summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:46:44 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:46:44 -0700
commitc63d1a182740b3a48b2b05d4949ca019f3af23d1 (patch)
tree699b11a28af158aebabceee646f4224d4229a05b
initial commit of ebook 29075HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--29075-8.txt3455
-rw-r--r--29075-8.zipbin0 -> 48074 bytes
-rw-r--r--29075-h.zipbin0 -> 1993614 bytes
-rw-r--r--29075-h/29075-h.htm3778
-rw-r--r--29075-h/images/image_01.jpgbin0 -> 748451 bytes
-rw-r--r--29075-h/images/image_01_thumb.pngbin0 -> 54870 bytes
-rw-r--r--29075-h/images/image_02.jpgbin0 -> 736749 bytes
-rw-r--r--29075-h/images/image_02_thumb.pngbin0 -> 52238 bytes
-rw-r--r--29075-h/images/image_03.jpgbin0 -> 81226 bytes
-rw-r--r--29075-h/images/image_03_thumb.pngbin0 -> 6068 bytes
-rw-r--r--29075-h/images/image_04.jpgbin0 -> 232407 bytes
-rw-r--r--29075-h/images/image_04_thumb.jpgbin0 -> 26400 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
15 files changed, 7249 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/29075-8.txt b/29075-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..74c708c
--- /dev/null
+++ b/29075-8.txt
@@ -0,0 +1,3455 @@
+The Project Gutenberg EBook of Dante en Beatrice, by Frederik Van Eeden
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Dante en Beatrice
+ En andere verzen
+
+Author: Frederik Van Eeden
+
+Release Date: June 8, 2009 [EBook #29075]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DANTE EN BEATRICE ***
+
+
+
+
+Produced by Anna Tuinman, Branko Collin and the Online
+Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+DANTE EN BEATRICE
+
+EN ANDERE VERZEN
+
+DOOR FREDERIK VAN EEDEN.
+
+
+AMSTERDAM
+
+W. VERSLUYS
+
+MCMXVII
+
+
+TWEEDE DRUK.
+
+
+
+
+DANTE EN BEATRICE.
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+De volgende verzen ontstonden na 't herleezen van Dante's eerste
+ontmoeting met Beatrice, toen hij bijna neegen en zij acht jaren oud
+was, zooals beschreeven wordt in "Vita Nuova". Of Beatrice die Bice
+Portinari geweest is, waarvan Boccacio in zijn Leeven van Dante spreekt
+is niet zeeker. Dat zij nooit in werkelijkheid zou bestaan
+hebben--zooals G. Rosetti, La Farina e.a. beweeren--is niet te gelooven.
+Zij mooge een anderen naam gedragen hebben, het meisje in 't roode
+kleedje heeft bestaan, en is door Dante gezien en bemind. Potgieter
+vraagt of wij het hem ten goede houden, dat hij, in zijn Florence,
+Beatrice's kleed in plaats van rood, wit maakte, "voor de onschuld",
+zooals hij zegt. Het in deezen den Florentijn te willen verbeeteren is
+echter den Amsterdammer moeyelijk ten goede te houden. Het achtjarige
+meisje ging in 't rood, "zooals het haren leeftijd paste" zegt Dante.
+Tien jaren later, als volwassen maagd, werd zij door hem in wit gewaad
+gezien. Na deeze tweede ontmoeting zag hij Beatrice in een vizioen,
+naakt, in een bloedig laken gewikkeld in de armen van Amor, die haar
+Dante's hart te eeten gaf, en daarna opvoerde ter zaligheid. Beatrice's
+dood in de "Vita Nuova" valt volgens d'Ancona, in 1290 ongeveer. Vóór
+1298 trad Dante in 't huuwelijk met Gemma Donati. Vier jaren later ging
+hij alleen in ballingschap en schreef Hel, Vagevuur en Paradijs.
+
+
+
+
+EERSTE DEEL.
+
+
+
+I.
+
+
+ Een vizioen van wonderhoog genucht
+ heeft mij, toen 'k in de poort mijns najaars staarde
+ en langs reeds winterige velden waarde,
+ den dag, den nacht en weer den dag verlucht.
+
+ Het was zoo fijn en lieflijk als 't gerucht
+ der voogels, die in herfstnacht naar hun gaarde
+ in 't zuiden trekken, hoog, hoog oover d'aarde,
+ zacht snaterend in ongeziene vlucht.
+
+ Het was zoo scherp en kleurig als van vlinders
+ de vleugel-cier--als zij zich rustend zonnen
+ op gloedbescheenen muur,--en zoo vol diep
+
+ geheimenis, alsof er uit de bronnen
+ van alle licht en vreugde¯een lokstem riep:
+
+ Ik zag een stoet van bloembekranste kinders.
+
+
+
+
+II.
+
+
+ Een meisje¯in kleedje, heerelijk getint
+ van zacht en zeedig rood, met wat sieraden
+ als 't kind die draagt, naar 't haar heur ouders raden,
+ het ranke lijfje¯omstrikt met blinkend lint,
+
+ zag 'k in gewoel van bloemen en gewaden
+ als heldre ster die vóór alle¯andren blindt,
+ en 'k zag hoe haar genootjes vroolijk traden
+ om haar, als eene die elk 't minnigst vindt
+
+ en als de schoonste zonder spijt wil roemen,
+ daar zij, hoe mooi en goed zij is, niet speurt.
+
+ Ik hoor haar kindernaam vertrouwlijk noemen,
+ de knapen roepen "Bice!" en werpen bloemen
+
+ naar 't blonde haar. Verleegen lachend beurt
+ zij de oogen naar haar ouders op, en kleurt.
+
+
+
+
+III.
+
+
+ Toen zag 'k twee felle donker-vuurige¯oogen,
+ in streng en ernstig knapen-aangezicht,
+ onafgewend naar 't lieflijk wicht gericht
+ door óóvermacht'ge tooverkracht getoogen.
+
+ De kind'ren eeten. Hij zit aan, doch zwicht
+ voor lust naar 't lekkers niet, maar onverwoogen
+ drinken zijn blikken 't jonge, lieve licht,
+ 't éénige wat zij nog te zien vermoogen.
+
+ 't Feestvolk stroomt uit, hij volgt, als weezenloos,
+ 't lieftallig weezen dat haar macht niet weet
+ en niet vermoedt wat gloed zij deed ontbranden.
+
+ Hij treedt haar toe, heft stamelend de handen,
+ beroert de bloemen die zij draagt, haar kleed...
+ en zwijmt doodsbleek,--geslaag'ne voor altoos.
+
+
+
+
+IV.
+
+
+ O meester, zag ik met mijn geest de bron
+ des ongelijkbren liefdestrooms, wiens vloeden
+ na eeuwen nog een dorre waereld voeden,
+ die zulke weelde zelf niet baren kon?
+
+ Als Nijl het Nijldal, blaakrend in de zon,
+ drenkt hij het rotsig land van droeve' en moeden,
+ nog voelt een dichterhart of 't moest verbloeden
+ zoo 't zijner heerlijkheid zich niet bezon.
+
+ Bekoorlijke oorsprong van zoo grootsche macht!
+ Het kinderfeest, de blanke bloemenstad,
+ de schoone maatschappij, nog jong en blijde--
+
+ Zóó sluipt het eerste glinster-sprankje nat
+ uit woudenrijk gebergt, en babbelt zacht
+ waar kreekels sjirpe' op stilbezonde weide.
+
+
+
+
+V.
+
+
+ Heeft dan ook uw geweld'ge ziel geleeden
+ dat allerteerste, allerzoetste leed?--
+ Door dagen vuurig en door nachten heet
+ zaagt gij die onbeschrijfb're lieflijkheeden:
+
+ dat roode kleedje, 't lint, die ranke leeden,
+ die ooge-starren.... O ik weet!.... ik weet!....
+ en naar de zoete folter dieper beet
+ hebt gij om uitkomst of begrip gebeeden.
+
+ Doch toen het ruuwe leeven, koel en straf,
+ den wonder-broozen kinderdroom wou breeken,
+ dreef 't u van haar op verre weegen af,
+ maar kon den innerlijken glans niet bleeken.
+
+ Dood mocht haar lijf en aardsche vreugd u rooven,
+ dien eersten luister liet gij u niet dooven.
+
+
+
+
+VI.
+
+
+ Wie ben ik, als ik denk aan u, mijn held!
+ ik kleine,¯in 't klein-gevoelend volk begraven--
+ maar toch!--wat zoeten drank van min zij gaven,
+ mijns harten hart bleef zoeken, onverzeld,
+
+ naar minder niet, dan wat uw mond mocht laven,
+ kristallen dronk, uit eeuw'ge rots geweld.
+ Datzelfde, waar uw Godlijk lied van meldt,
+ heb ik voor alle tijden willen staven.
+
+ Uw stroom is majestatisch neergedonderd
+ met wentelsprongen tot den blanken plas,
+ maar als een zwoel, vermaledijd moeras
+ houdt U van mij mijn tijd en volk gezonderd.
+
+ En daar was géén, ik zeg u, die verstond
+ de taal der stroeve plooyen om mijn mond.
+
+
+
+
+VII.
+
+
+ Gij die uw ooverwonnen smart deed schijnen
+ als fakkel-licht, de duistere eeuwen dóór,
+ en liet in vuur uw zondaars-hart verreinen
+ en hield het brandende¯aan de waereld vóór,
+
+ hebt Gij dan ook die zwartste mijner pijnen
+ gekend, verwonnen en als meteoor
+ doen schrijven aan den nachtwand vuur'ge lijnen,
+ den menschen-volken tot belichtend spoor?
+
+ Ik weet een donker wee, dat klacht niet kent,
+ të eenzaam en të innig voor gedichten,
+ hebt gij dat óók aan uw zielsfirmament
+ genageld en als richt-gesternt doen lichten?
+
+ Hiér antwoordt géén, maar Gij woont hoog, ai wend
+ tot onzen God u, die weet, en zal richten.
+
+
+
+
+VIII.
+
+
+ De voogel Waarheid mijmert bij mijn hand
+ en peilt met ingetrokken kop de gronden
+ des heemels,--als verlangend naar zijn land
+ terug, van waar hem d'Almacht heeft gezonden.
+
+ Ik wacht in ootmoed, heilige gezant!
+ Nooit werd gij zoo vertrouwelijk bevonden.
+ Vertoef! en doe mij weeten en verkonden,
+ eer gij ter opvaart weer de wieken spant.
+
+ Ook hij, de zanger, hield u niet gevangen
+ in zijner lied'ren goudenkoordig want
+ en kon ter uwer woonsteê niet gelangen
+ eer zij, die hij beminde,¯uit Liefde's hand
+ zijn hart met al zijn bitterheid verteerde
+ en zóó tot 's Heemels Lichthof weederkeerde.
+
+
+
+
+IX.
+
+
+ Het was dezelfde wonderbare vonk
+ die oover mijnen opgang heeft geglommen,
+ waaruit de groote gloeden zijn geklommen,
+ die hij, de meester, onzer waereld schonk--
+
+ en die hem veilig voerde door de drommen
+ van spooken in hun gruuwlijken spelonk,
+ tot waar de starrenkrans der zaal'gen blonk
+ in 't Licht, waarvoor zijn liederen verstommen.
+
+ Zoozeer verscheiden zijn twee menschen niet
+ door ééne Hand uit eender stof geweeven,
+ of 'k weet, wat al die wond'ren groeyen liet
+ is 't zelfde, wat mijn kinderziel deed beeven...
+
+ O àl te machtig, àl te teer ontroeren!
+ mijn hand ligt stil--kan 't schrijftuig niet meer voeren.
+
+
+
+
+X.
+
+
+ Mijn hart heeft bitterheeden als de Dood
+ en diepten waar geen woorden van gewagen,
+ is daar wel Liefde sterk genoeg en groot,
+ die 't kan verzwelgen en ten Heemel dragen?
+
+ Ik blader vluchtig thans in 't boek der dagen
+ en leg het duisterst zonder deernis bloot,
+ tot schuuwe schimmen angstig rond mij klagen:
+ "Gedenk! Gedenk! Gedenk!--éér gij verstoot!"
+
+ Hebt Gij, mijn zanger, ongeschokt vernoomen
+ den doodssnik van uw allerschoonste waan?
+ en zijt gij vast de treeden opgegaan
+ bestroomd van 't bloed der teerste, liefste droomen?
+
+ Welk Licht-verschiet was 't dat u schrijden deed
+ zoozeer als God, zóó liefdrijk en zóó wreed?
+
+
+
+
+XI.
+
+
+ Er drijft een zeldsaam gisten, zeldsaam dringen
+ de jonge ziel in haren opgang uit.
+ Zij breekt den schors van waan die haar omsluit
+ en neigt tot nadering aan vreemde dingen.
+
+ Door 't naaste, wat niet-eigen is, gestuit
+ baart zij dan teedre ranken, die 't omringen
+ en gansch tot eigen-worden willen dwingen--
+ en geeft zich vangeling aan de¯eigen buit.
+
+ 't Gaat dan om eeuwig heil! want ach! wie beurt
+ wat aan een schaduw zich heeft willen hechten?
+ En vast kan zich geen tweedemaal vervlechten
+ de rank, na d'eersten opgroei afgescheurd.
+
+ Dan worden alle klanken, alle kleuren
+ van 't Leeven weer een vreemd, vèr-af gebeuren.
+
+
+
+
+XII.
+
+
+ De schakel brak,--de Dood hield u gescheiden,
+ het Leeven sleepte u op zijn deining voort,
+ en, onder nieuwen liefde-groei versmoord,
+ ging schuil het glanzend schoon der eerste tijden.
+
+ Nochthans, nochthans voltrok zich ongestoord
+ het heilig Wonder, dat Gelieven beiden
+ door de¯eigen liefde¯elkaar tot God geleiden,--
+ en werd geboekstaafd in ontzach'lijk Woord.
+
+ Ik zie het aan en huiv'ring grijpt mijn ziel,
+ wij hadden van die Liefde een zwak vermoeden,
+ verrukt alree door 't ongeveer bevroeden--
+ Gedoog, dat ik voor haar gewisheid kniel.
+
+ Mijn hoofd buigt neer, omgolfd door staat'ge klanken,
+ laat de arme vreemd'ling in úw Tempel danken.
+
+
+
+
+XIII.
+
+
+ Wat zegt het najaar dat de blaren strooit,
+ het rul-geworden zomerloof doet zwijgen
+ van voogellied,--en leevens-weeke twijgen
+ met harde doodspracht van kristallen tooit?
+
+ Wat zal het leeven van zijn schoon herkrijgen,
+ door Tijd en Dood van zijnen bloei berooid?
+ Wat houdt er stand en ziet zijn groei voltooid
+ terwijl de welkende geslachten zijgen?
+
+ Er staat een boom, in lichten Hof geplant,
+ zijn takken reiken buiten 't ruim der heem'len,
+ zijn wortel voedt zich in der eeuwen zand,
+ zijn bloesem geurt, zijn looverdiepten weem'len
+ van voogelzang. Elk looverken een ziel
+ versterkt zijn machtig Leeven, éér het viel.
+
+
+
+
+XIV.
+
+
+ Ze noemen Liefde wat de ziel doet zieden
+ in helle vreugde van een oogwenk duur,
+ in lijden leevenslang,--met ieder uur
+ zien ze haar vluchtige bekooring vlieden,--
+
+ een sidd'rend glimpjen onstandvastig vuur
+ in woestenij van donkre doods-gebieden,
+ waar alle dingen zonder zin geschieden
+ naar starre wet van ijzige natuur.
+
+ Maar Hij, die op vervaarlijken en verren
+ boet-vaart door kringen, waar geen stervling kwam,
+ kondschap van 't onnaspeur'lijke vernam,
+
+ Hij gaf éénzelfden naam aan d'ééne Macht,
+ die 't kinds-hart wekt met stralen luuw en zacht,
+ en die de Zon beweegt en d'andre sterren.
+
+
+
+
+
+TWEEDE DEEL.
+
+
+
+XV.
+
+
+ 't Zij dan door zesmaal honderd jaar gescheiden,
+ 't zij dan zóó ongelijk van maat en macht,
+ zijn telgen wij nochthans van één geslacht
+ en draagt één liefde-tronk ons, bloesems, beiden.
+
+ Als klank van verre kerk-klok in den nacht
+ d'eenzamen dwaler oover duistre heiden
+ vertroostend meldt waar zijn verwanten beiden,
+ waar hem de lang gederfde haardstee wacht,
+
+ zoo heeft van ver 't plechtstatige geluid,
+ bij d'eersten flaauwen aangalm uwer woorden,
+ mij 't trouwlijk thuis der eigen ziel geduid,
+
+ en d'ooren van 't verlaten kindje hoorden
+ met grooter vreugd de moeder niet, die 't riep,
+ dan ik die roepstem uit der eeuwen diep.
+
+
+
+
+XVI.
+
+
+ Mijn Land, mijn Land, hoe blinken spiegelklaar
+ uw vlieten in de riet-bewassen zoomen,
+ stil glijdt het bruine scheepszeil langs de boomen,
+ kalm ligt het vreedige gehuchtje daar
+
+ met toorenspitsje en moolentje, te droomen,
+ breed ooverwelfd door blanke wolkenschaar,
+ die statig aandrijft uit de kimmen, waar
+ het zee-ruim wacht op d'altijd gaande stroomen.
+
+ Mijn Land van weide en rustloos winde-lied,
+ gij hebt de pracht van Arno's bloemen niet
+ en niet de grootschheid van Ravenna's wouden,
+
+ mijn Land, toch deed gij mij, als Hem, verstaan
+ wat in 't verganklijke niet kan vergaan,
+ wat ons van 't aardsche leeven voegt te¯onthouden.
+
+
+
+
+XVII.
+
+
+ Gij werdt gebannen uit uw vaderstad,
+ gij moest het bittre brood der deernis eeten
+ en kondt Firenze's heuvlen niet vergeeten,
+ wat hulde en glans de vreemde voor u had,
+
+ en nimmer heeft één, zooals gij, geweeten
+ hoe scherpe weemoed geeft, op 't lijdenspad,
+ herdenken van verlooren vreugde-schat,
+ van vroegre banden ééns voor àl gereeten.
+
+ Maar wee mij! wat is mij? ik ga in 't land
+ mij booven allen dierbaar en gemeenzaam,
+ waar 'k jong was, ga ik aan der liefste hand,
+
+ en voel mij toch gebannen, arm en eenzaam!
+
+ Wie dreef mij uit? mijn held, wat was mijn schuld?
+ Wanneer is 't tij der ballingschap vervuld?
+
+
+
+
+XVIII.
+
+
+ Mijn hart smacht naar dat verre vaderland,
+ waarvan wij beide op aard een vóórglans zagen,
+ toen nauw-ontwaakt, in blijde kinderdagen,
+ zich ziel aan ziele spon met teedren band.
+
+ Toen, door dat bliksemfelle licht geslagen,
+ verhief zich ons verwonderde verstand,
+ en bleef om 't kernvuur van zoo schoonen brand
+ en om terugkeer naar dat licht-heil vragen.
+
+ Dit is mijn smart, dàt raakt het diepste weezen
+ van al mijn vreugde en leed, dàt geeft de klank
+ van innigheid aan deeze zwakke zangen--
+
+ Gij steegt omhoog, op wieken, sterk en blank,
+ van een grootmachtig, triomfant verlangen--
+
+ mijn wonde brandt nog altijd ongeneezen.
+
+
+
+
+XIX.
+
+
+ "_De Zeegenbrengster_" luidde uw naam, o milde,
+ aan wie de waereld zooveel zeegen dankt,
+ wier brooze leeven, marmervast verklankt,
+ den dorst zooveeler schoonheids-dorst'gen stilde.
+
+ Ach, blanke liefde-zuil, bloedrood omrankt
+ door vuurig lied,--één vriendlijk groeten tilde
+ den Held in 't licht,--dat uw zacht aanschijn wilde
+ nogmaals verlichten wie er doolt en wankt!
+
+ Het menschdom stroomt, langs onheilvolle weegen,
+ de stralende uitkomst angstig tegemoet.
+ Wee, den in duistren dwarrelstroom geboornen!
+ Wee, den voor reiner schoonheidslicht verloornen!
+ Hoe reiken zij de handen, om den zeegen
+ van Liefde's minnelijken, zachten groet.
+
+
+
+
+XX.
+
+
+ Men noemde u Beatrice, maar gij draagt
+ heil'ger benaming, onbekend den veelen.
+ Hij heet u "_Liefde_", wien de glans-tafreelen
+ van uw verheerlijkt weezen zijn gedaagd,
+
+ die kroonde uw zeedig hoofd met de juweelen
+ van zijn kleurfonklend woord. Naar Liefde vraagt
+ nog immer wat op aarde duldt en klaagt.--
+ Zal ooit haar adem 't waereld-aanzicht streelen?
+
+ Kom, Zeegenrijke! jammerlijk in nood
+ om uwen bijstand moet nog 't menschdom strijden.
+ Vermag nooit in terugkomst te ooverschrijden
+ uw blijde voet den drempel van den Dood?
+
+ Des Vreedes Ster! der onrust vijandinne!
+ Verhelder d'aard met uwen lach van minne!
+
+
+
+
+XXI.
+
+
+ Gij, Alighieri, "_Glans der Eeuw_" geheeten,
+ Ook U noem ik met wijdingsvoller Naam,
+ want _Liefde_ zaligt slechts met _Wijsheid_ saam
+ en alle Smart vergaat voor 't zoete Weeten.
+
+ Kom, Wijsheid! dat uw zeegnend licht beschaam
+ wie vreezen van de vrucht der kennis te eeten,
+ en breng' te schand wie lichtschuuw zich vermeeten
+ de kracht te keeren van uw vrijen Aâm.
+
+ Vaar als een frissche wind de velden oover,
+ de vuuren aller Liefde wakker aan!
+ doe aller Harten Vlammen samenslaan!
+ en vaag den Heemel schoon met éénen toover!
+
+ dat 't dwalend volk weer d'oogen opwaarts richt
+ en schouwt naar d'één'gen Oorsprong van Uw licht.
+
+
+
+
+XXII.
+
+
+ De Stem des Lichts, die dóórbreekt ooveral,
+ doet dreunend òp de gouden heemeldeuren,
+ en de verborgen duisternissen scheuren
+ door 't verre daveren van haar geschal,
+
+ dan baart de troostelooze nachtgrond kleuren,
+ dan bloeit de leelie in het diepste dal,
+ dan stort zich, als een gouden waterval,
+ vreugde in het hart van allen die daar treuren.
+
+ Voor Wijsheid's aanblik houdt geen jammer stand,
+ voor haar handheffing zwicht de vale ellende,
+ waar zij haar wèl-betoomde rossen mende
+ gloeit al het leevende in haar stralenbrand.
+
+ En als de bloem naar d'ongenaakbre Zon
+ wendt zich de ziel naar haar onkenbre Bron.
+
+
+
+
+XXIII.
+
+
+ Thans weet ge, als ik, dat d'Almacht hooger troont
+ dan uw goud-vleugelige zangen steegen,
+ en dat de ziel langs nog benarder weegen
+ 't hart des Heelal's moet vinden, waar Zij woont,
+
+ en dat alom daarbuiten is geleegen
+ de macht-kreits des Verdoemden, dien gij hoont,
+ en dat Gehenna geen verschrikking toont
+ zóóals die Nacht, waar alle Konden zweegen.
+
+ Wat is er Hel, 't en zij de Hel van Waan
+ waar, door een schijn verblijd, wij armen allen
+ verspeelen ons kortstondige bestaan,
+ om lachend in den muil des Doods te vallen?
+
+ En God ziet toe, hoe ons wuft leeven vlucht,
+ maar van zijn strengen mond valt geen gerucht.
+
+
+
+
+XXIV.
+
+
+ Wie eens uw watervelden heeft aanschouwd
+ o zee! waaroover zilvren glanzen glijen
+ en zag uw eindelooze golvenrijen
+ aanstrijken van de kimme, grijs en goud,
+
+ wie ééns met uwer blauwe woestenijen
+ schriklijk bestaan verzoend werd en vertrouwd,
+ en voelde aan uwe rotsen, grauw en oud,
+ d'ontroerde ziel tot ruimer bloei gedijen,
+
+ hoe kan die anders dan in smachtend dulden
+ de droefheid ondergaan van enger sfeer?
+ Hij kent geen vreede in 't veilig landschap meer
+ schoon aarde en zon hem elke wensch vervulden.
+ Hij wil de wijdheid der verlaten kusten
+ als kon hij nader dáár aan Gods hart rusten.
+
+
+
+
+XXV.
+
+
+ 't Is niet om mij, 't is om ons droef geslacht
+ dat nog die wonde branden blijft hierbinnen,
+ want ik moet haten teevens en beminnen
+ en liefde blijven geeven waar 'k veracht.
+
+ Zoo was Hij niet, die met gelijke kracht
+ geliefd heeft, en gehaat met ziel en zinnen,
+ en zich van 's Waerelds einddoel en beginnen
+ en d'eigen Waarheid zeeker heeft geacht.
+
+ Maar in mij gloort een vonk van nieuwen dag,
+ wèl ongewis nog en in hachlijk beeven,
+ maar voorboô van een ruimer, schooner leeven
+ dan 't allerschoonste wat mijn held ooit zag.
+
+ Zoo zal ik dan, welweetend, zonder klagen,
+ dit heilig lijdensmerk geduldig dragen.
+
+
+
+
+
+DES LEEVENS KERN.
+
+
+
+Des Leevens Kern.
+
+
+ Zooals de kleuren nu mijn hart opbeuren
+ deeden ze 't nooit, ook niet in versche jeugd,
+ en aller waer'ld zoet-zorgelijk gebeuren
+ heeft nooit zoo rechtstreeks mijn verstand verheugd.
+
+ Het Leeven spreekt nu met een klare stem.
+ Als 't carrillon des morgens van een tooren,
+ dreunt mij, die opziet, wislijk en met klem
+ de blijde noodzaak van elk ding in d'ooren.
+
+ Elk lijden waan, zonder bestand noch duur,
+ elk pijntje¯een wenk en richtvonk onzer weegen,
+ de waan een toornwolk rond Gods liefdevuur
+ hoe kloeker dóórgeboord, te eer ontsteegen.
+
+ En God geen ding, geen kracht, maar vriend en vader
+ digt bij mij, digt, den dag, den nacht--den nacht,
+ liever dan 't liefst en dan het naaste nader,
+ de vreugd van 't blijdst en van het schoonst de pracht.
+
+ Nu zie ik weer geranium en linde
+ met 't oog eens kinds, als waar ik pas ontwaakt
+ en zee en duin, die ik als kind zóó minde
+ mijn manlijk hart met voller vreugde raakt.
+
+ Ai, laat mijn blik verzwakken, 't lijf verouden!
+ wanneer herinnren faalt en denkkracht dooft
+ heb ik bereikt wat 'k eeuwig zal behouden,
+ dat vrij de ladder breek', ik borg het ooft.
+
+ Wie zou 'k nog haten, schoonheid is in allen,
+ 'k zie gansch den nacht niet om één vonkske licht
+ en waar een hart zich ópdoet, moet ook vallen
+ mijn liefdevloed, door eigen wigt gericht.
+
+ Het lust mij wat ik heb aan glans te spreiden,
+ niemand moog danken, nochthans blijft de lust,
+ om wisse vreugd trots ik 't onwisse lijden,
+ ik ken het zoete werk om zoeter rust.
+
+ Dat komt dewijl ik in een blind vertrouwen
+ d'onzichtbre kern van 't zichtbre Leeven zocht,
+ geduldig zooals dorst'ge bloemen schouwen
+ die zich ontvouwen voor het reegenvocht.
+
+ Dit's ál, onrust'ge, die mij mocht benijden,
+ geen meerder weetenschap en doet u nood:
+ blijf 's Leevens kern betrouwen--en de Dood
+ met àl zijn schrik moet eeuwig van u scheiden.
+
+
+
+
+Koele Mei-dag.
+
+
+ De blindend-blanke hagelwolken drijven
+ trotsch en geducht aan 't hardblaauw firmament
+ en dreigen met hun schaduw te verstijven
+ de schuchtre kindren van de jonge lent.
+
+ Van 't koele Noord varen ze stom en prachtig,
+ gekuifde sneeuwkop booven grauwen buik,
+ door den van toorn gebolden stoet onmachtig
+ groet lieve zon de beidende¯aard tersluik.
+
+ Toch drijft, niet-kleumsch, de beuk haar bleeke loover
+ ten twijgen uit, de tulpbloem flonkert koen,
+ de berk in 't sparbosch sprinkelt zich àl oover
+ met tintellooverkes van teeder groen.
+
+ De koekoek roept getrouw het voorjaar uit,
+ de mei houdt vol, bestendig langs de dreeven
+ schalt nachtegalenslag en lijsterfluit,
+ en alom zeegeviert het lichte leeven.
+
+
+
+
+De schat mijns harten.
+
+
+ Aldoor maar moet ik bedenken de schoone gedachte,
+ Telkens weer moet ik beschouwen den schat in mijn boezem,
+ Nimmer verzaadt zij mijn oog, als eens rijken juweelsteens
+ Wisslend geflonker.
+
+ Is het dan, is het dan waarlijk mijn eigenst, mijn innigst?
+ Heb ik het kostbaarst der waereld, wat bloed niet kan werven?
+ Hoe heeft vóór allen aan mij dan, aan mij zich voltrokken
+ 't Nameloos wonder?!
+ .............................................................
+ .............................................................
+ Het is mijn ster, het is de sterke liefde,
+ die niemand kan verstaan en niemand ziet,
+ die alom heerscht, die al vertroost wat griefde,
+ die stralend schoon uit alle dingen schiet.
+
+ Nu ken ik haar die heft en heelt en heiligt,
+ die zacht als water door geen kracht bezwijkt,
+ den Satan slaat en voor demoonen veiligt,
+ die immer buigend booven bergen reikt.
+
+ Haar glans ging òp toen ik geen vreugd meer vragend
+ in duldsaam beeven uitzag in den nacht,
+ toen heeft zij, mij in Liefstes oogen dagend,
+ beweezen haar onnoemelijke macht,
+
+ Dies roem ik God, zal van zijn Rijk gewagen,
+ spijt aller schijndeugd, spot of hindernis,
+ daar Hij der waereld doem zoo ligt leert dragen
+ en zacht voor Liefde's kindren is.
+ .............................................................
+ .............................................................
+ Altijd door moet ik weer denken de schoone gedachte,
+ Als ik ga slapen en 's nachts en des morgens, des morgens,
+ Als zij weer waarlijk in luister ontluikt uit den scheemer,
+ eeuwig waarachtig.
+
+ Hoofdschuddend lach ik tot bloemen, tot weiden, tot wolken,
+ d'armen strek ik der zee toe: "wéét ge het? wéét ge het?"
+ Tranen stroomen mijn wangen langs, mild als de slaaf weent
+ voelend verlossing.
+
+
+
+
+Het looverlied.
+
+
+ Hoe heerlijk onder bladgeruisch te gaan
+ van groote boomen die in duister staan,
+ weer naar hun machtig nachtgezang te luistren
+ hun wijd gezwatel en plechtstatig fluistren.
+
+ In langen winter zongen barre twijgen
+ een ander lied. Zij klaagden, of hun zwijgen
+ was angstig in den Januari-mist.--
+ Maar 't loover kwam toch weer--en hoor nu is 't
+
+ als een gelukkig volk dat zeegezingt.
+ Nu juicht het gansche lenteland, er klinkt
+ fijn geschalmei van voogels in de verte--
+ zoo fijn en klaar als 't tintelend gesternte
+
+ dat door de zwarte bladerschimmen kijkt
+ en met haar vaag beweegen komt en wijkt.
+ Ik ga door looverlied en sterreschijn
+ blij en gerust. Ook in mijn kleine brein
+
+ worden nu teedre liedekens gebooren
+ die 'k liefst mijn teeder lief wou laten hooren.
+ De wind die 't nachtland als een harpe streelt
+ in maatgang met mijn stille liedjens speelt.
+
+ Als nu mijn ziel reeds in dit brooze huis
+ het looverlied verstaat en 't zeegeruisch--
+ zal ik dan niet in sterker lijf herbooren
+ den juubelzang der gouden sterren hooren?
+
+
+
+
+Alles voor U.
+
+
+ Alles voor U,--wie is er nog betrouwbaar
+ dan Hij die 't licht en de gesternten maakt,
+ van wien al wat er tastbaar heet en schouwbaar,
+ al wat ons lijf beroert en raakt
+ is enkel een gedachte¯en teere droom?
+ De breede zee met witbeschuimden zoom,
+
+ zilv'rig beglansd door vluchtige lichten,
+ 't kantig gebergt, gloedrood in zonnevonken,
+ wat zijn ze, dan Uw droomgedichten?--
+ Gij denkt hem éve' en eeuwig pronken
+ de groote maaksels voor der schepslen oog.
+ Het vaste veld, de luchte wolkenboog,
+
+ Gij denkt, gij zingt zë,--als een blijde knaap
+ des morgens gaand langs glinsterende bronnen
+ zijn zangen zingt, gelukkig na den slaap,--
+ zoo zingt Gij waerelden en zonnen,
+ schrijdend langs schitterenden leevensvloed,
+ door U geleid, ontvangen en gevoed.--
+
+ Alles voor U,--gij mijn getrouwe God,
+ nu weet ik wèl waarom Gij mij deed vinden
+ begrijp zoo luttel, zooveel haat en spot,
+ zoo weinig vrinden en zooveel verblinden--
+ 't Was dat mijn hart, verbijsterd, keeren zou
+ tot U alleen, bron van begrijp en trouw.
+
+ Al wat ik nog aan lieven en aan leeven
+ te geeven heb, 't is al, 't is al voor U,
+ maar om Uw lieven wille kan ik geeven
+ den menschen méér aan liefde, dan tot nú--
+ Schoon zij mij al niet danken of verstaan
+ te lieflijker glanst mij Uw glimlach aan.
+
+ Hier is mijn hart,--ze noemden het ontrouw,
+ het was zoo wispeltuurig en zoo grillig,
+ verlatend vrind voor vrind en vrouw voor vrouw,
+ toch is 't standvastig en gewillig.
+ 't Zwierf als een schaap van weide op weide verder,
+ volgend het roepen van onzichtbren herder.
+
+ Als een wit vlinderken ging 't welgemoed
+ in zachte fladdervlucht door donker dal,
+ en zocht met vagen schijn een stellig goed:
+ Uw licht, Uw zoetheid ooveral,--
+ totdat het door de sombre denne-stammen,
+ den vrijen, hoogen heemel weer zag vlammen.
+
+ Hier zijn mijn oogen,--ach, zoo blind! zoo blind!
+ Voor zooveel vondsten hebben ze geglansd,
+ als die van 't kind, dat eenen glasscherf vindt
+ en roept: "een diamant!" en danst
+ in 't rond, de vingertjes aan bloed gesneeden.--
+ Hier is mijn stem,--die om zoo kleine reeden
+
+ geweeklaagd heeft, door vrees en twijfel zwak.
+ Zij deed de menschen luisteren en weenen,
+ totdat zij steeg en sterker klanken sprak....
+ toen heeft zij onoprecht gescheenen,--....
+ Vader! voor wien geen kunst noch liegen baat,
+ neem Gij haar aan in haar oprechten staat.
+
+ Neem alle sieraad met uw zuivre handen,
+ al wat er uitblonk van mijn weezen af,
+ op úw altaar mag door úw vuur verbranden
+ al wat mij trots en aanzien gaf.
+ Ik wil niet zooveel beeter zijn dan andren--
+ maar liever digt-bij in uw schaduw wandlen.
+
+ Voor U mijn naam, mijn eer, mijn kunst, mijn deugden,
+ ik begeer niets dan wat Gij stil hergeeft--
+ Maar leer mijn zinnen, die mij zóó verheugden,
+ hoe Gij, in al wat zij ontwaren, leeft.
+ Hoe ik mijn Liefste¯om U alleen bemin,
+ en hoe al 't schoone sluit uw schoonheid in.
+
+
+
+
+De Staf.
+
+
+ Onrust en donker alomme,
+ Bang als een doove-en-stomme,
+ tastend als blind ga ik omme--
+ Waar is mijn staf?
+
+ Ik lijd en moet veelen verdrieten,
+ ik geniet ook en doe wel genieten,
+ maar alle vreugd zie ik vlieten
+ in een graf.--
+
+ Ik weet wat alleenig mij rust geeft,
+ wat mijn angsten gesust heeft,
+ als 't kind dat moeder gekust heeft
+ vóór den nacht.
+
+ Dit is mijn staf--dat alle dingen zijn
+ gedachten van een dierbaar, minnend Weezen
+ gansch wáár, maar anders dan hun schijn.
+ Weet ik dat goed--weg zijn mijn vreezen.
+ Dan glijdt de vracht
+ van dat onrustige van mij af.
+ Dan voelt de blinde weer zijn staf
+ Dat is de kus die moeder gaf
+ aan 't kindekijn.
+
+ Maar vergeet ik het éven,
+ dan heeft mijn staf mij begeeven.
+ Wáár, wáár is hij gevallen?
+ Niemand weet het van u allen,
+ Geen één, geen één,
+ en ik sta weer weifelend en alleen,
+ bedenkend hoe toch alles vliet
+ in het niet.
+
+ Mocht ik een Godsgaaf bedingen--
+ ik vroeg sterke herinneringen
+ omtrent eeuwige dingen.
+
+
+
+
+Aan de Groote Dichters.
+
+
+ Blijft ons nabij, hoogtroonende getuigen
+ des Leevens, waar ons machteloos geslacht
+ geen zweem van kent, opdat ons niet te buigen
+ vermoog' hun laag gedacht'.
+
+ Kaats ons den schijn, als gouden looverhoofden
+ welvend uit diepten van een somber woud,
+ den schijn dier zon, waarin wij nóg geloofden
+ in schaduw droef en koud.
+
+ Hard drukt de last der schoonheidlooze dagen,
+ niet d'onze, maar der broederen rondom,
+ die ons bestaan door eigen derving dragen,
+ 't lijf der gerechten krom.
+
+ In zorgen gaan wij, Blijden van natuure,
+ Zangers voor God, van Schoonheid en Geluk,--
+ dat dan niet tot versterf van 't Hoogste duure
+ des meededoogens druk!
+
+ Richt óp ons hoofd, als gloedrood in den morgen
+ de zonbeglansde toppen van 't gebergt',
+ ontlokt ons schouwen aan de kleine zorgen
+ waarmee de waereld tergt.
