diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:37:17 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:37:17 -0700 |
| commit | 807f21aada077117daf6d5dd923df32e9abaef84 (patch) | |
| tree | a6599f945e93025fab9d4b5f3dce500ad7235ea0 /28086-8.txt | |
Diffstat (limited to '28086-8.txt')
| -rw-r--r-- | 28086-8.txt | 2592 |
1 files changed, 2592 insertions, 0 deletions
diff --git a/28086-8.txt b/28086-8.txt new file mode 100644 index 0000000..bc9001c --- /dev/null +++ b/28086-8.txt @@ -0,0 +1,2592 @@ +The Project Gutenberg EBook of De moedige vrouw, by Ellen Karolina Sofia Key + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De moedige vrouw + +Author: Ellen Karolina Sofia Key + +Translator: Philippine Wijsman + +Release Date: February 15, 2009 [EBook #28086] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE MOEDIGE VROUW *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net + + + + + + + + Ellen Key + + De Moedige Vrouw + + Uit het Zweedsch + (Tanke Bilder) + + Door + + Ph. Wijsman + + + + Amsterdam + C. A. J. van Dishoeck + 1899 + + + + + + + Leiden: Boekdrukkerij van L. van Nifterik Hz. + + + + + +INHOUD. + + + Conventioneele vrouwelijkheid 1 + Moed 20 + Vrijheid 29 + Rust 52 + De vrouw der toekomst 65 + + + + + + De vrouw die moed heeft om naar + persoonlijke vrijheid te streven en zich + in de stilte der eenzaamheid rekenschap + te vragen van hare handelingen, woorden + en gedachten, is op den goeden weg om + voor latere geslachten te vormen: + + "De ideale vrouw der toekomst." + + + + + +CONVENTIONEELE VROUWELIJKHEID. + + +Het conventionalisme is de stilzwijgende overeenkomst, den schijn +voor het wezen, vorm voor inhoud, en bijzaken voor de hoofdzaak +in de plaats te stellen. In zekeren zin behooren ook de, bij de +verwisseling van het schoonheidsgevoel in verscheidene tijdperken +veranderende, modes ertoe. In de diepere beteekenis van het woord +valt altijd een gedeelte van deze aangenomen leer der welvoegelijkheid +tezamen met die van zeden en gebruiken, met het begrip van de mate van +zelfbeheersching en zelfverzaking, die ieder persoon heeft in acht te +nemen in den omgang met anderen. Hoe meer men vordert in de beschaving +en ontwikkeling, des te ruimer worden de grenzen genomen, waarin aan de +samenleving de beoordeeling wordt toegestaan van ieders persoonlijk +geloof en zienswijze, van ieders arbeidsveld en gewoonten in het +dagelijksch leven. Hoe langer hoe meer begint men te begrijpen, dat +elke uiting van persoonlijke gevoelens, die op het recht van anderen +geen inbreuk maakt, vrij behoort te wezen. Een vrij groot gedeelte +van de taak der beschaving in het tijdperk van elk nieuw geslacht, +heeft altijd bestaan en bestaat ook nog, in het afschaffen van eenige, +tot ledige vormen ontaarde gebruiken, doode overblijfselen van hetgeen +vroeger bestond, die de nieuwe planten verhinderen om krachtig op +te schieten. Wij hooren in onze dagen telkens weer stemmen opgaan +die vrijheid en keuze tegenover de tot richtsnoer aangenomen zeden +verlangen voor het persoonlijk geweten en de persoonlijke neiging. In +dezen eeuwigdurenden strijd komt het er vooral op aan te beslissen, +wat ook nu in werkelijkheid nog recht van bestaan heeft en wat alleen +hinderpalen zijn voor een edeler vrijheid, eene diepere waarheid, +een grooter oorspronkelijkheid, een rijkeren levens-inhoud; in éen +woord: wat daarin is ontaard tot ledige vormlijkheid. + +Maar niet alleen met verouderde gebruiken en vormen moet afrekening +gehouden worden. In elken kring worden nog voortdurend dergelijke doode +overblijfselen van voorheen opgegraven en in den vorm van vooroordeel, +van kleinzielige beweegredenen en wankelmoedige, onzelfstandige +gewoonten, gehuldigd. Bij de vrouwen is die vormendienst ten allen +tijde sterker ontwikkeld dan bij de mannen. Want de zucht tot +het bijbehouden van "hetgeen altijd zoo is geweest" wordt helaas +dikwijls een steun voor het conventioneele gedrag der vrouw in de +samenleving. Zelden zijn de vrouwen zóo persoonlijk ontwikkeld dat +zij, bij hetgeen zij wenschen te behouden, schijn van wezen, vorm +van inhoud, kunnen onderscheiden; en zelfs, al zien zij het verschil +in, ontbreekt het haar toch gewoonlijk aan den moed om inhoud en +degelijkheid te verkiezen boven vormen en schijn, wanneer de groote +meerderheid vóor de laatstgenoemden stemt. + +In het laatste tiental jaren is er in de letterkunde, zelfs in de +werken van vrouwelijke auteurs, een krachtige stem tegen die ledige, +holle vormen opgegaan. Die oppositie werd vooral gericht tegen het +verouderde ideaal der vrouw, volgens hetwelk zelfverloochening de +edelste vrouwelijkheid vertegenwoordigde en tegen het verouderde +begrip omtrent de zedelijkheid, volgens hetwelk de liefde zonder +huwelijk onzedelijk, maar een echt, ook zonder liefde gesloten, +voor zedelijk gehouden wordt. + +De vrouwen welke thans het nieuwe ideaal huldigen: "zelfontwikkeling +tot toewijding van haar persoon en leven aan anderen," ontmoeten +van de vooruitstrevende geémancipeerden onzer dagen dezelfde weinig +beteekenende verwijten als die, welke in 1850-60 gericht werden tot +de voorstanders der toen nieuwe beweging op dat gebied. + +Immers die vroegere émancipatiebeweging had in hoofdzaak ook ten +doel de menschelijke rechten der vrouw te doen gelden, in het +algemeen beschouwd. De latere is er op uit het recht van iedere +vrouw als persoon, te verdedigen; dat is te zeggen: het moet der vrouw +onvoorwaardelijk vrij staan te gelooven, te denken naar haar eigen wil; +zelfs te handelen naar eigen goedvinden, wanneer zij hierbij niet de +rechten van anderen kwetst. Aangezien dat eerste in algemeenen zin kan +worden beschouwd, kon het voor een groot gedeelte collectief worden +beoefend; de zelfstandigheid der vrouw in hare daden moet natuurlijk +het recht van ieder van haar, als persoon, gelden. Dit bedenken de +vrouwen, die voortdurend ijveren voor dat eerste doel, de algemeen +menschelijke rechten der vrouw, niet genoegzaam. Zij dringen er niet +in door, dat elke vrouw niet slechts haar aandeel behoort te hebben +in het algemeene recht als mensch, maar dat ook hare persoonlijke +rechten, overeenstemmend met haar eigenaardigen aanleg en karakter, +gewaarborgd moet worden door de maatschappij. De strijd betreft in de +eerste plaats het recht der vrouw op een, misschien van alle bestaande +leerstellingen en van het tot nu toe gehuldigde ideaal afwijkend, +temperament. Dit is de groote kwestie tusschen de afzonderlijk voor +haar gevoelens pleitende vrouw en de vertegenwoordigsters van het +nieuwe tijdperk in het vrouwelijk bestaan. Dat ieder persoonlijk +karakter een nieuwe wereld is--deze ontdekking die in Shakespeare +zijn Columbus vond--een Columbus, op wiens voetspoor telkens nieuwe +reizigers nieuwe landen wonnen--dit feit, dat in de litteratuur +telkens weder wordt genoemd en toegepast op het leven, is nog +slechts tot enkelen doorgedrongen als eene op ervaring gebouwde, en +door het leven bevestigde, waarheid. Maar dat hiermede althans een +begin werd gemaakt; dat de voorheen, als onwrikbaar vast aangenomen, +gebruikelijke opvatting van den aard en het wezen van den mensch en de +daaruit afgeleide raadselen, meer en meer worden vervangen door eene +persoonlijke, van anderen onafhankelijke beschouwing,--dit hebben wij +wel in de eerste plaats te danken aan de dichters en denkers in onze +dagen; in dezen heeft het conventionalisme zijn ergsten vijand; hun +herkenningsteeken is het diep besef van alle oorspronkelijke krachten +van het menschdom, van de degelijke vraagstukken in het leven. Want al +moge het conventionalisme in de gestalte der napraters tot geestigheden +aanleiding geven, toch is juist het moderne genie een protest tegen +de leer, die elken, op zich zelf gewettigden, maar van de bestaande +regelen afwijkenden blik op de wereld en de kunst, ten hoogste afkeurt. + +De dichter die in het Noorden met éen enkelen slag het veranderde, +vormlijke ideaal der vrouw, die zich onder alle omstandigheden +opofferende, zachtzinnige vrouw, verbrijzeld heeft, is Ibsen, als +hij Nora man en kinderen doet verlaten om getrouw te zijn aan haar +eigen plichten; als hij door "Het spook" in het zedelijk bewustzijn +der menschen tracht te etsen: dat eene vrouw, die aan haar eigen +persoonlijk karakter getrouw is, ook ten nutte van anderen, hooger +staat dan zij, die zich blijft vastklampen aan de eenmaal bestaande +vormen der zedelijkheid, ook al zijn deze zonder zin of beteekenis in +haar bijzondere omstandigheden. En sedert heeft Ibsen voortdurend +de vrijheid onder eigen verantwoordelijkheid gepredikt, als de +verlossing voor het individu. Langzaam-aan is men begonnen naar hem +te luisteren;--gedeeltelijk heeft men hem ook verstaan. Maar men weet +het immers, geen geweten is in dit opzicht meer hermetisch gesloten +dan dat van zekere, door de emancipatie in een opgewonden toestand +verkeerende, vrouwen. Dat alle vrouwen gelijke rechten met de mannen +moeten hebben is de scheering en inslag van het weefsel, dat zij in +hare redevoeringen over de persoonlijke vrijwording der vrouw, op het +getouw zetten. Zij vergeten, dat het recht om te worden wat zij wil, +voor de vrouw evenzoogoed als voor den man, vaak de noodzakelijkheid +medebrengt om datgene wat zij naar haren aanleg en karakter is, te +onderdrukken. Zij vergeten, dat het individu hoogere eischen moet en +mag stellen dan alleen het recht tot de keuze van een werkkring. Zij +zien ze voorbij, die eindelooze schakeeringen in gevoelens, in meening +en karakter, die de oorzaak waren, dat de eischen aan solidariteit in +de opvatting en handelingen der voor de vrouwenbeweging ijverenden, +verliepen in onderdrukking der enkele vrouwelijke persoon. Zeer +zeker is het ook nu nog de waarheid dat aaneensluiting noodig is, +om aan de vrouw, de rechten die haar tot heden onthouden werden, te +verschaffen. Maar elk verplichtend in gesloten gelederen optrekken +is in deze zaak gevaarlijk te achten; immers de vooruitgang in den +toestand der vrouw, in den ernstigen, diepen zin van het woord, +verlangt juist, dat de zoo oneindig verschillende individuen, zoo +onbelemmerd mogelijk, zullen kunnen toonen, waartoe zij op zeer +verschillend gebied, in staat zijn. + +Het dreigend gevaar van den vormendienst in de vrouwenbeweging +uit zich echter niet alleen in de te hoog opgedrevene eischen tot +aaneengesloten handelen, maar ook in de wijze waarop de meening der +tegenstanders wordt "afgemaakt". Het verraadt zich in het gebrek aan +nauwlettende waakzaamheid, die ons zeggen zou, dat de vrouwenbeweging, +op het gebied van den arbeid althans, meer en meer ingrijpt in de +sociale vraagstukken van den dag. Het openbaart zich vooral in de +onbekwaamheid om in te zien, dat de vrouwenbeweging juist door hare +groote vorderingen van den laatsten tijd hoe langer hoe ingewikkelder +wordt en dat hierdoor steeds grooter moeilijkheid ontstaat, om zich +op een beslist maar onpartijdig standpunt te plaatsen tegenover de +daartoe behoorende zeer verschillende onderwerpen. + +Hiervoor is het onder anderen bepaald noodig dat den vrouwen +meer gelegenheid gegeven worde om zich te beschaven en te +ontwikkelen. Goed. Maar of al die inrichtingen van onderwijs +ook de persoonlijkheid als zoodanige ontwikkelen, daaraan zou ik +twijfelen. Immers wij hebben de fijnste en beminnelijkste personen +ontmoet onder weinig geleerde dames van zeventig en tachtig jaar; +en het scherpzinnig eigen oordeel dezer dames, evenzoo als dat van +sommige vrouwen en meisjes, die nimmer geregeld onderwijs ontvingen, +is wel geschikt om onze moderne, over alles meê-pratende, "ontwikkelde" +vrouwen en meisjes beschaamd te doen staan. + +Het is niet meer dan billijk dat het loon voor vrouwelijken arbeid +verhoogd worde; maar wordt die arbeid werkelijk in diezelfde +verhouding beter? Kan men het wel van het meerendeel van die, over +haar lessenaar gebogen zittende vrouwen verlangen, dat zij eene +levendige belangstelling voor haar dagwerk zullen koesteren, terwijl +haar eigen innerlijk wezen slechts aan het woord komt als zij over +eene wieg gebogen staan? + +Er is veel voor te zeggen dat ook dochters van rijke ouders naar een +werkkring verlangen. Maar ligt het gevaar niet voor de hand dat zij, +die met gering loon tevreden kunnen zijn, den arbeid ontstelen aan +andere, misschien meer bevoegde arme vrouwen en mannen, die, omdat +zij van hunne verdiensten moeten leven, genoodzaakt zijn hooger +loon te vragen? Terwijl deze en nog veel meer vragen onbeantwoord +blijven, verbaast men er zich over, hoe het conventionalisme zich +onvoorwaardelijk verheugt over de vele jonge meisjes die studeeren, +of voor een algemeenen arbeid de ouderlijke woning verlaten, waar +zij toch zoo nuttig en noodig zijn; al zouden wij de laatsten zijn, +om den horizont der vrouw, zooals in grootmoeders dagen, tot keuken, +kinderkamer en huiskamer te willen beperken. + +Het is tot heden nog altijd niet beslist of de vrouw, in fysiologisch +en psychologisch opzicht zoo bijzonder welvaart, of hare gezondheid +en gelijkmatigheid verhoogd wordt, door in den strijd om het bestaan +mede te dingen. De vrouw op dit standpunt is een nieuw onderwerp voor +studie en slechts de volle vrijheid tot arbeidskeuze en persoonlijke +ontwikkeling dezer eeuw, zal de stof leveren tot het maken van +weloverwogen gevolgtrekkingen. + +De teekenen des tijds duiden het aan: altijd zal er een op lichamelijk +verschil gebouwd, onvermijdelijk geestelijk onderscheid tusschen den +man en de vrouw blijven bestaan; een onderscheid, dat haar hoogst +waarschijnlijk bij voorkeur tot de in het huisgezin scheppende kracht +zal blijven stempelen, terwijl hij bij voorkeur zich zal blijven +wijden aan den arbeid der kultuur op algemeen gebied en dàar zijn +scheppingsdrang zal trachten te bevredigen. Maar er is geen zeggen +van hoever eene volkomene gelijkstelling met den man, eene onbeperkte +ontwikkeling op het gebied van den arbeid, de vrouw zal kunnen brengen, +ten opzichte van het besturen der maatschappij en van de kultuur, +als groot geheel beschouwd. + +De hierbovengenoemde, in onze dagen door oppervlakkige vrouwen en +meisjes onvervaard nagepraatte gezichtspunten op de vrouwenbeweging, +verhinderen juist de vrouwelijke ontwikkeling van het individu, +door de vele en groote raadselen in de natuur kalm voorbij te zien. + +Daarentegen vormen de eenmaal aangenomene denkbeelden van +zelfverloochening als de uitdrukking der echte vrouwelijkheid, op +hunne beurt het doorbreken der vrouwelijke persoonlijkheid van uit +de nevelen der vormen en gebruiken in de maatschappij. + +Met een zalig gevoel te gronde te mogen gaan voor een innig dierbaar +wezen, is voorzeker een van de schoonste voorrechten der vrouw. Maar +door dit onder alle omstandigheden te verheffen tot haar ideaal, +had de vrouw haar eigen ontwikkeling in den weg gestaan, evenzoo als +die van den man. + +Als men de huwelijken uit de vorige generaties vergelijkt met die van +het jonger geslacht, dan valt er bij de mannen van heden een grooten +vooruitgang waar te nemen, ten opzichte van oplettende teederheid voor +en sympathieke waardeering van de thans meer persoonlijk levende en +hierom meer eischende vrouwen. Beide partijen hebben er bij gewonnen +dat de vrouw begonnen is zich te oefenen in de moeilijke kunst +van zichzelf-opheffende zelfverloochening. Want voor elk waarlijk +liefhebbend vrouwenhart is het oneindig moeilijker haar recht te +eischen dan dit op te