summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/28086-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:37:17 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:37:17 -0700
commit807f21aada077117daf6d5dd923df32e9abaef84 (patch)
treea6599f945e93025fab9d4b5f3dce500ad7235ea0 /28086-8.txt
initial commit of ebook 28086HEADmain
Diffstat (limited to '28086-8.txt')
-rw-r--r--28086-8.txt2592
1 files changed, 2592 insertions, 0 deletions
diff --git a/28086-8.txt b/28086-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..bc9001c
--- /dev/null
+++ b/28086-8.txt
@@ -0,0 +1,2592 @@
+The Project Gutenberg EBook of De moedige vrouw, by Ellen Karolina Sofia Key
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De moedige vrouw
+
+Author: Ellen Karolina Sofia Key
+
+Translator: Philippine Wijsman
+
+Release Date: February 15, 2009 [EBook #28086]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE MOEDIGE VROUW ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+ Ellen Key
+
+ De Moedige Vrouw
+
+ Uit het Zweedsch
+ (Tanke Bilder)
+
+ Door
+
+ Ph. Wijsman
+
+
+
+ Amsterdam
+ C. A. J. van Dishoeck
+ 1899
+
+
+
+
+
+
+ Leiden: Boekdrukkerij van L. van Nifterik Hz.
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Conventioneele vrouwelijkheid 1
+ Moed 20
+ Vrijheid 29
+ Rust 52
+ De vrouw der toekomst 65
+
+
+
+
+
+ De vrouw die moed heeft om naar
+ persoonlijke vrijheid te streven en zich
+ in de stilte der eenzaamheid rekenschap
+ te vragen van hare handelingen, woorden
+ en gedachten, is op den goeden weg om
+ voor latere geslachten te vormen:
+
+ "De ideale vrouw der toekomst."
+
+
+
+
+
+CONVENTIONEELE VROUWELIJKHEID.
+
+
+Het conventionalisme is de stilzwijgende overeenkomst, den schijn
+voor het wezen, vorm voor inhoud, en bijzaken voor de hoofdzaak
+in de plaats te stellen. In zekeren zin behooren ook de, bij de
+verwisseling van het schoonheidsgevoel in verscheidene tijdperken
+veranderende, modes ertoe. In de diepere beteekenis van het woord
+valt altijd een gedeelte van deze aangenomen leer der welvoegelijkheid
+tezamen met die van zeden en gebruiken, met het begrip van de mate van
+zelfbeheersching en zelfverzaking, die ieder persoon heeft in acht te
+nemen in den omgang met anderen. Hoe meer men vordert in de beschaving
+en ontwikkeling, des te ruimer worden de grenzen genomen, waarin aan de
+samenleving de beoordeeling wordt toegestaan van ieders persoonlijk
+geloof en zienswijze, van ieders arbeidsveld en gewoonten in het
+dagelijksch leven. Hoe langer hoe meer begint men te begrijpen, dat
+elke uiting van persoonlijke gevoelens, die op het recht van anderen
+geen inbreuk maakt, vrij behoort te wezen. Een vrij groot gedeelte
+van de taak der beschaving in het tijdperk van elk nieuw geslacht,
+heeft altijd bestaan en bestaat ook nog, in het afschaffen van eenige,
+tot ledige vormen ontaarde gebruiken, doode overblijfselen van hetgeen
+vroeger bestond, die de nieuwe planten verhinderen om krachtig op
+te schieten. Wij hooren in onze dagen telkens weer stemmen opgaan
+die vrijheid en keuze tegenover de tot richtsnoer aangenomen zeden
+verlangen voor het persoonlijk geweten en de persoonlijke neiging. In
+dezen eeuwigdurenden strijd komt het er vooral op aan te beslissen,
+wat ook nu in werkelijkheid nog recht van bestaan heeft en wat alleen
+hinderpalen zijn voor een edeler vrijheid, eene diepere waarheid,
+een grooter oorspronkelijkheid, een rijkeren levens-inhoud; in éen
+woord: wat daarin is ontaard tot ledige vormlijkheid.
+
+Maar niet alleen met verouderde gebruiken en vormen moet afrekening
+gehouden worden. In elken kring worden nog voortdurend dergelijke doode
+overblijfselen van voorheen opgegraven en in den vorm van vooroordeel,
+van kleinzielige beweegredenen en wankelmoedige, onzelfstandige
+gewoonten, gehuldigd. Bij de vrouwen is die vormendienst ten allen
+tijde sterker ontwikkeld dan bij de mannen. Want de zucht tot
+het bijbehouden van "hetgeen altijd zoo is geweest" wordt helaas
+dikwijls een steun voor het conventioneele gedrag der vrouw in de
+samenleving. Zelden zijn de vrouwen zóo persoonlijk ontwikkeld dat
+zij, bij hetgeen zij wenschen te behouden, schijn van wezen, vorm
+van inhoud, kunnen onderscheiden; en zelfs, al zien zij het verschil
+in, ontbreekt het haar toch gewoonlijk aan den moed om inhoud en
+degelijkheid te verkiezen boven vormen en schijn, wanneer de groote
+meerderheid vóor de laatstgenoemden stemt.
+
+In het laatste tiental jaren is er in de letterkunde, zelfs in de
+werken van vrouwelijke auteurs, een krachtige stem tegen die ledige,
+holle vormen opgegaan. Die oppositie werd vooral gericht tegen het
+verouderde ideaal der vrouw, volgens hetwelk zelfverloochening de
+edelste vrouwelijkheid vertegenwoordigde en tegen het verouderde
+begrip omtrent de zedelijkheid, volgens hetwelk de liefde zonder
+huwelijk onzedelijk, maar een echt, ook zonder liefde gesloten,
+voor zedelijk gehouden wordt.
+
+De vrouwen welke thans het nieuwe ideaal huldigen: "zelfontwikkeling
+tot toewijding van haar persoon en leven aan anderen," ontmoeten
+van de vooruitstrevende geémancipeerden onzer dagen dezelfde weinig
+beteekenende verwijten als die, welke in 1850-60 gericht werden tot
+de voorstanders der toen nieuwe beweging op dat gebied.
+
+Immers die vroegere émancipatiebeweging had in hoofdzaak ook ten
+doel de menschelijke rechten der vrouw te doen gelden, in het
+algemeen beschouwd. De latere is er op uit het recht van iedere
+vrouw als persoon, te verdedigen; dat is te zeggen: het moet der vrouw
+onvoorwaardelijk vrij staan te gelooven, te denken naar haar eigen wil;
+zelfs te handelen naar eigen goedvinden, wanneer zij hierbij niet de
+rechten van anderen kwetst. Aangezien dat eerste in algemeenen zin kan
+worden beschouwd, kon het voor een groot gedeelte collectief worden
+beoefend; de zelfstandigheid der vrouw in hare daden moet natuurlijk
+het recht van ieder van haar, als persoon, gelden. Dit bedenken de
+vrouwen, die voortdurend ijveren voor dat eerste doel, de algemeen
+menschelijke rechten der vrouw, niet genoegzaam. Zij dringen er niet
+in door, dat elke vrouw niet slechts haar aandeel behoort te hebben
+in het algemeene recht als mensch, maar dat ook hare persoonlijke
+rechten, overeenstemmend met haar eigenaardigen aanleg en karakter,
+gewaarborgd moet worden door de maatschappij. De strijd betreft in de
+eerste plaats het recht der vrouw op een, misschien van alle bestaande
+leerstellingen en van het tot nu toe gehuldigde ideaal afwijkend,
+temperament. Dit is de groote kwestie tusschen de afzonderlijk voor
+haar gevoelens pleitende vrouw en de vertegenwoordigsters van het
+nieuwe tijdperk in het vrouwelijk bestaan. Dat ieder persoonlijk
+karakter een nieuwe wereld is--deze ontdekking die in Shakespeare
+zijn Columbus vond--een Columbus, op wiens voetspoor telkens nieuwe
+reizigers nieuwe landen wonnen--dit feit, dat in de litteratuur
+telkens weder wordt genoemd en toegepast op het leven, is nog
+slechts tot enkelen doorgedrongen als eene op ervaring gebouwde, en
+door het leven bevestigde, waarheid. Maar dat hiermede althans een
+begin werd gemaakt; dat de voorheen, als onwrikbaar vast aangenomen,
+gebruikelijke opvatting van den aard en het wezen van den mensch en de
+daaruit afgeleide raadselen, meer en meer worden vervangen door eene
+persoonlijke, van anderen onafhankelijke beschouwing,--dit hebben wij
+wel in de eerste plaats te danken aan de dichters en denkers in onze
+dagen; in dezen heeft het conventionalisme zijn ergsten vijand; hun
+herkenningsteeken is het diep besef van alle oorspronkelijke krachten
+van het menschdom, van de degelijke vraagstukken in het leven. Want al
+moge het conventionalisme in de gestalte der napraters tot geestigheden
+aanleiding geven, toch is juist het moderne genie een protest tegen
+de leer, die elken, op zich zelf gewettigden, maar van de bestaande
+regelen afwijkenden blik op de wereld en de kunst, ten hoogste afkeurt.
+
+De dichter die in het Noorden met éen enkelen slag het veranderde,
+vormlijke ideaal der vrouw, die zich onder alle omstandigheden
+opofferende, zachtzinnige vrouw, verbrijzeld heeft, is Ibsen, als
+hij Nora man en kinderen doet verlaten om getrouw te zijn aan haar
+eigen plichten; als hij door "Het spook" in het zedelijk bewustzijn
+der menschen tracht te etsen: dat eene vrouw, die aan haar eigen
+persoonlijk karakter getrouw is, ook ten nutte van anderen, hooger
+staat dan zij, die zich blijft vastklampen aan de eenmaal bestaande
+vormen der zedelijkheid, ook al zijn deze zonder zin of beteekenis in
+haar bijzondere omstandigheden. En sedert heeft Ibsen voortdurend
+de vrijheid onder eigen verantwoordelijkheid gepredikt, als de
+verlossing voor het individu. Langzaam-aan is men begonnen naar hem
+te luisteren;--gedeeltelijk heeft men hem ook verstaan. Maar men weet
+het immers, geen geweten is in dit opzicht meer hermetisch gesloten
+dan dat van zekere, door de emancipatie in een opgewonden toestand
+verkeerende, vrouwen. Dat alle vrouwen gelijke rechten met de mannen
+moeten hebben is de scheering en inslag van het weefsel, dat zij in
+hare redevoeringen over de persoonlijke vrijwording der vrouw, op het
+getouw zetten. Zij vergeten, dat het recht om te worden wat zij wil,
+voor de vrouw evenzoogoed als voor den man, vaak de noodzakelijkheid
+medebrengt om datgene wat zij naar haren aanleg en karakter is, te
+onderdrukken. Zij vergeten, dat het individu hoogere eischen moet en
+mag stellen dan alleen het recht tot de keuze van een werkkring. Zij
+zien ze voorbij, die eindelooze schakeeringen in gevoelens, in meening
+en karakter, die de oorzaak waren, dat de eischen aan solidariteit in
+de opvatting en handelingen der voor de vrouwenbeweging ijverenden,
+verliepen in onderdrukking der enkele vrouwelijke persoon. Zeer
+zeker is het ook nu nog de waarheid dat aaneensluiting noodig is,
+om aan de vrouw, de rechten die haar tot heden onthouden werden, te
+verschaffen. Maar elk verplichtend in gesloten gelederen optrekken
+is in deze zaak gevaarlijk te achten; immers de vooruitgang in den
+toestand der vrouw, in den ernstigen, diepen zin van het woord,
+verlangt juist, dat de zoo oneindig verschillende individuen, zoo
+onbelemmerd mogelijk, zullen kunnen toonen, waartoe zij op zeer
+verschillend gebied, in staat zijn.
+
+Het dreigend gevaar van den vormendienst in de vrouwenbeweging
+uit zich echter niet alleen in de te hoog opgedrevene eischen tot
+aaneengesloten handelen, maar ook in de wijze waarop de meening der
+tegenstanders wordt "afgemaakt". Het verraadt zich in het gebrek aan
+nauwlettende waakzaamheid, die ons zeggen zou, dat de vrouwenbeweging,
+op het gebied van den arbeid althans, meer en meer ingrijpt in de
+sociale vraagstukken van den dag. Het openbaart zich vooral in de
+onbekwaamheid om in te zien, dat de vrouwenbeweging juist door hare
+groote vorderingen van den laatsten tijd hoe langer hoe ingewikkelder
+wordt en dat hierdoor steeds grooter moeilijkheid ontstaat, om zich
+op een beslist maar onpartijdig standpunt te plaatsen tegenover de
+daartoe behoorende zeer verschillende onderwerpen.
+
+Hiervoor is het onder anderen bepaald noodig dat den vrouwen
+meer gelegenheid gegeven worde om zich te beschaven en te
+ontwikkelen. Goed. Maar of al die inrichtingen van onderwijs
+ook de persoonlijkheid als zoodanige ontwikkelen, daaraan zou ik
+twijfelen. Immers wij hebben de fijnste en beminnelijkste personen
+ontmoet onder weinig geleerde dames van zeventig en tachtig jaar;
+en het scherpzinnig eigen oordeel dezer dames, evenzoo als dat van
+sommige vrouwen en meisjes, die nimmer geregeld onderwijs ontvingen,
+is wel geschikt om onze moderne, over alles meê-pratende, "ontwikkelde"
+vrouwen en meisjes beschaamd te doen staan.
+
+Het is niet meer dan billijk dat het loon voor vrouwelijken arbeid
+verhoogd worde; maar wordt die arbeid werkelijk in diezelfde
+verhouding beter? Kan men het wel van het meerendeel van die, over
+haar lessenaar gebogen zittende vrouwen verlangen, dat zij eene
+levendige belangstelling voor haar dagwerk zullen koesteren, terwijl
+haar eigen innerlijk wezen slechts aan het woord komt als zij over
+eene wieg gebogen staan?
+
+Er is veel voor te zeggen dat ook dochters van rijke ouders naar een
+werkkring verlangen. Maar ligt het gevaar niet voor de hand dat zij,
+die met gering loon tevreden kunnen zijn, den arbeid ontstelen aan
+andere, misschien meer bevoegde arme vrouwen en mannen, die, omdat
+zij van hunne verdiensten moeten leven, genoodzaakt zijn hooger
+loon te vragen? Terwijl deze en nog veel meer vragen onbeantwoord
+blijven, verbaast men er zich over, hoe het conventionalisme zich
+onvoorwaardelijk verheugt over de vele jonge meisjes die studeeren,
+of voor een algemeenen arbeid de ouderlijke woning verlaten, waar
+zij toch zoo nuttig en noodig zijn; al zouden wij de laatsten zijn,
+om den horizont der vrouw, zooals in grootmoeders dagen, tot keuken,
+kinderkamer en huiskamer te willen beperken.
+
+Het is tot heden nog altijd niet beslist of de vrouw, in fysiologisch
+en psychologisch opzicht zoo bijzonder welvaart, of hare gezondheid
+en gelijkmatigheid verhoogd wordt, door in den strijd om het bestaan
+mede te dingen. De vrouw op dit standpunt is een nieuw onderwerp voor
+studie en slechts de volle vrijheid tot arbeidskeuze en persoonlijke
+ontwikkeling dezer eeuw, zal de stof leveren tot het maken van
+weloverwogen gevolgtrekkingen.
+
+De teekenen des tijds duiden het aan: altijd zal er een op lichamelijk
+verschil gebouwd, onvermijdelijk geestelijk onderscheid tusschen den
+man en de vrouw blijven bestaan; een onderscheid, dat haar hoogst
+waarschijnlijk bij voorkeur tot de in het huisgezin scheppende kracht
+zal blijven stempelen, terwijl hij bij voorkeur zich zal blijven
+wijden aan den arbeid der kultuur op algemeen gebied en dàar zijn
+scheppingsdrang zal trachten te bevredigen. Maar er is geen zeggen
+van hoever eene volkomene gelijkstelling met den man, eene onbeperkte
+ontwikkeling op het gebied van den arbeid, de vrouw zal kunnen brengen,
+ten opzichte van het besturen der maatschappij en van de kultuur,
+als groot geheel beschouwd.
+
+De hierbovengenoemde, in onze dagen door oppervlakkige vrouwen en
+meisjes onvervaard nagepraatte gezichtspunten op de vrouwenbeweging,
+verhinderen juist de vrouwelijke ontwikkeling van het individu,
+door de vele en groote raadselen in de natuur kalm voorbij te zien.
+
+Daarentegen vormen de eenmaal aangenomene denkbeelden van
+zelfverloochening als de uitdrukking der echte vrouwelijkheid, op
+hunne beurt het doorbreken der vrouwelijke persoonlijkheid van uit
+de nevelen der vormen en gebruiken in de maatschappij.
+
+Met een zalig gevoel te gronde te mogen gaan voor een innig dierbaar
+wezen, is voorzeker een van de schoonste voorrechten der vrouw. Maar
+door dit onder alle omstandigheden te verheffen tot haar ideaal,
+had de vrouw haar eigen ontwikkeling in den weg gestaan, evenzoo als
+die van den man.
+
+Als men de huwelijken uit de vorige generaties vergelijkt met die van
+het jonger geslacht, dan valt er bij de mannen van heden een grooten
+vooruitgang waar te nemen, ten opzichte van oplettende teederheid voor
+en sympathieke waardeering van de thans meer persoonlijk levende en
+hierom meer eischende vrouwen. Beide partijen hebben er bij gewonnen
+dat de vrouw begonnen is zich te oefenen in de moeilijke kunst
+van zichzelf-opheffende zelfverloochening. Want voor elk waarlijk
+liefhebbend vrouwenhart is het oneindig moeilijker haar recht te
+eischen dan dit op te offeren.
