summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/26846-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '26846-8.txt')
-rw-r--r--26846-8.txt1392
1 files changed, 1392 insertions, 0 deletions
diff --git a/26846-8.txt b/26846-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..51bddbd
--- /dev/null
+++ b/26846-8.txt
@@ -0,0 +1,1392 @@
+The Project Gutenberg EBook of Iets over de gramaticale beoefening der
+Friesche taal in haar geheelen omvang, by Albertus Telting
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Iets over de gramaticale beoefening der Friesche taal in haar geheelen omvang
+
+Author: Albertus Telting
+
+Release Date: October 8, 2008 [EBook #26846]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IETS OVER DE GRAMATICALE BEOEFENING ***
+
+
+
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net (This book was
+produced from scanned images of public domain material
+from the Google Print project.)
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +IETS+
+
+ OVER DE
+
+ GRAMMATICALE BEOEFENING
+
+ DER
+
+ FRIESCHE TAAL
+
+ IN HAREN GEHEELEN OMVANG,
+
+ DOOR
+
+ Mr. A. TELTING.
+
+ (Voorgedragen in de Vergadering van het Provinciaal
+ Friesch Genootschap ter beoefening der Friesche
+ geschied-, oudheid- en taalkunde, gehouden
+ den 5den October 1840.)
+
+
+ TE _+WORKUM+_, TER
+
+ BOEKDRUKKERIJ VAN H. BRANDENBURGH.
+
+ =1843.=
+
+
+
+
+ +IETS+
+
+ OVER DE
+
+ GRAMMATICALE BEOEFENING DER FRIESCHE TAAL
+
+ IN HAREN GEHEELEN OMVANG.
+
+
+ Mijne Heeren! Zeer geachte Medeleden!
+
+»De vierde afdeeling, voor taal- en dichtkunde bestemd, stelt zich voor:
+de grammaticale beoefening der Friesche taal, in hare volle
+uitgebreidheid."--Zoo begint, M. H.! de beschrijving van de
+werkzaamheden der taalkundige afdeeling in de Wetten onzes Genootschaps,
+zoo als die den 26 September 1827, nu dertien jaren geleden, waren
+vastgesteld;--en die zelfde bepaling vinden wij in de herziene
+Genootschapswetten van 1835 terug.
+
+Wat heeft die _vierde_, of nu, sedert 1835, _derde afdeeling_, in dat
+tijdsverloop van dertien jaren, voor de grammaticale beoefening der
+Friesche taal gedaan? Heeft zij zich die taak met ijver aangetrokken,
+is zij dat werk met moed begonnen, heeft zij dat met volharding
+voortgezet, rijpen de vruchten van haren arbeid ter volkomenheid?--Of
+ging het hier als met zoo menige goede bepaling in menig reglement in
+ons vaderland, dat ze wel geschreven stond, maar niemand er verder meer
+om dacht?
+
+Liefst spaar ik U en mij zelven de beantwoording van deze vragen. Zij
+drongen zich aan mij op, toen ik rondzag naar eene stof, waarover ik in
+deze uwe vergadering, naar de mij door het lot aangewezene beurt, zou
+mogen spreken,--toen ik mij herinnerde, dat ik de eer heb tot de derde
+afdeeling van de Werkende Leden des Genootschaps te behooren, en
+bedacht, dat de behandeling van eenig taalkundig onderwerp misschien van
+mij verwacht mogt worden. Ik wil echter nu de vraag: wat de derde
+afdeeling, met betrekking tot de grammaticale beoefening der Friesche
+taal gedaan heeft? liever doen plaats maken voor eene andere: wat zij
+daarin zou behooren en vermogen te doen? Ik wil het verledene laten
+rusten, en spreken met het oog op de toekomst;--ik heb mij voorgesteld
+twee vragen aan uwe welwillende en bescheidene aandacht voor te dragen:
+
+I. Wat bedoelt de bepaling in ons Reglement met _grammaticale beoefening
+der Friesche taal in hare volle uitgebreidheid_?
+
+II. Wat kunnen en wat behooren wij, Leden van dit Genootschap, te doen,
+om ons in dezen te kwijten van onze taak?
+
+Vergezelt mij daarbij met uwe toegevendheid, die ik zoo zeer behoeve. Al
+wie toch aan anderen eenigen regel durft voor te stellen, behoort
+vooraf wel gewikt en gewogen te hebben, of hij zelf in staat en gezind
+zij, dien na te leven; en zoo iemand, ik ben van de geringheid mijner
+vermogens in dezen overtuigd. Verre zij dan van U het vermoeden, als of
+ik onbescheiden genoeg zoude zijn, om U mijne inzigten op te dringen,
+met de verwaande bedoeling, om U over te halen, die met mij te deelen.
+Beproeven wilde ik het slechts, of mijne gebrekkige voorstelling zooveel
+vermogt, om meer kundige liefhebbers der Friesche taal, dan ik ben, op
+te wekken, om haar in hare volle uitgebreidheid, gemeenschappelijk,
+grammaticaal te beoefenen.
+
+I. De eerste vraag, wier behandeling wij ons voorgenomen hadden: Wat
+wordt bedoeld onder grammaticale beoefening onzer taal in hare volle
+uitgebreidheid? scheidt zich natuurlijkerwijze in twee onderdeelen,
+uitgedrukt in deze twee vragen:
+
+1. Waaraan hebben wij te denken, als wij spreken van de Friesche taal
+_in hare volle uitgebreidheid_?
+
+2. Wat beteekent het, die taal _grammaticaal te beoefenen_?
+
+1. Is de Friesche taal dat dialect, hetwelk door de landlieden in dit
+gewest gesproken wordt, en, zoo men de beide _Stellingwerven_ met het
+_Bildt_ uitzondert, de algemeene volkstaal op het platte land van het
+_Wester-Lauwersche Friesland_ genoemd mag worden? dat dialect, vermengd
+en verbasterd, als het ten huidigen dage is, met Hollandsche woorden,
+taalvormen en spreekmanieren, verdrongen en onder den voet getreden door
+de bestuurders en leeraren des volks en der jeugd? Verdient deze
+tongval, die als eene geringe dienstmaagd zich schaamachtig schuil
+houdt, die in den kring van meer beschaafden en aanzienlijken zich niet
+durft te vertoonen, maar zelfs daar, waar zij nog geduld wordt, zich op
+de aannadering van elken stedeling, als schaamde zij zich haren
+boerschen opschik, vrijwillig en onopgemerkt verwijdert,--verdient deze
+den naam van _taal_, en is zij het, wier grammaticale beoefening men van
+ons verlangt?--Treurig is het gesteld, M. H.! met dit kostelijk erfdeel
+onzer vaderen, de taal! Niet te onregte vergeleek een onzer eerste
+Friesche vernuften[1] haar onlangs bij eenen ouden verwaterden boomstam,
+die uit de opdrijvende pollen in het waterland boven komt, en wel jaar
+op jaar groene twijgen en nieuwe uitloopers geeft, doch eindelijk
+wegkwijnt en sterft.--Doch de loop der gebeurtenissen heeft het zoo
+gewild; met de taal der Friezen moest het even zoo gaan als met hun
+afzonderlijk, onafhankelijk volksbestaan; beide zijn naauw aan elkander
+verbonden en ineen geweven, en dus ook de lotgevallen, het verval, de
+ondergang van beiden innig verknocht. Nadat de _Wester-Lauwersche_
+Friezen hunne volksvrijheid verloren, en onder het bewind van eenen
+vreemden, Saksischen Vorst, vreemde wetten en nieuwe instellingen
+ontvangen hadden,--vervolgens in de Nederlandsche staten van den
+Bourgondischen Vorst waren ingelijfd,--en eindelijk, na de
+gemeenschappelijke afwerping dier heerschappij, met deze hunne
+Nederduitsche bondgenooten, zich in één gemeenebest vereenigd
+hadden,--was van hun onafhankelijk en eigen volksbestaan niets dan eene
+schaduw overgebleven; en hoe zoude, na de algemeene invoering van het
+Nederduitsch in school en kerk, in geregtszalen en volksvergaderingen,
+de Friesche taal hare waardigheid hebben kunnen handhaven? Van
+lieverlede ook uit de kringen der aanzienlijken in de grootere steden
+verdrongen, werd de waan algemeen, dat het Friesch tot schrijftaal
+ongeschikt, voor de behandeling van meer verhevene en waardige
+onderwerpen weinig voegde, en alleen goed genoeg was, om in het
+boerebedrijf, bij het vee en den akkerbouw, gesproken te worden. Zoo
+werd dan de volkstaal inderdaad eene boerentaal, het Friesch in dit
+gewest werd boerenfriesch;--alleen de inwendige taalkundige
+voortreffelijkheid, die haar van nature eigen is, bewaarde haar voor de
+vernedering, van ooit in een boeren-patois te verbasteren, en zóó
+roemloos onder te gaan.
