diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:37:17 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:37:17 -0700 |
| commit | 807f21aada077117daf6d5dd923df32e9abaef84 (patch) | |
| tree | a6599f945e93025fab9d4b5f3dce500ad7235ea0 | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 28086-8.txt | 2592 | ||||
| -rw-r--r-- | 28086-8.zip | bin | 0 -> 52942 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 28086-h.zip | bin | 0 -> 58513 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 28086-h/28086-h.htm | 2803 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
7 files changed, 5411 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/28086-8.txt b/28086-8.txt new file mode 100644 index 0000000..bc9001c --- /dev/null +++ b/28086-8.txt @@ -0,0 +1,2592 @@ +The Project Gutenberg EBook of De moedige vrouw, by Ellen Karolina Sofia Key + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De moedige vrouw + +Author: Ellen Karolina Sofia Key + +Translator: Philippine Wijsman + +Release Date: February 15, 2009 [EBook #28086] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE MOEDIGE VROUW *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net + + + + + + + + Ellen Key + + De Moedige Vrouw + + Uit het Zweedsch + (Tanke Bilder) + + Door + + Ph. Wijsman + + + + Amsterdam + C. A. J. van Dishoeck + 1899 + + + + + + + Leiden: Boekdrukkerij van L. van Nifterik Hz. + + + + + +INHOUD. + + + Conventioneele vrouwelijkheid 1 + Moed 20 + Vrijheid 29 + Rust 52 + De vrouw der toekomst 65 + + + + + + De vrouw die moed heeft om naar + persoonlijke vrijheid te streven en zich + in de stilte der eenzaamheid rekenschap + te vragen van hare handelingen, woorden + en gedachten, is op den goeden weg om + voor latere geslachten te vormen: + + "De ideale vrouw der toekomst." + + + + + +CONVENTIONEELE VROUWELIJKHEID. + + +Het conventionalisme is de stilzwijgende overeenkomst, den schijn +voor het wezen, vorm voor inhoud, en bijzaken voor de hoofdzaak +in de plaats te stellen. In zekeren zin behooren ook de, bij de +verwisseling van het schoonheidsgevoel in verscheidene tijdperken +veranderende, modes ertoe. In de diepere beteekenis van het woord +valt altijd een gedeelte van deze aangenomen leer der welvoegelijkheid +tezamen met die van zeden en gebruiken, met het begrip van de mate van +zelfbeheersching en zelfverzaking, die ieder persoon heeft in acht te +nemen in den omgang met anderen. Hoe meer men vordert in de beschaving +en ontwikkeling, des te ruimer worden de grenzen genomen, waarin aan de +samenleving de beoordeeling wordt toegestaan van ieders persoonlijk +geloof en zienswijze, van ieders arbeidsveld en gewoonten in het +dagelijksch leven. Hoe langer hoe meer begint men te begrijpen, dat +elke uiting van persoonlijke gevoelens, die op het recht van anderen +geen inbreuk maakt, vrij behoort te wezen. Een vrij groot gedeelte +van de taak der beschaving in het tijdperk van elk nieuw geslacht, +heeft altijd bestaan en bestaat ook nog, in het afschaffen van eenige, +tot ledige vormen ontaarde gebruiken, doode overblijfselen van hetgeen +vroeger bestond, die de nieuwe planten verhinderen om krachtig op +te schieten. Wij hooren in onze dagen telkens weer stemmen opgaan +die vrijheid en keuze tegenover de tot richtsnoer aangenomen zeden +verlangen voor het persoonlijk geweten en de persoonlijke neiging. In +dezen eeuwigdurenden strijd komt het er vooral op aan te beslissen, +wat ook nu in werkelijkheid nog recht van bestaan heeft en wat alleen +hinderpalen zijn voor een edeler vrijheid, eene diepere waarheid, +een grooter oorspronkelijkheid, een rijkeren levens-inhoud; in éen +woord: wat daarin is ontaard tot ledige vormlijkheid. + +Maar niet alleen met verouderde gebruiken en vormen moet afrekening +gehouden worden. In elken kring worden nog voortdurend dergelijke doode +overblijfselen van voorheen opgegraven en in den vorm van vooroordeel, +van kleinzielige beweegredenen en wankelmoedige, onzelfstandige +gewoonten, gehuldigd. Bij de vrouwen is die vormendienst ten allen +tijde sterker ontwikkeld dan bij de mannen. Want de zucht tot +het bijbehouden van "hetgeen altijd zoo is geweest" wordt helaas +dikwijls een steun voor het conventioneele gedrag der vrouw in de +samenleving. Zelden zijn de vrouwen zóo persoonlijk ontwikkeld dat +zij, bij hetgeen zij wenschen te behouden, schijn van wezen, vorm +van inhoud, kunnen onderscheiden; en zelfs, al zien zij het verschil +in, ontbreekt het haar toch gewoonlijk aan den moed om inhoud en +degelijkheid te verkiezen boven vormen en schijn, wanneer de groote +meerderheid vóor de laatstgenoemden stemt. + +In het laatste tiental jaren is er in de letterkunde, zelfs in de +werken van vrouwelijke auteurs, een krachtige stem tegen die ledige, +holle vormen opgegaan. Die oppositie werd vooral gericht tegen het +verouderde ideaal der vrouw, volgens hetwelk zelfverloochening de +edelste vrouwelijkheid vertegenwoordigde en tegen het verouderde +begrip omtrent de zedelijkheid, volgens hetwelk de liefde zonder +huwelijk onzedelijk, maar een echt, ook zonder liefde gesloten, +voor zedelijk gehouden wordt. + +De vrouwen welke thans het nieuwe ideaal huldigen: "zelfontwikkeling +tot toewijding van haar persoon en leven aan anderen," ontmoeten +van de vooruitstrevende geémancipeerden onzer dagen dezelfde weinig +beteekenende verwijten als die, welke in 1850-60 gericht werden tot +de voorstanders der toen nieuwe beweging op dat gebied. + +Immers die vroegere émancipatiebeweging had in hoofdzaak ook ten +doel de menschelijke rechten der vrouw te doen gelden, in het +algemeen beschouwd. De latere is er op uit het recht van iedere +vrouw als persoon, te verdedigen; dat is te zeggen: het moet der vrouw +onvoorwaardelijk vrij staan te gelooven, te denken naar haar eigen wil; +zelfs te handelen naar eigen goedvinden, wanneer zij hierbij niet de +rechten van anderen kwetst. Aangezien dat eerste in algemeenen zin kan +worden beschouwd, kon het voor een groot gedeelte collectief worden +beoefend; de zelfstandigheid der vrouw in hare daden moet natuurlijk +het recht van ieder van haar, als persoon, gelden. Dit bedenken de +vrouwen, die voortdurend ijveren voor dat eerste doel, de algemeen +menschelijke rechten der vrouw, niet genoegzaam. Zij dringen er niet +in door, dat elke vrouw niet slechts haar aandeel behoort te hebben +in het algemeene recht als mensch, maar dat ook hare persoonlijke +rechten, overeenstemmend met haar eigenaardigen aanleg en karakter, +gewaarborgd moet worden door de maatschappij. De strijd betreft in de +eerste plaats het recht der vrouw op een, misschien van alle bestaande +leerstellingen en van het tot nu toe gehuldigde ideaal afwijkend, +temperament. Dit is de groote kwestie tusschen de afzonderlijk voor +haar gevoelens pleitende vrouw en de vertegenwoordigsters van het +nieuwe tijdperk in het vrouwelijk bestaan. Dat ieder persoonlijk +karakter een nieuwe wereld is--deze ontdekking die in Shakespeare +zijn Columbus vond--een Columbus, op wiens voetspoor telkens nieuwe +reizigers nieuwe landen wonnen--dit feit, dat in de litteratuur +telkens weder wordt genoemd en toegepast op het leven, is nog +slechts tot enkelen doorgedrongen als eene op ervaring gebouwde, en +door het leven bevestigde, waarheid. Maar dat hiermede althans een +begin werd gemaakt; dat de voorheen, als onwrikbaar vast aangenomen, +gebruikelijke opvatting van den aard en het wezen van den mensch en de +daaruit afgeleide raadselen, meer en meer worden vervangen door eene +persoonlijke, van anderen onafhankelijke beschouwing,--dit hebben wij +wel in de eerste plaats te danken aan de dichters en denkers in onze +dagen; in dezen heeft het conventionalisme zijn ergsten vijand; hun +herkenningsteeken is het diep besef van alle oorspronkelijke krachten +van het menschdom, van de degelijke vraagstukken in het leven. Want al +moge het conventionalisme in de gestalte der napraters tot geestigheden +aanleiding geven, toch is juist het moderne genie een protest tegen +de leer, die elken, op zich zelf gewettigden, maar van de bestaande +regelen afwijkenden blik op de wereld en de kunst, ten hoogste afkeurt. + +De dichter die in het Noorden met éen enkelen slag het veranderde, +vormlijke ideaal der vrouw, die zich onder alle omstandigheden +opofferende, zachtzinnige vrouw, verbrijzeld heeft, is Ibsen, als +hij Nora man en kinderen doet verlaten om getrouw te zijn aan haar +eigen plichten; als hij door "Het spook" in het zedelijk bewustzijn +der menschen tracht te etsen: dat eene vrouw, die aan haar eigen +persoonlijk karakter getrouw is, ook ten nutte van anderen, hooger +staat dan zij, die zich blijft vastklampen aan de eenmaal bestaande +vormen der zedelijkheid, ook al zijn deze zonder zin of beteekenis in +haar bijzondere omstandigheden. En sedert heeft Ibsen voortdurend +de vrijheid onder eigen verantwoordelijkheid gepredikt, als de +verlossing voor het individu. Langzaam-aan is men begonnen naar hem +te luisteren;--gedeeltelijk heeft men hem ook verstaan. Maar men weet +het immers, geen geweten is in dit opzicht meer hermetisch gesloten +dan dat van zekere, door de emancipatie in een opgewonden toestand +verkeerende, vrouwen. Dat alle vrouwen gelijke rechten met de mannen +moeten hebben is de scheering en inslag van het weefsel, dat zij in +hare redevoeringen over de persoonlijke vrijwording der vrouw, op het +getouw zetten. Zij vergeten, dat het recht om te worden wat zij wil, +voor de vrouw evenzoogoed als voor den man, vaak de noodzakelijkheid +medebrengt om datgene wat zij naar haren aanleg en karakter is, te +onderdrukken. Zij vergeten, dat het individu hoogere eischen moet en +mag stellen dan alleen het recht tot de keuze van een werkkring. Zij +zien ze voorbij, die eindelooze schakeeringen in gevoelens, in meening +en karakter, die de oorzaak waren, dat de eischen aan solidariteit in +de opvatting en handelingen der voor de vrouwenbeweging ijverenden, +verliepen in onderdrukking der enkele vrouwelijke persoon. Zeer +zeker is het ook nu nog de waarheid dat aaneensluiting noodig is, +om aan de vrouw, de rechten die haar tot heden onthouden werden, te +verschaffen. Maar elk verplichtend in gesloten gelederen optrekken +is in deze zaak gevaarlijk te achten; immers de vooruitgang in den +toestand der vrouw, in den ernstigen, diepen zin van het woord, +verlangt juist, dat de zoo oneindig verschillende individuen, zoo +onbelemmerd mogelijk, zullen kunnen toonen, waartoe zij op zeer +verschillend gebied, in staat zijn. + +Het dreigend gevaar van den vormendienst in de vrouwenbeweging +uit zich echter niet alleen in de te hoog opgedrevene eischen tot +aaneengesloten handelen, maar ook in de wijze waarop de meening der +tegenstanders wordt "afgemaakt". Het verraadt zich in het gebrek aan +nauwlettende waakzaamheid, die ons zeggen zou, dat de vrouwenbeweging, +op het gebied van den arbeid althans, meer en meer ingrijpt in de +sociale vraagstukken van den dag. Het openbaart zich vooral in de +onbekwaamheid om in te zien, dat de vrouwenbeweging juist door hare +groote vorderingen van den laatsten tijd hoe langer hoe ingewikkelder +wordt en dat hierdoor steeds grooter moeilijkheid ontstaat, om zich +op een beslist maar onpartijdig standpunt te plaatsen tegenover de +daartoe behoorende zeer verschillende onderwerpen. + +Hiervoor is het onder anderen bepaald noodig dat den vrouwen +meer gelegenheid gegeven worde om zich te beschaven en te +ontwikkelen. Goed. Maar of al die inrichtingen van onderwijs +ook de persoonlijkheid als zoodanige ontwikkelen, daaraan zou ik +twijfelen. Immers wij hebben de fijnste en beminnelijkste personen +ontmoet onder weinig geleerde dames van zeventig en tachtig jaar; +en het scherpzinnig eigen oordeel dezer dames, evenzoo als dat van +sommige vrouwen en meisjes, die nimmer geregeld onderwijs ontvingen, +is wel geschikt om onze moderne, over alles meê-pratende, "ontwikkelde" +vrouwen en meisjes beschaamd te doen staan. + +Het is niet meer dan billijk dat het loon voor vrouwelijken arbeid +verhoogd worde; maar wordt die arbeid werkelijk in diezelfde +verhouding beter? Kan men het wel van het meerendeel van die, over +haar lessenaar gebogen zittende vrouwen verlangen, dat zij eene +levendige belangstelling voor haar dagwerk zullen koesteren, terwijl +haar eigen innerlijk wezen slechts aan het woord komt als zij over +eene wieg gebogen staan? + +Er is veel voor te zeggen dat ook dochters van rijke ouders naar een +werkkring verlangen. Maar ligt het gevaar niet voor de hand dat zij, +die met gering loon tevreden kunnen zijn, den arbeid ontstelen aan +andere, misschien meer bevoegde arme vrouwen en mannen, die, omdat +zij van hunne verdiensten moeten leven, genoodzaakt zijn hooger +loon te vragen? Terwijl deze en nog veel meer vragen onbeantwoord +blijven, verbaast men er zich over, hoe het conventionalisme zich +onvoorwaardelijk verheugt over de vele jonge meisjes die studeeren, +of voor een algemeenen arbeid de ouderlijke woning verlaten, waar +zij toch zoo nuttig en noodig zijn; al zouden wij de laatsten zijn, +om den horizont der vrouw, zooals in grootmoeders dagen, tot keuken, +kinderkamer en huiskamer te willen beperken. + +Het is tot heden nog altijd niet beslist of de vrouw, in fysiologisch +en psychologisch opzicht zoo bijzonder welvaart, of hare gezondheid +en gelijkmatigheid verhoogd wordt, door in den strijd om het bestaan +mede te dingen. De vrouw op dit standpunt is een nieuw onderwerp voor +studie en slechts de volle vrijheid tot arbeidskeuze en persoonlijke +ontwikkeling dezer eeuw, zal de stof leveren tot het maken van +weloverwogen gevolgtrekkingen. + +De teekenen des tijds duiden het aan: altijd zal er een op lichamelijk +verschil gebouwd, onvermijdelijk geestelijk onderscheid tusschen den +man en de vrouw blijven bestaan; een onderscheid, dat haar hoogst +waarschijnlijk bij voorkeur tot de in het huisgezin scheppende kracht +zal blijven stempelen, terwijl hij bij voorkeur zich zal blijven +wijden aan den arbeid der kultuur op algemeen gebied en dàar zijn +scheppingsdrang zal trachten te bevredigen. Maar er is geen zeggen +van hoever eene volkomene gelijkstelling met den man, eene onbeperkte +ontwikkeling op het gebied van den arbeid, de vrouw zal kunnen brengen, +ten opzichte van het besturen der maatschappij en van de kultuur, +als groot geheel beschouwd. + +De hierbovengenoemde, in onze dagen door oppervlakkige vrouwen en +meisjes onvervaard nagepraatte gezichtspunten op de vrouwenbeweging, +verhinderen juist de vrouwelijke ontwikkeling van het individu, +door de vele en groote raadselen in de natuur kalm voorbij te zien. + +Daarentegen vormen de eenmaal aangenomene denkbeelden van +zelfverloochening als de uitdrukking der echte vrouwelijkheid, op +hunne beurt het doorbreken der vrouwelijke persoonlijkheid van uit +de nevelen der vormen en gebruiken in de maatschappij. + +Met een zalig gevoel te gronde te mogen gaan voor een innig dierbaar +wezen, is voorzeker een van de schoonste voorrechten der vrouw. Maar +door dit onder alle omstandigheden te verheffen tot haar ideaal, +had de vrouw haar eigen ontwikkeling in den weg gestaan, evenzoo als +die van den man. + +Als men de huwelijken uit de vorige generaties vergelijkt met die van +het jonger geslacht, dan valt er bij de mannen van heden een grooten +vooruitgang waar te nemen, ten opzichte van oplettende teederheid voor +en sympathieke waardeering van de thans meer persoonlijk levende en +hierom meer eischende vrouwen. Beide partijen hebben er bij gewonnen +dat de vrouw begonnen is zich te oefenen in de moeilijke kunst +van zichzelf-opheffende zelfverloochening. Want voor elk waarlijk +liefhebbend vrouwenhart is het oneindig moeilijker haar recht te +eischen dan dit op te offeren. + + + +De vereering van het conventioneele vindt bij voortduring krachtigen +steun bij de opvoeding. + +Voorzeker men onderdrukt tegenwoordig niet meer, of althans hoogst +zelden, de individualiteit van een kind op de voorheen gebruikelijke +ruwe en wreedaardige manier. Maar zij verdwijnt toch hoe langer hoe +meer. In den ouden tijd genoten de kinderen van een zekere vrijheid +in de kinderkamer, waar de ontwakende persoonlijke gewaarwordingen +van blijdschap en verdriet, van liefde en tegenzin, niet voortdurend +in toom behoefden te worden gehouden. Thans zijn de kinderen om en +bij de volwassenen en dit samenzijn legt hun reeds vroeg de taak op +de jonge schouders, van dwang en fatsoen. + +De kinderen moeten bezig gehouden worden, dat is hun recht; zij +kunnen niet meer op hun eigen gelegenheid spelen, want zij hebben +den lust verloren die voorheen gebouwd was op de vrijheid der altijd +weder scheppende kinderlijke verbeeldingskracht; zij hebben er ook +den slag niet meer van om "aardig alleen te spelen". + +Op deze manier hebben de ouders geen rust en de kinderen +evenmin. Altijd met volwassenen te zamen zijnde, worden zij zoo +aanmatigend, dat de gehoorzaamheid er onder lijden moet. Dus leeren zij +zich niet voegen; zij raken niet gewoon aan de voor hunne ontwikkeling +zoo noodige orde en tucht; zij leeren ze niet, die moeilijke, maar +onmisbare les van levenswijsheid: hunne opwellingen van minder +beteekenis te onderdrukken voor iets van ernstiger aard en ook in +deze zich te voegen onder de beproevingen van het kinderleven--eene +ontginning van de woeste gronden van het kinderlijk karakter, +waarmede men zeer vroeg beginnen moet om er een vruchtbaren akker +van te kunnen maken. + +Deze ontginning heeft plaats als de opvoeder zelf duidelijk weet, +wat hij als hoofdzaak bij de ontwikkeling van het kinderlijk +verstand beschouwt en hiermede rekening houdende, zijn bevel en +verbod weet toe te passen; deze moeten weinig in aantal zijn, maar +onwrikbaar vast gehouden worden als wetten der natuur; en waar tegen +deze gezondigd werd, moet hij het kind niet met door hem bedachte, +onzinnige straffen plagen, maar het eenvoudig de gevolgen van zijne +ongehoorzame handelwijze laten ondervinden en aanwijzen. Zoodoende kan +men, door zich aan vaste beginselen te houden, een natuurkind vormen +tot een beschaafd mensch, dat uit ontzag voor zichzelf en anderen, +zijne driften, als die met de maatschappij in botsing komen, weet +te beteugelen,--zonder dat daardoor het persoonlijk gevoel wordt +onderdrukt. Want buiten het gebied dezer bestaande, onveranderlijke +wetten, moeten de kinderen nooit worden gedwongen of aangemaand, om +in strijd met hunnen aard en aanleg te handelen; laat hen daarin hunne +gezonde zelfzucht en hun eigenaardigen smaak ongehinderd botvieren. + +Er zijn vele moeders die, door zichzelve onverstandig al te zeer op den +achtergrond te plaatsen, de volstrekt niet te verdedigen zelfzucht +harer kinderen aankweeken. Daarentegen verlangen zij op andere +oogenblikken van diezelfde kinderen eene mate van zelfbeheersching, van +bedachtzaamheid, gematigdheid en ontzag, die een geheel leven meestal +niet in staat was, die moeders te leeren. Van de zachte stof die +bedoeld was een persoonlijk wezen te worden, maken ouders, dienstboden +en onderwijzers een man of vrouw van de wereld; in sommige gevallen +een bruikbaar lid der maatschappij--maar zeer zelden een mensch. + +Deze vorming noemt men opvoeding. Nu moet wel een gedeelte van +de vroegste opvoeding inderdaad in zulk vormen bestaan, zooals ik +onlangs zeide. Maar na de eerste levensjaren moet het hoofddoel der +opvoeding wezen, juist al wat louter vorm is, te verjagen; de volle +vrijheid te laten tot ontwikkeling van de éenige kracht, die in 't +groot geheel beschouwd, voor de menschenwereld het feit dat nieuwe +geslachten de ouden vervangen, belangrijk maken kan: de kracht der +nieuwe, oorspronkelijke persoonlijkheid. + +Ieder kind vormt een nieuwe wereld--eene wereld, waarin zelfs niet +het oog der teederste liefde geheel vermag door te dringen. Hoe +trouwhartig dat open kinderoog ons moge aanzien; hoe vol vertrouwen +het zachte handje in onze hand wordt gelegd--toch zal dit jonge +menschenkind ons misschien later kunnen vertellen hoeveel verdriet +het er van gehad heeft, door ons te worden behandeld alsof kinderen +eenvoudig herhalingen van het bestaande waren, niet oorspronkelijke, +nieuwe, persoonlijke schepsels. En in zekeren zin is het kind ook +eene herhaling van de kindernatuur in alle tijden; maar tegelijk, +en in een veel hoogeren graad, eene geheel nieuwe samenstelling +van hoedanigheden naar geest en lichaam; die aanleiding geven tot +blijdschap en smart, tot kracht en zwakheid. + +Dit nieuwe jeugdige menschje moet, op eigen verantwoordelijkheid, op +goed geluk vertrouwend, het vreeselijk-ernstige leven intreden. Wat +het zal kunnen leveren aan scheppende krachten, aan nieuwe beginselen; +wat het bezitten zal aan geestelijke veerkracht onder den druk van het +noodlot; aan de kracht om gelukkig te maken en gelukkig te zijn--dit +alles hangt, behalve van de aangeboren natuur, in zeer ernstige mate +af van de manier van opvoeding, die op dit persoonlijk kindergemoed +wordt toegepast. + +Reeds Goethe klaagde er over dat de ouderlijke tucht,--de opvoeding +over het algemeen,--trachtte persoonlijke wezens tot ledepoppen te +maken. En dit is sedert nog veel erger geworden; de opvoeding is +door schoolmeesters in de hand genomen, maar er niet zielkundiger +op geworden. + +Alleen hij die de gevoelens, den wil en de rechten van het kind +behandelt, evenzoo voorzichtig als die van een volwassen mensch; die +aan de persoonlijkheid van het kind geen andere beperkingen opdringt +dan die der natuur en dezulke die op goede gronden noodig zijn voor het +welzijn van het kind en zijne kameraadjes, alleen hij kan met recht +aanspraak maken op den naam van een opvoeder der jeugd. De opvoeding +behoort zeker ten doel te hebben de persoonlijke ontheffing van de +overmacht der eigene hartstochten. Maar nooit mag zij haar streven zoo +ver richten die hartstochten uit te roeien of ter zijde te dringen. Zij +toch vormen juist de kracht der persoonlijkheid, die nu eenmaal niet +kan bestaan zonder gevaar voor de daaraan gepaard gaande gebreken. + +Het overwinnen van de in elk gemoed levende gebreken door het +opkweeken der daarmede gepaard gaande goede hoedanigheden in datzelfde +gemoed--dit alleen is eene zuiver persoonlijke opvoeding. En deze +methode werkt uiterst langzaam; het onmiddellijk handelen beteekent +hierbij zeer weinig; de geestelijke atmosfeer van de huiskamer, +huiselijke gewoonten en illusies zijn daarentegen bijna alles. Het +komt er vooral op-aan dat de opvoeder de kunst versta van afwachten, +van het berekenen der werking die de toekomst zal geven--minder waarde +te hechten aan het heden. + +Er zijn ouders en opvoeders die gelooven het kind voor later verdriet +te bewaren door het "in zijne eigenzinnigheid tegen te gaan", zooals +men dit noemt. Men bedenkt dan niet, dat door op deze wijze een kind +te dwingen iets te doen dat lijnrecht in strijd is tegen zijnen aard, +niets anders bereikt wordt dan dien natuurlijken aanleg te verflauwen; +vaak zelfs behoudt men alleen de zwakheid van het karakter, zonder +de daarmede vroeger vereenigde kracht. + +Vaak denkt men er niet eens zooveel bij en wordt men alleen tot zulk +eene handeling geleid, door het gedachteloos navolgen van den ouden +sleur, die leerde dat zelfverloochening het ideaal van den mensch +is. Men onderdrukt den lust tot onderzoek in zijn ondernemenden +geest; men kwetst zijn zoo bijzonder prikkelbaar gevoel voor 't +schoone; men oefent dwang uit op zijne meest persoonlijke uitingen, +zijne bewijzen van teederheid; men berispt zijn tegenzin en dempt +zijne geestdrift. Onder deze en dergelijke inbreuken op hunne +persoonlijkheid, op hunne bijzondere gevoelens en neigingen groeien +de kinderen, vooral de meisjes, tegenwoordig meest allen op. Daarom +is het waarlijk niet te verwonderen dat de volwassenen zelden op +hunne kindsheid terug zien als op een gelukkigen tijd. + +Een krachtig bewustzijn van te leven, 't gevoel van volheid, +heelheid, veelzijdige krachtsontwikkeling, van willen en kunnen--dat +is geluk. Kinderen hebben dezelfde voorwaarden tot geluk, eigenlijk +meer nog dan volwassenen, want zij kunnen van dien levenslust meer +onverdeeld genieten. Men moest hen van deze mogelijkheid om gelukkig +te zijn vrij laten gebruik maken zoolang zij nog onder de leiding +hunner ouders staan en dezen macht over hen hebben. Maar al te spoedig +beginnen zij, op hun eigen handje proefnemingen te doen; geld te +verdienen, 't vermaak op te zoeken; en in dat gevaarlijke tijdperk +van het jonge leven blijkt geene opvoedingsmethode van grooter invloed +en van meer belang te zijn, dan deze: te zorgen dat het kind niet te +veel is opgevoed, zoodat het eigen krachten over heeft voor het rijke, +maar ernstige, leven dat hem wacht; dat wil zeggen: om 's levens lasten +te dragen; van zijne vreugde te genieten; zijn arbeid te verrichten; +zijn eigen oordeel te behouden; zich met hart en ziel toe te wijden +aan de hem opgelegde levenstaak;--dit toch is de groote en éenige +voorwaarde om gelukkig te kunnen leven, te beminnen en te sterven. + +Er ligt een diepe waarheid in het oude gezegde: "Den kinderen +behoort het hemelrijk." Want geen onzer kan het hoogste bereiken, +zonder eenvoud, onbaatzuchtigheid en volharding, om zonder eenige +bijbedoeling alles dienstbaar te maken aan dat éene doel. Dit nu is +juist de groote kracht van het kinderhart. Heeft eene moeder door +hare opvoedende leiding die heilige kracht bewaard en tot bewustheid +ontwikkeld, dan heeft zij niet alleen een nieuw schepsel, maar een +nieuwe persoonlijkheid aan de maatschappij gegeven. + +Maar de opvoeding, in huis en in de school, slaat tegenwoordig juist +de hier tegenovergestelde richting in. Het versplinteren van het +persoonlijk wezen en karakter is dien ten gevolge het groote kwaad +onzer eeuw.-- + + + +Maar de mensch is gelukkig een sterk gebouwd organisme. Zij, wier +persoonlijkheid door hunne opvoeding geknakt of onderdrukt werd, +kunnen zich toch uit die vernederende gebogen houding oprichten, +zichzelf baanbreken tot vrijheid van ontwikkeling, als zij zich van +de groote waarde dezer vrijheid helder bewust worden. + +Weinige menschen, en onder dezen weinige vrouwen, kunnen op genialiteit +roemen. Maar al is ook slechts bij enkelen de kiem voor een groote +persoonlijkheid aanwezig, toch zouden de meesten wel een zekeren graad +van zelfstandigheid kunnen ontwikkelen, ook na een mislukte opvoeding, +als zij er zich met vollen ernst op toelegden. + +Maar hiervoor is moed een eerste vereischte; moed en volharding. + +Als het waar is dat "gebrek aan verstand gebrek is aan moed" dan is +dit nog meer waar ten opzichte van gebrek aan individualiteit. + +Hier is al aanstonds eene der redenen gevonden waarom men onder +de vrouwen minder persoonlijke zelfbewustheid ontmoet dan onder +mannen. Een man is meer door-en-door ijverende voor zijne idée, +zijn doel waarvoor hij arbeidt; hij is meer intensief in zijn +weten en willen. Dien ten gevolge wordt hij vaak--juist als een +kind--éenzijdiger, zelfzuchtiger, maar tevens meer éen geheel vormende, +dan eene vrouw onder dezelfde omstandigheden wezen of worden zal. + +Zij is, behalve in de liefde, zelden geheel van éen onderwerp +vervuld. Het valt haar dus minder moeilijk om het gevoelen van +anderen te ontzien en voorzichtig op alles en allen rondom haar te +letten. Zij is beweegelijker, meer gevoelig voor van buiten op haar +werkende indrukken, veelzijdiger en buigzamer dan de man--en hierin +ligt hare kracht. Maar evenzoo goed als bij den man, is deze gewonnen +ten koste van een daaraan gepaard gaand verlies. Want het evenwicht +in alle dingen te behouden is nu eenmaal zoo moeilijk voor ons, +menschenkinderen, dat eene deugd vaak niet de uitkomst is van eene +vermenigvuldiging-som, maar van een aftreksom. + +De man is de bevoorrechte schepper van nieuwe gedachten en nieuwe +instellingen door zijn grooteren moed om 't gevaar te trotseeren, +door zijn krachtiger wil; de vrouw, het ligt in haren aard, blijft +meestal angstig volhouden met "hetgeen altijd zoo geweest is." Zij +waakt trouw niet alleen over de zeden, gebruiken en tradities van +eigen huis en haard, maar ook van de uit vroeger dagen overgeleverde +vormen en rechtsbegrippen in de maatschappij kan zij moeilijk afstand +doen. Nu is het duidelijk, dat deze algemeene vasthoudendheid aan het +eenmaal bestaande die in de natuur der vrouwen ligt, eene der grootste +hinderpalen moest vormen voor de ontwikkeling van het vrouwelijke +individu, op zich zelf staande. + +Voor de persoonlijke zelfstandigheid van den man is het vaak moeilijk +om zich te ontwikkelen, doordien hij in den regel met verscheidene +anderen tezamen moet werken en aldus door partijzucht of kruiwagens, +door het vooruitzicht op bevordering of op andere voordeelen, in +zijne handelingen beperkt wordt. + +De persoonlijkheid der vrouw wordt meer gekneld door het vasthouden aan +eenmaal gebruikelijke vormen en begrippen van zedelijkheid; door haar +conventioneel ideaal. Zij wil het groote onderscheid tusschen eene +zelfopofferende liefde van hooge waarde en eene zelfverloochening, +die in geen enkel opzicht iets beteekent, liever niet zien. Zij +wantrouwt haar eigen natuurlijk oordeel over goed en kwaad, zoodra +dit instinct haar ook slechts een haarbreedte zou doen afwijken, van +de gehuldigde en algemeen gebruikelijke vormen in de samenleving. Hem +die tegen een dergelijk begrip heeft gezondigd wil zij wel vergeven, +onder voorwaarde dat hij de wettigheid daarvan erkent; maar haar +oordeel is zonder mededoogen over den schuldige, die tegen het +principe handelde, omdat zijne opvattingen omtrent goed en kwaad, +niet met de nu eenmaal bestaande zienswijze overeenstemden. Zij +vermengt in haar vonnis temperament en beginselen, leer en leven, +op een treurige wijze door elkander en deze vermenging is de oorzaak +van alle geestelijke dwingelandij, van elke sociale onverdraagzaamheid. + +Dit geldt vooral met het oog op de onderwerpen die de verhouding +tusschen de twee geslachten onderling raken. Hier staat namelijk ieder, +die eene van de gebruikelijke vormen afwijkende opvatting te kennen +geeft, eene opvatting die ook maar eenigszins in botsing komt met het +conventioneele vrouwelijke ideaal, bloot aan alles behalve vleiende +gevolgtrekkingen en grievende lasterpraatjes over zijn persoonlijk +leven. Van de zijde der vrouwen moest het waarlijk--althans wanneer er +sprake is van eene vrouw--wel worden bedacht, dat er niet slechts een +gloeiend geloof, maar ook een rein geweten vereischt wordt, voor den +moed om de samenleving in een van haar meest geliefde vooroordeelen +te trotseeren. + +Het conventionalisme der vrouw bereikt zijn toppunt in het +gedachtelooze en gewetenlooze napraten, waardoor een aantal vrouwen +haar geestelijk peil verlagen, haar karakter bederven en ten slotte +haar eigen persoonlijkheid laten opgaan in die van iedereen. + +Eene vrouw die op werkelijke beschaving aanspraak wil maken, +bewijst dit onder anderen, door het vermijden van elke geleende, +of geveinsde weelde. Zij vindt het verachtelijk om door den schijn +indruk te maken en daarom vermijdt zij in hare kleeding en huisraad +elke onechte versiering. + +Maar diezelfde vrouw geeft kalm oordeel en opvatting die zij van +anderen napraat, voor echt uit. Zelfs al bezat zij die, zou zij toch +den moed niet hebben om een frissche, oorspronkelijke gedachte te +uiten; om blijk te geven van een warm, buiten den algemeenen regel +werkend, gevoel. Hare vervalschingen worden door andere napraatsters +van den eenen kring naar den anderen overgebracht. Hierdoor ontstaat +"de algemeene beoordeeling" van de meest kiesche vraagstukken des +levens, van de ernstige raadselen, waarvoor men de aanleiding zou +moeten kennen om ze ook maar uit de verte te verstaan. Hierdoor +worden schoone en edele daden in een twijfelachtig licht geplaatst en +vuige lasterpraatjes voor waarheid aangenomen. Aldus wordt de lucht +verontreinigd door de opstuivende zandkorrels waaronder het werk en +de eer van een medemensch begraven wordt. + +Maar een op die wijze begraven werk, of goeden naam, kan nog worden +opgedolven. Alleen de lasteraars zelf lijden er ten slotte het +meeste door. + +Want alles in de wereld hangt samen: het leven bestaat uit oorzaak +en gevolgen. Niemand leeft ongestraft uit de tweede hand. Wij kunnen +op intellectueel gebied onmogelijk vooruitdringen met het leengoed +van anderen, zonder hierdoor persoonlijk verlies te lijden aan +zedelijken inhoud. Wij waren heden onbillijk ten opzichte van een +boek, eene schilderij of een tooneelstuk, door dit te beoordeelen +met de woorden van een ander, die wij voor onze opvatting wilden +laten doorgaan; of omdat wij den moed niet hadden onze ingenomenheid +ermede te toonen, in geval "de critiek" hierover anders denkt: of +door eene verontwaardiging te veinzen, die wij geenszins gevoelden, +maar die anderen van ons verwachtten, in naam der mode of van het +fatsoen. Morgen zullen wij even onbillijk--laat ons zeggen even +oneerlijk--worden, tegenover een medemensch of tegenover onze eigen +overtuiging--en zulk eene onrechtvaardigheid, zulke valschheid kan +van grooten invloed worden op een geheel levenslot. + +De slotsom van geestelijken rijkdom, van geestelijke waardecijfers, +vermindert natuurlijk, als wij verzuimen ons eigen cijfer erbij te +tellen. Dit moge groot zijn of klein, rijk of gering,--als wij het +zelf hebben gevoeld en gedacht, als het oorspronkelijk ons eigendom +is, beteekent het voor anderen oneindig meer, dan hetgeen wij slechts +napraten, ook al is onze zegsman eene autoriteit. In gevallen waarin +wij genoodzaakt