+
+
+
+De vereering van het conventioneele vindt bij voortduring krachtigen
+steun bij de opvoeding.
+
+Voorzeker men onderdrukt tegenwoordig niet meer, of althans hoogst
+zelden, de individualiteit van een kind op de voorheen gebruikelijke
+ruwe en wreedaardige manier. Maar zij verdwijnt toch hoe langer hoe
+meer. In den ouden tijd genoten de kinderen van een zekere vrijheid
+in de kinderkamer, waar de ontwakende persoonlijke gewaarwordingen
+van blijdschap en verdriet, van liefde en tegenzin, niet voortdurend
+in toom behoefden te worden gehouden. Thans zijn de kinderen om en
+bij de volwassenen en dit samenzijn legt hun reeds vroeg de taak op
+de jonge schouders, van dwang en fatsoen.
+
+De kinderen moeten bezig gehouden worden, dat is hun recht; zij
+kunnen niet meer op hun eigen gelegenheid spelen, want zij hebben
+den lust verloren die voorheen gebouwd was op de vrijheid der altijd
+weder scheppende kinderlijke verbeeldingskracht; zij hebben er ook
+den slag niet meer van om "aardig alleen te spelen".
+
+Op deze manier hebben de ouders geen rust en de kinderen
+evenmin. Altijd met volwassenen te zamen zijnde, worden zij zoo
+aanmatigend, dat de gehoorzaamheid er onder lijden moet. Dus leeren zij
+zich niet voegen; zij raken niet gewoon aan de voor hunne ontwikkeling
+zoo noodige orde en tucht; zij leeren ze niet, die moeilijke, maar
+onmisbare les van levenswijsheid: hunne opwellingen van minder
+beteekenis te onderdrukken voor iets van ernstiger aard en ook in
+deze zich te voegen onder de beproevingen van het kinderleven--eene
+ontginning van de woeste gronden van het kinderlijk karakter,
+waarmede men zeer vroeg beginnen moet om er een vruchtbaren akker
+van te kunnen maken.
+
+Deze ontginning heeft plaats als de opvoeder zelf duidelijk weet,
+wat hij als hoofdzaak bij de ontwikkeling van het kinderlijk
+verstand beschouwt en hiermede rekening houdende, zijn bevel en
+verbod weet toe te passen; deze moeten weinig in aantal zijn, maar
+onwrikbaar vast gehouden worden als wetten der natuur; en waar tegen
+deze gezondigd werd, moet hij het kind niet met door hem bedachte,
+onzinnige straffen plagen, maar het eenvoudig de gevolgen van zijne
+ongehoorzame handelwijze laten ondervinden en aanwijzen. Zoodoende kan
+men, door zich aan vaste beginselen te houden, een natuurkind vormen
+tot een beschaafd mensch, dat uit ontzag voor zichzelf en anderen,
+zijne driften, als die met de maatschappij in botsing komen, weet
+te beteugelen,--zonder dat daardoor het persoonlijk gevoel wordt
+onderdrukt. Want buiten het gebied dezer bestaande, onveranderlijke
+wetten, moeten de kinderen nooit worden gedwongen of aangemaand, om
+in strijd met hunnen aard en aanleg te handelen; laat hen daarin hunne
+gezonde zelfzucht en hun eigenaardigen smaak ongehinderd botvieren.
+
+Er zijn vele moeders die, door zichzelve onverstandig al te zeer op den
+achtergrond te plaatsen, de volstrekt niet te verdedigen zelfzucht
+harer kinderen aankweeken. Daarentegen verlangen zij op andere
+oogenblikken van diezelfde kinderen eene mate van zelfbeheersching, van
+bedachtzaamheid, gematigdheid en ontzag, die een geheel leven meestal
+niet in staat was, die moeders te leeren. Van de zachte stof die
+bedoeld was een persoonlijk wezen te worden, maken ouders, dienstboden
+en onderwijzers een man of vrouw van de wereld; in sommige gevallen
+een bruikbaar lid der maatschappij--maar zeer zelden een mensch.
+
+Deze vorming noemt men opvoeding. Nu moet wel een gedeelte van
+de vroegste opvoeding inderdaad in zulk vormen bestaan, zooals ik
+onlangs zeide. Maar na de eerste levensjaren moet het hoofddoel der
+opvoeding wezen, juist al wat louter vorm is, te verjagen; de volle
+vrijheid te laten tot ontwikkeling van de éenige kracht, die in 't
+groot geheel beschouwd, voor de menschenwereld het feit dat nieuwe
+geslachten de ouden vervangen, belangrijk maken kan: de kracht der
+nieuwe, oorspronkelijke persoonlijkheid.
+
+Ieder kind vormt een nieuwe wereld--eene wereld, waarin zelfs niet
+het oog der teederste liefde geheel vermag door te dringen. Hoe
+trouwhartig dat open kinderoog ons moge aanzien; hoe vol vertrouwen
+het zachte handje in onze hand wordt gelegd--toch zal dit jonge
+menschenkind ons misschien later kunnen vertellen hoeveel verdriet
+het er van gehad heeft, door ons te worden behandeld alsof kinderen
+eenvoudig herhalingen van het bestaande waren, niet oorspronkelijke,
+nieuwe, persoonlijke schepsels. En in zekeren zin is het kind ook
+eene herhaling van de kindernatuur in alle tijden; maar tegelijk,
+en in een veel hoogeren graad, eene geheel nieuwe samenstelling
+van hoedanigheden naar geest en lichaam; die aanleiding geven tot
+blijdschap en smart, tot kracht en zwakheid.
+
+Dit nieuwe jeugdige menschje moet, op eigen verantwoordelijkheid, op
+goed geluk vertrouwend, het vreeselijk-ernstige leven intreden. Wat
+het zal kunnen leveren aan scheppende krachten, aan nieuwe beginselen;
+wat het bezitten zal aan geestelijke veerkracht onder den druk van het
+noodlot; aan de kracht om gelukkig te maken en gelukkig te zijn--dit
+alles hangt, behalve van de aangeboren natuur, in zeer ernstige mate
+af van de manier van opvoeding, die op dit persoonlijk kindergemoed
+wordt toegepast.
+
+Reeds Goethe klaagde er over dat de ouderlijke tucht,--de opvoeding
+over het algemeen,--trachtte persoonlijke wezens tot ledepoppen te
+maken. En dit is sedert nog veel erger geworden; de opvoeding is
+door schoolmeesters in de hand genomen, maar er niet zielkundiger
+op geworden.
+
+Alleen hij die de gevoelens, den wil en de rechten van het kind
+behandelt, evenzoo voorzichtig als die van een volwassen mensch; die
+aan de persoonlijkheid van het kind geen andere beperkingen opdringt
+dan die der natuur en dezulke die op goede gronden noodig zijn voor het
+welzijn van het kind en zijne kameraadjes, alleen hij kan met recht
+aanspraak maken op den naam van een opvoeder der jeugd. De opvoeding
+behoort zeker ten doel te hebben de persoonlijke ontheffing van de
+overmacht der eigene hartstochten. Maar nooit mag zij haar streven zoo
+ver richten die hartstochten uit te roeien of ter zijde te dringen. Zij
+toch vormen juist de kracht der persoonlijkheid, die nu eenmaal niet
+kan bestaan zonder gevaar voor de daaraan gepaard gaande gebreken.
+
+Het overwinnen van de in elk gemoed levende gebreken door het
+opkweeken der daarmede gepaard gaande goede hoedanigheden in datzelfde
+gemoed--dit alleen is eene zuiver persoonlijke opvoeding. En deze
+methode werkt uiterst langzaam; het onmiddellijk handelen beteekent
+hierbij zeer weinig; de geestelijke atmosfeer van de huiskamer,
+huiselijke gewoonten en illusies zijn daarentegen bijna alles. Het
+komt er vooral op-aan dat de opvoeder de kunst versta van afwachten,
+van het berekenen der werking die de toekomst zal geven--minder waarde
+te hechten aan het heden.
+
+Er zijn ouders en opvoeders die gelooven het kind voor later verdriet
+te bewaren door het "in zijne eigenzinnigheid tegen te gaan", zooals
+men dit noemt. Men bedenkt dan niet, dat door op deze wijze een kind
+te dwingen iets te doen dat lijnrecht in strijd is tegen zijnen aard,
+niets anders bereikt wordt dan dien natuurlijken aanleg te verflauwen;
+vaak zelfs behoudt men alleen de zwakheid van het karakter, zonder
+de daarmede vroeger vereenigde kracht.
+
+Vaak denkt men er niet eens zooveel bij en wordt men alleen tot zulk
+eene handeling geleid, door het gedachteloos navolgen van den ouden
+sleur, die leerde dat zelfverloochening het ideaal van den mensch
+is. Men onderdrukt den lust tot onderzoek in zijn ondernemenden
+geest; men kwetst zijn zoo bijzonder prikkelbaar gevoel voor 't
+schoone; men oefent dwang uit op zijne meest persoonlijke uitingen,
+zijne bewijzen van teederheid; men berispt zijn tegenzin en dempt
+zijne geestdrift. Onder deze en dergelijke inbreuken op hunne
+persoonlijkheid, op hunne bijzondere gevoelens en neigingen groeien
+de kinderen, vooral de meisjes, tegenwoordig meest allen op. Daarom
+is het waarlijk niet te verwonderen dat de volwassenen zelden op
+hunne kindsheid terug zien als op een gelukkigen tijd.
+
+Een krachtig bewustzijn van te leven, 't gevoel van volheid,
+heelheid, veelzijdige krachtsontwikkeling, van willen en kunnen--dat
+is geluk. Kinderen hebben dezelfde voorwaarden tot geluk, eigenlijk
+meer nog dan volwassenen, want zij kunnen van dien levenslust meer
+onverdeeld genieten. Men moest hen van deze mogelijkheid om gelukkig
+te zijn vrij laten gebruik maken zoolang zij nog onder de leiding
+hunner ouders staan en dezen macht over hen hebben. Maar al te spoedig
+beginnen zij, op hun eigen handje proefnemingen te doen; geld te
+verdienen, 't vermaak op te zoeken; en in dat gevaarlijke tijdperk
+van het jonge leven blijkt geene opvoedingsmethode van grooter invloed
+en van meer belang te zijn, dan deze: te zorgen dat het kind niet te
+veel is opgevoed, zoodat het eigen krachten over heeft voor het rijke,
+maar ernstige, leven dat hem wacht; dat wil zeggen: om 's levens lasten
+te dragen; van zijne vreugde te genieten; zijn arbeid te verrichten;
+zijn eigen oordeel te behouden; zich met hart en ziel toe te wijden
+aan de hem opgelegde levenstaak;--dit toch is de groote en éenige
+voorwaarde om gelukkig te kunnen leven, te beminnen en te sterven.
+
+Er ligt een diepe waarheid in het oude gezegde: "Den kinderen
+behoort het hemelrijk." Want geen onzer kan het hoogste bereiken,
+zonder eenvoud, onbaatzuchtigheid en volharding, om zonder eenige
+bijbedoeling alles dienstbaar te maken aan dat éene doel. Dit nu is
+juist de groote kracht van het kinderhart. Heeft eene moeder door
+hare opvoedende leiding die heilige kracht bewaard en tot bewustheid
+ontwikkeld, dan heeft zij niet alleen een nieuw schepsel, maar een
+nieuwe persoonlijkheid aan de maatschappij gegeven.
+
+Maar de opvoeding, in huis en in de school, slaat tegenwoordig juist
+de hier tegenovergestelde richting in. Het versplinteren van het
+persoonlijk wezen en karakter is dien ten gevolge het groote kwaad
+onzer eeuw.--
+
+
+
+Maar de mensch is gelukkig een sterk gebouwd organisme. Zij, wier
+persoonlijkheid door hunne opvoeding geknakt of onderdrukt werd,
+kunnen zich toch uit die vernederende gebogen houding oprichten,
+zichzelf baanbreken tot vrijheid van ontwikkeling, als zij zich van
+de groote waarde dezer vrijheid helder bewust worden.
+
+Weinige menschen, en onder dezen weinige vrouwen, kunnen op genialiteit
+roemen. Maar al is ook slechts bij enkelen de kiem voor een groote
+persoonlijkheid aanwezig, toch zouden de meesten wel een zekeren graad
+van zelfstandigheid kunnen ontwikkelen, ook na een mislukte opvoeding,
+als zij er zich met vollen ernst op toelegden.
+
+Maar hiervoor is moed een eerste vereischte; moed en volharding.
+
+Als het waar is dat "gebrek aan verstand gebrek is aan moed" dan is
+dit nog meer waar ten opzichte van gebrek aan individualiteit.
+
+Hier is al aanstonds eene der redenen gevonden waarom men onder
+de vrouwen minder persoonlijke zelfbewustheid ontmoet dan onder
+mannen. Een man is meer door-en-door ijverende voor zijne idée,
+zijn doel waarvoor hij arbeidt; hij is meer intensief in zijn
+weten en willen. Dien ten gevolge wordt hij vaak--juist als een
+kind--éenzijdiger, zelfzuchtiger, maar tevens meer éen geheel vormende,
+dan eene vrouw onder dezelfde omstandigheden wezen of worden zal.
+
+Zij is, behalve in de liefde, zelden geheel van éen onderwerp
+vervuld. Het valt haar dus minder moeilijk om het gevoelen van
+anderen te ontzien en voorzichtig op alles en allen rondom haar te
+letten. Zij is beweegelijker, meer gevoelig voor van buiten op haar
+werkende indrukken, veelzijdiger en buigzamer dan de man--en hierin
+ligt hare kracht. Maar evenzoo goed als bij den man, is deze gewonnen
+ten koste van een daaraan gepaard gaand verlies. Want het evenwicht
+in alle dingen te behouden is nu eenmaal zoo moeilijk voor ons,
+menschenkinderen, dat eene deugd vaak niet de uitkomst is van eene
+vermenigvuldiging-som, maar van een aftreksom.
+
+De man is de bevoorrechte schepper van nieuwe gedachten en nieuwe
+instellingen door zijn grooteren moed om 't gevaar te trotseeren,
+door zijn krachtiger wil; de vrouw, het ligt in haren aard, blijft
+meestal angstig volhouden met "hetgeen altijd zoo geweest is." Zij
+waakt trouw niet alleen over de zeden, gebruiken en tradities van
+eigen huis en haard, maar ook van de uit vroeger dagen overgeleverde
+vormen en rechtsbegrippen in de maatschappij kan zij moeilijk afstand
+doen. Nu is het duidelijk, dat deze algemeene vasthoudendheid aan het
+eenmaal bestaande die in de natuur der vrouwen ligt, eene der grootste
+hinderpalen moest vormen voor de ontwikkeling van het vrouwelijke
+individu, op zich zelf staande.
+
+Voor de persoonlijke zelfstandigheid van den man is het vaak moeilijk
+om zich te ontwikkelen, doordien hij in den regel met verscheidene
+anderen tezamen moet werken en aldus door partijzucht of kruiwagens,
+door het vooruitzicht op bevordering of op andere voordeelen, in
+zijne handelingen beperkt wordt.
+
+De persoonlijkheid der vrouw wordt meer gekneld door het vasthouden aan
+eenmaal gebruikelijke vormen en begrippen van zedelijkheid; door haar
+conventioneel ideaal. Zij wil het groote onderscheid tusschen eene
+zelfopofferende liefde van hooge waarde en eene zelfverloochening,
+die in geen enkel opzicht iets beteekent, liever niet zien. Zij
+wantrouwt haar eigen natuurlijk oordeel over goed en kwaad, zoodra
+dit instinct haar ook slechts een haarbreedte zou doen afwijken, van
+de gehuldigde en algemeen gebruikelijke vormen in de samenleving. Hem
+die tegen een dergelijk begrip heeft gezondigd wil zij wel vergeven,
+onder voorwaarde dat hij de wettigheid daarvan erkent; maar haar
+oordeel is zonder mededoogen over den schuldige, die tegen het
+principe handelde, omdat zijne opvattingen omtrent goed en kwaad,
+niet met de nu eenmaal bestaande zienswijze overeenstemden. Zij
+vermengt in haar vonnis temperament en beginselen, leer en leven,
+op een treurige wijze door elkander en deze vermenging is de oorzaak
+van alle geestelijke dwingelandij, van elke sociale onverdraagzaamheid.
+
+Dit geldt vooral met het oog op de onderwerpen die de verhouding
+tusschen de twee geslachten onderling raken. Hier staat namelijk ieder,
+die eene van de gebruikelijke vormen afwijkende opvatting te kennen
+geeft, eene opvatting die ook maar eenigszins in botsing komt met het
+conventioneele vrouwelijke ideaal, bloot aan alles behalve vleiende
+gevolgtrekkingen en grievende lasterpraatjes over zijn persoonlijk
+leven. Van de zijde der vrouwen moest het waarlijk--althans wanneer er
+sprake is van eene vrouw--wel worden bedacht, dat er niet slechts een
+gloeiend geloof, maar ook een rein geweten vereischt wordt, voor den
+moed om de samenleving in een van haar meest geliefde vooroordeelen
+te trotseeren.
+
+Het conventionalisme der vrouw bereikt zijn toppunt in het
+gedachtelooze en gewetenlooze napraten, waardoor een aantal vrouwen
+haar geestelijk peil verlagen, haar karakter bederven en ten slotte
+haar eigen persoonlijkheid laten opgaan in die van iedereen.
+
+Eene vrouw die op werkelijke beschaving aanspraak wil maken,
+bewijst dit onder anderen, door het vermijden van elke geleende,
+of geveinsde weelde. Zij vindt het verachtelijk om door den schijn
+indruk te maken en daarom vermijdt zij in hare kleeding en huisraad
+elke onechte versiering.