+
+Mij dunkt, M. H.! ook hier mogen wij weder tusschen taal en
+volkskarakter eene treffende analogie opmerken: of hebben niet de
+bewoners van dit gewest, hoezeer sinds meer dan drie eeuwen met die der
+overige vereende _Nederlanden_ tot één volk zamengesmolten, niet nog
+veel, van alle volksgenooten zeker het meest, van hunnen ouden
+kenmerkenden aard en zeden overgehouden? En gelijk wij nu dien fieren
+Frieschen geest wenschen te bewaren, te handhaven en te veredelen, niet
+om aldus een eigen volksbestaan te herkrijgen of te behouden,--eene
+gedachte, die elk verstandige belagchelijk en verwaand zoude
+noemen!--evenmin om ons door een kwalijk begrepen provincialismus van
+het gemeene vaderland af te zonderen, en binnen onze enge gewestelijke
+grenzen in te sluiten,--een toeleg, die den waren liefhebber van het
+vaderland even verderfelijk moet voorkomen, als de daar lijnregt tegen
+inloopende strekking, om, door wegneming van alle individualiteit, alles
+te amalgameren, hem tegen de borst is;--maar omdat die fiere geest ons
+krachtig kan helpen tot vermeerdering van ons volksgeluk, daar hij ons
+onze instellingen leert waardeeren en eerbiedigen, en het goede bewaren,
+dat nog in en onder ons is;--even zoo moet ook de Friesche landtaal, die
+nog ten huidigen dage onder de plattelandsbewoners eene levende taal is,
+door ons worden bemind en geëerbiedigd, als een kostelijk overblijfsel,
+als eene dierbare nalatenschap van dat vrije volk, hetwelk haar eens als
+volkstaal sprak, met welks aard en zeden zij op het naauwst was
+verknocht, welks fieren, krachtigen geest en zin zij in forsche,
+kernachtige klanken uitdrukte. Maar noch de taal, noch het volk, hebben
+wij in oorspronkelijke zuiverheid te zoeken in deze negentiende eeuw.
+Wij moeten daartoe hooger opklimmen, en dan kan ook het tegenwoordige
+Landfriesch ons helpen haar te vinden.--
+
+Het Friesche volk, als door eene betooverende aantrekking tot het water
+verlokt, gelijk de geleerde HALBERTSMA ergens schrijft[2], bewoonde de
+kustlanden der _Duitsche zee_. Van ten noorden den mond der _Eider_ tot
+aan de _Elbe_; van de _Wezer_ tot aan de _Schelde_, had dit
+uitgestrekte volk, schoon verdeeld in onderscheidene stammen, doch in
+taal, zeden en wetten één, zijne, meer dan eenig ander Germaansch volk,
+gevestigde woonplaatsen. Dáár is het, dat wij de oude onverbasterde
+Friesche taal moeten zoeken. In de wetboeken der volkstammen,
+grootendeels in de dertiende eeuw opgesteld,--het _Asegaboek_,
+bevattende het Landregt der Rustringer Friezen, die tusschen de _Jade_
+en de _Wezer_ gezeteld waren,--de _Brocmanner brief_ en het _Emsiger
+landregt_, tot het landschap, dat thans _Oostfriesland_ heet,
+behoorende,--het _Landregt van Hunsingo_, benevens dat van _Fivelingo_
+en het _Oldampt_,--en eindelijk _Der frya Fresena freeska landrjuecht_,
+meer bekend onder den naam van de _Oude Friesche wetten_, bevattende de
+verzameling der regten, welke in de landen van _Oostergoo_ en
+_Westergoo_ golden,--bezitten wij de bronnen, uit welke de echte en
+grondige kennis van de oude Friesche taal alleen kan worden verkregen.
+
+Maar tot de verkrijging dier kennis kan ons ook de naauwkeurige
+beschouwing van de nog levende overblijfselen dezer taal leiden en
+behulpzaam zijn. Het is niet in ons _Wester-Lauwersche Friesland_
+alleen, dat de taal nog leeft, en dagelijks gesproken wordt. Men vindt
+haar, hoewel sterk door het Deensch verbasterd, nog overig in de
+ommestreken van _Bredsted_, in het Hertogdom _Sleeswijk_, onder de
+afstammelingen der oude _Noord-_ of _Strand-Friezen_. Dat zij in het
+kleine _Sagelterland_, eene door moerassen ingesloten streek, aan den
+oostkant van _Oostfriesland_, nog in groote zuiverheid bewaard gebleven
+is, hebben de geleerde nasporingen van twee der verdienstelijkste en
+taalkundigste beoefenaren onzer grijze volksspraak onlangs aan het licht
+gebragt[3]. Men voege hierbij de Friesche dialecten van
+_Schiermonnikoog_, van _Hindeloopen_, en ons gewoon, ofschoon ook in
+fijne wijziging van uitspraak, en verscheiden gebruik van klinkers en
+medeklinkers, in verschillende streken van dit gewest verschillend
+_Landfriesch_,--en men zal wel alles hebben opgenoemd, wat van de oude
+Friesche taal, in den mond van het nog levend geslacht, is overgebleven.
+
+Die overblijfselen zijn, taalkundig, hoogst belangrijk. Niet alleen
+toch, dat het voor den taalvorscher eene hoogst aangename en leerrijke
+bezigheid is, om vergelijkend na te gaan, hoe de taal, na zoo vele
+eeuwen te zijn doorgegaan, hier dus, elders zoo is vervormd, hier deze,
+elders gene, vreemde indrukken en inmengselen heeft ontvangen, en op te
+sporen, wat in de tegenwoordige spreektaal tot het oude, oorspronkelijke
+wezen en karakter van die taal behoort, wat daaraan vreemd is, en bij
+eene taalkundige kritiek als onfriesch moet worden uitgemonsterd;--niet
+alleen, dat de vergelijking der nog bestaande dialecten behulpzaam kan
+zijn tot de woordvorsching, tot de bepaling der oorspronkelijke
+woordvormen, en dat zij licht verspreidt over de wetten der
+klankvorming;--maar ook, en dit dient wel in de eerste plaats in
+aanmerking te komen, de nog levende dialecten zijn inderdaad het eenige
+middel, om de kracht en beteekenis der letters, waarin wij de oude taal
+geschreven vinden, met onbetwistbare zekerheid te leeren kennen; zij
+bevatten het eenige zekere middel, dat ons tot eene zekere uitspraak
+leiden kan. De oudste taaloorkonden zijn in zeer eenvoudige en weinig
+zamengestelde, vaak ook bij verwante klanken elkander zonder vasten
+regel verwisselende, letterteekenen opgeschreven; de der tale kundige
+lezer wist, hoe hij ze moest uitspreken; hoe zouden wij het weten, zoo
+de onder ons overgeblevene volkstaal ons niet te hulp kwam, ons niet
+leerde, waar wij eene vokaal rond en vol, waar wij ze scherp of kort af,
+moeten uitspreken, welke medeklinkers wij vol uit, welke, en waar, wij
+ze slechts als ter loops moeten laten hooren? En van hoeveel gewigt dit
+onderwijs zij, beseft gewis ieder! Wat is toch eene taal zonder
+uitspraak? Hoe zou men in het innige wezen eener taal kunnen
+doordringen, als men ze zich niet hoorbaar vermogt voor te stellen?
+Hoeveel taalkundig juistere begrippen zou men zich van eene doode taal,
+van het Latijn, bij voorbeeld, vormen, indien men met de juiste
+uitspraak van hen, die ze spraken, ten volle bekend ware? Welke
+denkbeelden zou zich iemand van de Fransche, van de Engelsche, of eenige
+andere nog levende, taal vormen, zoo hij die wel uit eene _Spraakkunst_
+en _Woordenboek_ had leeren kennen, maar in hare uitspraak niet door een
+deskundige ware onderwezen geworden, en zich dus daaromtrent met de hem
+alleen bekende waarde van de letterteekenen in zijne moedertaal behelpen
+moest? Zouden niet louter wanklanken zijn gehoor, ja zelfs, als hij stil
+voor zich zelven las, zijne verbeelding pijnigen? En zouden onze oude
+Friesche oorkonden liefelijker in onze ooren klinken, zoo wij de levende
+dialecten niet konden raadplegen?