+
+ Wat gij doorleefde in voeling onuitspreekbaar,
+ geen werk der waereld schoort het of genaakt
+ de hoogten waar voor altijd en onbreekbaar
+ uw ziel haar woonstee maakt.
+
+ Bóoven de kwaal en de armoe onzer tijden,
+ bóoven 't gevecht om ruimte¯en 't zwoegen om brood,
+ leert gij ons kalm op weidsche weegen schrijden
+ in weelden sterk en groot.
+
+ De waereld is een droom u, één uit velen,
+ en niet de schoonste,--de verklankte schijn,
+ 't verzinlijkt beeld blijft u toch vèr verscheelen
+ van 't ongelijkbaar zijn.
+
+ Maar juist door macht dier zeldsame genade
+ te kennen 't Licht waartoe ons oog niet reikt,
+ kleedt gij in wondre¯en óoverschoone wade
+ al wat op aarde prijkt.
+
+ d'Oogappels groot en donker op de vonken
+ van Gods verborgen wonderen gericht
+ hebt gij 't klein leeven rondom u geschonken
+ een rijkdom lief en licht.
+
+ Zoo gaaft gij, die mijn vriend zijt en gezelle,
+ schoon gansch verteerd in uw Godsliefdebrand,
+ juist door dat vuur een luister hoog en helle
+ aan 't heerlijk Vlaanderland.
+
+ Maar Goethe wist ook, dat waar twee zich vinden
+ in 't kamerkijn, de waereld breed en wijd
+ voor hunner liefde gloorie kan verzwinden
+ met al haar heerlijkheid.
+
+ En voor een gouden woord van Dante's lippen
+ een juubel-klinken uit Hebreeër-psalm
+ zien we¯al ons bangelijk getob verglippen
+ als spook voor klokkengalm.
+
+ Maar wee den dichter die niet staag blijft weeten
+ dat van Godsliefde alleen zijn dichtmacht stamt,
+ hij wordt bij 't stemloos volk teruggesmeeten
+ midde¯in zijn kracht verlamd.
+
+ Blijft ons nabij dan, dat wij niet vergeeten
+ de rechte waarde¯en zin van wat bestaat
+ en wij wat van den heemel is niet meeten
+ naar menschenmaat.
+
+
+
+
+Shelley's Epipsychidion.
+
+
+ Een vuurstorm van vervoerende gedachten
+ een woord vol flonkerende majesteit
+ verlicht opnieuw de scheemring mijner nachten
+ en breekt des leevens vale eenvormigheid.
+ Waar is een tweede woord als dit ontvaren
+ aan menschenmond, in al der menschheid jaren?
+
+ Dit is geen teeder lied van liefde en leed,
+ dit is geen mijmerende klacht van minne,
+ het is een donderende vrijheidskreet
+ en houdt het helderst vuur van wijsheid inne
+ dat ziedend in der menschheid boezem lag
+ en losbreekt met verbijsterenden slag.
+
+ Haar klank is uit geweldige geruchten
+ van donder, zee en stormen saamgesteld,
+ haar vaart is 't waarmee wolkendriften vluchten,
+ waarmee een meteoor den nacht doorsnelt,
+ haar opgang stijgt in ijlste ziele-luchten,
+ haar macht is meer dan àl wat menschen duchten.
+
+ Het is een fonkelende lans gedreeven
+ recht in den muil van goor en donker beest
+ dat 't schrikbevangen menschenhart doet beeven
+ maar machtloos deinst als 't niet meer wordt gevreesd.
+ De grimm'ge schimmen Waan en Dood vervagen
+ waar heldenvoet den eersten stap dorst wagen.
+
+ Het is een eenzaam, arendsjong, dat schouwend
+ in peilloos blauw, de stramme vlerken rekt
+ en eindlijk, innerlijken drang betrouwend,
+ den greet'gen hals ver van den rotskant strekt
+ en stort zich vreesloos in de ruime sfeeren
+ om d'eigen nooit-beproefde macht te leeren.
+
+ Ik spreek in koel bezinnen, noode drijft
+ heilige waarheid wel-betoomde woorden
+ tot koener vlucht, want deeze schoonheid blijft
+ der bliksemschichten helste, die doorboorden
+ wat als een somber neeveldek bezwaart
+ 't zwoel-broeyend menschenleeven deezer aard.
+
+ Het is alsof een volk verworpen slaven
+ roerloos gekneeveld ligt op donker land,
+ het lijf omschalmd, 't gelaat in stof begraven
+ terwijl een vaal gewolk de lucht bespant--
+ maar één verrijst en doet door machtig wringen
+ met luiden klank de bloed'ge boeyen springen.
+
+ Het ijzer valt, hij staat rechtop gericht,
+ en als een gloed-fontein met duizend kleuren
+ maakt zijn geroep den veegen heemel licht
+ en doet de vlam zijns woords den scheemer scheuren,
+ 't verworpen volk blijft stil en geeft geen teeken,
+ maar d'englen aan de hellepoort verbleeken.
+
+ Gij armen, die niets hoordet, niets begrijpt
+ gevoelloos in uw dof bestaan verlooren,
+ weet dat de vrucht der vrijheid is gerijpt.
+ Uit aardsche liefde is 't heemelsch kind gebooren
+ dat van uw doodsch geslacht den boei kan slaken
+ en uw verdoofde blikken glanzend maken.
+
+ Want niets heeft er vermoogen dan de Geest.
+ Zij sprak van Glans en Schoonheid, onvernoomen
+ door wie nog kruipen, siddrend voor het beest.
+ Doch wat haar bliks'mend wilswoord schiep, zal koomen.
+ Haar zeegen werkt, haar opvaart duldt geen kluister,
+ haar vrijheid daagt in nooit-vermoeden luister.
+
+
+
+
+Stem van Génerzijds.
+
+
+ Het was zoo licht toen ik moest scheiden
+ de spreeuwen kweelden luide en teer,
+ en een onnoemelijk verblijden
+ vervulde veld en atmosfeer.
+
+ Een plechtig en verblindend wonder
+ verrees,--als waar 't voor 't eerst,--de zon,
+ en bloem op bloem ontsloot zich onder
+ haar zeegen, naar zij kracht gewon.
+
+ De waereld scheen verbaasd te ontwaken
+ als vond haar 't licht voor d'eerste maal.
+ 'k Zag zwaluwen hun nestjes maken
+ en zwieren in den morgenstraal.
+
+ Ik zag de kiewiet om zijn jongen
+ klapwieken met bezorgd gerucht--
+ ik hoorde hoe de meerlen zongen
+ hun welkom in de luuwe lucht.
+
+ De wind bestreek de fonkel-vlieten,
+ de golfjes plapperden in 't lisch,
+ 't ging al van 't zoete licht genieten
+ en blonk van dauw en ruischte frisch.--
+
+ Ik was niet angstig om te sterven,
+ maar 't zag zoo luisterrijk op aard,
+ als had al 't schoon, dat ik ging derven,
+ zich in één uiterst uur vergaard.
+
+ Genooten goed, dat ging begeeven,
+ had ik u wel genoeg bemind?
+ Verheeven weelden van het leeven
+ nam ik u dankbaar, als een kind?
+
+ Wist ik mijn korte leevenswijding
+ te vieren als een heilig feest?
+ Is mij 't ontwaren tot verblijding,
+ 't bepeinzen tot een lust geweest?
+
+ Als vaagde ik zwarte spinneraggen
+ van oud en kostbaar schilderij,
+ zag 'k onontgonnen vreugden lachen
+ voor 't eerst van duistre spinsels vrij.--
+
+ O angst, o waan, o booze krankte
+ der menschen, die ons elk besmet,
+ die den hartstochtelijken dank te
+ bewijzen onzen God, ons let,
+
+ die ons doet weifelen en doet ijzen
+ en wroegen, klaaglijk en bedrukt,
+ waar 't leeuw'rikje' in zijn luchtpaleizen
+ omhoogvaart, juub'lend en verrukt.--
+
+ Hoor gij, die nog in 't licht moogt woonen,
+ dit woord uit 't eeuwig droomrijk aan:
+ "verdrijf die schimmige demoonen"
+ "die voor Gods lieflijk aanzicht staan!"
+
+ "Hard drukt de spijt om noodloos lijden,"
+ "Om gloorie, door een waan gemist".....
+
+ De¯aard was zoo licht, toen ik moest scheiden,
+ en zooveel schooner dan ik wist.--
+
+
+
+
+Een Minnezang.
+
+
+ Vraagt ge mij zangen?--Maar wie
+ maakte mijn leeven tot een harmonisch lied?
+ Weinigen die de melodiëen er van verstaan,
+ Maar gij toch wel?
+
+ Als ik aan u denk, denk ik aan de leeuw'rik
+ de leeuwrik die des nachts zingt onder de sterren,
+ alleen tusschen de zwarte, stille wolken,
+ gansch alleen booven de duistere aarde,--
+ de maan sluit slaaprig 't oog aan de kimme--
+ hij waakt en zingt.
+
+ Als ik aan u denk zingen zóó mijn gedachten,
+ de duistere aarde luistert niet.
+
+ Wie heeft mij de troost gebracht en de verzoening
+ toen ik mat was van strijden,
+ niet verslagen maar duldend zonder vreugde?
+ Wie heeft mijn wintersche dagen verkeerd in luuwte?
+ Wie heeft mij liefde doen kennen zonder bitterheid?
+ Wie heeft mijn blijdschap hersteld?
+
+ Gij weet hoe zwaar het is God te gedenken
+ in alle donkere gangen des leevens.
+ Maar door u heb ik Hem niet vergeeten.
+ Verlangt ge nog meer?
+
+ Verzoenster! met u vond ik de zee
+ de groote zee des vreedes--
+ en in de verre heemelen van rust heb ik gestaard,
+ zij het maar éven.
+
+ En mijn deemoed is ontbloeid naast de uwe,
+ en mijn getrouwheid is door de uwe gebooren,
+ en uw geduld is het mijne geworden
+ onder den zeegen uwer liefde.
+
+ Uwe oprechte oogen volgden al mijn beweegen
+ en hebben mijn hart en handen verlicht--
+ en de trage nevelen zijn opgeklaard
+ van mijn voorhoofd.
+
+ Welk heerlijk wonder als de vlagen staken,
+ als het gedonder der stormen ophoudt en de koude
+ reegen niet meer striemt,
+ als de zon door langsaam verzwindende wolken
+ warmte zendt op het verstilde loof,
+ als dan de reegenzware halmen zich rechten,
+ en de eerste voogelstemmetjes bedeesd weerklinken,
+ en het leeven van de ontelbare teedere weezentjes
+ die wat vreugde zoeken op 't gras, in de lucht, in 't water,
+ schuchterlijk hèrbegint.
+
+ Ach, zoo zoet was het weeder opleeven
+ onder den grooten zeegen uwer liefde,
+ seedert zijn mijn dagen zangen geweest.
+ Verlangt ge nòg meer?
+
+ Neem dan deeze ordelooze stroofen,
+ ook de leeuwrik zingt wild en zonder reegelmaat,
+ hij breekt af en herhaalt en herhaalt, als door àl te
+ machtigen aandrang
+ van zijn innigheid.
+
+
+
+
+In Memoriam.
+
+
+ Zoo werd u 't wigt der kommervolle dagen
+ ten lest te zwaar en naamt ge, t'enden raad,
+ uw daadkracht saam tot éénen wanhoopsdaad,
+ de pijlers breekend die niet konden schragen--
+
+ zachte, bescheiden broeder! teedre vrind!
+ te vroeg gebooren kind van beeter tijden,
+ waarin der menschen vluchtige uuren glijden
+ met ligter gang, en elk zijn bloeitijd vindt,--
+
+ zoon van een volk van blijde, wijze kind'ren,
+ die in bedachtsaam en gerust bestaan,
+ met fijnen glimlach zien Gods wond'ren aan
+ en niemand in zijn lucht gepeins verhind'ren.
+
+ Bestemd voor zulk een waereld, zulke volken,
+ waar men den nooit-gezienen groet als vrind
+ en d'eigen ziel in elk weerspiegeld vindt--
+ werd gij geworpen in de neevelkolken
+
+ van dit verbijsterd en mislukt geslacht,
+ van deeze warre tijden. Blij en goedig
+ stonden uw oogen in 't begin en moedig
+ toogt ge ten strijd met al uw kracht.
+
+ Maar ach! hier geldt niet eedelmoed, noch fijnheid
+ van geest, noch loyauteit, noch zwier, noch eer,
+ 't hoogst-streevend hart ligt allereerst ter neer,
+ ter sluik gemoord door onbespeurbre kleinheid,
+
+ want als een giftdamp vol miasmen, smoort
+ den eedlen geest het kleine, lage leeven
+ der duizenden, wien schoonheid is om 't eeven,
+ die spotten om oprecht en innig woord.
+
+ Meedoogenloos door 't strenge lot gebannen,
+ verweerloos, arme broeder! tot dien strijd,
+ beklom u 't weeten uwer machtloosheid
+ telken dag weer, met telkens weer vermannen.
+
+ Gij voelde 't als een monster, valsch en wreed,
+ door zwaardslag en verwonding onverstoorbaar,
+ gestadig nader, schaduwig, onhoorbaar,
+ bekruipen uw arm lichaam, nat van zweet.
+
+ Doch strijden moest ge¯of sterven! Niet gedoogd'
+ uw diep gevoelig hart de koele rust
+ des wèl-voldanen, die van veil'ge kust
+ naar storm-geslagen schepelingen oogt.
+
+ Als een die oogenlid-loos en gebonden
+ naar 't hachelijk worst'len van zijn landsvolk staart,
+ niet wenden kan het hoofd, noch heffen 't zwaard,
+ noch stelpen 't bloed of reinigen de wonden--
+
+ Zooals een die in droom zijn huis in vlam
+ ziet en in doodsgevaar zijn vrouw en kind'ren
+ maar kan het schrik'lijk onheil niet verhind'ren,
+ de stem verstikt, aan alle leeden lam--
+
+ Zoo liet der waereld vale, vage nood
+ u niet meer toe te waken of te slapen--
+ gij kondt niet stillen 't wee, noch beuren 't wapen--
+ wat bleef er uitkomst als de dood?
+
+ Dit is geen tijd voor teed'ren,--als de wagen
+ van Jaggernaut verplet hen 's Leevens wigt,--
+ toen hebt ge op 't eigen hooploos hart gericht
+ 't onnutte wapen, te zwaar om te dragen.
+
+ Was 't misdrijf?--Duister is Gods raad ons armen,
+ ons innigst geeven wordt het ruuwst geknot,
+ rondom is argwaan, weifeling en spot,--
+ zou Hij zich des oprechten niet erbarmen,
+
+ die streedt tot 't einde van zijn kracht, en viel?
+ En wie van ons, bedreigden, durft het wraken
+ zoo gij geen andre doortocht wist te maken
+ voor uw bemoeyelijkte ziel?
+
+ De dag dringt in mij met dezelfde pijnen
+ als die u folterden,--zoo ik nog sta,
+ ik noem 't geen kracht, ik noem het maar genâ,
+ zou mij uw val dan zwakheid schijnen?
+
+ * * * * *
+
+ Toen kwam er rust,--de rustelooze wind
+ suist eeuwig voort door 't glanzig helm der duinen,
+ waar digtbij zee, aan Holland's groene tuinen,
+ uw lijf zijn zonn'ge ligstee vind.
+
+ Zoo droome uw losgemaakte ziel in vreede
+ van 't schoone en goede wat ge vondt en deedt,
+ en van ons die u minden.--
+ Zacht betreed
+ ik nu met stillen dank de vreed'ge steede.
+
+
+
+
+Zelf-Schouw.
+
+
+ Mijn blanke dwaal-ster zie ik staan
+ in donkerblauwe¯omnachting--
+ op dorp en duinland schijnt de maan--
+ in mijn bevreedigd hart vangt aan
+ een diepe zelf-betrachting.
+
+ Ik ben wel een gezeegend wicht,
+ doch weet dat niet gestadig,--
+ maar als ik stil mijn aandacht richt
+ op 't innig zelf, komt steeds het Licht
+ en wijst het mij genadig.
+
+ Geslingerd ben ik her en der,
+ gedoold heb ik vervaarlijk--
+ doch schijnt mij mijn verheeven Ster
+ na elk verdwalen minder ver
+ en 't leeven min bezwaarlijk.
+
+ Een kleine en altijd heldre bron
+ van glinsterende blijheid,
+ verberg ik diep, en nooit verwon
+ mij 't leed, als ik maar woonen kon,
+ gerust, in haar nabijheid.
+
+ Doch 't wilde leeven lokt mij uit--
+ dan kamp en lijd ik deerlijk,--
+ tot ik weer hoor haar zacht geluid
+ en als een bruidegom zijn bruid
+ haar wéérvind, schoon en heerlijk.
+
+ Mijn arme lichaam, teer en broos,
+ doe ik mij wèl serveeren.--
+ tot ik het eenmaal, leeg en voos,
+ te rust zal leggen voor altoos,
+ als afgedragen kleeren.
+
+ Mijn hart behoudt geen spijt of nijd,
+ 't zoekt ook zijn lust niet grillig.--
+ Door onbesuisde teederheid
+ heeft het wel veelen leed bereid,
+ doch griefde 't niemand willig.
+
+ Mijn weezen heeft een tragen gang
+ 't wil tijd, zich te bezinnen,
+ 't vreest pijn te doen en mijmert lang,
+ maar vaart dan plotsling uit, nooit bang
+ iets hachlijks te beginnen.
+
+ Waarheid is mij, wat 't kindekijn
+ de borsten zijn die 't voeden,
+ doch weetend dat zij schoon moet zijn,
+ vergrijp ik mij aan schoonen schijn
+ vaak tot mijn handen bloeden.
+
+ En onontmoedigd, weederom
+ zoek ik wat goed en eerzaam
+ aan elk is, wien ik teegenkom--
+ want hoezeer onbesuisd en dom,
+ toch ben ik niet onleerzaam.
+
+ Ik acht mij maar een kleine man,
+ bedeesd en zwak van krachten,--
+ doch welke macht ter waereld kan
+ verslaan wie stijgt op vleuglen van
+ zijn godlijke gedachten?
+
+ 't Liefst ging ik als een zorgloos kind
+ aan vaders hand door 't leeven.
+ Doch hoe, zoo 'k hier geen vader vind,
+ zoo wijs, zoo sterk, zoo hoog-gezind,
+ om hem vertrouwelijk en blind
+ mijn kinderhand te geven?
+
+ Toen moest ik wel, met zware dracht,
+ den schijnbren hoogmoed dragen,
+ alleenstaand met begrip en klacht,--
+ en aan de sterren van den nacht
+ om eenen Vader vragen.
+
+ Mijn eigen, echte makelij
+ doet veelen zich bedriegen,
+ ze noemen 't spel en hoovaardij,
+ en als ik eerlijk spreek en blij
+ dan heeten ze 't me liegen.
+
+ Ik word geliefd, ik word gehaat,--
+ noch Eer is 't, noch Beschaming,--
+ want wie mijn weezen niet verstaat,
+ hij raakt mij niet, maar mint of smaadt
+ een pop, met mijn benaming.
+
+ Mijn Vader maakte mij gewis
+ aldus, opdat ik leere
+ hoe ijl der menschen oordeel is,
+ en ik mij van hun ergernis
+ tot Zijn vertroosting keere.
+
+
+
+
+Julius Oldach.
+
+
+ Wohl nicht umsonst trägt Frau Germania
+ so stolz die Krone und so hoch den Busen,
+ errang sie doch den Ehrenpreis der Musen
+ für Poësie und Musika.--
+ Jedoch es schien gar Manchem unterdessen
+ als hätte längst Sankt Lukas sie vergessen.
+
+ Sie schenkte einem Dichter oder Gleichen
+ ein weihe-volles Leben ohne Schmach,
+ und es umspült der göttlich klare Bach,
+ der Seelen Labsal, ihre Eichen.
+ Doch stand es schlimmer mit der Kunst der Farben,
+ nun ja! die Reiche soll doch auch mal darben.
+
+ Es brüstet sich zwar mancher Genius
+ den Holbein und den Dürer zu ersetzen,
+ doch giebt die ferne Nachwelt einen Fetzen
+ für Kaulbach und Cornelius?
+ Da giebt's viel Tuch, viel Akten, und Gewänder--
+ doch flüstert man: "es bleibt nur Oberländer".
+
+ Das neid'sche Schicksal, eifrig zu enttronen
+ wo es zu viel des Ruhmesstolzes fand,
+ nam Ihr, der Hohen, theilweis den Verstand,
+ sodass die biederen Teutonen
+ den Bismarck hundertmal in Erze giessen,
+ und Julius Oldach arm krepiren liessen.
+
+ Der Bäckerssohn mit festem Feuerblick,
+ er hat gemalt wie die von Gott erhellten
+ und seiner Seele ungeheure Welten
+ gedrängt auf tellergrosses Stück.
+ Doch hat's die Deutschen Herzen nicht erwärmt,
+ es hiess: "der Arme hab' sich todgehärmt".
+
+ Nicht doch!--es hat kein Mensch noch so volkommen
+ gesiegt wie er, in Kämpfen fürchterlich.
+ Wer war's der an Verwegenheit ihm glich
+ und siegreich ist davongekommen?
+ Und 's nimmt doch alles sich gar kleinlich aus.
+ Der hehre Geist wählt sich ein enges Haus.
+
+ Nach tausend Jahr und abertausend Jahren
+ da wird wohl mancher Schüler kaum noch rathen
+ was Zieten, Blücher, Roon und Moltke thaten,
+ ob's Krieger oder Krämer waren....
+ doch schmählich wird die blinde Welt genannt
+ die Oldach ein Jahrhundert lang verkannt.
+
+
+
+
+De Klok[1].
+
+
+ Zwijgend hing de klok in den tooren en wachtte.--
+ Omlaag in de glinstrende gangen der stad
+ dwar'lden in vuurigen zwerm de lichtjes.
+ Peillooze nacht
+ toefde in den heemel bij flauwe, deinzende sterren.
+ _Posuït me in tenebris_--...
+ Zwijgend hing de klok in den tooren en wachtte...
+
+ Ver beneeden raasde de storm van Londen,
+ de ondiepe storm onzes leevens
+ onder afgronden van eeuwige stilte.
+ ..._et in umbra, mortis_.
+ In de donkre tooren hing de klok en wachtte.
+
+ Onder de klok, elk in zijne steede,
+ sliepen de strenge dooden.
+ _In tenebris stravi lectulum_....
+ Eén voor één, onder den machtigen tooren,
+ legden de leevenden hen.
+ Maar hun warm leeven slaapt met hen, inniger
+ dan wie gehuwd zijn, leeven dat voortgaat in sluimer,
+ leeven dat nimmer staakt, noch onderbreeking kent.
+ ..._et in polvere dormiam_.
+ De klok omhoog toefde booven de stad.
+
+ Toen, te middernacht, hoorde de wachter beneeden
+ in de donk're klok beslooten stemmen fluistren,
+ hoorbaar alleen voor hem, wachter te middernacht.
+ Spooken van klank bewoogen in de ijzeren stilte.
+ _Cor meum conturbatum est_--....
+ Dood--en de wolven van Vrees waarden in 't duister.
+
+ Spooken van klank, gevangen binne' in de stilte,
+ golfden rondom de klok, als in benauwen:
+ "verlos ons, o gij die toeft!"
+ "Doe ons reeg'nen rondom, verspreid ons als hagel van vrees,"
+ "Hoor! gij achtlooze stad, dronken van leeven!"
+ "Hoort! gij leevende zielen,"
+ "hoort! gij zielen van wie er moog waken, moog slapen"
+ ..._formido mortis cecidit super me_.
+ "Dit is de doem des Doods en géén ontkomt."
+
+ "Eénzaam zal hij liggen, geen gerief zal hem naken,"
+ "de dooden zijn van hem gescheiden, en de leevenden,"
+ "Dood duldt géén gezellen."
+ "Koud is zijn bed, hoezeer met warmte ontvangen,"
+ "zijn huisselijk bed, waar hij zóó lang sluimerde veilig."
+ "Zie, het ontvalt hem, Dood sleept in duisteren afgrond"
+ "langsaam zijn zwichtende vleesch."
+ "Zijn verduisterde oogen, nooit zal meer lamp hen verlichten,"
+ "liefde beroert hem niet, deernis mag hem niet bereiken."
+ _Sicut umbra quum declinat_.
+ Zwijgend hing de klok in den tooren en wachtte.
+
+ Onder de stilte nog drongen de spookige stemmen:
+ "Gij in uw sluimer gewiegd door de duurende pols-slag"
+ "van het getemperde leeven, gij die nog waakt,"
+ "hoort! het woord van den Dood:"
+ "de gerechte sterft en ook de zondaars sterven,"
+ "Dood heeft maar één domein."
+ --_Unus introitus est omnibus ad vitam_--....
+ "Eénder is 't einde, of gij al rust of werkt,"
+ "of gij al wijsheid zoekt, of gij al zwoegt"
+ "jagend naar lust of macht."
+ "Met onverschillige hand reikt de Dood ééne gave",
+ "vult met duister het brein, de handen met stof."
+ ...--_et similis exitus_.
+ "Thans is de stonde des Doods en de stond der Geboorte."
+
+ "Gij, in de duistere stad, die baart deezen nacht,"
+ "tot wat eind uw moeyelijkheid, uwe smarten?"
+ _Sic et nos nati_--...
+ "Hem baarde zijn moeder in smart, toch met blijdschap."
+ "--Maar alles vervalt den Dood--"
+ "hem die in smart uit dit leeven verlost wordt"
+ ..._continuo desivimus esse_.
+ "Al het geboor'ne is een prooi des Doods,"
+
+ Toen, in volkoomen nacht, als nauwelijks hoorbaar
+ Londen omlaag nog maar fluisterend roerde als in sluimer,
+ ver daarbooven, booven zijn dwalende nevels,
+ onder de kalme sterren,
+ plechtig en diep sprak de klok in de stilte:
+ _Pax Deï_--...
+ sprak het met God als alleen, in zeegening.
+
+ Vreede allen zielen, vreede na zwoegen en drang,
+ vreede als van hem wiens werk is voleindigd!
+ Lof zij Goode! voor leeven en dood volbracht.
+ Dank zij Goode! den geever,
+ Als had een geest, bij 't ontstijgen van de aarde
+ éven toevend, het groote zeegenwoord gesprooken,
+ ... _quae exsuperat omnem sensum_.
+ sprak het de zware klok in des middernachts diep.
+
+ De machtige stem, aan de stilte zich bindend,
+ deinde weergalmend oover d'ontzachlijke stad
+ in lange golven van klank.
+ _Qui confidunt in Illo intelligent veritatem._
+ Hooge konde des Doods aan het Leeven.
+
+ Zooals de wind vaagt van het heemelgelaat
+ en onder zich ophoopt tot warre gestapelde massa
+ de gekruifde wolken, in plotslinge gloorie toonend
+ de sterren in hoogte oover hoogte,
+ zoo joeg de manende Dood van 't aanzicht des Leevens
+ verstrooyend de scheemrige neevlen van 't leevende.
+ _In lumine tuo videbimus lumen._
+ En het Leeven verrees, het klare, schoone Leeven.
+
+ Toen hoorde beneeden de wachter te middernacht
+ hoe het geluid van den Dood
+ oover de stad hong in zeegening,
+ het zeegende de stille dooden, de zwoegende leevenden,
+ alle gerechte zielen.
+
+ Liefdrijken en waarachtigen hoorden het in hun slaap,
+ verborgen in donk're slaapsteeden der volle stad.
+ _Pax est electis Ejus_.
+ En vreede vervulde de diepe bronnen des harten.
+
+ Ook de Geboorte zeegende het en de vreugde der moeders.
+ Want als in tijden van oudsher, nauwlijks herinnerd,
+ de blijde ziel van den doode
+ weerkwam op aard, welkom, tot welkom bereid,
+ zoo keert nu weer, na voltooying, verheldring, verblijding,
+ welkom de dierbare ziel tot den Vader.
+ _Justorum autem animae_....
+ Dit is de stonde des Doods en de stond der Geboorte.
+
+ En hij die rouwde in wake, onder den tooren,
+ hoorde dóór dat geluid d'ondoordringbare
+ majestatische stilt' des begravenen Tijds.
+ En de jaren van hem die gestorven was
+ hoorde hij vallen als water, gestort van een schaal
+ in de woelende, vage, vervormende zee.
+ De getelde jaren vielen
+ en mengden zich met 't oneindig verleeden.
+ ...._in manu Dei sunt_.
+ de klok luidde hen needer in d'Eeuwigheid.
+
+ Het statig geluid des Leevens, weidsch zich verrustigend,
+ hoorde hij en 't vloeyen aller wateren
+ tot de woeste, onvruchtbare, eind'looze zee,
+ en hoorde de stille wateren, gereezen uit de zee,
+ voedend en sierend eeuwiglijk de vruchtbare aarde.
+ en hij zag van hem die gestorven was
+ de jaren, heimlijk, verspreid, voeden der waereld hart,
+ _Non tanget illos tormentum mortis_--
+ en floerslooze sterren opluikend om de aarde.
+
+ Toen in den tooren, onder der starren schare,
+ booven de gescepterde dooden, de leevende werkers,
+ elk in zijn leeger van ruste,
+ zag hij 't aanweezen eens Engels, die zeegende
+ zorg en rust,--de Engel van Vreede onuitspreeklijk.
+ _Pax in aeternum Deï_.
+ Langsaam verstomde de klok in den luistrenden nacht.
+
+
+[Footnote 1: Naar het Engelsch van Margaret Wood. Lijkzang bij den dood
+van haren vader, Bisschop van Londen.]
+
+
+
+Vrees niet.
+
+
+ Lieve gezicht, met uw angstige oogen,
+ vrees niet! wat blinken uw blikken zoo bleek?
+ Denk onzer minne geweldig vermoogen
+ waar zooveel onrust en euvel voor week--
+ En dàn gedenk hoeveel volmacht'ger min
+ ons sluit met haar getrouwe vleuglen in.
+
+ Had je mij altijd door, avond en morgen,
+ bleef je mij ooveral eeuwig nabij,
+ dan zou je rustig zijn en niet meer zorgen--
+ waarom dan ben je nu angstig om mij?
+ Vergeet je den veel liever Minnaar dan
+ die nooit en nergens ons verlaten kan?
+
+
+
+
+Op de heuvelen.
+
+
+ 'k Zag der bewoude heuvlen donkre deining,
+ en de akkerkleeden, groen en geel geblokt,
+ ik zag der wolken blindende verschijning,
+ in 't welvend blauw teer-zilv'rig uitgevlokt,
+
+ ik zag rondom, als de verstijfde omlijning
+ van een azuuren hoogbewoogen zee,
+ 't wijd vergezicht, in eindlooze verfijning,
+ tot waar een glans-waas 't al vereev'nen dee.
+
+ Ik zag veel besjes tusschen grauw-groen loover
+ gloend-vermiljoen in najaars-zonneschijn,--
+ en diep in 't dal, stil-schuchter in den toover,
+ de kleine huisjes waar de menschen zijn.
+
+ Het was der aarde moederlijk ontmoeten
+ d at mij beving met nameloos ontzag,
+ 'k zag haar onsterf'lijk aangezicht mij groeten,
+ zij sloeg mij spraakloos met haar schoonen lach.
+
+ 'k Verstond een fluisterklank van haar gepeinzen,
+ als 't kind het eerste woord uit moeders mond,
+ terwijl zij 't weidsche licht-geluk liet deinzen
+ hel-stralend booven purpren horizont.
+
+ Een vlucht'ge glimp gewerd mij van haar denken
+ en mijn vervaard oog ving een ligt gerucht
+ van wat zij droomt, bij 't eeuwig ommezwenken
+ in majestatisch kalme heemel-vlucht.
+
+ Toen keerde ik in,--en vond mijn ziel zóó vreugdig
+ en mijn geluk met een zóó diep verschiet--
+ 'k hervond in al mijn leeven een zoo jeugdig
+ en een zoo onomfloerst genieten niet.
+
+ En toch!...waar bleeven thands de zoete liefden,
+ de hart-verlangens van mijn jongen tijd,
+ mij eenmaal 't dierst?--wat macht'ger drang verhief den
+ geest van hen weg, tot in deeze eenzaamheid?
+
+ Nu zie 'k hen als de kleine huisjes ginder,
+ met hun rook-vaantjes blauw in d'effen sfeer,
+ hun lieve trouwlijkheid geldt mij niet minder,
+ maar 't heem-genucht begrenst den blik niet meer.
+
+ Thans moet ik noode wijder ruimten peilen,
+ de ziel stijgt siddrend in doorzichtig Al,
+ onweetend waar zij weer tot rust verwijlen
+ wat nu haar voorig heil vervangen zal.
+
+ In wat hier helderst is kan 't oog niet staren,
+ en angstig zoekt het wat dan toevlucht geeft,
+ zoolang 't geen wonderteeken kan ontwaren
+ dat zegt wat leeven aarde en zonne leeft.
+
+ Het avondt zachtkens,--duizend, duizend wolkjes,
+ als fijn blank schuim met glans van parelmoer,
+ betrekken met hun raadselvolle kolkjes
+ in stillen wenk den blauwen heemelvloer,
+
+ en ik berust.--De lichtstem der planeeten
+ drong éven door, met de echo van een woord.
+ Wèl kan mijn ziel den wond'ren zin vergeeten,
+ niet, dat zij 't voor een oogwenk heeft gehoord.
+
+
+
+
+Het Gebergte.
+
+
+ De bergen gingen schuil en er ontstonden
+ sombre wolkvormen booven 't glanzig meer;
+ die dreeven weiflend, wentlend heen en weer,
+ stormden dan opwaarts, dreigden en verzwonden.
+ Wit schuim werd zichtbaar op het staalblauw vlak
+ en de seréniteit der wouden brak!
+
+ Waar hoog met zilvren letters stond geschreeven
+ der aarde schoonste en heiligste gedicht,
+ in eeuwge sneeuw en fonklend gletscher-licht,
+ was niet dan duister neevelgrauw gebleeven,
+ dat onontraadseld, onverstaan, onttoog
+ het woord der bergen aan mijn dorstend oog.
+
+ Ik had hen niet verstaan, schoon 'k dag aan dag,
+ in heevige aandacht, 't spel der harmonieën
+ van wit en grauw, bekleed door draperieën
+ van zonbeglansde wolkenvacht, bezag,
+ 't steeds wisslend licht op de altoos starre lijnen,
+ en 't zoet verkleuren bij des Lichts verdwijnen,
+
+ als een droefschoone roep om weederzien,
+ onder des heemels zacht verbleekend blauw.
+ Ik voelde 't aanzijn der mysteriën nauw
+ of, angstbeklommen, teevens hun ontvlien.
+ Sterk spreekt uw stem, gebergte! o sterker dan
+ de stem der zee, die zóó ontroeren kan;
+
+ maar 't luiden van uw zang is zóó verheeven,
+ en 't rhythme van uw leeven vloeit zóó traag,
+ dat ik onmachtig in beklemming draag
+ 't wigt van uw waarheid, onbewolkt gegeeven.
+ En dat bij 't glanslied van uw majesteit
+ mijn hart verwelkt en om verzachting schreit.
+
+ Ik zocht in liedren, die de menschen zingen,
+ wat zich het innigst aan uw schoonheid paart,
+ maar er weerklinkt geen menschenzang op aard,
+ die tot uw hooge machtsfeer dóór kan dringen.
+ En er ontstond een weemoed, die niet zweemt
+ naar uw geluk, en is uw Weezen vreemd.
+
+ Ik klom toen hoog naar de bezonde weiden
+ waar, opziend tot den blauwen ether, staan
+ kelken van dieper-blauwe gentiaan,
+ waar de arend in spiraal-vlucht zich laat glijden
+ door lucht zóó stil, zóó helder, zóó verreind,
+ dat 't àl in tastbaar licht gevangen schijnt.
+
+ Daar is de waereld als een droomgezicht
+ van licht en stilte,--booven 't sneeuwwit ronden
+ zich donkerblauw des heemels diepste gronden,
+ en alles laaft zich aan het gouden licht,
+ tot van het schamel gras de teerste sprieten,
+ in roerloos, onverzadelijk genieten.
+
+ Daar dronk ik ín een laafnis koel en zuiver,
+ en onderging de gloorie deezer wondren,
+ ik hoorde huivrend de lawinen dondren
+ in grim'gen afgrond,--en verwon den huiver,
+ tot 'k immermeer verlangend werd te kennen
+ en aan 't ontzachlijk Bijzijn te gewennen.
+
+ Toen schoot, uit 't Heiligdom dier heldre spanning,
+ de berg-storm los, als een verwoede hond,
+ zoodat 'k moest grijpen 't ijsveld waar ik stond,--
+ en dreef mij neer naar 't land van mijn verbanning.
+ Als bij het toornen van een reus, getergd,
+ fronsten zich de wolkbrauwen van 't gebergt.
+
+ 't Vervaarlijk Lijf van ros en grauw gesteent,
+ door sneeuw en blauwige ijsstroom ooverspreid,
+ omhulde zich tot wintersche eenzaamheid.--
+ En ik had niet begreepen,--niet geweend,--
+ mat waren al mijn vragen, al mijn beeden
+ 't pracht-harnas des Verheev'nen langs gegleeden.
+
+ Met al den last van leed, om niet gedragen,
+ al 't wigt van zorg, onwaardig voor mijn kracht,
+ smaad nauw vergeeven, kommer nauw verbracht,
+ met al wat m' in verwondering doet vragen
+ wat nog tot zulke grootsche Vreugden drijft,
+ waar mij zoo bitter veel te lijden blijft,--
+
+ met àl de in smart gekeetende gedachten,
+ met al den twijfel, dien geen reede sust,
+ met al de vragen, die in doffe rust
+ 't verlossingswerk der heilge Rhythmen wachten,
+ keerde ik weerom, zooals ik was gegaan,
+ en trad met 't oud geduld de doodsche baan.
+
+ Dag zonder troost! dag van deemoediging,
+ van kwijnend herfstlicht, jamm'rend windgezucht,
+ waarin het hart moet wenschen wat het ducht,
+ en van 't geduchtste de bespoediging......
+ Totdat een nijpend lieve melodie
+ de vale neevelwade scheurde.... en zie!--
+
+ En zie!--toch had de Onkenbre mij gewijd
+ en mij een sprank geschonken van zijn krachten,
+ zoodat ik rustig schouwde in dieper schachten
+ dan 'k ooit doorgronden kon in jonger tijd.
+ 'k Zag waangestalten vluchten langs de wanden
+ en de Vulkaan mijns diepsten Leevens branden.