offeren. + + + +De vereering van het conventioneele vindt bij voortduring krachtigen +steun bij de opvoeding. + +Voorzeker men onderdrukt tegenwoordig niet meer, of althans hoogst +zelden, de individualiteit van een kind op de voorheen gebruikelijke +ruwe en wreedaardige manier. Maar zij verdwijnt toch hoe langer hoe +meer. In den ouden tijd genoten de kinderen van een zekere vrijheid +in de kinderkamer, waar de ontwakende persoonlijke gewaarwordingen +van blijdschap en verdriet, van liefde en tegenzin, niet voortdurend +in toom behoefden te worden gehouden. Thans zijn de kinderen om en +bij de volwassenen en dit samenzijn legt hun reeds vroeg de taak op +de jonge schouders, van dwang en fatsoen. + +De kinderen moeten bezig gehouden worden, dat is hun recht; zij +kunnen niet meer op hun eigen gelegenheid spelen, want zij hebben +den lust verloren die voorheen gebouwd was op de vrijheid der altijd +weder scheppende kinderlijke verbeeldingskracht; zij hebben er ook +den slag niet meer van om "aardig alleen te spelen". + +Op deze manier hebben de ouders geen rust en de kinderen +evenmin. Altijd met volwassenen te zamen zijnde, worden zij zoo +aanmatigend, dat de gehoorzaamheid er onder lijden moet. Dus leeren zij +zich niet voegen; zij raken niet gewoon aan de voor hunne ontwikkeling +zoo noodige orde en tucht; zij leeren ze niet, die moeilijke, maar +onmisbare les van levenswijsheid: hunne opwellingen van minder +beteekenis te onderdrukken voor iets van ernstiger aard en ook in +deze zich te voegen onder de beproevingen van het kinderleven--eene +ontginning van de woeste gronden van het kinderlijk karakter, +waarmede men zeer vroeg beginnen moet om er een vruchtbaren akker +van te kunnen maken. + +Deze ontginning heeft plaats als de opvoeder zelf duidelijk weet, +wat hij als hoofdzaak bij de ontwikkeling van het kinderlijk +verstand beschouwt en hiermede rekening houdende, zijn bevel en +verbod weet toe te passen; deze moeten weinig in aantal zijn, maar +onwrikbaar vast gehouden worden als wetten der natuur; en waar tegen +deze gezondigd werd, moet hij het kind niet met door hem bedachte, +onzinnige straffen plagen, maar het eenvoudig de gevolgen van zijne +ongehoorzame handelwijze laten ondervinden en aanwijzen. Zoodoende kan +men, door zich aan vaste beginselen te houden, een natuurkind vormen +tot een beschaafd mensch, dat uit ontzag voor zichzelf en anderen, +zijne driften, als die met de maatschappij in botsing komen, weet +te beteugelen,--zonder dat daardoor het persoonlijk gevoel wordt +onderdrukt. Want buiten het gebied dezer bestaande, onveranderlijke +wetten, moeten de kinderen nooit worden gedwongen of aangemaand, om +in strijd met hunnen aard en aanleg te handelen; laat hen daarin hunne +gezonde zelfzucht en hun eigenaardigen smaak ongehinderd botvieren. + +Er zijn vele moeders die, door zichzelve onverstandig al te zeer op den +achtergrond te plaatsen, de volstrekt niet te verdedigen zelfzucht +harer kinderen aankweeken. Daarentegen verlangen zij op andere +oogenblikken van diezelfde kinderen eene mate van zelfbeheersching, van +bedachtzaamheid, gematigdheid en ontzag, die een geheel leven meestal +niet in staat was, die moeders te leeren. Van de zachte stof die +bedoeld was een persoonlijk wezen te worden, maken ouders, dienstboden +en onderwijzers een man of vrouw van de wereld; in sommige gevallen +een bruikbaar lid der maatschappij--maar zeer zelden een mensch. + +Deze vorming noemt men opvoeding. Nu moet wel een gedeelte van +de vroegste opvoeding inderdaad in zulk vormen bestaan, zooals ik +onlangs zeide. Maar na de eerste levensjaren moet het hoofddoel der +opvoeding wezen, juist al wat louter vorm is, te verjagen; de volle +vrijheid te laten tot ontwikkeling van de éenige kracht, die in 't +groot geheel beschouwd, voor de menschenwereld het feit dat nieuwe +geslachten de ouden vervangen, belangrijk maken kan: de kracht der +nieuwe, oorspronkelijke persoonlijkheid. + +Ieder kind vormt een nieuwe wereld--eene wereld, waarin zelfs niet +het oog der teederste liefde geheel vermag door te dringen. Hoe +trouwhartig dat open kinderoog ons moge aanzien; hoe vol vertrouwen +het zachte handje in onze hand wordt gelegd--toch zal dit jonge +menschenkind ons misschien later kunnen vertellen hoeveel verdriet +het er van gehad heeft, door ons te worden behandeld alsof kinderen +eenvoudig herhalingen van het bestaande waren, niet oorspronkelijke, +nieuwe, persoonlijke schepsels. En in zekeren zin is het kind ook +eene herhaling van de kindernatuur in alle tijden; maar tegelijk, +en in een veel hoogeren graad, eene geheel nieuwe samenstelling +van hoedanigheden naar geest en lichaam; die aanleiding geven tot +blijdschap en smart, tot kracht en zwakheid. + +Dit nieuwe jeugdige menschje moet, op eigen verantwoordelijkheid, op +goed geluk vertrouwend, het vreeselijk-ernstige leven intreden. Wat +het zal kunnen leveren aan scheppende krachten, aan nieuwe beginselen; +wat het bezitten zal aan geestelijke veerkracht onder den druk van het +noodlot; aan de kracht om gelukkig te maken en gelukkig te zijn--dit +alles hangt, behalve van de aangeboren natuur, in zeer ernstige mate +af van de manier van opvoeding, die op dit persoonlijk kindergemoed +wordt toegepast. + +Reeds Goethe klaagde er over dat de ouderlijke tucht,--de opvoeding +over het algemeen,--trachtte persoonlijke wezens tot ledepoppen te +maken. En dit is sedert nog veel erger geworden; de opvoeding is +door schoolmeesters in de hand genomen, maar er niet zielkundiger +op geworden. + +Alleen hij die de gevoelens, den wil en de rechten van het kind +behandelt, evenzoo voorzichtig als die van een volwassen mensch; die +aan de persoonlijkheid van het kind geen andere beperkingen opdringt +dan die der natuur en dezulke die op goede gronden noodig zijn voor het +welzijn van het kind en zijne kameraadjes, alleen hij kan met recht +aanspraak maken op den naam van een opvoeder der jeugd. De opvoeding +behoort zeker ten doel te hebben de persoonlijke ontheffing van de +overmacht der eigene hartstochten. Maar nooit mag zij haar streven zoo +ver richten die hartstochten uit te roeien of ter zijde te dringen. Zij +toch vormen juist de kracht der persoonlijkheid, die nu eenmaal niet +kan bestaan zonder gevaar voor de daaraan gepaard gaande gebreken. + +Het overwinnen van de in elk gemoed levende gebreken door het +opkweeken der daarmede gepaard gaande goede hoedanigheden in datzelfde +gemoed--dit alleen is eene zuiver persoonlijke opvoeding. En deze +methode werkt uiterst langzaam; het onmiddellijk handelen beteekent +hierbij zeer weinig; de geestelijke atmosfeer van de huiskamer, +huiselijke gewoonten en illusies zijn daarentegen bijna alles. Het +komt er vooral op-aan dat de opvoeder de kunst versta van afwachten, +van het berekenen der werking die de toekomst zal geven--minder waarde +te hechten aan het heden. + +Er zijn ouders en opvoeders die gelooven het kind voor later verdriet +te bewaren door het "in zijne eigenzinnigheid tegen te gaan", zooals +men dit noemt. Men bedenkt dan niet, dat door op deze wijze een kind +te dwingen iets te doen dat lijnrecht in strijd is tegen zijnen aard, +niets anders bereikt wordt dan dien natuurlijken aanleg te verflauwen; +vaak zelfs behoudt men alleen de zwakheid van het karakter, zonder +de daarmede vroeger vereenigde kracht. + +Vaak denkt men er niet eens zooveel bij en wordt men alleen tot zulk +eene handeling geleid, door het gedachteloos navolgen van den ouden +sleur, die leerde dat zelfverloochening het ideaal van den mensch +is. Men onderdrukt den lust tot onderzoek in zijn ondernemenden +geest; men kwetst zijn zoo bijzonder prikkelbaar gevoel voor 't +schoone; men oefent dwang uit op zijne meest persoonlijke uitingen, +zijne bewijzen van teederheid; men berispt zijn tegenzin en dempt +zijne geestdrift. Onder deze en dergelijke inbreuken op hunne +persoonlijkheid, op hunne bijzondere gevoelens en neigingen groeien +de kinderen, vooral de meisjes, tegenwoordig meest allen op. Daarom +is het waarlijk niet te verwonderen dat de volwassenen zelden op +hunne kindsheid terug zien als op een gelukkigen tijd. + +Een krachtig bewustzijn van te leven, 't gevoel van volheid, +heelheid, veelzijdige krachtsontwikkeling, van willen en kunnen--dat +is geluk. Kinderen hebben dezelfde voorwaarden tot geluk, eigenlijk +meer nog dan volwassenen, want zij kunnen van dien levenslust meer +onverdeeld genieten. Men moest hen van deze mogelijkheid om gelukkig +te zijn vrij laten gebruik maken zoolang zij nog onder de leiding +hunner ouders staan en dezen macht over hen hebben. Maar al te spoedig +beginnen zij, op hun eigen handje proefnemingen te doen; geld te +verdienen, 't vermaak op te zoeken; en in dat gevaarlijke tijdperk +van het jonge leven blijkt geene opvoedingsmethode van grooter invloed +en van meer belang te zijn, dan deze: te zorgen dat het kind niet te +veel is opgevoed, zoodat het eigen krachten over heeft voor het rijke, +maar ernstige, leven dat hem wacht; dat wil zeggen: om 's levens lasten +te dragen; van zijne vreugde te genieten; zijn arbeid te verrichten; +zijn eigen oordeel te behouden; zich met hart en ziel toe te wijden +aan de hem opgelegde levenstaak;--dit toch is de groote en éenige +voorwaarde om gelukkig te kunnen leven, te beminnen en te sterven. + +Er ligt een diepe waarheid in het oude gezegde: "Den kinderen +behoort het hemelrijk." Want geen onzer kan het hoogste bereiken, +zonder eenvoud, onbaatzuchtigheid en volharding, om zonder eenige +bijbedoeling alles dienstbaar te maken aan dat éene doel. Dit nu is +juist de groote kracht van het kinderhart. Heeft eene moeder door +hare opvoedende leiding die heilige kracht bewaard en tot bewustheid +ontwikkeld, dan heeft zij niet alleen een nieuw schepsel, maar een +nieuwe persoonlijkheid aan de maatschappij gegeven. + +Maar de opvoeding, in huis en in de school, slaat tegenwoordig juist +de hier tegenovergestelde richting in. Het versplinteren van het +persoonlijk wezen en karakter is dien ten gevolge het groote kwaad +onzer eeuw.-- + + + +Maar de mensch is gelukkig een sterk gebouwd organisme. Zij, wier +persoonlijkheid door hunne opvoeding geknakt of onderdrukt werd, +kunnen zich toch uit die vernederende gebogen houding oprichten, +zichzelf baanbreken tot vrijheid van ontwikkeling, als zij zich van +de groote waarde dezer vrijheid helder bewust worden. + +Weinige menschen, en onder dezen weinige vrouwen, kunnen op genialiteit +roemen. Maar al is ook slechts bij enkelen de kiem voor een groote +persoonlijkheid aanwezig, toch zouden de meesten wel een zekeren graad +van zelfstandigheid kunnen ontwikkelen, ook na een mislukte opvoeding, +als zij er zich met vollen ernst op toelegden. + +Maar hiervoor is moed een eerste vereischte; moed en volharding. + +Als het waar is dat "gebrek aan verstand gebrek is aan moed" dan is +dit nog meer waar ten opzichte van gebrek aan individualiteit. + +Hier is al aanstonds eene der redenen gevonden waarom men onder +de vrouwen minder persoonlijke zelfbewustheid ontmoet dan onder +mannen. Een man is meer door-en-door ijverende voor zijne idée, +zijn doel waarvoor hij arbeidt; hij is meer intensief in zijn +weten en willen. Dien ten gevolge wordt hij vaak--juist als een +kind--éenzijdiger, zelfzuchtiger, maar tevens meer éen geheel vormende, +dan eene vrouw onder dezelfde omstandigheden wezen of worden zal. + +Zij is, behalve in de liefde, zelden geheel van éen onderwerp +vervuld. Het valt haar dus minder moeilijk om het gevoelen van +anderen te ontzien en voorzichtig op alles en allen rondom haar te +letten. Zij is beweegelijker, meer gevoelig voor van buiten op haar +werkende indrukken, veelzijdiger en buigzamer dan de man--en hierin +ligt hare kracht. Maar evenzoo goed als bij den man, is deze gewonnen +ten koste van een daaraan gepaard gaand verlies. Want het evenwicht +in alle dingen te behouden is nu eenmaal zoo moeilijk voor ons, +menschenkinderen, dat eene deugd vaak niet de uitkomst is van eene +vermenigvuldiging-som, maar van een aftreksom. + +De man is de bevoorrechte schepper van nieuwe gedachten en nieuwe +instellingen door zijn grooteren moed om 't gevaar te trotseeren, +door zijn krachtiger wil; de vrouw, het ligt in haren aard, blijft +meestal angstig volhouden met "hetgeen altijd zoo geweest is." Zij +waakt trouw niet alleen over de zeden, gebruiken en tradities van +eigen huis en haard, maar ook van de uit vroeger dagen overgeleverde +vormen en rechtsbegrippen in de maatschappij kan zij moeilijk afstand +doen. Nu is het duidelijk, dat deze algemeene vasthoudendheid aan het +eenmaal bestaande die in de natuur der vrouwen ligt, eene der grootste +hinderpalen moest vormen voor de ontwikkeling van het vrouwelijke +individu, op zich zelf staande. + +Voor de persoonlijke zelfstandigheid van den man is het vaak moeilijk +om zich te ontwikkelen, doordien hij in den regel met verscheidene +anderen tezamen moet werken en aldus door partijzucht of kruiwagens, +door het vooruitzicht op bevordering of op andere voordeelen, in +zijne handelingen beperkt wordt. + +De persoonlijkheid der vrouw wordt meer gekneld door het vasthouden aan +eenmaal gebruikelijke vormen en begrippen van zedelijkheid; door haar +conventioneel ideaal. Zij wil het groote onderscheid tusschen eene +zelfopofferende liefde van hooge waarde en eene zelfverloochening, +die in geen enkel opzicht iets beteekent, liever niet zien. Zij +wantrouwt haar eigen natuurlijk oordeel over goed en kwaad, zoodra +dit instinct haar ook slechts een haarbreedte zou doen afwijken, van +de gehuldigde en algemeen gebruikelijke vormen in de samenleving. Hem +die tegen een dergelijk begrip heeft gezondigd wil zij wel vergeven, +onder voorwaarde dat hij de wettigheid daarvan erkent; maar haar +oordeel is zonder mededoogen over den schuldige, die tegen het +principe handelde, omdat zijne opvattingen omtrent goed en kwaad, +niet met de nu eenmaal bestaande zienswijze overeenstemden. Zij +vermengt in haar vonnis temperament en beginselen, leer en leven, +op een treurige wijze door elkander en deze vermenging is de oorzaak +van alle geestelijke dwingelandij, van elke sociale onverdraagzaamheid. + +Dit geldt vooral met het oog op de onderwerpen die de verhouding +tusschen de twee geslachten onderling raken. Hier staat namelijk ieder, +die eene van de gebruikelijke vormen afwijkende opvatting te kennen +geeft, eene opvatting die ook maar eenigszins in botsing komt met het +conventioneele vrouwelijke ideaal, bloot aan alles behalve vleiende +gevolgtrekkingen en grievende lasterpraatjes over zijn persoonlijk +leven. Van de zijde der vrouwen moest het waarlijk--althans wanneer er +sprake is van eene vrouw--wel worden bedacht, dat er niet slechts een +gloeiend geloof, maar ook een rein geweten vereischt wordt, voor den +moed om de samenleving in een van haar meest geliefde vooroordeelen +te trotseeren. + +Het conventionalisme der vrouw bereikt zijn toppunt in het +gedachtelooze en gewetenlooze napraten, waardoor een aantal vrouwen +haar geestelijk peil verlagen, haar karakter bederven en ten slotte +haar eigen persoonlijkheid laten opgaan in die van iedereen. + +Eene vrouw die op werkelijke beschaving aanspraak wil maken, +bewijst dit onder anderen, door het vermijden van elke geleende, +of geveinsde weelde. Zij vindt het verachtelijk om door den schijn +indruk te maken en daarom vermijdt zij in hare kleeding en huisraad +elke onechte versiering. + +Maar diezelfde vrouw geeft kalm oordeel