+
+Wij dan, die deze levende leermeesters kunnen vragen en raadplegen,
+vinden ons op een, ter verkrijging van eene innige kennis der taal, veel
+gelukkiger standpunt geplaatst, dan een WIARDA[4] of RASK[5], die, het
+Friesch als eene lang uitgestorvene taal beschouwende, wat de uitspraak
+betreft, vaak alleen mogten gissen[6]. Hetzij dan verre van ons,
+wanneer wij de echte Friesche taal in de oorkonden der 13de en 14de
+eeuwen zoeken, dat wij daarom hare overblijfselen in de nog levende
+dialecten zouden gering achten of verwaarloozen. Integendeel willen wij
+die overblijfselen, waar wij ze kunnen aantreffen, opsporen; de in deze
+dialecten geschreven stukken, hoe onbelangrijk anders van zakelijken
+inhoud ze ook soms mogen wezen, zoo ze slechts met getrouwheid de taal
+wedergeven, waarin zij zijn opgesteld, met zorgvuldigheid verzamelen; in
+ons Landfriesch zullen wij dan met des te grootere voldoening voor het
+eerst eenen zanger ontmoeten van hooge dichterlijke vlugt, die ons boeit
+mei zijne liefelijkheid, ons verrukt door zijne stoutheid, ons treft in
+zijne eenvoudigheid; doch wanneer wij de edele voortbrengselen van
+GIJSBERT JAPIX dichttalent met volle teugen genieten, dan zullen wij
+tevens, als bedachtzame taalbeoefenaren, ons in acht nemen, om niet alle
+door hem gebezigde woorden, ja zelfs niet al zijne woordvormen, voor
+echt Friesch te erkennen, maar veeleer er op bedacht zijn, de om in
+zijnen tijd gangbare, nu verouderde, door hem verfrieschte,
+Nederduitsche woorden op te merken en af te zonderen; en terwijl wij de
+kunst bewonderen, waarmede de Dichter getracht heeft Friesche klanken
+voor het oog aanschouwelijk te maken in Nederduitsche letterteekenen,
+zullen wij tevens moeten erkennen, dat zijne spelling de Nederduitsche
+spelling zijner eeuw is, zonder daarom nog gegrond te zijn in den
+eigenen aard van de Friesche taal. Ook hen zullen wij onze
+opmerkzaamheid niet onwaardig keuren, die in lateren tijd, of nog heden
+ten dage, hunne pen, in rijm of onrijm, aan de Friesche taal hebben
+gewijd; al moge JAN ALTHUYSEN[7] het talent niet bezitten, om ons hart
+te treffen, ja, al moesten wij hem alle aanspraak op den naam van
+dichter ontzeggen, toch zullen wij het hem dank weten, dat hij, honderd
+jaren na GIJSBERT, ons van den toestand der volkstaal, in zijne eeuw,
+een blijk heeft achtergelaten; al mogten wij het dwaasheid achten, dat
+hij het gewaagd heeft, zijne berijmde psalmen naast die van GIJSBERT te
+doen drukken, en al scholden wij hem gaarne de moeite kwijt, om beider
+werk door naamteekening te onderscheiden[8], toch zal het ons aangenaam
+zijn, de taalproeven uit het midden der 18de naast die uit het midden
+der 17de eeuw voor oogen te mogen zien. En wat de Friesche schrijvers
+van onzen tijd betreft: op hoogen prijs schatten wij de uitnemende
+dichtgaven van eenen SALVERDA[9],--welkom blijven ons de bijdragen van
+menig ander, nog levend, beoefenaar van dit dialect,--uit een taalkundig
+oogpunt, hechten wij de hoogste waarde aan de lappen, uit den
+snijderskorf van GABE, en aan hetgeen de verzorgers van de nagelatene
+pennevruchten van dien snedigen _skroor_, ons voorts nu en dan, als
+vruchten van hun eigen genie, gunstig gelieven mede te deelen, omdat,
+zonder in eenige vergelijking tusschen de inwendige zakelijke waardij
+van hun werk met dat van anderen te treden, niemand zeker met grooter
+getrouwheid en juister naauwkeurigheid de taal, de zeden, de denk- en
+spreekwijze, van de hedendaagsche Friezen uitdrukt.
+
+Doch ik zal mij in deze beschouwingen niet verder inlaten. Ik acht
+genoeg gezegd te hebben, om U, M. H.! te doen gevoelen, waaraan wij,
+mijns oordeels, te denken hebben, als wij spreken van de Friesche taal
+_in hare volle uitgebreidheid_.
+
+2. Wij gaan dan over tot de beschouwing der andere vraag: Wat het
+beteekent, die taal _grammaticaal_ te beoefenen?
+
+De bedoelingen, met welke eene taal beoefend wordt, kunnen zeer
+onderscheiden zijn. Veelal worden talen aangeleerd, met het oogmerk, om
+de boeken en geschriften, in dezelve opgesteld, te kunnen lezen en
+verstaan,--om met menschen, welke die taal spreken, te kunnen verkeeren,
+en zich, zoo op reizen als in handelsverkeer, verstaanbaar te kunnen
+uitdrukken. Bij die bedoeling is de taalkennis hulpwetenschap, de taal
+het middel, om een vroeger doel te bereiken. Zoodanige wetenschap, zoo
+ze dien naam verdient, kan gemeenlijk in genoegzame mate, door eene
+oppervlakkige beschouwing van den aard der taal, door eene
+lexicographische oefening van het geheugen verkregen, en door lezen en
+omgang aangekweekt worden, zonder dat een dieper dringen in de wetten en
+regels der taal daarbij onmisbaar vereischt wordt. Zoo zou men de
+Friesche taalkennis als hulpwetenschap kunnen beoefenen, zoo men zich
+daarbij eeniglijk ten doel stelde, om de oude Friesche wetboeken, als
+oorkonden van oudheid en regtskennis, te beschouwen. Anders is het
+gelegen met de _grammaticale_ beoefening van iedere taal, en van de
+Friesche in het bijzonder. De taal zelve is daarbij het doel der studie;
+de taal wordt om haar zelfs wille beoefend, en, ofschoon men zoo vele
+bijoogmerken daarbij kan toelaten, als men zich maar gelieft voor te
+stellen, toch blijft de kennis der taal het hoofddoel van den arbeid.
+Die arbeid moet derhalve wetenschappelijk en stelselmatig worden
+ingerigt. Vervelend zou ik voorzeker worden, M. H.! wilde ik hier uiteen
+zetten, hoedanig zulk eene stelselmatige beoefening der talen, in al
+hare deelen, behoort te worden ingerigt. Het is ook voor mijn oogmerk
+genoeg, U op eenige belangrijke punten te wijzen, bij de grammaticale
+beoefening van het Friesch, mijns oordeels, vooral te pas komende.
+Indien ik mij daarbij op kortheid bevlijtig, hoop ik van uwe aandacht
+niet te veel te zullen vergen, als ik U verzoek, ze mij daartoe eenige
+oogenblikken te verleenen.
+
+Het schijnt mij dan, in de eerste plaats, noodzakelijk toe, dat de
+beoefening onzer grammatica _historisch_ worde ondernomen. Uit het
+denkbeeld, dat ik van den omvang der taal getracht heb te geven, vloeit
+de noodzakelijkheid, altoos de belangrijkheid, eener _historische_
+behandeling voort. Het is toch niet eene, op dit punt des tijds
+bestaande, regelmatige schrijftaal, wier tegenwoordigen toestand men als
+een afgesloten geheel kan beschouwen en beschrijven. Ware zij dit, dan
+zou het nog steeds wetenschappelijk belangrijk zijn, historisch te
+onderzoeken, hoe, langs welke wegen, door welke veranderingen, zij tot
+haren tegenwoordigen stand gekomen ware;--doch dat historisch onderzoek
+zou dan niet zoo _volstrekt_ noodzakelijk zijn;--het ware dan mogelijk,
+van den tegenwoordigen staat, waar ze zich in bevindt, eene getrouwe,
+naauwkeurige schets te ontwerpen, welke aan de eischen der taalkunde
+eenigermate zoude kunnen voldoen. In den omvang, waarin wij U de taal
+hebben voorgesteld, is dit niet wetenschappelijk mogelijk; onze arbeid
+zoude eerder een Friesch idioticon, dan eene grammatica, opleveren. Doch
+van waar zullen wij dit historisch onderzoek beginnen? Zal het genoeg
+zijn, op te klimmen tot het begin der dertiende eeuw, om, wanneer wij
+bekend zijn geworden met den toestand der taal in dat tijdvak, de
+geschiedenis harer veranderingen en afslijtingen nederwaarts, tot den
+tegenwoordigen tijd, voort te zetten? Het is waar, van vroegeren tijd,
+dan het begin der dertiende eeuw, zijn geene handschriften tot ons
+overgebleven, en het zou dus al ligt kunnen schijnen een overtollige
+arbeid te zullen zijn, zoo wij naar den toestand der taal in een vroeger
+tijdvak wilden onderzoeken. Intusschen zouden wij toch, door niet hooger
+op te klimmen, slechts de helft harer geschiedenis gewaar worden; wij
+zouden onbekend blijven met haren oorsprong, en veel onverklaard, en als
+onverklaarbaar, moeten overlaten.--Het Friesch is een tak van den
+grooten Germaanschen taalstam; willen wij nu eene innige kennis van den
+aard van dezen tak verkrijgen, dan behooren wij de natuur van den stam,
+waaruit hij gesproten is, te kennen. En mogt het ons al onmogelijk zijn,
+tot den stam zelven op te klimmen, dan zal toch de bekendheid met
+andere, uit den zelfden stam uitgeschoten, takken, vooral van zoodanige,
+die wij digter aan hunnen oorsprong uit den gemeenen stam mogen
+gadeslaan, ons goede diensten bewijzen, om tot ons oogmerk te geraken.