+
+ Was 't dâárom dan, dat zoolang bleef geslooten
+ voor teerder zangen mijn gestrenge mond?
+ Was 't dáárom, dat 'k den welluid niet meer vond
+ waarmee voorheen de liefde-liedren vlooten,
+ hoewel nooit scherper ploeg van leed om liefde
+ den weeken harte-boodem dieper kliefde?
+
+ Vergleeden leeven! lieflijk heuvelland!
+ waar rond een wijd, blank meer de kusten glooyen
+ oopen voor 't licht, en zich aanminnig tooyen
+ met woud en wingert, rossig in den brand
+ van warme zon,--waar blijde menschen gaan,
+ waar stil en slank de popelreyen staan,
+
+ waar van dorpskerkjes vroome klokken galmen,
+ waar vriendlijk volk, geduldig en tevree,
+ als recht aanvaardt al 't kleine wel en wee,
+ en Zondags dankt in onverstane psalmen,--
+ waar men op heldren dag den sneeuwberg ziet
+ als heerlijke oogenlust in ver verschiet,
+
+ maar van zijn ijz'ge grimmigheid niet weet;--
+ waar wordt geliefd, gerouwd, geklaagd, gebeeden,
+ maar rust gevonde¯in liedren en gebeeden
+ en schoone Zaligheid in alle leed....
+ Vergleeden leeven! droefheid zonder naam
+ perst mij, als ik U zie, de lippen saam.
+
+ De droefheid van een vader, die vergrijsd
+ in zorgvol weeten, bij het ziekbed wijlend
+ van 't eenig kind, hoort hoe 't in koortsgloed ijlend
+ de pracht der bonte vizioenen prijst.--
+ O bittre glimlach om gewaande prachten!
+ O Vuurhel der verwoestende gedachten!
+
+ De glimlach van een martlaar, die vóór de ooven
+ in diepgeweld'ge zelfschouw, zich bezint,
+ en hoort bij 't scheiden zijn onschuldig kind
+ verrukt het spel der vlugge vlammen looven....
+ Gelukkig volk der blijde landen! weet
+ dat al uw waarheid nog verwoesting heet.
+
+ Maar ook des vuurs vernietiging is schijn.
+ Het kan de werking van 't bestaande wenden,
+ maar niet des weezens vaste kern doen enden,
+ of wat eenmaal bestaan heeft, niet doen zijn.
+ Het vluchtig schijnschoon kan alleen vergaan
+ door wat nóg schooner is, en blijft bestaan.
+
+ En weet het, allen! die in zulke beemden
+ van dierbre vreede en vruchtbaarheid gedijt,
+ dat ginds het barre Hooggebergt verbeidt
+ het uur, dat al dat lieve U zal ontvreemden,
+ het uur, dat al uw lichtjes zal verdonkren....
+ De sneeuwberg blijft in starre blijheid flonkren.
+
+ Gij, die de blindheid kiest, en mij beklaagt
+ om 't rustloos zoeken naar wat wein'gen deelen,
+ om 't trots verwerpen van 't geluk der veelen,
+ uw noodlot wordt ook geen moment verdaagd.
+ Ik zag d'onwrikbaarheid dier hooge Machten,
+ wier Heerlijkheid gena kent noch verzachten.
+
+ Uw vroomheid is hen schennis en Godslastring,
+ uw liefde haat, uw dankgebed een hoon,
+ als vijand teegen vijand staat hun schoon
+ oover het uwe, en stormen van verbastring
+ zullen verdervend door uw waereld woeden--
+ als door het lieflijk dal de gletscher-vloeden.
+
+ Wreed is de Liefde van wat onverganklijk
+ en hoog-verheeven is, en wreeder doet
+ het schijnen wie Zijn zeegening ontmoet
+ en wordt allengs voor Zijn geluk ontfanklijk,
+ zoodat hij liefdeloos heet en verblind,
+ naarmaat hij méér, met vaster liefde mint.
+
+ En alle trouw aan Hem die niet vergaat,
+ heet ontrouw onder menschen, die niet lijden
+ wat stoort hun kleine vreede en klein verblijden.
+ Maar wie zal klage' om wanbegrip en smaad
+ die na geduldig en hartstochtelijk dingen
+ één lichte zeegenwenk Hem kon ontwringen?
+
+ Nog eenmaal zie 'k de blank gekante kroonen
+ in klaren dag, in statig kalme pracht,
+ als wilden zij, vóór 't ingaan van den nacht,
+ nog éénmaal onomsluyerd aan mij toonen
+ hun stralend Heil, omgord door sombre wouden----
+ Gij gaaft, Gebergte!--Ik nam, en zal behouden!
+
+
+
+
+Goede Werking.
+
+
+ Veel kleine, nijdige dwazen
+ wilden mijn kaarsjen uitblazen,
+ toen werd het in mijn hand
+ een machtige fakkelbrand.
+
+
+
+
+Mijn Vrienden.
+
+
+ Ik droeg mijn baloorige vrienden
+ 't kwaad hart niet toe, dat ze verdienden.
+ Want al hebben ze mij soms deerlijk bezeerd,
+ ze hebben zichzelf nog méér geblameerd.
+
+ Op 't schande leeger, mij toegedacht,
+ liggen ze zelf eens, niet heel zacht,
+ en ik kan hen, met alle vergeevingsmacht,
+ van die zelfgespreide bedden
+ in der eeuwigheid niet meer redden.
+
+
+
+
+Dichter en Geleerde.
+
+
+ De Dichter is een neuswijs kind,
+ dat Leeven zoekt waar 't niemand vindt.
+ Hij spreekt met bergen, maan en zon
+ alsof dat alles leeven kon.
+ De Dood zelf lijkt hem een bedrog,
+ zelfs dáárin speurt hij 't leeven nog.
+
+ Maar de Natuurgeleerde
+ doet juist het omgekeerde.
+ Zijn heedendaagsche weetenschap
+ is wonder-slim, en wonder-knap,
+ want die verklaart, met wijsheid groot,
+ het Leeven door den Dood.
+
+
+
+
+Besluit.
+
+
+ De waereld scheen mij zoo droef-bevolkt
+ en de weg der menschen zoo'n harde baan,
+ dat ik meende wel altijd zorgen-bewolkt
+ en kommer-beladen door 't leeven te gaan.
+
+ Maar ik schepte een licht verblijden
+ uit een bronwel booven de tijden,
+ daarmee wil ik voortaan enk'len
+ der aandachtigsten besprenklen,
+
+ en de tijden doorschrijden met ligten tred,
+ en ooveral waar ik mijn schreeden zet
+ een lichtdrop plengen den droeven,
+ maar niet in hun duisternis toeven.
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+ Bladz.
+Dante en Beatrice.
+
+Inleiding 5
+I-XIV 8
+XV-XXV 25
+
+Andere Verzen.
+
+Des Leevens Kern 39
+Koele Mei-dag 41
+Schat mijns Harten 42
+Looverlied 44
+Alles voor U 46
+De Staf 49
+Aan de Groote Dichters 51
+Shelley's Epipsychidion 54
+Stem van Génerzijds 57
+Minnezang 60
+In memoriam 63
+Zelfschouw 67
+Julius Oldach 71
+De Klok 73
+Vrees niet 79
+Op de heuvelen 80
+Het Gebergte! 83
+Goede Werking 91
+Mijn Vrienden 92
+Dichter en Geleerde 93
+Besluit 94
+
+
+
+
+De Rivier.
+
+
+ De zoomerzon uit violetten damp
+ beglanst met kooperrooden schijn
+ de blanke vloeden van den Rijn--
+ die gaan door 't volkrijk land
+ in bochten breed en machtig--
+ de stille boomen ter weerskant
+ staan aan den zacht-bewaasden zoom
+ te spieglen als in droom.
+
+ Des diepsten Zelfs indachtig
+ zie ik de groote pracht rondom--
+ zoek in der ziele kerngrond om,
+ 't is daar al eeven prachtig.
+ Wat kan er zijn
+ nog bron van pijn?
+
+ Gij lieven allen die nog lijdt,
+ om mijnentwil in droefheid zijt
+ waar komt uw smart vandaan?
+ Waart gij maar diep, maar diep gegaan
+ in allerdiepste diepten
+ des Zelfs, gij vondt er enkel pracht.
+ Ik vond er enkel liefde.
+
+ Wat heeft u dan tot klacht gebracht?
+ Bestaat er kwaad
+ ook zonder haat?
+
+ Nu zie 'k der menschen wonderwerk
+ de graauwe, goud-bekruiste kerk,
+ een ruigt van spitsen, teer en sterk,
+ aan bleeken horizont.
+
+ O menschen, hoe hebt gij 't gedaan
+ 't Schoon wat ik in mijn binnenst vond
+ zie 'k heerlijk voor mij staan.
+
+ 't Betrouwen op Gods liefde en recht
+ voor eeuwig, machtig uitgezegd
+ in prachtbouw, fijn en hecht.
+
+ Laat, lieven, allen u verblijen,
+ niet minder vast, niet minder schoon
+ staat in de ziel uw heil'ge woon.
+ Wat valt er nog te schreyen?
+
+
+
+
+De Planeet.
+
+
+ Blank-glanzende planeet
+ betuurt aandachtig weeder,
+ strak-fonklend en teeder,
+ mijn stillen avond-weg--alsof zij weet--
+
+ Gaat hare hooge baan,
+ blij-beezig, zeer verheeven,
+ zelf wel vol moeizaam leeven,
+ doch ziet men 't haar sereenen blik niet aan.
+
+ Stelt mij mijn hart gerust,--
+ zóó hoog en zóó ontzachlijk!
+ Scheen 't àl daar-éven hachlijk,--
+ mijn ziel nu glimlacht weer in milden lust.
+
+ Haar scherp gekijk behaagt
+ wie eeven klaar durft schouwen,
+ wiens blik niet zal verflaauwen
+ door 't lastig leeven dat hij lachend draagt.
+
+ Als zij, mijn glans-planeet,
+ draag ik een volk van zorgen,
+ toch vindt mij elke morgen
+ tot strengen gang in heldre vreugd gereed.
+
+ Wat bergt zij, wonder-ster,
+ voor vreemd, gestaltrijk woelen?
+ Kent zij mijn licht bedoelen?
+ Eens ken ik 't hare--al is zij nóg zoo ver.
+
+
+
+
+Mijn Bloemenpleegster.
+
+
+ Goede verzorgster van de blijde bloemen,
+ die fleurig rond mij staan in elk seizoen,
+ ik blijf uw naam met eender wijding noemen
+ als toen.--
+
+ In veeler vrienden plaats vond ik een Vader,
+ in meenig scherp gevecht vocht ik mij vrij,
+ maar niemand kwam mijn diepsten hartsgrond nader
+ dan gij.--
+
+ Mijn leeven staat thans wonderbaar bescheenen
+ door glans dien gij niet kent en bijna vreest,
+ doch hij vermooit van al ding om mij heenen
+ ú 't meest.--
+
+ Door eigen leed alleen kunt gij mij deeren
+ gij doet mij lief, al doet ge mij verdriet,
+ ik moet u goed zijn, of ik 't zou begeeren
+ of niet.--
+
+ Zoo pleeg met mij in bloeme¯en kindren beiden
+ de schoonheid waar ons beider hart in leeft,
+ en wat ik u onwillig heb doen lijden,
+ vergeef 't!--
+
+
+
+
+
+VAN DE PASSIE-LOOZE LEELIE.
+
+EEN LIED IN HEBREEUWSCHEN DICHTVORM.
+
+Den eine Lilie blühet über Berg und Thal,
+an allen Enden der Erde. Wer da suchet der
+findet.
+
+Boehme.
+
+
+
+
+De Aanroep.
+
+_Aan de schimmen van Beethoven en Bach._
+
+
+ O mijn Broeders, en mijn Heiligen!
+ Mijn aldernaasten--bij God mijn bemiddelaars!
+
+ Als een eenzame wijlt mijn ziel onder eenzamen,
+ wie onder de leevenden kent mijn hart?
+
+ En God's aangezicht zal ik, leevende, niet zien,
+ Zijn glans blijft mij onthouden, hoe ik bid.
+
+ Want mijn onvergolden schuld is nog te geweldig
+ en te machtig zijn om mij de handen mijner zonde.
+
+ Onder lig ik, als een worstelaar, 't gelaat op de aarde,
+ tusschen God en mij ligt mijn kwaad op mijn lenden.
+
+ Daarom roep ik u, mijn Broeders, mijn aldernaasten,
+ dat gij mijn geroep opdraagt tot onzen God.
+
+ In de hallen des nachts stond ik en wrong mijn handen,
+ in de droomhallen, die ombuigen, dat men geen einde ziet.
+
+ En ik riep, maar mijn stem kon om hun hoogte de welvingen
+ niet aanraken,
+ ik riep: "Bach!" en nogmaals riep ik; "Bach!"
+
+ Want ik zocht u, ik, de nog in den lijve leevende,
+ ik zocht u, Broeders, die droomt in glansrijke eeuwigheid...
+
+ Daar waar het gaan der dagen niet meer bemerkt wordt,
+ waar de eeuwen rondom staan als kaarse-vlammen om 't altaar,
+
+ waar gij zweeft in sfeeren wichtloos, wilde ik koomen
+ zachtkens, en op uw hart leggen mijn schuchtere handen.
+
+ Ik haat mijn lippen die dit gerucht maken,
+ ik verwerp deeze onnut luidende woorden.
+
+ Want zij gaan onvast achter uw statige liederen,
+ als de stap eens doods-bedroefden achter de lijkbaar.
+
+ Omdat ik dronken ben van uw eevenmaat,
+ en een geslagene door uw harmonieën.
+
+ Ach, wat is het spreeken in beelden!
+ Wat is het doen luiden van lucht door keel of snaren!
+
+ Achter dat, diep daarachter is het onnoembare.
+ Wat is het? Wel u! gij zaligen, die het beseffen kunt.
+
+ Het is dansen, maar de dansers zijn er niet.
+ Het is beweegen, maar wie is 't die beweegt?
+
+ Het is spreeken, maar wat wordt gezegd?
+ De ooren verstaan, 't hart schreit om méér verstand.
+
+ Ik riep in de droomhallen, maar er was niemand.
+ Ik ging eindloos voort, maar de vreemdsoortige steenen zweegen,
+
+ Toen keerde ik weeder naar mijn slapende lijf,
+ ik zag het liggen, klam van gelatenheid.
+
+ En de dag wachtte, de koele, blanke jongeling,
+ welgemoed wachtte de morgen, onverschillige cipier.
+
+ Maar somwijlen--
+ roep ik ze in mijn droom, de genieën des lieds,
+ de engelen die u dienden roep ik dan machtiglijk.
+
+ Ik roep ze en zij koomen, en ze dienen ook mij,
+ zij zingen en beweegen hun bevallige handen.
+
+ Zoo weet gij dat ik uw broeder ben,
+ en gij wilt mij wel kennen, arm en klein als ik ben.
+
+ Schaamt u niet oover mij, om dit stamelen,
+ veracht mij niet, omdat ik te zwijgen niet vermocht.
+
+ Hebt gij ook niet het alledaagsche gedaan?
+ Hebt gij dan van uw verachtelijk praten nooit gewalgd?
+
+ Nu zijn de woorden verwaaid als papier-asch,
+ maar in rein-gegloeid gouden vlechtwerk van melodieën
+ ligt uwer ziel zacht gebed.
+
+ Om mijn naasten is 't dat ik spreeken moet--
+ om den arme praat ik; die smacht en geen recht vindt,
+
+ om den arme wiens ziel verschrompeld in kommernis,
+ om den rijke die zijn ziel vergiftigt met ongerechtigheid.
+
+ En ik praat, mijn hart ziedt, maar ik praat zachtkens,
+ ik leid mijn woorden, als een geduldig meester de kinderkens.
+
+ Met ijzeren toom houdt mijn liefde ze bedwongen,
+ ik schik ze bedachtsaam en vol zorg, want de arme smacht.
+
+ Een lantaarn oopen ik een handbreed voor der dwazen oogen,
+ honderd vuuren bouw ik rond hen, en ze zeggen: "wie ziet er wat?"
+
+ Ik luid de noodklok booven hun hoofden,
+ den doorn der waarheid plant ik in hun borst.
+
+ In tranen buig ik mij tot hun zweeren,
+ de kleeren mijner trots scheur ik, wijl zij naakt zijn.
+
+ Mijn stem is schor van zeggen en zij lachen,
+ mijn lippen beeven, en zij roepen: "zing fraayer!"
+
+ Maar dan, o mijn Broeders,
+ dan, in de dagen van verbittering,
+ ontmoet ik een zachte vlaag uwer schoonheid,
+ uw geest die nog omwaart onder 't droeve geslacht.
+
+ Uw lied hebt gij scheidend den menschen gelaten,
+ in zwarte teekenen geboekt houden zij het.
+
+ Uit aldoor stinkender poel rijst het zuiverlijk,
+ ooveral leeft het, onaangetast, in zeeën van leelijkheid.
+
+ Als de rooke eener veldbloem in vunze achterbuurt,
+ als een verdoolde vlinder in bloedig-donker slachthuis,
+
+ als het koeren eener woudduive in beurs-gezwatel,
+ als het donder-gromlen booven het gejoel eener dorpskermis.
+
+ Zoo blijft gij, herauten Gods, zijn heerlijkheid handhaven,
+ zijn licht doet gij eerbiedigen in helsche duisternis.
+
+ Waarlijk mag ik u heilgen noemen,
+ priesters noem ik u en bemiddelaars,
+
+ Zie de lieden saamkoomen, hun denken is nietigheid,
+ hun hart is laf, hun ziel uitgedoofd, loogen kwijlt hun mond.
+
+ Maar dan doen ze de doode teekenen leeven
+ en Gods waarheid licht óp uit leevenloos hout en snaren.
+
+ Al is hervonden voor een wijle, geloof en kennis,
+ weer weet ik, hoe alles goed is wat is, om Godswil.
+
+ Van uit uw doodsrust beweegt ge dan de leevenden--
+ van uit uw zaligdom zendt gij de roozen uwer goedheid nog.
+
+ Met zacht verwonden windselen stelpt gij mijn bloeden,
+ liefelijk omstrengelen de melodieën mijne ziel.
+
+ De blinkende mantel van uw liefde oopent wijd--
+ vertrouwelijk ligt mijn hoofd in uw schouderholte.
+
+ Waar de vloeren zijn, en de muuren, en de banken,
+ waar al het geziene en getaste is, rondom,
+
+ daar is een andere waereld, terzelfder uure,
+ daar is een groote, wijde zee, terzelfder plaatse,
+
+ daaroover zweef ik veilig, rondom in 't prachtige,
+ in gouden schoonheidslicht, werkelijker dan werkelijkheid.
+
+ Want deze leelijke waereld is een bange droom
+ het getaste en geziene is schim en ijdelheid,
+
+ maar de schoonheid staat er midden doorheen waarachtiglijk,
+ op deeze plaatsen, waar wij zijn, bestaan weezenlijker dingen.
+
+ Wat is het dan toch dat spreekt? Van waar die stemmen?
+ Hoor ik er niet die elkander vragen en elkander antwoorden?
+
+ Gij zijt het niet, mijn Broeders, gij waart enkel, zij zijn veelen,
+ gij spreekt één na d'ander, zij gelijkelijk, zonder verwarring.
+
+ Omspannen zij niet ruimte en tijd in geslooten hand?
+ Zien niet hun oogen de toekomst en elkanders harten?
+
+ Want hun stemmen worden tot één ding, zonder voorafspraak,
+ en spreekende, weet elk wat de ander zeggen zal.
+
+ Als dit niet het leeven der engelen is, wat is het?
+ Door u spreeken de gelukzaligen tot ons.
+
+ Hun kristallen wooning staat vast en waarachtig
+ dwars door onze huizen en kamers, die vaag als damp zijn.
+
+ Hun glans-gestalten beweegen door onze lichamen
+ als stoomschepen door neevelen des morgens op vlakke zee.
+
+ Zie, ik word ouder, het weeke verhardt in mij,
+ vast en rimpelig word ik, als een jonge boom die hout maakt.
+
+ in mijnen groei volhard ik strammiger,
+ ik kan niet leenig meer zwiepen met den wind.
+
+ Maar mijn bloemen zijn fijn en zoet-rookig als van ouds
+ en al mijn bladeren lispelen eeven teeder in laauwen wind.
+
+ Zoodanig mijn stam gegroeid is kan ik niet meer veranderen,
+ het gekromde kan ik niet meer recht maken in mij.
+
+ Maar mijn leevende twijgen bidden om vergeeving, telken jare,
+ en mijn bladeren beweenen mijne zonden.
+
+ De eene mensch is mij zooveel liever niet meer dan de andere
+ en den weekhartige ben ik tot aanstoot.
+
+ Maar verder gaat de geur mijner bloemen,
+ verder gaan mijne zaden en mijn schaduwen.
+
+ Grooter zijn mijn verrukkingen
+ en het licht des heemels ken ik beeter.
+
+ Zoo voert dan mijn stem op, gij machtigen in licht!
+ wat ik fluister teegen de aarde, zingt het onzen Vader,
+
+ den dank uws broeders, die de lavingen geproefd heeft,
+ het zoet dat gij van Hem in mijnen mond hebt gelegd.
+
+ Veele schulden zijn mij kwijtgescholden
+ en uw bericht omtrent Zijn erbarmen heb ik verstaan.
+
+ Maar ook het brood des doods zou ik willens gegeeten hebben,
+ volhardend in dankbaarheid.
+
+ Want ben ik niet Goodes, God kennende?
+ En zal Hij zichzelven vernietigen?
+
+ Doch weest gij mijn fakkel, en mijn vóórspraak,
+ mijn adem, en mijn marmer-treeden,
+
+ mijn licht-toorens, mijn sterke scheepen,
+ mijn beeken langs den weg, mijn vertrouwelingen.
+
+ Want mijn ziel wijlt als eene eenzame onder eenzamen
+ en wie is er van de leevenden die mijn hart kent?
+
+
+
+
+Het Antwoord.
+
+
+ Hoe ben ik beschaamd, ik wou zacht spreeken,
+ mijn waan brak, ik ben verneederd, en zoo gelukkig.
+
+ Met gevouwen handen in mijnen schoot zat ik neer,
+ omhoog ziend als wie een schat kreeg uit den heemel.
+
+ Trotsert, zeide mijn hart, zul je wéér groot doen?
+ Zul je wéér spreeken als een machtige oover zichzelf?
+
+ Ik lig neergeslagen als het graanveld na slag-reegen,
+ langsaam maar heft God's goede zon mij op.
+
+ Langsaam vervliegen in zijn licht de zware schitterende droppen,
+ de zoete tranen mijner verneedering
+
+ Wat weeten wij, dwalers, neuswijze kinderen,
+ wat kennen wij onzer eigene domeinen?
+
+ In wat woordpraal wanen we beslooten onze ziel?
+ Een kind hoort wel de gansche zee zelf in een kinkhoorn.
+
+ Op ons onmeetelijk weezen groeyen de kleine gedachten,
+ zooals kleine kruiden en mos op eeuwige gebergten.
+
+ Luid verkonden wij onze meeningen en besluiten,
+ zeggend: "Ik ben, ik wil, ik weet, ik doe."
+
+ Maar het gevaarte onzes weezens weet hiervan niet.
+ Ziet men 't mos op de bergen, als ze strak blinken aan
+ blaauwen horizon?
+
+ Waar is ik? Wie is de ik-zegger die recht heeft?
+ Voorwaar, er zal geen ik-zegger zijn buiten God.
+
+ De mensch zegt: ik wil, maar in hem wil de Eeuwige.
+ Wie zijn Zelf vatten wil, zijn hand tast in de oneindigheid.
+
+ Inwaarts tuurend door-ijlt onze blik de grondlooze
+ in zich kookerende verschieten, al heller en inniger,
+ waaraan geen einde is.
+
+ Ik riep omhoog als een eenzame zonder verwachting--
+ Hoezeer heeft het antwoord mij beschaamd!
+
+ En ik zeide Gods aangezicht niet te zullen zien.
+ Ik keek op van 't geschreevene, en zie! waar was Hij niet?
+
+ Ik zag Hem bij nacht en bij dag, in droom en in waken.
+ Ik zag Hem in't weemelend water, in de grashalmen voor mijn venster.
+
+ Ik zag Hem in 't licht der maan, ik zag Hem in de duisternis,
+ Zijn antwoord was in 't voogelzingen, ik hoorde Hem in de stilte.
+
+ In de eenzame stilte, als alleen 't bloed spreekt.
+ De vlinder heeft mij van hem gesprooken en de morgenzon
+
+ De bevonkte heemelen antwoordden, de verbazenden.
+ De storm sprak, ook het fluisteren der liefste was van Hem.
+
+ Zie, der teere bloemen fijn uitgebeelde kleur-gedachten,
+ om Hem alleen zijn zij aanbiddelijk.
+
+ Ik wist het alles, maar ik wist het toch niet.
+ Want ik zocht Hem immers waar mijn oogen niet reiken.
+
+ Dwaas, die in 't leedig staarde!
+ Zijn volheid omringt mij toch als den visch het water.
+
+ Maar wij willen Hem niet zoeken waar hij zich te kennen geeft.
+ Wij willen de heemelsche gloeden en de oopenbaringen terstond.
+
+ Het lofzingen zijner Engelen willen wij hooren,
+ Zijn lichttroon willen wij zien gevest in des Heelal's midden.
+
+ Met deeze handen van vleesch willen wij het eeuwige tasten,
+ Ons bevreedigt niet de vreugde van 't voorbijgaande
+
+ Toch heeft hij ons alleen deeze vreugden gegeeven
+ opdat wij Hem er in kennen zouden, en anders niet.
+
+ Hebben wij niet de lichte velden en het koele water,
+ de mooye bloemen naast ons en de geurige vruchten,
+
+ de dieren met hun wonderbaar weezen, elk een schoon raadsel,
+ de geheimen der natuurkracht, zoet om te doorgronden,
+
+ de eindelooze ruimte vol waerelden,
+ bevolkt met vreemde verbeeldingen.
+
+ en het heerlijke begrip en de muziek,
+ en elkander--O de liefde hebben wij immers!
+
+ Daarin alleen vinden wij Hem,
+ ooveral waar vreugd zeer heerlijk is en verheeven.
+
+ Waar wij lust vinden die sterker maakt en verheft,
+ waar wij de zielen voelen groeyen en stijgen in vreede.
+
+ Want Hij is licht en vreugdrijk, Zijn weezen is zaligheid,
+ smart is waar Hij niet is, lijden is gebrek aan Hem.
+
+ Daarom lijden zoozeer wie Hem 't meest begeeren,
+ dan komt Hij, hun heilige smart verkeerend in zaligheid.
+
+ Mijn hand trilt en van tranen zie ik 't geschreevene niet
+ omdat Hij mij zeggen laat meer dan ik wist te weeten,
+
+ omdat ik Hem zoo goed kan noemen, die mij zoo geslagen heeft,
+ omdat ik, de met zooveel smart gezeegende, Hem zoo danken moet.
+
+ In den nacht heb ik wel getwijfeld, in de naargeestige uuren,
+ maar hoe mijn gedachten zwerven, mijn hand schrijft geloof.
+
+ Zijn stem gaat door mijn lippen, ze reinigend,
+ verkwikt sta ik op van 't schrijven, glanzend mijn oogen.
+
+ Wij hoogmoedigen twijfelen, omdat vreugden vlieden.
+ Is God dan in 't vergankelijke?--En wat is er meer?
+
+ Maar de neederige leert zien hoe niets vergaat,
+ hij leert het altijd-duurende erkennen in 't vergankelijke.
+
+ De hoogmoedige vertrapt de teere schatten om hem,
+ door zijn vloeken hoort hij Gods zachte roepstem niet.
+
+ Maar wie de lijnen en kleuren eener bloem leerde liefhebben
+ tot hem heeft God gesprooken, als de meester tot een aandachtig kind.
+
+ En wie de schoonheid der avondstonden voelde tot hij schreide,
+ voorwaar! Gods eigen hand is hem zeegenend op 't hoofd gelegd.
+
+ Maar wie verrukt is geweest door gansch onzelfzuchtige liefde,
+ die zijn eevenmensch bemind heeft in festijnen van vreugde,
+
+ ja, hem heeft God zelf de lippen gekust,
+ hij heeft het vaderhart des Eeuwigen voelen kloppen.
+
+ Weest toch niet bang en verlaat u maar, goed-willigen,
+ waar zeer groote vreede is en vreugde, daar vindt gij Hem.
+
+ In heilige boeken heeft Hij zijn wet doen staven,
+ maar in elk hart schreef hij ze nog eens, méér kennelijk.
+
+ Met letters van lichtspreidende pijn,
+ vuurige woorden van felle heerlijkheid.
+
+ Acht het niet, wat menschen goed noemen en wat slecht,
+ laat u niet meedesleepen en niet verschrikken,
+
+ maar geeft acht op het innerlijk gericht,
+ vraagt de bevestiging van Gods eigen mond.
+
+ Hij spreekt zacht maar kennelijk,
+ aan sterke vreugde en rust zult gij Zijn woorden kennen.
+
+ Doch hij spreekt niet tot wie zelfzuchtig is en bevreesd.
+ In den storm van hartstocht verstomt Zijn geluid.
+
+ Door de poorten der verneedering komt Hij ons hart binnen.
+ Vreest niets en verlangt niets en alles geeft Hij u.
+
+ Laat los, bangelijken, oopent de krampachtige handen!
+ Laat los tijdelijk houvast, vertrouwt u moedig aan het eeuwige
+
+ Volgt aandachtig en geduldig, ziet niet angstig achterom,
+ zoo gij dwaalt, Hij zal u door smart terechtwijzen.
+
+ Zoo gaat blij en onverschrokken, zijn heerlijkheeden zoekend,
+ vreest zijn terechtwijzing niet, noch ontwijkt ze.
+
+ De menschen zullen u waarschuuwen en haten
+ maar God zal u troost geeven en macht oover hun boosheid.
+
+ Gaat als een wandelaar, die 's morgens uittrekt naar
+ mooye, onbekende landen,
+ gaat als een voogel die al zingende omhoog stijgt.
+
+ Hoe gemakkelijk is het zingen in den morgen
+ voor wie Gods lichte werken in zich heeft.
+
+ Hij vindt zonder zoeken, hij is echo van Zijn stem,
+ hij vertelt het gebeurende als een blij kind.
+
+ De wonderen staan zoo duidelijk voor zijn oogen.
+ Zij zeggen: "hier ben ik!" noemend hunnen naam.
+
+ Tot mooi-spreeken spant hij zich niet,
+ zijn gedachten zijn gezangen, welluid is zijn zelf-gesprek.
+
+ De menschen verlieten mij, de een na den ander,
+ veelen heb ik vriend genoemd. Waar zijn nu mijn vrienden?
+
+ Waar vind ik wijdheid van vertrouwen, dag aan dag?
+ Ook die mij 't zeerst liefhebben beklagen zich oover mij.
+
+ Omdat ik naauwkeuriger acht geef op het waarachtige,
+ omdat ik stoutmoediger waag te doen wat mij recht schijnt.
+
+ Maar waarlijk de Eenige heeft mij niet teleurgesteld,
+ mijn ziel is gelaten, mijn geluk stijgt dag aan dag.
+
+ Toch heb ik nu eerst al mijn zonden gezien,
+ opdoemend als rotsen rondom een schip in neevel.
+
+ Daaraan moest ik te pletter gaan, dacht mij.
+ Ik boog het hoofd geduldig, ik genoot den kwaden roep.
+
+ En zie! in veilige haven ben ik gevoerd,
+ rein ben ik, als toen ik gebaad was op den dag mijner geboorte.
+
+ O mijn Vader, vaak heb ik van wonderen gesprooken,
+ hoe anders zijn ze, nu ik ze waarachtig gebeuren zie.
+
+ Zoo is het ontmoeten van wijdvermaarde menschen,
+ zij bedroeven de verwachting, maar de droefheid wordt beschaamd.
+
+ Onze denk-beelden zijn grof en ontoereikend,
+ maar het Zijnde is ontzachlijk en zeer subtiel,
+
+ Hoelang reeds niet weet ik wat wij noodig hebben!
+ Ik wist het immers toen ik als knaapje naar school ging?
+
+ Vroome wijsheid behoeven wij, maar wie kent den weg er heen?
+ Nu ik in mijnen middag sta, nu eerst ken ik den weg.
+
+ De morgen verging, het schoone leeven neigde ten avond,
+ nog was de weg niet gevonden, en het doel zoo ver, zoo ver.
+
+ Nu is mijn tred vast, mijn ziel rustig--
+ maar ach! wie vergoedt den verlooren tijd?
+
+ Nu weet ik hoe de vroome wijze te leeven heeft,
+ zijn zwaren gang weet ik--en zijn onvergelijkelijke zeegeningen.
+
+ Nu weet ik waar de wateren des leevens vloeyen,
+ nu weet ik waar zij bloeit, de passie-looze Leelie,
+
+ de heilige bloem der vroome wijsheid,
+ die macht geeft oover het kwade en oover den dood.
+
+ Maar helaas, het is nog ver!
+ En hoeveel zijn de dagen die mij resten?
+
+ Hoe wordt het schoone en heilige leeven nog misbruikt!
+ Hoe vermorsen wij jammerlijk onze kostbaarheid!
+
+ Wij verkwisten ons duurste goed als onnoozele kinderen,
+ als het domme vee dat zijn voer vertrapt,
+
+ En toch is in ons bereik een leeven vol heerlijkheid,
+ de macht tot allerhoogste zeegeningen is ons geschonken.
+
+ De deur staat oopen tot wat alle droom en hoope oovertreft,
+ tot vreede en geluk op aarde en zaligheid in den heemel.
+
+ Zijn onze verbeeldingen niet schamel en klein?
+ Is ons denken niet armzaliger dan het bestaande?
+
+ Wie zal dan zijn hoope schooner wanen dan de werkelijkheid?
+ Wie zal Gods Heerlijkheeden in verbeelding te booven kunnen gaan?
+
+ Heerlijk, heerlijk is het leeven des vroom-wijzen.
+ In het leeven vindt hij zeegen, met den dood neemt hij genoegen.
+
+ Leevende zoekt hij de schatten die hij in sterven behouden zal,
+ hij ontvangt van 't Leeven wat de Dood niet ontneemt,
+
+ Hij gaat door zijn dagen als een blijmoedig strijder.
+ In zijn nachten proeft hij den voorsmaak van Gods belooning.
+
+ Het lijden weerstaat hij als een held.
+ als een reiziger die den straatroover oovermant en bindt.
+
+ Zijn blikken zijn als vuur, verzengend het slechte en leelijke,
+ de schoonheid schittert hem teegen waarheen hij schouwt.
+
+ Hij gaat door de droeve straten, de vuile achterbuurten.
+ maar de zwaarmoed smelt voor zijn oogen als ijzel.
+
+ Waar hij zijn hand oplegt, daar vliedt de doodsvrees,
+ het leeven wordt gesterkt en het geluk ontbloeit.
+
+ Hij weerstaat het kwade niet, maar het verwelkt voor zijn aanweezen,
+ het kan niet zijn waar hij is, door een Gods-wonder.
+
+ Hij leert te zien het waarachtige, maar het droeve en sombere niet,
+ want het waarachtige is vreugd en schoonheid, en is in alles.
+
+ Toch voelt hij alle lijden en is niet hard,
+ hij lijdt om den onweetende, den hartstochtelijke, den schijn-vroome.
+
+ Want hij weet dat hij niet zalig kan worden alleen,
+ hij wil niet de meerdere zijn booven zijn broeders.
+
+ Maar in een feest van veelen zou hij gelukkig zijn,
+ zijn wijsheid is een brandpunt van veele stralen lichts.
+
+ Zijn hartstochten zijn niet in hem verlooren gegaan,
+ maar bedwongen tot staat van leevendiger spankracht.
+
+ Zooals bedwongen beweeging tot hitte wordt, daarna tot licht,
+ zoo wordt zijn hartstocht stil en glansspreidend.
+
+ In sooberheid leeft hij en zeer groote reinheid,
+ door zorgvuldige orde leeft hij dubbel.
+
+ Geen zuivere vreugde is hem te gering,
+ verheeven is hij door natuurlijkheid.
+
+ Hij beijvert zich niet goed te doen,
+ hij doet goed zooals 't water omlaag vliet.
+
+ Hij legt zich niet toe op volmaaktheid,
+ maar God zeer liefhebbend wordt hij van zelve volmaakt.
+
+ Hij wenscht voor zich geen deugden noch zeegening,
+ God wenscht hij te gerieven, als zijn eenigsten, liefsten vriend.
+
+ Zoo koomen deugd en zeegen zijns ondanks,
+ uit nooddruft ontstralen hem blijmoed en goede werken.
+
+ De Schepper aller waereld is zijn innige vertrouwde,
+ Hem kent hij beeter dan vader, moeder, liefste of kind.
+
+ Van uur tot uur leeft hij met hem,
+ in bangen en langen, in verrukking en beproeving.
+
+ Hoe kennen wij onze lieven? wie heeft een ganschen mensch gezien?
+ Huid en oogen zien wij, wij voelen handen en hooren stem.
+
+ Maar de gansche mensch is onzen zinnen een verborgenheid.
+ Niets weeten wij van hem dan door bemiddeling.
+
+ Zouden wij dan niet eevenzeer onzen God kennen,
+ schoon wij niets van Hem weeten dan door bemiddeling?
+
+ En tot den vroom-wijze spreekt hij zeer onmiddelijk,
+ ja, meer onmiddelijk dan vader, moeder, liefste of kind.
+
+ En zooals een vriend den lieven vriend meedeelt van het zijne,
+ zoo geeft God van zijn eigenheeden aan wie zijn vriend is.
+
+ Van zijn goedheid geeft hij, van zijn vreede, van zijn zaligheid,
+ van zijn macht oover het kwade, van zijn kennis aller dingen,
+
+ ja, van zijn scheppingsmacht deelt hij meede.
+ Den mensch, zijn maaksel, maakt hij tot maker.
+
+ Maar wat ons lijfje is in de ruimte vol zonnen en waerelden,
+ dat zijn onze gedachtetjes in Gods gedachte.
+
+ Zie het vuurige zonnelijf door den befloersten kijker,
+ met zijn vlekken en vlammen, zijn aureolen.
+
+ zijn donkere kolken, zijn wervelstormen van vuur,
+ zijn ziedend rond-zwierende gloed-oceanen, zijn licht-orkanen,
+
+ zijn getakte vlam-fakkels millioenen mijlen hoog,
+ zijn hitte-sfeeren waarin de rotssteen vluchtig moet zijn.