en opvatting die zij van +anderen napraat, voor echt uit. Zelfs al bezat zij die, zou zij toch +den moed niet hebben om een frissche, oorspronkelijke gedachte te +uiten; om blijk te geven van een warm, buiten den algemeenen regel +werkend, gevoel. Hare vervalschingen worden door andere napraatsters +van den eenen kring naar den anderen overgebracht. Hierdoor ontstaat +"de algemeene beoordeeling" van de meest kiesche vraagstukken des +levens, van de ernstige raadselen, waarvoor men de aanleiding zou +moeten kennen om ze ook maar uit de verte te verstaan. Hierdoor +worden schoone en edele daden in een twijfelachtig licht geplaatst en +vuige lasterpraatjes voor waarheid aangenomen. Aldus wordt de lucht +verontreinigd door de opstuivende zandkorrels waaronder het werk en +de eer van een medemensch begraven wordt. + +Maar een op die wijze begraven werk, of goeden naam, kan nog worden +opgedolven. Alleen de lasteraars zelf lijden er ten slotte het +meeste door. + +Want alles in de wereld hangt samen: het leven bestaat uit oorzaak +en gevolgen. Niemand leeft ongestraft uit de tweede hand. Wij kunnen +op intellectueel gebied onmogelijk vooruitdringen met het leengoed +van anderen, zonder hierdoor persoonlijk verlies te lijden aan +zedelijken inhoud. Wij waren heden onbillijk ten opzichte van een +boek, eene schilderij of een tooneelstuk, door dit te beoordeelen +met de woorden van een ander, die wij voor onze opvatting wilden +laten doorgaan; of omdat wij den moed niet hadden onze ingenomenheid +ermede te toonen, in geval "de critiek" hierover anders denkt: of +door eene verontwaardiging te veinzen, die wij geenszins gevoelden, +maar die anderen van ons verwachtten, in naam der mode of van het +fatsoen. Morgen zullen wij even onbillijk--laat ons zeggen even +oneerlijk--worden, tegenover een medemensch of tegenover onze eigen +overtuiging--en zulk eene onrechtvaardigheid, zulke valschheid kan +van grooten invloed worden op een geheel levenslot. + +De slotsom van geestelijken rijkdom, van geestelijke waardecijfers, +vermindert natuurlijk, als wij verzuimen ons eigen cijfer erbij te +tellen. Dit moge groot zijn of klein, rijk of gering,--als wij het +zelf hebben gevoeld en gedacht, als het oorspronkelijk ons eigendom +is, beteekent het voor anderen oneindig meer, dan hetgeen wij slechts +napraten, ook al is onze zegsman eene autoriteit. In gevallen waarin +wij genoodzaakt zijn om ons op anderen, die meer weten dan wij, +te beroepen, dringt eerlijkheid en goede trouw er ons toe, onze +verplichting aan hunne meerdere kennis openlijk uit te spreken. + +Ieder van ons mag zich slechts verheugen in een zeer klein gedeelte +der uitkomsten van beschaving en cultuur; zelden zijn wij in staat +over meer dan een enkel geval met zekerheid te oordeelen. Maar één +ding kunnen wij allen leeren: in te zien dat het een bewijs is van +beschaving, geen oordeel te geven over onderwerpen waarvan wij geen +verstand hebben. Laat de goede toon ons hiertegen doen waken; evenzoo +als men zich de weelde van juweelen te dragen ontzegt als men geen +echte steenen heeft, evenzoo moet men zich onthouden van een oordeel +over personen en zaken, waarover men niet door eigen aanschouwen +of kennismaking zelf oordeelen kan. Wanneer deze oprechtheid, dit +ronduit verklaren van onbevoegdheid om onze meening over dergelijke +onderwerpen of personen te zeggen, meer algemeen wordt beschouwd als +een bewijs van beschaving, dan zal de vrouwelijke cultuur in deze +richting eene bijna even groote schrede hebben gedaan, als toen de +vrouw als student op de universiteit werd toegelaten. + +Want, naast de mogelijkheid om een ruimeren blik op vele dingen te +verwerven, staat op het gebied der ernstige ontwikkeling de gave om +te begrijpen hoe begrensd die blik nog is, de moed om openlijk te +bekennen, welke kennis ons ontbreekt. + +Moed en oprechtheid--deze hoedanigheden zoeken wij helaas nog vaak +te vergeefs bij de vrouw; toch moeten juist deze toenemen, zal de +persoonlijkheid der vrouw groeien. + +Dit groeien wordt niet bevorderd door het studeeren der jonge meisjes, +al nemen zij hare studie nog zoo ernstig op; ook niet door de een of +andere taak in de samenleving voor hare rekening te nemen, al brengt +deze een zeer groote mate van verantwoordelijkheid mede. Niets van +dit alles werkt gunstig op de geestelijke ontwikkeling van hare +persoonlijkheid, tenzij eigen onderzoek en eigen keuze dit middel +tot hare beschaving en haren arbeid inderdaad tot een organisch +gedeelte van haar eigen leven hebben doen worden. Die keuze, dat +onderzoek zijn dan de hoofdfactoren. De vrouwelijke persoonlijkheid +te ontwikkelen--van binnen uitgaande--dit is het groote vraagstuk +der vrouwenbeweging; haar vrij te doen worden van de hedendaagsche +nietsbeteekenende formules; haar moed te geven zich te toonen zooals +zij is, te bekennen wat zij niet is--ziedaar het groote en ernstige +doel van de zoo vaak verkeerd begrepen émancipatie der vrouw. + + + + + +MOED. + + +Er zijn altijd jong blijvende woorden, woorden wier echte goudklank +nooit tot een ontvankelijk oor doordringt, zonder dezelfde +gewaarwordingen te voorschijn te roepen als toen zij, misschien +duizend jaar geleden, voor het eerst werden uitgesproken;--toen als +een nieuwe uitdrukking voor het innig besef van dien tijd. + +Onder deze woorden en spreuken van een eeuwige jeugd is er een, +die voor den eersten keer door den welsprekendsten mond in Hellas +verkondigd werd: + +"Geloof dat het geluk bestaat in vrijheid--en dat vrijheid is moed!" + +De inhoud van die spreuk kon voor Pericles voorzeker niet dezelfde +beteekenis hebben als voor ons. + +Onder vrijheid verstond men feitelijk de onafhankelijkheid van den +eenen staat tegenover den anderen; met moed werd vooral de deugd van +dappere verdediging des vaderlands bedoeld. + +Toch is het best mogelijk dat er bij den minnaar van Aspasia en +den vriend van Socrates, een vermoeden heeft bestaan van den tijd, +wanneer die schoone woorden, in dieperen zin, zouden beteekenen de +onmisbare voorwaarde tot welvaart en geluk; zoowel voor het geluk +van de op zichzelfstaande persoonlijkheid, als voor de vrijheid eener +geheele natie. + +Edele woorden groeien in dezelfde mate als de menschheid groeit. Wij +begrijpen het nu, dat de enkele mensch evenmin geluk en vrijheid +vinden kan als de geheele Staat, wanneer de moed hem ontbreekt. Maar +hangt het dan wel van ons-zelf af moed te hebben of niet? + +Zeer zeker. Moed is eene hoedanigheid die verkregen wordt door hem +of haar die haar wil verkrijgen; maar men moet willen, met ernst +en volharding. Er zijn menschen die met een hun aangeboren moed ter +wereld komen, maar de meesten hebben, voor het grootste deel althans, +hun moed zelf gekweekt. + +Er is geen eigenschap die door oefening sneller toeneemt. Als men +het in onze samenleving maar duidelijker begreep dat moed den grond +vormt, waarop het karakter en de wilskracht gebouwd is, dan zouden +bijna alle menschen tot moedige wezens kunnen worden opgevoed. + +Maar in de plaats van ons reeds vroeg te leeren willen, kiezen en +overwegen, leert men ons toe te geven en te buigen; het droombeeld van +vrij onzen eigen weg te gaan te onderdrukken en alleen onzen boozen +geest te volgen. Men maakt er ons opmerkzaam op, hoe verwaand het is, +een opzichzelfstaand geheel te willen beteekenen en hoe nuttig, éen van +de vele nullen te zijn die, vereenigd, eene millioen helpen vormen. Men +zegt ons dat voorspoed en vooruitgang in lijnrechte tegenstelling +zijn met het streven naar vrijheid; men wil ons overtuigen dat de +mogelijkheid om "gelukkig te maken" onvereenigbaar is met den wensch +om op onze eigene manier gelukkig te zijn. Men richt onzen blik op de +hoogte der samenleving, waar de menigte haar offer aan het vooroordeel +brengt en men waarschuwt ons, toch vooral ons niet te voegen bij de +kleine minderheid die, met ongebogen knie en fier opgeheven hoofd, +door de wereld gaat. + +Men zorgt er voor het ons reeds vroeg bij te brengen hoe slecht het +altijd is afgeloopen met de overmoedigen, die hunne vrijheid van +denken en handelen onder den druk der partijen hadden trachten te +behouden; die dwazen, die trouw te zijn jegens hun eigen persoon voor +belangrijker hielden dan gelijk te staan met anderen; die hunne eigene +overtuiging verdedigden en volgden; die rond voor hunne opvatting van +het leven uitkwamen, in plaats van anderen na te praten; die leefden +van eigene middelen, liever dan van vrienden en kennissen te leenen; +die aan de opwellingen in hun eigen hart gehoor gaven en niet aan +die van zekere, heerschende kringen in de maatschappij; in éen woord, +hoe het die allen gegaan is, die eigen oordeel en meening verkozen te +hebben en zich niet wilden tevreden stellen met "de algemeene opinie". + +Natuurlijk hebben die overmoedigen hun welverdiend loon +ontvangen! Hunne vrienden beklaagden er zich over nooit te weten +wat men aan hen had en haastten zich hen te verlaten, onder innig +leedwezen over hunne afvalligheid. Hunne vele kennissen hadden het +altijd wel geweten dat zij "onberekenbare, karakterlooze menschen +waren, die men nooit volkomen vertrouwen kon." En de aaneengeslotene, +toonvoerende meerderheid heeft het klaar en duidelijk bewezen dat +zij gevaarlijke menschen zijn, menschen "zonder beginselen". + +Waarlijk, om door dit oordeel te worden getroffen behoefden die +menschen volstrekt niet met een nieuwen vorm van godsdienst aan +te komen, of met al het bestaande omverhalende leerstellingen in +de maatschappij! + +Het was voldoende dat zij hunne beste krachten er aan hadden gewijd +om de onderdrukking van eene partij ten opzichte der andere te +verhinderen; dat zij hunne afkeuring over een onrechtvaardig oordeel +te kennen gaven en over het toepassen van gewetensdwang. Of dat zij het +karakter van een persoon verdedigden, hoewel zij zijne levensopvatting +niet huldigden; of voor die opvatting pleitten, hoewel zij zich voor +zijn karakter niet verantwoordelijk konden stellen. Ja, soms is het +wel voldoende gebleken dat iemand in een kring van conservatieven +durfde te beweren dat niet iedere radikaal een dubbelzinnig karakter +is, of in een gezelschap van radikalen te zeggen, dat niet ieder +conservatief man een domkop is, om zelf in een zeer twijfelachtig +licht te worden geplaatst ten opzichte van zijne eer, van zijn naam +als fatsoenlijk man en van zijn gezond verstand. + +Laat men zich nu niet bijtijds door de vrienden waarschuwen, maar +blijft men volharden in zijn idiosynkrasi om zijn eigen meening te +zeggen, de stem van zijn geweten te volgen, te oordeelen naar de +mate van 't verstand dat hij heeft--dan hangt het van de minste +of geringste toevalligheid af welk einde zoo iemand neemt: òf de +langzame hongerdood, òf wel een beklagenswaardig alleen-staan in de +wereld zijn lot wezen zal. + +En toch--ondanks dit alles hebben er in elke generatie menschen geleefd +die het durfden wagen zich zelf te zijn; die onbeschaamd genoeg waren +om te denken, te handelen, te beminnen, te dichten en te scheppen, op +hun eigen hand! Dit zijn de menschen die thans nog in ons midden leven; +zij, wier moed door hunne tijdgenooten met driestheid of brutaliteit +werd aangeduid, maar die door het nageslacht worden bezongen en +gevierd als groote mannen, aangebeden als openbaringen van wijsheid +en licht. Hunne bezwaren waren geheel dezelfde als de onze. De held +van ieder tijdperk moet het hoofd bieden aan de verzoeking die hem +nadert in den vorm van eer en een rijk bestaan; aan de meesterachtige +critiek van zijn tijd; aan den druk der partijen; aan kleingeestige +oudewijvenpraat--ja zelfs aan het toejuichend gekwaak der kikkers in de +sloot! Maar die helden hebben toch overwonnen, dank zij hun moed. Elk +tijdvak waarin nieuwe denkbeelden hun weg vonden, elk tijdvak vol licht +en gloed, vanwaar scheppende of verjongende krachten uitgingen--is +onbetwistbaar een tijdvak geweest dat vele moedige menschen opleverde. + +In zulke dagen vereischt het geen bijzonderen moed om dapper te zijn; +want moed is eene hoedanigheid die het gemakkelijkst van alle deugden +op anderen overgaat--de lafheid uitgezonderd! + +Alle ledige, dorre tijden, zonder glans en leven, waren laf. Wanneer +de moed niet in den dampkring ligt is er meer voor noodig om dien te +behouden, of te oefenen, dan in een gunstiger tijdperk. + +De dagen waarin wij leven zijn er juist niet naar om den moed aan +te kweeken en dezen tot zijn recht te doen komen. Want alle tijden +van overgang zijn gevaarlijk voor den moed, die in buitengewone +mate versterkt wordt door getrouwheid aan vaste beginselen, door de +overtuiging te strijden voor zijn goed recht. + +Maar, al gaat nu onder een tijd van worstelen en strijden aan den +eenen kant licht de moed verloren, daartegenover staan andere, en +gewichtiger redenen om te trachten dien te herwinnen, waar men zich +telkens geplaatst ziet tegenover de keuze tusschen nieuwe botsingen +en nieuwe inzichten. Er is moed noodig om de waarheid te zoeken, +maar ook om haar des noods te kunnen missen, als zij voor ons niet +duidelijk zichtbaar is; moed om werkzaam te zijn--maar ook moed om +te rusten. Er wordt moed vereischt om het geluk vast te houden als +het onder ons bereik is gekomen--ook om het prijs te geven, wanneer +de omstandigheden er toe leiden. Soms ligt het grootste bewijs van +moed in afwachten; dan weer in wagen en ondernemen. Heden kost het +moed om alleen te staan--morgen om mij bij mijne geestverwanten aan +te sluiten; nu eens om voor mijn goed recht op te komen--dan weer om +het prijs te geven. + +Zonder moed kan men niet haten en nog minder liefhebben. Zonder moed +kan men niet in waarheid leven noch sterven. + +Laat ons moed hebben--moed in de eerste plaats; en wij zullen tot +de bemoedigende ontdekking komen dat wij meer vrijheid en meer geluk +bezitten, dan wij dachten. + +Wij zijn heusch niet zoo boosaardig, of zoo dom, of zoo kleinzielig +en "laag bij den grond" als wij schijnen. Alleen zijn wij +veel laffer dan wij zelf denken. Uit lafheid mishandelen wij +elkander--vervelen,--verdrukken--verongelijken wij elkander. + +Laat ons die lafhartigheid bestrijden--en het leven zal weder schoon +voor ons worden met zijne vele scheppende krachten die vrij komen; +door de algemeene welwillendheid die overal werkzaam is; door alle +sympathie, die lust tot handelen wekt; door alle gedachten en gevoelens +die hun invloed rechtstreeks op ons uitoefenen. + +Nooit vermoedde eigenaardige hoedanigheden bij ons zelf en anderen, +zullen een schat van afwisseling en schakeeringen te voorschijn roepen, +waar men meende niets dan armoede en stilstand--dus achteruitgang--te +kunnen verwachten. De som van levenslust en levenskracht zou tot +in 't oneindige vermenigvuldigd worden als wij den moed hadden om +allen tezamen het groote waagstuk te ondernemen! Als wij nu eens het +vertrouwen dat wij gevonden hebben openlijk bekenden; als wij eerlijk +rekenschap durfden te geven van het geloof dat wij nu hebben in de +plaats van het vroegere dat wij verloren? Als wij ronduit verklaarden +wat onze eigen overtuiging is--niet de van anderen geleende vormen; +als wij durfden te bouwen op eigen ervaringen, zelfs al werden wij +hierdoor van onze geestverwanten gescheiden? + +Als wij den moed hadden te blijven twijfelen, waar wij bij anderen +verzekerdheid vinden en onze overtuiging te behouden, ook al +ontmoetten wij twijfel daaromtrent bij anderen? Als wij eerlijk de +deugden van onze tegenstanders