+Wij verkeeren in het laatste geval. Of men ooit met eenigen schijn van
+naauwkeurigheid de taal zal leeren kennen, die door onze Germaansche
+voorvaderen gesproken werd, eer zij zich nog in onderscheidene dialecten
+verdeeld had, zullen wij het veiligst dienen over te laten aan de
+vlijtige nasporingen der geleerde mannen, welke de Indo-Germaansche
+taalstudie tot het doel van hun leven hebben gesteld. Doch het is ons
+vergund, kennis te maken met een Germaansch dialect, het
+_Moesogothisch_, waarin reeds zeer vroeg, omstreeks het jaar 360, door
+ULPHILAS, de Evangeliën zijn overgezet, en waarvan een goed deel ons in
+den _Codex argenteus_ is bewaard, en door den grooten JUNIUS is
+uitgegeven. Dit kostbaar overblijfsel brengt ons het naast tot den
+gemeenen stam terug.--Wij bezitten echter nog naauwer vermaagschapte
+taalverwanten, dan hen, die dit Moesogothisch gesproken hebben. Dezen
+toch bewoonden, toen de Bisschop ULPHILAS onder hen leefde, de
+landstreken van _Servië_ en _Bulgaria_, afschoon andere van hunne
+stamgenooten zich reeds veel vroeger in _Jutland_ en het zuidelijk
+gedeelte van _Zweden_ hadden neêrgezet. Doch het is een ander volk,
+welligt, ten tijde van deszelfs verblijf op het noordelijk Germaansche
+kustland, één met de Friezen, en van dezen uitgegaan, althans zeker met
+hen op het allernaauwste verwant, wier taal, veel vroeger dan de onze
+geschreven, ons meer dan eenige andere kan voorlichten. Het was
+omstreeks het midden van de 5de eeuw, dat dit volk _Engeland_
+overstroomde, en deszelfs oude bewoners onder het juk bragt,--en de
+oudste geschreven stukken in hunne taal, sedert bekend onder den naam
+van de _Angelsaksische_, klimmen op tot het laatste van die zelfde 5de
+eeuw. Het is dus meer dan waarschijnlijk, dat de Friezen, die tot deze
+volkplanters in de naauwste betrekking stonden, te dier tijde, behoudens
+geringe dialectsverschillen, met hen de zelfde taal zullen hebben
+gesproken; en de beoefening van dat oude Angelsaksisch, hetwelk zich
+bovendien door eene zeer rijke literatuur aanbeveelt, is alzoo voor de
+historisch-grammaticale beoefening van het Friesch volstrekt
+onmisbaar.--Nog komt bij zoodanige beoefening ook het _IJslandsch_ in
+aanmerking, ik bedoel die Skandinavische taal, die onder de algemeene
+benaming van _Danske tonge_, de taal was van die volkeren van het
+noorden, Deenen en Noormannen, welke, door hunne veelvuldige
+strooptogten, en somtijds langdurige overheersching, op de kustlanden
+der Friezen eenen zoo gewigtigen invloed oefenden, en te diepe indrukken
+achterlieten, dan dat men niet ook in de taal de sporen daarvan zou
+mogen opmerken[10].--En zoo volgt dan uit het gesprokene, M. H.! dat
+deze historische taalbeoefening, door ons opwaarts tot onze
+taalverwanten te voeren, tevens eene _etymologisch-_ of
+_analogisch-vergelijkende_ taalstudie met zich brengt.
+
+Doch niet alleen moeten wij opklimmen tot de bronnen der taal, zoo wijd
+wij kunnen, ook, nederdalende, behooren wij den loop des strooms tot op
+onze tijden te volgen. Wanneer wij de taal, in hare zuivere, nog weinig
+afgesletene, bewerktuiging, zoo als ze in de oudste stukken der 13de
+eeuw voorkomt, zullen hebben gadegeslagen,--de waardij harer eenvoudige
+letterteekenen zullen hebben vastgesteld,--hare regelmatige
+verbuigingen toegelicht,--hare eigenaardige woordvoeging nagegaan,--en
+ook haar prosodisch deel, allitteratie en rijm, beschouwd zullen
+hebben,--dan zal het de taak dezer historische grammatica worden, om de
+verandering, het verloop, de afslijting van dat alles, de vermenging met
+vreemde bestanddeelen, zoo als die van lieverlede zijn ontstaan en
+toegenomen, in de taaloorkonden van latere tijden aan te wijzen, en tot
+in de nog bestaande dialecten op den voet te volgen. Zoo zal deze
+beschouwing tot veelsoortige en belangrijke opmerkingen en uitkomsten
+kunnen leiden. Het zal duidelijk worden, dat, sints de taal opgehouden
+heeft als eene volksschrijftaal te bestaan, ook hare ware orthographie
+is verloren gegaan, en door eene, aan het taalkarakter vreemde, spelling
+vervangen is, geschoeid op den leest van de spelling van dat volk, onder
+hetwelk het Friesche dialect is overgebleven. Het zal blijken, dat,
+hoewel, even als in al de andere nieuwere talen van Germaanschen
+oorsprong, de verbuigingsvormen veelzijdig zijn afgesleten, en als het
+ware onmerkbaar geworden, daarvan evenwel in ons Landfriesch meer is
+overgebleven, dan bij eene oppervlakkige beschouwing welligt door menig
+een wordt verondersteld[11]. Dan zal het bewezen worden waarheid te
+zijn, dat, zoo men het nog onder ons levend Friesch ontledigen kon van
+al deszelfs Hollandsche inmengselen, het overblijvende gedeelte, ondanks
+alle afslijting, die er heeft plaats gehad, onmiskenbaar nog die zelfde
+taal is, in welke de Friezen in de 13de eeuw hunne kernachtige wetten
+hebben te boek gesteld, en dat het daarin, voor het misschien nog veel
+meer afgesletene Hollandsch, waarin toch wel ieder de taal van STOKE en
+MAERLANT ontdekken zal, geenszins behoeft onder te doen, en dus ook
+evenmin, als dat Hollandsch, den naam van patois verdient.
+
+Ik gevoel, dat ik, door het gesprokene in eenige voorbeelden meer
+aanschouwelijk te maken en dadelijk toe te passen, de duidelijkheid
+daarvan bevorderen zou; doch ik vermeen tevens, dat, èn de aard van de
+spreekbeurt, welke ik hier vervul, zoodanige afgetrokken grammaticale
+ophelderingen verbiedt, èn dat de tijd, mij, door uwe toegevendheid
+toegestaan, om te spreken, mij daarin verhindert. Ik moet mij dus
+tevreden stellen met de hoop, dat het mij gelukt moge zijn, duidelijk
+genoeg te hebben voorgesteld, wat het, mijns inziens, beteekent, de
+Friesche taal _in hare volle uitgebreidheid grammaticaal_ te beoefenen.
+
+Mogt ik mij met die hoop niet geheel te vergeefs gevleid hebben, dan
+zouden wij nu, in de tweede plaats, dienen over te gaan, tot het
+onderzoek:
+
+II. Wat wij, Leden van dit Genootschap, kunnen en behooren te doen, om
+ons te kwijten van de taak, die wij vrijwillig hebben op ons genomen, en
+wier aanvankelijke en gedeeltelijke vervulling althans met reden van ons
+mag worden verwacht?
+
+Die taak is verre van gemakkelijk, M. H.! Zij vordert eene vrij
+uitgebreide, langdradige en volhardende studie; zij vordert groote
+naauwkeurigheid en veel scherpte van opmerking; eene veelzijdige
+grammaticale kennis en bedrevenheid. Het is geen arbeid voor weken of
+maanden, maar een werk, dat vele jaren van inspanning vorderen zal. Moet
+ons dit vooruitzigt niet afschrikken, ons, wie het meerendeels niet
+gegund is, onzen tijd onverdeeld aan de beoefening der letteren te
+wijden, maar die, eerst verpligt onze krachten te wijden aan hetgeen
+beroep en ambt een ieder te doen geeft, slechts uitgespaarde uren voor
+de wetenschappen mogen afzonderen? Er bestaan, dunkt mij, twee
+omstandigheden, welke het gewigt van deze bedenking eenigzins kunnen
+verligten. De eerste is, dat de bedoeling onzer Genootschapsinstellingen
+van zelve medebrengt, dat wij dien arbeid, voor éénen te uitgebreid en
+te zwaar, onder elkanderen mogen verdeelen; dat wij ons met de
+verzameling, bijeenbrenging en bewerking der in dezen noodige
+bouwstoffen gezamentlijk mogen onledig houden; en mogt het ons niet
+vergund zijn, zelven het gebouw te voltooijen, die voltooijing gerust,
+in het bewustzijn van daartoe het onze te hebben bijgedragen, aan
+anderen mogen overlaten. De tweede gedachte, die onzen moed tot het
+opvatten dezer taak mag versterken, is, dat wij niet de eersten zullen
+zijn, die zich de grammaticale beoefening van de Friesche taal zullen
+aantrekken, dat anderen ons reeds in dit spoor zijn voorgegaan, en reeds
+veel hebben gedaan en geleverd, dat voor ons leerzaam, nuttig en
+bruikbaar kan zijn.