+
+Maar diezelfde vrouw geeft kalm oordeel en opvatting die zij van
+anderen napraat, voor echt uit. Zelfs al bezat zij die, zou zij toch
+den moed niet hebben om een frissche, oorspronkelijke gedachte te
+uiten; om blijk te geven van een warm, buiten den algemeenen regel
+werkend, gevoel. Hare vervalschingen worden door andere napraatsters
+van den eenen kring naar den anderen overgebracht. Hierdoor ontstaat
+"de algemeene beoordeeling" van de meest kiesche vraagstukken des
+levens, van de ernstige raadselen, waarvoor men de aanleiding zou
+moeten kennen om ze ook maar uit de verte te verstaan. Hierdoor
+worden schoone en edele daden in een twijfelachtig licht geplaatst en
+vuige lasterpraatjes voor waarheid aangenomen. Aldus wordt de lucht
+verontreinigd door de opstuivende zandkorrels waaronder het werk en
+de eer van een medemensch begraven wordt.
+
+Maar een op die wijze begraven werk, of goeden naam, kan nog worden
+opgedolven. Alleen de lasteraars zelf lijden er ten slotte het
+meeste door.
+
+Want alles in de wereld hangt samen: het leven bestaat uit oorzaak
+en gevolgen. Niemand leeft ongestraft uit de tweede hand. Wij kunnen
+op intellectueel gebied onmogelijk vooruitdringen met het leengoed
+van anderen, zonder hierdoor persoonlijk verlies te lijden aan
+zedelijken inhoud. Wij waren heden onbillijk ten opzichte van een
+boek, eene schilderij of een tooneelstuk, door dit te beoordeelen
+met de woorden van een ander, die wij voor onze opvatting wilden
+laten doorgaan; of omdat wij den moed niet hadden onze ingenomenheid
+ermede te toonen, in geval "de critiek" hierover anders denkt: of
+door eene verontwaardiging te veinzen, die wij geenszins gevoelden,
+maar die anderen van ons verwachtten, in naam der mode of van het
+fatsoen. Morgen zullen wij even onbillijk--laat ons zeggen even
+oneerlijk--worden, tegenover een medemensch of tegenover onze eigen
+overtuiging--en zulk eene onrechtvaardigheid, zulke valschheid kan
+van grooten invloed worden op een geheel levenslot.
+
+De slotsom van geestelijken rijkdom, van geestelijke waardecijfers,
+vermindert natuurlijk, als wij verzuimen ons eigen cijfer erbij te
+tellen. Dit moge groot zijn of klein, rijk of gering,--als wij het
+zelf hebben gevoeld en gedacht, als het oorspronkelijk ons eigendom
+is, beteekent het voor anderen oneindig meer, dan hetgeen wij slechts
+napraten, ook al is onze zegsman eene autoriteit. In gevallen waarin
+wij genoodzaakt zijn om ons op anderen, die meer weten dan wij,
+te beroepen, dringt eerlijkheid en goede trouw er ons toe, onze
+verplichting aan hunne meerdere kennis openlijk uit te spreken.
+
+Ieder van ons mag zich slechts verheugen in een zeer klein gedeelte
+der uitkomsten van beschaving en cultuur; zelden zijn wij in staat
+over meer dan een enkel geval met zekerheid te oordeelen. Maar één
+ding kunnen wij allen leeren: in te zien dat het een bewijs is van
+beschaving, geen oordeel te geven over onderwerpen waarvan wij geen
+verstand hebben. Laat de goede toon ons hiertegen doen waken; evenzoo
+als men zich de weelde van juweelen te dragen ontzegt als men geen
+echte steenen heeft, evenzoo moet men zich onthouden van een oordeel
+over personen en zaken, waarover men niet door eigen aanschouwen
+of kennismaking zelf oordeelen kan. Wanneer deze oprechtheid, dit
+ronduit verklaren van onbevoegdheid om onze meening over dergelijke
+onderwerpen of personen te zeggen, meer algemeen wordt beschouwd als
+een bewijs van beschaving, dan zal de vrouwelijke cultuur in deze
+richting eene bijna even groote schrede hebben gedaan, als toen de
+vrouw als student op de universiteit werd toegelaten.
+
+Want, naast de mogelijkheid om een ruimeren blik op vele dingen te
+verwerven, staat op het gebied der ernstige ontwikkeling de gave om
+te begrijpen hoe begrensd die blik nog is, de moed om openlijk te
+bekennen, welke kennis ons ontbreekt.
+
+Moed en oprechtheid--deze hoedanigheden zoeken wij helaas nog vaak
+te vergeefs bij de vrouw; toch moeten juist deze toenemen, zal de
+persoonlijkheid der vrouw groeien.
+
+Dit groeien wordt niet bevorderd door het studeeren der jonge meisjes,
+al nemen zij hare studie nog zoo ernstig op; ook niet door de een of
+andere taak in de samenleving voor hare rekening te nemen, al brengt
+deze een zeer groote mate van verantwoordelijkheid mede. Niets van
+dit alles werkt gunstig op de geestelijke ontwikkeling van hare
+persoonlijkheid, tenzij eigen onderzoek en eigen keuze dit middel
+tot hare beschaving en haren arbeid inderdaad tot een organisch
+gedeelte van haar eigen leven hebben doen worden. Die keuze, dat
+onderzoek zijn dan de hoofdfactoren. De vrouwelijke persoonlijkheid
+te ontwikkelen--van binnen uitgaande--dit is het groote vraagstuk
+der vrouwenbeweging; haar vrij te doen worden van de hedendaagsche
+nietsbeteekenende formules; haar moed te geven zich te toonen zooals
+zij is, te bekennen wat zij niet is--ziedaar het groote en ernstige
+doel van de zoo vaak verkeerd begrepen émancipatie der vrouw.
+
+
+
+
+
+MOED.
+
+
+Er zijn altijd jong blijvende woorden, woorden wier echte goudklank
+nooit tot een ontvankelijk oor doordringt, zonder dezelfde
+gewaarwordingen te voorschijn te roepen als toen zij, misschien
+duizend jaar geleden, voor het eerst werden uitgesproken;--toen als
+een nieuwe uitdrukking voor het innig besef van dien tijd.
+
+Onder deze woorden en spreuken van een eeuwige jeugd is er een,
+die voor den eersten keer door den welsprekendsten mond in Hellas
+verkondigd werd:
+
+"Geloof dat het geluk bestaat in vrijheid--en dat vrijheid is moed!"
+
+De inhoud van die spreuk kon voor Pericles voorzeker niet dezelfde
+beteekenis hebben als voor ons.
+
+Onder vrijheid verstond men feitelijk de onafhankelijkheid van den
+eenen staat tegenover den anderen; met moed werd vooral de deugd van
+dappere verdediging des vaderlands bedoeld.
+
+Toch is het best mogelijk dat er bij den minnaar van Aspasia en
+den vriend van Socrates, een vermoeden heeft bestaan van den tijd,
+wanneer die schoone woorden, in dieperen zin, zouden beteekenen de
+onmisbare voorwaarde tot welvaart en geluk; zoowel voor het geluk
+van de op zichzelfstaande persoonlijkheid, als voor de vrijheid eener
+geheele natie.
+
+Edele woorden groeien in dezelfde mate als de menschheid groeit. Wij
+begrijpen het nu, dat de enkele mensch evenmin geluk en vrijheid
+vinden kan als de geheele Staat, wanneer de moed hem ontbreekt. Maar
+hangt het dan wel van ons-zelf af moed te hebben of niet?
+
+Zeer zeker. Moed is eene hoedanigheid die verkregen wordt door hem
+of haar die haar wil verkrijgen; maar men moet willen, met ernst
+en volharding. Er zijn menschen die met een hun aangeboren moed ter
+wereld komen, maar de meesten hebben, voor het grootste deel althans,
+hun moed zelf gekweekt.
+
+Er is geen eigenschap die door oefening sneller toeneemt. Als men
+het in onze samenleving maar duidelijker begreep dat moed den grond
+vormt, waarop het karakter en de wilskracht gebouwd is, dan zouden
+bijna alle menschen tot moedige wezens kunnen worden opgevoed.
+
+Maar in de plaats van ons reeds vroeg te leeren willen, kiezen en
+overwegen, leert men ons toe te geven en te buigen; het droombeeld van
+vrij onzen eigen weg te gaan te onderdrukken en alleen onzen boozen
+geest te volgen. Men maakt er ons opmerkzaam op, hoe verwaand het is,
+een opzichzelfstaand geheel te willen beteekenen en hoe nuttig, éen van
+de vele nullen te zijn die, vereenigd, eene millioen helpen vormen. Men
+zegt ons dat voorspoed en vooruitgang in lijnrechte tegenstelling
+zijn met het streven naar vrijheid; men wil ons overtuigen dat de
+mogelijkheid om "gelukkig te maken" onvereenigbaar is met den wensch
+om op onze eigene manier gelukkig te zijn. Men richt onzen blik op de
+hoogte der samenleving, waar de menigte haar offer aan het vooroordeel
+brengt en men waarschuwt ons, toch vooral ons niet te voegen bij de
+kleine minderheid die, met ongebogen knie en fier opgeheven hoofd,
+door de wereld gaat.
+
+Men zorgt er voor het ons reeds vroeg bij te brengen hoe slecht het
+altijd is afgeloopen met de overmoedigen, die hunne vrijheid van
+denken en handelen onder den druk der partijen hadden trachten te
+behouden; die dwazen, die trouw te zijn jegens hun eigen persoon voor
+belangrijker hielden dan gelijk te staan met anderen; die hunne eigene
+overtuiging verdedigden en volgden; die rond voor hunne opvatting van
+het leven uitkwamen, in plaats van anderen na te praten; die leefden
+van eigene middelen, liever dan van vrienden en kennissen te leenen;
+die aan de opwellingen in hun eigen hart gehoor gaven en niet aan
+die van zekere, heerschende kringen in de maatschappij; in éen woord,
+hoe het die allen gegaan is, die eigen oordeel en meening verkozen te
+hebben en zich niet wilden tevreden stellen met "de algemeene opinie".
+
+Natuurlijk hebben die overmoedigen hun welverdiend loon
+ontvangen! Hunne vrienden beklaagden er zich over nooit te weten
+wat men aan hen had en haastten zich hen te verlaten, onder innig
+leedwezen over hunne afvalligheid. Hunne vele kennissen hadden het
+altijd wel geweten dat zij "onberekenbare, karakterlooze menschen
+waren, die men nooit volkomen vertrouwen kon." En de aaneengeslotene,
+toonvoerende meerderheid heeft het klaar en duidelijk bewezen dat
+zij gevaarlijke menschen zijn, menschen "zonder beginselen".
+
+Waarlijk, om door dit oordeel te worden getroffen behoefden die
+menschen volstrekt niet met een nieuwen vorm van godsdienst aan
+te komen, of met al het bestaande omverhalende leerstellingen in
+de maatschappij!
+
+Het was voldoende dat zij hunne beste krachten er aan hadden gewijd
+om de onderdrukking van eene partij ten opzichte der andere te
+verhinderen; dat zij hunne afkeuring over een onrechtvaardig oordeel
+te kennen gaven en over het toepassen van gewetensdwang. Of dat zij het
+karakter van een persoon verdedigden, hoewel zij zijne levensopvatting
+niet huldigden; of voor die opvatting pleitten, hoewel zij zich voor
+zijn karakter niet verantwoordelijk konden stellen. Ja, soms is het
+wel voldoende gebleken dat iemand in een kring van conservatieven
+durfde te beweren dat niet iedere radikaal een dubbelzinnig karakter
+is, of in een gezelschap van radikalen te zeggen, dat niet ieder
+conservatief man een domkop is, om zelf in een zeer twijfelachtig
+licht te worden geplaatst ten opzichte van zijne eer, van zijn naam
+als fatsoenlijk man en van zijn gezond verstand.
+
+Laat men zich nu niet bijtijds door de vrienden waarschuwen, maar
+blijft men volharden in zijn idiosynkrasi om zijn eigen meening te
+zeggen, de stem van zijn geweten te volgen, te oordeelen naar de
+mate van 't verstand dat hij heeft--dan hangt het van de minste
+of geringste toevalligheid af welk einde zoo iemand neemt: òf de
+langzame hongerdood, òf wel een beklagenswaardig alleen-staan in de
+wereld zijn lot wezen zal.
+
+En toch--ondanks dit alles hebben er in elke generatie menschen geleefd
+die het durfden wagen zich zelf te zijn; die onbeschaamd genoeg waren
+om te denken, te handelen, te beminnen, te dichten en te scheppen, op
+hun eigen hand! Dit zijn de menschen die thans nog in ons midden leven;
+zij, wier moed door hunne tijdgenooten met driestheid of brutaliteit
+werd aangeduid, maar die door het nageslacht worden bezongen en
+gevierd als groote mannen, aangebeden als openbaringen van wijsheid
+en licht. Hunne bezwaren waren geheel dezelfde als de onze. De held
+van ieder tijdperk moet het hoofd bieden aan de verzoeking die hem
+nadert in den vorm van eer en een rijk bestaan; aan de meesterachtige
+critiek van zijn tijd; aan den druk der partijen; aan kleingeestige
+oudewijvenpraat--ja zelfs aan het toejuichend gekwaak der kikkers in de
+sloot! Maar die helden hebben toch overwonnen, dank zij hun moed. Elk
+tijdvak waarin nieuwe denkbeelden hun weg vonden, elk tijdvak vol licht
+en gloed, vanwaar scheppende of verjongende krachten uitgingen--is
+onbetwistbaar een tijdvak geweest dat vele moedige menschen opleverde.
+
+In zulke dagen vereischt het geen bijzonderen moed om dapper te zijn;
+want moed is eene hoedanigheid die het gemakkelijkst van alle deugden
+op anderen overgaat--de lafheid uitgezonderd!
+
+Alle ledige, dorre tijden, zonder glans en leven, waren laf. Wanneer
+de moed niet in den dampkring ligt is er meer voor noodig om dien te
+behouden, of te oefenen, dan in een gunstiger tijdperk.
+
+De dagen waarin wij leven zijn er juist niet naar om den moed aan
+te kweeken en dezen tot zijn recht te doen komen. Want alle tijden
+van overgang zijn gevaarlijk voor den moed, die in buitengewone
+mate versterkt wordt door getrouwheid aan vaste beginselen, door de
+overtuiging te strijden voor zijn goed recht.
+
+Maar, al gaat nu onder een tijd van worstelen en strijden aan den
+eenen kant licht de moed verloren, daartegenover staan andere, en
+gewichtiger redenen om te trachten dien te herwinnen, waar men zich
+telkens geplaatst ziet tegenover de keuze tusschen nieuwe botsingen
+en nieuwe inzichten. Er is moed noodig om de waarheid te zoeken,
+maar ook om haar des noods te kunnen missen, als zij voor ons niet
+duidelijk zichtbaar is; moed om werkzaam te zijn--maar ook moed om
+te rusten. Er wordt moed vereischt om het geluk vast te houden als
+het onder ons bereik is gekomen--ook om het prijs te geven, wanneer
+de omstandigheden er toe leiden. Soms ligt het grootste bewijs van
+moed in afwachten; dan weer in wagen en ondernemen. Heden kost het
+moed om alleen te staan--morgen om mij bij mijne geestverwanten aan
+te sluiten; nu eens om voor mijn goed recht op te komen--dan weer om
+het prijs te geven.
+
+Zonder moed kan men niet haten en nog minder liefhebben. Zonder moed
+kan men niet in waarheid leven noch sterven.
+
+Laat ons moed hebben--moed in de eerste plaats; en wij zullen tot
+de bemoedigende ontdekking komen dat wij meer vrijheid en meer geluk
+bezitten, dan wij dachten.
+
+Wij zijn heusch niet zoo boosaardig, of zoo dom, of zoo kleinzielig
+en "laag bij den grond" als wij schijnen. Alleen zijn wij
+veel laffer dan wij zelf denken. Uit lafheid mishandelen wij
+elkander--vervelen,--verdrukken--verongelijken wij elkander.
+
+Laat ons die lafhartigheid bestrijden--en het leven zal weder schoon
+voor ons worden met zijne vele scheppende krachten die vrij komen;
+door de algemeene welwillendheid die overal werkzaam is; door alle
+sympathie, die lust tot handelen wekt; door alle gedachten en gevoelens
+die hun invloed rechtstreeks op ons uitoefenen.
+
+Nooit vermoedde eigenaardige hoedanigheden bij ons zelf en anderen,
+zullen een schat van afwisseling en schakeeringen te voorschijn roepen,
+waar men meende niets dan armoede en stilstand--dus achteruitgang--te
+kunnen verwachten. De som van levenslust en levenskracht zou tot
+in 't oneindige vermenigvuldigd worden als wij den moed hadden om
+allen tezamen het groote waagstuk te ondernemen! Als wij nu eens het
+vertrouwen dat wij gevonden hebben openlijk bekenden; als wij eerlijk
+rekenschap durfden te geven van het geloof dat wij nu hebben in de
+plaats van het vroegere dat wij verloren? Als wij ronduit verklaarden
+wat onze eigen overtuiging is--niet de van anderen geleende vormen;
+als wij durfden te bouwen op eigen ervaringen, zelfs al werden wij
+hierdoor van onze geestverwanten gescheiden?
