde +die kaap »Cabo de todos los Tormiëntos«, dat is »Voorgebergte der +Kwellingen« of »Stormkaap«. + +De terugreis werd thans aangenomen, en na eene afwezigheid van zestien +en eene halve maand kwam hij in het Vaderland terug, waar hij den +Koning verslag van zijne gewichtige reis deed. + +Koning Johan was verrukt van blijdschap, en vol hoop dat men thans den +zeeweg naar de Indiën om Afrika heen vinden zou, veranderde hij den +naam van »Stormkaap« in dien van »Cabo de Buéna Esperanza« of »Kaap de +Goede Hoop«, en zóó heet Afrika's zuidelijkste punt nóg altijd. + +De hoop van den Koning, om, met medewerking van de Christenen uit het +rijk van den »Aarts-priester Johannes«, de Indiën te kunnen bezoeken, +was niet vervuld, en thans besloot hij een' anderen weg in te slaan. +Hij zond twee ondernemende mannen, Covillam en Payva, die beiden met +het Arabisch bekend waren, uit, om over land dat Koninkrijk te +bezoeken. Beiden kwamen te Caïro en scheidden daar van elkander. Payva +had genoeg inlichtingen verkregen om er niet aan te twijfelen, of dat +Christenrijk lag ten Zuiden van Egypte. Hij ging er heen, doch keerde +nimmer weder. Covillam daarentegen scheepte zich naar de Indiën in, en +kwam op die reis niet alleen te Calicoet, maar ook te Goa. Hij keerde +nu naar Caïro terug, en liet vandaar den Portugeeschen Koning bericht +geven van alles, wat hij in de Indiën gezien had. En dat bericht was +zóó gewichtig, dat de Koning besloot om er nu met alle krachten naar +te streven, over zee die rijke gewesten te laten opsporen. Wanneer hem +dát gelukte, dan waren Venetië en Genua ten ondergang gedoemd, en zou +Lissabon hare plaats vervangen! Welk eene schoone toekomst lachte hem +tegen! + +De grootste voordeelen van den handel genoten immers de gehate +Mohammedanen, die zich met het goud en zilver der Christenen +verrijkten! Gelukte het hem, den weg over zee naar de Indiën te +vinden, dan verkregen de Portugeezen, dus de Christenen, alle zoo +vurig begeerde Oostersche producten uit de eerste hand. Schatten +zouden dan Portugal, en, ja, ook Europa binnenstroomen. De macht van +het goud zou in handen der Christenen komen, en den val van den Islam +bewerken. + +Arme Koning! + +Te midden zijner schoone droomen werd hij uit het leven gerukt. En die +droomen waren nog niet eens altijd even schoon geweest, want de angst +van te laat te komen, deed hem er telkens uit wakker schrikken. + +De Spanjaarden immers hadden, onder aanvoering van een' Genuees, +zooals men beweerde, de Indiën gevonden op eene westelijke vaart? + +Koning Johan twijfelde eraan. + +Had men de rijke Indiën wel gevonden? En zoo ja, wie kon zeggen hoe +oneindig groot dat rijk was, en of het voordeel niet aan de zijde der +Portugeezen zijn zou, wanneer ze de Indiën bereikten door het Oosten +in te slaan. + +Het was een tijd van spanning, zooals men er op het Pyreneesche +schiereiland nog nimmer een beleefd had. + +Te midden van die spanning, die worsteling liever, legde Johan II voor +goed het hoofd neder, en werd opgevolgd door den verlichten en +geleerden Dom Emanuel, die in de geschiedenis den bijnaam draagt van +»de Groote«, of ook wel »de Gelukkige«. + +Na de regeering van het land verbeterd te hebben, was thans zijn +eerste werk om het plan van zijn' wakkeren en ondernemenden voorganger +uit te voeren. + +Vier schepen werden uitgerust, en het bevel ervan droeg hij op aan +Admiraal Vasco de Gama. Een der Onderbevelhebbers was de welbekende +Bartholomeus Diaz. + +Gelukkiger keuze had Koning Emanuel wel niet kunnen doen, want meer +nog dan Diaz, was Gama van een doorzettend en onbevreesd karakter, +terwijl hij ook, als zeeman, zeer veel ondervinding opgedaan had. + +Hij zeilde den achtsten Juli 1497 uit, doch ook deze tijd had beter +kunnen zijn, evenals die van Diaz, want kort na het vertrek hadden de +schepen, die met honderdzestig koppen bemand, en zeer goed bewapend +waren, met tegenwind te kampen, ja, het duurde niet lang, of ook zij +werden door stormen aangegrepen, en buitengewoon ver uit den koers +geslagen. Hij kwam zelfs zóó ver het Westen in, dat enkele +geschiedschrijvers niet alleen melden, dat hij Brazilië ontdekte, maar +dat hij het zelfs op de gebruikelijke wijze voor zijn' Koning in bezit +nam. + +[Illustratie: VASCO DE GAMA. (Geb. omstr. 1469, overl. 1524.)] + +Na een' moeielijken tocht vol gevaren, die het volk alweer bewogen om +oproerig te worden, kwamen de schepen eindelijk aan Kaap de Goede Hoop +aan, en--den twintigsten November 1497 had men Afrika omgezeild, en +kon men den koers noordelijk richten. + +Merkwaardig was deze reis in alle opzichten, want welk eene verbazende +uitgestrektheid lands bracht men nu niet aan de kroon van Portugal! +Wat maakte men niet al kennis met voortbrengselen van allerlei aard, +voortbrengselen, die uitmuntten door hunne hooge waarde, en +voortbrengselen, die zich vooral kenmerkten door de buitengewone +voordeeligheid in de dagelijksche samenleving. + +Merkwaardig was deze reis vooral, omdat men thans de Indiën bereiken +zou langs een' heel anderen weg dan de Spanjaarden. En door schepen, +die Portugal reeds aan de kusten der Roode Zee had laten uitrusten, +was men verzekerd geworden, dat de rijke Indiën dáár lagen, waarheen +men den koers richtte. Die wetenschap gaf zelfs den morrenden matroos +moed, en den twintigsten Mei 1498 liet de moedige en volhardende +Admiraal het anker vallen voor de groote en rijke handelsstad Calicoet +in Voor-Indië. + +Gaarne zouden wij deze reis zoo uitvoerig beschreven hebben, als zij +het verdient, maar wij moeten naar Europa terug om te vernemen, wat +daar is voorgevallen met de Spanjaarden, die reeds zes jaren vroeger, +zooals zij meenden, de Indiën gevonden hadden. + +[Illustratie: CHRISTOPHORUS COLUMBUS. (Geb. te Genua? 1446?-Overl. te +Valladolid 1506.)] + + + + +DE ONTDEKKING VAN AMERIKA. + + + + +HOOFDSTUK V. + +DE DAGERAAD DER NIEUWE GESCHIEDENIS. + + +In het vorige hoofdstuk spraken we met een paar woorden van zekeren +Martinus Behaim, die te Lissabon vertoefde, en daar door den Koning, +om zijne vele verdiensten tot Ridder geslagen werd, terwijl hij tevens +zitting kreeg in de Junta, die eene nieuwe sterrenkaart ontwerpen zou. + +Met opzet verzuimden we te melden met wien de Koning onzen Behaim daar +in kennis bracht, daar we den naam van één' man nog niet wilden +noemen, omdat de noodzakelijkheid zou medegebracht hebben dan ook een +en ander van hem te zeggen. Nu we echter gereed staan om van dezen man +zeer veel mede te deelen, kunnen we zeggen wie er door den Koning aan +Behaim voorgesteld werd. + +Die man was Christophorus Columbus. + +Er zijn zoo enkele personen in de geschiedenis, van wien bijna ieder +mensch wat gehoord heeft, en al brengen grondige nasporingen en +nauwgezet onderzoek ook al aan het licht, dat men den bewusten persoon +te veel verheerlijkt heeft, en dat hij veel minder deed dan men +geleerd had, toch wischt al het water van de zee zijne daden niet uit, +welke van hem in het boek der geschiedenis staan aangeteekend, en +geene reuzenmacht is instaat den invloed te keeren, door hem op de +geheele wereldgeschiedenis uitgeoefend. + +Zulk een man was Christophorus Columbus, de ontdekker van Amerika, of, +zooals we uit de reizen der Noormannen gelezen hebben, de +weder-ontdekker van dat werelddeel. + +Het zal iedereen wel eens opgevallen zijn, dat men van de jeugd van de +meeste beroemde mannen zoo weinig zekers weet mede te deelen. Dit is +echter zeer natuurlijk. Van Vorstenkinderen weten we vooraf, dat ze, +als volwassenen, reeds door geboorte zoowel als door afkomst, zich +boven alle andere menschen zullen verheffen, al maken zij zich ook +niet door hunne daden beroemd. Heel anders is dat met een kind, wiens +Ouders tot de gewone burgers of volksklasse behooren. Dat kind leeft +geheel met andere kinderen mede, en niemand denkt er aan om +aanteekeningen van zijne jeugd te maken, ten einde later in de +gelegenheid te zijn, om eene volledige levensbeschrijving te kunnen +geven. + +Een kind zulk eene opleiding geven, dat het een beroemd man _moet_ +worden, is ten eenenmale onmogelijk, want het karakter en de aanleg +van het kind, benevens de omstandigheden waaronder het opgroeit, +hebben een' beslissenden invloed. Geene duizend Professoren waren +instaat, Piet Hein er toe te brengen, dat hij de Spaansche Zilvervloot +nam, dat De Ruyter den Vierdaagschen Zeeslag won, dat Rembrandt zijne +»Anatomische les« wist te scheppen, dat Cromwell een' Koning op het +schavot kon brengen, dat Washington de machtigste Republiek der Nieuwe +Geschiedenis grondvestte, en dat Napoleon zich eene Keizerskroon op +het hoofd drukte. + +Nu is het met Columbus op dezelfde wijze gegaan, als met al de +beroemde mannen hier zoo even genoemd. Van de kinderjaren weten we van +hem zelfs nog minder, want nog altijd zoekt men naar het jaar en de +plaats zijner geboorte. + +Als geboortejaren van Columbus worden vermeld 1435, 1436, 1446, 1447 +en 1456. De meeste schrijvers van onzen tijd houden het er voor, dat +hij omstreeks 1446 geboren werd. Als zijne geboorteplaats noemt men +meestal Genua, doch zonder hieromtrent eenige zekerheid te kunnen +bijbrengen. De beroemde Engelsche geschiedschrijver William Robertson +zegt eenvoudig, dat hij »een onderdaan uit het Gemeenebest Genua« was. +Anderen zoeken zijne geboorteplaats op Corsica. De Spanjaarden, die +hem haatten, gaven hem den scheldnaam van »Liguriër«, en daar Genua in +de landstreek ligt, die oudtijds Liguria heette, zou men lichtelijk er +toe kunnen overgaan, te gelooven, dat de Spanjaarden hem althans voor +iemand hielden, die in Genua geboren was. Maar die scheldnaam is ook +al geen bewijs, want het eiland Corsica, dat door de Genueezen +veroverd werd, schijnt ten tijde der Romeinen, en ook nog later, door +Liguriërs bewoond geweest te zijn.--Robertson echter, die geene +plaats, maar alleen een land noemt, houdt zich stellig het dichtst bij +de waarheid, want dat schijnt dan toch onomstootelijk waar te zijn, +dat de beroemde man in het gebied van Genua geboren werd. Hij was dus +een Genuees, en heeft bovendien in de stad Genua gewoond. + +Zijne Ouders? + +Robertson deelt mede, dat hij afstamde van een' aanzienlijk geslacht, +dat tot armoede vervallen was. + +Washington Irving zegt, dat Fernando, een zoon van Columbus, schreef: +»Het zou naar mijne meening voor mij niet zoo vereerend zijn, wanneer +mijne Voorouders tot een adellijk geslacht behoorden, dan dat ik de +zoon van zulk een' Vader ben.« + +Irving zelf beweert: »Columbus' Vader was een wolkammer, die geruimen +tijd in de stad Genua heeft gewoond.« + +Columbus zelf heeft echter gezegd, zoo lees ik bij een Duitsch +schrijver van onzen tijd: »Men mag mij eene afkomst geven, welke men +wil. David was eenmaal schaapherder, en ik ben een dienaar van +denzelfden God, die hem tot den troon verhief. Of mijn stamboom +adellijk of niet adellijk is, daarop komt het al heel weinig aan. +Genoeg, mijn bloedverwant of Stamvader Columbus stamde met mij van de +oudste familiën der aarde af, en zonder mij te bedenken, durf ik mijn' +stamboom bij Adam beginnen.« + +Winkler Prins zegt in zijne Encyclopædie, dat hij een bloedverwant van +Admiraal Domenico Columbus was, doch als we lezen, dat een kleinzoon +van Admiraal Piet Hein aan den Amsterdamschen Magistraat zich bekend +maakte, als een »spellebaas«, die om een plaatsje voor zijne tent +vroeg, dan zegt de bloedverwantschap van Admiraal Columbus al heel +weinig. Admiraal de Ruyter, die als Hertog stierf, kan wel neven gehad +hebben, die in lompen door 's heeren straten gingen. + +Maar wat doet die afkomst er ook toe? Als een bierdragers-jongen een' +Vierdaagschen Zeeslag kon winnen, dan kon ook een wolkammers-zoon wel +een werelddeel ontdekken. + +»Gij zijt van geene edele afkomst,« duwde een trotsch en zeer voornaam +Athener den wijsgeer Socrates toe. + +»Daarom verdien ik ook meer eer,« antwoordde Socrates »omdat mijn +adeldom bij mijzelven begint.« + +Ook Columbus had zulk een fier, maar hooghartig antwoord kunnen geven. + +Maar zijn naam? Hoe heette hij toch? + +Als Italiaan heette hij Colombo; de Spanjaarden zett'en zijn' naam in +hunne taal over, en noemden hem Colon; waar men zijn' familie-naam in +de Latijnsche taal gebruikt, heet hij Columbus, en wanneer hij een +Nederlander van geboorte was, zou zijn familie-naam »Duif« zijn. + +Ook zijn voornaam wordt verschillend geschreven. Wij, Nederlanders, +zouden hem alweer »Stoffel« noemen, wat eene verkorting is van +Christoffel. De Latijnsche naam _Columbus_ eischt Christophorus, en de +Spaansche naam _Colon_ eischt Christoval. De naam beteekent +»Christusdrager«, en zie, dat wenschte de man werkelijk te zijn. Hij +wilde niets liever dan als een wereldlijk Missionaris overal het +Evangelie verkondigen. + +Hoe eenvoudig en arm zijn Vader ook ware, toch gaf deze Christophorus +eene zeer goede opvoeding, ja, we zouden haast geneigd zijn te zeggen: +hij gaf hem eene opvoeding boven zijn' stand. + +Al heel vroeg toonde de knaap, dat de zee en verre landen hem meer +aantrokken dan de eenvoudige wolkammerij des Vaders, en daarom liet +deze den jongen onderwijs geven in de Latijnsche taal, en in de wis-, +aardrijks-, sterren- en teekenkunst. In het schrijven maakte hij zulke +verrassende vorderingen, zegt Las Casas, Bisschop van Chiapas in +Mejico, wiens Vader een reisgezel van Columbus was, dat hij, als hij +niet op eene andere wijze door de wereld gekomen was, hiermede zijn +brood had kunnen verdienen. Zelfs zou hij, volgens denzelfden +schrijver, ook instaat geweest zijn om met schilderen, of het geven +van onderricht in het rekenen en teekenen zich in het dagelijksch +onderhoud te kunnen voorzien. In hoever dit waarheid is, durf ik niet +verzekeren. Misschien, dat dankbaarheid hier wel wat overdreef, want +Columbus was oorzaak geweest, dat Las Casas te Salamanca kon +studeeren. + +Behalve onzen Christophorus had Vader Columbus nog twee zoons, +Bartholomeus en Giacomo, welke laatste door de Spanjaarden in hunne +taal Diego genoemd wordt. Ter eere van onzen Christophorus mag het +gezegd worden, dat hij later voor die twee broeders uitnemend zorgde. +Ook had hij eene zuster, doch hiervan lezen we niets anders, dan dat +ze gehuwd was met een eenvoudig burger, die Giacomo Varello heette. + +Dat Christophorus, of, zooals ik hem voortaan liever noem, Columbus, +op jeugdigen leeftijd zooveel lust toonde te hebben voor de +aardrijkskunde en alle aanverwante vakken, kan niemand bevreemden. De +aardrijkskunde was toen de wetenschap bij uitnemendheid, en in alle +plaatsen, die zeehandel dreven, en vooral in de kloosters, stond ze +zóó hoog aangeschreven, dat vele kloosterlingen van dat vak hunne +lievelings-studie maakten. Menig beroemd aardrijkskundige was van +beroep wat anders, en vooral onder de Artsen telde men vele +beoefenaars van deze wetenschap. + +Zoo heel laag stond die wetenschap ook niet meer. Wel bewaarde men +eene groote globe, die Behaim te Neurenberg gemaakt had, als een +wonderstuk van vernuft, en bevatte ze menige dwaasheid, maar Arabische +geleerden, te Sennaar vergaderd, verstonden reeds de kunst om een' +lengtegraad te meten, en op de uitgestrekte vlakten van Mesopotamië +berekenden zij den omtrek der aarde. Neemt men hierbij in aanmerking, +dat de handelssteden, aan de Middellandsche Zee en in Spanje en +Portugal, begrepen, dat haar eigenbelang medebracht om andere +handelswegen te zoeken, dan zal ieder het natuurlijk vinden, dat +Columbus zoo vroeg mogelijk trachtte, zich in de aardrijkskunde te +bekwamen, en het geluk diende hem, dat hij een' bloedverwant had, die +Admiraal was. + +Op zijn veertiende jaar ging hij naar zee, en als hij tot dien tijd +school gegaan heeft, dan kan hij, want zijn hoofd was buitengewoon +helder, als een wel ontwikkeld jongeling aanboord gekomen zijn. Al +dadelijk dient echter gezegd, dat zijn eerste Kapitein niet zijn +bloedverwant was. + +Zijne eerste tochten deed hij in de Middellandsche Zee, doch weldra +maakte hij grootere reizen, en niet alleen naar Engeland, misschien +ook Antwerpen, maar zelfs naar IJsland, dat toen Thule genoemd werd. + +Hoe lang hij daar in het hooge Noorden bleef, is niet bekend, doch de +IJslanders van dien tijd waren zeer beschaafde menschen, en stellig +zal Columbus daar wel wat vernomen hebben van het fabelachtige +»Wijnland«, dat hunne Voorvaderen eenmaal bezocht hadden, doch dat +daar nu ver in het Zuiden geheel vergeten lag. Van IJsland werd de +reis zelfs nog noordelijker voortgezet, zoodat hij eenige graden over +den Noordpool-cirkel kwam. Handelsbelangen kunnen hem daar niet heen +gevoerd hebben, zoodat we aannemen mogen, dat deze Noordpool-tocht +alleen in het belang der wetenschap, en een gevolg van de Pauselijke +bul aan Portugal was. + +Van die groote reis teruggekeerd, trad hij in dienst van zijn' +bloedverwant, den Admiraal Columbus, die evenwel alweer niet veel +verder kwam dan de Middellandsche Zee, om de Genueesche koopvaarders +tegen de Venetianen en de Noordafrikaansche of Barbarijsche zeeroovers +te beschermen. + +Eens echter bevond hij zich met de vloot in de Spaansche Zee, in de +nabijheid van de Portugeesche kust. Daar raakte men met eenige +Venetiaansche schepen, die uit Nederland kwamen, slaags. Columbus +gedroeg zich dapper, doch zijn schip werd in brand geschoten, en om +zijn leven te redden, sprong hij in zee. Met behulp van een +losgeslagen roer wist hij de Portugeesche kust te bereiken, en nu hij +daar eenmaal was, besloot hij naar Lissabon te gaan, waar hij zeker +was, landgenooten te vinden, want door het verloopen van den +Genueeschen handel, zochten velen elders hun geluk. Hij bleef daar +geruimen tijd, en geraakte in kennis met eene schoone, Felipa Monnis +de Palestrello. Haar Vader was een Italiaansch Edelman, die zich te +Lissabon gevestigd had. Dat Donna Felipa, niettegenstaande zij eene +adellijke Jonkvrouw was, zich zóó tot den Genueeschen zwerver +aangetrokken gevoelde, dat zij met hem in het huwelijk trad, is wel +verklaarbaar. »Columbus,« zoo zegt Las Casas alweer, »was een lang en +kloek gebouwd man, met eene edele en waardige houding. Zijn langwerpig +rond gelaat was niet bol, maar eer mager; het had eene heldere kleur, +en tusschen de lichtblauwe oogen, die van fierheid glinsterden, had +hij een' schoonen arendsneus. Wat hem vooral van zijne landgenooten +onderscheidde, was, dat hij blond hoofdhaar had, dat in rijke lokken +zijn sprekend gelaat omlijstte.« Als eene groote bijzonderheid merkt +dezelfde schrijver aan, dat »de zorgen des levens en eene gestadige +studie hem op zijn dertigste jaar reeds geheel grijs deden zijn.« +Indien dit waar is, dan zullen de zorgen des levens hiervan wel niet +de oorzaak geweest zijn, want tot op den dag van zijn huwelijk kon hij +waarlijk niet klagen, dat zijn leven zoo stormachtig en onrustig was. +Alleen de gedwongen zeereis op een drijvend scheepsroer, was het +ergste, wat hem wedervaren was, doch dit was voor een goed zeeman toch +geene reden, om het zich zóó aan te trekken, dat hij wit werd als eene +duif. Eer is het te denken, dat èn zijn naam »Duif«, èn zijn blond +haar, door de zuidelijke zwartharigen met elkander in verband gebracht +zijn, en dat de »blonde Columbus«, heel dichterlijk, »wit als eene +blanke duif« zal genoemd zijn. + +Na het overlijden van zijn' Schoonvader kwam Columbus in het bezit van +eene plantage op het eiland Porto-Santo. Hij vestigde er zich +metterwoon, en het scheen dus, dat hij als een eerzaam planter zijn +leven zou eindigen, zonder dat hij nog nieuwe zeereizen gedaan had. +Dit scheen echter maar zoo, want het verbouwen van suikerriet en +wijnstokken, in eene aangename luchtstreek, op een vruchtbaar eiland, +mocht anderen aantrekken en behagen, Columbus was er de man niet voor, +om in zulke landelijke bezigheden zijn genoegen te vinden. + +Dikwijls liep hij langs de kust van zijn betrekkelijk klein eiland, en +meestal vergenoegde hij zich niet uitsluitend met het gezicht op het +heerlijke Madeira, dat hij heel in de verte, als eene nevelstreep, kon +zien liggen. Hij woonde hier aan het uiterste einde der wereld, zeide +men. En daar ginder in het verre Westen, achter de plaats waar de zon +onderging, was het land of de zee der eeuwige duisternis. Ja, dat had +men hem ook geleerd, maar, was het wel zoo? Zag men, als men in de +Middellandsche Zee was, ook niet de zon ondergaan in de golven van +dezelfde zee? En wanneer men op eene groote vlakte stond, zag men dan +de zon ook niet ondergaan op dezelfde vlakte? En lag er achter de +avondplek der Middellandsche Zee, of achter de avondplek van de +vlakte, niet nog menige streek waar het toch niet duister was, en waar +men morgen en avond had, evenals te Genua, te Alexandrië, te Lissabon, +en hier op het afgelegen Porto-Santo? Bevond de mensch zich niet +altijd in het middelpunt van een' cirkel, en was de afstand van de +plaats waar hij zich bevond tot de morgenplek, niet even groot, als +die tot de avondplek? Was er niet iets, iets, nu ja, iets dat men +gezichts-einder noemt? En--de aarde was rond. Velen, en daaronder +groote geleerden, noemden dien ronden vorm der aarde eene hersenschim, +maar Thales van Milete had twintig eeuwen geleden toch al geleerd, dat +de aarde rond was, en de beroemde Florentijner Arts, Paolo Toscanelli, +had immers duidelijk bewezen, dat Behaims globe wel niet goed +geteekend was, maar dat er aan den vorm, dien hij aan de aarde gaf, +niets ontbrak! Had niet diezelfde Toscanelli verklaard, dat het vaste +land der aarde veel breeder was dan de zee, die ten Westen van Europa +en Afrika lag, en het vasteland doorsneed? Was dat zoo, wat zochten de +Portugeezen dan een' langen zeeweg naar de Indiën om Afrika's zuidpunt +heen? Die weg moest toch veel langer zijn, dan die door het Westen? En +áls de aarde rond was, en hij _was_ overtuigd, dát ze het was, welnu, +dan _moest_ men óók in de Indiën komen, als men steeds westelijk voer. +Dat kon niet anders. + +Maar, had die Toscanelli wel gelijk? Was langs de zee de afstand +tusschen Europa en Afrika aan de eene, en Azië, met het reusachtig +groote rijk Kataï, benevens Zipangu, aan den anderen kant, wel zoo +gering? Was die weg niet veel langer? + +Zoo dacht en peinsde de planter Columbus, als hij van zijn eiland af, +in westelijke richting zijne blikken langs den uitgestrekten Oceaan +liet gaan. + +Een schipper, die wat ver het westen ingezeild was, zoo vertelde men, +had, midden in zee, een kunstig besneden stuk hout opgevischt. Vanwaar +was dat gekomen, en waar woonde de man, die dit hout bewerkt had? + +Op Madeira's en Porto-Santo's westkust, had men menigmaal ongemeen +zwaar riet zien aandrijven. Vanwaar kwam dat? + +Een ander had hem verteld, dat er zelfs wel eens heele boomen +aandreven. Dit verbaasde Columbus niet, want op Thule en in de +Noordelijke IJszee had hij zoo menigmaal drijfhout gezien. De +stroomingen der zee, ook dat had hij ondervonden, liepen niet steeds +in dezelfde richting, zoodat een stuk hout, een boom of een riet, al +eene heel vreemde reis langs het water konden gedaan hebben, eer ze +hier op de kusten aanspoelden. + +Daar kwam zijn Zwager Dom Pedro Correa, die ook op Porto-Santo woonde, +hem een besneden stuk hout brengen, hetwelk hij op de westkust van het +eiland gevonden had. + +Het was merkwaardig, dat toch alles op die westkust aankwam,--zeer +merkwaardig. En dat hij hier te doen had met het werk van eene +geoefende hand, dat bewezen de kunstige figuren en lijnen. Dat moest +het werk zijn van een bewoner van Kataï of van de Indiën. Hij had +immers de reisbeschrijvingen van Marco Polo niet gelezen, maar +verslonden, en wist dus op welk een' hoogen trap van beschaving die +volken stonden! + +Een nieuw gerucht kwam onzen peinzenden planter ter oore. Er waren op +de westkust van Madeira twee menschenlijken aangespoeld. + +Matrozen van een Europeesch vaartuig waren het niet, en evenmin waren +het negers van Afrika's westkust. Geel als de Tataren of Mongolen +waren ze ook niet, en evenmin blauwachtig als de Indiërs. Ze hadden +lange, sluike, zwarte haren, en hun gelaat en hunne huid waren +roodachtig of koperkleurig geverfd. + +Alweer en alweer maar die westkust, en nu geen stuk gesneden hout, +geen boomstam, geen riet, neen, menschenlijken, en dan nog wel lijken +met vreemdgeverfde huid en vreemde hoofdharen! + +Wat moest hij ervan denken? + +Zou dan soms het verhaal van dien Plato niet maar zoo eene phantasie +van den dichter geweest zijn? Vertelde hij niet van een eiland +»Atlantis«, grooter dan Azië en Afrika samen? De goden hadden dat +eiland verdelgd, luidde het verhaal, maar hier en daar waren er toch +nog eilandjes overgebleven. + +Was dan Plato's verhaal wel enkel verdichting, en waren die lijken +niet afkomstig van afstammelingen van de bewoners van dat eiland +»Atlantis«? En was dit eiland »Atlantis« wellicht niet hetzelfde, als +het groote »Goudland«, waarvan Marco Polo vertelde, dat het ten Oosten +van Kataï lag, en Zipangu heette? + +Al deze vragen bestormden den planter van Porto-Santo, en ze lieten +hem nimmer met rust. Ze vervolgden hem overal, des daags bij het werk, +des nachts in den droom. + +Ten slotte kwam hij er toe, om op al die vragen slechts één antwoord +te geven, een antwoord vol overtuiging: »Daar in het Westen liggen de +Indiën, en ze liggen dichter bij dan men vermoedt.« + +Hij kon niet langer het kalme en eentonige plantersleven op zijn +afgelegen eiland blijven leiden. Hij moest, of hij wilde of niet, dien +westelijken tocht naar de Indiën gaan maken. + +Maar hoe? Aan zulk eene onderneming waren verbazend groote kosten +verbonden, en hijzelf had slechts over zeer beperkte middelen te +beschikken. Het was ook geene onderneming voor één' man, maar voor een +volk. + +Hij dacht aan zijn geliefd Genua, hoe machtig het eens was, en hoe +vervallen nu. Maar rijkdommen waren er toch nog te vinden, en hoe zou +hij zich verheugen, als hij dat geliefde Genua weer eens tot vroegeren +luister brengen kon! Vroegeren luister? Dwaasheid! Als hij den +Genueezen den westelijken weg naar de Indiën wees, en men kreeg dan +van den Paus dezelfde voorrechten voor het Westen, die Prins Hendrik +voor Portugal in Afrika voor het Oosten verkregen had, dan zou Genua's +voormalige grootheid niet in de schaduw kunnen staan van de grootheid, +die haar binnen luttelen tijd wachtte. + +Bezield met dit heerlijke denkbeeld verliet Columbus zijne plantage en +zijn eiland, en begaf zich naar Genua, waar bijna niemand den zwerver +meer kende. Hij zocht de rijkste kooplieden op, doch dezen waagden het +niet, om aan een plan, dat in de lucht hing, als het dichterlijkste +luchtkasteel, zooveel geld te besteden. De Regeering van Genua had er +nog minder ooren naar. Men mocht immers het Gemeenebest, dat toch al +zoo verarmd was, geene grootere lasten opleggen, om een' avonturier in +de gelegenheid te stellen, eene hersenschim na te jagen? + +Helaas, de achteruitgang van den handel had Genua's oude veerkracht +verlamd, haar' ondernemingsgeest gedood. Columbus bleef aan +doovemans-deuren kloppen; niemand deed hem open. + +Columbus was vervuld van bitterheid, en wij, die nu leven, en weten +welk een prachtig werelddeel Amerika is, wij lachen misschien om de +domheid der Genueezen, en van allen, die later geene ooren hadden voor +Columbus' voorstel. Toch, ik mag het niet verzwijgen, verraadt ons +lachen juist _onze_ domheid, en de ontdekking van Amerika is een +bewijs, dat Columbus' tegenstanders groot gelijk hadden, met hem op +wetenschappelijke gronden te bewijzen, dat hij niets anders dan eene +hersenschim najoeg. Columbus moge een oogenblik gedacht hebben aan een +eiland »Atlantis«,--aan een eiland, dat grooter was dan Azië en Afrika +samen, geloofde hij niet; hij bracht Plato's eiland slechts in verband +met de Indiën, Kataï en Zipangu, en zijne grootste fout was wel deze, +dat hij aan den Oceaan, die de Indiën van Europa scheidde, slechts +honderdtwintig graden breedte gaf. De geleerden, die Columbus' +tegenstanders waren, geloofden niet aan die geringe breedte, en ze +beweerden, dat Toscanelli in zijne voorstellingen volkomen onwaar was, +en dat die afstand veel, zeer veel grooter was. + +En hadden ze ongelijk? + +Wanneer we de globe voor ons nemen, dan zien wij, dat de afstand +tusschen het vasteland van Europa en dat van Azië nog meer dan +tweehonderdvijfentwintig graden is. De tegenstanders hadden derhalve +gelijk. + +Ik geef terstond toe, dat de tegenstrevende geleerden dit ook niet zoo +precies wisten, maar Columbus vergiste zich, door Toscanelli's +uitspraken, deerlijk, zoodat de partijen volkomen gelijk stonden, en +Columbus het niet beter wist dan zijne tegenstanders. Had Columbus +Amerika niet ontdekt, ware dat werelddeel er niet geweest, hij en de +zijnen zouden op hunne westelijke vaart ongetwijfeld omgekomen zijn, +eer Azië bereikt was. + +Columbus' fout is vereeuwigd in den naam van de eilanden van Amerika, +welke »West-Indië« genoemd worden. Zijne fout is ook vereeuwigd in den +naam der oorspronkelijke inwoners van Amerika. Men noemt hen immers, +altijd nog, volgens hem, »Indianen«? + +Ik voer dit alles niet aan om Columbus' roem te verkleinen, want hij +_was_ een groot, een ondernemend man, doch men plaatse hem niet op den +top van een »Wijsheids-berg«, en geve aan zijne tegenstanders geene +plaats op den diepen bodem van den »Domheids-afgrond«. Columbus en +zijne tegenstanders zijn daar geheel misplaatst. + +Ze staan samen even hoog, doch hij _met_, en de anderen _zonder_ +eenige energie. + +In Genua geen gehoor vindend, besloot Columbus zich te wenden tot de +Portugeezen. Hij kende den koenen ondernemingsgeest van dat volk, en +hij wist ook, hoe hun Koning, Johan II, geene gelegenheid liet +voorbijgaan om de ontdekkingstochten uit te breiden. Daar zou men zijn +plan niet afwijzen; daar zou men zijne voorstelling geene hersenschim +noemen. + +Gewapend met Toscanelli's aanbeveling, begaf hij zich naar het +Portugeesche Hof, en ontmoette waarschijnlijk in die dagen aldaar +Martinus Behaim, den man, die bij den Koning zoo hoog aangeschreven +stond. + +Tot zijne verbazing, vond zijn plan bij den Koning niet dien bijval, +welken hij gewacht had. + +Het is natuurlijk ook; want al valt het moeielijk te bepalen, in welk +jaar Columbus met zijne plannen in Lissabon kwam, wij weten toch, dat +hij daar Behaim leerde kennen, en dat Koning Johan dezen aanstelde tot +lid van den Raad, die eene nieuwe sterrenkaart ontwerpen moest. De +Portugeezen hadden in Afrika derhalve de Linie al overschreden, en den +Congo zelfs reeds bereikt, zoodat men meende nu goed op weg te zijn, +om langs de ontdekte wateren in de Indiën te komen. De kansen stonden +goed, waarom nu nog nieuwe onkosten te maken voor een ander plan, dat +nog geheel in de lucht hing? + +Toch was de Koning verstandig genoeg, om zelf geene beslissing in die +zaak te nemen, hoewel hij door het schrijven van aardrijkskundige en +sterrenkundige werken bewijzen had gegeven, dat het hem aan geene +bekwaamheden ontbrak. Niemand zou hem dan ook van verwaandheid +beschuldigd hebben, zoo hij in deze zaak beslissend opgetreden was. + +De Koning gevoelde echter, dat de zaak zeer gewichtig was, en +beschouwde hij den Genuees nu ook al als een soort van dweper, toch +had diezelfde man steun in den beroemden Toscanelli, die, jaren +geleden, aan den geleerden Kanunnik Ferdinand Martinez van Lissabon +zijne zeekaart van den Oceaan tusschen Europa en Azië gezonden had. En +bij deze kaart was een brief, die luidde: + +»Aan den Kanunnik Ferdinand Martinez te Lissabon, zendt de +Natuurkundige Paolo Toscanelli zijn' groet. + +»Het bericht, dat ik ontving van uw' vertrouwelijken omgang met Zijne +Majesteit den Koning, was mij des te aangenamer, omdat ik u reeds +vroeger gesproken heb over een' korteren weg naar de Specerij-landen, +dan die is, welke langs Guinea leidt. De Koning begeert nu van mij +eene meer overtuigende opheldering, zoodat zelfs de eenvoudigste man +instaat is, ze te begrijpen. Hoewel ik weet, dat men dit door een' +bol, die de aarde voorstelt, duidelijk aantoonen kan, zoo heb ik, +omdat er minder kennis voor noodig en minder moeite aan verbonden is, +besloten, dezen weg door eene kaart duidelijk voor te stellen. Ik zend +daarom aan Zijne Majesteit eene kaart, die ik zelf ontworpen en +geteekend heb. Op die kaart vindt ge nauwkeurig aangegeven al uwe +kusten en eilanden, vanwaar de weg begint, welken men altijd in de +richting naar de avondzijde des hemels volgen moet, benevens de +landen, waar men dan zal aankomen. Verder is er op aangewezen, hoever +men van de Pool en van den Evenaar afwijken moet, terwijl ook in +mijlen de afstanden bepaald zijn om te komen in die landen, welke zulk +een' onuitputtelijken voorraad van edelgesteenten en specerijen +bezitten. Verwonder er u niet over, dat ik die landen »Westelijk +gebied« noem, daar men de »Specerij-landen« altijd beschouwt als +»Oostelijk« gelegen. Ik doe dat uit overtuiging, dat men ook door eene +westelijke vaart vinden zal, wat men voortdurend oostelijk zoekt. +Derhalve beduiden de lijnen, die ik op de kaart rechtuit van het +Oosten naar het Westen teekende, den afstand, terwijl daarentegen de +transversale (overdwarse) lijnen, den afstand van het Zuiden naar het +Noorden aanwijzen. Ik heb op de kaart verscheidene landen geteekend, +waar men, volgens de nauwkeurigste berichten, welke de reizigers ons +verschaft hebben, komen kan, al is het ook, dat men door tegenwind of +andere omstandigheden, in eene geheel andere streek komt, dan die, +welke men zich voorgesteld had. Ik deed het ook, om den inwoners te +toonen, dat de zeevaarders, die langs dezen weg komen, reeds met hun +land bekend waren, eene omstandigheid, welke hun aangenaam zijn moet. +Op die eilanden wonen evenwel geene andere menschen dan kooplieden. +Men verzekert, dat alleen in de haven van Zaïton zulk eene groote +menigte koopvaardijschepen is, dat er meer zijn, dan op al de overige +deelen der wereld te zamen. Men beweert, dat jaarlijks uit de genoemde +haven meer dan honderd schepen vertrekken, welke met peper geladen +zijn, en dan komen er nog die bij, welke andere specerijen vervoeren. +Dat land is dicht bewoond, en bevat zeer vele provinciën, staten en +tallooze steden. Het staat onder het bestuur van een' Vorst, die tot +titel heeft »Groot-Khan«, wat hetzelfde beteekent als: »Koning der +Koningen«. Meestal houdt hij zich op in zijne residentie, die in de +provincie Kataï gelegen is. Zijne Voorvaderen wenschten met de +Christenen in onderling verkeer te komen, en reeds voor tweehonderd +jaar vroegen ze den Paus om geleerden, die hun onderricht in de +Christelijke leer konden geven. Die geleerden ontmoetten evenwel op +hunne reis zooveel moeielijkheden, dat ze terugkeerden. Ook ten tijde +van Paus Eugenius«--(Paus Eugenius IV van 1431 tot 1447)--»kwam een +Afgezant van den Groot-Khan binnen Rome, en bevestigde de +welwillendheid van den Vorst jegens de Christenen. Ikzelf heb met dien +Gezant een langdurig gesprek gevoerd over de uitgebreidheid van de +Koninklijke paleizen, over de ontzaglijk lange en breede stroomen, en +over de menigte steden, die aan hunne oevers liggen. Aan één' stroom +liggen ongeveer tweehonderd steden, en marmeren bruggen, met zuilen +versierd, en van eene verbazende lengte en breedte, verbinden in groot +aantal de oevers met elkander. Dit land is waard, dat het door de +Latijnsche volken opgezocht wordt, en dat niet alleen om de +fabelachtige schatten van goud, zilver en allerlei edelgesteenten, die +daar gevonden worden, niet alleen ook om den onnoemelijken voorraad +van specerijen, maar ook om de vele geleerde mannen, wijsgeeren en +sterrenkundigen, die er wonen, en om te zien, met welk eene wijsheid +dat land geregeerd wordt, en hoe men er oorlog voert. + +»Van Lissabon naar het Westen, in eene rechte lijn tot de prachtige en +buitengewoon groote stad Quin-sai, zijn op de kaart zesentwintig +ruimten of afstanden aangebracht, en elke ruimte beslaat +tweehonderdvijftigduizend roeden.--De stad Quin-sai heeft een' omtrek +van honderdduizend roeden en tien bruggen. De naam »Quin-sai« beduidt: +»Stad des Hemels«. Van de menigte der kunstenaars, die men daar vindt, +en van de rijkdommen dier stad wordt zóóveel verhaald, dat het aan het +ongeloofelijke, ja, aan het wonderbare grenst.--Deze afstand bedraagt +ongeveer het derde gedeelte van den heelen omtrek der aarde. De stad +Quin-sai ligt in de provincie Mangi, in de nabijheid van Kataï, in +welk gewest de Groot-Khan zijne residentie heeft. De afstand van het +bekende eiland der oudheid: »Antilia«, naar het beroemde eiland +Zipangu bedraagt tien ruimten. Dat eiland Zipangu is buitengewoon rijk +aan goud, parelen en edelgesteenten, en met zuiver goud zijn de +paleizen en tempels gedekt. Zóó moet men langs onbekende, doch niet +lange wegen de ruimte van den Oceaan doorsnijden. + + Florence, 25 Juni 1474.« + +De brief is niet in' sierlijken stijl geschreven, en onder het lezen +bemerkt men duidelijk, dat de reisbeschrijving van Marco Polo aan +onzen Florentijner Arts niet onbekend was. Maar niet om die +beschrijving van Quin-sai of Zipangu was het, dat die brief den Koning +van zooveel gewicht scheen. Het was om het kernachtige, maar +veelzeggende slot: »Zóó moet men langs onbekende, doch niet lange +wegen de ruimte van den Oceaan doorsnijden.« + +Die uitdrukking: »zóó moet men«, gaf te denken, vooral in 1474, toen +men, voor zoover ik heb kunnen nagaan, nog niet tot den Congo gekomen +was. Jaren lang was die brief met die kaart in het bezit geweest van +den Koning, en als niet Diego Câno doorgedrongen was tot eenige mijlen +bezuiden de Linie, en een' grenssteen geplaatst had aan den +zuidelijken oever van den Congo, wellicht dat hij dan tot andere +gedachten zou gekomen zijn, en Toscanelli's raad opgevolgd had. Maar +toen Columbus in Lissabon kwam, had Diego Câno zijn' grenssteen al +geplaatst, en het was bewezen, dat Afrika naar het Zuiden steeds +smaller werd, zoodat de hoop om Afrika heen te kunnen zeilen, geene +hersenschim meer kon genoemd worden, maar veel kans had, vervuld te +worden. + +Begrijpelijk is het derhalve, dat de Portugeesche Koning het voorstel +van Columbus niet met beide handen en terstond aangreep, maar dat hij +het in bedenking nam, en aan het oordeel van een' Raad van geleerden +onderwierp. + +Dat Columbus veel van Toscanelli gehoord had, weten wij, doch brief en +kaart waren hem onbekend. Van den brief nam hij een afschrift en de +kaart teekende hij na; het een zoowel als het ander zou hem te pas +kunnen komen. Hier in Portugal echter zou hij er niets mede aanvangen. + +De Junta of Raad, aan wien de Koning het voorstel van Columbus ter +beoordeeling voorlegde, had tot zijn' Voorzitter den Biechtvader des +Konings. Hij heette Diego Ortiz, doch naar de plaats in Spanje, waar +hij geboren was, voegde men meestal nog »de Cazadilla« bij zijn' naam. +Hij was bovendien Bisschop van Ceuta, en derhalve een man van invloed, +zoowel aan het Hof, als onder de voornaamste Edelen. Twee andere leden +van dien Junta waren de geschiedschrijvers Rodrigo en Joseph. Na +nauwkeurig en langdurig onderzoek bracht de Junta als zijne meening +uit, dat het voorstel van Columbus niet kon of mocht aangenomen +worden, daar de wetenschap er tegen opkwam. De Voorzitter ging zelfs +nog verder, en wilde, dat de Koning ook de ontdekkingstochten in +Afrika niet voortzette, doch hierop vatte Dom Pedro de Meneses, een +oud vriend van Prins Hendrik, vuur, en deze wist in eene welsprekende +rede den Junta en de Regeering te bewegen, om die ontdekkingen met +alle macht en kracht voort te zetten. Men verhaalt ook, dat men +Columbus op eene listige wijze wist te bewegen om zijne aanteekeningen +en kaarten af te staan, en toen men deze had, rustte men een schip +uit, om den weg, door het Westen naar de Indiën, te zoeken. Dit schip +bracht het echter niet verder dan eenige mijlen bewesten de +Kaap-Verdische eilanden, en keerde toen terug. De proef op de som was +geleverd, meende men, en Columbus' voorstel daarmede veroordeeld. +Denkelijk is dit verhaal niets anders dan een verzinsel. + +Hoe lang Columbus in Lissabon vertoefd heeft, wordt niet vermeld, doch +wat anders verzwijgt de geschiedenis niet. In dien tijd overleed zijne +vrouw, en liet haar' man met zeer berooide geldmiddelen achter. Dit +laatste is zeer wel te verklaren, want voor zijn plan had hij zich +heel wat opofferingen getroost, terwijl hij bovendien op eigen kosten +zijne twee broeders te Genua had laten studeeren. + +Met zijn zoontje Diego verliet hij nu Lissabon in het jaar 1484, en +zijn' broeder Bartholomeus, dien hij naar Lissabon had laten +overkomen, zond hij naar Engeland, ten einde daar te beproeven, of hij +Koning Hendrik VII kon overhalen tot het plan. Bartholomeus werd +echter op zijne reis derwaarts door zeeroovers overvallen, en zóó +uitgeplunderd, dat hij, toen hij in Engeland kwam, onmogelijk aan het +Hof verschijnen kon. Met kaarten-teekenen wist hij nu zooveel te +verdienen, dat hij het vier jaar later waagde bij den Koning gehoor te +vragen. Dit gehoor werd hem verleend, doch de Koning, die met allerlei +binnenlandsche staatkundige woelingen te worstelen had, wilde er niets +van weten. + +Het voornemen van Columbus was geweest, om, nu zijn voorstel door +Portugal afgewezen was, zich naar Frankrijk te begeven. Hij schijnt er +evenwel niet heengegaan te zijn. Ik zeg »schijnt«, want gedurende +eenige jaren verliest de geschiedenis hem geheel uit het oog, en het +zijn niet veel meer dan gissingen, dat hij zelfs zijne plannen aan de +Regeering van Venetië voorgelegd heeft. Indien dit waar is, dan moet +hij wel bittere teleurstellingen ondervonden hebben, want Genua en +Venetië waren immers geslagen vijanden, en naarmate Genua's handel +meer en meer kwijnde, terwijl die van Venetië zich nog met groote +inspanning staande hield, nam de vijandschap, versterkt door naijver, +nog toe.-- + +Eindelijk echter komt de groote man weer te voorschijn. + +In Andalusië ligt eene kleine stad; ze heet Palos de Moguer. Nog heden +ten dage bevindt zich in de nabijheid van dit plaatsje een oud +klooster. Dat klooster was er ook al in dien tijd, en werd door +Franciscaner monniken bewoond. Het was gewijd aan Santa Maria de +Rabida, en de Prior heette Juan Perez de Marchena. + +Aan de poort van dat klooster nu, klopte op zekeren avond een schamel +gekleed man aan, die zijn zoontje bij zich had, en op de vraag van den +portier, wat hij begeerde, luidde het antwoord: »Wat brood en water +voor dit kind!« + +Die bedelaar was Columbus; dat hongerige en dorstige kind was zijn +zoontje Diego. + +De Prior, die in de nabijheid was, hoorde de stem van den man, en het +viel hem terstond op, dat hij de Spaansche taal, als een vreemdeling +sprak. Toen nu de portier hem de vraag van den armen man overbracht, +gaf hij last te onderzoeken, vanwaar hij toch wel kwam. Columbus, die +geene redenen had om zijn' naam te verzwijgen, vertelde den portier +een en ander, en het gevolg hiervan was, dat hem de poort van het +klooster geopend werd, en hij binnen mocht komen. + +De Prior was een geleerd man, en had natuurlijk wel eens wat van +Columbus' plannen opgevangen, zoodat hij weldra met hem in een ernstig +gesprek verdiept was, en toen Columbus, na door spijs en drank +versterkt te zijn, aanstalten maakte om weer verder te gaan, wilde de +Prior hiervan niets weten, en zeide, dat een man als Columbus niet als +bedelaar van de eene plaats naar de andere mocht trekken, en althans +dezen nacht de gast van het klooster bleef. + +In het stadje zelf woonde Garcia Fernandez, die Arts van beroep was, +doch meteen zich toegelegd had op de studie van de aardrijks- en +sterrenkunde, waarin hij zelfs grooten naam gemaakt had. De Prior, die +met dezen Arts zeer bevriend was, liet hem roepen, en weldra waren de +drie mannen nu in een zeer geleerd gesprek verdiept. + +In dat klooster begon voor den armen zwerver het sterretje der hoop +weer door de nevelen der teleurstellingen te schijnen; want Prior Juan +Perez de Marchena droeg ook den titel van Biechtvader van Koningin +Isabella. + +Spanje was toen een heel ander land dan tegenwoordig, dat wil zeggen, +op staatkundig gebied. Op het Pyreneesche schiereiland vond men toen, +behalve het Koninkrijk Portugal, ook de Koninkrijken Navarre, Kastilië +en Aragon, benevens het Mooren-gebied Granada. Over Aragon regeerde +Koning Ferdinand, en over Kastilië, Koningin Isabella. Deze twee +Vorstelijke personen waren met elkander gehuwd, zoodat na hun +overlijden de kronen van beide landen op één hoofd kwamen. In den tijd +evenwel waren beide rijken nog geheel gescheiden. In karakter +verschilden Koning Ferdinand en Koningin Isabella buitengewoon veel +met elkander, doch in ééne zaak stemden ze vrij wel overeen, en deze +was: »uitbreiding van het gezag der beide Koninkrijken door de +scheepvaart.« Den Prior nu, was die zucht zijner machtige biechtelinge +niet onbekend, en daar hij hoog bij haar aangeschreven stond, wist hij +te bewerken, dat Columbus aan haar Hof geroepen werd, om daar zijn +plan voor te leggen. + +Het was stellig ver met den voormaligen planter gekomen, want, om in +eene eenigszins geschikte kleeding aan het Hof te kunnen verschijnen, +zond Isabella hem drieënvijftig dukaten. + +Om te bewerken, dat Columbus voor Koningin Isabella verschijnen mocht, +schijnt Don Louis de la Cerda, Hertog van Medina Celi, die een +schatrijk Edelman was, eene groote rol gespeeld te hebben. Zelfs had +deze wel heel alleen Columbus willen helpen, doch hij vreesde daardoor +de Koningin in moeielijkheden met het Portugeesche Hof te zullen +brengen, wat hij liever niet wilde. + +In 1486 verscheen Columbus voor Isabella, en met de geestdrift van +een' dweper, die reeds zijn geheele vermogen aan zijn plan opgeofferd +had, deelde hij haar alles mede. De Koningin hield toen haar Hof te +Cordova. + +Isabella zelve had er wel ooren naar, maar--de uitvoering van het plan +kostte geld, en hierover had zij niet te beschikken, vooral nu niet, +daar ze in een' kostbaren oorlog met de Mooren gewikkeld was. Of het +uit geldgebrek was, dan wel om andere redenen, is alweer niet bekend, +maar zeker is het, dat Isabella het voorstel van Columbus aan het +oordeel van de geleerdste mannen van Salamanca onderwierp. Deze stad +had toen eene bloeiende hoogeschool, en was voor heel het Pyreneesche +schiereiland het brandpunt der wetenschappen. + +De Voorzitter van den Raad, die over Columbus' plannen te beslissen +had, was Don Fernando de Talavera, Prior van Prado. Hij was een zeer +geleerd man, en had een edel karakter, doch het bleek al heel spoedig, +dat hij met de plannen van den Genuees niet bijzonder ingenomen was. + +De beraadslagingen duurden lang, en gedurende dezen tijd kwam +Columbus, die zich in beschaafde en deftige kringen gemakkelijk wist +te bewegen, in kennis met vele voorname Edelen en Grooten. Een dezer +was Don Pedro Gonzalez de Mendoza, Aarts-bisschop van Toledo en +Groot-Kardinaal van Spanje, een man, die aan het Hof van Ferdinand en +Isabella niet alleen in hoog aanzien stond, maar er ook veel invloed +had. Bij dezen Kerk-vorst vond Columbus een luisterend oor, en eene +genegen hand om hem te helpen. + +Met dat al kon de Groot-Kardinaal voor zijn' beschermeling in de +eerste jaren niets gedaan krijgen. De Mooren, tot in hunne laatste +sterkte verdreven, hielden hardnekkig stand, en zoolang deze oorlog +duurde, viel er niet aan te denken, om geld uit te geven aan een' +ontdekkingstocht. + +Eindelijk moesten de Mooren het hoofd in den schoot leggen, en zich +aan Ferdinand en Isabella onderwerpen. Thans meenden Columbus' +vrienden, dat de tijd gekomen was, om aan zijn voorstel gevolg te +geven, en trots den tegenstand der geleerden, die niet moede werden te +bewijzen, dat men aan het Portugeesche Hof goed gezien had met het +heele plan slechts de hersenschim van een' dweper te noemen, zouden +Ferdinand en Isabella bereid geweest zijn, aan Columbus' voorstellen +gevolg te geven, als niet Columbus zelf zijne eigene zaak bedorven +had. + +Hoe hij dat kon doen? + +Toen dan het plan op het punt stond om aangenomen te worden, stelde +Columbus de volgende voorwaarden, die stellig niet pleiten voor zijne +nederigheid en liefde voor de wetenschap. + +Vooreerst verlangde hij, als hij bewezen had, dat zijn plan geen +droombeeld geweest was, verheffing tot den Adelstand en tot Grande van +Spanje.--Een Grande werd als zulk een aanzienlijk persoon beschouwd, +dat hij met gedekt hoofd voor den Koning en de Koningin mocht +verschijnen.--Ten tweede eischte hij den titel van »Atlantisch +Admiraal«, eene waardigheid, die slechts één rang lager was dan +»Veldheer der Kroon«. Ten derde vorderde hij zijne benoeming tot +Onder-Koning in de landen, die door hem ontdekt, en voor Spanje in +bezit zouden genomen worden. Ten vierde wilde hij, dat die waardigheid +op zijne mannelijke nakomelingen zou overgaan. Ten vijfde stelde hij +de voorwaarde, dat een tiende deel van alle inkomsten der kroon in die +landen, hem, als geldelijke vergoeding, zouden uitgekeerd worden, en +ten zesde verlangde hij het achtste deel van het +monopolie,--uitsluitend recht om in een' Staat alleen handel te mogen +drijven,--dat in de ontdekte landen, als iets dat vanzelf sprak, +terstond zou ingevoerd worden. + +Dat waren eischen, die zelfs velen zijner vrienden veel te ver gingen, +en zijne geheime tegenstanders, die in talrijkheid voor zijne openbare +vijanden niet onderdeden, wisten nu bij Koning Ferdinand gedaan te +krijgen, dat deze alleen om deze eischen, niets meer van het heele +plan wilde weten. + +Hoe Columbus, die toch zoo menige teleurstelling ondervonden had, en +die gedurende zijn langdurig verblijf in Cordova wel had moeten +ontdekken, dat tal van Edellieden hem, den Genuees of den »Liguriër«, +zooals men hem smadelijk noemde, haatten; zulke verregaande en +trotsche eischen stellen kon, is onverklaarbaar. Alleen door aan te +nemen, dat het bij hem onwrikbaar vast stond, dat zijn plan _moest_ +gelukken, kan men zijne houding eenigszins verklaren. + +Nadat Koning Ferdinand zich aan de zaak geheel onttrokken had, zou +Columbus verder dan ooit van zijn doel gestaan hebben, indien niet Don +Louis de Sant Angel, die in de beide Koninkrijken de waardigheid +bekleedde, welke wij met »Minister van Financiën« zouden betitelen, +Koningin Isabella had weten te bewegen, om Columbus niet in de +noodzakelijkheid te brengen aan andere Hoven zijn geluk te beproeven. +De redeneering van dezen aanzienlijken Edelman sneed ook vrij goed +hout. + +»Bereikt Columbus de Indiën niet,« zoo sprak hij, »dan is er niets +verloren, dan het geld aan de uitrusting voor den tocht bestemd, want +in dat geval vervallen al zijne eischen. Bereikt hij echter de Indiën +wel, dan is voor Spanje eene onuitputbare goudmijn geopend, welke +stellig waard is, dat men hem zijne eischen inwilligt. Bovendien zou +Spanje, indien de weg door het Westen naar de Indiën gevonden werd, +het machtigste Christenrijk van heel de wereld worden, en kon Koningin +Isabella, naar den vurigsten wensch van haar vroom hart, de leer des +Evangelies doen prediken van den op- tot aan den ondergang der zon.« + +Isabella, die door alle geschiedschrijvers beschreven wordt, als eene +vrouw »van middelbare lengte, welgemaakt, vol Vorstelijke waardigheid +en lieftalligheid,« bezat, volgens hen, ook »een standvastig karakter, +en een innig, vroom hart.« De oorlogen tegen de Mooren, en de +tirannieke wijze, waarop zij hen behandelde, toen ze gedwongen waren +geworden, zich te onderwerpen, mogen de maatstaf niet zijn, waarmede +men haar karakter afmeet. Zij handelde in deze zaak geheel in den +geest van haar' tijd, welke geest sprak van: »dwing ze om in te gaan.« + +Maar al te veel plaatsen we ons bij het beoordeelen van daden van +Vorsten, en voorname personen uit vroegere eeuwen op het standpunt van +onzen tijd, zonder een oogenblik te bedenken, hoe wij zouden gehandeld +hebben, indien wij in die dagen geleefd hadden. Een oordeel over een +karakter is niet zoo gemakkelijk uitgesproken, als men wel denkt. Er +behoort eene diepe kennis toe van de geschiedenis der beschaving en +der wetenschap. Dat er, zonder die diepe kennis, toch zoo menig +oordeel uitgesproken wordt, is zeker, maar het gevolg daarvan is, dat +ook zoo menig oordeel geheel verkeerd is. + +Waarom ik dit hier zoo zeg? + +Omdat we later met Cortez in Mejico, en met Pizarro in Peru zullen +zijn, en daar het Evangelie zullen zien prediken op eene wijze, die +ons, negentiende-eeuwers, tegen de borst stuit, en ook omdat we, met +het oog op dien voormaligen bekeerings-ijver der Katholieken, er zoo +gemakkelijk toe komen, om het werk der tegenwoordige Missionarissen er +mede gelijk te stellen. + +De zachte wateren der zee ronden de scherpe kanten van den harden +steen wel af, en zou de beschaving van vier eeuwen niet de hoekige +uitwassen van het menschelijke hart afgerond hebben? + +Isabella dan bleef Columbus, ook om zijn' bekeerings-ijver, dien hij +openlijk beleed, genegen, en de woorden van Don Louis de Sant Angel +vonden bij haar ingang, maar--de oorlog tegen de Mooren had de +schatkist uitgeput; ze had geen geld om de uitrusting te bekostigen. +Zij stelde nu voor, hare juweelen te verpanden, doch Don Louis +voorkwam dat. Hoogstwaarschijnlijk geholpen door den schatrijken +Hertog van Medina Celi, die nu was, waar hij zijn wilde, schoot Don +Louis haar al het geld voor. Columbus' eischen zouden, als hij +werkelijk langs den voorgestelden weg in de Indiën kwam, alle +ingewilligd worden. Den zeventienden Maart 1492 kwam de overeenkomst +volkomen tot stand, en Columbus repte zich nu zijn doel te bereiken. +Hij toog naar het zeestadje Palos, en rustte daar twee karveelen en +een transport-schip uit, doch stuitte nu op eene zwarigheid, die hij +niet verwacht had: het ontbrak aan mannen, die hem op dezen tocht +wilden vergezellen. Zelfs een Koninklijk besluit, dat ieder, die aan +dezen tocht deelnam, twee maanden na zijne thuiskomst voor geen enkel +misdrijf, ja, voor geene enkele misdaad zou gestraft worden, kon de +zeelieden niet bewegen, Columbus te volgen. Eindelijk had hij het +geluk, om in de gebroeders Pinzon, zoons van een aanzienlijk geslacht, +dat te Palos woonde, hulp te verkrijgen. Zij zelven zouden medegaan, +en hun voorbeeld vond zooveel navolging, dat de drie scheepjes +voldoende bemand waren. Honderdtwintig zeelieden zouden de reis +medemaken, en deze honderdtwintig mannen togen in den avond van den +tweeden Augustus naar het vredige Franciscaner-klooster van Santa +Maria de Rabida, om daar, na het gebruiken van het Heilige Sacrament +des Avondmaals, Gods zegen op de grootsche onderneming af te smeeken. + +Den derden Augustus 1492 voeren de »Santa-Maria«, de »Pinta« en de +»Nina« de haven van Palos uit. Ze droegen den morgen van een' nieuwen +dag, den dageraad van de eeuwen der Nieuwe Geschiedenis op het broze +scheepsdek, den Atlantischen Oceaan in. Ze voeren den avond tegemoet, +en zouden den morgen brengen. + + + + +HOOFDSTUK VI. + +EERSTE REIS VAN COLUMBUS. + + +Eer we met Columbus den tocht gaan medemaken, dienen we te zeggen, dat +Martinus Alonzo Pinzon, die het bevel over de »Pinta«, en Vicente +Yanez Pinzon, die de »Nina« kommandeerde, twee mannen waren, die als +kloeke en ervaren zeelieden bekend stonden, en Columbus niet alleen +hartelijk genegen waren, maar daarenboven ook dweepten met zijn +grootsch plan. Zonder de Pinzons, zou Columbus zijn doel stellig niet +bereikt hebben. Martin toonde echter later, dat hij eigenbelang ver +boven vriendschap en eerlijkheid stelde. + +De kaart van Toscanelli had Columbus voorloopig niet noodig te +raadplegen, want zijn doel was om pas van de Kanarische Eilanden +westwaarts te zeilen. Van dit gedeelte des Oceaans bestonden toen +reeds zeer vele zeekaarten, en Columbus zelf had dezen weg zoo +dikwijls afgelegd, dat hij daarvoor ook geene kaarten behoefde. + +[Illustratie: De drie schepen van Columbus.] + +Alvorens met ons verhaal verder te gaan, moet ik u weer verzoeken eens +even eene wereldkaart voor u te leggen, of eene globe te raadplegen. + +Beschouwen we den Atlantischen Oceaan, die de Oude van de Nieuwe +wereld scheidt, dan zien we, dat die Oceaan op de eene plaats veel +breeder is dan op de andere. Zijne grootste breedte is tusschen +Senegambië en Mejico; zij bedraagt daar niet minder dan 9000 +Kilometers. De geringste breedte bevindt zich tusschen Noorwegen en +Groenland, want daar bereikt ze maar 1445 Kilometers. De breedte +tusschen Afrika en Georgië bedraagt 7225, tusschen Kaap de Goede Hoop +en Kaap Hoorn ook 7225, tusschen Brest en New-York 5550, en tusschen +Kaap San Roque en Sierra Leone 3100 Kilometers.-- + +In den Atlantischen Oceaan is het water natuurlijk ook aan eb en vloed +onderworpen, doch behalve deze beweging van het water, welke op +gezette tijden wederkeert, heeft men er ook verschillende stroomingen. +De voornaamste zijn de Noordelijke Aequatoriaal-stroom, de Zuidelijke +Aequatoriaal-stroom, de Guinea-stroom, de Benguela-stroom, de +Braziliaansche stroom, de Florida-stroom, de Groenland-stroom, de +Noordkaap-stroom, de Labrador-stroom, en de zeer merkwaardige +Golfstroom. Evenals het water eener rivier, nu eens snel, dan eens +langzaam, maar altijd in dezelfde richting vloeit, zoo vloeien de +zeestroomingen ook bijna altijd op bepaalde tijden in dezelfde +richting. Soms echter kunnen er aanmerkelijke storingen in plaats +grijpen. Den Golfstroom noemden we zeer merkwaardig, en wie zou dat +niet doen? Hij neemt een aanvang in de Golf van Mejico, en loopt in +noordoostelijke richting, doch na zich verscheidene malen verdeeld te +hebben, tot Nova-Zembla in de Noordelijke IJszee. Met eene snelheid, +die de snelheid van den Mississipi overtreft, stroomt hij voort, en +voert zijne warme wateren ver het Noorden in. Aan de hooge temperatuur +van het water van dezen stroom, welke hoogte natuurlijk afneemt, +naarmate de stroom meer het Noorden nadert, is West-Europa zijn +vochtig klimaat verschuldigd. Die vochtigheid houdt ook de felle koude +tegen. Vandaar komt het, dat het in den winter te New-York meestal +veel kouder is dan te Amsterdam, niettegenstaande New-York ruim tien +graden zuidelijker ligt. De stad Hammerfest in Noorwegen ligt op +zeventig graden noorderbreedte, en toch komen er menigmaal winters, +dat in hare havens bijna geen ijs te zien is, terwijl op dezelfde +breedte in Azië en Amerika eene koude heerscht, welke wij het best +kennen onder den naam van »Siberische koude.« + +Behalve die geregelde zeestroomingen, vinden we op onze wereldkaarten +ook geregelde luchtstroomingen of winden aangeteekend. De voornaamste +zijn de Noordoost-passaat en de Zuidoost-passaat. + +Van deze regelmatige stroomingen en winden, waarvan we, in een boek +als dit, geene verklaring kunnen geven, maken de zeelieden van den +tegenwoordigen tijd gebruik, om de reis aanzienlijk te bekorten, doch +al had Columbus op Porto-Santo en op zijne tochten in de Noordelijke +IJszee ook kunnen waarnemen, dat er regelmatige stroomingen in den +Oceaan waren, en dat sommige winden gedurende geruimen tijd vrij +regelmatig woeien, het was er verre af, dat hij er op zijn' +ontdekkings-tocht opzettelijk gebruik van maakte. Daar de heele zee +ten Westen van de Kanarische Eilanden onbekend was, kon hij ook met de +meerdere en mindere breedte van den Oceaan geene rekening houden. + +De reis vorderde niet snel, wat met den lompen bouw der schepen, +zooals we op onze afbeelding kunnen zien, ook niet mogelijk was. +Daarenboven had Columbus ook niet de beste schepen, die er in dien +tijd te vinden waren. De beperkte, zelfs geringe middelen, waarover +hij te beschikken had, dwongen hem om in zijne keus niet al te +kieskeurig te zijn. Denkelijk had slechts één der drie schepen een +doorloopend dek, terwijl de beide andere alleen hooge voor- en +achterstevens hadden, waarin zich de hutten van de bemanning bevonden. +Niet zonder reden was het dus, dat Columbus zooveel moeite gehad had, +om de noodige manschap te vinden. Veel meer dan thans het geval is, +waren de zeelieden toen aan de grootste gevaren blootgesteld. Daarom +bleef men ook het liefst zoo dicht mogelijk bij de kusten, en dat +niet, omdat men de kompassen niet vertrouwde, maar wel, omdat de +schepen er niet op gebouwd waren, om de stormen en de golven te kunnen +trotseeren. En Columbus zou de eerste zijn, die opzettelijk zich van +de kust verwijderde, steeds verder, al door verder, op een' tocht, die +in het oog van de meesten toch niets anders was dan een zeer +avontuurlijke. Waarlijk, we dienen ons eer te verbazen, dat Columbus +zelfs nog eenige misdadigers vond, die met hem de reis wilden +meemaken, dan dat we verbaasd zijn, dat er geen fatsoenlijk zeevolk +voor zijne onderneming te vinden was. + +Reeds op den derden dag na de afvaart, seinde de »Pinta« averij. Het +roer was gebroken, en Columbus meende, dat twee mannen, die de +eigenaars van deze karveel waren, en die de reis tegen hun' zin +medemaakten, opzettelijk die averij aangebracht hadden, om daardoor +een voorwendsel te kunnen vinden om terug te keeren. De wind woei te +hevig om de »Pinta« ter hulp te komen, doch Martinus Pinzon, die een +ervaren en stoutmoedig zeeman was, wist zich te redden, door, zoo goed +en kwaad het ging, het roer met touwen te bevestigen. Columbus begreep +zeer goed, dat men zóó den Oceaan niet kon oversteken. Hij hield dus +op de Kanarische Eilanden aan, en liet op het eiland Gomera het schip +herstellen, toen alle pogingen vergeefsch bleken te zijn, om een ander +te vinden. Men bleef daar tot den zesden September, en in dien tijd +had de bemanning gelegenheid om eene uitbarsting van den vulkaan op +het eiland Teneriffe te zien, iets waardoor de mannen zeer beangst +geworden waren, want niettegenstaande ze wisten, dat er een Etna en +Vesuvius was, hielden ze hier rekening met de vreeselijke verhalen, +die omtrent de groote, onbekende zee in omloop waren. + +Op Zondag den negenden September verdween Ferro, het laatste der +Kanarische Eilanden aan den oostelijken horizon, en men zag nu, +volgens zeemans-uitdrukking, niets dan lucht en water. + +De kaart van Toscanelli was thans voor Columbus de eenige wegwijzer +voor de richting, die men volgen moest, om het eiland Antilia, en +daarna Zipangu te bereiken. + +Zonder het te weten, bevond Columbus zich in den gordel van den +Noordoost-passaat, en was er niet zooveel kunst aan, den koers steeds +westelijk te houden. Uit vrees echter, dat de drie scheepjes, door +storm of stroom, elkander uit het oog zouden kunnen verliezen, gaf hij +den beiden Pinzons last, om in dit geval geen oogenblik den +westelijken koers te verlaten. Hadden ze zóó zevenhonderd uur +voortgezeild, dan moesten ze bijleggen, doch naar zijne stellige +meening, zouden ze lang vóór dien tijd reeds land ontdekt hebben. De +schepen bleven evenwel zonder veel moeite bij elkander, en dat was +nog eenige troost voor de manschap, die al begon te vreezen, dat er +geen einde zou komen aan die zee, en ook geen einde aan dien +onveranderlijken wind. Vooral die wind maakte hen beangst. Zeilden ze +nu zonder bezwaar steeds westelijk, hoe zouden ze terug kunnen keeren, +als de wind steeds uit die streek bleef waaien? + +Den dertienden September, toen men reeds meer dan tweehonderd uur van +Ferro verwijderd was, bemerkte Columbus des middernachts, dat de stand +van de Poolster niet in de richting was, waarin het kompas wees. Ook +op de beide andere schepen was dat opgemerkt, en al hadden Columbus en +de Pinzons het aanvankelijk ook voor het volk verzwegen, het kwam er +toch achter, en de angst nam met elk oogenblik toe. Gelukkig wist +Columbus het volk gerust te stellen, met eene uitlegging, die +eigenlijk niet veel anders heeten mocht, dan er zich met een Jantje +van Leiden af maken, doch de mannen waren te onervaren om te beseffen, +dat hun Admiraal hen met een kluitje in het riet stuurde. + +Dat niet alleen het volk, maar ook Columbus met de Pinzons op die +eentonige vaart van alles notitie namen, is natuurlijk, en dat ze van +hetgeen ze zagen, allerlei uitleggingen gaven, kon wel niet anders. Nu +eens namen ze een' drijvenden mast nauwkeurig op, en berekenden zelfs, +dat hij afkomstig moest zijn van een schip van honderdtwintig ton. Dan +weer verblijdden ze zich over het zien van een' grooten vogel, die +veel op een' reiger geleek, en maakten ze de gevolgtrekking, dat ze +dicht bij land waren. Op een' nacht zagen ze groote vuurvlammen uit de +zee opstijgen, althans, ze maakten er vuurvlammen van, en de +vreeselijke verhalen van den onbekenden, donkeren Oceaan, rezen weer +in hunne ontstelde verbeelding op. Langzamerhand kwamen onze reizigers +nu meer onder den rechtstreekschen invloed van den Noordoost-passaat, +en meteen ook meer in de heete of verzengde luchtstreek. De lucht was +zóó zacht warm, en zóó heerlijk om in te ademen, dat men, zooals +Columbus zich uitdrukte, »zich in Andalusië waande, en het gezang der +nachtegalen slechts ontbrak.