durfden erkennen en de gebreken van +onze geestverwanten? Als wij den moed hadden vrijgevig te zijn met ons +vertrouwen maar zuinig met onze oordeelvellingen? Als wij in ootmoed +ons hoofd durfden te buigen ten opzichte van dingen waarvan wij geen +verstand hebben, maar fier opstaan, waar het geldt de zekerheid, +die wij met worstelen en strijden gewonnen hebben, te verdedigen? Als +wij naar onzen eigen smaak, en rekening houdende met onze middelen, +durfden te leven; in bescheidenheid te genieten op onze wijze en +er ons aan gewenden te zien dat anderen dit eveneens doen? Als wij +ons meer oefenden in de groote kunst, de beweegredenen der daden van +anderen te erkennen, ook al zijn wij genoodzaakt hen tegen te spreken, +en hunne handelingen af te keuren, hoewel wij hen persoonlijk hoog +achten? Als wij het er eens op waagden elke partij te laten voor wat +zij is--behalve onze eigen overtuiging? + +En ten laatste: als wij den moed hadden onze lafhartigheid in te +zien en die bij haar waren naam te noemen in de plaats van die te +verschuilen achter fraaie woorden als: eerbied, bescheidenheid, +ontzag voor de meening van anderen; gematigdheid en tact? Dan zouden +wij een geheel andere maatschappij zien worden! + +Weldra zouden wij het gezellig verkeer de plaats der vroegere +maskerades zien innemen; debatten, de twisten en het spel met ijdele +woorden zien vervangen; de daad zou de vroegere spiegelbeelden +vervangen; oorspronkelijke scheppingskracht, de eenvoudige +herhaling van het bestaande; gedachtenwisseling over verschillende +gezichtspunten, het verdacht maken van die opvatting; eigene +levenservaring de eenmaal gebruikelijke holle vormen; wáár gelooven, +de van buiten geleerde formules. In één woord: wij zouden van onze +vrijheid genieten terwijl wij nu daarentegen aan snoeren geregen, +in pakken gebonden, met étiquetten beplakt, in partijen gesorteerd, +op een lijst ingeschreven, in verschillende categoriën verdeeld en +in uniform gekleed worden! + +"Maar zou de baatzucht niet een al te groote ruimte gaan beslaan indien +de moed aan ieder persoon het recht eener plaats toekende?" vraagt +misschien een altruïst. + +Is dan niet juist de lafheid boosaardig? Wordt er niet vaak grooten +moed vereischt om vriendelijk te zijn en goed? Is niet vrijheid de +éenige voorwaarde om tot echte humaniteit te geraken? Dringt het besef +van onafhankelijke vrijheid niet onwillekeurig tot edelmoedigheid +jegens anderen die niet vrij zijn? Gaat geduld niet samen met +moed? [1] Moest niet de prediker van onbaatzuchtige naastenliefde +juist in den dood gaan omdat hij den moed bezat alleen te staan en +geen partij rondom hem te vormen; den moed om zichzelf te zijn; +de banden waarin zijn tijd geboeid lag te verbreken; den moed te +gelooven in de vrijheid?! + +Daarom is er in het goddelijk gebod, aan anderen te doen wat wij +zouden wenschen dat anderen ons deden, niets dat strijdt tegen het +betoonen van moed. In tegendeel. In dit gebod ligt--uit een ander +gezichtspunt--eeuwig dezelfde schoone gedachte als in de vermaning +van den Helleen: + +"Geloof dat het geluk bestaat in vrijheid en dat vrijheid is: moed!" + + + + + +VRIJHEID. + + Ueber der Pforte unserer Zeit steht: + "Verwerthe Dich!" + + Max Stirner. + + +"Persoonlijke vrijheid"--deze uitdrukking is bijna tot een +algemeen wachtwoord gemaakt, hoewel slechts enkelen begrijpen +welke beteekenis in het woord ligt. Hoevelen weten inderdaad wat er +vereischt wordt om dag aan dag, jaar na jaar, den inhoud er van te +verwezenlijken? Hoevelen hebben er hunne nachtrust aan opgeofferd, +aan het peinzen over wat zijn of haar eigen ik beteekent, en hoe die +persoonlijkheid inderdaad als zoodanig hare taak zal volbrengen in +de maatschappij? + +Zichzelf persoonlijk vrijmaken--dat is onder anderen een voortdurend +luisteren naar de tonen in ons gemoed om te trachten den grondtoon te +ontdekken. En heeft men dien gevonden, dan eischt het streven naar 't +bereiken van persoonlijke vrijheid, dat men met open oog zoekt naar de +behoeften van geest en hart, en daaraan tracht te gemoed te komen. Dat +men zich op de juiste wijze vormt en zijne ontwikkeling met ernst in +de hand neemt; dat men luistert naar de stem van eigen ervaring in +het leven; zijne eigene gewoonten, voor zoover daar eenigen zin in +ligt, veredelt en dus zijne eigenaardige oorspronkelijkheid kweekt en +krachtiger doet worden. En ook dat men daarentegen zooveel mogelijk de +herinneringen, studies en gewoonten die hinderend onze persoonlijke +ontwikkeling in den weg kunnen staan, ter zijde zet en het vermijdt +om met deze in aanraking te komen. De neiging tot individualiteit +uit zich--evenzoo als elke andere belangrijke neiging--aanvankelijk +als eene kracht tot zelfverdediging jegens allen en alles wat inbreuk +daarop zou kunnen maken, dien drang zou willen beperken. De geboren +individualist heeft reeds in de kinderkamer en op de schoolbank +een eigen keuze gedaan met het oog op zijn speelgoed, zijne boeken, +zijne wijze van leeren, zijne vrienden. Reeds vroeg heeft hij den moed +gehad zijn eigen smart en vreugde, zijn eigen smaak en zijne fouten, +ronduit te toonen. Hij heeft die niet laten verwringen, verkleuren en +afronden door anderen, of door de omstandigheden. In zijne jeugd is +men zelden in de gelegenheid om zijn gevoel van persoonlijkheid in +daden uit te drukken. Maar juist om die reden doet zich de geboren +individualist in die jaren kennen als een "Jantje contrari" en wordt +dus een alles behalve aangenaam kind in den huiselijken kring. Laat +echter eerst de tijd tot handelen komen! Dan heeft hij zijn karakter +middelerwijle genoeg geoefend om te begrijpen: wanneer hij iets kan +en mag wagen, en wanneer het geraden is stil toe te zien; wanneer hij +fier het hoofd kan opheffen, of zich moet voegen naar anderen; wanneer +hij moet afwachten of een besluit nemen; inhoever hij met anderen +kan meêgaan en inhoever dit meêgaan ontrouw aan zichzelf zoude worden. + +Maar al deze dingen vormen nog slechts oefeningen en dressuur voor den +grooten veldslag, die gewonnen moet worden, zal men de persoonlijke +vrijheid veroveren. Die oorlog wordt gevoerd in de geheimzinnige +wereld van mijn binnenste, als het om de oprechtheid mijner gevoelens, +de eerlijkheid mijner toekomst-droomen te doen is; als het mijne +twijfelingen en mijn geloof, mijne voorgevoelens en opwellingen van +het oogenblik geldt. Dan wordt er een scherp oog vereischt om alles, +wat mijn eigendom is in den vollen zin van het woord, op te delven +uit die schemerachtige diepte, die men het menschelijk hart noemt; +en een scherp gehoor is er noodig om die zachte, bedeesde stemmen +te verstaan, die de tolken van ons zieleleven zijn, maar die helaas +vaak worden overstemd door overgeërfde, aangeleerde gewoonten en +oppervlakkigheid. Ons verstandig ik brengt maar al te dikwijls ons +beter, ons warmgevoelend ik tot zwijgen. Wij verwisselen al te licht +de kreet van den hartstocht, met den zucht van innig verlangen die +uit onzen boezem opstijgt. Wij houden vaak de weerspiegeling van doode +denkbeelden, voor echte teekenen van leven. Hoe menigmaal verloochenen +wij onze overtuiging en noemen dit "ontzag en eerbied voor de meening +van anderen"; en hoe menigmaal klampen wij ons vast aan verouderde en +versleten gewoonten en noemen dit vastheid van karakter. Hoe laf! Is +er wel een duidelijker bewijs noodig dat het ons ontbreekt aan moed? + +Nu beteekenen alle vrijheden ter wereld bedroefd weinig, +vergeleken bij de verlossing uit den persoonlijken dwang en +alle andere onderdrukkingen verdwijnen in het niet bij die van de +persoonlijke vrijheid. Het komt er in de eerste plaats op aan of onze +persoonlijkheid krachtig genoeg ontwikkeld is om hare eigene boeien +te verbreken, want dàn heeft zij voorzeker ruimschoots de kracht die +vereischt wordt om alle andere hinderpalen te overwinnen. Iemand, +bezield met den drang om altijd en geheel zich zelf te zijn; te leven +met elke bloedstrooming; uitdrukking te geven aan wat er in zijn +binnenste omgaat--zoo iemand zal wel geen rustig, maar altijd een +rijk leven leiden. Voor hem is het leven een lied; want hij dicht het +zelf onder de dagelijksche bezigheden en de bedwelming van gewichtige +oogenblikken; onder jaren van leed en gedurende het kortstondig, +maar heerlijk genot van alles wat hem gelukkig maakt. Hij weet, dat +het beste wat hij anderen geven kan, tevens het hoogste genot voor +hemzelf oplevert: het leven te vervullen van altijd echte--en als het +mogelijk is ook krachtige en schoone, uitingen zijner persoonlijkheid. + +Op deze wijze geeft hij, voor zichzelf en voor anderen, een vernieuwde +waarde aan het leven, en tevens nieuwe, prikkelende aanmoediging +ten leven. Hij verruimt, naar de mate zijner gaven, zijn plekje +van het aardsch bestaan; hij overwint op zijn eigenaardige wijze +de moeilijkheden waarmede het verouderde en gestorven verleden, +het levend heden in den weg treedt. + +Een zelfbewust persoon in den echten diepen zin van het woord, verlangt +van anderen eenvoudig vrijheid voor zijne persoonlijke gevoelens en +daden. Daarom hebben haat noch spot, waardeering noch miskenning, de +macht hem van zijn weg te doen afwijken of zijne innerlijke harmonie te +verstoren, zoolang hij getrouw blijft aan zijn eigen pathos; die trouw +is voor hem alles--godsdienst en zedelijke wet. Die getrouwheid geeft +moed om af te dalen tot in de diepte van zijn eigen hart--moed om de +gevolgen van hetgeen hij daar ontdekt te dragen--zelfs ook al zoude +het eigen belang er door winnen dat men tijdelijk zijn gevoelen of +zijne plannen opofferde. En zij geeft ons nog een anderen moed: dien, +om desnoods de achting onzer medemenschen te kunnen missen. Dit toch +is de éenige voorwaarde om ten allen tijde onze achting voor onszelf +te behouden; wij moeten deze maar al te dikwijls prijs geven als het +er ons om te doen is den bijval der wereld te veroveren. Om al deze +redenen noemen wij een individu alleen dan persoonlijk sterk en vrij, +als hij niet langer vreest de achting van iemand te verliezen behalve +zijne eigene. + +Het gebeurt niet zelden dat zulk eene kracht de overwinning behaalt +over de algemeene stemming die een flink karakter zich genoodzaakt +zag te trotseeren. Want die stemming wijkt--even als andere wilde +beesten--terug voor een moedig oog, terwijl zij den lafhartig +vluchtende vervolgt en verscheurt. + +Nu moge het vreemd klinken, maar een individualist die zich gedwongen +ziet alleen zijn weg te gaan heeft desniettemin daarbij altijd een +goed geleide; niet van de menschen die nu leven, maar van hen die +komen zullen. + + + +De groote menigte heeft nog zeer weinig doorgedacht over de beteekenis +van de uitdrukking "persoonlijke vrijheid". Voor velen roept dit +woord de voorstelling op van--om iets te noemen--een heer, die zijn +dag begint met zijne voeten op de ontbijttafel te leggen en dien +eindigt met de vrouw van zijn vriend te verleiden, daartusschen-in +een meineed gezworen, een wissel vervalscht, een sluipmoord begaan, +heeft. Maar ook degenen wier verbeeldingskracht een minder hooge +vlucht neemt, vereenigen toch aan de gedachte van "vrijheid des +persoons" de voorstelling van onbeperkte vrijheid voor iedereen, +om zijne driften en neigingen te volgen. + +Wie het onderwerp ernstig beschouwt, zal weldra tot de +overtuiging komen dat onze driften juist niet het persoonlijke, het +algemeen-menschelijke in ons vertegenwoordigen en dat iemand die zich +door zijne hartstochten laat beheerschen, al was het alleen daarom, +geen persoonlijkheid is. Het zeer jonge kind, de boschjesman, de +onbeschaafde ruwe mensch, draagt nog slechts de mogelijkheid in zich +om, eenmaal een persoonlijkheid te kunnen worden; maar daaraan moet +zeer veel voorafgaan. Zij ontstaat slechts door de geheel bijzondere +ernstige wijze waarop driften en hartstochten tot hoedanigheden van +edeler aard worden omgewerkt. Zoo als het wezen van de meeste menschen +in den grond bepaald wordt door overgeërfde neigingen en gaven, zoo +vindt men ook verschillende graden van aanleg tot individualiteit. Maar +al zijn de neigingen of het talent voor persoonlijkheid grooter of +geringer, toch kunnen die gewijzigd worden door ervaring van droeven +of verblijdenden aard, door opvoeding en ontwikkeling, door gewoonten +en levensomstandigheden. Zoodoende worden hartstochten in gevoelens +en gevoelens in gedachten en voorstellingen omgezet. Zoo wordt het +ruwe wezen van den natuur-mensch tot een denkenden mensch veredeld, +en in dezelfde mate als hij vordert op den weg van zelfkennis en +ontwikkeling, zal deze zich minder laten beheerschen door zijne +blinde hartstochten en driften. Hartstocht en zinnelijkheid zijn +noodzakelijk; dat is te zeggen: zij hebben het recht van bestaan +evenzoogoed als ieder ander moment onzer persoonlijkheid. Maar geen +enkele dezer hoedanigheden mag zich zoo sterk ontwikkelen dat alle +andere eigenschappen er door worden benadeeld. Dit zou zoowel het +geluk als de vrijheid des persoons hinderend in den weg staan. Het is +een oude ervaring, die in onze dagen met eene treurige duidelijkheid +wordt bevestigd, dat een mensch die door zijne driften beheerscht +wordt, zoo karakterloos wordt, dat hij tot een zekeren graad van +verlaging gekomen, elk bewustzijn verliest van zijne waardigheid en +van de verplichting die zijn rang en stand in de maatschappij hem +opleggen; dit gaat soms zoover, dat hij zich van het eene uiterste +tot het andere laat drijven en zich laat medevoeren op honderd paden, +waarvan geen enkel door hem gekozen werd. + +Vrij is alleen de man, of de vrouw, die zich noch door eigen lusten, +noch door den wil van anderen, laat verleiden om tegen beter weten +in te handelen. Alleen zelfbewuste daden kunnen een mensch voldoening +schenken. Geluk is het volkomen bewustzijn van macht, dat het gevolg is +van de ontwikkeling onzer krachten in de grootst mogelijke vrijheid, +de hoogst mogelijke volmaaktheid. Het onpersoonlijke bevredigen van +onze driften kan eenig dierlijk genot opleveren, maar het schenkt +ons nimmer het echte, menschelijke geluk. + +Elke gedwongene, onpersoonlijke handeling die de individueel +ontwikkelde mensch begaat, kwelt hem als eene zonde tegen zijn eigen +karakter, zij het nu dat hij die gepleegd heeft in een oogenblik toen +zijn hartstocht hem te machtig werd, of gevolg gevende aan eene door +hem in den grond afgekeurde gewoonte. Maar wie eenmaal de persoonlijke +vrijheid veroverd heeft, zal zich niet licht aan een dergelijk +kwaad schuldig maken. Hij kan gebruik maken van al de eigenaardige +krachten en bewegingen, die hij, dank zij zijne volmaakte vrijheid, +onafhankelijk van anderen kan sturen naar zijn eigen goedvinden. Hij +houdt en leidt die zoo gemakkelijk als de ervaren schipper zijn +vaartuig, de geoefende ruiter zijn ros. Hij geniet van het heerlijk +bewustzijn zichzelf vrij te laten in zijne bewegingen, zonder vrees +voor te ver te zullen gaan; van het gevoel van zijn geheel warm hart, +zijn persoonlijk karakter, gerust te kunnen toonen zonder vrees dat +hierdoor iets wat laag of kleinzielig, ruw of leelijk is, aan het +daglicht zou kunnen komen. + +Er is geen edeler toestand van bezieling denkbaar dan die dit +verheffende, fiere wezen in zijn vrij en eigenmachtig optreden ten +toon spreidt. + +Bij zulk een mensch kan van geen gebreken of vergissingen sprake zijn; +alleen van bepaalde grenzen. Maar binnen die grenzen van eigen kunnen +is het persoonlijk materiaal