summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:33:00 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:33:00 -0700
commitf8f66f8cb172abd92382a86f1a0c56db9e0b61fd (patch)
tree94a6d0455f45f4e1226f712ee37e36307ce270e8
initial commit of ebook 26846HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--26846-8.txt1392
-rw-r--r--26846-8.zipbin0 -> 30515 bytes
-rw-r--r--26846-h.zipbin0 -> 37129 bytes
-rw-r--r--26846-h/26846-h.htm1741
-rw-r--r--26846-h/images/p01.gifbin0 -> 2864 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/f0001.pngbin0 -> 87054 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0003.pngbin0 -> 125946 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0004.pngbin0 -> 213277 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0005.pngbin0 -> 228118 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0006.pngbin0 -> 213063 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0007.pngbin0 -> 214407 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0008.pngbin0 -> 218797 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0009.pngbin0 -> 224574 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0010.pngbin0 -> 210159 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0011.pngbin0 -> 219593 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0012.pngbin0 -> 223429 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0013.pngbin0 -> 235502 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0014.pngbin0 -> 214997 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0015.pngbin0 -> 210620 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0016.pngbin0 -> 225712 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0017.pngbin0 -> 223761 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0018.pngbin0 -> 217146 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0019.pngbin0 -> 221507 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0020.pngbin0 -> 221058 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0021.pngbin0 -> 218752 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0022.pngbin0 -> 218077 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0023.pngbin0 -> 217705 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0024.pngbin0 -> 213109 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0025.pngbin0 -> 224906 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0026.pngbin0 -> 218976 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0027.pngbin0 -> 218452 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0028.pngbin0 -> 228319 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0029.pngbin0 -> 232357 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0030.pngbin0 -> 218458 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0031.pngbin0 -> 218150 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0032.pngbin0 -> 219805 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0033.pngbin0 -> 217439 bytes
-rw-r--r--26846-page-images/p0034.pngbin0 -> 215603 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
41 files changed, 3149 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/26846-8.txt b/26846-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..51bddbd
--- /dev/null
+++ b/26846-8.txt
@@ -0,0 +1,1392 @@
+The Project Gutenberg EBook of Iets over de gramaticale beoefening der
+Friesche taal in haar geheelen omvang, by Albertus Telting
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Iets over de gramaticale beoefening der Friesche taal in haar geheelen omvang
+
+Author: Albertus Telting
+
+Release Date: October 8, 2008 [EBook #26846]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IETS OVER DE GRAMATICALE BEOEFENING ***
+
+
+
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net (This book was
+produced from scanned images of public domain material
+from the Google Print project.)
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +IETS+
+
+ OVER DE
+
+ GRAMMATICALE BEOEFENING
+
+ DER
+
+ FRIESCHE TAAL
+
+ IN HAREN GEHEELEN OMVANG,
+
+ DOOR
+
+ Mr. A. TELTING.
+
+ (Voorgedragen in de Vergadering van het Provinciaal
+ Friesch Genootschap ter beoefening der Friesche
+ geschied-, oudheid- en taalkunde, gehouden
+ den 5den October 1840.)
+
+
+ TE _+WORKUM+_, TER
+
+ BOEKDRUKKERIJ VAN H. BRANDENBURGH.
+
+ =1843.=
+
+
+
+
+ +IETS+
+
+ OVER DE
+
+ GRAMMATICALE BEOEFENING DER FRIESCHE TAAL
+
+ IN HAREN GEHEELEN OMVANG.
+
+
+ Mijne Heeren! Zeer geachte Medeleden!
+
+»De vierde afdeeling, voor taal- en dichtkunde bestemd, stelt zich voor:
+de grammaticale beoefening der Friesche taal, in hare volle
+uitgebreidheid."--Zoo begint, M. H.! de beschrijving van de
+werkzaamheden der taalkundige afdeeling in de Wetten onzes Genootschaps,
+zoo als die den 26 September 1827, nu dertien jaren geleden, waren
+vastgesteld;--en die zelfde bepaling vinden wij in de herziene
+Genootschapswetten van 1835 terug.
+
+Wat heeft die _vierde_, of nu, sedert 1835, _derde afdeeling_, in dat
+tijdsverloop van dertien jaren, voor de grammaticale beoefening der
+Friesche taal gedaan? Heeft zij zich die taak met ijver aangetrokken,
+is zij dat werk met moed begonnen, heeft zij dat met volharding
+voortgezet, rijpen de vruchten van haren arbeid ter volkomenheid?--Of
+ging het hier als met zoo menige goede bepaling in menig reglement in
+ons vaderland, dat ze wel geschreven stond, maar niemand er verder meer
+om dacht?
+
+Liefst spaar ik U en mij zelven de beantwoording van deze vragen. Zij
+drongen zich aan mij op, toen ik rondzag naar eene stof, waarover ik in
+deze uwe vergadering, naar de mij door het lot aangewezene beurt, zou
+mogen spreken,--toen ik mij herinnerde, dat ik de eer heb tot de derde
+afdeeling van de Werkende Leden des Genootschaps te behooren, en
+bedacht, dat de behandeling van eenig taalkundig onderwerp misschien van
+mij verwacht mogt worden. Ik wil echter nu de vraag: wat de derde
+afdeeling, met betrekking tot de grammaticale beoefening der Friesche
+taal gedaan heeft? liever doen plaats maken voor eene andere: wat zij
+daarin zou behooren en vermogen te doen? Ik wil het verledene laten
+rusten, en spreken met het oog op de toekomst;--ik heb mij voorgesteld
+twee vragen aan uwe welwillende en bescheidene aandacht voor te dragen:
+
+I. Wat bedoelt de bepaling in ons Reglement met _grammaticale beoefening
+der Friesche taal in hare volle uitgebreidheid_?
+
+II. Wat kunnen en wat behooren wij, Leden van dit Genootschap, te doen,
+om ons in dezen te kwijten van onze taak?
+
+Vergezelt mij daarbij met uwe toegevendheid, die ik zoo zeer behoeve. Al
+wie toch aan anderen eenigen regel durft voor te stellen, behoort
+vooraf wel gewikt en gewogen te hebben, of hij zelf in staat en gezind
+zij, dien na te leven; en zoo iemand, ik ben van de geringheid mijner
+vermogens in dezen overtuigd. Verre zij dan van U het vermoeden, als of
+ik onbescheiden genoeg zoude zijn, om U mijne inzigten op te dringen,
+met de verwaande bedoeling, om U over te halen, die met mij te deelen.
+Beproeven wilde ik het slechts, of mijne gebrekkige voorstelling zooveel
+vermogt, om meer kundige liefhebbers der Friesche taal, dan ik ben, op
+te wekken, om haar in hare volle uitgebreidheid, gemeenschappelijk,
+grammaticaal te beoefenen.
+
+I. De eerste vraag, wier behandeling wij ons voorgenomen hadden: Wat
+wordt bedoeld onder grammaticale beoefening onzer taal in hare volle
+uitgebreidheid? scheidt zich natuurlijkerwijze in twee onderdeelen,
+uitgedrukt in deze twee vragen:
+
+1. Waaraan hebben wij te denken, als wij spreken van de Friesche taal
+_in hare volle uitgebreidheid_?
+
+2. Wat beteekent het, die taal _grammaticaal te beoefenen_?
+
+1. Is de Friesche taal dat dialect, hetwelk door de landlieden in dit
+gewest gesproken wordt, en, zoo men de beide _Stellingwerven_ met het
+_Bildt_ uitzondert, de algemeene volkstaal op het platte land van het
+_Wester-Lauwersche Friesland_ genoemd mag worden? dat dialect, vermengd
+en verbasterd, als het ten huidigen dage is, met Hollandsche woorden,
+taalvormen en spreekmanieren, verdrongen en onder den voet getreden door
+de bestuurders en leeraren des volks en der jeugd? Verdient deze
+tongval, die als eene geringe dienstmaagd zich schaamachtig schuil
+houdt, die in den kring van meer beschaafden en aanzienlijken zich niet
+durft te vertoonen, maar zelfs daar, waar zij nog geduld wordt, zich op
+de aannadering van elken stedeling, als schaamde zij zich haren
+boerschen opschik, vrijwillig en onopgemerkt verwijdert,--verdient deze
+den naam van _taal_, en is zij het, wier grammaticale beoefening men van
+ons verlangt?--Treurig is het gesteld, M. H.! met dit kostelijk erfdeel
+onzer vaderen, de taal! Niet te onregte vergeleek een onzer eerste
+Friesche vernuften[1] haar onlangs bij eenen ouden verwaterden boomstam,
+die uit de opdrijvende pollen in het waterland boven komt, en wel jaar
+op jaar groene twijgen en nieuwe uitloopers geeft, doch eindelijk
+wegkwijnt en sterft.--Doch de loop der gebeurtenissen heeft het zoo
+gewild; met de taal der Friezen moest het even zoo gaan als met hun
+afzonderlijk, onafhankelijk volksbestaan; beide zijn naauw aan elkander
+verbonden en ineen geweven, en dus ook de lotgevallen, het verval, de
+ondergang van beiden innig verknocht. Nadat de _Wester-Lauwersche_
+Friezen hunne volksvrijheid verloren, en onder het bewind van eenen
+vreemden, Saksischen Vorst, vreemde wetten en nieuwe instellingen
+ontvangen hadden,--vervolgens in de Nederlandsche staten van den
+Bourgondischen Vorst waren ingelijfd,--en eindelijk, na de
+gemeenschappelijke afwerping dier heerschappij, met deze hunne
+Nederduitsche bondgenooten, zich in één gemeenebest vereenigd
+hadden,--was van hun onafhankelijk en eigen volksbestaan niets dan eene
+schaduw overgebleven; en hoe zoude, na de algemeene invoering van het
+Nederduitsch in school en kerk, in geregtszalen en volksvergaderingen,
+de Friesche taal hare waardigheid hebben kunnen handhaven? Van
+lieverlede ook uit de kringen der aanzienlijken in de grootere steden
+verdrongen, werd de waan algemeen, dat het Friesch tot schrijftaal
+ongeschikt, voor de behandeling van meer verhevene en waardige
+onderwerpen weinig voegde, en alleen goed genoeg was, om in het
+boerebedrijf, bij het vee en den akkerbouw, gesproken te worden. Zoo
+werd dan de volkstaal inderdaad eene boerentaal, het Friesch in dit
+gewest werd boerenfriesch;--alleen de inwendige taalkundige
+voortreffelijkheid, die haar van nature eigen is, bewaarde haar voor de
+vernedering, van ooit in een boeren-patois te verbasteren, en zóó
+roemloos onder te gaan.
+
+Mij dunkt, M. H.! ook hier mogen wij weder tusschen taal en
+volkskarakter eene treffende analogie opmerken: of hebben niet de
+bewoners van dit gewest, hoezeer sinds meer dan drie eeuwen met die der
+overige vereende _Nederlanden_ tot één volk zamengesmolten, niet nog
+veel, van alle volksgenooten zeker het meest, van hunnen ouden
+kenmerkenden aard en zeden overgehouden? En gelijk wij nu dien fieren
+Frieschen geest wenschen te bewaren, te handhaven en te veredelen, niet
+om aldus een eigen volksbestaan te herkrijgen of te behouden,--eene
+gedachte, die elk verstandige belagchelijk en verwaand zoude
+noemen!--evenmin om ons door een kwalijk begrepen provincialismus van
+het gemeene vaderland af te zonderen, en binnen onze enge gewestelijke
+grenzen in te sluiten,--een toeleg, die den waren liefhebber van het
+vaderland even verderfelijk moet voorkomen, als de daar lijnregt tegen
+inloopende strekking, om, door wegneming van alle individualiteit, alles
+te amalgameren, hem tegen de borst is;--maar omdat die fiere geest ons
+krachtig kan helpen tot vermeerdering van ons volksgeluk, daar hij ons
+onze instellingen leert waardeeren en eerbiedigen, en het goede bewaren,
+dat nog in en onder ons is;--even zoo moet ook de Friesche landtaal, die
+nog ten huidigen dage onder de plattelandsbewoners eene levende taal is,
+door ons worden bemind en geëerbiedigd, als een kostelijk overblijfsel,
+als eene dierbare nalatenschap van dat vrije volk, hetwelk haar eens als
+volkstaal sprak, met welks aard en zeden zij op het naauwst was
+verknocht, welks fieren, krachtigen geest en zin zij in forsche,
+kernachtige klanken uitdrukte. Maar noch de taal, noch het volk, hebben
+wij in oorspronkelijke zuiverheid te zoeken in deze negentiende eeuw.
+Wij moeten daartoe hooger opklimmen, en dan kan ook het tegenwoordige
+Landfriesch ons helpen haar te vinden.--
+
+Het Friesche volk, als door eene betooverende aantrekking tot het water
+verlokt, gelijk de geleerde HALBERTSMA ergens schrijft[2], bewoonde de
+kustlanden der _Duitsche zee_. Van ten noorden den mond der _Eider_ tot
+aan de _Elbe_; van de _Wezer_ tot aan de _Schelde_, had dit
+uitgestrekte volk, schoon verdeeld in onderscheidene stammen, doch in
+taal, zeden en wetten één, zijne, meer dan eenig ander Germaansch volk,
+gevestigde woonplaatsen. Dáár is het, dat wij de oude onverbasterde
+Friesche taal moeten zoeken. In de wetboeken der volkstammen,
+grootendeels in de dertiende eeuw opgesteld,--het _Asegaboek_,
+bevattende het Landregt der Rustringer Friezen, die tusschen de _Jade_
+en de _Wezer_ gezeteld waren,--de _Brocmanner brief_ en het _Emsiger
+landregt_, tot het landschap, dat thans _Oostfriesland_ heet,
+behoorende,--het _Landregt van Hunsingo_, benevens dat van _Fivelingo_
+en het _Oldampt_,--en eindelijk _Der frya Fresena freeska landrjuecht_,
+meer bekend onder den naam van de _Oude Friesche wetten_, bevattende de
+verzameling der regten, welke in de landen van _Oostergoo_ en
+_Westergoo_ golden,--bezitten wij de bronnen, uit welke de echte en
+grondige kennis van de oude Friesche taal alleen kan worden verkregen.
+
+Maar tot de verkrijging dier kennis kan ons ook de naauwkeurige
+beschouwing van de nog levende overblijfselen dezer taal leiden en
+behulpzaam zijn. Het is niet in ons _Wester-Lauwersche Friesland_
+alleen, dat de taal nog leeft, en dagelijks gesproken wordt. Men vindt
+haar, hoewel sterk door het Deensch verbasterd, nog overig in de
+ommestreken van _Bredsted_, in het Hertogdom _Sleeswijk_, onder de
+afstammelingen der oude _Noord-_ of _Strand-Friezen_. Dat zij in het
+kleine _Sagelterland_, eene door moerassen ingesloten streek, aan den
+oostkant van _Oostfriesland_, nog in groote zuiverheid bewaard gebleven
+is, hebben de geleerde nasporingen van twee der verdienstelijkste en
+taalkundigste beoefenaren onzer grijze volksspraak onlangs aan het licht
+gebragt[3]. Men voege hierbij de Friesche dialecten van
+_Schiermonnikoog_, van _Hindeloopen_, en ons gewoon, ofschoon ook in
+fijne wijziging van uitspraak, en verscheiden gebruik van klinkers en
+medeklinkers, in verschillende streken van dit gewest verschillend
+_Landfriesch_,--en men zal wel alles hebben opgenoemd, wat van de oude
+Friesche taal, in den mond van het nog levend geslacht, is overgebleven.
+
+Die overblijfselen zijn, taalkundig, hoogst belangrijk. Niet alleen
+toch, dat het voor den taalvorscher eene hoogst aangename en leerrijke
+bezigheid is, om vergelijkend na te gaan, hoe de taal, na zoo vele
+eeuwen te zijn doorgegaan, hier dus, elders zoo is vervormd, hier deze,
+elders gene, vreemde indrukken en inmengselen heeft ontvangen, en op te
+sporen, wat in de tegenwoordige spreektaal tot het oude, oorspronkelijke
+wezen en karakter van die taal behoort, wat daaraan vreemd is, en bij
+eene taalkundige kritiek als onfriesch moet worden uitgemonsterd;--niet
+alleen, dat de vergelijking der nog bestaande dialecten behulpzaam kan
+zijn tot de woordvorsching, tot de bepaling der oorspronkelijke
+woordvormen, en dat zij licht verspreidt over de wetten der
+klankvorming;--maar ook, en dit dient wel in de eerste plaats in
+aanmerking te komen, de nog levende dialecten zijn inderdaad het eenige
+middel, om de kracht en beteekenis der letters, waarin wij de oude taal
+geschreven vinden, met onbetwistbare zekerheid te leeren kennen; zij
+bevatten het eenige zekere middel, dat ons tot eene zekere uitspraak
+leiden kan. De oudste taaloorkonden zijn in zeer eenvoudige en weinig
+zamengestelde, vaak ook bij verwante klanken elkander zonder vasten
+regel verwisselende, letterteekenen opgeschreven; de der tale kundige
+lezer wist, hoe hij ze moest uitspreken; hoe zouden wij het weten, zoo
+de onder ons overgeblevene volkstaal ons niet te hulp kwam, ons niet
+leerde, waar wij eene vokaal rond en vol, waar wij ze scherp of kort af,
+moeten uitspreken, welke medeklinkers wij vol uit, welke, en waar, wij
+ze slechts als ter loops moeten laten hooren? En van hoeveel gewigt dit
+onderwijs zij, beseft gewis ieder! Wat is toch eene taal zonder
+uitspraak? Hoe zou men in het innige wezen eener taal kunnen
+doordringen, als men ze zich niet hoorbaar vermogt voor te stellen?
+Hoeveel taalkundig juistere begrippen zou men zich van eene doode taal,
+van het Latijn, bij voorbeeld, vormen, indien men met de juiste
+uitspraak van hen, die ze spraken, ten volle bekend ware? Welke
+denkbeelden zou zich iemand van de Fransche, van de Engelsche, of eenige
+andere nog levende, taal vormen, zoo hij die wel uit eene _Spraakkunst_
+en _Woordenboek_ had leeren kennen, maar in hare uitspraak niet door een
+deskundige ware onderwezen geworden, en zich dus daaromtrent met de hem
+alleen bekende waarde van de letterteekenen in zijne moedertaal behelpen
+moest? Zouden niet louter wanklanken zijn gehoor, ja zelfs, als hij stil
+voor zich zelven las, zijne verbeelding pijnigen? En zouden onze oude
+Friesche oorkonden liefelijker in onze ooren klinken, zoo wij de levende
+dialecten niet konden raadplegen?