zijn om ons op anderen, die meer weten dan wij, +te beroepen, dringt eerlijkheid en goede trouw er ons toe, onze +verplichting aan hunne meerdere kennis openlijk uit te spreken. + +Ieder van ons mag zich slechts verheugen in een zeer klein gedeelte +der uitkomsten van beschaving en cultuur; zelden zijn wij in staat +over meer dan een enkel geval met zekerheid te oordeelen. Maar één +ding kunnen wij allen leeren: in te zien dat het een bewijs is van +beschaving, geen oordeel te geven over onderwerpen waarvan wij geen +verstand hebben. Laat de goede toon ons hiertegen doen waken; evenzoo +als men zich de weelde van juweelen te dragen ontzegt als men geen +echte steenen heeft, evenzoo moet men zich onthouden van een oordeel +over personen en zaken, waarover men niet door eigen aanschouwen +of kennismaking zelf oordeelen kan. Wanneer deze oprechtheid, dit +ronduit verklaren van onbevoegdheid om onze meening over dergelijke +onderwerpen of personen te zeggen, meer algemeen wordt beschouwd als +een bewijs van beschaving, dan zal de vrouwelijke cultuur in deze +richting eene bijna even groote schrede hebben gedaan, als toen de +vrouw als student op de universiteit werd toegelaten. + +Want, naast de mogelijkheid om een ruimeren blik op vele dingen te +verwerven, staat op het gebied der ernstige ontwikkeling de gave om +te begrijpen hoe begrensd die blik nog is, de moed om openlijk te +bekennen, welke kennis ons ontbreekt. + +Moed en oprechtheid--deze hoedanigheden zoeken wij helaas nog vaak +te vergeefs bij de vrouw; toch moeten juist deze toenemen, zal de +persoonlijkheid der vrouw groeien. + +Dit groeien wordt niet bevorderd door het studeeren der jonge meisjes, +al nemen zij hare studie nog zoo ernstig op; ook niet door de een of +andere taak in de samenleving voor hare rekening te nemen, al brengt +deze een zeer groote mate van verantwoordelijkheid mede. Niets van +dit alles werkt gunstig op de geestelijke ontwikkeling van hare +persoonlijkheid, tenzij eigen onderzoek en eigen keuze dit middel +tot hare beschaving en haren arbeid inderdaad tot een organisch +gedeelte van haar eigen leven hebben doen worden. Die keuze, dat +onderzoek zijn dan de hoofdfactoren. De vrouwelijke persoonlijkheid +te ontwikkelen--van binnen uitgaande--dit is het groote vraagstuk +der vrouwenbeweging; haar vrij te doen worden van de hedendaagsche +nietsbeteekenende formules; haar moed te geven zich te toonen zooals +zij is, te bekennen wat zij niet is--ziedaar het groote en ernstige +doel van de zoo vaak verkeerd begrepen émancipatie der vrouw. + + + + + +MOED. + + +Er zijn altijd jong blijvende woorden, woorden wier echte goudklank +nooit tot een ontvankelijk oor doordringt, zonder dezelfde +gewaarwordingen te voorschijn te roepen als toen zij, misschien +duizend jaar geleden, voor het eerst werden uitgesproken;--toen als +een nieuwe uitdrukking voor het innig besef van dien tijd. + +Onder deze woorden en spreuken van een eeuwige jeugd is er een, +die voor den eersten keer door den welsprekendsten mond in Hellas +verkondigd werd: + +"Geloof dat het geluk bestaat in vrijheid--en dat vrijheid is moed!" + +De inhoud van die spreuk kon voor Pericles voorzeker niet dezelfde +beteekenis hebben als voor ons. + +Onder vrijheid verstond men feitelijk de onafhankelijkheid van den +eenen staat tegenover den anderen; met moed werd vooral de deugd van +dappere verdediging des vaderlands bedoeld. + +Toch is het best mogelijk dat er bij den minnaar van Aspasia en +den vriend van Socrates, een vermoeden heeft bestaan van den tijd, +wanneer die schoone woorden, in dieperen zin, zouden beteekenen de +onmisbare voorwaarde tot welvaart en geluk; zoowel voor het geluk +van de op zichzelfstaande persoonlijkheid, als voor de vrijheid eener +geheele natie. + +Edele woorden groeien in dezelfde mate als de menschheid groeit. Wij +begrijpen het nu, dat de enkele mensch evenmin geluk en vrijheid +vinden kan als de geheele Staat, wanneer de moed hem ontbreekt. Maar +hangt het dan wel van ons-zelf af moed te hebben of niet? + +Zeer zeker. Moed is eene hoedanigheid die verkregen wordt door hem +of haar die haar wil verkrijgen; maar men moet willen, met ernst +en volharding. Er zijn menschen die met een hun aangeboren moed ter +wereld komen, maar de meesten hebben, voor het grootste deel althans, +hun moed zelf gekweekt. + +Er is geen eigenschap die door oefening sneller toeneemt. Als men +het in onze samenleving maar duidelijker begreep dat moed den grond +vormt, waarop het karakter en de wilskracht gebouwd is, dan zouden +bijna alle menschen tot moedige wezens kunnen worden opgevoed. + +Maar in de plaats van ons reeds vroeg te leeren willen, kiezen en +overwegen, leert men ons toe te geven en te buigen; het droombeeld van +vrij onzen eigen weg te gaan te onderdrukken en alleen onzen boozen +geest te volgen. Men maakt er ons opmerkzaam op, hoe verwaand het is, +een opzichzelfstaand geheel te willen beteekenen en hoe nuttig, éen van +de vele nullen te zijn die, vereenigd, eene millioen helpen vormen. Men +zegt ons dat voorspoed en vooruitgang in lijnrechte tegenstelling +zijn met het streven naar vrijheid; men wil ons overtuigen dat de +mogelijkheid om "gelukkig te maken" onvereenigbaar is met den wensch +om op onze eigene manier gelukkig te zijn. Men richt onzen blik op de +hoogte der samenleving, waar de menigte haar offer aan het vooroordeel +brengt en men waarschuwt ons, toch vooral ons niet te voegen bij de +kleine minderheid die, met ongebogen knie en fier opgeheven hoofd, +door de wereld gaat. + +Men zorgt er voor het ons reeds vroeg bij te brengen hoe slecht het +altijd is afgeloopen met de overmoedigen, die hunne vrijheid van +denken en handelen onder den druk der partijen hadden trachten te +behouden; die dwazen, die trouw te zijn jegens hun eigen persoon voor +belangrijker hielden dan gelijk te staan met anderen; die hunne eigene +overtuiging verdedigden en volgden; die rond voor hunne opvatting van +het leven uitkwamen, in plaats van anderen na te praten; die leefden +van eigene middelen, liever dan van vrienden en kennissen te leenen; +die aan de opwellingen in hun eigen hart gehoor gaven en niet aan +die van zekere, heerschende kringen in de maatschappij; in éen woord, +hoe het die allen gegaan is, die eigen oordeel en meening verkozen te +hebben en zich niet wilden tevreden stellen met "de algemeene opinie". + +Natuurlijk hebben die overmoedigen hun welverdiend loon +ontvangen! Hunne vrienden beklaagden er zich over nooit te weten +wat men aan hen had en haastten zich hen te verlaten, onder innig +leedwezen over hunne afvalligheid. Hunne vele kennissen hadden het +altijd wel geweten dat zij "onberekenbare, karakterlooze menschen +waren, die men nooit volkomen vertrouwen kon." En de aaneengeslotene, +toonvoerende meerderheid heeft het klaar en duidelijk bewezen dat +zij gevaarlijke menschen zijn, menschen "zonder beginselen". + +Waarlijk, om door dit oordeel te worden getroffen behoefden die +menschen volstrekt niet met een nieuwen vorm van godsdienst aan +te komen, of met al het bestaande omverhalende leerstellingen in +de maatschappij! + +Het was voldoende dat zij hunne beste krachten er aan hadden gewijd +om de onderdrukking van eene partij ten opzichte der andere te +verhinderen; dat zij hunne afkeuring over een onrechtvaardig oordeel +te kennen gaven en over het toepassen van gewetensdwang. Of dat zij het +karakter van een persoon verdedigden, hoewel zij zijne levensopvatting +niet huldigden; of voor die opvatting pleitten, hoewel zij zich voor +zijn karakter niet verantwoordelijk konden stellen. Ja, soms is het +wel voldoende gebleken dat iemand in een kring van conservatieven +durfde te beweren dat niet iedere radikaal een dubbelzinnig karakter +is, of in een gezelschap van radikalen te zeggen, dat niet ieder +conservatief man een domkop is, om zelf in een zeer twijfelachtig +licht te worden geplaatst ten opzichte van zijne eer, van zijn naam +als fatsoenlijk man en van zijn gezond verstand. + +Laat men zich nu niet bijtijds door de vrienden waarschuwen, maar +blijft men volharden in zijn idiosynkrasi om zijn eigen meening te +zeggen, de stem van zijn geweten te volgen, te oordeelen naar de +mate van 't verstand dat hij heeft--dan hangt het van de minste +of geringste toevalligheid af welk einde zoo iemand neemt: òf de +langzame hongerdood, òf wel een beklagenswaardig alleen-staan in de +wereld zijn lot wezen zal. + +En toch--ondanks dit alles hebben er in elke generatie menschen geleefd +die het durfden wagen zich zelf te zijn; die onbeschaamd genoeg waren +om te denken, te handelen, te beminnen, te dichten en te scheppen, op +hun eigen hand! Dit zijn de menschen die thans nog in ons midden leven; +zij, wier moed door hunne tijdgenooten met driestheid of brutaliteit +werd aangeduid, maar die door het nageslacht worden bezongen en +gevierd als groote mannen, aangebeden als openbaringen van wijsheid +en licht. Hunne bezwaren waren geheel dezelfde als de onze. De held +van ieder tijdperk moet het hoofd bieden aan de verzoeking die hem +nadert in den vorm van eer en een rijk bestaan; aan de meesterachtige +critiek van zijn tijd; aan den druk der partijen; aan kleingeestige +oudewijvenpraat--ja zelfs aan het toejuichend gekwaak der kikkers in de +sloot! Maar die helden hebben toch overwonnen, dank zij hun moed. Elk +tijdvak waarin nieuwe denkbeelden hun weg vonden, elk tijdvak vol licht +en gloed, vanwaar scheppende of verjongende krachten uitgingen--is +onbetwistbaar een tijdvak geweest dat vele moedige menschen opleverde. + +In zulke dagen vereischt het geen bijzonderen moed om dapper te zijn; +want moed is eene hoedanigheid die het gemakkelijkst van alle deugden +op anderen overgaat--de lafheid uitgezonderd! + +Alle ledige, dorre tijden, zonder glans en leven, waren laf. Wanneer +de moed niet in den dampkring ligt is er meer voor noodig om dien te +behouden, of te oefenen, dan in een gunstiger tijdperk. + +De dagen waarin wij leven zijn er juist niet naar om den moed aan +te kweeken en dezen tot zijn recht te doen komen. Want alle tijden +van overgang zijn gevaarlijk voor den moed, die in buitengewone +mate versterkt wordt door getrouwheid aan vaste beginselen, door de +overtuiging te strijden voor zijn goed recht. + +Maar, al gaat nu onder een tijd van worstelen en strijden aan den +eenen kant licht de moed verloren, daartegenover staan andere, en +gewichtiger redenen om te trachten dien te herwinnen, waar men zich +telkens geplaatst ziet tegenover de keuze tusschen nieuwe botsingen +en nieuwe inzichten. Er is moed noodig om de waarheid te zoeken, +maar ook om haar des noods te kunnen missen, als zij voor ons niet +duidelijk zichtbaar is; moed om werkzaam te zijn--maar ook moed om +te rusten. Er wordt moed vereischt om het geluk vast te houden als +het onder ons bereik is gekomen--ook om het prijs te geven, wanneer +de omstandigheden er toe leiden. Soms ligt het grootste bewijs van +moed in afwachten; dan weer in wagen en ondernemen. Heden kost het +moed om alleen te staan--morgen om mij bij mijne geestverwanten aan +te sluiten; nu eens om voor mijn goed recht op te komen--dan weer om +het prijs te geven. + +Zonder moed kan men niet haten en nog minder liefhebben. Zonder moed +kan men niet in waarheid leven noch sterven. + +Laat ons moed hebben--moed in de eerste plaats; en wij zullen tot +de bemoedigende ontdekking komen dat wij meer vrijheid en meer geluk +bezitten, dan wij dachten. + +Wij zijn heusch niet zoo boosaardig, of zoo dom, of zoo kleinzielig +en "laag bij den grond" als wij schijnen. Alleen zijn wij +veel laffer dan wij zelf denken. Uit lafheid mishandelen wij +elkander--vervelen,--verdrukken--verongelijken wij elkander. + +Laat ons die lafhartigheid bestrijden--en het leven zal weder schoon +voor ons worden met zijne vele scheppende krachten die vrij komen; +door de algemeene welwillendheid die overal werkzaam is; door alle +sympathie, die lust tot handelen wekt; door alle gedachten en gevoelens +die hun invloed rechtstreeks op ons uitoefenen. + +Nooit vermoedde eigenaardige hoedanigheden bij ons zelf en anderen, +zullen een schat van afwisseling en schakeeringen te voorschijn roepen, +waar men meende niets dan armoede en stilstand--dus achteruitgang--te +kunnen verwachten. De som van levenslust en levenskracht zou tot +in 't oneindige vermenigvuldigd worden als wij den moed hadden om +allen tezamen het groote waagstuk te ondernemen! Als wij nu eens het +vertrouwen dat wij gevonden hebben openlijk bekenden; als wij eerlijk +rekenschap durfden te geven van het geloof dat wij nu hebben in de +plaats van het vroegere dat wij verloren? Als wij ronduit verklaarden +wat onze eigen overtuiging is--niet de van anderen geleende vormen; +als wij durfden te bouwen op eigen ervaringen, zelfs al werden wij +hierdoor van onze geestverwanten gescheiden? + +Als wij den moed hadden te blijven twijfelen, waar wij bij anderen +verzekerdheid vinden en onze overtuiging te behouden, ook al +ontmoetten wij twijfel daaromtrent bij anderen? Als wij eerlijk de +deugden van onze tegenstanders durfden erkennen en de gebreken van +onze geestverwanten? Als wij den moed hadden vrijgevig te zijn met ons +vertrouwen maar zuinig met onze oordeelvellingen? Als wij in ootmoed +ons hoofd durfden te buigen ten opzichte van dingen waarvan wij geen +verstand hebben, maar fier opstaan, waar het geldt de zekerheid, +die wij met worstelen en strijden gewonnen hebben, te verdedigen? Als +wij naar onzen eigen smaak, en rekening houdende met onze middelen, +durfden te leven; in bescheidenheid te genieten op onze wijze en +er ons aan gewenden te zien dat anderen dit eveneens doen? Als wij +ons meer oefenden in de groote kunst, de beweegredenen der daden van +anderen te erkennen, ook al zijn wij genoodzaakt hen tegen te spreken, +en hunne handelingen af te keuren, hoewel wij hen persoonlijk hoog +achten? Als wij het er eens op waagden elke partij te laten voor wat +zij is--behalve onze eigen overtuiging? + +En ten laatste: als wij den moed hadden onze lafhartigheid in te +zien en die bij haar waren naam te noemen in de plaats van die te +verschuilen achter fraaie woorden als: eerbied, bescheidenheid, +ontzag voor de meening van anderen; gematigdheid en tact? Dan zouden +wij een geheel andere maatschappij zien worden! + +Weldra zouden wij het gezellig verkeer de plaats der vroegere +maskerades zien innemen; debatten, de twisten en het spel met ijdele +woorden zien vervangen; de daad zou de vroegere spiegelbeelden +vervangen; oorspronkelijke scheppingskracht, de eenvoudige +herhaling van het bestaande; gedachtenwisseling over verschillende +gezichtspunten, het verdacht maken van die opvatting; eigene +levenservaring de eenmaal gebruikelijke holle vormen; wáár gelooven, +de van buiten geleerde formules. In één woord: wij zouden van onze +vrijheid genieten terwijl wij nu daarentegen aan snoeren geregen, +in pakken gebonden, met étiquetten beplakt, in partijen gesorteerd, +op een lijst ingeschreven, in verschillende categoriën verdeeld en +in uniform gekleed worden! + +"Maar zou de baatzucht niet een al te groote ruimte gaan beslaan indien +de moed aan ieder persoon het recht eener plaats toekende?" vraagt +misschien een altruïst. + +Is dan niet juist de lafheid boosaardig? Wordt er niet vaak grooten +moed vereischt om vriendelijk te zijn en goed? Is niet vrijheid de +éenige voorwaarde om tot echte humaniteit te geraken? Dringt het besef +van onafhankelijke vrijheid niet onwillekeurig tot edelmoedigheid +jegens anderen die niet vrij zijn? Gaat geduld niet samen met +moed? [1] Moest niet de prediker van onbaatzuchtige naastenliefde +juist in den dood gaan omdat hij den moed bezat alleen te staan en +geen partij rondom hem te vormen; den moed om zichzelf te zijn; +de banden waarin zijn tijd geboeid lag te verbreken; den moed te +gelooven in de vrijheid?! + +Daarom is er in het goddelijk gebod, aan anderen te doen wat wij +zouden wenschen dat anderen ons deden, niets dat strijdt tegen het +betoonen van moed. In tegendeel. In dit gebod ligt--uit een ander +gezichtspunt--eeuwig dezelfde schoone gedachte als in de vermaning +van den Helleen: + +"Geloof dat het geluk bestaat in vrijheid en dat vrijheid is: moed!" + + + + + +VRIJHEID. + + Ueber der Pforte unserer Zeit steht: + "Verwerthe Dich!" + + Max Stirner. + + +"Persoonlijke vrijheid"--deze uitdrukking is bijna tot een +algemeen wachtwoord gemaakt, hoewel slechts enkelen begrijpen +welke beteekenis in het woord ligt. Hoevelen weten inderdaad wat er +vereischt wordt om dag aan dag, jaar na jaar, den inhoud er van te +verwezenlijken? Hoevelen hebben er hunne nachtrust aan opgeofferd, +aan het peinzen over wat zijn of haar eigen ik beteekent, en hoe die +persoonlijkheid inderdaad als zoodanig hare taak zal volbrengen in +de maatschappij? + +Zichzelf persoonlijk vrijmaken--dat is onder anderen een voortdurend +luisteren naar de tonen in ons gemoed om te trachten den grondtoon te +ontdekken. En heeft men dien gevonden, dan eischt het streven naar 't +bereiken van persoonlijke vrijheid, dat men met open oog zoekt naar de +behoeften van geest en hart, en daaraan tracht te gemoed te komen. Dat +men zich op de juiste wijze vormt en zijne ontwikkeling met ernst in +de hand neemt; dat men luistert naar de stem van eigen ervaring in +het leven; zijne eigene gewoonten, voor zoover daar eenigen zin in +ligt, veredelt en dus zijne eigenaardige oorspronkelijkheid kweekt en +krachtiger doet worden. En ook dat men daarentegen zooveel mogelijk de +herinneringen, studies en gewoonten die hinderend onze persoonlijke +ontwikkeling in den weg kunnen staan, ter zijde zet en het vermijdt +om met deze in aanraking te komen. De neiging tot individualiteit +uit zich--evenzoo als elke andere belangrijke neiging--aanvankelijk +als eene kracht tot zelfverdediging jegens allen en alles wat inbreuk +daarop zou kunnen maken, dien drang zou willen beperken. De geboren +individualist heeft reeds in de kinderkamer en op de schoolbank +een eigen keuze gedaan met het oog op zijn speelgoed, zijne boeken, +zijne wijze van leeren, zijne vrienden. Reeds vroeg heeft hij den moed +gehad zijn eigen smart en vreugde, zijn eigen smaak en zijne fouten, +ronduit te toonen. Hij heeft die niet laten verwringen, verkleuren en +afronden door anderen, of door de omstandigheden. In zijne jeugd is +men zelden in de gelegenheid om zijn gevoel van persoonlijkheid in +daden uit te drukken. Maar juist om die reden doet zich de geboren +individualist in die jaren kennen als een "Jantje contrari" en wordt +dus een alles behalve aangenaam kind in den huiselijken kring. Laat +echter eerst de tijd tot handelen komen! Dan heeft hij zijn karakter +middelerwijle genoeg geoefend om te begrijpen: wanneer hij iets kan +en mag wagen, en wanneer het geraden is stil toe te zien; wanneer hij +fier het hoofd kan opheffen, of zich moet voegen naar anderen; wanneer +hij moet afwachten of een besluit nemen; inhoever hij met anderen +kan meêgaan en inhoever dit meêgaan ontrouw aan zichzelf zoude worden. + +Maar al deze dingen vormen nog slechts oefeningen en dressuur voor den +grooten veldslag, die gewonnen moet worden, zal men de persoonlijke +vrijheid veroveren. Die oorlog wordt gevoerd in de geheimzinnige +wereld van mijn binnenste, als het om de oprechtheid mijner gevoelens, +de eerlijkheid mijner toekomst-droomen te doen is; als het mijne +twijfelingen en mijn geloof, mijne voorgevoelens en opwellingen van +het oogenblik geldt. Dan wordt er een scherp oog vereischt om alles, +wat mijn eigendom is in den vollen zin van het woord, op te delven +uit die schemerachtige diepte, die men het menschelijk hart noemt; +en een scherp gehoor is er noodig om die zachte, bedeesde stemmen +te verstaan, die de tolken van ons zieleleven zijn, maar die helaas +vaak worden overstemd door overgeërfde, aangeleerde gewoonten en +oppervlakkigheid. Ons verstandig ik brengt maar al te dikwijls ons +beter, ons warmgevoelend ik tot zwijgen. Wij verwisselen al te licht +de kreet van den hartstocht, met den zucht van innig verlangen die +uit onzen boezem opstijgt. Wij houden vaak de weerspiegeling van doode +denkbeelden, voor echte teekenen van leven. Hoe menigmaal verloochenen +wij onze overtuiging en noemen dit "ontzag en eerbied voor de meening +van anderen"; en hoe menigmaal klampen wij ons vast aan verouderde en +versleten gewoonten en noemen dit vastheid van karakter. Hoe laf! Is +er wel een duidelijker bewijs noodig dat het ons ontbreekt aan moed? + +Nu beteekenen alle vrijheden ter wereld bedroefd weinig, +vergeleken bij de verlossing uit den persoonlijken dwang en +alle andere onderdrukkingen verdwijnen in het niet bij die van de +persoonlijke vrijheid. Het komt er in de eerste plaats op aan of onze +persoonlijkheid krachtig genoeg ontwikkeld is om hare eigene boeien +te verbreken, want dàn heeft zij voorzeker ruimschoots de kracht die +vereischt wordt om alle andere hinderpalen te overwinnen. Iemand, +bezield met den drang om altijd en geheel zich zelf te zijn; te leven +met elke bloedstrooming; uitdrukking te geven aan wat er in zijn +binnenste omgaat--zoo iemand zal wel geen rustig, maar altijd een +rijk leven leiden. Voor hem is het leven een lied; want hij dicht het +zelf onder de dagelijksche bezigheden en de bedwelming van gewichtige +oogenblikken; onder jaren van leed en gedurende het kortstondig, +maar heerlijk genot van alles wat hem gelukkig maakt. Hij weet, dat +het beste wat hij anderen geven kan, tevens het hoogste genot voor +hemzelf oplevert: het leven te vervullen van altijd echte--en als het +mogelijk is ook krachtige en schoone, uitingen zijner persoonlijkheid. + +Op deze wijze geeft hij, voor zichzelf en voor anderen, een vernieuwde +waarde aan het leven, en tevens nieuwe, prikkelende aanmoediging +ten leven. Hij verruimt, naar de mate zijner gaven, zijn plekje +van het aardsch bestaan; hij overwint op zijn eigenaardige wijze +de moeilijkheden waarmede het verouderde en gestorven verleden, +het levend heden in den weg treedt. + +Een zelfbewust persoon in den echten diepen zin van het woord, verlangt +van anderen eenvoudig vrijheid voor zijne persoonlijke gevoelens en +daden. Daarom hebben haat noch spot, waardeering noch miskenning, de +macht hem van zijn weg te doen afwijken of zijne innerlijke harmonie te +verstoren, zoolang hij getrouw blijft aan zijn eigen pathos; die trouw +is voor hem alles--godsdienst en zedelijke wet. Die getrouwheid geeft +moed om af te dalen tot in de diepte van zijn eigen hart--moed om de +gevolgen van hetgeen hij daar ontdekt te dragen--zelfs ook al zoude +het eigen belang er door winnen dat men tijdelijk zijn gevoelen of +zijne plannen opofferde. En zij geeft ons nog een anderen moed: dien, +om desnoods de achting onzer medemenschen te kunnen missen. Dit toch +is de éenige voorwaarde om ten allen tijde onze achting voor onszelf +te behouden; wij moeten deze maar al te dikwijls prijs geven als het +er ons om te doen is den bijval der wereld te veroveren. Om al deze +redenen noemen wij een individu alleen dan persoonlijk sterk en vrij, +als hij niet langer vreest de achting van iemand te verliezen behalve +zijne eigene. + +Het gebeurt niet zelden dat zulk eene kracht de overwinning behaalt +over de algemeene stemming die een flink karakter zich genoodzaakt +zag te trotseeren. Want die stemming wijkt--even als andere wilde +beesten--terug voor een moedig oog, terwijl zij den lafhartig +vluchtende vervolgt en verscheurt. + +Nu moge het vreemd klinken, maar een individualist die zich gedwongen +ziet alleen zijn weg te gaan heeft desniettemin daarbij altijd een +goed geleide; niet van de menschen die nu leven, maar van hen die +komen zullen. + + + +De groote menigte heeft nog zeer weinig doorgedacht over de beteekenis +van de uitdrukking "persoonlijke vrijheid". Voor velen roept dit +woord de voorstelling op van--om iets te noemen--een heer, die zijn +dag begint met zijne voeten op de ontbijttafel te leggen en dien +eindigt met de vrouw van zijn vriend te verleiden, daartusschen-in +een meineed gezworen, een wissel vervalscht, een sluipmoord begaan, +heeft. Maar ook degenen wier verbeeldingskracht een minder hooge +vlucht neemt, vereenigen toch aan de gedachte van "vrijheid des +persoons" de voorstelling van onbeperkte vrijheid voor iedereen, +om zijne driften en neigingen te volgen. + +Wie het onderwerp ernstig beschouwt, zal weldra tot de +overtuiging komen dat onze driften juist niet het persoonlijke, het +algemeen-menschelijke in ons vertegenwoordigen en dat iemand die zich +door zijne hartstochten laat beheerschen, al was het alleen daarom, +geen persoonlijkheid is. Het zeer jonge kind, de boschjesman, de +onbeschaafde ruwe mensch, draagt nog slechts de mogelijkheid in zich +om, eenmaal een persoonlijkheid te kunnen worden; maar daaraan moet +zeer veel voorafgaan. Zij ontstaat slechts door de geheel bijzondere +ernstige wijze waarop driften en hartstochten tot hoedanigheden van +edeler aard worden omgewerkt. Zoo als het wezen van de meeste menschen +in den grond bepaald wordt door overgeërfde neigingen en gaven, zoo +vindt men ook verschillende graden van aanleg tot individualiteit. Maar +al zijn de neigingen of het talent voor persoonlijkheid grooter of +geringer, toch kunnen die gewijzigd worden door ervaring van droeven +of verblijdenden aard, door opvoeding en ontwikkeling, door gewoonten +en levensomstandigheden. Zoodoende worden hartstochten in gevoelens +en gevoelens in gedachten en voorstellingen omgezet. Zoo wordt het +ruwe wezen van den natuur-mensch tot een denkenden mensch veredeld, +en in dezelfde mate als hij vordert op den weg van zelfkennis en +ontwikkeling, zal deze zich minder laten beheerschen door zijne +blinde hartstochten en driften. Hartstocht en zinnelijkheid zijn +noodzakelijk; dat is te zeggen: zij hebben het recht van bestaan +evenzoogoed als ieder ander moment onzer persoonlijkheid. Maar geen +enkele dezer hoedanigheden mag zich zoo sterk ontwikkelen dat alle +andere eigenschappen er door worden benadeeld. Dit zou zoowel het +geluk als de vrijheid des persoons hinderend in den weg staan. Het is +een oude ervaring, die in onze dagen met eene treurige duidelijkheid +wordt bevestigd, dat een mensch die door zijne driften beheerscht +wordt, zoo karakterloos wordt, dat hij tot een zekeren graad van +verlaging gekomen, elk bewustzijn verliest van zijne waardigheid en +van de verplichting die zijn rang en stand in de maatschappij hem +opleggen; dit gaat soms zoover, dat hij zich van het eene uiterste +tot het andere laat drijven en zich laat medevoeren op honderd paden, +waarvan geen enkel door hem gekozen werd. + +Vrij is alleen de man, of de vrouw, die zich noch door eigen lusten, +noch door den wil van anderen, laat verleiden om tegen beter weten +in te handelen. Alleen zelfbewuste daden kunnen een mensch voldoening +schenken. Geluk is het volkomen bewustzijn van macht, dat het gevolg is +van de ontwikkeling onzer krachten in de grootst mogelijke vrijheid, +de hoogst mogelijke volmaaktheid. Het onpersoonlijke bevredigen van +onze driften kan eenig dierlijk genot opleveren, maar het schenkt +ons nimmer het echte, menschelijke geluk. + +Elke gedwongene, onpersoonlijke handeling die de individueel +ontwikkelde mensch begaat, kwelt hem als eene zonde tegen zijn eigen +karakter, zij het nu dat hij die gepleegd heeft in een oogenblik toen +zijn hartstocht hem te machtig werd, of gevolg gevende aan eene door +hem in den grond afgekeurde gewoonte. Maar wie eenmaal de persoonlijke +vrijheid veroverd heeft, zal zich niet licht aan een dergelijk +kwaad schuldig maken. Hij kan gebruik maken van al de eigenaardige +krachten en bewegingen, die hij, dank zij zijne volmaakte vrijheid, +onafhankelijk van anderen kan sturen naar zijn eigen goedvinden. Hij +houdt en leidt die zoo gemakkelijk als de ervaren schipper zijn +vaartuig, de geoefende ruiter zijn ros. Hij geniet van het heerlijk +bewustzijn zichzelf vrij te laten in zijne bewegingen, zonder vrees +voor te ver te zullen gaan; van het gevoel van zijn geheel warm hart, +zijn persoonlijk karakter, gerust te kunnen toonen zonder vrees dat +hierdoor iets wat laag of kleinzielig, ruw of leelijk is, aan het +daglicht zou kunnen komen. + +Er is geen edeler toestand van bezieling denkbaar dan die dit +verheffende, fiere wezen in zijn vrij en eigenmachtig optreden ten +toon spreidt. + +Bij zulk een mensch kan van geen gebreken of vergissingen sprake zijn; +alleen van bepaalde grenzen. Maar binnen die grenzen van eigen kunnen +is het persoonlijk materiaal tot volkomen ontwikkeling gebracht. + +Ook zonder die hoogte te hebben bereikt kan eene waarlijk vrij +geworden persoonlijkheid, alleen op hare eigenaardige wijze en tegen +hare bijzondere wetten van eer en plicht, zondigen. Want bij een +afgerond, gesloten ik, vallen de gebreken tezaam met de natuur en aard +van den persoon, evenzoo als de schaduw de omtrekken eener gedaante +teruggeeft. Ja, er zijn karakters die voorloopig een gebrek dat met +hunne kracht in overeenstemming is, niet verkiezen af te leggen; maar +de zoodanige personen verheffen zich nooit op die fouten, evenmin als +zij met hunne deugden pralen; immers deze staan in eene onpersoonlijke +verhouding tot henzelf. Met een nimmer mistastend instinct kiest de +vrije mensch datgene wat voor zijnen aard en zijn temperament van het +meeste belang is, om het even of dit hem leed of vreugde oplevert, of +het goed is of kwaad, in den gewonen zin van het woord: een droombeeld +of eene daad. Voor hem is het physiek onmogelijk om in een oogenblik +van onbeheerschte drift, in eene hartstochtelijke opwelling, een +misdaad te begaan. Zijne weloverdachte, zorgvuldige ontwikkeling van +eigen persoonlijkheid gaat bovendien gepaard aan een steeds fijner en +teederder wordend besef van de grenslijnen voor zijn gedrag, juist ook +ten opzichte van anderen. Iemand, die zelf weet wat hij wil en kan; +die nimmer tevreden is met minder dan het beste wat hij geven kan en +zich nooit laat verleiden om buiten zijne grenzen te gaan--zoo iemand +ontziet ook stellig de meening en opvatting van anderen. + +Maar het gebeurt ook, dat hij niet kan toegeven dat de eigenaardige +opvatting van een ander recht van bestaan heeft; dat zijn +nauwgezet geweten eene wet of eene instelling moet afkeuren. Dan +komt hij met zijn gevoelen hieromtrent ruiterlijk voor den dag, +niet onder den indruk eener plotselinge opwelling, maar duidelijk +en op welberedeneerde gronden. Hoewel hij voor zich zelf en anderen +elke onnoodige smart verfoeit, heeft hij toch in zijn karakter den +moed aangekweekt om, waar dit geeischt wordt, eene noodige wonde te +kunnen slaan. Maar er is, ook bij zulke aanleidingen, geen zweem te +bespeuren van de ruwheid, die onnoodig de handen met bloed bevlekt, +door het wroeten in de hartewonden van den naaste. + +Men kan het veel gemakkelijker en aangenamer hebben in de wereld +dan de individualist, als men behoort tot de menigte van reizigers +door het leven, die plaats nemen op "de groote pleizierboot", het +vaartuig dat, met de vlag der algemeen-gebruikelijke moraal in top, +zachtjes over de golven henen glijdt. Ieder reiziger behoeft niets +anders te doen dan zich kalm de haven te laten binnen brengen. Maar +naast de stoomboot ziet men hoe + + + "Alleen, in een gebrekkig scheepje + Een zeiler zich waagt op de groote zee...", + + +hoe die zeeman, veel grooter gevaren trotseerend, maar met oneindig +meer krachtsinspanning, den tocht aanvaardt, onder het heerlijk gevoel, +die onstuimige golven te beheerschen door de macht van zijn vasten +wil. Dàt is het ware, volle leven!