tot volkomen ontwikkeling gebracht. + +Ook zonder die hoogte te hebben bereikt kan eene waarlijk vrij +geworden persoonlijkheid, alleen op hare eigenaardige wijze en tegen +hare bijzondere wetten van eer en plicht, zondigen. Want bij een +afgerond, gesloten ik, vallen de gebreken tezaam met de natuur en aard +van den persoon, evenzoo als de schaduw de omtrekken eener gedaante +teruggeeft. Ja, er zijn karakters die voorloopig een gebrek dat met +hunne kracht in overeenstemming is, niet verkiezen af te leggen; maar +de zoodanige personen verheffen zich nooit op die fouten, evenmin als +zij met hunne deugden pralen; immers deze staan in eene onpersoonlijke +verhouding tot henzelf. Met een nimmer mistastend instinct kiest de +vrije mensch datgene wat voor zijnen aard en zijn temperament van het +meeste belang is, om het even of dit hem leed of vreugde oplevert, of +het goed is of kwaad, in den gewonen zin van het woord: een droombeeld +of eene daad. Voor hem is het physiek onmogelijk om in een oogenblik +van onbeheerschte drift, in eene hartstochtelijke opwelling, een +misdaad te begaan. Zijne weloverdachte, zorgvuldige ontwikkeling van +eigen persoonlijkheid gaat bovendien gepaard aan een steeds fijner en +teederder wordend besef van de grenslijnen voor zijn gedrag, juist ook +ten opzichte van anderen. Iemand, die zelf weet wat hij wil en kan; +die nimmer tevreden is met minder dan het beste wat hij geven kan en +zich nooit laat verleiden om buiten zijne grenzen te gaan--zoo iemand +ontziet ook stellig de meening en opvatting van anderen. + +Maar het gebeurt ook, dat hij niet kan toegeven dat de eigenaardige +opvatting van een ander recht van bestaan heeft; dat zijn +nauwgezet geweten eene wet of eene instelling moet afkeuren. Dan +komt hij met zijn gevoelen hieromtrent ruiterlijk voor den dag, +niet onder den indruk eener plotselinge opwelling, maar duidelijk +en op welberedeneerde gronden. Hoewel hij voor zich zelf en anderen +elke onnoodige smart verfoeit, heeft hij toch in zijn karakter den +moed aangekweekt om, waar dit geeischt wordt, eene noodige wonde te +kunnen slaan. Maar er is, ook bij zulke aanleidingen, geen zweem te +bespeuren van de ruwheid, die onnoodig de handen met bloed bevlekt, +door het wroeten in de hartewonden van den naaste. + +Men kan het veel gemakkelijker en aangenamer hebben in de wereld +dan de individualist, als men behoort tot de menigte van reizigers +door het leven, die plaats nemen op "de groote pleizierboot", het +vaartuig dat, met de vlag der algemeen-gebruikelijke moraal in top, +zachtjes over de golven henen glijdt. Ieder reiziger behoeft niets +anders te doen dan zich kalm de haven te laten binnen brengen. Maar +naast de stoomboot ziet men hoe + + + "Alleen, in een gebrekkig scheepje + Een zeiler zich waagt op de groote zee...", + + +hoe die zeeman, veel grooter gevaren trotseerend, maar met oneindig +meer krachtsinspanning, den tocht aanvaardt, onder het heerlijk gevoel, +die onstuimige golven te beheerschen door de macht van zijn vasten +wil. Dàt is het ware, volle leven!-- + +Er wordt vaak gezegd--vooral bij gelegenheid der jubileumsfeesten van +het protestantisme--dat in onze dagen ieder in zijn eigen geweten zijn +hoogsten rechter heeft. Maar zoodra iemand dit beginsel van het eigen +persoonlijk recht in toepassing wil brengen, haasten die "wachters over +de gebruikelijke instellingen" zich, te prediken, dat een dergelijk +subjectisme alle verhoudingen in de samenleving onmogelijk zoude maken. + +Nu is het er zoo mede gesteld, dat het geweten der meerderheid zich +in de eerste plaats door overgeërfde zeden en gebruiken laat leiden; +dat dit, in de meeste gevallen niets anders is dan een echo van het +sociale geweten. Het groote gebrek is, dat men verzuimt zijn eigen +persoonlijk gevoel van recht, dat toch het éenige voor ieder van +ons geldige geweten is, te ontwikkelen en op te voeden; al gaat die +opvoeding soms met misstappen vereenigd--dit hindert niet; immers +alleen door de gevolgen van zijn eigen daden te ondervinden, kan men +tot de ontdekking komen dat men den verkeerden weg had ingeslagen en +leeren op zijn hoede te zijn. + +Om deze reden werkt elke voortdurende gewetensdwang dien de regeering +op bijzondere personen uitoefent, op den langen duur nadeelig voor +den Staat zelf. Want het geweten der maatschappij wordt slechts +verfijnd en veredeld onder gunstige voorwaarden voor de vrijheid +van den afzonderlijken persoon; dat is te zeggen, wanneer de enkele +individuen in staat gesteld worden, om naar de inspraak van hun eigen +geweten te handelen en voor hun eigen verantwoording. Middelerwijle +ontstaan juist hierdoor botsingen en toestanden, die aan een ieder +gelegenheid geven zijn gemoed ernstig te onderzoeken; door aldus dezen +toets en die besliste keuze uit te lokken, wordt een nieuw zedelijk +geweten bij de geheele samenleving gewekt en ontwikkeld. + +Maar deze nieuwe schepping op ethisch gebied heeft niet plaats doordat +flauwe menschen voortdurend blijven zondigen tegen de wetten die zij +blijven goedkeuren; ook niet doordat losbandige menschen aan hunne +onbeteugelde passies toegeven, ondanks die wetten der zedelijkheid. + +Zij komt alleen tot stand door de medewerking van hen, die van +natuurmenschen leden der samenleving geworden zijn en van dezen tot +persoonlijke karakters werden ontwikkeld. Dat zij aldus zijn gevorderd +op den weg der beschaving geeft hun het recht om de sociale zedewet te +toetsen en zelf te beslissen in hoever zij niet genegen zijn daaraan +in alle opzichten te gehoorzamen. Aangezien nu de menschen de wetten +der zedelijkheid hebben gemaakt om in hunne behoeften te voorzien, +hebben zij ook het recht om daarin veranderingen aan te brengen, +waar zij dit noodig en nuttig achten. + +De eisch van Kant: "dat het individu zòo moet handelen, als of zijne +handelwijze een wet voor alle menschen worden moest"--is in lijnrechte +tegenstelling tot de bedoeling der persoonlijke vrijheid. Deze toch +hoopt en verwacht het hoogste geluk en de grootste vorderingen op het +gebied der beschaving van de groote meerderheid te zullen bereiken, +daardoor dat men ten laatste geen absolute, voor allen verplichtend +geachte wetten meer zal erkennen, maar dat ieder individu zijn eigen +wet, naar de stem van zijn geweten, leert gehoorzamen. + +Zij, die nog niet zoover in de ethische ontwikkeling gevorderd zijn, om +op die hervorming der wet aanspraak te kunnen maken; groote kinderen; +of plichtmenschen zonder persoonlijk oordeel; of driftmenschen zonder +sociaal geweten; alle dezen hebben den dwang van de maatschappij +noodig, om te worden verhinderd anderen ongelukkig te maken. + +Zelfs een flink karakter heeft in bepaalde tijdperken zijner opvoeding, +behoefte aan zulk een steun. Toch zal het groote doel der samenleving +niet bereikt zijn, eer zij in haar geheel overwonnen wordt door de +ethische volmaaktheid der individuen. + +Omtrent dit punt ontmoeten wij behoudende en radikale idéalisten. De +conservatieve idéalist gelooft, dat de maatschappij--evenzoo als het +huisgezin, de kerk, het vaderland--in haar tegenwoordigen vorm, voor +altijd beslissende, afgeronde idéen en formules bevat. De radikaal +heeft den moed te gelooven, dat alles wat bestaat--regeering, +godsdienst en huwelijk--voor verandering en verbetering vatbaar +is. Deze overtuiging wordt wederom gewraakt door het wantrouwen, +dat eigenlijk niets anders is dan de instinctmatige zelfverdediging +van al het bestaande, door den mensch van heden. Die twijfel is de +droevige angst van den ouderdom; twijfel aan het leven en aan de +groote levenswet, die luidt: hernieuwing, hervorming aller dingen. + +Wat de ouden van dagen bovenal vreezen is juist die persoonlijke +vrijheid; wat het jonge geslacht in de eerste plaats hoopt is +diezelfde persoonlijke vrijheid, waardoor het leven niet langer +zal blijven eene plaats vol onvruchtbare droombeelden, maar vol van +verwezenlijkte idéalen. + +Dan zal het blijken, dat niet de deugd gelukkig maakt, zooals het +christendom predikt, maar dat het een geluk is goed te zijn. Deze +overtuiging zal ingang vinden waar ieders persoonlijk geloof zijn +godsdienst geworden is, die alle andere belangen in zich sluit. + +De aanhangers van dezen nieuwen godsdienst zullen--zooals hierboven +gezegd werd, hoe langer hoe zorgvuldiger luisteren naar de stem +van hun geweten, waar het erop aankomt hun demon te volgen, hunne +handelingen en beweegredenen ernstig te toetsen aan hun beste weten +en kunnen. Zelfs eene daad, die niemand anders benadeelde dan den +persoon zelf, waarvan niemand iets weet dan hijzelf, kan, als zij +in strijd was met het persoonlijk karakter van den dader, dezen nog +jarenlang hinderen en bedroeven; evenzoo als een onherstelbare fout +aan zijn kunstwerk toegebracht den beeldhouwer bedroeft. + +Hiertegenover staat, dat hij geen ander schuldgevoel erkent, dan dat +jegens zijn eigen idéaal;--hem ontbreekt het besef van schuld dat +altijd dengene beheerscht, die zich gedwongen ziet elke wilskrachtige +opwelling, elke spontane handeling te vergelijken met een buiten hem +staand voorbeeld. + +Hoe vele christenen, die een krachtig zelfbewustzijn met zich omdragen, +brengen, bijvoorbeeld, niet een groot gedeelte van hun leven, in den +gebede en geknield door om daardoor eindelijk zich te dwingen tot de +ootmoedige belijdenis: van nietswaardig te zijn voor God! + +Hoe vele christenen, die uit hunnen aard een levendig gevoel hebben +voor recht; die sterk sprekende sympathiën en antipathiën hebben in +hun hart, strijden niet op diezelfde wijze om een misdaad te leeren +vergeven en den misdadiger te blijven liefhebben! Gelukt dit niet, +dan hebben die dwepers diep berouw en met reden; immers zij waren +niet in staat het hun gegeven voorbeeld na te volgen. + +Hij daarentegen, die de éthiek van het individualisme aanhangt, +beschouwt het zelfbewust gevoel zoolang als gewettigd, als hij kans +ziet aan de mogelijke eischen die dit hem stelde, te voldoen. En +hij acht den drang om--tengevolge van zekere waarnemingen--een +persoon buiten, of beneden de sfeer zijner sympathie te plaatsen, +ook een deel te zijn van zijn instinct tot zelfbehoud. Aangezien de +individualist het recht van anderen tegenover een hem onsympathiek +persoon erkent, wordt wraaklust voor hem evenzoo onmogelijk als +vergiffenis schenken. Hij bepaalt er zich eenvoudig toe, zulk een +persoon te schrappen uit den kring met wien hij verkeert; deze behoort +van nu af tot een ander geslacht, tot een ander tijdperk dan het zijne. + +Dit verklaart hoe het gevoel van schuld, in den christelijken +zin, moet ophouden wanneer de menschen niet langer copiën vormen +van hun voorbeeld: den Christus. Toch ligt hierin volstrekt geen +aanleiding tot bandeloosheid. De vrijheid in denken en handelen +van den individualist onderscheidt zich van teugelloosheid, +evenzoo als de krachtsvertooningen van den atleet, verschillend +zijn van de luchtsprongen en duikelpartijtjes onzer kinderen. De +eerstgenoemde heeft zijne vrijheid met groote inspanning en na +ernstig worstelen, gewonnen. Maar tot belooning is ook zijne +vrijheid edeler, vertrouwbaarder, "natuurlijker" zelfs, dan die +"vanzelf ontstaande." Het menschdom nadert op deze wijze een ander +tijdperk van onschuld; het herwint een Paradijs, waar Adam en Eva +zich mogen verzadigen aan de vruchten van den boom der kennis van +goed en kwaad--en daarbij kalm kunnen bouwen en wonen onder den +boom des levens, aangezien de strenge wachter bij de poort van Eden, +glimlachend, zijn zwaard, waarmede hij alleen uit de verte gedreigd +had, aan hunne voeten heeft neergelegd. + +Wanneer eenmaal het grondbeginsel der persoonlijke vrijheid geheel +tot ons zal zijn doorgedrongen; wanneer het zal zijn vleesch van +ons vleesch en bloed van ons bloed, dan zullen ouders en opvoeders +er evenzoo ijverig naar streven oorspronkelijke wezens te vormen, +als zij tegenwoordig trachten zedelijke menschen op te voeden. Een +volkomen "zoet kind", zal dan een even zoo onaangenaam en treurig +gezicht opleveren als een mismaakt schepsel. Men moet bij een kind +vooral zijn natuurlijke wilskracht beschermen, maar deze trachten +op te leiden voor de groote taak, een beschaafd mensch te worden, +zijne bijdrage te leveren, tot de algemeene cultuur in de wereld +der menschheid. + +En de wilskracht van het kind kan bewaard blijven als het zijne +neigingen en hartstochten mag behouden, maar daarbij leert--uit +eerbied voor den mensch die in hem leeft,--den tijger te temmen en +den aap te tuchtigen--die ook in hem leven. + +Daarom kan met de opvoeding van het kind niet te vroeg worden begonnen; +reeds aan de borst der moeder moet daarmede een aanvang worden gemaakt; +en dan moet zij worden voortgezet in eene lijnrechte tegenstelling +met de tegenwoordig gevolgde methode. + +In de opvoeding mag niets verplichtend worden geacht, dan het verwerven +van die eenvoudige kundigheden, die, als het ware, mes en vork bij +den feestmaaltijd der wetenschap vertegenwoordigen. Later zal deze hun +worden aangeboden, ieder persoonlijk, volgens een menu van uitgezochte, +krachtige spijzen, waaruit door oordeelkundige opvoeders voor elk der +kinderen eene keuze zal worden gedaan, overeenkomstig ieders aard en +gestel. Na eenige generaties van aldus opgevoede individualisten zal +men eerst in staat zijn te begrijpen, wat de gedachte der persoonlijke +vrijheid van de menschelijke natuur maken kan. + +Het was natuurlijk te verwachten, dat deze idée, in een geheel +onvoorbereid geslacht tot handeling omgezet, een aantal afschrikkende +gevolgen zoude vertoonen. Zijn eigen ik te believen; zijn eigen leven +te leven; gehoorzaam te zijn aan zijn temperament--deze roepstemmen +werden, gericht tot in leeftijd en gemoed onrijpe menschen, of tot +dezulken voor wie alleen de zinnelijkheid beteekenis en inhoud aan +hun bestaan geeft, vaak misbruikte wachtwoorden. + +Voor sterke, levendig gevoelende persoonlijkheden, werd de verzoeking +van een anderen aard, om gesteund door den in een dieperen zin waren +levensregel: "Alle Schaffenden sind hart", ruwheid en hardvochtigheid +te verdedigen; zelfgenoegzaamheid of koelheid, listen en driften +uit zijne bloedsmenging voortkomende, te gaan beschouwen als een +belangrijk gedeelte van hunne persoonlijkheid; een woeste grond, die +niet mag worden ontgonnen, maar die er, in tegendeel, voor bewaard +worden moet misschien zijn oorspronkelijke wilskracht te verliezen, +of zijne scheppings- en daadkracht te dòen verminderen. + +Deze beide soorten van zichzelf verheffende menschen, maken nu gebruik +van Nietzsche, als den verdediger hunner teugelloosheid, of laagheid, +van hunne zelfzucht en hun gemis aan ontzag voor anderen. Van alle +dingen kan misbruik gemaakt worden; waartoe heeft het christendom +al niet tot voorwendsel gediend!? Nietzsche had een voorgevoel van +hetgeen hem te wachten stond, toen hij een doornenhaag rondom zijn +tuin liet zetten, opdat het vee daar niet in zou kunnen dringen! + +Voor iederen ernstigen lezer van Nietzsche is het, ondanks zijne +onbewust elkander tegensprekende gezegden en zijne met opzet gebruikte +paradoxen, toch zeer duidelijk wat een zijner biografen zegt: dat de +grondgedachte waarop Nietzsche zijne stellingen heeft gebouwd:--dat +ieder persoonlijk met geheel de kracht van zijn lichaam en geest, +met inspanning van al zijne gaven en vermogens, moet streven naar +veredeling, en daarnaar, éenmaal het hoogste punt der menschelijke +volmaking