+
+Wij willen dien vóór ons gedanen arbeid vooraf kortelijk beschouwen, om
+na zulks de som te kunnen opmaken van hetgeen ons overblijft te doen.
+
+1. Bij de beschouwing van hetgeen door anderen vóór ons gedaan is,
+zullen wij voornamelijk op zoodanige geschriften te letten hebben, die
+met het kennelijk doel zijn opgesteld, om eene grammatica te leveren,
+zonder echter vele andere, die tot de grammaticale kennis der taal
+kunnen leiden en medewerken, met stilzwijgen voorbij te gaan.
+
+Wanneer wij dan, met billijken eerbied voor ouderdom van jaren, het
+eerst zullen noemen, die het eerst in het licht verschenen zijn, dan
+dient het allereerst gewaagd van het werk van den ouden Grammaticus,
+hetwelk GABBEMA, in het tweede deel zijner uitgave van GIJSBERT JAPIX,
+heeft opgenomen[12]. Het heeft betrekking tot het Landfriesch uit het
+midden der 16de eeuw: na de formatie van het meervoud der naamwoorden
+opgegeven te hebben, beuzelt de schrijver over de geslachten en
+naamvallen, wier bestaan hij, op den enkelen genitivus na, slecht weg
+ontkent, alsmede over de formatie van de vergelijkende trappen en de
+getallen der bijvoegelijke naamwoorden, over de verkleiningsvormen, de
+artikels en de telwoorden; alles zeer kort en oppervlakkig. Hier is
+achter gevoegd een brokstuk over de Friesche letters,--de schrijver
+handelt over de figuur der letters, en geeft de zonderlinge meening op,
+dat de Friezen eerst Grieksche karakters gebruikt zouden hebben; van
+runenschrift schijnt hij nooit iets gehoord te hebben[13]; vervolgens
+gaat hij de waarde der klinkers na, en gewaagt van de diphtongen. Deze
+beide stukjes zullen ons weinig leeren, misschien hebben zij nog eenige
+waarde, als bevattende taalproeven, die eene eeuw ouder zijn dan
+GIJSBERT JAPIX. Doch aan deze ontbreekt het ook overigens niet. Echter
+is het fragment ongetwijfeld van eene veel ervarener hand, dan het
+eerste stuk, en bevat over de uitspraak der vokalen eenige niet
+onbelangrijke opmerkingen. Wij leeren er, bij voorbeeld, uit, dat de
+Angelsaksische diphtong _eo_, toen dat stuk gesteld werd, in de Friesche
+taal nog bloeide, zoo als nog te _Hindeloopen_.
+
+De tweede, ons bekende, poging, om eene grammatica te leveren, is van
+den geleerden ECCO EPKEMA, den verdienstelijken uitgever van GIJSBERT
+JAPIX; doch het is er verre van daan, dat deze zoude zijn ingerigt op
+den voet, dien wij ons hebben voorgesteld; niet de Friesche taal in hare
+volle uitgebreidheid, alleen het Landfriesch vinden wij hier geschetst,
+en dan nog maar het Landfriesch, zoo als GIJSBERT JAPIX dat schreef. De
+reden is duidelijk. Als inleiding op zijn _Woordenboek_ op dien Dichter,
+was het geenszins zijn voornemen, »een volledig zamenstel van
+spraakkunst der Landfriesche taal te geven," hij achtte dit volstrekt
+onnoodig, »daar, weinige afwijkingen uitgezonderd,"--het zijn 's mans
+eigene woorden,--»de Landfriesche taal, zoo als wij ze bij onzen Dichter
+aantreffen, eene tamelijke overeenkomst heeft met de Nederduitsche, zoo
+als wij dezelve bij CATS, KAMPHUYZEN, en andere tijdgenooten van hem,
+lezen." Ziet daar het standpunt, waarop EPKEMA stond, en waaruit men het
+werk van dezen geleerden man moet beoordeelen,--meer als eene bijdrage
+tot de Nederduitsche taal, dan tot de zuiver Friesche. Zijne
+orthographie is dan ook even als die van den Dichter, de Hollandsche van
+de 17de eeuw; al wat hij zeer uitvoerig over de letters, klinkers,
+diphtongen, verdubbeling der klinkers en over de medeklinkers schrijft,
+is grootendeels Nederduitsch, enkele belangrijke opmerkingen over de
+litterae prostheticae en epentheticae, of klikletters, zoo als hij ze
+noemt, en over de weglating in uitspraak, en de verwisseling der
+letters, raken het Friesch meer bijzonder, en kunnen tot ons doel
+gebruikt en vergeleken worden. In zijne behandeling der naamwoorden
+volgt hij den ouden Grammaticus, doch alleen, om hem telkens teregt te
+wijzen. Bij de verbuigingen der naam- en werkwoorden geeft hij ons
+alleen die van zijnen Dichter op, zonder tot de oorspronkelijke vormen
+op te klimmen, of, klimt hij al hooger op, dan nog bepaalt hij zich tot
+de taal der _Oude Friesche wetten_, als behoorende tot het dialect van
+ons gewest, doch ongelukkig, onder de oude taaloorkonden van lateren
+oorsprong, min zuiver, meer met Nederduitsch vermengd, dan bij voorbeeld
+het oudere _Asegaboek_ en _Emsiger landregt_.--Voor zoo verre dan onze
+GIJSBERT JAPIX mag gehouden worden voor den vertegenwoordiger van den
+staat van het Landfriesch dialect, zoo goed en kwaad, zuiver en
+vermengd, oorspronkelijk en afgesleten, als het zich in het midden der
+17de eeuw vertoonde,--even zoo ver mag EPKEMA voor den naauwkeurig
+grammaticalen beschrijver van dat dialect gelden, in wiens arbeid echter
+de historische studie der zuiver Oud-Friesche bronnen te veel wordt
+gemist.
+
+Het is voor de Friesche grammatica een onschatbaar voorregt geweest, dat
+de beroemde Deensche taalkundige RASMUS RASK, door en na het schrijven
+zijner _Angelsaksische spraakleer_, op het gelukkig denkbeeld gekomen
+is, om ook eene _Friesche spraakleer_ zamen te stellen. Zij kwam in
+1825, in het Deensch, in het licht[14], en werd in 1832, door ons
+geleerd Medelid den Heer HETTEMA, in het Nederduitsch[15], en in 1834,
+door Professor Buss, te _Freiburg_, in het Hoogduitsch, overgezet en
+uitgegeven[16]. Dit is de eerste, en tot nog toe de eenige, zuiver
+Friesche grammatica, welke wij bezitten, uit de oudste schriftelijke
+gedenkstukken geput. Uitvoerig behandelt deze groote taalkundige de
+letters, en derzelver waarde en uitspraak, waarbij echter valt op te
+merken, dat onbekendheid met ons Landfriesch hem dikwijls heeft doen
+dwalen, waar de bekendheid met dat dialect hem gemakkelijk zou hebben te
+regt geholpen, en dat hij in de vokaalspelling tot toonteekenen de
+toevlugt heeft moeten nemen, welke hij eveneens, bij veronderstelde
+bekendheid zijner lezers met onze landtaal, zeer wel zoude hebben kunnen
+ontberen; dat hij gedurig, tot het bepalen der klanken, zijne toevlugt
+moet nemen tot het Angelsaksisch en IJslandsch, terwijl intusschen de
+klankbepaling in eerstgemelde taal, zoo als de Heer HALBERTSMA
+overtuigend heeft aangewezen[17], juist omgekeerd, het best uit ons nog
+levend Friesch kan worden opgemaakt. Omtrent de verbuigingen der
+naamwoorden en werkwoorden heeft hij taalkundig-regelmatige wetten
+voorgesteld, gegrond op hetgeen hij daaromtrent in zijne _IJslandsche en
+Angelsaksische grammatica's_ had opgegeven, het hoofdverschil der
+verbuigingen daarin zoekende, of de woorden in eenen klinker of
+medeklinker eindigen, of althans oorspronkelijk geëindigd hebben; de
+eerste noemt hij de opene, en de tweede de geslotene hoofdsoort (GRIMM
+noemt de _opene_ van RASK _zwakke_, de _geslotene_ bij RASK _sterke_,
+_Recensie_, S. 88); intusschen ontdekt men bij de naauwkeurige
+beschouwing dezer vormleer eene zoo groote menigte uitzonderingen, dat
+men aan de vastheid en waarheid der voorgestelde regels begint te
+twijfelen, en het mij althans voorkomt, dat dezelve nog wel eens aan
+eene streng beproevende kritiek mogen worden onderworpen[18]. Voor het
+overige geeft deze spraakleer ons eene getrouwe schets van de taal, zoo
+als die in het _Asegaboek_ en den _Brokmannerbrief_, als het oudste en
+zuiverste Friesch, voorkomt, met analogische verwijzing naar het
+Angelsaksisch en IJslandsch, en met aanhaling hier en daar van het nog
+levende Noordfriesch; doch zij kan geene aanspraak maken op den naam van
+eene historische grammatica, waarin op alle dialecten acht geslagen, en
+ook het verloop der taal aangewezen is.