+
+Wij dan, die deze levende leermeesters kunnen vragen en raadplegen,
+vinden ons op een, ter verkrijging van eene innige kennis der taal, veel
+gelukkiger standpunt geplaatst, dan een WIARDA[4] of RASK[5], die, het
+Friesch als eene lang uitgestorvene taal beschouwende, wat de uitspraak
+betreft, vaak alleen mogten gissen[6]. Hetzij dan verre van ons,
+wanneer wij de echte Friesche taal in de oorkonden der 13de en 14de
+eeuwen zoeken, dat wij daarom hare overblijfselen in de nog levende
+dialecten zouden gering achten of verwaarloozen. Integendeel willen wij
+die overblijfselen, waar wij ze kunnen aantreffen, opsporen; de in deze
+dialecten geschreven stukken, hoe onbelangrijk anders van zakelijken
+inhoud ze ook soms mogen wezen, zoo ze slechts met getrouwheid de taal
+wedergeven, waarin zij zijn opgesteld, met zorgvuldigheid verzamelen; in
+ons Landfriesch zullen wij dan met des te grootere voldoening voor het
+eerst eenen zanger ontmoeten van hooge dichterlijke vlugt, die ons boeit
+mei zijne liefelijkheid, ons verrukt door zijne stoutheid, ons treft in
+zijne eenvoudigheid; doch wanneer wij de edele voortbrengselen van
+GIJSBERT JAPIX dichttalent met volle teugen genieten, dan zullen wij
+tevens, als bedachtzame taalbeoefenaren, ons in acht nemen, om niet alle
+door hem gebezigde woorden, ja zelfs niet al zijne woordvormen, voor
+echt Friesch te erkennen, maar veeleer er op bedacht zijn, de om in
+zijnen tijd gangbare, nu verouderde, door hem verfrieschte,
+Nederduitsche woorden op te merken en af te zonderen; en terwijl wij de
+kunst bewonderen, waarmede de Dichter getracht heeft Friesche klanken
+voor het oog aanschouwelijk te maken in Nederduitsche letterteekenen,
+zullen wij tevens moeten erkennen, dat zijne spelling de Nederduitsche
+spelling zijner eeuw is, zonder daarom nog gegrond te zijn in den
+eigenen aard van de Friesche taal. Ook hen zullen wij onze
+opmerkzaamheid niet onwaardig keuren, die in lateren tijd, of nog heden
+ten dage, hunne pen, in rijm of onrijm, aan de Friesche taal hebben
+gewijd; al moge JAN ALTHUYSEN[7] het talent niet bezitten, om ons hart
+te treffen, ja, al moesten wij hem alle aanspraak op den naam van
+dichter ontzeggen, toch zullen wij het hem dank weten, dat hij, honderd
+jaren na GIJSBERT, ons van den toestand der volkstaal, in zijne eeuw,
+een blijk heeft achtergelaten; al mogten wij het dwaasheid achten, dat
+hij het gewaagd heeft, zijne berijmde psalmen naast die van GIJSBERT te
+doen drukken, en al scholden wij hem gaarne de moeite kwijt, om beider
+werk door naamteekening te onderscheiden[8], toch zal het ons aangenaam
+zijn, de taalproeven uit het midden der 18de naast die uit het midden
+der 17de eeuw voor oogen te mogen zien. En wat de Friesche schrijvers
+van onzen tijd betreft: op hoogen prijs schatten wij de uitnemende
+dichtgaven van eenen SALVERDA[9],--welkom blijven ons de bijdragen van
+menig ander, nog levend, beoefenaar van dit dialect,--uit een taalkundig
+oogpunt, hechten wij de hoogste waarde aan de lappen, uit den
+snijderskorf van GABE, en aan hetgeen de verzorgers van de nagelatene
+pennevruchten van dien snedigen _skroor_, ons voorts nu en dan, als
+vruchten van hun eigen genie, gunstig gelieven mede te deelen, omdat,
+zonder in eenige vergelijking tusschen de inwendige zakelijke waardij
+van hun werk met dat van anderen te treden, niemand zeker met grooter
+getrouwheid en juister naauwkeurigheid de taal, de zeden, de denk- en
+spreekwijze, van de hedendaagsche Friezen uitdrukt.
+
+Doch ik zal mij in deze beschouwingen niet verder inlaten. Ik acht
+genoeg gezegd te hebben, om U, M. H.! te doen gevoelen, waaraan wij,
+mijns oordeels, te denken hebben, als wij spreken van de Friesche taal
+_in hare volle uitgebreidheid_.
+
+2. Wij gaan dan over tot de beschouwing der andere vraag: Wat het
+beteekent, die taal _grammaticaal_ te beoefenen?
+
+De bedoelingen, met welke eene taal beoefend wordt, kunnen zeer
+onderscheiden zijn. Veelal worden talen aangeleerd, met het oogmerk, om
+de boeken en geschriften, in dezelve opgesteld, te kunnen lezen en
+verstaan,--om met menschen, welke die taal spreken, te kunnen verkeeren,
+en zich, zoo op reizen als in handelsverkeer, verstaanbaar te kunnen
+uitdrukken. Bij die bedoeling is de taalkennis hulpwetenschap, de taal
+het middel, om een vroeger doel te bereiken. Zoodanige wetenschap, zoo
+ze dien naam verdient, kan gemeenlijk in genoegzame mate, door eene
+oppervlakkige beschouwing van den aard der taal, door eene
+lexicographische oefening van het geheugen verkregen, en door lezen en
+omgang aangekweekt worden, zonder dat een dieper dringen in de wetten en
+regels der taal daarbij onmisbaar vereischt wordt. Zoo zou men de
+Friesche taalkennis als hulpwetenschap kunnen beoefenen, zoo men zich
+daarbij eeniglijk ten doel stelde, om de oude Friesche wetboeken, als
+oorkonden van oudheid en regtskennis, te beschouwen. Anders is het
+gelegen met de _grammaticale_ beoefening van iedere taal, en van de
+Friesche in het bijzonder. De taal zelve is daarbij het doel der studie;
+de taal wordt om haar zelfs wille beoefend, en, ofschoon men zoo vele
+bijoogmerken daarbij kan toelaten, als men zich maar gelieft voor te
+stellen, toch blijft de kennis der taal het hoofddoel van den arbeid.
+Die arbeid moet derhalve wetenschappelijk en stelselmatig worden
+ingerigt. Vervelend zou ik voorzeker worden, M. H.! wilde ik hier uiteen
+zetten, hoedanig zulk eene stelselmatige beoefening der talen, in al
+hare deelen, behoort te worden ingerigt. Het is ook voor mijn oogmerk
+genoeg, U op eenige belangrijke punten te wijzen, bij de grammaticale
+beoefening van het Friesch, mijns oordeels, vooral te pas komende.
+Indien ik mij daarbij op kortheid bevlijtig, hoop ik van uwe aandacht
+niet te veel te zullen vergen, als ik U verzoek, ze mij daartoe eenige
+oogenblikken te verleenen.
+
+Het schijnt mij dan, in de eerste plaats, noodzakelijk toe, dat de
+beoefening onzer grammatica _historisch_ worde ondernomen. Uit het
+denkbeeld, dat ik van den omvang der taal getracht heb te geven, vloeit
+de noodzakelijkheid, altoos de belangrijkheid, eener _historische_
+behandeling voort. Het is toch niet eene, op dit punt des tijds
+bestaande, regelmatige schrijftaal, wier tegenwoordigen toestand men als
+een afgesloten geheel kan beschouwen en beschrijven. Ware zij dit, dan
+zou het nog steeds wetenschappelijk belangrijk zijn, historisch te
+onderzoeken, hoe, langs welke wegen, door welke veranderingen, zij tot
+haren tegenwoordigen stand gekomen ware;--doch dat historisch onderzoek
+zou dan niet zoo _volstrekt_ noodzakelijk zijn;--het ware dan mogelijk,
+van den tegenwoordigen staat, waar ze zich in bevindt, eene getrouwe,
+naauwkeurige schets te ontwerpen, welke aan de eischen der taalkunde
+eenigermate zoude kunnen voldoen. In den omvang, waarin wij U de taal
+hebben voorgesteld, is dit niet wetenschappelijk mogelijk; onze arbeid
+zoude eerder een Friesch idioticon, dan eene grammatica, opleveren. Doch
+van waar zullen wij dit historisch onderzoek beginnen? Zal het genoeg
+zijn, op te klimmen tot het begin der dertiende eeuw, om, wanneer wij
+bekend zijn geworden met den toestand der taal in dat tijdvak, de
+geschiedenis harer veranderingen en afslijtingen nederwaarts, tot den
+tegenwoordigen tijd, voort te zetten? Het is waar, van vroegeren tijd,
+dan het begin der dertiende eeuw, zijn geene handschriften tot ons
+overgebleven, en het zou dus al ligt kunnen schijnen een overtollige
+arbeid te zullen zijn, zoo wij naar den toestand der taal in een vroeger
+tijdvak wilden onderzoeken. Intusschen zouden wij toch, door niet hooger
+op te klimmen, slechts de helft harer geschiedenis gewaar worden; wij
+zouden onbekend blijven met haren oorsprong, en veel onverklaard, en als
+onverklaarbaar, moeten overlaten.--Het Friesch is een tak van den
+grooten Germaanschen taalstam; willen wij nu eene innige kennis van den
+aard van dezen tak verkrijgen, dan behooren wij de natuur van den stam,
+waaruit hij gesproten is, te kennen. En mogt het ons al onmogelijk zijn,
+tot den stam zelven op te klimmen, dan zal toch de bekendheid met
+andere, uit den zelfden stam uitgeschoten, takken, vooral van zoodanige,
+die wij digter aan hunnen oorsprong uit den gemeenen stam mogen
+gadeslaan, ons goede diensten bewijzen, om tot ons oogmerk te geraken.
+Wij verkeeren in het laatste geval. Of men ooit met eenigen schijn van
+naauwkeurigheid de taal zal leeren kennen, die door onze Germaansche
+voorvaderen gesproken werd, eer zij zich nog in onderscheidene dialecten
+verdeeld had, zullen wij het veiligst dienen over te laten aan de
+vlijtige nasporingen der geleerde mannen, welke de Indo-Germaansche
+taalstudie tot het doel van hun leven hebben gesteld. Doch het is ons
+vergund, kennis te maken met een Germaansch dialect, het
+_Moesogothisch_, waarin reeds zeer vroeg, omstreeks het jaar 360, door
+ULPHILAS, de Evangeliën zijn overgezet, en waarvan een goed deel ons in
+den _Codex argenteus_ is bewaard, en door den grooten JUNIUS is
+uitgegeven. Dit kostbaar overblijfsel brengt ons het naast tot den
+gemeenen stam terug.--Wij bezitten echter nog naauwer vermaagschapte
+taalverwanten, dan hen, die dit Moesogothisch gesproken hebben. Dezen
+toch bewoonden, toen de Bisschop ULPHILAS onder hen leefde, de
+landstreken van _Servië_ en _Bulgaria_, afschoon andere van hunne
+stamgenooten zich reeds veel vroeger in _Jutland_ en het zuidelijk
+gedeelte van _Zweden_ hadden neêrgezet. Doch het is een ander volk,
+welligt, ten tijde van deszelfs verblijf op het noordelijk Germaansche
+kustland, één met de Friezen, en van dezen uitgegaan, althans zeker met
+hen op het allernaauwste verwant, wier taal, veel vroeger dan de onze
+geschreven, ons meer dan eenige andere kan voorlichten. Het was
+omstreeks het midden van de 5de eeuw, dat dit volk _Engeland_
+overstroomde, en deszelfs oude bewoners onder het juk bragt,--en de
+oudste geschreven stukken in hunne taal, sedert bekend onder den naam
+van de _Angelsaksische_, klimmen op tot het laatste van die zelfde 5de
+eeuw. Het is dus meer dan waarschijnlijk, dat de Friezen, die tot deze
+volkplanters in de naauwste betrekking stonden, te dier tijde, behoudens
+geringe dialectsverschillen, met hen de zelfde taal zullen hebben
+gesproken; en de beoefening van dat oude Angelsaksisch, hetwelk zich
+bovendien door eene zeer rijke literatuur aanbeveelt, is alzoo voor de
+historisch-grammaticale beoefening van het Friesch volstrekt
+onmisbaar.--Nog komt bij zoodanige beoefening ook het _IJslandsch_ in
+aanmerking, ik bedoel die Skandinavische taal, die onder de algemeene
+benaming van _Danske tonge_, de taal was van die volkeren van het
+noorden, Deenen en Noormannen, welke, door hunne veelvuldige
+strooptogten, en somtijds langdurige overheersching, op de kustlanden
+der Friezen eenen zoo gewigtigen invloed oefenden, en te diepe indrukken
+achterlieten, dan dat men niet ook in de taal de sporen daarvan zou
+mogen opmerken[10].--En zoo volgt dan uit het gesprokene, M. H.! dat
+deze historische taalbeoefening, door ons opwaarts tot onze
+taalverwanten te voeren, tevens eene _etymologisch-_ of
+_analogisch-vergelijkende_ taalstudie met zich brengt.
+
+Doch niet alleen moeten wij opklimmen tot de bronnen der taal, zoo wijd
+wij kunnen, ook, nederdalende, behooren wij den loop des strooms tot op
+onze tijden te volgen. Wanneer wij de taal, in hare zuivere, nog weinig
+afgesletene, bewerktuiging, zoo als ze in de oudste stukken der 13de
+eeuw voorkomt, zullen hebben gadegeslagen,--de waardij harer eenvoudige
+letterteekenen zullen hebben vastgesteld,--hare regelmatige
+verbuigingen toegelicht,--hare eigenaardige woordvoeging nagegaan,--en
+ook haar prosodisch deel, allitteratie en rijm, beschouwd zullen
+hebben,--dan zal het de taak dezer historische grammatica worden, om de
+verandering, het verloop, de afslijting van dat alles, de vermenging met
+vreemde bestanddeelen, zoo als die van lieverlede zijn ontstaan en
+toegenomen, in de taaloorkonden van latere tijden aan te wijzen, en tot
+in de nog bestaande dialecten op den voet te volgen. Zoo zal deze
+beschouwing tot veelsoortige en belangrijke opmerkingen en uitkomsten
+kunnen leiden. Het zal duidelijk worden, dat, sints de taal opgehouden
+heeft als eene volksschrijftaal te bestaan, ook hare ware orthographie
+is verloren gegaan, en door eene, aan het taalkarakter vreemde, spelling
+vervangen is, geschoeid op den leest van de spelling van dat volk, onder
+hetwelk het Friesche dialect is overgebleven. Het zal blijken, dat,
+hoewel, even als in al de andere nieuwere talen van Germaanschen
+oorsprong, de verbuigingsvormen veelzijdig zijn afgesleten, en als het
+ware onmerkbaar geworden, daarvan evenwel in ons Landfriesch meer is
+overgebleven, dan bij eene oppervlakkige beschouwing welligt door menig
+een wordt verondersteld[11]. Dan zal het bewezen worden waarheid te
+zijn, dat, zoo men het nog onder ons levend Friesch ontledigen kon van
+al deszelfs Hollandsche inmengselen, het overblijvende gedeelte, ondanks
+alle afslijting, die er heeft plaats gehad, onmiskenbaar nog die zelfde
+taal is, in welke de Friezen in de 13de eeuw hunne kernachtige wetten
+hebben te boek gesteld, en dat het daarin, voor het misschien nog veel
+meer afgesletene Hollandsch, waarin toch wel ieder de taal van STOKE en
+MAERLANT ontdekken zal, geenszins behoeft onder te doen, en dus ook
+evenmin, als dat Hollandsch, den naam van patois verdient.
+
+Ik gevoel, dat ik, door het gesprokene in eenige voorbeelden meer
+aanschouwelijk te maken en dadelijk toe te passen, de duidelijkheid
+daarvan bevorderen zou; doch ik vermeen tevens, dat, èn de aard van de
+spreekbeurt, welke ik hier vervul, zoodanige afgetrokken grammaticale
+ophelderingen verbiedt, èn dat de tijd, mij, door uwe toegevendheid
+toegestaan, om te spreken, mij daarin verhindert. Ik moet mij dus
+tevreden stellen met de hoop, dat het mij gelukt moge zijn, duidelijk
+genoeg te hebben voorgesteld, wat het, mijns inziens, beteekent, de
+Friesche taal _in hare volle uitgebreidheid grammaticaal_ te beoefenen.
+
+Mogt ik mij met die hoop niet geheel te vergeefs gevleid hebben, dan
+zouden wij nu, in de tweede plaats, dienen over te gaan, tot het
+onderzoek:
+
+II. Wat wij, Leden van dit Genootschap, kunnen en behooren te doen, om
+ons te kwijten van de taak, die wij vrijwillig hebben op ons genomen, en
+wier aanvankelijke en gedeeltelijke vervulling althans met reden van ons
+mag worden verwacht?
+
+Die taak is verre van gemakkelijk, M. H.! Zij vordert eene vrij
+uitgebreide, langdradige en volhardende studie; zij vordert groote
+naauwkeurigheid en veel scherpte van opmerking; eene veelzijdige
+grammaticale kennis en bedrevenheid. Het is geen arbeid voor weken of
+maanden, maar een werk, dat vele jaren van inspanning vorderen zal. Moet
+ons dit vooruitzigt niet afschrikken, ons, wie het meerendeels niet
+gegund is, onzen tijd onverdeeld aan de beoefening der letteren te
+wijden, maar die, eerst verpligt onze krachten te wijden aan hetgeen
+beroep en ambt een ieder te doen geeft, slechts uitgespaarde uren voor
+de wetenschappen mogen afzonderen? Er bestaan, dunkt mij, twee
+omstandigheden, welke het gewigt van deze bedenking eenigzins kunnen
+verligten. De eerste is, dat de bedoeling onzer Genootschapsinstellingen
+van zelve medebrengt, dat wij dien arbeid, voor éénen te uitgebreid en
+te zwaar, onder elkanderen mogen verdeelen; dat wij ons met de
+verzameling, bijeenbrenging en bewerking der in dezen noodige
+bouwstoffen gezamentlijk mogen onledig houden; en mogt het ons niet
+vergund zijn, zelven het gebouw te voltooijen, die voltooijing gerust,
+in het bewustzijn van daartoe het onze te hebben bijgedragen, aan
+anderen mogen overlaten. De tweede gedachte, die onzen moed tot het
+opvatten dezer taak mag versterken, is, dat wij niet de eersten zullen
+zijn, die zich de grammaticale beoefening van de Friesche taal zullen
+aantrekken, dat anderen ons reeds in dit spoor zijn voorgegaan, en reeds
+veel hebben gedaan en geleverd, dat voor ons leerzaam, nuttig en
+bruikbaar kan zijn.
+
+Wij willen dien vóór ons gedanen arbeid vooraf kortelijk beschouwen, om
+na zulks de som te kunnen opmaken van hetgeen ons overblijft te doen.
+
+1. Bij de beschouwing van hetgeen door anderen vóór ons gedaan is,
+zullen wij voornamelijk op zoodanige geschriften te letten hebben, die
+met het kennelijk doel zijn opgesteld, om eene grammatica te leveren,
+zonder echter vele andere, die tot de grammaticale kennis der taal
+kunnen leiden en medewerken, met stilzwijgen voorbij te gaan.
+
+Wanneer wij dan, met billijken eerbied voor ouderdom van jaren, het
+eerst zullen noemen, die het eerst in het licht verschenen zijn, dan
+dient het allereerst gewaagd van het werk van den ouden Grammaticus,
+hetwelk GABBEMA, in het tweede deel zijner uitgave van GIJSBERT JAPIX,
+heeft opgenomen[12]. Het heeft betrekking tot het Landfriesch uit het
+midden der 16de eeuw: na de formatie van het meervoud der naamwoorden
+opgegeven te hebben, beuzelt de schrijver over de geslachten en
+naamvallen, wier bestaan hij, op den enkelen genitivus na, slecht weg
+ontkent, alsmede over de formatie van de vergelijkende trappen en de
+getallen der bijvoegelijke naamwoorden, over de verkleiningsvormen, de
+artikels en de telwoorden; alles zeer kort en oppervlakkig. Hier is
+achter gevoegd een brokstuk over de Friesche letters,--de schrijver
+handelt over de figuur der letters, en geeft de zonderlinge meening op,
+dat de Friezen eerst Grieksche karakters gebruikt zouden hebben; van
+runenschrift schijnt hij nooit iets gehoord te hebben[13]; vervolgens
+gaat hij de waarde der klinkers na, en gewaagt van de diphtongen. Deze
+beide stukjes zullen ons weinig leeren, misschien hebben zij nog eenige
+waarde, als bevattende taalproeven, die eene eeuw ouder zijn dan
+GIJSBERT JAPIX. Doch aan deze ontbreekt het ook overigens niet. Echter
+is het fragment ongetwijfeld van eene veel ervarener hand, dan het
+eerste stuk, en bevat over de uitspraak der vokalen eenige niet
+onbelangrijke opmerkingen. Wij leeren er, bij voorbeeld, uit, dat de
+Angelsaksische diphtong _eo_, toen dat stuk gesteld werd, in de Friesche
+taal nog bloeide, zoo als nog te _Hindeloopen_.