+
+ Wij aanschouwen vlokken en kooksels en uitzwalpingen.
+ Sombere holten waarin duizend waerelden verzwinden kunnen.
+
+ Het is alles vervaarlijk, onbegrijpelijk, wij hooren geen geluid,
+ verblindend is het en doodstil, schijnbaar onbeweegelijk.
+
+ Maar wee ons! zoo het gehoord kon worden, wat ware het geluid!
+ Wee ons! wat ware de snelheid zoo wij nabij waren!
+
+ Aanschouw het langen tijd, verdiep u in het onbegrijpbare
+ Nochthans bestaat het, niet ééns, maar eindeloos veel malen.
+
+ Zooals dit stoffelijk bestaan is voor ons stoffelijk bestaan,
+ méér onbegrijpbaar nog is Gods geestelijk weezen voor het onze.
+
+ Doch ons klein lijf kent de geweldige zon als mild en liefelijk.
+ Dierbaar is zij ons en vertrouwd.--Wat dan der ziel?
+
+ Zoo leeft de vroomwijze met den almachtige in vertrouwd verkeer.
+ Hoezeer verheeven, niemand geringer vertrouwt hij gansch.
+
+ Vol geheimzinnige leidingen is ons leeven.
+ Onkenbare machten omringen ons met invloeden.
+
+ Ooveral, ook hier om ons, zijn ontelbare schepselen,
+ Engelen en démonen, heilige en ellendige.
+
+ Welke dwaas acht zich de hoogste creatuur?
+ Zou er geen schepsel meer zijn tusschen mensch en God?
+
+ Maar de vroom-wijze betrouwt God alleen en vreest niet.
+ Hoe anders zou hij heilig van onheilig onderkennen?
+
+ In het land der droomen beweegt hij zich welbewust en willekeurig.
+ Tempels en melodieën schept hij er door zijn woord.
+
+ Hij ziet de démonen en de geesten,
+ de gevaarlijken doet hij wijken in naam van God.
+
+ Licht-glimpen krijgt hij er van verborgen kennis,
+ van de dingen die ver weg zijn, van de dingen der toekomst.
+
+ Want de droomwaereld is de waereld waarin ziel en lijf
+ gescheiden zijn,
+ waarin tijd en ruimte verwijderde dingen worden.
+
+ Zoo leeft hij 's nachts in den scheemerenden voorhof van 't
+ génerzijds.
+ beproevend de toeneemende krachten zijner ziel.
+
+ Maar ook wakend zal er kracht van hem uitgaan,
+ zal hij booze machten beheerschen en het verborgene gewaarworden,
+
+ onder heiligen invloed schoone kunstwerken scheppen,
+ zieken geneezen, zwaarmoedigen beweegen tot geduld.
+
+ Maar al zijn macht is in zijn liefde tot den Volstrekten,
+ hij helpt alleen waar hij die liefde meedeelt.
+
+ Die liefde moet hij voelen zooals het lijf hitte voelt of pijn,
+ zoo echt en werkelijk, als het groote gevoel zijns leevens.
+
+ De kiem deezer liefde is oprechtheid onverbiddelijk,
+ wie de waarheid liefheeft bemint God immers reeds?
+
+ Wie zondigt in oprechtheid, voor hem is vergeeving,
+ ja, wie Satan liefhad in oprechtheid, zijn eind zou bij God zijn.
+
+ Wie zijn waarachtigen aard deemoediglijk volgen durft,
+ hij zal terechtkoomen,
+ maar wie booven zijn macht grijpt valt in duivels hand.
+
+ De wijze erkent zijn zwakheeden en kinderlijke begeerten,
+ hij zal niet trachten te leeven als een volmaakte,
+
+ Hij ooverspant zich niet tot onnatuurlijke heiligheid.
+ Hij zegt neederig: "ach! ware ik beeter, maar zóó ben ik".
+
+ Alleen door liefde tot waarheid wil hij beeter worden,
+ zoo wordt eens het heilige leeven hem natuur.
+
+ Hij zal durven doen wat alle waereld zonde heet,
+ zeggend: "ik weet niet beeter, God straffe mij dan zoo ik dwaal".
+
+ Om God noch mensch zal hij zijn weezen verkrachten,
+ weetend dat niemand met vóórwending gediend is.
+
+ De echtheid van zijn gevoel herproeft hij vóór alles.
+ Zelf-bedrog vreest hij als de eigenlijke hel.
+
+ Waren niet gansche menschgeslachten in de macht der loogen?
+ Maar in elken enkeling wordt de waarheid herbooren.
+
+ Zoo zal hij zijn innerlijk weezen zuiver houden,
+ als nieuwe leevens-bron en schatkamer der waarheid.
+
+ Er zijn er die vragen: Waar is God? Hoe zal ik Hem kennen?
+ En kan men zichzelf deeze liefde gebieden?
+
+ Maar woorden kunnen niets brengen waar niets is.
+ Een lamp der erkentenis zijn ze in verborgen schatkelders.
+
+ Neemt mijn lamp en doorzoekt uw binnenste,
+ Gij zult er schoone liefde vinden voor God,
+
+ liefde voor de waarheid, voor het waarachtige,
+ verlangen naar vreede en geluk, en naar kennis van het zijnde.
+
+ Elk onzen vader kennen wij door gelaat en stem,
+ aldus kennen wij God door waarheid en vreugde.
+
+ Van het licht zeggen wij: het is, maar de duisternis is niet,
+ zoo is de heilige vreugde werkelijk, maar de somberheid is niet.
+
+ En zooals de mensch meer leevend en persoonlijk is dan zand,
+ zoo is God meer leevend en persoonlijk dan de mensch.
+
+ Ja, Hij is het eenigst waarachtige leeven en de eenigste persoon,
+ Hij is de Ziel aller zielen, het volstrekte leeven.
+
+ Wie naar Hem het aanzicht rigt wordt ziende,
+ en ontvangt den sleutel aller raadselen.
+
+ Wat de mensch als waarheid liefheeft, het zal hem liefhebben,
+ noem het licht loogen en gij blijft in duister.
+
+ Maar verheft u en weest uzelven getrouw
+ en de heerlijkheeden uwer ziel zullen u ontroeren.
+
+ Zooals Hij, antwoordende, mij geringe ontroerd heeft,
+ toen Hij mijnen waan brak omdat ik Hem vertrouwen bleef.
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+_Eerste periode: Intreede._
+
+ De Waterleelie
+ De Lente
+ Bij 't verwachten der liefste
+ Avond in de stad
+ De Noordewind
+ Scheemering in 't woud
+ Na zonsondergang aan zee
+ Booze droom
+ De eigen uitvaart
+ Voor de liefste
+ Voor H
+ Het vizioen in Spanje.
+
+_2e periode: In lijdens vuur._
+
+ In lijdens vuur
+ Aan mijne liefde
+ Wandeling
+ Voor Tonnie
+ Onze tijd
+ De reegen
+ Twaalf sonnetten
+ To Lady W.
+ To the Lady Catherine of Belvoir
+ To John Ruskin
+ To an Indian Friend
+ De Geboorte eener Natie
+ Wijkrans van Drievoudzangen
+ God en mensch
+ Aarde
+ Jezus
+ Nemesis
+ De onterfden.
+
+_3e periode: Uitkomst._
+
+ 't Zeegeruisch
+ Herteken
+ Uitkomst
+ Leevenswonder
+ School der minne
+ Trots en deemoed
+ Hei-leeuwerik
+ De Rivier
+ De Planeet
+ Mijn Bloemenpleegster
+ De Passie-looze Leelie,
+ _De Aanroep_
+ _Het antwoord_.
+
+
+
+
+Transcriber's Notes
+
+- Added a table of contents at the start.
+- Original tables of contents have been retained for historical
+ interest.
+- I encoded the character tie symbol as such in the HTML version
+ (Unicode HTML character entity reference decimal 8256), and in the
+ TXT version as a free standing macron (which is in Latin-1).
+- I only "fixed" punctuation where the poem contained strong hints what
+ the correct punctuation would be. In the same vein I have not
+ normalized or "corrected" spelling, with a few minor exceptions
+ listed below.
+- An example of confusing punctuation that nevertheless follows a
+ certain logic. "Dank zij Goode! den geever," (page 76): the
+ comma is correct here despite the fact that the next line starts with
+ a capital. The indented text is a second voice interlaced with the
+ first. It's continuation appears to be both the next line and
+ "... _quae exsuperat omnem sensum_." Such cases make it
+ impossible for a mere transcriber to decide whether certain variant
+ spellings were intentional or accidental.
+- Fixed printer's error on page 16: "ootmood" to "ootmoed"
+ ("o" to "e").
+- Normalized punctuation on page 48: "en twijfel zwak," to
+ "en twijfel zwak." (comma to full-stop).
+- Fixed printer's error on page 52: "zwoege" -> "zwoegen"
+ (final "n" added).
+- Fixed printer's error on page 72: "Jahrhundert lang
+ verkannt," to "Jahrhundert lang verkannt." (comma to full-stop).
+- Fixed printer's error on page 107: "waereld, terzelfder
+ uure." to "waereld, terzelfder uure," (full-stop to comma).
+- Changed "Koele Meidag" in the table of contents on page 93 to
+ "Koele Mei-dag" to reflect the poem's actual title.
+- The scans for this ebook can be found at
+ http://www.archive.org/details/dante_en_beatrice.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Dante en Beatrice, by Frederik Van Eeden
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DANTE EN BEATRICE ***
+
+***** This file should be named 29075-8.txt or 29075-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/9/0/7/29075/
+
+Produced by Anna Tuinman, Branko Collin and the Online
+Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/29075-8.zip b/29075-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..a9f1411
--- /dev/null
+++ b/29075-8.zip
Binary files differ
diff --git a/29075-h.zip b/29075-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..6e50867
--- /dev/null
+++ b/29075-h.zip
Binary files differ
diff --git a/29075-h/29075-h.htm b/29075-h/29075-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..a750965
--- /dev/null
+++ b/29075-h/29075-h.htm
@@ -0,0 +1,3778 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <title>
+ Dante En Beatrice, by Frederik van Eeden, a Project Gutenberg eBook.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+<!--
+ p { margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em;
+ }
+ h1,h2,h3,h4,h5,h6 {
+ text-align: center; /* all headings centered */
+ clear: both;
+ }
+ hr { width: 33%;
+ margin-top: 2em;
+ margin-bottom: 2em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ clear: both;
+ }
+
+ table {margin-left: auto; margin-right: auto;}
+
+ body{
+ margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;
+ text-align: center;
+ }
+
+ div#document {
+ width: 40em;
+ margin: 0px auto;
+ text-align: left;
+ }
+
+ a.page {
+ float: left;
+ font-size: 75%;
+ line-height: 170%;
+ background: #fff;
+ color: #888;
+ margin-left: -5em;
+ padding-right: 1em;
+ width: auto;
+ }
+ a.page:after {
+ content: attr(title);
+ }
+
+ .pagenum { /* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute;
+ left: 92%;
+ font-size: smaller;
+ text-align: right;
+ } /* page numbers */
+
+ .center {text-align: center;}
+ .left {text-align: left;}
+ .g {letter-spacing: .2em;}
+
+ .large { font-size: xx-large; }
+
+ .footnote {font-size: 0.9em;}
+ .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;}
+
+ .poem {text-align: left;}
+ .poem br {display: none;}
+ .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+ .poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i10 {display: block; margin-left: 10em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i11 {display: block; margin-left: 11em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i14 {display: block; margin-left: 14em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i6 {display: block; margin-left: 6em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i7 {display: block; margin-left: 7em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i8 {display: block; margin-left: 8em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+
+ /* Transcriber's Note */
+ div.mynote {background-color: #dde; color: #000; padding: .5em 1em 1em;
+ margin: 1em 5%;}
+ div.mynote p, div.mynote li {font-family: sans-serif; font-size: 90%;}
+ div.mynote a {text-decoration: none;}
+ -->
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Dante en Beatrice, by Frederik Van Eeden
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Dante en Beatrice
+ En andere verzen
+
+Author: Frederik Van Eeden
+
+Release Date: June 8, 2009 [EBook #29075]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DANTE EN BEATRICE ***
+
+
+
+
+Produced by Anna Tuinman, Branko Collin and the Online
+Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div id="document">
+
+<div class="center"><a href="images/image_01.jpg"><img src="images/image_01_thumb.png" alt="Dante en Beatrice door F. van Eeden" /></a></div>
+
+<h2>Inhoudsopgave</h2>
+
+<p><a href="#DANTE_EN_BEATRICE">(Sla inhoudsopgave over)</a></p>
+
+<!-- Autogenerated TOC. Modified by the transcriber. -->
+<ul>
+<li><a href="#DANTE_EN_BEATRICE">Dante en Beatrice.</a>
+<ul>
+<li><a href="#INLEIDING">Inleiding.</a></li>
+<li><a href="#EERSTE_DEEL">Eerste Deel.</a>
+<ul>
+<li><a href="#I">I.</a></li>
+<li><a href="#II">II.</a></li>
+<li><a href="#III">III.</a></li>
+<li><a href="#IV">IV.</a></li>
+<li><a href="#V">V.</a></li>
+<li><a href="#VI">VI.</a></li>
+<li><a href="#VII">VII.</a></li>
+<li><a href="#VIII">VIII.</a></li>
+<li><a href="#IX">IX.</a></li>
+<li><a href="#X">X.</a></li>
+<li><a href="#XI">XI.</a></li>
+<li><a href="#XII">XII.</a></li>
+<li><a href="#XIII">XIII.</a></li>
+<li><a href="#XIV">XIV.</a></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#TWEEDE_DEEL">Tweede Deel.</a>
+<ul>
+<li><a href="#XV">XV.</a></li>
+<li><a href="#XVI">XVI.</a></li>
+<li><a href="#XVII">XVII.</a></li>
+<li><a href="#XVIII">XVIII.</a></li>
+<li><a href="#XIX">XIX.</a></li>
+<li><a href="#XX">XX.</a></li>
+<li><a href="#XXI">XXI.</a></li>
+<li><a href="#XXII">XXII.</a></li>
+<li><a href="#XXIII">XXIII.</a></li>
+<li><a href="#XXIV">XXIV.</a></li>
+<li><a href="#XXV">XXV.</a></li>
+</ul>
+</li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#DES_LEEVENS_KERN">Des Leevens Kern (andere verzen).</a>
+<ul>
+<li><a href="#Des_Leevens_Kern2">Des Leevens Kern.</a></li>
+<li><a href="#Koele_Mei-dag">Koele Mei-dag.</a></li>
+<li><a href="#De_schat_mijns_harten">De schat mijns harten.</a></li>
+<li><a href="#Het_looverlied">Het looverlied.</a></li>
+<li><a href="#Alles_voor_U">Alles voor U.</a></li>
+<li><a href="#De_Staf">De Staf.</a></li>
+<li><a href="#Aan_de_Groote_Dichters">Aan de Groote Dichters.</a></li>
+<li><a href="#Shelleys_Epipsychidion">Shelley's Epipsychidion.</a></li>
+<li><a href="#Stem_van_Generzijds">Stem van G&eacute;nerzijds.</a></li>
+<li><a href="#Een_Minnezang">Een Minnezang.</a></li>
+<li><a href="#In_Memoriam">In Memoriam.</a></li>
+<li><a href="#Zelf-Schouw">Zelf-Schouw.</a></li>
+<li><a href="#Julius_Oldach">Julius Oldach.</a></li>
+<li><a href="#De_Klok1">De Klok.</a></li>
+<li><a href="#Vrees_niet">Vrees niet.</a></li>
+<li><a href="#Op_de_heuvelen">Op de heuvelen.</a></li>
+<li><a href="#Het_Gebergte">Het Gebergte.</a></li>
+<li><a href="#Goede_Werking">Goede Werking.</a></li>
+<li><a href="#Mijn_Vrienden">Mijn Vrienden.</a></li>
+<li><a href="#Dichter_en_Geleerde">Dichter en Geleerde.</a></li>
+<li><a href="#Besluit">Besluit.</a></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#INHOUD">INHOUD.</a></li>
+<li><i>Naamloos hoofdstuk</i>
+<ul>
+<li><a href="#De_Rivier">De Rivier.</a></li>
+<li><a href="#De_Planeet">De Planeet.</a></li>
+<li><a href="#Mijn_Bloemenpleegster">Mijn Bloemenpleegster.</a></li>
+<li><a href="#VAN_DE_PASSIE-LOOZE_LEELIE">Van de Passie-looze Leelie.</a>
+<ul>
+<li><a href="#De_Aanroep">De Aanroep.</a></li>
+<li><a href="#Het_Antwoord">Het Antwoord.</a></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#INHOUD2">INHOUD.</a></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#Transcribers_Notes">Transcriber's notes.</a></li>
+</ul>
+<!-- End Autogenerated TOC. -->
+
+<a name="Page_1" id="Page_1" class="page" title="p 1"></a>
+
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h1 class="left large">DANTE EN BEATRICE</h1>
+
+<p class="large">EN ANDERE VERZEN</p>
+
+<p class="large">DOOR <span class="g">FREDERIK VAN EEDEN</span>.</p>
+
+
+<p>AMSTERDAM</p>
+
+<p>W. VERSLUYS</p>
+
+<p>MCMXVII</p>
+
+<p>TWEEDE DRUK.</p>
+
+<div class="center"><a href="images/image_04.jpg"><img src="images/image_04_thumb.jpg" alt="[Afbeelding of ex libris?]" /></a></div>
+
+<a name="Page_2" id="Page_2" class="page" title="p 2"></a>
+
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" /><a name="Page_3" id="Page_3" class="page" title="p 3"></a>
+<h2><a name="DANTE_EN_BEATRICE" id="DANTE_EN_BEATRICE"></a>DANTE EN BEATRICE.</h2>
+
+<a name="Page_4" id="Page_4" class="page" title="p 4"></a>
+
+
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="INLEIDING" id="INLEIDING"></a>INLEIDING.</h2>
+
+<p>De volgende verzen ontstonden na 't herleezen van Dante's eerste<a name="Page_5" id="Page_5" class="page" title="p 5"></a>
+ontmoeting met Beatrice, toen hij bijna neegen en zij acht jaren oud
+was, zooals beschreeven wordt in "Vita Nuova". Of Beatrice die Bice
+Portinari geweest is, waarvan Boccacio in zijn Leeven van Dante spreekt
+is niet zeeker. Dat zij nooit in werkelijkheid zou bestaan
+hebben&mdash;zooals G. Rosetti, La Farina e.a. beweeren&mdash;is niet te gelooven.
+Zij mooge een anderen naam gedragen hebben, het meisje in 't roode
+kleedje heeft bestaan, en is door Dante gezien en bemind. Potgieter
+vraagt of wij het hem ten goede houden, dat hij, in zijn Florence,
+Beatrice's kleed in plaats van rood, wit maakte, "voor de onschuld",
+zooals hij zegt. Het in deezen den Florentijn te willen verbeeteren is
+echter den Amsterdammer moeyelijk ten goede te houden. Het achtjarige
+meisje ging in 't rood, "zooals het haren leeftijd paste" zegt Dante.
+Tien jaren later, als volwassen maagd, werd zij door hem in wit gewaad
+gezien. Na deeze tweede ontmoeting zag hij Beatrice in een vizioen,
+naakt, in een bloedig laken gewikkeld in de armen van<a name="Page_6" id="Page_6" class="page" title="p 6"></a> Amor, die haar
+Dante's hart te eeten gaf, en daarna opvoerde ter zaligheid. Beatrice's
+dood in de "Vita Nuova" valt volgens d'Ancona, in 1290 ongeveer. V&oacute;&oacute;r
+1298 trad Dante in 't huuwelijk met Gemma Donati. Vier jaren later ging
+hij alleen in ballingschap en schreef Hel, Vagevuur en Paradijs.</p>
+
+<hr style="width: 65%;" /><a name="Page_7" id="Page_7" class="page" title="p 7"></a>
+
+
+
+<h3><a name="EERSTE_DEEL" id="EERSTE_DEEL"></a>EERSTE DEEL.</h3><a name="Page_8" id="Page_8" class="page" title="p 8"></a>
+
+
+
+<h4><a name="I" id="I"></a>I.</h4>
+<a name="Page_9" id="Page_9" class="page" title="p 9"></a>
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">Een vizioen van wonderhoog genucht<br /></span>
+<span class="i0">heeft mij, toen 'k in de poort mijns najaars staarde<br /></span>
+<span class="i0">en langs reeds winterige velden waarde,<br /></span>
+<span class="i2">den dag, den nacht en weer den dag verlucht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Het was zoo fijn en lieflijk als 't gerucht<br /></span>
+<span class="i0">der voogels, die in herfstnacht naar hun gaarde<br /></span>
+<span class="i0">in 't zuiden trekken, hoog, hoog oover d'aarde,<br /></span>
+<span class="i2">zacht snaterend in ongeziene vlucht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Het was zoo scherp en kleurig als van vlinders<br /></span>
+<span class="i0">de vleugel-cier&mdash;als zij zich rustend zonnen<br /></span>
+<span class="i0">op gloedbescheenen muur,&mdash;en zoo vol diep<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">geheimenis, alsof er uit de bronnen<br /></span>
+<span class="i0">van alle licht en vreugde&#8256;een lokstem riep:<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Ik zag een stoet van bloembekranste kinders.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_10" id="Page_10" class="page" title="p 10"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="II" id="II"></a>II.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">Een meisje&#8256;in kleedje, heerelijk getint<br /></span>
+<span class="i0">van zacht en zeedig rood, met wat sieraden<br /></span>
+<span class="i0">als 't kind die draagt, naar 't haar heur ouders raden,<br /></span>
+<span class="i2">het ranke lijfje&#8256;omstrikt met blinkend lint,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">zag 'k in gewoel van bloemen en gewaden<br /></span>
+<span class="i0">als heldre ster die v&oacute;&oacute;r alle&#8256;andren blindt,<br /></span>
+<span class="i2">en 'k zag hoe haar genootjes vroolijk traden<br /></span>
+<span class="i0">om haar, als eene die elk 't minnigst vindt<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">en als de schoonste zonder spijt wil roemen,<br /></span>
+<span class="i0">daar zij, hoe mooi en goed zij is, niet speurt.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Ik hoor haar kindernaam vertrouwlijk noemen,<br /></span>
+<span class="i2">de knapen roepen "Bice!" en werpen bloemen<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">naar 't blonde haar. Verleegen lachend beurt<br /></span>
+<span class="i0">zij de oogen naar haar ouders op, en kleurt.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_11" id="Page_11" class="page" title="p 11"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="III" id="III"></a>III.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">Toen zag 'k twee felle donker-vuurige&#8256;oogen,<br /></span>
+<span class="i0">in streng en ernstig knapen-aangezicht,<br /></span>
+<span class="i0">onafgewend naar 't lieflijk wicht gericht<br /></span>
+<span class="i2">door &oacute;&oacute;vermacht'ge tooverkracht getoogen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">De kind'ren eeten. Hij zit aan, doch zwicht<br /></span>
+<span class="i0">voor lust naar 't lekkers niet, maar onverwoogen<br /></span>
+<span class="i0">drinken zijn blikken 't jonge, lieve licht,<br /></span>
+<span class="i2">'t &eacute;&eacute;nige wat zij nog te zien vermoogen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">'t Feestvolk stroomt uit, hij volgt, als weezenloos,<br /></span>
+<span class="i0">'t lieftallig weezen dat haar macht niet weet<br /></span>
+<span class="i2">en niet vermoedt wat gloed zij deed ontbranden.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Hij treedt haar toe, heft stamelend de handen,<br /></span>
+<span class="i0">beroert de bloemen die zij draagt, haar kleed...<br /></span>
+<span class="i2">en zwijmt doodsbleek,&mdash;geslaag'ne voor altoos.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_12" id="Page_12" class="page" title="p 12"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="IV" id="IV"></a>IV.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">O meester, zag ik met mijn geest de bron<br /></span>
+<span class="i0">des ongelijkbren liefdestrooms, wiens vloeden<br /></span>
+<span class="i0">na eeuwen nog een dorre waereld voeden,<br /></span>
+<span class="i2">die zulke weelde zelf niet baren kon?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Als Nijl het Nijldal, blaakrend in de zon,<br /></span>
+<span class="i0">drenkt hij het rotsig land van droeve' en moeden,<br /></span>
+<span class="i0">nog voelt een dichterhart of 't moest verbloeden<br /></span>
+<span class="i2">zoo 't zijner heerlijkheid zich niet bezon.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Bekoorlijke oorsprong van zoo grootsche macht!<br /></span>
+<span class="i0">Het kinderfeest, de blanke bloemenstad,<br /></span>
+<span class="i2">de schoone maatschappij, nog jong en blijde&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Z&oacute;&oacute; sluipt het eerste glinster-sprankje nat<br /></span>
+<span class="i2">uit woudenrijk gebergt, en babbelt zacht<br /></span>
+<span class="i2">waar kreekels sjirpe' op stilbezonde weide.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_13" id="Page_13" class="page" title="p 13"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="V" id="V"></a>V.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">Heeft dan ook uw geweld'ge ziel geleeden<br /></span>
+<span class="i0">dat allerteerste, allerzoetste leed?&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">Door dagen vuurig en door nachten heet<br /></span>
+<span class="i2">zaagt gij die onbeschrijfb're lieflijkheeden:<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">dat roode kleedje, 't lint, die ranke leeden,<br /></span>
+<span class="i0">die ooge-starren.... O ik weet!.... ik weet!....<br /></span>
+<span class="i0">en naar de zoete folter dieper beet<br /></span>
+<span class="i2">hebt gij om uitkomst of begrip gebeeden.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Doch toen het ruuwe leeven, koel en straf,<br /></span>
+<span class="i0">den wonder-broozen kinderdroom wou breeken,<br /></span>
+<span class="i2">dreef 't u van haar op verre weegen af,<br /></span>
+<span class="i0">maar kon den innerlijken glans niet bleeken.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Dood mocht haar lijf en aardsche vreugd u rooven,<br /></span>
+<span class="i0">dien eersten luister liet gij u niet dooven.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_14" id="Page_14" class="page" title="p 14"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="VI" id="VI"></a>VI.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">Wie ben ik, als ik denk aan u, mijn held!<br /></span>
+<span class="i0">ik kleine,&#8256;in 't klein-gevoelend volk begraven&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">maar toch!&mdash;wat zoeten drank van min zij gaven,<br /></span>
+<span class="i2">mijns harten hart bleef zoeken, onverzeld,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">naar minder niet, dan wat uw mond mocht laven,<br /></span>
+<span class="i0">kristallen dronk, uit eeuw'ge rots geweld.<br /></span>
+<span class="i0">Datzelfde, waar uw Godlijk lied van meldt,<br /></span>
+<span class="i2">heb ik voor alle tijden willen staven.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Uw stroom is majestatisch neergedonderd<br /></span>
+<span class="i0">met wentelsprongen tot den blanken plas,<br /></span>
+<span class="i0">maar als een zwoel, vermaledijd moeras<br /></span>
+<span class="i2">houdt U van mij mijn tijd en volk gezonderd.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En daar was g&eacute;&eacute;n, ik zeg u, die verstond<br /></span>
+<span class="i0">de taal der stroeve plooyen om mijn mond.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_15" id="Page_15" class="page" title="p 15"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="VII" id="VII"></a>VII.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">Gij die uw ooverwonnen smart deed schijnen<br /></span>
+<span class="i0">als fakkel-licht, de duistere eeuwen d&oacute;&oacute;r,<br /></span>
+<span class="i0">en liet in vuur uw zondaars-hart verreinen<br /></span>
+<span class="i2">en hield het brandende&#8256;aan de waereld v&oacute;&oacute;r,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">hebt Gij dan ook die zwartste mijner pijnen<br /></span>
+<span class="i0">gekend, verwonnen en als meteoor<br /></span>
+<span class="i0">doen schrijven aan den nachtwand vuur'ge lijnen,<br /></span>
+<span class="i2">den menschen-volken tot belichtend spoor?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Ik weet een donker wee, dat klacht niet kent,<br /></span>
+<span class="i0">t&euml; eenzaam en t&euml; innig voor gedichten,<br /></span>
+<span class="i0">hebt gij dat &oacute;&oacute;k aan uw zielsfirmament<br /></span>
+<span class="i2">genageld en als richt-gesternt doen lichten?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hi&eacute;r antwoordt g&eacute;&eacute;n, maar Gij woont hoog, ai wend<br /></span>
+<span class="i0">tot onzen God u, die weet, en zal richten.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_16" id="Page_16" class="page" title="p 16"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="VIII" id="VIII"></a>VIII.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">De voogel Waarheid mijmert bij mijn hand<br /></span>
+<span class="i0">en peilt met ingetrokken kop de gronden<br /></span>
+<span class="i2">des heemels,&mdash;als verlangend naar zijn land<br /></span>
+<span class="i0">terug, van waar hem d'Almacht heeft gezonden.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Ik wacht in ootmoed, heilige gezant!<br /></span>
+<span class="i0">Nooit werd gij zoo vertrouwelijk bevonden.<br /></span>
+<span class="i0">Vertoef! en doe mij weeten en verkonden,<br /></span>
+<span class="i2">eer gij ter opvaart weer de wieken spant.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Ook hij, de zanger, hield u niet gevangen<br /></span>
+<span class="i0">in zijner lied'ren goudenkoordig want<br /></span>
+<span class="i2">en kon ter uwer woonste&ecirc; niet gelangen<br /></span>
+<span class="i0">eer zij, die hij beminde,&#8256;uit Liefde's hand<br /></span>
+<span class="i0">zijn hart met al zijn bitterheid verteerde<br /></span>
+<span class="i0">en z&oacute;&oacute; tot 's Heemels Lichthof weederkeerde.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_17" id="Page_17" class="page" title="p 17"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="IX" id="IX"></a>IX.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">Het was dezelfde wonderbare vonk<br /></span>
+<span class="i0">die oover mijnen opgang heeft geglommen,<br /></span>
+<span class="i0">waaruit de groote gloeden zijn geklommen,<br /></span>
+<span class="i2">die hij, de meester, onzer waereld schonk&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">en die hem veilig voerde door de drommen<br /></span>
+<span class="i0">van spooken in hun gruuwlijken spelonk,<br /></span>
+<span class="i0">tot waar de starrenkrans der zaal'gen blonk<br /></span>
+<span class="i2">in 't Licht, waarvoor zijn liederen verstommen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Zoozeer verscheiden zijn twee menschen niet<br /></span>
+<span class="i0">door &eacute;&eacute;ne Hand uit eender stof geweeven,<br /></span>
+<span class="i0">of 'k weet, wat al die wond'ren groeyen liet<br /></span>
+<span class="i2">is 't zelfde, wat mijn kinderziel deed beeven...<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">O &agrave;l te machtig, &agrave;l te teer ontroeren!<br /></span>
+<span class="i0">mijn hand ligt stil&mdash;kan 't schrijftuig niet meer voeren.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_18" id="Page_18" class="page" title="p 18"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="X" id="X"></a>X.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">Mijn hart heeft bitterheeden als de Dood<br /></span>
+<span class="i0">en diepten waar geen woorden van gewagen,<br /></span>
+<span class="i2">is daar wel Liefde sterk genoeg en groot,<br /></span>
+<span class="i0">die 't kan verzwelgen en ten Heemel dragen?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Ik blader vluchtig thans in 't boek der dagen<br /></span>
+<span class="i0">en leg het duisterst zonder deernis bloot,<br /></span>
+<span class="i2">tot schuuwe schimmen angstig rond mij klagen:<br /></span>
+<span class="i0">"Gedenk! Gedenk! Gedenk!&mdash;&eacute;&eacute;r gij verstoot!"<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Hebt Gij, mijn zanger, ongeschokt vernoomen<br /></span>
+<span class="i0">den doodssnik van uw allerschoonste waan?<br /></span>
+<span class="i2">en zijt gij vast de treeden opgegaan<br /></span>
+<span class="i0">bestroomd van 't bloed der teerste, liefste droomen?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Welk Licht-verschiet was 't dat u schrijden deed<br /></span>
+<span class="i0">zoozeer als God, z&oacute;&oacute; liefdrijk en z&oacute;&oacute; wreed?<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_19" id="Page_19" class="page" title="p 19"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="XI" id="XI"></a>XI.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">Er drijft een zeldsaam gisten, zeldsaam dringen<br /></span>
+<span class="i0">de jonge ziel in haren opgang uit.<br /></span>
+<span class="i0">Zij breekt den schors van waan die haar omsluit<br /></span>
+<span class="i2">en neigt tot nadering aan vreemde dingen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Door 't naaste, wat niet-eigen is, gestuit<br /></span>
+<span class="i0">baart zij dan teedre ranken, die 't omringen<br /></span>
+<span class="i0">en gansch tot eigen-worden willen dwingen&mdash;<br /></span>
+<span class="i2">en geeft zich vangeling aan de&#8256;eigen buit.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">'t Gaat dan om eeuwig heil! want ach! wie beurt<br /></span>
+<span class="i0">wat aan een schaduw zich heeft willen hechten?<br /></span>
+<span class="i0">En vast kan zich geen tweedemaal vervlechten<br /></span>
+<span class="i2">de rank, na d'eersten opgroei afgescheurd.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Dan worden alle klanken, alle kleuren<br /></span>
+<span class="i0">van 't Leeven weer een vreemd, v&egrave;r-af gebeuren.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_20" id="Page_20" class="page" title="p 20"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="XII" id="XII"></a>XII.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">De schakel brak,&mdash;de Dood hield u gescheiden,<br /></span>
+<span class="i0">het Leeven sleepte u op zijn deining voort,<br /></span>
+<span class="i0">en, onder nieuwen liefde-groei versmoord,<br /></span>
+<span class="i2">ging schuil het glanzend schoon der eerste tijden.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Nochthans, nochthans voltrok zich ongestoord<br /></span>
+<span class="i0">het heilig Wonder, dat Gelieven beiden<br /></span>
+<span class="i0">door de&#8256;eigen liefde&#8256;elkaar tot God geleiden,&mdash;<br /></span>
+<span class="i2">en werd geboekstaafd in ontzach'lijk Woord.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Ik zie het aan en huiv'ring grijpt mijn ziel,<br /></span>
+<span class="i0">wij hadden van die Liefde een zwak vermoeden,<br /></span>
+<span class="i0">verrukt alree door 't ongeveer bevroeden&mdash;<br /></span>
+<span class="i2">Gedoog, dat ik voor haar gewisheid kniel.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Mijn hoofd buigt neer, omgolfd door staat'ge klanken,<br /></span>
+<span class="i0">laat de arme vreemd'ling in &uacute;w Tempel danken.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_21" id="Page_21" class="page" title="p 21"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="XIII" id="XIII"></a>XIII.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">Wat zegt het najaar dat de blaren strooit,<br /></span>
+<span class="i0">het rul-geworden zomerloof doet zwijgen<br /></span>
+<span class="i0">van voogellied,&mdash;en leevens-weeke twijgen<br /></span>
+<span class="i2">met harde doodspracht van kristallen tooit?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Wat zal het leeven van zijn schoon herkrijgen,<br /></span>
+<span class="i0">door Tijd en Dood van zijnen bloei berooid?<br /></span>
+<span class="i0">Wat houdt er stand en ziet zijn groei voltooid<br /></span>
+<span class="i2">terwijl de welkende geslachten zijgen?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Er staat een boom, in lichten Hof geplant,<br /></span>
+<span class="i0">zijn takken reiken buiten 't ruim der heem'len,<br /></span>
+<span class="i2">zijn wortel voedt zich in der eeuwen zand,<br /></span>
+<span class="i0">zijn bloesem geurt, zijn looverdiepten weem'len<br /></span>
+<span class="i2">van voogelzang. Elk looverken een ziel<br /></span>
+<span class="i0">versterkt zijn machtig Leeven, &eacute;&eacute;r het viel.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_22" id="Page_22" class="page" title="p 22"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="XIV" id="XIV"></a>XIV.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">Ze noemen Liefde wat de ziel doet zieden<br /></span>
+<span class="i0">in helle vreugde van een oogwenk duur,<br /></span>
+<span class="i0">in lijden leevenslang,&mdash;met ieder uur<br /></span>
+<span class="i2">zien ze haar vluchtige bekooring vlieden,&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">een sidd'rend glimpjen onstandvastig vuur<br /></span>
+<span class="i0">in woestenij van donkre doods-gebieden,<br /></span>
+<span class="i0">waar alle dingen zonder zin geschieden<br /></span>
+<span class="i2">naar starre wet van ijzige natuur.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Maar Hij, die op vervaarlijken en verren<br /></span>
+<span class="i0">boet-vaart door kringen, waar geen stervling kwam,<br /></span>
+<span class="i0">kondschap van 't onnaspeur'lijke vernam,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hij gaf &eacute;&eacute;nzelfden naam aan d'&eacute;&eacute;ne Macht,<br /></span>
+<span class="i0">die 't kinds-hart wekt met stralen luuw en zacht,<br /></span>
+<span class="i2">en die de Zon beweegt en d'andre sterren.<br /></span>
+</div></div>
+<hr style="width: 65%;" />
+<a name="Page_23" id="Page_23" class="page" title="p 23"></a>
+
+
+
+<h3><a name="TWEEDE_DEEL" id="TWEEDE_DEEL"></a>TWEEDE DEEL.</h3><a name="Page_24" id="Page_24" class="page" title="p 24"></a>
+
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="XV" id="XV"></a>XV.</h4>
+<a name="Page_25" id="Page_25" class="page" title="p 25"></a>
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">'t Zij dan door zesmaal honderd jaar gescheiden,<br /></span>
+<span class="i2">'t zij dan z&oacute;&oacute; ongelijk van maat en macht,<br /></span>
+<span class="i2">zijn telgen wij nochthans van &eacute;&eacute;n geslacht<br /></span>
+<span class="i0">en draagt &eacute;&eacute;n liefde-tronk ons, bloesems, beiden.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Als klank van verre kerk-klok in den nacht<br /></span>
+<span class="i2">d'eenzamen dwaler oover duistre heiden<br /></span>
+<span class="i0">vertroostend meldt waar zijn verwanten beiden,<br /></span>
+<span class="i0">waar hem de lang gederfde haardstee wacht,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">zoo heeft van ver 't plechtstatige geluid,<br /></span>
+<span class="i2">bij d'eersten flaauwen aangalm uwer woorden,<br /></span>
+<span class="i0">mij 't trouwlijk thuis der eigen ziel geduid,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">en d'ooren van 't verlaten kindje hoorden<br /></span>
+<span class="i0">met grooter vreugd de moeder niet, die 't riep,<br /></span>
+<span class="i0">dan ik die roepstem uit der eeuwen diep.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_26" id="Page_26" class="page" title="p 26"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="XVI" id="XVI"></a>XVI.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Mijn Land, mijn Land, hoe blinken spiegelklaar<br /></span>
+<span class="i2">uw vlieten in de riet-bewassen zoomen,<br /></span>
+<span class="i2">stil glijdt het bruine scheepszeil langs de boomen,<br /></span>
+<span class="i0">kalm ligt het vreedige gehuchtje daar<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">met toorenspitsje en moolentje, te droomen,<br /></span>
+<span class="i2">breed ooverwelfd door blanke wolkenschaar,<br /></span>
+<span class="i2">die statig aandrijft uit de kimmen, waar<br /></span>
+<span class="i0">het zee-ruim wacht op d'altijd gaande stroomen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Mijn Land van weide en rustloos winde-lied,<br /></span>
+<span class="i0">gij hebt de pracht van Arno's bloemen niet<br /></span>
+<span class="i2">en niet de grootschheid van Ravenna's wouden,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">mijn Land, toch deed gij mij, als Hem, verstaan<br /></span>
+<span class="i0">wat in 't verganklijke niet kan vergaan,<br /></span>
+<span class="i2">wat ons van 't aardsche leeven voegt te&#8256;onthouden.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_27" id="Page_27" class="page" title="p 27"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="XVII" id="XVII"></a>XVII.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Gij werdt gebannen uit uw vaderstad,<br /></span>
+<span class="i2">gij moest het bittre brood der deernis eeten<br /></span>
+<span class="i2">en kondt Firenze's heuvlen niet vergeeten,<br /></span>
+<span class="i0">wat hulde en glans de vreemde voor u had,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">en nimmer heeft &eacute;&eacute;n, zooals gij, geweeten<br /></span>
+<span class="i2">hoe scherpe weemoed geeft, op 't lijdenspad,<br /></span>
+<span class="i2">herdenken van verlooren vreugde-schat,<br /></span>
+<span class="i0">van vroegre banden &eacute;&eacute;ns voor &agrave;l gereeten.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar wee mij! wat is mij? ik ga in 't land<br /></span>
+<span class="i2">mij booven allen dierbaar en gemeenzaam,<br /></span>
+<span class="i0">waar 'k jong was, ga ik aan der liefste hand,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">en voel mij toch gebannen, arm en eenzaam!<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wie dreef mij uit? mijn held, wat was mijn schuld?<br /></span>
+<span class="i0">Wanneer is 't tij der ballingschap vervuld?<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_28" id="Page_28" class="page" title="p 28"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="XVIII" id="XVIII"></a>XVIII.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Mijn hart smacht naar dat verre vaderland,<br /></span>
+<span class="i2">waarvan wij beide op aard een v&oacute;&oacute;rglans zagen,<br /></span>
+<span class="i2">toen nauw-ontwaakt, in blijde kinderdagen,<br /></span>
+<span class="i0">zich ziel aan ziele spon met teedren band.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Toen, door dat bliksemfelle licht geslagen,<br /></span>