+
+Als wij den moed hadden te blijven twijfelen, waar wij bij anderen
+verzekerdheid vinden en onze overtuiging te behouden, ook al
+ontmoetten wij twijfel daaromtrent bij anderen? Als wij eerlijk de
+deugden van onze tegenstanders durfden erkennen en de gebreken van
+onze geestverwanten? Als wij den moed hadden vrijgevig te zijn met ons
+vertrouwen maar zuinig met onze oordeelvellingen? Als wij in ootmoed
+ons hoofd durfden te buigen ten opzichte van dingen waarvan wij geen
+verstand hebben, maar fier opstaan, waar het geldt de zekerheid,
+die wij met worstelen en strijden gewonnen hebben, te verdedigen? Als
+wij naar onzen eigen smaak, en rekening houdende met onze middelen,
+durfden te leven; in bescheidenheid te genieten op onze wijze en
+er ons aan gewenden te zien dat anderen dit eveneens doen? Als wij
+ons meer oefenden in de groote kunst, de beweegredenen der daden van
+anderen te erkennen, ook al zijn wij genoodzaakt hen tegen te spreken,
+en hunne handelingen af te keuren, hoewel wij hen persoonlijk hoog
+achten? Als wij het er eens op waagden elke partij te laten voor wat
+zij is--behalve onze eigen overtuiging?
+
+En ten laatste: als wij den moed hadden onze lafhartigheid in te
+zien en die bij haar waren naam te noemen in de plaats van die te
+verschuilen achter fraaie woorden als: eerbied, bescheidenheid,
+ontzag voor de meening van anderen; gematigdheid en tact? Dan zouden
+wij een geheel andere maatschappij zien worden!
+
+Weldra zouden wij het gezellig verkeer de plaats der vroegere
+maskerades zien innemen; debatten, de twisten en het spel met ijdele
+woorden zien vervangen; de daad zou de vroegere spiegelbeelden
+vervangen; oorspronkelijke scheppingskracht, de eenvoudige
+herhaling van het bestaande; gedachtenwisseling over verschillende
+gezichtspunten, het verdacht maken van die opvatting; eigene
+levenservaring de eenmaal gebruikelijke holle vormen; wáár gelooven,
+de van buiten geleerde formules. In één woord: wij zouden van onze
+vrijheid genieten terwijl wij nu daarentegen aan snoeren geregen,
+in pakken gebonden, met étiquetten beplakt, in partijen gesorteerd,
+op een lijst ingeschreven, in verschillende categoriën verdeeld en
+in uniform gekleed worden!
+
+"Maar zou de baatzucht niet een al te groote ruimte gaan beslaan indien
+de moed aan ieder persoon het recht eener plaats toekende?" vraagt
+misschien een altruïst.
+
+Is dan niet juist de lafheid boosaardig? Wordt er niet vaak grooten
+moed vereischt om vriendelijk te zijn en goed? Is niet vrijheid de
+éenige voorwaarde om tot echte humaniteit te geraken? Dringt het besef
+van onafhankelijke vrijheid niet onwillekeurig tot edelmoedigheid
+jegens anderen die niet vrij zijn? Gaat geduld niet samen met
+moed? [1] Moest niet de prediker van onbaatzuchtige naastenliefde
+juist in den dood gaan omdat hij den moed bezat alleen te staan en
+geen partij rondom hem te vormen; den moed om zichzelf te zijn;
+de banden waarin zijn tijd geboeid lag te verbreken; den moed te
+gelooven in de vrijheid?!
+
+Daarom is er in het goddelijk gebod, aan anderen te doen wat wij
+zouden wenschen dat anderen ons deden, niets dat strijdt tegen het
+betoonen van moed. In tegendeel. In dit gebod ligt--uit een ander
+gezichtspunt--eeuwig dezelfde schoone gedachte als in de vermaning
+van den Helleen:
+
+"Geloof dat het geluk bestaat in vrijheid en dat vrijheid is: moed!"
+
+
+
+
+
+VRIJHEID.
+
+ Ueber der Pforte unserer Zeit steht:
+ "Verwerthe Dich!"
+
+ Max Stirner.
+
+
+"Persoonlijke vrijheid"--deze uitdrukking is bijna tot een
+algemeen wachtwoord gemaakt, hoewel slechts enkelen begrijpen
+welke beteekenis in het woord ligt. Hoevelen weten inderdaad wat er
+vereischt wordt om dag aan dag, jaar na jaar, den inhoud er van te
+verwezenlijken? Hoevelen hebben er hunne nachtrust aan opgeofferd,
+aan het peinzen over wat zijn of haar eigen ik beteekent, en hoe die
+persoonlijkheid inderdaad als zoodanig hare taak zal volbrengen in
+de maatschappij?
+
+Zichzelf persoonlijk vrijmaken--dat is onder anderen een voortdurend
+luisteren naar de tonen in ons gemoed om te trachten den grondtoon te
+ontdekken. En heeft men dien gevonden, dan eischt het streven naar 't
+bereiken van persoonlijke vrijheid, dat men met open oog zoekt naar de
+behoeften van geest en hart, en daaraan tracht te gemoed te komen. Dat
+men zich op de juiste wijze vormt en zijne ontwikkeling met ernst in
+de hand neemt; dat men luistert naar de stem van eigen ervaring in
+het leven; zijne eigene gewoonten, voor zoover daar eenigen zin in
+ligt, veredelt en dus zijne eigenaardige oorspronkelijkheid kweekt en
+krachtiger doet worden. En ook dat men daarentegen zooveel mogelijk de
+herinneringen, studies en gewoonten die hinderend onze persoonlijke
+ontwikkeling in den weg kunnen staan, ter zijde zet en het vermijdt
+om met deze in aanraking te komen. De neiging tot individualiteit
+uit zich--evenzoo als elke andere belangrijke neiging--aanvankelijk
+als eene kracht tot zelfverdediging jegens allen en alles wat inbreuk
+daarop zou kunnen maken, dien drang zou willen beperken. De geboren
+individualist heeft reeds in de kinderkamer en op de schoolbank
+een eigen keuze gedaan met het oog op zijn speelgoed, zijne boeken,
+zijne wijze van leeren, zijne vrienden. Reeds vroeg heeft hij den moed
+gehad zijn eigen smart en vreugde, zijn eigen smaak en zijne fouten,
+ronduit te toonen. Hij heeft die niet laten verwringen, verkleuren en
+afronden door anderen, of door de omstandigheden. In zijne jeugd is
+men zelden in de gelegenheid om zijn gevoel van persoonlijkheid in
+daden uit te drukken. Maar juist om die reden doet zich de geboren
+individualist in die jaren kennen als een "Jantje contrari" en wordt
+dus een alles behalve aangenaam kind in den huiselijken kring. Laat
+echter eerst de tijd tot handelen komen! Dan heeft hij zijn karakter
+middelerwijle genoeg geoefend om te begrijpen: wanneer hij iets kan
+en mag wagen, en wanneer het geraden is stil toe te zien; wanneer hij
+fier het hoofd kan opheffen, of zich moet voegen naar anderen; wanneer
+hij moet afwachten of een besluit nemen; inhoever hij met anderen
+kan meêgaan en inhoever dit meêgaan ontrouw aan zichzelf zoude worden.
+
+Maar al deze dingen vormen nog slechts oefeningen en dressuur voor den
+grooten veldslag, die gewonnen moet worden, zal men de persoonlijke
+vrijheid veroveren. Die oorlog wordt gevoerd in de geheimzinnige
+wereld van mijn binnenste, als het om de oprechtheid mijner gevoelens,
+de eerlijkheid mijner toekomst-droomen te doen is; als het mijne
+twijfelingen en mijn geloof, mijne voorgevoelens en opwellingen van
+het oogenblik geldt. Dan wordt er een scherp oog vereischt om alles,
+wat mijn eigendom is in den vollen zin van het woord, op te delven
+uit die schemerachtige diepte, die men het menschelijk hart noemt;
+en een scherp gehoor is er noodig om die zachte, bedeesde stemmen
+te verstaan, die de tolken van ons zieleleven zijn, maar die helaas
+vaak worden overstemd door overgeërfde, aangeleerde gewoonten en
+oppervlakkigheid. Ons verstandig ik brengt maar al te dikwijls ons
+beter, ons warmgevoelend ik tot zwijgen. Wij verwisselen al te licht
+de kreet van den hartstocht, met den zucht van innig verlangen die
+uit onzen boezem opstijgt. Wij houden vaak de weerspiegeling van doode
+denkbeelden, voor echte teekenen van leven. Hoe menigmaal verloochenen
+wij onze overtuiging en noemen dit "ontzag en eerbied voor de meening
+van anderen"; en hoe menigmaal klampen wij ons vast aan verouderde en
+versleten gewoonten en noemen dit vastheid van karakter. Hoe laf! Is
+er wel een duidelijker bewijs noodig dat het ons ontbreekt aan moed?
+
+Nu beteekenen alle vrijheden ter wereld bedroefd weinig,
+vergeleken bij de verlossing uit den persoonlijken dwang en
+alle andere onderdrukkingen verdwijnen in het niet bij die van de
+persoonlijke vrijheid. Het komt er in de eerste plaats op aan of onze
+persoonlijkheid krachtig genoeg ontwikkeld is om hare eigene boeien
+te verbreken, want dàn heeft zij voorzeker ruimschoots de kracht die
+vereischt wordt om alle andere hinderpalen te overwinnen. Iemand,
+bezield met den drang om altijd en geheel zich zelf te zijn; te leven
+met elke bloedstrooming; uitdrukking te geven aan wat er in zijn
+binnenste omgaat--zoo iemand zal wel geen rustig, maar altijd een
+rijk leven leiden. Voor hem is het leven een lied; want hij dicht het
+zelf onder de dagelijksche bezigheden en de bedwelming van gewichtige
+oogenblikken; onder jaren van leed en gedurende het kortstondig,
+maar heerlijk genot van alles wat hem gelukkig maakt. Hij weet, dat
+het beste wat hij anderen geven kan, tevens het hoogste genot voor
+hemzelf oplevert: het leven te vervullen van altijd echte--en als het
+mogelijk is ook krachtige en schoone, uitingen zijner persoonlijkheid.
+
+Op deze wijze geeft hij, voor zichzelf en voor anderen, een vernieuwde
+waarde aan het leven, en tevens nieuwe, prikkelende aanmoediging
+ten leven. Hij verruimt, naar de mate zijner gaven, zijn plekje
+van het aardsch bestaan; hij overwint op zijn eigenaardige wijze
+de moeilijkheden waarmede het verouderde en gestorven verleden,
+het levend heden in den weg treedt.
+
+Een zelfbewust persoon in den echten diepen zin van het woord, verlangt
+van anderen eenvoudig vrijheid voor zijne persoonlijke gevoelens en
+daden. Daarom hebben haat noch spot, waardeering noch miskenning, de
+macht hem van zijn weg te doen afwijken of zijne innerlijke harmonie te
+verstoren, zoolang hij getrouw blijft aan zijn eigen pathos; die trouw
+is voor hem alles--godsdienst en zedelijke wet. Die getrouwheid geeft
+moed om af te dalen tot in de diepte van zijn eigen hart--moed om de
+gevolgen van hetgeen hij daar ontdekt te dragen--zelfs ook al zoude
+het eigen belang er door winnen dat men tijdelijk zijn gevoelen of
+zijne plannen opofferde. En zij geeft ons nog een anderen moed: dien,
+om desnoods de achting onzer medemenschen te kunnen missen. Dit toch
+is de éenige voorwaarde om ten allen tijde onze achting voor onszelf
+te behouden; wij moeten deze maar al te dikwijls prijs geven als het
+er ons om te doen is den bijval der wereld te veroveren. Om al deze
+redenen noemen wij een individu alleen dan persoonlijk sterk en vrij,
+als hij niet langer vreest de achting van iemand te verliezen behalve
+zijne eigene.
+
+Het gebeurt niet zelden dat zulk eene kracht de overwinning behaalt
+over de algemeene stemming die een flink karakter zich genoodzaakt
+zag te trotseeren. Want die stemming wijkt--even als andere wilde
+beesten--terug voor een moedig oog, terwijl zij den lafhartig
+vluchtende vervolgt en verscheurt.
+
+Nu moge het vreemd klinken, maar een individualist die zich gedwongen
+ziet alleen zijn weg te gaan heeft desniettemin daarbij altijd een
+goed geleide; niet van de menschen die nu leven, maar van hen die
+komen zullen.
+
+
+
+De groote menigte heeft nog zeer weinig doorgedacht over de beteekenis
+van de uitdrukking "persoonlijke vrijheid". Voor velen roept dit
+woord de voorstelling op van--om iets te noemen--een heer, die zijn
+dag begint met zijne voeten op de ontbijttafel te leggen en dien
+eindigt met de vrouw van zijn vriend te verleiden, daartusschen-in
+een meineed gezworen, een wissel vervalscht, een sluipmoord begaan,
+heeft. Maar ook degenen wier verbeeldingskracht een minder hooge
+vlucht neemt, vereenigen toch aan de gedachte van "vrijheid des
+persoons" de voorstelling van onbeperkte vrijheid voor iedereen,
+om zijne driften en neigingen te volgen.
+
+Wie het onderwerp ernstig beschouwt, zal weldra tot de
+overtuiging komen dat onze driften juist niet het persoonlijke, het
+algemeen-menschelijke in ons vertegenwoordigen en dat iemand die zich
+door zijne hartstochten laat beheerschen, al was het alleen daarom,
+geen persoonlijkheid is. Het zeer jonge kind, de boschjesman, de
+onbeschaafde ruwe mensch, draagt nog slechts de mogelijkheid in zich
+om, eenmaal een persoonlijkheid te kunnen worden; maar daaraan moet
+zeer veel voorafgaan. Zij ontstaat slechts door de geheel bijzondere
+ernstige wijze waarop driften en hartstochten tot hoedanigheden van
+edeler aard worden omgewerkt. Zoo als het wezen van de meeste menschen
+in den grond bepaald wordt door overgeërfde neigingen en gaven, zoo
+vindt men ook verschillende graden van aanleg tot individualiteit. Maar
+al zijn de neigingen of het talent voor persoonlijkheid grooter of
+geringer, toch kunnen die gewijzigd worden door ervaring van droeven
+of verblijdenden aard, door opvoeding en ontwikkeling, door gewoonten
+en levensomstandigheden. Zoodoende worden hartstochten in gevoelens
+en gevoelens in gedachten en voorstellingen omgezet. Zoo wordt het
+ruwe wezen van den natuur-mensch tot een denkenden mensch veredeld,
+en in dezelfde mate als hij vordert op den weg van zelfkennis en
+ontwikkeling, zal deze zich minder laten beheerschen door zijne
+blinde hartstochten en driften. Hartstocht en zinnelijkheid zijn
+noodzakelijk; dat is te zeggen: zij hebben het recht van bestaan
+evenzoogoed als ieder ander moment onzer persoonlijkheid. Maar geen
+enkele dezer hoedanigheden mag zich zoo sterk ontwikkelen dat alle
+andere eigenschappen er door worden benadeeld. Dit zou zoowel het
+geluk als de vrijheid des persoons hinderend in den weg staan. Het is
+een oude ervaring, die in onze dagen met eene treurige duidelijkheid
+wordt bevestigd, dat een mensch die door zijne driften beheerscht
+wordt, zoo karakterloos wordt, dat hij tot een zekeren graad van
+verlaging gekomen, elk bewustzijn verliest van zijne waardigheid en
+van de verplichting die zijn rang en stand in de maatschappij hem
+opleggen; dit gaat soms zoover, dat hij zich van het eene uiterste
+tot het andere laat drijven en zich laat medevoeren op honderd paden,
+waarvan geen enkel door hem gekozen werd.
+
+Vrij is alleen de man, of de vrouw, die zich noch door eigen lusten,
+noch door den wil van anderen, laat verleiden om tegen beter weten
+in te handelen. Alleen zelfbewuste daden kunnen een mensch voldoening
+schenken. Geluk is het volkomen bewustzijn van macht, dat het gevolg is
+van de ontwikkeling onzer krachten in de grootst mogelijke vrijheid,
+de hoogst mogelijke volmaaktheid. Het onpersoonlijke bevredigen van
+onze driften kan eenig dierlijk genot opleveren, maar het schenkt
+ons nimmer het echte, menschelijke geluk.
+
+Elke gedwongene, onpersoonlijke handeling die de individueel
+ontwikkelde mensch begaat, kwelt hem als eene zonde tegen zijn eigen
+karakter, zij het nu dat hij die gepleegd heeft in een oogenblik toen
+zijn hartstocht hem te machtig werd, of gevolg gevende aan eene door
+hem in den grond afgekeurde gewoonte. Maar wie eenmaal de persoonlijke
+vrijheid veroverd heeft, zal zich niet licht aan een dergelijk
+kwaad schuldig maken. Hij kan gebruik maken van al de eigenaardige
+krachten en bewegingen, die hij, dank zij zijne volmaakte vrijheid,
+onafhankelijk van anderen kan sturen naar zijn eigen goedvinden. Hij
+houdt en leidt die zoo gemakkelijk als de ervaren schipper zijn
+vaartuig, de geoefende ruiter zijn ros. Hij geniet van het heerlijk
+bewustzijn zichzelf vrij te laten in zijne bewegingen, zonder vrees
+voor te ver te zullen gaan; van het gevoel van zijn geheel warm hart,
+zijn persoonlijk karakter, gerust te kunnen toonen zonder vrees dat
+hierdoor iets wat laag of kleinzielig, ruw of leelijk is, aan het
+daglicht zou kunnen komen.
+
+Er is geen edeler toestand van bezieling denkbaar dan die dit
+verheffende, fiere wezen in zijn vrij en eigenmachtig optreden ten
+toon spreidt.