+
+De tweede, ons bekende, poging, om eene grammatica te leveren, is van
+den geleerden ECCO EPKEMA, den verdienstelijken uitgever van GIJSBERT
+JAPIX; doch het is er verre van daan, dat deze zoude zijn ingerigt op
+den voet, dien wij ons hebben voorgesteld; niet de Friesche taal in hare
+volle uitgebreidheid, alleen het Landfriesch vinden wij hier geschetst,
+en dan nog maar het Landfriesch, zoo als GIJSBERT JAPIX dat schreef. De
+reden is duidelijk. Als inleiding op zijn _Woordenboek_ op dien Dichter,
+was het geenszins zijn voornemen, »een volledig zamenstel van
+spraakkunst der Landfriesche taal te geven," hij achtte dit volstrekt
+onnoodig, »daar, weinige afwijkingen uitgezonderd,"--het zijn 's mans
+eigene woorden,--»de Landfriesche taal, zoo als wij ze bij onzen Dichter
+aantreffen, eene tamelijke overeenkomst heeft met de Nederduitsche, zoo
+als wij dezelve bij CATS, KAMPHUYZEN, en andere tijdgenooten van hem,
+lezen." Ziet daar het standpunt, waarop EPKEMA stond, en waaruit men het
+werk van dezen geleerden man moet beoordeelen,--meer als eene bijdrage
+tot de Nederduitsche taal, dan tot de zuiver Friesche. Zijne
+orthographie is dan ook even als die van den Dichter, de Hollandsche van
+de 17de eeuw; al wat hij zeer uitvoerig over de letters, klinkers,
+diphtongen, verdubbeling der klinkers en over de medeklinkers schrijft,
+is grootendeels Nederduitsch, enkele belangrijke opmerkingen over de
+litterae prostheticae en epentheticae, of klikletters, zoo als hij ze
+noemt, en over de weglating in uitspraak, en de verwisseling der
+letters, raken het Friesch meer bijzonder, en kunnen tot ons doel
+gebruikt en vergeleken worden. In zijne behandeling der naamwoorden
+volgt hij den ouden Grammaticus, doch alleen, om hem telkens teregt te
+wijzen. Bij de verbuigingen der naam- en werkwoorden geeft hij ons
+alleen die van zijnen Dichter op, zonder tot de oorspronkelijke vormen
+op te klimmen, of, klimt hij al hooger op, dan nog bepaalt hij zich tot
+de taal der _Oude Friesche wetten_, als behoorende tot het dialect van
+ons gewest, doch ongelukkig, onder de oude taaloorkonden van lateren
+oorsprong, min zuiver, meer met Nederduitsch vermengd, dan bij voorbeeld
+het oudere _Asegaboek_ en _Emsiger landregt_.--Voor zoo verre dan onze
+GIJSBERT JAPIX mag gehouden worden voor den vertegenwoordiger van den
+staat van het Landfriesch dialect, zoo goed en kwaad, zuiver en
+vermengd, oorspronkelijk en afgesleten, als het zich in het midden der
+17de eeuw vertoonde,--even zoo ver mag EPKEMA voor den naauwkeurig
+grammaticalen beschrijver van dat dialect gelden, in wiens arbeid echter
+de historische studie der zuiver Oud-Friesche bronnen te veel wordt
+gemist.
+
+Het is voor de Friesche grammatica een onschatbaar voorregt geweest, dat
+de beroemde Deensche taalkundige RASMUS RASK, door en na het schrijven
+zijner _Angelsaksische spraakleer_, op het gelukkig denkbeeld gekomen
+is, om ook eene _Friesche spraakleer_ zamen te stellen. Zij kwam in
+1825, in het Deensch, in het licht[14], en werd in 1832, door ons
+geleerd Medelid den Heer HETTEMA, in het Nederduitsch[15], en in 1834,
+door Professor Buss, te _Freiburg_, in het Hoogduitsch, overgezet en
+uitgegeven[16]. Dit is de eerste, en tot nog toe de eenige, zuiver
+Friesche grammatica, welke wij bezitten, uit de oudste schriftelijke
+gedenkstukken geput. Uitvoerig behandelt deze groote taalkundige de
+letters, en derzelver waarde en uitspraak, waarbij echter valt op te
+merken, dat onbekendheid met ons Landfriesch hem dikwijls heeft doen
+dwalen, waar de bekendheid met dat dialect hem gemakkelijk zou hebben te
+regt geholpen, en dat hij in de vokaalspelling tot toonteekenen de
+toevlugt heeft moeten nemen, welke hij eveneens, bij veronderstelde
+bekendheid zijner lezers met onze landtaal, zeer wel zoude hebben kunnen
+ontberen; dat hij gedurig, tot het bepalen der klanken, zijne toevlugt
+moet nemen tot het Angelsaksisch en IJslandsch, terwijl intusschen de
+klankbepaling in eerstgemelde taal, zoo als de Heer HALBERTSMA
+overtuigend heeft aangewezen[17], juist omgekeerd, het best uit ons nog
+levend Friesch kan worden opgemaakt. Omtrent de verbuigingen der
+naamwoorden en werkwoorden heeft hij taalkundig-regelmatige wetten
+voorgesteld, gegrond op hetgeen hij daaromtrent in zijne _IJslandsche en
+Angelsaksische grammatica's_ had opgegeven, het hoofdverschil der
+verbuigingen daarin zoekende, of de woorden in eenen klinker of
+medeklinker eindigen, of althans oorspronkelijk geëindigd hebben; de
+eerste noemt hij de opene, en de tweede de geslotene hoofdsoort (GRIMM
+noemt de _opene_ van RASK _zwakke_, de _geslotene_ bij RASK _sterke_,
+_Recensie_, S. 88); intusschen ontdekt men bij de naauwkeurige
+beschouwing dezer vormleer eene zoo groote menigte uitzonderingen, dat
+men aan de vastheid en waarheid der voorgestelde regels begint te
+twijfelen, en het mij althans voorkomt, dat dezelve nog wel eens aan
+eene streng beproevende kritiek mogen worden onderworpen[18]. Voor het
+overige geeft deze spraakleer ons eene getrouwe schets van de taal, zoo
+als die in het _Asegaboek_ en den _Brokmannerbrief_, als het oudste en
+zuiverste Friesch, voorkomt, met analogische verwijzing naar het
+Angelsaksisch en IJslandsch, en met aanhaling hier en daar van het nog
+levende Noordfriesch; doch zij kan geene aanspraak maken op den naam van
+eene historische grammatica, waarin op alle dialecten acht geslagen, en
+ook het verloop der taal aangewezen is.
+
+Eindelijk mag, bij de vermelding der grammatica's, geenszins worden
+verzwegen de belangrijke schets van het Sagelterlandsche Friesch,
+gevoegd bij de _Reis_ naar dat land van de Heeren HETTEMA en POSTHUMUS;
+wij worden daar op eene korte en duidelijke wijze met dat dialect bekend
+gemaakt, en deze arbeid is voldoende, om hem, die zich met eene
+algemeene Friesche spraakleer mogt willen bezig houden, in staat te
+stellen, om van dit dialect een noodig en nuttig gebruik te maken.
+
+Volgens schrijven van den Hoogleeraar RASK, in de _Voorrede_ tot zijne
+_Spraakleer_, heeft de Heer B. BENDSEN, te _Ærøskøbing_, met groote
+vlijt en naauwkeurigheid eene uitgebreide _Spraakleer_ van het
+Noordfriesch verzameld; welk werk echter, zoo veel ik weet, nog niet
+door den druk is gemeen gemaakt[19].
+
+De orthographie is een belangrijk deel der grammatica. Hoe zou ik dan,
+M. H.! na U de bestaande spraakkunsten, zoo verre mij bekend, te hebben
+opgenoemd, mogen nalaten, U het schoone stukje over de spelling van den
+Heer HALBERTSMA te herinneren, geplaatst in den jaargang voor 1834 van
+het _Friesche Jierboeckjen_? Eenvoudig en duidelijk is die poging, om
+den rijkdom van ons Landfriesch in letterteekenen uit te drukken. Alle
+onnutte en verwarring barende bijvoeging van veelvuldige klinkers,
+waarin GIJSBERT JAPIX zich wel eens te buiten ging, is daarbij vermeden;
+de letters, welke in ieder woord, krachtens zijnen aard en grondvorm,
+behooren, hoewel in de uitspraak onderdrukt of weggelaten, worden daar
+meerendeels aan hetzelve terug gegeven; in het kort, de taal eenparig
+zoo geschreven, wordt voor den taalkundigen Nederduitschen aanschouwer
+klaar en bevattelijk. Intusschen houde men bij de groote
+voortreffelijkheid dezer proeve nog steeds in het oog, dat ook deze
+spelling meer op de Nederduitsche, dan op de Oud-Friesche, gegrond is;
+de bedoeling van het opstel maakte dit noodzakelijk; voor lezers, aan de
+Hollandsche spelling gewoon, wenschte men het Friesch aanschouwelijk
+voor te stellen, en uit dat oogpunt beschouwd, was deze wijze van
+handelen de eenige, die het doel kon doen treffen. Vraagt men echter, of
+zij ook taalkundig goed te keuren is, dan zou ik daarop geen in allen
+deele toestemmend antwoord durven geven. Mogt bij de vraag, hoe men dan
+tegenwoordig het Landfriesch moet spellen, mijne geringe meening iets
+gelden, ik zoude niet de spelling voorstaan, die men in het _Asegaboek_
+of het _Emsiger landregt_ aantreft, even min als ik verlangen zoude, dat
+men het tegenwoordige Hollandsch ging schrijven eveneens als MAERLANT,
+VAN HELU of STOKE, in hunnen tijd deden; maar, gelijk de Nederduitsche
+spelling van onzen tijd gegrond is, altoos gegrond behoorde te zijn, op
+die van deze ouden, als overeenkomstig met den aard der taal,--zoo zou
+ik ook meenen, dat wij de spelling van het Landfriesch behoorden te
+gronden op de oude spellingwijze onzer voorvaderen. Ik zoude, wilde men
+een voorbeeld, naar het tegenwoordige Deensch verwijzen; die taal is
+eene, hoewel verbasterde, dochter van het oude IJslandsch, even als ons
+Landfriesch het is van het oud Friesch; de spelling van dat IJslandsch
+en van ons oud Friesch komen naauw met elkander overeen; in uitspraak
+zweemt ons Landfriesch, in meer dan een opzigt, sterk naar het
+tegenwoordige Deensch, en ik zou uit dien hoofde eene proeve
+allerbelangrijkst achten, die ons het Landfriesch eens in Deensche
+spelling voorstelde; ik geloof dat men bevinden zou, dat zoodanige
+spelling met den aard der taal meer overeenkomstig zijn zou, dan de
+thans in zwang zijnde gewijzigde Hollandsche.
+
+Doch keeren wij van deze uitweiding terug tot de verdere vermelding van
+den arbeid die, reeds vóór ons gedaan, ons tot de zamenstelling eener
+grammatica zou kunnen helpen. Na de opnoeming der grammatica's kunnen
+wij kort zijn. Immers, het _Oud Friesch woordenboek_ van den geleerden
+WIARDA, dat, hoe onvolledig ook, op sommige artikels zeer rijk
+is[20],--de _Aanteekeningen_ op de _Friesche wetten_, door WIERDSMA en
+BRANDTSMA, die op het _Asegaboek_, door WIARDA, op het _Oostfriesche
+landregt_, door VON WICHT, op het _Emsiger landregt_, door
+HETTEMA,--kunnen en behooren bij de studie van de bronnen der taal
+geraadpleegd te worden. In de _Aanteekeningen_ van HOEUFFT, op de
+_Friesche spreekwoorden_, en omtrent de naamsuitgangen van plaatsen, in
+het _Idioticon_ van WASSENBERG, en soortgelijke stukken meer, vindt men
+hier en daar belangrijke opmerkingen verspreid. Mogt een gunstige
+zamenloop van omstandigheden het nog eens toelaten, dat wij ons zouden
+mogen verheugen in de uitgave van HALBERTSMA'S _Lexicon Frisicum_, wij
+zouden dan eenen schat van etymologische kennis voor ons geopend zien,
+waarin wij de verwantschap en geschiedenis van elk Friesch woord zouden
+mogen nasporen; thans willen wij met de schoone proeven, in het berigt
+omtrent de Wachtendonksche psalmen, ons voordeel doen, en niet
+ongebruikt laten, wat die geleerde, in het _Voorwerk_ voor BOSWORTHS
+_Anglo-Saxon dictionary_, over de verwantschap van die taal met de onze,
+gegeven heeft.
+
+2. Ziet daar dan, M. H.! het voornaamste van hetgeen vóór ons gedaan
+is;--wat blijft er nu voor ons te doen overig? dit was de laatste vraag,
+waarbij wij ons nog moeten bepalen.
+
+Het komt mij dan bescheidenlijk voor, M. H.! dat, na alles wat reeds
+voor ons gedaan is, de grammaticale beoefening der Friesche taal in
+hare volle uitgebreidheid nog steeds aanprijzing verdient, want dat
+wij nog geene historische en analogische grammatica bezitten. En het
+werk dat ons te doen zoude staan, wilden wij in die behoefte voorzien,
+zou dunkt mij moeten bestaan in drie deelen; vooreerst _verzamelen_, dan
+_vergelijken_, en eindelijk _rangschikken_. Wij zouden met het bepaalde
+doel, om bouwstoffen tot eene grammatica te verzamelen, moeten lezen
+alle taaloorkonden, die nog voorhanden zijn, te beginnen met het oudste;
+uit elk afzonderlijk moesten wij alles opteekenen, wat tot de verbuiging
+der naam- en werkwoorden en voornaamwoorden, tot het regimen der
+voorzetsels, en wat dies meer zij, betrekking heeft; die lezing zou ons
+tevens in de gelegenheid stellen, om allerlei grammaticale
+bijzonderheden op te merken en aan te teekenen; de aanteekeningen uit
+ieder afzonderlijk werk genomen moesten afzonderlijk gehouden, en
+geenszins met die uit een ander werk vermengd worden, ten einde niet in
+het gevaar te geraken, van misschien verschillende dialecten, die zeker
+reeds zeer vroeg bestaan hebben, ondereen te mengen. Dit verzamelen nu
+zou een arbeid zijn, waartegen voorzeker menig een zou terug deinzen,
+zoo hij dien geheel alleen ondernemen moest; doch juist eene vereeniging
+als de onze zou zulken arbeid ligter maken; wanneer, bij voorbeeld, van
+drie personen, een de naamwoorden, een ander de werkwoorden op zich nam,
+een derde zich met de overige rededeelen bezig hield, zou zulk eene
+eendragtige inspanning gemakkelijker tot het doel leiden; op één
+belangrijk punt zou bij zulk eene verdeeling, dunkt mij, gelet moeten
+worden, dat namelijk diegene, welke eenmaal met eenig bepaald rededeel
+belast was geworden, zich met dat zelfde onderwerp bij voortduring
+bleef belasten, tot dat al de onderscheidene voorhanden zijnde stukken
+doorgelezen, en de uittreksels uit elk derzelve verzameld waren.
+
+Als dan al de bouwstoffen uit alle nog aanwezige oude stukken verzameld
+waren, dan eerst zou het tweede deel van den arbeid, de _vergelijking_,
+moeten worden ondernomen. Die vergelijking behoorde drieledig te zijn.
+Vooreerst moesten de verzamelde bouwstoffen onderling worden vergeleken,
+waardoor men een zamenstel zoude verkrijgen van de verschillende vormen,
+in onderscheidene gelijktijdige, of althans in tijd weinig
+verschillende, dialecten. Daarna moest die vergelijking, bij opklimming,
+plaats vinden met de verwante talen, vooral met het Angelsaksisch. En
+eindelijk, in de derde plaats, kon men overgaan tot de vergelijking met
+de nog bestaande dialecten ieder afzonderlijk, waarbij dan wel in het
+oog moest worden gehouden, dat niet het Hindeloopersch met het gewoon
+Landfriesch, noch dit met het Sagelterlandsch, het Schiermonnikoogsch of
+het Noordfriesch vermengd, maar elk derzelve behoorlijk onderscheiden
+werd. Men zou dan voorzeker bespeuren, hoe het een der nieuwere
+dialecten meer doorgaande sporen van overeenkomst met dit onder de
+oudere, het andere weêr met eenig ander, zou opleveren; en langs dezen
+weg zou het mogelijk worden, eene volledige Friesche spraakkunst,
+analogisch, historisch, en met in acht neming der verschillende
+dialecten, zamen te stellen. Dat was het derde deel, het doel van den
+voorbereidenden arbeid, de _rangschikking_ van het verzamelde en
+vergelekene. Hier zou men nu het werk van den geleerden RASK ten
+grondslag kunnen leggen. De eigen verzamelde bouwstoffen gebruikende,
+zou men zijn voordeel kunnen doen met zijne volgorde,--voor zoo verre
+het niet bij de bewerking mogt blijken, dat eene afwijking verkieslijk
+ware,--ook met zijne opmerkingen, en die van anderen;--dan zou het
+blijken, of men in de vormleer genoegzaam doorgaande regels zou vermogen
+op te geven; of die, door RASK voorgesteld, aannemelijk zijn; dan of het
+misschien nog steeds veiliger bleef, om, op het voetspoor van GRIMM, nog
+maar alleen de voorkomende vormen als zoo vele bestaande grammaticale
+facta op te geven, en den stand der wetenschap nog niet rijp te achten
+voor het bepalen van vaste vormregels. En bij dat alles zoude men steeds
+elk afzonderlijk onderwerp historisch, en, door alle dialecten heen,
+vergelijkend moeten behandelen.
+
+Ziet daar, M. H.! in korte en algemeene trekken,--in bijzonderheden toch
+mag ik niet treden,--U voorgesteld, wat, naar mijne geringe meening,
+door ons zou behooren te worden gedaan, zoo wij de Friesche taal in hare
+volle uitgebreidheid grammaticaal wilden beoefenen!--Het verdient zijnen
+lof, zich de nog altijd schoone taal, die in dit gewest op het platte
+land gesproken wordt, zoodanig te hebben eigen gemaakt, dat men daarin
+met sierlijkheid, regelmatigheid en naauwkeurigheid, de pen weet te
+voeren;--het is hoogst belangrijk, de regtsoorkonden onzer vrije
+voorvaderen vlijtig te hebben beoefend, die te verstaan, haren zin te
+vatten, en deze kennis aan regts- en oudheidkunde dienstbaar te
+maken--het is nog meer te prijzen, zoo bij die regts- en oudheidkundige
+beschouwing taalkundige opmerkingen worden gevoegd;--doch wie zich
+daarbij bepalen wil, bij al den lof, die hem moge toekomen, van hem mag
+nog niet gezegd worden, dat hij de taal in hare volle uitgebreidheid
+grammaticaal beoefent.--
+
+Ik herhaal het, M. H.! ik wensch niemand mijne inzigten of meeningen op
+te dringen, nog minder mij diets te maken, als had ik den waren weg tot
+die beoefening gevonden en aangewezen, het allerminst U in den waan te
+brengen, als of ik mij zelven bekwaam achten zou, dien weg met
+standvastigen moed te bewandelen;--gelukkig genoeg zoude ik mij achten,
+zoo ik door deze pligtmatige voorlezing bij sommigen Uwer de
+opmerkzaamheid mogt hebben gaande gemaakt, zoo niet de aandacht
+gevestigd op een onderwerp, dat aan de Werkende Leden der derde
+afdeeling, als het hoofddoel hunner bemoeijingen, door onze wetten is
+voorgesteld.
+
+[1] J. H. HALBERTSMA, in het _Foärwird_ voor de _Twigen uwt ien âlde
+stamme, Dimter 1840_.
+
+[2] Op blz. XLVII der _Preface_ voor Dr. J. BOSWORTHS _Dictionary of the
+Anglo-Saxon language, Lond. 1838_.
+
+[3] Jr. Mr. M. HETTEMA en Ds. R. R. POSTHUMUS, _Onze reis naar
+Sagelterland, Franeker 1836._
+
+[4] _Altfriesisches Wörterbuch_, Vorrede, § 33: »Dieser alten
+Friesischen Sprache, welche nunmehr völlig ausgestorben ist," en § 34:
+»Die Sprache des gemeinen Mannes, in der Niederländischen Provinz
+_Friesland_, und besonders in _Hindelopen_ und _Mulquerum_ nennt man die
+Friesische.--Ich habe mich darauf nicht einlassen können, damit ich das
+Neuere nicht mit dem Alten verwechsele."
+
+[5] _Hollandsche vert. der Spraakleer_, blz. XVI: »Het Friesch, dat nu
+bijna niet meer bestaat, en in eenige honderde jaren niet meer gesproken
+is, maar alleen een aantal verwarde en strijdige mondelijke taalsoorten,
+in de landschappen, welke van het Friesche volk of diens nakomelingen
+bewoond worden." En blz. 7: »De uitspraak van eene uitgestorvene taal
+naauwkeurig te bepalen, is wel niet zeer gemakkelijk; veel kan ons
+evenwel de overeenstemming met het Noord-Friesch en Hollandsch, alsmede
+het Angelsaksisch en Islandsch, met zekere waarschijnlijkheid leeren."