« + +Ook het scheepsvolk was weer wel te moede en opgeruimd, doch toen men +de zee, zoo ver als men zien kon, overdekt vond met een groen gewas, +dat zóó dicht in elkander groeide, dat de vaart der schepen er door +belemmerd werd, verloor men opnieuw den moed. Aanvankelijk dacht men, +dat er land in de nabijheid zou zijn, en toen het maar al te ras +bleek, dat dit niet waar was, kwam de vrees boven, dat men zich op de +plek bevond, waar eenmaal het groote eiland Atlantis gelegen had, dat, +volgens het oude verhaal, door de Goden verdelgd was. Het dieplood, +dat uitgeworpen werd, bereikte echter op tweehonderd vademen nog geen' +grond, zoodat er geene vrees bestond, dat de schepen hier aan den +grond zouden geraken. Columbus herinnerde zich een verhaal van +Aristoteles, waarin voorkwam, dat eenige schepen, bij Cadiz zeilende, +door een' storm waren aangegrepen, en zóó ver in den Oceaan geslagen +werden, dat ze eindelijk gekomen waren bij eene plek, waar de zee zóó +begroeid was met groene planten, dat ze wel een weideveld van +oneindige uitgestrektheid scheen. Zij gaven er den naam van »Wier-zee« +aan, en hadden het geluk om den koers te wenden, zoodat ze behouden in +Europa terug kwamen. Men had dit verhaal tot de fabels gerekend, doch +thans zag Columbus, dat het waarheid bevatte. Vreemde vogels, die zich +aan hunne oogen vertoonden, deden het volk weer eenigen moed vatten, +en in de hoop, van nu heel spoedig het gezochte land te zullen zien, +werd er veertien dagen lang, zonder dat er gewanhoopt werd, tegen deze +waterweide geworsteld. + +Nog altijd bevindt zich in den Atlantischen Oceaan, tusschen negentien +en vierendertig graden Noorder-breedte, en vierendertig en zesendertig +graden Westerlengte van Greenwich, deze Planten-zee. Men heeft haar +den naam gegeven van »Sargasso-zee«, doch omtrent de oorzaak, dat de +soort van wierplant, die deze zeeweiden vormt, hier in zulk eene +verbazende hoeveelheid aangetroffen wordt, verkeert men in het +onzekere. + +Nog altijd kwam de wind, die hen voortdreef, uit dezelfde streek, en +toen men na zooveel dagen worstelens, nog in het geheel geen land +ontdekte, was de angst van het scheepsvolk verklaarbaar, dat men +nimmer zou kunnen terugkeeren. Steeds voort, altijd voort, het verre, +het oneindig verre Westen in! Was de plek er dan niet, waar, in den +Oceaan, de zon in de baren dook? De kusten van het vasteland hadden ze +steeds voor hunne oogen zien wijken, en eindelijk zien verdwijnen! Zoo +was het ook gegaan met het eiland Ferro. En nu! Zestien dagen en +zestien nachten was men ongestoord het Westen ingezeild, en nog altijd +bleef de afstand van de ondergaande zon even groot. Dat moest wel, het +kon niet anders. Columbus wist dat ook wel, en hij trachtte zijn volk +duidelijk te maken, dat de aarde een bol was, en dat de zon nergens in +den Oceaan dook, maar op elk punt van de aarde steeds op denzelfden +afstand van den beschouwer bleef ondergaan. + +Ach ja, men geloofde hem wel, men begreep dat het zóó wel zijn moest, +maar--die wetenschap bracht het land, waarnaar met brandend verlangen +uitgezien werd, toch niet in het gezicht, dat moede werd van het +vruchtelooze staren. + +En als men geen land vond, dan zou men van honger en dorst moeten +omkomen, want de voorraad verminderde sterk, en het stond te bezien, +of dit toch niet het geval zou zijn, wanneer men nu den steven wendde, +en met dezelfde snelheid van vaart terugkeerde. + +Terugkeeren? Kon dat wel? Was de wind dan voor de terugreis niet +tegen? + +De angst en ongerustheid namen steeds toe, totdat op den +tweeëntwintigsten September de wind van richting veranderde. + +Geen »Land vooruit!« had op dit oogenblik meer blijdschap kunnen +verwekken, dan het zien, dat de wind omgeloopen was. Het was, in +waarheid, voor allen een groot pak van het hart. + +Men was in een heel ander deel der wereld, dan men ooit geweest was, +dat bleek uit alles; en opnieuw werd de angst opgewekt, toen, bij +geene verheffing van wind, de zee opeens hol begon te staan. + +Geslingerd van hot naar haar, werd het volk elken dag, elk uur. Nu +eens vol moed, dan weer vol vrees. + +Den vijfentwintigsten September kwam Alonzo Pinzon, die meestal met +zijn schip vooruit voer, omdat de »Pinta« hoe oud en bouwvallig ook, +toch de beste zeiler was, bij den Admiraal aanboord met het bericht, +dat hij land gezien had. Anderen bevestigden dit. + +Columbus was op het vernemen van dit bericht diep ontroerd, en door +een dankbaar gevoel aangedreven, viel hij op de knieën, en zong vol +innige vroomheid het heerlijke lied, dat hij zoo dikwijls in de kerk +onder de Mis had hooren klinken: »Gloria in excelsis Deo, et in terra +pax hominibus bonae voluntatis. Laudamus te! Benedicimus te! Adoramus +te! Glorificamus te!« dat is: »Glorie aan God in den allerhoogste, en +vrede op aarde, den menschen van goeden wil! Wij loven U! Wij zegenen +U! Wij aanbidden U! Wij verheerlijken U!« + +Maar--Pinzons blijde tijding liep op eene groote teleurstelling uit, +want het land, dat men meende te zien, werd niet gevonden. Wolken en +nevelen hadden hun bedrieglijk spel gespeeld. + +Om den moed van het volk levendig te houden, schijnt Columbus reeds +eenige dagen vroeger eene lijfrente van zesentwintig dukaten +uitgeloofd te hebben aan hem, die het eerst land zag, en Alonzo +Pinzon, die gehoopt had de belooning te zullen ontvangen, zag zich nu +natuurlijk zeer teleurgesteld. + +Toen den volgenden morgen de zon opkwam, en nog velen de kooi +verlieten om het land te aanschouwen, zag men--water en lucht, wat men +nu al zoovele dagen gezien had. + +Gelukkig was het weder bij uitstek schoon, en de zee was zóó kalm, dat +menig matroos, zonder aan haaien te denken, overboord sprong om wat +rond te zwemmen. De eentonigheid werd ook dikwijls afgebroken door het +visschen naar dolfijnen, of het vangen van vliegende visschen, die op +de schepen nedervielen. + +Neen, eerlijk moest het scheepsvolk toch erkennen, dat het hier veel +anders was, dan eenige dagen geleden bij die Wier-zee, waaraan men nog +wel niet geheel ontkomen was, maar die toch minder moeielijkheden +opleverde. Nu eens zag men groote vogels in scharen aan den +gezicht-einder verdwijnen, en dan weer ontdekte men enkele vogels, die +te klein waren om ver van het land in zee te kunnen vliegen. + +Aan den morgen van den zevenden October meenden de wachthebbende +matrozen van de »Santa Maria«, in het Westen land te zien, doch ze +waagden het niet, om er den Admiraal kennis van te geven. + +Opeens echter klonk een kanonschot langs de stille wateren. + +De »Nina«, die nu vooruit voer, had het gelost, en tot overmaat van +vreugd zag men, dat de vlag aan den mast geheschen werd, en dit was +het teeken voor de »Santa Maria« en de »Pinta«, dat men »Land +vooruit!« had. + +Met luid gejubel werden kanonschot en vlag begroet. Allen zagen uit, +en ontdekten land. Maar--het land verdween, loste zich in de blauwe +lucht op, en--men zag zich weer door eene wolk bedrogen. + +Op deze nieuwe teleurstelling volgde groote ontevredenheid, en +Columbus zag zeer goed, dat zijn volk op het punt stond, alle hoop te +verliezen. Dat ze hem dwingen zouden om terug te keeren, hij begreep, +dat dit niet gebeuren zou; want voor eene lange terugreis naar het +verlaten land, was er geen voorraad van levensbehoeften genoeg. Maar +door wanhoop gedreven, kon men hem te lijf gaan en dooden. En dan? Ja, +dan was ook voor hen alles verloren, want hij alleen had het logboek +gehouden, doch hier en daar een paar onwaarheden vermeld, om het volk +niet al te wijs te maken. Hij wist echter volkomen, hoe hij gevaren +was, en kon ook den terugweg vinden. Zijn volk daarentegen, zou met +het logboek verkeerd uitkomen. + +Toch gaf hij den moed niet verloren, en althans voor het oog van zijn +volk was hij vol hoop en blijde verwachtingen. + +Steeds kalmer en rustiger werd de zee, zoodat Columbus den achtsten +October uitriep: »God zij geloofd! De lucht is zoo zacht, als in April +te Sevilla. Met wellust ademt men haar met volle teugen in, want zij +is doortrokken van de heerlijkste geuren!« + +Weer gingen drie dagen in onafgebroken kalme, westelijke vaart +voorbij, en was het Donderdag, de elfde October. + +Daar komt Alonzo Pinzon bij den Admiraal aanboord, en toont hem een +riet en een' gesneden stok aan. Zijn volk had die voorwerpen +opgevischt, en men had ook een' boom zien drijven. + +Iets nieuws was voor Columbus nòch boomstam, nòch riet, nòch gesneden +stok, want dat alles had hij jaren geleden reeds op Porto-Santo +gezien. Toch greep hij deze gelegenheid aan, om daardoor den +wankelenden moed van zijn volk op te beuren. + +Het was in waarheid eene reis, zóó vol moeielijkheden en +teleurstellingen, dat men Columbus bewonderen moet, dat hij den moed +niet verloor, en eerbied dienen wij te hebben voor zijne sterke +overtuiging, voor zijn ongeschokt vertrouwen en voor zijne vastheid +van wil. Zoo we Columbus groot noemen, nergens was hij grooter dan op +die eerste ontdekkingsreis. + +Maar, wat is dat? + +Daar nadert Vicente Pinzon in eene boot, die zoo pas de »Nina« +verlaten heeft. Wat reppen die roeiers zich! Wat is er eene haast! +Oproer aanboord soms? Weigert men langer het Westen in te gaan? Men +buigt zich over de verschansing. Vicente komt aanboord en--van onder +zijn kleed haalt hij een soort van rozetak met nog half gave bloemen +te voorschijn. Zijn volk heeft dien tak opgevischt, en thans biedt hij +den Admiraal de eerste, frissche, levende bloemen der Indiën aan. + +Boomstammen, rieten, gesneden stokken, ja, zelfs menschenlijken kunnen +van zeer verre komen aandrijven, maar eene zwakke rozebloem is niet +tegen den golfslag bestand; ze moet vernield worden, zelfs door de +nauw merkbare rimpelingen van de wateren dezer lauwe zee. + +Als de duif, die in de Ark aan Noach een' olijftak bracht, is Vicente +Pinzon, nu hij Columbus levende bloemen komt aanbieden. + +Het volk op de drie schepen verkeert in eene ongekende spanning. + +Het staart met brandende blikken naar den gezicht-einder. + +Maar, als gisteren en eergisteren, en, ach, als zoovele dagen terug, +ging de zon ver, ver in het Westen onder,--stevenden de schepen het +Westen in--en viel de nacht. + +Columbus echter bleef uitstaren. Het »Land der Bloemen« kon niet ver +af zijn. + +Door de duisternis boren zijne, blikken heen en ... + +Zag hij daar geen lichtschijnsel? + +Eene ster mogelijk! Misschien een werkende vulkaan op mijlen afstands! + +Neen, geene ster, geen vulkaan, want zie, het verandert van plaats. + +Hij roept Pedro Gutierrez, een' Edelman van het Koninklijke Hof, bij +zich, en wijzend naar de plaats, waar hij het bewegende licht ziet, +vraagt de Admiraal gejaagd, en met kloppend hart: »Wat ziet gij daar?« + +»Niets, Senor! Ik zie niets!« + +»Ziet gij dan geen licht, geen licht dat zich beweegt?« + +»Ja, ja, ik zie het! Ik zie licht!« luidt het antwoord. + +Anderen worden er bij geroepen. De een ziet het; de ander ziet het +niet. + +Men hoort die woorden, haalt de schouders op, doch gelooft het niet. +Men is immers in deze zee vol vreemde verschijnselen reeds zoo +menigmaal teleurgesteld, zoo menigmaal bedrogen! + +Zonder eenige merkbare spanning doen de matrozen van de »eerste wacht« +hun' dienst, en wekken de »mannen van de »hondenwacht.««--Zij gaan +slapen, en met loomen tred komt de »hondenwacht« boven. + +De »eerste wacht« is van des avonds acht uur tot middernacht. De +»hondenwacht« is van middernacht tot vier uren in den morgen. De +»dagwacht« duurt van vier tot acht uren in den morgen. + +De zandlooper wijst aan, dat het vier uren in den morgen is. Het volk +van de »hondenwacht« vindt er geen behagen in om op te blijven. Zij +wekken de mannen van de »dagwacht«, die op hunne beurt ongaarne de +kooi verlaten en op het scheepsdek komen. + +Columbus waakt. Geen slaap is op hem neergedaald. Dat hamerende hart +vol onrust belette hem in te sluimeren. Geen wonder! Hij gevoelt, dat +hij op het punt staat zijn doel te bereiken, zijn doel, waarvoor hij +alles, alles opgeofferd heeft, waarvoor hij als bedelaar, om brood en +water aan de poort van een klooster klopte. + +Hoe dacht hij op dat oogenblik aan den bedeltocht, die hem tot voor +dat klooster bracht, waar hij slechts brood en water voor zijn zoontje +vroeg, en niet alleen dàt kreeg, ook voor zich zelven; maar nog veel +meer. De vriendelijke Prior had hem zijne hulp aangeboden ter +bereiking van het doel, dat hem, den voormaligen planter, tot den +bedelstaf gebracht had. + +Wel lag er tusschen het oogenblik, dat hij het klooster binnentrad, en +dat waarop hij van Palos uitzeilde, een lange tijd met veel moeite en +teleurstelling, maar toch had hij gezegevierd; hij mocht aan zijn plan +uitvoering geven. + +En nu, hij gevoelde het, en zijne borst zwol van gelukkigen trots, nu +stond hij op het punt, dat hij heel de wereld zou kunnen toeroepen: +»Waar zijn ze nu, die mijn plan nog de hersenschim van een' dweper +durven noemen?« + +Neen, het fel bewogen gemoed van den koenen, vurig geloovenden man, +ontnam hem de behoefte aan slaap. Hij kon niet anders dan waken. + +De »dagwacht« echter telde niet één' dweper; ze bestond uit half +onverschillige, half moedelooze mannen, die hunne taak op de gewone +wijze volbrachten. Waarom zouden zij het ook op buitengewone wijze +doen? Er was immers toch niets bijzonders? + +Dat beweeglijke licht? Ei kom, wat zou dat? Een spel der verbeelding +was het geweest, en niets anders. + +De »hondenwacht« had wel wat gemompeld van eene donkere plek, die heel +wat anders leek dan eene wolk, maar wat beduidde dat? Zij zagen +dezelfde donkere plek ook, doch het kon niets anders zijn dan een +nevel aan de kimmen, of eene laaghangende wolk, waaruit de verbeelding +van Admiraal, Kapiteins en Volk, zoo dikwijls reeds land getooverd +had! + +Onverschillig liep men langs het dek heen en weer, en verlangde maar +naar de opkomst der zon, die hare komst in de landen tusschen de +keerkringen niet met zulk eene lange schemering aankondigt, als in de +gematigde luchtstreek het geval is. + +Reeds aanboord der »Pinta« had men even na middernacht het geroep van +»Land! Land vooruit!« gehoord, doch geheel overgegeven aan eene doffe +onverschilligheid, hechtte men er geene waarde aan. + +Eindelijk braken de eerste lichtstralen der schemering door, en +nauwelijks werd het donker van den nacht eenigszins verdreven, of een +matroos, Rodrigo de Triana, die niet steeds als de anderen het Westen +inkeek, ontdekte ten Noorden van de »Santa Maria« land. Vol vreugde +snelde hij naar den Admiraal, om hem de blijde tijding te brengen, ten +einde daardoor in de gelegenheid te zijn, om de uitgeloofde belooning +te ontvangen van zesentwintig dukaten, benevens het zijden wambuis, +dat de Admiraal een paar dagen vroeger nog uitgeloofd had aan hem, die +het eerst land zag. + +Waaraan het ligt, weet ik niet, doch over die uitgeloofde belooning +wordt zeer verschillend gesproken. De een zegt, dat het een jaargeld +of lijfrente was, en de ander, dat het eenvoudig eene belooning was, +welke ineens, maar ook niet meer dan eens uitgekeerd werd. Volgens den +een was die belofte reeds schriftelijk gegeven door Ferdinand en +Isabella, en volgens den ander deed Columbus die belofte in zijne +betrekking als Onder-koning van al de landen, die hij ontdekken zou, +in naam van zijne Meesters. Volgens den een was het eene som van +tienduizend maravedis, wat dan zooveel zou wezen, als vijfendertig +gulden van onze munt. Een ander spreekt van dertien escados of +zoogenaamde schilddaalders, wat ongeveer veertig gulden zou bedragen +hebben. Die sommen ontloopen elkander niet veel, maar over het +toekennen ervan verschilt de eene schrijver aanmerkelijk met den +ander. Er zijn schrijvers, die beweren, dat Columbus dat jaargeld, of +die belooning voor één keer en aan zichzelven uitbetaalde, omdat hij +de eerste was geweest, die het beweeglijke licht ontdekt had, hetwelk +blijkbaar van het land kwam. Een ander schrijver spreekt wel van de +uitgeloofde belooning, doch rept er met geen enkel woord van, wie ze +kreeg, terwijl weer een derde zegt, dat Rodrigo de Triana ze ontving, +doch inplaats van dezen matroos deel te laten uitmaken van de +bemanning der »Santa Maria«, plaatst hij hem op de »Pinta«, en is hij +de man, dien hij even na middernacht het geroep van »Land vooruit!« +laat aanheffen. Zeker is het, dat als aan iemand de belooning moest +uitgereikt worden, deze niet toekwam aan Columbus, want hij had zich +wel gewacht om stellig te verklaren: »Land vooruit!« Ook aan het volk, +dat bij hem aanboord was, kwam die belooning niet toe, want het volk +der »Pinta« was hun voor geweest. + +Behalve over die belooning, loopen de schrijvers ook zeer uiteen, +omtrent het gedrag van het scheepsvolk op die moeielijke en langdurige +reis. Volgens sommigen sloegen de matrozen meer dan eens tot oproer +over, en was Columbus zelfs genoodzaakt, om, wilde hij het leven +behouden, de belofte af te leggen, dat ze zouden terugkeeren, indien +men na drie dagen nog geen land gevonden had. + +Later zullen we nog dikwijls genoodzaakt zijn, om achter eene daad van +Columbus een vraagteeken te zetten, en de oorzaak hiervan laat zich +hieruit verklaren. + +Columbus was een vreemdeling, die hooge eischen stelde. Als +vreemdeling was hij in Spanje reeds gehaat, en telde men de hooge +eischen, die hij stelde, niet, omdat men er toch aan twijfelde of hij +den weg naar de Indiën wel vinden zou. Maar toen hij dien weg beweerde +gevonden te hebben, en er bijna niemand was, die aan de waarheid +twijfelde, bracht men die eischen wèl in rekening. Columbus schijnt +verder iemand geweest te zijn, die gaarne zijn gezag liet gelden, doch +die geen overleg bezat om dat op eene verstandige en omzichtige wijze +te doen. Hoe het zij, hij had in Spanje veel meer vijanden dan +vrienden. Zijne vijanden berokkenden hem veel kwaads, en wisten +allerlei minder goede dingen van hem te vertellen, om hunne houding +tegenover hem te rechtvaardigen. Zijne vrienden, hierover gebelgd, +aarzelden niet om Columbus' deugden breed uit te meten en zijne +gebreken òf te bewimpelen, òf te verzwijgen, òf wel te loochenen. +Nemen we verder in aanmerking, dat zijn logboek niet in den haak was, +en dat het dagboek, hetwelk hij aangelegd en zorgvuldig bijgehouden +had om het Ferdinand en Isabella terhand te stellen, natuurlijk eigen +fouten verzweeg, dat verder zijne levensgeschiedenis, die het meest +aangehaald wordt, naar het heet, geschreven werd door zijn eigen zoon, +dan zullen we ons niet zoo zeer verwonderen, dat de berichten omtrent +zijn persoon en zijne handelingen, zoo zeer uiteen loopen. + +Zoodra Columbus de blijde tijding vernam, snelde hij naar het dek, +en--hij ook, hij zag het land! + +Welk eene algemeene vreugde er aanboord van de drie scheepjes +heerschte, kan niet beschreven worden. Zelfs de ruwste zeerobben, die +zich wellicht zouden schamen om in hun eigen land te laten zien, dat +ze nog tranen hadden, weenden van blijdschap en omarmden elkander. Het +was geen wonder ook. De vele teleurstellingen, die ze ondervonden, en +de angsten, die ze uitgestaan hadden, maakten de blijdschap des te +grooter, en vol dankbaarheid hieven ze, doch nu niet in het gezicht +van eene wolk, die ze voor een eiland hielden en zich in de lucht +oploste, maar in het gezicht van een echt land, een »Te Deum laudamus: +Te Dominum confitemur. Te aeternum Patrum, omnis terra veneratur« aan, +dat is: »U, o God, loven wij! U, o Heer, belijden wij! U, o Eeuwige +Vader, vereert de gansche aarde!« + +Neen, het was nu geen gezichtsbedrog, want zie, toen de zon geheel +boven de kimmen verrezen was, en de schepen het land naderden, wemelde +het strand van inboorlingen, die vol verbazing de schepen zagen +naderen. + +Zij wisten niet, wat zij zagen, want de zeilen deden hen denken aan +vleugels, en de rompen der schepen werden daardoor in hunne oogen tot +vogels herschapen. + +[Illustratie: Op Vrijdag-morgen, 12 October 1492, aan de kust van het +Watlings-eiland.] + +Vrijdag, de twaalfde October van het jaar 1492, is en blijft, hoe men +ook over Columbus denken moge, een dag die een der merkwaardigste in +de wereld-geschiedenis heeten mag. Die drie scheepjes, met hunne +honderdtwintig mannen, deden hier meer dan zelfs een Godfried van +Bouillon voor Jeruzalem deed. Was deze, door zijne grootsche daad, bij +machte om aan Europa's maatschappelijke instellingen eene andere +richting te geven, Columbus met zijne mannen gaf aan de heele +maatschappij, zooals ze over de Oude, en nu ook de Nieuwe wereld +verspreid was, een' ruk, die haar niet alleen van koers deed +veranderen, maar ook in eene heel andere stelling bracht. + +Na het eindigen van den lofzang, werden de booten uitgezet, om, op +Portugeesche wijze, bezit van het land te gaan nemen. + +Columbus was de eerste, die den voet aanwal zette, en toen allen, die +in de booten geland waren, zich om hem heen schaarden, plantte hij den +standaard van Kastilië en Aragon op het strand, en verklaarde plechtig +het land in bezit te nemen voor Zijne Majesteit Koning Ferdinand en +Hare Majesteit Koningin Isabella. + +Dat Columbus met al zijne tochtgenooten in de stellige overtuiging +was, dat hij de Indiën langs den westelijken weg bereikt had, weten +we. Dat men nog verscheidene jaren daarna dit geloofde, en niet wist, +dat men Plato's fabelachtig Atlantis gevonden had, weten mijne lezers +uit dit boek nog niet, maar toch is het zoo. + +Volgens de nauwkeurigste onderzoekingen, was het eiland, dat Columbus +het eerst ontdekte, het eiland Watling, dat behoort tot die groep +eilanden, die zich boogvormig uitstrekt ten Noorden van Cuba en Haïti +en bekend is onder den naam van Bahama-eilanden. Op sommige atlassen +staat er ook de naam Guanahani bij, en wordt er bij vermeld, dat het +voorheen San Salvador heette, en het eerst ontdekte eiland van +Columbus was. + +Van de inboorlingen, die vol aandacht de handelingen der vreemde +mannen gadesloegen, vernam Columbus, zoo goed en kwaad dit met de +gebarentaal ging, dat het eiland door hen »Guanahani« genoemd werd. +Hij echter, bezield met het voornemen, den Christelijken godsdienst +over de heele Indiën te laten prediken, noemde het San Salvador, wat +in onze taal beduidt: »Heilige Verlosser«. + +Vreemd moet het ieder schijnen, dat de inboorlingen zoo weinig vrees +aan den dag legden, en bij de landing niet vol angst voor die +zonderlinge wezens in hunne bosschen vloden. Hiervoor bestond echter +eene oorzaak, die de Spanjaarden eerst later vernamen. Er was onder de +inboorlingen van Mejico, dat later door Cortez ontdekt werd, eene oude +voorspelling in omloop, waarover we bij de geschiedenis van Cortez +breedvoeriger spreken zullen. Het zij voldoende hier te melden, dat de +Mejicanen de komst dier »kinderen van de zon« verwachtten. Dat geloof +was zelfs zóó sterk, dat een voornaam inboorling eens aan een' +Spanjaard vroeg, hoe ze uit den hemel neergedaald waren, op vleugels +of op wolken? Hoogstwaarschijnlijk was die voorspelling ten deele ook +doorgedrongen tot de eenvoudige bewoners der Bahama-eilanden. + +Eenvoudig, ja, dat waren ze, en wel tot groote teleurstelling der +Spanjaarden. Om goud te verkrijgen, hadden ze zich tot het doen van +dezen gevaarlijken tocht verbonden; aan goud dachten ze elken dag van +hunne lange reis. Het woord »goud« was instaat, de vrees in moed te +veranderen. Vertellingen, waarin goud eene hoofdrol speelde, hadden +het eentonige leven aanboord eenigszins verlevendigd; van goud +droomden ze. En zie, de inboorlingen liepen bijna naakt, en van +paleizen en tempels, gedekt met gouden platen, was niets te zien. +Alleen hadden sommigen den neus doorboord, en droegen in die opening, +als sieraad, kleine gouden staafjes. Wapenen van metaal kenden ze zóó +weinig, dat een hunner in Columbus' zwaard liep, en zich daardoor +deerlijk verwondde. + +Waarlijk, de teleurstelling was al te groot, waar de verwachting zoo +buitengewoon gespannen was. Toch, de menschen hadden goud, al was het +weinig, en toen men, natuurlijk steeds met gebaren, hun gevraagd had, +vanwaar ze dat goud hadden gekregen, wezen ze naar het Zuiden. + +Zoodra men dit vernomen had, wilde Columbus niet langer op dat kleine +eiland blijven, en reeds twee dagen later verliet hij het, om zijne +ontdekkingen voort te zetten. Met het doel hun op den verderen tocht +eenig Spaansch te leeren, opdat ze dienst zouden kunnen doen als +tolken, nam hij zeven inboorlingen mede, en zette koers naar het +Zuiden. Hij zag nu verscheidene eilanden en eilandjes, doch daar geen +dezer het gezochte »Zipangu« kon zijn, deed hij er slechts drie aan, +en zeilde de andere voorbij. Ook op de drie eilanden, die hij bezocht, +vond hij dezelfde, onbeschaafde, arme, doch goedige inboorlingen, die, +als sieraad, een gouden staafje door den neus droegen, en op zijne +vraag, vanwaar ze dat goud hadden, hun antwoord, door gebaren, +geregeld deden luiden: »Uit eene streek ten Zuiden van hier!« + +In den vroegen morgen van den achtentwintigsten October, kreeg men +echter eene kust in het gezicht, welke niet aan een eilandje, als de +reeds ontdekte, kon behooren. Het moest de kust zijn van een zeer +groot eiland, of van het vasteland. De monding eener rivier ziende, +liep Columbus deze binnen, niet alleen met het doel om dit land in +bezit te nemen voor Spanje of het te laten onderzoeken, maar ook om de +schepen, die op den tocht veel geleden hadden, eens goed te laten +herstellen. + +Bij het naderen der schepen, waren twee kano's hun te gemoet geroeid, +doch toen Columbus de zeilen liet strijken en de ankers liet vallen, +namen ze de vlucht. + +Zoodra men aanwal was, werd het land op de gebruikelijke wijze in +bezit genomen, en door Columbus »Juana« genoemd. Thans draagt het den +naam van Cuba. Het is nog altijd in het bezit der Spanjaarden, en voor +hen, wat Java voor de Nederlanders is, hoewel het voor Spanje zoo vele +voordeelen niet oplevert. In grootte ontloopen deze twee eilanden +elkander zoo heel veel niet, daar Java slechts tweehonderd vierkante +geographische mijlen meer oppervlakte heeft. Het binnenland is +bergachtig, en de hoogste top heeft eene hoogte van +vijfentwintighonderd Meters. Tal van rivieren, die uit den aard der +zaak niet groot kunnen zijn, stroomen naar de kusten, en maken den +vruchtbaren grond zeer geschikt voor den landbouw. Suiker, koffie, +katoen, tabak, cacao, indigo, maïs, rijst, ananassen, bananen, +allerlei zuidvruchten en kostbare houtsoorten zijn de tegenwoordige +voortbrengselen uit het plantenrijk. Als men echter weet, dat slechts +het elfde deel van de heele oppervlakte des eilands vrij goed bebouwd +wordt, en dat de overige tien elfde deelen zoo goed als geheel +verwaarloosd worden, dan springt het terstond in het oog, dat de +Spanjaarden van deze heerlijke bezitting al heel weinig voordeel +trekken. + +De vraag der eerste ontdekkers: »Is er goud?« besliste over het +toekomstige lot van alle landen, die door de Spanjaarden ontdekt +werden. + +Op eene vraag, die men eens aan Cortez deed, waarom de Spanjaarden +toch zoo altijd naar goud verlangden, luidde het antwoord: »Wij lijden +aan eene ziekte, waartegen goud het eenige geneesmiddel is.« En zóó +was het. De goudkoorts was Spanjes ziekte, en het scheen, dat zij zich +verhief, naarmate men het geneesmiddel meer vond. + +»Is er goud?« Men kon die vraag nu niet aan de inboorlingen doen, want +dezen lieten zich aanvankelijk niet zien. Nu stuurde Columbus eenige +gewapende mannen, vergezeld van een paar eilanders van San Salvador, +het binnenland in. + +De mannen drongen meer dan zestig mijlen landwaarts in, en toen ze +terugkwamen, deelden ze aan hunne nieuwsgierige makkers mede: »Het +land is buitengewoon vruchtbaar, zeer goed bebouwd, en vol prachtige +bosschen. Wij zijn op een dorp geweest, en werden daar niet alleen +vriendelijk ontvangen, maar men kuste ons zelfs de voeten, als wilde +men ons goddelijke eer bewijzen. Zij gaven ons volop te eten, en wel +een soort van wortels, die, als ze gekookt waren, in smaak veel +geleken op kastanjes. Het brood, dat we kregen, was uitnemend om te +eten, en gebakken van een meel, dat ze »cassave« noemden. Wilde dieren +hebben we nergens gezien, ja, we ontdekten zelfs geene andere +viervoetige dieren dan eene soort van honden, die niet kunnen blaffen, +en diertjes, die wel wat op konijnen geleken.« + +»»En is er goud?«« + +»De inwoners van het dorp liepen niet zoo naakt, als die van San +Salvador, maar hunne hutten waren zeer eenvoudig, ja, bijna armoedig +ingericht. Slechts door den neus droegen velen een gouden staafje. Wij +hebben eenigen van hen overgehaald, om ons te volgen. Daar zijn de +lieden; oordeelt nu zelf!« + +De medegebrachte inboorlingen werden voor Columbus gebracht, en nadat +deze, met behulp der tolken, wat evenwel nog zeer gebrekkig in zijn +werk ging, hun een en ander gevraagd had, wees hij op de gouden +neusstaafjes, en vroeg: »Vanwaar krijgt gij dat goud?« + +De inboorlingen antwoordden: »Uit Cubanacan,« wat beteekende: »Uit het +binnenland van ons eiland.« + +Columbus, die niet beter wist, dan dat hij werkelijk de eilanden, die +ten oosten van Azië lagen, bereikt had, en die Cuba voor Zipangu +hield, meende nu uit »_Cubanacan_« te moeten verstaan: »_Groot-Khan_«. + +Thans was, indien hij nog bestond, alle twijfel opgeheven. Dit eiland +wás Zipangu, en ten zuiden lag het goudland. Dat kon niet anders zijn +dan Kataï, want daar woonde immers de »Groot-Khan«? + +Al heel spoedig echter werd Columbus tot eene andere dwaling gebracht. + +Drie der tolken, die aanboord van de »Pinta« waren, herkenden het land +zeer goed, en nu zeiden ze tot Martin Alonzo Pinzon, dat achter de +kaap, die daar voor hen lag, eene rivier was, en slechts vier +dagreizen daarvan verwijderd was het zoogenaamde »Cubanacan«. + +Pinzon gaf hiervan aan Columbus terstond bericht, en nu redeneerde +deze: »Als vier dagreizen van deze rivier Cubanacan gevonden wordt, +dan is dat niet het eiland Zipangu, maar dan hebben we het vasteland +van Azië vóór ons, en bevinden we ons in de nabijheid van het machtige +Tataarsche rijk Kataï.« + +Hij vatte het plan op om er heen te zeilen en dan een Gezantschap naar +den Groot-Khan te zenden, doch hoe men zocht, nergens werd eene +geschikte ankerplaats gevonden, zoodat de reizigers weder den steven +wendden naar de plaats, die ze verlaten hadden. + +Onder den ruilhandel, die andermaal gedreven werd, vernam Columbus, +dat de Vorst van het land vier dagreizen ver in het binnenland woonde, +en nu besloot hij, er toch een Gezantschap heen te zenden. + +Bij hem aanboord diende Louis De Torres, een bekeerde Israëliet, die +niet alleen Hebreeuwsch en Chaldeeuwsch, maar zelfs Arabisch verstond. +Aan het Hof van den »Groot-Khan« zouden er stellig zijn, die ook +Arabisch spraken, en daarom werd De Torres met nog een' anderen +Spanjaard uitgezonden om den »Groot-Khan« de komst bekend te maken van +een' Afgezant van den machtigen Koning van Aragon en de Koningin van +Kastilië. Voor de zekerheid gaf Columbus echter ook een' der tolken +mede. + +Na verloop van eenige dagen keerde De Torres terug, met het +teleurstellende bericht, dat hij den Vorst gezien had, maar dat hij +niet met hem had kunnen spreken. Dit had de tolk moeten doen, en het +was geen wonder, want van den »Groot-Khan« was geene sprake. Inplaats +van de groote stad »Quin-sai«, waar alles van goud, zilver, diamanten +en parelen moest blinken, hadden ze een dorp gevonden van hoogstens +vijftig ellendige hutten. De bewoners, ten getale van ongeveer duizend +zielen, liepen ook bijna geheel naakt, en de Koning van het land was +een alledaagsch man, zonder eenige uiterlijke teekenen van zijne hooge +waardigheid. Het merkwaardigste, dat ze gezien hadden was, dat de +inboorlingen droge bladeren, die ze »tobacco« noemden, in elkander +rolden, in den mond en dan inbrand staken om den rook in wolken uit te +blazen. Zij waren met allerlei eerbewijzen ontvangen, dat was waar; +men had hen, als boden des hemels of zonen der goden vereerd, dat was +óók waar. Het land was verder overal even schoon, en vruchtbaar, vol +prachtige boomen, bloemen, vruchten en veldgewassen, het kon niet +tegengesproken worden, maar--van goud, zilver, diamanten of parelen +was geene sprake. Om Columbus te overtuigen van de waarheid van +hetgeen ze zeiden, hadden ze drie mannen uit het dorp medegebracht. + +Dit was dus eene nieuwe teleurstelling, en daar de nachten koel +begonnen te worden, vreesde hij, dat hij in den winter vervallen zou, +zoo hij in bijna noordelijke richting voortzeilde. Men keerde dus +terug, en voer naar het Oostzuidoosten zonder het eiland ergens aan te +doen. Op dien tocht had Columbus met veel tegenwind te worstelen, en +toen hij eindelijk ten oosten van Cuba weer aan alle kanten de zee +had, ontdekte hij ver in het Zuidoosten land. Hopende dat dit het +verlangde rijk van den »Groot-Khan« zijn zou en dat daar het goudland +was, zeilde hij er heen, doch een sterke tegenwind dreef hem ver van +den koers. Opeens ook ontdekte hij, dat de »Pinta« afhield, en hoe er +ook geseind werd, niet terugkwam. Intusschen viel de avond, doch toen +den volgenden dag de zon opkwam, was de »Pinta« verdwenen. + +Columbus zeide, dat Martin Pinzon niet tegen wind en zee had kunnen +opwerken, en nu, ver van het land geslagen, misschien wel verloren +was. + +Hij vergiste zich echter. Een der tolken had op zijne manier zoo +duidelijk het goudland aangewezen, dat Martins hebzucht overhand kreeg +over de vriendschap. Hij had besloten op eigen gelegenheid, en zonder +Columbus, dat goudland op te zoeken. + +Andere geschiedschrijvers stellen het zóó voor, alsof Columbus zeer +goed wist, wat zijn Onder-bevelhebber in het schild voerde. Hij +vreesde evenwel, zoo zegt men, dat mogelijk ook Vicente het voorbeeld +zijns broeders zou volgen, als hij wist, dat Martin het waagde, den +Admiraal ongehoorzaam te zijn. Mogelijk zou zelfs het volk van de +»Santa Maria« daardoor oproerig durven worden. Door nu te vertellen, +dat de »Pinta« door storm en hooge zeeën uit den koers geslagen en +denkelijk verloren was, kon hij die ongehoorzaamheid voorkomen. Toen +later Martin weer bij Columbus kwam, liet de laatste echter niet +blijken, dat hij hem wantrouwde, hoewel dit toch wel degelijk het +geval was. Dit bleek later uit Columbus' daden. + +Pas den vijfden December kwam Columbus bij dat nieuwe land aan. Het +duurde lang eer hij eene geschikte plaats kon vinden om er te ankeren, +en op dien tocht langs de kust zag hij dat het ook een schoon en +vruchtbaar land was met bergen, die met verbazend groote en trotsche +wouden overdekt waren. + +Eindelijk zag hij eene kleine baai, die hij binnenliep. De enkele +inboorlingen, die men af en toe gezien had, hadden allen de vlucht +genomen, doch ten slotte wisten de matrozen zich meester te maken van +eene jonge vrouw, die ze bij Columbus brachten. + +De Admiraal begreep dat hij door middel van deze vrouw met de +inboorlingen misschien vertrouwelijk zou kunnen worden. Hij vroeg haar +niet veel, doch gaf haar eenige glazen koralen en een paar andere +kleinigheden en liet haar toen weer teruggaan. + +Dat middel had geholpen, want nu kwamen de bewoners spoedig van alle +kanten opdagen om ruilhandel te drijven. Met de meeste vriendelijkheid +en gastvrijheid boden ze den Spanjaarden cassave-brood, visschen en +vruchten. Zij waren blanker en schooner van gestalte dan alle +inboorlingen, die men tot op dit oogenblik gezien had, doch ze liepen +ook bijna naakt, en schenen niet alleen zeer onwetend, maar ook zeer +arm te zijn, en het gebruik van het ijzer kenden ze niet, want hunne +wapenen bestonden slechts uit eene soort van lansen, die aan de punt +van eene scherpe, doch groote vischgraat voorzien waren. + +Op de vraag hoe hun land heette, gaven ze ten antwoord: »Haïti«. + +Columbus nam er weer plechtig bezit van, en noemde het »Hispaniola« of +»Klein Spanje«. Later gaf hij het den naam van »San-Domingo«. + +Hoe vriendschappelijk ook door de inboorlingen ontvangen, er ontbrak +wat aan. Hoe schoon het eiland, van de kusten gezien, ook schijnen +mocht, er haperde wat aan. + +Men vond slechts weinig goud. + +Blijkbaar waren de bewoners zeer vredelievende menschen, die tevreden +en gelukkig leefden te midden van eene onuitputtelijk rijke natuur, en +onder het bestuur van een' Vorst, die den titel van Kazike droeg, en +die geen tiran of dwingeland, maar een zachtzinnig en goed man was. +Wat wilde men meer? + +Ja, dat die onnoozele menschen tevreden en gelukkig waren, wilden de +Spanjaarden wel aannemen, zulke onbeschaafde wezens hadden ook zooveel +niet noodig, en de staat van onbeschaafdheid, waarin zij leefden, +maakte ook de behoeften zeer gering. Maar zij, de beschaafde +Spanjaarden, hadden een heel ander begrip van het woord _behoefte_, en +om aan die behoeften te voldoen, hadden ze goud, zilver, parelen of +diamanten noodig. En juist dát alles vonden ze hier niet, en daarom +togen ze steeds verder langs de kust, overal zoekende, overal vragende +naar goud en naar niets anders dan goud. + +Op dien tocht liepen ze eene kleine, natuurlijke haven binnen, en +hoewel de bewoners aanvankelijk zeer schuw waren, gelukte het den +Spanjaarden toch ook met hen vertrouwelijk te worden. Columbus kreeg +zelfs een bezoek aanboord van een' jongen Vorst of Kazike, en deze +vereerde den Admiraal een' sierlijk afgewerkten gordel en twee stukken +goud. Inruil hiervoor gaf Columbus hem een' lap laken, een paar +schoenen van gekleurd leder, eene flesch met water van oranjebloesem +en eenige glazen koralen. Meer dan elders lachte deze schoone streek +den Spanjaarden toe, zoodat ze besloten er eene soort van vestiging te +bouwen, waar men vertoeven kon, als men niet aanboord was. Midden op +het dorpje, als men de verzameling van huizen althans zóó noemen mag, +maakten ze bovendien een zeer groot houten kruis, en zoowel aan het +woonhuis, als aan het kruis, arbeidden de inboorlingen trouw mede. Ja, +toen het kruis klaar was, en de Spanjaarden er voor nederknielden, +bogen ook de goedhartige en eenvoudige inwoners de knieën. Was het +wonder, dat Columbus, dit ziende, overtuigd was, dat de prediking van +het Evangelie hier in vruchtbare aarde vallen zou? + +Eenige dagen daarna, het was op den tweeëntwintigsten December, +ontving Columbus een bezoek van Guacanagari, blijkbaar den +voornaamsten Vorst van het heele eiland. Vooraf echter kwam de eerste +dienaar van dien Vorst en gaf den Admiraal, uit naam van den Kazike, +eenige geschenken. Tot die geschenken behoorde een gordel, waaraan +gekleurde balletjes en kunstig bewerkte beentjes waren, en verder was +er ook bij een houten menschenhoofd, met ooren, neus en tong van goud. +Na deze geschenken te hebben overgereikt, verzocht hij Columbus aan +het verzoek van den Kazike te willen voldoen, door met zijne schepen +een weinig oostelijker eene baai binnen te loopen. + +Columbus voldeed hieraan, en zoodra hij binnen de bedoelde baai lag, +zond hij eenigen van zijn volk naar de plaats waar de Kazike +waarschijnlijk zijne residentie had en de Afgezanten wachten zou. + +De Spanjaarden werden met allerlei bewijzen van eerbied en hoogachting +ontvangen, en toen de Kazike aan ieder hunner een katoenen kleed +gegeven had, kwamen ook de inboorlingen aandragen met eene groote +menigte van de heerlijkste vruchten. + +De Kazike had de Afgezanten gaarne bij zich willen houden, doch dezen +waren verplicht om naar hunne schepen terug te keeren. Bij hun vertrek +gaf hij hun voor den Admiraal eenige tamme papegaaien en een paar +stukken goud mede. + +Terwijl de Afgezanten op bezoek bij den Kazike waren, kwamen talrijke +kano's langszij de schepen van Columbus, en alle inboorlingen, die hem +het een of ander aanboden, verzekerden hem, dat het land niet alleen +schoon en vruchtbaar, maar ook buitengewoon rijk aan goud was. Zij +hadden bij het noemen van goud naar het Oosten gewezen, en den naam +»Cibao« genoemd. + +Later bleek het, dat dit Cibao eene streek in het midden van hun +eiland was, welke ten oosten van deze baai lag. Columbus echter bracht +alles, wat hij hoorde of zag, in verband met de Indiën, en de namen +van volken, landen en steden, welke genoemd werden in de +reisbeschrijving van Marco Polo. Zoo verwarde hij »Cibao« met +»Zipangu«, en die verwarring ontstond nog te eer, omdat de eenvoudige +Haïtiërs hem mededeelden, dat de Kazike van dat land gouden huizen en +gouden banieren had. + +Wie zich over de onnoozelheid van Columbus verbaast, waar deze van +Cibao,--men spreekt de _ao_ uit als onze _ou_,--eenvoudig Zipangu +maakte, vergeet, dat het spreken met deze menschen nog zeer gebrekkig +ging, daar men in een paar maanden tijds geene vreemde taal leert in +een land, waar zelfs, voor de bezoekers, kunst- en +natuurvoortbrengselen vreemd zijn. + +Dit land Cibao, of zooals hij dan dacht, Zipangu, wilde hij opzoeken, +en daartoe verlieten de schepen weer de baai. Nauwelijks echter was +men buiten, of de Stuurman van de »Santa-Maria«, die met de klippen en +riffen van het vaarwater onbekend was, liet zijn schip op eene blinde +klip loopen. Het zat muurvast, en tot overmaat van smart bleek het +weldra, dat het ook gebroken was. Thans was het »haast-je, rep-je,« om +alles, wat aanboord was, op de »Nina« over te brengen, en daar de wal +gelukkig nog gemakkelijk te bereiken viel, zoo werden daar tal van +voorwerpen gebracht, waarvoor op de »Nina«, die zeer klein was, niet +zoo dadelijk plaats kon gevonden worden. De goedige Haïtiërs, die +getuigen van de ramp waren geweest, bewezen, bij het bergen, met hunne +kano's goede diensten. + +Het verlies van de »Santa Maria« was voor Columbus bijna eene +onherstelbare ramp, vooral nu de »Pinta«, die bijna even groot als het +verloren Admiraalsschip was, hem verlaten had. + +Hoe Columbus over de Haïtiërs dacht, vooral na deze schipbreuk, blijkt +uit hetgeen hij schreef in het Journaal, dat hij aan Ferdinand en +Isabella wilde geven. + +»Zoo liefderijk, zoo meegaande en zoo vreedzaam zijn deze eenvoudige +lieden, dat ik aan Uwe Majesteiten de plechtige verzekering geef, dat +er op heel de aarde geene betere menschen zijn, en dat er nergens +eenig land is, dat beter zou kunnen genoemd worden. Zij hebben hunne +naasten lief, als zichzelven, en uit al hunne gesprekken straalt +liefelijkheid en zoetheid. Hun mond heeft steeds een' vriendelijk +lachenden trek, en al loopen ze ook bijna naakt, toch zijn ze in al +hunne manieren onberispelijk en betamelijk.« + +Zeer neergedrukt door het verlies van de »Santa-Maria« zat den +achtentwintigsten December Columbus in de kleine kajuit van de »Nina«, +toen de goedhartige Kazike Guacanagari hem kwam bezoeken, en deze had +zooveel medelijden met het leed des Admiraals, dat hij zijne tranen +niet weerhouden kon. + +Terwijl beide mannen daar bij elkander zaten, kwamen er matrozen in de +kajuit, die zeiden dat er inboorlingen uit het Zuiden des lands +gekomen waren, om stukjes en klompjes goud te verruilen tegen kleine +valken-belletjes. Deze belletjes had Columbus vóór dien tijd al eens +gegeven, en het scheen wel, dat de Haïtiërs hierop zeer gesteld waren; +men zegt, dat ze op de maat van die belletjes godsdienstige dansen +uitvoerden. + +Op het hooren van dit belangrijke bericht verhelderde Columbus' +gelaat, en de verbaasde Guacanagari vroeg waardoor dit kwam. + +Columbus deelde het hem mede, en eenigszins minachtend haalde nu de +Kazike de schouders op, en zeide, dat er op grooten afstand in het +gebergte zooveel goud te vinden was, dat men er weinig waarde aan +hechtte. Gaarne wilde hij zorgen, dat de Admiraal hiervan een' goeden +voorraad kreeg. Ook Guacanagari noemde dat land »Cibao«, en natuurlijk +was het, dat Columbus nu alweer aan Zipangu dacht. Maar in alle +gevallen, Columbus sloeg dat aanbod niet af, en beloofde den Kazike +den volgenden dag bij hem een bezoek te zullen brengen. Dit geschiedde +ook, en toen de overvloedige maaltijd afgeloopen was, en de Kazike +door zijne onderdanen eenige spelen liet uitvoeren, gaf Columbus bevel +aan een' der zijnen om vanboord een' Moorschen boog met pijlkoker te +halen, en dan meteen den Kastiliaan mede te brengen, van wien het +bekend was, dat hij een uitnemend boogschutter was. Toen deze voor den +Vorst en zijne onderdanen de noodige proeven geleverd had van hetgeen +er met dit wapen kon gedaan worden, waren de Haïtiërs opgetogen van +verbazing en verwondering, en de Kazike zeide, dat, als zijne +onderhoorigen ook zulke wapenen hadden, die dan menigmaal te pas +zouden komen. + +»Of ze dan zooveel oorlog voerden?« vroeg Columbus. + +»Nooit,« antwoordde Guacanagari. »Maar ver uit het Zuiden komen vaak +de Caraïben, in kano's, van hunne eilanden om ons hier te vangen, te +slachten en te verslinden. Wij kunnen geene tegenweer bieden en niets +anders doen dan in onze bosschen vluchten.« + +Thans werd het Columbus duidelijk waarom de Cubanen en ook de Haïtiërs +zoo schuw waren en van het strand vluchtten, zoodra ze de schepen +zagen. Men zag hen aan voor Caraïben. Dat de bewoners van Guanahani +heel anders gehandeld, en veel minder vrees betoond hadden, kwam +zeker, omdat de Caraïben het niet waagden met hunne kano's zich zoo +ver in zee te begeven. + +Intusschen bracht de geheel argelooze mededeeling van den Kazike den +Admiraal op een denkbeeld. + +Hij was nu al zoo lang uit Spanje afwezig geweest, en het werd tijd om +weer terug te keeren, niet alleen om verslag van zijne ontdekkingen te +doen en de belooningen te ontvangen, welke hij geëischt had, maar ook +om nieuwe schepen te krijgen. Met de kleine »Nina« kon hij niets van +belang uitvoeren, en bovendien, waar moest hij al het volk bergen en +wáár alles laten, wat op de »Santa-Maria« geweest was? + +Als hij hier eens eene sterkte liet bouwen en een deel van de +bemanning achterliet, als bezetting? De kanonnen, het kruit, de kogels +en de wapenen, die op de »Santa-Maria« geweest waren, konden dan in +het fort blijven, en de »Nina« kreeg daardoor laadruimte vrij, en deze +had hij hard noodig. Hij wilde toch aan Ferdinand en Isabella een en +ander uit die vreemde wereld laten zien. Ze zouden hem dan beter +gelooven, en zijn' tegenstanders zou hij er het zwijgen door opleggen. + +Hij deed Guacanagari dit voorstel en vol vreugde nam deze het aan, +waarop men terstond aan het bouwen ging van het houten fort. De +onnoozele Haïtiërs, door den Kazike onderricht, welk een groot +geschenk de »Zonen der zon« hun geven wilden, hielpen met alle macht +aan den bouw mede, en binnen een paar dagen was het fort, dat van +Columbus den naam van »La Navidad« kreeg, voltooid. Om te laten zien +welk eene uitwerking het geschut had, liet Columbus een paar kanonnen +afschieten. Doodelijk verschrikt zagen de Haïtiërs welke vreeselijke +verwoestingen de kogels konden aanrichten, maar ze begrepen ook, dat +ze onder bescherming van zulke wapenen tegen de Caraïben volkomen +bestand waren. + +Zoo ongemerkt had de »Nina« toch nog al eene vrij rijke lading +ingekregen, welke lading nog in waarde won door het vreemde waaruit ze +bestond, want wat Columbus ook van de Westkust van Afrika te Lissabon +had zien binnenkomen, en wat hij ooit in Genua gezien had, dat uit de +Indiën aangevoerd was, nooit had hij gezien, wat hij aanboord had, en +zijn volk ook niet. + +Toch bleef Columbus standvastig in zijn geloof, dat hij de Indiën +gevonden had, al weersprak dit ook bijna de heele lading. Het moet +inderdaad vreemd genoemd worden, dat Columbus zelf dat niet inzag. + +Veertig mannen, die zichzelven daartoe vrijwillig aangeboden hadden, +liet hij als bezetting van »La Navidad« achter, en den vierden Januari +van het jaar 1493 verliet de »Nina«, onder het gebulder der +saluutschoten, het heerlijke eiland Haïti of Hispaniola, met zijne +hartelijke bewoners. + +Twee dagen na zijn vertrek ontmoette Columbus de »Pinta«, die, zooals +later bleek, een' vruchteloozen tocht gedaan had. Columbus deed, alsof +hij de verontschuldigingen van Martin Pinzon aannam, en zeilde langs +Haïti verder, hier en daar nog eenige baaien binnenloopende, om +ruilhandel te drijven, en ten slotte om zich van een' goeden voorraad +cassave-brood en water te voorzien. + +Den zestienden Januari staken de »Nina« en de »Pinta« den Oceaan in, +doch nu op eene hoogere breedte dan ze gekomen waren, zeilden ze het +Oosten in. + +Aanvankelijk was de wind voor den terugkeer niet gunstig, doch daar +het weder voortdurend goed en zonnig was, maakte niemand zich +ongerust. Langzaam stak men de breede wateren over, en reeds had men +de Azorische Eilanden in het gezicht, toen de twee schepen door een' +woedenden storm overvallen werden. Dagen lang werden de vaartuigen +heen en weer over de baren geslagen. De »Nina«, een oud en slecht +schip, liep het grootste gevaar, en, alsof het werk sprak, van de +»Pinta« was geene hulp te verwachten, want die was alweer verdwenen. +Vergaan was ze niet, dat wist ieder van Columbus' mannen, die evenwel +geen van allen gissen konden, dat Martin Alonzo Pinzon ten tweeden +male opzettelijk de »Nina« verlaten had. + +Columbus echter doorgrondde dien man volkomen. Martin zou beproeven, +met zijn sterk schip Spanje te bereiken, want de »Nina« moest, naar +zijne meening, stellig vergaan. Dan zou Martin ten Hove ijlen, en daar +mededeelen, dat hij, en niet Columbus, de Indiën op de westelijke +vaart gevonden had. + +Nu, _moest_ de »Nina« vergaan, dan zou ook de Admiraal zijn graf in de +golven vinden, en hij zou er geene schade bij kunnen hebben, als een +ander de eer der ontdekking zich toeëigende. + +Maar Columbus was bij al zijne deugden zeer eerzuchtig, en hij wilde, +dat ook na zijn' dood zijn' naam met eere zou genoemd worden door +Spanjaard en vreemdeling, door vrienden en tegenstanders. + +Of die eerzucht alleen sprak? + +Columbus was ook Vader, en hij had te Cordova op eene der +kloosterscholen zijne twee zoons achtergelaten om hen op te voeden en +te onderrichten in alle wetenschappen, en wanneer nu een ander de eer +kreeg, de Indiën gevonden te hebben, wat zou er dan van zijne kinderen +worden? + +Neen, bij al de eerzucht, die hem beheerschte, sprak ook de +Vaderliefde, die hem bezielde, en die Vaderliefde denkelijk nog wel +het meest. + +Hij haalde het Journaal, dat hij voor Ferdinand en Isabella zoo trouw +bijgehouden had, nam er, onder het schommelen en slingeren van het +machtelooze schip, een afschrift van, en schreef daaronder een roerend +slot, een afscheid aan de wereld. Hij deed dit op perkament, wikkelde +het in eene waterdichte stof en verzegelde het. Daarop liet hij het in +eene ton kuipen en--het werd aan de golven toevertrouwd. Het +origineele Journaal werd op dezelfde wijze ingepakt en in eene ton +gedaan, welke aanboord bleef. Verging de »Nina«, deze ton zou óók +drijven, en waar uit de »Indiën« zoo menigmaal voorwerpen op Madeira +of Porto-Santo waren aangedreven, daar zou toch wel ééne van die twee +tonnen ook in handen van Europeanen komen. + +Deze maatregelen van voorzorg waren evenwel niet noodig geweest. De +storm bedaarde, en hoewel met zware averij, de »Nina« bleef behouden. +Ze kwam op het eiland Santa-Maria aan, en velen der bemanning +verlieten daar het schip, om in de Kerk God voor hunne redding te +danken. De Portugeesche Gouverneur, meenende, dat de Spanjaarden naar +Guinea geweest waren, waar ze volgens het besluit van den Paus niet +mochten komen, liet deze mannen gevangennemen, doch toen Columbus de +zaak opgehelderd had, werden ze weer vrijgelaten en de terugreis werd +voortgezet. Andermaal werd echter, den derden Maart, de »Nina« door +een' vreeselijken storm aangevallen, en de Admiraal was genoodzaakt de +Taag binnen te loopen. Zoo was hij dan andermaal te Lissabon, waar +zijne komst alle gemoederen in beweging bracht, vooral toen men zag, +niet alleen welke waren en handels-artikelen, maar ook welke vreemde +menschen en dieren hij aanboord had. + +Al heel spoedig ontwaarde Columbus, dat de Portugeezen heel ontstemd +waren, dat de Spanjaarden den weg door het Westen naar de Indiën +gevonden hadden. Eenige aanzienlijke mannen sloegen Koning Johan II +zelfs voor, den gehaten Columbus te overvallen en te dooden, doch de +Koning, hoeveel spijt hij ook mocht hebben, dat hij indertijd +Columbus' voorstel niet aangenomen had, wilde van zulk eene +laaghartige handelwijze niets weten. Integendeel hij vereerde den +moedigen en stouten ontdekker eene som van twintig ducaten, die hij +aan den Stuurman der »Nina« moest uitkeeren, en den dertienden Maart +vertrok Columbus uit Lissabon. Twee dagen later kwam hij te Palos aan. +Het was de vijftiende Maart van het jaar 1493, en ontegenzeglijk mag +deze datum een der merkwaardigste uit de Spaansche geschiedenis +genoemd worden. Niet zoodra was het schip in het gezicht, of het heele +stadje liep naar de haven. + +Nauwelijks lag het schip aan den wal gemeerd, of Columbus gaf gehoor +aan den aandrang van zijn vroom gemoed. Gevolgd door zijne +schepelingen begaf hij zich terstond naar de kerk om God voor Zijne +bescherming te danken. Spoedig was bekend geworden, dat Columbus de +Indiën werkelijk ontdekt had, en de heele stad werd vervuld van het +gejuich der opgetogen bewoners. Alle werkzaamheden werden gestaakt; de +handelaars sloten hunne winkels, en, als op een' hoogen feestdag, +werden alle klokken geluid. Geen' Koning kon meer eer bewezen worden +dan Columbus tendeel viel. + +Het eerste werk van den Admiraal, welke titel hem nu ten volle +toekwam, was te vernemen, waar het Hof zich thans ophield, en toen hem +gezegd was, dat de Koning en de Koningin zich te Barcelona bevonden, +was hij aanvankelijk van voornemen om met de »Nina« er heen te zeilen. +Daar het vaartuig op de reis echter veel geleden had, zag hij van dat +plan af, en besloot hij, de reis naar de residentie over land te +maken. Aan den avond van denzelfden dag kwam ook de »Pinta« te Palos +aan. Voortgejaagd door den storm, of met opzet Columbus +vooruitgezeild, was Martin Alonzo Pinzon toch zóó afgedwaald, dat hij +te Bayonne in Frankrijk aangekomen was. Terstond stuurde hij eene +boodschap naar Koning Ferdinand om dezen bekend te maken, dat de +Indiën gevonden waren, en hem meteen te vragen of hij aan het Hof +komen mocht om verslag van de ontdekking te doen. Of Pinzon nu +werkelijk geloofde, dat Columbus en de zijnen in den storm omgekomen +waren, dan wel of hij de eer der ontdekking zich wilde toeëigenen, is +nog altijd de vraag. De vreemde handelwijze van dezen Pinzon doet +evenwel het vermoeden aan de hand, dat hij Columbus onderkruipen +wilde. Koning Ferdinand, die waarlijk den Genuees niet al te zeer +genegen was, schijnt ook begrepen te hebben, dat Pinzons handelwijze +niet in den haak was, want hij liet hem weten, dat hij wel aan het Hof +verschijnen mocht, doch alleen in het gevolg van den Admiraal. Zoo nu +deze Pinzon hoopte toch nog voor den Koning te zullen verschijnen, als +ontdekker van de Indiën, omdat Columbus omgekomen was, dan zal die +hoop wel dadelijk verdwenen zijn, toen hij des avonds te Palos kwam, +en daar niet alleen de »Nina«, maar ook den Admiraal vond. Hij trok, +naar het schijnt, zijn' tegenspoed zich zóó aan, dat hij kort daarop +stierf. + +Nauwelijks van de vermoeienissen uitgerust, begaf Columbus zich nu +over Sevilla op reis naar Barcelona. Dat moet voor den man een +onvergetelijke tocht geweest zijn, want overal waar hij doortrok, werd +hij als een machtig Koning ontvangen. Niet te ontkennen is het, dat +Columbus zelf aan zulk eene ontvangst medewerkte, want al wat hij in +die vreemde gewesten gevonden en naar Spanje medegebracht had, werd +voor hem uitgedragen. Zelfs zes Indianen openden den tocht, en hadden +met hunne beschilderde of gekleurde huid, en hun hoofdtooisel van +vogelvederen buitengewoon veel bekijks. + +[Illustratie: Ontvangst van Columbus in Barcelona.] + +Het is eigenaardig, dat men zich altijd vergist heeft met te beweren, +dat de oorspronkelijke bewoners van Amerika geboren roodhuidige +menschen zijn. Dr. H. F. C. Ten Kate Jr. zegt in zijn »Reizen en +onderzoekingen in Amerika«: »Eens en voor al moet ik hier wijzen op de +onjuistheid der benaming »Roodhuiden«, eene benaming, die niet alleen +zeer populair is, maar die zelfs haar' weg in wetenschappelijke werken +heeft gevonden. De Indianen hebben geene roode huid, evenmin als +Hindoes, Javanen, Maleiërs of Polynesiërs, en ik geloof, dat men +veilig kan aannemen, dat de Noord-Amerikaansche Indianen al de +huidschakeeringen hebben van de zoo even genoemde rassen, en dikwijls +zelfs lichter van kleur zijn. Bij de Moqui- en Zuïn-Indianen heb ik +vrouwen gezien, die eene lichtere gelaatskleur hadden dan menige van +hare zusters in Zuid-Europa. Het is echter de gewoonte, die bij zeer +vele Indiaansche stammen bestaat, om zich het gelaat gedeeltelijk met +eene roode kleurstof in te smeren, die den onjuisten naam »Roodhuiden« +in zwang heeft doen komen.« + +Wie zou na het lezen van Coopers en Aimards werken gedacht hebben, dat +er geene geboren »Roodhuiden« waren! + +Met dat al verschilden de Indianen toch zooveel van de Spaansche +bevolking, dat ze iedereen terstond in het oog vielen, en dat ze zelfs +hem, die nu nog niet gelooven kon, dat Columbus vreemde landen in het +Westen gevonden had, terstond overtuigden, dat het land, dat zulke +menschen zag geboren worden, een onbekend land moest zijn. Dat bewezen +ook de dieren, die in den optocht waren, en vooral de bonte papegaaien +verkondigden door hunne prachtige vederen, dat ze uit vreemde streken +kwamen. + +Eindelijk naderde Columbus met zijn gevolg Barcelona, en zoodra dit +den Koning en de Koningin bericht was, begaven ze zich naar het groote +marktveld, waar men alles voor Columbus' plechtige en schitterende +ontvangst had laten gereedmaken. Het Vorstelijk paar nam op eene +tribune plaats, en ten aanschouwe van duizenden nieuwsgierigen mocht +Columbus zich bij Ferdinand en Isabella neerzetten om verslag van +zijne reis te doen. Hoogere eer kon Columbus al niet bewezen worden, +dan te mogen _zitten_ in het bijzijn van zijne Monarchen. Geen wonder +dat dit eerbewijs onzen Columbus onder de trotsche Spaansche +Edellieden nog meer vijanden bracht dan hij reeds had. Tegenover dien +vreemdeling te moeten erkennen dat men zich vergist had, toen men zijn +plan eene hersenschim noemde, was al erg genoeg, en dan nog te moeten +zien, dat hem een voorrecht vergund werd, hetwelk den meesten onder +hen nimmer verleend zou worden, dat was om de ergernis ten top te doen +stijgen. Columbus' vijanden waren evenwel zoo wijs om in die eerste +dagen van algemeene geestdrift te zwijgen. Ze begrepen, dat ze hem dan +nog meer tot den man van den dag zouden maken. Ze kenden Koning +Ferdinand ook te goed, om niet te weten, dat diens geestdrift voor den +Genuees spoedig genoeg bekoeld zou zijn, en daarom zouden ze hun' tijd +wel afwachten. De latere lotgevallen van Columbus zullen bewijzen, dat +zijne vijanden volkomen hun doel bereikten. Ze mochten nu ook al niet +doen, als de vereerders van den »Liguriër«, en hem op alle mogelijke +wijzen vleien en verheerlijken, ze mochten hem zelfs zoo nu en dan in +het geheim doen gevoelen, dat ze hem haatten en minachtten, in het +openbaar hielden ze zich, alsof zij volkomen eenstemmig over Columbus +dachten, als alle anderen. Of Columbus zich door hen liet verschalken, +het is niet te denken. Maar hij trok er zich niets van aan, want de +Koning en de Koningin hadden hem in al de bedongen waardigheden +bevestigd. Hij was »Admiraal van den Oceaan« en »Onder-koning van de +Indiën«. En zóó hoog geplaatst, zóó dicht bij den troon staande, en +zóó gesteund door duizenden en duizenden uit het volk, gevoelde hij +zich tegen alle aanslagen bestand. Dat wie hoog geklommen is, laag +vallen kan, bedacht hij niet, en hieraan kon hij ook niet denken. Niet +door vleierij, niet door slaafsche onderworpenheid, maar door +grootsche daden had hij dat hooge standpunt bereikt, en--deze daden en +die, welke hij nog verrichten zou, ze zouden hem handhaven in zijne +waardigheden, want daden vielen niet weg te cijferen. De geschiedenis +meldt die gedachten van Columbus niet, maar uit alles, wat hij een +tijdlang deed, blijkt het dat hij aan geen »laag vallen« dacht. + +Het groote nieuws dat de weg naar de Indiën door Columbus gevonden was +door het Westen in te zeilen, verspreidde zich als een loopend vuurtje +door al de landen van Koning Ferdinand en Koningin Isabella. Had het +plan van Columbus bijna allen onverschillig gelaten, nu het bleek, dat +het plan uitgevoerd was, en dat men, het Westen inzeilende, werkelijk +in de Indiën kwam, zag men die onverschilligheid opeens verdwijnen en +plaats maken voor de begeerte om in die verre landen Ridderlijke +avonturen na te jagen, of zich te verrijken met het goud, dat er in +overvloed was. Vooral de Spaansche Edelen, die eeuwen lang in een' +voortdurenden strijd, of, als er geen oorlog was, in veete met de +Mooren geleefd hadden, waren geboren »mannen van wapenen«. Nu waren de +Mooren geheel onderworpen, en de meeste Ridders liepen zich op hunne +landgoederen vervelen. De Indiën brachten uitkomst; dáár konden ze den +wapenroem van zichzelven en hun geslacht door nieuwe heldendaden +vermeerderen en verhoogen. + +»Wapenroem? Bah!