summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--26349-0.txt7387
-rw-r--r--26349-h.zipbin0 -> 5639872 bytes
-rw-r--r--26349-h/26349-h.htm7902
-rw-r--r--26349-h/images/front.jpgbin0 -> 90063 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i003.jpgbin0 -> 43917 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i016.jpgbin0 -> 43005 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i016p.jpgbin0 -> 69047 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i021.jpgbin0 -> 66424 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i028.jpgbin0 -> 75487 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i048.jpgbin0 -> 96880 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i050.jpgbin0 -> 156434 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i051.jpgbin0 -> 134450 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i053.jpgbin0 -> 197772 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i055.jpgbin0 -> 129550 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i056.jpgbin0 -> 83306 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i059.jpgbin0 -> 132389 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i060.jpgbin0 -> 185161 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i061.jpgbin0 -> 182599 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i062.jpgbin0 -> 82881 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i063.jpgbin0 -> 107350 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i064.jpgbin0 -> 137696 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i069.jpgbin0 -> 106976 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i072.jpgbin0 -> 170785 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i073.jpgbin0 -> 116322 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i077.jpgbin0 -> 176326 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i079.jpgbin0 -> 133226 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i084.jpgbin0 -> 164039 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i085.jpgbin0 -> 99301 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i086.jpgbin0 -> 97084 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i087.jpgbin0 -> 147075 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i088.jpgbin0 -> 157798 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i091.jpgbin0 -> 151643 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i093.jpgbin0 -> 157611 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i103.jpgbin0 -> 133285 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i105.jpgbin0 -> 125736 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i117.jpgbin0 -> 153364 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i119.jpgbin0 -> 108071 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i127.jpgbin0 -> 137166 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i133.jpgbin0 -> 107267 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i163.jpgbin0 -> 108472 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i185.jpgbin0 -> 125297 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i190.jpgbin0 -> 54089 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i195.jpgbin0 -> 127332 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i196.jpgbin0 -> 134653 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i200.jpgbin0 -> 96132 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i203.jpgbin0 -> 120340 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i224.jpgbin0 -> 115463 bytes
-rw-r--r--26349-h/images/i229.jpgbin0 -> 132166 bytes
-rw-r--r--26349.txt7387
-rw-r--r--26349.zipbin0 -> 165291 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
53 files changed, 22692 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/26349-0.txt b/26349-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..8e964fe
--- /dev/null
+++ b/26349-0.txt
@@ -0,0 +1,7387 @@
+The Project Gutenberg EBook of Vlaamsch Belgie sedert 1830, by Various
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Vlaamsch Belgie sedert 1830
+ Eerste Deel
+
+Author: Various
+
+Editor: Willems-fonds
+
+Release Date: August 18, 2008 [EBook #26349]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VLAAMSCH BELGIE SEDERT 1830 ***
+
+
+
+
+Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe
+
+
+
+
+
+
+VLAAMSCH BELGIË SEDERT 1830
+
+UITGAVE VAN HET VICTOR DE HOON-FONDS
+
+Nr I
+
+Gent, drukkerij V. Van Doosselaere
+
+[Illustration: KAART DER TAALGRENS
+IN BELGIË EN NOORD-FRANKRIJK]
+
+VLAAMSCH BELGIË
+
+sedert 1830
+
+STUDIËN EN SCHETSEN BIJEENGEBRACHT
+DOOR HET ALGEMEEN BESTUUR VAN HET
+WILLEMS-FONDS TER GELEGENHEID VAN
+HET JUBELJAAR 1905
+
+EERSTE DEEL
+
+GENT
+
+BOEKHANDEL J. VUYLSTEKE
+
+Koestraat, 15
+
+1905
+
+
+
+
+VOORREDE
+
+
+In 1905 vierde België de vijf-en-zeventigste verjaring van zijn inrichting
+als zelfstandig rijk. Te dier gelegenheid heeft het Algemeen Bestuur van
+het Willems-fonds besloten een boek te laten verschijnen, dat een trouw
+beeld zou wezen van den toestand van Vlaamsch België sedert 1830.
+
+Dit boek wordt uitgegeven op het fonds, dat den naam draagt van den
+edeldenkenden man _Dr Victor De Hoon_, die door zijn milde giften en de
+offervaardigheid zijner weduwe onze Instelling in staat stelt hare
+werkzaamheden uit te breiden tot verheffing onzer Vlaamsche landgenooten.
+Zoo is deze uitgave van het Victor De Hoon-fonds tevens een dankbare hulde,
+gewijd aan de diep vereerde nagedachtenis van onzen onvergetelijken
+weldoener[1].
+
+De uiteenzetting van Vlaanderens toestand gedurende deze drie kwart eeuws
+moet ons volk de oogen openen, het behoeden tegen lamlendigheid en verdere
+vernedering, het wilskracht en zelfvertrouwen inboezemen, het sterken in
+zijn gehechtheid aan stam en taal, in zijn liefde voor het vaderland.
+
+Nog een andere verklaring willen wij hier afleggen:
+
+Wij hebben er ons bij bepaald, den toestand van het Vlaamsche volk te
+schetsen sedert 1830, geenszins omdat wij onze medeburgers uit het
+Walenland willen afscheiden van hun Vlaamsche broeders. Zulk een scheiding
+ware niet alleen schadelijk, maar leidt tot inwendige verdeeldheid, waar
+alleen heil te wachten is van wederzijdsche waardeering en hartelijke
+gezindheid. Sedert meer dan een halve eeuw wijdt het Willems-fonds zich
+onverpoosd aan de zedelijke en stoffelijke opbeuring van 't Vlaamsche volk;
+het wil zijn geest verlichten, het een dieper besef doen krijgen van zijn
+nationaal zelfbestaan, van zijn plichten als mensch en als burger, tevens
+medewerken tot een betere verhouding tusschen de beide stammen, waarbij
+ieder zijn taal en eigenaardigheid behoudt, al zijn krachten ontplooien kan
+in de richting, waarheen hij door zijn natuur en aanleg gedreven wordt. Wij
+willen als zonen van hetzelfde land, als burgers van hetzelfde rijk, bij
+gelijke plichten, gelijke rechten; niemand kan dien eisch ons euvel duiden.
+De Vlaming moet dit willen op straffe van geestelijken dood. Daarom achten
+wij het onzen plicht een soort van balans op te maken van winst en verlies
+voor onzen stam in België sedert 1830.
+
+Die toestand wordt geschetst in een dertigtal hoofdstukken door bekende
+medewerkers en vakmannen, van welke ieder verantwoordelijk is voor zijn
+eigen arbeid.
+
+Aan allen, die door hun gewaardeerde medewerking dit boek mogelijk
+maakten, betuigen wij onzen oprechten en wel gemeenden dank.
+
+Moge het door ons volk gunstig ontvangen worden!
+
+Namens het Algemeen Bestuur
+
+van het Willems-fonds.
+
+_de Voorzitter:_ G. D. Mennaert,
+
+_de Secretaris:_ J. Vercoullie.
+
+FOOTNOTES:
+
+[Footnote 1: Achtereenvolgens ontving het Willems-fonds van wijlen Dr.
+Victor De Hoon (St-Gillis-Brussel) in 1887: 50 fr.; in 1890: 600 fr.; in
+1902: 3000 fr.; in 1903: 12000 fr, te zamen 15650 fr. -- Dr. Victor De
+Hoon, geboren te Bassevelde in 1848 en overleden te Brussel den 11 November
+1903, was de broeder van den Advocaat-generaal Hendrik De Hoon, te Brussel,
+en de kleinzoon van Dr Judocus Frans De Hoon, een der eerste
+Vlaamschgezinden en ernstige beoefenaars der Nederlandsche Letteren na
+1830, wiens dochters huwden met dichter K. L. Ledeganck en Professor J. F.
+J. Heremans en wiens zoon Adolf De Hoon († te Veurne in 1903) als
+Vlaamschgezind ingenieur zich ook verdienstelijk maakte. Geheel deze
+familie is met hart en ziel aan de Vlaamsche Beweging verknocht.]
+
+
+
+
+LIJST DER KAARTEN EN PLATEN
+
+die in dit boekdeel voorkomen
+
+ Blz.
+
+Kaart der taalgrens in België en Noord-Frankrijk III
+Mammouth (Elephas Primigenius) gevonden te Lier in 1860 4
+Reliefkaart van België 5
+Iguanodon gevonden te Bernissart in 1878 9
+De Schelde voor Antwerpen 16
+Romaansche Kloostergang te Tongeren 36
+Stadhuis te Leuven[2] 38
+St-Romboutskerk te Mechelen 39
+Doksaal van de St-Gommaarskerk te Lier 41
+Stadhuis te Brussel 43
+Paleis van Justitie te Brussel 44
+Lakenhalle, Belfort en Stadhuis te Gent[3] 47
+HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods[4] 48
+Id. (vijf van de zeven bovenpaneelen) 50
+Id. (hoofdpaneel) 51
+Predikstoel van St-Baafskerk te Gent 49
+Stadhuis te Oudenaarde 52
+Groote Markt te Veurne 57
+Halletoren te Brugge 60
+Griffie, Stadhuis en H. Bloedkapel te Brugge 61
+P. P. RUBENS. Afdoening van het Kruis (O. L. Vr. kerk te
+ Antwerpen)[5] 65
+O. L. Vrouwenkerk te Antwerpen 67
+Standbeeld van Jacob van Artevelde te Gent 72
+Halle te Ieperen 73
+Keizer Karel V 74
+Marnix van St-Aldegonde 75
+Willem de Zwijger 76
+P. P. Rubens 79
+Jozef II 81
+Willem I 91
+A. R. Falck 93
+B. Schreùder 105
+J. R. Thorbecke 107
+C. F. van Maanen 115
+J. M. Schrant. 121
+Verwoesting van het huis van Libry-Bagnano in den nacht van
+ 25 tot 26 Augustus 1830[1] 151
+Gevecht in de Warande te Brussel (24 September 1830)[1] 173
+Voorloopig Bewind (schilderij van PICQUÉ)[1] 178
+Campenhout zingt de Brabançonne in het “Café Cantoni”
+ (schilderij van VAN HAMMÉE)[1] 183
+La Brabançonne. Fac-simile van een handschrift uit de Koninklijke
+ Bibliotheek te Brussel[1] 184
+E. L. Baron Surlet de Chokier 188
+Zitting van het Nationaal Congres (24 November 1830)[1] 191
+Inhuldiging van Leopold I als Koning der Belgen te Brussel
+ (21 Juli 1831)[6] 212
+Leopold I 217
+
+Het Algemeen Bestuur van het Willems-fonds drukt zijn oprechten dank uit
+aan de _Touring Club de Belqique_, Groep België van het _Algemeen
+Nederlandsch Verbond_, de _Maatschappij van Geschied- en Oudheidkunde_ te
+Gent en den heer _L. Van Neck_, die door het leveren van platen tot de
+opluistering van dit boekdeel hebben bijgedragen.
+
+FOOTNOTES:
+
+[Footnote 2: _Bulletin officiel du Touring Club de Belgique_.]
+
+[Footnote 3: _Algemeen Nederlandsch Verbond Groep België_.]
+
+[Footnote 4: _Inventaire archéologique de Gand_ uitgegeven door de
+_Maatschappij van Geschied- en Oudheidkunde_ te Gent.]
+
+[Footnote 5: _Algemeen Nederlandsch Verbond Groep België_.]
+
+[Footnote 6: L. Van Neck. _1830 Illustré_.]
+
+
+
+
+INHOUD
+
+
+ BLZ.
+
+Voorrede V
+Lijst der kaarten en platen die in dit boekdeel voorkomen IX
+België in vogelvlucht, door G. D. MINNAERT,
+ oud-paedagogisch bestuurder der stadsscholen te Gent 1
+ De bodem: vorming en invloed op de bewoners 1
+ Het land. -- Hoog en laag 5
+ Ligging. -- Omvang. -- Klimaat 12
+ Gebied van Maas en Schelde 14
+ Natuurlijke landschappen 18
+ Taal en volk 27
+ Karakter der Vlamingen 30
+ Algemeen overzicht der steden en monumenten 33
+ Bibliographie 68
+
+Een blik op de geschiedenis der Vlaamsche gewesten tot Waterloo,
+ door Dr PAUL FREDERICQ, hoogleeraar te Gent 69
+ Bibliographie 84
+
+De regeering van Koning Willem I, door Dr VICTOR FRIS,
+ leeraar aan het koninklijk atheneum te Gent 85
+ Bibliographie 143
+
+De Belgische omwenteling, door Dr VICTOR FRIS 145
+
+De stichting van het koninkrijk België, door Dr VICTOR FRIS 188
+ Bibliographie van de twee laatste hoofdstukken 230
+
+
+
+
+BELGIE IN VOGELVLUCHT
+
+DOOR
+
+G. D. MINNAERT
+
+
+De Bodem: Vorming en Invloed op de Bewoners
+
+Niets oefent zoo grooten invloed uit op de vorming van een volk, op zijn
+wijze van leven, op zijn bedrijf en karakter, op zijn kunst en zijn taal,
+dan de bodem, waarop het zich vestigt. Klimaat, vorm en ligging, hoogte en
+laagte, geologische bouw, minerale voortbrengselen, richting en rijkdom van
+water, nabijheid der zee, insnijding der kusten, duizenden betrekkingen van
+grond, lucht en water, planten en dieren, heel de omringende natuur met
+haar verschijnselen, haar duizenden vormen en kleuren, de eindelooze
+wisseling van haar leven, dit alles grijpt voortdurend en diep in het
+menschelijk organisme in, en bepaalt voor een groot deel het type en het
+karakter, de ontwikkeling en de toekomst der bewoners.
+
+Maar ook die bodem ondergaat op zijn beurt den invloed van den mensch. Waar
+zijn nasporende geest zijn natuur onderzoekt, ontsluiert hij hem zijn
+duizendjarige verborgenheden, zijn schatten en krachten. Die kennis heeft
+hem er toe geleid, om den grond naar zijn behoeften te plooien, zijn
+heerschappij er over uit te breiden, zijn kracht van voortbrengen te
+vermeerderen.
+
+De grond, dien wij ons vaderland noemen, getuigt van menigvuldige
+omwentelingen, die zijn gedaante voortdurend hebben gewijzigd. Overal, in
+steen en in zand, vinden wij daarvan de duidelijkste sporen, die elkeen,
+bij een weinig nadenken, in staat stellen, zich min of meer een
+voorstelling te vormen van die oude vóórhistorische tijden.
+
+In dit verre, donker verleden -- hoeveel duizenden jaren liggen reeds
+achter ons -- was een groot deel van België, evenals Nederland en de heele
+noordsche vlakte, door de wateren van den Oceaan overdekt. Het Waalsche
+bergland, de keten der Ardennen en de noord-westelijke hoogten van
+Duitschland vormden als een soort van schutsmuur tegen het verder
+doordringen van den Oceaan.
+
+Aan de eene zijde stond die berggordel bloot aan het volhardend geweld der
+baren, aan de andere zijde aan den sterken aandrang der gezwollen wateren
+van rivier en beek, van gletscher en landijs, aan de verwoestende krachten
+des tijds, aan regen en wind, aan hagel en vorst, aan gloeiende hitte en
+strenge koude; aangegrepen en ontbonden door het scheikundig vermogen des
+dampkrings, verweerd en verbrokkeld, uit- en inwendig afgeknaagd,
+uitgespoeld en gesloopt door de oplossende kracht van het stroomende water,
+alles mederukkend wat het op zijn tocht ontmoette: verweerd gesteente,
+afgeknaagde rotsen, geslepen en gepolijst tot keien, verbrijzeld tot grint
+en zand, tot leem en allerlei puin. Laag op laag van al dat meegevoerd puin
+werd door de rivieren, vooral bij hun monding in den Oceaan neergeworpen.
+Rijn[7], Maas en Schelde, die in een vorig tijdperk, vooral in den ijstijd,
+een veel grootere kracht bezaten, veroorzaakt door overvloediger regen- en
+sneeuwval, door grooten omvang van gletschers, die ons land met een dikke
+ijskorst bedekten, als een gevolg van het koelere klimaat, werkten
+onophoudelijk mede tot vorming van dien bodem door meerderen aanvoer van
+grooter steenen en grover zand, tot ophooging en uitbreiding der beddingen.
+Zoo werden de rivieren de scheppers van het land. Later werden die
+aangeslibde gronden door onderaardsche werking opgeheven tot hun
+tegenwoordige hoogte.
+
+In dit aardkundig tijdperk, dat de geleerden het _quaternaire_ of in meer
+beperkten zin _diluvium_[8] noemen, had een groote omkeering plaats in het
+klimaat onzer streken. Een groot deel van Europa werd met een dikke
+ijskorst bedekt, waardoor groote veranderingen in de samenstelling en de
+verdeeling van land en water ontstonden.
+
+De viervoetige dieren, die toenmaals het noorden bewoonden, verhuisden naar
+zuidelijker streken; ook de vroegere plantengroei stierf weg onder de
+strenge koude. Die voortdurende veranderingen, die de bodem van ons land
+onderging, zijn zeker wel oorzaak, dat er van de menschen, die toen reeds
+een deel van ons land bewoonden, zoo weinig sporen zijn overgebleven. In de
+spelonken en grotten der kalkbergen langsheen de Maas en de Lesse, waarin
+zij waarschijnlijk huisden, heeft men in onzen tijd, na duizenden jaren,
+hun gebeente teruggevonden, alsmede allerlei wapenen en gereedschap van
+vuursteen, als pijl- en lanspunten, bijlen, beitels en messen, zelfs
+voorwerpen tot opschik, vervaardigd uit tanden van dieren, en dit alles
+vermengd met scherven van gebakken aardewerk en de beenderen van den
+holenbeer, het rendier en de hyena, van den mammoeth en andere dieren uit
+de poolstreken afkomstig, maar welke gedurende den ijstijd onzen bodem
+bewoonden.
+
+[Illustration: Mammoeth (Elephas Primigenius) gevonden te Lier in 1860 (L.
+4,50 m., H. 3,25 m.)]
+
+Hoe lang de vorming van deze diluviale gronden met hun geplooide
+opeengestapelde lagen voortduurde, valt niet te berekenen. Daarna
+ontstonden de moderne formaties, de gronden van het _alluvium_[9] die nog
+altijd gevormd werden, doch van het diluvium niet altijd te onderscheiden
+zijn. Het begin van dit tijdperk is al vele duizenden jaren van ons
+verwijderd. De toen op onzen bodem levende volken zijn zonder twijfel
+getuige geweest van die geweldige omkeeringen, mogelijk gevolgd van een
+hevigen strijd om bewoonbare streken, toen in noordelijke richting
+uitgebreide oppervlakten verdwenen.
+
+Nog altijd duurt het strijden voort van zee en stroomen tegen het
+vasteland, dat in den bewoner der lagere deelen met zijn geestkracht en
+taai geduld een verdediger heeft gevonden. Slechts stap voor stap, en eerst
+na eeuwen langen strijd behield deze hier op het water de bovenhand. Ook nu
+nog, evenals in vroegere dagen, knagen water en dampkring gestadig aan de
+vaste aardkorst, verwoesten en verweeren het hardste gesteente, lossen een
+deel er van op en voeren het overige verre weg, om het op andere plaatsen
+neer te leggen als vruchtbare aarde, valleien en vlakten er mee te
+overdekken; nog immer groeien de humuslagen, de waterplanten in verbazend
+groote getalen in vochtige en moerassige streken, die telken jare een
+nieuwen groei boven de overblijfsels der afgestorvene stapelen, welke
+allengs door verkoling, onder gedeeltelijke afsluiting der lucht, in turf
+overgaan.
+
+Zulke turfbeddingen of veenlagen zijn als een geschiedboek van de
+oppervlakte, die zij beslaan, niet zelden van de naast omliggende streek.
+Dikwijls vindt men daarin beenderen, tanden of haarbossen van dieren uit
+een vroeger tijdperk, die duizenden jaren geleden hier leefden en stierven.
+
+
+Het Land. -- Hoog en Laag
+
+Ons land, zoowel in opzicht van aardrijkskunde als klimaat, behoort voor
+een groot deel tot de noordsche vlakte, die zich uitstrekt van aan Kaap
+Gris-nez, in Frankrijk, tot aan Rusland. In België is de grenslijn van dit
+uitgestrekte gebied scherp getrokken door de Noordzee en ten zuiden door
+de hooggeplooide heuvels der Ardennen.
+
+Onze zeekust evenals die van Nederland, is overal laag en tegen het geweld
+der baren beschut door een duinenrij, die zich uitstrekt van Kales tot aan
+het Skagerrak. Bij deze jongste vorming van het alluvium, die
+waarschijnlijk niet veel ouder zijn kan dan duizend jaren, is het de kracht
+van den wind, die de belangrijke rol speelt in de wordingsgeschiedenis
+onzer zeekust.
+
+Echter is die duingordel op sommige plaatsen onderbroken door overstrooming
+of het geweld der hooge vloeden, zooals tusschen Wenduine en Heist. Op die
+punten is de mensch, zooals we gezien hebben, tusschen beide en de natuur
+te hulp gekomen. Al vroeg moest hij de kusten en rivieren door het maken
+van dijken en het versterken der duinen beschutten; het zeewater
+terugdringen, om zandbanken en aangeslibde gronden op den Oceaan te
+veroveren; ook het binnenwater door het droogmaken van meren, moeren en
+poelen binnen de noodige grenzen houden, en tevens den grond vruchtbaar
+maken. Hoeveel strijd is hier niet gevoerd en hoe dikwijls is die niet
+hervat, eer de mensch overwinnaar bleef. Twintig eeuwen duurt die kamp
+onafgebroken voort, met evenveel moed en volharding, als vastberadenheid.
+
+Aangaande de hoogte van den bodem, onderscheiden wij in België drie
+bepaalde deelen, die, hoewel in elkander overgaande, toch duidelijk door
+verschil van uiterlijk kenbaar zijn: het _hoogland_ of de Ardennen in het
+zuid-oosten, tot aan de Samber en Maas, een lager _heuvelland_, dat er
+onmiddellijk voor ligt, en het verder verwijderd _laagland_, ten
+noord-westen, dat aan den zeekant door duinen wordt begrensd.
+
+I. -- De Ardennen vormen in ons land een bergmassa van nagenoeg 60 Km.
+breedte; het zijn de oudste gronden van België: zij bestaan grootendeels
+uit lei- en kalksteen, of uit rotsen van het hardste graniet; zij bevatten
+een rijkdom van mijnstoffen, vooral ijzer en lood, marmer en ander
+gesteente. Door verweering en wegvoering van stroomend water zijn ze sedert
+den tijd van hun bestaan reeds merkelijk lager geworden.
+
+Drie gordels van aanzienlijke heuvels, afgewisseld door schilderachtige
+dalen, loopen min of meer evenwijdig aan elkander. De eerste, waarvan de
+hoogste kruin de «_Baraque Michel_» is, een moerassige hoogvlakte of
+hoogveen _(Hautes-Fagnes)_[10], verheft zich tot 674 M.; de daarop volgende
+hoogste punten zijn de «_Baraque de Fraiture_» (626 M.) en _St.-Hubert_
+(549 M.). Een tweede gordel van minder belang, doch met den eersten
+samenhangend, is ongeveer 20 Km. lang, terwijl de derde slechts een deel
+van ons land, ten zuid-oosten van de twee voorgaande beslaat. Het hoogste
+punt van deze twee stijgt niet boven de 537 M.
+
+Door spleten en kloven zijn de rivieren in deze bergreeks op verscheidene
+plaatsen doorgedrongen, en hebben er hun beddingen dieper in uitgeslepen.
+Een groote kloof, het Maasdal, van Fumay in Frankrijk tot aan Namen,
+splitst haar in een westelijk en oostelijk deel, waarvan het eerste 286 M.
+en het tweede 383 M. hoog is.
+
+Het eigenlijk bergland der Ardennen bevat bijna heel de provincie
+Luksemburg, een kleine brok van Henegouwen en het grootste deel van de
+provinciën Namen en Luik.
+
+Een dicht en onafzienbaar woud _(Arduenna Sylva)_ overdekte ten tijde van
+Julius Cesar, niet alleen een groot deel dezer bergstreek, maar zelfs van
+Middel-België. De boschrijke zoom, waar hij in de kleilaag verdween, maakte
+naar alle waarschijnlijkheid de scheiding uit tusschen de oude Keltische
+bewoners en de later invallende Germaansche, bepaaldelijk Frankische
+stammen, die in ons land de plaats der verdwenen oudere bevolking kwamen
+innemen, en zich vooral met landbouw bezighielden.