-- + +Er wordt vaak gezegd--vooral bij gelegenheid der jubileumsfeesten van +het protestantisme--dat in onze dagen ieder in zijn eigen geweten zijn +hoogsten rechter heeft. Maar zoodra iemand dit beginsel van het eigen +persoonlijk recht in toepassing wil brengen, haasten die "wachters over +de gebruikelijke instellingen" zich, te prediken, dat een dergelijk +subjectisme alle verhoudingen in de samenleving onmogelijk zoude maken. + +Nu is het er zoo mede gesteld, dat het geweten der meerderheid zich +in de eerste plaats door overgeërfde zeden en gebruiken laat leiden; +dat dit, in de meeste gevallen niets anders is dan een echo van het +sociale geweten. Het groote gebrek is, dat men verzuimt zijn eigen +persoonlijk gevoel van recht, dat toch het éenige voor ieder van +ons geldige geweten is, te ontwikkelen en op te voeden; al gaat die +opvoeding soms met misstappen vereenigd--dit hindert niet; immers +alleen door de gevolgen van zijn eigen daden te ondervinden, kan men +tot de ontdekking komen dat men den verkeerden weg had ingeslagen en +leeren op zijn hoede te zijn. + +Om deze reden werkt elke voortdurende gewetensdwang dien de regeering +op bijzondere personen uitoefent, op den langen duur nadeelig voor +den Staat zelf. Want het geweten der maatschappij wordt slechts +verfijnd en veredeld onder gunstige voorwaarden voor de vrijheid +van den afzonderlijken persoon; dat is te zeggen, wanneer de enkele +individuen in staat gesteld worden, om naar de inspraak van hun eigen +geweten te handelen en voor hun eigen verantwoording. Middelerwijle +ontstaan juist hierdoor botsingen en toestanden, die aan een ieder +gelegenheid geven zijn gemoed ernstig te onderzoeken; door aldus dezen +toets en die besliste keuze uit te lokken, wordt een nieuw zedelijk +geweten bij de geheele samenleving gewekt en ontwikkeld. + +Maar deze nieuwe schepping op ethisch gebied heeft niet plaats doordat +flauwe menschen voortdurend blijven zondigen tegen de wetten die zij +blijven goedkeuren; ook niet doordat losbandige menschen aan hunne +onbeteugelde passies toegeven, ondanks die wetten der zedelijkheid. + +Zij komt alleen tot stand door de medewerking van hen, die van +natuurmenschen leden der samenleving geworden zijn en van dezen tot +persoonlijke karakters werden ontwikkeld. Dat zij aldus zijn gevorderd +op den weg der beschaving geeft hun het recht om de sociale zedewet te +toetsen en zelf te beslissen in hoever zij niet genegen zijn daaraan +in alle opzichten te gehoorzamen. Aangezien nu de menschen de wetten +der zedelijkheid hebben gemaakt om in hunne behoeften te voorzien, +hebben zij ook het recht om daarin veranderingen aan te brengen, +waar zij dit noodig en nuttig achten. + +De eisch van Kant: "dat het individu zòo moet handelen, als of zijne +handelwijze een wet voor alle menschen worden moest"--is in lijnrechte +tegenstelling tot de bedoeling der persoonlijke vrijheid. Deze toch +hoopt en verwacht het hoogste geluk en de grootste vorderingen op het +gebied der beschaving van de groote meerderheid te zullen bereiken, +daardoor dat men ten laatste geen absolute, voor allen verplichtend +geachte wetten meer zal erkennen, maar dat ieder individu zijn eigen +wet, naar de stem van zijn geweten, leert gehoorzamen. + +Zij, die nog niet zoover in de ethische ontwikkeling gevorderd zijn, om +op die hervorming der wet aanspraak te kunnen maken; groote kinderen; +of plichtmenschen zonder persoonlijk oordeel; of driftmenschen zonder +sociaal geweten; alle dezen hebben den dwang van de maatschappij +noodig, om te worden verhinderd anderen ongelukkig te maken. + +Zelfs een flink karakter heeft in bepaalde tijdperken zijner opvoeding, +behoefte aan zulk een steun. Toch zal het groote doel der samenleving +niet bereikt zijn, eer zij in haar geheel overwonnen wordt door de +ethische volmaaktheid der individuen. + +Omtrent dit punt ontmoeten wij behoudende en radikale idéalisten. De +conservatieve idéalist gelooft, dat de maatschappij--evenzoo als het +huisgezin, de kerk, het vaderland--in haar tegenwoordigen vorm, voor +altijd beslissende, afgeronde idéen en formules bevat. De radikaal +heeft den moed te gelooven, dat alles wat bestaat--regeering, +godsdienst en huwelijk--voor verandering en verbetering vatbaar +is. Deze overtuiging wordt wederom gewraakt door het wantrouwen, +dat eigenlijk niets anders is dan de instinctmatige zelfverdediging +van al het bestaande, door den mensch van heden. Die twijfel is de +droevige angst van den ouderdom; twijfel aan het leven en aan de +groote levenswet, die luidt: hernieuwing, hervorming aller dingen. + +Wat de ouden van dagen bovenal vreezen is juist die persoonlijke +vrijheid; wat het jonge geslacht in de eerste plaats hoopt is +diezelfde persoonlijke vrijheid, waardoor het leven niet langer +zal blijven eene plaats vol onvruchtbare droombeelden, maar vol van +verwezenlijkte idéalen. + +Dan zal het blijken, dat niet de deugd gelukkig maakt, zooals het +christendom predikt, maar dat het een geluk is goed te zijn. Deze +overtuiging zal ingang vinden waar ieders persoonlijk geloof zijn +godsdienst geworden is, die alle andere belangen in zich sluit. + +De aanhangers van dezen nieuwen godsdienst zullen--zooals hierboven +gezegd werd, hoe langer hoe zorgvuldiger luisteren naar de stem +van hun geweten, waar het erop aankomt hun demon te volgen, hunne +handelingen en beweegredenen ernstig te toetsen aan hun beste weten +en kunnen. Zelfs eene daad, die niemand anders benadeelde dan den +persoon zelf, waarvan niemand iets weet dan hijzelf, kan, als zij +in strijd was met het persoonlijk karakter van den dader, dezen nog +jarenlang hinderen en bedroeven; evenzoo als een onherstelbare fout +aan zijn kunstwerk toegebracht den beeldhouwer bedroeft. + +Hiertegenover staat, dat hij geen ander schuldgevoel erkent, dan dat +jegens zijn eigen idéaal;--hem ontbreekt het besef van schuld dat +altijd dengene beheerscht, die zich gedwongen ziet elke wilskrachtige +opwelling, elke spontane handeling te vergelijken met een buiten hem +staand voorbeeld. + +Hoe vele christenen, die een krachtig zelfbewustzijn met zich omdragen, +brengen, bijvoorbeeld, niet een groot gedeelte van hun leven, in den +gebede en geknield door om daardoor eindelijk zich te dwingen tot de +ootmoedige belijdenis: van nietswaardig te zijn voor God! + +Hoe vele christenen, die uit hunnen aard een levendig gevoel hebben +voor recht; die sterk sprekende sympathiën en antipathiën hebben in +hun hart, strijden niet op diezelfde wijze om een misdaad te leeren +vergeven en den misdadiger te blijven liefhebben! Gelukt dit niet, +dan hebben die dwepers diep berouw en met reden; immers zij waren +niet in staat het hun gegeven voorbeeld na te volgen. + +Hij daarentegen, die de éthiek van het individualisme aanhangt, +beschouwt het zelfbewust gevoel zoolang als gewettigd, als hij kans +ziet aan de mogelijke eischen die dit hem stelde, te voldoen. En +hij acht den drang om--tengevolge van zekere waarnemingen--een +persoon buiten, of beneden de sfeer zijner sympathie te plaatsen, +ook een deel te zijn van zijn instinct tot zelfbehoud. Aangezien de +individualist het recht van anderen tegenover een hem onsympathiek +persoon erkent, wordt wraaklust voor hem evenzoo onmogelijk als +vergiffenis schenken. Hij bepaalt er zich eenvoudig toe, zulk een +persoon te schrappen uit den kring met wien hij verkeert; deze behoort +van nu af tot een ander geslacht, tot een ander tijdperk dan het zijne. + +Dit verklaart hoe het gevoel van schuld, in den christelijken +zin, moet ophouden wanneer de menschen niet langer copiën vormen +van hun voorbeeld: den Christus. Toch ligt hierin volstrekt geen +aanleiding tot bandeloosheid. De vrijheid in denken en handelen +van den individualist onderscheidt zich van teugelloosheid, +evenzoo als de krachtsvertooningen van den atleet, verschillend +zijn van de luchtsprongen en duikelpartijtjes onzer kinderen. De +eerstgenoemde heeft zijne vrijheid met groote inspanning en na +ernstig worstelen, gewonnen. Maar tot belooning is ook zijne +vrijheid edeler, vertrouwbaarder, "natuurlijker" zelfs, dan die +"vanzelf ontstaande." Het menschdom nadert op deze wijze een ander +tijdperk van onschuld; het herwint een Paradijs, waar Adam en Eva +zich mogen verzadigen aan de vruchten van den boom der kennis van +goed en kwaad--en daarbij kalm kunnen bouwen en wonen onder den +boom des levens, aangezien de strenge wachter bij de poort van Eden, +glimlachend, zijn zwaard, waarmede hij alleen uit de verte gedreigd +had, aan hunne voeten heeft neergelegd. + +Wanneer eenmaal het grondbeginsel der persoonlijke vrijheid geheel +tot ons zal zijn doorgedrongen; wanneer het zal zijn vleesch van +ons vleesch en bloed van ons bloed, dan zullen ouders en opvoeders +er evenzoo ijverig naar streven oorspronkelijke wezens te vormen, +als zij tegenwoordig trachten zedelijke menschen op te voeden. Een +volkomen "zoet kind", zal dan een even zoo onaangenaam en treurig +gezicht opleveren als een mismaakt schepsel. Men moet bij een kind +vooral zijn natuurlijke wilskracht beschermen, maar deze trachten +op te leiden voor de groote taak, een beschaafd mensch te worden, +zijne bijdrage te leveren, tot de algemeene cultuur in de wereld +der menschheid. + +En de wilskracht van het kind kan bewaard blijven als het zijne +neigingen en hartstochten mag behouden, maar daarbij leert--uit +eerbied voor den mensch die in hem leeft,--den tijger te temmen en +den aap te tuchtigen--die ook in hem leven. + +Daarom kan met de opvoeding van het kind niet te vroeg worden begonnen; +reeds aan de borst der moeder moet daarmede een aanvang worden gemaakt; +en dan moet zij worden voortgezet in eene lijnrechte tegenstelling +met de tegenwoordig gevolgde methode. + +In de opvoeding mag niets verplichtend worden geacht, dan het verwerven +van die eenvoudige kundigheden, die, als het ware, mes en vork bij +den feestmaaltijd der wetenschap vertegenwoordigen. Later zal deze hun +worden aangeboden, ieder persoonlijk, volgens een menu van uitgezochte, +krachtige spijzen, waaruit door oordeelkundige opvoeders voor elk der +kinderen eene keuze zal worden gedaan, overeenkomstig ieders aard en +gestel. Na eenige generaties van aldus opgevoede individualisten zal +men eerst in staat zijn te begrijpen, wat de gedachte der persoonlijke +vrijheid van de menschelijke natuur maken kan. + +Het was natuurlijk te verwachten, dat deze idée, in een geheel +onvoorbereid geslacht tot handeling omgezet, een aantal afschrikkende +gevolgen zoude vertoonen. Zijn eigen ik te believen; zijn eigen leven +te leven; gehoorzaam te zijn aan zijn temperament--deze roepstemmen +werden, gericht tot in leeftijd en gemoed onrijpe menschen, of tot +dezulken voor wie alleen de zinnelijkheid beteekenis en inhoud aan +hun bestaan geeft, vaak misbruikte wachtwoorden. + +Voor sterke, levendig gevoelende persoonlijkheden, werd de verzoeking +van een anderen aard, om gesteund door den in een dieperen zin waren +levensregel: "Alle Schaffenden sind hart", ruwheid en hardvochtigheid +te verdedigen; zelfgenoegzaamheid of koelheid, listen en driften +uit zijne bloedsmenging voortkomende, te gaan beschouwen als een +belangrijk gedeelte van hunne persoonlijkheid; een woeste grond, die +niet mag worden ontgonnen, maar die er, in tegendeel, voor bewaard +worden moet misschien zijn oorspronkelijke wilskracht te verliezen, +of zijne scheppings- en daadkracht te dòen verminderen. + +Deze beide soorten van zichzelf verheffende menschen, maken nu gebruik +van Nietzsche, als den verdediger hunner teugelloosheid, of laagheid, +van hunne zelfzucht en hun gemis aan ontzag voor anderen. Van alle +dingen kan misbruik gemaakt worden; waartoe heeft het christendom +al niet tot voorwendsel gediend!? Nietzsche had een voorgevoel van +hetgeen hem te wachten stond, toen hij een doornenhaag rondom zijn +tuin liet zetten, opdat het vee daar niet in zou kunnen dringen! + +Voor iederen ernstigen lezer van Nietzsche is het, ondanks zijne +onbewust elkander tegensprekende gezegden en zijne met opzet gebruikte +paradoxen, toch zeer duidelijk wat een zijner biografen zegt: dat de +grondgedachte waarop Nietzsche zijne stellingen heeft gebouwd:--dat +ieder persoonlijk met geheel de kracht van zijn lichaam en geest, +met inspanning van al zijne gaven en vermogens, moet streven naar +veredeling, en daarnaar, éenmaal het hoogste punt der menschelijke +volmaking te bereiken,--dat die gedachte niet alleen het individu, +maar het geheele menschdom ten goede zal komen en dat zij dus geen +zelfzuchtig maar wel degelijk een altruïstisch doel beoogt. En hoe +Nietzsche zelf zijne leer van den veredelden mensch in practijk heeft +gebracht, hieromtrent weten wij nu althans zooveel, dat het voor goed +uit moest zijn met dat onzinnig gepraat over Nietzsche als den profeet +der teugelloosheid; over hem, die uit zijnen aard en aanleg bezield +was met eene onwrikbare liefde voor de waarheid, met eene bijzondere +neiging voor beleefde en waardige vormen in de samenleving; met een +groote behoefte aan vriendschap en sympathie; met eene opgewektheid, +die hem onder de eenvoudigste omstandigheden vroolijk en tevreden deed +zijn; met eene zelfstandigheid, die hem leerde anderen te ontzien; +met een zeldzame gave om zichzelf te beheerschen! + +De zedeleer van het christendom was hem tot een tweede natuur geworden; +zijn gevoel voor alles wat schoon is en welluidt, maakte iedere +leelijke of ruwe handeling voor hem tot een onmogelijkheid. + +Al misbruiken de "gewone menschen" uit onwetendheid de leer van dezen +Meester, toch zal dit misbruik op den langen duur niet veel kwaad +doen. Want vroeg of laat komen dezen toch in botsing met de grens +hunner eigen persoonlijkheid: de individualiteit van anderen. De ruwe, +koele, zelfgenoegzame zal hierom ten laatste alleen staan; tegelijk +daalt hiermede zijne persoonlijkheid en tevens de waarde van zijne +betrekking in de maatschappij, waarvoor hij zijne ruwe wilskracht +had willen bewaren. De zinnelijke, laagstaande mensch ontmoet zijn +tuchtmeester in den tegenstand der samenleving en van dien der op +een hooger standpunt van beschaving gekomene, enkele personen in +zijn kring. + +Ook de aanhanger der nieuwe zedenleer komt niet eer tot zijn recht +dan wanneer hij dit kan verwerven, door zijne persoonlijke rechten +te bewijzen. Hij moet hierom vooruit goed de kosten van zijn proces +berekenen en wel weten wat hij waagt, wat hij wil. En in dien strijd +tusschen de samenleving en den afzonderlijken persoon; bij deze +moeilijkheden voor den ontwikkelden mensch, om zich op het juiste +standpunt te plaatsen, ligt het tegengif tegen de gevaren, die anders +zoo licht het gevolg zijn van den--allezins gewettigden--eisch, eener +grootere zedelijke vrijheid voor de hoogerstaanden, een beperkter +grens voor de lagerstaanden, op de ladder der beschaving. + +De gewettigde zelfzucht van alle anderen vormt een dam tegen de +onbillijke--of misschien ook wel gewettigde--zelfzucht van den +afzonderlijken persoon. Reeds het kind leert soms reeds in zijn prille +jeugd de wijze kennen waarop men een lid der groote maatschappij wordt: +het ondervindt al spoedig dat het niet aangaat, onzen zin te volgen +ten koste van eens anders onbehagen. En tegenover de volwassenen, +die deze les als kind niet hebben geleerd, heeft de maatschappij het +recht--zoolang als zij er de macht voor heeft--met nadruk de hand te +leggen op eene zelfverheffing ten nadeele van die van anderen. Een +bijzonder ontwikkeld mensch kan dus niet zonder strijden en worstelen, +zijn eisch voor de persoonlijke vrijheid verwezenlijkt zien en niet +eer dan wanneer het hem gelukt is den wensch om ook van die vrijheid +te genieten bij de meerderheid op te wekken. Eerst dan, en niet eer, +wordt de wet, of het aangenomen gebruik dat den alleenstaanden persoon +verhinderde zich als een vrij mensch te gedragen, herzien. + +Maar in de meeste gevallen is de individualist, wanneer het hem maar +goed duidelijk is, wat zijn werkelijk belang eischt, niet onwillig +om zijne gehoorzaamheid aan de wetten der zamenleving te toonen +en deze op te houden; hij weet maar al te goed dat hij, zonder +deze, genoodzaakt worden zou, zijne krachten te verspillen tot zijn +verdediging tegen het ruwe geweld en op die wijze slechts onvoldoende +aan de ontwikkeling van zijn eigenlijke persoonlijkheid zou kunnen +werken. Indien een individualist zin en gevoel heeft voor harmonie, +dan zal hij ook spoedig verstaan, dat niet de ruwe maar de veredelde +kracht de sterkste is; dat niet de ruwe ijzerstaaf, maar het geplette +stalen lint dat men om den vinger kan winden, de uitdrukking is voor +de eigenaardige kracht van het metaal. Wilskracht bij de teederste +aandoeningen; edele uitdrukkingen ook bij de geweldigste ontboezeming +van kracht; zich niet ontzien om tot de meest gewaagde gevolgtrekkingen +door te dringen, waar het een heilige verborgenheid geldt--maar +zachtzinnigheid jegens elk wezen dat zwak is en lijdt--ziedaar de +groote kracht van den harmonisch ontwikkelden, persoonlijk vrijen, +mensch. En een zoodanig persoon vermorst geen enkelen druppel van +den nectar, die hem uit den beker van een ander, even rijk individu +wordt aangeboden. In tegendeel, voorzichtig brengt hij dien beker aan +zijne lippen en ledigt hem met den plechtigen eerbied eener heilige +ceremonie. Zulk een ontwikkeld individualist kan--voor zoover hij +niet tevens anarchist is--alleen in opstand komen tegen de hooge mate +van dwang, door de wachters der maatschappij, die toch het recht van +allen moeten beschermen, toegepast. Het ligt in de rede dat over dit +onderwerp de zienswijze der persoonlijk vrije menschen verschillend +wezen moet. Laat ons hiervan een voorbeeld opnoemen: ik veronderstel, +dat de meeste individualisten het recht der Regeering erkennen om hem, +die de godsdienstige bijeenkomsten van anderen stoort, te straffen; +maar volstrekt niet het recht om iemand tot zekere kerkelijke +handelingen te dwingen. Zeker, ook de individualist oordeelt strenge +straf noodig, op het plegen van geweld, of verleiding der onschuld; +maar toch acht hij eene ontwikkelde vrouw volkomen gerechtigd zich +aan eene ernstige liefde over te geven in vrijheid. + +Velen zien verlangend uit naar eene wet die de rechten van het +kind tegenover zijne ouders waarborgt; een ander wenscht weder het +tot stand komen eener wet, die elk huwelijk, waarbij eene treurige +nakomelingschap met zekerheid is vooruit te zien, verbiedt. + +Zulke wetten zouden eene grens bepalen tegen de misdadige +lichtzinnigheid waarmede--in en buiten het huwelijk--nieuwe +wezens tot de smart van een ziekelijk, ongelukkig bestaan, worden +veroordeeld. Intusschen rekent een ontwikkeld individualist het niet +tot deze lichtzinnige daden, als eene beschaafde, ernstig denkende +vrouw, volkomen bewust en met opgewekt gevoel van verantwoordelijkheid, +het moederworden verkiest buiten het wettige huwelijk. Ten opzichte der +rechten van een derden persoon erkennen vele vrienden der persoonlijke +vrijheid het nut van den wettigen vorm bij een huwelijk; toch verwerpen +zij beslist elken vorm, die de eene partij het recht over den andere +toekent en de vrijheid om het huwelijk te ontbinden hinderend in den +weg staat. + +Hoe meer de persoonlijkheid ontwikkeld wordt, des te veelzijdiger +zal ook het liefdeleven zich ontwikkelen. Voor de bescherming van het +kind zal de toekomst ook wel voorzien in een matriarchaat, b. v. er +voor zorgen, dat elke moeder, gedurende een zeker aantal jaren, +op het onderhoud van haar kind door den staat rekenen kan. + +Toegegeven dat de eer en de goede naam van ieder persoon dient +gevrijwaard te worden tegen misbruik der pers; toch mag er geen woord +blijven staan van een stuk, dat gebruikt zou kunnen worden als een +wapen tegen de vrijheid van onderzoek, tegen de vrije uiting op het +gebied van letterkunde en wetenschap. + +Sommigen willen aan de Regeering niet alleen de macht geven het +leven der enkele personen te beschermen, maar hare macht vergrooten +tot het beletten van al de moorden uit de tweede hand, die door de +hedendaagsche industrie worden begaan. Anderen daarentegen gaan uit +van den stelregel, dat ieder mensch de vrije beschikking heeft over +zijn eigen leven en dat hij, hieraan een einde makend, niet laf op +de vlucht slaande, maar wel en ernstig overlegd, onder bijzondere +omstandigheden, eene zedelijk te rechtvaardigen handeling begaat. + +Tot bescherming van het leven in onze dagen van opgezweepten arbeid en +onophoudelijk produceeren, is éen rustdag in de week nuttig en noodig; +deze moet door de Regeering voor alle soorten van arbeiders worden +bevolen en gehandhaafd. Maar het gaat niet aan, voor de Regeering om +zich te bemoeien met de wijze waarop ieder blieft van dien rustdag +gebruik te maken--en het voegt haar vooral niet dit te doen in den +vorm van gedwongen godsdienstoefeningen. Eene wet die de zwakken +verhindert hun leven te bederven door 't gebruik van sterken drank, +kan goed zijn; maar deze mag niet zoover gaan, te eischen dat degenen +die dezen tuchtmeester niet noodig hebben omdat zij zichzelf en hunne +neigingen kunnen beheerschen, terwille van die zwakken, onder een +zeer overvloedig dwangmiddel zullen lijden. De zwakken op te voeden +door hen te wijzen op het voorbeeld der sterken--dit is de rechte +wijze om deze en dergelijke kwesties op te lossen. + +Als de maatschappij innig doordrongen was van deze waarheid, dan +zou de taak der wetgeving moeilijker, maar ook veel belangrijker, +worden. De hoogst ontwikkelden zouden dan niet hunne vrijheid +opofferen en evenmin de ontwikkeling der lagerstaanden tegenwerken +door middeleeuwschen dwang. + +Hierin de juiste maat te houden is moeilijk maar niet +onmogelijk. Niemand die ernstig denkt acht de persoonlijke vrijheid +het doel te zijn der beschaving, maar het middel om tot dit doel +te geraken. + +De vrijheid houdt voortdurend gelijken tred met de ontwikkeling, +zoodat hoe verder men vordert op den weg van ontwikkeling men ook +van meer vrijheid geniet; en wederkeerig wordt door die vrijheid de +beschaving bevorderd. + +De dienst van de industrie, de aanbidding van het kapitaal, zijn +de grootste vijanden der persoonlijke vrijheid. Al acht daarom de +individualist eene wet die aan dit misbruik paal en perk kan zetten +gewenscht, toch keurt hij de gedachte aan een ander misbruik--het +geheel op te doen gaan en op te offeren voor het algemeen--zooals de +socialen dit eischen--grootelijks af. + +Wat beteekent het toch, dat men onder voorwendsel van de algemeene +zedelijkheid te bevorderen, de plichten jegens den naaste boven de +plichten jegens onszelf zet; dat het christendom verlangt, dat wij +alle menschen als onze broeders en zusters zullen liefhebben, even +hartelijk en allen gelijk? Dit is een dwang dien men aan het beginsel +der vrije keuze heeft opgelegd. + +Voor den voorstander der persoonlijke vrijheid is de vraag wat iemand +gelooft van weinig beteekenis; ook de vraag wat hij doet beduidt niets; +op de vraag wat hij is komt het aan. + +Hoe hooger men stijgt in het besef zijner eigene waarde des te +krachtiger lid gevoelt men zich in de samenleving: het wel en wee +der anderen treedt ons nader; het wordt als het onze. Een persoon +behoeft nu niet langer te worstelen om een plekje grond waarop +hij vrij kan opgroeien; hij gunt aan anderen diezelfde ruimte, want +immers alle boomen vormen een gedeelte van zijn eigen bosch. Hij doet +daarbij de heerlijke ondervinding op, dat ons groote levensdoel is: +de ontwikkeling van onze persoonlijke vrijheid, en die van anderen, +te bevorderen en haar te verdedigen, des noods ten koste van ons leven. + +Maar al overwinnen wij, zoowel vrouwen als mannen, den zedelijken +dwang; en al stellen wij de vrije persoonlijkheid ook ten opzichte +van ons zedelijk leven daarvoor in de plaats--toch blijft er een groot +en ernstig bewustzijn van overwegend belang in alle vraagstukken des +levens, ons bij: de wet der noodzakelijkheid. + +"Alles wat er gebeurt is een gevolg der noodzakelijkheid; doe daarom +wat ge kunt en verdraag dan alles wat ge lijden moet." Dit groote +woord van Schopenhauer is het eerste gebod op onze steenen tafelen +der wet gegrift. + +Niets kon anders gaan dan het ging en niets kan ongedaan worden +gemaakt. + +De gevolgen mijner daden, voor zoover deze uit mijn karakter zijn +voortgekomen, vormen mijn noodlot. + +Alles in mijn wezen en alles in mijn werk verbindt mij met +onverbreekbare schakels aan het groot geheel van het leven; aan de +ongekende diepten, waaruit ik als een golf word opgeheven, om als +deze voort te zwemmen op de levenszee, te stijgen en te dalen. Maar +onder dat rijzen en dalen van die golf, maakt haar eigen beweging en +haar eigen vorming haar tot hetgeen zij is. + +Het heerlijk bewustzijn van mensch te zijn, kan mij goddelijk maken +onder het oog der eeuwige kracht waarvan ik ben éen der golven, die +de zee vormen: de groote oceaan des levens, die grooter en krachtiger +is dan de golven. + + + + + +RUST. + + +Het woord van Geyer over het genot, dat de herinnering aan den weg, +die even buiten zijne ouderlijke woning doodliep hem schonk, wekt +bij ons, menschen aan het einde eener eeuw staande, een gevoel van +afgunst ten opzichte van de gelukkigen, die vroeger eeuwen mochten +eindigen en voor wie het Paradijs toen nog bestond. + +Want voor onze verbeelding is het Paradijs niet langer een met +allerhande boomen--vooral appelboomen--beplante lusthof, omringd +door een witten muur met gouden poorten. Wij vormen er ons eene +voorstelling van, uit louter ontkenningen saamgesteld: de weg loopt +niet verder door, dan tot aan de hekken van het Paradijs; van een +telefoon heeft men er zelfs geen flauw vermoeden; de brievenpost +komt er hoogstens éenmaal per week en van stoomboot of spoorweg is, +mijlen ver in den omtrek, geen sprake. + +Welnu, zulk een Eden heb ik gevonden. Maar ik vertel u niet waar +het ligt. Dan zouden andere menschen van het moderne gedeelte der +maatschappij er misschien ook den weg heen vinden en dan was--het +Paradijs verloren! Want dat aan een eerste uitgaaf hiervan geen +onverdeeld succès te beurt gevallen is, dit was voorzeker niet de +schuld van de slang, al trachten een aantal menschen zich met die +gedachte te troosten.... + +In mijn Eden ontbreekt niet alleen alles wat er niet behoort te +wezen, maar men vindt er alles wat men er behoort en verlangt te +zien. Blauwe, met sneeuwranden omzoomde rotsen en veruitgestrekte, +met bosch beplante hoogten vormen in schoone lijnen een muur rondom +den lusthof. Een breede, groenachtig zwarte, gedeeltelijk met wit +mos bekleede bergspleet, maakt den weg door den muur vrij voor het +oog en voor de verbeeldingskracht; en heldere meertjes of binnenzeeën +geven aan het donkere boschrijke landschap een paar groote blinkende +oogen. Glinsterende berken en bloeiende linden geuren in de zomerzon, +die slechts voor enkele uren achter den horizont verdwijnt; die de +koornaren als in 't geheim laat rijpen en aan de bloemen meer geur en +krachtiger tinten geeft. Boven de met mos bekleede rotsbergen glijden +over dag de blauwe wolkjes, vlug als schimmen er tegen uitkomende, +voorbij. Maar de avond verspreidt over bergen en rotsen de vele +paarsche en violet-schakeeringen van topasen en ametisten; het +lichte blauw der opalen en de diepdonkere blauwheid van de zee; de +schakeering van het appelbloesem--teeder kleurtje tot het donkerrood +van den wijn. Eindelijk treden de donkere, zacht verdeelde omtrekken +van den rotsberg, in eigenaardig émailleblauw tegen den goudkleurigen +achtergrond van de lucht afstekende, te voorschijn. Deze blijft +den geheelen nacht door lichtgeel getint, tot die kleuren ongemerkt +overgaan in het morgenlicht. + +In deze ochtendure, waarin de natuur vol kleuren en licht, in groote +lijnen en ruime vèr-gezichten tot ons spreekt, wordt het menschenhart +ontroerd door het bedwelmende gevoel van eenzaamheid en stilte. Het +heeft niets gemeen met de blijdschap over een eigen welgelukte +schepping, maar het heeft zijne bijzondere aantrekkelijkheid, +zijne eigenaardige kracht. Terwijl het van het noodlot afhangt om +ons dien beker van genot al of niet aan de lippen te brengen--niet +van onzen wil--hangt het alleen van onszelf af, of wij van de +plechtige eenzaamheid wenschen te genieten; of wij ons hart willen +laten uitrusten, onze gedachten verruimen in die groote stilte; +volop genieten, in een grootsche natuur met rustige, schoone en +breede lijnen. + +Maar niet altijd is het hart van den mensch van heden tot rusten +in staat. Het leeft in onrust--smacht naar kalmte--en schuwt de +stilte als eene ziekte, nog erger dan de nevrose waarvoor zij het +geneesmiddel wezen zou. De vrouw uit onze dagen vreest eigenlijk niets +met een grootere vreeze, dan om alleen te worden gelaten,--alleen +met hare eigene gedachten, want dit maakt haar zooals zij het noemt, +droefgeestig. Eigenlijk beteekent dit eenvoudig, dat zij er in die uren +bepaald toe gedwongen wordt den ernst van haar bestaan onder de oogen +te zien, of ook den ernst des levens in het groot geheel te beschouwen; +een gevoel waaraan haar geest zich zou kunnen verheffen. Maar juist +dit wil zij niet. Met kracht onderdrukt zij den drang van haar gemoed +om zich op te richten tot edeler aspiraties, door hoe langer hoe meer +toe te geven aan hare behoefte aan een oppervlakkig, versplinterd, +leven. Hoezeer deze behoefte voor uiterlijk vertoon in onze dagen +algemeen is, dit ziet men duidelijk op het gebied, waar ook de gewone, +alledaagsche vrouw voorheen, in zekeren zin, hare gedachten op éen +punt trachtte te bepalen, op dat van den godsdienst. Het type der +geloovige vrouw is tegenwoordig niet meer zij die "als zij bidt in +hare binnenkamer gaat en de deur achter zich sluit"; maar zij heeft +bazuinen en theekransjes noodig om tot het besef te komen, dat zij +eene vrome vrouw is, vol van den heiligen geest des geloofs. + +De ongedurige menschen van het laatst dezer eeuw genieten zelfs +niet van de rust als deze hun ten deel valt. Vooral met de vrouw +is het zoo gesteld; hoe meer de tijd en gelegenheid tot rusten en +stille zitten haar ontbreken, des te meer verliest zij het talent +om van die enkele haar geboden gelegenheid gebruik te maken. Hoe +menigvuldiger zij genoodzaakt is om in het openbaar indrukken op te +nemen, die zich aan haar opdringen, des te meer acht zij het noodig, +dat hare polsen met eene koortsachtige snelheid blijven jagen, om er +zich van te overtuigen dat zij leeft. + +Dieper gevoelende naturen erkennen met leedwezen dat zij hoe langer +zoo meer verloren gaan met haren rijken aanleg, in dien maalstroom +des levens; in het gedrang van de uit alle oorden samenstroomende, +overweldigende onderwerpen; onder den druk van de eischen onzer +moderne samenleving. + +Zulke karakters krijgen niet zelden hallucinaties van een stille, +groene kloostergaarde; of van eene, in het dichte bosch verscholen, +kluizenaarswoning; van de eenzame uren op hooge rotsbergen, of op +de golven der groote, wijde zee, in éenzaamheid doorgebracht. Maar +doorgaans is aan hare behoefte aan éenzaamheid reeds voldaan, door +zich in deze voorstellingen te verdiepen; zij verzuimen dan ook in den +regel gebruik te maken van de gelegenheid, als deze zich voordoet, +om een dergelijke oase in de woestijn te scheppen; een stil plekje, +afgezonderd van het rumoer der wereld. Wie inderdaad een smachtend +verlangen koestert naar éenzaamheid, heeft in de meeste omstandigheden +wel gelegenheid, die op de eene of andere manier te vinden. + +Uit mijn kindertijd herinner ik mij dikwijls te hebben hooren vertellen +van eene vrouw die door haar huwelijk haar stille ouderlijke woning +in het bosch had moeten verwisselen voor de onvermijdelijke drukte +van eene uitgebreide huishouding in een groote stad. Die verandering +speet haar zeer, tot zij op den inval kwam om elken morgen, een half +uur lang, alleen stil te gaan zitten met een groenen doek over haar +hoofd. Op die wijze droomde zij, dat zij weer in de stille éenzaamheid +van haar bosch zat en verzamelde zij hare gedachten genoegzaam om +daarna kalm en gelijkmatig de bemoeiingen van den dag tegen te gaan. + +Indien ieder van ons haar eigen groenen doek had, zouden wij niet zoo +licht geprikkeld en prikkelend zijn; wij zouden dan niet de gejaagde, +ongedurige, onbeduidende slaven der vormen en gebruiken wezen, die +wij nu maar al te vaak zijn! + +Van welken aard nu dit beschermende omhulsel werd,--dit zou voor een +gedeelte door het toeval worden beslist, maar soms ook zoude juist +het eigenaardige karakter blijken van ieder die zulk een haven zocht +uit de keuze van dat stille plekje, en van den doek. + +In roomsch-katholieke landen kan men zulk een rustig toevluchtsoord +vinden onder ieder kerkgewelf. Geleund tegen de pilaren van een +gothischen tempel, kan men te midden eener drukke wereldstad, droomen +in een verafgelegen bosch te zijn--hoewel Nietzsche gelijk heeft +als hij zegt, dat modern denkende menschen aan een geheel nieuwe +architectuur, als lijst voor hunne overpeinzingen, de voorkeur +zouden geven. + +Voor velen schept de muziek eene verrukkelijke eenzaamheid, vooral +wanneer die thuis genoten wordt en niet in het publiek, waar zoo vele +verscheidene indrukken afleiding geven en waar ons gemoed nauwelijks +de wanklanken uit het dagelijksch leven begint te vergeten, als dat +akelige handgeklap er ons op nieuw aan komt herinneren. Want een +bewijs te geven van gevoel voor het schoone, door volkomen stille +zijn--dit wacht nog op een meer veredelden staat van fijne beschaving, +dan waarop wij in onze eeuw bogen kunnen! + +Voor anderen is misschien zulk een rustig gesprek met het eigen +gemoed te vinden in een museum van kunstvoorwerpen, of onder het +lezen van een uitmuntend boek, een oud boek vooral, waarover nu geen +besprekingen meer de ronde doen. En in de groote steden bereiden +de openlijke leesinrichtingen den boekenvrienden het vredige stille +plekje, waarnaar zij tehuis dikwijls te vergeefs hadden uitgezien. + +Maar de stilte die het gemakkelijkste verkregen wordt is toch die in +de natuur. Nu gaan de meesten echter niet naar buiten om daar alleen +te zwijgen, of om er te zwijgen met een vriend--deze grootste en +fijnste toets van echte vriendschap. Integendeel, zij zoeken er eenige +kennissen, met wie zij de vraagstukken van den dag kunnen bespreken; +en als zij zich dan warm en moe geredeneerd hebben, keeren zij naar +huis terug, niet van een stille plaats maar uit nieuwe drukte. + +Och, zij hebben hunne ziel niet gemaakt tot een kalmen spiegel voor +de indrukken der schoone natuur; neen, deze is op de bewogen golven +blijven zweven, waar het niet mogelijk is een duidelijk en helder +lichtbeeld op te nemen. + +Wie inderdaad in de natuur de éenzaamheid zoekt, moet leeren om van +zeer nabij die grootsche natuur gade te slaan; zich oefenen in het +uit het hart verwijderen van alle onbeduidende indrukken, om hierdoor +de degelijke niet te verhinderen er in door te dringen; eene kunst +waarin de wijsgeerige Montaigne ons menige behartenswaardige les +gegeven heeft. "Wij overvoeren ons gemoed met te veel verschillende +dingen tegelijk" zeide hij, reeds voor driehonderd jaren geleden. "Wij +moeten onzen geest oefenen om enkele dingen vluchtig te zien, andere +beter te monsteren; maar eigenlijk in ons opnemen moeten wij alleen die +woorden, voorwerpen of gedachten die met onze eigene overeenstemmen, +die op denzelfden grond zijn gebouwd als deze, zoodat zij ons, als het +ware, zelf raken. Want ons gemoed behoort eigenlijk alleen van eigen +middelen te leven.... Nu