« zoo dachten de kooplieden, wier zaken in wanorde +waren, of zij, die zonder veel moeite en bijna zonder werken, +schatrijk wilden worden. Het woord »goud« bracht hen in verrukking, en +deed bij hen de begeerte ontstaan om te trekken naar die vreemde +gewesten. + +Overal kwam leven, overal beweging, overal een verlangen, om, onder +aanvoering van Columbus, naar de Indiën te gaan, om daar ridderlijk te +kampen, gemakkelijk rijk te worden, of om het Evangelie onder de +Heidenen te verkondigen. Geen wonder was het dus, dat er nu met spoed +aan eene nieuwe uitrusting gewerkt werd. En thans zouden het geene +drie scheepjes zijn, tendeele bemand met booswichten, dieven en +moordenaars! Neen, eene vloot zou men in zee brengen, en deze vloot +zou bemand worden met de keur van Castiliës Edelen, met de kundigste +zeelieden en met de meest berekende handelaars. Vrome en ijverige +Monniken en Geestelijken zouden medegaan, en misplaatste spaarzaamheid +zou niet aan het woord zijn, waar het gold de vloot van alles te +voorzien. + +De slimme Koning Ferdinand echter trachtte ondertusschen zich van de +ontdekte landen niet alleen te verzekeren, maar ook alle andere volken +den pas af te snijden, om door het Westen heen naar de Indiën te gaan. +Een Pauselijke bul was daartoe voldoende, en daar Paus Alexander VI +Borgia, een geboren Spanjaard was, en op het oogenblik zelfs in Spanje +vertoefde, zoo repten Ferdinand en Isabella zich om van die schoone +gelegenheid gebruik te maken. De Paus, die als een groot Staatsman +bekend staat, begreep dat het verstandig was om zich naar de begeerten +van de beide Monarchen te schikken, en door eene bul van den derden +Mei 1493, en nog door eene andere van den volgenden dag bepaalde hij, +dat alle ontdekkingen, die door de Spanjaarden in het Westen zouden +gedaan worden, uitsluitend aan de Kroon van Spanje zouden behooren. +Eene denkbeeldige lijn, die op honderd Spaansche mijlen afstands ten +Westen van de Azorische Eilanden en van pool tot pool liep, zou de +grensscheiding zijn tusschen Oost en West, wat in dit geval beduidde: +tusschen Portugal en Spanje. Naar den zin van den Portugeeschen Koning +was dat niet. Het schijnt dat deze begreep, dat die lijn niets te +beduiden had, en er nog eene tweede noodig was. Immers, als hij het +Oosten ingaande ook de Indiën vond, en hij vertrouwde dat dit gebeuren +zou, dan moesten, het kon niet anders, Spanjaarden en Portugeezen op +een bepaald punt der ronde Aarde elkander naderen? Hij wendde derhalve +allerlei pogingen aan om die denkbeeldige grenslijn op te heffen. Dit +gelukte hem evenwel niet, en hij kreeg alleen gedaan, dat bij eene bul +van den zevenden Juni 1494 die grenslijn verlegd werd tot op +driehonderd zeventig Spaansche mijlen afstands ten Westen van de +Kaapverdische Eilanden. + +Tot die beslissing hadden de Spaansche Monarchen echter niet gewacht +met het uitzenden van Columbus op een' tweeden ontdekkingstocht, en +toen die grenslijn verlegd werd, was Columbus reeds lang andermaal in +de Nieuwe wereld. Op die tweede reis willen wij hem volgen. + + + + +HOOFDSTUK VII. + +LASTER EN NAIJVER. + + +Zoodra de eerste gunstige beschikking door den Paus genomen was, begon +men alle krachten aan het uitrusten der vloot te wijden, en weldra +lagen in de haven van Cadiz drie groote koopvaardijschepen en veertien +karveelen te wachten op--geschikte manschappen. Twaalfhonderd mannen +zouden medegaan, doch de aanvragen om mede te mogen trekken, waren zóó +talrijk, dat men er nog driehonderd man bij deed. Ongelukkig genoeg +waren onder die vijftienhonderd menschen slechts zeer weinigen, die +zeeman van beroep konden genoemd worden, en daar de matrozen zich niet +zoo gemakkelijk lieten vinden als de avonturiers, zoo werd het nog de +vijfentwintigste September 1493 eer Columbus kon uitzeilen. Gedurende +dien tijd had Columbus reeds menigmalen tegenwerking ondervonden. +Koning Ferdinand had Don Juan Rodriguez De Fonseca benoemd om toezicht +op de uitrusting te houden en meteen voor het welbesteden van het geld +te zorgen. Fonseca behoorde tot de geheime tegenstanders van Columbus, +en eer deze uitzeilde, was het over de bezoldiging van het +schitterende gevolg des Admiraals tot onaangenaamheden gekomen, daar +Fonseca en de Betaalmeester, Don Juan De Soria, die bezoldiging +weigerden uit te betalen. Koningin Isabella bleef hem in deze netelige +omstandigheden, die tot groote moeielijkheden aanleiding konden geven, +trouw ter zijde staan, zoodat Columbus triumfeerde, en zich machtig +genoeg gevoelde om zijn' tegenstanders trotsch het hoofd te bieden. + +Terstond na zijn vertrek richtte Columbus den koers naar de Kanarische +Eilanden. Bij Gomera, op Groot-Kanarië, werd het anker uitgeworpen. +Men voorzag daar de vloot van versch water en brandhout, nam er +kalveren, geiten, schapen en varkens aanboord, en zorgde meteen om +zich te voorzien van allerlei zaden van planten, met het oogmerk, om +die dieren en planten naar de Indiën over te brengen. Toen de vloot +gereed was om het Westen in te stevenen, gaf Columbus aan iederen +Scheepsbevelhebber een' verzegelden brief, met last, dien slechts te +openen, wanneer zijn schip van de overige schepen afgedwaald was. In +dien brief zou hij dan kunnen zien hoe hij varen moest om op het +eiland Hispaniola aan te komen. Er ligt iets geheimzinnigs in deze +handelwijze van Columbus, dat eenige opheldering behoeft. Columbus +wilde de _wegwijzer_ blijven, om aan de Spanjaarden de gelegenheid te +ontnemen, op eigen hand op ontdekkingen uit te gaan en zich daardoor +bij de Monarchen verdienstelijk te maken. Deze mededingers zouden voor +het behoud zijner hooge waardigheid gevaarlijk worden, en dat er vele +Edelen aanboord waren, die hem gaarne den voet lichten zouden, wist +hij maar al te goed, en zijn broeder Diego, die hem op deze reis +vergezelde en die meer voor Geestelijke dan Krijgsbevelhebber geschikt +was, en daardoor bij velen in zekere minachting stond, kon vaak +ervaren, dat er tal van Edelen en Ridders op de vloot aanwezig waren, +die slechts gedwongen Columbus als hun' Opperbevelhebber beschouwden, +en zich aan zijn gezag zouden onttrekken, zoodra zij meenden, dat er +aan hunne waardigheid van Hidalgo te kort gedaan werd. + +De tocht, die door Columbus thans veel zuidelijker gemaakt werd dan op +de eerste reis, in de hoop de eilanden der Caraïben te zullen vinden, +waarvan de inboorlingen hem verteld hadden, was vrij voorspoedig. De +schepen bleven steeds in elkanders gezicht, en den dag, na dien waarop +men op de heele vloot het feest van Allerheiligen gevierd had, werd +een eiland ontdekt. Het was het eerste der Caraïbische Eilanden. Men +ging er niet aan wal, en toen de vlotelingen, ongeduldig om toch aan +land te gaan, er bij hem herhaaldelijk op aandrongen, gaf hij dit +eiland den naam van »Deseada«, dat »Verlangen« beteekent. Op den +Zondag, die daarop volgde, ontdekte men opnieuw een eiland. Columbus +noemde het naar den dag waarop het ontdekt was, »Dominica«, doch daar +hij nergens eene geschikte plaats vond om te ankeren, zoo besloot hij +verder te zeilen, en vond nu achtereenvolgens de eilanden, die hij den +naam gaf van »Marie Galante« en »Guadaloupe«. Dezen laatsten naam gaf +Columbus aan dit schoone eiland, omdat hij den Abt van het klooster +Onze Lieve Vrouwe van Guadaloupe in Estramadura beloofd had, een nieuw +ontdekt deel der Indiën naar zijn klooster te noemen. + +Toen men in de nabijheid van dit eiland eene goede reede gevonden had, +liet men het anker vallen en begaf een deel der schepelingen zich aan +wal, om het eiland nader te verkennen. Zoodra de Spanjaarden in booten +den wal naderden, hadden de bewoners met zooveel overhaasting de +vlucht genomen, dat ze zelfs eenige kinderen achterlieten. Het volk, +aan den wal gekomen, deed den kinderen geen leed, integendeel, men gaf +hun allerlei snuisterijen, vooral belletjes, waarop de Indianen verzot +waren. Men hoopte door deze kleine geschenken de Ouders te winnen, +doch dit mislukte. De Spanjaarden zagen evenwel, dat de bewoners van +dit eiland beschaafder moesten zijn dan die van de eilanden, welke +Columbus op zijne vorige reis gevonden had. De bouworde der woningen +was veel doelmatiger, en ook de inrichting van binnen bood meer +gemakken aan. Tot hunne verbazing vonden ze in eene dezer woningen +een' achteroploop of hekbalk van een schip van Europeesche makelij. +Hoe dit hier gekomen was, scheen velen een raadsel, doch Columbus +vermoedde, dat het afkomstig was van de »Santa-Maria«, die hij, zooals +we weten, op de eerste reis door schipbreuk verloren had. Zeer wel +mogelijk kan het ook zijn, dat een Portugeesch schip, door storm +afgedwaald, hier in de nabijheid van dit eiland vergaan was, en die +mogelijkheid wordt er grooter op, als we weten, dat de Spanjaarden in +een der huizen ook een' ijzeren pot vonden. Intusschen bleek uit +alles, dat de bewoners dezer eilanden menscheneters waren, want +behalve dat men in de woningen vele bekkeneelen vond, ontdekte men op +tal van plaatsen ook deelen van menschelijke geraamten. Dat de +Caraïben menscheneters waren, valt niet tegen te spreken, maar of ze +het wel in die mate waren, als ze door de Spanjaarden, zelfs van veel +lateren tijd, afgeschilderd werden, mag betwijfeld worden. Vele +oorspronkelijke bewoners van Amerika hadden de gewoonte om het +stoffelijk overschot van bloedverwanten en vrienden in hunne +onmiddellijke nabijheid te bewaren. Dit kan ook de gewoonte der +Caraïben geweest zijn. De Spanjaarden hadden echter geene moediger +tegenstanders dan juist deze Caraïben, en--van zijn' vijand vertelt +men immers zelden wat anders dan kwaad? + +Vruchtbaar was Guadaloupe in hooge mate, doch dat, wat de meesten naar +de Indiën gedreven had, was er niet. Men vond geen goud. Columbus vond +dat niet zoo heel erg; want goud zouden ze in overvloed vinden, als ze +bij het fort La Navidad aangekomen waren. De achtergelaten Kolonisten +zouden gedurende den tijd zijner afwezigheid van de goedige en +hartelijke inboorlingen, op de gemakkelijkste wijze, groote schatten +verzameld hebben. Dat La Navidad trok hem zóó machtig aan, dat hij er +niet aan dacht om, nu hij de Caraïbische Eilanden gevonden had, ook +dat groote vasteland op te zoeken, dat volgens de mededeelingen van +Guacanagari en zijne vrienden in het Zuiden lag. Niet te verwonderen +is het dus, dat hij zoo spoedig mogelijk het fort wilde opzoeken, en +zeer ontstemd was, toen hij tegen zijn' zin bij Guadaloupe eenige +dagen opgehouden werd. Diego Marque, een Kapitein van eene karveel, +was met acht man aan wal gegaan en niet teruggekomen. Stellig was hij +in de dichte bosschen van het eiland verdwaald, en hem met de zijnen +achterlaten, dat kon niet. Na een paar dagen te vergeefs gewacht te +hebben, bood Alonzo De Hojeda zich aan om met veertig man de vermisten +op te sporen. Columbus nam dat aanbod aan, en onder de schepelingen +behoefde men niet lang te zoeken naar veertig man, die onder De Hojeda +het eiland wilden doorkruisen. Alonzo De Hojeda was de moedigste, +krachtigste, dapperste en onverschrokkenste avonturier van geheel +Spanje. De daden van dezen Ridder, die, als knaap, in den oorlog tegen +de Mooren reeds de sterkste proeven van zijne vermetele dapperheid +gegeven had, grenzen bijna aan het ongeloofelijke. Vol moed begaven de +dapperen zich op weg, doch keerden ze terug met allerlei berichten +over de schoonheid en vruchtbaarheid van dat eiland, de vermisten +brachten ze niet mede. Nu besloot men de mannen aan hun lot over te +laten en de ankers te lichten, doch juist terwijl men hiermede bezig +was, verschenen de verlorenen op het strand, en in een' deerlijken +toestand, het gevolg van al de ellende, die ze geleden hadden, keerden +ze op de vloot terug. Voor de overtreding der krijgstucht waren ze +door al de ellende, waaraan ze dagen lang overgegeven waren geweest, +stellig genoeg gestraft, maar ze hadden Columbus door het veroorzaakte +oponthoud verbitterd, en daarom werd Kapitein Diego Marque in arrest +gesteld, en de acht mannen, die hem vergezeld hadden, werden gestraft +door het inkorten van hun rantsoen. + +Thans echter werd niet langer vertoefd, en vol moed nu spoedig de +Kolonie te bereiken, richtte men den steven noordwaarts. Talrijke +eilanden werden nog op die vaart ontdekt, en ieder kreeg een' naam. +Bij een van die eilanden, door de inboorlingen »Ayay« genoemd, +geraakten eenige matrozen in een bloedig gevecht met zes Caraïben, +vier mannen en twee vrouwen. Zelfs toen hunne kano door de boot der +Spanjaarden overzeild was, zett'en de mannen zoowel als de vrouwen den +strijd nog voort, en niet dan met groote moeite werden er vijf +gevangengenomen. Een der Caraïben was gesneuveld. In dit gevecht +maakten de Spanjaarden ook kennis met de vergiftigde pijlen der +inboorlingen, want een matroos, die er door gekwetst was geworden, +stierf korten tijd daarna onder de vreeselijkste pijnen. Vele eilanden +latende liggen, zette Columbus de reis voort en kwam eindelijk bij een +groot en schoon eiland, dat door de gevangenen »Boriquen« genoemd +werd, doch dat van den Admiraal den naam ontving naar Johannes den +Dooper: »San Juan Baptista«, bij welken naam later nog gevoegd werd +»de Puerto Rico«, dat zeggen wil: »Van de Rijke Haven«. Tegenwoordig +kent men het alleen onder den naam van Portorico. Op den tocht van +Deseada tot hier had men op enkele eilanden eenige vrouwen aanboord +gekregen, die de vlucht naar de schepen genomen hadden. Door de +Caraïben gevangengenomen, ontkwamen ze zóó het treurige lot, dat haar +wachtte. De meeste vrouwen waren van dit eiland afkomstig, en van haar +vernam Columbus, dat het niet alleen schoon en vruchtbaar, maar ook +rijk en machtig was, en dat het door één' Kazike bestuurd werd. Eene +goede ankerplaats gevonden hebbende, ging men er aanwal, en kwam heel +spoedig bij een dorp, dat er buitengewoon net en welvarend uitzag. Het +was blijkbaar de verblijfplaats van een Opperhoofd, misschien wel van +den Kazike. Niemand echter kon hun inlichtingen geven, want bij hunne +nadering waren de bewoners naar het binnenland gevlucht, en de +vrouwen, die aanboord waren, schenen niet te weten welk volk er +woonde. Slechts twee dagen vertoefde Columbus daar, en na eenigen +levensvoorraad ingenomen te hebben, werd de tocht weer voortgezet. Den +tweeëntwintigsten November zag men de kusten van een groot eiland, en +weldra bleek het, dat het Hispaniola was. De grootste vreugde +heerschte op de vloot, want dat was immers het eiland, dat men als zoo +schoon, en zoo rijk, zoo groot en zoo machtig had afgeschilderd? Hier +zouden nu mannen als De Hojeda hunne begeerte naar krijgsroem en +avonturen kunnen bevredigen. Hier weer zouden ze, als in den strijd +tegen de Mooren, zich door heldendaden onderscheiden! Hier zouden ze +het echte leven eens Ridders kunnen leiden! Voor mannen, die gekomen +waren om hunne verwarde financiën te herstellen, of eenvoudig, om van +doodarm, schatrijk te worden, zonder er veel voor te doen, was het in +het gezicht komen van het eiland niet minder eene bron van vreugde. In +hunne verbeelding zagen ze reeds het blinkende goud bij stapels voor +zich, en bouwden ze reeds in hunne gedachten kasteelen in Spanje. + +Voor hen, die vol vromen ijver medegegaan waren om het Evangelie onder +de Heidenen te brengen, was de nadering van het eiland eene bron van +het hoogste genot. Hier zouden zij kerken bouwen, trotsch als de +Kathedraal van Sevilla! Hier zouden ze, aangehoord door gedoopte +Christenen, de gewijde gezangen laten weerklinken, en duizenden, +duizenden door het geloof in de Leer des Kruises tot God brengen. + +Wat al verschillende redenen tot blijdschap! + +En samen hadden ze nog dezelfde reden. Ze zouden weer voet aan land +kunnen zetten, niet in een onbekend land, waar verbleekte bekkeneelen +en doodsbeenderen van afschuwelijke gewoonten vertelden, maar in een +land, bewoond door landgenooten en eene bevriende bevolking. + +Geene verwachting kon ooit stouter, geene verbeelding ooit sterker, +geene hoop ooit grooter zijn dan hier het geval was. + +En--alles, alles viel zóó tegen, dat ons Nederlandsch: »kasteelen in +de lucht bouwen«, mogelijk dààrom wel in het Fransch luidt: »Bâtir des +Chateaux en Espagne.« + +Zacht voor den wind langs de kust voortzeilende, zond Columbus eene +sloep naar den wal om den matroos, die ten gevolge van de wonde, door +den vergiftigden pijl aangebracht, overleden was, te laten begraven. +Door de inboorlingen werden ze in deze plechtigheid niet bemoeielijkt +en zelfs kwamen eenigen hunner op de vloot, om, uit naam van den +naburigen Kazike, Columbus uit te noodigen aan den wal te komen, daar +er veel goud was. Zij wisten dus, wat zoo velen herwaarts dreef, en +dat het woord »goud« op hen eene tooverachtige uitwerking had. +Columbus gaf aan die uitnoodiging geen gehoor, en stevende verder. +Drie dagen later werd in eene geschikte baai geankerd, doch toen het +volk aan den wal ging, vond het daar de geraamten van een' man en een' +jongen. De man had een koord om den hals, en de armen waren geboeid. +Men twijfelde eraan of het geene Spanjaarden waren, doch zekerheid had +men er niet voor. Den volgenden dag evenwel vond men weer twee lijken, +en nu zag men aan den knevelbaard van het eene lijk, dat men hier de +overblijfselen van Spanjaarden voor zich had. + +Treurige vermoedens rezen op. Wat kon er gebeurd zijn? + +»Naar La Navidad! Dan weten we het! Dan zal men ons daar mededeelen, +wat er met enkele Kolonisten geschied is.« + +Zoo dacht men, en vol belangstellende nieuwsgierigheid kwam men den +zevenentwintigsten November, toen de nacht al ingevallen was, voor La +Navidad ten anker. Te laat om nu nog aan den wal te gaan, liet +Columbus door twee kanonschoten aan de Kolonisten bericht geven. + +Met koortsachtig ongeduld hoopte men van het fort nu antwoord te +ontvangen, en iedereen op de vloot luisterde naar het schot, dat van +den wal moest komen. + +Stil bleef het echter, stil als de tropische nacht, die hen omringde, +en die zelfs de klotsende golfjes inslaap scheen gewiegd te hebben. + +Geen enkel seinlicht werd van het fort gegeven. + +Niet één op de heele vloot, die niet in angstige spanning verkeerde; +niet één, die gerust ter kooi ging. Men waakte op bijna alle schepen. +Wanneer het gemoed zoo gejaagd is, slaapt men niet. + +Eindelijk, stil, daar ziet men wat naderen! + +Het is eene kano met inboorlingen bemand, en een dezer vraagt naar den +Admiraal, en als men hun de »Marie Galante« heeft aangewezen, +verdwijnt de kano in de duisternis om het Admiraalsschip te bereiken. + +Columbus staat op het dek, en laat door den eenigen tolk, dien hij nog +aanboord heeft, vragen wat het doel hunner komst is. + +»Wij willen den Admiraal spreken,« luidt het antwoord, en als Columbus +zegt, dat hijzelf de Admiraal is, gelooven ze hem niet, vóór de +bemanning toortsen ontsteekt om zijn gelaat te verlichten. + +Thans herkennen ze hem, en deelen ze mede welke de redenen van hunne +komst zijn. De tolk verstaat hen slechts gebrekkig, doch Columbus komt +toch te weten, dat van La Navidad niets meer over, en dat er van de +Spanjaarden niet één meer in leven is. Ziekten hadden enkelen ten +grave gesleept; in onderlinge twisten waren velen gestorven, en ten +slotte had de machtige Kazike Caonabo de zwakke sterkte met de gedunde +bezetting overvallen, en gedood, wie van de Kolonisten, na ziekten en +twist, nog in het leven gebleven waren. Maar trouw was de Kazike +Guacanagari den Spanjaarden gebleven tot het einde, en zelfs was hij +in den strijd tegen Caonabo zoo gewond geworden, dat hij onmogelijk +komen kon om zijn' vriend, den Admiraal, welkom te heeten en alles te +vertellen. + +Treuriger tijding hadden de Spanjaarden wel niet kunnen ontvangen, en +slechts één lichtpunt was er in dit alles voor Columbus, dat de +inboorlingen en de Kazike, waarmede hij vriendschap gesloten had, hem +niet ontrouw geworden waren, of aan laag verraad zich hadden schuldig +gemaakt. + +Had hij niet in het reis-journaal van den eersten tocht, hetwelk voor +de Monarchen bestemd was, geschreven: »Deze lieden zijn zoo +liefderijk, zoo handelbaar en zoo vreedzaam, dat ik voor Uwe +Majesteiten zweer, dat er geene betere menschen op de wereld zijn, en +geen beter land is. Zij beminnen hunne evenmenschen als zichzelven.«? + +Hoewel Columbus van grootspraak en oppervlakkigheid in dat journaal +niet vrij te pleiten is, had hij deze woorden toch naar waarheid en +stellig met zijn heele hart geschreven. + +Wat de Afgezant van Guacanagari mededeelde, bevestigde hem in zijn +geloof aan de oprechte trouw van den Kazike en de zijnen. La Navidad +mocht dan verwoest, de Kolonisten mochten gedood zijn, niet alles was +verloren, en veel kon nog goed gemaakt worden. + +Des morgens vroeg liet Columbus zich aan den wal brengen, waar hij van +de waarheid der mededeeling dadelijk overtuigd werd, doch hoe alles in +zijn werk gegaan was, vernam hij natuurlijk niet. Eerst later, als hij +Guacanagari,--die denkelijk zich maar hield, alsof hij gewond was, om +bij Columbus niet in verdenking te komen,--zelf gesproken had, zou hij +weten, dat de achtendertig mannen, die hij onder bevel van Don Arada +achtergelaten had, al heel spoedig na het vertrek van den Admiraal +toonden, dat men het ongebonden leven, hetwelk men in Spanje geleid +had, wilde voortzetten. Dat kon gemakkelijk immers? Guacanagari en +zijne onderdanen waren toch de goedheid zelven? Ja, dat waren ze, +zoolang de Spanjaarden zich gedroegen als »hoogere wezens«, waarvoor +de eenvoudige inboorlingen hen aanvankelijk hielden. Maar toen ze door +hun laaghartig gedrag, hun ongestoord toegeven aan dierlijke driften +en hunne onverzadelijke begeerte naar goud toonden, dat ze in deugden +verre beneden de Indianen stonden, verloren ze den stralenkrans der +heiligheid en verhevenheid, die bij de onnoozele bewoners tot eerbied +en ontzag gedwongen had, en vonden ze in iederen Indiaan een' vijand, +die hen slechts onderdanig bleef, omdat hij wel wist, dat ze door +hunne geweldige oorlogswapenen de overmacht hadden. Anders dacht +Caonabo, de fiere en dappere Kazike van Cibao, er over. Hij liet de +Spanjaarden, die in driesten overmoed rondzwierven, den een na den +ander overvallen en worgen, en toen ziekten de gedunde gelederen der +bezetting teisterden, en Don Arada, òf reeds gesneuveld, òf ziek was, +en dus geene macht meer kon uitoefenen, liet hij La Navidad +overrompelen, uitmoorden en vernielen. + +Zóó treurig was het uiteinde van de eerste Kolonie in de Nieuwe +Wereld. + +Allerminst mocht men Columbus hiervan een verwijt maken. Men kon geene +vijgen van distelen lezen, en iedereen, die nadacht, zou tot de +overtuiging komen, dat alleen het lage, zedelijke gehalte van het +volk, waarvan hij zich had moeten bedienen, de oorzaak van alles was. +Toch besefte Columbus al te goed dat die ongelukkige afloop van zijne +eerste onderneming koren op den molen zijner tegenstanders was, en dat +zij er wel wapenen uit zouden weten te smeden, om hem bij de Monarchen +in gunst te doen dalen. Maar, klagen hielp niet; hij moest handelen. +Hij moest, wilde hij niet in ongenade vallen en daardoor het heele +doel van zijn leven voor goed verliezen, zich met kracht boven de +slagen van het noodlot verheffen. Hij deed dit, maar, niet altijd +waren de middelen om zijn gezag staande te houden, en zich in zijne +hooge betrekking te handhaven, edel te noemen. + +Zijn eerste werk was nu aan den wal te gaan om zijn' trouwen vriend en +bondgenoot Guacanagari een bezoek te brengen. Deze lag, door zijne +vrouwen omringd, in een hangbed, en was op het gezicht van den +Admiraal zeer bedroefd. Hij betuigde alles gedaan te hebben, wat in +zijn vermogen was, om den noodlottigen afloop te keeren, en om te +bewijzen hoe genegen hij den Admiraal was, liet hij hem mooie steenen, +eene gouden kroon en eenige kalebassen vol stofgoud geven. Een der +Spanjaarden, die Arts was, drong er nu op aan om de wonde van het +been, dat geheel omwikkeld was, te onderzoeken, doch toen men de +windselen losgemaakt had en geene enkele wonde vond, vertelde de +Kazike, dat hij niet gewond was geworden, maar dat men een' steen +tegen zijn been gesmeten had. Toen hij de plek waar de steen hem trof, +had aangewezen, en de Arts dat plekje, waar ook niets te zien was, +aanraakte, schreeuwde hij het uit van pijn. + +Pater Boyle, een der aanwezige Spanjaarden, beschouwde de heele +handelwijze van den Kazike, en denkelijk niet ten onrechte, als +komedie-spel, en stelde Columbus voor, op Guacanagari en al de +inboorlingen eene bloedige wraak te nemen. Columbus echter wilde in +Guacanagari's gedrag geen komedie-spel zien en bleef hem zijn +vertrouwen schenken. Dit zette bij Pater Boyle en de meeste +Spanjaarden kwaad bloed. Als vreemdeling was hij met de gevallenen +niet verbroederd; hun treurig uiteinde liet hem koud; hij was geen +man, die wat gevoelde voor Castiliaansche eer! En--toch waren ze +verplicht hem, den vreemdeling, den »Liguriër«, te gehoorzamen! Ja, +men zou hem gehoorzamen, zoo lang ongehoorzaamheid gevaarlijk was, +langer niet. + +Merkwaardig genoeg vergezelde Guacanagari Columbus nog denzelfden dag +naar de vloot, zonder, naar het scheen, eenig ongemak van zijn been te +hebben. Een' grooten indruk van de Spaansche macht gaven hem de +gevangen Caraïben, want een volk, dat deze gevreesde vijanden durfde +wederstaan en kon overwinnen, was machtiger dan iemand anders. En dan +die paarden daar aanboord der schepen! Nog nimmer had hij zulke groote +dieren gezien! Toch waren ze onderworpen aan die Blanken! Hoe groot +moest niet hunne macht zijn! Maar trots dat alles, de Kazike had te +veel van de Kolonisten gezien, om nog te gelooven, dat de Blanken +bovenaardsche wezens waren, en mocht hij vroeger ook al getoond +hebben, dat hij den Christelijken godsdienst niet ongenegen was, nu +dacht hij er anders over, en niet zonder tegenstand geboden te hebben, +liet hij zich door Columbus een Heiligen-beeldje om den hals hangen. +Die handelwijze van den Kazike verbitterde allen, die gekomen waren om +de leer des Evangelies te prediken, en niet het minst Pater Boyle. + +Gaarne had Columbus den Kazike dien nacht aanboord willen houden, doch +dit gelukte hem niet, hoewel het Opperhoofd buitengewoon aangetrokken +werd door de schoonheid van Catalina, eene der vrouwen, die op de +Caraïbische Eilanden bescherming op de vloot gezocht en ook gevonden +hadden, doch die geheel als gevangenen beschouwd en behandeld werden. + +Toen de Kazike het Admiraalsschip verlaten had, bleven de Spanjaarden +in een soort van besluiteloosheid ook aanboord, en toen ze den +volgenden morgen aanwal gingen, bemerkten ze onder de inboorlingen, +die zich vertoonden, volstrekt niets van de hartelijkheid, die +Columbus zoo hoog geprezen had. Er was blijkbaar te veel gebeurd, dat +den eenvoudigen Indianen vrees voor de Spanjaarden inboezemde. Tegen +den avond kwam de broeder van Guacanagari weer aanboord bij Columbus +en onderhield zich geruimen tijd met Catalina en hare medegevangenen. +Hij verliet op de gewone wijze het schip en des nachts wisten de +vrouwen overboord te springen en zwemmende den wal te bereiken. Toen +Columbus den volgenden dag bij Guacanagari de vluchtelingen wilde +laten opeischen, vond men den Kazike nergens. Hij was, althans voor +het oogenblik, den Spanjaarden ontweken, en velen, die met Columbus +hem aanvankelijk voor onschuldig hielden aan de gepleegde gruwelen, +begonnen hem nu ook te verdenken. Guacanagari, wiens gedrag tegenover +de eerste Kolonisten nimmer opgehelderd is, kan aan den moord +onschuldig geweest zijn, doch niet tegen te spreken valt het, dat hij +handelde, alsof zijn geweten niet zuiver was, en eenigszins te +bevreemden was het, dat Columbus, trots dit alles, geen oogenblik het +volste vertrouwen in hem verloor. + +Dit vertrouwen belette evenwel niet, dat de Admiraal besloot om eene +nieuwe sterkte niet op de plaats van het verwoeste La Navidad te +bouwen. Niet al de Kolonisten toch waren vermoord, maar velen waren +gestorven aan ziekten, die aan deze streek eigen bleken te zijn, +vooral ook, omdat ze vrij laag en moerassig was. Er werd dus eene +betere gelegenheid gezocht, en deze vond hij oostelijk van de oude +nederzetting aan eene ruime baai, die eene vrij hoog gelegen +landstreek bespoelde, welke bovendien in de nabijheid lag van Cibao, +welk binnenland hem reeds op de eerste reis aangewezen was, als het +land, waar veel goud te vinden was. + +Zoodra Columbus nu besloten was, hier eene stad te bouwen, liet hij de +schepen lossen en met het medegebrachte werkvolk begon hij den arbeid. +Het werk vorderde bijzonder goed, maar--het klimaat bleek voor zwaren +arbeid niet geschikt, en elken dag kwamen er onder het werkvolk nieuwe +zieken. Columbus zelf werd door overspanning ook ziekelijk, en toen +hij, om de stad klaar te krijgen, bijna iedereen bevel gaf om te +arbeiden, ondervond hij van alle kanten zooveel tegenwerking en +ontevredenheid, dat hij er zwaarmoedig onder werd. Die tegenstand en +ontevredenheid waren te verwachten geweest. Van het oogenblik af, dat +de twee kanonschoten door La Navidad niet beantwoord werden, was de +teleurstelling gekomen, en niets werkt de ontevredenheid en het verzet +meer in de hand dan juist teleurstelling. + +En nu moeten gaan werken! In Spanje had geen enkele Ridder ooit het +werk van een' ambachtsman, of den arbeid van een' werkman verricht. +Een Ridder was een man van het zwaard, niet een man van het +gereedschap. Het laatste was voor een' Ridder eene vernedering. + +Om schop en spade te hanteeren, daarvoor was de berooide koopman, die +zich even goed een' Hidalgo gevoelde als de voornaamste Edelman, niet +over zee gegaan. Hij was er heen getrokken om goud te verzamelen en +hiermede zijne verwarde geldmiddelen te herstellen. + +Om te arbeiden, als een daggelder, was ook de Geestelijke niet naar +die onbekende streken getogen. Hij was gekomen om het Kruis onder de +Heidenen te prediken. Het was er verre af dat men dit doen kon. + +Maar, voorloopig zweeg Ridder, Koopman, Geestelijke. Er werd gearbeid, +doch onder voortdurend mokken, en niemand deed iets meer dan hij +moest. Eindelijk was de stad, door Columbus naar zijne Beschermster +»Isabella« genoemd, zoo goed als voltooid. Er was niet alleen eene +kerk, maar ook een paleis voor den Onderkoning en er waren magazijnen +voor levensmiddelen, kleederen en oorlogsbehoeften. Vooral met het oog +op de levensmiddelen, die niet door de inboorlingen aangebracht +werden, diende men ook den vruchtbaren grond te bebouwen. De +inboorlingen zelven leefden buitengewoon matig, en maakten zeer weinig +werk van den landbouw. Dit voorbeeld schenen ook de Spanjaarden te +willen volgen, althans er werd aan het zaaien niet veel gedaan, en, +eerlijk gezegd, daarvoor stonden hunne handen geheel verkeerd. Men had +er, bij het uitzenden der vloot, niet aan gedacht om boerenarbeiders +te laten medetrekken. Dat was immers ook niet noodig, want de bodem +was ongekend vruchtbaar en de inboorlingen waren de vriendelijkheid en +behulpzaamheid in persoon? De treurige gevolgen van die zorgeloosheid +bij het uitrusten der vloot en de volslagen lusteloosheid, die thans +onder de nieuwe Kolonisten, die door koortsen en ziekten verzwakt +waren, heerschte, zouden niet achterblijven. + +Intusschen werd het ook meer dan tijd dat de schepen, die hunne lading +gelost hadden, voor een deel terugkeerden naar Spanje. Die schepen, +dat begreep ieder, en niet het minst Columbus, werden in de Spaansche +havens terug verwacht met een ongeduld, dat evenredig was aan de +geestdrift, waarmede zij uitgezonden waren. Columbus zelf had in die +blijde verwachting gedeeld. Te La Navidad de Kolonisten vroolijk +begroeten, de schepen lossen en terstond weer bevrachten met den +onnoemlijk grooten voorraad van goud en zeldzaamheden, door diezelfde +Kolonisten verzameld, dit was zijn plan. De rijkdommen en +heerlijkheden der ontdekte landen zouden in Spanje iedereen uit het +vol geladen scheepsruim tegenblinken. + +Hoe deerlijk was hij teleurgesteld! Hij, o, dat gaf niets! Hij bleef +den moed behouden; hij wist, dat hij de rijke Indiën ontdekt had; hij +was onwankelbaar in zijne hoop, ongeschokt in zijn vertrouwen. Maar +hij was Koning Ferdinand niet, en nog minder een De Fonseca, De Soria +of een ander zijner bittere tegenstanders. O, hij voorzag, wat er +gebeuren zou, als men daar in Spanje in het scheepsruim der +teruggekeerde vaartuigen blikte, en teleurstelling en ontevredenheid, +niets anders dan deze, uit de ledige diepte den bezoeker bijna +toeschreeuwden: »Bedrogen door den Genuees, juist zooals we voorspeld +hadden!« En wat dan de gevolgen zouden zijn, ook dát begreep hij +levendig. Er moest dus wat gedaan worden eer de schepen vertrokken. Op +goud en zilver hoopte men in Spanje, en brachten de schepen dat ook al +niet terstond aan, ieder der mannen, die de reis gedaan had, moest +toch volmondig erkennen kunnen: »Er is goud, overvloed van goud in dat +nieuw ontdekte land!« + +Om hiervan de zekerheid te hebben, besloot hij eene afdeeling +krijgsvolk op expeditie uit te zenden, en niemand vond hij beter +geschikt om aan het hoofd daarvan te staan dan De Hojeda. Deze nam dat +voorstel gaarne aan en begaf zich met een veertigtal stoutmoedige +mannen, waaronder eenige ruiters waren, op weg. Die ruiters vooral +maakten onder de eenvoudige bevolking, die nimmer zulke groote +viervoetige dieren als de paarden, gezien had, een' buitengewonen +indruk. Zij hield ruiter en paard voor één wezen. Misschien maakte de +vrees de inboorlingen vriendelijk, want overal waar De Hojeda met de +zijnen kwam, werden ze gastvrij ontvangen. Had men gedacht om op dien +tocht groote steden te vinden met paleizen, die gouden wanden en daken +hadden, dan was men opnieuw teleurgesteld, want men vond niets dan +eenvoudige hutten en inwoners, die naakt liepen en van eenige +beschaving geen begrip schenen te hebben. Toch trokken onze +avonturiers zich dat niet aan, want inplaats van bewerkt goud, zagen +ze, dat het zand der bergstroomen schitterde van de vele goudkorrels, +die het bevatte. De Indianen, ziende dat de vreemdelingen dit stofgoud +zoo gaarne hadden, verzamelden een' aanzienlijken voorraad en schonken +dat den Spanjaarden. Er waren zelfs plaatsen, waar men maar te bukken +had om een' klomp gouderts op te rapen. De gevolgtrekking lag voor de +hand: de bodem bevatte groote schatten, die nog onaangeroerd lagen, +want van het mijnwezen en de kunst om uit erts goud te halen, hadden +de Indianen geen begrip. Zij verzamelden slechts stofgoud en hadden +hieraan voor hunne geringe behoeften ook meer dan genoeg. Verheugd, +den Admiraal zulk eene goede tijding te kunnen mededeelen, keerde De +Hojeda met zijne manschappen naar »Isabella« terug, en pas had hij den +Admiraal verslag van zijne ontdekking gedaan, of Corvalan, een Ridder, +die met eenige mannen van een' anderen kant het landschap Cibao binnen +gedrongen was, keerde terug en vertelde hetzelfde. + +Dit was ten slotte nog eene ongedachte uitkomst, en daar de tijd van +het jaar juist geschikt was om uit te zeilen, zoo liet Columbus twaalf +schepen naar Spanje vertrekken en gaf zooveel goud en zeldzaamheden +mede, als er op het oogenblik voorhanden waren. Zelfs de gevangen +genomen Caraïben zond hij mede. De Bevelhebber der vloot was Don +Antonio De Torres, en deze kreeg voor de Monarchen een' brief mede, +welke van het begin tot het einde, doch in vrij bloemrijken stijl, den +waren toestand schetste. Hij drong er op aan, dat men hem zoo spoedig +mogelijk werkvolk sturen zou, dat geschikt was om de rijke mijnen van +Cibao te ontginnen. Paarden en werktuigen waren ook daarbij onmisbaar. +Zond men hem bovendien nog eenige Ingenieurs, dan stond hij er voor +in, dat hij weldra schepen vol goud naar Spanje kon bevrachten. Vooral +echter vroeg hij ook om levensmiddelen, daar de Kolonisten, gewoon aan +krachtig voedsel, door de voortbrengselen van Hispaniola niet +voldoende gevoed konden worden. Eer men van de overgevoerde granen en +andere zaden oogsten kon, duurde nog te lang. Verder drong hij er op +aan om hem veel vee toe te zenden, en zoo men er tegen opzag om al die +uitgaven te maken vóór er goud was, dan zou hij zorgen, dat er een +groot aantal Caraïben gevangen en, als slaven, naar Spanje gezonden +werden. Deze laatste raad mishaagde Koningin Isabella, die bij het +vertrek van Columbus er ten sterkste op aangedrongen had, dat men de +inboorlingen op de liefderijkste en vriendelijkste wijze moest +behandelen en in de Christelijke leer onderwijzen. Elke Spanjaard, die +het waagde een' dezer menschen leed te doen of te benadeelen, moest +door Columbus streng gestraft worden. Dit bevel had hem sterk gemaakt +tegenover Pater Boyle en alle anderen, die van meening waren, dat de +dood der eerste Kolonisten voorbeeldig gewroken moest worden. De +bijvoeging van Columbus, dat die Caraïbische slaven tot heil hunner +ziel in Spanje tot Christenen konden bekeerd worden, redde zijn +voorstel niet, want hij kreeg er op ten antwoord, dat men over dit +voorstel nog eens moest nadenken, en Koningin Isabella schreef hem +zelfs, dat hij de bekeering der heidenen ter harte moest nemen, en wel +terstond in het land, waar hij ze vond. Verstond hij de taal dier +menschen niet, in Spanje verstond men deze immers evenmin? + +Met over het antwoord te reppen, hetwelk Columbus op zijn' brief +ontving, loopen we de geschiedenis wel wat vooruit, maar het was +noodig om er hier over te spreken, omdat er uit blijkt, dat Columbus +zelf nu en dan maatregelen nam, welke niet te verdedigen waren, zelfs +niet in een' tijd toen men over den slavenhandel heel anders dacht dan +tegenwoordig. + +De Kolonisten hadden met droefheid of ergernis de twaalf schepen zien +vertrekken. Wat zou hun lot worden? Velen hunner waren ziek, en zij, +die ziek geweest waren, konden niet op krachten komen. De Admiraal +zelf was ook dikwijls bedlegerig en ging onder de omstandigheden +gedrukt. De levensvoorraad minderde met den dag en van de zijde der +inboorlingen kwam geene toenadering. Zoo nam de ontevredenheid hand +over hand toe, en ten laatste werd er, onder aanvoering van Don Bernal +Diaz De Pisa, eene samenzwering gesmeed, welke ten doel had, zich van +de vijf andere schepen meester te maken, naar Spanje terug te keeren, +en Columbus, als een bedrieger, in staat van beschuldiging te stellen. +Vóór de samenzwering tot eene uitvoering kwam, werd ze ontdekt, en in +een der schepen vond men nu een schotschrift tegen Columbus, zóó vol +laster en leugen, dat men moeite had te gelooven, dat het door een' +der Kolonisten kon opgesteld zijn. En toch was dit wel degelijk het +geval. Don Bernal Diaz De Pisa, die aan het Hof van den Onderkoning +met het bestuur der geldmiddelen belast was, had het geschreven en +gebruik gemaakt van de leugens, die zekere Fermin Cado geliefde op te +disschen. Deze laatste was als essayeur medegegaan, doch zeer +onbekwaam in zijn vak. Hij zeide, dat er slechts zeer weinig goud op +Hispaniola was en dat de inwoners het weinige, dat er was, sinds +eeuwen wellicht, verzameld en telkens gesmolten hadden, om op die +wijze klompen van eenige grootte te verkrijgen. + +Nu zulk eene gevaarlijke samenzwering ontdekt was, diende Columbus als +rechter op te treden. Hij deed dat ook, doch inplaats van streng te +straffen, vergenoegde hij zich met de twee hoofdaanleggers eenvoudig +gevangen te laten zetten, en om te voorkomen, dat men niet andermaal +eene dergelijke samenzwering smeedde en ten uitvoer bracht, liet hij +al den krijgsvoorraad en wapenen, benevens de zeevaartkundige +instrumenten van de vijf schepen op één schip overbrengen. Dit eene +schip werd bemand met personen, die volkomen te vertrouwen waren. De +straf was zacht, te zacht zelfs, want velen dachten nu dat Columbus, +aangeklaagd door zijn geweten, niet strenger straffen durfde, en dat +zelfs die zachte straf onrechtvaardig was. + +Na de samenzwering verijdeld en de twee belhamels gevangen gezet te +hebben, besloot Columbus om, nu hij weer van zijne ziekte hersteld +was, zelf Cibao te gaan bezoeken. Hij stelde zijn' broeder Diego tot +zijn' plaatsvervanger in het bevel over de stad aan en vertrok aan het +hoofd van eene schitterende krijgsmacht van vierhonderd man het gebied +van Caonabo binnen. Die tocht was wel geschikt om den terneergeslagen +moed op te beuren. Men stond verstomd bij het aanschouwen van de +wondervolle natuurpracht der heele omgeving, die een Paradijs geleek. +»Vega Real«, dat is »Koninklijke Vlakte«, zoo noemde Columbus deze +streek, en niemand was er, die wat op dien naam af te dingen had, want +Koninklijk was alles, tot zelfs het met goud getooide rivierzand, dat +de leugens van den onbekwamen Fermin Cado ten duidelijkste liet +uitkomen. Na een' tocht van twee dagen, waarop men van de zijde der +inboorlingen, na vrees, niets dan hartelijke gastvrijheid ontvangen +had, kwam het leger in eene ruwe bergstreek. De natuur verloor hier +hare Paradijsachtige schoonheid en werd steenachtig, wat geheel in +overeenstemming was met den naam Cibao, die »steen« beteekent. +Opmerkelijk mag het heeten, dat Columbus' volk telkens zoo gauw den +moed verloor, want niettegenstaande men overal in het zand der beken +en rivieren stofgoud vond, wat een bewijs was, dat in het gebergte +zich goudaderen moesten bevinden, haalden de meesten ongeloovig de +schouders op, toen Columbus bevel gaf om hier eene houten sterkte te +bouwen, teneinde de goudmijnen en het volk, dat er in werken zou, te +beschermen. Naar dat ongeloof der zijnen noemde Columbus dat fort +zelfs »San-Thomas«. Terwijl hij toezicht hield op het bouwen van het +fort, zond hij Ridder Juan De Luxan met eenige mannen uit om het land +nader te verkennen, en gedurende dien tijd kwamen de inboorlingen van +alle kanten aan om ruilhandel met hem te drijven. Al spoedig wisten +ze, dat ze voor goud alles konden krijgen, wat in hun oog eenige +waarde had, en spoedig had Columbus nu eene vrij aanzienlijke +hoeveelheid stofgoud verzameld. De inboorlingen, die voor ééne +onnoozele valkenbel soms wel stukken goud gaven, die een ons zwaar +waren, verzekerden, dat er verder in de vallei ook stukken goud ter +grootte van een' oranje-appel, ja, van een kinderhoofd gevonden +werden. Toen De Luxan van zijn' tocht terugkwam, deelde hij den +Admiraal mede, dat overal waar hij geweest was, zich, te midden eener +vruchtbare en schoone natuur, sporen van goud vertoonden. + +Thans wist Columbus genoeg, en besloot hij naar Isabella terug te +keeren, het fort San-Thomas, onder het bevel van zijn' gunsteling Don +Pedro Margarite met zesenvijftig man achterlatend. + +Was Columbus op dezen tocht tot de overtuiging gekomen, dat De Hojeda +en Corvalan hem waarheid hadden medegedeeld, hij had meteen de +inboorlingen nader leeren kennen. Hij wist nu, dat ze niet zoo goedig +en vreedzaam waren, als hij gedacht had, en dat ze ook een soort van +godsdienst hadden, en dat de dansen, die ze zoo dikwijls hielden, een +godsdienstig karakter hadden. Nu wist hij ook waarom zij zoo verzot +waren op de onnoozele valkenbellen, omdat ze op het geluid daarvan +dansen konden. Later zou hij nog meer van hun' godsdienst leeren +kennen, en zou hij het volgende weten. Zij geloofden aan een +Opperwezen, dat onsterfelijk, onzichtbaar en almachtig was, doch dat +te hoog boven hen verheven stond om het rechtstreeks aan te roepen. +Door middel van halve Goden, die ze »Zemi's« noemden, hielden ze +gemeenschap met Hem. Bijna elke natuurkracht, elk +dampkringsverschijnsel, was het werk van zulk een »Zemi«, die ze soms +in gedrochtelijke afbeelding om den hals of op het hoofd droegen. Zij +wisten ook te vertellen van een' zondvloed, die bijna de heele aarde +had overstroomd, en aan een leven na dit leven geloofden zij ook. De +zielen der zalige afgestorvenen leefden in eene heerlijke vallei aan +de westzijde van het eiland. Overdag verborgen zij zich voor de +levenden, maar in de stilte van den nacht kwamen zij zich voeden met +de vruchten der velden en der boomen, welke daarom door de levenden +ook nimmer geoogst of geplukt werden. Hunne Priesters waren +getatoeëerd of beschilderd met afbeeldingen, zoo gedrochtelijk als +maar mogelijk was, van allerlei »Zemi's«. Priester en Medicijn-man of +Geneesheer zijn, was zoo ongeveer hetzelfde. In de geneeskundige +kracht der kruiden waren ze zeer bedreven, doch bij de ingetogen en +eenvoudige leefwijze der inboorlingen waren er maar zelden zieken. +Wanneer een Kazike op het punt van sterven stond, en de Medicijn-man +verklaarde, dat de zieke niet meer herstellen kon, dan zou het voor +het stervende Opperhoofd eene oneer geweest zijn, indien men hem niet +geworgd had, dat de dood er op volgde. Stond een voornaam inboorling +op het punt van sterven, dan droeg men hem vaak naar de woning van den +Kazike, en wanneer deze dan den lijder eene hooge eer wilde bewijzen, +gaf hij vergunning hem te worgen. Andere lieden, die den dood nabij +waren, gaf men brood en water aan het hoofdeinde en verliet hen dan, +om hen in eenzaamheid te laten sterven. + +Werkzaam waren de inboorlingen geen van allen. Hunne behoeften waren +bij uitstek gering, zoodat de natuur, zonder dat zij veel werkten, hun +alles opleverde, wat ze noodig hadden. Door die weinige behoefte +leidden ze zulk een vreedzaam, kalm en gelukkig leven, dat wij er +onszelven, in onze eeuw van duizenden behoeften voor lichaam en geest, +geene voorstelling van maken kunnen. Petrus Martyr, een tijdgenoot van +Columbus, eindigde een zijner brieven over de Indianen van Haïti of +Hispaniola met de woorden: »Alles brengt er geluk en zegen aan.« +Columbus zag dat zeer goed, en daar hij inderdaad een man was, die een +goedig en liefderijk hart bezat, is het voor de inwoners eene ramp te +noemen, dat haat, naijver en laster hem daden konden doen bedrijven +waaraan zijn hart geen deel kon nemen. + +Bij zijn' terugkeer te Isabella werd hij al dadelijk uit zijne +gelukkige stemming gebracht door den geest van ontevredenheid of doffe +onverschilligheid, dien hij er vond: een gevolg van de vele ziekten, +die er heerschten. Het was echter niet alleen het vochtige en heete +klimaat, dat die ziekten te voorschijn had geroepen. Velen leidden een +zedeloos en liederlijk leven, en allen leden onder het gebrek aan +goede levensmiddelen. Zelfs het eten, dat zoo goed als bedorven was, +moest bij porties, die steeds kleiner werden, uitgedeeld worden. Meel +had men niet meer, zoodat het weinige koren, dat men nog had, bij +gebrek aan watermolens, met handmolens moest gemalen worden. De +Admiraal begon terstond alles te doen, wat in zijn vermogen was, om +den algemeenen nood te bestrijden, doch pas was hij hiermede bezig, of +er kwam eene boodschap van San-Thomas. De Bevelhebber Margarite vroeg +om versterking, daar de inboorlingen vijandelijke gezindheden aan den +dag legden. De versterking werd gezonden, doch Columbus begreep, dat +het niet veel baten zou, want de oorzaak van die vijandelijke houding +der inboorlingen, zat in het wangedrag der bezetting, welk wangedrag +waarschijnlijk grooter afmetingen zou krijgen, waar de bezetting +talrijker werd. Dreigende vijanden in het binnenland, ziekten in de +stad en eene ontevredenheid onder de zijnen, welke weldra tot verzet +oversloeg, maakten den toestand van Columbus zeer hachelijk, en wilde +hij niet, dat de heele Kolonie andermaal te gronde ging, dan was hij +genoodzaakt als straffend Rechter op te treden. Hij deed dat ook, en, +ziedaar, alweer eene nieuwe reden om den gehaten vreemdeling, den +»huichelachtigen Liguriër«, nog meer vijandig te zijn. De ongunstige +gezondheids-toestand dwong hem ook om iedereen aan den arbeid te +zetten; hij stelde niemand vrij. Ridders en Priesters, die nimmer +handenarbeid geleerd hadden, dwong hij hetzelfde en evenveel werk te +doen, als een geboren werkman. Wanneer men niet genoeg werk verricht +had, werd dit niet aan onmacht om meer te doen, maar aan onwil +toegeschreven. Door deze handelwijze kreeg het verzet bij velen +redenen van bestaan, want eenige Edelen, die aan aanzienlijke +geslachten in Spanje verwant waren, stierven ten gevolge van +uitputting, en toen men hiervan in Spanje de tijding kreeg, rees, zeer +natuurlijk, de vraag: »Mag Columbus zoo willekeurig handelen?« + +Aan dien ongelukkigen toestand moest op de eene of andere manier een +einde gemaakt worden en Columbus beraamde daartoe het volgende plan, +dat hij ook ten uitvoer bracht. Hij zelf zou met drie karveelen een' +nieuwen ontdekkingstocht gaan doen. De krijgslieden, die nog gezond +waren, zouden dan in dien tijd onder aanvoering van Don Margarite het +eiland in alle richtingen doorkruisen, en Don De Hojeda zou het bevel +over San-Thomas op zich nemen. Zijn broeder Diego zou met de zieken, +de oppassers en enkele soldaten in de stad blijven. De Geestelijken +zouden, òf het leger, òf hem vergezellen, en tendeele ook in de stad +blijven om de Kerk te bedienen. De Junta aan welks hoofd hij zijn' +broeder stelde, en die hij in Isabella achterliet, bestond uit Pater +Boyle, Pedro Fernandez Coronel, Alonso Sanchez Caravajal en Juan De +Luxan. Na dit alles geregeld te hebben, verliet hij de baai van +Isabella, doch met de drie kleinste schepen, omdat de twee andere, +waaronder het Admiraalsschip, te veel diepgang hadden voor de +onbekende wateren en kusten, die hij opzoeken wilde. Naar zijne +meening moest hij het rechte goudland vinden, waarheen de inboorlingen +hem telkens heengewezen hadden. + +Het was den vierentwintigsten April van het jaar 1494 toen Columbus +Isabella verliet om een' nieuwen ontdekkingstocht te beginnen. Zijn +doel was om het eiland Cuba te naderen, op de hoogte, waar hij het bij +zijne eerste reis verlaten had. Vandaar zou hij dan oostelijker zeilen +om zich te overtuigen, dat zijn vermoeden zekerheid was, dat Cuba geen +eiland, maar het vasteland, en derhalve een deel van Kataï was. Vijf +dagen later had hij dat punt bereikt. De inboorlingen namen bij de +nadering der schepen de vlucht, doch de tolk van Guanahani wist hen +over te halen om met de Spanjaarden vriendschap te sluiten. Langzaam +werd de tocht voortgezet, en overal waar Columbus kwam, vond hij bij +de bevolking eerst vrees, doch daarna groote vriendelijkheid en +gastvrijheid. Natuurlijk werd al weer druk naar het goudland gevraagd, +en geregeld wees men hem naar het Zuiden. Columbus verliet daarom de +kust van Cuba, zeilde zuidelijk en weldra zag men hooge bergen zich +aan den horizon verheffen. Vol hoop dat dit het goudland was, naderde +men de nieuwe kust. Werkelijk scheen men hier met een heel ander volk +te doen te hebben, want de oevers wemelden van bont opgesierde mannen, +die in geregelde slagorde naar het strand kwamen, en onder het zwaaien +met lansen en een luidklinkend krijgsgeschreeuw plaats namen in +kano's, waarvan enkele keurig versierd waren. Eenige kleine geschenken +brachten de krijgers tot bedaren, doch Columbus achtte het minder +wenschelijk hier te landen en toog verder. Toen nu evenwel bleek, dat +zijn schip lek geworden was, zocht hij eene geschikte baai op om daar +het vaartuig te laten herstellen. De inboorlingen schenen besloten te +hebben, niet te dulden, dat de Spanjaarden landden. Eene groote +menigte van hen verzamelde zich, gewapend met werplansen, bogen en +pijlen op het strand, en scheen besloten, elke landing onmogelijk te +maken. Columbus liet zich echter niet afschrikken, want hij was +gedwongen te landen, niet alleen om zijn schip te laten kalefaten, +maar ook om versch drinkwater in te nemen. Hij liet dus eenige booten +bemannen en naar den wal roeien. Een oorverdoovend krijgsgeschreeuw +der Indianen weerklonk langs den oever, doch de Spanjaarden schoten +hunne kruisbogen af, wondden verscheidene vijanden, stapten aanwal en +vielen den troep aan. Tegen de Europeesche wapenen waren de +verdedigers van hun land niet bestand, en toen men ten slotte een' +bloedhond op hen aanhitste, werd de vlucht algemeen. Het gebruiken van +deze honden had hier voor het eerst plaats, en zou later op treurige +wijze herhaald worden. Op de gewone plechtige wijze nam Columbus voor +de Spaansche Kroon bezit van het land en al zijne bewoners. Hij gaf +het den naam van »San-Jago«, en later kreeg het dien van Jamaïca. Toen +de inwoners tot de ervaring gekomen waren, dat ze te doen hadden met +lieden, die veel machtiger waren dan zij, werden ze zeer handelbaar en +voorzagen, in ruil tegen kleine voorwerpen, de schepen ruimschoots van +levensmiddelen en vruchten. Goud vond men er niet meer dan elders, en +toen men zekerheid had, dat het een eiland was, begreep Columbus, dat +dit »San-Jago« niet het goudland zijn kon en hij stak weer naar Cuba +over om daar langs de kust nog meer westelijk te zeilen. Dagen +achtereen ging het steeds verder het Westen in; de moeielijkheden om +den tocht voort te zetten namen met elk oogenblik toe. Tal van +eilanden en blinde klippen belemmerden de vaart; stormen en onweders +schenen hier onafgebroken te woeden; de levensmiddelen verminderden +sterk en een groot deel der equipage begon te lijden aan koortsen. +Verscheidene malen deed men eene landing, doch niets wees er op, dat +men eene meer beschaafde streek naderde. Het waren steeds dezelfde +menschen, dezelfde onaanzienlijke woningen, dezelfde boomen en +vruchten. Vroeg men aan de bewoners of hun land een eiland was, dan +wisten zij het niet. Zij wisten alleen, dat de kust nog veel verder +doorliep. Het moest dus het vasteland zijn, het kon niet anders, zoo +meende Columbus, die nog moed genoeg bezat om den moeielijken en +gevaarlijken tocht voort te zetten. In zijne verbeelding zag hij zich +reeds in de Roode Zee. Hij zou eene bedevaart doen naar Jeruzalem, en +als eerste omzeiler van de wereld, triomfantelijk uit het Oosten +terugkeeren in Spanje, dat hij, het Westen ingaande, verlaten had. De +wil om dien tocht te doen, was bij hem aanwezig, maar zijn volk, door +ziekte en zwaar werk afgemat, werd oproerig, en Columbus was +genoodzaakt, zijne reis te staken en terug te keeren. Eer hij hiertoe +overging, wilde hij echter door allen erkend zien, dat Cuba niets +anders was dan het vasteland van Azië. Hij liet door een' beambte een +stuk opstellen waarin dat verklaard werd, en toen Columbus dit stuk +had, las hij het aan de heele bemanning voor. Wie niet geloofde, dat +dit het vasteland van Azië was, mocht nu nog zijne bedenkingen +inbrengen. Had men het stuk eenmaal, als waarheid, bezworen, dan zou +iedere Officier, die het tegensprak, gestraft worden met het verlies +van zijn' rang, en eene boete van drie dukaten. Waagde een der +minderen den bezworen inhoud tegen te spreken, dan zou hij honderd +geeselslagen ontvangen. + +Het volk, dat nu eenmaal terug wilde, aarzelde niet om den inhoud van +dat stuk met een' eed te bekrachtigen. Ongeveer driehonderd +vijfentwintig Spaansche mijlen was men voortgezeild, zonder het einde +van de kust te bereiken, en derhalve te ervaren, dat Cuba een eiland +was. Denkelijk geloofden allen dan ook wel, dat men hier het vasteland +voor zich had, en de terugtocht werd aanvaard onder nog veel meer +tegenspoed dan men reeds gehad had. Zelfs Columbus werd ziek van +inspanning. Zijne gedachten werden beneveld; zijn geheugen scheen +verloren te gaan, en menigmaal werd hij, zelfs midden op den dag, door +den slaap overvallen. In dezen toestand kwamen hij en de zijnen, na +eene afwezigheid van honderddrieënvijftig dagen, den vierentwintigsten +September te Isabella aan. En wat hij hier vond? Iets dat den armen +kranke geheel opbeurde; hij vond er zijn' broeder Bartholomeus, dien +hij in geene dertien jaren gezien had. Deze was van zijne omzwervingen +in Engeland en Frankrijk eindelijk in Spanje gekomen, en daar had hij +vernomen, dat Christophorus de Indiën reeds ontdekt had. Hij spoedde +zich nu naar het Hof der Monarchen, in de hoop er zijn' broeder te +ontmoeten, doch deze was reeds voor de tweede reis uitgezeild. +Ferdinand en Isabella ontvingen Bartholomeus met de meeste +onderscheiding, verhieven hem in den Adelstand, ze gaven hem drie +schepen, die behoorlijk bemand en ruimschoots van levensmiddelen voor +de Kolonie voorzien waren, en lieten hem naar de Nieuwe Wereld +vertrekken. Deze Bartholomeus was een buitengewoon stoutmoedig man en +een onverschrokken zeevaarder. Hij had een fier en standvastig +karakter, een helder verstand en een' vasten wil, zoodat Columbus niet +ten onrechte verheugd was, hem hier te vinden. Zulk een man was hem +meer waard dan eene sterke afdeeling soldaten. En zulk een' man had +hij meer dan noodig, want de toestand der Kolonie was zorgwekkend. +Margarite, de man aan wien hij opgedragen had, het eiland te +onderzoeken en dien hij volkomen vertrouwd had, was een ondankbare en +ontrouwe geworden. Met zijne soldaten had hij gemoord en geplunderd, +en de heele bevolking tegen de Spanjaarden in bittere vijandschap +gebracht. Ten slotte was hij met een groot aantal ontevredenen, +waartoe ook Pater Boyle behoorde, op een der drie schepen, waarmede +Bartholomeus gekomen was, naar Spanje teruggekeerd. Wat die +ontevredenen daar bewerken zouden, was voor Columbus geen raadsel. +Inmiddels had de onverschrokken Kazike Caonabo al de Opperhoofden van +het heele eiland tot een verbond tegen de Spanjaarden weten te +bewegen, en ware De Hojeda, die Columbus trouw bleef, niet zoo +weergaloos dapper en stoutmoedig, zoo geslepen en slim geweest, +Columbus zou in Isabella mogelijk een tweede La Navidad gevonden +hebben. Te midden van dezen ongelukkigen toestand bleek het, dat de +Kazike Guacanagari trouwer was dan men waande, want hij liet Columbus +weten, dat de heele bevolking van het eiland, onder aanvoering van +Caonabo tot den ondergang der Spanjaarden besloten had. De dappere De +Hojeda stelde Columbus nu voor om dien Caonabo, die blijkbaar de ziel +der heele onderneming was, door list gevangen te nemen. Hoe? Men wist, +dat de Indianen vol bewondering luisterden naar de klokketonen van de +kerk te Isabella. Men moest nu eene zware, klinkende keten maken, en +die Caonabo, alsof het een geschenk was, om den hals hangen en hem er +dan mede boeien. Wat er verder geschieden moest, zou van de +gebeurtenissen afhangen. Het plan was meer dan gewaagd, doch De Hojeda +wilde het ten uitvoer brengen, en zoo er één was, die het kon, dan was +hij het. Columbus nam het voorstel aan; de keten werd gemaakt, en door +slechts tien mannen, even groote waaghalzen als hij, vergezeld, trok +hij Cibao binnen, verscheen voor Caonabo, kuste hem de hand en bood +hem de rammelende, klinkende keten aan. Caonabo zag in die keten niets +anders dan een »Zemi« van de Spanjaarden, en geloofde den Spanjaard +terstond, toen deze zeide, dat Caonabo eerst in de rivier een bad +moest nemen, eer hij die keten dragen kon. De lichtgeloovige Kazike +ging nu in gezelschap van De Hojeda en diens metgezellen naar de +rivier, baadde zich en liet zich de keten omhangen. Pas was dit +geschied of de Spanjaarden maakten er eene boei van, wierpen hem op +een paard en--op dollen draf ging het nu naar Isabella, waar Caonabo +in de kelders van het steenen huis des Onderkonings gevangen werd +gezet. Hoewel de inboorlingen van hun' Aanvoerder beroofd waren, +besloten ze toch de Spanjaarden aan te vallen. Te midden van al deze +bedrijven was de Admiraal geheel van zijne ziekte hersteld, doch was +het ook Mei van het jaar 1495 geworden. Columbus begreep, dat +krachtig, doortastend handelen alleen de Kolonie redden kon, en aan +het hoofd van slechts tweehonderd man voetvolk en twintig ruiters, +doch vergezeld van een aantal bloedhonden, vertrok Columbus, na zijn' +broeder Diego met eenige schepen, tendeele met goud en slaven beladen, +naar Spanje afgezonden te hebben. Tijdens zijn' krijgstocht zou Don +Bartholomeus te Isabella achterblijven om de gewone zaken der Kolonie +te besturen. + +Tot hun ongeluk hadden de Bondgenooten een openlijken strijd gekozen, +en zich gelegerd in de »Vega Real«, niet begrijpende, dat ze, hoe +talrijk ook, in het open veld niet tegen de zwaargewapende Europeanen +bestand waren. Columbus viel hen aan, en verschrikkelijk was de +nederlaag, die de arme Indianen leden. Negen maanden lang toog de +Admiraal met zijne gevreesde ruiters, wraakgierige soldaten en +verschrikkelijke bloedhonden, doodend, brandend en verwoestend door +het geheele bekende deel van het eiland. De onderwerping der +Verbondenen was volkomen, en daar Columbus er steeds op uit was om +schepen, rijk geladen met goud, katoen en andere voorwerpen van waarde +naar Spanje te zenden, zoo maakte hij van deze onderwerping gebruik, +om de overwonnenen te straffen door het betalen van schatting. In alle +gewesten waar goud gevonden werd, moest elke inboorling, die boven de +veertien jaar oud was, alle drie maanden eene Vlaamsche valkenbel vol +stofgoud leveren. Zulk eene valkenbel stofgoud zou in onzen tijd +ongeveer veertig gulden waarde hebben. De Kaziken moesten nog veel +meer opbrengen; zoo was één hunner verplicht om alle drie maanden eene +kalebas vol stofgoud te leveren, dat naar onze munt ongeveer +vierhonderd gulden was. De inboorlingen der katoen-districten moesten +op dezelfde termijnen vijfentwintig pond katoen, als schatting, +inleveren. Bij het inleveren der schatting kreeg men eene koperen +medaille, die om den hals moest gedragen worden, en wie zonder die +medaille gevonden werd, werd in de gevangenis gezet of moest boete +betalen. + +Is het te verwonderen, dat de arme inboorlingen het oogenblik +verwenschten, waarop de »Blanke zonen des hemels« den eersten voet +aanwal zett'en? Is het nu nog een raadsel, waarom de prediking van de +Christelijke leer onder die heidensche menschen zooveel tegenstand +vond? Hadden die vreemdelingen dan niet onmeedoogend hun +Paradijsachtig leven geheel verstoord, en hen gedwongen tot den +zwaarsten en vernederendsten arbeid? Hadden die Blanken niet hunne +hutten verbrand, hunne velden verwoest, hunne vrouwen en dochters +beleedigd, hunne ouden van dagen en kinderen als slaven weggevoerd? +Bij duizenden vloden ze naar de ontoegankelijke bergstreken, om daar +te sterven aan honger, gebrek en pest. + +En eenmaal in die richting begonnen, moesten de Spanjaarden er in +volharden, wilden ze niet alles verliezen. Toen er in 1877 sprake was +van Columbus onder de Heiligen op te nemen, gebeurde dat niet, omdat +»afgezien van de groote daad van Amerika's ontdekking, het privaat en +openbaar leven van Columbus zich te veel gekenmerkt had door daden, +die berispelijk waren.« Nu, al moeten we toegeven, dat Columbus door +allerlei omstandigheden, waarvoor niet hij, maar een ander +aansprakelijk gesteld moet worden, gedwongen werd tot zulke daden, +berispelijk zijn en blijven ze, al doen we nog zoo ons best om ze in +de lijst van haar' tijd te plaatsen. + +Terwijl Columbus op Hispaniola zoo werkte, werkten zijne vijanden en +tegenstanders in Spanje ook, maar tegen hem. Pater Boyle en Margarite +waren daar aangekomen en hadden den toestand in de Nieuwe Wereld met +zulke schrille kleuren geschetst, zij hadden zoovele bewijzen, ware en +gezochte, bijeengebracht, om aan te toonen, dat Columbus, zooal geen +bedrieger en avonturier, dan toch stellig de man niet was om aan het +hoofd der zaken te staan, dat Ferdinand en Isabella besloten, iemand +naar de Nieuwe Wereld te zenden om de zaken onpartijdig te +onderzoeken. Niemand achtten zij daartoe beter geschikt dan een hunner +aanzienlijke Hovelingen, een zekere Don Juan Aguado. Columbus zelf had +dezen Edelman bij de Monarchen aanbevolen als iemand, die door stand +en karakter verdiende om aanzienlijke betrekkingen te bekleeden, +zoodat Columbus in de zending van dien man eer een bewijs van +vriendschappelijk vertrouwen, dan eene onedele verdenking zou zien. De +Monarchen hadden zich echter zeer vergist. Bij al de fouten, die +Columbus beging, moet ook, en waarlijk niet in de laatste, maar bijna +in de eerste plaats genoemd worden, dat hij veel te lichtvaardig was +in het schenken van vertrouwen, en het koesteren van wantrouwen. Hij +maakte daardoor vijanden tot zoogenaamde vrienden, en echte vrienden +tot ware vijanden en tegenstanders. Don Margarite had de bewijzen van +dat onverdiende vertrouwen reeds geleverd, en Don Aguado zou ze +leveren. Gezonden door de Monarchen om _onder_ den Admiraal onderzoek +naar den stand van zaken te doen, overschreed Don Aguado, zoodra hij +te Isabella aangekomen was, zijne lastgeving door zich _boven_ +Columbus te plaatsen, en hem, ten aanzien van ieder, met grove +minachting te bejegenen. De voormalige gunsteling had gehoopt, dat de +Admiraal hem openlijk tegenstand zou bieden, doch Columbus wilde met +den laaghartigen man in geene woordenwisseling komen, en behandelde +hem beleefd, doch met eene koele hooghartigheid, die den trouwelooze +geheel uit het veld sloeg. + +Te Isabella aangekomen, werd hij door zijn' broeder met een aangenaam +bericht verrast. Een knecht van Don Bartholomeus was in twist geraakt +met een' makker, en had dezen zoo gewond, dat hij dood scheen. Miguel +Diaz, zoo heette de knecht, nam nu met een vijftal anderen, die er ook +aan medeplichtig waren, de vlucht, en kwam eindelijk aan de Zuidkust +in het gebied eener vrouwelijke Kazike, die de vluchtelingen niet +alleen vriendelijk opnam, maar zelfs Diaz tot haar' echtgenoot +verhief. Het leven te midden der wilden verveelde Diaz al heel gauw en +hij kreeg het heimwee naar zijne landgenooten. Zijne vrouw, die +Catharina genoemd wordt, zag dat, en vreezende dat hij haar verlaten +zou om nimmer terug te keeren, kwam ze er toe om hem te zeggen, wat +nog geen enkel Spanjaard wist. Zij wees hem de goudmijnen, die in haar +gebied lagen, en gaf den raad om de heele Spaansche Kolonie, uit het +ongezonde Isabella naar haar gebied te verleggen waar de lucht veel +gezonder was. Gewapend met zulk eene goede tijding, hoopte Diaz van +Don Bartholomeus vergiffenis te ontvangen en ging naar Isabella, waar +hij den gewaanden doode in leven en volkomen gezond vond. Bartholomeus +hoorde het bericht met blijdschap aan, schonk Diaz vergiffenis en toog +met hem naar Catharina's gebied aan de rivier Ozema, ter plaatse waar +thans San-Domingo ligt. De goudmijnen werden nu door hem bezocht en +gevonden. Bij deze gelegenheid deed men bovendien eene andere en zeer +merkwaardige ontdekking. Men wist, dat de inboorlingen slechts de +kunst verstonden om uit het rivierzand stofgoud te wasschen, en dat +dan te smelten om er zeer kunstlooze en leelijke voorwerpen van te +maken. Om uit het ruwe erts het goud af te zonderen was eene kunst, +die ze niet verstonden, en dat bevreemdde niemand, want ze kenden +zelfs geene werktuigen om dat erts uit te graven. En wat zag Don +Bartholomeus nu? Sommige mijnen waren op wetenschappelijke wijze +ontgonnen, en zij, die dit gedaan hadden, moesten derhalve ook bekend +geweest zijn met de wijze, waarop men het edele metaal uit het erts +kreeg, en bovendien voorzien zijn geweest van werktuigen om het erts +uit te graven. De heele toestand van het eiland wees op geen enkel +teeken van eenige beschaving; geene enkele oudheid werd gevonden, die +bewees, dat hier vroeger een ontwikkeld volk gewoond had, en de +leefwijze van de bevolking toonde duidelijk aan, dat men er eeuwen +lang geleefd had zooals nu. Wie hadden dan daar in die mijnen gouderts +gedolven? Welk beschaafd volk had dan, eeuwen geleden, reeds hier +vertoefd? Don Bartholomeus en Columbus vertelden van die vondst niets +aan Don Aguado, doch voor Columbus waren die ontgonnen mijnen niet +zulk een raadsel. Hij geloofde immers in Cuba het vasteland van Azië +gevonden te hebben? Het rijk der beschaafde Tataren moest dus niet zoo +ver af liggen, zoodat hij aannemen kon, dat diezelfde Tataren daar +gouderts gedolven hadden. Die ontgonnen mijnen versterkten hem +derhalve alleen in zijn dwaalbegrip, maar wij, die weten, dat hij +dwaalde, staan bij die ontginning der goudmijnen nog altijd voor eene +vraag, die niet beantwoord is. Waren het de Egyptenaren, de +Phoeniciërs, de Israëlieten, de Grieken, de Karthagers of de Romeinen? +Waren het latere Europeesche volken, die door stormen op dit eiland +gekomen waren, en daar goud vindende, begonnen met hunne werktuigen +erts te graven? Zoo ja, waar waren ze dan gebleven? Waren het de +beschaafde Mejicanen of Peruanen, die hier goud haalden? De laatste +meening is zeer onwaarschijnlijk, want Mejico en Peru bezaten rijke +goudmijnen in hun eigen land, waarom zouden ze nu een afgelegen eiland +opgezocht hebben om daar te halen, wat ze thuis ook krijgen konden? +Trots al de studie, die er tegenwoordig gemaakt wordt van de Oudheid, +blijft de geschiedenis van Amerika met hare bevolking, die in een paar +landen zoo fijn beschaafd was, een groot, en een zeer groot raadsel +ook. Slechts dat blijkt uit alles, òf dat Amerika eenmaal een' tijd +heeft gehad, en een' tijd van zeer langen duur, dat het in verbinding +stond met de Oude Wereld, òf dat Kolonisten van een beschaafd volk +zich hier neergezet hebben, en de beschaving van hun eigen land +voortplantten. Wanneer we later met Cortez in Mejico, en met Pizarro +in Peru komen, zullen we nog voor veel meer vragen staan, waarop men +reeds toen een antwoord zocht, en dat men nu nog niet gevonden heeft. +Liever dan ons aan allerlei gissingen wagen, welke toch geen' +historischen grond hebben, keeren we tot Columbus terug. + +Dat de mededeeling van de gevonden goudlagen Columbus tot vreugde +verstrekte, behoeven we nauwelijks mede te deelen. Het spreekt zoo +vanzelf, dat hij er zeer verheugd over moest zijn. De vraag naar goud +beheerschte alles; het antwoord er op te geven zou beslissen over den +heelen toestand in de landen door hem gevonden. Van de groote vondst +aan de rivier Ozema werd daarom tegenover Aguado geen woord gerept, en +van eene mogelijke verplaatsing van de hoofdstad der Kolonie sprak men +natuurlijk ook niet. Onze vriend Miguel Diaz was weer bij zijne Kazike +Catharina, leefde met haar, nu ze ook Christin geworden was, zeer +gelukkig en wachtte bedaard den loop der gebeurtenissen af. Zijne +makkers schenen niets te weten of ook besloten te hebben om te +zwijgen, althans ook van deze zijde lekte niets uit. Columbus meende +daarom nu zelf naar Spanje te moeten gaan, om daar aan zijne Monarchen +mededeeling van de vondst te doen en een onbewimpeld verslag te geven +van den heelen stand van zaken. Dat moest wel noodig zijn, want Pater +Boyle, Margarite en al de ontevredenen, die Hispaniola verlaten +hadden, zouden tegenover den Koning en de Koningin hem van allerlei +verkeerde handelingen beticht hebben. Don Aguado, die door de Kaziken +zich had laten inlichten, en van hen niets anders vernomen had dan wat +strekken kon tot nadeel van den Onder-Koning, wilde ook naar Spanje, +en wat deze daar mededeelde, zou hem, den ontdekker der Indiën, den +genadeslag geven. Hij liet daarom twee schepen gereed maken en +bevrachten met goud, katoen en gevangenen. Onder deze laatsten +behoorde ook de dappere en geslepen Kazike Caonabo, die zelfs in zijne +boeien geen oogenblik zijne trotschheid verloren had, doch die Spanje +niet zien zou, omdat hij op de langdurige reis overleed. Zoodra de +beide schepen gereed waren, benoemde Columbus zijn' broeder +Bartholomeus tot Adelantado of Stadhouder, en moest hij komen te +vallen vóór de Onder-Koning alweer teruggekeerd was, dan zou Diego, +die ook weer in de Kolonie was, hem vervangen. Na op alles orde +gesteld te hebben, verliet hij den tienden Maart 1496 de baai van +Isabella, met twee schepen. Op het eene schip was hij, op het andere +Don Aguado. De reis duurde buitengewoon lang, en daar men bij de +uitrusting der schepen op een' veel korteren tijd gerekend had met het +aanboord nemen van levensmiddelen, waarop men in de Kolonie zoo zuinig +moest zijn, zoo ontstond er weldra zulk een nijpend gebrek, dat de +bemanning begon te morren en het voorstel deed om de gevangenen, als +onnutte monden, overboord te werpen. Columbus wilde hiervan niets +weten, doch als men kort na dit voorstel niet Cadiz bereikt had, zou +hij er wel gevolg aan hebben moeten geven. Het was den elfden Juni +toen ze daar aankwamen. Columbus vond in de haven drie schepen, die +met levensmiddelen geladen waren en gereed lagen om, onder bevel van +Don Pedro Alonzo Nino naar Hispaniola te vertrekken. Columbus las de +brieven, die Nino voor hem vanwege de Monarchen bij zich had en +ontdekte uit den inhoud, dat Pater Boyle, Margarite en alle andere +ontevredenen het toch niet gedaan hadden gekregen om hem in ongenade +te doen vallen. Hij schreef nu een' brief aan zijn' broeder, drukte +hem daarin op het hart om toch op alle mogelijke wijzen de ontdekte +goudmijnen te laten ontginnen, en vooral te zorgen, dat de +inboorlingen onder bedwang bleven. Na dezen brief in handen te hebben, +vertrok Nino, en thans zond Columbus aan den Koning en de Koningin +bericht van zijne aankomst. De brief, dien hij eenigen tijd daarna van +de Monarchen ontving, was zeer welwillend, en vriendelijk werd hij +uitgenoodigd om, als hij van de vermoeienissen van de reis hersteld +was, te Burgos ten Hove te verschijnen. Columbus wachtte niet lang, +maar trok spoedig, als »zegevierend Veldheer«, naar de bepaalde +plaats. Op dien tocht deed hij alles, wat hij kon om het volk te laten +zien welke rijke schatten hij uit die verre gewesten medebracht. Om +bovendien te toonen hoe de halfnaakte en zeer onbeschaafde Kaziken van +dat land zich met goud versierden, liet hij in elke stad, die hij +doortrok, den broeder van Caonabo, die ook tot de gevangenen behoorde, +een' gouden halskraag omdoen, welke eene waarde had van bijna +achtduizend gulden. Nieuwsgierigen vond Columbus genoeg, doch met +toejuichingen werd hij nergens ontvangen. Er was te veel kwaads van +hem en zijne ontdekkingen verteld geworden om hem weer zoo feestelijk +te begroeten, als bij zijn' eersten terugkeer. Ook te Burgos +verschilde de ontvangst zeer veel met die te Barcelona. Columbus had +echter veel ergers verwacht, en daarom viel de ontvangst, ten Hove +vooral, hem zeer mede. Hij kon aan niets ontdekken, dat hij ook maar +eenigszins in achting en gunst gedaald was. Boven alles stelde de +ontdekking van de goudmijnen Koning Ferdinand tevreden, want meer nog +dan in de dagen toen hij oorlog voerde tegen de Mooren, had hij goud +noodig. Door de staatkundige huwelijken, die hij zijne kinderen wilde +laten sluiten, was hij druk bezig om de toekomstige macht van Keizer +Karel V te grondvesten, doch dit had hem in een' kostbaren oorlog met +Frankrijk gewikkeld. De kosten aan dien oorlog verbonden deden evenwel +nog onder voor die, welke hij maakte om eene prachtige vloot uit te +rusten. Die vloot, honderd schepen sterk, en bemand met twintigduizend +koppen, moest naar Vlaanderen, om de Infante Johanna derwaarts te +brengen, want deze zou in het huwelijk treden met Filips, den +machtigen Hertog van Bourgondië, Heer van bijna de halve Nederlanden +en zoon van Keizer Maximiliaan van Duitschland. Dat er dus op het +oogenblik geene schepen waren om naar de Nieuwe Wereld te stevenen, +ligt voor de hand, en dat er geen geld was om ze voldoende uit te +rusten, teneinde de ontdekte mijnen oordeelkundig en met spoed te +ontginnen, spreekt vanzelf. Toen Columbus dus vroeg om acht uitnemend +uitgeruste schepen, waarvan er twee rechtstreeks naar Hispaniola +zouden zeilen met alles, wat voor het onderhoud der Kolonie noodig +was, en zes zouden dienen om hem nu op een' derden tocht aan het +vasteland van Azië, in het schatrijke Kataï, te brengen, kreeg hij +terstond de belofte, dat dit geschieden zou, maar de vervulling der +belofte lag nog in een ver verwijderd tijdstip. Dat we hier niet alles +op rekening van het geldgebrek en Koning Ferdinands staatkundige +bemoeiingen te schrijven hebben, zal ieder wel begrijpen. Waar +Columbus' vijanden en tegenstanders hunne pogingen om hem in ongenade +te zien vallen, mislukt zagen, daar bereikten ze voor een deel toch +hun doel met de uitrusting te vertragen. De kleingeestigste middelen +werden aangegrepen om Columbus in al zijne plannen te dwarsboomen, ja, +men schaamde zichzelven niet door zelfs aan den roem zijner ontdekking +te tornen. Het moet in dezen tijd geweest zijn, dat Columbus zich in +gezelschap van Aanzienlijken en Geleerden bevond, dat een dezer +laatsten op smadelijken toon te kennen gaf, dat de ontdekking van de +Indiën door het Westen in te zeilen, niet zulk een moeielijk en +gewichtig werk was, en dat iedereen dit wel gedaan kon hebben zonder +nog geleerd, dapper, ondernemend of nadenkend te zijn. + +[Illustratie: Columbus doet de proef met het ei.] + +Het was zeker moeielijk voor Columbus om hierop een afdoend antwoord +te geven, want, waarlijk, nu de ontdekking geschied was, moest +iedereen verbaasd staan, dat men aan zulk een' eenvoudig iets niet +veel vroeger gedacht had. Columbus, zoo zegt het verhaal, nam nu een +ei, en vroeg wie der Heeren het op zijn punt kon zetten, zonder dat +het omviel; hij kon het, zei hij. De Heeren begonnen dit kunstje te +beproeven, doch het gelukte natuurlijk niemand. Eindelijk uitgenoodigd +om het zelf dan te doen, tikte Columbus voorzichtig een plat vlakje +aan de punt, en zette het ei op dat vlakje neer. + +»O,« was het algemeene geroep, »als we geweten hadden, dat we dit +mochten doen, dan zouden wij het ei ook wel op zijn punt gezet hebben. +Zoo is er geene kunst aan.