+
+[6] Zie zulke gissingen bij RASK, _Holl. vert._, blz. 5, omtrent de
+uitspraak van _ae_ en _oe_,--fouten, blz. 3, _makia_, _capia_, lees:
+_makja_, _k[oe]pja_, daar _ma-ki-a_, _ca-pi-a_, verg. GRIMM, Recensie
+van RASK, beneden te vermelden, S. 104,--twijfelingen of _ier_, jaar,
+_jér_ of _iir_ moet gelezen worden--dadelijke fouten, blz. 3, dat de
+_v_, als medeklinker tusschen twee vokalen, de Nederl. en Latijnsche
+_w_, niet de Hoogd. en Holl. _v_ zouden zijn! Verg. GRIMMS _Recensie_,
+S. 94;--blz. 16, de _a_ in _cap_, _rad_, _dad_, _bam_, tot de doffe _å_
+gemaakt; (»welke woorden thans door" enz., is eene bijvoeging van
+HETTEMA. Verg. BUSS, _Hoogduitsche vertaling_, beneden te vermelden, S.
+29, § 13) enz. Alle welke mistastingen, bij kennis van ons _levend_
+Friesch, onmogelijk geweest zouden zijn.--Zoo verkeerd is het, van den
+vreemdeling het _onze_ te willen leeren! Doch zoo is het dan ook onze
+pligt, gelegenheid te geven, dat men niet tot den vreemdeling zijne
+toevlugt behoeve te nemen.--Intusschen erkent RASK het voortdurend
+bestaan van Friesche dialecten, zie BUSS, S. 11, 12, doch zijne fout is,
+dat hij ons dialect, wat de uitspraak betrof, niet kende, en ook in
+allen gevalle niet genoeg gewaardeerd heeft. S. 16, _eine Art
+Volkssprache_.
+
+[7] _Friesche rymlery. Liouwerd 1755._
+
+[8] JAN ALTHUYSEN, heeft, in het 2de deel zijner _Rymlery_, de 150
+psalmen DAVIDS, in Friesche berijming, opgenomen, doch alleen die, welke
+door GIJSBERT waren overgeslagen, zelf berijmd, en de door dezen
+berijmde, op hare plaats, tusschen de zijne in laten drukken, beider
+werk door naamsonderteekeningen onderscheidende. Zoo ver het mij gelust
+heeft, dit na te gaan, is ALTHUYSEN getrouw gebleven aan de versmaat van
+DATHEEN'S berijming, misschien om de zijne zoo voor het gezang, naar de
+toen gebruikte zangwijzen, meer geschikt te maken.
+
+[9] _Hiljuwns uwren fen J. C. P. SALVERDA, Schoallemaester to Wons.
+Ljeauwerd 1834._
+
+[10] Ook komt hier in aanmerking de geographische ligging der Friezen
+naast de Jutten,--uit welk oogpunt men het Friesch als overgangstaal
+tusschen het Saksisch en Noordsch kan beschouwen, zie GRIMM, _Recensie_,
+S. 91. RASK (BUSS, S. 6 seqq.), die daar echter meer het verschil dan de
+overeenkomst tusschen Friesch en IJslandsch, aantoont.
+
+[11] Zoo is, b. v., nog de oude Friesche genitivus bij ons in bloeijend
+gebruik: _amme bread smekt swieter as memme koeke_, waarin _amme_ en
+_memme_, de nu wel verstompte, maar toch in de woordvoeging onveranderd
+geblevene oude genitivi, _amma_ en _memma_ zijn. De Fries zegt niet
+_JANS boek_, maar _JANNE boek_, het boek van JAN; en dit niet enkel op
+het land, maar ook in die steden, waar de vreemdeling niet al, wat
+eigenaardig is, geheel verdrongen heeft. Even zoo in plurali, _minskene
+dwaen_, _famne_, voor _fammene_, _dertenheit_, geheel overeenkomstig het
+oude _Liodena werstal_, _Fresena riuchtboek_ enz.
+
+[12] »Quaedam ad Grammaticam spectantia, linguam Phrysicam, et prima
+elementa, ante centum quinquaginta et quod excurrit annos conscripta,"
+fol. 3-13: En daarachter: »Fragmentum de literis Frisicis," fol. 14-21.
+
+[13] Ik wil niet beweren, dat de Friezen runenschrift gehad hebben, want
+ik ben er nog niet van overtuigd, dat het zich laat bewijzen; doch sints
+er Angelsaksische runen ontdekt zijn, is het althans niet
+onwaarschijnlijk.
+
+[14] _Frisisk Sprogläre, udarbejdit efter samme Plan som den Islandske
+og Angelsaksiske. Kiöbenhavn 1825._ Gerecenseerd door J. GRIMM, _Gött.
+Anz., 1826_, 9te-12te Stück.
+
+[15] Welke er wel eens iets van het zijne heeft bijgevoegd, zonder dit
+te melden, zoo als mij eene vergelijking met de vertaling van Dr. BUSS
+geleerd heeft.
+
+[16] _Frisische Sprachlehre, bearbeitet nach dem nämlichen Plane, wie
+die Isländische und Angelsächsische, von R. RASK, aus dem Dänischen
+übersetst, und mit einem Vorwort, über die Wichtigkeit des
+Sprachstudiums für eine gründliche Forschung im Gebiete der Rechts- und
+Staatswissenschaften begleitet_, von Dr. F. J. BUSS, Professor zu
+_Freiburg. Freiburg 1834_.
+
+[17] In de boven aangehaalde _Preface_ op Dr. BOSWORTHS _A.-S.
+dictionary_.
+
+[18] Verg. GRIMM, _Recensie_, S. 99, b. v. _seke_, dat volgens RASK, §
+86, bij BUSS, p. 50 en 51 (want bij HETTEMA, p. 47, is hier veel
+uitgelaten, of elders gezet?) verbogen zou worden als _dede_, en dan in
+genit. plur. hebben moest _deda_, heeft daarentegen _sekena_. Zie VON
+RICHTHOFEN, _W. B._, voce _seka_.
+
+[19] Bij deze opsomming der bestaande spraakkunsten had nog gevoegd
+moeten worden L. TEN KATE'S _Schetse van de Land-Vriesche dialect,
+vergeleken tegen onze Nederduitsche_, te vinden in het I deel zijner
+_Aanleiding_, blz. 699-710.--Ook had reeds J. GRIMM, in zijne _Deutsche
+Grammatik_, 2te Ausgabe, het Oudfriesch vergelijkend met de verwante
+taaltakken beschouwd, welke beschouwing, wat betreft de vokalen, in de
+in 1840 in het licht verschenen 3te Ausgabe, S. 402-420, aanmerkelijk is
+verrijkt en uitgebreid.
+
+[20] Eerst na het voorlezen van dit stukje werd ik bekend gemaakt met
+het _Glossarium der friesischen Sprache, besonders in nordfriesischer
+Mundart, von N. OUTZEN, Kopenhagen 1837_, uitgegeven door de
+Hoogleeraren ENGELSTOFT en MOLBECH, uit wier Voorrede ik ook toen eerst
+gezien heb, dat reeds in 1817 het Koninklijk Deensch Genootschap eene
+hoogst belangrijke prijsvraag had uitgeschreven, ȟber die
+Beschaffenheit und Geschichte der friesischen Sprache, ihr Verhältniss
+zu den übrigen deutschen und nordischen Idiomen, ihre Mundarten und ihr
+Schicksal, Ausdehnung und jetzigen Bestand auf der cimbrischen
+Halbinsel," waarop echter geen voldoend antwoord schijnt te zijn
+ingekomen.--Ik kon in mijne voorlezing nog geen gewag maken van het
+hoogverdienstelijk _Altfriesisches Wörterbuch_, waarmede Dr. KARL,
+Freiherr VON RICHTHOFEN in 1840 de Friesche literatuur heeft verrijkt,
+zeker het beste en volledigste werk van dien aard, dat tot nog toe het
+licht zag, te hooger te waarderen, daar de geleerde schrijver hetzelve,
+even als zijne met zoo veel arbeids verzamelde en zoo voortreffelijk
+uitgegevene _Friesische Rechtsquellen_ (_Berlin 1840_), slechts als
+eenen noodzakelijken voorarbeid wil beschouwd hebben voor de Friesche
+regtsgeschiedenis, welke hij in het licht denkt te geven.
+
+
+
+
+ +--------------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend |
+ | hersteld. Bladzijde-nummering is verwijderd. |
+ | |
+ | De voetnoten op elke bladzijde zijn naar het eind van het boek |
+ | verplaatst. |
+ | |
+ | De in het origineel als uitgespatieerde weergegeven tekst is in |
+ | dit e-boek weergegeven als +uitgespatieerd+. |
+ | Het cursief is weergegeven als _cursief_. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst: |
+ | (NB. regel 1 = 4 witregels voor begin titel): |
+ | |
+ | Plaats Bron Correctie |
+ | |
+ | Regel 77 1. I. |
+ | |
+ | Regel 80 2. II. |
+ | |
+ | Regel 451 MAARLANT MAERLANT |
+ | |
+ | Regel 617 [Hele bladzijde 30] [Bladzijde 30 verwijderd |
+ | (bladzijde 30 & 31 zijn op |
+ | 1 hoofdletter na identiek)] |
+ | |
+ | Regel 732 , . |
+ | |
+ | Regel 795 Alt-Friesisches Altfriesisches |
+ | |
+ | Regel 816 vocalen vokalen |
+ | |
+ | Regel 863 [Niet in bron] . |
+ | |
+ | Informatie ter verduidelijking: |
+ | Een verwijzing naar een boek is in twee verschillende |
+ | vertalingen opgenomen. Aangezien beide fout lijken te zijn, |
+ | wordt hier ook de originele onvertaalde boeknaam gegeven. |
+ | |
+ | Plaats Bron Extra informatie |
+ | |
+ | Regel 187 Brocmanner brief bedoeld wordt: 'Willküren der |
+ | Brockmänner, eines freyen |
+ | friesischen Volkes' |
+ | |
+ | Regel 606 Brokmannerbrief bedoeld wordt: 'Willküren der |
+ | Brockmänner, eines freyen |
+ | friesischen Volkes' |
+ | |
+ | Regel 623 Spraakleer op (verwijderde) bladzijde 30 |
+ | gespeld: 'spraakleer' |
+ | |
+ +--------------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Iets over de gramaticale beoefening
+der Friesche taal in haar geheelen omvang, by Albertus Telting
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IETS OVER DE GRAMATICALE BEOEFENING ***
+
+***** This file should be named 26846-8.txt or 26846-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/6/8/4/26846/
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net (This book was
+produced from scanned images of public domain material
+from the Google Print project.)
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/26846-8.zip b/26846-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..48c651b
--- /dev/null
+++ b/26846-8.zip
Binary files differ
diff --git a/26846-h.zip b/26846-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..be5727c
--- /dev/null
+++ b/26846-h.zip
Binary files differ
diff --git a/26846-h/26846-h.htm b/26846-h/26846-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..6d592e1
--- /dev/null
+++ b/26846-h/26846-h.htm
@@ -0,0 +1,1741 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+
+<html lang="nl-1900" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of Iets over de grammaticale beoefening der friesche taal in haren geheelen omvang, by A. Telting.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+/*<![CDATA[ XML blockout */
+<!--
+ body {margin-left: 10%;margin-right: 10%;}
+ p {margin-top: .75em; margin-bottom: .75em; text-align: justify; text-indent: 1em;}
+ h1,h2,h3 {text-align: center; clear: both;}
+ big {font-size: 150%;}
+ small h1 {font-size: 50%;}
+ small {font-size: 75%;}
+
+ .pageno { /* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute; text-indent:0em; font-style: normal;
+ left: 92%; font-size: 90%; text-align: right; color: #888888;
+ }
+ .i2 {margin-left: 2em;}
+ .center {text-align: center; text-indent: 0em;}
+ .smcap {font-variant: small-caps;}
+span.gesperrt {letter-spacing: 0.2em;}
+span.corr {border-bottom: 1px dotted red;}
+span.info {border-bottom: 1px dotted green;}
+
+ .figcenter {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center; text-indent:0em;}
+ .voetnoot {margin-left: 5%; margin-right: 5%; font-size: 0.9em;}
+ .nootref {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;}
+ hr.nootlijn {width: 20%; height: 1px; text-align: left;}
+
+ .TNbox {margin: 20% 15% 5% 15%; border: 1px solid; padding: 1em; background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 80%;}
+ .TNbox H1 {font-variant: small-caps;}
+ .TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;}
+ .TNbox th {text-align: left;}
+ .TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;}
+
+table {margin-left: auto; margin-right: auto;}
+td.td25 {width:25%;}
+td.td50 {width:50%;}
+
+ // -->
+ /* XML end ]]>*/
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Iets over de gramaticale beoefening der
+Friesche taal in haar geheelen omvang, by Albertus Telting
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Iets over de gramaticale beoefening der Friesche taal in haar geheelen omvang
+
+Author: Albertus Telting
+
+Release Date: October 8, 2008 [EBook #26846]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IETS OVER DE GRAMATICALE BEOEFENING ***
+
+
+
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net (This book was
+produced from scanned images of public domain material
+from the Google Print project.)
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<p><span class="pageno"><a name="p_1" id="p_1">[1]</a></span></p>
+
+<h1>
+ <span class="gesperrt"><big>IETS</big></span><br />
+ <small>OVER DE</small><br />
+ <big>GRAMMATICALE BEOEFENING</big><br />
+ <small>DER</small><br />
+ <big>FRIESCHE TAAL</big><br />
+ <small>IN HAREN GEHEELEN OMVANG,</small>
+</h1>
+
+<p class="center"><small>DOOR</small></p>
+
+<p class="center"><big>M<sup>r.</sup> <b>A. TELTING</b>.</big></p>
+
+<p class="center">
+(Voorgedragen in de Vergadering van het Provinciaal<br />
+Friesch Genootschap ter beoefening der Friesche<br />
+geschied-, oudheid- en taalkunde, gehouden<br />
+den 5den October 1840.)</p>
+
+<p class="figcenter"><img src="images/p01.gif" alt="" /></p>
+
+<p class="center">
+ <small>TE</small> <span class="gesperrt"><i>WORKUM</i></span>, <small>TER</small><br />
+ BOEKDRUKKERIJ VAN H. BRANDENBURGH.
+</p>
+
+<p class="center"><span class="gesperrt">1843.</span></p>
+
+<p><span class="pageno"><a name="p_2" id="p_2">[2]</a></span></p>
+<p>&nbsp;</p>
+
+
+<p><span class="pageno"><a name="p_3" id="p_3">[3]</a></span></p>
+
+<h2>
+ <span class="gesperrt">IETS</span><br />
+ <small>OVER DE</small><br />
+ GRAMMATICALE BEOEFENING DER FRIESCHE TAAL<br />
+ <small>IN HAREN GEHEELEN OMVANG.</small>
+</h2>
+
+<p class="i2">Mijne Heeren! Zeer geachte Medeleden!</p>
+
+<p>&raquo;<b>D</b>e vierde afdeeling, voor taal- en dichtkunde
+bestemd, stelt zich voor: de grammaticale beoefening
+der Friesche taal, in hare volle uitgebreidheid."&mdash;Zoo
+begint, M. H.! de beschrijving van
+de werkzaamheden der taalkundige afdeeling in de
+Wetten onzes Genootschaps, zoo als die den 26
+September 1827, nu dertien jaren geleden, waren
+vastgesteld;&mdash;en die zelfde bepaling vinden wij in
+de herziene Genootschapswetten van 1835 terug.</p>
+
+<p>Wat heeft die <i>vierde</i>, of nu, sedert 1835, <i>derde
+afdeeling</i>, in dat tijdsverloop van dertien jaren,
+voor de grammaticale beoefening der Friesche taal
+<span class="pageno"><a name="p_4" id="p_4">[4]</a></span>gedaan? Heeft zij zich die taak met ijver aangetrokken,
+is zij dat werk met moed begonnen,
+heeft zij dat met volharding voortgezet, rijpen de
+vruchten van haren arbeid ter volkomenheid?&mdash;Of
+ging het hier als met zoo menige goede bepaling
+in menig reglement in ons vaderland, dat ze wel
+geschreven stond, maar niemand er verder meer
+om dacht?</p>
+
+<p>Liefst spaar ik U en mij zelven de beantwoording
+van deze vragen. Zij drongen zich aan mij op,
+toen ik rondzag naar eene stof, waarover ik in
+deze uwe vergadering, naar de mij door het lot
+aangewezene beurt, zou mogen spreken,&mdash;toen
+ik mij herinnerde, dat ik de eer heb tot de derde
+afdeeling van de Werkende Leden des Genootschaps
+te behooren, en bedacht, dat de behandeling van eenig
+taalkundig onderwerp misschien van mij verwacht
+mogt worden. Ik wil echter nu de vraag: wat de
+derde afdeeling, met betrekking tot de grammaticale
+beoefening der Friesche taal gedaan heeft? liever
+doen plaats maken voor eene andere: wat zij
+daarin zou behooren en vermogen te doen? Ik
+wil het verledene laten rusten, en spreken met het
+oog op de toekomst;&mdash;ik heb mij voorgesteld
+twee vragen aan uwe welwillende en bescheidene
+aandacht voor te dragen:</p>
+
+<p><a href="#antw_I" id="vraag_I"><span class="corr" id="corr1" title="Bron: 1.">I.</span></a> Wat bedoelt de bepaling in ons Reglement
+met <i>grammaticale beoefening der Friesche taal in
+hare volle uitgebreidheid</i>?</p>
+
+<p><a href="#antw_II" id="vraag_II"><span class="corr" id="corr2" title="Bron: 2.">II.</span></a> Wat kunnen en wat behooren wij, Leden
+van dit Genootschap, te doen, om ons in dezen te
+kwijten van onze taak?</p>
+
+<p>Vergezelt mij daarbij met uwe toegevendheid,
+die ik zoo zeer behoeve. Al wie toch aan anderen<span class="pageno"><a name="p_5" id="p_5">[5]</a></span>
+eenigen regel durft voor te stellen, behoort vooraf
+wel gewikt en gewogen te hebben, of hij zelf in
+staat en gezind zij, dien na te leven; en zoo iemand,
+ik ben van de geringheid mijner vermogens
+in dezen overtuigd. Verre zij dan van U het vermoeden,
+als of ik onbescheiden genoeg zoude zijn,
+om U mijne inzigten op te dringen, met de verwaande
+bedoeling, om U over te halen, die met
+mij te deelen. Beproeven wilde ik het slechts, of
+mijne gebrekkige voorstelling zooveel vermogt, om
+meer kundige liefhebbers der Friesche taal, dan ik
+ben, op te wekken, om haar in hare volle uitgebreidheid,
+gemeenschappelijk, grammaticaal te beoefenen.</p>
+
+<p><a href="#vraag_I" id="antw_I">I.</a> De eerste vraag, wier behandeling wij ons
+voorgenomen hadden: Wat wordt bedoeld onder
+grammaticale beoefening onzer taal in hare volle
+uitgebreidheid? scheidt zich natuurlijkerwijze in
+twee onderdeelen, uitgedrukt in deze twee vragen:</p>
+
+<p><a href="#antw_I_1" id="vraag_I_1">1.</a> Waaraan hebben wij te denken, als wij
+spreken van de Friesche taal <i>in hare volle uitgebreidheid</i>?</p>
+
+<p><a href="#antw_I_2" id="vraag_I_2">2.</a> Wat beteekent het, die taal <i>grammaticaal te
+beoefenen</i>?</p>
+
+<p><a href="#vraag_I_1" id="antw_I_1">1.</a> Is de Friesche taal dat dialect, hetwelk door
+de landlieden in dit gewest gesproken wordt, en,
+zoo men de beide <i>Stellingwerven</i> met het <i>Bildt</i>
+uitzondert, de algemeene volkstaal op het platte
+land van het <i>Wester-Lauwersche Friesland</i> genoemd
+mag worden? dat dialect, vermengd en
+verbasterd, als het ten huidigen dage is, met Hollandsche
+woorden, taalvormen en spreekmanieren,
+verdrongen en onder den voet getreden door de
+bestuurders en leeraren des volks en der jeugd?<span class="pageno"><a name="p_6" id="p_6">[6]</a></span>
+Verdient deze tongval, die als eene geringe dienstmaagd
+zich schaamachtig schuil houdt, die in den
+kring van meer beschaafden en aanzienlijken zich
+niet durft te vertoonen, maar zelfs daar, waar
+zij nog geduld wordt, zich op de aannadering van
+elken stedeling, als schaamde zij zich haren boerschen
+opschik, vrijwillig en onopgemerkt verwijdert,&mdash;verdient
+deze den naam van <i>taal</i>, en is
+zij het, wier grammaticale beoefening men van ons
+verlangt?&mdash;Treurig is het gesteld, M. H.! met
+dit kostelijk erfdeel onzer vaderen, de taal! Niet
+te onregte vergeleek een onzer eerste Friesche vernuften<a id="FNa_1" href="#FN_1" class="nootref">[1]</a>
+haar onlangs bij eenen ouden verwaterden
+boomstam, die uit de opdrijvende pollen in het
+waterland boven komt, en wel jaar op jaar groene
+twijgen en nieuwe uitloopers geeft, doch eindelijk
+wegkwijnt en sterft.&mdash;Doch de loop der gebeurtenissen
+heeft het zoo gewild; met de taal der Friezen
+moest het even zoo gaan als met hun afzonderlijk,
+onafhankelijk volksbestaan; beide zijn naauw
+aan elkander verbonden en ineen geweven, en dus
+ook de lotgevallen, het verval, de ondergang van
+beiden innig verknocht. Nadat de <i>Wester-Lauwersche</i>
+Friezen hunne volksvrijheid verloren, en onder
+het bewind van eenen vreemden, Saksischen Vorst,
+vreemde wetten en nieuwe instellingen ontvangen
+hadden,&mdash;vervolgens in de Nederlandsche staten
+van den Bourgondischen Vorst waren ingelijfd,&mdash;en
+eindelijk, na de gemeenschappelijke afwerping
+dier heerschappij, met deze hunne Nederduitsche<span class="pageno"><a name="p_7" id="p_7">[7]</a></span>
+bondgenooten, zich in &eacute;&eacute;n gemeenebest vereenigd
+hadden,&mdash;was van hun onafhankelijk en eigen
+volksbestaan niets dan eene schaduw overgebleven;
+en hoe zoude, na de algemeene invoering van het
+Nederduitsch in school en kerk, in geregtszalen en
+volksvergaderingen, de Friesche taal hare waardigheid
+hebben kunnen handhaven? Van lieverlede
+ook uit de kringen der aanzienlijken in de grootere
+steden verdrongen, werd de waan algemeen,
+dat het Friesch tot schrijftaal ongeschikt, voor
+de behandeling van meer verhevene en waardige
+onderwerpen weinig voegde, en alleen goed genoeg
+was, om in het boerebedrijf, bij het vee en den
+akkerbouw, gesproken te worden. Zoo werd dan
+de volkstaal inderdaad eene boerentaal, het Friesch
+in dit gewest werd boerenfriesch;&mdash;alleen de inwendige
+taalkundige voortreffelijkheid, die haar van
+nature eigen is, bewaarde haar voor de vernedering,
+van ooit in een boeren-patois te verbasteren,
+en z&oacute;&oacute; roemloos onder te gaan.</p>
+
+<p>Mij dunkt, M. H.! ook hier mogen wij weder tusschen
+taal en volkskarakter eene treffende analogie
+opmerken: of hebben niet de bewoners van dit gewest,
+hoezeer sinds meer dan drie eeuwen met die
+der overige vereende <i>Nederlanden</i> tot &eacute;&eacute;n volk zamengesmolten,
+niet nog veel, van alle volksgenooten
+zeker het meest, van hunnen ouden kenmerkenden
+aard en zeden overgehouden? En gelijk wij nu
+dien fieren Frieschen geest wenschen te bewaren, te
+handhaven en te veredelen, niet om aldus een
+eigen volksbestaan te herkrijgen of te behouden,&mdash;eene
+gedachte, die elk verstandige belagchelijk en
+verwaand zoude noemen!&mdash;evenmin om ons door<span class="pageno"><a name="p_8" id="p_8">[8]</a></span>
+een kwalijk begrepen provincialismus van het gemeene
+vaderland af te zonderen, en binnen onze enge
+gewestelijke grenzen in te sluiten,&mdash;een toeleg,
+die den waren liefhebber van het vaderland even
+verderfelijk moet voorkomen, als de daar lijnregt
+tegen inloopende strekking, om, door wegneming
+van alle individualiteit, alles te amalgameren, hem
+tegen de borst is;&mdash;maar omdat die fiere geest
+ons krachtig kan helpen tot vermeerdering van ons
+volksgeluk, daar hij ons onze instellingen leert
+waardeeren en eerbiedigen, en het goede bewaren,
+dat nog in en onder ons is;&mdash;even zoo moet
+ook de Friesche landtaal, die nog ten huidigen
+dage onder de plattelandsbewoners eene levende taal
+is, door ons worden bemind en ge&euml;erbiedigd, als
+een kostelijk overblijfsel, als eene dierbare nalatenschap
+van dat vrije volk, hetwelk haar eens als
+volkstaal sprak, met welks aard en zeden zij op
+het naauwst was verknocht, welks fieren, krachtigen
+geest en zin zij in forsche, kernachtige klanken
+uitdrukte. Maar noch de taal, noch het volk,
+hebben wij in oorspronkelijke zuiverheid te zoeken
+in deze negentiende eeuw. Wij moeten daartoe
+hooger opklimmen, en dan kan ook het tegenwoordige
+Landfriesch ons helpen haar te vinden.&mdash;</p>
+
+<p>Het Friesche volk, als door eene betooverende
+aantrekking tot het water verlokt, gelijk de geleerde
+<span class="smcap">Halbertsma</span> ergens schrijft<a id="FNa_2" href="#FN_2" class="nootref">[2]</a>, bewoonde de kustlanden
+der <i>Duitsche zee</i>. Van ten noorden den
+mond der <i>Eider</i> tot aan de <i>Elbe</i>; van de <i>Wezer</i><span class="pageno"><a name="p_9" id="p_9">[9]</a></span>
+tot aan de <i>Schelde</i>, had dit uitgestrekte volk,
+schoon verdeeld in onderscheidene stammen, doch
+in taal, zeden en wetten &eacute;&eacute;n, zijne, meer dan
+eenig ander Germaansch volk, gevestigde woonplaatsen.