zijn wij allen, althans de meesten van ons, +rijker begaafd dan wij zelf denken; maar wij worden er bij opgevoed +om van anderen te leenen, om eens anders goed liever te gebruiken dan +eigen goed...." Dat wij zoo zelden tot de kennismaking met onze lang +niet geringe middelen komen, is het gevolg ervan, dat wij slechts +bij uitzondering, ons met hart en ziel wijden aan hetgeen wij hebben +ondernomen. + +"Als ik dans," zegt Montaigne, "dan dans ik; als ik slaap dan slaap ik; +als ik alleen wandel in een mooien tuin en ik betrap mijne gedachten +op afwegen, dan breng ik ze dadelijk weer terug naar den tuin, tot +het genot der éenzaamheid en tot mijzelf." + +Dit opzettelijk streven om aan elke daad en aan alles wat wij zijn, +ons persoonlijk geheel te geven en zoodoende uit elken toestand den +geheelen inhoud te persen, is in een ruimen zin belangrijk voor elke +ontwikkeling; zoowel voor ons vermogen om te denken en te arbeiden, +als om te genieten en te rusten. + +Maar het is een eigenaardig teeken van onzen tijd steeds een nog +sterker graad van zenuwspanning te verlangen om zich geheel aan het +oogenblik te kunnen geven. + +Daarom is ook sport de groote aantrekkingskracht geworden, die +de menschen naar buiten lokt; maar niet om te rusten en kalmte te +zoeken. Integendeel, de wedstrijden op elk gebied en het "africhten" +daarvoor, heeft zelfs de beweging in de vrije frissche lucht tot een +koorts, tot een nieuwen vorm van jagen en stormen, gemaakt. Sport +kan voorzeker een middel zijn om veel van de natuur te genieten, om +spoediger buiten te komen. De riemen waarmede men tusschen de begroeide +oevers eener rivier voortglijdt; de sneeuwschoenen waarop men diep +in de winterstilte van het bosch doordringt; het rijwiel dat zijn +eigenaar vlug naar nieuwe plantsoenen, of naar landelijke eenzaamheid +overbrengt; deze en nog verscheidene andere dingen die tot vermaak en +nut beoefend worden, als zeilen, rijden en zwemmen, brengen inderdaad +bij velen eene hartelijke vereeniging met de natuur tot stand. + +Maar de roeier of de ruiter, de schaatsenrijder of de cyklist, die +aan elken indruk van een schoon landschap voorbijvliegt in dolle +woede om zich te bekwamen tot mededingen in den wedstrijd, komt door +zijne voorliefde tot beweging in de buitenlucht hoe langer hoe verder +buiten de natuur en buiten zichzelf. Dit soort van sport ontwikkelt +alleen het lichaam maar niet den geest. Men zal binnen korten tijd +geheel vergeten hebben, dat er een eenvoudiger manier bestaat om +van de natuur te genieten: er van te genieten met lichaam en ziel, +tot nut en genoegen voor beide. + +Als wij de meisjestype aan het einde onzer eeuw--dat is te zeggen, +eene jonge dame die geen uitstapje naar buiten maakt anders dan op +haar rijwiel of schaatsen, met het tennis-racket, òf een roeispaan +in de hand,--vergelijkt met het jonge meisjestype van het einde der +vorige eeuw, dan valt die vergelijking niet bepaald gunstig voor +onze dagen uit. Ik denk hierbij onwillekeurig aan de beminnelijke +vriendin van Goethe, de jonge Bettina Brentano, die als een ree van +het buitenleven genoot; die de hoogste bergen beklom om zich daar in +het gouden zonnelicht te baden; die zich niet ontzag om door wind en +regen te loopen, of een onweersbui te laten overtrekken, staande onder +een bloeiende linde, tusschen wier bladeren zij witte bliksemstralen +flikkeren zag; die aan het strand lag, door kabbelende golven omstuwd; +of hoog op de takken zat van een reusachtigen kastanjeboom, te midden +van groen licht en groene schaduwen; of op het grasperk van den grooten +tuin, uitgestrekt, zich vergastte aan de geuren van mos, taxus en +roode anjelieren, zelfs met een paar bloeiende heestertakjes in den +mond, om de nijvere bij tot zich te lokken; die op avonden als de maan +scheen, tusschen de hagen van den wijngaard, onder de doorschijnende, +lichtgroene trossen wandelde, en soms den geheelen zomernacht buiten +bleef, insluimerend onder het nachtlied van merels en nachtegalen, +om niet eer dan door het morgenlicht te worden gewekt.... + +Behalve deze dichterlijke wijze om van het buitenleven te genieten +is er ook nog de natuur-wetenschappelijke, die echter evenzoo als de +eerste, tamelijk naar den achtergrond wordt gedrongen door sport. Van +dit gezichtspunt beschouwd is het aangenamer knapen tegen te komen +een kruiden-doos aan een band om den hals dragende, dan knapen op +rijwielen. + +Van welken aard de reeds vroeg ontwikkelde zucht naar kennismaking met +de natuur wezen moge, altijd verschaft dit onderzoek den beoefenaar +dezer wetenschap een zekere vertrouwelijkheid met de natuur, een +vriendschappelijke, hartelijke genegenheid, die onmogelijk kan ontstaan +tusschen de natuur en een, haar op zijne velocipède voorbijvliegend, +sportliefhebber. + +Wat eenigszins vergoelijkend omtrent deze type van de tegenwoordige +jeugd werkt, is het feit, dat velen, die door geen ander middel +naar buiten gelokt zouden worden, nu ten minste, dank zij sport, +eenig vermoeden van de schoonheid der natuur ontvangen en dat +die oefeningen van heden--nadat de overdrijving hare offers zal +hebben ontvangen--zullen bijdragen tot de ontwikkeling van eene +lichamelijk--gezonder en krachtiger generatie, die dan waarschijnlijk +beter dan ons tegenwoordig geslacht, bestand wezen zal tegen +vermoeienis; die op eene edeler wijze het natuurgenot zal smaken en +wier kernspreuk zal zijn "sport te gebruiken als niet misbruikende." + +Het gewone dagelijksche rust-uurtje, dat de meesten van ons met een +ernstigen wil kunnen vinden, vervangt intusschen niet de diepe stilte, +die eene wandeling vroeg in den morgen, of het zich terugtrekken +naar een verborgen plekje van de aarde,--zoo mogelijk in een vreemd +land en aan de grenzen der beschaafde wereld gelegen--in staat is +ons te bieden. Maar voor de meeste hoofden van huisgezinnen is het +gemakkelijker gezegd dan gedaan, zulk een schuilhoekje te vinden. Zelfs +de alleenstaande en hierdoor meer onafhankelijke mensch, heeft vaak +een groote mate van ernst in zijne behoefte aan éenzaamheid en veel +wilskracht om andere, minder noodzakelijke dingen te laten, noodig, als +hij er toe komen zal een paar weken van volkomen ongestoorde rust te +kunnen genieten. Daarenboven wordt het verlangen naar afzondering van +een lid van het huisgezin dikwijls tegengewerkt door het vooroordeel, +dat de éenzaamheid een erg soort van égoïsme vertegenwoordigt. Want +de meesten die de groote winst van eene tijdelijke afzondering voor +henzelve inzien,--begrijpen nog niet hoezeer hun huisgezin hierdoor +tegelijkertijd wordt gebaat. + +Een korte scheiding heeft namelijk een buitengewone macht om ons +nadenken te wekken en hierdoor ons beter verstaan en ons gevoel +van billijkheid. Wij komen er gemakkelijker toe met een helder oog +de belangrijke dingen in ons op te nemen en de kleinigheden tot +hare wezenlijke onbeduidendheid terug te leiden, als wij een poos +van elkander af zijn. Het eenzame overleg ontwart soms met vlugge +hand de meest ingewikkelde draden en het alleenzijn geeft vaak aan +onze blijdschap een vroolijker, aan onze smart een minder droevige +tint. Volbrengt men den een of anderen arbeid alleen zittende, +dan valt die bijna altijd oneindig beter uit, dan wanneer anderen +erbij tegenwoordig zijn. De boeken die men leest en overpeinst in +het dichte bosch; met de eeuwigschoone sneeuw vóor zich, of op de +bloeiende heide, onder het geruisch van eik en den, verschaffen den +rijksten oogst aan denkbeelden; en de indrukken der natuur die men +onder zulke rustpoozen in zich opneemt, zijn krachtiger en langer van +duur dan andere. Want men geeft zich nimmer zoo geheel en al aan de +natuur als wanneer zulke éenzame dagen een parelsnoer vormen, waarvan +een dag tamelijk gelijk is aan den anderen, maar waarvan toch elke +dag op zichzelf een afgerond geheel vormt, en een aangenaam geheel ook. + +Zij die tegen het alleenzijn opzien omdat zij vreezen zich dan nog +meer eenzaam en verlaten te gevoelen hebben in zekeren zin gelijk en +ongelijk. Want juist van menschen omringd, kan het gebeuren dat men +door de omstandigheden, of door zijn bijzondere stemming, mijlenver +van hen verwijderd is; in de door menschen bevolkte woestijn hangt, +meer dan elders, zwaarmoedigheid in de lucht. Maar tegenover de +natuur en den dood--de grootste eenzaamheid en de onwrikbaarste +noodzakelijkheid--worden wij gedwongen afstand te doen, niet alleen +van de bezorgingen en drukten van den dag, maar ook van de bezorgdheid +omtrent ons lot en leven. De grondlijnen waarop ons wezen gebouwd +is worden breeder, maar de vertakkingen dier lijnen worden minder +duidelijk zichtbaar, evenzoo als dit het geval is met een landschap +dat men van een aanzienlijke hoogte af, in de diepte ziet liggen. Het +meer of minder aan lief en leed, waarmede het leven onze dagen vult; +het meer of minder belangrijke werk dat aan ons bestaan inhoud gaf--tot +dit alles keeren wij van zulke eenzame overpeinzingen terug met een +zachten, medelijdenden glimlach. + +Het valt ons nu niet meer zoo moeilijk het doove oor te keeren naar die +stemmen, welke ons trachten mede te voeren in de beslommeringen van +den dag en die ons trachten wijs te maken dat wij daarbij hoognoodig +zijn. Wij worden nu minder hevig ontroerd door de pijnlijke kreten uit +ons eigen gemoed opgaande, dan door die van onze medemenschen. Want +wij hebben het leeren inzien, dat de grootste smart niets meer is +dan een druppeltje in den grooten oceaan, evenzoo als het grootste +geluk slechts het vluchtig licht is, dat zulk een kleine druppel +doet glinsteren. + +De ziel, die in stilte en eenzaamheid den moed vond om tot zichzelf +in te keeren en haar eigen kracht te meten, weet, dat er slechts éen +groote en wezenlijk belangrijke taak ons leven beheerscht: grooter te +worden. En dat doel kunnen wij bereiken in onze smart en onze vreugde, +in onze dwaasheid en in ons verstand. Groeien kunnen wij door onze +nederlagen, zoowel als door onze overwinningen; door onze rust, +zoowel als door onzen arbeid. + + + +Toch is het hem of haar die de éenzaamheid zoekt aanteraden dit te +doen, zonder een bepaalden eisch aan dat "stille zijn" vooraf te +laten gaan. Want het gebeurt vaak, dat die afzondering juist iets +geheel anders oplevert dan men verwacht had. Hij die rust zocht, +vindt allicht een nieuwen prikkel tot arbeiden; hem die hoopte troost +te vinden, kan zij nieuwe wonden slaan. Hoe het zij: de éenzaamheid +schenkt toch altijd moed- en krachtbesef waarvan men zich niet bewust +was. Maar alleen hij kan hiervan nut trekken die weet, wat de overigens +tamelijk luchthartige Romeinen reeds wisten: + +Dat de Éenzaamheid eene godin is wier geheiligde bosschen geen +sterveling nadert met grootspraak, maar met een nederige bede op de +lippen en van wie men met rijke gaven bedeeld terugkeert, indien men +de taal harer ernstige oogen heeft leeren verstaan, die ons 't geheim +van het éene noodige verraden: + + + "Stille zijn in eigen hart." + + + + + +DE VROUW DER TOEKOMST. + + +Er zijn woorden die ons aantrekken als een lied. Een dezer woorden is: +"De vrouw der toekomst." + +Dit lied klinkt voor mij als de poézie van een Dichter, van een +Dichter en Ziener tegelijk; van éen, wiens naam thans schittert +in het licht der morgenster, maar die, toen hij in het land der +levenden verkeerde, dien naam hoorde door het slijk sleuren--als de +naam van den godsloochenaar en oproerkraaier--terwijl de lichtstralen +van zijn genius op de vooroordeelen zijner tijdgenooten werkten als +angstwekkende bliksemflitsen,--uit de verte. + +Zijn profetische dichtergeest liet hem een blik slaan in een tijd +waarin de vrouw zoude zijn: + + + ".... frank, beautiful and kind + As the free heaven, which rains fresh light and dew + On the wide earth.... + From customs evil taint exempt and pure; + Speaking the wisdom once they could not think, + Looking emotions once they feared to feel, + And, changed to all which once they dared not be + Yet being now, made earth like heaven...." [2]. + + +Dit visioen der vrouw in de toekomst, door Shelley in zulke schoone +omtrekken geschetst, zweefde mij voor den geest, toen ik mij voornam +haar beeld in eenige meer vaste trekken te schilderen. + + + +Zeer waarschijnlijk zal de Sturm-und-Drang-tijd der vrouwen en de +hiermede samenhangende sociale hervorming, tot ver in de volgende +eeuw aanhouden. Dit tijdperk, vervuld met twistvragen en botsingen van +allerhande soort, zal niet eer eindigen, dan wanneer de vrouw, in en +buiten het huwelijk, voor de wet gelijkstelling met den man zal hebben +verkregen; wanneer zulk eene herschepping in de samenleving zal hebben +plaats gegrepen, dat hierdoor aan de hatelijke mededinging tusschen +de beide seksen op eene, voor beide partijen bevredigende wijze, +een einde werd gemaakt; en wanneer de arbeid, zoowel het bedrijf tot +eigen onderhoud als de arbeid in de huishouding, minder zwaar op de +vrouw zal drukken dan op heden het geval is. + +Het is best mogelijk dat eerst tegen het laatst der twintigste eeuw +het vrouwentype onzer dagen tot het onhoudbare zal zijn gestegen en +een nieuw type der vrouw uit dien toestand zal geboren worden. Mijn +idéaal der toekomstige vrouw--en als men zich in een droombeeld +verdiept mag men zeer ver dwalen in het rijk der fantasie!--is, dat +zij zal worden een wezen van groote tegenstrijdigheden die tot een +harmonisch akkoord worden vereenigd. Zij zal zich doen kennen als zeer +veelzijdig, maar tevens als een gesloten geheel; als een rijke schat +en volmaakte eenvoud; als een zeer beschaafd, flink ontwikkeld wezen +en toch oorspronkelijk; als eene sterk sprekende, echt menschelijke +persoonlijkheid en eene volkomen openbaring van het innig vrouwelijke. + +Deze vrouw zal in staat zijn den ernst van den arbeid op +wetenschappelijk gebied te verstaan in een streng onderzoek naar de +waarheid, in een vrijen gedachtenloop, in een artistieke schepping. + +Zij zal de noodzakelijkheid inzien van de wetten der natuur en de +daardoor te voorschijn geroepene ontwikkelingen; zij zal bij een +sterk gevoel van solidariteit belang stellen in hetgeen dient tot +het algemeene nut. + +Omdat zij meer weet en helderder denkt dan de vrouw in onze dagen, zal +zij ook rechtvaardiger oordeelen; omdat zij krachtiger is zal zij beter +zijn; omdat zij verstandiger is, zal zij zachtzinniger wezen. Zij kan +de dingen breeder opvatten, ze in den samenhang met het groot geheel +beschouwen; het gevolg hiervan is, dat zij langzamerhand verscheidene +vooroordeelen, die men heden vrouwelijke deugden noemt, laat varen. + +Zij is en blijft de ontwerpster der zeden, die zij adelt. Maar daarbij +steunt zij niet op de in de samenleving nu eenmaal gebruikelijke +vormen, maar op de wetten en geboden in eigen hart. + +Zij heeft den moed haar eigen gedachten over menig vraagstuk te +hebben; ook dien om de nieuwe denkbeelden van haar tijd ernstig +te onderzoeken en te toetsen. Zij durft niet alleen te kennen, +maar ook te bekennen--gewaarwordingen die zij thans onderdrukt +of verbergt. Hare volkomen vrijheid van beweging en veelzijdige +ontwikkeling als zelfstandig persoon, maken voor haar moeilijke +ondernemingen mogelijk, het wilskrachtig streven naar een bestaan, +dat in evenredigheid tot haar eigen kunnen blijken zal een hooger +doel te beoogen: Een zoodanig doel zal zij met een scherper instinct +dan zij nu bezit, weten te vinden. Zij heeft geleerd beter te werken, +krachtiger zich te verblijden over eenvoudige, voor de hand liggende +onderwerpen en op haar tijd behoorlijk en volkomen te rusten, beter +dan de vrouw in onze dagen dit kan. + +Op deze wijze wordt het levensbewustzijn der nieuwe vrouw verhoogd; +hare ervaring wint aan diepte; haar gemoedsleven, haar zin voor het +schoone, haar talenten worden ontwikkeld en fijner beschaafd. Zij +wordt allengs meer gevoelig voor indrukken; zij voelt en gevoelt +levendiger en smaakt meer genot maar lijdt ook meer en heviger smart, +dan de vrouw van heden genieten en lijden kan. + +Ten gevolge van dit alles zal de vrouw der toekomst de waarde verhoogen +der onderlinge samenleving, de waarde van de kunst, van wetenschap +en letterkunde. + +Maar de grootste beteekenis op het gebied der cultuur zal toch +voor haar altijd daarin bestaan, dat zij door het raadselachtige +en oorspronkelijke, het profetische en voor indrukken gevoelige in +haar wezen, het menschdom beschermt tegen het ernstige gevaar van +overbeschaving. + +Tegenover hetgeen wij weten kunnen stelt zij eerlijk datgene wat ons +nog niet is geopenbaard; tegenover verstandig redeneeren--het gevoel; +tegenover de nuchtere werkelijkheid, mogelijkheden; en tegenover de +ontleding, haar indruk van 't geheel. + +Het is in de eerste plaats het streven der vrouw, om het hart te +veredelen--dat van den man, het verstand te ontwikkelen; aan haar, +het gebied der poézie te verwijden--aan hem meer ruimte te verwerven +voor de vruchten van geest en vernuft. Zij vertegenwoordigt en verheft +de teederheid--hij de rechtvaardigheid. Hij behaalt menige overwinning +door overmoedigheid--zij door moed. + +De vrouw der toekomst zal niet alleen veel hebben geleerd, zij zal ook +zeer veel hebben vergeten, vooral van de hedendaagsche feministische +en antifeministische dwaasheden. + +Zij zal met alles wat in haar is trachten het geluk der liefde te +vinden en te verhoogen. + +Zij is kuisch, niet omdat zij koel, maar omdat zij hartstochtelijk +is. Zij is teer, niet omdat zij bleek is, maar omdat zij zooveel en +zoo warm stroomend bloed in hare aderen heeft. Zij is geestdriftig +en daarom ook zinnelijk; zij is trotsch en daarom eerlijk, oprecht en +waarheidslievend. Zij eischt een sterke liefde, omdat zij zich bewust +is zelve nog onverdeelder en met een nog grooter liefde te kunnen +beminnen. Het erotische problema is door haar verfijnd idéalisme vaak +zeer geheimzinnig en moeilijk op te lossen. + +Hier tegenover staat, dat het geluk der liefde, als zij deze eenmaal +schenkt en gevoelt, rijker, dieper en waarachtiger is, dan alles wat +men ooit geluk had genoemd; eene nog ongekende zaligheid. + +Het is niet onmogelijk, het is zelfs te verwachten, dat een aantal +hoedanigheden en trekjes die onzen echtgenooten en huismoeders eigen +zijn, bij de vrouw der toekomst te vergeefs zullen worden gezocht. + +De eerstgenoemde wil altijd de geliefde blijven en alleen als de +zoodanige wil zij moeder worden. Aan den grootschen maar moeilijken +plicht om geliefde en moeder te gelijkertijd te zijn wijdt de laatste +haar beste krachten; het wordt haar godsdienst, om met alles wat in +haar is, 's levens genot tot zaligheid te verheffen. Juist omdat zij de +groote voorrechten van schoonheid en gezondheid kent en op hoogen prijs +stelt, op geestelijk en lichamelijk gebied, zal zij met meer ernst en +door een dieper gevoel van verantwoordelijkheid geleid worden, bij de +keuze van den vader harer kinderen. Zij zal aan gezonde, krachtige +menschen het leven geven en dezen naar haar beste weten voeden, +verzorgen, opvoeden, en daarbij zal zij zelf hare bekoorlijkheid en +hare jeugd langer behouden dan de vrouw in onze dagen. + +Zij wil haar geheele leven door behagen, omdat het altijd haar wensch +is het leven schoon en aantrekkelijk te maken. Maar zij wenscht +alleen te behagen door op elken leeftijd zich te toonen zooals zij, +daarmede in overeenstemming, is; haar hoogste bekoorlijkheid, hare +eeuwige jeugd, openbaart zij uitsluitend aan hem dien zij bemint. Zij +weet dat de bekoorlijkheid des geestes de diepste gevoelens opwekt en +uit de volheid van haar rijk gemoed put zij bestendige hernieuwing +van die bevalligheid; telkens onverwacht en in, tot het oneindige +afwisselende, schakeeringen van hare persoonlijke gratie. + +Eenvoudig door haar bijzijn verjaagt zij de dwaze en zinledige +vormen, den dwang der gewoonten en vervangt deze door van haar +oorspronkelijk uitgaande en door haar zielenadel verfijnde, manieren +en uitingen, zoowel in de samenleving als in het huisgezin, en in +den vertrouwelijken vriendenkring. + +Waarschijnlijk zal zij veel minder redeneeren dan de vrouw in onze +dagen, maar haar stilzwijgen en haar glimlach zal welsprekender +zijn, dan lange voordrachten en debatten in de vergaderingen door de +hedendaagsche vrouwenbeweging belegd. + +Zij zegt altijd duidelijk verstaanbaar wat zij te zeggen heeft en +spreekt altijd gematigd; zij kiest hare woorden onveranderlijk en +blijft bij hetgeen zij gezegd heeft, in schijnbaar zeer gewone, maar +inderdaad zorgvuldig gekozene, doeltreffende, uitdrukkingen. Er gaat +een opgewekte en opwekkende, gezonde strooming van haar uit; frisch +als de beek in het bosch die van de bergen stort, maar als deze, aan +een bepaalde grens gebonden. Hoe ver zij ook schijnt zich te laten +medevoeren--in den roes der vreugde of in den hartstocht van hare +liefde; in buitengewoon genot of bij de wanhoop der smart--nimmer +vergeet zij zichzelf. Zij vereenigt vele vrouwen in éen persoon, +hetzij dat zij lacht en schertst, hetzij dat zij lijdt en ook +dan glimlacht; dat zij een bloeiende gezondheid geniet of aan een +ongeneeselijke wonde verbloedt; kalm is of ontroerd; of zij juicht +of weent; of er zonneschijn is in heur hart of nachtelijk duister; +koelte of vuurgloed--altijd is zij de ideale vrouw. + +Reeds sedert lang leeft de vrouw der toekomst in de droombeelden van +den man en zij wordt geschapen naar het beeld dat hij van haar heeft +gemaakt. Het vrouwelijk idéaal van den modernen man is geenszins +de mannelijke vrouw, maar de veelzijdig ontwikkelde openbaring van +"Das ewig Weibliche". Dit nieuwe vrouwentype is bij tusschenpoozen +verschenen, niet alleen in onze dagen, maar in verschillende vroegere +tijdperken. + +In de middeleeuwen schreef zij Heloïse's brieven; in den tijd der +Hervorming schilderde Leonardo haar als Mona Lisa en in de achttiende +eeuw hield zij haar salon als Mademoiselle de Lespinasse. In onze eeuw +heeft zij het lied der liefde gezongen als Elisabeth Barett Browning; +zij heeft van het tooneel tot ons gesproken als Eleonore Duse;--en +als een edel gesteente is haar wezen gekristalliseerd door het woord +van den dichter dat Rahel's persoonlijkheid uitdrukte: + + + "Still und bewegt." + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] In het Zweedsch is moed = mod; geduld = tålamod, letterlijk: +"moed om te dulden"; eene schoone, veelzeggende woordspeling. + VERT. + +[2] "Vrij, schoon en goed, als de open hemel, wiens regen wazig +en zachtde geheele aarde verfrischt.... Ontwassen aan het kwaad +van den vormendienst; eenvoudig en rein; een taal sprekend van +'t verlicht verstand, waaraan door haar voorheen zelfs niet gedacht +werd; aandoeningen onder de oogen ziende, die zij voorheen vreesde te +gevoelen; en aldus ontwikkeld tot alles wat zij voorheen niet durfde +te zijn; toch aardsch en hemelsch tegelijk, ook nu!...." VERT. + + + + + + +End of Project Gutenberg's De moedige vrouw, by Ellen Karolina Sofia Key + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE MOEDIGE VROUW *** + +***** This file should be named 28086-8.txt or 28086-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/8/0/8/28086/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/28086-8.zip b/28086-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f4e12dd --- /dev/null +++ b/28086-8.zip diff --git a/28086-h.zip b/28086-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b4be392 --- /dev/null +++ b/28086-h.zip diff --git a/28086-h/28086-h.htm b/28086-h/28086-h.htm new file mode 100644 index 0000000..77799c1 --- /dev/null +++ b/28086-h/28086-h.htm @@ -0,0 +1,2803 @@ + +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + +<title>De Moedige Vrouw</title> +<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content="Ellen Key"> +<meta name="DC.Creator" content="Ellen Key"> +<meta name="DC.Title" content="De Moedige Vrouw"> +<meta name="DC.Date" content="#####"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css"> +/* Standard CSS stylesheet */ + + + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} + +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +} + +h1.docTitle +{ +font-size:1.6em; +line-height:2em; +} + +h2.byline +{ +font-size:1.1em; +font-weight:normal; +line-height:1.44em; +} + +span.docAuthor +{ +font-size:1.2em; +font-weight:bold; +} + +h2.docImprint +{ +font-size:1.2em; +font-weight:normal; +} + +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} + +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} + +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} + +.index +{ +font-size: 80%; +} + +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} + +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} + +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} + +h3, .pseudoh3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} + +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h4, pseudoh4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} + +h4.lghead +{ +margin-left:10%; +margin-right:10%; + +} + +.alignleft +{ +text-align:left; +} + +.alignright +{ +text-align:right; +} + +.alignblock +{ +text-align:justify; +} + +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} + +p.poetry +{ +margin:0 10% 1.58em; +} + +span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */ +{ +color: white; +} + +p.line +{ +margin:0 10%; +} + +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} + +p.argument, p.tocArgument +{ +margin:1.58em 10%; +} + +p.tocChapter +{ +margin:1.58em 0%; +} + +p.tocSection +{ +margin:0.7em 5%; +} + + +div.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} + +.epigraph .bibl +{ +text-align: right; +} + +.epigraph .poem +{ +margin-left: 0; +} + +.epigraph .line +{ +margin-left: 0; +text-indent: 0; +} + +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} + +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} + +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} + +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} + +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} + +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} + +span.parnum +{ +font-weight: bold; +} + +.leftnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} + +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} + +a.noteref, a.pseudonoteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} + + +.red +{ +color: red; +} + +.displayfootnote +{ +display: none; +} + +div.footnotes +{ +margin-top: 1em; +padding: 0; +} + +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} + +p.footnote +{ +font-size: 80%; +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} + +p.footnote .label +{ +float: left; +text-align:left; +width:2em; +} + +.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption +{ +font-size: 80%; +} + +.centertable +{ +/* center the table */ +margin: 0px auto; +} + +.poem +{ +margin-left:5%; +position:relative; +text-align:left; +width:90%; +} + +.poem h4 +{ +font-weight:normal; +margin-left:5em; +} + +.poem .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left:-2.5em; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} + +.versenum +{ +font-weight:bold; +} + +/* right aligned page number in table of contents */ +.tocPagenum, .flushright +{ +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +} + +.footnotes .line +{ +font-size:80%; +margin:0 5%; +} + +.poem .i0 +{ +display:block; +margin-left:2em; +} + +.poem .i1 +{ +display:block; +margin-left:3em; +} + +.poem .i2 +{ +display:block; +margin-left:4em; +} + +.poem .i3 +{ +display:block; +margin-left:5em; +} + +.poem .i4 +{ +display:block; +margin-left:6em; +} + +.poem .i5 +{ +display:block; +margin-left:7em; +} + +.poem .i6 +{ +display:block; +margin-left:8em; +} + +.poem .i7 +{ +display:block; +margin-left:9em; +} + +.poem .i8 +{ +display:block; +margin-left:10em; +} + +.poem .i9 +{ +display:block; +margin-left:11em; +} + +span.corr +{ +border-bottom:1px dotted red; +} + +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} + +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} + +.letterspaced +{ +letter-spacing:0.2em; +} + +.smallcaps +{ +font-variant:small-caps; +} + + +.caps +{ +text-transform:uppercase; +} + +.fraktur +{ +font-family: 'Walbaum-Fraktur'; +} + +.rm +{ +font-style: normal; +} + +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} + +h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure +{ +text-align:center; +} + +h1,h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} + +h1.label,h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h5,h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} + +p,p.initial +{ +text-indent:0; +} + +p.firstlinecaps:first-line +{ +text-transform: uppercase; +} + +p.dropcap:first-letter +{ +float: left; +clear: left; +margin: 0em 0.05em 0 0; +padding: 0px; +line-height: 0.8em; +font-size: 420%; +vertical-align:super; +} + +.poem +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} + +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} + +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} + + +ul { list-style-type: disc; } +ol { list-style-type: decimal; } +ol.AL { list-style-type: lower-alpha; } +ol.AU { list-style-type: upper-alpha; } +ol.RU { list-style-type: upper-roman; } +ol.RL { list-style-type: lower-roman; } +.lsdisc { list-style-type: disc; } +.lsoff { list-style-type: none; } + +.castlist, .castitem { list-style-type: none; } + + + + + +/* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml +" */ + + + +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ +color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} + +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} + +.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, span.leftnote, p.legend, .versenum, .stage +{ +color: #001FA4; +} + +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} + +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} + +p.dropcap:first-letter +{ +color: #001FA4; +font-weight: bold; +} + +sub, sup +{ +line-height: 0; +} + + + +</style></head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of De moedige vrouw, by Ellen Karolina Sofia Key + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De moedige vrouw + +Author: Ellen Karolina Sofia Key + +Translator: Philippine Wijsman + +Release Date: February 15, 2009 [EBook #28086] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE MOEDIGE VROUW *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net + + + + + + +</pre> + + +<div class="front"> +<div class="titlePage"> +<h2 class="byline"><span class="docAuthor">Ellen Key</span></h2> +<h1 class="docTitle">De Moedige Vrouw</h1> +<h2 class="byline">Uit het Zweedsch<br> +(Tanke Bilder) +<br> +Door +<br> +Ph. Wijsman +</h2> +<h2 class="docImprint">Amsterdam<br> +C<span class="corr" id="xd0e107" title="Niet in bron">.</span> A. J. van Dishoeck +1899 +</h2> +</div><div class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#toc">Inhoud</a>] +</span><p class="aligncenter">Leiden: Boekdrukkerij van L. van Nifterik Hz. + + +</p> +</div> +<div id="toc" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#toc">Inhoud</a>] +</span><h2 class="normal">Inhoud.</h2> +<ol class="lsoff"> +<li><a href="#ch1">Conventioneele vrouwelijkheid</a> <span class="tocPagenum">1</span> + +</li> +<li><a href="#ch2">Moed</a> <span class="tocPagenum">20</span> + +</li> +<li><a href="#ch3">Vrijheid</a> <span class="tocPagenum">29</span> + +</li> +<li><a href="#ch4">Rust</a> <span class="tocPagenum">52</span> + +</li> +<li><a href="#ch5">De vrouw der toekomst</a> <span class="tocPagenum">65</span></li> +</ol></div> +<div class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#toc">Inhoud</a>] +</span><div class="epigraph"> +<p>De vrouw die moed heeft om naar persoonlijke vrijheid te streven en zich in de stilte der eenzaamheid rekenschap te vragen +van hare handelingen, woorden en gedachten, is op den goeden weg om voor latere geslachten te vormen: + + +</p> +<p class="alignright">“<i>De ideale vrouw der toekomst.</i>” +</p> +</div> +<p> + +</p> +</div> +</div> +<div class="body"><span class="pagenum">[<a id="pb1" href="#pb1">1</a>]</span><div id="ch1" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#toc">Inhoud</a>] +</span><h2 class="normal">Conventioneele vrouwelijkheid.