+
+II. -- Ten noorden van Samber en Maas begint Middel-België, een zacht
+glooiend land, dat naar de zeezijde ongevoelig afhelt. Zijn gemiddelde
+hoogte is ongeveer 150 M. Een deel van Henegouwen, Zuid-Brabant, een klein
+stuk der provincie Namen en een deel van de provincie Luik vormen
+Middel-België, waar de zacht golvende oppervlakte, de breede, ondiepe
+dalen, die door een groot getal beken en rivieren worden bespoeld, de rijke
+velden, afgewisseld door bosch en groene weiden, aan het landschap een zeer
+bekoorlijk uitzicht geven.
+
+Middel-België is bedekt met een zeer vruchtbare laag diluviale klei, die
+door het water van de Ardennen is meegevoerd en Haspengouwsche klei _(limon
+Hesbayen)_ wordt genoemd.
+
+In werkelijkheid maken de hoogere Ardennen en het heuvelland, dat er
+onmiddellijk aan grenst, beide deel uit van de samenhangende bergformatie.
+Inderdaad, het is voldoende, dat in Henegouwen en Zuid-Brabant de kleilaag
+door overstrooming der rivieren gedeeltelijk wordt weggespoeld, om het
+oudere gesteente van den ondergrond, die uit de bezinking der krijtzee[11],
+als sporen van haar tijdelijk verblijf, als lei- en krijtlagen, hier zijn
+overgebleven, alsook het arduin, porfier en andere minerale rijkdommen te
+zien te voorschijn treden, welk gesteente op zijn beurt de
+kolenbeddingen[12], die er onder bedolven liggen, overdekt.
+
+[Illustration: Iguanodon gevonden te Bernissart in 1878 (L. 10,50 m., H.
+7,50 m.)]
+
+Het dichtbevolkte en goed bebouwde land, zoo druk door handel en door
+nijverheid, vormde reeds vóór den tijd der groote rijksbanen een zeer
+geschikten weg tusschen de ruwe Ardennen en het toen moerassige
+noord-westelijk lagere land. Geen wonder dat Middel-België, zoo rijk aan
+levensmiddelen, doortrokken werd door talrijke legers en er zoo menige slag
+geleverd werd. Hier is een historische grond bij uitmuntendheid: bijna geen
+klomp aarde, die niet omgewoeld is door oorlogstuig, niet doorweekt is van
+het bloed van landgenoot en vreemdeling.
+
+III. -- Belgische Vlakte. -- Op Middel-België volgt de eigenlijke vlakte,
+die grootendeels uit de zee is bezonken. De bouw of samenhang van dien
+grond wijzigt het uitzicht, naarmate de slib of klei, het zand of het
+aangevloeide steengruis er overheerschen. De oostelijke helft is het
+Kempenland, de streek van het diluvium, met zijn schrale zandige heide,
+zijn mageren plantengroei, zijn venen en wouden van sparren en dennen. Te
+midden van het stuifzand vindt men reeds talrijke oazen met welige akkers.
+
+De westelijke helft van de Belgische laagvlakte zijn de beide Vlaanderen,
+die groote overeenkomst met Nederland vertoonen, ook wat de
+grondgesteldheid aangaat. Van natuur is de bodem er niet overal vruchtbaar,
+slechts een klein deel bestond uit klei, het overige uit zand, moeras,
+laagveen en meren. Hoe verder men naar het noorden gaat, hoe meer de grond
+vermagert. 't Is slechts ten prijze van inspannenden en langdurigen arbeid,
+dat men er toe gekomen is hem te verbeteren, Vlaanderen in een vruchtbaar
+land te herscheppen, waar land- en tuinbouw de heerlijkste opbrengsten
+leveren. Indien het Land van Waas tegenwoordig den indruk maakt van een
+grooten en volkrijken tuin, is het te danken aan een heele vervorming, de
+vrucht van eeuwen arbeids. Zonder de stalen vlijt van een taai, volhardend
+en geduldig ras, zou die magere grond een heide zijn, de voortzetting der
+Kempen.
+
+Er is nog een ander deel van Vlaanderen, dat der polders en der dijken, het
+jongste in aardkunde als in geschiedenis. Deze streek was in vroeger tijd
+aan gedurige overstroomingen blootgesteld, en op vele plaatsen bedekt met
+stilstaande poelen en moerassen, uit welker ondiepe kommen bies en riet,
+naast wilg en esch en ander boomgewas in dichte boschjes opschoot.
+
+Een belangrijke factor in de wordingsgeschiedenis van Vlaanderen zijn de
+zandafzettingen, die reeds in het diluviale tijdperk begonnen mede te
+werken aan het vormen van zandbanken op eenigen afstand van de kust. De
+zeevloed wierp daarna het zand met ander door de rivieren aangevoerde
+stoffen uit zijn schoot omhoog en voerde het landwaarts in, eeuwen
+achtereen, tot het werd een heuvelreeks, een duingordel, die de geheele
+kust omzoomde, en langzaam glooiend in een breed, vlak strand overging,
+meer geschikt voor de vestiging van bad- en visschersplaatsen dan voor
+havensteden. Achter deze duinen lag het land met zijn veen- en moerasgrond,
+thans in vruchtbare polders herschapen.
+
+Schelde, Lei en Dender, Rupel, Dijle en Demer hebben overal rivierklei
+langs hun boorden neergelegd. Door middel dezer aanslibbingen van zee en
+binnenwaters, bouwt de mensch zijn polders en zijn marken, zijn velden en
+zijn weiden, omgeven door slooten, omzoomd met wilgen.
+
+Werken van den eenen kant de opbouwende krachten van zee en stroomen, van
+den anderen kant zijn die zelfde waters door verzanden als ter dood
+veroordeeld. Langs onze geheele zeekust kan men dit verschijnsel waarnemen,
+vooral bij de monding der rivieren. Om slechts een voorbeeld te noemen,
+wijzen wij op het Zwin, in de XIIIe eeuw nog een machtige zeearm, thans een
+moerassige kreek. Doch niet alleen aan de monding, ook hooger op, hadden
+verzandingen plaats, deels uit oorzaak der geringe snelheid van den stroom,
+deels onder den invloed van sterke ebbe en vloed. Die verzanding heeft de
+scheepvaart groote bezwaren in den weg gelegd. Belette die ongunstige
+gesteldheid onzer kusten het ontstaan van zeehavens, ook de bloei van
+belangrijke handelsplaatsen aan den benedenloop van rivieren werd sterk
+bedreigd.
+
+
+Ligging. -- Omvang. -- Klimaat
+
+Ligging. -- België is het gedeelte van Europa, dat begrensd is door de
+Noordzee, die het van Engeland scheidt en begrepen is tusschen Nederland,
+Duitschland (Rijnsch Pruisen), het groothertogdom Luksemburg en Frankrijk.
+Een natuurlijke grens heeft ons land alleen ten noord-westen in zijn 67 Km.
+lange kustlijn, ten zuid-westen aan West-Vlaanderen door de Lei en ten
+oosten aan Limburg door de Maas.
+
+Het strekt zich uit tusschen 49°,30′ en 51°,30′ N.B. en tusschen 0°,16′ en
+3°,43′ W.L. van den meridiaan van Parijs. Neemt men Brussel als eersten
+meridiaan, dan ligt het tusschen 1°46′ W.L. en 1°,41′ O.L.
+
+Ons land heeft nagenoeg den vorm van een rechthoekigen driehoek met een
+omtrek van 1330 Km., waarvan 67 Km. kustlijn, 328 Km. ten noorden langsheen
+de Nederlandsche grens, 321 Km. aan den oostkant, te weten 103 Km. voor
+Nederland, 98 Km. voor Duitschland en 120 Km. voor 't groothertogdom
+Luksemburg, terwijl de zuidelijke en westelijke grenslijn, die het van
+Frankrijk scheidt, 614 Km. bedraagt.
+
+Omvang. -- De geheele oppervlakte van ons land is van 2.945,589 Ha.,
+nagenoeg drie millioen. De grootste afstand van het noorden naar het
+zuiden, tusschen Hoogstraten en Chimay, is 170 Km., de grootste lengte van
+Oostende tot aan Aarlen, meet 280 Km. In uitgestrektheid is het een der
+kleinste landen van Europa.
+
+Klimaat. -- Het klimaat van België, hoewel veranderlijk en vochtig, is over
+het algemeen zacht en gematigd, en mag als een der gezondste van westelijk
+Europa gerekend worden. In het hoogere bergland is het droger, scherper,
+bestendiger en gezonder dan in het lager gedeelte of poldergewest; de lucht
+is er ook zeer helder en zuiver.
+
+De gemiddelde warmtegraad is voor het geheele rijk ongeveer 10°,5′c.; het
+is die der schoone Meidagen of van de zachte helft van October. De grootste
+hitte, meestal bij het einde van Juli, klimt soms tot 35°, de strengste
+koude, gewoonlijk na de eerste helft van Januari, daalt wel eens bij
+uitzondering tot 20°c. beneden het vriespunt.
+
+De heerschende winden zijn die van het Z.W. en N.O. De eerste, die zich
+vooral in den herfst doen gevoelen, brengen overvloediger regen en dikwijls
+storm mee. Onze koude voorjaren worden veroorzaakt door de N.O. winden, die
+in April en Mei de overhand hebben. In den zomer wordt de lucht voortdurend
+ververscht door de van de zee waaiende winden, die de ongezonde
+uitwasemingen verdrijven. Tijdens dit seizoen heeft het geheele laagland
+van Veurne tot Maastricht een nagenoeg gelijkmatig klimaat.
+
+In België regent het op de 365 dagen zoowat 190, dus meer dan de helft van
+het jaar. Bleef al het regenwater staan, dan zou het den bodem van ons land
+jaarlijks met een hoogte van ruim 700 m.m. bedekken. De jaarlijksche
+neerslag bedraagt voor het westelijk gedeelte van 700 tot 800 m.m., terwijl
+de hoeveelheid regen ten oosten van de Maas toeneemt met de hoogte van den
+grond, waar zij soms tot 1200 m.m. beloopt. Het aantal heldere dagen is
+hier niet groot. De maand September brengt gewoonlijk het bestendigste
+mooie weder aan.
+
+In de bergstreek begint de winter vroeger en duurt hij ook het langst. Het
+verschil voor de hoogste punten der Ardennen is gewoonlijk 3°c. lager dan
+in Vlaanderen. Aan den oostkant is dus het klimaat meer _continentaal_, aan
+de west- of zeezijde meer _maritiem_.
+
+De snelle afwisseling van warmte en koude, gevoegd bij de groote
+vochtigheid, veroorzaken licht verkoudheid, borst- en keelziekte en
+rhumatisme. De schadelijke uitwasemingen van gedempte poelen en moerassen
+zijn oorzaak van koortsen.
+
+
+Gebied van Maas en Schelde
+
+Bijna geheel België behoort tot het gebied van twee stroomen en van een
+zeerivier, de Maas, de Schelde en den IJzer.
+
+Geen van deze rivieren ontspringt in het land zelf; alle drie hebben hun
+oorsprong in Frankrijk; de laatste alleen heeft haar monding in ons land.
+Een klein hoekje van Zuid-Henegouwen en de oostelijke helft van Luksemburg
+behooren tot een ander stroomgebied.
+
+In hun loop vertoonen onze hoofdrivieren een zekere overeenkomst. Beide
+richten zich, zoodra ze België binnenkomen, naar het noorden: de Maas tot
+aan Namen, de Schelde tot aan Gent. Te Namen ontvangt de eerste de Samber,
+welke bijrivier haar de richting aanwijst, die ze thans te volgen heeft. De
+Lei valt te Gent in de Schelde, welke van hier mede naar het oosten loopt.
+Later hernemen de beide stroomen hun weg naar het noorden, totdat ze België
+verlaten, om door Nederland in een westelijke richting naar de Noordzee te
+vloeien. Uit oorzaak van de helling van den bodem ontvangen Maas en Schelde
+hun meeste bijrivieren van de oostzijde.
+
+De Maas is de stroom van het bergland. Afkomstig van de hoogvlakte van
+Langres, wordt zij reeds bevaarbaar te Verdun, breekt verder door de harde
+rotskloof der Ardennen te Fumay, die ze uitdiept en verbreedt, en valt in
+België. Van hier tot boven Luik loopt zij schier gestadig in een rotsbed,
+beboord met scherpe en steile hoogten van grauwe leisteen en van kalk, door
+de lichtbruine kleur van ijzererts en andere aarde als 't ware verguld.
+
+Een menigte rivieren werpen zich in de Maas: rechts de Semoi, bekend om
+haar verrukkelijke oevers, de Lesse, om haar schilderachtig dal en haar
+beroemde grotten en holen, de Hoyoux en de veel bezochte Ourthe, die reeds
+de Amblève met haar mooien waterval en de Vesder heeft opgenomen; links de
+Samber, de Mehaigne en de Jaar of Jeker. Van Luik tot Maastricht is een
+kanaal langs de Maas gegraven, zoodat men er in geslaagd is, haar van Sedan
+door heel haar loop bevaarbaar te maken. Bezuiden Maastricht, bij het dorp
+Eisden, treedt de Maas op Nederlandsch grondgebied en vormt de
+grensscheiding met België, tot voorbij Maaseik, dat zij bespoelt, waarna ze
+voor goed ons land verlaat, om zich bij den Briel in de Noordzee te werpen.
+
+De Schelde is de stroom van 't vlakke land en de belangrijkste van België.
+Haar geheele loop van aan Kamerijk, waar ze bevaarbaar is, tot aan haar
+monding in de Noordzee, bedraagt ongeveer 430 Km., waarvan 107 in
+Frankrijk, 233 in België, de overige 90 in Nederland.
+
+Ontsprongen op een hoogvlakte van 110 M. ten noorden van St.-Quentin,
+bespoelt ze achtereenvolgens Kamerijk, Valencijn en Condé in Frankrijk,
+treedt even boven Antoing in België, stroomt door de provincie Henegouwen
+naar Oost-Vlaanderen. Van Doornik baant ze zich een weg door den rotsgrond,
+strijkt verder door krijt- en kleilagen langs 't golvend heuvelland tot
+voorbij Oudenaarde, om van hier als een breede glanzende streep te
+kronkelen door de groene vlakte naar Gent, waar ze met verscheidene
+belangrijke kanalen in gemeenschap is, met dat van Brugge, Zeebrugge en
+Oostende door de Lei, met het groote zeekanaal van Terneuzen. Te Gent neemt
+ze de Lei op, die haar stroom, in oostelijke richting stuwt tot voorbij
+Dendermonde, om verder met een bocht zich naar 't noorden te wenden en als
+scheidslijn te dienen tusschen het Land van Waas en de provincie Antwerpen.
+Vóór de stad van denzelfden naam vormt de Schelde een der schoonste havens
+van Europa. Een groot gedeelte van zijn levenskracht is België aan zijn
+hoofdstroom verschuldigd. Zijn diepte en breedte is zoo groot, dat hij niet
+alleen de reusachtigste stoombooten, maar zelfs de zwaarste oorlogsschepen
+ontvangen kan.
+
+[Illustration: De Schelde voor Antwerpen]
+
+De Schelde dankt haar belangrijkheid aan den invloed der getijden. Ook in
+den Rupel en zelfs in de drie bijrivieren, die hem vormen, de Nete (tot
+Lier), de Dijle (tot Mechelen) en de Zenne (tot Vilvoorde) is de werking
+van den vloed nog duidelijk waar te nemen.
+
+Te Antwerpen heeft de Schelde bij ebbe een breedte van 500 M.; de vloed
+duurt er gemiddeld 5 u. 38 m.
+
+Kalm en rustig glijden al de bijrivieren door het vlakke land, om hun water
+naar den hoofdstroom te brengen: de Hene, die haar naam schenkt aan de
+provincie, de schilderachtige Lei, de Dender, de Durme en meer andere,
+welke ieder op haren weg kleinere stroompjes hebben opgenomen.
+
+Is de aanblik van de breede Schelde indrukwekkend, deze wordt nog verhoogd
+door het grootsche tooneel van beweging en leven, door de talrijke schepen
+en stoombooten, die haren vloed doorklieven.
+
+Even voorbij Doel verlaat de Schelde ons grondgebied, splitst zich, drie
+uren beneden Antwerpen, in twee armen, waarvan de zuidelijke, de Hont of
+Wester-Schelde geheeten, voorbij Terneuzen en Vlissingen naar de Noordzee
+loopt. De noordelijke arm of Ooster-Schelde, door een afdamming sedert 1868
+van haar tweelingzuster gescheiden, begint meer en meer te verzanden.
+
+De Scheldemonden bij Vlissingen en Zieriksee hebben een aanzienlijke diepte
+(van 37 tot 40 M.) en een breedte, die afwisselt volgens ebbe en vloed van
+4200 tot 4800 M.
+
+De Hont of Wester-Schelde, thans de groote handelsweg voor Antwerpen en
+geheel België, vormde in de middeleeuwen een uitgebreide delta, waardoor
+bij storm en hoogen waterstand de gansche streek beneden Antwerpen, tot
+zelfs een deel van 't Land van Waas, regelmatig onder water werd gezet.
+
+Van de XIe eeuw af begonnen de bewoners aan haar oevers de schorren of
+aangeslibde gronden in te dijken. Sedert de XIIIe eeuw werden aldus,
+volgens Em. De Laveleye[13], in België alleen meer dan 50,000 Ha.
+ingepolderd, en sedert 1815 bedraagt de aanwinst van grond reeds meer dan
+8000 Ha. en nog is er meer land door indijking te winnen.
+
+Het waterveld tusschen Zeeuwsch-Vlaanderen, Zuid-Beveland en Walcheren, dat
+als 't ware het voorplan is van het grootsche drama «den Strijd tusschen
+Water en Land», werd in de tweede helft der XVIe eeuw, opnieuw het tooneel,
+waar een nog bloediger strijd geleverd werd tegen de Spaansche dwingelandij
+voor de vrijheid van het geweten. Liever dan hun land aan den
+bloeddorstigen vijand prijs te geven, staken de inwoners de dijken door, en
+vernielden op één dag het werk van vier eeuwen. Na de bevrijding van
+Nederland begon men als van vorenafaan het water grenzen te stellen en riep
+men de hulp in van de waterbouwkunde voor het droogmaken der gronden.
+
+De IJzer ontspringt in het Fransch Noorderdepartement, ten oosten van
+St.-Omaars, stroomt als een zelfstandige rivier door West-Vlaanderen,
+ontvangt de Ieperlee in de nabijheid, waar vroeger het fort Knokke zich
+verhief, ten Z.W. van Diksmuide, en werpt zich na een loop van 78 Km.,
+waarvan 50 in België, beneden Nieuwpoort in zee. Het nut van deze rivier,
+niet alleen voor het drooghouden van den grond, maar ook voor de
+scheepvaart, wordt verhoogd door verscheidene kanalen, dat van Loo, van
+Veurne en van Plasschendale, die den loop van het rivierwater regelen en
+deels de wateren onderling verbinden.
+
+
+Natuurlijke Landschappen
+
+Behalve de negen provinciën, waarin ons land bestuurlijk is verdeeld, bezit
+het bepaalde streken, die hun eigenaardig karakter en ouden naam hebben
+bewaard, welke zij aan de geschiedenis, aan hun ligging of grondgesteldheid
+of wel aan hun uiterlijk danken. Hoewel soms bijna in elkander overgaande,
+onderscheiden ze zich meestal door verschil van uitzicht, van rijkdom des
+bodems of van daarmee gepaard gaande volksdichtheid.
+
+Hoog-België
+
+In het hooge gedeelte van België heeft men:
+
+I. -- De Ardennen. -- Zooals we gezien hebben beslaat deze bergstreek bijna
+den heelen zuid-oosthoek van ons land, van de boorden der Semoi tot de
+steile oevers der Maas, Amblève en Vesder. Zij is een geliefkoosd verblijf
+van toeristen en jagers. Nu eens stout en wild, dan liefelijk en zacht, met
+heerlijke vergezichten, schilderachtige dalen, grillige rotspartijen,
+bekroond met bouwvallen van oude kasteelen. Overal leven volkssagen van
+overoude tijden onder het volk voort. Holen en grotten, evenals de
+opgeheven steenen zijn als zoovele geheimzinnige gedenkteekenen van lang
+verdwenen rassen.
+
+II. -- De Hooge Venen _(Hautes Fagnes)_ liggen tusschen de Amblève en de
+Vesder in het zuid-oosten der provincie Luik. Ze beslaan een oppervlakte
+van 50 Km. lengte en 20 Km. breedte. Deze kruinen der Ardennen zijn licht
+afgeronde vlakten, die nog het uitzicht hebben van een woeste en
+maagdelijke natuur. De vochtige bodem, met zijn ondoordringbaren ondergrond
+van klei, verkondigt de aanwezigheid van veen. Donkere bosschen en
+heidevelden wisselen elkander af. Niets evenaart de sombere treurigheid
+dezer streek.
+
+III. -- Klein-Provence of Belgisch Lorreinen. -- Deze bekoorlijke vallei
+tusschen Aarlen en Virton, gevormd door de Semoi en beschut door de hooge
+Ardennen, wordt aldus genoemd, om haar zacht klimaat, haar lachende heuvels
+met weelderigen plantengroei.
+
+IV. -- De Famenne. -- Een bijzonder ondankbaar gewest van Luksemburg met de
+kleine stad Marche als hoofdplaats. De schrale bodem is hier en daar bedekt
+met magere roggevelden en pijnbosschen.
+
+V. -- De Condroz. -- Heel anders is het voorkomen van dit land, dat zich
+uitstrekt over een deel der provincies Luik en Namen, tusschen de Ourthe en
+Maas, ten zuiden van Hoei, en de Lesse. Het is aldus genoemd naar den
+volksstam der Condruzen, die tijdens de Romeinen hier woonde. Het is een
+koude, open vlakte, met breede golvingen, bijna zonder boombeschutting.
+
+VI. -- Tusschen Samber en Maas. -- Dit gedeelte van de provincie Namen
+heeft, zoowel wat de gesteldheid van den grond betreft als de wijze om er
+nut uit te trekken, veel overeenkomst met de Condroz. Sedert jaren is men
+begonnen de bosschen, een overblijfsel van het groote kolenwoud _(Sylva
+carbonaria)_, uit te roeien en door landerijen te vervangen.
+
+VII. -- Klein Zwitserland. -- Zoo noemt men het gedeelte van het Maasdal
+tusschen Dinant en Namen, bekend om zijn verrukkelijke schoonheid.
+Ingesloten tusschen de hooge schilderachtige rotsen, die langs de beide
+oevers omhoog rijzen, kronkelt de heldere stroom voorbij marmergroeven,
+prachtige bosschen, lachende tuinen en nijverige dorpen. Moeilijk kan men
+een punt op den geheelen weg aanwijzen, dat den reiziger niet aantrekt en
+boeit.
+
+Middel-België
+
+VIII. -- Het land van Herve. -- Onder de landschappen van Middel-België
+noemen we eerst het land van Herve, in het noord-westen der provincie Luik,
+tusschen den rechteroever der Maas en de Vesder. In het midden ligt de
+kleine stad Herve, die haar naam geeft aan het oord, dat haar omringt. Het
+is een lachend heuvelland, waar de veeteelt nagenoeg uitsluitend wordt
+uitgeoefend. Boter- en kaasbereiding, evenals het inzamelen van het fruit
+der rijke boomgaarden is de voornaamste bezigheid der inwoners.
+
+IX. -- Haspengouw. -- Dit rijk distrikt, in het land der oude Eburonen en
+Tongeren, bevat een deel der provincies Luik, Namen en Brabant, langs den
+linker oever van de Maas tusschen Luik, Hoei, Tongeren en Tienen. De stad
+Borgworm (Waremme) ligt zoo wat in het midden van dit vruchtbare deel van
+België. Deze zoo wel bebouwde en dichtbevolkte streek is de minst
+schilderachtige van het land; zij levert overvloedig koren, aardappelen en
+beeten.
+
+X. -- De Borinage. -- Aldus noemt men een deel van het rijke kolengebied in
+de omstreken van Bergen, ten zuiden van de rivier de Hene. Het bevat een
+dertigtal gemeenten, die zich bijna uitsluitend bezighouden met de
+ontginning der kolenmijnen.