« + +»Juist, Mijne Heeren,« zeide Columbus, »nu gij het weet, is er geene +kunst aan. Op vooraf weten komt het aan, en zoo is het ook met de +ontdekking van de Indiën.« + +Vele schrijvers houden dat voorval van het ei voor verzonnen, maar +verzonnen of waar, het karakteriseert volkomen het streven van +Columbus' tegenstanders en Columbus zelven. + +Doch keeren we terug tot hetgeen geschiedenis is. + +Nino was inmiddels alweer in Spanje terug gekomen, en inplaats van aan +de Monarchen de brieven te zenden, welke de Adelantado hem medegegeven +had, berichtte hij zijne terugkomst met de drie schepen, geladen met +goud. Thans dacht Columbus alles gewonnen te hebben, want met Nino's +schatten, zeker afkomstig uit de rijke mijnen, werd het bewijs +geleverd van de waarheid van hetgeen hij gezegd had, en was er meteen +ook van geldgebrek geene sprake meer. Koning Ferdinand maakte aan dien +droom al dadelijk een einde, door te verklaren, dat hij het geld niet +missen kon, omdat hij het noodig had voor den oorlog tegen Frankrijk. +Werd Columbus' zoete droom wreedelijk verstoord, ook die van den +Koning zou verstoord worden. Toen men bij Nino kwam om goud te halen, +vond men slechts zeer weinig. Hij had gevangenen aanboord, antwoordde +hij, en als men die op de slavenmarkten verkocht, had men óók goud. +»Ander goud is er niet veel meer op Hispaniola,« zeide hij smadelijk, +en hing verder een zeer droevig tooneel van heel de Kolonie op. Thans +kostte het Columbus kracht om zich staande te houden, en zelfs zij, +die hem genegen waren, wezen op de arme gevangenen en riepen spottend: +»Zie daar het zeldzame goud der Nieuwe wereld!« Dat door deze +teleurstelling de uitrusting der vloot nog meer vertraagd werd, ja, +zelfs gevaar liep geheel nagelaten te worden, dat zag ieder. Columbus +zag het ook, en, hij leed er onder. Er kwamen leelijke plooien in zijn +karakter, welke hem vreemd zouden gebleven zijn, zoo hij niet in zulk +eene omgeving van laster en naijver geleefd had. Eene slechts bleef +hem trouw ter zijde staan, ten minste, zij sloeg niet zulk een +onvoorwaardelijk geloof meer aan al de beschuldigingen, die tegen den +grooten man ingebracht werden. Die ééne was Koningin Isabella, die +zelfs hielp om Koning Ferdinand over te halen een besluit uit te +vaardigen, dat, op Columbus' verzoek, alle ontdekkingsreizen, die op +eigen kosten, dus buiten de Regeering om gedaan konden worden, +verboden werden. + +Een Duitsch historie-schrijver van onzen tijd noemt deze eisch van +Columbus niets anders dan »kleingeestige zelfzucht om zichzelven en +zijne familie een monopolie van ontdekkingen te verzekeren.« De +aanmerking is niet vriendelijk, doch behalve dat zij onvriendelijk is, +is ze ook zeer oneerlijk. Had Columbus er dan geen recht op dat zijn +onvermoeid streven, hetwelk met zulk een' goeden uitslag bekroond was, +beloond werd? Indien hij eenvoudig gezwegen had, zouden de +particuliere Spaansche ontdekkers, gebruik makende van zijne +ontdekking, het zóó ver gebracht hebben, dat ze hem uit de Indiën +drongen, en, zonder eenige vergoeding. Dit streven zijner vijanden om +hem, den gehaten »Liguriër«, van de vruchten van zijne vlijt en moeite +te berooven, spreekt uit de kroniek van den dag. + +Na het uitvaardigen van dit bevel werd nu weldra het besluit genomen +om de schepen gereed te maken ten einde Columbus eene derde reis te +laten doen, doch de uitrusting had heel wat voeten in de aarde. De +Kroon had geen geld; het Volk had geen' lust. + +Om nu toch het aantal mijnwerkers te kunnen medenemen, wist Columbus +het gedaan te krijgen, dat de Regeering Hispaniola tot een soort van +Straf-kolonie maakte. De misdadigers werden nu naar dit eiland +gebannen, en de Rechters, zoo beweert men, deden hun best om op deze +gemakkelijke manier van een aantal schelmen en deugnieten af te komen. +Wel moet Columbus ten einde raad geweest zijn om zulk een ondoordacht, +ja, bijna onzinnig voorstel te doen. Zulk werkvolk, het kòn niet +anders, zou eene ramp voor hem en voor de heele Kolonie worden. + +Met dat al ging de zaak zóó langzaam voort, dat Columbus pas den +dertigsten Mei 1498 met zes slecht uitgeruste schepen den derden +ontdekkingstocht aanvaarden kon, en de Admiraal was over deze +vertraging zóó woedend, dat hij Ximeno De Breviesca, die hem op den +dag der afvaart beleedigde, aangreep, op den grond smeet en eenige +schoppen toedeelde. Deze Ximeno was de Schatmeester van De Fonseca, +Columbus' heftigsten en gevaarlijksten tegenstander. Toen Koningin +Isabella vernam, wat Columbus gedaan had, was zij hierover zeer +gebelgd, en hoewel de Admiraal later in een' brief, vol berouw +vergeving aan de Monarchen vroeg voor zijne daad in drift gepleegd, +nimmer werd de goede Koningin meer voor hem, die ze zoo lang en zoo +trouw geweest was. + + + + +HOOFDSTUK VIII. + +AMERIGO VESPUCCI.--COLUMBUS IN KETENEN. + + +Welk een verschil den dertigsten Mei 1498 op de reede van San Lucar de +Barrameda aan den mond van den Guadalquivir, of den vijfentwintigsten +September 1493 voor de haven van Cadiz. Nu een armzalig uitgerust +vlootje, bemand met Spanjes uitschot, toen eene prachtige vloot, rijk +van alles voorzien met eene bemanning, samengesteld uit Spanjes +aanzienlijkste Edelen. Nu nergens geestdrift, toen alles vol opgewekt +en vurig leven. Nu een Admiraal die schoppen uitdeelt en zijne oogen +mismoedig over de zee laat waren, toen een Admiraal wiens mond niet +stilstond met het vertellen van de heerlijkheden, die men zien, den +roem, dien men behalen, den rijkdom, dien men zich verwerven zou, een +Admiraal wiens vurige oogen reeds, aan gindsche zijde van den Oceaan, +de schatrijke Indiën, die hij gevonden had, zagen. + +Behalve de gewone matrozen en manschappen had Columbus nu slechts +tweehonderd man geleide hij zich. Op de hoogte van Ferro zond hij drie +zijner schepen onmiddellijk naar Hispaniola, want hij begreep dat +zijne broeders in de Kolonie met reikhalzend verlangen naar toevoer +van levens- en krijgsvoorraad zouden uitzien, al waren er ook in +Januari reeds twee schepen heen gezonden. + +Met de drie andere schepen zeilde hij naar de Kaap-Verdische Eilanden. +Hij wilde ditmaal den tocht in eene richting maken, die veel +zuidelijker liep, om het vasteland, dat in zijn oog het ware +»goudland« was, op eene heel andere plaats te bereiken dan op den +tweeden tocht. Hij verkeerde in de meening dat alle menschen daar +zwart waren evenals de negers in Afrika. + +Die zuidelijke koers bracht Columbus en de zijnen echter onder de +Linie en in de gevaarlijke streek van windstilte en vreeselijke hitte. +Deze laatste was werkelijk ondragelijk. Op het dek was er zelfs des +nachts geen koeltje te voelen en beneden in het scheepsruim was de +hitte zoo groot, dat de hoepels van de wijn- en watervaten sprongen. +Te sterven aan dorst en aan hitte scheen ieders toekomst te zijn, en +wanneer we nu in aanmerking nemen, dat de bemanning voor een groot +deel uit moordenaars en dieven bestond, dan moeten we verbaasd staan, +dat de Admiraal onder zooveel tegenspoed het hoofd niet verloor en den +moed niet opgaf. Gelukkig kwam er een klein koeltje opzetten en de +Admiraal hiervan gebruik makende, kwam nu onder den invloed van den +passaat. Hij zag zelf wel in dat zijne schepen door eene hitte, die +het pek uit de naden deed smelten, te ontredderd waren om nog +zuidelijker te varen. Bovendien bevond men dat er den eenenderdigsten +Juli op elk schip maar één vat water meer over was. Hij moest dus +trachten zoo spoedig mogelijk land te bezeilen en een zucht van +verlichting steeg uit aller borst toen de uitkijk des middags van +denzelfden dag luide hooren deed: »Land vooruit!« Men kreeg eerst drie +hooge bergtoppen in het gezicht, en het land, dat later bleek een +eiland te zijn, ontving naar deze drie bergtoppen, den naam van »La +Trinidad,« d. i. »De Drie-eenheid.« Pas den volgenden dag vond hij +een' geschikten ankergrond en zond nu sloepen aan wal om water in te +nemen en eene plaats te zoeken waar de schepen konden gekalefaat +worden. Water vond men, en de vreugde hierover deed vergeten, dat men +genoodzaakt was met de ontredderde schepen verder te trekken, omdat er +geene goede haven gevonden werd. Columbus stond verbaasd over den +weelderigen plantengroei, dien hij hier aantrof, want hij had stellig +verwacht eene landstreek te vinden, waar alles door de hitte +verschroeid was. Dat viel hem tegen, want hij was het vreemde geloof +toegedaan, dat het fijnste goud, de zuiverste edelgesteenten en de +schoonste parelen alleen in zulk eene streek konden voorkomen. +Zuidelijk van La Trinidad was nog eene kust zichtbaar en aanvankelijk +hield Columbus dit voor een ander eiland. Hij vergiste zich echter +zeer, want de kuststreek, die hij zag, behoorde wel degelijk tot het +vasteland van Zuid-Amerika. Hij was hier aan de breede monding van den +Orinoco, wiens melkwitte wateren tot op grooten afstand in den Oceaan +nog zichtbaar zijn. De oevers van dezen machtigen stroom, wiens +monding slechts honderdzestig uur van zijn' oorsprong verwijderd is, +doch welke zulk een' bochtigen loop heeft, dat zijne heele lengte +vierhonderd vijftig uur bedraagt, zijn schilderachtig schoon. Ook toen +vertoonde de natuur er zich in volle pracht. Columbus was echter +ziekelijk en behalve dat hij veel aan ontstoken oogen leed, werd hij +ook erg gekweld door de jicht, zoodat de lust bij hem niet groot was +om lang in deze streken te vertoeven. Hij wilde naar Hispaniola om +daar, door eenige weken rust, tot herstel te komen om dan, als de +jicht hem niet meer kwelde en de oogen weer hersteld waren, van +Hispaniola uit, naar deze streken op ontdekkingen uit te gaan. Dat +men in de kolonie behoefte aan krijgs- en levensvoorraad hebben zou, +geloofde hij niet, want de drie schepen, die hij er van Ferro +rechtstreeks heengezonden had, zouden nu reeds te Isabella aangekomen +zijn. Maar de levensvoorraad, die hij met zijne schepen ook voor de +Kolonie aan boord had, had door de hitte verbazend geleden en zou +misschien geheel onbruikbaar worden, als hij den tocht in deze streken +te lang voortzette. + +[Illustratie: Een Indianen-dorp ten tijde van Columbus.] + +Er werd dus besloten om slechts een deel van de kust langs te zeilen +om de overtuiging op te doen, dat een nader bezoek aan deze streek de +moeite loonen zou. + +Het was een heerlijk, schoon land, dat Columbus en zijne reisgenooten +te zien kregen, en op onzen Admiraal, die zoo gaarne aan zijne +dichterlijke gedachten de vrije vlucht gaf en dan voor waarheid hield, +wat toch eigenlijk niets anders was dan eene poëetische vinding, +maakte dit land zulk een' indruk, dat hij waande in de nabijheid van +het Paradijs te zijn. + +Over de plaats waar dit Paradijs eenmaal lag, werd in die dagen zeer +veel getwist, zelfs door geleerden. Dat evenwel hunne uitspraken kant +noch wal raakten, is duidelijk, omdat hunne kennis van de gedaante en +oppervlakte der aarde zeer gebrekkig was. Eene algemeen aangenomen +meening in Columbus' tijd was, dat het Paradijs op de Oostkust van +Azië gelegen had, en er eigenlijk nog lag. Bij den Zondvloed was het +door zijne eigenaardig hooge ligging gespaard gebleven van de +overstrooming. + +Toen nu bij het aanschouwen van die schoone kust, waar zoo menig +vriendelijk gelegen Indianen-dorp zich vertoonde de dichterlijke +verbeelding des Admiraals opgewekt werd, begon hij ook naar den berg +of de hoogte uit te zien waarop het Paradijs lag. Hij schreef zijne +meening hierover aan de Monarchen, en om dezen duidelijk te maken, dat +hij zich maar niet iets ongerijmds voorstelde, deelde hij hun de +kersversche wetenschap mede: »De Aarde heeft den vorm eener peer en +verlaat den bolvorm op de plek waar bij eene peer de steel zit, en in +de nabijheid van de Linie, in den Indischen Oceaan, is het hoogste +gedeelte en nadert de Aarde het meest den Hemel.« + +Tot den vijftienden Augustus bleef Columbus zijn' tocht langs de +heerlijke kust voortzetten, en had hij gelegenheid om te zien, dat de +inwoners hier veel beschaafder waren dan de inboorlingen van +Hispaniola. Aanvankelijk ontweken ze bij het naderen der schepen hunne +kustdorpen en namen de vlucht in de bosschen. Zij hadden nimmer +zeilschepen gezien, en later bleek het, dat ze de schepen voor +reusachtige waterdieren hielden, die niet alleen zwemmen, maar ook +vliegen konden. De zeilen waren dan hunne vleugels, en in dat geloof +moesten ze wel versterkt worden, als ze zagen hoe die »zeedieren«, als +ze ophielden met zich voort te bewegen, de vleugels sloten. Elke +beweging van de zeilen beschouwden ze als eene vrijwillige beweging +met de vleugels. Om met de bewoners, die zich niet zien lieten, in +aanraking te komen, liet Columbus den zesden Augustus op een deel der +kust, waar zich sporen van landbouw vertoonden, eenige sloepen +landden. De matrozen zagen uit alles duidelijk, dat kort geleden hier +menschen moesten vertoefd hebben, want ze vonden zelfs vuren, die nog +niet uitgedoofd waren. Eindelijk wierpen de schepen de ankers in de +monding eener rivier uit, en thans zag men eene kano waarin een +viertal mannen zaten, de karveel naderen, welke het dichtst bij den +wal lag. Een zonderling middel om de kennismaking met deze menschen +aan te knoopen, bracht de Kapitein van de karveel in practijk. Hij +sprong van zijn schip in de kleine kano, die daardoor omkantelde. De +Wilden trachtten zwemmende den oever te bereiken, doch werden door de +Spaansche matrozen achterhaald en gevangengenomen. Sidderend en bevend +verschenen ze voor Columbus, die hen vriendelijk toelachte, en na hun +eenige valkenbelletjes, koralen en wat suiker gegeven te hebben, weer +naar den wal liet brengen. Die geschenken hadden de gewenschte +uitwerking, want de gevangengenomen Wilden hielden, toen ze alweer bij +de hunnen waren, de geschenken, die ze gekregen hadden, niet +verborgen, wat ze ook bezwaarlijk konden doen, daar ze geene kleederen +droegen en de gordel om het middel geene zakken had om de valkenbellen +te verbergen. Hun hoofd was gedekt met een voorwerp, dat van katoen +gemaakt was. Nu eenmaal de vrees voor de vreemde dieren en de vreemde +menschen overwonnen was, kwamen de Indianen van alle kanten opdagen, +en met hunne kano's, die soms heel aardig versierd waren, aan boord +van de schepen. Ze maakten op Columbus en de zijnen een' zeer +gunstigen indruk. Hunne lichaams-gestalte, hoewel niet boven het +middelmatige, was kloek en krachtig en tot groote verbazing van den +Admiraal, die gedacht had hier, zoo dicht onder de Linie een +verschroeid land en zwarte menschen, met wol in plaats van haar op het +hoofd, te vinden, had hij al sinds eenige dagen gezien dat er van een +verschroeid land in de verste verte geene spraak was. Hij zag +daarenboven niet alleen menschen, die lang zwart haar hadden, maar die +tevens eene huidkleur bezaten, welke al heel weinig verschilde met de +gebruinde kleur zijner manschappen. Ja, er waren meisjes, zóó bevallig +en schoon, en zóó blank, dat ze menige beroemde Andalusische schoone +evenaardden, zelfs overtroffen. In het schieten met den boog waren ze +zeer ervaren, en om hunne naakte lichamen tegen de pijlen der vijanden +te beschermen, gebruikten ze een klein soort van houten schilden. Heel +eigenaardig was ook het gebruik, dat ze van den neus maakten. Het +zintuig van den reuk scheen, evenals alle andere zintuigen, sterk +ontwikkeld te zijn, wat nog het geval is bij volken, die bijna in den +natuurstaat leven. In plaats van, zooals wij zouden doen, de +voorwerpen en menschen, die ons vreemd zijn, te betasten, begonnen zij +alles te beruiken. Op de vraag, natuurlijk door teekenen gedaan, hoe +hun land heette, gaven ze ten antwoord: »Paria!« en ze deelden meteen +ook mede dat het land in het Westen veel sterker bevolkt was. Zij +gaven Columbus wegwijzers mede om dat land op te zoeken, en toen hij +en zijn volk er aankwamen, stonden ze letterlijk verbaasd op het +gezicht van zooveel natuurschoon als hier heerschte. Natuurlijk was +Columbus' eerste werk om, nu hij aan wal gekomen was, het land voor +zijne Monarchen in bezit te nemen, en dit geschiedde op dezelfde +wijze, als bij gelegenheid, dat hij den eersten voet op het gebied der +Nieuwe-Wereld zette. In de keuze der woorden was hij wel eenigszins +vrij, omdat er omstandigheden konden zijn, die wijziging in eene +voorgeschreven formule noodzakelijk maakten, doch de plechtigheden, +die er mede gepaard gingen, waren wel degelijk voorgeschreven door het +Hof waar eene zeer strenge etiquette heerschte. De toespraak van +Columbus was steeds kort, en eindigde met een' nieuwen eed van trouw +door hem en zijne manschappen afgelegd. Later kwam het onder Don +Alonzo De Hojeda in gebruik om eene ellenlange toespraak te houden in +het bijzijn van de inboorlingen. De plechtige toespraak geschiedde in +het Spaansch, waarvan de arme menschen natuurlijk geen woord +verstonden, en als we dan lezen hoe de inboorlingen hunne plichten +voorgeschreven werden tot in de kleinste bijzonderheden, dan klinkt +het al zeer naïef, als het ten slotte luidt: »Indien gij het niet +doet, of voorbedachtelijk en listig uitstelt, het te doen, verzeker ik +u, dat ik met Gods hulp, u met geweld zal aanvallen, en u overal en op +alle wijzen zal beoorlogen. Ik zal u onderwerpen aan de macht en aan +de gehoorzaamheid der Kerk en van Zijne Majesteit. Uwe vrouwen en +kinderen zal ik als slaven wegvoeren, en zoodanig over hen beschikken +als Zijne Majesteit zal bevelen. Ik zal uwe bezittingen wegnemen en u +al het leed en verdriet aandoen, dat in mijne macht is, omdat gij +vasallen zijt, die hun' Souverein niet willen gehoorzamen of erkennen, +maar die zich tegen hem verzetten en hem tegenstand bieden. Ik +verklaar bij deze, dat gij de ellende en jammeren, die ge langs dezen +weg uzelven veroorzaakt, eenig en alleen aan uzelven en niet aan Zijne +Majesteit, aan mij of aan deze krijgslieden, die mij vergezellen, zult +te wijten hebben.« + +[Illustratie: Spanjaarden in de Nieuwe-Wereld, die den huldigings-eed +zweren.] + +Het was gesproken, en of de inboorlingen er nu ook geen enkel woord +van verstaan hadden, dat hinderde niet. Wanneer ze nu niet in alles +naar den zin en wil van de Spanjaarden handelden, dan meenden deze +laatsten in hun volle recht te zijn om hen, als oproerlingen te +behandelen, want »met luider stem waren hunne verplichtingen +afgekondigd.« Waarlijk, indien deze voorgeschreven toespraak niet in +de archieven bewaard was gebleven, dan zou men niet kunnen gelooven, +dat ze gehouden werd. + +Ja, dat de heele toespraak van het begin tot het einde volgens de +voorgestelde formaliteiten gehouden wàs, werd telkens door een' +Notaris verzekerd, en deze was dan verplicht hiervan een schriftelijk +bewijs aan den Spaanschen Bevelhebber, die de toespraak hield, over te +reiken. Men zou anders, wanneer men las, dat deze of gene +ontdekkings-reiziger een' Notaris bij zich had, lichtelijk kunnen +vragen: »Wat doet nu toch zulk een Ambtenaar hier?« Thans weet men +het. Er waren Notarissen bij elken ontdekkings-tocht om de rechten van +de Spaansche Kroon op de gevonden landen tegenover alle vreemde +Mogendheden vast te stellen. Dat de inboorlingen er niets van +begrepen, leverde geen bezwaar op; er was aan den vorm voldaan en die +vorm redde alles. + +Nadat de plechtigheid van de huldiging afgeloopen was begon Columbus +zich met de inboorlingen bezig te houden. Zij waren blijkbaar nog +beschaafder dan die, welke hij reeds ontmoet had en tot zijne vreugde +zag hij, dat ze ook heel andere versiersels bezigden. Om den blanken +en sierlijken hals droegen de jonge vrouwen en meisjes snoeren van +kostbare parelen, en de mannen hadden om hals, armen en beenen banden +van een zeker soort van goud, dat ze »gaunin« noemden, en dat, zooals +ze zeiden, afkomstig was uit een land, dat niet zoo heel ver af lag. +Ook de parelen kwamen er vandaan, maar de bewoners van dat land waren +menscheneters. Indien dit laatste waar was, wat nauwelijks te +veronderstellen is, dan moeten het bijna wetenschappelijk ontwikkelde +menscheneters geweest zijn, want later bleek dat »gaunin« een mengsel +was van goud, zilver en koper, dat zelfs kunstig bearbeid was. Dat +»gaunin« uit die bestanddeelen bestond, wist Columbus niet, maar dat +belette hem niet te twijfelen aan de waarheid van hun beweren. Hij +hield het ervoor dat ze hem niet zeggen wilden waar het »gaunin« en de +parelen gevonden werden, omdat ze vreesden dat de vreemdelingen er hen +van berooven zouden. Nu, de Spanjaarden gaven tot zulk een valsch +beweren dan zelf ook aanleiding, want hunne begeerte om parelen en +»gaunin« tegen allerlei snuisterijen te verruilen was te groot om +zelfs de inboorlingen niet terstond te laten begrijpen, dat ze alles +wegnemen zouden, als ze de plaats maar wisten, waar het te vinden was. + +Columbus, die met het »gaunin« niet zooveel ophad, sloeg een +begeeriger oog op de parelen, en hij hield zich overtuigd, dat deze +kostbare voorwerpen hier in de nabijheid moesten gevonden worden. +Immers, een geleerd Romein, Plinius, had eeuwen geleden reeds +geschreven, dat parelen ontstonden door dauwdruppels, die tusschen +geopende oesterschelpen vielen. Oesters vond men hier in menigte, en +de dauw viel er sterker dan hij ergens elders gezien had. Hij zeilde +daarom langs de kust verder in de hoop dat hij hier op »Paria«, dat +hij steeds voor een eiland bleef houden, de plek vinden zou, waar de +pareloesters leefden, en in de stellige meening dat hij hier in het +land der parelen was, noemde hij eene der vele golven, die hij op dien +tocht vond: »Parelgolf.« + +Zijn zoeken was echter vergeefsch, en daar zijne oogen bovendien zoo +ontstoken werden, dat hij bijna blind werd en hij genoodzaakt was om +alles aan zijn' Stuurman over te laten, wat zeer gevaarlijk was, omdat +de zee op vele plaatsen buitengewoon ondiep werd, zoo besloot hij de +verdere onderzoekingen voorloopig te staken en de reis naar Hispaniola +aan te nemen. Was hij eenmaal dáár, dan zou hij tot volkomen herstel +van zijne geschokte gezondheid en van zijne zieke oogen, rust nemen, +en inmiddels zijn' broeder Don Bartholomeus met karveelen, die niet +zoo diep gingen als zijn Admiraalsschip, op verdere ontdekking van dit +heerlijke land uitzenden. + +Veel leed Columbus, maar de zieke oogen straalden van vreugde, als hij +er aan dacht, welke schatten hij aan de Spaansche kroon brengen, en +hoe hij dan een kostelijk loon op al zijn streven vinden zou. + +Dat land der parelen deed hem denken aan de schriftelijke beloften, +die hij bij de ontdekking der Nieuwe Wereld aan zijne Monarchen gedaan +had, namelijk om te zorgen dat hij binnen zeven jaar uit de +voordeelen, welke zijne ontdekkingen hem zouden aanbrengen, een leger +van vijftigduizend man voetvolk en vijfduizend ruiters zou kunnen +uitzenden om een' nieuwen Kruistocht tegen de Ongeloovigen te doen, en +het Heilige Land te heroveren. + +De belofte was gedaan, en hij stond aan de grens van de zeven jaar, +nu, zoo hij meende, verzekerd dat hij die belofte met ladingen parelen +zou kunnen inlossen. + +Arme man, hoe zou hij bedrogen uitkomen! Maar hoe blijkt het alweer +uit deze onvoorzichtige belofte, dat hij bij al zijne kennis, al zijn' +moed, al zijne ervarenheid, in vele opzichten een onpraktisch man was, +die zich aan allerlei dichterlijke droomen overgaf. Zulk een man, het +kon niet anders, was niet berekend om de gewichtige en moeielijke +betrekking van Onder-Koning te bekleeden. Hij moest al zijn wenschen +en hopen, meestal door eigen schuld, zien mislukken; want wie niet, +als hij, zulk eene dichterlijke verbeelding had, diende hem wel voor +een' grootspreker of bedrieger te houden. De tegenstand, dien hij +vond, ging werkelijk niet altijd van kwaadwillige en hebzuchtige +menschen uit. + +Aan dat alles dacht echter onze gelukkige Admiraal, vooral op dit +oogenblik, niet. + +Den negentienden Augustus kwam hij, door sterke stroomen en door eene +miswijzing van het kompas, of mogelijk wel, omdat hij zelf, zoo goed +als blind, den koers niet bepalen kon, op een zeer afgelegen deel van +Hispaniola aan, en terstond zond hij een scheepje af naar Isabella om +Don Bartholomeus bericht te geven van de aankomst van hem, den +Admiraal. + +Reeds vóór zijn broeder bij hem kwam, zag Columbus een' inlander, die +met een' Spaanschen kruisboog gewapend was, en terstond rees de bange +gedachte bij hem op: »Zou ik wellicht te Isabella een tweede La +Navidad vinden?« + +Die gedachte was niet zoo ongegrond. Hoe kwam die inlander aan een' +kruisboog? Het zou immers al te groote dwaasheid geweest zijn om de +Indianen, die reeds overvloedige bewijzen gegeven hadden van hunne +vijandelijke gezindheid, te oefenen in den handel met wapenen, die +dienen moesten om hen in bedwang te houden. Had die Indiaan evenwel +een' Spanjaard gedood om zich van zijn' boog meester te maken, dan was +het nog erger, want dan leverde immers hij het bewijs, dat de +Kolonisten gedood of onmachtig waren om den overmoed der Indianen met +afdoende middelen te keer te gaan. + +Tot den dertigsten van die maand bleef Columbus, die slechts langzaam +verder zeilde, in eene pijnlijke onzekerheid. Op dien dag echter kwam +Don Bartholomeus bij hem aanboord en vernam hij van dezen dat de +toestand der Kolonie hachelijk stond. + +Wat was er dan toch gebeurd? + +Heel veel. + +Twee ijverige Monniken hadden op het eiland het Christendom gepredikt +en het geluk gehad, een gezin van zestien personen te bekeeren. Nu +wendden zij zich met hunne pogingen tot den machtigen Kazike +Guarionex. Deze hield zich aanvankelijk, alsof hij wel ooren had naar +de Leer van het Kruis, en leerde het Pater noster, het Ave Maria en +het Credo. Hij gaf zijne huisgenooten niet alleen bevel dit ook te +leeren, maar beval tevens, dat men het elken dag driemaal moest +opzeggen. De ijverige Monniken waren vol hoop, doch zagen weldra zich +deerlijk teleurgesteld. De een zegt, dat de naburige Kaziken hem er +toe kregen om niet meer naar de Monniken te luisteren, terwijl een +ander beweert, dat een Spanjaard de lievelingsvrouw van den Kazike +beleedigd had. Het laatste schijnt het meest de waarheid nabij te +komen. Zooveel is echter zeker, dat de Monniken hunne pogingen opgaven +en elders heentrokken. Zij namen het hoofd van het bekeerde gezin +mede, doch lieten vooraf voor de vijftien achterblijvenden eene kleine +kapel oprichten. Nauwelijks echter waren de Spanjaarden vertrokken of +de inlanders vernielden het gebouwtje en begroeven het altaar, het +crucifix en een paar Heiligen-beeldjes in den grond. + +Deze daad moest streng gestraft worden. De plunderaars werden +opgezocht, en toen men hen gevonden en gevangengenomen had, werden ze +veroordeeld, levend verbrand te worden, welk vonnis ook aan hen +voltrokken werd. + +De Indianen besloten nu den dood hunner broeders te wreken. Zij +vereenigden onder hunne Kaziken de verschillende benden en bedreigden +de fortjes, die Don Bartholomeus had laten aanleggen. Toen de +Adelantado hiervan bericht kreeg, besloot hij, omdat de Kolonisten +door gebrek aan goed voedsel misschien niet bestand zouden zijn om de +opstandelingen te bestrijden, de Kaziken door list gevangen te nemen. +Die list gelukte, en de opstand werd daardoor den kop ingedrukt. + +Nu liet de Adelantado het bevel zijns broeders ten uitvoer leggen en +bouwde aan den mond der rivier Ozema, in de nabijheid der goudmijnen, +de stad San-Domingo, en toen deze voltooid was, besloot hij met een +groot gevolg eene reis te maken naar het machtige rijk Xaragua, dat +ten Westen van Hispaniola lag en nog nimmer door Spanjaarden bezocht +was. Wat zou men er ook doen? Schoon moest het er zijn, +onvergelijkelijk schoon en vruchtbaar. Wat men eenmaal onder de +beschaafde Grieken en Romeinen de »Elyseesche Velden« noemde, dat was +Xaragua voor Hispaniola. Maar, men vond er geen goud en slechts +katoen, bloemen, heerlijke vruchten en visch.--Over Xaragua regeerden +de Kazike Behechio en zijne zuster, de beeldschoone Anacaona, weduwe +van den bekenden Caonabo. In Xaragua aangekomen, werden Don +Bartholomeus en de zijnen ingehaald door een groot aantal jonge +meisjes van buitengewone schoonheid, en de ontvangst was zoo +hartelijk, als men maar wenschen kon. Na daar te midden van zooveel +schoons eenigen tijd doorgebracht te hebben, kwam de Adelantado onzen +Behechio mededeelen, dat hij hem voortaan ook schatting in katoen +moest opbrengen. Behechio had hierin niet veel lust, doch Anacaona, +die wist hoe haar echtgenoot door zijn' opstand tegen de Spanjaarden +zichzelven slechts schade berokkend had, gaf haar broeder den raad om +de schatting te voldoen. De Kazike luisterde er naar en zeide, dat hij +bericht zenden zou als de schatting bijeen was. Thans vervolgde de +Adelantado zijne reis, doch toen hij eenigen tijd daarna te Isabella +aankwam, vond hij er een treurig tooneel. Wel driehonderd der +Kolonisten waren aan koortsen bezweken of leidden een treurig leven +tengevolge van gebrek aan het noodige voedsel. Gelukkig brachten de +drie schepen onder bevel van Nino eenige verademing, doch weldra was +de aangebrachte voorraad verteerd. Nu nam het gebrek alweer +onrustbarende verhoudingen aan. Men begon te morren en te klagen, dat +Columbus te midden van de feesten aan het Spaansche Hof, de Kolonie +geheel vergat. Dat hij-zelf daar in Spanje leed onder allerlei +tegenwerking en teleurstelling, bevroedde niemand. Dat bevroedde zelfs +Ridder Francisco Roldan niet, en deze had toch zeer goed kunnen weten +dat de oorzaak van al de ellende onmogelijk bij Columbus gezocht moest +worden. + +Toen Columbus nog bij zijne tweede reis op Hispaniola vertoefde, was +Roldan dagelijks met hem in aanraking geweest, en hij had zooveel +werkkracht en zooveel goeden wil getoond, dat de Admiraal hem meer dan +anderen genegen was. Die genegenheid droeg vruchten, want toen +Columbus naar Spanje vertrok, benoemde hij dezen Roldan tot +Opperrechter, en beval hem zijn' broeder aan, als een man, die zijn +volste vertrouwen verdiende. Columbus had echter in de keuze van +Roldan andermaal getoond hoe bitter weinig menschenkennis hij bezat, +want Roldan behoorde tot zijne grootste vijanden, en pas was de +Admiraal weg, of de valschaard begon reeds zijne rol te spelen. En +toen ten slotte, door gebrek en ziekte, de ellende der Kolonie ten top +gestegen was, beschuldigde hij Don Bartholomeus en diens broeder Don +Diego van allerlei oneerlijke handelingen ten opzichte der Kroon, en +wist hij verscheidene Kolonisten over te halen om met hem alle +gehoorzaamheid aan den Adelantado op te zeggen. + +De sluwe Kaziken, hoewel nog buiten den twist gehouden, zagen zeer +goed hoe erbarmelijk zwak de toestand der heele Kolonie was, zoodat +Don Bartholomeus, wilde hij althans van Isabella geen tweede La +Navidad gemaakt zien, verplicht was om tegenover de opstandelingen met +de uiterste gestrengheid op te treden. + +In dien treurigen toestand vond de Admiraal de schoone Kolonie, toen +hij er den laatsten Augustus aankwam. + +En hier was hij dan nu gekomen om uit te rusten en van zijne ziekten +te herstellen! + +Roldan zelf hield zich ver van Isabella buiten het bereik des +Admiraals, doch zijn aanhang was over het geheele eiland verspreid en +leefde daar in de liederlijkste ongebondenheid. Vooral was het +heerlijk schoone Xaragua het tooneel waarop Roldan en de zijnen hun +brooddronken leven leidden. Op zekeren dag zagen zij drie schepen +naderen. In het eerst meenden ze, dat de Adelantado die op hen +afgezonden had, doch weldra wisten ze dat het de drie schepen waren, +die Columbus vooruit gezeild waren om de Kolonie terstond van krijgs- +en levensvoorraad te voorzien. Roldan begon hier zijne rol nu nog +uitgebreider te spelen, en weldra had hij door list het scheepsvolk, +dat uit de grootste deugnieten bestond, overgehaald om hier te +blijven, en niet naar de ongeluksstad Isabella te gaan. De bemanning +der schepen, die door allerlei tegenspoeden afgedwaald en nu pas op +dit punt aangekomen waren, verkoos natuurlijk dat »Luilekkerland«, en +de samenzwering was al in vollen gang, toen de Kapiteins der schepen +er alles van te weten kwamen. Het was te laat, en verscheidene +deugnieten in Xaragua achterlatende, omdat ze geene kans zagen, hen +weer aanboord te krijgen, zett'en ze koers naar San-Domingo, waar ze +met een' voorraad van bedorven levensmiddelen eindelijk aankwamen. + +Thans was de ellende ten toppunt gestegen, en Columbus wist geen' +anderen uitweg dan de schepen waarmede hij gekomen was, naar Spanje +terug te zenden. Hij zou brieven aan de Monarchen medegeven, waarin +hij een onbewimpeld verslag van den stand van zaken zou doen. Eenmaal +hiertoe besloten, vroeg hij aan zijne Souvereinen om een kundig man, +als Opperrechter, naar Hispaniola te sturen, ten einde deze de +bestaande geschillen beslechten zou, en hij eindigde zijn' brief met +den raad om, als die Rechter er niet in slaagde, de rebellen dan +eenvoudig te verdelgen. Met deze schepen gaf Roldan evenwel ook +brieven aan de Koningin en den Koning mede, en hierin had de geslepen +Rechtsgeleerde allerlei beschuldigingen tegen den Admiraal en zijne +broeders aangevoerd. De leeperd wist bovendien hoe hij het aanleggen +moest om bij Koningin Isabella een gunstig gehoor te erlangen. Hij +deed zich voor als iemand, die in zijne betrekking van Opperrechter +gestadig te worstelen had met den Admiraal en zijne broeders om geene +arme inboorlingen als slaven aanboord der schepen naar Spanje te +zenden, omdat zulk eene onbarmhartige handelwijze een' Christen +onwaardig was. Het was heel gemoedelijk van Roldan, en zijne woorden +zou Columbus zelf bevestigen, want met de terugkeerende schepen gaf +hij een groot aantal gevangenen mede om die in Spanje, als slaven te +verkoopen. Dat deze meeste gevangenen daar gekomen waren, omdat zij +geweigerd hadden, schatting te betalen, dat verzweeg Roldan, en nog +veel minder maakte hij bekend, dat hij-zelf en niemand anders het +geweest was, die de arme Indianen ingeblazen had, geene schatting te +betalen, zoodat hij feitelijk de oorzaak was, dat die lieden, als +veroordeelde opstandelingen, naar Spanje gevoerd werden. + +Met die schepen, waarop een groot aantal ontevredenen naar Spanje +terugkeerden, doen we ook die reis en verlaten dus voor een oogenblik +den grooten man, die op een ongelukkig oogenblik zijne aangewezen +betrekking als landontdekker vereenigd had met die van gezaghebber. +Hij had het nooit moeten doen, want hij miste geheel den tact om met +zulk een hoog gezag bekleed te worden, waar hij, als vreemdeling, +dagelijks aan laster en naijver bloot stond. Het was evenwel niet +geheel zijne schuld, want echte Spanjaarden, van ouden stam en +onverdachten Adel, zouden naderhand ondervinden, dat zij zichzelven +ongelukkiger maakten, naarmate ze meer deden, meer landen ontdekten, +meer voordeel aan de Kroon bezorgden. Het ellendige goud was oorzaak, +dat te midden van zooveel edels en schoons, tienmaal meer onedels en +slechts zich vertoonde, dat daden, die ons met bewondering vervullen, +met groven ondank beloond werden. + +Zooals te denken is, brachten de ongelukkige brieven aan het Hof niet +veel goeds voor Columbus, en vooral Koningin Isabella was vertoornd +dat hij steeds voortging met slaven naar Spanje te sturen, en dan nog +wel zulke onschuldige (?) menschen, zooals uit de brieven van Roldan +ten duidelijkste bleek. Welk een man was dan toch die Genuees, die +Spanjaarden schopte, onschuldige inboorlingen tot slavernij doemde, en +ten slotte in zijn' brief kon spreken van een »verdelgen« van de +oproermakers? Haar eerste bevel was om al de slaven naar de Nieuwe +Wereld terug te zenden en hen daar weer vrij te laten. + +Een geleerd Rechter naar de Indiën zenden, dit had Columbus zelf +gevraagd, en daardoor een bewijs van eigen onmacht gegeven. Geheel met +hem breken, neen, dat wilde Koning Ferdinand niet, maar dat wilde +stellig en zeker Koningin Isabella ook niet. Wel kon ze niet meer voor +hem zijn, wat ze vroeger geweest was, maar vergeten welke groote daden +hij verricht had, dat ging niet. + +Er werden terstond aanstalten gemaakt om De Bobadilla naar de Nieuwe +Wereld te zenden, maar als altijd was er geen geld genoeg om den +nieuwen Stadhouder, want dat was hij door de brieven, die hij +medekreeg, metterdaad, met een eskader, dat aan zijn' rang paste, naar +Hispaniola over te brengen. Het werd zelfs Juni van het jaar 1500 eer +hij kon afreizen, en in dien tusschentijd was er in Europa andermaal +een groot nieuws verbreid. + +De tijding dat Columbus door steeds het Westen in te zeilen de lang +gezochte Indiën gevonden had, was voor de ondernemende Portugeezen +geene reden geweest om nu moedeloos hunne ontdekkingsreizen te staken. +Met allen ernst hadden ze hun doel vervolgd, en met den besten uitslag +waren hunne pogingen bekroond: Vasco De Gama had om Afrika's Zuidpunt +heen óók de Indiën gevonden, en de berichten van die ontdekking waren +van zulk een' aard, dat de Spanjaarden zelven moesten erkennen, dat de +Indiën, van die zijde genaderd, meer gelijkenis hadden met de landen +door Marco Polo beschreven, dan het deel der Indiën dat men gevonden +had, het Westen inzeilende. Intusschen, de Portugeezen waren nu óók in +de Indiën, en dit feit kan strekken om de handelingen der Spaansche +Monarchen ten opzichte van Columbus eenigszins te vergoelijken. Als +Columbus het land al niet regeeren kon wanneer de Portugeezen hem niet +bemoeielijkten, hoe zou hij het dan kunnen, als de Portugeezen er +werkelijk ook kwamen? Men begreep wel dat die ontmoeting nog wel niet +in de eerste weken of maanden plaats hebben zou, omdat de afstand +tusschen de Oostelijke en Westelijke kusten van de Indiën +onbegrijpelijk groot was, maar de ontmoeting _moest_ eenmaal plaats +hebben, dat kon niet anders, en in dat geval diende er aan het hoofd +der Spaansche Indiën een man te staan, die Spanjes gezag met macht en +kracht wist te handhaven. En hoe men over Columbus ook denken mocht, +niet één zou durven beweren, dat hij in dit geval de rechte man was om +de orde te bewaren. + +In Spanje had evenwel nog iets meer plaats gegrepen. Columbus had in +een' zijner brieven ook een wijdloopig verhaal gedaan van de landen, +die hij op zijn' laatsten tocht gevonden had. Op de gewone manier had +hij zich vaak aan allerlei dichterlijke bespiegelingen overgegeven en +die voor waarheid gegeven. Vooral dat Paradijsachtige van de landen, +die »Paria« genoemd waren, en den schat van parelen, dien men daar +vinden zou, had hij met de sprekendste kleuren gemaald, en menigeen +brandde van verlangen om dat heerlijke Paria op te zoeken. Geen +evenwel wenschte dit zoo vurig als onze bekende Don Alonzo De Hojeda, +die niet met Columbus op de derde reis medegegaan was. Maar onze +avontuurlijke Ridder miste, wat het noodigste was om zulk een' tocht +te doen, en dat was geld. De overeenkomst tusschen de Monarchen en +Columbus, dat niemand der Spanjaarden bijzondere ontdekkings-reizen +mocht doen, bestond, dat wist heel Spanje en dat wist De Hojeda ook, +maar wat zou die overeenkomst? Was ze niet gesloten tusschen de +Monarchen eenerzijds en den Onder-Koning anderzijds? Was Columbus door +de benoeming van De Bobadilla niet van zijne waardigheid ontzet en +slechts »Admiraal van den Oceaan« gebleven? De overeenkomst had +derhalve hare kracht geheel verloren, en als hij nu maar een' +machtigen steun verkrijgen kon, dan zou hij, De Hojeda, wel uitzeilen +om dat Paria te vinden en aan de Kroon van Spanje te brengen. + +Die machtige steun was spoedig gevonden in zijn' neef, den Eerwaarden +Vader Alonzo De Hojeda, een der Groot-Inquisiteurs van Spanje, en wat +meer zegt, een der beste vrienden van Bisschop Don Juan Rodriguez De +Fonseca, den volhardenden tegenstander van Columbus. + +De Fonseca gaf, zeker wel met goedvinden van Koning Ferdinand, aan +onzen avonturier een' lastbrief, waarin hij gemachtigd werd om eene +vloot uit te rusten, ten einde het vasteland van Amerika nader te +onderzoeken. Waar De Bobadilla uit geldgebrek der Kroon nog niet +uitzeilen kon, daar was het De Hojeda duidelijk, dat hij bij de Kroon +niet om geldelijke bijdragen behoefde te komen. De rijke kooplieden +van Sevilla zouden hem evenwel helpen aan het uitrusten der schepen, +want er waren, als hij die Parel-landen vond, groote voordeelen van te +verwachten. De naam van den dapperen Alonzo De Hojeda was in heel +Spanje bekend, en weldra had hij dan ook aanboord van vier schepen, +die te Port Santa-Maria in de nabijheid van Cadiz lagen, manschappen +zoo goed als hij ze maar wenschen kon, want wie der zeelieden nog +aarzelde om onder bevel van een' Ridder dien tocht te maken, die +aarzelde niet meer toen hij wist, dat Juan De la Cosa, als Eerste +stuurman de reis zou medemaken. Afkomstig van Biscaye en als het ware +op zee geboren en oud geworden, stond hij als Spanjes beste Stuurman +bekend, terwijl hij daarenboven in de Indiën geen vreemdeling was, +omdat hij de heele tweede reis met Columbus had medegemaakt. + +Den twintigsten Mei 1499 ging Alonzo De Hojeda onder zeil. Geholpen +door de kennis van zijn' Eersten stuurman, zijne eigene ervaringen en +de kaarten en aanwijzingen van Columbus zelven, kwam De Hojeda, na +eene voorspoedige reis van eenentwintig dagen, in dat gedeelte van de +Nieuwe Wereld aan, hetwelk thans Guyana heet, doch wat hij er vond, +geen goud en geene parelen. Het doel van den tocht was dus niet +bereikt, doch den zorgloozen en verkwistenden De Hojeda was het meer +om avonturen dan om schatten te doen. Hij zette daarom spoedig den +tocht voort, leverde op een der Caraïben-eilanden slag met de +inboorlingen, die zich dapper verweerden, doch het onderspit moesten +delven, en kwam eindelijk bij een eiland, dat hij den naam gaf van +»Giganten-« of »Reuzen-eiland«, omdat het, zoo het heette, bewoond +werd door menschen »waarvan elke man een Antaeus en elke vrouw een +Penthesiléa was.« Naderhand kreeg dit eiland den naam van Curaçao, +doch niemand heeft er ooit een' man of eene vrouw gevonden, die aan de +personen uit de fabelleer Antaeus of Penthesiléa deed denken. Toch was +hij, die dit in zijn dagboek »Quatuor navigationes« schreef, een man, +die zich later bekend maakte door nog enkele tochten in de Nieuwe +Wereld te doen en van die tochten uitvoerige beschrijvingen te geven. +Het was Amerigo Vespucci, en naar dezen man kreeg het nieuwe +werelddeel den naam van Amerika. + +[Illustratie: AMERIGO VESPUCCI. (Geb. 1451, overl. 1512.)] + +Amerigo Vespucci werd in 1451 te Florence geboren, en betoonde al heel +vroeg eene groote voorliefde te hebben voor de studie der natuur-, +aardrijks- en sterrenkunde. Hij was afkomstig uit een aanzienlijk +geslacht, niet onbemiddeld, en trachtte door reizen in Europa zijne +kennis uit te breiden. In 1490 bevond hij zich in Spanje en bleef daar +tot 1499, wanneer hij zich als Stuurman inscheepte met Don Alonzo De +Hojeda. Reeds het volgende jaar was hij weer in Spanje terug om eenige +weken later een' nieuwen tocht naar de Indiën te doen, bij welke +gelegenheid hij enkele eilanden ontdekte. Die tocht werd nog door +eenige andere reizen gevolgd, en daar hij den slag had om op eene +luchtige en vroolijke manier te vertellen, zoo werden de boeken, +waarin hij zijne reizen beschreef, weldra in alle landen van Europa +gelezen. De boekhandelaar Martin Waldseemüller, die de werken van +Vespucci, in het Duitsch vertaald, opnam in een grooter boek, schijnt +het voorstel gedaan te hebben om het nieuw gevonden werelddeel, +waarvan men toen reeds wist, dat het niets met de Indiën te maken had, +den naam van »Amerika« te geven. Dat is zeker, dat de naam »Amerika« +reeds voorkomt op kaarten van 1520 en 1522. Ongetwijfeld was deze +Amerigo Vespucci een zeer geleerd man, doch als ontdekker heeft hij +toch veel te weinig gedaan om zijn' naam aan de Nieuwe Wereld gegeven +te zien. Het heeft daarom, vooral in den laatsten tijd, niet aan +geleerden ontbroken, die vroegen: »Is het wel waar, dat Amerika naar +dezen Amerigo genoemd is?« Sommigen zijn er toe gekomen om het sterk +te betwijfelen en wijzen op vele namen in Middel-Amerika, die op +_ique_ en _acao_ eindigen. Anderen weer houden het ervoor, dat de naam +afgeleid is van »Amarca«, wat de heilige naam der Peruanen was. Het +zal evenwel een zoeken en gissen blijven, en al vinden we het nu +jammer, dat dit groote werelddeel niet »Columbia« heet, het zal niet +baten, en »Amerika« zal het wel blijven heeten. + +Na deze noodzakelijke uitweiding tot De Hojeda terugkeerend, treffen +wij hem aan voor eene diepe en wijde golf. Stoutmoedig zeilde hij de +golf binnen en bevond dat ze veel eer op een kalm meer dan op eene zee +geleek, en naarmate hij er dieper in kwam werd het water steeds +kalmer. Eensklaps echter werden op een' morgen aller oogen getrokken +door een dorp, dat midden op het water gebouwd was. Zulk een dorp van +paalwoningen was in De Hojeda's tijd een zeer vreemd iets en bijna +vier eeuwen moesten nog na hem verloopen om de ontdekking te doen, dat +diezelfde paalwoningen ook in de Europeesche meren, inzonderheid in de +Zwitsersche en Italiaansche gebouwd werden, toen Europa nog slechts in +de Grieksche gedeelten beschaafd was. Op het gezicht van die +paalwoningen dacht De Hojeda onwillekeurig aan Venetië, dat ook op het +water gebouwd was, en terstond gaf hij deze streek den naam van +»Venezuela«, dat »Klein Venetië« beteekent. De inwoners echter, die +eerst zeer schuw in hunne woningen bleven, doch al heel spoedig een' +aanval op de vreemdelingen waagden, welke natuurlijk in hun nadeel +uitviel, noemden het land »Coquibacoa.« Na dit gevecht drongen de +Spanjaarden de golf steeds dieper in en kwamen eindelijk in het Meer +van Maracaïbo, waar de inwoners buitengewoon vriendelijk waren en +alles deden, wat ze konden om den vreemdelingen te behagen. +Merkwaardig mag het genoemd worden, dat De Hojeda in het verslag van +zijne reis melding maakt van Engelsche reizigers, die hij te +Coquibacoa ontmoette. Dit bericht bracht in Spanje heel wat pennen en +gemoederen in beweging, want, hoe kwamen die Engelschen daar? Wanneer +De Hojeda zich niet vergist had, dan hadden die Engelschen immers niet +veel meer dan den draak gestoken met de Pauselijke bul, die alleen aan +Spanje en Portugal het recht gaf om de landen, aan den Atlantischen +Oceaan en in de Indiën gelegen, te bezoeken, er handel op te drijven +en ze zich toe te eigenen. Er werden dan ook terstond maatregelen +genomen om de Engelschen te beletten de Indiën te naderen. Intusschen +is in de Engelsche geschiedenis niets bekend van dien tocht, zoodat De +Hojeda vermoedelijk de blanke inlanders met Engelschen zal verward +hebben. Een ander vermoeden bestaat er ook nog, doch dat zal eerst +geopperd worden in een volgend hoofdstuk, als we over Giovanni Caboto +en van zijn' beroemden zoon Sebastiano met enkele woorden spreken. + +Het kostte De Hojeda en den zijnen groote moeite om van deze goedige +menschen te scheiden en dit heerlijke land te verlaten, en als we dat +lezen, dan overvalt ons een gevoel van treurigheid bij de gedachte, +dat later, door de ellendige gouddorst der Spanjaarden, deze menschen +halve duivels werden en dat, vier eeuwen na de ontdekking, deze landen +de broeinesten van jammer, ellende en revolutie zijn. Hoe bitter wreed +werd het Paradijsachtige leven van deze goedige en gelukkige menschen +verstoord! Waarlijk, wie er ook jubelen mogen bij het vierde eeuwfeest +van Amerika's ontdekking, de weinige nakomelingen van de +oorspronkelijke bewoners hebben er allerminst redenen toe. Bij het +gejubel der Blanken mogen zij weenen bij de bouwvallen van hun +voormalig Paradijs. En hoe lang nog? Met ieder jaar dringen de Blanken +steeds verder, en wijken de Indianen. Met ieder jaar neemt hun aantal +af, want allerlei ziekten, door Europeanen aangebracht, dunnen op eene +verschrikkelijke wijze hunne gelederen. Het viel bijna allen +ontdekkers op, dat de inboorlingen niet door de pokken geschonden +waren; die ziekte kenden de Indianen niet, doch de Europeanen brachten +ze over, en geene ziekte woedde er ooit heviger onder hen dan juist +deze. + +Al wat laag en liederlijk was, mocht bij hen bijna onbekend heeten, +doch het uitschot van volk, dat de Spaansche Regeering naar deze +landen zond, was oorzaak, dat de inboorlingen er mede bekend werden, +en, als Renegaten in de ondeugd, toonden ze ook de eigenschappen van +Renegaten te hebben, en overtroffen ze weldra hunne leermeesters. + +Na dit heerlijke land verlaten te hebben, zette De Hojeda zijn' tocht +nog een eindweegs voort, doch besloot toen om den steven naar +Hispaniola te richten. Het lijkt onschuldig maar het was alles behalve +onschuldig. Wat De Fonseca had durven doen, hij had den moed niet +gehad, De Hojeda vrijheid te geven om te reizen waar deze wilde. In +zijn' lastbrief stond uitdrukkelijk vermeld, dat hij geene landen +mocht aandoen, welke door de Portugeezen in bezit genomen waren, en +ook geene, die door Columbus vóór 1495 ontdekt werden. Den inhoud van +zijn' lastbrief volgende, mocht hij derhalve niet op Hispaniola komen. +Hij was evenwel de man niet om te vreezen dat die overtreding hem +kwaad zou doen. Hij kende Koning Ferdinand; hij wist wie De Fonseca +was, en bovendien begreep hij zeer goed, dat Columbus op dat eiland op +geene rozen sliep, en dat hij, om het eens platweg uit te drukken +»Onder-Koning af« was, en dat de toestand in de Kolonie nog ellendig +zou zijn. + +En wel was die toestand meer dan treurig. Bijna door allen verlaten, +was Columbus genoodzaakt om met Roldan en de zijnen een soort van +vergelijk te treffen, doch wie nu weet welk een man die Roldan was en +welk een geest zijn' aanhang bezielde, moet terstond inzien, dat een +deugdelijk vergelijk tot de onmogelijkheden behoorde en dat er telkens +nieuwe twisten moesten ontstaan. Roldan, door Columbus weer als +Opperrechter hersteld, vervolgde den aanhang van Columbus zooveel hij +kon, doch van de lieden, die tot zijne partij behoorden zag hij alles +door de vingers. De vriendelijkheid en toegevendheid van Columbus +jegens hem telde hij niet; hij wist dat Columbus hem bij de Monarchen +aangeklaagd en tevens op zijn ontslag aangedrongen had. Wel kwam er +uit Spanje geen antwoord, doch eenmaal zou het komen, en dan zou, òf +Columbus, òf hij moeten wijken. Maar hij kende de kaart van zijn land +al te goed en kon bijna voorspellen, dat alles eindigen zou met den +val van den Admiraal. Er zat voor hem, hoe hij de zaak beschouwde, +geen voordeel in om te trachten weer in de gunst van den Onder-Koning +te komen. Zóó stonden de zaken toen Columbus besloot naar Spanje terug +te keeren. Hij was zwak en ziekelijk en gevoelde zich onmachtig om de +zaken met vaste hand te besturen. En wat wilde hij nu? Het +Onder-Koningschap over de Indiën was in zijn geslacht erfelijk +verklaard en aan het Spaansche Hof diende zijn zoon Diego als Page. +Diego was nu geen kind meer, maar een jongeling vol kracht. Hem zou +Columbus halen; samen zouden ze dan de Indiën besturen en Don Diego +zou van alles volkomen op de hoogte zijn, als de Vader het moede en +matte hoofd voor altijd te slapen legde. Die Vader gevoelde het wel, +dat zijn levensuurwerk spoedig afgeloopen zou zijn. + +Aan dit voornemen werd evenwel geen gevolg gegeven, want onverwachts +kwam er tijding, dat er in het Westen van het eiland vier vreemde +schepen aangekomen waren en meteen verspreidde zich het gerucht, dat +enkele Kaziken weer plan hadden om tegen de overheersching op te +staan. Nu zond hij nog twee karveelen naar Spanje met mannen, die niet +in de Kolonie wenschten te blijven. Het was niet veel meer dan +gespuis, dat van die gelegenheid gebruik maakte, en dat, in Spanje +gekomen, niet nalaten zou om allerlei beschuldigingen tegen Columbus +en zijne broeders in te brengen. Om het kwaad, dat ze hem brouwen +zouden, zooveel mogelijk te voorkomen, deed de Onder-Koning twee +zijner getrouwen de reis medemaken. Ze waren Miguel Ballester en +Garcia De Barrantes. Met opzet worden die twee mannen hier genoemd, +omdat ze waarlijk edele harten bezaten en nog nimmer bezweken waren +voor de schoone beloften van Roldan. Deze twee getrouwen kregen +brieven van Columbus aan de Monarchen mede, en hierin vroeg Columbus +nogmaals om toch een Opperrechter te zenden. Hij verklaarde er in dat +hij en zijne broeders van wreedheid beschuldigd werden, doch dat zijn +geweten hem daarvan niet alleen vrij sprak, maar hem zelfs verweet te +zachtmoedig en te toegevend te zijn. Zond men nu een eerlijk en +geleerd Opperrechter dan zouden Roldan en de zijnen inzien, dat ze +valsche beschuldigingen ingebracht, en dat hij, de Onder-Koning, en +zijne broeders het recht niet met voeten getreden hadden. Welk een +geworstel! + +De karveelen vertrokken en Columbus moest nu weten welke schepen er in +het Westen van het eiland aangekomen waren. Spoedig vernam hij, dat +hij met een eskader te doen had, dat onder bevel van Don Alonzo De +Hojeda stond. Columbus kende dien man en wist dat hij tot alles in +staat was, en daarom zond hij er Roldan heen om dien gevaarlijken gast +weg te krijgen. Roldan nam die taak gaarne op zich en vertrok met twee +karveelen naar het genoemde punt en wist De Hojeda, die met slechts +vijftien man aan den wal was, zoo te verrassen, dat hij niet meer naar +zijne schepen kon terugkeeren. De Hojeda, door de inwoners +gewaarschuwd, was de man niet om den moed te verliezen, en hij kende +Roldan ook genoeg om te weten hoe hij de zaak moest aanleggen om niet +in moeielijkheden te komen. Zoo brutaal mogelijk ging hij Roldan +tegemoet en toen deze hem vroeg om den vrijbrief te toonen, welke De +Hojeda noodig had om op dit eiland te komen, vertelde de slimme +avonturier, dat die vrijbrief aan boord van zijn schip was, dat hij +een' belangrijken ontdekkingstocht gedaan had en dat hij van plan was +om met zijne schepen, zoodra hij deze had laten herstellen, naar +San-Domingo te komen om daar den Onder-Koning van alles bericht te +geven. Noodig achtte hij het niet, want, vervolgde hij: »Columbus is +aan het Hof geheel in ongenade gevallen, doch mijn Ridderplicht zou ik +te kort doen, als ik niet naar San-Domingo kwam.« + +Slechts één punt van De Hojeda's mededeeling boezemde Roldan +belangstelling in en dat was: »Columbus in ongenade.« + +Roldan liet evenwel niets van zijne vreugde over dit bericht blijken, +hield zich, alsof hij geloofde dat De Hojeda te San-Domingo komen zou +en vertrok om Columbus mede te deelen, wat het plan van den avonturier +was. Wie er echter te San-Domingo kwam, De Hojeda niet en al spoedig +bleek het, dat hij er niet aan dacht om te komen. Nu werd Roldan er +andermaal op uitgezonden en niet dan met de grootste moeite, en op +vechten af, slaagde hij er in om eindelijk den avonturier verwijderd +te krijgen. Deze had zich onder de ontevreden Spanjaarden heel wat +vrienden gemaakt, en daar deze laatsten het moeielijk verkroppen +konden, dat Roldan, die eerst met hen samengespannen had, nu alweer de +rol van Opperrechter vervulde, zoo ontstond er opnieuw gevaar, dat er +onder de kolonisten, die zich nu nog al tamelijk rustig hielden, een +opstand uitbarsten zou. Dat gevaar vermeerderde nog toen Columbus een' +zekeren Don Hernando De Guevara naar Xaragua gezonden had, met bevel +zich daar aanboord van De Hojeda in te schepen, omdat hij voor de +kolonie een gevaarlijk persoon was. De Hojeda was evenwel vertrokken +en de woelzieke Ridder kreeg van Roldan vergunning om te Xaragua te +blijven. Doch wat gebeurde? Roldan had het oog laten vallen op +Hignameta, de schoone en bevallige dochter van Anacaona, en De +Guevara, die haar ook leerde kennen, begeerde haar eveneens tot vrouw. +Thans spande Roldan alle krachten in om den gehaten medeminnaar te +verwijderen, doch deze wist zich ook een' aanhang onder Roldans +vroegere makkers te verzekeren en bleef bedaard waar hij was. Toch +gelukte het Roldan om zijn' tegenstander gevangen te nemen, maar als +een loopend vuur verspreidde zich het gerucht van deze daad en +bereikte ook de ooren van Don Adrian De Moxica, een' neef van Guevara. +De Moxica trok zich de zaak van den neef aan en--de opstand tegen het +gezag brak opnieuw uit. Mocht Columbus nu ook al andermaal +toegevendheid hebben willen toonen, Don Bartholomeus wist hem te +beduiden, dat er heel wat anders gebeuren moest, en dat alleen door +het invoeren van een schrikbewind de Kolonie te redden was. Columbus +luisterde naar dien raad, en werkelijk het schrikbewind werd met eene +ongekende wreedheid ingevoerd. Er ging geen dag voorbij of er werd een +doodvonnis geveld en voltrokken. + +Zeven Spanjaarden waren pas geleden opgehangen en vijf zaten in de +gevangenis hun vonnis af te wachten, toen den drieëntwintigsten +Augustus 1500 twee karveelen in het gezicht van San-Domingo kwamen. +Don Diego voerde daar, bij afwezigheid zijner broeders, bevel, en +wanende dat die karveelen Columbus' zoon Diego zouden brengen, zond +hij eene sloep uit om hem welkom te heeten. + +Het was niet Don Diego, die daar kwam; het was Don Francisco De +Bobadilla, de nieuw benoemde Opperrechter, het was de feitelijke +Onder-Koning, die Columbus van zijne waardigheid kwam ontzetten. + +De mannen, die hem met de sloep tegemoet geroeid waren, deelden hem +mede met welk eene strengheid Columbus in den laatsten tijd het gezag +uitgeoefend had, en toen De Bobadilla de haven van San-Domingo +binnenliep, bewezen de galgen op het galgenveld, dat men hem geene +leugens opgedischt had. + +Het was De Bobadilla's verlangen geweest, Columbus schuldig te vinden, +om dan met meer recht tegen hem te kunnen optreden en hem het hooge +gezag te ontnemen. Of Columbus wel schuldig was, en of de gehangenen +hun lot niet verdiend hadden, wilde hij niet onderzoeken, en daardoor +overtrad hij den lastbrief, dien de Monarchen hem hadden medegegeven. +Ja, de bedoeling van Ferdinand en Isabella was het geweest om De +Bobadilla het hoogste gezag in handen te geven, doch hij moest +Columbus daarbij niet meer krenken dan zij hem al gekrenkt hadden. + +Niettegenstaande Don Diego's protest, gedroeg De Bobadilla zich +terstond als opperste Gezaghebber, en vereischte de loslating der +gevangenen en het overleggen der proces-stukken. Slechts voor geweld +bukte Don Diego; hij begreep dat langer tegenstand bieden toch niets +baten zou. Zoodra Columbus vernam, dat de nieuwe Opperrechter +aangekomen was, heette hij hem schriftelijk welkom, want ter +onderdrukking van den opstand bevond hij zich in het binnenland. Hij +gaf hem den welgemeenden raad om voorzichtig te wezen in het verleenen +van vrijdom naar het zoeken van goud, en zeide hem verder, dat hij +binnenkort te San-Domingo komen zou. Hij zelf zou dan naar Spanje +terugkeeren en hem in het voorloopig bewind over het eiland +achterlaten. + +Op dien brief kwam evenwel geen antwoord, en toen Columbus vernam hoe +De Bobadilla te werk ging, Roldan en zijn' aanhang begunstigde en dat +hij zelfs zijn' intrek in het huis des Onder-Konings genomen en daar +alles zich toegeëigend had, geloofde Columbus met niemand anders te +doen te hebben dan met een' driesten avonturier en bleef hij +voorloopig waar hij was, niet wetende hoe in deze zaak te handelen. + +Het duurde evenwel niet lang of hij zou weten, wat hij doen moest. De +Bobadilla zond Francisco Velasquez en Juan De Trasierra naar Columbus, +en toen deze twee te Bonao aankwamen, waar de Onder-Koning zich +ophield, lieten ze hem den geloofsbrief van De Bobadilla zien. Het was +een stuk, onderteekend met: »Ik, de Koning« en »Ik, de Koningin«, en +bevatte voor hem het bevel om De Bobadilla »in alles te vertrouwen en +te gehoorzamen.« + +Te gehoorzamen? Het stond er maar al te duidelijk. Hij, de +Onder-Koning, moest gehoorzamen hem over wien hij te bevelen had. De +Monarchen wilden dat. + +Wat zou hij doen? + +Wie Columbus kende, behoefde dat niet te vragen. Te trotsch om de +bevelen van anderen te volgen, volgde hij onvoorwaardelijk de bevelen +zijner Monarchen en zoo goed als geheel alleen begaf hij zich op weg +naar San-Domingo. + +»Columbus komt, maar vergezeld van zijne vrienden, de Kaziken met +hunne legerbenden,« zoo vertelden zij, die te San-Domingo gekomen +waren om »de opgaande zon« te aanbidden en van hem allerlei gunsten te +verkrijgen. + +Er was geen woord van waar, doch De Bobadilla greep dat gerucht met +blijdschap aan, want het gaf immers een schijn van recht aan alle +handelingen, die hij reeds gepleegd had en die hij ten opzichte van +Columbus nog plegen zou? + +Al wat een wapen dragen kon, werd in de wapenen geroepen om den +verwaten Admiraal met zijne wilde legerhorden te keeren, en als een +bewijs, dat deze maatregelen van voorzorg hoognoodig waren, liet De +Bobadilla terstond Don Diego in boeien slaan en zoo aanboord van een +der schepen brengen. + +Vol spanning wachtte men op den bode, die het bericht brengen zou: »De +Admiraal komt!« + +Met eene bespottelijke heldhaftigheid, die aan Don Quichotterie doet +denken, werden de kruisbogen gespannen, de zwaarden getrokken, de +vuurroeren geladen, de pieken geveld. + +Eindelijk... »De Admiraal komt! Hij komt alleen!« + +»Men sla hem in boeien!« beveelt De Bobadilla, en laat de rammelende +keten voorbrengen. + +Columbus wordt gevangengenomen, maar hem boeien, hem, van wien ze toch +niet zeker weten, of hij wel in ongenade gevallen en van zijne +waardigheden ontzet is,--hem, die zóó lang hun heer en meester was, +neen, dat kunnen, dat willen ze niet. Zelfs zij, die zoo menigmaal +tegen zijn gezag waren opgestaan, weigeren. + +Eindelijk verschijnt Espinosa, de kok van Columbus, en wat een ander +niet wilde doen, dat doet deze: hij slaat zijn' meester in de boeien. + +De arme Columbus werd naar de gevangenis gebracht en daar wel bewaakt, +doch hiermede was De Bobadilla's gezag nog niet bevestigd. Don +Bartholomeus leefde nog in vrijheid, en het was algemeen bekend, dat +deze niet zoo handelbaar was als zijn broeder en bovendien onder de +Kaziken een' grooten aanhang had. Wat moest men doen, als hij met eene +sterke legermacht kwam om den Admiraal te bevrijden? + +Of De Bobadilla zelf het middel vond om dat gevaar te bezweren, is +onbekend, maar het werd gevonden en was zoo laaghartig mogelijk. Men +had nu gezien dat Columbus zich zonder tegenstreven onderwierp aan +het: »Ik, de Koning« en »Ik, de Koningin.« Welnu, hij moest een' brief +aan Don Bartholomeus schrijven en hem daarin gelasten, onmiddellijk +naar San-Domingo te komen om zich aan het gezag van De Bobadilla te +onderwerpen, omdat dit de wil der Monarchen was. Als Columbus dat +schreef, dan zou Don Bartholomeus gehoorzamen, dat wisten ze. + +Columbus schreef dien brief; Don Bartholomeus kwam, en werd ook +gevangengenomen en in boeien geslagen. + +Men mag deze daad van Columbus beoordeelen zoo men wil, doch men moet +niet vergeten, dat de acht jaren na 1492 veel meer dan dubbel voor hem +geteld hebben. Hij was een grijsaard geworden te midden van allerlei +tegenspoed en rampen, te midden van allerlei miskenning. Zijne +gezondheid was geknakt; zijne oogen waren verzwakt; zijne hoop was +vervlogen. Alleen de trouw, de onwrikbare trouw aan zijne Souvereinen +was gebleven, en hij twijfelde er geen oogenblik aan of hij zou, als +hij maar in Spanje ten Hove verschijnen mocht, de vuige lasteringen +van zijne vijanden zóó weerleggen, dat men hem niet alleen in zijne +eer, maar ook in al zijne waardigheden herstelde. + +Hij wilde naar Spanje, hoe dan ook, doch hij was er nog niet, en een +man als De Bobadilla was tot alles in staat, zelfs om hem het hoofd +voor de voeten te leggen. Daarom was hij onderworpen tot de grenzen +der lafheid; daarom schreef hij zijn' broeder dien ongeluksbrief. En +waarom zou hij het ook niet gedaan hebben? Al was Don Bartholomeus ook +zoo gelukkig hem te bevrijden, hoe zou hij, de gevallene, dan nog +gezag kunnen uitoefenen? Reeds toen hij er nog rechtstreeks mede +bekleed was, gehoorzaamde men hem niet, en moest hij zelfs een' man +als Roldan naar de oogen zien, hem alle overtredingen vergeven en +allerlei gunsten verleenen. Nu hem het gezag ontnomen was, zouden +zelfs zijne getrouwen aarzelen om hem te gehoorzamen. + +Naar Spanje terugkeeren was zijn eenig redmiddel, doch telkens bekroop +de vrees hem, dat dit niet gebeuren zou. + +Eindelijk waren de schepen gereed om met de gevangenen te vertrekken, +doch Columbus, die nog altijd in den kerker zat, wist nergens van. + +Daar treedt eensklaps Ridder Alonzo De Villejo met de wacht binnen. + +Columbus verbleekte, dacht aan het schavot, en vroeg met bevende stem: +»De Villejo, waarheen brengt ge mij?