+
+Eindelijk mag, bij de vermelding der grammatica's, geenszins worden
+verzwegen de belangrijke schets van het Sagelterlandsche Friesch,
+gevoegd bij de _Reis_ naar dat land van de Heeren HETTEMA en POSTHUMUS;
+wij worden daar op eene korte en duidelijke wijze met dat dialect bekend
+gemaakt, en deze arbeid is voldoende, om hem, die zich met eene
+algemeene Friesche spraakleer mogt willen bezig houden, in staat te
+stellen, om van dit dialect een noodig en nuttig gebruik te maken.
+
+Volgens schrijven van den Hoogleeraar RASK, in de _Voorrede_ tot zijne
+_Spraakleer_, heeft de Heer B. BENDSEN, te _Ærøskøbing_, met groote
+vlijt en naauwkeurigheid eene uitgebreide _Spraakleer_ van het
+Noordfriesch verzameld; welk werk echter, zoo veel ik weet, nog niet
+door den druk is gemeen gemaakt[19].
+
+De orthographie is een belangrijk deel der grammatica. Hoe zou ik dan,
+M. H.! na U de bestaande spraakkunsten, zoo verre mij bekend, te hebben
+opgenoemd, mogen nalaten, U het schoone stukje over de spelling van den
+Heer HALBERTSMA te herinneren, geplaatst in den jaargang voor 1834 van
+het _Friesche Jierboeckjen_? Eenvoudig en duidelijk is die poging, om
+den rijkdom van ons Landfriesch in letterteekenen uit te drukken. Alle
+onnutte en verwarring barende bijvoeging van veelvuldige klinkers,
+waarin GIJSBERT JAPIX zich wel eens te buiten ging, is daarbij vermeden;
+de letters, welke in ieder woord, krachtens zijnen aard en grondvorm,
+behooren, hoewel in de uitspraak onderdrukt of weggelaten, worden daar
+meerendeels aan hetzelve terug gegeven; in het kort, de taal eenparig
+zoo geschreven, wordt voor den taalkundigen Nederduitschen aanschouwer
+klaar en bevattelijk. Intusschen houde men bij de groote
+voortreffelijkheid dezer proeve nog steeds in het oog, dat ook deze
+spelling meer op de Nederduitsche, dan op de Oud-Friesche, gegrond is;
+de bedoeling van het opstel maakte dit noodzakelijk; voor lezers, aan de
+Hollandsche spelling gewoon, wenschte men het Friesch aanschouwelijk
+voor te stellen, en uit dat oogpunt beschouwd, was deze wijze van
+handelen de eenige, die het doel kon doen treffen. Vraagt men echter, of
+zij ook taalkundig goed te keuren is, dan zou ik daarop geen in allen
+deele toestemmend antwoord durven geven. Mogt bij de vraag, hoe men dan
+tegenwoordig het Landfriesch moet spellen, mijne geringe meening iets
+gelden, ik zoude niet de spelling voorstaan, die men in het _Asegaboek_
+of het _Emsiger landregt_ aantreft, even min als ik verlangen zoude, dat
+men het tegenwoordige Hollandsch ging schrijven eveneens als MAERLANT,
+VAN HELU of STOKE, in hunnen tijd deden; maar, gelijk de Nederduitsche
+spelling van onzen tijd gegrond is, altoos gegrond behoorde te zijn, op
+die van deze ouden, als overeenkomstig met den aard der taal,--zoo zou
+ik ook meenen, dat wij de spelling van het Landfriesch behoorden te
+gronden op de oude spellingwijze onzer voorvaderen. Ik zoude, wilde men
+een voorbeeld, naar het tegenwoordige Deensch verwijzen; die taal is
+eene, hoewel verbasterde, dochter van het oude IJslandsch, even als ons
+Landfriesch het is van het oud Friesch; de spelling van dat IJslandsch
+en van ons oud Friesch komen naauw met elkander overeen; in uitspraak
+zweemt ons Landfriesch, in meer dan een opzigt, sterk naar het
+tegenwoordige Deensch, en ik zou uit dien hoofde eene proeve
+allerbelangrijkst achten, die ons het Landfriesch eens in Deensche
+spelling voorstelde; ik geloof dat men bevinden zou, dat zoodanige
+spelling met den aard der taal meer overeenkomstig zijn zou, dan de
+thans in zwang zijnde gewijzigde Hollandsche.
+
+Doch keeren wij van deze uitweiding terug tot de verdere vermelding van
+den arbeid die, reeds vóór ons gedaan, ons tot de zamenstelling eener
+grammatica zou kunnen helpen. Na de opnoeming der grammatica's kunnen
+wij kort zijn. Immers, het _Oud Friesch woordenboek_ van den geleerden
+WIARDA, dat, hoe onvolledig ook, op sommige artikels zeer rijk
+is[20],--de _Aanteekeningen_ op de _Friesche wetten_, door WIERDSMA en
+BRANDTSMA, die op het _Asegaboek_, door WIARDA, op het _Oostfriesche
+landregt_, door VON WICHT, op het _Emsiger landregt_, door
+HETTEMA,--kunnen en behooren bij de studie van de bronnen der taal
+geraadpleegd te worden. In de _Aanteekeningen_ van HOEUFFT, op de
+_Friesche spreekwoorden_, en omtrent de naamsuitgangen van plaatsen, in
+het _Idioticon_ van WASSENBERG, en soortgelijke stukken meer, vindt men
+hier en daar belangrijke opmerkingen verspreid. Mogt een gunstige
+zamenloop van omstandigheden het nog eens toelaten, dat wij ons zouden
+mogen verheugen in de uitgave van HALBERTSMA'S _Lexicon Frisicum_, wij
+zouden dan eenen schat van etymologische kennis voor ons geopend zien,
+waarin wij de verwantschap en geschiedenis van elk Friesch woord zouden
+mogen nasporen; thans willen wij met de schoone proeven, in het berigt
+omtrent de Wachtendonksche psalmen, ons voordeel doen, en niet
+ongebruikt laten, wat die geleerde, in het _Voorwerk_ voor BOSWORTHS
+_Anglo-Saxon dictionary_, over de verwantschap van die taal met de onze,
+gegeven heeft.
+
+2. Ziet daar dan, M. H.! het voornaamste van hetgeen vóór ons gedaan
+is;--wat blijft er nu voor ons te doen overig? dit was de laatste vraag,
+waarbij wij ons nog moeten bepalen.
+
+Het komt mij dan bescheidenlijk voor, M. H.! dat, na alles wat reeds
+voor ons gedaan is, de grammaticale beoefening der Friesche taal in
+hare volle uitgebreidheid nog steeds aanprijzing verdient, want dat
+wij nog geene historische en analogische grammatica bezitten. En het
+werk dat ons te doen zoude staan, wilden wij in die behoefte voorzien,
+zou dunkt mij moeten bestaan in drie deelen; vooreerst _verzamelen_, dan
+_vergelijken_, en eindelijk _rangschikken_. Wij zouden met het bepaalde
+doel, om bouwstoffen tot eene grammatica te verzamelen, moeten lezen
+alle taaloorkonden, die nog voorhanden zijn, te beginnen met het oudste;
+uit elk afzonderlijk moesten wij alles opteekenen, wat tot de verbuiging
+der naam- en werkwoorden en voornaamwoorden, tot het regimen der
+voorzetsels, en wat dies meer zij, betrekking heeft; die lezing zou ons
+tevens in de gelegenheid stellen, om allerlei grammaticale
+bijzonderheden op te merken en aan te teekenen; de aanteekeningen uit
+ieder afzonderlijk werk genomen moesten afzonderlijk gehouden, en
+geenszins met die uit een ander werk vermengd worden, ten einde niet in
+het gevaar te geraken, van misschien verschillende dialecten, die zeker
+reeds zeer vroeg bestaan hebben, ondereen te mengen. Dit verzamelen nu
+zou een arbeid zijn, waartegen voorzeker menig een zou terug deinzen,
+zoo hij dien geheel alleen ondernemen moest; doch juist eene vereeniging
+als de onze zou zulken arbeid ligter maken; wanneer, bij voorbeeld, van
+drie personen, een de naamwoorden, een ander de werkwoorden op zich nam,
+een derde zich met de overige rededeelen bezig hield, zou zulk eene
+eendragtige inspanning gemakkelijker tot het doel leiden; op één
+belangrijk punt zou bij zulk eene verdeeling, dunkt mij, gelet moeten
+worden, dat namelijk diegene, welke eenmaal met eenig bepaald rededeel
+belast was geworden, zich met dat zelfde onderwerp bij voortduring
+bleef belasten, tot dat al de onderscheidene voorhanden zijnde stukken
+doorgelezen, en de uittreksels uit elk derzelve verzameld waren.