+<span class="i2">verhief zich ons verwonderde verstand,<br /></span>
+<span class="i2">en bleef om 't kernvuur van zoo schoonen brand<br /></span>
+<span class="i0">en om terugkeer naar dat licht-heil vragen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Dit is mijn smart, d&agrave;t raakt het diepste weezen<br /></span>
+<span class="i2">van al mijn vreugde en leed, d&agrave;t geeft de klank<br /></span>
+<span class="i0">van innigheid aan deeze zwakke zangen&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Gij steegt omhoog, op wieken, sterk en blank,<br /></span>
+<span class="i0">van een grootmachtig, triomfant verlangen&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">mijn wonde brandt nog altijd ongeneezen.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_29" id="Page_29" class="page" title="p 29"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="XIX" id="XIX"></a>XIX.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">"<i>De Zeegenbrengster</i>" luidde uw naam, o milde,<br /></span>
+<span class="i2">aan wie de waereld zooveel zeegen dankt,<br /></span>
+<span class="i2">wier brooze leeven, marmervast verklankt,<br /></span>
+<span class="i0">den dorst zooveeler schoonheids-dorst'gen stilde.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ach, blanke liefde-zuil, bloedrood omrankt<br /></span>
+<span class="i2">door vuurig lied,&mdash;&eacute;&eacute;n vriendlijk groeten tilde<br /></span>
+<span class="i2">den Held in 't licht,&mdash;dat uw zacht aanschijn wilde<br /></span>
+<span class="i0">nogmaals verlichten wie er doolt en wankt!<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het menschdom stroomt, langs onheilvolle weegen,<br /></span>
+<span class="i2">de stralende uitkomst angstig tegemoet.<br /></span>
+<span class="i0">Wee, den in duistren dwarrelstroom geboornen!<br /></span>
+<span class="i0">Wee, den voor reiner schoonheidslicht verloornen!<br /></span>
+<span class="i0">Hoe reiken zij de handen, om den zeegen<br /></span>
+<span class="i2">van Liefde's minnelijken, zachten groet.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_30" id="Page_30" class="page" title="p 30"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="XX" id="XX"></a>XX.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Men noemde u Beatrice, maar gij draagt<br /></span>
+<span class="i2">heil'ger benaming, onbekend den veelen.<br /></span>
+<span class="i2">Hij heet u "<i>Liefde</i>", wien de glans-tafreelen<br /></span>
+<span class="i0">van uw verheerlijkt weezen zijn gedaagd,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">die kroonde uw zeedig hoofd met de juweelen<br /></span>
+<span class="i2">van zijn kleurfonklend woord. Naar Liefde vraagt<br /></span>
+<span class="i2">nog immer wat op aarde duldt en klaagt.&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">Zal ooit haar adem 't waereld-aanzicht streelen?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Kom, Zeegenrijke! jammerlijk in nood<br /></span>
+<span class="i2">om uwen bijstand moet nog 't menschdom strijden.<br /></span>
+<span class="i2">Vermag nooit in terugkomst te ooverschrijden<br /></span>
+<span class="i0">uw blijde voet den drempel van den Dood?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Des Vreedes Ster! der onrust vijandinne!<br /></span>
+<span class="i0">Verhelder d'aard met uwen lach van minne!<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_31" id="Page_31" class="page" title="p 31"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="XXI" id="XXI"></a>XXI.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Gij, Alighieri, "<i>Glans der Eeuw</i>" geheeten,<br /></span>
+<span class="i2">Ook U noem ik met wijdingsvoller Naam,<br /></span>
+<span class="i0">want <i>Liefde</i> zaligt slechts met <i>Wijsheid</i> saam<br /></span>
+<span class="i0">en alle Smart vergaat voor 't zoete Weeten.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Kom, Wijsheid! dat uw zeegnend licht beschaam<br /></span>
+<span class="i2">wie vreezen van de vrucht der kennis te eeten,<br /></span>
+<span class="i2">en breng' te schand wie lichtschuuw zich vermeeten<br /></span>
+<span class="i0">de kracht te keeren van uw vrijen A&acirc;m.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Vaar als een frissche wind de velden oover,<br /></span>
+<span class="i2">de vuuren aller Liefde wakker aan!<br /></span>
+<span class="i2">doe aller Harten Vlammen samenslaan!<br /></span>
+<span class="i0">en vaag den Heemel schoon met &eacute;&eacute;nen toover!<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">dat 't dwalend volk weer d'oogen opwaarts richt<br /></span>
+<span class="i0">en schouwt naar d'&eacute;&eacute;n'gen Oorsprong van Uw licht.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_32" id="Page_32" class="page" title="p 32"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="XXII" id="XXII"></a>XXII.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">De Stem des Lichts, die d&oacute;&oacute;rbreekt ooveral,<br /></span>
+<span class="i2">doet dreunend &ograve;p de gouden heemeldeuren,<br /></span>
+<span class="i2">en de verborgen duisternissen scheuren<br /></span>
+<span class="i0">door 't verre daveren van haar geschal,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">dan baart de troostelooze nachtgrond kleuren,<br /></span>
+<span class="i2">dan bloeit de leelie in het diepste dal,<br /></span>
+<span class="i2">dan stort zich, als een gouden waterval,<br /></span>
+<span class="i0">vreugde in het hart van allen die daar treuren.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Voor Wijsheid's aanblik houdt geen jammer stand,<br /></span>
+<span class="i2">voor haar handheffing zwicht de vale ellende,<br /></span>
+<span class="i2">waar zij haar w&egrave;l-betoomde rossen mende<br /></span>
+<span class="i0">gloeit al het leevende in haar stralenbrand.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En als de bloem naar d'ongenaakbre Zon<br /></span>
+<span class="i0">wendt zich de ziel naar haar onkenbre Bron.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_33" id="Page_33" class="page" title="p 33"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="XXIII" id="XXIII"></a>XXIII.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Thans weet ge, als ik, dat d'Almacht hooger troont<br /></span>
+<span class="i2">dan uw goud-vleugelige zangen steegen,<br /></span>
+<span class="i2">en dat de ziel langs nog benarder weegen<br /></span>
+<span class="i0">'t hart des Heelal's moet vinden, waar Zij woont,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">en dat alom daarbuiten is geleegen<br /></span>
+<span class="i2">de macht-kreits des Verdoemden, dien gij hoont,<br /></span>
+<span class="i2">en dat Gehenna geen verschrikking toont<br /></span>
+<span class="i0">z&oacute;&oacute;als die Nacht, waar alle Konden zweegen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wat is er Hel, 't en zij de Hel van Waan<br /></span>
+<span class="i2">waar, door een schijn verblijd, wij armen allen<br /></span>
+<span class="i2">verspeelen ons kortstondige bestaan,<br /></span>
+<span class="i0">om lachend in den muil des Doods te vallen?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En God ziet toe, hoe ons wuft leeven vlucht,<br /></span>
+<span class="i0">maar van zijn strengen mond valt geen gerucht.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_34" id="Page_34" class="page" title="p 34"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="XXIV" id="XXIV"></a>XXIV.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Wie eens uw watervelden heeft aanschouwd<br /></span>
+<span class="i2">o zee! waaroover zilvren glanzen glijen<br /></span>
+<span class="i2">en zag uw eindelooze golvenrijen<br /></span>
+<span class="i0">aanstrijken van de kimme, grijs en goud,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">wie &eacute;&eacute;ns met uwer blauwe woestenijen<br /></span>
+<span class="i2">schriklijk bestaan verzoend werd en vertrouwd,<br /></span>
+<span class="i2">en voelde aan uwe rotsen, grauw en oud,<br /></span>
+<span class="i0">d'ontroerde ziel tot ruimer bloei gedijen,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">hoe kan die anders dan in smachtend dulden<br /></span>
+<span class="i2">de droefheid ondergaan van enger sfeer?<br /></span>
+<span class="i2">Hij kent geen vreede in 't veilig landschap meer<br /></span>
+<span class="i0">schoon aarde en zon hem elke wensch vervulden.<br /></span>
+<span class="i2">Hij wil de wijdheid der verlaten kusten<br /></span>
+<span class="i2">als kon hij nader d&aacute;&aacute;r aan Gods hart rusten.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_35" id="Page_35" class="page" title="p 35"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h4><a name="XXV" id="XXV"></a>XXV.</h4>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">'t Is niet om mij, 't is om ons droef geslacht<br /></span>
+<span class="i2">dat nog die wonde branden blijft hierbinnen,<br /></span>
+<span class="i2">want ik moet haten teevens en beminnen<br /></span>
+<span class="i0">en liefde blijven geeven waar 'k veracht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo was Hij niet, die met gelijke kracht<br /></span>
+<span class="i2">geliefd heeft, en gehaat met ziel en zinnen,<br /></span>
+<span class="i2">en zich van 's Waerelds einddoel en beginnen<br /></span>
+<span class="i0">en d'eigen Waarheid zeeker heeft geacht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar in mij gloort een vonk van nieuwen dag,<br /></span>
+<span class="i2">w&egrave;l ongewis nog en in hachlijk beeven,<br /></span>
+<span class="i2">maar voorbo&ocirc; van een ruimer, schooner leeven<br /></span>
+<span class="i0">dan 't allerschoonste wat mijn held ooit zag.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo zal ik dan, welweetend, zonder klagen,<br /></span><a name="Page_36" id="Page_36" class="page" title="p 36"></a>
+<span class="i0">dit heilig lijdensmerk geduldig dragen.<br /></span>
+</div></div><a name="Page_37" id="Page_37" class="page" title="p 37"></a>
+
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" /><a name="Page_38" id="Page_38" class="page" title="p 38"></a>
+<h2><a name="DES_LEEVENS_KERN" id="DES_LEEVENS_KERN"></a>DES LEEVENS KERN.</h2>
+
+<a name="Page_39" id="Page_39" class="page" title="p 39"></a>
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Des_Leevens_Kern2" id="Des_Leevens_Kern2"></a>Des Leevens Kern.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Zooals de kleuren nu mijn hart opbeuren<br /></span>
+<span class="i2">deeden ze 't nooit, ook niet in versche jeugd,<br /></span>
+<span class="i0">en aller waer'ld zoet-zorgelijk gebeuren<br /></span>
+<span class="i2">heeft nooit zoo rechtstreeks mijn verstand verheugd.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het Leeven spreekt nu met een klare stem.<br /></span>
+<span class="i2">Als 't carrillon des morgens van een tooren,<br /></span>
+<span class="i0">dreunt mij, die opziet, wislijk en met klem<br /></span>
+<span class="i2">de blijde noodzaak van elk ding in d'ooren.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Elk lijden waan, zonder bestand noch duur,<br /></span>
+<span class="i2">elk pijntje&#8256;een wenk en richtvonk onzer weegen,<br /></span>
+<span class="i0">de waan een toornwolk rond Gods liefdevuur<br /></span>
+<span class="i2">hoe kloeker d&oacute;&oacute;rgeboord, te eer ontsteegen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En God geen ding, geen kracht, maar vriend en vader<br /></span>
+<span class="i2">digt bij mij, digt, den dag, den nacht&mdash;den nacht,<br /></span>
+<span class="i0">liever dan 't liefst en dan het naaste nader,<br /></span>
+<span class="i2">de vreugd van 't blijdst en van het schoonst de pracht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Nu zie ik weer geranium en linde<br /></span>
+<span class="i2">met 't oog eens kinds, als waar ik pas ontwaakt<br /></span>
+<span class="i0">en zee en duin, die ik als kind z&oacute;&oacute; minde<br /></span>
+<span class="i2">mijn manlijk hart met voller vreugde raakt.<br /></span>
+<a name="Page_40" id="Page_40" class="page" title="p 40"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ai, laat mijn blik verzwakken, 't lijf verouden!<br /></span>
+<span class="i2">wanneer herinnren faalt en denkkracht dooft<br /></span>
+<span class="i0">heb ik bereikt wat 'k eeuwig zal behouden,<br /></span>
+<span class="i2">dat vrij de ladder breek', ik borg het ooft.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wie zou 'k nog haten, schoonheid is in allen,<br /></span>
+<span class="i2">'k zie gansch den nacht niet om &eacute;&eacute;n vonkske licht<br /></span>
+<span class="i0">en waar een hart zich &oacute;pdoet, moet ook vallen<br /></span>
+<span class="i2">mijn liefdevloed, door eigen wigt gericht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het lust mij wat ik heb aan glans te spreiden,<br /></span>
+<span class="i2">niemand moog danken, nochthans blijft de lust,<br /></span>
+<span class="i0">om wisse vreugd trots ik 't onwisse lijden,<br /></span>
+<span class="i2">ik ken het zoete werk om zoeter rust.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Dat komt dewijl ik in een blind vertrouwen<br /></span>
+<span class="i2">d'onzichtbre kern van 't zichtbre Leeven zocht,<br /></span>
+<span class="i0">geduldig zooals dorst'ge bloemen schouwen<br /></span>
+<span class="i2">die zich ontvouwen voor het reegenvocht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Dit's &aacute;l, onrust'ge, die mij mocht benijden,<br /></span>
+<span class="i2">geen meerder weetenschap en doet u nood:<br /></span>
+<span class="i0">blijf 's Leevens kern betrouwen&mdash;en de Dood<br /></span>
+<span class="i2">met &agrave;l zijn schrik moet eeuwig van u scheiden.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_41" id="Page_41" class="page" title="p 41"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Koele_Mei-dag" id="Koele_Mei-dag"></a>Koele Mei-dag.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">De blindend-blanke hagelwolken drijven<br /></span>
+<span class="i2">trotsch en geducht aan 't hardblaauw firmament<br /></span>
+<span class="i0">en dreigen met hun schaduw te verstijven<br /></span>
+<span class="i2">de schuchtre kindren van de jonge lent.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Van 't koele Noord varen ze stom en prachtig,<br /></span>
+<span class="i2">gekuifde sneeuwkop booven grauwen buik,<br /></span>
+<span class="i0">door den van toorn gebolden stoet onmachtig<br /></span>
+<span class="i2">groet lieve zon de beidende&#8256;aard tersluik.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Toch drijft, niet-kleumsch, de beuk haar bleeke loover<br /></span>
+<span class="i2">ten twijgen uit, de tulpbloem flonkert koen,<br /></span>
+<span class="i0">de berk in 't sparbosch sprinkelt zich &agrave;l oover<br /></span>
+<span class="i2">met tintellooverkes van teeder groen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De koekoek roept getrouw het voorjaar uit,<br /></span>
+<span class="i2">de mei houdt vol, bestendig langs de dreeven<br /></span>
+<span class="i0">schalt nachtegalenslag en lijsterfluit,<br /></span>
+<span class="i2">en alom zeegeviert het lichte leeven.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_42" id="Page_42" class="page" title="p 42"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="De_schat_mijns_harten" id="De_schat_mijns_harten"></a>De schat mijns harten.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Aldoor maar moet ik bedenken de schoone gedachte,<br /></span>
+<span class="i0">Telkens weer moet ik beschouwen den schat in mijn boezem,<br /></span>
+<span class="i0">Nimmer verzaadt zij mijn oog, als eens rijken juweelsteens<br /></span>
+<span class="i11">Wisslend geflonker.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Is het dan, is het dan waarlijk mijn eigenst, mijn innigst?<br /></span>
+<span class="i0">Heb ik het kostbaarst der waereld, wat bloed niet kan werven?<br /></span>
+<span class="i0">Hoe heeft v&oacute;&oacute;r allen aan mij dan, aan mij zich voltrokken<br /></span>
+<span class="i10">'t Nameloos wonder?!<br /></span>
+<span class="i0" style="letter-spacing: 3px;">.............................................................<br /></span>
+<span class="i0" style="letter-spacing: 3px;">.............................................................<br /></span>
+<span class="i0">Het is mijn ster, het is de sterke liefde,<br /></span>
+<span class="i0">die niemand kan verstaan en niemand ziet,<br /></span>
+<span class="i0">die alom heerscht, die al vertroost wat griefde,<br /></span>
+<span class="i0">die stralend schoon uit alle dingen schiet.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Nu ken ik haar die heft en heelt en heiligt,<br /></span>
+<span class="i0">die zacht als water door geen kracht bezwijkt,<br /></span>
+<span class="i0">den Satan slaat en voor demoonen veiligt,<br /></span>
+<span class="i0">die immer buigend booven bergen reikt.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Haar glans ging &ograve;p toen ik geen vreugd meer vragend<br /></span>
+<span class="i0">in duldsaam beeven uitzag in den nacht,<br /></span>
+<span class="i0">toen heeft zij, mij in Liefstes oogen dagend,<br /></span>
+<span class="i0">beweezen haar onnoemelijke macht,<br /></span>
+<a name="Page_43" id="Page_43" class="page" title="p 43"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Dies roem ik God, zal van zijn Rijk gewagen,<br /></span>
+<span class="i0">spijt aller schijndeugd, spot of hindernis,<br /></span>
+<span class="i0">daar Hij der waereld doem zoo ligt leert dragen<br /></span>
+<span class="i0">en zacht voor Liefde's kindren is.<br /></span>
+<span class="i0">.............................................................<br /></span>
+<span class="i0">.............................................................<br /></span>
+<span class="i0">Altijd door moet ik weer denken de schoone gedachte,<br /></span>
+<span class="i0">Als ik ga slapen en 's nachts en des morgens, des morgens,<br /></span>
+<span class="i0">Als zij weer waarlijk in luister ontluikt uit den scheemer,<br /></span>
+<span class="i11">eeuwig waarachtig.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hoofdschuddend lach ik tot bloemen, tot weiden, tot wolken,<br /></span>
+<span class="i0">d'armen strek ik der zee toe: "w&eacute;&eacute;t ge het? w&eacute;&eacute;t ge het?"<br /></span>
+<span class="i0">Tranen stroomen mijn wangen langs, mild als de slaaf weent<br /></span>
+<span class="i11">voelend verlossing.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_44" id="Page_44" class="page" title="p 44"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Het_looverlied" id="Het_looverlied"></a>Het looverlied.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Hoe heerlijk onder bladgeruisch te gaan<br /></span>
+<span class="i0">van groote boomen die in duister staan,<br /></span>
+<span class="i0">weer naar hun machtig nachtgezang te luistren<br /></span>
+<span class="i0">hun wijd gezwatel en plechtstatig fluistren.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">In langen winter zongen barre twijgen<br /></span>
+<span class="i0">een ander lied. Zij klaagden, of hun zwijgen<br /></span>
+<span class="i0">was angstig in den Januari-mist.&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">Maar 't loover kwam toch weer&mdash;en hoor nu is 't<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">als een gelukkig volk dat zeegezingt.<br /></span>
+<span class="i0">Nu juicht het gansche lenteland, er klinkt<br /></span>
+<span class="i0">fijn geschalmei van voogels in de verte&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">zoo fijn en klaar als 't tintelend gesternte<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">dat door de zwarte bladerschimmen kijkt<br /></span>
+<span class="i0">en met haar vaag beweegen komt en wijkt.<br /></span>
+<span class="i0">Ik ga door looverlied en sterreschijn<br /></span>
+<span class="i0">blij en gerust. Ook in mijn kleine brein<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">worden nu teedre liedekens gebooren<br /></span>
+<span class="i0">die 'k liefst mijn teeder lief wou laten hooren.<br /></span>
+<span class="i0">De wind die 't nachtland als een harpe streelt<br /></span>
+<span class="i0">in maatgang met mijn stille liedjens speelt.<br /></span>
+<a name="Page_45" id="Page_45" class="page" title="p 45"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Als nu mijn ziel reeds in dit brooze huis<br /></span>
+<span class="i0">het looverlied verstaat en 't zeegeruisch&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">zal ik dan niet in sterker lijf herbooren<br /></span>
+<span class="i0">den juubelzang der gouden sterren hooren?<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_46" id="Page_46" class="page" title="p 46"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Alles_voor_U" id="Alles_voor_U"></a>Alles voor U.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Alles voor U,&mdash;wie is er nog betrouwbaar<br /></span>
+<span class="i0">dan Hij die 't licht en de gesternten maakt,<br /></span>
+<span class="i0">van wien al wat er tastbaar heet en schouwbaar,<br /></span>
+<span class="i0">al wat ons lijf beroert en raakt<br /></span>
+<span class="i0">is enkel een gedachte&#8256;en teere droom?<br /></span>
+<span class="i0">De breede zee met witbeschuimden zoom,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">zilv'rig beglansd door vluchtige lichten,<br /></span>
+<span class="i0">'t kantig gebergt, gloedrood in zonnevonken,<br /></span>
+<span class="i0">wat zijn ze, dan Uw droomgedichten?&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">Gij denkt hem &eacute;ve' en eeuwig pronken<br /></span>
+<span class="i0">de groote maaksels voor der schepslen oog.<br /></span>
+<span class="i0">Het vaste veld, de luchte wolkenboog,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Gij denkt, gij zingt z&euml;,&mdash;als een blijde knaap<br /></span>
+<span class="i0">des morgens gaand langs glinsterende bronnen<br /></span>
+<span class="i0">zijn zangen zingt, gelukkig na den slaap,&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">zoo zingt Gij waerelden en zonnen,<br /></span>
+<span class="i0">schrijdend langs schitterenden leevensvloed,<br /></span>
+<span class="i0">door U geleid, ontvangen en gevoed.&mdash;<br /></span>
+<a name="Page_47" id="Page_47" class="page" title="p 47"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Alles voor U,&mdash;gij mijn getrouwe God,<br /></span>
+<span class="i0">nu weet ik w&egrave;l waarom Gij mij deed vinden<br /></span>
+<span class="i0">begrijp zoo luttel, zooveel haat en spot,<br /></span>
+<span class="i0">zoo weinig vrinden en zooveel verblinden&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">'t Was dat mijn hart, verbijsterd, keeren zou<br /></span>
+<span class="i0">tot U alleen, bron van begrijp en trouw.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Al wat ik nog aan lieven en aan leeven<br /></span>
+<span class="i0">te geeven heb, 't is al, 't is al voor U,<br /></span>
+<span class="i0">maar om Uw lieven wille kan ik geeven<br /></span>
+<span class="i0">den menschen m&eacute;&eacute;r aan liefde, dan tot n&uacute;&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">Schoon zij mij al niet danken of verstaan<br /></span>
+<span class="i0">te lieflijker glanst mij Uw glimlach aan.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hier is mijn hart,&mdash;ze noemden het ontrouw,<br /></span>
+<span class="i0">het was zoo wispeltuurig en zoo grillig,<br /></span>
+<span class="i0">verlatend vrind voor vrind en vrouw voor vrouw,<br /></span>
+<span class="i0">toch is 't standvastig en gewillig.<br /></span>
+<span class="i0">'t Zwierf als een schaap van weide op weide verder,<br /></span>
+<span class="i0">volgend het roepen van onzichtbren herder.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Als een wit vlinderken ging 't welgemoed<br /></span>
+<span class="i0">in zachte fladdervlucht door donker dal,<br /></span>
+<span class="i0">en zocht met vagen schijn een stellig goed:<br /></span>
+<span class="i0">Uw licht, Uw zoetheid ooveral,&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">totdat het door de sombre denne-stammen,<br /></span>
+<span class="i0">den vrijen, hoogen heemel weer zag vlammen.<br /></span>
+<a name="Page_48" id="Page_48" class="page" title="p 48"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hier zijn mijn oogen,&mdash;ach, zoo blind! zoo blind!<br /></span>
+<span class="i0">Voor zooveel vondsten hebben ze geglansd,<br /></span>
+<span class="i0">als die van 't kind, dat eenen glasscherf vindt<br /></span>
+<span class="i0">en roept: "een diamant!" en danst<br /></span>
+<span class="i0">in 't rond, de vingertjes aan bloed gesneeden.&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">Hier is mijn stem,&mdash;die om zoo kleine reeden<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">geweeklaagd heeft, door vrees en twijfel zwak.<br /></span>
+<span class="i0">Zij deed de menschen luisteren en weenen,<br /></span>
+<span class="i0">totdat zij steeg en sterker klanken sprak....<br /></span>
+<span class="i0">toen heeft zij onoprecht gescheenen,&mdash;....<br /></span>
+<span class="i0">Vader! voor wien geen kunst noch liegen baat,<br /></span>
+<span class="i0">neem Gij haar aan in haar oprechten staat.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Neem alle sieraad met uw zuivre handen,<br /></span>
+<span class="i0">al wat er uitblonk van mijn weezen af,<br /></span>
+<span class="i0">op &uacute;w altaar mag door &uacute;w vuur verbranden<br /></span>
+<span class="i0">al wat mij trots en aanzien gaf.<br /></span>
+<span class="i0">Ik wil niet zooveel beeter zijn dan andren&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">maar liever digt-bij in uw schaduw wandlen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Voor U mijn naam, mijn eer, mijn kunst, mijn deugden,<br /></span>
+<span class="i0">ik begeer niets dan wat Gij stil hergeeft&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">Maar leer mijn zinnen, die mij z&oacute;&oacute; verheugden,<br /></span>
+<span class="i0">hoe Gij, in al wat zij ontwaren, leeft.<br /></span>
+<span class="i0">Hoe ik mijn Liefste&#8256;om U alleen bemin,<br /></span>
+<span class="i0">en hoe al 't schoone sluit uw schoonheid in.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_49" id="Page_49" class="page" title="p 49"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="De_Staf" id="De_Staf"></a>De Staf.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Onrust en donker alomme,<br /></span>
+<span class="i0">Bang als een doove-en-stomme,<br /></span>
+<span class="i0">tastend als blind ga ik omme&mdash;<br /></span>
+<span class="i7">Waar is mijn staf?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik lijd en moet veelen verdrieten,<br /></span>
+<span class="i0">ik geniet ook en doe wel genieten,<br /></span>
+<span class="i0">maar alle vreugd zie ik vlieten<br /></span>
+<span class="i7">in een graf.&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik weet wat alleenig mij rust geeft,<br /></span>
+<span class="i0">wat mijn angsten gesust heeft,<br /></span>
+<span class="i0">als 't kind dat moeder gekust heeft<br /></span>
+<span class="i7">v&oacute;&oacute;r den nacht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Dit is mijn staf&mdash;dat alle dingen zijn<br /></span>
+<span class="i0">gedachten van een dierbaar, minnend Weezen<br /></span>
+<span class="i0">gansch w&aacute;&aacute;r, maar anders dan hun schijn.<br /></span>
+<span class="i0">Weet ik dat goed&mdash;weg zijn mijn vreezen.<br /></span>
+<span class="i7">Dan glijdt de vracht<br /></span>
+<span class="i0">van dat onrustige van mij af.<br /></span>
+<span class="i0">Dan voelt de blinde weer zijn staf<br /></span>
+<span class="i0">Dat is de kus die moeder gaf<br /></span>
+<span class="i7">aan 't kindekijn.<br /></span>
+<a name="Page_50" id="Page_50" class="page" title="p 50"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar vergeet ik het &eacute;ven,<br /></span>
+<span class="i0">dan heeft mijn staf mij begeeven.<br /></span>
+<span class="i0">W&aacute;&aacute;r, w&aacute;&aacute;r is hij gevallen?<br /></span>
+<span class="i0">Niemand weet het van u allen,<br /></span>
+<span class="i7">Geen &eacute;&eacute;n, geen &eacute;&eacute;n,<br /></span>
+<span class="i0">en ik sta weer weifelend en alleen,<br /></span>
+<span class="i0">bedenkend hoe toch alles vliet<br /></span>
+<span class="i7">in het niet.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Mocht ik een Godsgaaf bedingen&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">ik vroeg sterke herinneringen<br /></span>
+<span class="i0">omtrent eeuwige dingen.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_51" id="Page_51" class="page" title="p 51"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Aan_de_Groote_Dichters" id="Aan_de_Groote_Dichters"></a>Aan de Groote Dichters.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Blijft ons nabij, hoogtroonende getuigen<br /></span>
+<span class="i2">des Leevens, waar ons machteloos geslacht<br /></span>
+<span class="i0">geen zweem van kent, opdat ons niet te buigen<br /></span>
+<span class="i2">vermoog' hun laag gedacht'.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Kaats ons den schijn, als gouden looverhoofden<br /></span>
+<span class="i2">welvend uit diepten van een somber woud,<br /></span>
+<span class="i0">den schijn dier zon, waarin wij n&oacute;g geloofden<br /></span>
+<span class="i2">in schaduw droef en koud.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hard drukt de last der schoonheidlooze dagen,<br /></span>
+<span class="i2">niet d'onze, maar der broederen rondom,<br /></span>
+<span class="i0">die ons bestaan door eigen derving dragen,<br /></span>
+<span class="i2">'t lijf der gerechten krom.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">In zorgen gaan wij, Blijden van natuure,<br /></span>
+<span class="i2">Zangers voor God, van Schoonheid en Geluk,&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">dat dan niet tot versterf van 't Hoogste duure<br /></span>
+<span class="i2">des meededoogens druk!<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Richt &oacute;p ons hoofd, als gloedrood in den morgen<br /></span>
+<span class="i2">de zonbeglansde toppen van 't gebergt',<br /></span>
+<span class="i0">ontlokt ons schouwen aan de kleine zorgen<br /></span>
+<span class="i2">waarmee de waereld tergt.<br /></span>
+<a name="Page_52" id="Page_52" class="page" title="p 52"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wat gij doorleefde in voeling onuitspreekbaar,<br /></span>
+<span class="i2">geen werk der waereld schoort het of genaakt<br /></span>
+<span class="i0">de hoogten waar voor altijd en onbreekbaar<br /></span>
+<span class="i2">uw ziel haar woonstee maakt.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">B&oacute;oven de kwaal en de armoe onzer tijden,<br /></span>
+<span class="i2">b&oacute;oven 't gevecht om ruimte&#8256;en 't zwoegen om brood,<br /></span>
+<span class="i0">leert gij ons kalm op weidsche weegen schrijden<br /></span>
+<span class="i2">in weelden sterk en groot.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De waereld is een droom u, &eacute;&eacute;n uit velen,<br /></span>
+<span class="i2">en niet de schoonste,&mdash;de verklankte schijn,<br /></span>
+<span class="i0">'t verzinlijkt beeld blijft u toch v&egrave;r verscheelen<br /></span>
+<span class="i2">van 't ongelijkbaar zijn.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar juist door macht dier zeldsame genade<br /></span>
+<span class="i2">te kennen 't Licht waartoe ons oog niet reikt,<br /></span>
+<span class="i0">kleedt gij in wondre&#8256;en &oacute;overschoone wade<br /></span>
+<span class="i2">al wat op aarde prijkt.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">d'Oogappels groot en donker op de vonken<br /></span>
+<span class="i2">van Gods verborgen wonderen gericht<br /></span>
+<span class="i0">hebt gij 't klein leeven rondom u geschonken<br /></span>
+<span class="i2">een rijkdom lief en licht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo gaaft gij, die mijn vriend zijt en gezelle,<br /></span>
+<span class="i2">schoon gansch verteerd in uw Godsliefdebrand,<br /></span>
+<span class="i0">juist door dat vuur een luister hoog en helle<br /></span>
+<span class="i2">aan 't heerlijk Vlaanderland.<br /></span>
+<a name="Page_53" id="Page_53" class="page" title="p 53"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar Goethe wist ook, dat waar twee zich vinden<br /></span>
+<span class="i2">in 't kamerkijn, de waereld breed en wijd<br /></span>
+<span class="i0">voor hunner liefde gloorie kan verzwinden<br /></span>
+<span class="i2">met al haar heerlijkheid.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En voor een gouden woord van Dante's lippen<br /></span>
+<span class="i2">een juubel-klinken uit Hebree&euml;r-psalm<br /></span>
+<span class="i0">zien we&#8256;al ons bangelijk getob verglippen<br /></span>
+<span class="i2">als spook voor klokkengalm.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar wee den dichter die niet staag blijft weeten<br /></span>
+<span class="i2">dat van Godsliefde alleen zijn dichtmacht stamt,<br /></span>
+<span class="i0">hij wordt bij 't stemloos volk teruggesmeeten<br /></span>
+<span class="i2">midde&#8256;in zijn kracht verlamd.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Blijft ons nabij dan, dat wij niet vergeeten<br /></span>
+<span class="i2">de rechte waarde&#8256;en zin van wat bestaat<br /></span>
+<span class="i0">en wij wat van den heemel is niet meeten<br /></span>
+<span class="i2">naar menschenmaat.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_54" id="Page_54" class="page" title="p 54"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Shelleys_Epipsychidion" id="Shelleys_Epipsychidion"></a>Shelley's Epipsychidion.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Een vuurstorm van vervoerende gedachten<br /></span>
+<span class="i2">een woord vol flonkerende majesteit<br /></span>
+<span class="i0">verlicht opnieuw de scheemring mijner nachten<br /></span>
+<span class="i2">en breekt des leevens vale eenvormigheid.<br /></span>
+<span class="i0">Waar is een tweede woord als dit ontvaren<br /></span>
+<span class="i2">aan menschenmond, in al der menschheid jaren?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Dit is geen teeder lied van liefde en leed,<br /></span>
+<span class="i2">dit is geen mijmerende klacht van minne,<br /></span>
+<span class="i0">het is een donderende vrijheidskreet<br /></span>
+<span class="i2">en houdt het helderst vuur van wijsheid inne<br /></span>
+<span class="i0">dat ziedend in der menschheid boezem lag<br /></span>
+<span class="i2">en losbreekt met verbijsterenden slag.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Haar klank is uit geweldige geruchten<br /></span>
+<span class="i2">van donder, zee en stormen saamgesteld,<br /></span>
+<span class="i0">haar vaart is 't waarmee wolkendriften vluchten,<br /></span>
+<span class="i2">waarmee een meteoor den nacht doorsnelt,<br /></span>
+<span class="i0">haar opgang stijgt in ijlste ziele-luchten,<br /></span>
+<span class="i2">haar macht is meer dan &agrave;l wat menschen duchten.<br /></span>
+<a name="Page_55" id="Page_55" class="page" title="p 55"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het is een fonkelende lans gedreeven<br /></span>
+<span class="i2">recht in den muil van goor en donker beest<br /></span>
+<span class="i0">dat 't schrikbevangen menschenhart doet beeven<br /></span>
+<span class="i0">maar machtloos deinst als 't niet meer wordt gevreesd.<br /></span>
+<span class="i0">De grimm'ge schimmen Waan en Dood vervagen<br /></span>
+<span class="i0">waar heldenvoet den eersten stap dorst wagen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het is een eenzaam, arendsjong, dat schouwend<br /></span>
+<span class="i2">in peilloos blauw, de stramme vlerken rekt<br /></span>
+<span class="i0">en eindlijk, innerlijken drang betrouwend,<br /></span>
+<span class="i2">den greet'gen hals ver van den rotskant strekt<br /></span>
+<span class="i0">en stort zich vreesloos in de ruime sfeeren<br /></span>
+<span class="i0">om d'eigen nooit-beproefde macht te leeren.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik spreek in koel bezinnen, noode drijft<br /></span>
+<span class="i2">heilige waarheid wel-betoomde woorden<br /></span>
+<span class="i0">tot koener vlucht, want deeze schoonheid blijft<br /></span>
+<span class="i2">der bliksemschichten helste, die doorboorden<br /></span>
+<span class="i0">wat als een somber neeveldek bezwaart<br /></span>
+<span class="i2">'t zwoel-broeyend menschenleeven deezer aard.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het is alsof een volk verworpen slaven<br /></span>
+<span class="i2">roerloos gekneeveld ligt op donker land,<br /></span>
+<span class="i0">het lijf omschalmd, 't gelaat in stof begraven<br /></span>
+<span class="i2">terwijl een vaal gewolk de lucht bespant&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">maar &eacute;&eacute;n verrijst en doet door machtig wringen<br /></span>
+<span class="i0">met luiden klank de bloed'ge boeyen springen.<br /></span>
+<a name="Page_56" id="Page_56" class="page" title="p 56"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het ijzer valt, hij staat rechtop gericht,<br /></span>
+<span class="i2">en als een gloed-fontein met duizend kleuren<br /></span>
+<span class="i0">maakt zijn geroep den veegen heemel licht<br /></span>
+<span class="i2">en doet de vlam zijns woords den scheemer scheuren,<br /></span>
+<span class="i0">'t verworpen volk blijft stil en geeft geen teeken,<br /></span>
+<span class="i0">maar d'englen aan de hellepoort verbleeken.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Gij armen, die niets hoordet, niets begrijpt<br /></span>
+<span class="i2">gevoelloos in uw dof bestaan verlooren,<br /></span>
+<span class="i0">weet dat de vrucht der vrijheid is gerijpt.<br /></span>
+<span class="i2">Uit aardsche liefde is 't heemelsch kind gebooren<br /></span>
+<span class="i0">dat van uw doodsch geslacht den boei kan slaken<br /></span>
+<span class="i0">en uw verdoofde blikken glanzend maken.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Want niets heeft er vermoogen dan de Geest.<br /></span>
+<span class="i2">Zij sprak van Glans en Schoonheid, onvernoomen<br /></span>
+<span class="i0">door wie nog kruipen, siddrend voor het beest.<br /></span>
+<span class="i2">Doch wat haar bliks'mend wilswoord schiep, zal koomen.<br /></span>
+<span class="i0">Haar zeegen werkt, haar opvaart duldt geen kluister,<br /></span>
+<span class="i0">haar vrijheid daagt in nooit-vermoeden luister.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_57" id="Page_57" class="page" title="p 57"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Stem_van_Generzijds" id="Stem_van_Generzijds"></a>Stem van G&eacute;nerzijds.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Het was zoo licht toen ik moest scheiden<br /></span>
+<span class="i2">de spreeuwen kweelden luide en teer,<br /></span>
+<span class="i0">en een onnoemelijk verblijden<br /></span>
+<span class="i2">vervulde veld en atmosfeer.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Een plechtig en verblindend wonder<br /></span>
+<span class="i2">verrees,&mdash;als waar 't voor 't eerst,&mdash;de zon,<br /></span>
+<span class="i0">en bloem op bloem ontsloot zich onder<br /></span>
+<span class="i2">haar zeegen, naar zij kracht gewon.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De waereld scheen verbaasd te ontwaken<br /></span>
+<span class="i2">als vond haar 't licht voor d'eerste maal.<br /></span>
+<span class="i0">'k Zag zwaluwen hun nestjes maken<br /></span>
+<span class="i2">en zwieren in den morgenstraal.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik zag de kiewiet om zijn jongen<br /></span>
+<span class="i2">klapwieken met bezorgd gerucht&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">ik hoorde hoe de meerlen zongen<br /></span>
