diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:37:54 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:37:54 -0700 |
| commit | 654ca564d19e48b905f4652342be3fb9ea13dcaf (patch) | |
| tree | 6c8cf80fe78d2a3c395bb55e741ea411838c2168 /28259-8.txt | |
Diffstat (limited to '28259-8.txt')
| -rw-r--r-- | 28259-8.txt | 12290 |
1 files changed, 12290 insertions, 0 deletions
diff --git a/28259-8.txt b/28259-8.txt new file mode 100644 index 0000000..5ace79d --- /dev/null +++ b/28259-8.txt @@ -0,0 +1,12290 @@ +The Project Gutenberg EBook of Natuur en Menschen in Indië, by Augusta de Wit + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Natuur en Menschen in Indië + +Author: Augusta de Wit + +Release Date: March 6, 2009 [EBook #28259] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NATUUR EN MENSCHEN IN INDIË *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + Augusta de Wit + + Natuur en Menschen in Indië + + Met 45 illustraties + + + + Nederlandsche Bibliotheek + + Onder leiding van L. Simons + + + Boeken zijn de universiteit onzer dagen. + + Uitgegeven door: + De Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur + Amsterdam + + + + + + + + +AANKOMST + + +Sabang op Poeloe-Weh + + +Dit rotsige eilandje dan, is de uiterste spits van Indië, de +ver-vooruitspringende kaap van die wereld van bergen, te allen kant +door zee omgolfd. Bij het flauwe wisselvallige schijnsel dat van maan +en sterren uit een lucht vol drijvende wolken valt, zien wij het +zwart en steil opstaan uit zee, een duister berggevaarte dichtbij, +daarachter in wijden zwaai de verte in wijkend een baai, waarvan +de heuvelige kust als een lager gezonkene, dichtere, donkerdere +wolk tegen den hemel ligt. Een enkel groot licht schijnt uit die +duisternissen. Is het een ster? is het een sein? + +Het schip streeft recht op de wijde baai toe. Van de brug af, waar +ik sta, is het zonderling om te zien, die smalle wig van planken +met de dunne lijnen van de reeling er om heen, en daarboven het als +spinneweb zoo teer toonende takelwerk, dat licht op en neer beweegt +tegen de sterrelucht; zoo smal, zoo broos, zoo fijn alles, midden door +die geweldig golvende zee zijn eigen onnaspeurlijken weg houdend, +recht op dien zwarten muur van rotsen aan, waartegen een enkele van +die onafzienbaar lange golven het wel te pletter lijkt te kunnen +slaan. En wat is dat ster-achtige licht nu, daar zoo ver? + +Plotseling vlamt een purperen gloed over de plecht, de brug, tegen +mast en schoorsteenen omhoog. Twee matrozen zwaaien fakkels rood +Bengaalsch licht, een op het dek, de ander hoog op den schuins +omhoogstrevenden tentbalk, op de uiterste hoogste spits van het +schip. In zijn beide, steil opgestrekte handen zwaait hij de fakkels +hoog boven zijn hoofd. Wolken purperen licht en rook waaien uit die +wervelende vlammenbronnen. Vuurrood staat de halfnaakte fakkelzwaaier +met zijn steile armen en achterover geworpen hoofd, vuurrood de +dicht opeengedrongen drom mannen, haastig uit het donkere diep van +het schip naar boven gerend om den eersten blik op de Indische kust, +vuurrood aan weerszij van die smalle wig menschen de zee, waar het +schuim, in lange lijnen schuins wegstrevend van den boeg, bloost als +een strooisel rozen. En, meteen, flikkeren, ontelbaar, lichtjes op uit +die bergachtige duisternis vooruit en veranderen het gesteente in een +woonplaats van menschen. Het Bengaalsche licht is het sein geweest, +dat het naderende schip de mail aan boord heeft; nu haast alles in +Sabang het tegemoet. Als wij aankomen staat de pier vol menschen. In +het electrische licht schitteren de witgekleede Hollanders fel uit +de bonte menigte van inlanders en Chineezen te voorschijn. + +Wij gaan aan wal om de haven-inrichtingen te zien, waarheen de +waarnemende administrateur van de maatschappij Sabang ons vriendelijk +zijn geleide heeft aangeboden. + +Sabang is trotsch op die inrichtingen--vijf electrisch gedreven +kolentips, en uitmuntend ingerichte loodsen langs een verre lengte +van de prachtige haven. De natuurlijke voordelen van de diepe, tegen +zeegang en wind van alle zijden beschermde baai zijn door zulk gerief +zoozeer verhoogd, dat Sabang nu voor de beste en best-ingerichte +haven van het geheele Oosten wordt geroemd, en dat door de zeelui +van allerlei landaard die hier komen kolen innemen. De Engelschen +maken geen uitzondering. Zij spreken met de daad de meening tegen, +indertijd door de naar Poeloe-Weh afgevaardigde deskundigen tegenover +de Engelsche regeering geuit: dat de baai voor een haven niet geschikt +was: Veel Engelsche schepen vallen hier binnen. + +Een groote handelshaven zal Sabang echter eerst kunnen worden +wanneer haar achterland Atjeh, en met name de peper-cultuur aldaar, +zich ontwikkelt. + +Het werkvolk dat de haven, de electrische centrale en de gasfabriek +bedient--ijs wordt hier met behulp van uit Europa geïmporteerd +zwavelig zuur gemaakt van het water uit het meertje, waaraan Poeloeh +Weh (zoetwater-eiland) zijn naam ontleent--het werkvolk bestaat niet +uit eilanders, maar uit Javanen van Midden-Java en Chineezen, enkele +Arabieren ook. Sabang is alweer een van de vele sluizen waardoor Java +en China hun te veel aan hongerige menschen spuien. De Chineezen zag +ik bij mijn aankomst aan het werk, in de kolenloods, waar zij den tip +bedienden--bij zestien tegelijk hingen zij de volle zware kolenmanden +aan de sterk-gehaakte kettingstreng, die ze de hoogte in trok of ze +de slurf geweest ware van het olifantachtige monster dat daar zoo +zwart en geweldig omhoog stond, den kop uitgerekt over het schip. + +De groote hoed, dien zij als bescherming tegen het neerstuivende +kolengruis droegen, hield hun gezicht in de schaduw: maar aan hun +bouw--zij liepen half-naakt--en meer nog aan de vlugheid en veerkracht +van hun bewegingen was te zien dat zij jong waren, welgevoed en +gezond. Ik hoorde hen prijzen verre boven de Javanen, om hun ijver +en werklust. Bij den bouw van de haven, zeide men mij, toen de zware +blokken koraalsteen opgestapeld moesten tegen de zee, arbeidden de +Chineezen met een voortvarendheid, of zij, om het loon niet enkel, +maar om het werk zelf ook, met pleizier in wat zij tot stand brachten, +zich inspanden: zij lachten, als een moeilijk te verplaatsen blok ten +laatste goed lag en vast. Terwijl de Javanen onverschillig en loom +waren. Hun minderheid in spierkracht en algeheele vitaliteit bij de +Chineezen vergeleken, schijnt mij een bijna voldoende verklaring voor +die minderheid van hun werk. Zoowel Chineezen als Javanen schuiven +en rooken opium. + +Ik zag den volgenden ochtend de wijk van het werkvolk, waar inlanders +en Chineezen van elkander gescheiden wonen in op het oog zindelijke, +ruime, wèl-gebouwde huizen, aan weerskanten van een goed-gerioleerden +weg. De Chineezen zijn hier--volgens hun gewoonte--zonder gezinnen. Van +de Javanen hebben sommigen hun vrouw bij zich. Een aantal vrouwen zag +ik in een groote koele schuur aan het malen van de rijst, volgens +een methode, die de korrel het binnenste vliesje, het zoogenaamde +zilvervlies, laat behouden. Het dieet van rijst met het zilvervlies is +een afdoend voorbehoedmiddel gebleken tegen de beri-beri, waaronder +het volk vroeger zwaar te lijden had. De korrel is echter minder +oogelijk dan de gepelde blanke rijst. Vandaar een vooroordeel ertegen, +dat nog altijd niet geheel overwonnen is. In zake uitbetaling van het +loon, voedselverstrekking en feestdagen worden Javanen en Chineezen +behandeld elk volgens zijn nationale gewoonten. Die ik zag waren allen +welvarend van voorkomen, en de vrouwen ordentelijk, zelfs min of meer +sierlijk, in de kleeren. Voor enkele huizen stonden bloemen: de kleine +jasmijnstruik, die hier melatih heet, een roosje, een Canna, in een +oud petroleumblik op de trap, een oleander of een citroenboompje in den +vollen grond ervoor. Er groeiden vruchtboomen in de ruimte tusschen de +huizen, bananen, kokospalmen, brood-boomen, die met hun breed spreidend +gebladerte het zinken dak der huizenrij koel hielden. In de groote, +gemeenschappelijke keuken voor de Javanen waren vrouwen bezig met het +morgen-maal. Er lag iets opgewekts in het voorkomen van het geheele +koelie-dorpje, menschen en dingen. Ik nam mezelve stellig voor terug +te komen om de al te vluchtige indrukken te verdiepen, en tevens, na +de menschen ook de natuur van Poeloe-Weh te leeren kennen. Zij moet +zeer schoon zijn: van de kust af is dat al wel te zien; en ik hoorde +wonderen van de "zeetuinen"--de banken en zandplaten met allerlei bont +en zonderling zeegewas begroeid, waarboven, in het lucht-klare water, +de prachtig-gekleurde visschen spelen. + +Over de reeling der Willem II geleund, zag ik nog lang naar de +schoone welig-groene bergen en den wijd-uitgegoten glans der baai, +waar een vloot van spiegelende schepen dreef. Strak en zwart stonden +de reikhalzende kolentips tegen den vroeg-ochtendhemel. Daar ginder was +de ijsfabriek--een stukje door menschen gemaakten winter, onaantastbaar +onder den gloed der tropische zon; en de electrische centrale ernaast, +die een elementaire kracht temt tot drager van lasten en stoker van +vuren, in dienst van meesters, duizenden mijlen ver weg. De koelies, +Chineezen, Javanen, Arabieren, aan het lossen van alweer een ander +schip, waren te zien als een bonte wemelende hoop, waar hier en ginder, +in bevelende houding, een witgekleede Westerling tusschen stond: een +"Europeaan," als men hier, kenteekenend, zegt voor Hollander. + +Een overstelpend rijke en schoone natuur, bijna ongerept nog, en te +midden daarvan, zonder eenigen overgang of geleidelijkheid, toegepaste +wetenschap en modern grootbedrijf; een heterogene groep Westerlingen +als vertegenwoordigers van een enkel blank heerschers-ras staande +tegenover een heterogenen drom Oosterlingen, samengesmolten tot éen +enkel bruin ras van overheerschten; en over alles heen dat tijdelijke, +voorloopige, het altijddoor komen om weer weg te gaan: het waren de +elementen van het leven in Indië, die daar, op het rots-eilandje, +zichtbaar, naast elkander lagen. + +Terwijl Sabang weggleed achter de ronding van den gezichtseinder, +dacht ik: "Dit is dan de inleiding geweest." + + + + + + +JAVA + + +Van Tandjong Priok naar Djombang + + +Neen, ik geloof niet dat het ergens op deze schoone wereld schooner +is dan hier op Java! Zooveel schoons heb ik toch al gezien; maar +zoo veel en zoo velerlei allerschoonst als nú, hier, nooit nog, +nergens. Bijna zeven uur lang onderweg van Tandjong Priok naar +Bandoeng in de Preanger: na de rustpooze van den nacht, 's ochtends +om 6 uur verder tot 's avonds 7, toen de trein stilhield aan het +Djombangsche station: in die haast twintig uur, en op dien afstand +van het uiterste Westen tot den Oosthoek van Java zag ik, altijddoor, +ontelbaar, in de bontste verscheidenheid, en onophoudelijk veranderend, +alle schoonheden van hemel, licht, atmosfeer, van velden en tintelende +heuvels, stroomende wateren, bergen blauw tegen de blauwe lucht, een +vlakte wijd uitgegoten als de zee zelve; van jaargetij en klimaat, +anders in de vlakte, anders in de hoogte, stroomend van regen hier, +dor en heet nog elders; en van menschelijk werk en bedrijf ook, +dat, het schoonst van alles, met al die schoone verandering van +uur en grond en seizoen mede veranderde. Het was zulk een feest, +zoo overvloedig, dat de oogen en de gedachte niet dan een duizelend +deel van den rijkdom grijpen of vasthouden konden. + +Van Tandjong Priok naar Batavia loopt de weg door een moeras-streek, +ruig van een haast-verbijsterend rijken groei van onnoembaar-vele +soorten heester-gewas met varens en palmen vermengd, waar hier +en ginder boomgroepen uit opsteken, en, overal, bij duizenden de +wijd-open lichtpaarse bloemkelken van een weelderig slingerkruid +overheen gestippeld liggen. Dan komen, even, de vóorstations van de +stad: Weltevreden en Meester-Cornelis. Tusschen witgekleede Hollanders +staan Chineezen gestaart, maar verder op zijn Europeesch gekleed: en +daar wachten sierlijk gekleede Javaansche vrouwtjes op den "vuurwagen" +die hen naar stad zal brengen; een venter van vruchten en zoetigheidjes +zit op den grond gehurkt, tusschen zijn volle manden; door open +deuren heen komt een breedte van het stationsplein te zien, en een +reeks tweewielige rijtuigen met heel kleine hitjes bespannen. Dan +verdwijnt dat alles weer. Een inlandsche wijk komt te zien langs de +lijn. Daar staan, ieder op zijn eigen, door een bloeiende haag omsloten +erf, aardige huisjes, met het karakteristieke dak; het lijkt op een +zittenden vogel, hals opgerekt, vleugels uitgespreid--dat zelfs aan het +armelijkste Javaansche hutje zulk een sierlijk voorkomen geeft. Veel +van die erfjes zijn met vruchtboomen beplant, als moestuin aangelegd; +en de tuiniers zijn er aan het werk, terwijl hier en ginder, onder +een afdakje, een vrouw te voorschijn komt om den trein na te kijken, +en een paar naakte kinderen die met jonge geitjes sollend, op een +draf naar de heg geloopen komen, krijschend van pret. Nu verdwijnt het +gehuchtje, het laatste eenzame hutje verdwijnt. Het landschap begint +te golven, de weg stijgt, aan weerskanten komen heuvels op. Overal, +uit het pluimige groen van bamboeboschjes te voorschijn, die luchtig +aan de hellingen hangen, wuivend op den lichten wind, breken beekjes +te voorschijn en wit-beschuimde kleine watervallen. De heuvels worden +steiler, de spoorweg loopt nu vlak langs de hellingen, halfweg er +tegen op nu en dan, door een kleine tunnel dan weer, een eind verder +over een brug, die de bocht van het tracé mede-makend over een ravijn +heen is gebouwd. Telkens als de heuvelwand uiteen wijkt verschijnt +een prachtiger vergezicht, over een voorgrond van rijstvelden, in +trage glooiïngen klimmend, heen, naar al hooger en steiler stijgende +hoogten in de verte. Met zonsondergang is de hoogvlakte van Bandoeng +bereikt, flonkergroen binnen een hemelwijden kring van bergen. + +Den volgenden dag om 6 uur begon de reis van Bandoeng naar Djombang. Nu +was het nog veel heerlijker! Daar lag de prachtige vlakte, floersig +nog van fijnen nevel, die overal boven de blankstaande rijstvelden +hing te gloren in het morgenrood. De bergen waren blauw als de blauwe +hemel zelf, de eene toppenreeks van de andere, nog hoogere, gescheiden +door lange witte wolkensleepen, die al helderder blonken in het al +verhelderende licht. Een overheerlijk kleurenspel begon over het +geheele wijde landschap. De roode dageraadswolken kleurden de sawah +dat de jonge rijsthalmen leken te staan in een purperen meer. Onder +het optrekkende nevelwit werden ontelbare tinten van groen levendig, +van dat allerteerste, der pas uitgeplante rijst, dat nog haast geel is, +tot het zware blauw-groen van her en der verspreide dorpsboschjes. De +gedaante van de verre bergen verscheen als kleur, blauwig-zwarte +diepten naast purper-bruine en fel-groene hoogten. De verre ketenen +waren zoo fijn, zoo ijl, zoo doorzichtig als de lucht. Veel louterder +en luchtiger dan wolken leken zij een deining van azuren hemelzee +zelve, onafzienbaar lange rijen luchtgolven, flonkerend getopt. Een +onuitsprekelijk gevoel van vreugde en verlangende kracht sprong +overeind in het hart, antwoordend op al die schoonheid van land, +en zon en die veerkrachtige golving naar telkens alweer zulk een +blinkend hoogen top van de klare bergen door de klare lucht. + +Op de rijstvelden was het landvolk al aan den arbeid; het was +verwonderlijk om te zien op hoe velerlei wijs. De bouw van de rijst +is afhankelijk van water; en de ligging, hooger of lager tegen een +heuveltje aan, of in de vlakte, de richting van een kloof in het verre +gebergte misschien, die den regenbrengenden westenwind doorliet of +keerde, maakten zooveel verschil hier, dat op dicht bijeen gelegen +velden al de verschillende stadiën van bewerking van den grond en van +groei van het gewas vielen waar te nemen. Ik zag de bruine kluiten +ploegen, en een weinig verder het blankstaande veld eggen, waar +het buffelspan plonsend door het water waadde, tot over de knieën +toe. Vrouwen--alleen vrouwen, niet een enkele man was er bij--waren +bezig met het uitzetten van de gelig-groene bossen zaailingen, die +een drager, behoedzaam over het smalle dijkje loopend, haar bracht, +bij twintigtallen tegelijk aan beide uiteinden van zijn zwiepend +juk gehangen. Er werd gewied. Er werd water in- en uitgelaten op de +velden. En op éen plek zag ik zelfs den oogst beginnen: feestelijk +gekleede vrouwen die hun gladden zwarten haarwrong met een bloem +hadden versierd, plukten, vlak langs den spoorweg, een voor een de +zwaar-knikkende halmen af, die zij, tot een schoof bijeen vlijden in +hun armen. Niet dan gebrekkig kan het gezegd worden hoe overschoon +het alles was, hoe wonderlijk de pracht van dat landschap, waar de +velden meeren waren en heuvels stonden als torens van groen kristal, +van spits tot grondvesten kabbelig overvloten van klaar water dat +trapsgewijs afdalende rijstakkertjes doorschijnend maakte, en hoe +de glorie van den duizelhoogen hemel, en hoe het loutere blauw der +bergen zoo volkomen overeenstemde met het geruste bewegen van die +fijne bloembont gekleede menschen op den akker. De grootsche rijkdom +der natuur overweldigde niet maar dróeg den mensch. + +Op die flonkergroene hoogvlakten van Bandoeng en Lelès volgde het +lage land langs de Zuiderkust; het lag vlak als een golflooze, +dofgroene zee, waar de nog donkerder groene boschjes die van binnen +dorpen zijn, als klippen steil en plotseling uit opstaken. Aan +de kleine stationnetjes was het druk van inlanders, marktgangers +klaarblijkelijk. De dracht der vrouwen was weer eenigszins anders +dan in het hoogland. Maar ook déze droegen die lange sjerp, de van +rechterschouder naar linkerheup geslagen slendang, die tegelijk sieraad +is en gereedschap, om het zoo uit te drukken; want zij dragen er al hun +lasten in, van een kind af, schrijlings op hun heup gezeten met den +kleinen rug tegen de slendang geleund, tot hun sirih-doos, portietje +rijst voor den tocht en bos vruchten voor de markt toe. Bijzonder +veel en prachtig ooft zag ik hier. Mijn medereizigers vertelden mij +dat er inderdaad in Djokjakarta beter ooft wordt geteeld dan ergens +elders op Java. + +De dag ging ten einde. Van de moerasvelden, purperig in +wolkenspiegeling, keerde het landbouwersvolk naar huis, den lichten +houten ploeg over den schouder. Bedaard stapten de groote grijze +buffels, grazend langs den weg. Boven de dorps-boschjes stegen de +dunne blauwe rookwolkjes uit van het rijs-vuur waarop de huisvrouwen +de rijst kookten voor het gezin. Weinige minuten later was het overal +stil. Bij het minderende licht zag ik de bergen weer verschijnen in +het Westen eerst, dan in het Oosten. De geweldige massa die zoo zwart +doemde tegen de klaarheid der opengaande sterrelucht was de Kloet, +aan den voet waarvan Djombang ligt. + +Wij bereikten het station een uur over den tijd. De trein had langzaam +moeten rijden, hoorde ik, over een aanzienlijk gedeelte van den weg +waar verzakking dreigde. De ingenieurskunst heeft wonderen gedaan +bij den bouw van deze lijn: maar de altijdwerkende aardkorst van de +vulcanenstreek vastleggen kan geen menschenkunst. + +De volle maan bescheen den weg naar het gastvrije huis waar ik gewacht +werd. Ik zag rietvelden blauw-blank glinsteren, en fel-wit een steilen +fabrieksschoorsteen. Overdag, ik wist het wel, zou dit alles arbeid +zijn: maar nu mocht ik het zien als schoonheid, na de schoonheid van +morgen en middag en avond, de schoonheid van den nacht. + + + + + +In het Dorp + + +Het woord is misleidend door de associaties die het oproept. In +niets gelijkt een Javaansch dorp op wat in Europa met dien naam wordt +genoemd. Zijn meest zichtbare trek is zijn onzichtbaarheid. Met huizen, +wegen en menschen ligt het diep verborgen in dichtheid van geboomte, +waarom dat dichtst groeiende van alle tropisch gewas, de bamboe, +nog als een levende muur is opgericht. Aan den rechtlijnigen vorm +alleen, en, nu en dan, aan de rookwolkjes die er uit opstijgen, +is zulk een bosch dat van binnen een dorp is, te onderkennen van +een bosch van enkel boomen, een bosch dóor en dóor. In deze streek, +waar de suikerindustrie aan tienduizenden handen werk geeft, staan de +dorpen, de "dessa's," zoo dicht op elkander, dat men in enkele uren +gaans er gemakkelijk twintig door wandelen kan. Als steile donkere +eilanden rijzen zij allerwegen op boven de lichtgroene en blauwige +zee van rijstvelden en riettuinen, en hier en ginder zijn ze samen +gegroeid tot als een vastland dat den halven horizon donker maakt. + +Waar, door het wijkende rijstgroen, zulk een bosch doordringt tot +aan den grooten weg toe, ziet de voorbijganger er hier en ginder +een opening in. Daar staat een luchtige, uit gele bamboestijlen +ineengevoegde poort, waaraan een bord, wit met zwarte letters, +Latijnsche boven Javaansche, beschilderd: Dessa zus, onderdistrict +zóo: en zonderling genoeg lijken zulke schriftteekens en zulk +een stadhuiswoord aan den ingang van een woud. De rechte breede +schemergroene laan, waarvan de poort den ingang vormt, is de hoofdweg +van het dorp. Er loopen kinderen te spelen, spiernaakt, met ronde +glimmende rijst-buikjes. Een akkerman, den lichten houten ploeg over +den schouder, drijft zijn ossenspan voor zich uit, naar het veld. Een +vrouwtje komt er aan, op weg naar de markt, haar koopwaar in de bonte +sjerp, de "slendang," die zij schuins van schouder naar heup geslagen +heeft. En het getokkel van den rijststamper in het holle blok komt +van her en der uit haast ondoordringbare dichtheid van loover tegelijk +met kirren en diep-gorgelend geroekoe van gekooide tortelduiven. + +Groen is hier alles, groen, een van alle kanten opstijgende, +uitspreidende, neerhangende volte van groen, een hol niet, niet een +spelonk, neen, een berg van groen, waarin holen en gangen gewroet +zijn, als de holen en gangen van konijnen in een zandhoop. Aan de +regelmatigheid alleen van die gangen, recht en rechthoekig op elkaar, +is de menschelijke gedachte te herkennen, die naar een nieuwe wet de +natuur herschept. + +Aan weerszij van de rechte lanen, en door een strakke haag er +van afgescheiden, die, hier een bamboe staketsel is, en ginder +een bloeiende hegge, liggen, ieder afzonderlijk op het eigen erf, +de woonhuizen, bruine, als vogelnesten van vezel gevlochten hutjes, +waarvan het met "alang-alang" (het breedbladige gras der wildernis) +bespreide dak, van vier zijden steil opgetrokken naar een hoogen +nok, en omgeven van een traag-glooienden afdakvormenden rand, bij den +eersten oogopslag doet denken aan een vogel, die met waaksch-opgestoken +kop en gespreide vlerken het nest bebroedt. Pisangboomen met +hun zeegroene prachtig gebogen vaandels van bladeren staan er +omheen. Terzijde, in de schaduw van de donkere met witten bloesem +getooide citroenstruiken bij den put staat een vrouw rijst te +stampen. En allicht komt een tweede te zien, in de open huisdeur, +waar zij, neergehurkt naast het komfoor vol glorende houtskool en het +ijzeren pannetje met gesmolten was, bezig is een sarong te batikken. + +Het binnenkomen in die huisjes is niet moeilijk: de bewoners ontvangen +vriendelijk een belangstellenden bezoeker, al lachen zij tersluiks +om die belangstelling die zij onbegrijpelijk vinden. Ik ben er in +verscheiden geweest, die alle op elkander leken. Door een open deur, +die gewoonlijk enkel een stuk wand is, verschuifbaar in de groeven +van een onderen boven-dorpel van bamboe, kwam ik in een vensterloos +vertrek, waar het licht blauwig naar binnen weefde door de van +bamboereepen gevlochten wanden. De vloer was de begane grond zelf, +ten ruwste gelijk gemaakt en hard door stampen met houten juffers. Voor +alle huisraad stonden er een paar slaapbanken--in fatsoen als heel lage +niet breede tafels--van naast elkaar gevoegde bamboe-schalmhelften, met +een bonte rietmat bespreid, en waarop wel eens een enkel klein, vuil +kussentje lag. Een van de slaapbanken, die van de ouders kennelijk, +was afgeschut met een laag rieten scherm. En aan de hoeken daarvan, +en hier en ginder aan pennen in de stijlen van het huis gedreven, +hing een sarong, een slendang, een reusachtige hoed van bladeren en +vezels gevlochten, van een meter middellijn soms, de beschutting +van den akkerman tegen zon zoowel als regen. Een tafel en stoelen +van Europeesch fatsoen en gebrekkig inlandsch maaksel, zag ik maar +in een enkele woning; met de petroleum-hanglamp (Duitsch fabrikaat, +zou ik zeggen) is dat klaarblijkelijk al weelde. Maar stellig wist +ik in den eenen hoek landbouwgereedschap te liggen, een spade, een +houweel, een groot kapmes; en in den anderen allicht het batik-gerei +van de huisvrouw, met, troostend er naast, het sirih-doosje waarin de +geliefde versnapering, betel-noot, gambir, sirih-blad en een weinigje +kalk, om er een smakelijke pruim van te rollen. + +Tegen dit éene vertrek--slaap-, eet- en woonruimte tegelijk--dat +het heele huisje inneemt, is dan op zijde, onder de voortgezette +glooiïng van het afdak, een keukentje aangebouwd. Op den grond is +een lage gemetselde oven die gestookt wordt met kokosnootdoppen, +droog riet en rijsthout; de huisvrouw moet al in beteren doen zijn +als zij er houtskool voor gebruikt. Als zij voor dat oventje doende +is met haar pot, zit zij gehurkt. Zij heeft er aarden pannen, potten +en kannen voor, die onder de zwartigheid van roet en lang gebruik +een mooie tint van rood of zachtgeel laten zien. De rijst kookt zij +in een mandje van fijn vlechtwerk. En verder heeft zij een wan om +de zelf-gestampte rijst te wannen. Zij doet dit met een eigenaardige +draaiende beweging, waardoor niet enkel het kaf wordt weggeslingerd, +maar de groote grove korrels van de kleine en gebrokene afgescheiden +komen te liggen. Een bamboe drievoet, waarop 's avonds het olielampje +komt te staan, voltooit de inrichting van de keuken. Zij heeft geen +schoorsteen. De rook zoekt zijn weg naar buiten, als het licht naar +binnen: door het vlechtwerk van de wanden. + +Zoó zien de meeste dessa-huisjes er uit, woningen van arm volkje +dat of nooit eigen akker bezeten heeft, of bij de al erger wordende +versnippering van hun familiebezit zoo smalle reepjes zich toegewezen +ziet dat het loonende van den bouw verloren gaat, en zij het veldje +liever verkoopen aan een rijkeren dorpsgenoot,--een woekeraar veelal, +met den eerbied-eischenden titel van "hadji" getooid sedert een tocht +naar Mekka; of, langs allerlei omwegen, om de letter der wet die het +verbiedt ongerept te laten, aan een Chinees of Arabier. + +De woningen van de rijkeren zijn kenbaar, vooral aan de aanwezigheid +van een rijstschuur en een stal op het erf. En een enkele maal ziet men +zulk een huis wel van steen en met pannendak gebouwd. Het meest komt +dat voor in de buurt van fabrieken. Deze hebben altijd bouwmateriaal +van noode. Vanzelf ontstaan kleine Inlandsche ondernemingen, waar +van de klei, hier en daar op sawah-gronden te vinden, steenen worden +gebakken en pannen. De opzichters, de "mandoers," en de eigenaars +van trekvee die in den oogsttijd het suikerriet vervoeren, verdienen +genoeg om een huis van steenen en pannen te zetten, zoo niet ineens, +dan zoetjes aan, zoodat men wel eens gemetselde grondslagen ziet die +een tijd van voorspoed in de toekomst wachten om de hoogte in te +groeien; of een steenen huis, voorloopig met blad gedekt. Er zijn +stellig zeer veel meer steenen Inlanderhuizen in de dorpen nu, dan +een jaar of tien geleden. + +In zulk een steenen huis is meer gerief te vinden, natuurlijk, dan +in het rieten hutje. Er staat in het slaapvertrek, dat afgeschoten +is van de woonruimte, een kleerenkist: de bewoners hebben méer +dan het éene stel dat de armeren dragen tot het in lompen van hen +afvalt, of het tweede, dat gewoonlijk bij den pandhuishouder ligt +opgeborgen. De keuken is een afzonderlijk gebouwtje, met een loods er +naast voor brandstoffen, waar de houten ploeg ligt en de eggen. En +misschien is er, behalve den buffelstal, ook nog een stal voor een +hitje, en staat zelfs, ergens onder een afdak, een licht wagentje +geborgen. Maar zoo iets is zeldzaam, zelfs onder meergegoeden. Wat +echter opvalt aan de erven van allerarmsten en gegoeden gelijkelijk, +is de verwaarloozing van den grond. Het vóorerf ziet er knap uit: +slordigheid daar zou den nalatige straf en boete bezorgen vanwege het +dessa-bestuur. Maar verderop, daar waar het niet in het oog valt, is +het ellendig gesteld. Groote stukken grond--vruchtbare grond--liggen +overwoekerd van onkruid. Wordt er al geplant--cassave bijvoorbeeld +en verschillende peulvruchten,--dan blijft het veld jaar in jaar uit +zonder mest, terwijl de velerlei afval, die daarvoor te gebruiken zou +zijn, verbrand wordt en zelfs stalmest onverzameld blijft liggen. "Mest +maakt den grond te heet"--antwoordde mij gisteren een vrouwtje, met wie +ik daarover sprak. Haast nergens ook ziet men eenigermate onderhouden +vruchtboomen. Wat groeit moet maar groeien zooals het wil. Het een +neemt het andere licht en lucht weg. Behalve de kokospalmen, die +zichzelven redden met hun hoog boven alle ander vruchtgeboomte in de +zonnige lucht opgestoken kruinen, vindt geen enkele andere ooftboom +zijn behoef. En wat een rijke gaard kon wezen, is niet anders dan een +wildernis, als zoodanig zeker mooi, zoo vol fonkelschaduw en gouden +lichtgesprankel als zijn ondoordringbare looverdichtheid zit, maar den +mensch van geenerlei nut. De kleine, wrange, rimpelige vruchten zijn +zelfs den vogels en den dievenden eekhorentjes te zuur. Aandrang op +verbetering, door het Bestuur geoefend, heeft tot nog toe maar weinig +geholpen. De dessaman laat zijn erf verwilderen. Het is een van die +hier zoo menigvuldige gevallen van gebrek te midden der rijkste natuur +geleden, waarvan de verklaring zeker niet in het voor de hand liggende +en hedendaagsche gevonden kan worden. + + + +Het eerste wat de ervarene uit het aanzien van een dessa te weten komt, +dat is het karakter van het dessa-hoofd, den loerah, als zoodanig. Een +goed onderhouden omheining en poort, een effen dessaweg, slooten waar +het water frisch doorstroomt, en nette voor-erven bij de huisjes, dat +wil zeggen: de loerah is ijverig, nauwlettend en heeft den wind onder +zijn volkje. Een heg vol gaten en neergetrapt hier en ginder, een weg +die naar gelang van het seizoen zandpad is of modderbeek, stinkende +slooten en erven met een paar slordige bezemzwaaien zoowat aangeveegd, +dat wil zeggen: de loerah is liever lui dan moe, en als hij niet op +zijn eigen veld is, ligt hij strootjes te rooken op de baleh-baleh +(de slaapbank) thuis. Zoo de loerah is, zoo is zijn dorp, en zoo het +dorp is, zoo is ook weer de loerah. De twee maken--en breken--elkaar. + +De Javaansche dessa is, men weet het, haar eigen baas. De +N. I. regeering bemoeit zich niet, of althans zoo weinig als maar +eenigermate mogelijk, met haar aangelegenheden. En de loerah, het +dessahoofd, is de rechtstreeks door de stemgerechtige dessalieden +zelven gekozene, die ook op een klacht hunnerzijds weder afgezet +kan worden. Zijn functies zijn: belastingheffen, toezicht houden +op veiligheid van persoon en have, waken over de behoorlijke +vervulling van dessa-diensten, door de daartoe verplichte mannen, +en regeling van de periodieke verdeeling der dessa-velden, daar +waar het communale bezit heerscht. De belastingheffing verbindt hem +met de N. I. regeering: al zijn andere functies worden verricht ten +behoeve van enkel en alleen de dessa, wier beambte hij is. De dessa +betaalt hem daarvoor niet in geld, maar in grond, met "sawahs," +welker grootte verband houdt met ligging en grondgesteldheid van +het dessagebied. De N. I. regeering betaalt hem met een percentage +van de belasting. Dat alles lijkt eenvoudig, duidelijk en nauwkeurig +bepaald, en de inlandsche dorps-organisatie een model van democratische +instelling. Dat eenvoud, duidelijkheid en nauwkeurigheid eigenschappen +zijn van de abstraheerende gedachte en geenszins van het werkelijke +leven, en dat de inhoud van een instelling en haar vorm tweeërlei +dingen zijn, begrijpt, voor de hoeveelste maal! wie wat nader met +dessa's en met loerahs kennis maakt. + +Van de loerahs hier in den omtrek heb ik er enkele leeren kennen, van +den ouden stijl, van den nieuwen stijl en van wat men den "permanenten +stijl" zou kunnen noemen. + +Een van den ouden stijl is de loerah van (ik zal fantasie-namen geven) +van Djatirang. Wij bezochten hem onverwachts. Aan het uiterlijk der +dessa al hadden wij gezien dat de loerah een zorgvuldig administrator +was. Het voorkomen van zijn huis bevestigde dien indruk. Het was een +woning zooals een eenigermate gegoede dessaman er een bouwt, ruim, +koel, maar zonder eenige overdaad. Er was een afzonderlijk gedeelte +voor het ontvangen van gasten alleen bestemd, een "pendoppo," die +hier het voorgedeelte van het huis vormde (het staat wel eens geheel +afzonderlijk, als een luchtig huisje, op pilaren, zonder muren). Deze +pendoppo, wier vloer de begane grond was, had een rieten dak, +onder het hooge midden waarvan, als een soort tweede zoldering, om +de doorstralende hitte af te weren, een vierkante horde van bamboe +vlechtwerk hing. Een dubbele rij houten pilaartjes liep door de +geheele lengte van het vertrek, dat, schat ik, vijftien meter op +twaalf geweest zal zijn. En in het midden stond een ronde houten +tafel, met eenige stoelen er omheen en een hanglampje van gegoten +metaal er boven. Een oud, vrij vuil kamerscherm verborg den toegang +tot het binnenhuis. Voor versiering hingen aan de pilaren portretten +van de Koningin, den Prins, den Mikado en den Keizer van China, in +dubbeltallen, elk portret tegenover zijn duplicaat. (En wat beteekent +anders symmetrie, als 't u belieft?) + +De loerah kwam met zooveel haast als zijn deftigheid toeliet, toen +hij van ons bezoek vernam. + +Het was een man van een goede vijftig, met een schrander, energiek +gezicht, grof van trekken en donkerbruin, als in tegenstelling met dat +der aanzienlijken, het type van den kleinen man is op Java. De medaille +voor vijf-en-twintigjarige ambtsvervulling, een groot paars kristal in +zilveren sterrepunten gevat, gloorde op het zwart lustre jasje, dat hij +in der haast aangeschoten had: een mooi-gebatikte sarong hing hem om +de beenen met dien specialen drie- en vierdubbelen plooi van voren, +die aan het kleedingstuk het karakter geeft van een feestkostuum; +en de loerah hield--uiterste elegantie,--de slippen van die lang +afhangende plooien met een sierlijken duim en wijsvinger op, zoodat +zijn sarong als een waaier terzijde van hem uitgespreid stond. Op +eenigen afstand van ons hurkte hij neer op den grond, en maakte de +"sembah," den groet van saamgevouwen handen, opgeheven naar het even +nijgend gezicht. Toen wij naar zijn familie vroegen (mijn tochtgenoot +deed het woord voor mij, die het Maleisch nog slechts onvoldoende +ken) deed hij zijn vrouw halen, een aardig persoontje, zoo jong dat +zij eer zijn kleindochter had kunnen wezen. Wij hoorden later dat +zij de tiende was in een reeks echtgenooten, die hij om der wille +van de huiselijke harmonie oordeelkundig verdeeld hield over tien +afzonderlijke huishoudens in even zoo vele onderling op behoorlijken +afstand gelegen dessa's. De kinderen uit al die huwelijken waren ten +getale van tien in zijn eigen huis aanwezig, de oudste een knappe jonge +man, zelf al vader van opgeschoten jongens, het jongste een zuigeling +op den arm van zijn moeder. De kinders zagen er allen welvarende uit, +en diegenen onder hen die gekleed waren, zaten knap in de kleeren. Naar +school ging geen van hen. De loerah had het zelf zonder lezen en +schrijven ver genoeg gebracht in de wereld. En als zijn jongens op +de schoolbanken moesten zitten, wie zou dan de buffels hoeden, en +gras gaan snijden, 's ochtends? Hij hoopte dat zijn oudste zoon te +zijner tijd hem opvolgen zou als loerah. Dat zal wel. De dessa is +best tevreden met hem en zijn heele familie. Als een bewijs van de +tucht die hij handhaaft, zeide men mij dat er in deze dessa nooit +iets gestolen werd. Dat wil niet zeggen dat er geen dieven zijn; +maar dat ze naar een andere dessa gaan als ze willen stelen. + +De loerah van Gandasoli is van een nieuwer type. Hij is een deftig +man, niet bruin, maar matgeel in het gezicht, met een hoogen neus, +en een zorgvuldig verpleegd snorretje. Hij draagt een staanden kraag, +een gouden horlogeketting, en verscheiden ringen aan zijn fijne +langgenagelde vingers. Zijn vrouw heeft diamanten in de ooren en gouden +spelden aan haar kabaja van donkerpaarse zij. Zijn schoonzoon is naar +Mekka geweest, en draagt, zijn Panislamitische gezindheid openlijk ten +toon spreidend, niet alleen den tulband, maar, over zijn Javanen-sarong +heen, ook nog den witten neteldoekschen rok der Arabische mode. + +De loerah--die tegelijkertijd "bau" is, d. w. z. loerah over een +complex van kleinere dessa's--had ons verwacht en ontving ons in +zijn pendoppo, de sierlijkste ontvangstzaal wel die men hoeft te +wenschen, met het groen en de koelte van een welverzorgden tuin rondom, +beschilderde pijlers en aan de zoldering beeldhouwwerk. Hij gaf ons +de hand, met een lichte buiging, voor hij op den grond nederhurkte, en +onder het gesprek liet hij merken, dat hij Hollandsch niet alleen, maar +zelfs een dozijn woorden Engelsch verstond. Zijn dochtertjes werden +binnengeroepen en kwamen aan de hand der in paarse zij gekleede moeder, +de twee kleinsten in jurkjes zooals Hollandsche kinders er dragen. De +"bau" bestemt zijn zoons voor het loerah-schap of voor den dienst als +schrijver op een gouvernementsbureau: zij gaan allen op de Hollandsche +school te Djombang. De "bau" heeft een keurig rijtuigje met een span +goed-getuigde hitten ervoor. En zijn woonhuis is geriefelijk gemaakt +met Europeesche meubels, met bedden zelfs, die door neteldoeksche +gordijnen beschermd worden tegen de muskieten. Als verfrissching bood +hij ons Pilsener bier aan, waarvan hij zelf, met vrouw en schoonzoon, +meedronk. Dat alleen al was een aanduiding van zijn positie en zijn +eigen waardeering ervan. De boersche loerah van Djatirang had, op +een afstand neerhurkend, toegezien hoe wij het zoete water dronken +uit de kokosnoten, op ons verzoek versch van den boom gehaald. + +De loerah van Merangan was niet thuis, toen wij hem wilden +bezoeken. Wij moesten dus volstaan met, terwijl de bediende heen +was gegaan om ons bezoek aan te melden, wat rond te zien in zijn +pendoppo, waar een prachtige gamelan stond, zeker een duizend +gulden waard. De deur naar het binnenhuis was kunstig gebeeldhouwd +en gestoken, zóó dat de paneelen, evenals Moorsche mesjrebijeh's, +het licht en de koelte doorlieten. Portretten van heerschers (dat +mist nergens!) hingen aan den muur, de Tsaar tegenover den Duitschen +Keizer. En een levensgroot in hout gebeeldhouwd hert, wien een klein +rood streepje langs het oog geschilderd was om een doodelijke wond +van jagershand te verzinnebeelden, lag aan een driemaal omgewonden +ketting op zij van de deur. + +Dessa Merangan heeft een ellendig-arm voorkomen, in sterke +tegenstelling met al deze weelde in het huis van den loerah. De +verklaring bleek die weelde zelf. De loerah van Merangan weet zich +andere inkomsten uit zijn dessa te verschaffen dan de bij de wet +bepaalde. Hij leent geld uit: markt-vrouwtjes komen 's ochtends bij +hem om f 1 en brengen 's avonds f 1.25 weerom: als men bedenken wil, +dat op pasardagen vrijwel iedere dessavrouw gaat, als koopster of als +verkoopster, en dat elke vijfde dag een pasardag is, krijgt men een +kijk op des loerah's "verdienste." Grooter sommen ook leent hij uit: +bijvoorbeeld, op de vervaldagen der belastingen, wanneer de dessalieden +het geld niet gereed hebben liggen. Die dessalieden zouden naar een +door de regeering ingestelde voorschotbank kunnen gaan. Maar daar +moeten zij het tegen 12 pct. in het jaar geleende geld op zijn tijd +terugbetalen. En de loerah vraagt wel 200 of 300 pct. in het jaar, +maar daarentegen is hij schikkelijk op terugbetalings-termijnen. En +vooral--hij is de loerah! Hoe zou Kromo naar een ander durven gaan, +als zijn eigen loerah hem geld wil leenen? + +Verder: er wordt nog al eens gestolen in de dessa. Diefstallen moeten +aan het licht gebracht: er moet "ketrangan," helderheid komen in zulk +een zaak, dat eischt het gewestelijk bestuur. Maar voor "ketrangan" +zijn, als volgens Montecuculi voor den oorlog, drie dingen noodig: het +eerste is geld, het tweede is geld, en het derde is geld. Is dat geld +bij den loerah, dan is de ketrangan bij den assistent-resident. Een +"schuldige" wordt gestraft, een verdachte gaat vrij uit, en iedereen is +tevreden. De Hollandsche ambtenaar met de "ketrangan," de "schuldige" +met een kleinen troost in klinkende argumenten, de verdachte met +zijn buit en zijn vrijheid, en de loerah met de drie bovengenoemde +noodige dingen. + +Dit zijn een paar van de meest bekende manieren waarop loerah's als +die van Merangan de duiten van den boer in de dubbeltjes van den +loerah veranderen. Zonder twijfel zijn er nog een menigte meer. + +En de dessa's waar die tooverkunstenaars heerschen zijn zoo goed +te onderkennen als de dessa's van den ijverigen en van den luien +loerah. Hun bijzonder kenmerk is: een rijke loerah-woning te midden +van armzalige boeren-hutjes. + +Mij wordt verteld, dat het ouderwetsche loerah-type zachtjes aan +verdwijnt voor het elegante nieuwe, en dat onder beiderlei slag +degelijke dorps-bestuurders worden gevonden. Omtrent de verhouding +waarin het "permanente type" tot de twee andere staat, hoorde ik +niet veel. + + + +De loerah van Njamploengan is, wegens gebleken onbetrouwbaarheid +in den dienst, ontslagen. Nu is het dorp in spanning over de keuze +van een nieuw hoofd. Het ambt moet begeerlijk wezen, want van de +pasars--elken dag is er markt, in elk dorp, ongerekend de groote +markten die om de vijf dagen gehouden worden--van de pasars komt +de tijding dat er wel zes of zeven candidaten zijn, waaronder een +broeder van den afgezetten loerah, en dat de stemmenwervers het druk +hebben. Met klinkende argumenten, buiten gezicht en gehoor van den +meest argwanenden Nederlandschen ambtenaar te berde gebracht, en +waarvan alleen een verre echo op te vangen valt uit dorpspraatjes, +trachten zij stemgerechtigden te overtuigen, ieder van de verdiensten +van zijn lastgever. De argumenten wegen, schijnt het, op tegen een +rijksdaalder in den regel, soms zelfs tegen een gulden of vier. Of, +om te beter te kunnen kiezen, er wel eens argumenten worden aangehoord +van twee, of zelfs van meer zijden? + +Op den vastgestelden dag, 's ochtends om acht uur, ga ik naar +Njamploengan, en het huis van den afgezetten loerah, waar de +vergadering en verkiezing gehouden wordt. De weg is bont van de +menschen. (Altijd weer treft dat: dat bonte. In Holland is een straat +vol menschen zwart: op Java is zij zoo kleurig als een bloemtuin. En +stil, stil! geen geluid uit nóg zulk een volte; en ordelijk: nergens +een die stoot of dringt.) Als spreeuwen op een telegraafdraad zitten +zij, mannetje aan mannetje, op den hoogen berm aan weerszij van +den weg. Er zit een geheele drom gehurkt voor de poort van een der +candidaten, den broeder van den afgezetten loerah. En weer een bonte +zwijgende menigte omringt de poort van den vorigen loerah--het bordje +met "Jachman, Loerah" er op, dat zoo trotsch daar prijkte, is weg, +zie ik,--en heeft zich, ter weerszij van den oprit, in rijen op zijn +erf geschaard, van den ingang af tot vlak voor het huis toe. + +In de pendoppo komt de vader van Jachman de binnentredenden +tegemoet. De oude is in zijn tijd zelf loerah geweest, en treedt +met een zekere waardigheid op. Hij ziet er uit als iemand die een +kleinen tegenslag in zaken gehad heeft, maar vertrouwt dien spoedig +te boven te komen. Jachman, de ongeluksvogel, zit neerslachtig tegen +den muur gehurkt. Op de plaats naast hem heeft klaarblijkelijk +de oude heer gezeten; en een derde lijkt wel te wachten op den +broeder-candidaat-loerah, die het tijdelijk gezonken aanzien der +familie, hoopt men, weer zal in de hoogte brengen. Bij den ingang van +de pendoppo rechts, hurken op een mat een half dozijn dessa-beambten +bijeen, kenbaar aan hun roode, gele en groene bandelieren. De ronde +tafel met een inktkoker er op, en twee leuningstoelen er naast, +wacht op den controleur en den wedana, de leiders der vergadering. + +Hun komst wordt geseind door een plotselingen opstoot onder de al +dichter toegestroomde menigte op het erf. Ineens is alles leeg. Als +zij hun plaats hebben ingenomen en de twee lichte rijtuigjes zijn de +poort uit, golft de menschendrom weer te voorschijn uit de struiken, de +heg, het slootje, het veld, manshooge ketela, waar ze zich verborgen +had. Maar de zon brandt fel. En een heele troep zoekt de schaduw +van de ketela weer op. De schoone planten, die op lupinen gelijken, +reusachtig vergroot, houden breed hun frisch groen loof geheven +tegen het zonnelicht, dat in druppels en uiteenspattende stralen er +doorheen schiet. In hun bonte kleeren, wit, geel, paars, lichtrood, +zit het nieuwsgierige volkje daar te glanzen in de fonkelige schaduw, +tusschen stengels en bladeren in. + +De assistent-wedana is bezig met luider stem de rol op te lezen van de +stemgerechtigden; onder dat geroep, dat door het altijd weerkeeren van +de diep-sonore Javaansche Ô, als een slag op een bronzen bekken, tot +een soort galmend recitatief wordt, komen een voor een de geroepenen +binnen, die een druk-doende dorpsschrijver met de hand op hun schouder +nederdrukt, ieder op zijn plaats in rijen van tien. Zoo komen ze te +zitten met zijn tachtigen. Er is een vrouw bij, die de schrijver bij +den arm neemt, en op een afzonderlijke plaats zet. Als weduwe die grond +bezit heeft zij het stemrecht, dat in deze dessa aan grondbezitters (en +aan hen alleen) toekomt. De gedrongen menigte toekijkers daar buiten, +voor zoover het menschen van Njamploengan zijn, zijn "bijwoners": +lieden zonder eigendom, die met werken huisvesting verdienen bij de +meer gegoeden. + +De controleur spreekt in 't Javaansch de kiezers toe, hun verklarende +waarom Jachman uit zijn ambt ontzet is, wat de plichten zijn van +den loerah, wat de rechten der bevolking, welke de bescherming die +de N. I. regeering haar toezegt tegenover een hoofd dat zijn ambt +misbruikt. Zij zitten te luisteren met inpassibele gezichten, de +oogen op den grond. Nu en dan zegt er een--altijd dezelfde is het, +een met zorg gekleed man van middelbaren leeftijd, die zich voelt, +klaarblijkelijk: "Ingeh"--ja. En dan zien de anderen hem ter sluiks +aan, bewonderend: die durft! Zoo maar ja! zeggen, hardop, tegen den +heer controleur en den wedana--een wedana die tegelijk Patih is, +nog wel, en die daar zit als een Hollander bijna, met een witte jas, +precies als die de controleur draagt, een gouden horlogeketting, en +een gouden lorgnet! De wedana-patih neemt op zijn beurt het woord: +"Ingeh! Ingeh!"--Zij hebben alles goed begrepen. + +Nu komen de candidaten te voorschijn voor het loerahschap--zes +of zeven niet, maar tien. Zij moeten--een bijzonderheid die te +denken geeft--hun kris afgeven. De zelfbewuste schrijver stapt +met een trofee van tien sierlijke dolken heen. Dan hurken de tien +mededingers op een rij vooraan. Al het volk buiten komt naar voren +gedrongen om hen te zien: zelfs de wegschuilers in het ketela-veld +verlaten de koelte daarvoor. Zij hebben den tijd van kijken, +terwijl de candidaten antwoorden op de vragen naar naam, beroep, +leeftijd en woonplaats. De vraag naar den leeftijd brengt allen +in verlegenheid. Wie weet dat nu?! Het wordt een gissen, waarbij de +wedana en de controleur helpen. "Dertig jaar? en je bent al grijs! Eer +vijftig, zou ik zeggen."--Goed! Vijftig jaar ben ik.--Maar ben je +dat nu wezenlijk?--Wie weet? Misschien vijf en veertig!--Best. Je +bent vijf en veertig.--De tweede zoon van het oude dessahoofd, +een jonge kerel met een stoutmoedig gezicht, geeft ook dertig op, +wat hij waarschijnlijk nog niet is; en voor zijn beroep dat van +karrevoerder. Als de laatste van de tien de vragen heeft beantwoord, +krijgen zij allen het bevel zich om te keeren. Nu zitten ze dus met +het gezicht naar de kiezers. Buiten is het een muur van gespannen +toekijkenden. + +De controleur vraagt: of de kiezers deze mannen kennen voor eerlijke +lieden, en aan wie het dessa-bestuur goed toevertrouwd zou zijn? Of +zij gezond zijn en sterk? Of zij nooit in de gevangenis gezeten +hebben?--Ingeh!--Ingeh!--Botèn. (Neen). Dan kan de verkiezing +beginnen. De zelfbewuste schrijver en eenige ambtgenooten jagen +de toekijkers buiten uiteen en doen de kiezers naar buiten +gaan. De candidaten, die zich weer hebben omgekeerd, hooren een +vermanende toespraak aan van den controleur. Dan worden de kiezers +weer binnengelaten. En ieder hurkt neer achter den candidaat +zijner keuze. De oude loerah gaat zitten achter zijn zoon, den +karrevoerder. De weduwe ook. Het blijkt dat zij niet eens weet wie hij +is en hoe hij heet. Onder het gelach der anderen zegt een buurman 't +haar zachtjes voor. De gezichten van de candidaten zijn merkwaardig +om te bezien. Géén kijkt om, om te weten hoeveel er achter hem, +hoevelen er achter zijn mededingers zitten. Maar zij schijnen het te +voelen. Een, die niet een enkelen voorstemmer heeft, zit treurig in +een werkelijk treffende houding van droefheid. Een ander, even arm aan +vrienden, houdt zich onverschillig, en een derde lotgenoot doet of hij +in het algemeen nieuwsgierig is naar den afloop. De karrevoerder heeft +zulk een langen sleep stemmers achter zich aan, dat ze het lange huis +uit en een eindweegs den tuin in zijn, wanneer de drukke schrijver +zich met de zaak bemoeit, en van die lange rij een korte dubbele +maakt. Hij merkt het, de karreman. Zijn gezicht staat hevig gespannen, +zijn oogen vliegen heen en weer. Maar hij houdt zich goed. Hij ziet +niet om. Alle tachtig kiezers hebben gekozen. De schrijver telt, +de controleur en de wedana controleeren. De namen van de candidaten +worden nog eens opgelezen: de dubbele namen, op zijn Javaansch: de naam +op den trouwdag aangenomen, de naam als kind gedragen. "Niti, alias +Moedjadi." Aan dat "alias," zonderling klinkend voor een Westerling +tusschen die Javaansche namen, zijn ze al goed gewend: ze spreken +het vloeiend uit. De karreman heeft de meerderheid, blijkt het: 44 +stemmen. Nog eens vraagt de controleur den kiezers, of ze bij hun +verklaring blijven, dat er niets is te zeggen op den candidaat.--Zij +blijven er bij. "Dan zal ik den heer president de keuze voorleggen." + +De kiezers gaan het huis uit, het volk stroomt toe, de karreman is +omringd van vrienden, die hem streelen, den arm om zijn schouders +leggen, hem omhelzen bijna. Van de niet-gekozenen zijn er drie zoozeer +verslagen, dat zij vergeten hun kris terug te vragen,--hun kris, het +familie-erfstuk, den allerkostbaarsten schat! De schrijver loopt hen +na met de wapens. De oude loerah kijkt tevreden. Zelfs de afgezette +is niet zoo neerslachtig of verlegen meer als straks. De familie +is gerehabiliteerd. + +Thuiskomend hoorde ik--alweer zat de zegsman op den pasar--dat de +karrevoerder, pas getrouwd met de dochter van een rijken loerah uit de +buurt, f 5 per stem had betaald uit den zak van zijn schoonvader. Wat +hem niet had belet tegenover den controleur de plechtige verklaring +af te leggen dat hij niemand met eenigerlei dwang, belofte of gift +bewogen had tot het uitbrengen van zijn stem op hem, zoomin als het +de ontvangers van de f 5 belet had te ontkennen dat zij op zulk een +wijze bewogen waren geworden tot hun verkiezing van den karreman. + +Dat wil overigens niet zeggen dat de karreman geen geschikte +loerah voor Njamploengan zal zijn, al zullen die schoonvaderlijke +f 200 wel uit Njamploengansche gordels weer te voorschijn moeten +komen. Njamploengan heeft al een oude voorkeur voor zijn familie, als +uit de herhaalde keuze blijkt. Zijn familie is gegoed. En dat moet de +familie van een loerah zijn. Of hoe wil hij anders, als de nood aan +den dessa-man komt, diens borg zijn voor hoofdgeld of landrente? Zóo +zit het. + +Voor den Oosterling is de vraag eenvoudig. + +En de Westerling, die er eindelijk in geslaagd is den hem ongewonen +gedachtengang zoo eenigermate te volgen, vraagt zich tevergeefs af wàt +de dessa nu eigenlijk is: een communistische dorpsorganisatie, als de +Russische "mir" van onze dagen, of de Germaansche markgenootschap +van het verre verleden; een familie-bezit, als deze of gene +Hollandsche stad in den ergst-vervallen pruikentijd; een soort +economisch-politieke onderneming, waarvan de loerah en zijn familie +eigenaar en aandeelhouders zijn? + + + + + +Rijstoogst + + +De velden staan rijp. Het landvolk gaat aan 't oogsten. Nu is de arbeid +vreugd. Tot dit hoogtepunt van het landbouwersjaar heeft een geheele +reeks van verrichtingen en godsdienstige plechtigheden het akkervolk +opgevoerd. Elke nieuwe toestand van den akker en van de plant, van +de eerste bereiding van den grond, en van het strooien van het zaad +af, is gewijd geworden met een "slametan," een offer aan geesten, +goden, voorouders, aan Moeder Aarde en Vader Hemel, een eerbetoon +aan de seizoenen, aan zon, maan en sterren, een inzegening van het +landbouwgereedschap, een bezwering van schadelijk gedierte. Als +twaalfde komt nu het schoonste van al de feesten, de oogst der rijpe +aren, en de groote Slametan, de "Sedekah Boemi," het offermaal van +den oogst dat straks de geheele dessa vieren zal in de woning van den +loerah. En het feest-zelf is niet feestelijker voor den boer en zijn +gezin dan het blijde werk, het oogsten. + +Vroeg in den morgen--de zon is nog achter den nevelenden en wolkenden +Keloet-berg--komen zij er aan, op weg naar het veld, de vrouwen, +die hun dolkvormig rijstmesje als een sieraad achter in den kraag der +kabaya hebben steken, om te plukken, de mans, met draagstok of juk, +om de bossen te torsen, naar waar de eigenaar van het veld ze zal +tellen om ieder zijn loon uit te keeren. Voor het vroolijke werk zijn +ze vroolijk gekleed, licht en kleurig. Alleen oude menschen dragen +het stemmige effen blauw, en even-geschakeerd bruin. Al wat jong +is verheldert dat met geel, rood, rose, paars, helgroen. De mannen +hebben witte, gele, blauwe zonnehoeden op. Van de meisjes dragen er +vele bloemen in het haar, en sieradiën in de ooren en om den hals. Het +tanige rijstveld--want het bruin en grauw der verdorde halmen verdoft +het zuivere aren-goud--wordt zoo fleurig als een bloemtuin waar zij +er in gaan. + +En of ze bloemen plukten ook, zoo licht en sierlijk bewegen die +oogstende vrouwen. Zij hebben een mesje in den vorm van een dolk: +aan houten gevest een houten kling waaraan een smal ijzer scherpte +geeft. Dit dolkje houden zij in de rechterhand, met twee vingers aan +weerskanten van de greep, en den duim vrij, om den halm, dien zij +met de linkerhand omvatten, tegen het lemmet aan te drukken. Zóó, +alsof zij een ruiker zochten, die zij bloem voor bloem garen en +bijeenhouden in den gebogen linkerarm, gaan zij langzaam door het +veld. Boven het schurende geruisch van de dorre halmen waarlangs zij +heen strijken, klinken hun stemmen in een zacht-vroolijk gegons. Zoo +bont als vlinders zijn zij om te zien in hun kleurige kleedij, zoo +tevreden-druk als bijen. Het is hun eigen voedsel dat zij halen. Want +zij worden betaald, straks, niet in geld, maar in rijst. Van elke +vijftien bossen in de eene dessa, van elke tien in de andere is +één voor den oogster. De gezinnen van de pluksters brengen hun +bossen samen ieder op zijn eigen plek; men moet zien hoe zij ze +daar behandelen en schikken. Zij komen er aan, den arm vol aren; +zuiver-geel, zwaar, zacht-ineengezegen hangt de volle schoof. Met +een handige beweging grijpen zij haar wringend aan, terwijl zij een +koord van halmen er om heen slaan; en zoo sierlijk als hadden zij +een ruiker in de hand, kappen zij de korte stelen gelijk, geven er +nog een paar lichte slagen tegen aan, met de vlakke hand, en zetten +het schootje op een rij bij de andere, die daar staan te blinken, +in het midden dun, boven en beneden breed van schuins uitspreidende +aren en stengeleinden. Hun heele gedrag is dat van menschen die met +liefde iets doen wat zij heel pleizierig vinden. Van de spanning +die zoo sterk te voorschijn komt in den oogst van het Westen, onder +de sikkel-zwaaiende mannen, en diep naar den grond bukkende vrouwen, +is hier niets te zien. Er is gezegd, dat tijd gewonnen zou worden als +de Javaan ook de sikkel gebruikte, en men heeft zich met afkeuring er +over verbaasd dat hij het niet wilde. Maar een goede reden voor dien +onwil is duidelijk. Dit met de hand plukken eischt een menigte handen, +en elk van die handen beurt loon. Het gebruik van een sikkel zou de +overgroote menigte buiten werk en loon stellen. Een bijkomstige reden +is, dat de Javaan het stroo laat staan, omdat hij er geen gebruik voor +heeft. Met de hand kan de halm korter onder de aar afgesneden worden +dan met een sikkel zou kunnen. Aan zulke practische redenen geeft de +"adat" de wijding van traditie en godsdienstig gevoel: en daarmee is +de gewoonte onaantastbaar geworden. + +Naarmate de vrouwen hun bossen aanbrengen dragen de mannen die naar +den berm van den weg. Daar komt straks de eigenaar om ze te tellen. Al +dunner en bleeker wordt het veld, al blinkender de berm. De oogsters +gaan zitten tusschen hun bossen. Een sukkeldravende marskramer, die uit +de verte al de drukte ontwaard heeft, komt er bij met zijn schommelende +kastje vol vruchtenstroop en rijstkoekjes. Een paar buffelkarren +wachten op hun vracht van schooven. Eenige "sadoo's"--dos-à-dos heette +oorspronkelijk het tweewielige door een hit getrokken voertuigje--staan +te wachten op mogelijke klanten, de boomen op den grond, het hitje +los, en grazend hier of daar in de schaduw. Het is een vertier als +op een pasar, langs den kant van het veld, tot de eigenaar bezien en +nageteld heeft, en ieder van de oogsters met zijn deel rijst naar huis +gaat. De mannen dragen de bossen twee aan twee over een stok hangend, +of opgestapeld in een soort aan het juk hangende kooien, zoo hoog +en breed, dat de drager verdwijnt tusschen de schommelende gouden +schelven. De vrouwen tassen ze op in de breed-uitgehaalde slendang, en +torsen tusschen arm en heup. Thuis gekomen spreiden zij de bossen uit +om te drogen. En in de middagzon is het een geschitter van fijnstralig +en rondfonkelend goud, waarheen men ziet. De voorerven van alle huisjes +liggen overspreid met halmen. Wie aan zijn erf geen ruimte genoeg had, +is op het dak van zijn huis geklommen en heeft de aren gestrooid over +het in de zon blakerende riet. En een ander weer heeft zijn rijst +naar den grooten weg gedragen. De prachtige rijkdomskleur verguldt +de bermen, den kant van de waterleiding, de bruggen, en tot zelfs +de baan tusschen de rails van de stoomtram toe. Naakte, rondbuikige +kinders houden er de wacht bij, spelend onderwijl met vlieger-oplaten. + +Het is een bekoorlijk gezicht, al dat jonge goedje midden in het +blinkend voedsel. En moeilijk zich te verweren tegen de betooverende +voorstelling, dat daar voor onze oogen het Leven groeit, korrels uit de +aarde, menschjes uit de korrels, in een overvloed die, onuitputtelijk, +altijd-door zich vernieuwen zal. De schijn is zoo schoon! Maar de +werkelijkheid ligt geheel anders, er naast. Rondom de afgeoogste +velden staan er andere nog hoog in het gewas. Daar staan de halmen dun +tusschen woekerend onkruid. Plekken vaal groen, in het geel, voren en +kuilen van laag-gebleven groeisel tusschen het hoog-opgeschotene toonen +waar de grond verarmd is, waar het voedende water niet is gekomen, +waar na de verstopping een plotselinge overstrooming van de leidingen +het verderfelijke vulcaanzand heeft uitgestort, dat sedert de groote +uitbarsting van 1902 onstelpbaar afvloeit van den Kloet. Hier en +daar komen ook de fouten aan den dag, door den boer bij de bewerking +begaan. Het land is ondiep geploegd; hij heeft, om den lagen prijs, +slechte rijst genomen om uit te zaaien; de jonge planten zijn te lang +op de kweekbedding gelaten en bij het overplanten op het rijstveld niet +ingekort. Aan parallel loopende strepen van donkerder groen is te zien +waar de mest nagewerkt heeft, die de suikerplanter het vorige jaar, +toen hij den akker in huur had, aanbracht in de plantgeulen van het +riet, een verrijking van den grond, waar de boer zijn rijst op teren +laat, zonder er verder iets bij te voegen. Niet anders dan een magere +oogst kan hier gehaald. En zullen de boeren zelfs dat weinige in de +schuur bergen? Van den eersten oogstdag af al hebben de karren der +Chineesche opkoopers zwaar geladen langs den weg gereden. Wat daar +op lag was de oogst van zóo en zóo veel kleine boeren, de dubbele en +driedubbele waarde van het "voorschot" dat de woekeraar hun aanbood, +drie maanden geleden, toen zij geld noodig hadden voor de belasting, +voor zaai-rijst, voor den slamettan ter wijding van het werkbegin, +voor de afdoening van schuld van verleden jaar, voor de honderd en +een dingen waarvoor een Javaan altijd in geldnood zit. En die oogst +gaat naar de stad, wachtend op den tijd van schaarschte en hooge +prijzen. Er zal niet veel van terugkomen in kleine boerenhuisjes. + +Hoeveel komt daar eigenlijk? hoeveel Javaansche rijst? Is het +overvloedig? Is het zelfs maar genoeg? Op geen millioenen pikols +na. Invoer in Java en Madoera, over 1907, aan gepelde rijst voor een +waarde van bijna tien millioen gulden. [1] Invoer in het achterland +van Soerabaja alleen, gedurende 1909, aan rijst uit Saigon en +Rangoon voornamelijk, een hoeveelheid van ruim 2 millioen pikols; +invoer in 1910, toen de oogst bijzonder slecht was, omtrent 4 1/2 +millioen pikols, voor een bedrag van tusschen 22 en 25 millioen, +[2] voor deze streek alleen. Inplaats van den schijnbaren overvloed +is er een verschrikkelijk tekort. + +Hoe zal dat te beteren zijn? + +Van Karel Holle, "den vriend van den landman" wordt, onder vele andere +verhalen, dit gedaan: de boeren zijner streek, gewoon hem in alles +om hulp en raad te vragen, kwamen op een goeden dag bij hem met de +bede hun toch het machtige toovermiddel te openbaren, waardoor zijn +velden zooveel rijker oogst droegen dan de hunne. Toen toonde hij +hun een zilverstuk. + +Zilver voor landbouw-onderwijs, zilver voor landbouw-crediet, zilver +voor irrigatie vooral, zilver genoeg, met dat toovermiddel ware de +schoone schijn van Java's rijkdom wel te hertooveren in een schooner +werkelijkheid. + +Maar totdat die talisman wordt aangewend.... + + + + + +Sultans-Land + + +De Sultan van Djokjakarta huwt zes van zijn dochters uit. Sedert het +begin van de feestelijkheden stroomt het van feestvierders naar de +hoofdstad, uit het sultanaat niet alleen en uit het andere vorstenland, +Soerakarta, maar uit al de omliggende residenties, Madioen, Kediri, +de Kedoe. Dat is een geregelde, aanhoudende, geluidlooze beweging +van honderden en honderden en honderden donkere, donker-gekleede, +gedempt-sprekende menschen, al maar de breede tamarindenlaan langs, +die van het station naar het hart der stad gaat. De Westerlingen +verdwijnen te eenenmaal voor de oogen en voor de gedachte. Zij zijn +er niet meer. Daar staan langs den weg wel groote witte huizen, daar +staan, in lange rijen, de winkels, daar staat, met hooge pijlers en +blinkenden marmeren vloer, de societeit; en diep in, achter de twee +reusachtige waringins van den ingang en een wijden tuin vol grauwe +godenbeelden, het residentie-gebouw: maar zij lijken daar slechts te +staan ter wille van den donkeren menschenstroom, zóo als hooge dijken +staan langs een rivier. De dijken zijn er, dat is goed, maar daaraan +denken wij verder niet, we zien naar de rivier. + +Het zwaarst en het langzaamst stuwt de stroom langs den grooten +weg dáar waar de passar gehouden wordt. Het feest is tegelijk een +marktgang. Het boerenvolk van den omtrek komt verkoopen en koopen op +de hoofdplaats. De rijst, de vruchten, de kippen en duiven, die ze +in bengelende korven, aan een zwiependen bamboestaak, in de slendang, +op de achterover gebogen hand hebben meegedragen van huis, worden in +den loop van den ochtend centen en dubbeltjes, en voor de middag om +is, feest-tooi. Koopers en verkoopers, druk aan het toonen, bekijken, +loven en bieden, houden op telkens als er midden op den breeden weg, +uit de verte al aangekondigd door den glimp van vergulden pajong, +een kratonbewoner of aanzienlijk gast van den Sultan nadert. + +Bij menigten komen zij. Het zijn de leenmannen van den suzerein, +houders van apanage-gronden, hoofden van districten, van dorpen, van +gehuchten, tot wier leen-plicht en hulde het behoort op de feesten +van den leenheer te verschijnen met gevolg en geschenken. Zij toonen +hun rang in den breederen of smalleren gouden rand van den pajong, +dien een dienaar hun boven 't hoofd houdt en in 't aantal hunner +volgelingen; hun rijkdom in hun juweelen-tooi en de pracht van de kris +die zij op den rug dragen, schuins door den gordel gestoken, zóo dat +het korte buis er door opgelicht wordt. Hoogmoedig, met een strakken +blik voor zich ziende, gaan zij door de menigte, die rechts en links +voor hen uitwijkt. Zij hebben een ander type dan het geringe volk, +het type van den Hindoe: lang gezicht, hoogen, scherp gebogen neus, +gelige tint. In blik en houding toonen zij den trots van hun afkomst, +al deze edelen, wier voorouders, voor vijftien eeuwen met die van den +Sultan als veroveraars op Java gekomen zijn. De minste zoo goed als de +machtigste onder hen is in deze dagen des Sultans gast in den Kraton. + +Het Sultans-verblijf ligt hoog-ommuurd, als een stad in de stad. Het +groote voor-plein, van den hoofdingang uit te overzien, is wijd als +een veld. De waringinboomen, in onafgebroken rij langs de vier zijden +van het vierkant staande--zij zijn geschoren en behouwen tot het +fatsoen van reusachtige staatsie-pajongs, natuur-dingen, herschapen +tot verheerlijking van den vorst--de geweldige waringinboomen lijken +klein in die ruimte. Maar die ontzaglijke verhouding is het eenige +dat den indruk van vorstelijkheid geeft. Wat achter de waringin-rijen +te zien komt aan gebouwen is armoedig. Gebouwen is te aanzienlijk een +woord voor die wanden van bamboe en daken van blad, die de bewakers van +poort en plein beschutten. En wat achter een tweede poort en tweede +plein te zien komt is weinig deftiger. Het geheel doet eer denken +aan een geringe stadswijk dan aan de omgeving van een vorsten-woon. + +Dat belet den inlander niet, den Kraton te beschouwen met een tegelijk +verheerlijkenden en vreesachtigen eerbied. En inderdaad heeft hij +daar ook reden toe: het onoogelijke gewar van vele huisjes, muren, +pleintjes, nauwe straten omsluit den Bezitter van al het hunne. De +grond van Djokja is het eigendom van den Sultan. Volkomen als een +middeleeuwsch vorst in Europa, en nog machtiger zelfs dan die, in +dit opzicht dat geen geestelijke macht tegenover hem staat, zooals +de kerk stond tegenover de koningen van den feodalen tijd, is hij de +groot-grondbezitter, de eenige. Alle andere bezit is van het zijne +afgeleid, voorwaardelijk, tijdelijk. Dat weet de "gogol," de kleine +man, de boer. En tegenover die wetenschap--en ervaring!--beduidt +het voor hem al zeer weinig--zelfs als hij het werkelijk weet, wat +betwijfeld mag, in zoover "weten" gelijkgesteld wordt met begrijpen +en conclusie trekken--beduidt het voor hem weinig of niets dat +de politieke macht van den Sultan niet meer is dan een al haast +weggekrompen schaduw. De economische houdt hem in dienstbaarheid +van dat hij geboren wordt totdat hij sterft. Niet zijn geld--want +geld heeft hij niet--maar zijn arbeid en de arbeid van zijn vrouw en +de arbeid van zijn kinderen, is des Sultans, door middel van al de +vazallen die langs een lange afdalende reeks grond van den Sultan +"in leen" hebben. Hij wordt voor dien arbeid betaald, alweer in +grond: de Hollandsche ondernemer, suiker-planter of tabaks-bouwer +[3] of de Javaansche apanage-houder voor wien hij werkt, staat +hem dien af, juist zóoveel als hem, met hulp van zijn heele gezin, +en bijverdienstetjes hier en ginder, in het leven kan houden. De +oogst van al het overige gaat langs de weer opklimmende reeks van +dorpshoofden, ondernemers of apanage-houders, regenten, toemeng-goens, +edelen, prinsen van allerlei rang naar den Kandjeng Sultan Hamangkoe +Boewana, den "Drager der Wereld." + +De inkomsten van het Sultanaat bedragen (met inbegrip van de rijkskas) +vier millioen: die van den Sultan persoonlijk een millioen ongeveer. De +Ratoe (de wettige gemalin), de kroonprins en trouwens al de leden +der uitgebreide vorstenfamilie hebben, naar gelang van hun rang, +eigen inkomsten uit de landen waarmee zij door den Sultan, of door +diens "minister der domeinen" Mangko Boemi, den "Drager van den +Grond" beleend worden. Dat niettemin de omgeving van den vorst +zoo schamel is, valt te begrijpen, door wie bedenkt, ten eerste +hoeveel geld er achterblijft in hoevele van die vele handen tusschen +de gevende van den kleinen boer en de ontvangende van den Sultan +uitgestrekt; en ten tweede, hoeveel monden hun dagelijksch voedsel +en hoeveel lichamen kleeding en huisvesting uit die vorstelijke +hand verwachten. De inlander of ook wel de halfbloed--welk een +menigte van menigten Indo-Europeanen zijn er te Djokja!--zal den +vreemdeling, trotsch, zeggen: "Er wonen tienduizend menschen, +mannen, vrouwen en kinderen, in den Kraton." Een ambtenaar van het +binnenlandsch bestuur, uitstekend kenner van Djokjasche toestanden, +zegt mij: Vierduizend. Vierduizend--dat is een gezin dat wel eenige +honderdduizenden in het jaar vereten, verkleeden, verwonen kan, +zonder het bijzonder weelderig te doen.... + +Op dit oogenblik is het groote gezin bezig zich te tooien voor de +bruiloft; zes dochters van het gezinshoofd. In de kleine huisjes zitten +overal mannen en vrouwen te naaien aan sitsen badjoe's--zwart sits +met blauwe bloemen en groene bladers is het in éen wijk, rood-en-geel +sits in een andere, en verderop rose, en lichtgroen, en paarsig; +iedere prins kleedt zijn gevolg van dienaren in eenzelfde kleur. Het +zal vroolijk staan in den grooten optocht. De tienduizenden uit +het Sultanaat, uit Soerakarta, Kediri, Madioen, de Kedoe verheugen +zich daarop. + +De Djokjasche societeit staat aan den viersprong van breede, prachtig +door waringin- en tamarindeloover overhangen lanen, waar de weg langs +gaat van den Danoeredjon, het verblijf van den rijksbestierder, naar +den kraton. De stoet zal straks voorbijkomen, die van den Danoeradjon, +waar de zes bruidegoms te gast zijn bij den Rijksbestierder, de +huwelijksgeschenken naar de Sultansdochters in den kraton brengt. Op +het bordes van het witte gebouw zit een groepje Hollanders, mannen en +vrouwen in witte kleeren. Aan den overkant van den weg, tusschen de +geweldige waringin-stammen, is het een glooiïng van bruine zwartoogde +gezichten, van den grond op waar de kinders tegen elkander aangedrongen +zitten, tot de hoogte van de achterste der op vijf, zes, zeven rijen +achter elkander staande volwassenen, duizenden en duizenden die haast +roerloos wachten. Tusschen dat brokje wit en die lange helling bruin +door bewegen groepjes kratonbedienden, volk van den pasar vlak bij, +en nu en dan een ruiter, of een rijtuig waarin zorgvuldig gekleede +Javanen hoogmoedig in blik en houding zitten, achter wie een dienaar +een vergulden pajong gesloten opgericht houdt: het zijn familieleden +van den Sultan op weg naar den Danoeredjon, waar de stoet opgesteld +zal worden. De onafhankelijke prins, Pakoe Alam, is met zijn vrouw en +zijn zusters in de societeit, en kijkt met de Hollanders toe. Er wordt +verteld dat de Sultan hem zijn Hollanders-manieren, zijn wit-linnen +pak, zijn zuiver Hollandsch op de Hoogere Burgerschool geleerd, en +zijn automobiel zeer kwalijk neemt; en dat hij zich daar weinig aan +stoort. Sedert een uur ongeveer zijn aldoor troepjes voorbijgekomen, +die straks deel zullen uitmaken van den stoet. Vrouwen in zijden +kabaia's en met fonkelende sieradiën op de borst en in den zwarten +glimmenden haarknoop, die op zilveren presenteerblaadjes met een +lap fluweel of zijde toegedekte kostbaarheden dragen; lange reeksen +kraton-bedienden, voorafgegaan door twee aan twee onder een kleurigen +pajong wandelende hoogere beambten, die een groenen triomfboog +van saamgesnoerde en versierde stengels suikerriet dragen, en in +sierlijke potten allerlei gewas: rijst, sirih, terong (aubergine), +ketela, tabak, in verzinnebeelding van den wensch, dat het aan de +dingen van dagelijksche behoefte en genot den jonggehuwden nooit +moge ontbreken. De bedienden hebben boven den donkeren sarong--niet +anders dan bruin in velerlei schakeering wordt in de Vorstenlanden +gedragen--bonte baadjes aan van sits, rood, rose, geel, fel groen, +gebloemd op zwarten grond. De beambten in het zwart dragen den +"koeloek," het staatsie-hoofddeksel, een afgeknotten kegel, soms +glimmend zwart of glimmend vuurrood gelakt, soms kleurloos en +doorzichtig: daar hangt het haar in een wrong en lossen sliert of +sierlijk gedraaiden krul onder uit. + +Achter de dragers der symbolische planten komen er die in op +een baar staande of aan draagstokken hangende huisjes--huisjes +met deur en vensters en een dak, zoo geschilderd, dat het met +roode pannen gedekt lijkt,--allerlei keukengerei dragen: sierlijk +gevlochten mandwerk, aarden potten, pannen, kruiken, en zoowaar, +allernuchterst grijs-geëmailleerd goed, tot zelfs een ketel op +een petroleumtoestel toe. De prijzen hangen er nog aan. Een stem +uit de groep Hollanders zegt: "Dat gaat overmorgen terug naar +den winkel: de gewone afspraak." Twee ganzen in een kooi, die met +halfgespreide vlerken hun evenwicht probeeren te houden tegen het +geschommel in, komen achteraan: en daarachter een heele rij mannen +met leege kooien over het hoofd gestelpt: woningen voor de duiven, +die in geen Javaansch heem ontbreken mogen. Na een poos verschijnen +muzikanten: op sierlijke stellages dragen zij gamelan-speeltuig. In +telkens andere wanorde, zooals het toeval het heeft geschikt, komen +zes maal achtereen dergelijke groepen, de zes afdeelingen die den +stoet zullen samenstellen, voorbij. Een half uur nadat de laatste +verdwenen is, komt, pajong-dragers voorop, de geordende optocht uit +de richting van den Danoeredjon er aan. Vroolijk van al dat blauw, +paars, rozerood, vermiljoen, groen, oranje, geel, dat getemperd +en in onderlinge overeenstemming wordt gebracht door het stemmige +bruin van de sarongs, en waarboven, gouden, hier en daar een pajong +schittert, beweegt de bonte stoet door lommer en licht. Er boven uit, +als bootjes op een kleurigen stroom, varen de drie groen-en-gouden +draagstoelen der bruidegoms-zusters en -nichten, die, als afgezanten, +de geschenken gaan aanbieden aan de bruiden. Door de glazen wanden +komt maar even een glimp te zien van hun zacht-kleurige kleedij, en +van het getintel van goud en edelsteenen overal op hen. De laatste +draagstoel is voorbij. De stoet wordt onregelmatig: kinders loopen +nieuwsgierig er tusschen door: de vrouwen lachen en babbelen. Onder de +mannen zijn er die, bedaard, een strootje opsteken, terwijl zij, even, +het met roodpannen-dak beschilderde huisje, het petroleum-stel, den +ketel van grijs email, of de kooi met de waggelende ganzen, neerzetten +op den weg. Met al zijn symbolen wordt de stoet zelf een symbool, +in zijn staatsie, geleenden pronk, namaak van Westersche dingen, +nalatigheid en wanorde een symbool van Vorstenlandsche toestanden. + + + +In den kraton wordt "de Ontmoeting der Bruiden en Bruidegoms" plechtig +gevierd. Het feest is in "de Gouden Troonzaal." + +Wat verrassing na de gore armoe der buitenwijken, die kern van pracht +in het Sultansverblijf! + +De "zaal" is een "pendoppo," zooals ook door mindere hoofden, +bij welgestelde loerahs zelfs, gebouwd wordt voor ontvangst van +gasten: maar in het prachtige. Een marmeren, rondom met treden +oprijzende vloer; gebeeldhouwde, beschilderde en vergulde pijlers; +en een koepeldak dat prachtig rood en goud uitstraalt van een gouden +hoogte. De gouden troonzetel van den Sultan, waarnaast de vergulde +leuningstoel staat van den resident, glanst in het midden van al dat +wit en rood en goud. En de sultan zelf is niettegenstaande de somberte +van zijn kleedij een enkele flikkering, zooveel goud en edelgesteente +hangt hem om hoofddoek en kris-scheede, op de borst, om den hals, aan +de vingers. Door de spiegelglazen wanden der troonzaal heen flikkert +bont als een zwerm kapellen op een bloembed een geheele schaar kleine +meisjes, op den marmeren vloer van een tweede, lager gelegen zaal +neergehurkt, de jonge zustertjes van de bruiden, wel vijftien of +twintig, prachtig in feesttooi, armen en schouders bloot, en behangen +met kleinoodiën, de kleine gezichten beschilderd en omlijst door +scherpe punten van het weggeschoren en bijgeschilderd haar, waarvan +de wrong, hoog tegen het achterhoofd, overspannen is door zilveren +netwerk, en vlak in het midden beprijkt met een scharlakenroode bloem. + +Achter die tweede marmeren zaal gaan weer treden omhoog naar een derde, +op den achtergrond waarvan in nissen tusschen rood en gouden wanden, +twee staatsiebedden schemeren, met zijden kussens bespreid. Een leger +dienende vrouwen, ook met ontbloote armen en schouders en sarong hoog +gegordeld onder zijden boezemkleed, zit op gekruiste beenen langs den +rechterwand der zaal. In het midden, tusschen de twee praalbedden, +in een schijn van heel zachtgekleurde en glanzige stoffen, zijn al de +oudere, getrouwde zusters bijeen; weder een twintig wel. En links, +alleen, zitten de zes bruiden, uit de verte te zien als een zóó +neergestreken pauwenvlucht, enkel goud en flonkering. + +Er is muziek geweest: het Wilhelmus, het Wien Neerlandsch bloed, +met oorverscheurenden wanklank van geweldig geslagen bronzen +gamelan-bekkens, van harpen, cithers en Perzische viool tusschen +trompetgeschetter door. De Sultan is opgestaan en gearmd met den +Resident--zonderling genoeg die zwart-gerokte Westerling naast den +sarong en hoofddoek en flonkerende kris dragenden Javaan--naar den +opgang der gouden troonzaal gegaan, van die achterste zaal uit, +waar de zes bruiden, kruipende genaderd, hem de knie hebben gekust. + +En nu naderen, van den eenen kant de bruiden, ieder tusschen twee +oudere zusters, van den anderen de bruidegoms, ieder tusschen twee +oudere broeders. + +Het is verblindend, verbijsterend prachtig. + +Geen vrouwen lijken dat meer, die fonkelende gestalten, die daar zoo +langzaam, met neergehouden oogleden, voorbijgaan, maar wezens uit een +vreemde wereld. Met elke schrede die zij doen, loopen flikkeringen +van rood en goud hen van voet tot boezem. De uiteinden van een +somber-blauwe, van glanzen zilver en brons doorspeelde sjerp, die +van achteren in rond-uitstaande plooiïng bochtig onder het middel +hangt, zijn van voren over elkaar geslagen, en maken een lichte +fladder-beweging voor hun knieën. Een snoer van bloemen en lichtgroene +bladers hangt daar luchtig over heen. Boven het met goud beschilderde +boezemkleed van purperen zij, hangen op de geelgezalfde en bepoederde +borst, in haar geheele breedte haar bedekkend, drie halve manen van +in zilver gevatte diamanten, de eene boven de andere. Aan weerszij +van het beschilderde gezicht, strak als een masker, stralen zilveren +en diamanten oorsieraden, als vleugels gespreid en afstaande. Een +lichtgroene aigrette siddert op het hoofd. En aan de strak neergehouden +armen en aan de handen, in de handen der geleidende zusters gevat, +pralen spangen, banden, ringen, van de schouders af tot aan de spitsen +der vingers toe. + +De bruigoms, die hen tegemoet komen, naakt van hals tot gordel, en met +gelijken tooi van ringen, armspangen en diamanten trits van halve manen +op de borst behangen, dragen prachtige krissen en een hoofd-sieraad, +half helm, half fantastische kroon. Vlak tegenover elkander houden +zij stil: zes bruiden tusschen twaalf zusters, zes bruigoms tusschen +twaalf broeders: zij schijnen afgodsbeelden te midden van dienende +priesters. Een lichte beweging gaat opeens langs de roerlooze rij: +de acolyten hebben bruiden en bruigoms elk een klein voorwerp in +de hand gegeven. Het is een peperhuisje van pisang-blad gedraaid, +dat de bestanddeelen bevat van de sirih-pruim. Zonder de oogen op +te heffen werpen de paren het elkander toe. Dan bukken de bruigoms +en bieden uit een voor hen neergezette schaal hun bruid rijst aan: +een zinnebeeld van de gemeenschappelijke maaltijden van nu aan. + +Zij wijken terug van elkaar. De Sultan treedt tusschen bruiden en +bruigoms. Dan komt de hoogste in rang naar voren, Joedonegoro, die de +aangenomen zoon van den Sultan is, en omvat zijn bruid. Zijn broeder +treedt naast hem. Te samen beuren zij haar op en dragen haar naar de +poort van den Kraton. De andere volgen, iedere bruid door bruigom +en bruigoms-broeder gedragen. De kleine zustertjes wachten bij de +draagstoelen, waarnaast aan weerskanten tien in het rood gedoste +dragers staan. Bruiden en bruidsmeisjes worden er in getild. En de +stoet verdwijnt, de donkere poorten uit. + +De menigte toeschouwers gaat, zonder eenig gerucht te maken, uiteen. De +Hollanders zoeken hun rijtuigen te bereiken zonder bespat te worden +door de modder en de plassen, die de stortregen van dezen ochtend +op het voorplein heeft achtergelaten. En een enkele haast zich om +nog eens, van de societeit uit, den stoet te zien van de gasten +die straks deel zullen nemen aan het feestmaal in den Danoeredjon, +en den dans zullen zien dien de dansers van den Sultan daar opvoeren. + + + +Het eigenaardige van Djokja is, dat men er niet aan +went. Integendeel. Hoe langer men deze stad bekijkt, hoe meer vreemde, +onverwachte, verwonderlijke dingen men er vindt. Niet onder de +Hollandsche bevolking alleen, hoewel daar waarlijk ook genoeg! noch +zelfs onder de Indo-Europeesche, hoewel dáár van een soort waarvan men +de wedergade zou moeten zoeken, (barok als het klinkt) in verhalen van +Gogol of Turgenjew. Maar onder de Javaansche bevolking. Het Djokja +van de Djokjaneezen. Dat is het verwonderlijkste van alles. De +wonderlijkheid zit voor een deel hierin, dat in de geheele, een +zeventig duizend bewoners bergende stad, maar tweeërlei menschen +wonen en die van de onderling scherpst contrasteerende klassen der +maatschappij: namelijk vorsten met hun omgeving, en arm volk. Wat +overal elders op de wereld tusschen die twee uitersten verbindend +leeft, bestaat hier òf niet, òf alleen in een vorm waarvan men aarzelt +te zeggen of het er een van worden is of van vergaan. In de verre +middeleeuwen hebben, misschien in een of ander handwerk bedreven +hoorigen, die van tijd tot tijd hun werk ruilden met dat van de +hoorigen van een anderen gebieder, zóó om een kasteel heen gewoond +als ambachtsvolk en kleine handeldrijvenden hier in Djokja om den +kraton. Die vergelijking zal maken wie het stadsvolk beschouwt als +verkeerende in een staat van wording, met feodale toestanden achter +en burgerlijke vóór zich. En hij zal de drukte op den passar aanzien +voor een teeken van al sterker wordend handelsvertier. + +Die passar, midden in de stad, aan een breede, door prachtige +tamarinden beschaduwde laan, is een plek van altijd hernieuwde +bekoring. Telkens anders en telkens weder even mooi. In den half-donker +van de lange loodsen en op de fel-bezonde paden daar tusschen, waar de +duizenden koopers en kramers ordelijk verdeeld blijven, is het aldoor +een blinken en verschieten van kleuren, een wemelend voorbijglijden +van bewegingen, gezichten die lachen en ernstig worden, gestalten +die, bukkend, aandragen met altijd meer koopwaar. Verschillende +ruimten zijn bestemd voor verschillende waar. Langs den straatweg, +als ware het de zoom van den passar, zit in een lange rij het volk +der marskramers. Netjes geschikt op een gevlochten mat, stallen zij +hun garen en band uit, kammen, zeep, knoopen, den gewonen inhoud ook +van een Westerlingen-mars; en tabak, inlandsche tabak, door Javanen +geteeld. Maar achter dien zoom beginnen de verschillende wijken van +de markt, de groepen loodsen voor een en dezelfde waar bestemd. In het +Hollandsch en in het Javaansch staat het boven den ingang geschreven: +vleesch, groenten, vruchten, visch, geweven goederen, ijzerwerk. Vaste +gewoonte, schijnt het, vult aan waar administratieve voorzorg te +kort is geschoten, en vogels van gelijke pluimage betrekken gelijk +verblijf. De goudsmeden en handelaars in juweelen zitten in één loods +bij elkaar, en bij elkaar de Britsch-Indiërs met hun balen zij en hun +borduurwerk van goud op fluweel, en de vogelverkoopers hebben allen +aan den uithoek van de markt bij de brug, hun rijen kooien opgehangen, +waarin rijstdiefjes, dwerg-papagaaien, beo's en vooral honderden +duiven zich zitten te nebben in den zonneschijn. Hier is het altijd +druk. Want een duif mag op geen Javaansch erf ontbreken; haar gekir +brengt immers geluk aan! En liefhebbers van duiven-wedstrijden hurken +in kringen om de neergezette kooi, waar de koopman een vogel in wijst, +die hoog vliegen, of in bijzonder diepe en krachtige tonen koeren +kan. De markt-drentelaars komen hier bijeen in getale. De duiven +gaan van hand tot hand, betast, geaaid, bekeken, gecritiseerd. Een +waronghouder loopt er tusschen door met glazen geschaafd ijs, waarop +vruchtennat is gegoten, rijst in zakjes van pisang-blad gekookt, en +sigaretten. Er wordt veel verhaald, veel gebluft en veel, met groote +heftigheid, tegengesproken. + +Vrouwen ziet men hier zelden of nooit. Die gaan naar de markt om zaken +te doen. Ze komen uit den geheelen omtrek van de stad, uit gehuchten +tot op twaalf en vijftien kilometer afstands gelegen. Ze zijn in den +nacht op weg gegaan, om de koelte, en om vroeg te komen, en vijf of +zes uren onderweg geweest met een zwaren last op den rug: vruchten, +groenten, aardappelen, allerlei kweeksel uit de koele heuvelstreek, +bloemen van hun eigen erf, zoetigheid pas bereid, gevlochten matjes in +rollen, waaronder het kleine figuur der draagster verdwijnt, potten, +schalen, schenkkannen van rood aardewerk, behoedzaam opgebouwd tot een +heuvel, die alleen over den weg lijkt te wandelen. Zij komen verkoopen +om te koopen. De tros pisangs of de stronk boerekool in hun linkerhand +verandert in een mandje rijst voor het huishouden, tabak voor den man, +garen en naalden voor haar zelve, in haar rechter. Daar zijn er die +met niet anders dan een paar doerèn-vruchten in haar slendang komen +en met een waarde van drie stuivers aan rijst en medicijnen weggaan, +en den morgen goed besteed achten, als zij thuis komen, nog juist op +tijd om voor het middagmaal te zorgen. Om zulke allerkleinstigheidjes +gaat het hier. + +Er zijn, dat is waar, ook winkeltjes in de stad, door inlanders +gehouden. In een afzonderlijke wijk staan ze bij elkaar. Maar +ook in die winkeltjes is alles gering, klein, schamel. Het zijn +wezenlijk "winkels" in den oorspronkelijken zin, in een hoekje van een +aanzienlijker gebouw weggedoken stalletjes. Maar weinig lijken zij op +de overvolle blinkende toko's der Chineezen in de wijk vlak er naast. + +Met de Javaansche industrie staat het niet anders of beter +geschapen. Er is betrekkelijk veel nijverheid in Djokja: maar, alweer, +van een armelijk, sukkelend slag. In een afzonderlijke wijk bijeen +wonen bij voorbeeld kleermakers. Ik kwam door die buurt in de week voor +de kraton-feesten en herkende ze als de hunne, toen ik in de deur en +onder het afdak van al die lage, vuile, uit het lood gezakte huisjes +mannen zag zitten naaien aan baadjes van allemaal hetzelfde zwarte, +groen-en-blauw bebloemde sits. In een andere wijk, vrijwel buiten +de stad, voor men aan het zonderlinge rood-en-witte gedenkteeken +komt dat de een of andere sultan voor zijn gemalin heeft opgericht, +wonen de batikkers: men ziet de kains en hoofddoeken hangen, in het +halfdonker der openstaande huizen. Er zijn schoenmakers, timmerlui +en schrijnwerkers, vervaardigers van wayang-poppen en dergelijke +curiositeiten, waarnaar de al veelvuldiger naar Djokja komende +vreemdeling vraagt, goud- en zilversmeden, en zelfs een enkele +wapensmid, die de edele oude kunst van het pamor-smeden uitoefent en +een meester is in zijn vak. + +Maar wat is dat alles arm en klein! + +Ik ben in eenige van die huisjes geweest: bij een batikster, +een goudsmid, den wapensmid. En overal heb ik hetzelfde gevonden: +vlijtig werk, gebrekkig werktuig, schamelste verdienste. De batikster +mag misschien niet eens medegerekend: zij is een Britsch-Indische en +heeft, zoo niet industrieel dan toch commercieel moderne idees. Haar +winkel heet "The Old Curiosity Shop." (Jawel: wij lezen Dickens weer, +tegenwoordig.) Het staat er vol snuisterijen, Javaansche, echte, +mooie en ook andere. Maar de eigenlijke werkplaats, op het achtererf, +daar is het alles op zijn echt Djokjaasch: nauw, donker, een doolhof +je van galerijtjes, loodsen, potstalletjes, hokken, met een trap op +hier en een trap af daar, een paar vrouwen aan den arbeid onder een +zonnezeil, eenige kuipen met blauwe, bruine en gele verf rondom een +put, droogtonnen tusschen djamboe- en sawoe manila-boomen gespannen, +waaraan kaïns, half nog in de was, hangen uit te druipen, en in een +trillenden kring van hitte en bleekrooden schijn, een houtskool-vuur +in steenen komfoor, waarop was staat te smelten. Het verwonderlijke +is het mooie werk in zulk een omgeving gemaakt. + +De goudsmid is al niet beter behuisd of ingericht. Met zijn drie +helpers zit hij op den vloer van zijn werkplaats achter een raampje van +bamboestijlen, waardoor het licht maar karig naar binnen komt. In een +wonderlijk tafeltje--geen voet hoog is het blad boven den grond--heeft +hij allerlei laadjes en hokjes waar hij