</h2> +<p>Het conventionalisme is de stilzwijgende overeenkomst, den schijn voor het wezen, vorm voor inhoud, en bijzaken voor de hoofdzaak +in de plaats te stellen. In zekeren zin behooren ook de, bij de verwisseling van het schoonheidsgevoel in verscheidene tijdperken +veranderende, modes ertoe. In de diepere beteekenis van het woord valt altijd een gedeelte van deze aangenomen leer der welvoegelijkheid +tezamen met die van zeden en gebruiken, met het begrip van de mate van zelfbeheersching en zelfverzaking, die ieder persoon +heeft in acht te nemen in den omgang met anderen. Hoe meer men vordert in de beschaving en ontwikkeling, des te ruimer worden +de grenzen genomen, waarin aan de samenleving de beoordeeling wordt toegestaan van ieders persoonlijk geloof en zienswijze, +van ieders arbeidsveld en gewoonten in het dagelijksch leven. Hoe langer hoe meer begint men te begrijpen, dat elke uiting +van persoonlijke gevoelens, die op het recht van anderen geen inbreuk maakt, vrij behoort te wezen. Een vrij groot gedeelte +van de taak der beschaving in het tijdperk van elk nieuw geslacht, heeft altijd bestaan en bestaat ook nog, in het afschaffen +van eenige, tot ledige vormen ontaarde gebruiken, doode overblijfselen van hetgeen vroeger bestond, <span class="pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2">2</a>]</span>die de nieuwe planten verhinderen om krachtig op te schieten. Wij hooren in onze dagen telkens weer stemmen opgaan die vrijheid +en keuze tegenover de tot richtsnoer aangenomen zeden verlangen voor het persoonlijk geweten en de persoonlijke neiging. In +dezen eeuwigdurenden strijd komt het er vooral op aan te beslissen, wat ook nu in werkelijkheid nog recht van bestaan heeft +en wat alleen hinderpalen zijn voor een edeler vrijheid, eene diepere waarheid, een grooter oorspronkelijkheid, een rijkeren +levens-inhoud; in éen woord: wat daarin is ontaard tot ledige vormlijkheid. + +</p> +<p>Maar niet alleen met verouderde gebruiken en vormen moet afrekening gehouden worden. In elken kring worden nog voortdurend +dergelijke doode overblijfselen van voorheen opgegraven en in den vorm van vooroordeel, van kleinzielige beweegredenen en +wankelmoedige, onzelfstandige gewoonten, gehuldigd. Bij de vrouwen is die vormendienst ten allen tijde sterker ontwikkeld +dan bij de mannen. Want de zucht tot het bijbehouden van “hetgeen altijd zoo is geweest” wordt helaas dikwijls een steun voor +het conventioneele gedrag der vrouw in de samenleving. Zelden zijn de vrouwen zóo persoonlijk ontwikkeld dat zij, bij hetgeen +zij wenschen te behouden, schijn van wezen, vorm van inhoud, kunnen onderscheiden; en zelfs, al zien zij het verschil in, +ontbreekt het haar toch gewoonlijk aan den moed om inhoud en degelijkheid te verkiezen boven vormen en schijn, wanneer de +groote meerderheid vóor de laatstgenoemden stemt. + +</p> +<p>In het laatste tiental jaren is er in de letterkunde, zelfs in de werken van vrouwelijke auteurs, een krachtige stem tegen +die ledige, holle vormen opgegaan. Die oppositie werd vooral gericht tegen het verouderde ideaal der vrouw, volgens hetwelk +zelfverloochening de edelste vrouwelijkheid vertegenwoordigde en tegen het verouderde begrip omtrent <span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3">3</a>]</span>de zedelijkheid, volgens hetwelk de liefde zonder huwelijk onzedelijk, maar een echt, ook zonder liefde gesloten, voor zedelijk +gehouden wordt. + +</p> +<p>De vrouwen welke thans het nieuwe ideaal huldigen: “zelfontwikkeling tot toewijding van haar persoon en leven aan anderen,” +ontmoeten van de vooruitstrevende geémancipeerden onzer dagen dezelfde weinig beteekenende verwijten als die, welke in 1850–60 +gericht werden tot de voorstanders der <span class="letterspaced">toen</span> nieuwe beweging op dat gebied. + +</p> +<p>Immers die vroegere émancipatiebeweging had in hoofdzaak ook ten doel de menschelijke rechten der vrouw te doen gelden, in +het algemeen beschouwd. De latere is er op uit het recht van iedere vrouw als persoon, te verdedigen; dat is te zeggen: het +moet der vrouw onvoorwaardelijk vrij staan te gelooven, te denken naar haar eigen wil; zelfs te handelen naar eigen goedvinden, +wanneer zij hierbij niet de rechten van anderen kwetst. Aangezien dat eerste in algemeenen zin kan worden beschouwd, kon het +voor een groot gedeelte collectief worden beoefend; de zelfstandigheid der vrouw in hare daden moet natuurlijk het recht van +ieder van haar, als persoon, gelden. Dit bedenken de vrouwen, die voortdurend ijveren voor dat eerste doel, de algemeen menschelijke +rechten der vrouw, niet genoegzaam. Zij dringen er niet in door, dat elke vrouw niet slechts haar aandeel behoort te hebben +in het algemeene recht als mensch, maar dat ook hare persoonlijke rechten, overeenstemmend met haar eigenaardigen aanleg en +karakter, gewaarborgd moet worden door de maatschappij. De strijd betreft in de eerste plaats het recht der vrouw op een, +misschien van alle bestaande leerstellingen en van het tot nu toe gehuldigde ideaal afwijkend, temperament. Dit is de groote +kwestie tusschen de afzonderlijk voor haar gevoelens pleitende vrouw en de vertegenwoordigsters van het nieuwe tijdperk in +het vrouwelijk bestaan. <span class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4">4</a>]</span>Dat ieder persoonlijk karakter een nieuwe wereld is—deze ontdekking die in Shakespeare zijn Columbus vond—een Columbus, op +wiens voetspoor telkens nieuwe reizigers nieuwe landen wonnen—dit feit, dat in de litteratuur telkens weder wordt genoemd +en toegepast op het leven, is nog slechts tot enkelen doorgedrongen als eene op ervaring gebouwde, en door het leven bevestigde, +waarheid. Maar dat hiermede althans een begin werd gemaakt; dat de voorheen, als onwrikbaar vast aangenomen, gebruikelijke +opvatting van den aard en het wezen van den mensch en de daaruit afgeleide raadselen, meer en meer worden vervangen door eene +persoonlijke, van anderen onafhankelijke beschouwing,—dit hebben wij wel in de eerste plaats te danken aan de dichters en +denkers in onze dagen; in dezen heeft het conventionalisme zijn ergsten vijand; hun herkenningsteeken is het diep besef van +alle oorspronkelijke krachten van het menschdom, van de degelijke vraagstukken in het leven. Want al moge het conventionalisme +in de gestalte der napraters tot geestigheden aanleiding geven, toch is juist het moderne genie een protest tegen de leer, +die elken, op zich zelf gewettigden, maar van de bestaande regelen afwijkenden blik op de wereld en de kunst, ten hoogste +afkeurt. + +</p> +<p>De dichter die in het Noorden met éen enkelen slag het veranderde, vormlijke ideaal der vrouw, die zich onder alle omstandigheden +opofferende, zachtzinnige vrouw, verbrijzeld heeft, is Ibsen, als hij Nora man en kinderen doet verlaten om getrouw te zijn +aan haar eigen plichten; als hij door “Het spook” in het zedelijk bewustzijn der menschen tracht te etsen: dat eene vrouw, +die aan haar eigen persoonlijk karakter getrouw is, ook ten nutte van anderen, hooger staat dan zij, die zich blijft vastklampen +aan de eenmaal bestaande vormen der zedelijkheid, ook al zijn deze zonder zin of beteekenis in haar bijzondere omstandigheden. +<span class="pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5">5</a>]</span>En sedert heeft Ibsen voortdurend de vrijheid onder eigen verantwoordelijkheid gepredikt, als de verlossing voor het individu. +Langzaam-aan is men begonnen naar hem te luisteren;—gedeeltelijk heeft men hem ook verstaan. Maar men weet het immers, geen +geweten is in dit opzicht meer hermetisch gesloten dan dat van zekere, door de emancipatie in een opgewonden toestand verkeerende, +vrouwen. Dat alle vrouwen gelijke rechten met de mannen moeten hebben is de scheering en inslag van het weefsel, dat zij in +hare redevoeringen over de persoonlijke vrijwording der vrouw, op het getouw zetten. Zij vergeten, dat het recht om te worden +wat zij wil, voor de vrouw evenzoogoed als voor den man, vaak de noodzakelijkheid medebrengt om datgene wat zij naar haren +aanleg en karakter is, te onderdrukken. Zij vergeten, dat het individu hoogere eischen moet en mag stellen dan alleen het +recht tot de keuze van een werkkring. Zij zien ze voorbij, die eindelooze schakeeringen in gevoelens, in meening en karakter, +die de oorzaak waren, dat de eischen aan solidariteit in de opvatting en handelingen der voor de vrouwenbeweging ijverenden, +verliepen in onderdrukking der enkele vrouwelijke persoon. Zeer zeker is het ook nu nog de waarheid dat aaneensluiting noodig +is, om aan de vrouw, de rechten die haar tot heden onthouden werden, te verschaffen. Maar elk verplichtend in gesloten gelederen +optrekken is in deze zaak gevaarlijk te achten; immers de vooruitgang in den toestand der vrouw, in den ernstigen, diepen +zin van het woord, verlangt juist, dat de zoo oneindig verschillende individuen, zoo onbelemmerd mogelijk, zullen kunnen toonen, +waartoe zij op zeer verschillend gebied, in staat zijn. + +</p> +<p>Het dreigend gevaar van den vormendienst in de vrouwenbeweging uit zich echter niet alleen in de te hoog opgedrevene eischen +tot aaneengesloten handelen, maar <span class="pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6">6</a>]</span>ook in de wijze waarop de meening der tegenstanders wordt “afgemaakt”. Het verraadt zich in het gebrek aan nauwlettende waakzaamheid, +die ons zeggen zou, dat de vrouwenbeweging, op het gebied van den arbeid althans, meer en meer ingrijpt in de sociale vraagstukken +van den dag. Het openbaart zich vooral in de onbekwaamheid om in te zien, dat de vrouwenbeweging juist door hare groote vorderingen +van den laatsten tijd hoe langer hoe ingewikkelder wordt en dat hierdoor steeds grooter moeilijkheid ontstaat, om zich op +een beslist maar onpartijdig standpunt te plaatsen tegenover de daartoe behoorende zeer verschillende onderwerpen. + +</p> +<p>Hiervoor is het onder anderen bepaald noodig dat den vrouwen meer gelegenheid gegeven worde om zich te beschaven en te ontwikkelen. +Goed. Maar of al die inrichtingen van onderwijs ook de persoonlijkheid als zoodanige ontwikkelen, daaraan zou ik twijfelen. +Immers wij hebben de fijnste en beminnelijkste personen ontmoet onder weinig geleerde dames van zeventig en tachtig jaar; +en het scherpzinnig <span class="letterspaced">eigen</span> oordeel dezer dames, evenzoo als dat van sommige vrouwen en meisjes, die nimmer geregeld onderwijs ontvingen, is wel geschikt +om onze moderne, over alles <span class="corr" id="xd0e204" title="Bron: meè-pratende">meê-pratende</span>, “ontwikkelde” vrouwen en meisjes beschaamd te doen staan. + +</p> +<p>Het is niet meer dan billijk dat het loon voor vrouwelijken arbeid verhoogd worde; maar wordt die arbeid werkelijk in diezelfde +verhouding beter? Kan men het wel van het meerendeel van die, over haar lessenaar gebogen zittende vrouwen verlangen, dat +zij eene levendige belangstelling voor haar dagwerk zullen koesteren, terwijl haar eigen innerlijk wezen slechts aan het woord +komt als zij over eene wieg gebogen staan? + +</p> +<p>Er is veel voor te zeggen dat ook dochters van rijke ouders naar een werkkring verlangen. Maar ligt het gevaar <span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7">7</a>]</span>niet voor de hand dat zij, die met gering loon tevreden kunnen zijn, den arbeid ontstelen aan andere, misschien meer bevoegde +arme vrouwen en mannen, die, omdat zij van hunne verdiensten moeten leven, genoodzaakt zijn hooger loon te vragen? Terwijl +deze en nog veel meer vragen onbeantwoord blijven, verbaast men er zich over, hoe het conventionalisme zich onvoorwaardelijk +verheugt over de vele jonge meisjes die studeeren, of voor een algemeenen arbeid de ouderlijke woning verlaten, waar zij toch +zoo nuttig en noodig zijn; al zouden wij de laatsten zijn, om den horizont der vrouw, zooals in grootmoeders dagen, tot keuken, +kinderkamer en huiskamer te willen beperken. + +</p> +<p>Het is tot heden nog altijd niet beslist of de vrouw, in fysiologisch en psychologisch opzicht zoo bijzonder welvaart, of +hare gezondheid en gelijkmatigheid verhoogd wordt, door in den strijd om het bestaan mede te dingen. De vrouw op dit standpunt +is een nieuw onderwerp voor studie en slechts de volle vrijheid tot arbeidskeuze en persoonlijke ontwikkeling dezer eeuw, +zal de stof leveren tot het maken van weloverwogen gevolgtrekkingen. + +</p> +<p>De teekenen des tijds duiden het aan: altijd zal er een op lichamelijk verschil gebouwd, onvermijdelijk geestelijk onderscheid +tusschen den man en de vrouw blijven bestaan; een onderscheid, dat <span class="letterspaced">haar</span> hoogst waarschijnlijk bij voorkeur tot de in het huisgezin scheppende kracht zal blijven stempelen, terwijl hij bij voorkeur +zich zal blijven wijden aan den arbeid der kultuur op algemeen gebied en dàar zijn scheppingsdrang zal trachten te bevredigen. +Maar er is geen zeggen van hoever eene volkomene gelijkstelling met den man, eene onbeperkte ontwikkeling op het gebied van +den arbeid, de vrouw zal kunnen brengen, ten opzichte van het besturen der maatschappij en van de kultuur, als groot geheel +beschouwd. +<span class="pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8">8</a>]</span></p> +<p>De hierbovengenoemde, in onze dagen door oppervlakkige vrouwen en meisjes onvervaard nagepraatte gezichtspunten op de vrouwenbeweging, +verhinderen juist de vrouwelijke ontwikkeling van het individu, door de vele en groote raadselen in de natuur kalm voorbij +te zien. + +</p> +<p>Daarentegen vormen de eenmaal aangenomene denkbeelden van zelfverloochening als de uitdrukking der echte vrouwelijkheid, op +hunne beurt het doorbreken der vrouwelijke persoonlijkheid van uit de nevelen der vormen en gebruiken in de maatschappij. + +</p> +<p>Met een zalig gevoel te gronde te mogen gaan voor een innig dierbaar wezen, is voorzeker een van de schoonste voorrechten +der vrouw. Maar door dit onder alle omstandigheden te verheffen tot haar ideaal, had de vrouw haar eigen ontwikkeling in den +weg gestaan, evenzoo als die van den man. + +</p> +<p>Als men de huwelijken uit de vorige generaties vergelijkt met die van het jonger geslacht, dan valt er bij de mannen van heden +een grooten vooruitgang waar te nemen, ten opzichte van oplettende teederheid voor en sympathieke waardeering van de thans +meer persoonlijk levende en hierom meer eischende vrouwen. Beide partijen hebben er bij gewonnen dat de vrouw begonnen is +zich te oefenen in de moeilijke kunst van zichzelf-opheffende zelfverloochening. Want voor elk waarlijk liefhebbend vrouwenhart +is het oneindig moeilijker haar recht te eischen dan dit op te offeren. +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>De vereering van het conventioneele vindt bij voortduring krachtigen steun bij de opvoeding. + +</p> +<p>Voorzeker men onderdrukt tegenwoordig niet meer, of althans hoogst zelden, de <span class="corr" id="xd0e235" title="Bron: idividualiteit">individualiteit</span> van een kind op de voorheen gebruikelijke ruwe en wreedaardige manier. Maar zij verdwijnt toch hoe langer hoe meer. In den +<span class="pagenum">[<a id="pb9" href="#pb9">9</a>]</span>ouden tijd genoten de kinderen van een zekere vrijheid in de kinderkamer, waar de ontwakende persoonlijke gewaarwordingen +van blijdschap en verdriet, van liefde en tegenzin, niet voortdurend in toom behoefden te worden gehouden. Thans zijn de kinderen +om en bij de volwassenen en dit samenzijn legt hun reeds vroeg de taak op de jonge schouders, van dwang en fatsoen. + +</p> +<p>De kinderen moeten bezig gehouden worden, dat is hun recht; zij kunnen niet meer op hun eigen gelegenheid spelen, want zij +hebben den lust verloren die voorheen gebouwd was op de vrijheid der altijd weder scheppende kinderlijke verbeeldingskracht; +zij hebben er ook den slag niet meer van om “aardig alleen te spelen”. + +</p> +<p>Op deze manier hebben de ouders geen rust en de kinderen evenmin<span class="corr" id="xd0e244" title="Bron: ,">.</span> Altijd met volwassenen te zamen zijnde, worden zij zoo aanmatigend, dat de gehoorzaamheid er onder lijden moet. Dus leeren +zij zich niet voegen; zij raken niet gewoon aan de voor hunne ontwikkeling zoo noodige orde en tucht; zij leeren ze niet, +die moeilijke, maar onmisbare les van levenswijsheid: hunne opwellingen van minder beteekenis te onderdrukken voor iets van +ernstiger aard en ook in deze zich te voegen onder de beproevingen van het kinderleven—eene ontginning van de woeste gronden +van het kinderlijk karakter, waarmede men zeer vroeg beginnen moet om er een vruchtbaren akker van te kunnen maken. + +</p> +<p>Deze ontginning heeft plaats als de opvoeder zelf duidelijk weet, wat hij als hoofdzaak bij de ontwikkeling van het kinderlijk +verstand beschouwt en hiermede rekening houdende, zijn bevel en verbod weet toe te passen; deze moeten weinig in aantal zijn, +maar onwrikbaar vast gehouden worden als wetten der natuur; en waar tegen deze gezondigd werd, moet hij het kind niet met +door hem bedachte, onzinnige straffen plagen, maar het eenvoudig <span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10">10</a>]</span>de gevolgen van zijne ongehoorzame handelwijze laten ondervinden en aanwijzen. Zoodoende kan men, door zich aan vaste beginselen +te houden, een natuurkind<span class="corr" id="xd0e251" title="Bron: ,"></span> vormen tot een beschaafd mensch, dat uit ontzag voor zichzelf en anderen, zijne driften, als die met de maatschappij in botsing +komen, weet te beteugelen,—zonder dat daardoor het persoonlijk gevoel wordt onderdrukt. Want buiten het gebied dezer bestaande, +onveranderlijke wetten, moeten de kinderen nooit worden gedwongen of aangemaand, om in strijd met hunnen aard en aanleg te +handelen; laat hen daarin hunne gezonde zelfzucht en hun eigenaardigen smaak ongehinderd botvieren. + +</p> +<p>Er zijn vele moeders die, door zichzelve onverstandig al te zeer op den achtergrond te plaatsen, de volstrekt niet te verdedigen +zelfzucht harer kinderen aankweeken. Daarentegen verlangen zij op andere oogenblikken van diezelfde kinderen eene mate van +<span class="corr" id="xd0e255" title="Bron: zelf beheersching">zelfbeheersching</span>, van bedachtzaamheid, gematigdheid en ontzag, die een geheel leven meestal niet in staat was, die moeders te leeren. Van +de zachte stof die bedoeld was een persoonlijk wezen te worden, maken ouders, dienstboden en onderwijzers een man of vrouw +van de wereld; in sommige gevallen een bruikbaar lid der maatschappij—maar zeer zelden een mensch. + +</p> +<p>Deze vorming noemt men opvoeding. Nu moet wel een gedeelte van de vroegste opvoeding inderdaad in zulk vormen bestaan, zooals +ik onlangs zeide. Maar na de eerste levensjaren moet het hoofddoel der opvoeding wezen, juist al wat louter vorm is, te verjagen; +de volle vrijheid te laten tot ontwikkeling van de éenige kracht, die in ’t groot geheel beschouwd, voor de menschenwereld +het feit dat nieuwe geslachten de ouden vervangen, belangrijk maken kan: de kracht der nieuwe, oorspronkelijke persoonlijkheid. +<span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11">11</a>]</span></p> +<p>Ieder kind vormt een nieuwe wereld—eene wereld, waarin zelfs niet het oog der teederste liefde geheel vermag door te dringen. +Hoe trouwhartig dat open kinderoog ons moge aanzien; hoe vol vertrouwen het zachte handje in onze hand wordt gelegd—toch zal +dit jonge menschenkind ons misschien later kunnen vertellen hoeveel verdriet het er van gehad heeft, door ons te worden behandeld +alsof kinderen eenvoudig herhalingen van het bestaande waren, niet oorspronkelijke, nieuwe, persoonlijke schepsels. En in +zekeren zin is het kind ook eene herhaling van de kindernatuur in alle tijden; maar tegelijk, en in een veel hoogeren graad, +eene geheel nieuwe samenstelling van hoedanigheden naar geest en lichaam; die aanleiding geven tot blijdschap en smart, tot +kracht en zwakheid. + +</p> +<p>Dit nieuwe jeugdige menschje moet, op eigen verantwoordelijkheid, op goed geluk vertrouwend, het vreeselijk-ernstige leven +intreden. Wat het zal kunnen leveren aan scheppende krachten, aan nieuwe beginselen; wat het bezitten zal aan geestelijke +veerkracht onder den druk van het noodlot; aan de kracht om gelukkig te maken en gelukkig te zijn—dit alles hangt, behalve +van de aangeboren natuur, in zeer ernstige mate af van de manier van opvoeding, die op dit persoonlijk kindergemoed wordt +toegepast. + +</p> +<p>Reeds Goethe klaagde er over dat de ouderlijke tucht,—de opvoeding over het algemeen,—trachtte persoonlijke wezens tot ledepoppen +te maken. En dit is sedert nog veel erger geworden; de opvoeding is door schoolmeesters in de hand genomen, maar er niet zielkundiger +op geworden. + +</p> +<p>Alleen hij die de gevoelens, den wil en de rechten van het kind behandelt, evenzoo voorzichtig als die van een volwassen mensch; +die aan de persoonlijkheid van het kind geen andere beperkingen opdringt dan die der natuur <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12">12</a>]</span>en dezulke die op goede gronden noodig zijn voor het welzijn van het kind en zijne kameraadjes, alleen hij kan met recht aanspraak +maken op den naam van een opvoeder der jeugd. De opvoeding behoort zeker ten doel te hebben de persoonlijke ontheffing van +de overmacht der eigene hartstochten. Maar nooit mag zij haar streven zoo ver richten die hartstochten uit te roeien of ter +zijde te dringen. Zij toch vormen juist de kracht der persoonlijkheid, die nu eenmaal niet kan bestaan zonder gevaar voor +de daaraan gepaard gaande gebreken. + +</p> +<p>Het overwinnen van de in elk gemoed levende gebreken door het opkweeken der daarmede gepaard gaande goede hoedanigheden in +datzelfde gemoed—dit alleen is eene zuiver persoonlijke opvoeding. En deze methode werkt uiterst langzaam; het onmiddellijk +handelen beteekent hierbij zeer weinig; de geestelijke atmosfeer van de huiskamer, huiselijke gewoonten en illusies zijn daarentegen +bijna alles. Het komt er vooral op-aan dat de opvoeder de kunst versta van afwachten, van het berekenen der werking die de +toekomst zal geven—minder waarde te hechten aan het heden. + +</p> +<p>Er zijn ouders en opvoeders die gelooven het kind voor later verdriet te bewaren door het “in zijne eigenzinnigheid tegen +te gaan”, zooals men dit noemt. Men bedenkt dan niet, dat door op deze wijze een kind te dwingen iets te doen dat lijnrecht +in strijd is tegen zijnen aard, niets anders bereikt wordt dan dien natuurlijken aanleg te verflauwen; vaak zelfs behoudt +men alleen de zwakheid van het karakter, zonder de daarmede vroeger vereenigde kracht. + +</p> +<p>Vaak denkt men er niet eens zooveel bij en wordt men alleen tot zulk eene handeling geleid, door het gedachteloos navolgen +van den ouden sleur, die leerde dat zelfverloochening het ideaal van den mensch is. Men onderdrukt <span class="pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13">13</a>]</span>den lust tot onderzoek in zijn ondernemenden geest; men kwetst zijn zoo bijzonder prikkelbaar gevoel voor ’t schoone; men +oefent dwang uit op zijne meest persoonlijke uitingen, zijne bewijzen van teederheid; men berispt zijn tegenzin en dempt zijne +geestdrift. Onder deze en dergelijke inbreuken op hunne persoonlijkheid, op hunne bijzondere gevoelens en neigingen groeien +de kinderen, vooral de meisjes, tegenwoordig meest allen op. Daarom is het waarlijk niet te verwonderen dat de volwassenen<span class="corr" id="xd0e279" title="Bron: ,"></span> zelden op hunne kindsheid terug zien als op een gelukkigen tijd. + +</p> +<p>Een krachtig bewustzijn van te leven, ’t gevoel van volheid, heelheid, veelzijdige krachtsontwikkeling, van willen en kunnen—dat +is geluk. Kinderen hebben dezelfde voorwaarden tot geluk, eigenlijk meer nog dan volwassenen, want zij kunnen van dien levenslust +meer onverdeeld genieten. Men moest hen van deze mogelijkheid om gelukkig te zijn vrij laten gebruik maken zoolang zij nog +onder de leiding hunner ouders staan en dezen macht over hen hebben. Maar al te spoedig beginnen zij, op hun eigen handje +proefnemingen te doen; geld te verdienen, ’t vermaak op te zoeken; en in dat gevaarlijke tijdperk van het jonge leven blijkt +geene opvoedingsmethode van grooter invloed en van meer belang te zijn, dan deze: te zorgen dat het kind niet <span class="letterspaced">te veel</span> is opgevoed, zoodat het eigen krachten over heeft voor het rijke, maar ernstige, leven dat hem wacht; dat wil zeggen: om +’s levens lasten te dragen; van zijne vreugde te genieten; zijn arbeid te verrichten; zijn eigen oordeel te behouden; zich +met hart en ziel toe te wijden aan de hem opgelegde levenstaak;—dit toch is de groote en éenige voorwaarde om gelukkig te +kunnen leven, te beminnen en te sterven. + +</p> +<p>Er ligt een diepe waarheid in het oude gezegde: “Den kinderen behoort het hemelrijk.” Want geen onzer kan het hoogste bereiken, +zonder eenvoud, onbaatzuchtigheid <span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14">14</a>]</span>en volharding, om zonder eenige bijbedoeling alles dienstbaar te maken aan dat éene doel. Dit nu is juist de groote kracht +van het kinderhart. Heeft eene moeder door hare opvoedende leiding die heilige kracht bewaard en tot bewustheid ontwikkeld, +dan heeft zij niet alleen een nieuw schepsel, maar een nieuwe persoonlijkheid aan de maatschappij gegeven. + +</p> +<p>Maar de opvoeding, in huis en in de school, slaat tegenwoordig juist de hier tegenovergestelde richting in. Het versplinteren +van het persoonlijk wezen en karakter is dien ten gevolge het groote kwaad onzer eeuw.— +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>Maar de mensch is gelukkig een sterk gebouwd organisme. Zij, wier persoonlijkheid door hunne opvoeding geknakt of onderdrukt +werd, kunnen zich toch uit die vernederende gebogen houding oprichten, zichzelf baanbreken tot vrijheid van ontwikkeling, +als zij zich van de groote waarde dezer vrijheid helder bewust worden. + +</p> +<p>Weinige menschen, en onder dezen weinige vrouwen, kunnen op genialiteit roemen. Maar al is ook slechts bij enkelen de kiem +voor een groote persoonlijkheid aanwezig<span class="corr" id="xd0e298" title="Bron: . Toch">, toch</span> zouden de meesten wel een zekeren graad van zelfstandigheid kunnen ontwikkelen, ook na een mislukte opvoeding, als zij er +zich met vollen ernst op toelegden. + +</p> +<p>Maar hiervoor is <span class="letterspaced">moed</span> een eerste vereischte; moed en volharding. + +</p> +<p>Als het waar is dat “gebrek aan verstand gebrek is aan moed” dan is dit nog meer waar ten opzichte van gebrek aan individualiteit. + +</p> +<p>Hier is al aanstonds eene der redenen gevonden waarom men onder de vrouwen minder persoonlijke zelfbewustheid ontmoet dan +onder mannen. Een man is meer door-en-door ijverende voor zijne idée, zijn doel waarvoor hij arbeidt; hij is meer intensief +in zijn weten en willen. Dien ten <span class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15">15</a>]</span>gevolge wordt hij vaak—juist als een kind—éenzijdiger, zelfzuchtiger, maar tevens meer éen geheel vormende, dan eene vrouw +onder dezelfde omstandigheden wezen of worden zal. + +</p> +<p>Zij is, behalve in de liefde, zelden geheel van éen onderwerp vervuld. Het valt haar dus minder moeilijk om het gevoelen van +anderen te ontzien en voorzichtig op alles en allen rondom haar te letten. Zij is beweegelijker, meer gevoelig voor van buiten +op haar werkende indrukken, veelzijdiger en buigzamer dan de man—en hierin ligt hare kracht. Maar evenzoo goed als bij den +man, is deze gewonnen ten koste van een daaraan gepaard gaand verlies. Want het evenwicht in alle dingen te behouden is nu +eenmaal zoo moeilijk voor ons, menschenkinderen, dat eene deugd vaak niet de uitkomst is van eene vermenigvuldiging-som, maar +van een aftreksom. + +</p> +<p>De man is de bevoorrechte schepper van nieuwe gedachten en nieuwe instellingen door zijn grooteren moed om ’t gevaar te trotseeren, +door zijn krachtiger wil; de vrouw, het ligt in haren aard, blijft meestal angstig volhouden met “hetgeen altijd zoo geweest +is.” Zij waakt trouw niet alleen over de zeden, gebruiken en tradities van eigen huis en haard, maar ook van de uit vroeger +dagen overgeleverde vormen en rechtsbegrippen in de maatschappij kan zij moeilijk afstand doen. Nu is het duidelijk, dat deze +algemeene vasthoudendheid aan het eenmaal bestaande die in de natuur der vrouwen ligt, eene der grootste hinderpalen moest +vormen voor de ontwikkeling van het vrouwelijke individu, op zich zelf staande. + +</p> +<p>Voor de persoonlijke zelfstandigheid van den man is het vaak moeilijk om zich te ontwikkelen, doordien hij in den regel met +verscheidene anderen tezamen moet werken en aldus door partijzucht of kruiwagens, door het vooruitzicht op bevordering of +op andere voordeelen, in zijne handelingen beperkt wordt. +<span class="pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16">16</a>]</span></p> +<p>De persoonlijkheid der vrouw wordt meer gekneld door het vasthouden aan eenmaal gebruikelijke vormen en begrippen van zedelijkheid; +door haar conventioneel ideaal. Zij wil het groote onderscheid tusschen eene zelfopofferende liefde van hooge waarde en eene +zelfverloochening, die in geen enkel opzicht iets beteekent, liever niet zien. Zij wantrouwt haar eigen natuurlijk oordeel +over goed en kwaad, zoodra dit instinct haar ook slechts een haarbreedte zou doen afwijken, van de gehuldigde en algemeen +gebruikelijke vormen in de samenleving. Hem die tegen een dergelijk begrip heeft gezondigd wil zij wel vergeven, onder voorwaarde +dat hij de wettigheid daarvan erkent; maar haar oordeel is zonder mededoogen over den schuldige, die tegen <span class="letterspaced">het</span> principe handelde, omdat zijne opvattingen omtrent goed en kwaad, niet met de nu eenmaal bestaande zienswijze overeenstemden. +Zij vermengt in haar vonnis temperament en beginselen, leer en leven, op een treurige wijze door elkander en deze vermenging +is de oorzaak van alle geestelijke dwingelandij, van elke sociale onverdraagzaamheid. + +</p> +<p>Dit geldt vooral met het oog op de onderwerpen die de verhouding tusschen de twee geslachten onderling raken. Hier staat namelijk +ieder, die eene van de gebruikelijke vormen afwijkende opvatting te kennen geeft, eene opvatting die ook maar eenigszins in +botsing komt met het conventioneele vrouwelijke ideaal, bloot aan alles behalve vleiende gevolgtrekkingen en grievende lasterpraatjes +over zijn persoonlijk leven. Van de zijde der vrouwen moest het waarlijk—althans wanneer er sprake is van eene vrouw—wel worden +bedacht, dat er niet slechts een gloeiend geloof, maar ook een rein geweten vereischt wordt, voor den moed om de samenleving +in een van haar meest geliefde vooroordeelen te trotseeren. + +</p> +<p>Het conventionalisme der vrouw bereikt zijn toppunt in het gedachtelooze en gewetenlooze napraten, waardoor <span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17">17</a>]</span>een aantal vrouwen haar geestelijk peil verlagen, haar karakter bederven en ten slotte haar eigen persoonlijkheid laten opgaan +in die van iedereen. + +</p> +<p>Eene vrouw die op werkelijke beschaving aanspraak wil maken, bewijst dit onder anderen, door het vermijden van elke geleende, +of geveinsde weelde. Zij vindt het verachtelijk om door den schijn indruk te maken en daarom vermijdt zij in hare kleeding +en huisraad elke onechte versiering. + +</p> +<p>Maar diezelfde vrouw geeft kalm oordeel en opvatting die zij van anderen napraat, voor echt uit. Zelfs al bezat zij die, zou +zij toch den moed niet hebben om een frissche, oorspronkelijke gedachte te uiten; om blijk te geven van een warm, buiten den +algemeenen regel werkend, gevoel. Hare vervalschingen worden door andere napraatsters van den eenen kring naar den anderen +overgebracht. Hierdoor ontstaat “de algemeene beoordeeling” van de meest kiesche vraagstukken des levens, van de ernstige +raadselen, waarvoor men de aanleiding zou moeten kennen om ze ook maar uit de verte te verstaan. Hierdoor worden schoone en +edele daden in een twijfelachtig licht geplaatst en vuige lasterpraatjes voor waarheid aangenomen. Aldus wordt de lucht verontreinigd +door de opstuivende zandkorrels waaronder het werk en de eer van een medemensch begraven wordt. + +</p> +<p>Maar een op die wijze begraven werk, of goeden naam, kan nog worden opgedolven. Alleen de lasteraars zelf lijden er ten slotte +het meeste door. + +</p> +<p>Want alles in de wereld hangt samen: het leven bestaat uit oorzaak en gevolgen. Niemand leeft ongestraft uit de tweede hand. +Wij kunnen op intellectueel gebied onmogelijk vooruitdringen met het leengoed van anderen, zonder hierdoor persoonlijk verlies +te lijden aan zedelijken inhoud. Wij waren heden onbillijk ten opzichte van een boek, eene schilderij of een tooneelstuk, +door dit te beoordeelen <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18">18</a>]</span>met de woorden van een ander, die wij voor <span class="letterspaced">onze</span> opvatting wilden laten doorgaan; of omdat wij den moed niet hadden onze ingenomenheid ermede te toonen, in geval “de critiek” +hierover anders denkt: of door eene verontwaardiging te veinzen, die wij geenszins gevoelden, maar die anderen van ons verwachtten, +in naam der mode of van het fatsoen. Morgen zullen wij even onbillijk—laat ons zeggen even oneerlijk—worden, tegenover een +medemensch of tegenover onze eigen overtuiging—en zulk eene onrechtvaardigheid, zulke valschheid kan van grooten invloed worden +op een geheel levenslot. + +</p> +<p>De slotsom van geestelijken rijkdom, van geestelijke waardecijfers, vermindert natuurlijk, als wij verzuimen ons eigen cijfer +erbij te tellen. Dit moge groot zijn of klein, rijk of gering,—als wij het zelf hebben gevoeld en gedacht, als het <span class="corr" id="xd0e345" title="Bron: oorsponkelijk">oorspronkelijk</span> ons eigendom is, beteekent het voor anderen oneindig meer, dan hetgeen wij slechts napraten, ook al is onze zegsman eene +autoriteit. In gevallen waarin wij genoodzaakt zijn om ons op anderen, die meer weten dan wij, te beroepen, dringt eerlijkheid +en goede trouw er ons toe, onze verplichting aan hunne meerdere kennis openlijk uit te spreken. + +</p> +<p>Ieder van ons mag zich slechts verheugen in een zeer klein gedeelte der uitkomsten van beschaving en cultuur; zelden zijn +wij in staat over meer dan een enkel geval met zekerheid te oordeelen. Maar één ding kunnen wij allen leeren: in te zien dat +het een bewijs is van beschaving, geen oordeel te geven over onderwerpen waarvan wij geen verstand hebben. Laat de goede toon +ons hiertegen doen waken; evenzoo als men zich de weelde van juweelen te dragen ontzegt als men geen echte steenen heeft, +evenzoo moet men zich onthouden van een oordeel over personen en zaken, waarover men niet door eigen aanschouwen of kennismaking +zelf oordeelen kan. Wanneer <span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19">19</a>]</span>deze oprechtheid, dit ronduit verklaren van onbevoegdheid om onze meening over dergelijke onderwerpen of personen te zeggen, +meer algemeen wordt beschouwd als een bewijs van beschaving, dan zal de vrouwelijke cultuur in deze richting eene bijna even +groote schrede hebben gedaan, <span class="corr" id="xd0e352" title="Bron: dan">als</span> toen de vrouw als student op de universiteit werd toegelaten. + +</p> +<p>Want, naast de mogelijkheid om een ruimeren blik op vele dingen te verwerven, staat op het gebied der ernstige ontwikkeling +de gave om te begrijpen hoe begrensd die blik nog is, de moed om openlijk te bekennen, welke kennis ons ontbreekt. + +</p> +<p>Moed en oprechtheid—deze hoedanigheden zoeken wij helaas nog vaak te vergeefs bij de vrouw; toch moeten juist deze toenemen, +zal de persoonlijkheid der vrouw groeien. + +</p> +<p>Dit groeien wordt niet bevorderd door het studeeren der jonge meisjes, al nemen zij hare studie nog zoo ernstig op; ook niet +door de een of andere taak in de samenleving voor hare rekening te nemen, al brengt deze een zeer groote mate van verantwoordelijkheid +mede. Niets van dit alles werkt gunstig op de geestelijke ontwikkeling van hare persoonlijkheid, tenzij eigen onderzoek en +eigen keuze dit middel tot hare beschaving en haren arbeid inderdaad tot een organisch gedeelte van haar eigen leven hebben +doen worden. Die keuze, dat onderzoek zijn dan de hoofdfactoren. De vrouwelijke persoonlijkheid te ontwikkelen—van binnen +uitgaande—dit is het groote vraagstuk der vrouwenbeweging; haar vrij te doen worden van de hedendaagsche nietsbeteekenende +formules; haar moed te geven zich te toonen zooals zij is, te bekennen wat zij niet is—ziedaar het groote en ernstige doel +van de zoo vaak verkeerd begrepen émancipatie der vrouw. + + +<span class="pagenum">[<a id="pb20" href="#pb20">20</a>]</span></p> +</div> +<div id="ch2" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#toc">Inhoud</a>] +</span><h2 class="normal">Moed.