+<span class="i2">hun welkom in de luuwe lucht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De wind bestreek de fonkel-vlieten,<br /></span>
+<span class="i2">de golfjes plapperden in 't lisch,<br /></span>
+<span class="i0">'t ging al van 't zoete licht genieten<br /></span>
+<span class="i2">en blonk van dauw en ruischte frisch.&mdash;<br /></span>
+<a name="Page_58" id="Page_58" class="page" title="p 58"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik was niet angstig om te sterven,<br /></span>
+<span class="i2">maar 't zag zoo luisterrijk op aard,<br /></span>
+<span class="i0">als had al 't schoon, dat ik ging derven,<br /></span>
+<span class="i2">zich in &eacute;&eacute;n uiterst uur vergaard.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Genooten goed, dat ging begeeven,<br /></span>
+<span class="i2">had ik u wel genoeg bemind?<br /></span>
+<span class="i0">Verheeven weelden van het leeven<br /></span>
+<span class="i2">nam ik u dankbaar, als een kind?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wist ik mijn korte leevenswijding<br /></span>
+<span class="i2">te vieren als een heilig feest?<br /></span>
+<span class="i0">Is mij 't ontwaren tot verblijding,<br /></span>
+<span class="i2">'t bepeinzen tot een lust geweest?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Als vaagde ik zwarte spinneraggen<br /></span>
+<span class="i2">van oud en kostbaar schilderij,<br /></span>
+<span class="i0">zag 'k onontgonnen vreugden lachen<br /></span>
+<span class="i2">voor 't eerst van duistre spinsels vrij.&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">O angst, o waan, o booze krankte<br /></span>
+<span class="i2">der menschen, die ons elk besmet,<br /></span>
+<span class="i0">die den hartstochtelijken dank te<br /></span>
+<span class="i2">bewijzen onzen God, ons let,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">die ons doet weifelen en doet ijzen<br /></span>
+<span class="i2">en wroegen, klaaglijk en bedrukt,<br /></span>
+<span class="i0">waar 't leeuw'rikje' in zijn luchtpaleizen<br /></span>
+<span class="i2">omhoogvaart, juub'lend en verrukt.&mdash;<br /></span>
+<a name="Page_59" id="Page_59" class="page" title="p 59"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hoor gij, die nog in 't licht moogt woonen,<br /></span>
+<span class="i2">dit woord uit 't eeuwig droomrijk aan:<br /></span>
+<span class="i0">"verdrijf die schimmige demoonen"<br /></span>
+<span class="i2">"die voor Gods lieflijk aanzicht staan!"<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">"Hard drukt de spijt om noodloos lijden,"<br /></span>
+<span class="i2">"Om gloorie, door een waan gemist".....<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De&#8256;aard was zoo licht, toen ik moest scheiden,<br /></span>
+<span class="i2">en zooveel schooner dan ik wist.&mdash;<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_60" id="Page_60" class="page" title="p 60"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Een_Minnezang" id="Een_Minnezang"></a>Een Minnezang.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">Vraagt ge mij zangen?&mdash;Maar wie<br /></span>
+<span class="i0">maakte mijn leeven tot een harmonisch lied?<br /></span>
+<span class="i0">Weinigen die de melodi&euml;en er van verstaan,<br /></span>
+<span class="i6">Maar gij toch wel?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Als ik aan u denk, denk ik aan de leeuw'rik<br /></span>
+<span class="i0">de leeuwrik die des nachts zingt onder de sterren,<br /></span>
+<span class="i0">alleen tusschen de zwarte, stille wolken,<br /></span>
+<span class="i0">gansch alleen booven de duistere aarde,&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">de maan sluit slaaprig 't oog aan de kimme&mdash;<br /></span>
+<span class="i6">hij waakt en zingt.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Als ik aan u denk zingen z&oacute;&oacute; mijn gedachten,<br /></span>
+<span class="i0">de duistere aarde luistert niet.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wie heeft mij de troost gebracht en de verzoening<br /></span>
+<span class="i6">toen ik mat was van strijden,<br /></span>
+<span class="i0">niet verslagen maar duldend zonder vreugde?<br /></span>
+<span class="i0">Wie heeft mijn wintersche dagen verkeerd in luuwte?<br /></span>
+<span class="i0">Wie heeft mij liefde doen kennen zonder bitterheid?<br /></span>
+<span class="i6">Wie heeft mijn blijdschap hersteld?<br /></span>
+<a name="Page_61" id="Page_61" class="page" title="p 61"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Gij weet hoe zwaar het is God te gedenken<br /></span>
+<span class="i0">in alle donkere gangen des leevens.<br /></span>
+<span class="i0">Maar door u heb ik Hem niet vergeeten.<br /></span>
+<span class="i6">Verlangt ge nog meer?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Verzoenster! met u vond ik de zee<br /></span>
+<span class="i6">de groote zee des vreedes&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">en in de verre heemelen van rust heb ik gestaard,<br /></span>
+<span class="i6">zij het maar &eacute;ven.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En mijn deemoed is ontbloeid naast de uwe,<br /></span>
+<span class="i0">en mijn getrouwheid is door de uwe gebooren,<br /></span>
+<span class="i0">en uw geduld is het mijne geworden<br /></span>
+<span class="i2">onder den zeegen uwer liefde.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Uwe oprechte oogen volgden al mijn beweegen<br /></span>
+<span class="i0">en hebben mijn hart en handen verlicht&mdash;<br /></span>
+<span class="i2">en de trage nevelen zijn opgeklaard<br /></span>
+<span class="i6">van mijn voorhoofd.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Welk heerlijk wonder als de vlagen staken,<br /></span>
+<span class="i0">als het gedonder der stormen ophoudt en de koude<br /></span>
+<span class="i6">reegen niet meer striemt,<br /></span>
+<span class="i0">als de zon door langsaam verzwindende wolken<br /></span>
+<span class="i2">warmte zendt op het verstilde loof,<br /></span>
+<span class="i0">als dan de reegenzware halmen zich rechten,<br /></span>
+<span class="i0">en de eerste voogelstemmetjes bedeesd weerklinken,<br /></span>
+<span class="i0">en het leeven van de ontelbare teedere weezentjes<br /></span>
+<span class="i0">die wat vreugde zoeken op 't gras, in de lucht, in 't water,<br /></span>
+<span class="i6">schuchterlijk h&egrave;rbegint.<br /></span>
+<a name="Page_62" id="Page_62" class="page" title="p 62"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i2">Ach, zoo zoet was het weeder opleeven<br /></span>
+<span class="i2">onder den grooten zeegen uwer liefde,<br /></span>
+<span class="i2">seedert zijn mijn dagen zangen geweest.<br /></span>
+<span class="i6">Verlangt ge n&ograve;g meer?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Neem dan deeze ordelooze stroofen,<br /></span>
+<span class="i0">ook de leeuwrik zingt wild en zonder reegelmaat,<br /></span>
+<span class="i0">hij breekt af en herhaalt en herhaalt, als door &agrave;l te machtigen aandrang<br /></span>
+<span class="i6">van zijn innigheid.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_63" id="Page_63" class="page" title="p 63"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="In_Memoriam" id="In_Memoriam"></a>In Memoriam.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo werd u 't wigt der kommervolle dagen<br /></span>
+<span class="i2">ten lest te zwaar en naamt ge, t'enden raad,<br /></span>
+<span class="i2">uw daadkracht saam tot &eacute;&eacute;nen wanhoopsdaad,<br /></span>
+<span class="i0">de pijlers breekend die niet konden schragen&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">zachte, bescheiden broeder! teedre vrind!<br /></span>
+<span class="i2">te vroeg gebooren kind van beeter tijden,<br /></span>
+<span class="i2">waarin der menschen vluchtige uuren glijden<br /></span>
+<span class="i0">met ligter gang, en elk zijn bloeitijd vindt,&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">zoon van een volk van blijde, wijze kind'ren,<br /></span>
+<span class="i2">die in bedachtsaam en gerust bestaan,<br /></span>
+<span class="i2">met fijnen glimlach zien Gods wond'ren aan<br /></span>
+<span class="i0">en niemand in zijn lucht gepeins verhind'ren.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Bestemd voor zulk een waereld, zulke volken,<br /></span>
+<span class="i2">waar men den nooit-gezienen groet als vrind<br /></span>
+<span class="i2">en d'eigen ziel in elk weerspiegeld vindt&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">werd gij geworpen in de neevelkolken<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">van dit verbijsterd en mislukt geslacht,<br /></span>
+<span class="i2">van deeze warre tijden. Blij en goedig<br /></span>
+<span class="i2">stonden uw oogen in 't begin en moedig<br /></span>
+<span class="i0">toogt ge ten strijd met al uw kracht.<br /></span>
+<a name="Page_64" id="Page_64" class="page" title="p 64"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar ach! hier geldt niet eedelmoed, noch fijnheid<br /></span>
+<span class="i2">van geest, noch loyauteit, noch zwier, noch eer,<br /></span>
+<span class="i2">'t hoogst-streevend hart ligt allereerst ter neer,<br /></span>
+<span class="i0">ter sluik gemoord door onbespeurbre kleinheid,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">want als een giftdamp vol miasmen, smoort<br /></span>
+<span class="i2">den eedlen geest het kleine, lage leeven<br /></span>
+<span class="i2">der duizenden, wien schoonheid is om 't eeven,<br /></span>
+<span class="i0">die spotten om oprecht en innig woord.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Meedoogenloos door 't strenge lot gebannen,<br /></span>
+<span class="i2">verweerloos, arme broeder! tot dien strijd,<br /></span>
+<span class="i2">beklom u 't weeten uwer machtloosheid<br /></span>
+<span class="i0">telken dag weer, met telkens weer vermannen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Gij voelde 't als een monster, valsch en wreed,<br /></span>
+<span class="i2">door zwaardslag en verwonding onverstoorbaar,<br /></span>
+<span class="i2">gestadig nader, schaduwig, onhoorbaar,<br /></span>
+<span class="i0">bekruipen uw arm lichaam, nat van zweet.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Doch strijden moest ge&#8256;of sterven! Niet gedoogd'<br /></span>
+<span class="i2">uw diep gevoelig hart de koele rust<br /></span>
+<span class="i2">des w&egrave;l-voldanen, die van veil'ge kust<br /></span>
+<span class="i0">naar storm-geslagen schepelingen oogt.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Als een die oogenlid-loos en gebonden<br /></span>
+<span class="i2">naar 't hachelijk worst'len van zijn landsvolk staart,<br /></span>
+<span class="i2">niet wenden kan het hoofd, noch heffen 't zwaard,<br /></span>
+<span class="i0">noch stelpen 't bloed of reinigen de wonden&mdash;<br /></span>
+<a name="Page_65" id="Page_65" class="page" title="p 65"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zooals een die in droom zijn huis in vlam<br /></span>
+<span class="i2">ziet en in doodsgevaar zijn vrouw en kind'ren<br /></span>
+<span class="i2">maar kan het schrik'lijk onheil niet verhind'ren,<br /></span>
+<span class="i0">de stem verstikt, aan alle leeden lam&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo liet der waereld vale, vage nood<br /></span>
+<span class="i2">u niet meer toe te waken of te slapen&mdash;<br /></span>
+<span class="i2">gij kondt niet stillen 't wee, noch beuren 't wapen&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">wat bleef er uitkomst als de dood?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Dit is geen tijd voor teed'ren,&mdash;als de wagen<br /></span>
+<span class="i2">van Jaggernaut verplet hen 's Leevens wigt,&mdash;<br /></span>
+<span class="i2">toen hebt ge op 't eigen hooploos hart gericht<br /></span>
+<span class="i0">'t onnutte wapen, te zwaar om te dragen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Was 't misdrijf?&mdash;Duister is Gods raad ons armen,<br /></span>
+<span class="i2">ons innigst geeven wordt het ruuwst geknot,<br /></span>
+<span class="i2">rondom is argwaan, weifeling en spot,&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">zou Hij zich des oprechten niet erbarmen,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">die streedt tot 't einde van zijn kracht, en viel?<br /></span>
+<span class="i2">En wie van ons, bedreigden, durft het wraken<br /></span>
+<span class="i2">zoo gij geen andre doortocht wist te maken<br /></span>
+<span class="i0">voor uw bemoeyelijkte ziel?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De dag dringt in mij met dezelfde pijnen<br /></span>
+<span class="i2">als die u folterden,&mdash;zoo ik nog sta,<br /></span>
+<span class="i2">ik noem 't geen kracht, ik noem het maar gen&acirc;,<br /></span>
+<span class="i0">zou mij uw val dan zwakheid schijnen?<br /></span>
+<hr style="width: 35%" /></div><a name="Page_66" id="Page_66" class="page" title="p 66"></a><div class="stanza">
+<span class="i0">Toen kwam er rust,&mdash;de rustelooze wind<br /></span>
+<span class="i2">suist eeuwig voort door 't glanzig helm der duinen,<br /></span>
+<span class="i2">waar digtbij zee, aan Holland's groene tuinen,<br /></span>
+<span class="i0">uw lijf zijn zonn'ge ligstee vind.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo droome uw losgemaakte ziel in vreede<br /></span>
+<span class="i2">van 't schoone en goede wat ge vondt en deedt,<br /></span>
+<span class="i2">en van ons die u minden.&mdash;<br /></span>
+<span class="i14">Zacht betreed<br /></span>
+<span class="i0">ik nu met stillen dank de vreed'ge steede.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_67" id="Page_67" class="page" title="p 67"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Zelf-Schouw" id="Zelf-Schouw"></a>Zelf-Schouw.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Mijn blanke dwaal-ster zie ik staan<br /></span>
+<span class="i2">in donkerblauwe&#8256;omnachting&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">op dorp en duinland schijnt de maan&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">in mijn bevreedigd hart vangt aan<br /></span>
+<span class="i2">een diepe zelf-betrachting.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik ben wel een gezeegend wicht,<br /></span>
+<span class="i2">doch weet dat niet gestadig,&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">maar als ik stil mijn aandacht richt<br /></span>
+<span class="i0">op 't innig zelf, komt steeds het Licht<br /></span>
+<span class="i2">en wijst het mij genadig.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Geslingerd ben ik her en der,<br /></span>
+<span class="i2">gedoold heb ik vervaarlijk&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">doch schijnt mij mijn verheeven Ster<br /></span>
+<span class="i0">na elk verdwalen minder ver<br /></span>
+<span class="i2">en 't leeven min bezwaarlijk.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Een kleine en altijd heldre bron<br /></span>
+<span class="i2">van glinsterende blijheid,<br /></span>
+<span class="i0">verberg ik diep, en nooit verwon<br /></span>
+<span class="i0">mij 't leed, als ik maar woonen kon,<br /></span>
+<span class="i2">gerust, in haar nabijheid.<br /></span>
+<a name="Page_68" id="Page_68" class="page" title="p 68"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Doch 't wilde leeven lokt mij uit&mdash;<br /></span>
+<span class="i2">dan kamp en lijd ik deerlijk,&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">tot ik weer hoor haar zacht geluid<br /></span>
+<span class="i0">en als een bruidegom zijn bruid<br /></span>
+<span class="i2">haar w&eacute;&eacute;rvind, schoon en heerlijk.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Mijn arme lichaam, teer en broos,<br /></span>
+<span class="i2">doe ik mij w&egrave;l serveeren.&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">tot ik het eenmaal, leeg en voos,<br /></span>
+<span class="i0">te rust zal leggen voor altoos,<br /></span>
+<span class="i2">als afgedragen kleeren.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Mijn hart behoudt geen spijt of nijd,<br /></span>
+<span class="i2">'t zoekt ook zijn lust niet grillig.&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">Door onbesuisde teederheid<br /></span>
+<span class="i0">heeft het wel veelen leed bereid,<br /></span>
+<span class="i2">doch griefde 't niemand willig.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Mijn weezen heeft een tragen gang<br /></span>
+<span class="i2">'t wil tijd, zich te bezinnen,<br /></span>
+<span class="i0">'t vreest pijn te doen en mijmert lang,<br /></span>
+<span class="i0">maar vaart dan plotsling uit, nooit bang<br /></span>
+<span class="i2">iets hachlijks te beginnen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Waarheid is mij, wat 't kindekijn<br /></span>
+<span class="i2">de borsten zijn die 't voeden,<br /></span>
+<span class="i0">doch weetend dat zij schoon moet zijn,<br /></span>
+<span class="i0">vergrijp ik mij aan schoonen schijn<br /></span>
+<span class="i2">vaak tot mijn handen bloeden.<br /></span>
+<a name="Page_69" id="Page_69" class="page" title="p 69"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">En onontmoedigd, weederom<br /></span>
+<span class="i2">zoek ik wat goed en eerzaam<br /></span>
+<span class="i0">aan elk is, wien ik teegenkom&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">want hoezeer onbesuisd en dom,<br /></span>
+<span class="i2">toch ben ik niet onleerzaam.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik acht mij maar een kleine man,<br /></span>
+<span class="i2">bedeesd en zwak van krachten,&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">doch welke macht ter waereld kan<br /></span>
+<span class="i0">verslaan wie stijgt op vleuglen van<br /></span>
+<span class="i2">zijn godlijke gedachten?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">'t Liefst ging ik als een zorgloos kind<br /></span>
+<span class="i2">aan vaders hand door 't leeven.<br /></span>
+<span class="i0">Doch hoe, zoo 'k hier geen vader vind,<br /></span>
+<span class="i0">zoo wijs, zoo sterk, zoo hoog-gezind,<br /></span>
+<span class="i0">om hem vertrouwelijk en blind<br /></span>
+<span class="i2">mijn kinderhand te geven?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Toen moest ik wel, met zware dracht,<br /></span>
+<span class="i2">den schijnbren hoogmoed dragen,<br /></span>
+<span class="i0">alleenstaand met begrip en klacht,&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">en aan de sterren van den nacht<br /></span>
+<span class="i2">om eenen Vader vragen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Mijn eigen, echte makelij<br /></span>
+<span class="i2">doet veelen zich bedriegen,<br /></span>
+<span class="i0">ze noemen 't spel en hoovaardij,<br /></span>
+<span class="i0">en als ik eerlijk spreek en blij<br /></span>
+<span class="i2">dan heeten ze 't me liegen.<br /></span>
+<a name="Page_70" id="Page_70" class="page" title="p 70"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik word geliefd, ik word gehaat,&mdash;<br /></span>
+<span class="i2">noch Eer is 't, noch Beschaming,&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">want wie mijn weezen niet verstaat,<br /></span>
+<span class="i0">hij raakt mij niet, maar mint of smaadt<br /></span>
+<span class="i2">een pop, met mijn benaming.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Mijn Vader maakte mij gewis<br /></span>
+<span class="i2">aldus, opdat ik leere<br /></span>
+<span class="i0">hoe ijl der menschen oordeel is,<br /></span>
+<span class="i0">en ik mij van hun ergernis<br /></span>
+<span class="i2">tot Zijn vertroosting keere.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_71" id="Page_71" class="page" title="p 71"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Julius_Oldach" id="Julius_Oldach"></a>Julius Oldach.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Wohl nicht umsonst tr&auml;gt Frau Germania<br /></span>
+<span class="i0">so stolz die Krone und so hoch den Busen,<br /></span>
+<span class="i0">errang sie doch den Ehrenpreis der Musen<br /></span>
+<span class="i0">f&uuml;r Po&euml;sie und Musika.&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">Jedoch es schien gar Manchem unterdessen<br /></span>
+<span class="i0">als h&auml;tte l&auml;ngst Sankt Lukas sie vergessen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Sie schenkte einem Dichter oder Gleichen<br /></span>
+<span class="i0">ein weihe-volles Leben ohne Schmach,<br /></span>
+<span class="i0">und es umsp&uuml;lt der g&ouml;ttlich klare Bach,<br /></span>
+<span class="i0">der Seelen Labsal, ihre Eichen.<br /></span>
+<span class="i0">Doch stand es schlimmer mit der Kunst der Farben,<br /></span>
+<span class="i0">nun ja! die Reiche soll doch auch mal darben.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Es br&uuml;stet sich zwar mancher Genius<br /></span>
+<span class="i0">den Holbein und den D&uuml;rer zu ersetzen,<br /></span>
+<span class="i0">doch giebt die ferne Nachwelt einen Fetzen<br /></span>
+<span class="i0">f&uuml;r Kaulbach und Cornelius?<br /></span>
+<span class="i0">Da giebt's viel Tuch, viel Akten, und Gew&auml;nder&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">doch fl&uuml;stert man: "es bleibt nur Oberl&auml;nder".<br /></span>
+<a name="Page_72" id="Page_72" class="page" title="p 72"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Das neid'sche Schicksal, eifrig zu enttronen<br /></span>
+<span class="i0">wo es zu viel des Ruhmesstolzes fand,<br /></span>
+<span class="i0">nam Ihr, der Hohen, theilweis den Verstand,<br /></span>
+<span class="i0">sodass die biederen Teutonen<br /></span>
+<span class="i0">den Bismarck hundertmal in Erze giessen,<br /></span>
+<span class="i0">und Julius Oldach arm krepiren liessen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Der B&auml;ckerssohn mit festem Feuerblick,<br /></span>
+<span class="i0">er hat gemalt wie die von Gott erhellten<br /></span>
+<span class="i0">und seiner Seele ungeheure Welten<br /></span>
+<span class="i0">gedr&auml;ngt auf tellergrosses St&uuml;ck.<br /></span>
+<span class="i0">Doch hat's die Deutschen Herzen nicht erw&auml;rmt,<br /></span>
+<span class="i0">es hiess: "der Arme hab' sich todgeh&auml;rmt".<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Nicht doch!&mdash;es hat kein Mensch noch so volkommen<br /></span>
+<span class="i0">gesiegt wie er, in K&auml;mpfen f&uuml;rchterlich.<br /></span>
+<span class="i0">Wer war's der an Verwegenheit ihm glich<br /></span>
+<span class="i0">und siegreich ist davongekommen?<br /></span>
+<span class="i0">Und 's nimmt doch alles sich gar kleinlich aus.<br /></span>
+<span class="i0">Der hehre Geist w&auml;hlt sich ein enges Haus.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Nach tausend Jahr und abertausend Jahren<br /></span>
+<span class="i0">da wird wohl mancher Sch&uuml;ler kaum noch rathen<br /></span>
+<span class="i0">was Zieten, Bl&uuml;cher, Roon und Moltke thaten,<br /></span>
+<span class="i0">ob's Krieger oder Kr&auml;mer waren....<br /></span>
+<span class="i0">doch schm&auml;hlich wird die blinde Welt genannt<br /></span>
+<span class="i0">die Oldach ein Jahrhundert lang verkannt.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_73" id="Page_73" class="page" title="p 73"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="De_Klok1" id="De_Klok1"></a>De Klok<a name="FNanchor_1_1" id="FNanchor_1_1"></a><a href="#Footnote_1_1" class="fnanchor">[1]</a>.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i2">Zwijgend hing de klok in den tooren en wachtte.&mdash;<br /></span>
+<span class="i2">Omlaag in de glinstrende gangen der stad<br /></span>
+<span class="i2">dwar'lden in vuurigen zwerm de lichtjes.<br /></span>
+<span class="i8">Peillooze nacht<br /></span>
+<span class="i0">toefde in den heemel bij flauwe, deinzende sterren.<br /></span>
+<span class="i8"><i>Posu&iuml;t me in tenebris</i>&mdash;...<br /></span>
+<span class="i0">Zwijgend hing de klok in den tooren en wachtte...<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Ver beneeden raasde de storm van Londen,<br /></span>
+<span class="i4">de ondiepe storm onzes leevens<br /></span>
+<span class="i2">onder afgronden van eeuwige stilte.<br /></span>
+<span class="i8">...<i>et in umbra, mortis</i>.<br /></span>
+<span class="i0">In de donkre tooren hing de klok en wachtte.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Onder de klok, elk in zijne steede,<br /></span>
+<span class="i4">sliepen de strenge dooden.<br /></span>
+<span class="i8"><i>In tenebris stravi lectulum</i>....<br /></span>
+<span class="i2">E&eacute;n voor &eacute;&eacute;n, onder den machtigen tooren,<br /></span>
+<span class="i8">legden de leevenden hen.<br /></span>
+<span class="i2">Maar hun warm leeven slaapt met hen, inniger<br /></span>
+<span class="i2">dan wie gehuwd zijn, leeven dat voortgaat in sluimer,<br /></span>
+<span class="i2">leeven dat nimmer staakt, noch onderbreeking kent.<br /></span>
+<span class="i8">...<i>et in polvere dormiam</i>.<br /></span>
+<span class="i2">De klok omhoog toefde booven de stad.<br /></span>
+<a name="Page_74" id="Page_74" class="page" title="p 74"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i2">Toen, te middernacht, hoorde de wachter beneeden<br /></span>
+<span class="i2">in de donk're klok beslooten stemmen fluistren,<br /></span>
+<span class="i2">hoorbaar alleen voor hem, wachter te middernacht.<br /></span>
+<span class="i2">Spooken van klank bewoogen in de ijzeren stilte.<br /></span>
+<span class="i8"><i>Cor meum conturbatum est</i>&mdash;....<br /></span>
+<span class="i0">Dood&mdash;en de wolven van Vrees waarden in 't duister.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">Spooken van klank, gevangen binne' in de stilte,<br /></span>
+<span class="i2">golfden rondom de klok, als in benauwen:<br /></span>
+<span class="i8">"verlos ons, o gij die toeft!"<br /></span>
+<span class="i0">"Doe ons reeg'nen rondom, verspreid ons als hagel van vrees,"<br /></span>
+<span class="i2">"Hoor! gij achtlooze stad, dronken van leeven!"<br /></span>
+<span class="i8">"Hoort! gij leevende zielen,"<br /></span>
+<span class="i2">"hoort! gij zielen van wie er moog waken, moog slapen"<br /></span>
+<span class="i8">...<i>formido mortis cecidit super me</i>.<br /></span>
+<span class="i2">"Dit is de doem des Doods en g&eacute;&eacute;n ontkomt."<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i2">"E&eacute;nzaam zal hij liggen, geen gerief zal hem naken,"<br /></span>
+<span class="i2">"de dooden zijn van hem gescheiden, en de leevenden,"<br /></span>
+<span class="i8">"Dood duldt g&eacute;&eacute;n gezellen."<br /></span>
+<span class="i2">"Koud is zijn bed, hoezeer met warmte ontvangen,"<br /></span>
+<span class="i2">"zijn huisselijk bed, waar hij z&oacute;&oacute; lang sluimerde veilig."<br /></span>
+<span class="i2">"Zie, het ontvalt hem, Dood sleept in duisteren afgrond"<br /></span>
+<span class="i8">"langsaam zijn zwichtende vleesch."<br /></span>
+<span class="i0">"Zijn verduisterde oogen, nooit zal meer lamp hen verlichten,"<br /></span>
+<span class="i0">"liefde beroert hem niet, deernis mag hem niet bereiken."<br /></span>
+<span class="i8"><i>Sicut umbra quum declinat</i>.<br /></span>
+<span class="i2">Zwijgend hing de klok in den tooren en wachtte.<br /></span>
+<a name="Page_75" id="Page_75" class="page" title="p 75"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Onder de stilte nog drongen de spookige stemmen:<br /></span>
+<span class="i0">"Gij in uw sluimer gewiegd door de duurende pols-slag"<br /></span>
+<span class="i0">"van het getemperde leeven, gij die nog waakt,"<br /></span>
+<span class="i8">"hoort! het woord van den Dood:"<br /></span>
+<span class="i0">"de gerechte sterft en ook de zondaars sterven,"<br /></span>
+<span class="i8">"Dood heeft maar &eacute;&eacute;n domein."<br /></span>
+<span class="i2">&mdash;<i>Unus introitus est omnibus ad vitam</i>&mdash;....<br /></span>
+<span class="i0">"E&eacute;nder is 't einde, of gij al rust of werkt,"<br /></span>
+<span class="i0">"of gij al wijsheid zoekt, of gij al zwoegt"<br /></span>
+<span class="i8">"jagend naar lust of macht."<br /></span>
+<span class="i0">"Met onverschillige hand reikt de Dood &eacute;&eacute;ne gave",<br /></span>
+<span class="i0">"vult met duister het brein, de handen met stof."<br /></span>
+<span class="i8">...&mdash;<i>et similis exitus</i>.<br /></span>
+<span class="i0">"Thans is de stonde des Doods en de stond der Geboorte."<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">"Gij, in de duistere stad, die baart deezen nacht,"<br /></span>
+<span class="i0">"tot wat eind uw moeyelijkheid, uwe smarten?"<br /></span>
+<span class="i8"><i>Sic et nos nati</i>&mdash;...<br /></span>
+<span class="i0">"Hem baarde zijn moeder in smart, toch met blijdschap."<br /></span>
+<span class="i8">"&mdash;Maar alles vervalt den Dood&mdash;"<br /></span>
+<span class="i0">"hem die in smart uit dit leeven verlost wordt"<br /></span>
+<span class="i8">...<i>continuo desivimus esse</i>.<br /></span>
+<span class="i0">"Al het geboor'ne is een prooi des Doods,"<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Toen, in volkoomen nacht, als nauwelijks hoorbaar<br /></span>
+<span class="i0">Londen omlaag nog maar fluisterend roerde als in sluimer,<br /></span>
+<span class="i0">ver daarbooven, booven zijn dwalende nevels,<br /></span>
+<span class="i8">onder de kalme sterren,<br /></span>
+<span class="i0">plechtig en diep sprak de klok in de stilte:<br /></span>
+<span class="i10"><i>Pax De&iuml;</i>&mdash;...<br /></span>
+<span class="i0">sprak het met God als alleen, in zeegening.<br /></span>
+<a name="Page_76" id="Page_76" class="page" title="p 76"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Vreede allen zielen, vreede na zwoegen en drang,<br /></span>
+<span class="i0">vreede als van hem wiens werk is voleindigd!<br /></span>
+<span class="i0">Lof zij Goode! voor leeven en dood volbracht.<br /></span>
+<span class="i8">Dank zij Goode! den geever,<br /></span>
+<span class="i0">Als had een geest, bij 't ontstijgen van de aarde<br /></span>
+<span class="i0">&eacute;ven toevend, het groote zeegenwoord gesprooken,<br /></span>
+<span class="i8">... <i>quae exsuperat omnem sensum</i>.<br /></span>
+<span class="i0">sprak het de zware klok in des middernachts diep.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De machtige stem, aan de stilte zich bindend,<br /></span>
+<span class="i0">deinde weergalmend oover d'ontzachlijke stad<br /></span>
+<span class="i8">in lange golven van klank.<br /></span>
+<span class="i4"><i>Qui confidunt in Illo intelligent veritatem.</i><br /></span>
+<span class="i0">Hooge konde des Doods aan het Leeven.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zooals de wind vaagt van het heemelgelaat<br /></span>
+<span class="i0">en onder zich ophoopt tot warre gestapelde massa<br /></span>
+<span class="i0">de gekruifde wolken, in plotslinge gloorie toonend<br /></span>
+<span class="i8">de sterren in hoogte oover hoogte,<br /></span>
+<span class="i0">zoo joeg de manende Dood van 't aanzicht des Leevens<br /></span>
+<span class="i0">verstrooyend de scheemrige neevlen van 't leevende.<br /></span>
+<span class="i8"><i>In lumine tuo videbimus lumen.</i><br /></span>
+<span class="i0">En het Leeven verrees, het klare, schoone Leeven.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Toen hoorde beneeden de wachter te middernacht<br /></span>
+<span class="i8">hoe het geluid van den Dood<br /></span>
+<span class="i0">oover de stad hong in zeegening,<br /></span>
+<span class="i0">het zeegende de stille dooden, de zwoegende leevenden,<br /></span>
+<span class="i8">alle gerechte zielen.<br /></span>
+<a name="Page_77" id="Page_77" class="page" title="p 77"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Liefdrijken en waarachtigen hoorden het in hun slaap,<br /></span>
+<span class="i0">verborgen in donk're slaapsteeden der volle stad.<br /></span>
+<span class="i8"><i>Pax est electis Ejus</i>.<br /></span>
+<span class="i0">En vreede vervulde de diepe bronnen des harten.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ook de Geboorte zeegende het en de vreugde der moeders.<br /></span>
+<span class="i0">Want als in tijden van oudsher, nauwlijks herinnerd,<br /></span>
+<span class="i8">de blijde ziel van den doode<br /></span>
+<span class="i0">weerkwam op aard, welkom, tot welkom bereid,<br /></span>
+<span class="i0">zoo keert nu weer, na voltooying, verheldring, verblijding,<br /></span>
+<span class="i0">welkom de dierbare ziel tot den Vader.<br /></span>
+<span class="i8"><i>Justorum autem animae</i>....<br /></span>
+<span class="i0">Dit is de stonde des Doods en de stond der Geboorte.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En hij die rouwde in wake, onder den tooren,<br /></span>
+<span class="i0">hoorde d&oacute;&oacute;r dat geluid d'ondoordringbare<br /></span>
+<span class="i0">majestatische stilt' des begravenen Tijds.<br /></span>
+<span class="i0">En de jaren van hem die gestorven was<br /></span>
+<span class="i0">hoorde hij vallen als water, gestort van een schaal<br /></span>
+<span class="i0">in de woelende, vage, vervormende zee.<br /></span>
+<span class="i8">De getelde jaren vielen<br /></span>
+<span class="i0">en mengden zich met 't oneindig verleeden.<br /></span>
+<span class="i8">....<i>in manu Dei sunt</i>.<br /></span>
+<span class="i0">de klok luidde hen needer in d'Eeuwigheid.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het statig geluid des Leevens, weidsch zich verrustigend,<br /></span>
+<span class="i0">hoorde hij en 't vloeyen aller wateren<br /></span>
+<span class="i0">tot de woeste, onvruchtbare, eind'looze zee,<br /></span>
+<span class="i0">en hoorde de stille wateren, gereezen uit de zee,<br /></span>
+<span class="i0">voedend en sierend eeuwiglijk de vruchtbare aarde.<br /></span>
+<a name="Page_78" id="Page_78" class="page" title="p 78"></a><span class="i0">en hij zag van hem die gestorven was<br /></span>
+<span class="i0">de jaren, heimlijk, verspreid, voeden der waereld hart,<br /></span>
+<span class="i8"><i>Non tanget illos tormentum mortis</i>&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">en floerslooze sterren opluikend om de aarde.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Toen in den tooren, onder der starren schare,<br /></span>
+<span class="i0">booven de gescepterde dooden, de leevende werkers,<br /></span>
+<span class="i8">elk in zijn leeger van ruste,<br /></span>
+<span class="i0">zag hij 't aanweezen eens Engels, die zeegende<br /></span>
+<span class="i0">zorg en rust,&mdash;de Engel van Vreede onuitspreeklijk.<br /></span>
+<span class="i8"><i>Pax in aeternum De&iuml;</i>.<br /></span>
+<span class="i0">Langsaam verstomde de klok in den luistrenden nacht.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_79" id="Page_79" class="page" title="p 79"></a>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_1" id="Footnote_1_1"></a><a href="#FNanchor_1_1"><span class="label">[1]</span></a> Naar het Engelsch van Margaret Wood. Lijkzang bij den dood
+van haren vader, Bisschop van Londen.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Vrees_niet" id="Vrees_niet"></a>Vrees niet.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Lieve gezicht, met uw angstige oogen,<br /></span>
+<span class="i2">vrees niet! wat blinken uw blikken zoo bleek?<br /></span>
+<span class="i0">Denk onzer minne geweldig vermoogen<br /></span>
+<span class="i2">waar zooveel onrust en euvel voor week&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">En d&agrave;n gedenk hoeveel volmacht'ger min<br /></span>
+<span class="i0">ons sluit met haar getrouwe vleuglen in.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Had je mij altijd door, avond en morgen,<br /></span>
+<span class="i2">bleef je mij ooveral eeuwig nabij,<br /></span>
+<span class="i0">dan zou je rustig zijn en niet meer zorgen&mdash;<br /></span>
+<span class="i2">waarom dan ben je nu angstig om mij?<br /></span>
+<span class="i0">Vergeet je den veel liever Minnaar dan<br /></span>
+<span class="i0">die nooit en nergens ons verlaten kan?<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_80" id="Page_80" class="page" title="p 80"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Op_de_heuvelen" id="Op_de_heuvelen"></a>Op de heuvelen.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">'k Zag der bewoude heuvlen donkre deining,<br /></span>
+<span class="i2">en de akkerkleeden, groen en geel geblokt,<br /></span>
+<span class="i0">ik zag der wolken blindende verschijning,<br /></span>
+<span class="i2">in 't welvend blauw teer-zilv'rig uitgevlokt,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">ik zag rondom, als de verstijfde omlijning<br /></span>
+<span class="i2">van een azuuren hoogbewoogen zee,<br /></span>
+<span class="i0">'t wijd vergezicht, in eindlooze verfijning,<br /></span>
+<span class="i2">tot waar een glans-waas 't al vereev'nen dee.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik zag veel besjes tusschen grauw-groen loover<br /></span>
+<span class="i2">gloend-vermiljoen in najaars-zonneschijn,&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">en diep in 't dal, stil-schuchter in den toover,<br /></span>
+<span class="i2">de kleine huisjes waar de menschen zijn.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het was der aarde moederlijk ontmoeten<br /></span>
+<span class="i0">d at mij beving met nameloos ontzag,<br /></span>
+<span class="i0">'k zag haar onsterf'lijk aangezicht mij groeten,<br /></span>
+<span class="i2">zij sloeg mij spraakloos met haar schoonen lach.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">'k Verstond een fluisterklank van haar gepeinzen,<br /></span>
+<span class="i2">als 't kind het eerste woord uit moeders mond,<br /></span>
+<span class="i0">terwijl zij 't weidsche licht-geluk liet deinzen<br /></span>
+<span class="i2">hel-stralend booven purpren horizont.<br /></span>
+<a name="Page_81" id="Page_81" class="page" title="p 81"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Een vlucht'ge glimp gewerd mij van haar denken<br /></span>
+<span class="i2">en mijn vervaard oog ving een ligt gerucht<br /></span>
+<span class="i0">van wat zij droomt, bij 't eeuwig ommezwenken<br /></span>
+<span class="i2">in majestatisch kalme heemel-vlucht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Toen keerde ik in,&mdash;en vond mijn ziel z&oacute;&oacute; vreugdig<br /></span>
+<span class="i2">en mijn geluk met een z&oacute;&oacute; diep verschiet&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">'k hervond in al mijn leeven een zoo jeugdig<br /></span>
+<span class="i2">en een zoo onomfloerst genieten niet.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En toch!...waar bleeven thands de zoete liefden,<br /></span>
+<span class="i2">de hart-verlangens van mijn jongen tijd,<br /></span>
+<span class="i0">mij eenmaal 't dierst?&mdash;wat macht'ger drang verhief den<br /></span>
+<span class="i2">geest van hen weg, tot in deeze eenzaamheid?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Nu zie 'k hen als de kleine huisjes ginder,<br /></span>
+<span class="i2">met hun rook-vaantjes blauw in d'effen sfeer,<br /></span>
+<span class="i0">hun lieve trouwlijkheid geldt mij niet minder,<br /></span>
+<span class="i2">maar 't heem-genucht begrenst den blik niet meer.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Thans moet ik noode wijder ruimten peilen,<br /></span>
+<span class="i2">de ziel stijgt siddrend in doorzichtig Al,<br /></span>
+<span class="i0">onweetend waar zij weer tot rust verwijlen<br /></span>
+<span class="i2">wat nu haar voorig heil vervangen zal.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">In wat hier helderst is kan 't oog niet staren,<br /></span>
+<span class="i2">en angstig zoekt het wat dan toevlucht geeft,<br /></span>
+<span class="i0">zoolang 't geen wonderteeken kan ontwaren<br /></span>
+<span class="i2">dat zegt wat leeven aarde en zonne leeft.<br /></span>