te bereiken,--dat die gedachte niet alleen het individu, +maar het geheele menschdom ten goede zal komen en dat zij dus geen +zelfzuchtig maar wel degelijk een altruïstisch doel beoogt. En hoe +Nietzsche zelf zijne leer van den veredelden mensch in practijk heeft +gebracht, hieromtrent weten wij nu althans zooveel, dat het voor goed +uit moest zijn met dat onzinnig gepraat over Nietzsche als den profeet +der teugelloosheid; over hem, die uit zijnen aard en aanleg bezield +was met eene onwrikbare liefde voor de waarheid, met eene bijzondere +neiging voor beleefde en waardige vormen in de samenleving; met een +groote behoefte aan vriendschap en sympathie; met eene opgewektheid, +die hem onder de eenvoudigste omstandigheden vroolijk en tevreden deed +zijn; met eene zelfstandigheid, die hem leerde anderen te ontzien; +met een zeldzame gave om zichzelf te beheerschen! + +De zedeleer van het christendom was hem tot een tweede natuur geworden; +zijn gevoel voor alles wat schoon is en welluidt, maakte iedere +leelijke of ruwe handeling voor hem tot een onmogelijkheid. + +Al misbruiken de "gewone menschen" uit onwetendheid de leer van dezen +Meester, toch zal dit misbruik op den langen duur niet veel kwaad +doen. Want vroeg of laat komen dezen toch in botsing met de grens +hunner eigen persoonlijkheid: de individualiteit van anderen. De ruwe, +koele, zelfgenoegzame zal hierom ten laatste alleen staan; tegelijk +daalt hiermede zijne persoonlijkheid en tevens de waarde van zijne +betrekking in de maatschappij, waarvoor hij zijne ruwe wilskracht +had willen bewaren. De zinnelijke, laagstaande mensch ontmoet zijn +tuchtmeester in den tegenstand der samenleving en van dien der op +een hooger standpunt van beschaving gekomene, enkele personen in +zijn kring. + +Ook de aanhanger der nieuwe zedenleer komt niet eer tot zijn recht +dan wanneer hij dit kan verwerven, door zijne persoonlijke rechten +te bewijzen. Hij moet hierom vooruit goed de kosten van zijn proces +berekenen en wel weten wat hij waagt, wat hij wil. En in dien strijd +tusschen de samenleving en den afzonderlijken persoon; bij deze +moeilijkheden voor den ontwikkelden mensch, om zich op het juiste +standpunt te plaatsen, ligt het tegengif tegen de gevaren, die anders +zoo licht het gevolg zijn van den--allezins gewettigden--eisch, eener +grootere zedelijke vrijheid voor de hoogerstaanden, een beperkter +grens voor de lagerstaanden, op de ladder der beschaving. + +De gewettigde zelfzucht van alle anderen vormt een dam tegen de +onbillijke--of misschien ook wel gewettigde--zelfzucht van den +afzonderlijken persoon. Reeds het kind leert soms reeds in zijn prille +jeugd de wijze kennen waarop men een lid der groote maatschappij wordt: +het ondervindt al spoedig dat het niet aangaat, onzen zin te volgen +ten koste van eens anders onbehagen. En tegenover de volwassenen, +die deze les als kind niet hebben geleerd, heeft de maatschappij het +recht--zoolang als zij er de macht voor heeft--met nadruk de hand te +leggen op eene zelfverheffing ten nadeele van die van anderen. Een +bijzonder ontwikkeld mensch kan dus niet zonder strijden en worstelen, +zijn eisch voor de persoonlijke vrijheid verwezenlijkt zien en niet +eer dan wanneer het hem gelukt is den wensch om ook van die vrijheid +te genieten bij de meerderheid op te wekken. Eerst dan, en niet eer, +wordt de wet, of het aangenomen gebruik dat den alleenstaanden persoon +verhinderde zich als een vrij mensch te gedragen, herzien. + +Maar in de meeste gevallen is de individualist, wanneer het hem maar +goed duidelijk is, wat zijn werkelijk belang eischt, niet onwillig +om zijne gehoorzaamheid aan de wetten der zamenleving te toonen +en deze op te houden; hij weet maar al te goed dat hij, zonder +deze, genoodzaakt worden zou, zijne krachten te verspillen tot zijn +verdediging tegen het ruwe geweld en op die wijze slechts onvoldoende +aan de ontwikkeling van zijn eigenlijke persoonlijkheid zou kunnen +werken. Indien een individualist zin en gevoel heeft voor harmonie, +dan zal hij ook spoedig verstaan, dat niet de ruwe maar de veredelde +kracht de sterkste is; dat niet de ruwe ijzerstaaf, maar het geplette +stalen lint dat men om den vinger kan winden, de uitdrukking is voor +de eigenaardige kracht van het metaal. Wilskracht bij de teederste +aandoeningen; edele uitdrukkingen ook bij de geweldigste ontboezeming +van kracht; zich niet ontzien om tot de meest gewaagde gevolgtrekkingen +door te dringen, waar het een heilige verborgenheid geldt--maar +zachtzinnigheid jegens elk wezen dat zwak is en lijdt--ziedaar de +groote kracht van den harmonisch ontwikkelden, persoonlijk vrijen, +mensch. En een zoodanig persoon vermorst geen enkelen druppel van +den nectar, die hem uit den beker van een ander, even rijk individu +wordt aangeboden. In tegendeel, voorzichtig brengt hij dien beker aan +zijne lippen en ledigt hem met den plechtigen eerbied eener heilige +ceremonie. Zulk een ontwikkeld individualist kan--voor zoover hij +niet tevens anarchist is--alleen in opstand komen tegen de hooge mate +van dwang, door de wachters der maatschappij, die toch het recht van +allen moeten beschermen, toegepast. Het ligt in de rede dat over dit +onderwerp de zienswijze der persoonlijk vrije menschen verschillend +wezen moet. Laat ons hiervan een voorbeeld opnoemen: ik veronderstel, +dat de meeste individualisten het recht der Regeering erkennen om hem, +die de godsdienstige bijeenkomsten van anderen stoort, te straffen; +maar volstrekt niet het recht om iemand tot zekere kerkelijke +handelingen te dwingen. Zeker, ook de individualist oordeelt strenge +straf noodig, op het plegen van geweld, of verleiding der onschuld; +maar toch acht hij eene ontwikkelde vrouw volkomen gerechtigd zich +aan eene ernstige liefde over te geven in vrijheid. + +Velen zien verlangend uit naar eene wet die de rechten van het +kind tegenover zijne ouders waarborgt; een ander wenscht weder het +tot stand komen eener wet, die elk huwelijk, waarbij eene treurige +nakomelingschap met zekerheid is vooruit te zien, verbiedt. + +Zulke wetten zouden eene grens bepalen tegen de misdadige +lichtzinnigheid waarmede--in en buiten het huwelijk--nieuwe +wezens tot de smart van een ziekelijk, ongelukkig bestaan, worden +veroordeeld. Intusschen rekent een ontwikkeld individualist het niet +tot deze lichtzinnige daden, als eene beschaafde, ernstig denkende +vrouw, volkomen bewust en met opgewekt gevoel van verantwoordelijkheid, +het moederworden verkiest buiten het wettige huwelijk. Ten opzichte der +rechten van een derden persoon erkennen vele vrienden der persoonlijke +vrijheid het nut van den wettigen vorm bij een huwelijk; toch verwerpen +zij beslist elken vorm, die de eene partij het recht over den andere +toekent en de vrijheid om het huwelijk te ontbinden hinderend in den +weg staat. + +Hoe meer de persoonlijkheid ontwikkeld wordt, des te veelzijdiger +zal ook het liefdeleven zich ontwikkelen. Voor de bescherming van het +kind zal de toekomst ook wel voorzien in een matriarchaat, b. v. er +voor zorgen, dat elke moeder, gedurende een zeker aantal jaren, +op het onderhoud van haar kind door den staat rekenen kan. + +Toegegeven dat de eer en de goede naam van ieder persoon dient +gevrijwaard te worden tegen misbruik der pers; toch mag er geen woord +blijven staan van een stuk, dat gebruikt zou kunnen worden als een +wapen tegen de vrijheid van onderzoek, tegen de vrije uiting op het +gebied van letterkunde en wetenschap. + +Sommigen willen aan de Regeering niet alleen de macht geven het +leven der enkele personen te beschermen, maar hare macht vergrooten +tot het beletten van al de moorden uit de tweede hand, die door de +hedendaagsche industrie worden begaan. Anderen daarentegen gaan uit +van den stelregel, dat ieder mensch de vrije beschikking heeft over +zijn eigen leven en dat hij, hieraan een einde makend, niet laf op +de vlucht slaande, maar wel en ernstig overlegd, onder bijzondere +omstandigheden, eene zedelijk te rechtvaardigen handeling begaat. + +Tot bescherming van het leven in onze dagen van opgezweepten arbeid en +onophoudelijk produceeren, is éen rustdag in de week nuttig en noodig; +deze moet door de Regeering voor alle soorten van arbeiders worden +bevolen en gehandhaafd. Maar het gaat niet aan, voor de Regeering om +zich te bemoeien met de wijze waarop ieder blieft van dien rustdag +gebruik te maken--en het voegt haar vooral niet dit te doen in den +vorm van gedwongen godsdienstoefeningen. Eene wet die de zwakken +verhindert hun leven te bederven door 't gebruik van sterken drank, +kan goed zijn; maar deze mag niet zoover gaan, te eischen dat degenen +die dezen tuchtmeester niet noodig hebben omdat zij zichzelf en hunne +neigingen kunnen beheerschen, terwille van die zwakken, onder een +zeer overvloedig dwangmiddel zullen lijden. De zwakken op te voeden +door hen te wijzen op het voorbeeld der sterken--dit is de rechte +wijze om deze en dergelijke kwesties op te lossen. + +Als de maatschappij innig doordrongen was van deze waarheid, dan +zou de taak der wetgeving moeilijker, maar ook veel belangrijker, +worden. De hoogst ontwikkelden zouden dan niet hunne vrijheid +opofferen en evenmin de ontwikkeling der lagerstaanden tegenwerken +door middeleeuwschen dwang. + +Hierin de juiste maat te houden is moeilijk maar niet +onmogelijk. Niemand die ernstig denkt acht de persoonlijke vrijheid +het doel te zijn der beschaving, maar het middel om tot dit doel +te geraken. + +De vrijheid houdt voortdurend gelijken tred met de ontwikkeling, +zoodat hoe verder men vordert op den weg van ontwikkeling men ook +van meer vrijheid geniet; en wederkeerig wordt door die vrijheid de +beschaving bevorderd. + +De dienst van de industrie, de aanbidding van het kapitaal, zijn +de grootste vijanden der persoonlijke vrijheid. Al acht daarom de +individualist eene wet die aan dit misbruik paal en perk kan zetten +gewenscht, toch keurt hij de gedachte aan een ander misbruik--het +geheel op te doen gaan en op te offeren voor het algemeen--zooals de +socialen dit eischen--grootelijks af. + +Wat beteekent het toch, dat men onder voorwendsel van de algemeene +zedelijkheid te bevorderen, de plichten jegens den naaste boven de +plichten jegens onszelf zet; dat het christendom verlangt, dat wij +alle menschen als onze broeders en zusters zullen liefhebben, even +hartelijk en allen gelijk? Dit is een dwang dien men aan het beginsel +der vrije keuze heeft opgelegd. + +Voor den voorstander der persoonlijke vrijheid is de vraag wat iemand +gelooft van weinig beteekenis; ook de vraag wat hij doet beduidt niets; +op de vraag wat hij is komt het aan. + +Hoe hooger men stijgt in het besef zijner eigene waarde des te +krachtiger lid gevoelt men zich in de samenleving: het wel en wee +der anderen treedt ons nader; het wordt als het onze. Een persoon +behoeft nu niet langer te worstelen om een plekje grond waarop +hij vrij kan opgroeien; hij gunt aan anderen diezelfde ruimte, want +immers alle boomen vormen een gedeelte van zijn eigen bosch. Hij doet +daarbij de heerlijke ondervinding op, dat ons groote levensdoel is: +de ontwikkeling van onze persoonlijke vrijheid, en die van anderen, +te bevorderen en haar te verdedigen, des noods ten koste van ons leven. + +Maar al overwinnen wij, zoowel vrouwen als mannen, den zedelijken +dwang; en al stellen wij de vrije persoonlijkheid ook ten opzichte +van ons zedelijk leven daarvoor in de plaats--toch blijft er een groot +en ernstig bewustzijn van overwegend belang in alle vraagstukken des +levens, ons bij: de wet der noodzakelijkheid. + +"Alles wat er gebeurt is een gevolg der noodzakelijkheid; doe daarom +wat ge kunt en verdraag dan alles wat ge lijden moet." Dit groote +woord van Schopenhauer is het eerste gebod op onze steenen tafelen +der wet gegrift. + +Niets kon anders gaan dan het ging en niets kan ongedaan worden +gemaakt. + +De gevolgen mijner daden, voor zoover deze uit mijn karakter zijn +voortgekomen, vormen mijn noodlot. + +Alles in mijn wezen en alles in mijn werk verbindt mij met +onverbreekbare schakels aan het groot geheel van het leven; aan de +ongekende diepten, waaruit ik als een golf word opgeheven, om als +deze voort te zwemmen op de levenszee, te stijgen en te dalen. Maar +onder dat rijzen en dalen van die golf, maakt haar eigen beweging en +haar eigen vorming haar tot hetgeen zij is. + +Het heerlijk bewustzijn van mensch te zijn, kan mij goddelijk maken +onder het oog der eeuwige kracht waarvan ik ben éen der golven, die +de zee vormen: de groote oceaan des levens, die grooter en krachtiger +is dan de golven. + + + + + +RUST. + + +Het woord van Geyer over het genot, dat de herinnering aan den weg, +die even buiten zijne ouderlijke woning doodliep hem schonk, wekt +bij ons, menschen aan het einde eener eeuw staande, een gevoel van +afgunst ten opzichte van de gelukkigen, die vroeger eeuwen mochten +eindigen en voor wie het Paradijs toen nog bestond. + +Want voor onze verbeelding is het Paradijs niet langer een met +allerhande boomen--vooral appelboomen--beplante lusthof, omringd +door een witten muur met gouden poorten. Wij vormen er ons eene +voorstelling van, uit louter ontkenningen saamgesteld: de weg loopt +niet verder door, dan tot aan de hekken van het Paradijs; van een +telefoon heeft men er zelfs geen flauw vermoeden; de brievenpost +komt er hoogstens éenmaal per week en van stoomboot of spoorweg is, +mijlen ver in den omtrek, geen sprake. + +Welnu, zulk een Eden heb ik gevonden. Maar ik vertel u niet waar +het ligt. Dan zouden andere menschen van het moderne gedeelte der +maatschappij er misschien ook den weg heen vinden en dan was--het +Paradijs verloren! Want dat aan een eerste uitgaaf hiervan geen +onverdeeld succès te beurt gevallen is, dit was voorzeker niet de +schuld van de slang, al trachten een aantal menschen zich met die +gedachte te troosten.... + +In mijn Eden ontbreekt niet alleen alles wat er niet behoort te +wezen, maar men vindt er alles wat men er behoort en verlangt te +zien. Blauwe, met sneeuwranden omzoomde rotsen en veruitgestrekte, +met bosch beplante hoogten vormen in schoone lijnen een muur rondom +den lusthof. Een breede, groenachtig zwarte, gedeeltelijk met wit +mos bekleede bergspleet, maakt den weg door den muur vrij voor het +oog en voor de verbeeldingskracht; en heldere meertjes of binnenzeeën +geven aan het donkere boschrijke landschap een paar groote blinkende +oogen. Glinsterende berken en bloeiende linden geuren in de zomerzon, +die slechts voor enkele uren achter den horizont verdwijnt; die de +koornaren als in 't geheim laat rijpen en aan de bloemen meer geur en +krachtiger tinten geeft. Boven de met mos bekleede rotsbergen glijden +over dag de blauwe wolkjes, vlug als schimmen er tegen uitkomende, +voorbij. Maar de avond verspreidt over bergen en rotsen de vele +paarsche en violet-schakeeringen van topasen en ametisten; het +lichte blauw der opalen en de diepdonkere blauwheid van de zee; de +schakeering van het appelbloesem--teeder kleurtje tot het donkerrood +van den wijn. Eindelijk treden de donkere, zacht verdeelde omtrekken +van den rotsberg, in eigenaardig émailleblauw tegen den goudkleurigen +achtergrond van de lucht afstekende, te voorschijn. Deze blijft +den geheelen nacht door lichtgeel getint, tot die kleuren ongemerkt +overgaan in het morgenlicht. + +In deze ochtendure, waarin de natuur vol kleuren en licht, in groote +lijnen en ruime vèr-gezichten tot ons spreekt, wordt het