+D&aacute;&aacute;r is het, dat wij de oude onverbasterde
+Friesche taal moeten zoeken. In de wetboeken der
+volkstammen, grootendeels in de dertiende eeuw
+opgesteld,&mdash;het <i>Asegaboek</i>, bevattende het Landregt
+der Rustringer Friezen, die tusschen de <i>Jade</i>
+en de <i>Wezer</i> gezeteld waren,&mdash;de <span class="info" id="info1" title="bedoeld wordt: 'Willküren der Brockmänner, eines freyen friesischen Volkes'"><i>Brocmanner
+brief</i></span> en het <i>Emsiger landregt</i>, tot het landschap,
+dat thans <i>Oostfriesland</i> heet, behoorende,&mdash;het
+<i>Landregt van Hunsingo</i>, benevens dat van <i>Fivelingo</i>
+en het <i>Oldampt</i>,&mdash;en eindelijk <i lang="fy">Der frya
+Fresena freeska landrjuecht</i>, meer bekend onder
+den naam van de <i>Oude Friesche wetten</i>, bevattende
+de verzameling der regten, welke in de landen
+van <i>Oostergoo</i> en <i>Westergoo</i> golden,&mdash;bezitten
+wij de bronnen, uit welke de echte en
+grondige kennis van de oude Friesche taal alleen
+kan worden verkregen.</p>
+
+<p>Maar tot de verkrijging dier kennis kan ons ook
+de naauwkeurige beschouwing van de nog levende
+overblijfselen dezer taal leiden en behulpzaam zijn.
+Het is niet in ons <i>Wester-Lauwersche Friesland</i> alleen,
+dat de taal nog leeft, en dagelijks gesproken
+wordt. Men vindt haar, hoewel sterk door het
+Deensch verbasterd, nog overig in de ommestreken
+van <i>Bredsted</i>, in het Hertogdom <i>Sleeswijk</i>, onder
+de afstammelingen der oude <i>Noord-</i> of <i>Strand-Friezen</i>.
+Dat zij in het kleine <i>Sagelterland</i>, eene door
+moerassen ingesloten streek, aan den oostkant van
+<i>Oostfriesland</i>, nog in groote zuiverheid bewaard<span class="pageno"><a name="p_10" id="p_10">[10]</a></span>
+gebleven is, hebben de geleerde nasporingen van
+twee der verdienstelijkste en taalkundigste beoefenaren
+onzer grijze volksspraak onlangs aan het
+licht gebragt<a id="FNa_3" href="#FN_3" class="nootref">[3]</a>. Men voege hierbij de Friesche
+dialecten van <i>Schiermonnikoog</i>, van <i>Hindeloopen</i>,
+en ons gewoon, ofschoon ook in fijne wijziging
+van uitspraak, en verscheiden gebruik van klinkers
+en medeklinkers, in verschillende streken van dit
+gewest verschillend <i>Landfriesch</i>,&mdash;en men zal
+wel alles hebben opgenoemd, wat van de oude
+Friesche taal, in den mond van het nog levend
+geslacht, is overgebleven.</p>
+
+<p>Die overblijfselen zijn, taalkundig, hoogst belangrijk.
+Niet alleen toch, dat het voor den taalvorscher eene
+hoogst aangename en leerrijke bezigheid is, om vergelijkend
+na te gaan, hoe de taal, na zoo vele
+eeuwen te zijn doorgegaan, hier dus, elders zoo is
+vervormd, hier deze, elders gene, vreemde indrukken
+en inmengselen heeft ontvangen, en op te sporen,
+wat in de tegenwoordige spreektaal tot het oude,
+oorspronkelijke wezen en karakter van die taal behoort,
+wat daaraan vreemd is, en bij eene taalkundige
+kritiek als onfriesch moet worden uitgemonsterd;&mdash;niet
+alleen, dat de vergelijking der nog bestaande
+dialecten behulpzaam kan zijn tot de woordvorsching,
+tot de bepaling der oorspronkelijke woordvormen,
+en dat zij licht verspreidt over de wetten
+der klankvorming;&mdash;maar ook, en dit dient wel
+in de eerste plaats in aanmerking te komen, de nog
+levende dialecten zijn inderdaad het eenige middel,<span class="pageno"><a name="p_11" id="p_11">[11]</a></span>
+om de kracht en beteekenis der letters, waarin
+wij de oude taal geschreven vinden, met onbetwistbare
+zekerheid te leeren kennen; zij bevatten
+het eenige zekere middel, dat ons tot eene zekere
+uitspraak leiden kan. De oudste taaloorkonden zijn
+in zeer eenvoudige en weinig zamengestelde, vaak
+ook bij verwante klanken elkander zonder vasten
+regel verwisselende, letterteekenen opgeschreven;
+de der tale kundige lezer wist, hoe hij ze moest
+uitspreken; hoe zouden wij het weten, zoo de
+onder ons overgeblevene volkstaal ons niet te hulp
+kwam, ons niet leerde, waar wij eene vokaal rond
+en vol, waar wij ze scherp of kort af, moeten
+uitspreken, welke medeklinkers wij vol uit, welke,
+en waar, wij ze slechts als ter loops moeten laten
+hooren? En van hoeveel gewigt dit onderwijs zij,
+beseft gewis ieder! Wat is toch eene taal zonder
+uitspraak? Hoe zou men in het innige wezen eener
+taal kunnen doordringen, als men ze zich niet
+hoorbaar vermogt voor te stellen? Hoeveel taalkundig
+juistere begrippen zou men zich van eene doode
+taal, van het Latijn, bij voorbeeld, vormen, indien
+men met de juiste uitspraak van hen, die ze spraken,
+ten volle bekend ware? Welke denkbeelden
+zou zich iemand van de Fransche, van de Engelsche,
+of eenige andere nog levende, taal vormen,
+zoo hij die wel uit eene <i>Spraakkunst</i> en <i>Woordenboek</i>
+had leeren kennen, maar in hare uitspraak niet
+door een deskundige ware onderwezen geworden,
+en zich dus daaromtrent met de hem alleen bekende
+waarde van de letterteekenen in zijne moedertaal behelpen
+moest? Zouden niet louter wanklanken zijn
+gehoor, ja zelfs, als hij stil voor zich zelven las, zijne<span class="pageno"><a name="p_12" id="p_12">[12]</a></span>
+verbeelding pijnigen? En zouden onze oude Friesche
+oorkonden liefelijker in onze ooren klinken, zoo
+wij de levende dialecten niet konden raadplegen?</p>
+
+<p>Wij dan, die deze levende leermeesters kunnen
+vragen en raadplegen, vinden ons op een,
+ter verkrijging van eene innige kennis der taal,
+veel gelukkiger standpunt geplaatst, dan een <span class="smcap">Wiarda</span><a id="FNa_4" href="#FN_4" class="nootref">[4]</a>
+of <span class="smcap">Rask</span><a id="FNa_5" href="#FN_5" class="nootref">[5]</a>, die, het Friesch als eene lang
+uitgestorvene taal beschouwende, wat de uitspraak
+betreft, vaak alleen mogten gissen<a id="FNa_6" href="#FN_6" class="nootref">[6]</a>. Hetzij dan<span class="pageno"><a name="p_13" id="p_13">[13]</a></span>
+verre van ons, wanneer wij de echte Friesche taal
+in de oorkonden der 13de en 14de eeuwen zoeken,
+dat wij daarom hare overblijfselen in de nog levende
+dialecten zouden gering achten of verwaarloozen.
+Integendeel willen wij die overblijfselen,
+waar wij ze kunnen aantreffen, opsporen; de in
+deze dialecten geschreven stukken, hoe onbelangrijk
+anders van zakelijken inhoud ze ook soms mogen
+wezen, zoo ze slechts met getrouwheid de taal wedergeven,
+waarin zij zijn opgesteld, met zorgvuldigheid
+verzamelen; in ons Landfriesch zullen wij
+dan met des te grootere voldoening voor het eerst
+eenen zanger ontmoeten van hooge dichterlijke
+vlugt, die ons boeit mei zijne liefelijkheid, ons
+verrukt door zijne stoutheid, ons treft in zijne
+eenvoudigheid; doch wanneer wij de edele voortbrengselen
+van <span class="smcap">Gijsbert Japix</span> dichttalent met volle
+teugen genieten, dan zullen wij tevens, als bedachtzame
+taalbeoefenaren, ons in acht nemen, om niet
+alle door hem gebezigde woorden, ja zelfs niet al<span class="pageno"><a name="p_14" id="p_14">[14]</a></span>
+zijne woordvormen, voor echt Friesch te erkennen,
+maar veeleer er op bedacht zijn, de om in zijnen
+tijd gangbare, nu verouderde, door hem verfrieschte,
+Nederduitsche woorden op te merken en af te
+zonderen; en terwijl wij de kunst bewonderen,
+waarmede de Dichter getracht heeft Friesche klanken
+voor het oog aanschouwelijk te maken in Nederduitsche
+letterteekenen, zullen wij tevens moeten
+erkennen, dat zijne spelling de Nederduitsche spelling
+zijner eeuw is, zonder daarom nog gegrond
+te zijn in den eigenen aard van de Friesche taal.
+Ook hen zullen wij onze opmerkzaamheid niet onwaardig
+keuren, die in lateren tijd, of nog heden
+ten dage, hunne pen, in rijm of onrijm, aan de
+Friesche taal hebben gewijd; al moge <span class="smcap">Jan Althuysen</span><a id="FNa_7" href="#FN_7" class="nootref">[7]</a>
+het talent niet bezitten, om ons hart te
+treffen, ja, al moesten wij hem alle aanspraak op
+den naam van dichter ontzeggen, toch zullen wij
+het hem dank weten, dat hij, honderd jaren na
+<span class="smcap">Gijsbert</span>, ons van den toestand der volkstaal, in
+zijne eeuw, een blijk heeft achtergelaten; al mogten
+wij het dwaasheid achten, dat hij het gewaagd
+heeft, zijne berijmde psalmen naast die van <span class="smcap">Gijsbert</span>
+te doen drukken, en al scholden wij hem
+gaarne de moeite kwijt, om beider werk door naamteekening
+te onderscheiden<a id="FNa_8" href="#FN_8" class="nootref">[8]</a>, toch zal het ons aangenaam<span class="pageno"><a name="p_15" id="p_15">[15]</a></span>
+zijn, de taalproeven uit het midden der
+18de naast die uit het midden der 17de eeuw
+voor oogen te mogen zien. En wat de Friesche
+schrijvers van onzen tijd betreft: op hoogen
+prijs schatten wij de uitnemende dichtgaven van
+eenen <span class="smcap">Salverda</span><a id="FNa_9" href="#FN_9" class="nootref">[9]</a>,&mdash;welkom blijven ons de bijdragen
+van menig ander, nog levend, beoefenaar
+van dit dialect,&mdash;uit een taalkundig oogpunt,
+hechten wij de hoogste waarde aan de lappen, uit
+den snijderskorf van <span class="smcap">Gabe</span>, en aan hetgeen de verzorgers
+van de nagelatene pennevruchten van
+dien snedigen <i>skroor</i>, ons voorts nu en dan, als
+vruchten van hun eigen genie, gunstig gelieven
+mede te deelen, omdat, zonder in eenige vergelijking
+tusschen de inwendige zakelijke waardij van
+hun werk met dat van anderen te treden, niemand
+zeker met grooter getrouwheid en juister
+naauwkeurigheid de taal, de zeden, de denk- en
+spreekwijze, van de hedendaagsche Friezen uitdrukt.</p>
+
+<p>Doch ik zal mij in deze beschouwingen niet verder
+inlaten. Ik acht genoeg gezegd te hebben,
+om U, M. H.! te doen gevoelen, waaraan wij,
+mijns oordeels, te denken hebben, als wij spreken
+van de Friesche taal <i>in hare volle uitgebreidheid</i>.</p>
+
+<p><a href="#vraag_I_2" id="antw_I_2">2.</a> Wij gaan dan over tot de beschouwing der
+andere vraag: Wat het beteekent, die taal <i>grammaticaal</i>
+te beoefenen?</p>
+<p><span class="pageno"><a name="p_16" id="p_16">[16]</a></span></p>
+<p>De bedoelingen, met welke eene taal beoefend wordt,
+kunnen zeer onderscheiden zijn. Veelal worden talen
+aangeleerd, met het oogmerk, om de boeken en geschriften,
+in dezelve opgesteld, te kunnen lezen en verstaan,&mdash;om
+met menschen, welke die taal spreken,
+te kunnen verkeeren, en zich, zoo op reizen als in
+handelsverkeer, verstaanbaar te kunnen uitdrukken.
+Bij die bedoeling is de taalkennis hulpwetenschap,
+de taal het middel, om een vroeger doel te bereiken.
+Zoodanige wetenschap, zoo ze dien naam verdient,
+kan gemeenlijk in genoegzame mate, door eene
+oppervlakkige beschouwing van den aard der taal,
+door eene lexicographische oefening van het geheugen
+verkregen, en door lezen en omgang aangekweekt
+worden, zonder dat een dieper dringen in
+de wetten en regels der taal daarbij onmisbaar
+vereischt wordt. Zoo zou men de Friesche taalkennis
+als hulpwetenschap kunnen beoefenen, zoo
+men zich daarbij eeniglijk ten doel stelde, om de
+oude Friesche wetboeken, als oorkonden van oudheid
+en regtskennis, te beschouwen. Anders is het
+gelegen met de <i>grammaticale</i> beoefening van iedere
+taal, en van de Friesche in het bijzonder. De taal
+zelve is daarbij het doel der studie; de taal wordt
+om haar zelfs wille beoefend, en, ofschoon men
+zoo vele bijoogmerken daarbij kan toelaten, als
+men zich maar gelieft voor te stellen, toch blijft
+de kennis der taal het hoofddoel van den arbeid.
+Die arbeid moet derhalve wetenschappelijk en stelselmatig
+worden ingerigt. Vervelend zou ik voorzeker
+worden, M. H.! wilde ik hier uiteen zetten,
+hoedanig zulk eene stelselmatige beoefening der talen,
+in al hare deelen, behoort te worden ingerigt.<span class="pageno"><a name="p_17" id="p_17">[17]</a></span>
+Het is ook voor mijn oogmerk genoeg, U
+op eenige belangrijke punten te wijzen, bij de
+grammaticale beoefening van het Friesch, mijns
+oordeels, vooral te pas komende. Indien ik mij
+daarbij op kortheid bevlijtig, hoop ik van uwe
+aandacht niet te veel te zullen vergen, als ik U
+verzoek, ze mij daartoe eenige oogenblikken te
+verleenen.</p>
+
+<p>Het schijnt mij dan, in de eerste plaats, noodzakelijk
+toe, dat de beoefening onzer grammatica
+<i>historisch</i> worde ondernomen. Uit het denkbeeld,
+dat ik van den omvang der taal getracht heb te
+geven, vloeit de noodzakelijkheid, altoos de belangrijkheid,
+eener <i>historische</i> behandeling voort.