+
+Het is hier de plaats om een woord te zeggen over het Belgisch kolengebied,
+gevormd door een breede en diepe inzinking van den bodem, die België
+doorsnijdt van het noord-oosten naar het zuid-westen. Dit uitgestrekte
+bekken met zijn opeengestapelde lagen, splitst zich, aan weerszijden van
+Namen, in twee voorname beddingen, de eene loopende naar 't oosten, de
+andere naar 't westen.
+
+De laatste, ook de belangrijkste, richt zich langs de vallei van de Samber
+naar Charleroi, waar ze haar grootste ontwikkeling bereikt. Van hier loopen
+de lagen ter breedte van nagenoeg twee mijlen naar Bergen, vervolgens over
+de Fransche grens naar Dowaai. Ze hebben een uitgebreidheid van meer dan
+90,000 Ha.
+
+Het oostelijk bekken volgt de vallei der Maas, terwijl het voortdurend
+wijder wordt tot voorbij de stad Luik. Van hier zet het zich voort door
+Hollandsch Limburg naar de Roer, met een sedert 1901 ontdekte vertakking in
+de Belgische Kempen. De lengte van het ontgonnen bekken is 13 mijlen,
+waarvan 11 in de provincie Luik. De gansche oppervlakte schat men op 4,400
+Ha. Het gansche kolendistrict in ons land bedraagt zoo wat het twintigste
+van de oppervlakte van 't Rijk. 120,000 menschen vinden hun bestaan in den
+kolenbergbouw, waarvan de voornaamste middelpunten zijn de _Borinage_, het
+_Centrum_ in de omstreken van _Mariemont_ en _La Louvière_, dat van
+_Charleroi_ en van _Luik_. De gezamenlijke opbrengst bedraagt jaarlijks
+meer dan 200 millioen ton (1000 Kgr.), voor een waarde van ruim 2000
+millioen frank. België is tegenwoordig het vijfde kolenland der aarde. De
+dikte der lagen evenals de diepte van dit kolenbekken is zeer verschillend:
+sommige dalen tot 1000 M. beneden de oppervlakte.
+
+In de nabijheid der kolenmijnen treft men gewoonlijk overvloedig ijzererts
+aan, in de omstreken van Namen, Hoei en Luik, langsheen de oevers der
+Maas, ook in de provincie Luksemburg. De geheele vallei van Samber en Maas,
+tusschen Charleroi en Luik, is als bezaaid met hoogovens en ijzerfabrieken.
+
+Zink- en looderts vindt men meestal in dezelfde streken, de grootste
+hoeveelheid langs de oevers van de Vesder aan de Pruisische grens, in het
+onzijdig gebied van _Moresnet_, de bekende _Vieille Montagne_ of
+_Altenberg_[14].
+
+XI. -- Het Hageland in het noord-westen van Brabant, vroeger een deel van
+de onvruchtbare Kempen, omzoomd en besproeid door de Dijle, de Demer en de
+groote Gete, tusschen de steden Diest en Aarschot, Tienen en Leuven, is
+thans in een vruchtbare gouw herschapen met malsche weiden, mooie
+boomgaarden en vruchtbare velden.
+
+Belgische Vlakte
+
+XII. -- De Kempen. -- Hoe geheel anders dan de vruchtbare bodem van
+Middel-België is het voorkomen der zandige vlakte der Kempen, die zich over
+een groot deel der provincies Antwerpen en Limburg uitstrekt. Eens was deze
+streek het bed van een groote zee, vandaar dat deze vloedgrond den stempel
+draagt der onvruchtbaarheid. Zij heeft een omvang van meer dan 200,000 Ha.
+Haar gemiddelde hoogte bedraagt zoowat 15 M., terwijl haar toppunt in
+Limburg 80 M. bereikt. Een diepe ernst ligt over de geheele vlakte, die het
+gemoed beklemt, ondanks het plantenkleed, dat de natuur er over gespreid
+heeft. De paarsche erica en de gele brem wisselen er af met schrale
+jenever- en hulststruiken, berken en mastboomen. Waar het insijpelende
+water niet weg kan vloeien, daar is de grond moerassig en vormen zich met
+den afval der planten veen- of turfgronden. Elders treft men op een diepte
+van 1 M. ongeveer, leem aan, dat, aan de oppervlakte gebracht en met zand
+vermengd, een goeden bouwgrond oplevert. Duizenden hectaren schralen
+heigrond heeft men aldus in vruchtbare beemden en akkers herschapen.
+
+In de 12e eeuw waren de Kempen nog weinig bevolkt; de monniken der abdijen
+van Tongerloo, van Averbode en van Postel waren waarschijnlijk de eersten,
+die het werk der ontginning begonnen, doch het is vooral sedert de
+vereeniging met Nederland in 1815, dat men beproefde een beter gebruik van
+den bodem te maken. Ook de Trappisten droegen in latere jaren krachtig bij,
+om de woeste gronden te doen verminderen.
+
+XIII. -- Klein-Brabant ligt in den zuid-westhoek der provincie Antwerpen
+tusschen de Schelde, den Rupel en de Zenne. Het is een vreedzaam en
+verrukkelijk oord met een vruchtbaren klei- en zandgrond, die met zorg is
+bewerkt en de kundige hand van den Vlaamschen landbouwer bewijst.
+
+XIV. -- Het Land van Aalst, aldus genoemd naar de stad, die er het
+middelpunt van uitmaakt, is een vruchtbare kleistreek met malsche weiden,
+waardoor de Dender kronkelt. Schoone velden met koren en koolzaad wisselen
+af met voortreffelijke moestuinen; doch het is vooral bekend door de rijke
+hopakkers.
+
+XV. -- Het Land van Waas. -- Indien dit heerlijk land, liggende aan den
+linker oever der Schelde, tusschen Antwerpen en Gent en de vaart van
+Terneuzen, tegenwoordig den indruk maakt van een grooten volkrijken
+boomgaard, dan is dit alles de vrucht van eeuwen arbeids. Dit mooi gewest,
+met zijn idyllisch voorkomen, met zijn rijke en vriendelijke landouwen, was
+eenmaal een treurige zandwoestijn, de voortzetting der Antwerpsche Kempen.
+
+De vroege ontwikkeling der Vlaamsche steden met hun talrijke bevolking,
+bracht de noodzakelijkheid mee, om het omliggende woeste land te maken tot
+een der meest voortbrengende gewesten van Europa. Hoeveel arbeid en taai
+geduld, hoeveel bedrevenheid en kunde is er noodig geweest, om uit die
+dorre vlakte met poel en moeras, een waren lusthof te doen ontstaan!
+
+Nu zou men allicht denken, dat zulk een streek, waar de eene akker naast
+den anderen als in een meetkundig mozaïek zich uitstrekt, van alle
+bekoorlijkheid is ontbloot. Doch onze eenvoudige landman met zijn scheppend
+vermogen bezat een diep gevoel voor natuurschoon, waardoor zoovele
+Vlaamsche dichters en schilders bezield en in verrukking zijn gebracht.
+
+Lees _De Laveleye_[15], den ouden _Sanderus_[16], of den Florentijn
+_Guicciardini_[17], of liever doorwandel het Waasland van Gent in welke
+richting ook, alom bezaaid met volkrijke dorpen, en zeg of bij die kalme,
+frissche natuur, onder het heerlijk lommer der boomen uw hart niet opengaat
+van louter natuurgenot? Wat uw oog ontmoet, is slechts één kleur, maar in
+een reeks van schakeeringen met een onvergelijkelijke bekoorlijkheid en
+innige poëzie! Hier leent de akkerbouw zijn nooit vermoeide hand aan de
+kracht der natuur, om beide vereenigd, hun gouden horen des overvloeds uit
+te storten. Met recht heeft men het Waasland genoemd «den tuin van België.»
+
+Andere deelen, niet minder lief en bevallig, vormen de lachende oevers der
+Lei, met hun zacht bewogen vlasakkers, als het vleiend windje er over
+strijkt, met hun weiden van groen fluweel, zoo teeder rustig en betooverend
+schoon. Gaan we naar het zuidelijk deel, waar de bodem met zijn golving en
+kleine verhevenheden, zooveel er toe bijdraagt, om de schoonheid nog te
+verhoogen, dan genieten we overal van de verrukkelijke gezichtspunten, die
+de ziel boeien en verheffen. Doch er is nog een ander Vlaanderen, dat van
+het Meetjesland en dat der polders en dijken, het jongste in vorming als in
+geschiedenis.
+
+XVI. -- Het Meetjesland herinnert door de gesteldheid van zijn mageren
+bodem aan de Kempen, waartoe het vroeger behoorde. Het kenmerkt zich door
+een zekere eentonigheid, door zijn boekweitvelden en sparreboschjes.
+
+Het strekt zich uit rondom de stad Eekloo en meer bepaaldelijk in de
+richting van 't noord-oosten, tusschen de Lieve, de vaart van Schipdonk en
+het kanaal Leopold, dat door het Polderland loopt.
+
+XVII. -- De Polders. -- Van Duinkerke langsheen de Noordzee tot aan de
+monden der Schelde en verder waar ze zich vereenigt met den Rupel, de Durme
+en den Dender, strekken zich lage kleivormingen uit, in vorige eeuwen door
+den Oceaan bedekt, maar thans in voortbrengende gronden herschapen. Die
+breede zoom van 10 tot 15 Km., door aanslibbing van zee en stroomen
+neergelegd, is door de bewoners op de wateren veroverd, ingedijkt en
+drooggemaakt, en eindelijk in vruchtbare _polders_ veranderd. Het water van
+rivier of zee moest men eerst door afdammen terugdringen, het overtollige
+binnenwater uit poel en moer verwijderen, daarna de gronden droogleggen
+door een kunstmatig en met zorg onderhouden stelsel van afwatering, door
+middel van slooten, ringgrachten en kanalen, die het naar de zee voeren;
+want overal is water aanwezig: het borrelt en vloeit door de oppervlakte of
+op een geringe diepte onder den grond. Heel dit ingewikkeld netwerk van
+kleine wateren met zijn sluizen, dat, als een gedwee werktuig in de hand
+van den mensch, dienen moet, om de kostbare oppervlakte te behoeden tegen
+overstrooming of doorzijging van den ondergrond, draagt den naam van
+_watering_.
+
+Op groote afstanden verheffen zich, als een weinig hooger liggend
+wandelpad, bijna onmerkbare _dijken_, waaraan niet minder zorgen zijn
+besteed, en die onze voorouders eeuwen arbeids en opofferingen hebben
+gekost, niet enkel om ze te leggen, maar om ze te behoeden tegen de
+herhaalde aanvallen der geduchte elementen.
+
+De polderstreek, die ten minste 80 Km. lang is, met een omvang van nagenoeg
+100,000 Ha. in ons land, gaat van boven Antwerpen evenwijdig met de Schelde
+over Zelzate en Damme, dan zuidelijk over Oudenburg naar Diksmuide en
+Veurne.
+
+XVIII. -- Veurne-Ambacht. -- Het is onder dezen naam dat men de rijke gouw
+aanduidt, die in den omtrek der steden Diksmuide en Veurne, zich voortzet
+tot aan de Fransche grens, tusschen den IJzer en de duinen van de Noordzee.
+Zij heeft een oppervlakte van 350 Km2. Op den aangeslibden grond groeit een
+kort en stevig gras, dat door de zilte zeelucht gevoed, een krachtig
+voedsel oplevert voor de paarden- en de veeteelt. Sedert meer dan drie
+eeuwen geniet deze streek een welverdiende vermaardheid om haar
+zuivelbereiding, waaraan zij ook het beste deel harer welvaart verschuldigd
+is.
+
+XIV. -- De Duinen. -- Verlaten wij de groene vlakte, dan ontmoeten we ten
+noorden den voet van den duingordel, die als een aaneenschakeling van
+golvende zandheuvels met een gemiddelde hoogte van 10 M. en een
+afwisselende breedte van 60 M. tot 3 Km. zich voortzetten langsheen de
+zeekust. Die gansche duinwal schat men op 3000 Ha. Op sommige plaatsen
+komen ze dieper in 't land te liggen, in breedere en smallere rijen, min of
+meer evenwijdig met elkander, tusschen wier hoogten zich _pannen_ of kleine
+dalen vormen. Nabij de dorpen Koksijde en de Panne liggen de hoogste
+duintoppen, waarvan een, de Hooge Blekker, 32 M. bereikt.
+
+Deze aeolische vormingen zijn het eigendom der zee, de zandbanken, die de
+hooge vloed uit haar schoot opwerpt boven het strand, waar de fijne,
+beweeglijke zandkorrels spoedig op hun beurt de speelbal worden der
+heerschende winden, die van den zeekant komen, en ze over de duintoppen
+voortdurend het land injagen.
+
+Door beplanting met helmgras, duindoren en kruipwilg is men er in geslaagd
+de duinen meer vastheid te geven. Merkwaardig is de rijkdom van water in de
+duinen, zoodat men bij behoorlijke leiding sommige steden van uitstekend
+drinkwater zou kunnen voorzien.
+
+
+Taal en Volk
+
+Van de zeven millioen inwoners, die België bewonen, zijn er vier millioen,
+die behooren tot den Nederlandschen stam, en die, behalve een paar honderd
+duizend, Nederlandsch spreken, terwijl slechts drie millioen het Waalsch of
+Fransch als moedertaal gebruiken.
+
+De Belgische stammen, die vóór meer dan twintig eeuwen ons land bewoonden,
+waren Kelten, behoorende tot het ras, dat ook geheel Frankrijk bevolkte.
+Naar alle waarschijnlijkheid waren deze voorafgegaan door een nog oudere
+bevolking, wier overblijfselen men gevonden heeft in de grotten langs Maas
+en Lesse, in de streken langs Hene, Schelde of Rupel.
+
+De Keltische stammen in 't zuiden van ons land en die met de Romeinen
+steeds in aanraking waren, ondergingen meer en meer hun invloed. Weldra
+doorsneden de heirbanen het bijna ondoordringbare kolenwoud. De Latijnsche
+taal drong langzamerhand in het Keltische leven, waardoor het Waalsch is
+ontstaan. Toch valt het niet te loochenen, dat ondanks zijn Romaansche
+afkomst, het een groot getal Germaansche elementen in zich heeft opgenomen,
+vooral het Luikerwaalsch. De oorzaak daarvan ligt waarschijnlijk in het
+langdurig verblijf der Austrasische Franken in de omstreken der Maas. De
+uitdrukkingen «Waal en Waalsch» zijn de benamingen door de Germanen aan de
+Romanen gegeven.
+
+Sedert het Karolingische tijdvak heeft het Waalsch zijn grenzen weinig
+veranderd. Wel is de naam van Luik oorspronkelijk Germaansch evenals
+Herstal, maar dit is geen bewijs dat het Germaansch of Nederfrankisch
+vroeger zuidelijker werd gesproken en het Waalsch vooruitgeschoven is. Daar
+tegenover staan vele Waalsche namen van plaatsen, die altijd door een
+Vlaamsche bevolking zijn bewoond geweest.
+
+Taalgrens. -- Trekt men van St.-Omaars in Frankrijk nagenoeg een rechte
+lijn tot aan Maastricht, dan wijst deze vrij juist de taalgrens aan
+tusschen de Nederlandsch sprekende en Waalsche bevolking, en komt nagenoeg
+overeen met den Romeinschen steenweg van de zee over Bavaai naar Keulen en
+den noordelijken zoom van het uitgestrekte Kolenwoud, dat België in vroeger
+tijden van het westen naar het oosten doorliep. Ten noorden van dien zoom
+woonde de rustig landbouwende Frankische stam, waarvan de overgroote
+meerderheid der Vlamingen afstamt. Soms in een en hetzelfde dorp maakt de
+straatweg de scheiding tusschen het Waalsch en het Vlaamsch element. Eeuwen
+reeds wonen de beide volksstammen naast elkander. Zij hebben hetzelfde lot
+ondergaan, vreedzame en woelige tijden met elkander doorleefd, en toch
+heeft dit alles niet geleid tot verwisseling van taal.
+
+In de eerste en tweede eeuw onzer jaartelling was het grootste deel van
+laag-België naar alle waarschijnlijkheid nog bewoond door Keltische
+stammen, doch toen de Germanen van den beneden-Rijn in de vierde eeuw er
+verschenen, waren de eersten verdwenen, misschien ten gevolge van zware
+overstroomingen, die in de IIIe eeuw plaats hadden, en er bijna alle sporen
+der Romeinen hadden weggevaagd. Wat er hier en daar wellicht van overbleef,
+loste zich op in den Frankischen bond.
+
+Een ander Germaansche volksstam, de Friezen, had zich van uit het noorden
+allengs langs de zeekusten uitgebreid tot voorbij de monding der Schelde,
+tot het Zwin in Vlaanderen, doch waren door Pepijn van Herstal en Karel
+Martel teruggedrongen. Toen later Karel de Groote talrijke familiën van
+Saksen in Vlaanderen overplaatste, versmolten zij spoedig met de Frankische
+stammen. Laag-België bleef dus Germaansch gebied en de taal door de
+bevolking gesproken was zuiver Nederfrankisch. De oud-Germaansche liederen,
+die Karel de Groote liet opteekenen, waren waarschijnlijk in dien
+oud-Vlaamschen tongval geschreven. Van de laatste helft der XIIe eeuw
+dagteekenen de eerste tot ons gekomen producten onzer Nederlandsche
+Letterkunde, waartoe Limburgers, Vlamingen en Brabanders het meest
+bijdroegen. Ze zijn in het Middelnederlandsch, de omgangstaal van de lage
+landen, ten zuiden van den Rijn tot aan de grenzen van het groote Kolenwoud
+in België gesproken.
+
+In de XIIIe eeuw, te zamen met de toenemende macht der burgerij, bereikte
+die letterkunde, vooral in Zuid-Nederland, haar hoogsten bloei. Jacob van
+Maerlant van Damme († omstreeks 1300), «de Vader der Dietscher Dichtre
+algader», evenals de luimige zanger van het meesterlijk gedicht van «den
+Vos Reinaerde» (1270), gaven uitdrukking aan de burgerlijke gedachten en
+gevoelens van dien tijd.
+
+Het Nederlandsch in België bevat vier dialecten: het zoetluidende
+West-Vlaamsch, dat meer op de taal der middeleeuwen gelijkt, en dat ook in
+Zeeland wordt gehoord; het Oost-Vlaamsch; het Brabantsch, dat in de Kempen
+het zuiverst klinkt; het Limburgsch, dat in meer dan een opzicht het
+Middelfrankisch nadert. Doch daarnaast is voor heel Vlaamsch-België het
+beschaafde Nederlandsch de schrijftaal, die ook met elken dag door den
+ontwikkelden Vlaming zuiverder wordt gesproken en geschreven. Naast de
+groote aantrekkelijkheid, die het verleidende Fransch hier op de menigte
+uitoefent, is het hardnekkig doordrijven der taalparticularisten een groot
+gevaar voor het behoud onzer taal. Hier geldt geen kinderlijke bewondering
+en gehechtheid aan een gewestspraak, hoe zoet ze ook moge wezen, maar wel
+de kracht, de eenheid van onzen stam. Daarom zorge men dat overal onze taal
+zoo zuiver mogelijk worde gesproken en zich ontwikkele tot een rijk,
+welluidend, helder en beschaafd Nederlandsch.
+
+Behalve in Nederland en in Vlaamsch-België wordt het Nederlandsch in een
+deel van het Noorder-departement in Frankrijk, in Zuid-Afrika en in de
+Nederlandsche koloniën in Oost- en West-Indië gesproken, te zamen door
+nagenoeg tien millioen menschen.
+
+
+Karakter der Vlamingen
+
+Naast geest en gemoed, in hun eigenschappen en gebreken toonen de Vlamingen
+zich de afstammelingen van hun Germaansche voorvaderen.
+
+Het beeld, dat Tacitus[18] van het karakter, de zeden en de gewoonten dier
+oude Germanen heeft geteekend, maakt zeker geen ongunstigen indruk. Hun
+rijzige, forsche gestalte, hun open gelaat, hun heldere blauwe oogen, de
+rossig-blonde lokken, die over hun schouders golfden, hun onbevangen blik,
+hun mannelijke houding, 't getuigde alles van fierheid en rustige kracht.
+Hoewel ruw en onbeschaafd, waren ze niet wreed noch ongevoelig voor
+zachtere indrukken. Hun zeden, vergeleken bij die der Romeinen, waren
+eenvoudig en rein; hun huwelijkstrouw en eerbied voor den ouderdom en de
+vrouw, hun kinderlijke openhartigheid waren algemeen bekend en staken
+gunstig af bij het gelijktijdig zedenbederf der meer beschaafde Grieken en
+Romeinen. Vrijheid was hun boven alles lief, gastvrijheid een kenmerk van
+den Germaan; zelden werd een vreemdeling afgewezen of hem de toegang tot
+het erf ontzegd.
+
+Jammer dat dit sterk gevoel voor vrijheid zoo dikwijls oversloeg in afkeer
+voor gezag en tucht, in gebrek aan eensgezindheid, zelfs bij dreigend
+gevaar. Belust op buit door krijg en veete, maakte hij zich dikwijls
+schuldig aan misbruik van sterken drank; zijn verregaande hartstocht voor
+het dobbelspel werd hem soms verderfelijk. Dronkenschap hebben helaas! zijn
+nakomelingen van hem overgeërfd.
+
+Naast den man vertoont zich de Germaansche vrouw in een schooner licht:
+haar ranke edele gestalte, haar kuische ingetogen blik, waaruit hare reine
+inborst sprak, dwong eerbied af. Als eene trouwe gade stond zij haar
+echtgenoot ter zijde. Niet alleen droeg ze zorg voor huis en have, maar
+volgde hem dikwijls in den strijd, bracht hem lafenis en verkwikking, en
+wist zijn moed en dapperheid aan te vuren. In de heldenzangen van dien
+tijd, in de algemeene vereering, die zij later onder de Ridderschap genoot,
+zien wij het bewijs van haar waardigheid en reinen glans.
+
+Ondanks al de lotwisselingen van het Vlaamsche volk in de verschillende
+tijdperken van zijn bestaan, heeft het veel van zijn Germaansche vaderen
+behouden. In de rechtstreeksche uiting van zijn verstand en gevoel ligt nog
+altijd die zelfde vrijmoedigheid, die ruwe rondborstigheid, iets dat
+getuigt van zorgelooze vroolijkheid, die zoo licht uitbundig wordt. Over
+het algemeen is de Vlaming voorkomend, gezellig en deelnemend. Gaarne
+vertoeft hij buitenshuis, en verheugt zich in vriendenkring; houdt daarbij
+van boert en schalken spot. Van natuur is hij bijzonder muzikaal, kunst- en
+prachtlievend. Toegevend en dienstvaardig voor vreemdelingen, is hij steeds
+bereid, om zich aangenaam en nuttig te maken. Evenals zijn Waalsche
+landgenooten, is hij gastvrij; zonder omslag of plichtplegingen wordt ge
+vriendelijk ontvangen. Op den buiten begroeten de landlieden u met een
+hartelijken «goeien dag.» De Vlaming heeft niet die nuchterheid van
+verstand, niet die koele terughouding, maar ook niet die taaie wilskracht
+en volharding, dien zedelijken ernst, die het kenmerk is van zijn
+Noorderbroeder. Een warmer opbruisend bloed maakt hem beweeglijker,
+geestdriftiger en zet zijn hart gauwer in gloed.
+
+Doch laten we liever het woord aan Prof. H. Kern[19], waar hij zijn oordeel
+over ons aldus neerschrijft:
+
+«De Zuid-Nederlanders: Vlamingen, Brabanders, Antwerpenaars, hebben veel
+karaktertrekken met hun stamgenooten in 't Noorden gemeen. Ze zijn even
+vrijheidslievend, en overschrijden even licht de grens, die vrijheid van
+bandeloosheid scheidt. Zij zijn minder stijf en stroef in den omgang,
+levendiger, rumoeriger; minder bezadigd en lichter geraakt; minder
+peuterig, minder omslachtig en minder zwaartillend, doch ook minder
+nauwgezet; handiger, meer artistiek van aanleg, meer gesteld op uiterlijke
+praal, niet vrij van ijdelheid. Zonder zeer hartstochtelijk te zijn,
+geraken ze toch eerder in vuur. Daar zij minder zwaartillend zijn, zien zij
+er minder tegen op het initiatief te nemen.»