menschenhart +ontroerd door het bedwelmende gevoel van eenzaamheid en stilte. Het +heeft niets gemeen met de blijdschap over een eigen welgelukte +schepping, maar het heeft zijne bijzondere aantrekkelijkheid, +zijne eigenaardige kracht. Terwijl het van het noodlot afhangt om +ons dien beker van genot al of niet aan de lippen te brengen--niet +van onzen wil--hangt het alleen van onszelf af, of wij van de +plechtige eenzaamheid wenschen te genieten; of wij ons hart willen +laten uitrusten, onze gedachten verruimen in die groote stilte; +volop genieten, in een grootsche natuur met rustige, schoone en +breede lijnen. + +Maar niet altijd is het hart van den mensch van heden tot rusten +in staat. Het leeft in onrust--smacht naar kalmte--en schuwt de +stilte als eene ziekte, nog erger dan de nevrose waarvoor zij het +geneesmiddel wezen zou. De vrouw uit onze dagen vreest eigenlijk niets +met een grootere vreeze, dan om alleen te worden gelaten,--alleen +met hare eigene gedachten, want dit maakt haar zooals zij het noemt, +droefgeestig. Eigenlijk beteekent dit eenvoudig, dat zij er in die uren +bepaald toe gedwongen wordt den ernst van haar bestaan onder de oogen +te zien, of ook den ernst des levens in het groot geheel te beschouwen; +een gevoel waaraan haar geest zich zou kunnen verheffen. Maar juist +dit wil zij niet. Met kracht onderdrukt zij den drang van haar gemoed +om zich op te richten tot edeler aspiraties, door hoe langer hoe meer +toe te geven aan hare behoefte aan een oppervlakkig, versplinterd, +leven. Hoezeer deze behoefte voor uiterlijk vertoon in onze dagen +algemeen is, dit ziet men duidelijk op het gebied, waar ook de gewone, +alledaagsche vrouw voorheen, in zekeren zin, hare gedachten op éen +punt trachtte te bepalen, op dat van den godsdienst. Het type der +geloovige vrouw is tegenwoordig niet meer zij die "als zij bidt in +hare binnenkamer gaat en de deur achter zich sluit"; maar zij heeft +bazuinen en theekransjes noodig om tot het besef te komen, dat zij +eene vrome vrouw is, vol van den heiligen geest des geloofs. + +De ongedurige menschen van het laatst dezer eeuw genieten zelfs +niet van de rust als deze hun ten deel valt. Vooral met de vrouw +is het zoo gesteld; hoe meer de tijd en gelegenheid tot rusten en +stille zitten haar ontbreken, des te meer verliest zij het talent +om van die enkele haar geboden gelegenheid gebruik te maken. Hoe +menigvuldiger zij genoodzaakt is om in het openbaar indrukken op te +nemen, die zich aan haar opdringen, des te meer acht zij het noodig, +dat hare polsen met eene koortsachtige snelheid blijven jagen, om er +zich van te overtuigen dat zij leeft. + +Dieper gevoelende naturen erkennen met leedwezen dat zij hoe langer +zoo meer verloren gaan met haren rijken aanleg, in dien maalstroom +des levens; in het gedrang van de uit alle oorden samenstroomende, +overweldigende onderwerpen; onder den druk van de eischen onzer +moderne samenleving. + +Zulke karakters krijgen niet zelden hallucinaties van een stille, +groene kloostergaarde; of van eene, in het dichte bosch verscholen, +kluizenaarswoning; van de eenzame uren op hooge rotsbergen, of op +de golven der groote, wijde zee, in éenzaamheid doorgebracht. Maar +doorgaans is aan hare behoefte aan éenzaamheid reeds voldaan, door +zich in deze voorstellingen te verdiepen; zij verzuimen dan ook in den +regel gebruik te maken van de gelegenheid, als deze zich voordoet, +om een dergelijke oase in de woestijn te scheppen; een stil plekje, +afgezonderd van het rumoer der wereld. Wie inderdaad een smachtend +verlangen koestert naar éenzaamheid, heeft in de meeste omstandigheden +wel gelegenheid, die op de eene of andere manier te vinden. + +Uit mijn kindertijd herinner ik mij dikwijls te hebben hooren vertellen +van eene vrouw die door haar huwelijk haar stille ouderlijke woning +in het bosch had moeten verwisselen voor de onvermijdelijke drukte +van eene uitgebreide huishouding in een groote stad. Die verandering +speet haar zeer, tot zij op den inval kwam om elken morgen, een half +uur lang, alleen stil te gaan zitten met een groenen doek over haar +hoofd. Op die wijze droomde zij, dat zij weer in de stille éenzaamheid +van haar bosch zat en verzamelde zij hare gedachten genoegzaam om +daarna kalm en gelijkmatig de bemoeiingen van den dag tegen te gaan. + +Indien ieder van ons haar eigen groenen doek had, zouden wij niet zoo +licht geprikkeld en prikkelend zijn; wij zouden dan niet de gejaagde, +ongedurige, onbeduidende slaven der vormen en gebruiken wezen, die +wij nu maar al te vaak zijn! + +Van welken aard nu dit beschermende omhulsel werd,--dit zou voor een +gedeelte door het toeval worden beslist, maar soms ook zoude juist +het eigenaardige karakter blijken van ieder die zulk een haven zocht +uit de keuze van dat stille plekje, en van den doek. + +In roomsch-katholieke landen kan men zulk een rustig toevluchtsoord +vinden onder ieder kerkgewelf. Geleund tegen de pilaren van een +gothischen tempel, kan men te midden eener drukke wereldstad, droomen +in een verafgelegen bosch te zijn--hoewel Nietzsche gelijk heeft +als hij zegt, dat modern denkende menschen aan een geheel nieuwe +architectuur, als lijst voor hunne overpeinzingen, de voorkeur +zouden geven. + +Voor velen schept de muziek eene verrukkelijke eenzaamheid, vooral +wanneer die thuis genoten wordt en niet in het publiek, waar zoo vele +verscheidene indrukken afleiding geven en waar ons gemoed nauwelijks +de wanklanken uit het dagelijksch leven begint te vergeten, als dat +akelige handgeklap er ons op nieuw aan komt herinneren. Want een +bewijs te geven van gevoel voor het schoone, door volkomen stille +zijn--dit wacht nog op een meer veredelden staat van fijne beschaving, +dan waarop wij in onze eeuw bogen kunnen! + +Voor anderen is misschien zulk een rustig gesprek met het eigen +gemoed te vinden in een museum van kunstvoorwerpen, of onder het +lezen van een uitmuntend boek, een oud boek vooral, waarover nu geen +besprekingen meer de ronde doen. En in de groote steden bereiden +de openlijke leesinrichtingen den boekenvrienden het vredige stille +plekje, waarnaar zij tehuis dikwijls te vergeefs hadden uitgezien. + +Maar de stilte die het gemakkelijkste verkregen wordt is toch die in +de natuur. Nu gaan de meesten echter niet naar buiten om daar alleen +te zwijgen, of om er te zwijgen met een vriend--deze grootste en +fijnste toets van echte vriendschap. Integendeel, zij zoeken er eenige +kennissen, met wie zij de vraagstukken van den dag kunnen bespreken; +en als zij zich dan warm en moe geredeneerd hebben, keeren zij naar +huis terug, niet van een stille plaats maar uit nieuwe drukte. + +Och, zij hebben hunne ziel niet gemaakt tot een kalmen spiegel voor +de indrukken der schoone natuur; neen, deze is op de bewogen golven +blijven zweven, waar het niet mogelijk is een duidelijk en helder +lichtbeeld op te nemen. + +Wie inderdaad in de natuur de éenzaamheid zoekt, moet leeren om van +zeer nabij die grootsche natuur gade te slaan; zich oefenen in het +uit het hart verwijderen van alle onbeduidende indrukken, om hierdoor +de degelijke niet te verhinderen er in door te dringen; eene kunst +waarin de wijsgeerige Montaigne ons menige behartenswaardige les +gegeven heeft. "Wij overvoeren ons gemoed met te veel verschillende +dingen tegelijk" zeide hij, reeds voor driehonderd jaren geleden. "Wij +moeten onzen geest oefenen om enkele dingen vluchtig te zien, andere +beter te monsteren; maar eigenlijk in ons opnemen moeten wij alleen die +woorden, voorwerpen of gedachten die met onze eigene overeenstemmen, +die op denzelfden grond zijn gebouwd als deze, zoodat zij ons, als het +ware, zelf raken. Want ons gemoed behoort eigenlijk alleen van eigen +middelen te leven.... Nu zijn wij allen, althans de meesten van ons, +rijker begaafd dan wij zelf denken; maar wij worden er bij opgevoed +om van anderen te leenen, om eens anders goed liever te gebruiken dan +eigen goed...." Dat wij zoo zelden tot de kennismaking met onze lang +niet geringe middelen komen, is het gevolg ervan, dat wij slechts +bij uitzondering, ons met hart en ziel wijden aan hetgeen wij hebben +ondernomen. + +"Als ik dans," zegt Montaigne, "dan dans ik; als ik slaap dan slaap ik; +als ik alleen wandel in een mooien tuin en ik betrap mijne gedachten +op afwegen, dan breng ik ze dadelijk weer terug naar den tuin, tot +het genot der éenzaamheid en tot mijzelf." + +Dit opzettelijk streven om aan elke daad en aan alles wat wij zijn, +ons persoonlijk geheel te geven en zoodoende uit elken toestand den +geheelen inhoud te persen, is in een ruimen zin belangrijk voor elke +ontwikkeling; zoowel voor ons vermogen om te denken en te arbeiden, +als om te genieten en te rusten. + +Maar het is een eigenaardig teeken van onzen tijd steeds een nog +sterker graad van zenuwspanning te verlangen om zich geheel aan het +oogenblik te kunnen geven. + +Daarom is ook sport de groote aantrekkingskracht geworden, die +de menschen naar buiten lokt; maar niet om te rusten en kalmte te +zoeken. Integendeel, de wedstrijden op elk gebied en het "africhten" +daarvoor, heeft zelfs de beweging in de vrije frissche lucht tot een +koorts, tot een nieuwen vorm van jagen en stormen, gemaakt. Sport +kan voorzeker een middel zijn om veel van de natuur te genieten, om +spoediger buiten te komen. De riemen waarmede men tusschen de begroeide +oevers eener rivier voortglijdt; de sneeuwschoenen waarop men diep +in de winterstilte van het bosch doordringt; het rijwiel dat zijn +eigenaar vlug naar nieuwe plantsoenen, of naar landelijke eenzaamheid +overbrengt; deze en nog verscheidene andere dingen die tot vermaak en +nut beoefend worden, als zeilen, rijden en zwemmen, brengen inderdaad +bij velen eene hartelijke vereeniging met de natuur tot stand. + +Maar de roeier of de ruiter, de schaatsenrijder of de cyklist, die +aan elken indruk van een schoon landschap voorbijvliegt in dolle +woede om zich te bekwamen tot mededingen in den wedstrijd, komt door +zijne voorliefde tot beweging in de buitenlucht hoe langer hoe verder +buiten de natuur en buiten zichzelf. Dit soort van sport ontwikkelt +alleen het lichaam maar niet den geest. Men zal binnen korten tijd +geheel vergeten hebben, dat er een eenvoudiger manier bestaat om +van de natuur te genieten: er van te genieten met lichaam en ziel, +tot nut en genoegen voor beide. + +Als wij de meisjestype aan het einde onzer eeuw--dat is te zeggen, +eene jonge dame die geen uitstapje naar buiten maakt anders dan op +haar rijwiel of schaatsen, met het tennis-racket, òf een roeispaan +in de hand,--vergelijkt met het jonge meisjestype van het einde der +vorige eeuw, dan valt die vergelijking niet bepaald gunstig voor +onze dagen uit. Ik denk hierbij onwillekeurig aan de beminnelijke +vriendin van Goethe, de jonge Bettina Brentano, die als een ree van +het buitenleven genoot; die de hoogste bergen beklom om zich daar in +het gouden zonnelicht te baden; die zich niet ontzag om door wind en +regen te loopen, of een onweersbui te laten overtrekken, staande onder +een bloeiende linde, tusschen wier bladeren zij witte bliksemstralen +flikkeren zag; die aan het strand lag, door kabbelende golven omstuwd; +of hoog op de takken zat van een reusachtigen kastanjeboom, te midden +van groen licht en groene schaduwen; of op het grasperk van den grooten +tuin, uitgestrekt, zich vergastte aan de geuren van mos, taxus en +roode anjelieren, zelfs met een paar bloeiende heestertakjes in den +mond, om de nijvere bij tot zich te lokken; die op avonden als de maan +scheen, tusschen de hagen van den wijngaard, onder de doorschijnende, +lichtgroene trossen wandelde, en soms den geheelen zomernacht buiten +bleef, insluimerend onder het nachtlied van merels en nachtegalen, +om niet eer dan door het morgenlicht te worden gewekt.... + +Behalve deze dichterlijke wijze om van het buitenleven te genieten +is er ook nog de natuur-wetenschappelijke, die echter evenzoo als de +eerste, tamelijk naar den achtergrond wordt gedrongen door sport. Van +dit gezichtspunt beschouwd is het aangenamer knapen tegen te komen +een kruiden-doos aan een band om den hals dragende, dan knapen op +rijwielen. + +Van welken aard de reeds vroeg ontwikkelde zucht naar kennismaking met +de natuur wezen moge, altijd verschaft dit onderzoek den beoefenaar +dezer wetenschap een zekere vertrouwelijkheid met de natuur, een +vriendschappelijke, hartelijke genegenheid, die onmogelijk kan ontstaan +tusschen de natuur en een, haar op zijne velocipède voorbijvliegend, +sportliefhebber. + +Wat eenigszins vergoelijkend omtrent deze type van de tegenwoordige +jeugd werkt, is het feit, dat velen, die door geen ander middel +naar buiten gelokt zouden worden, nu ten minste, dank zij sport, +eenig vermoeden van de schoonheid der natuur ontvangen en dat +die oefeningen van heden--nadat de overdrijving hare offers zal +hebben ontvangen--zullen bijdragen tot de ontwikkeling van eene +lichamelijk--gezonder en krachtiger generatie, die dan waarschijnlijk +beter dan ons tegenwoordig geslacht, bestand wezen zal tegen +vermoeienis; die op eene edeler wijze het natuurgenot zal smaken en +wier kernspreuk zal zijn "sport te gebruiken als niet misbruikende." + +Het gewone dagelijksche rust-uurtje, dat de meesten van ons met een +ernstigen wil kunnen vinden, vervangt intusschen niet de diepe stilte, +die eene wandeling vroeg in den morgen, of het zich terugtrekken +naar een verborgen plekje van de aarde,--zoo mogelijk in een vreemd +land en aan de grenzen der beschaafde wereld gelegen--in staat is +ons te bieden. Maar voor de meeste hoofden van huisgezinnen is het +gemakkelijker gezegd dan gedaan, zulk een schuilhoekje te vinden. Zelfs +de alleenstaande en hierdoor meer onafhankelijke mensch, heeft vaak +een groote mate van ernst in zijne behoefte aan éenzaamheid en veel +wilskracht om andere, minder noodzakelijke dingen te laten, noodig, als +hij er toe komen zal een paar weken van volkomen ongestoorde rust te +kunnen genieten. Daarenboven wordt het verlangen naar afzondering van +een lid van het huisgezin dikwijls tegengewerkt door het vooroordeel, +dat de éenzaamheid een erg soort van égoïsme vertegenwoordigt. Want +de meesten die de groote winst van eene tijdelijke afzondering voor +henzelve inzien,--begrijpen nog niet hoezeer hun huisgezin hierdoor +tegelijkertijd wordt gebaat. + +Een korte scheiding heeft namelijk een buitengewone macht om ons +nadenken te wekken en hierdoor ons beter verstaan en ons gevoel +van billijkheid. Wij komen er gemakkelijker toe met een helder oog +de belangrijke dingen in ons op te nemen en de kleinigheden tot +hare wezenlijke onbeduidendheid terug te leiden, als wij een poos +van elkander af zijn. Het eenzame overleg ontwart soms met vlugge +hand de meest ingewikkelde draden en het alleenzijn geeft vaak aan +onze blijdschap een vroolijker, aan onze smart een minder droevige +tint. Volbrengt men den een of anderen arbeid alleen zittende, +dan valt die bijna altijd oneindig beter uit, dan wanneer anderen +erbij tegenwoordig zijn. De boeken die men leest en overpeinst in +het dichte bosch; met de eeuwigschoone sneeuw vóor zich, of op de +bloeiende heide, onder het geruisch van eik en den, verschaffen den +rijksten oogst aan denkbeelden; en de indrukken der natuur die men +onder zulke rustpoozen in zich opneemt, zijn krachtiger en langer van +duur dan andere. Want men geeft zich nimmer zoo geheel en al aan de +natuur als wanneer zulke éenzame dagen een parelsnoer