+<a name="Page_82" id="Page_82" class="page" title="p 82"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het avondt zachtkens,&mdash;duizend, duizend wolkjes,<br /></span>
+<span class="i2">als fijn blank schuim met glans van parelmoer,<br /></span>
+<span class="i0">betrekken met hun raadselvolle kolkjes<br /></span>
+<span class="i2">in stillen wenk den blauwen heemelvloer,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">en ik berust.&mdash;De lichtstem der planeeten<br /></span>
+<span class="i2">drong &eacute;ven door, met de echo van een woord.<br /></span>
+<span class="i0">W&egrave;l kan mijn ziel den wond'ren zin vergeeten,<br /></span>
+<span class="i2">niet, dat zij 't voor een oogwenk heeft gehoord.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_83" id="Page_83" class="page" title="p 83"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Het_Gebergte" id="Het_Gebergte"></a>Het Gebergte.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">De bergen gingen schuil en er ontstonden<br /></span>
+<span class="i0">sombre wolkvormen booven 't glanzig meer;<br /></span>
+<span class="i0">die dreeven weiflend, wentlend heen en weer,<br /></span>
+<span class="i0">stormden dan opwaarts, dreigden en verzwonden.<br /></span>
+<span class="i0">Wit schuim werd zichtbaar op het staalblauw vlak<br /></span>
+<span class="i0">en de ser&eacute;niteit der wouden brak!<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Waar hoog met zilvren letters stond geschreeven<br /></span>
+<span class="i0">der aarde schoonste en heiligste gedicht,<br /></span>
+<span class="i0">in eeuwge sneeuw en fonklend gletscher-licht,<br /></span>
+<span class="i0">was niet dan duister neevelgrauw gebleeven,<br /></span>
+<span class="i0">dat onontraadseld, onverstaan, onttoog<br /></span>
+<span class="i0">het woord der bergen aan mijn dorstend oog.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik had hen niet verstaan, schoon 'k dag aan dag,<br /></span>
+<span class="i0">in heevige aandacht, 't spel der harmonie&euml;n<br /></span>
+<span class="i0">van wit en grauw, bekleed door draperie&euml;n<br /></span>
+<span class="i0">van zonbeglansde wolkenvacht, bezag,<br /></span>
+<span class="i0">'t steeds wisslend licht op de altoos starre lijnen,<br /></span>
+<span class="i0">en 't zoet verkleuren bij des Lichts verdwijnen,<br /></span>
+<a name="Page_84" id="Page_84" class="page" title="p 84"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">als een droefschoone roep om weederzien,<br /></span>
+<span class="i0">onder des heemels zacht verbleekend blauw.<br /></span>
+<span class="i0">Ik voelde 't aanzijn der mysteri&euml;n nauw<br /></span>
+<span class="i0">of, angstbeklommen, teevens hun ontvlien.<br /></span>
+<span class="i0">Sterk spreekt uw stem, gebergte! o sterker dan<br /></span>
+<span class="i0">de stem der zee, die z&oacute;&oacute; ontroeren kan;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">maar 't luiden van uw zang is z&oacute;&oacute; verheeven,<br /></span>
+<span class="i0">en 't rhythme van uw leeven vloeit z&oacute;&oacute; traag,<br /></span>
+<span class="i0">dat ik onmachtig in beklemming draag<br /></span>
+<span class="i0">'t wigt van uw waarheid, onbewolkt gegeeven.<br /></span>
+<span class="i0">En dat bij 't glanslied van uw majesteit<br /></span>
+<span class="i0">mijn hart verwelkt en om verzachting schreit.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik zocht in liedren, die de menschen zingen,<br /></span>
+<span class="i0">wat zich het innigst aan uw schoonheid paart,<br /></span>
+<span class="i0">maar er weerklinkt geen menschenzang op aard,<br /></span>
+<span class="i0">die tot uw hooge machtsfeer d&oacute;&oacute;r kan dringen.<br /></span>
+<span class="i0">En er ontstond een weemoed, die niet zweemt<br /></span>
+<span class="i0">naar uw geluk, en is uw Weezen vreemd.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik klom toen hoog naar de bezonde weiden<br /></span>
+<span class="i0">waar, opziend tot den blauwen ether, staan<br /></span>
+<span class="i0">kelken van dieper-blauwe gentiaan,<br /></span>
+<span class="i0">waar de arend in spiraal-vlucht zich laat glijden<br /></span>
+<span class="i0">door lucht z&oacute;&oacute; stil, z&oacute;&oacute; helder, z&oacute;&oacute; verreind,<br /></span>
+<span class="i0">dat 't &agrave;l in tastbaar licht gevangen schijnt.<br /></span>
+<a name="Page_85" id="Page_85" class="page" title="p 85"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Daar is de waereld als een droomgezicht<br /></span>
+<span class="i0">van licht en stilte,&mdash;booven 't sneeuwwit ronden<br /></span>
+<span class="i0">zich donkerblauw des heemels diepste gronden,<br /></span>
+<span class="i0">en alles laaft zich aan het gouden licht,<br /></span>
+<span class="i0">tot van het schamel gras de teerste sprieten,<br /></span>
+<span class="i0">in roerloos, onverzadelijk genieten.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Daar dronk ik &iacute;n een laafnis koel en zuiver,<br /></span>
+<span class="i0">en onderging de gloorie deezer wondren,<br /></span>
+<span class="i0">ik hoorde huivrend de lawinen dondren<br /></span>
+<span class="i0">in grim'gen afgrond,&mdash;en verwon den huiver,<br /></span>
+<span class="i0">tot 'k immermeer verlangend werd te kennen<br /></span>
+<span class="i0">en aan 't ontzachlijk Bijzijn te gewennen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Toen schoot, uit 't Heiligdom dier heldre spanning,<br /></span>
+<span class="i0">de berg-storm los, als een verwoede hond,<br /></span>
+<span class="i0">zoodat 'k moest grijpen 't ijsveld waar ik stond,&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">en dreef mij neer naar 't land van mijn verbanning.<br /></span>
+<span class="i0">Als bij het toornen van een reus, getergd,<br /></span>
+<span class="i0">fronsten zich de wolkbrauwen van 't gebergt.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">'t Vervaarlijk Lijf van ros en grauw gesteent,<br /></span>
+<span class="i0">door sneeuw en blauwige ijsstroom ooverspreid,<br /></span>
+<span class="i0">omhulde zich tot wintersche eenzaamheid.&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">En ik had niet begreepen,&mdash;niet geweend,&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">mat waren al mijn vragen, al mijn beeden<br /></span>
+<span class="i0">'t pracht-harnas des Verheev'nen langs gegleeden.<br /></span>
+<a name="Page_86" id="Page_86" class="page" title="p 86"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Met al den last van leed, om niet gedragen,<br /></span>
+<span class="i0">al 't wigt van zorg, onwaardig voor mijn kracht,<br /></span>
+<span class="i0">smaad nauw vergeeven, kommer nauw verbracht,<br /></span>
+<span class="i0">met al wat m' in verwondering doet vragen<br /></span>
+<span class="i0">wat nog tot zulke grootsche Vreugden drijft,<br /></span>
+<span class="i0">waar mij zoo bitter veel te lijden blijft,&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">met &agrave;l de in smart gekeetende gedachten,<br /></span>
+<span class="i0">met al den twijfel, dien geen reede sust,<br /></span>
+<span class="i0">met al de vragen, die in doffe rust<br /></span>
+<span class="i0">'t verlossingswerk der heilge Rhythmen wachten,<br /></span>
+<span class="i0">keerde ik weerom, zooals ik was gegaan,<br /></span>
+<span class="i0">en trad met 't oud geduld de doodsche baan.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Dag zonder troost! dag van deemoediging,<br /></span>
+<span class="i0">van kwijnend herfstlicht, jamm'rend windgezucht,<br /></span>
+<span class="i0">waarin het hart moet wenschen wat het ducht,<br /></span>
+<span class="i0">en van 't geduchtste de bespoediging......<br /></span>
+<span class="i0">Totdat een nijpend lieve melodie<br /></span>
+<span class="i0">de vale neevelwade scheurde.... en zie!&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En zie!&mdash;toch had de Onkenbre mij gewijd<br /></span>
+<span class="i0">en mij een sprank geschonken van zijn krachten,<br /></span>
+<span class="i0">zoodat ik rustig schouwde in dieper schachten<br /></span>
+<span class="i0">dan 'k ooit doorgronden kon in jonger tijd.<br /></span>
+<span class="i0">'k Zag waangestalten vluchten langs de wanden<br /></span>
+<span class="i0">en de Vulkaan mijns diepsten Leevens branden.<br /></span>
+<a name="Page_87" id="Page_87" class="page" title="p 87"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Was 't d&acirc;&aacute;rom dan, dat zoolang bleef geslooten<br /></span>
+<span class="i0">voor teerder zangen mijn gestrenge mond?<br /></span>
+<span class="i0">Was 't d&aacute;&aacute;rom, dat 'k den welluid niet meer vond<br /></span>
+<span class="i0">waarmee voorheen de liefde-liedren vlooten,<br /></span>
+<span class="i0">hoewel nooit scherper ploeg van leed om liefde<br /></span>
+<span class="i0">den weeken harte-boodem dieper kliefde?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Vergleeden leeven! lieflijk heuvelland!<br /></span>
+<span class="i0">waar rond een wijd, blank meer de kusten glooyen<br /></span>
+<span class="i0">oopen voor 't licht, en zich aanminnig tooyen<br /></span>
+<span class="i0">met woud en wingert, rossig in den brand<br /></span>
+<span class="i0">van warme zon,&mdash;waar blijde menschen gaan,<br /></span>
+<span class="i0">waar stil en slank de popelreyen staan,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">waar van dorpskerkjes vroome klokken galmen,<br /></span>
+<span class="i0">waar vriendlijk volk, geduldig en tevree,<br /></span>
+<span class="i0">als recht aanvaardt al 't kleine wel en wee,<br /></span>
+<span class="i0">en Zondags dankt in onverstane psalmen,&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">waar men op heldren dag den sneeuwberg ziet<br /></span>
+<span class="i0">als heerlijke oogenlust in ver verschiet,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">maar van zijn ijz'ge grimmigheid niet weet;&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">waar wordt geliefd, gerouwd, geklaagd, gebeeden,<br /></span>
+<span class="i0">maar rust gevonde&#8256;in liedren en gebeeden<br /></span>
+<span class="i0">en schoone Zaligheid in alle leed....<br /></span>
+<span class="i0">Vergleeden leeven! droefheid zonder naam<br /></span>
+<span class="i0">perst mij, als ik U zie, de lippen saam.<br /></span>
+<a name="Page_88" id="Page_88" class="page" title="p 88"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">De droefheid van een vader, die vergrijsd<br /></span>
+<span class="i0">in zorgvol weeten, bij het ziekbed wijlend<br /></span>
+<span class="i0">van 't eenig kind, hoort hoe 't in koortsgloed ijlend<br /></span>
+<span class="i0">de pracht der bonte vizioenen prijst.&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">O bittre glimlach om gewaande prachten!<br /></span>
+<span class="i0">O Vuurhel der verwoestende gedachten!<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De glimlach van een martlaar, die v&oacute;&oacute;r de ooven<br /></span>
+<span class="i0">in diepgeweld'ge zelfschouw, zich bezint,<br /></span>
+<span class="i0">en hoort bij 't scheiden zijn onschuldig kind<br /></span>
+<span class="i0">verrukt het spel der vlugge vlammen looven....<br /></span>
+<span class="i0">Gelukkig volk der blijde landen! weet<br /></span>
+<span class="i0">dat al uw waarheid nog verwoesting heet.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar ook des vuurs vernietiging is schijn.<br /></span>
+<span class="i0">Het kan de werking van 't bestaande wenden,<br /></span>
+<span class="i0">maar niet des weezens vaste kern doen enden,<br /></span>
+<span class="i0">of wat eenmaal bestaan heeft, niet doen zijn.<br /></span>
+<span class="i0">Het vluchtig schijnschoon kan alleen vergaan<br /></span>
+<span class="i0">door wat n&oacute;g schooner is, en blijft bestaan.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En weet het, allen! die in zulke beemden<br /></span>
+<span class="i0">van dierbre vreede en vruchtbaarheid gedijt,<br /></span>
+<span class="i0">dat ginds het barre Hooggebergt verbeidt<br /></span>
+<span class="i0">het uur, dat al dat lieve U zal ontvreemden,<br /></span>
+<span class="i0">het uur, dat al uw lichtjes zal verdonkren....<br /></span>
+<span class="i0">De sneeuwberg blijft in starre blijheid flonkren.<br /></span>
+<a name="Page_89" id="Page_89" class="page" title="p 89"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Gij, die de blindheid kiest, en mij beklaagt<br /></span>
+<span class="i0">om 't rustloos zoeken naar wat wein'gen deelen,<br /></span>
+<span class="i0">om 't trots verwerpen van 't geluk der veelen,<br /></span>
+<span class="i0">uw noodlot wordt ook geen moment verdaagd.<br /></span>
+<span class="i0">Ik zag d'onwrikbaarheid dier hooge Machten,<br /></span>
+<span class="i0">wier Heerlijkheid gena kent noch verzachten.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Uw vroomheid is hen schennis en Godslastring,<br /></span>
+<span class="i0">uw liefde haat, uw dankgebed een hoon,<br /></span>
+<span class="i0">als vijand teegen vijand staat hun schoon<br /></span>
+<span class="i0">oover het uwe, en stormen van verbastring<br /></span>
+<span class="i0">zullen verdervend door uw waereld woeden&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">als door het lieflijk dal de gletscher-vloeden.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wreed is de Liefde van wat onverganklijk<br /></span>
+<span class="i0">en hoog-verheeven is, en wreeder doet<br /></span>
+<span class="i0">het schijnen wie Zijn zeegening ontmoet<br /></span>
+<span class="i0">en wordt allengs voor Zijn geluk ontfanklijk,<br /></span>
+<span class="i0">zoodat hij liefdeloos heet en verblind,<br /></span>
+<span class="i0">naarmaat hij m&eacute;&eacute;r, met vaster liefde mint.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En alle trouw aan Hem die niet vergaat,<br /></span>
+<span class="i0">heet ontrouw onder menschen, die niet lijden<br /></span>
+<span class="i0">wat stoort hun kleine vreede en klein verblijden.<br /></span>
+<span class="i0">Maar wie zal klage' om wanbegrip en smaad<br /></span>
+<span class="i0">die na geduldig en hartstochtelijk dingen<br /></span>
+<span class="i0">&eacute;&eacute;n lichte zeegenwenk Hem kon ontwringen?<br /></span>
+<a name="Page_90" id="Page_90" class="page" title="p 90"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Nog eenmaal zie 'k de blank gekante kroonen<br /></span>
+<span class="i0">in klaren dag, in statig kalme pracht,<br /></span>
+<span class="i0">als wilden zij, v&oacute;&oacute;r 't ingaan van den nacht,<br /></span>
+<span class="i0">nog &eacute;&eacute;nmaal onomsluyerd aan mij toonen<br /></span>
+<span class="i0">hun stralend Heil, omgord door sombre wouden&mdash;&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">Gij gaaft, Gebergte!&mdash;Ik nam, en zal behouden!<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_91" id="Page_91" class="page" title="p 91"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Goede_Werking" id="Goede_Werking"></a>Goede Werking.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Veel kleine, nijdige dwazen<br /></span>
+<span class="i0">wilden mijn kaarsjen uitblazen,<br /></span>
+<span class="i0">toen werd het in mijn hand<br /></span>
+<span class="i0">een machtige fakkelbrand.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_92" id="Page_92" class="page" title="p 92"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Mijn_Vrienden" id="Mijn_Vrienden"></a>Mijn Vrienden.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik droeg mijn baloorige vrienden<br /></span>
+<span class="i0">'t kwaad hart niet toe, dat ze verdienden.<br /></span>
+<span class="i0">Want al hebben ze mij soms deerlijk bezeerd,<br /></span>
+<span class="i0">ze hebben zichzelf nog m&eacute;&eacute;r geblameerd.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Op 't schande leeger, mij toegedacht,<br /></span>
+<span class="i0">liggen ze zelf eens, niet heel zacht,<br /></span>
+<span class="i0">en ik kan hen, met alle vergeevingsmacht,<br /></span>
+<span class="i0">van die zelfgespreide bedden<br /></span>
+<span class="i0">in der eeuwigheid niet meer redden.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_93" id="Page_93" class="page" title="p 93"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Dichter_en_Geleerde" id="Dichter_en_Geleerde"></a>Dichter en Geleerde.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">De Dichter is een neuswijs kind,<br /></span>
+<span class="i0">dat Leeven zoekt waar 't niemand vindt.<br /></span>
+<span class="i0">Hij spreekt met bergen, maan en zon<br /></span>
+<span class="i0">alsof dat alles leeven kon.<br /></span>
+<span class="i0">De Dood zelf lijkt hem een bedrog,<br /></span>
+<span class="i0">zelfs d&aacute;&aacute;rin speurt hij 't leeven nog.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar de Natuurgeleerde<br /></span>
+<span class="i0">doet juist het omgekeerde.<br /></span>
+<span class="i0">Zijn heedendaagsche weetenschap<br /></span>
+<span class="i0">is wonder-slim, en wonder-knap,<br /></span>
+<span class="i0">want die verklaart, met wijsheid groot,<br /></span>
+<span class="i0">het Leeven door den Dood.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_94" id="Page_94" class="page" title="p 94"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Besluit" id="Besluit"></a>Besluit.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">De waereld scheen mij zoo droef-bevolkt<br /></span>
+<span class="i0">en de weg der menschen zoo'n harde baan,<br /></span>
+<span class="i0">dat ik meende wel altijd zorgen-bewolkt<br /></span>
+<span class="i0">en kommer-beladen door 't leeven te gaan.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar ik schepte een licht verblijden<br /></span>
+<span class="i0">uit een bronwel booven de tijden,<br /></span>
+<span class="i0">daarmee wil ik voortaan enk'len<br /></span>
+<span class="i0">der aandachtigsten besprenklen,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">en de tijden doorschrijden met ligten tred,<br /></span>
+<span class="i0">en ooveral waar ik mijn schreeden zet<br /></span>
+<span class="i0">een lichtdrop plengen den droeven,<br /></span>
+<span class="i0">maar niet in hun duisternis toeven.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_95" id="Page_95" class="page" title="p 95"></a>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="INHOUD" id="INHOUD"></a>INHOUD.</h2>
+<a name="Page_96" id="Page_96" class="page" title="p 96"></a>
+<p>
+<span style="margin-left: 9.5em;">Bladz.</span><br />
+Dante en Beatrice.<br />
+<br />
+Inleiding 5<br />
+I-XIV 8<br />
+XV-XXV 25<br />
+<br />
+Andere Verzen.<br />
+<br />
+Des Leevens Kern 39<br />
+Koele Mei-dag 41<br />
+Schat mijns Harten 42<br />
+Looverlied 44<br />
+Alles voor U 46<br />
+De Staf 49<br />
+Aan de Groote Dichters 51<br />
+Shelley's Epipsychidion 54<br />
+Stem van G&eacute;nerzijds 57<br />
+Minnezang 60<br />
+In memoriam 63<br />
+Zelfschouw 67<br />
+Julius Oldach 71<br />
+De Klok 73<br />
+Vrees niet 79<br />
+Op de heuvelen 80<br />
+Het Gebergte! 83<br />
+Goede Werking 91<br />
+Mijn Vrienden 92<br />
+Dichter en Geleerde 93<br />
+Besluit 94</p>
+
+<div class="center"><a href="images/image_03.jpg"><img src="images/image_03_thumb.png" alt="[Afbeelding van rug]" /></a></div>
+
+<a name="Page_97" id="Page_97" class="page" title="p 97"></a>
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="De_Rivier" id="De_Rivier"></a>De Rivier.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">De zoomerzon uit violetten damp<br /></span>
+<span class="i0">beglanst met kooperrooden schijn<br /></span>
+<span class="i0">de blanke vloeden van den Rijn&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">die gaan door 't volkrijk land<br /></span>
+<span class="i0">in bochten breed en machtig&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">de stille boomen ter weerskant<br /></span>
+<span class="i0">staan aan den zacht-bewaasden zoom<br /></span>
+<span class="i0">te spieglen als in droom.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Des diepsten Zelfs indachtig<br /></span>
+<span class="i0">zie ik de groote pracht rondom&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">zoek in der ziele kerngrond om,<br /></span>
+<span class="i0">'t is daar al eeven prachtig.<br /></span>
+<span class="i2">Wat kan er zijn<br /></span>
+<span class="i2">nog bron van pijn?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Gij lieven allen die nog lijdt,<br /></span>
+<span class="i0">om mijnentwil in droefheid zijt<br /></span>
+<span class="i0">waar komt uw smart vandaan?<br /></span>
+<span class="i0">Waart gij maar diep, maar diep gegaan<br /></span>
+<span class="i2">in allerdiepste diepten<br /></span>
+<span class="i0">des Zelfs, gij vondt er enkel pracht.<br /></span>
+<span class="i2">Ik vond er enkel liefde.<br /></span>
+<a name="Page_98" id="Page_98" class="page" title="p 98"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wat heeft u dan tot klacht gebracht?<br /></span>
+<span class="i2">Bestaat er kwaad<br /></span>
+<span class="i2">ook zonder haat?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Nu zie 'k der menschen wonderwerk<br /></span>
+<span class="i0">de graauwe, goud-bekruiste kerk,<br /></span>
+<span class="i0">een ruigt van spitsen, teer en sterk,<br /></span>
+<span class="i0">aan bleeken horizont.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">O menschen, hoe hebt gij 't gedaan<br /></span>
+<span class="i0">'t Schoon wat ik in mijn binnenst vond<br /></span>
+<span class="i0">zie 'k heerlijk voor mij staan.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">'t Betrouwen op Gods liefde en recht<br /></span>
+<span class="i0">voor eeuwig, machtig uitgezegd<br /></span>
+<span class="i0">in prachtbouw, fijn en hecht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Laat, lieven, allen u verblijen,<br /></span>
+<span class="i0">niet minder vast, niet minder schoon<br /></span>
+<span class="i0">staat in de ziel uw heil'ge woon.<br /></span>
+<span class="i0">Wat valt er nog te schreyen?<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_99" id="Page_99" class="page" title="p 99"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="De_Planeet" id="De_Planeet"></a>De Planeet.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i6">Blank-glanzende planeet<br /></span>
+<span class="i6">betuurt aandachtig weeder,<br /></span>
+<span class="i6">strak-fonklend en teeder,<br /></span>
+<span class="i0">mijn stillen avond-weg&mdash;alsof zij weet&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i6">Gaat hare hooge baan,<br /></span>
+<span class="i6">blij-beezig, zeer verheeven,<br /></span>
+<span class="i6">zelf wel vol moeizaam leeven,<br /></span>
+<span class="i0">doch ziet men 't haar sereenen blik niet aan.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i6">Stelt mij mijn hart gerust,&mdash;<br /></span>
+<span class="i6">z&oacute;&oacute; hoog en z&oacute;&oacute; ontzachlijk!<br /></span>
+<span class="i6">Scheen 't &agrave;l daar-&eacute;ven hachlijk,&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">mijn ziel nu glimlacht weer in milden lust.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i6">Haar scherp gekijk behaagt<br /></span>
+<span class="i6">wie eeven klaar durft schouwen,<br /></span>
+<span class="i6">wiens blik niet zal verflaauwen<br /></span>
+<span class="i0">door 't lastig leeven dat hij lachend draagt.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i6">Als zij, mijn glans-planeet,<br /></span>
+<span class="i6">draag ik een volk van zorgen,<br /></span>
+<span class="i6">toch vindt mij elke morgen<br /></span>
+<span class="i0">tot strengen gang in heldre vreugd gereed.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i6">Wat bergt zij, wonder-ster,<br /></span>
+<span class="i6">voor vreemd, gestaltrijk woelen?<br /></span>
+<span class="i6">Kent zij mijn licht bedoelen?<br /></span>
+<span class="i0">Eens ken ik 't hare&mdash;al is zij n&oacute;g zoo ver.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_100" id="Page_100" class="page" title="p 100"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Mijn_Bloemenpleegster" id="Mijn_Bloemenpleegster"></a>Mijn Bloemenpleegster.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Goede verzorgster van de blijde bloemen,<br /></span>
+<span class="i0">die fleurig rond mij staan in elk seizoen,<br /></span>
+<span class="i0">ik blijf uw naam met eender wijding noemen<br /></span>
+<span class="i6">als toen.&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">In veeler vrienden plaats vond ik een Vader,<br /></span>
+<span class="i0">in meenig scherp gevecht vocht ik mij vrij,<br /></span>
+<span class="i0">maar niemand kwam mijn diepsten hartsgrond nader<br /></span>
+<span class="i6">dan gij.&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Mijn leeven staat thans wonderbaar bescheenen<br /></span>
+<span class="i0">door glans dien gij niet kent en bijna vreest,<br /></span>
+<span class="i0">doch hij vermooit van al ding om mij heenen<br /></span>
+<span class="i6">&uacute; 't meest.&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Door eigen leed alleen kunt gij mij deeren<br /></span>
+<span class="i0">gij doet mij lief, al doet ge mij verdriet,<br /></span>
+<span class="i0">ik moet u goed zijn, of ik 't zou begeeren<br /></span>
+<span class="i6">of niet.&mdash;<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo pleeg met mij in bloeme&#8256;en kindren beiden<br /></span>
+<span class="i0">de schoonheid waar ons beider hart in leeft,<br /></span>
+<span class="i0">en wat ik u onwillig heb doen lijden,<br /></span>
+<span class="i6">vergeef 't!&mdash;<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_101" id="Page_101" class="page" title="p 101"></a>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="VAN_DE_PASSIE-LOOZE_LEELIE" id="VAN_DE_PASSIE-LOOZE_LEELIE"></a>VAN DE PASSIE-LOOZE LEELIE.</h2>
+
+<p>EEN LIED IN HEBREEUWSCHEN DICHTVORM.</p>
+
+<p>
+Den eine Lilie bl&uuml;het &uuml;ber Berg und Thal,<br />
+an allen Enden der Erde. Wer da suchet der<br />
+findet.<br />
+</p>
+<a name="Page_102" id="Page_102" class="page" title="p 102"></a>
+<p class="g">Boehme.</p>
+<hr style="width: 65%;" />
+<a name="Page_103" id="Page_103" class="page" title="p 103"></a>
+
+
+<h3><a name="De_Aanroep" id="De_Aanroep"></a>De Aanroep.</h3>
+
+<p><i>Aan de schimmen van Beethoven en Bach.</i></p>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">O mijn Broeders, en mijn Heiligen!<br /></span>
+<span class="i0">Mijn aldernaasten&mdash;bij God mijn bemiddelaars!<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Als een eenzame wijlt mijn ziel onder eenzamen,<br /></span>
+<span class="i0">wie onder de leevenden kent mijn hart?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En God's aangezicht zal ik, leevende, niet zien,<br /></span>
+<span class="i0">Zijn glans blijft mij onthouden, hoe ik bid.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Want mijn onvergolden schuld is nog te geweldig<br /></span>
+<span class="i0">en te machtig zijn om mij de handen mijner zonde.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Onder lig ik, als een worstelaar, 't gelaat op de aarde,<br /></span>
+<span class="i0">tusschen God en mij ligt mijn kwaad op mijn lenden.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Daarom roep ik u, mijn Broeders, mijn aldernaasten,<br /></span>
+<span class="i0">dat gij mijn geroep opdraagt tot onzen God.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">In de hallen des nachts stond ik en wrong mijn handen,<br /></span>
+<span class="i0">in de droomhallen, die ombuigen, dat men geen einde ziet.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En ik riep, maar mijn stem kon om hun hoogte de welvingen niet aanraken,<br /></span>
+<span class="i0">ik riep: "Bach!" en nogmaals riep ik; "Bach!"<br /></span>
+<a name="Page_104" id="Page_104" class="page" title="p 104"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Want ik zocht u, ik, de nog in den lijve leevende,<br /></span>
+<span class="i0">ik zocht u, Broeders, die droomt in glansrijke eeuwigheid...<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Daar waar het gaan der dagen niet meer bemerkt wordt,<br /></span>
+<span class="i0">waar de eeuwen rondom staan als kaarse-vlammen om 't altaar,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">waar gij zweeft in sfeeren wichtloos, wilde ik koomen<br /></span>
+<span class="i0">zachtkens, en op uw hart leggen mijn schuchtere handen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik haat mijn lippen die dit gerucht maken,<br /></span>
+<span class="i0">ik verwerp deeze onnut luidende woorden.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Want zij gaan onvast achter uw statige liederen,<br /></span>
+<span class="i0">als de stap eens doods-bedroefden achter de lijkbaar.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Omdat ik dronken ben van uw eevenmaat,<br /></span>
+<span class="i0">en een geslagene door uw harmonie&euml;n.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ach, wat is het spreeken in beelden!<br /></span>
+<span class="i0">Wat is het doen luiden van lucht door keel of snaren!<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Achter dat, diep daarachter is het onnoembare.<br /></span>
+<span class="i0">Wat is het? Wel u! gij zaligen, die het beseffen kunt.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het is dansen, maar de dansers zijn er niet.<br /></span>
+<span class="i0">Het is beweegen, maar wie is 't die beweegt?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het is spreeken, maar wat wordt gezegd?<br /></span>
+<span class="i0">De ooren verstaan, 't hart schreit om m&eacute;&eacute;r verstand.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik riep in de droomhallen, maar er was niemand.<br /></span>
+<span class="i0">Ik ging eindloos voort, maar de vreemdsoortige steenen zweegen,<br /></span>
+<a name="Page_105" id="Page_105" class="page" title="p 105"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Toen keerde ik weeder naar mijn slapende lijf,<br /></span>
+<span class="i0">ik zag het liggen, klam van gelatenheid.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En de dag wachtte, de koele, blanke jongeling,<br /></span>
+<span class="i0">welgemoed wachtte de morgen, onverschillige cipier.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar somwijlen&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">roep ik ze in mijn droom, de genie&euml;n des lieds,<br /></span>
+<span class="i0">de engelen die u dienden roep ik dan machtiglijk.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik roep ze en zij koomen, en ze dienen ook mij,<br /></span>
+<span class="i0">zij zingen en beweegen hun bevallige handen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo weet gij dat ik uw broeder ben,<br /></span>
+<span class="i0">en gij wilt mij wel kennen, arm en klein als ik ben.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Schaamt u niet oover mij, om dit stamelen,<br /></span>
+<span class="i0">veracht mij niet, omdat ik te zwijgen niet vermocht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hebt gij ook niet het alledaagsche gedaan?<br /></span>
+<span class="i0">Hebt gij dan van uw verachtelijk praten nooit gewalgd?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Nu zijn de woorden verwaaid als papier-asch,<br /></span>
+<span class="i0">maar in rein-gegloeid gouden vlechtwerk van melodie&euml;n ligt uwer ziel zacht gebed.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Om mijn naasten is 't dat ik spreeken moet&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">om den arme praat ik; die smacht en geen recht vindt,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">om den arme wiens ziel verschrompeld in kommernis,<br /></span>
+<span class="i0">om den rijke die zijn ziel vergiftigt met ongerechtigheid.<br /></span>
+<a name="Page_106" id="Page_106" class="page" title="p 106"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">En ik praat, mijn hart ziedt, maar ik praat zachtkens,<br /></span>
+<span class="i0">ik leid mijn woorden, als een geduldig meester de kinderkens.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Met ijzeren toom houdt mijn liefde ze bedwongen,<br /></span>
+<span class="i0">ik schik ze bedachtsaam en vol zorg, want de arme smacht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Een lantaarn oopen ik een handbreed voor der dwazen oogen,<br /></span>
+<span class="i0">honderd vuuren bouw ik rond hen, en ze zeggen: "wie ziet er wat?"<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik luid de noodklok booven hun hoofden,<br /></span>
+<span class="i0">den doorn der waarheid plant ik in hun borst.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">In tranen buig ik mij tot hun zweeren,<br /></span>
+<span class="i0">de kleeren mijner trots scheur ik, wijl zij naakt zijn.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Mijn stem is schor van zeggen en zij lachen,<br /></span>
+<span class="i0">mijn lippen beeven, en zij roepen: "zing fraayer!"<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar dan, o mijn Broeders,<br /></span>
+<span class="i0">dan, in de dagen van verbittering,<br /></span>
+<span class="i0">ontmoet ik een zachte vlaag uwer schoonheid,<br /></span>
+<span class="i0">uw geest die nog omwaart onder 't droeve geslacht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Uw lied hebt gij scheidend den menschen gelaten,<br /></span>
+<span class="i0">in zwarte teekenen geboekt houden zij het.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Uit aldoor stinkender poel rijst het zuiverlijk,<br /></span>
+<span class="i0">ooveral leeft het, onaangetast, in zee&euml;n van leelijkheid.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Als de rooke eener veldbloem in vunze achterbuurt,<br /></span>
+<span class="i0">als een verdoolde vlinder in bloedig-donker slachthuis,<br /></span>
+<a name="Page_107" id="Page_107" class="page" title="p 107"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">als het koeren eener woudduive in beurs-gezwatel,<br /></span>
+<span class="i0">als het donder-gromlen booven het gejoel eener dorpskermis.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo blijft gij, herauten Gods, zijn heerlijkheid handhaven,<br /></span>
+<span class="i0">zijn licht doet gij eerbiedigen in helsche duisternis.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Waarlijk mag ik u heilgen noemen,<br /></span>
+<span class="i0">priesters noem ik u en bemiddelaars,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zie de lieden saamkoomen, hun denken is nietigheid,<br /></span>
+<span class="i0">hun hart is laf, hun ziel uitgedoofd, loogen kwijlt hun mond.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar dan doen ze de doode teekenen leeven<br /></span>
+<span class="i0">en Gods waarheid licht &oacute;p uit leevenloos hout en snaren.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Al is hervonden voor een wijle, geloof en kennis,<br /></span>
+<span class="i0">weer weet ik, hoe alles goed is wat is, om Godswil.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Van uit uw doodsrust beweegt ge dan de leevenden&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">van uit uw zaligdom zendt gij de roozen uwer goedheid nog.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Met zacht verwonden windselen stelpt gij mijn bloeden,<br /></span>
+<span class="i0">liefelijk omstrengelen de melodie&euml;n mijne ziel.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De blinkende mantel van uw liefde oopent wijd&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">vertrouwelijk ligt mijn hoofd in uw schouderholte.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Waar de vloeren zijn, en de muuren, en de banken,<br /></span>
+<span class="i0">waar al het geziene en getaste is, rondom,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">daar is een andere waereld, terzelfder uure,<br /></span>
+<span class="i0">daar is een groote, wijde zee, terzelfder plaatse,<br /></span>
+<a name="Page_108" id="Page_108" class="page" title="p 108"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">daaroover zweef ik veilig, rondom in 't prachtige,<br /></span>
+<span class="i0">in gouden schoonheidslicht, werkelijker dan werkelijkheid.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Want deze leelijke waereld is een bange droom<br /></span>
+<span class="i0">het getaste en geziene is schim en ijdelheid,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">maar de schoonheid staat er midden doorheen waarachtiglijk,<br /></span>
+<span class="i0">op deeze plaatsen, waar wij zijn, bestaan weezenlijker dingen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wat is het dan toch dat spreekt? Van waar die stemmen?<br /></span>
+<span class="i0">Hoor ik er niet die elkander vragen en elkander antwoorden?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Gij zijt het niet, mijn Broeders, gij waart enkel, zij zijn veelen,<br /></span>
+<span class="i0">gij spreekt &eacute;&eacute;n na d'ander, zij gelijkelijk, zonder verwarring.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Omspannen zij niet ruimte en tijd in geslooten hand?<br /></span>
+<span class="i0">Zien niet hun oogen de toekomst en elkanders harten?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Want hun stemmen worden tot &eacute;&eacute;n ding, zonder voorafspraak,<br /></span>
+<span class="i0">en spreekende, weet elk wat de ander zeggen zal.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Als dit niet het leeven der engelen is, wat is het?<br /></span>
+<span class="i0">Door u spreeken de gelukzaligen tot ons.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hun kristallen wooning staat vast en waarachtig<br /></span>
+<span class="i0">dwars door onze huizen en kamers, die vaag als damp zijn.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hun glans-gestalten beweegen door onze lichamen<br /></span>
+<span class="i0">als stoomschepen door neevelen des morgens op vlakke zee.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zie, ik word ouder, het weeke verhardt in mij,<br /></span>
+<span class="i0">vast en rimpelig word ik, als een jonge boom die hout maakt.<br /></span>
+<a name="Page_109" id="Page_109" class="page" title="p 109"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">in mijnen groei volhard ik strammiger,<br /></span>
+<span class="i0">ik kan niet leenig meer zwiepen met den wind.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar mijn bloemen zijn fijn en zoet-rookig als van ouds<br /></span>
+<span class="i0">en al mijn bladeren lispelen eeven teeder in laauwen wind.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoodanig mijn stam gegroeid is kan ik niet meer veranderen,<br /></span>
+<span class="i0">het gekromde kan ik niet meer recht maken in mij.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar mijn leevende twijgen bidden om vergeeving, telken jare,<br /></span>
+<span class="i0">en mijn bladeren beweenen mijne zonden.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De eene mensch is mij zooveel liever niet meer dan de andere<br /></span>
+<span class="i0">en den weekhartige ben ik tot aanstoot.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar verder gaat de geur mijner bloemen,<br /></span>
+<span class="i0">verder gaan mijne zaden en mijn schaduwen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Grooter zijn mijn verrukkingen<br /></span>
+<span class="i0">en het licht des heemels ken ik beeter.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo voert dan mijn stem op, gij machtigen in licht!<br /></span>
+<span class="i0">wat ik fluister teegen de aarde, zingt het onzen Vader,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">den dank uws broeders, die de lavingen geproefd heeft,<br /></span>
+<span class="i0">het zoet dat gij van Hem in mijnen mond hebt gelegd.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Veele schulden zijn mij kwijtgescholden<br /></span>
+<span class="i0">en uw bericht omtrent Zijn erbarmen heb ik verstaan.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar ook het brood des doods zou ik willens gegeeten hebben,<br /></span>