« + +Deze De Villejo was een rechtschapen Ridder, en zeide, zonder een +oogenblik zijne onderdanigheid tegenover den Admiraal te verliezen: +»Naar het schip, Excellentie, om aanboord te gaan.« + +»Om aanboord te gaan,« riep Columbus verheugd. »De Villejo, spreekt +gij waarheid?« + +»Bij het leven van Uwe Excellentie,« hernam de Ridder, »het is de +waarheid.« + +De Admiraal had zijn' zin; hij zou naar Spanje gaan, en zich daar +kunnen verantwoorden. + +Toch moet die gang van de gevangenis naar het schip voor den +hooghartigen man een oogenblik van duldelooze kwelling geweest zijn. + +Het gemeen wachtte den gevangene op, en begroette hem met +scheldwoorden. + +[Illustratie: »Spanje moge getuige zijn van den smaad mij aangedaan.«] + +Verloopen Ridders, die als gemeene deugnieten voor hem gesidderd +hadden, en bijna als bedelaars hadden moeten rondzwerven, stonden daar +in sierlijke kleeding, trotsch op de gunst waarin ze bij De Bobadilla +gekomen waren, en lachten hem sarrend uit. + +Geen' tred mocht Columbus in zijne eigen woning doen. Al, wat zich +daarin bevond, was door De Bobadilla in beslag genomen. Alles, zijne +boeken, instrumenten, meubelen, gouden en zilveren sieraden, zijn geld +en goed, ja, zelfs zijne brieven en papieren waren verbeurd verklaard, +doch reeds voor een groot deel gebruikt om Columbus' vijanden te +verrijken. + +Er is een bekend Latijnsch gezegde: »Sic transit gloria mundi!« dat +is: »Zoo gaat de heerlijkheid der wereld voorbij!« + +Weinig voorbeelden zijn in de geschiedenis der wereld aan te wijzen, +waar dit gezegde in zijne volle beteekenis zoo kan toegepast worden, +als hier. + +Het was in het begin van October 1500 toen de karveelen het anker +lichtten en de reis naar Spanje aannamen, onder het opperbevel van Don +Alonzo De Villejo. De Kapitein van de karveel, waarop Columbus als +gevangene was, heette Andreas Martin. Deze deed voor De Villejo in +edelmoedigheid niet onder, en behandelde den Admiraal met de meeste +onderscheiding. + +Zoodra men de ankers gelicht en de haven verlaten had, gaf De Villejo +bevel om Columbus de boeien af te nemen, doch toen men kwam om dit te +doen, weigerde Columbus beslist, ze zich te laten ontnemen. + +»Neen! Spanje moge getuige zijn van den smaad, mij aangedaan,« zeide +hij. »Hunne Majesteiten hebben mij bevolen om De Bobadilla in alles te +gehoorzamen. Hij heeft mij in boeien doen slaan in Hun' naam, en ik +zal ze dragen tot zij bevelen, ze mij af te doen. Dan zal ik ze +bewaren, als eenig loon voor alles, wat ik voor Hunne Majesteiten en +voor Spanje gedaan heb.« + +Er lag bitterheid in die laatste woorden, doch wie zal ze Columbus +euvel duiden? Als bedelaar klopte hij eenmaal aan eene kloosterpoort, +en jaren later, na Spanje, zoo hij meende, de Indiën gegeven te +hebben, was hij armer dan in die dagen. Toen genoot hij nog de gulden +vrijheid; thans was hij in kluisters geklonken. + +Columbus' zoon, Don Ferdinand, zegt: »Ik zag die ketenen steeds in +zijn kabinet hangen, en menigmaal deed hij ons het verzoek om, wanneer +hij gestorven zou zijn, ze bij hem in de kist te leggen.« + +Toen Columbus de tochten bestuurde, had hij nimmer in zulk een' korten +tijd den zeeweg van Hispaniola naar Spanje afgelegd als nu. Zonder +eenigen tegenspoed kwamen de karveelen reeds in November te Cadiz aan. +Thans vroeg hij den edelen De Villejo de gunst om de brieven, die hij +onderweg geschreven had, met eene boot naar den wal te mogen laten +brengen, en te willen zorgen, dat een renbode ze onmiddellijk aan het +Hof bezorgde. Hij vreesde dat zelfs de weg naar het Hof hem zou +afgesloten zijn, wanneer de Koning en de Koningin De Bobadilla's +brieven vóór de zijne ontvingen. + +De Villejo stond dit verzoek gaarne toe, en eer de karveelen aan den +wal gemeerd lagen, was de renbode reeds met Columbus' brieven weg. + +Aanvankelijk hadden de bewoners van Cadiz de twee karveelen met +onverschilligheid zien naderen. Wat anders zouden ze alweer brengen +dan ongelukstijdingen? Men verwachtte niets goeds, maar,--de +nieuwsgierigheid kwam boven en deed vragen. + +En daar luidde het antwoord: »Wij hebben den »Admiraal van den +Oceaan«, den gewezen »Onder-Koning van de Indiën« en zijne twee +broeders, in boeien geslagen, bij ons aanboord. Zijne Excellentie De +Bobadilla heeft het zoo bevolen.« + +Eene huivering beving ieder, die dit hoorde. + +Ja, duizenden en nog eens duizenden hadden Columbus een' avonturier +genoemd, die aan Spanje nog niets dan schade gebracht had, maar nu men +hem in boeien geklonken naar Spanje zond, werd ieders gelaat van +verontwaardiging gekleurd. Dat was eene schande, eene onuitwischbare +schande. Het waren zelfs Columbus' oudste tegenstanders en vijanden, +die dit luide getuigden. + +Het bericht liep van mond tot mond, en zelden klonken er zoovele +kreten van diepe verontwaardiging. Ook Koning Ferdinand en de goede +Koningin Isabella stonden ontzet toen ze de tijding ontvingen; ze +konden het niet gelooven. De renbode bevestigde evenwel van woord tot +woord het gerucht, en de brieven deden de waarheid nog erger zijn dan +het gerucht. Stellig had zóó iets zelfs niet in de bedoeling van +Koning Ferdinand gelegen, en van Koningin Isabella nog veel minder. De +Bobadilla had den inhoud van den lastbrief niet gevolgd, en op eigen +gezag daden gepleegd, waaraan de Monarchen niet schuldig konden of +wilden zijn. Alle gekroonde Hoofden in Europa zouden er schande van +spreken, en de Spaansche naam zou veracht worden door heel de wereld. + +Onmiddellijk na het lezen van Columbus' brieven werd er een courier +naar Cadiz gezonden, met het Koninklijke bevel, om oogenblikkelijk +Columbus en zijne broeders van hunne ketenen te verlossen en in +vrijheid te stellen. En niet alleen in vrijheid stellen, neen, meer +dan dat. Het bevel luidde dat men den Admiraal en zijne broeders +overeenkomstig hun' hoogen rang behandelen zou, en eene som van ruim +twintigduizend gulden moest Columbus ter hand gesteld worden, om zich +het noodige aan te schaffen, teneinde op waardige wijze aan het Hof te +kunnen komen. + +Na van de vermoeienissen en ziekten eenigszins hersteld te zijn, begaf +Columbus zich op reis naar Granada, waar de Monarchen toen hunne +residentie hadden, en den zeventienden December verscheen hij ten +Hove. + +Ontroering greep ieder aan, die den grooten man zag. + +Met waggelenden tred, gebogen rug en doffe oogen schreed hij tusschen +de Hovelingen door naar den troon der Vorsten. Daar knielde hij neer +en--brak in een luid gesnik uit. Hij had zich groot willen houden, +doch hij kon niet. + +Koningin Isabella was de eerste, die op hem toetrad, hem zacht bij den +arm greep, en vriendelijk verzocht om op te staan. + +Het woord eener vrouw kan eene tooverachtige kracht hebben, en voor +Columbus had het woord zijner Koningin meer dan eene tooverachtige +kracht. + +God, de Heilige Maagd en zijne Koningin, geen, die hij meer vereerde. + +Hij richtte zich op, en toen hij tranen in de oogen van Isabella zag, +kreeg hij weer alle hoop terug. Die hoop maakte hem welsprekend, en +zoodra hij zijn pleidooi geëindigd had, smaakte hij de voldoening, dat +Koning Ferdinand, ten aanhoore van al de Hovelingen, verklaarde, dat +De Bobadilla de grens zijner macht verre overschreden had, en dat zij +nimmer last hadden gegeven, hem en zijne broeders gevangen te nemen, +en nog veel minder om hen op zulk eene onteerende en vernederende +wijze te behandelen. Columbus werd in al zijne rechten en waardigheden +hersteld, doch hoe hij er ook op aandringen mocht, het +Onder-Koningschap van de Indiën konden ze hem niet toevertrouwen. +Columbus had zich letterlijk onmogelijk gemaakt door de verkeerde +maatregelen, die hij in die waardigheid genomen had, en toen de +Monarchen hem verzekerden, dat zijn leven zelfs gevaar liep zoo hij +andermaal, met het hoogste gezag bekleed, te San-Domingo kwam, zeiden +ze dit niet zóó maar, want werkelijk, er bestond alle grond voor, dat +het gebeuren zou. Toch hielden de Koning en de Koningin hem de handen +boven het hoofd, door oogenblikkelijk De Bobadilla van zijn ambt te +ontzetten, en in zijne plaats te benoemen Don Fray Nicolas De Ovando, +een Edelman, die om zijne deugden en bekwaamheden de achting genoot +van al wat Spanjaard heette. + +Dat Columbus, trots dit alles, geen' vrede met dat besluit kon hebben, +is natuurlijk, doch hij zweeg, en zou later wel zien terug te krijgen, +wat hem, naar zijne meening eerlijk toe kwam. Hij hoopte zich door +nieuwe ontdekkingen nog verdienstelijker te maken, en dan zou alles +wel weer terecht komen. Naar zijne stellige overtuiging had hij Marco +Polo's »Zipangu« en de Oostkust van Azië ontdekt. Hij wilde nu een' +tocht maken om den zeeweg naar de eigenlijke Indiën te vinden. Een +groot deel van dien weg had hij immers al afgelegd? + +De Monarchen vonden dit plan uitnemend, maar .... eerst moest er geld +voor de uitrusting der schepen zijn, en dat was er nog niet, zoodat +onze Admiraal tijd had om in Spanje, door rust, weer tot de vorige +krachten terug te keeren of--door ergernis over het dralen, nog meer +averechtsche plooien in zijn karakter te krijgen. Dat uitstel van de +vierde reis, die ook zijne laatste zou zijn, geeft ons gelegenheid om +in een volgend hoofdstuk eerst over de ontdekkingstochten van andere +ondernemende mannen te spreken, en dan ten slotte hem op dien laatsten +tocht te volgen. + + + + +HOOFDSTUK IX. + +LAATSTE REIS VAN COLUMBUS. + + +Het ligt geheel in den aard der zaak om aan te nemen, dat het gerucht +van Columbus' ontdekking ook nog andere volken dan de Portugeezen +prikkelen zou om het voorbeeld der Spanjaarden te volgen, wanneer ze +maar een land bewoonden, dat aan zee gelegen was. De Italianen hadden +er ook wel lust in, vooral de Genueezen, Florentijnen en Venetiërs, +maar wanneer dezen uitzeilden om ontdekkingen te gaan doen, dan +moesten ze de enge Straat van Gibraltar passeeren en waren daardoor +geheel in de macht van Spanje, dat natuurlijk met Argus-oogen uitzag +of een ander volk het niet waagde om het voorrecht, door den Paus aan +Spanje gegeven, als van geene kracht te beschouwen. Italië zag zich +derhalve gedwongen, bedaard toe te zien. Portugal repte zich om zijne +ontdekkingen in Afrika voort te zetten, en wij weten reeds met welk +een' gunstigen uitslag. Frankrijk had echter onder de regeering van +Koning Lodewijk XII de handen te vol om den verwarden staat van +binnenlandsche zaken te ordenen, en een waakzaam oog te houden op de +uitbreiding der macht van het Habsburgsche Huis. Hoe gunstig ook voor +de zeevaart gelegen, het kon zich niet met ontdekkingstochten inlaten. +De Nederlanders dreven in dien tijd wel veel zeehandel, ze waren ook +ondernemend en belust genoeg om ontdekkingen te gaan doen, maar, er +was iets, dat hun de handen bond. Graaf Filips de Schoone toch, die +Heer was over bijna al de Nederlanden, was gehuwd met de Infante +Johanna, dochter van Koning Ferdinand en Koningin Isabella. Nu sprak +het toch vanzelf, dat de Nederlanders op zee geene mededingers mochten +of konden worden van een bevriend en machtig land, en toen later Karel +V Koning van Spanje werd, en meteen dus ook Heer der Nieuwe Wereld, +waren de handen der Nederlanders nog veel meer gebonden. Dat het hun +aan geen' ondernemingsgeest of moed faalde, bewezen ze bijna op +hetzelfde oogenblik, dat ze zich aan de macht van Spanje onttrokken, +en veilig kan men aannemen, dat die zucht om op ontdekkingen uit te +gaan, en het toch niet te kunnen doen, eene der vele redenen is +geweest, dat er tusschen de Nederlanders en Spanjaarden zulk een +volkshaat bestond. + +Nu we de redenen opgenoemd hebben waarom de Italianen, Franschen en +Nederlanders geen deel aan de ontdekkings-tochten namen, rest ons nog +om over de Engelschen te spreken, want de Duitschers en Noren rekenden +in dien tijd niet mede; hunne scheepvaart bepaalde zich bijna +uitsluitend tot de Noordzee en de Oostzee. + +Dat de pogingen van Don Bartholomeus in Engeland schipbreuk leden, +meldden we reeds. Men vertrouwde den vreemdeling niet genoeg, en +Koning Hendrik VII bleef er zelfs vrij koel onder, toen de ontdekking +der Nieuwe Wereld, of zooals men meende, de Indiën, ook in Engeland +bekend werd. + +In die dagen woonde echter te Bristol een vermogend en geleerd +Italiaansch koopman. Hij was van Venetië afkomstig, en heette Giovanni +Caboto, doch de Engelschen noemden hem eenvoudig John Cabot. Met leede +oogen zag deze man het aan, dat de Spanjaarden door hunne ontdekkingen +den handel van zijne vaderstad Venetië ten gronde zouden doen gaan, +maar zeer goed zag hij in, dat Venetië onmogelijk als mededingster op +den Oceaan kon optreden. Nu besloot hij, als Venetiaan, zich te +wreken, en trachtte den Koning van Engeland over te halen om aan hem +en aan zijne drie zonen volmacht te verleenen om in het Westen op +ontdekkingen uit te gaan. De Pauselijke bul was natuurlijk ook in +Engeland bekend, doch Hendrik was er de man niet naar om zich aan die +bul te storen. Geen recht was heilig bij hem, als hij er maar voor +zichzelven voordeel in zag het te verbreken. Toch werd Cabots voorstel +op de lange baan geschoven, en eerst in 1495 verleende de Koning hem +die volmacht. Het werd evenwel nog 1497 eer Cabot met vier +transportschepen en een Koninklijk vaartuig de haven van Bristol +verliet. De volmacht was hem verleend op voorwaarde, dat hij een +vijfde deel van de behaalde winst aan den Koning zou afstaan, terwijl +de Koning, inruil daarvoor, hem het uitsluitend recht waarborgde om +met zijne zonen op de ontdekte landen handel te drijven. De Cabots +waren beter wiskunstenaars dan Columbus, zoodat ze overtuigd waren +dat, op eene hoogere breedte, den weg naar de Indiën nader moest zijn +dan op de lagere, die Columbus gekozen had. Vader Cabot hield den +koers ook westelijk, en den vier-en-twintigsten Juni 1497 ontdekte hij +het vasteland van Noord-Amerika, derhalve veertien maanden vroeger dan +Columbus het vasteland van Zuid-Amerika aanschouwde. Amerigo +Vespucci's beweren, dat hij de eerste Europeaan geweest was, die het +vasteland van de Nieuwe Wereld gevonden had, vervalt door deze +ontdekking natuurlijk geheel. Columbus had het moeielijk kunnen +tegenspreken, want het eiland Cuba werd door hem voor het vasteland +gehouden, en Paria hield hij voor een groot eiland. Wel twijfelde hij +er nu en dan aan, of Paria wel een eiland was, omdat het water eener +rivier tot op mijlen afstands buiten den wal, den Oceaan nog zoet +maakte, doch op een heel groot eiland konden ook groote rivieren zijn. +Zelfs vóór hij zijne vierde reis ondernam, en de ontdekkingen van +Zuid-Amerika reeds overal in Spanje bekend waren, hield hij het er +voor, dat de ontdekte kusten aan een eiland behoorden, hetwelk ten +zuiden van de Indiën lag. Het moest, zoo redeneerde hij verder, +slechts door eene zeeëngte van de Indiën en het vasteland van Azië +gescheiden zijn. Wanneer we hem op zijn' vierden tocht volgen, zullen +we hem terugvinden, die zeeëngte nog steeds zoekend ten Zuiden van het +gewaande »vasteland Cuba.« + +Van eene vrij voordeelige reis teruggekeerd, maakte Johns zoon +Sebastiaan in 1498 een' tweeden tocht en bereikte zelfs Kaap Florida, +die zich nog zuidelijker bevindt dan het noordelijkste van de +Bahama-eilanden, waarvan Columbus zoo ongeveer het middelste ontdekte. +Van Sebastiaans broeders vond ik nergens wat vermeld, zoodat het +mogelijk zou kunnen zijn, dat ze behoorden tot de Engelsche reizigers, +die De Hojeda op zijn' tocht ontmoette, en waarvan wij met een paar +woorden gewaagden. Mogelijk ook is het, dat de voordeelige tocht der +Cabots andere Engelschen bewogen heeft om geheel op eigen gelegenheid, +en zonder eenige volmacht, eene reis naar de Nieuwe Wereld te maken, +doch dat ze schipbreuk leden en zoo in de streek kwamen waar De Hojeda +hen ontmoette. + +De opvolger van Hendrik VII, was de beruchte Hendrik VIII, die zelf +zooveel als Paus wilde zijn, en zich derhalve niets liet gelegen +liggen aan Pauselijke bullen. Misschien was dit wel de oorzaak, dat +Sebastiaan Cabot Engeland verliet en in Spaanschen dienst trad. Hij +deed dat in 1512, doch vijf jaar later was hij weer in Engeland terug. +Hij zeilde toen met den Vice-Admiraal Perth uit, om langs Amerika's +Zuidpunt de Oost-Indiën te bereiken. Er blijkt uit deze onderneming, +die evenwel mislukte, dat er in de aardrijkskunde in zoo weinige jaren +verbazende vorderingen waren gemaakt. Zoowel voor Engeland als voor +Spanje was het te bejammeren, dat deze ervaren zeeman zulk een' +wispelturigen aard had, want in 1525 was hij weer in dienst van +Spanje, om ten slotte in 1530 opnieuw in Engeland te zijn en aldaar +benoemd te worden tot Opper-piloot. In die voorname betrekking was hij +de voorlooper van Jacob van Heemskerk en Barendsz., want ook hij +geloofde, dat men de Indiën bereiken kon door de Noordelijke IJszee. + +Met dezen zwerver langer te volgen, loopen we groot gevaar in de +Noordelijke IJszee boven Azië te komen en de Nieuwe Wereld uit het oog +te verliezen. Wij laten hem derhalve tot zijn' dood, die in 1557 +voorviel, zwerven en keeren terug naar Spanje om deel te nemen aan +andere ontdekkingstochten. + +Toen het in Spanje ruchtbaar werd, dat De Fonseca aan Don Alonzo De +Hojeda eene volmacht tot eene ontdekkingsreis gegeven had, waren er +terstond anderen bij, die De Hojeda's voorbeeld wilden volgen. Geen +echter zoo vlug als Pedro Alonzo Nino, die Columbus op zijne eerste en +derde reis vergezeld had. Hij ontving van De Fonseca eene zelfde +volmacht, als De Hojeda gekregen had, en in gezelschap van Christoval +Guerra stak hij, slechts weinige dagen nadat De Hojeda vertrokken was, +van Palos in zee met een klein vaartuig, dat slechts vijftig ton +inhoud had. Aan den weg, dien Columbus bij zijne zeereizen genomen +had, was genoeg bekendheid gegeven, hoewel tegen den zin van den +Admiraal, die vreesde, dat men van de landen en zeeën, die hij +gevonden en in kaart gebracht had, gebruik maken zou om hem te +benadeelen. De beide moedige gelukzoekers volgden De Hojeda, als het +ware, op den voet en kwamen twee weken na hem op dezelfde kust van +Paria aan. + +Zij zeilden nog westelijker dan De Hojeda gedaan had en kwamen in eene +streek waar de menschen woester en dapperder waren dan ergens elders, +doch ze hadden het geluk om toch een groot aantal voorwerpen, die in +Spanje geene waarde hadden, tegen een' schat van de kostbaarste +parelen te verruilen. Meer dan voldaan over hun' voordeeligen handel, +namen ze den terugtocht naar Spanje aan, hopende daar het loon voor +hun streven te ontvangen. De reis was voorspoedig en in het midden van +April, nog twee maanden vóór De Hojeda, liepen ze te Bayona in +Galicië, binnen. De lust om nog eens zulk een' tocht te doen, zal hun +wel ontnomen zijn, want inplaats van beloond te worden, werden ze +beschuldigd van parelen achtergehouden te hebben en in de gevangenis +geworpen. Koning Ferdinand, die dit bevolen had, omdat hij meende, dat +hem te kort gedaan was, scheen niet alleen »Liguriërs«, maar ook +geboren Spanjaarden uit de beurs der ondankbaarheid te betalen. + +Nog in hetzelfde jaar dat De Hojeda en Nino eene ontdekkingsreis +ondernamen, rustte Vincente Yanez Pinzon, dezelfde, die Kapitein op de +Nino was, waarop Columbus van de eerste reis terugkeerde, op eigen +kosten vier schepen uit en vertrok hiermede naar de Nieuwe Wereld. Hij +hield den koers ook zuidelijk, en toen hij den zesentwintigsten +Januari 1500 land ontdekte, ging hij er aan wal en nam het op de +voorgeschrevene wijze plechtig in bezit voor den Koning en de +Koningin. De kust waar hij landde lag op 28° Zuiderbreedte en was +niets anders dan een deel van het tegenwoordige Brazilië, ter hoogte +waar Kaap Sint-Augustinus ligt. De tocht naar deze streek was zeer +moeielijk geweest en menigmaal hadden de gezellen van Pinzon op het +punt gestaan om den moed op te geven. Hij alleen bleef vertrouwen, dat +men eindelijk land vinden zou, en toen hem dat gelukte, was het geen +wonder, dat hij het den naam van »Santa Maria de la Consolation« gaf. +Hij vond de kust verlaten, en welk eene moeite hij zich gaf om de +gevluchte inboorlingen tot zich te lokken, het gelukte hem niet. Een +weinig verder had hij evenwel eene ontmoeting, zooals hij er wel geene +zal gewenscht hebben. Met eenige booten aan den wal gegaan, ontdekten +ze een groot aantal inboorlingen, die zich hielden, alsof ze geen +kwaad in den zin hadden. De Spanjaarden lieten zich hierdoor misleiden +en toen ze zich meer verdeeld hadden, deden de Wilden zulk een' +verwoeden aanval met hunne pijlen, dat acht der Spanjaarden gedood +werden, ja, eene der booten viel den Wilden zelfs in handen. Pinzon +zag wel in, dat er op eene kust waar de bewoners zoo machtig en tevens +zoo vijandig gezind waren, geene kans bestond om eenigen ruilhandel te +drijven. Hij zette den tocht nu veertig mijlen in eene noordwestelijke +richting voort en kwam toen in een deel van den Oceaan, waar het water +niet zout, maar zoet was. Zonder aan den wal te gaan, liet hij de +vaten met dat water vullen en stuurde nu dichter onder den wal, waar +hij een groot eiland en eenige kleinere ontdekte. + +De reizigers stonden verbaasd en Pinzon deed, zoo zegt men, luide de +vraag: »Mare an non?« wat beduidt: »Zee of geene zee?« + +Spoedig zag hij dat het geene zee, maar een ontzaglijk groote rivier +was, welke zij daar voor zich zagen, en ze wisten haar geen' beteren +naam te geven dan »Mare an non,« wat later verbasterd werd tot +Maranon, onder welken naam de Amazonen-rivier, de grootste stroom der +geheele Aarde, tegenwoordig nog altijd bij de Spanjaarden en +Portugeezen bekend staat. + +Terwijl de ontdekkers vol verwondering op den breeden mond van dien +reuzenstroom staarden, vertoonde zich op eenmaal een zeer vreemd +natuurverschijnsel. Eensklaps rees de vloed meer dan vijf vademen; +hooge golven dreigden de scheepjes in den grond te slaan, en er werd +een vreeselijk geluid vernomen. Gelukkig ontkwamen Pinzon en de zijnen +dat dreigende gevaar. Zij hadden kennis gemaakt met de »Pororoca,« of +»zeevloed.« Deze, opgehouden door het uitstroomende rivierwater, +krijgt eindelijk de overhand, en met een donderend geraas, dat wel +anderhalve mijl ver gehoord kan worden, bruist de machtige zeevloed +over het rivierwater heen. Niet veel lust bezittende om, òf met de +gewapende Wilden, òf met dien hoogen vloed nog eens kennis te maken, +zette Pinzon den tocht in dezelfde richting voort, en bereikte op +zijne beurt den Orinoco en het land »Paria.« Wie nu een' blik op de +kaart slaat en ziet welk een groote afstand er ligt tusschen Kaap +Sint-Augustinus en het eiland Trinidad, dat voor de zoogenaamde Golf +van Paria lag, zal moeten erkennen, dat geen der Spaansche ontdekkers +nog zulk een aanzienlijk deel van de Nieuwe Wereld gezien had, als +Pinzon. Zonder eenige aanmerkelijke voordeelen behaald te hebben, kwam +hij eindelijk op Hispaniola aan, doch de thuisreis vervolgende, had +hij bij de Bahama-eilanden het ongeluk door een' vreeselijken storm +twee van zijne schepen te verliezen. Dat was voor Pinzon eene ramp te +noemen, welke hij nimmer te boven zou komen. Al zijn geld had hij aan +deze vier schepen besteed, en om ze voor den tocht doelmatig uitgerust +te krijgen, had hij bij de kooplieden van Sevilla alles op krediet +moeten koopen. Deze hebzuchtige lieden hadden van Pinzons verlegenheid +gebruik gemaakt, en hem de goederen honderd procent boven de waarde +aangerekend. Toen hij nu met slechts twee scheepjes, bijna arm en +berooid te Palos aangekomen was, legden zijne schuldeischers beslag op +beide vaartuigen, zoodra de moedige reiziger naar Granada vertrokken +was, om daar den Koning van zijn' belangrijken tocht verslag te doen. +Nog te Granada zijnde, vernam hij dat de schuldeischers de scheepjes +met alles wat er op, aan en in was, verkocht hadden om aan hun geld te +komen. Hij deed zijn beklag bij den Koning en zeide dat de +driehonderdvijftig centenaars verfhout, die hij medegebracht had, +alleen zooveel waard waren als zijne heele schuld bedroeg, waarom hij +verzocht, dat de kooplieden hem alles, wat ze verkocht hadden, zouden +teruggeven. De Koning vond dien eisch billijk en Pinzon ontkwam zoo +aan de handen zijner onbarmhartige schuldeischers. Ook hij scheen nu +geen' lust meer te hebben om op ontdekkingstochten uit te gaan en werd +graanhandelaar. Later evenwel deed hij nog twee tochten om de zeeëngte +op te sporen, welke door Columbus vermoed, gezocht en niet gevonden +werd, omdat ze niet bestond. Pinzons tochten waren derhalve ook +vergeefsch, maar dat belette niet, dat Keizer Karel V hem en zijne +familie, uit erkentelijkheid voor zijne groote verdiensten, tot den +Adelstand verhief. + +Niet ontmoedigd door de weinig winstgevende tochten, die reeds gemaakt +waren, en ook niet afgeschrikt door den ondank waarmede bijna alle +landontdekkers betaald werden, zeilde Diego De Lepe, ook een inwoner +van Palos, kort na het vertrek van Pinzon met twee karveelen het +Westen in om ontdekkingen te doen. Jammer genoeg is van deze reis zoo +goed als niets bekend, en toch was het deze De Lepe, die het waagde +Kaap Sint-Augustinus om te zeilen en nog veel dieper langs de +Braziliaansche kust het Zuiden in te gaan. Het eenige, wat van dezen +zeereiziger verder bekend is, is dat hij bij zijne terugkomst in +Spanje voor De Fonseca eene kaart van de ontdekte kusten maakte, welke +vrij goed was en gedurende eenige jaren dan ook trouw gevolgd werd. + +Bijna tegelijk met De Lepe meldde zich om een' lastbrief Don Rodrigo +De Bastides bij den Koning aan en hij verkreeg dien ook. Don De +Bastides was een zeer vermogend man en Notaris te Traniana, eene der +voorsteden van Sevilla. Het contract, dat hij met den Koning sloot, +was voor dezen laatsten, die er geen geld aan ten koste behoefde te +leggen, zeer voordeelig, want De Bastides zou het vierde gedeelte van +alles, wat hij winnen mocht, aan de Kroon afstaan. + +Hij zeilde met twee karveelen, die hij op eigen kosten uitgerust had, +uit, doch was zoo wijs geweest om als Stuurman, onzen ouden bekenden +Juan De la Cosa mede te nemen, want deze had op de reis met De Hojeda +immers de kusten bezocht waar goud en parelen te vinden waren? En +daarheen was het doel van den tocht. Niet om ontdekkingen te doen of +om krijgsmansroem te verwerven, maar om goede zaken te maken ging de +slimme De Bastides naar de Nieuwe Wereld. Dat men meer vliegen vangt +met één' druppel honig dan met een heel vat azijn, scheen hij +onvoorwaardelijk aan te nemen, want eenmaal in het rijke land +aangekomen, was hij voor de inboorlingen vriendelijker en hartelijker +dan nog één Spanjaard geweest was. De goedige inwoners van dat land +stelden dit ook zeer op prijs en het gevolg hiervan was, dat De +Bastides schitterende zaken deed. Gaarne had hij hier nog langer +willen blijven, doch De la Cosa kwam hem wat mededeelen, dat hem dwong +om zoo spoedig mogelijk te vertrekken, teneinde Hispaniola te +bereiken. Dit was hoognoodig, want de houtwormen, die in deze zeeën +buitengewoon talrijk waren, hadden de schepen op verscheidene plaatsen +lek geknaagd, wat gemakkelijk geschieden kon, omdat men in die tijden +nog van geene gekoperde schepen iets af wist. De terugreis werd +derhalve met spoed aanvaard, doch alleen met de grootste moeite waren +de schepen vlot te houden. Eindelijk bereikten ze een klein eiland op +de kust van Hispaniola waar ze de deerlijk gehavende vaartuigen zoo +goed mogelijk herstelden. Vol hoop, dat men nu wel thuis zou komen, +zeilde men weer verder, doch tegenwind en stormen hielden de reis +tegen en de houtworm kreeg weer de overhand. Zij repten zich nu +zooveel zij konden om de parelen en het goud, benevens eenige +handelsartikelen op Hispaniola aan den wal te brengen, en pas was dit +geschied, of de schepen verdwenen met alles, wat nog aan boord was, in +de diepte. Goede raad was thans duur! Wat te doen? De Bastides +verdeelde zijn volk in drie hoopen om, langs verschillende wegen, te +trachten San-Domingo te bereiken. Iedere afdeeling droeg in eene +groote kist de parelen en het goud mede, benevens allerlei +snuisterijen om die op hun' weg bij de inboorlingen tegen spijs en +drank te verruilen. Toen deze zonderlinge landreis aanving, was De +Bobadilla nog niet afgezet en regeerde hij derhalve nog als +Onder-Koning. Weldra werd hem bericht, dat er schepen geland waren en +dat de bemanning ruilhandel met de inboorlingen dreef. Hij zond nu +gewapende benden uit, en weldra werden De Bastides en de zijnen +aangetroffen en voor den Onder-Koning gebracht. We weten het reeds, +dat De Bobadilla kort recht kon maken, als hij dat wilde, en als hij +meende, dat het in zijn belang was. De zwervers werden dan ook maar +zonder verhoord te zijn, gevangengezet en de kisten werden verbeurd +verklaard. De Bastides was echter de man niet om zich dat alles maar +te laten welgevallen; hij verzette zich, door duidelijk te maken, dat +hij geen' ruilhandel gedreven had. Hij had, na zijne schepen verloren +te hebben, met hetgeen hij bij zich had, alleen spijs, drank en gidsen +betaald, meer niet, en betalen, wat men tot dat doel noodig had, mocht +geen ruilhandel heeten. De verdediging was glashelder, en hoeveel De +Bobadilla ook durfde, hij waagde het niet om De Bastides te +veroordeelen, maar zeide, dat hij hem met de eerstvolgende gelegenheid +naar Spanje zou zenden, dan kon daar de zaak door het Hof onderzocht +worden. + +Weinig vermoedde De Bobadilla, dat met die eerstvolgende gelegenheid +niet alleen De Bastides naar Spanje zou gebracht worden, maar ook +hijzelf en zijn vriend Roldan. + +Don De Ovando was aangekomen om De Bobadilla van zijn ambt te +ontzetten en met Roldan gevankelijk naar Spanje te laten voeren. + +De vloot, die hen overbracht, we zullen hierover later nog spreken, +werd door een' vreeselijken orkaan overvallen, en De Bobadilla en +Roldan vonden hun graf in de golven. De Bastides echter was zoo +gelukkig om met zijne drie ongeschonden kisten in Spanje aan te komen, +waar hij natuurlijk terstond buiten alle vervolging gesteld werd. Het +vierde gedeelte van de medegebrachte parelen en andere schatten werd +eerlijk aan den Koning gegeven, en dat vierde deel was van zulk eene +groote waarde, dat Koning Ferdinand opeens een' aanval van +dankbaarheid en mildheid kreeg en hem levenslang een inkomen schonk +uit de opbrengsten van het land Uraba, dat hij bezocht had en dat zoo +rijk bleek te zijn. Eene zelfde belooning ontving ook de oude De la +Cosa, die tot Bestuurder van dat gewest benoemd werd. + +Veel merkwaardigs ten opzichte van de aardrijkskundige wetenschap had +die reis niet opgeleverd, en toch diende ze genoemd en in het kort +beschreven te worden, omdat juist De Bastides getoond had, hoe men +doen moest om de reis- en ontdekkingstochten in de Nieuwe Wereld +productief te maken. Jammer maar, dat hij met zijn goed voorbeeld +bijna alleen bleef staan en zoo goed als geene navolging vond. + +Eindelijk was ook met groote moeite, omdat de uitrusting op kosten der +Regeering geschiedde en De Fonseca wel zorgde, dat er voor dit doel +steeds geld te kort was, een vlootje van vier karveelen klaar gekomen, +en stond Columbus op het punt, te vertrekken, in gezelschap van zijn' +zoon Don Ferdinand en zijn' broeder Don Bartholomeus. Wijl de +Monarchen vreesden, dat de komst van Columbus op Hispaniola, dat met +groote moeite tot rust gebracht was, aanleiding zou geven tot +wanordelijkheden, zoo werd hem verboden om op zijne heenreis de +Kolonie aan te doen. Op de terugreis echter zou het hem vergund zijn +om eenigen tijd te San-Domingo van de vermoeienissen uit te rusten, en +als het noodig was zijne schepen te laten herstellen. Verder beloofden +de Monarchen hem, dat hij, als eenmaal op Hispaniola alles tot orde en +rust gekomen en hij alweer teruggekeerd was, andermaal in al zijne +waardigheden zou hersteld worden. Zij deden dat schriftelijk, doch +Columbus, die bij ervaring wist, hoe hij tegengewerkt werd en hoe +weinig men zich stoorde aan alles, wat beloofd was, liet van alle +beloften en brieven afschriften maken, door de Alcaldes van Sevilla +behoorlijk legaliseeren, en stelde een der duplicaten in handen van +een vertrouwd vriend, terwijl hij het andere bezorgde bij den Gezant +van Genua, die aan het Spaansche Hof vertoefde. Later zou het blijken, +dat hij zeer verstandig gedaan had met deze maatregelen te nemen. Nu +hij alles verricht had, wat er te doen viel, nam hij afscheid van +zijn' zoon Don Diego, die op verzoek van Koning Ferdinand in Spanje +achterbleef om de belangen zijns Vaders te behartigen, en den negenden +Maart 1502 aanvaardde hij de reis, wijzer dan vroeger, zoo meende hij, +omdat hij zich overtuigd hield, dat tusschen Cuba en Paria, welks +kusten in den laatsten tijd zoo ver bezocht waren, de zeeëngte moest +zijn, waardoor hij in de echte Indiën komen kon. + +De heenreis was voorspoedig, doch toen hij het kleine eiland +Martinique aangedaan had, kon hij de begeerte niet wederstaan, om, +trots het verbod, toch te San-Domingo binnen te loopen. De groote man +toonde zich hier wel wat klein; hij stelde er prijs op om allen, die +hem, in boeien geklonken, hadden zien vertrekken, te toonen dat hij in +zijne eer hersteld was. Als voorwendsel om de haven van San-Domingo +binnen te loopen, gebruikte hij de kleine averij, die eene zijner +karveelen bekomen had, doch De Ovando, die zijne instructies omtrent +Columbus reeds ontvangen had, nam het voorwendsel niet aan en verbood, +hoewel in zeer beleefde termen, het binnenloopen der haven. Aangenaam +was dit voor onzen Admiraal niet, doch hij had zich door eigen schuld +die beleediging, als het er eene was, op den hals gehaald. + +Toen Columbus te San-Domingo aankwam, lagen er niet minder dan +achtentwintig schepen gereed om met eene rijke lading aan goud, +parelen en katoen naar Spanje uit te zeilen, wel een bewijs, dat de +toestand der Kolonie eene heel andere was dan onder zijn bestuur. Aan +boord der schepen bevonden zich, zooals we vroeger opmerkten, zijne +vijanden De Bobadilla en Roldan, benevens De Bastides. De ervaringen, +die Columbus als zeeman en als reiziger in deze streken opgedaan had, +deden onzen Admiraal aan alle verschijnselen zien, dat er een zware +storm op handen was. Hij gaf dus den welgemeenden raad om het +uitzeilen nog eenige dagen uit te stellen. Men hield het er evenwel +voor, dat Columbus dit alleen zeide, omdat hij jaloersch was, dat er +zóó spoedig onder het bestuur van een' anderen Onder-Koning zulk eene +rijk geladen vloot naar Spanje vertrekken kon, en dat hij daarom +alleen de afvaart wenschte te vertragen. Men hoorde dus niet naar +zijn' raad en--twintig vaartuigen verdwenen met kostbare lading en +manschappen, tengevolge van een' verschrikkelijken storm in de diepte, +en slechts acht kwamen in ontredderden toestand in Spanje aan. Over De +Bobadilla en Roldan zou derhalve geen vonnis uitgesproken worden; de +dood belette dat, maar in het voordeel van Columbus was dit niet, want +veel, waarover de Admiraal terecht geklaagd had, kwam nu niet aan het +licht. + +Zoo spoedig hem dit mogelijk was, had Columbus eene veilige ligplaats +voor zijne schepen gezocht en doorstond daar, zonder eenige schade te +lijden, den storm. + +Toen het noodweer bedaard was, richtte Columbus den steven naar Cuba +en van daar voer hij in zuidwestelijke richting naar de Baai van +Honduras. Op dien tocht had hij eene ontmoeting, die hem bewees, dat +hij in eene streek gekomen was, waar het volk vrij goed beschaafd was. +Op een eiland, dat hij om de dennen, die er groeiden, »Isla de Pinos« +noemde, aan wal gegaan zijnde, vond hij er bewoners met een zeer laag +voorhoofd, die in beschaving echter boven andere eilanders stonden. +Daar hun voorhoofdsvorm juist het tegendeel zou doen vermoeden, +moesten er redenen voor die betere ontwikkeling zijn, en naar die +redenen behoefde men niet lang te zoeken, want terwijl Don +Bartholomeus op zekeren dag aan het strand vertoefde, zag hij eene +verbazend groote kano, die uit één' boomstam gemaakt was, naderen. In +het midden van die kano was eene hut van palmbladen gebouwd, en in +deze hut bevond zich een Kazike met zijne vrouw en kinderen. De kano +werd geroeid door meer dan twintig Indianen, die niet naakt, maar +evenals de Kazike en zijne vrouw en kinderen gekleed waren. + +Zonder eenige vrees of verbazing te toonen, kwamen ze bij Columbus aan +boord, en nu vernam deze, dat de kano eene lading van cacaoboonen en +vele andere handels-artikelen in had. Zij waren ook in het bezit van +allerlei keukengereedschap, ja, zelfs van bijlen, die van koper +gemaakt waren. Verder hadden ze katoenen doeken en mantels, kroezen om +metalen te smelten, kortom alles, wat duidelijk bewees, dat ze uit +eene zeer beschaafde streek afkomstig waren. Ongelukkig kon Columbus +niets van hunne taal verstaan, en de Arabische tolken, die hij mede +genomen had om hem van dienst te zijn, als hij in de eigenlijke Indiën +aangekomen was, konden hen natuurlijk ook niet verstaan. Na een' zeer +voordeeligen ruilhandel gedreven te hebben, namen ze vriendelijk +afscheid en vertrokken in eene richting, die ons thans met eenige +zekerheid kan doen zeggen, dat ze uit Yucatan afkomstig waren. Had +Columbus maar niet voorgenomen om de zeeëngte, die niet bestond, te +vinden, en ware hij deze kano gevolgd, dan zou zijne vierde +ontdekkingsreis de beste en rijkste geweest zijn, welke hij of eenig +ander nog gemaakt had. Maar die zeeëngte wilde en zou hij vinden, en +daarom ging het alweer, en nu in zuidoostelijke richting, verder. +Weldra had hij de kusten van Middel-Amerika bereikt. Dewijl zijn doel +niet daar lag, zoo deed hij slechts nu en dan eene landing, en telkens +zag hij bij zulk eene gelegenheid, dat hij meer en meer het goudland +naderen moest, want de bewoners droegen allerlei gouden versierselen, +die ze gaarne, vooral tegen valkenbellen, inruilden. Het goud kwam uit +een land, zoo berichtte men hem door teekenen, dat bewoond werd door +een zeer beschaafd volk, dat in het bezit was van lastdieren en in +huizen woonde, half van goud gebouwd. Hij meende verder te verstaan, +dat dit land »Ciguare« heette en negen dagreizen over land verder lag +in westelijke richting en--aan de zee. + +Thans liet de Admiraal zijne verbeelding weer spelevaren op de wateren +der valsche voorstelling en meende hij verzekerd te zijn, dat hij zich +op slechts negen of tien dagreizen afstands bevond van de beroemde +Indische rivier de Ganges. Vol moed stevende hij nu verder, doch toen +hij eindelijk kwam, waar de Landengte van Panama het smalst is, werd +hij overvallen door een' storm, die negen dagen aanhield. De regen +viel al dien tijd bij stroomen neer, en de bemanning der karveelen +verkeerde in de grootste gevaren en in de bitterste ellende. Het +voedsel was door de hitte en de overslaande zeeën zóó bedorven en zóó +vol maden en wormen, dat het volk de duisternis te baat nam om het +maal te doen, ten einde dan niet te zien, wat er gegeten moest worden. + +Toen de storm ten slotte bedaard, en de zee weer kalm geworden was, +bevond men door waarnemingen, dat de schepen ver naar het Noorden +teruggeslagen waren. Nog eens denzelfden weg afleggen, er was geen +denken aan, want de houtworm had ook deze schepen aangetast. Gelukkig +vond men kort daarop land, en kon het volk zich aan den wal van de +doorgestane ellende herstellen. Het was een land, rijk aan goud, en +bewoond door vriendelijke menschen, die veel beschaafder waren dan al +de inboorlingen, die hij nog ontmoet had, en geregeerd werden door +een' Kazike, die den titel van »Quibian« droeg. De Vorst van dit land, +dat »Veragua« genoemd werd, ontving Don Bartholomeus en de zijnen, die +hem bezochten, bij uitstek vriendelijk, en de ruilhandel in goud was +nog nergens zoo voordeelig geweest. Blijkbaar was deze streek +bijzonder rijk aan dit metaal, en daarom drong Columbus er op aan, dat +zijn broeder bij den Kazike onderzoek zou doen waar die mijnen zich +bevonden. De Quibian, die werkelijk geen kwaad in den zin had, gaf Don +Bartholomeus twee gidsen mede, die hem bij de mijnen bracht, en wat +men daar vond, was zulk een rijkdom in edel metaal, dat Columbus +besloot om hier eene volkplanting te stichten, welke onder het +opperbevel van zijn' broeder zou staan. Aanvankelijk scheen het dat de +streek niet alleen gezond en vruchtbaar, maar ook bewoond was door +menschen, die zeer vredelievend en gastvrij van aard waren. De soort +van sterkte, waarin de Kolonisten leven zouden, was reeds bijna +voltooid, toen Don Bartholomeus vernam, dat de Quibian zijn volk te +wapen geroepen had. Waarom dat gedaan was? Om oorlog te voeren met +een' naburigen stam, bij welke gelegenheid de Quibian zelf gewond +werd. Don Bartholomeus legde het evenwel anders uit en meende, dat de +Quibian zijne sterkte wilde aantasten. Om dit te voorkomen vormde hij +het plan den Vorst op te lichten, en door een aantal gewapende +manschappen vergezeld, begaf hij zich naar het dorp waar de Quibian +zijn verblijf hield. De Vorst ontving zijne bezoekers vriendelijk, en +toonde hun de wonden, die hij in den strijd bekomen had. Op een +gegeven teeken echter werd de Vorst op den grond gesmeten, gekneveld +en weggevoerd. In de nabijheid van het Admiraalsschip waagde de +ongelukkige het, zijn leven te redden. Hij sprong in zee, zwom naar +den oever, en was van dat oogenblik af de verbitterdste vijand der +Spanjaarden. Hij viel met de zijnen de sterkte aan, doch werd +teruggeslagen. Bij een' tweeden aanval echter, werd eene heele +afdeeling Spanjaarden, die uitgegaan was om voedsel, water en hout te +halen, op één' man na, door de inboorlingen gedood, en Columbus zag nu +wel in dat er geene mogelijkheid bestond om hier eene Kolonie achter +te laten. Het plan werd dus opgegeven, en de ellendige toestand waarin +de schepen verkeerden dwong den Admiraal tot den terugtocht. + +Wat zal hij dien vol teleurstelling aanvaard hebben! Tijd om in +treurige gedachten verzonken te blijven was er echter niet. Eene der +karveelen liep op de riffen vast; men moest manschap en lading +overbrengen op de drie andere schepen, die door dag en nacht pompen +slechts vlot konden blijven. Een van deze drie schepen kon, wat men +ook beproefde, de reis weldra niet meer voortzetten, en ook dat moest +men, na het ontladen te hebben, aan de golven prijsgeven. De twee +overgebleven karveelen werden met den dag steeds lekker. Het volk +matte zich vruchteloos aan de pompen af, en toen men het geluk had om +Jamaïca te bereiken, was er geen ander middel tot behoud over dan de +beide bodems op strand te laten loopen. Het ruim stroomde terstond vol +water, en Columbus, die vreesde dat zijne mannen aan den wal, de +vriendelijke bevolking slecht behandelen zou, liet daarom de twee +scheepsdekken tot verblijf inrichten. + +Wilde de Admiraal hier met zijn volk niet omkomen, dan moest hij eene +bede om hulp naar Hispaniola zenden. Diego Mendez en Bartholomeus +Fiesco boden zich aan om in twee kano's naar San-Domingo over te +steken, ten einde De Ovando in kennis te stellen met den treurigen +staat waarin de expeditie van den Admiraal zich op Jamaïca bevond. De +twee moedige mannen kwamen behouden te San-Domingo aan in hunne +kano's, die met zes Spanjaarden en tien Indianen bemand waren, en +dadelijk deed Diego Mendez den Onder-Koning verslag van den ellendigen +toestand van Columbus en de zijnen, en vroeg hij hem een schip om de +schipbreukelingen af te halen. De Ovando zag hierin evenwel eene list +van Columbus om in de Kolonie aan wal te komen, en draalde om hulp te +verleenen. Eerst zeven maanden later gaf hij zijne toestemming om een +schip te huren, doch hiermede was Diego Mendez nog niet verder, want +om een schip te huren moest er een schip zijn, en er was nergens eenig +vaartuig tot dat doel beschikbaar. Die tusschentijd was door De Ovando +gebruikt geworden om een' zijner gunstelingen naar Jamaïca te zenden, +teneinde zich te overtuigen of de Admiraal werkelijk in zulk een' +ellendigen toestand verkeerde. Escobar, zoo heette de man, die den +dienst van spion moest verrichten, kwam op Jamaïca, en vond daar niet +alleen alles zooals Diego Mendez het geschetst had, maar nog veel +erger. De bemanning der karveelen was in opstand tegen Columbus +gekomen, en gaf op het eiland zich aan allerlei ongebondenheden over, +nadat zij vruchteloos beproefd had om in kano's het eiland te +verlaten. Met welk eene vreugde had Columbus, die ziek was, het schip +zien komen, hopende dat het zijne getrouwen zijn zouden, die hem +kwamen afhalen! Hoe groot moet zijne teleurstelling geweest zijn, toen +hij in Escobar een' zijner vijanden en een' aanhanger van Roldan +herkende, die hem uit naam van den Onder-Koning een stuk spek, een +vaatje wijn en een' brief gaf. De Ovando beloofde in dien brief hulp +te zullen zenden en verwachtte van den Admiraal bericht of hij ze nog +begeerde. Het grensde aan spotternij, zoo niet erger. Toch schreef +Columbus den brief, en toen Escobar dezen had, vertrok hij, Columbus +achterlatende in een' toestand, te ellendig om ze in woorden te +schetsen. Inmiddels gingen de opstandelingen met hun ongebonden leven +voort, en het gevolg was dat de inboorlingen weigerden, Columbus en de +zijnen den noodigen levensvoorraad te verschaffen. De hongerdood +scheen allen beschoren, toen Columbus gelukkig berekende dat er eene +maansverduistering zou plaats hebben. Hiervan maakte hij terstond +gebruik en liet aan de inwoners weten, dat de maan diep bedroefd was, +dat men aan de kinderen der zon geene spijzen bracht, en dat zij +daarom dien avond zich verbergen zou. De inboorlingen lachten er wat +mede, doch toen des avonds de maan totaal verduisterd werd, dreef hun +bijgeloof hen aan om Columbus en de zijnen een' grooten voorraad van +levensmiddelen te zenden. Hierdoor waren de arme schipbreukelingen +aanvankelijk geholpen, doch hoe lang zou het duren? Gelukkig, +eindelijk kwam er uitkomst, want de trouwe Diego Mendez en +Bartholomeus Fiesco hadden niet gerust voor ze een schip hadden, en +dit schip kwam aan en bracht de arme lijders naar Hispaniola over. + +Columbus werd daar met alle bewijzen van eerbied ontvangen, maar--het +was te laat. Zijne kracht was geknakt; zijne hoop verdwenen. + +Met welbehagen toonde De Ovando hem den bloeienden toestand waarin de +Kolonie verkeerde, en somde de schatten op, die hij gedurende zijn +bestuur reeds naar Spanje gezonden had en nog zenden zou. + +De Ovando verstond de kunst om de Kolonie productief te maken en zoo +bij den geldzuchtigen Koning Ferdinand in hooge gunst te komen. Geen +Spanjaard moest een' slag werk doen; in de Kolonie was elke Spanjaard +een Hidalgo, die alleen toezicht hield op den arbeid der arme +inboorlingen, en als beul optrad, wanneer de lieden niet hard genoeg +werkten of zich verzett'en. Gewoon aan een matig leven, hadden die +inboorlingen zich nimmer met zwaren arbeid bezig gehouden; ze konden +dien ook niet verrichten, want het warme en vochtige klimaat verbood +hun dit. Nu moesten ze het zwaarste werk en nog zonder eenig loon +doen. Mishandelingen hadden ze dag aan dag te verduren, en dat van +mannen, die ze bij hunne komst vriendelijk en met open armen als +hemelsche wezens ontvangen hadden, terwijl het hun geene moeite zou +gekost hebben om te beletten, dat zij zich in hun Paradijs vestigden! +Is het wonder, dat ze bij duizenden onder dien zwaren arbeid op het +veld, bij de goudwasscherijen of in de mijnen bezweken? Is het wonder, +dat zij zich menigmaal verzett'en met de overtuiging, dat het verzet +hun het leven kosten zou? Maar ze wilden liever sterven dan zóó leven, +en hoevelen door zelfmoord een einde aan hun leven maakten, valt niet +te zeggen. Een geschiedschrijver, die alle vertrouwen verdient, meldt +dat al het volk van eene plantage zich door ophanging van het leven +wilde berooven. De opzichter snelde er heen en trachtte hen te +weerhouden, doch te vergeefs. Niet wetende, wat hem te doen stond, als +zijne heele plantage zonder werkkrachten was, riep hij uit: »Dan hang +ik mij ook op!« Verschrikt wierpen de Indianen hunne stroppen weg, +omdat ze geloofden, dat hij hen dan toch ook na den dood zou +vergezellen om hen te mishandelen. Hoe diep moet de vrees in die +eenvoudige zielen post gevat hebben om zóó te handelen! + +En het waren niet enkel de opzichters of soldaten, die zoo beestachtig +te werk gingen. + +Wie herinnert zich de schoone en zachtzinnige Anacaona niet? Na den +dood haars broeders regeerde zij als vrouwelijke Kazike haar schoon +land met zijne zachtzinnige inwoners. Trouw betaalde ze met elken +termijn de schatting in katoen, trouw bleef ze den Spanjaard, +onverschillig wie te San-Domingo zetelde: Columbus, De Bobadilla of De +Ovando. Maar een Spanjaard klaagde haar bij De Ovando aan, dat zij en +haar volk aan eene samenzwering tegen de Spanjaarden deelgenomen +hadden. Zonder te onderzoeken of die aanklacht gegrond was, ging De +Ovando met eene afdeeling soldaten naar Xaragua. Op de gewone wijze +werden de Spanjaarden door de Kazike en hare onderdanen met +eerbewijzen en vriendelijk ontvangen, en weer gaf Anacaona ter eere +van hare gasten een spiegelgevecht. Toen dit afgeloopen was zeide De +Ovando, dat hij zijne soldaten ook eens een spiegelgevecht zou laten +houden. Anacaona betrok nu met tachtig van hare volgelingen eene +woning waaruit ze die vertooning goed kon zien. De soldaten keken De +Ovando aan. Hij zou een teeken geven, als ze beginnen moesten. Dat +teeken was: met den vinger zijne halsketen aanraken. Het werd gegeven, +en inplaats van een spiegelgevecht te gaan houden, vielen ze de woning +van Anacaona aan, vermoordden haar gevolg, en sleurden haar als +gevangene mede. De arme vrouw! Het loon voor al hare trouw was een +strop, waaraan ze opgehangen of waarmede ze geworgd werd! + +En als de Geestelijkheid, zooals later vaak gebeurde, zich tegen +dergelijke gruwelen verzette, dan eischten de gouddorstige Spanjaarden +straf voor den moedigen man, die de Kolonie in gevaar bracht. + +Dat Koningin Isabella zich met zulk eene wreede dwinglandij en zulk +eene verdrukking niet vereenigen kon, bleek, want zij schreef De +Ovando, dat zij hem verbood langer zoo voort te gaan. De Ovando +antwoordde haar evenwel, dat bij eene andere handelwijze de heele +Kolonie te gronde zou gaan, en de Koningin was gedwongen zich bij al +die gruwelen neer te leggen. + +Wat Columbus, die vier weken te San-Domingo vertoefde, gedacht heeft, +toen hij zag hoe De Ovando de teugels van bewind voerde, en welke +middelen hij te baat nam om rijke ladingen naar Spanje te sturen, wij +weten het niet, want de historie-schrijver teekent geene gedachten +aan. Het ligt echter voor de hand om aan te nemen dat zijne hoop, om +andermaal als Onder-Koning te San-Domingo te komen grooter was. Als +hij aan het Hof maar eenmaal Koningin Isabella gesproken had, dan zou +deze stellig wel vergelijkingen maken tusschen hem en De Ovando, en de +balans zou dan in zijn voordeel doorslaan. Met die hoop bezield +verliet hij San-Domingo, en kwam na eene moeielijke en gevaarlijke +reis den zevenden November 1504 ziek in Spanje aan, en terwijl hij te +Sevilla in eenige dagen rust herstel zocht, ontving hij het bericht +dat zijne hooge beschermster, op wie hij al zijne hoop gevestigd had, +overleden was. Zij stierf den zesentwintigsten November van hetzelfde +jaar. + +Toen Columbus eenigszins hersteld was, schreef hij een' brief aan +Koning Ferdinand, om De Ovando te willen gelasten hem uitbetaling te +doen van hetgeen deze zich wederrechtelijk had toegeëigend toen hij De +Bobadilla in het opperbestuur verving. Hij was wel gedwongen om dat +geld te vragen, want al zijne middelen waren met de laatste reis +uitgeput, en toch hield men het er in Spanje voor, dat hij onnoemelijk +rijk was. + +Dat Columbus bij veel, wat hij deed, zijn eigen belang op het oog had, +valt niet tegen te spreken, doch dat eigenbelang gold meer zijne eer +dan zijne geldmiddelen. Zoo had hij op den laatsten tocht allerlei +omwegen gemaakt om de zoogenaamde »Zeeëngte« te vinden, en kon hij +daarom aan den Koning schrijven: »Niemand is bij machte om van dezen +tocht een nauwkeurig verslag te geven. De kusten van het vasteland heb +ik wel met het kompas opgenomen, maar niemand van het volk weet op +welke breedte die kust ligt. De Stuurlieden mogen zeggen, als ze het +kunnen, waar Veragua ligt. Het eenige, wat ze kunnen mededeelen is, +dat ze aan eene kust geweest zijn, waar schatten van goud te vinden +waren, doch als ze er weer heen wilden varen, zouden ze den weg aan de +visschen moeten vragen.« + +Had Columbus goud boven de eer gesteld, wat zijne manschappen graag +gezien hadden, dan zouden ze inplaats van te zoeken hetgeen er niet +was, hebben kunnen nemen, wat er in overvloed was. En wie het +kleingeestig vindt, dat Columbus den afgelegden weg zoo geheim hield, +die vergeet, dat de Admiraal maar al te veel de bittere ervaring +opgedaan had, dat zijne benijders de voordeelen trokken van hetgeen +hij gevonden had. Hij had, om het uit te drukken zooals het is, tegen +eene onedele concurrentie te strijden. Ongaarne zou ik dan ook het +oordeel van den Duitschen historie-schrijver, Adolf Streckfuss, als +het mijne willen aannemen, waar deze in eene noot van zijne Algemeene +Geschiedenis zoo maar klakkeloos neerschrijft: »Het was, helaas, den +hooggeprezen, beroemden ontdekker van Amerika nooit te doen om der +wetenschap en der menschheid een' dienst te bewijzen, maar alleen om +zijn' eigenen, dikwijls hoogst bekrompen eigenbaat te bevredigen.« + +Dat geheim houden van den koers van den laatsten tocht noemt +Streckfuss een sprekend bewijs voor zijn veroordeelend woord. + +In de berooide geldmiddelen van Columbus bracht Koning Ferdinand +behoorlijk orde, maar toen de Admiraal bij hem aandrong om in al zijne +waardigheden, ook in die van Onder-Koning van Hispaniola en de heele +Nieuwe Wereld, hersteld te worden, volhardde de Koning, en dit was +niet meer dan natuurlijk, bij zijn vroeger besluit. Columbus bezat nu +eenmaal geen tact om te regeeren, en hem weer Onder-Koning maken, zou +ongetwijfeld oorzaak geworden zijn van rampen en verliezen van +allerlei aard. + +Columbus, die zichzelven blijkbaar niet genoeg kende om in te zien, +dat hem de eigenschappen van een goed Regent ontbraken, zag in des +Konings weigering niets anders dan eene schending van beschreven +beloften, en was niet tevreden te stellen met het behouden van zijn' +titel »Admiraal van den Oceaan«, zijn aandeel in de inkomsten, die +Spanje uit de Nieuwe Wereld trok, en het aanbieden van een Graafschap +in Castilië. Hij trok zich die zaken zeer aan, en daar hij door zijne +gevaarvolle reizen, waarop hij, met den minste uit de bemanning, +hetzelfde geleden had, oud, zwak en ziekelijk geworden was, zoo gaf +die teleurstelling nieuw voedsel aan zijne ziekte. Zijn toestand werd +met den dag bedenkelijker, en eindelijk overleed hij den twintigsten +Mei 1506 te Valladolid, in den ouderdom van ongeveer zestig jaar. + +Dat »ongeveer« wordt bijna bij alle schrijvers gevonden, doch daar dit +woord, vooral hier, eene zeer rekbare beteekenis heeft, is het niet +mogelijk door hem »ongeveer zestig jaar oud« te geven, daardoor met +juistheid zijn geboortejaar te bepalen. + +Hij werd begraven in het klooster San-Francisco te Valladolid, doch +zeven jaar later werd zijn lijk overgevoerd naar het +Carthuizer-klooster van Las Cuevas te Sevilla. In 1536 werd het lijk +alweer overgebracht naar Hispaniola, om eene rustplaats te vinden in +de Hoofdkerk van San-Domingo. Toen evenwel het eiland Hispaniola in +1795 aan de Franschen werd afgestaan, bracht men met zeer veel +plechtigheid de laatste overblijfselen van Columbus, van zijn' zoon +Diego en van zijn' broeder Don Bartholomeus naar de Hoofdkerk te +Havana op het eiland Cuba. + +Zijn zoon Diego bekwam, èn door zijn proces tegen de Kroon, waarbij de +gelegaliseerde papieren van zijn' Vader uitnemend dienst deden, èn +door zijn huwelijk met Maria van Toledo, eene dochter van een' der +voornaamste Spaansche Edelen, al de waardigheden, welke zijn Vader +bekleed had, en werd derhalve ook Onder-Koning van de Nieuwe Wereld. +Met een' kleinzoon van dezen Diego stierf het geslacht van +Christophorus Columbus in de mannelijke linie uit. Don Bartholomeus +overleed in 1564 op hoogen leeftijd, als Directeur van de mijnen op +Cuba. Waar en wanneer Don Diego, de broeder van Columbus stierf, vond +ik nergens vermeld, en eveneens bewaart de geschiedenis het +stilzwijgen over Columbus' zoon Ferdinand, en is alleen van hem +bekend, dat hij eene levensbeschrijving van zijn' Vader gaf, en dat +hij in 1546 op zijn kasteel aan een' der oevers van den Guadalquivir +overleed, eene bibliotheek van twaalfduizend boeken nalatende, welke +hij aan een klooster te Sevilla vermaakte. + +[Illustratie: Gedenkteeken van Columbus te Genua.] + +Te Genua, waar Christophorus Columbus waarschijnlijk geboren is, heeft +men ter eere van den grooten ontdekker een prachtig gedenkteeken +opgericht. + + + + +HOOFDSTUK X. + +ONTDEKKINGSIJVER. + + +Wie van avonturen houdt, kan zijn hart terdege ophalen bij het lezen +van de ontdekkingsreizen in de Nieuwe Wereld, minder nog die van +Columbus, dan die van de reizigers, die als het ware onder zijne +leiding gevormd werden. Vreemder ontmoetingen, romantischer +handelingen, vreeselijker gevaren, grooter ellende, stouter +ondernemingen, edeler karakters, lager zielen dan in deze +ontdekkings-reizen geschetst worden, kunnen bezwaarlijk in een +verdicht verhaal voorkomen. Het kost groote moeite hier niet te +uitvoerig te worden, want zonder bezwaar zou er een onderhoudend boek, +veel grooter dan dit, geschreven kunnen worden, over alles, wat hier +in één hoofdstuk bij elkander gebracht is. En als men dat lijvige boek +gelezen had, en men zag eens op de kaart na, welk een betrekkelijk +klein gedeelte van Amerika door die belangwekkende en moeitevolle +tochten ontdekt werd, dan zou men zich verbazen. Juist, omdat er op +die tochten zulk een klein gedeelte van Amerika ontdekt werd, willen +we, na de reizen van Columbus vrij uitvoerig beschreven te hebben, +liever hier niet te veel over de leerlingen zijner school uitweiden. + +In het vorige hoofdstuk lazen we dat Columbus op zijne laatste reis +een deel van het vasteland ontdekte, hetwelk thans bekend staat onder +den naam van Centraal- of Middel-Amerika. Wij lazen ook, dat hij hier +veel goud vond, en dat hij in de nabijheid der mijnen van Veragua eene +volkplanting wilde achterlaten, welk plan evenwel door de ondoordachte +handeling van Don Bartholomeus geheel mislukte. Intusschen, er was +dáár goud, en veel meer dan ergens elders in de ontdekte landen, _die_ +tijding had Columbus in Spanje gebracht, en wekte de begeerte bij +velen op om dat land voor de Spaansche Kroon in bezit te nemen. +Verwonderen zal het ons niet, dat in de eerste plaats zich daartoe +aanmeldde: Don Alonzo De Hojeda, dien we reeds eene ongelukkige reis +zagen maken. De tocht, dien hij nu ondernemen wilde, zou evenwel niet +zijn tweede maar zijn derde zijn. + +Nog vóór Columbus Spanje verliet om voor de vierde maal naar de Nieuwe +Wereld te stevenen, zeilde De Hojeda in Januari van 1502 de haven van +Cadiz uit. Waarom? Hij had op zijne eerste reis in de streken, waaraan +hij den naam van »Venezuela« gaf, doch die door de inboorlingen +»Coquibacoa« genoemd werden, Engelschen ontdekt, zoo beweerde hij +althans, en om nu die vreemde indringers te weren, vond Koning +Ferdinand het raadzaam om in die uiterste deelen der ontdekte landen +een' post uit te zetten. Dat de stoutmoedige De Hojeda hiervoor de +aangewezen man was, zal ieder beamen. Zoodra hij dus vergunning vroeg +om een' tweeden tocht te mogen doen, verkreeg hij ze. Hij mocht tien +schepen uitrusten en met deze naar Coquibacoa trekken om er eene +kolonie te vestigen, waarvan hij de Gouverneur zou zijn. Als de tocht +goed slaagde, dan waren er schatten mede te verdienen, en dit was de +reden dat De Hojeda, die zelf geen geld bezat om maar eene halve +karveel uit te rusten, twee mannen vond, die hem hielpen, onder +voorwaarde, dat de winsten eerlijk gedeeld zouden worden. Deze twee +deelgenooten heetten Don Garcia De Campos en Juan De Vergera, die het +samen zoo ver brachten, dat er vier karveelen voor de reis gereed +gemaakt konden worden. De tocht naar Coquibacoa, dat in de nabijheid +van het Meer van Maracaïbo lag, was zeer voorspoedig, doch al heel +gauw was De Hojeda genoodzaakt om De Vergera naar Jamaïca te zenden, +teneinde levensbehoeften te halen. Gedurende diens afwezigheid leden +de overige tochtgenooten een vreeselijk gebrek en het duurde bovendien +niet lang of er ontstond ontevredenheid en wantrouwen. Men meende dat +De Hojeda zich verrijkte ten koste van de anderen, en het gevolg was, +dat de heele tocht hiermede eindigde, dat de Kolonisten Coquibacoa +verlieten en De Hojeda in boeien gesloten op Hispaniola brachten. +Later werd hij door Koning Ferdinand wel buiten alle vervolging +gesteld, doch hiermede was De Hojeda niet geholpen en hij bleef een +berooid man. + +Nieuwe hoop had hem bezield toen hij van »Veragua« hoorde gewagen, +doch juist toen hij zich bij De Fonseca aanmeldde om dat land voor de +Spaansche Kroon in bezit te nemen, verkreeg hij een' mededinger in Don +Diego De Nicuesa, een aanzienlijk Edelman, die in alles wel een +tweelingbroeder van hem geleek. Koning Ferdinand wist evenwel raad. +Het land Veragua, dat door de Caraïbische Golf bespeeld werd, +verdeelde hij in twee Stadhouderschappen, die de namen kregen van +Goud-Castilië en Nieuw-Andalusië. De grens tusschen deze twee gewesten +zou de Golf van Dariën of van Uraba zijn. Over het eerstgenoemde +gewest zou De Nicuesa en over het andere De Hojeda Stadhouder worden. +Vertrouwende dat er veel bij te winnen en niets bij te verliezen viel, +namen beide Stadhouders gaarne de verplichting op zich om zelf de +kosten der uitrusting te dragen. Om dat goed te doen, stak De Nicuesa, +die nog krediet had, zich tot over de ooren in de schulden en rustte +vier schepen naar behooren uit. De Hojeda had, naar het scheen, bij de +avonturiers, die geld te missen hadden, al zeer weinig vertrouwen, +doch hij was zoo gelukkig om in den beroemden Stuurman, den ouden Juan +De la Cosa, die te San-Domingo vrij goede zaken gemaakt had, een +helpend vriend te vinden, die twee schepen voor hem uitrustte. Ten +slotte wist de slimme De Hojeda nog den Advocaat Martin Fernandez De +Enciso over te halen zijne spaarpenningen, die ruim vijfentwintig +duizend gulden bedroegen, in de zaak te steken en met hem mede te +trekken. Het had heel wat voeten in de aarde eer De Hojeda uitzeilde. +Don Diego Columbus, die toen de betrekking bekleedde, welke men zijn' +Vader ontnomen had, was niet van plan om het eiland Jamaïca, dat zoo +dicht bij Hispaniola lag, aan twee mannen over te laten, die bij hem +zeer laag aangeschreven stonden. Nu reeds daagde de een den ander uit, +wat zou er dan van terecht komen, als die twee samen één eiland +besturen moesten? Trots Koning Ferdinands beschikking, zond de +Admiraal nu Don Juan De Esquibel met zeventig man uit om het eiland te +bezetten en te zorgen, dat het niet in handen van die twee avonturiers +viel. Toen De Hojeda dit vernam, was hij woedend en zwoer dat hij, als +hij op het eiland kwam, dien De Esquibel het hoofd voor de voeten zou +leggen. + +De Hojeda was de eerste, die uitzeilde met twee schepen, die met +driehonderd personen bemand waren. Daar hij bij ervaring wist, welk +een' indruk de ruiters op de inboorlingen maakten, zoo nam hij ook +twaalf paarden met hunne veulens mede. De Enciso bleef nog te +San-Domingo, doch beloofde, dat hij hem weldra volgen zou met een +schip, geladen met levens- en krijgsbehoeften. + +Op de hoogte van het tegenwoordige Cartagena--eene zeehaven van de +Republiek Columbia,--gekomen, begaf De Hojeda zich, tegen den raad van +den ouden De la Cosa, aan wal om de inboorlingen te overvallen, +teneinde een aantal slaven buit te maken om hiermede zijne schulden te +San-Domingo te betalen. Het plan gelukte hem en hierdoor overmoedig +geworden, besloot hij met eene bende van zeventig man naar de +binnenlanden te trekken om de Caraïben andermaal te verslaan. Nogmaals +verhief De la Cosa zijne waarschuwende stem, maar De Hojeda was doof +voor allen goeden raad. Toen De la Cosa zag, dat de Gouverneur niet +hooren wilde, trok hij met hem mede. De uitslag was zoo treurig +mogelijk. De Caraïben versloegen de heele bende en slechts De Hojeda +gelukte het, den dood te ontkomen. Toen de achtergebleven schepelingen +hem vonden, was hij geheel uitgeput. Kort daarop kwam zijn mededinger +De Nicuesa met zijne schepen aan, en deze vergetende, dat De Hojeda +hem beleedigd en uitgedaagd had, kwam hem nu te hulp en in een +vreeselijk gevecht namen de Spanjaarden wraak over den dood van De la +Cosa en al de anderen. Na zoo zijn' plicht, als Ridder, vervuld te +hebben, toog De Nicuesa verder om Goud-Castilië op te zoeken. De +Hojeda achtte het onraadzaam om hier zijn fort te bouwen en zocht meer +westelijk eene geschikte plaats, en toen hij die meende gevonden te +hebben, begon hij een fort te stichten, hetwelk hij den naam van +San-Sebastian gaf. Het duurde niet lang of er kwam gebrek aan +levensmiddelen, want de inboorlingen vertoonden zich alleen, wanneer +ze kwamen om hunne vergiftigde pijlen op de Spanjaarden af te zenden, +wat maar al te veel plaats had. Het was derhalve geen wonder, dat De +Hojeda, die te midden van de ontevreden zieken en hongerlijders de +tucht met galg en zwaard wist te handhaven, met verlangen uitzag naar +het schip van zijn' deelgenoot De Enciso. Maar wie er komen mocht, De +Enciso kwam niet. De ellende werd daardoor van dag tot dag erger, en +naarmate zij toenam, vermeerderden de aanvallen der Indianen, die ten +laatste ook De Hojeda met een' vergiftigden pijl wisten te treffen. +Zulk een pijl bracht eene rillende koude en dan den dood. Die rillende +koude wilde De Hojeda voorkomen om zich zóó het leven te redden, en +hij beval zijn' Geneesheer met twee gloeiende ijzeren staven die +wonden uit te branden. De Geneesheer weigerde, doch De Hojeda zeide +heel eenvoudig, dat hij hem dadelijk zou laten ophangen, als hij het +niet deed. Voor zulke bedreigingen zwichtte onze Chirurg; de staven +werden witgloeiend gemaakt en hiermede liet De Hojeda zich, zonder +éénig gekreun te laten hooren, de wonden uitbranden, en wonder boven +wonder, het vreeselijke middel hielp en hij bleef in het leven om te +strijden tegen eene onbeschrijfelijke ellende. Eindelijk, eindelijk +kwam er een schip, doch dat van De Enciso was het niet. Een aantal +bankroetiers, oplichters, dieven en andere schelmen hadden San-Domingo +in stilte verlaten, een schip afgeloopen, de bemanning vermoord en +kwamen nu hier bij De Hojeda hun geluk beproeven. Tegen schreeuwend +hooge prijzen kocht De Hojeda de levensbehoeften, die ze aanboord +hadden, doch toen deze verteerd waren en De Enciso nog altijd +wegbleef, besloot De Hojeda zelf naar San-Domingo te stevenen om hulp +te halen. Hij zou dat doen op het schip en met de mannen, die op zulk +eene vreemde wijze te San-Sebastian aangekomen waren, en als hij +binnen vijftig dagen nog niet terug was, dan moesten de Kolonisten het +fort verlaten en met de schepen waarmede ze gekomen waren, naar +Hispaniola terugkeeren. Gedurende zijne afwezigheid zou zijn +Onder-bevelhebber Francisco Pizarro, het bevel over de Kolonie voeren. + +De Hojeda vertrok, doch moest het geroofde schip, dat door de +zeewormen bijna verteerd was, op het eiland Cuba op het strand laten +loopen. Met zeventig man begon De Hojeda nu een' tocht dwars door de +moerassen heen, welke dertig dagen duurde, en eene aaneenschakeling +van de ontzettendste toestanden was. Eindelijk kwamen ze, na met eene +kano eene boodschap naar Jamaïca gestuurd te hebben, op dat eiland +aan. Don De Esquibel, die zeer goed wist, dat De Hojeda hem gedreigd +had, het hoofd voor de voeten te leggen, bewees De Hojeda alle +mogelijke diensten en liet hem en de zijnen naar San-Domingo brengen. +De Hojeda kwam daar arm aan; zijn deelgenoot De Enciso was uitgezeild, +en niemand was er, die zich De Hojeda's lot aantrok. De een zegt, dat +hij Monnik werd, en de ander dat hij vóór eene kloosterdeur in armoede +stierf. Zijn levenseinde was in alle gevallen treurig; hij was een der +vele slachtoffers van het goud. De schipdieven waren, tot op de helft +in de Cubaansche moerassen gestorven, slechts te San-Domingo +aangekomen om de doodstraf te ondergaan. + +En hoe was het met den Stadhouder van Goud-Castilië, De Nicuesa, +gegaan? + +Eer wij over dezen Ridder spreken, willen wij eerst naar San-Sebastian +terugkeeren. Met de achtergebleven Kolonisten komen we dan vanzelf bij +De Nicuesa in Goud-Castilië. + +Nog wat langer dan de gestelde vijftig dagen bleef Pizarro op De +Hojeda's terugkomst wachten. Wat er zooal gebeurd is in dien tijd van +ongeëvenaarde ellende, niemand, die het zeggen kan, want Pizarro, die +de onechte zoon was van een' Spaansch Officier en eene arme vrouw uit +de volksklasse, had de jaren zijner jeugd wel doorgebracht achter de +zwijnen, maar niet op de schoolbanken. Hij kon niet lezen of +schrijven, en was uit Spanje weggeloopen om in de Nieuwe Wereld, als +gemeen soldaat, zijn fortuin te beproeven. Hij was een man van +beteekenis in die woelige dagen, en bij groote dapperheid bezat hij +een' ijzeren wil en een helder, natuurlijk verstand, maar meteen eene +weergaloos wreede inborst. Te midden van eene ellende, die de heele +Kolonie tot op zestig ziekelijke en verzwakte manschappen deed +inkrimpen, handhaafde hij de tucht. Eerst toen hij begreep, dat De +Hojeda niet terugkeeren zou, besloot hij om in de twee vaartuigen +San-Sebastian te verlaten. Die terugtocht was al even rampspoedig als +het verblijf in het fort, en door een' zwaren storm overvallen, +verging een der twee schepen met man en muis. Het schip waarop Pizarro +was, bleef behouden en ontmoette, na eenige dagen zwervens, in de +haven van Cartagena, waar De la Cosa gesneuveld was, de karveel van De +Enciso, die, vernomen hebbende hoe het met de volkplanting afgeloopen +was, zich nu als hoofd van den tocht en als Gouverneur van +Nieuw-Andalusië beschouwde, zoo lang De Hojeda er niet was. Hij beval +daarom naar San-Sebastian terug te keeren. Met tegenzin gehoorzaamden +Pizarro en de zijnen aan dit bevel, doch eer ze het verlaten fort +bereikt hadden, verging de karveel van De Enciso in de Golf van +Dariën. Met groote moeite werden nog eenige levensmiddelen gered, en +zoo kwam men alweer met één vaartuig en eene half verhongerde +bemanning op de plaats aan waar het fort eens gestaan had. Gestaan +had, ja, want de inboorlingen hadden het verbrand. De Enciso's schoone +hoop om in deze landstreken, wanneer het regen-seizoen ingetreden was, +in de bergen goud met netten te vangen, wat men hem wijsgemaakt had, +was als rook vervlogen. Wat nu te doen? Thans trad zekere Vasco Nunez +de Balboa te voorschijn en zeide, dat hij op den tocht van De +Bastides, dien hij vergezeld had, in de Golf van Uraba eene plaats +gezien had, waar veel goud was en waar de inwoners nooit vergiftigde +pijlen gebruikten; hij bood zich meteen aan om de Kolonisten derwaarts +te voeren. Het voorstel werd aangenomen en De Balboa had het geluk het +schip in de rivier Dariën te brengen. De inboorlingen, die de landing +wilden beletten, werden verslagen en behalve vele levensmiddelen en +katoen behaalden de Spanjaarden ook een' buit aan goud, die anderhalve +ton waarde had. Dit herstelde den moed en men besloot hier te blijven. +Het fort, dat er gesticht was, kreeg den naam van »Santa-Maria De la +Antiqua del Dariën« en vol hoop gingen de Kolonisten nu de toekomst +tegemoet. De Enciso verbood echter aan zijne onderhebbende manschappen +om voor eigen rekening met de inboorlingen ruilhandel te drijven. Dit +stuitte vooral Nunez tegen de borst, en daar deze een dapper en +schrander man en bij zijne makkers zeer gezien was, zoo kostte het hem +weinig moeite om hen te bewegen, het gezag van De Enciso niet te +erkennen. Hij ging hierbij zeer slim te werk en ving den Advocaat met +een echt Advocaten-net. De grenslijn, die Koning Ferdinand tusschen +Goud-Castilië en Nieuw-Andalusië getrokken had, liep midden door de +Golf van Uraba. Deze lijn was overschreden en derhalve was men in het +gebied van De Nicuesa. De Kolonisten zett'en dus De Enciso af en +verkozen tot Aanvoerders Vasco Nunez De Balboa, Zamudio en Valdivia. +Onder het bestuur van dit nieuwe Driemanschap, liep alles weldra in +het honderd, doch toen men er toe kwam om één' Bevelhebber te kiezen, +waren de gevoelens zóó verdeeld, dat men besloot om De Enciso weer +maar in het gezag te herstellen. Hierover nog aan het kibbelen, kwamen +onverwachts twee karveelen de golf binnenloopen. Ze stonden onder +bevel van zekeren Colmenares en waren met levensmiddelen en +oorlogsbehoeften bevracht voor den Stadhouder van Goud-Castilië. +Colmenares wist nu de Kolonisten te bewegen om De Nicuesa als +Gouverneur te erkennen, en na levensmiddelen, kruit, lood en eenige +wapenen uitgedeeld te hebben, begon hij langs de kust naar het fort +van De Nicuesa te zoeken. Na eenige dagen ontmoette hij een scheepje, +dat door den Stadhouder uitgezonden was om levensmiddelen te halen en, +begeleid door dit scheepje, kwam Colmenares te »Nombre de Dios,« de +zoogenaamde Residentie van Don De Nicuesa aan, om eene ellende te +vinden, welke die van San-Sebastian misschien nog wel overtrof. Het +was met dezen Ridder gegaan als met De Hojeda.