goud en zilver, edelsteenen, +en de gewichten van zijn goudschaaltje in bewaart, die niet anders +zijn dan de mooie roode zaadpitten van een zekere klimplant. Zijn +helpers komen 's ochtends op de fiets--hun drie machines staan in +een hoek geleund. Maar hij smelt zijn goud en zilver in een aarden +kroesje, dat hij op een potscherf te midden van gloeiende houtskolen +zet; en daar hurkt hij naast om met een waaier-vlagje van gevlochten +palm-vezel den gloed aan te wakkeren. Door de werkplaats ziet men +in zijn huis. Dat de vrouw op orde en een zeker decorum gesteld is, +blijkt uit het bescheiden "praalbed" in een nis van den muur, een +soort bedstede, en waarvoor ook gordijntjes hangen, opgebouwd. Maar +niettemin is zij in versleten, verschoten kleeren gestoken, en van +de kinders is er maar één gekleed, en dat ten halve enkel, alleen +met een baadje, waaronder zijn naakte beenen mager te voorschijn komen. + +De wapensmid is, als gezegd, een meester in zijn vak, een man van +overgeërfde bekwaamheid. Hij verhaalt u met een rustigen trots, +dat zijn voorvaderen de wapensmeden waren van de Keizers van +Mataram. Zijn zoon, en zijn kleinzoon, die, met een broederszoon, +zijn helpers zijn in de smidse, zetten de traditie van het geslacht +voort. Op het kleine, zware aambeeld, dat de litteekens toont van +den arbeid van vier generaties, smeedt hij die prachtige krissen, +waar op het blauwzwart van het staal het fel-blanke nikkel in figuren +van bladers, golven, vlammen blinkt. Daar zijn er bij die vorsten +worden aangeboden als waardig geschenk. En hij werkt even vlijtig, +de oude man met zijn zoon en kleinzoon, als vaardiglijk. Niettemin +zou hij zijn gezin niet kunnen verzorgen, als zijn vrouw niet een +bijverdienste aanbracht met het houden van een "warong" aan den weg. + +Zoo staat het met de Djokjasche nijverheid. + +En van die stoffelijke armoe is een geestelijke het gevolg. Deze +ambachtslieden hanteeren hun ambacht als iets doods. Zij herhalen +tot in het oneindige een paar gegeven voorbeelden. Daar is niet één +batikster die ooit een nieuwe teekening bedenkt. De goudsmid maakt +oorknoppen en armbanden nù precies zooals hij ze twintig jaar geleden +gemaakt heeft en over twintig jaar nog maken zal. Zelfs de wapensmid +houdt zich aan de vijf traditioneele motieven voor de versiering van +zijn krissen, en heeft nog nooit bedacht of hij ook niet eens wat +anders zou kunnen smeden dan die en lans-punten. Gelukkig nog, wanneer +de ambachtsman zich aan de Javaansche traditie houdt en niet vervalt +in de zin-leege navolging van slechte westersche voorbeelden! Heb ik +bij den goudsmid geen (vertaalden) Duitschen catalogus van armbanden, +ringen en broches zien slingeren? "Geloof, Hoop en Liefde"--symbool, +anker, kruis en hart vereend, om als kabaja-speld te dragen, een +briljanten "sieraad" in den vorm van een vraagteeken (dàt suggereerde +ten minste een en ander, hoewel dan zeker niet-bedoelde dingen) en +een dasspeld die een jockey-pet was met een karwats er om heen. En +venten de bewerkers van buffelleer geen ceintuurs met wayangpoppen +beschilderd, langs de hotels, en de batiksters geen (gedrukte) +tafelloopers met vergeetmijnietjes in de hoeken? + +De Javaansche koopman is arm. + +De Javaansche ambachtsman is arm, arm aan het lijf, arm aan de ziel. + +Zij zijn een arm volkje, wonend in steegjes en krotjes rondom het +zwaar-ommuurde verblijf van een van duizenden bloedverwanten en +dienaren omgeven vorst. + +Tusschen die twee is niets. + +Nòg niets? + +Of niets méér? + +Dàt is het wat men zou willen weten. + + + + + +Suikerland + + +Telkens rijst voor oogen, die zoeken wat de gedachte weet dat te +vinden is, de verbergende wand op van heuvelklingen en steilen +berg. Wie daar boven uit kon stijgen! Wie neer kon kijken op Djokja +van de ruime hoogten uit, waar de sperwer spiedend drijft! Hij +zou het land zien liggen als van donkere berg-eilanden doorbroken, +een prachtig-blauwgroene zee, waar her en der, meeuwen gelijk, die +rustend drijven op een golf, verblindend witte stippen blinken. En +begon het te donkeren, dan zou hij de zwartgeworden zee overgloord +zien van veruitstralende blanke helderheden, zoo vele als hij eerst +witte stippen had geteld, en overal tusschen die blanke en gestadige +glanzen in, rood geflakker, rosse rook, een mist, een dunnen nevel van +vuur, dien de wind verdicht tot vlammen of uiteendrijft in smeulenden +rook; en glimmende vonken zou hij, als levende wezens zeker van hun +weg, door brand en duisternis heen zien bewegen op de groote blanke +licht-eilanden toe. Dan had hij Djokja gezien als suikerland met de +witte fabrieksschoorsteenen te midden van de blauwgroene riet-tuinen, +en, door de duisternis glimmend, de locomotieven van de lange treinen, +die langs afgeoogste velden, waar heuvels verbranden van dor blad, +riet naar de stampende molens dragen. En die schijnbaar zoo van +zelf sprekende vereeniging van industrie en landbouw, die complexen +van fabriek en suikerrietveld ziende, die een heel land innemen, +had hij voor eigen oogen gehad een ding zóó zonderling, dat het +wel éénig mag heeten: de vereeniging, zooals zij waarschijnlijk +nergens elders op de wereld te vinden is, van twintigste-eeuwsche +arbeidsmethode en middeleeuwsche heerschappij over grond en +menschen. Het wonderlijk samengroeisel staat op het punt van een +gescheiden te worden. Binnenkort zal het levende deel tot krachtiger +ontwikkeling gekomen, het afstervende in ontbinding verdwenen zijn. En +dan zal wie het niet met eigen oogen zag moeite hebben te gelooven dat +het ooit bestond, dat ooit een industrie in samenwerking vereenigd +heeft gehouden de nieuwste machines uit Hengelo, Amsterdam, Halle, +Brunswijk, Glasgow, de methodes van het groot-kapitalisme, en het +wetenschappelijk onderzoek aan den eenen kant, met, aan den anderen, +feodaal landbezit en de arbeidskracht van een volk, dat met huis, +erf en veld te zamen voor zoo en zooveel jaar tegen zoo en zooveel +geld gepacht wordt van den vorst als van zijn bezitter. + +De zonderlinge toestand is een gevolg van overoude oorzaken, en zelf +al oud. + +Overal op Java gold vroeger de vorst als de eigenaar van den grond: +maar zijn eigendomsrecht werd beperkt door dat van den ontginner. Wie +woesten grond maakte tot vruchtbaren, verkreeg daardoor dien grond +in eigendom. In de streek die later de Vorstenlanden zou heeten, +veranderde die toestand ten voordeele van den vorst. Wanneer en door +welke oorzaken schijnt niet bekend; maar bij hun komst in de streek +vonden de Hollanders dien veranderden toestand als een gevestigden +en klaarblijkelijk sedert zeer lang reeds heerschenden. In het +toen geldende stelsel was de vorst onbeperkt eigenaar van den grond +en feitelijk onbeperkt eigenaar van de krachten der bewoners. Zij +konden niet anders bezitten dan wat hij hun gaf, en in ruil daarvoor +moesten zij betalen wat hij van hen eischte. Dat was niet minder dan +de helft van al het gewas en diensten tot aan de alleruiterste grens +van hun krachten. Uit dat bezit aan grond en krachten onderhield de +vorst zijn dienaren. De leden van zijn familie, de machtige edelen, +de legeraanvoerders, de bestuurders van gewesten, kortom allen, die, +onder welken titel dan ook, een deel van zijn gezag uitoefenden, +ontvingen een overeenkomstig deel van zijn bezit: land en menschen, +waarvan zij echter weer, evenals het volk, schatting in oogst en +diensten aan hem moesten opbrengen. Van den Soenan af tot op den +laagst in rang staanden edelman of ambtenaar toe, was er als een +trap waarlangs verplichtingen daalden, rechten opklommen. De Sultan +had alle rechten en geen verplichtingen; zijn laagste vazal enkele +rechten en vele verplichtingen; het gemeene volk geene rechten en +alle verplichtingen. De Oost-Indische Compagnie trad geleidelijk in +des Sultans plaats en besnoeide zijn macht ten voordeele van hare +eigene, doch liet in de hoofdzaak het oude stelsel voortbestaan: +van het geheele land, na aftrek van een bepaald gedeelte (1/5) als +betaling van toezicht houdende hoofden, was de helft voor het volk, +de helft voor den vorst. Opeenvolgende wijzigingen, waarvan de diepst +ingrijpende door Daendels en later door Raffles werden aangebracht, +lieten altijd nog dit stelsel ongerept. En het bleef bestaan toen in de +19de eeuw eindelijk de Hollandsche ondernemer optrad en in de plaats +kwam van den Javaanschen edelman of ambtenaar, den vorstenvazal. Als +aan dezen werd nu aan hem de helft toegewezen van den oogst, door +de bevolking geteeld, en als deze had nu hij het recht op arbeid en +diensten van den boer; als deze ook betaalde hij voor het een en het +ander schatting aan den vorst. + +Het groote onderscheid echter was dit: dat de Hollandsche ondernemer +geen rijst behoefde als de Javaansche apanage-houder, maar wel +arbeid om een voordeeliger product dan rijst te telen. Hij trof +daarom een schikking met de boeren. Inplaats van rijst zouden zij +hem, onbetaald, zooveel arbeid leveren als voldoende zou wezen +om de verschuldigde hoeveelheid rijst te telen, doch dien arbeid +besteden aan de cultuur van suikerriet. Wat daarvoor meer noodig +was dan voor rijst, zou hij hun betalen; de cultuur van het riet +namelijk eischt veel meer arbeid dan die van de rijst. Daar, verder, +op tijd en kracht van den boer de velerlei diensten die hij onder +allerlei benamingen aan den Sultan bewijzen moest, zwaar drukten, +kocht de Hollandsche ondernemer voor zooveel mogelijk die diensten +af. De Sultan nam genoegen met het geld instee van den dienst. En +zoo werd de rijstbouwer van den Sultan rietbouwer van den fabrikant, +verhoudingen uit den tijd van de Hindoevorsten overgebracht op de +moderne industrie, en de Djokjasche sawahs veranderd in wimpelende +riettuinen, waar in de plaats van het wachtershuisje, speelplaats van +op rijstdiefjes passende kinderen, de fabriek verrees, dreunend van den +slag der door een beek gedreven machine. Die fabrieken uit het begin +der jaren achttienhonderd, klein nog en eenvoudig ingericht, waren +het eigendom van één man, den oprichter. Gewoonlijk was het iemand +op goed geluk naar Java gegaan--een koloniaal soms, of een matroos, +een enkele maal een Franschman, langs allerlei wonderlijke wegen uit +de legers van Napoleon zoo ver weg gedwaald; mannen die kwamen zonder +een rooden duit op zak; maar vol goeden moed en durf en inzicht +in toestanden en karakters. Zij vonden hun weg naar het hof, en, +dikwijls, naar de gunst van den Sultan. Er waren er die met dochters +uit den Kraton trouwden, en bij wijze van bruidschat land in leen +kregen: groote fortuinen werden op zulk een grondslag opgebouwd. De +teelt van het riet, het maken van de suiker kon op een primitieve, +weinig-kostbare wijze geschieden; er was nog geen ziekte in het riet, +nog geen concurrentie op de markt, nog geen dwang van welken aard ook +tot vermeerdering van productie en vermindering van uitgaven. Maar +ook dat veranderde. De slechte jaren kwamen. Wat nu niet mee kon met +den nieuwen tijd moest voorgoed achterblijven en ging ten onder. + +Van de kleine met waterkracht gedreven fabriekjes verdween het +laatste. De rijkdom van één man was niet voldoende voor den bouw en +de inrichting van de groote nieuwe fabrieken, voor het aanschaffen +van de dure nieuwe machines, voor het pachten van de groote complexen +land. Geheele families werden gezamenlijk eigenaar, vennootschappen, +maatschappijen. De aandeelen kwamen aan de markt. En wie vandaag +deze of gene van de achttien groote fabrieken in Djokja ziet, wier +schoorsteenen uit het blauwig blinkende rietveld opsteken als uit +een zomersche zee een vuurtoren, kan zich vermaken met de gedachte, +dat op hetzelfde oogenblik misschien de een of andere couponknipper +in Amsterdam of Den Haag of Harleveen in den vorm van een strookje +papier de hem competeerende portie naar zich toe haalt van de +schatten, onder dien blinkenden schoorsteen uit dat wimpelende riet +te voorschijn geperst; en dat de orde-, vrede- en menschlievende +Nederlander, zachtzinniglijk aldus knippende, metterdaad zich +verklaart voor afstammeling-naar-den-gelde en politiek erfgenaam +van oude Djokjasche Sultans en Soenans van Mataram, de verdrukkers, +uitzuigers en keelbeulen van hun volk. + +Wel wonderlijk hangen in deze wonderlijke wereld de dingen aan +elkaar.... + + + +Wie in dezen tijd langs Djokjasche wegen gaat, beweegt zich te +midden van een gestadig stroomende rivier van riet. Het is riet op +de lange vrachttreinen, riet op tram-wagons, riet op lorriereeksen, +riet op buffelkarren. Het lijkt of de velden zelf zijn opgestaan +en bewegen. De lucht is vol van den zachten geur, die uit de snede +der afgekapte halmen opstijgt. Op de kale akkers loopen buffels het +lichtgroene kruid af te weiden, dat in den schemerdonker tusschen de +hooge stengels is opgegroeid, mannen laden een kar vol met afgestroopt +blad, waarmee zij het dak van hun huisje in de dessa nieuw gaan dekken, +om een brandenden hoop afval speelt een bende spiernaakte jongens met +het triomfante pleizier dat jongens de heele wereld over in een vuurtje +hebben. En naast dat afgeoogste veld staan rechts en links andere +nog in vollen rijkdom, blinkend en wimpelend; en verderop glanzen, +laag bij den grond, de akkers, waar het jonge riet, in het begin +van het jaar aan stekken in den grond gezet, al forsch en bladerrijk +staat; en verre weg, tegen de wijkende bruine en roodachtig-paarse +hellingen aan, wazen hier en ginder, vegen van teeder groen, dat +alweer suikerriet is, in de koelte gezaaid en opgekweekt tot het, +telkens van een hooger naar een lager gelegen veld gebracht, rijp +zal wezen voor het planten in de vlakte. En verder weg nog, niet +voor het oog zichtbaar meer, maar duidelijk genoeg staat het voor de +gedachte, groeit het riet van de proefstations, de zorgelijk behoede, +beschutte, begoten en gekoesterde eerstelingen van nieuwe soorten, +uit verre streken hierheen gebracht, of gekweekt uit de vermenging +van de beste der inheemsche rietsoorten. Van zoo ver af begint het +al,--dat bewegen van het riet naar de fabriek toe: heel langzaam eerst, +met kweeken en stekken; telkens komen de stekken ván stekken uit hun +verte en hun hoogte wat dichter bij de fabriek--het proefstation, de +"grootmoeder-tuin," de "moeder-tuin," de bibit-tuin; dan plotseling +omlaag de vlakte in, naar het veld, waar de stekken zullen opgroeien +tot rijpe planten; dan, na een jaar of veertien maanden, de oogst en +de snelle stroom naar de fabriek toe. + +De dagen door golft die stroom, de nachten door. De zon schijnt er op, +de maan en de nachtgloor der sterren. Over zijn monding in de fabriek +gaat het felle electrische licht op, wanneer de zon is ondergegaan +over zijn bronnen op de heuvels. + +Rondom is de zwarte tropische nacht, de zwarte hemel staat vol +sterrengeflikker, immense boomkruinen maken een donkerte midden +in donkerheid. En te midden van die duisternis, die als een wal +ondoordringbaar staat, schittert, als de klaarlichte dag zoo wit, +de fabriek met haar reeks van stralende ramen en hoog in de lucht +zwevende groepen blanke lampen. De passar aan beide zijden van den +grooten weg en midden op een door boomen omgeven pleintje, waar +dozijnen vrouwtjes zitten met uitstallingen van allerlei eetwaar; de +groepen koelies, op hun hielen gehurkt, die onder praten en gelach +en met het rooken van een strootje zich verpoozen; de lange rechte +straat, aan weerskanten waarvan de witgekalkte employés-huizen staan, +elk in zijn bloeiend tuintje: dat alles komt met zoo vele en scherpe +bijzonderheden uit, als zelfs in den zonneschijn niet. En door die +felle klaarheid beweegt nu de lange trein rietwagens, zwarte wagens, +bevracht met achter en voor in een boog afhangende halmen-bundels, +groene, bruine, paarsige; de grauwe buffels en de roodbonte ossen +trekken bedaard stappend. De karrevoerders zitten half in slaap: hun +beesten kennen den draai van den weg naar de weegbrug. Op het plein bij +het pakhuis loopen al buffels los: zij grazen nog wat langs den berm, +terwijl zij naar stal gaan. Voor de groote fabriekspoort, waar de +rails van Decauville-lijnen en spoorwegen, elkander kruisend, ruiten +van een reusachtig dambord maken, loopen, schijnbaar vanzelf, wagens +de fabriek in en weer uit, hooggeladen naar binnen, hol en hoekig +naar buiten. Koelies loopen duwend en roepend mee. Ze zijn anders dan +anders, hier en nu. Het meestal onhoorbare volk is luidruchtig. Zij +joelen als er een zijn bundel riet onhandig van den wagen gooit, +als er een uitglijdt op den glibberigen vloer, als een karredrijver +zijn ossen niet bijtijds uit den weg kan krijgen. Het felle licht, +de snelle beweging, het dreunende geluid uit de fabriek, die sterke +menschelijke wil die zich doet gelden tegenover de donker-stille +natuur, heeft hun eigen levenswil gaande gemaakt. + +In de fabriek staat de molen te zingen met een geweldige stem. Prachtig +gaat de klank op uit het ijzer-zwarte en staal-blanke gevaarte dat +daar staat te draaien met zijn pletterende rol en te dreunen met al +zijn platen, krukken, hefboomen, een klank als van een orgel waar +verschillende registers tegelijk in uitgetrokken zijn, zoo dat de +vox humana zingt en ook de bazuinen, en een fijne, klare, hooge toon +drijft op een dreunende wolk van donkere galmen. De grond-zelf geeft +mee met het harmonische gedaver. En die menigte van machines, waaraan +blinkende dingen bewegen, stangen en krukken opgaan en neer, wielen +wentelen, riemen trillen, lijken te bewegen alle op de maat van dat +geweldige gezang, het gezang van den pletterenden, malenden molen, +die, als een reusachtige werkman, overvol van kracht uit volle borst +zingt bij zijn werk. + +De molen zingt, de machines draaien en dansen. Het riet komt naar +binnen gestroomd, of ook het riet luisterde naar die muziek. Hier is de +lange groene stroom, op de verre heuvels ontsprongen, aan zijn monding +gekomen. Met golven schiet de vloed van stengels den "carrier" langs +en, de wentelende brug over, den molen in. Een vormelooze massa komt +er uit aan den eenen kant, een troebele beek aan den anderen. En door +gemetselde kanalen en vijvers heen stroomt onophoudelijk het vuile, +met taai geel wit schuim bedekte sap, dat vermengd met zuiverende +kalk en zwaveldampen, verhit in reusachtige ketels, bezonken, +gefilterd, verdampt, gekookt, ten laatste uit de centrifuges door +bukkende vrouwen wordt losgemaakt als sneeuwwitte suiker. Bergen +gelige suiker liggen in een anderen hoek van de fabriek: daar staan +de half-naakte koelies, tot aan de knieën ingezonken, met groote +houten spaden in te scheppen. Ontelbaar in de rij, staan de zakken +vol bruine melasse, uitpuilend onder den druk van de zware stroop, +die na enkele oogenblikken zoo hard is geworden als steen. Door goten, +die, als duizend-pooten, op ontelbare, bewegelijke stangen staan, al +maar heen en weer schuddend, loopt gelige en blanke en bruine suiker +met schokken voort. Suiker, als zwarte modder, borrelt in een diepen +bak. Suiker wordt met lange bezems bijeengeveegd als stof van den +grond. En in het laboratorium staat, precieus in kleine stopfleschjes +geborgen, suiker, die van vlakke kristalletjes flikkert als de sneeuw, +als sneeuw zoo smetteloos, zoo fel wit. + +Straks stroomt al dat product de fabriek uit. De kostbare witte +suiker naar de haven, waar de schepen al wachten op den last voor +Britsch-Indië, Japan, Australië, Amerika; de gele en bruinige naar +de booten op Amsterdam, waar de raffinaderijen stampen en stoomen, +de melasse naar de arakbranderijen en de fabrieken van vee-voeder. En +de lange treinen, die de suiker dus veranderd en nog altijd verder +te veranderen wegdragen, komen de lange treinen tegen, die de suiker +aandragen in haar oorspronkelijke gedaante, als lang, zwaar-buigend, +groen en bruin en paarsig riet. + + + + + +Armoeland + + +Djokjakarta is het land van ongerijmdheden en tegenstellingen. Er zijn +er onder die meer nog dan het verbijsterde verstand het geschokte +en verontwaardigde gevoel treffen. Daarvan is wel de ergste: de +tegenstelling tusschen den rijkdom dien Westersche wetenschap +en werkwijze te voorschijn brengen uit den Djokjaschen grond, +en de ellende van het dienzelfden grond bebouwende en mede dien +rijkdom helpende voortbrengen Djokjasche volk, terneergedrukt onder +middeleeuwsch-despotische instellingen. + +Die ellende is nog niet eens het ergst in den vorm van armoe. Zeker +zijn deze menschen arm. Ik ben in dessa's geweest waar--als men de +woning van den bekel uitzonderde--in al die huisjes samen voor nog +geen f 5 aan huisraad en kleeren was; en de waarde van de huizen +zelf werd door de bewoners op f 1.50 geschat: dat althans was de som +die zij bij den administrateur kwamen vragen na een brand, om nieuw +te bouwen. Maar in de aangrenzende gouvernementslanden, in de Kedoe +bijvoorbeeld, zijn stellig even arme dorpen te vinden. + +Zij is erger in den vorm van ziekte. Er is veel oogziekte hier en +veel huiduitslag. Wie een groote menigte bij elkaar ziet, niet in +de stad, waar zorgvuldige kleeding een aangenamen schijn spreidt +over uitgemergelde gedaanten, maar op de velden, waar de menschen +half-naakt aan het werk te voorschijn komen zooals zij werkelijk zijn, +krijgt een indruk van verregaande zwakte en lichamelijke ontaarding: +een troep kinderen is een allerdroevigst schouwspel; niets kinderlijks +meer is er in die hoekige holle gezichten met de rood-ontstoken oogen, +niets dat er uitziet of het wil groeien, aan die scharminkelige kleine +lichamen. Maar lichamelijk leed is er ook in andere streken van Java +veel en erg onder gering volk. + +Neen, de ergste ellende van dit volk, en de eigenlijk-Vorstenlandsche +dat is zijn geestelijke ellende, zijn stompe, onverschillige +willoosheid. Uit die doffe gezichten is zelfs de uitdrukking van +verlangen naar iets beters verdwenen. En wie hen in hun dagelijksch +zijn en doen eenigen tijd waarneemt, voelt soms de vrees in zich +opkomen, dat zij van iets beters geen baat zouden hebben. Een mensch +die al te lang honger heeft geleden, verdraagt geen spijs; die al te +zwaar geboeid is geweest, kan zijn leden niet gebruiken, als hij de +vrijheid herwint. + +Het Djokjasche volk is gewonnen, geboren en getogen in een wereld, +die, met alles wat op haar leeft, en beweegt, het eigendom is van éen +oppermachtig wezen, zoo verheven en in alles volmaakt, dat hij een +godheid schijnt meer dan een mensch. De macht van den Sultan is zoo +alomtegenwoordig, alles omvattend, alles doordringend in die wereld, +als in de stoffelijke de dampkring. Er is geen ontkomen aan, er is +geen mogelijkheid van leven daarbuiten, er is geen verzet of verweer +tegen. Zooals de aarde gedrenkt wordt door regen en verwoest wordt +door regen, en niet anders dan lijdelijk kan zijn onder de lafenis of +onder de vernieling, zoo wordt door den wil van den Sultan het volk +beweldadigd of te gronde gericht en kan niet anders dan lijdelijk +wezen onder genade of onder gramschap. + +De Sultan echter is ver. Hij woont in zijn prachtigen kraton. Een +gering man ziet hem niet, dan, misschien eens, éénmaal, in zijn +leven, wanneer hij in het gevolg van zijn bekel, die zelf weer in +het gevolg is van den apanagehouder, machtig edelman of prins uit +het Sultansgeslacht, naar den kraton opgaat, schatting en geschenken +dragend. Dichter bij, en door die nabijheid grooter van invloed op +zijn dagelijksch bestaan, is de apanagehouder, de pachter-leenman van +den Sultan, in alle machten en rechten over hemzelven, zijn grond en +zijn gewas, des Sultans plaatsvervanger. Voor den apanagehouder is de +helft van zijn oogst in den Westmoesson, het derde van zijn oogst in +den Oostmoesson. Voor den apanagehouder zijn de beste vruchten van +zijn erf. + +De apanagehouder bouwt een huis, geeft een feest, maakt een reis, +trouwt een zoon of dochter uit: de kleine man brengt bamboe uit het +bosch, de steenen die hij zelf gebakken heeft, uit den oven en bouwt +het huis; hij neemt voor een paar dagen eten in een gevlochten zakje en +zijn draagjuk over de schouders, en volgt als lastdrager zweetend en +dravend den apanagehouder op reis; hij gaat houtskool branden in het +bosch, haalt de laatste rijst uit zijn schuur, slacht een paar kippen +of zijn geit, en brengt alles naar de keuken, waar de feestmaaltijd van +den apanagehouder wordt bereid. De rijst van den apanagehouder wordt +rijp op het veld, de rivier bedreigt zijn gronden, zijn vee heeft +herders noodig op een nieuwe wei, zijn huis bewaking tegen dieven: +de kleine man bouwt wachterhuisjes en zet er zijn kinderen op wacht, +hij gaat naar de rivier en bouwt dammen van bamboe-vlechtwerk en +keien, hij stuurt zijn zoon om de buffels te weiden, en gaat zelf +des nachts waken bij het huis van den apanagehouder. Soms komt de +apanagehouder met zijn vrouwen en zijn kinderen en zijn dienaren de +apanage bezoeken. De bekel ontruimt zijn huis voor hem en bedient +hem, hurkende, zelf. De apanagehouder blijft met zijn vrouwen, zijn +kinderen en zijn dienaren tot er niets meer in of om de dessa is, +dat de moeite van het blijven loont. + +Op den apanagehouder volgt de bekel, zijn pachter-rentmeester. Die +is vlak bij den kleinen man, en door die allernaaste nabijheid is +diens invloed op zijn leven het allergrootst. Al wat de apanagehouder +doet, dat doet ook de bekel; maar hij doet het nog veel erger. Zooals +immers de apanagehouder pacht opbrengt aan den vorst, zoo brengt de +bekel pacht op aan den apanagehouder. Daarom, als de vorst een pikol +rijst eischt of een gulden belasting of een dag arbeid, eischt de +apanagehouder twee pikols, twee gulden, twee dagen; en de bekel, +natuurlijk, drie pikols, drie guldens, drie dagen. En omdat de +bekel zelf in de dessa leeft en precies weet wat er in ieder huis +gebeurt, kan hij den dessaman "vinden" op honderd manieren, waarvan de +apanagehouder niet weet. En de kleine man brengt zijn rijst; betaalt +zijn koperen duiten, arbeidt op het veld van den bekel, in zijn stal, +op zijn erf, aan zijn waterleiding, aan zijn huis. De bekel is de +plaatsvervanger van den apanagehouder, die de plaatsvervanger is van +den Sultan, die alle macht en recht over alle dingen en menschen bezit: +hoe zou een gering mensch anders kunnen dan hem in alles gehoorzamen! + +Nu komt voor den apanagehouder een Hollander in de plaats, een +suikerplanter: Kromo verneemt het op een goeden dag. Zijn dessa, zijn +velden en hijzelf zijn nu van den suikerplanter, zooals ze vroeger +waren van een Javaanschen ambtenaar, hoveling, zoon, dochter of +afstammeling tot in het vierde geslacht van den Sultan. De macht-hebber +is een andere, de macht is dezelfde over hem. Het is waar dat de +macht-hebber hem met die macht tot andere dingen dwingt: niet meer +tot rijstplanten, aanbrengen van levensmiddelen en bouwmaterialen, +dragen van lasten, maar tot het bouwen van suikerriet en het werken +aan wegen en bruggen. Het is ook waar, dat hij van den Hollander eenig +geld verdienen kan, wat hij nooit verdiende van den Javaan, voor +werk trouwens dat zwaarder is dan het werken voor den Javaan. Maar +wat ook anders is geworden, dit éene is gebleven: de dwang. En dien +dwang te verdragen van een Hollander valt Kromo nòg zwaarder dan hem +te verdragen van een Javaan. Als hij zich veilig weet, uit hij zijn +geringschatting voor zijn nieuwen eigenaar door hem te vergelijken +bij een ondergeschikte van den vroegeren, den apanagehouder: hij +noemt den planter "een blanken bekel." + +De bruine bekel overigens is gebleven. Hij die vroeger oogst deed +opbrengen, doet nu arbeid opbrengen: dat is het eenige verschil, +voor Kromo géen, in zoover het zijn afhankelijkheid van den bekel +betreft. Soms is die er zelfs nog erger op geworden: want voor +den arbeid volgens Westersche werkwijzen is toezicht noodig, welk +toezicht wordt uitgeoefend door een "mandoer." En dikwijls is de bekel +tevens die mandoer--de Hollandsche ondernemer heeft voor zijn nieuwe +doeleinden de oude organisatie gebruikt. De bekelmandoer heeft Kromo +nu niet alleen bij de resultaten van zijn werk, maar ook bij zijn werk +zelf in zijn macht. Wordt een gewone dessaman tot mandoer gemaakt, +dan is almee voor hem de winst niet groot. De dessaman-mandoer maakt +van zijn nieuwe plichten vliegensvlug nieuwe rechten: als hij zorgen +moet voor het werk van den planter, zal hij tegelijkertijd zorgen voor +zichzelf. Daarmee volgt hij de eeuwenheugende traditie, daarmee volgt +hij het voorbeeld van den Sultan en den apanagehouder en den bekel: +hij neemt zijn plaats in, in de rij van verdrukkers en verdrukten, +die, als de symbolische dieren der Oostersche kunst de een op den +rug van den ander staan. En met nog een machthebber meér bovenop hem, +hurkt Kromo als onderste op den grond. + +Daar zit hij. + + + +In het beeldhouw-werk, dat het geweldige Baraboedhoer-monument versiert +en die overschoone tempels van Mendoet, Kalassan Prambanan en zooveel +anders nog als er over is gebleven uit het tempelbouwende verleden van +Java, is een der altijd weer terugkeerende voorstellingen, de houding +van diepe nederigheid en zelfvergetende toewijding, aangenomen door +elken mindere tegenover zijn meerdere, door een dienaar tegenover +zijn heer, door een zoon tegenover zijn vader, door een krijgsman +tegenover zijn vorst. + +In de wajang-vertooningen der aloude drama's, zooals die tot op +dit oogenblik toe gehouden worden--onlangs werd de bruiloft der zes +Sultansdochters er door opgeluisterd--zijn altijd weer terugkeerende +uitdrukkingen, de formules van nederig verlof vragen van een mindere +aan zijn meerdere,--verlof om voor hem te verschijnen, om te spreken, +om heen te gaan, ten einde zijn bevelen uit te voeren. + +Het duizendjarig beeldhouw-werk, het duizendjarig drama aanschouwend +met die ontroering, die uitgaat van dingen, verdwenen en vergeten +uit de stoffelijke werkelijkheid, doch onvergankelijk levend door de +kunst, verwondert de Westerling zich over de zinnebeeldende kracht +der Oostersche kunst en haar idealiseerend vermogen: tot welk een +hoogte heeft zij alledaagsche dingen opgevoerd! Welk een gedachtevorm +gevonden voor het vormloos-stoffelijke! + +Laat diezelfde Westerling er nu getuige van zijn hoe een Djokjasche +koeli,--een lastdrager, een karrevoerder, een bemodderde werker in +het suikerriet-veld--den administrateur tegemoet komt, die hem tot +zich roept, of, vooral, den Javaanschen ambtenaar op reis door de +streek, den wedana, den Regent: dan zal hij, verbaasd, zien hoe wat +hij voor den stijl der hooge kunst had gehouden, de stijl is van het +dagelijksch leven: de koeli houdt zich in de houding, hij spreekt in +de taal van de tempelreliefs en de wajang-vertooningen. Die aloude +voorstellingen gaven, zeer weinig veranderd slechts, de werkelijkheid +van dien tijd weder. En een ter hoofdzaak gelijke werkelijkheid geeft +het ceremonieel weder dat de hedendaagsche koelie in acht neemt wanneer +hij hoog-Javaansch spreekt en "sembah" verricht tegen een machtiger +dan hij. Zoo drukt hij zijn diep besef uit van de macht van dien +andere, en van zijn eigen afhankelijkheid. Niet alleen zijn lichaam +vernedert zich in die neergedoken ineengebogen houding; neen! in de +hof-taal die hij spreekt vernedert zich zijn gedachte-zelf. Daar is +in hem niets meer dat overeind staat. + +Laat iemand hem nu zeggen dat hij "rechten" heeft; hoe zal hem dat +aandoen? Hoe zal het een lamme aandoen, wanneer men hem wijst naar +de hooge bergen? + +De kleine man heeft rechten, en meér rechten op Hollandsche +ondernemingen dan op Javaansche apanages. Maar hij laat die niet +gelden. Hoe zou hij? + +Er zijn landhuurders geweest die van die gelaten onderwerping aan het +onrecht, die geestelijke zwakte van den kleinen man, een afschuwelijk +misbruik maakten. Eén wordt er genoemd die door onmenschelijke +dwingelandij en afpersing het ongelukkige volk op zijn land zoover +heeft gebracht, dat de geheele bevolking van twee dorpen emigreerde, +velden en huizen, het weinige, alles wat zij in de wereld bezat, er aan +gevend om maar aan hem te ontkomen. Hij liet de vruchtboomen omkappen +en de huisjes verbranden en plantte nog meér tabak dan waarvoor hij +anders plaats had gehad. Zoo volslagen verstoken van menschelijk gevoel +niet alleen, maar van alle schaamte en begrip van recht was deze man, +dien de andere landhuurders hadden uitgestooten uit hun vereeniging, +dat hij hulp van de regeering eischte om zijn onwettige praktijken +tegenover de eindelijk zich verwerende bevolking door te zetten. + +Er is een eind gemaakt aan het schandaal. En uit het vele kwaad is +dit goede voortgekomen, dat de Resident, van zijn bevoegdheid gebruik +makende, voor landbouw-ondernemingen in Djokja nadere bepalingen +vaststelde, die het landhuur-reglement aanvulden en verbeterden +ten gunste van de inlandsche bevolking. Dat was in 1906. De nieuwe +bepalingen worden, naar ik hoor, over het algemeen vrijwel in acht +genomen, en op vele fabrieken zelfs zeer stipt. Van eene weet ik door +eigen waarneming, dat de beheerder niet alleen nauwgezet zich aan +zijn exploitatie-regeling houdt, maar op werkelijk humane wijze de +bevolking op zijn landen te hulp komt in haar behoeften. Hij laat hen +den tijd om hun velden naar den eisch te bewerken; hij laat hen vrij +cultuurdiensten te verrichten in de uren die hen het best schikken, in +verband met den arbeid op hun eigen grond; van het recht op éen dag van +de vijf heerendienst (inplaats van éen dag op de zeven) hem toekomende +in ruil voor de velerlei feodale lasten, waarvan de onderneming het +volk heeft losgekocht, maakt hij géen gebruik; vroeger-onbetaalde +arbeid (als bijvoorbeeld het inhalen van den oogst) die verzacht is +geworden tot betaalden, hoewel verplichten arbeid, wordt gaandeweg +tot geheel-vrijen arbeid gemaakt; bij slechten oogst krijgt het volk +hulp; er is een school gebouwd op de onderneming. Zooals deze eene +zijn er méer. Ook brengt, afgezien zelfs van den goeden wil van een +administrateur en een directie, de landverhuur aan Hollanders der +bevolking voordeel aan. In het systeem van wisselbouw profiteeren +hun velden van de diepe bewerking en de bemesting, het vorig jaar +daarop aangebracht voor de teelt van het suikerriet: als streepen van +donkerder groen liggen op het lichte groen der rijst de vorig-jaarsche +plantgeulen van den goed-verzorgden riet-tuin geteekend. Evenzeer komen +hun de waterleidingen, de dammen en de sluizen ten goede, die zij in +dienst van den planter hebben gebouwd. Zij leeren betere werkwijzen van +hem, als blijkt uit den inlandschen tabak-bouw. De vele dessa-lieden, +die geen recht op de velden hebben--(van het gezin erft de oudste zoon +alleen dit recht)--krijgen gelegenheid tot geldverdienen in vrijen +arbeid op het veld, bij het oogst-transport en vooral in de fabriek. + +Maar niettemin, niettegenstaande zulke algemeene voordeelen als +de Westersche exploitatie op zichzelf en zulke bijzondere als het +rechtvaardigheidsgevoel van een goeden beheerder aan het volk van +Djokja aanbrengen, blijft het er slecht aan toe. Die voordeelen +maken de nadeelen niet goed. De hoeveelheid loon die zij derven door +gedwongen arbeid is te groot. Het stuk land is te groot dat zij +moeten laten aan den ondernemer. En boven alle mate veel te groot +is de macht van den man die tusschen hen en den ondernemer in staat, +de macht van den bekel. + +De bekel is de verpersoonlijking van het verderfelijke oude systeem, +dat sterker is dan welke goede wil ook. Zijn ambt is erfelijk, een +lange traditie verleent hem prestige tegenover het dessa-volk. De +landhuurder, die hem kent als een verdrukker van het volk, kan +hem niet ontslaan. Daarvoor is een vonnis van de rechtbank noodig, +na behoorlijk onderzoek. Maar hoe bewijzen van schuld te krijgen, +als de verdrukten tegen den verdrukker niet willen getuigen? De +bekel-mandoer houdt den koelies een gedeelte af van hun loon: hij +laat hen om niet, werken op zijn ambtsveld; hij ziet vruchten op hun +erf, kippen en duiven in de kooi, een geit in den stal, en beveelt +den koelie hem die te brengen: heeft de koelie bij zeldzaam toeval, +geld, dan "leent" hij het; heeft de koelie een knappe dochter dan +neemt hij haar tot bijvrouw, maakt den schoonvader in alles gedwee +door de vrees van een verstooting, en verstoot haar toch, wanneer +er van het huisgezin niets meer te halen is. En de koelie verdraagt +dat alles en zwijgt. Het is de bekel, wiens vader en grootvader zijn +eigen vader en grootvader op dezelfde wijze geplaagd hebben. Eerst als +hij geen keus meer heeft dan tusschen totalen ondergang en verzet, +verzet hij zich, op de éénig voor hem mogelijke wijze, langs een +omweg. De bekel is verantwoordelijk voor het werk op de onderneming: +hij treft, hem in die verantwoordelijkheid. Hij verwaarloost de tuinen, +slecht, of slechts in schijn arbeidend; hij steekt het rijpe riet in +brand. De menschkundige of, om precies te spreken, de Djokjaneeskundige +administrateur, die in plaats van tegen onwilligen en brandstichters +tegen den bekel een onderzoek met de noodige omzichtigheid begint, +en, vóór alles, zorgt dat geen weerwraak hen die de waarheid zeggen +treffen kan, verneemt dàn eerst van toestanden, die hij van tevoren +zoo min had kunnen weten als verhelpen. + +De reorganisatie is op komst, die het monsterlijke vergroeisel van +feodalisme en moderne industrie vaneen scheidt, den inlander zijn +deel aan den grond hergeeft in den ouden vorm van gemeenschappelijk +grondbezit, den ondernemer tegen hooger loon ook beter, immers +niet-gedwongen, arbeid aanbiedt en door een geregeld belastingstelsel +en betalingen uit de Rijkskas de verandering voltooit, die een +eeuw geleden al begon, het omzetten van betaling in grond en +arbeid in betaling met geld. Iedereen zal daarbij gebaat zijn, +behalve de kleine-groote tiran, de bekel, die verdwijnen moet. En +zoo zouden zelfs op dit oogenblik de nu nog heerschende toestanden +eigenlijk geen andere beteekenis meer hebben dan een historische, +als het niet was om de uitwerking, die zij, een zoo lange reeks van +geslachten door, hebben gehad op den inlander, om zijn geestelijke +ellende, die niet tegelijk met de oorzaken, waaruit zij ontstond, +opgeheven kan worden. De kleine man mort tegen de verandering, die +toch om zijnentwille gebeurt. "De Kompenie wil den heer Sultan het +land afnemen en ons alles wat wij verdienen, voor belastingen." Dat +heeft de bekel hun gezegd; aan den bekel, hun onderdrukker, maar hun +Javaanschen, hun erfelijken, hun rechtmatigen onderdrukker, houden +zij zich tegenover den Hollander, zelfs wanneer die als helper komt. + +Het onrecht heeft te lang geduurd: de geesten zijn er naar gegroeid, +vergroeid. De gedachten zijn krom en klein geworden, de wil hangt +slap. Wie dat goed gezien heeft en begrepen, zal niet verbaasd staan, +noch teleurgesteld, als de reorganisatie aanvankelijk dit volk weinig +baat. Den zieke moet den tijd gelaten om weer gezond te worden en +het gebruik te winnen van zijn nieuwe krachten. Dan eerst zal voor +hem een nieuw leven kunnen beginnen. + + + + + +Djokjasche Landheeren + + +Er zijn er geen meer. Een reorganisatie, dieper gaande dan eenige +die het beleid van regeerders bedenken of bewerkstelligen kan, heeft +hen weg-georganiseerd: de hervorming van de suikerteelt na de groote +crisis. De omstandigheden zijn verdwenen en kunnen nooit wederkeeren, +waaronder, op andere wijze dan alle andere Indische ondernemers, de +Djokjasche landheeren van den ouden stempel groot geworden zijn. Zij +waren een afzonderlijk geslacht. + +Niet van suiker kweekten zij een grondige en omvattende kennis, maar +van menschen, van Djokjasche menschen, van den Sultan, den Kraton en +den land-houdenden adel, meest van al. De grond was onuitputtelijk +rijk: elken dag in den Oostmoesson scheen de zon, elken dag in +den Westmoesson regende de regen, wat kon het riet anders doen dan +groeien? Het water, dat langs den van noord naar zuid hellenden grond +stroomt met gelijkmatig verval, draaide hun rietmolen, geen concurrent +streefde hun opzij, laat staan voorbij, met lage prijzen; hoe konden +ze anders dan grof geld verdienen? Maar die het in zijn hand had of +zon, regen, water, grond, voor hen veranderden in goud, dat was de +Sultan, en met hem zijn ontelbare familie en de adel. Die moesten zij +te vriend krijgen en hebben en houden, als zij landheeren wilden zijn. + +De taak was geen lichte; en zwaarder dan voor anderen moet zij +voor hen zijn geweest, die, men kan wel zeggen zonder uitzondering, +voortkwamen uit een omgeving aan alle hoofschheid vreemd. + +Het was niet de bloem der natie, die in hun tijd naar "den Oost" +ging. Van de gouverneurs-generaal zelfs der pas ontbonden Oost-Indische +Compagnie waren er vele, die niet eens tot den eenigermate beschaafden +stand behoorden. Wij weten van een soldaat, een sergeant, een matroos, +een kajuitsjongen die Landvoogd werden, van raadsleden naar de kolonie +gekomen uit het weeshuis, als gesjeesd student, als kwakzalver. [4] +De aanstaande Djokjasche landheeren, erfgenamen in een zekeren zin +van de Compagnie, wier val hun opkomst immers pas mogelijk maakte, +waren huns gelijken en kornuiten. En er zullen er wel ettelijke onder +geweest zijn van het slag wien de Compagnie den recommandatiebrief +placht mee te geven, met de drie H's, die niet beteekenden "Helpt Hem +Haastig," maar "Houdt Hem Hier." Dat alles was weerbarstig hout om +er hovelingen uit te snijden, al hoefden het dan ook maar hovelingen +op zijn Javaansch te zijn. + +Maar het geluk diende hen. Zij kwamen op het tijdstip dat het +Oostersch-feodale stelsel juist genoeg vervallen was om weerloos te +zijn tegen het indringen van een nieuw krachtig element, maar nog +sterk genoeg om tegen al wat minder sterk was zich te weren. Er was +een bres gevallen in den kraton-muur; wie er dóor kon zat daar binnen +veilig en op zijn gemak. De bres was ongeveer een halve eeuw geleden +uitgebroken, in 1755, toen de Compagnie, krachtens voor enkele jaren +verkregen rechten het oude keizerrijk van Mataram deelde in Soerakarta +en Djokjakarta. De Djokjasche Sultan die (als tot op dezen dag toe) het +prestige miste dat, in de oogen der Vorstenlandsche Javanen, den uit +de oudere lijn stammenden Soesoehoenan van Solo omgeeft, wilde althans +een hofstaat hebben aan dien van zijn Soloschen bloedverwant gelijk; +en een even groot aantal ambtenaren, als vroeger in het onverdeelde +Mataram met landbezit bij wijze van salaris was beloond, moest nu van +de helft van die oppervlakte zijn deel krijgen. Wanhopige pogingen +tot oplossing van de onoplosbare moeilijkheden hadden voor eenig +resultaat, de ontevredenheid der apanagehouders. Het werd nog erger +toen Raffles kwam, en het zoozeer besnoeide gebied van den Sultan +(dat alweer het gebied der apanagehouders was) nog verder besnoeide, +zóo ver, dat hij in het leven sneed. + +Onder het eene voorwendsel of het andere of zonder eenig voorwendsel +hoegenaamd, nam Raffles den Sultan land af: de Kedoe en de +Patjitanstreek, waar de beste apanages lagen; gronden voor den +onafhankelijken> Prins dien hij (het voorbeeld van Daendels in Solo +volgend) instelde, den Pakoe-Alam; gronden voor den Chinees van wien +hij een Javaansch edelman maakte; gronden voor den onafhankelijken +Prins van Solo, tot loon voor zijn diensten aan Raffles bewezen in +den oorlog tegen Djokja. + +De Sultans zagen zich te redden zoo goed en kwaad als het kon. Het +was meestal kwaad. Zij waren, in de laatste jaren van de 18de eeuw al, +begonnen aan hun familie-leden met geld goed te maken, wat zij hun aan +land moesten te kort doen; zij zetten het systeem voort ten opzichte +van de andere groote leenmannen. [5] Dat had zijn grenzen echter, om +begrijpelijke redenen nog al nauwe grenzen. Toen maakten de Sultans van +weinig veel op dezelfde manier als de Westersche vorsten het hebben +gedaan, ten tijde dat in Europa de vervanging van het feodale door +het burgerlijke stelsel begon: zooals de Westersche koningen de munt +vervalschten, vervalschten de Oostersche het land: voor het gehalte, +de maat. De oude Sultan Sépoeh, onder wien de eerste huurders in 't +land kwamen, was daarin een virtuoos. Hij kon zóó knap meten dat een +land, dat de eerste maal van opmeten tien bouw groot had geheeten, +bij den tweeden keer vijftien bouw groot bleek, en bij een derden +misschien wel twintig, en wie weet hoe groot het ten slotte werd, +als de Sultan maar vaak genoeg liet opmeten. De ambtenaren en de +sultansafstammelingen werden volgens hun rang bedacht met al die +"nieuwe landen van den Sultan." Maar alweer moest er geld bij om +dat luchtige grondbezit toch éenig gewicht te geven, al maar meer +van het verwenschte geld dat er niet was en nog erger "niet-was" +dan ooit, sedert Raffles de schatten uit den veroverden kraton had +weggehaald. Daar kregen de nieuwkomelingen hun kans! Zij zelven hadden +ook wel geen geld, maar zij konden het maken: met suikerriet-bouw. De +Engelsche en Amerikaansche koopers boden immers tegen elkander op +voor het kostelijke product. De suikerrietstengel bleek de tooverstaf +die grond in goud veranderde. Inplaats van aan zijn priaji's gaf de +Sultan zijn apanagegronden aan de Hollandsche ondernemers. + +Daar waren de landhuurders aan boord van het schip dat hen naar +de Goudkust varen zou; maar zij moesten zeemanschap gebruiken, +daar waren gevaarlijke klippen te ontzeilen. De vijandschap van de +vroegere apanagehouders eerst, die zelfs tegen redelijke vergoeding +in geld zich verzetten omdat, als zijzelven wel merkten, het geld +hun door de vingers liep, terwijl de levering in naturaliën nergens +anders heen kon dan naar hun maag. En daarnaast de vijandschap van +Hollandsche koloniebestuurders, die den staat de rol toewenschten, +vroeger vervuld door de Compagnie, die van groothandelaar, en +den universeel-erfgenaam van haar belangen bedreigd vonden door de +Djokjasche mindere legatarissen. De landheeren schenen tot schipbreuk +gedoemd en ondergang, toen de voorstanders van het vernieuwd-oude het +verbod teweeg brachten van landverhuur aan Europeanen. Maar de nood +van den Kraton werd hun uitkomst. Want het Sultanaat kon de enorme +sommen niet opbrengen als schadeloosstelling voor het verbreken der +aangegane contracten gevorderd. Wat lang al gebrouwd had brak los: de +Java-oorlog, waarvoor de gekrenkte rechten van Dipa Negara aanleiding +waren en voorwendsel. En het stelsel kwam ten val, dat tot zulke +noodlottige uitkomsten had geleid. Het verbod van landverhuur werd +door de opvolgers van den verbieder te niet gedaan. En na beëindiging +van den Java-oorlog begon een nieuwe, voorspoedige periode voor de +landhuurders. Dat was wel hun glorietijd. Toen werden de grondslagen +gelegd voor die reusachtige, rijkdomgebouwen, die hoe vervallen, +afgebroken, verminderd dan ook, tot op den dag van vandaag toe voor +zoovele hunner afstammelingen de prachtige levensherberg zijn. De +Javaansche adel kon hun niet langer schaden. De Nederlandsche regeering +liet hen met rust, van cultuur-stelsel en verbod van ontginning van +woeste gronden verschoond, die in de gouvernementslanden den lust +tot ondernemen stuitten. De Sultan was hun vriend. Voor de vullers +van zijn schatkist, voor de bestrijders van zijn vijanden, wat zou +voor die te goed wezen? Hij gaf hun voorrechten, arbeiders, land, +voor weinig pacht soms, in een enkel geval om niet; hij gaf hun +prachtige geschenken in huizen, goud, edelgesteenten; soms gaf hij +hun een dochter of kleindochter tot vrouw. De landheeren waren in het +pronkvertrek en in de schatkamer geïnstalleerd van den ouden feodalen +burcht, door de bres waarvan hun aanvoerders van 1800 zich heen hadden +gewrongen. Zij zijn er een goede halve eeuw in gebleven. Het verblijf +heeft vele en wonderlijke dingen gedaan aan hun uiterlijken, zoowel +als aan hun innerlijken mensch. Wie op den huidigen dag door Djokja +gaat, door stad en ommelanden, zal van die dingen de laatste sporen +nog gewaar worden aan hun achterkleinkinderen. + + + +Wat de Djokjasche Indo-families, afstammelingen van de oude landheeren, +onderscheidt van alle andere, is, spelend in haast ontelbare +schakeeringen, de vermenging van het Javaansch-aristocratische met +het Westersch-democratische element. + +In hun uiterlijk komt dat te voorschijn in de gelige tint der huid, +veel lichter dan zij elders bij Indo's is, en in den snit van het +gezicht, dat smal is, en in kaak en kin wat zwak, maar nooit grof +gevormd; terwijl bij alle rankheid de lichaamsbouw krachtig is en de +bewegingen vlug. + +In het innerlijk toont zich de vermenging in ondernemingslust +en doorzettingsvermogen, waartegenover de spilzucht staan en de +achteloosheid in geldzaken van in erfelijken rijkdom opgegroeide +aanzienlijken, voor wie zulke geringschatting van wat voor de groote +meerderheid het levensbelang is, een teeken is van superioriteit; +en vooral in een vormelijkheid en een zekere verfijning die uit +het Oostersche principe voortkomt, en in een aan het dichterlijke +verwanten aanleg, die op zijn alleronverwachtst schuil kan gaan voor +Westersche nuchterheden, en een enkele maal ook wel voor Westersche +ruwheid, hoewel dat toch maar zelden. Westersch in het algemeen, +niet in het bijzonder Hollandsch: er is hier veel vreemd bloed. + +Fransch bijvoorbeeld. De stichter van een der oudste en machtigste +landheerenfamilies in de Vorstenlanden was een Franschman, een kok uit +de Napoleontische legers, die in zijn pollepel een maarschalksstaf +bleek te bezitten. Hij kwam langs de hemel weet welke wonderlijke +wegen naar Java en aan het hof van den opvolger van dien Sultan Sepoeh, +die zulk een opmerkelijk talent had voor het uitbreiden van land door +meting. Het was een man van echt-franschen geest, voortvarend, moedig, +en verliefd op het buitengewone, dat de verbeelding aanvuurt; maar +tegelijk van het puur-avontuurlijke en romantische teruggehouden door +een precies begrip van de waarde van geld. Hij begon met den Sultan +lekkere schotels voor te zetten, en won zijn waardeering als kok. De +weg door de maag naar het hart was een korte bij den vorstelijken +lekkerbek. De knappe kok werd kameraad en bleek als beraden in--altijd +benarde en hopeloos verwarde--geldelijke zaken zijn gewicht in goud +waard. De Sultan gaf hem goud, in den vorm van land, en, om hem te meer +aan zich te binden, een van zijn dochters (hij was er vrijgevig mee en +kòn het zijn). De Franschman veranderde zijn voor een Javaansche tong +niet uit te spreken naam, en schikte zich ook verder naar Javaanschen +landaard. Als gemaal van een Sultansdochter leefde hij Sultan-lijk +op zijn met breede roeden gemeten landen. Hij bouwde er een huis dat +eer een kraton genoemd mocht, een labyrinth van gebouwen met een muur +van ettelijke voeten dik en zware poorten er om heen. Hij richtte +een eigen legercorps op, dat hij,--dacht hij nog aan den Grooten +Keizer?--zijn "legioen" noemde. Hij had zijn eigen muziekkorps, zijn +eigen menagerie, zijn eigen stoet jagers. En hij had ook een kris en +een speer, die als de wapenen der legendarische helden van het Westen, +als Durandal en Excalibur, een eigen naam hadden. Met die kris en +die speer trok hij, aan het hoofd van zijn legioen op tegen Dipa +Negara's benden in 1825. En de dikke muur van zijn kraton weerstond +alle aanvallen. Toen hij met zijn sultansdochter de zilveren bruiloft +vierde was niet enkel het geheele hof met alle edelen en ambtenaren +bij hem te gast en niet enkel de andere landhuurders, allemaal met +vrouwen, kinderen en dienstboden, maar de geheele bevolking van de +streek, voor wie hij een goed en rechtvaardig meester was. + +Een landgenoot van hem kwam in de jaren 50, ook een soldaat, en ook uit +een "Napoleontisch" leger: uit dat van den derden Napoleon, dat in de +Krim had gevochten. Wie weet, had hij niet voor Sebastopol gestaan?, +den aanval gezien van "The Light Brigade" en gehoord hoe er gezegd +werd: "C'est magnifique mais ce n'est pas la guerre!" Er bleef iets +als een atmosfeer van avontuur en gevaar om hem zweven, zelfs hier +in Djokja. Hij kwam een samenzwering op het spoor in den kraton. Een +van de bijvrouwen van den Sultan, een eerzuchtige, geestkrachtige, +onversaagde vrouw, zooals er tusschenbeide, verwonderlijk, opstaan +uit den allen geest en moed verstikkenden druk van het kratonleven, +was de ziel ervan. Haar bewoog het eenige wat zelfs onder zulken druk +niet te verpletteren is: de moederliefde. Zij wilde haar zoon tot +troonopvolger doen verklaren, in plaats van den zoon der Sultane. In +het geheim had zij reeds een aanzienlijken aanhang. Haar toeleg werd +ontdekt en zij vluchtte, niet om zich met haar zoontje te bergen, +maar integendeel, om van een veilige plaats uit den strijd openlijk te +beginnen. De Fransche dragonder zette haar en haar gewapend geleide +in den nacht na, joeg de mannen op de vlucht, en bracht haar met het +kind terug in den kraton. De regeering, wie de schrik van 25 nog niet +uit het geheugen was gegaan, beval hem aan in de gunst van den Koning, +die den dragonder tweeden luitenant maakte. Toen hij, altijd nog in +Djokja, het vijftigjarige jubileum van zijn officierschap vierde, +werd de grijze tweede luitenant bevorderd tot kapitein. + +De Hollanders, ook de soldaten onder hen, lieten zich veel minder aan +de glorie der wapenen gelegen liggen. Zij waren--ten minste de besten +onder hen waren--in hun hart kooplui; kooplui dan van het heroïsche +slag dat in Holland bloeide in de zeventiende eeuw, en waarvan onder +de aanzienlijke geldmannen van hun eigen tijd, renteniers als zij geen +speculanten waren, al lang de laatste eigenschappen waren verloren +gegaan. Met gerechtvaardigden trots spreken hun afstammelingen heden +van hen. Van dezen, die ontwikkelingen voorzag, toen zelfs nog niet in +beginsel aanwezig, en aan zijn land telkens nieuwe stukken aanvoegde, +zoodat het als met scherpe wiggen drong in nog onbezet gebied, +overal waar water overvloedig was. Van genen die op zijn landen +om de vijf paal een post had waar acht paarden gestald stonden, +met het aanlichten van den dag uitreed, zijn velden langs, en niet +terug kwam voor het donkerde. Hij wist alles wat overal gebeurde, +hij was alomtegenwoordig. Vermoeidheid kende hij niet, het woord +"gemak" had geen zin voor hem. Van een derde, geplaagd met een zwak +gestel, dat de kilte van de Djokjasche nachten slecht verdroeg: maar +die rheumatieklijder als hij was, er op uit ging, elken dag om de +ontginningen te inspecteeren, die hij overal in de streek had liggen. + +Dat is het Westersche element, dat niet ten onder te brengen was door +welke verslappende invloeden ook. Maar niettemin liet het Oostersche +zich ook gelden: in hen, wel is waar, niet zoo sterk als in hun +kinderen. Bijna allen werden zij hartstochtelijke dobbelaars in den +omgang met de kratonbewoners, voor wie dobbelen de eenige uitkomst is +uit de doodschheid van hun leege dagen. Zij dronken zwaar ook. En zoo +niet zij zelf, dan hun kinderen, verkwistten ontzaggelijke rijkdommen +op geheel Oostersche manier, dat wil zeggen, zonder eenigen smaak of +zin, in pure, baldadige, roekeloosheid. + +Van dit alles dragen hun huidige afstammelingen het kenmerk. + +Niet in gelijke mate. Als in de industrie, waaruit hun macht en +beteekenis is voortgekomen, is ook in die kleine wereld-op-zich-zelf, +die de oud-Djokjasche families vormen, een element te onderscheiden dat +ten onder gaat, en een ander dat zich snel vervormt, zich aanpassend +aan nieuwe omstandigheden: terwijl bovendien, tusschen de twee in, +een derde staat, onveranderlijk, in zijn hoedanigheid, maar slinkend +bij den dag. + +Dit element is een kleine, en al kleiner wordende groep, dat de oude +kenmerken duidelijk vertoont. Bij de andere twee zijn ze verbasterd. + +Daar is, aan den eenen kant, de groote meerderheid die gaandeweg +terugzinkt in het Inlander-element. Het is alleen nog maar het bezit +van wat meer of minder fortuin dat, een onzekere afsluiting, hen +daarvan scheidt. Of zij zelven in steenen huizen wonen, "Europeesch" +huisraad gebruiken en--bij gelegenheid--in Europeesche dracht voor +den dag komen, hun naaste familie woont in den kampong, en zij zelven +voelen zich daar thuis. + +Aan den anderen kant staat een groep, weinig in getal maar door +karaktereigenschappen de sterkste, die binnen afzienbaren tijd geheel +Hollander zal zijn geworden. De mannen die "in het landelijke" zijn +hebben een technische opvoeding ontvangen in Holland. En--ontwikkeling +van de allerlaatste jaren--onder de meisjes zijn er die zich +zelfstandig willen maken door een beroep, soms een waarvoor studie +aan de universiteit noodig is. + +Over blijven, als erfgenamen van den ouden tijd, eenige weinige, +oudere menschen, tijdgenooten, velen van hen, van den ouden Sultan, +en zijn goede vrienden en bloedverwanten, die hij aanspreekt met +"broeder" als zij onder elkander zijn, en die de jonge pangeran's +en raden ajoe's "Oom" noemen. Zij zijn de bewaarders van al wat in +Djokja het verleden is: de hoofsche etiquette, de geschiedenis van +het Sultanaat en die van het oude landheerendom, die immers een eeuw +lang dezelfde geschiedenis geweest zijn; van de opvattingen en zeden +van vroeger. Veel merkwaardigs, veel moois ook is daaronder. En al +te gader heeft het de aandoenlijke bekoring van wat uniek geweest is, +en wat spoedig voor altijd verdwenen zal zijn. + + + + + +Madjawarna + + +Langs een smal en steenachtig pad, dat soms opeens steil steeg en weer +zachtaan ging rijzen dan, en waar overal veel schaduw omheen was met +een glimpje van bloemen telkens en het lichte geluid van kabbelend +water, klommen wij de heuvels in boven Madjawarna. De zendeling van +den post, wiens gast ik voor eenige dagen was, wilde mij aan een +ontginning op de kruin van den heuvel toonen hoe Madjawarna, als zoo +menig ander Christenen-dorp, was ontstaan uit de nederzetting van +een enkel gezin midden in de wildernis. + +Het pad, door naakte voeten in gras en kruid gesleten, liep door +het opene eerst, door struikgewas en boomopslag, dan door een hoog +en donker djati-woud, dat den grond bestrooide met zijn reusachtige +bladeren, bultig-bol als gedreven bronzen kommen. Alles was er bruin: +bruin van naakten grond, bruin van verdorrend gebladerte, bruin +van gladde, rechte zuilen van stammen, waar geen loover van afhing, +waar geen struweel tusschen opschoot. Heel in de hoogte pas gloorde +het groen der geweldige kruinen tegen de lucht, schuins doorstraald +van namiddagzon; daar kwam veel helder vogelgefluit uit, allerlei +fijne schelle tonen, boven het diepe gekoer van woudduiven uit en de +lach-roep telkens van den gelen wielewaal. Het was een andere wereld, +daar in de hoogte en waar wij gingen in den halfdonker. + +Eén enkelen keer kwamen wij een mensch tegen, het was een mager, +armelijk gekleed, oud vrouwtje, met slierten wit haar langs het +ingevallen gezicht, die een hitje, even afgejakkerd en oud als +zijzelve, en bepakt met twee, van weerszij hem tegen de ribben +schokkende, manden vol gras, voor zich uit de helling afdreef. Wij +vonden het spoor van een ander mensch, die kort geleden hier gegaan +was, den geleider van een houttransport: de zware stam, aan een ketting +door buffels gesleept, had een glimmende streep getrokken over het +pad. Anders was van menschelijke nabijheid niets te merken. Op plekken +was het djati-woud minder dicht en gaf ruimte aan ander geboomte, +breeder en ijler van groei, waar met groote schijnsels en glanzen het +licht door heen viel; de boschrand ging open tegen de lucht, en de +wijde vlakte van Djombang gloorde op uit de diepte, fonkelgroen van +zonnig rijstveld. Dat verdween weer en dan was het woud nog donkerder +en nog eenzamer dan te voren. + +De weg ging een steil ravijn door, en weer tegen een helling op. Toen +werd het licht. Rondom lagen de groote stammen geveld. En midden in +de open plek op de kruin van den heuvel verscheen het huisje van den +ontginner, van bamboe gevlochten, bleek en glimmig nog van nieuwheid. + +Het was zoo laag dat wij bukken moesten om binnen te komen, en +schemerdonker als het bosch zelf: zóo rook het er ook: een reuk van +grond, dorre bladers en hout. Het huisgezin zat op een matje tegenover +ons, wien zij stoelen hadden aangeboden. De kinderen, een kloek met +kuikens, een jong geitje en een magere, spitsneuzige hond zochten +elk zijn plaats op de mat en tusschen de stoelen. De man vertelde, +met zijn zachte gedempte stem. + +Het was te merken dat hij op de komst van den zendeling had gewacht +om in allerlei beslommeringen raad te krijgen. De vrouw zei een +woordje nu en dan. Zij zat met een kind aan de borst. Waakzaam zag +het verstandig-blikkende gezicht over het donzige koppetje van den +zuigeling heen. + +Die twee menschen hadden met hun eigen handen alles wat om en aan hen +was gemaakt: hun kleeren, hun huisje, hun velden. De maïskolven van +den vorigen oogst hingen, goudig glimmend door de schemering, aan +rijen onder het lage dak. En op het veld rijpten de nieuwe al. Zij +toonden ons, wel-voldaan, den weligen akker. Rondom was ruimte voor +nieuwe ontginning; in hun hart en handen was moed. Zij hoopten enkel +op buren en vriendschappelijke hulp. Maar die zou wel komen op dezen +vruchtbaren grond, die voor arbeid verzekerde welvaart geeft. + +Op den terugweg aan den rand van het al nachtelijk wordend woud +zag ik nog eens om naar het gelig-schemerende huisje, dat de kiem +was van een gehucht, wie weet hoe spoedig misschien een dorp van +gezeten boeren, eigenaars van den grond. Uit juist zulk een kiem, +zulk een gezin-in-een-huisje, begon, een goede vijftig jaar geleden, +Madjawarna zich te ontwikkelen. Midden in het wilde woud, dat de +vlakte toen bedekte, kapte een Christen-inlander, die zich onder zijn +Mohamedaansche dorpsgenooten niet langer op zijn plaats had gevoeld, +een plek open, waar hij een huisje kon zetten en wat voedsel bouwen +voor zich en zijn gezin. Een broeder kwam met het zijne om hem te +helpen. De ontginning werd een gehuchtje van eenige gezinnen; al +spoedig een dorp; het oude recht dat den ontginner tot eigenaar maakt +van den grond, beschermde de christen-gemeente toen ook Mohamedanen +zich daar kwamen neerzetten. + +Het is nu een dorp van meer dan vijfduizend zielen. Aan het voorkomen +en de kleedij van de menschen, hun huizen en erven, de breede +wel-onderhouden wegen is het te zien dat het dagelijksch leven er +zijn eisch heeft en nog een begin van overvloed ook. De dorpsvelden +zijn goed verzorgd. Er staat vee in de stallen, roodbruine runderen en +ruige grauwe buffels die den ploeg trekken door den drassigen akker, +een enkele heeft een paardje. Op de markt, naast de brug, waar de +rivier met een frisch gebruis onder door schiet, ligt de kostelijke +rijst op hoopen en heuveltjes tusschen kramen vol waar. + +Het huis van den zendeling staat midden in het dorp, tusschen +de inlander-huizen in. Men heeft er maar korten tijd te zijn om +te bemerken dat het een soort kantongerecht, notaris-kantoor, +consultatie-bureau en huishoudschool is in de oogen van de +dorpelingen. Een bescheiden kuchje, een "Ik vraag verlof," meer +gefluisterd dan gesproken, dat is alweer een vrager om raad of hulp, +die, onhoorbaar het erf opgekomen, neerhurkt ter zij van de kleine +voorgalerij. Uit de gesprekken van een enkelen na-middag zou men +vrijwel het beeld van de samenleving in het dorp kunnen construeeren. + +Wongso komt de hulp van den "pandita" vragen in een moeilijk geval. Hij +heeft zijn huis--zijn mooi huis, met een pas nieuw dak!--verhuurd +aan een mantri van den waterstaat, omdat hij zulk een grooten meneer +'t niet dorst weigeren. Maar de mantri staat bekend voor een kwaden +betaler. Als nu de pandita maar wilde.... Met de eene "sembah" na +de andere ontvouwt Wongso een plan, zooals een duizend jaar geleden +menige kleine landbezitter in Duitschland, Frankrijk, Holland, +Engeland het den abt van een machtig klooster voorgelegd heeft, als +zijn ridderlijke nabuur hem wat al te zwaar benauwde: hij wil zijn +huis aan den pandita overdragen, en de pandita zal de huur opeischen +van den boozen mantri. Gelukkiger in dit opzicht dan de Westersche +grondbezitter, die zijn eigenerfde akkers tot leengoed maakte om ze +niet heel en al te verliezen, weet Wongso dat hij het maar voor het +vragen heeft om zijn huis terug te krijgen van den pandita. + +Jachman heeft zich muizenissen in het hoofd gehaald over de zekerheid +of onzekerheid van zijn erfelijk-individueel bezit aan sawah, +dat immers nooit goed te bewijzen is. Hij verzoekt dat de pandita +registratie als agrarisch eigendom voor hem zal aanvragen bij den +Landraad. Pas als hij den "brief" van den Landraad in handen heeft +"zal zijn hart koel zijn." Nu, namelijk, "brandt het." + +Sidin--het is de rijkaard van het dorp--komt de geboorte aangeven +van een kind en legt een rolletje guldens, blinkend van tusschen +riem en sarong te voorschijn gehaald, op de tafel van den pandita, +met het verzoek dat de pandita een boekje van de spaarbank late halen +en er in opschrijve, dat Sidin deze guldens aan de postspaarbank te +bewaren geeft voor zijn kind. + +Sarkam en Djembar zijn na een woedenden twist, dien zij liefst +met het mes beslecht hadden, door de buren overreed den pandita tot +scheidsrechter te vragen in hun zaak. Daar zitten zij, met fonkelende +oogen, links en rechts van de kamermat. + +Niti's huis is afgebrand. Hij komt met getuigen, die verklaren dat de +brand op het dak begonnen is: brandstichting dus. Hij zal niet zeggen +dat hij zijn medeminnaar verdenkt, die gehoopt heeft op die wijze +zijn huwelijk te verhinderen, voor het sluiten waarvan de pandita +immers het bezit van een eigen huis eischt. Maar het is hem duidelijk +genoeg aan te zien dat hij van des pandita's alwetendheid uitredding +verwacht, ook zonder, mogelijk compromittante, medewerking zijnerzijds. + +En inmiddels staan Mbôq-Ari, Mbôq-Sarinten, Sima en Sarkina te +wachten op de zendelingsvrouw om hulp bij het maken van kleeren, +het geven van medicijn aan een ziek kind, en het overreden van een +dochter die anders wil dan vader en moeder, plotseling, nu er sprake +is van vrijen en trouwen. + +Er gaat geen dag voorbij zonder dat hulp gevraagd en gegeven wordt +in zulke dingen. + +Zeker komen er ook die den zendeling zoeken als leeraar van den +godsdienst, die helderheid begeeren voor hun gedachte, vrede voor +hun hart. Maar zij zijn, klaarblijkelijk, in de minderheid. + +De stoffelijke belangen zijner gemeenteleden behartigen, zóó als +zij dat met haast kinderlijke hulpbehoefte en vertrouwen van hem +verwachten; en dat uiteraard afwijkende zoo niet rechtstreeks +weerstrevende in gelijke richting doen loopen met wat hij hun +allerhoogste belang moet achten, het geloof in en het be-leven van +een wereld-verzakenden godsdienst: en te waken daarbij, dat niet de +schijn van het eene de werkelijkheid van het andere bedekke: dat is +het moeilijke probleem dat dag aan dag den zendeling in het Javaansche +dorp wordt gesteld. + +Toen de man, wiens naam onafscheidelijk verbonden blijft aan +Madjawarna, toen Kruijt hier in '64 zijn levenswerk begon, vond hij +de jonge gemeente in een ongunstigen toestand. Vreemde elementen +waren binnengedrongen in de Christenen-nederzetting, en de strengere +moraal die daar een sterkte had moeten vinden, was bezweken onder +den aanval. Er werd opium geschoven, gedobbeld, ná feesten waarbij +verloopen vrouwen dansten, met messen gevochten, er werd gestolen en +gemoord in Madjawarna. Tegenover zulke euvelen die hij hoofdzakelijk, +zoo niet uitsluitend, aan de Mohammedaansche immigratie weet, koos +hij een politiek, die den indringelingen de keuze liet enkel tusschen +vereenzelviging met de gemeente der Christenen of verwijdering uit de +dessa. De oude Javaansche zede, die aan den ontginner een overwegend +aandeel geeft bij de regeling der dessa-zaken, verschafte hem (bij +samenwerking met die ontginners, immers Christenen), de mogelijkheid +daartoe. + +Overreding tot overgang naar het Christendom of anders uitwijking, +verplichting tot kerkgang van volwassenen en verplichting +tot schoolgang van kinderen, elimineerden gaandeweg de vreemde +elementen. Later volgde op de negatieve actie een positieve door den +bouw van een kerk, van een school en van een ziekenhuis, terwijl ook +een spaarbank werd opgericht, een kweekschool voor onderwijzers en ten +slotte een ambachtsschool. Het was een wereld-in-het-klein met organen +voor al hare behoeften, lichamelijke, zedelijke, verstandelijke, +huishoudelijke, die de onvermoeid arbeidende vriend van den inlander +ten slotte daar had opgebouwd. Hij mocht verwachten dat zij zou +groeien en gedijen. In velerlei opzicht heeft zij dat gedaan. De +welvaart in Madjawarna en de omliggende Christendessa's is daarvan +een zichtbaar en tastbaar bewijs. En niet die gemeenten alleen, maar +de geheele streek, in een omtrek die bij den dag zich uitbreidt, +heeft baat bij de twee scholen en bij het ziekenhuis. + +Het hospitaal dat in '92 werd opgericht om vijftig patiënten te +bergen, heeft op het oogenblik ruimte en verpleging voor meer dan +tweehonderd. [6] Er is onlangs--voornamelijk de suikerfabrikanten +van de streek hebben de gelden daartoe bijgedragen--een doelmatig +ingericht operatiegebouw bijgezet. Het heeft een afgezonderd liggende +afdeeling voor melaatschen. En de polikliniek wordt door gemiddeld +honderdtwintig patiënten per dag bezocht, die zelfs uit plaatsen, +waar openbare ziekenhuizen zijn, hierheen komen. + +De Javaan wordt dikwijls voorgesteld als een natuurkind, gelukkig, +gezond, tevreden, en alleen door de aanraking met Westersche +onnatuur in gevaar gebracht. Een half uur in de voorgalerij van het +zendingshospitaal zou de kuur zijn voor zulke zoogenaamd dichterlijke +waan-voorstellingen. Wat een stroom van ellende gaat hier naar +binnen! Wonden, misvormingen, gezichten afschuwelijk door vuilen +uitslag en zweren, lichamen ellendig verminkt, oogen waaruit de blik +al bijna verdwenen is, leden die, lam, hangen. En onder die vele en +velerlei zieken hoeveel, ach! hoeveel kinderen, tot allerkleinsten toe, +als verflensende bloemetjes slap en bleek hangende in de draagsjerp van +de bekommerd-kijkende moeder! Het hart krimpt ineen bij de voorstelling +van wat er geleden zou worden, werd hier geen hulp geboden. In +de processie van ellendigen zijn het talrijkst de lijders aan +wonden. De Javanen gaan blootsvoets: zij treden op splinters, doorns, +scherven. Op den akker, bij het grassnijden, bij het bamboe hakken, +hanteeren zij een kort zwaar mes: een onhandige beweging slaat een wond +tot op het been toe. Zij werken in fabrieken: de gewoonte maakt hen +onachtzaam tusschen machines. Misschien is de kwetsuur onbeteekenend +geweest eerst. Maar fatalistische onverschilligheid, verwaarloozing, +onzindelijkheid en de praktijken van den Indischen kwakzalver, den +doekoen, maken van een schram al spoedig een etterende, invretende +wonde. Het zijn ijselijkheden die de dokter en de verpleegsters te +heelen krijgen, dag aan dag. + +Ook teringzieken komen er in helaas! nog altijd vermeerderende +getallen. De voorwaarden waaronder het geringe volk leeft, bevorderen +de akelige armoedziekte, die te voorschijn komt in allerlei +afzichtelijke gezwellen en misvormingen van het beenderstelsel. De +behandeling in het hospitaal doet wat alleen-doenlijk is zoolang niet +betere levensomstandigheden een betere volksgezondheid voortbrengen: +veel pijn verzachten. + +Dan komen de ooglijders. Volgens de ervaring van den behandelenden +arts zijn zij er in een menigte, waarvan de statistiek (l'art de +préciser les choses qu'on ignore) geen flauwe voorstelling geeft: +schrikwekkend. Java is een van de vier wereldcentra der "Egyptische +oogziekte;" (Egypte, Amsterdam en de provincie Limburg de drie andere) +en de achteloosheid en onkunde der lijders verergert het op zichzelf +al zoo erge kwaad. Mits bijtijds aangebracht, vermag medische hulp +hiertegen echter veel. En, gelukkig, wint die overtuiging veld onder +de Javanen, zoodat, wie vroeger zich maar overgaf als hij het al +grijzer en donkerder zag worden om zich heen, en zich niet meer uit +huis durfde wagen zonder een leidende hand, nu vol vertrouwen bij den +zendingsdokter komt, en zelfs voor de deur van de donkere kamer, en +voor het fel uit den nacht opschitterende oogspiegeltje en de scherpe +druppels uit het spuitje niet meer terugschrikt. Het is aandoenlijk de +gezichten te zien in de afdeeling voor ooglijders: een weinig opgeheven +naar waar, door het verdonkerende verband heen, het licht te voelen is, +als tastend naar een, nog verre, maar toch al maar dichterbij komende +vreugde. En zooals nu en dan een, met schuin gehouden hoofd, een heel +klein glansje poogt te vangen onder den blinddoek, en een ander, door +een zwarten bril heen, zijn hand beziet, duidelijk voor het eerst +weer sedert wie weet hoe langen tijd! De kinderen zitten heel stil, +ontroerend-geduldig, met een bloempje of een stuk speelgoed, dat een +verpleegster hen in de hand heeft gegeven. Als zij den stap van den +dokter hooren, verhelderen de kleine gezichten. Hij belooft hun dat +ze gauw weer naar huis mogen en spelen met de broertjes en zusjes. + +Er zijn véél kinderen in het ziekenhuis, lijders aan allerlei +ziekten, operatie-patiëntjes ook, véle. Men moet zich den angst en +den afschuw, dien de Javaan voor het mes van den chirurgijn voelt, +eerst goed voorstellen om te kunnen begrijpen wat dat beteekent: een +overwinning, door zuivere menschenliefde behaald op vooroordeel niet +alleen, maar op het wantrouwen, de vrees, den haat die drie honderd +jaar lang bruin van blank gescheiden hebben gehouden op Java. + +Voor een deel is die overwinning te danken aan het wijze inzicht +dat onnoodige botsingen vermijdt; er wordt in het ziekenhuis niet +gestreefd naar bekeering der patiënten. Wel vindt de Christen er de +gemeenschap in geestelijke dingen die hij zoekt, doch den Mohammedaan +wordt zij niet opgedrongen. Vandaar dat zelfs priesters het ziekenhuis +der zending zoeken. + +Met de school staat het anders: deze is bepaald confessioneel. Zij +is opgericht om kinderen op te leiden tot de Christelijke +wereldbeschouwing. Niettemin zenden ook Mohammedaansche ouders, +en die willen dat hun kinderen Mohamedanen zullen blijven, hun +kinderen er heen. Het gebeurt zelfs dat de Moslim-kinderen er in de +meerderheid zijn. In een school, voorverleden jaar in een naburige +dessa opgericht, waar maar weinig Christenen wonen, is de proportie +van Mohammedanen tot Christen-kinderen zelfs als van bijna vier tot +een. Blijkbaar tellen de niet-Christenen het confessioneele gevaar +voor weinig of niets tegenover de winst die hun kinderen voor het +geheele leven hebben van een opvoeding op de zendingsschool. Het +geval is analoog met dat van het hospitaal, in zoover als ook de +school beantwoordt aan een behoefte die anders onvervuld zou blijven: +want de inlandsche dessaschool, waar niet anders geleerd wordt dan het +op een dreun opzeggen van onverstane Koran-teksten, wordt zelfs door +weinig nadenkenden in dezen tijd niet meer aangezien voor zulk een +vervulling. Zooals zij den arts en de verpleging in het ziekenhuis +zoeken, liever dan den doekoen en zijn toovermiddeltjes, zoo zoeken +zij ook den schoolmeester en het, zij het dan ook Christelijk gericht, +onderwijs liever dan den goeroe en zijn Arabische spreuken. + +De opleiding in de zendingsschool is gericht in de eerste plaats +op de vorming van het karakter in Christelijk-deugdzamen zin; de +ontwikkeling van het denken door het aanbrengen van kennis is tot +dat doel een middel. Zij gaat te werk volgens een methode, die door +de hernieuwers van het onderwijs in Duitschland begonnen en bij ons +te lande nagevolgd, door den tegenwoordigen leider der school is +gewijzigd naar de behoeften van den Javaan. + +De school neemt het dessa-kind op van zijn derde of vierde jaar af: +zulk een kleintje komt in de fröbelklasse. Met zijn vijfde of zesde +begint het dan aan het eigenlijke school-onderwijs dat, als het in +zijn geheel wordt gevolgd zes jaar duurt, en omschreven kan worden als: +het stelselmatig ordenen, tot een helder begrip herleiden en aan zijn +welzijn dienstbaar maken van de ervaringen van zijn dagelijksch leven, +zooals dat van kinder- tot jongelings-leeftijd verloopt. Het Javaansche +volkskarakter heeft een eigenaardige neiging tot het verzamelen van +volkomen onnutte mystieke "kennis;" die neiging wordt tegengegaan. De +kinderen leeren, stelselmatig, door aanschouwing, begrip en toepassing, +belang stellen in wat hen het meest onmiddellijk aangaat. Zij leeren +alles omtrent hun huis, hun huisraad, hun erf, de planten en vruchten +die er op groeien, de dieren die er verzorgd worden. Zij maken modellen +van wat hun vertoond is en uitgelegd: van een huisje, een schuur, +een kar, akkergereedschap en huisraad. Zij teekenen een paard en een +buffel, kippen, eenden, duiven, terwijl zij leeren hoe die dieren +behandeld en verzorgd moeten worden. Zoo worden zij geprikkeld tot +zelfwerkzaamheid, die een eind maakt aan het gedachtelooze ná-doen +dat zooveel bedorven heeft en altijd nog bederft van den goeden +aanleg van het Javaansche volk. Het is alleraardigst om te zien met +welk een pleizier en handigheid de kleine knutselaar van klei en van +rijststroo-halmen door bolletjes was verbonden, zijn heele omgeving +in het klein nabootst en speelgoed maakt met schoolwerk tegelijk. De +twee eerste jaren gaan er aan, hem op die manier zijn naaste omgeving, +en zichzelven in die omgeving te doen kennen. Dan breidt zijn ervaring +zich uit; hij wordt in theorie (als in de praktijk) een werkend lid, +van zijn gezin eerst, dan van zijn dessa: hij leert met luisteren, +herhalen en doen, wat er gebeurt in huis, in school, op de sawah, in de +warong, op den pasar, in de smidse en den timmermanswinkel. En in het +vijfde en zesde jaar wordt de kring uitgebreid tot de uiterste, voor +hem beschikbare grenzen, over de hoofdplaats van de streek en geheel +Java, waarbij hij dan de inrichting leert kennen van het dessa-bestuur, +de politie, de spaarbank, de gesteldheid van het land, de middelen van +verkeer, de toestanden, en die niet alle zooals zij op dezen dag zijn, +maar zooals zij zich, sedert de laatste, zeg, vijftig jaar, ontwikkeld +hebben. Lezen en schrijven, rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis van +Java voor zoover ze voor hem bevattelijk en nuttig zijn, leert hij in +dit verband. En tevens wordt zijn aanleg voor muziek en voor teekenen +langs specifiek-Javaansche lijnen ontwikkeld. Op zijn twaalfde jaar +(dan is het Javaansche kind jonkman en jong-meisje) heeft de leerling +zooveel begrip van de samenleving als hij om harent- zoowel als om +zijnzelfswil behoeft; en het mogelijke is gedaan om zijn werklust te +ontwikkelen en zijn zin voor de gemeenschap. + +Een kweekschool voor onderwijzers is verbonden aan deze school. En +zij sluit aan bij een ambachtsschool, die tegelijk werkplaats en +winkel, degelijk huisraad levert voor uiterst matigen prijs, zoodat +de dessa-man al begint daar te koopen, terwijl de leerlingen er +gevormd worden tot handige timmerlui en schrijnwerkers, die hun kost +kunnen winnen onafhankelijk van den hoe langer zoo meer precairen +landbouw. Naast die vak-opleiding voor jongens staat er eene voor +meisjes, een naaischool onder leiding van de onderwijzersvrouw, en een +zorgvuldige opleiding voor het huishouden die, in haar huiselijken +kring, de vrouw van den zendeling aan een vast aantal dochters van +gemeenteleden geeft. + +Resultaten van deze inrichtingen en methoden der zending zijn het +die zoo verblijdend te zien komen in de algemeene welgesteldheid van +Madjawarna en zijn omgeving. + + + +Weinig dingen zijn zoo moeilijk als een Javaan afbrengen van +overlevering en oude gewoonte. Een woord als dat van Potgieter: + + + "Slechts vernieuwing kan behouden + Achter raakt wie stil blijft staan," + + +heeft voor hem geen zin. Het is voor de zending geen geringe roem, +dat zij werkelijk er in geslaagd is hem zooveel en zoo velerlei +nieuws te doen aanvaarden. Zoo als zij hem er toe gebracht heeft zijn +stoffelijk en zijn verstandelijk bestaan te vernieuwen en vernieuwend +te verbeteren, zoo streeft zij ook en uiteraard hoofdzakelijk, naar een +vernieuwing en verbetering van zijn zedelijk bestaan. De resultaten +zijn niet zoo spoedig bereikbaar, noch zelfs, bereikt, zoo dadelijk +bemerkbaar op dit gebied als op de twee andere. Niettemin valt toch +al bij vergelijking van Madjawarna met het gewone type der Javaansche +dessa een groote verandering ten goede waar te nemen in de openbare, +zoowel als in de huiselijke zeden. + +Dit bijvoorbeeld, dat het dorpshoofd en de leden van het dorpsbestuur +niet Mohammedanen zijn, maar Christenen: dat is al een nieuwigheid +die gelijk geacht mag worden aan een omwenteling in de oude orde +van dessa-dingen. Voor den dessa-man is geen scheiding ooit denkbaar +geweest van kerk en staat, om op zijn Westersch te spreken. Althans +sedert de Mohammedaansche verovering is de beheerscher van het land +het hoofd van den godsdienst geweest, en alle van hem uitgaand en +afdalend gezag dit twee-ledige: staatkundig en kerkelijk. Nog altijd +is voor den kleinen man vooral, de Soesoehoenan van Soerakarta +de opperheer van Java, koning en priester tegelijk. (De Sultan +van Djokja, als uit een jongeren, en later, door de macht van +vreemden tot de heerscherswaardigheid gekomen tak, geniet niet +hetzelfde aanzien.) Hij gelooft dat de Soenan de zon kan doen +schijnen en den regen vallen. Als het hem gebeuren mag den Soenan te +zien--Vorstenlanders maken vaak opzettelijk de reis naar Solo--zal hij +het heele jaar gezond blijven. Op het nieuwjaarsfeest vecht hij om een +scherf van het vaatwerk waaruit de Soenan gegeten heeft, en bergt die +als "djimat," als geluk-aanbrengenden talisman, in zijn huis. Al gaat +hij niet zoo ver als de Vorstenlander die uit vergodenden eerbied +den ingang van zijn huis niet op dezelfde hemelstreek durft maken +als waarop de Kraton-poort is gericht, op het Oosten, hij beschouwt +toch den priester-koning als een wezen zoo verheven, dat reeds zijne +nabijheid heiligt. Tegenover een Vorstenlander als zoodanig gedraagt +hij zich als tegenover zijne meerdere. Een Vorstenlandsch gebruik is +voor hem de "adat" bij uitnemendheid. Een sarong of een hoofddoek uit +de Vorstenlanden is een kostbaar en ook gelukaanbrengend bezit. Geen +grootere glans kan verleend worden aan een regenten-familie dan door +een huwelijk met een Solosche of Djokjasche vorstendochter. + +Van dien grootste daalt het gezag verminderd wel, maar niet in +aard veranderd, op de kleineren af. De regent van de streek is de +hoofdpriester van de streek. Het dessa-hoofd is de dessa-priester, +die voorgaat bij godsdienstige plechtigheden en voorzit bij de +offer-feesten van het dorp. Een Christen, dus een niet-priester, +haast zou men mogen zeggen een tegenpriester als dessa-hoofd, dat +was een breuk in wat onverbrekelijk had geschenen. Er is indertijd +gewaarschuwd voor het gevaarlijke van de proefneming: men vreesde voor +oproer. Niets van dat alles! Op de geleidelijkste en vreedzaamste wijs +heeft de groote vernieuwing haar beslag gekregen. Misschien hielp +daartoe, wat Madjawarna betreft, een recht nog ouder dan de Islam: +het ontginnersrecht dat gezag geeft over de dessa, en de godsdienst +van den ontginner van 1818 was het die het nieuwe recht van zijn +opvolgers beschermde. Maar in andere christendorpen ligt het geval +anders: zonder den beschermenden schijn van welke oude denkbeelden ook, +is dit nieuwe er ter overwinning gekomen. En, merkwaardig! uit eigen +beweging hebben zelfs Mohammedaansche dessa-lieden hun Christenhoofd +dezelfde voorrechten toegestaan, ten opzichte van akkerbezit en +dorpsdiensten als den Mohammedaanschen loerah toekomen. Dat hij geen +deel neemt aan de offerfeesten wordt, als nadeel, blijkbaar gering +geacht tegenover het voordeel dat een op betere beginselen rustend +bestuur aanbrengt. Het is weer hetzelfde geval als met het ziekenhuis +en de school; omdat het blijkbaar, tastbaar, zichtbaar beter is, +wint het nieuwe het van het nog zoo vereerde en hartstochtelijk +vastgehouden oude. + +In het huiselijk leven is een dergelijke vernieuwing bemerkbaar. Er is +tegelijkertijd meer vrijheids-gevoel en meer verantwoordelijkheidsbesef +in gekomen. Man en vrouw scheiden zoo licht niet van elkander als +gewoonlijk Javanen doen, onder wie drie, vier, vijf maal scheiden +en hertrouwen niets ongewoons is. De ouders nemen de opvoeding der +kinderen ter harte. Er zijn er zelfs al bij wie die zorg zich uit op +een wijze haast ondenkbaar voor een gewonen Javaan: door zorg voor de +toekomst der kinderen. Zij hebben een spaarbank-boekje op den naam +van hun kind, en brengen geregeld daar op in. Zij laten de kinderen +op school, zoo lang zij maar eenigszins het zonder hun mede-arbeid en +-verdienste kunnen stellen. En ook de meisjes krijgen een opvoeding, +wat onder gewone dessa-lieden nooit gebeurt. Tegelijk komt een zekere +vrijheid in de houding der kinderen tegenover de ouders. Zij ligt niet +in de Javaansche zede. Zoolang het klein is wordt het Javaansche kind +vertroeteld en ook verwend en bedorven tot in het ongeloofelijke. Den +geheelen dag solt een Javaansche moeder met haar kind. Het gaat de +"slendang" niet uit. Als het kikt wordt het aan de borst gelegd. Zelfs +in de kerk. Geen sprake er van dat het een oogenblik, op nog zoo +veilige plek, alleen wordt gelaten, een oogenblik aan nòg zoo goede +hoede van een ander toevertrouwd. "Als mijn kind niet uit mij drinkt, +sterft mijn kind." Het "drinkt uit zijn moeder" nog wanneer het al +begint te rooken. Ieder die door de velden loopt kan dit tafereeltje +zien: een jongen van een jaar of drie die van zijn kornuiten bij het +rijst-bewaken of het rietblad-stroopen wegloopt naar de borst der +geduldig-neerhurkende moeder, en, verzadigd, een strootje opsteekt en +wegwandelt. Maar laat de dreumes grooter worden en met vertroetelen +is het uit. Tegenover een volwassen kind zijn ouders streng, om niet +te zeggen hard. Er wordt bevolen, en nooit gezegd waarom. Er wordt +gestraft en gewoonlijk niet rechtvaardig of redelijk, laat staan +zachtzinnig. Naar eigen wil van een zoon of dochter wordt zelfs niet +gevraagd bij een huwelijk. Dat is anders geworden sedert de zending +de huwelijksinzegening afhankelijk heeft gesteld van de verklaring +van bruid en bruidegom beiden, dat zij uit vrijen wil elkander tot +echtgenoot nemen. "Als u mij dwingen wilt moet ik gehoorzamen, maar ik +zal voor den pandita verklaren dat ik gedwongen ben" heeft al eens een +àl te autoritairen vader tot inzicht en toegeven gebracht. Terwijl +een verdere vrijheids-vermeerdering voor het kind bereikt is door +een tweeden eisch der zending: dat het jonge paar een eigen woning +hebbe. Gewoonlijk trekt het bij de ouders van den man in. Het is een +gebruik dat, als bekend, ook onder het Russische boerenvolk heerscht, +(altijd door vindt men punten van overeenkomst tusschen Javanen en +Russen, in het Westen en in het Oosten de hedendaagsche-middeleeuwers) +de lezers van Gorki's novellen weten met welke gevolgen. Zij zijn +hier op Java dezelfde. In het Christenendorp is de mogelijkheid voor +hun ontstaan afgesneden. + +De levenswijze van den enkeling ook is veranderd onder den invloed der +nieuwe denkbeelden. Hoewel door geen tekst letterlijk verboden, zóo als +bijvoorbeeld alcoholische dranken verboden zijn door een Korantekst (en +niettemin, hoe langer hoe meer helaas, gedronken worden), wordt toch +drinken, opiumschuiven en dobbelen geacht voor een christen ongepast +te wezen, evenals het leenen tegen woeker-rente, de "nieuwe adat" +is daartegen. Het is niet aan te nemen dat dat alles in het geheel +niet meer voorkomt onder Christenen; maar stellig is het zeldzamer +onder hen. + +Zooveel dan heeft de zending gewonnen. Heeft zij ook gewonnen wat haar +het allerbelangrijkste moet schijnen, de innerlijke bekeering van den +Javaan? Uit de woorden van zendelingen, zooals zij opgeteekend staan +in hun eigen organen, uit de herhaalde klachten over het langzame +vorderen van den zendingsarbeid, de zeldzaamheid der toetreding van +volwassenen tot het Christendom, en de kracht die, alle belijdenis +van den Christelijken godsdienst ten spijt, het oude, animistische +bijgeloof en de fataliteits-idee, beide even verderfelijk, nog over +den geest van den Javaan blijken te behouden, uit zulke klachten +schijnt het gewettigd de gevolgtrekking te maken dat de zending tot +dit haar hoogste doel, tot nog toe niet zoo dicht is genaderd als +tot die andere doeleinden, in het stoffelijke, verstandelijke en +maatschappelijk-zedelijke gelegen. + +"In zijn verslag over 1898 klaagt hij (Kreemer) zeer over de +oppervlakkigheid zijner bekeerlingen. Hij miste bij hen maar al te +vaak energie en een levendige opvatting van het Christendom; en typen +van ontwikkelde, in het hart getroffen Christen-Javanen, die.... als +een bewijs van den zegenrijken invloed der zending vertoond kunnen +worden, zijn schaarsch." [7] + +"Geeft men den menschen in de eene hand rijst, in de andere den +godsdienst, dan is de hand met rijst steeds aan den mond, de andere +zoover mogelijk uitgestrekt." [8] + +"Er is geen andere weg (dan land-ontginning) om het Evangelie meer +ingang te doen vinden, en het tot gemeengoed van dit diep gezonken +volk te doen worden." [9] + +"Er komt van lieverlede orde en regel in het leven van den Javaanschen +Christen. Hij wordt werkzamer, begint zich beter te kleeden; toont bij +toeneming de behoefte om goed te wonen en zich netter in te richten; +van opium-pijp, dansmeiden en spel is geheel afstand gedaan; de +lommerd blijft onbezocht; de landrente wordt geregeld gekweten; de +kinderen, ook de meisjes, gaan allen school; en van echtscheiding, +anders schering en inslag onder de Javanen, wordt niet, of hoogst +zelden, gesproken; politiezaken komen niet