+<span class="i0">volhardend in dankbaarheid.<br /></span>
+<a name="Page_110" id="Page_110" class="page" title="p 110"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Want ben ik niet Goodes, God kennende?<br /></span>
+<span class="i0">En zal Hij zichzelven vernietigen?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Doch weest gij mijn fakkel, en mijn v&oacute;&oacute;rspraak,<br /></span>
+<span class="i0">mijn adem, en mijn marmer-treeden,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">mijn licht-toorens, mijn sterke scheepen,<br /></span>
+<span class="i0">mijn beeken langs den weg, mijn vertrouwelingen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Want mijn ziel wijlt als eene eenzame onder eenzamen<br /></span>
+<span class="i0">en wie is er van de leevenden die mijn hart kent?<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_111" id="Page_111" class="page" title="p 111"></a>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="Het_Antwoord" id="Het_Antwoord"></a>Het Antwoord.</h3>
+
+
+<div class="poem"><div class="stanza">
+<span class="i0">Hoe ben ik beschaamd, ik wou zacht spreeken,<br /></span>
+<span class="i0">mijn waan brak, ik ben verneederd, en zoo gelukkig.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Met gevouwen handen in mijnen schoot zat ik neer,<br /></span>
+<span class="i0">omhoog ziend als wie een schat kreeg uit den heemel.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Trotsert, zeide mijn hart, zul je w&eacute;&eacute;r groot doen?<br /></span>
+<span class="i0">Zul je w&eacute;&eacute;r spreeken als een machtige oover zichzelf?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik lig neergeslagen als het graanveld na slag-reegen,<br /></span>
+<span class="i0">langsaam maar heft God's goede zon mij op.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Langsaam vervliegen in zijn licht de zware schitterende droppen,<br /></span>
+<span class="i0">de zoete tranen mijner verneedering<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wat weeten wij, dwalers, neuswijze kinderen,<br /></span>
+<span class="i0">wat kennen wij onzer eigene domeinen?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">In wat woordpraal wanen we beslooten onze ziel?<br /></span>
+<span class="i0">Een kind hoort wel de gansche zee zelf in een kinkhoorn.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Op ons onmeetelijk weezen groeyen de kleine gedachten,<br /></span>
+<span class="i0">zooals kleine kruiden en mos op eeuwige gebergten.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Luid verkonden wij onze meeningen en besluiten,<br /></span>
+<span class="i0">zeggend: "Ik ben, ik wil, ik weet, ik doe."<br /></span>
+<a name="Page_112" id="Page_112" class="page" title="p 112"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar het gevaarte onzes weezens weet hiervan niet.<br /></span>
+<span class="i0">Ziet men 't mos op de bergen, als ze strak blinken aan blaauwen horizon?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Waar is ik? Wie is de ik-zegger die recht heeft?<br /></span>
+<span class="i0">Voorwaar, er zal geen ik-zegger zijn buiten God.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De mensch zegt: ik wil, maar in hem wil de Eeuwige.<br /></span>
+<span class="i0">Wie zijn Zelf vatten wil, zijn hand tast in de oneindigheid.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Inwaarts tuurend door-ijlt onze blik de grondlooze<br /></span>
+<span class="i0">in zich kookerende verschieten, al heller en inniger,<br /></span>
+<span class="i0">waaraan geen einde is.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik riep omhoog als een eenzame zonder verwachting&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">Hoezeer heeft het antwoord mij beschaamd!<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En ik zeide Gods aangezicht niet te zullen zien.<br /></span>
+<span class="i0">Ik keek op van 't geschreevene, en zie! waar was Hij niet?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik zag Hem bij nacht en bij dag, in droom en in waken.<br /></span>
+<span class="i0">Ik zag Hem in't weemelend water, in de grashalmen voor mijn venster.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik zag Hem in 't licht der maan, ik zag Hem in de duisternis,<br /></span>
+<span class="i0">Zijn antwoord was in 't voogelzingen, ik hoorde Hem in de stilte.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">In de eenzame stilte, als alleen 't bloed spreekt.<br /></span>
+<span class="i0">De vlinder heeft mij van hem gesprooken en de morgenzon<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De bevonkte heemelen antwoordden, de verbazenden.<br /></span>
+<span class="i0">De storm sprak, ook het fluisteren der liefste was van Hem.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zie, der teere bloemen fijn uitgebeelde kleur-gedachten,<br /></span>
+<span class="i0">om Hem alleen zijn zij aanbiddelijk.<br /></span>
+<a name="Page_113" id="Page_113" class="page" title="p 113"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ik wist het alles, maar ik wist het toch niet.<br /></span>
+<span class="i0">Want ik zocht Hem immers waar mijn oogen niet reiken.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Dwaas, die in 't leedig staarde!<br /></span>
+<span class="i0">Zijn volheid omringt mij toch als den visch het water.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar wij willen Hem niet zoeken waar hij zich te kennen geeft.<br /></span>
+<span class="i0">Wij willen de heemelsche gloeden en de oopenbaringen terstond.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het lofzingen zijner Engelen willen wij hooren,<br /></span>
+<span class="i0">Zijn lichttroon willen wij zien gevest in des Heelal's midden.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Met deeze handen van vleesch willen wij het eeuwige tasten,<br /></span>
+<span class="i0">Ons bevreedigt niet de vreugde van 't voorbijgaande<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Toch heeft hij ons alleen deeze vreugden gegeeven<br /></span>
+<span class="i0">opdat wij Hem er in kennen zouden, en anders niet.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hebben wij niet de lichte velden en het koele water,<br /></span>
+<span class="i0">de mooye bloemen naast ons en de geurige vruchten,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">de dieren met hun wonderbaar weezen, elk een schoon raadsel,<br /></span>
+<span class="i0">de geheimen der natuurkracht, zoet om te doorgronden,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">de eindelooze ruimte vol waerelden,<br /></span>
+<span class="i0">bevolkt met vreemde verbeeldingen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">en het heerlijke begrip en de muziek,<br /></span>
+<span class="i0">en elkander&mdash;O de liefde hebben wij immers!<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Daarin alleen vinden wij Hem,<br /></span>
+<span class="i0">ooveral waar vreugd zeer heerlijk is en verheeven.<br /></span>
+<a name="Page_114" id="Page_114" class="page" title="p 114"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Waar wij lust vinden die sterker maakt en verheft,<br /></span>
+<span class="i0">waar wij de zielen voelen groeyen en stijgen in vreede.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Want Hij is licht en vreugdrijk, Zijn weezen is zaligheid,<br /></span>
+<span class="i0">smart is waar Hij niet is, lijden is gebrek aan Hem.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Daarom lijden zoozeer wie Hem 't meest begeeren,<br /></span>
+<span class="i0">dan komt Hij, hun heilige smart verkeerend in zaligheid.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Mijn hand trilt en van tranen zie ik 't geschreevene niet<br /></span>
+<span class="i0">omdat Hij mij zeggen laat meer dan ik wist te weeten,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">omdat ik Hem zoo goed kan noemen, die mij zoo geslagen heeft,<br /></span>
+<span class="i0">omdat ik, de met zooveel smart gezeegende, Hem zoo danken moet.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">In den nacht heb ik wel getwijfeld, in de naargeestige uuren,<br /></span>
+<span class="i0">maar hoe mijn gedachten zwerven, mijn hand schrijft geloof.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zijn stem gaat door mijn lippen, ze reinigend,<br /></span>
+<span class="i0">verkwikt sta ik op van 't schrijven, glanzend mijn oogen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wij hoogmoedigen twijfelen, omdat vreugden vlieden.<br /></span>
+<span class="i0">Is God dan in 't vergankelijke?&mdash;En wat is er meer?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar de neederige leert zien hoe niets vergaat,<br /></span>
+<span class="i0">hij leert het altijd-duurende erkennen in 't vergankelijke.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De hoogmoedige vertrapt de teere schatten om hem,<br /></span>
+<span class="i0">door zijn vloeken hoort hij Gods zachte roepstem niet.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar wie de lijnen en kleuren eener bloem leerde liefhebben<br /></span>
+<span class="i0">tot hem heeft God gesprooken, als de meester tot een aandachtig kind.<br /></span>
+<a name="Page_115" id="Page_115" class="page" title="p 115"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">En wie de schoonheid der avondstonden voelde tot hij schreide,<br /></span>
+<span class="i0">voorwaar! Gods eigen hand is hem zeegenend op 't hoofd gelegd.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar wie verrukt is geweest door gansch onzelfzuchtige liefde,<br /></span>
+<span class="i0">die zijn eevenmensch bemind heeft in festijnen van vreugde,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">ja, hem heeft God zelf de lippen gekust,<br /></span>
+<span class="i0">hij heeft het vaderhart des Eeuwigen voelen kloppen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Weest toch niet bang en verlaat u maar, goed-willigen,<br /></span>
+<span class="i0">waar zeer groote vreede is en vreugde, daar vindt gij Hem.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">In heilige boeken heeft Hij zijn wet doen staven,<br /></span>
+<span class="i0">maar in elk hart schreef hij ze nog eens, m&eacute;&eacute;r kennelijk.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Met letters van lichtspreidende pijn,<br /></span>
+<span class="i0">vuurige woorden van felle heerlijkheid.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Acht het niet, wat menschen goed noemen en wat slecht,<br /></span>
+<span class="i0">laat u niet meedesleepen en niet verschrikken,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">maar geeft acht op het innerlijk gericht,<br /></span>
+<span class="i0">vraagt de bevestiging van Gods eigen mond.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hij spreekt zacht maar kennelijk,<br /></span>
+<span class="i0">aan sterke vreugde en rust zult gij Zijn woorden kennen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Doch hij spreekt niet tot wie zelfzuchtig is en bevreesd.<br /></span>
+<span class="i0">In den storm van hartstocht verstomt Zijn geluid.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Door de poorten der verneedering komt Hij ons hart binnen.<br /></span>
+<span class="i0">Vreest niets en verlangt niets en alles geeft Hij u.<br /></span>
+<a name="Page_116" id="Page_116" class="page" title="p 116"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Laat los, bangelijken, oopent de krampachtige handen!<br /></span>
+<span class="i0">Laat los tijdelijk houvast, vertrouwt u moedig aan het eeuwige<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Volgt aandachtig en geduldig, ziet niet angstig achterom,<br /></span>
+<span class="i0">zoo gij dwaalt, Hij zal u door smart terechtwijzen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo gaat blij en onverschrokken, zijn heerlijkheeden zoekend,<br /></span>
+<span class="i0">vreest zijn terechtwijzing niet, noch ontwijkt ze.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De menschen zullen u waarschuuwen en haten<br /></span>
+<span class="i0">maar God zal u troost geeven en macht oover hun boosheid.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Gaat als een wandelaar, die 's morgens uittrekt naar mooye, onbekende landen,<br /></span>
+<span class="i0">gaat als een voogel die al zingende omhoog stijgt.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hoe gemakkelijk is het zingen in den morgen<br /></span>
+<span class="i0">voor wie Gods lichte werken in zich heeft.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hij vindt zonder zoeken, hij is echo van Zijn stem,<br /></span>
+<span class="i0">hij vertelt het gebeurende als een blij kind.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De wonderen staan zoo duidelijk voor zijn oogen.<br /></span>
+<span class="i0">Zij zeggen: "hier ben ik!" noemend hunnen naam.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Tot mooi-spreeken spant hij zich niet,<br /></span>
+<span class="i0">zijn gedachten zijn gezangen, welluid is zijn zelf-gesprek.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De menschen verlieten mij, de een na den ander,<br /></span>
+<span class="i0">veelen heb ik vriend genoemd. Waar zijn nu mijn vrienden?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Waar vind ik wijdheid van vertrouwen, dag aan dag?<br /></span>
+<span class="i0">Ook die mij 't zeerst liefhebben beklagen zich oover mij.<br /></span>
+<a name="Page_117" id="Page_117" class="page" title="p 117"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Omdat ik naauwkeuriger acht geef op het waarachtige,<br /></span>
+<span class="i0">omdat ik stoutmoediger waag te doen wat mij recht schijnt.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar waarlijk de Eenige heeft mij niet teleurgesteld,<br /></span>
+<span class="i0">mijn ziel is gelaten, mijn geluk stijgt dag aan dag.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Toch heb ik nu eerst al mijn zonden gezien,<br /></span>
+<span class="i0">opdoemend als rotsen rondom een schip in neevel.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Daaraan moest ik te pletter gaan, dacht mij.<br /></span>
+<span class="i0">Ik boog het hoofd geduldig, ik genoot den kwaden roep.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En zie! in veilige haven ben ik gevoerd,<br /></span>
+<span class="i0">rein ben ik, als toen ik gebaad was op den dag mijner geboorte.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">O mijn Vader, vaak heb ik van wonderen gesprooken,<br /></span>
+<span class="i0">hoe anders zijn ze, nu ik ze waarachtig gebeuren zie.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo is het ontmoeten van wijdvermaarde menschen,<br /></span>
+<span class="i0">zij bedroeven de verwachting, maar de droefheid wordt beschaamd.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Onze denk-beelden zijn grof en ontoereikend,<br /></span>
+<span class="i0">maar het Zijnde is ontzachlijk en zeer subtiel,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hoelang reeds niet weet ik wat wij noodig hebben!<br /></span>
+<span class="i0">Ik wist het immers toen ik als knaapje naar school ging?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Vroome wijsheid behoeven wij, maar wie kent den weg er heen?<br /></span>
+<span class="i0">Nu ik in mijnen middag sta, nu eerst ken ik den weg.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De morgen verging, het schoone leeven neigde ten avond,<br /></span>
+<span class="i0">nog was de weg niet gevonden, en het doel zoo ver, zoo ver.<br /></span>
+<a name="Page_118" id="Page_118" class="page" title="p 118"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Nu is mijn tred vast, mijn ziel rustig&mdash;<br /></span>
+<span class="i0">maar ach! wie vergoedt den verlooren tijd?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Nu weet ik hoe de vroome wijze te leeven heeft,<br /></span>
+<span class="i0">zijn zwaren gang weet ik&mdash;en zijn onvergelijkelijke zeegeningen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Nu weet ik waar de wateren des leevens vloeyen,<br /></span>
+<span class="i0">nu weet ik waar zij bloeit, de passie-looze Leelie,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">de heilige bloem der vroome wijsheid,<br /></span>
+<span class="i0">die macht geeft oover het kwade en oover den dood.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar helaas, het is nog ver!<br /></span>
+<span class="i0">En hoeveel zijn de dagen die mij resten?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hoe wordt het schoone en heilige leeven nog misbruikt!<br /></span>
+<span class="i0">Hoe vermorsen wij jammerlijk onze kostbaarheid!<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wij verkwisten ons duurste goed als onnoozele kinderen,<br /></span>
+<span class="i0">als het domme vee dat zijn voer vertrapt,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En toch is in ons bereik een leeven vol heerlijkheid,<br /></span>
+<span class="i0">de macht tot allerhoogste zeegeningen is ons geschonken.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De deur staat oopen tot wat alle droom en hoope oovertreft,<br /></span>
+<span class="i0">tot vreede en geluk op aarde en zaligheid in den heemel.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zijn onze verbeeldingen niet schamel en klein?<br /></span>
+<span class="i0">Is ons denken niet armzaliger dan het bestaande?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wie zal dan zijn hoope schooner wanen dan de werkelijkheid?<br /></span>
+<span class="i0">Wie zal Gods Heerlijkheeden in verbeelding te booven kunnen gaan?<br /></span>
+<a name="Page_119" id="Page_119" class="page" title="p 119"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Heerlijk, heerlijk is het leeven des vroom-wijzen.<br /></span>
+<span class="i0">In het leeven vindt hij zeegen, met den dood neemt hij genoegen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Leevende zoekt hij de schatten die hij in sterven behouden zal,<br /></span>
+<span class="i0">hij ontvangt van 't Leeven wat de Dood niet ontneemt,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hij gaat door zijn dagen als een blijmoedig strijder.<br /></span>
+<span class="i0">In zijn nachten proeft hij den voorsmaak van Gods belooning.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het lijden weerstaat hij als een held.<br /></span>
+<span class="i0">als een reiziger die den straatroover oovermant en bindt.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zijn blikken zijn als vuur, verzengend het slechte en leelijke,<br /></span>
+<span class="i0">de schoonheid schittert hem teegen waarheen hij schouwt.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hij gaat door de droeve straten, de vuile achterbuurten.<br /></span>
+<span class="i0">maar de zwaarmoed smelt voor zijn oogen als ijzel.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Waar hij zijn hand oplegt, daar vliedt de doodsvrees,<br /></span>
+<span class="i0">het leeven wordt gesterkt en het geluk ontbloeit.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hij weerstaat het kwade niet, maar het verwelkt voor zijn aanweezen,<br /></span>
+<span class="i0">het kan niet zijn waar hij is, door een Gods-wonder.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hij leert te zien het waarachtige, maar het droeve en sombere niet,<br /></span>
+<span class="i0">want het waarachtige is vreugd en schoonheid, en is in alles.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Toch voelt hij alle lijden en is niet hard,<br /></span>
+<span class="i0">hij lijdt om den onweetende, den hartstochtelijke, den schijn-vroome.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Want hij weet dat hij niet zalig kan worden alleen,<br /></span>
+<span class="i0">hij wil niet de meerdere zijn booven zijn broeders.<br /></span>
+<a name="Page_120" id="Page_120" class="page" title="p 120"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar in een feest van veelen zou hij gelukkig zijn,<br /></span>
+<span class="i0">zijn wijsheid is een brandpunt van veele stralen lichts.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zijn hartstochten zijn niet in hem verlooren gegaan,<br /></span>
+<span class="i0">maar bedwongen tot staat van leevendiger spankracht.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zooals bedwongen beweeging tot hitte wordt, daarna tot licht,<br /></span>
+<span class="i0">zoo wordt zijn hartstocht stil en glansspreidend.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">In sooberheid leeft hij en zeer groote reinheid,<br /></span>
+<span class="i0">door zorgvuldige orde leeft hij dubbel.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Geen zuivere vreugde is hem te gering,<br /></span>
+<span class="i0">verheeven is hij door natuurlijkheid.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hij beijvert zich niet goed te doen,<br /></span>
+<span class="i0">hij doet goed zooals 't water omlaag vliet.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hij legt zich niet toe op volmaaktheid,<br /></span>
+<span class="i0">maar God zeer liefhebbend wordt hij van zelve volmaakt.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hij wenscht voor zich geen deugden noch zeegening,<br /></span>
+<span class="i0">God wenscht hij te gerieven, als zijn eenigsten, liefsten vriend.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo koomen deugd en zeegen zijns ondanks,<br /></span>
+<span class="i0">uit nooddruft ontstralen hem blijmoed en goede werken.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De Schepper aller waereld is zijn innige vertrouwde,<br /></span>
+<span class="i0">Hem kent hij beeter dan vader, moeder, liefste of kind.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Van uur tot uur leeft hij met hem,<br /></span>
+<span class="i0">in bangen en langen, in verrukking en beproeving.<br /></span>
+<a name="Page_121" id="Page_121" class="page" title="p 121"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hoe kennen wij onze lieven? wie heeft een ganschen mensch gezien?<br /></span>
+<span class="i0">Huid en oogen zien wij, wij voelen handen en hooren stem.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar de gansche mensch is onzen zinnen een verborgenheid.<br /></span>
+<span class="i0">Niets weeten wij van hem dan door bemiddeling.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zouden wij dan niet eevenzeer onzen God kennen,<br /></span>
+<span class="i0">schoon wij niets van Hem weeten dan door bemiddeling?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En tot den vroom-wijze spreekt hij zeer onmiddelijk,<br /></span>
+<span class="i0">ja, meer onmiddelijk dan vader, moeder, liefste of kind.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En zooals een vriend den lieven vriend meedeelt van het zijne,<br /></span>
+<span class="i0">zoo geeft God van zijn eigenheeden aan wie zijn vriend is.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Van zijn goedheid geeft hij, van zijn vreede, van zijn zaligheid,<br /></span>
+<span class="i0">van zijn macht oover het kwade, van zijn kennis aller dingen,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">ja, van zijn scheppingsmacht deelt hij meede.<br /></span>
+<span class="i0">Den mensch, zijn maaksel, maakt hij tot maker.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar wat ons lijfje is in de ruimte vol zonnen en waerelden,<br /></span>
+<span class="i0">dat zijn onze gedachtetjes in Gods gedachte.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zie het vuurige zonnelijf door den befloersten kijker,<br /></span>
+<span class="i0">met zijn vlekken en vlammen, zijn aureolen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">zijn donkere kolken, zijn wervelstormen van vuur,<br /></span>
+<span class="i0">zijn ziedend rond-zwierende gloed-oceanen, zijn licht-orkanen,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">zijn getakte vlam-fakkels millioenen mijlen hoog,<br /></span>
+<span class="i0">zijn hitte-sfeeren waarin de rotssteen vluchtig moet zijn.<br /></span>
+<a name="Page_122" id="Page_122" class="page" title="p 122"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wij aanschouwen vlokken en kooksels en uitzwalpingen.<br /></span>
+<span class="i0">Sombere holten waarin duizend waerelden verzwinden kunnen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Het is alles vervaarlijk, onbegrijpelijk, wij hooren geen geluid,<br /></span>
+<span class="i0">verblindend is het en doodstil, schijnbaar onbeweegelijk.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar wee ons! zoo het gehoord kon worden, wat ware het geluid!<br /></span>
+<span class="i0">Wee ons! wat ware de snelheid zoo wij nabij waren!<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Aanschouw het langen tijd, verdiep u in het onbegrijpbare<br /></span>
+<span class="i0">Nochthans bestaat het, niet &eacute;&eacute;ns, maar eindeloos veel malen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zooals dit stoffelijk bestaan is voor ons stoffelijk bestaan,<br /></span>
+<span class="i0">m&eacute;&eacute;r onbegrijpbaar nog is Gods geestelijk weezen voor het onze.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Doch ons klein lijf kent de geweldige zon als mild en liefelijk.<br /></span>
+<span class="i0">Dierbaar is zij ons en vertrouwd.&mdash;Wat dan der ziel?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo leeft de vroomwijze met den almachtige in vertrouwd verkeer.<br /></span>
+<span class="i0">Hoezeer verheeven, niemand geringer vertrouwt hij gansch.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Vol geheimzinnige leidingen is ons leeven.<br /></span>
+<span class="i0">Onkenbare machten omringen ons met invloeden.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ooveral, ook hier om ons, zijn ontelbare schepselen,<br /></span>
+<span class="i0">Engelen en d&eacute;monen, heilige en ellendige.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Welke dwaas acht zich de hoogste creatuur?<br /></span>
+<span class="i0">Zou er geen schepsel meer zijn tusschen mensch en God?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar de vroom-wijze betrouwt God alleen en vreest niet.<br /></span>
+<span class="i0">Hoe anders zou hij heilig van onheilig onderkennen?<br /></span>
+<a name="Page_123" id="Page_123" class="page" title="p 123"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">In het land der droomen beweegt hij zich welbewust en willekeurig.<br /></span>
+<span class="i0">Tempels en melodie&euml;n schept hij er door zijn woord.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hij ziet de d&eacute;monen en de geesten,<br /></span>
+<span class="i0">de gevaarlijken doet hij wijken in naam van God.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Licht-glimpen krijgt hij er van verborgen kennis,<br /></span>
+<span class="i0">van de dingen die ver weg zijn, van de dingen der toekomst.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Want de droomwaereld is de waereld waarin ziel en lijf gescheiden zijn,<br /></span>
+<span class="i0">waarin tijd en ruimte verwijderde dingen worden.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo leeft hij 's nachts in den scheemerenden voorhof van 't g&eacute;nerzijds.<br /></span>
+<span class="i0">beproevend de toeneemende krachten zijner ziel.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar ook wakend zal er kracht van hem uitgaan,<br /></span>
+<span class="i0">zal hij booze machten beheerschen en het verborgene gewaarworden,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">onder heiligen invloed schoone kunstwerken scheppen,<br /></span>
+<span class="i0">zieken geneezen, zwaarmoedigen beweegen tot geduld.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar al zijn macht is in zijn liefde tot den Volstrekten,<br /></span>
+<span class="i0">hij helpt alleen waar hij die liefde meedeelt.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Die liefde moet hij voelen zooals het lijf hitte voelt of pijn,<br /></span>
+<span class="i0">zoo echt en werkelijk, als het groote gevoel zijns leevens.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De kiem deezer liefde is oprechtheid onverbiddelijk,<br /></span>
+<span class="i0">wie de waarheid liefheeft bemint God immers reeds?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wie zondigt in oprechtheid, voor hem is vergeeving,<br /></span>
+<span class="i0">ja, wie Satan liefhad in oprechtheid, zijn eind zou bij God zijn.<br /></span>
+<a name="Page_124" id="Page_124" class="page" title="p 124"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wie zijn waarachtigen aard deemoediglijk volgen durft, hij zal terechtkoomen,<br /></span>
+<span class="i0">maar wie booven zijn macht grijpt valt in duivels hand.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De wijze erkent zijn zwakheeden en kinderlijke begeerten,<br /></span>
+<span class="i0">hij zal niet trachten te leeven als een volmaakte,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hij ooverspant zich niet tot onnatuurlijke heiligheid.<br /></span>
+<span class="i0">Hij zegt neederig: "ach! ware ik beeter, maar z&oacute;&oacute; ben ik".<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Alleen door liefde tot waarheid wil hij beeter worden,<br /></span>
+<span class="i0">zoo wordt eens het heilige leeven hem natuur.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Hij zal durven doen wat alle waereld zonde heet,<br /></span>
+<span class="i0">zeggend: "ik weet niet beeter, God straffe mij dan zoo ik dwaal".<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Om God noch mensch zal hij zijn weezen verkrachten,<br /></span>
+<span class="i0">weetend dat niemand met v&oacute;&oacute;rwending gediend is.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">De echtheid van zijn gevoel herproeft hij v&oacute;&oacute;r alles.<br /></span>
+<span class="i0">Zelf-bedrog vreest hij als de eigenlijke hel.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Waren niet gansche menschgeslachten in de macht der loogen?<br /></span>
+<span class="i0">Maar in elken enkeling wordt de waarheid herbooren.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zoo zal hij zijn innerlijk weezen zuiver houden,<br /></span>
+<span class="i0">als nieuwe leevens-bron en schatkamer der waarheid.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Er zijn er die vragen: Waar is God? Hoe zal ik Hem kennen?<br /></span>
+<span class="i0">En kan men zichzelf deeze liefde gebieden?<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar woorden kunnen niets brengen waar niets is.<br /></span>
+<span class="i0">Een lamp der erkentenis zijn ze in verborgen schatkelders.<br /></span>
+<a name="Page_125" id="Page_125" class="page" title="p 125"></a></div><div class="stanza">
+<span class="i0">Neemt mijn lamp en doorzoekt uw binnenste,<br /></span>
+<span class="i0">Gij zult er schoone liefde vinden voor God,<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">liefde voor de waarheid, voor het waarachtige,<br /></span>
+<span class="i0">verlangen naar vreede en geluk, en naar kennis van het zijnde.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Elk onzen vader kennen wij door gelaat en stem,<br /></span>
+<span class="i0">aldus kennen wij God door waarheid en vreugde.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Van het licht zeggen wij: het is, maar de duisternis is niet,<br /></span>
+<span class="i0">zoo is de heilige vreugde werkelijk, maar de somberheid is niet.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">En zooals de mensch meer leevend en persoonlijk is dan zand,<br /></span>
+<span class="i0">zoo is God meer leevend en persoonlijk dan de mensch.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Ja, Hij is het eenigst waarachtige leeven en de eenigste persoon,<br /></span>
+<span class="i0">Hij is de Ziel aller zielen, het volstrekte leeven.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wie naar Hem het aanzicht rigt wordt ziende,<br /></span>
+<span class="i0">en ontvangt den sleutel aller raadselen.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Wat de mensch als waarheid liefheeft, het zal hem liefhebben,<br /></span>
+<span class="i0">noem het licht loogen en gij blijft in duister.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Maar verheft u en weest uzelven getrouw<br /></span>
+<span class="i0">en de heerlijkheeden uwer ziel zullen u ontroeren.<br /></span>
+</div><div class="stanza">
+<span class="i0">Zooals Hij, antwoordende, mij geringe ontroerd heeft,<br /></span>
+<span class="i0">toen Hij mijnen waan brak omdat ik Hem vertrouwen bleef.<br /></span>
+</div></div>
+<a name="Page_126" id="Page_126" class="page" title="p 126"></a>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="INHOUD2" id="INHOUD2"></a>INHOUD.</h2>
+
+
+<p>
+<i>Eerste periode: <span class="g">Intreede</span>.</i><br />
+<br />
+<span style="margin-left: 1em;">De Waterleelie</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">De Lente</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Bij 't verwachten der liefste</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Avond in de stad</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">De Noordewind</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Scheemering in 't woud</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Na zonsondergang aan zee</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Booze droom</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">De eigen uitvaart</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Voor de liefste</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Voor H</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Het vizioen in Spanje.</span><br />
+<br />
+<i>2e periode: <span class="g">In lijdens vuur</span>.</i><br />
+<br />
+<span style="margin-left: 1em;">In lijdens vuur</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Aan mijne liefde</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Wandeling</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Voor Tonnie</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Onze tijd</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">De reegen</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Twaalf sonnetten</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">To Lady W.</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">To the Lady Catherine of Belvoir</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">To John Ruskin</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">To an Indian Friend</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">De Geboorte eener Natie</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Wijkrans van Drievoudzangen</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">God en mensch</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Aarde</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Jezus</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Nemesis</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">De onterfden.</span><br />
+<br />
+<i>3e periode: <span class="g">Uitkomst</span>.</i><br />
+<br />
+<span style="margin-left: 1em;">'t Zeegeruisch</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Herteken</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Uitkomst</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Leevenswonder</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">School der minne</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Trots en deemoed</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Hei-leeuwerik</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">De Rivier</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">De Planeet</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">Mijn Bloemenpleegster</span><br />
+<span style="margin-left: 1em;">De Passie-looze Leelie,</span><br />
+<span style="margin-left: 2em;"><i>De Aanroep</i></span><br />
+<span style="margin-left: 2em;"><i>Het antwoord</i>.</span><br />
+</p>
+
+<div class="center" style="margin-top: 4em;"><a href="images/image_02.jpg"><img src="images/image_02_thumb.png" alt="[Kaft achter]" /></a></div>
+
+<div class="mynote">
+<h2><a name="Transcribers_Notes" id="Transcribers_Notes">Transcriber's notes</a></h2>
+
+<ul>
+<li>Added a table of contents at the start.</li>
+<li>Original tables of contents have been retained for historical interest.</li>
+<li>I encoded the character tie symbol as such in the HTML version
+ (Unicode HTML character entity reference decimal 8256), and in the
+ TXT version as a free standing macron (which is in Latin-1).</li>
+<li>I only "fixed" punctuation where the poem contained strong hints what
+ the correct punctuation would be. In the same vein I have not
+ normalized or "corrected" spelling, with a few minor exceptions
+ listed below.</li>
+<li>An example of confusing punctuation that nevertheless follows a
+ certain logic. "Dank zij Goode! den geever," (page 76): the
+ comma is correct here despite the fact that the next line starts with
+ a capital. The indented text is a second voice interlaced with the
+ first. It's continuation appears to be both the next line and
+ "... <i>quae exsuperat omnem sensum</i>." Such cases make it
+ impossible for a mere transcriber to decide whether certain variant
+ spellings were intentional or accidental.</li>
+<li>Fixed printer's error on page 16: "ootmood" to "ootmoed"
+ ("o" to "e").</li>
+<li>Normalized punctuation on page 48: "en twijfel zwak," to
+ "en twijfel zwak." (comma to full-stop).</li>
+<li>Fixed printer's error on page 52: "zwoege" -> "zwoegen"
+ (final "n" added).</li>
+<li>Fixed printer's error on page 72: "Jahrhundert lang
+ verkannt," to "Jahrhundert lang verkannt." (comma to full-stop).</li>
+<li>Fixed printer's error on page 107: "waereld, terzelfder
+ uure." to "waereld, terzelfder uure," (full-stop to comma).</li>
+<li>Changed "Koele Meidag" in the table of contents on page 93 to
+ "Koele Mei-dag" to reflect the poem's actual title.</li>
+<li>The scans for this ebook can be found at
+ <a href="http://www.archive.org/details/dante_en_beatrice">http://www.archive.org/details/dante_en_beatrice</a>.</li>
+</ul>
+</div> <!-- .mynote -->
+
+</div> <!-- #document -->
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Dante en Beatrice, by Frederik Van Eeden
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DANTE EN BEATRICE ***
+
+***** This file should be named 29075-h.htm or 29075-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/9/0/7/29075/
+
+Produced by Anna Tuinman, Branko Collin and the Online
+Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/29075-h/images/image_01.jpg b/29075-h/images/image_01.jpg
new file mode 100644
index 0000000..db1d0fd
--- /dev/null
+++ b/29075-h/images/image_01.jpg
Binary files differ
diff --git a/29075-h/images/image_01_thumb.png b/29075-h/images/image_01_thumb.png
new file mode 100644
index 0000000..f4bd9ef
--- /dev/null
+++ b/29075-h/images/image_01_thumb.png
Binary files differ
diff --git a/29075-h/images/image_02.jpg b/29075-h/images/image_02.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7dbad15
--- /dev/null
+++ b/29075-h/images/image_02.jpg
Binary files differ
diff --git a/29075-h/images/image_02_thumb.png b/29075-h/images/image_02_thumb.png
new file mode 100644
index 0000000..d7203d5
--- /dev/null
+++ b/29075-h/images/image_02_thumb.png
Binary files differ
diff --git a/29075-h/images/image_03.jpg b/29075-h/images/image_03.jpg
new file mode 100644
index 0000000..48e5ce8
--- /dev/null
+++ b/29075-h/images/image_03.jpg
Binary files differ
diff --git a/29075-h/images/image_03_thumb.png b/29075-h/images/image_03_thumb.png
new file mode 100644
index 0000000..e235957
--- /dev/null
+++ b/29075-h/images/image_03_thumb.png
Binary files differ
diff --git a/29075-h/images/image_04.jpg b/29075-h/images/image_04.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8902f3c
--- /dev/null
+++ b/29075-h/images/image_04.jpg
Binary files differ
diff --git a/29075-h/images/image_04_thumb.jpg b/29075-h/images/image_04_thumb.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b5f9dde
--- /dev/null
+++ b/29075-h/images/image_04_thumb.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..9e008a3
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #29075 (https://www.gutenberg.org/ebooks/29075)