+
+Bij zulk een mensch kan van geen gebreken of vergissingen sprake zijn;
+alleen van bepaalde grenzen. Maar binnen die grenzen van eigen kunnen
+is het persoonlijk materiaal tot volkomen ontwikkeling gebracht.
+
+Ook zonder die hoogte te hebben bereikt kan eene waarlijk vrij
+geworden persoonlijkheid, alleen op hare eigenaardige wijze en tegen
+hare bijzondere wetten van eer en plicht, zondigen. Want bij een
+afgerond, gesloten ik, vallen de gebreken tezaam met de natuur en aard
+van den persoon, evenzoo als de schaduw de omtrekken eener gedaante
+teruggeeft. Ja, er zijn karakters die voorloopig een gebrek dat met
+hunne kracht in overeenstemming is, niet verkiezen af te leggen; maar
+de zoodanige personen verheffen zich nooit op die fouten, evenmin als
+zij met hunne deugden pralen; immers deze staan in eene onpersoonlijke
+verhouding tot henzelf. Met een nimmer mistastend instinct kiest de
+vrije mensch datgene wat voor zijnen aard en zijn temperament van het
+meeste belang is, om het even of dit hem leed of vreugde oplevert, of
+het goed is of kwaad, in den gewonen zin van het woord: een droombeeld
+of eene daad. Voor hem is het physiek onmogelijk om in een oogenblik
+van onbeheerschte drift, in eene hartstochtelijke opwelling, een
+misdaad te begaan. Zijne weloverdachte, zorgvuldige ontwikkeling van
+eigen persoonlijkheid gaat bovendien gepaard aan een steeds fijner en
+teederder wordend besef van de grenslijnen voor zijn gedrag, juist ook
+ten opzichte van anderen. Iemand, die zelf weet wat hij wil en kan;
+die nimmer tevreden is met minder dan het beste wat hij geven kan en
+zich nooit laat verleiden om buiten zijne grenzen te gaan--zoo iemand
+ontziet ook stellig de meening en opvatting van anderen.
+
+Maar het gebeurt ook, dat hij niet kan toegeven dat de eigenaardige
+opvatting van een ander recht van bestaan heeft; dat zijn
+nauwgezet geweten eene wet of eene instelling moet afkeuren. Dan
+komt hij met zijn gevoelen hieromtrent ruiterlijk voor den dag,
+niet onder den indruk eener plotselinge opwelling, maar duidelijk
+en op welberedeneerde gronden. Hoewel hij voor zich zelf en anderen
+elke onnoodige smart verfoeit, heeft hij toch in zijn karakter den
+moed aangekweekt om, waar dit geeischt wordt, eene noodige wonde te
+kunnen slaan. Maar er is, ook bij zulke aanleidingen, geen zweem te
+bespeuren van de ruwheid, die onnoodig de handen met bloed bevlekt,
+door het wroeten in de hartewonden van den naaste.
+
+Men kan het veel gemakkelijker en aangenamer hebben in de wereld
+dan de individualist, als men behoort tot de menigte van reizigers
+door het leven, die plaats nemen op "de groote pleizierboot", het
+vaartuig dat, met de vlag der algemeen-gebruikelijke moraal in top,
+zachtjes over de golven henen glijdt. Ieder reiziger behoeft niets
+anders te doen dan zich kalm de haven te laten binnen brengen. Maar
+naast de stoomboot ziet men hoe
+
+
+ "Alleen, in een gebrekkig scheepje
+ Een zeiler zich waagt op de groote zee...",
+
+
+hoe die zeeman, veel grooter gevaren trotseerend, maar met oneindig
+meer krachtsinspanning, den tocht aanvaardt, onder het heerlijk gevoel,
+die onstuimige golven te beheerschen door de macht van zijn vasten
+wil. Dàt is het ware, volle leven!--
+
+Er wordt vaak gezegd--vooral bij gelegenheid der jubileumsfeesten van
+het protestantisme--dat in onze dagen ieder in zijn eigen geweten zijn
+hoogsten rechter heeft. Maar zoodra iemand dit beginsel van het eigen
+persoonlijk recht in toepassing wil brengen, haasten die "wachters over
+de gebruikelijke instellingen" zich, te prediken, dat een dergelijk
+subjectisme alle verhoudingen in de samenleving onmogelijk zoude maken.
+
+Nu is het er zoo mede gesteld, dat het geweten der meerderheid zich
+in de eerste plaats door overgeërfde zeden en gebruiken laat leiden;
+dat dit, in de meeste gevallen niets anders is dan een echo van het
+sociale geweten. Het groote gebrek is, dat men verzuimt zijn eigen
+persoonlijk gevoel van recht, dat toch het éenige voor ieder van
+ons geldige geweten is, te ontwikkelen en op te voeden; al gaat die
+opvoeding soms met misstappen vereenigd--dit hindert niet; immers
+alleen door de gevolgen van zijn eigen daden te ondervinden, kan men
+tot de ontdekking komen dat men den verkeerden weg had ingeslagen en
+leeren op zijn hoede te zijn.
+
+Om deze reden werkt elke voortdurende gewetensdwang dien de regeering
+op bijzondere personen uitoefent, op den langen duur nadeelig voor
+den Staat zelf. Want het geweten der maatschappij wordt slechts
+verfijnd en veredeld onder gunstige voorwaarden voor de vrijheid
+van den afzonderlijken persoon; dat is te zeggen, wanneer de enkele
+individuen in staat gesteld worden, om naar de inspraak van hun eigen
+geweten te handelen en voor hun eigen verantwoording. Middelerwijle
+ontstaan juist hierdoor botsingen en toestanden, die aan een ieder
+gelegenheid geven zijn gemoed ernstig te onderzoeken; door aldus dezen
+toets en die besliste keuze uit te lokken, wordt een nieuw zedelijk
+geweten bij de geheele samenleving gewekt en ontwikkeld.
+
+Maar deze nieuwe schepping op ethisch gebied heeft niet plaats doordat
+flauwe menschen voortdurend blijven zondigen tegen de wetten die zij
+blijven goedkeuren; ook niet doordat losbandige menschen aan hunne
+onbeteugelde passies toegeven, ondanks die wetten der zedelijkheid.
+
+Zij komt alleen tot stand door de medewerking van hen, die van
+natuurmenschen leden der samenleving geworden zijn en van dezen tot
+persoonlijke karakters werden ontwikkeld. Dat zij aldus zijn gevorderd
+op den weg der beschaving geeft hun het recht om de sociale zedewet te
+toetsen en zelf te beslissen in hoever zij niet genegen zijn daaraan
+in alle opzichten te gehoorzamen. Aangezien nu de menschen de wetten
+der zedelijkheid hebben gemaakt om in hunne behoeften te voorzien,
+hebben zij ook het recht om daarin veranderingen aan te brengen,
+waar zij dit noodig en nuttig achten.
+
+De eisch van Kant: "dat het individu zòo moet handelen, als of zijne
+handelwijze een wet voor alle menschen worden moest"--is in lijnrechte
+tegenstelling tot de bedoeling der persoonlijke vrijheid. Deze toch
+hoopt en verwacht het hoogste geluk en de grootste vorderingen op het
+gebied der beschaving van de groote meerderheid te zullen bereiken,
+daardoor dat men ten laatste geen absolute, voor allen verplichtend
+geachte wetten meer zal erkennen, maar dat ieder individu zijn eigen
+wet, naar de stem van zijn geweten, leert gehoorzamen.
+
+Zij, die nog niet zoover in de ethische ontwikkeling gevorderd zijn, om
+op die hervorming der wet aanspraak te kunnen maken; groote kinderen;
+of plichtmenschen zonder persoonlijk oordeel; of driftmenschen zonder
+sociaal geweten; alle dezen hebben den dwang van de maatschappij
+noodig, om te worden verhinderd anderen ongelukkig te maken.
+
+Zelfs een flink karakter heeft in bepaalde tijdperken zijner opvoeding,
+behoefte aan zulk een steun. Toch zal het groote doel der samenleving
+niet bereikt zijn, eer zij in haar geheel overwonnen wordt door de
+ethische volmaaktheid der individuen.
+
+Omtrent dit punt ontmoeten wij behoudende en radikale idéalisten. De
+conservatieve idéalist gelooft, dat de maatschappij--evenzoo als het
+huisgezin, de kerk, het vaderland--in haar tegenwoordigen vorm, voor
+altijd beslissende, afgeronde idéen en formules bevat. De radikaal
+heeft den moed te gelooven, dat alles wat bestaat--regeering,
+godsdienst en huwelijk--voor verandering en verbetering vatbaar
+is. Deze overtuiging wordt wederom gewraakt door het wantrouwen,
+dat eigenlijk niets anders is dan de instinctmatige zelfverdediging
+van al het bestaande, door den mensch van heden. Die twijfel is de
+droevige angst van den ouderdom; twijfel aan het leven en aan de
+groote levenswet, die luidt: hernieuwing, hervorming aller dingen.
+
+Wat de ouden van dagen bovenal vreezen is juist die persoonlijke
+vrijheid; wat het jonge geslacht in de eerste plaats hoopt is
+diezelfde persoonlijke vrijheid, waardoor het leven niet langer
+zal blijven eene plaats vol onvruchtbare droombeelden, maar vol van
+verwezenlijkte idéalen.
+
+Dan zal het blijken, dat niet de deugd gelukkig maakt, zooals het
+christendom predikt, maar dat het een geluk is goed te zijn. Deze
+overtuiging zal ingang vinden waar ieders persoonlijk geloof zijn
+godsdienst geworden is, die alle andere belangen in zich sluit.
+
+De aanhangers van dezen nieuwen godsdienst zullen--zooals hierboven
+gezegd werd, hoe langer hoe zorgvuldiger luisteren naar de stem
+van hun geweten, waar het erop aankomt hun demon te volgen, hunne
+handelingen en beweegredenen ernstig te toetsen aan hun beste weten
+en kunnen. Zelfs eene daad, die niemand anders benadeelde dan den
+persoon zelf, waarvan niemand iets weet dan hijzelf, kan, als zij
+in strijd was met het persoonlijk karakter van den dader, dezen nog
+jarenlang hinderen en bedroeven; evenzoo als een onherstelbare fout
+aan zijn kunstwerk toegebracht den beeldhouwer bedroeft.
+
+Hiertegenover staat, dat hij geen ander schuldgevoel erkent, dan dat
+jegens zijn eigen idéaal;--hem ontbreekt het besef van schuld dat
+altijd dengene beheerscht, die zich gedwongen ziet elke wilskrachtige
+opwelling, elke spontane handeling te vergelijken met een buiten hem
+staand voorbeeld.
+
+Hoe vele christenen, die een krachtig zelfbewustzijn met zich omdragen,
+brengen, bijvoorbeeld, niet een groot gedeelte van hun leven, in den
+gebede en geknield door om daardoor eindelijk zich te dwingen tot de
+ootmoedige belijdenis: van nietswaardig te zijn voor God!
+
+Hoe vele christenen, die uit hunnen aard een levendig gevoel hebben
+voor recht; die sterk sprekende sympathiën en antipathiën hebben in
+hun hart, strijden niet op diezelfde wijze om een misdaad te leeren
+vergeven en den misdadiger te blijven liefhebben! Gelukt dit niet,
+dan hebben die dwepers diep berouw en met reden; immers zij waren
+niet in staat het hun gegeven voorbeeld na te volgen.
+
+Hij daarentegen, die de éthiek van het individualisme aanhangt,
+beschouwt het zelfbewust gevoel zoolang als gewettigd, als hij kans
+ziet aan de mogelijke eischen die dit hem stelde, te voldoen. En
+hij acht den drang om--tengevolge van zekere waarnemingen--een
+persoon buiten, of beneden de sfeer zijner sympathie te plaatsen,
+ook een deel te zijn van zijn instinct tot zelfbehoud. Aangezien de
+individualist het recht van anderen tegenover een hem onsympathiek
+persoon erkent, wordt wraaklust voor hem evenzoo onmogelijk als
+vergiffenis schenken. Hij bepaalt er zich eenvoudig toe, zulk een
+persoon te schrappen uit den kring met wien hij verkeert; deze behoort
+van nu af tot een ander geslacht, tot een ander tijdperk dan het zijne.
+
+Dit verklaart hoe het gevoel van schuld, in den christelijken
+zin, moet ophouden wanneer de menschen niet langer copiën vormen
+van hun voorbeeld: den Christus. Toch ligt hierin volstrekt geen
+aanleiding tot bandeloosheid. De vrijheid in denken en handelen
+van den individualist onderscheidt zich van teugelloosheid,
+evenzoo als de krachtsvertooningen van den atleet, verschillend
+zijn van de luchtsprongen en duikelpartijtjes onzer kinderen. De
+eerstgenoemde heeft zijne vrijheid met groote inspanning en na
+ernstig worstelen, gewonnen. Maar tot belooning is ook zijne
+vrijheid edeler, vertrouwbaarder, "natuurlijker" zelfs, dan die
+"vanzelf ontstaande." Het menschdom nadert op deze wijze een ander
+tijdperk van onschuld; het herwint een Paradijs, waar Adam en Eva
+zich mogen verzadigen aan de vruchten van den boom der kennis van
+goed en kwaad--en daarbij kalm kunnen bouwen en wonen onder den
+boom des levens, aangezien de strenge wachter bij de poort van Eden,
+glimlachend, zijn zwaard, waarmede hij alleen uit de verte gedreigd
+had, aan hunne voeten heeft neergelegd.
+
+Wanneer eenmaal het grondbeginsel der persoonlijke vrijheid geheel
+tot ons zal zijn doorgedrongen; wanneer het zal zijn vleesch van
+ons vleesch en bloed van ons bloed, dan zullen ouders en opvoeders
+er evenzoo ijverig naar streven oorspronkelijke wezens te vormen,
+als zij tegenwoordig trachten zedelijke menschen op te voeden. Een
+volkomen "zoet kind", zal dan een even zoo onaangenaam en treurig
+gezicht opleveren als een mismaakt schepsel. Men moet bij een kind
+vooral zijn natuurlijke wilskracht beschermen, maar deze trachten
+op te leiden voor de groote taak, een beschaafd mensch te worden,
+zijne bijdrage te leveren, tot de algemeene cultuur in de wereld
+der menschheid.
+
+En de wilskracht van het kind kan bewaard blijven als het zijne
+neigingen en hartstochten mag behouden, maar daarbij leert--uit
+eerbied voor den mensch die in hem leeft,--den tijger te temmen en
+den aap te tuchtigen--die ook in hem leven.
+
+Daarom kan met de opvoeding van het kind niet te vroeg worden begonnen;
+reeds aan de borst der moeder moet daarmede een aanvang worden gemaakt;
+en dan moet zij worden voortgezet in eene lijnrechte tegenstelling
+met de tegenwoordig gevolgde methode.
+
+In de opvoeding mag niets verplichtend worden geacht, dan het verwerven
+van die eenvoudige kundigheden, die, als het ware, mes en vork bij
+den feestmaaltijd der wetenschap vertegenwoordigen. Later zal deze hun
+worden aangeboden, ieder persoonlijk, volgens een menu van uitgezochte,
+krachtige spijzen, waaruit door oordeelkundige opvoeders voor elk der
+kinderen eene keuze zal worden gedaan, overeenkomstig ieders aard en
+gestel. Na eenige generaties van aldus opgevoede individualisten zal
+men eerst in staat zijn te begrijpen, wat de gedachte der persoonlijke
+vrijheid van de menschelijke natuur maken kan.
+
+Het was natuurlijk te verwachten, dat deze idée, in een geheel
+onvoorbereid geslacht tot handeling omgezet, een aantal afschrikkende
+gevolgen zoude vertoonen. Zijn eigen ik te believen; zijn eigen leven
+te leven; gehoorzaam te zijn aan zijn temperament--deze roepstemmen
+werden, gericht tot in leeftijd en gemoed onrijpe menschen, of tot
+dezulken voor wie alleen de zinnelijkheid beteekenis en inhoud aan
+hun bestaan geeft, vaak misbruikte wachtwoorden.
+
+Voor sterke, levendig gevoelende persoonlijkheden, werd de verzoeking
+van een anderen aard, om gesteund door den in een dieperen zin waren
+levensregel: "Alle Schaffenden sind hart", ruwheid en hardvochtigheid
+te verdedigen; zelfgenoegzaamheid of koelheid, listen en driften
+uit zijne bloedsmenging voortkomende, te gaan beschouwen als een
+belangrijk gedeelte van hunne persoonlijkheid; een woeste grond, die
+niet mag worden ontgonnen, maar die er, in tegendeel, voor bewaard
+worden moet misschien zijn oorspronkelijke wilskracht te verliezen,
+of zijne scheppings- en daadkracht te dòen verminderen.
+
+Deze beide soorten van zichzelf verheffende menschen, maken nu gebruik
+van Nietzsche, als den verdediger hunner teugelloosheid, of laagheid,
+van hunne zelfzucht en hun gemis aan ontzag voor anderen. Van alle
+dingen kan misbruik gemaakt worden; waartoe heeft het christendom
+al niet tot voorwendsel gediend!? Nietzsche had een voorgevoel van
+hetgeen hem te wachten stond, toen hij een doornenhaag rondom zijn
+tuin liet zetten, opdat het vee daar niet in zou kunnen dringen!