voor." [10] + +Met zulke zeggingen in de gedachte, en het schouwspel van een dorp als +Madjawarna voor oogen, voelt de beschouwer die onpartijdig tracht te +staan, de gedachte opkomen dat de Javaan van de zending andere gaven +zoekt en aanneemt dan die eene, die zij de eéne-kostelijke acht en +dat hij "Christen" wordt om vooruit te komen in de wereld. + +Als dat zoo is, dan heeft de zending een ander doel gediend dan +zij voor het hare koos. Die haar overtuigingen deelen zullen zich +daarover bedroeven. Die een andere wereldbeschouwing hebben, zullen +bedenken hoe dit niet de eerste maal zou zijn dat over de beweging +der enkelen heen, en er tegen in zelfs, en toch en zelfs juist door +middel daarvan, de maatschappij haar eigen voorwaartschen gang gaat, +naar haar eigen, nog achter onzen gezichteinder verborgen doel. + + + + + +Een bevloeiïngswerk. + + +In het stroomgebied van de Solo ontspringt en verzinkt weer in den +drassigen grond de Pritjetan. Zij is een van die vele "tijdelijke +rivieren" op Java die in de regenmaanden aanwassen tot een woesten +vloed, en in den drogen tijd slinken tot verdwijnens toe. Haar +bovenloop gaat door een wijd dal tusschen twee met een verren zwaai +naar elkander toe buigende landruggen ingesloten, waarvandaan de grond +langzaam aan oprijst naar de streek waardoor de naaste der vele van +de bergen komende zijrivieren der Solo vloeit. In den Westmoesson, +als ontelbare bronnen en aderen opengaan in den doordrenkten grond, +zwelt de Pritjetan tot een sleurenden stroom die over zinking en +zwelling heen voortrent naar de groote rivieren. Maar zoo haast de +regens ophouden ebt zij van de hellingen weer weg, ligt als een +slijmerig groene plas in de kom van het dal, wordt een smalle en +al smallere kronkelbeek, en is ten slotte niet meer dan een dunne +trage spreng, die wegsiepelt in een moeras. Het dal, beurt aan beurt +verdronken en verdorrend, is gaandeweg verlaten door de bevolking +die er verhongerde, zoo rijk als de grond is. De weinigen die nog +bleven, leden ellende. Zij geneerden zich met houthakken in de groote +djatibosschen van den omtrek, met sprokkelen, het plukken van djatiblad +dat zij op de passars in den omtrek verkochten als inpak-materiaal +voor eetwaar, van hout-diefstal natuurlijk ook. Op de hellingen +trachtten zij tabak te telen; in de kuilen rijst. Het gebeurde soms +wel dat zij tot zeven malen in een jaar opnieuw plantten en van den +nu verschroeiden, dan verdronken grond niet éenmaal een eenigszins +voldoenden oogst wonnen. Wie een kip slachtte, deed het in het geheim, +om niet overvallen en mishandeld of misschien doodgeslagen te worden +voor het begeerlijke maal. Van het dagenlange zwerven door het scherpe +woud kregen kinders als volwassenen, vrouwen en mannen, wonden aan +de voeten, die gaandeweg invraten, tot het been bloot kwam; niemand +was er die hen verzorgde. Om zulke ellende te verhelpen, dadelijk, +en een toekomst te beginnen van allengs toenemende welvaart, werd +verleden jaar het groote werk aangevangen dat de Pritjetan zal maken +tot den wèl-geregelden bevloeier van de streek. + +Het is het eerste werk van dien aard en die groote verhoudingen, op +Java van regeeringswege begonnen. Twee en een halven K. M2. oppervlakte +heeft het dal, dat door den afsluitdam veranderd zal worden in +een vergaarkom voor de bandjirwateren der rivier; de capaciteit +zal zijn van tien millioen M3.; zeventien M. hoog bij vierhonderd +lang en, op zijn zwaarst, negentig breed, de reusachtige dam die +de watermassa tegenhoudt; en het langs twee kanalen rechts en links +van den aftapduiker afgevoerde water zal voldoende wezen om meer dan +zesduizend bouw grond geschikt te maken voor rijst-teelt. Zesduizend +bouw rijst, in dit altijd meer rijst behoevende land! Het moest +heerlijk zijn te zien hoe zoo iets wèrd. Wij gingen. + +Van het Djombangsche uit naar de Pritjetan-vallei is de tocht +een gang van de volheid der technische beschaving terug naar +de natuur. Het begin van den weg loopt langs enkel fabrieken en +spoorweglijnen; suikerfabrieken links en rechts van den langen, door +zware tjikarren stukgereden weg; twee ijsfabrieken, waarvan het groote +wiel gewenteld wordt door een voorbijstroomend, met dammen en sluizen +driftig gemaakt riviertje; de stad Djombang dan, het drukke station +van spoor- en tramlijnen, de straten waarlangs automobielen stuiven; +weer fabrieken, groote, pasgebouwde, dreunend van zwaren machineslag; +de dijk langs de Brantas en over de breede rivier heen de twee lange +bruggen, zwaar en breed, de eene voor het algemeen verkeer, de andere +als spinrag dun en zwart om te zien, twee smalle ijzeren staven op +vele smalle ijzeren stutsels, de brug van de Babat-Djombangtram. Aan +gene zij van de groote, als een meer breede en rustig-vloeiende +rivier, weer een suikerfabriek met geweldigen schoorsteen boven de +boomen uit, weer een drukke straat tusschen Chineesche winkeltjes en +woninkjes door, en altijd nog de blinkende rails der tramlijn. Maar +nu wordt het stiller. Voor onzen automobiel vliegen zwermen vogels +op uit de vaalgele Oostmoessonpadi, die armelijk op het veld staat, +verdord in de laatste gloeiende weken, waarin niet een enkele bui is +gevallen. Verderop gaan pluksters door het veld; zij bewegen langzaam, +geluideloos, lusteloos door den geringen oogst. Er staan armelijke +huisjes aan den weg, dun van wanden onder een uitgerafeld rieten +dak. Dan is ook dat verdwenen. En de weg duikt de schaduw in van +het bosch. + +Het is djati-bosch, gouvernements-aanplant. De groote gladde, bruine +zuilen van stammen staan geregeld in de rij. Er zijn kenmerken op +aangebracht, hier, ginder, daar alweer, met roode en zwarte teekens, +met kepen diep gekerfd in den bast. Opeens wordt alles licht, dan, +heelenal grijs: hier is het bosch "geringd." Om de stammen heen loopt +een breede witte wond, waar de bast is afgelicht van het hout. Zóó +moet de boom doodgaan, "sterven op stam." Het duurt twee jaar voor de +laatste toppen zijn uitgedroogd en het levende organisme verstijfd +is tot bouwstof. Mager als geraamten, strak als steen staat het +bleeke bosch te sterven. En zonderling, vlak daarnaast weer, het +herbeginnende groen, dof grof groen van djati met verrassend daar +tusschen op een enkele plek de teedere, tintelend-lichte looverwolk +van een tamarinde, een lente van een boom, en, schitterend in de zon, +djoewars in vollen bloei, goudgeel. + +Nog altijd loopt naast ons het spoor der tram. En, tusschen de +boomen, op een enkele plaats, komt een tweede spoor te zien, in de +hoogte, een spoor door de lucht, over afgezaagde stammen loopend; +de mono-rail, waarlangs van de heuvels af, hangende ijzeren wagens +met boomstammen bevracht, in een vliegende vaart naar beneden +komen. De exploitatiechef der tram, onze gids op dezen tocht, +legt ons de constructie in W-vorm der wagens uit, waarvan hij de +uitvinder is en eerste toepasser. Het is niet mogelijk, dat, zelfs +bij de scherpste bocht, de slingerende wagens ooit uit het gewicht +raken. In den regentijd, als de boschwegen in moeras veranderen, gaat +ongestoord het hout-transport zijn gang langs dezen luchtigen weg, +de eene ijzeren staaf op de onthoofde boomen gedragen. Overal in het +bergland van Java op cultuur- en houtaankapondernemingen begint men +nu met den aanleg van zulke monorails. + +Wij hebben het punt bereikt waar wij den landweg moeten verlaten. Van +hier naar het waterwerk gaat de tocht verder in een lorrie. Er is +een dakje van gevlochten blad over gemaakt en twee omgekeerde leege +petroleum-kisten staan er in voor banken. Zes halfnaakte koelies +duwen ons voort over het smalle spoor, op zijn dwarsliggers van jonge +djati-stammen en zijn dijk van zand en kalksteen, omgewoeld op plekken +door een stortbui, plotseling gisteren gevallen. Heuvel op kruipen, +heuvel af vliegen wij, de koelies tusschen ons in. We zien tegen +glooiïngen op en in kuilen akkertjes van enkele voeten in het vierkant, +armzalige lapjes tabak- en rijstveld. In lompen gekleede sprokkelaars +gaan bukkend door het bosch. Wij komen mannen tegen als wandelende +heuvels bladeren, die den langen weg af gaan naar een pasar ergens in +den omtrek. Dan wordt, laag gelegen, een lang vlak gebouw zichtbaar, +wit en grauw. De van zweet gudsende koelies laten de lorrie stilstaan +voor de woning van den ingenieur. Hij brengt ons naar het werk. + +Van een hoogte van uitgegraven en opgeworpen aarde uit zien wij het +wordende liggen. Daar blakert, grauwwit in de felle zon, de groote +aftapduiker, tusschen gemetselde muren vier lange rechte kanalen, +waardoor het water uit de groote vergaarkom, onder den dam door, +geleid zal worden naar de bevloeiïngs-kanalen. Op een uitgestrektheid +cementen vloer aan gene zij van den duiker is een ploeg werkvolk +aan den arbeid. Recht in de rij staan zij, met zware stampers, het +uitgegoten cement vast te stampen, onder toezicht van den mandoer, +een grooten, pikzwarten neger, in hemelsblauwen broek en wit hemd, +die als een zeeman op het schommelende scheepsdek, wijdbeens staat, +en zijn orders geeft op een bootmansfluitje. De cementen vloer wordt +de bedding van het water dat naar den uitwoelbak stroomt. Als in een +echte bedding is hier al een bronnetje te voorschijn gesprongen. Het +mag niet gestopt--levend water laat zich niet terugdringen: het +vingersmalle straaltje zou den geheelen geweldigen dam van binnen uit +gaan uithollen, en uiteen woelen. Er wordt een afzonderlijk kanaaltje +gemaakt in den cementen vloer voor het borrelende bronnetje: een koeli +is er bezig aan. Aan genen kant van het cement flikkert tusschen +gemetselde wanden een plas, vlak en plat, waar des vier stroomen +uit den duiker bruisend neerstorten zullen en tot effen rust komen +voor zij, naar links en naar rechts de twee lange leidingen in gaan, +die wat nu moeras is en zandwoestijn bij beurten zullen veranderen +in vruchtbaar veld. + +Rondom dien duiker in de diepte, als rondom den grondslag van het +langzaam opgroeiende werk, is een leger arbeiders doende. Er wordt +beton gemaakt. Daar slaan dozijnen steenkloppers den harden grauwen +kali-steen voor stuk. Tot heuvelhoogte al is de hoop steenslag +gegroeid: de mannen zitten klein aan den voet van den blinkenden +schervenberg. Het onafgebroken geknetter van brekenden hamerslag en +verbrijzeld gesteente maakt de lucht aan het trillen. Terzij van den +steenslag-heuvel staat een gehucht van loodsen, blinkend met daken +van gegolfd metaal. Met kracht van handen en met kracht van machines +wordt de verbrijzelde steen gemengd met zand en met cement: eindeloos +komen de rijen zware witte zakken er aan, die eenige duizenden mijlen +ver weg, aan de overzij van de wereldzee, langs Engelsche rivieren, +gevuld zijn. + +Op den vloer van de machineloods liggen de lange ijzeren stangen, die +aan het eind omgebogen moeten tot in elkander grijpende haken. Dan +worden zij gevoegd in het reusachtige rasterwerk, dat daar buiten +over den grond ligt, een strak en toch veerkrachtig net van ijzeren +mazen, dat den uitgegoten en dadelijk verstarden stroom van beton in +onverbrekelijken vorm en vastigheid zal vangen. De groote dam, die op +den aftapduiker komt te staan, in een boog tegen den loop der rivier +gericht, de groote dalkom afsluitend, zal voor binnensten kern zulk +een muur van kalk en ijzer hebben. De zachte siepeling van het water +kan niet door het beton. De druk en drang van het water verwringt +het ijzer niet. + +De ingenieur schetst in groote trekken den gang dien het werk moet +volgen: het aanleggen van den dam: het bouwen van de twee torens op +den duiker waarvan uit het windwerk wordt geregeerd, dat het water +toelaat in de kanalen of afsluit: de oprichting van een nood-overlaat; +de verlegging van de in wijde bocht kronkelende rivier recht aan op +den duiker. + +De "rivier" is nu een smalle loome beek, groen van slijmerig gewas. Zij +komt er aan uit het in wijdte weg-blauwende dal of zij niet verder +meer kan van moeheid en watergebrek, en liefst zou blijven, liggen +in plasjes. Er is een inspanning van gedachte en verbeelding toe +noodig om zich voor te stellen dat die groene slingersloot over zes +weken een stroomende zee zal zijn. "De Pritjetan heeft in banjir-tijd +een maximum afvoer van 300 kub. M. per seconde," zegt de ingenieur, +en laat ons in nadenken over de cijfers, die voor de leeken-gedachte +niet tot een beeld willen worden. Maar dan wijst hij naar het dal, +de wijde blauwige holte, waar een jong djati-bosch opgroeiende is: +"Over drie jaar vaart daar onze motor-boot." De herinnering aan +Hollandsche plassen helpt deze Indische werkelijkheid veranderen tot +de voorstelling van wat zij eenmaal zal zijn. + +Als wij uit de laaie van middagzon pal op cement en zink teruggekomen +zijn in het koele huis, krijgen wij werk en landschap in kaart gebracht +te beschouwen. + +Daar staat het, wit op blauw: lijnen, cijfers, letters, die geheele +wijde overweldigende werkelijkheid gevangen in teekens. Toovenaars +hebben zulke dingen beproefd, lang geleden, als zij onbekende machten +wilden dwingen in menschendienst. Daar staat het plan van het werk, +de loop van den stroom, de ligging van het land. Nog enkele jaren, +en de tooverteekening zal een nieuwe werkelijkheid zijn geworden, +en die groote onbekende die bij den dag en bij het uur al minder +onbekend wordt voor het indringende denken der zoekers, de Natuur, +zal al weder een van haar tallooze krachten overgegeven hebben in +den dienst van de maatschappij. + + + + + + +BALI + + +Singaradja + + +De boot die van Soerabaja uit de buurt ingaat der kleine +Soenda-Eilanden komt in den ochtend voor Boeleleng aan. Met het +aanlichten van den dag al is de Balische kust in zicht gekomen. Twee +doorschijnend blauwe toppen rijzen, zachtaan, omhoog aan de Oosterkim, +spits de eene, de andere als een lange golf geleidelijk op zich +heffende. Zij groeien de breedte en de diepte in, tot een groep van +schoone bergen, tot een lange keten dan, donker langs de hellingen +van woud. Langs den voet in wijde slingers van kaap en inham, +loopt naar het Zuiden toe een zacht-glooiend strand weg; breedten +flonker-blauwe zee, waar fel in de al klaarder schijnende zon witte +zeilen blinken, liggen tusschen bosch en verren bergwand. In de +diepte van een wijd-uitgebogen baai kleuren stippels helder rood; +dat zijn de daken van Boeleleng. Zoo haast ligt het schip niet stil, +of in een zwerm van bootjes, kano's, prauwen, komt, met den oogst +van het land het volk er aangevaren; het is of het eiland zelf het +aangestevende schip tegemoet komt. De schuitjes liggen opgehoopt met +vruchten, allerlei daaronder dat nieuw is in vorm en kleur. Op breede +prauwen, bij dertig en veertig tegelijk, komt goudgeel vee aangedreven, +zoo sierlijk van bouw, dat de groep denken doet aan een in 't nauw +gedreven en samenschuilende kudde herten. En de mannen, die uit de +dobberende vaartuigjes in de doorzichtig blauwe slagschaduw onder het +schip naar het dek komen opklimmen, zijn rank en krachtig tegelijk +van lijf, en hebben lichte gezichten, waarin de oogen lachend staan. + +Boeleleng, dat met zijn uiterste huizen tot vlak aan het water +reikt, is een drukke handelsplaats. Altijd liggen aan weerszij van +de pier schepen en schuiten; de booten van de Paketvaart, Chineesche +zeilers, Makassaarsche prauwen, die als een oud-Hollandsch galjoen +van voor naar achter steil oploopen, prachtig als met opgespreide +wieken zwemmende zwanen op het water; bij twintig tegelijk dobberen +geankerd de Inlanderbootjes langs het strand, de zeilen tusschen +schuins hangende kokospalmen. Naast den vervallenden dooden-tempel, +vlak aan het water, waarvan de schoone, rijk gebeeldhouwde poorten +nog staan, ligt een groot pakhuis, onder het afdak waarvan troepen +vrouwen koffie verlezen. Verderop zijn houtstapelplaatsen en schuren +waar bergen huiden liggen opgestapeld. En de lange winkelstraat is +vol van allerlei Chineesch en Britsch-Indisch goed. Als overal in +aan zee gelegen handelsplaatsen heeft ook hier het drukke verkeer +het lands-eigene weggesleten. In die lange, nauwe straat, waar de +winkeltjes tegen elkander aangedrongen staan, is niets te zien dat niet +in een Soerabajasche of Semarangsche winkelbuurt van het mindere slag +ook gevonden kan worden. Het is er Oostersch-internationaal. In de +schaduwige diepte van de openstaande koophuizen komen, donker tegen +een achtergrond van bonte sarongs en stukken sits, haviksprofielen +van magere Arabieren te zien en paffig-witte vollemaansgezichten +van Britsch-Indiërs wien een met goud geborduurd kapje schuin op het +haar staat. Armeniërs, zwart gebaard, met tapir-gezichten, een en al +neus en vooruitstekende bovenlip, wandelen gewichtig, zelf-bewust als +mannen van geld. Overal zijn Chineezen, en Chineezen van alle slag, +gezeten handelsmannen, marskramers, die hun staart in een vettigen +krans om het hoofd gebonden hebben, koelies. Zij bewonen een geheele +buurt, rechthoekig op de zeestraat aangebouwd. Het is goed te zien +hoe overwegend hun aandeel in het handelsleven van het eiland al +sedert oudsher is: de pasmunt is Chineesch. De bronzen duiten, met +een gat in het midden voor het aanrijgen, hangen den marktgangers +aan snoeren over den schouder. + +Van Boeleleng naar Singaradja, de hoofdplaats van Bali, loopt +een lange, breede, rechte weg, sedert kort pas aangelegd, met +jonge tamarindeboompjes aan weerszij, gemetselde kanalen voor het +afvloeiende sawah-water en een leiding, die uit de bronnen van het +gebergte--hoog en blauw in het verschiet--het zuivere drinkwater +de vlakte in brengt. Ten halve maar verborgen achter die westersche +regelmatigheid en orde begint hier het echte Bali, het Bali van de +Baliërs. Een muur langs de heuvelhooge bermen van den weg beneemt het +gezicht op de Inlander-huizen; maar de daken, dicht opeen, zonder +ergens een groenen boom ertusschen, de gevels van grauwen steen of +klei, een rijstschuurtje, door als pauwen gevleugelde leeuwenbeelden +bewaakt, een godenhuisje, versierd en bebloemd, komen hier en ginder +er boven uit. De pasar ligt op een viersprong, en daarnaast, tusschen +geboomte, het aan vier zijden open feest-gebouw, door een vervaarlijk +gevlerkt, geklauwd en geslagtand monster boven den hoofdingang bewaakt; +wat verderop de ommuurde badplaats der aanzienlijken; en daar, waar +de weg begint te klimmen naar de heuvel-gehuchten, de dorpstempel +met zijn prachtig getooide poorten, aan weerszij waarvan, de knots +op de knie, boloogde reuzen de wacht houden. + +Op dezen weg is het van het aanlichten van den dag tot schemeravond +druk van volk. + +Wat mooi slag van menschen! Groot, rank, rechtop. Het mooist zijn de +vrouwen. Zij dragen zware lasten--zoo zwaar, dat zij zonder hulp die +niet op kunnen tillen--op het hoofd, en de voortdurende spanning +heeft de spieren van hals, borst en rug tot volkomen schoonheid +ontwikkeld. Een arm opgerekt naar den in evenwicht zwevenden last, met +de andere hand een tip van de donkere boven-sarong sierlijk optillend, +waaronder een bont onderkleed te voorschijn komt, het tot den gordel +naakte bovenlijf omfladderd van een dunne, kleurige slendang, purper, +oranjegeel, fel-groen, viool-paars, gaan zij daarheen met wiegende +passen, een weinig draaiend. Het is een lust hen aan te zien komen, +een lust hen na te zien. Hun haar zit in een dikke wrong schuins tegen +den linkerkant van het hoofd geschikt. Allen hebben zij er bloemen +in gestoken, tjempaka's meest, of roode en witte oleanders. Zij zien +er uit, niettegenstaande dien zwaren last op hun hoofd, of zij naar +een feest gaan. + +De mannen zijn over het algemeen groot van stuk, met forsche +ledematen. Zij bewegen zich met een zelfbewuste waardigheid. Van de +Hollanders, die zij groeten, ontvangen zij een wedergroet. Zelfs +armelijk-gekleeden, ja zelfs koelies, hebben hun sarong op een +doordacht-sierlijke wijze geschikt, met een van voren tot op den +grond afhangende slip, die, men begrijpt niet recht hoe, wegwuift voor +elke schrede die zij neerzetten. Het kastenstelsel heerscht op Bali, +sedert, haast vijfhonderd jaar geleden, de Javaansche Hindoes, in +volksverhuizing vluchtend voor den Islam, het hier invoerden. [11] +Maar van de scherpe afscheiding die de echte Hindoe-zede eischt, +is, uiterlijk, zoo min iets aan hen te bemerken als van Javaansche +gedweeheid en gedempte vormelijkheid. Wel moet het een krachtig ras +zijn geweest, dat oorspronkelijke Baliërvolk, dat trekken van zijn +wezen zich hebben kunnen handhaven tot in een zoo ver nageslacht toe, +tegen zooveel en zoo sterke vreemde invloeden in. + +Of de hedendaagsche Baliërs daarvan iets gevoelen? Men moet aannemen +van niet. Want zij plachten vanouds op de Baliërs van het binnenland, +de Bali-aga, die zich met de Javanen niet hadden vermengd en hun +oud-Heidensche gebruiken in eere hielden, met minachting neer te +zien als op "boschmenschen." En met trots noemen zij zichzelven +Javanen-afstammelingen, "lieden van Madjapahit." Maar de herinnering +heeft wel veiliger en dieper schuilhoeken dan in het brein. En een +herinnering die niet in de hersens zit maar in het bloed, onbewust +en onverdringbaar, zulk een herinnering aan die verre voorouders, die +"boschmenschen," zou datgene wel eens kunnen wezen wat den Baliër van +vandaag juist als Baliër kenmerkt: zijn waardigheid, zijn vrijheidszin, +zijn levenslust. + + + + + +Een wijk van de stad + + +In den zuidwestelijken hoek van den wegen-viersprong bij Singaradja +ligt een wijk gevoegd, waarbinnen alles bijeen is wat tot de +samenstelling behoort van een Balische stad: een buurt geringe +huisjes, een badplaats, de markt, de feest-loods, eenige huizen van +aanzienlijke leden der drie kasten, en de dorps-tempel. De aanleiding +tot mijn eerste bezoek daar,--het gold de geringe buurt,--was een +eenigszins griezelige. Er was gesproken in de pasanggrahan, over +de wijzen waarop de Baliërs handelen met hun dooden. De Hindoe-wet +beveelt lijkverbranding. Maar de ceremonie is kostbaar: van twee +tot drieduizend gulden is er mee gemoeid. Hoe doen de armen? De +allerarmsten, was het antwoord, begraven hun dooden tot tijd en wijle +een lijkverbranding plaats heeft. Hun wordt dan door den rijke verlof +gegeven tot mededoen, en de opgegraven overblijfselen, of als die in +stof zijn verdwenen, een den doode verbeeldende figuur van lontarblad, +wordt meegedragen in den stoet en bij het feest der verbranding. Die +echter eenigermate bemiddeld zijn, houden het stoffelijk overschot van +die hun lief zijn geweest, in hun woning. De echt-Balische manier is, +door een bijzondere behandeling het lijk te doen krimpen en drogen, +tot het hard is als hout; in windsels stijf gewikkeld blijft het dan, +in een afzonderlijk opgericht huisje, op het familie-erf, den dag +der verbranding afwachten. Onder Westerlingen-invloed heeft zich dit +gebruik veranderd in het kisten van het lijk, nadat het met bepaalde, +eenigermate bederfwerende middelen is behandeld; ook de kist blijft +op het familie-erf, en zelfs vlak bij de woning. Het verhaal leek mij +ongelooflijk; ik volgde den Baliër, die het mij had gedaan, naar een +huis in de volksbuurt, waar hij me zeide, dat ik met eigen oogen mij +kon overtuigen van de nauwkeurigheid zijner mededeelingen. + +De weg er heen, vol hobbels en kuilen, ging langs lage muurtjes, +waar hier en daar bloeiend en vruchtdragend geboomte overheen hing: +een vonkel-bloemige granaatappel, een citroen-boom vol wit en goud, +een purperen djamboe. Hij stiet een houten poort open, die langs +posten en bovendorpel versierd was met prachtig snijwerk, lotusbloemen +voorstellend en een geweldigen Vogel Grijp, en bracht mij binnen in een +ruimte, waar alles één kleur leek--de kleur van den grond-zelf. Een +twintig huizen van grauwen, met grauwe klei bepleisterden, baksteen +stonden hier bijeen in groepen, die door lage leemen muren gescheiden +waren. Er lagen daken op van droog riet, droog gebladerte, drogen +vezel, bruin, grijs, zwart. Een geheele kudde varkens, slijk-zwarte +ruige borstelbeesten met een stijf-opstaande maan, van kop tot +staart den geheelen rug langs, en vervaarlijk-geslagtanden snuit, +was aan het wroeten in allerlei onnoemelijke vuilnis. Uit alle hoeken +kwamen honden aangeschoten, scharminkelig mager en afzichtelijk van +schurft, die met den staart tusschen de beenen en opgestrekten kop +losbarstten in een tegelijk woedend en bang, scherp-huilend geblaf. Op +dat teeken van onraad kwamen menschen te voorschijn; omringd door +een troep spiernaakte kinders, mannen en vrouwen in gore kleedij. Zij +brachten ons, dienstvaardig, waar wij wezen moesten, bij het gezin dat +eenige weken geleden een der grootouders had verloren. En daar zag +ik werkelijk, onder een soort troonhemel, bedekt met bonte kleeden +en omgeven met schalen vol offeranden van vruchten en bloemen en +allerlei symbolisch sieraad, de lijkkist. In de kleine loods, vlak +tegen het woonhuis aan, waar zij te praal stond, waren de kinders +aan het spelen; muziekinstrumenten stonden in een hoek. Naar de +woning, waar het weefraam der bedrijvige huisvrouw te zien kwam, +stond de deur wijd open.--Het angstige ontzag voor den dood is iets +Westersch-Christelijks: dat wordt iemand op een ietwat verbijsterende +wijze in het bewustzijn teruggeroepen door zulk een tooneel. + +Het geheele gezin--een knap paar de vader en moeder, en de kinders, +het een al mooier dan het ander--was ons tot gidsen op een wandeling +door de buurt. Overal was het hetzelfde: vuiligheid. Overal wroetende +varkens, schurftige honden, afval, modder, lompen, stank. Naar de +handbreede scheuren in de leemen huismuren zag men onwillekeurig, +met het idee, dat dáar straks nog meer vuiligheid uit zou komen, +doorlekkend van binnen uit. Maar het was duidelijk dat het niemand +hinderde. De klaaroogde kinderen, die tusschen varkens en honden als +tusschen prettige speelkameraden over den grond rolden, kraaiden het +uit van pleizier. Een jonge vrouw, aan den arbeid voor den maaltijd +van het gezin, zat op den huisdrempel groenten tot moes te wrijven, +vlak naast een reusachtig zwijn, dat zijn rug schuurde tegen den +deurpost. Languit op een mat lag een man, pas terug van de sawah, +waar hij met zijn buffels den geheelen werkmorgen,--van zes tot +elf,--had geploegd, siësta te houden. Wat rondom stonk was erger dan +een mestvaalt; maar hij, de armen onder het hoofd, lag daar in schaduw +en niets-doen, te neuriën van onuitsprekelijke tevredenheid. En, +eigenlijk waarom ook niet? Waarom zou vuilnis vroolijkheid weren?-- + +De koele rustplaats van den zanger was de vloer, die tusschen de palen +van een héél hoog gebouwde rijstschuur als een soort van luchtige, +naar alle zijden opene, tweede verdieping maakte, waar een weefraam +de gewone plaats aanwees der vrouwen van het gezin, en, tusschen +een sirihdoos en allerlei keukengerei, een vechthaan in zijn korf +stond. De vloer van de rijst-bewaarplaats hield dit alles in de +schaduw. Naar boven kijkende, zag ik daar iets bonts. Het waren +aan weerszijden, naast de hoekpijlers der schuur, alleraardigste +godenbeeldjes, opgesierd als dansers, en in een houding of zij juist +wilden beginnen. Wat een vroolijkheid moet er in het hart van den +beeldsnijder geweest zijn, toen hij zoo luchtig hun gevouwen kleeren +schikte, en hun al dien mooien opschik aan hals en polsen gaf, en dien +lach op het gezicht! Zijn naam, waarnaar ik vroeg, wist het echtpaar +niet. "Ieder werkman hier kan zoo iets maken."--Gelukkig Bali! + +Voor afscheid brachten mijn geleiders mij naar de Godenhuisjes: enkel +vierkante pilaren, met een nis er in, bij wijze van verblijf voor +den god. In éen lag een tak blankbloemige tjempaka, tusschen witte +en gelige lelies. Zeker was het de akkerman, die uit een bloeiend +boschje buiten den ruiker had geplukt; en zijn huisgod aangeboden, +met een gemurmeld: "Ik vraag zegen!" + +De lucht rondom was zoet van den geur. + +Een dag of wat later kwam ik terug in de stadswijk om een bezoek te +brengen aan een aanzienlijk en zeer rijk man, een lid van de laagste +der drie heerschende kasten, die der Wessya's, en als zoodanig den +titel van Goesti voerend, die een beroemde collectie van Balische +kunstvoorwerpen bezit, houtsnijwerk, gouden en zilveren vaatwerk, +antieke wapens en zijden stoffen. + +Hij kwam mij tegemoet, gekleed als voor een feestelijken gang naar +den tempel, in een purperen, met goud doorweven opperkleed, dat, +van onder de armen in een plooienrijke slip afhangend, sleepte +voor zijn voeten. Zijn handen, waarvan de linker nagels had van +vier of vijf centimeter lang--kenmerk van den aanzienlijke die geen +handenwerk verricht--fonkelden van de ringen. En hij had een kris +in den gordel die in een gouden scheede stak, en waarvan de greep, +een gouden godenbeeldje, kwistig versierd was met robijnen. Zijn +zoon was maar weinig minder kostbaar gekleed. Met een trots dien +zij verborgen achter glimlachende hoffelijkheid, toonden zij mij +inderdaad vorstelijke schatten. Ingemetseld in den muur der voorgalerij +(het huis is naar Europeeschen trant gebouwd) een beeldhouwwerk in +djatihout, dat den strijd voorstelt van twee fabelachtige wezens, een +draak en een gevleugelden leeuw, te midden van de opstrevende en in +slingers afhangende takken van een fantastisch gewas. Daarna wapens, +sedert onheuglijke tijden al erfelijk in hun geslacht, krissen, breede +klewangs, lansen en speren, waarvan het kostbare versieringsmateriaal, +ivoor, zilver, goud, edelgesteente, zoo kostelijk niet was als de +fantasie die er de zonderlingste en schoonste voorstellingen in had +uitgedrukt. Allerlei tempelgereedschap ook: schalen voor bloemen- en +vruchtofferanden, bekers voor gewijd water, gouden horentjes, waarin +de biddende de bloem steekt die hij tusschen saamgelegde vingerspitsen +opheft naar de nis van het godenhuisje. Ten laatste zijden stoffen, +waarvan sommige met goud- of met zilverdraden doorweven waren, +andere een teekening vertoonden van zeer zacht in elkander overgaande +kleuren, en andere weer motieven van bloemen, vruchten en vogels. Dat +alles was het werk van de vrouwen der familie. "Zij doen niet anders, +hun geheele leven lang," zei de Goesti. Het was den meisjes, die nu +werden binnengeroepen, aan te zien, dat zij met zulk prachtig werk +stilzittend hun leven doorbrachten. Alles aan hen, hun gezicht, +handen, hun bouw, hun houding, was fijn en ietwat zwakkelijk. Zij +geleken maar weinig op die schoone sterke vrouwen uit de volksklasse, +die met een zwaren. last op het hoofd als dansende over den weg gaan. + +De meisjes brachten mij door het huis en over het geheele erf. En daar +zag ik nu weer, in hoe andere vorm en verhouding dan ook, wat de vorige +maal op het erf van den Soedra in de volksbuurt mij zoo getroffen +had, de "innige vermenging" van vuil en kostelijk mooi. Zooals op +het Soedraerf de fijne godenbeeldjes, midden tusschen de varkens, +de modder en de lompen, zoo hier in het Wessya-verblijf gore bedden, +groen uitgeslagen muren en als een korst van viezigheid, overal te +midden van de gouden schatten en meesterwerken van oude sierkunst. + +De Goesti, die veel met Westerlingen omgaat, is zich klaarblijkelijk +bewust van den indruk dien die vereeniging van dingen, in hún +voorstelling onvereenigbaar, op hen maken moet. Hij kwam, wat hij +wist dat mijn gedachte moest zijn, tegemoet. Terwijl hij mij de +"feest-loods" toonde (de pendoppo van de Javanen), die verwonderlijk +mooi versierd was met schilder- en beeldhouwwerk langs alle stijlen +en onder het middelpunt van de als in stralen nederdalende zoldering +een leeuw, die pauwen-blauwe vlerken uitspreidt, nam hij uit het +vergulde lofwerk een bloem weg, die al half kleurloos was geworden +en, wormstekig, afbrokkelde. "Wij maken mooie dingen, maar ze +onderhouden, dat doen wij niet." Ik vroeg waarom? De vraag bleek +lastig. Het voorhoofd fronsend, bracht de Goesti zijn langgenagelde, +zwaar beringde linkerhand aan de kin. Eindelijk: + +"Zoo is het," zei hij. "Zie een huis als dit, waarin vroeger de broeder +van den Radja heeft gewoond: het is kostbaar; het vervalt. Zie den +dorpstempel, waarvoor wij allen zeer veel geld hebben opgebracht, +en dat gaarne, en meer, velen van ons, dan wij volgens den aanslag +behoefden te geven, want een Baliër eert de goden met vreugde. De +dorpstempel is een meesterwerk van onze bekwaamste bouwmeesters +en beeldhouwers. Ook de dorpstempel vervalt. Wij láten hem +vervallen. Waarom? Ik ben een Baliër, en ik weet het niet." + +En ineens ontplooide zich zijn voorhoofd en hij begon uit volle borst +te lachen. + +"Zóó zijn wij Baliërs!" riep hij, "zoo zijn wij!" + +Ziedaar. + +Er zit niet anders op, dan zich er in te schikken. + + + + + +Rijst en rijstbouwers + + +Wie van Singaradja naar het aardige heuveldorp Gitgit gaat, volgt +een weg tusschen rijstvelden door. Zij liggen, blank als licht +kabbelende vijvers langs de helling, hier, ginder beginnen zij al te +sprieten. Op plekken staan zij, flonkergroen, vol in den halm en het +dunne zilverwaasje begint er al over te komen van den opengaanden +bloesem. De weg klimt slingerend, voorbij grauwe dessa's, leemen +huizen met rieten daken achter een hoogen leemen muur, die tegen +week worden en wegspoelen onder stortbuien beveiligd is door bossen +slordig er over geworpen alang-alang; voorbij bonte tempelpoorten, +door grijnzende monsters bewaakt, die uitpuilende oogen hebben en +slagtanden en vlerken aan de schouders; voorbij pasars, waar koopers +en verkoopers aan een warong koffie zitten te drinken: onderwijl +staan hun korven met vechthanen in de schaduw, en tegen den kant +van den weg liggen, in wijdmazig bamboe-vlechtsel, een soort fuik, +waarin zij door twee man naar den pasar gepikoeld zijn, knorrende +zwarte varkens. Allerlei marktvolk komt den steilen weg af, koopwaar +vervoerend op grobaks en op pakpaardjes, dragend aan het juk, dragend +op het hoofd. Jonge, ranke kerels drijven goudkleurig vee voor zich +uit. Een oud wijfje wandelt met een varken, dat zij een touw om het +lijf heeft gebonden. Een geheele rij vrouwen komt er aan met kruiken +sagoweer op het hoofd, zakken ketela, groente, rijst, stapels kains en +sitsen goed, en zelfs levende biggetjes, die worstelend tegen het touw, +waarmee zij aan elkander en aan den vierkanten draagbak vastgesjord +zijn, zwarte snuiten in de hoogte steken en wijdmuils schreeuwen, +terwijl de draagster onbekommerd voortloopt met haar lichte, sierlijke +schreden. De grauwe gehuchtjes, de tempels, de pasars komen er aan, +staan even stil, zijn voorbij, de marktgangers haasten de steilte af, +den klimmende tegemoet, en zijn verdwenen, maar altijd door blijven de +rijstvelden, blanke, gespikkelde, flonkergroene, zilverig overwaasde +rijstvelden. De hellingen zijn er mee bekleed. De toppen flikkeren er +van. Het kleine gemurmel van de watervalletjes, die van elk hooger +gelegen naar elk lager gelegen veld afsuizelen over de dijkjes, +is héél zacht te hooren onder het bruisen van den aanstrijkenden +bergwind door, die de stijfbladerige palmen ontroert. De reuk van de +bloeiende rijst maakt de lucht zoet. + +Gitgit ligt vrij op een rondom van dal en diepte omgeven top. Bij de +pasanggrahan, half weggescholen onder een groep zware kanariboomen +ligt, midden in een tuin waar frisch de rozen bloeien, een luchtig +tuinhuisje, aan den uitersten rand der steilte. Daar vandaan ziet +men, van de donkere bergen in het Zuiden en Oosten afhellend naar +de Noordelijke zee, het geheele wijde land liggen; en van de bergen +tot de zee is het groen van rijst. De barre steen en het zilte water +enkel zijn zonder dat schitterige groen, waar het geheele menschenleven +van het eiland van groeit en gedijt. + +De Baliër is er trotsch op, dat op zijn eiland meer en betere +rijst groeit dan op Java, overigens voor hem het land van alle +voortreffelijkheden, en dat zelfs Javanen naar Bali komen, om zijn +wijze van rijstteelt te bestudeeren. De irrigatie hier is eene +voortreffelijke. Het land is zeer steil en bergachtig, de rivieren +loopen snel en driftig door diepe ravijnen, en de taak om het water +te vangen en gelijkelijk te verdeelen over de velden, was dus een +zeer moeilijke. Dat de Baliër haar zoo goed volbracht heeft, dankt +hij aan de eendracht die ook hier macht is. Van den beginne aan is hij +te werk gegaan in vereeniging met kameraden, en aan twintig, veertig, +vijftig mannen viel gemakkelijk, wat voor een enkele onmogelijk ware +geweest. De landbouw hier berust op coöperatie. Eigenaars van sawahs +(dikwijls zij, wier velden uit een en dezelfde leiding het water +ontvangen), sluiten zich aaneen tot een vereeniging, eenigermate +vergelijkbaar bij onze oude waterschappen, die alles regelt wat op +den rijstbouw betrekking heeft. + +De "Soebak" stelt den tijd van bevloeien, ploegen, planten, oogsten +vast. Hij bepaalt de hoeveelheid water waarop ieder akkerman recht +heeft; hij houdt het toezicht op dammen, tunnels en leidingen; hij int +bijdragen en stelt het door ieder verschuldigde vast; en het recht van +boete-heffing geeft hem het middel, zich te doen gehoorzamen. Als een +oogst mislukt, wordt door den Soebak een onderzoek ingesteld, om uit +te maken of nalatigheid van den landman zelf soms schuld is daaraan. De +vergadering beslist bij meerderheid van stemmen. Wordt de boer schuldig +bevonden, dan moet hij niet alleen het volle belastingbedrag, over een +goeden oogst verschuldigd, betalen, doch een boete op den koop toe. Al +de Soebak-leden om de beurt maken deel uit van het bestuur. Alle leden +zijn gelijk voor zijne wetten; een lid van een der drie kasten heeft +geen meerdere rechten noch mindere verplichtingen dan een eenvoudige +Soedra (of om hem te noemen met den naam dien hij liever hoort, +Kaoela). Wat, in het voorbijgaan gezegd, den hoogen ouderdom van deze +volksinstelling bewijst, en haar kracht, waartegen de veroverende +Hindoe-Javanen hun voorrechten niet hebben kunnen handhaven. Als vele +andere voortreffelijke dingen in het Balische volksbestaan is ook de +Soebak een erfenis der oer-Baliërs. De Nederlandsche regeering heeft +het systeem volgens haar eigen lijnen uitgebreid; de Soebaks, waarvan +de indeeling waar dat kon in overeenstemming is gebracht met den loop +der rivieren, vereenigd in groepen, met ieder een eigen bestuur; +en als hoofd van al de groepen in een landschap een ambtenaar met +uitgebreide bevoegdheden aangesteld, die den alouden titel voert van +"Groot-Soebakhoofd" Sedehan Agong. De Sedehan Agong van Boeleleng, +een man van kunde en rusteloos-ijverig, heeft den rijstbouw in het +landschap opgevoerd tot een nieuwe hoogte. De Javaansche deskundigen +komen bij hem in de leer. + +Op dit oogenblik is, in het grootste gedeelte van de vlakte, de +rijstbouw begonnen. Ware ik een paar weken vroeger gekomen, ik had +het feest kunnen bijwonen van het herbeginnende landbouw-jaar, het +wed-ploegen. Nu moest ik me tevreden stellen met de beschrijving die +de Sedehan Agong er mij van gaf. + +Eerst wordt een optocht gehouden naar den Soebaktempel midden in +het veld, die aan de Rijstgodin, Dewi Sri, is gewijd, en naar het +offerhuisje,--enkel een vierkante baksteenen pilaar, met een nis +er in--van den Watergod, om beider hulp en zegen te vragen voor +het beginnende werk. Dan komen de boeren op een groot veld bijeen, +ieder met zijn ploeg en zijn span stieren. De beesten zijn prachtig +opgesierd; sommige met een bekleedsel van uitgeslagen, beschilderd en +verguld leer, in den trant van de ornamenten die wajang-spelers dragen, +allen met groen en bloemen. Zij dragen geweldig groote houten klokken +om den hals, van anderhalf tot twee voet breed, die een klank geven +als van een gong, en die hen dwingen den kop hoog te dragen. Het +is de trots van den eigenaar wanneer de stier ook den staart hoog +draagt bij het ploegen, in het verlengde van den rug gestrekt, en +dan met een hoek naar beneden gebogen. Voor een mooi span wordt tot +vierhonderd rijksdaalders toe gegeven, (om te rekenen als een Baliër, +die niet anders kent dan een Chineeschen duit en een Hollandschen +rijksdaalder). Zulk een hartstocht heeft de Baliër voor mooi vee. Als +dan de groote goudgele prachtig-opgetuigde beesten langzaam voorbij +treden over het veld, met gespannen spieren den ploeg trekkend, dien +de feestelijk-gekleede akkerman bestuurt, terwijl het gebeier van +al die diepe houten klokken een heerlijke muziek maakt, dan viert +de Baliër zijn verheuglijkste feest. Het ernstige, strak-belijnde +Brahmanen-gezicht van den Sedehan Agong glansde terwijl hij er van +verhaalde. + +Nu dan is het ploegen in vollen gang. Om 5 uur al gaat de boer +met zijn span naar den akker; en met zijn beesten samen plonst +hij door het zwalpende lauwe sawah-water tot elven toe. Dan is het +siësta-tijd. Is het ploegvee een stieren- of ossen-span, dan keert +het naar de dessa terug; maar karbouwen blijven in het veld om +te baden in een poel. Met een touw aan de horens getuierd aan een +paal in 't veld liggen de groote grauwe beesten daar als schepen +voor anker. Zij verroeren zich niet, uren achtereen; het water +rimpelt boven hun gelijkmatigen ademtocht. De ploeger ligt niet ver +van zijn vee in het gras langs den weg, of op de bale-bale van een +wachthuisje. Zijn kinderen brengen hem zijn middagmaal, rijst met een +droog vischje, een gezouten ei, wat scherpe toespijs, en allicht een +portie varkensvleesch. Misschien brengen zij ook een kruik water mee +uit de nieuw aangelegde leiding. Maar, zoo niet, dan weet hij toch +wel aan een dronk te komen. In den sawah-plas staat vastgemetseld +een groote filter, een gefatsoeneerd en uitgehold rotsblok. Het water +siepelt van buiten naar binnen. ("Zooals bij de filters van Pasteur" +verduidelijkt de dokter djawa). Hij treedt naar den filter, doopt er +zijn kruik in en laat ze vol-klokken; en het hoofd achterover giet hij +zich den straal recht in de keel eerst, over gezicht en borst dan; +gedrenkt, druipnat, water van buiten, water van binnen, staat hij +als een plant na den regen te glanzen van sap en frisschigheid. + +'s Middags werkt hij niet met zijn vee; met de spade bearbeidt +hij de hoekjes en zoomen, die met den ploeg niet te bereiken zijn +geweest. Hij zorgt dat de twee Soebak-inspecteurs niets te berispen +zullen vinden als ze straks voorbij komen op hun ronde. Als de rijst +uit de kweekbeddingen is overgeplant, (anders dan elders is dat hier +mannenwerk), heeft hij vooreerst vacantie. Alleen geregeld wieden is +noodig en het onderhoud van de dijkjes. Het neemt weinig tijd. Hij +heeft de dagen vrij voor zijn geliefkoosd spel van hanen te laten +vechten. Nu al zijn velen zoo ver. Op den grooten weg--mijn kamer +in de pasanggrahan ziet er op uit--zie ik den geheelen dag mannen +voorbij drentelen met gekooide vechthanen; en in de feest-loods, +en in alle warongs en pasar-schuurtjes langs de wegen zitten ze +in groepen bijeen. Zij wedden met hartstocht; men zou zeggen, met +verwoedheid, als zulk een woord paste bij een Baliër. Een oude inwoner +van Singaradja, goed van inlander-zaken op de hoogte, verzekert mij +dat een gewone Soedra-boer op een enkelen dag soms tot twee, drie +honderd gulden verliest. Hij wedt met handenvol rijksdaalders. Dat +trekt hij zich verder niet aan. Vandaag verloren, morgen gewonnen, +denkt hij. En verder, is de geldschieter er goed voor; en verder +zijn vrouw, die dan maar eens wat ijveriger moet zijn op de markt, +en aan den weefstoel; en ten slotte, zijn rijstoogst, ook al is die +al verpand en verkocht. Alles komt terecht op Bali, zoo lang er rijst +is! En die is er altijd. + +Nu zelfs, terwijl in de vlakte pas de bouw is begonnen, zijn op de +heuvels al velden rijp. De eerste oogst-processies gaan voorbij, +muziek voorop, met bonte wimpeltjes aan bamboestaken en in het midden +een verguld miniatuur-tempeltje op een baar gedragen. De vrouwen, +die van al de landbouwverrichtingen aan den oogst alleen deelnemen, +dragen sierlijke mandjes op het hoofd met offergaven van vruchten +en bloemen. En hun stemmen klinken schel boven die der mannen uit in +het feestgezang, dat Dewi Sri en al de goden van den akkerbouw prijst. + + + + + +Balische vrouwen + + +Den geheelen dag van zonsopgang tot donker, en overal, behalve enkel +en alleen in het veld, zijn hier bij menigte de vrouwen te zien; +en altijd, arbeidende. + +Dat begint al voor dag en dauw. Tegelijk met het gekraai van den +eersten haan is het getokkel te hooren van stampers in het rijstblok; +op een erf, waar niemand anders nog beweegt, staan ongekamd en +slordig in de kleeren, de vrouwen de rijst te stampen voor het maal +van elven. De zon is nog niet boven de boomen, of in troepen al komen +zij den weg af naar den pasar, op horden, in manden, in zakken en +gevlochten nappen hun koopwaar op het hoofd torsend. Zij zitten den +heelen dag achter het tafeltje van een warong, naast een draagbaar +leemen oventje waarop boven een houtskool-vuur, de eene versnapering na +de andere wordt klaargemaakt voor den gaanden en komenden man. Tegen +zonsondergang kan men hen bij troepen vinden zitten rondom de steenen +pijlers van de waterleiding; ieder op haar beurt vullen zij onder de +kraan de groote zwart steenen potten, zoo zwaar, dat de eene de andere +moet helpen bij het optillen, als zij die, boordevol, op het hoofd +plaatsen. En het is al lang donker, en op zijn baleh-baleh ligt de +akkerman zichzelven in slaap te zeuren met een of anderen eentonigen +deun, als nog langs de dorpsstraat de dubbele tik van haar weefspoel +klinkt, bij het licht van een pitje in een halven klapperdop vol olie +heen en weer geworpen door de schering: de ijverige huismoeder doet +af wat zij nog afgedaan kan krijgen van haar eindelooze taak om haar +gezin in de kleeren te houden, met twee stel van alles voor ieder per +jaar. En of het nu in het begin van het landbouwjaar is, wanneer ook +de man zwaar werkt, of later in den tijd, wanneer hij er zijn rust +en zijn genoegen van neemt, dat maakt voor haar geen onderscheid: +zij werkt maar gestadig door. + +Maar het moet den Baliër niet gezegd worden, dat eigenlijk de +vrouwen de harde werkers zijn op zijn eiland. "Wat verdient een +vrouw? Misschien een kwartje op een dag!, niet eens genoeg dat zij +er zelf van eten kan. Neen, die verdient en het werk doet, dat is de +man. Hij werkt op de sawah!" Dat zij niet mee doet aan wat voor den +Baliër het eigenlijke werk is, aan den rijstbouw, dat maakt de vrouw +voor hem tot een minderwaardig wezen. En de minachting voor haar als +zoodanig brengt het weer mee dat het werk dat zij wèl verricht, en +alléén verricht, gekleineerd wordt. Dat zij veel meer verdienen moet +dan een kwartje per dag, om haar gezin in stand te helpen houden, +hier, waar de levensstandaard hoog is en ruim f 0.30 gerekend wordt +voor den dagelijkschen kost alléén van een volwassene, behoeft geen +betoog, te minder als men bedenkt hoeveel, in de tijden dat hij +zelf weinig of niets verdient, een man op Bali noodig heeft voor +zijn genoegens,--hanengevechten, dobbelen, opiumschuiven. Maar het +komt nu eenmaal in zijn kraam te pas zijn vrouw en dus haar arbeid, +voor niets te tellen. + +Een Balische vrouw is voor een Balischen man geen mènsch; zij is een +ding, dat hem behoort zooals andere dingen hem behooren, en waarmee +hij doen kan wat hij wil. + +De eerste eigenaar van een vrouw is haar vader. Hij telt haar niet mee +onder zijn kinderen; "kinderen" dat zijn alleen de zoons. Hij waardeert +haar alleen,--dat echter nog al hoog--als een soort productie-middel: +van arbeid eerst, van geld later. Het gaat een huisgezin goed, waarin +veel meisjes zijn. Van hun vijfde of zesde jaar af werken zij. Niet +aan wat wij huishoudelijk werk noemen--in een Balisch huis is voor +"huishouden" geen gelegenheid, noch noodzaak; gekookt wordt maar +eens per dag: gewasschen wordt nooit iets; een Baliër draagt zijn +kleeren zooals ze zijn--of worden--tot ze hem, letterlijk!--van 't +lijf vallen; zij werken aan geld-inbrengend werk. Kinders, die hun +moeder nog niet tot aan het middel komen, loopen al achter haar aan +mee naar de markt met een last groenten, hout en geweven goed op hun +hoofdjes. Kinders van zes jaar zitten al aan den weefstoel en weven +geruite kains. En ze zijn nog niet veel ouder als ze met koekjes aan +den weg zitten en de duiten narekenen van hun klanten. + +Zijn ze volwassen, dan brengen ze een som inéens op, wanneer zij +geschaakt worden, in werkelijkheid haar koopprijs, in naam de boete, +die de minnaar voor zijn rooven van het meisje aan den vader moet +betalen. Hoe mooier en van hoe aanzienlijker geboorte zij is, hoe +hooger die prijs of boete. + +De schaking is er maar een voor den vorm, zij is met het meisje +afgesproken, en iedereen, de vader incluis, is op de hoogte van de +plannen van den "schaker" en het volkomen met hem eens. Daardoor wordt +zij het eigendom van haar man, die nu op zijn beurt zooveel voordeel +uit haar trekt als hij kan. Hij laat haar werken, zooals hij het zijn +buffelspan en zijn mager paardje laat doen: eer meer dan minder. En +zoomin als jegens zijn ploegvee en lastdier legt de Baliër-wet hem +tegenover haar verplichtingen op. Totdat het Nederlandsche gouvernement +paal en perk stelde aan zijn rechten over haar, waren zij onbegrensd: +hij kon haar, om zijn schulden te betalen, verpanden of verkoopen; het +kwam dikwijls voor bij in weddingschap-schulden geraakte liefhebbers +van hanengevechten; hij kon haar, voor ontrouw, dooden, zonder dat +iemand hem ter verantwoording riep. Dat hij haar verstiet, als 't +hem in zijn hoofd kwam een andere te nemen, en twee tegelijk hem +te lastig docht in huis, was iets dat vanzelf sprak. Het kon ook +voorkomen--en het kwam werkelijk nog al eens voor--dat een meisje +zich niet tot vrouw wou láten nemen, noch als zóoveelste, noch zelfs +als eerste en voorloopig eenige. Dan werd zij, in ernst en meenens, +geschaakt: met geweld. En tenzij zij bevrijd werd voor de roover met +zijn handlangers haar het huis van een helper had binnengesleept, +werd zij, door die daad van roof en geweld zelf, zijn wettig eigendom +en tegen wil en dank zijn vrouw. Een boete, of eigenlijk koopprijs, +viermaal hooger dan de gewone, werd voldoende schadeloosstelling voor +haar familie geacht. Aan eenig recht van haarzelve dacht niemand. Een +poging om zulk een recht geldend te maken en te verdedigen zou haar +zelfs duur te staan zijn gekomen. Het is voorgekomen, dat de roover, +door de bloedverwanten van het meisje achterhaald, haar doodde, +liever dan haar los te laten. Een dokter-djawa in deze streek heeft +eens een meisje te verplegen gekregen dat uit zeventien wonden +bloedend op den weg was blijven liggen, toen de woesteling die haar +geschaakt had op de vlucht ging voor haar bloedverwanten. Wonder +boven wonder herstelde zij. Het is nog niet lang geleden dat een +ambtenaar van het binnenlandsch bestuur, nu nog op het eiland, +heelmeesters-diensten bewees aan een ander arm schepsel, die zelve +zich had trachten te bevrijden uit den greep van haar roover, en +wie hij in woede zijn kris dwars door de borst had gestooten. Zij +stierf na ondragelijke pijnen. Behalve waarschijnlijk de moeder, +trok niemand zich veel van het geval aan. Het Nederlandsche bestuur, +dat de schaking-voor-den-vorm, als een volksgebruik en de wettige +huwelijksvorm der Baliërs, erkent, heeft aan de echte schaking een +eind, of zoo goed als een eind gemaakt, door bedreiging daarvan met de +eenige straf waarvoor een Baliër werkelijk beducht is: verbanning. Het +is een van de vele maatregelen, waardoor in den laatsten tijd de +toestand der vrouw hier te lande eenigermate is verbeterd. + +Men zou denken, dat de ruwheid van zeden, die in zulk een +verdrukking van de zwakkere zich uit, alleen kon heerschen onder de +afstammelingen der oorspronkelijke bevolking van Bali, der Bali-aga, +der "boschmenschen." Niets daarvan. Onder de op hun adel en oude +beschaving zoo trotsche triwangsa is het niet anders. Ik vroeg een +aanzienlijk en zeer rijk man, een Wessya, wiens vrouw en dochters +als prinsessen gekleed gaan bij de tempelfeesten, van voorhoofd +tot enkels overflonkerd van goud en gesteente, en bedreven zijn in +allerlei prachtig en kunstig sierwerk, terwijl de meisjes, die school +zijn gegaan, lezen en schrijven kunnen en vloeiend Maleisch spreken, +behalve laag en hoog Balineesch,--ik vroeg den Goesti, of de vrouwen +van zijn kaste in haar eigen huis en gezin eenig gezag hadden? Zijn +verbaasde lach was als antwoord duidelijk genoeg. Degene dien ik +een vorig maal zoo minachtend over vrouwenarbeid had hooren spreken, +een kundig, en, naar Baliër-begrippen, fijn beschaafd man, was een +Brahmaan. Zij hebben zelfs de hun toch stellig vreemde zede van de +schaking-met-onderling-goedvinden aangenomen. Kort voor de vestiging +van het Nederlandsch gezag is hier te Singaradja op klaarlichten dag +een meisje uit de familie van den Radja geschaakt, wie, om het geval +goed duidelijk te maken, de schaker een mand over het hoofd had gezet, +zoodat het leek of zij blindelings en hulpeloos de vrouwen volgde, +die haar aan de handen voorttrokken, den "roover" na en zijn woning +binnen. De zoo naijverig bewaakte voorrechten van de triwangsa gelden +in het geval van de vrouwen alleen tegenover het laag-geboren volk: +tegenover hun mannelijke gelijken in rang zijn zij zoo al iets, dan +toch zeer weinig meer dan tegenover den Soedra-man de Soedra-vrouw is. + +En niettemin! De Baliër-vrouw, de vrouw uit de volksklasse vooral, is +een vroolijk, onafhankelijk zich gedragend, van lijf en geest krachtig +mensch. Niemand kan haar aanzien en waarnemen in haar dagelijksch zijn +zonder door die tegenstelling tusschen haar uiterlijke omstandigheden +en haar karakter getroffen te worden. De druk zelf heeft haar weerstand +tegen den druk gegeven. De harde arbeid heeft haar sterk gemaakt. De +klein-handel, die geheel in haar handen ligt, en de gestadige omgang +met die geslepen kooplui en geldschieters, Arabieren, Klingaleezen, +Chineezen, heeft haar omzichtigheid geleerd en berekening en tegelijk +zelfbeheersching en zelfvertrouwen. En het bewustzijn zooveel bij te +dragen tot de welvaart van haar gezin vervult haar met een rustigen +trots. + +Is het misschien een zijdelingsche erkenning van de rechtmatigheid van +dien trots? De wetten van al die vereenigingen die het maatschappelijk +leven van den Baliër beheerschen, van de dessa-vereeniging en den +Soebak af tot den kleinsten "bandjar" toe, verbinden het recht van +lidmaatschap aan den huwelijksen staat: geen vrouw, geen rechten. Een +jonkman telt niet: een weduwnaar moet een vrouwelijke bloedverwant +in huis nemen om als lid der dessa-vereeniging gehandhaafd te +blijven. En ook de godsdienstige zede ruimt der vrouw plaats en +rechten in naast den man. Er zijn vrouwelijke priesters, even hoog in +aanzien als de mannelijke, en die denzelfden titel van pedanda voeren +en gelijken dienst verrichten in de tempels. Aan de jonge meisjes, +die de godsdienstige feesten met gezang en reidans opluisteren, is +het vergund een vereeniging te vormen ter behartiging van haar eigene +belangen. Ook vrouwelijke dokters--half heksen en waarzegsters, half +kruidkundigen--staan in aanzien en goede verdienste. De practijk heeft, +ook hier, de theorie verbeterd, en het leven de wet. + +De Balische vrouwen laten de wetten wetten zijn, en lachen het leven +aan met haar heldere oogen. Zij weten wel waarom. + + + + + +Goesti Djilantik + + +Hij is nog in leven. + +In zijn zwaar ommuurde poeri te Karang Assem zit hij als een stille +toeschouwer bij de dingen, waarvan hij zoo lang de krachtige bewerker +en beweger is geweest. In de dagen van de Lombok-expeditie klonk +zijn naam tot in de verste hoeken van Indië en van Nederland. Nu +is die een leeg geluid geworden. In de overgroote meerderheid wordt +geen gedachte meer wakker bij dien klank. De enkelen echter, bij wie +hij een herinnering oproept, zeggen: "De verrader!" Die hem kennen, +en het best weten hoe zijn gedrag geweest is in 1894 op Lombok en in +1906 te Karang Assem tegenover de Hollanders, in de jaren daartusschen +tegenover zijn eigen volk, weten dat hij beter verdient dan smaad of +vergetelheid. En als eens de geschiedenis hem herdenkt, zal zij hun +eenparig oordeel moeten bekrachtigen en getuigen, dat Goesti Djilantik, +door welke beweegredenen dan ook geleid, beiden, Nederland en Bali, +het verlies van honderden menschenlevens heeft bespaard en dat het +voor een niet gering deel zijn verdienste is, zoo het Balische volk +gereedelijk en met goeden wil den weg is opgegaan, waarlangs het +komen zal tot de zeer te wenschen ontwikkeling van zijn stoffelijke, +verstandelijke en zedelijke krachten. + +Goesti Djilantik, die de stedehouder van Karang Assem is geweest, +eerst onder den vorst van Lombok, toen onder de Nederlandsch-Indische +Regeering, is de afstammeling van een Hindoe-Javaansch geslacht, +waarvan de stichter omstreeks de helft van de vijftiende eeuw naar Bali +kwam om het eiland voor den vorst van Madjapahit te veroveren. Toen +deze, voor den Islam vluchtend, van het vermeesterde eiland zijn +nieuw rijk maakte, gaf hij zijn veldoverste Karang Assem land in +leen. De afstammelingen van Gadja Mada vergenoegden zich niet lang +met het vazallenschap. Zij stonden op tegen de opvolgers van hun +leenheer, de vorsten van Kloengkoeng, ontnamen hun groote stukken +van hun gebied, veroverden het omliggende land, en waren vorsten van +Lombok geworden toen omtrent 1700 de Oost-Indische Compagnie in deze +streken zich trachtte te vestigen. Het was een Karangassemer dien +Valentijn noemt als "den Coninck van Baly;" en een Karangassemer ook +was die radja van Boeleleng tot wien de O.-I. Compagnie het verzoek +richtte haar het monopolie te gunnen van die zeer voordeelige trafiek, +den slavenhandel. Nu begon in den levensloop van het oude geslacht +een nieuwe periode: de tijd van het geweld was voorbij, de tijd van +overleg en list was begonnen. De Karangassemers moesten zien hoe zij +de positie, die zij op de oorspronkelijke inwoners van Bali eerst en +op hun Hindoe-Javaansche stamgenooten later veroverd hadden, nu op +hun beurt handhaafden tegenover den veroveraar uit het Westen, die +weer sterker was dan zij. Zij deden het door beurtelings voor hem en +voor hun landgenooten partij te kiezen, aldus de politiek beginnend +die hun late nazaat Goesti Djilantik ten einde zou voeren. Na den +val van de Compagnie volgden zij tegenover de Nederlandsch-Indische +Regeering dezelfde gedragslijn. Zij behandelden haar als gelijke. Dat +werd hun mogelijk niet alleen maar zelfs gemakkelijk gemaakt door +de Regeering zelve. Het was in de Jan-Saliedagen van het nieuwe +Koninkrijk der Nederlanden. En toen daar een nieuwe kracht wakker werd, +had die nog te zeer zich te weren tegen de overal haar belemmerende +sleur binnen de eigen grenzen, dan dat zij in Indië, en nog wel in +zulk een uithoek van Indië als Bali, de hand aan het werk had kunnen +slaan. Het meeste wat op Bali verkregen werd was een contract met de +vorsten der acht landschappen van het eiland; een contract waarmee de +Nederlandsche Regeering een erkenning van haar oppergezag bedoelde, +terwijl de Balische vorsten er niet anders dan een vriendschapsverbond +in zagen,--bedrogen naar het wel schijnt, aangaande den zin van dien +term souvereiniteit die in hunne taal niet over te zetten is: van +Hoëvell althans verklaart dit in ronde woorden. [12] Der Regeering +eerste poging om haar "rechten" geldend te maken deed den oorlog +losbarsten. De Karangassemers volgden hun oude taktiek van "jagen +met de honden en loopen met den haas." Maar ditmaal tevergeefs. Zij +kwamen in het gedrang, moesten vluchten, en het hoofd van het geslacht +verloor zijn rijk aan Nederland en zijn leven aan zijn eigen opstandige +onderdanen. Karang Assem werd als loon voor bewezen diensten toegevoegd +aan dat Lomboksche rijk dat vroeger van Karang Assem uit veroverd was, +en waar nog een afstammeling uit het Karangassemsche vorstengeslacht +regeerde. Deze zond twee van zijn neven--het waren broeders--als +stedehouders naar het nieuwe wingewest. De twee broeders hadden een +derden, zeer veel jongeren, zoon van een andere moeder, een kind nog +toen zij, in '49, naar Karang Assem gingen. Een en dertig jaar later +kwam die broeder, een man van veertig nu, uit Lombok tot hen gevlucht +uit vrees voor zijn leven. De vluchteling was Goesti Djilantik. + +In de poeri levende van zijn oom, den radja van Lombok, had hij liefde +opgevat voor een van diens dochters en de wederliefde van het meisje +gewonnen. Nu was zij, als dochter van eene Ksatrya vrouw, de meerdere +in kaste van Djilantik, wiens moeder tot de lagere kaste der Wessya +behoorde en het huwelijk van een vrouw uit hoogere met een man uit +lagere kaste is een misdrijf, waarop de Baliër-wet de doodstraf voor +beiden stelt. De verhouding der twee werd ontdekt. Door overhaaste +vlucht alleen kon Djilantik zijn leven redden, dat zijn vijanden, eene +sterke partij in de poeri, eischten, ter voldoening aan de wet. De oude +vorst was hem welgezind: misschien heeft die zijn vlucht begunstigd. + +In elk geval, hij liet het toe, dat zijn beide stedehouders in Karang +Assem den vluchteling opnamen en hem als "poenggawa" het bestuur +gaven over een deel van hun gebied. Tien jaar later stierf de eene +der twee stedehouders. Toen stelde de radja Goesti Djilantik in zijn +plaats aan. Bij den kort daarop gevolgden dood van den tweeden maakte +hij hem zelfs tot eenig stedehouder van Karang Assem. + +Djilantik betoonde zich een wijs en rechtvaardig bestuurder. Anders +dan vroeger zijn oudere broeder, dien het volk "Doeniet" noemde, nam +hij de belangen van den kleinen man ter harte. Hij vergde geen zware +heerendiensten; hij perste geen arbeid noch opbrengst van de velden af; +hij was geen wedder bij hanengevechten; meisjes en vrouwen waren veilig +in zijn gebied,--een zeldzaam iets in een land, waar maagdenroof niet +voor misdrijf geldt, en waar, in sommige streken, de bevolking er toe +gekomen is, haar dochters het gezicht te mismaken met sneden over de +wangen, om hen te vrijwaren voor het lot, naar de poeri van den vorst +te worden gesleept. Het volk van Karang Assem werd Djilantik's vriend. + +Zijn naaste bloedverwanten echter waren zijn vijanden. Zijn benoeming +tot stedehouder had de rechten gekrenkt van de nakomelingen zijner +beide oudere broeders. En in zijn grenzenlooze eerzucht had Djilantik +den meest rechthebbende, den oudsten zoon van zijn broeder Poetoe, +uit zijn weg geruimd door wat niet anders genoemd kan worden dan een +zedelijke sluipmoord. De jonge man had zich schuldig gemaakt--als +indertijd Djilantik zelf--aan kastevermenging. Zelf een Wessya +zijnde--alle vorsten van Bali (met uitzondering slechts van die +van Kloengkoeng, Bangli en Gianjar) behooren tot deze laagste +der drie kasten, die gaandeweg de eigenlijke vorstenkaste, de +Ksatrya, verdrongen heeft--had hij de liefde verworven van een +Brahmanen-dochter. Zijn eigen vader liet hem, met het meisje te +zamen, krissen. Maar die hem daartoe had overreed en aangezet, +was Djilantik. Het is mogelijk de vrees voor weerwraak geweest, +die Djilantik, met prijsgeving van de toch zoo brandend begeerde en +met zoodanige middelen verkregen macht van het stedehouderschap, +Bali deed verlaten, toen de oude radja van Lombok, zijn oom, hem +een poenggawa-schap op zijn eiland aanbood, als loon voor de hulp, +door Djilantik hem bewezen in een oorlog tegen de oproerige Sasaks. + +Daar begonnen de dingen, die den radja in botsing moesten brengen +met de regeering. Djilantik kwam te staan waar sedert anderhalve +eeuw zijn vaderen telkens gestaan hadden--tusschen landgenoot en +vreemden overheerscher in het nauw. Hij deed als zij gedaan hadden, +en als ten slotte toch ook natuurlijk is dat een zwakkere doet: hij +trachtte tusschen beiden door te glippen. Den poenggawa's, die tot +den oorlog dreven--want de machtige edelen waren de strijdlustigen, +niet het volk, noch de oude radja, die stokdoof en zoo goed als +verlamd, zelfs tot de gedachte aan vechten niet in staat meer was--den +poenggawa's ried hij te wachten tot na het lijkverbrandingsfeest van +zijn broeder, den ouden stedehouder van Karang Assem, die het vorige +jaar was gestorven. Den Nederlandschen ambtenaar en bevelhebber der +troepen verklaarde hij, dat geen oorlog te vreezen was: hij hoopte +werkelijk dien met uitstellen, paaien en nogmaals uitstellen te kunnen +voorkomen. Dat is zijn "verraad" geweest. Voor rechtvaardigheid is +het woord te hard, al moet erkend, dat zijn houding geen volkomen +eerlijke was. Dit echter is wel te onthouden: hij verzette zich tegen +de oorlogspartij uit alle macht; hij verklaarde bij het eerste schot +dat viel, met zijn twaalfhonderd Baliërs Lombok te zullen verlaten, +en volvoerde dat voornemen; hij weigerde het radja-schap, dat nog op +het allerlaatste oogenblik de poenggawa's hem aanboden, om hem tot +blijven en deelneming aan hun strijd te bewegen. Natuurlijk niet uit +"trouw aan het gouvernement," maar omdat zijn helder verstand hem de +vergeefschheid toonde van den strijd tegen Westersche wapenen. Zooals +hij het den poenggawa's had voorgehouden: "Wanneer het ei wil vechten +tegen den steen, wie verliest dan?"--Te Karang Assem loerden zijn +neven, Poetoe en K'toet, op hem. Hij vluchtte naar het gebergte. Toen +bleek de vriendschap van zijn volk. Gewapenden waren opgeroepen om +"een vijand van de vorsten" dood of levend terug te brengen: maar zij +wisten niet, dat die vijand Djilantik was. Toen het hun gezegd werd, +stieten de mannen hun lansen met de spits in den grond, ten teeken +van hun weigering om hem te bevechten. De neven werden tot vergiffenis +vragen en onderwerping gedwongen. + +Tien jaar later kwam de beurt die Lombok had gehad aan Bali: het +Nederlandsch gezag, dat tot nog toe een naam geweest was, werd een +werkelijkheid. Weder was het toen Djilantik die tusschen "het ei" +en "den steen" zijn handen hield. Zonder hem had zijn neef Poetoe, +de onverzoenlijke vreemdelingen-vijand, Karang Assem medegesleept +in een met Bangli en Kloengkoeng gezamenlijk te voeren oorlog tegen +Nederland. De wijze, waarop Djilantik dat voorkwam, was weer dezelfde +die hij op Lombok had gevolgd: ter wille van het goede doel zoowel +vriend als vreemde misleiden. Tegenover de Nederlandsche ambtenaren +ontkende hij, dat eenige beweging gaande was; tegenover de poenggawa's +eischte hij uitstel, met belofte van latere vrijheid tot handelen. Een +groot godsdienstig feest, waarvoor al sedert drie jaren de vorstelijke +familie zich voorbereidde, was het gereede voorwendsel. Het uitstel +dat hij dus won was er een van een half jaar. De regeering maakte zich +den tijd te nutte. Haar oorlogsschepen en troepen kwamen aan drie dagen +voor het feest, waarop tienduizend gewapende mannen, tempel-gangers in +schijn, oorlogvoerders inderdaad, met Poetoe aan het hoofd, verschenen +zouden zijn. Djilantik's taktiek had verschrikkelijkheden voorkomen. + +Het moet den ouden man zwaar gevallen zijn; maar toen de vestiging +van het Nederlandsche gezag op Karang Assem een eind maakte aan zijn +levenslangen droom, de herwinning van het radjaschap, heeft hij bij +het voldongen feit zich neergelegd, en den nieuwen staat van zaken +zonder voorbehoud aanvaard. Meer dan dat. Toen hij er eenmaal van +overtuigd was geworden, doordat hij met zijn eigen oogen het zag, dat +de Westersche beschaving hemzelven en zijn volk verder zou brengen dan +zij ooit op hun eigen wegen konden komen; dat bruggen over rivieren en +ravijnen, wegen van het gebergte uit naar de zee, rijtuigen en paarden +(er waren er geen hier, onder Hollandsch bestuur pas reed het eerste +karretje over de eerste brug), dat stoomschepen, telegraaf en telefoon +nuttige dingen waren, toen heeft hij zijn uiterste best gedaan om die +aan Karang Assem te verschaffen. Toen hij aan zichzelven de uitwerking +had leeren kennen van kinine en begrepen had wat hygiënische voorzorgen +vermogen tegen velerlei ziekten, die onder dit ongeloofelijk-vuile en +zorgelooze volk heerschen, heeft hij op een vaderlijk-listige manier +zijn Karangassemers, wantrouwig en weerbarstig als zij waren, voor het +geloof in Westersche wetenschap gewonnen. Zijn neef Bagoes, te wiens +behoeve hij van het stedehouderschap afstand deed, heeft hij diezelfde +denkbeelden ingeprent. En voor het opkomende geslacht gezorgd door den +bouw uit zijn eigen middelen, met ruime hand verstrekt, van een school. + +Hij is vier-en-zeventig nu: maar oud naar het lichaam alleen: zijn +geest is zoo krachtig en frisch als die van een jongen man. In het +hol-wangige en door het verlies van de tanden klein geworden gezicht, +waaromheen het haar, dat glad naar achter gekamd tot in den nek +afhangt, een gitzwarten glans heeft, staan de donkere oogen vurig, +bijna fel. Hij maakt levendige gebaren onder het spreken, als een +echte Baliër, dien geen adat tot vormelijkheid kan bedwingen. Wat +hij zegt, zegt hij met een zekere drift, alsof hij met zijn geheele +persoonlijkheid voor zijn opinie instaat. En hij vraagt--vraagt +veel--met de tot in bijzonderheden doordringende volharding en op +de systematische wijze van wie iets nieuws volkomen begrijpen wil +om het in zijn beschouwing van de menschen en het leven organisch +te kunnen opnemen. Een antwoord neemt hij niet voetstoots aan: maar +bewaart het tot hij het op zijn waarachtigheid heeft beproefd door +vergelijking met het antwoord op dezelfde vragen door een anderen +zegsman gegeven. Zelfs als hij zich een telefoon-toestel of een +ontsmettingsmethode laat uitleggen, gaat hij op die wijze te werk; +het Oosterlingen-wantrouwen blijft wakker, ook waar het niet behoeft. + +De beide malen dat ik gelegenheid kreeg hem te zien en te spreken, +en het gesprek te volgen, dat hij, geruimen tijd achtereen en over +verschillende onderwerpen, met anderen voerde, kreeg ik den indruk +van een buitengewone persoonlijkheid. Wat zijn bestuur en voorbeeld op +Bali tot stand hebben gebracht, zal, ten volle, pas de toekomst toonen. + + + + + +Bali als het land van Goden en Geesten + + +In de voorstelling van den Baliër is zijn eiland het Land der Goden: +en hij heeft het van hen in bruikleen. Zooals op Java de vorst +de souverein van den grond is, zoo is het hier de godheid. Haar +geldt de hulde en de dienst van alle menschelijke bewoners van het +land. Haar raad wordt ingewonnen, haar hulp afgesmeekt, haar wordt +dank betuigd, vergiffenis gevraagd, verontschuldigingen aangeboden, +onder alle omstandigheden van het leven. De Baliër gaat met haar om +als met een onzichtbaren doch alom tegenwoordigen en al-machtigen +vorst, uit wiens handen hij alles heeft ontvangen wat hij bezit, +en wien hij daarvoor dank, rekenschap en dienst schuldig is. + +In de theorie is deze zijn godsdienst een der ontelbaar vele vormen +van het Hindoeïsme op Bali; immers vond het Javaansche Hindoeïsme +een veilige wijkplaats toen het voor den Islam vluchtte die Java +vermeesterd had. Maar een andere godsdienst leefde in de harten +der Baliërs, toen de Javanen hier kwamen: het antieke Polynesische +Heidendom. En onder den nieuwen invloed van het veroverende en hooger +beschaafde volk bleef het oude zich handhaven, zooals, onder den vloed +van zoet water aan een rivier-uitmonding in de zee het zilte blijft, +en de groei van koralen en zee-anemonen diep in de donkerte. De +machten door de oorspronkelijke Baliërs geëerd, de zon, de zee, de +lucht, het water van meren en rivieren, de geheime kracht die het veld +vruchtbaar maakt en de kudde, die allen worden, soms onder den naam van +Hindoe-godheden, soms ook onder hun eigenen nog, tot op dezen dag toe, +geëerd en gediend op het eiland. Het is een toestand zooals het Westen +in de middeleeuwen kende, toen onder het officieele Christendom de oude +Heidengoden een maar half hen verbergende wijkplaats hadden gevonden, +en aan Maria offers werden gebracht zooals Freya er verlangde, en +op Kerstmis met groote vuren en het slachten van vee het Winterfeest +der sedert eeuwen al vergeten voorvaderen werd gevierd. + +De groote schoone tempels zijn gewijd aan de Hindoe-goden; Siwa wordt +genoemd als de opperste van alle goden; de drie Hindoe-kasten, die der +Brahmanen aan het hoofd, doen het Kaoela-volk, de Soedra-kaste, waartoe +zij, de overwinnende Javanen, het oorspronkelijke Baliër-volk verlaagd +hebben, bukken voor hun gezag; dooden worden verbrand en hun asch in +zee of in een immers naar de zee stroomende, rivier geworpen, naar de +zede der Hindoes. Maar niettemin meent de Baliër als hij Siwa zegt, de +zon of de lucht, met Brahma het vuur, met Wisjnoe het water; niettemin +heeft zich onder de Soedra's een afzonderlijke klasse gehandhaafd, +afstammelingen waarschijnlijk van aloude aanvoerders-geslachten, +die in een zekere mate deel hebben aan de voorrechten der triwangsa, +zelfs aan het priesterlijke der Brahmanen-kaste; en er waren nog +voor betrekkelijk korten tijd geheele dorpen op het eiland die hun +dooden in het bosch neerlegden, en het wijwater der Brahmaansche +priesters weigerden. Dit ook is klaarblijkelijk een revanche van den +ouden godsdienst, dat niet de goden, maar de geesten, de "boeta's" +in de eerste plaats, ontzien en geëerd worden. Als hun aanbidders en +"landgenooten" zijn deze oude Heidensche goden tot een lageren rang +neder gedwongen door den veroverenden Hindoe; monsters en reuzen heeten +zij nu inplaats van goden. En zij moeten, "in effigie" voor de poort +gezeten der tempels, het verblijf van hun overwinnaars bewaken als +het Kaoela-volk de poeri van vorst en edelman. Maar met dat al hebben +zij zich gehandhaafd in de harten, en niet van het Kaoelavolk alleen, +maar van het kwansuis Hindoesche Javanendom even goed, en dat wel +zoo krachtig, dat eerst de booze geest wordt gevleid en verzoend, +voor de goede god wordt aangebeden. + +Want als boos stelt de Baliër zich alle geesten voor: misschien wel +omdat zij verdrongen zijn uit hun eigen land en rechten? Hij probeert +hen te paaien. Dat kost niet veel geld of moeite: een geestenhand is +gauw gevuld! Een paar koperen duiten als men heel vrijgevig wil zijn, +een kliekje eten, anders desnoods een paar bloemen, aardig op een blad +geschikt, dat is al genoeg voor den dagelijkschen dienst. Natuurlijk +bij groote gelegenheden komt er meer aan te pas. Als iemand ziek is, +bijvoorbeeld, wat immers altijd de schuld is van een boozen geest, +dan begrijpt een ieder, dat die geest al in een bijzonder booze bui +verkeeren moet en dat er dus iets bijzonders gedaan moet worden om +hem weer in zijn humeur te brengen, zoodat hij toelaat, dat de zieke +beter wordt. Daarom worden bij epidemieën groote godsdienstige feesten +gevierd, waarop de booze geest wordt voorgesteld onder de gedaante van +een reusachtigen, rood-en-goud-geklauwden tijger, wiens woede bedaart +door het gezang en den dans van prachtig gekleede kinderen. Hier in +het Badoengsche, bijvoorbeeld, waar ik nu sedert eenigen tijd ben, +heerschte verleden jaar de cholera. Toen gaf de poenggawa van Mengwi, +die buitengewoon gezien is, omdat men hem voor zeer geleerd in geheime +wetenschappen en eigenlijk voor een toovenaar houdt, zulk een feest: +de tijger was een tijger, zooals hij bij zulk een voornaam heer past: +hij had een gouden kop en een gouden staart, en zijn geheele lichaam +was bedekt met pauweveeren. De dansers die voor hem dansten, de wierook +die werd ontstoken, de instrumenten waarop muziek werd gemaakt, +het was alles van het allerprachtigste. Tegen zooveel beleefdheden +was de booze luim van den cholera-geest niet bestand. Het bestuur, +dat rivieren en leidingen had doen desinfecteeren, zag dat het zich +die moeite had kunnen besparen. Dadelijk na het feest te Mengwi nam +de cholera af en na een korten tijd was er in heel Badoeng geen +zieke meer. Zulke "verzoenings-feesten" hebben echter nooit meer +dan een tijdelijke uitwerking. Het is noodig, daarom, de geesten in +den waan te brengen van tijd tot tijd, dat er in het geheel geen +menschen meer zijn op Bali, aan wie zij hun toorn en wrok kunnen +koelen, dan blijven zij vanzelf weg. Voor een poosje althans. Dan +wel is waar komen zij toch weer terug. Maar de Balische geestenleer +ignoreert zulke kleinigheden. Een maal in het jaar daarom wordt de +groote plechtigheid van het "Eenzaam Maken" gehouden. Met vreeselijk +getier, geschreeuw, gegalm, met slaan op gongs en op houtblokken +worden alle geesten uit hun schuilhoeken opgejaagd en mettervlucht de +lucht ingedreven. Dan trekken de Baliërs zich terug in hun huizen en +sluiten de dorpspoorten. Vier-en-twintig uren lang mag niemand zich +op den weg vertoonen, mag geen licht schijnen, geen vuur branden, +moet het geheele eiland verlaten lijken en leeg. Werken op de sawah, +koopen en verkoopen op de markt, blijven gedurende verscheidene +dagen nog verboden. Het gebruik, dat den nieuw opkomenden handel +van den Pasar belemmerde, is voor deze streek onschadelijk gemaakt +door een vaderlijke list van het bestuur; de Balische geesten, heeft +het verklaard, hebben het alleen op Balische menschen voorzien; op +Europeanen, op Chineezen, Arabieren en al het overige "Islam-volk," +slaan zij geen acht. Zijn er dus slechts geen Baliërs op den weg dan +geldt voor de geesten Bali als ledig en verlaten, en zij vliegen ver +weg van dat woeste land. Met die uitlegging hebben de Baliërs volkomen +genoegen genomen. Nu blijven zij in hun huizen terwijl de handel +zijn ongestoorden gang gaat, en beide partijen zijn tevreden. Het +zal overigens misschien zoo lang niet meer duren of ook Baliërs--zij +krijgen bij den dag meer belang en rechtstreeksch aandeel in den +al levendiger wordenden handel--zullen er iets op vinden om mede te +profiteeren van deze schikking met de geesten. + +Wat de goden betreft, die zijn goed en eischen geen offers ter +verzoening, maar offers van hulde en dankbaarheid alleen. Die worden +hun dan ook met genoegen gebracht. Geen erf of men ziet bloemen liggen +in de "godenhuisjes" en een van bladreepen gevlochten versiersel voor +de nis, naast de poort, van den "taksoe," den dienenden geest die +als bemiddelaar optreedt tusschen menschen en goden; geen dag in het +jaar of men ziet offeraars, feestelijk gekleed en sierlijke schalen +vruchten en bloemen dragend, op weg naar de tempels. Er zijn er ten +minste drie in elk, zelfs het kleinste, gehucht: de dorps-tempel, om +zoo te zeggen het geestelijke gemeentehuis, waar alle openbare zaken +behandeld worden, en tevens feesten gevierd en gasten--goden zoowel als +menschen van elders--geherbergd; de tempel op of bij de begraafplaats, +waar de dooden de verbranding wachten, aan de doodengodin Doerga +gewijd: de tempel aan het strand, ver gelegen soms van het dorp, +maar niettemin aan dat dorp behoorend, waar de goden der zee worden +geëerd. Op grootere plaatsen wordt dat getal van drie een veelvoud van +drie. Te Singaradja bijvoorbeeld, te Karang Assem en hier te Badoeng +[13] zijn er tempels meer dan buurten en wijken. Zij vertoonen alle +hetzelfde type: dat van het Balische erf in het groot en in het +mooi. Rondom loopt een muur, bij de "armere" tempeltjes van klei, +bij de "rijkere" tempels van steen; twee poorten, een op het Zuiden, +een op het Westen, staan daarin open: uit den voorhof, waarheen zij +toegang geven, leidt een derde poort tot het heiligste binnengedeelte, +dat door een versierden muur, een soort steenen scherm, vlak achter +die poort gebouwd, wordt beschut tegen den blik van voorbijgangers, +juist zóo als de Baliër zijn huiselijkheid tegen den blik van den +vreemde-op-de-straat beschut. In dat binnenste gedeelte staan +de woningen van de goden, van de mindere, de Dewa's, en van de +hoogere, de Batara's, die sierlijk zijn al naarmate de huizen van hun +aanbidders dat ook zijn; soms enkel maar van bamboevlechtsel en in de +zon gedroogden steen; soms gemetseld, en versierd met beeldhouwwerk, +door steenen monsters bewaakt, gedragen op beschilderde en vergulde +pijlers, en van deuren voorzien, een en al fijn gestoken werk, kleur +en goud. De Chineesche invloed, die veel moois en ook veel leelijks op +Bali heeft teweeggebracht, is hier een erg storend element; juist de +mooiste tempels worden ontsierd door een optooiïng met porcelein. Het +is begonnen, waarschijnlijk, met Chineesche borden en schotels, die +althans op zich zelven mooi toonen, hoe leelijk dan ook als toevoegsel +aan architectuur. Op het oogenblik echter zit allerlei grof goed in +tempelmuren gemetseld; tot boeren-aardewerk van Regout toe, zooals +het volk van de Gooistreek het koopt op de Hilversumsche markt, heb +ik hier in het Badoengsche en in Mengwi gevonden. De soldaten van de +expedities van 1906 hebben hier en daar, alle discipline ten spijt, +geprobeerd de borden die hun de mooiste leken, uit het metselwerk te +lichten, en in die poging alles doen barsten en breken. Nu, leelijker +dan het was, kon het niet worden. Het is verdrietig om te zien; +zelfs de prachtige Meradjan Kesiman, een vorstelijke familie-tempel, +is geschonden door al die witte en bonte ronde plekken, als door een +afschuwelijken uitslag. Er is een inspanning der gedachte noodig om, +zelfs in de herinnering, daarover heen te komen. + +Naar die vele tempels, Balisch gebouwd, Chineesch versierd, +door Hindoe-goden bewoond, gaan dag aan dag de honderden. De +godsdienstige feesten van het Bali-jaar zijn ontelbaar; bij alle +belangrijke familiegebeurtenissen wordt er een gevierd; evenzoo voor +"den verjaardag" van het vee, van de wapens, van de vruchtboomen en +tuinen, van de kunst van het lezen en schrijven. Ik had een geleerden +Goesti op bezoek, onlangs, toevallig juist op "den verjaardag van het +letterschrift," die mij dat denkbeeld poogde duidelijk te maken. "Dit," +zei hij, en lei zijn van ringen flonkerende hand op een brief, "dit +noemt u letters: maar het is een Godin! en deze dag is de dag, waarop +zij, voor eeuwen "uit haar moeder kwam." Daarom vieren wij haar heden +met optochten, en niemand mag van morgen- tot avondschemering lezen of +schrijven." Daarbij keek hij naar mijn pen of hij zeggen wou "het is +u ook geraden dat maar te laten vandaag."