+Het is toch niet eene, op dit punt des tijds bestaande,
+regelmatige schrijftaal, wier tegenwoordigen
+toestand men als een afgesloten geheel kan beschouwen
+en beschrijven. Ware zij dit, dan zou
+het nog steeds wetenschappelijk belangrijk zijn,
+historisch te onderzoeken, hoe, langs welke wegen,
+door welke veranderingen, zij tot haren tegenwoordigen
+stand gekomen ware;&mdash;doch dat historisch
+onderzoek zou dan niet zoo <i>volstrekt</i> noodzakelijk
+zijn;&mdash;het ware dan mogelijk, van den tegenwoordigen
+staat, waar ze zich in bevindt, eene
+getrouwe, naauwkeurige schets te ontwerpen, welke
+aan de eischen der taalkunde eenigermate zoude
+kunnen voldoen. In den omvang, waarin wij U
+de taal hebben voorgesteld, is dit niet wetenschappelijk
+mogelijk; onze arbeid zoude eerder een
+Friesch idioticon, dan eene grammatica, opleveren.
+Doch van waar zullen wij dit historisch onderzoek
+beginnen? Zal het genoeg zijn, op te klimmen tot<span class="pageno"><a name="p_18" id="p_18">[18]</a></span>
+het begin der dertiende eeuw, om, wanneer wij
+bekend zijn geworden met den toestand der taal
+in dat tijdvak, de geschiedenis harer veranderingen
+en afslijtingen nederwaarts, tot den tegenwoordigen
+tijd, voort te zetten? Het is waar,
+van vroegeren tijd, dan het begin der dertiende
+eeuw, zijn geene handschriften tot ons overgebleven,
+en het zou dus al ligt kunnen schijnen
+een overtollige arbeid te zullen zijn, zoo wij naar
+den toestand der taal in een vroeger tijdvak wilden
+onderzoeken. Intusschen zouden wij toch,
+door niet hooger op te klimmen, slechts de helft
+harer geschiedenis gewaar worden; wij zouden onbekend
+blijven met haren oorsprong, en veel
+onverklaard, en als onverklaarbaar, moeten overlaten.&mdash;Het
+Friesch is een tak van den grooten
+Germaanschen taalstam; willen wij nu eene
+innige kennis van den aard van dezen tak verkrijgen,
+dan behooren wij de natuur van den stam,
+waaruit hij gesproten is, te kennen. En mogt het
+ons al onmogelijk zijn, tot den stam zelven op te
+klimmen, dan zal toch de bekendheid met andere,
+uit den zelfden stam uitgeschoten, takken, vooral
+van zoodanige, die wij digter aan hunnen oorsprong
+uit den gemeenen stam mogen gadeslaan, ons goede
+diensten bewijzen, om tot ons oogmerk te geraken.
+Wij verkeeren in het laatste geval. Of men ooit
+met eenigen schijn van naauwkeurigheid de taal
+zal leeren kennen, die door onze Germaansche
+voorvaderen gesproken werd, eer zij zich nog in
+onderscheidene dialecten verdeeld had, zullen wij
+het veiligst dienen over te laten aan de vlijtige
+nasporingen der geleerde mannen, welke de Indo-Germaansche<span class="pageno"><a name="p_19" id="p_19">[19]</a></span>
+taalstudie tot het doel van hun leven
+hebben gesteld. Doch het is ons vergund, kennis
+te maken met een Germaansch dialect, het <i>Moesogothisch</i>,
+waarin reeds zeer vroeg, omstreeks het
+jaar 360, door <span class="smcap">Ulphilas</span>, de Evangeli&euml;n zijn overgezet,
+en waarvan een goed deel ons in den <i>Codex
+argenteus</i> is bewaard, en door den grooten <span class="smcap">Junius</span>
+is uitgegeven. Dit kostbaar overblijfsel brengt ons
+het naast tot den gemeenen stam terug.&mdash;Wij
+bezitten echter nog naauwer vermaagschapte taalverwanten,
+dan hen, die dit Moesogothisch gesproken
+hebben. Dezen toch bewoonden, toen de
+Bisschop <span class="smcap">Ulphilas</span> onder hen leefde, de landstreken
+van <i>Servi&euml;</i> en <i>Bulgaria</i>, afschoon andere van
+hunne stamgenooten zich reeds veel vroeger in
+<i>Jutland</i> en het zuidelijk gedeelte van <i>Zweden</i> hadden
+ne&ecirc;rgezet. Doch het is een ander volk, welligt,
+ten tijde van deszelfs verblijf op het noordelijk
+Germaansche kustland, &eacute;&eacute;n met de Friezen, en
+van dezen uitgegaan, althans zeker met hen op
+het allernaauwste verwant, wier taal, veel vroeger
+dan de onze geschreven, ons meer dan eenige andere
+kan voorlichten. Het was omstreeks het midden
+van de 5de eeuw, dat dit volk <i>Engeland</i> overstroomde,
+en deszelfs oude bewoners onder het juk
+bragt,&mdash;en de oudste geschreven stukken in hunne
+taal, sedert bekend onder den naam van de
+<i>Angelsaksische</i>, klimmen op tot het laatste van
+die zelfde 5de eeuw. Het is dus meer dan waarschijnlijk,
+dat de Friezen, die tot deze volkplanters
+in de naauwste betrekking stonden, te dier tijde,
+behoudens geringe dialectsverschillen, met hen de
+zelfde taal zullen hebben gesproken; en de beoefening<span class="pageno"><a name="p_20" id="p_20">[20]</a></span>
+van dat oude Angelsaksisch, hetwelk zich
+bovendien door eene zeer rijke literatuur aanbeveelt,
+is alzoo voor de historisch-grammaticale beoefening
+van het Friesch volstrekt onmisbaar.&mdash;Nog komt
+bij zoodanige beoefening ook het <i>IJslandsch</i> in
+aanmerking, ik bedoel die Skandinavische taal, die
+onder de algemeene benaming van <i lang="da">Danske tonge</i>,
+de taal was van die volkeren van het noorden,
+Deenen en Noormannen, welke, door hunne veelvuldige
+strooptogten, en somtijds langdurige overheersching,
+op de kustlanden der Friezen eenen
+zoo gewigtigen invloed oefenden, en te diepe indrukken
+achterlieten, dan dat men niet ook in de taal
+de sporen daarvan zou mogen opmerken<a id="FNa_10" href="#FN_10" class="nootref">[10]</a>.&mdash;En
+zoo volgt dan uit het gesprokene, M. H.! dat deze
+historische taalbeoefening, door ons opwaarts tot onze
+taalverwanten te voeren, tevens eene <i>etymologisch-</i>
+of <i>analogisch-vergelijkende</i> taalstudie met zich brengt.</p>
+
+<p>Doch niet alleen moeten wij opklimmen tot
+de bronnen der taal, zoo wijd wij kunnen,
+ook, nederdalende, behooren wij den loop des
+strooms tot op onze tijden te volgen. Wanneer
+wij de taal, in hare zuivere, nog weinig afgesletene,
+bewerktuiging, zoo als ze in de oudste
+stukken der 13de eeuw voorkomt, zullen hebben
+gadegeslagen,&mdash;de waardij harer eenvoudige letterteekenen<span class="pageno"><a name="p_21" id="p_21">[21]</a></span>
+zullen hebben vastgesteld,&mdash;hare regelmatige
+verbuigingen toegelicht,&mdash;hare eigenaardige
+woordvoeging nagegaan,&mdash;en ook haar
+prosodisch deel, allitteratie en rijm, beschouwd
+zullen hebben,&mdash;dan zal het de taak dezer historische
+grammatica worden, om de verandering,
+het verloop, de afslijting van dat alles, de vermenging
+met vreemde bestanddeelen, zoo als die
+van lieverlede zijn ontstaan en toegenomen, in de
+taaloorkonden van latere tijden aan te wijzen, en
+tot in de nog bestaande dialecten op den voet te
+volgen. Zoo zal deze beschouwing tot veelsoortige
+en belangrijke opmerkingen en uitkomsten kunnen
+leiden. Het zal duidelijk worden, dat, sints de
+taal opgehouden heeft als eene volksschrijftaal te
+bestaan, ook hare ware orthographie is verloren
+gegaan, en door eene, aan het taalkarakter vreemde,
+spelling vervangen is, geschoeid op den leest
+van de spelling van dat volk, onder hetwelk het
+Friesche dialect is overgebleven. Het zal blijken,
+dat, hoewel, even als in al de andere nieuwere
+talen van Germaanschen oorsprong, de verbuigingsvormen
+veelzijdig zijn afgesleten, en als het
+ware onmerkbaar geworden, daarvan evenwel in
+ons Landfriesch meer is overgebleven, dan bij eene
+oppervlakkige beschouwing welligt door menig een
+wordt verondersteld<a id="FNa_11" href="#FN_11" class="nootref">[11]</a>. Dan zal het bewezen worden<span class="pageno"><a name="p_22" id="p_22">[22]</a></span>
+waarheid te zijn, dat, zoo men het nog onder
+ons levend Friesch ontledigen kon van al deszelfs
+Hollandsche inmengselen, het overblijvende
+gedeelte, ondanks alle afslijting, die er heeft plaats
+gehad, onmiskenbaar nog die zelfde taal is, in
+welke de Friezen in de 13de eeuw hunne kernachtige
+wetten hebben te boek gesteld, en dat het
+daarin, voor het misschien nog veel meer afgesletene
+Hollandsch, waarin toch wel ieder de taal van
+<span class="smcap">Stoke</span> en <span class="smcap"><span class="corr" id="corr3" title="Maarlant">Maerlant</span></span> ontdekken zal, geenszins behoeft
+onder te doen, en dus ook evenmin, als dat
+Hollandsch, den naam van patois verdient.</p>
+
+<p>Ik gevoel, dat ik, door het gesprokene in eenige
+voorbeelden meer aanschouwelijk te maken en dadelijk
+toe te passen, de duidelijkheid daarvan bevorderen
+zou; doch ik vermeen tevens, dat, &egrave;n
+de aard van de spreekbeurt, welke ik hier vervul,
+zoodanige afgetrokken grammaticale ophelderingen
+verbiedt, &egrave;n dat de tijd, mij, door uwe toegevendheid
+toegestaan, om te spreken, mij daarin
+verhindert. Ik moet mij dus tevreden stellen met
+de hoop, dat het mij gelukt moge zijn, duidelijk
+genoeg te hebben voorgesteld, wat het, mijns inziens,
+beteekent, de Friesche taal <i>in hare volle uitgebreidheid
+grammaticaal</i> te beoefenen.</p>
+
+<p>Mogt ik mij met die hoop niet geheel te vergeefs
+gevleid hebben, dan zouden wij nu, in de tweede
+plaats, dienen over te gaan, tot het onderzoek:<span class="pageno"><a name="p_23" id="p_23">[23]</a></span></p>
+
+<p><a href="#vraag_II" id="antw_II">II.</a> Wat wij, Leden van dit Genootschap, kunnen
+en behooren te doen, om ons te kwijten van
+de taak, die wij vrijwillig hebben op ons genomen,
+en wier aanvankelijke en gedeeltelijke vervulling
+althans met reden van ons mag worden
+verwacht?</p>
+
+<p>Die taak is verre van gemakkelijk, M. H.! Zij
+vordert eene vrij uitgebreide, langdradige en volhardende
+studie; zij vordert groote naauwkeurigheid
+en veel scherpte van opmerking; eene veelzijdige
+grammaticale kennis en bedrevenheid. Het is
+geen arbeid voor weken of maanden, maar een
+werk, dat vele jaren van inspanning vorderen zal.
+Moet ons dit vooruitzigt niet afschrikken, ons,
+wie het meerendeels niet gegund is, onzen tijd
+onverdeeld aan de beoefening der letteren te wijden,
+maar die, eerst verpligt onze krachten te
+wijden aan hetgeen beroep en ambt een ieder te
+doen geeft, slechts uitgespaarde uren voor de wetenschappen
+mogen afzonderen? Er bestaan, dunkt mij,
+twee omstandigheden, welke het gewigt van deze
+bedenking eenigzins kunnen verligten. De eerste
+is, dat de bedoeling onzer Genootschapsinstellingen
+van zelve medebrengt, dat wij dien arbeid, voor
+&eacute;&eacute;nen te uitgebreid en te zwaar, onder elkanderen
+mogen verdeelen; dat wij ons met de verzameling,
+bijeenbrenging en bewerking der in dezen noodige
+bouwstoffen gezamentlijk mogen onledig houden;
+en mogt het ons niet vergund zijn, zelven het gebouw
+te voltooijen, die voltooijing gerust, in het
+bewustzijn van daartoe het onze te hebben bijgedragen,
+aan anderen mogen overlaten. De tweede
+gedachte, die onzen moed tot het opvatten dezer<span class="pageno"><a name="p_24" id="p_24">[24]</a></span>
+taak mag versterken, is, dat wij niet de eersten
+zullen zijn, die zich de grammaticale beoefening
+van de Friesche taal zullen aantrekken, dat anderen
+ons reeds in dit spoor zijn voorgegaan, en
+reeds veel hebben gedaan en geleverd, dat voor
+ons leerzaam, nuttig en bruikbaar kan zijn.</p>
+
+<p>Wij willen <a href="#antw_II_1" id="vraag_II_1">dien v&oacute;&oacute;r ons gedanen arbeid vooraf
+kortelijk beschouwen</a>, om na zulks <a href="#antw_II_2" id="vraag_II_2">de som te
+kunnen opmaken van hetgeen ons overblijft te
+doen</a>.</p>
+
+<p><a href="#vraag_II_1" id="antw_II_1">1.</a> Bij de beschouwing van hetgeen door anderen
+v&oacute;&oacute;r ons gedaan is, zullen wij voornamelijk op
+zoodanige geschriften te letten hebben, die met het
+kennelijk doel zijn opgesteld, om eene grammatica
+te leveren, zonder echter vele andere, die tot de
+grammaticale kennis der taal kunnen leiden en medewerken,
+met stilzwijgen voorbij te gaan.</p>
+
+<p>Wanneer wij dan, met billijken eerbied voor
+ouderdom van jaren, het eerst zullen noemen, die
+het eerst in het licht verschenen zijn, dan dient
+het allereerst gewaagd van het werk van den ouden
+Grammaticus, hetwelk <span class="smcap">Gabbema</span>, in het tweede deel
+zijner uitgave van <span class="smcap">Gijsbert Japix</span>, heeft opgenomen<a id="FNa_12" href="#FN_12" class="nootref">[12]</a>.
+Het heeft betrekking tot het Landfriesch
+uit het midden der 16de eeuw: na de formatie
+van het meervoud der naamwoorden opgegeven te
+hebben, beuzelt de schrijver over de geslachten en
+naamvallen, wier bestaan hij, op den enkelen genitivus
+na, slecht weg ontkent, alsmede over de<span class="pageno"><a name="p_25" id="p_25">[25]</a></span>
+formatie van de vergelijkende trappen en de getallen
+der bijvoegelijke naamwoorden, over de verkleiningsvormen,
+de artikels en de telwoorden; alles
+zeer kort en oppervlakkig. Hier is achter gevoegd
+een brokstuk over de Friesche letters,&mdash;de schrijver
+handelt over de figuur der letters, en geeft
+de zonderlinge meening op, dat de Friezen eerst
+Grieksche karakters gebruikt zouden hebben; van
+runenschrift schijnt hij nooit iets gehoord te hebben<a id="FNa_13" href="#FN_13" class="nootref">[13]</a>;
+vervolgens gaat hij de waarde der klinkers
+na, en gewaagt van de diphtongen. Deze beide
+stukjes zullen ons weinig leeren, misschien hebben
+zij nog eenige waarde, als bevattende taalproeven,
+die eene eeuw ouder zijn dan <span class="smcap">Gijsbert Japix</span>. Doch
+aan deze ontbreekt het ook overigens niet. Echter
+is het fragment ongetwijfeld van eene veel ervarener
+hand, dan het eerste stuk, en bevat over de
+uitspraak der vokalen eenige niet onbelangrijke
+opmerkingen. Wij leeren er, bij voorbeeld, uit,
+dat de Angelsaksische diphtong <i>eo</i>, toen dat stuk
+gesteld werd, in de Friesche taal nog bloeide, zoo
+als nog te <i>Hindeloopen</i>.</p>
+
+<p>De tweede, ons bekende, poging, om eene grammatica
+te leveren, is van den geleerden <span class="smcap">Ecco Epkema</span>,
+den verdienstelijken uitgever van <span class="smcap">Gijsbert
+Japix</span>; doch het is er verre van daan, dat deze
+zoude zijn ingerigt op den voet, dien wij ons hebben
+voorgesteld; niet de Friesche taal in hare volle
+uitgebreidheid, alleen het Landfriesch vinden wij<span class="pageno"><a name="p_26" id="p_26">[26]</a></span>
+hier geschetst, en dan nog maar het Landfriesch,
+zoo als <span class="smcap">Gijsbert Japix</span> dat schreef. De reden is
+duidelijk. Als inleiding op zijn <i>Woordenboek</i> op
+dien Dichter, was het geenszins zijn voornemen,
+&raquo;een volledig zamenstel van spraakkunst der Landfriesche
+taal te geven," hij achtte dit volstrekt
+onnoodig, &raquo;daar, weinige afwijkingen uitgezonderd,"&mdash;het
+zijn 's mans eigene woorden,&mdash;&raquo;de
+Landfriesche taal, zoo als wij ze bij onzen Dichter
+aantreffen, eene tamelijke overeenkomst heeft
+met de Nederduitsche, zoo als wij dezelve bij <span class="smcap">Cats</span>,
+<span class="smcap">Kamphuyzen</span>, en andere tijdgenooten van hem,
+lezen." Ziet daar het standpunt, waarop <span class="smcap">Epkema</span>
+stond, en waaruit men het werk van dezen geleerden
+man moet beoordeelen,&mdash;meer als eene
+bijdrage tot de Nederduitsche taal, dan tot de
+zuiver Friesche. Zijne orthographie is dan ook even
+als die van den Dichter, de Hollandsche van de
+17de eeuw; al wat hij zeer uitvoerig over de letters,
+klinkers, diphtongen, verdubbeling der klinkers
+en over de medeklinkers schrijft, is grootendeels
+Nederduitsch, enkele belangrijke opmerkingen
+over de litterae prostheticae en epentheticae, of
+klikletters, zoo als hij ze noemt, en over de weglating
+in uitspraak, en de verwisseling der letters,
+raken het Friesch meer bijzonder, en kunnen tot
+ons doel gebruikt en vergeleken worden. In zijne
+behandeling der naamwoorden volgt hij den ouden
+Grammaticus, doch alleen, om hem telkens teregt
+te wijzen. Bij de verbuigingen der naam- en
+werkwoorden geeft hij ons alleen die van zijnen
+Dichter op, zonder tot de oorspronkelijke vormen
+op te klimmen, of, klimt hij al hooger op, dan nog<span class="pageno"><a name="p_27" id="p_27">[27]</a></span>
+bepaalt hij zich tot de taal der <i>Oude Friesche wetten</i>,
+als behoorende tot het dialect van ons gewest, doch
+ongelukkig, onder de oude taaloorkonden van lateren
+oorsprong, min zuiver, meer met Nederduitsch
+vermengd, dan bij voorbeeld het oudere <i>Asegaboek</i>
+en <i>Emsiger landregt</i>.&mdash;Voor zoo verre dan onze
+<span class="smcap">Gijsbert Japix</span> mag gehouden worden voor den
+vertegenwoordiger van den staat van het Landfriesch
+dialect, zoo goed en kwaad, zuiver en vermengd,
+oorspronkelijk en afgesleten, als het zich in het
+midden der 17de eeuw vertoonde,&mdash;even zoo ver
+mag <span class="smcap">Epkema</span> voor den naauwkeurig grammaticalen
+beschrijver van dat dialect gelden, in wiens arbeid
+echter de historische studie der zuiver Oud-Friesche
+bronnen te veel wordt gemist.</p>
+
+<p>Het is voor de Friesche grammatica een onschatbaar
+voorregt geweest, dat de beroemde Deensche
+taalkundige <span class="smcap">Rasmus Rask</span>, door en na het schrijven
+zijner <i>Angelsaksische spraakleer</i>, op het gelukkig
+denkbeeld gekomen is, om ook eene <i>Friesche
+spraakleer</i> zamen te stellen. Zij kwam in
+1825, in het Deensch, in het licht<a id="FNa_14" href="#FN_14" class="nootref">[14]</a>, en werd in
+1832, door ons geleerd Medelid den Heer <span class="smcap">Hettema</span>,
+in het Nederduitsch<a id="FNa_15" href="#FN_15" class="nootref">[15]</a>, en in 1834, door Professor
+Buss, te <i>Freiburg</i>, in het Hoogduitsch, overgezet
+en uitgegeven<a id="FNa_16" href="#FN_16" class="nootref">[16]</a>. Dit is de eerste, en tot nog toe<span class="pageno"><a name="p_28" id="p_28">[28]</a></span>
+de eenige, zuiver Friesche grammatica, welke wij
+bezitten, uit de oudste schriftelijke gedenkstukken
+geput. Uitvoerig behandelt deze groote taalkundige
+de letters, en derzelver waarde en uitspraak, waarbij
+echter valt op te merken, dat onbekendheid
+met ons Landfriesch hem dikwijls heeft doen
+dwalen, waar de bekendheid met dat dialect hem
+gemakkelijk zou hebben te regt geholpen, en dat
+hij in de vokaalspelling tot toonteekenen de toevlugt
+heeft moeten nemen, welke hij eveneens,
+bij veronderstelde bekendheid zijner lezers met onze
+landtaal, zeer wel zoude hebben kunnen ontberen;
+dat hij gedurig, tot het bepalen der klanken,
+zijne toevlugt moet nemen tot het Angelsaksisch
+en IJslandsch, terwijl intusschen de klankbepaling
+in eerstgemelde taal, zoo als de Heer <span class="smcap">Halbertsma</span>
+overtuigend heeft aangewezen<a id="FNa_17" href="#FN_17" class="nootref">[17]</a>, juist omgekeerd,
+het best uit ons nog levend Friesch kan worden
+opgemaakt. Omtrent de verbuigingen der naamwoorden
+en werkwoorden heeft hij taalkundig-regelmatige
+wetten voorgesteld, gegrond op hetgeen
+hij daaromtrent in zijne <i>IJslandsche en Angelsaksische
+grammatica's</i> had opgegeven, het hoofdverschil
+der verbuigingen daarin zoekende, of de
+woorden in eenen klinker of medeklinker eindigen,<span class="pageno"><a name="p_29" id="p_29">[29]</a></span>
+of althans oorspronkelijk ge&euml;indigd hebben; de eerste
+noemt hij de opene, en de tweede de geslotene
+hoofdsoort (<span class="smcap">Grimm</span> noemt de <i>opene</i> van <span class="smcap">Rask</span> <i>zwakke</i>,
+de <i>geslotene</i> bij <span class="smcap">Rask</span> <i>sterke</i>, <i>Recensie</i>, S. 88);
+intusschen ontdekt men bij de naauwkeurige beschouwing
+dezer vormleer eene zoo groote menigte uitzonderingen,
+dat men aan de vastheid en waarheid
+der voorgestelde regels begint te twijfelen, en het
+mij althans voorkomt, dat dezelve nog wel eens
+aan eene streng beproevende kritiek mogen worden
+onderworpen<a id="FNa_18" href="#FN_18" class="nootref">[18]</a>. Voor het overige geeft deze spraakleer
+ons eene getrouwe schets van de taal, zoo als
+die in het <i>Asegaboek</i> en den <span class="info" id="info2" title="bedoeld wordt: 'Willküren der Brockmänner, eines freyen friesischen Volkes'"><i>Brokmannerbrief</i></span>, als
+het oudste en zuiverste Friesch, voorkomt, met analogische
+verwijzing naar het Angelsaksisch en IJslandsch,
+en met aanhaling hier en daar van het
+nog levende Noordfriesch; doch zij kan geene aanspraak
+maken op den naam van eene historische
+grammatica, waarin op alle dialecten acht geslagen,
+en ook het verloop der taal aangewezen is.</p>
+
+<p>Eindelijk mag, bij de vermelding der grammatica's,
+geenszins worden verzwegen de belangrijke
+schets van het Sagelterlandsche Friesch, gevoegd bij
+de <i>Reis</i> naar dat land van de Heeren <span class="smcap">Hettema</span> en
+<span class="smcap">Posthumus</span>; wij worden daar op eene korte en
+duidelijke wijze met dat dialect bekend gemaakt,
+en deze arbeid is voldoende, om hem, die zich
+<span class="pageno"><a id="p_30"></a><a name="p_31" id="p_31">[<span class="corr" id="corr4" title="Bladzijde 30 verwijderd (bladzijde 30 &amp; 31 zijn op 1 hoofdletter na identiek">30</span> &amp; 31]</a></span>
+met eene algemeene Friesche spraakleer mogt willen
+bezig houden, in staat te stellen, om van dit dialect
+een noodig en nuttig gebruik te maken.</p>
+
+<p>Volgens schrijven van den Hoogleeraar <span class="smcap">Rask</span>, in
+de <i>Voorrede</i> tot zijne <i>Spraakleer</i>, heeft de Heer
+<span class="smcap">B. Bendsen</span>, te <i lang="da">&AElig;r&oslash;sk&oslash;bing</i>, met groote vlijt en
+naauwkeurigheid eene uitgebreide <i><span class="info" id="info3" title="op (verwijderde) bladzijde 30 gespeld: 'spraakleer'">Spraakleer</span></i> van
+het Noordfriesch verzameld; welk werk echter, zoo
+veel ik weet, nog niet door den druk is gemeen
+gemaakt<a id="FNa_19" href="#FN_19" class="nootref">[19]</a>.</p>
+
+<p>De orthographie is een belangrijk deel der grammatica.