+
+Als dan al de bouwstoffen uit alle nog aanwezige oude stukken verzameld
+waren, dan eerst zou het tweede deel van den arbeid, de _vergelijking_,
+moeten worden ondernomen. Die vergelijking behoorde drieledig te zijn.
+Vooreerst moesten de verzamelde bouwstoffen onderling worden vergeleken,
+waardoor men een zamenstel zoude verkrijgen van de verschillende vormen,
+in onderscheidene gelijktijdige, of althans in tijd weinig
+verschillende, dialecten. Daarna moest die vergelijking, bij opklimming,
+plaats vinden met de verwante talen, vooral met het Angelsaksisch. En
+eindelijk, in de derde plaats, kon men overgaan tot de vergelijking met
+de nog bestaande dialecten ieder afzonderlijk, waarbij dan wel in het
+oog moest worden gehouden, dat niet het Hindeloopersch met het gewoon
+Landfriesch, noch dit met het Sagelterlandsch, het Schiermonnikoogsch of
+het Noordfriesch vermengd, maar elk derzelve behoorlijk onderscheiden
+werd. Men zou dan voorzeker bespeuren, hoe het een der nieuwere
+dialecten meer doorgaande sporen van overeenkomst met dit onder de
+oudere, het andere weêr met eenig ander, zou opleveren; en langs dezen
+weg zou het mogelijk worden, eene volledige Friesche spraakkunst,
+analogisch, historisch, en met in acht neming der verschillende
+dialecten, zamen te stellen. Dat was het derde deel, het doel van den
+voorbereidenden arbeid, de _rangschikking_ van het verzamelde en
+vergelekene. Hier zou men nu het werk van den geleerden RASK ten
+grondslag kunnen leggen. De eigen verzamelde bouwstoffen gebruikende,
+zou men zijn voordeel kunnen doen met zijne volgorde,--voor zoo verre
+het niet bij de bewerking mogt blijken, dat eene afwijking verkieslijk
+ware,--ook met zijne opmerkingen, en die van anderen;--dan zou het
+blijken, of men in de vormleer genoegzaam doorgaande regels zou vermogen
+op te geven; of die, door RASK voorgesteld, aannemelijk zijn; dan of het
+misschien nog steeds veiliger bleef, om, op het voetspoor van GRIMM, nog
+maar alleen de voorkomende vormen als zoo vele bestaande grammaticale
+facta op te geven, en den stand der wetenschap nog niet rijp te achten
+voor het bepalen van vaste vormregels. En bij dat alles zoude men steeds
+elk afzonderlijk onderwerp historisch, en, door alle dialecten heen,
+vergelijkend moeten behandelen.
+
+Ziet daar, M. H.! in korte en algemeene trekken,--in bijzonderheden toch
+mag ik niet treden,--U voorgesteld, wat, naar mijne geringe meening,
+door ons zou behooren te worden gedaan, zoo wij de Friesche taal in hare
+volle uitgebreidheid grammaticaal wilden beoefenen!--Het verdient zijnen
+lof, zich de nog altijd schoone taal, die in dit gewest op het platte
+land gesproken wordt, zoodanig te hebben eigen gemaakt, dat men daarin
+met sierlijkheid, regelmatigheid en naauwkeurigheid, de pen weet te
+voeren;--het is hoogst belangrijk, de regtsoorkonden onzer vrije
+voorvaderen vlijtig te hebben beoefend, die te verstaan, haren zin te
+vatten, en deze kennis aan regts- en oudheidkunde dienstbaar te
+maken--het is nog meer te prijzen, zoo bij die regts- en oudheidkundige
+beschouwing taalkundige opmerkingen worden gevoegd;--doch wie zich
+daarbij bepalen wil, bij al den lof, die hem moge toekomen, van hem mag
+nog niet gezegd worden, dat hij de taal in hare volle uitgebreidheid
+grammaticaal beoefent.--
+
+Ik herhaal het, M. H.! ik wensch niemand mijne inzigten of meeningen op
+te dringen, nog minder mij diets te maken, als had ik den waren weg tot
+die beoefening gevonden en aangewezen, het allerminst U in den waan te
+brengen, als of ik mij zelven bekwaam achten zou, dien weg met
+standvastigen moed te bewandelen;--gelukkig genoeg zoude ik mij achten,
+zoo ik door deze pligtmatige voorlezing bij sommigen Uwer de
+opmerkzaamheid mogt hebben gaande gemaakt, zoo niet de aandacht
+gevestigd op een onderwerp, dat aan de Werkende Leden der derde
+afdeeling, als het hoofddoel hunner bemoeijingen, door onze wetten is
+voorgesteld.
+
+[1] J. H. HALBERTSMA, in het _Foärwird_ voor de _Twigen uwt ien âlde
+stamme, Dimter 1840_.
+
+[2] Op blz. XLVII der _Preface_ voor Dr. J. BOSWORTHS _Dictionary of the
+Anglo-Saxon language, Lond. 1838_.
+
+[3] Jr. Mr. M. HETTEMA en Ds. R. R. POSTHUMUS, _Onze reis naar
+Sagelterland, Franeker 1836._
+
+[4] _Altfriesisches Wörterbuch_, Vorrede, § 33: »Dieser alten
+Friesischen Sprache, welche nunmehr völlig ausgestorben ist," en § 34:
+»Die Sprache des gemeinen Mannes, in der Niederländischen Provinz
+_Friesland_, und besonders in _Hindelopen_ und _Mulquerum_ nennt man die
+Friesische.--Ich habe mich darauf nicht einlassen können, damit ich das
+Neuere nicht mit dem Alten verwechsele."
+
+[5] _Hollandsche vert. der Spraakleer_, blz. XVI: »Het Friesch, dat nu
+bijna niet meer bestaat, en in eenige honderde jaren niet meer gesproken
+is, maar alleen een aantal verwarde en strijdige mondelijke taalsoorten,
+in de landschappen, welke van het Friesche volk of diens nakomelingen
+bewoond worden." En blz. 7: »De uitspraak van eene uitgestorvene taal
+naauwkeurig te bepalen, is wel niet zeer gemakkelijk; veel kan ons
+evenwel de overeenstemming met het Noord-Friesch en Hollandsch, alsmede
+het Angelsaksisch en Islandsch, met zekere waarschijnlijkheid leeren."
+
+[6] Zie zulke gissingen bij RASK, _Holl. vert._, blz. 5, omtrent de
+uitspraak van _ae_ en _oe_,--fouten, blz. 3, _makia_, _capia_, lees:
+_makja_, _k[oe]pja_, daar _ma-ki-a_, _ca-pi-a_, verg. GRIMM, Recensie
+van RASK, beneden te vermelden, S. 104,--twijfelingen of _ier_, jaar,
+_jér_ of _iir_ moet gelezen worden--dadelijke fouten, blz. 3, dat de
+_v_, als medeklinker tusschen twee vokalen, de Nederl. en Latijnsche
+_w_, niet de Hoogd. en Holl. _v_ zouden zijn! Verg. GRIMMS _Recensie_,
+S. 94;--blz. 16, de _a_ in _cap_, _rad_, _dad_, _bam_, tot de doffe _å_
+gemaakt; (»welke woorden thans door" enz., is eene bijvoeging van
+HETTEMA. Verg. BUSS, _Hoogduitsche vertaling_, beneden te vermelden, S.
+29, § 13) enz. Alle welke mistastingen, bij kennis van ons _levend_
+Friesch, onmogelijk geweest zouden zijn.--Zoo verkeerd is het, van den
+vreemdeling het _onze_ te willen leeren! Doch zoo is het dan ook onze
+pligt, gelegenheid te geven, dat men niet tot den vreemdeling zijne
+toevlugt behoeve te nemen.--Intusschen erkent RASK het voortdurend
+bestaan van Friesche dialecten, zie BUSS, S. 11, 12, doch zijne fout is,
+dat hij ons dialect, wat de uitspraak betrof, niet kende, en ook in
+allen gevalle niet genoeg gewaardeerd heeft. S. 16, _eine Art
+Volkssprache_.