+
+Kan dit oordeel van den grooten Nederlandschen geleerde als de lichtzijde
+van ons karakter gelden, ook op de schaduw er van behooren wij te wijzen;
+en in de eerste plaats op het gebrek aan geloof in ons zelven, ons zwak
+gevoel van eigenwaarde, onze geringschatting voor eigen taal. Onze
+vaderlandsliefde is alleen nog verpersoonlijkt in onze historische
+monumenten en kunstschatten, in onze gehechtheid aan veel wat van den roem
+van het voorgeslacht tot onze zinnen spreekt. Na de verschrikkelijke crisis
+der zestiende-eeuwsche beroerten, die ons van het puik onzer bevolking
+beroofde, heeft een geest van verslapping, van lamlendigheid en
+onverschilligheid zich langzamerhand van ons meester gemaakt. En wat werd
+er toen van het vroeger zoo fiere Vlaamsche volk, bestemd voor de
+heerlijkste toekomst? Verlaten door de krachtige leiders, de edelste zonen
+van onzen stam, die bij duizenden en tien duizenden de wijk naar het
+Noorden hadden genomen, lieten wij onzen geest meer en meer verkwezelen,
+zonken in armoede en machteloosheid weg, om gedurende bijna drie eeuwen
+overgeleverd aan vreemde willekeur en geweld, uit de rij der natiën te
+worden weggevaagd. Bloed en zweet mochten wij ten offer brengen voor
+belangen, die ons heelemaal vreemd waren. Ziedaar het loon van eigen
+dwaasheid en verblinding, het lot, dat alleen de standvastigheid onzer
+Vaderen van ons had afgewend.
+
+De vereeniging met Nederland in 1815 schonk den Vlaming de gelegenheid de
+zware fout der XVIe eeuw te herstellen, alles bezittend wat noodig was, om
+een bloeienden, rijken Staat te vormen. Helaas! uit de school der
+beproeving was hij even arm aan wilskracht, aan zelfbeheersching te
+voorschijn getreden. Opnieuw liet hij zich eerst door een opruiende
+geestelijkheid, dan door de oproermakende Walen verleiden, om tegen zijn
+eigen taal te protesteeren, met de vijanden van zijn stam te heulen en de
+hereeniging plotseling te verbreken, die door stijgende welvaart en
+voorspoed zooveel van zich verwachten liet en een voorwerp was geworden van
+bewondering, maar ook van afgunst voor anderen. Opnieuw scheidde hij zich
+af van zijn Noorderbroeders, om zich te krommen onder het juk van Waalsche
+bureaucratie, en een langen lijdensweg op te gaan van geestelijke
+verstomping en stoffelijken achteruitgang, van miskenning zijner heiligste
+rechten.
+
+Wat zou er in die drie vierden van een eeuw van ons volk zijn geworden
+zonder de Vlaamsche Beweging, die weinig jaren na de Omwenteling van 1830
+zich reeds deed gevoelen; zonder de toewijding der trouwste zonen van 't
+Land, die steeds voor de verwaarloosde stamgenooten in de bres sprongen, om
+hun miskende rechten met moed en klem te verdedigen, en aldus machtig
+bijdroegen tot Vlaanderens zedelijke herleving? Zal ons volk dien weg
+blijven opgaan? Zal het hem mogelijk zijn met de aanmoedigende leeringen en
+voorbeelden van het verleden voor oogen, tot een betere toekomst te
+geraken, zijn vorige kracht en glorie te herwinnen? Dat zal in de eerste
+plaats afhangen van ons zelven, van onze geestkracht en toewijding, van den
+adel onzer handelingen, van ons gemeenschappelijk gevoel en eensgezindheid.
+In het heden ligt wat worden zal!
+
+
+Algemeen overzicht der Steden en Monumenten
+
+Vlaamsch-België is een historisch gewest bij uitmuntendheid. Weinig
+landstreken bezitten zooveel geschiedkundige herinneringen, zooveel fraaie
+steden, zooveel natuurschoon en kunstschatten, zooveel bekoring voor hart
+en geest. Al vroeg werd het een machtig midden van druk verkeer, van
+handel en nijverheid, een soort van onafzienbaar marktplein, waar Noord en
+Zuid, de kooplieden van Engeland, Frankrijk en Italië, de Venetiaansche en
+Hanzeatische zeelieden elkander ontmoetten. De vreemdelingen, die onze
+landstreek bezochten, stonden verbaasd over de talrijke bevolking, die zich
+overal verdrong. In de XIVe en XVe eeuw wekten onze steden de bewondering
+van gansch Europa. Hun oude luister is thans verdwenen of sterk afgenomen;
+sommige zijn schier uitgestorven, doch andere hebben zich uit den staat van
+verval tot welvaart en bloei weer opgewerkt, om tot haar vorige glorie
+terug te keeren. Er is bijna geen stad, die niet een of ander roemrijk feit
+te vertellen weet; zelfs de doode steden met hun ruime pleinen en markten,
+geschikt voor volksvergaderingen, roepen menige merkwaardige gebeurtenis
+voor den geest. In dezen tijd wordt er oneindig veel gedaan voor het behoud
+dier eerwaardige monumenten en voor de kunst in 't algemeen. Geen kerk of
+raadhuis of welk ander belangrijk gebouw, of het wordt met zorg hersteld,
+om de schade of den wansmaak, door vandalisme aangebracht, te doen
+verdwijnen. Dit is een gevolg van den eerbied, dien de Belg in 't algemeen
+gevoelt voor de overblijfselen van zijn verleden, van zijn dankbaarheid
+voor 't roemrijk voorgeslacht. De prachtige kathedralen met hun hooge
+torens, de rijkversierde raad- en gildehuizen, de zware steenen belforten
+en uitgestrekte hallen, zijn het niet als zoovele sprekende getuigen van
+zijn kunst- en godsdienstzin, van de macht en den rijkdom onzer steden? Elk
+van hen stelde er een eer in, haar schepenhuis te bouwen naar een eigen
+zelfstandig plan. Het is als burger van een stad, als lid van de eene of
+andere gilde, dat de Belg bewust is van zijn gehechtheid aan zijn land.
+
+De eerste groote steden, die de reiziger ontmoet als hij, komende uit
+Duitschland, de Belgische grens overschrijdt, zijn het nijverige Verviers
+(52,500 inw.) met talrijke laken- en wolfabrieken, en Luik (171,000 inw.),
+het middelpunt der steenkool- en ijzerindustrie, en in bevolking de derde
+stad van 't rijk. De omstreken nemen een belangrijk deel aan haar groote
+bedrijvigheid, o. a. Seraing (40,000 inw.), met zijn grootsche inrichtingen
+en machtige ijzerfabrieken, evenals zijn kristal- en glasblazerijen van
+_Val St-Lambert_. Die ontzaglijke metaal-industrie, waarvan de gebroeders
+_Cockerill_ de scheppers waren, dankt ons land aan koning Willem I, die hun
+het domein, het vroegere zomerverblijf der prins-bisschoppen van Luik, voor
+dit doel afstond (1817). In 1821 trad te Seraing de eerste hoogoven in
+werking, die de stuwkracht werd onzer ijzerindustrie, welke in onzen tijd
+zulke ontzettende uitbreiding heeft genomen.
+
+Spoedig verlaten we het Waalsch gebied. Ten noorden in de provincie Limburg
+liggen de oude Vlaamsche steden Tongeren en St.-Truiden, verder Hasselt en
+Maaseik. Tongeren (9,000 inw.) ontleent zijn naam aan den Germaanschen
+volksstam, die zich hier kwam vestigen op de plaats der Aduatieken en
+Eburonen, die Caesar had doen uitroeien. Het standbeeld van Ambiorix op de
+Markt herinnert ons aan een der glorierijkste feiten van het begin onzer
+geschiedenis. Evenals Tongeren had St.-Truiden (13,700 inw.) veel te lijden
+en werd herhaaldelijk verwoest. Men beweert dat zij de geboorteplaats is
+van _Gerhard van Rile_, den eersten bouwmeester der statige domkerk te
+Keulen, dit onvolprezen meesterstuk der middeleeuwsche bouwkunst. Hasselt
+(15,000 inw.), de hoofdstad der provincie, is bekend om haar stokerijen,
+terwijl Maaseik (4,700 inw.) doorgaat voor de geboorteplaats van de twee
+beroemde broeders _Hubert_ en _Jan Van Eyck_, de stichters der Vlaamsche
+schildersschool in de XVe eeuw.
+
+Intusschen zetten we onze reis voort over Tienen naar Leuven. De eerste
+(17,700 inw.) is een voorbeeld van netheid, met suiker- en ijzerfabrieken
+en een zeer bezochte graan- en veemarkt. In 1213, bij den inval van den
+prins-bisschop van Luik, werd de stad ten gronde vernield, benevens 32
+dorpen en andere steden, waaronder Zoutleeuw, welks oud stadhuis en kerk,
+maar vooral haar keurig tabernakel als een wonder van bevalligheid zijn
+bekend. De kerk van Zoutleeuw is de eenige, die in de 16e eeuw door de
+beeldstormers niet werd verwoest; zij geeft alleen een beeld van hetgeen
+onze bedehuizen waren vóór de kerkhervorming.
+
+[Illustration: Romaansche Kloostergang te Tongeren]
+
+Ten noord-oosten van 't Hageland liggen de steden Diest (8,900 inw.) en
+Aarschot (7,000 inw.). Diest met een rijk archief van merkwaardige
+oorkonden der XIIIe eeuw, hield in den strijd tegen Spanje het langs de
+zijde van Willem den Zwijger. In de kerk van St.-Sulpicius rust Oranje's
+oudste zoon Filips (†1618).
+
+Thans vraagt Leuven onze aandacht, de voormalige rijke hoofdstad van het
+hertogdom Brabant, gedaald tot den rang van gewone provinciestad. Gelegen
+aan de Dijle, waar keizer Arnold in 892 de Noormannen een geduchte
+nederlaag bracht, telde de stad in de XIVe eeuw niet minder dan 4000
+weefgetouwen voor het vervaardigen van laken, en een bevolking, beweert
+men, van 80,000 zielen, nu slechts 42,000. Inwendige onlusten tusschen
+edelen en ambachtslieden, woeste partijschap en burgerkrijg deden haar
+nijverheid ten onderen gaan. Hertog Jan IV, een bevorderaar van letteren en
+wetenschap, trachtte de stad voor dit verlies schadeloos te stellen, en
+begiftigde haar in 1426 met een hoogeschool, een eeuw later een der meest
+bezochte van gansch Europa. Een groot getal beroemde mannen: Erasmus,
+Justus Lipsius, Paus Adriaan VI van Utrecht werden er gevormd.
+
+Vervallen van haar vroegere grootheid, bezit ze nog belangrijke fabrieken
+en brouwerijen, alsook een goed bezochte Kath. Vrije Universiteit, gesticht
+in 1834. Het stadhuis is een juweel en een der schoonste monumenten van
+België. Dit meesterstuk van den Leuvenschen bouwmeester Matheus Layens,
+begonnen in 1448 en voltooid in 1463, oefent door zijn bevallige
+evenredigheden en zijn rijkdom van versiering een blijvende bekoring uit.
+In die steenen geciseleerde rijve heeft de burgerlijke gothiek haar toppunt
+van kunst bereikt. De St.-Pieterskerk van den Diestenaar _Sulpicius van
+Vorst_, met haar grootsch portaal en statigen middelbeuk, bezit een schat
+van schilderijen en beeldhouwwerken.
+
+[Illustration: Stadhuis van Leuven _(Bulletin officiel du Touring Club de
+Belgique)_]
+
+Halverwege tusschen Leuven en Antwerpen ligt Mechelen aan de Dijle. In de
+Middeleeuwen telde deze stad 12,000 lakenwevers, en voorzag de Nederlanden
+met haar voorwerpen van metaal en met haar klokken; haar goudlederen
+behangsels waren heinde en ver bekend en haar kanten zijn nog overal
+beroemd. Mechelen telt heden 56,000 inw. Het is de zetel van het
+rijksarsenaal voor den bouw en de herstelling van het materieel der
+spoorwegen; zijn meubelfabrieken, tapijten en gobelins, zijn mis- en
+kerkboeken worden veel gevraagd. Tijdens Margareta van Oostenrijk en Karel
+V, en later in de godsdienstige woelingen der XVIe eeuw heeft Mechelen een
+belangrijke rol gespeeld. Sedert Filips II is het de zetel van den
+aartsbisschop, primaat van België. Behalve nog een groot getal mooie
+huizen, bezit de stad in haar St.-Rombouts-kathedraal, een der schoonste en
+rijkste kerken. Haar zware toren, niet ongelijk aan een gebeitelde
+granietrots, is het werk van den beroemden bouwmeester _Rombout
+Keldermans_. Begonnen in 1452, bereikte hij zijn tegenwoordige hoogte
+(97m30) in 1515; hij bevat een der welluidendste beiaarden van 't land.
+Onder de vele groote mannen, die Mechelen heeft voortgebracht, noemen we
+slechts _Rembert Dodoens_, den beroemden kruidkundige, die tijdens de 16e
+eeuw de wijk naar Holland moest nemen.
+
+[Illustration: St-Romboutskerk te Mechelen]
+
+Noord-oostelijk van Mechelen ligt Lier (22,300 inw.) aan den samenvloed der
+beide Neten. In de IXe eeuw werd zij door de Noormannen geplunderd en
+verwoest. Zij bezit een der prachtigste kapittelkerken van België met een
+keurig gebeiteld doksaal. Het is de geboorteplaats van den Nederlandschen
+schrijver _Anton Bergmann_ en van kanunnik _J. B. David_, professor te
+Leuven.
+
+Te midden der Kempen ligt Turnhout (20,600 inw.) met fabrieken van linnen,
+meubelpapier en speelkaarten, kantwerk en andere nijverheden. In 1789
+overwonnen er de Brabantsche patriotten, onder generaal Van der Meersch,
+het Oostenrijksche leger.
+
+Langs de spoorlijn Leuven-Brussel zijn we thans de prachtige hoofdstad van
+België, den zetel van 's lands regeering, genaderd.
+
+Brussel telt 184,000 inw., met haar mooie voorsteden _Laken_(koninklijke
+verblijfplaats), _Schaarbeek, St.-Joost-ten-Oode, Etterbeek, Elsene,
+St.-Gillis, Anderlecht, St.-Jans-Molenbeek_ en _Ukkel_ meer dan een half
+millioen. Gelegen deels in de Vlaamsche laagvlakte, deels nabij het
+opklimmende heuvelland, het Waalsche gewest, is zij in meer dan een opzicht
+het echte centrum des lands. In de nieuw gebouwde bovenstad met het
+heerlijk park, haar vorstelijke woningen en paleizen, spreidt zich rijkdom
+en weelde ten toon: daar heerscht de Fransche taal. In de benedenstad, het
+oudere Vlaamsche deel, tevens het middelpunt van arbeid en nijverheid,
+spreekt het volk vrij algemeen Vlaamsch. Nog onder de Oostenrijksche
+regeering, op het einde der XVIIIe eeuw, werden meestal de akten te Brussel
+in het Vlaamsch opgesteld.
+
+Het valt niet te loochenen, dat de gegoede burger van Brussel, evenals die
+van andere Vlaamsche steden meer en meer verfranscht is; de hoogere standen
+en de adel waren het sinds geruimen tijd; doch van den anderen kant is het
+Nederlandsche stambewustzijn bij een groot deel der bevolking levendiger
+geworden, en is het Vlaamsch in kracht, samenhang en waardigheid
+vooruitgegaan.
+
+[Illustration: Doksaal van de St-Gommaarskerk te Lier]
+
+[Illustration: Stadhuis te Brussel]
+
+Door haar aangename ligging, door haar inrichtingen op allerlei gebied,
+haar kunstschatten en nijverheid is zij een der schoonste hoofdsteden der
+wereld. Bij het binnenkomen valt onmiddellijk de mooi gelegen Kruidtuin in
+het oog; verder op, in het midden der Koningstraat, heeft men de hooge
+Congreskolom, waar een heerlijk panorama van de geheele benedenstad zich
+ontrolt. Onuitwischbaar is de indruk van dit prachtig tafereel met de
+grootsche Goedelekerk en den slanken St.-Michielstoren van 't stadhuis.
+Langsheen de Wetstraat zijn de Ministeries en de Wetgevende Kamers, alsook
+de Warande of het Park met zijn herinneringen aan 1830; aan de overzijde
+staat het Koninklijk Paleis, het ruiterstandbeeld van Godfried van
+Bouillon, den held van den eersten kruistocht; links de Rijksbibliotheek
+met 250,000 boekdeelen en 23,000 kostbare handschriften; daarnaast het
+algemeen Staatsarchief en het prachtig Museum van moderne schilderstukken.
+Het Museum van natuurlijke historie met zijn gevulde zalen van allerlei
+voorwerpen uit het steenen en bronzen tijdperk, en zijn reusachtige
+geraamten van vóórhistorische dieren, bevindt zich thans in een ander
+lokaal in de nabijheid van het Wiertz-museum. In de monumentale
+Regentiestraat heeft men op het einde een verrukkelijk gezicht op het
+Justitiepaleis, dat als een reusachtige Babylonische godentempel in volle
+majesteit omhoogrijst. Behalve het paleis van den graaf van Vlaanderen
+treft men langs den overkant een ander aan, waar de schatten onzer oude
+schilderschool, meer dan 400 doeken, bewaard en bewonderd worden. Verder
+komt men aan den Kleinen Zavel met zijn schoone herstelde Gothische kerk,
+en in den daaroverliggenden tuin de martelaarsgroep van Egmond en Hoorn. Op
+het kunstig gesmeed hek, dat den tuin omringt, staan op granietkolommen de
+48 verschillende neringen der XVIe eeuw door bronzen figuren afgebeeld,
+terwijl rondom de hoofdgroep in nissen van levend groen, tien marmeren
+standbeelden zijn geschaard, voorstellende even zooveel beroemde mannen uit
+die merkwaardige eeuw, waaronder Willem den Zwijger en Marnix van
+St.-Aldegonde. Daarnaast bevindt zich 't Muziekconservatorium; hoogerop
+het vermelde Justitiepaleis van den bouwmeester _Poelaert_, dat door zijn
+grootsche afmetingen een machtigen indruk teweegbrengt, evenals het
+verrukkelijk uitzicht op de benedenstad, die thans onze belangstelling
+wekt. Wat het eerst in het oog valt is de statige Goedelekerk, een weinig
+verder de Groote Markt, de rijkste en schoonste van Noord-Europa. Met haar
+keurig Stadhuis en zijn edelen slanken toren, ter hoogte van 96m63, de
+nieuw herbouwde broodhalle of Broodhuis naar het oorspronkelijk plan van
+1515, en zijn krans van rijk versierde gildehuizen van omstreeks 1700,
+dwingt zij elken vreemden bezoeker tot bewondering. Het is majesteit,
+bevalligheid en weelde. _Busken Huet_[20] noemt het «breed kantwerk,
+goudsmederij, een zonnestraal op den weg der bouwkunst». Onder de moderne
+gebouwen der benedenstad vermelden wij verder de Beurs, het Postkantoor, de
+Anspach-fontein, benevens de heerlijke boulevards met de rijke hotels en
+magazijnen, een uitstalling van 't kostbaarste en 't meesterlijkste der
+nijverheid, al de verleiding van kunst en verfijnde weelde, die verbluft en
+verrukt.
+
+[Illustration: Paleis van Justitie te Brussel]
+
+Ten zuiden der hoofdstad in de richting van Henegouwen ontmoet men de
+kleine stad Halle (12,000 inw.), een druk bezochte bedevaartplaats, en
+dicht bij de taalgrens, aan de Romeinsche heirbaan van Bavaai naar Atrecht,
+Edingen _(Enghien)_, in de buurt van een der schoonste parken van Europa.
+
+Volgt men van hier met het spoor nagenoeg den loop van den Dender, tot aan
+zijn monding in de Schelde, dan ontmoet men langs dien weg de steden
+Geeraardsbergen (12,000 inw.), Ninove (7,500 inw.), Aalst (30,000 inw.),
+met grooten handel in hoppe, vlas en koolzaad, met fabrieken van linnen,
+katoenen, wollen en zijden weefsels. In de prachtig onvoltooide
+St.-Maartenskerk te Aalst met een schoon doksaal en een meesterlijke
+schilderij van Rubens, is het graf van _Dirk Martens_, die in 1473 het
+eerst de boekdrukkunst in België bracht. Hij was een der geleerdste mannen
+van zijn tijd.
+
+Dendermonde (10,600 inw.). De collegiale kerk bevat merkwaardige
+schilderijen en beeldhouwwerken van groote meesters. Het is de
+geboorteplaats van den beroemden toonkundige _Jan Ockegem_(†1430) en van de
+Vlaamsche dichters _Prudens van Duyse_, die er zijn bronzen standbeeld
+heeft, en _Em. Hiel_.
+
+[Illustration: Lakenhalle, Belfort en Stadhuis te Gent]
+
+Gent (163,000 inw., met zijn voorsteden meer dan 200,000). Hoe verschillend
+moet de indruk zijn, dien de reiziger ondervindt, als hij voor het eerst
+hier binnenkomt en een moderne stad meent te zien. Nog is hij de
+Vlaanderenstraat niet door, of de illusie verdwijnt bij het zicht van een
+reeks oude gebouwen, waarin zich de luister dier trotsche stad van weleer
+zoo duidelijk afspiegelt. Het eerste gebouw, dat ons treft, is het
+Geeraard-duivelsteen (13e eeuw), daarnaast de statige kathedraal van
+St.-Baafs met haar hoogen toren, de oude Lakenhalle met het nog oudere
+Belfort, welks zware klokken bij feestgetij hun machtige tonen doen hooren.
+Die trouwe wachter en die bronzen stem onzer aloude gemeentevrijheden
+behooren onafscheidelijk bij elkaar. Geen dertig meter verder verrijst het
+prachtige stadhuis, dat uit twee ongelijke deelen bestaat: de jongste gevel
+in Renaissancestijl der 17e eeuw, de oudere in Gothiek naar het plan van
+_Domien De Waghemackere_ en _Rombout Keldermans_(1481-1517). Moest het
+opgebouwd en voltrokken zijn, het zou nergens zijn weerga hebben. Ook de
+oude Romaansch-Gothische kerken van St.-Nikolaas en St.-Jakobs staan in de
+onmiddellijke nabijheid. Plaats u slechts vijftig meter verder met het
+zicht op de schilderachtige Graslei, vroeger de stapelplaats voor de granen
+van Artois, rechts hebt ge de grauwe massa der St.-Michielskerk, vóór u het
+nieuwe Gothische postkantoor met zijn drie torens, waarboven in de blauwe
+lucht de klokketoren der St.-Nikolaaskerk en de spits met vergulden draak
+van het Belfort zich afteekenen; bemerk die rij van oude gebouwen, het
+«vrije Schippershuis», een der fraaiste Gothische woningen der XVe eeuw,
+het oude Stapelhuis der XIIIe eeuw in Romaanschen bouwtrant; links, waar de
+Lieve zich met de Lei vereenigt, den ouden slottoren van 't Gravensteen, en
+zeg, of het mogelijk is zich een tafereel voor te stellen, zoo keurig en
+rijk, zoo schilderachtig door samenvoeging van vormen en lijnen, en dit
+alles op een betrekkelijk kleine ruimte, in het centrum der stad? Doch 't
+is vooral de St-Baafskerk, die den kunstminnenden reiziger in zoo hooge
+mate aantrekt. Reeds bij het binnenkomen is de indruk overweldigend. Haar
+verheven hoogaltaar, dat bijna tot aan het gewelf reikt, het weidsche koor
+met zijn marmeren praalgraven, de talrijke kapellen met de kostbare
+gedreven koperen deuren, ieder van deze is op zich zelve een
+kunstheiligdom. In de eene bewondert men het meesterstuk van _Hubert_ en
+_Jan van Eyck_ «de Aanbidding van 't Lam Gods» (1411-1432), zoo verheven
+en dichterlijk van opvatting, zoo volmaakt van samenstelling en techniek,
+zoo rijk van koloriet; in de andere een der heerlijkste doeken van _Rubens_
+«de aanvaarding van den H. Bavo in 't klooster»; in den middelbeuk den
+zeldzamen schoonen predikstoel van _Laurens Delvaux_ (18e eeuw); aan den
+ingang links de doopvont, waarin Karel V in 1500 werd gedoopt, en meer
+andere gewrochten van onschatbare waarde. Wie van karakter en
+oorspronkelijkheid houdt, begeve zich naar Gent, het Venetië van 't
+Noorden, door zijn rivieren (Lei en Schelde, Lieve en Moere) en vaarten in
+verscheidene eilanden verdeeld, die door 65 bruggen met elkander
+gemeenschap hebben.