+
+Voor iederen ernstigen lezer van Nietzsche is het, ondanks zijne
+onbewust elkander tegensprekende gezegden en zijne met opzet gebruikte
+paradoxen, toch zeer duidelijk wat een zijner biografen zegt: dat de
+grondgedachte waarop Nietzsche zijne stellingen heeft gebouwd:--dat
+ieder persoonlijk met geheel de kracht van zijn lichaam en geest,
+met inspanning van al zijne gaven en vermogens, moet streven naar
+veredeling, en daarnaar, éenmaal het hoogste punt der menschelijke
+volmaking te bereiken,--dat die gedachte niet alleen het individu,
+maar het geheele menschdom ten goede zal komen en dat zij dus geen
+zelfzuchtig maar wel degelijk een altruïstisch doel beoogt. En hoe
+Nietzsche zelf zijne leer van den veredelden mensch in practijk heeft
+gebracht, hieromtrent weten wij nu althans zooveel, dat het voor goed
+uit moest zijn met dat onzinnig gepraat over Nietzsche als den profeet
+der teugelloosheid; over hem, die uit zijnen aard en aanleg bezield
+was met eene onwrikbare liefde voor de waarheid, met eene bijzondere
+neiging voor beleefde en waardige vormen in de samenleving; met een
+groote behoefte aan vriendschap en sympathie; met eene opgewektheid,
+die hem onder de eenvoudigste omstandigheden vroolijk en tevreden deed
+zijn; met eene zelfstandigheid, die hem leerde anderen te ontzien;
+met een zeldzame gave om zichzelf te beheerschen!
+
+De zedeleer van het christendom was hem tot een tweede natuur geworden;
+zijn gevoel voor alles wat schoon is en welluidt, maakte iedere
+leelijke of ruwe handeling voor hem tot een onmogelijkheid.
+
+Al misbruiken de "gewone menschen" uit onwetendheid de leer van dezen
+Meester, toch zal dit misbruik op den langen duur niet veel kwaad
+doen. Want vroeg of laat komen dezen toch in botsing met de grens
+hunner eigen persoonlijkheid: de individualiteit van anderen. De ruwe,
+koele, zelfgenoegzame zal hierom ten laatste alleen staan; tegelijk
+daalt hiermede zijne persoonlijkheid en tevens de waarde van zijne
+betrekking in de maatschappij, waarvoor hij zijne ruwe wilskracht
+had willen bewaren. De zinnelijke, laagstaande mensch ontmoet zijn
+tuchtmeester in den tegenstand der samenleving en van dien der op
+een hooger standpunt van beschaving gekomene, enkele personen in
+zijn kring.
+
+Ook de aanhanger der nieuwe zedenleer komt niet eer tot zijn recht
+dan wanneer hij dit kan verwerven, door zijne persoonlijke rechten
+te bewijzen. Hij moet hierom vooruit goed de kosten van zijn proces
+berekenen en wel weten wat hij waagt, wat hij wil. En in dien strijd
+tusschen de samenleving en den afzonderlijken persoon; bij deze
+moeilijkheden voor den ontwikkelden mensch, om zich op het juiste
+standpunt te plaatsen, ligt het tegengif tegen de gevaren, die anders
+zoo licht het gevolg zijn van den--allezins gewettigden--eisch, eener
+grootere zedelijke vrijheid voor de hoogerstaanden, een beperkter
+grens voor de lagerstaanden, op de ladder der beschaving.
+
+De gewettigde zelfzucht van alle anderen vormt een dam tegen de
+onbillijke--of misschien ook wel gewettigde--zelfzucht van den
+afzonderlijken persoon. Reeds het kind leert soms reeds in zijn prille
+jeugd de wijze kennen waarop men een lid der groote maatschappij wordt:
+het ondervindt al spoedig dat het niet aangaat, onzen zin te volgen
+ten koste van eens anders onbehagen. En tegenover de volwassenen,
+die deze les als kind niet hebben geleerd, heeft de maatschappij het
+recht--zoolang als zij er de macht voor heeft--met nadruk de hand te
+leggen op eene zelfverheffing ten nadeele van die van anderen. Een
+bijzonder ontwikkeld mensch kan dus niet zonder strijden en worstelen,
+zijn eisch voor de persoonlijke vrijheid verwezenlijkt zien en niet
+eer dan wanneer het hem gelukt is den wensch om ook van die vrijheid
+te genieten bij de meerderheid op te wekken. Eerst dan, en niet eer,
+wordt de wet, of het aangenomen gebruik dat den alleenstaanden persoon
+verhinderde zich als een vrij mensch te gedragen, herzien.
+
+Maar in de meeste gevallen is de individualist, wanneer het hem maar
+goed duidelijk is, wat zijn werkelijk belang eischt, niet onwillig
+om zijne gehoorzaamheid aan de wetten der zamenleving te toonen
+en deze op te houden; hij weet maar al te goed dat hij, zonder
+deze, genoodzaakt worden zou, zijne krachten te verspillen tot zijn
+verdediging tegen het ruwe geweld en op die wijze slechts onvoldoende
+aan de ontwikkeling van zijn eigenlijke persoonlijkheid zou kunnen
+werken. Indien een individualist zin en gevoel heeft voor harmonie,
+dan zal hij ook spoedig verstaan, dat niet de ruwe maar de veredelde
+kracht de sterkste is; dat niet de ruwe ijzerstaaf, maar het geplette
+stalen lint dat men om den vinger kan winden, de uitdrukking is voor
+de eigenaardige kracht van het metaal. Wilskracht bij de teederste
+aandoeningen; edele uitdrukkingen ook bij de geweldigste ontboezeming
+van kracht; zich niet ontzien om tot de meest gewaagde gevolgtrekkingen
+door te dringen, waar het een heilige verborgenheid geldt--maar
+zachtzinnigheid jegens elk wezen dat zwak is en lijdt--ziedaar de
+groote kracht van den harmonisch ontwikkelden, persoonlijk vrijen,
+mensch. En een zoodanig persoon vermorst geen enkelen druppel van
+den nectar, die hem uit den beker van een ander, even rijk individu
+wordt aangeboden. In tegendeel, voorzichtig brengt hij dien beker aan
+zijne lippen en ledigt hem met den plechtigen eerbied eener heilige
+ceremonie. Zulk een ontwikkeld individualist kan--voor zoover hij
+niet tevens anarchist is--alleen in opstand komen tegen de hooge mate
+van dwang, door de wachters der maatschappij, die toch het recht van
+allen moeten beschermen, toegepast. Het ligt in de rede dat over dit
+onderwerp de zienswijze der persoonlijk vrije menschen verschillend
+wezen moet. Laat ons hiervan een voorbeeld opnoemen: ik veronderstel,
+dat de meeste individualisten het recht der Regeering erkennen om hem,
+die de godsdienstige bijeenkomsten van anderen stoort, te straffen;
+maar volstrekt niet het recht om iemand tot zekere kerkelijke
+handelingen te dwingen. Zeker, ook de individualist oordeelt strenge
+straf noodig, op het plegen van geweld, of verleiding der onschuld;
+maar toch acht hij eene ontwikkelde vrouw volkomen gerechtigd zich
+aan eene ernstige liefde over te geven in vrijheid.
+
+Velen zien verlangend uit naar eene wet die de rechten van het
+kind tegenover zijne ouders waarborgt; een ander wenscht weder het
+tot stand komen eener wet, die elk huwelijk, waarbij eene treurige
+nakomelingschap met zekerheid is vooruit te zien, verbiedt.
+
+Zulke wetten zouden eene grens bepalen tegen de misdadige
+lichtzinnigheid waarmede--in en buiten het huwelijk--nieuwe
+wezens tot de smart van een ziekelijk, ongelukkig bestaan, worden
+veroordeeld. Intusschen rekent een ontwikkeld individualist het niet
+tot deze lichtzinnige daden, als eene beschaafde, ernstig denkende
+vrouw, volkomen bewust en met opgewekt gevoel van verantwoordelijkheid,
+het moederworden verkiest buiten het wettige huwelijk. Ten opzichte der
+rechten van een derden persoon erkennen vele vrienden der persoonlijke
+vrijheid het nut van den wettigen vorm bij een huwelijk; toch verwerpen
+zij beslist elken vorm, die de eene partij het recht over den andere
+toekent en de vrijheid om het huwelijk te ontbinden hinderend in den
+weg staat.
+
+Hoe meer de persoonlijkheid ontwikkeld wordt, des te veelzijdiger
+zal ook het liefdeleven zich ontwikkelen. Voor de bescherming van het
+kind zal de toekomst ook wel voorzien in een matriarchaat, b. v. er
+voor zorgen, dat elke moeder, gedurende een zeker aantal jaren,
+op het onderhoud van haar kind door den staat rekenen kan.
+
+Toegegeven dat de eer en de goede naam van ieder persoon dient
+gevrijwaard te worden tegen misbruik der pers; toch mag er geen woord
+blijven staan van een stuk, dat gebruikt zou kunnen worden als een
+wapen tegen de vrijheid van onderzoek, tegen de vrije uiting op het
+gebied van letterkunde en wetenschap.
+
+Sommigen willen aan de Regeering niet alleen de macht geven het
+leven der enkele personen te beschermen, maar hare macht vergrooten
+tot het beletten van al de moorden uit de tweede hand, die door de
+hedendaagsche industrie worden begaan. Anderen daarentegen gaan uit
+van den stelregel, dat ieder mensch de vrije beschikking heeft over
+zijn eigen leven en dat hij, hieraan een einde makend, niet laf op
+de vlucht slaande, maar wel en ernstig overlegd, onder bijzondere
+omstandigheden, eene zedelijk te rechtvaardigen handeling begaat.
+
+Tot bescherming van het leven in onze dagen van opgezweepten arbeid en
+onophoudelijk produceeren, is éen rustdag in de week nuttig en noodig;
+deze moet door de Regeering voor alle soorten van arbeiders worden
+bevolen en gehandhaafd. Maar het gaat niet aan, voor de Regeering om
+zich te bemoeien met de wijze waarop ieder blieft van dien rustdag
+gebruik te maken--en het voegt haar vooral niet dit te doen in den
+vorm van gedwongen godsdienstoefeningen. Eene wet die de zwakken
+verhindert hun leven te bederven door 't gebruik van sterken drank,
+kan goed zijn; maar deze mag niet zoover gaan, te eischen dat degenen
+die dezen tuchtmeester niet noodig hebben omdat zij zichzelf en hunne
+neigingen kunnen beheerschen, terwille van die zwakken, onder een
+zeer overvloedig dwangmiddel zullen lijden. De zwakken op te voeden
+door hen te wijzen op het voorbeeld der sterken--dit is de rechte
+wijze om deze en dergelijke kwesties op te lossen.
+
+Als de maatschappij innig doordrongen was van deze waarheid, dan
+zou de taak der wetgeving moeilijker, maar ook veel belangrijker,
+worden. De hoogst ontwikkelden zouden dan niet hunne vrijheid
+opofferen en evenmin de ontwikkeling der lagerstaanden tegenwerken
+door middeleeuwschen dwang.
+
+Hierin de juiste maat te houden is moeilijk maar niet
+onmogelijk. Niemand die ernstig denkt acht de persoonlijke vrijheid
+het doel te zijn der beschaving, maar het middel om tot dit doel
+te geraken.
+
+De vrijheid houdt voortdurend gelijken tred met de ontwikkeling,
+zoodat hoe verder men vordert op den weg van ontwikkeling men ook
+van meer vrijheid geniet; en wederkeerig wordt door die vrijheid de
+beschaving bevorderd.
+
+De dienst van de industrie, de aanbidding van het kapitaal, zijn
+de grootste vijanden der persoonlijke vrijheid. Al acht daarom de
+individualist eene wet die aan dit misbruik paal en perk kan zetten
+gewenscht, toch keurt hij de gedachte aan een ander misbruik--het
+geheel op te doen gaan en op te offeren voor het algemeen--zooals de
+socialen dit eischen--grootelijks af.
+
+Wat beteekent het toch, dat men onder voorwendsel van de algemeene
+zedelijkheid te bevorderen, de plichten jegens den naaste boven de
+plichten jegens onszelf zet; dat het christendom verlangt, dat wij
+alle menschen als onze broeders en zusters zullen liefhebben, even
+hartelijk en allen gelijk? Dit is een dwang dien men aan het beginsel
+der vrije keuze heeft opgelegd.
+
+Voor den voorstander der persoonlijke vrijheid is de vraag wat iemand
+gelooft van weinig beteekenis; ook de vraag wat hij doet beduidt niets;
+op de vraag wat hij is komt het aan.
+
+Hoe hooger men stijgt in het besef zijner eigene waarde des te
+krachtiger lid gevoelt men zich in de samenleving: het wel en wee
+der anderen treedt ons nader; het wordt als het onze. Een persoon
+behoeft nu niet langer te worstelen om een plekje grond waarop
+hij vrij kan opgroeien; hij gunt aan anderen diezelfde ruimte, want
+immers alle boomen vormen een gedeelte van zijn eigen bosch. Hij doet
+daarbij de heerlijke ondervinding op, dat ons groote levensdoel is:
+de ontwikkeling van onze persoonlijke vrijheid, en die van anderen,
+te bevorderen en haar te verdedigen, des noods ten koste van ons leven.
+
+Maar al overwinnen wij, zoowel vrouwen als mannen, den zedelijken
+dwang; en al stellen wij de vrije persoonlijkheid ook ten opzichte
+van ons zedelijk leven daarvoor in de plaats--toch blijft er een groot
+en ernstig bewustzijn van overwegend belang in alle vraagstukken des
+levens, ons bij: de wet der noodzakelijkheid.
+
+"Alles wat er gebeurt is een gevolg der noodzakelijkheid; doe daarom
+wat ge kunt en verdraag dan alles wat ge lijden moet." Dit groote
+woord van Schopenhauer is het eerste gebod op onze steenen tafelen
+der wet gegrift.
+
+Niets kon anders gaan dan het ging en niets kan ongedaan worden
+gemaakt.
+
+De gevolgen mijner daden, voor zoover deze uit mijn karakter zijn
+voortgekomen, vormen mijn noodlot.
+
+Alles in mijn wezen en alles in mijn werk verbindt mij met
+onverbreekbare schakels aan het groot geheel van het leven; aan de
+ongekende diepten, waaruit ik als een golf word opgeheven, om als
+deze voort te zwemmen op de levenszee, te stijgen en te dalen. Maar
+onder dat rijzen en dalen van die golf, maakt haar eigen beweging en
+haar eigen vorming haar tot hetgeen zij is.
+
+Het heerlijk bewustzijn van mensch te zijn, kan mij goddelijk maken
+onder het oog der eeuwige kracht waarvan ik ben éen der golven, die
+de zee vormen: de groote oceaan des levens, die grooter en krachtiger
+is dan de golven.
+
+
+
+
+
+RUST.
+
+
+Het woord van Geyer over het genot, dat de herinnering aan den weg,
+die even buiten zijne ouderlijke woning doodliep hem schonk, wekt
+bij ons, menschen aan het einde eener eeuw staande, een gevoel van
+afgunst ten opzichte van de gelukkigen, die vroeger eeuwen mochten
+eindigen en voor wie het Paradijs toen nog bestond.
+
+Want voor onze verbeelding is het Paradijs niet langer een met
+allerhande boomen--vooral appelboomen--beplante lusthof, omringd
+door een witten muur met gouden poorten. Wij vormen er ons eene
+voorstelling van, uit louter ontkenningen saamgesteld: de weg loopt
+niet verder door, dan tot aan de hekken van het Paradijs; van een
+telefoon heeft men er zelfs geen flauw vermoeden; de brievenpost
+komt er hoogstens éenmaal per week en van stoomboot of spoorweg is,
+mijlen ver in den omtrek, geen sprake.
+
+Welnu, zulk een Eden heb ik gevonden. Maar ik vertel u niet waar
+het ligt. Dan zouden andere menschen van het moderne gedeelte der
+maatschappij er misschien ook den weg heen vinden en dan was--het
+Paradijs verloren! Want dat aan een eerste uitgaaf hiervan geen
+onverdeeld succès te beurt gevallen is, dit was voorzeker niet de
+schuld van de slang, al trachten een aantal menschen zich met die
+gedachte te troosten....
+
+In mijn Eden ontbreekt niet alleen alles wat er niet behoort te
+wezen, maar men vindt er alles wat men er behoort en verlangt te
+zien. Blauwe, met sneeuwranden omzoomde rotsen en veruitgestrekte,
+met bosch beplante hoogten vormen in schoone lijnen een muur rondom
+den lusthof. Een breede, groenachtig zwarte, gedeeltelijk met wit
+mos bekleede bergspleet, maakt den weg door den muur vrij voor het
+oog en voor de verbeeldingskracht; en heldere meertjes of binnenzeeën
+geven aan het donkere boschrijke landschap een paar groote blinkende
+oogen. Glinsterende berken en bloeiende linden geuren in de zomerzon,
+die slechts voor enkele uren achter den horizont verdwijnt; die de
+koornaren als in 't geheim laat rijpen en aan de bloemen meer geur en
+krachtiger tinten geeft. Boven de met mos bekleede rotsbergen glijden
+over dag de blauwe wolkjes, vlug als schimmen er tegen uitkomende,
+voorbij. Maar de avond verspreidt over bergen en rotsen de vele
+paarsche en violet-schakeeringen van topasen en ametisten; het
+lichte blauw der opalen en de diepdonkere blauwheid van de zee; de
+schakeering van het appelbloesem--teeder kleurtje tot het donkerrood
+van den wijn. Eindelijk treden de donkere, zacht verdeelde omtrekken
+van den rotsberg, in eigenaardig émailleblauw tegen den goudkleurigen
+achtergrond van de lucht afstekende, te voorschijn. Deze blijft
+den geheelen nacht door lichtgeel getint, tot die kleuren ongemerkt
+overgaan in het morgenlicht.