</h2> +<p>Er zijn altijd jong blijvende woorden, woorden wier echte goudklank nooit tot een ontvankelijk oor doordringt, zonder dezelfde +gewaarwordingen te voorschijn te roepen als toen zij, misschien duizend jaar geleden, voor het eerst werden uitgesproken;—toen +als een nieuwe uitdrukking voor het innig besef van dien tijd. + +</p> +<p>Onder deze woorden en spreuken van een eeuwige jeugd is er een, die voor den eersten keer door den welsprekendsten mond in +Hellas verkondigd werd: + +</p> +<p>“<span class="letterspaced">Geloof dat het geluk bestaat in vrijheid—en dat vrijheid is moed!</span>” + +</p> +<p>De inhoud van die spreuk kon voor Pericles voorzeker niet dezelfde beteekenis hebben als voor ons. + +</p> +<p>Onder <span class="letterspaced">vrijheid</span> verstond men feitelijk de onafhankelijkheid van den eenen staat tegenover den anderen; met moed werd vooral de deugd van +dappere verdediging des vaderlands bedoeld. + +</p> +<p>Toch is het best mogelijk dat er bij den minnaar van Aspasia en den vriend van Socrates, een vermoeden heeft bestaan van den +tijd, wanneer die schoone woorden, in dieperen zin, zouden beteekenen de onmisbare voorwaarde <span class="pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21">21</a>]</span>tot welvaart en geluk; zoowel voor het geluk van de op zichzelfstaande persoonlijkheid, als voor de vrijheid eener geheele +natie. + +</p> +<p>Edele woorden groeien in dezelfde mate als de menschheid groeit. Wij begrijpen het nu, dat de enkele mensch evenmin geluk +en vrijheid vinden kan als de geheele Staat, wanneer de moed hem ontbreekt. Maar hangt het dan wel van ons-zelf af moed te +hebben of niet? + +</p> +<p>Zeer zeker. Moed is eene hoedanigheid die verkregen wordt door hem of haar die haar wil verkrijgen; maar men moet willen, +met ernst en volharding. Er zijn menschen die met een hun aangeboren moed ter wereld komen, maar de meesten hebben, voor het +grootste deel althans, hun moed zelf gekweekt. + +</p> +<p>Er is geen eigenschap die door oefening sneller toeneemt. Als men het in onze samenleving maar duidelijker begreep dat moed +den grond vormt, waarop het karakter en de wilskracht gebouwd is, dan zouden bijna alle menschen tot moedige wezens kunnen +worden opgevoed. + +</p> +<p>Maar in de plaats van ons reeds vroeg te leeren willen, kiezen en overwegen, leert men ons toe te geven en te buigen; het +droombeeld van vrij onzen eigen weg te gaan te onderdrukken en alleen onzen boozen geest te volgen. Men maakt er ons opmerkzaam +op, hoe verwaand het is, een opzichzelfstaand geheel te willen beteekenen en hoe nuttig, éen van de vele nullen te zijn die, +vereenigd, eene millioen helpen vormen. Men zegt ons dat voorspoed en vooruitgang in lijnrechte tegenstelling zijn met het +streven naar vrijheid; men wil ons overtuigen dat de mogelijkheid om “gelukkig te maken” onvereenigbaar is met den wensch +om op onze eigene manier gelukkig te zijn. Men richt onzen blik op de hoogte der samenleving, waar de menigte haar offer aan +het vooroordeel brengt en men waarschuwt <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22">22</a>]</span>ons, toch vooral ons niet te voegen bij de kleine minderheid die, met ongebogen knie en fier opgeheven hoofd, door de wereld +gaat. + +</p> +<p>Men zorgt er voor het ons reeds vroeg bij te brengen hoe slecht het altijd is afgeloopen met de overmoedigen, die hunne vrijheid +van denken en handelen onder den druk der partijen hadden trachten te behouden; die dwazen, die trouw te zijn jegens hun eigen +persoon voor belangrijker hielden dan gelijk te staan met anderen; die hunne eigene overtuiging verdedigden en volgden; die +rond voor hunne opvatting van het leven uitkwamen, in plaats van anderen na te praten; die leefden van eigene middelen, liever +dan van vrienden en kennissen te leenen; die aan de opwellingen in hun eigen hart gehoor gaven en niet aan die van zekere, +heerschende kringen in de maatschappij; in éen woord, hoe het die allen gegaan is, die eigen oordeel en meening verkozen te +hebben en zich niet wilden tevreden stellen met “de algemeene opinie”. + +</p> +<p>Natuurlijk hebben die overmoedigen hun welverdiend loon ontvangen! Hunne vrienden beklaagden er zich over nooit te weten wat +men aan hen had en haastten zich hen te verlaten, onder innig leedwezen over hunne afvalligheid. Hunne vele kennissen hadden +het altijd wel geweten dat zij “onberekenbare, karakterlooze menschen waren, die men nooit volkomen vertrouwen kon.” En de +aaneengeslotene, toonvoerende meerderheid heeft het klaar en duidelijk bewezen dat zij gevaarlijke menschen zijn, menschen +“zonder beginselen”. + +</p> +<p>Waarlijk, om door dit oordeel te worden getroffen behoefden die menschen volstrekt niet met een nieuwen vorm van godsdienst +aan te komen, of met al het bestaande omverhalende leerstellingen in de maatschappij! + +</p> +<p>Het was voldoende dat zij hunne beste krachten er aan <span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23">23</a>]</span>hadden gewijd om de onderdrukking van eene partij ten opzichte der andere te verhinderen; dat zij hunne afkeuring over een +onrechtvaardig oordeel te kennen gaven en over het toepassen van gewetensdwang. Of dat zij het karakter van een persoon verdedigden, +hoewel zij zijne levensopvatting niet huldigden; of voor die opvatting pleitten, hoewel zij zich voor zijn karakter niet verantwoordelijk +konden stellen. Ja, soms is het wel voldoende gebleken dat iemand in een kring van conservatieven durfde te beweren dat niet +iedere radikaal een dubbelzinnig karakter is, of in een gezelschap van radikalen te zeggen, dat niet ieder conservatief man +een domkop is, om zelf in een zeer twijfelachtig licht te worden geplaatst ten opzichte van zijne eer, van zijn naam als fatsoenlijk +man en van zijn gezond verstand. + +</p> +<p>Laat men zich nu niet bijtijds door de vrienden waarschuwen, maar blijft men volharden in zijn idiosynkrasi om zijn eigen +meening te zeggen, de stem van zijn geweten te volgen, te oordeelen naar de mate van ’t verstand dat hij heeft—dan hangt het +van de minste of geringste toevalligheid af welk einde zoo iemand neemt: òf de langzame hongerdood, òf wel een beklagenswaardig +alleen-staan in de wereld zijn lot wezen zal. + +</p> +<p>En toch—ondanks dit alles hebben er in elke generatie menschen geleefd die het durfden wagen zich zelf te zijn; die onbeschaamd +genoeg waren om te denken, te handelen, te beminnen, te dichten en te scheppen, op hun eigen hand! Dit zijn de menschen die +thans nog in ons midden leven; zij, wier moed door hunne tijdgenooten met driestheid of brutaliteit werd aangeduid, maar die +door het nageslacht worden bezongen en gevierd als groote mannen, aangebeden als openbaringen van wijsheid en licht. Hunne +bezwaren waren geheel dezelfde als de onze. De held van ieder tijdperk moet het hoofd bieden aan de <span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24">24</a>]</span>verzoeking die hem nadert in den vorm van eer en een rijk bestaan; aan de meesterachtige critiek van zijn tijd; aan den druk +der partijen; aan kleingeestige oudewijvenpraat—ja zelfs aan het toejuichend gekwaak der kikkers in de sloot! Maar die helden +hebben toch overwonnen, dank zij hun moed. Elk tijdvak waarin nieuwe denkbeelden hun weg vonden, elk tijdvak vol licht en +gloed, vanwaar scheppende of verjongende krachten uitgingen—is onbetwistbaar een tijdvak geweest dat vele moedige menschen +opleverde. + +</p> +<p>In zulke dagen vereischt het geen bijzonderen moed om dapper te zijn; want moed is eene hoedanigheid die het gemakkelijkst +van alle deugden op anderen overgaat—de lafheid uitgezonderd! + +</p> +<p>Alle ledige, dorre tijden, zonder glans en leven, waren laf. Wanneer de moed niet in den dampkring ligt is er meer voor noodig +om dien te behouden, of te oefenen, dan in een gunstiger tijdperk. + +</p> +<p>De dagen waarin wij leven zijn er juist niet naar om den moed aan te kweeken en dezen tot zijn recht te doen komen. Want alle +tijden van overgang zijn gevaarlijk voor den moed, die in buitengewone mate versterkt wordt door getrouwheid aan vaste beginselen, +door de overtuiging te strijden voor zijn goed recht. + +</p> +<p>Maar, al gaat nu onder een tijd van worstelen en strijden aan den eenen kant licht de moed verloren, daartegenover staan andere, +en gewichtiger redenen om te trachten dien te herwinnen, waar men zich telkens geplaatst ziet tegenover de keuze tusschen +nieuwe botsingen en nieuwe inzichten. Er is moed noodig om de waarheid te zoeken, maar ook om haar des noods te kunnen missen, +als zij voor ons niet duidelijk zichtbaar is; moed om werkzaam te zijn—maar ook moed om te rusten. Er <span class="corr" id="xd0e419" title="Bron: word">wordt</span> moed vereischt om het geluk vast te houden als het onder ons <span class="pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25">25</a>]</span>bereik is gekomen—ook om het prijs te geven, wanneer de omstandigheden er toe leiden. Soms ligt het grootste bewijs van moed +in afwachten; dan weer in wagen en ondernemen. Heden kost het moed om alleen te staan—morgen om mij bij mijne geestverwanten +aan te sluiten; nu eens om voor mijn goed recht op te komen—dan weer om het prijs te geven. + +</p> +<p>Zonder moed kan men niet haten en nog minder liefhebben. Zonder moed kan men niet in waarheid leven noch sterven. + +</p> +<p>Laat ons moed hebben—moed in de eerste plaats; en wij zullen tot de bemoedigende ontdekking komen dat wij meer vrijheid en +meer geluk bezitten, dan wij dachten. + +</p> +<p>Wij zijn heusch niet zoo boosaardig, of zoo dom, of zoo kleinzielig en “laag bij den grond” als wij schijnen. Alleen zijn +wij veel laffer dan wij zelf denken. Uit lafheid mishandelen wij elkander—vervelen,—verdrukken—verongelijken wij elkander. + +</p> +<p>Laat ons die lafhartigheid bestrijden—en het leven zal weder schoon voor ons worden met zijne vele scheppende krachten die +vrij komen; door de algemeene welwillendheid die overal werkzaam is; door alle sympathie, die lust tot handelen wekt; door +alle gedachten en gevoelens die hun invloed rechtstreeks op ons uitoefenen. + +</p> +<p>Nooit vermoedde eigenaardige hoedanigheden bij ons zelf en anderen, zullen een schat van afwisseling en schakeeringen te voorschijn +roepen, waar men meende niets dan armoede en stilstand—dus achteruitgang—te kunnen verwachten. De som van levenslust en levenskracht +zou tot in ’t oneindige vermenigvuldigd worden als wij den moed hadden om allen tezamen het groote waagstuk te ondernemen! +Als wij nu eens het vertrouwen dat wij gevonden <span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26">26</a>]</span>hebben openlijk bekenden; als wij eerlijk rekenschap durfden te geven van het geloof dat wij nu hebben in de plaats van het +vroegere dat wij verloren? Als wij ronduit verklaarden wat onze eigen overtuiging is—niet de van anderen geleende vormen; +als wij durfden te bouwen op eigen ervaringen, zelfs al werden wij hierdoor van onze geestverwanten gescheiden? + +</p> +<p>Als wij den moed hadden te blijven twijfelen, waar wij bij anderen verzekerdheid vinden en onze overtuiging te behouden, ook +al <span class="corr" id="xd0e438" title="Bron: ontmoeten">ontmoetten</span> wij twijfel daaromtrent bij anderen? Als wij eerlijk de deugden van onze tegenstanders durfden erkennen en de gebreken van +onze geestverwanten? Als wij den moed hadden vrijgevig te zijn met ons vertrouwen maar zuinig met onze oordeelvellingen? Als +wij in ootmoed ons hoofd durfden te buigen ten opzichte van dingen waarvan wij geen verstand hebben, maar fier opstaan, waar +het geldt de zekerheid, die wij met worstelen en strijden gewonnen hebben, te verdedigen? Als wij naar onzen eigen smaak, +en rekening houdende met onze middelen, durfden te leven; in bescheidenheid te genieten op onze wijze en er ons aan gewenden +te zien dat anderen dit eveneens doen? Als wij ons meer oefenden in de groote kunst, de beweegredenen der daden van anderen +te erkennen, ook al zijn wij genoodzaakt hen tegen te spreken, en hunne handelingen af te keuren, hoewel wij hen persoonlijk +hoog achten? Als wij het er eens op waagden elke partij te laten voor wat zij is—behalve onze eigen overtuiging? + +</p> +<p>En ten laatste: als wij den moed hadden onze lafhartigheid in te zien en die bij haar waren naam te noemen in de plaats van +die te verschuilen achter fraaie woorden als: eerbied, bescheidenheid, ontzag voor de meening van anderen; gematigdheid en +tact? Dan zouden wij een geheel andere maatschappij zien worden! +<span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27">27</a>]</span></p> +<p>Weldra zouden wij het gezellig verkeer de plaats der vroegere maskerades zien innemen; debatten, de twisten en het spel met +ijdele woorden zien vervangen; de daad zou de vroegere spiegelbeelden vervangen; oorspronkelijke scheppingskracht, de eenvoudige +herhaling van het bestaande; gedachtenwisseling over verschillende gezichtspunten, het verdacht maken van die opvatting; eigene +levenservaring de eenmaal gebruikelijke holle vormen; wáár gelooven, de van buiten geleerde formules. In één woord: wij zouden +van onze vrijheid genieten terwijl wij nu daarentegen aan snoeren geregen, in pakken gebonden, met étiquetten beplakt, in +partijen gesorteerd, op een lijst ingeschreven, in verschillende categoriën verdeeld en in uniform gekleed worden! + +</p> +<p>“Maar zou de baatzucht niet een al te groote ruimte gaan beslaan indien de moed aan ieder persoon het recht eener plaats toekende?” +vraagt misschien een altruïst. + +</p> +<p>Is dan niet juist de lafheid boosaardig? Wordt er niet vaak grooten moed vereischt om vriendelijk te zijn en goed? Is niet +vrijheid de éenige voorwaarde om tot echte humaniteit te geraken? Dringt het besef van onafhankelijke vrijheid niet onwillekeurig +tot edelmoedigheid jegens anderen die niet vrij zijn? Gaat geduld niet samen met moed?<a class="noteref" id="xd0e450src" href="#xd0e450">1</a> Moest niet de prediker van onbaatzuchtige naastenliefde juist in den dood gaan omdat hij den moed bezat alleen te staan en +geen partij rondom hem te vormen; den moed om zichzelf te zijn; de banden waarin zijn tijd geboeid lag te verbreken; den moed +te gelooven in de vrijheid?! + +</p> +<p>Daarom is er in het goddelijk gebod, aan anderen te <span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28">28</a>]</span>doen wat wij zouden wenschen dat anderen ons deden, niets dat strijdt tegen het betoonen van moed. In tegendeel. In dit gebod +ligt—uit een ander gezichtspunt—eeuwig dezelfde schoone gedachte als in de vermaning van den Helleen: + +</p> +<p>“<span class="letterspaced">Geloof dat het geluk bestaat in vrijheid en dat vrijheid is: moed!</span>” + + + +<span class="pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29">29</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href="#xd0e450src" id="xd0e450">1</a></span> In het Zweedsch is moed = mod; geduld = tålamod, letterlijk: “<span class="letterspaced">moed om te dulden</span>”; eene schoone, veelzeggende woordspeling. + +</p> +<p class="footnote"><span class="smallcaps">Vert.</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch3" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#toc">Inhoud</a>] +</span><h2 class="normal">Vrijheid.</h2> +<div class="epigraph" lang="de"> +<p>Ueber der Pforte unserer Zeit steht: “Verwerthe Dich!” + + +</p> +<p class="alignright">Max Stirner. + +</p> +</div> +<p>“Persoonlijke vrijheid”—deze uitdrukking is bijna tot een algemeen wachtwoord gemaakt, hoewel slechts enkelen begrijpen welke +beteekenis in het woord ligt. Hoevelen weten inderdaad wat er vereischt wordt om dag aan dag, jaar na jaar, den inhoud er +van te verwezenlijken? Hoevelen hebben er hunne nachtrust aan opgeofferd, aan het peinzen over wat zijn of haar <span class="letterspaced">eigen ik</span> beteekent, en hoe die persoonlijkheid inderdaad als zoodanig hare taak zal volbrengen in de maatschappij? + +</p> +<p>Zichzelf persoonlijk vrijmaken—dat is onder anderen een voortdurend luisteren naar de tonen in ons gemoed om te trachten den +grondtoon te ontdekken. En heeft men dien gevonden, dan eischt het streven naar ’t bereiken van persoonlijke vrijheid, dat +men met open oog zoekt naar de behoeften van geest en hart, en daaraan tracht te gemoed te komen. Dat men zich op de juiste +wijze vormt en zijne ontwikkeling met ernst in de hand neemt; dat men luistert naar de stem van eigen ervaring in het leven; +zijne eigene gewoonten, voor zoover daar eenigen zin in <span class="pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30">30</a>]</span>ligt, veredelt en dus zijne eigenaardige oorspronkelijkheid kweekt en krachtiger doet worden. En ook dat men daarentegen zooveel +mogelijk de herinneringen, studies en gewoonten die hinderend onze persoonlijke ontwikkeling in den weg kunnen staan, ter +zijde zet en het vermijdt om met deze in aanraking te komen. De neiging tot individualiteit uit zich—evenzoo als elke andere +belangrijke neiging—aanvankelijk als eene kracht tot zelfverdediging jegens allen en alles wat inbreuk daarop zou kunnen maken, +dien drang zou willen beperken. De geboren individualist heeft reeds in de kinderkamer en op de schoolbank een eigen keuze +gedaan met het oog op zijn speelgoed, zijne boeken, zijne wijze van leeren, zijne vrienden. Reeds vroeg heeft hij den moed +gehad zijn eigen smart en vreugde, zijn eigen smaak en zijne fouten, ronduit te toonen. Hij heeft die niet laten verwringen, +verkleuren en afronden door anderen, of door de omstandigheden. In zijne jeugd is men zelden in de gelegenheid om zijn gevoel +van persoonlijkheid in daden uit te drukken. Maar juist om die reden doet zich de geboren individualist in die jaren kennen +als een “Jantje contrari” en wordt dus een alles behalve aangenaam kind in den huiselijken kring. Laat echter eerst de tijd +tot handelen komen! Dan heeft hij zijn karakter middelerwijle genoeg geoefend om te begrijpen: wanneer hij iets kan en mag +wagen, en wanneer het geraden is stil toe te zien; wanneer hij fier het hoofd kan opheffen, of zich moet voegen naar anderen; +wanneer hij moet afwachten of een besluit nemen; inhoever hij met anderen kan meêgaan en inhoever dit meêgaan ontrouw aan +zichzelf zoude worden. + +</p> +<p>Maar al deze dingen vormen nog slechts oefeningen en dressuur voor den grooten veldslag, die gewonnen moet worden, zal men +de persoonlijke vrijheid veroveren. Die oorlog wordt gevoerd in de geheimzinnige wereld van <span class="pagenum">[<a id="pb31" href="#pb31">31</a>]</span>mijn binnenste, als het om de oprechtheid mijner gevoelens, de eerlijkheid mijner toekomst-droomen te doen is; als het mijne +twijfelingen en mijn geloof, mijne voorgevoelens en opwellingen van het oogenblik geldt. Dan wordt er een scherp oog vereischt +om alles, wat mijn eigendom is in den vollen zin van het woord, op te delven uit die schemerachtige diepte, die men het menschelijk +hart noemt; en een scherp gehoor is er noodig om die zachte, bedeesde stemmen te verstaan, die de tolken van ons zieleleven +zijn, maar die helaas vaak worden overstemd door overgeërfde, aangeleerde gewoonten en oppervlakkigheid. Ons verstandig <span class="letterspaced">ik</span> brengt maar al te dikwijls ons beter, ons warmgevoelend <span class="letterspaced">ik</span> tot zwijgen. Wij verwisselen al te licht de kreet van den hartstocht, met den zucht van innig verlangen die uit onzen boezem +opstijgt. Wij houden vaak de weerspiegeling van doode denkbeelden, voor echte teekenen van leven. Hoe menigmaal verloochenen +wij onze overtuiging en noemen dit “ontzag en eerbied voor de meening van anderen”; en hoe menigmaal klampen wij ons vast +aan verouderde en versleten gewoonten en noemen dit vastheid van karakter. Hoe laf! Is er wel een duidelijker bewijs noodig +dat het ons ontbreekt aan moed? + +</p> +<p>Nu beteekenen alle vrijheden ter wereld bedroefd weinig, vergeleken bij de verlossing uit den persoonlijken dwang en alle +andere onderdrukkingen verdwijnen in het niet bij die van de persoonlijke vrijheid. Het komt er in de eerste plaats op aan +of onze persoonlijkheid krachtig genoeg ontwikkeld is om hare eigene boeien te verbreken, want dàn heeft zij voorzeker ruimschoots +de kracht die vereischt wordt om alle andere hinderpalen te overwinnen. Iemand, bezield met den drang om altijd en geheel +zich zelf te zijn; te leven met elke bloedstrooming; uitdrukking te geven aan wat er in zijn binnenste omgaat—zoo <span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32">32</a>]</span>iemand zal wel geen rustig, maar altijd een rijk leven leiden. Voor hem is het leven een lied; want hij dicht het zelf onder +de dagelijksche bezigheden en de bedwelming van gewichtige oogenblikken; onder jaren van leed en gedurende het kortstondig, +maar heerlijk genot van alles wat hem gelukkig maakt. Hij weet, dat het beste wat hij anderen geven kan, tevens het hoogste +genot voor hemzelf oplevert: het leven te vervullen van altijd echte—en als het mogelijk is ook krachtige en schoone, uitingen +zijner persoonlijkheid. + +</p> +<p>Op deze wijze geeft hij, voor zichzelf en voor anderen, een vernieuwde waarde aan het leven, en tevens nieuwe, prikkelende +aanmoediging ten leven. Hij verruimt, naar de mate zijner gaven, zijn plekje van het aardsch bestaan; hij overwint op zijn +eigenaardige wijze de moeilijkheden waarmede het verouderde en gestorven verleden, het levend heden in den weg treedt. + +</p> +<p>Een zelfbewust persoon in den echten diepen zin van het woord, verlangt van anderen eenvoudig vrijheid voor zijne persoonlijke +gevoelens en daden. Daarom hebben haat noch spot, waardeering noch miskenning, de macht hem van zijn weg te doen afwijken +of zijne innerlijke harmonie te verstoren, zoolang hij getrouw blijft aan zijn eigen pathos; die trouw is voor hem alles—godsdienst +en zedelijke wet. Die getrouwheid geeft moed om af te dalen tot in de diepte van zijn eigen hart—moed om de gevolgen van hetgeen +hij daar ontdekt te dragen—zelfs ook al zoude het eigen belang er door winnen dat men tijdelijk zijn gevoelen of zijne plannen +opofferde. En zij geeft ons nog een anderen moed: dien, om desnoods de achting onzer medemenschen te kunnen missen. Dit toch +is de éenige voorwaarde om ten allen tijde onze achting voor onszelf te behouden; wij moeten deze maar al te dikwijls prijs +geven als het er ons om te doen is den bijval <span class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33">33</a>]</span>der wereld te veroveren. Om al deze redenen noemen wij een individu alleen dan persoonlijk sterk en vrij, als hij niet langer +vreest de achting van iemand te verliezen behalve zijne eigene. + +</p> +<p>Het gebeurt niet zelden dat zulk eene kracht de overwinning behaalt over de algemeene stemming die een flink karakter zich +genoodzaakt zag te trotseeren. Want die stemming wijkt—even als andere wilde beesten—terug voor een moedig oog, terwijl zij +den lafhartig vluchtende vervolgt en verscheurt<span class="corr" id="xd0e509" title="Bron: ,">.</span> + +</p> +<p>Nu moge het vreemd klinken, maar een individualist die zich gedwongen ziet alleen zijn weg te gaan heeft desniettemin daarbij +altijd een goed geleide; niet van de menschen die nu leven, maar van hen die komen zullen. +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>De groote menigte heeft nog zeer weinig doorgedacht over de beteekenis van de uitdrukking “persoonlijke vrijheid”. Voor velen +roept dit woord de voorstelling op van—om iets te noemen—een heer, die zijn dag begint met zijne voeten op de ontbijttafel +te leggen en dien eindigt met de vrouw van zijn vriend te verleiden, daartusschen-in een meineed gezworen, een wissel vervalscht, +een sluipmoord begaan, heeft. Maar ook degenen wier verbeeldingskracht een minder hooge vlucht neemt, vereenigen toch aan +de gedachte van “vrijheid des persoons” de voorstelling van onbeperkte vrijheid voor iedereen, om zijne driften en neigingen +te volgen. + +</p> +<p>Wie het onderwerp ernstig beschouwt, zal weldra tot de overtuiging komen dat onze driften juist <span class="letterspaced">niet</span> het persoonlijke, het algemeen-menschelijke in ons vertegenwoordigen en dat iemand die zich door zijne hartstochten laat +beheerschen, al was het alleen daarom, geen persoonlijkheid is. Het zeer jonge kind, de boschjesman, de onbeschaafde ruwe +mensch, draagt nog slechts de mogelijkheid <span class="pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34">34</a>]</span>in zich om, eenmaal een persoonlijkheid te kunnen worden; maar daaraan moet zeer veel voorafgaan. Zij ontstaat slechts door +de geheel bijzondere ernstige wijze waarop driften en hartstochten tot hoedanigheden van edeler aard worden omgewerkt. Zoo +als het wezen van de meeste menschen in den grond bepaald wordt door overgeërfde neigingen en gaven, zoo vindt men ook verschillende +graden van aanleg tot individualiteit. Maar al zijn de neigingen of het talent voor persoonlijkheid grooter of geringer, toch +kunnen die gewijzigd worden door ervaring van droeven of verblijdenden aard, door opvoeding en ontwikkeling, door gewoonten +en levensomstandigheden. Zoodoende worden hartstochten in gevoelens en gevoelens in gedachten en voorstellingen omgezet. Zoo +wordt het ruwe wezen van den natuur-mensch tot een denkenden mensch veredeld, en in dezelfde mate als hij vordert op den weg +van zelfkennis en ontwikkeling, zal deze zich minder laten beheerschen door zijne blinde hartstochten en driften. Hartstocht +en zinnelijkheid zijn noodzakelijk; dat is te zeggen: zij hebben het recht van bestaan evenzoogoed als ieder ander moment +onzer persoonlijkheid. Maar geen enkele dezer hoedanigheden mag zich zoo sterk ontwikkelen dat alle andere eigenschappen er +door worden benadeeld. Dit zou zoowel het geluk als de vrijheid des persoons hinderend in den weg staan. Het is een oude ervaring, +die in onze dagen met eene treurige duidelijkheid wordt bevestigd, dat een mensch die door zijne driften beheerscht wordt, +zoo karakterloos wordt, dat hij tot een zekeren graad van verlaging gekomen, elk bewustzijn verliest van zijne waardigheid +en van de verplichting die zijn rang en stand in de maatschappij hem opleggen; dit gaat soms zoover, dat hij zich van het +eene uiterste tot het andere laat drijven en zich laat medevoeren op honderd paden, waarvan geen enkel door hem gekozen werd. +<span class="pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35">35</a>]</span></p> +<p>Vrij is alleen de man, of de vrouw, die zich noch door eigen lusten, noch door den wil van anderen, laat verleiden om tegen +beter weten in te handelen. Alleen zelfbewuste daden kunnen een mensch voldoening schenken. Geluk is het volkomen bewustzijn +van macht, dat het gevolg is van de ontwikkeling onzer krachten in de grootst mogelijke vrijheid, de hoogst mogelijke volmaaktheid. +Het onpersoonlijke bevredigen van onze driften kan eenig dierlijk genot opleveren, maar het schenkt ons nimmer het echte, +menschelijke geluk. + +</p> +<p>Elke gedwongene, onpersoonlijke handeling die de individueel ontwikkelde mensch begaat, kwelt hem als eene zonde tegen zijn +eigen karakter, zij het nu dat hij die gepleegd heeft in een oogenblik toen zijn hartstocht hem te machtig werd, of gevolg +gevende aan eene door hem in den grond afgekeurde gewoonte. Maar wie eenmaal de persoonlijke vrijheid veroverd heeft, zal +zich niet licht aan een dergelijk kwaad schuldig maken. Hij kan gebruik maken van al de eigenaardige krachten en bewegingen, +die hij, dank zij zijne volmaakte vrijheid, onafhankelijk van anderen kan sturen naar zijn eigen goedvinden. Hij houdt en +leidt die zoo gemakkelijk als de ervaren schipper zijn vaartuig, de geoefende ruiter zijn ros. Hij geniet van het heerlijk +bewustzijn zichzelf vrij te laten in zijne bewegingen, zonder vrees voor te ver te zullen gaan; van het gevoel van zijn geheel +warm hart, zijn persoonlijk karakter, gerust te kunnen toonen zonder vrees dat hierdoor iets wat laag of kleinzielig, ruw +of leelijk is, aan het daglicht zou kunnen komen. + +</p> +<p>Er is geen edeler toestand van bezieling denkbaar dan die dit verheffende, fiere wezen in zijn vrij en eigenmachtig optreden +ten toon spreidt. + +</p> +<p>Bij zulk een mensch kan van geen gebreken of vergissingen sprake zijn; alleen van bepaalde grenzen. Maar <span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36">36</a>]</span>binnen die grenzen van eigen kunnen is het persoonlijk materiaal tot volkomen ontwikkeling gebracht. + +</p> +<p>Ook zonder die hoogte te hebben bereikt kan eene waarlijk vrij geworden persoonlijkheid, alleen op hare eigenaardige wijze +en tegen hare bijzondere wetten van eer en plicht, zondigen. Want bij een afgerond, gesloten <span class="letterspaced">ik</span>, vallen de gebreken tezaam met de natuur en aard van den persoon, evenzoo als de schaduw de omtrekken eener gedaante teruggeeft. +Ja, er zijn karakters die voorloopig een gebrek dat met hunne kracht in overeenstemming is, niet verkiezen af te leggen; maar +de zoodanige personen verheffen zich nooit op die fouten, evenmin als zij met hunne deugden pralen; immers deze staan in eene +onpersoonlijke verhouding tot henzelf. Met een nimmer mistastend instinct kiest de vrije mensch datgene wat voor zijnen aard +en zijn temperament van het meeste belang is, om het even of dit hem leed of vreugde oplevert, of het goed is of kwaad, in +den gewonen zin van het woord: een droombeeld of eene daad. Voor hem is het physiek onmogelijk om in een oogenblik van onbeheerschte +drift, in eene hartstochtelijke opwelling, een misdaad te begaan. Zijne weloverdachte, zorgvuldige ontwikkeling van eigen +persoonlijkheid gaat bovendien gepaard aan een steeds fijner en teederder wordend besef van de grenslijnen voor zijn gedrag, +juist ook ten opzichte van anderen. Iemand, die zelf weet wat hij wil en kan; die nimmer tevreden is met minder dan het beste +wat hij geven kan en zich nooit laat verleiden om buiten zijne grenzen te gaan—zoo iemand ontziet ook stellig de meening en +opvatting van anderen. + +</p> +<p>Maar het gebeurt ook, dat hij niet kan toegeven dat de eigenaardige opvatting van een ander recht van bestaan heeft; dat zijn +nauwgezet geweten eene wet of eene instelling moet afkeuren. Dan komt hij met zijn gevoelen hieromtrent <span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37">37</a>]</span>ruiterlijk voor den dag, niet onder den indruk eener plotselinge opwelling, maar duidelijk en op welberedeneerde gronden. +Hoewel hij voor zich zelf en anderen elke onnoodige smart verfoeit, heeft hij toch in zijn karakter den moed aangekweekt om, +waar dit geeischt wordt, eene noodige wonde te kunnen slaan. Maar er is, ook bij zulke aanleidingen, geen zweem te bespeuren +van de ruwheid, die onnoodig de handen met bloed bevlekt, door het wroeten in de hartewonden van den naaste. + +</p> +<p>Men kan het veel gemakkelijker en aangenamer hebben in de wereld dan de individualist, als men behoort tot de menigte van +reizigers door het leven, die plaats nemen op “de groote pleizierboot”, het vaartuig dat, met de vlag der algemeen-gebruikelijke +moraal in top, zachtjes over de golven henen glijdt. Ieder reiziger behoeft niets anders te doen dan zich kalm de haven te +laten binnen brengen. Maar naast de stoomboot ziet men hoe + + +</p> +<div class="poem"> +<p class="line">“Alleen, in een gebrekkig scheepje + +</p> +<p class="line">Een zeiler zich waagt op de groote zee...”,</p> +</div> +<p>hoe die zeeman, veel grooter gevaren trotseerend, maar met oneindig meer krachtsinspanning, den tocht aanvaardt, onder het +heerlijk gevoel, die onstuimige golven te beheerschen door de macht van zijn vasten wil. Dàt is het ware, volle leven!