+
+[Illustration: HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods]
+
+Vervolgen wij onzen weg tot op de Veerleplaats, waar de trotsche oude
+burcht met zijn hoogen slottoren en versterkten ringmuur uit de wateren
+omhoogrijst. Dit bewonderenswaardig specimen van militaire bouwkunst,
+waarvan de onderbouw wellicht opklimt tot de IXe eeuw en waarschijnlijk als
+sterkte diende tegen de Noormannen, werd door Filips van den Elzas in 1180
+vergroot en opgebouwd. Dit slot, dat den geest terugvoert naar overoude
+tijden, zou een lange geschiedenis kunnen verhalen van Vlaanderens strijd
+en wee, evenals de Vrijdagmarkt, het forum der oude Gentenaars, waar het
+standbeeld prijkt van hun grooten burger uit het roemrijk tijdvak van de
+gemeenten der XIVe eeuw, _Jacob van Artevelde_.
+
+[Illustration: Predikstoel van St-Baafskerk te Gent]
+
+Hoeveel vaderlandsche helden en groote mannen zijn hier niet geboren, ook
+de machtige Keizer Karel V, die zijn geboorteplaats zoo vreeselijk
+kastijdde.
+
+[Illustration: HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods (vijf van
+de zeven bovenpaneelen)]
+
+[Illustration: HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods
+(hoofdpaneel)]
+
+De liefhebber van oudheden vindt hier nog zooveel dat zijn weetgierigheid
+bevredigen kan, vooral de indrukwekkende bouwvallen der aloude
+St.-Baafsabdij, gesticht in de VIIe eeuw, tijdgenoote van St-Amand, die
+in 636 hier het evangelie kwam prediken, en herbouwd in de IXe.
+
+[Illustration: Het Stadhuis te Oudenaarde]
+
+Door twee belangrijke kanalen is Gent in gemeenschap met de zee: door de
+vaart van Brugge en Oostende en door die van Terneuzen, welke, gegraven op
+last van koning Willem I (1825), thans verbreed en verdiept, een der
+schoonste kanalen van Europa is geworden.
+
+Door zijn inrichtingen van onderwijs op elk gebied en van elken graad, door
+zijn hoogeschool in 1817 door Willem I gesticht, door zijn museums en
+kostbare bibliotheek, door zijn aanzienlijke fabrieken van metaal, linnen
+en katoen, door zijn tuinbouw en bloementeelt, die thans de eerste plaats
+in de wereld bekleedt, heeft Gent, ondanks al de uitgestane rampen, zich
+allengs weten op te richten, dank zij de levenskracht van dat taaie ras,
+dat in onze dagen zich nog altoos kloek, even vrijzinnig en gevoelig toont
+voor al wat schoon is en groot, even flink en nijverig als zijn Vaderen van
+voorheen.
+
+Met dit bemoedigend beeld voor oogen, begeven we ons naar Oudenaarde (7,000
+inw.), mede een der oudste en heldhaftigste steden van 't land. Haar rang,
+evenals haar vermaarde nijverheid van tapijten en gobelins, die in de 15e
+en 16e eeuw tot 14,000 personen bezighield en voor welke de grootste
+kunstenaars de modellen en teekeningen leverden, heeft ze laten verloren
+gaan. Lodewijk XIII gelastte _Filips Robijns_ van Oudenaarde de beroemde
+manufacturen der Gobelins naar Parijs over te brengen en de werkhuizen van
+Beauvais in te richten.
+
+Haar muren hebben aan menige bestorming kloeken weerstand geboden. De
+gebouwen, die ze heeft bewaard, getuigen van haar vroegere welvaart: het
+Stadhuis, dat pronkjuweel van een uit steen gebeiteld kantwerk met zijn
+torentinne in vorm van kroon (1525-1537), is het werk van den Brusselaar
+_Hendrik van Pede_, en moet in schoonheid voor dat van Leuven niet
+onderdoen. Gelukkig heeft het van de woede der beeldstormers niet te lijden
+gehad. Het innerlijke bevat een paar mooie schoorsteenen en een prachtige
+hoofddeur, een meesterstuk der zestiende-eeuwsche Renaissance. Verder heeft
+men het statig koor van de oude St.-Walburgis-kerk, den Romaanschen tempel
+van O.-L.-Vrouw van Pamele met zijn edelen vorm en eerwaardig voorkomen.
+
+Oudenaarde is de geboorteplaats van _Margareta van Parma_, de beroemde
+landvoogdes der Nederlanden (1560-1567), van den vermaarden schilder
+_Adriaan Brouwer_(1608-1640) en van andere befaamde personen.
+
+Voorbij de stad begint een heuvelachtige streek, een der schoonste van
+België, met zachte hellingen, vriendelijke valleien en boschrijke hoogten,
+die Vlaanderen van Henegouwen scheiden en ook de taalgrens vormen tusschen
+de beide stammen. De hoogste punten der provincie zijn: de Kluisberg (150
+M.), in de omgeving van Ronse, de Muziekberg (150 M.), waaraan de legende
+van Daneelken, den Vlaamschen Tannhäuser, is verbonden, en de Hootond (180
+M.). Richt men van een dier hoogten den blik in het ronde, dan kan men
+moeielijk een uitroep van bewondering weerhouden. Diep, verreweg kronkelt
+de Schelde als een zilveren streep door de heerlijke landerijen, terwijl
+naar het zuiden het oog rust op de zachte omtrekken van den
+Drievuldigheidsberg, die als een baak de plaats aanwijst, waar de Waalsche
+stad Doornik met de meest indrukwekkende hoofdkerk en haar vijf Romaansche
+torens zich verheft.
+
+Ronse (20,000 inw.) was reeds ten tijde der Romeinen een bewoond centrum.
+Thans is het een zeer bedrijvig midden met fabrieken van allerhande
+weefsels.
+
+De weg naar Kortrijk is niet lang, maar zeer afwisselend.
+
+Kortrijk (35,000 inw.), te midden der licht groene vlasakkers en het
+weelderig bouwland, is niet ingeslapen en mag fier zijn op de producten
+zijner nijverheid. De stad bezit de grootste lijnwaadmarkt van België. Haar
+fijne linnen weefsels, haar tafellakens en servetten, haar mooie kanten,
+haar bleekerijen en oliefabrieken bezorgen haar rijkdom en welvaart. Binnen
+de grenzen der tegenwoordige stad ligt een deel van den Groeningerkouter,
+waar den 11n Juli 1302 onze ambachtslieden het groote Fransche leger
+versloegen in den slag der Gulden Sporen, en door hun heldenmoed het
+bestaan en de toekomst van den heelen Dietschen stam van een gewissen
+ondergang redden.
+
+Dicht in de nabijheid ligt het aloude Harelbeke, dat beschouwd wordt als de
+bakermat van Vlaanderen. Dit dorp is de geboorteplaats van den grooten
+Vlaamschen toondichter _Peter Benoit_.
+
+Gaan we van Kortrijk naar Ieperen, dan stoomt de trein voorbij Meenen
+(19,000 inw.), Wervik (8,700 inw.), een zeer oude stad, Komen (5,700 inw.),
+waar de Fransche kronijkschrijver van Lodewijk XI en Karel VI, _Philippe de
+Comines_, geboren werd, alsook _Auger Busbecq_, beroemd natuurkundige, die
+uit Azië de jasmijn en tulp in Europa bracht. Met Waasten (13,600 inw.)
+drijven de genoemde steden grooten handel in tabak en nemen een belangrijk
+deel aan de linnen- en katoennijverheid.
+
+Ieperen (17,000 inw.), thans een stad van den derden rang, was in de
+middeleeuwen de machtige mededingster van Brugge en Gent, die te zamen over
+het lot van Vlaanderen beslisten. Haar omvang was in dien tijd veel grooter
+dan in onze dagen. Aan haar uitstekend laken, aan de overvloedige productie
+van dekens en wollen stoffen, aan haar uitgebreiden handel dankte zij voor
+een groot deel haar voorspoed en welvaart. Doch van al dien rijkdom en
+geduchte macht is weinig overgebleven: alleen haar monumenten zijn van den
+eersten rang, waaronder een zeker getal merkwaardige huizen, de oude
+vleeschhal en inzonderheid de grootsche St.-Maartenskerk en de
+indrukwekkende lakenhalle.
+
+Grootsch en schoon in den verheven zin is die oude St.-Maartenskerk (1221),
+haar monumentaal koor met de weidsche praalgraven der oude bisschoppen, en
+de eenvoudige zerk van _Cornelis Jansenius_, in leven den geëerbiedigden
+kerkvoogd, den 6n Mei 1638 door de pest weggerukt, doch na zijn dood, ter
+oorzake zijner schriften, als ketter gedoemd.
+
+Doch het is de welberoemde halle, die het meest de aandacht trekt. Een
+gevoel van eerbiedige bewondering maakt zich van ons meester, als we staan
+tegenover dien reuzenbouw met zijn honderd vensters in den voorgevel en
+zijn zwaren wachttoren. De indruk dien zij maakt, is des te aangrijpender,
+omdat niemand zulk een wonder verwacht in deze verlaten stad. Het is
+verreweg het grootste burgerlijk gebouw der middeleeuwen.
+
+Op dit uitgestrekte plein was het, dat de beroemde jaarmarkten gehouden
+werden, dat de gilden en ambachtslieden vergaderden, en de beroemde
+rederijkerskamer, de _Alpha en Omega_, haar vermaarde landjuweelen hield.
+
+Niet ver van Ieperen ligt Poperinge (11,500 inw.) te midden van rijke
+velden met hoppe, die overal gezocht wordt.
+
+Vervolgen wij onze reis naar het noorden, dan ontmoeten we eerst Roeselare
+(23,000 inw.) op de Mandel, na Kortrijk de nijverigste stad van
+West-Vlaanderen, met een belangrijke linnen- en hennepmarkt, alsmede
+fabrieken van katoen, lijnwaad en linten. Het is de geboorteplaats van den
+te vroeg gestorven West-Vlaamschen dichter _Albrecht Rodenbach_.
+
+Izegem (12,000 inw.) met belangrijke schoen- en borstelfabrieken, en Tielt
+(11,000 inw.) met linnenweverijen, vlas- en grooten veehandel, laten we
+terzijde, evenals Tourhout (10,000 inw.), een zeer oude vervallen stad,
+wier oorsprong ongetwijfeld opklimt tot den tijd onzer heidensche
+voorouders. Tijdens de middeleeuwen was zij de groote stapelplaats van de
+Spaansche en Engelsche wolsoorten; door haar jaarmarkten en handel in
+paarden een der bedrijvigste steden van Vlaanderen.
+
+Ten noord-oosten der stad, op 3 Km. afstand, ligt een deel van 't oude
+grafelijk slot van Wijnendale, het voormalig zomerverblijf der graven van
+Vlaanderen, te beginnen met Robrecht den Vries tot en met Lodewijk van
+Nevers. Maria van Bourgondië, dochter van Karel den Stoute, overleed er in
+1482, ten gevolge van een val van haar paard.
+
+Hoe verder men naar het noorden en westen trekt, hoe meer de grond zich
+effent, tot hij overgaat in de lage vlakte.
+
+Diksmuide aan den IJzer (4,000 inw.) was eenmaal een aanzienlijke haven- en
+handelsstad, wier jaarmarkten langs de heele kust bekend waren. Zij bezit
+een doksaal, dat te recht om zijn keurige uitvoering als een der schoonste
+van West-Europa is bekend. Sedert drie eeuwen geniet de Diksmuidsche boter
+een welverdiende faam.
+
+Veurne (5,800 inw.) is de westelijkste, maar ook de meest Vlaamschsprekende
+stad van België. De oude kastelenij met haar talrijke dorpen volgde Brugge
+en Gent in macht en aanzien op. De groote markt met haar antieke gevels,
+haar raadhuis en gerechtshof, met daarachter de indrukwekkende kerk en
+toren van St.-Walburgis, is nog altijd een der schilderachtigste pleinen
+van geheel Vlaanderen en onder de kleine pleinen van Europa een der
+allerliefste. Jaarlijks, op den laatsten Zondag van Juli, lokt de vermaarde
+boetprocessie, met haar eigenaardig zeventiende-eeuwsch karakter, duizenden
+toeschouwers.
+
+[Illustration: Groote Markt te Veurne]
+
+Heeft men van Diksmuide en Veurne een indruk van verlatenheid meegenomen,
+nog droeviger is het gevoel, dat ons bevangt, als men Nieuwpoort
+binnentreedt. De groote markt met haar ruime, zeer eigenaardige Gothische
+hal, vroeger het middelpunt van haar bedrijvig leven, is thans ledig en
+verlaten. Ten jare 1600 was Nieuwpoorts strand getuige van een der
+schoonste wapenfeiten, waarvan de geschiedenis gewaagt, de overwinning van
+prins Maurits met zijn Geuzenvloot op het Spaansche leger, aangevoerd door
+den aartshertog Albert van Oostenrijk.
+
+Klimmen we thans de duinen over, om langs de kust met haar aaneenschakeling
+van kleine en groote badplaatsen, Oostende, het middelpunt van allen, te
+bereiken.
+
+Zoo stil en rustig Nieuwpoort is, zoo levendig en woelig is Oostende, in
+het badseizoen vooral. Zonder tegenspraak is zij de schitterendste en meest
+bezochte badstad van Europa. Het uitzicht, als men haar van den zeekant
+nadert, is ongemeen betooverend. Haar breede, met zorg onderhouden dijk,
+welke een der schoonste zeestranden beheerscht, is bezoomd met kostbare
+villa's in allerlei bouwtrant, met prachtige hotels, paleizen en heerlijke
+woningen, de eene al weelderiger dan de andere. Meer en meer wordt Oostende
+de internationale paradeplaats van het rijke Europa. Een geregelde
+stoomvaartlijn op Dover onderhoudt de gemeenschap met Engeland, waaruit de
+prachtige en welingelichte mailbooten des zomers duizenden reizigers
+overbrengen. Wie denkt bij het zien van dit woelig strand, aan den ouden
+tijd waarop de schoonste bladzijde harer geschiedenis met stroomen bloeds
+beschreven is, aan de belegering van Albertus en Isabella, waarbij 60,000
+strijders den dood vonden (1601-1604)?
+
+Had zij door het beleg en den oorlog veel geleden, de vrede en het sluiten
+der Schelde hergaven haar een deel van haar voormaligen luister. De stad
+telt thans 40,000 inw.; meer dan 200 schuiten en een twintigtal stoombooten
+gebruikt zij voor de vischvangst; ook houdt ze zich bezig met alles wat bij
+den scheepsbouw behoort.
+
+Van het oude Oostende is weinig overgebleven. Haar prachtige Kurzaal met
+haar rijke zalen, haar nieuwe schouwburg en postkantoor in Renaissance,
+haar bijna voltooide sierlijke Gothische kerk, van den Brugschen
+bouwmeester _De la Censerie_, bewijzen, dat de smaak voor edele kunst nog
+steeds onze Vlaamsche meesters weet te bezielen.
+
+Na Blankenberge, sedert weinige jaren de mededingster van Oostende, en
+Heist, de laatste plaats van belang op de Vlaamsche kust, steken we de
+groene velden over, ontwoekerd aan de baren van de zee. Die nieuw
+veroverde grond was de oorzaak van de verzanding van 't Zwin, den grooten
+zeeboezem tijdens de Middeleeuwen, ruim genoeg, om een gansche vloot te
+bergen, tevens van den dood van Damme en Sluis en het verval van Brugge.
+
+Damme. -- Geen rechtgeaard Nederlander bezoekt Brugge zonder zijn groet en
+dank te brengen aan 't stille Damme, de vroegere voorhaven, waarmee het
+door een zeekanaal verbonden werd, toen de golven zich voor goed
+terugtrokken. Gedurende twee eeuwen was de welvaart van Damme ongehoord.
+Thans is het een onbeduidend dorp met een alleenstaanden vierkanten
+kerktoren en een vervallen raadhuis, en te midden van het plein het
+standbeeld van _Jacob van Maerlant_, «den Vader der Dietscher Dichtre
+algader», die reeds van in de XIIIe eeuw «den Nederlanders den weg der
+vrijheid en der verlichting wees», de rechten zijner medemenschen
+kloekmoedig verdedigde tegen de aanmatiging van adel en geestelijkheid.
+
+Brugge (53,000 inw.). Niet zonder een gevoel van ontroering en weemoed
+nadert een Vlaming het stille Brugge, tevens zoo belangrijk voor den
+geschied- en oudheidkenner als voor den vriend der kunst. Geen stad heeft
+zoo trouw haar middeleeuwsch karakter bewaard, en voortdurend streeft ze er
+naar, om dit eigenaardige te behouden. Wat een weelde van hooge
+torentransen, die uit alle deelen der stad zoo rustig en fier ten hemel
+klimmen, van merkwaardige gebouwen met beeldhouwwerken, waaraan zoo menige
+herinnering is verbonden! Wat een rij van schilderachtige hoekjes en
+grachten met hun mooie omlijsting, die den blik bekoren en den geest
+terugvoeren naar lang vervlogen tijden! Zie, bijna zonder het te weten,
+staan we op de Groote Markt vóór den Halletoren, die met zijn vorstelijke
+stedekroon de trotsche macht der Vlaamsche gemeente zoo aanschouwelijk
+uitdrukt, en dit juist tegenover een andere verpersoonlijking van
+wilskracht en heldenmoed, van Breidel en De Coninc, de helden uit den
+Gulden-Sporenslag, toonbeelden van vaderlandsliefde.
+
+[Illustration: De Halletoren te Brugge]
+
+[Illustration: Griffie, Stadhuis en H. Bloedkapel te Brugge]
+
+Op het burchtplein bewonderen wij het stadhuis (1376) met de kapel van 't
+H. Bloed; links de oude griffie in de zestiende-eeuwsche Renaissance; in
+het justitiepaleis, de vermaarde schouw van «'t Vrije»[21], een wonder van
+Renaissance-houtsnijkunst, uitgevoerd naar de teekening van _Lancelot
+Blondeel_ (1529-1531). Gaat men de overdekte straat naast het raadhuis
+door, dan heeft men langs de gracht niet alleen een verrukkelijk
+gezichtspunt op het achtergedeelte van «den vrijen burcht»[22], maar op al
+de omliggende gebouwen, op zoo menig schilderachtig plekje, gelijk men er
+in Brugge aantreft. Steekt men den Dijver over, een heerlijk tafereel,
+gevormd door de grootsche lijnen der O.-L.-Vrouwenkerk met haar 122 M.
+hoogen toren, als een oude vesting des geloofs, en de prachtige woning der
+Heeren van Gruuthuse, teekent zich af tegen het verzilverde blauw van den
+hemel. De oude kerk bezit een schat van kunstwerken, een groot getal
+schilderijen van groote meesters, een overheerlijk madonnabeeld van Michel
+Angelo, alsook de prachtige graftomben van Karel den Stoute en Maria van
+Bourgondië. Het paleis der familie Gruuthuse is ingericht tot een museum
+met wonderbare handschriften, kostbare kanten en drijfwerk. Van de andere
+zijde der plaats trekt ons de donkere gevel van St.-Jans-gasthuis
+onweerstaanbaar aan, om binnen zijn muren de meesterstukken te bewonderen
+van den grooten schilder _Hans Memlinc_. Daar vindt men hem in al zijn
+teederheid en bewogen uitdrukking, in al zijn glorie en volmaaktheid.
+
+Een aantal merkwaardige doeken van dien meester, ook van Jan van Eyck en
+andere primitieven berusten in het stedelijk museum.
+
+Van hier begeven wij ons naar de kathedraal van St.-Salvator met haar rijke
+kunstschatten en haar toren in de gedaante van een hoog versterkt kasteel.
+
+Al die monumenten, die mooie gevels, die weergalooze kunst, wier roem
+sedert eeuwen nog niets verloren heeft van hun grootheid, staven zij niet
+de vroegere macht en glorie onzer Vlaamsche steden, maar ook den
+schoonheidszin en de bedrevenheid onzer kunstenaars? Onvergankelijk is de
+roem onzer voorouders op dit gebied. Maar groot en machtig was eens Brugge,
+de eerste handelsstad van Noord-Europa. Twintig naties hadden er hun
+handelsfactorijen. In 1365 waren er veertig Duitsche handelshuizen, die
+deel uitmaakten van de _Hanze_[23]. De Spanjaarden en Italianen waren nog
+talrijker. In dien tijd werd de eerste beurs gehouden, waarop de Bruggeling
+zoo trotsch was. De eenstemmige berichten omtrent Brugge's rijkdom, pracht
+en schoonheid, grenzen bijna aan het ongelooflijke. Allen spreken van haar
+met een soort van geestvervoering[24]. In de XVe eeuw telde zij niet minder
+dan 80 neringen. Helaas! die roem is ondergegaan. Burgeroorlogen en de
+verzanding van het Zwin, haar voorhaven, hebben haar den doodslag
+toegebracht. Onder Maximiliaan van Oostenrijk begon haar welvaart snel te
+zinken, haar bevolking te verminderen. In 1516 bracht de Hanze den zetel
+van haar zaken naar Antwerpen over. Sedertdien geraakte zij meer en meer in
+verval, in een soort van doodslaap, die nog slechts gestoord zou worden
+door de godsdienstige woelingen der XVIe eeuw. Droevig tijdperk, waaraan
+een Vlaming niet kan denken, zonder dat hij naar de reden vraagt van zulk
+«een hachlijk lot»[25].
+
+Toch blijft ze voor den denker en den droomer nog bekoorlijk in haar
+alouden luister, de onttroonde stedekoningin, met haar schilderachtig
+Minnewater en haar eenig oud Begijnhof.
+
+Van Brugge vervolgen wij onze reis door het Meetjesland naar Eekloo (13,000
+inw.) met linnenweverijen, wol- en katoenfabrieken, de geboorteplaats van
+den dichter K. L. Ledeganck, wien zijn stamgenooten onlangs een standbeeld
+hebben opgericht.
+
+Spoedig hebben we de grens van dien zandgrond achter ons, om straks het
+kanaal van Terneuzen over te stoomen, en het vruchtbare Waasland binnen te
+treden.
+
+Ons eerste bezoek geldt het nijverige Lokeren (25,000 inw.) aan de Durme,
+met fabrieken van katoenen en wollen stoffen, van zeildoek en vellen; haar
+bleekerijen en linnenweefsels zijn algemeen gekend, ook haar handel in
+granen, hennep, olie en koolzaad.
+
+Thans volgt St.-Nikolaas (32,000 inw.), de vriendelijke hoofdplaats van 't
+Land van Waas. Haar fabrieken van katoenen, wollen en fluweelen stoffen,
+van linten en galons, van kousen en hoeden, vormen een van de schakels der
+nijverheidsketen, die Vlaanderen aan de hoofdstad verbindt.
+
+Intusschen hebben we Antwerpen, de koningin der Schelde bereikt. Met haar
+heerlijke ligging aan den breeden Scheldestroom, waar schepen uit alle
+zeeën binnenloopen, en in haar dokken de schatten der vijf werelddeelen
+komen uitstorten; door haar uitgebreiden handel verrijkt en getooid met de
+schoonste voortbrengselen der kunst, is zij een der prachtigste en
+bloeiendste steden van 't vasteland. In de jaarboeken der geschiedenis en
+der kunst prijkt haar naam met onvergankelijken luister. Toen zij onder
+Karel V de rijke erfgename werd der vervallen grootheid van Brugge, was het
+zielental reeds tot 90,000 geklommen. Wil men zich een denkbeeld vormen van
+haar spoedige macht en grootheid als handelsstad, men leze Guicciardini,
+waar hij schrijft, dat «de kooplieden van alle natiën er hun kantoren
+hadden en zij welhaast alle andere steden der wereld overtrof.»