vormen, waarvan +een dag tamelijk gelijk is aan den anderen, maar waarvan toch elke +dag op zichzelf een afgerond geheel vormt, en een aangenaam geheel ook. + +Zij die tegen het alleenzijn opzien omdat zij vreezen zich dan nog +meer eenzaam en verlaten te gevoelen hebben in zekeren zin gelijk en +ongelijk. Want juist van menschen omringd, kan het gebeuren dat men +door de omstandigheden, of door zijn bijzondere stemming, mijlenver +van hen verwijderd is; in de door menschen bevolkte woestijn hangt, +meer dan elders, zwaarmoedigheid in de lucht. Maar tegenover de +natuur en den dood--de grootste eenzaamheid en de onwrikbaarste +noodzakelijkheid--worden wij gedwongen afstand te doen, niet alleen +van de bezorgingen en drukten van den dag, maar ook van de bezorgdheid +omtrent ons lot en leven. De grondlijnen waarop ons wezen gebouwd +is worden breeder, maar de vertakkingen dier lijnen worden minder +duidelijk zichtbaar, evenzoo als dit het geval is met een landschap +dat men van een aanzienlijke hoogte af, in de diepte ziet liggen. Het +meer of minder aan lief en leed, waarmede het leven onze dagen vult; +het meer of minder belangrijke werk dat aan ons bestaan inhoud gaf--tot +dit alles keeren wij van zulke eenzame overpeinzingen terug met een +zachten, medelijdenden glimlach. + +Het valt ons nu niet meer zoo moeilijk het doove oor te keeren naar die +stemmen, welke ons trachten mede te voeren in de beslommeringen van +den dag en die ons trachten wijs te maken dat wij daarbij hoognoodig +zijn. Wij worden nu minder hevig ontroerd door de pijnlijke kreten uit +ons eigen gemoed opgaande, dan door die van onze medemenschen. Want +wij hebben het leeren inzien, dat de grootste smart niets meer is +dan een druppeltje in den grooten oceaan, evenzoo als het grootste +geluk slechts het vluchtig licht is, dat zulk een kleine druppel +doet glinsteren. + +De ziel, die in stilte en eenzaamheid den moed vond om tot zichzelf +in te keeren en haar eigen kracht te meten, weet, dat er slechts éen +groote en wezenlijk belangrijke taak ons leven beheerscht: grooter te +worden. En dat doel kunnen wij bereiken in onze smart en onze vreugde, +in onze dwaasheid en in ons verstand. Groeien kunnen wij door onze +nederlagen, zoowel als door onze overwinningen; door onze rust, +zoowel als door onzen arbeid. + + + +Toch is het hem of haar die de éenzaamheid zoekt aanteraden dit te +doen, zonder een bepaalden eisch aan dat "stille zijn" vooraf te +laten gaan. Want het gebeurt vaak, dat die afzondering juist iets +geheel anders oplevert dan men verwacht had. Hij die rust zocht, +vindt allicht een nieuwen prikkel tot arbeiden; hem die hoopte troost +te vinden, kan zij nieuwe wonden slaan. Hoe het zij: de éenzaamheid +schenkt toch altijd moed- en krachtbesef waarvan men zich niet bewust +was. Maar alleen hij kan hiervan nut trekken die weet, wat de overigens +tamelijk luchthartige Romeinen reeds wisten: + +Dat de Éenzaamheid eene godin is wier geheiligde bosschen geen +sterveling nadert met grootspraak, maar met een nederige bede op de +lippen en van wie men met rijke gaven bedeeld terugkeert, indien men +de taal harer ernstige oogen heeft leeren verstaan, die ons 't geheim +van het éene noodige verraden: + + + "Stille zijn in eigen hart." + + + + + +DE VROUW DER TOEKOMST. + + +Er zijn woorden die ons aantrekken als een lied. Een dezer woorden is: +"De vrouw der toekomst." + +Dit lied klinkt voor mij als de poézie van een Dichter, van een +Dichter en Ziener tegelijk; van éen, wiens naam thans schittert +in het licht der morgenster, maar die, toen hij in het land der +levenden verkeerde, dien naam hoorde door het slijk sleuren--als de +naam van den godsloochenaar en oproerkraaier--terwijl de lichtstralen +van zijn genius op de vooroordeelen zijner tijdgenooten werkten als +angstwekkende bliksemflitsen,--uit de verte. + +Zijn profetische dichtergeest liet hem een blik slaan in een tijd +waarin de vrouw zoude zijn: + + + ".... frank, beautiful and kind + As the free heaven, which rains fresh light and dew + On the wide earth.... + From customs evil taint exempt and pure; + Speaking the wisdom once they could not think, + Looking emotions once they feared to feel, + And, changed to all which once they dared not be + Yet being now, made earth like heaven...." [2]. + + +Dit visioen der vrouw in de toekomst, door Shelley in zulke schoone +omtrekken geschetst, zweefde mij voor den geest, toen ik mij voornam +haar beeld in eenige meer vaste trekken te schilderen. + + + +Zeer waarschijnlijk zal de Sturm-und-Drang-tijd der vrouwen en de +hiermede samenhangende sociale hervorming, tot ver in de volgende +eeuw aanhouden. Dit tijdperk, vervuld met twistvragen en botsingen van +allerhande soort, zal niet eer eindigen, dan wanneer de vrouw, in en +buiten het huwelijk, voor de wet gelijkstelling met den man zal hebben +verkregen; wanneer zulk eene herschepping in de samenleving zal hebben +plaats gegrepen, dat hierdoor aan de hatelijke mededinging tusschen +de beide seksen op eene, voor beide partijen bevredigende wijze, +een einde werd gemaakt; en wanneer de arbeid, zoowel het bedrijf tot +eigen onderhoud als de arbeid in de huishouding, minder zwaar op de +vrouw zal drukken dan op heden het geval is. + +Het is best mogelijk dat eerst tegen het laatst der twintigste eeuw +het vrouwentype onzer dagen tot het onhoudbare zal zijn gestegen en +een nieuw type der vrouw uit dien toestand zal geboren worden. Mijn +idéaal der toekomstige vrouw--en als men zich in een droombeeld +verdiept mag men zeer ver dwalen in het rijk der fantasie!--is, dat +zij zal worden een wezen van groote tegenstrijdigheden die tot een +harmonisch akkoord worden vereenigd. Zij zal zich doen kennen als zeer +veelzijdig, maar tevens als een gesloten geheel; als een rijke schat +en volmaakte eenvoud; als een zeer beschaafd, flink ontwikkeld wezen +en toch oorspronkelijk; als eene sterk sprekende, echt menschelijke +persoonlijkheid en eene volkomen openbaring van het innig vrouwelijke. + +Deze vrouw zal in staat zijn den ernst van den arbeid op +wetenschappelijk gebied te verstaan in een streng onderzoek naar de +waarheid, in een vrijen gedachtenloop, in een artistieke schepping. + +Zij zal de noodzakelijkheid inzien van de wetten der natuur en de +daardoor te voorschijn geroepene ontwikkelingen; zij zal bij een +sterk gevoel van solidariteit belang stellen in hetgeen dient tot +het algemeene nut. + +Omdat zij meer weet en helderder denkt dan de vrouw in onze dagen, zal +zij ook rechtvaardiger oordeelen; omdat zij krachtiger is zal zij beter +zijn; omdat zij verstandiger is, zal zij zachtzinniger wezen. Zij kan +de dingen breeder opvatten, ze in den samenhang met het groot geheel +beschouwen; het gevolg hiervan is, dat zij langzamerhand verscheidene +vooroordeelen, die men heden vrouwelijke deugden noemt, laat varen. + +Zij is en blijft de ontwerpster der zeden, die zij adelt. Maar daarbij +steunt zij niet op de in de samenleving nu eenmaal gebruikelijke +vormen, maar op de wetten en geboden in eigen hart. + +Zij heeft den moed haar eigen gedachten over menig vraagstuk te +hebben; ook dien om de nieuwe denkbeelden van haar tijd ernstig +te onderzoeken en te toetsen. Zij durft niet alleen te kennen, +maar ook te bekennen--gewaarwordingen die zij thans onderdrukt +of verbergt. Hare volkomen vrijheid van beweging en veelzijdige +ontwikkeling als zelfstandig persoon, maken voor haar moeilijke +ondernemingen mogelijk, het wilskrachtig streven naar een bestaan, +dat in evenredigheid tot haar eigen kunnen blijken zal een hooger +doel te beoogen: Een zoodanig doel zal zij met een scherper instinct +dan zij nu bezit, weten te vinden. Zij heeft geleerd beter te werken, +krachtiger zich te verblijden over eenvoudige, voor de hand liggende +onderwerpen en op haar tijd behoorlijk en volkomen te rusten, beter +dan de vrouw in onze dagen dit kan. + +Op deze wijze wordt het levensbewustzijn der nieuwe vrouw verhoogd; +hare ervaring wint aan diepte; haar gemoedsleven, haar zin voor het +schoone, haar talenten worden ontwikkeld en fijner beschaafd. Zij +wordt allengs meer gevoelig voor indrukken; zij voelt en gevoelt +levendiger en smaakt meer genot maar lijdt ook meer en heviger smart, +dan de vrouw van heden genieten en lijden kan. + +Ten gevolge van dit alles zal de vrouw der toekomst de waarde verhoogen +der onderlinge samenleving, de waarde van de kunst, van wetenschap +en letterkunde. + +Maar de grootste beteekenis op het gebied der cultuur zal toch +voor haar altijd daarin bestaan, dat zij door het raadselachtige +en oorspronkelijke, het profetische en voor indrukken gevoelige in +haar wezen, het menschdom beschermt tegen het ernstige gevaar van +overbeschaving. + +Tegenover hetgeen wij weten kunnen stelt zij eerlijk datgene wat ons +nog niet is geopenbaard; tegenover verstandig redeneeren--het gevoel; +tegenover de nuchtere werkelijkheid, mogelijkheden; en tegenover de +ontleding, haar indruk van 't geheel. + +Het is in de eerste plaats het streven der vrouw, om het hart te +veredelen--dat van den man, het verstand te ontwikkelen; aan haar, +het gebied der poézie te verwijden--aan hem meer ruimte te verwerven +voor de vruchten van geest en vernuft. Zij vertegenwoordigt en verheft +de teederheid--hij de rechtvaardigheid. Hij behaalt menige overwinning +door overmoedigheid--zij door moed. + +De vrouw der toekomst zal niet alleen veel hebben geleerd, zij zal ook +zeer veel hebben vergeten, vooral van de hedendaagsche feministische +en antifeministische dwaasheden. + +Zij zal met alles wat in haar is trachten het geluk der liefde te +vinden en te verhoogen. + +Zij is kuisch, niet omdat zij koel, maar omdat zij hartstochtelijk +is. Zij is teer, niet omdat zij bleek is, maar omdat zij zooveel en +zoo warm stroomend bloed in hare aderen heeft. Zij is geestdriftig +en daarom ook zinnelijk; zij is trotsch en daarom eerlijk, oprecht en +waarheidslievend. Zij eischt een sterke liefde, omdat zij zich bewust +is zelve nog onverdeelder en met een nog grooter liefde te kunnen +beminnen. Het erotische problema is door haar verfijnd idéalisme vaak +zeer geheimzinnig en moeilijk op te lossen. + +Hier tegenover staat, dat het geluk der liefde, als zij deze eenmaal +schenkt en gevoelt, rijker, dieper en waarachtiger is, dan alles wat +men ooit geluk had genoemd; eene nog ongekende zaligheid. + +Het is niet onmogelijk, het is zelfs te verwachten, dat een aantal +hoedanigheden en trekjes die onzen echtgenooten en huismoeders eigen +zijn, bij de vrouw der toekomst te vergeefs zullen worden gezocht. + +De eerstgenoemde wil altijd de geliefde blijven en alleen als de +zoodanige wil zij moeder worden. Aan den grootschen maar moeilijken +plicht om geliefde en moeder te gelijkertijd te zijn wijdt de laatste +haar beste krachten; het wordt haar godsdienst, om met alles wat in +haar is, 's levens genot tot zaligheid te verheffen. Juist omdat zij de +groote voorrechten van schoonheid en gezondheid kent en op hoogen prijs +stelt, op geestelijk en lichamelijk gebied, zal zij met meer ernst en +door een dieper gevoel van verantwoordelijkheid geleid worden, bij de +keuze van den vader harer kinderen. Zij zal aan gezonde, krachtige +menschen het leven geven en dezen naar haar beste weten voeden, +verzorgen, opvoeden, en daarbij zal zij zelf hare bekoorlijkheid en +hare jeugd langer behouden dan de vrouw in onze dagen. + +Zij wil haar geheele leven door behagen, omdat het altijd haar wensch +is het leven schoon en aantrekkelijk te maken. Maar zij wenscht +alleen te behagen door op elken leeftijd zich te toonen zooals zij, +daarmede in overeenstemming, is; haar hoogste bekoorlijkheid, hare +eeuwige jeugd, openbaart zij uitsluitend aan hem dien zij bemint. Zij +weet dat de bekoorlijkheid des geestes de diepste gevoelens opwekt en +uit de volheid van haar rijk gemoed put zij bestendige hernieuwing +van die bevalligheid; telkens onverwacht en in, tot het oneindige +afwisselende, schakeeringen van hare persoonlijke gratie. + +Eenvoudig door haar bijzijn verjaagt zij de dwaze en zinledige +vormen, den dwang der gewoonten en vervangt deze door van haar +oorspronkelijk uitgaande en door haar zielenadel verfijnde, manieren +en uitingen, zoowel in de samenleving als in het huisgezin, en in +den vertrouwelijken vriendenkring. + +Waarschijnlijk zal zij veel minder redeneeren dan de vrouw in onze +dagen, maar haar stilzwijgen en haar glimlach zal welsprekender +zijn, dan lange voordrachten en debatten in de vergaderingen door de +hedendaagsche vrouwenbeweging belegd. + +Zij zegt altijd duidelijk verstaanbaar wat zij te zeggen heeft en +spreekt altijd gematigd; zij kiest hare woorden onveranderlijk en +blijft bij hetgeen zij gezegd heeft, in schijnbaar zeer gewone, maar +inderdaad zorgvuldig gekozene, doeltreffende, uitdrukkingen. Er gaat +een opgewekte en opwekkende, gezonde strooming van haar uit; frisch +als de beek in het bosch die van de bergen stort, maar als deze, aan +een bepaalde grens gebonden. Hoe ver zij ook schijnt zich te laten +medevoeren--in den roes der vreugde of in den hartstocht van hare +liefde; in buitengewoon genot of bij de wanhoop der smart--nimmer +vergeet zij zichzelf. Zij vereenigt vele vrouwen in éen persoon, +hetzij dat zij lacht en schertst, hetzij dat zij lijdt en ook +dan glimlacht; dat zij een bloeiende gezondheid geniet of aan een +ongeneeselijke wonde verbloedt; kalm is of ontroerd; of zij juicht +of weent; of er zonneschijn is in heur hart of nachtelijk duister; +koelte of vuurgloed--altijd is zij de ideale vrouw. + +Reeds sedert lang leeft de vrouw der toekomst in de droombeelden van +den man en zij wordt geschapen naar het beeld dat hij van haar heeft +gemaakt. Het vrouwelijk idéaal van den modernen man is geenszins +de mannelijke vrouw, maar de veelzijdig ontwikkelde openbaring van +"Das ewig Weibliche". Dit nieuwe vrouwentype is bij tusschenpoozen +verschenen, niet alleen in onze dagen, maar in verschillende vroegere +tijdperken. + +In de middeleeuwen schreef zij Heloïse's brieven; in den tijd der +Hervorming schilderde Leonardo haar als Mona Lisa en in de achttiende +eeuw hield zij haar salon als Mademoiselle de Lespinasse. In onze eeuw +heeft zij het lied der liefde gezongen als Elisabeth Barett Browning; +zij heeft van het tooneel tot ons gesproken als Eleonore Duse;--en +als een edel gesteente is haar wezen gekristalliseerd door het woord +van den dichter dat Rahel's persoonlijkheid uitdrukte: + + + "Still und bewegt." + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] In het Zweedsch is moed = mod; geduld = tålamod, letterlijk: +"moed om te dulden"; eene schoone, veelzeggende woordspeling. + VERT. + +[2] "Vrij, schoon en goed, als de open hemel, wiens regen wazig +en zachtde geheele aarde verfrischt.... Ontwassen aan het kwaad +van den vormendienst; eenvoudig en rein; een taal sprekend van +'t verlicht verstand, waaraan door haar voorheen zelfs niet gedacht +werd; aandoeningen onder de oogen ziende, die zij voorheen vreesde te +gevoelen; en aldus ontwikkeld tot alles wat zij voorheen niet durfde +te zijn; toch aardsch en hemelsch tegelijk, ook nu!...." VERT. + + + + + + +End of Project Gutenberg's De moedige vrouw, by Ellen Karolina Sofia Key + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE MOEDIGE VROUW *** + +***** This file should be named 28086-8.txt or 28086-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/8/0/8/28086/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