+Hoe zou ik dan, M. H.! na U de bestaande
+spraakkunsten, zoo verre mij bekend, te
+hebben opgenoemd, mogen nalaten, U het schoone
+stukje over de spelling van den Heer <span class="smcap">Halbertsma</span>
+te herinneren, geplaatst in den jaargang voor 1834
+van het <i lang="fy">Friesche Jierboeckjen</i>? Eenvoudig en
+duidelijk is die poging, om den rijkdom van ons
+Landfriesch in letterteekenen uit te drukken. Alle
+onnutte en verwarring barende bijvoeging van veelvuldige
+klinkers, waarin <span class="smcap">Gijsbert Japix</span> zich wel eens
+te buiten ging, is daarbij vermeden; de letters, welke
+in ieder woord, krachtens zijnen aard en grondvorm,
+behooren, hoewel in de uitspraak onderdrukt<span class="pageno"><a name="p_32" id="p_32">[32]</a></span>
+of weggelaten, worden daar meerendeels aan
+hetzelve terug gegeven; in het kort, de taal eenparig
+zoo geschreven, wordt voor den taalkundigen
+Nederduitschen aanschouwer klaar en bevattelijk.
+Intusschen houde men bij de groote voortreffelijkheid
+dezer proeve nog steeds in het oog, dat
+ook deze spelling meer op de Nederduitsche, dan
+op de Oud-Friesche, gegrond is; de bedoeling van
+het opstel maakte dit noodzakelijk; voor lezers, aan
+de Hollandsche spelling gewoon, wenschte men
+het Friesch aanschouwelijk voor te stellen, en uit
+dat oogpunt beschouwd, was deze wijze van handelen
+de eenige, die het doel kon doen treffen.
+Vraagt men echter, of zij ook taalkundig goed te
+keuren is, dan zou ik daarop geen in allen deele
+toestemmend antwoord durven geven. Mogt bij de
+vraag, hoe men dan tegenwoordig het Landfriesch
+moet spellen, mijne geringe meening iets gelden, ik
+zoude niet de spelling voorstaan, die men in het
+<i>Asegaboek</i> of het <i>Emsiger landregt</i> aantreft, even
+min als ik verlangen zoude, dat men het tegenwoordige
+Hollandsch ging schrijven eveneens als <span class="smcap">Maerlant</span>,
+<span class="smcap">van Helu</span> of <span class="smcap">Stoke</span>, in hunnen tijd deden; maar,
+gelijk de Nederduitsche spelling van onzen tijd gegrond
+is, altoos gegrond behoorde te zijn, op die
+van deze ouden, als overeenkomstig met den aard
+der taal,&mdash;zoo zou ik ook meenen, dat wij de
+spelling van het Landfriesch behoorden te gronden
+op de oude spellingwijze onzer voorvaderen.
+Ik zoude, wilde men een voorbeeld, naar het tegenwoordige
+Deensch verwijzen; die taal is eene,
+hoewel verbasterde, dochter van het oude IJslandsch,
+even als ons Landfriesch het is van het oud Friesch;<span class="pageno"><a name="p_33" id="p_33">[33]</a></span>
+de spelling van dat IJslandsch en van ons oud
+Friesch komen naauw met elkander overeen; in
+uitspraak zweemt ons Landfriesch, in meer dan
+een opzigt, sterk naar het tegenwoordige Deensch,
+en ik zou uit dien hoofde eene proeve allerbelangrijkst
+achten, die ons het Landfriesch eens in
+Deensche spelling voorstelde; ik geloof dat men bevinden
+zou, dat zoodanige spelling met den aard
+der taal meer overeenkomstig zijn zou, dan de
+thans in zwang zijnde gewijzigde Hollandsche.</p>
+
+<p>Doch keeren wij van deze uitweiding terug tot
+de verdere vermelding van den arbeid die, reeds
+v&oacute;&oacute;r ons gedaan, ons tot de zamenstelling eener
+grammatica zou kunnen helpen. Na de opnoeming
+der grammatica's kunnen wij kort zijn. Immers,
+het <i>Oud Friesch woordenboek</i> van den geleerden
+<span class="smcap">Wiarda</span>, dat, hoe onvolledig ook, op sommige
+artikels zeer rijk is<a id="FNa_20" href="#FN_20" class="nootref">[20]</a>,&mdash;de <i>Aanteekeningen</i> op de<span class="pageno"><a name="p_34" id="p_34">[34]</a></span>
+<i>Friesche wetten</i>, door <span class="smcap">Wierdsma</span> en <span class="smcap">Brandtsma</span>, die
+op het <i>Asegaboek</i>, door <span class="smcap">Wiarda</span>, op het <i>Oostfriesche
+landregt</i>, door <span class="smcap">von Wicht</span>, op het <i>Emsiger
+landregt</i>, door <span class="smcap">Hettema</span>,&mdash;kunnen en
+behooren bij de studie van de bronnen der taal
+geraadpleegd te worden. In de <i>Aanteekeningen</i> van
+<span class="smcap">Hoeufft</span>, op de <i>Friesche spreekwoorden</i>, en omtrent
+de naamsuitgangen van plaatsen, in het <i>Idioticon</i>
+van <span class="smcap">Wassenberg</span>, en soortgelijke stukken
+meer, vindt men hier en daar belangrijke opmerkingen
+verspreid. Mogt een gunstige zamenloop
+van omstandigheden het nog eens toelaten, dat wij
+ons zouden mogen verheugen in de uitgave van
+<span class="smcap">Halbertsma's</span> <i lang="la">Lexicon Frisicum</i>, wij zouden dan
+eenen schat van etymologische kennis voor ons geopend
+zien, waarin wij de verwantschap en geschiedenis
+van elk Friesch woord zouden mogen nasporen;
+thans willen wij met de schoone proeven, in
+het berigt omtrent de Wachtendonksche psalmen,
+ons voordeel doen, en niet ongebruikt laten, wat
+die geleerde, in het <i>Voorwerk</i> voor <span class="smcap">Bosworths</span>
+<i lang="en">Anglo-Saxon dictionary</i>, over de verwantschap
+van die taal met de onze, gegeven heeft.</p>
+
+<p><a href="#vraag_II_2" id="antw_II_2">2.</a> Ziet daar dan, M. H.! het voornaamste van
+hetgeen v&oacute;&oacute;r ons gedaan is;&mdash;wat blijft er nu<span class="pageno"><a name="p_35" id="p_35">[35]</a></span>
+voor ons te doen overig? dit was de laatste vraag,
+waarbij wij ons nog moeten bepalen.</p>
+
+<p>Het komt mij dan bescheidenlijk voor, M. H.!
+dat, na alles wat reeds voor ons gedaan is, de
+grammaticale beoefening der Friesche taal in hare
+volle uitgebreidheid nog steeds aanprijzing verdient,
+want dat wij nog geene historische en analogische
+grammatica bezitten. En het werk dat ons
+te doen zoude staan, wilden wij in die behoefte
+voorzien, zou dunkt mij moeten bestaan in drie
+deelen; vooreerst <i>verzamelen</i>, dan <i>vergelijken</i>, en
+eindelijk <i>rangschikken</i>. Wij zouden met het bepaalde
+doel, om bouwstoffen tot eene grammatica
+te verzamelen, moeten lezen alle taaloorkonden,
+die nog voorhanden zijn, te beginnen met het
+oudste; uit elk afzonderlijk moesten wij alles opteekenen,
+wat tot de verbuiging der naam- en
+werkwoorden en voornaamwoorden, tot het regimen
+der voorzetsels, en wat dies meer zij, betrekking
+heeft; die lezing zou ons tevens in de gelegenheid
+stellen, om allerlei grammaticale bijzonderheden
+op te merken en aan te teekenen; de aanteekeningen
+uit ieder afzonderlijk werk genomen moesten
+afzonderlijk gehouden, en geenszins met die uit
+een ander werk vermengd worden, ten einde niet
+in het gevaar te geraken, van misschien verschillende
+dialecten, die zeker reeds zeer vroeg bestaan
+hebben, ondereen te mengen. Dit verzamelen nu
+zou een arbeid zijn, waartegen voorzeker menig
+een zou terug deinzen, zoo hij dien geheel alleen
+ondernemen moest; doch juist eene vereeniging als
+de onze zou zulken arbeid ligter maken; wanneer,
+bij voorbeeld, van drie personen, een de naamwoorden,<span class="pageno"><a name="p_36" id="p_36">[36]</a></span>
+een ander de werkwoorden op zich nam,
+een derde zich met de overige rededeelen bezig
+hield, zou zulk eene eendragtige inspanning gemakkelijker
+tot het doel leiden; op &eacute;&eacute;n belangrijk
+punt zou bij zulk eene verdeeling, dunkt mij, gelet
+moeten worden, dat namelijk diegene, welke eenmaal
+met eenig bepaald rededeel belast was geworden,
+zich met dat zelfde onderwerp bij voortduring
+bleef belasten, tot dat al de onderscheidene voorhanden
+zijnde stukken doorgelezen, en de uittreksels
+uit elk derzelve verzameld waren.</p>
+
+<p>Als dan al de bouwstoffen uit alle nog aanwezige
+oude stukken verzameld waren, dan eerst zou
+het tweede deel van den arbeid, de <i>vergelijking</i>,
+moeten worden ondernomen. Die vergelijking behoorde
+drieledig te zijn. Vooreerst moesten de
+verzamelde bouwstoffen onderling worden vergeleken,
+waardoor men een zamenstel zoude verkrijgen
+van de verschillende vormen, in onderscheidene
+gelijktijdige, of althans in tijd weinig verschillende,
+dialecten. Daarna moest die vergelijking, bij opklimming,
+plaats vinden met de verwante talen,
+vooral met het Angelsaksisch<span class="corr" id="corr5" title="Bron: ,">.</span> En eindelijk, in de
+derde plaats, kon men overgaan tot de vergelijking
+met de nog bestaande dialecten ieder afzonderlijk,
+waarbij dan wel in het oog moest worden gehouden,
+dat niet het Hindeloopersch met het gewoon
+Landfriesch, noch dit met het Sagelterlandsch, het
+Schiermonnikoogsch of het Noordfriesch vermengd,
+maar elk derzelve behoorlijk onderscheiden werd.