+
+[Illustration: P. P. RUBENS. Afdoening van het Kruis (O. L. Vr. Kerk te
+Antwerpen)]
+
+Met de regeering van Filips II en vooral met de komst van Alva, begon voor
+ons land een tijdperk van vervolging, van jammer en ellende, maar ook van
+hardnekkigen strijd voor de vrijheid van geweten, voor godsdienstige
+verdraagzaamheid, zoo onmisbaar voor de grootheid van een volk. En toen na
+de heldhaftige verdediging van Antwerpen, Marnix genoodzaakt was de stad
+over te geven aan Alexander Farnese, en het Spaansche leger haar muren
+binnentrok, begon voor haar een sombere tijd. Met haar val in 1585 ging
+de wereldhandel naar Amsterdam, en toen bij den Vrede van Munster in 1648
+de Scheldemonden niet heropend, maar voor goed gesloten werden, was het
+voor lang met haar welvaart gedaan. Gedurende twee eeuwen trachtte zij nog
+te leven voor de kunst, wier glans nog immer op haar afstraalt van haar
+groote zonen, van Quanten Metsijs, Jordaens, Van Dyck, Teniers, Rubens
+bovenal, die in heel de stad zijn glorierijk spoor heeft achtergelaten. De
+Fransche sansculotten openden weer de Schelde en eerst in 1803, onder
+Napoleon, begon men groote verbeteringen aan de haven te brengen, en er
+voorname scheepstimmerwerven te vestigen.
+
+[Illustration: O. L. Vrouwenkerk te Antwerpen]
+
+Sinds den afkoop van den Scheldetol in 1863, nam haar handel en welvaart
+dagelijks toe. Thans is zij na Londen de meest bezochte handels- en
+havenstad van Europa, want in de laatste jaren heeft zij Liverpool en
+Hamburg voorbij gestreefd. Meer dan 5000 schepen van alle natiën en grootte
+varen er jaarlijks binnen. Haar zielental is thans tot 282,000 geklommen,
+zonder de dichtbevolkte voorsteden. De diamantslijperijen en
+goudsmeedkunst, haar zijde, kanten en tapijten, haar suiker-, zeep-,
+tabak-, touw- en zeilfabrieken, haar stokerijen, brouwerijen en
+scheepstimmerwerven, evenals haar uitgebreide handel bezorgen aan al die
+duizenden werk en voorspoed. Doch niet alleen als handels-metropool is
+Antwerpen een bezoek overwaard; ook om haar rijke museums, haar monumenten
+en heerlijke kerken, gevuld met meesterstukken van schilder- en
+beeldhouwkunst. Onder al die merkwaardige gebouwen is de O.-L.-Vrouwenkerk
+de schoonste en prachtigste. Die ruime Gothische tempel met zijn vijf
+beuken en zijn weergalooze torenspits, een steenen kantwerk, dat zich 123
+M. hoog in de lucht verheft, bevat o. a. drie wereldberoemde schilderijen
+van den grooten Rubens. Ook de met marmer zoo rijk versierde kerk van
+St.-Jacob, waar de groote schilder begraven ligt, en die der Jezuïeten, de
+schoonste proef van Rubens talent als bouwmeester, verdienen bewonderd te
+worden. Onder de burgerlijke gebouwen noemen we slechts het stadhuis met de
+bekende Leyszaal, de mooie omringende gildehuizen en de fontein van
+Lambeaux, die de legende van Antwerpen voorstelt; de Handelsbeurs, het
+Museum van schilderijen, zoo rijk aan heerlijke doeken van Vlaamsche
+meesters; verder het Museum Plantijn-Moretus, eenig in zijn soort, met een
+overvloed van familie-relieken, bibliotheek en archief, alsmede het
+drukkersmaterieel uit de 16e en 17e eeuwen, een rijke verzameling hout- en
+koperplaten, schilderijen, enz. Aan standbeelden van groote mannen, die
+hier geleefd en gewerkt hebben voor den roem van 't Vaderland, ontbreekt
+het in Antwerpen niet; onder de moderne gebouwen vermelden we alleen het
+Justitiepaleis, de Nationale Bank, den Nederlandschen Schouwburg, het
+prachtig Stationsgebouw en den vermaarden Dierentuin, een der heerlijkste
+van Europa.
+
+Hier zijn we aan het einde van onze omwandeling door het Vlaamsche land met
+zijn nijverige steden. Moge dit vluchtig overzicht van wat het op het
+gebied van natuurschoon, van kunst en nijverheid te genieten geeft, van
+alles wat ons volk door vlijt en werkzaamheid heeft voortgebracht en door
+'t voorgeslacht is nagelaten, er toe bijdragen, om den lust bij allen op te
+wekken ons land en volk beter te leeren kennen in zijn geschiedenis en
+taal, in zijn streven en werken, en alzoo den band, die ons allen
+vereenigt, nauwer en duurzamer te maken.
+
+_Gent_, 1905.
+
+FOOTNOTES:
+
+[Footnote 7: Men heeft berekend dat de Rijn jaarlijks 5200 M3 slib en
+gerolde steenen aan den Oceaan levert, en kalk genoeg om 33200 millioen
+oesterschalen te vormen. Deze scheikundig opgeloste stof is niet zichtbaar
+en ontneemt niets aan de kleur van het water. De Mississippi stort meer dan
+450 millioen M3 en de Ganges meer dan 600 millioen M3 slib jaarlijks in
+zee.]
+
+[Footnote 8: _Diluvium_ = het ten gevolge van overstrooming, door bezinking
+ontstane land, bestaande uit zand, grint en leem.]
+
+[Footnote 9: _Alluvium_ = de bovenste en jongste lagen der vaste aardkorst:
+zij bestaan uit van elders aangevoerde stoffen, geleverd door planten, door
+zee en stroomen of door den wind. Waar bepaalde plantensoorten werkzaam
+waren, daar ontstonden bij nagenoeg geheele afsluiting der lucht, waardoor
+verrotting werd tegengegaan, VENEN.]
+
+[Footnote 10: Die hooge venen, in het Waalsch «Hautes Fagnes» genoemd,
+hebben gewis hun ontstaan te danken aan de ophoopingen van plantenlagen in
+het dichte woud, dat de kruinen der Ardennen bedekte. Deze plantenlagen
+deden den grond verzuren, waardoor het woud zelf moest sterven, en
+langzamerhand verkoolden zij met de andere planten, die in dien zuren bodem
+nog konden groeien.]
+
+[Footnote 11: Het is in die krijtlagen dat men in 1878 te Bernissart bij
+Doornik, verscheidene geraamten van het reusachtig _iguanodon_, een
+monsterachtig kruipdier, dat de diep ingesloten valleien in de
+steenkolengronden bewoonde, heeft ontdekt. Deze kolossale geraamten
+bevinden zich in het Museum van natuurlijke historie te Brussel.]
+
+[Footnote 12: Volgens sommige geologen dankt die brandstof haar ontstaan
+aan een weelderigen plantengroei, die ter plaatse uit poel en moeras
+oprees, en die later door overstrooming neergesmakt en na tal van eeuwen
+met slijklagen bedekt werd. De planten, van de lucht afgesloten,
+verkoolden. Die afwisseling van droog en vochtig herhaalde zich en zoo
+ontstonden na duizenden jaren onderscheidene lagen boven elkander van
+planten en dan weer van klei. -- Volgens andere zouden de bestanddeelen,
+die tot de vorming der steenkoollagen meewerkten en voornamelijk bestaan
+uit ontzettende massa's van plantenafval, als takken, stengels van
+rietgewassen, schors, bladeren, palmvarens, ringplanten, enz. van elders
+aangevoerd zijn door rivier en overstrooming, en evenals bij de vorming van
+turf in venen, door afsluiting van lucht, na duizenden jaren verkoold zijn
+(Zie: Jules Cornet, _Premières notions de Géologie_).]
+
+[Footnote 13: Zie _De Landbouwkunst in de Nederlanden: I. België_, door
+Emile De Laveleye.]
+
+[Footnote 14: Die strook gronds, rijk aan zink- of galmeimijnen
+_(calamine)_ heeft den vorm van een gelijkbeenigen driehoek, waarvan het
+toppunt ligt aan den zuid-oosthoek van Ned. Limburg. Zij is niet meer dan
+350 Ha. groot. Bij de vaststelling der grenslijn in 1815 kon men het niet
+eens worden tusschen Pruisen en Nederland, en dus bleef het landje
+voorloopig onzijdig gebied tusschen België en Pruisen.]
+
+[Footnote 15: Zie De _Landbouwkunst in de Nederlanden: I. België_.]
+
+[Footnote 16: Antonius Sanderus of Sanders, geb. te Antwerpen, † in 1664 in
+de abdij van Affligem, bijna 90 jaar oud, schrijver van de _Flandria
+Illustrata_ (1641).]
+
+[Footnote 17: Luigi Guicciardini, geb. te Florence in 1533, † te Antwerpen
+in 1589. Zie zijn _Descrizione de tutti i Paesi-Bassi_ (1567).]
+
+[Footnote 18: Cornelius Tacitus, beroemd Romeinsch geschiedschrijver,
+geboren 61 jaren na Chr. en waarschijnlijk overleden in 117. Onder zijn
+werken behoort het boek _De origine, vitu, moribus ac populis Germanorum
+liber_, een beschrijving der Germaansche volkeren.]
+
+[Footnote 19: _Studies in Volkskracht_. -- 1e Serie, Nr VIII. _Opmerkingen
+over het Nederlandsch Volkskarakter_ door Prof. H. Kern. Haarlem. De Erven
+F. Bohn, 1904.]
+
+[Footnote 20: Zie _Het Land van Rubens_ door Cd Busken Huet. Amsterdam, J.
+C. Loman Jr. 1881.]
+
+[Footnote 21: Die vermaarde schoorsteen, een der parels van de kunstkroon
+van Brugge, is een geschenk aan Karel V na zijn overwinning op Frans I,
+koning van Frankrijk, in den veldslag van Pavia (1525).]
+
+[Footnote 22: Het _Vrije Brugsche Ambacht_ was een district van het land,
+dat nimmer aan de staat van leenroerigheid tegenover de drie groote steden
+van het graafschap onderworpen was.]
+
+[Footnote 23: _Hanze_ of _Hansa_ = een handelsverbond van Duitsche steden
+(Hamburg, Lubek, Bremen, Keulen, Dantzig), in 1241 gesticht, om hun handel
+te beschutten en uit te breiden, en de van de vorsten verkregen rechten en
+vrijheden te handhaven. Ook Nederlandsche en een enkele Vlaamsche stad
+behoorden er toe.]
+
+[Footnote 24: Judocus Damhouder, beroemd rechtsgeleerde († 1581) wijdt een
+geheel hoofdstuk aan haar pracht. Sanderus _(Flandria illustrata)_ noemt
+haar «de ster van België». Cassander vergelijkt haar met Athenen. Men
+raadplege verder Marchantius, Aeneas Sylvius, Guicciardini, Chastellein en
+meer andere.]
+
+[Footnote 25: Lees K. L. Ledeganck, _De Drie Zustersteden: Aan Brugge_.]
+
+
+Bibliographie
+
+Dr F. W. C. Krecke, _Handboek der Algemeene Natuurkundige Aardrijkskunde_,
+vijfde uitgave. -- _Patria Belgica_, publié sous la direction d'Eug. Van
+Bemmel. 3 deelen. 1873-75. -- Émile De Laveleye, _De Landbouwkunst in de
+Nederlanden; I. België_. 1865. -- Alf. Jourdain et L. Van Stalle,
+_Dictionnaire encyclopédique de géographie historique du royaume de
+Belgique_. 2 deelen. 1896. -- Dr H. Blink, _Onze Aarde. Handboek der
+Natuurkundige Aardrijkskunde_. 1890. --El. Reclus, _Nouvelle Géographie
+Universelle_. IV. 1879. -- Cd Busken-Huet, _Het Land van Rubens_. 1881. --
+Jules Cornet, _Premières notions de Géologie_. 1903. --Fr. von Hellwald,
+_Die Erde und ihre Volker_. 1878. -- Henry Havard, _La Terre des Gueux_.
+1877. -- Prof. H. Kern, _Opmerkingen over het Nederlandsch volkskarakter_,
+nr 8 van _Studies in Volkskracht_. 1904. --Ant. Sanderus, _Flandria
+illustrata_. 1641. -- Luigi Guicciardini, _Descrizione de tutti i
+Paesi-Bassi_.1567.
+
+
+
+
+EEN BLIK OP DE GESCHIEDENIS DER VLAAMSCHE GEWESTEN TOT WATERLOO DOOR PAUL
+FREDERICQ
+
+
+Ruwe volksstammen bewoonden oudtijds Belgiës bodem, alsdan deels moerassig
+aan de kust en in het lage binnenland, deels heuvelachtig en met bosschen
+bedekt naar het Zuiden en het Oosten toe. Omstreeks 't jaar 50 vóór
+Christus' geboorte werden die «Barbaren» ontdekt en onderworpen door Julius
+Cæsar, den beroemden veldheer der Romeinsche Republiek, die ons in het
+verhaal zijner krijgstochten het eerste volledig en schilderachtig tafereel
+leverde van de toenmalige bewoners van ons Vaderland.
+
+Alzoo werden, in de laatste jaren der negentiende eeuw, de negers van
+Middel-Afrika aan de watervallen der breede Congo-rivier door Stanley en de
+Belgische officieren van koning Leopold II ontdekt en in den stroom der
+beschaving getrokken.
+
+Tusschen die twee ontdekkingen in van wilde stammen ligt onze geheele
+geschiedenis van België, die een tijdverloop van nagenoeg twee duizend
+jaren omvat.
+
+In zijne gedenkschriften roemt Cæsar den moed dier Belgische volksstammen:
+_Horum omnium fortissimi sunt Belgae_ (de Belgen zijn de dapperste aller
+bewoners van Gallië). Maar die Keltische of Gallische Belgen, door Rome
+veroverd, leerden en spraken weldra Latijn, de taal hunner beheerschers en
+beschavers, en zij werden de voorvaderen der Walen; terwijl later
+aangekomen Germanen, vooral Franken, en ook voor een deel Friezen en
+Saksen, de stamvaders der Vlamingen werden.
+
+Onder die Franken stonden mannen op als Hlodowig (Clovis), koning van
+Doornik, die het koninkrijk _Francia_ stichtte en zijne hoofdstad naar
+Parijs overbracht; Karel met den strijdhamer (_Martellum_), die in 732 bij
+Poitiers de wassende zee van den aanspoelenden Islam stuitte; en Karel de
+Groote (_Carolus Magnus)_, die in 800 tot Keizer van 't Westen werd
+gekroond. Dat waren de eerste groote Vlamingen uit den voortijd.
+
+Het machtig Rijk van Karel den Groote viel aan brokken en de Schelde werd
+de grens tusschen _Francia_ en _Alemania_. Aan beide oevers van den kalmen
+stroom ontstonden het graafschap Vlaanderen (863) en het hertogdom
+Lotharingen, die beide eerst geheel en al onder den invloed der Germaansche
+beschaving stonden, zelfs in de Waalsche gewesten, vooral te Luik en te
+Doornik.
+
+Omtrent 't jaar 1000 werd integendeel de Fransche beschaving
+overheerschend. Het Duitsche Rijk was verdeeld en onmachtig geworden. De
+Fransche Kroon begon hare staatkundige, intellectueele en kunstheerschappij
+in West-Europa. Doch, in 't gebied van Schelde en Maas, waren bloeiende
+handels- en nijverheidssteden geboren, die een onafhankelijk leven wilden
+leiden tusschen Duitschland en Frankrijk.
+
+Vooral de Dietsche gewesten streefden naar eene eigene Vlaamsche beschaving
+en in het midden der 13de eeuw verkondigde een West-Vlaming, Jacob van
+Maerlant, aan zijn volk in de moedertaal de geheimen van den godsdienst,
+van de natuurwetenschap en van de wereldgeschiedenis, zooals men ze alsdan
+slechts in de geleerde taal van den tijd, in 't Latijn op de Hoogescholen
+in andere landen leeren kon. Brugge, Gent en Ieperen, weldra ook Antwerpen,
+Leuven, enz., werden brandpunten van nijverheid, handel en stoffelijken
+welstand, vrijheid, volksverlichting en kunst.
+
+En toen de overmoedige Fransche Koning in 1300 het graafschap Vlaanderen op
+den impopulairen landheer inpalmde en aldus een begin scheen te maken met
+de trapsgewijze verovering van ons tegenwoordig vaderland, stonden weldra
+de Vlaamsche ambachtslieden en boeren op het slagveld der Gulden Sporen, te
+Kortrijk (1302), om Vlaanderen en de naburige streek voor Fransche
+annexatie te redden. Breidel en De Coninc, Willem van Gulik, Zannekijn, de
+twee Arteveldes, Pieter Van den Bossche, Frans Ackerman en zooveel andere
+helden zijn dan de groote Vlamingen, die «de koningen doen beven» en aan de
+onderdrukte bevolkingen van Frankrijk en van Engeland tot lichtbaken in de
+duisternis dienen, zooals de gelijktijdige Waalsche kroniekschrijver
+Froissart met ontzetting te boek stelde.
+
+De Vlaamsche lakenweverij bevoorraadt geheel Europa. De hallen, belforten
+en stadhuizen komen prachtig uit den grond te Ieperen, te Brugge, te Gent
+en in de kleinere gemeenten. De halle van Ieperen is het grootste
+burgerlijk gebouw der middeleeuwen. De didactische dichterschool van
+Maerlant en de mystieke prozaschrijvers met den grooten Brabander Jan van
+Ruusbroec aan het hoofd leveren het geestesvoedsel in de moedertaal aan de
+Vlamingen, terwijl de verfransching in de hoogere standen reeds aan 't
+woekeren is.
+
+[Illustration: Standbeeld van Jacob van Artevelde te Gent]
+
+[Illustration: Halle te Ieperen]
+
+In de 15de eeuw is er behoefte aan toenadering en eenheid. Een
+vorstengeslacht uit Frankrijk afkomstig, de vier hertogen van Bourgondië,
+stichten die eenheid op de puinhoopen der gemeentevrijheden. Onder hunnen
+krachtigen schepter rijst in 't Westen eene nieuwe mogendheid op, die men
+eerst met den aarzelenden naam van _Landen van herrewaarts over_, weldra
+met dien van _Nederlanden_ aanduidt, naar de «lage landen bij de zee»,
+tusschen Frankrijk, Duitschland en Engeland. Groote bouwmeesters,
+beeldhouwers en schilders maken den naam van Vlaming vermaard over Europa.
+De Van Eycks, Memlinc, zooveel anderen behooren tot de schitterende
+Brugsche schilderschool, wier houten paneelen nu nog het sieraad zijn der
+kerken en der museums in de geheele wereld. Glansrijk bloeit de bouwkunst
+in de stadhuizen van Brussel, Leuven, Aalst, enz., terwijl de meesterlijke
+beeldhouwwerken, waarvan zoovele in den beeldenstorm van 1566 vernietigd
+werden, nieuwe wegen openen voor die edele kunst in West-Europa. Doch onder
+de Franschgezinde hertogen wordt de volkstaal niet in eere gehouden. De
+Vlaamsche letterkunde kwijnt, terwijl eene Fransche hofletterkunde bloeit
+met Jean le Bel van Luik, Jean Froissart van Valencijn, Georges Chastellain
+van Aalst en Philippe de Comines van Komen.
+
+[Illustration: Keizer Karel V]
+
+Zoo breekt de zestiende eeuw aan. De Duitsche Habsburgers, evenals de
+Bourgondische hertogen, door een huwelijk in onze geschiedenis getreden,
+komen op den troon en de derde van hun geslacht, een Gentenaar, vereenigt
+op zijn hoofd de kronen van de Nederlanden, van Spanje en van het Duitsche
+Rijk: 't is Keizer Karel of Karel V, die geheel West-Europa tot in 1555
+beheerscht. De fraaie kunsten vervolgen hunnen bloei: Quinten Matsijs en
+zijne Antwerpsche schilderschool zijn de erfgenamen der Brugsche meesters;
+te Oudenaarde, te Gent, te Middelburg rijzen prachtige stadhuizen op en
+Erasmus, van Rotterdam, die, eilaas! zijne moedertaal veracht en in het
+geleerde Latijn schrijft, is de intellectueele koning van Europa, iets als
+Voltaire tijdens de 18de eeuw. Op œconomisch gebied staan de rijke
+nijverige Nederlanden aan de spits in 't Westen en Antwerpen wordt de
+grootste handelshaven, het Londen van den tijd, en tevens de hoofdstad der
+pas uitgevonden boekdrukkunst in het Noorden.
+
+Doch, naast den ouden strijd voor de staatkundige vrijheid, begint nu een
+kamp voor de nieuwe vrijheid van denken en gelooven. De volksletterkunde
+fleurt weer op en weerspiegelt de hartstochten van de godsdienstige
+twisten: de schoolmeesteres Anna Bijns, van Antwerpen, in hare mannelijke
+_Refereynen_ tegen Luther en de «vermaledide Luterisce secte» en de
+Brusselsche edelman Philips van Marnix van Sint-Aldegonde in zijnen
+_Byenkorf der H. Roomsche kercke_ en in zijn _Wilhelmus_ staan vooraan in
+de rangen der geusche en antigeusche letterkunde van den tijd.
+
+[Illustration: Marnix van St-Aldegonde]
+
+Onder Philips II, die van Spanje uit, onze Nederlanden op zijn Spaansch wil
+onderjukken, breken de Nederlandsche beroerten uit (1566). De opeenvolgende
+bedrijven van dat bloedig heldhaftig treurspel zijn: het Eedverbond der
+Edelen, de Beeldenstorm, Alva's schrikbewind, de verwoesting van Antwerpen
+en van andere bloeiende steden door de Spanjaarden, de tijdelijke
+verzoening van katholieken en protestanten bij de Pacificatie van Gent,
+hunne spoedige afscheuring in de vijandige Unies van Atrecht en van
+Utrecht, de moord van den Prins van Oranje, de val van Antwerpen (1585),
+voorafgegaan door dien van al de Vlaamsche en Brabantsche steden en van het
+verraad der Waalsche Malcontenten.
+
+[Illustration: Willem De Zwijger]
+
+Van die scheuring af dagteekent eerst de verdeeling der Nederlanden in twee
+afzonderlijke Staten, die tot aan den slag van Waterloo naast elkander,
+doch schier vreemd aan elkander, een afzonderlijk leven hebben geleid. Het
+is het groote keerpunt, het beslissend uur in onze vaderlandsche
+geschiedenis.
+
+De handel, de nijverheid, de vrijheid, de letterkunde, de wetenschap
+verhuisden naar het Noorden met de tienduizenden protestantsche Vlamingen
+en Brabanders (en ook minder talrijke Walen), die er de wijk nemen, omdat
+Zuid-Nederland zijne onroomsche kinderen geene plaats meer onder de zon
+aanbood; en daar stichtten zij, eendrachtig met de Hollanders, de Zeeuwen,
+de Stichtschen, de Gelderschen, de Friezen en de Groningers de heldhaftige
+Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden tusschen Schelde en Eems aan de
+kust der Noordzee. Te gelijk waren de Zuidelijke gewesten, vooral Brabant
+en Vlaanderen (eens de rijkste en bloeiendste der zeventien provinciën vóór
+de godsdienstige beroerten) nu diep vervallen tot de verarmde, ontvolkte en
+uitgeputte Spaansche of Katholieke Nederlanden. Het groote bloeiende
+Dietsche rijk van de hertogen van Bourgondië en van Keizer Karel was in
+twee helften van elkander losgescheurd.