--Behalve al deze algemeene +feestdagen heeft elk dorp er nog bijzondere voor zijn eigen bijzondere +goden--de bijzondere goden, in wie de oude beschermgeesten van den +Heidentijd zoo licht te herkennen zijn. Zoodat van de 420 dagen van +het Balische jaar er weinig zijn, of geen misschien, zonder den glans +van een godenverheerlijkend feest; een optocht soms, met galm van gongs +en bamboekokers; op andere keeren een dans van dessa-maagden en jonge +mannen, of van kinders in de dracht van krijgslieden en prinsessen; +een tocht naar het zeestrand om een wonderdadig beeld te baden; +een pelgrimsgang, alle de tempels van een landschap rond, waarbij de +meegedragen goden elkander bezoeken; en, altijd, een vroolijk maal aan +de offeranden den goden aangeboden, waarvan de hemellingen den geur +alleen tot zich nemen, de substantie overlatend aan hun aanbidders. + +En dat, offers en eerbewijs, is alles wat die goede goden den menschen +afvragen; het is maar voor de leus, als, een heel enkele maal, +eens wordt gerept van zedelijke verplichtingen. De goden-zelven +nemen het onder elkander óók zoo nauw niet, als ieder wel weet, +die de heilige verhalen kent. Een hulde-betoon dat op zichzelf een +genoegen is; meer vergen zij niet. En in ruil daarvoor geven de milden +een gelukkig bestaan op Bali en de eeuwige zaligheid in een hemel, +die een verheerlijkt Bali is. + +Wat kan tegenover zooveel aangenaams, eenige andere godsdienst stellen? + +En wat wonder als niet één er in geslaagd is in eenigen getale +belijders te winnen op Bali? + + + + + +Het verleden op Bali en de toekomst + + +Aan den grooten weg van Dèn Pasar naar Mengwi, tegenover het schoone +met Ganeça-beelden versierde torenkoepeltje van den "koelkoel" het +holle houtblok, dat dreunend geslagen, uit mijlenverren omtrek al +het volk oproept, daar ligt, modderig van nooit wegzakkende plassen +en ruig overgroeid, de ledige plek waar eenmaal de poeri stond +van den Radja van Pametjoetan; en de plaats is nog aan te wijzen +van de poort, waaruit de vorst met al de zijnen, vrouwen, kinderen, +bloedverwanten, volgelingen en slaven, dien vreeselijken uitval deed, +den dood tegemoet, waarbij wie niet viel door de kogels van den vijand, +stierf onder de lanssteken van den vriend, en vrouwen en kinderen +elkander afmaakten met de kris. Aan deze en gene der vele tempels van +den omtrek der stad is de schade nog te zien, door baldadigheid hier, +bij ongelukkig toeval ginder, toegebracht aan muren en beelden. Men +hoort nu en dan van leden der oude vorstenhuizen van Bandoeng, van +Tabanan, van Gianjar en Bangli, die in ballingschap leven op Lombok, +en geregeld bezocht worden door hun getrouwen. En men ziet een enkele +maal in den dichten drom der toeschouwers bij een hanengevecht of +een of andere wayang-vertooning, mannen die het litteeken dragen +van een kogelwond of een lanssteek, en die, soms, ontvlucht zijn uit +den massamoord van 1906, en soms de door ambulance en artsen uit den +zieltogenden hoop geredden. Een ledige plek, verminkte tempelmuren, +litteekens: dat zijn de eenige zichtbare herinneringen aan den +grooten ommekeer die het verleden van Bali scheidt van zijn heden +en zijn toekomst. In de gedachte van het volk is er, indien dat kan, +nog minder van overgebleven. "De Baliërs denken alleen aan hun eigen +belangen. Om hun vorsten denken zij niet!" Een Wessya, die met mij +sprak over vroeger en nu, zeide dat met een zekere bitterheid. Hij +sprak als edelman: de tijd van de vorsten was ook zijn en zijner +gelijken tijd. Maar diezelfde woorden zouden op een anderen toon +geklonken hebben uit den mond van een Kaoela. En als het geringe +volk de vorsten vergeten is, dan komt dat, omdat het in de gelukkige +natuur van den Baliër ligt het kwade spoedig te vergeten; van hun +vorsten hebben zij zelden, indien al ooit, iets anders dan kwaad +ondervonden. Goesti Djilantik van Karang Asem is een uitzondering; +een alleenstaande mag wel gezegd; de overige Balische vorsten waren +wat overal en altijd alleenheerschers zijn geweest: dwingelanden. Zij +en hun volgelingen leefden van het kleine volk; en zij ontzagen het +noch in zijn arbeid, noch in zijn eigendom, noch zelfs in zijn lijf en +leven. Zij hadden honderd manieren voor éen om het bezit van den Kaoela +tot het hunne te maken: belastingen en heffingen tot in het oneindige; +vonnissen voor lichte overtredingen, waarvan verbeurdverklaring van +veld, huis, vee en alle overig bezit het gevolg was; naasting van +de erfenis van hen, die zonder zoons of allernaasten mannelijken +bloedverwant overleden; willekeurige grensveranderingen, waardoor de +sawah van een Kaoela plotseling de sawah van den vorst of van een +zijner bloedverwanten of edelen werd. Het volk kon nog van geluk +spreken als zijn radja enkel maar hebzuchtig was, en niet tevens +wellustig en wreed. Er waren streken, waar de mannen hun vrouwen +en dochters met kerven over het gezicht mismaakten, opdat de Radja +hen niet zou doen oplichten en naar zijn poeri sleepen. Het is nog +maar kort geleden, dat de stedehouders van Gianjar en Bangli bij +verdrag met de Nederlandsch-Indische regeering afstand deden van +het recht weduwen en dochters van zonder zoon overleden erflaters +als slavinnen te nemen, evenals verstooten vrouwen door den man als +slavin aangeboden. Het is bekend, hoe in 1903 de zoon van den pas +overleden radja van Tabanan twee van zijns vaders vrouwen tot den +"vrijwilligen" vuurdood op diens brandstapel dwong. Minder bekend, +misschien, van welken aard de straffen waren waarmede de vorsten +overtredingen der adat-wet of, evengoed, persoonlijke "beleedigingen" +wreekten. Diezelfde Wessya, die zoo verontwaardigd sprak over de +ontrouw van het Baliërvolk aan hun vorsten, verhaalde mij afschuwelijke +bijzonderheden van terechtstellingen waarvan hij ooggetuige was +geweest, nog in 1905--ik zal ze den lezer besparen. En het volk van +Karang Asem spreekt nog met haat en vrees van den vorstenzoon K'toet, +Goesti Djilantik's neef en doodsvijand, den zwaarlijvigen, vadsigen +doe-niet, die zijn genoegen vond in folteren. Het is te begrijpen, +dat het volk van Zuid-Bali, toen het, eindelijk, tot een botsing kwam +tusschen de regeering en de inlandsche vorsten, die vorsten hun eigene +zaak alleen liet uitvechten, en zich aan den vreemden overwinnaar +gewillig onderwierp. Zij konden het nooit slechter krijgen dan zij +het hadden; beter al heel licht. De uitzondering die Tabanan maakte, +toen na de gevangenneming en den zelfmoord van den vorst en zijn zoon, +een opstand uitbrak onder de aanvoering van eene zijner dochters, +was een uitzondering alleen in schijn. De Radja-dochter gedroeg zich +als een door de Godheid bezielde. Een dergelijk geval heeft zich +nu pas in het Kloengkoengsche voorgedaan, op kleine schaal. Door +een beroep op zijn godsdienstige gevoelens is de Baliër altijd te +winnen. Maar zelfs toen lieten de meesten het bij offers en wierook, +die zij aan de prinses en hare volgelingen aanboden als aan goden. Toen +het op vechten aankwam, vluchtte het grootste getal ook van hen die +haar gevolgd waren. De opstand was voorbij nog eer hij goed begonnen +was, en de prinses, die vóor het eerste treffen al een toevlucht had +gezocht in het gebergte, werd verlaten zelfs door haar bloedverwanten, +die haar als Radja hadden beloofd te huldigen. De weinige gewonden +zochten vertrouwelijk de ambulance op, om zich te laten verbinden, +en de leiders boden, zonder eenige vrees, hun onderwerping aan bij +de regeering: zij hadden aan de Godheid gehoorzaamd door te willen +vechten; nu zij het verloren hadden, waren zij wel tevreden weer naar +huis te mogen gaan. Het doorslaande bewijs van de eigenlijke gezindheid +van den kleinen man in Bali werd het volgende jaar, 1908, gegeven door +de bevolking van Gianjar: een optocht van eenige honderden kwam naar +Dèn Pasar met het verzoek om uitbreiding van het rechtstreeksche +bestuur over Gianjar. Hun verzoek werd niet ingewilligd: maar, +langs een omweg verkregen zij toch wat zij verlangden, zekerheid van +eigendom en leven. De eenigszins ingewikkelde toestand was deze: +de vroegere Radja van Gianjar, de toenmalige stedehouder, was wel +gewillig tot toegeven aan de rechtmatige eischen van het volk, maar +hij dorst niet te handelen, uit angst voor een overmachtigen vazal, +den Tjokorda van Oeboet. Die was, en is nog, een der rijksten, +zoo niet de allerrijkste van Bali; door zijn schatten aan goud en +juweelen, door zijn uitgestrekt grondbezit en door de menigte van zijn +heerendienstplichtigen, schuldenaars, en volgelingen, vrijwillige +en gedwongene van alle slag, had hij de werkelijke macht in handen, +waarvan de Radja alleen maar den schijn bezat. En hij gebruikte die +macht om een ommekeer van zaken te beletten, die hem er van berooven +zou. De optocht der honderden naar Dèn Pasar echter was hem een +waarschuwing. Hij besloot dreigende gevaren te voorkomen. En om niet +de mindere te worden van andere rijksgrooten, bood hij de regeering +zijn hulp aan bij het invoeren van nieuwe wetten en bepalingen, die +hun aller macht evenzeer beperkten als zij het zijn eigene deden. Zoo +heeft hij dus Gianjar van zichzelven bevrijd. Er is nu, in de practijk, +geen noemenswaardig verschil meer tusschen den toestand van het volk +van Gianjar onder het bestuur van den stedehouder, en dien van het +volk in de rechtstreeks bestuurde landschappen. + +In het Badoengsche beter nog dan elders, kan men zien hoe goed reeds +nu en met den dag nog hoeveel beter wordend, die nieuwe toestand is. + +Het bestuur is begonnen met het eerst-noodige: goede wegen en +bruggen. Daar heeft eerst, natuurlijk, het volk veel tegen gehad: +het is zwaar werk wegen te bouwen in de tropen: de diensten die zij, +zonder betaling voor den vorst verrichtten, waren lang zoo zwaar +niet geweest als deze nieuwe heerendiensten. Maar ten slotte kwam de +ervaring die hun leerde dat zij met deze nieuwe heerendiensten ook +hun eigen belangen hadden gediend. De cijfers van in- en uitvoer +uit de voornaamste haven van Zuid-Bali, Benoa in Badoeng, zijn +welsprekend. Een vergelijking van die over 1908 met die over 1911 +toont dat de invoer méér dan verdubbeld, de uitvoer bijna verdubbeld +is: invoer 1908 voor een waarde van f 646,280; 1911 voor f 1,455,164; +uitvoer 1908 voor f 1,141,781; 1911 voor f 2,179,209. Het verschil +kon nog sterker zijn als niet oude sleur nog een groot gedeelte van +den uitvoer, die van vee vooral, voortdreef langs de gewende hoewel +slechte wegen naar de havens in Noord en West. Maar waarschijnlijk +zal die gewoonte vanzelf wel uitsterven; te eer nu de nieuwe haven er +komt te Serangan tegenover Benoa (eergister werd het Regeeringsbesluit +bekend, dat den bouw toestaat) zoodat ook de al grootendeels gebouwde +weg van Dèn Pasar naar zee, waarmee gewacht werd tot er zekerheid zou +zijn omtrent de haven, nu voltooid zal worden. Vroeger was de handel +voornamelijk het bedrijf van vreemde Oosterlingen, Chineezen vooral, +die hier woonden als in de handelssteden van middeleeuwsch Europa de +Joden, rijk, geminacht en altijd bedreigd met afpersing. Nu zal ook de +Baliër zijn deel daaraan krijgen. Het begint al met de copra; in het +Karangassemsche zag ik een kelapatuin die zijn eigenaar f 4000 winst +opbrengt in 't jaar; de bewoner van een onaanzienlijk huisje hier +te Dèn Pasar zeide mij gemiddeld f 13 per dag te verdienen met den +verkoop van copra. Van regeeringswege worden inlichtingen verstrekt +omtrent de beste wijze van bereiding. Er zal nog veel meer verdiend +worden als de Baliër zijn vruchten den tijd tot rijpen laat, en enkel +in de zon inplaats van op het vuur droogt. Het strenge toezicht op +den veestapel en het verbod van uitvoer van de beste exemplaren, +vroeger roekeloos aan Chineesche en Europeesche opkoopers afgestaan, +hebben ook den veerijkdom vermeerderd. En de bemoeienis met den +akkerbouw, den rijstoogst. Sedert de vaccinatie is ingevoerd, zijn de +pokken verminderd, vroeger hier endemisch, zóó, dat het volk den tijd +rekende naar de periodisch terugkeerende hevige uitbarstingen van de +ziekte. De dwang tot althans een eerste begin van zindelijkheid werkt +gunstig op den algemeenen gezondheidstoestand. Die voordeelen, die de +menschen elken dag in de beurs en aan den lijve ondervinden hebben +hen gaandeweg verzoend ook met wat hun in het begin hard viel. De +heerendiensten trouwens zijn hier niet zwaar. Als er in de weinige +jaren sedert de vestiging van het Nederlandsch gezag al zoo zeer veel +is verricht op Bali, meer dan in één van de Buitenbezittingen, dan +komt dat door de veelheid der handen, die het werk licht maakte. De +heerendienstplichtigen komen niet meer dan 40 dagen in het jaar +uit: maar zij tellen bij duizenden. Zuid-Bali heeft een bevolking +van gemiddeld 175 zielen op de vierkante mijl: 600,000 ruim in het +geheel. Evenmin als de belasting in arbeid, drukt de belasting in +geld hen zwaar: de landrente over het geheele zuiden van het eiland +bedraagt niet meer dan ruim een half millioen. Eene andere belasting +wordt in Zuid-Bali van inboorlingen niet geheven. + +Het beschavingswerk is, natuurlijk, nog pas in zijn begin. Het +wegennet, moet uitgebreid over het geheele eiland: er moet gezorgd +voor voldoende, zuiver drinkwater; voor middelen van verkeer, sneller +dan de Balische "grobak;" voor uitbreiding van telegraaf en telefoon; +voor scholen--de weinige die er reeds zijn, kunnen de aantallen van +onderwijs begeerenden niet bergen--; voor geneeskundige hulp, die +altijd door verlangd wordt door veel meer zieken dan geholpen kunnen +worden. Zeker moet ook, op den duur, rechtsgelijkheid verkregen: +de triwangsa, die over het algemeen niet meer dan 5 pct. van +de geheele bevolking uitmaakt, geniet, ondanks alle sedert kort +ingevoerde beperkingen, toch nog altijd groote voorrechten boven +het Kaoela-volk, dat langzamerhand ongeduldig wordt onder dien door +niets meer gemotiveerden toestand. Daarmee zou tegelijk de hardheid +vervallen, waarmede kastevermenging wordt gestraft, zelfs nu nog, +nu het Hollandsche bestuur de doodstraf van vroeger heeft vervangen +door verbanning. En zoo is er nog veel begeerlijks, dat de Baliër +het recht heeft van den Hollander te verwachten, om niet eens--als +iets dat vanzelf spreekt--te noemen den plicht om den inboorling +te beschermen tegen mogelijke verdrukking door de overmacht van +het Europeesche kapitaal, als het zich eenmaal hier gevestigd zal +hebben. Niemand kan ook de schoonheid aanschouwen van de Balische kunst +in architectuur, tooneel en dingen van dagelijksch gebruik, zonder den +wensch, dat alles beschermd moge blijven tegen ongunstige invloeden +uit het Westen. Met die bescherming is gelukkig al een begin gemaakt: +van den assistent-resident van Badoeng is een plan uitgegaan--en door +alle poenggawa's van het rechtstreeks bestuurde gebied zoo goed als +door de "zelfbesturen" is het met instemming aanvaard--om te Dèn Pasar +een museum te stichten, een complex van gebouwen, dat een model van +Balische architectuur en een schatkamer tevens zal zijn van Balische +kunst. Elk landschap zal er zijn eigen gebouw hebben, in zijn eigen +trant opgetrokken, waarin zijn eigenaardige stijl in voorwerpen van +dagelijksch gebruik een uiting vindt en de voortbrengselen van zijn +nijverheid tentoongesteld worden. Het zal geen doode verzameling +wezen van allerlei en nog wat. De tempel, die erbij behoort, zal +open staan, als elke poera; en het groote bad, de "pantjoeran," +wordt ingericht voor dagelijksch gebruik. De opbrengst van het voor +verkoop tentoongestelde zal dienen voor onderhoud van het museum, +waarvoor men vreemdelingenbezoek mag verwachten, zoodra wegen voltooid +en een nu nog zoo goed als ten eenenmale ontbrekende gelegenheid tot +verblijf tot stand gebracht zal zijn. En dat aldoor aanschouwde en +door vreemden bewonderde voorbeeld van zijn eigen kunst zal, zoo mag +men hopen, helpen om den Baliër te beschermen tegen navolging van +uitheemsche wansmakelijkheden. + +Dit alles is zeer te hopen en zeer goed te bereiken ook: in het geheel +geen onbenaderbaar ideaal. Maar er voor noodig is, behalve inzicht +en goede wil, kracht: een kracht, die oneindig grooter moet worden +dan zij nu nog is, om werkelijk iets blijvends tot stand te kunnen +brengen. Er zijn hier mannen noodig en vrouwen ook, die hart hebben +voor het werk der beschaving, het schoonste, dat de Westerling in het +oude Oosten volbrengen kan, en het éénige dat zijn verovering en zijn +tijdelijk bezit van des Oosterlings land rechtvaardigt. + +Mochten zij toch, en spoedig, komen! + + + + + + +BORNEO + + +Eerste indrukken van Borneo + + +Aan boord van de Koninklijke Paketvaartboot zijn wij op weg naar +Borneo: van Soerabaja naar Bandjermasin. Er zijn maar weinig passagiers +in de eerste klasse, een half dozijn; op het derde-klasse gedeelte +van het dek echter is het vol. Het geheele gezelschap der opvarenden, +Europeanen en Oosterlingen te zamen, geeft in zijn bonte samenstelling +ten naaste bij een begrip van de wordende maatschappij in het land +waarheen wij op weg zijn. + +In de derde klas zijn het Maleiers, Javanen, Chineezen, Arabieren. De +Javanen zijn grootendeels koelies, mannen en vrouwen, die op de vele +rubberondernemingen gaan werken, met een contract voor drie jaar. De +vrouwen hebben zich huiselijk ingericht, met matten, kussens, aarden +potjes met eten en de welbeminde sirih-doos. Zij zitten en liggen +op het dek niet anders dan ze het zouden doen in hun eigen huis op +Java. De mannen zitten te rooken. + +De Chineezen houden zich afzonderlijk van de overigen en bij elkaar. Er +zijn er verscheiden bij, die hun staart hebben afgeknipt, daarmee te +kennen gevend, dat zij republikeinsch gezind zijn en eene geheel nieuwe +orde van zaken toegedaan in het verre Chineesche vaderland, en ook in +het tegenwoordige, het vaderland-bij-adoptie, Nederlandsch-Indië. Zij +spreken gedempt en druk, misschien wel over de troebelen in Soerabaja +van een dag of wat geleden, den onverwachten aanval van de lieden uit +Macao op den kapitein-Chinees, en de houding van het Nederlandsche +bestuur. Was de aanval werkelijk onverwacht? Er wordt onder Hollanders +wel aan getwijfeld. Op de strakke gezichten dier druk en zacht +sprekenden is niets te lezen. Zij konden het even goed over hun +zaken hebben als over de gebeurtenissen in China en op Java. Het zijn +kooplui. In Bandjermasin hebben zij landgenooten, dùs bloedverwanten, +zakenvrienden, mede-leden van de groote nationale bonden, bij de +vleet. Verder het binnenland in mogen zij zich voorshands niet +vestigen. Officieel en in theorie. De practijk is rekkelijker. + +Van de inlanders, de Maleiers vooral, zijn er velen in Arabische +dracht. Het zijn hadji's die de Arabische kleedij aangenomen hebben +ten blijke van die vervulling van den oppersten godsdienstplicht, +den pelgrimstocht naar Mekka. Voor een inlander--Javaan of Maleier--is +die reis, behalve een daad van vroomheid, ook nog een pleizier-, een +zaken- en een studie-reis. Hij spaart er jaren voor: hij maakt wat hij +heeft te gelde, en steekt zich in de schuld om de plus minus f 300, +die de reis kost, bijeen te krijgen. Hij weet dat het goed-belegd +kapitaal is. Want hij, die in zijn dorpje gevegeteerd heeft tot +nog toe, nooit komend buiten den engen kring van de pasars uit den +naasten omtrek, hij zal nu de wijde wereld leeren kennen, en wat +daar te koop is. En in de school van het sluwste handelaars-volk +ter wereld zal hij begrip krijgen van handel en nering, en zich +kunnen oefenen in die moeilijke kunst van het geldmaken, waarin +de Arabieren in Indië hem zoozeer de baas zijn, en waardoor zij +in goeden doen komen, terwijl hij, onwetende, arm blijft. Nog een +voordeel voor den Mekka-pelgrim: zijn hadji-titel en zijn Arabische +kleedij geven hem aanspraak op den eerbied van zijn geloofsgenooten, +en op al de voordeelen die daarvan het uitvloeisel zijn. Van het een +en het ander weet de hadji goed gebruik te maken. In de Inlandsche +handelswijken van Soerabaja staat het "Hadji" op den gevel van +een menigte winkels en werkplaatsen. De prauwen die de Brantas op- +en afvaren tusschen de havens en het binnenland tot Kediri toe, met +rijst, petroleum en allerlei toko-artikelen stroomop, met suiker +van de vele fabrieken stroomaf, zijn haast alle het eigendom van +hadji's, die prauwvoerders en sleepers in hun dienst hebben. En dezen +hadji's aan boord, meest Bandjareezen en mannen uit het binnenland, +terugkomend van een zakenreis naar Java, is de welvaart aan te zien +aan zware gouden horloge-kettingen en dikke gouden ringen, waarin +diamanten flikkeren. Er zijn, kennelijk, zaken te doen op Borneo. + +Ook de passagiers der eerste klasse zijn mannen van zaken; en ook +dit kleine gezelschap is internationaal. Er is een Duitscher bij, +een rubberplanter; een jaar of tien geleden heeft hij in moeras +en oerwoud de onderneming begonnen waarop nu een duizend koelies +werken, onder een staf van geëmployeerden van allerlei landaard. Zijn +buurman aan tafel is een Engelschman uit Calcutta, àl te donker +van tint en oogen en al te tenger van gestalte om voor een volbloed +Engelschman te kunnen doorgaan. Hij komt, hoor ik, machines koopen +voor een Engelsche maatschappij, die van een Duitsche een kolenmijn +heeft overgenomen. Met de twee in gesprek zit een jonge Hollandsche +ingenieur, die naar petroleum gaat boren. Namen van Hollandsche, +Duitsche, Engelsche, Amerikaansche en Russische maatschappijen worden +genoemd. Ik hoor van een paar Denen, die op een naburig eilandje een +kolenmijn exploiteeren en voor het vervoer een contract hebben met +een Japansche firma. Zoo komt, van uit alle vier de hoeken van de +wereld, het kapitaal naar het nieuw te ontginnen land. Bandjermasin +moet nu al een soort Kosmopolis zijn.--In 't voorbijgaan--hoe lang +zal dat woord nog zijn tegenwoordigen klank, den klank van iets bonts +en buitengewoons, behouden? Op een plek als dit Paketboot-dek, en in +zulk een gezelschap, denkt men allicht: niet zoo heel lang meer! Men +hoort met ooren, met ziet met oogen den keer der dingen, en het +begin van een tijd waarin het burgerschap van een land tegenover het +wereldburgerschap verdwijnen zal, zooals een vierhonderd jaar geleden +het poorters-gevoel verdween voor het ontwakende nationaliteits-besef. + +Het begint al te donkeren. Wij naderen de monding van den grooten +stroom, die van het bergachtige hart van Borneo uit naar de +zuidelijke kust stroomt: de Barito. Aan haar zuidelijkste zijrivier, +de Martapoera, ligt Bandjermasin. + +De invaart is hachelijk bij nacht, wegens ondiepten en banken van +slib. Maar de afnemende maan geeft licht door een scheurend floers +van wolken heen: de kapitein waagt het. Wij stoomen de Barito-monding +binnen, breed als een zee-arm, dan Oostwaarts de Martapoera op. De +dichte flikkering van lichtjes in de verte is Bandjermasin. + +Op de wandeling naar het hotel--rijtuigen zijn hier niet,--zie ik van +de stad--of, om op zijn Indisch te spreken, van de "plaats,"--niet +anders dan een gestadigen glans van water, waarop lichtjes flikkeren +en weerkaatsing van huizen en boomen zwart tegen een flauw wit van +manegloor ligt. Het hotel, een ware doolhof van gebouwen, gebouwtjes, +overdekte galerijen, staat op palen. Inplaats van over paden loop +ik over planken door den tuin. Door den kier van de vensterluiken +zie ik alweer water. En een geluid van riemslagen en kabbeling van +golven tegen een strevenden steven is het laatste wat ik, in halfslaap +al, hoor. + + + +Den geheelen morgen ben ik aan en op de rivier geweest. Een vroolijke +drukte als het daar is, een leven, een bedrijvigheid! De Bandjareezen, +lijkt het wel, wonen op het water. Hun huizen staan langs den oever, +maar meer in de rivier dan op het land. Als men de winkelbuurt doorgaat +denkt men aan een gewone stad: daar is een breede, goed onderhouden +straat; daar staan in regelmatige rij de huizen,--groote Chineesche +winkels, pakhuizen, werkplaatsen, de loodsen van den pasar. Maar men +kijkt wat verder naar binnen in het half donker van die in de diepte +gebouwde huizen: daar gloort licht: door een wijd openstaande poort +komt zonneschijn naar binnen en de spelende glans van water, het +bruine dak van een prauw glijdt voorbij. En als men den hoek van de +straat om slaat, staat men opeens voor de volle breedte van de rivier, +en daarlangs, langs de breede waterstraat, staan de achtergevels +van de huizen hoog op palen, en loopplanken, bruggetjes, steigers, +dobberende vlotten maken als het ware een smalleren weg, een soort +"kleine steentjes" er langs. Hier, niet aan de voorzijde, is de +eigenlijke drukte. Bij dozijnen liggen de sierlijke prauwen--lang, +zwart, smal, als Venetiaansche gondels rank gebogen met hoog +opstaanden en versierden boeg--naast elkander gedrongen, voor de +aanlegplaatsen. En koopwaar wordt in en uit gedragen. Sommige van +die groote prauwen--ze zijn een twintig meter lang, op het oog--zijn +zelf winkels: als een wand die van den vloer tot aan het dak reikt, +staat over de geheele lengte in het midden van de prauw een dubbele +winkelkast; in de hokjes ligt Europeesche exportwaar opgestapeld: +blikjes, sigaretten, lucifers, leerwerk, snuisterijen, garen en band, +manufacturen van alle slag. De koopman zit naast zijn druipenden riem; +de klanten komen er aangeroeid, klampen den drijvenden winkel aan, en +laten zich hun begeer binnen boord reiken. Dat is misschien een stapel +bont sarong-goed, recht uit Twenthe; kant opgeklost op een blauw stuk +karton waarop in groote letters "Made in Austria;" Engelsch shirting; +Britsch-Indische zij. Er wordt aangeprezen en afgedongen. Een prauw +scheert weg, twee andere komen er aan. + +De rivier is er vol van: woonprauwen, winkelprauwen, vrachtprauwen, +prauwen vol rijst, prauwen vol vruchten, prauwen vol kippen en +snaterende ganzen. Tusschen de groote vaartuigen door schieten +bij dozijnen de kleintjes,--uitgeholde boomstammen, waar de roeier +achterin zit, terwijl de boeg even opgetild staat boven het water: +als waterspinnen zoo vlug en nukkig schieten zij met korte sprongen +vooruit. Midden op de rivier zwoegt een stoombootje; een eindelooze +sleep vrachtprauwen hangt er aan. Ik tel er honderd en zie onduidelijk +in de verte, nog een menigte meer. Geweldige houtvlotten drijven +stroomaf. De stammen zijn aan elkander vastgesjord tot een vloer; +een huis staat er op; een heel gezin woont daar. De kinders loopen te +spelen en de moeder, aan den kant van het vlot gehurkt, spoelt kleeren, +terwijl de man en de zoons het drijvende erf tusschen schuiten en +prauwen door boegseeren, voorzichtig dat het niet tegen de straat +van steigers aanbonkt. De geweldige stammen komen uit de bosschen +van het binnenland. En daarvandaan komt ook de sago en de rotan, +en de djeloetong en de copal, en de damar, die de stoombootjes +van Chineesche handelaars en de schepen van de Paketvaart, van de +Borneo-Sumatra en van de Borneosche Industrie-Maatschappij, die de +ontelbare honderden prauwen en bootjes met rustelooze bedrijvigheid +aanvoeren. Men hoeft de tot zinkens toe geladen vaartuigen maar te +zien, om te begrijpen, dat er nog veel meer noodig zouden zijn voor +een behoorlijk vervoer. En dat, wederom, als dat vervoer er eenmaal +was, de overvloed van producten nog grooter zou worden. + +Borneo is pas in het begin van zijn ontwikkeling. Wat er van worden +zal, is nog niet te zeggen: maar vast en zeker, iets overweldigend +groots. En de Barito in het Zuiden, de Mahakam in het Oosten, de +rivier van Pontianak in het Westen zijn voor dat nieuwe leven de +stuwende straten. + + + + + +Stroomopwaarts het binnenland in + + +Sedert van ochtend halfacht zijn wij op weg naar het binnenland, +stroomopwaarts langs de Barito. De tocht begon in een "tambangan," +die ons van den oever naar het diepe midden bracht van den stroom en +naar den kleinen stoomer, die daar lag te wachten om de reis de Barito +op te beginnen. De "tambangan," de rank gebouwde, sierlijk gedaakte +Borneaansche gondel, is het nationale vaartuig bij uitnemendheid, +en tevens het kostelijkste bezit van den Inlander. Een gezin dat een +tambangan heeft, is er goed aan toe. Met de tambangan wordt gevischt, +vracht gevaren, handel gedreven de vele riviermarkten langs, wordt +overgezet, worden reizigers vervoerd op dagenlange tochten. Een +prauw van de grootte van die, waarin wij vanochtend geroeid werden, +kost vijfhonderd gulden. Meest is zij een familie-erfstuk: het +taaie ijzerhout van haar kiel houdt het een dertig jaar uit. De +eigenaar behandelt haar met zorg, en met iets wat wel haast liefde +mag heeten: ongeveer als een Hollandsch keuterboertje zijn eenige +koe. Men hoeft hem maar bezig te zien, om dat te begrijpen. De wijze +waarop deze booten geroeid worden, is een aan de bij ons gebruikelijke +recht tegenovergestelde: de roeiers zitten met het gezicht naar den +steven, en slaan de riemen van voren benedenwaarts naar achteren, +zoodat zij vooruit komen door het water van zich weg te duwen, zooals +een vliegende vogel de lucht van zich wegduwt. De stuurman, die als +hoofd van de bemanning der boot met "tambangan" wordt aangeroepen, +staat of hurkt achterop: staat hij, dan kijkt hij over het dak +van het gondelhuisje heen; gehurkt, houdt hij door een driekant +venstertje in den achterwand den koers in het oog. Nooit, nergens +laat hij de prauw aanstooten. Ik verbaasde mij er over hoe vlug en +veilig de onze, een smallen gladden visch gelijk, heengleed door de +dichte scholen van vaartuigen waar de rivier donker van zag. Bij de +gewone verkeersdrukte had de Paketvaartboot het vertier van laden +en lossen aangebracht: en in den nacht was er een schip aangekomen, +met een paar honderd Mekka-gangers aan boord, wien nu geheele zwermen +verwanten, vrienden en vereerders tegemoet kwamen varen. De stroom +geleek een drijvende stad, met allernauwste straten. Maar zonder +aan een van die honderden her- en der-schietende, riemen reppende +bootjes, zwaargaande vrachtprauwen, schommelende houtvlotten zich te +schrammen of te schuren, zonder een hort of een stoot, stuurde onze +tambangan naar de stoomboot. Zij voer weg: en langs ons heen gleed +aan weerskanten der rivier de waterstad voorbij, schepen die drijvende +huizen, huizen die vastgemeerde schepen, straten die kanalen zijn. Over +plaatsen waarom lang en fel gevochten is, voeren wij daar. Van de +eerste jaren van vijftienhonderd af hebben Spanjaarden, Portugeezen, +Hollanders, Engelschen met de inboorlingen en met elkander gestreden +om het bezit van de rivier. Wij lezen hoe de Engelschen een faktorij +bouwden op een vlot; en later een sterkte op palen; en hoe het volk, +dat zij door hun aanmatigenden trots verbitterd hadden, eindelijk tegen +hen opstond en met zulk een woede hen aanviel, dat zij zich moesten +redden op de schepen en dat diegenen, die het leven er afbrachten, +op de vlucht naar Batavia hun heil moesten zoeken. Op den strijd met +de wapenen volgde de strijd met het geld: de uitslag was voor den +strijder die het het langst volhield, voor de Oost-Indische Compagnie, +niet gunstiger. Zij had het volk van Bandjermasin gedwongen peper +voor haar te bouwen. "Maar," zegt Veth, "de staatkunde der Compagnie +had Bandjermasin als een slang omkronkeld; maar toen zij het geheel +in haar macht had, voelde zij haar eigen krachten uitgeput, en liet +het uit eigen beweging los." Nadat Daendels den post had ontruimd, +haalden de Bandjareezen zelf de Engelschen weer in, en Alexander Hare +begon zijn avontuurlijke politiek van kolonisatie met Javanen, die hij +met geweld uit hun dorpen deed oplichten. Het herstelde Nederlandsche +gezag maakte daaraan een einde, en het scheen omtrent de jaren twintig, +dat de toestand geregeld was geworden. Toch is sedert, als men weet, +dit moedige volk niet minder dan tot driemaal toe opgestaan om te +trachten zijn vrijheid te herwinnen. Nu schijnt het wel dat het +zich bij de voldongen feiten heeft neergelegd. Misschien heeft het +nieuwe handelsverkeer en de voordeelen, die onder het Hollandsche +bestuurstelsel van tegenwoordig ook het geringe volk daardoor geniet, +het zijne daartoe bijgebracht. + +Het schip heeft Bandjermasin achter den boeg: de huizen zijn verdwenen +en de schepen, een enkel visschersbootje, enkel nog maar met een +mannetje er in, dat zijn net uitwerpt, een kano, waarin, onder een +reusachtigen hoed, tot over de randen van het vaartuigje heenreikend, +een vrouw met een paar kinders, meer te zien dan te raden valt, komen +hier en ginder de rivier afgedreven. Plotseling gaat als een groot +zacht licht voor ons open: uit de smallere Martapoera stevent het +schip de schijnbaar oneindige wijdte van de Barito in. Als op een zee +zeilen wij--een rustig golvende, paarsig-bruine zee. In een schemerige +verte komt flauw een lage oever te zien. Als na eenigen tijd de koers +der boot den wal nadert, zie ik, dat wat een strook laag land leek, +hoogstammig oerwoud is, en besef door de gedachte beter nog dan zooeven +door de zinnen de ontzaggelijkheid der afmetingen van den prachtigen +stroom. Hij is hier bijna een kilometer breed. Het plan is geopperd, +eenige jaren geleden, om de haven van Bandjer, waar groote schepen +niet dan met moeite draaien kunnen, hierheen te verleggen; de plaats +was zelfs al gekozen: aan den linkeroever, tegenover Poeloe Kembang, +het Bloemeneiland, op Hollandsche kaarten als Apeneiland genoemd, +om de menigte grijze apen, die het bevolken, en die door de inlanders +voor heilig gehouden en met offers geëerd worden; een goede weg naar +Bandjer loopt daar langs. Maar de handelsstand opperde bezwaren; het +plan werd niet verwezenlijkt. Misschien echter komt de nieuwe haven +er toch nog, de rivier-ruimte voor Bandjer zal de al aangroeiende +menigte der handelsvloot, Inlandsche en vreemde, zoo heel lang +niet meer kunnen bergen. Borneo is een land waar de dingen snel +groeien. In de streek rondom Bandjer is sedert 1897 de bevolking +van 25.000 op 46.000 gestegen. Die van het geheele gewest, Zuider- +en Ooster-Afdeeling Borneo, wordt geschat op anderhalf millioen. De +gelegenheid voor handel en scheepvaart zal evenzoo moeten groeien. + +Wij varen de invloeiïng voorbij van de Kwien, den waterweg naar +Bandjer. Te midden van een vloot van kleinere vaartuigen ligt er een +stoomboot, die tweehonderd prauwen op sleeptouw heeft. Een lang dorp +van bruine paalwoningen staat langs den oever gerijd. Spiernaakte +kwajongens, van te voren al glimmend van pret, komen op een ren den +oever afgevlogen, springen in een prauw en roeien de boot tegemoet, +om zich eens heerlijk te laten schommelen op de lange schuinsche +golven van het kielzog. Die geen prauw bezit, springt in het water. De +zwarte koppen, de bruine natte lachende gezichten bobbelen rondom het +schip. Er zijn krokodillen bij honderden in de Barito; het pleizier +is zooveel te grooter. + +Het paaldorpje verdwijnt, rondom is weer de groote eenzaamheid. Wij +varen zoo dicht langs den oever nu, dat ik het gebladerte van boomen +en heestergewas, en zelfs de wilde vruchten aan de takken en de +bloemen tusschen varens en oeverriet onderkennen kan. Daar die lage, +op varenpollen gelijkende bladerbossen, wijd uitgespreid, dat zijn +struiken van de nipah, die alleen dáar groeit, waar zeewater haar +drenkt: mijlenver stroomt bij vloedgetij de zee de Barito op. Die +grootere, die als fonteinen van bladeren staan, zijn sagopalmen. Lange, +zwiepende sprieten van rotan steken boven de toppen uit van het +hooge wildhout. Een ficus toont hier en ginder zijn donkerglimmig +gebladerte. Bijwijlen komt onder het zware groen het bruin te zien van +daken, en langs het oeverriet het donkere vlechtwerk van uitgezette +fuiken. Door een bres in den boomenwal zie ik ruige rijstvelden, +op primitieve wijze bebouwd. De zon hangt dofrood op den rand van +het westelijk oeverwoud. De vlottende eilandjes water-hyacint, die +langzaam tegen het schip aangedreven komen, spiegelen roode bladeren +in een rooden vloed. Dan vangen aan weerszijde van de rivier houten +hutjes den afschijn en staan verguld. Wij hebben Marabahan bereikt, +de hoofdplaats van de streek die wij zooeven binnengevaren zijn. + +Het is de eerste post in het binnenland. + + + +Sedert eenige dagen ben ik nu te Marabahan, het welvarende +inlander-dorp aan de samenvloeiing van de Bahan (door Hollanders +meest Negara genoemd) met de Barito, aan welke ligging het zijn naam +Moeara-Bahan eigenlijk, dat is mond van de Bahan, te danken heeft. De +geweldige breedte der vereenigde rivieren ligt voor mij uitgegoten. En +altijd door heb ik het gevoel van op het water te zijn. De dorpsweg, +de huizen, het geheele land heeft iets vlottends, iets dat drijft +en schommelt. + +Op de kaart is het goed te zien hoe het water doende is met den opbouw +van Borneo. Rondom een middelpunt met naar alle zijden zich rekkende +uitloopers van gebergte, brengen, van buitenaf de zee, van binnen uit +de groote stroomen, zand, slib en moerasgrond aan. Het zuidelijke deel +van het eiland, het stroomgebied van de beneden-Barito, ligt als een +diepe, vlakke driehoek tusschen heuvelklingen, die van het Noordelijk +bergland uit naar Zuid-West en Zuid-Oost loopen. Al stroomende heeft de +Barito met haar zijrivieren, die alle van het Oostelijk gebergte komen, +het opgebouwd. Het is nog maar ten halve gevormd en gestevigd. Ook +in den eigenlijken zin van het woord is Borneo een land in wording. + +Het volk heeft stroomop den loop van het water gevolgd. Bij menigten +liggen de dorpen langs de groote rivieren. Allen zijn ze op dezelfde +wijze gebouwd: in een enkele oneindig lange reeks huizen langs het +water, als langs een natuurlijken weg. En zoo dicht opeen soms dat de +laatste huizen van het eene dorp pas den voorbijvarende uit het oog +zijn, of de eerste van het volgende dagen al weer op. Geen van deze +dorpen heeft als de Javaansche een omheining, ter afsluiting van welken +aard ook. En evenmin ziet men eenige scheiding tusschen de erven. Enkel +hier en ginder staat een los ineengevoegd staketsel naar den landweg +toe, dat langs een geheele rij loopt en waarin poortjes tot elk erf +afzonderlijk toegang geven. Het is zoo van buiten af al te zien, +dat niettegenstaande de sterke immigratie die van oudsher uit Java +hierheen is gegaan, en, die onder hoezeer veranderde omstandigheden +dan ook, nog steeds aanhoudt, het Borneaansche dorp zijn eigen +van de Javaansche wezenlijk verschillende wijze van ontwikkeling +heeft gevolgd. Hier wonen geen menschen die zich op het land hebben +vastgezet, met een tuin en zorgvuldig, van vader op zoon, bebouwden +akker. Dit zijn reizende en trekkende handelslieden, voor wie het +water de handelsweg is. Vandaag zijn zij hier, morgen ginder. Zij +binden zich maar weinig aan een plek.--Verleden zag ik uit de Negara +er aan komend, een groot vlot voorbij drijven, waarop een geheel huis +stond. Niet een scheepshuisje, als er zoo veel op prauwen en vlotten +staan: neen! een wezenlijk, echt huis, een huis dat ergens op het +land had gestaan. Op een goeden morgen klaarblijkelijk, had het den +bewoner verveeld, juist dàar te wonen. Hij had zijn buren bij elkaar +geroepen, met hun allen hadden zij het huis, zoo als het daar stond, +van zijn palen getild, en op een vlot: Vrouw en kinders waren op den +vloer gaan zitten op de gewende plaats. En de man met een langen boom +in de handen, om zijn huis en huisgezin, met de kippen, de koe, en +den rijstvoorraad voor eenige dagen, van vastraken aan den oever en +verongelukken verre te houden, was voorop gaan staan, uitkijk houdend +naar een plek die hem beter aanstond voor woonplaats. Hij zal wel +ergens aan den westelijken Barito-oever beland zijn denk ik. En wie +dezer dagen gaat kijken zal het oude huis op het nieuwe erf zien staan. + +Als overal langs de rivier, hebben te Marabahan alle huizen een soort +uitbouw aan het water, tegelijk een plaats om te landen van de boot +uit, en een plaats om te baden en te wasschen en te plassen voor +de huisbewoners. Het vlot bestaat uit boomstammen van een bepaalde +soort, die alleen in het oerwoud worden gevonden. De boom moet op +stam gestorven zijn en al zoolang gestaan hebben, dat insecten tijd +hebben gehad, om hem in zijn geheele lengte en breedte te doorboren +met honderdduizenden uitgeknaagde gangetjes. Dan wordt hij geveld +en naar de rivier geroeid--geroeid, want ook het oerwoud van Borneo +staat in het water: de bosch-grond is een bosch-vloed. Dikwijls kan +men inlanders zien, die op zulk een stam, licht als een kurk drijvend, +de rivier afkomen. Ze hebben het schuitje, waarin zij uitgetogen zijn, +achter aan den stam vastgemaakt. Daar zitten ze schrijlings op den +boom, de afhangende voeten koel in het water, een pagaai in de hand, +waarmee ze nu en dan den hen af-voerenden stroom een nalatig slagje +helpen, een zonnehoed op het hoofd, een strootje in den mond; zij +lijken donkere, misschien door de tabak lichtelijk van hun hemelsche +waardigheid omlaag gehaalde, rivier-goden. Een vlot van zulke stammen +gemaakt houdt het tien jaar uit tegen de drie die gaaf hout weerstand +zou kunnen bieden aan de wrijving en schuring van het water. De +steigers zijn los verbonden aan den wal, zoodat ze met den stroom +kunnen rijzen en dalen. Ze hebben veel speelruimte noodig. Want +het vloedgetijde der zee doet zich gevoelen tot op 150 mijlen de +rivier op. En als de zware regens vallen boven in het gebergte, het +bronnenland van de stroomen, stijgen zij binnen enkele uren meters +hoog. Tot tien meter toe heeft het plotselinge waterstands-verschil +bedragen: huizen, aan gene zij van den landweg gebouwd, stonden aan +het water, en de steiger dreef op gelijke hoogte met den deurdrempel. + +De weg is op zulke gebeurlijkheden berekend: een sterke schoeiïng +beveiligt hem aan den rivierkant. De planken van die schoeiïng zijn, +ondergronds, dwars onder den weg door, met kabels verbonden aan zware, +diep ingegraven stammen aan gene zij. Het mag gezegd: de weg ligt +voor anker. + +Langs zijn landwaartsche zij liggen de huizen: of liever, staan +zij. Want allen zijn op palen gebouwd. Om het gewicht, dat de drasse +grond moet dragen, zoo gering mogelijk te maken, zijn er de lichtste +bouwstoffen voor genomen: hout en vlechtsel van riet en bladeren. En +verder is dat gewicht nog verdeeld door den vorm, waarin het huis is +gebouwd: dien van een kruis. Van een lang middengedeelte steken rechts +en links twee korte dwarse uitbouwsels uit. Het dak is berekend op +de zware regens die hier vallen: steil loopt het op naar een spitsen +nok. Zoo staat voor hemelwater en voor grondwater het huis veilig; +als het overdekte nest van een watervogel in de biezen hoog en droog. + +Van opzij gezien, lijkt het als op een trap gebouwd: het voorste +gedeelte staat op lage palen; hooger zijn die welke het middendeel +dragen; daarop volgt op nog hooger palen gebouwd, een derde deel. Men +begrijpt de reden van dezen bouwtrant moeilijk; tenzij dan volgens de +uitlegging die zooveel zonderlings verklaart: als het uitwerksel van +een oude gewoonte, die zich heeft gehandhaafd ook onder veranderde +omstandigheden, waardoor haar eigenlijke reden van bestaan werd +opgeheven. Aan den rivier-oever, waar stellig de eerste huizen gestaan +hebben, is de doelmatigheid van zulk een trapsgewijs opklimmen der +woning duidelijk genoeg: van het watervlak tot den glooienden oever, +van daar tot de hoogte van den vasten wal. Men zal dien stijl behouden +hebben uit sleur, voor woningen die niet aan het water stonden. Er +zijn er die vijf van zulke, telkens een paar treden hooger gelegen, +afdeelingen hebben. + +De ruimte onder het huis is, al naar gelang van de hoogte, kippenhok, +runderstal, voorraadschuur. 's Avonds wordt er een vuurtje van dorre +bladers en groen rijs ontstoken. De rook die daar van opstijgt, +dringt door de reten van den vloer het huis binnen en verdrijft de +giftige muskieten, de plaag van dit land. + +Er moet voor de duidelijkheid bij gezegd, dat de vloer van al deze +huizen, zelfs van de goed gebouwde, die aan rijke lieden hooren, +niet van planken is, maar van uit rotan gevlochten horden. De vezel +is taai genoeg om het gewicht van menschen en huisraad (trouwens dit +laatste is niet veel!) te dragen. Buigzaam echter is hij ook. Over +zulk een vloer te loopen, die meegeeft onder elken stap, doet iemand +wanen in een schommelende boot te zijn, en zoeken naar zijn evenwicht. + +Te Negara, een centrum van inlandsche industrie, kwam ik onlangs in +een smidse, waar van die groote, op zwaarden gelijkende grasmessen +gesmeed worden, die over het geheele eiland afzet vinden. Het was een +wonderlijke tegenstelling, de lange zware staven ijzer te zien liggen +op dien onder hun gewicht inzakkenden horden-vloer. En ik vroeg me af, +hoe ter wereld daar vastigheid genoeg was voor het aambeeld en de zware +hamerslagen die er op neer dreunen. De oplossing van het raadsel vond +ik toen ik weer buiten stond. Tusschen de dunnere palen waarop het +geheele huis rustte stond in het midden een geweldige djatistam, die +dwars door den vloer heenging. Het boveneinde van dezen stam was het, +dat het aambeeld vormde--het eenige punt van vaststaande stevigheid +in het geheele huis. + +Het volk van Marabahan is, als dat van de meeste dorpen langs de +rivier waar die langs oerwoud stroomt, zoekers van en handelaars in +djeloetoeng (eigenlijk beloepantoeng genoemd), het wittige boomsap +waaruit, onder andere dingen, ook een (minder goede) soort caoutchouc +gemaakt wordt. Dit is weer geheel en al een schippersbedrijf: +want in kano's gaan ze het woud in en op prauwen vervoeren zij de +djeloetoeng naar Bandjermasin. Het past dus goed bij het "rivierleven" +van den Bandjarees. Maar terzelfder tijd als djeloetoeng-zoekers +zijn de oeverbewoners van de Barito en de andere groote stroomen +van Borneo rijstbouwers: de rijst is hun hoofdvoedsel. En het +curieuse is dat zij zelf dat essentieel-landelijke bedrijf van +den veldbouw veranderd hebben in iets waterigs, als men het zoo mag +uitdrukken. Op vele plaatsen namelijk is geen geschikte grond aanwezig +voor rijstkweekbeddingen. Wat doet onze Waterman? Van pisangstammen +of van grove matten maakt hij een vlot, dat hij met slib overspreidt +en te water laat. Daarop zaait hij zijn rijst uit. Een tweemaal +herhaalde verplanting brengt later de plantjes over eerst naar een +begin van vasten grond langs den oever, dan naar het hooger gelegen +veld, waarop de aren zullen bloeien en rijp worden. Zoo heeft hij +zelfs zijn akker op het water. + +De oude waarheid dat de mensch een wezen is, in de hoogste mate +begaafd met het vermogen van aanpassing aan zelfs de ongunstigste +omstandigheden, treft iemand met geheel nieuwe kracht en beteekenis +bij de waarneming van zulke dingen. + + + + + +Oude en nieuwe dingen in een centrum van inlandsche nijverheid + + +Volkrijk als een heirweg is de Barito bij Marabahan. + +Bij de menigten van schuiten, vlotten, prauwen, schepen, die de +groote stroom heen en weer draagt tusschen bovenloop en monding, +voegen zich hier de menigten van de Negara, die met haar stelsel van +zijrivieren en kanalen de groote verkeersweg is voor een dichtbevolkte +nijverheids-streek. Het middelpunt van die nijverheid is het groote +dorp Negara, een eindweegs stroomopwaarts van haar invloeiïng in +de Barito, aan de Negara-rivier gelegen. Naar het oosten, langs de +vele zijstroompjes, die van noord en zuid haar toevloeien, liggen +Margasari, Moeara Moening, Kloempang, de bedrijvige marktplaats +Kendangan, en hoeveel dorpen en dorpjes meer nog, vol bedrijvig +volk. Heen en weer, tusschen al die plaatsjes en Bandjermasin, waar, +via de Paketvaart-booten en de Javaansche havens, het wereldverkeer +begint, gaat altijd door de tocht van allerlei vaartuig, met lange +rookwolken, die spiegelend den vloed verdonkeren, met vlaggen en +spitse wimpeltjes bij dag, met lichtjes zwevend in de hoogte of +vlak boven het water schommelend en een afschijn van verborgen +vuur bij nacht, met riemengeplas en ver heen roepende stemmen en +den schreeuw van stoomfluiten aldoor. De groote menigte van die +vaartuigen zijn Inlandersschuitjes--visschersbooten, vrachtprauwen, +tambangans. Maar daar tusschendoor, gering in getal, maar elk op +zichzelf aan een geheele vloot van die primitieve scheepjes gelijk, +gaan de sterke snelle stoombooten hun gang--die van de Koninklijke +Paketvaart, van de Borneosche Industrie-Maatschappij, van de +Borneo-Sumatra, van de groote Chineesche firma's, die Westersche +methodes toepassen. Zichtbaar in zijn duidelijkste zinnebeeld, +een transportmiddel door machinerie bewogen, gaat de nieuwe tijd +het binnenland van Borneo in met het onheugelijk-oude vreedzaam in +gezelschap. Den geheelen stroom langs zijn de uitwerkingen van die +vermenging, eigenaardig en belangrijk genoeg soms, waar te nemen, +hier wat minder, daár wat méer duidelijk. Ik had gelegenheid ze van +nabij en in bijzonderheden te zien, te Negara. + +Negara is beroemd hoofdzakelijk voor scheepsbouw en voor sierlijk +koperwerk. Maar nog een menigte andere takken van nijverheid groeien +en bloeien hier. Ten eerste alles wat met scheepsbouw verband houdt: +houtzagen, touwslaan, vlechten van "atap," dak voor de groote prauwen, +en hout-snijden ter versiering van stevens en wanden. Dan het maken +van landbouwgereedschap, vooral van de breede, zware messen, met zulk +een geduchten slag er in, waarmee de Bandjarees hout kapt en gras +snijdt. Veel timmerwerk ook wordt hier gedaan: het gestoken werk, +waarmee de huizen der rijken in deze streek versierd zijn, komt +allemaal uit Negara. Dat alles is voor Inlander-behoef. Maar nu komt +de invloed van het nieuw-tijdsche Westen met andere eischen. Voor +een deel gaan die zoowat samen met de behoeften van de Inlandsche +markt. De kopersmeden bijvoorbeeld, die sirih-stellen en geld-kistjes +maken voor den Inlander, maken voor den Europeaan koperen siergoedje, +als b.v. miniatuur-tambangans, bloemen-bakjes, sigaren-kokers, +etc. etc. Voor een ander deel heeft de arbeid voor de Europeesche markt +dien voor de Inlandsche bijna geheel of geheel en al verdrongen. Er +zijn hier wagenmakers, die wel een grobak bouwen volgens Javaansch +model, maar vooral toch zich toeleggen op het bouwen van lichte +rijtuigjes, zooals alléen bruikbaar zijn op de smalle drassige wegen +van het binnenland. Als model hebben zij daarvoor buggies geïmporteerd +uit Amerika. En als geheel op de Westersche behoefte berekend, mag men +wel de industrie van het mattenvlechten aanzien. De Inlanders gebruiken +die matten wel is waar; zij slapen op een matje, zij pakken op reis +hun hebben en houden in een matje; maar de verbruikers in het groot +zijn de suiker- en de tabakbouwers. Verleden was de export van matten +uit Bandjermasin van de ruim 7 millioen stuks, die hij bedroeg in 1909, +gestegen tot 15 1/2 millioen. Van de biezen, voor die matten benoodigd, +worden tegenwoordig plantingen aangelegd. Het voor de markt gereed +maken van rotan ook is een op Europa berekende industrie. De vrachten +geschilde, op maat gesneden en gesorteerde rotan, die op vaartuigen +van alle fatsoen en slag de Negara en de Barito afdrijven--ruim 47.000 +pikol rotan in bundels, ruim 1 1/8 millioen rotan stokken werden in +1911 uitgevoerd--gaan alle naar de groote meubelfabrieken in Europa. + +Dat belet niet, dat werkwijzen en gereedschap nog echt inlandsch +zijn: tusschen de zuiver-inlandsche industrieën, als die van den +prauwen-bouw, en de voor de Europeesche markt berekende is er op dat +punt geen verschil. Een prauw wordt gebouwd, een mat wordt gevlochten +met hetzelfde gereedschap, op dezelfde manier, nú, als het tweehonderd +jaar geleden gebeurde. En die dat doen, zijn niet een ondernemer met +zijn arbeiders, maar een gezinshoofd met zijn zoons, broeders, neven, +zoodat het bedrijf het gezamenlijke bezit is van een geheele familie, +ook al weer naar overouden trant. Er wordt niet betaald volgens +den tijd van werken, en ook niet per stuk. Maar bij verkoop van het +werk deelen, volgens bepaalde proportie, zij die daaraan meegewerkt +hebben in de winst. Zoo althans werd de zaak mij uitgelegd bij den +koperslager, die mij als de beste in zijn vak was aangewezen, en bij +een messen-smid. En het districtshoofd van Negara, die mij bij de twee +bracht, zeide nog, dat dit hier zoo de algemeene wijze van arbeid- +en winst-deeling was. + +Dat districtshoofd, de Kjai, was zelf een merkwaardig voorbeeld +van oudtijds-Oostersche en nieuwtijds-Westersche elementen in +vereeniging. Hij had geheel en al het voorkomen van een Maleier van +aanzienlijke afkomst, en had zich ook gehouden aan den godsdienst van +zijn volk, Islam in schijn, in wezen animisme. Maar hij had Hollandsch +geleerd, dat hij, wel niet vloeiend maar toch duidelijk en zelfs +zonder sterk accent sprak. En hij droeg, op dien tocht door Negara, +Hollandsche kleeren. Zijn zoons laat hij een Hollandsche opvoeding +geven. Van zijn dochters sprak hij niet. Ik vermoed dat die, naar +den conservatieven trant, het geheele Oosten door ten aanzien van +vrouwen betracht, op zijn echt-Inlandsch zullen opgroeien. + +De eerste werkplaats waarheen de Kjai mij bracht was die van een +prauw-bouwer. In een groote loods, waarvan het los uit bladeren en +vlechtwerk ineengevoegde dak de lucht liet doorschemeren, en onder +de boomen van een drassig erf rondom, in het midden waarvan het huis +van den scheepsbouwer op hooge palen stond, was een aantal werklieden +aan den arbeid op vier prauwen van verschillende grootte. Zij hadden +gereedschap van eigenaardig model, blijkbaar heel oud al. Onder andere, +bijlen in den vorm van een houweel, het blad haaks op den steel gezet, +waarvan zij zich bedienden als van een schaaf, en dat met zulk een +behendigheid dat het harde ijzerhout zoo glad als satijn werd onder de +bewerking. Op de werf werd alleen de kiel van de tambangans gebouwd; +iets waaraan vijf werklui anderhalve maand werk hebben en van f 60 tot +f 130 samen verdienen. De opstaande wanden zijn het werk van een ander +slag ambachtsvolk; de sieraden aan boeg, wanden, pijlertjes, dat doet +weer een ander; het dak, dat uit een geraamte van gebogen bamboe en een +dek van vlechtwerk bestaat, maakt een derde; de arbeids-verdeeling, +men ziet het, kennen de Bandjareezen al. Nog niet de vereeniging van +het verdeelde in een gemeenschappelijke werkplaats. + +Bij den koperslager bemerkte ik dat ook sommige toestellen en +hulpmiddelen bij den arbeid hen al bekend zijn: de werkman, die bezig +was een sirih-kistje te maken, had er een gemakkelijke manier op om +wanden en deksel met open-werk te versieren: het blaadje koper ging +tusschen twee open-werk ijzeren platen; en met een stel beitels, +die precies de vormen van de openingen in het ijzer hadden, werd +het koper weggestoken; in een paar minuten was alles klaar. In geen +Europeesche fabriek had het meer werktuigelijk kunnen gebeuren. Het +drijven van het koper zag ik niet: maar naar het voltooide werk te +oordeelen, dat de bestuurder van de werkplaats--tevens het hoofd van +het talrijke gezin, door het werkvolk gevormd--mij toonde, moet daarin +toch wel wat meer eigen gedachte en kunstvaardigheid steken. + +Het werk van den messen-smid was geheel en al ouderwets Inlandsch. Ook +hij arbeidde met al zijn familie-leden samen, een paar vrouwen incluis, +die de zoó bekoelde messen glad en blinkend schuurden. Zijn aambeeld +stond vastgekeild in een zwaren stam, die door den gevlochten vloer +der smidse heen, en door het water dat onder het huisje zwalpte, +diep in den moerassigen bodem was ingegraven. En de blaasbalg, +die het vuur in den leemen oven wakker hield, bestond uit een stel +zware bamboe-schalmen, waaruit de dwars-schotten waren weggenomen, +en waarin, door middel van een kleinen hefboom, zuigers op en neer +werden bewogen. Het ijzer echter dat hij verwerkte--de rotan vloer +lag geheel verzakt onder de zware staven--kwam "uit Holland" naar +hij zei, met "Holland" alle verre landen aan de overzij der zee, waar +blanke menschen wonen, bedoelende; het zal wel Duitsche export-waar +geweest zijn. Ergens in den omtrek van Essen misschien was dat ijzer +gesmolten, gelouterd, in fatsoen gebracht, door geschoold werkvolk met +behulp van ingewikkelde machinerie, onder toezicht van ingenieurs, +die jaren van studie en practijk aan hun werk hadden gegeven. En nu +werd het hier in het binnenland van Borneo, in een vezelen huisje, +half in half uit het water als een eenden-nest, door een naakten +bruinen Bandjarees gesmeed tot messen, om er gras mee te snijden +en takken te kappen in de "rimboe," in de wildernis. Dat was een +zonderling einde na zulk een begin. + +De Kjai, die mij van den smid nog naar een pottebakker bracht--daar +was àlles, materiaal èn werkwijze èn bestemming Inlandsch--en toen de +dorpsstraat langs, waar hij mij fuiken en allerlei vischtuig liet zien +in de rivier drijvende om vangst, en daarna in zijn eigen tambangan +terug naar de pasanggrahan, kwam in den namiddag, hoffelijk, weer, om +een officieel bezoek te brengen. De mantri had hem gelaten in de soort +vliegenkast-in-het-groot, die aan de waterzijde van de pasanggrahan +is aangebouwd, als de eenige, voor muggen veilige plaats van het +huis. Toen ik er binnenkwam, zat hij de Nieuwe Rotterdamsche Courant te +lezen, die mij juist dien ochtend uit Bandjermasin was nagezonden, en +die ik open op de tafel had laten liggen toen ik met hem uitging. Ik +onderdrukte tegelijk mijn verwondering en wat ik hem had willen +zeggen over dat Essensche ijzer, dat ik in Bandjareesche "parangs" +had zien veranderen. Voor iemand, die de inlandsche prauwen en de +stoomboot van de Paketvaart tezamen de Negara had zien binnenstoomen, +was er immers, welbeschouwd geen reden tot verbazing. + + + + + +Een centrum van inlandschen handel + + +Zooals Negara een middelpunt van inlandsche nijverheid is voor het +zuiden van Borneo, zoo is Kendangan een middelpunt van inlandschen +handel. Het dorp ligt aan een zijrivier van de Negara, ten Oosten +van het dorp Negara. Inlanders gaan heen en weer langs den waterweg, +die door de bochtige rivier en een geheel stelsel van dien afstand +bekortende kanaaltjes loopt. Den landweg, veel korter nog, kunnen +zij niet benutten, omdat die over zeker twintig van zijn goed veertig +K. M. lengte geen bevrachte kar verdraagt. Het is niet anders dan een +smalle dijk, tusschen een moeras aan den eenen kant, en een kanaal +aan den anderen, uit opgebaggerde modder, vermengd met van elders +aangevoerd zand, gebouwd. Waar nu het kanaal is, was vroeger de weg. En +voortdurende arbeid is noodig om te voorkomen dat die nieuwe weg, uit +de opgevischte bestanddeelen van den vroegeren gebouwd, niet weer op +zijn beurt een kanaal worde. Elke regenbui--en het regent maar altijd +door over dit dampende waterland--doorsopt hem, dat de aarde in bruine +scheuten weglekt uit het netwerk van wortels, vezels en rafelende +stengels, dat zijn eigenlijke consistentie uitmaakt. Terwijl wij er +over heen rijden--ook al weer in een regenbui--in een allerlichtst +Amerikaansch karretje van het model zooals tegenwoordig in Negara +nagevolgd wordt door inlandsche wagenbouwers--zwalpt de grond of +hij zoo dadelijk zich wou begeven onder de kletsend neervallende +hoefslagen van het paardje. + +Vlak als de zee en als de zee onafzienbaar, ligt rondom het +moeras. Zelfs onder het glasachtig-doorschijnende grijs van de +dichte regenstralen en het sluierende rook-grijs der neerdruilende +wolken-lucht blinkt het fel-groen, als van eigen licht. Het is de +water-hyacint, die er die glanzige krachtige kleur aan geeft. Dicht +als grashalmen in de wei staan over het wijde waterveld haar groote +ronde bladers, rechtop op sappig-gezwollen stengel. [14] Het moeras +groeit er langzamerhand dicht van. Als na zware buien het water wast +en begint te stroomen, sleurt het er lange strooken van mee, die, +als vlottende eilanden, de prauwenvaart op de Negara stremmen, en +van den oever tot in het midden van den stroom de breede Barito groen +maken. Maar bij millioenen van millioenen nieuw ontspruitend, heeft +de weelderende plant in enkele etmalen de ledige plaatsen hernomen +met haar sterke, rond-uitspreidende pollen. Tot aan den horizon +toe maakt zij alles fel-groen. Hier en ginder donkert er een veeg +bruin overheen van met lange pluimen bloeiend riet. Blank glanzen +plassen op en kleine meren. En op een enkele plaats, plotseling +en hel als zwevende vlammetjes, zuiverrood, zuiverwit schitteren, +vér heen over een de diepten van het landschap in loopend veld, +duizenden lotusbloemen, rond stralend op hun hooge stelen. Daarna +is het eeuwige groen nog eentoniger en triester geworden. Het is +of juist de felheid van zijn tint, onnatuurlijk onder dat dempende +grijs van wolken en regenstralen, het te somberder maakt. Er is iets +onheilspellends in. Verderfelijke koortsen, lijkt het, moeten opwalmen +uit dat giftige groen. Een zoo ellendig land zag ik nog nergens. Het +is niet alleen verlaten van alle bewust leven, maar het ziet er uit, +of geen leven er ooit zou kunnen komen, laat staan dan blijven. + +Het is er, niettemin. Geheel alleen op de ledige vlakte staan twee +visschershutten, het dak aan rafels, de wanden gescheurd, scheef +voorover op verzakkende palen. De mannen verschijnen een eind verder, +aan den rand van een blinkenden plas, waar zij hun net in gespreid +hebben. Zij hebben hun gore lompen over het hoofd getrokken, tegen +den killen regen en tegen de wolken venijnig-stekende muskieten, die, +door den rook van het smeulende vuur niet te verdrijven, zoemend hen +omzwermen. Als grauwe, ruige, door wind en weer verhavende vogels staan +zij daar op hun magere beenen. De ellende van hun bestaan is uit de +verte hun aan te zien. Het stoomertje van de Koninklijke Paketvaart, +dat om de veertien dagen te Negara komt, wordt dikwijls aangeklampt +door arm volk uit deze streek, uren roeiens ver gekomen in hun sampans +om wat kinine en medicijn tegen de kwaadaardige huidziekten, die over +hun heele lichaam in walgelijke wonden uitbreken. De watervogels zijn +er beter aan toe, die tenminste tegen het water kunnen. En die er ook +genoeg eten uit ophalen, wat de visschers niet alle dag doen. Dikwijls +schuilt de visch weg in de ondiepe plekken van het moeras, onbereikbaar +voor hengel of net. Dan nemen de visschers een zonderling middel te +baat: zij steken het moeras in brand. Voor de smeulende hitte vlucht +de visch naar de meertjes, waar fuiken en netten al gespreid staan. + +Als de zon eenigen tijd achtereen onafgebroken heeft geschenen en +riethalmen en verdorde bladeren van watergewas heeft gedroogd, wordt +de smeulende gloed wel eens een vlam, die overwaait op den weg en +zijn turfachtigen grond in brand zet. Het komt voor dat mijlenver +die smalle strook aarde in rook en bleekgele kruipende vlammetjes +verandert. Een neergudsende regenbui bluscht den brand weer. Kort +voor onze komst moest dat hier en ginder gebeurd zijn: op plekken +zagen wij den weg zwart verkoold. + +De tijd leek eindeloos dat wij al maar over dien smallen zwalpenden +weg door de water-hyacint reden, doorweekt van regen, en aangezicht en +handen brandend van de giftige steken der muskieten, die als een dunne +nevel om ons heen dreven. Maar ten laatste kwam een verandering. De +grond begon een weinig te rijzen. Inlanderhutten stonden in groepen +bijeen, naast elk huisje eenige kleine terpen waarop klapperboomen +groeiden. Toen werd het riet dichter, de waterhyacint verdween voor +struikgewas, allengs hooger staken boomen er uit op, de weg klom over +bruggen, en werd hard en breed, eindelijk was het vast land rondom. En +daar verscheen al het eerste teeken van westersche beschaving: een +telegraaf-leiding. Even voor den middag bereikten wij Kendangan. + +Het dorp gaat geheel en al schuil onder de klappers. Zoo dicht staan +de hooge, smalle stammen, dat men, langs den dorpsweg rijdend, den +indruk krijgt van te bewegen door een reusachtig halmenveld. Van +links en rechts komen de huizen te zien tusschen die zwartige +strepen. Ze zijn gebouwd volgens het bekende model, hoog op palen, +en met trapsgewijs oploopende verdiepinkjes, als klommen zij uit de +rivier naar den hoog-en-drogen oeverkant op. Stevig en wel-verzorgd, +vele zelfs versierd met gebeeldhouwde pijlertjes en Negaraasch +snijwerk langs balustrade en dak, staan zij midden op ruime erven, +waar hier en daar, in de rond-plekkende schaduw van de palmkruinen, +aardig heestergewas bloeit. Van diezelfde palmen komt de welvaart, +die hier over alles haar aangenamen schijn heeft gespreid. Kendangan +leeft van de copra. Op de wekelijksche markt, waarheen het volk uit +den geheelen omtrek geroeid, gereden en geloopen komt, is copra de +voornaamste waar. + +De bereiding gaat op primitieve wijze. Als de vruchten rijp zijn, +worden zij van den boom geplukt (de Kendanganner, die véél liever +lui is dan moe, heeft soms een aap dien hij daarop africht) en op +een puntig ijzer in tweeën gespleten. Ontdaan van de houtige schil, +worden dan de kern-helften in de zon gedroogd. Op het voorgalerijtje +van ieder huis in het dorp liggen ze bij hoopen opgetast. Opkoopers +rijden rond met een ossenkar om, wat voor den verkoop gereed is, +mee te nemen naar de markt. Op pasar-dagen is de grond van het ruime +plein er mee bespreid, zoodat er niet dan smalle paadjes tusschen +over blijven, die de politie werk heeft om open te houden; en de heele +lucht is vervuld van den eigenaardigen, onaangenamen, zurigen reuk. De +hoeveelheid copra hangt, overigens, af van het weer. Drie dagen regen +maken de markt flauw. Want de zon is het die de copra moet drogen. Doet +zij het niet, dan doet het niemand anders. De Bandjareezen hebben wel +naar de vraag van de Westersche markt zich geschikt, maar willen nog +aan geen Westersche methodes van productie. Het gaat ook wel op zijn +inlandsch, vinden zij. Zij verdienen toch genoeg. + +De export-cijfers van Bandjermasin toonen hoezeer de copra-handel +toegenomen is in den allerlaatsten tijd. In 1909 was de uitvoer ruim +twee millioen pikol: in 1911 was het ruim vier millioen. Dat komt alles +door inlandsche kooplui van inlandsche planters. Zóo als Kendangan +zijn er een menigte dorpen in de Zuidooster-afdeeling van Borneo, +die geheel en al van deze teelt en dezen handel leven. De inlander +heeft daarmee, blijkbaar, een groot voordeel gewonnen. Maar dat +voordeel heeft zijn nadeel, en geen gering nadeel ook. De loonende +en geen werk hoegenaamd eischende klapperteelt heeft den rijstbouw +overbodig gemaakt en tegelijk daarmede de inspanning, de orde en het +gemeenschappelijk overleg van het landbouwersleven. De luiheid van den +natuurlijken mensch heeft zich in den Bandjarees--niet in de vrouwen, +wel te verstaan, maar in de mannen--ontwikkeld tot wat werkelijk een +zedelijke ziekte mag heeten. Het is hem een genot den geheelen dag +en zijn geheele leven lang absoluut niets te doen. De aap plukt de +klappers; de vrouw splijt ze; de zon droogt ze; de voerman haalt ze +op; hij zelf ligt op zijn mat en neemt het geld er voor aan. En dan +gaat hij pleizier maken. Dat wil zeggen: drinken, dobbelen en wedden +bij hanengevechten. Het eind van de pret is gewoonlijk vechten. Daar +heeft hij zijn "parang" voor--zijn gesmeed mes uit Negara, dat bij +het handvat smal is en aan het uiteinde breed, en waarvan de slag +door dik hout en door vleesch en been al even gemakkelijk gaat. Een +geschil over een paar duiten bij het dobbelen, een slok palmwijn of +bier uit den toko van den Chinees te veel, een extra venijnige slag +door den eenen vechthaan den anderen toegebracht--en het mes wordt +uit den riem getrokken. Naar ik hoor hebben de vechtersbazen langer +tijd noodig voor hun genezing tegenwoordig dan vroeger: het bier +en de met allerlei chemicaliën geurig en kleurig gemaakte foezel, +waarop zij zich onthalen, beginnen hun werking te doen gevoelen, +zelfs op deze ijzersterke gestellen. + +Om het verleden te treuren geeft niet veel--maar men zou aan de +verleiding toegeven, tegenover zulke toestanden, en wenschen, dat +men de noodzakelijke ontwikkeling der feiten kon tegenhouden en den +Bandjarees weer maken tot wat hij was, voor de Westerling in zijn +land kwam. + + + +Pasar-dag op het groote plein van Kendangan, dat geheel vol ligt met +uitgespreide copra, [15] waar de opkoopers, met hun scherp kijkende +oogen, keurend doorheen gaan; terwijl langs den landweg op lange rijen +de volgeladen ossenkarren er aan komen en op de rivier de prauwen +zoo dicht naast elkaar vastgemeerd liggen, dat zij een breeden vloer +vormen over het water: dat ziende, krijgt men pas een voorstelling van +de rijkdommen van dit land en van de beginnende ontwikkeling onder dat +deel van het volk, dat aan de oude trage sleur van het inlanderleven +zich heeft onttrokken, om met dien natuurlijken rijkdom zijn voordeel +te doen. Op Java ziet men zoo iets niet. De rijkdom van het land is, +misschien, grooter nog. Maar die er van profiteert is de Hollander +en de vreemde Oosterling. + +Hier zijn geen, of bijna geen Arabieren; maar weinig Chineezen; +handeldrijvende Hollanders of andere Westerlingen evenmin. (Eén +enkele, hoor ik, woont te Kendangan). Handelsman is de Bandjarees +zelf.--Men kan, geloof ik, wel zeggen, dat hij dat geworden is in +den omgang met Arabieren in hun eigen land. Komt men op den pasar, +dan ziet men het plein als in tweeën gescheiden: de eene helft is +voor den kleinhandel, echt-Inlandsch, zooals men het precies zoo op +Java of op Bali zou zien: etenswaar, medicijnen, bloemen, stukgoed, +snuisterijen; daar krielt het van vrouwen en van slenterende, +sigaretten rooken de, koekjes etende en "stroop" drinkende mannen; +ook al weer precies als op Java. Maar de andere helft, dat is het +terrein van den groothandel. Het is er leeg, in vergelijk met de +stampvolle klein-markt haast verlaten. Maar ieder van die mannen, die +hier met een opschrijfboekje en een linnen geldzak rondgaan tusschen +de met copra volgeladen ossenkarren, verhandelt alléén zooveel als +een paar honderd van die klein-venters en koopers. En het treft dat +bijna allen den hadji-tulband dragen. De tocht naar Mekka is hun +studie-tijd in de wetenschap van den handel geweest. + +Niettemin dient gezegd dat Mekkagangers gevonden worden ook onder +gering en arm-gebleven volk. Zelfs vrouwen ziet men met den om de +slapen gevouwen sluier der hadji's die zwaar werk doen. Maar over +het algemeen kan gezegd, dat de èchte Maleier, de niets-doener, +de dobbelaar en liefhebber van hanengevechten, die naar den pasar +gaat als naar een feest, terwijl zijn vrouw naast hem zwoegt met +een mand op den rug, die zij aan een zeel over het voorhoofd spannend +draagt,--dat die de thuis-blijver is. Terwijl de Maleier van het nieuwe +slag, die naar den pasar gaat om geld te verdienen, die copra opkoopt +en boschproducten, en in zijn eigen prauw naar Bandjermasin brengt, +en die daarvandaan terugkeert met rijst uit Rangoon en winkelwaar +uit Europa,--dat die de Mekka-ganger is. Op de markt te Kendangan +ziet men de twee typen naast elkander. + + + + + +Langs de Barito + + +Van Kendangan terug naar de Barito, die ik tot Poeroek Djahoe op +wilde varen, tot in het hart van Borneo toe, nam ik inplaats van +den land-, den waterweg, die door een geheel systeem van riviertjes, +beken en kanalen gaat. De prauw was telefonisch besteld uit Negara +(zoo zonderling zit hier oud en nieuw dooreen). Een matras, een +kussen, een muskieten-tent en een provisie eten en drinken voor den +dag maakten er een geriefelijk woninkje van. Het binnenkomen had zijn +moeilijkheden: de opening tusschen dak en prauwrand is maar laag: +men moet kruipend er door en tegelijk precies in het midden den +voet zetten om de prauw in evenwicht te doen blijven. Veel ruimte +is er ook niet. Althans niet in het verticale; men kan niet anders +dan liggen of, eenigszins bukkend, zitten. Maar met dat al bevond +ik deze wijze van reizen een alleraangenaamste. Het is betrekkelijk +koel op het water; geen stof; geen muskieten binnen het zorgvuldig +vastgemaakte gordijn: de prauw maakt een zachte schommelbeweging +op den maatslag van de riemen, die uit het groenige water blanke +fonteintjes opwippen; rechts en links glijdt het bedrijvige leven +voorbij van de rivier, en de oevers maken daar een lijst langs van +stammen, tot halver hoogte gezien, aanlegplaatsen, badhuisjes, buurten +van op palen staande hutten, waar naakte kinders omheen spelen. De +prauw vaart midden tusschen badende vrouwen door. Van een vlot, +waar een man languit ligt te rooken onder een muskieten-gordijn, +dat als een draperie schuin weggeslagen in plooien afhangt van het +atapdak, terwijl zijn kameraad met een vlag-vormigen waaier van +gevlochten vezel een houtskolenvuurtje aanwakkert onder den kokenden +rijstpot, worden de roeiers aangeroepen met een vraag waarvandaan en +waarheen. Van bruggetjes, waar wij onderdoor glijden, kijken, vroolijk +en nieuwsgierig, gezichten naar beneden. De Bandjarees is vrijmoedig: +de tegenwoordigheid van een Hollander belemmert hem niet. Mijn roeiers +en het volk op prauwen, vlotten, steigers, brugjes zijn doorloopend +in gesprek. De reis, die van halfacht 's ochtends tot ruim tien uur +'s avonds duurde, was zoo vol vroolijkheid en afwisseling, dat ze +mij geen oogenblik te lang leek. + +Te Marabahan kwam ik weer aan boord van den kleinen Paketvaartstoomer, +de Negara. Rechts en links had zij een breede laadprauw aan +zich hangen, vol volk en vracht, die zij van Bandjermasin en de +tusschenliggende plaatsjes af de rivier opsleepte, het binnenland +in; tot daar waar de stroomversnellingen, gevaarlijk tusschen de +steenbanken en zandplaten der bedding, het meevoeren van zulk een +last onmogelijk maken, hield zij die twee prauwen bij zich, als een +vogel onder uitgespreide vlerken haar jongen. En onder al de drukte +van lossen en laden, landen en aan boord komen door, hadden wij van +het dek der Negara af altijd-door het schouwspel van geregeld zijn +gang gaand, huiselijk inlanderleven op de prauwen. Over den rand +heen werd in de rivier gewasschen en gebaad; op uitgerolde matten +werd geslapen en gedobbeld; vrouwen zaten elkanders haar schoon +te maken; kinderen speelden op de stille manier van hun slag; tegen +zonsondergang verschenen mannen op de plecht, spreidden een matje uit, +en verrichtten met knielen, terneerbuigen van het voorhoofd tot den +grond toe, en weder opstaan, het Moslemgebed. En tot driemaal per +dag toe--het was almee bij wijze van tijdverdrijf, denk ik--werd er +gekookt en gegeten. Zij hadden--mannen zoowel als vrouwen--kleine +draagbare oventjes van gebakken klei bij zich, zooals er te Negara +gemaakt worden: daar ging een houtskoolvuurtje in en de rijstpot of +de pan met toespijs boven op. Die toespijs was meest "terasi"--een +gegiste brij van visch. De Maleiers hebben een spreekwoord: "gekookte +terasi, gebakken terasi, het is eenerlei, het eene stinkt zoo erg +als het andere:" het spreekwoord heeft gelijk. + +Van Marabahan naar Poeroek Djahoe is het vier dagen stoomen: de eerste +drie blijft het landschap hetzelfde. Het is al maar oerwoud. Hier en +daar is een bres gekapt in den eentonig-groenen hoogen wal. Daar staat +een gehucht van bruine huisjes, met een landingsplaats, waar volk +staat te wachten op de boot. Er liggen rijstvelden links en rechts, +op de primitiefste manier ontgonnen in het woud: door verbranding. De +geblakerde stompen der afgehouwen boomen steken zwart op uit het +groen. Het dorpje en het ruige veld glijden voorbij en weer begint +het oerwoud. Geen teeken van menschelijk leven valt er waar te +nemen. Maar het is er, niettemin. Een volk van woudloopers is hier +doende met het kappen en omlaagrukken van den wilden rotan, die in +gewrongen bundels en trossen van als touw zoo taaie stengels door het +geboomte geslingerd hangt; met het zoeken van gom- en harssoorten, +en met het inzamelen van de was en den honing der wilde bijen, +die hun zwartige, op groote zakken gelijkende nesten ophangen aan +de takken der "kwala"-boomen. Hier en ginder ziet men een enkelen +van die bijzonder hooge boomen, verdonkerd door de nesten der bijen, +boven het omringende groen uitsteken; en dan hoort men hoe hevig en +lang er om zulk een boom gevochten is. De was wordt hoog betaald, +met tot f 90 per pikol toe; en de hoeveelheid is aan het slinken, +te oordeelen naar de exportcijfers van Bandjermasin, die voor 1909 +een hoeveelheid aangeven van ruim 16.000 K. G. en voor 1911 slechts +ruim 4000: vandaar al die strijd. Ook de getah, die uit bast getapt +en uit bladeren gekookt wordt, gaat, over het geheel gerekend, +achteruit in hoeveelheid: van ruim 100.000 pikol in 1909, daalde ze +tot ruim 70.000 in 1911. Waarschijnlijk niet omdat er niet meer is +in het bosch, maar omdat dat meerdere onbereikbaar is, zelfs voor +Bandjareesche woudloopers. Als er eens een begin gemaakt werd met +regelmatige exploitatie--ja, dàn!--De rotan is, ook op primitieve wijze +ingezameld, nog overvloedig loonend. Overal ziet men de dunne buigende +stengels met hun wimpelende bladers boven de boomtoppen uitsteken. Het +lijkt wel of ze te sneller aangroeit, naarmate er meer van gekapt +wordt. Van ruim 42.000 pikol in 1909, steeg de export tot ruim 47.000 +in '11 van dunnen rotan, die in opgetroste pakken wordt verkocht: +geheele heuvels van zulke pakken zag ik op de landingsplaatsen liggen: +de prauwen waren er volgeladen mee op den terugtocht naar Bandjar; in +de zwaardere soorten, de rotanstokken, is de vooruitgang nog beter te +zien: van ruim 40.000 tot ruim 1 millioen stuks. Ook de voorraad hout +is onuitputtelijk: geen nog zoo rauwe manier van roofexploitatie kan +daar een merkbare vermindering in brengen. Bij honderden en nog eens +honderden drijven de stammen, tot vlotten samengebonden, de Barito +af, en al haar zijrivieren. Meest wel bamboe en allerlei wildhout; +maar dikwijls toch ook is aan het diepe inzinken van het vlot te +zien, dat er vele stammen van edele soort tusschen zijn; djati en +de verschillende soorten die onder den naam van ijzerhout bekend +zijn niet alleen, maar menigten van andere, nog nooit in Europeesche +havens ingevoerd, en die toch prachtig materiaal voor bouw- en zelfs +voor schrijnwerk zouden zijn. Jaren geleden al werden mij door een +houtvester op Java monsters getoond van Borneo-hout, dat hij op +zijn reizen, de Barito op, meegevoerd had, achter zijn prauw aan; +gevlamd, geplekt, met donkere rozetten geteekend, fijn gestreept, +gesterreld hout, in de prachtigste tinten van goudgeel tot zwart toe, +met allerlei spelingen in het roodachtige, het grijze, het paarse +zelfs. Hij had zijn best gedaan om er een markt voor te vinden in +Holland en was niet geslaagd. Het gezicht van al die vlotten riep +de herinnering wakker en den wensch naar nieuwe pogingen en beter +uitslag. Als men denkt aan de armoe van Holland juist aan goed hout! + +De zwarigheid zit waarschijnlijk in het vervoer: bij tijden is de +Barito zoo laag, dat zelfs vlotten blijven liggen. Zeker is het deze +omstandigheid, die de exploitatie tegenhoudt van de steenkolenbeddingen +langs de oevers. Waar de grond begint te rijzen, naar het gebergte toe, +komen die aan de steilere oevers te zien. Groote brokken steenkool +liggen voor het oprapen tusschen het struikgewas. De Negara deed er +haar voorraad van op. De steenkool is, hoor ik, niet zoo goed als de +Engelsche, maar veel beter dan de Japansche, en zou de exploitatie +zeker rijkelijk loonen, kon ze maar vervoerd. Maar daar zit 't hem. De +waterweg is gebrekkig; een landweg is er niet. Een Hollandsche +maatschappij, die de zaak begon, heeft haar moeten opgeven. Een +Chinees doet het nu in het klein. + +Op den tocht naar boven kregen wij een bewijs voor oogen van de +moeilijkheden der vaart op de Barito: een Chineesche stoomboot, +gestrand op een zandbank. We vernamen dat zij daar al sedert drie +maanden zit, met geen geweld weer vlot te krijgen. En zelven +ondervonden wij de weer-strevende kracht van den stroom bij de +groote versnellingen rondom het midden in de rivier gelegen eilandje, +Poeloe Asoe. Viermaal werd de stoomer teruggeslagen van de wervelende +water-glooiïng, en eenmaal zoo dicht tegen den oever aan, dat takken en +kruinen van boomen met gekraak over het geheele dek schoten: de vijfde +poging eerst bracht de Negara in het weer gladde water bovenstrooms, +veilig uit het gevaar. + +Zóó is de toestand; een schatrijk land, een volk voor ontwikkeling +vatbaar; een begin van Westerschen handel, die ook voor den Inlander +van voordeel en nut zal kunnen zijn; maar voorshands alles nog +belemmerd en stokkend, omdat het eerst-noodige ontbreekt: voldoende +middelen van verkeer. + + + + + + +SUMATRA + + +Aankomst te Medan + + +Aan boord van de "Rumphius" al--(en o! hoe heeft het me gespeten, +dat de reis niet langer duurde, en ik geen tijd had voor het volle +genot van al de mooie dingen in die nieuwe drijvende "rariteit-kamer," +die schilderachtige zeventiend'-eeuwsche figuren langs de wanden, +en die prachtige vogels, al dat loover, kruid en gebloemte, en die +blazoenkleuren tusschen namen en jaartallen glorend op glas, waarmee +Lion Cachet een waardige omgeving heeft gemaakt voor de beeltenis +van den grooten natuuronderzoeker, die ook een geschiedschrijver +was, den Blinde, die zooveel meer dan eenig ziende zag!) Nu dan, aan +boord van de "Rumphius" al krijgt de naar Medan stevenende reiziger +een voorgevoel van de belangrijkheid en snelle ontwikkeling der stad +en tevens van het voorloopige van sommige Medansche toestanden. In +den meest letterlijken en lichamelijken zin krijgt hij dat gevoel: +namelijk als het schip begint te slingeren. En dat zit zóó: het +verkeer van Medan is in den laatsten tijd verdriedubbeld; de schepen +moesten driemaal meer ruimte hebben dan waarmee zij vroeger konden +volstaan; en om rustig op het water te liggen, heeft een groot schip +een bepaalden diepgang noodig. Maar tegen zulk een diepgang is de +ingang der Medansche haven, Belawan, door een zandbank versperd. En +daarom moeten schepen breed zijn en plat, en slingeren, Medan en de +zandbank ter eer. Niet lang overigens zal het meer behoeven. Een +begin is al gemaakt met het groote werk, dat Medan een haven zal +verschaffen zóo als de stad die behoeft. Belawan heeft al den trek +van het nieuwtijdsche en grootscheepsche in zijn ruimen--en toch reeds +te eng blijkenden--aanleg, in zijn gedrang van reizigers en koelies, +in zijn hooge en breede viaduct vooral, dat kenteekenende bouwsel van +een verkeer, waarbij de ren der donderende treinen den mensch geen +plaats meer laat op den beganen grond. Te sterker treft, daarna, de +eenzaamheid van de streek, waardoor de lijn naar Medan loopt. Alles +moeras-poelen, plassen, laag struikgewas, slingerplanten, een groep +hooge boomen, verloren staande hier en ginder. Watervogels reppen zich +klapwiekend weg voor den trein. Geen menschelijk wezen is ergens te +zien. De spoorbaan is de eenige weg--een eindeloos-lange brug van de +haven naar het vasteland. Eindelijk is het bereikt: de grond begint +te rijzen. Kleine stations, elk met een groepje huizen erom en er +achter, staan op langs de lijn, vestigingen, vroeger van Hollanders, +sedert lang al voor Medan verlaten en nu door inlanders en Chineezen +bewoond. Zijwegen loopen het land in naar de tabaksondernemingen, +tegen den voet van de heuvels gelegen, die, naar het Westen toe, in +al hoogere klingen opstijgen naar de blauw tegen de lucht glanzende +toppen der Bataksche bergen. Dan komt, blinkend van nieuwheid, het +stationsgebouw van Medan. + +Geheel anders is de stad dan eenige andere in Indië. Alles er aan is +nieuw, frisch, op bedrijvigheid berekend en verkeer. Het is goed te +zien dat de bouwers de handen vrij hebben gehad en ruimte naar allen +kant, in den letterlijken zin en ook in den overdrachtelijken. Een +goede dertig jaar geleden was hier niets dan woud en wildernis, +waar een rivier breed doorheen stroomde, en, ergens in de verte, een +Maleisch vorstje, niet veel rijker noch beschaafder dan het half-wilde, +half-boersche volk, van wier schatting-duiten hij leefde. Het nieuwe +bedrijf, dat van die wildernis een voor de wereldmarkt teelende +landbouw-streek zou maken, vond nergens hinderende grenzen, noch +machtsverhoudingen, sterk genoeg om het te dwingen tot concessies met +zijn wezen en behoefte in strijd. Het "paleis" van den Sultan--of beter +de paleizen, want hij heeft een nieuw gebouwd voor het oude, waarin hij +zich niet thuis voelde, en zijn harem is in een afzonderlijk, groot, +getorend en gekoepeld gebouw gevestigd, en ook de "troonopvolger" heeft +een eigen, statig verblijf--de paleizen van den Sultan, en de groote +school voor zijn en zijner verwanten kinderen, en het rechtsgebouw, +waar de rechtspraak in zijn naam over een (al verminderend) aantal +onderdanen wordt uitgeoefend, en, ten slotte, de groote, waarlijk +prachtige moskee, zijn blijdschap en trots, met haar vijf koepels en +slanke minaret, waarvan des avonds het gebed der Moslemin af klinkt: +die geheele steenen sultanspracht is, inderdaad, het zegeteeken van +den tabaksbouwer. + +Uit de grondpacht van de altijd door zich uitbreidende ondernemingen, +uit de sommen door de Nederlandsch-Indische regeering uitgekeerd +als vergoeding voor rechten, die zonder tabaksteelt en tabakshandel +nooit anders dan leege woorden waren geweest, uit de algemeene +welvaart door het nieuwe bedrijf ontstaan, is dat alles verrezen. De +opvolger der boersche Maleische vorstjes van voorheen zou zich kunnen +noemen: Sultan van Deli, bij Tabaks genade. Het geval heeft zijn +komiek-in-grooten-stijl:--en zijn zwarigheden.... + +Medan, dan, is een stad in den Europeeschen stijl van nieuwe +steden. Het heeft een winkelwijk, waar aan weerszij van de breede +straat groote met spiegelruiten blinkende winkels staan, vol nieuw, +duur goed; het heeft een waterleiding, die tot in alle hoeken van de +stad een koel, kostelijk-helder water brengt, op de bergen ontsprongen +en door een natuurlijken filter van zeventig meter hoog zand gezeefd; +het heeft electrisch licht in de huizen en langs de straten; een +villa-wijk, waar langs de schaduwige lanen de huizen te midden +van grasvelden en bloembedden liggen; een plantsoen; een wijd, door +groote en hooge gebouwen omringd plein, waar in het koele van den dag +voetbal-spelers en tennissers bij menigten aan het spel zijn. Zelfs +de geringe buurten, als die der Chineezen en die der Britsch-Indiërs, +hebben lucht en licht en een algemeenen schijn van zindelijkheid, van +welvaart zelfs. Het ziet er alles wèl-verzorgd, nauwkeurig-geregeld, +goed onderhouden uit. + +In die wijde lichte ruimten is het bont van allerlei +nationaliteiten. Veel Oostersch volk woelt door elkaar in de +Vorstenlanden en meer nog te Soerabaja en in Bandjermasin. Maar hier in +Deli zijn voor de tientallen van daar honderdtallen en uit een grooter +aantal verder uiteengelegen streken afkomstig. Hier zijn niet enkel +Chineezen en kooplieden uit Bombay, maar ook Japanners, Bengaleezen, +Sikhs, Arabieren. Zij houden ook goeddeels aan hun eigen dracht en +gewoonten vast. Kom in de Chineesche wijk en daar ziet ge de vrouwen +loopen in wijde broek en baadje van glimmend-zwart katoen, met een +kind op den arm, dat midden op zijn kaal geschoren kopje drie sluike +vlokken haar heeft hangen en om zijn hals een tooisel van veelsnoerige +goud-en-bonte kettingen. Tegen den avond komen de mannen voor hun +deur een pijp opium rooken. Zij zitten in groepjes bijeengehurkt +om een dobbelspel, vlak aan de straat. Door de openstaande huisdeur +komt het altaar van de goede geesten en de voorvaderen te zien, met +veel bloemen en verguldsel opgesmukt. Met de armen op de boomen van +het lichte tweewielige wagentje, dat zij, als een paard, trekken, +slenteren de hongkong-mannen voorbij, op hun gemak als in de stad +waarnaar zij heeten. Het Chineesche element is sterk hier in Medan: +zoo groot een bestanddeel van de bevolking maakt het uit, dat men in +het openbare leven er rekening mee moet houden, en kennisgevingen, +op de muren aangeplakt, in twee talen gesteld zijn: in het Hollandsch +en in het Chineesch. Het Chineesche kerkhof beslaat breede strooken +lands, vlak langs de stad. Er is een prachtig versierde Chineesche +tempel, en de majoor-Chinees, die den drank in pacht heeft, het spel, +en tot pas geleden de opium, is verscheiden malen millionair. + +De andere nationaliteiten, niet zoo talrijk noch zoo machtig als +de Chineezen, houden niettemin evenzeer aan hun eigen trant en +gewoonten vast. Japansche vrouwtjes, hier gekomen om op de eenig +voor hen mogelijke wijze, en die in hun eigen land niet veracht +wordt, een sommetje te verdienen waarop zij, teruggekeerd in Japan, +kunnen trouwen en een huishouden opzetten, loopen in sluiken kimono +op hoog-gezoolde schoenen; een enkele duwt, moederlijk behoedzaam, een +alleraardigst poppetje van een kind, ook in kimono, in een Europeesch +kinderwagentje. De Britsch-Indiërs dragen ieder het kostuum van hun +eigen streek. Daar zijn Sikhs, met prachtige gestalten en trotsche +gezichten, indrukwekkend onder een zorgvuldig-geplooiden witten +tulband, hoog als een bisschops-myter. Daar zijn Bengaleezen, zwart +als brons, met een vuurrooden lap om de lenden, gemakkelijk gaande +naast hun kar, een arm op den schoft van den roomwitten gebulten +trekos. Bombay kooplui loopen in geruiten zijden sarong en met goud +geborduurd mutsje. Vrouwen vertoonen zich getooid met een fel-gekleurde +bloem in de wrong van hun golvend blauw-zwart haar, en, in beide +neusvleugels, een door en door gedreven wit-beenen of wit-houten +stiftje, dat van verre al zonderling blinkt in het duister van het +wel-besneden gezicht. Arabieren, mager en felkijkend als havikken, +loopen met naakte voeten in gele en roode sloffen, een soort witten +talaar over een bont onderkleed, en een tulband. De Javanen hebben +hun sarong op de traditioneele wijze geplooid, en hun vrouwen dragen +de kabaja en den karakteristieken haarknoop. En ook het vele volk +uit Borneo laat zich herkennen onder Maleiers en Bataks uit. + +Dat alles komt hierheen, om den arbeid in de tabakstuinen. De +Chineezen zijn de eigenlijke arbeiders, de verbouwers van de plant; +de Bengaleezen de hoeders en verzorgers van het trekvee; de statige +Sikhs, (wier imposant uiterlijk volslagen gebrek aan moed en kracht +schijnt goed te maken) de wachters; de Javanen doen het grondwerk, hun +vrouwen het sorteeren van de bladeren in de schuur; de Bandjareezen +zijn de timmerlui en huisbouwers. Als een zuigende maalstroom werkt +het bedrijf, die van rondom alle wateren zijn kolk in trekt. Onder +de Europeanen, onnoodig te zeggen, een overeenkomstige mengeling +van nationaliteiten, als blijkt uit de namen op kantoren en winkels; +veel Zwitsers en Zuid-Duitschers, veel Schotten en veel Engelschen. De +Engelsche invloed doet zich het sterkst voelen. Er is iets Engelsch +zelfs in het uiterlijk der stad, met die wijde rechte straten en, +binnen banden van asfalt, het prachtig-onderhouden, schitter-groene +gras. + +Buitengewoon interessant om waar te nemen is die malende rassen-kolk, +door een sterk bedrijf in werveling gehouden, en gespijsd, jaar op +jaar, met stroomen van honderden uit het westen, van tien duizenden +uit het Oosten. Wat daar nog eens uit te voorschijn zal komen, boven +en behalve geld? + + + + + +Tabak in Deli + + +In ergere mate dan ooit nog sedert het begin van deze reis heb ik hier +in Deli het te voelen gekregen, hoe groot een afstand ons Westerlingen +scheidt van den Oosterling. Daar ligt voor aller oogen het groote werk +van de Delische tabakscultuur. Maar van de tienduizenden die dat werk +verrichten zijn voor den Westerling enkel ettelijke Westerlingen de +verklaarders. Ook al kende hij de vele talen van die menigten van +Oostersche arbeiders, ook al kon hij persoonlijk Battaks, Boyans, +Bandjareezen, Javanen, Soendaneezen, Boegis ondervragen, hij zou niet +te weten komen hoe zij over dat werk in betrekking tot henzelven +oordeelen. Het historisch gewordene wantrouwen van het overwonnen +ras is te diep, dan dat het zoo voetstoots een onbaatzuchtige +belangstelling in het overwinnende zou kunnen aannemen. Wie van +buitenaf in Deli komt, zal het niet anders leeren kennen dan van +het standpunt van den Westerling en den werkgever uit: nooit van het +standpunt van den Oosterling en den werknemer uit. Mijn voorstelling +zal niet anders dan een éenzijdige kunnen wezen; voor meér geef ik +ze niet. + +Het is overbekend uit hoe klein begin de industrie is ontstaan die op +het oogenblik voor de wereldmarkt werkt: de tabaksteelt op de Oostkust +van Sumatra. Iedereen heeft het verhaal wel gehoord hoe een jonge man +die, op Java zijnde, toevallig had gehoord dat tabak van bijzonder +goede hoedanigheid groeide in Deli, op goed geluk daarheen ging, +in een Chineesch vaartuigje; hoe hij, met een paar meubels van den +schipper geleend zoo goed en kwaad als het ging, een Inlander-woning +inrichtte die de Sultan hem in huur afstond; en hoe hij aan het +werk ging met Europeesche helpers die het al spoedig opgaven en met +Inlandsch werkvolk dat niet graag werken wou. De pionier beproefde +de methode die hij op Java had zien slagen: op zijn Vorstenlandsch +trachtte hij den arbeid van het volk te koopen door het belang van +den vorst. Maar de moeite die voor de beloofde f 0.50 per pikol tabak +de Sultan van Deli deed om zijn onderdanen tot planten te brengen +was onvoldoende of vergeefs: en de planter moest omzien naar ander +werkvolk. Hij dacht er te zullen komen met Javanen, een gezelschap +hadji's te Penang overgebleven. [16] Maar de hadji's wilden veel +liever preeken dan planten of plukken. Ten slotte nam hij de proef met +Chineezen uit Singapore. Zij bleken onkundig van landbouw-werk: maar +de begeerte om geld te verdienen en de leerzaamheid van den Chinees +hielpen over dien hinderpaal heen. Een vorm werd gevonden voor de +verhouding van werkgever en werknemers: het werk zou verricht worden +in contract en betaald volgens een vastgestelde taak,--de aflevering +van duizend boomen. Daarmee was ontstaan wat tot zulke reusachtige +afmetingen zou opgroeien en beide zooveel goed en zooveel kwaad zou +voortbrengen--een industrie in een nieuw land met uit den vreemde +binnengebrachte arbeiders, volgens contract werkende. + +De pionier had in enkele jaren een reusachtig vermogen gewonnen. Die +volgden op den weg door hem gebaand kwamen in groepen. Bij getalen +werden maatschappijen opgericht. [17] Het werk ging nu in het groot. + +De streek waar het werd aangevangen was een wildernis,--oerwoud +doorsiepeld van een ontelbare menigte riviertjes en beken, die in +vrijwel evenwijdigen loop de Oostelijke hellingen van het Bataksche +hoogland afgerend, op den vlakkeren grond gaandeweg vertragen; in +poelen en moerassen liggen hun mondingen langs het zeestrand. Er waren +duizenden en tienduizenden arbeiders noodig om in die woestenij ruimte +te hakken en te graven voor de tabak. Het werd een trek als van een +verhuizend volk uit alle omliggende landen waar honger geleden werd +naar Deli: uit Britsch-Indië, uit Java, uit Borneo, uit China. Uit +Europa ook, uit het ook-hongerige-Europa. Uit Holland, uit Engeland, +uit België, Duitschland, Zwitserland, Frankrijk, uit Polen zelfs +(als men af kan gaan op dien naam van Polonia, dien een onderneming +kreeg, zooals anderen de namen van Gallia, Helvetia, Hessia) kwamen +arbeiders voor het tabaksveld, arbeiders met het hoofd, door de +financiers-groepen in de verschillende landen die hun kapitaal in de +nieuwe industrie staken, uitgezonden als leiders van de arbeiders +met de hand. Tusschen de strandmoerassen en het barre gebergte, +omringd door het al verder weggedrongen oerwoud, was iets als een +kleine staat ontstaan. En de werkingen daarvan deden zich al spoedig +naar alle zijden gelden. + +Het eerst wijzigde het gevestigde bestaan zich naar den nieuwen +toestand. Door een serie van reorganisaties, die in 1873 begonnen, +aanhield tot 1902, werd Deli losgemaakt eerst uit zijn verband met +het Sultanaat van Siak, toen uit dat met de residentie Riouw; tot +een afzonderlijk gewest gemaakt, kreeg het Medan tot hoofdplaats +en de overige tabakvoortbrengende streken als onderafdeelingen. Het +Nederlandsche gezag werd er versterkt tegenover dat van den Sultan, +die voet voor voet moest wijken. De regeering trok de rechten aan +zich over de menschen en over het geld: een nieuwe wet bracht onder +Nederlandsch gezag en recht al wie in Nederlandschen staatsdienst of +in dienst van Europeanen werkte; een verdrag met den Sultan bracht +in de Nederlandsch-Indische schatkist de al aanzienlijker bedragen +der in- en uitvoerrechten. Daar behalve de Sultan van Deli, die +om zijn vijandschap met dien van Siak belang had bij een leven in +vrede en vriendschap met de Hollanders, al de Sumatraansche vorstjes +zich tegen die uitbreiding der Hollandsche machtsfeer verzetten +en tabak-ondernemingen door gewapende benden werden aangevallen, +kwamen troepen, die de nieuwe orde van zaken met den sterken arm +doorzetten. De planters werden bevestigd in het pas gewonnen bezit, +en nieuw land werd voor hen opengesteld. + +Onderwijl hadden zij zich onderling verstaan ter bevordering hunner +gemeenschappelijke belangen: de Plantersvereeniging was opgericht. In +het jaar volgend op dat der oprichting (1872) kwam de nieuwe +organisatie tegenover de regeering te staan in zake de verhouding +tusschen de planters en hun werkvolk. De wijze waarop de regeering +die wilde regelen oordeelden de planters een voor hen nadeelige. Zij +verzetten zich. De strijd was begonnen, waarin de koelie-ordonnanties +van 1880, '91, '97, 1903 de wapenstilstanden waren en het ontwerp +Blommestein met de tegen-actie der planters het laatst-geleden treffen. + +De snelle uitbreiding, ook in de ruimte, der nieuwe cultuur, had +inmiddels de behoefte doen ontstaan aan middelen van verkeer. Een +dochter-maatschappij der Delische, kwam de Deli-spoor tot stand. Zij +werd in Holland zuur aangezien. Men vertrouwde haar niet recht. De +Hollandsche geldbelegger, de groote zoo goed als de kleine, bewaarde +zijn fiducie en zijn dubbeltjes voor Amerikaansche durf-allen en den +Russischen Vogel Grijp, die met twee snavels tegelijk kan scheuren +en slikt met een dubbele keel. De Deli-spoor zou er niet gekomen +zijn zonder de Delische tabakkers. Zij begon te bouwen in 1883. En +zulk een volharding, geestkracht en mate van wetenschap stelde zij +tegenover aanvankelijk gebrek aan geld en de schijnbaar onverwinlijke +moeielijkheden der natuur van het moerassige, zwaar overgroeide land, +dat in 1890 de lijn voltooid was, die, 102 K. M. lang, de eiland-haven +Belawan met Deli Toewa, Medan en Timbang Langkat verbond; en dat +die 102 K. M. lengte gaandeweg uitgroeide tot ruim 262, loopend +langs drie en twintig stations en haltes, terwijl rijtuigen, wagens +en locomotieven vermeerderd werden tot een aantal, dat in 1911 het +transport bewerkstelligde van ruim twee millioen reizigers en ruim +400.000 ton vrachtgoederen. [18] Een begin is gemaakt voor een verdere +uitbreiding van 123 K. M. lengte naar Assahan en Dollok Merassan, in +het Oosten der Bataksche hoogvlakte, waar de nieuw begonnen cultures +van rubber, gambier, copra en oliepalm behoefte hebben aan transport +voor hun producten, terwijl het plan overwogen wordt voor den bouw van +nog eens 200 K. M. spoorlijn het binnenland in. En inmiddels heeft +dezelfde maatschappij den heerweg door de lucht gebouwd waarlangs +de gedachte gaat en de levende stem. Van de haven tot de hoogvlakte +en den heelen wijden ring van ondernemingen langs loopt de telefoon; +en het telegraafnet heeft bijna 200 K. M. lengte. + +Tegenover dien groei vertoonde zich echter het verval: de +onvermijdelijke neven-verschijnselen van een snelle industrieele +ontwikkeling vertoonden zich: speculatie, overproductie, instorting. De +jaren van 1884 tot '92 waren de magere die op zoo vele vette volgden, +en van die vette vele verslonden. Rijke menschen werden tusschen +ochtend en avond arm. Van de tabaksondernemingen ging alles wat buiten +het eigenlijke centrum der teelt lag ten gronde. In Padang en Bedagei +kon van zeventien ondernemingen maar eén enkele in stand gehouden +worden. De ellende werd zoo erg dat een fonds moest opgericht "voor +hulp-behoevende Europeanen." Er was geen geld, er was geen werk, en +het scheen haast of het er nooit meer zou komen, na de groote crisis +op de tabaksmarkt van '92, die op een jaar van misoogst, van lage +prijzen en van faillissementen volgde. Echter, de tabaksteelt kwam er +weer bovenop, en werd krachtiger nog na haar zware ziekte dan zij van +tevoren was geweest. Als de landbouw en het zuivelbedrijf in Holland +toen deed, als de suikerindustrie op Java al had gedaan, deed zij: +zij verbeterde te allen kant haar methodes, zij verbeterde haar gewas, +zij verbeterde haar arbeid. In '88 al had de organisatie der planters, +ijverend voor altijd ruimer immigratie van werkvolk uit China, het +Immigrantenbureau opgericht, waardoor regeling en nauwkeurige contrôle +en een directe snelle correspondentie met het emigratiecentrum +Swatow tot stand kwam. De vraag der openbare gezondheid eischte +strenge voorzorgen tegenover het vele immigrantenvolk uit voortdurend +besmette streken: de planters bouwden een quarantaine-station uit +ruime beurs, naar de beste methoden. Daarmee was het niet gedaan. Op +de ondernemingen ziek wordend werkvolk had geneeskundige hulp van +noode. De bestaande was geheel onvoldoende. Zelfs met de beste zorgen +en voorzorgen kon zelfs de meest voorzichtige en behalve voorzichtige +meest menschlievende planter het niet bereiken, dat een zieke koelie +naar den eisch werd verpleegd in het kleine hospitaal der onderneming, +noch voorkomen dat zijn ziekte de oorzaak werd van de ziekte van +wie weet hoeveel andere menschen. De verspreide en daarom zwakke +krachten werden vereenigd en een centraal ziekenhuis opgericht te +Medan, speciaal op de gewoonten van den Oosterling en den aard der +tropische ziekten aangelegd. En naast dat huis voor herstellenden +werd er een gebouwd voor wie niet meer herstellen zouden: een asyl +voor gebrekkige, ziekelijke en oude koelies. + +Maar ook daar bleef het niet bij: gedachtig aan het woord dat +voorkomen beter is dan genezen, sloegen de planters de handen ineen +om een instituut tot stand te brengen waar de oorzaak der ziekten +bestudeerd kon worden en proefondervindelijk de middelen tot wering +onderzocht. Het Pathologisch Laboratorium verrees. + +Tegelijk en op dezelfde wijze--die van wetenschappelijk onderzoek en +proefneming--gingen zij aan de verbetering van de geheele cultuur. Er +werden proefvelden aangelegd en onder deskundig beheer gesteld. En in +het laboratorium begon de arbeid met nieuwe methoden om de ziekten +der tabaksplant te genezen, om op haar terende insecten te weren en +om de voorwaarden van haar wasdom altijd door te verbeteren. Terwijl +hun onvermoeibaar initiatief den toch zoo wijd getrokken en zoovele +andere belangen omsluitenden kring van het eigen belang doorbrak +met den bouw van een leiding, die de stad Medan zuiver drinkwater +bracht uit de heuvels. Medan was in den tusschentijd gegroeid. Het +was een stad geworden, éenig in Nederlandsch-Indië, een stad met +"Europeeschen" zweem, ruim, regelmatig, zindelijk, met alle gerieven +voorzien; en met een gehéél eigenaardig kenmerk: de jeugd van alle +Europeesche bewoners. Als bijna al het andere is ook dit--dat er geen +oude menschen zijn in Medan noch in Deli--weer een uitwerking van +den voorspoed der tabaksindustrie: de menschen kunnen hier in korter +tijd dan elders geld genoeg verdienen om verderen arbeid in de tropen +onnoodig te maken. En jong nog en voor anderen werkkring bruikbaar +gaan zij naar hun geboorteland terug, niet denkend aan "ver-indischen" +en blijven. Zooals dat eenzame inlanderhuisje met het van een schipper +geleend huisraad, waarin de pionier der Delische tabaksteelt begon +met te wonen, het spiegelbeeld was van Deli in 1863, zoo is de volk- +en geldrijke stad van jonge menschen Medan het spiegelbeeld van Deli +in 1912. + +Zoovele en zoodanige dan zijn de uitwerkingen geweest van wat nu +haast vijftig jaar geleden begon. Andere staan te wachten. En +daaronder zullen er naar alle waarschijnlijkheid wel zijn, die +niet toegejuicht zullen worden door wie die vroegere, terecht, +toejuichten. Niet alleen de werkers hebben het werk gemaakt: ook het +werk maakte de werkers. Zij zijn andere menschen nu, dan zij twintig +of zelfs tien jaar geleden waren, de Delische koelies. Zij hebben +gehoord van den strijd der arbeiders tegen het kapitaal in Europa; +zij hebben eenzelfden strijd in hun eigen land zien beginnen, en bewust +of onbewust, hebben zelfs diegenen de gevolgen ervan ondervonden, die +niet zelven er aan deelnamen. Voor den Javaan en den Soendanees uit een +afgelegen kleine dessa waar geen Europeaan ooit kwam, voor de mannen +uit den binnenlanden van Borneo en het Sumatraansche gebergte is het +koelieschap in Deli de ingang tot een nieuwe wereld geworden. En de +Chinees is tot politiek bewustzijn ontwaakt.