+Men zou dan voorzeker bespeuren, hoe het een
+der nieuwere dialecten meer doorgaande sporen van
+overeenkomst met dit onder de oudere, het andere<span class="pageno"><a name="p_37" id="p_37">[37]</a></span>
+we&ecirc;r met eenig ander, zou opleveren; en langs
+dezen weg zou het mogelijk worden, eene volledige
+Friesche spraakkunst, analogisch, historisch, en met
+in acht neming der verschillende dialecten, zamen
+te stellen. Dat was het derde deel, het doel van
+den voorbereidenden arbeid, de <i>rangschikking</i> van
+het verzamelde en vergelekene. Hier zou men nu
+het werk van den geleerden <span class="smcap">Rask</span> ten grondslag
+kunnen leggen. De eigen verzamelde bouwstoffen
+gebruikende, zou men zijn voordeel kunnen doen
+met zijne volgorde,&mdash;voor zoo verre het niet bij de
+bewerking mogt blijken, dat eene afwijking
+verkieslijk ware,&mdash;ook met zijne opmerkingen, en die
+van anderen;&mdash;dan zou het blijken, of men in
+de vormleer genoegzaam doorgaande regels zou vermogen
+op te geven; of die, door <span class="smcap">Rask</span> voorgesteld,
+aannemelijk zijn; dan of het misschien nog steeds
+veiliger bleef, om, op het voetspoor van <span class="smcap">Grimm</span>, nog
+maar alleen de voorkomende vormen als zoo vele
+bestaande grammaticale facta op te geven, en den
+stand der wetenschap nog niet rijp te achten voor
+het bepalen van vaste vormregels. En bij dat alles
+zoude men steeds elk afzonderlijk onderwerp historisch,
+en, door alle dialecten heen, vergelijkend
+moeten behandelen.</p>
+
+<p>Ziet daar, M. H.! in korte en algemeene trekken,&mdash;in
+bijzonderheden toch mag ik niet treden,&mdash;U
+voorgesteld, wat, naar mijne geringe
+meening, door ons zou behooren te worden gedaan,
+zoo wij de Friesche taal in hare volle uitgebreidheid
+grammaticaal wilden beoefenen!&mdash;Het verdient
+zijnen lof, zich de nog altijd schoone taal, die
+in dit gewest op het platte land gesproken wordt,<span class="pageno"><a name="p_38" id="p_38">[38]</a></span>
+zoodanig te hebben eigen gemaakt, dat men daarin
+met sierlijkheid, regelmatigheid en naauwkeurigheid,
+de pen weet te voeren;&mdash;het is hoogst
+belangrijk, de regtsoorkonden onzer vrije voorvaderen
+vlijtig te hebben beoefend, die te verstaan,
+haren zin te vatten, en deze kennis aan regts- en
+oudheidkunde dienstbaar te maken&mdash;het is nog
+meer te prijzen, zoo bij die regts- en oudheidkundige
+beschouwing taalkundige opmerkingen worden
+gevoegd;&mdash;doch wie zich daarbij bepalen
+wil, bij al den lof, die hem moge toekomen, van
+hem mag nog niet gezegd worden, dat hij de taal
+in hare volle uitgebreidheid grammaticaal beoefent.&mdash;</p>
+
+<p>Ik herhaal het, M. H.! ik wensch niemand mijne
+inzigten of meeningen op te dringen, nog minder
+mij diets te maken, als had ik den waren weg
+tot die beoefening gevonden en aangewezen, het
+allerminst U in den waan te brengen, als of ik
+mij zelven bekwaam achten zou, dien weg met
+standvastigen moed te bewandelen;&mdash;gelukkig
+genoeg zoude ik mij achten, zoo ik door deze
+pligtmatige voorlezing bij sommigen Uwer de opmerkzaamheid
+mogt hebben gaande gemaakt, zoo niet
+de aandacht gevestigd op een onderwerp, dat aan
+de Werkende Leden der derde afdeeling, als het
+hoofddoel hunner bemoeijingen, door onze wetten
+is voorgesteld.</p>
+
+<hr class="nootlijn" />
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_1" href="#FNa_1" class="label">1</a> <span class="smcap">J. H. Halbertsma</span>, in het <i lang="fy">Fo&auml;rwird</i> voor de <i lang="fy">Twigen uwt ien &acirc;lde
+stamme, Dimter 1840</i>.</p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_2" href="#FNa_2" class="label">2</a> Op blz. XLVII der <i lang="en">Preface</i> voor Dr. <span class="smcap">J. Bosworths</span> <i lang="en">Dictionary of the
+Anglo-Saxon language, Lond. 1838</i>.</p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_3" href="#FNa_3" class="label">3</a> Jr. Mr. <span class="smcap">M. Hettema</span> en Ds. <span class="smcap">R. R. Posthumus</span>, <i>Onze reis naar
+Sagelterland, Franeker 1836.</i></p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_4" href="#FNa_4" class="label">4</a> <span lang="de"><i><span class="corr" id="corr6" title="Bron: Alt-Friesisches">Altfriesisches</span> W&ouml;rterbuch</i>, Vorrede</span>, &sect; 33:
+<span lang="de">&raquo;Dieser alten Friesischen Sprache, welche nunmehr v&ouml;llig ausgestorben
+ist,"</span> en &sect; 34: <span lang="de">&raquo;Die Sprache des gemeinen Mannes, in der Niederl&auml;ndischen
+Provinz <i>Friesland</i>, und besonders in <i>Hindelopen</i> und <i>Mulquerum</i> nennt
+man die Friesische.&mdash;Ich habe mich darauf nicht einlassen k&ouml;nnen, damit
+ich das Neuere nicht mit dem Alten verwechsele."</span></p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_5" href="#FNa_5" class="label">5</a> <i>Hollandsche vert. der Spraakleer</i>, blz. XVI: &raquo;Het Friesch, dat nu
+bijna niet meer bestaat, en in eenige honderde jaren niet meer gesproken
+is, maar alleen een aantal verwarde en strijdige mondelijke taalsoorten,
+in de landschappen, welke van het Friesche volk of diens nakomelingen
+bewoond worden." En blz. 7: &raquo;De uitspraak van eene uitgestorvene taal
+naauwkeurig te bepalen, is wel niet zeer gemakkelijk; veel kan ons
+evenwel de overeenstemming met het Noord-Friesch en Hollandsch, alsmede
+het Angelsaksisch en Islandsch, met zekere waarschijnlijkheid leeren."</p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_6" href="#FNa_6" class="label">6</a> Zie zulke gissingen bij <span class="smcap">Rask</span>, <i>Holl. vert.</i>, blz. 5, omtrent de
+uitspraak van <i>ae</i> en <i>oe</i>,&mdash;fouten, blz. 3, <i lang="fy">makia</i>, <i lang="fy">capia</i>, lees:
+<i lang="fy">makja</i>, <i lang="fy">k&oelig;pja</i>, daar <i lang="fy">ma-ki-a</i>, <i lang="fy">ca-pi-a</i>, verg. <span class="smcap">Grimm</span>, Recensie
+van <span class="smcap">Rask</span>, beneden te vermelden, S. 104,&mdash;twijfelingen of <i lang="fy">ier</i>, jaar,
+<i lang="fy">j&eacute;r</i> of <i lang="fy">iir</i> moet gelezen worden&mdash;dadelijke fouten, blz. 3, dat de
+<i>v</i>, als medeklinker tusschen twee <span class="corr" id="corr7" title="Bron: vocalen">vokalen</span>, de Nederl. en
+Latijnsche <i>w</i>, niet de Hoogd. en Holl. <i>v</i> zouden zijn! Verg. <span class="smcap">Grimms</span>
+<i>Recensie</i>, S. 94;&mdash;blz. 16, de <i>a</i> in <i lang="fy">cap</i>, <i lang="fy">rad</i>, <i lang="fy">dad</i>, <i lang="fy">bam</i>, tot
+de doffe <i>&aring;</i> gemaakt; (&raquo;welke woorden thans door" enz., is eene
+bijvoeging van <span class="smcap">Hettema</span>. Verg. <span class="smcap">Buss</span>, <i>Hoogduitsche vertaling</i>, beneden te
+vermelden, S. 29, &sect; 13) enz. Alle welke mistastingen, bij kennis van ons
+<i>levend</i> Friesch, onmogelijk geweest zouden zijn.&mdash;Zoo verkeerd is het,
+van den vreemdeling het <i>onze</i> te willen leeren! Doch zoo is het dan ook
+onze pligt, gelegenheid te geven, dat men niet tot den vreemdeling zijne
+toevlugt behoeve te nemen.&mdash;Intusschen erkent <span class="smcap">Rask</span> het voortdurend
+bestaan van Friesche dialecten, zie <span class="smcap">Buss</span>, S. 11, 12, doch zijne fout is,
+dat hij ons dialect, wat de uitspraak betrof, niet kende, en ook in
+allen gevalle niet genoeg gewaardeerd heeft. S. 16, <i lang="de">eine Art
+Volkssprache</i>.</p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_7" href="#FNa_7" class="label">7</a> <i lang="fy">Friesche rymlery. Liouwerd 1755.</i></p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_8" href="#FNa_8" class="label">8</a> <span class="smcap">Jan Althuysen</span>, heeft, in het 2de deel zijner <i>Rymlery</i>, de 150
+psalmen <span class="smcap">Davids</span>, in Friesche berijming, opgenomen, doch alleen die, welke
+door <span class="smcap">Gijsbert</span> waren overgeslagen, zelf berijmd, en de door dezen
+berijmde, op hare plaats, tusschen de zijne in laten drukken, beider
+werk door naamsonderteekeningen onderscheidende. Zoo ver het mij gelust
+heeft, dit na te gaan, is <span class="smcap">Althuysen</span> getrouw gebleven aan de versmaat van
+<span class="smcap">Datheen's</span> berijming, misschien om de zijne zoo voor het gezang, naar de
+toen gebruikte zangwijzen, meer geschikt te maken.</p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_9" href="#FNa_9" class="label">9</a> <i lang="fy">Hiljuwns uwren fen <span class="smcap">J. C. P. Salverda</span>, Schoallemaester to Wons.
+Ljeauwerd 1834.</i></p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_10" href="#FNa_10" class="label">10</a> Ook komt hier in aanmerking de geographische ligging der Friezen
+naast de Jutten,&mdash;uit welk oogpunt men het Friesch als overgangstaal
+tusschen het Saksisch en Noordsch kan beschouwen, zie <span class="smcap">Grimm</span>, <i>Recensie</i>,
+S. 91. <span class="smcap">Rask</span> (<span class="smcap">Buss</span>, S. 6 seqq.), die daar echter meer het verschil dan de
+overeenkomst tusschen Friesch en IJslandsch, aantoont.</p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_11" href="#FNa_11" class="label">11</a> Zoo is, b. v., nog de oude Friesche genitivus bij ons in bloeijend
+gebruik: <i lang="fy">amme bread smekt swieter as memme koeke</i>, waarin <i lang="fy">amme</i> en
+<i lang="fy">memme</i>, de nu wel verstompte, maar toch in de woordvoeging onveranderd
+geblevene oude genitivi, <i lang="fy">amma</i> en <i lang="fy">memma</i> zijn. De Fries zegt niet
+<i><span class="smcap">Jans</span> boek</i>, maar <i lang="fy"><span class="smcap">Janne</span> boek</i>, het boek van <span class="smcap">Jan</span>; en dit niet enkel op
+het land, maar ook in die steden, waar de vreemdeling niet al, wat
+eigenaardig is, geheel verdrongen heeft. Even zoo in plurali, <i lang="fy">minskene
+dwaen</i>, <i lang="fy">famne</i>, voor <i lang="fy">fammene</i>, <i lang="fy">dertenheit</i>, geheel overeenkomstig het
+oude <i lang="fy">Liodena werstal</i>, <i lang="fy">Fresena riuchtboek</i> enz.</p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_12" href="#FNa_12" class="label">12</a> <span lang="la">&raquo;Quaedam ad Grammaticam spectantia, linguam Phrysicam, et prima
+elementa, ante centum quinquaginta et quod excurrit annos conscripta,"</span>
+fol<span class="corr" id="corr8" title="Bron: ">.</span> 3-13: En daarachter: <span lang="la">&raquo;Fragmentum de literis Frisicis,"</span> fol. 14-21.</p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_13" href="#FNa_13" class="label">13</a> Ik wil niet beweren, dat de Friezen runenschrift gehad hebben, want
+ik ben er nog niet van overtuigd, dat het zich laat bewijzen; doch sints
+er Angelsaksische runen ontdekt zijn, is het althans niet
+onwaarschijnlijk.</p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_14" href="#FNa_14" class="label">14</a> <i lang="da">Frisisk Sprogl&auml;re, udarbejdit efter samme Plan som den Islandske
+og Angelsaksiske. Ki&ouml;benhavn 1825.</i> Gerecenseerd door <span class="smcap">J. Grimm</span>, <span lang="de"><i>G&ouml;tt.
+Anz., 1826</i>, 9te-12te St&uuml;ck.</span></p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_15" href="#FNa_15" class="label">15</a> Welke er wel eens iets van het zijne heeft bijgevoegd, zonder dit
+te melden, zoo als mij eene vergelijking met de vertaling van Dr. <span class="smcap">Buss</span>
+geleerd heeft.</p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_16" href="#FNa_16" class="label">16</a> <span lang="de"><i>Frisische Sprachlehre, bearbeitet nach dem n&auml;mlichen Plane, wie
+die Isl&auml;ndische und Angels&auml;chsische, von <span class="smcap">R. Rask</span>, aus dem D&auml;nischen
+&uuml;bersetst, und mit einem Vorwort, &uuml;ber die Wichtigkeit des
+Sprachstudiums f&uuml;r eine gr&uuml;ndliche Forschung im Gebiete der Rechts- und
+Staatswissenschaften begleitet</i>, von Dr. <span class="smcap">F. J. Buss</span>, Professor zu
+<i>Freiburg. Freiburg 1834</i>.</span></p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_17" href="#FNa_17" class="label">17</a> In de boven aangehaalde <i lang="en">Preface</i> op Dr. <span class="smcap">Bosworths</span> <i lang="en">A.-S.
+dictionary</i>.</p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_18" href="#FNa_18" class="label">18</a> Verg. <span class="smcap">Grimm</span>, <i>Recensie</i>, S. 99, b. v. <i>seke</i>, dat volgens <span class="smcap">Rask</span>, &sect;
+86, bij <span class="smcap">Buss</span>, p. 50 en 51 (want bij <span class="smcap">Hettema</span>, p. 47, is hier veel
+uitgelaten, of elders gezet?) verbogen zou worden als <i>dede</i>, en dan in
+genit. plur. hebben moest <i>deda</i>, heeft daarentegen <i>sekena</i>. Zie <span class="smcap">von
+Richthofen</span>, <i>W. B.</i>, voce <i>seka</i>.</p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_19" href="#FNa_19" class="label">19</a> Bij deze opsomming der bestaande spraakkunsten had nog gevoegd
+moeten worden <span class="smcap">L. ten Kate's</span> <i>Schetse van de Land-Vriesche dialect,
+vergeleken tegen onze Nederduitsche</i>, te vinden in het I deel zijner
+<i>Aanleiding</i>, blz. 699-710.&mdash;Ook had reeds <span class="smcap">J. Grimm</span>, in zijne <span lang="de"><i>Deutsche
+Grammatik</i>, 2te Ausgabe</span>, het Oudfriesch vergelijkend met de verwante
+taaltakken beschouwd, welke beschouwing, wat betreft de vokalen, in de
+in 1840 in het licht verschenen <span lang="de">3te Ausgabe</span>, S. 402-420, aanmerkelijk is
+verrijkt en uitgebreid.</p>
+
+<p class="voetnoot"><a id="FN_20" href="#FNa_20" class="label">20</a> Eerst na het voorlezen van dit stukje werd ik bekend gemaakt met
+het <i lang="de">Glossarium der friesischen Sprache, besonders in nordfriesischer
+Mundart, von <span class="smcap">N. Outzen</span>, Kopenhagen 1837</i>, uitgegeven door de
+Hoogleeraren <span class="smcap">Engelstoft</span> en <span class="smcap">Molbech</span>, uit wier Voorrede ik ook toen eerst
+gezien heb, dat reeds in 1817 het Koninklijk Deensch Genootschap eene
+hoogst belangrijke prijsvraag had uitgeschreven, <span lang="de">&raquo;&uuml;ber die
+Beschaffenheit und Geschichte der friesischen Sprache, ihr Verh&auml;ltniss
+zu den &uuml;brigen deutschen und nordischen Idiomen, ihre Mundarten und ihr
+Schicksal, Ausdehnung und jetzigen Bestand auf der cimbrischen
+Halbinsel,"</span> waarop echter geen voldoend antwoord schijnt te zijn
+ingekomen.&mdash;Ik kon in mijne voorlezing nog geen gewag maken van het
+hoogverdienstelijk <i lang="de">Altfriesisches W&ouml;rterbuch</i>, waarmede Dr. <span class="smcap">Karl</span>,
+Freiherr <span class="smcap">von Richthofen</span> in 1840 de Friesche literatuur heeft verrijkt,
+zeker het beste en volledigste werk van dien aard, dat tot nog toe het
+licht zag, te hooger te waarderen, daar de geleerde schrijver hetzelve,
+even als zijne met zoo veel arbeids verzamelde en zoo voortreffelijk
+uitgegevene <i lang="de">Friesische Rechtsquellen</i> (<i lang="de">Berlin 1840</i>), slechts als
+eenen noodzakelijken voorarbeid wil beschouwd hebben voor de Friesche
+regtsgeschiedenis, welke hij in het licht denkt te geven.</p>
+
+
+
+
+<div class="TNbox">
+<h1>Opmerkingen van de bewerker</h1>
+
+<p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling.
+Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p>
+
+<p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.</p>
+
+<p>De voetnoten op elke bladzijde zijn naar het eind van het boek verplaatst.</p>
+
+<p>De schrijver behandelt de stof in dit boek aan de hand van vragen/punten en antwoorden/uitleg.
+Deze vragen en antwoorden zijn in dit eBoek aan elkaar gelinkt.</p>
+
+<p>Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien
+van een <span class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</span>,
+waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.</p>
+
+<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table>
+ <tbody>
+ <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr>
+ <tr><td class="td25"><a href="#corr1">Bladzijde 4</a></td><td class="td25">1.</td><td class="td50">I.</td></tr>
+ <tr><td class="td25"><a href="#corr2">Bladzijde 4</a></td><td class="td25">2.</td><td class="td50">II.</td></tr>
+ <tr><td class="td25"><a href="#corr3">Bladzijde 22</a></td><td class="td25"><span class="smcap">Maarlant</span></td><td class="td50"><span class="smcap">Maerlant</span></td></tr>
+ <tr><td class="td25"><a href="#corr4">Bladzijde 30</a></td><td class="td25"><i>[Hele bladzijde 30]</i></td><td class="td50"><i>[Bladzijde 30 verwijderd<br />(bladzijde 30 &amp; 31 zijn op 1 hoofdletter na identiek)]</i></td></tr>
+ <tr><td class="td25"><a href="#corr5">Bladzijde 36</a></td><td class="td25">,</td><td class="td50">.</td></tr>
+ <tr><td class="td25"><a href="#corr6">Bladzijde 4 <i>(voetnoot)</i></a></td><td class="td25">Alt-Friesisches</td><td class="td50">Altfriesisches</td></tr>
+ <tr><td class="td25"><a href="#corr7">Bladzijde 6 <i>(voetnoot)</i></a></td><td class="td25">vocalen</td><td class="td50">vokalen</td></tr>
+ <tr><td class="td25"><a href="#corr8">Bladzijde 12 <i>(voetnoot)</i></a></td><td class="td25"><i>[Niet in bron]</i></td><td class="td50">.</td></tr>
+ </tbody>
+</table>
+
+<p>Informatie ter verduidelijking:</p>
+<p>Een verwijzing naar een boek is in twee verschillende vertalingen opgenomen. Aangezien beide fout lijken te zijn,
+zijn deze voorzien van een <span class="info" title="Bron: dunne groene stippellijn">dunne groene stippellijn</span>,
+waarbij via een zwevende pop-up de originele onvertaalde boeknaam beschikbaar is.</p>
+
+<table>
+ <tbody>
+ <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Extra informatie</th></tr>
+ <tr><td class="td25"><a href="#info1">Bladzijde 9</a></td><td class="td25">Brocmanner brief</td><td class="td50">bedoeld wordt: 'Willküren der Brockmänner, eines freyen friesischen Volkes'</td></tr>
+ <tr><td class="td25"><a href="#info2">Bladzijde 29</a></td><td class="td25">Brokmannerbrief</td><td class="td50">bedoeld wordt: 'Willküren der Brockmänner, eines freyen friesischen Volkes'</td></tr>
+ <tr><td class="td25"><a href="#info3">Bladzijde 31</a></td><td class="td25">Spraakleer</td><td class="td50">op (verwijderde) bladzijde 30 gespeld: 'spraakleer'</td></tr>
+ </tbody>
+</table>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Iets over de gramaticale beoefening
+der Friesche taal in haar geheelen omvang, by Albertus Telting
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IETS OVER DE GRAMATICALE BEOEFENING ***
+
+***** This file should be named 26846-h.htm or 26846-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/6/8/4/26846/
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net (This book was
+produced from scanned images of public domain material
+from the Google Print project.)
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/26846-h/images/p01.gif b/26846-h/images/p01.gif
new file mode 100644
index 0000000..6fec31f
--- /dev/null
+++ b/26846-h/images/p01.gif
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/f0001.png b/26846-page-images/f0001.png
new file mode 100644
index 0000000..efff46e
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/f0001.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0003.png b/26846-page-images/p0003.png
new file mode 100644
index 0000000..692467a
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0003.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0004.png b/26846-page-images/p0004.png
new file mode 100644
index 0000000..1b61626
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0004.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0005.png b/26846-page-images/p0005.png
new file mode 100644
index 0000000..8a34a96
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0005.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0006.png b/26846-page-images/p0006.png
new file mode 100644
index 0000000..f2a028d
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0006.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0007.png b/26846-page-images/p0007.png
new file mode 100644
index 0000000..7728001
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0007.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0008.png b/26846-page-images/p0008.png
new file mode 100644
index 0000000..c5c3fa1
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0008.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0009.png b/26846-page-images/p0009.png
new file mode 100644
index 0000000..438b036
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0009.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0010.png b/26846-page-images/p0010.png
new file mode 100644
index 0000000..a8c0c8d
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0010.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0011.png b/26846-page-images/p0011.png
new file mode 100644
index 0000000..c2e96ef
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0011.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0012.png b/26846-page-images/p0012.png
new file mode 100644
index 0000000..f5b3e6c
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0012.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0013.png b/26846-page-images/p0013.png
new file mode 100644
index 0000000..5c64dae
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0013.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0014.png b/26846-page-images/p0014.png
new file mode 100644
index 0000000..b928ebb
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0014.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0015.png b/26846-page-images/p0015.png
new file mode 100644
index 0000000..338fff3
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0015.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0016.png b/26846-page-images/p0016.png
new file mode 100644
index 0000000..11d446f
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0016.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0017.png b/26846-page-images/p0017.png
new file mode 100644
index 0000000..8180cc9
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0017.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0018.png b/26846-page-images/p0018.png
new file mode 100644
index 0000000..7c98ddc
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0018.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0019.png b/26846-page-images/p0019.png
new file mode 100644
index 0000000..7cd3c7f
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0019.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0020.png b/26846-page-images/p0020.png
new file mode 100644
index 0000000..8aaad89
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0020.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0021.png b/26846-page-images/p0021.png
new file mode 100644
index 0000000..936fb4d
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0021.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0022.png b/26846-page-images/p0022.png
new file mode 100644
index 0000000..be605d7
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0022.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0023.png b/26846-page-images/p0023.png
new file mode 100644
index 0000000..1d48555
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0023.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0024.png b/26846-page-images/p0024.png
new file mode 100644
index 0000000..ed5c8c2
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0024.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0025.png b/26846-page-images/p0025.png
new file mode 100644
index 0000000..1dea32f
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0025.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0026.png b/26846-page-images/p0026.png
new file mode 100644
index 0000000..40b5818
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0026.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0027.png b/26846-page-images/p0027.png
new file mode 100644
index 0000000..32d52e8
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0027.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0028.png b/26846-page-images/p0028.png
new file mode 100644
index 0000000..f2488bb
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0028.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0029.png b/26846-page-images/p0029.png
new file mode 100644
index 0000000..ab8a830
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0029.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0030.png b/26846-page-images/p0030.png
new file mode 100644
index 0000000..1ad6a9a
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0030.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0031.png b/26846-page-images/p0031.png
new file mode 100644
index 0000000..1220028
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0031.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0032.png b/26846-page-images/p0032.png
new file mode 100644
index 0000000..77f26c2
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0032.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0033.png b/26846-page-images/p0033.png
new file mode 100644
index 0000000..3a6769e
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0033.png
Binary files differ
diff --git a/26846-page-images/p0034.png b/26846-page-images/p0034.png
new file mode 100644
index 0000000..98bfec4
--- /dev/null
+++ b/26846-page-images/p0034.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..79286b0
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #26846 (https://www.gutenberg.org/ebooks/26846)