--Stormen vernielden +zijne schepen en sleurden zijne levens- en krijgsbehoeften in de +golven. Oproer aan boord en ziekten waren zijn deel geweest. Met een +moedeloos: »Laten wij hier _en el nombre de Dios_ (in Godsnaam) ons +nederzetten,« van De Nicuesa, waren zij hier gekomen en hadden ze het +fort gebouwd, dat »Nombre de Dios« genoemd werd. De verjaagde +inboorlingen lieten zich ook hier niet zien dan om aanvallen op de +sterkte te doen. Van goud verzamelen in »Goud-Castilië« was geene +sprake, men vond er zelfs geen cassave-brood. De eene opstand na de +andere brak uit, en de ellende was ten top gestegen toen Colmenares +aankwam. Zoodra De Nicuesa van de Kolonie te Santa-Maria gehoord had, +besloot hij aldaar zijne residentie te vestigen en zond een schip met +zieken en zwakken er heen; hij zelf zou later komen. Het +vooruitgezonden volk bewerkte evenwel zijn' val, want te Santa-Maria +vertelden ze allerlei leelijks van De Nicuesa en zeiden ook, dat ze al +het goud, hetwelk ze verzameld hadden, zouden moeten afstaan, en dat +De Balboa, die nog altijd de betrekking van Alcalde of Rechter +bekleedde, zijn ambt zou moeten neerleggen. Dit nu stond den +Kolonisten en vooral De Balboa niet aan. Hij haalde het volk over om +De Nicuesa niet te erkennen en toen deze eindelijk met zijne twee +schepen te Santa-Maria verscheen, werd hem de landing belet. Het +eenige, wat hem toegestaan werd, was dat hij, slechts vergezeld door +een' Page, aan den wal kwam. Nu wist De Balboa, die vooraf reeds alles +met de zijnen afgesproken had, De Nicuesa mede te deelen, dat het +noodig was, dat hij zich aan eene keuze der Kolonisten, die eigenlijk +toch onder De Hojeda stonden, onderwierp. De stemming volgde en--De +Balboa werd verkozen. Te vergeefs smeekte De Nicuesa nu om de gunst om +toch te Santa-Maria te mogen blijven. Op eene brigantijn, die meer een +wrak dan een schip was, noodzaakte men hem, elders zijn geluk te +beproeven. Hij heeft het nooit gevonden, want het wrakke schip zonk +met zijne bemanning in de diepte. + +Thans beschouwde Vasco Nunez De Balboa zich als Gouverneur van de twee +Stadhouderschappen: Goud-Castilië en Nieuw-Andalusië, wat natuurlijk +niet overeenstemde met de gevoelens van De Enciso. Deze werd echter in +het ongelijk gesteld, gevangengenomen en veroordeeld. De weinige +vrienden van den ongelukkigen Advocaat vonden dat vonnis evenwel te +hard, en wisten gedaan te krijgen, dat hij naar San-Domingo of Spanje +mocht terugkeeren, doch met achterlating van alles, wat hij het zijne +mocht noemen. De Balboa begreep zeer goed, dat De Enciso te +San-Domingo of in Spanje in het gelijk zou gesteld worden, doch om op +het gemoed der Rechters te werken, liet hij met hetzelfde schip ook +zijn' vriend Zamudio medegaan. Deze zou wel zorgen, dat de groote +verdiensten van De Balboa met »de breede roede uitgemeten« werden. +Hierop nog niet genoeg vertrouwende, liet hij Valdivia ook den tocht +medemaken, en dezen gaf hij eene kist van het fijnste goud mede, om +dat, als een geschenk van De Balboa, in handen te stellen van Don +Miguel De Pasamonte, die te San-Domingo de betrekking van +Schatbewaarder des Konings bekleedde. Verlost van De Enciso, en ook +buiten bereik van de twee andere leden van het voormalige +Driemanschap, begon De Balboa thans de zaken te besturen, en het mocht +gezegd wezen, dat ze voortreffelijk gingen. Hij verstond de kunst om +zich bij de Kaziken bemind of gevreesd te maken, en daar hij wel wist, +dat hij bij Koning Ferdinand zijne zaak, al was deze nog zoo +onrechtvaardig, winnen zou, als hij hem maar schatten van goud +toevoerde, zoo deed hij al, wat hij kon, om zich van goud meester te +maken, en dit gelukte hem boven wensch. Binnen korten tijd kon hij +twee schepen, rijk met goud bevracht, naar San-Domingo afzenden. Hij +maakte van deze gelegenheid meteen gebruik om Don Diego, den +Onder-Koning, te vragen om eene aanstelling als Kapitein-Generaal van +Goud-Castilië. De buitengewoon rijke lading der twee schepen was zóó +in zijn voordeel, dat Don Diego geen oogenblik aarzelde om hem die +aanstelling te verleenen. Hij zond hem bovendien de schepen met +allerlei levens- en krijgsbehoeften benevens honderdvijftig soldaten +terug. Hoewel De Balboa nu door Don Diego in het gezag bevestigd was, +meende hij nog wat meer te moeten doen om ook den Koning voor hem te +winnen, want de genegenheid van den Onder-Koning, die zelfs in Spanje +nog te worstelen had tegen De Fonseca en al de oude vijanden zijns +Vaders, was hem niet genoeg. + +Eens nu dat hij van een' Kazike eene groote hoeveelheid goud ontvangen +had, ontstond, over de verdeeling er van, twist onder de Spanjaarden. +De eenvoudige inboorlingen verbaasden zich hierover en één hunner +zeide nu tot De Balboa: »Hoe kunt gij twist maken over zulk een weinig +goud? Indien gij wilt, zal ik u eene plaats aanwijzen, waar gij +zooveel goud zult vinden, als gij maar begeert. Gij moet evenwel met +eene sterke bende derwaarts gaan, want het goudland is in het gebied +van machtige Kaziken, die den Spanjaard vijandig gezind zijn. En +wanneer gij er heen gaat, dan kunt ge zelfs van den top van een' +hoogen berg eene zee zien, onmetelijk groot. Zij wordt bevaren door +schepen, evenals die van u.« + +De Balboa's oog straalde van vreugde. Zou die zee dan de zeeëngte +zijn, welke Columbus gezocht had? Lag dan daar aan gindsche zijde der +bergen het heerlijke, rijke land, dat men de »Indiën« noemde? Als hij +dát land vond, dan, hij wist het, dan zou hij zijne zaak ook in Spanje +winnen. Hij aarzelde niet lang. Den eersten September 1513 begaf hij +zich met honderdvijftig Spanjaarden en zeshonderd Indianen op weg, en +begon zulk een' stouten en gewaagden tocht, dat hij in vele opzichten +dien van Hannibal over de Alpen overtreft. Wanneer we een' blik op de +kaart slaan, zal het ons tamelijk vreemd voorkomen, dat deze tocht zoo +moeielijk en gevaarlijk was, want De Balboa bevond zich bijna op het +smalste gedeelte van de Landengte van Panama. Dit blijkt ook uit de +verzekering van den Indiaan, die sprak dat men van »gindschen berg,« +de groote zee aan de overzijde kon zien. De »gindsche berg« moest dus +met den vinger aangewezen kunnen worden, en kon, hemelsbreed, niet zoo +ver verwijderd zijn. Dat alles is waar, doch men moet niet vergeten, +dat de bergen en dalen, òf overdekt waren met bijna ontoegankelijke +wouden, òf bewoond door Indianen, die weinig geleken op de eenvoudige +bewoners der afgelegen Westindische eilanden. Zwaard en musket, +kruisboog en harnas vermochten hier wel veel, doch lang niet alles. +Wilde De Balboa tusschen zijn klein leger en Santa-Maria, bij wouden +en bergen, ook geene vijandige Indianen hebben, dan moest hij alle +Kaziken, die hij op zijn' tocht ontmoette, tot vrienden maken. Dit +gelukte hem schier overal, want de persoonlijkheid van dezen koenen +avonturier schijnt eene zeer innemende geweest te zijn. Gelukte het +hem niet om, door bewijzen van vriendschap, de Kaziken aan zich te +verbinden, dan wist hij door beleidvol wapengeweld hen tot +onderwerping te dwingen, en dikwijls werden zelfs de Kaziken, die hij +met geweld had moeten winnen, zijne warmste vereerders en trouwste +bondgenooten. + +Eindelijk, eindelijk was hij bij »gindschen berg« aangekomen. De +beklimming was zóó moeielijk, dat velen beneden bleven. Vol ongeduld +klauterde en klom De Balboa de zijnen vooruit. Daar was hij op een' +der toppen en--een groote Oceaan lag in de verte vóór hem. Bij dat +gezicht viel hij op de knieën om God te danken, dat het hem vergund +was, de eerste Europeaan te zijn, die deze wereldzee zag. +Onbeschrijfelijk groot was de vreugde der zijnen toen ze bij hem +aankwamen en ook den Oceaan zagen. Er werd van steenbrokken een kruis +opgericht, en Andrez De Vara, een Priester, die De Balboa vergezelde, +begon, vol dankbaarheid en geloofsgloed, het »Te deum laudamus« te +zingen, waarin hij door allen gevolgd werd. Het moet daar op die +rotspunt der Cordillera's een buitengewoon schoon en aangrijpend +tooneel geweest zijn, en als we dan weten, dat de Indianen in de +vreugde der Spanjaarden deelden, dan moeten we het goud verwenschen, +dat instaat was, om met moord en doodslag te doen eindigen, wat zóó +schoon met gebed en lofzang begonnen was. + +[Illustratie: Vasco Nunez De Balboa neemt den »Stillen Oceaan« in +bezit.] + +Van de ontdekking van den »Stillen« of »Grooten Oceaan« werd op +staanden voet een protocol opgemaakt, dat door al de Spanjaarden +onderteekend werd. De derde onderteekenaar, die als handteekening maar +een kruisje zette, was Pizarro, en misschien maakte hij toen het plan +reeds om in het gezicht van dezen Oceaan voor Spanje nieuwe landen te +veroveren. Na afloop der plechtigheid en na uitgerust te zijn, werd de +tocht voortgezet, en den negenentwintigsten September bereikte men het +zeestrand aan eene baai, waaraan de moedige ontdekker den naam van +»San-Miguel« gaf. Het was peillaag water en het strand bestond niet +uit zand, maar uit zwarte modder en klei. De Balboa bleef met de +zijnen wachten tot het water hoog was. Toen nam hij de Rijks-banier, +wierp zijn schild op den schouder, trok zijn zwaard, trad tot aan de +knieën in het water en nam daarop, met dezelfde formaliteiten, alsof +het land was, van den Oceaan bezit voor de Spaansche Kroon. + +Was deze ontdekking reeds gewichtig, nog gewichtiger scheen ze te zijn +door den overvloed van parelen, die hier in de omstreken te bekomen +waren. Zwaar beladen met goud en parelen werden er nu aanstalten +gemaakt om den terugtocht aan te nemen. Dat er ver ten Zuiden van de +baai van San-Miguel een groot en beschaafd land lag, waar nog veel +meer goud te vinden was dan hier, zooals de inboorlingen mededeelden, +en dat niet zoo heel ver van de kust een groep eilanden lag, die onder +het bestuur van een' roofzuchtigen Kazike stonden en een' +buitengewonen rijkdom van parelen bevatt'en, mocht voor een oogenblik +de begeerte opwekken om reeds nu dat »Goudland« en die +»Parel-eilanden« op te zoeken, men stelde dit toch liever tot eene +volgende gelegenheid uit, en den negentienden Januari 1514 kwamen onze +moedige ontdekkers, zonder op dien merkwaardigen tocht één' man +verloren te hebben, te Santa-Maria aan. Het was thans De Balboa's +eerste werk om een schip, geladen met de verkregen schatten, naar +Spanje te zenden. Dat men aan het Hof alles zou doen, wat maar +mogelijk was, om den dood van De Nicuesa op hem te wreken en om den +verongelukten De Enciso recht te verschaffen, behoefde men niet in +twijfel te trekken; maar als Koning Ferdinand zag, welke rijkdommen +aan goud en parelen diezelfde veroordeelde avonturier wist aan te +brengen, dan zou alles veranderen en de Koning zou hem wel in zijn +gezag bevestigen. Het rijk geladen schip, waarover Pedro De Arbolancha +het bevel voerde, kon evenwel pas in Maart zee kiezen en had op reis +naar Spanje met veel tegenwind te worstelen, en toen het eindelijk in +Spanje aankwam, was het te laat om geheel te herstellen, wat gebeurd +was. Op aanraden toch van De Fonseca, die met De Nicuesa bevriend was +geweest, en die zich ook de zaken van De Enciso aangetrokken had, was +Don Pedro Arias De Avila, gewoonlijk Pedrarias genoemd, aangesteld tot +Stadhouder van Goud-Castilië, met bevel om de daden en handelingen van +De Balboa ten strengste te onderzoeken. Nog waren na die benoeming +slechts eenige dagen verloopen toen De Arbolancha met zijne schatten +en merkwaardige berichten aankwam. Die schat van goud, die menigte +parelen, die berichten van de ontdekking van den nieuwen oceaan, +brachten heel Spanje in beweging, en Koning Ferdinand moest nu wel het +veroordeelend vonnis terugtrekken, hetwelk uitgesproken was over een' +man, die zulke schatten aanbracht en zulke gewichtige ontdekkingen +gedaan had. Don Pedrarias bleef in het gezag gehandhaafd, doch kreeg +in last om dien De Balboa te vriend te houden en hem in alle zaken van +het bestuur te raadplegen. Van alle kanten stroomden de avonturiers nu +weer toe, om met den nieuwen Gouverneur naar dat »Dorado« te trekken. +Het waren thans geene schatten, die alleen in het dichterlijke brein +van een' tweeden Columbus bestonden, maar werkelijke parelen en echt +goud, die hen aandreven om daar in het verre Westen rijkdommen te +verzamelen. Eene vloot van tweeëntwintig schepen, rijkelijk voorzien +van allerlei zaken, die voor de Kolonie onmisbaar waren, en bemand met +vijftienhonderd koppen, stak weldra in zee, aangevoerd door Pedrarias, +wiens echtgenoote, Donna Isabella De Bobadilla, hem zelfs vergezelde. + +Zonder noemenswaardig oponthoud kwam deze schoone vloot weldra in de +Golf van Uraba in de nabijheid van Santa-Maria aan, doch Pedrarias, +die vreesde door de Kolonisten slecht ontvangen te worden, liet al het +volk aan boord blijven en zond alleen een' Ridder naar den wal om daar +het bericht te brengen, dat Don Pedro Arias De Avila aangekomen was +om, als Gouverneur over Goud-Castilië, op te treden. + +De Balboa had niet stil gezeten sinds hij het rijkgeladen schip naar +Spanje gezonden had. Nieuwe schatten aan goud en parelen lagen in de +magazijnen opgehoopt; nieuwe vriendschaps-verbonden had hij met vele +Kaziken gesloten door zijn tact om met die menschen om te gaan. De +Kaziken, die vijandig tegen hem opgetreden waren, had hij met behulp +van zijne soldaten en bloedhonden tot onderwerping gedwongen. Het was +nog niet alles. De Balboa wist ook bij ondervinding hoe gebrek aan +levensmiddelen dikwijls den ondergang van heele Koloniën ten gevolge +had. Dat wilde hij voorkomen, en waar hij den eenen dag met het harnas +om de leden, het schild aan den linkerarm en het zwaard in de +rechterhand, als Veldheer overwinningen behaalde, daar zag men hem den +volgenden dag in een' katoenen werkmanskiel met den grooten stroohoed +op, als boer, de velden bebouwen om Goud-Castilië, wat levensmiddelen +betreft, geheel onafhankelijk van Spanje te maken. Hij zelf woonde in +eene groote stroohut en ging zijn volk voor in eene matige leefwijs. +Op Heiligdagen liet hij feesten vieren en wist hij altijd wat te +bedenken, dat zijnen Spanjaarden aangenaam was en dat den Indianen +genoegen verschafte. Hij, aan wien het gegeven ware geweest om al de +Koloniën der Nieuwe-Wereld van 1492 af te bezoeken, zou, te +Santa-Maria komende, hebben moeten getuigen, dat dit eene +»Model-Kolonie« was, en meteen zou hij hebben moeten bekennen, dat dit +te danken was aan den »Model-Gouverneur.«-- + +Wat keek de prachtig uitgedoste Ridder vreemd op, toen hij, voor de +Balboa gebracht, inplaats van een' Ridder, een' man voor zich zag, +gekleed met katoenen kiel en broek, een' stroohoed op het hoofd, en +met ruwe handen, die van zwaren veldarbeid spraken! Toch naderde de +Ridder hem met eerbied en bracht hem zijne boodschap over. + +Hoe moet De Balboa teleurgesteld geweest zijn toen hij vernam, dat de +Koning een ander tot Gouverneur aangesteld had! Hij hield zich evenwel +goed en gaf den Ridder ten antwoord: »Zeg aan Don Pedrarias De Avila, +dat hij welkom is en dat ik hem met zijne behouden aankomst geluk +wensch. Zeg hem verder, dat ik bereid ben om hem met al mijne +manschappen gehoorzaam te zijn en dat wij zijne bevelen zullen +opvolgen.« + +Met deze boodschap keerde de Ridder naar het Admiraalsschip terug, +doch dat bijna de heele Kolonie verontwaardigd was, dat de Koning De +Balboa niet tot Stadhouder benoemd had, kon hij niet vertellen, omdat +hij van die verontwaardiging, door De Balboa slechts met groote moeite +bedwongen, geen getuige geweest was. Slechts enkelen verheugden zich +in Santa-Maria over den val van den algemeen beminden man. Ze waren de +aanhangers van De Nicuesa en De Enciso, die slechts gezwegen hadden, +omdat ze niet spreken durfden. + +Met een schitterend vertoon, waarbij de eenvoudige kleeding van De +Balboa in een schreeuwend contrast stond, deed de nieuwe Gouverneur, +te midden van een' stoet prachtig gekleede Ridders, en vergezeld van +zijne Gemalin en Juan De Quevedo, nieuw-benoemd Bisschop van Dariën, +zijn' intocht in Santa-Maria, de hoofdstad van »Castilla del Oro« of +»Goud-Castilië.« De Balboa ontving de aanzienlijke gasten in zijne +eenvoudige woning en bood hun een feestmaal aan, dat bestond uit +cassave-brood, maïskoeken, eenige vruchten en water. + +Wat zullen die Ridders zich in hunne verwachtingen bedrogen hebben +gezien! Cassave-brood, maïskoeken en water, aangeboden in eene +stroohut, door een' Bevelhebber, gekleed in een' werkmanskiel! Hoe +zullen ze zich verheugd hebben, dat niet de man met de vereelte handen +hun Gouverneur was, maar wel een schitterend Ridder, in Spanje +algemeen bekend als »El Galan« of »De Galante.« Toch schijnt er één +geweest te zijn, die terstond zag, dat alleen een man als De Balboa de +noodige geschiktheid had om eene Kolonie tot bloei en welvaart te +brengen. Deze man was Bisschop De Quevedo, die er steeds op uit was om +in het belang der Kolonie De Balboa te begunstigen en in moeielijke +gevallen voor te spreken. Zelfs de Gemalin van den Stadhouder schijnt +dat ingezien te hebben, want ook zij sprong later menigmaal voor den +miskenden man in de bres. De Avila evenwel ging van eene geheel andere +meening uit. Hij zag zeer goed hoe de kern der oude Kolonisten De +Balboa met hart en ziel genegen was, en hij had wel blind moeten zijn, +wanneer hij niet bemerkt had, met welk een' weergaloozen tact dezelfde +avonturier met de Kaziken en de inboorlingen wist om te gaan. Die man +kon hem gevaarlijk worden, en vreezende dan het lot van De Nicuesa of +De Enciso te zullen ondergaan, stond hij overal tegenover hem als zijn +vijand, en wist hij de oude aanhangers van De Nicuesa en De Enciso in +zijne belangen over te halen. En terwijl Pedrarias zoo in het geheim +werkte, deden de nieuwaangekomene Ridders en soldaten niet veel anders +dan een lui en ongebonden leven leiden. Aan werken dacht men niet; men +was gekomen om rijkdommen te verzamelen. Geen De Balboa was er nu, die +langs vriendelijken weg de Kaziken bewoog goud en parelen te ruilen +voor eenvoudige voorwerpen. Met blanke wapenen trok men de bergstreken +en de dalen in om met geweld te nemen, wat men met zachtheid had +kunnen verkrijgen. Als met een' tooverslag werd de toestand omgekeerd, +zoodat De Balboa naar Spanje schrijven kon: »De Kaziken en Indianen +zijn van lammeren in leeuwen veranderd.« En te midden van dien +toestand deed de vreeselijke, gele koorts hare intrede in Santa-Maria, +waar ze in de ontzenuwde lichamen der Spanjaarden een' vruchtbaren +bodem vond om zich met ontzettende snelheid te verbreiden. Zij maakte +meer dan vijfhonderd slachtoffers, en alsof de ellende nog niet groot +genoeg was, werd, door onvoorzichtigheid, het magazijn, dat de laatste +levensbehoeften bevatte, een prooi der vlammen en vernielden de +sprinkhanen den te veld staanden oogst. + +De tijdingen van deze rampen kwamen ook in Spanje, dat schepen met +schatten verwachtte en nu slechts wrakke vaartuigen met ellende +ontving. Thans zag Koning Ferdinand in dat hij, alsof hij gedoemd was +om door schade en schande nimmer wijs te worden, alweer eene groote +domheid begaan had door De Balboa niet tot Gouverneur van +Goud-Castilië aan te stellen. Die domheid kon goed gemaakt worden, +wanneer hij Pedrarias terugriep en De Balboa tot Gouverneur benoemde. +Hij deed het niet, doch stelde De Balboa aan tot Adelantado van de +»Zuidzee,« zooals de »Groote« of »Stille Oceaan« vaak genoemd werd, en +tot Gouverneur van Panama en Coyba, maar--onder het oppergezag van +Pedrarias. + +De brieven, die deze benoeming bevatt'en, werden in een pak met nog +andere aan den Gouverneur gezonden, die meteen van De Balboa's +benoeming in kennis gesteld werd. Pedrarias had De Balboa zijne +dochter tot vrouw beloofd. Dat dit van de zijde der Moeder, Donna +Isabella, ernstig gemeend was, mag aangenomen worden, doch van de +zijde van den Vader was het niet gemeend. Terwijl deze De Balboa in +het openbaar, als zijn' aanstaanden schoonzoon behandelde, zette hij +in het geheim het proces in de zaak van De Nicuesa en De Enciso tegen +hem voort. Inplaats van hem een' tocht naar de Parel-eilanden te laten +ondernemen, gaf hij Pizarro last dien te doen, en toen De Balboa er +later tòch nog een, en met veel voordeel, naar die eilanden maakte, +trachtte Pedrarias niet alleen zijn' roem te verkleinen, maar zelfs +zijne eer te bezoedelen. Was er eene onderneming te doen, welke geene +kans van slagen had, dan werd De Balboa er mede belast. Was hij zoo +gelukkig van toch te slagen, dan werd het voor niet veel meer dan +kennisgeving aangenomen; slaagde hij niet, dan waren verwijten en +beschuldigingen zijn deel, zelfs als hij wonderen van dapperheid +verricht had en gewond te Santa-Maria terugkwam. + +Nu waren de brieven van zijne verheffing gekomen, en thans beging +Pedrarias de laagheid om in zijn' Raad, die voor het grootste deel uit +zijne aanhangers samengesteld was, de vraag te doen, of men De Balboa +die aanstellingen wel geven zou, omdat hij altijd nog in staat van +beschuldiging stond. Gelukkig was Bisschop De Quevedo ook aanwezig, en +deze kwam met zooveel kracht en klem voor de rechten van De Balboa op, +dat de Gouverneur niet langer durfde weigeren om zijn' tegenstander de +benoemingen ter hand te stellen. Nauwelijks echter was de benoeming +van De Balboa bekend, of zijne talrijke vrienden toonden de +uitbundigste bewijzen van blijdschap, wat den Gouverneur weer ergerde, +die hierin eene samenzwering tegen zijn gezag meende te moeten zien. +Een schip, dat De Balboa indertijd uitgezonden had, kwam terug met +allerlei benoodigdheden voor een' ontdekkingstocht in den »Grooten +Oceaan« en de Kapitein liet in stilte De Balboa waarschuwen. De +Gouverneur kwam er evenwel achter en had nu werkelijk iets, waarvan +hij De Balboa beschuldigen kon. Deze dacht evenwel aan geen verraad en +begon vier schepen te laten bouwen en wel aan deze zijde van het +gebergte, omdat dit aan de andere zijde niet geschieden kon. De bouw +van die schepen en het vervoer van alle materialen over de bergen, +vormt op zichzelf reeds stof voor een heldendicht, en zie, juist stond +De Balboa gereed om met driehonderd wakkere mannen, als Adelantado, +een' ontdekkingstocht te gaan aanvaarden, toen Francisco Pizarro bij +hem kwam en hem in naam des Konings gevangennam, omdat hij eene +samenzwering tegen het gezag gesmeed had. Ongetwijfeld had De Balboa +tegenover De Nicuesa en De Enciso zeer verkeerd gehandeld, en de wijze +waarop hij schepen uitzond met een doel, dat voor den Gouverneur +geheim moest blijven, pleit ook tegen hem, maar dat Pedrarias het +wagen zou om het doodvonnis over hem uit te spreken, dat had niemand, +zelfs de Bisschop niet vermoed. En toch, dat gebeurde. Tal van +Kolonisten sprongen voor hem in de bres en verlangden dat Koning +Karel,--dezelfde, die als Karel V, later Keizer van Duitschland +werd,--in deze recht zou spreken. Alles was vergeefsch, en de man aan +wien Spanjes schatkist millioenen schats te danken had, werd in 1517 +op tweeënveertigjarigen leeftijd onthoofd. + +De schepen waarmede De Balboa den ontdekkingstocht wilde doen, kwamen +nu onder bevel van Don Gaspar De Espinosa, die juist een' voordeeligen +tocht over de Cordillera's gemaakt had. Niet zuidelijk voer hij, maar +wel in eene noordelijke richting, en, na eene betrekkelijk korte +afwezigheid, kwam hij met groote schatten terug. Zijn voorbeeld werd +gevolgd door Don Gonçalez De Avila, die met honderd man een' stouten +tocht in de binnenlanden van het tegenwoordige Nicaragua deed. Wat hij +hier vond, deed al zijne makkers verbaasd staan. Steden, waarin zich +groote huizen van steen gebouwd bevonden, met een veertig duizend +beschaafde inwoners, die allen gekleed waren en naar vaste wetten +geregeerd werden, waren geene zeldzaamheid. Naast schitterenden +rijkdom vonden ze er evenwel ook afzichtelijke armoede. + +De Spanjaarden werden door den Kazike van Nicaragua met de meeste +voorkomendheid ontvangen en met schatten overladen, doch toen Gonçalez +De Avila te paard in het groote meer van Nicaragua sprong en dat in +bezit nam voor Koning Karel, hielden de vriendschapsbewijzen op en +werden de Spanjaarden zelfs door de Indianen aangevallen, zoodat ze +slechts met groote moeite hunne schepen konden bereiken. + +Breidde men zoo in Middel-Amerika de ontdekkingen op het vasteland +steeds uit, ook de groote eilanden-wereld dezer streken werd gaandeweg +meer bekend en aan Spanje onderworpen. Don Juan Pince De Leon, een oud +soldaat, die reeds in den oorlog tegen de Mooren bijna grijs geworden +was, had door zijn' moed en beleid in de Nieuwe Wereld het zóó ver +weten te brengen, dat hij Bevelhebber eener provincie op Hispaniola +geworden was. Dit kalme en deftige leven kon den ouden krijger evenwel +niet behagen, en daar hij bij helder weder dikwijls het eiland +Boriquen of Portorico kon zien liggen, kwam de begeerte bij hem op om +ook dit eiland, dat nog altijd als vergeten daar lag, voor Spanje in +bezit te nemen. De Onder-Koning Ovando verleende hem verlof daartoe, +en in 1508 stak de moedige krijgsman naar dit eiland over, en na daar +nog al vrij veel goud verzameld te hebben, liet hij een deel der +bemanning van zijn schip op het eiland achter en stak naar San-Domingo +over, om den Onder-Koning het goud te laten zien. Ovando meende dat +het in bezit nemen van dit eiland voor Spanje gewichtig genoeg was, en +vertrouwde dat werk aan onzen De Leon toe, die evenwel nog eerst naar +Portorico terugkeerde om te onderzoeken of die onderwerping ook zonder +bloedvergieten kon plaats hebben. Zijn onderzoek liep gunstig af, en +in 1509 was De Leon, hoewel met veel moeite, Gouverneur van het +eiland, welks bewoners zich vrijwillig onderworpen hadden. Het duurde +niet lang of ze begrepen zeer verkeerd gedaan te hebben, doch het was +nu te laat om zonder wanhopigen strijd zich vrij te maken. In hunne +eenvoudigheid geloofden de bewoners, dat de Spanjaarden onsterfelijk +waren, doch toen ze met zekeren Salzedo eene proef namen, kwamen ze +tot andere gedachten. Ze droegen hem over een water, lieten er hem, +zoogenaamd bij ongeluk, in vallen, en gingen eenigen tijd op hem +zitten. Toen hij nu uit het water aan den oever gebracht was, en men +zag dat hij werkelijk dood was, besloot men de »sterfelijke« +overweldigers te verdrijven. De Leon evenwel wist door dapperheid en +krijgsbeleid den opstand te onderdrukken en stond, toen dit geschied +was, willig zijn Gouverneursbetrekking af aan Juan Ceron en zocht door +nieuwe daden zich te onderscheiden. De ouderdom kwam evenwel ook bij +hem met gebreken, en toen hij eenige oude Indianen eens hoorde +verhalen, dat er ten Noorden van hun eiland een land was, waar niet +alleen goud in overvloed, maar ook eene bron gevonden werd, waarin men +door een bad zich kon verjongen, besloot hij dat land op te zoeken en +misschien wel eene heele nieuwste Nieuwe Wereld te zullen ontdekken. +Als hij dan bovendien het geluk mocht hebben die bron te vinden, dan +zou een scheepsruim vol parelen hem niet zoo rijk kunnen maken, als +die ééne bron. Hij vond haar natuurlijk niet, maar wel vond hij op +Palmzondag van het jaar 1512 het vasteland van Noord-Amerika. Hij nam +het heerlijk schoone land voor Spanje in bezit en noemde het +»Florida«, onder welken naam dat land nog altijd bekend staat. Dat hij +het vasteland ontdekt had, wist hij bij zijn' terugkeer echter niet; +hij hield het voor een groot eiland. Op dien terugtocht nog altijd de +»Verjongings-bron« zoekend, kwam hij bij een groot aantal eilandjes. +Een' groep gaf hij den naam van »Schildpadden-eilanden,« omdat zijne +matrozen er in één' nacht honderd zeventig schildpadden vingen, en +een' anderen groep noemde hij »Oude-vrouwen-eilanden,« omdat hij er +slechts ééne oude vrouw vond. Hij nam haar aan boord, en door hare +kennis met deze zee diende ze hem als loods. Goed en wel kwam hij op +Portorico terug en stevende toen naar Spanje om den Koning bericht van +zijne ontdekking te geven. De Koning benoemde hem tot Adelantado van +Florida, doch inplaats van die betrekking te aanvaarden, nam hij het +bevel over een vlootje op zich om de Caraïben te tuchtigen. De tocht +mislukte en weer kwam hij op Portorico terug, dat hij evenwel later +andermaal verliet om, als Adelantado, van Florida bezit te gaan nemen. +De bewoners sloegen hem evenwel terug en zwaar gewond kwam hij op het +eiland Cuba aan, waar hij kort daarna in hoogen ouderdom overleed. En +nu we met De Leon op Cuba gekomen zijn, rijst misschien bij eenigen de +vraag: »Was dat eiland nog steeds in de macht der inboorlingen en +meende men nog altijd, dat het stellig het vasteland van Azië was?« We +beginnen met het laatste gedeelte der vraag en antwoorden, dat alleen +Columbus bij zijn overlijden nog geloofde, dat Cuba een deel van het +Aziatische vasteland was. De Portugeesche ontdekkingen hadden voor +anderen reeds zonneklaar bewezen, dat Columbus niet de »Indiën,« maar +eene geheel nieuwe wereld ontdekt had. Cuba behoorde derhalve niet tot +Azië, dat wist men reeds geruimen tijd, en dat het een eiland was, +schooner, vruchtbaarder, rijker en veel grooter dan Hispaniola, ook +dát wist men reeds, toen De Leon er den laatsten adem uitblies in +1520. + +In 1511 had Don Diego Columbus aan Don Diego Velasquez, een' der +oudste volksplanters van Hispaniola, vergunning gegeven om dat eiland +voor Spanje in bezit te nemen. Aan het hoofd van driehonderd +ondernemende mannen en vergezeld door Las Casas en Hernando Cortez, +vertrok hij derwaarts en op voorzichtige wijze te werk gaande, wist +hij langzamerhand al de Kaziken aan zich te onderwerpen. Er was veel +stofgoud te vinden, en van alle kanten kwamen Kolonisten om zich van +dat goud meester te maken, doch daar zij zelven liever niet werkten, +en Velasquez voorzichtigheidshalve de inboorlingen van Cuba vooreerst +nog niet dwong om slavenarbeid te verrichten, zoo zond hij Don +Francisco Hernandez De Cordova uit om op het vasteland, dat westelijk +gelegen moest zijn, doch dat nog niet bezocht was, Indianen te gaan +rooven. Dit geschiedde in 1517, en De Cordova ontdekte op den eersten +Maart van dat jaar Kaap Catoche van Yucatan, doch meteen zag hij, dat +hij hier niet wezen moest om onnoozele inwoners, als slaven, op te +vangen. Had Don Gonçalez De Avila aan de westzijde van de landengte, +in het rijk van Nicaragua, steden met beschaafde inwoners gevonden, +hier ging het onzen De Cordova eveneens, en reeds uit zee ontdekte hij +in de verte eene stad met torens en witte, steenen huizen. Ook hier +toonden de inboorlingen zich niet zoo bijzonder verbaasd bij het zien +van de Spanjaarden, en de Kazike noodigde hem zelfs uit om een bezoek +in zijne stad te brengen. De Cordova voldeed hieraan en stond niet +weinig verwonderd, dat hij bij zooveel beschaving ook zag, dat hij +hier onder menscheneters was, die afgodendienaars waren. Wat wel +opmerkelijk heeten mag is, dat die afgodsbeelden allen het kruisteeken +droegen. De Cordova ontdekte echter, dat men hem en zijn volk in eene +hinderlaag trachtte te lokken, en hij verliet daarom de stad en +trachtte verder op de kusten slaven te vangen. Het mislukte hem echter +overal, en zonder slaven, maar met het bericht, dat hij een land van +beschaafde menscheneters gevonden had, kwam hij op Cuba terug. De +Velasquez zond nu zijn' neef, Don Juan De Gryalva met een vlootje uit +om die merkwaardige kusten nauwkeuriger te verkennen. Hij kwam in +hetzelfde land, doch den tocht van Kaap Catoche nog westelijker +voortzettend, ontdekte hij onder de bewoners steeds meer beschaving. +Vooral de bouwtrant der huizen deed hem aan zijn vaderland denken, +waarom hij dat land den naam van »Nieuw-Spanje« gaf. Hij ging er aan +den wal en begon met de bewoners, die zich Azteken noemden, ruilhandel +te drijven. Goud was er onder de Azteken in zulke groote hoeveelheden, +dat ze er bijna geene waarde aan hechtten, en groote klompen voor +eenvoudige ijzeren gereedschappen gaarne inruilden. + +Zij toonden evenwel heel duidelijk, dat ze nu juist voor zulk een +klein aantal mannen met baarden niet zoo bevreesd waren, en daarom +hoorde De Gryalva niet naar het voorstel zijner tochtgenooten om daar +eene Volkplanting achter te laten. Dubbel tevreden met de +onbegrijpelijk groote schatten, die hij aan boord had, keerde hij naar +San-Jago de Cuba, de hoofdplaats van het eiland, terug. Welke de +gevolgen waren van de berichten en de schatten, die hij aanbracht, zal +in een volgend hoofdstuk verhaald worden, doch eer we dat doen, dienen +we nog even te spreken over een ander beroemd reiziger, die als het +ware als een nieuwe Christophorus Columbus optrad. + +[Illustratie: FERDINAND DEL MAGELHANES. (Geb. 1440, overl. 1521.)] + +De Portugeezen hadden hun gebied in de Indiën ook steeds uitgebreid, +zoodat om Afrika's Zuidpunt eene zeer drukke scheepvaart plaats had. +Een der Portugeezen, die zich zeer beijverd had om de macht van +Portugal in de Indiën te vergrooten, en die door zijne tochten reeds +heel veel voordeelen aangebracht had, was zekere Ferdinand Del +Magelhanes, een Portugeesch Edelman uit een oud, maar arm geslacht. +Zijne diensten werden slecht beloond, en dit was ongetwijfeld wel de +oorzaak, dat hij zich tot Koning Karel van Spanje wendde, om dezen +Vorst zijne diensten aan te bieden tot het volvoeren van het plan, dat +Columbus zich reeds voorgesteld had te zullen volbrengen. Ook +Magelhanes hield zich overtuigd, dat men, het Westen inzeilende, +eindelijk in de Indiën aankomen moest. Dat de aarde den vorm eener +peer had, mocht Columbus nog beweerd hebben, reeds vóór hem leerden +velen, dat de Aarde eene bolronde gedaante had, zoodat er mogelijkheid +op bestaan moest, dat men eene reis om de Aarde deed. De groote vraag +was maar: »Is er eene zee om die reis met een schip te doen?« +Magelhanes, die uitgestrekte tochten in den Indischen Archipel gemaakt +had, was opmerkzaam geworden op den vorm der landen ten Zuiden van de +Oude Wereld. Groote schiereilanden met eene landengte zoo breed, dat +men ze moeielijk schiereilanden noemen kon, liepen werkelijk +peervormig naar het Zuiden. Dit was zoo in den Indischen Oceaan, dat +was het geval met Afrika ook. Waarom zou nu de Nieuwe Wereld, door +Columbus ontdekt, eene uitzondering maken? Voor dien vorm der landen +moest immers eene oorzaak zijn? En de oorzaak, die gold voor de Oude +Wereld, gold ook voor de Nieuwe. Bijgevolg hield Magelhanes zich +overtuigd, dat de westelijke tocht naar de Indiën tot de mogelijkheden +behoorde. Het blijkt niet, dat hij met dit plan reeds aan het +Portugeesche Hof geweest was, toen hij het Koning Karel voorstelde, +doch zeker is het, dat de Koning er dadelijk ooren naar had. De vraag +alleen was maar: »Mag die tocht gedaan worden met het oog op de +Pauselijke bullen, en zal hij, die het waagt ze te overtreden, met den +Kerkelijken ban gestraft worden?« Slechts enkelen konden die vraag in +ernst meer doen, want het was voor iedereen duidelijk, dat de deellijn +tusschen het Spaansche en Portugeesche ontdekkings-gebied, zooals die +door Paus Alexander bepaald was, eenvoudig niet kon getrokken worden, +en met het oog op diezelfde lijn, viel het Del Magelhanes niet +moeielijk om Koning Karel te bewijzen, dat de »Molukken« of +»Specerij-Eilanden« tot het ontdekkings-gebied van Spanje behoorden. +Het zou hem even gemakkelijk gevallen zijn om den Koning van Portugal +te bewijzen, dat die eilanden niet door Spanje in bezit mochten +genomen worden. Koning Karel was evenwel gerust gesteld; hij wist nu +dat hij, zonder de bul te overtreden, de Molukken bij zijn gebied +trekken kon, en benoemde Magelhanes, die met zijne korte, maar +krachtige gestalte en fier uiterlijk een' uitnemenden indruk maakte, +tot Ridder van San-Jago, tot Opperbevelhebber over de vloot, die +uitgerust zou worden, en tot Gouverneur der Molukken. Het was in 1519 +toen Magelhanes met dit voorstel aan het Spaansche Hof kwam, doch +dezelfde kleingeestige tegenwerking, die Columbus ongeveer dertig jaar +geleden vond, vond Magelhanes ook. Onze moedige Ridder liet zich +evenwel niet afschrikken, en de jonge Koning, die zelf, als +vreemdeling, ook bij de echte Spanjaarden veel tegenstand ontmoette, +ondersteunde Magelhanes zóó krachtig, dat reeds in Augustus eene vloot +van vijf schepen, in alles uitmuntend uitgerust, in de haven van +San-Lucar de Barrameda, gereed lag. De inscheping werd wat vertraagd, +en zoo kwam het, dat Magelhanes pas den twintigsten September 1519 in +zee stak. Bijna zeker van de wetenschappelijke overwinning, die hij +behalen zou, had hij zijn Admiraalsschip den naam van »Victoria« +gegeven. Den twaalfden Januari 1520 bereikte men de monding van de Rio +La Plata, doch eer men daar was, had Magelhanes reeds ondervonden, dat +men hem, den vreemdeling, slechts gedwongen gehoorzaamde. Moeite doen +om zich onder het volk bemind te maken, scheen niet in het plan van +den Admiraal te liggen, want toen men hem vroeg: »Waarheen wilt gij +ons toch brengen?« gaf hij het hooghartige antwoord: »Vraagt niets! +Het is uw plicht mij te volgen. Mijne vlag zal u over dag en mijn +seinlicht bij nacht den weg wijzen.« Dat dit antwoord de trotsche +Spanjaarden krenken moest, had hij vooraf kunnen begrijpen, en er +ontstond ook algemeen gemor, dat oversloeg tot opstand. Men wilde +Magelhanes dwingen, zijn plan te laten varen, en om de Kaap de Goede +Hoop heen naar de Molukken te stevenen, en toen dit beslist geweigerd +werd, zeiden drie Kapiteins hem hunne gehoorzaamheid op. Met behulp +van zwaard en strop wist de Admiraal het oproer te dempen, doch +gedurende den strengen winter, die volgde, terwijl ze in eene baai +lagen, kostte het niet weinig kracht om het gezag te handhaven. De +baai, waar de schepen lagen, bevond zich op ruim 49° Zuiderbreedte, +dat is ongeveer op dezelfde breedte, als Parijs ten Noorden van de +Linie ligt. Het klimaat van Zuid-Amerika kan evenwel op die breedte +gerust gelijk gesteld worden met dat van Stockholm, zoodat het ons +niet bevreemdt, dat de Spanjaarden, aan milder klimaat gewoon, er +ontzettend veel koude leden en er tegen opzagen om nu nog verder het +Zuiden in te gaan. Tot hoe ver? »Vraagt niets; het is uw plicht mij te +volgen,« had Magelhanes gezegd. Tot in Augustus waren ze genoodzaakt +in die baai te blijven, en toen eerst waren ijs en sneeuw opgeruimd, +en was de weg naar het Zuiden weer vrij. Pas echter was hij op weg, of +een der schepen liep op een rif, en de bemanning had juist nog den +tijd om zich het leven te redden, doch al het overige, dat aanboord +was, verdween in de golven. Het weder werd steeds onstuimiger, en de +Admiraal was verplicht om naar de baai, waar hij overwinterd had, +terug te keeren. Opnieuw brak er oproer uit en moesten zwaard en strop +de orde herstellen. Eindelijk werd het weder gunstiger; de vaart werd +voortgezet, en den twintigsten October had Magelhanes het geluk +Amerika's Zuidpunt te bereiken. De zeeëngte, welke hem van den +Atlantischen naar den Grooten Oceaan bracht, kreeg den naam van +»Straat van Magelhanes.« Ware hij nu de kust gevolgd, dan zou hij ook +Chili en Peru ontdekt hebben. Hij deed het evenwel niet, en zond +alleen twee zijner schepen uit om de heele zeeëngte nauwkeurig te +onderzoeken. Het volk van een dezer schepen, nu buiten toezicht van +den Admiraal, sloeg tot oproer over, en dwong de Officieren om naar +Spanje terug te keeren. Met drie schepen stevende Magelhanes thans den +Oceaan in, dien hij, omdat hij op de heele verdere reis geen' hevigen +wind had, den naam van »Stillen Oceaan« gaf. Mag het vreemd genoemd +worden, dat hij in dezen Oceaan, waar evenzeer stormen heerschen, als +in elken anderen, meer dan drie en eene halve maand lang kalm weder +had, nog vreemder was het, dat hij in al dien tijd niet één der +eilanden zag waarmede deze Oceaan als bezaaid is. Alle levensbehoeften +waren reeds verbruikt, en met graagte werden de ratten en muizen +gegeten, welke men beneden in het scheepsruim ving, toen men eindelijk +den zesden Maart land ontdekte. Men was in den Archipel gekomen, waar, +tusschen de 13 en 20 graden Noorderbreedte, de groote groep eilanden +zich bevindt, welke bekend staan onder den naam van »Ladronen« of +»Dieven-eilanden«. Met gejuich werden deze eilanden begroet, en +hoopvol zette men, na een' rijken voorraad levensmiddelen aan boord +genomen te hebben, de reis voort. In het begin van April bereikte men +de »Filippijnsche Eilanden«, waar eene vrij lange rust zou genomen +worden om de schepen wat te herstellen. De natuur was er heerlijk en +de bewoners waren vrij beschaafd en vriendelijk, zoodat Magelhanes +begon met hier het Christendom te laten prediken. De Koning van het +eiland Zeboe liet zich zelfs doopen, doch de Koning van het eiland +Matan verkoos hiertoe niet over te gaan, en toen Magelhanes hem met +geweld wilde dwingen om het Christendom te omhelzen, viel de Koning +hem onverwachts aan, en doodde hem. Thans van hun' Aanvoerder beroofd, +vloden de reizigers naar hunne schepen, doch daar door honger en +ziekten, en nu door het gevecht met den Koning van Matan, hun aantal +veel te gering geworden was om drie schepen te bemannen, zoo werd één +schip in den grond geboord. De andere twee kwamen pas den derden +November op Tidori, een van de Molukken, aan. Zij vonden dat eiland +echter door de Portugeezen bezet, en dezen stonden verbaasd te kijken, +dat men uit het Oosten tot hen gekomen was. Men deed hen evenwel geen' +overlast, en stond hun zelfs toe om de »Victoria« met specerijen te +laden. Het andere schip de »Trinidad« moest daar blijven, om hersteld +te worden. Nu werd de thuisreis aangenomen, en den zesden September +1522 kwamen de eerste aardomzeilers te San-Lucar aan. Van de vloot van +vijf schepen waarmede Magelhanes uitgezeild was, waren slechts twee +schepen terug gekomen, en een van deze was reeds halverwegen den tocht +naar Spanje gezeild. De »Trinidad« bleef op Tidori, en van hare +bemanning kwamen slechts drie matrozen en een Geestelijke in Spanje +weder. Op de »Victoria« waren bij de aankomst in San-Lucar slechts +dertien Spanjaarden, zoodat van de tweehonderd veertig mannen, die +uitgezeild waren, maar zeventien de heele reis om de Aarde gedaan +hadden. Gelukkig behoorde tot die zeventien de geleerde aardrijks- en +geschiedkundige Pigafetta, die dezen merkwaardigen tocht beschreef en +daardoor aan de wetenschap een' buitengewoon grooten dienst bewees. + + + + +HOOFDSTUK XI. + +CORTEZ IN MEJICO. + + +Met groote schatten aan goud was Don Juan De Gryalva te San-Jago op +Cuba teruggekeerd, doch toen hij verslag deed van de landen en volken, +die hij ontdekt had, was Velasquez zeer ontevreden, dat De Gryalva de +gelegenheid niet waargenomen had om in die landen eene Kolonie aan te +leggen, en inplaats van dank voor de schatten, die hij medebracht, +ontving hij eene strenge berisping. Dat zijne tochtgenooten vol waren +over hetgeen ze gezien hadden en de gewoonte van vele reizigers +volgden om waarheid en verdichting met elkander te vermengen, is iets, +dat vanzelf spreekt. Men was op Cuba niet uitgesproken over +»Nieuw-Spanje«, en van alle kanten ontwaakte een streven om dat land +voor de Spaansche Kroon te veroveren. Don Velasquez zag echter wel in, +dat hier bedaard en met veel overleg diende gehandeld te worden, wilde +men niet alles, wat men nu in de Nieuwe Wereld aan de Spaansche Kroon +gebracht had, verloren zien gaan. Het gold hier geene in bezitneming +van kuststreken met eene kinderlijk eenvoudige en onbeschaafde +bevolking, maar van een groot en beschaafd volk, dat tegenover de +Europeesche wapenen eene goed georganiseerde overmacht stellen kon, +waartegen diezelfde Europeesche wapenen niet opgewassen waren. Hij, +die zich aan het hoofd der onderneming stelde, moest dus iemand zijn, +die dapperheid aan beleid, en moed aan list wist te paren. Hij moest +iemand zijn in de volle kracht van het leven, gehard tegen alle +ongemakken, en tevens gezien en geëerd bij al zijne volgelingen. +Wonder genoeg, zichzelven achtte hij niet voor die groote taak +berekend, en ten slotte wist hij niemand, die beter aan al de gestelde +eischen beantwoordde, dan Hernando Cortez. + +[Illustratie: HERNANDO CORTEZ. (Geb. 1485, overl. 1547.)] + +Deze Hernando of Ferdinando Cortez werd in 1485 geboren te Medellin in +Estramadura, uit een oud en aanzienlijk geslacht. Aanvankelijk +studeerde hij aan de beroemde Hoogeschool te Salamanca in de rechten, +doch zijn vurige en ridderlijke geest kon in den deftigen tabbaard der +Rechtsgeleerden geen behagen vinden; hij haakte naar zwaard en schild. +Hij trad derhalve in den krijgsdienst, en na een paar jaren in Spanje +zich geoefend te hebben in alles, wat een krijgsman weten moest, +vertrok hij naar Hispaniola, om aan Ovando zijne diensten aan te +bieden. Op Hispaniola heerschte evenwel rust, en zoo kwam het, dat +onze naar krijgsroem dorstende Edelman van 1504 tot 1511 een eerzaam +planter was. Toen echter Velasquez naar Cuba overstak om dat eiland te +veroveren, sloot Cortez zich bij hem aan, en toonde weldra hoe goed +hij hier op zijne plaats was. Met welke onderneming hij belast werd, +steeds had hij het geluk te slagen, zoodat Velasquez hem benoemde tot +zijn' Secretaris, want de pen en het zwaard waren hem beide even goed +toevertrouwd. Cortez was bovendien, èn door zijn fier voorkomen, èn +door zijn vroolijk en geestig karakter, bij allen, niet het minst bij +de Donna's, gezien, en weldra was hij dan ook verloofd met de schoone +Catalina, eene bloedverwante van eene vriendin van Velasquez. Cortez +was echter als eene bij, die van de eene bloem naar de andere vliegt, +en hoe schoon Catalina ook wezen mocht, hij had geene begeerte om haar +alleen te behooren. De trouwbelofte werd dus verbroken, en Velasquez +nam de partij der beleedigde vriendin op. Hij ontsloeg Cortez als +Secretaris en begon hem het leven onaangenaam te maken. Dat was Cortez +natuurlijk niet naar den zin, en hij smeedde eene samenzwering tegen +het gezag van Velasquez. De samenzwering werd tijdig ontdekt en Cortez +terdood veroordeeld. Toen Cortez evenwel geboeid in de gevangenis zat, +om na eenige dagen, als een gemeene misdadiger zijn leven aan de galg +te eindigen, wist hij te ontvluchten. Hij werd echter spoedig gevat en +opnieuw gevangen gezet. Toch wist hij andermaal te ontsnappen, en zijn +leven te redden door Velasquez te melden, dat hij bereid was, de +schoone Donna Catalina te huwen. Velasquez nam hiermede vrede, en gaf +het jonge paar eene uitgestrekte landstreek, als huwelijksgave. +Andermaal was de man, die naar krijgsroem dorstte, dus een eerzaam +planter, en wel zulk een, die wist hoe men rijk worden kon. Toch zag +hij begeerig naar alle kanten uit om als krijgsman op te treden, en +toen hij van Nieuw-Spanje hoorde, wist hij een paar zijner vrienden +over te halen, hem heel voorzichtig en langs bedekte wegen bij +Velasquez aan te bevelen, als de eenige man, die meer dan iemand +geschikt was om deze landstreek te veroveren. Meende Velasquez dus dat +hijzelf en niemand anders Cortez tot die gewichtige taak riep, dan +vergiste hij zich. Zoodra Cortez de opdracht ontvangen had, sloeg hij +de handen aan het werk, en wel met zulk een' ijver, dat het de +achterdocht van Velasquez opwekte. Niet alleen offerde hij zijn +verbazend groot vermogen, verworven uit de goudmijnen van zijn +huwelijksgoed, op, maar hij verpandde zelfs al zijne bezittingen, en +kwam daardoor aan het hoofd van eene uitrusting, waarmede hij +gemakkelijk geheel Cuba onderwerpen kon aan zijn gezag. Toen de +prachtige vloot op de reede van San-Jago gereed lag om, na het innemen +van levensvoorraad, uit te zeilen, vernam Cortez, dat Velasquez hem +ten slotte verbieden zou om te vertrekken. Dit wilde Cortez voorkomen, +en zonder er kennis van te geven liet hij zijne vloot zee kiezen, en +wel midden in den nacht. Vooraf echter had hij bij al de slagers den +geheelen voorraad van vleesch, dien ze hadden, met geweld afgekocht. +De slagers spoedden zich nu naar het paleis van Velasquez en deelden +hem mede, wat er gebeurd was. Velasquez liet terstond alarm slaan en +rende aan het hoofd der zijnen naar den mond der baai, waaraan +San-Jago gelegen is. Toen Cortez hem bij het licht van den +aanbrekenden dageraad zag, ging hij in eene welgewapende sloep en liet +zich dicht onder den wal roeien om zoogenaamd te vragen, of er wat +bijzonders aan de hand was. Velasquez zeide, dat hij het vreemd vond, +dat Cortez, zonder van iemand afscheid te nemen, vertrokken was, en +dat hij alleen daarom zich hier bevond, waarop Cortez ten antwoord +gaf, dat de zaak voortgang eischte, en dat hij derhalve vertrokken +was. Hiermede was het onderhoud geëindigd, en spoedig was de vloot, +maar half uitgerust, uit het gezicht. Eer Cortez het eiland Cuba voor +goed verliet, wist hij evenwel op vele kustplaatsen nog aanzienlijke +hoeveelheden levensmiddelen aan boord te nemen, zoodat de driehonderd +mannen, die onder zijne bevelen stonden, geen gevaar liepen honger te +zullen moeten lijden. Het mag vreemd schijnen, dat ik in een boek, dat +uitteraard zeer beknopt moet zijn, tot zulke kleinigheden afdaal, maar +het vervolg van Cortez' geschiedenis zal niemand nu doen vragen, wat +toch de reden was, dat Cortez in Velasquez zulk een vijandig +tegenstander vond. Eene der laatste plaatsen, die Cortez op Cuba +aandeed, was Trinidad, waar Don Verdugo bevel voerde, en deze had door +een' ijlbode van Velasquez in last gekregen om Cortez gevangen te +nemen en naar San-Jago te zenden. Verdugo zag evenwel geene kans om +dat te doen, en liet den ijlbode naar Havana vertrekken om daar den +last van den Stadhouder aan den Gouverneur Don Pedro Barba over te +brengen. Cortez wist ook deze te verschalken, en zoo kwam het, dat hij +ten slotte Cuba geheel verliet, en aan het hoofd stond van elf schepen +met honderdtweeënzestig matrozen bemand. Zijn landingsleger bestond +uit vijfhonderd en acht soldaten, waarvan er dertien met musketten en +tweeëndertig met armborsten gewapend waren. De overigen hadden +zwaarden en lansen. Verder had hij nog veertien kleine kanonnen en +zestien paarden, en daar in deze landen het dragen van zware +wapenrustingen hinderlijk was, zoo waren allen voorzien van katoenen +harnassen met watten gevoerd, sterk genoeg om pijlschoten te weren. +Naar het aantal zijner schepen had hij zijn legertje in elf +afdeelingen gesplitst, en elke afdeeling kreeg een vaandel met een +Kruis, waaronder stond: »In hoc signo vinces«, wat zeggen wil: »In dit +teeken zult gij overwinnen.« Hij gaf dus, geheel in den geest van +zijn' tijd, aan zijn' veroveringstocht het karakter van een' +geloofskrijg, en als een bewijs, dat het hem hiermede ernst was, had +hij ook gezorgd twee Geestelijken in zijn gevolg mede te nemen. Als +loods had hij een' zekeren Antonio Alaminos, die reeds driemaal in +deze streken geweest was. Op het eiland Cozumel kreeg hij nog een' +Geestelijke aan boord, die acht jaren lang onder de inboorlingen +verkeerd had, en niet alleen ingewijd was in de taal van het volk, +maar ook in hunne wijze van oorlog voeren. Om zijn leven te behouden, +had deze Geestelijke zelfs als krijgsman onder de inboorlingen +gediend. Cortez zeilde daarop het geheele schier-eiland Yucatan om, +liep de rivier de Tabasco op en nam de stad van dien naam in. De +inwoners onderwierpen zich, en beloofden Cortez om aan den Koning van +Spanje schatting te zullen betalen. Reeds dadelijk begonnen ze +hiermede door goud en slavinnen te leveren. Tot deze slavinnen +behoorde eene Prinses, die de bewoners van Tabasco bij een' oorlog in +de binnenlanden gevangengenomen hadden. Zij heette Marina, en was niet +alleen jong, maar zóó schoon, dat Cortez, toen hij haar zag, terstond +dacht aan Anacaona, wier schoonheid op Hispaniola spreekwoordelijk +was. De vereerder van het schoone geslacht gevoelde zich tot haar, die +zoo schoon en lieftallig was, buitengewoon aangetrokken, en nog meer +wenschte hij haar steeds in zijne nabijheid te hebben toen hij +ontdekte, dat ze eene zeer beschaafde en verstandige vrouw was, die de +taal der inboorlingen van Nieuw-Spanje sprak, en daarenboven volkomen +op de hoogte van de zeden en gewoonten was. Deze Marina was in vele +opzichten menigmaal Cortez' goede geest. Zij nam gaarne het +Christendom aan, en daar Cortez wel oppaste om haar te zeggen, dat hij +gehuwd was, en dat de Christelijke leer hem verbood eene vrouw buiten +wettig huwelijk te hebben, zoo leefde ze met hem als eene gade, die +haar echtgenoot grenzenloos liefhad en onbezweken trouw was. Na te +Tabasco enkele inboorlingen overgehaald te hebben om zich te laten +doopen, trok hij verder en kwam op Witten Donderdag bij een eiland, +dat hij den naam van »San-Juan De Ulloa« gaf. Hij wierp hier de ankers +uit, en kreeg al aanstonds bezoek van de inwoners der stad, die in de +onmiddellijke nabijheid op het vasteland lag. De Geestelijke Aquilar, +dien hij op Cozumel aan boord genomen had, kon de menschen niet +verstaan, doch thans trad Marina als tolk op. Zij zeide in eene taal, +die Aquilar verstond, wat de inboorlingen spraken, en Aquilar +vertolkte dat alweer in het Spaansch. Deze gebrekkige manier van zich +met het volk te onderhouden was maar van korten duur. De begeerte om +te kunnen spreken met hem, dien ze zoo oprecht en innig liefhad, deed +Marina in korten tijd de Spaansche taal zoo goed leeren, dat zij haar +sprak, alsof ze hare opvoeding in Andalusië ontvangen had.--Uit +hetgeen Cortez verteld werd, kwam hij te weten, dat De Gryalva vroeger +hier al geweest was, dat het land »Mejico« genoemd en geregeerd werd +door een' Vorst, dien ze een' titel gaven, welke eenige overeenkomst +had met dien van Keizer, en dat hij Montezuma heette. Onbekendheid met +het schrift en de taal van dat volk mag wel oorzaak zijn, dat de naam +van dezen Vorst zoo verschillend geschreven wordt, en dat we +Montezuma, Moctheuzema, Muteczama, Motezuina en Montecuhcuma naast +elkander zien staan, als namen voor een' en denzelfden persoon. Den +eenentwintigsten April, juist op Goeden Vrijdag, landde Cortez, en na +het hooge feest met de zijnen aan den wal plechtig gevierd te hebben, +begon hij terstond met het inrichten van de legerplaats, die een +versterkt fort en daarna eene stad moest worden. Daar de stichting er +van op Goeden Vrijdag begonnen was, kreeg ze den naam van »Villa Rica +de Vera Cruz,« wat »Rijke stad van het Ware Kruis« beteekent. Terwijl +men zoo aan het werk was, kwamen twee Kaziken, die aan Montezuma +onderworpen waren en Pilpatoe en Teutile heetten, met schatten beladen +bij Cortez. Zij boden hem alles, wat ze bij zich hadden, +vriendschappelijk ten geschenke aan, doch vroegen hem meteen, wat hij +met dat bouwen toch van plan was. Cortez zeide dat hij hier voor den +Koning van Spanje eene stad wilde stichten, doch Pilpatoe en Teutile +meenden, dat men dit eerst wel eens aan Keizer Montezuma diende te +vragen. Zij stuurden daarom boden met brieven naar den Keizer en +eenige dagen later kwamen die boden met een Gezantschap terug. Waren +de schatten, die de beide Kaziken gebracht hadden, reeds onnoemelijk +groot, ze verzonken in het niet bij hetgeen de Gezanten brachten, als +een geschenk van den Keizer aan zijne blanke vrienden. Er was evenwel +een bevel bij dat ze terstond moesten vertrekken, en deden ze dat +niet, dan zouden ze aan de Goden geofferd worden. Dit »aan de Goden +geofferd worden« was eene parlementaire uitdrukking voor »opgegeten +worden.« + +[Illustratie: MONTEZUMA, Alleenheerscher van Mejico. (Overl. 30 Juni +1520.)] + +Eer we verder gaan, dienen we eerst eens in vluchtige trekken den +toestand van Mejico te schetsen, zooals die was ten tijde, dat Cortez +er landde. Misschien hebben sommige lezers ook reeds vreemd opgekeken, +waar ze van »brieven« hoorden spreken en denken ze dat hier eene +vergissing plaats greep, of dat er met »brieven« heel wat anders +bedoeld werd. Hooren ze nu dat hier wel degelijk sprake is van echte +brieven, dan moet de vraag wel rijzen: »Maar welk land was dat Mejico +dan toch, dat men er zelfs van brieven sprak?« + +Wat Pizarro later in Peru vond, dat vond Cortez in Mejico: een volk +met eene hooge en fijne beschaving, die evenwel geheel onafhankelijk +van de Europeesche, en in den loop der eeuwen zelfstandig ontstaan +was. Ze bewoonden, we zagen dit reeds elders, steenen huizen en +droegen prachtig geweven katoenen kleederen, die met kleuren en goud +rijk versierd waren. De geschiedenis van het land was beschreven in +teekens, die veel overeenkomst hadden met de Egyptische hiëroglyphen, +en met deze teekens voerden ze ook onder elkander briefwisseling, +zoodat er zelfs een vrij goed ingericht postwezen was. Door het heele +rijk heen vond men op bepaalde afstanden huizen, die bewoond werden +door ijlboden of hardloopers. De eene hardlooper bracht de brieven bij +den anderen, en zoo kwamen ze in handen van hen, aan wie ze gericht +waren, en dat wel in een' onbegrijpelijk korten tijd, want menige +hardlooper kon een rennend paard bijhouden. Volgens de weinige +historische oorkonden, die onder de Spaansche overheersching niet +vernietigd werden, moeten, omstreeks de zevende eeuw van onze +jaartelling, beschaafde Indianen, Tolteken geheeten, uit het +Noordwesten in deze streken gekomen zijn en daar de stad Tecla +gesticht hebben.