+
+Verbazend is het getal der mannen van beteekenis, die, van Zuidelijke
+afkomst, de grootheid en den roem der Noordelijke Republiek hebben helpen
+vestigen. Wij noemen slechts de philologen Daniël Heinsius van Gent,
+Bonaventura De Smet (Vulcanius) van Brugge en Justus Lipsius van Overijsche
+(bij Brussel), die later tot de Roomsche kerk terugkeerde en het sieraad
+der Leuvensche hoogeschool werd; den grondlegger der wetenschappelijke
+plantenkunde Rembert Dodoens (Dodonæus) van Mechelen; den wiskundige Simon
+Stevin van Brugge, den leermeester van Prins Maurits, zoon van Willem den
+Zwijger; den boekdrukker Louis Elzevier van Leuven; den zeevaarder Izaäk Le
+Maire van Doornik, die in 1615 de zeestraat naar hem genoemd bij de
+Zuidpool ontdekte; de groote financiemannen en kooplieden Balthazar
+Moucheron en Willem Usselinckx van Antwerpen, beide zoo zeer bemoeid in de
+Oost- en West-Indische Compagnies; de geografen Joost de Hont en Philips
+van Lansbergh van Gent en Jan de Laet van Antwerpen; de historieschrijvers
+Jean le Petit van Bethune (Fransch-Vlaanderen) en Emmanuel van Meteren van
+Antwerpen; de schilders Gerard de Lairesse van Luik, Frans Hals van
+Mechelen en Karel van Mander van Meulebeke (bij Tielt); den dichter Jacob
+van Zevecote van Gent en aller dichtren prins Joost van den Vondel, geboren
+te Keulen uit Antwerpsche ouders; een leger van godgeleerden en
+predikanten, waaronder de beroemde Gomarus van Brugge, die eene
+beslissende rol speelde op de Synode van Dordrecht in 1618; een leger van
+staatslieden met Willem den Zwijger, te Brussel grootgebracht, en den
+Brusselaar Marnix van Sint-Aldegonde aan hun hoofd; enz., enz.
+
+De Leidsche hoogeschool, in 1575 gesticht, wordt de eerste van Noord-Europa
+en hare beste professoren zijn bij den aanvang in meerderheid
+Zuid-Nederlanders. Openbare liefdadigheid en volksonderwijs worden
+ingericht als in geen ander land van Europa.
+
+De Hollandsche schilderschool ontwikkelt eene eenige oorspronkelijkheid met
+Rembrandt, Hals, Ruysdael, Dou, Pieter de Hooch, Jan Steen, Vermeer en
+zooveel andere onsterfelijke meesters.
+
+De kleine provinciestad Amsterdam is eene wereldstad geworden; de oudere
+Hollandsche, Zeeuwsche en Utrechtsche steden moeten alle hunne wallen
+uitzetten en zien hunne bevolking en hunnen welstand verbazend stijgen. De
+Nederlandsche Republiek wordt de eerste handels- en koloniale mogendheid
+der wereld in de 17de eeuw.
+
+Intusschen zieltoogt het door geweld katholiek gebleven Zuid-Nederland. In
+de Vlaamsche en Brabantsche steden, die door de gedwongene protestantsche
+uitwijking de bloem hunner burgerij en handswerklieden hebben verloren,
+staan een derde der huizen te koop of te huur en vinden er geene
+liefhebbers, zoodat de kloosterlingen der plattelandsche abdijen, welke in
+den burgeroorlog verwoest waren geworden, geheele stadswijken voor een
+appel en een ei meester worden en zich in iedere stad komen nestelen.
+Buiten de steden zijn hoeven, stallingen, schuren en kasteelen in puin
+gelegd; de onbebouwde verlatene akkers groeien vol distels, ginststruiken
+en ander wild gewas. Wolven loopen het ontvolkte platte land af. De Schelde
+is gesloten en Antwerpen houdt op eene zeehaven te zijn gedurende meer dan
+twee eeuwen. De gewetensdwang en de geestelijke censuur op de boeken
+belemmeren elke ontwikkeling van den menschelijken geest. Het onderwijs der
+Jezuieten, Augustijnen en nonnen verkwezelt en verfranscht de hoogere
+standen, en de volksschool ligt in eene erbarmelijke verwaarloozing
+gedompeld. Terwijl in Holland de gouden eeuw der Nederlandsche letteren
+schittert met Vondel, Hooft, Bredero, Cats en Huygens, levert de
+letterkunde in Vlaamsch België niets anders op dan Pater Poirters en Willem
+Ogier. Alleen op het gebied der fraaie kunsten, ten dienste meestal van
+kerken en kloosters, leeft een tijdlang nog de oude verbazende kracht van
+den Vlaamschen stam voort. De prachtige Antwerpsche schilderschool met
+Rubens, Van Dijck, Jordaens, Teniers, enz. is de laatste glorievonk van het
+uitdoovend nationaal genie.
+
+[Illustration: P. P. Rubens]
+
+Terwijl de Nederlandsche driekleur op alle zeeën en oceanen met glans en
+eere wappert, terwijl de Nederlandsche Republiek de Europeesche diplomatie
+beheerscht en door veldheeren als Maurits en Frederik Hendrik, door
+admiralen als De Ruyter en Tromp, door staatslieden als Oldenbarnevelt en
+Jan de Wit, door groote schilders en geleerden de bewondering en de afgunst
+van het buitenland opwekt; terwijl eindelijk de stadhouder Willem III van
+Oranje, koning van Engeland, als de redder van Europa's onafhankelijkheid
+optreedt tot fnuiking der Fransche Wereldmonarchie van Lodewijk XIV; -- is
+de zeventiende eeuw voor Vlaanderen het rampzaligste tijdvak onzer gansche
+geschiedenis. De Spaansche katholieke Nederlanden zijn het bloedig en
+weerloos slagveld der groote mogendheden geworden. Gedurende meer dan eene
+eeuw, tot aan den Vrede van Utrecht (1713), werd er op onzen bodem oorlog
+gevoerd om ons brokstukken van ons grondgebied te ontrooven: in 't Noorden
+verloren wij aldus Zeeuwsch-Vlaanderen, Noord-Brabant, Maastricht en den
+rechteroever der Maas ten gunste der Nederlandsche Republiek; in 't Zuiden,
+Artois, Fransch-Vlaanderen, de helft van Henegouwen en eene strook van
+Luksemburg, ten gunste van Frankrijk, dat ons land zelfs tijdelijk in zijn
+geheel had ingepalmd (1700-1706). Ontelbare veldslagen en belegeringen
+maakten eilaas! den naam onzer steden en onzer onbekende Vlaamsche en
+Waalsche dorpen bloedig beroemd in de wereldgeschiedenis.
+
+Ons land was op den rand van den afgrond, toen de groote mogendheden het
+aan Spanje ontnamen om het, buiten onzen wil, aan Oostenrijk over te maken.
+Als een lakei, die met eenen nieuwen meester ook van livrei moet
+veranderen, verwisselden onze gewesten hunnen naam van _Spaansche_ met dien
+van _Oostenrijksche Nederlanden_. In 't midden der achttiende eeuw kwam
+eene tweede tijdelijke verovering van Frankrijk onder Lodewijk XV de
+nationale rampen vermeerderen, waar de Vrede van Aken (1748) een einde aan
+stelde. Dertig jaren van ongestoorden vrede volgden daarop onder de
+moederlijke regeering van keizerin Maria Theresia, die eenige verademing
+brachten. Ook wordt hare nagedachtenis nog in België gezegend; aan zulke
+rust waren onze zwaargeteisterde voorouders niet meer gewoon. Daarenboven
+toonde zich de Oostenrijksche regeering milder en verstandiger dan de
+Spaansche. Het hooger en middelbaar onderwijs werden verbeterd, de landbouw
+en de nijverheid aangemoedigd, de verschrikkelijke uitbreiding der
+kloosters werd tegengewerkt, de opheffing der Jezuietenorde (na hare
+afschaffing door paus Clemens XIV) in ons land in 1773 ook doorgevoerd en
+de Academie der wetenschappen en letteren te Brussel opgericht (1772).
+
+[Illustration: Jozef II]
+
+Maria Theresia's schrandere zoon, keizer Jozef II bezocht in 1781 ons
+vaderland, kort na zijne troonsbestijging. Sedert Philips II 's vertrek
+naar Spanje in 1559 was hij de eerste vorst der Zuidelijke Nederlanden, die
+zich gewaardigde onzen bodem te betreden en hij kwam er opzettelijk om onze
+toestanden te bestudeeren. De vruchten zijner edelmoedige studiereis
+bleven niet uit. Tal van hervormingen, uit Weenen naar ons land
+overgebriefd, verrasten en schokten weldra keer op keer onze ingedommelde
+voorouders: afschaffing der pijnbank, bedeesde verdraagzaamheid voor de
+dungezaaide protestanten, opheffing der «onnoodige» kloosters, hervorming
+der bisschoppelijke seminaries, herinrichting van het gerecht en van de
+bestuurlijke instellingen en meer andere doortastende veranderingen,
+meestal heilzame en dringende verbeteringen, die eenige jaren later door de
+Fransche Omwenteling werden doorgedreven. Maar de katholieke geestelijkheid
+en al degenen, die leefden van de voorrechten en misbruiken, ruiden het
+verdwaasde volk op tegen die hervormingen, welke overigens door Jozef II
+werden afgekondigd zonder acht te slaan op 's lands aloude grondwettelijke
+waarborgen. De Brabantsche omwenteling, die belachelijke en beschamende
+clericale naäperij van de groote Fransche van 1789, brak uit. Het
+Oostenrijksch bewind werd omver geworpen, Jozef II stierf van verdriet,
+onze voorouders op zijn sterfbed van ondankbaarheid beschuldigende, en
+gedurende 360 dagen leefde ons land in eenen revolutionnairen staat van
+potsierlijke onafhankelijkheid en clericale reactie onder den naam van
+_États-Belgiques-Unis_, alweer eene onmachtige nabootsing van de vrije
+Republiek der Vereenigde Staten van Noord-Amerika, die zich eenige jaren
+vroeger tegen Engeland had vrijgevochten. Na minder dan een volle jaar
+keerden de zegevierende Oostenrijksche legers terug; doch al de
+hervormingen van Jozef II werden ingetrokken.
+
+Maar dan begon de strijd tegen Frankrijk, die na een paar bloedige
+veldtochten leidde tot de inlijving van Zuid-Nederland bij de Fransche
+Republiek _une et indivisible_ onder de leus: _Liberté, Égalité, Fraternité
+ou la mort_ (1794). Zuid-Nederland verdween van de kaart van Europa en werd
+ingedeeld in Fransche wingewesten: _Départements de la Lys, de l'Escaut, de
+la Dyle, des Deux-Nèthes, de la Meuse Inférieure, de l'Ourthe, des Forêts,
+de Jemmapes, de Sambre-et-Meuse_. Dat was het tweede keerpunt in onze
+vaderlandsche geschiedenis.
+
+De kerkelijke en staatkundige instellingen, die zich sedert de middeleeuwen
+gaandeweg ontwikkeld hadden, werden plotseling neergehaald en door
+splinternieuwe vervangen. Al de voorrechten van geestelijkheid en adel
+werden afgeschaft en door de burgerlijke gelijkheid aller inwoners
+vervangen, hetgeen een niet genoeg te waardeeren hervorming was, waarvan
+wij heden nog de zegeningen genieten. Doch, indien al de moderne vrijheden
+werden afgekondigd, dit was slechts in de woorden en op het papier, want in
+de werkelijkheid bleef de regeering almachtig; de Republiek en na haar
+Napoleon I oefenden eene staatkundige dwingelandij uit, die zelden werd
+geëvenaard. Daarenboven werden onze gewesten door Frankrijk letterlijk
+uitgebuit.
+
+De inlijving begon in 1794 met eene oorlogsbelasting van tachtig millioen
+Fransche _livres_ op de steden, waarvan Brussel er vijf, Antwerpen tien,
+Gent zeven, enz. moesten opbrengen. Al de rijkdommen in goud en zilver van
+kerken, kloosters, neringen, ambachten en gilden werden aangeslagen, met
+hamers aan stukken gebroken, in houten vaten gekuipt en naar Frankrijk
+gezonden. De gedwongen koers van het waardeloos papieren geld (_assignats_)
+en de stelselmatige afpersing van alle waren, levensmiddelen, vee, meubels,
+stoffen, kunstschatten en verdere roerende eigendommen, onder den naam van
+_requisities_, brachten eene onbeschrijfelijke ellende teweeg, gevolgd
+door hongersnood en ziekten. Ondertusschen moesten onze wanhopige
+voorouders eene officieele feestvreugde aan den dag leggen bij het planten
+der vrijheidsboomen en hunne Fransche driekleur uitsteken op den _decadi_,
+die den afgeschaften Zondag was komen vervangen, evenals de katholieke
+kerken herschapen waren in _tempels der Rede_; de kloosters en abdijen
+waren opgeheven en hunne goederen verkocht. Zoo brak de «gesloten tijd»
+(1797-98) aan, die gekenmerkt werd door allerlei hatelijke of kleingeestige
+vervolgingen tegen de priesters, die in 't geheim de mis lazen en de
+sacramenten bedienden en die zich daardoor aan deportatie naar Cayenne
+blootstelden. De ruw ingevoerde militaire loting (_conscriptie_) deed den
+beker overloopen en den wanhopigen _Boerenkrijg_ uitbreken (1798-1799), die
+na heldhaftigen tegenstand in het bloed gesmoord werd. Geen tijdvak onzer
+geschiedenis, buiten de bloedige dwingelandij van Alva, in de 16de eeuw,
+kan met de laatste jaren der achttiende eeuw onder het Fransche
+schrikbewind worden vergeleken.
+
+Het consulaat van Napoleon Bonaparte bracht eenige verademing. De vrede met
+Europa, de inwendige openbare rust en de oude katholieke godsdienst werden
+hersteld. Doch Napoleon zette de keizerskroon op zijn hoofd (1804) en zijne
+onverzadelijke eerzucht veranderde geheel Europa, van Spanje af tot aan
+Rusland, in een groot oorlogsterrein. De conscriptie eischte overal
+kanonnenvleesch. De dwingelandij van den meester kende geene palen meer. De
+moedertaal, reeds brutaal aan kant gezet bij den eersten dag der Fransche
+inlijving, werd onmeedoogend vervolgd en uitgeroeid tot in de dagbladen,
+straatnamen, uithangborden, testamenten en kwijtschriften. Vertwijfeling en
+haat tegen de Fransche overheersching waren de alom heerschende gevoelens
+in ons diep gezonken vaderland.
+
+In al die rampen had Noord-Nederland ook zijn aandeel gehad. Het verzwakte
+en ingedommelde gemeenebest der Zeven Vereenigde Nederlanden was, door
+inwendige twisten en onder Franschen invloed, uiteengevallen en tot
+vassaalstaat van Frankrijk gezonken onder den naam van Bataafsche
+Republiek (1795). Napoleon veranderde haar in een _Royaume de Hollande_ met
+zijnen broeder Lodewijk als koning (1806), en, toen deze niet slaafsch
+genoeg aan zijne ongehoordste eischen gehoorzaamde, stiet hij hem van den
+troon en lijfde Noord-Nederland bij het Fransche Keizerrijk in (1810). Op
+hunne beurt waren ook de Hollandsche gewesten tot Fransche departementen
+vervallen, vijftien jaren na Zuid-Nederland.
+
+De Nederlandsche stam in Noord en Zuid scheen alsdan met eenen
+onvermijdelijken ondergang bedreigd, toen Napoleon's val een historisch
+mirakel mogelijk maakte: de verrijzenis der groote mogendheid van de
+Bourgondische hertogen en van Keizer Karel onder den naam van _Koninkrijk
+der Nederlanden_ met eenen Oranjevorst, eenen afstammeling van Willem den
+Zwijger, op den troon.
+
+Naast al hare vernederingen en onheilen had de Fransche overheersching ons
+toch onloochenbare weldaden aangebracht: de gelijkheid aller burgers vóór
+de wet met opheffing aller voorrechten van adel en geestelijkheid, de
+heropening der Schelde (1795) na meer dan twee volle eeuwen, de scheiding
+der bestuurlijke en rechterlijke machten (1796), waar Jozef II zijnen
+onverdienden val grootendeels aan te danken had, de afschaffing der al te
+talrijke en overrijke kloosters, de ernstige inrichting van den
+burgerlijken stand, de verwereldlijking en verbetering van de openbare
+liefdadigheid. Maar de vrijheid was onmeedoogend met de voeten getreden; de
+moedertaal, de nationaliteit, het volksonderwijs en het Nederlandsch
+karakter verwaarloosd en veracht.
+
+Op het bloedig slagveld van Waterloo (1815) ging de zon der vrijheid en der
+onafhankelijkheid op voor Europa in 't algemeen en in 't bijzonder voor ons
+arme vaderland.
+
+
+
+
+Bibliographie
+
+
+H. Pirenne, _Histoire de Belgique_. 2 deelen. 1900-1903 (Nederl. vertaling
+door R. Delbecq, 1904) -- P. J. Blok, _Geschiedenis van het Nederlandsche
+Volk_. 6 deelen. 1892-1904. -- Eug. Van Bemmel, _Patria Belgica_. 3 deelen.
+1873-1875. -- Julius Vuylsteke, _Inleiding_ tot de _Korte statistieke
+Beschrijving van België_, 1869, herdrukt in zijne _Verzamelde
+Prozaschriften_ (1887) en in zijne _Historiebladen_ (1904).
+
+
+
+
+DE REGEERING VAN KONING WILLEM I
+
+DOOR
+
+VICTOR FRIS
+
+
+De rampzalige aftocht uit Rusland had de macht van den grooten dwingeland
+bepaald geknakt. Wel poogde Napoleon met nieuwe krachten den aanval der
+legers van het Verbond van al de Europeesche mogendheden te stuiten, doch
+hij werd te Leipzig (October 1813) verslagen. Terstond hieven al de volken,
+die Bonaparte zoolang onder zijn hiel gehouden had, het hoofd op en
+schudden het gehate juk met een zucht van verlichting af. Overal brak bij
+het naderen der troepen der Geallieerden de opstand los en sloeg van
+Westfalen naar Holland over. Amsterdam gaf het sein der verlossing (15en
+November 1813); de Pruisen en de Russen verjoegen de Fransche generaals,
+terwijl de Engelschen in Zeeland landden.
+
+Reeds op 16en November aanvaardden twee patriotten, de graven van Hogendorp
+en van der Duyn, de souvereiniteit der oud-Vereenigde Provinciën in naam
+van den prins Willem van Oranje; veertien dagen later ontscheepte de zoon
+van den oud-stadhouder te Scheveningen, en op 1en December nam hij in den
+Haag den titel van Souvereinen Vorst der Vereenigde Provinciën.
+
+Intusschen rukten de verbonden legers Frankrijk binnen; het leger van het
+Noorden onder Bernadotte's bevel trok langs België op Parijs af. De
+schielijke vlucht der Fransche ambtenaren en de aantocht der Pruisen en der
+Kozakken werden alhier met geestdrift onthaald, vooral in de Vlaamsche
+gewesten, waar de herinnering aan den Boerenkrijg nog zoo levendig was.
+
+Den 4en Februari 1814 vaardigde, in naam der Vreemde Mogendheden, generaal
+Karel van Saksen-Weimar een proclamatie tot de Belgen uit, waarin hij hun
+de onafhankelijkheid liet verhopen en ze aanspoorde om troepen te lichten
+ten einde hunne vrijheid te verdedigen. In overeenkomst met generaal Bülow,
+stelde hij een Voorloopig Bestuur aan, en benoemde den
+Oostenrijkschgezinden hertog van Beaufort-Spontin tot gouverneur-generaal;
+deze werd al spoedig (den 29en Maart), op bevel van keizer Frans I,
+vervangen door den generaal baron de Vincent, die echter slechts den 5en
+Mei, een maand na Napoleon's troonafstand, bezit nam van zijn ambt. Den
+30en Mei 1814 werd door het eerste verdrag van Parijs beslist, op het
+aandringen van den Engelschen gevolmachtigde, dat Holland een uitbreiding
+van grondgebied zou verkrijgen; door twee afzonderlijke en geheime akten
+werd zelfs de uitgestrektheid dezer uitbreiding aangeduid, n.l. tusschen
+Frankrijk, de zee en de Maas, ja zelfs tusschen de Maas en den Rijn. Drie
+weken later bepaalden de gevolmachtigden der Geallieerden, in Conferentie
+te Londen vereenigd, de voorwaarden der vereeniging van Holland met de
+Belgische gewesten, bestaande uit de vroegere Oostenrijksche Nederlanden en
+'t Prinsbisdom Luik met het Groothertogdom Luksemburg; prins Willem van
+Oranje werd verzocht deze bij te treden, en in den meest liberalen zin te
+werken om de volkomen _versmelting_ der beide landen te verwezenlijken
+(21en Juni 1814). Die voorwaarden, in acht artikelen vervat, werden door
+den Prins van Oranje een maand later aangenomen, doch voor 't publiek tot
+het volgende jaar verborgen gehouden. Volgens artikel I moest die
+vereeniging innig en volkomen zijn; beide landen moesten slechts één Staat
+vormen, beheerd door de reeds in Holland aangenomen Grondwet, met de
+noodige wijzigingen volgens de nieuwe omstandigheden. De volgende artikelen
+verzekerden aan alle godsdiensten gelijke rechten en bescherming, aan alle
+burgers gelijke benoembaarheid tot de openbare ambten; de Belgische
+provinciën zouden «op geschikte wijze» in de Staten-Generaal
+vertegenwoordigd zijn en voortaan met de Hollandsche provinciën lasten en
+voordeelen dragen. De gedwongen, bepaalde afstand van de Kaapkolonie en van
+de helft van Suriname was de belooning van Engeland voor deze weldaad
+tegenover het huis van Oranje, dat Luksemburg verkreeg in ruiling zijner
+bezittingen in Duitschland.
+
+Op 31en Juli 1814 gaf baron de Vincent het opperbestuur van ons land over
+in handen van den Souvereinen Vorst der Nederlanden. Eindelijk waren de
+verwachtingen die Willem sedert twintig jaren omtrent het bezit van België
+gekoesterd had, verwezenlijkt.
+
+ * * * * *
+
+De vereeniging van Holland met België, welke de Engelsche diplomatie sedert
+lang beoogde, was eenvoudig een schikking in 't belang van Europa, dat
+tusschen Maas en Rijn een sterken dam tegen de toekomstige pogingen der
+Fransche veroveringszucht wilde opwerpen. De monarken van het Heilig
+Verbond hadden het vorstenhuis van Oranje-Nassau willen bevoordeeligen.
+Niet eens had men onze bevolking geraadpleegd; ook was er in de Zuidelijke
+Provinciën bijna niemand die de vereeniging met Holland toegedaan was; men
+gevoelde weinig aantrekking voor dat land dat men niet kende. Overigens,
+beide streken vertoonden zulk verschil in zeden, belangen, godsdienst en
+zelfs in taal, dat dit gedwongen huwelijk met weinig ingenomenheid van wege
+beide partijen aangezien werd.
+
+Wel waren Noord en Zuid stamgenooten, maar de geschiedenis had ze sinds
+bijna 250 jaren gescheiden gehouden. Terwijl België zonder politiek leven,
+zonder eigenlijke zelfstandigheid van den Spanjaard naar den Oostenrijker
+was overgegaan, om eindelijk door den Franschman te worden veroverd, had
+Holland eene gewichtige historische rol gespeeld; en terwijl men in 't
+Zuiden nog den druk van het vreemde juk gevoelde, boogde het Noorden met
+fierheid op de trotsche overleveringen zijner heldendaden en zag daarom met
+eene zekere minachting op het naburige volkje neder.
+
+Op intellectueel gebied veel hooger staande, beschouwden de Hollanders de
+Belgen geheel als ondergeschikten, en deze houding kwam het verschil in
+karakter nog verscherpen.
+
+Terwijl benoorden den Moerdijk taal en zeden van zuiver Germaanschen aard
+gebleven waren, hadden, sedert de 16e eeuw, in het Dietsche zoowel als in
+het Waalsche gedeelte der Zuidelijke Nederlanden, Fransche taal en Fransche
+zeden de hoogere klassen veroverd; en die invloed van het naburige
+Frankrijk was niet weinig versterkt gedurende de twintigjarige
+overheersching van de Republiek en van het Keizerrijk. In scholen,
+gerechtshoven, bestuur, vergaderingen, vereenigingen, dagbladen, openbare
+of private briefwisselingen zwaaiden in de Vlaamsche gewesten de Fransche
+spraak en de Fransche denkbeelden onbetwist den schepter.
+
+De Hollander, aan de voorvaderlijke levensgewoonten getrouw gebleven, was
+stijf, koel, plechtig en teruggetrokken; de Belg, onder Franschen invloed
+beweegbaar en losser in handel en wandel geworden, was van de moderne
+denkbeelden die de Fransche Omwenteling met zich gevoerd had, doordrongen;
+daarom ook werd de Fransche wetgeving in 't Zuiden met genoegen onthaald,
+terwijl men ze in 't Noorden beschouwde als eene «nieuwigheid» door den
+overweldiger opgedrongen.