--Hoe zal dat alles Deli +aandoen? Alleen dáarover is verschil van gevoelen: over de wijze van +de inwerking. Niet over de vraag of zich, ja dan neen, eene inwerking +zal doen gevoelen. Dat wordt aangenomen voor een zekerheid. + + + + + +Tabak en Tabakkers + + +Toen ik voor het eerst een tabaksveld zag, in Mei, was het bloeitijd +en oogsttijd tevens. In lange vegen lag het lichtroode waas van +den bloesem gespreid over het grove grootbladerige groen van de +heuvelvelden. En overal, tusschen de hooge struiken waar zij het blad +afplukten, op de fel-zonnige paadjes waarlangs zij de volle manden +naar de droogschuur droegen, was het Chineesche koelievolk aan den +arbeid. In de schuren, koel en donker voor wie er binnenkwam uit +den blakenden zonneschijn, zaten de Javaansche vrouwen het blad te +rijgen aan dunne bamboe-stokken. Van de nok der hooge schuur af tot +op manshoogte boven den vloer hing het vol van als franje afbengelend +gebladerte, frisch groen, verleppend groen, geel, vaal, fijnbruin; +en de tabaksreuk maakte de lucht prikkelig. + +Ik kwam terug in Juli; toen was de "schuurtijd" begonnen. Het volk, +dat over de uitgestrekte velden her en der verspreid had geloopen, was +bijeen in het middelpunt der onderneming: de groote fermenteer-schuur; +en in de fermenteer-schuur ook was de tabak, die op die velden +gegroeid en in al de droogschuren droog geworden was. In rijen van +geweldige bergen en mijten, rechtgestapeld als hooischelven, stond de +oogst opgetast van het eene eind der haast onafzienbaar-lange schuur +tot het andere; en langs de wanden, in een dubbele rij er om heen, +zaten vijfhonderd Chineezen het blad te sorteeren op lengte en op +kleur; terwijl een menigte vrouwen op den verhoogden vloer in het +midden zich heen en weer bewoog tusschen broeiende stapels tabak, +die afgebroken en in een andere schikking der bladerbundels weer +opgebouwd werden. In een afzonderlijk gedeelte van de schuur zaten +de beoordeelaars, Chineesche mannen, Javaansche vrouwen, aan wie de +sorteerders van de tabak hun werk kwamen toonen; zonder een woord +te spreken, met een tegelijk snel en rustig gebaar, namen zij aan, +bezagen en keurden goed of keurden af, naar twee zijden de bundels +werpend. En de Chineesche boekhouder achter zijn lessenaar schreef van +iederen koelie op wat hem aan loon toekwam. Binnenkort zou de laatste +voor het laatste werk zijn uitbetaald, en de tabak, gepakt in de op +Borneo gevlochten matten, aan boord gebracht van het stoomschip dat +de waar naar de Amsterdamsche veiling brengt. + +De tabak die toen in de fermenteer-schuur behandeld werd, +was uitgezaaid in December en overgeplant in Februari en +Maart. Vijf-en-vijftig dagen had de plant daarna gebruikt om tot +vollen wasdom en bloei te komen. De maand Mei was de tijd voor het +oogsten geweest. Het had twintig dagen geduurd voor het groene blad +in de droogschuren bruin was geworden; twee maanden voor de stapels +gefermenteerd waren voor de eerste maal, en nog eens tweemaal zes weken +voor het gesorteerd en voor de tweede maal gefermenteerd was. In negen +maanden was de kringloop van het bedrijf voltooid geworden. En reeds +waren op het veld de arbeiders al weer aan het werk die de velden +bereidden voor een nieuwen oogst. + +Behalve het persen voor het in balen pakken van de tabak, is al de +arbeid aan plant en product in die negen of tien maanden verricht, +arbeid met de hand. Het bedrijf is eenvoudig, vergeleken vooral met +de suiker. Maar inplaats van de complicaties door machinalen arbeid +en door scheikundige onderzoekingen, heeft het niet minder bezwaren +van anderen aard, ten deele van de teelt op zichzelve, ten deele van +plaatselijke omstandigheden het onvermijdelijke gevolg. + +De tabaksteelt eischt, volgens het oordeel der planters, een rusttijd +van acht jaar voor den akker na elken oogst. Dat maakt een voortdurend +verplaatsen noodig van de woningen voor de assistenten en de koelies +en van de schuren voor het drogen van het blad. Drie jaar lang kunnen +de gebouwen blijven staan: de grond aan weerszij der "plantwegen" +waarop het gewas wordt geteeld, ligt verdeeld in drie strooken, +die de eene na de andere beplant worden. Is de oogst van de derde +veld-strook afgehaald, dan begint de verhuizing-in-'t groot. Een +nieuw stuk wordt in bewerking genomen van grond, die acht jaar +lang braak heeft gelegen: en mèt het werk gaan de werkers en het +werkgereedschap daarheen. Bij die periodieke verhuizing komt nog een +jaarlijksche: in den "schaar-tijd" komen alle assistenten (op één na, +die het volk surveilleert, dat bij het veldwerk blijft) te wonen +in de huizen gelegen op het "emplacement," d. w. z. het terrein +rondom het administrateurshuis, de fermenteerschuur, het kantoor +en het koeliekampement. Die vele verhuizingen (een van de oorzaken +die den assistenten het beginnen van een geregeld huishouden en een +gezinsleven langen tijd onmogelijk hebben gemaakt) vorderen veel tijd, +den arbeid van een groote menigte volk- en hooge uitgaven. + +Maar een moeilijkheid, zwaarder dan deze, en dergelijke uit het +bedrijf voortkomende, is de bijkomstige, teweeggebracht door de +oorspronkelijke gesteldheid der streek, onbewoonbare wildernis als zij +was: de ontstentenis van inheemsch werkvolk, en de noodzakelijkheid van +te werken met uit den vreemde geïmporteerde arbeiders van verschillende +en ten deele onderling vijandige nationaliteiten. Dat was de groote +moeilijkheid nu vijftig jaar geleden, en dat is de groote moeilijkheid +vandaag nog. En de vrees van velen is dat het de groote moeilijkheid +zal blijven, en een nog grootere worden misschien wel!--in de toekomst. + +Nemen wij als gemiddelde grootte van een onderneming aan 4000 bouw +(waarvan altijd maar 1/8 in bewerking onder het heerschende stelsel van +bebouwen), dan is daarvoor noodig, werkende onder een administrateur +en van vier tot zes employé's, een volk van duizend arbeiders, mannen +en vrouwen, van wie de helft gezinnen hebben. Van die duizend zijn +vijfhonderd Chineezen, mannen alleen. De andere vijfhonderd, allen +of zoo goed als allen getrouwd, mannelijke en vrouwelijke arbeiders, +zijn, Javanen, Boegineezen, Boyans, Bandjareezen, Bataks, volk van +de Westkust van Sumatra, Klingaleezen en Sikhs. Van deze vele rassen +heeft elk een eigen soort arbeid, waaraan het zich houdt, zoo goed +als eigen gewoonten en zeden die het geëerbiedigd wil zien, en eigen +vooroordeelen, die het wonen en werken afzonderlijk van alle anderen +tot een noodzakelijkheid maken, om niet te spreken van eigen ondeugden, +waarmee rekening gehouden moet worden. + +De Chineezen zijn verreweg de beste arbeiders en aan wie het werk +dat de meeste zorg vereischt toevertrouwd kan worden. De Chineezen +wonen afzonderlijk, zoowel in den tijd van het veldwerk als in den +schuurtijd, en gehoorzamen aan eigen opzichters, "tandils," die weer +onder een hoofd-tandil staan. Zij hebben een tempel op de onderneming; +en een theater (in den trant van de zeventiend'-eeuwsche theaters van +Londen gebouwd) en een speelhuis, alleen voor zichzelven. Maar met +die afscheiding naar buiten is het niet gedaan: ze zijn ook onderling +gescheiden. Naar Deli komen Chineezen van drieërlei ras: Hailokhong, +Teoetjoe (uitgesproken tjautjoe) en Keh. Hailokhong en Teoetjoe zijn +echte landbouwers; Keh zijn ambachtslieden; Hailokhong en Teoetjoe +zien verachtelijk neer op Keh. Bij die uit verre tijden dateerende +verdeeldheid is onlangs de nieuwe gekomen tusschen oud-Chinees en +jong-Chinees, keizersgezinde en republikein. Verder zijn allen, +zonder onderscheid, hartstochtelijke spelers en is hun eenig spel +het dobbelen, zoodat wie als goede vrienden neerzitten rondom het +matje waarop de zeshoekige speeltol draait, elkaar misschien als +doodsvijanden naar de keel vliegen aan het eind van het spel. De +administrateur en zijn assistenten moeten op alles bedacht zijn om +moord en doodslag te voorkomen bij nachtelijke opstootjes in het +speelhuis. + +De Javanen zijn vooral grond-arbeiders, terwijl de vrouwen het lichte +werk doen. Zij wonen in een eigen kampong, waar alles op zijn Javaansch +is ingericht; hebben als gouvernementsonderdanen geen eigen bestuur, +maar wel eigen mandoers en ook eigen velden voor rijstbouw. Zij +dobbelen even erg als de Chineezen en zitten nog veel dieper dan +dezen in speelschulden. Zij zijn min of meer getrouwd onder elkaar +(dikwijls min) en die toestand van labiel evenwicht in het echtelijke +veroorzaakt rare duikelingen, vooral als de evenwicht-verstoorders, +als nog al eens gebeurt, Chineezen zijn. + +De Boyans (lieden van Bawean) zijn huizen-bouwers, en goed voor +hun werk, maar al te langzaam. De traagheid maakt dat zij het veld +moeten ruimen voor de handiger Bandjareezen. Er zijn er velen op +de ondernemingen, boschloopers, houtkappers, timmerlui, die bij het +gestadige afbreken en weer opbouwen hun werk hebben. Als reden voor +de verhuizing naar Deli geven zij wel eens op: afkeer van de op Borneo +gevorderde heerendiensten (die echter volgens officieele gegevens niet +zwaar zijn). De aard van hun werk laat hun lange tijden van vrijheid, +die zij gebruiken voor de bebouwing van gronden, tegen betaling van een +huur in gewas van de onderneming gehuurd. Zij werken onder een eigen +mandoer, maar hebben (als gouvernements-onderdanen) geen eigen bestuur. + +Bataks werken in menigte op de tabaksvelden. Zij hebben daar eigen +dorpen, waarin zij, evenals op de Hoogvlakte, onder een eigen +bestuur leven. Hun prachtige bouwstijl heeft al erg geleden onder +de verhuizing naar deze nieuwe omgeving, die aan den anderen kant op +sommige schadelijke overleveringen, als b.v. het tanden-afvijlen, weer +gunstig inwerkt. Eén kwade gewoonte houden zij bijzonder hardnekkig +vast: het brandbrieven-schrijven. De administrateur die op een dag +aan zijn huis, of aan een tabaks-schuur, een bamboekokertje vindt +hangen met een miniatuur houten mes en fakkel als zinnebeelden van +doodslag en brandstichting, begrijpt daaruit dat er een Batak op de +onderneming is die grieven heeft. Het behoeven geen grieven tegen +hem, den administrateur, of zelfs tegen een der employé's te zijn: +ze kunnen evengoed een mandoer, een anderen koelie, een dorpsgenoot +van den bedreiger gelden. Maar in elk geval, de administrateur is de +bedreigde: hij moet zorgen dat de grief, welke zij dan ook wezen moge, +wordt weggenomen. + +De Klingaleezen die voor eigen rekening uit Madras en Pondicherry +komen, leven in kongsies, onder een eigen hoofd, den kling-tandil. Zij +zijn karrevoerders en verzorgers van het vee, en als zoodanig goede +werklui. Maar zij geven veel overlast door hun onverbeterlijke +drankzucht. De andere Britsch-Indiërs, Bengaleezen en Afghanen, zijn +boodschappenloopers en nachtwakers. Een Afghaan, rijzig gebouwd, met +felle oogen uit een trotsch-besneden gezicht kijkend, en nog grooter +en fierder door den hoogen witten tulband, is een indrukwekkende +verschijning, voor wie Inlanders en Chineezen beiden ontzag voelen. Dat +komt hem te pas bij zijn nachtwakers-dienst en niet minder bij zijn +woekeraars-beroep. Wie zou aan zulk een imposante persoonlijkheid +twintig percent interest in de maand durven weigeren? Veel eer dan +tegen hèm zal de koelie opstaan tegen den mandoer, die zijn werk +afkeurt, of tegen den employé, die hem wegens luiheid doet bestraffen. + +Deze en zoodanige dan zijn de arbeiders op de tabaksvelden. En licht +in te zien is de moeilijkheid voor de leiders eener onderneming, +eene op zich zelf eenvoudige cultuur met hen te drijven, zóo dat +het werk zijn geregelden gang gaat en ernstige botsingen daarbij +vermeden worden, zoowel tusschen werkgever en werknemer als tusschen +de arbeiders onderling. + +Van de kwade kansen waaraan de tabakscultuur onderhevig is, kansen van +klimaat, markt, werkvolk afhankelijk, krijgt men ten naastenbij een +voorstelling uit enkele cijfers door de Plantersvereeniging officieel +medegedeeld. Van de 125 maatschappijen, sedert veertig jaar opgericht, +die een gezamenlijk kapitaal vertegenwoordigden van 104 millioen, +zijn geliquideerd of hebben het werk gestaakt niet minder dan 83, +met een kapitaal van 51 millioen. En van de overblijvende 42 zijn er +maar 13 met een kapitaal van 23 millioen, welker aandeelen boven pari +staan; wel is waar zéér hoog daarboven. + +De goede kansen tegenover die kwade staande, komen uit in dien +hoogen koers. + +De twee tegen elkander afwegend heeft een bekende autoriteit op het +gebied van de tabakscultuur in Deli en haar geschiedenis als zijn +eind-oordeel uitgesproken: dat er in het geheel bij de tabak tot nog +toe meer geld verloren was dan gewonnen. + + + +De geschiedenis van Deli is in het verkleind en in het versneld een +herhaling van die van Nederlandsch-Indië; en als voor de kolonie is +er voor de streek een tijd geweest, dat vooral zij daarheen gingen, +die nergens anders meer terecht konden. Voor Deli is die tijd nog +niet sedert zoo lang voorbij; een twaalf, vijftien jaar geleden werd +het nog vaak genoeg, en met genoeg reden, gezegd van jonge mannen van +beter allooi: "te fatsoenlijk voor Deli." Dat hoort men niet meer. De +wisselwerking van betere omstandigheden en betere menschen, omtrent +1900 begonnen, heeft den toestand gunstig veranderd. Nu het noodlottig +trouwverbod, uit een tijd dateerend van primitieve toestanden ter eene +en kortzichtig eigenbelang ter andere zij, grootendeels of geheel is +opgeheven, dank zij den moed dier eersten, die hun carrière er aan +waagden om hun menschenrecht te verdedigen; nu er, ook door hen, +die geen administrateur worden, toch weer behoorlijk geld wordt +verdiend; nu er goede wegen gekomen zijn, gemakkelijke gemeenschap +met Medan, spoorweg, telegraaf, telefoon; en geneeskundige hulp, de +beste die in geheel Indië verleend wordt, dadelijk te krijg is: nu +komen ook jonge mannen van goede opvoeding en goed gedrag naar Deli, +als naar een passenden werkkring. Bij de tabak verdienen zij veel +meer dan bij de thee of de koffie; en, daar het getal employé's op +een tabaksonderneming van vier tot zes is, terwijl het gecompliceerde +suikerbedrijf het drie- en vierdubbele aantal vordert op een fabriek, +hebben "tabaksassistenten" een even veel malen grootere kans op het +administrateurschap als "suikeremployé's." + +Eén nadeel echter--en het is een heel erg--schrikt velen van Deli +af: de onveiligheid. Zij is er altijd geweest: van het begin af zijn +aanslagen van koelies op Europeanen voorgekomen. Maar betrekkelijk +veelvuldiger zijn zij geworden juist in den laatsten tijd, nu de +oorzaken van haat der koelies tegen de Europeesche leiders van het +bedrijf juist minder zijn geworden. + +Middellijk is dit een gevolg, een treurig gevolg, van een goede en +verheugelijke zaak: de ontwaking van den Oosterling. + +De nieuwe ideeën nemen, het is waar, zonderlinge vormen aan in die +voor het overgroote meerendeel nog totaal ongeschoolde hersens. Men +kan hooren vertellen, onder Chineezen, dat een onlangs (op de Westkust +van Sumatra) ingevoerde belasting der Nederlandsch-Indische regeering +moet dienen om aan de Chineesche het "bloed-geld" te betalen voor de +slachtoffers der jongstleden troebelen te Soerabaja. En de Maleische +krantjes wagen het niet hun abonné's andere dan overwinningsberichten +te brengen omtrent den strijd, dien de Beheerscher der Geloovigen +tegen Italië voert. Maar hoe wonderlijk ook vergroeid, het idee is +er en zit onverwrikbaar vast, dat de Oosterling, lang geminacht en +geknecht, het juk van den Westerling heeft afgeworpen en tegenover hem +staat nu als de eene mensch tegenover den andere: gelijken. Zoodat, +wie vroeger zwijgend het grievendste onrecht verdragen zou hebben, +vandaag zelfs tegen een geringe verongelijking zich met de uiterste +heftigheid verzet. + +De arbeidsinspectie, ingesteld, om het terloops te vermelden, +naar aanleiding van feiten niet in Deli voorgevallen--het waren de +koeliemishandelingen in Redjang Lebong, die den stoot gaven tot de +oprichting--de arbeidsinspectie, die zelfs van partijdigheid voor +de koelies beschuldigd is geworden, maakt eigen richting overbodig, +zoo goed als zij op zichzelf ongeoorloofd is. Maar de koelie ziet dat +zelden, indien ooit, in. Maar al te dikwijls schrijft hij een uitspraak +te zijnen gunste inplaats van aan rechtvaardigheidszin aan angst toe +en vindt er op zijn best een aansporing in om een volgend maal liever +zichzelven recht te verschaffen dan er op te wachten uit de hand van +wie het hem toch moeten geven. Misschien is aan zulke averechtsche +voorstellingen ook déze omstandigheid schuld, dat de inspecteerende +ambtenaars voor het verkeer met de vele talen sprekende koelies zich +van tolken bedienen: over zulk een omweg gaande kan veel verloren +raken of verkeerd terecht komen. Slotsom: er is gevaarlijk veel kans +dat het zelfbewustzijn van den koelie zal omslaan in overmoed. + +Nu de assistent. Meestal is hij een jonge man; de beginnelingen zijn +even twintig. Hij heeft nog weinig menschenkennis; ervaring in het +leiden van ondergeschikten, zooals hij er nu ten getale van tachtig +tegelijk onder zich krijgt, nog in het geheel geen. Hij weet wat zijn +werk is: helpen winstmaken, een zoo groot mogelijke winst. Daarvan +hangt het af of hij spoedig vooruitkomt. Zijn eigenbelang drijft hem +voort. Achter het zijne staat dat van zijn administrateur. Achter +dat van den administrateur, dat van den hoofdadministrateur, weer +daarachter dat van de directie en de aandeelhouders der Maatschappij, +in een volgorde van toenemende kracht en nadruk. Dus voortgedreven komt +de assistent te staan tegenover den koelie, de Westersche assistent +tegenover den Oosterschen koelie. Er is gevaarlijk veel kans dat de +ijver van den employé zal overslaan in dwingelandij. + +Vlak naast elkaar liggen de dyamiet-patroon en de lont: de +allerkleinste vonk en daar laait en dondert de ontploffing. + +Er zijn ondernemingen waar dikwijls, er zijn er andere waar uiterst +zelden botsingen tusschen werkvolk en leiders voorkomen. Voor een +belangrijk deel zal dat liggen aan den administrateur. Het is voor +hem niet gedaan met het verbod van slaan; dat verbod is er een dat +iedere administrateur geeft, terwijl hij toch weet dat het niet strikt +opgevolgd zal worden. Het denkbeeld van de minderwaardigheid van het +gekleurde ras zit er al te diep in bij den blanke dan dat zelfs de +humaan-voelende, in wien tegenover een blanken werkman de aandrift tot +slaan niet op zou komen, zich tegenover den koelie altijd beheerschen +zou. De groote kunst is: het voorkomen van de kans op botsingen. Dat +is, natuurlijk, maar binnen bepaalde grenzen mogelijk in welk bedrijf +ook; en in een bedrijf waar de ondergeschikte zoo zelfstandig moet +handelen als in de tabaksteelt, kunnen die grenzen niet anders dan +betrekkelijk nauw zijn. Het goede voorbeeld en wat men opvoeding van +den assistent door den administrateur zou mogen noemen, moeten het +overige doen. + +Degenen die in de preventieve kracht van straffen gelooven, +eischen een strengere bestraffing, en vooral een spoedigere, voor +koelie-misdrijven. Zij houden vol dat een dag of wat gevangenis +en het te werk stellen aan den openbaren weg, het "grassprietjes +trekken," geen straf is die den koelie van dienstweigering of van +een aanval op een Europeaan zal weerhouden. Een voorstel is gedaan +om tot werk onwilligen van regeeringswege te doen arbeiden aan een +werk van openbaar nut, door de regeering ondernomen; dit werk te doen +volvoeren voor den kost zonder loon; en uit de loon-waarde, na aftrek +van de kosten voor voeding van den koelie, den planter de schade te +doen vergoeden, door de dienstweigering geleden. Het is een der vele +voorstellen naar aanleiding van het ontwerp-Blommestein geformuleerd, +en waarop voor het eerste nog geen beslissing gewacht kan worden. + +Die meer dan van het bestraffen der misdrijven verwachten van het +wegnemen dier toestanden, waaruit misdrijven voortkomen, dringen +aan vooral op het afschaffen van het dobbelspel, dat de koelies +demoraliseert en voorbeschikt tot allerlei geweldpleging. De regeering +heeft indertijd zulk een verbod overwogen, [19] maar is niet overgegaan +tot de uitvaardiging er van. Men weet dat in de Straits het verbod een +uitwerking heeft gehad, aan de beoogde lijnrecht tegenovergesteld. Er +wordt te meer gedobbeld in het geheim, buiten alle contrôle. Zelfs +komen uit de gewesten, waar het spelen geoorloofd is, de speellustigen +naar de verboden streek, om bijzonder hoog te kunnen dobbelen. Het +oordeel van den bekenden Maleiervriend en kenner van Maleische +toestanden, Frank Swettenham, luidt, dat men om het dobbelen te +beletten, achter iederen Inlander een politieagent zou moeten zetten, +en achter dien politieagent een tweeden, om den eerste op de vingers te +zien, en zoo voort tot in het oneindige. Wat hij daarmee van Maleiers +zeide, kan met gelijk recht gezegd van Chineezen. Waar de zaken zoo +liggen, moeten de pogingen, die door weldenkende administrateurs +gedaan zijn en nog worden, om het dobbelspel te weren wel vergeefs +blijven. Een zeker toezicht oefent de Chineesche "tandil" uit, die de +speelpacht (in onderpacht van den majoor-Chinees te Medan) heeft. Dat +belet niet, dat er soms gevaarlijke twisten onder de spelers ontstaan, +of dat zware verliezen geleden worden. De verbitterde verliezers zijn +de volgende dagen in een toestand van ingehouden woede, die bij de +geringste aanleiding tot een uitbarsting kan komen. Wie alles goed +bedenkt, zal zich niet zoozeer over het voorkomen van botsingen +tusschen Europeesche leiders en Oostersch werkvolk verwonderen, +als wel over de betrekkelijke zeldzaamheid van zulke botsingen. + +De betrekkingen tusschen administrateur en employé's zijn, als in +wezen eveneens die tusschen werkgever en werknemers zijnde, eveneens +aan velerlei storing onderhevig en op zichzelven reeds bezwaard met +de kwade kansen die elke tegenstelling van belangen medebrengt. En +natuurlijk is bij een botsing de zwakkere, de employé, in het +nadeel. Maar dezelfde oorzaken die in zooveel andere opzichten een +verandering ten goede hebben bewerkt, hebben het ook hier gedaan. De +employé van 1911 staat er beter voor dan de employé van 1890 deed. En +de toenemende uitbreiding der cultuur, waarvan een toenemende behoefte +aan geschikte arbeidskrachten het gevolg is, heeft voor "achter-gevolg" +weer een toenemende verbetering van de positie der employé's, en een +vermeerdering van hun middelen van verweer tegen onredelijke eischen +of willekeur. + +Een grief niet tegen de administratie maar tegen de Directie der +maatschappijen is, dat de inkomens en vooral de percentages aan +employé's toegekend, buiten alle verhouding veel lager zijn dan die, +toegekend aan de administrateurs. + +De administrateurs van hun kant oordeelen hun hoog salaris de niet meer +dan redelijke vergoeding voor de verantwoordelijkheid die zij dragen. + +Beide eindelijk, althans velen van beide categoriën, voelen als een +onrechtmatige beperking van hun persoonlijke vrijheid de bepaling +door de maatschappijen gemaakt, dat de beambten een deel van het +hun toekomende in de winst op rente moeten laten staan bij hun +maatschappij. + +Daartegenover stellen de maatschappijen die bepaling voor als genomen +enkel in het belang der beambten. + + + +De behoefte aan werkvolk uit den vreemde en de noodzakelijkheid om +het door gunstige voorwaarden aan te trekken; de bemoeienis van de +regeering sedert '72; vertoogen, nu en dan, van den kant van China, +het vaderland van de meerderheid der koelies; de drang der openbare +meening; en, zonder twijfel, ook de eigen menschelijkheid en zin +voor recht hebben de planters gebracht tot een arbeiders-politiek, +die van Deli een model-industrie-streek heeft gemaakt in meer dan +een opzicht; in dat van de hygiëne vooral. Wat den buitenstaander +het eerste treft, op de goedgeleide ondernemingen, is het gezonde +uiterlijk van het werkvolk. + +Te danken is dat aan een beter loon dan òf Javanen òf Chineezen in +hun eigen land krijgen; aan een betere huisvesting; aan de wettelijke +beperking van den arbeidstijd (tot een maximum van tien uren); aan de +verstrekking, in gedeeltelijke voldoening van het loon, van deugdelijke +rijst, een marktwaarde hebbende van pl.m. f 13 (van het jaar is het +f 13.50), voor f 9.75; aan het geven van velden die de koelies voor +eigen gebruik bebouwen; en, vooral, aan den geneeskundigen dienst, +dien de planters voor hun volk hebben ingericht. + +De afdeeling Sumatra's Oostkust der Vereeniging tot Bevordering +der Geneeskundige Wetenschappen in Nederlandsch-Indië heeft daar +de publieke aandacht op gevestigd met de brochure, die zij uitgaf +naar aanleiding van het ontwerp Blommestein, dat, in het oordeel der +artsen, dien gunstigen toestand bedreigde. De hier volgende opgaven +zijn grootendeels aan die brochure ontleend. De oorspronkelijke +toestand was: iedere onderneming behandelde haar eigen zieken. Uit +den aard der zaak was die behandeling onvoldoende. De versnipperde +krachten werden vereenigd en een geneeskundige dienst kwam tot stand, +die twintig centrale hospitalen bouwde, een centraal pathologisch +en bacteriologisch laboratorium, en een quarantaine-station, +en een staf aanstelde van twee-en-twintig Europeesche medici en +drie dokters-djawa. In vergelijking met de overige bevolking van +Nederlandsch-Indië wordt voor de Delische koelies zestig maal meer +aan geneeskundige hulp uitgegeven: bijna een millioen jaarlijks +(f 900.000) voor ongeveer 120.000 contract-koelies op Deli, tegen +ongeveer 5 millioen voor ongeveer 35 millioen inwoners van geheel +Nederlandsch-Indië. Het gevolg komt ten duidelijkste uit in de cijfers +der sterfte-statistiek, die, in tien jaar tijds van 60 op 1000 tot 15 +op 1000 zijn gedaald, cijfers tot nog toe nergens elders op tropische +ondernemingen bereikt, terwijl die van veel plaatsen van vijf tot tien +maal hooger zijn; en bij een vergelijking met West-Europeesche landen +alleen voor de meest gunstig-gestelde klasse van arbeiders cijfers +worden gevonden gelijk aan die van sommige Delische maatschappijen. Een +niet te berekenen weldaad is vooral voor de Javanen--de Chineezen komen +over het algemeen in betere lichamelijke gesteldheid hier aan--de +geneeskundige behandeling op Deli. De overgroote meerderheid--de +laatste statistiek noemt 85 pct.--lijdt aan mijnwormziekte. Oogziekten, +ingewandsaandoeningen en allerlei slepende kwalen die het gevolg +zijn van onvoldoende voeding en huisvesting zijn algemeen onder hen, +evenals koortsen. Zij worden daarvan genezen, met of zonder eigen +goedvinden. Dat klinkt zonderling; maar de Javaan is, ook op dit +punt, een groot kind. Veel liever is hij ziek en blijft ziek, zoowat +sukkelend en knoeiend met de geneesmiddelen van een doekoen en allerlei +talismans, bezweringsformulieren, en tooverkunstjes, dan dat hij naar +een hospitaal gaat waar hij aan strenge regels is gebonden en leelijke +drankjes misschien moet slikken. En wat Javanen uit kinderachtigheid +doen, dat doen Chineezen uit verkeerde zuinigheid. Zij kunnen niet +verdienen als zij in het hospitaal liggen. De Deli Spoor kon indertijd, +toen zij door een moerasachtige streek een lijn bouwde waar malaria +uitbrak, van de Chineesche koelies die het werk aangenomen hadden, +het niet gedaan krijgen, dat zij de voor hen beschikbaar gestelde +woningen op een afstand van het moeras gelegen, betrokken; ze verloren +met heen en weer reizen te veel tijd: liever liepen zij de kans van +aan malaria te sterven. Toen het sterftecijfer 50 pct. bereikte +verliep het volk. De Deli Spoor begon opnieuw met eigen koelies, +die zij inkwartierde in een koortsvrije streek, wien zij belette +vóor zonsopgang en na zonsondergang te werken, en voorging met +het prophylactisch innemen van kinine; daarmee was aan de sterfte +een eind gemaakt. Op geheel dezelfde wijze moeten de Delische +planters tegen hun Chineesche koelies optreden: en zij hebben bij +hen hetzelfde gelukkige resultaat bereikt. De koelie werkende onder +het koelie-contract dat hem te dezen opzichte dwingt [20], is onder +en door dien dwang in een beteren toestand gekomen dan de naar eigen +gebrekkig inzicht levende vrije arbeider ooit bereikt. En dit voordeel +voor het individu is tegelijk een voordeel voor de gemeenschap, want +doordat de zieke in een hospitaal verpleegd, dus geïsoleerd wordt, +houdt het gevaar op, dat hij zijn omgeving besmet--een gevaar dat +moeilijk overschat kan worden bij het groote aantal infectieuze +ziekten waaraan vooral Javaansche koelies lijden--dysenterie, +cholera, mijnwormziekte, om maar de meestvoorkomende te noemen. Het +vooroordeel der arbeiders is gaandeweg aan het verdwijnen tegenover de +dagelijksche ervaring. Dat zij den algemeenen toestand op de Delische +tabaksondernemingen waardeeren, blijkt trouwens uit de cijfers. Volgens +de laatstverschenen statistiek zijn er van elke honderd tachtig die na +verloop van hun contract het vernieuwen. Zij gaan wel terug naar hun +land, omdat zij, de reis vrij hebbend, hun familie op willen zoeken +en hun belangen waarnemen in hun geboorteland; maar na afdoening +van zaken komen zij weerom. In de laatste jaren--nadat de treurige +gevolgen van de inzinking in de jaren 1890 verdwenen, of zoo goed als +verdwenen waren--heeft Deli onder werkzoekers zulk een goeden naam +gekregen, dat koelieronselaars op Java "voor den overwal" wervend, +werkvolk kunnen lokken met de voorstelling van Deli als land van +bestemming, wanneer zij inderdaad naar andere streken geëxpedieerd +zullen worden, waarheen zij niet wetens en willens zouden gaan. Wat +de Chineezen aangaat: de Chineesche regeering, die in 1909 emigratie +uit Chineesche havens naar Banka en Billiton heeft verboden [21] +laat die naar Deli vrij. Het streven van de planters is tegenwoordig, +de aanwerving zooveel mogelijk te bevrijden van de misbruiken die haar +terecht in discrediet hebben gebracht. Voor de Chineesche koelies is +het al, gedeeltelijk, bereikt door dat systeem dat de werving uit +de handen der ronselaars neemt en legt in die der koelies zelven, +die repatrieërend, familie en kennissen werven, met wie zij dan +terugkeeren naar Deli. Er zal nu op Java hetzelfde beproefd worden. + +Zoo, ongeveer, doet Deli zich voor aan den buitenstaander die, als +Westerling, van Westerlingen-standpunt er naar ziet. Hoe lijkt het +den Oosterling? Hoe staat de koelie tegenover de onderneming van +Europeesche kapitalisten en planters? + +Ik kan het niet zeggen. Maar over de geheele wereld is degeen die werkt +in het nadeel tegenover dengeen die bezit, ziet hij dus de dingen van +den anderen kant, meet hij dus met een anderen maatstaf. En in een +kolonie is de arbeider tweemaal in het nadeel: éénmaal als arbeider +en éénmaal als lid van een overwonnen en daarenboven economisch +en cultureel nog achterlijk ras. Het oordeel van den koelie over +Deli moet dus op hoofdpunten tegenovergesteld zijn aan dat van den +Deli-kapitalist of den planter. + +Het onweerlegbaar bewijs--als er nog een noodig mocht zijn--dat +niettegenstaande alle voordeelen de overgroote meerderheid van de +koelies met den toestand niet tevreden is: de poenale sanctie is +noodig gebleken om hen aan het werk te houden. Die moet hier doen wat +in het van nature armere Europa de wreede honger doet: dwingen. Het +lijkt een veel erger teeken, dat koelies de Europeesche employé's +soms aanvallen. Maar wèl bezien is het dat niet. De aanslagen zijn, +op het groote aantal koelies gerekend, zeer zeldzaam. En daarbij, +hebben zij niet de beteekenis die in Europa de aanslag van een arbeider +op een werkgever zou hebben. Onder Europeanen zal men in het algemeen +uit de hevigheid van de weerwraak tot de hevigheid van de beleediging +kunnen besluiten. Maar met Oosterlingen kan men dat niet, omdat hun +inborst de verhoudingen (voor een Westerling de natuurlijke) tusschen +oorzaak en gevolg in het psychische verandert. + +Zoo moeilijk het voor ons is het gemoedsleven van den Oosterling te +begrijpen, zóoveel weten allen die eenigen omgang met hem hebben +gehad: dat bepaalde aandoeningen niet dadelijk hem tot handelen +brengen, maar lang blijven nawerken en gaandeweg aan intensiteit +toenemend, ten slotte, soms zonder oogenschijnlijke aanleiding, +uitbarsten in een daad, die geheel en al buiten verhouding staat +tot de aanvankelijke oorzaak. Verder: dat onder den invloed van in +bepaalde vormen nog voortlevende communistische opvattingen, hij de +gemeenschap verantwoordelijk stelt voor het bedrijf van welk ook harer +leden. En, eindelijk, dat hij in hartstocht alle bezinning plotseling +verliest, "mataglap" wordt, "verduisterd van oogen," en letterlijk +in den blinde naar een slachtoffer slaat. Die dat weet, weet ook, +dat het niet een erge verongelijking behoeft te wezen, die met een +bloedige wraak gewroken wordt, en dat het evenmin de verongelijker +zelf behoeft te zijn die getroffen wordt door de weerwraak. Terwijl, +zonderling genoeg, werkelijke hardvochtigheid niet dan hoogst zelden +oproer verwekt tegen den hardvochtige. + +Veel dat nu geweten noch begrepen wordt, zou voor allen duidelijk +worden, wilde iemand den arbeid ondernemen uit de vonnissen der +Delische rechtbank de op koelie-delicten betrekkelijke af te zonderen, +en uit "het juridisch" in het Hollandsch te vertalen. Althans datgene +wat nu in volle onwetendheid misdaan wordt, ware dan te vermijden. Dat +is natuurlijk niet meer dan een onderdeel van het geheel waartegen het +verzet der koelies gaat. En zoo zijn ook de koelie-aanslagen op dezen +of genen mandoer, tandil, employé, administrateur, minder-beduidend +dan die gebleken noodwendigheid van de poenale sanctie, als teeken +van de stemming der arbeiders, tegenover dezen of genen meerdere niet, +maar tegenover het geheele systeem. + +Het Delische systeem is, ten slotte, het koloniale systeem in het +klein; en de toestanden op Deli op kleinere schaal--en behoudens de +verschillen veroorzaakt daardoor dat zooveel koelies niet-Inlanders +zijn,--vrijwel dezelfde als die in de geheele kolonie. + +Het afloopende systeem van belangen, dat inlandsche vorsten en +edelen aan de zijde van den overheerscher brengt tegenover hun +eigen landgenooten, wordt herhaald in het systeem, dat met premies +op koelie-werving en koelie-arbeid, tandils en mandoers op de hand +van den ondernemer brengt. Oneindig veel beter dan onder zijn eigen +vorsten vroeger heeft de inlander het nu onder het Nederlandsche +gezag; en oneindig veel beter dan als "vrij man" in zijn eigen land +heeft Chinees en Javaan het op Deli onder den planter. + +Niettemin heeft de Nederlandsche Regeering ten slotte troepen +noodig. En niettemin behoeft de planter een bijzondere wet. Waarom +anders dan omdat, ondanks alles de Inlander en de koelie het belang +niet hebben bij de handhaving van de toegepaste stelsels dat de +Nederlandsche Staat en de Deli-Maatschappijen er bij hebben, en dat +inziende, zich gaan verzetten? + +De gedachte aan mogelijke gevolgen is voelbaar in de moreele atmosfeer +van Deli. + + + + + +Naar de Bataksche hoogvlakte + + +In de weinige uren tusschen dageraad en middag kan men van Medan naar +de Hoogvlakte der Bataks komen--van de twintigst'eeuwsche beschaving +naar den natuurstaat. Een uitstekende weg en automobielen maken het +verbijsterende wonder mogelijk. + +De weg, die, bij ongelijke deelen, door de planters, den Sultan en de +Ned.-Indische regeering is aangelegd, loopt van Medan af een tijdlang +tusschen tabaksvelden door, waar hoog, breed, bruin en ruig in hun +rieten bekleeding, als reuzen in berenpelzen, de groote droogschuren +staan, en over ondernemingen, waar de huizen van administrateurs en +assistenten villa's lijken in een wijd, mooi aangelegd park. Dan begint +hij te stijgen. Het landschap verandert; in groote golvingen, op en +neer, deinen groen-blauwe heuvelrijen aan, de vorm van verre toppen, +flauw ontwaard eerst tegen het blauw der lucht, wordt duidelijker, +diepe schaduw en koelte van woud valt over den weg, die, wittig, +in lange slingeringen klimt, uit een verborgen ravijn klinkt het +ruischen en schuren, dat snel water doet over gesteente. Al hooger +stijgt de zon aan de fel-blauwe lucht, waarin witte wolken verblindend +blinken; maar het is koel hier als in allervroegsten morgen; het gras, +het hooge varenkruid, het struikgewas langs de steilten blinkt van +dauw. Een lichte wind komt en gaat, in golven van frischheid. En +alles geurt zoo. Niet het dauwige en zonnige gras alleen, of al +dat kruizemunt-achtige bladerruig langs den weg, of de oranje, +roode en paarse bloem-tuiltjes der lantana, die de hellingen als +met vonken oversprenkelen, of, zoetst van alles, de arèn-bloesem, +in lange, donkere trossen hangende langs den stam, die als een zuil +zoo slank onder zijn kapiteel van uitbuigende blader-takken, zwart +en monumentaal tegen den vuur-blauwen hemel staat; maar van overal, +uit alles, tot uit vochtige steenen en de naakte bruine aarde zelve +toe, komt wèl-reuk gewademd. Een niet goed te benoemen fijnheid in +de atmosfeer, iets ijls, teeders, héél-zuivers veredelt de forsche +weelderigheid der tropische natuur. Van den rand van een steil ravijn +af gezien, waarlangs de bergen oprijzen, donker van woud, ligt de +verre flauw-blauwe Medansche vlakte, met de fonkelstreep van de zee +langs haar zoom, als een andere, vreemde, vèr-verwijderde wereld. + +Twee dagen voor dien van onze reis had een aardstorting een gedeelte +van den weg overstelpt: werkvolk was nog bezig met wegruimen en +gelijk maken, en een twintig man kwamen te hulp om den auto over +de zacht-inzakkende plek te krijgen. Ik had al Bataks gezien te +Medan. Als Zigeuners zaten ze, langs den eenen kant van de Esplanade, +voor de lange rij van hun overhuifde buffelkarren in het gras gehurkt, +ieder bij zijn koopwaar, vruchten meest en groenten uit het gebergte, +en flesschen palmwijn; 's avonds flikkerden hun wachtvuurtjes; +zonderling keken de donkere gezichten op uit den schijn. Maar hier +pas, in hun eigen omgeving, zoo velen bij elkaar, en buiten het +verwarrend vergelijk met de vele andere Oosterlingentypen der stad, +kwam hun eigenlijk wezen goed uit. Niet groot van stuk zijn zij echter +forsch gebouwd, en hun bewegingen bedaard en krachtig. In het gezicht +vertoonen zij tweeërlei type: het eene, het Maleische, dat grof is van +trekken en ommelijn, heeft iets sombers en dreigends; wat komt door een +boven de oogen sterk vooruitspringend voorhoofd. Het andere maakt een +zeer verschillenden indruk; de trekken zijn rechtlijnig, de glanzige +oogen lang en smal, de mond welgevormd, het gezicht ovaal. Er is +verwantschap tusschen dit type van Batak en de Britsch-Indiërs, die men +in Medan ziet. Inderdaad wordt een immigratie uit vastelandsch Indië, +als voor eeuwen plaats gehad hebbende, door ethnografen aangenomen. De +weg naar de Hoogvlakte loopt langs het Batakdorp Sibolangit; wij gingen +het bezien. De wijze van binnenkomst was over eenige steenen en een +bamboe omheining heen. Weg of pad was er niet te bekennen. De huizen +stonden her en der, elk op zichzelf. Wonderlijke huizen! en mooi! Aan +niets doen zij zoozeer denken als aan sierlijke schepen. De wanden, +van planken, als die van een schip, staan, evenals scheepswanden, +schuins naar buiten. Men peinst, verbaasd, over de reden die de +menschen tot zulk een bouw gebracht mag hebben. Half verwacht men +dat het huis, als een schip, zal beginnen te slingeren in den wind; +en men gaat denken aan verschrikkelijk geweld van zee en storm, iets +als de zeebeving van Krakatau bijvoorbeeld, die een heele vloot van +visschersschepen omhoog geslingerd en op het gebergte weer neergeworpen +heeft; daar zijn dan de scheepsrompen tot huizen verbouwd.... + +Die lage, schuins-uitgebouwde huizen staan op palen, een voet of +vijf boven den grond; en onder een geweldig hoog dak, waaronder zij, +als verloren, schuil gaan. (Zóo gaat een schip schuil onder de wijdte +en hoogte van zijn volle zeilen.) De nok van dat bovenmatig hooge, +steile dak, is versierd met gehoornde buffelkoppen, die bukken tegen +een onzichtbaren vijand: de storm, de bliksem en de donder zijn het, +die zij dus dreigend afweren. Onder dat toornige en het donker van +het met riet en zwarte palmvezel gedekte dak, staat vroolijk het +driekant van den gevel vol aardige kleuren, in een sierlijk patroon +beschilderd. De lage wanden van het huis zijn ook versierd. Ten +eerste met het zwartige vlechtsel van arenvezel-touw, dat de planken, +in een gleuf gevoegd, bijeenhoudt--want de Batak, als elke Maleier, +spijkert niet, maar bindt zijn huis in elkaar. Door de wijze waarop +dat touw door de reten wordt geregen ontstaat de teekening van twee +paren reusachtige hagedissenkoppen (een kop en pooten aan elk einde +van het lange lijf) naar voor- en achtergevel van het huis gericht. Een +tweede ornament is een geschilderde rand van rankend gebladerte, dat, +onder de hagedissen, langs den wand loopt. Zóó, tegelijk imposant en +vroolijk, half paalwoning, half schip, donker van dak en bont van +gevel, staat het wonderlijk-mooie huis van den Batak, de heemstede +elk van acht gezinnen. De bewoners zien er stemmiger uit. Mannen en +vrouwen dragen kleederen van één kleur, indigo-blauw; hier en daar +enkel loopt een randje van wat lichter blauw, soms een simpel motiefje, +door inbinden van de nog ongeverfde stof verkregen, een rij ovaaltjes, +die op snoeren kralen lijken, zoo bij den eersten oogopslag. Een enkele +heeft aan het korte jak wat versiersel van gestikte figuren, kleur op +kleur. De indruk is wat somber en eentonig voor oogen, gewend aan de +kleurige kleedij van Java en vooral, het prachtige Bali. Maar niettemin +staat al dat blauw van kleeren en bruin van huid mooi bij elkaar. De +kinderen fleuren het op met een menigte sieraden, die zij om hals en +polsen, op de borst en langs het gezicht dragen: zilveren armbanden, +kettingen van groote zilveren muntstukken (Straitsdollars en oude +Spaansche matten vooral), gouden bellen en bolletjes, allerlei fijn +sieraad aan dunne snoertjes, dat, boven aan de oorschelp vastgemaakt, +langs hun wangen bengelt. De vrouwen tooien zich met een eigenaardig +gevouwen hoofddoek, die als een breede rol boven het voorhoofd ligt +en een langen, gewrongen, horizontaal uitstaanden kegel vormt tegen +het achterhoofd aan. Aan weerszijden blinken daar hand-lange zilveren +ornamenten in lier-vorm tegen, dubbele, van elkander afgewende spiralen +aan langen stengel; het linksche ornament naar voren, het rechtsche +naar achteren gericht. Deze "oorijzers" en de blauwe kegel-kap, die +zij in fatsoen houden, vormen een even schilderachtigen als vreemden +hoofdtooi. Alleen geeft het den Westerling een pijnlijk gevoel te zien, +hoe de zware zilveren stengel boven door de oorschelp der vrouwen +heengaat. Het sieraad zit wel vast in den hoofddoek, maar wordt toch +door het oor ook vastgehouden. En, naar ik hoor, gebeurt het vaak, +dat bij het gebukte werken op den akker, zulk een ornament losschiet, +en de oorschelp doorscheurt. + +Vrijmoedig als de Bataks gelukkig nog zijn, kwamen mannen, vrouwen +en kinderen op ons toe, vroegen van waar en waarheen en wat wij +kwamen doen, en boden ons een dronk aan: het zoete water uit eenige +klappernoten, die een jongen rap uit den boom ging halen. + +Zij zagen er welvarend en weltevreden uit, goed-hartig ook, +niettegenstaande het donkerende van dat over de oogen uitspringende +en licht-fronsende voorhoofd. En de kleine kinders, dik-gebuikt +en piep-smerig, waren allerliefst. Door kippen, honden en horden +pikzwarte varkens heen brachten zij ons naar de plek, waar de omheining +overgeklommen kon worden. En wij kregen een vriendschappelijken groet +mede op de weer voortspoedende reis naar de hoogvlakte. Een goed uur +later hadden wij haar bereikt--een gedempt-groene, hemel-wijde rondte +binnen een kring van in verte verflauwende ketens en toppen, waar +boven uit, majestueus, twee bergkolossen rijzen: de harmonisch-aan +stijgende Sinaboen, de schoone kegel, in het Zuidelijke Westen; en +in het Noord-Oost, geweldig met zijn gescheurde toppen en fel-bleeke +zwavel-schacht, de Si-bajak, wiens naam "de Heerscher" beduidt. + + + + + +Onder de Karo-Bataks + + +In gezelschap van den besturenden ambtenaar waren wij de nieuwe +leiding bij Payong gaan zien, die aan de menschen en de velden +dezer van droogte verterende streek water toe zal voeren. Een lange +ris vrouwen, den bamboe-schalm op het hoofd, die hier voor emmer, +schepper, kan en vat wordt gebruikt, kwam juist het steile paadje +van het dorp naar de rivier af. Ons ziende, bleven zij staan. "Eh, +zusters, wat zijn dat voor Hollandsche mannen, die met den Toewan +Besar zijn meegekomen?" Eene riep terug: "Dat zijn geen mannen, +maar vrouwen!"--"O, vriendinnen!, hoor Djaroeng, hoe zij spot! Zij +noemt mannen vrouwen!"--"Neen, vaders-zuster, ik spot niet! Die +twee zijn werkelijk Hollandsche vrouwen." Al de vrouwtjes begonnen +te lachen. Wat? Geen sarong noch slendang aan, en geen doek op het +hoofd, maar een witten hoed, zooals de Groote Heer zelf er een droeg, +en op den openbaren weg in zijn gezelschap en in gesprek met hem, +en geen last op het hoofd, noch een kind in de draagsjerp, neen, +geheel en al niets doende, vrij en frank, voor eigen genoegen gaande +naar eigen wil--dat zouden vrouwen wezen? Zelfs de kleine meisjes, +wichtjes van een jaar of vijf, zes, die met een nog kleiner wicht op +den rug zwoegden, moesten er om lachen. + +Zoo zeldzaam zijn nog, daar waar de groote weg ophoudt, de aanrakingen +geweest tusschen Hollanders en Bataks. + +Er zijn vier stammen van Bataks: de Toba, in de streek rondom het +Toba-meer, die voor de bakermat van het volk geldt; de Timor ten +Oosten, de Pakpak ten Westen van hen; en in het Noorden de Karo, +die voor de meest beschaafden gelden. Onze kritische beschouwsters +bij de waterleiding waren Karo-vrouwen. + +Het is een demokratisch-gezind slag. Voor de expeditie van 1904 en de +regeling der toestanden door het gouvernement leefden zij in hun dorpen +onder het gezag van hoofden, die zij zelven kozen en handhaafden zoo +lang het hun goed docht. Het beginsel van erf-opvolging bestond; +maar sterker dan die theorie was de practijk, die eischte,--en +doorzette--dat de best-geschikte hoofd werd. Die geschiktheid bestond +in vaardigheid met de tong en vaardigheid met de vuist. Een radja moest +welbespraakt zijn. Want elk Karo-dorp had altijd door geschillen met +elk ander Karo-dorp, over akkers, over recht van jagen, van visschen, +van houtkappen, van weiden en gras-snijden. En die geschillen werden +in den raad der dorpshoofden besproken en beslecht. Ieder hoofd trad +daar op als advokaat van zijn dorp: het kwam er dus op aan dat hij +een goed advokaat was. Verder werden geschillen, die op die vreedzame +wijs niet bijgelegd konden, uitgevochten met de wapens. Dat gebeurde +veel. Want de uitspraak der hoofden-vergadering was niet bindend; +alleen raad-gevend. Wilde iemand dien raad niet aanvaarden, dan zei hij +het en trok van leer. In het gevecht van dorp tegen dorp, (dat evengoed +particuliere als gemeenschaps-aangelegenheden betreffen kon; want het +was in alle dingen één voor allen en allen voor een bij de Bataks), +was, alweer, de radja de aanvoerder; daarom kwam het er op aan dat hij +een goed soldaat was. Was hij het een en het ander, dan bleven zijn +aanhangers hem trouw, en hij behoefde zich weinig te bekommeren om de +op erf-opvolging gegronde aanspraken van mededingers. Te Kaban-Djahe, +het groote welvarende dorp dat om ligging, zielental en rijkdom door +landbezit en opkomenden handel wel kan gelden als hoofdplaats der +Karo-Bataks, wonen nog twee hoofden, die het echte type van dien tijd +vertoonen, de een vooral vechtersbaas, de andere vooral redenaar; zij +zijn bekend onder de teekenende namen van "de Grove" (Pa M'Belgah) +en "het Lampje" (Pa Palita) mededingers van oudsher, en natuurlijk, +elkanders doodsvijanden. De redetwisten waaruit Het Lampje zegevierend +te voorschijn kwam zijn verwaaid. Maar de sporen van de oorlogen door +den "Grove" uitgevochten zijn menigvuldig in en rondom Kaban-Djahe. + +Die oorlogen werden namelijk gevoerd van kleine vestingen en +hinderlagen uit. Elke heuveltop die den omtrek van het vijandige +dorp overheerscht was een vesting. En hinderlagen werden gemaakt +door het graven van een kuil in den ruig-bewassen grond, waarin een +man zich staande kon verbergen, tot aan de oogen toe: hij zag en +werd niet gezien: wie er aankwam dien schoot hij in de beenen. Er +vielen niet vele dooden bij die "oorlogen," het was veel geschreeuw +en weinig wonden. Maar de schade aan veld en vee toegebracht was +dikwijls belangrijk. En altijd bestond de kans dat de Atjehers er bij +kwamen, wanneer het met zulke schade niet afliep. De Atjehers waren de +"condottieri" der Bataks: zij vochten voor eigen voordeel in anderer +zaak. Zij kwamen hun hulp aanbieden tegen betaling. De Karo's waren +van die hulp dikwijls gansch niet gediend; maar namen aan, tegen heug +en meug, omdat ze niet anders durfden. De Atjehers waren vechtersbazen, +hun klewangs sneden vleesch. En als ze de overwinning hadden bevochten +betaalden zij zichzelven onpartijdiglijk uit het bezit van bondgenoot +en vijand beide. Zoo was het een toestand van voortdurende onrust, +van voortdurend gevaar waarin de Bataks leefden. Dat is misschien +wel de reden waarom zij zich zoo weinig verzet hebben tegen de +annexatie. Terwijl zij bukten voor de macht van den sterkere, +begrepen zij dat zulk bukken hun voordeel zou kunnen aanbrengen. Het +waren maar enkele dorpen die zich ernstig verweerden. Van de meesten +kwamen de hoofden hun onderwerping aanbieden, na niet veel meer dan +een schijn van verzet. Eéne voorwaarde echter stelden zij allen, +zonder uitzondering, en met den meesten nadruk: de grond moest hun +eigendom blijven, dat zonder hun wil niet vervreemd kon worden. Zij +wilden geen toestanden als in het benedenland, waar de sultans het land +verkochten aan de planters. Toen zij die toezegging ontvangen hadden +legden zij zich zonder meer bij de nieuwe toestanden neer. Zij schijnen +er tevreden onder, nu. Waarschijnlijk is het betalen der belasting op +den duur nog voordeeliger dan de kwade kansen van het oorlogje voeren +[22]. En van de heerendiensten zien zij het resultaat in goede wegen, +toenemend vervoer en volle markten. + +In het begin, trouwens, trachtten zij daar hun vrouwen voor +te spannen. De vrouw van den Batak is nu eenmaal zijn werk- en +last-dier. Dáárvoor heeft hij haar van haar vader gekocht. En als zij +zijn veldarbeid deed, waarom dan niet zijn arbeid in heerendienst? Bij +dozijnen stonden de vrouwen te graven, te houwen en te hakken aan +den weg. Het werd verboden. Dat gaf een rumoer! En niet, als een +Westerling denken zou, onder de mannen alleen, neen, de vrouwen +waren het die het luidst protesteerden. Huilend kwamen zij op het +kantoor van den ambtenaar. "Ach Groote Heer, heb medelijden! Ach, ach, +mijn arme man! Och, och, mijn lieve zoontje! Hij moet werken! werken +met een spade! Wij bidden den Grooten Heer, dat wij het mogen doen, +zooals het toch de plicht is van ons vrouwen!"--Zij hebben de bakens +verzet sedert. Nu kan men ze zien komen: "Mijnheer, wilt u zoo goed +zijn en mijn man eens manieren leeren? Hij wil zijn werk niet doen!" + +Het eigenlijke werk van den Batak is de akkerbouw. Dat gaat op tamelijk +primitieve wijze. Er is op de Hoogvlakte weinig, men mag wel zeggen +géén bevloeid land, en even weinig water. De smalle beken loopen door +beddingen, diep ingesleten in den lossen tuf-grond. Van de heuvels +af gezien lijken het ravijnen, wat donkerder groen van struikgewas en +geboomte tusschen het lichte groen van den alang-alang. Er is weinig +plaats voor den sawah-bouw van Javanen en Baliërs. De Batak bouwt op +drogen grond. In eeuwenlangen roofbouw heeft hij den bodem uitgeput, +zoodat bemesting noodzakelijk is geworden. Waar dat wordt ingezien, +is een schrede vooruit gedaan op den goeden weg. Daar ziet men over +het geheel meer arbeid en zorg besteden aan den grond, en ook beter +gereedschap: den ploeg bijvoorbeeld. Maar als hij er kans toe ziet, +bespaart de Batak zich die inspanning en maakt een rijstakker door +een veld alang-alang of een met struweel begroeide helling in brand te +steken. Eenige jaren achtereen geeft de grond hem dan vanzelf vrucht +genoeg. Dien bodem ploegt hij ook niet met een kouter. De vrouwen gaan +er heen, een heele schaar, van twaalf tot twintig. Op een rij staande, +stooten zij aangepunte staven in den grond, bewegen die tweemaal heen +en weer, en wrikken, alle tegelijk. Groote schollen aarde worden zoo +opgelicht en gekeerd. Daarmee is dan de akker voldoende bewerkt. Het is +een zonderling gezicht, zulk een rij den grond "omstekende" vrouwen; +met hun lange staken lijken zij lans-draagsters, zich oefenend in +een spiegel-gevecht. + +De roekelooze wijze van roof-bouwen door het verbranden van gras +en struikgewas, die den bodem op zichzelf verarmt--immers de hitte +doodt de micro-organismen die hem vruchtbaar maken,--bedreigt ook +nog den woudrijkdom, of althans wat van den vroegeren woudrijkdom +is overgebleven, der streek. Zoodat toestanden te vreezen zijn als +waaronder tegenwoordig Italië lijdt--vermindering van regenval, en, +bij het neerkomen van buien, wegspoelen der teelaarde door de nergens +tegengehouden waterstroomen. Dit, om nog te zwijgen van het gebrek +aan timmer- en aan brandhout. Maar de Batak is, als in het algemeen +de natuur-mensch, zorgeloos. En zelfs strenge straffen helpen maar +weinig tegen een kwaad dat zijn gemak dient. + +De rijst op droge gronden groeiend eischt de zorgen niet die de +in moerasbed geteelde behoeft. Zij kan aan zichzelve overgelaten +tot den tijd van rijp worden. Dan komen wakers om de rijstdiefjes +te verjagen. En over het veld wordt een net van touwen gespannen, +dat door een enkelen ruk van het wachthuisje uit, in beweging kan +gebracht. Bonte lappen fladderen er aan; bamboe-schalmen geven +klappend en fluitend geluid, de boer loopt er langs en schreeuwt +vervaarlijk. Het ligt niet aan het rumoer, wanneer de rijstdiefjes +niet, verschrikt, zéer verre blijven. + +Het oogsten is voor het heele dorp het groote feest van het +jaar. Daarvan blijft niemand weg. En de scholen laten de kinders vrij +om te gaan helpen. + +De korrels worden, op den akker zelf, uit de aar gedreven, doordat +de oogsters ze met de voeten treden. Dan scheppen de vrouwen alles in +een vlakke mand die zij op het hoofd tillen: gaan in den wind staan, +en laten, vooroverbuigend, korrels, kaf, onkruid, aarde, alles in +een langzamen scheut ter aarde vallen. De wind die er door blaast, +voert den lichten afval mee; en de korrels vallen op een hoop. + +In den avond komt men de vrouwen tegen met gevlochten zakken vol +rijst op het hoofd. Het stampen in het gemeenschappelijk blok is de +voltooiing van den arbeid. + +Er kan rijst genoeg groeien in de Karo-streek om de bevolking te voeden +en nog een zekere hoeveelheid te exporteeren ook. Maar daarvoor zouden +andere methodes noodig wezen, en vooral, beter gereedschap. Dat echter +zal de Westerling er moeten brengen. + +Hoewel nog altijd in de eerste plaats landbouwer, begint, sedert +er wegen door zijn land zijn aangelegd, de Batakker al meer en +meer handelsman te worden. Op den grooten weg, dien de vereende +arbeid van planters, gouvernement en zelfbestuur heeft aangelegd +van Medan naar de Hoogvlakte, gaan dag en nacht de Bataksche karren +heen en weer, die rijst, groenten, aardappels en vruchten naar Medan +brengen en van de stad terugkomen met petroleum, gedroogde visch, +geweven goederen en allerlei steedsche waar, vroeger onbekend +in de Batak-dorpen en tegenwoordig dagelijks gebruikt. Lucifers, +bijvoorbeeld. De ouderwetsche manier was (evenals bij ons) vuur +slaan met een vuursteen en een stukje metaal, en de vonk opvangen in +een soort tondel. Op de markt van Kaban Djahe heb ik een oud wijfje +vinden zitten, dat kleingeklopte vuursteenen te koop had en gezien +hoe klanten die kochten en zorgvuldig wegborgen in de lange lederen +rol met een zilveren ketting omsnoerd, waarin een Batak al zulk klein +gerief bij elkaar houdt; en den zilversmid van het dorp heb ik met +zulk een vuursteen en tondeldoos den houtskool-oven zien aanmaken, +waarin hij zilver ging smelten. Maar het jonge volk weet daar niet +meer van: het gebruikt lucifers. Op diezelfde markt, die "tiga," +van gepraat zoemende als een bijenkorf, zoodat men haar hoorde +nog eer men haar zag, verborgen als zij lag binnen een kring van +uitgespannen karren, waaromheen de room-witte, bultige Bengaalsche +trekossen het wreede gras liepen af te weiden, her en der, tusschen +kittige Batak-hitjes in,--op diezelfde "tiga," waar het oude wijfje +zat met haar klein-geklopte vuursteenen, had een jonge Batak een heele +uitstalling van lucifersdoosjes, smaakvol geschikt tusschen pakjes +sigaretten in. De lucifers kwamen uit Japan. Daar had men den ouden +en den allernieuwsten tijd vlak naast elkander. + +Met vele andere Bataksche dingen gaat dat als met de lucifers en de +vuursteenen. Het oude handhaaft zich nog, maar het nieuwe wordt met +den dag sterker. Daar gaan, over de heuvels, de oude "Batakpaadjes," +de zonderlinge weggetjes die soms een heelen voet diep in den grond +zijn ingesleten, zoodat men er in loopt als met geboeide enkels: langs +die paadjes houdt het oude zijn oude sleur. Maar reeds komen er aan, +en aldoor komen zij dichter bij, en reeds is hun gang aangewezen, +de diepten van het binnenland in, reeds komen er aan de groote +wegen, breed dat karren er op rijden kunnen, en verhard, sommige, +tegen wegsleurend geweld van regenbuien: en langs die wegen houdt het +nieuwe zijn intrek. Men zou, met de oogen op den grond, kunnen zeggen, +wat van de twee in een streek te vinden is. Wel te verstaan, doen niet +alle groote wegen zoo goeden dienst: die van Koeala naar Koeta Tani, +die tegen het advies in van de meeste ambtenaren der streek door +de regeering is doorgezet, en wel ten koste van twaalf ton, loopt +door een verlaten streek, ten gerieve van heen en weer marcheerende +soldaten alleen. Maar daarentegen zal er nu een gemaakt worden, die de +Bataklanden, door den Medanschen weg reeds met de Oostkust verbonden, +ook met de Westkust verbindt. Van Pamatang Si Antar, het opkomende +cultuur-centrum in het land der Timor-Bataks (waarheen van Medan uit +een spoorlijn geprojecteerd is), zal die weg gaan, in aansluiting +bij een reeds bestaanden, maar die noodig verbeterd moet worden, +door Z.O. Tapanoeli, naar Balige, aan den zuidelijken oever van het +Toba-Meer, en vandaar dwars over het gebergte en door het land der +Toba-Bataks naar Siboga. Daarmee zal dan het geheele cultuurgebied in +Noord-Sumatra één geworden zijn, en de stroom van handel en verkeer +langs vrije banen kunnen vloeien. + +Wat de toch nog zoozeer gestremde en belemmerde beweging tot nu +toe al gedaan heeft, merkt men aan kleine dingen en aan groote +beide. De Bataks hebben van Westersche instellingen er dadelijk +vier overgenomen, met ware geestdrift: lucifers, parapluies, +naaimachines en de gramofoon. Men komt geen Batak op reis tegen, +hetzij man of vrouw, anders dan met een parapluie op het hoofd +gedragen--zoo'n echte dikke "besteedster." Op elke tiga zit de +"toekang mesjien," de reizende kleermaker, die met een Wheeler en +Wilson op het hoofd van de eene tiga naar de andere wandelt, overal +met ongeduld verbeid, en been-kruiselings zich neerzet in de schaduw +van een uitgespannen ossenkar om badjoes en broeken in elkaar te +flansen en om de blauwe jakjes van Bataksche nufjes te versieren +met rijen lichtblauw stiksel. Wat de gramofoon aangaat, die is in de +Doesoen (de "kolonie" eigenlijk, dorpen, van het centrale Batakgebied +uit gesticht in het lagere land), in de Doesoen geloof ik, meer in +gebruik dan op de eigenlijke hoogvlakte: de Doesoen-Bataks zijn in +alle opzichten meer ge-europeaniseerd dan de bergmenschen, doordat +zij meer met Westerlingen in aanraking komen. Maar te Medan kan men +de Bataksche handelaars van "boven" in getale zich zien verdringen +rondom de open deur waaruit een gramofoon zingt, lacht, praat en +schreeuwt. Hoe meer geweld hoe mooier! Vuur; beschutting tegen den +regen; sieraad; luidruchtige vroolijkheid: dat hebben de Bataks om +te beginnen gekozen uit de mars van den grooten kramer: Europa. + +De Doesoen-Bataks ook al betere dingen: bijvoorbeeld betere ideeën +omtrent schoonheid en hygiëne. De Bataksche adat eischt, evenals de +Javaansche, het afvijlen van de tanden: volgens Kruyt (Het Animisme in +den Indischen Archipel) een uiting van het algemeen onder animistische +volkeren verbreide idee, dat de geesten der afgestorvenen afgunstig +zijn op de levenden, om dat groote geluk van het leven, dat zij +moeten missen; en dat hun afgunst gepaaid moet worden met het ten +offer brengen van kleine gedeelten van de levende persoonlijkheid; +weshalve ook de overblijvende tandstompjes zwart gemaakt moesten +worden om ze aan de naijverige geestenblikken te onttrekken en +den mond geheel tandeloos te doen schijnen. Dat afvijlen van de +tanden is een barbaarsche proceduur, gruwelijk pijnlijk, hoewel de +gepijnigden, meisjes zoowel als jongens, er een eer in stellen, +de urenlange marteling te verdragen zonder een kik te geven. En +de ergste ontstekingen en ziekten in de van het beschermende email +ontbloote tanden zijn er natuurlijk het gevolg van. Onder den invloed +der gaaftandige Westerlingen beginnen nu de Doesoen-Bataks te breken +met dien adat. Een gaaf en blank gebit, vroeger voor "honden-tanden" +gescholden, vindt nu al zijn bewonderaars onder jonkvolk. + +Veel is op dit punt van hygiëne te danken aan de zending, die +onvermoeid is in den strijd tegen vooroordeel en vuiligheid. Er +is wat te doen, op dat gebied, onder de Bataks! Hun dorpen zijn +ware broeinesten van besmettelijke ziekten: cholera, typhus, +pokken, allerlei walgelijke uitslag, lepra zelfs en nog andere +verminkende kwalen. Elk huis staat om zoo te zeggen boven zijn +eigen mesthoop. Dat dat niet zoozeer in het oog valt, is alleen te +danken aan de varkens. De gevolgen kan men zich voorstellen. Veel +is er al verbeterd sedert de vaccinatie is ingevoerd, wat in 1894 +in de Doesoen, 1904 pas op de Hoogvlakte gebeurde. De Batak, die +zeer gesteld is op een gave, gladde huid, en de pokkenlitteekens +verafschuwt, greep het middel tegen de gevreesde ziekte aan. Maar +op andere punten is hij niet zoo licht te overtuigen geweest. En +van wat te dien opzichte is verbeterd, komt de eer grootendeels toe +aan de zending. Een zendingshuis hier is een kliniek, een apotheek, +een consultatie-kamer. Tweemaal dagelijks zag ik te Kaban Djahe de +zieken daarheen gaan. Zij kwamen met klachten, kwalen en wonden, en +gingen getroost en geholpen weer heen. De zending heeft ook een asyl +opgericht voor de leprozen; zonder tegenstand laten de ongelukkigen +zich daarheen brengen. Op dat punt is de Hoogvlakte er beter aan toe +dan Medan, waar de leprozen in al hun afzichtelijke verderfelijkheid +vrij door de straten loopen. Het gouvernement geeft hierin de +zending steun--en niet zonder dwingende noodzaak: want behalve dat de +sterke arm der politie nu en dan toch en terdege noodig is om orde +te houden onder de melaatschen, is ook de geldbuidel van den staat +noodig om aan hun onderhoud tegemoet te komen. De familie der lijders +namelijk laat hen gewoonlijk aan hun lot over: het eerste medelijden, +dat dringt tot het brengen van eten aan den balling uit het gezin, +verflauwt nog al spoedig. Medelijdend zijn de Bataks nu eenmaal niet, +of, althans, niet lang achtereen. Als een moeder bij de geboorte van +haar kind sterft (het gebeurt nog al eens) begraven zij doode moeder +en levend kind te zamen. Een zendelingsvrouw, die ik leerde kennen, +redde een paar van de kleine slachtoffers, verhongerd en half-dood al, +en koesterde ze weer gezond. Toen dat bekend was geworden, brachten de +Bataks haar van links en rechts moederlooze kinders in huis. De eigen +families schoven den last bedaard van zich af. Vlak daartegenover +staat de hulpvaardigheid, die Bataks elkander in het algemeen +bewijzen, en ook de hooge eer waarin zij het moederschap houden, +en hun wensch naar kinder-rijkdom, die tot uiting komt in allerlei +al lang tot vaste gezegden en gemeenplaatsen geworden heilwenschen +bij elk huwelijk gedaan, en in het stereotype slot van oude verhalen: +zij leefden gelukkig en hadden zeer vele kinderen. Er zijn wel meer +van die tegenstellingen in het Batak-karakter, moeilijk te begrijpen +voor den vreemdeling: de verslagen van het Zendinggenootschap bewaren +voorbeelden bij menigte ervan, zooals zij trouwens over het geheel +een rijke bron van kennis zijn voor het zedelijk en verstandelijk +zoowel als voor het stoffelijk leven van dit volk. + +De zending, die sedert 1890 onder de Doesoen Bataks en sedert 1905 +op de Hoogvlakte werkt, heeft ook het onderwijs in de hand genomen +en wordt daarbij door de regeering met groote subsidies gesteund. De +bewondering, die de zelfopofferende arbeid der zendelingen voor het +lichamelijk welzijn der Bataks en voor wat zij het geestelijk heil +van dit volk achten, van elken onpartijdige vergt, behoeft hem niet +te dwingen tot medegaan met hun en der regeering gedragslijn op het +gebied van het onderwijs. Het onderwijs is voor de zending, uit den +aard der zaak, een middel om het christendom ingang te doen vinden: +niets minder, maar ook niets meer. Daardoor wordt het van het doel +op zichzelf, dat het behoort te zijn, een middel en van hoofdzaak +een bijzaak. Bij dit principieele bezwaar komt nog een practisch, +op zichzelf al voldoende, om de beste bedoelingen en de ijverigste +pogingen te verijdelen: gebrek aan onderwijzers. De zending is +begonnen met zooveel mogelijk scholen te bouwen, en in die scholen, +waarvoor zij geen onderwijzers had, als schoolmeesters inlanders te +plaatsen die zoowat konden lezen, schrijven en rekenen. In het beste +geval waren het kweekelingen uit de zendingsschool in de Minahasa. De +onvoldoende getallen werden aangevuld zoo goed en zoo kwaad als het +ging. Gewoonlijk ging het kwaad. Waar zouden opeens de leerkrachten +vandaan gekomen zijn? Als er dus een getal van 46 scholen met een +bevolking van 3677 leerlingen genoemd wordt in officieele verslagen, +zijn het geen "scholen" noch "leerlingen" in den zin dien men gewoon +is aan die woorden te hechten. De zending inspecteert haar scholen en +de inspecteerende ambtenaar van het inlandsche onderwijs heeft het +oppertoezicht. De ambtenaar, onder wien de Hoogvlakte ressorteert, +heeft ongeveer honderd gouvernementsscholen op ver uiteen gelegen +plaatsen te inspecteeren; en van andere, waaronder die der Bataksche +zending, ongeveer zeshonderd, eveneens her en der verspreid. De +zendelingen op de Hoogvlakte zijn met hun drieën (een vierde, +die hulp-onderwijzer is, heeft voor uitsluitend werk de vorming +van inlandsche onderwijzers aan een nieuw opgerichte kweekschool) +en hebben met hun drieën de zorg voor een bevolking van 130.000 +zielen. Uit die getallen make men zich een voorstelling van den +toestand; dan zal men er niet verbaasd over staan dat bij een +examen voor de locale schoolcommissie van uit de zendingsscholen +voortgekomen aspirant-onderwijzers werk te voorschijn komt, o.a. in +sommetjes--optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en deelen met heele +getallen,--dat niet anders bewijst dan de eigen, dringende behoefte aan +onderwijs van het overgroote meerendeel dier onderwijzers-in-hope. Er +bestaat nu een kweekschool. De jongens die daar komen, leerlingen +van de zendingsschooltjes, hebben na het verlaten van die scholen +een paar jaar in den kampong rondgeloopen (hun ouders en zijzelven +verkiezen dat zoo) en moeten weer van voren af aan beginnen. Aan het +hoofd van de school staat een Hollander, een zendeling, die de akte +van hulponderwijzer heeft. Die hulponderwijzer is de eenige, zegge de +eenige, Hollander in die geheele menigte van "onderwijzers," zijnde en +wordende. Bij zulke toestanden vermogen persoonlijke eigenschappen, +ook de voortreffelijkste en zeldzaamste, maar weinig. Tenzij de +regeering met der regeering krachten doe wat der regeering is, zal +van de beschaving, die in den vorm van onderwijs van Nederland uit +moet gaan, aan den Batak niet veel ten goede komen. + + + + + +Westkust van Sumatra + + +In enkele uren draagt de langs een tandradbaan klimmende trein den +reiziger uit het witte en het zwarte stof van Emmahaven naar Fort +de Kock. De spoor dient voor het vervoer van de Ombilinsteenkool, +waarvan datzelfde zwarte stof afkomstig is, en dat merkt men +zoowel aan den buitengewoon lagen prijs van het vervoer (het +personenvervoer is immers maar een bijzaak naast de hoofdzaak, het +steenkolenvervoer) als aan het schrikkelijke stuiven en warrelen +van scherp steenkolenstof in de wagens en aan de wolken stinkenden +en verstikkenden rook. De onaangenaamheden zijn trouwens gering in +vergelijking met de onberekenbare voordeelen die de steenkool de streek +heeft aangebracht. En verder is de reis zoo mooi, dat men al spoedig +aan niet anders dan aan genieten en bewonderen meer denkt. Door aldoor +stijgend landschap gaat de weg, in lange slingeringen. De kloof der +Anei gaat open. Achter trage golvingen van den grond rijzen heuvels +op, dan berghellingen, donker oerwoud, waarvan schuimwit, de beken +met wervelende watervalletjes afstorten in de onstuimige rivier, +grijs-blauw als een alpenstroom wanneer de sneeuw smelt. Al koeler +waait de wind den uitkijkende in het gezicht. De Inlanders die aan +de stopplaatsen langs de lijn wachten, de jonge meisjes vooral, +hebben een roodachtigen schijn door het bruin der wangen spelen. + +Fort de Kock ligt binnen een krans van bergen, Merapi, Singalang, +Sago, Ophir, en de tallooze lagere kruinen en deinende heuvelklingen, +die groen en bruin golven tusschen het blinkende blauw dier steile +toppen. De frischheid van de bergen ligt als een waas over alle +dingen in het stadje. Er is overal geruisch en geklok van water, +een glans van natte rijstvelden in diepte van golvige dalletjes, heel +licht groen op de hellingen, een koele lucht, een reuk van bloemen, +die rijk bedauwd in de zon staan. Alle tuinen zijn vol rozen. Zelfs +zoo maar in het wild langs veldweggetjes en tusschen hagen bloeien +licht-roode maandrozen. En scheiding tusschen landstraat en erven +maakt niet een gemetseld muurtje of houten heining, maar het dichtste +gewas van breedbladige heesters, overschitterd van goud-geel gebloemte. + +Op zijn aardigst is Fort de Kock 's Zondags, wanneer het pasar is. De +straat loopt omhoog naar het wijde marktplein, geleidelijk eerst, +dan, steil, als een heel breede trap, zooals men in Italiaansche +stadjes wel ziet. Van de hoogte af, waar men staat als aan den rand +van een recht-afvallend ravijn, ziet men uit de lage verte van den +weg, wit blinkend tusschen het groen van boomrijen, het pasarvolk +er aankomen, stuwend als een langzame bonte rivier. Boven het vlak +der voetgangers steken hotsende karbouwenkarren op. Aan den voet van +de steilte verdeelt zich de stroom. De hotsende karren, achter de +breede grauwe buffelbeesten aan, stuwen, nòg langzamer, tegen den +traag-stijgenden weg op, die langs het aardige park tegenover het +residentie-erf buigt, overschaduwd door een reusachtig-spreidende +groep waringins. De voetgangers beklimmen de breede trap. Aan den +kant, in de waringin-schaduw, staan de eerste stalletjes. Daar begint +al het markten, het gonzende gebabbel, het toonen en bekijken. De +helder gekleurde baadjes van de vrouwen, waar de slendangs en de op +een bijzonder sierlijke wijze gevouwen hoofddoeken in afstekende +tinten tegen uitblinken, maken den zonneschijn bont. Op het wijde +plein, waar de markt gehouden wordt, heeft het bestuur enkele jaren +geleden loodsen laten bouwen; sedert is het verkeer zóó toegenomen, dat +jaarlijks f 20.000 aan pacht voor verkoopplaatsen in de negari-kas komt +en het getal pasar-bezoekers op drukke dagen tot 40.000 stijgt. Men +krijgt een goeden indruk van de welvaart der bevolking en van haar +nijverheid en handelsgeest hier. De menschen zijn, over het algemeen, +goed gekleed. Niet mooi, wel is waar; vooral jonge vrouwen en alle +aankomende meisjes loopen in een soort vormloos, om den hals als een +zak dichtgehaald hemd met lange mouwen: en de eigenlijke landsdracht, +door die onbeholpen nabootsing van slechte Westersche modellen al +meer en meer verdrongen, de lange kabaja, die, aan den hals ondiep +ingespleten, over het hoofd heen wordt aangetrokken, en tot over +de knieën afhangt, is al evenmin sierlijk, al helpt hier de bonte, +aardig gedrapeerde slendang, en de hoofddoek, geplooid op een heel +eigenaardige en sierlijke wijze, die, wonderlijk genoeg, herinnert +aan den hoofdtooi van de vrouwen op sommige vroeg-Italiaansche +schilderijen. Maar zoo al niet bevallig, wèl goed verzorgd, zindelijk +en frisch van kleur is over het algemeen de kleedij van de vrouwen, +die daarenboven nog vermooid wordt door allerlei gouden en zilveren +sieraad. De dracht van de mannen is, als overal buiten Java en Bali, +leelijk en karakterloos. Maar dat zij, even goed als de vrouwen, een +geheel anderen tooi kennen voor feestdagen, en wat meer beteekent, +dat het volk het geld heeft om zich dien tooi aan te schaffen, ziet men +in de kraampjes van Silindoengsche weefsels en sarongs uit Atjeh. Dat +is allerprachtigst goed, het eene geheel doorschijnend, het andere +stijf en hard van dichtheid, zijde alle twee en doorweven met goud- +en zilverdraad. Een Siloengkangsche sluier kost een tien tot vijftien +gulden, een sarong uit Atjeh van vijf en twintig tot tachtig. Men ziet +hier ook waar het geld vandaan komt, dat tegen zulke kostbare dingen +opweegt; ten minste, waar het voor een groot deel vandaan komt; van +den handel, dien het volk in eigen handen heeft. Op dezen geheelen +vollen pasar, waar naast de voortbrengselen van het vruchtbare land, +import uit Europa, Amerika, Britsch-Indië, Siam, China en Japan te koop +ligt, is niet één vreemde koopman, Chinees noch Arabier te zien. Op +Java hebben die het heft in handen, de Chinees die zijn winkels +en werkplaatsen over het heele eiland heeft staan, de Arabier die +rondgaat met het linnen geldzakje over den schouder, waar de Javaan +zoo weinig uithaalt en zooveel in terug brengt. Op Borneo zijn het +Chineesche stoomertjes, die de Barito bevaren om boschproduct. Zelfs +op de Bataksche hoogvlakte zijn het Chineezen, die den opkoop van +vruchten, groenten, eieren en kippen georganiseerd hebben voor de +markt te Medan en den zorgeloozen Batak, behalve de moeite ook de +winst afnemen. De Minangkabauer echter doet zijn eigen zaken zelf af. + +Rondom Fort de Kock ligt een krans van welvarende dorpen, daar kan +men zien hoe dit volk zijn huizen bouwt. Het verval in stijl en goeden +smaak, dat een onafscheidelijke schaduwzijde is van de hier en nu nieuw +groeiende dingen, doet zich ook hier gevoelen aan haastig saamgeflanste +vierkante bouwsels onder een dak van gegolfd zink. Maar er is toch nog +overvloedig genoeg van inheemschen trant om zulk een dorp een lust +voor de oogen en voor de gedachte te maken. De huizen staan hoog, +dikwijls op palen; een trap, die soms van steen gemetseld is en met +treden en balustrade in sierlijken zwaai zich opricht, klimt naar den +ingang. De deur is versierd met snijwerk, dat in sprekende kleuren +beschilderd is. In overeenstemming met de versiering der deur is de +geheele wand van het houten huis getooid; een breede lijst kleurig +snijwerk loopt beneden langs de ramen; een smallere boven, waarvan +de kleuren en de figuren licht gedempt worden door de schaduw van den +dakrand, en waar, in den wind wuivend, allerlei fijn plantengroeisel +over afhangt, orchideeën en varens, mossen, teer slingergewas, dat in +de dichtgespreide palmvezel van het dak, de zwarte idjoek, zijn behoef +aan voedsel en vochtigheid vindt. Boven al dat bonte van groen, kleur +en soms sober aangebracht verguldsel, rijst het dak donker en hoog, met +een lange nok, gebogen als de halve maan, waarop een tweede, kleinere +nok rust, volgens dezelfde schoone lijn gebogen, zoodat vier slanke, +scherpe spitsen twee aan twee oprijzen tegen de lucht. Aan de huizen +van rijke geslachten--want het huis is onvervreemdbaar familiebezit +hier--is nog een afzonderlijke uitbouw aangebracht in de lengte, van de +vloerbalken tot aan de spits van den gevel zoo kwistig gebeeldhouwd, +beschilderd en verguld, dat het denkbeeld van bouwwerk verdwijnt, +voor dat van een architectonisch kleinood. En de schoonheidszin van +den Minangkabauer heeft met den bouw van zulk een woning nog geen +volle bevrediging gevonden. Neen! nu moet hij ook zijn voorraadschuur +nog bouwen en tooien in denzelfden trant. Dwars door een tuin, die vol +bloemen en bloeiend vruchtgeboomte staat, maakt hij een breed pad naar +den ingang van zijn erf; en aan weerszij daarvan zet hij een kleine +rijstschuur, als een wieg van onder smal en van boven breed, op palen +geheven, met een overhangend dak gedekt, en aan alle vier de wanden, +van beneden tot boven, bont van vroolijk-kleurig ornament. Zulk een +woonstee met den blauwen Indischen hemel er boven, en het welige +groen der gaarde half verbergend, half omlijstend, rondom, iets +mooiers is niet te bedenken. En het genot van den beschouwer wordt +volkomen door de wetenschap, dat die verheugelijke woning een vesting +is en een sterkte, onneembaar voor welken vijandelijken nood ook, +onvervreemdbaar de tijden door, waarin van moeder op dochter, al een +geheele afdalende reeks gezinnen uit hetzelfde geslacht zijn kinderen +heeft grootgebracht, en waarin nu nog ongeborenen zullen opgroeien, +even veilig als eens die eersten, wier trots op het familiebezit in +den rijken tooi van huis en voorraadschuren zijn uiting vond. + +Althans, zoo zal het wezen, indien het aloude stelsel ongerept blijft, +dat de Minangkabauer tot nog toe heeft gehandhaafd, zelfs tegen den +geestdrijvenden Islam in, het matriarchale stelsel. Maar zal dat oude +blijven? Het is de vraag. Het heeft nieuwe vijanden gekregen in dezen +allerlaatsten tijd. + +Volgens de jongste onderzoekers van de geschiedenis van het +matriarchaat is deze vorm van het gezinsleven, voortgekomen uit de +uitbreiding van den exogamischen huwelijksregel over een geheele +groep van onderling gehuwde stammen verloren gegaan daar waar een +volk van het zwervende jagersleven overging tot landbouwbedrijf en +handel. Toen de man de plaats van kostwinner voor het gezin hernam, +door de vrouw bezet gehouden zoo lang haar arbeid in den landbouw in +het klein meer leeftocht verschafte dan de zijne op de wisselvallige +jacht, hernam hij ook de overmacht, en het patriarchale recht werd +buiten alle vergelijking grooter dan ooit het matriarchale geweest was. + +Bij de Minangkabauers is het echter anders gegaan. De landbouw is +hun voornaamste middel van bestaan en het zware werk daarvan wordt +door de mannen verricht. De handel bloeit en is, althans in zijn +belangrijkste onderdeelen, geheel in handen van de mannen. Maar +niettemin heeft onder hen het matriarchale stelsel zich gehandhaafd +tot op den huidigen dag toe. + +Zoo als het in den loop der tijden geworden is, werkt het hoofdzakelijk +als een economische bescherming van de familie, vertegenwoordigd in +de eerste plaats door haar vrouwelijke leden. + +In de Minangkabausche familie is al het vaste goed, het huis, het +erf, het veld, eigendom van de moeder en erfdeel van de dochters. Ook +hebben zij alléén en uitsluitend het vruchtgebruik daarvan, waarover +zij beschikken naar eigen goeddunken. Echter mag ook de moeder van +dit bezit, dat niet geldt als het afzonderlijk-hare, maar als het +bezit der geheele familie, geen, hoe gering ook, gedeelte verkoopen +of op eenige wijze vervreemden. Alleen in geval van nood, en dan nog +alleen na raadplegen met en met goedkeuring van de geheele familie, +mag het, voor een bepaalden tijd, verpand, wanneer voldoende zekerheid +gegeven wordt, dat het te rechter tijd weer ingelost zal worden. + +Op die wijze is het beschermd tegen slecht beheer en verkwisting van +den man niet alleen, maar evengoed tegen slecht beheer en verkwisting +van de vrouw zelve. Raadgever en helper van de gezins-moeder, +vertegenwoordiger van haar en haar gezin naar buiten en verdediger +van hun rechten, is haar oudste broeder. De geheele familie waakt er +voor dat hij zijn plichten vervult en van zijn rechten geen misbruik +maakt. En zijn erfgenamen zijn niet zijn eigen kinderen, maar de +kinderen zijner zuster, wier toeziende voogd (om met een nieuwtijdsch +woord de oude betrekking te noemen) hij levenslang is geweest. Zijn +opvolger, of in het (zeldzame) geval van ontzetting zijn vervanger, +is de in leeftijd op hem volgende broeder, of bij ontstentenis, +naaste mannelijke bloedverwant in de vrouwelijke linie. De echtgenoot, +van zijn kant, staat in dezelfde verhouding tot en vervult dezelfde +plichten jegens zijn eigen, vrouwelijke, familie, als nader hem +aangaande dan het uit zijn huwelijk voortgekomen gezin. Zoo houden de +oudere vormen van verwantschap en huwelijk te midden van de nieuwere +overheerschend stand. + +De Minangkabauers hebben bij deze inrichting hunner maatschappij zich +klaarblijkelijk wèl bevonden. Want zij hebben met hand en tand er aan +vastgehouden, de tijden door, tegen alle vreemde invloeden in. En +zoo ijverige Mohammedanen ze zijn, tegenover het Mohammedaansche +patriarchaat hebben zij hun matriarchaat gehandhaafd. Zelfs de +Padris hebben die oude sterkte niet kunnen slechten. Zij staat op +den huidigen dag nog vast. En als men hier, waar trouwen, scheiden +en hertrouwen toch even gemakkelijk gaat als op Java, en ook, als op +Java, het huwelijk polygaam is, niet als op Java, verstooten vrouwen +vindt die bedelen of zich verkoopen en verlaten gezinnen die te gronde +gaan, dan is dat te danken aan het matriarchaat. De Javaansche en de +Minangkabausche familie zijn te vergelijken bij een rijstveld op de +bergen en een rijstveld in het dal. In een mild seizoen staat ook het +van regen afhankelijke bergveld welig en onder de zorg van een goeden +vader gedijt ook het Javaansche gezin. Maar er zijn dorre jaren en er +zijn nalatige vaders. Het rijstveld in de vlakte echter, door leidingen +bevloeid en omringd met dijkjes, groent en bloeit, ook al valt weken +achtereen geen regen, en het Minangkabausche gezin heeft dak, voedsel +en kleedij, ook al is de vader een verkwister of een doeniet. + +Dat is de goede kant van het oude stelsel. + +Maar er is een andere. + +De Europeesche tegenstanders van het matriarchaat beweren dat het de +mannen lui en zorgeloos maakt, omdat zij zich altijd zeker voelen van +een toevlucht in het moederhuis; en onverschillig voor hun kinderen en +voor eigen-gewonnen geld tegelijkertijd omdat zij toch aan die kinderen +dat geld niet kunnen nalaten, maar altijd de gedachte hebben dat zij +werken en sparen voor hun zusters-kinderen. Van Inlanders zal men zulk +een redeneering niet hooren. Zij schijnt ook moeilijk te bewijzen. Een +doe-niet zou niet geduld worden in het moederhuis. De handelsgeest en +ondernemingszin van den Minangkabauer, die den Chinees en zelfs den +Arabier van de markt houdt--en dat niettegenstaande zijn overdreven +vereering van al wat met den Islam samenhangt--bewijst voldoende dat, +integendeel, de uitsluiting van erfelijk bezit middellijk gunstig +op hem heeft gewerkt: een geval te vergelijken bij dat van jongere +zoons uit Engelsche groot-grondbezittersfamilies, die door noodzaak +gedreven, den weg van den arbeid opgaan, en krachten ontwikkelen die +anders waarschijnlijk verschrompeld zouden zijn. Immers, nergens +anders dan in Engeland vindt men afstammelingen van aanzienlijke +geslachten menigvuldig onder de uitbreiders en vermeerders van het +rijk. En wat de onverschilligheid omtrent hun kroost betreft, zij +wordt in gelijke zoo niet hoogere mate gevonden onder de patriarchaal +georganiseerde bevolking van de overige eilanden van den Archipel. De +Minangkabauers met wie ik hierover sprak waren eenparig van oordeel +dat, hier zoowel als ginder, die onverschilligheid een der vele +treurige gevolgen is van het polygame huwelijk, dat het vormen van +een eensgezind gezin belet, en den groei van al de zachte gevoelens +die daaruit ontkiemen. Hun grieven tegen het matriarchaat,--want ook +Inlanders en vooral de vooruitstrevenden onder hen hebben die--hun +grieven waren andere. Zij achten in de eerste plaats de vrouw zelve +benadeeld er door. De "adat," die haar veiligheid verleent, ontneemt +haar vrijheid en de mogelijkheid van zelfstandige ontwikkeling. + +Als het kind meisje wordt, sluit men haar op in het moederhuis, en daar +blijft zij, als een gevangene haast, zoo streng bewaakt, tot den dag +van haar huwelijk toe. Zelfs naar den pasar gaat zij niet, noch naar +het veld. Op den akker--dien de vaders en de broeders bebouwen--ziet +men niet anders dan kleine meisjes of oudere vrouwen, het allerlichtste +werk verrichten en den mannen het eten brengen. In het oorspronkelijke +matriarchale stelsel past die opsluiting van de vrouw niet, zoomin +als haar uitsluiting van den veldarbeid, die immers juist haar eigen +en eigenlijk werk was in de allervroegste tijden. Dat moet onder den +invloed van den Islam er in zijn gekomen. Het is te begrijpen dat +het den vrouwen veel kwaad doet. En nog meer, zoo mogelijk, schaadt +hen het vroege huwelijk. Het is geen zeldzaamheid dat een meisje van +twaalf, dertien jaar wordt uitgehuwelijkt. Zij kent haar aanstaanden +man niet, noch hij haar, geen van beider toestemming wordt gevraagd, +de wederzijdsche ouders beslissen en handelen voor hen. Het meisje +krijgt in den regel (in de streek rondom het meer van Singkarah gebeurt +dat niet, naar ik van inlanders hoor) een bruidschat mee. Waar dit de +regel is, houdt men zich zoo stipt daaraan, dat de adat de verplichting +tot het meegeven van den bruidschat heeft gemaakt tot een van de vier +gevallen waarin vaste goederen verpand mogen worden. [23] Het jonge +paar krijgt een vertrek in het moederhuis ter bewoning. Ook getrouwd +blijft dus een vrouw onder de bescherming wel, maar tevens onder het +gezag van haar moederlijke familie, in het bijzonder van het hoofd +dier familie, den oudsten broeder der moeder, den "mamak." Tot een +eigen, zelfstandig familie-leven komt zij nooit. Het gebeurt wel, +dat een man, die een voldoend eigen inkomen heeft, een huis inricht +in de kampong waar zijne vrouw bij hem komt inwonen. Maar ten eerste +is zulk een inkomen een betrekkelijk zeldzaam voorkomend iets, daar +een man verplicht is met het zijne zijn moeder en zusters bij te +staan. En verder is ook onder de Minangkabauers het polygame huwelijk +in zwang. De drie of vier vrouwen van een man wisselen elkander af in +zijn huis. En geen van allen beschouwt het als het hare of wijdt er +eenige de minste zorg aan. Nog liever dan in zulk een schijn-tehuis +zijn zij in de moederlijke woning, onder der moeder gezag en dat van +den "mamak." + +Op de jongens werkt het stelsel even ongunstig in den +tegenovergestelden zin: inplaats van dwang bewerkt het voor hen +bandeloosheid. Op zijn tiende jaar al--en soms vroeger nog--gaat +een jongen het moederhuis uit en krijgt zijn plaats in een der +gemeenschappelijke mannen-huizen van het dorp. Hoe hij daar opgroeit +is na te gaan: in het wilde. Lichamelijke verwaarloozing is het minste +nog van de kwaden, waartoe hij, noodzakelijkerwijze, vervalt. Het +wordt ook niet beter als hij opgroeit en trouwt. In het huis van +zijn vrouws familie blijft hij de gast. Rechten heeft hij enkel in +het mannenhuis van zijn eigen familie, in de "soerau." + +Dit dan zijn de, inderdaad, ernstige grieven, die ontwikkelde +Minangkabauers hebben tegen het in andere opzichten weer hoog door +hen gewaardeerde matriarchaat. + +Het stelsel begint te brokkelen, niet door hun of iemands persoonlijk +toedoen, maar onder de inwerking van veranderende--en in al sneller +tempo veranderende--omstandigheden. De Minangkabauer is buitengewoon +intelligent, hij bezoekt vlijtig en met uitstekend gevolg de +gouvernementsscholen, hij slaagt bij examens, hij wordt ambtenaar, +en het is uit met het leven in de kampong. Hij moet gaan waar zijn +ambt hem roept. Nu kan hij niet langer een min of meer tijdelijke +inwoner zijn in het huis van zijn schoonmoeder. Hij moet een eigen +huis hebben, een eigen gezinsleven is het gevolg; aan welk gevolg weer +een geheele reeks gevolgen hangt. Veelal is het monogame huwelijk +daaronder. Verder laat de oude structuur los op die plekken waar de +behoefte aan gereed geld er aan gewrikt heeft. Het adat-verbod van +verkoop van vaste goederen wordt door hoe langer hoe meer bezitters +in den wind geslagen: het kàn niet gehandhaafd in vele gevallen. Een +nieuwe ontwikkeling is, door denzelfden nood begunstigd, onder de +vrouwen begonnen. Zij gaan naar nieuw-opgerichte industriescholen om +kant te leeren maken, dien zij verkoopen. Verscheidenen al kunnen +lezen en schrijven, zelfs onder de ouderen; de meisjesscholen zijn +vol. Een pionierster van de vrouwenbeweging, de dochter van een +inlandschen onderwijzer aan de kweekschool te Fort de Kock, heeft als +eenig meisje onder al die jonge mannen den cursus afgeloopen en een +buitengewoon goed examen afgelegd. Zij is nu naar Batavia gegaan om +te leeren voor de Nederlandsche hulponderwijzers-acte. De zoon van +denzelfden vooruitstrevend-gezinden voorganger van zijn volk is te +Batavia werkzaam op een handelskantoor en verloofd met een meisje dat +hij in zijn vaders huis heeft leeren kennen, en met wie vrije keuze +hem verbonden houdt. Dat alles zijn dingen die tegen den ouden adat, +zooals hij oorspronkelijk is en zóo als hij onder vreemde invloeden +is geworden, rechtstreeks ingaan. De strijd is begonnen tusschen het +oude en het nieuwe. Men moet hopen, dat de uitkomst het goede ongerept +zal laten dat het oude, terecht, aan vele harten dierbaar maakte, +en eerwaardig. + + + + + +Nieuwe ontwikkelingen ter Westkust van Sumatra + + +In een bijzondere mate is de Minangkabauer ontvankelijk voor het +nieuwe, wanneer de deugdelijkheid daarvan hem op overtuigende wijs +wordt aangetoond. De algemeene houding van den Oosterling (bewesten +Suez verandert dat als bekend) tegenover een nieuw denkbeeld is die +van den welgestelden huisbewoner tegenover een inbreker: woedend +verbarricadeert hij alle deuren van zijn verstand. Maar de menschen +van Minangkabau--althans een gestadig toenemend getal onder hen, dat +wel binnenkort de meerderheid zal worden--gaan een nieuw idee tegemoet +als een bezoeker; en gaarne met welkom en eerbewijs. Duidelijker dan +aan iets anders kan men dat zien aan den groei en de uitwerkingen +van de kweekschool voor onderwijzers te Fort-de-Kock. + +De instelling heeft al een lange geschiedenis. Meer dan een halve +eeuw is het reeds geleden dat na het houden van een enquête, waarbij +bleek, dat het Inlandsche onderwijs ter Westkust van Sumatra ten +eenenmale onvoldoende was, de regeering overging tot het oprichten +te Fort-de-Kock, van een normaalschool; uit die normaalschool is de +tegenwoordige kweekschool voor Inlandsche onderwijzers voortgekomen. + +De normaalschool leverde de resultaten niet op, die men er van had +verwacht. Het lag voor een deel aan het gehalte der leerlingen die, +vrijwel onvoorbereid, van hier en ginder kwamen; voor een deel aan +het gehalte van de onderwijzers. Nieuwe onderwijskrachten als men van +de school had gehoopt, bracht zij niet voort. De leerlingen werden +ambtenaars--klerken, pakhuismeesters, vaccinateurs, opzichters bij de +(toen nog van gouvernementswege gedreven) koffiecultuur. Een hervorming +aan hoofd en leden was noodig. Zij geschiedde in '73. De school werd +uitsluitend bestemd voor opleiding van Inlandsche onderwijzers. Er +kwamen Hollandsche onderwijzers aan het hoofd--een directeur en +tweede onderwijzer, die beide de hoofdacte moesten hebben, een +derde met hulp-acte, en verder deugdelijk geschoolde Inlandsche +onderwijzers; en er werd een ruim program van studie opgemaakt, waarin +de Hollandsche taal plaats had, en verder rekening werd gehouden +met de behoeften van den Inlandschen dorpeling. Dadelijk stroomden +de leerlingen toe: zelfs getrouwde mannen kwamen op de schoolbanken +zitten om van dit heilzame nieuwe hun deel te ontvangen. Het werd +al spoedig noodig de school uit te breiden. Een nieuw gebouw werd +gezet, waarin vijftig inwonende leerlingen ieder een kamer hadden; +daarop een externen-school op hetzelfde terrein, waar de leerlingen +van de hoogste klas der kweekschool onderwijs gaven onder toezicht +van de kweekschool-onderwijzers. Toen kwam de slechte tijd die aan het +onderwijs hier als aan dat door heel Indië erge scha toegebracht. Een +verkeerde zuinigheid beknibbelde op het volstrekt noodige. Van 1884 +tot 1904 werd geen Hollandsch onderwezen: het gevolg een periode +van stilstand in de volksontwikkeling. In 1904 echter werd het +onderwijs in het Hollandsch weer ingevoerd, de cursustijd met twee +jaar verlengd, het Europeesch personeel vermeerderd, en gelegenheid +gegeven aan Inlandsche jongelui, die ambtenaar wilden worden, +om deel te nemen aan het onderwijs; dit echter op eigen kosten, +terwijl de aspirant-onderwijzers een toelage van f 10.