--De bouwvallen, die men van deze stad, die ook wel +Tollan of Toela genoemd wordt, gevonden heeft, bewijzen op welk een' +hoogen trap van beschaving dit volk stond. Later, wellicht in de +twaalfde eeuw, kwamen de Azteken, die hunne eigen beschaving aanvulden +met die der overgebleven Tolteken en stichtten het machtige rijk, +zooals Cortez dat vond. De Vorst van het land, die uit de +afstammelingen van de oude, Koninklijke familie gekozen werd door vier +der aanzienlijkste Edelen, voerde de heerschappij met bijna onbeperkte +macht. Eer hij evenwel als Vorst erkend was, moest hij een' veldtocht +doen en slechts dan, wanneer hij als overwinnaar terugkeerde, werd hij +door den Vorst van Tezcuco tot Alleenheerscher gekroond. Die kroon was +eene bonte muts of hoofdband, versierd met prachtige vederen en een +schat van parelen, edelgesteenten en het fijnste goud. De Vorst +bewoonde een verbazend groot en prachtig paleis, dat zich bevond in de +hoofdstad van het land, welke stad gelegen was midden in een meer en +door de Azteken »Tenochtitlan« genoemd werd. Kunstige dammen en +bruggen, welke gemakkelijk konden weggenomen worden om den toegang tot +de stad voor vijandelijke stammen af te sluiten, verbonden de +residentie met den vasten wal, terwijl tal van sierlijke kano's het +uitgestrekte meer in allerlei richtingen bevoeren. De oevers en de +naaste omstreken van het meer waren schilderachtig mooi, en geen +'s-Gravenhage, Utrecht of Arnhem bezit schooner villa's en +buitenplaatsen dan het »Meer van Tenochtitlan« bezat. Eene ongekende +welvaart heerschte in het geheele land, waar handel, nijverheid en +landbouw bloeiden. In de bewerking der metalen hadden de Azteken eene +ongekende hoogte bereikt, en zelfs verstonden ze de kunst om uit een +mengsel van koper en tin gereedschappen en wapenen te maken, welke in +hardheid voor de stalen niet veel onderdeden. Was de regeering van den +Vorst des lands bijna onbeperkt, toch werd ze gevoerd naar geschreven +wetten, doch deze werden door hemzelf gemaakt met behulp der +aanzienlijkste Edelen, die hij, door hun leengoederen te schenken, aan +zijn' dienst verbond. De Azteken zelven, deden weinig werk, doch ze +lieten het verrichten door slaven, en het gevolg hiervan was, dat de +slavenhandel in dit rijk op groote schaal gedreven werd. Hun +godsdienst was de heidensche en ging gepaard met menschenoffers. Een +talrijke Priesterstand zorgde, dat de dienst voor de dertien +Hoofdgoden en tweehonderd en tien Ondergoden behoorlijk verricht werd, +en wat zeer merkwaardig was, ja, bijna een raadsel mag genoemd worden, +de Azteken verbonden aan hun' godsdienst niet alleen doop, biecht en +vasten, maar ze gebruikten zelfs het kruisteeken, en het kloosterleven +was er met vaste instellingen aan verbonden. Vanwaar dat alles toch? +Ondenkbaar is het aan te nemen, dat men hier met eene toevallige +overeenkomst te doen heeft. De Tolteken of Azteken moeten op eene of +andere wijze reeds eeuwen vroeger met Christenen in aanraking gekomen +zijn, en wanneer we deze Christelijke instellingen voegen bij hunne +hiëroglyphen, dan zouden we bijna geneigd zijn om aan te nemen, dat +Koptische Christenen de grondvesters zijn geweest van de oude, +Mejicaansche beschaving, en onwillekeurig denken we daarbij aan het +fabelachtige rijk van den raadselachtigen »Aartspriester Johannes,« +van wien we reeds vroeger spraken. Intusschen week de godsdienst toch +ook alweer zeer ver van den Christelijken af door de menschenoffers, +die vooral aan den Hoofdgod Huitzilopotchli, den God des oorlogs, +gebracht werden. Uit de bewaarde oorkonden bleek het, dat men in 1486, +bij gelegenheid van de inwijding van een' nieuwen tempel voor den +eeredienst aan den Krijgsgod bestemd, niet minder dan zeventigduizend +krijgsgevangenen offerde. Die offers werden ook gegeten, doch wie nu +denkt aan een' Kannibalen-maaltijd, waar het vleesch verslonden wordt, +vergist zich. De beschaving had hier koks en keukenmeesters, die het +menschenvleesch met allerlei kruiden en vruchtensappen, als een +gerecht vol afwisseling, lieten ronddienen op den rijk versierden +feestdisch. Het gevolg van deze menschenoffers en afschuwelijke +feestmaaltijden was, dat de Azteken een volk waren, dat weinig vatbaar +was voor edele aandoeningen. + +De schatten, die de Afgezanten van Montezuma bij Cortez brachten, +hadden echter eene heel andere uitwerking dan Montezuma gehoopt had. +Hij meende dat dit goud en die edelgesteenten de »bleeke zonen van den +God der lucht,« zooals hij hen met al de Azteken noemde, zóó blij zou +maken, dat ze als kinderen, die wat moois gekregen hadden, terstond +naar huis loopen zouden, om daar vol vreugde te laten kijken welke +schatten ze hadden ontvangen. Het gezicht van dat goud en die +edelgesteenten wekte echter den lust op om de stad en het volk te +zien, welke zulke schatten bezaten. Enkelen onder de Spanjaarden waren +er evenwel, die al dat schoons en al dien rijkdom ook wel zouden +willen zien, doch die zich vrees lieten aanjagen door de bedreiging, +dat ze »aan de Goden zouden geofferd«, dus, opgegeten worden. Anderen +nog, die het er wel op durfden wagen, vroegen zich af, of ze zich niet +blootstelden aan gevangenis of galg, wanneer ze Cortez bleven +gehoorzamen. Immers, duidelijk was het gebleken, dat de Gouverneur +Velasquez niet wilde hebben, dat Cortez zich aan het hoofd van den +veroveringstocht stelde, en zoo zij hem nu bleven gehoorzamen, dan kon +Velasquez hen als rebellen beschouwen en als zoodanig behandelen. +Cortez zag dat zeer goed in en hij begreep ook wel, dat men hem bij +den minsten tegenspoed de gehoorzaamheid ontzeggen zou en dat hij dan +het recht niet had om gehoorzaamheid te _eischen_. Hij was evenwel de +man er niet naar om moedeloos het hoofd te laten hangen, en gelukkig +voor hem gebeurde er wat, dat hem licht gaf. Terwijl hij nog bezig was +met het bouwen van »Vera Cruz« kwam tot hem een Gezantschap van vijf +Indianen, die blijkbaar tot een' anderen stam behoorden dan de +Azteken. Ze zeiden dat ze Totonaken waren en in de bergen woonden, +doch door Montezuma onderworpen waren en nu schandelijk verdrukt +werden, waarom ze Cortez kwamen vragen hen te helpen, waar ze dit +dwangjuk wilden afschudden. Verder kwam hij te weten, dat de +tegenwoordige Keizer eigenlijk voor een groot deel zijner onderdanen +een vreemdeling en bij velen in minachting was. Thans was het voor +Cortez zaak, hiervan partij te trekken en hij deed dat op eene wijze, +welke den naam van eerlijk niet verdient. Zoodra Montezuma hoorde, dat +de Totonaken in Cortez' legerkamp waren en een verbond met hem +gesloten hadden, zond hij eenige Edelen naar Vera Cruz met de +boodschap aan de Afgezanten der Totonaken: »Gij hebt zonder mijne +voorkennis een verbond met de vreemdelingen gesloten en moet mij nu +tot straf twintig van uwe jonge mannen en vrouwen zenden om aan de +Goden geofferd te worden.« Reeds wilden de verschrikte Indianen +toegeven, toen Cortez de Edelen der Azteken liet boeien en in de +gevangenis werpen. Na deze daad konden de Totonaken niet meer +terugtreden; ze hadden zich bij Montezuma onmogelijk gemaakt. Des +nachts evenwel bevrijdde hij twee der Edelen en liet ze in stilte met +vriendelijke groeten aan den Keizer vertrekken. Toen den anderen dag +de Totonaken hoorden, dat twee Azteken ontkomen waren, wilden ze de +anderen dooden. Cortez sprong evenwel voor hen in de bres en liet ook +dezen in vrijheid naar Tenochtitlan vertrekken. Door deze sluwe +handelwijze had hij het den Totonaken geheel onmogelijk gemaakt om hem +te verlaten, terwijl hij aan den anderen kant Montezuma te vriend +hield. In troebel water meende Cortez het best te kunnen visschen. +Eindelijk was Vera Cruz in zooverre voltooid dat het, met eene +voldoende bezetting, weerstand kon bieden aan een' aanval, en thans +besloot Cortez zijn' laatsten slag te slaan. Vóór hij zijne plannen nu +verder doorzette, moest hij een wettig gezag hebben. Dit zou hij +verkrijgen als zijne tochtgenooten zelven hem tot Aanvoerder kozen. +Ontstond er dàn verdeeldheid, dan had hij het recht om te zeggen: »Gij +zelf hebt mij tot uw' Bevelhebber gekozen, bijgevolg kan ik van u +eischen, dat ge mij gehoorzaamt.« Hij stelde nu een' Raad over Vera +Cruz aan, en den schijn aannemende, dat hij naar Cuba wilde +terugkeeren, omdat zijn gezag onwettig was, legde hij zijne +waardigheid neder. Nu gebeurde echter, wat hij voorzien had, dat +gebeuren zou, en met bijna algemeene stemmen verklaarden de +Spanjaarden, dat zij hem tot hun' Bevelhebber uitriepen en niemand +anders begeerden. Zóó door het volk zelf in zijn gezag bevestigd, +besloot Cortez naar Tenochtitlan te trekken en daar Montezuma het +bezoek te brengen, hetwelk deze beslist geweigerd had te ontvangen. +Vooraf echter zond hij twee schepen met eene buitengewoon rijke lading +aan goud, edelgesteenten en kostbaarheden rechtstreeks naar Spanje, in +de hoop dat Koning Karel hem dan in zijn gezag bevestigen zou. Na dit +alles gedaan te hebben, aanvaardde hij, in het volste vertrouwen dat +alles hem gelukken zou, den tocht naar de wonderstad, waarvan men hem +reeds zooveel verhaald had. Waar hij kon, daar sloot hij met de +leenroerige Kaziken een verbond van vriendschap en meteen trachtte hij +hen voor het Christendom te winnen. Dit nu deed hij in zijn' ijver +niet altijd met de noodige bezadigdheid, en zelfs zou hij er, door +onbekendheid met de taal der Totonaken, eenmaal het leven bij +ingeschoten hebben, als men hem niet tijdig gewaarschuwd had. Toch +liet Cortez de afgodsbeelden vernietigen en toen de Totonaken zagen, +dat de Goden die heiligschennis niet wreekten, gingen velen hunner +vrijwillig tot het Christendom over. Op eenmaal echter vernam hij, dat +er ook onder de aanhangers van Velasquez eene samenzwering gesmeed was +en dat dezen met een der schepen naar Cuba wilden terugkeeren. De +Aanvoerders van die samenzwering liet Cortez terdood brengen en de +overigen geeselen, en om te voorkomen, dat men op den een' of anderen +dag toch niet met een schip naar Cuba ontvluchten zou, liet hij, na +eerst alles, wat van de schepen gehaald kon worden, aan den wal +gebracht te hebben, zijne heele vloot vernielen, onder voorwendsel, +dat al de schepen zóó door den zeeworm gehavend waren, dat ze niet +langer konden gebruikt worden. Lezen we later van onzen Prins Maurits, +die op het strand van Nieuwpoort de schepen wegzond, en aan zijn volk +de keus gaf om te overwinnen of de zee ledig te drinken, dan zien we +hier, dat Salomo's gezegde: »Er is niets nieuws onder de zon« al weer +door Cortez bevestigd werd. Eén, slechts één der kleinste schepen, +liet hij ongeschonden, doch toen hij verklaarde, dat dit toch nog te +groot was voor de enkele lafaards, die hem niet durfden volgen, was er +niet één, die er gebruik van wilde maken om naar Cuba terug te keeren, +en vol geestdrift aanvaardde men den avontuurlijken tocht. + +Ongetwijfeld was Montezuma een zeer machtig Vorst, maar hoe machtig +ook, den vrijstaat Tlascala had hij niet tot onderwerping kunnen +brengen. De Tlascalanen waren een moedig en dapper bergvolk, dat +Cortez op zijn' tocht naar de hoofdstad des rijks niet misloopen kon. +Hij hoopte evenwel, dat hij met hen ook wel een soort van verbond zou +kunnen sluiten, zooals hij met de Totonaken gesloten had, en daar hij +op zijn' moeielijken weg, over bergen en door dalen, van alle Kaziken +de vriendelijkste hulp ontvangen had, zoo twijfelde hij er niet aan, +of de Tlascalanen zouden zich met hem vereenigen, als ze maar wisten +dat de »Zonen van den God der lucht« gekomen waren om hunne +erfvijanden, de Azteken, van wie ze overigens in godsdienst, +beschaving, zeden en gewoonten niet te onderscheiden waren, te helpen +bestrijden. De gesloten verbonden met de Kaziken, die met Montezuma +bevriend waren, klopten echter niet met het voorstel, dat Cortez door +zijne Afgezanten den Tlascalanen liet doen om de Azteken te +bestrijden, en het gevolg was, dat in den Raad der Tlascalanen +besloten werd, de vreemdelingen als vijanden te beschouwen. Cortez' +heele leger bedroeg niet meer dan vierhonderd Spaansche voetknechten, +vijftien ruiters en dertienhonderd Indiaansche krijgslieden. Verder +had hij enkele musketten en zeven kleine kanonnen, doch over deze +geringe macht had hij nog niet eens geheel op het slagveld te +beschikken, omdat er altijd nog een deel overblijven moest om de +bagage te bewaken. Toch trok Cortez moedig voorwaarts en versloeg tot +tweemalen, vooral met behulp zijner kanonnen, den overmachtigen +vijand. Op eenmaal echter stond hij in eene vlakte tegenover een leger +van vijftigduizend Tlascalanen, die blaakten van krijgsmoed en +hunkerden om de vreemdelingen aan te vallen. De kans stond hachelijk, +want met den moed der wanhoop liepen de dappere verdedigers van hun +vaderland tegen het vuur der kanonnen in, en lieten zich bij honderden +tegelijk doodschieten. Reeds stond het kleine hoopje Spanjaarden +gereed om op de vlucht te slaan, toen Cortez op dat gevaarlijke +oogenblik met het zwaard in de vuist, onder het geroep van »Santiago! +Santiago!« en gevolgd door de veertien andere ruiters, moedig op den +vooruitdringenden vijand toesnelde. Wat de kanonnen niet hadden kunnen +doen, dat deden de ruiters. Vol schrik en ontzetting gingen de +Tlascalanen nu op de vlucht, achtervolgd door al de Spanjaarden. +Verschrikkelijk was de nederlaag, die de Tlascalanen leden en +onvoorwaardelijk onderwierpen de overgeblevenen zich thans. Cortez +aarzelde geen oogenblik om die onderwerping aan te nemen, en inplaats +van zich te wreken, behandelde hij hen vriendschappelijk en prees hun' +weergaloozen moed. Deze handelwijze van Cortez deed hem de trouw en +genegenheid van het dappere bergvolk verwerven, en onder het gejuich +der menigte werd hij in de hoofdstad van den Vrijstaat ontvangen. Bij +de eerste pogingen, die hij aanwendde om zijne nieuwe vrienden tot het +Christendom te bekeeren, bemerkte hij echter, dat hij gevaar liep +hierdoor hunne genegenheid te verliezen, waarom hij dan ook de zaak +der bekeering rusten liet. + +[Illustratie: Cortez met zijne ruiterij in den slag tegen de +Tlascalanen.] + +Toen nu Montezuma zag, dat het kleine hoopje vreemdelingen een volk +overwinnen kon, dat hij niet ten onder had kunnen brengen, hield hij +op met Cortez nog langer te verbieden om in de hoofdstad te komen. Hij +ging zelfs verder en zond Gezanten om hem uit te noodigen wél te +komen, doch dan zijn' weg te nemen over Cholula. De Tlascalanen, die +Montezuma kenden, gaven Cortez den raad om den Keizer niet te +vertrouwen en niet over Cholula te gaan, doch hij hoorde er niet naar, +en zijn geleide van zesduizend Tlascalanen bevolen hebbende achter te +blijven, deed hij zijn' intocht in Cholula, dat feestelijk versierd +was en slechts inwoners scheen te bevatten, die hem met oprecht +gemeend gejuich begroetten. De schoone Marina evenwel waakte met +Argusoogen voor haar' beminden vriend, en door zich te houden, alsof +ze door de Spanjaarden mishandeld werd, won ze het vertrouwen van de +vrouw van een' Kazike van Cholula en kwam er achter, dat men bij een +groot offerfeest de argelooze Spanjaarden overvallen en dooden zou. +Zoodra Cortez met dit plan in kennis gesteld was, viel het hem niet +moeielijk het in zijn voordeel aan te wenden. Hij bracht zijn volk op +de hoogte der zaak en deelde toen op een bezoek, dat eenige voorname +ingezetenen hem brachten, zijn voornemen mede om den volgenden dag te +vertrekken, en vriendelijk vroeg hij of men wel zoo goed wilde zijn om +hem tweeduizend mannen te geven, die zijne bagage naar Tenochtitlan +wilden dragen. Omdat dit voorstel zoo geheel in hun plan greep, +beloofden ze gaarne om hem die lastdragers te bezorgen, en vol +vertrouwen, dat men den volgenden dag vierhonderd vreemdelingen aan +den Krijgsgod zou kunnen offeren, gingen de Cholulanen ter ruste. + +Nauwelijks was de dag aangebroken of de Kaziken kwamen, zonder eenig +kwaad vermoeden, op het ruime plein waarop Cortez zich met de zijnen, +gereed om te vertrekken, opgesteld had. De duizenden, die zich +voorgenomen hadden om de gehate vreemdelingen aan te vallen, als zij +zich op marsch begaven, stonden in dicht opeengepakte hoopen in de +nabijheid. Toen trad Cortez vooruit, en de Kaziken aanziende, verweet +hij hun het laaghartige plan, dat ze hadden willen volvoeren. De +Kaziken stonden verslagen en één hunner riep uit: »Hij is als één van +onze Goden; voor hem is niets verborgen.« + +Thans vroeg Cortez hun waarom zij zulk een plan gesmeed hadden, en +eerlijk bekenden ze, dat Montezuma hun bevolen had zoo te handelen, +omdat hij de Spanjaarden liever niet in zijne hoofdstad ontvangen +wilde. Cortez nu genoeg wetend, nam een musket en schoot het af. Het +was het afgesproken sein, en op hetzelfde oogenblik braakten de +kanonnen, in batterij opgesteld, dood en verderf uit te midden der +opeengepakte Cholulanen. De musketiers volgden het voorbeeld en daarna +vielen al de Spanjaarden op de menigte aan. Het was geen strijd meer; +het werd eene algemeene slachting. De achtergebleven Tlascalanen, van +alles onderricht, snelden mede toe en in een' ontzettend korten tijd +was Cholula's val beslist en lagen duizenden bij duizenden gedood op +pleinen en straten. Eene week lang bleef Cortez in de uitgemoorde stad +om haar te plunderen en trok toen, overladen met schatten, naar +Mejico. Telkens kwamen er nu Afgezanten van Montezuma om Cortez te +bevelen terug te keeren, doch toen deze hiernaar niet luisterde, +verschenen er andere Afgezanten om hem schatten aan te bieden, als hij +deze streken verliet. Hoe meer de Spanjaarden de hoofdstad naderden, +hoe grooter de voordeelen werden, welke Montezuma hun aanbood, als ze +maar niet naar de hoofdstad kwamen. Zelfs de minste trosdrager onder +de Spanjaarden begreep, dat alleen vrees de Azteken en hun Keizer zoo +deed handelen, en toen Montezuma inzag, dat het gevaar niet te keeren +was, besloot hij de Spanjaarden te ontvangen, alsof hij hen tot het +houden van een' triomftocht binnen Tenochtitlan uitgenoodigd had. Het +was te laat. De beschaafde Vorst der Azteken mocht slim en geslepen +zijn, tegen Cortez was hij niet opgewassen. Den achtsten November 1519 +bereikte Cortez met zijne dappere schaar avonturiers eene hoogte bij +het Meer van Tenochtitlan. Onbeschrijfelijk was de indruk, dien dit +meer met de machtige stad in het midden er van op de Spanjaarden +maakte. Het is historisch zeker, dat Tenochtitlan toen meer dan +zestigduizend huizen, paleizen en tempels telde. Duizenden inwoners +verdrongen zich op de dammen of voeren in kano's op het meer om de +verschrikkelijke mannen met baarden te zien, en onder de Spanjaarden +was er op dat oogenblik niet één, die er aan dacht om den man, die hen +tot hier gebracht had, ontrouw te worden. + +Een schitterende stoet Edelen der Azteken kwam Cortez en de zijnen +namens Montezuma begroeten, doch toen de Spanjaarden over eene +ophaalbrug de stad binnentraden, sloeg velen de vrees om het hart, dat +ze hier in de val liepen. Lang tijd om er over na te denken hadden ze +echter niet, want, gezeten in een' gouden draagstoel, getooid met al +de versierselen zijner Keizerlijke waardigheid en omringd door al de +Edelen van zijn Hof, op het prachtigst uitgedost, kwam Montezuma hen +te gemoet en heette »Malinche,«--met dien naam sprak hij Cortez +aan,--en al zijne »Zonen van den God der lucht« welkom in +Tenochtitlan. Hij zelf geleidde hen, doch altijd gezeten in zijn' +draagstoel, naar een prachtig paleis, dat aan een groot plein stond, +en zoodra ze daar waren wees hij op het paleis, en zeide tot Cortez, +die met zijn gevolg van ruiters ook te paard naast den draagstoel +reed: »Malinche, zie daar voor u en de uwen eene woning! Eet en drinkt +er, verkwikt u en neemt uw vermaak. Ik zal binnen weinige oogenblikken +weer bij u terug zijn!« + +Montezuma liet zich nu wegdragen, en Cortez betrok het huis. Hij +verdeelde de talrijke vertrekken onder de zijnen, doch zorgde dat de +kanonnen, steeds geladen en in batterij, voor den ingang van het huis +goed bewaakt werden. Schildwachten werden overal uitgezet, en toen dit +alles gedaan was, begaf hij zich aan den rijken disch, waarop keur van +spijzen en dranken waren. + +Nog niet lang was de maaltijd afgeloopen, toen Montezuma binnentrad om +zich met »Malinche« te onderhouden. Natuurlijk moest Marina hier als +tolk dienst doen, en deze had al heel gauw bemerkt, dat Montezuma maar +op een geschikt oogenblik wachtte om al de vreemdelingen met één slag +gevangen te nemen, en dan aan Huitzilopotchli te offeren. Cortez zag +echter ook zeer goed in, dat al die eerbewijzen, die onderdanigheid en +vriendschap slechts gehuicheld waren, en om te maken, dat hij niet in +de val liep, had hij zijn plan reeds gemaakt toen Marina hem kwam +waarschuwen. + +Montezuma, die bij de komst der Spanjaarden ongeveer veertig jaar oud +schijnt geweest te zijn, had eene rijzige gestalte en een innemend +gelaat vol Vorstelijke waardigheid, doch het wellustig leven, dat hij +leidde, had maar al te duidelijk zijn stempel op hem afgedrukt.-- + +Om duidelijk te maken welk eene machtige en schoone stad Tenochtitlan +was, willen wij er even eene kleine wandeling in afleggen. Wij zullen +dan nog beter begrijpen welk een merkwaardig land dit Mejico was. We +beginnen bij het paleis van Montezuma. Zijn hoofdpaleis had twintig +poorten of deuren, en drie voorhoven. Op een' dezer voorhoven bevond +zich eene fontein, die het zuivere water door zeer doelmatige +leidingen in al de kamers van het paleis bracht. Het paleis bestond +uit verschillende afdeelingen, en elke afdeeling bevatte meer dan +honderd kamers, die bijna allen van badtoestellen voorzien waren. De +muren waren van marmer, jaspis, porfier en bonte steenen gebouwd. Het +timmerwerk was van zeer licht hout, doch stevig in elkander gezet, +terwijl de daken en schoorbalken, zoowel als de zolders, van uitnemend +en zwaar timmerhout gemaakt waren. Waar dit maar mogelijk was, had men +het hout gebeeldhouwd of was het kunstig gesneden. De wanden waren +beschilderd, en op de vloeren lagen zware tapijten, die meest gemaakt +waren van konijnenhaar. In alle kamers stonden metalen,--meestal +gouden,--vuurpannen met reukwerken te branden en de wanden waren +versierd met prachtige vogelvederen, zeer bevallig en kunstig +gerangschikt. Tafellakens, servetten en handdoeken waren van geweven +katoen en hagelwit. Een zeer groot gedeelte van het paleis was +ingenomen door het serail, want de Vorst had op zijn minst duizend +vrouwen. Verder waren er aan de hofhouding een groot aantal narren, +dwergen, mismaakten, kunstenmakers, dansers, muzikanten en andere +lieden verbonden, wier taak het was om het leven van den Monarch op te +vroolijken. Zijne gebeden verrichtte de Vorst des nachts in eene +kapel, die in de nabijheid van zijn slaapvertrek was. Deze kapel was +honderdvijftig voet lang en vijftig breed, en de wanden van onder tot +boven beladen met goud, edelgesteenten en parelen. Behalve dit paleis +in de stad had Montezuma nog verscheidene landhuizen in de prachtige +omstreken van het Meer van Tenochtitlan. Het weelderige en wellustige +leven, dat de Keizer leidde, werd door alle Hofgrooten nagevolgd, en +ieder deed dit naarmate van zijn vermogen, zoodat het oude Capua, waar +Hannibal overwinterde, en door de wellustige levenswijze der Capuanen +zijn leger geheel liet verderven, nog niet in de schaduw van +Tenochtitlan staan kon. De verfijnde zedeloosheid, verbonden aan eene +dierlijke wreedheid, een grof bijgeloof en eene zucht om te +schitteren, had er haar toppunt bereikt. Daar de stad midden in het +meer gebouwd was, waren de beste wegen de waterwegen, en wedijverden +de Aanzienlijken alweer onder elkander om de prachtigste kano's te +hebben. Langs die waterwegen liepen evenwel ook straten, die geplaveid +waren met eene soort van harde klei. Zoowel die straten als grachten +werden buitengewoon zindelijk gehouden, en van vuil of afval in het +water of op straat werpen was geene sprake; het was ten strengste +verboden. Het water uit het meer werd niet gebruikt om te drinken, +want het was brak. Het drinkwater kwam door zeer doelmatige leidingen +uit de naburige bergen, en op de markten en pleinen vond men voor den +minderen man, die vaak met zes of zeven gezinnen één huis bewoonde, +openbare fonteinen. Op die groote en ruime pleinen werden geregeld +markten gehouden, want winkelhuizen waren er onbekend. Al wat men +noodig had aan eten, drinken, kleederen, opschik, gereedschap, +bloemen, vederen of huiselijke godsdienstplechtigheden, werd op die +markten verkocht, en steeds onder streng toezicht der Overheid. Naar +het verbazend aantal Hoofd- en Ondergoden, dat de Azteken vereerden, +was ook het aantal tempels. Een dezer was de Hoofdtempel en heette +»Teucalli«, dat zooveel beduidt als »Godshuis«. Het was een vierkant +steenen gebouw van verbazende grootte. Een oud schrijver zegt: »Van +hoek tot hoek had men een' afstand van een roerschot ver.« Een roer +was een musket, doch die oude musketten droegen niet veel verder dan +honderd Meters. Het geheel geleek op eene afgeknotte vierzijdige +pyramide, die op twee hoeken zware en vrij hooge torens droeg. Met +trappen, aan den buitenkant aangebracht, beklom men het platte dak en +kwam men ook in de torens, die eveneens tot godsdienstige doeleinden +dienden. + +[Illustratie: Tenochtitlan of Oud-Mejico, residentie van Montezuma.] + +Was het wonder, dat de Spanjaarden in zulk eene stad bijna de oogen +uit het hoofd keken? Ook Cortez deed dat, maar hij zorgde er voor, +zich niet te laten verblinden, en weldra kwam hij er achter, dat het +doel van Montezuma en de Azteken was om hem en de zijnen in een' +zorgeloozen roes van wellust en weelderigheid te brengen. Cortez hield +zich evenwel, alsof hij het niet zag, en het mag ter eere van de +meeste Spanjaarden gezegd worden, dat zij van zulk een leven walgden. +De matigheid van Cortez in het gebruik van spijs en drank, en de zucht +om het lichaam te harden, had een' gunstigen invloed op zijn volk. Met +afgrijzen zagen ze ook de bloedige offerfeesten aan de Afgoden aan, en +het werk der bekeering werd met kracht begonnen, doch zonder veel +baat. De godsdienst der Azteken had zich veel te veel vereenzelvigd +met het heele maatschappelijke leven om hem dadelijk door het +Evangelie te vervangen, dat terstond ook eene omkeering in het +dagelijksche doen en laten zou brengen. Toen nu Cortez zag, dat hij +niet vorderde met het invoeren van het Christendom, en dat er ook +geene sprake was van eenige onderwerping aan den Koning van Spanje, +begreep hij niet langer te moeten dralen. Er was meer, dat hem tot +handelen dwong. De bezetting van Vera-Cruz was door de Azteken +aangevallen, en hoewel de Spanjaarden de overwinning behaald hadden, +hadden ze toch één' man in den strijd verloren. De Azteken hadden +dezen Spanjaard onthoofd, en het hoofd naar Montezuma gezonden. Het +bijgeloof, dat de »Zonen van den God der lucht« onsterfelijk waren, +hield dus op te bestaan, en juist dit bijgeloof was Cortez' grootste +kracht. Hij nam nu met overleg en goedvinden van zijne +Onderbevelhebbers Montezuma, toen deze in het paleis van de +Spanjaarden op bezoek was, gevangen, en hield hem in zijne +onmiddellijke nabijheid. Alle besluiten, die Montezuma nam, en alle +bevelen, die hij uitvaardigde, kwamen nu ter kennis van Cortez, die +weigerde ze uit te voeren wanneer ze tegen zijn' zin waren. +Aanvankelijk verzette Montezuma zich wel, doch toen de aangeklaagde +Stadhouder van Vera-Cruz, die den Spanjaard had laten onthoofden, met +zijne onderhoorigen voor Montezuma verscheen, gaf deze hen aan Cortez +over om er recht over te spreken. Het was een kort recht, dat gehouden +werd, en het vonnis luidde, dat de Gouverneur en de zijnen levend +verbrand zouden worden. In de hoop van hun leven te redden, zeiden de +veroordeelden nu, dat ze op bevel van den Keizer gehandeld hadden, +waarop Cortez den Keizer, die alles ontkende, als verrader in ketenen +liet leggen. Het vreeselijke vonnis werd voor het paleis voltrokken, +en pas toen de laatste rookwalmen van de brandstapels verdwenen waren, +liet Cortez hem de ketenen afnemen. De verwijfde Vorst, die alle +ziels- en geestkracht miste, schikte zich nu in alles, wat Cortez +wilde, zoodat deze feitelijk het heele rijk regeerde. Montezuma nam +den Christelijken godsdienst aan, en erkende Koning Karel als zijn +Opperheer, ja, hij ging in zijne lafhartigheid zelfs zóó ver, dat hij +zijn volk liet weten, dat hij geheel vrijwillig zich te midden van +zijne vrienden, de Spanjaarden, bevond, en meteen gaf hij bevel om +een' der prachtigste tempels van Tenochtitlan aan de vreemdelingen af +te staan, opdat dezen daarin hunne godsdienst-plechtigheden zouden +kunnen verrichten. Een storm van verontwaardiging stak thans onder de +Priesters en het volk op, en de toestand werd zóó dreigend, dat zelfs +Montezuma alweer moed begon te krijgen, en Cortez beval om niet alleen +de stad Tenochtitlan, maar het heele rijk te verlaten. Om tijd te +winnen, zeide Cortez, dat hij dit doen zou, maar dat hij dan eerst +schepen moest laten bouwen. Waren deze klaar, dan zou hij vertrekken, +maar tegelijk Montezuma als gijzelaar medenemen. Zoodra de Keizer dit +hoorde, begon hij alweer heel anders te spreken en was Cortez in alles +ter wille. Het scheen dus dat het groote rijk der Azteken al op eene +heel gemakkelijke en onbloedige wijze aan de Spaansche Kroon zou +komen, doch Cortez had buiten den waard gerekend, en deze waard was +zijn onverzoenlijke vijand Velasquez, die, jaloersch op de +welgeslaagde onderneming van zijn' tegenstander, eene vloot van +achttien schepen, onder bevel van Don Panfilo De Narvaëz naar +Vera-Cruz zond. Aan boord der schepen bevonden zich negenhonderd +uitstekend gewapende soldaten, negentien ruiters en twaalf kanonnen +met een' grooten voorraad van kruit en lood. Zoodra Cortez de landing +van dit leger vernam, liet hij Don Pedro de Alvarado met +honderdvijftig man ter bewaking van Montezuma in Tenochtitlan achter, +en met slechts tweehonderdvijftig man trok hij met geforceerde +marschen naar Vera-Cruz, overviel Narvaëz, die geen kwaad vermoedde, +en versloeg hem. De verwarring was zóó groot, dat er slechts weinigen +sneuvelden, en allen gevangengenomen werden. Door list en +toegevendheid wist Cortez het nu zoo ver te brengen, dat bijna geheel +het leger van Don Narvaëz hem met alles, wat het bij zich had, +toeviel, en thans bezat onze stoute avonturier eene macht, waarmede +hij naar zijne meening, heel gemakkelijk, desnoods met geweld, het +gansche rijk van Montezuma onderwerpen kon. Pas echter was hij bezig +met zijn leger te ordenen, toen hij de tijding kreeg, dat er te +Tenochtitlan eene gevaarlijke opstand uitgebroken was. Aanvankelijk +had De Alvarado, op raad van Cortez, de Azteken met veel toegevendheid +behandeld, en stond hij zelfs toe dat de Opperhoofden in den tempel +van den Krijgsgod feest mochten vieren, indien men er maar geen +menschenoffers bracht, en de Hoofden ongewapend verschenen. Wel +zeshonderd Edelen zonder wapenen, doch beladen met goud en juweelen, +waren in den tempel, toen De Alvarado van de Tlascalanen vernam, dat +er onder die bijeenkomst der feestelingen heel wat anders school dan +feestvreugde, en dat het plan er gesmeed werd om de Spanjaarden aan te +vallen en Montezuma te bevrijden. Zonder onderzoek te doen naar de +waarheid van dit beweren, greep De Alvarado de ongewapenden aan, en +richtte met de zijnen een vreeselijk bloedbad aan, waarna de +goudgierige Spanjaarden zich op de lijken wierpen om ze te plunderen. +Had De Alvarado gedacht met deze handeling de Azteken door vrees te +verpletteren, er gebeurde heel wat anders. De geheele stad kwam in +opstand en begon het paleis der Spanjaarden te belegeren. De +vreeselijke kanonnen mochten er honderden dooden, het hielp niet; voor +honderd gevallenen kwamen dubbel zooveel wanhopige strijders in de +plaats. Eindelijk verscheen Cortez in de nabijheid van Tenochtitlan, +en Montezuma, die vol verlangen zijne terugkomst verbeid had, zond hem +Gezanten tegemoet. Cortez evenwel, vernomen hebbende, dat Montezuma +niet alleen in stilte met zijn volk onderhandelde, maar zelfs met +Narvaëz in betrekking stond, beleedigde de Gezanten, en schold den +Keizer uit voor »hond van een' Koning«. Hoogstwaarschijnlijk was er nu +van verraad van Montezuma geene sprake, en dezelfde man, die tot +lafhartigheid toe zich aan Cortez onderworpen had, was thans, door de +beleediging hem aangedaan, diep verontwaardigd en gegriefd, en wat +Cortez, wien aan de genegenheid en onderwerping van den Keizer bijna +alles gelegen was om de oude verhouding te herstellen, ook deed, het +gelukte hem slechts maar tendeele. + +[Illustratie: Keizer Montezuma door pijlen en steenen zwaar gewond.] + +Intusschen werd de toestand der belegerden met ieder oogenblik +dreigender, en thans verlangde Cortez, dat Montezuma als bemiddelaar +optreden zou, doch deze weigerde dit te doen. Eindelijk echter liet +hij zich overhalen; hij kleedde zich, en met al de waardigheden van +zijn' rang versierd, beklom hij den toren boven het paleis der +Spanjaarden, en vertoonde zich aan het volk. Dadelijk heerschte onder +den hoop, die bijna schouder aan schouder voor het paleis op het plein +stond, eene sombere stilte, doch toen Montezuma begon te zeggen, dat +hij verlangde dat al zijne onderdanen de wapenen zouden neerleggen, en +dat hij een vriend van de Spanjaarden was, steeg er een woest +geschreeuw op; pijlen snorden door de lucht, en groote steenen vielen +in de richting van het torenplat. Getroffen door steenen en pijlen +werd de arme Keizer door de Spanjaarden weggedragen en zorgvuldig +verbonden. Cortez wilde hem in het leven behouden, doch in een +onbewaakt oogenblik rukte Montezuma de verbanden van de wonden, die nu +onherstelbaar waren, en den dertigsten Juni 1520 overleed hij. + +Grooter ramp had Cortez op dat oogenblik niet kunnen treffen, en er +zat voor hem nu niets anders op dan de stad te verlaten. Dat moest +evenwel in alle stilte geschieden. In den nacht tusschen den eersten +en tweeden Juli maakte Cortez zich voor den aftocht gereed. De +Keizerlijke versierselen en kroon-juweelen, die een' onnoemlijken +schat vertegenwoordigden, liet hij op een paard laden, doch zijn volk +verzocht hij zoo weinig goud mogelijk mede te nemen, omdat dit hun op +den tocht last veroorzaken kon. Zijne oude soldaten gehoorzaamden hem, +doch de soldaten van Narvaëz, die gedroomd hadden van schatten te +zullen verzamelen, en die inplaats daarvan wanhopig hadden moeten +strijden, luisterden er niet naar, en staken alle zakken vol met goud, +juweelen en parelen. + +Eindelijk toen de heele stad in duisternis gehuld was, verliet Cortez +met de zijnen en met de Tlascalanen zoo stil mogelijk het paleis. +Reeds waren ze op een' der laatste dammen gekomen, en meenden ze in +veiligheid te zijn, toen de Aztekische schildwachten den aftocht +gewaar werden en alarm maakten. Oogenblikkelijk was de heele stad in +beweging. De Priesters hitsten van de daken der tempels het volk tot +wraakneming aan. Het meer zag zwart van kano's, tot zinkens geladen +met woeste krijgers. + +»Voorwaarts! Voorwaarts!« klonken de bevelen van Cortez en zijne +Bevelhebbers. + +Maar de orde werd verstoord, want zij, die achteraan kwamen, en dus +het meest te lijden hadden van de steenen en de pijlen der Azteken, +begonnen te duwen, te dringen en te schreeuwen. Ten deele waren de +bruggen, die de dammen met elkander verbonden, weggenomen of +afgebroken, en zij, die nu bij zulk eene afgebroken brug kwamen, +werden door de opdringende menigte onbarmhartig in het meer geduwd. Er +ontstond eene ontzettende verwarring en naar bevelen werd niet meer +geluisterd; ieder trachtte zich te redden, zoo goed hij kon. De +soldaten van Narvaëz echter, die zich zoo zwaar met goud beladen +hadden, werden door het gewicht van hun' roof verhinderd te zwemmen en +moesten verdrinken of werden levend gevangengenomen om als krijgsbuit +aan den Oorlogsgod geofferd te worden. + +[Illustratie: Cortez in den »Nacht der treurigheid« op een' dam van +Tenochtitlan.] + +Cortez verrichtte wonderen van dapperheid en wendde bijna +bovenmenschelijke pogingen aan om de orde te herstellen. Het was +echter alles vergeefsch, en pas tegen het aanbreken van den morgen +bereikte hij met het overschot van zijn legertje den oever. Het was +een treurig overschot, want meer dan de helft zijner soldaten had in +het meer een' akeligen dood gevonden of wachtte in de gevangenis het +verschrikkelijke oogenblik af om aan den Krijgsgod geofferd te worden. + +»_Noche triste!_« riep Cortez met tranen in de oogen uit, en thans +noemt men nog altijd in Mejico iets, dat vreeselijk treurig is een +»Noche triste« of »Nacht der treurigheid.« + +Al zijn geschut was verloren gegaan, en slechts enkele paarden waren +overgebleven. De heele ruiterij bestond maar uit drieëntwintig man. De +musketten waren weggeworpen; kruit en kogels lagen bij de kanonnen op +den bodem van het meer. + +Hadden de Azteken, inplaats van in dolle vreugde het offerfeest te +vieren, zich terstond op Cortez' bende geworpen, de Spanjaarden zouden +dan onherroepelijk verloren zijn geweest. Nu echter hadden Cortez en +de zijnen tijd om wat uit te rusten, en zich voor den tocht naar +Vera-Cruz gereed te maken. Eer ze evenwel nog halverwegen waren, +ontmoetten ze een ontzettend groot leger van Azteken, te wapen +geroepen door Cuitlahuac, den broeder en opvolger van Montezuma. + +»Overwinnen of sterven, broeders,« sprak Cortez tot de zijnen, en +allen beaamden het ten volle, en geloofden dat het »sterven« zijn zou, +want zonder kanonnen of musketten konden ze zulk eene verpletterende +overmacht niet keeren. Dat »zich overgeven« hetzelfde was, als »aan de +Goden geofferd worden,« ieder wist dat, en zoo ving men den ongelijken +kamp aan, vast besloten zijn leven zoo duur mogelijk te verkoopen. De +aanval werd zelfs door de Spanjaarden en trouwe Tlascalanen gedaan, +doch reeds scheen voor Cortez alles verloren te zijn, toen hij den +Aanvoerder van het vijandelijke leger in het oog kreeg, die met +opgeheven banier den slag bestuurde. Het was eene wanhopige poging, +maar het eenige middel tot behoud. + +»Santiago! Santiago! Volgt mij!« riep hij, en vergezeld door enkele +ruiters rende hij op den Aztekischen Bevelhebber toe, ontrukte hem de +banier en doodde hem. + +De heilige krijgsbanier in handen van den vreeselijken »Malinche!« +Ontzetting greep de Azteken aan, en zij die op het punt stonden om +alle Spanjaarden te dooden, sloegen nu op de vlucht, achtervolgd door +Spanjaarden en Tlascalanen, die de moordbijl zwaaiden tot vermoeidheid +hen dwong ze neer te leggen. Deze schitterende overwinning behaalde +Cortez den achtsten Juli 1520 bij Otumba. + +Zwaar gekwetst kwam Cortez in de hoofdstad van zijne getrouwe +Tlascalanen aan, en verscheidene dagen lag hij daar tusschen leven en +dood. Zijn sterk gestel echter zegevierde; hij herstelde. En wat hij +in het ijlen der wondkoorts uitgeroepen had: »Ik zàl Mejico +onderwerpen!« dat begon hij nu, waar hij weer de oude, veerkrachtige +man was, terstond te beproeven. Na den verschrikkelijken slag bij +Otumba schenen de Azteken met verlamming geslagen te zijn, want dat +dit kleine hoopje Spanjaarden op honderdduizenden de overwinning +behalen kon, dat moest iets goddelijks zijn; het kon niet anders. De +eene stad na de andere werd dan ook door Cortez ingenomen, en toen +Velasquez, niet wetende, dat Narvaëz in boeien lag, andermaal +versterkingen zond, lieten de nieuw aangekomen benden, toen ze +vernamen hoe de zaken stonden, zich gemakkelijk overhalen om onder +Cortez' vanen dienst te nemen. Bij de eerstvolgende wapenschouwing, +die gehouden werd, bleek dat het leger bestond uit zeshonderd +voetknechten, gewapend met hellebaarden, lansen en zwaarden, tachtig +musketiers, veertig ruiters en ongeveer tweehonderd duizend +Tlascalanen en andere Indianen. Verder had hij nu alweer twaalf +kanonnen en een' voldoenden voorraad van kruit, lood en +levensbehoeften. Wat belette hem thans om den dood te wreken van hen, +die in den »Noche triste« gevallen waren? De vrees en schrik zaten er +bij de Azteken in, en Cortez meende, dat hij veilig kon overgaan om +Tenochtitlan in te nemen en te plunderen. Was de hoofdstad gevallen, +dan zouden daarbij duizenden en duizenden Azteken omgekomen zijn en de +verdere verovering van het land zou niet veel moeielijkheden baren. + +Thans hield Cortez in dien geest eene toespraak tot het leger en de +Spaansche soldaten waren terstond bereid om met hem op te trekken, en +toen Marina de toespraak ook vertaald had voor de Tlascalanen en +andere bondgenooten, toonden ook dezen zich bereidwillig om den +»Malinche« te volgen. Wilde hij echter met hoop op een' goeden uitslag +het beleg van Tenochtitlan ondernemen, dan had hij schepen noodig, +welke in den omtrek van het meer zouden gebouwd worden. Gedurende den +tijd, dat men aan die schepen werkte, werden er benden uitgezonden, +die de steden, daar in den omtrek gelegen, innamen en plunderden. +Bijna nergens werd tegenweer geboden. Eindelijk waren de schepen klaar +en Cortez liet ze door de Tlascalanen naar het meer dragen en te water +brengen, en toen men dit gedaan had, kreeg Narvaëz, ditmaal uit +Hispaniola, eene versterking van tweehonderd man, tachtig paarden en +een groot aantal kanonnen. Wat voor Narvaëz gekomen was, nam Cortez, +en de mannen waren met dien ruil van Bevelhebber zeer tevreden. + +Te midden van al deze bedrijven was het inmiddels al Juli van het jaar +1521 geworden. Het volk werd ongeduldig en wilde, nu men eene +voldoende macht bijeen had, ook maar aanstonds de verovering van +Tenochtitlan beginnen, doch Cortez, die zijn' vijand maar al te goed +kende, en wist hoe alleen voorzichtigheid en beleid hier zegevieren +konden, maande tot geduld en kalmte aan. De broeder van Montezuma was, +na zijne korte regeering, gestorven, en door zekeren Guatemozin, een +verklaard vijand van de Spanjaarden en een geducht krijgsman, +opgevolgd. Hiermede diende rekening gehouden te worden, want de Keizer +zoowel als zijne onderdanen begrepen, dat het te doen zou zijn om den +ondergang der Azteken en van het Mejicaansche rijk, of om den +ondergang der Spanjaarden. In een' krijgsraad werd nu, tegen den zin +van Cortez, besloten, om den derden Juli reeds een' aanval op de heele +stad te doen. Wel trachtte Cortez dit tegen te houden, doch men +luisterde niet naar hem. Gereed staande om den aanval te beginnen, +waarschuwde Cortez nog, om niet te snel voort te trekken, zelfs dan +niet, als ze een open terrein voor zich hadden. Hij kende de manier +van oorlogvoeren der Azteken en wist, dat ze den schijn zouden +aannemen, van te vluchten. Ook deze raad van Cortez werd niet +opgevolgd, en vol overmoed kwamen de soldaten over de dammen tot diep +in de stad. Op eenmaal echter liet Guatemozin van zijn paleis den +krijgshoorn klinken, en de vluchtelingen werden aanvallers. Cortez +snelde toe om zijne makkers bij te staan en viel gewond in het meer. +»Malinche! Malinche!« joelden de Azteken, en verscheidene handen waren +gereed hem gevangen te nemen, toen een der Spaansche soldaten zijn +leven opofferde om zijn' Veldheer te redden. Met zware verliezen waren +de Spanjaarden afgeslagen, en aan den oever van het meer gelegerd, +zagen ze des nachts, dat hunne gevangengenomen makkers, bij +fakkellicht, boven op de daken der tempels, aan de Goden geofferd +werden. In zijn' overmoed liet nu Guatemozin tot ver in het land +verkondigen, dat de Krijgsgod door de laatste offers voldaan was, en +dat binnen acht dagen geen enkele Spanjaard meer over zou zijn. Door +deze profetie verschrikt, verlieten de meeste Bondgenooten, waaronder +zelfs vele Tlascalanen waren, de legerplaats van Cortez, die alleen +zeide: »Trekt maar niet te ver, want over acht dagen zult gij zien, +dat alle Spanjaarden er nog zijn!« Toen nu werkelijk eene week later +zelfs niet één Spanjaard gevallen was, kwamen al de Bondgenooten terug +en Cortez had gewonnen spel. Gewonnen spel had hij ook door te zeggen, +dat de eerste aanval mislukt was, omdat men niet naar zijn' raad +geluisterd had. + +»Men moet met behoedzaamheid langzaam voorwaarts dringen,« zeide hij. +»Komt men bij een huis, men breke het af en gebruike het puin om de +grachten te vullen en de dammen te versterken.« + +Zoo deed men meer dan eene maand lang. De prachtigste paleizen lagen +in puin en vulden de grachten of het meer. De eene straat na de andere +verdween en steeds kleiner werd de plek, waar de verdedigers stand +hielden, te midden van den vreeselijksten hongersnood. Den derden +Augustus 1521 werd de laatste versterking ingenomen en met den grond +gelijk gemaakt, en--het schoone Tenochtitlan was verdwenen van de +oppervlakte der Aarde. Guatemozin werd gevangen voor Cortez gebracht +en zeide: »Malinche, ik heb alles gedaan, wat een krijgsman doen kon. +Het hielp mij niet. Neem nu uw zwaard en dood mij, want het leven is +mij eene ergernis.« + +»Neen, Guatemozin, vrees niet! Malinche doodt geene helden als gij +zijt,« antwoordde Cortez. »Uw leven is veilig!« + +Het was te veel gezegd. Waar waren de onbegrijpelijk groote schatten +aan goud, edelgesteenten en parelen gebleven? Niemand kon ze vinden, +en nu eischte het volk, dat men Guatemozin op de pijnbank leggen zou, +opdat hij bekende, waar ergens al die schatten gebleven waren. Cortez +wilde er eerst niets van weten, doch toen het volk tot oproer dreigde +over te slaan, gaf hij toe. Het pijnigen hielp niet, en welk een moed +Guatemozin had, bleek wel hieruit, dat hij een' klagenden vriend, die +ook op de pijnbank gefolderd werd, kalm toevoegde: »Denkt gij dan, +mijn vriend, dat ik in een bad lig?« Cortez, dit pijnigen moede, liet +beide Vorsten wegvoeren. + +Na de verwoesting van Tenochtitlan, waarbij, den eersten aanval +uitgezonderd, slechts weinig Spanjaarden gesneuveld waren, had de +verovering van het Mejicaansche rijk zooveel moeite niet meer in, +zoodat Cortez, na eenigen tijd, aan Koning Karel melden kon, dat hij +een land aan Spanjes Kroon gebracht had, veel grooter dan het heele +gebied zijns Konings in Europa, en zóó rijk, dat de schatten eenvoudig +niet te overzien waren. + +Er heerschte in dat bericht geene overdrijving, want Mejico was langs +den Stillen Oceaan zevenendertighonderd en vijftig, en langs den +Atlantischen Oceaan drieduizend Kilo-meter lang. Nog steeds grooter +werd dit wingewest door de ontdekkingen en veroveringen, die enkele +Veldheeren van Cortez deden. Zoo veroverde De Alvarado, die onder de +Azteken den bijnaam van »Tonatiuk«, dat is »Zoon der Zon«, ontvangen +had, in 1523 dát deel van Middel-Amerika, hetwelk wij thans onder den +naam van Guatamala kennen, terwijl een ander Veldheer, wiens naam ik +niet vermeld vond, in hetzelfde jaar Honduras aan de Kroon van Spanje +bracht. + +Het bericht van die groote ontdekkingen bewoog in Spanje tal van +lieden zich onder Cortez' vanen te scharen teneinde nieuwe +veroveringen te doen. Maar honderden kwamen ook, wien het alleen om +goud te doen was, en deze laatsten juist waren het, die alweer onrust +en verdeeldheden in de Kolonie brachten. Zoo lang deze lieden maar +niet in hunne handelingen gestoord werden, en Cortez hen hielp wanneer +ze door hunne hebzucht in moeielijkheden kwamen, ging alles goed, doch +wanneer hij ook voor de rechten der Azteken opkwam, en dezen durfde +verdedigen, liep het mis, zoodat de positie van Cortez ten slotte al +niet veel beter werd dan die van Columbus eenmaal was. Bovendien, De +Fonseca leefde nog altijd, en deze was een vriend van Velasquez, +zoodat we niet behoeven te vragen, wat gebeurde. Op zijn aanraden werd +door Koning Karel een' zekeren Don Christoval De Tapia naar +Nieuw-Spanje gezonden om als Stadhouder op te treden. Toen De Tapia +evenwel te Vera-Cruz aangekomen was, zag hij wel in, dat er geene +sprake was van Cortez eenvoudig af te zetten, want niemand wilde er +naar luisteren. Hij ging dus weer terug naar Spanje en wist daar zelfs +voor den grooten held zóó te werken, dat Koning Karel Cortez den +vijftienden October 1522 tot Stadhouder, Opperbevelhebber en +Opperrechter van »Nieuw-Spanje,« zoo werd Mejico voortaan genoemd, +aanstelde. + +Drie jaar lang heerschte Cortez als zoodanig, en de Azteken en andere +onderworpen volksstammen mochten van geluk spreken, want hij was niet +wreed of bloeddorstig en strikt rechtvaardig. Het is waar, hij liet +Guatemozin terdood brengen, en Cortez' vijanden zeiden, dat hij +onschuldig terdood veroordeeld werd. De vrienden van Cortez +daarentegen beweerden, dat Guatemozin deelgenomen had aan eene +samenzwering en dus wel degelijk schuldig was. + +Hoewel Cortez nu eene schitterende betrekking bekleedde, dreef zijn +onrustig karakter hem aan om telkens nieuwe tochten te doen, welke nu +juist niet altijd even voordeelig voor hem afliepen. Zoo deed hij in +1528 eene reis naar Spanje, en zijn onmetelijk vermogen stelde hem in +staat om aan het Spaansche Hof te verschijnen met eene ongeëvenaarde +pracht. Hij en zijn talrijk gevolg van Aztekische Edelen spreidden +een' luister en een' rijkdom ten toon, welke noodwendig heel wat +anders dan verblinden moest, waar de naijver door zijne heldendaden +nog lang niet tot zwijgen gebracht was. Cortez was naar Spanje gekomen +met het doel, zich te verdedigen tegen de beschuldigingen, die tegen +hem ingebracht waren. Men had hem beticht, dat hij misbruik van zijn +gezag maakte, dat hij de Azteken steeds behandelde, alsof hij hun beul +was, alleen om zichzelven rijkdommen te verschaffen, dat hij den +Godsdienst niet ijverig liet prediken, en zelf voorging in eene +onzedelijkheid, die met het Evangelie niet te rijmen was, door zijne +Gemalin Donna Catalina schandelijk te verlaten en met Marina te leven. + +Nu, veel ervan was waar, want vroom en deugdzaam was Cortez +allerminst, doch de beschuldigingen waren toch onbillijk. Cortez was +in zijn privaat leven niet beter, maar ook niet slechter dan alle +andere Ridders en Edelen, en onwaar was het, dat het hem met de +prediking van het Evangelie geen ernst was. Hij had echter aan zijne +trouwe Tlascalanen gezien, hoe uiterst voorzichtig hij met de +Evangelie-verkondiging moest te werk gaan. Zijne meening was het +Christendom zóó te prediken, dat men er toe kwam, het vrijwillig en +niet gedwongen aan te nemen. Ongetwijfeld waren er velen, die hem +hierin gelijk gaven, doch de ijveraars waren er niet mede tevreden. +Dat Cortez zich verrijkte, ten koste der Azteken, was ook waar, doch +indien hij dat recht niet had, dan had de Spaansche Kroon het toch ook +niet. Mejico was veroverd zonder dat de Azteken van hunne zijde iets +gedaan hadden, dat den Spanjaarden daartoe eenig recht gaf. + +Intusschen maakte Cortez door den luister, dien hij tentoon spreidde, +er zijne zaak niet beter op. Wel wist hij alle beschuldigingen te +wederleggen, en werd hij door Koning Karel in het gelijk gesteld, maar +hiermede had hij zijn pleit nog niet gewonnen. Koning Karel was een +zeer staatkundig Vorst, die, wilde hij zich als Koning van Spanje, +Keizer van Duitschland, Heer der Nederlanden en Oppermachtig Gebieder +der Nieuwe Wereld handhaven, verplicht was, hier en daar toe te geven +waar hij, zoo hij vrij geweest ware, dit stellig niet zou gedaan +hebben. Zeer goed zag Koning Karel in, dat hij moest toegeven aan den +drang van Cortez' vijanden. Hij gaf hem daarom den titel van Markies +Del Balle, en schonk hem in Nieuw-Spanje de landstreek Oaxaca als +Leen. Verder benoemde hij hem tot Opperbevelhebber over het leger en +tot Admiraal van den Stillen-Oceaan, doch tot Onder-Koning werd +benoemd Don Antonio De Mendoza. + +Teleurgesteld keerde Cortez naar Nieuw-Spanje terug, na inmiddels, +daar hij weduwnaar geworden was, in zijn Vaderland met eene Gravin in +het huwelijk getreden te zijn. Hij vestigde zich in zijn nieuw Leen, +dat zeer rijk en vruchtbaar was, en in grootte menig Europeesch +Koninkrijk overtrof. Hoewel hij aanvankelijk zich in zijn lot scheen +te zullen schikken, en als een machtig Land-edelman leefde, had hij er +op den duur geen behagen in, en begon hij zich uit te rusten voor +nieuwe ontdekkingen en veroveringen. Dat er ver in het zuiden een +»Goudland« was, dat wist hij, en hij had zelfs Pizarro hierin reeds +wenken gegeven. Zelf wilde hij daar niet heen, want naar zijne meening +lagen er ten Noorden van Nieuw-Spanje ook landen, die nog rijker aan +goud waren dan het land der Azteken. Die landen wilde hij ontdekken en +veroveren. Met opoffering van het grootste deel van zijn vermogen +mocht het hem gelukken om in 1536 Californië te ontdekken, doch zonder +voordeel, want de rijke mijnen, die daar aangetroffen werden, zouden +pas driehonderd jaar later gevonden worden. + +Teleurgesteld in alles keerde hij in 1540 naar Spanje terug, waar men +hem zoo goed als links liet liggen. Verdrietig trok hij zich nu uit +het openbare leven terug, en de man, wiens naam genoemd zal worden, +zoolang het menschdom bestaat, stierf als een vergeten burger op een +landgoed in de nabijheid van Sevilla, den tweeden December 1547 aan +eene ingewands-ziekte. + + * * * * * + +Nog altijd wordt Cortez zeer verschillend beoordeeld, doch naar mijne +meening begaan zij, die hem veroordeelen, de groote fout, dat zij de +onrechtvaardige handelingen van een geheel Volk laden op één' man, en +hem zóó het uitgestrekte veld der Historie injagen, zooals vroeger de +Israëlieten den bok, beladen met de zonden des volks, de woestijn +injoegen. Trots al zijne ondeugden en gebreken kan ik in Cortez niets +anders zien dan een' man, die in groote daden en zelfs in vele deugden +uitblonk boven duizenden zijner tijdgenooten. In alle gevallen plaats +ik hem ver boven den man, die Peru aan de Spaansche Kroon bracht. + + + + +HOOFDSTUK XII. + +ZUID-AMERIKA ONDER SPANJAARDEN EN PORTUGEEZEN.--NEDERLANDERS EN +ENGELSCHEN IN AMERIKA. + + +Jaren lang had men den Archipel tusschen Noord- en Zuid-Amerika reeds +doorkruist, kustlanden had men er ten Zuiden, ten Westen en ten +Noorden van gevonden, maar nog altijd lag het vasteland in het Zuiden +zoo goed als onbekend. Zelfs een Del Magelhanes kon dat groote +Zuidelijke vasteland omzeilen, zonder er aan te denken om te +onderzoeken of het ook waar was, wat al de Wilden, zonder eenige +uitzondering, aan Columbus verteld hadden, dat het land, waar veel +goud was, ten Zuiden lag. + +En dat land was er werkelijk, en één man was er, die reeds geruimen +tijd geleden begeerige blikken naar die onbekende streken geworpen +had. Wij hebben hem reeds tegenover De Balboa zien staan, en hoorden +hem toen Francisco Pizarro noemen. + +Buiten huwelijk in 1478 geboren, weggeloopen van achter de zwijnen, +die hij hoeden moest, en als soldaat in dienst getreden, kwam hij in +de Nieuwe Wereld aan om daar eene rol te spelen, welke in schitterende +krijgsdaden, die van Cortez misschien wel overtrof. Dezelfde man, die +niet lezen of schrijven kon, zou Spanje in de gelegenheid stellen, +zich in schatten te kunnen baden, en wat aan een beschaafd en wel +onderwezen man, als Columbus of Cortez, niet gelukt was, dat gelukte +dezen soldaat van fortuin: hij wist zich in zijn gezag te handhaven +tot hij viel onder de dolken zijner vijanden. + +[Illustratie: FRANCISCO PIZARRO. (Geb. 1478, vermoord 1541.)] + +Na onder De Hojeda en Pedrarias, als ondergeschikt Bevelhebber gestaan +te hebben, werd hij eindelijk Stadhouder van het landschap Uraba, doch +het was er verre af, dat deze aanzienlijke betrekking zijne eerzucht +bevredigde; hij wilde meer zijn, en zonder ophouden dacht hij aan dat +land ver in het Zuiden, waarvan de inboorlingen van Uraba hem zoovele +wonderen wisten te verhalen. + +Het was werkelijk een wonderland, zooals later bleek. Het heette Peru, +en bevatte door zijne ligging bijna alle planten der wereld en het +bezat ook groote dieren, die, tam gemaakt, den mensch groote diensten +bewezen. Deze dieren waren de lama's of kameelschapen. Het goud was in +dat land in zulk een' overvloed aanwezig, dat men er bijna hetzelfde +gebruik van maakte, als heden ten dage van het ijzer in onze streken. +Maar dat land onderscheidde zich door nog wat anders dan door rijkdom +aan voortbrengselen uit de drie rijken der natuur, het onderscheidde +zich door beschaving en door regeeringsvorm. De beschaving der +Peruanen was evenwel eene heel andere dan die der Azteken, en stellig +is dit voor een groot deel toe te schrijven aan het bezit van dieren, +die men tot trek- en lastdieren afgericht had. Het is moeielijk te +bepalen hoe heel anders onze eigen Maatschappij zijn zou, zoo we geene +koeien en paarden hadden. Nog veel meer dan nu het geval is, zouden we +onzen geest gericht houden op het vinden van machines om de werkkracht +te vermeerderen. Daar de meeste machines echter met de kennis der +natuur in verband staan, zoo spreekt het vanzelf, dat de Azteken er al +heel weinig hadden, doch ze trachtten dat te vergoeden door het houden +van slaven. In Peru was, voornamelijk omdat men er trek- en lastdieren +had, de slavernij zoo goed als onbekend, en daardoor waren ook de +zeden zachter. Om slaven te verkrijgen moesten de Azteken telkens +oorlog voeren, en daardoor is het geen wonder, dat de Krijgsgod hun +voornaamste God was. Ook de Peruanen voerden oorlogen, doch niet om +slaven te verkrijgen, maar alleen om het Rijk uit te breiden en andere +Volken te regeeren volgens de wetten van Manco Capac. + +Eeuwen geleden, zoo vertelde men, waren de Peruanen wilde en woeste +menschen. Eensklaps echter verschenen onder hen een man en eene vrouw +van eene prachtige gestalte en eene heerlijke gedaante. Ze hadden +kleederen aan, en wisten zooveel als de Goden. De man heette Manco +Capac en de vrouw Mámá Ocollo.--Manco Capac leerde den mannen allerlei +mannelijke bedrijven en handwerken, en Mámá Ocollo leerde aan de +vrouwen spinnen, weven en velerlei huiselijk werk. Na den dood dezer +twee zette hun zoon het werk zijner Ouders voort, en gaarne erkenden +de Peruanen ook dezen tot hun Opperhoofd of Inka. Manco Capac en Mámá +Ocollo hadden den vrede bemind, en beschaving van den geest hooger +gesteld dan ruw wapengeweld. Zij hadden den Peruanen ook geleerd, dat +er een Wezen was, dat alles, wat op Aarde is, geschapen heeft. Om dat +geschapene te onderhouden, had Hij iemand aangesteld tot Hoofdgod, en +dezen alleen moesten alle menschen dienen en aanbidden. Deze Hoofdgod +was de Zon. + +Wie die Manco Capac en Mámá Ocollo geweest zijn, niemand, die het +weet. De beschaving der Tataren en Indiërs echter, waarvan Marco Polo +zooveel verhaald heeft, de wijze waarop ze gekleed gingen en hunne +huizen bouwden en versierden, geven veel zekerheid aan de meening, dat +Peru beschaafd werd door Mongolen, Indiërs of Perzen, en +waarschijnlijk wel door de laatsten, want de Zonnedienst der Peruanen +kwam in vele opzichten overeen met dien der Perzen.--Dat een Hoofdgod +als de Zon, die slechts goed doet, eene heel andere richting aan de +beschaving moest geven dan een Hoofdgod, die zich bloedige +menschenoffers laat brengen, gevoelt ieder. Het Rijk der Inka's was +dan ook in den loop der eeuwen een land geworden met instellingen, +waarvan de Spanjaarden bijna niets begrepen. De heele oppervlakte van +het Rijk was in drie deelen verdeeld, en die deelen behoorden aan den +Hoofdgod, den Inka en zijn geslacht, en het Volk, doch alle drie de +deelen moesten door het Volk bearbeid worden. Geen land werd veroverd, +of de bodem werd terstond staatseigendom, en op de bepaalde wijze +verdeeld. Met de opbrengst van het Kroonland, als wij het zoo noemen +mogen, bezoldigde de Inka niet alleen zichzelven en zijne familie, +maar ook de Edelen en alle anderen, die hij wilde begunstigen. De +Peruanen bestonden uit drie standen, en wel uit den Priester- en +Adelstand en uit het Volk. De familie der Inka's behoorde tot geen' +stand; daartoe was ze te verheven. Kunsten en wetenschappen werden +vlijtig beoefend door den Priester- en Adelstand, doch altijd onder +toezicht van den Inka. Aan eenige ontwikkeling van het Volk werd niet +gedacht. Het Volk was er alleen tot welzijn van het Peruaansche Rijk, +als geheel, en om dat welzijn nu te bevorderen, zorgden de Inka's +steeds, dat het Volk alles had, wat het als »dier« noodig had om te +leven. We zouden het Peruaansche Volk dan ook geen' beteren naam +kunnen geven dan »uitmuntend onderhouden machine«. Veel nadenken +vereischt het echter niet, dat hetzelfde Volk, hoe de ontwikkeling van +den geest ook onderdrukt werd, bij het dagelijksch zien der verfijnde +beschaving van Inka's, Priesters en Edelen, vanzelf langzamerhand aan +dat machinale leven en werken moest ontgroeien, en dat men maar op +eene gelegenheid wachtte om zich uit dien vernederenden staat op te +heffen. Die gelegenheid kwam. We zeiden hierboven reeds, dat het +geslacht der Inka's eigenlijk tot geen' stand behoorde, en daarom was +er bepaald, dat de zoons uit dat geslacht slechts met de dochters uit +dat geslacht, sommigen beweren met hunne eigen zusters, mochten huwen. + +Ook Inka Huana Capac had dat gedaan, en uit dit huwelijk had hij een' +zoon Huascar geheeten. Weduwnaar geworden, veroverde hij het machtige +Rijk Quito, en, tegen alle wetten in, huwde hij voor de tweede maal +met eene dochter van den Koning van Quito. Ook uit dit huwelijk werd +hem een zoon geboren, dien hij den naam van Atahualpa of Athabaliba +gaf. Had het veler ontevredenheid verwekt, dat Huana Capac de oude +wetten met voeten trad, toch had men gezwegen, want hij was een +uitnemend Vorst. Bij zijn overlijden had hij echter bepaald, dat +Huascar hem in Peru, en Atahualpa in Quito zou opvolgen, en dit was +andermaal eene inbreuk maken op de wetten, die bepaalden, dat de +oudste zoon van den Inka, bij den dood zijns Vaders, Inka werd over +het geheele Peruaansche Rijk. Geen land, hoe groot of klein ook, of +het behoorde, zoodra het veroverd was, tot het Inka-gebied, dat één en +ondeelbaar was. Nauwelijks was dan ook Huana Capac, als mummie, op +een' gouden stoel in de schitterende begraafplaats der Inka's +gebracht, of de strijd tusschen de broeders uit de twee verschillende +huwelijken ontbrandde. Het behoeft niet gezegd te worden dat zij, die +alle oude vormen en wetten onveranderd en ongeschonden wilden bewaren, +zich schaarden aan de zijde van Huascar, terwijl zij, die gaarne +verandering gebracht zagen in het machinale leven en werken, de partij +kozen van Atahualpa. + +We hebben lang stil gestaan bij iets, wat men alweer geene »ontdekking +van Amerika« noemen kan, doch daar het woord »ontdekking« steeds +vergezeld is door het woord »verovering«, zoo moeten wij dit hier +doen, want zonder dien strijd tusschen de Peruaansche Conservatieven +en Revolutionnairen uit het begin der zestiende eeuw, zou het Pizarro +nimmer gelukt zijn, zich meester te maken van het rijk en van de +schatten der Inka's. Het zij evenwel terstond gezegd, dat Pizarro en +de zijnen niets wisten van die binnenlandsche verdeeldheid, waar ze +een »Goudland« gingen zoeken, dat volgens de geruchten ergens in het +Zuiden lag. Ze vernamen dat later. + +Toen Pizarro eenmaal besloten had om dat onbekende, rijke land op te +sporen, verbond hij zich met zekeren Diego Almagro, en beiden zeilden +met twee kleine scheepjes uit. Hun tocht was evenwel zeer rampspoedig, +en bijna een jaar later kwamen ze onverrichter zake terug, zonder +evenwel den moed opgegeven te hebben. Een rijk man Gaspar De Espinosa, +die te Santa-Maria of daar ergens in den omtrek woonde, liet zich door +Hernando De Luque, een' Priester, overhalen om geld voor de werving en +het bouwen van twee schepen voor te schieten. Waar De Luque met de +twee avonturiers een verbond aanging, meende De Espinosa voldoende +waarborg te hebben voor de twintigduizend onsen goud, die hij in deze +onderneming stak. + +Deze tweede tocht scheen voordeeliger te zullen zijn dan de eerste, +want nog niet heel lang waren ze onderweg, of ze veroverden een dorp, +en bemachtigden daarbij zooveel goud, dat Almagro met zijn schip, rijk +geladen, naar Panama terugkeerde. Men deed dit vooral om avonturiers, +die aan den goeden uitslag getwijfeld hadden, te lokken met Almagro +terug te keeren naar het schip van Pizarro, die inmiddels den tocht +zou voortzetten. Toen evenwel Almagro met versterking terugkwam, moest +men de verdere reis voor eene poos staken, omdat het jaargetijde in +hun nadeel was. Toen eindelijk weer en wind zóó waren, dat men verder +trekken kon, kregen ze het bij het kleine eiland Gallo, bij de kust +van Quito gelegen, met de inboorlingen zóó te kwaad, dat er besloten +werd dat Almagro andermaal naar Panama om versterking zou gaan, en in +dien tusschentijd zou Pizarro op dit eiland Gallo hem afwachten. + +De nieuwe Landvoogd van Goud-Castilië en Nieuw-Andalusië, die +Pedrarias opgevolgd was en Don Pedro De los Rios heette, wilde evenwel +niets van nieuwe wervingen weten, en zond zelfs een schip uit om +Pizarro van het eiland Gallo terug te halen, en hem te verbieden, den +ontdekkingstocht voort te zetten. Het schip van De los Rios vond +Pizarro met de zijnen in een' ellendigen toestand, doch Pizarro was +niet te bewegen om naar Panama terug te keeren, en toen Almagro en De +Luque hem eindelijk eenige versterking en levensmiddelen zonden, +besloot hij den tocht voort te zetten. + +Zijne volharding werd met den meest begeerden uitslag bekroond, want +eindelijk kwam hij op de kust van Peru aan. Hoe stond hij verbaasd +daar eene schoone havenstad te vinden! Voor de haven en zelfs tot diep +in zee wemelde het van uitmuntend gebouwde booten, die van zeilen en +roer voorzien waren. De inwoners waren allen zeer goed gekleed, +beleefd en voorkomend. Zij vertelden, dat hunne stad Toembez heette, +en een paar mannen van Pizarro's schip kregen zelfs vergunning om aan +den wal te komen en den zonnetempel binnen te treden. Weer aanboord +teruggekeerd, waren ze niet uitgesproken over de schatten van goud en +zilver, die ze gezien hadden. Pizarro voer nog een heel eind het +Zuiden in, doch hoe verder hij kwam, hoe meer hij zag, dat hij hier +niets uitrichten kon. De inwoners waren volstrekt niet bevreesd voor +de mannen met baarden, en beschouwden hen alleen, als een soort van +hemelsche wezens, aan wie donder en bliksem onderworpen waren. Wilde +men hier wat in het belang van de Spaansche Kroon verrichten, dan was +er eene veel sterkere macht noodig, en daarom keerde Pizarro naar +Panama terug, in de hoop, dat zijne verhalen van hetgeen hij en zijn +volk gezien hadden, tal van mannen bewegen zou om te beproeven, dat +machtige land met al zijne schatten te veroveren. Om het niet te laten +enkel bij verhalen, bracht hij ook eene groote hoeveelheid goud mede, +dat hij op eene gemakkelijke manier tegen kleinigheden ingeruild had. +Van Toembez had hij bovendien twee inwoners aanboord, die vrijwillig +met hem medegegaan waren. + +Toen hij evenwel te Panama aankwam, was Don Pedro De los Rios nog +altijd even vijandig aan het plan. Hij diende nu, van achteren bezien, +wel de wetenschap niet, maar hij toonde toch, dat hij eene groote +uitzondering op vele Spanjaarden maakte, want hij verbood alle +werving, en zeide, dat er al meer dan genoeg menschenlevens geofferd +waren voor een handvol gouds en een paar Peruaansche schapen, die +Pizarro medegebracht had. Wilde het driemanschap hun plan doorzetten, +dan moest men andere middelen te baat nemen, en hiertoe werd besloten. +Men wilde, om tot het groote doel te geraken, niet langer den +kostbaren tijd zoek maken door met een' koppigen Gouverneur te +onderhandelen, maar sloeg den Koninklijken weg in. Pizarro zou naar +Spanje gaan, en daar den Koning om zijne hulp vragen. Na eene +voorspoedige reis kwam Pizarro in zijn Vaderland, en verscheen bijna +tegelijkertijd met Cortez aan het Hof. Hij werd daar zeer goed +ontvangen, en Koning Karel aarzelde geen oogenblik om den moedigen +avonturier en twee deelgenooten te steunen met zijne volkomen +goedkeuring. Geld of schepen vroeg Pizarro niet, zoodat Koning Karel +hem gemakkelijk veel beloven, en goedkoop veel geven kon. Den +zesentwintigsten Juli 1529 werd dan ook tusschen den Koning van Spanje +en Pizarro het volgende verbond gesloten. Pizarro verbond zich van +zijne zijde om het machtige en rijke Peru te veroveren voor de +Spaansche Kroon, en was hem dit gelukt, dan stelde Koning Karel van +zijne zijde Pizarro aan tot Stadhouder en Opperbevelhebber van Peru, +terwijl Almagro als Bevelhebber van Toembez tot den Adelstand verheven +werd, in welke laatste eer Pizarro natuurlijk ook deelde, daar de +Koning hem tot Ridder van San-Jago sloeg. De Luque zou Bisschop van +Toembez worden, doch alle benoemingen, zoo van Officieren als +Ambtenaren, zou een recht zijn, dat alleen aan het Stadhouderschap +verbonden was. Aan dit laatste voordeel was het bezwaar verbonden, dat +Pizarro al de kosten voor zijne eigen rekening zou nemen. Nu, dat +wilde de avonturier wel, want niet alleen had hij voor zijn plan de +Koninklijke goedkeuring verworven, hij had ook een' raad ontvangen, +die het welslagen zijner onderneming zoo goed als verzekerde. Cortez +had hem namelijk aangeraden met Atahualpa te doen, wat hij indertijd +met Montezuma gedaan had, en Pizarro, die ontwaard had, dat de +Peruanen zeer argeloos waren, meende dat Atahualpa even goed in de val +gelokt zou worden als Montezuma. + +Verlokt door de schitterende aanbiedingen, die hij deed, nam hij uit +Spanje, behalve vier zijner broeders, nog een groot aantal mannen +mede, die onder zulk een' Aanvoerder het wel eens wagen wilden een +land vol goud en zilver te veroveren. Almagro en De Luque waren met de +tijdingen, die Pizarro medebracht, niet zeer ingenomen. Zij handelden +immers in gemeenschap? En waarom moest hij dan zoo hoog boven hen +verheven worden? Er ontstond tusschen Pizarro en Almagro een hevige +twist, die nog hooger liep toen de vier broeders van Pizarro er zich +in mengden, en reeds bestond het gevaar, dat de heele onderneming in +duigen vallen zou, toen De Luque en De Espinosa, die beiden reeds +zulke groote sommen voorgeschoten hadden, de zaak wisten bij te +leggen, door Pizarro over te halen, afstand te doen van zijne +benoeming tot Opperbevelhebber of Adelantado. + +Nu men weer zoo ver was, begon men met kracht aan de uitrusting van +eene vloot en een leger, maar dit plan mislukte deerlijk. Vertrouwde +men De Luque en De Espinosa al, Almagro vertrouwde men niet, en nog +veel minder vertrouwde men Pizarro met zijne vier broeders, zoodat de +verbondenen zich ten slotte moesten tevreden stellen met drie +scheepjes, honderddrieëntachtig mannen, waaronder, tot Pizarro's +geluk, nog vijfentwintig ruiters waren, eenige musketten en een paar +kanonnen. + +Vol moed en vertrouwen aanvaardde men evenwel den tocht en hadden +Pizarro en Almagro aanvankelijk ook te strijden tegen oproerige +handelingen van goudgierige manschappen, die niets vonden dan +onbevolkte kusten en verlaten dorpen, toch bleven ze volharden. +Eindelijk kwamen ze aan de kuststreek, die »Coaque« genoemd werd, en +hier vonden ze in de huizen, waaruit ze de inwoners verdreven hadden, +goud in overvloed. Voor het welslagen van den tocht was dit eene +gelukkige gebeurtenis. Het regen-seizoen was op handen en indien men +nu nog geen goud gevonden had, dan zou de oproerige manschap Pizarro +stellig tot den terugtocht gedwongen hebben. Nu in het bezit van goud, +en met het gegronde vooruitzicht van nog meer goud te zullen +verkrijgen, wilde men den regentijd, die steeds van stormen en +onweders vergezeld ging, wel op het eiland Poena, in de nabijheid der +kust, overblijven. Dat er gebrek aan levensmiddelen zou komen, +behoefde men niet te vreezen. Toen het weder zich weer in hun voordeel +veranderd had, zette men den tocht voort en aan de monding van de +rivier de Pioera besloot Pizarro een fort te bouwen en daar eene +Kolonie achter te laten. Het fort kreeg den naam van San-Miguel de +Pioera, en het kan de eerste Spaansche stad in Peru genoemd worden. + +Een der Peruanen uit Toembez had met Pizarro de reis naar Spanje +medegemaakt, vrijwillig zeiden we. Nu ja, Pizarro had hem niet +gedwongen, maar Felipillo, zoo heette de man, had wat op zijn geweten, +en zou door Inka Atahualpa hoogstwaarschijnlijk niet zoo heel +vriendelijk behandeld zijn. Deze Felipillo nu was met den anderen +Peruaan alweer bij Pizarro aanboord. Beiden hadden in dien +tusschentijd voldoende Spaansch geleerd om als tolk op te treden, en +van hen had Pizarro later vernomen, dat er een burgeroorlog in het +Inka-rijk woedde en wel tusschen twee Kroon-pretendenten. Hier te +San-Miguel nu hoorden de tolken, dat Inka Atahualpa, na eerst het +onderspit gedolven te hebben, thans weer overwinnaar was en dat hij +zijn' broeder, Inka Huascar, die zijn tegenstander was gevangen hield. +Verder werd er verteld, dat Atahualpa met zijn overwinnend leger een +kamp in het gebergte betrokken had, niet ver van de staat Caxamalca, +om in een' volgenden veldtocht de laatste aanhangers van zijn' broeder +te onderwerpen. + +Zoodra Pizarro dit alles hoorde, nam hij het stoute besluit om Inka +Atahualpa in zijn kamp een bezoek te brengen. Daar hij even vóór zijn +vertrek weer versterking van manschappen en krijgsmaterieel uit Panama +ontvangen had, kon hij eene voldoende bezetting achterlaten in het +kleine fort om met de overige mannen den stouten tocht te ondernemen. +En wel mocht die tocht stout, zoo niet meer genoemd worden. Zijn +geheele leger bestond uit slechts zevenenzestig ruiters, honderdtien +lansknechten, zeventien boogschutters en drie musketiers benevens +eenige kleine kanonnen, en uit hetgeen Pizarro van Felipillo begrepen +had, kon de Inka gemakkelijk tegenover één Spanjaard duizend Peruanen +stellen. Het zou dan ook groote dwaasheid geweest zijn om met dit +legertje Peru door een' oorlog te veroveren, en Pizarro, die niet +alleen een geboren Veldheer, maar ook een geboren Staatsman was, had, +zooals we weten, een heel ander plan. + +Met behulp der tolken werd men overal zeer vriendelijk en voorkomend +ontvangen, wat niet te verwonderen was, want het bevel van Pizarro, +dat niemand eenig geweld mocht plegen, werd stipt gevolgd. Ook hier +waren, even als elders in de Nieuwe Wereld, de ruiters het voorwerp +van verbazing en vrees, want nimmer had men het veelgebruikte +kameelschaap afgericht tot het dragen van een' ruiter, en de forsche +paarden met hunne fiere gestalte maakten op sommige plaatsen zooveel +indruk, dat men gouden sieraden, als een offer, voor hen neerlegde. Na +eene lange en afmattende reis, omdat de kanonnen moeielijk te +vervoeren vielen en men ze toch niet wilde achterlaten, kreeg men, op +eenige dagreizen afstands van Caxamalca, bezoek van enkele Afgezanten, +die de vreemdelingen namens den Inka welkom heetten en hun eenige +geschenken aanboden. Pizarro ontving de Gezanten vriendelijk en zond +hen met enkele voorwerpen van Europeesch maaksel, als een geschenk +voor den Inka, terug. Toen men eindelijk te Caxamalca aankwam, was het +half November geworden. Pizarro vond de groote en schoone stad geheel +verlaten en zond nu zijn' broeder Hernando, aan het hoofd van eenige +ruiters, naar het Peruaansche kamp om den Inka vriendelijk uit te +noodigen een mondgesprek te willen komen houden met den Veldheer van +den machtigen Keizer uit verre landen. + +Het kamp van Atahualpa kon uit Caxamalca gemakkelijk gezien worden, en +één blik erop was voldoende om elken avonturier den schrik om het hart +te doen slaan. Gelegerd tegen de hellingen van het gebergte, was het +kamp niet te overzien. Duizenden en duizenden soldaten bewoonden daar +tenten, die met de meeste orde opgeslagen waren, en nergens was iets +te ontdekken, dat op gebrek aan krijgstucht wees. De soldaten waren +goed gewapend en uit alles bleek, dat ze ook aan eene soort van +exercitie onderworpen waren en den oorlog voerden naar krijgsregelen. +Wat moest men hier beginnen? Pizarro zou het zijn volk duidelijk +maken, en hij had het voorbeeld van Cortez in zijn voordeel. Het was +een waagstuk den Inka gevangen te nemen, dat gevoelde ieder, maar àls +het plan gelukte, dan zou men alles gewonnen hebben, geloofde men +algemeen. Eindelijk kwam Hernando Pizarro met zijn gevolg terug en hij +bracht het bericht mede, dat de Inka den volgenden dag in persoon +komen zou, doch meteen was er het bevel bij om in Caxamalca slechts +eenige huizen, aan een groot plein gelegen, te mogen betrekken. Dat +Inka Atahualpa een zeer trotsch man was, die hen uit de hoogte +behandeld had, vertelden zij ook, en deze mededeeling was niet zeer +geschikt om den Inka de hoogachting van de Spanjaarden te verzekeren. + +Met eene zekere onrust verbeidde men nu den volgenden dag, den +zestienden November van het jaar 1532. Deze datum zou een der +merkwaardigste worden in de geschiedenis der Nieuwe Wereld. + +[Illustratie: ATAHUALPA, Inka van Peru. (Geworgd 19 Aug. 1533.)] + +Reeds een groot gedeelte van den dag was verloopen en men begon al te +vreezen, dat de Inka geen woord zou houden, toen men eene groote +beweging in het Peruaansche kamp gewaar werd. Aan het hoofd van eene +kleine afdeeling van zijn leger werd de Inka, getooid met al de +versierselen van zijne waardigheid, op een' massief gouden stoel +gedragen door de voornaamste Edelen, allen op het sierlijkst +uitgedost. De »kleine« legerafdeeling bestond evenwel uit niet minder +dan dertigduizend man en hieruit laat zich de sterkte van het heele +leger gemakkelijk begroeten. Met een gevolg van slechts vijfduizend +ongewapende mannen kwam hij in de stad; de overigen moesten buiten +blijven. Tot groote verbazing van den Inka was nergens een Spanjaard +te zien. Vol verontwaardiging over zulk eene ontvangst riep hij uit: +»Waar zijn dan nu de vreemdelingen?