— + +</p> +<p>Er wordt vaak gezegd—vooral bij gelegenheid der jubileumsfeesten van het protestantisme—dat in onze dagen ieder in zijn eigen +geweten zijn hoogsten rechter heeft. Maar zoodra iemand dit beginsel van het eigen persoonlijk recht in toepassing wil brengen, +haasten die “wachters over de gebruikelijke instellingen” zich, te prediken, dat een dergelijk subjectisme alle verhoudingen +in de samenleving onmogelijk zoude maken. + +</p> +<p>Nu is het er zoo mede gesteld, dat het geweten der <span class="pagenum">[<a id="pb38" href="#pb38">38</a>]</span>meerderheid zich in de eerste plaats door overgeërfde zeden en gebruiken laat leiden; dat dit, in de meeste gevallen niets +anders is dan een echo van het sociale geweten. Het groote gebrek is, dat men verzuimt zijn eigen persoonlijk gevoel van recht, +dat toch het éenige voor ieder van ons geldige geweten is, te ontwikkelen en op te voeden; al gaat die opvoeding soms met +misstappen vereenigd—dit hindert niet; immers alleen door de gevolgen van zijn eigen daden te ondervinden, kan men tot de +ontdekking komen dat men den verkeerden weg had ingeslagen en leeren op zijn hoede te zijn. + +</p> +<p>Om deze reden werkt elke voortdurende gewetensdwang dien de regeering op bijzondere personen uitoefent, op den langen duur +nadeelig voor den Staat zelf. Want het geweten der maatschappij wordt slechts verfijnd en veredeld onder gunstige voorwaarden +voor de vrijheid van den afzonderlijken persoon; dat is te zeggen, wanneer de enkele individuen in staat gesteld worden, om +naar de inspraak van hun eigen geweten te handelen en voor hun eigen verantwoording. Middelerwijle ontstaan juist hierdoor +botsingen en toestanden, die aan een ieder gelegenheid geven zijn gemoed ernstig te onderzoeken; door aldus dezen toets en +die besliste keuze uit te lokken, wordt een nieuw zedelijk geweten bij de geheele samenleving gewekt en ontwikkeld. + +</p> +<p>Maar deze nieuwe schepping op ethisch gebied heeft niet plaats doordat flauwe menschen voortdurend blijven zondigen tegen +de wetten die zij blijven goedkeuren; ook niet doordat losbandige menschen aan hunne onbeteugelde passies toegeven, ondanks +die wetten der zedelijkheid. + +</p> +<p>Zij komt alleen tot stand door de medewerking van hen, die van natuurmenschen leden der samenleving geworden zijn en van dezen +tot persoonlijke karakters <span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39">39</a>]</span>werden ontwikkeld. Dat zij aldus zijn gevorderd op den weg der beschaving geeft hun het recht om de sociale zedewet te toetsen +en zelf te beslissen in hoever zij niet genegen zijn daaraan in alle opzichten te gehoorzamen. Aangezien nu de menschen de +wetten der zedelijkheid hebben gemaakt om in hunne behoeften te voorzien, hebben zij ook het recht om daarin veranderingen +aan te brengen, waar zij dit noodig en nuttig achten. + +</p> +<p>De eisch van Kant: “dat het individu zòo moet handelen, als of zijne handelwijze een wet voor alle menschen worden moest”—is +in lijnrechte tegenstelling tot de bedoeling der persoonlijke vrijheid. Deze toch hoopt en verwacht het hoogste geluk en de +grootste vorderingen op het gebied der beschaving van de groote meerderheid te zullen bereiken, daardoor dat men ten laatste +geen absolute, voor allen verplichtend geachte wetten meer zal erkennen, maar dat ieder individu zijn eigen wet, naar de stem +van zijn geweten, leert gehoorzamen. + +</p> +<p>Zij, die nog niet zoover in de ethische ontwikkeling gevorderd zijn, om op die hervorming der wet aanspraak te kunnen maken; +groote kinderen; of plichtmenschen zonder persoonlijk oordeel; of driftmenschen zonder sociaal geweten; alle dezen hebben +den dwang van de maatschappij noodig, om te worden verhinderd anderen ongelukkig te maken. + +</p> +<p>Zelfs een flink karakter heeft in bepaalde tijdperken zijner opvoeding, behoefte aan zulk een steun. Toch zal het groote doel +der samenleving niet bereikt zijn, eer zij in haar geheel overwonnen wordt door de ethische volmaaktheid der individuen. + +</p> +<p>Omtrent dit punt ontmoeten wij behoudende en radikale idéalisten. De conservatieve idéalist gelooft, dat de maatschappij—evenzoo +als het huisgezin, de kerk, het vaderland—in haar tegenwoordigen vorm, voor altijd <span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40">40</a>]</span>beslissende, afgeronde idéen en formules bevat. De radikaal heeft den moed te gelooven, dat alles wat bestaat—regeering, godsdienst +en huwelijk—voor verandering en verbetering vatbaar is. Deze overtuiging wordt wederom gewraakt door het wantrouwen, dat eigenlijk +niets anders is dan de instinctmatige zelfverdediging van al het bestaande, door den mensch van heden<span class="corr" id="xd0e578" title="Bron: ,">.</span> Die twijfel is de droevige angst van den ouderdom; twijfel aan het leven en aan de groote levenswet, die luidt: hernieuwing, +hervorming aller dingen. + +</p> +<p>Wat de ouden van dagen bovenal vreezen is juist die persoonlijke vrijheid; wat het jonge geslacht in de eerste plaats hoopt +is diezelfde persoonlijke vrijheid, waardoor het leven niet langer zal blijven eene plaats vol onvruchtbare droombeelden, +maar vol van verwezenlijkte idéalen. + +</p> +<p>Dan zal het blijken, dat niet de deugd gelukkig maakt, zooals het christendom predikt, maar dat het een geluk is goed te zijn. +Deze overtuiging zal ingang vinden waar ieders persoonlijk geloof zijn godsdienst geworden is, die alle andere belangen in +zich sluit. + +</p> +<p>De aanhangers van dezen nieuwen godsdienst zullen—zooals hierboven gezegd werd, hoe langer hoe zorgvuldiger luisteren naar +de stem van hun geweten, waar het erop aankomt hun demon te volgen, hunne handelingen en beweegredenen ernstig te toetsen +aan hun beste weten en kunnen. Zelfs eene daad, die niemand anders benadeelde dan den persoon zelf, waarvan niemand iets weet +dan hijzelf, kan, als zij in strijd was met het persoonlijk karakter van den dader, dezen nog jarenlang hinderen en bedroeven; +evenzoo als een onherstelbare fout aan zijn kunstwerk toegebracht den beeldhouwer bedroeft. + +</p> +<p>Hiertegenover staat, dat hij geen ander schuldgevoel erkent, dan dat jegens zijn eigen idéaal;—hem ontbreekt het besef van +schuld dat altijd dengene beheerscht, die <span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41">41</a>]</span>zich gedwongen ziet elke wilskrachtige opwelling, elke spontane handeling te vergelijken met een buiten hem staand voorbeeld. + +</p> +<p>Hoe vele christenen, die een krachtig zelfbewustzijn met zich omdragen, brengen, bijvoorbeeld, niet een groot gedeelte van +hun leven, in den gebede en geknield door om daardoor eindelijk zich te dwingen tot de ootmoedige belijdenis: van nietswaardig +te zijn voor God! + +</p> +<p>Hoe vele christenen, die uit hunnen aard een levendig gevoel hebben voor recht; die sterk sprekende sympathiën en antipathiën +hebben in hun hart, strijden niet op diezelfde wijze om een misdaad te leeren vergeven en den misdadiger te blijven liefhebben! +Gelukt dit niet, dan hebben die dwepers diep berouw en met reden; immers zij waren niet in staat het hun gegeven voorbeeld +na te volgen. + +</p> +<p>Hij daarentegen, die de éthiek van het individualisme aanhangt, beschouwt het zelfbewust gevoel zoolang als gewettigd, als +hij kans ziet aan de mogelijke eischen die dit hem stelde, te voldoen. En hij acht den drang om—tengevolge van zekere waarnemingen—een +persoon buiten, of beneden de sfeer zijner sympathie te plaatsen, ook een deel te zijn van zijn instinct tot zelfbehoud. Aangezien +de individualist het recht van anderen tegenover een hem onsympathiek persoon erkent, wordt wraaklust voor hem evenzoo onmogelijk +als vergiffenis schenken. Hij bepaalt er zich eenvoudig toe, zulk een persoon te schrappen uit den kring met wien hij verkeert; +deze behoort van nu af tot een ander geslacht, tot een ander tijdperk dan het zijne. + +</p> +<p>Dit verklaart hoe het gevoel van schuld, in den christelijken zin, moet ophouden wanneer de menschen niet langer copiën vormen +van hun voorbeeld: den Christus. Toch ligt hierin volstrekt geen aanleiding tot bandeloosheid. <span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42">42</a>]</span>De vrijheid in denken en handelen van den individualist onderscheidt zich van teugelloosheid, evenzoo als de krachtsvertooningen +van den atleet, verschillend zijn van de luchtsprongen en duikelpartijtjes onzer kinderen. De eerstgenoemde heeft zijne vrijheid +met groote inspanning en na ernstig worstelen, gewonnen. Maar tot belooning is ook zijne vrijheid edeler, vertrouwbaarder, +“natuurlijker” zelfs, dan die “vanzelf ontstaande<span class="corr" id="xd0e601" title="Niet in bron">.</span>” Het menschdom nadert op deze wijze een ander tijdperk van onschuld; het herwint een Paradijs, waar Adam en Eva zich mogen +verzadigen aan de vruchten van den boom der kennis van goed en kwaad—en daarbij kalm kunnen bouwen en wonen onder den boom +des levens, aangezien de strenge wachter bij de poort van Eden, glimlachend, zijn zwaard, waarmede hij alleen uit de verte +gedreigd had, aan hunne voeten heeft neergelegd. + +</p> +<p>Wanneer eenmaal het grondbeginsel der persoonlijke vrijheid geheel tot ons zal zijn doorgedrongen; wanneer het zal zijn vleesch +van ons vleesch en bloed van ons bloed, dan zullen ouders en opvoeders er evenzoo ijverig naar streven oorspronkelijke wezens +te vormen, als zij tegenwoordig trachten zedelijke menschen op te voeden. Een volkomen “zoet kind”, zal dan een even zoo onaangenaam +en treurig gezicht opleveren als een mismaakt schepsel. Men moet bij een kind vooral zijn natuurlijke wilskracht beschermen, +maar deze trachten op te leiden voor de groote taak, een beschaafd mensch te worden, zijne bijdrage te leveren, tot de algemeene +cultuur in de wereld der menschheid. + +</p> +<p>En de wilskracht van het kind kan bewaard blijven als het zijne neigingen en hartstochten mag behouden, maar daarbij leert—uit +eerbied voor den mensch die in hem leeft,—den tijger te temmen en den aap te tuchtigen—die ook in hem leven. +<span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43">43</a>]</span></p> +<p>Daarom kan met de opvoeding van het kind niet te vroeg worden begonnen; reeds aan de borst der moeder moet daarmede een aanvang +worden gemaakt; en dan moet zij worden voortgezet in eene lijnrechte tegenstelling met de tegenwoordig gevolgde methode. + +</p> +<p>In de opvoeding mag niets verplichtend worden geacht, dan het verwerven van die eenvoudige kundigheden, die, als het ware, +mes en vork bij den feestmaaltijd der wetenschap vertegenwoordigen. Later zal deze hun worden aangeboden, ieder persoonlijk, +volgens een menu van uitgezochte, krachtige spijzen, waaruit door oordeelkundige opvoeders voor elk der kinderen eene keuze +zal worden gedaan, overeenkomstig ieders aard en gestel. Na eenige generaties van aldus opgevoede individualisten zal men +eerst in staat zijn te begrijpen, wat de gedachte der persoonlijke vrijheid van de menschelijke natuur maken kan. + +</p> +<p>Het was natuurlijk te verwachten, dat deze idée, in een geheel onvoorbereid geslacht tot handeling omgezet, een aantal afschrikkende +gevolgen zoude vertoonen. Zijn eigen ik te believen; zijn eigen leven te leven; gehoorzaam te zijn aan zijn temperament—deze +roepstemmen werden, gericht tot in leeftijd en gemoed onrijpe menschen, of tot dezulken voor wie alleen de zinnelijkheid beteekenis +en inhoud aan hun bestaan geeft, vaak misbruikte wachtwoorden. + +</p> +<p>Voor sterke, levendig gevoelende persoonlijkheden, werd de verzoeking van een anderen aard, om gesteund door den in een dieperen +zin waren levensregel: “<span class="letterspaced" lang="de">Alle Schaffenden sind hart</span>”, ruwheid en hardvochtigheid te verdedigen; zelfgenoegzaamheid of koelheid, listen en driften uit zijne bloedsmenging voortkomende, +te gaan beschouwen als een belangrijk gedeelte van hunne persoonlijkheid; een woeste grond, die niet mag worden ontgonnen, +maar die er, in tegendeel, voor bewaard worden <span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44">44</a>]</span>moet misschien zijn oorspronkelijke wilskracht te verliezen, of zijne scheppings- en daadkracht te dòen verminderen. + +</p> +<p>Deze beide soorten van zichzelf verheffende menschen, maken nu gebruik van Nietzsche, als den verdediger hunner teugelloosheid, +of laagheid, van hunne zelfzucht en hun gemis aan ontzag voor anderen. Van alle dingen kan misbruik gemaakt worden; waartoe +heeft het christendom al niet tot voorwendsel gediend!? Nietzsche had een voorgevoel van hetgeen hem te wachten stond, toen +hij een doornenhaag rondom zijn tuin liet zetten, opdat het vee daar niet in zou kunnen dringen! + +</p> +<p>Voor iederen ernstigen lezer van Nietzsche is het, ondanks zijne onbewust elkander tegensprekende gezegden en zijne met opzet +gebruikte paradoxen, toch zeer duidelijk wat een zijner biografen zegt: dat de grondgedachte waarop Nietzsche zijne stellingen +heeft gebouwd:—dat ieder persoonlijk met geheel de kracht van zijn lichaam en geest, met inspanning van al zijne gaven en +vermogens, moet streven naar veredeling, en daarnaar, éenmaal het hoogste punt der menschelijke volmaking te bereiken,—dat +die gedachte niet alleen het individu, maar het geheele menschdom ten goede zal komen en dat zij dus geen zelfzuchtig maar +wel degelijk een <span class="corr" id="xd0e626" title="Bron: altruistisch">altruïstisch</span> doel beoogt. En hoe Nietzsche zelf zijne leer van den veredelden mensch in practijk heeft gebracht, hieromtrent weten wij +nu althans zooveel, dat het voor goed uit moest zijn met dat onzinnig gepraat over Nietzsche als den profeet der teugelloosheid; +over hem, die uit zijnen aard en aanleg bezield was met eene onwrikbare liefde voor de waarheid, met eene bijzondere neiging +voor beleefde en waardige vormen in de samenleving; met een groote behoefte aan vriendschap en sympathie; met eene opgewektheid, +die hem onder de eenvoudigste omstandigheden vroolijk en <span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45">45</a>]</span>tevreden deed zijn; met eene zelfstandigheid, die hem leerde anderen te ontzien; met een zeldzame gave om zichzelf te beheerschen! + +</p> +<p>De zedeleer van het christendom was hem tot een tweede natuur geworden; zijn gevoel voor alles wat schoon is en welluidt, +maakte iedere leelijke of ruwe handeling voor hem tot een onmogelijkheid. + +</p> +<p>Al misbruiken de “gewone menschen” uit onwetendheid de leer van dezen Meester, toch zal dit misbruik op den langen duur niet +veel kwaad doen. Want vroeg of laat komen dezen toch in botsing met de grens hunner eigen persoonlijkheid: de individualiteit +van anderen. De ruwe, koele, zelfgenoegzame zal hierom ten laatste alleen staan; tegelijk daalt hiermede zijne persoonlijkheid +en tevens de waarde van zijne betrekking in de maatschappij, waarvoor hij zijne ruwe wilskracht had willen bewaren. De zinnelijke, +laagstaande mensch ontmoet zijn tuchtmeester in den tegenstand der samenleving en van dien der op een hooger standpunt van +beschaving gekomene, enkele personen in zijn kring. + +</p> +<p>Ook de aanhanger der nieuwe zedenleer komt niet eer tot zijn recht dan wanneer hij dit kan verwerven, door zijne persoonlijke +rechten te bewijzen. Hij moet hierom vooruit goed de kosten van zijn proces berekenen en wel weten wat hij waagt, wat hij +wil. En in dien strijd tusschen de samenleving en den afzonderlijken persoon; bij deze moeilijkheden voor den ontwikkelden +mensch, om zich op het juiste standpunt te plaatsen, ligt het tegengif tegen de gevaren, die anders zoo licht het gevolg zijn +van den—allezins gewettigden—eisch, eener grootere zedelijke vrijheid voor de hoogerstaanden, een beperkter grens voor de +lagerstaanden, op de ladder der beschaving. + +</p> +<p>De gewettigde zelfzucht van alle anderen vormt een dam tegen de onbillijke—of misschien ook wel gewettigde<span class="pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46">46</a>]</span>—zelfzucht van den afzonderlijken persoon. Reeds het kind leert soms reeds in zijn prille jeugd de wijze kennen waarop men +een lid der groote maatschappij wordt: het ondervindt al spoedig dat het niet aangaat, onzen zin te volgen ten koste van eens +anders onbehagen. En tegenover de volwassenen, die deze les als kind niet hebben geleerd, heeft de maatschappij het recht—zoolang +als zij er de macht voor heeft—met nadruk de hand te leggen op eene zelfverheffing ten nadeele van die van anderen. Een bijzonder +ontwikkeld mensch kan dus niet zonder strijden en worstelen, zijn eisch voor de persoonlijke vrijheid verwezenlijkt zien en +niet eer dan wanneer het hem gelukt is den wensch om ook van die vrijheid te genieten bij de meerderheid op te wekken. Eerst +dan, en niet eer, wordt de wet, of het aangenomen gebruik dat den alleenstaanden persoon verhinderde zich als een vrij mensch +te gedragen, herzien. + +</p> +<p>Maar in de meeste gevallen is de individualist, wanneer het hem maar goed duidelijk is, wat zijn werkelijk belang eischt, +niet onwillig om zijne gehoorzaamheid aan de wetten der zamenleving te toonen en deze op te houden; hij weet maar al te goed +dat hij, zonder deze, genoodzaakt worden zou, zijne krachten te verspillen tot zijn verdediging tegen het ruwe geweld en op +die wijze slechts onvoldoende aan de ontwikkeling van zijn eigenlijke persoonlijkheid zou kunnen werken. Indien een individualist +zin en gevoel heeft voor harmonie, dan zal hij ook spoedig verstaan, dat niet de ruwe maar de veredelde kracht de sterkste +is; dat niet de ruwe ijzerstaaf, maar het geplette stalen lint dat men om den vinger kan winden, de uitdrukking is voor de +eigenaardige kracht van het metaal. Wilskracht bij de teederste aandoeningen; edele uitdrukkingen ook bij de geweldigste ontboezeming +van kracht; zich niet ontzien om tot de meest gewaagde gevolgtrekkingen <span class="pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47">47</a>]</span>door te dringen, waar het een heilige verborgenheid geldt—maar zachtzinnigheid jegens elk wezen dat zwak is en lijdt—ziedaar +de groote kracht van den harmonisch ontwikkelden, persoonlijk vrijen, mensch. En een zoodanig persoon vermorst geen enkelen +druppel van den <span class="corr" id="xd0e645" title="Bron: nector">nectar</span>, die hem uit den beker van een ander, even rijk individu wordt aangeboden. In tegendeel, voorzichtig brengt hij dien beker +aan zijne lippen en ledigt hem met den plechtigen eerbied eener heilige ceremonie. Zulk een ontwikkeld individualist kan—voor +zoover hij niet tevens anarchist is—alleen in opstand komen tegen de hooge mate van dwang, door de wachters der maatschappij, +die toch het recht van allen moeten beschermen, toegepast. Het ligt in de rede dat over dit onderwerp de zienswijze der persoonlijk +vrije menschen verschillend wezen moet. Laat ons hiervan een voorbeeld opnoemen: ik veronderstel, dat de meeste individualisten +het recht der Regeering erkennen om hem, die de godsdienstige bijeenkomsten van anderen stoort, te straffen; maar volstrekt +niet het recht om iemand tot zekere kerkelijke handelingen te dwingen. Zeker, ook de individualist oordeelt strenge straf +noodig, op het plegen van geweld, of verleiding der onschuld; maar toch acht hij eene ontwikkelde vrouw volkomen gerechtigd +zich aan eene ernstige liefde over te geven in vrijheid. + +</p> +<p>Velen zien verlangend uit naar eene wet die de rechten van het kind tegenover zijne ouders waarborgt; een ander wenscht weder +het tot stand komen eener wet, die elk huwelijk, waarbij eene treurige nakomelingschap met zekerheid is vooruit te zien, verbiedt. + +</p> +<p>Zulke wetten zouden eene grens bepalen tegen de misdadige lichtzinnigheid waarmede—in en buiten het huwelijk—nieuwe wezens +tot de smart van een ziekelijk, ongelukkig bestaan, worden veroordeeld. Intusschen rekent <span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48">48</a>]</span>een ontwikkeld individualist het niet tot deze lichtzinnige daden, als eene beschaafde, ernstig denkende vrouw, volkomen bewust +en met opgewekt gevoel van verantwoordelijkheid, het moederworden verkiest buiten het wettige huwelijk. Ten opzichte der rechten +van een derden persoon erkennen vele vrienden der persoonlijke vrijheid het nut van den wettigen vorm bij een huwelijk; toch +verwerpen zij beslist elken vorm, die de eene partij het recht over den andere toekent en de vrijheid om het huwelijk te ontbinden +hinderend in den weg staat. + +</p> +<p>Hoe meer de persoonlijkheid ontwikkeld wordt, des te veelzijdiger zal ook het liefdeleven zich ontwikkelen. Voor de bescherming +van het kind zal de toekomst ook wel voorzien in een matriarchaat, b. v. er voor zorgen, dat elke moeder, gedurende een zeker +aantal jaren, op het onderhoud van haar kind door den staat rekenen kan. + +</p> +<p>Toegegeven dat de eer en de goede naam van ieder persoon dient gevrijwaard te worden tegen misbruik der pers; toch mag er +geen woord blijven staan van een stuk, dat gebruikt zou kunnen worden als een wapen tegen de vrijheid van onderzoek, tegen +de vrije uiting op het gebied van letterkunde en wetenschap. + +</p> +<p>Sommigen willen aan de Regeering niet alleen de macht geven het leven der enkele personen te beschermen, maar hare macht vergrooten +tot het beletten van al de moorden uit de tweede hand, die door de hedendaagsche industrie worden begaan. Anderen daarentegen +gaan uit van den stelregel, dat ieder mensch de vrije beschikking heeft over zijn eigen leven en dat hij, hieraan een einde +makend, niet laf op de vlucht slaande, maar wel en ernstig overlegd, onder bijzondere omstandigheden, eene zedelijk te rechtvaardigen +handeling begaat. + +</p> +<p>Tot bescherming van het leven in onze dagen van opgezweepten arbeid en onophoudelijk produceeren, is éen <span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49">49</a>]</span>rustdag in de week nuttig en noodig; deze moet door de Regeering voor alle soorten van arbeiders worden bevolen en gehandhaafd. +Maar het gaat niet aan, voor de Regeering om zich te bemoeien met de wijze waarop ieder blieft van dien rustdag gebruik te +maken—en het voegt haar vooral niet dit te doen in den vorm van gedwongen godsdienstoefeningen. Eene wet die de zwakken verhindert +hun leven te bederven door ’t gebruik van sterken drank, kan goed zijn; maar deze mag niet zoover gaan, te eischen dat degenen +die dezen tuchtmeester niet noodig hebben omdat zij zichzelf en hunne neigingen kunnen beheerschen, terwille van die zwakken, +onder een zeer overvloedig dwangmiddel zullen lijden. De zwakken op te voeden door hen te wijzen op het voorbeeld der sterken—dit +is de rechte wijze om deze en dergelijke kwesties op te lossen. + +</p> +<p>Als de maatschappij innig doordrongen was van deze waarheid, dan zou de taak der wetgeving moeilijker, maar ook veel belangrijker, +worden. De hoogst ontwikkelden zouden dan niet hunne vrijheid opofferen en evenmin de ontwikkeling der lagerstaanden tegenwerken +door middeleeuwschen dwang. + +</p> +<p>Hierin de juiste maat te houden is moeilijk maar niet onmogelijk. Niemand die ernstig denkt acht de persoonlijke vrijheid +het doel te zijn der beschaving, maar het middel om tot dit doel te geraken. + +</p> +<p>De vrijheid houdt voortdurend gelijken tred met de ontwikkeling, zoodat hoe verder men vordert op den weg van ontwikkeling +men ook van meer vrijheid geniet; en wederkeerig wordt door die vrijheid de beschaving bevorderd. + +</p> +<p>De dienst van de industrie, de aanbidding van het kapitaal, zijn de grootste vijanden der persoonlijke vrijheid. Al acht daarom +de individualist eene wet die aan dit <span class="pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50">50</a>]</span>misbruik paal en perk kan zetten gewenscht, toch keurt hij de gedachte aan een ander misbruik—het geheel op te doen gaan en +op te offeren voor het algemeen—zooals de socialen dit eischen—grootelijks af. + +</p> +<p>Wat beteekent het toch, dat men onder voorwendsel van de algemeene zedelijkheid te bevorderen, de plichten jegens den naaste +boven de plichten jegens onszelf zet; dat het christendom verlangt, dat wij alle menschen als onze broeders en zusters zullen +liefhebben, even hartelijk en allen gelijk? Dit is een dwang dien men aan het beginsel der vrije keuze heeft opgelegd. + +</p> +<p>Voor den voorstander der persoonlijke vrijheid is de vraag wat iemand gelooft van weinig beteekenis; ook de vraag wat hij +doet beduidt niets; op de vraag wat hij <span class="letterspaced">is</span> komt het aan. + +</p> +<p>Hoe hooger men stijgt in het besef zijner eigene waarde des te krachtiger lid gevoelt men zich in de samenleving: het wel +en wee der anderen treedt ons nader; het wordt als het onze. Een persoon behoeft nu niet langer te worstelen om een plekje +grond waarop hij vrij kan opgroeien; hij gunt aan anderen diezelfde ruimte, want immers alle boomen vormen een gedeelte van +zijn eigen bosch. Hij doet daarbij de heerlijke ondervinding op, dat ons groote levensdoel is: de ontwikkeling van onze persoonlijke +vrijheid, en die van anderen, te bevorderen en haar te verdedigen, des noods ten koste van ons leven. + +</p> +<p>Maar al overwinnen wij, zoowel vrouwen als mannen, den zedelijken dwang; en al stellen wij de vrije persoonlijkheid ook ten +opzichte van ons zedelijk leven daarvoor in de plaats—toch blijft er een groot en ernstig bewustzijn van overwegend belang +in alle vraagstukken des levens, ons bij: <span class="letterspaced">de wet der noodzakelijkheid</span>. + +</p> +<p>“Alles wat er gebeurt is een gevolg der noodzakelijkheid; doe daarom wat ge kunt en verdraag dan alles wat <span class="pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51">51</a>]</span>ge lijden moet.” Dit groote woord van Schopenhauer is het eerste gebod op <span class="letterspaced">onze</span> steenen tafelen der wet gegrift. + +</p> +<p>Niets kon anders gaan dan het ging en niets kan ongedaan worden gemaakt. + +</p> +<p>De gevolgen mijner daden, voor zoover deze uit mijn karakter zijn voortgekomen, vormen mijn noodlot. + +</p> +<p>Alles in mijn wezen en alles in mijn werk verbindt mij met onverbreekbare schakels aan het groot geheel van het leven; aan +de ongekende diepten, waaruit ik als een golf word opgeheven, om als deze voort te zwemmen op de levenszee, te stijgen en +te dalen. Maar onder dat <span class="corr" id="xd0e701" title="Bron: reizen">rijzen</span> en dalen van die golf, maakt haar eigen beweging en haar eigen vorming haar tot hetgeen zij is. + +</p> +<p>Het heerlijk bewustzijn van mensch te zijn, kan mij goddelijk maken onder het oog der eeuwige kracht waarvan ik ben éen der +golven, die de zee vormen: de groote oceaan des levens, die grooter en krachtiger is dan de golven. + + + +<span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52">52</a>]</span></p> +</div> +<div id="ch4" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#toc">Inhoud</a>] +</span><h2 class="normal">Rust.</h2> +<p>Het woord van Geyer over het genot, dat de herinnering aan den weg, die even buiten zijne ouderlijke woning doodliep hem schonk, +wekt bij ons, menschen aan het einde eener eeuw staande, een gevoel van afgunst ten opzichte van de gelukkigen, die vroeger +eeuwen mochten eindigen en voor wie het Paradijs toen nog bestond. + +</p> +<p>Want voor onze verbeelding is het Paradijs niet langer een met allerhande boomen—vooral appelboomen—beplante lusthof, omringd +door een witten muur met gouden poorten. Wij vormen er ons eene voorstelling van, uit louter ontkenningen saamgesteld: de +weg loopt niet verder door, dan tot aan de hekken van het Paradijs; van een telefoon heeft men er zelfs geen flauw vermoeden; +de brievenpost komt er hoogstens éenmaal per week en van stoomboot of spoorweg is, mijlen ver in den omtrek, geen sprake. + +</p> +<p>Welnu, zulk een Eden heb ik gevonden. Maar ik vertel u niet waar het ligt. Dan zouden andere menschen van het moderne gedeelte +der maatschappij er misschien ook den weg heen vinden en dan was—het Paradijs verloren! Want dat aan een eerste uitgaaf hiervan +geen onverdeeld succès te beurt gevallen is, dit was voorzeker <span class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53">53</a>]</span>niet de schuld van de slang, al trachten een aantal menschen zich met die gedachte te troosten.... + +</p> +<p>In mijn Eden ontbreekt niet alleen alles wat er niet behoort te wezen, maar men vindt er alles wat men er behoort en verlangt +te zien. Blauwe, met sneeuwranden omzoomde rotsen en veruitgestrekte, met bosch beplante hoogten vormen in schoone lijnen +een muur rondom den lusthof. Een breede, groenachtig zwarte, gedeeltelijk met wit mos bekleede bergspleet, maakt den weg door +den muur vrij voor het oog en voor de verbeeldingskracht; en heldere meertjes of binnenzeeën geven aan het donkere boschrijke +landschap een paar groote blinkende oogen. Glinsterende berken en bloeiende linden geuren in de zomerzon, die slechts voor +enkele uren achter den horizont verdwijnt; die de koornaren als in ’t geheim laat rijpen en aan de bloemen meer geur en krachtiger +tinten geeft. Boven de met mos bekleede rotsbergen glijden over dag de blauwe wolkjes, vlug als schimmen er tegen uitkomende, +voorbij. Maar de avond verspreidt over bergen en rotsen de vele paarsche en violet-schakeeringen van topasen en ametisten; +het lichte blauw der opalen en de diepdonkere blauwheid van de zee; de schakeering van het appelbloesem—teeder kleurtje tot +het donkerrood van den wijn. Eindelijk treden de donkere, zacht verdeelde omtrekken van den rotsberg, in eigenaardig émailleblauw +tegen den goudkleurigen achtergrond van de lucht afstekende, te voorschijn. Deze blijft den geheelen nacht door lichtgeel +getint, tot die kleuren ongemerkt overgaan in het morgenlicht. + +</p> +<p>In deze ochtendure, waarin de natuur vol kleuren en licht, in groote lijnen en ruime vèr-gezichten tot ons spreekt, wordt +het menschenhart ontroerd door het bedwelmende gevoel van eenzaamheid en stilte. Het heeft niets gemeen met de blijdschap +over een eigen welgelukte <span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54">54</a>]</span>schepping, maar het heeft zijne bijzondere aantrekkelijkheid, zijne eigenaardige kracht. Terwijl het van het noodlot afhangt +om ons dien beker van genot al of niet aan de lippen te brengen—niet van onzen wil—hangt het alleen van onszelf af, of wij +van de plechtige eenzaamheid wenschen te genieten; of wij ons hart willen laten uitrusten, onze gedachten verruimen in die +groote stilte; volop genieten, in een grootsche natuur met rustige, schoone en breede lijnen. + +</p> +<p>Maar niet altijd is het hart van den mensch van heden tot rusten in staat. Het leeft in onrust—smacht naar kalmte—en schuwt +de stilte als eene ziekte, nog erger dan de nevrose waarvoor zij het geneesmiddel wezen zou. De vrouw uit onze dagen vreest +eigenlijk niets met een grootere vreeze, dan om alleen te worden gelaten,—alleen met hare eigene gedachten, want dit maakt +haar zooals zij het noemt, <span class="letterspaced">droefgeestig</span>. Eigenlijk beteekent dit eenvoudig, dat zij er in die uren bepaald toe gedwongen wordt den ernst van haar bestaan onder de +oogen te zien, of ook den ernst des levens in het groot geheel te beschouwen; een gevoel waaraan haar geest zich zou kunnen +verheffen. Maar juist dit wil zij niet. Met kracht onderdrukt zij den drang van haar gemoed om zich op te richten tot edeler +aspiraties, door hoe langer hoe meer toe te geven aan hare behoefte aan een oppervlakkig, versplinterd, leven. Hoezeer deze +behoefte voor uiterlijk vertoon in onze dagen algemeen is, dit ziet men duidelijk op het gebied, waar ook de gewone, alledaagsche +vrouw voorheen, in zekeren zin, hare gedachten op éen punt trachtte te bepalen, op dat van den godsdienst. Het type der geloovige +vrouw is tegenwoordig niet meer zij die “als zij bidt in hare binnenkamer gaat en de deur achter zich sluit”; maar zij heeft +bazuinen en theekransjes noodig om tot het besef te komen, dat <span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55">55</a>]</span>zij eene vrome vrouw is, vol van den heiligen geest des geloofs. + +</p> +<p>De ongedurige menschen van het laatst dezer eeuw genieten zelfs niet van de rust als deze hun ten deel valt. Vooral met de +vrouw is het zoo gesteld; hoe meer de tijd en gelegenheid tot rusten en stille zitten haar ontbreken, des te meer verliest +zij het talent om van die enkele haar geboden gelegenheid gebruik te maken. Hoe menigvuldiger zij genoodzaakt is om in het +openbaar indrukken op te nemen, die zich aan haar opdringen, des te meer acht zij het noodig, dat hare polsen met eene koortsachtige +snelheid blijven jagen, om er zich van te overtuigen dat zij leeft. + +</p> +<p>Dieper gevoelende naturen erkennen met leedwezen dat zij hoe langer zoo meer verloren gaan met haren rijken aanleg, in dien +maalstroom des levens; in het gedrang van de uit alle oorden samenstroomende, overweldigende onderwerpen; onder den druk van +de eischen onzer moderne samenleving. + +</p> +<p>Zulke karakters krijgen niet zelden hallucinaties van een stille, groene kloostergaarde; of van eene, in het dichte bosch +verscholen, kluizenaarswoning; van de eenzame uren op hooge rotsbergen, of op de golven der groote, wijde zee, in éenzaamheid +doorgebracht. Maar doorgaans is aan hare behoefte aan éenzaamheid reeds voldaan, door zich in deze voorstellingen te verdiepen; +zij verzuimen dan ook in den regel gebruik te maken van de gelegenheid, als deze zich voordoet, om een