--(vroeger +was het f 15) van het gouvernement ontvingen. In getale kwamen nu +de aspirant-ambtenaars; in getale, niettegenstaande die vermindering +van de toelage met een vol derde, de aspirant-onderwijzers. Er moest +weer bijgebouwd, tot er plaats was voor omtrent honderd inwonende +leerlingen. En niettemin bleek nog altijd de ruimte onvoldoende. Dat +is nog altijd zoo voortgaande. Ik had gelegenheid het te zien tijdens +mijn verblijf in Fort-de-Kock. De weg voor de kweekschool was van +den vroegen ochtend af druk van aspirant-leerlingen, gekomen voor het +admissie-examen. En gekomen, van wie weet hoever, wie weet hoe! Er ligt +nog maar weinig spoorlijn ter Westkust, de reizen moeten gedaan te +paard, in karretjes, te voet. Het zijn alleen de meest welgestelden, +uitteraard maar een zeer klein deel van al de opkomenden, die de reis +per as betalen kunnen. Ook een paard is voor verreweg de meesten +nog veel te duur. Zij gaan te voet--niet uren ver, maar dag-reizen +ver, door de blakende zon, berg op, berg af, ravijnen neer en op, +rivieren door. Zij eten wat in een blad gekookte rijst, die zij van +huis meegenomen hebben, met wat toespijs misschien, hier en ginder +voor een paar duiten gekocht bij een zoetelaar aan den weg. Zij slapen +in het mannenhuis van het dorp, dat zij bij het vallen van den nacht +nog juist bereikt hebben. Men moet zich dat alles goed voorstellen om +te begrijpen, hoe sterk het verlangen is dat zulke dorpsjongens om +het meerdere weten en het betere bestaan dat zij er kunnen winnen, +drijft naar de "Sekola Radja" te Fort-de-Kock. Er werd me gezegd +dat de bij het examen afgewezenen vaak uitbarsten in snikken. Zulk +een droefheidsuiting is zeer, zeer zeldzaam bij een Inlander. De +teleurstelling moet hem wel in het hart geraakt hebben als hij de +klacht niet weerhouden kan. + +De leerlingen komen uit alle gewesten van Sumatra; met de +Minangkabauers vermengen zich Bataks van de Hoogvlakte, uit de +Doesoens, uit de streek rondom het Toba-meer; bewoners van Nias +en de kleine eilanden langs de kust; Mandhelingers; Atjehers. De +laatsten komen niet uit eigen beweging: zij worden gezonden door de +regeering, die begrijpelijkerwijs voor de eindelijke pacificatie van +Atjeh meer verwacht van een goede opvoeding van het komende geslacht, +dan van kogels en bajonetten. Zij zijn op de school een lastig element, +hoovaardig tegenover andere Inlanders, stug tegenover de onderwijzers, +met een zekere ostentatie vasthoudend aan nationale zeden, waarvan +de strenge uiterlijke waarneming van godsdienstige plichten er een +is. Er wordt over gedacht een apart gebouwtje voor hen te zetten +op het erf der kweekschool, om botsingen te voorkomen. Over het +geheel is de uitzending der Atjehers naar hier een zaak die veel +geld kost. Maar hoeveel meer het ook nog mocht wezen, goedkooper dan +oorlog voeren is het in alle geval, om van belangrijker voordeelen +dan enkel-geldelijke nog te zwijgen. Als een bijzonder bewijs van de +aantrekkingskracht der school--en tevens wijst het feit op een geheel +nieuwe ontwikkeling in het volksbestaan, die, middellijk toch ook als +een uitwerking van het school-onderwijs moet worden beschouwd--als +een bijzonder bewijs van haar aantrekkingskracht mag het gelden, +dat ook een meisje dezen laatsten cursus heeft gevolgd. Zij heeft +nu juist een bijzonder goed examen afgelegd. Men stelle zich voor, +hoe onverbiddelijk de matriarchale "adat" het aankomende meisje binnen +haar moeders huis opsluit, en hoe vast het denkbeeld geworteld zit in +Oosterlingenhersens dat een vrouw niet noodig heeft iets, wat ook, +te leeren; en mete bij vergelijking de kracht der nieuwe idee over +het gemoed van zulk een meisje en van haar ouders. Geen twijfel of +op den weg, dien zij zoo moedig als eerste is ingeslagen, zullen haar +zusters nu spoedig in menigte volgen. + +Dat de kweekschool zulk een toeloop heeft is te begrijpen als men +let op den aard van het onderwijs, en men mag wel zeggen, van de +opvoeding die de leerlingen er krijgen. Want het is niets minder +dan een werkelijke opvoeding. In hun eigen dorp hebben zij niets +van dien aard gehad--in hun tehuis kan men niet zeggen, want althans +de Minangkabausche man hééft geen thuis: hij groeit in het wilde op +in het mannenhuis van zijn familie. En wat de overigen aangaat, een +tehuis in onzen zin van het woord kennen ook zij niet: hoogstens een +plek waar zij slapen en eten. Hier heeft ieder zijn eigen kamer en +die moet hij zelf in orde en schoon houden. Dat is een heel ding voor +hen, vooral voor jongens van deftigen huize, die altijd van kind af +bediend en gehoorzaamd zijn, en werk met handen gedaan verachten. Maar +de regel is onverbiddelijk. En het gelukkige resultaat, dat jongens +die slordig, vuil en traag waren, toen ze kwamen, ordelijk en op +hun omgeving als op zichzelf kieskeurig worden na eenige maanden +verblijf op de school. Verder geeft het onderwijs hun wat zij in +hun dorp kunnen gebruiken: het onderwijs in plantkunde komt hun te +pas bij de sawah-bewerking, dat in de dierkunde voor hun vee. En +tevens winnen zij daarbij voor zichzelven, want inplaats van de +fantastische voorstellingen omtrent het menschelijk lichaam en gestel, +die de Inlandsche overlevering hun heeft opgedrongen, en waardoor +zij de voorbestemde slachtoffers worden van allerlei kwakzalverij +en toovermiddeltjes, krijgen zij nu een begrip van bloedsomloop en +spijsvertering, waarop zich een doelmatige gezondheidsleer laat +opbouwen. De natuurkunde bewijst hun eenzelfden dienst tegenover +het geloof aan allerlei wonderdadige krachten, die door middel van +amuletten en spreuken over de machten der natuur te verkrijgen zouden +zijn. En ten slotte helpt het onderwijs in de Maleische taal (het +Riouwsch-Maleisch, in alle scholen van Nederlandsch-Indië onderwezen) +hen over belemmerende dialect-verschillen heen naar een nationale +taal. Het Hollandsch maakt hun den weg open naar wat zij ooit meer +verlangen zullen van kennis. + +Dat hij het belangrijke van zulke geestelijke aanwinsten inziet, en +niet aarzelt vàn zich te werpen wat hem belemmert in het streven +daarnaar--dat is de kenmerkende trek in het karakter van den +Minangkabauer. + +Tegenover de partij der vernieuwers van de inlandsche maatschappij +op Sumatra staat die der behoudzuchtigen, hoewel in den laatsten +tijd zeker verzwakt, nog altijd zeer sterk. De drijvende kracht zijn +hier de Hadji's, de hulptroepen, de aanhangers van den onveranderden +matriarchalen adat. + +Uiteraard zijn de twee eigenlijk vijanden. In het begin van de vorige +eeuw heeft de partij der Moslimsche geestdrijvers, de Padri's, +de vreedzame adat-aanhangers te vuur en te zwaard bekrijgd, +omdat zij weigerden het matriarchaat op te heffen en weigerden +zich te onderwerpen aan de tucht der dweepers. Men weet hoe de +vervolgden in hun wanhoop den Westerling, Engelschman en Hollander, +te hulp riepen tegen de eigen landgenooten. En onder de asch van het +gedwongen pais-en-vree houden smeult de haat der Hadji's nog. Want het +matriarchaat is den extreem-patriarchaal denkenden Moslim een doorn in +het oog; en de adat-aanhanger wil van die oude wet geen tittel noch +jota laten vallen. Maar dit groote geschil, zoo goed als kleinere, +die de twee partijen in het kamp der behoudzucht verdeelen, vallen weg +voor den vereenigenden invloed van den gemeenschappelijken haat tegen +het nieuwe. Het Westersch-politieke woord verstaande in Oosterschen +zin, zou men mogen spreken van een coalitie van adat en Islam. + +Als gezegd, de Islam-partij is de drijvende kracht. Van Mekka uit, +waar een kolonie Javanen en Maleiers zich heeft gevormd, wordt de geest +der dweepzucht aangevuurd. De pelgrims worden in die kolonie gastvrij +ontvangen, in zaken van den godsdienst onderwezen, aangespoord tot het +maken van propaganda. Als drijver keert naar Sumatra menigeen terug die +als half-onverschillige naar Mekka ging. Ook de Maleische pers wordt +in den dienst geprest van het Islamisme, of, beter gezegd misschien, +het Pan-Islamisme. De oorlog dien Turkije tegen Italië voert wordt +verheerlijkt als een "heilige oorlog." Altijd is de overwinning +aan de zijde der Geloovigen. Brochuretjes worden verspreid, die +niet anders zijn dan schendschriften, om het Nederlandsch-Indisch +gouvernement verdacht te maken. Zoo grof kan de laster niet zijn of +hij vindt geloof. De toon van de manifestaties der "Ware Russische +Mannen" tegen de voorstanders van liberale ideeën en tegen de Joden +wordt in deze soort publicaties geëvenaard. De Islam-partijders +grijpen het voor de hand liggende middel aan om den Inlander tegen +het Westerlingen-bestuur op te zetten; zij beschuldigen het van +afpersing en uitzuiging, en sporen het volk aan tot het weigeren +van belastingopbrengst. Men heeft het kunnen zien in de laatste +troebelen. Het ging niet om die belasting. Zij was zeer laag, men +mag wel zeggen te laag, als men in aanmerking neemt de welgesteldheid +van den Sumatraan, en de armoede van den Javaan, van wiens oneindig +hoogere belasting-opbrengst de Sumatraan profiteert bij het voor handel +en verkeer geschikt maken van zijn land. Zeer gemakkelijk hadden de +bewoners der Westkust die geringe belasting kunnen opbrengen. Maar de +eisch van het gouvernement was juist wat den geestdrijvers in hun kraam +te pas kwam om het volk tegen het nieuwigheden-invoerend bestuur op +te zetten. En zij behoefden niet eens hun moed in te spreken voor een +gewapend verzet. Zij gaven hun volgelingen wat moed voordeelig verving: +het geloof in hun onkwetsbaarheid. Koperen en beenen amuletten, bij +hoopen door de vrome sluwaards verkocht, (en niet goedkoop ook), +waren de denkbeeldige bescherming van de strijders der heilige +zaak. In het witte gewaad, dat hen als medestanders der Padri's, als +"Witte Menschen" kenbaar maakte, trokken zij op tegen de soldaten, +die zij slechts met de nagels even behoefden te schrammen, om hen dood +neer te doen storten, terwijl kogels en bajonetten noch sabels zouden +vermogen hunzelven ook maar het lichtste letsel toe te brengen. Zulk +wondergeloof is zeker verzwakt geworden door de ontzettende nederlaag, +die zij toen leden, en door o. a. het zonderlinge toeval, dat een der +ergste stokebranden en raddraaiers, die zelf voorzichtiglijk buiten +het gevaar zich had gehouden waarin hij zijn volgelingen joeg, dat +die door een verdwaalden kogel neergeveld werd, waar hij schijnbaar +veilig op zijn eigen erf stond, verre van het gevecht. Maar geheel +te niet gedaan is het vertrouwen in spreuken en amuletten daarom +niet. Men heeft het dezer dagen kunnen zien, toen een rijke Inlander, +bezitter van pepertuinen, aangeslagen voor een belasting, waarvan hij +het tienvoud gemakkelijk had kunnen betalen, zich weigerachtig toonde +en het gouvernement tartte dwang op hem toe te passen: hij behoefde +maar de hand uit te strekken tegen de politiemannen, om hen dood ter +aarde te doen vallen, zulke krachtige tooverspreuken kende hij. De +man heeft het er werkelijk op aan laten komen. Het zou interessant +zijn te weten, wat hij later in de gevangenis gedacht heeft over die +tooverspreuk. Waarschijnlijk: dat hij een of andere fout had gemaakt +bij het opzeggen. + +De Westerling, zelfs als hij jaren en jaren onder hen gewoond heeft en +vriendschappelijk (voor zoover dat mogelijk is) met hen is omgegaan, +zal altijd vreemd staan tegenover het gemoedsleven van den Oosterling, +wiens wordingsgeschiedenis immers, als enkeling en als volks-deel, +een van zijn eigene geheel verschillende en daarenboven hem slechts +gebrekkig bekende is. De Westersche reiziger, wien niet dan enkele +weken, of op zijn allergunstigst maanden, gegund zijn om een Oostersch +land en volk waar te nemen, heeft geen keuze dan bij voorbaat van alle +diepgaande beoordeelingen afzien. In het onderhavige geval zal ik, dit +doende, echter wel het oordeel mogen weergeven, dat een zeer ontwikkeld +inlander, een man op jaren reeds, van bezadigde denk-gewoonten en +helder inzicht, tegenover mij uitsprak over de drijfveeren en de +doeleinden der Islam-partijders. Het is waar, dat hij een overtuigd +aanhanger der nieuwe denkbeelden is, en als zoodanig gevaar loopt de +onpartijdigheid te verliezen tegenover hen die dat nieuwe bestrijden. + +Volgens hem is het geen vaderlandsliefde, noch overtuiging des harten +die de Islam-partij drijft in hun heimelijk-gevoerden strijd tegen +den Westerling. Hij gaf niet toe, dat die idee van "vaderland" eenige +macht had over den Minangkabauer, voor wien de Atjeher, de Niasser, de +Batak, om van den Javaan en den Bandjarees te zwijgen, vreemdelingen +zijn,--niet zoo als de Westerling voor hem een vreemdeling is, +wel is waar, maar toch: vreemdelingen. En evenmin geloofde hij +aan waren godsdienst-ijver. Die immers zou zich moeten uiten in de +rechtvaardigheid, de gastvrijheid, de barmhartigheid jegens den arme +en hulpbehoevende, die de Koran den geloovige als plicht voorhoudt; +terwijl integendeel deze geestdrijvers woekeraars, bedriegers en +uitzuigers zijn. Naar zijn overtuiging was wat hen bezielde niet +anders dan eigenbelang van het minstwaardige soort. Zij wilden macht +om met die macht geld te winnen, het meest mogelijke geld van de meest +mogelijke menschen. De duiten, die in de staatskas gestort worden en +besteed aan wegenbouw, bruggen, scholen, dorps-rijstschuren, worden +onttrokken aan de moskee-kas en aan hun eigen diepe zakken. Daarvandaan +het ophitsen tegen dat "hùn" geld weghalende Westerlingen-bestuur. En +te dien einde de politiek van volks-verdomming, door middel van het +aankweeken van bijgeloof. + +Als het krachtigste, misschien wel het eenige wapen in den strijd +tegen dit soort Pan-Islamisme, prijzen velen de prediking van het +Christendom. Maar hier schijnt twijfel geoorloofd. De ervaring +heeft bewezen, dat het aannemen van de Christelijke leer niet +hetzelfde is als het afzweren van bijgeloof: onverdachte getuigenis +daaromtrent is te vinden in de jaarverslagen der verschillende +zendingsgenootschappen. Ook kan het geval zich voor-doen--en inderdaad +doet het zich zeer dikwijls voor--dat juist de meest intelligente en +ook de van inborst en aanleg beste inlanders tot het Christendom zich +niet voelen aangetrokken als het hun geboden wordt in de plaats van +hun overgeërfden godsdienst. De eene theorie wordt tegenover de andere +gesteld: zij geven de voortreffelijkheid van die eene boven de andere +niet toe. Raden Adjeng Kartini, betreurder nagedachtenis, heeft in +haar boek welsprekende uiting gegeven aan het gevoel der dusgezinden. + +Maar hier op de westkust zien wij een ontwikkeling beginnen, die niet +als bespiegeling tegenover bespiegeling, maar tegenover bespiegeling +als daad en werkelijkheid staat. + +Het voorbeeld van den Westerling heeft den Minangkabauer gebracht tot +het besef, dat een beter leven zoowel mogelijk als wenschelijk is, +dan hij tot nog toe in zijn dorp heeft geleefd. Behoeften zijn in hem +wakker geworden, die hij vroeger niet kende. Een deugdelijk onderwijs +heeft krachten in hem ontwikkeld, door het gebruik waarvan hij die +behoeften zal kunnen bevredigen. De wisselwerking van toenemende +begeerte en voldoening, waarvan de beschaving het resultaat is, +is ook voor hem begonnen. + +Wij zien dat de koffie-cultuur herleeft, die gestorven scheen, toen de +hatelijke dwang tot planten en verkoopen werd afgenomen van het volk, +en dat heuvels en steile berghellingen, vroeger een wildernis van +alang-alang, nu zorgvuldig beplant staan met fleurige struiken-rijen; +dat de sawah-bewerking, lang achterlijk, zoo goed is nu, dat uit Java +overgekomen ambtenaren, verwonderd, niets te verbeteren vinden, daar +alles wat zij dachten in te voeren hier al in gebruik is; dat vrouwen, +aan den adat-dwang zich onttrekkend, op de hier en daar opgerichte +kantscholen een nieuwe kunst komen leeren; dat meisjes met jongens +tegelijk naar de school gaan en in het Hollandsch examen afleggen +in vakken, hun vroeger niet eens bij name bekend; dat schooljongens +sportclubs oprichten en muziekgezelschappen en gezamenlijk zich +abonneeren op Hollandsche tijdschriften; wij zien dat het volk begrip +van hygiëne begint te krijgen, dat de Inlandsche arts bij een zieke +geroepen wordt inplaats van de doekoen met haar tooverkunstjes, +en dat de pokken verdwijnen door de veldwinnende vaccinatie; dat, +hoe zeldzaam ook nog, gezinnen zich beginnen te vormen van vader +en moeder met de kinderen die zij te zamen opvoeden tot bruikbare +leden der samenleving. Het is niet waarschijnlijk dat de Inlander, +zoo ver den weg van het nieuwe al opgegaan en zooveel reeds daarbij +gewonnen hebbend, tot prijsgave van zulke winst en terugkeer tot het +oude zich zal laten dwingen, in naam van welke en onder hoe schoonen +schijn vertoonde theorie dan ook. Hij behoeft slechts verder geholpen +te worden op den ingeslagen weg, en de onwaarschijnlijkheid zal +onmogelijkheid worden. Uitbreiding tot vele plaatsen van een onderwijs +als dat te Fort-de-Kock wordt gegeven; credietinstellingen, die den +kleinen ondernemer op de been helpen en houden; wegen, bruggen en +spoorlijnen om den oogst van het boertje in de binnenlanden te brengen +op de baan van het wereldverkeer; en de drijvers die, baatzuchtig +of verdwaasd, met Koranteksten den haat tegen het nieuwe prediken, +zullen prediken voor doovemans ooren. + + + + + +Europeesche ondernemingen op de Westkust--Een Theetuin + + +Europeesche moet men wel zeggen: in dit bijzondere geval heeft de +algemeene Indische gewoonte van tegenover het Inlandsche element +niet het Hollandsche te stellen maar het "Europeesche," een goede +reden van bestaan: de ondernemers op de Westkust van Sumatra zijn, +inderdaad, burgers van vele landen van Europa. Op mijn-ondernemingen +zijn het vooral Duitschers en Engelschen: begrijpelijk genoeg, daar +die in hun geboorteland door practijk zoowel als door theorie den +mijnbouw leeren kennen. Op landbouw-ondernemingen zijn de Hollanders +in de meerderheid: waarin misschien de uitwerking gezien mag van +de eeuwenoude scholing en de sedert een twintig jaar met nieuwe +kracht oplevende practijk van ons volk in zaken van akkerbouw en +boomteelt. Beide soorten van ondernemingen liggen, in deze streek, +verre van de centra van bevolking, het binnenland in, de "rimboe" +als men hier zegt: bij een vergelijking van de Westkust van Sumatra +met de Oostkust, of met Java, is dat wel het eerste dat als een +kenmerkend verschil treft. De reden is een historische. Evenals op +Java en op de Oostkust heet op de Westkust de onbebouwde grond het +eigendom van den souverein, de souverein die vroeger de vorst en +tegenwoordig de Nederlandsche Staat is. Maar anders dan op Java, +waar sedert eeuwen al vorsten-tirannie den boer zijn rechten had +ontnomen, of op Oost-Sumatra, waar een dungezaaide bevolking den +moerassigen en zwaar met woud overgroeiden bodem braak liet liggen, +kwam op de Westkust de koloniseerende staat tegenover den inboorling te +staan. Hier waren de menschen vrij en stout: en de grond vruchtbaar. De +theorie van den Staatseigendom van alle woeste gronden is in hoofdzaak +theorie gebleven; en een theorie waarvan de Minangkabauer weinig weet +en nog minder zich aantrekt. De woeste grond is, in zijn oordeel, +zijn eigendom. Hangende nadere regelingen van de zaak heeft een +voorzichtig beleid moeilijkheden ontweken door alleen in de "rimboe," +ver van alle dorpen en alle mogelijke en bedenkbare aanspraken van +Inlanders, grond in pacht te geven aan Westersche ondernemers. + +De wildernis in dus, liep de weg, dien van Fort-de-Kock uit ik volgde +naar een nieuw begonnen thee-onderneming in het gebergte. + +Het eerste gedeelte van dien weg is zoo voortreffelijk aangelegd, +dat een automobiel er met volle vaart over rijden kan zonder ergens +te horten of te stooten. In effen snelheid glijdt het prachtige +landschap voorbij, hellingen, heuvels, steilten van rechtrijzend +gebergte, plotseling uit wijkend woud de diepte van een ravijn, waar +de koelte en de eigenaardige reuk van water over gesteente bruisend +uit opstijgt. Soms wordt de weg zoo smal tusschen steilte en afgrond +dat uit de auto de inzittende recht de diepte in blikt aan den eenen +kant en aan den anderen haast met de hand de aard-orchideeën meent te +kunnen plukken, die, in trossen afhangen van den bergmuur. Dan wordt, +in lange slingers dalend, de weg weer breed, en heuvels wijken en +blijven achter, een vlakte gaat open waar de bergen wijd en ver omheen +staan. Hier was, voor ons, het eindpunt van den automobielweg. Den +volgenden ochtend zouden wij te paard verder gaan langs een smal +steil pad, het bergbosch door. + +Er kwam bezoek in de pasanggrahan, waar wij voor den nacht waren +afgestapt. Wij hoorden verhalen omtrent het leven in de streek. Het +is er nog vrij eenzaam en wild. Dicht bij de pasanggrahan hebben +de tijgers hun pad van de met alang alang begroeide berghelling +naar de vlakte: een grooten boom aan den landweg hoorden wij den +"tijgerboom" noemen, hij staat op het punt waar het pad van de tijgers +den weg van de menschen kruist. Na donker gaat niemand onvergezeld +en ongewapend daar langs. Men hoort veel van geiten en kalveren, van +volwassen buffels zelfs, die door een tijger zijn meegesleept uit de +kraal: en soms ook van menschen, 's nachts aangevallen midden in het +dorp. Niettemin waren de Inlanders er niet toe te bewegen geweest een +val te bouwen op den "wissel" van de tijgers--het vaste pad dat zij +houden: in zulk een val moet een geit opgesloten, die met haar angstig +geblaat het roofdier lokt: en zij vonden het "jammer van de geit." Een +ambtenaar van het binnenlandsch bestuur maakte aan het uitstellen +en uitvluchten zoeken een eind, door een geit cadeau te doen aan +het dorp; waarop het bouwen van de val en de vangst van een tijger +volgden. Hij maakte zich echter geen illusies omtrent een bekeering +van de dorpelingen tot redelijker ideeën. Als de tijger gevangen +was, dan kwam het niet door de val met de blatende geit er in, maar +door het Lot, dat den tijger dien nacht en die plek had voorbeschikt +tot sterven. "Het was het uur van zijn dood." Het fatalisme van den +Islam? Neen: het fatalisme van den natuurmensch--zwak te midden van +geweldige machten levend, dat onder anderen in het Islamietisch geloof +een leerstellige uitdrukking heeft gevonden. + +Den volgenden ochtend met het aanlichten van den dag stegen wij te +paard. Het stortregende. Maar eenmaal in het woud voelden wij daar +maar weinig meer van. Alleen was het pad dikwijls moeilijk voor de +geduldig zwoegende hitjes; met uitglijden en struikelen worstelden +zij tegen de stroomende steilten op, waar stortbeek was geworden wat +gister nog voetpad was. Tegen den middag bereikten wij den bergpas; +en kort daarna, bij helderen zonneschijn, de onderneming. + +Het eerste waaraan de aanwezigheid en arbeid van menschen waren waar te +nemen, waren de groote, leege plekken van kaalgekapte hellingen, als +holen en gaten in het ruige zwartgroen van het oerwoud. Tienduizenden +stammen, van loof en takken ontdaan, naakt uitgeschud, liggen strak en +bleekgrijs over den grond. Loof en rijs zijn verbrand in vuren, die de +wind mijlen ver over de hellingen heeft geblazen. De zware takken zijn +omlaag gestooten in de ravijnen en de opbruisende bergbeken. De stammen +blijven liggen waar zij gevallen zijn, om met wind en weer de lange +jaren door te vermolmen tot teel-aarde, goed voor de jonge thee. Het +is niet mogelijk anders; de versche herinnering aan den tocht door het +bergwoud leert het ons, ook zonder de verklaring van den planter. Maar +daar die gevelde wouden te zien vermolmen, en dan te denken aan de +Deli Spoor, die door den nood gedwongen plannen overweegt om het +hout voor haar dwarsliggers uit Rusland te laten komen--dat geeft +iemand toch een zonderling gevoel. Wegen, bruggen, bruggen, wegen, +van de Westkust naar de Oostkust over moeras, ravijn en gebergte heen, +wanneer zal er geld genoeg wezen om die te maken? Het begin van het +wegennet is er: en dat juist doet zoo haken naar de voltooiing. Want +met zulk begin begint van allerlei mee, dat zònder niet gekomen zou +zijn en dat voor zijn ontwikkeling juist op die voltooiing wacht. Als, +bijvoorbeeld, de onderneming, die wij nu bezagen. + +De gerooide hellingen langs, waaroverheen van den verren woudrand +af de bijlslagen van houthakkers klonken, en waar hier en ginder +uit hoopen rijs een vuurtje glom, bleek in den zonneschijn, onder +rechtopgaanden blauwen rook, gingen wij, het pad volgende, langs een +koelte-ademend ravijn. Toen kwamen wij daar waar het ontginningswerk al +eerder begonnen was en de bewerking van den grond al gaande. Zooals de +rijstbouwer een helling aanlegt voor zijn sawah, zoo had de planter de +heuvels gefatsoeneerd voor zijn thee: in smalle terrassen. Het geheele +beloop van voet, helling en kruin stond geteekend in evenwijdige +lijnen, juist zooals dat in rijststreken te zien is. Evenwel met een +onderscheid: het rijstterras heeft een kleinen dam als zoom, die het +water vasthoudt op de planten; het theeterras daarentegen een geul, +een "vang-goot," die, nog versterkt door een heg van struikgewas, de +aarde moet opvangen en tegenhouden, door de slagregens losgespoeld van +de helling. Een menigte koelievolk was aan het graven van terrassen +en vanggoten: mansvolk alles. Maar verderop arbeidden vrouwen. Op +een geterrasseerde helling waren zij bezig plantgaten voor de thee te +steken, volgens een maat, die zij aan een met knoopen gemerkt touw en +een bamboelat bij zich droegen, en met een verrassende behendigheid en +vlugheid pasten langs den grond: het geknoopte touw voor den afstand +van de plantgaten langs de golvende terrassen, de lat voor den afstand +van de gatenrijen in de breedte der aardstrook. + +Weer een eind verder zagen wij de heuvels geheel en al groen. Daar +stond--al krachtig opgeschoten--datgene wat in de plaats was +gekomen van het oer-woud, en waarvoor al die arbeid van kappen, +rooien, branden, graven en meten de voorbereiding was geweest: +de jonge thee. Het fijne frissche loof, teer-tintelend in de zon, +was als water zoo koel tegen de oogen, zooals het daar doorschijnend +lag te gloren te midden van het zwartige oerwoud-groen. + +Het huis van den planter stond op een heuveltje, midden in dien nieuwen +tuin. De planter had het zelf, met zijn eigen werkvolk, van het hout +dat rondom groeide, gebouwd; en de kleur, de glans en de zachte geur +van het woud hingen nog aan dak en wanden. Het was maar klein: en +de planter dacht aan den bouw van een grooter en geriefelijker. Maar +daarmede, als met zooveel anders op de jonge onderneming, moest nog +gewacht op ontwikkelingen, die eerst de toekomst brengen kon. Terwijl +wij thee dronken op het smalle bordesje, tusschen opgangs-trap en +huisdeur, en fotografieën bezagen van thee-tuinen op Java, om tot +een voorstelling te komen van wat de heuvels rondom ons zouden zijn +over eenige jaren, verhaalde de planter ons van zijn werk en zijn +verwachtingen. + +De eerste thee die op Java gezaaid werd--dat was in 1826--was uit +China afkomstig. Maar die soort wordt sedert lang al niet meer +gekweekt. De "Chineesche thee" van tegenwoordig is meestal oogst +uit inlander-tuintjes, grof blad, dat met allerlei sterk geurende +bloemen welriekend gemaakt en op onzindelijke en gebrekkige wijs +bereid is. Verpakking in Chineesch papier moet aan de herkomst uit +China doen gelooven. De goede thee, die op Java wordt gekweekt, is +de Assamsche soort. Als de stammetjes drie voet hoog zijn, begint +de pluk; als ze de vijf voet hebben bereikt, worden zij geknot tot +struiken. Het uitsnijden van den stam dwingt het boompje tot het +maken van een menigte zijtakken. Op gelijke hoogte gesnoeid, vormen +die een groot "snijvlak," waarvan altijd door weer hoeveelheden jong +uitloopend blad te plukken zijn. Dit is het werk uitsluitend van +vrouwen: het vereischt een lichte, behoedzame hand. De bereiding van +het geplukte blad, het drogen, dat technisch "flensen" heet, en het +oprollen der bladeren tot de kleine staafjes zooals de thee-verbruiker +die kent, gaat tegenwoordig geheel machinaal: ook de thee heeft +de algemeene ontwikkeling medegemaakt, die handenarbeid door het +zindelijker, nauwkeuriger en sneller, weshalve goedkooper, werk van +de machine vervangt. En evenals de techniek de bereiding, bevordert +het wetenschappelijk onderzoek de teelt van de thee. De experimenten +door de gebroeders Bosscha in het laboratorium en op de proefvelden +van de onderneming Malabar gedaan, komen den planters van heel Java +ten goede. Het is alweer dezelfde ontwikkeling, als die zoovele andere +Indische cultures hebben doorgemaakt: van overlevering of probeeren +in het wilde, naar wetenschappelijk onderzoek en methode. Tezelfder +tijd is er naar het verbeterde product een steeds grooter vraag +gekomen. De teelt breidt zich uit: nieuwe landen gaan meedoen, onder +andere Sumatra. Hoe bij uitstek geschikt het koele klimaat en de rijke +woudbodem van de Westkust voor het gedijen der thee zijn, zagen wij aan +den forschen groei en het welige loof van den jongen aanplant rondom. + +Er is echter ter Westkust een moeielijkheid, elders onbekend: zij ligt +in den eisch van vrouwenarbeid in verband met het matriarchaat. De +vrouw van deze streek is onder het matriarchale stelsel over het +algemeen wèl genoeg verzorgd, gevoed, gekleed, gehuisvest, om te +kunnen leven, zonder arbeid om loon. En degenen, die dat toch niet +kunnen, vinden zulken arbeid op het erf van dorpsgenooten en zoeken +niet verder. De theeplanter moet dus lokken met de allergunstigste +voorwaarden van loon, arbeidstijd, huisvesting en gelegenheid tot +aanschaffing van kleeding en verder behoef van de best mogelijke +soort tegen den laagst mogelijken prijs. Maar als hij er al in +slaagt op die wijze een voldoend aantal vrouwen te winnen voor een +begin van exploitatie, dan zal hij niettemin bedacht moeten blijven +op de mogelijkheid, hun aantal te vermeerderen naarmate van zijn +vermeerderenden oogst. De onderneming heeft twee vrouwelijke arbeiders +noodig tegen één mannelijken. Handhaven zich, ongewijzigd, de oude +toestanden, dan moet hij arbeidsters gaan zoeken op Java. Veranderen +zij, dan kan hij ze ook op Sumatra vinden; maar in welken getale, +dat zal, onder andere, van den aard en het tempo dier veranderingen +afhangen. + +Niet de natuur is het, maar de maatschappij, die voornamelijk de +ontwikkeling van de thee-cultuur ter Westkust van Sumatra zal bepalen. + + + + + +Europeesche ondernemingen op de Westkust.--Een Goudmijn + + +De groote aardplooi, die, van Malakka tot Amerika over den Maleischen +archipel en Japan loopend, de oppervlakte van het land tot gebergten +vervormt, houdt in het andesiet-gesteente, waaruit hij op Sumatra +bestaat, groote hoeveelheden goud- en zilvererts vast. Dat hebben van +oudsher de inboorlingen geweten, en van hen leerden het immigranten +en veroveraars. De goudmijnen, die nu Redjang Lebong, Lebong Soelit, +Simau heeten, zijn voor eeuwen al, door Maleiers eerst, toen door +Hindoes geëxploiteerd: Salida, zuidelijk van Painan, bij Padang, is +een oude mijn van de O. I. Compagnie, die bij haar komst de Inlandsche +gouddelvers daar reeds aan den arbeid vond. De methoden van exploitatie +waren natuurlijk primitief, en het gewonnen goud en zilver, waarvan +het grootste deel gevonden werd in het zand van de bergstroompjes, +maar een uiterst gering gedeelte van de hoeveelheden, in de scheuren +en barsten van het vaste gesteente beklemd. De werkwijzen van den +nieuwen tijd pas, toepassing van wat sedert het eind der achttiende +eeuw de nieuwe wetenschap omtrent den bouw der aarde had ontdekt, +konden in hun schuilplaats de kostbare ertsen vinden en bemachtigen. De +oude mijnen, veelal sedert lang al weer verlaten, werden met dynamiet, +met kracht van water, stoom, electriciteit, opengebroken en doorboord, +in de richtingen die de speurende geologen hadden aangewezen. En in +het hart van de wildernis, waar zelfs nog geen inboorlingen ooit +zich hadden gewaagd, werden er nieuwe ontdekt. Anderhalve dagreis +ver van de theeplantage in het oerwoud ligt een van de rijkste dier +nieuw-ontdekte goudmijnen; een Duitsch geoloog vond haar in 1909. + +Er was al lang naar gezocht, door hem en door anderen. Zij allen +gingen af op twee stukjes gouderts die een Inlander had gevonden: +want de oude traditie van het goud-zoeken is nog levend onder het +volk, en jagers en woudloopers hebben er verwonderlijk goed slag van +het erts op te sporen. Een Engelsch geoloog ging de wildernis in, +bracht eenige maanden met zoeken door en kwam tot de slotsom, dat +de brokjes toevalligerwijs op de vindplaats gekomen moesten zijn en +dat er geen goud-ader liep door het gesteente van die streek. Hij +was een deskundige, die naam had gemaakt door nasporingen in +Australië: de maatschappij die hem uitgezonden had hield zich +aan zijn verklaring. Niet de Duitsche geoloog. En nu bleek weer, +wat zoo dikwijls al gebleken is bij een vergelijk van Duitsche en +Engelsche methodes, resultaten van Duitsch en Engelsch onderwijs: +de Duitsche, die wetenschappelijk is bereikte het doel, waar de +Engelsche, die empirisch is had gefaald. De Duitscher hield zich aan +zijn gedachte, die verder zag dan zijn oogen konden zien. Hij bleef aan +het zoeken; maanden niet, maar jaren hield hij vol. En ten laatste vond +hij. Een bekend geoloog, hoogleeraar aan een Duitsche universiteit, +won in Duitschland belangstelling en vertrouwen voor de zaak. Een +maatschappij werd gevormd, grootendeels met Duitsch, maar ook wel +met Hollandsch kapitaal. In Juli 1909 kwam een Duitsch mijn-ingenieur +met een geheelen staf van geschoolde krachten. En in Mei 1910 reed de +eerste buffelkar door het woud en over de bergen langs een effen weg +tot aan de plek toe waar het huis van den ingenieur werd gebouwd. Een +heirleger arbeiders was aan het werk op de onderneming, om langs de +steile hellingen, op de spitse toppen plaats te maken voor wegen en +voor woningen. En terwijl de eerste houten huisjes in elkaar getimmerd +werden, vorderden de ingenieurs met den arbeid aan de mijn. De eene +was bezig met den bouw van dammen, kanalen, bassins, om het water van +de rivier en de vele bronnetjes en beken der berghellingen te sturen +naar de plek waar zijn druk of zijn snelheid zou omgezet worden in +arbeid. Een tweede bracht de electrische installatie tot stand, die +overal nacht en donkerheden met witte helderheid zou doorstralen, +het gesproken woord langs metalen draden dragen over ravijnen en +bergtoppen, en de lucht vangen en samenpersen tot de drijvende kracht, +die vèr in het binnenste van den berg de groote boor duwen zou door +het gesteente. Een derde brak met dynamiet gangen open in de helling, +met balken en stutten geschoord tegen den druk van den berg en met een +ijzeren weg bevloerd voor den rit van de zware wagens, die het erts +zouden vervoeren. En in het kleine laboratorium op den heuveltop, +primitief ingericht, wat de geriefelijkheid van den werker, maar in +alles volkomen wat den eisch van het werk betreft, was een vierde bezig +met het onderzoek van het erts, dat, verbrijzeld en boven felwitte +vlammen gesmolten, het goud en zilver losliet uit hun verbinding met +waardelooze stoffen. Het bleek rijk. Het geel-blinkende spitsje aan +den kegel, die uit den puntig-toeloopenden smeltkroes te voorschijn +kwam, toonde een aanzienlijker hoeveelheid edel metaal in het erts +dan indertijd voldoende was om het vreemde kapitaal te lokken naar de +mijnen van Transvaal. De zes jaren zoekens van den Duitschen geoloog +waren verantwoord. + +Op dit oogenblik is de onderneming, hoewel nog niet in alle onderdeden +voltooid, krachtig in werking. Inplaats van die eerste buffelkarren +is het nu een geweldige vracht-automobiel, die, langs den nieuw +aangelegden weg, met dozijnen bruggen, kloven en rivier-ravijnen +overspannend, en in geleidelijke stijging heenslingerend over +de steilten, de groote kisten met machinerieën aanvoert van +het naastbijgelegen spoorwegstation. Een zaag, door waterkracht +gedreven, verdeelt de zware stammen, die de buffelspannen in kettingen +komen aansleepen uit het oerwoud, in planken tot op een millimeter +precies gelijk in dikte. Het erts, dat al bij hoopen geborgen ligt +in bewaarplaatsen terzijde van altijd weer nieuw gemaakte gangen, +uitgebroken in den berg, zal niet in Europa maar op de onderneming +zelf verwerkt worden: en daarvoor wordt nu tegen een hooge helling aan +het groote gebouw van rotsblokken ineengevoegd, waar de hamerende, +verbrijzelende en fijn-schiftende machines komen te staan. In de +reusachtige kisten, waar namen van Duitsche fabrieken op staan, +liggen die al te wachten. En bouwmeesters en opzichters drijven aan +tot haast, want bij den dag groeien de hoopen erts. En telkens worden +nieuwe lagen gevonden. Het gunstige toeval deed er mij getuige van +zijn hoe een nieuwe ader ontbloot werd, een bijzonder rijke. Wij +hadden een geruimen tijd al geloopen door de mijn, ieder met zijn +mijnlampje in de hand. Op den zwarten grond glinsterden rails, +donkere waterplassen, hoopen steengruis, een stuk gereedschap hier +en ginder. Wij bukten onder balken door, langs een pijpleiding of +een electrischen draad. Uit zijgangen kwam een waarschuwend sein, +en, met al luider wordend geratel, een reeks ertskarren; de donkere +gezichten van de koelies, hurkend tusschen de brokken, glansden +voorbijrijdend op in het lantaarnschijnsel. En terwijl dat voortgleed +langs den mijnwand, maakte het al de teere, fijne kleuren wakker, +die daar zoo lang in donker van grond geslapen hadden: zuiver wit, +zacht grijs, paars en een bloemig-helder en vroolijk licht-rood. De +erts-aderen liepen zwartig daar doorheen, met plotselinge scherpe +flikkeringen. Opeens bleef onze gids staan. Wij hoorden uitroepen, +zagen verraste gezichten, een blanke hand tastte in de opening, waarvan +juist een bruine hand de boor wegtrok. In het Hollandsch en in het +Duitsch door elkander klonk de tijding ons tegen van de rijke vondst. + +De inlander, die de groote boor hanteerde, keek als al de anderen naar +het schitterende brok erts in de hand van den hoofd-ingenieur. Wat +er op dat oogenblik door zijn hoofd ging? + +Misschien niets dan een vluchtige verbazing. "Wah! zooveel goud en +zilver in den grond!" En een oogenblik later zet hij de boor weer +tegen den mijnwand, en voelt de sterke schudding van samengeperste +lucht tegen draaiend staal en van staal tegen gesteente, en denkt, +àls hij al aan iets denkt, aan het eind van zijn werkdag, aan de +uitbetaling van het loon op "Hari Besar" en aan het dobbelspel, +heimelijk 's nachts bij den rondreizenden croupier, wiens komst op +de onderneming de koelies elkander toegefluisterd hebben. + +Maar misschien denkt hij toch ook aan iets anders. Misschien denkt hij +er over, welk een onderscheid het maakt, of een mensch oude gewoonte +en de getuigenis van zijn zinnen volgt, of dat hij te rade gaat met +het onderzoekende verstand: die Westerlingen met hun vele boeken en +hun machines vinden immers schatten, waar hij en zijns gelijken nooit +meer vonden dan kleinigheden! En misschien wordt er dan iets in hem +wakker als het begin van een begeerte naar weten. + +Het is maar een misschien. Maar wie gezien heeft, hoe zulk een koelie, +vroeger daglooner misschien op een gebrekkig bebouwden Javaanschen +bergakker, of visscher in een prauw, die aan een schrapenden hadji +hoort, of woudlooper, in de moerasbosschen van Borneo djeloetoeng +zoekend,--hoe zulk een stomp voortvegeteerend mensch na enkele weken +op een onderneming al weet om te gaan met gecompliceerde machines, +die gelooft dat het "misschien" een goede kans heeft op den duur een +"waarschijnlijk" te worden. + + + + + + +CELEBES + + +Makassar + + +Van Soerabaja naar Makassar is het nog geen twee etmalen stoomens; +de laatste indrukken van de afvaart zijn nog levendig in de +herinnering als de eerste van de aankomst al weer met de kracht van +het tegenwoordige oogenblik hen overmachtigen. Eergisterenmiddag +was het de drukte van het Oedjong-kwartier te Soerabaja: de nauwe +straten en de schuifelende menschenvolte van de Chineesche wijk; +de rivier, bont van beschilderde prauwen, waarlangs aan de eene +zijde, pakhuizen, magazijnen, loodsen voorbij, de tram stoomt, aan +de andere de spoortrein; dan de wijde zee, miskleurd een eind ver, +door het uitspoelende grauw, goor en bruin der rivier, maar aan +gene zij van een scherp getrokken grens, die met de golving op- en +neergaat, doch nergens wijkt, plotseling fonkelend blauw; en her en +der verspreid over dat tintelende watervlak, dat de donkere rompen +spiegelt, en de schaduw en schittering der rookpluimen, een vloot +van statige schepen, waar doorheen de haastende stoombarkas haar +weg zoekt naar de boot der Paketvaart. Schemering daarna en nacht, +een dag van enkel zee en lucht, weer donker; en dan, met zonsopgang, +de naderende kust van Celebes, waar, als een wacht en voorpost, een +klein lichtgeel eiland voor ligt, maar juist ruim genoeg voor een +half dozijn bruine hutjes, tusschen laag geboomte verstoken, en een +dunnen hoogen seinpaal. Recht vooruit, tegen den al feller wordenden +zonneglans in, dommelt tusschen nevelig-groen geboomte met spitse +donkere daken Makassar. Ontelbare visschersprauwen liggen op de ree, +blinkende met hun vierkante schuins gestelde zeilen, die wachten +op den wind. Reusachtig daartusschen steken groote stoomschepen +op. Verscheiden liggen er al gemeerd aan de kade, een Engelsche +stoomer naast een Chinees. De scherpe fluiten gillen, de machines +bonzen en ratelen, van zwaaiend uitgerekte kranen-armen af dalen +geweldige bonken van in kettingen saamgesnoerde balen en kisten naar +de volgehoopte kade, waar de donkere koeliedrommen warrend dooreen +bewegen tusschen de rij der schepen en de rij der loodsen, gapende +open aan weerszij. Dat alles geeft een indruk van sterken groei, zoo +plotseling begonnen, dat de gewende verhoudingen opeens en overal te +klein zijn geworden. De schepen moeten vaak op elkander wachten om +er een plaats aan de kade te krijgen, wordt mij verteld. Kooplieden +en zeevolk wachten verlangend op de nieuwe haven. + +Achter de aanlegplaats loopt een lange straat, die ook al ruimte +te kort komt voor het gedrang. Dat gaat naar de kade links af: en +recht uit naar de Chineesche wijk verderop, die met een rij smalle, +diep inloopende huizen, half winkel, half pakhuis, gedrongen staat +langs het strand. In het voorbijgaan ziet men door open achterpoorten +den fellen glans van de zee en het rechtlijnig gewar van masten en +takeltuig als achtergrond van een kantoor vol schrijvende klerken, een +donkere ruimte, waar balen en kisten opgehoopt staan, een winkel, waar +de menschen in- en uitloopen, of een naar de straat open huiskamer met +spelende kinders op den vloer, rondom de moeder, die op- en neergaat +met een kleintje op den arm. + +De Maleische buurt ligt als een wederpart van de Chineesche aan gene +zij van een ruim open plein ten westen van de aanlegplaats. Ook hier +loopen huizen en erven tot vlak aan zee. 's Morgens in de vroegte +kan men de naakte kinders zóo uit de huisdeur, half in slaap nog, +het water in zien loopen. De wijk is zorgvuldig aangelegd met +een rechtlijnig rooster van straten en dwarssteegjes. En telkens, +tusschen bruin van huisjes en groen van geboomte door, komt weer +het zee-blauw blinken, en een groot schuins gestreken zeil scheert +voorbij, of een prauwtje dat met zijn wijduitgeslagen vlerken en de +reppende riemen der roeiers een wonderlijk waterdier lijkt, driftig +op weg naar meer ruimte. De inlandsche wijk is veel minder vol, veel +minder druk dan de Chineesche; maar bedrijvig toch ook, en verrassend +door den zweem van orde, zindelijkheid en welvaren die over menschen +en dingen ligt. Zij gaat van lieverlede langs een breede straat, +aan het uiteinde waarvan, alweer, de zee blinkt, over in de buurt +waar de Hollanders wonen: zoodat aan de ééne zijde nette inlandsche +huizen staan met gevlochten wanden en bladeren dak, en aan de andere +kalkwitte steenen Hollanderhuizen op ommuurde erven. + +De Hollandsche stad van Makassar verschilt weinig van die van zooveel +andere steden op Java of Sumatra; witte huizen, elk in zijn eigen +tuin, aan weerskanten van wegen met zwaar geboomte beplant. Twee wijde +pleinen geven iets ruims en luchtigs aan den aanleg. Het eene gaat +tot aan het strand en heeft de fonkelingen en wijde verschieten van +de reede tusschen de stammen van de oude tamarinde- en kanariboomen, +die breed hun schaduwen spreiden. Aan de westelijke zijde van dit +plein ligt het fort. + +Het is de oude sterkte van de zeventiend' eeuwsche kolonisten, +die haar ouden naam nog draagt: Rotterdam. De geweldige muur staat +ongeschonden. En daarboven uit komen spitse roode daken tusschen veel +geboomte. Het is als een brokje van een oude Hollandsche stad midden +in dit tropische landschap, onder dezen fellen tropischen hemel. In +den hoogen breeden muur is een poort, die niet recht doorgaat, maar +zoo is gebouwd, dat de weg een hoek maakt: om den toegang te beter +te kunnen verdedigen, was dat. En die poort door komt men als in een +afzonderlijk stadje. Rondom staan huizen: één groot en aanzienlijk, +op zichzelf alleen; het huis van den commandant nu, het huis van den +"koopman" vroeger; de anderen in een rij, met gelijke ramen en daar +boven, gelijke kleine venstertjes onder het dak. In het midden staat +de kerk. Het gebouw is nu kleeding-magazijn; maar de oude bouwtrant, +de hooge vensters, de trap naar de poort, en tot zelfs het antieke +smeedwerk van scharnieren en slot toe, doen het, alle verandering +en nieuwigheid ten spijt, een kerk blijven. En die indruk blijft, +zelfs als men binnengaat, en in plaats van bankenrijen, kasten ziet, +en militairen inplaats van koster en kerkgangers. + +Rondom, tusschen kerk en huizen, is een groene hof, vol schaduw, +gras, aardige paadjes en gebloemte. Hier kan men wandelen, en, naar +de oude muren en spitse daken opkijkende, een oogenblik gelooven in +Haarlem te zijn, of in Naarden, ergens, tusschen de wallen en de stad. + +Er is sprake van geweest de oude gebouwen af te breken: dat is +gelukkig voorkomen. Al te mooi, en, in Indië althans, al te zeldzaam +is zoo iets ouds. Al te zeldzaam en mooi vooral in zijn tegenstelling +met die andere schoonheid van het nieuwe, in jonge kracht opkomend, +dat hier gaat bloeien aan de haven. Nu pas beginnend zal het over een +jaar of wat in volle fleur staan. En dan zullen Verleden en Heden te +schooner zijn, het eene door het andere. + + + + + +Door Paré Paré en Boni. De Meeren + + +Van Makassar naar Paré Paré, de opkomende haven, die de hoofdplaats is +van het gewest Paré Paré, gaat de weg der schepen door den Spermunde +Archipel. Mooiers is niet te bedenken dan deze vaart. Terwijl het +schip zijn lange, gladde, schuins wegglanzende vorens trekt over de +klare zee, waar de weerspiegeling van de hooge stapelwolken langs +de kim blank door blauw brekend op en neer wiegelt, zwemt het door +een geheelen zwerm heuvelige tot van den zoom van de zee toe groen +overlooverde eiland-dorpen heen. Half op het strand, half in het water, +staan op hooge palen de bruine visschershuisjes in een rij. Benden +naakte kinderen spelen er om heen. De vloot van prauwen, smal en +lang, op vlerken van breed-uitgebouwde bamboestammen evenwichtig +schommelend, ligt her en der verstrooid, wachtend op den wind. Telkens +verandert het zeelandschap, telkens andere eilandjes duiken op uit +het flonkerige, van blank, groen, bruin en violet doorblonken en +doorschaduwd blauw. Enkele staan alleen, als heuveltoppen; andere +liggen dicht te zamen, donkergroene eilandjes, lichtgroene ondiepten, +zandbanken, die wit, fijn grijs en goudig geel opschijnen door al +dunner overgloring van water, dat popelt van verschietende kleuren. Dan +weer wijken de eilandjes. En achter een breedte van diepere zee, die +haar eigen donker azuur weer toont, rijzen hoog en ver, wazig blauw, +de bergen van het Oostelijke vasteland. Hier in het opene varen de +groote Makassaarsche handelsprauwen, hoog van boeg als een zeventiend' +eeuwsch galjoen, met volle zeilen voor den wakkerenden wind. Het +scheepsvolk, Boegineezen met stoute gezichten, zonen van zeevaarders, +die meteen zeeroovers waren op de wijde wateren tusschen Malakka en +Nieuw-Guinea, zien onverschillig langs de groote stoomboot heen die +hun vaartuig dicht voorbijstreeft. + +De vaart duurt ongeveer een halven dag. Om acht uur de haven van +Makassar uitgestoomd, gingen wij om drie ten anker voor Paré Paré. + +De baai is bekoorlijk mooi. Tusschen den vasten wal, een ver +vooruitspringende kaap, en een rij eilandjes, in langen zwaai zich +strekkend, ingesloten, ligt zij, zoo vreedzaam als een groot meer, +het strand, de huizen en de groene heuvels daarachter te spiegelen. Het +plaatsje is in de lengte gebouwd, de lijn van het strand volgend, met +een buurt inlandsche visschershuisjes, een Chineesche winkelstraat, een +groep officierswoningen. Het assistent-residentshuis is pas voltooid, +zoo nieuw nog, dat struiken of gras den tijd nog niet gehad hebben, +het ruime erf rondom groen te maken. De weg die van den steiger er heen +leidt is ook nieuw, ruig van nog ongebroken stukken koraalsteen. De +handelsbeweging te Paré Paré is in den allerlaatsten tijd plotseling +en sterk toegenomen, en een krachtige verdere ontwikkeling wordt in +de naaste toekomst gehoopt. De zorgvuldig onderhouden zindelijkheid +en ordelijkheid van het plaatsje en de nieuwe aanbouw van woningen +en wegen geven een met die verwachtingen overeenstemmenden indruk +van nieuw ontwakend leven. + +Den tocht het binnenland in naar de groote meren van Sidenreng en Tempe +begonnen wij den volgenden ochtend voor zonsopgang. Het landschap +bleef liefelijk zoolang de baai in zicht bleef met haar wisselende +verschieten, die wijder werden naarmate de weg al steiler klom. Toen +verdween die glans en die wijdheid en aan weerszij schoof bruinachtig, +even golvend veld aan, waar hier en ginder een mager boomgroepje op +stond. Een paar weken geleden had het er hier zeker anders en fleuriger +uitgezien; toen was alles goud van de rijpe rijst. Maar nu de kleur +er af was, lag het land armelijk in de eentonige onbeduidendheid van +zijn formatie ten toon: uren achtereen hetzelfde, zonder teekening of +verschiet. Met dat al is de grond uitnemend vruchtbaar. Zelfs zooals +ze nu zijn, gebrekkig gebouwd en geheel afhankelijk van den regen, +die soms weken lang weggehouden wordt door een heeten drogen bergwind, +brengen de velden een rijken rijstoogst op. En die kan verdubbeld, +wanneer een goede irrigatie tot stand komt. In het Noorden van +het groote eiland, aan de Tomini-bocht, is daarmee al een goed +begin gemaakt; het gouvernement heeft daar als zijn helpers en als +onderwijzers van het landbouwende volk Baliërs, die, om misdrijven +tegen den adat uit hun land gebannen, in een kolonie op de Oostkust +van Celebes leven, en hun vaderlandsche tradities overbrengen op den +vreemden bodem. Naarmate de invloedskring van het goede voorbeeld +verder zich uitbreidt, loopt over grootere breedten van rijstveld het +leven-brengende water. Wie weet hoe spoedig al Celebes even groen, +frisch en vruchtbaar is als Bali. + +Voorloopig blijkt de bemoeienis van het bestuur uit den goeden +staat van de wegen, en uit de volkomen veiligheid. Het is moeilijk +voor wie hier vreedzaam langs den effen weg rijdt, zich voor te +stellen, hoe kort geleden alles nog wildernis was en strijd. Dat de +Celebes-expeditie, overigens, zoo snel afliep, schijnt wel grootendeels +een gevolg van den slechten toestand, waarin het geringe volk verkeerde +onder den druk van eene overheersching, in naam door zijn eigen +vorsten en adel, in werkelijkheid door de Arabische geldschieters, +die vorsten en adel in hun macht hadden, uitgeoefend. Kleine boeren, +kleine kooplui, visschers, zeevolk, woudloopers konden het onder "de +Compagnie" onmogelijk slechter en al heel licht beter krijgen dan zij +het hadden onder hun eigen radja's. Dat zij niet teleurgesteld zijn +geworden, merkt men aan de wijze waarop zij, in het binnenland, +reizende Hollanders bejegenen--zonder een zweem van angst of +onderdanigheid, maar voorkomend en zelfs gastvrij. + +De menschen, die wij langs den weg zagen, waren haast allen +marktgangers, dragend hun waar. Van het binnenland naar de kust gaande, +mannen en vrouwen die in manden van nog groen palmblad houtskool +droegen, palm-suiker, gedroogde visch uit de meren, en visch-broedsel +dat in de poelen en vijvertjes van de dorpen wordt uitgeplant. In de +reusachtige kalebassen, die hier voor kruik en vat gebruikt worden, +hadden zij palmwijn; en op den rug van geduldige lastpaardjes ("pateke" +heeten ze), zakken rijst van hun velden en zakken zand en kalk uit +hun groeven; het was goed te zien dat er gebouwd wordt op Celebes. De +mannen die van de kust kwamen, droegen meest zout het binnenland +in. De behoefte daaraan is nijpend. Gebrek aan zout is de oorzaak, +zeggen deskundigen, van de huidziekte, die met haar wittige schilfers +dit anders kloeke en welgebouwde volk mismaakt. Tot aan kleine kinderen +toe is die akelige vaalheid te zien. Zij schijnen er overigens niet +veel door te lijden. Het innerlijk-gezonde van het volksgestel komt +uit in krachtigen gang en rechte houding, en zijn vroolijkheid in +de felle kleuren van zijn kleedij, die paars tegen vuurrood, groen +tegen geel, blauw tegen oranje blinkt in de zon. + +Twee derden ongeveer van den weg heeft de reiziger achter zich, +als hij het hoogste punt van den onmerkbaar stijgenden weg bereikt, +en plotseling, verrassend schoon en stout, een wijd berglandschap +ziet liggen. Een paar kilometer verder verandert al weer het aanzien +van het land. Hier is toch een vlakte, waaruit, allerzonderlingst, +enkele kegelvormige heuvels opsteken. Men krijgt den indruk of dat de +toppen moeten zijn van een gebergte, waarvan valleien en hellingen +verborgen liggen onder die als een waterspiegel effen vlakte, het +bezinksel misschien van een binnenzee uit een verre geologische +periode. Het meer van Sidenreng, zilverig langs den gezichteinder +glanzend, ware dan het achterblijfsel dier zee, bij haar laatste ebbe +in een verzakking van den bodem gevangen.... Met die zonderlinge +kegelheuveltjes voor oogen, en over den weg verstrooid, stukken +koraal en schelpen, die breken onder den stap van het paardje, komt +men allicht tot zulke verbeeldingen. + +Alakoeang, het gehucht waar wij halt wilden houden, ligt tegen den +voet van twee steil-ronde heuveltjes aan, in een aardig nestje van +groen, verkwikkend voor oogen die vijf uren achtereen niets dan +kaal veld en zonneschijn hebben gezien. Wij bekortten, verlangend, +den afstand door een voetpaadje te volgen, het steile van de laatste +helling af, een paar ondiepe beken en plassen door, en over een ruig, +grauw, met brokken overzaaid veld. Voor twaalven nog waren wij in de +pasanggrahan. En door de wijde reten van bamboevloer en peloepoehwanden +heen woei de koele wind ons in het gezicht, die er aankwam van over +de Meeren. + +Vlak tegenover de pasanggrahan van Alakoeang wordt, eens in de vijf +dagen, pasar gehouden. Juist den avond voor pasardag waren wij er +aangekomen. Het vroolijk gerucht dat nog voor zonsopgang alle hanen +van het dorp aan het kraaien maakte, wekte ons in de vroegte. De +toestanden hier zijn nog primitief; dat was aan den pasar zoo goed als +aan de pasanggrahan te merken. De verkoopers zaten, met hun koopwaar op +het matje rondom zich uitgestald, op den grond. Een enkele maar had, +bij wijze van loods, vier bamboestijltjes met een schuins dakje van +riet en blaren, tot berging van zichzelf en zijn waar. De stalletjes +waren op zijn best twee-en-een-halven voet hoog. Men moest zich bukken +om te zien wat er onder zat: en dat bleek dan te zijn een stapeltje +opgevouwen sarongs--klaarblijkelijk Hollandsche import--een hoopje +ijzerwerk, spijkers, kettingen, hangsloten, of een paar blikken +petroleum, met misschien nog wat eetwaar of eenige aarden potten +en kannen. Zoo armelijk als het geheele gedoente was, ging het toch +vroolijk toe op den pasar. En de moeders hadden kans gezien om haar +kleintjes met sieraad van zilver en verguld op te tooien. Elke kleine +naaktlooper had een blinkende medaille op de borst en een blinkende +medaille op den rug hangen, als middelpunt van gekruiste snoeren. Er +waren alleraardigst bewerkte bij; de kinderen, in het geheel niet +bang of verlegen, lieten hun sieraad en zichzelf gereedelijk bekijken, +en de moeders stonden er glimlachend bij. + +Van Alakoeang is het ongeveer een uur rijden naar Teteadji, het +eerstvolgende dorp aan den landweg. Hier doet de onmiddellijke +nabijheid van de meeren zich kond in de zwarte netten, die aan +alle huizen hangen, en in stapels visch, drogende in de zon. Alleen +vrouwen en kinders zagen wij binnen in het halfdonker der hoog op +palen gebouwde woningen. Het mansvolk was met de booten uit. + +De aanhoudende droogte, die het geheele land van de kust af tot hier +toe vaal had geschroeid, had den waterspiegel tot ver beneden het +gewone peil doen dalen, en land gemaakt waar anders water is; de +blinkende zoom van het meer lag nu wel een twintig minuten rijdens +ver van het oeverdorp af. Van hier gezien pas toont het landschap +de ontzaggelijke grootte van zijn afmetingen. De heuvels en bergen, +die den rand vormen der vallei, liggen onduidelijk, flauw paars +en blauwachtig, langs den horizont. En onafzienbaar als een zee, +glanst tot in de verten toe het meer, dat de middelste laagte der +wijde inzinking overspreidt. + +Uit den geheelen omtrek komt het volk hier visschen, en van het eene +oeverdorp met zeilen en riemen varen naar het andere. Maar het meer +is zoo wijd dat die menigten vaartuigjes er in verloren gaan. De +eenzaamheid blijft ongestoord. In het riet langs de oevers en op de +vele zandbanken nestelen duizenden vogels, die niet opvliegen, zelfs +als de prauw vlak voorbijvaart; het is of zij de menschen niet eens +bemerken, zoo zeker zijn zij hier in hun eigen rijk en recht. De +roeiers van onze prauw joegen er een paar op met luid geroep en +klappen in de handen. Zij zweefden een eindweegs voort, wielden, en +streken weer neer, zoo dichtbij, dat de droppels van de opslaande +schepriemen hen besproeiden. Meest in aantal en verscheidenheid +waren de meeuwen,--groote roodbruine, zooals ook langs de zeekust +vliegen, parelgrijze met paarlmoerachtige glansen langs de borst +en de onderzijde der vleugels, en kleine, heel smalle, die zoo wit +waren als schuim, en een langen, scherptrillenden kreet uitstieten, +terwijl zij in wijde kringen zeilden. Hoog in de lucht hingen donkere +roofvogels, die, als zij plotseling neerschoten op den bespieden +visch, een ruischend gerucht maakten met hun groote, grauw-bruine +vlerken. Er stonden witte reigers hoogpootig te blinken tusschen +'t riet. Langs de zandbanken waadden op ooievaars gelijkende vogels +die, als pelikanen, een grooten zak tusschen snavel en hals hadden +hangen. En overal, op het water, langs het zand, tusschen de biezen, +schitterden prachtige waterhoentjes, met flikkerblauwe borst en een +schelrooden kam op den kleinen helderoogden kop. Onze prauw zwom: +de vogels zwommen: het ging alles in vrede en vriendschap. + +We waren al een goed uur onderweg, toen wij de eerste visschersbooten +tegenkwamen. Zij blonken ons met purperen zeilen tegemoet, die vierkant +tusschen rechte staken gespannen stonden. Toen zij vlakbij waren, +zagen wij dat die zeilen sarongs waren, zooals wij er op den pasar +van Alakoeang en aan de voorbijgangers op den weg gezien hadden. Het +scheen al te zonderling om het te gelooven, zelfs op eigener oogen +getuigenis. Maar het inlandsche hoofd, dat de reis mede maakte, +verzekerde dat het inderdaad sarongs waren die het varende volk hier +voor zeilen gebruikt. Twee boven elkander uitgespannen vormen een +windvanger, groot en sterk genoeg voor deze lichte scheepjes. Zoo +gerieft dit volk zichzelf en zijn vaartuig met één en hetzelfde +stuk goed, sarong vandaag, morgen zeil. Er waren een menigte prauwen +op het meer, en óverschoon die schittering in de zon van purperen, +rozenroode, oranje en vioolpaarse zeilen tusschen het blauwe water +en de blauwe lucht. + +Het meer van Sidènreng is met het meer van Tempe verbonden door een +waterloop, rivier in den regentijd, beekje in de droge maanden. Er +was ons gezegd dat het ditmaal geheel uitgedroogd was, en dat wij een +paar uur door modder te baggeren zouden hebben, om van het eene meer +naar het andere te komen. Maar er bleek nog juist zóóveel water te +staan, als voor onze prauw voldoende was. Tusschen blauwige biezen en +allerlei fijngebloemd watergewas wrikten de mannen het bootje voort. En +we kwamen er anderen tegen, die wij voorbijgingen met wederzijdsch +wijken en even dringen, zooals menschen zouden doen in een nauwe drukke +straat. Al die prauwen vervoerden visch, versche en droge. Dat wist +men al lang voordat men het zag. Vooral de droge visch--hoopen platte +grauwe beesten, den dungetanden muil opgesperd als in een verstarden +geeuw--was van verre al te merken. En dat niet alleen op de booten, +maar spoedig ook al van den wal. Langs weerskanten van het modderige +kanaal stonden hier, daar, overal, atap hutjes, waar visch lag te +drogen in de zon. Op den vloer van het paal-huisje, op den grond er +omheen, op de stellage van bamboestijlen en -horden er naast, overal +lag visch. Mannen en vrouwen, die langs het smalle pad gingen, liepen +gebukt onder lasten visch. Naakte kinders lagen te spelen tusschen +hoopen visch. En het voedsel, dat driften waggelende kwekkende eenden +onder zand, schelpen en wier te voorschijn haalden, was ook al visch. + +Halverwege het meer van Tempe overgevaren, kwamen wij aan de plaats +waar een deel van al dien overvloed van visch vandaan komt. Het is +een lange, modderig-bruine ondiepte, met opstekende zandbanken hier +en ginder, en tusschen grijsgroene biezeneilandjes een enkele poel +dieper, klaarder water. Eenige visschersprauwen lagen er voor anker, +roerloos boven het even-rimpelend spiegelbeeld van hun donkere kiel en +roode en oranje zeilen. De mannen waadden rond in het ondiepe water, +in elke hand een met de opening omlaag gekeerde korf, die zij onder +het voortgaan, rechts en links om de beurt neerstieten tot op den +bodem, waar, in de modder, de visch verscholen ligt. Voelen zij een +spartelend bewegen in de mand, dan steken zij, door een opening in den +omhooggekeerden bodem, den arm erin en grijpen hun vangst. De mand, +die niet in een gevlochten rand maar in een krans van scherpe pinnen +uitloopt, is gemakkelijk neer te duwen en gemakkelijk op te halen uit +de weeke modder. Het is verwonderlijk om te zien hoe vlug de visschers +ermee voortkomen, rechts, links, bij elken plonzenden stap door het +water een stoot met de mand omlaag. Zoo vroeg als het nog was in den +morgen, de wachtende prauwen lagen al half vol met visch. + +Met netten ook wordt er gevischt op de meren. Wij kwamen een geheele +reeks prauwen tegen, die de vangst al binnen hadden, en naar huis +varend met volle zeilen, het zwartige vischtuig tusschen de masten +gespreid droegen, om te drogen in den wind. + +En vóór de dorpen langs den oever, wier zoetklinkende namen de +roeiers ons noemen,--Alasaleyo Tjelingingi, Tempe--stond allerlei +vischtuig uitgezet, fuiken van wonderlijk fatsoen, en staketsels, +die, in bochten en slingers loopend, een waren doolhof vormen, waar +de binnenzwemmende visch niet meer uit ontkomt. + +De roeiers zeggen ons de namen van al dat vischtuig, de namen van de +visch, die overal, met een plons en een flikkering, opspringt uit het +water, de namen van de vogels, die, voorbijscherend, er op jagen. Zij +lachen, als zij zien dat dat alles wordt opgeschreven en nog meer, +als het hoofd hun verklaart, dat het in een courant komt te staan +en dat menschen in Holland het lezen zullen! Ze zijn vroolijk. De +roeitocht van zeven uren aan een stuk heeft hen niet moe gemaakt. Als +in de Oostelijke verte de daken van Tempe zichtbaar worden, roept +er een iets tot zijn kameraden. Meteen buigen tien lenige lichamen +diep voorover, de korte schepriemen vallen en springen met een slag, +waar het water in regenboog-doorgloorde buien van opstuift, de prauw +schiet vogelvlug vooruit. De drie roeiers naast het roer, achter op +de prauw, laten hun riemslag dwars tegen de maat van dien der anderen +in vallen. Als een huppelende dans klinkt dat. Een van de roeiers +begint te zingen, de anderen vallen in. De bruine daken komen nader, +de oever duikt op en rijst, aan den Zuidelijken horizont worden hooge +bergen al helderder. Uit het meer varen wij een rivier binnen. Het +is de Walanaë, die rustig en breed het land invloeit. Op den hoogen +oever ligt Tempe, dicht gedrongen met honderden bruine daken langs den +bochtigen loop der rivier gevlijd. Een half uur achtereen zien wij die +menigte van huizen. Al groeiende zijn twee groote dorpen elkander zoo +dicht genaderd, dat zij den voorbijvarende één lijken. Wij dachten +nog Tempe te zien, toen de roeiers hun riemen inhaalden, en terwijl +zij de prauw tegen den wal lieten drijven, zeiden zij dat hier het +doel van den tocht bereikt was, Singkang. + +Singkang is wat men een provinciale hoofdplaats zou kunnen noemen: +het centrum van het onderdistrict Singkang, dat, als een der rijkste, +met verscheiden andere landschappen ressorteert onder de afdeeling +Boni. Het dorp ziet er welvarend uit; de menschen dragen degelijke, +soms zelfs zwierige kleedij, de paardjes, die het marktvolk in rijen +langs den weg drijft, zijn doorvoed en verzorgd en stappen stevig onder +hun last; op zindelijke erven staan wèl onderhouden, huizen die van +goed materiaal gebouwd zijn. Nog een teeken van welvaart, het beste +wel: het volk wil leeren. Pas is de nieuwe school vergroot geworden, +en reeds blijkt ze alweer te klein. En niet alleen de jongens zijn het, +neen, evengoed de meisjes, voor wie haar ouders onderwijs begeeren. Als +uit deze laatste bijzonderheid op te maken valt, is het de handel, +waaraan Singkang zijn voorspoed dankt. Een bevolking die hoofdzakelijk +van den landbouw en van huis-industrie leeft, meent allicht dat +zij met lezen, schrijven en rekenen niet van noode heeft. En als +zij, min of meer gedwongen, haar jongens, die zij veel liever voor +buffel-herders gebruikt, al naar de school laat gaan, dan houdt zij +stellig en zeker haar meisjes toch thuis. Handelsvolk is wel wijzer. + +De pasanggrahan van Singkang ligt op den steilen oever der rivier. Van +de achtergalerij uit heeft men, over het smalle tuintje heen, +het uitzicht op de veerpont die daar heen en weer zwaait over het +breede sterk-stuwende water. Op pasardagen,--en pasar is het in +Singkang tweemaal in de vijfdaagsche week,--krijgt men hier een +indruk van de levendigheid van het handelsverkeer der streek. Voor +zonsopgang al begint het gedrang aan de pont, van dragende menschen +en bepakte paardjes. Daar komen ze aan, met rijst, met visch, met +maïs, met vruchten en groenten, met geweven goed, met kalk, met +atap. De slaperige veerman, dien zij wakker geroepen hebben, is nog +niet te voorschijn gekomen uit zijn deur, of zij hebben, dringend en +schikkend, hun plaats al gewonnen op den bamboehorden-vloer, die over +twee tot prauwenfatsoen uitgeholde boomstammen is vastgemaakt. En +de pont is nog niet halverwege den stroom, of een nieuwe menigte is +al weer saamgeloopen aan den voet der oeverhelling. Wie tegen een +uur of acht naar den pasar gaat, kan daar eenige duizenden menschen +bijeenzien. Het gemiddelde aantal wordt mij genoemd als van zeven +tot acht duizend. De pasarrechten, door den vorst van het district +gepacht, maken een aanzienlijk deel uit van zijn inkomsten. Als de +pogingen slagen, die het gouvernement doet, ter invoering van betere +landbouw-methoden, vooral als een irrigatiestelsel tot stand komt, +dat de rijstopbrengst van de streek eenige malen verveelvuldigen zal, +zullen handel en verdienste in een nog snellere en meerdere mate +toenemen dan zij deze allerlaatste jaren reeds deden. + +Celebes is van oudsher een land van handelaren geweest. Lang voordat de +Compagnie er kwam, hadden Makassaren en Boegineezen rijkdommen gewonnen +in een handel, die over tusschenstations heen, verbindingen gehad moet +hebben tot met China toe: getuige de hoeveelheden "schoon porselijn" +die Rumphius in zijn "Ambonse Historie" telkens weer opnoemt onder +den buit, door expedities der Compagnie in Celebes behaald. Maar die +handel was van een avontuurlijke soort, en de handelsman bijwijlen +roover, en dikwijls genoeg ook weer beroofde. Zoolang hij op zee was +moest hij zijn waar en zichzelf zien te weren tegen "het kwaadaardig +gebroedsel" van Ternate en Ceram, handelaars-piraten, als hijzelf. En +aan land was het nog wel zoo erg: daar loerde op hem zijn eigen +radja met zijn aanhang, tegen wie geen snelheid van schepriemen +en zeilen en geen scherpte van forsch gezwaaid zwaard hem helpen +konden. De vorst, of de edelman, of erger nog dan een van beiden, +de Arabische geldschieter, die den een als den ander in zijn macht +had, trad zijn huis binnen, zag er iets wat hem beviel, nam het. Hij +durfde niet kikken. Hij moest nog blij toe zijn om wat ze hem wel +wilden laten. Tegenover den edelman en den vorst had de gemeene man +geen rechten. In het binnenland van Celebes heeft die toestand zich +gehandhaafd tot in dezen tegenwoordigen tijd toe. Het nieuwe régime +pas, dat niet alleen in naam, maar ook inderdaad het Nederlandsche +gezag in de plaats van dat der inlandsche vorsten stelde, heeft er +een eind aan gemaakt. En van dien keer der zaken dateert de opkomst +en bij den dag in ongestoorde ontwikkeling rijkere bloei van den +inlandschen handel, waardoor het geheele dorpsleven veranderende is. + +Een einde gemaakt heeft het Nederlandsche bestuur ook aan de slavernij: +"met één pennestreek." En men zou verwachten dat de uitwerking van dit +verbod een nog diepergaande zijn moest, en die nog grootere en snellere +veranderingen in de inlandsche maatschappij teweeg moest brengen. Op +dit oogenblik echter--hoewel het in de toekomst stellig veranderen +zal,--is dat niet het geval. De opheffing der slavernij heeft de slaven +zelven vrijwel onverschillig gelaten. Op den pasar van Singkang hadden +wij een ontmoeting, die ons van die onverschilligheid een merkwaardig +staaltje gaf. Er was daar een gezelschap danseressen, onder geleide +van een oude vrouw. Terwijl de meisjes in haar bonte kleedij, wuivende +sluiers en aureool van vergulde bloemen op lange stelen rondom haar +beschilderd voorhoofd trillende, een langzamen rondedans dansten, zong +de oude een lang, eentonig lied, naar de maat waarvan zij haar schreden +schikten. Toen zij zweeg, hielden zij op en verbraken den kring. De +oude kwam naar voren en nam het geld van de toeschouwers in ontvangst, +dat zij wegstak in haar slendang. De meisjes keken er zelfs niet naar, +onverschillig, als omtrent iets dat hen niet aanging. Wij hoorden +dat zij ook werkelijk geen het minste belang hadden bij de opbrengst +van hun arbeid. Zij waren het eigendom der oude vrouw, die hen, jong, +van hun ouders had gekocht, hen onderwezen had in dansen en zingen, +hen voedde en kleedde, en zich het geld, dat zij verdienden met haar +vertooningen, toeëigende. Het bleek een erkende instelling te zijn, en +een door het geheele binnenland verspreide. Het gebeurt wel dat zulk +een meisje een minnaar vindt en trouwen wil: dan moet de vrijer haar +loskoopen van haar meesteres. Het gebeurt ook wel dat er een wegloopt, +omdat zij het eeuwig rondzwervende en toch eng-gebonden leven niet +langer harden kan misschien, of misschien ook omdat de man, die haar +trouwen wil, geen geld genoeg heeft om haar vrijheid te koopen. Dan +wordt er jacht op haar gemaakt en de gevangene teruggegeven aan +haar meesteres. Natuurlijk: als het geval voor den ambtenaar van het +Binnenlandsch Bestuur werd gebracht, was het oogenblik van klagen en +het oogenblik van recht en vrijheid krijgen, één. Dat weten zij ook, +allen: de ouders die het kind "afstaan voor geld," de oude vrouw die +hen exploiteert, de meisjes zelven. En niettemin gaan de eenen voort +met onrecht doen in volkomen gerustheid, en de anderen met onrecht +lijden in volkomen gelatenheid. Vraagt men: waarom dan toch?, dan is +het antwoord: "Wij zijn het altijd zoo gewend geweest." + +Dat was het antwoord dat wij kregen op de markt te Singkang; en dat +is het antwoord dat ambtenaars van het B. B. krijgen, wanneer zij +"slaven" trachten uit te leggen dat zij niet langer slaven zijn, +en vrij om te gaan waarheen, te leven zooals en te doen wat zij +willen. De "slaven" hooren de verklaring aan, hoffelijk en zwijgend, +naar inlander-manier. Maar bij zich-zelven denken zij: "Dat is weer +zulk een nieuwigheid van de Blanda's waaraan geen verstandig mensch +zich zal storen. Ik ben een slaaf geweest. Mijn vader en moeder +zijn slaven geweest. Mijn grootouders en overgrootouders, en al mijn +voorouders voor zoover iemand het kan nagaan zijn slaven geweest. Mijn +kinderen zullen ook slaven zijn. Als nu de Companie beveelt dat +dat anders moet worden, wordt het daarom anders? De Companie kan +wel bevelen dat wij inlanders allen een blanke huid moeten hebben +voortaan. Maar wij blijven bruin! Laat de Companie maar zeggen dat +wij voortaan vrij zullen zijn! Wij blijven slaven." + +Een enkele heeft de openhartigheid het ronduit te zeggen. En dan valt +den "bevrijder" de repliek moeilijk. + +"Slavernij" in het Hollandsch en "slavernij" in het Makassaarsch of +Boegineesch of Ternataansch of welke andere talen meer in Celebes +en in de Molukken gesproken worden, is niet hetzelfde. Zelfs voor +gekochte of geroofde slaven was de meester maar zelden hard: en +de slaaf op zijn erf geboren, als kind van ouders die zijner ouders +slaven geweest waren, was een lid van zijn gezin. De slaaf diende hem, +zeker. Maar ook vele van zijn arme bloedverwanten dienden hem. Bepaalde +grenzen omsloten de verplichtingen van den slaaf; daarbuiten had hij +ook rechten. Dat ging zoover, dat een slaaf eigen bezit kon hebben en +inderdaad dikwijls had. Zoodat het voor den Westerling onbegrijpelijke +geval zich voordeed, dat de slaaf rijk was, en de meester arm. En +dan was het juist de slavernij, die den rijken slaaf beschermde, +daar waar de vrije man onbeschermd bleef. De radja of de "edelman" +die een vrijen koopman plunderde, wachtte zich wel den koopman aan +te tasten, die, als slaaf, onder de bescherming van een anderen +grooten heer stond. Terwijl die groote heer zelf zijn slaaf ontzag, +gedeeltelijk omdat de adat dat voorschreef en gedeeltelijk omdat +hij hem als een huisgenoot genegen was. Dat de verhouding al sedert +eeuwen zoo geweest moet zijn, blijkt uit een verhaal, dat Rumphius +doet omtrent "den Koninck van Ternate, Hamsa" en Hamsa's slaaf "den +ouden roover Djouw Loehoe." Hamsa had den roover, dien hij op last +der Compagnie gevangen had genomen, weer losgelaten en op de toornige +vraag waarom, niet anders geantwoord dan "dat dezelve zijn slaaf was, +denwelke hij telkens weder konde krijgen als hij begeerde." Toen +de gouverneur-generaal hem aan zijn woord hield en eischte dat hij +Djouw Loehoe zou te voorschijn doen komen uit de sterkte, waar hij +zich in allerijl verschanst had, bleek de ware toestand. "Djouw +Loehoe wist den Koning niets ter wille, latende hem aanzeggen dat +hij wel bekende Zijn Hoogheids slaaf te wezen, maar dat hij voor die +reis niet konde afkomen, vreezende dat hij hem mede in onze handen +mocht leveren." De Koning vertrok dan met een langen neus." Waar van +zoo oudsher de verhouding van slaaf tot meester een zoodanige was, +is het ten slotte zoo verwonderlijk niet, dat de Westerling daarin +nog geen verandering teweeg heeft kunnen brengen. + + + + + +Pampanoea en Watampone + + +Op den weg naar de golf van Boni en Badjoa, dat de schepen der +Paketvaart aandoen, is Pampanoea het op Singkang volgende station. De +zachtjes krakende en kabbelende veerpont brengt den reiziger naar +de overzij der Walanaë, en een landweg op die door een vruchtbare +zorgvuldig bebouwde streek loopt. Zij is dicht bevolkt. Groepjes +hutten, het al groeiende begin van gehuchten, staan overal tusschen de +akkers langs den weg. De heerschende bouwtrant is hier dezelfde als op +Makassar: het huis dat van bamboe-reepen gevlochten is, staat manshoog +op palen. De voorzijde heeft drie langwerpig hooge vierkante openingen +als vensters, die dikwijls hetzij met gebeeldhouwde stijltjes, hetzij +met gordijnen zijn versierd, wat een Westersch-properen en gezelligen +glimp geeft aan het geheel. Aardig komen de gezichten der bewoners +te voorschijn binnen die omlijsting, wanneer zij den voorbijrijdenden +reiziger nakijken. Wij zagen twee van zulke huizen in aanbouw. Van het +eene stonden de gevel, vensters en alles voltooid, tegen het bloeiende +citroen-boschje van het erf geleund, te wachten op het gereed komen +van de zijwanden en den achtergevel. Het huisgezin was bezig die te +vlechten, met hun allen op den grond gehurkt rondom een rooster van +platgeslagen en gespleten bamboelatten, dat zij dichtten met behendig +doorgestoken reepen. Voor den avond zouden zij wel klaar zijn, leek +het, en de vier wanden, aan de randen samengehecht met een windsel +van rottan, dat tegelijk stevigheid en versiering geeft, vastgemaakt +hebben aan de bamboestijlen en op den houten vloer. En den volgenden +dag kon dan het dak er op, waarvoor de bedekking,--droog blad van den +arenpalm tot strooken saamgevlochten,--op den pasar van Singkang was +gekocht. En de buren, gekomen om te helpen aan den bouw, zouden met het +gezin de inwijding der nieuwe woning vieren bij een maaltijd waarvoor +ieder een portie spijzen had meegebracht. Het andere huis, waaraan +wij de bouwers bezig zagen was een al bewoond, dat vergroot werd. De +verbouwing had geen verhuizing noodig gemaakt. De wijdere wanden en +het hoogere dak waren om en over het oude huisje heen gezet; klein, +donker en dicht zat het binnen in de ijle overhuiving. In het bruine +tinteldonker achter de deur-opening kwam het huisgezin te zien, dat in +zijn snellen groei het stulpje zoo naar alle kanten uiteen had geduwd: +zeker een dozijn kinders, dicht om de moeder en een dampenden pot rijst +heengedrongen. Ieder kreeg zijn portie op een stuk pisangblad bij wijze +van een bord. Het allerkleinste werd gevoerd met balletjes samengeknede +rijst, die de moeder hem met den duim achter in de keel duwde, +onbekommerd om zijn gehuil: een schreeuw, een prop, een schreeuw, +een prop, om de beurt. Terwijl dus beneden in het oude huis gegeten +en gevoerd werd, werd gewerkt boven in het nieuwe; onder de handen +van den schrijlings over den nok gezeten huisvader vorderde het dak. + +Wij bereikten Pampanoea even voor den middag. Na Singkang met zijn +bedrijvig gewoel langs de rivier en op den pasar, en zijn dicht +aaneengedrongen huizen, lijkt dit Pampanoea, dat de officieele +hoofdplaats van de streek en een garnizoensplaats is, al heel klein +en stil. Strategische redenen hebben de keuze van het gouvernement +bepaald: Pampanoena is van meér punten uit en gemakkelijker te bereiken +dan Singkang, waarheen de hoofdweg de in ontelbare bochten slingerende +rivier is. Als garnizoens-plaats heeft het dorpje een "ver-Hollandscht" +voorkomen; breede, rechte, goed onderhouden wegen en een aardig park, +waaromheen de huizen der officieren gelegen zijn. Het inlandsche +dorp, van deze omgeving uit niet te zien, heeft ook iets Hollandsch: +in zooverre namelijk, als het ordelijk en zindelijk is. Aan het eigen +goedvinden van de bewoners overgelaten is een inlandsch gehucht dat +zelden of nooit. Het materiaal waarvan de huisjes zijn gebouwd is +van het lichtste: het heeft veel te verduren van het klimaat, in de +lange stormachtige regentijden: reparatie is altijd door noodig. En +dat is iets waartoe een Oosterling zichzelven niet gauw of graag +brengt. Of het om een wonderwerk van architectuur als een Balischen +tempel gaat, of om een boerenhutje hier in het binnenland van Celebes, +dat is hetzelfde. Wat eenmaal vervalt dat laten zij liefst verder +vervallen. De Baliërs hebben het zelfs verstaan aan deze hun trage +nalatigheid een glimp van godsdienst te geven: de goden willen niet dat +het vervallende hersteld worde. Het moet vervallen tot het niet meer +is. En dan moet de ledige plaats ingenomen door het nieuwe. Makassaren +en Boegineezen, Moslims, houden zulke bespiegelingen niet. Maar hun +practijk is dezelfde. Men kan huizen zien van welgestelde gezinnen +waar het dak in flarden van afhangt. Een vergelijking van gehuchten +als Alakoeang of Teteadji in de afgelegen meren-streek met Singkang of +Paré Paré of Pampanoea, standplaatsen van ambtenaren van het B. B., +maakt de verandering duidelijk die Westersch toezicht in Oostersche +toestanden te weeg brengt. + +Althans in woning-toestanden; in andere opzichten blijken sleur en +vooroordeel dikwijls nog te sterk. Bijvoorbeeld in dat van hygiëne. De +inlander heeft daarvan geen begrip. Getuige de manier waarop een +moeder haar kokhalzend kind volstopt met voedsel--en met wàt voor +voedsel soms! "Als mijn kind niet eet, sterft mijn kind." Als al +slikkende "mijn kind" tòch sterft--en ach! in getale sterven de +kleinen in inlandsche dorpen!