+
+In deze ochtendure, waarin de natuur vol kleuren en licht, in groote
+lijnen en ruime vèr-gezichten tot ons spreekt, wordt het menschenhart
+ontroerd door het bedwelmende gevoel van eenzaamheid en stilte. Het
+heeft niets gemeen met de blijdschap over een eigen welgelukte
+schepping, maar het heeft zijne bijzondere aantrekkelijkheid,
+zijne eigenaardige kracht. Terwijl het van het noodlot afhangt om
+ons dien beker van genot al of niet aan de lippen te brengen--niet
+van onzen wil--hangt het alleen van onszelf af, of wij van de
+plechtige eenzaamheid wenschen te genieten; of wij ons hart willen
+laten uitrusten, onze gedachten verruimen in die groote stilte;
+volop genieten, in een grootsche natuur met rustige, schoone en
+breede lijnen.
+
+Maar niet altijd is het hart van den mensch van heden tot rusten
+in staat. Het leeft in onrust--smacht naar kalmte--en schuwt de
+stilte als eene ziekte, nog erger dan de nevrose waarvoor zij het
+geneesmiddel wezen zou. De vrouw uit onze dagen vreest eigenlijk niets
+met een grootere vreeze, dan om alleen te worden gelaten,--alleen
+met hare eigene gedachten, want dit maakt haar zooals zij het noemt,
+droefgeestig. Eigenlijk beteekent dit eenvoudig, dat zij er in die uren
+bepaald toe gedwongen wordt den ernst van haar bestaan onder de oogen
+te zien, of ook den ernst des levens in het groot geheel te beschouwen;
+een gevoel waaraan haar geest zich zou kunnen verheffen. Maar juist
+dit wil zij niet. Met kracht onderdrukt zij den drang van haar gemoed
+om zich op te richten tot edeler aspiraties, door hoe langer hoe meer
+toe te geven aan hare behoefte aan een oppervlakkig, versplinterd,
+leven. Hoezeer deze behoefte voor uiterlijk vertoon in onze dagen
+algemeen is, dit ziet men duidelijk op het gebied, waar ook de gewone,
+alledaagsche vrouw voorheen, in zekeren zin, hare gedachten op éen
+punt trachtte te bepalen, op dat van den godsdienst. Het type der
+geloovige vrouw is tegenwoordig niet meer zij die "als zij bidt in
+hare binnenkamer gaat en de deur achter zich sluit"; maar zij heeft
+bazuinen en theekransjes noodig om tot het besef te komen, dat zij
+eene vrome vrouw is, vol van den heiligen geest des geloofs.
+
+De ongedurige menschen van het laatst dezer eeuw genieten zelfs
+niet van de rust als deze hun ten deel valt. Vooral met de vrouw
+is het zoo gesteld; hoe meer de tijd en gelegenheid tot rusten en
+stille zitten haar ontbreken, des te meer verliest zij het talent
+om van die enkele haar geboden gelegenheid gebruik te maken. Hoe
+menigvuldiger zij genoodzaakt is om in het openbaar indrukken op te
+nemen, die zich aan haar opdringen, des te meer acht zij het noodig,
+dat hare polsen met eene koortsachtige snelheid blijven jagen, om er
+zich van te overtuigen dat zij leeft.
+
+Dieper gevoelende naturen erkennen met leedwezen dat zij hoe langer
+zoo meer verloren gaan met haren rijken aanleg, in dien maalstroom
+des levens; in het gedrang van de uit alle oorden samenstroomende,
+overweldigende onderwerpen; onder den druk van de eischen onzer
+moderne samenleving.
+
+Zulke karakters krijgen niet zelden hallucinaties van een stille,
+groene kloostergaarde; of van eene, in het dichte bosch verscholen,
+kluizenaarswoning; van de eenzame uren op hooge rotsbergen, of op
+de golven der groote, wijde zee, in éenzaamheid doorgebracht. Maar
+doorgaans is aan hare behoefte aan éenzaamheid reeds voldaan, door
+zich in deze voorstellingen te verdiepen; zij verzuimen dan ook in den
+regel gebruik te maken van de gelegenheid, als deze zich voordoet,
+om een dergelijke oase in de woestijn te scheppen; een stil plekje,
+afgezonderd van het rumoer der wereld. Wie inderdaad een smachtend
+verlangen koestert naar éenzaamheid, heeft in de meeste omstandigheden
+wel gelegenheid, die op de eene of andere manier te vinden.
+
+Uit mijn kindertijd herinner ik mij dikwijls te hebben hooren vertellen
+van eene vrouw die door haar huwelijk haar stille ouderlijke woning
+in het bosch had moeten verwisselen voor de onvermijdelijke drukte
+van eene uitgebreide huishouding in een groote stad. Die verandering
+speet haar zeer, tot zij op den inval kwam om elken morgen, een half
+uur lang, alleen stil te gaan zitten met een groenen doek over haar
+hoofd. Op die wijze droomde zij, dat zij weer in de stille éenzaamheid
+van haar bosch zat en verzamelde zij hare gedachten genoegzaam om
+daarna kalm en gelijkmatig de bemoeiingen van den dag tegen te gaan.
+
+Indien ieder van ons haar eigen groenen doek had, zouden wij niet zoo
+licht geprikkeld en prikkelend zijn; wij zouden dan niet de gejaagde,
+ongedurige, onbeduidende slaven der vormen en gebruiken wezen, die
+wij nu maar al te vaak zijn!
+
+Van welken aard nu dit beschermende omhulsel werd,--dit zou voor een
+gedeelte door het toeval worden beslist, maar soms ook zoude juist
+het eigenaardige karakter blijken van ieder die zulk een haven zocht
+uit de keuze van dat stille plekje, en van den doek.
+
+In roomsch-katholieke landen kan men zulk een rustig toevluchtsoord
+vinden onder ieder kerkgewelf. Geleund tegen de pilaren van een
+gothischen tempel, kan men te midden eener drukke wereldstad, droomen
+in een verafgelegen bosch te zijn--hoewel Nietzsche gelijk heeft
+als hij zegt, dat modern denkende menschen aan een geheel nieuwe
+architectuur, als lijst voor hunne overpeinzingen, de voorkeur
+zouden geven.
+
+Voor velen schept de muziek eene verrukkelijke eenzaamheid, vooral
+wanneer die thuis genoten wordt en niet in het publiek, waar zoo vele
+verscheidene indrukken afleiding geven en waar ons gemoed nauwelijks
+de wanklanken uit het dagelijksch leven begint te vergeten, als dat
+akelige handgeklap er ons op nieuw aan komt herinneren. Want een
+bewijs te geven van gevoel voor het schoone, door volkomen stille
+zijn--dit wacht nog op een meer veredelden staat van fijne beschaving,
+dan waarop wij in onze eeuw bogen kunnen!
+
+Voor anderen is misschien zulk een rustig gesprek met het eigen
+gemoed te vinden in een museum van kunstvoorwerpen, of onder het
+lezen van een uitmuntend boek, een oud boek vooral, waarover nu geen
+besprekingen meer de ronde doen. En in de groote steden bereiden
+de openlijke leesinrichtingen den boekenvrienden het vredige stille
+plekje, waarnaar zij tehuis dikwijls te vergeefs hadden uitgezien.
+
+Maar de stilte die het gemakkelijkste verkregen wordt is toch die in
+de natuur. Nu gaan de meesten echter niet naar buiten om daar alleen
+te zwijgen, of om er te zwijgen met een vriend--deze grootste en
+fijnste toets van echte vriendschap. Integendeel, zij zoeken er eenige
+kennissen, met wie zij de vraagstukken van den dag kunnen bespreken;
+en als zij zich dan warm en moe geredeneerd hebben, keeren zij naar
+huis terug, niet van een stille plaats maar uit nieuwe drukte.
+
+Och, zij hebben hunne ziel niet gemaakt tot een kalmen spiegel voor
+de indrukken der schoone natuur; neen, deze is op de bewogen golven
+blijven zweven, waar het niet mogelijk is een duidelijk en helder
+lichtbeeld op te nemen.
+
+Wie inderdaad in de natuur de éenzaamheid zoekt, moet leeren om van
+zeer nabij die grootsche natuur gade te slaan; zich oefenen in het
+uit het hart verwijderen van alle onbeduidende indrukken, om hierdoor
+de degelijke niet te verhinderen er in door te dringen; eene kunst
+waarin de wijsgeerige Montaigne ons menige behartenswaardige les
+gegeven heeft. "Wij overvoeren ons gemoed met te veel verschillende
+dingen tegelijk" zeide hij, reeds voor driehonderd jaren geleden. "Wij
+moeten onzen geest oefenen om enkele dingen vluchtig te zien, andere
+beter te monsteren; maar eigenlijk in ons opnemen moeten wij alleen die
+woorden, voorwerpen of gedachten die met onze eigene overeenstemmen,
+die op denzelfden grond zijn gebouwd als deze, zoodat zij ons, als het
+ware, zelf raken. Want ons gemoed behoort eigenlijk alleen van eigen
+middelen te leven.... Nu zijn wij allen, althans de meesten van ons,
+rijker begaafd dan wij zelf denken; maar wij worden er bij opgevoed
+om van anderen te leenen, om eens anders goed liever te gebruiken dan
+eigen goed...." Dat wij zoo zelden tot de kennismaking met onze lang
+niet geringe middelen komen, is het gevolg ervan, dat wij slechts
+bij uitzondering, ons met hart en ziel wijden aan hetgeen wij hebben
+ondernomen.
+
+"Als ik dans," zegt Montaigne, "dan dans ik; als ik slaap dan slaap ik;
+als ik alleen wandel in een mooien tuin en ik betrap mijne gedachten
+op afwegen, dan breng ik ze dadelijk weer terug naar den tuin, tot
+het genot der éenzaamheid en tot mijzelf."
+
+Dit opzettelijk streven om aan elke daad en aan alles wat wij zijn,
+ons persoonlijk geheel te geven en zoodoende uit elken toestand den
+geheelen inhoud te persen, is in een ruimen zin belangrijk voor elke
+ontwikkeling; zoowel voor ons vermogen om te denken en te arbeiden,
+als om te genieten en te rusten.
+
+Maar het is een eigenaardig teeken van onzen tijd steeds een nog
+sterker graad van zenuwspanning te verlangen om zich geheel aan het
+oogenblik te kunnen geven.
+
+Daarom is ook sport de groote aantrekkingskracht geworden, die
+de menschen naar buiten lokt; maar niet om te rusten en kalmte te
+zoeken. Integendeel, de wedstrijden op elk gebied en het "africhten"
+daarvoor, heeft zelfs de beweging in de vrije frissche lucht tot een
+koorts, tot een nieuwen vorm van jagen en stormen, gemaakt. Sport
+kan voorzeker een middel zijn om veel van de natuur te genieten, om
+spoediger buiten te komen. De riemen waarmede men tusschen de begroeide
+oevers eener rivier voortglijdt; de sneeuwschoenen waarop men diep
+in de winterstilte van het bosch doordringt; het rijwiel dat zijn
+eigenaar vlug naar nieuwe plantsoenen, of naar landelijke eenzaamheid
+overbrengt; deze en nog verscheidene andere dingen die tot vermaak en
+nut beoefend worden, als zeilen, rijden en zwemmen, brengen inderdaad
+bij velen eene hartelijke vereeniging met de natuur tot stand.
+
+Maar de roeier of de ruiter, de schaatsenrijder of de cyklist, die
+aan elken indruk van een schoon landschap voorbijvliegt in dolle
+woede om zich te bekwamen tot mededingen in den wedstrijd, komt door
+zijne voorliefde tot beweging in de buitenlucht hoe langer hoe verder
+buiten de natuur en buiten zichzelf. Dit soort van sport ontwikkelt
+alleen het lichaam maar niet den geest. Men zal binnen korten tijd
+geheel vergeten hebben, dat er een eenvoudiger manier bestaat om
+van de natuur te genieten: er van te genieten met lichaam en ziel,
+tot nut en genoegen voor beide.
+
+Als wij de meisjestype aan het einde onzer eeuw--dat is te zeggen,
+eene jonge dame die geen uitstapje naar buiten maakt anders dan op
+haar rijwiel of schaatsen, met het tennis-racket, òf een roeispaan
+in de hand,--vergelijkt met het jonge meisjestype van het einde der
+vorige eeuw, dan valt die vergelijking niet bepaald gunstig voor
+onze dagen uit. Ik denk hierbij onwillekeurig aan de beminnelijke
+vriendin van Goethe, de jonge Bettina Brentano, die als een ree van
+het buitenleven genoot; die de hoogste bergen beklom om zich daar in
+het gouden zonnelicht te baden; die zich niet ontzag om door wind en
+regen te loopen, of een onweersbui te laten overtrekken, staande onder
+een bloeiende linde, tusschen wier bladeren zij witte bliksemstralen
+flikkeren zag; die aan het strand lag, door kabbelende golven omstuwd;
+of hoog op de takken zat van een reusachtigen kastanjeboom, te midden
+van groen licht en groene schaduwen; of op het grasperk van den grooten
+tuin, uitgestrekt, zich vergastte aan de geuren van mos, taxus en
+roode anjelieren, zelfs met een paar bloeiende heestertakjes in den
+mond, om de nijvere bij tot zich te lokken; die op avonden als de maan
+scheen, tusschen de hagen van den wijngaard, onder de doorschijnende,
+lichtgroene trossen wandelde, en soms den geheelen zomernacht buiten
+bleef, insluimerend onder het nachtlied van merels en nachtegalen,
+om niet eer dan door het morgenlicht te worden gewekt....
+
+Behalve deze dichterlijke wijze om van het buitenleven te genieten
+is er ook nog de natuur-wetenschappelijke, die echter evenzoo als de
+eerste, tamelijk naar den achtergrond wordt gedrongen door sport. Van
+dit gezichtspunt beschouwd is het aangenamer knapen tegen te komen
+een kruiden-doos aan een band om den hals dragende, dan knapen op
+rijwielen.
+
+Van welken aard de reeds vroeg ontwikkelde zucht naar kennismaking met
+de natuur wezen moge, altijd verschaft dit onderzoek den beoefenaar
+dezer wetenschap een zekere vertrouwelijkheid met de natuur, een
+vriendschappelijke, hartelijke genegenheid, die onmogelijk kan ontstaan
+tusschen de natuur en een, haar op zijne velocipède voorbijvliegend,
+sportliefhebber.
+
+Wat eenigszins vergoelijkend omtrent deze type van de tegenwoordige
+jeugd werkt, is het feit, dat velen, die door geen ander middel
+naar buiten gelokt zouden worden, nu ten minste, dank zij sport,
+eenig vermoeden van de schoonheid der natuur ontvangen en dat
+die oefeningen van heden--nadat de overdrijving hare offers zal
+hebben ontvangen--zullen bijdragen tot de ontwikkeling van eene
+lichamelijk--gezonder en krachtiger generatie, die dan waarschijnlijk
+beter dan ons tegenwoordig geslacht, bestand wezen zal tegen
+vermoeienis; die op eene edeler wijze het natuurgenot zal smaken en
+wier kernspreuk zal zijn "sport te gebruiken als niet misbruikende."
+
+Het gewone dagelijksche rust-uurtje, dat de meesten van ons met een
+ernstigen wil kunnen vinden, vervangt intusschen niet de diepe stilte,
+die eene wandeling vroeg in den morgen, of het zich terugtrekken
+naar een verborgen plekje van de aarde,--zoo mogelijk in een vreemd
+land en aan de grenzen der beschaafde wereld gelegen--in staat is
+ons te bieden. Maar voor de meeste hoofden van huisgezinnen is het
+gemakkelijker gezegd dan gedaan, zulk een schuilhoekje te vinden. Zelfs
+de alleenstaande en hierdoor meer onafhankelijke mensch, heeft vaak
+een groote mate van ernst in zijne behoefte aan éenzaamheid en veel
+wilskracht om andere, minder noodzakelijke dingen te laten, noodig, als
+hij er toe komen zal een paar weken van volkomen ongestoorde rust te
+kunnen genieten. Daarenboven wordt het verlangen naar afzondering van
+een lid van het huisgezin dikwijls tegengewerkt door het vooroordeel,
+dat de éenzaamheid een erg soort van égoïsme vertegenwoordigt. Want
+de meesten die de groote winst van eene tijdelijke afzondering voor
+henzelve inzien,--begrijpen nog niet hoezeer hun huisgezin hierdoor
+tegelijkertijd wordt gebaat.
+
+Een korte scheiding heeft namelijk een buitengewone macht om ons
+nadenken te wekken en hierdoor ons beter verstaan en ons gevoel
+van billijkheid. Wij komen er gemakkelijker toe met een helder oog
+de belangrijke dingen in ons op te nemen en de kleinigheden tot
+hare wezenlijke onbeduidendheid terug te leiden, als wij een poos
+van elkander af zijn. Het eenzame overleg ontwart soms met vlugge
+hand de meest ingewikkelde draden en het alleenzijn geeft vaak aan
+onze blijdschap een vroolijker, aan onze smart een minder droevige
+tint. Volbrengt men den een of anderen arbeid alleen zittende,
+dan valt die bijna altijd oneindig beter uit, dan wanneer anderen
+erbij tegenwoordig zijn. De boeken die men leest en overpeinst in
+het dichte bosch; met de eeuwigschoone sneeuw vóor zich, of op de
+bloeiende heide, onder het geruisch van eik en den, verschaffen den
+rijksten oogst aan denkbeelden; en de indrukken der natuur die men
+onder zulke rustpoozen in zich opneemt, zijn krachtiger en langer van
+duur dan andere. Want men geeft zich nimmer zoo geheel en al aan de
+natuur als wanneer zulke éenzame dagen een parelsnoer vormen, waarvan
+een dag tamelijk gelijk is aan den anderen, maar waarvan toch elke
+dag op zichzelf een afgerond geheel vormt, en een aangenaam geheel ook.