dergelijke oase in +de woestijn te scheppen; een stil plekje, afgezonderd van het rumoer der wereld. Wie inderdaad een smachtend verlangen koestert +naar éenzaamheid, heeft in de meeste omstandigheden wel gelegenheid, die op de eene of andere manier te vinden. + +</p> +<p>Uit mijn kindertijd herinner ik mij dikwijls te hebben <span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56">56</a>]</span>hooren vertellen van eene vrouw die door haar huwelijk haar stille ouderlijke woning in het bosch had moeten verwisselen voor +de onvermijdelijke drukte van eene uitgebreide huishouding in een groote stad. Die verandering speet haar zeer, tot zij op +den inval kwam om elken morgen, een half uur lang, alleen stil te gaan zitten met een groenen doek over haar hoofd. Op die +wijze droomde zij, dat zij weer in de stille éenzaamheid van haar bosch zat en verzamelde zij hare gedachten genoegzaam om +daarna kalm en gelijkmatig de bemoeiingen van den dag tegen te gaan. + +</p> +<p>Indien ieder van ons <span class="letterspaced">haar</span> eigen groenen doek had, zouden wij niet zoo licht geprikkeld en prikkelend zijn; wij zouden dan niet de gejaagde, ongedurige, +onbeduidende slaven der vormen en gebruiken wezen, die wij nu maar al te vaak zijn! + +</p> +<p>Van welken aard nu dit beschermende omhulsel werd,—dit zou voor een gedeelte door het toeval worden beslist, maar soms ook +zoude juist het eigenaardige karakter blijken van ieder die zulk een haven zocht uit de keuze van dat stille plekje, en van +den doek. + +</p> +<p>In roomsch-katholieke landen kan men zulk een rustig toevluchtsoord vinden onder ieder kerkgewelf. Geleund tegen de pilaren +van een gothischen tempel, kan men te midden eener drukke wereldstad, droomen in een verafgelegen bosch te zijn—hoewel Nietzsche +gelijk heeft als hij zegt, dat modern denkende menschen aan een geheel nieuwe architectuur, als lijst voor hunne overpeinzingen, +de voorkeur zouden geven. + +</p> +<p>Voor velen schept de muziek eene verrukkelijke eenzaamheid, vooral wanneer die thuis genoten wordt en niet in het publiek, +waar zoo vele verscheidene indrukken afleiding geven en waar ons gemoed nauwelijks de wanklanken uit het dagelijksch leven +begint te vergeten, als <span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57">57</a>]</span>dat akelige handgeklap er ons op nieuw aan komt herinneren. Want een bewijs te geven van gevoel voor het schoone, door volkomen +stille zijn—dit wacht nog op een meer veredelden staat van fijne beschaving, dan waarop wij in onze eeuw bogen kunnen! + +</p> +<p>Voor anderen is misschien zulk een rustig gesprek met het eigen gemoed te vinden in een museum van kunstvoorwerpen, of onder +het lezen van een uitmuntend boek, een oud boek vooral, waarover nu geen besprekingen meer de ronde doen. En in de groote +steden bereiden de openlijke leesinrichtingen den boekenvrienden het vredige stille plekje, waarnaar zij tehuis dikwijls te +vergeefs hadden uitgezien. + +</p> +<p>Maar de stilte die het gemakkelijkste verkregen wordt is toch die in de natuur. Nu gaan de meesten echter niet naar buiten +om daar alleen te zwijgen, of om er te zwijgen met een vriend—deze grootste en fijnste toets van echte vriendschap. Integendeel, +zij zoeken er eenige kennissen, met wie zij de vraagstukken van den dag kunnen bespreken; en als zij zich dan warm en moe +geredeneerd hebben, keeren zij naar huis terug, niet van een stille plaats maar uit nieuwe drukte. + +</p> +<p>Och, zij hebben hunne ziel niet gemaakt tot een kalmen spiegel voor de indrukken der schoone natuur; neen, deze is op de bewogen +golven blijven zweven, waar het niet mogelijk is een duidelijk en helder lichtbeeld op te nemen. + +</p> +<p>Wie inderdaad in de natuur de éenzaamheid zoekt, moet leeren om van zeer nabij die grootsche natuur gade te slaan; zich oefenen +in het uit het hart verwijderen van alle onbeduidende indrukken, om hierdoor de degelijke niet te verhinderen er in door te +dringen; eene kunst waarin de wijsgeerige Montaigne ons menige behartenswaardige les gegeven heeft. “Wij overvoeren ons gemoed +met te veel verschillende dingen tegelijk” zeide <span class="pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58">58</a>]</span>hij, reeds voor driehonderd jaren geleden. “Wij moeten onzen geest oefenen om enkele dingen vluchtig te zien, andere beter +te monsteren; maar eigenlijk in ons opnemen moeten wij alleen die woorden, voorwerpen of gedachten die met onze eigene overeenstemmen, +die op denzelfden grond zijn gebouwd als deze, zoodat zij ons, als het ware, zelf raken. Want ons gemoed behoort eigenlijk +alleen van eigen middelen te leven.... Nu zijn wij allen, althans de meesten van ons, rijker begaafd dan wij zelf denken; +maar wij worden er bij opgevoed om van anderen te leenen, om eens anders goed liever te gebruiken dan eigen goed....” Dat +wij zoo zelden tot de kennismaking met onze lang niet geringe middelen komen, is het gevolg ervan, dat wij slechts bij uitzondering, +ons met hart en ziel wijden aan hetgeen wij hebben ondernomen. + +</p> +<p>“Als ik dans,” zegt Montaigne, “dan dans ik; als ik slaap dan slaap ik; als ik alleen wandel in een mooien tuin en ik betrap +mijne gedachten op afwegen, dan breng ik ze dadelijk weer terug naar den tuin, tot het genot der éenzaamheid en tot mijzelf.” + +</p> +<p>Dit opzettelijk streven om aan elke daad en aan alles wat wij zijn, ons persoonlijk geheel te geven en zoodoende uit elken +toestand den geheelen inhoud te persen, is in een ruimen zin belangrijk voor elke ontwikkeling; zoowel voor ons vermogen om +te denken en te arbeiden, als om te genieten en te rusten. + +</p> +<p>Maar het is een eigenaardig teeken van onzen tijd steeds een nog sterker graad van zenuwspanning te verlangen om zich geheel +aan het oogenblik te kunnen geven. + +</p> +<p>Daarom is ook sport de groote aantrekkingskracht geworden, die de menschen naar buiten lokt; maar niet om te rusten en kalmte +te zoeken. Integendeel, de wedstrijden op elk gebied en het “africhten” daarvoor, heeft zelfs de beweging in de vrije frissche +lucht tot een koorts, tot een <span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59">59</a>]</span>nieuwen vorm van jagen en stormen, gemaakt. Sport kan voorzeker een middel zijn om veel van de natuur te genieten, om spoediger +buiten te komen. De riemen waarmede men tusschen de begroeide oevers eener rivier voortglijdt; de sneeuwschoenen waarop men +diep in de winterstilte van het bosch doordringt; het rijwiel dat zijn eigenaar vlug naar nieuwe plantsoenen, of naar landelijke +eenzaamheid overbrengt; deze en nog verscheidene andere dingen die tot vermaak en nut beoefend worden, als zeilen, rijden +en zwemmen, brengen inderdaad bij velen eene hartelijke vereeniging met de natuur tot stand. + +</p> +<p>Maar de roeier of de ruiter, de schaatsenrijder of de cyklist, die aan elken indruk van een schoon landschap voorbijvliegt +in dolle woede om zich te bekwamen tot mededingen in den wedstrijd, komt door zijne voorliefde tot beweging in de buitenlucht +hoe langer hoe verder buiten de natuur en buiten zichzelf. Dit soort van sport ontwikkelt alleen het lichaam maar niet den +geest. Men zal binnen korten tijd geheel vergeten hebben, dat er een eenvoudiger manier bestaat om van de natuur te genieten: +er van te genieten met lichaam en ziel, tot nut en genoegen voor beide. + +</p> +<p>Als wij de meisjestype aan het einde onzer eeuw—dat is te zeggen, eene jonge dame die geen uitstapje naar buiten maakt anders +dan op haar rijwiel of schaatsen, met het tennis-racket, òf een roeispaan in de hand,—vergelijkt met het jonge meisjestype +van het einde der vorige eeuw, dan valt die vergelijking niet bepaald gunstig voor onze dagen uit. Ik denk hierbij onwillekeurig +aan de beminnelijke vriendin van Goethe, de jonge Bettina Brentano, die als een <span class="corr" id="xd0e778" title="Bron: reè">ree</span> van het buitenleven genoot; die de hoogste bergen beklom om zich daar in het gouden zonnelicht te baden; die zich niet ontzag +om door wind en regen te loopen, of een onweersbui te laten <span class="pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60">60</a>]</span>overtrekken, staande onder een bloeiende linde, tusschen wier bladeren zij witte bliksemstralen flikkeren zag; die aan het +strand lag, door kabbelende golven omstuwd; of hoog op de takken zat van een reusachtigen kastanjeboom, te midden van groen +licht en groene schaduwen; of op het grasperk van den grooten tuin, uitgestrekt, zich vergastte aan de geuren van mos, taxus +en roode anjelieren, zelfs met een paar bloeiende heestertakjes in den mond, om de nijvere bij tot zich te lokken; die op +avonden als de maan scheen, tusschen de hagen van den wijngaard, onder de doorschijnende, lichtgroene trossen wandelde, en +soms den geheelen zomernacht buiten bleef, insluimerend onder het nachtlied van merels en nachtegalen, om niet eer dan door +het morgenlicht te worden gewekt.... + +</p> +<p>Behalve deze dichterlijke wijze om van het buitenleven te genieten is er ook nog de natuur-wetenschappelijke, die echter evenzoo +als de eerste, tamelijk naar den achtergrond wordt gedrongen door sport. Van dit gezichtspunt beschouwd is het aangenamer +knapen tegen te komen een kruiden-doos aan een band om den hals dragende, dan knapen op rijwielen. + +</p> +<p>Van welken aard de reeds vroeg ontwikkelde zucht naar kennismaking met de natuur wezen moge, altijd verschaft dit onderzoek +den beoefenaar dezer wetenschap een zekere vertrouwelijkheid met de natuur, een vriendschappelijke, hartelijke genegenheid, +die onmogelijk kan ontstaan tusschen de natuur en een, haar op zijne velocipède voorbijvliegend, sportliefhebber. + +</p> +<p>Wat eenigszins vergoelijkend omtrent deze type van de tegenwoordige jeugd werkt, is het feit, dat velen, die door geen ander +middel naar buiten gelokt zouden worden, nu ten minste, dank zij sport, eenig vermoeden van de schoonheid der natuur ontvangen +en dat die oefeningen van heden—nadat de overdrijving hare offers <span class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61">61</a>]</span>zal hebben ontvangen—zullen bijdragen tot de ontwikkeling van eene lichamelijk—gezonder en krachtiger generatie, die dan waarschijnlijk +beter dan ons tegenwoordig geslacht, bestand wezen zal tegen vermoeienis; die op eene edeler wijze het natuurgenot zal smaken +en wier kernspreuk zal zijn “sport te gebruiken als niet misbruikende.” + +</p> +<p>Het gewone dagelijksche rust-uurtje, dat de meesten van ons met een ernstigen wil kunnen vinden, vervangt intusschen niet +de diepe stilte, die eene wandeling vroeg in den morgen, of het zich terugtrekken naar een verborgen plekje van de aarde,—zoo +mogelijk in een vreemd land en aan de grenzen der beschaafde wereld gelegen—in staat is ons te bieden. Maar voor de meeste +hoofden van huisgezinnen is het gemakkelijker gezegd dan gedaan, zulk een schuilhoekje te vinden. Zelfs de alleenstaande en +hierdoor meer onafhankelijke mensch, heeft vaak een groote mate van ernst in zijne behoefte aan éenzaamheid en veel wilskracht +om andere, minder noodzakelijke dingen te laten, noodig, als hij er toe komen zal een paar weken van volkomen ongestoorde +rust te kunnen genieten. Daarenboven wordt het verlangen naar afzondering van een lid van het huisgezin dikwijls tegengewerkt +door het vooroordeel, dat de éenzaamheid een erg soort van égoïsme vertegenwoordigt. Want de meesten die de groote winst van +eene tijdelijke afzondering voor henzelve inzien,—begrijpen nog niet hoezeer hun huisgezin hierdoor tegelijkertijd wordt gebaat. + +</p> +<p>Een korte scheiding heeft namelijk een buitengewone macht om ons nadenken te wekken en hierdoor ons beter verstaan en ons +gevoel van billijkheid. Wij komen er gemakkelijker toe met een helder oog de belangrijke dingen in ons op te nemen en de kleinigheden +tot hare wezenlijke onbeduidendheid terug te leiden, als wij een <span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62">62</a>]</span>poos van elkander af zijn. Het eenzame overleg ontwart soms met vlugge hand de meest ingewikkelde draden en het alleenzijn +geeft vaak aan onze blijdschap een vroolijker, aan onze smart een minder droevige tint. Volbrengt men den een of anderen arbeid +alleen zittende, dan valt die bijna altijd oneindig beter uit, dan wanneer anderen erbij tegenwoordig zijn. De boeken die +men leest en overpeinst in het dichte bosch; met de eeuwigschoone sneeuw vóor zich, of op de bloeiende heide, onder het geruisch +van eik en den, verschaffen den rijksten oogst aan denkbeelden; en de indrukken der natuur die men onder zulke rustpoozen +in zich opneemt, zijn krachtiger en langer van duur dan andere. Want men geeft zich nimmer zoo geheel en al aan de natuur +als wanneer zulke éenzame dagen een parelsnoer vormen, waarvan een dag tamelijk gelijk is aan den anderen, maar waarvan toch +elke dag op zichzelf een afgerond geheel vormt, en een aangenaam geheel ook. + +</p> +<p>Zij die tegen het alleenzijn opzien omdat zij vreezen zich dan nog meer eenzaam en verlaten te gevoelen hebben in zekeren +zin gelijk en ongelijk. Want juist van menschen omringd, kan het gebeuren dat men door de omstandigheden, of door zijn bijzondere +stemming, mijlenver van hen verwijderd is; in de door menschen bevolkte woestijn hangt, meer dan elders, zwaarmoedigheid in +de lucht. Maar tegenover de natuur en den dood—de grootste eenzaamheid en de onwrikbaarste noodzakelijkheid—worden wij gedwongen +afstand te doen, niet alleen van de bezorgingen en drukten van den dag, maar ook van de bezorgdheid omtrent ons lot en leven. +De grondlijnen waarop ons wezen gebouwd is worden breeder, maar de vertakkingen dier lijnen worden minder duidelijk zichtbaar, +evenzoo als dit het geval is met een landschap dat men van een aanzienlijke hoogte af, in de <span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63">63</a>]</span>diepte ziet liggen. Het meer of minder aan lief en leed, waarmede het leven onze dagen vult; het meer of minder belangrijke +werk dat aan ons bestaan inhoud gaf—tot dit alles keeren wij van zulke eenzame overpeinzingen terug met een zachten, medelijdenden +glimlach. + +</p> +<p>Het valt ons nu niet meer zoo moeilijk het doove oor te keeren naar die stemmen, welke ons trachten mede te voeren in de beslommeringen +van den dag en die ons trachten wijs te maken dat wij daarbij hoognoodig zijn. Wij worden nu minder hevig ontroerd door de +pijnlijke kreten uit ons eigen gemoed opgaande, dan door die van onze medemenschen. Want wij hebben het leeren inzien, dat +de grootste smart niets meer is dan een druppeltje in den grooten oceaan, evenzoo als het grootste geluk slechts het vluchtig +licht is, dat zulk een kleine druppel doet glinsteren. + +</p> +<p>De ziel, die in stilte en eenzaamheid den moed vond om tot zichzelf in te keeren en haar eigen kracht te meten, weet, dat +er slechts éen groote en wezenlijk belangrijke taak ons leven beheerscht: grooter te worden. En dat doel kunnen wij bereiken +in onze smart en onze vreugde, in onze dwaasheid en in ons verstand. Groeien kunnen wij door onze nederlagen, zoowel als door +onze overwinningen; door onze rust, zoowel als door onzen arbeid. +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>Toch is het hem of haar die de éenzaamheid zoekt aanteraden dit te doen, zonder een bepaalden eisch aan dat “stille zijn” +vooraf te laten gaan. Want het gebeurt vaak, dat die afzondering juist iets geheel anders oplevert dan men verwacht had. Hij +die rust zocht, vindt allicht een nieuwen prikkel tot arbeiden; hem die hoopte troost te vinden, kan zij nieuwe wonden slaan. +Hoe het zij: de éenzaamheid schenkt toch altijd moed- en krachtbesef <span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64">64</a>]</span>waarvan men zich niet bewust was. Maar alleen hij kan hiervan nut trekken die weet, wat de overigens tamelijk luchthartige +Romeinen reeds wisten: + +</p> +<p>Dat de Éenzaamheid eene godin is wier geheiligde bosschen geen sterveling nadert met grootspraak, maar met een nederige bede +op de lippen en van wie men met rijke gaven bedeeld terugkeert, indien men de taal harer ernstige oogen heeft leeren verstaan, +die ons ’t geheim van het éene noodige verraden: + + +</p> +<div class="poem"> +<p class="line">“<span class="letterspaced">Stille zijn in eigen hart.</span>” +</p> +</div><span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65">65</a>]</span></div> +<div id="ch5" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#toc">Inhoud</a>] +</span><h2 class="normal">De vrouw der toekomst.</h2> +<p>Er zijn woorden die ons aantrekken als een lied. Een dezer woorden is: “De vrouw der toekomst.” + +</p> +<p>Dit lied klinkt voor mij als de poézie van een Dichter, van een Dichter en Ziener tegelijk; van éen, wiens naam thans schittert +in het licht der morgenster, maar die, toen hij in het land der levenden verkeerde, dien naam hoorde door het slijk sleuren—als +de naam van den godsloochenaar en oproerkraaier—terwijl de lichtstralen van zijn genius op de vooroordeelen zijner tijdgenooten +werkten als angstwekkende bliksemflitsen,—uit de verte. + +</p> +<p>Zijn profetische dichtergeest liet hem een blik slaan in een tijd waarin de vrouw zoude zijn: + +</p> +<div class="poem" lang="en"> +<p class="line">“.... frank, beautiful and kind + +</p> +<p class="line">As the free heaven, which rains fresh light and dew + +</p> +<p class="line">On the wide earth.... + +</p> +<p class="line">From customs evil taint exempt and pure; + +</p> +<p class="line">Speaking the wisdom once they could not think, + +</p> +<p class="line">Looking emotions once they feared to feel, + +</p> +<p class="line">And, changed to all which once they dared not be + +</p> +<p class="line">Yet being now, made earth like heaven....”<a class="noteref" id="xd0e846src" href="#xd0e846">1</a>. +</p> +</div><span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66">66</a>]</span><p>Dit visioen der vrouw in de toekomst, door Shelley in zulke schoone omtrekken geschetst, zweefde mij voor den geest, toen +ik mij voornam haar beeld in eenige meer vaste trekken te schilderen. +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>Zeer waarschijnlijk zal de Sturm-und-Drang-tijd der vrouwen en de hiermede samenhangende sociale hervorming, tot ver in de +volgende eeuw aanhouden. Dit tijdperk, vervuld met twistvragen en botsingen van allerhande soort, zal niet eer eindigen, dan +wanneer de vrouw, in en buiten het huwelijk, voor de wet gelijkstelling met den man zal hebben verkregen; wanneer zulk eene +herschepping in de samenleving zal hebben plaats gegrepen, dat hierdoor aan de hatelijke mededinging tusschen de beide seksen +op eene, voor beide partijen bevredigende wijze, een einde werd gemaakt; en wanneer de arbeid, zoowel het bedrijf tot eigen +onderhoud als de arbeid in de huishouding, minder zwaar op de vrouw zal drukken dan op heden het geval is. + +</p> +<p>Het is best mogelijk dat eerst tegen het laatst der twintigste eeuw het vrouwentype onzer dagen tot het onhoudbare zal zijn +gestegen en een nieuw type der vrouw uit dien toestand zal geboren worden. Mijn idéaal der toekomstige vrouw—en als men zich +in een droombeeld verdiept mag men <span class="letterspaced">zeer</span> ver dwalen in het rijk der fantasie!—is, dat zij zal worden een wezen van groote tegenstrijdigheden die tot een harmonisch +akkoord worden vereenigd. Zij zal zich doen kennen als zeer <span class="pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67">67</a>]</span>veelzijdig, maar tevens als een gesloten geheel; als een rijke schat en volmaakte eenvoud; als een zeer beschaafd, flink ontwikkeld +wezen en toch oorspronkelijk; als eene sterk sprekende, echt menschelijke persoonlijkheid en eene volkomen openbaring van +het innig vrouwelijke. + +</p> +<p>Deze vrouw zal in staat zijn den ernst van den arbeid op wetenschappelijk gebied te verstaan in een streng onderzoek naar +de waarheid, in een vrijen gedachtenloop, in een artistieke schepping. + +</p> +<p>Zij zal de noodzakelijkheid inzien van de wetten der natuur en de daardoor te voorschijn geroepene ontwikkelingen; zij zal +bij een sterk gevoel van solidariteit belang stellen in hetgeen dient tot het algemeene nut. + +</p> +<p>Omdat zij meer weet en helderder denkt dan de vrouw in onze dagen, zal zij ook rechtvaardiger oordeelen; omdat zij krachtiger +is zal zij beter zijn; omdat zij verstandiger is, zal zij zachtzinniger wezen. Zij kan de dingen breeder opvatten, ze in den +samenhang met het groot geheel beschouwen; het gevolg hiervan is, dat zij langzamerhand verscheidene vooroordeelen, die men +heden vrouwelijke deugden noemt, laat varen. + +</p> +<p>Zij is en blijft de ontwerpster der zeden, die zij adelt. Maar daarbij steunt zij niet op de in de samenleving nu eenmaal +gebruikelijke vormen, maar op de wetten en geboden in eigen hart. + +</p> +<p>Zij heeft den moed haar eigen gedachten over menig vraagstuk te hebben; ook dien om de nieuwe denkbeelden van haar tijd ernstig +te onderzoeken en te toetsen. Zij durft niet alleen te kennen, maar ook te <span class="letterspaced">be</span>kennen—gewaarwordingen die zij thans onderdrukt of verbergt. Hare volkomen vrijheid van beweging en veelzijdige ontwikkeling +als zelfstandig persoon, maken voor haar moeilijke ondernemingen mogelijk, het wilskrachtig streven naar een bestaan, dat +in evenredigheid tot haar eigen <span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68">68</a>]</span><span class="letterspaced">kunnen</span> blijken zal een hooger doel te beoogen: Een zoodanig doel zal zij met een scherper instinct dan zij nu bezit, weten te vinden. +Zij heeft geleerd beter te werken, krachtiger zich te verblijden over eenvoudige, voor de hand liggende onderwerpen en op +haar tijd behoorlijk en volkomen te rusten, beter dan de vrouw in onze dagen dit kan. + +</p> +<p>Op deze wijze wordt het levensbewustzijn der nieuwe vrouw verhoogd; hare ervaring wint aan diepte; haar gemoedsleven, haar +zin voor het schoone, haar talenten worden ontwikkeld en fijner beschaafd. Zij wordt allengs meer gevoelig voor indrukken; +zij voelt en gevoelt levendiger en smaakt meer genot maar lijdt ook meer en heviger smart, dan de vrouw van heden genieten +en lijden kan. + +</p> +<p>Ten gevolge van dit alles zal de vrouw der toekomst de waarde verhoogen der onderlinge samenleving, de waarde van de kunst, +van wetenschap en letterkunde. + +</p> +<p>Maar de grootste beteekenis op het gebied der cultuur zal toch voor haar altijd daarin bestaan, dat zij door het raadselachtige +en oorspronkelijke, het profetische en voor indrukken gevoelige in haar wezen, het menschdom beschermt tegen het ernstige +gevaar van overbeschaving. + +</p> +<p>Tegenover hetgeen wij weten kunnen stelt zij eerlijk datgene wat ons nog niet is geopenbaard; tegenover verstandig redeneeren—het +gevoel; tegenover de nuchtere werkelijkheid, mogelijkheden; en tegenover de ontleding, haar indruk van ’t geheel. + +</p> +<p>Het is in de eerste plaats het streven der vrouw, om het hart te veredelen—dat van den man, het verstand te ontwikkelen; aan +haar, het gebied der poézie te verwijden—aan hem meer ruimte te verwerven voor de vruchten van geest en vernuft. Zij vertegenwoordigt +en verheft de teederheid—hij de rechtvaardigheid. Hij behaalt <span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69">69</a>]</span>menige overwinning door overmoedigheid—zij door moed. + +</p> +<p>De vrouw der toekomst zal niet alleen veel hebben geleerd, zij zal ook zeer veel hebben vergeten, vooral van de hedendaagsche +feministische en antifeministische dwaasheden. + +</p> +<p>Zij zal met alles wat in haar is trachten het geluk der liefde te vinden en te verhoogen. + +</p> +<p>Zij is kuisch, niet omdat zij koel, maar omdat zij hartstochtelijk is. Zij is teer, niet omdat zij bleek is, maar omdat zij +zooveel en zoo warm stroomend bloed in hare aderen heeft. Zij is geestdriftig en daarom ook zinnelijk; zij is trotsch en daarom +eerlijk, oprecht en waarheidslievend. Zij eischt een sterke liefde, omdat zij zich bewust is zelve nog onverdeelder en met +een nog grooter liefde te kunnen beminnen. Het erotische problema is door haar verfijnd idéalisme vaak zeer geheimzinnig en +moeilijk op te lossen. + +</p> +<p>Hier tegenover staat, dat het geluk der liefde, als zij deze eenmaal schenkt en gevoelt, rijker, dieper en waarachtiger is, +dan alles wat men ooit geluk had genoemd; eene nog ongekende zaligheid. + +</p> +<p>Het is niet onmogelijk, het is zelfs te verwachten, dat een aantal hoedanigheden en trekjes die onzen echtgenooten en huismoeders +eigen zijn, bij de vrouw der toekomst te vergeefs zullen worden gezocht. + +</p> +<p>De eerstgenoemde wil altijd de geliefde blijven en alleen als de zoodanige wil zij moeder worden. Aan den grootschen maar +moeilijken plicht om geliefde en moeder te gelijkertijd te zijn wijdt de laatste haar beste krachten; het wordt haar godsdienst, +om met alles wat in haar is, ’s levens genot tot zaligheid te verheffen. Juist omdat zij de groote voorrechten van schoonheid +en gezondheid kent en op hoogen prijs stelt, op geestelijk en lichamelijk gebied, zal zij met meer ernst en door een dieper +gevoel <span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70">70</a>]</span>van verantwoordelijkheid geleid worden, bij de keuze van den vader harer kinderen. Zij zal aan gezonde, krachtige menschen +het leven geven en dezen naar haar beste weten voeden, verzorgen, opvoeden, en daarbij zal zij zelf hare bekoorlijkheid en +hare jeugd langer behouden dan de vrouw in onze dagen. + +</p> +<p>Zij wil haar geheele leven door behagen, omdat het altijd haar wensch is het leven schoon en aantrekkelijk te maken. Maar +zij wenscht alleen te behagen door op elken leeftijd zich te <span class="corr" id="xd0e916" title="Bron: troonen">toonen</span> zooals zij, daarmede in overeenstemming, is; haar hoogste bekoorlijkheid, hare eeuwige jeugd, openbaart zij uitsluitend aan +hem dien zij bemint. Zij weet dat de bekoorlijkheid des geestes de diepste gevoelens opwekt en uit de volheid van haar rijk +gemoed put zij bestendige hernieuwing van die bevalligheid; telkens onverwacht en in, tot het oneindige afwisselende, schakeeringen +van hare persoonlijke gratie. + +</p> +<p>Eenvoudig door haar bijzijn verjaagt zij de dwaze en zinledige vormen, den dwang der gewoonten en vervangt deze door van haar +oorspronkelijk uitgaande en door haar zielenadel verfijnde, manieren en uitingen, zoowel in de samenleving als in het huisgezin, +en in den vertrouwelijken vriendenkring. + +</p> +<p>Waarschijnlijk zal zij veel minder redeneeren dan de vrouw in onze dagen, maar haar stilzwijgen en haar glimlach zal welsprekender +zijn, dan lange voordrachten en debatten in de vergaderingen door de hedendaagsche vrouwenbeweging belegd. + +</p> +<p>Zij zegt altijd duidelijk verstaanbaar wat zij te zeggen heeft en spreekt altijd gematigd; zij kiest hare woorden onveranderlijk +en blijft bij hetgeen zij gezegd heeft, in schijnbaar zeer gewone, maar inderdaad zorgvuldig gekozene, doeltreffende, uitdrukkingen. +Er gaat een opgewekte en opwekkende, gezonde strooming van haar uit; <span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71">71</a>]</span>frisch als de beek in het bosch die van de bergen stort, maar als deze, aan een bepaalde grens gebonden. Hoe ver zij ook schijnt +zich te laten medevoeren—in den roes der vreugde of in den hartstocht van hare liefde; in buitengewoon genot of bij de wanhoop +der smart—nimmer vergeet zij zichzelf. Zij vereenigt vele vrouwen in éen persoon, hetzij dat zij lacht en schertst, hetzij +dat zij lijdt en ook dan glimlacht; dat zij een bloeiende gezondheid geniet of aan een ongeneeselijke wonde verbloedt; kalm +is of ontroerd; of zij juicht of weent; of er zonneschijn is in heur hart of nachtelijk duister; koelte of vuurgloed—altijd +is zij de ideale vrouw. + +</p> +<p>Reeds sedert lang leeft de vrouw der toekomst in de droombeelden van den man en zij wordt geschapen naar het beeld dat hij +van haar heeft gemaakt. Het vrouwelijk idéaal van den modernen man is geenszins de mannelijke vrouw, maar de veelzijdig ontwikkelde +openbaring van “<span lang="de">Das ewig Weibliche</span>”. Dit nieuwe vrouwentype is bij tusschenpoozen verschenen, niet alleen in onze dagen, maar in verschillende vroegere tijdperken. + +</p> +<p>In de middeleeuwen schreef zij Heloïse’s brieven; in den tijd der Hervorming schilderde Leonardo haar als Mona Lisa en in +de achttiende eeuw hield zij haar salon als Mademoiselle de Lespinasse. In onze eeuw heeft zij het lied der liefde gezongen +als Elisabeth Barett Browning; zij heeft van het tooneel tot ons gesproken als Eleonore Duse;—en als een edel gesteente is +haar wezen gekristalliseerd door het woord van den dichter dat Rahel’s persoonlijkheid uitdrukte: + + +</p> +<div class="poem"> +<p class="line">“<span class="letterspaced" lang="de">Still und bewegt.</span>” +</p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote" lang="nl-1900"><span class="label"><a class="noteref" href="#xd0e846src" id="xd0e846">1</a></span> <span class="corr" id="xd0e848" title="Niet in bron">“</span>Vrij, schoon en goed, als de open hemel, wiens regen wazig en zacht<span class="pagenum">[<a id="xd0e851" href="#xd0e851">66n</a>]</span>de geheele aarde verfrischt.... Ontwassen aan het kwaad van den vormendienst; eenvoudig en rein; een taal sprekend van ’t +verlicht verstand, waaraan door haar voorheen zelfs niet gedacht werd; aandoeningen onder de oogen ziende, die zij voorheen +vreesde te gevoelen; en aldus ontwikkeld tot alles wat zij voorheen niet durfde te zijn; toch aardsch en hemelsch tegelijk, +ook nu!....” + +</p> +<p class="footnote"><span class="smallcaps">Vert.</span></p> +</div> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="transcribernote"> +<h2>Colofon</h2> +<h3>Beschikbaarheid</h3> +<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie team op <a href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<p lang="en">This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give +it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at <a href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p lang="en">This eBook is produced the Online Distributed Proofreading Team at <a href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<h3>Codering</h3> +<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde +van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn +gemarkeerd met het corr-element. + +</p> +<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met “. Geneste +dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens. + +</p> +<h3>Documentgeschiedenis</h3> +<ol class="lsoff"> +<li>2009-02-14 Begonnen. + +</li> +</ol> +<h3>Externe Referenties</h3> +<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.</p> +<h3>Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table width="75%"> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e107"></a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e204">6</a></td> +<td width="40%">meè-pratende</td> +<td width="40%">meê-pratende</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e235">8</a></td> +<td width="40%">idividualiteit</td> +<td width="40%">individualiteit</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e244">9</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e251">10</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e255">10</a></td> +<td width="40%">zelf beheersching</td> +<td width="40%">zelfbeheersching</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e279">13</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e298">14</a></td> +<td width="40%">. Toch</td> +<td width="40%">, toch</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e345">18</a></td> +<td width="40%">oorsponkelijk</td> +<td width="40%">oorspronkelijk</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e352">19</a></td> +<td width="40%">dan</td> +<td width="40%">als</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e419">24</a></td> +<td width="40%">word</td> +<td width="40%">wordt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e438">26</a></td> +<td width="40%">ontmoeten</td> +<td width="40%">ontmoetten</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e509">33</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e578">40</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e601">42</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e626">44</a></td> +<td width="40%">altruistisch</td> +<td width="40%">altruïstisch</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e645">47</a></td> +<td width="40%">nector</td> +<td width="40%">nectar</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e701">51</a></td> +<td width="40%">reizen</td> +<td width="40%">rijzen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e778">59</a></td> +<td width="40%">reè</td> +<td width="40%">ree</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e848">65</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e916">70</a></td> +<td width="40%">troonen</td> +<td width="40%">toonen</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's De moedige vrouw, by Ellen Karolina Sofia Key + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE MOEDIGE VROUW *** + +***** This file should be named 28086-h.htm or 28086-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/8/0/8/28086/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +https://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..ba5376f --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #28086 (https://www.gutenberg.org/ebooks/28086) |