--dan is het de "wil van Toean Allah" +geweest. Evenzoo is het de wil van Toean Allah wanneer in tijden van +epidemie vele honderden menschen sterven, die uit stinkende slooten +en poelen drinken; of wanneer zeere oogen met een slip van gore +kleedij afgewischt, dof worden en blind; of als huidziekten en wonden, +aan het toeval overgelaten, een mensch den dood aandoen. "Zeker was +het zijn uur om te sterven." In geheele streken van Celebes zijn de +pokken epidemisch. Het bestuur heeft de vaccine-campagne er tegen +begonnen. Maar nu het volk er toe te krijgen dat het aan die om +zijnentwille begonnen campagne meedoet! Alweer: het is de wil van +Toean Allah volgens welken een mensch de pokken krijgt of niet krijgt: +en aan dien wil verandert geen medicijn iets. Soms hoort men nog een +andere reden opgeven voor dien algemeenen onwil. Om der zonderlingheid +wille dient zij vermeld, zij het dan ook al onder voorbehoud. Velen +gelooven, zegt men, dat wie eenmaal de pokken heeft gehad in +dit leven, in het volgende er van verschoond zal blijven. Daarom +vinden zij het zaak de ziekte te hebben, en wie zoo ongelukkig is +niet vanzelf haar te krijgen, gaat naar een fortuinlijker buurman +en haalt een beetje besmetting. Het moet geen geringe voldoening +zijn in een tijdelijk geschonden gezicht den waarborg van eeuwige +schoonheid te bezitten!--Meenen zij het werkelijk zoo? Men hoort +het, en men leest het zelfs in officieele mededeelingen. Maar het +blijft altijd uitermate moeilijk te weten te komen of zoo iets een +persoonlijke opvatting is, of eene misschien tijdelijk of toevallig +in een bepaalde streek heerschende, waar de een of andere dweepzieke +fantast vat gekregen heeft op de kinderlijke gemoederen, dan wel of het +werkelijk een algemeen vastgehouden overtuiging is. De Oosterling is, +om redenen voor hem voldoende, zeer gesloten tegenover den Westerschen +overheerscher. En ook wie met al den ijver en de belangstelling die +uit oprechte sympathie voortkomen zijn leven gadeslaat, zal zich +moeten neerleggen bij het besef, dat hij niet dan in zeer zeldzame +gevallen meer dan den buitenkant er van te zien krijgt. + +De verbinding van het binnenland met de golf van Boni gaat langs de +rivier, die bij Singkang de Walanaë heet en verderop twee, driemaal +van naam verandert, bij het opnemen van andere stroomen. De mail, die +de booten der Paketvaart te Badjoa afgeven, wordt in een sloep aan +wal gehaald en met een stoombarkasje het binnenland in gebracht. De +menschen wachten op die barkas als een kleine honderd jaar geleden, +klein-stedelingen door heel Europa wachtten op de post-koets. En wie +kan, schikt zijn reizen naar de vaarbeurten van het bootje, liever +dan over de moeilijke wegen een tocht te ondernemen. Ook wij deden dat. + +Van het midden van haar breeden vloed uit, die goor en dik van +opwolkende modderwervelingen langs de flanken der barkas stuwde, zagen +wij de rivier laag in haar bedding liggen. Slijkerig zwart langs den +zoom van het water, grauw omkorst hoogerop, hingen ontbloote wortels +van boomen en struweel. In den nacht nog, klaarblijkelijk, was het +water onder het toch al buitengewoon lage peil verder gezakt. Het trof +te meer te hooren, hoe kortgeleden nog diezelfde trage slinkende stroom +den geheelen omtrek langs zijn beide oevers onder water had gezet, +en de opkomende maïs-velden der dorpelingen had doen verrotten in +een vloed die drie maanden achtereen bleef staan. Een bleeke streep +langs de stammen van den steilen oever was er van achtergebleven +als een peil-merk der natuur zelve. En een ander merk zou de zoeker +kunnen vinden in leeg geworden huisjes en verzwakte lichamen. Zulke +schommelingen tusschen verdorring en watersnood zijn niet zeldzaam +in deze streek, waar weken achtereen soms een heete van kalkdeeltjes +doorstoven wind van de verschroeide hoogvlakte overheen blaast, en +in den regentijd de bergen, als een dijk in de luchtzee staande, den +Westmoesson tegenhouden, waarop de zware regenwolken komen aangezeild. + +De kronkelige rivier kan de plotselinge vloeden niet verzwelgen noch +snel genoeg afvoeren. Regularisatie is allerdringendst behoef. Maar +ook hier weer is het--waar moet het geld, waar moeten de arbeiders +met het hoofd en de arbeiders met de handen vandaan gehaald? + +Voorshands wordt er gewerkt aan nieuwe wegen en het is een lust om +te zien hoe die vorderen, een lust om te zien ook dat het volk, +in heerendienst opgeroepen, er aan werkt zooals menschen werken +die weten hun eigen belang te dienen. Zij hebben het ervaren, +dat zij langs een ordentelijken weg gauwer vooruitkomen, meer +kunnen verdragen en vervoeren van huis naar pasar, meer kunnen +verdienen dus met minder moeite, dan langs de ruige paadjes over +stok en steen, door poelen en kreupelhout, waarmee zij vroeger zich +tevreden stelden. Zoo iets stellen de geboren handelslui die zij zijn, +op den rechten prijs. Hetzelfde geldt voor den aanleg van telegraaf- +en telefoonlijnen. Zij kenden in het begin het gebruik er niet van. En +toen kwam het voor dat zij, in alle onschuld, de leidingen doorsneden, +om van dat mooie, blinkende metaaldraad arm- en enkelbanden voor hun +kinders te maken. De leiding was, in hun idee, "een wegwijzer voor +de Companie" en wèl zonde en jammer daarvoor metaal te gebruiken, +terwijl het toch met rottan precies even goed ging: waarom zij, +eerlijk, overal waar zij draad wegnamen, er rottan voor in de plaats +inlaschten. Maar sedert een invloedrijk hoofd, half verdwaasd van +blijden schrik, de stem van een ver verwijderden vriend door de +telefoon te hooren kreeg, en aan al zijn volgelingen het wonder mee +ervaren liet, heeft dat opgehouden. Op zijn hoogst wordt een heel +enkelen keer door dezen of genen, wien vaderliefde en schoonheidszin +al te sterk worden, een heel klein eindje gediefd van het draad dat +de palen aan hun stut verbonden houdt. + +Bij een van de vele kleine gehuchten die als lafenis zoekende kudden +langs den oever zich neergelegd hebben, verlieten wij den stroom en +zochten een eind ver langs den nieuwen en voor onze oogen groeienden, +daarna langs den ouden, vervallenden weg, de richting naar de grot +van Mampoe. Er was ons gezegd, dat het gezicht daarvan alléén al loon +genoeg was voor meer tijd en moeite dan de reis door Paré Paré en Boni +kost. Zoozeer gespannen bleek onze verwachting toch nog kleiner dan de +werkelijkheid. Iets zoo fantastisch-schoons als dit binnen-bergsche +gebouw van blanke zalen, hoog als het schip van een kathedraal en +gedragen op zuilen waarlangs het afdruipend gesteente als tapijten, +als vaandels, als prachtig gewonden kransen en festoenen hangt, +vermag de verbeelding niet zich voor te stellen. + +De ingang is weinig bemerkbaar, verscholen als hij ligt onder de +overhangende helling van den berg en al het dichte groen dat daar +weeldert in den zonneschijn. Achter de lage, lange poort ligt al een +drempel steenachtige grond, waar nog het daglicht helder schijnt, en +schaduwtjes van hangende ranken luchtig liggen. Daarachter, opeens, +zinkt de vloer omlaag, rijst de welving omhoog, wijken de wanden in +schemering. Een duisternis in de verte is de neerglijdende ingang +tot een nog wijdere spelonk. Klein bewegen de lichtjes er door +heen van de in bossen saamgebonden dorre palmtakken, waarmede als +met smeulende flambouwen de inlandsche gidsen voorgaan. Als zij de +toortsen met een zwaai doen ontvlammen, staat een ruimte belicht wit +als versch ivoor: een zuiver-witte koepel langs vijf zuiver-witte +zuilengroepen opgegroeid uit een wittig-grijzen grond. Geen zweem +van kleur, geen verste echo van verstervend geluid breekt de witheid +en de stilte. Achter de machtigste der veelvuldig samengestelde, +opwaarts strevende, neerwaarts vlietende zuilenbundels ligt de +uitgang onzichtbaar. + +De smalle gang klimt, herwint den half-dag van de voorste grot, +kronkelt door hoekig versperde nauwten naar daarboven en daarachter +gelegenen. In de eene valt de zonneschijn door de bres, die een +geweldige aardstorting heeft gemaakt in de flank van den berg. Een +jonge boom groeit slank door de opening omhoog. Luchtwortels hangen +er in af van een waringin, die ergens, buiten staat. Tot een andere +hebben regen en plantengroei een weg gevonden langs verborgen +scheuren. Als een wonderlijke hemel, waaraan de regenboog schijnt, +staat het wittige verwulft gestreept met breede banden groen, bruin, +oranje en rood. Er is een derde, een vierde, een vijfde, waar het op +den grond afgedropen steen-vocht tot vormen zich heeft geschikt, die +het leven in de natuur daarbuiten nabootsen. Daar ligt--de Inlandsche +gidsen houden hun takken-flambouwen hoog om het vlammenschijnsel er +over te doen spelen--"de gestrande prauw," wier stuurman in zorgelijk +nadenken op de plecht zit, het hoofd op de rechterhand. De "krokodil +en de schildpad" kruipen naar het zwarte hol toe, dat de oever lijkt +van een ondergrondsche rivier. Een kudde herten is versteend in de +houding van doodelijk-beangste vlucht voor den jagenden ruiter en +zijn honden. En het rijstveld wordt aangewezen op een brokkelige +steilte, waar een reusachtige schoof donker tegen het licht staat +van de daarachter gelegen instorting. En "het graf van den Radja," +die op de jacht hierheen verdoold, den weg terug niet meer kon +vinden, en het hoofd op de steenen neerleggend, zich overgaf aan den +eeuwigen slaap. Zijn Raden ajoe is hier, die hem ging zoeken; en de +geheele stoet van vrouwen, die haar volgde. Maar achter die zalen +van een roerloos gedrang van steenen gestalten vol, liggen andere +ruimten, ledig geheel en al. Door het wittige zand, dat den vloer +fijn bestrooit, valt een van verre gekomen licht, blauwachtig als +het schijnsel van de maan. En in weder andere hangen aan de wanden +zonderlinge klompen, zwart tegen grauw, en een voortdurend geruisch +vervult de lucht, dat doet denken aan het schurende spoelen van een +rivier over steenachtigen grond. Hier is het kil. Telkens waaien +lichte vlagen koude. En men begrijpt niet waar vandaan, in deze van +alle zijden besloten spelonk, tot de fakkeldragers, hun toorts in +een snellen cirkel zwaaiend, het licht opwerpen tot aan de welving, +waar, in een zwarte werveling, tienduizenden vleermuizen warrelen, +die de lucht wannen met hun reppende vlerken. + +De doolhof van zalen en gangen met zijn wonderlijke versteenigen +heeft in de verbeelding van het volk een weerspiegeling geworpen +van legenden, even wonderlijk als verward. Het bleek ons dat zij +gaarne die vertellen. Geheel anders dan de eene deed de ander het. Hun +stemmen mompelden en morden in de bedompte lucht, terwijl zij elkander +tegensprekend in de rede vielen. Maar de meesten hielden toch vast aan +het verhaal van den Radja en zijn gemalin, die voor vele honderden +jaren, door een boozen geest in gestalte van een jachthond verlokt, +deze grot binnengekomen waren en na lang dwalen versteend. En wij +bemerkten, in het heengaan, dat bij "het graf van den Radja"--den +kring kleinere steenen die een groot, langwerpig blok omringt--eenige +vruchten neergelegd waren als offer. + +Na de duisternis, de koelte, het zwijgen, kwam ons toen het zonnige +landschap en het groepje huisjes waar vrouwen aan het rijst-stampen +waren, vreemd voor. En gedachten over de legende van den jager en zijn +liefste reden met ons mee langs den dagelijkschen weg naar Watampone. + +Watampone, een garnizoensplaats nu en een druk handeldrijvend inlandsch +dorp, is de oude residentie der vorsten van Boni. Reliquieën uit hun +glorie-tijd worden als in een soort museum bewaard in een huisje van +hout en atap, tot het complex van het vroegere vorstelijk verblijf +behoorend, en de nawerkingen van het oude regime zijn nog sterk in +de inlandsche maatschappij. + +De "rijks-sieradiën van Boni" werden ons vertoond door den bewaker, +een oudachtig man, die in gelaat, gebaren, spraak en houding, in +zonderlinge vermenging, tegelijk iets priesterlijks had en iets +slaafs. Voor hij de zware kisten opende, ontstak hij een reuk-offer +van "doepa" in een bronzen komfoortje, dat een gerimpeld oud vrouwtje, +stellig ook een slavin vroeger in het vorstelijk gezin, hem bukkend en +hurkend bracht. Toen nam hij, met ceremonieuzen omslag, de schatten +uit hun schrijn. Daar kwamen eerst kostbare wapens te voorschijn, +zwaarden, als die Balische edelen in hun familie-schat bewaren, met +"pamor" ingelegd staal, geborgen in een gouden scheede, prachtig +gedreven en met robijnen en diamanten versierd. Toen werden zijden +vaandels ontvouwen, beschilderd en geborduurd. Het eene was de vlag, +die gouverneur-generaal Speelman namens de Oost-Indische Compagnie +aan den Bonischen bondgenoot vereerde: op de breede, witte zij, licht +vergeeld van ouderdom en in de vouwen gebroken, staat een met volle +zeilen en wapperende driekleur varend Hollandsch schip geschilderd, +tusschen zon en maan, die, als reuzen verbeeld, elkander de hand +reiken, terwijl een rondom loopende zinspreuk verklaart dat Boni en de +Edele Compagnie vereend zullen blijven zoolang als zon en maan zullen +schijnen. Twee saamgeklonken ijzeren ringen, door inlegsel van goud +sierlijk gemaakt, verzinnebeelden verder dat verbond,--duidelijker +dan in de bedoeling van den gever gelegen kan hebben: inderdaad, +het goud is voor de Edele Compagnie geweest, en het ijzer voor +Boni! Een gouden keten, geweldig zwaar en dik, van het soort dat +Rumphius bedoeld moet hebben, als hij schreef van "gouden slangen," +gevormd door schakels niet, maar door gróote schubben, toont hoe de +Compagnie haar bondgenoot dankte voor hulp met de wapenen. Zij werd +aan den Vorst van Palakka vereerd, na zijn gelukkige veldtochten +in West-Sumatra en in Noord-Celebes, in 1672. En de scalp van den +vorst, de lange, grove zwarte haren los er langs zwierend, wordt als +allerkostbaarste reliquie vertoond, zorgvuldig gespannen over een +houten schedel. Er is sprake van geweest de "rijkssieradiën van Boni" +over te brengen naar Batavia, waar zeker het vele goud en edelgesteente +veiliger zou wezen dan hier. Maar men heeft ze in Watampone gelaten, +met ommezicht naar de gevoelens der bevolking. Het blijkt immers uit +de offers van wierook, bloemen en vruchten, geregeld nedergelegd in de +grafkoepels der sultans, een eindweegs buiten het dorp, hoezeer zij nog +steeds gehecht is aan de nagedachtenis van haar oude vorsten. Men zou +met recht mogen vragen, waarom dan toch? Veel goeds heeft zij waarlijk +van hen niet ervaren! Maar datgene wat de dessaman op het sultansgraf +komt eeren, is zeker niet deze of gene Aroe, van wiens daden, goed +of kwaad, hij immers niets weet; maar, eerder, een vage voorstelling +van eigen land en stam vereenzelvigd met de reeks zijner heerschers. + +Van den laatsten, die door den Boni-oorlog--(als men met zulk een +groot woord éen enkel gevecht mag noemen)--uit gezag, huis en land +verdreven werd, hoort men spreken als van een goedaardigen zwakkeling, +geheel versuft door opium-schuiven. Zijn eenig genoegen--en eenige +bezigheid tevens--was het visschen. Het beheer of wanbeheer over +zijn land liet hij over aan de "anak aroeng" (de afstammelingen der +vorstelijke familie en de edelen), en aan de Arabische geldschieters, +die die anak-aroeng, en hem zelven ook, in hun macht hadden, als +geldschieters niet alleen, maar ook als bloedverwanten; want de +Arabieren, slimme politici, waren veelal met vrouwen uit de heerschende +families getrouwd. Het nieuwe bestuur heeft nu een eind gemaakt aan +wat men "de wettige macht van den adel" zou kunnen noemen. Niet langer +kan een anak-aroeng het paard van een dorpeling verbeurd verklaren, +omdat het onder zijn huis door is geloopen, of de karbouw van den +dorpeling, omdat die langs den rand van zijn veld heeft gegraasd. En +hij zal het ook niet meer wagen een rijstveld van den kleinen man +te laten afoogsten of uit het huis van een Boegineeschen handelsman +te halen wat hem belieft. Maar de macht en het aanzien, door oude +traditie hem verleend, heeft de adel ook onder het nieuwe regime +behouden. Gewillig buigt de geringe man daarvoor. Het is zelfs niet +zeldzaam dat hij gehoorzaamt, wanneer een anak-aroeng hem een bevel +geeft, voor zijn eigen welzijn gevaarlijk; een bevel, bijvoorbeeld, +tot moord. Eenige maanden geleden werd in een dorp, aan de Noordkust +van de Golf van Boni gelegen, een afschuwelijke moord gepleegd; bij +het gerechtelijk onderzoek verklaarden de daders op bevel van een +anak-aroeng gehandeld te hebben. In de gevangenis van een ander dorp +in deze streek zag ik zelf twee vrouwen, die te zamen een oud paar +hadden geworgd. Het paar stond in het dorp bekend voor gifmengers. De +radja had bevolen hen te dooden. De twee vrouwen hadden het gedaan. De +zaak was nog niet ten volle onderzocht en bewezen: maar er werd, in +dezer voege, over gesproken als over iets dat volkomen vast stond +en aan allen bekend was. Niemand scheen er iets afkeurenswaardigs +in te vinden. De twee vrouwen hadden kalme, zachte gezichten. Toen +ik ze zag in de gevangenis, waren ze bezig met hun beiden een klein +meisje, het kind van de jongste der twee, te voeren. Het zat op het +matje tusschen de twee in. En de oudere vrouw zag het zoo vriendelijk +aan als de moeder zelve. Het zal wel onvermijdelijk wezen dat zij +gestraft worden voor moord. Maar even onvermijdelijk zal hun gelaten +afkeuring van het vonnis zijn. Zij hebben immers niet anders gedaan +dan wat zij meenden te moeten doen: gehoorzaamd aan hun meerdere. + +De adel onderhoudt het denkbeeld van die meerderheid in het volk en +in zichzelf door de handhaving van een uiterst strenge kasten-wet. De +geboorte bepaalt uitsluitend de waarde van den mensch. Omdat hij de +zoon was, niet van zijns vaders gemalin, met hem in rang en afstamming +gelijk, maar van een bij-vrouw, uit geringere familie voortgekomen, +werd de laatste Radja minder dan zijn voorgangers geëerd. De dochter +van een aanzienlijk geslacht huwt niet met den zoon uit een minder +edel. Liever blijft zij ongetrouwd, zoozeer dat tegen alle Oostersche +denkbeelden en zeden ingaat. Er zijn verscheiden "prinsessen" op +Celebes, dochters van regeerende vorsten of regeerende vorstinnen +(want ook vrouwen regeeren hier) die om die reden niet trouwen. + +De jonge man van goeden huize heeft, van de eerste jongelingsjaren af +al, een niet-officieele vrouw. Als kind is zij zijn dienend speelnootje +geweest; zijn slavinnetje zou zij kort geleden nog geheeten hebben. Op +zijn dertiende of veertiende jaar is zij door zijn moeder hem als +vrouw gegeven. Gaat hij later een huwelijk aan met een vrouw van zijn +eigen stand, dan moet hij de laag-geborene verwijderen: een vrouw van +adellijken stand behoeft geen bijvrouw te dulden. Zóózeer heeft het +standsbegrip zelfs de Mohammedaansche zede gewijzigd, die toch voor +onaantastbaar geldt. Nog meer. Ook het huwelijk tusschen gelijken in +rang blijft door die gelijkheid beheerscht en van haar afhankelijk, +zooals het op haar gebaseerd is. Een vermindering in aanzien van de +ouders brengt vermindering in aanzien van de dochter teweeg: zij is +niet langer haars mans gelijke, zij heeft niet langer haar adellijke +voorrechten; hij kan, om zijn eigen rang en voorrecht te handhaven, +haar verstooten. Het gebeurt herhaaldelijk, naar mij verzekerd wordt, +dat een schoonzoon zich dus losmaakt van aan lager wal geraakte +schoonouders, om het even wat de oorzaak van den achteruitgang zij, +eigen schuld of ongeluk. + +Het natuurlijk gevoel blijkt, dat spreekt vanzelf, dikwijls sterker +dan al dat kunstmatige. Een man weigert zijn laag-geboren liefste te +verstooten om de wille van de aanzienlijke vrouw, die zijn ouders hem +bevelen te trouwen. Een jonkman en een jong meisje willen zich niet +laten dwingen door de conventie, die op grond van verschil in stand +hun vereeniging verbiedt, en vluchten te zamen. + +Elk geval van dien aard maakt een steen los uit het oude gebouw +van feodale instellingen. En het schijnt wel dat in den laatsten +tijd zij al veelvuldiger worden: de rebellen weten immers dat het +Westerlingenbestuur hen beschermen zal tegen de vergelding, die +onder het oude regime stellig hen getroffen hebben zou. Gelieven +zoeken hulp en toevlucht bij den "toewan petor" (als, met een +echt-inlandsche vervorming van het oud-Portugeesche "fettor" de +controleur wordt genoemd) zooals Romeo en Julia het deden bij den +vromen klooster-broeder--vertegenwoordigers, de een en de ander, +van een gezag boven familietwisten of stands-verschil verheven. + +Maar, hoewel in aantal toenemend, blijven zulke gevallen toch +uitzonderingen. De regel is: de traditie. Traditie houdt de vereering +levendig voor den vorst, den onder Nederlandsch gezag "regeerende" of +den uit alle macht ontzette en buiten de landpalen verbannene. Traditie +houdt de voorrechten hoog van den adel. Traditie beheerscht huwelijk +en gezinsleven. En er zal nog heel wat water door de Walanaë loopen, +voor dat verandert. + +Als veelal in streken met nog maar gebrekkig ontwikkeld verkeer, vindt +men ook in het binnenland van Paré Paré en van Boni dicht bij elkander +gelegen plaatsjes elk met zijn eigen bijzonderheden op zichzelf staan: +wat het eene voor gewoonte heeft is in het andere uitzondering, wat +het eene maakt is in het andere niet te krijg. Pampanoea en Watampone +zijn maar ettelijke uren gaans van elkander verwijderd, maar elk +van de twee heeft zijn eigen industrie, in het ander onbekend. In +Pampanoea is het vlechtwerk van fijn slag. De vrouwen maken daar +allersierlijkste mandjes--men zou ze om het fatsoen beter schaaltjes +met overgestulpten deksel noemen--soms van bladerreepen, die zij eerst +verven, en die zij, in hun sprekende kleuren, weten te schikken tot +allerlei aardige patronen; en soms (dat is de kostbaarste soort) van +de goudgele glanzende en buigzame stengels eener orchidee. Stapels +van dat aardige goedje kan men op den pasar daar vinden. Vraag er +naar in Watampone: "dat maken de menschen hier niet." Daarentegen +maken ze heel mooi aardewerk: lampjes, komforen en koelkruiken van +velerlei fatsoen en versiersel; zelfs het grofste, dat op den pasar +bij hoopen opgestapeld staat, en voor een paar duiten het stuk wordt +verkocht, is aardig om te zien. Onder het fijnere, waarvoor zuiverder +klei wordt gebruikt, die bij het bakken een bijzonder mooie warm-roode +kleur krijgt, zijn ware pronkstukjes van primitieve kunst. Men zou +deze naïeve ceramiek, evenals het vlechtwerk van Pampanoea, wijder +bekend en gewaardeerd wenschen, ware het niet dat dan het gevaar zou +kunnen ontstaan, dat overal dreigt waar kunstwerk handelswaar wordt: +dat om de wille van de winst de kunstenaar zijn waar vervormt naar +den minder goeden smaak van den kooper. Aan het batik- en koperwerk +van Java kan men het zien hoe noodlottig Westersche navraag wordt +voor Oostersche kunstnijverheid. + +De pasar van Watampone, waar wij het mooie aardewerk vonden, werd +geheel beheerscht en geregeerd door een statigen, zwierig gekleeden +Arabier. Hij toonde ons de markt of het zijn eigen huis en erf was, +hij maakte met ons "le tour du propriétaire." Alles week voor hem +op zij. Hij had, hoorden wij, de pasar-rechten gepacht. Te Singkang +was het eenige huis, dat een zinken dak had en hoog daarmee uitblonk +boven al die bruine atap-nokjes, ons van verre al gewezen als het +huis van een Arabier. En we hadden gehoord van de feesten waarmee +hij een volle maand lang het huwelijk van een zijner dochters zou +vieren. Klaarblijkelijk hebben de Arabieren een goed deel herwonnen +van wat zij al verloren hadden gegeven, toen zij voor de naderende +troepen Boni ontruimden, nu vier jaar geleden. + +Hun bondgenooten van toen, de anak-aroeng, hebben zich niet zoo goed +weten te schikken naar de veranderde omstandigheden. Met den val van +den Radja--hij, arme sukkel, zucht nog altijd dat hij den oorlog met +"de Compagnie" niet gewild heeft, hij vroeg niet anders dan in rust +en pais zijn opium te mogen schuiven en zijn vischje te vangen,--met +den val van den Radja viel hun geheele staat. Het gouvernement volgt +een politiek van conciliatie tegenover de vroegere machthebbers: +jaargelden en decoraties aan de vorsten, benoemingen tot aanzienlijke +ambten aan de anak-aroeng. Maar het getal van zulke ambten is beperkt, +de oudste zoons komen als eersten in aanmerking, de jongeren moeten +zichzelven zien te redden. Dat kunnen (of willen) zij maar zelden; zij +zijn nu eenmaal gewend aan het zoete niets-doen en lui-lekker-leven +van den kraton, gewend aan het verzorgd, gevoed en gediend worden +door slaven. Als de familie hen niet onderhoudt--en families zijn +nog al eens weigerachtig!--rest hun niet anders dan stelen: werken +natuurlijk buiten quaestie zijnde. En nu ook die tijden al weer +voorbij zijn, toen het stelen in grooten stijl mogelijk was, op zee +in snelle roofschepen, of te land onder zulk een vaandel als Speelman +aan Aroe Palakka vereerde, doen zij het bescheiden in het klein: +als veedieven. De besturende en rechtsprekende ambtenaren hier in +de streek hebben meer dan met iets anders last en werk met klachten +van dorpelingen over vee-diefstal. En slag op slag zijn het jongere +zoons uit anak-aroeng families, die als aanvoerders der dievenbenden +ontdekt worden. Het geringe volk, zoo gedwee het in andere opzichten +tegenover den adel zich houdt, verdedigt zijn rechten op het stuk van +het bezit. De wetenschap, dat het een anak-aroeng is, die zijn span +buffels heeft weggehaald uit het veld, of van zijn vetste koe niet +meer dan de horens en de hoeven heeft achtergelaten in een boschje +even buiten het dorp, weerhoudt den dorpeling niet van een klacht +bij den "toean pettor." + +Hij zou zeker beter kunnen doen dan klagen: hij zou kunnen +voorkomen. Het ligt voor een goed deel aan hemzelven dat hij +bestolen wordt. Nergens wordt zoo slecht als hier in de streek voor de +veiligheid van het bezit gezorgd. Het vee wordt 's nachts niet naar het +dorp teruggedreven en opgesloten in stal of kraal: het blijft buiten, +in kampen, die, op zijn best, met een muur van los opeenliggende +steenen omheind zijn. Op zijn hoogst tegen de wilde varkens is dat +een afsluiting. Er is gepoogd het volk tot doelmatiger verzorging van +zijn eigendom te brengen; vergeefsche moeite. Naar hun voorgeven is er +geen plaats op de erven voor een stal, geen plaats in het dorp voor een +kraal, geen tijd om beter afsluiting te maken, geen mogelijkheid om op +gezamenlijke kosten een waker aan te stellen. Inplaats van overreding +is bevel geprobeerd: het hielp zoolang als de bevelende op de plaats +bleef, maar geen dag langer. Verdween hij, dan verdween de dwang, +en verheugd keerde alles terug tot de zoete vrijheid om zorgeloos +te zijn. Het is misschien een van de vele slechte gevolgen van het +Oostersch-feodale stelsel, nog zoo kort geleden hier het heerschende, +dat dit volk niet tot gemeenschappelijk overleg en samenwerking te +krijgen is, overal scheidingen van rang en stand gevoelende. In dat +geval kan het nieuwe regime verbetering brengen, ook hierin. Hoe +spoedig al, of over hoe lang eerst, dat zal, onder andere, afhangen +van het tempo waarin de middelen van verkeer zich ontwikkelen. In +het binnenland is daarvan nog maar het allereerste begin aanwezig. + +Watampone met zijn overkoepelde sultansgraven, zijn rijkssieradiën +en feodale tradities, met zijn krachtig opkomend nieuw leven ook, +dat onzeker nog naar nieuwe ruimte zoekt, is maar een uur rijdens ver +van Badjoa, het havendorpje aan de Golf. De reiziger doet evenwel wijs +als hij veel meer dan dien theoretisch-noodigen tijd er voor neemt om +naar de boot te komen. Bij laag-water moet hij een halven kilometer +ver over slib geschoven, aan gene zijde van dat breede slijkstrand +eerst kan hij uit de smalle prauw, die een dozijn inlanders voortduwen, +overstappen in de zeilboot, die hem de volle zee inbrengt, en langszij +den Paketvaart-stoomer. Ons ging het zoo. Omdat de telefoon-verbinding +tusschen Paloppo en Watampone verstoord was (en werkelijk toch nergens +draad gestolen!), zoodat wij niet te weten konden komen hoe laat de +boot de vorige haven op haar koers verlaten had en wanneer zij dus te +Badjoa kon zijn, waren we daarenboven nòg een uur vroeger dan wegens de +ebbe noodig geweest zou zijn op weg gegaan. Het dorpshoofd, dat ons te +Badjoa opwachtte, een dikke jonge kerel, bijzonder kruiïg gekleed in +een zwart jasje met blinkende knoopen en een rozerood-en-wit geruiten +sarong, sierlijk opgewipt over zijn ter zijde uitstekenden kris, ried +voor alle zekerheid den tocht over het slijk maar dadelijk te beginnen, +en op zee het oogenblik af te wachten waarop de rookpluim der stoomboot +aan den horizont opging. Aan den voet van den steiger lag de vlerkprauw +al te wachten, en de twintig heerendienstplichtigen waren ter plaatse, +die haar over het slibstrand zouden trekken: zij ging namelijk om de +mail voor het binnenland van boord te halen. Als op de Walanaë zouden +ook op het slijkstrand wij weer passagiers met de post zijn. + +De twintig mannen grepen de vlerken aan, waarmee de uitgeholde boomstam +straks op het water zijn evenwicht zou houden. Zij schoven en trokken, +met hooge stemmen elkander toeroepend, terwijl zij tot halverwege de +knieën voortplonsden door het groenachtig grijze zeeslib. Rondom, hier, +daar, ginder, waren menschen en vogels aan het krabben-zoeken. Geheele +scharen meeuwen trippelden over het slijk, reigers stonden op lange +pooten, naakte kinderen liepen er tusschen door, die hun hand in +blootgekomen gaten staken en er een spartelende klauwende krab uit +te voorschijn trokken. Wij zagen de verschrikte beesten wegvluchten +voor het schuddende naderen der prauw, dwars wegscharrelend uit den +verontrusten schuilhoek. + +Een goed half uur lang duurde de zonderlinge tocht. Toen spoelden +de eerste golven tegen de prauw. Eenige van de koelies liepen het +water in, spoelden slijk en zweet af en sprongen druipend nat in het +vaartuigje, dat zij met korte riemslagen roeiden naar de wachtende +zeilprauw. Die had al veel volk aan boord, kooplui met balen, zakken +en kisten en visschers met hun versche vangst. Door een opening in de +bamboehorde, die het dek vormde, kwam af en toe een jongen te zien, +met gebogen rug bewegend in het donker en het zwalpende nat daar +beneden. Alles wachtte op de boot. De sergeant, die de post ging +halen, ontdekte als eerste haar blauwe rookwolk aan de kim. Een half +uur later voeren wij op de "Spilbergen." En de deinzende kust van +Boni begon te verflauwen, werd onduidelijk tusschen lucht en zee, +en verdween uit zicht. + + + + + + +MOLUKKENREIS + + +Ambon + + +Uit verten van Noord en van Zuid komen flauwe bergen aangedreven, +waas-blauw eerst, dan azuur, dan in gloor en schaduw van modelleering +heerlijk groen. En de wijde baai, groot golvend, vereffent tusschen +haar naderende oevers tot zij stil wordt als een geleidelijk +uitvloeiend meer. Klaar tot in diepe verten van blauw toe glanst +zij langs den zoom van de welig begroeide heuvels. Daar tegenaan, +met een rij witte huizen langs het water en op een landspits, donker +van geboomte, een grijzig fort, ligt Ambon. Aan den ingang haast +van de havenstraat laten de groote schepen, heengevaren door een +ontelbare vloot van prauwen en bruinzeilde visschersvaartuigjes, +het anker vallen. + +Een smalle pier, op gering verkeer maar berekend, langs een aan +weerskanten bespoelden weg verlengd, die onder een poort doorgaat en +tusschen pakhuizen heen, loopt naar de stad. + +Hier, langs en bij de haven is haar drukste buurt--een paar lange +straten, parallel, recht toe recht aan met dwarsstraatjes er tusschen, +waarlangs winkels zijn en werkplaatsen, een enkel kantoor. Hier is +ook de markt, drie lange donkere loodsen, waar, van de diepte uit, +de glans doorheen schijnt van de baai en de donkerblauwe bergen van +Leitimor. Dichtbij komen de visschers aan, en trekken hun prauwtjes +op het strand. In de vroege morgen-uren vooral is het hier bont +van menschen. + +Het is het volk op straat aan te zien hoe sterk gemengd zijn afkomst +is. De meesten hebben glanzig krulhaar, groote rechtstaande oogen, +een krachtig bruine tint, waaraan vermenging met de Papoea's te merken +is, die vroeger, als slaven, bij menigten op het eiland leefden. Maar +Javaansche en Chineesche kenmerken zijn ook bij de vleet te vinden, in +gelige tint, in hooge jukbeenderen, in een wat schralen lichaamsbouw; +en in het geheel niet zeldzaam het Arabische profiel, of trekken die +zweemen naar het Westersche type, naar het gebogen Latijnsche of naar +het rechtlijnige Germaansche. Zoowel mannen als vrouwen hebben een +vrijen gang en blik, hun gezicht staat levendig, zij spreken met een +heldere stem, waarin een klank te hooren is van zingen. Wat aan hun +kleeding opvalt is het vele zwart. + +Oorspronkelijk moet dit zwart volkseigen geweest zijn: evenals het +donkere blauw van de Bataks misschien wel het behulp van menschen, +die niet veel tijd willen besteden aan het wasschen van hun +kleeren. Maar het is gaandeweg--en hoe dan ook--het teeken geworden, +waaraan een bijzondere klasse zich liet kennen als in naam door +godsdienst, inderdaad door bepaalde voorrechten verscheiden van het +overblijvende deel der bevolking. Het zwart is nu de dracht van de +Christenen, die, sedert de dagen van de Oost-Indische Compagnie, +de bevoorrechten geweest zijn onder de inboorlingen en het nog zijn +op dezen huidigen dag. In de stad Ambon--anders dan in de over het +eiland verspreide dorpjes, de "negorijen"--zijn zij allen of bijna +allen "burgers." Hun geschiedenis begint met de zeventiende eeuw. De +eerste Hollandsche bestuurders van Ambon hadden dit denkbeeld: van +het eiland een Hollandsche volksplanting te maken. Rumphius geeft +hun gedachtengang weer, als hij de overwegingen beschrijft, waarmee +Cornelis Matelieff toezag, "hoe licht de Ambonees in 't bosch zijn +brood uit boom kapte, zijn wijn ook daaruit tapte, in de riviertjes +een garnaaltje of vischje wist te vangen, dat hij met moeskruiden, +die daar in 't wild wiesen, in een pot van groene bamboe toegemaakt, +met een gauwigheid wist te koken, en dat over een vuur, dat hij al +mede voor de vuist door 't wrijven van eenige houtjes tegen malkander +wist te maken, en diergelijke mooie dingen meer, die beter voor een +Hollanders oog dan voor zijn maag zijn." De bedenking aan 't slot +is Rumphius' kritiek. Matelieff en zijn geestverwanten dachten zoo +niet. Zij geloofden aan enkel heil voor Hollanders op Ambon, dat +Land van Kokanje, die Rijstebrij-berg--of Sago-berg dan, want dat +"uit boom in bosch gekapte brood" was de sago--en zij gingen aan den +slag om er Hollanders heemsch te maken, en tegelijkertijd Ambonneezen +Hollandsch. Zóó moest het lukken! + +De Hollanders hadden maar al te vaak tot nog toe een losbandig leven +geleid, waarbij zij "niet anders als verachte slavinnen" tot gezelschap +hadden: Matelieff ijverde voor het huwelijk met "een dochter des lands" +en voor een behoorlijke opvoeding der kinderen, met catechisatie en +onderwijs in lezen, schrijven, rekenen "en het zingen der psalmen." De +Inlandsche kinders moesten ook ter school. In het binnenland wilden de +ouders daar niet graag aan, zij hielden de kleinen liever thuis als +hun helpers bij het werk op den akker. De beroemdste van Matelieff's +opvolgers haalde hen over met "schoolvoeding"--een pond rijst per +dag voor ieder kind dat kwam. + +Wie der Compagnie echter goede diensten bewezen had, kreeg daarvoor een +loon, dat hem geheel en al tot haar verknochten dienaar zou maken, tot +een bijna-Hollander. Dat loon was het "burgerschap," dat hem onthief +van de verplichte lasten, waaronder de Ambonnees zoo ongelukkig gebukt +ging: o. a. het telen van kruidnagels voor de Compagnie en het roeien, +weken lang, van de zware corra-corra's, waarin de Compagnies-dienaren +uittrokken op den hongi-tocht, om de kruidnagel-bosschen in andere +streken dan de door hen bepaalde, te vernielen. Als "burger" hield +de Ambonnees op een "negorijman" te zijn: hij was een bondgenoot van +de Compagnie, een Hollander op zijn Ambonsch. Hij was uit de klasse +der overheerschten gehaald en gezet op een plaats tusschen haar en +de heerschers in, en wel zoo dicht bij de heerschers, dat hij zich +verbeelden kon een van de hunnen te wezen. + +Hoe meer hij op hen geleek, hoe eerder hij aan die vereenzelviging +gelooven kon. Om burger te worden behoefde hij wel geen christen +te wezen. Maar als christen-burger was hij toch veel nader aan de +begeerde gelijkheid dan als Mohammedaansch burger. Er kwamen véle +christen-burgers. Van hen, en van degenen die later de klasse +vermeerderden,--op het scheiden van de markt maakte o. a. het +Engelsche tusschenbestuur "burgers" bij dozijnen tegelijk,--stammen +de hedendaagsche burgers af, de menschen in het zwart, die men 's +ochtends op den pasar tegenkomt. Zij zijn uitermate trotsch op hun +stand. Elke christen in Ambon acht zich méér dan elke Mohammedaan: +elk "burger" acht zich véel meer dan elke "negorijman." Maar iemand +die christen en burger beide is--tusschen dien en welken anderen +inlander ook, ligt een afstand onoverzienbaar: want hij is een +zoo-goed-als-Hollander. Tusschen hem en zijn vurig bewonderd Westersch +voorbeeld is maar éen rang: die van den Indo, den afstammeling van +den met "een dochter des lands" getrouwden kolonist naar het hart +van Matelieff en de zijnen. Het onderscheid is heden ten dage nog +maar in éen ding te vinden: in den Hollandschen familienaam van +den Indo. Dat is zoowat alles wat er van Matelieff's toch zoo goed +bedoelde plannen terecht is gekomen. De Indische natuur is sterk: +zijn Hollandsche leer kon nog niet weten, hoezéer. + +Het systeem van de O.-I. Compagnie, het is wèl bekend, heeft Ambon +arm gemaakt. Door sommigen--Riedel bijvoorbeeld--is zelfs gezegd, +dat het aan het eiland niet alleen zijn natuurlijke rijkdommen, +maar twee derden van zijn bewoners ontnomen heeft. De schade was +ook met den besten wil niet te herstellen, toen de Staat die taak +beproefde. "Onbegrijpelijk ellendig en diep ongelukkig" vond immers van +der Capellen de Molukken. Het was of den Inlanders de kracht ontbrak +zelfs om de toegestoken hand te grijpen en zich te laten optrekken +uit den armoe-kuil. Er is sedert veel gedaan, veel hersteld, ellende +als in de jaren 1820 is er niet meer. Maar niettemin: op het rijke +eiland is het volk arm. + +Dat het niet lijdt onder die armoe--lijden wat een Westerling lijden +noemt althans--dat het daarbij vroolijk is zelfs, en kan lachen, +zingen en dansen zooals het--zoo allerliefst!--doet, komt omdat het +toch zijn dak en zijn dagelijksch genoeg aan eten en aan drinken +heeft. Van den sago-boom, die wild in het bosch groeit, krijgt het +de bouwstof voor zijn huis en de bouwstof voor zijn lichaam. De +geweldige bladstelen zijn zijn planken, de gevouwen bladeren zijn +dak, het merg van den stam is zijn brood. Er is niet zooveel sago +meer op Amboina als vroeger; waaraan misschien de zorgeloosheid +van den Ambonner schuld is--Rumphius, die hulpvaardig zich met hen +bemoeide, klaagt daarover--en zeker het systeem van de Compagnie, +die den grond van het eiland en de krachten van het volk in beslag +nam voor de kruidnagelteelt. Maar véél is er toch nog, en wat er +tekort komt, dat wordt ruimschoots aangevuld door de aanplantingen en +de dorpsbosschen van Ceram, waar de Ambonneezen het gaan halen. Een +stam kost daar gemiddeld f 2.50. + +De sagopalm groeit vanzelf: weliger wel bij goede verzorging, die +hem lucht en ruimte geeft, en knagende insecten van hem afhoudt, +maar toch ook zonder dat, en rondom den stam komt meer jonge opslag +dan voedsel en plaats voor opgroeien kan vinden. Hij groeit tot zijn +tijd van bloeien is gekomen. Als de geweldige bloemtros, die uit zijn +hart opschiet, zaad gaat zetten, begint hij te verwelken en is na +eenige maanden dood. Voor dien tijd is het merg volkomen gerijpt. De +inlander, die, tegen den stam tikkend, aan het geluid heeft gehoord +dat dit zoo is, kapt den boom om, hakt er de bladeren af en neemt een +lang stuk schors weg, zoodat het merg ontbloot wordt. Dat gaat hij er +nu uithalen. Hij heeft dan een stuk bamboe, met een kantig steentje +in het ondereind geklemd, of enkel maar toegespitst. Daarmee, als met +een hamer en beitel tegelijk, klopt hij het merg los van tusschen de +houtige vezels die er doorheenloopen. Aan het ondereind van den stam, +dien hij glooiend heeft gestut, is een grove lap gebonden, een stuk +weefsel van den boom zelf afgehaald, bij wijze van zeef. Daartegenaan +spoelt hij met gudsen water, langs den trog van den uitgeholden stam +gezonden, het losgeklopte merg. Vezels en splinters blijven vóór de +primitieve zeef, het meeldragende water loopt er door, komt terecht +in een zinkbak, van de groote bladscheede van den boom gemaakt, +en bezinkt. Als het meel gedroogd is, kan het, zóó in een aarden +oventje gestrooid, dat in vierkante hokken is verdeeld, tot broodjes +gevormd en gebakken worden: die blijven maandenlang goed. Uit een goed +uitgegroeiden boom--een van dertig voet lang en een voet of vijf in +omtrek--is tusschen negenhonderd en duizend pond sago te halen. Dat +kan een man in een dag of vier vijf doen. En in evenveel tijd kan een +vrouw er broodjes van bakken van een half pond elk: ze heeft niet +anders te doen dan haar aarden oventje te vullen met meel en het +heet te laten worden boven een houtskool-vuur. In enkele minuten is +alles klaar. Nu worden voor een goed dagrantsoen vijf sago-broodjes +gerekend. Dus met de achttienhonderd uit zulk een stam is onze vriend +een jaar lang voorzien. + +Hij zal er natuurlijk wat bij moeten hebben: visch. Ook die is niet +moeilijk te krijgen. Als hij een "negorijman" is, heeft hij recht +van visschen op bepaalde plekken langs de kust, waar hij zijn lange +staketsels uitzet om met vloed de visch te vangen en haar tegen te +houden in het verloopend getij; en hij kan gaan schelpen en krabben +zoeken op de riffen en de zandbanken. Heeft hij als "burger" zijn +negorijrechten verloren, dan is het nog zoo slim niet: de heele zee +is vol visch! Wie omlaag kijkt over de verschansing van de stoomboot +kan ze zien zwemmen op de ankerplaats: prachtige dieren, rozerood +en purper sommige, en sommige paarlemoer en regenboogkleurig, en +zwart-en-groen, en bruin met paarse stippen. Ze springen spelend uit +het water op in zoo dichte scholen, dat de plons van het neervallen +doet gelooven aan het overboord slaan van lading. En om de pier heen +is het soms een gedrang van kleine vischjes als een massieve bank van +beesten. Wie er zijn hengel in uitgooit,--een touwtje met een kromme +speld doet het al, er hoeft niet eens een aas aan--die haalt op. En +in Februari, Maart, April komt ook nog de "Kaor," de overstelpende +massa van zeewormen, waar de heele baai wit van ziet, en die men maar +voor het opscheppen heeft. Wat water om het steenharde sagobrood in te +weeken, of anders wat sagomeel tot een stijfselachtige pap gekookt, +een zaadje Spaansche peper, een ui en eenige druppels citroensap bij +de visch: en het smakelijk maal is gereed. + +Om er een waar feest van te maken, is alleen nog maar een slok +sagoeweer noodig. Daar komen elken ochtend de dorpelingen mee naar +stad; bij dozijnen komt men ze tegen omtrent den pasar. De vrouwen +dragen de groote kruiken--die niet anders zijn dan uitgeholde +kalebassen--op het hoofd, de mannen hebben er twee bengelen aan het +bamboejuk, dat piepend wipt over hun schouders. Zonder veel kosten +is de drank gemaakt: een snede in den rijpenden bloesemtros van een +arenpalm, een bamboegeleding gehangen aan den opgebonden steel, en +in den schalm vol zoetig nat een wortel gelegd die het bitter maakt +terwijl het gaat gisten: daarmee zijn de productiekosten voldaan, +zoodat de verkoopprijs goed kan wezen, wat hij is: een schijntje. Voor +enkele duiten heeft de kooper sagoeweer te over om er nog vroolijker +van te worden dan hij van gelukkige nature al is. Als hij nu nog 's +avonds een feestje hebben kan--en dat kan hij allicht: een fluitspeler, +wat iedere Ambonnees is, eenige vroolijke meisjes, die er in overvloed +zijn, en de gastvrijheid van een kennis, die nooit tevergeefs wordt +verzocht, en daar is de danspartij al aan den gang--als hij nu ook +'s avonds nog zijn feestje heeft, dan zijn al zijn wenschen vervuld. + +Gelukkig. Maar nog veel meer helaas. Want nu hij met zoo geringe +inspanning alles kan krijgen wat hij behoeft, laat hij het ook +daarbij blijven en hij komt niet toe aan die wisselwerking van +elkander aldoor opdrijvende begeerte en inspanning die de voorwaarde +van alle ontwikkeling is. Hij kan goed onderwijs krijgen; hij neemt +het zoolang het moet, en laat het liggen zoo spoedig als het kan. Hij +wordt geen ambachtsman, dat is hem veel te lastig, dat laat hij over +aan den Chinees. Niet voor niets heeten de straten in de havenbuurt van +Ambon, waar de winkels en werkplaatsen zijn, "Chineesche straten." Hij +wil geen handel drijven. Dat is hem veel te zorgelijk. Het is de +moeite waard eens te gaan kijken op den pasar. Er zijn daar drie +loodsen, twee voor "inlanders," een voor "vreemde Oosterlingen." In +de loods der vreemde Oosterlingen, d. w. z. der Chineezen, Arabieren +en Klingaleezen, liggen manufacturen te koop, ijzer- en koperwerk, +conserven, glas, porselein; de Chinees, de Arabier, de Kling zit +achter zijn waar met zijn kasboek op zijn knieën en zijn oogen op +den gaanden en komenden man. + +In de loods voor Inlanders--en vooral er omheen, waar een +randje schaduw is en toch niet betaald hoeft te worden voor +standplaats!--liggen sago-broodjes, visch, eendeneieren, vruchten +(altijd onrijp, want de vijf, zes duiten voor djamboe en pisang zijn +vandaag noodig en dus kan niet gewacht tot overmorgen, als er tien +of twaalf voor gegeven zou worden) bij tijd en wijle ook eenige +ongelukkige kippen, bij de pooten tot een tros aaneengebonden en +de snavels amechtig open, zóó mager, dat de gewrichtshoeken door +het gevederte heen te zien komen: en de eigenaars, zielstevreden, +hurken op een kluitje met mogelijke klanten bijeen rondom een komfoor, +waarboven gedroogde visch geroosterd wordt; zoovelen als hun mond +niet vol hebben, praten allemaal tegelijk. + +Zij behoéven niet te werken. + +Nu doen zij het ook niet. + +Véél liever lui dan moe! + +De vreemde Oosterlingen worden menschen. De Ambonnees blijft tot zijn +dood toe een kind. + +Eén behoefte is er weliswaar, die den al-te-weinig behoevenden +Ambonnees prikkelt: die aan rang en aanzien in de maatschappij. Maar +ongelukkig kan ook dááraan zonder inspanning voldaan worden; en dat +dit zoo is, komt voort uit het systeem door de Compagnie ingevoerd en +tot op dezen huidigen dag gehandhaafd, van den godsdienst te maken +tot een klasse-onderscheiding. Het aangeboren klasse-gevoel ook van +den weinig en zelfs in het geheel niet beschaafden Oosterling--het is +te vinden immers onder Boegineezen en Batakkers--dat in den Ambonnees +nog even levendig is als het van oudsher was, vindt een ruimen uitweg +in het Christendom. + +'s Zondags in de kerk: daar kan men het waarnemen. De vrouwen van de +"burgerij" komen in haar mooie kleeren: de eene in een zonderlinge +stijf geplooide japonrok, waaroverheen de geborduurde kabaja, de +andere in sarong en kabaja en met muiltjes aan die aan de punt zijn +opgewipt, een derde met een kapsel door vijf zilveren haarspelden +vastgehecht als bijzondere tooi, terwijl een vierde er maar drie +draagt en een vijfde geen ander verschil toont met de dagelijksche +dracht van zwart katoen dan een wit zakdoekje in de hand bij het +gezangboek gevouwen. Dat zijn geen toevalligheden noch kleinigheden; +dat zijn klasse-onderscheidingen. Er zijn vijf klassen van burgers, +en hun vrouwen toonen het onderscheid in bijzonderheden van hun dracht. + +Wee dergene, die het wagen zou om in opgewipte muiltjes naar de kerk te +gaan als zij geen recht had dan op platte, of die vijf zilveren naalden +in haar "kondeh" zou willen steken, terwijl haar stand er haar maar +drie gunde! Het is nog niet lang geleden dat, bij opklimming in stand +door huwelijk (afdaling kwam niet voor) de hulpprediker er aan te pas +moest komen om de bruid in haar nieuw klasse-gewaad in te zegenen, +vóór zij naar de kerk ging, en haar te vermanen tot het betrachten +der "deugden aan dien hoogeren stand voegende." Die ceremonie is +afgeschaft. Maar van het gevoel is niets verdwenen. + +De wet zelve wakkert het aan. Het leger heeft soldaten noodig en de +Ambonnees met zijn wild Alfoerenbloed is een uitstekend soldaat. Elke +Ambonnees. Maar de wet maakt een onderscheid: de christen-Ambonnees +is de beste. Om dat duidelijk te maken geeft zij den Christen f 200 +als handgeld, terwijl de Mohammedaan maar f 60 krijgt. En behandelt +zij den Mohammedaanschen soldaat in het hospitaal als inlander, +samen met Javanen, en den Christen-soldaat als Europeaan, samen met +Hollanders. De Christen-Ambonnees is "gelijkgesteld," hem "competeeren" +dingen waarop de Europeaan recht heeft en de inlander niet. + +Natuurlijk zijn de gevolgen allerbedroevendst. Natuurlijk wordt een +geregelde knoei-handel gedreven met namen en doop-ceelen (bad-briefje +is de inlanderterm, letterlijk vertaald), waardoor Mohammedanen f 200 +handgeld trachten in te palmen inplaats van f 60, en zijn aanklachten, +onderzoek vanwege de justitie en veroordeelingen tot gevangenisstraf +wegens vervalsching van staat aan de orde van den dag. Natuurlijk +loopen de Christen-negorijen leeg van krachtige mannen, en blijven er +niet dan grijsaards, mismaakten en lepra-lijders over als (mogelijke) +beoefenaars van een ambacht. Natuurlijk komt het aan het Christendom +allerminst ten goede, wanneer eerzucht en geldzucht tot beweegredenen +worden gemaakt voor het toetreden tot de gemeente der Christenen. + +Maar tot op dezen dag toe is het zóo. En de naar "rang" begeerige +Ambonnees bevredigt zijn verlangen door zoo vroeg mogelijk lidmaat +van de kerk te worden en bij alle mogelijke gelegenheden te pronken +met zijn hoedanigheid van "Christen." + +Men moet zich, overigens, bij dat woord niet al te veel voorstellen +van hetgeen er gewoonlijk onder begrepen wordt. De Ambonnees is wel +heel precies op het bijkomstige en absoluut onbeduidende in de letter +van de leer: maar in hoofdzaken, naar den geest, is hij laksch en +laat zich zoo wat gaan op zijn oude fetisjisten-natuur. + +Dit werd mij verteld omtrent het een en het ander door een inwoner van +Ambon, die er vele jaren geweest was en in een betrekking waardoor +hij de beste gelegenheid had tot beoordeeling van zulke dingen: de +Ambonsche Christen wil zijn Bijbel lezen in een bepaalde vertaling, +die van Leydekker. Er zijn er later betere gemaakt, maar voor hem +is de beteekenis van den tekst onafscheidelijk vast aan enkele, +bepaalde uitdrukkingen van Leydekker, in de betere vertalingen door +andere vervangen. Nu die fouten er aan ontbreken, wil hij den nieuwen +Bijbel niet. In het doopsformulier is het woord "zoon" vertaald door +"mannelijk kind:" dát is in het Maleisch de wijze waarop "zoon" en +"dochter" onderscheiden wordt, "mannelijk kind" en "vrouwelijk kind;" +een afzonderlijk woord voor zoon en voor dochter bestaat niet. Een +jonge predikant die vond dat zulk een uitdrukkelijke bijvoeging +van het "mannelijk" waar geen gedachte aan vrouwelijk mogelijk was, +hier zoo min behoefde als in het dagelijksch leven, waar ze in zulk +een geval ook achterwege blijft, liet bij een doop dat "mannelijk" +weg en sprak alleen van "kind." Er volgde een dusdanige commotie in +de gemeente, door geen verklaringen of vermaningen van een ouderen +leeraar tot bedaren te brengen, dat overplaatsing van den jongen man +noodig werd. Aan een eed daarentegen hecht de letter-vereerder zoo +hooge waarde niet. Als hij door middel dáarvan absolute zekerheid +zal geven omtrent belofte of verklaring dan moet de eed gedaan op een +of ander heilig voorwerp: bij voorbeeld bij de geldkist in de kerk, +waarin de giften aan de armen geworpen worden. + +Twee Christenen hebben ruzie. Matulessi ziet over de borst van +Sopamena een gouden horlogeketting glanzen, dien hij den dag te voren +aan Mantulameten heeft geleend. "Dat is mijn ketting--hoe kom je +daaraan?"--"In het geheel niet! dat is mijn eigen ketting!" Hevige +ruzie. Matulessi krijgt zijn wederpartij de kerk in en naar de +geldkist, grist hem den ketting af en maakt ze vast aan de kist. "Als +ze van jou is, haal ze er dan maar af." Dat durfde Sopamena niet. Want +dan zou hij door den bliksem getroffen of door een slang gestoken +of door een krokodil verslonden zijn geworden. Dat geloof zat zoo +vast in hem als ooit in een zijner verre voor-vaderen, die bij den +heiligen steen in het bosch moest zweren en uit vrees voor geestenwraak +meineed meed. + +De voorbeelden zouden te vermenigvuldigen zijn, ook met zulke die +uitwerkingen veel minder onschadelijk van de antieke gedachtengangen +aantoonen: het braak laten liggen van een akker bijvoorbeeld, of het +staken van een onderneming, hoe noodig ook, ter wille van een slecht +voorteeken, een muis over den weg, het gekras van een bepaalden vogel +in de boomen. Het ongemak en het gebrek zelfs daaruit ontstaan wordt +als iets onvermijdelijks verdragen. Wie dat niet wilde doen, wie +tegen de waarschuwing in ging en den toorn van de geesten trotseerde, +zou het immers bekoopen met den dood! Daar helpt geen redeneeren tegen. + +Het lijkt echter of er verandering op komst is, of de Ambonnees begint +wakker te worden uit den eeuwenlangen dommel. Er zijn er onder de jonge +mannen en onder de jonge vrouwen ook, en de weinigen worden met den dag +meer, die niet langer tevreden zijn met het plantenleven van vroeger, +die het er op wagen willen met hun krachten. Inplaats van soldaat te +worden, probeeren die in den handel te komen of in administratieve +betrekkingen bij de scheepvaart. Er komen jonge Ambonneezen plaatsing +zoeken bij de Koninklijke Paketvaart, bijvoorbeeld, met de verklaring, +dat het hun niet om het salaris te doen is, maar om de gelegenheid +zich te oefenen in geregeld administratief werk. Er zijn ook wel +Ambonneezen onder het scheepsvolk, die zich oefenen in het schrijven, +sedert de schooldagen weer afgewend of heelemaal verleerd. Die vroeger +het leeren voor het schoolmeesterschap voor hoogste ambitie hadden, +verlangen nu naar middelbaar onderwijs of zelfs naar studie aan een +universiteit. Tehupejori heeft navolgers gevonden op het moedig +betreden pad. En meisjes die haar oudere zusters zien knutselen +met veeren en was om er bouquetten van te maken en als Ambonsche +curiositeiten te koop te bieden aan toeristen, gaan zelven den gang +naar de kweekschool, leeren zuiver Hollandsch spreken inplaats van +het brabbel-Maleisch met verdraaide Portugeesche woorden wonderlijk +vermengd, dat het taal-eigen van Ambon is, en doen een goed examen +als onderwijzeres. Zij worden geplaatst aan inlandsche scholen, +op Amboina en de Oeliase--de eilanden Haroekoe, Saparoea, Noesa +Laoet,--en voldoen daar, schijnt het, zeer goed. + +Het is alles nog, weliswaar, maar een begin. Maar dat er een +begin is, hoe klein van beweging dan ook, is iets gewichtigs en +verheugelijks. Men mag nu toch gelooven aan een toekomst voor de oude +Molukkenstad, waar tot heden toe alles het verleden is. + + + + + +Banda + + +De boot, die in den laten namiddag het anker licht uit de baai van +Ambon, komt met het krieken van den dag de uiterste eilandjes voorbij +van de wijd uitgestrooide Banda-groep, en de engte binnen tusschen +den eiland-vulkaan, Goenoeng Api en Banda Neira, groen van woud. + +De hooge rookpluim boven den krater vangt het eerste licht en begint +te gloren in blank en rozerood, als de hooge vederwolkjes aan de +lucht. De schemerende engte gaat open, de onvergelijkelijk schoone +baai straalt op binnen haar krans van eilanden. Het Oostersche licht +maakt den naakten bruinen vulkaan klaar rood, dat de ribbels en diepe +groeven, die van den kraterrand af spreidend omlaag loopen, vol glans +schieten en de zuivere spits doorschijnend staat als een vlam. Al meer +goud gaat spelen door het steil opstijgende groen van Banda Lontar, +dat in langen halfboog den zuideroever bouwt der baai. Met spreidende +flardenkruinen komen de palmbosschen aan den voet uit den morgendommel +te voorschijn en tusschen de nakende halmachtige stammen het bruin van +inlanderhutjes; de kanari-wouden, die tegen de hoogten op staan, worden +in glans en donkerte zwevende gouden koepels. Als nu de heele hemel +daglicht wordt komt van onder de purpertinten, die over kabbelende +golfjes heen wegglijden, het diepe blauw van de baai op, blauw dat is +als blauw vuur. Een liggende laaie gloeit het water. De weerspiegeling +van de glooiende oevers giet groen en bruin in dat felle blauw, en er +loopt een witte flikkering langs de randen, waar de golving aanbruist +tegen een zaaisel van rotsblokken. De diepte waarin het schip zijn +anker laat vallen is de krater van een ontzaglijken vulkaan, waar de +zee in binnenstroomde toen kruin en wanden instortten voor het geweld +der laatste verscheurende uitbarsting. Of van de diepe vuren de gloed +nòg schijnt door golven van land en water, door de bergen heen en de +baai, zoo fel zijn alle kleuren. + +Het stadje ligt aan den lagen oever van Banda Neira, met grauwige +gescheurde van loover overhangen tuinmuurtjes uit het water op, +bruine daken en een enkel rood er tusschen onder lage boomkruinen, +en aan gene zij van de steenen trap, waar altijd prauwen liggen te +dobberen, een ankerplaats voor de vloot der visschers. De douane-loods +is vlak voor aan den steiger; tusschen hoopen zakken en opgestapelde +kisten en vaten heen gaat de kortste weg naar de stad. + +Men loopt er als in een droom, die altijd maar weer verwarrend over +nieuw begint en te loor gaat: zóó is hier het leven stil blijven +staan. De straten zijn zonder menschen, zonder geluid. Groote huizen +staan er langs, zwaar gebouwd tegen den schok van de aardbevingen; +de voorgalerij is met marmer bevloerd, en er is iets sierlijks aan +de pilaren en aan het houtwerk van de deuren; aan de poort in den +hoogen tuinmuur een verdwijnende zweem van ornament. Maar het is alles +verlaten, leeg, dood. Een troepje naakte inlandsche kinderen spelend +bij den put, een vrouwtje dat een verschoten sarong uithangt over +een lijn, door het groen van een verwilderden tuin gespannen, lijken +de eenige bewoners. Het is haast verwonderlijk voorbij de gesloten +gevels aan een huis te komen, dat door open deuren en vensters +leven naar buiten laat. Sedert de laatste daling van de noten- en +foelie-prijzen, dus sedert een goede twintig jaar, is dat zoo. Het +herstel is langzaam aan beginnende, nu. Er komen weer noten en foelie +aan den boom, de Paketvaartstoomers dragen ze weg naar de schepen die +op Amsterdam varen. Daar is de markt beter geworden. En op het eiland +zijn de methoden van den nieuwen tijd in de plaats gekomen voor de +sleur van vroeger, toen het allemaal maar op goed geluk ging en de +planters violen lieten zorgen. + +Zooals het gaat op buitenplaatsjes, waar de aankomst van de boot +de gebeurtenis is een of twee keer in de maand, kregen wij bezoek +aan boord. Die verhalen toen van oud-ingezetenen, over den ouden +tijd! Eerst: de vrijlating van de slaven, voor wie de muren om +de oude erven zoo hoog gemaakt waren, indertijd. Nu mochten ze de +poort uit! Ze stonden klaar, gepakt en gezakt, man, vrouw en kind, +te wachten op den slag van twaalven in den nacht van Oud op Nieuw, +die hen vrij maakte. En er waren rijke planters, die hout hakten en +water haalden op 1 Januari, terwijl hun vrouwen rijst stampten onder +het afdakje in den tuin. Toen de goede jaren kort voor 1870. Het +begon te gaan, zóo zóo, met het vrije arbeidersvolk en de gestraften, +die de plaats hadden ingenomen van de slaven. De prijzen stegen in +Europa, en met een plotselingen sprong na den slag van Magenta, toen +Keizerin Eugénie voor haar lievelingskleur dat bloedige rood koos, +door cynische vleierij naar het slagveld genoemd, dat enkel uit foelie +bereid kon worden. Tot f 300 ging de prijs van den pikol omhoog!--Waar +moest men heen met al het geld! De fantasie van de planters vloog niet +hoog. Hoe zou zij? Ze hadden in hun jeugd, voor alle onderwijs, lezen, +schrijven en rekenen, les gehad van gepasporteerde soldaten, aan den +wal gezette stuurlui, een tijd lang zelfs van een ondermeester, die +geen Hollandsch verstond; en als jonge mannen en vrouwen waren zij het +eiland nooit afgekomen en hadden de slaven tot makkers gehad op het erf +van hun arm-geworden ouders. Zij konden niet anders verzinnen dan wat +zij gezien hadden: Bandasche dingen. De een liet zijn binnengalerij +bevloeren met rijksdaalders, de ander stak op een feest zijn sigaar +aan met een bankje van f 25, een derde verzon een schip vol ijs uit +Noorwegen te laten komen om de champagne te koelen voor een bruiloft, +de vierde ging niet anders meer dan met muziek voorop, heel Banda +als gast en een sleep van dragers met manden vol lekker eten en +drinken achterna zijn perken "inspecteeren," en een vijfde kreeg +een plotseling verlangen naar het gekwaak van Hollandsche kikkers, +waarvan hij een grootvader had hooren vertellen, en bestelde een lading +uit Holland, die in een reusachtigen bak aankwam, glimmend groen en +kwakend dat het dek er van dreunde. Ja! dat waren nog eens jolige +jaren! De oude heeren die er van vertelden eindigden met een zucht en +staarden hoofdschuddend voor zich heen. Te bedenken dat de foelie, +die f 300 gedaan had nog maar met moeite f 170 haalt, en de noten, +waarvoor f 150 de gewone prijs was, nù op zijn best f 25! + +Wij gingen een van de oude notenperken zien. Het was als een +wandeling in een overheerlijk mooi park. De noteboom is teeder, men +moet hem beschutten tegen geweld van wind en regenbuien en tegen de +schroeiende zon; daarom worden in de perken kanari-boomen geplant, +die hoog groeiend en breed, wolken beschermend loover uitbreiden boven +de notemuskaatplantage. Frisch staan in de doorschijnende schaduw, +tintelig van zonneplekken, de lichtgroene boompjes. Zij hebben een mooi +fatsoen, kegelvormig is om den rechten gladden stam de luchtige bouw +van het gebladerte geschikt. De bloesem is onaanzienlijk: een kleine +geel-groene kelk, op eenige passen afstand niet te onderkennen van het +blad. Maar hij geeft een heerlijken, kruidig-zoeten geur, dezelfde +in het veel zachtere en vollere, die uit de foelie komt. De noten +hangen dik. De rijpe, zoo groot als een abrikoos en naar die vrucht +ook wat zweemend door den langwerpig ronden vorm, de diepe groeve +overlangs en het rijke geel der schil, maken een mooie schittering +in de donkerte van schaduw en dicht loof. De grond ligt bezaaid met +de overrijpe vruchten die opengebarsten zijn langs de groef. Zwart +en rood tusschen helder geel komt het binnenste te zien, de glimmend +zwarte pit, die heel en al ingesponnen zit in een fijn vertakt groeisel +van felroode foelie. Al die vroolijke kleuren verschieten en vergaan +bij de bereiding van de noot. De glanzige schil gaat van de pit af als +zij boven den rook is gedroogd tot zij, ineengekrompen, rammelt in het +omhulsel; bestoven bruin komt zij ten laatste te voorschijn uit het +kalkwater. En de foelie op vlakke wannen uitgespreid, waar de zon het +felste schijnt, wordt eerst geel en dan verlept ros-bruin. Wij zagen +dat op het erf van de oude planterswoning. Zij ligt tusschen kanari- +en muskaatnotenboomen, op de kruin van den heuvel, waar het perk +tegen op is geplant, en waar, in de schaduw, grafzerken schemeren +van haast een eeuw her. Rondom den van bloemen bonten tuin staan de +loodsen en schuren en het pakhuis, dat vroeger een woonhuis was, +en waar op twee gedenkplaten het jaar en de dag gegrift staan van +geweldige aardbevingen, toen dak en muren instortten en het huis van +de grondslagen af nieuw werd opgebouwd. Door de blauwige donkerte +van de droogschuur, waar op een zolder van sagobladstengels de noten +lagen te drogen, bewogen halfnaakte mannen, wonderlijk belicht door de +schijnsels van vijf groote knetterende en smokende vuren, die zij deden +opvlammen met sissend neerploffende wildhout-blokken. Een oude man +zat gehurkt noten te schiften met zeven van verschillende grofte. En +van de loods achter hem naar den tuin gingen vrouwen heen en weer +met wannen vol foelie, die van verre schitterde in den zonneschijn. + +De eigenaar van het perk, een Arabier, die behalve planter, ook +parelvisscher is en handelaar in al de ontelbare voortbrengselen van de +eilanden en de zeeën tusschen Ceram en Nieuw-Guinea, heeft een museum, +waarin hij kijkers bereidwillig rondleidt. Als alle toeristen doen, +gingen ook wij er heen. We zagen er een parel waarvoor f 20.000 was +geboden en paradijsvogels in een groote volière samen met de groene +boschduif, lansen en schilden uit "de Papoe," prachtig oud Chineesch +en Japansch porselein, wortelhout uit Ceram en ebbenhout van Boeroe, +geel schildpad, vlinders, zeldzame schelpen en koraalgewassen. En +kregen al kijkend, vragend en luisterend het begin van een voorstelling +omtrent den rijkdom der Molukken. + + + + + +Ceram + + +Varende rondom Ceram, krijgt men van het groote eiland--het grootste +van de Molukken is het--den indruk dat het éen enkele lange berg +is, steil op uit zee, met scheuren in de flanken, ingereten en diep +uitgespoeld door de regenrivieren die met een vaart van de toppen +afgeschoten komen, en met, langs den voet, kleine, groene vlakten om +de monding van de heftige korte stroomen heen. + +Het is zwaar bewoud. Van zee uit gezien zijn de bosschen als een +donkere wolk tegen wanden aan en over hoogten heen. In dat zwartige +groen glanst soms een lichtere plek, dat is alang-alang, het hooge +gras van de wildernis, waar een man te paard in verdwijnt. Waar +het woud gekapt is, schiet het op, fijn groen eerst, dan gelig als +het begint te verdorren in de Oostmoesson-zon, dan wit als zilver +van bloesempluimen. De inlanders steken het in brand om de herten +er uit op te jagen, die voedsel en schuilplaats tegelijk zoeken in +de halmendichtheid. Dan is een poos lang de kale plek zwart; en de +eerste regen maakt alles wéer fijn groen. + +De steile kust heeft hier en daar zachte glooiingen; groen, komen ze +van de vertragende helling afgegleden, met een blinkend witten smallen +zandzoom langs het fonkelende blauw van het water. In de diepte +van de baai liggen eenige huisjes, er staat een loods waar lading +wacht op de boot. Het karakter van al die havendorpjes is vrijwel +hetzelfde; Piroe aan de Zuidkust, het eerste dat de schepen aanloopen; +op de Noordkust Wahai; om de Oost terug naar de Zuidkust, Teloeti, +Amahei; het zijn alle oude Alfoerendorpjes met een splinternieuwen +schijn van Nederlandschen regelmaat en zindelijkheid er over heen, +die uitgaat van de civielgezaghebbers-woning op den achtergrond. De +huisjes zijn nieuw, de gaba-gaba van de wanden glanst nog, en ze zijn +langs de rooilijn opgezet aan weerskanten van een rechten breeden weg, +met een goed onderhouden afrastering er langs. + +Achter dien ringmuur van ordelijke dorpen ligt het binnenland van +Ceram woest. Wat men de kust langs reizende daarvan gewaar wordt, +is niet veel meer dan een enkele troep Alfoeren, halfnaakt uit hun +bergen naar het strand gekomen om handel te drijven. Zij komen met +boschproducten, rottan, dammar, groote knobbels wortelhout; met huiden +en horens van herten, en willen Europeesch product mee terug nemen. + +Het eiland wordt gezegd rijk te zijn. De Westersche ondernemer begint +de exploitatie. Op de Noordkust wordt naar petroleum geboord, op de +Zuidkust heeft een Moluksche vennootschap den boschaankap begonnen; +een Australische firma, wie, lang geleden al, een streek land in +concessie is gegeven, ook in het Zuidelijke binnenland, is een paar +jaar geleden den klapperaanplant in het groot begonnen. Er groeit +prachtig hout in de Ceramsche wouden, wit ebbenhout, kajoe-koening, +dat citroengeel ziet en waar ook kleurstof uit wordt gemaakt, lingoa, +een rood-gevlamde mahonie-soort, salamoeli, dat op notenhout lijkt, +en nu het wortelhout plotseling zoo in de mode is gekomen, wordt +ook van die knobbelige uitwassen voor groote waarden uit het woud +gehaald. Kajoepoeti, waar de bekende sterk geurende olie uit wordt +gestookt, die hoe langer hoe meer voor medicijn gebruikt wordt in +Europa, groeit hier ook veel. En de klapper schijnt al even goed te +willen als de sago-palm, waarvan er geheele wouden zijn. Elk dorp aan +de Oostkust heeft zijn bosschen--aanplantingen kan men het haast niet +noemen, want de boom maakt zooveel opslag, dat inplaats van planten +eer kappen noodig zou zijn, zoodat de eigenaars zich in den regel de +moeite niet geven om de jonge spruiten in te boeten; en behalve daar +groeit de sago nog wild in het bosch ook. De menschen van Ambon komen +met heele dorpen tegelijk over in hun prauwen om sago te "kloppen." Ze +blijven een veertien daag of drie weken en hebben dan een provisie, +waar ze niet alleen met vrouw en kinders van eten kunnen, een jaar +lang, maar ook nog genoeg overhouden om te verkoopen op de markt. + +Op het algemeen type van kustdorpen maken twee een uitzondering: +Kilimoeri en Geser, op kleine eilandjes tegenover elkander gelegen +aan den voet van het steile kalkgebergte der Oostkust. Die twee zijn +door en door, wel niet Alfoersch maar toch Inlandsch; er is geen +zweem van het Westersche element aan te bekennen. Het zijn overoude +handelsplaatsen. Terwijl in het Ceramsche binnenland de Alfoeren, "de +wilde berg-boeren," zooals Rumphius ze noemt, koppensnellers-tochten +hielden, terwijl zij als roofvogels neerschietend uit hun horsten +van dorpen op het hakkelige gebergte, den guerillakrijg tegen +de Compagnie zoo verwoed en hardnekkig voerden, dat de Ambonsche +gouverneurs ten laatste in arren moede het opgaven, besluitend hen te +laten voor wat zij waren en "geen Compagnie's soldaten meer aan die +lompe nesten te verspillen;" terwijl dus de binnenlanders vochten, +verdienden de strand-Cerammers geld. Zij waren kooplui, zij moesten +eenigermate geregelde toestanden hebben. De orde die de expedities +van de laatste jaren gewapenderhand in Ceram moesten brengen was hier +al van oudsher thuis. + +Kilimoeri is de oudste van de twee rijke handelsdorpen: Geser is, +naar de volksoverlevering wil, gesticht door inwoners van Kilimoeri, +die in een burgerstrijd het verloren hadden. Zij leggen hun naam uit +als beteekenende "de uitgewekenen." + +Wat slag van volk het eigenlijk is, zou moeilijk te zeggen +vallen. De heele Zuidkust van Ceram is door gemengd volk bewoond, veel +Ternataners, Javanen, Chineezen, Papoea's ook, hebben zich daar in den +loop der tijden gevestigd, als handelaars soms, als schippers die heen +en weer voeren tusschen de eilanden en Nieuw Guinea; als slaven ook +zijn zij er heen gebracht. Het was er zoo bont, vroeger, dat de dorpen +elkanders taal niet verstonden, en een derde noodig hadden voor het +verkeer. Op Geser is het samenstel nog meer ingewikkeld schijnt het. De +plaats is al van oudsher een verzamelpunt voor de meest verscheiden +rassen uit de verst uiteengelegen streken. Maar de taal, door het +handelsbelang ingevoerd en staande gehouden, is het gewone Maleisch. + +Geser is een "atol," het laatste uit deze groep van koralen-eilanden: +volgens sommige geologen althans, terwijl anderen het ontkennen: +een verschil van meening dat wel verklaard is uit een verschil in +de definitie door de eenen en door de anderen van dien term "atol" +gegeven. Hoe dan ook, het doet zich voor als een groen-begroeide ring +rondom een middelpunt van water. Het binnenste van het eilandje is +een zilt meer, dat langs een rivierachtig kanaal volvloeit uit en weer +leegvloeit in de zee, naarmate de vloed opkomt of het getij verloopt +in ebbe. Rond alom groeit kreupelbosch: een gewas dat lijkt op griend, +en met kleine onaanzienlijke bloesempjes heel zoet geurt. Dat wademt +wonderlijk door de lucht van zeewater, koraal, schelpen en wier heen +die uit het meer opslaat. En wonderlijk is het, over de schelpen +op den bodem van het klare water de schaduw te zien glijden van de +boschduiven, als zij af- en aanvliegen naar de waringin-boomen vol +rijpzoete vruchtjes aan genen kant van het kreupelbosch. + +Het dorp is langs de bochten van het strand gebouwd. Men kan de kracht +van het vertier zien aan de wijze waarop nieuwe buurten opkomen en oude +vernieuwd worden, zoodat midden tusschen grauwe, verweerde huisjes +er staan waarvan de planken nog wit zijn. Aan den zoom van de oude +buurt begint een prachtig-breede laan, die uitloopt op een verschiet +van zee en donkerblauwe kustbergen. Aan weerszij, in de schaduw, +liggen heilige graven, waar de koopvaarders een offer komen brengen, +als ze op handelsreis gaan: om zeker te zijn van goede verdienste en +behouden thuiskomst. Die hier begraven liggen, zijn vrome hadji's. Zij +zijn, in naam, Mohamedanen, het volk van Geser; maar dat belet hen +niet op deze hadji-graven de offers te brengen van het heidendom, hun +voorvaderen sirih en betel aan te bieden, in ruil voor hun hulp bij +de voorgenomen zaak, en de geesten van de zee en den storm allerlei +te beloven, als zij hun schip met vrede willen laten. Daarna gaan zij +ook wel naar de moskee. Maar niet te dikwijls, zou men zeggen. Het +kleine gebouwtje, dat bij de graven staat, is zoo vervallen, stoffig +en vuil, als enkel een zelden of nooit bezocht huis wezen kan. + +Het is misschien ook niet noodig, daar nòg eens te gaan bidden. De +geesten en de voorouders zorgen, in ruil voor al die pinang, wezenlijk +heel goed. Anders zouden de menschen van Geser, man, vrouw en nakend +klein kind, niet zoo veel goud en zilver kunnen dragen als ze doen. + + + + + +Van Boeroe tot Ternate + + +De eigenlijke Molukken, historisch gesproken, zijn de eilanden, +in een keten langs de Westkust van Halmaheira gelegen: Ternate, +Tidore, Batjan, Makjan, Motir: de zee van deze streek heet nòg de +Molukken-zee. Dat Ambon en de eilanden daaromheen later dien naam +kregen, houdt misschien wel verband met het overbrengen van het +voornaamste Molukken-product, den kruidnagel, van de Molukken naar +Ambon, en met de daaropvolgende beperking van dien boom tot Ambon +alléén door het extirpatiestelsel; in de taal van den handel en dus +van de wijde wereld kwam daardoor Ambon in de plaats van de eigenlijke +Moluksche eilanden. + +Het is overheerlijk mooi varen in deze streek. Het eene rotsige en +wuivend-groene eiland na het andere duikt op uit het flikkerende +blauw van de zee. In een statige rij rijzen de vulkanen, vèr-blauw, +met een blink van wit gewolkte om den kruin. Al-door verschieten, +in opglans en wegdonkering, klare kleuren: het azuur van de zee waar +de zonneschijn overheen huppelt in zwermen van stippelvonkjes, wordt +fijn groen over ondiepten, pauwe-glanzig boven de fel-witte zandstrook +die langs den voet van de eilandjes opschijnt. De weerspiegeling van de +toppen en van de groote gloeiend-witte wolken, hoog rondom den horizon, +door den golfslag gebroken tot een lange reeks van glansbeeldjes, ligt +in rechte banen van wit en van groen over het blauw. Wazig in de verte, +dommelblauw, of naar het paarse zweemend soms, worden de eilandbergen +al klaarder en krachtiger, naarmate zij het schip tegemoet varen, +tot zij, dichtbij, geweldig hoog, staan als een steil woud of als +een naakte bruine vulkaankegel. In dageraad en zonsondergang vlamt +alles van purper. + +Uit de Ceram-streek komende, vaart het schip eerst naar Boeroe. Daar +voor is het water bijwijlen licht-groen, als boven een rif, boven +de menigte van kwallen, millioenen en millioenen doorschijnige +schijven van beesten, vademen hoog boven elkander drijvend, een +halve mijl ver. De oever en de recht opgaande heuvelwand schemeren, +grijzig-gestreept van kajoepoetih stammen: op de hoogte staan de magere +boomen, met hun als berken blanke, ranke stammen en hun héél hoog +gedragen ijle kruin, scherp geteekend tegen het luchteblauw. Als het +koel wordt, strijkt de wind een kruidige geur af van het gebladerte. De +haven, waar het schip binnenvalt, is een schoone, wijde baai, waar +twee dorpjes tegenover elkander liggen, Kajeli en Namalea. Achter +de huisjes van Kajeli om gaat een steil brokkelpad naar de kruin van +den heuvel, dun begroeid met knie-hoog kajoepoetih-gewas, waar hier +en ginder, mager, recht de hoogte in met zijn doorzichtige kruin, +een volwassen boom tusschen staat. Van den top af is de geheele baai +te zien, met Namalea, kleintjes bruin, aan den voet van bleek-groene +heuvels. De twee groote bergspitsen tegen de lucht, een hoogere, +een lagere, zijn de Moeder en de Dochter. + +Na Boeroe is een tijd lang open zee. En dan, Obi voorbij, komt het +eerste Molukken-eiland Batjan, dat een en al klapperbosch is. En dan +begint de trotsche reeks van de vulkanen: Makjan met zijn geknotten +top; Motir, zuiver toegespitst als een pyramide. Mareh, dat lager ligt, +met een afdruilenden slier van wolken langs zijn diep-geribde flanken, +en dan prachtigst van allen, de trotsche piek van Tidoor. Daarachter +komt, flauw en fijn, de piek van Ternate te zien. + +De stad ligt op den Oostelijken oever van het eilandje tegen den voet +van den altijd rookenden vulkaan aangebouwd, de huizen maar even te +zien in dicht boomengroen. De straat langs de haven heeft maar een +enkele rij huizen, en aan de overzij een reeks prachtige boomen tegen +den glans van de baai met de zeilende schepen; zij is altijd druk +van volk. Op boot-dagen rijden de karretjes, met hun kleine ruige +hitten, in een onafgebroken reeks, propvol Chineezen en kleurige +Arabieren, en het gewoel rondom de goederenloods en over de pier +duurt van dagworden tot donker. Achter dien rand van rumoer ligt de +binnenstad stil met wijde wegen, waarlangs de erven vol bloemen zijn +en de ouderwetsch-lage huizen orchideeën hebben hangen tusschen de +pilarenrij. De straten hebben namen die aan oude tijden doen denken: +Fiscaal-straat, Weeshuisstraat, Lijnbaanstraat. Aan de Noordelijke +grens staat het vroeg zeventiend'eeuwsche Fort Oranje, dat Cornelis +Matelieff de Jonge bouwde tegen den Spanjool. + +De Sultan van Ternate, die de Hollanders er in haalde om hem +tegen Portugeezen en Spanjaarden te helpen, was een machtig-rijke +potentaat. Francis Drake, die, een goede twintig jaar voor de komst +van Van Waerwijck hem bezocht, stond versteld van de pracht die +hij ten toon spreidde. "De koning," schreef hij in zijn bericht +(Wallace heeft het voor zijn Malay Archipelago overgenomen uit +de verzameling van Hakluyt), "de koning liet boven zijn hoofd een +prachtigen troonhemel dragen met gedreven gouden sieraden, en had +een wacht van twaalf speerdragers. Van het middel tot de voeten was +hij in de kostbaarste gouden kleederen gehuld. In zijn kapsel waren +onderscheiden ringen van gouddraad, ongeveer een duim breed, keurig +ingevlochten, zoodat zij een fraaie en vorstelijke vertooning maakten, +eenigermate gelijkende op een kroon. Hij had een keten van goud met +zeer groote schalmen tweemaal om den hals gewonden, zijn linkerhand +was getooid met een diamant, een smaragd, een robijn en een turkoois, +en aan zijn rechterhand droeg hij twee ringen, waarvan de eene met +een zeer grooten en zuiveren turkoois, de ander met een aantal kleine +diamanten prijkte. [24] + +Al die rijkdom kwam enkel en alleen van de kruidnagelen. De Heeren +Zeventien wisten wèl waarom zij in hun instructie aan J. P. Koen +schreven: "de eilanden van Banda ende Molucques zijn het principale +wit waarnaar wij schieten." Dat schieten heeft Ternate, althans zijn +vorsten, ànders getroffen dan het ongelukkige Banda en anders dan +Ambon ook. Banda werd uitgemoord, omdat het volk van den handel in +notemuskaat ook met anderen dan de zuinig-betalende Compagnie niet +verkoos af te laten. De Ambonneezen, hoofden als kampong-volk, werden +uit hun bergen naar het strand gehaald, aan het teelen gezet van +den nieuw-ingevoerden kruidnagelboom en met slagen naar de prauwen +gedreven, die zij roeien moesten op de verfoeide extirpatietochten +langs de eilanden. De Ternataansche Sultan, hun oppermachtig gebieder +echter kreeg zoóveel geld, dat hij zonder spijt zijn monopolie +overgaf aan de Compagnie: twaalfduizend rijksdaalders in het jaar +wat wel met acht of tien vermenigvuldigd mag, om overeen te komen +met de tegenwoordige waarde van geld. Hij profiteerde trouwens +ook nog op andere manieren van de Compagnie. Hij was Heer van de +Papoesche eilanden en van groote streken op de kust van Nieuw Guinea, +waar een artikel gehaald werd, al even voordeelig in den handel als +de kruidnagel: slaven. En het was juist de Compagnie, die door de +gestadige vraag naar slaven, met wie zij op het uitgemoorde Banda +de notenperken bewerkte en op Ambon het ontbrekende kwartsvolk +aanvulde, de prijs van slaven uit de Papoe deed stijgen. Zoo wiesch +de Compagnie's hand de Sultan's hand en beide werden schoon--zoo niet +in den zin van rein, dan toch in dien van fraai: blinkend van het goud! + +Hoezeer de Sultans gesteld waren op de vriendschap met de heeren van +de Compagnie, blijkt wel hieruit, dat er troonopvolgers vernoemd zijn +naar gouverneurs-generaal: Prins Zwaardekroon: het klinkt!--al is +misschien de fraaiigheid van "Prins Mossel" en "Prins van der Parra" +een gedwongene geweest, later. En voor bewijs daarvoor dat, van den +weeromstuit, het volk de Hollanders al evenzeer ging bewonderen, mag +de overlevering gelden die de Sultans van Ternate, Tidore, Djilolo en +Batjan tot afstammelingen maakt van een hemelnimf en een Hollander. Het +aardige verhaal, dat door allerlei bijzonderheden aan de sage van +den Nibelungenheld en de Zwanen-jonkvrouwen doet denken, is in het +oud-Ternataansche gebied verspreid tot op de Noordkust van Nieuw-Guinea +toe, waar de Papoea's het elkander vertellen in het Noefoorsch. [25] + +Het oude fort staat nog op Ternate, met zijn dikke wallen, +die de kruidnagelhaalders en hun schatten beschermden tegen +Spanjaard en Portugees. Maar wat op dezen dag de welvaart zoo vol +de Ternatanenhuizen doet binnenvloeien, dat is niet de kruidnagel +meer: dat is het gevederte van den Paradijsvogel. De booten die naar +Nieuw-Guinea varen, zijn elk jaar in Maart en weer in Augustus, vol +Ternatanen, die als "jagers" gaan en met een riem vol geld terugkeeren. + +Om betere redenen dan in den Compagniestijd naar den uitslag van nagel- +en notenoogst, wordt nu in Ternataansche streken gewacht naar wat de +vogeljacht opbrengt: de pacht, door het gouvernement geheven, is méér +dan noodig om het gewest eindelijk en ten laatste--na vierhonderd +jaar van onverschilligheid eerst en onmacht later--eenigermate op +orde te brengen. Ternate is wel een welvarende en welgeregelde stad: +maar in de binnenlanden van het groote eiland, aan den rand waarvan +zij drijft, in het binnenland van Halmaheira is de toestand een +àndere. Het is pas drie jaar geleden, dat officieel werd geconstateerd +hoe het alleen in naam georganiseerd was, en genomen maatregelen niet +anders waren noch kónden zijn dan halve, voor voorloopig gebruik +zelfs onvoldoende. Op het groote eiland--zonder Ternate en Hiri +is het te besturen gebied grooter dan de Padangsche Bovenlanden, +of Bali en Lombok te zamen, of Bantam, Batavia en Krawang bij +elkaar,--zijn maar enkele Hollandsche ambtenaren geplaatst met +eenige Indo's en Ambonneezen als bestuursassistenten tot hulp. Het +prestige van den Ternataanschen Sultan is er nog overweldigend. De +middelen van verkeer zijn uitermate gebrekkig voor zoover ze niet +geheel en al ontbreken. Wat dat zeggen wil zal een ieder begrijpen, +die bedenkt wat, in het algemeen, de aard van absolute vorsten en +de lijdzaamheid van weinig-ontwikkelde volkeren is, en hóe absoluut +en lang-gevestigd al het gezag van de Ternataansche sultans. Een +voorbeeld, hoe het kort geleden nog maar,--in de jaren '80--toeging +op Sanana. Sanana is de hoofdplaats van Soela Besi, een eilandje dat +(op den weg der Paketvaartbooten), tusschen Boeroe en de Obi-groep +ligt. Het hoort onder het sultanaat Ternate en is dicht bevolkt. + +Het eiland is vruchtbaar: er groeit (op droge velden) rijst, er zijn +klapperboomen in menigte en rijk dragende sago-palm, het mooie roode +lingoa-hout komt voor in de bosschen, en ebbenhout, kostbaarste van +alle Indische houtsoorten, wordt ook gekapt; er is rotan te halen +uit het woud, en was van wilde bijen; en uit de zee wordt schildpad +opgediept; en bijwijlen drijft in de omringende engten amber, dat +zijn dubbel gewicht aan zilver waard is: een stuk van de beste soort, +de donkerbruine, van 3 à 4 pond, brengt omtrent f 4000 op. Van dit +alles wordt schatting opgebracht aan den Sultan, wat in de praktijk +wil zeggen: aan de gemachtigden, etc. etc. van den Sultan. + +Sedert de dagen van den grootvader van den tegenwoordigen Sultan nu, +waren de Arabieren de handelaars, en, als zoodanig, de eigenlijke +heerschers op Soela Besi. Zij kwamen er al die kostelijke producten +halen en betaalden wel eens met duiten en anders met katoen. Voor een +vrouwenkabaja is de maat 3 el, en de waarde daarvan f O.75. Nu. De +Arabieren kwamen hout, was, rijst, copra, klapperolie, schildpad en +lola-schelpen koopen voor kabaja-stukken, geprijsd op f 3. + +Met de rotan kwamen duiten er bij te pas, want de rotan wordt niet +anders aangebracht dan door volk uit het wilde bosch-binnenland en +dat heeft voor zich of zijn vrouwen zoo geen kabaja's noodig. Saïd +Alhadar,--dat was de Arabier die contract voor rotan had met den +Sultan,--ging daarom koperen duiten op den grond uittellen, tegenover +de neergelegde stengels rotan. De stengels moesten hem, natuurlijk, +aan het strand, waar de prauwen ze maar voor het inladen hadden, +geleverd worden. En, natuurlijk moesten ze ook behoorlijk geschild en +schoongemaakt zijn, want dat te doen is een heele arbeid, die tijd, +moeite en krachten kost. En dan moesten de stengels goed dik zijn, en +afgekapt op een maat van drie vadem. Voor zulk een stengel wou hij dan +1 duit geven, of voor een pikol van zulke stengels 100 duiten, dat is +f O.83 in Nederlandsche munt berekend. En zulk een pikol verkocht Saïd +Alhadar voor f 4.50 of ook wel eens f 5. Wat Saïd Alhadar bijzonder +goed beviel en ook wel bekwam; maar der bevolking minder. En als Saïd +Alhadar met den rotan, deden andere zonen van Hadramaut met de was, of +het schildpad, of het ebbenhout, of de rijst. En ook dién edelen van +Hadramaut beviel dit goed en bekwam het wèl; maar ook der bevolking, +die met hèn handelde, bekwam en beviel het maar slecht. Hoe echter +zou iemand gewaagd hebben zich tegen de Arabieren te verzetten, die +gemachtigden en lasthebbers en vrienden immers waren van den Heer, +die glanst gelijk de Zon, den Sultan van Ternate? + +Dat duurde, totdat in 1909 een resident van Ternate op dienstreis Soela +Besi bezocht, en een onderhoud had met Arabieren op Sanana en met den +Sultan in zijn hoofdstad. Waarna kabaja-stukken van f 3 verdwenen zijn, +en rotan-stengels van drie vaam lengte met 1 1/2 cent betaald worden +en door den kooper uit het bosch gehaald en schoongemaakt door hem. In +vele andere dingen ook is velerlei veranderd, en de veranderingen +zijn den Arabieren maar zeer matig bevallen en bekomen, maar der +bevolking daarentegen uitstekend. Wat Saïd Alhadar aangaat, die is, +eenigen tijd later, plotseling weggeroeid van Sanana, en sedert nooit +weer aan komen roeien. Van het waarom weet de toenmalige posthouder +het nadere misschien wel. + +Er zijn vele Saïd Alhadars op Halmaheira. Er moesten ook vele +posthouders zijn, om van civiel-gezaghebbers en controleurs, en +eigenlijk misschien zelfs wel, assistent-residenten niet te spreken, +wanneer overal op Halmaheira het zoo goed zou gaan als het nu op +Sanana gaat. Maar het geld (volgens Heinrich Heine, het vervloekte +geld), dat men niet heeft? + +Daaraan nu zal, onder andere, de pacht op de paradijsvogels +helpen. Verleden jaar was de binnenkomende som bijna een +halve ton--precies gezegd f 45.000. Daarvoor kan heel wat +binnenlandsch-bestuurd worden. En er wordt voor de toekomst nog meer +gehoopt. Want Ternataansche jagers vermeerderen en dames worden al +doller en doller op paradijsvogelveeren voor hun hoed. + +Er is gewaarschuwd, dat paradijsvogels spoedig in allen ernst +paradijs-bewoners zullen zijn als het zoo voortgaat. Maar die het +weten kunnen, stellen gerust. De Paradijshaan--de hennen zijn maar +stemmig-bruine diertjes--krijgt zijn siervederen pas op zijn vierde +jaar, terwijl hij verder na het eerste al in alle opzichten volwassen +is. Dus kan het nooit meer dan een, betrekkelijk gering, gedeelte van +de menigte zijn, waarop elk seizoen geschoten wordt. En de landstreek, +waar de jagers op buit uitgaan, is een nog veel geringer deel van +het ontzaglijke Nederlandsch Nieuw-Guinea-gebied. + +Een standpunt van humaniteit--en dat tegenover zóó prachtige +diertjes!