+
+[7] _Friesche rymlery. Liouwerd 1755._
+
+[8] JAN ALTHUYSEN, heeft, in het 2de deel zijner _Rymlery_, de 150
+psalmen DAVIDS, in Friesche berijming, opgenomen, doch alleen die, welke
+door GIJSBERT waren overgeslagen, zelf berijmd, en de door dezen
+berijmde, op hare plaats, tusschen de zijne in laten drukken, beider
+werk door naamsonderteekeningen onderscheidende. Zoo ver het mij gelust
+heeft, dit na te gaan, is ALTHUYSEN getrouw gebleven aan de versmaat van
+DATHEEN'S berijming, misschien om de zijne zoo voor het gezang, naar de
+toen gebruikte zangwijzen, meer geschikt te maken.
+
+[9] _Hiljuwns uwren fen J. C. P. SALVERDA, Schoallemaester to Wons.
+Ljeauwerd 1834._
+
+[10] Ook komt hier in aanmerking de geographische ligging der Friezen
+naast de Jutten,--uit welk oogpunt men het Friesch als overgangstaal
+tusschen het Saksisch en Noordsch kan beschouwen, zie GRIMM, _Recensie_,
+S. 91. RASK (BUSS, S. 6 seqq.), die daar echter meer het verschil dan de
+overeenkomst tusschen Friesch en IJslandsch, aantoont.
+
+[11] Zoo is, b. v., nog de oude Friesche genitivus bij ons in bloeijend
+gebruik: _amme bread smekt swieter as memme koeke_, waarin _amme_ en
+_memme_, de nu wel verstompte, maar toch in de woordvoeging onveranderd
+geblevene oude genitivi, _amma_ en _memma_ zijn. De Fries zegt niet
+_JANS boek_, maar _JANNE boek_, het boek van JAN; en dit niet enkel op
+het land, maar ook in die steden, waar de vreemdeling niet al, wat
+eigenaardig is, geheel verdrongen heeft. Even zoo in plurali, _minskene
+dwaen_, _famne_, voor _fammene_, _dertenheit_, geheel overeenkomstig het
+oude _Liodena werstal_, _Fresena riuchtboek_ enz.
+
+[12] »Quaedam ad Grammaticam spectantia, linguam Phrysicam, et prima
+elementa, ante centum quinquaginta et quod excurrit annos conscripta,"
+fol. 3-13: En daarachter: »Fragmentum de literis Frisicis," fol. 14-21.
+
+[13] Ik wil niet beweren, dat de Friezen runenschrift gehad hebben, want
+ik ben er nog niet van overtuigd, dat het zich laat bewijzen; doch sints
+er Angelsaksische runen ontdekt zijn, is het althans niet
+onwaarschijnlijk.
+
+[14] _Frisisk Sprogläre, udarbejdit efter samme Plan som den Islandske
+og Angelsaksiske. Kiöbenhavn 1825._ Gerecenseerd door J. GRIMM, _Gött.
+Anz., 1826_, 9te-12te Stück.
+
+[15] Welke er wel eens iets van het zijne heeft bijgevoegd, zonder dit
+te melden, zoo als mij eene vergelijking met de vertaling van Dr. BUSS
+geleerd heeft.
+
+[16] _Frisische Sprachlehre, bearbeitet nach dem nämlichen Plane, wie
+die Isländische und Angelsächsische, von R. RASK, aus dem Dänischen
+übersetst, und mit einem Vorwort, über die Wichtigkeit des
+Sprachstudiums für eine gründliche Forschung im Gebiete der Rechts- und
+Staatswissenschaften begleitet_, von Dr. F. J. BUSS, Professor zu
+_Freiburg. Freiburg 1834_.
+
+[17] In de boven aangehaalde _Preface_ op Dr. BOSWORTHS _A.-S.
+dictionary_.
+
+[18] Verg. GRIMM, _Recensie_, S. 99, b. v. _seke_, dat volgens RASK, §
+86, bij BUSS, p. 50 en 51 (want bij HETTEMA, p. 47, is hier veel
+uitgelaten, of elders gezet?) verbogen zou worden als _dede_, en dan in
+genit. plur. hebben moest _deda_, heeft daarentegen _sekena_. Zie VON
+RICHTHOFEN, _W. B._, voce _seka_.
+
+[19] Bij deze opsomming der bestaande spraakkunsten had nog gevoegd
+moeten worden L. TEN KATE'S _Schetse van de Land-Vriesche dialect,
+vergeleken tegen onze Nederduitsche_, te vinden in het I deel zijner
+_Aanleiding_, blz. 699-710.--Ook had reeds J. GRIMM, in zijne _Deutsche
+Grammatik_, 2te Ausgabe, het Oudfriesch vergelijkend met de verwante
+taaltakken beschouwd, welke beschouwing, wat betreft de vokalen, in de
+in 1840 in het licht verschenen 3te Ausgabe, S. 402-420, aanmerkelijk is
+verrijkt en uitgebreid.
+
+[20] Eerst na het voorlezen van dit stukje werd ik bekend gemaakt met
+het _Glossarium der friesischen Sprache, besonders in nordfriesischer
+Mundart, von N. OUTZEN, Kopenhagen 1837_, uitgegeven door de
+Hoogleeraren ENGELSTOFT en MOLBECH, uit wier Voorrede ik ook toen eerst
+gezien heb, dat reeds in 1817 het Koninklijk Deensch Genootschap eene
+hoogst belangrijke prijsvraag had uitgeschreven, ȟber die
+Beschaffenheit und Geschichte der friesischen Sprache, ihr Verhältniss
+zu den übrigen deutschen und nordischen Idiomen, ihre Mundarten und ihr
+Schicksal, Ausdehnung und jetzigen Bestand auf der cimbrischen
+Halbinsel," waarop echter geen voldoend antwoord schijnt te zijn
+ingekomen.--Ik kon in mijne voorlezing nog geen gewag maken van het
+hoogverdienstelijk _Altfriesisches Wörterbuch_, waarmede Dr. KARL,
+Freiherr VON RICHTHOFEN in 1840 de Friesche literatuur heeft verrijkt,
+zeker het beste en volledigste werk van dien aard, dat tot nog toe het
+licht zag, te hooger te waarderen, daar de geleerde schrijver hetzelve,
+even als zijne met zoo veel arbeids verzamelde en zoo voortreffelijk
+uitgegevene _Friesische Rechtsquellen_ (_Berlin 1840_), slechts als
+eenen noodzakelijken voorarbeid wil beschouwd hebben voor de Friesche
+regtsgeschiedenis, welke hij in het licht denkt te geven.
+
+
+
+
+ +--------------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend |
+ | hersteld. Bladzijde-nummering is verwijderd. |
+ | |
+ | De voetnoten op elke bladzijde zijn naar het eind van het boek |
+ | verplaatst. |
+ | |
+ | De in het origineel als uitgespatieerde weergegeven tekst is in |
+ | dit e-boek weergegeven als +uitgespatieerd+. |
+ | Het cursief is weergegeven als _cursief_. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst: |
+ | (NB. regel 1 = 4 witregels voor begin titel): |
+ | |
+ | Plaats Bron Correctie |
+ | |
+ | Regel 77 1. I. |
+ | |
+ | Regel 80 2. II. |
+ | |
+ | Regel 451 MAARLANT MAERLANT |
+ | |
+ | Regel 617 [Hele bladzijde 30] [Bladzijde 30 verwijderd |
+ | (bladzijde 30 & 31 zijn op |
+ | 1 hoofdletter na identiek)] |
+ | |
+ | Regel 732 , . |
+ | |
+ | Regel 795 Alt-Friesisches Altfriesisches |
+ | |
+ | Regel 816 vocalen vokalen |
+ | |
+ | Regel 863 [Niet in bron] . |
+ | |
+ | Informatie ter verduidelijking: |
+ | Een verwijzing naar een boek is in twee verschillende |
+ | vertalingen opgenomen. Aangezien beide fout lijken te zijn, |
+ | wordt hier ook de originele onvertaalde boeknaam gegeven. |
+ | |
+ | Plaats Bron Extra informatie |
+ | |
+ | Regel 187 Brocmanner brief bedoeld wordt: 'Willküren der |
+ | Brockmänner, eines freyen |
+ | friesischen Volkes' |
+ | |
+ | Regel 606 Brokmannerbrief bedoeld wordt: 'Willküren der |
+ | Brockmänner, eines freyen |
+ | friesischen Volkes' |
+ | |
+ | Regel 623 Spraakleer op (verwijderde) bladzijde 30 |
+ | gespeld: 'spraakleer' |
+ | |
+ +--------------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Iets over de gramaticale beoefening
+der Friesche taal in haar geheelen omvang, by Albertus Telting
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IETS OVER DE GRAMATICALE BEOEFENING ***
+
+***** This file should be named 26846-8.txt or 26846-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/6/8/4/26846/
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net (This book was
+produced from scanned images of public domain material
+from the Google Print project.)
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.