+
+Zij die tegen het alleenzijn opzien omdat zij vreezen zich dan nog
+meer eenzaam en verlaten te gevoelen hebben in zekeren zin gelijk en
+ongelijk. Want juist van menschen omringd, kan het gebeuren dat men
+door de omstandigheden, of door zijn bijzondere stemming, mijlenver
+van hen verwijderd is; in de door menschen bevolkte woestijn hangt,
+meer dan elders, zwaarmoedigheid in de lucht. Maar tegenover de
+natuur en den dood--de grootste eenzaamheid en de onwrikbaarste
+noodzakelijkheid--worden wij gedwongen afstand te doen, niet alleen
+van de bezorgingen en drukten van den dag, maar ook van de bezorgdheid
+omtrent ons lot en leven. De grondlijnen waarop ons wezen gebouwd
+is worden breeder, maar de vertakkingen dier lijnen worden minder
+duidelijk zichtbaar, evenzoo als dit het geval is met een landschap
+dat men van een aanzienlijke hoogte af, in de diepte ziet liggen. Het
+meer of minder aan lief en leed, waarmede het leven onze dagen vult;
+het meer of minder belangrijke werk dat aan ons bestaan inhoud gaf--tot
+dit alles keeren wij van zulke eenzame overpeinzingen terug met een
+zachten, medelijdenden glimlach.
+
+Het valt ons nu niet meer zoo moeilijk het doove oor te keeren naar die
+stemmen, welke ons trachten mede te voeren in de beslommeringen van
+den dag en die ons trachten wijs te maken dat wij daarbij hoognoodig
+zijn. Wij worden nu minder hevig ontroerd door de pijnlijke kreten uit
+ons eigen gemoed opgaande, dan door die van onze medemenschen. Want
+wij hebben het leeren inzien, dat de grootste smart niets meer is
+dan een druppeltje in den grooten oceaan, evenzoo als het grootste
+geluk slechts het vluchtig licht is, dat zulk een kleine druppel
+doet glinsteren.
+
+De ziel, die in stilte en eenzaamheid den moed vond om tot zichzelf
+in te keeren en haar eigen kracht te meten, weet, dat er slechts éen
+groote en wezenlijk belangrijke taak ons leven beheerscht: grooter te
+worden. En dat doel kunnen wij bereiken in onze smart en onze vreugde,
+in onze dwaasheid en in ons verstand. Groeien kunnen wij door onze
+nederlagen, zoowel als door onze overwinningen; door onze rust,
+zoowel als door onzen arbeid.
+
+
+
+Toch is het hem of haar die de éenzaamheid zoekt aanteraden dit te
+doen, zonder een bepaalden eisch aan dat "stille zijn" vooraf te
+laten gaan. Want het gebeurt vaak, dat die afzondering juist iets
+geheel anders oplevert dan men verwacht had. Hij die rust zocht,
+vindt allicht een nieuwen prikkel tot arbeiden; hem die hoopte troost
+te vinden, kan zij nieuwe wonden slaan. Hoe het zij: de éenzaamheid
+schenkt toch altijd moed- en krachtbesef waarvan men zich niet bewust
+was. Maar alleen hij kan hiervan nut trekken die weet, wat de overigens
+tamelijk luchthartige Romeinen reeds wisten:
+
+Dat de Éenzaamheid eene godin is wier geheiligde bosschen geen
+sterveling nadert met grootspraak, maar met een nederige bede op de
+lippen en van wie men met rijke gaven bedeeld terugkeert, indien men
+de taal harer ernstige oogen heeft leeren verstaan, die ons 't geheim
+van het éene noodige verraden:
+
+
+ "Stille zijn in eigen hart."
+
+
+
+
+
+DE VROUW DER TOEKOMST.
+
+
+Er zijn woorden die ons aantrekken als een lied. Een dezer woorden is:
+"De vrouw der toekomst."
+
+Dit lied klinkt voor mij als de poézie van een Dichter, van een
+Dichter en Ziener tegelijk; van éen, wiens naam thans schittert
+in het licht der morgenster, maar die, toen hij in het land der
+levenden verkeerde, dien naam hoorde door het slijk sleuren--als de
+naam van den godsloochenaar en oproerkraaier--terwijl de lichtstralen
+van zijn genius op de vooroordeelen zijner tijdgenooten werkten als
+angstwekkende bliksemflitsen,--uit de verte.
+
+Zijn profetische dichtergeest liet hem een blik slaan in een tijd
+waarin de vrouw zoude zijn:
+
+
+ ".... frank, beautiful and kind
+ As the free heaven, which rains fresh light and dew
+ On the wide earth....
+ From customs evil taint exempt and pure;
+ Speaking the wisdom once they could not think,
+ Looking emotions once they feared to feel,
+ And, changed to all which once they dared not be
+ Yet being now, made earth like heaven...." [2].
+
+
+Dit visioen der vrouw in de toekomst, door Shelley in zulke schoone
+omtrekken geschetst, zweefde mij voor den geest, toen ik mij voornam
+haar beeld in eenige meer vaste trekken te schilderen.
+
+
+
+Zeer waarschijnlijk zal de Sturm-und-Drang-tijd der vrouwen en de
+hiermede samenhangende sociale hervorming, tot ver in de volgende
+eeuw aanhouden. Dit tijdperk, vervuld met twistvragen en botsingen van
+allerhande soort, zal niet eer eindigen, dan wanneer de vrouw, in en
+buiten het huwelijk, voor de wet gelijkstelling met den man zal hebben
+verkregen; wanneer zulk eene herschepping in de samenleving zal hebben
+plaats gegrepen, dat hierdoor aan de hatelijke mededinging tusschen
+de beide seksen op eene, voor beide partijen bevredigende wijze,
+een einde werd gemaakt; en wanneer de arbeid, zoowel het bedrijf tot
+eigen onderhoud als de arbeid in de huishouding, minder zwaar op de
+vrouw zal drukken dan op heden het geval is.
+
+Het is best mogelijk dat eerst tegen het laatst der twintigste eeuw
+het vrouwentype onzer dagen tot het onhoudbare zal zijn gestegen en
+een nieuw type der vrouw uit dien toestand zal geboren worden. Mijn
+idéaal der toekomstige vrouw--en als men zich in een droombeeld
+verdiept mag men zeer ver dwalen in het rijk der fantasie!--is, dat
+zij zal worden een wezen van groote tegenstrijdigheden die tot een
+harmonisch akkoord worden vereenigd. Zij zal zich doen kennen als zeer
+veelzijdig, maar tevens als een gesloten geheel; als een rijke schat
+en volmaakte eenvoud; als een zeer beschaafd, flink ontwikkeld wezen
+en toch oorspronkelijk; als eene sterk sprekende, echt menschelijke
+persoonlijkheid en eene volkomen openbaring van het innig vrouwelijke.
+
+Deze vrouw zal in staat zijn den ernst van den arbeid op
+wetenschappelijk gebied te verstaan in een streng onderzoek naar de
+waarheid, in een vrijen gedachtenloop, in een artistieke schepping.
+
+Zij zal de noodzakelijkheid inzien van de wetten der natuur en de
+daardoor te voorschijn geroepene ontwikkelingen; zij zal bij een
+sterk gevoel van solidariteit belang stellen in hetgeen dient tot
+het algemeene nut.
+
+Omdat zij meer weet en helderder denkt dan de vrouw in onze dagen, zal
+zij ook rechtvaardiger oordeelen; omdat zij krachtiger is zal zij beter
+zijn; omdat zij verstandiger is, zal zij zachtzinniger wezen. Zij kan
+de dingen breeder opvatten, ze in den samenhang met het groot geheel
+beschouwen; het gevolg hiervan is, dat zij langzamerhand verscheidene
+vooroordeelen, die men heden vrouwelijke deugden noemt, laat varen.
+
+Zij is en blijft de ontwerpster der zeden, die zij adelt. Maar daarbij
+steunt zij niet op de in de samenleving nu eenmaal gebruikelijke
+vormen, maar op de wetten en geboden in eigen hart.
+
+Zij heeft den moed haar eigen gedachten over menig vraagstuk te
+hebben; ook dien om de nieuwe denkbeelden van haar tijd ernstig
+te onderzoeken en te toetsen. Zij durft niet alleen te kennen,
+maar ook te bekennen--gewaarwordingen die zij thans onderdrukt
+of verbergt. Hare volkomen vrijheid van beweging en veelzijdige
+ontwikkeling als zelfstandig persoon, maken voor haar moeilijke
+ondernemingen mogelijk, het wilskrachtig streven naar een bestaan,
+dat in evenredigheid tot haar eigen kunnen blijken zal een hooger
+doel te beoogen: Een zoodanig doel zal zij met een scherper instinct
+dan zij nu bezit, weten te vinden. Zij heeft geleerd beter te werken,
+krachtiger zich te verblijden over eenvoudige, voor de hand liggende
+onderwerpen en op haar tijd behoorlijk en volkomen te rusten, beter
+dan de vrouw in onze dagen dit kan.
+
+Op deze wijze wordt het levensbewustzijn der nieuwe vrouw verhoogd;
+hare ervaring wint aan diepte; haar gemoedsleven, haar zin voor het
+schoone, haar talenten worden ontwikkeld en fijner beschaafd. Zij
+wordt allengs meer gevoelig voor indrukken; zij voelt en gevoelt
+levendiger en smaakt meer genot maar lijdt ook meer en heviger smart,
+dan de vrouw van heden genieten en lijden kan.
+
+Ten gevolge van dit alles zal de vrouw der toekomst de waarde verhoogen
+der onderlinge samenleving, de waarde van de kunst, van wetenschap
+en letterkunde.
+
+Maar de grootste beteekenis op het gebied der cultuur zal toch
+voor haar altijd daarin bestaan, dat zij door het raadselachtige
+en oorspronkelijke, het profetische en voor indrukken gevoelige in
+haar wezen, het menschdom beschermt tegen het ernstige gevaar van
+overbeschaving.
+
+Tegenover hetgeen wij weten kunnen stelt zij eerlijk datgene wat ons
+nog niet is geopenbaard; tegenover verstandig redeneeren--het gevoel;
+tegenover de nuchtere werkelijkheid, mogelijkheden; en tegenover de
+ontleding, haar indruk van 't geheel.
+
+Het is in de eerste plaats het streven der vrouw, om het hart te
+veredelen--dat van den man, het verstand te ontwikkelen; aan haar,
+het gebied der poézie te verwijden--aan hem meer ruimte te verwerven
+voor de vruchten van geest en vernuft. Zij vertegenwoordigt en verheft
+de teederheid--hij de rechtvaardigheid. Hij behaalt menige overwinning
+door overmoedigheid--zij door moed.
+
+De vrouw der toekomst zal niet alleen veel hebben geleerd, zij zal ook
+zeer veel hebben vergeten, vooral van de hedendaagsche feministische
+en antifeministische dwaasheden.
+
+Zij zal met alles wat in haar is trachten het geluk der liefde te
+vinden en te verhoogen.
+
+Zij is kuisch, niet omdat zij koel, maar omdat zij hartstochtelijk
+is. Zij is teer, niet omdat zij bleek is, maar omdat zij zooveel en
+zoo warm stroomend bloed in hare aderen heeft. Zij is geestdriftig
+en daarom ook zinnelijk; zij is trotsch en daarom eerlijk, oprecht en
+waarheidslievend. Zij eischt een sterke liefde, omdat zij zich bewust
+is zelve nog onverdeelder en met een nog grooter liefde te kunnen
+beminnen. Het erotische problema is door haar verfijnd idéalisme vaak
+zeer geheimzinnig en moeilijk op te lossen.
+
+Hier tegenover staat, dat het geluk der liefde, als zij deze eenmaal
+schenkt en gevoelt, rijker, dieper en waarachtiger is, dan alles wat
+men ooit geluk had genoemd; eene nog ongekende zaligheid.
+
+Het is niet onmogelijk, het is zelfs te verwachten, dat een aantal
+hoedanigheden en trekjes die onzen echtgenooten en huismoeders eigen
+zijn, bij de vrouw der toekomst te vergeefs zullen worden gezocht.
+
+De eerstgenoemde wil altijd de geliefde blijven en alleen als de
+zoodanige wil zij moeder worden. Aan den grootschen maar moeilijken
+plicht om geliefde en moeder te gelijkertijd te zijn wijdt de laatste
+haar beste krachten; het wordt haar godsdienst, om met alles wat in
+haar is, 's levens genot tot zaligheid te verheffen. Juist omdat zij de
+groote voorrechten van schoonheid en gezondheid kent en op hoogen prijs
+stelt, op geestelijk en lichamelijk gebied, zal zij met meer ernst en
+door een dieper gevoel van verantwoordelijkheid geleid worden, bij de
+keuze van den vader harer kinderen. Zij zal aan gezonde, krachtige
+menschen het leven geven en dezen naar haar beste weten voeden,
+verzorgen, opvoeden, en daarbij zal zij zelf hare bekoorlijkheid en
+hare jeugd langer behouden dan de vrouw in onze dagen.
+
+Zij wil haar geheele leven door behagen, omdat het altijd haar wensch
+is het leven schoon en aantrekkelijk te maken. Maar zij wenscht
+alleen te behagen door op elken leeftijd zich te toonen zooals zij,
+daarmede in overeenstemming, is; haar hoogste bekoorlijkheid, hare
+eeuwige jeugd, openbaart zij uitsluitend aan hem dien zij bemint. Zij
+weet dat de bekoorlijkheid des geestes de diepste gevoelens opwekt en
+uit de volheid van haar rijk gemoed put zij bestendige hernieuwing
+van die bevalligheid; telkens onverwacht en in, tot het oneindige
+afwisselende, schakeeringen van hare persoonlijke gratie.
+
+Eenvoudig door haar bijzijn verjaagt zij de dwaze en zinledige
+vormen, den dwang der gewoonten en vervangt deze door van haar
+oorspronkelijk uitgaande en door haar zielenadel verfijnde, manieren
+en uitingen, zoowel in de samenleving als in het huisgezin, en in
+den vertrouwelijken vriendenkring.
+
+Waarschijnlijk zal zij veel minder redeneeren dan de vrouw in onze
+dagen, maar haar stilzwijgen en haar glimlach zal welsprekender
+zijn, dan lange voordrachten en debatten in de vergaderingen door de
+hedendaagsche vrouwenbeweging belegd.
+
+Zij zegt altijd duidelijk verstaanbaar wat zij te zeggen heeft en
+spreekt altijd gematigd; zij kiest hare woorden onveranderlijk en
+blijft bij hetgeen zij gezegd heeft, in schijnbaar zeer gewone, maar
+inderdaad zorgvuldig gekozene, doeltreffende, uitdrukkingen. Er gaat
+een opgewekte en opwekkende, gezonde strooming van haar uit; frisch
+als de beek in het bosch die van de bergen stort, maar als deze, aan
+een bepaalde grens gebonden. Hoe ver zij ook schijnt zich te laten
+medevoeren--in den roes der vreugde of in den hartstocht van hare
+liefde; in buitengewoon genot of bij de wanhoop der smart--nimmer
+vergeet zij zichzelf. Zij vereenigt vele vrouwen in éen persoon,
+hetzij dat zij lacht en schertst, hetzij dat zij lijdt en ook
+dan glimlacht; dat zij een bloeiende gezondheid geniet of aan een
+ongeneeselijke wonde verbloedt; kalm is of ontroerd; of zij juicht
+of weent; of er zonneschijn is in heur hart of nachtelijk duister;
+koelte of vuurgloed--altijd is zij de ideale vrouw.
+
+Reeds sedert lang leeft de vrouw der toekomst in de droombeelden van
+den man en zij wordt geschapen naar het beeld dat hij van haar heeft
+gemaakt. Het vrouwelijk idéaal van den modernen man is geenszins
+de mannelijke vrouw, maar de veelzijdig ontwikkelde openbaring van
+"Das ewig Weibliche". Dit nieuwe vrouwentype is bij tusschenpoozen
+verschenen, niet alleen in onze dagen, maar in verschillende vroegere
+tijdperken.
+
+In de middeleeuwen schreef zij Heloïse's brieven; in den tijd der
+Hervorming schilderde Leonardo haar als Mona Lisa en in de achttiende
+eeuw hield zij haar salon als Mademoiselle de Lespinasse. In onze eeuw
+heeft zij het lied der liefde gezongen als Elisabeth Barett Browning;
+zij heeft van het tooneel tot ons gesproken als Eleonore Duse;--en
+als een edel gesteente is haar wezen gekristalliseerd door het woord
+van den dichter dat Rahel's persoonlijkheid uitdrukte:
+
+
+ "Still und bewegt."
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] In het Zweedsch is moed = mod; geduld = tålamod, letterlijk:
+"moed om te dulden"; eene schoone, veelzeggende woordspeling.
+ VERT.
+
+[2] "Vrij, schoon en goed, als de open hemel, wiens regen wazig
+en zachtde geheele aarde verfrischt.... Ontwassen aan het kwaad
+van den vormendienst; eenvoudig en rein; een taal sprekend van
+'t verlicht verstand, waaraan door haar voorheen zelfs niet gedacht
+werd; aandoeningen onder de oogen ziende, die zij voorheen vreesde te
+gevoelen; en aldus ontwikkeld tot alles wat zij voorheen niet durfde
+te zijn; toch aardsch en hemelsch tegelijk, ook nu!...." VERT.
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's De moedige vrouw, by Ellen Karolina Sofia Key
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE MOEDIGE VROUW ***
+
+***** This file should be named 28086-8.txt or 28086-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/8/0/8/28086/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.