--zou gemakkelijker te verdedigen wezen, als het niet +zoo ernstige belangen van menschen gold. Er zijn ook Engelschen, +die verklaren, dat het Britsche gouvernement zich daarop heeft +geplaatst met het verbod van jacht op paradijsvogels in Britsch +Nieuw-Guinea. Maar daarentegen zijn er weer niet-Engelschen, die een +heel andere reden aannemen voor het verbod dan dierenliefde. Op +paradijsvogels moet geschoten met geweren en geweren ziet de +Britsche regeering nu eenmaal niet graag in de handen van haar +Papoesche beschermelingen--wezenlijk, niet dan uiterst ongaarne. Dus +dan kunnen er, vanzelf, geen paradijsvogels (onder andere) worden +geschoten. Zoodat het veel eenvoudiger is bij het einde te beginnen +en te zeggen: In Britsch Nieuw-Guinea is de vogeljacht verboden: +zooals ook is geschied. + +Die de zaak zoo uitleggen, doen tegelijk opmerken dat van de in +Nederlandsch Guinea geschoten vogels een overgroot deel den weg naar +Engeland opgaat, naar de groote Londensche markt. + +En zoo is dan de hoed van een Londensche elegante de laatste +nestelplaats van een vogel, die anders allicht terecht zou komen in +den schelpen bovenarmband of in den takkebos-breeden stijfgekroesden +ragebol van een spiernakenden Papoea, als hij met zijn beste paar +wildezwijn-slagtanden door de doorboorde neusvleugels geschoven, +gaat dansen op een koppensnellersfeest. + + + + + + +NIEUW GUINEA + + +Naar het land van de paradijsvogels + + +Het schip gaat naar de Humboldts-baai van ruim tot reeling vol +opkoopers van vogelhuiden en ruilwaar. Achter den wand van zeildoek, +die het haast ledige dek van de eerste klasse afgrenst van de derde, +is het een enkele gepakte, gestuwde, opgetaste massa van lichamen, +liggende, gehurkt, weggedoken tusschen pakken, vaten, kisten, boven +op hoopen zakken geklommen, aanhangende tegen stapels planken aan. 's +Avonds schijnt het electrische licht op roerlooze rijen, zoo dicht +en vast aaneengevoegd als de planken van het dek zelf. Beneden, +in de kajuit van de tweede klasse, waar het licht op valt van den +koekoek, zitten langs alle tafels, geen plaats onbezet, Chineezen, +den dag door bezig met papieren en boeken. En de gangen langs de +laadkuilen en de hutten van de scheepsofficieren zijn versperd met +kisten, waaromheen altijd een schuifelend gedrang is van Chineezen +en Ternatanen. De Chineesche handelaars gaan als opkoopers van +vogelhuiden, de Ternataansche en Amboneesche "jagers" als opkoopers +van de arbeidskracht waardoor die huiden uit het binnenland van Noord +Nieuw-Guinea aan de kust gebracht worden. Van de eigenlijke jagers, +de Papoea's, is de naam overgegaan op hen. De organisatie van het +bedrijf is déze, langs afdalende reeks. Bovenaan staat een of ander +groot handelslichaam, een Chineesche kongsie, of een Europeesche +vennootschap, met verbindingen naar de wereldmarkt. Onder de +groote firma staan de Chineesche opkoopers, in een massa zelve weer +samengesteld uit grootere en kleinere, waarvan de enkele grootere +koopen van de vele kleinere. Onder de Chineesche opkoopers staan +de jagers, Ternatanen, Boegi's, Amboneezen, Cerammers, volk van +Geser. Onder de jagers staan de Papoea's. Een enkele maal onderhandelt +een groote firma rechtstreeks met de jagers, maar de verre afstand +tusschen de steden waar zij hun kantoren en hun agenten hebben, en de +woonplaatsen van de jagers, her en der door den archipel verspreid, +maakt dat dit niet anders dan bij uitzondering kan gebeuren. + +De firma, of anders de grootere onder de opkoopers, verschaffen +het toebehoor voor de jacht, de jachtakte, "licentie" heet ze hier, +en het geweer met ammunitie, aan de jagers. Verder geven ze hun een +voorschot van om en bij de vijftig gulden, (het middel van bestaan +voor hun achterblijvende gezinnen gedurende hun afwezigheid), het geld +voor de reis, en de waar, waarvoor een Papoea op de jacht naar vogels +gezonden kan worden: dat wil zeggen: rood katoen, kralen, neusstangen, +halskettingen, armbanden, spiegeltjes, pruimtabak en vooral messen. De +verdienste van den jager moet komen van het aantal vogels, dat hij, +boven een van te voren vastgesteld aantal, en na verrekening van het +voorschot in geld en waren, aan de firma levert tegen een bepaalden +prijs, soms de locale marktprijs. Hij gaat dus op eigen risico "de +Papoe in." Hier zoekt hij de werkelijke jagers, de mannen uit het +binnenland. Terwijl, als hij een Ternataan is, en ook Amboneezen doen +dit wel, hij zelf ook "als geweer" het bosch in gaat. + +De Papoea neemt niet anders mee voor een veertien dagen of drie +weken woud-loopen dan een pak sago, gedroogde visch, tabak, een mes +en zijn jachtgereedschap. Het mes--een gewoon Hollandsch keukenmes +kan men hem zien gebruiken, zoo een met een dik rood-geverfd +houten heft, en ook zwaardere kapmessen, als Maleiers altijd +hanteeren--is voor de meeste binnenlanders nog iets nieuws en +kostbaars, van de hoogste waarde op zulk een tocht door het bosch, +waarbij ze vroeger niet dan hun naakte handen als hulp hadden tegen +versperrend gewas. Zij gaan nu dáárheen waar een "speelboom" staat, +d. w. z. een boom, waarin de Paradijshaantjes neerstrijken om met +opgeheven vleugels en wijd-gespreide bossen van sierpluimen te +pronken voor de hennetjes. Dikwijls staan zulke boomen niet ver van +een Papoeagehucht; maar dan zijn ze allicht vast eigendom. En ook een +midden in de eenzaamheid staande boom kan al bezit zijn; dat wordt +aangewezen door een "verbods-teeken," een tak met een blad er op +gestoken, bij den stam. Wie zulk een "verbod" schond, zou zeker door +een doodelijke ziekte of door ongeluk in zijn gezin getroffen worden. + +Er wordt dus gezocht tot een speelboom is gevonden waarop nog +niemand rechten heeft. De Papoea gaat op de loer liggen, en wacht +zijn kans. Bij voorkeur zal hij op den grooten "gelen Paradijsvogel" +schieten, die van onder zijn purperig-bruine vleugels een schitterend +oranje pluimenbos opsteekt, van wel twee voet lang. Of anders op +den effen zwarten, die bij elke beweging glansen van groen, rood en +paars laat opschijnen uit het zwarte fluweel van zijn gevederte; of +op den kleineren (dien Franschen Petit Emeraude noemen) die pluimen +heeft, niet oranje, maar stroogeel, met witte spitsjes; dat zijn +er al mee van de meest waardevolle. Hij moet zorgen den vogel zóó +te raken dat geen bloed de vederen besmeurt: de vlekken die niet +weer weg te nemen zijn, maken hem waardeloos. Dan worden vleugels +en pooten afgesneden en het afgestroopte huidje op een platte houten +pen opgespleten en gedroogd. Heeft hij er genoeg, dan brengt hij zijn +buit naar den jager, voor rood en blauw katoen, kettingen, armbanden +en neus-stangen. En het handels-artikel geworden bruilofts-kleed +der vogels gaat van den jager naar den opkooper, van den opkooper +naar de groote firma op Ternate, Makassar, Soerabaja, Batavia, van +de groote firma naar den "veeren-fabrikant" te Londen of te Parijs, +van den veeren-fabrikant, die het in een nieuw fatsoen heeft gebracht, +naar de modiste, van de modiste naar de elegante vrouw, bij wier zijde, +bont en juweelen een hoed met Paradijsvogel-pluimen behoort. En de lap +rood katoen, de neus-stangen en de tabak van den Papoe doen in laatste +gedaantewisseling zich voor als een chèque van een vijfhonderd gulden. + +Voor het begin van het proces, waardoor die metamorphose tot stand +komt, gaat nu dit schip vol menschen "naar de Papoe," allen in +gespannen verwachting naar hun deel van vermenigvuldigende waarden, +dat voor elk grooter is naarmate hij verder van den arbeid aan den +oorsprong af staat. De Chineesche opkoopers zijn bezorgd omtrent het +hunne, sedert bekend geworden is dat een groote Europeesche firma +van de achttienhonderd uitgegeven licenties er meer dan tweehonderd +verworven heeft. + +Een Chineesche groothandelaar, eerste-klasse passagier, die vorig +seizoen driehonderd corges (pakken van twintig stuks) huiden naar +Makassar heeft verkocht voor f 650 de corge, houdt veel overleg met +zijn landgenooten, ernstig kijkend. Beneden in de gangen, om het luik +heen, tusschen bossen pisangs, manden vol orchideeën, rissen witte +kakatoea's en purper-blauw-geel-groene lorries, op het voordek van +het schip, rondom de winch, bij het ankergat, tusschen de stapels +der opgerolde trossen, worden al door kisten open gemaakt met kralen, +glazen armbanden en celluloïde neusstangen--Oostenrijksch fabrikaat, +dat de schelpen-ringen en de varkensslagtanden van vroeger gaat +vervangen. Handel aan boord is verboden, al die kisten hoorden in +het ruim. Maar geen nog zoo scherp toezicht ziet door de listen heen, +waarmee Ternataansche en Chineesche jagers koopwaar voor bagage bij +zich houden. En het meest wat onophoudelijke waakzaamheid vermag +is een uiterlijke orde en regel handhaven onder dien onderling +wantrouwenden en afgunstigen troep, die van uit de verte al loert op +de Paradijsvogels en de Papoea's. + + + +Het eerste station van de booten op Noord Nieuw-Guinea is tegenover +Sorong op het eilandje Doom--niet veel meer dan een groene heuvel met +op den kruin een grooten boom, onder den lommer waarvan binnenkort +het huis van een bestuursambtenaar zal staan. Hier kwamen de eerste +Papoea's aan boord en de eerste Paradijsvogel. Van den vogel was +niet veel te zien: hij was "aangehaald," als contrabande in beslag +genomen, wijl geschoten in het seizoen waarin de jacht verboden is, +en zat stevig ingepakt in bruin papier. Aan de Papoea's viel des te +meer te bekijken; zij hadden niets aan dan een lendedoek van dunne +bruine stof, die boombast bleek te wezen. Het taaie groeisel wordt in +water geweekt, van het allergrofste ontdaan en zoo lang geklopt, tot +het niet dikker of stijver meer is dan gewoon katoenen weefsel. Het +zat om de leest der mannen heen zoo glad als een sarong. + +De vier, voor al de anderen aan boord geklommen, waren gekomen om zich +als jagers aan te bieden, en tegelijk matjes te verkoopen daar in de +streek gemaakt,--aardige dingen van sagobladstelen, met levendige +kleuren beschilderd. Aan hun manieren--ze rookten sigaretten en +namen, als iets waaraan ze al lang gewend waren, een glas vruchtensap +aan--was het te zien, dat zij al vaak met Westerlingen te doen hadden +gehad. Het waren slanke, krachtig gebouwde menschen, bronsbruin, +met een geweldigen bos heel fijn gekroesd haar, dat er uitzag of het +zou veeren als er op gedrukt werd, en waarin ze allerlei versiersels +hadden gestoken: lange naalden van gesneden hout, beenen pennen, +een veertje. Zij hadden opgewekte gezichten met een helderen blik +in de groote glanzend zwarte oogen, en een forschen arendsneus. Het +geheel zou mooi geweest zijn, zonder den breeden, groven mond, +waarin iets dierlijks was. Het waren waarschijnlijk geen Papoea's van +zuiver ras. De heele kuststreek heeft een sterk gemengde bevolking; +handelaars van Geser, Ceram laoet, de Zuidkust van Ceram, Boegineezen, +Tidoreezen, Ternatanen hebben van oudsher overal hier gevaren, zoo ver +als het gebied--hoezeer dan ook maar schijngebied,--van de Moluksche +vorsten reikte. Misschien dat de vermenging met meer ontwikkelde +rassen een oorzaak is van hun gereede aanpassing aan nieuwtijdsche +handelsgebruiken. Zij stonden met opkoopers en jagers zakelijk te +onderhandelen. Ten slotte gingen zij naar het kuildek en richtten +zich in voor de reis. Een die zijn sigaret wilde opsteken maakte +vuur door twee bamboe-latjes vlug tegen elkander te wrijven. Het +antieke gebaar riep daar midden op de stoomboot een vizioen op van +pas half-menschelijk leven. + +Te Manokwarie, de hoofdplaats van het gewest, die maar een dag +stoomens van Sorong verwijderd is, kregen wij Papoea's te zien van, +op het oog, hetzelfde ras, maar die een anderen ontwikkelingsgang +gevolgd hadden dan de Sorongsche. Zij waren Christenen, en droegen +kleeren. Er kwamen er een groote menigte aan boord om het gezin van +een zendeling te verwelkomen. En later op den dag was het op den +steiger een ware oploop om het wonderdier te zien, door de familie +medegebracht: een paard. Er zijn op Nieuw-Guinea noch paarden, noch +runderen. Kort geleden heeft de zendeling er runderen ingevoerd, +die goed gedijen. Dit paard was nu wéer een nieuw wonder. De vrouwen +vooral waren er over uit. De mannen, van wie de meesten al eens met +de prauw, of misschien zelfs wel met de stoomboot naar den Maleischen +Archipel waren geweest, hielden zich bedaarder. + +Om de Geelvinkbaai heen, langs de kust en op de vele kleine eilanden +liggen een menigte Papoeadorpen, op palen gebouwd, half op zand, half +in water bij ebbe, rondom in zee als de vloed opkomt. De boot doet +er verscheiden aan: als eerste, Roon. Het eilandje ligt tusschen de +Geelvinkbaai en de Baai van Wandamen, als de eigenlijke spits van +een ver vooruitspringende kaap die de twee scheidt. Vlak in het +Zuiden, aan de overzij van de smalle straat die het afsnijdt van +het vasteland, staan donkerblauw en prachtig hooge bergen; de wijde +Geelvinkbaai, onafzienbaar als een zee, ligt, uitgegoten naar Oost +en Noord, met zwermen eilandjes overstrooid. Aan het strand staat +het Papoea-gehucht op zijn bruine palen, in twee groepjes van lange +laag-gedakte hutten. Het witte zand blikkert fel er tusschen. Prachtige +kleuren hebben de ondiepten rondom: allerlei groen, van het lichtste, +zon-doorblonkene tot een dof en ondoorschijnend malakiet, dooraderd +met wittige schuimstrepen, paars in breede banen daarlangs. Als +een regenboog uit het blauw van de lucht glanst die groen-en-paarse +zoom uit het blauwe water. Zoo rechtop uit de zee, dat de wortels, +blootgespoeld, hangen in de branding, klimt een woud langs de steile +helling. Veel laurierboomen groeien er in. De lucht om de hutjes is +bitter van den fijn-prikkeligen geur. Over de wankele brugjes, die +van de woningen naar den woudzoom gaan, loopen, rank-rechtop, donkere +menschen. Er dobbert een prauw hier en daar, aan een paal gebonden. + +Op de Zuidkust van Japen--het langgerekte eiland, dat in het Noorden +de Geelvinkbaai halverwege sluit,--ligt Ansoes, waar de vogeljagers +heengaan om den prachtigen geel-gepluimden Paradijsvogel. In de +diepte van een zuiver ronde baai ligt het gehucht lang uitgebouwd, +over de breedte van het gladde, klare water. In het Oosten is de +bouw begonnen: daar zijn de hutjes al oud. Naar het Westen toe worden +zij al nieuwer. Daar is de steiger, daar is de lange rij Chineesche +winkeltjes, waar,--als een trottoir--een brug van drie planken langs +loopt: wankelliggende stammen worden het op het eind; een ijl leuninkje +staat er onzeker tegen aan. Een geheele vloot prauwen, aan één kant +maar gevlerkt en met een geweldig matten zeil op, dobbert rondom +den steiger. Een naakte jongen, met een snoer schelpen om den hals, +flikkerwit in de zon tegen zijn goudachtig bruin, roeit zijn hollen +boomstam vol orchideeën naar de stoomboot. + +Pom ligt op de Noordkust van Japen. Als een reusachtige school +schildpadden drijft het dorp, elke schildpad een lange bruine +woning met een gladden ronden rug van een dak. Wel een twee honderd +voet lang is zulk een woning. Naast en achter elkander liggen ze +daar. Als wij er tusschen komen, in onze prauw, zijn we midden in +een groot waterdorp. We varen een waterstraat af, een waterplein op, +watersteegjes door, her en der. Achter de flonkering van water, +die groen en zonneblank door een woud van zwartige palen speelt, +achter de lange, gedoken dakenruggen, is een lage oever, groen van +woud. Allerlei klaar gekwinkeleer klinkt er uit, schelle vogelkeeltjes, +waardoorheen de groote stem van de kroonduif roept; zoo zonderling, +dat het lijkt of uit de verte een diep-inzettende scheepssirene +schalt. Dwars over de baai vliegen kaketoes, donker tegen het felle +blauw van den hemel, met een doorschijnend gloorrandje langs de bocht +van de scherpgespitste vleugels, en de randen van den staart als een +waaier gespreid. Weinig menschen zijn maar in het dorp. Vanochtend in +het eerste licht hebben wij in een lange "vrouwen-prauw" een menigte +vrouwen zien wegroeien om de oostelijke kaap, naar de bosschen, +waar zij den dag door damar zullen zoeken. De mannen zijn allen op +de stoomboot, bij de Chineezen en de Ternatanen, met hun kisten vol +moois. Wij klimmen een huis binnen, waar een meisje van een jaar of +twaalf, op den vloer-rand gezeten, met voeten afbengelend boven het +water, haastig opspringt, en vlucht, zonder zelfs om te kijken naar +ons geroep. We hebben den voet nog niet op de los gelegde stammen +van den ingang--het watergroen flikkert er doorheen--of we zien haar, +een eind ver weg al, over het water heenschieten, in haar smalle prauw. + +We bezien het huis, waarin zeker meer dan honderd menschen te zamen +leven. De ingang is, klaarblijkelijk, gemeenschappelijk terrein. Aan +een paal hangt een geweldige schildpad-schaal, waarin langs den +rand vierkante gaten zijn uitgebroken: om het vleesch, zegt de +Ternataan, die onze gids en tolk is. De beenige, scherp-getande +zaag van een zaagvisch leunt tegen den wand tusschen een rommel +vischtuig: schepnetten, werpnetten, drietandige speren, waarmee de +visch geharpoeneerd wordt, een boog en bundels visch-pijltjes, die +aangespitste nerven van sagoblad zijn. Een bonk sagomeel, in bladeren +gewikkeld, hangt aan een stijl. Op den grond ligt een groot stuk +zware boomschors, waarin half verkoolde stukken hout nog gloeien--de +haard, waarboven het gevluchte meisje zeker juist wat sago had willen +roosteren en een stuk schildpadvleesch. + +Achter deze vóór-ruimte liggen de afzonderlijke kamers, elk door een +gezin bewoond, aan weerskanten van een gang die door het geheele +huis heen loopt. Dit gedeelte, de eigenlijke woning, is met zorg +afgewerkt. De gang heeft een vloer van vastgevoegde planken, de deuren +sluiten in den langen houten wand. Ze zijn alle dicht nu, de gezinnen +zijn uit. Dat zullen zij overdag wel meest altijd wezen, de vader op +de jacht of op de zee, de moeder met de kleinste kinders in het bosch +om damar te zoeken of in de tuinen aan het werk, die tegen de heuvels +aan met omkappen van een enkelen boom en in brand steken van gras en +struikgewas ten ruwste gemaakt zijn, de groote kinders op het strand, +bezig met het zoeken van schelpdieren en krabben. En dan hindert het +ook niet veel dat zoo'n "éénkamerswoning" een hokje is van niet meer +dan een voet of tien in het vierkant, en zoo laag, onder de schuinte +van het dak, dat de bewoners er maar juist in kunnen staan. Zij zijn +er alleen wanneer zij er niets van merken--als zij slapen. + + + + + +Beoosten Kaap d'Urville + + +Kaap d'Urville is de Oostelijke grens van de Geelvink-baai: hier begint +de oceaan. Het water lijkt effen. En toch schommelt het schip. Het +voelt de groote golvingen van de Stille Zuidzee. + +Langs deze kust en op de eilandjes, die in een ver vooruitgeschoven +rij erlangs liggen, wonen de Papoea telandjang, de naakte Papoea's. + +Toen wij Wakdé naderden, kwam een geheele zwerm ons in prauwen +tegemoet. Ze droegen niets dan, van het snoer rond hun middel +afhangend, een lapje bont katoen, en aan hals en armen een aantal +ringen, banden en kettingen van kralen en schelpen. In hun armbanden +hadden sommigen een bundel dracaena-bladeren gestoken. Zij waren +getatoueerd, sommigen met een teekening van donkerblauwe lijnen, +stippels en plekken, die een mooi patroon vormden over borst, buik +en dijen, aan de polsen ook en op den rug; anderen met een dergelijk +patroon, waarvan de lijnen bestonden uit litteekens van breedingekorven +sneden. Zij hadden roode klei in hun haar gekneed, zoodat het in een +krans van strakke rosachtige pieken om hun voorhoofd heen stond. En +hun gezicht was met zwarte verf zóó beschilderd, dat het leek of zij +een masker droegen. De meesten hadden het zitten tot over den neus, +maar er waren er, die het scheef over één oog droegen--het voorhoofd +zwart, den neuswortel en één oog zwart, één jukbeen zwart, de rest +van het gezicht natuurlijk-bruin. En sommigen hadden, wat bijna nòg +zonderlinger stond, als het ware een sluier van zwart halverwege +over het gezicht laten zakken, enkel maar lijnen, recht en gegolfd, +met zwarte stippeltjes er tusschen. (Of die soms dames met voiles van +gemoesde tulle gezien hadden?) Sommigen hadden een hoed op, hoewel zij +overigens zorgvuldig naakt waren gebleven. Zij kwamen er aanroeien in +prauwen, die uitgeholde boomstammen waren, met een opening zoo nauw, +dat de roeier tusschen de naar binnen gebogen randen alleen tot de +knieën toe de beenen kon passen, en zàt boven op de prauw. De bootjes +waren vroolijk beschilderd met roode en zwarte sterren en versierd +met beeldhouwwerk, forsch gefatsoeneerde koppen van kakatoes of van +schildpadden, vooruitstekende op den steven. Van het strand van Wakdé +af kwamen zij in zulke menigten, dat de zee tusschen het schip en +den wal een wemelend plein geleek. + +Het dorp ligt tegen een achtergrond van woud en van +palmen-aanplanting. Langs het strand, als een aanspoelsel uit de +branding der wereldzee van verre beschavingen, loopt een ordelijke +straat, waarlangs nieuwe huizen staan, in aanbouw nog vele, genummerd +in de rij. Daarachter, met hutjes van gaba-gaba en atap, begint het +eigenlijke Wakdé, het Papoea-dorp. + +Middelpunt er van is een tempel; aan de geesten en de voorouders +toegewijd. Het is een gaba-gaba gebouw van het allereenvoudigste +fatsoen onder een hoog en puntig met bladeren bespreid dak. De geheele +gevel is beschilderd, reep voor reep, met doorloopende patronen van +rood en zwart, elke reep weer anders, zoodat het geheel een samenstel +wordt van verticale strepen. Een trapje, met gebeeldhouwde leuningen +en op de posten twee hurkende figuren, klimt naar de deuropening, +waardoorheen een inkijk is van ledige schemering. De tempel moet nog +maar kort geleden opgericht zijn, het rood en zwart is versch op de +sagopalm-stengels der wanden. Maar toch begint hij al te vervallen; +het bladerenspreidsel van het dak hangt in flarden, de trap leunt +scheef tegen den ingang. En rondom is een wildernis van breed-bladerige +planten opgeschoten, waartegen gewaarschuwd wordt als tegen een nest +van slangen. Er is geen zendingspost op Wakdé. Vanzelf moeten dus +onder deze Papoea's de voorstellingen in verval zijn geraakt, die +kort geleden nog krachtig genoeg waren om zich te uiten in tempelbouw. + +Rondom, en naar het strand van den achterwal heen, liggen, onregelmatig +verspreid, de hutten van het dorp: bruine paalwoninkjes, met ladders +naar den ingang, die opgetrokken kunnen worden. De bouw van alle +is dezelfde, dezelfde ook als die van den tempel, recht op en neer, +wanden van sagopalm-stengels en een dak van sagopalm-blad. Precies +in het midden van den gevel is de hoogste van drie openingen, deuren +en vensters tegelijk, op gelijke afstanden waarvan de twee andere +zijn aangebracht. De verdeeling van het binnenhuis komt te zien: +een vrij groote middenruimte, doorloopend van voor- naar achtergevel, +en aan weerszij, afgeschoten, donker, veilig, kleinere ruimten, waar, +onduidelijk, een rommel van voorraad gereedschap, rijs en vischnetten +te ontwaren is, en waaruit gezichten te voorschijn kijken van +vrouwen en kinders. De vrouwen zijn, met een goren lap om de lenden, +maar weinig meer bekleed dan de mannen, en, als zij, met snoeren van +kralen en schelpen omhangen, houten pennen door een warrigen haarbos +gestoken. Allen, jonge als oude, hebben lippen vuurrood van de sirih, +en een pruim achter de kiezen, waar de wang in een scheeven bult over +uitstaat; de kalk voor de sirih-pruim dragen zij bij zich in een soort +fleschjes, die kleine uitgeholde pompoenen zijn, alleraardigst met een +zwarte teekening versierd. Een enkele heeft een dergelijke teekening op +de borst getatoueerd. In vergelijking met de mannen zijn het schrale, +armelijke wezens, wien ontbering aan is te zien en arbeid vèr boven +hun krachten. Zelfs de jongsten, die een kind aan de borst houden, +zien er oud uit. Klaarblijkelijk zijn zij het, die al het akkerwerk +doen, terwijl de mannen zwerven en jagen. + +Het station dat op Wakdé volgt is het laatste in de rij. Hollandia, aan +de Humboldtsbaai, eindpunt der Noord-Nieuw-Guinea reis. De boot laat +het anker vallen voor een drukke kleine handelsplaats aan de monding +van een rivier. Dicht gerijd staan langs beide oevers de huisjes, +de stroom is als een dobberende markt. Bij de aanlegplaats staan +loodsen en een pakhuis; Chineezen met gouden ketting van knoopsgat +naar borstzak van hun khaki jas controleeren het binnenbrengen uit +de laadprauw van kisten, waarop namen van Europeesche steden en +fabrikanten staan. + +Aan de overzij van de baai, enkele minuten roeiens ver, ligt het oude +Papoea-gehucht op een zandbank maar juist boven het water uit. Er +staan hutten op als hooge, hoekige bijenkorven, op palen, dicht +aaneengedrongen op de smalle plek. Reusachtige schildpadschalen, aan +palen gehangen, drogen in de zon; de stank slaat den naderende over +het water tegen. De gezichten van de naakte, war-harige, vervuilde +wezens, die in een zwijgenden troep hem tegemoet zien, zijn een afweer, +nog erger haast dan de stank. Denkende aan wat verhaald wordt van hun +stompzinnige wreedheid, dingen die ongeloofelijk lijken en onmogelijk, +begint hij nú te gelooven daaraan. + + + + + +Chineesche winkels + + +Te Sorong al begon het; hier in de Humboldtsbaai, in dat bedrijvige +dorp, waar de boot haar laatste vracht ontlaadt, is het nog; en +nergens, op de geheele lange reis was het er niet--het Chineesche +winkelbedrijf. Niet ééne was er van al de vele aanlegplaatsen,--Saonek, +Manokwarie, Roon, de Wooibaai, Ansoes, Pom, Mokmer, Wakdé,--of langs +het strand stond een wal van Chineesche toko's, splinternieuw alle, +sommige niet eens af nog; en Chineezen stonden te wachten op de +ladingen gaba-gaba, planken, dakzink, atap in reepen, die langs +het laadbord de vlet in gleden, en op de Chineesche timmerlui, uit +Ambon en Menado meegekomen om, voor een dagloon van f 3, beginnend +met den eersten dag van uitreis en eindigend met den laatsten van de +terugreis, over een anderhalve maand te beginnen, van al dat materiaal +weer Chineesche winkels te maken. + +De kust is, in wording, één Chineesche winkelstraat, honderd-en-vijftig +geografische mijlen lang in de vogelvlucht gemeten, met voor zichtbare +klanten een troep spiernaakte, een stuk gedroogde visch kauwende +Papoea's. De reiziger ziet er naar, verbaasd, tot hij, instee van +de oogen, de herinnering te hulp neemt. Die begint aan een lange +geschiedenis. + +Het is wèl bekend hoe het land van de Paradijsvogels niet dan half bij +toeval, half bij dwang Nederlandsch koloniaal gebied is geworden--bij +toeval een exploitatieland van de Oost Indische Compagnie, die er +weinig voordeel van heeft gehaald, bij dwang der omstandigheden en +annexatie, bij stukken en brokken, een bezit van den staat, die de +desolate erfenis aanvaarden moest en later, tegen wil en dank meest, +verdedigen tegen andere gegadigden. + +In den bloeitijd van de O. I. C. waren "de Papoesche Eilanden" +nog onbekend land voor haar, al wist zij, dat de Molukkenvorsten +daarvandaan groote rijkdommen haalden, en dat Portugeezen zich daar +hadden gevestigd en Spanjaarden. Een gerucht dat er goud te vinden +zou wezen, prikkelde den ondernemingslust. + +Er werd een schip gezonden naar de Zuidwestkust, om te zien wat er +aan was van het op Ceram gehoorde omtrent den rijkdom dier streek, +en een contract werd gemaakt met den Sultan van Batjan, die daar vage +rechten had. Tien jaar later eerst kwamen de schepen der Compagnie op +de Noordkust, geheel bij toeval, gedurende een tocht, ondernomen om +een anderen weg naar Indië te vinden, dan die bij octrooi haar was +toegestaan. De kust en eenige der dichtbij gelegen eilanden werden +onderzocht, maar er leek weinig te halen, zooals op heel Nieuw-Guinea, +waar van goud niets gevonden was, en de muskaatnoten--een in het +wild groeiende soort--van veel minder hoedanigheid bleken, dan +die op Banda geteeld werden, terwijl er voor den pluk geen handen +te vinden waren, en het volk kwaadaardig slag was, verraderlijk en +moordzuchtig. Ook bleek de kust gevaarlijk te bezeilen. De regeering +verbood ten slotte den handel. En dat hij hervat werd, kwam door +denzelfden dwang, die, onder geheel veranderde omstandigheden, +anderhalve eeuw later de formeele annexatie te weeg zoude brengen, +alle aarzelende voorzichtigheid, en zuinigheid óok, ten spijt: +door den dreigenden binnenval van den vreemdeling. De Compagnie, +die zich wilde verweren "met de wapenen die God ons gegeven heeft," +als bij een andere gelegenheid een van haar doortastende pioniers +verlof vroeg te doen, kreeg ongelijk van de hooge regeering bij het +gevankelijk opbrengen van den Engelschen ontdekkingsreiziger William +Dampier naar Ambon. Zóo hardhandig ging het niet. De tijd van betoogen +en onderhandelen begon, contracten werden vertoond, met Moluksche +vorsten gesloten, met sultans van Batjan, Tidore, Ternate. Het was niet +anders dan een schijngezag dat zij op Nieuw-Guinea uitoefenden, en hun +eenige functie: het innen van schatting en het rooven van slaven. Maar +een ander gezag was er zelfs ook niet in schijn, en ook de Engelschen +wisten gedurende het interim niet beter te doen om eenigermate rust +te krijgen in het land, dan de potentaten van Tidore en Ternate, +met elkander erfelijk in een krijg, die ook in Nieuw-Guinea werd +uitgevochten, te bewegen tot vredesluiting. Toen daarop Nieuw-Guinea +mèt den Oost-Indischen archipel terug kwam aan Nederland, erkenden +opeenvolgende regeeringen, soms zwijgend, soms uitdrukkelijk, het +recht van den Sultan van Tidore, dat eindelijk zelfs uitgebreid werd, +over gebied, trouwens, waar het Nederlandsche gezag zich nog nooit had +doen gelden. Het leek veiliger de verantwoordelijkheid voor wat daar +gebeurde over te laten aan anderen, nu men de middelen eenmaal niet +bezat om het zelf te beletten: zeeroof, slavenhalen, moord en doodslag. + +Dat alles was het gevolg van Moluksche regeersystemen, maar +Westersche handelsontwikkelingen hadden het ergste nog verergerd +met den invoer--ter sluiks--van jenever, opium en vuurwapenen; dit +laatste om de Paradijsvogeljacht. + +Op zichzelf was deze geen nieuwigheid uit het Westen. Het is bekend, +onder anderen uit Wallace's boek, hoe op het laatst van de zestiende +eeuw al Portugeezen, Hollanders en Engelschen dien handel gaande vonden +in de Molukken. "Godenvogels" noemden de Maleiers om hun schoonheid de +schitterende diertjes, wat de Portugeezen, met een verchristelijking +van het denkbeeld vertaalden als "Paradijsvogels." Jan Huygen van +Linschoten zag er, op die reis waarvan hij zijn beroemd verhaal +zou doen. Als het anno 1598 aan een schrijver paste, gaf hij +den "Godenvogel" een latijnschen naam en verhaalde van de "Avis +paradisea." En het Hollandsche "paradijsvogel" ontstond, dat andere +volkeren ieder in de eigen taal overnamen en waaraan de fantastische +dierkunde van den tijd de voorstelling vastmaakte van een vogel zonder +pooten, die nergens nestelde noch neerstreek, maar op uitgebreide +pluimen dreef in den zonneschijn. Er waren immers ook nooit anders dan +verminkte huidjes naar Europa gekomen. Trouwens, in de Molukken zelven +werd niet anders gezien: de vogels waren handels-artikel, enkel om +de pluimen. Dat de Papoea's ze als schatting opbrachten aan den radja +van Ternate ziet men onder anderen ook uit het Noefoorsche sprookje, +tegenwoordig nog verteld, van hoe de Paradijsvogels in een prauw naar +Ternate voeren, om schatting te brengen aan den Sultan. De handel in +de huiden was dus een oorspronkelijk-inlandsche. Maar hij veranderde +toch van karakter, hij werd wereldhandel, door de navraag uit het +Westen in den nieuwen tijd. Wallace zag het begin van die verandering, +en voorspelde erge gevolgen voor de vogels. De allerergste kwamen +voor de menschen. Concurrentie onder moord en doodslag, vuurwapenen +onder de wilden, de jenever als ruilmiddel. Van de Merauke rivier +in het Zuid-Westen af tot aan de Hollandiabaai in het Noord-Oosten +werd de kust van Nieuw-Guinea een hel. Beccari en Mikloecho Maclay +schreven op en lieten het aan de wereld lezen wat zij met eigen +oogen gezien hadden. Er ging een schreeuw op over de "koloniale +mogendheid" die zulke dingen duldde. Gevaar begon te dreigen van allen +kant. Australische avonturiers, die op de Zuid-Westkust kwamen om +wilde muskaatnoten--de prijs was een voorlaad-geweer van f 10 voor +een mand met f 100 waarde aan noten--trachtten van Papoea-hoofden +het land te koopen dat de koloniale regeering, voor complicaties +beducht, hen geweigerd had. De Berlijnsche conferentie van 84, ter +regeling van internationale koloniale belangen bijeengeroepen, gaf +een definitie van koloniaal bezit die de Nederlandsche autoriteit +over het gebied der Molukkenvorsten in Nieuw-Guinea tot een +hachelijke quaestie maakte. Engeland beklaagde zich over invallen +van Papoesche rooverbenden, Nederlandsche onderdanen in naam, in +Britsch Nieuw-Guinea. Toen was het geen wil meer maar een moet. De +schaduwen der Molukkenvorsten gleden weg van het land en ambtenaren +van het Binnenlandsch Bestuur stapten aan wal. Als laatste herinnering +misschien aan vroegere toestanden werd Zuid-West Nieuw-Guinea een +afdeeling van het gewest Ambon, Noord Nieuw-Guinea een afdeeling +van Ternate. De regeering zat in de Papoesche prauw: zij roeide met +de riemen die er in lagen--schepriemen, voor Westerlingen-handen +de deugdelijkste niet. De Paradijsvogel-handel was er een van. Er +werd geprobeerd uit het onvermengde kwaad een vermengd goed te +maken. Het licentiestelsel moest aan het land het allernoodigste geld +verschaffen om een begin van organisatie en beschaving te brengen. Om +het allerergste gespuis te weren werd de bepaling gemaakt, dat niemand +tot de aanvrage van een jacht-acte zou toegelaten worden dan wie op +de kust als handelaar met een winkel gevestigd was. + +Een poging werd nog gedaan ten gunste van een Nederlandsche +maatschappij, om de jacht tot monopolie te maken. De voorstanders +voerden als reden aan, dat exploitatie door een Nederlandsch +handelshuis het best zou beantwoorden aan de bedoeling der +wet, namelijk van den handel een middel tot beschaving van +den Papoea te maken. De tegenstanders wezen op het gevaarlijke +van het monopolie-stelsel en de behoefte van Nieuw-Guinea aan de +ontwikkeling, die concurrentie mede kan brengen. Een buitenlandsche +firma verzette zich heftig tegen bevoorrechting van het Nederlandsche +kapitaal. De zaak werd in de Tweede Kamer besproken en het +voorstel verworpen. Allen, die wilden, begonnen den wedstrijd. De +overweldigende meerderheid waren Chineezen, bouwers van winkels +en winkeltjes in soorten, van de keurige toko's in Manokwarie af, +als een Europeanen-huis gebouwd en vol Europeeschen import, tot de +gaba-gaba-doos met gegolfd zinken deksel toe, waarin op Pom of Wakdé de +speculant in vogelhuiden neergehurkt zit, tusschen een zak rijst en een +baal rood katoen. En zoo ontstond en staat--voor zoolang de Parijsche +mode het zal beschikken--die Chineesche winkelwijk, die met de zee +voor straat van 131° tot 141° Oosterlengte langs den evenaar loopt. + +De hoop is, dat daarlangs de beschaving binnen zal komen in +Nieuw-Guinea. + + + + + +Fakfak + + +Het eerste station op de reis naar Zuidwest Nieuw-Guinea is Kokas, een +klein plaatsje aan de Zuidkust van de Maccluer Baai, spiksplinternieuw +blinkend met twee groepen houten, met zink gedakte huisjes ter weerszij +van een heuvel, die op de kruin het huis van den bestuursambtenaar +draagt. Zuidwaarts kaap Fatagar om, en het Oosten in, gaat dan de +vaart naar Fakfak. + +De vestiging ligt prachtig tegen de steilte aan van een rotsachtige +baai, die door een eilandje van de zee is afgedamd. Het gesteente +van de rots is lichtgrijs, wit bijna. Struikgewas en allerlei +slingerplanten hangen er met hun rijk groen langs, het klaarblauwe +water kaatst groen en wit licht overblauwd terug. Op een smal strookje +fel-wit zand staat een buurt Chineesche winkels. De Papoea-hutjes +zijn tegen de hoogte aangebouwd. Er loopt een steil pad langs, dat, +boven, over de kruin van de rots weer naar beneden duikt. Daar ligt het +eigenlijke dorp langs een ondiepen inham van de zee--hutjes op palen, +die bij ebbe boven zwarte modder staan. Doode stammen, naakt en bleek, +met allerlei wrak en nameloos aanspoelsel tusschen de starre takken, +steken uit de zwartigheid op, waarin kinders rondwaden op den zoek +naar krabben en schelpgedierte. De mannen en vrouwen van het dorp +dragen een dunnen schijn van kleeding. Fakfak is, in den korten tijd, +sedert de vestiging van het Nederlandsch gezag verstreken, een centrum +geworden van inlandschen handel: paradijsvogelhuiden komen hierheen uit +het oostelijke binnenland, massooi,--de sterk-geurende schors waaruit +in Europa de basis gewonnen wordt voor allerlei reukwerk--damar uit de +bosschen, en schelpen uit de strandzee langs Kaimana. Er wonen veel +Moluksche handelaars rondom, die een missigit hebben op het eilandje +voor de baai, Serang. Vandaar die schijn van kleedij. + +De binnenlanders, die met hun vogelhuiden en massooi naar Fakfak +komen, loopen naakt, ten hoogste enkelen met een lap katoen, van +voren afhangende van het vezelsnoer rond hun middel. Den dag voor +onze aankomst was er juist een bende van veertig binnengebracht: +als gijzelaars voor stamgenooten, die op een raaktocht waren gegaan +en een aantal koppen gesneld hadden. De omweg over onschuldigen heen +is de kortste, de eenige dikwijls om een Papoeaschen schuldige te +bereiken. Het volk zelf gaat dien weg bij voorkeur. "Als wij den boom +willen vellen, die naast ons huis staat, dan hakken wij er een om, +een eindweegs verder in de rij. De vallende velt den naaste, tot de +laatste dengene velt dien wij eigenlijk meenen." Nooit velt een Papoea +den "eigenlijk gemeenden" man, die sterker is dan hijzelf. Neen! Hij +kiest een derde, die te eenenmale vreemd is aan de vijandschap en haar +oorzaak, doch sterk genoeg om die vijandschap uit te vechten, ware het +zijn eigen zaak. Door de opzettelijke beleediging wordt de zaak nu tot +de zijne gemaakt, en meteen hem uitgelegd, met wien hij ze uit moet +vechten. Hij gaat heen en raakt den "eigenlijk gemeende." Zoo komt +de zaak in orde. Het gebeurt wel dat de over-te-brengen beleediging +hem zelven zóó treft, dat hij ze niet meer overbrengen kàn. Een man, +die een moord te wreken heeft en den moordenaar niet aandurft, zal den +derde dooden, en zijn stam van de bedoeling in kennis stellen. Dan gaat +de sterkste van den stam er op uit, in de plaats van den verslagene, en +doodt den oorspronkelijken moordenaar. De moord op den tusschenpersoon +wordt niet als misdaad gerekend, noch als eenige reden van haat +of vijandschap. Geheel met den Papoeaschen gedachtengang strookte +dus die gevangenneming van veertig man, die aan den sneltocht niet +medegedaan hadden. Nu zouden hun bloedverwanten natuurlijk zorgen de +koppensnellers te vinden, en hen ter berechting te brengen naar Fakfak. + +De laatste flarden van wildemans-romantiek, waarmede westersche +onwetendheid den koppensneller omhangt, vallen van hem af, wanneer +men hem in zijn eigen land ziet, en de wijze verneemt waarop hij te +werk gaat. Er is geen zweem van wilden moed in, het is door-en-door +arglistig, wreed en jammerlijk laf. Op de Noordkust is het vijandschap, +die tot dien sluipmoord aanzet; hier op de Westkust zijn het met +den godsdienst verband houdende voorstellingen. Aan een nieuwgeboren +kind kan niet een willekeurige naam gegeven worden; het moet de naam +zijn, door eenig mensch op dat oogenblik levende gedragen, en die +naam kan hem niet anders afgenomen dan met zijn leven tegelijk. In +den donker besluipt de bende snellers het dorp, waar zij den meesten +buit en den minsten tegenweer denken te vinden, en verschuilen zich +langs de wegen die naar het veld gaan of in het woud. Die met het +aanlichten van den dag daarlangs komen, worden, van de hinderlaag +uit, met pijlen en speren doorschoten, in den rug. Man, vrouw of +kind, dat is eender. De moordenaar vergt den gewonde zijn naam af, +terwijl hij hem den hals van de schouders zaagt met een bamboelatje, +dat, zoo dikwijls het afstompt, wordt gescherpt op den rand van een +schelp. Het duurt lang. Een plotselinge ruk trekt, ten laatste, de +wervelstreng doormidden. Het geheele binnenland is nog het rijk van +den koppensneller. Geen ander afdoend middel is te vinden tegen den +gruwel dan ijzeren dwang, dwang met de wapenen. Het verstand is er +nog niet, waarop een beroep gedaan zou kunnen worden, het gevoel is +er nog niet, dat gaande gemaakt zou moeten worden, om den eigen wil +te bewegen tot het betere. Het slechte moet eerst onmogelijk gemaakt +worden. Hoe? met een paar dozijn gewapende politie-manschappen voor +een land zoo groot als half-Borneo! + +Voor wie gevangen werden was de straf vroeger dwangarbeid in +ballingschap. Het bleek, in de praktijk, de doodstraf. De Papoea +verdroeg, met zijn lichaam, de rijstvoeding van Celebes of Sumatra +niet, met zijn gemoed niet het heimwee; hij stierf al na korten +tijd. Nu is van de straf de ballingschap afgenomen: koppensnellers +doen hun dwangarbeid, werkende aan de wegen, die door hun eigen +land worden aangelegd: te Fakfak, te Merauke, te Manokwarie. En nu +gebeurt het gelukkige. De onmogelijkheid, waarin ze zijn gekomen om +den ouden moorddrang te volgen, het geregelde leven, de zekerheid van +elken dag genoeg te zullen eten en drinken, elken nacht tegen dauw +en kilte dek genoeg te zullen hebben, de veiligheid, ongekend tot +nog toe door hen die nooit konden weten waar hun plotselinge vijand +vandaan zou komen, noch zelfs wie hij was, de vaste arbeid eindelijk, +te zamen met vele gelijken, doen het menschelijke ontkiemen in wat +eerst maar een wezen van het woud en de wildernis was. Als de eerste +schrik en wantrouwige haat geweken zijn, begint hij te beseffen dat +het toch beter zóó is, toch beter, zelfs onder dwang, met goedwilligen +samen te wezen, zelf goedwillig, dan, in volle vrijheid, een vijand +onder vijanden. Langzaam aan wordt ook de dwang minder hard te +verdragen. Hij gaat wennen aan den arbeid. Als zijn tijd om is, +hebben zich behoeften en gewoonten in hem gevormd, waaruit een nieuwe +levenswijze kan ontstaan; hij is voor het betere vatbaar geworden. Het +besef van die verandering drukt hij, op zijne wijze, uit, als hij +verlof vraagt om het bruine dwang-arbeiders-pak te mogen behouden, +dat hij, zóó gekleed, gekenteekend voor "goed-vriend van de Kompenie" +in zijn bergdorp moge terugkeeren. Het verzoek wordt vaak gedaan. + +Het is een al oude manier van de Papoea's in het binnenland, +"beschaving" te gaan halen bij de stammen langs de kust, tot wie zij +opzien als tot hun meerderen en beteren. Die menschen, die immers +geleerd hadden van vreemdelingen uit rijkere landen, van Chineezen, +Arabieren, Cerammers, Boegis, wisten en hadden van allerlei, waarvan +de binnenlanders nog nooit vernomen hadden. Zij aten beter voedsel, +zij gebruikten beter werktuigen, hun leven was gemakkelijker. Graag +kwamen zij daarom naar de kust met hun troepen buitgemaakte slaven, +hun massooi, hun paradijsvogelhuiden en hun damar. En zij trachtten +zooveel mogelijk van hun eigen vrouwen te doen trouwen met mannen op +de kust, en zooveel mogelijk vrouwen van de kust mee te krijgen naar +hun eigen dorpen, om door verwantschap zoowel als door handelsverkeer +de verbintenis nauwer te maken van hun wildernissen met de kust. De +nieuwe manier, waarbij ouders in het binnenland bewogen worden, hun +dochters voor een paar jaar naar Fakfak te laten gaan, als huisgenoot +van een "goeroe"--een inlandschen schoolonderwijzer, Ambonees of +man uit de Minahassa meest--, of anders als pleegkind in het gezin +van een met het gouvernement bevriend hoofd, komt hun daarom niet +als iets vreemds voor, niet als een Westersche nieuwigheid, die men +wantrouwen moet. De meisjes komen gaarne en blijven gaarne, en nemen, +als ze teruggaan, onder andere de gewoonte van zich te wasschen mee. + +Zij van hùn kant, de ontslagen dwangarbeiders van den hùnnen, +brengen zoo nieuwe mogelijkheden het binnenland in. Zij willen wel, +de Papoea's: alléén: zij moeten eerst geholpen worden om te willen. + +Dat voor zulk helpen toch zooveel geld noodig is! + +En dat de helpers zoo weinig maar hebben! + + + + + +Merauke + + +Mannen kwamen aan boord, naakt van hoofd tot voeten, met gezichten +zwart en fel-rood geverfd, door hun neusvleugels scherpe lange +slagtanden gestoken, en aan den arm bossen stinkende stukken huid van +een wild zwijn. Zij liepen met een lichten, sterken gang, hun voeten +veerden als zij den grond aanraakten. Een trotsch jong dier loopt zoo, +lichtweg den boschgrond slaande met zijn hoeven. Zij waren als dieren +schoon, het was de blik van een dier die uit de zwarte oogen kwam, +half-wild, half-schuw. Zij droegen wapens: een hoogen boog, pijlen, +een speer; zij hadden sieraden aan: een ring uit de wrong van een +schelp geslepen om den pols, snoeren van schelpen en hondetanden +om den hals; en van hun haar, dat, met roode klei doorkneed, als +een breede krans hun om het voorhoofd stond, waren achter aan den +schedel lange vlechten gestrengeld, bont van ingevoegde stengels en +bladerreepen. Zelfs de wapens en het sieraad namen dat dierlijke niet +weg; aan hen leek het een natuurlijk-gegroeid verweer als klauwen, +scheurende tanden, horens, een natuurlijk gegroeid siersel als manen en +prachtige kleuren van vacht. Die menschelijke dieren waren Kaja Kaja's, +Papoea's, inheemsch in de van giftige moerassen walmende streek die wel +"Duivelsland" is genoemd: "the Devil's own country." Hun eigenlijke +naam is Marinda. Maar den eersten keer, dat zij, niet als vijanden +op een stoomboot afgeroeid kwamen, schreeuwden zij uit de verte dat +woord Kaya Kaya, dat "goede vrienden" beduidt: het is hun sedert +onder Westerlingen voor naam gebleven. + +Zij; en de Toegeri, de "messendragers," om wier invallen op +Engelsch gebied te keeren Merauke gebouwd werd twaalf jaar geleden; +de moordzuchtige woestelingen langs de Digoel; noordelijk de kust +op, zij die langs de Golf van Maccluer wonen, menschenjagers van +oudsher, en nog zoo lang geleden niet menscheneters, kinder-roovers, +slavenhaalders, koppensnellers; als dieren woest en als dieren +vervolgers en vervolgden tegelijk, hebben zij sedert eeuwen in dit +verschrikkelijke land geleefd. + +De sterke stammen op de bergen joegen de zwakkeren: de zwakkeren +vluchtten, telkens opgejaagd, telkens weer verder. Zij kwamen aan de +kust, tusschen de moerassen. Daar besprongen de vreemdelingen hen, de +Ceramsche en Boegineesche zeeroovers. Zij kropen weg in de bosschen, +langs de monding van de groote rivieren, zij kregen de vergiftige +moeraskoortsen, zij hongerden bij het bittere armzalige voedsel, +hun bloed verarmde, hun huid werd ziek, hun gedachte was niet anders +meer dan hoe zich te verbergen, hoe zich te verweren, zij werden bang +en boosaardig. Nog vinden de exploratie-detachementen die de groote +rivieren opgaan, in hun nestelplaatsen troepen van zulke wezens +zitten, die bouwen in het geboomte. Anderen waren gelukkiger, zij +sloegen de vijanden af, of werden bondgenooten met hen. Zij hielpen +hen slavenhalen, zij gingen het bosch in en schoten Paradijsvogels, +die zij den vreemdelingen verkochten. Er kwamen er vele, al meer van +al verder gelegen landen, na de Cerammers en de Boegies en de mannen +van Ternate en Tidore, kwamen Chineezen en Arabieren. En toen kwamen +er van landen nòg verder af, toen kwamen de blanken. Ook zij wilden +slaven in de allereerste plaats, ook zij Paradijsvogels, reukhout, +hars, schelpen, parels. Maar zij brachten iets wat nog nooit door +iemand vroeger gebracht was in ruil; jenever en vuurwapenen. Toen werd +het nog veel erger onder de Papoea's dan het al was. Het allerergste +werd nog erger. Die eerste blanken voor wier nagelbosschen op Banda +de slaven gehaald werden inplaats van het volk dat zij uitgemoord +hadden op het eiland, hadden hen om hun gezicht en gedaante monsters +genoemd, morsige varkens, een beestachtige natie; nu werden zij het +naar het gemoed. De Kaja-Kaja's zijn hun afstammelingen, geworden +wat zij worden moesten. + +Er ligt een Kaja-Kaja gehucht in de buurt van Merauke, een klein +uur gaans verder langs het strand. De weg er heen gaat door een +klapper-aanplanting, waarvan de "copra-ruilers," hier op de Zuidkust +wat op de Noordkust de "jagers" zijn, den oogst komen ophalen. Een +regelmatig rooster van rechte slooten over het geheele terrein heen +getrokken, zóó dat de stortvloeden van den natten moesson een snelle +afwatering vinden naar de zee, ligt daar als een bewijs van wat het +volk van het gehucht met zijn weinig ontwikkeld verstand bedenken en +met zijn gebrekkige werktuigen--als een aangepunte stok, in steê van +een spade gebruikt, een werktuig heeten mag--uitvoeren kan. + +Het gehucht ligt open en bloot tusschen den boschrand en het strand +van de zee, zonder eenige afsluiting, haag, hek noch heining. Het is +niet anders dan een paar dozijn hutten, zoo armzalig, scheef geduwd +door den zeewind, verzakt in het zand, vervallend, aan flarden, dat +het een hoop bladers en takken lijkt door den storm bijeengewerveld +uit het knakkende bosch, eer dan menschelijk bouwsel. Er is een zekere +orde in te zien, toch. Een staketsel scheidt het in tweeën. De helft +naar het strand toe is het vrouwen-verblijf; de helft naar het bosch +toe het kamp van de mannen. + +In het midden daarvan staat het feesthuis, een vierkant van palen +met een dak er op. De palen zijn hier en daar versierd met grof +rood en zwart schilderwerk, het dak met een afhangende franje +van verdord klapperblad. Het eigenlijke sieraad echter ontbreekt: +menschenhoofden. De rijen schedels die hier vroeger hingen, liggen +nu te Merauke en de vervanging door versche is, sedert een paar +jaar, ondoenlijk gebleken. De mannen van het dorp houden hier den +gezamenlijken maaltijd als zij met een buit van kangaroe of wild zwijn +zijn teruggekomen uit het woud; hier ook hun drinkgelagen. Niet van +jenever: de invoer van alcohol is, als die van geweren en kruit, +verboden, en hier in de nabijheid van Merauke waarschijnlijk ook +zoo goed als onmogelijk. Maar op vele plaatsen, in den Maleischen +archipel zoowel als op Nieuw-Guinea, groeien in het wild planten +wier sap bedwelmt. Hier is het de "wati," een kruidachtig struikje +waar alle bosschen vol van zijn; het groeit tot aan de hutten van het +gehucht toe. Uit de bitter-geurige bladeren en stengels komt een sap +dat eerst vroolijk, dan half-dol, dan bewusteloos maakt. Het wordt er +uit geperst door kauwen, wat, met het opvangen van het sap, het werk +van de vrouwen is. Den avond voor onze komst was er, waarschijnlijk, +een feest in de loods geweest. Wij vonden er een man op den grond +liggen, bewusteloos-dronken. Anders was er niemand. De overigen +waren naar de boot--"een schip-vol rijst is aangekomen!", was in de +vroegte al geroepen; of naar het hospitaal van de missionarissen +van het Heilig Hart, met de een of andere wond, bij ontnuchtering +gewaar geworden; of mogelijk naar de tuinen, waarin de broeders +trachten hen ketellah obi en allerlei groenten te doen verbouwen; +of--meer waarschijnlijk--op de jacht. In het vrouwendorp was eenige +beweging. De meesten ook van hen waren weg, zij werkten in de tuinen of +zij vischten op de zee. Maar er waren er toch een paar achtergebleven +met eenige jongens en meisjes van een jaar of tien, en één kleintje, +van misschien drie--het eenige kind in het geheele gehucht, als wij +van onzen gids hoorden. Het vrouwendorp zag er nog ellendiger uit--als +het kan--dan het mannendorp. Een lange loods met één wand, die naar de +zee was gekeerd, en een rij ten ruwste van de takken ontdane stammen, +met de schors er nog aan, als pijlers om aan den anderen kant het +schuins afhangende bladerdak te stutten, was de gezamenlijke woning +van een aantal vrouwen-en-kindergezinnen. Op de breede bank, bed en +tafel tegelijk, langs de geheele lengte van de loods loopend, waren +de plaatsen afgedeeld door hoopjes van elks bezittingen--een mat, +bamboe-schalmen om water in te dragen, een van bladreepen gevlochten +zak, een vezelen net, een paar klappernoten. De etens-voorraad van het +dorp hing aan de palen--klompen steenhard sagomeel in bladers gepakt, +rissen gedroogde visch, een stuk vleesch, dat in den rook zwart was +geworden. In een hoek lag een zieke--verlamd, als we hoorden, sedert +jaren. Her en der liepen, knorrend, zwarte varkens, die wroetten in +allerlei afval van klapperschalen, vischgraten en leege schelpen. Aan +den ingang van een afzonderlijk krot zat een vrouw met een biggetje op +den schoot, dat zij koesterde of het een kind was. De vrouwen waren, +als de mannen, geheel naakt. Als sieraad hadden ook zij een tatouage +van litteekens. Die worden, als de huwbare leeftijd intreedt, met +scherpe schelpen aangebracht, en verduidelijkt door inwrijving van de +wonden met asch, wat het spoedige sluiten belet en breede litteekens +doet ontstaan. Zooals die versiering met litteekens het onderscheid +was tusschen kind en meisje, zoo was een ellendig-vervallen voorkomen +het onderscheid tusschen meisje en vrouw. Waren zij jong, waren +zij oud, die getrouwde vrouwen, moeder een enkele, de anderen alle +kinderloos? Het was niet te zeggen. Allen waren zij mager, holoogd, +suf, vuil. Allen ook hadden zij litteekens, àndere nog en wreedere +dan die voor sieraad ingekorvene. Van vrouwelijke gedaante was niets +meer over dan wat sterker was gebleken dan afbeuling, mishandelingen +en afzichtelijke ziekten. Aan verscheidene onder hen was in het +hospitaal van de missie het haast verloren leven teruggegeven. Waartoe +eigenlijk? Voor de vermeerdering van welk nut, welke vreugde, welke +liefelijkheid ter wereld? Als ooit omtrent barmhartige hulp zulk een +vraag gedaan mocht, dan mocht het hier. En als ooit, ook door wie een +afkeer heeft van dwang, naar dwang verlangd mag worden, om den wille +van het eigen best van den gedwongene, dan mag dat hier in Merauke. + + + + + +Langs de Geelvink-Baai + + +Tusschen de woestelingen van de Hollandia Baai en het zieke volk van +Merauke staan de Geelvinkbaaiers als een ander slag menschen. Bij +de oppervlakkigste beschouwing valt het op. Of zij minder geleden +hebben van slavenjagers in een oud, of van handelaars in vogelhuiden +en copra-ruilers in een jonger verleden; of zij oorspronkelijk van +beter ras zijn of met beter zich hebben vermengd; of zij meer voordeel +hebben gehad van Westerschen invloed--welke de oorzaken ook mogen +wezen, de toestand is zóó, dat zij in alle opzichten het beste er +aan toe zijn van al de kustbewonende Papoea's in het Nederlandsch +gebied. Sommige onderzoekers houden het er voor, dat zij vroeger +op een veel hoogeren trap van beschaving gestaan hebben. Materieele +overblijfselen van die beschaving zijn wel is waar tot nog toe niet +gevonden: maar zij gelooven er geestelijke te kunnen aantoonen in +hun taal en hun godsdienst. [26] De taal, het Noefoorsch, dat van +de Oostkust van Halmaheira tot het eiland Japen in de Geelvink-Baai +wordt gesproken, kent woordvorming door een soort reduplicatie; de +godsdienst heeft nog een verdwijnend spoor van monotheïsme; een gebed +tot een oppersten God wordt nog hier en daar uitgesproken.--Overigens +zijn de Geelvinkbaaiers zoo goed als Marindineezen en "Naakte Papoea's" +echte wilden, die van letter- en cijferschrift noch munt weten, geen +eigenlijke werktuigen kennen en maar bitter weinig van landbouw, en +leven van jacht en visscherij; terwijl zij, even goed als die anderen, +koppensnellers zijn. Het onderscheid zit meer in een toch zachtere +zede, een frisscher lichaamsgesteldheid en een vroolijker karakter. + +Het voorvaderlijke bedrijf, waar ook de Noefoor nog met hart en +ziel aan is gehecht, is de jacht; zijn visscherij is eigenlijk óók +jacht. Zooals hij met een speer naar een kangoeroe of naar een wild +zwijn werpt, zoo werpt hij ook met een speer naar schildpadden of +naar visschen. Geen van allen zijn het gevaarlijke dieren, waarop +hij jaagt; er zijn er geen in Nieuw-Guinea met uitzondering alleen +van het wilde zwijn, dat hij ook dikwijls probeert te dooden met een +springlans: een scherp gepunte stok, door een strik zóó gebogen, dat +als het dier in den strik geraakt, de lans, uitschietend, hem in het +lichaam treft. Het komt misschien door die afwezigheid van gevaar en +van de noodzaak bijgevolg, om vastberadenheid en moed te ontwikkelen, +dat de Papoea nogal laf is. Zijn vechten gaat meest met den mond. En +de koppensneller valt van achteren aan. + +Aan landbouw is hij moeilijk te krijgen, niettegenstaande alle +pogingen van de zending op Zuid- en Noordkust en van het binnenlandsch +bestuur. Hij doet, als het niet anders kan, het allergrofste werk +in de tuinen: het kappen van een boom, het uithalen van wortels of +steenbrokken; voor het overige laat hij zijn vrouw zorgen als, nog +niet zoo lang geleden, zijn slaaf. + +Tot voor korten tijd hield de geheele kust slaven. Dikwijls waren +dat gevangenen uit de oorlogjes, die ieder dorp altijd door tegen +zijn buur-dorpen voerde; dikwijls ook waren zij als kinderen van hun +bloedverwanten voor slaaf gekocht; met weezen was zulk een verkoop +en aankoop iets algemeens. Bij den dood van den vader ontlastte de +familie zich op die wijze van de kinderen, voor wie zij anders had +moeten zorgen. + +Op de hoofdplaats zelf van het district, den zetel van het bestuur, +is zoo iets pas gebeurd, wat eerst na lang onderzoek aan het licht +kwam. Een Papoea was 's nachts op koeskoes [27] gaan jagen. In het +donker zijn speer werpend naar de plek waar hij iets hoorde ritselen, +trof hij doodelijk een kind. De familie was een machtige, die een jaar +of wat geleden zeker leven voor leven genomen zou hebben. Zij voegde +zich nu naar de nieuwe wet en verklaarde genoegen te willen nemen met +een geldboete. Er werd niets meer van de zaak gehoord en zij scheen +geschikt, toen het uitkwam, dat de boete die inderdaad was betaald, +niet geld was, maar een kind, dat aan de familie van het vermoorde +was gegeven voor slaaf. Het bleek uit een bergdorp gehaald en het +kind van een weduwe. Om den last van de opvoeding niet te dragen +(men hoort hier véél van dien last, maar ziet er niets en begrijpt er +nog minder van), hadden de bloedverwanten van den overleden vader het +jongetje toen maar voor slaaf verkocht, terwijl zij de moeder opnieuw +uithuwelijkten. Het bevel om het kind terug te geven aan de moeder en +in zijn plaats geld aan te nemen, verwekte een hevige ontevredenheid +en bedreiging met opstand. Ten slotte echter schikte de beleedigde +familie zich, en het kind kwam bij de moeder terug. + +Overigens, de slavernij was van oudsher al geen harde hier. De slaven +werden als leden van het gezin beschouwd, in den dagelijkschen +omgang. Daarvandaan dat de taak van hun bevrijding een zoo te +eenenmale ondankbare was. In de Noefoorsche sprookjes, door Van +Hasselt verzameld en vertaald, heeft men een aardig spiegelbeeld van +het leven, dat heeren en slaven te zamen leidden. Altijd, als een +kleine jongen gaat visschen in zijn prauw, is zijn slaafje bij hem, +als zijn vrindje en kameraad. Ernstige vragen bespreekt een meester +met zijn ouden slaaf en neemt zijn raad wel aan ook. Een vrouw zit +bekommerd over het lange wegblijven van haar man, die op een verre +reis is; haar slavin komt binnenloopen. "Wees niet langer bedroefd, +hij is terug, onze heer! Ik heb zijn prauw gezien in de verte!" Aan +alle feesten van het gezin hebben de slaven deel. En met zijn meester +gaat de slaaf op jacht, als een paar vroolijke makkers. + +Het is aan het dorp van den Noefoor goed te zien, dat hij een jager is, +een zwerver, een eenzelvig mensch die geen nòg zoo geringen dwang of +regel kan velen: er is geen muur of greppel of haag of wat voor soort +omheining dan ook om zulk een gehucht. De hutten staan her en der, zoo +en wáar als de bouwer heeft goed gevonden ze te zetten. Niet anders is +het met zijn bestuur. Eigenlijk is er geen, behalve daar waar invloeden +van buiten af hebben ingewerkt. Alléen aan zijn familiehoofd bewijst +hij een zekere mate van eerbied en volgzaamheid. Hij houdt zich ook bij +dat hoofd wanneer hij in het dorp van een ander geslacht gaat wonen. De +familie-organisatie, de oudste, is de alleén sterke, die door latere, +zwakkere, (uitheemsch van oorsprong), heenbreekt. Het volk is nog niet +gekomen tot een meer omvattend verband; het heeft de soort arbeid die +daartoe opvoedt, nog niet verricht. Aan zijn familie-hoofd brengt de +Noefoor ook nu en dan schatting: niet dikwijls en niet veel; maar toch: +schatting. Aan het "vreemde" dorpshoofd niet. Toen de nieuw-ingevoerde +belastingen geïnd zouden worden door de dorpshoofden, die het bestuur +bij de organisatie van Noord-Nieuw-Guinea had aangesteld, bleek dàt +de moeielijkheid. "Wij willen ons zweet niet aan vreemden geven!" Wie +ooit een Papoea in zijn doen en laten,--in zijn láten vooral,--heeft +waargenomen, zal dat Papoeasche "ons zweet" verhollandschen met +"het zweet van onze vrouwen." Maar de bedoeling is duidelijk genoeg: +zij willen dat het zweet in de familie blijft. + +De familie zoo hoog waardeerend, is de Papoea natuurlijk ook zeer +trotsch op geboorte en bloedverwantschap. Zijn hoogste roem is te +behooren tot een geslacht van vrijen, die van ouder tot ouder vrijen +geweest zijn en met slaven noch hun afstammelingen zich vermengd +hebben. Fier zal een "edelman" zeggen: "Ik heb geen droppel lood +in mijn bloed, het is alles puur zilver en goud!" Een familiehoofd +wordt enkel uit zulk een geslacht gekozen. Een oudste zoon--daaraan +verandert de meest vriendschappelijke verhouding niets--mag nooit +met een slavin trouwen. + +In dorpsvergaderingen zal een man, die "lood in zijn bloed heeft," +bescheiden moeten zijn. Bij een op den voorgrond plaatsen van zijn +opinie krijgt hij allicht te hooren, dat meepraten aan een afstammeling +van slaven niet betaamt. Eén uitzondering alleen is op dien regel: +wanneer een kinderloos paar een slavenkind aanneemt voor eigen. Dat +gebeurt met een curieuze ceremonie, die zweemt naar het ritueel van +den Christelijken doop: uit een schaal, waarin een of ander gouden +voorwerp ligt, wordt "goudwater" over het slavenkind gesprenkeld, +terwijl het een nieuwen naam krijgt. Zoo wordt de smet van zijn +lage afkomst van hem afgewasschen en hij opgenomen in de nieuwe +familie-gemeenschap. Niemand durft hem later slaafsche geboorte +verwijten: hij is de erfgenaam van den "adel" zijner pleegouders. [28] + +Er is, officieel, geen slavernij meer tegenwoordig; maar met de +instelling kunnen niet tegelijk de gevoelens, die uit haar zijn +opgegroeid, afgeschaft worden. De vrije Papoea, die de zoon van vrijen +is, minacht den vrijen Papoea, die de zoon is van onvrijen. Dat is +op een verbijsterende wijze aan den dag gekomen bij de invoering van +het onderwijs. Op de scholen gingen de pleegkinderen van de zending, +weesjes, geroofde kinderen, slaven-kinderen ook. En dat maakte, +dat de hoofden de hunne er van weghielden in het begin. "Waar het +kind van een slaaf onderwezen wordt, daar kunnen ònze kinderen niet +onderwezen worden." + +Klassegevoel als een belemmering voor de beschaving onder wilden, +dat is iets waar men, als Europeaan, niet vanzelf op verdacht zou zijn. + + + +Bij het zwervende leven dat van oudsher de Papoea geleid heeft, +komt de verzorging van het gezin geheel en al, de kostwinning bijna +geheel en al neder op de thuis blijvende, op de vrouw. Zij is het die +den last draagt waarover hij zoo kan klagen. Zij werkt in de tuinen, +ze plant de groenten en de maïs, ze draagt op haar rug de zware vracht +van den oogst naar huis; langs het strand en op de koraalriffen zoekt +zij schelpdieren en krabben, 's avonds kan men haar tegenkomen met een +walmig bamboe-toortsje, bukkend langs den rand van het strandbosch om +de slakken te zoeken waarmee als aas gehengeld wordt. Te Fakfak gaat +zij met de prauw de zee in, en schiet met pijl en boog op de visch. De +verkenningstroepen, die het binnenland achter de Humboldtsbaai in +gingen, zagen in het Sentani-meer vrouwen naar visch duiken, als +watervogels drijvend met de armen over een bamboe, dien ze loslieten +als zij in de diepte een visch zagen. Is er damar te halen in de +streek, fossiele, die opgegraven wordt uit den alouden woudgrond, of +levende die van de stammen kan geschraapt, dan zijn het de vrouwen die +hem gaan halen, in prauwen die zij zelven roeien. Natuurlijk zorgen zij +voor het eten, en voor het vuur waarop het gekookt wordt, en voor de +brandstof voor dat vuur. In Fakfak zorgen zij zelfs voor den bouw van +het huis: dak-dekken is daar vrouwenwerk. Als vanzelf spreekt is ook de +verzorging van de kinderen haar taak; zooals de Papoea het uitdrukt: +"Zij zijn er om voor onze kinderen te zorgen." En waar kleeren van +boombast gedragen worden zijn zij het die den bast moeten weeken en +dun kloppen. (Weven echter doen zij niet. Zij hebben den stap nog niet +gedaan die van knoopen tot weven leidt: de uitvinding van het werktuig, +om den arbeid te verrichten, voor de menschelijke hand te fijn. De +geweven kleeren die de Papoea's beginnen te dragen, zijn import, +meest Europeesche, door de vogelhuiden-opkoopers het land ingebracht.) + +Voor den Papoea is het dus zaak te trouwen, dat er behoorlijk voor hem +gezorgd en gewerkt wordt wanneer hij er op uitgaat, de kangoeroe's en +de wilde varkens achterna, of de Paradijsvogels of de visschen. En +omdat vrouwen schaarsch zijn--alle berichten stemmen overeen op dit +punt van de groote minderheid in getallen van de vrouwen onder de +Papoea's--moet hij, of zijn familie, bij de pinken zijn om er bijtijds +een te krijgen. + +Allerwonderlijkst komen hier de verwarde dooreengroeisels te zien van +ouder en nieuwer in het volksbestaan van den Papoea; overblijfsels +uit den tijd dat hij nog in een stamverband geleefd moet hebben, +en de jongelingen van den eenen stam hun vrouw gingen rooven uit +den anderen, zitten dooreengestrengeld en verknoopt met manieren en +berekeningen, zooals hij er geleerd kan hebben van de huidenhandelaars +uit den ouden tijd, uitgeslapen Ternataansch en Ceramsch volk. De +voorvaderlijke wijs van huwelijksluiting is de schaking; en zij geldt +nòg. Maar de algemeen-gebruikelijke is een schikking tusschen twee +families, die wèl beschouwd niet anders is dan een koop en verkoop +van de wederzijdsche kinderen, waarbij de voorwaarden van betaling +en levering allernauwkeurigst zijn bepaald. Daar vrouwen een artikel +zijn, meer gevraagd dan aangeboden, zorgt de bruigoms-familie vroeg +er bij te zijn. Kinderverlovingen komen véel voor. "We leggen de +prauw maar vast voor anker, anders mocht ze eens wegdrijven," zegt +de voorzienige bruigoms-familie dan. Van het oogenblik af dat de +twee gezinnen het éens zijn geworden, wat niet gebeurt dan na een +schijnvertooning van onwil door de familie der "bruid," beginnen zij +over en weer met het bijeenbrengen van den bruidschat, die voor een +gedeelte later aan het jonge paar komt om er hun huishouden mee op te +zetten en voor de rest een wederzijdsch geschenk van de twee families +aan elkander is. De giften gaan van de eene familie naar de andere +gelijk op, en er wordt met de grootste zorg door elk der twee gewaakt +dat niets meer gegeven worde dan terugontvangen. Het boekhouden gaat +bij middel van stokjes, die in bundeltjes bijeen worden gebonden. Dìt +beteekent: een visch gegeven; dàt: een bos pisang; dit andere weer: +geholpen met sagokloppen, of meegeroeid in de boot; want ook diensten +en handreikingen worden beschouwd als betaling, toegebracht aan den +bruidschat. Vandaar groote moeilijkheden, als de zaak ten slotte +toch niet doorgaat, omdat een der twee, volwassen, plotseling een +eigen wil toont en een ander kiest, als in den laatsten tijd nog al +eens, en zelfs hoe langer hoe meer, voorkomt. In dat geval moet de +gecompliceerde rekening uiteengehaald met vergelijking van stokjes +en bundeltjes, en een "schande-prijs" betaald worden--want ook de +aangedane beleediging kan in materieele waarde worden omgezet--aan +de teleurgestelde familie. + +Dit is alles zoo zakelijk mogelijk. Maar door de handelsgewoonte +heen komt plotseling de oude zede weer te voorschijn in het verbod +aan verloofden, hoe jong ook, om elkander te ontmoeten; in het gebod +aan den jongen, om zich voor alle leden van zijn meisjes familie te +verschuilen, wáár hij er ook een tegenkomt; en in de wijze waarop +het trouwen van het aan-elkander-gekochte paar wordt gevierd, met de +dramatische vertooning van een roof en daarvoor genomen weerwraak. Als +had de bruidegom hun bloedverwante geroofd, gaan de jonge mannen uit de +familie van het meisje in een dreigende bende naar zijn huis--of wat +op dien dag daarvoor geldt--en breken het uit weerwraak tot den grond +toe af, door met stokken ernaar te gooien, dat geen spaander aan den +anderen blijft. De bruigom verschijnt op den splinterhoop en biedt, +als boete, aan ieder der beleedigden een geschenk, dat tegenwoordig +bestaat uit een mes--een gewoon Hollandsch keukenmes met rood houten +heft is het gewilde soort. Die uitgave moet de bruigomsfamilie zich +getroosten, en zij loopt dikwijls hoog genoeg op. Het gebeurt wel, dat +een paar honderd wrekers van maagdenroof een huis komen afbreken. Maar +de kosten van wederopbouw heeft de familie althans niet. Het huis is +ook maar een voorstelling, een theaterhuis, om het zoo uit te drukken, +geheel waardeloos en van te voren voor de vernieling aangewezen. Het +is dan, òf een geheel vervallen krot, òf een huis, verlaten omdat +daarin iemand gestorven is (wanneer een huis verlaten móet worden); +òf, ook wel, een nieuw, dat niet betrokken mocht om dat er, in den +eersten nacht toen de bouwer er voor proef ging slapen, gekraak in is +vernomen, wat de aanwezigheid kenbaar maakt van een boozen geest. Van +zulke waardelooze huizen zijn er altijd genoeg in elk dorp. Zoo wordt +de schade, die de wildeman zou willen aanrichten, vernuftiglijk door +den koopman ondervangen. En 't is eere gewaard en kosten gespaard +bij het bruilofts-drama. + +De affaire wordt voortgezet: het jonge paar betrekt met het toegewezene +deel van den familiebruidschat een kamertje in het huis van de +bruidegoms-ouders. Van nu af is alle voordeel aan den kant van deze +laatsten. Zij hebben een zoo goed als niet betaalde werkkracht in huis +gekregen. Zij wordt behoorlijk uitgebuit. Zelfs het moederschap wordt +beschouwd als een dienst aan den man en zijn familie. De moeder-zelve +heeft geen rechten op haar kinderen: enkel plichten tegenover hen als +tegenover het eigendom van haar man en zijn familie, wier eigendom zij +zelve is. "Wij trouwen om kinderen te hebben, en de vrouwen zijn er +om voor onze kinderen te zorgen." Zoo neemt de Papoea de verhouding +op. Als het ongeluk wil dat tijdens afwezigheid van den vader een +kind ziek wordt en sterft, dan zal hij dat zeker met een mishandeling +wreken aan de schuldige moeder die zijn eigendom heeft verwaarloosd. + +Dit belet hem niet het recht van den eigenaar uit te oefenen, om +zich van een bezit, dat hem bezwaarlijk valt, te ontdoen. Wanneer hij +vindt, dat het huisgezin te talrijk wordt, zoodat hij wel eens voor +de noodzaak kon komen te staan "hard te moeten werken om allen te +voeden," en wanneer "de last van het kinderen grootbrengen" hem dan +te zwaar lijkt voor zijn zwakke krachten, mag hij een kind ter dood +brengen. In de Hollandiabaai moet dit véél voorkomen. En er wordt +zelfs gezegd, dat uit angst voor den toorn van den man, rampzalige +moeders zelven hun pas-geborenen vermoorden. Langs de Geelvinkbaai, +waar de toestanden in alles gunstiger zijn en de zeden ook zachter, +hoort men niet dan zelden van kindermoord. + +Bij de nieuwe huwelijkswetgeving voor Christenen afgekondigd, worden +de vrije keuze van jongen man en jong meisje tegenover familie-dwang, +en de rechten van de moeder op haar kind gevrijwaard. Om dit laatste +is zij door de mannen met grooten onwil vernomen. Maar al mokkende +en dreigende schikken zij zich toch, zooals zij mokkend en dreigend +zich geschikt hebben in het verbod van slaven halen en het verbod +van koppensnellen. En misschien hebben de verstandigsten het al +ingezien, dat ook deze nieuwe beperking van hun "rechten" ten slotte +een bevordering van hun welzijn is. + + + +In den strijd dien koopman en wildeman, voeren om het hart van den +Papoea, is de koopman aan de winnende hand; hoezéér, dat komt te zien +in de Papoeasche opvattingen omtrent recht en rechtvaardigheid. De +wildeman laat zijn schorren schreeuw nog hooren: wond voor wond, bloed +voor bloed, leven voor leven! Maar de koopman dringt al verder door met +zijn nuchtere beschouwing, dat ten slotte toch niemand veel heeft aan +bloed en dat eigen bate beter is dan vijands schâ, en een ronde boete +wèl zoo veel goed maakt als een afgezaagd hoofd. Hij heeft het gedaan +gekregen dat het denkbeeld: geleden onrecht om te zetten in voordeel, +werd toegepast op een heele reeks vergrijpen, van de ernstigste tot de +lichtste. Voor het verbreken van trouw, hetzij voor het huwelijk of er +na: boete. Voor een wond in drift geslagen: boete. Voor een leeggeroofd +veld: boete. Voor een onbeleefdheid: boete. Van "vergeten en vergeven" +geen quaestie; er wordt niets doorgehaald in de rekeningcourant die +iedereen met iedereen anders heeft, de vriend met den vriend zelfs, +de broeder met den broeder, de man met de vrouw. Maar van "nadragen" +ook geen quaestie: er wordt niets dubbel opgeschreven. Aan den eenen +kant van het kasboek de beleediging; aan den anderen de boete; en +volgens vast tarief--een tarief zonder veel vijven en zessen,--waarop +niets wordt afgedongen en waarbij ook niets wordt overvraagd. Wie +ruzie heeft gemaakt en weer vrede wil hebben, komt aandragen met zijn +boete. Nu, dan krijgt hij ook vrede. Alles is in orde. + +Tot deze eerste halte op den weg uit het oerwoud naar de stad nog +in verten achter den horizont verborgen, de halte waar al zoovele +volkeren, als nu in de steden wonen, hun legerplaats gehad hebben, +is de Papoea uit eigen krachten gekomen. Maar daar staat hij nu en +kan niet verder, omdat de wildeman hem met zijn rooddruipende vuisten +vastgegrepen houdt, schreeuwend om "leven voor leven." Voor doodslag +neemt hij nog geen boete aan, wanneer hij niet gedwongen wordt. + +Pas nu, hier aan de Geelvink-baai, dicht bij de hoofdplaats Manokwarie, +zijn twee voorvallen gebeurd waaruit ook de buitenstaander, wiens +waarneming niet anders dan oppervlakkig zijn kan, een begrip kan +winnen omtrent de kracht die dat idee nog in den Papoea heeft. De +gevallen zijn te merkwaardiger om de rol die het geestelijke er +in speelt. Dit is het eerste. Een man van Andy wenscht te trouwen +met een weduwe uit zijn dorp. Het familiehoofd geeft toestemming, +onder voorwaarde dat de geest van den overleden echtgenoot verzoend +wordt door een menschenoffer. Gewillig gaat de vrijer heen, ziet +een vrouw aan het strand die schelpen zoekt en slaat haar dood. Haar +familie eischt leven voor leven. Maar daar Andy een dorp is, sterker +dan het hunne, verzinnen zij een list tegen een ander waarmee zij +bevriend zijn, lokken acht mannen in een hinderlaag en vermoorden +hen. Nu is het de zaak van dat dorp om het met Andy uit te vechten: +en de reeks van sluipmoorden uit wraak en weerwraak kon tot in het +oneindige voortgezet worden als "de Kompenie" het niet stuitte. Het +oorspronkelijk-beleedigde dorp kan daar buiten blijven: aan zijn +verplichting is voldaan, het heeft leven voor leven genomen. Het +waren onschuldige levens. Dat doet er niet toe. + +Dit is het tweede geval. Een deputatie mannen uit een kustdorp komt +bij het bestuurshoofd behoorlijk verlof vragen tot doodslag. Er is +een man in hun dorp gestorven die toch nog niet oud was: dus is hij +gedood door toovenarij. Een droom, door den vriend van den doode +gedroomd terwijl hij in het open graf naast het lijk sliep, heeft +den moordenaar kenbaar gemaakt. Nu komen de bloedverwanten om zijn +hoofd. De verbittering was groot, toen zij in plaats van het gevraagde +verlof den raad kregen op hun beurt den toovenaar te betooveren tot +de dood er op volgde. (Wat in 't voorbijgaan opgemerkt, wel lijkt +te bewijzen dat zij toch zoo steevast niet meer waren in het geloof +aan de kracht der toovenarij; en voor alle zekerheid maar liever een +aangescherpte bamboe-lat namen.) Zonder de vrees voor "de Kompenie" +hadden de bloedwrekers triomfen gevierd langs de Geelvink-baai. Zooals +het nu is hebben zij het bij morren moeten laten. Misschien duurt +het morren niet eens lang. Er zijn er altijd wel enkele onder de +malcontenten die, niettegenstaande alle tegenstribbelen, ten slotte +toch eigenlijk wel geholpen willen worden om los te komen uit den +greep van den wildeman. Anders zouden wij het niet zoo dikwijls hooren +en zien, dat Papoea's hulp en raad komen vragen bij den Westerling +en dat ambtenaren, zendelingen van beide gezindten en leiders van +verkenningstroepen die het wilde binnenland ingaan, met vreugde worden +binnengehaald in de dorpen. + + + +De sombere fantasie waaruit het geloof aan toovenarij is opgegroeid, +het koppensnellen om aan een kind een naam te kunnen geven, en de +verwordingsellende op de Zuidwestkust, heeft een tegenhanger in een +allerliefelijkste: tegenover den zwarten schrik van het oerwoud, zijn +geuren, zijn vogelgezang en zijn schijnsel van zon en maan. Veel er +van is al--helaas, maar hoe kan het anders?--verdwijnende. Alleen +bij overlevering weten wij nog van den maneschijndans der vrouwen +en hun gezang als de mannen verre zijn op hun reis. "Deze maan die +wij zien is dezelfde die onze mannen zien, ginder in de verte." [29] +En hoeveel moet er al verloren zijn gegaan waarvan wij niets weten! + +Maar veel is toch nog over. Op dezen dag nog halen de Noefooren +van de Geelvink-baai den jongeling die zijn eerste reis naar "het +Buitenland" heeft gedaan, naar het eiland in het Rijk der Vier Radja's, +Salwatti, bij zijn terugkomst in met het aloude gezang van den held, +terugkeerende met het takje thijm in de hand, de plant die enkel op +Salwatti groeit; en zij hangen aan de triomfbogen waardoor zij hem +heen leiden, afbeeldingen van de maan, vriendelijke gezellin der +zwervenden. Nog dansen de vroolijke jonge meisjes den bamboe-dans, +waarbij jonge mannen twee op den grond liggende bamboestangen op +de maat van koorgezang tegen elkander slaan, en de danseres haar +vlugge voeten rept daartusschen en daarnaast, dat niet een enkele +slag haar enkels treft. Nog worden de oude sprookjes verhaald van +den reus Uri, den oolijken bedrieger, lievelingsheld van den Papoea, +van den stoutmoedigen Boeginees die in het onderaardsche hol den +monsterlijken duizendpoot aandurfde om zijn twee oogen van louter +goud; van de blondlokkige schoone in de Tritonschelp, en den jongen +held die haar vond, en won voor vrouw; van den verwachten Leider +van alle Papoea's, die toovermacht verkreeg van de Avondster toen +hij haar ving in zijn klapperboom waar zij aan den koker vol zoet +bloemensap nipte. [30] Op dezen eigen dag nog viert de stam der +Marindineezen het Majo-feest, in dans, gebaar en plechtigheid de +geschiedenis voorstellend van het volk, zoo als het in nog dierlijke +gedaante aan de groote moeder van alle leven, de Zee, ontstegen, +van dieren, elementen en geesten vriendschap en hulpbetoon ontving +ter mensch-wording. [31] Nog zingen op feestnachten de mannen van +de Zuidkust vierstemmige gezangen in koren van honderden, te zamen +gezeten aan het strand van de ster-lichte zee. De eilanders die te +Wakdee aan boord van ons schip kwamen en er een tifa vonden staan, +grepen de groote trom en begonnen op de maat van haar diep-dreunende +slagen een dans van de jacht, met de buiging naar den grond die het +spoor zoekt van den kasuaris, en met den snellen armzwaai die den +vluchtenden vogel vèr heen de speer na zendt. + +Dans, feestelijk koorgezang, sprookje dat natuurmacht herschept tot +mensch, ons eigen ras kende ze in dien verren tijd toen het nog een +kind was zooals nu het Papoea-ras een kind is. Wij waren eens wat +zij nu zijn. + +Op vele plaatsen in Indië komt den Westerling die gedachte tegen, +bij de waarneming van veler rassen gebruiken en gedragingen. En het +wordt hem dan te moede soms of hij in stede van ruimten te doorreizen, +tijd heeft doorreisd, voor mijlen, eeuwen. En of verschil in leeftijd +de verklaring ware van alle ander verschil tusschen blanke rassen +en bruine. + +Het broederlijk gevoel verwelkomt die gedachte, Zij brengt zulke +zekerheid van, over alle tegenwoordige dingen heen, in de toekomst, +een allerschoonst geluk. + + + + + + +INHOUD + + + + Pag. +AANKOMST: + + Sabang op Poeloe-Weh 7 + + +JAVA: + + Van Tandjong Priok naar Djombang 15 + In het Dorp 21 + Rijstoogst 41 + Sultans Land 47 + Suikerland 69 + Armoeland 80 + Djokjasche Landheeren 91 + Madjawarna 102 + Een bevloeiïngswerk 122 + + +BALI: + + Singaradja 133 + Een wijk van de stad 140 + Rijst en rijstbouwers 150 + Balische vrouwen 157 + Goesti Djilantik 167 + Bali als het land van Goden en Geesten 178 + Het verleden op Bali en de toekomst 191 + + +BORNEO: + + Eerste indrukken van Borneo 203 + Stroomopwaarts het binnenland in 211 + Oude en nieuwe dingen in een centrum van + inlandsche nijverheid 223 + Een centrum van inlandschen handel 230 + Langs de Barito 238 + + +SUMATRA: + + Aankomst te Medan 247 + Tabak in Deli 254 + Tabak en Tabakkers 263 + Naar de Bataksche hoogvlakte 283 + Onder de Karo-Batak 291 + Westkust van Sumatra 307 + Nieuwe ontwikkelingen ter Westkust van Sumatra 326 + Europeesche ondernemingen op de Westkust.--Een Theetuin 338 + Europeesche ondernemingen op de Westkust.--Een Goudmijn 347 + + +CELEBES: + + Makassar 355 + Door de Paré Paré en Boni.--De Meeren 360 + Pampanoea en Watampone 378 + + +MOLUKKENREIS: + + Ambon 401 + Banda 415 + Ceram 422 + Van Boeroe tot Ternate 428 + + +NIEUW-GUINEA: + + Naar het land van de paradijsvogels 441 + Beoosten Kaap d'Urville 452 + Chineesche winkels 459 + Fakfak 465 + Merauke 474 + Langs de Geelvinkbaai 480 + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Handboek van Insulinde, door D. van Hinloopen Labberton, +f 9,738,000. + +[2] Verslag van de Kamer van Koophandel en Nijverheid te Soerabaja +over het jaar 1910. + +[3] De Hollander betaalt ook in geld: nl. voor al zulke +landbouwverrichtingen als niet begrepen zijn in de oorspronkelijke +contracten. Deze zijn gesloten in een tijd toen cultuur-methodes +veel eenvoudiger waren dan tegenwoordig. Er wordt dus voor allerlei +werk--herhaald bemesten, bijvoorbeeld--bij betaald. Dit o. a. maakt +dat de arbeider op Hollandsche ondernemingen er beter aan toe is dan +die in Javanen-dienst. + +[4] Kalff. Indische Gids, 94 en 97. Aangehaald bij Clive Day "The +Policy and Administration of the Dutch in Java." + +[5] Woordenboek van Nederlandsch-Indië: Vorstenlanden, door Rouffaer. + +[6] Ik grijp de gelegenheid aan om voor de inrichting in Holland de +hulp te vragen die Indië haar niet geven kan: wetenschappelijke. De +bibliotheek heeft erg gebrek aan nieuwe medische literatuur. Zouden +heeren artsen en uitgevers hier niet eens willen helpen? + +[7] De Zendingseeuw voor Nederlandsch Oost-Indië: VI Het Nederlandsch +Zendelinggenootschap 261. + +[8] Woorden van een Christen-Javaan, aangehaald in de Mededeelingen +vanwege het Nederlandsche Zendelinggenootschap. Verslag omtrent den +werkkring Madjawarna in 1910, blz. 134. + +[9] Zendingseeuw etc. p. 255. + +[10] t. a. p. + +[11] De drie kasten zijn in afdalende rij, die der Brahmanen, die der +Ksatrya, die der Wessya. De leden der Triwangda hebben nog enkele +historische voorrechten op de gemeenen, de Kaoela. De Ksatrya zijn +zoo goed als verdwenen en de Wessya nemen hun plaats in. + +[12] W. R. van Hoëvell. Reis over Java, Madura en Bali in het midden +van 1847. Deel III blz. 45 en vlg. + +[13] De eigenlijke naam van de door Hollanders dikwijls Dèn Pasar +genoemde plaats. + +[14] De plant wordt zoo genoemd om de gelijkenis van haar rozig-paarsen +bloemtros met dien van de hyacint. Ik zag slechts een enkel exemplaar +in bloei. + +[15] Hierbij is er veel, die niet in de zon, maar boven vuur gedroogd +is, wat ik, persoonlijk, te Kendangan niet zag geschieden. + +[16] Javanen, naar den hadji-titel begeerig doch van den Mekka-tocht +afkeerig, gaan naar Penang om zich den schijn te geven van den tocht +te hebben volbracht en keeren na enkele weken, als van Mekka komend +terug. De bron waaruit schrijfster dezes putte geeft geen zekerheid +omtrent de vraag of de planter met zulke namaak-hadji's te doen had, +of met toevallig onder weg opgehouden echte. + +[17] Het Rekest en Betoog der Deli Plantersvereeniging aan +den G. G. van Ned. Indië naar aanleiding van het ontwerp van +mr. v. Blommestein noemt als het getal der tot 1910 toe opgerichte +maatschappijen 125 met een gezamenlijk kapitaal van ruim 104 millioen. + +[18] Reizigers 2,314,994 in 1911 tegen 823.860 in 1901. + +Vrachtgoederen 429,653 ton in 1911 tegen 205.577 ton in 1901. + +Rapport van den hoofdadministrateur aan den resident ter Oostkust +van Sumatra. + +[19] Mr. H. J. Bool. Arbeidswetgeving in de Residentie Oostkust van +Sumatra: blz. 13, noot. + +[20] Niet met de letter van de wet; maar volgens de uitlegging die +zoowel werkgevers als werknemers er altijd aan gegeven hebben. Van +Ned.-Indische koelies werken alléén Javanen in contract. + +[21] Volgens een officieele mededeeling in Engelsche vertaling +aangehaald op blz. 45 van het "Rekest en Betoog der Deli +Plantersvereeniging aan den G. G. van Ned.-Indië naar aanleiding van +het ontwerp Blommestein," waar tevens vermeld staat "dat de toestanden +op Banka door meer toezicht veel verbeterd zijn." + +[22] Belasting in geld: progressief van 2 1/2 % voor een inkomen +per gezin van f 50 in 't jaar tot 4 1/2 % voor een inkomen van f + 630 en daarboven. Heerendiensten 40 dagen per jaar als maximum: 4 +daarvan zijn voor de hoofden. Bij wegenarbeid wordt de nacht op het +werk doorgebracht gerekend voor 1/2 dagarbeid, in de practijk is het +maximum 24. + +[23] De drie andere gevallen zijn: als er geen geld is voor de +begrafenis van een lid der familie, geen geld om het begonnen +familiehuis af te bouwen, geen geld om een schuld bij hanengevechten +aangegaan, te voldoen, voor het geval de verliezer een "penghoeloe," +een dorpshoofd is.--De bruidschat is soms verkeerdelijk voorgesteld +als de "koopsom" van den man. + +[24] Vertaling van Veth "Insulinde." + +[25] Zie Van Hasselt: Noefoorsche Sprookjes. + +[26] M. Müller leidt deze stelling uit de taal af; uit den godsdienst +van Hasselt, wiens vertaling van Noefoorsche sprookjes hier al +meermaals is aangehaald, en van wien ook afkomstig zijn de hieronder +volgende mededeelingen omtrent het gezinsleven, den godsdienst en de +feesten der Noefooren. + +[27] Een klein nacht-dier, een buidel-drager. + +[28] Mondelinge mededeeling van v. Hasselt, zendeling te Manokwarie. + +[29] Volgens mondelinge mededeelingen van Van Hasselt, zendeling +te Manokwarie. + +[30] Noefoorsche sprookjes, vertaald door Van Hasselt. + +[31] Jos Viegen, M. S. O. pastoor te Merauke in het tijdschrift +v.h. Kon. Ned. Aard. Genootschap, 15 Maart 1912. + + + + + + + + AUGUSTA DE WIT + + JAVA + FACTS and FANCIES + + WITH 160 ILLUSTRATIONS + + ROYAL 8o FL. 5.75 IN BEAUTIFUL BINDING + + +Prologue.--First glimpses.--A Batavia Hotel.--The Town.--A colonial +home.--Social life.--Glimpses of native life.--Native life in the +streets.--On the beach.--Of Buitenzorg.--In the hill-country.--In +the dessa. + +Recensie van HENRI BOREL in "De Gids": + + + "Toen ik dit heerlijke, weldadige, mooie, o! zoo mooie boek in + handen kreeg van Augusta de Wit, dacht ik, dat wanneer er nog + eens een paar schrijvers als deze opstonden, dan zou eindelijk + de hoop ontstaan een Nederlandsch-Indische literatuur te + krijgen, die door haar verfrisschenden, verreinenden invloed + het leven daar kon zuiveren van materialisme.--Ik meende + vroeger altijd dat het aan Indië zelf lag, dat het daar geen + land was om mooie dingen te zien en daar vreugdevol van te + schrijven. Maar nu is het gekomen! dit mooie boek heeft het + mij doen zien." + + +Uitgave van: W. P. VAN STOCKUM & ZOON, Den Haag + + + + + +End of Project Gutenberg's Natuur en Menschen in Indië, by Augusta de Wit + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NATUUR EN MENSCHEN IN INDIË *** + +***** This file should be named 28259-8.txt or 28259-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/8/2/5/28259/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