« toen een Geestelijke verscheen en +op den Inka toetrad. Crucifix en Brevier in de handen houdende, begon +de Geestelijke terstond voor den Inka het Evangelie te prediken, doch +het slot was, dat de Inka zich diende te onderwerpen aan het gezag van +den machtigen Keizer Karel en dat hij zich moest laten doopen en +Christen worden. Deze toespraak, door een' tolk, zin voor zin, +vertaald, maakte aanvankelijk op Atahualpa, die er waarschijnlijk al +zeer weinig van begreep, den gewenschten indruk niet. Het slot evenwel +begreep hij zooveel te beter en vol van verontwaardiging gaf hij ten +antwoord dat hij, de machtigste Vorst der Wereld, aan geen' enkelen +anderen Vorst zich wilde onderwerpen. Was deze tevreden met zijne +vriendschap, dan was hij bereid hem die aan te bieden. Wat het +aannemen van een' anderen godsdienst betreft, hiertoe was hij in het +geheel niet te bewegen, en hij begreep niet, wie of wat den Priester +den moed had kunnen geven om zoo tot hem te spreken. + +»Dit boek beveelt het mij,« zeide de Priester. + +Atahualpa nu het Brevier in handen nemende, hield het tegen het oor, +en geene spraak hoorende, wierp hij het met een verachtelijk gebaar op +den grond en zeide: »Dit boek zegt niets.« + +Die onnoozele daad van Atahualpa rijmt niet zeer met de hooge +beschaving der Peruanen en ze vereischt derhalve eenige opheldering. + +De beschaving in Peru kende de kunst wel om gedachten in zichtbare +teekenen uit te drukken. Wanneer een Peruaan dat wilde doen, nam hij +een koord van ongeveer zeven deci-Meter lengte. Het was uit +verschillend gekleurde draden gevlochten en bevatte bovendien ook +verschillend gekleurde franje. Nu had de kunst bedacht om door het +kiezen van de kleur en de rangschikking der draden en der franje +zoowel als door het leggen van knoopen in het koord, zichtbare figuren +aan te nemen om er gedachten door uit te drukken. Dit kan wel; men +denke slechts aan het oude, telegraphische schrift, dat bestaat uit +punten en strepen, die letters vervangen. Het schrift der leessnoeren, +die den naam droegen van »Quippos« was echter veel gebrekkiger en veel +ingewikkelder dan het genoemde telegraphisch schrift, zoodat het niet +te verwonderen valt, dat alleen Inka's, leden van zijn geslacht, +Priesters en Edelen de »Quippos« lezen konden. Van boeken had men +derhalve geen begrip, en nu we dat weten, wordt de handeling van den +Inka minder onnoozel. + +De Priester, die waarschijnlijk gehoopt had, dat zijne prediking in +goede aarde zou vallen, raapte zijn Brevier op, liep naar het vertrek +waar Pizarro zich bevond en deelde hem, vol geloofs-verontwaardiging, +mede, wat de Inka gedaan had. Zulk eene daad moest gestraft worden. + +Pizarro schijnt echter wel geweten te hebben hoe de zaak afloopen zou; +dat blijkt uit alles. Hij gaf het afgesproken teeken; de Spanjaarden +kwamen te voorschijn; de musketten knalden; de kanonnen donderden en +onder het geroep van: »Santiago! Santiago!« viel men de verschrikte en +ongewapende Peruanen aan. De ruiters, de kanonnen en de musketten +deden wonderen. Men dacht aan geen tegenweer en wat niet vluchten kon, +liet zich dooden. Het was een verschrikkelijk bloedbad waarmede aan +den avond van dien dag de verovering van het machtige Inka-rijk in de +straten van Caxamalca een' aanvang nam. + +Het eerste werk van Pizarro was geweest om Atahualpa gevangen te +nemen. Hij bracht hem in een groot huis en behandelde hem met de +achting aan zijn' hoogen rang verschuldigd. Hij stond zelfs toe, dat +zijn eigen mannen hem bedienden en dat hij met de Edelen en +Bevelhebbers van zijn leger mondelinge gesprekken had om zijne bevelen +te geven. »Quippos« echter mochten door hem niet verzonden worden, en +bij elk gesprek, dat hij hield, was Felipillo tegenwoordig en daar +deze tegen den Inka eene grief had, zoo behoefde Pizarro niet te +vreezen, dat hem wat van het onderhoud zou verzwegen worden. + +De tijding dat Atahualpa door de vreemdelingen gevangengenomen was, +maakte in heel het Peruaansche Rijk een' ontzettenden indruk. + +Kort geleden had eene zons-verduistering plaats gehad, en waar nu de +Peruanen in de Zon hun' Hoofdgod hadden, daar behoeven we niet te +vragen, welke droevige voorspellingen er naar aanleiding van die +verduistering gedaan werden. Het is nog niet eens zoovele jaren +geleden, dat in de Christelijke maatschappij zons- en +maansverduisteringen, als voorboden van onheilen en rampen beschouwd +werden. De voorspellingen waren ditmaal uitgekomen; de Inka's, die +elkander beoorloogden, waren beiden gevangen. Men gevoelde het: Peru +stond aan den vooravond eener vreeselijke revolutie. De Spanjaarden +konden nu doen, wat zij wilden: stelen, rooven, moorden, branden, +vrouwen en meisjes mishandelen; men liet hen begaan, want men vreesde, +dat de geringste mishandeling, die een Spanjaard onderging, gewroken +zou worden op den Inka. De Spanjaarden maakten hiervan een schandelijk +misbruik en Atahualpa zag zeer goed in, dat goud het eenige middel was +om hem zijne vrijheid te doen herkrijgen. Hij bewoonde een vertrek van +bijna tien Meter lengte en vijf Meter breedte, en nu deed hij Pizarro +het voorstel om dit vertrek, ongeveer drie Meter hoog, binnen twee +maanden met goud te vullen, als hij dan zijne vrijheid terugkreeg. +Pizarro bedacht zich geen oogenblik en nam het voorstel aan, wel +wetende, wat hij doen zou, als de losprijs er was. Van alle kanten +kwam men nu met goud aandragen, doch eer de bepaalde hoeveelheid er +was, begon men het al tot baren te smelten en te verdeelen. Veilig mag +men berekenen, dat de waarde van dien losprijs twintig millioen gulden +bedroeg. Het leeuwendeel van dat goud was natuurlijk voor Koning +Karel, Pizarro, Almagro, De Luque, De Espinosa en de Bevelhebbers, +doch dat nam niet weg, dat zelfs de minste lansknecht door zijn deel +een rijk man werd. Velen verbrasten den gemakkelijk verkregen schat, +doch enkelen wilden nu terug. Pizarro hield deze laatsten niet tegen +en gaf hun gaarne verlof. Hij begreep wel dat één rijk teruggekeerde +avonturier er tien of twintig bewegen zou om naar Peru te komen. Zijne +berekening faalde niet, want heel Spanje was in rep en roer bij het +vernemen van den gouden oogst; ieder wilde daar gaan maaien en oogsten +van hetgeen hij niet gezaaid had. + +Atahualpa, die wel inzag, dat hij met zijn' losprijs nooit klaar zou +komen, meende evenwel nu al genoeg betaald te hebben en drong thans op +zijne vrijheid aan. Vele edeldenkende Spaansche Ridders ondersteunden +het billijke voorstel. Een zekere Don Hernando De Soto was voor die +Ridders de woordvoerder. Dit voorstel aan te nemen lag niet in het +plan van Pizarro, en daarom wendde hij het over een' anderen boeg. +Onder den schijn van de zaak tusschen Atahualpa en Huascar te willen +onderzoeken, had hij Atahualpa voorgesteld om Huascar uit de +gevangenis te ontslaan en bevel te geven, dat men hem naar Caxamalca +zou brengen. Atahualpa had hierin echter geen' lust, want ongetwijfeld +zou Pizarro, zoo meende hij, Huascars rechten erkennen, en wat er dan +gebeuren zou, was hem geen raadsel. Inplaats dus van bevel te geven +Huascar te ontslaan en naar Caxamalca te voeren, beval hij, dat men +hem in de gevangenis dooden zou en dit geschiedde ook. Toen nu +Felipillo nog verklaarde dat de Inka eene samenzwering smeedde tegen +het leven der Spanjaarden, werd Atahualpa, beschuldigd dat hij zijn' +broeder had laten vermoorden, dat hij eene samenzwering tegen de +Spanjaarden smeedde en dat hij volhardde in zijn Heidensch geloof, +door Pizarro's rechtbank veroordeeld om levend verbrand te worden. + +Bij het hooren van dit vreeselijke vonnis verloor de arme Vorst al +zijn' moed en zijne geestkracht. Bijna weenend smeekte hij om het +behoud van zijn leven, en als men het hem schonk, dan beloofde hij nog +dubbel zooveel goud te geven, als hij voor zijn' losprijs reeds +betaald had. Pizarro, die nu gedurig versterkingen in soldaten, +musketten en kanonnen gekregen had en dus zoo zwak niet meer stond als +in het begin, sloeg dat aanbod af en was alleen te bewegen om den dood +op den brandstapel door eene andere straf te vervangen, als de Inka +Christen worden en den doop ondergaan wilde. De Inka, geheel +ontmoedigd en van alle fierheid en geestkracht beroofd, stemde toe. +Hij nam het Christendom aan, liet zich doopen en--werd geworgd. Het is +zoo natuurlijk als iets, dat de dood van Atahualpa, die gestorven was +zonder omtrent de opvolging eenige beschikking gemaakt te hebben, de +grootste wanorde te voorschijn roepen moest. Een Inka werd niet +gekozen door Priesters van de Zon, door Edelen of Krijgsbevelhebbers. +Een Inka volgde eenvoudig op, en als dat de oudste zoon uit het +voorgeschreven huwelijk niet was, dan was het een broeder of ander +familielid van den overledene. Maar welke gevallen van opvolging zich +ook mochten voordoen, Priester noch Edelman of Volkskind liet er zich +mede in; het was eene zaak, die enkel het geslacht van Manco Capac +aanging. Thans was er ineens in het regeeringsstelsel eene verbazend +groote verandering gekomen. Wat de stok doet, dien men door het +spinneweb slaat, dat had de hand van Pizarro met het geslacht der +Inka's gedaan, en letterlijk was hier het Bijbelwoord van toepassing: +»Ze dwalen als schapen, die geen' herder hebben.« Aan dien toestand +wilde Pizarro een einde maken. Hij zou den Inka benoemen en hem even +als Atahualpa bij zich en onder zijn rechtstreeksch toezicht houden. +Een broeder van Huascar werd gevonden en deze heette ook Manco Capac, +doch als Pizarro had gemeend in dezen jongen Vorst een werktuig te +vinden, dan had hij zich vergist. Na het in bezit nemen van Cuzco, de +oude hoofdstad van Peru, waar de Spanjaarden alweer opgestapelde +schatten vonden, deed Pizarro Manco Capac kronen. Toen dit geschied +was, liet hij den Inka te Cuzco, welke stad door een' Spaanschen Raad +zou bestuurd worden, en zelf trok hij met een groot deel van zijn +leger uit, om, in de nabijheid der zee, eene andere hoofdstad van de +Kolonie te stichten, dewijl Cuzco te diep in het binnenland gelegen +was, wat, met het oog op de verbinding met Spanje, op den duur te +lastig was. In eene heerlijke landstreek stichtte hij nu, dicht bij +den Stillen-Oceaan, zijne hoofdstad en noemde die »Ciudad de los +Reyes,« wat »Stad der Koningen« beduidt. Naar den kuststroom Rio Lima, +aan welks oevers ze gelegen is, kreeg ze later den naam van Lima. + +Thans begon Pizarro zich met alle macht en kracht toe te leggen op de +verdeeling van het land, en hoeveel men hem, helaas, ten laste leggen +moet, hij toonde een »organiseerend talent« te hebben, als slechts +weinigen. Met krachtige hand voerde hij de teugels van bewind, en +handel, nijverheid en landbouw konden overal en altijd op zijne +krachtige ondersteuning rekenen, maar--alles ten voordeele der +Spanjaarden. Aan de belangen der millioenen Peruanen werd niet +gedacht, en hun grond, het »Staatseigendom«, werd eenvoudig aan +Spanjaarden gegeven, want van die oude grondverdeeling wilde Pizarro +niets weten. Daar de heele Inka-regeering met dat algemeene grondbezit +alleen bestaanbaar was, zoo gevoelde de Inka, dat hij, wilde hij in +handen der Spanjaarden geene ledepop zijn, iets doen moest om hieraan +een einde te maken. Hij wist de waakzaamheid van den Spaanschen Raad, +waaronder Pizarro's broeders Gonzalo en Juan waren, te verschalken, +ontvluchtte Cuzco, en stelde zich aan het hoofd zijns Volks. + +Wie herinnert zich niet de laatste bedrijven van den Fransch-Duitschen +oorlog van 1870-71? Wie gevoelde geene warme sympathie voor den +Franschman? Geen militie-plichtig of gehuurd leger was het, dat onder +den dapperen Generaal Baptiste d' Aurelle de Paladine aan de Loire +streed. Het waren nu de zonen des Volks, die hun hartebloed wijdden +aan de verdediging van hun' geboortegrond, en--geen heftiger +tegenstanders hadden de Duitschers dan deze Patriotten.--Zoo ging het +ook in Peru. Onder aanvoering van den dapperen en beleidvollen Manco +Capac aanvaardden de Peruanen den strijd tegen hunne onderdrukkers en +overweldigers. Het scheen zelfs, dat het lot hun gunstig was, want +weldra brak ook onder de Spanjaarden een broederoorlog uit. Almagro, +die, en niet ten onrechte, meende dat hij aan de verovering van Peru +een even groot aandeel had als Pizarro, kon het niet verkroppen, dat +deze laatste alle macht en gezag aan zich trok. Wel had Koning Karel +hem tot belooning van zijne diensten benoemd tot Stadhouder van de +Zuidelijke gewesten van Peru, doch hiermede was Almagro niet tevreden. +Een tocht naar Chili, dat hij in 1535 ontdekte, leverde hem geene +voordeelen op. In den strijd tegen Pizarro om het bezit van de oude +hoofdstad Cuzco, moest hij het onderspit delven, en de man, die +zooveel gedaan had voor de ontdekking van Peru, werd, op last van +Pizarro's broeder Hernando, op bijna vijfenzeventigjarigen leeftijd in +de gevangenis geworgd en daarna onthoofd. Zoo eindigde de man, die in +1464 bij Almagro te vondeling gelegd was, zijn beroemd leven, dat +alleen, omdat het geketend was aan dat van Pizarro, van al te veel +bloedige tooneelen getuige was. Tijdgenooten noemen hem een edel man, +doch juist zou zijn edel karakter ook al zijn ongeluk geweest zijn, +als hij inplaats van Pizarro aan het hoofd der onderneming gestaan +had. Thans regeerde Pizarro zoo goed als oppermachtig Vorst, doch de +wraak sliep niet, al behaalde Pizarro op Inka Manco Capac, die zelfs +te paard zijne legers aanvoerde, de eene overwinning na de andere. Een +zoon van Almagro smeedde eene samenzwering tegen het leven van den +dwingeland, en deze werd nu op Zondag den twintigsten Juni 1541 +vermoord. De regeeringloosheid van het land duurde niet lang, want +kort na Pizarro's dood kwam de nieuwbenoemde Onder-Koning Don Vaca De +Castro, die het land met beleid en zachtheid regeerde, doch daardoor +ook in Spanje den goud- en zilveraanvoer verminderde. Zulke mannen kon +men niet gebruiken, en zóó zag men te Lima, beurtelings onder dezen +dan dien Onder-Koning, het oude Inka-rijk langzaam, maar zeker ten +gronde gaan. Het mocht voor het geslacht van Manco Capac zelfs niet +baten, dat Sayri Capac in 1557 vrede met de Spanjaarden sloot en +afstand van de Regeering deed ten behoeve van Koning Filips van +Spanje, want in 1571 werd het geheele Inka-geslacht eenvoudig onthoofd +of geworgd. Het schoone en vruchtbare Chili werd in 1550 door Don +Pedro Valdivia onder het bestuur van Lima's Onder-Koning gebracht. + +Terwijl Zuid-Amerika langs den Stillen Oceaan zoo in het bezit van +Spanje gebracht werd, trachtten de Portugeezen zich meester te maken +van de landen aan den Atlantischen Oceaan gelegen. Ze werden, we lazen +dit vroeger, ontdekt door Vincente Yanez Pinzon, doch na hem kwam er +de Portugees Pedro Alvarez De Cabral. Het was niet het doel van hem +geweest om dit land te naderen, doch op eene reis naar de Oost-Indiën +werd hij door storm hierheen geslagen. Hij nam deze kust voor Portugal +in bezit, en noemde ze »Terra da Vera-Cruz,« dat is »Land van het Ware +Kruis.« Later kreeg het naar het verfhout »pao do brazilia« den naam +van Brazilië. Onder de regeering van Koning Johan III van Portugal +hechtte de Paus zijne goedkeuring aan deze in bezitneming. Eerst in +1549 echter kwam er onder het bestuur van Don Thomas Da Souza, die +door Koning Johan tot Gouverneur aangesteld was, in de Koloniën eenig +leven van beteekenis, en tot eer van Portugal, dat toch óók een +Katholiek volk was, en alles deed, wat het kon om het Evangelie te +verbreiden, moet gezegd worden, dat de Koloniën zich in vrede +ontwikkelden, en dat er van een bloedvergieten als in Mejico, Peru en +Chili geene sprake was. Ongelukkig echter kwam Portugal in 1580 onder +den Koning van Spanje, en zoo werd Brazilië ook Spaansch. Het was voor +de Kolonie zoo goed als haar ondergang, want hoewel meest door +Portugeesche Stadhouders bestuurd, moesten dezen zich toch schikken +naar den zin en den wil van den Spaanschen Koning, die hun in de +Nederlanders vijanden bezorgde, die medetellen konden. De +Tachtigjarige Oorlog toch tegen Spanje, deed in Holland de later zoo +machtige Oostindische Compagnie in 1602, en in 1621 de Westindische +ontstaan. Deze Westindische Compagnie was het, die eerst onder +Admiraal Piet Hein, de Braziliaansche Koloniën fel liet bestoken, om +later, in 1630, Graaf Johan Maurits van Nassau, als Stadhouder naar +deze nieuwe Westindische bezitting te zenden. Eenendertig jaar lang +bleef Brazilië nu in het bezit der W. I. Compagnie, doch daar +inmiddels Portugal zijne zelfstandigheid als Koninkrijk weer herkregen +had, en de zaken der Compagnie in dat groote land niet naar wensch +gingen, zoo werd het in 1661 eenvoudig aan Portugal teruggegeven voor +eene som van ruim vier millioen gulden. Deze Compagnie, die al te veel +bedacht was geweest op groote uitkeeringen van winst, was daardoor in +schulden geraakt, en moest in hetzelfde jaar ontbonden worden. Wel +werd er terstond weer eene nieuwe opgericht, maar van deze ging +slechts een zwak leven uit, waaraan het wel toe te schrijven is, dat +onze Westindische bezittingen niet tot bloei geraakten en meestal +schadeposten waren, niettegenstaande de Kolonie Suriname, veel meer +dan de eilanden, die daar tot onze bezittingen behooren, rijke bronnen +van welvaart bevat. + +Verlaten we nu Zuid-Amerika om een' blik te werpen op de noordelijke +helft der Nieuwe Wereld bekend onder den naam van Noord-Amerika. + +Wij kwamen er reeds met de Noormannen langs de kusten tot bij de +plaats waar nu New-York ligt; met Juan Ponce De Leon en de Cabots in +Florida, en met Cortez in Mejico en Californië. + +De omstandigheid, dat het verarmde Europa zooveel behoefte had aan +goud, mag wel oorzaak genoemd worden, dat de geschiedenis van +Noord-Amerika zulk een geheel andere is dan die van Zuid-Amerika. Wie +hier Koloniën stichten wilde, had heel wat anders te doen dan goud te +verzamelen. Slechts krachtige en nijvere handen, mannen bezield met +lust tot den arbeid en niet krachteloos gemaakt door een lui, +wellustig en weelderig leven, konden in dit gedeelte der Nieuwe Wereld +Koloniën stichten. Zoo kwamen hier onder de regeering van Koningin +Elisabeth, in 1585, de Engelschen onder Sir Walter Raleigh. Zij +vestigden zich op het eiland Roanoke, bij de kust van Noord-Carolina, +en Sir Walter gaf aan zijne Kolonie den naam van »Virginia« of »Maagd« +ter eere van zijne Koningin, die ongehuwd was. In 1606 echter begonnen +de Koloniën, die daar aangelegd waren, eerst van eenige beteekenis te +worden, daar Koning Jacobus I er op bedacht was om er geschikte +landbouwers en handwerkslieden heen te zenden. Deze Kolonisten waren +dus Planters, die hunne plantages slechts zeer langzaam naar het +binnenland uitbreidden. Met het musket op den schouder en pistolen en +dolken in den gordel, bebouwden ze het land, dat ze in bezit genomen +hadden, telkens aangevallen en verontrust door de Indianen, die wel +ruw en onbeschaafd waren, doch niet, als Azteken en Peruanen, door een +weelderig leven verzwakt waren geworden. De strijd om het bestaan werd +daardoor voor de Planters een felle strijd, en iemand, die gaarne +klakkeloos rijk wilde worden, zocht allerminst de Noordamerikaansche +wouden en prairiën op. Kloeke mannen, kerels waar pit in zat, waren +die Engelsche Planters. + +Weldra zouden ze eene zeer gewenschte versterking ontvangen ook in +lieden, die terwille van den Godsdienst hun land verlieten. Koning +Jacobus I, die gaarne de rol van groot godgeleerde speelde, begon al +heel spoedig na zijne troonsbeklimming de +Presbyterianen,--Protestanten, die zich tegen de Bisschoppelijk +Protestantsche Kerk verzett'en,--te onderdrukken en te vervolgen. Zijn +zoon, Koning Karel I, was als zijn Vader, een heftig tegenstander van +de Presbyterianen, en tal van dezen nu namen de wijk naar de +Noordamerikaansche Koloniën, waar ze met open armen ontvangen werden, +als ernstige mannen, die vast besloten hadden, in het aangenomen +Vaderland zich eene positie te veroveren. + +Het waren evenwel de Engelschen alleen niet, die Koloniën in +Noord-Amerika gevestigd hadden. Henry Hudson, een Engelschman, was in +dienst van onze Oostindische Compagnie getreden, en op zijne reis om +eene noordoostelijke doorvaart te vinden, ontdekte hij den derden +September 1609 het eiland Manhattan. Een deel der bemanning bleef hier +achter en stichtte er eene Kolonie, die weldra uit het Vaderland de +noodige versterking ontving. Er werd nu een fort gebouwd, dat den naam +kreeg van »Nieuw-Amsterdam«. De Kolonie nam, in korten tijd, in omvang +toe, en het fort werd een zeer welvarend, echt Hollandsch stadje. Echt +Hollandsch was men ook te werk gegaan met het in bezit nemen van het +eiland, want men had het voor de som van vierentwintig dollars van de +Indianen gekocht. Die som moge bespottelijk klein heeten, het feit +blijft toch bestaan, dat de Nederlanders aan de Indianen den grond +maar niet eenvoudig met het recht van den sterkste ontnamen. Dat +koopen van grond hielden zij vol toen ze, ter uitbreiding van hunne +Kolonie, gronden aan de rivier de Delaware en het Staten-eiland noodig +hadden. Aan deze handelwijze zal het dan ook wel te danken geweest +zijn, dat de Kolonisten steeds in welvaart en macht toenamen, want de +Indianen dreven met hen gaarne handel in pelterijen, en waren er niet +op uit om hen te scalpeeren, als ze hen wat ver van hunne Kolonie +aantroffen. Nieuw-Amsterdam breidde zich steeds meer en meer uit, en +de welvaart nam met den dag toe. Doch wat gebeurde? + +[Illustratie: Nieuw-Amsterdam of New-York vóór derdehalve eeuw.] + +Met Karel II was het huis der Stuarts weer op den Engelschen troon +gekomen, en hoeveel Koning Karel ook aan de Nederlandsche Republiek te +danken had, hij bleef haar levenslang vijandig, en niet lang was hij +aan de Regeering, of hij verklaarde de Republiek den oorlog. +Schitterend werd deze zee-oorlog, vooral door het beleid van onzen +grooten De Ruyter, door de Republiek gevoerd, maar, de Kolonie +»Nieuw-Nederland«, zooals de Nieuw-Amsterdammers hun land noemden, +ging er bij verloren. Koning Karel II, wiens geldmiddelen steeds in +een' berooiden toestand verkeerden, moest zijn' broeder Jacobus, +Hertog van York, toch ook eenige inkomsten geven, en daar hij zelf +geen geld had, zoo gaf hij de Kolonie Nieuw-Nederland aan hem. Door +vier Engelsche fregatten werd deze streek in bezit genomen, en ter +eere van den nieuwen Vorstelijken eigenaar kreeg de stad den naam van +»New-York«. De Hollanders, die hier eigendommen hadden, en niet heel +erg bemoeielijkt werden, bleven er voor het grootste gedeelte wonen, +en nog altijd kan men in New-Yorks adresboek honderden namen vinden, +die of nog geheel Hollandsch zijn, òf tendeele hun' Hollandschen klank +behouden hebben. Hoe die afstammelingen van onze wakkere Voorvaderen +ons gezind zijn, blijkt uit tal van voorbeelden, en waar men nu +gedachtenis viert van Columbus' groote ontdekking, daar blijven de +New-Yorkers niet achter om ook de geschiedenis van hunne stad door den +druk algemeen bekend te maken, en de wijze waarop ze met lof spreken +van de kloeke stichters van deze wereldstad, kan ons tevreden doen +zijn en steekt scherp af bij de oordeelvellingen, die in den vreemde +ons land en volk meestal tendeel vallen. Trouwens van New-Yorks +grootheid en aanzien legden die Oud-Hollandsche familiën--er is geen +Amerikaan, die dat tegenspreekt--den hechten grondslag. Trotsch zijn +ze op hunne Oud-Hollandsche namen, en hoe hunne zeden en gewoonten in +den loop der tijden ook veranderd mogen zijn, zóó zelfs, dat zij geen +woord meer van onze taal verstaan, toch sluiten zij zich gaarne aaneen +om in de groote wereldstad eene vereeniging te vormen, waarin men, +stellig eenmaal in het jaar op het aartsvaderlijke Sinterklaasfeest, +nog eens op zijn Oud-Hollandsch feest viert, en een aanzienlijk aantal +hunner is, uit sympathie voor het geboorteland hunner Vaderen, lid van +de Leidsche »Drie October vereeniging«. Daar onder de leden van die +Vereeniging tal van mannen gevonden worden, die zeer vermogend zijn, +zoo wordt het duidelijk, dat zelfs de Engelsche Amerikanen rekening +houden met de leden van de »Hollandsche Club«. + + + + +HOOFDSTUK XIII. + +DE EERSTE REPUBLIEK IN AMERIKA. + + +De omstandigheid, dat onder de Kolonisten van Noord-Amerika zeer velen +waren, die Engeland verlaten hadden om in vrijheid hun' godsdienst te +belijden, heeft in het karakter der Kolonisten eene zeer groote rol +gespeeld. Ze hadden waarlijk niet zoo heel veel redenen om een land te +beminnen, waar voor hen en hun geloof geene plaats was, en steeds +waren ze er op uit om de Regeering van Engeland tegen te streven, +wanneer deze hen ook hier het leven bemoeielijkte. Dat ze er prijs op +stelden om althans hier God naar de inspraak van hun hart vrijelijk te +dienen, is duidelijk, maar even duidelijk is het, dat ze ook prijs +stelden op hetgeen ze met zooveel moeite en kosten hadden tot stand +gebracht. Veel wilden ze dulden, maar ten opzichte van het geloof en +handelszaken waren ze zeer prikkelbaar. Dit bleek helder als de dag in +1642, toen de Engelsche Regeering een algemeen handels-monopolie +eischte, waarop de Kolonisten van Virginië eenvoudig antwoordden, dat +ze niet genegen waren dat handels-monopolie te erkennen, omdat +»vrijheid van handel het bloed en leven is van een' Staat.« Men ziet +uit deze woorden dat de »freetraders«, die heden ten dage nog zoovele +pennen in beweging brengen en zoovele hoofden warm maken, niet van +vandaag of gisteren zijn. + +Met zulk een handelsbeginsel en zulk een Republikeinsch streven kon +het den Kolonisten in Noord-Amerika natuurlijk niet welkom zijn, toen +in 1664 de verschillende Koloniën meer rechtstreeks onder den invloed +der Engelsche Regeering kwamen. Wel toonde deze laatste aanvankelijk +het zoo heel kwaad niet te meenen. Zij trachtte door schenkingen en +giftbrieven van allerlei aard aan de Koloniën eene soort van +staatkundige onafhankelijkheid te verleenen. Aan de eene Kolonie +schonk zij dit en aan de andere dat voordeel, en daar vele Koloniën +later Staten werden, zoo kwam het, dat er tusschen deze Staten +onderling dikwijls tweedracht en twist ontstond. Die twisten wilden de +Staten liever onder elkander uitmaken, doch de Engelsche Regeering +begreep dit anders, en trad tusschenbeiden door gegeven voorrechten op +te heffen, wat natuurlijk van de zijde der Kolonisten tot +ontevredenheid aanleiding gaf. Zoo waren de verschillende Koloniën of +Staten telkens in botsing met de Regeering, en daar zij zich sterk +uitbreidden, kwamen ze ook menigmaal in verzet. Onderwerping was dan +meestal het geval, omdat ze te zwak waren om zich tegen Engelands +macht te verzetten. Dat men zich slechts noode onderwierp, ligt in den +aard der zaak. Om hunne belangen krachtiger te kunnen behartigen, +hadden de Kolonisten van Connecticut, Rhode Island, New Hampshire, +Vermont en Maine in 1643 een verbond met elkander gesloten, dat den +naam kreeg van »Unie der Koloniën van Nieuw-Engeland«. Was het vooral +gericht tegen de Nederlanders en Franschen, die zich op hunne kosten +wilden uitbreiden, later gebruikte men die Unie toch ook tegenover de +onbillijke eischen van Engeland. Na den val van Koning Jacobus II, en +de verheffing van Willem van Oranje tot Koning van Groot-Britannië en +Ierland in 1688, kon men in de Amerikaansche Koloniën niet veel +verbetering in den toestand gewaar worden. Alles bleef bij het oude, +ja, het duurde niet lang, of men maakte zich vanwege de Regeering aan +handelingen schuldig, welke nieuwe grieven te voorschijn riepen. +Handel en nijverheid werden gesteund, ja, maar altijd in het belang +van Engeland, nimmer in dat van de Kolonisten. + +»Vrijheid van handel is het bloed en leven van een Staat,« hadden de +Virginiërs reeds in 1642 gezegd, maar Engeland ging voort met die +stelling niet aan te nemen, en beperkte den handel op kleingeestige +wijze. + +De »Acte van Navigatie«, door Cromwell in het leven geroepen, vooral +om den koophandel en de vrachtvaart van Holland te kortwieken, werd +ook hier toegepast, want in de verschillende havens mochten geene +andere schepen dan Engelsche binnenloopen. + +Den handel werkten de Engelsche Regeering en het Koloniaal Bestuur +door allerlei hooge belastingen tegen, en het binnenlandsche verkeer +kwijnde onder tal van lastige en kleingeestige maatregelen. + +Hadden de Kolonisten kleederen, gereedschappen, werktuigen of +voorwerpen van huiselijk gebruik noodig, dan mochten ze die uit geen +ander land laten komen. In Engeland moesten ze alles koopen en +verkoopen. + +Dat drukte vooral op den landbouw en de nijverheid, die werktuigen en +gereedschappen noodig hadden. De ijzer-industrie mocht, wanneer het +ander werk beoogde dan gewoon smidswerk, niet gedreven worden, en +schandelijk genoeg maakten de Engelsche ijzer-fabrikanten hiervan +gebruik door hun fabrikaat met grove winsten aan de Kolonisten te +verkoopen. + +Voor het verbouwen van suikerriet was de bodem in vele streken +uitnemend geschikt, maar wie dacht er aan om suiker-plantages aan te +leggen, waar de Regeering op de suiker-raffinaderijen zulke hooge +lasten legde, dat het verbouwen van suikerriet niets anders dan schade +opleverde? + +Uit alles bleek het duidelijk, dat Engeland de Koloniën alleen +beschouwde als zijn' citroen, dien het met alle recht mochten +uitknijpen tot de pitten droog van tusschen de schillen vielen. + +Wat Freiligrath van Ierland dichtte, zou met verandering van woorden +op de toenmalige Koloniën toegepast kunnen worden: + + »De visscher, herder, jager zien + Beroofd de landstreek rond; + Hier diep moeras, daar weel'gen, maar + Nog onontgonnen grond. + O, dit gedempt, en dien bebouwd... + »Laat af! Gij zult niet!«-- + Hoe?-- + Niet aan den _Ier_ hoort de _Iersche_ grond + Hij komt den _landheer_ toe.« + +en die _landheer_ is dan een Engelschman, waarvan het snijdend scherp +heet: + + »En dan te _Londen_ of _Parijs_ + Er de opbrengst van verspeelt.« + +Inmiddels was ook van eene andere zijde de toestand der Kolonisten +niet rooskleurig. + +Hadden de Spanjaarden, zoo het volgens de overlevering heet, hoog ten +Noorden van den Amerikaanschen Archipel een land gevonden, waarvan ze +eenparig getuigden: »Aca nada!« dat is: »Hier is niets!« toch had +omstreeks 1500 een zekere Italiaan Giovanni Verragani, die in +Franschen dienst was, dit land, dat later den naam van »Canada« kreeg, +voor Frankrijk in bezit genomen. Frankrijk vond dat goed, doch deed er +niets mede, en honderd jaar moest er verloopen eer de eerste Fransche +Kolonie zich daar nederzette. Kardinaal De Richelieu was het, die wist +door te drijven, dat er zich een handels-genootschap vestigde, hetwelk +niet minder dan zestienduizend handwerkslieden en landbouwers +derwaarts brengen zou. Deze Fransche Kolonie nu, leverde door +landbouw-producten en pelterijen-handel groote voordeelen op, zoodat +de Kolonie zich steeds uitbreidde, en ten laatste in aanraking kwam +met de Engelsche Kolonisten. + +Het was natuurlijk, dat nu de vraag geopperd werd waar de grenzen +waren tusschen de Fransche en de Engelsche Koloniën, en dit was maar +niet met een paar woorden uit te maken. + +Over die grensscheiding ontstond een oorlog tusschen Frankrijk en +Engeland, die niet alleen in Europa, maar ook in Amerika gevoerd werd. + +Het was voor de Engelsche Kolonisten werkelijk niet alles om goed en +bloed in dien strijd te wagen, en toch deden ze het, en wel met zulk +een' goeden uitslag, dat Frankrijk in 1763 Canada aan Engeland +afstond, welk Rijk deze veroverde Kolonie als een zelfstandig geheel +beschouwde en geheel van de andere Koloniën afscheidde. + +De man, die had weten te bewerken, dat de Engelsche Kolonisten zich in +dezen oorlog zoo wakker weerden, was William Pitt, de beroemde +Staatsman, die echter in de oogen van Koning George III geene genade +vinden kon. Te vergeefs was het, dat Pitt zich beijverde om aan de +Engelsche Koloniën, ter belooning voor hunne onwaardeerbare diensten +in den oorlog tegen Frankrijk, eene eigen Wetgeving en een eigen +Bestuur te verleenen. De stijfhoofdige Koning wilde, opgestookt door +lieden, die Pitt's tegenstanders waren, hiervan niets weten. Hij wilde +in die Koloniën niets anders zien dan een winstgevend bezit. Ware het +daarbij nu nog maar gebleven, wellicht dat men in de Koloniën zou +gezwegen hebben. Maar Koning George had nog andere plannen. De oorlog +tegen Frankrijk had Engeland een' schat van geld gekost, en om de +rente van de nieuwe staatsschulden te kunnen betalen, besloot hij de +belastingen in de Koloniën te verhoogen. + +Was het wonder, dat deze Vorstelijke willekeur alle Kolonisten in +verzet bracht tegen de Regeering? Toch bleef het verzet lijdelijk, en +bepaalde het zich alleen tot gemor. Minder lijdelijk verdroegen ze de +verklaring van den Minister, in het Parlement gegeven, dat de +Koloniale Staten zich onvoorwaardelijk onderwerpen moesten aan de +uitspraken van Kroon en Parlement. In vinnige geschriften en vurige +redevoeringen werd dit recht van Kroon en Parlement betwist. + +Koning George, die het er inderdaad op scheen toe te leggen om den +opstand der Koloniën in het leven te roepen, voerde nu eene zegelwet +in, die niemand begeerde, en hij liet ook bekendmaken, dat de +Kolonisten verplicht waren aan de Koninklijke troepen huisvesting en +verpleging te verschaffen, waar en wanneer de Koning zulks begeerde. + +Het was een tijd van gisting in Europa, en de »onschendbare rechten« +van den mensch vonden hare predikers in James Otis, John Adams, en +vooral in den Franschen wijsgeer Jean Jacques Rousseau. + +Met de geschriften en prediking van die mannen bleef men in de +Amerikaansche Koloniën niet onbekend. Allerwegen verrezen +vereenigingen van »Vrijheidszonen«, die zich ten doel stelden om als +Apostelen van de onschendbare rechten van den mensch op te treden. Te +midden van dien algemeenen tegenstand verordende de Koning de +invoering der zegelwet, doch men moest dit nalaten, omdat de zegels +gestempeld moesten worden, en er niemand was, die zich aanbood om de +betrekking van stempelaar te aanvaarden. + +Met elken dag werd de toestand steeds meer gespannen. + +In December 1773 liepen te Boston eenige overmoedige Kolonisten, die +zich als Indianen verkleed hadden, een Engelsch schip af. Het was met +thee geladen, en de heele lading, die eene waarde had van ruim twee +ton, werd in zee geworpen. + +Deze handeling was de ouverture van het heele spel. + +Boston werd door de Regeering in staat van beleg verklaard, en eenige +regimenten werden naar de Kolonie gezonden om de inwoners van Boston +te straffen, en de oproerige menigte tot zwijgen te brengen. Een adres +aan de Regeering, om het gebeurde niet zoo hoog op te nemen, werd +eenvoudig terzijde gelegd. Dit ging den Kolonisten te ver, en in +September 1774 kwamen de vertegenwoordigers van twaalf Koloniën of +Staten bijeen om den toestand te bespreken en dan onder elkander uit +te maken, wat er gedaan moest worden. Het was het eerste Congres der +Revolutionnairen. + +De besluiten, die genomen waren, konden zeker niet strekken om eene +verzoening met het Moederland tot stand te brengen, want ze waren zoo +vijandig mogelijk, ja, er werd eenvoudig besloten, dat men, als +zelfstandig land in het Koninkrijk, zitting en stem in het Parlement +hebben zou, en zoo lang de Regeering weigerde aan dien eisch te +voldoen, zoo lang zou men ook alle verkeer met Engeland afbreken. + +De teerling was geworpen; de opstand in de Kolonie was uitgebroken. + +Men kon in die dagen nog mannen huren, die er het ambacht van soldaat +op nahielden, en er waren ook wel enkele Duitsche Vorsten, die hunne +soldaten aan een' vreemden Koning tegen eene billijke vergoeding, die +de Vorsten in den zak staken, afstonden. + +Koning George wist zoo eenige regimenten van die geoefende +vechtersbazen te bekomen en zond ze naar Amerika. In het eerst scheen +het, dat de ongeordende troepen »Vrijheidszonen« het op de gehuurde +soldaten winnen zouden, doch weldra bleek het, dat orde en tucht onder +die »Vrijheidszonen« al te veel ontbraken, zoodat de huurbenden niet +zooveel moeite hadden om de overwinning te behalen. De eerste +nederlaag van aanbelang leden de opstandelingen bij Bunkershill. Thans +was goede raad duur. Wat moest men doen? + +In dien dreigenden toestand verscheen een redder in den persoon van +den Kwaker, George Washington, die op het tweede Congres, dat de +opstandelingen hielden, den tienden Mei 1775, tot Opperbevelhebber +over het leger benoemd was geworden. Weinig beroemde mannen zijn er, +die zóó de algemeene achting van vriend en vijand genoten hebben, als +deze George Washington, eene der beminnelijkste historische figuren +uit de achttiende eeuw, de Wilhelm Tell van Amerika. De nederlaag bij +Bunkershill had hij niet kunnen beletten, en evenmin kon men hem +aansprakelijk stellen voor den noodlottigen winterveldtocht van +Montgomery tegen Canada, in November 1775. Zijne heele aandacht was +gevestigd op de geduchte toebereidselen, die Engeland maakte om door +kracht van wapenen den opstand ineens te onderdrukken. Engeland zond +veertigduizend man geoefende troepen, en hiertegen over kon Washington +slechts zeventienduizend ongeoefende plaatsen. Washington deed, wat +hij kon, maar was aanvankelijk niet gelukkig. Dit belette evenwel +niet, dat de opstandelingen minder dan ooit eraan dachten om het hoofd +in den schoot te leggen. Integendeel, dertien Staten of Koloniën +gingen verder dan ze reeds gegaan waren, en op een nieuw Congres +verklaarden ze zich onafhankelijk van Engeland, en namen den naam aan +van »Vereenigde Staten van Noord-Amerika.« + +Dit gedenkwaardig besluit werd genomen den vierden Juli 1776, en--de +eerste Republiek in Amerika was gegrondvest. + +Zwaar, ontzaglijk zwaar viel de strijd, maar Washington bezielde +alles, zelfs na eene nederlaag, en waar hij in de Koloniën alles deed +om de zaak der vrijheid te doen zegevieren, daar was zijn vriend +Benjamin Franklin buiten de Koloniën in Europa bezig, om de belangen +van de opstandelingen aan het Fransche Hof te bepleiten, en hij deed +dit met zulk eene warmte en met zóóveel overleg, dat Koning Lodewijk +XVI in 1778 de onafhankelijkheid van de Vereenigde Staten van +Noord-Amerika erkende. Spanje volgde met het sluiten van een +handelsverdrag met deze Vereenigde Staten, hetwelk vanzelf de +erkenning als Mogendheid inhield, het volgende jaar. + +Bij deze erkenning van Frankrijk bleef het niet. + +Dit mag ons verbazen van een' Koning van Frankrijk, doch we moeten +niet vergeten, dat Koning Lodewijk XVI gedreven werd door den wil van +het Fransche volk, dat doortrokken was van Rousseau's leer over de +onschendbare rechten van den mensch. Er heerschte in Frankrijk een +zelfde geest van verzet, als in de oproerige Engelsche Koloniën, +zoodat Koning Lodewijk genoodzaakt was te doen, wat met zijne +beginselen streed. + +Den tienden Juli 1780 stapte een Fransch hulpleger van zesduizend man +op Rhode Island aan wal, om tegen de Engelschen op te trekken. +Generaal Rochambeau, die de Fransche troepen aanvoerde, stelde +Washington bovendien nog eene som van zestien millioen livres terhand, +welke ten deele door het Fransche volk geschonken, tendeele geleend +werden. + +Stonden de zaken van Engeland al hopeloos vóór de Franschen hulp +zonden, nu zag ieder verstandig mensch terstond in, dat de Koloniën +onherroepelijk voor Engeland verloren waren. + +Alleen Koning George wilde dat niet zien, en hield met eene +hoofdigheid, die het Rijk op millioenen ponden sterling te staan kwam, +den strijd nog anderhalf jaar vol, en men ging pas tot +onderhandelingen met de opstandelingen over toen een vrijzinnig +Ministerie »Rockingham-Shelburne« aan het roer kwam. Den dertigsten +November 1782 kwam er een verdrag tot stand, waarbij Engeland +voorloopig de onafhankelijkheid van de Vereenigde Staten van +Noord-Amerika erkende. Voor goed werd die onafhankelijkheid erkend bij +den vrede van Versailles in 1783. + +Het was onmogelijk om in een boek van dit bestek waarin zoovele +gebeurtenissen moesten opgenomen en geschetst worden, over dezen +vrijheidsoorlog breedvoeriger te zijn. Deze oorlog is waard om door +ieder uitgebreider gelezen te worden, al ware het alleen om de twee +groote en schoone figuren, George Washington en Benjamin Franklin, in +hunne volle kracht te leeren kennen. + +Geen wonder was het, dat de Vereenigde Staten, nu ze eenmaal, en zelfs +door Engeland, erkend waren, de handen ineen sloegen tot het ontwerpen +eener Constitutie, en toen volgens de bepalingen dezer Constitutie een +President moest gekozen worden, verbaasde niemand zich, dat George +Washington de uitverkorene was. Dat men verder de stad, waar de zetel +der Regeering gevestigd werd, »Washington« noemde, is verklaarbaar +voor iedereen, die gaarne aanneemt, dat dankbaarheid geene +vreemdelinge in de Vereenigde Staten is.-- + +De verschoonbare geest van verzet tegen de Europeesche Souvereinen +heerschte evenwel niet uitsluitend in de Engelsche Koloniën van +Noord-Amerika. Die geest doorreisde de heele Nieuwe Wereld, en +gaandeweg verklaarde, op het voorbeeld der Vereenigde Staten, de eene +Spaansche Kolonie na de andere zich onafhankelijk. + +De geschiedenis van al die nieuwe Republieken te verhalen is +ondoenlijk, en wij willen volstaan met alleen eene opgaaf te doen van +de jaren waarin ze ontstonden. + +Peru verklaarde zich onafhankelijk en werd eene Republiek in 1824; +Chili had zichzelf reeds in 1818 vrijgemaakt en tot Republiek +verklaard. Mejico was in 1824 eene Republiek geworden. Wat de andere +Republieken betreft, valt dit zeer moeielijk te zeggen, want geene +kaart waarop de staatkundige indeeling der landen afgebeeld is, +onderging zoovele malen eene verandering, als die van Middel-Amerika. + +Van de Republiek Mejico dient evenwel nog wat vermeld. + +Keizer Napoleon III, die eenmaal President van de Fransche Republiek +was, maar die zich tot Keizer van Frankrijk had weten te verheffen, +kon met geene goede oogen eene Republiek aanzien, en trachtte met de +verwikkelingen, die voortdurend in Mejico heerschten, zijn voordeel te +doen. Zich verbonden hebbende met een deel ontevreden Mejicanen, zond +hij, onder Bazaine, een Fransch leger naar het voormalige Azteken-rijk +en weldra was een groot deel van dat land veroverd. Nu wist Keizer +Napoleon een' broeder van den Keizer van Oostenrijk te bewegen om, +aanvankelijk onder het protectoraat van Frankrijk, Keizer van Mejico +te worden. Deze Aartshertog heette Maximiliaan en hij was een +innemend, vriendelijk en zachtmoedig man. Als zoodanig was hij reeds +ongeschikt om de Mejicaansche Keizerskroon te dragen. Zij werd hem +eene smartelijke doornenkroon, en na haar drie jaar gedragen te +hebben, kreeg de partij der revolutie de overhand, omdat Frankrijk +zijn' beschermeling zoo goed als aan zijn lot overliet, en de arme +Keizer werd den negentienden Juni 1867 gefusilleerd. Na dien tijd is +zijne ongelukkige Gemalin, Keizerin Charlotte, eene zuster van Koning +Leopold II van België, krankzinnig. + +Merkwaardig is het, dat na de ontdekking van de Nieuwe Wereld en den +ondergang der oorspronkelijke Monarchale Rijken, in heel Amerika +slechts twee Keizerrijken geweest zijn, door Christen-keizers +bestuurd. Beiden werden het nog niet eens door vrije keuze, doch door +een' samenloop van omstandigheden. + +Het Keizerrijk Mejico onder Maximiliaan hield zich slechts drie jaar +stand; vele jaren langer bleef het Keizerrijk Brazilië bestaan. + +Nadat de W. I. Compagnie dit land aan Portugal verkocht had, bleef het +ook in het bezit van dat Rijk, doch toen Keizer Napoleon I in 1808 het +Portugeesche Koningshof tot wijken dwong, verlegde dit den zetel der +Portugeesche Regeering van Lissabon naar Rio de Janeiro, de hoofdstad +van de Kolonie Brazilië. + +De komst van de Vorstelijke familie was voor de Kolonie, die bijna +altijd in kwijnenden toestand verkeerd had, van groote beteekenis. Er +ontstond een heel nieuw leven, want vele voorname Portugeezen, die in +Brazilië bezittingen hadden, maar nimmer, zoo lang ze in Portugal vrij +leven konden, er aan gedacht hadden om op die bezittingen te gaan +wonen, kwamen nu ook in Brazilië, dat eensklaps van Kolonie in een +Koninkrijk Portugal veranderd was, want over het Europeesche Portugal +had Koning Johan tijdens de Fransche overheersching natuurlijk niets +te zeggen. Toch bleef het land Brazilië heeten, zelfs toen Koning +Johan het in 1815 tot een Koninkrijk verhief, dat evenwel afhankelijk +zou zijn van het inmiddels herstelde Koninkrijk Portugal. De +Brazilianen wilden echter meer, en toen Koning Johan in 1821 naar +Lissabon terugkeerde, hield men niet op, of de Kroonprins Dom Pedro +moest, als Koning, achterblijven. Koning Johan gaf toe, doch eenmaal +weer in Lissabon zijnde, zond hij Dom Pedro bevel om naar Portugal te +komen. De Brazilianen echter meldden den Koning, dat men, als dit +bevel gehoorzaamd werd, terstond na het vertrek van Dom Pedro, de +Republiek zou uitroepen. + +Dom Pedro besloot nu te blijven, doch verkeerde in het moeielijke +geval van heel dikwijls besluiten te moeten nemen welke lijnrecht +indruischten tegen de belangen zijns Vaders. De +Cortes-vergadering,--wij zouden zulk eene vergadering »Tweede Kamer« +noemen,--ging inmiddels steeds verder, en in 1822 verklaarde zij het +Koninkrijk Brazilië onafhankelijk van Portugal onder de regeering van +Dom Pedro, die met zijne Gemalin tot Keizer en Keizerin van Brazilië +uitgeroepen werd. In 1825 erkende de Koning van Portugal het +Keizerrijk Brazilië, doch het geleek er niet naar, dat de Brazilianen +nu tevreden waren. In 1831 zag Keizer Dom Pedro zich genoodzaakt +afstand van de regeering te doen ten behoeve van zijn' zoon, die hem +onder den naam van Dom Pedro II opvolgde, doch onder voogdijschap, +want hij was pas vijf jaar oud. Thans echter is Brazilië ook eene +Republiek. Dom Pedro II heeft jaren lang de Braziliaansche +Keizerskroon gedragen, en alleen door zijn buitengewoon helder +verstand, maar vooral door zijn vriendelijk en innemend karakter, kon +hij zich op den troon staande houden. Zijne langdurige regeering was +echter een even langdurige strijd van de Monarchale tegen de +Republikeinsche beginselen, en het einde was, dat hij in 1889, door +een' opstand, gedwongen werd om afstand van de regeering te doen. Daar +zijn eenig kind, de Infante Isabella, gehuwd met Hertog Lodewijk van +Orleans, Graaf van Eu, verre van bemind was, zoo dacht hij er niet +aan, ten behoeve van haar afstand te doen. Hij verliet, zonder dat +iemand hem eenige moeielijkheden in den weg legde, zijn Rijk en +vertrok naar Europa, en oogenblikkelijk werd nu in Rio de Janeiro de +Braziliaansche Republiek uitgeroepen. + +Thans telt heel Amerika van Noord tot Zuid geene enkele Monarchie +meer; Amerika is het werelddeel der Republieken. + + + + +HOOFDSTUK XIV. + +NA VIER EEUWEN. + + +Het jaar 1892 is een jaar van feesten waaraan de geheele beschaafde +wereld deelneemt. + +Genua huldigt zijn' grooten zoon en Spanje viert schitterend feest ter +eere van zijn' grooten ontdekker. + +Christophorus Columbus is de man van 1892. + +Wie met zijn' tijd medeleeft, en wie dit boek en nog veel meer andere +boeken over hem en zijne ontdekking gelezen heeft, vraagt niet meer +»waarom?« want hij weet het, en stellig stemt hij in met het +kernachtige onderschrift van de plaat in »De Nederlandsche Spectator« +van den dertienden Augustus van dit jaar: + + »Voor vier eeuwen verwon Columbus 't kampioenschap der wereld. + Wie onzer sportsmen slaat hem ooit in dit reuzen-record?« + +Men moge denken over Columbus, zooals men wil; men moge de ontdekking +van Amerika eene ramp noemen voor de oorspronkelijke bewoners, de daad +blijft groot en grootsch, en de gevolgen van die daad waren +onberekenbaar voor het verarmde, maar krachtige Europa, voor de Nieuwe +Wereld zelve en--ook voor het Zwarte Afrika. + +Europa heeft zich eeuwen lang verrijkt met den onnoemelijk grooten +schat van goud en zilver, gedolven uit de mijnen der Nieuwe Wereld, of +eenvoudig weggenomen uit tempels en paleizen. Met dat goud en zilver +deed Europa verbazend veel; het werd de bron van stoffelijke en +geestelijke welvaart. Maar ook het plantenrijk van Amerika heeft eene +ontzettende rol gespeeld, waar het zwarte slaven behoefde om den grond +te bebouwen, teneinde katoen, suiker, cacao en tabak te kunnen +oogsten. + +De slavenhandel is thans afgeschaft, maar niet te tellen zijn de +Negers, die er de slachtoffers van werden. Voor Afrika werd dus in dit +opzicht, Amerika's ontdekking eene ramp. + +Dit was evenwel niet de schuld van Columbus. De wijze waarop de +Spanjaarden en Portugeezen koloniseerden draagt de schuld van al de +rampen. En nog zijn de gevolgen van die slechte kolonisatie niet ten +einde. Wie van de Republiek Mejico steeds Zuidwaarts trekt, vindt +overal nog de nawerking van Spanjes gouddorst en bloedig bestuur. Men +heeft er, over het heele vasteland, Spanjes gezag afgezworen, maar +daarmede brak voor de ongelukkige landen de gouden eeuw van vrede en +welvaart niet aan. Integendeel, nu begon eerst de grootste ellende +voor de nakomelingen der Kolonisten. + +Meer kwaad dan ooit de verdrukking van een' Koning deed, doen daar +thans de eer- en heerschzucht van de mannen, die zich, als President, +aan het hoofd van de groote en kleine Republieken stellen. Even als +ten tijde van Cortez en Pizarro wordt de dolk er gehuldigd, en ziet +een eerzuchtige geene kans om in eene Republiek den President te +verwijderen, teneinde in zijne plaats te komen, geen nood! Die +eerzuchtige vindt zijne partij en vestigt eene nieuwe Republiek, tot +hij op zijne beurt alweer verdrongen wordt door een ander. + +Onder zulk staatkundig gemartel, dat steeds met burgeroorlog gepaard +gaat, kunnen handel, industrie, kunsten en wetenschappen met geene +mogelijkheid zich ontwikkelen. Al wat liefelijk en schoon is, wordt +verbannen, en al wat ruw en leelijk is, vat er post. Wordt de +wetenschap er beoefend, dan is het minder om het welzijn van het volk +te dienen, doch meer om te kunnen offeren op het altaar der laagste +hartstochten. + +De toestand van heel Zuid-Amerika is treurig, en waren er geene +Republieken, als de Vereenigde Staten van Noord Amerika en Zwitserland +nu, was er niet eenmaal eene Republiek der Vereenigde Nederlanden +geweest, was er nu nog niet eene Fransche Republiek, die, trots hare +verdeeldheid, toch krachtig en welvarend is, dan zou men er toe komen +om den Republikeinschen Regeeringsvorm den slechtsten te noemen, die +er bestaan heeft en nog bestaat. + + »Och, waren alle menschen wijs + En wilden daarbij wel, + Deze Aarde was een Paradijs; + Nu is ze vaak een hel.« + +Zoo zong de gemoedelijke Camphuyzen een paar eeuwen geleden en hij +sprak daarmede eene groote waarheid uit. De menschen zijn, helaas, +niet allen wijs en willen niet allen wel, en hierin zit de groote +oorzaak van den ongelukkigen stand van zaken in de Amerikaansche +Republieken van Mejico tot Patagonië. Hoe verstandiger en edeler de +menschen zijn, hoe minder het er op aankomt, onder welken +Regeeringsvorm men leeft. Maar eeuwen lang zijn in de Spaansche +Koloniën de geesten uitgedoofd en was wetenschap er de uitbestede +wees. Eeuwen lang heeft men er het volk in een' staat van trotsche +domheid en verregaande onwetendheid gehouden. Toen de Peruanen geene +Inka's meer hadden, waren ze als dwalende schapen zonder herder. Maar +de geschiedenis van den val van het Inka-rijk is voor de Republikeinen +van Amerika te vergeefs geboekt geworden, want toen men het juk van +Spanje afwierp, was men niet instaat zichzelven te regeeren; de +overgang geschiedde te plotseling, en na de +onafhankelijkheids-verklaring heeft men den tijd niet gehad om door +goed onderwijs en eene uitmuntende opvoeding de hoofden te verrijken +en de harten te veredelen. + +Dikwijls echter hangt alles af van één' man, die aan zulk een' +ongelukkigen toestand een einde maakt. Maar dat moet een man zijn met +een helder hoofd en eene ijzeren wilskracht, een soort van Pizarro, +maar veel beter nog, een soort van De Balboa. Jaren van rust zijn, +onder elken Regeeringsvorm, in een land noodig om het volk wijzer en +beter te maken. Scholen moeten er kunnen gebouwd en geld moet er voor +goed onderwijs kunnen besteed worden, zal er orde en welvaart zijn. + +Of die tijd voor de ongelukkige Amerikaansche Republieken ooit komen +zal? Of ze, zooals een dagblad-correspondent zich onlangs uitdrukte, +nog lang zullen moeten bestaan »als afschrik voor de Europeanen, die +de Republikeinsche denkbeelden zijn toegedaan«? Wie zal het zeggen? +Wie waagt zich in deze aan eene voorspelling? + +Zou de wetenschap, die tegenwoordig zulk eene hooge vlucht neemt, en +in onbegrijpelijk korten tijd verbazende veranderingen teweeg brengt, +ook eenmaal de booze hartstochten bedwingen en de menschen wijs maken? + +Als dàt zoo is, dan zal die toestand spoedig genoeg veranderen, zelfs +zonder hulp uit de Oude Wereld. Het land, dat eenmaal Azteken en +Peruanen had, staat op het punt om aan de spits der beschaving te +komen; want wat Amerika vooral in zijne Vereenigde Staten, die bijna +voor iederen Europeaan »het Amerika« uitmaken, nu is, kan reeds ieders +verbazing wekken, en steeds neemt de wetenschap er hooger vlucht. +Zooals het oliezaad in een pas ingedijkten polder van goede klei veel +weliger en krachtiger groeit en meer zaad oplevert dan op een' reeds +lang gebruikten en toch goed bemesten grond, zoo ook schijnt de +wetenschap op den maagdelijken akker van den geest veel forscher en +krachtiger te wassen dan op den akker, die al zoo vele jaren oogst +opleverde. Kunnen we het vierde eeuwfeest van de ontdekking der Nieuwe +Wereld nu nog vieren met Amerika náást ons, het staat te voorzien, dat +het vijfde eeuwfeest zal gevierd worden met Amerika bòven ons. In eene +geestige causerie, die wel den naam van »studie« kan dragen, heeft Mr. +H. A. des Amorie van der Hoeven in zijn reeds vroeger even +aangehaalden »Cirkelgang der beschaving« er eenige jaren geleden reeds +op gewezen. De landen ten Oosten van ons, vroeger zoo beschaafd, staan +thans verre achter ons. Zullen wij ook eenmaal voor Amerika die +»landen ten Oosten« zijn? We hopen het niet; maar het eene ramp te +noemen, wanneer Amerika ons vóór gaat, dat zeggen we nog zoo gauw +niet. De trekgans, die aan de spits van eene vlucht makkers, als +voorvlieger, de lucht klieft, gaat willig achter in de rij om +volgeling te zijn, ten einde in de daardoor verkregen rust krachten te +verzamelen om straks alweer op hare beurt voorvlieger te kunnen +worden. + + + + +INHOUD. + + + Bladz. + + INLEIDING 1 + DE ZEEVAART DER OUDE VOLKEN 5 + DE ISLAM EN HET CHRISTENDOM 24 + DE PORTUGEEZEN 41 + DE DAGERAAD DER NIEUWE GESCHIEDENIS 59 + EERSTE REIS VAN COLUMBUS 83 + LASTER EN NAIJVER 121 + AMERIGO VESPUCCI.--COLUMBUS IN KETENEN 158 + LAATSTE REIS VAN COLUMBUS 193 + ONTDEKKINGSIJVER 216 + CORTEZ IN MEJICO 245 + ZUID-AMERIKA ONDER SPANJAARDEN EN PORTUGEEZEN.--NEDERLANDERS + EN ENGELSCHEN IN AMERIKA 279 + DE EERSTE REPUBLIEK IN AMERIKA 303 + NA VIER EEUWEN 314 + + + + + +------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: | + | | + | Plaats Bron Correctie | + | | + | Regel 128 . , | + | Regel 364 Lencippus Leucippus | + | Regel 435 [Niet in Bron] « | + | Regel 732 [Niet in Bron] « | + | Regel 782 [Niet in Bron] . | + | Regel 992 [Niet in Bron] » | + | Regel 1499 specerijën specerijen | + | Regel 1587 Saraceenen Saracenen | + | Regel 1856 Canjo Câno | + | Regel 2223 zet'ten zett'en | + | Regel 2374 Miléte Milete | + | Regel 2423 peizenden peinzenden | + | Regel 2447 Westen Oosten | + | Regel 2887 ---- -- | + | Regel 2996 de de de | + | Regel 3374 « «« | + | Regel 3438 Friana Triana | + | Regel 3655 werden werden. | + | Regel 3917 Nina' Nina« | + | Regel 4298 had. had, | + | Regel 4575 onsteekt ontsteekt | + | Regel 4986 zieken zieken. | + | Regel 5348 Mejikanen Mejicanen | + | Regel 5454 Kathaï Kataï | + | Regel 5778 Majesteit. Majesteit, | + | Regel 5954 Romeimen Romeinen | + | Regel 6183 Phenthesiléa Penthesiléa | + | Regel 6190 [Niet in Bron] ( | + | Regel 6190 [Niet in Bron] ) | + | Regel 6238 Coquibacao Coquibacoa | + | Regel 6244 Coquibacao Coquibacoa | + | Regel 6394 Anocaona Anacaona | + | Regel 6404 Barthelomeus Bartholomeus | + | Regel 6527 Barthelomeus Bartholomeus | + | Regel 6912 Janez Yanez | + | Regel 7075 Ovado Ovando | + | Regel 7134 Ovanda Ovando | + | Regel 7284 Fiësco Fiesco | + | Regel 7841 de Balboa De Balboa | + | Regel 7868 De Balbao De Balboa | + | Regel 7976 Ariaz Arias | + | Regel 8086 de Balboa De Balboa | + | Regel 8089 De Balbao De Balboa | + | Regel 8274 de Gryalva De Gryalva | + | Regel 8283 geb. Geb. | + | Regel 8338 Barameda Barrameda | + | Regel 8410 Portugeeschen Portugeezen | + | Regel 8572 Anacoana Anacaona | + | Regel 8709 Huitzilspotchli Huitzilopotchli | + | Regel 9316 Mejikaansche Mejicaansche | + | Regel 9897 Crusifix Crucifix | + | Regel 10322 Connecticut Connecticut, | + | Regel 10591 Saten Staten | + | | + +------------------------------------------------------+ + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Vóór vier Eeuwen, by Pieter Louwerse + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VÓÓR VIER EEUWEN *** + +***** This file should be named 29627-8.txt or 29627-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/9/6/2/29627/ + +Produced by Branko Collin and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This file was +produced from images generously made available by The +Internet Archive) + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