+
+Even stoer stonden tegenover elkander de dweepzieke Katholieken van 't
+Zuiden en de bekrompen Calvinisten van 't Noorden; de laatsten overtrotsch
+om hunne onmiskenbare verstandelijke superioriteit, de eersten fier op
+hunne zegepraal tegenover Jozef-de-Tweede's liberale hervormingen, en
+tevens bereid om, na hunne lange onderwerping tijdens het Fransch bestuur,
+de overhand van hunnen godsdienst te herstellen.
+
+Die verschillen, waarbij nog moet gevoegd worden de tegenstelling der
+staathuishoudkundige belangen van beide landen -- handeldrijvend en dus
+voorstanders van vrijen in- en uitvoer in 't Noorden, levend van nijverheid
+en landbouw en daardoor beschermingsgezind in 't Zuiden -- waren oorzaak
+dat er weinig neiging tot vereeniging bestond bij de Belgen, tenzij bij
+zekere ontwikkelde lieden; zoodat de onhandige pogingen van de enkele
+Orangisten, die de openbare meening tot de vereeniging moesten voorbereiden
+tijdens het voorloopig bestuur van den hertog van Beaufort, de zaak van
+prins Willem bijna in gevaar brachten.
+
+Machtig integendeel was de Fransche partij, gesteund door de regeering van
+Lodewijk XVIII, die de hereeniging met Frankrijk wenschte. Zij was uit zeer
+uiteenloopende bestanddeelen samengesteld. Zij bestond ter eener zijde uit
+de partijgangers der Fransche denkbeelden. Deze stonden in bewondering voor
+het regeeringsstelsel door de Republiek ingevoerd, dat in België aan de
+verschillende grondgebieden, aan de afwisselende locale gewoonten en
+verouderde rechtsgebruiken, de eenvormigheid van bestuur, wetboeken en
+rechtbanken, benevens de concentratie der openbare machten opgedrongen had.
+Dan had men de menigte der uit Frankrijk teruggekomen Belgische
+krijgslieden en ambtenaren die den grooten keizer gediend hadden, en wie
+het tegen de borst stootte dat hun land onder de heerschappij van het
+kleine Holland gesteld was. Eindelijk waren daar nog de Fransche ballingen
+en uitwijkelingen, conventioneelen en bonapartisten, die de vervolgingen
+van de clericale «Terreur blanche» uit Frankrijk ontvlucht waren.
+
+Een aanzienlijk gedeelte der bevolking, voornamelijk de geestelijkheid en
+de adel, in een woord, de leiders der Brabantsche Omwenteling die zich
+later met keizer Leopold verzoend hadden, betrachtte, na den val van
+Napoleon, den terugkeer van onze provinciën onder het Oostenrijksch
+bestuur. De twee bevoorrechte standen beschouwden die herstelling van het
+gezag der Habsburgers als innig verbonden met de herstelling van het Oud
+Regime, waarvan zij droomden.
+
+ * * * * *
+
+De ontvluchting van den Corsicaanschen dwingeland uit het eiland Elba
+bedreigde plotseling het pas gevormde Rijk der Nederlanden. Willem maakte
+gebruik van de algemeene verwarring in Europa, om zich op 14en Maart 1815
+den titel van Koning der Nederlanden toe te kennen. Daarna bezocht hij de
+Zuidelijke gewesten, waar hij met uitbundige vreugde ontvangen werd: alzoo
+betoogden de Belgen hoe gelukkig ze waren, van het langdurige Fransche juk
+verlost te zijn, onder hetwelk zij niets anders dan afpersing, knevelarij,
+geweldenarij en dwang gekend hadden.
+
+Zonder dralen riep hij 25,000 Belgen te wapen, die in spoed opgekomen en
+met evenveel Hollanders vereenigd, onder bevel van den prins van Oranje,
+zijn oudsten zoon, het Engelsch leger van Wellington gingen versterken. De
+Nederlandsche troepen vochten met leeuwenmoed te Quatre-Bras, en twee dagen
+later, toen het Fransche Keizerrijk ten onder ging in de vlakte van
+Waterloo (18en Juni 1815), zei Wellington dat hij hunne dapperheid niet
+genoeg kon prijzen. Die strijd van Hollanders en Belgen zij aan zij, droeg
+veel bij tot eene toenadering tusschen beiden. De Nederlandsche Leeuw werd
+te Waterloo opgericht als een gedenkteeken van Europa's bevrijding en van
+Nederlands roemrijk aandeel in die overwinning.
+
+Het Congres van Weenen erkende Willem als koning der Nederlanden, als
+belooning voor zijne krachtdadige tusschenkomst; en door het tweede Congres
+van Parijs verkreeg hij eene uitbreiding van grondgebied, n.l. het
+hertogdom Bouillon, Philippeville en Mariembourg (20en November 1815).
+
+Uit een œconomisch oogpunt was het Rijk, waarover Willem nu heerschte, eene
+prachtige schepping; nooit was een land zoo plotseling in een zoo
+voordeeligen toestand geplaatst, want het was tegelijkertijd machtig door
+de rijkdommen van den grond, den handel en de scheepvaart. Bezat Holland
+groote havens, waar onophoudend de belangrijke handelsvloot van hare
+millioenrijke kooplieden de schatten van het weelderige Insulinde of van
+andere koloniën binnenvoerde, België, met zijne vruchtbare landouwen -- de
+klassieke grond van landbouw en veeteelt -- met zijne ijzer-, kool- en
+loodmijnen, door eene nijverige bevolking uitgebaat, vond in zijnen grond
+de schatten, die Holland op den Oceaan zocht. Beide landen vulden elkander
+aan.
+
+Overigens, was het volk in twee groote afdeelingen gesplitst en in vele
+opzichten gescheiden, in andere opzichten hing het samen; er bestond meer
+dan een overgang tusschen de twee landstreken, dien men tot het vormen van
+een gemeenschappelijk leven kon benuttigen. Doch evenals alle willekeurig
+geschapene inrichtingen, bezat dit kunstmatige rijk slechts weinig vastheid
+op zich zelf, en het moest recht gehouden worden door de talenten van zijn
+Vorst.
+
+[Illustration: Willem I]
+
+Deze Vorst, wien de moeilijke taak was opgedragen, de samensmelting van
+deze twee landen te voltooien, bezat groote hoedanigheden. Hij was een
+toonbeeld van huiselijke en persoonlijke deugden; hij onderscheidde zich
+door zijne minzaamheid en rechtschapenheid; hij was zeer verstandig en
+bezat een sterk geheugen.
+
+Willem I streefde er naar, de genegenheid zijner onderdanen te winnen, en
+verleende op gestelde dagen, iedere week, gehoor in zijn paleis aan groot
+en klein, arm en rijk. Zeer werkzaam, strekte hij zijne bedrijvigheid uit
+over bezigheden van zeer uiteenloopenden aard.
+
+Maar de Vorst was ook een man van zaken, dien de geldzucht bijna tot de
+gierigheid dreef. Zijne verwaandheid over de onfeilbaarheid van zijn
+oordeel, zijne koppigheid en zijn gemis aan doorzicht, droegen veel bij tot
+zijne impopulariteit, en zijn bestuur vonden de Belgen des te
+onverdragelijker, daar hij protestant en Hollander was.
+
+Ziedaar de man van wiens persoonlijk karakter en bestuurlijke begaafdheid
+het afhing in hoeverre de Hollanders en de Belgen zich broederlijk als
+zonen van hetzelfde vaderland zouden leeren beschouwen.
+
+De prins van Oranje, de oudste zoon van den Koning, en Wellington's
+leerling in den krijg, verschilde volkomen met zijn vader wat karakter en
+denkwijze betreft. Zeer eigenzinnig en, als gemaal eener Russische
+groothertogin, zeer hoogmoedig, werd hij weldra door den Koning uit het
+bestuur van het krijgswezen ontzet, en gedurende tien jaren van de
+staatszaken verwijderd.
+
+Zeer ontwikkeld en zeer geliefd, oefende prins Frederik, Willem's tweede
+zoon, als grootmeester der Nederlandsche vrijmetselarij, een zekeren
+invloed uit op de liberale partij in Zuid-Nederland. Het beleid van 't
+krijgsbestuur werd hem in 1817 opgedragen; doch evenals zijn vader, miste
+hij bezieling en geestdrift en kon die dus aan anderen niet mededeelen.
+
+Willem koos in den beginne voorname en ervaren mannen als ministers, meest
+allen Noord-Nederlanders. Maar noch Gijsbert Karel van Hogendorp, een
+ontwikkeld staatsman, een edel en open karakter, aan wien de koning zijne
+kroon verschuldigd was en die zeer goed ingelicht was omtrent het bestuur
+van het land; noch de bekwame en kundige Falck, die inschikkelijker was,
+noch Van Nagel, noch Roëll, konden lang overeenkomen met een Koning, die
+alles alleen wilde doen en voor de persoonlijke regeering was in den echten
+zin van het woord.
+
+[Illustration: A. R. Falck]
+
+Hoe kwam het dat in den beginne het bestuur van Willem in 't buitenland
+geprezen werd als het toonbeeld van een goede liberale regeering? Dit
+dankte hij aan zijne zelfstandige houding op het Congres te Weenen
+tegenover de reactionnaire vorsten van Pruisen en Rusland; voorts aan de
+gastvrijheid die hij aan de bannelingen van alle natiën verleende, op het
+oogenblik dat de Europeesche landen onder de bloedige verdrukking van de
+vorsten van de Sainte-Alliance zuchtten; en eindelijk aan het schenken van
+eene Grondwet aan zijne onderdanen.
+
+ * * * * *
+
+Uit eigen beweging had Willem, in Maart 1814, een Grondwet aan Holland
+gegeven. Deze verleende het volk meer vrijheid en meer waarborgen dan in de
+voormalige Vereenigde Provinciën, maar verzekerde ook aan den Vorst een
+uitgebreider macht dan ooit een stadhouder bezeten had. Dadelijk na de
+oprichting van de Nederlanden tot koninkrijk, was een commissie tot stand
+gekomen om de Grondwet te herzien en om de noodige veranderingen er aan toe
+te brengen, in overeenstemming met den nieuwen staat van zaken (22en April
+1815). G. K. van Hogendorp zat die commissie voor, samengesteld uit 12
+Hollanders en 12 Belgen. Onder deze laatsten telde men de reactionnaire
+graven de Mérode, de Méan en de Thiennes met den griffier Raepsaet, verder
+radicalen als Dotrenge en Leclercq, en twee knappe en vooruitstrevende
+mannen, Gendebien vader en Holvoet.
+
+Hevige redetwisten grepen plaats over de ministerieele
+verantwoordelijkheid, die verworpen werd ondanks de liberalen. Men kon het
+ook niet eens worden over de aanduiding van de hoofdstad, Amsterdam of
+Brussel, en daarom besloot men geene melding hiervan te maken. De nationale
+vertegenwoordiging vooral was het voorwerp van langdurige beraadslagingen.
+Niettegenstaande Hogendorp's tegenwerpingen die slechts ééne Kamer
+wenschte, werd, op Raepsaet's voorstel, beslist dat men er twee zou hebben,
+die den verouderden en volkomen iets anders beteekenenden naam van
+Staten-Generaal behielden.
+
+De Belgische aanhangers van het Oud Regime vroegen de vertegenwoordiging
+der drie standen; maar dit was onmogelijk in Holland, waar de abdijen
+afgeschaft en de ambachtsgilden verdwenen waren. Dan stelden ze voor om den
+adel en de bisschoppen in de Eerste Kamer te doen treden; dit alweer werd
+afgestemd en de geestelijkheid hield daardoor op als een bijzondere stand
+herkend te worden.
+
+Men besloot dat de Hooge Kamer bestaan zou uit 40 of 60 leden, levenslang
+door den koning benoemd; en de Tweede Kamer uit 55 Hollanders en 55 Belgen
+gekozen voor 3 jaar door de Provinciale Staten, met jaarlijksche
+vernieuwing van een derde.
+
+Vruchteloos verzette zich Gendebien tegen de gelijkheid in het getal der
+afgevaardigden van de Tweede Kamer, omdat België 3 millioen inwoners en
+Holland er minder dan 2 millioen bezat. Van Maanen antwoordde dat de
+Vereenigde Provinciën sedert twee eeuwen als een zelfstandige Staat
+bestonden, en het overwicht der Belgen niet zouden dulden, en Hogendorp
+voegde er bij, dat men het belang der Hollandsche koloniën met hunne
+millioenen inwoners en de intellectueele ontwikkeling der Noorderprovinciën
+niet uit het oog mocht verliezen. In die omstandigheden werd het voorstel
+der regeering door al de Hollanders en door twee Belgische afgevaardigden
+(De Méan en De Mérode) aangenomen.
+
+Het was zoo moeilijk om de artikelen te doen aannemen, over de volkomen
+geloofsvrijheid, over de gelijke bescherming van alle godsdiensten en over
+de benoembaarheid van alle burgers tot de openbare ambten, dat het noodig
+was de verplichting in zake gewetensvrijheid in te roepen, door de groote
+Mogendheden in het Protocol van Londen of Verdrag der acht artikelen den
+Koning opgelegd; dit werd nu eerst aan de bevolking bekend gemaakt.
+
+Nauwelijks was het ontwerp opgesteld (18en Juli 1815), of de Raad van de
+Kroon stelde een lijst der Belgische notabelen op, die de Grondwet zouden
+aannemen of verwerpen. Ze waren ten getale van 1600, één per twee duizend
+inwoners, en werden benoemd door een soort van bekrachtigende stemming door
+middel van het algemeen stemrecht. Het ontwerp van Grondwet was, op
+voorhand, in 't geniep medegedeeld aan de bisschoppen De Broglie van Gent,
+Pisani van Namen en Hirn van Doornik. Den 28en Juli richtten zij
+_Eerbiedige Opmerkingen_ tot den Koning, waarin zij de gewetensvrijheid als
+eene gevaarlijke nieuwigheid bestempelden, en zich beklaagden dat de
+geestelijkheid, vroeger de eerste stand in den Staat, nu uit de wetgevende
+vergaderingen en uit de lijst der notabelen gesloten was, en dat zij niet
+eens het recht bezat de onwaardigen van deze lijst te schrappen. Daar de
+Koning aan die eischen geen gehoor gaf, besloot de strijdlustige en
+dweepzieke bisschop van Gent in het perk te treden.
+
+In zijn herderlijken omzendbrief van 2en Augustus verbood hij aan al de
+notabelen van zijn bisdom voor de nieuwe Grondwet, die de vrijheid van
+godsdienst en de gelijkheid van de eerediensten waarborgde, te stemmen. Het
+gevolg was dat, terwijl de Staten-Generaal in Holland eenparig de Grondwet
+aannamen, de Belgische notabelen, op 18en Oogst 1815 te Brussel vergaderd,
+met 796 stemmen tegen 527, diezelfde Grondwet verwierpen. In de vier
+arrondissementen van Oost-Vlaanderen telde men slechts 67 stemmen vóór en
+168 tegen. Bijna al de ontkennende stemmen waren gegrond op de artikelen
+190 en volgende, aangaande de gewetensvrijheid; 126 briefjes hadden dit
+uitdrukkelijk verklaard.
+
+De Koning, die zulks niet verwacht had, en overigens gebonden was door het
+Verdrag van Londen, toonde zich erg verbolgen. Nochtans, daar het ontwerp
+de meerderheid had in de Nederlanden door de eenparige stemmen van de
+Staten-Generaal in het Noorden, besloot hij over de moeilijkheid heen te
+stappen. Hij verklaarde dat hij de afwezige notabelen, 280 in getal, als
+goedkeurende stemmers beschouwde; hij vernietigde het honderdtal
+ontkennende gemotiveerde briefjes die hij onwettig vond, en na deze
+zonderlinge berekening kondigde hij af dat de Grondwet aangenomen was (24en
+Augustus 1815).
+
+De Grondwet verzekerde de vrijheid van persoon, van eigendom en van
+geweten, en ook, doch slechts in zekere mate, die van drukpers; want een
+streng besluit, den 20en April 1815 tijdens Napoleon's inval uitgevaardigd,
+waarbij zekere persmisdrijven, als het verspreiden van valsche geruchten en
+dergelijke, met brandmerk, zes jaar gevangenisstraf en duizend frank boete
+gestraft werden, werd niet ingetrokken.
+
+De koninklijke macht was beperkt door eene volksvertegenwoordiging, maar de
+vorst benoemde de leden van de Eerste Kamer, en in de Tweede Kamer bezaten
+de afgevaardigden noch het recht van wijziging noch dat van initiatief.
+Verder bestond er geene ministerieele verantwoordelijkheid; de ministers
+waren de dienaren van den vorst, niet van de natie.
+
+De begrooting moest door de Staten-Generaal goedgekeurd worden; doch was
+verdeeld in een buitengewoon budget dat alléen jaarlijks onderzocht werd,
+en in een gewoon budget waarover slechts alle tien jaren moest gestemd
+worden, zoodat een toezicht over de financiën schier onmogelijk was.
+
+In het rechtswezen had een eenvoudig besluit van November 1814 reeds de
+jury, die de koning eene instelling der barbaarsche tijden noemde,
+afgeschaft; en de onafzetbaarheid der rechters was slechts voor lateren
+tijd beloofd.
+
+Een additioneel artikel bepaalde dat alle gevestigde overheden in hun ambt
+bleven en alle in zwang zijnde wetten hun kracht behielden, totdat daarin
+op andere wijze zou worden voorzien. Dit liet, onder 't deksel van
+wettelijkheid, de deur open voor allerlei willekeur, daar het opstellen van
+sommige noodwendige wetten op de lange baan werd geschoven.
+
+Men ziet daardoor dat de Vorst zich een aanzienlijk overwicht in de
+regeering voorbehouden had. Het koninkrijk der Nederlanden was
+constitutioneel alleen in naam, 't was eene monarchie door eene Grondwet
+gematigd.
+
+En nochtans was die Grondwet, vergeleken bij hetgeen toen ter tijde op
+Europa's vasteland gebeurde, zoo vrijzinnig, dat zij in den grond algemeen
+goed onthaald werd. Zelfs de katholieke De Gerlache keurde ze goed; maar
+wat de Belgen ergerde, waren de voorwaarden betrekkelijk de gelijkheid van
+'t getal volksvertegenwoordigers, en hetgeen in 't bijzonder de katholieken
+niet konden aannemen was de gewetensvrijheid. Wat juist bijdroeg tot de
+scheiding tusschen Noord en Zuid, alhoewel de Mogendheden aan Willem de
+volkomen samensmelting van de twee landen opgedragen hadden, was de
+gelijktallige volksvertegenwoordiging en het aanstellen van twee
+hoofdsteden, Brussel en den Haag, waar afwisselend de Staten zouden
+zetelen, alsof de keus van Antwerpen zich niet had moeten opdringen.
+
+ * * * * *
+
+Nauwelijks had Willem, den 21en September 1815, te Brussel zijn eed
+afgelegd en zijn plechtige inhuldiging gevierd, of een hardnekkig verzet
+werd door de Belgische bisschoppen tegen art. 190 en 191 van de Grondwet
+begonnen.
+
+De inrichting van de katholieke kerk in België was sedert jaren door
+Napoleon's Concordaat geregeld. Tijdens het Voorloopig Bestuur had men
+besloten dat de kerkelijke zaken in de handen der geestelijken zouden
+blijven. Den 26en Mei 1814 was de vurige Maurits de Broglie, een zoon van
+den Franschen maarschalk van dien naam, naar zijn bisdom Gent teruggekeerd,
+gestaald door den langen weerstand dien hij den machtigen Keizer had
+geboden. Die vreemdeling, teleurgesteld omdat België aan de heerschappij
+van de Bourbons, die krachtdadige beschermers van de geestelijkheid,
+ontsnapte, en in beginsel een protestantschen vorst vijandig, onderhield
+gedurende zes jaren een zeer gevaarlijke gisting onder de Belgische
+onverdraagzame en dweepzieke katholieken. Reeds den 8en October 1814 deed
+hij door zijnen vicaris-generaal, den Franschman Lesurre, een memorie
+opstellen, gericht tot de afgevaardigden op het Congres van Weenen. Daarin
+vroeg hij: de teruggave aan de geestelijkheid en aan de kloosters van al
+hunne oude voorrechten, de herstelling van de tienden en van de kerkelijke
+rechtbanken, de toekenning van het bestuur van het onderwijs aan de
+prelaten, het verbod van oprichting van protestantsche tempels; maar hij
+liet nochtans toe, dat de vorst binnen zijn paleis de protestantsche
+godsdienstoefeningen mocht houden. De leden van het Weener Congres lieten
+dit stuk natuurlijk zonder antwoord.
+
+Wij hebben gezien hoe heftig Maurits de Broglie het volgende jaar het
+ontwerp van de Grondwet bestreed. Door talrijke edellieden en door de
+reactionnaire partij in 't algemeen ondersteund, voerde de geestelijkheid
+een hevigen strijd tegen de Grondwet, ter wille van de artikelen over de
+gewetensvrijheid. De ultra-katholieke partij zag niet in, dat een terugkeer
+tot den ouden staat van zaken onmogelijk was; zij hield geen rekening met
+den ommekeer in de denkbeelden teweeggebracht. Door gansch West-Europa
+eischte de openbare meening de onbeperkte vrijheid van denken; in België
+zelf bestond er een aanzienlijke liberale groep, radicalen, oud-Vonckisten
+of Voltairianen, die niet alleen de godsdiensten onverschillig, maar ook
+vijandig waren, benevens gematigden of doctrinairen die den voorrang van
+de burgerlijke macht op de geestelijke luide verkondigden. En het was juist
+dit kenmerk van den Nieuwen Tijd, die zucht naar ontvoogding van den
+menschelijken geest, die de klerikale partij zoo hevig bekampte.
+
+Ook toen de bisschoppen in hunne _Herderlijke onderrichtingen_, oorzaak van
+het verwerpen van de Grondwet door de Belgische katholieken, verklaarden
+dat zij «dit verderfelijk grondbeginsel, gansch tegenstrijdig met het
+katholiek geloof, dat alle godsdiensten even goed zijn» niet konden
+aannemen, voer de Koning in zijne bekrachtigingsverordening van de Grondwet
+uit «tegen deze lieden die de maatschappij tot voorbeeld van
+verdraagzaamheid en van evangelische liefde zouden moeten strekken». In
+zijn verzet tegen de aanmatiging der Belgische geestelijkheid, wist hij
+overigens dat hij volkomen in den geest zijner Hollandsche onderdanen
+handelde.
+
+Toen de Grondwet toch aangenomen werd, kondigden de bisschoppen een
+_Leerstellige Uitspraak_ (Jugement doctrinal) af, waarin ze zeiden dat de
+Katholieke Kerk het volk verplichtte zich te verzetten tegen de Grondwet.
+Zij verboden aan al de geloovigen, wilden zij zich niet schuldig maken aan
+het ergste verraad tegenover de heiligste belangen van den godsdienst, de
+verschillende eeden af te leggen, die de Grondwet voorschrijft; verder
+teekende bisschop De Broglie, die de voornaamste opsteller van het
+mandement was, protest aan tegen art. 196, waardoor aan den Koning was
+opgedragen om te zorgen dat de verschillende eerediensten zich onderwierpen
+aan de wetten van het land. Dientengevolge noodigde de bisschop van Gent
+zijne geestelijkheid uit, om de absolutie te weigeren aan de notabelen,
+afgevaardigden en burgemeesters die den eed aan de Grondwet zouden zweren
+(14en Mei 1816). Dadelijk weigerden talrijke openbare ambtenaren hun ambt
+te bekleeden, en de leiders van de katholieke partij, de fanatieke Robiano
+de Borsbeek, de graaf de Mérode en de hertog van Beaufort wilden hunnen
+zetel, ondanks 's Konings misnoegen, in de Eerste Kamer van de
+Staten-Generaal niet aanvaarden.
+
+De weigering van absolutie had, vooral in Vlaanderen, eene geweldige
+gisting in de gemoederen verwekt. De _Leerstellige Uitspraak_ oefende
+nochtans den invloed niet uit, dien De Brogue verhoopt had, want Paus Pius
+VII en de legaat Consalvi, alhoewel geenszins den weerstand van de
+bisschoppen lakende, toonden zich niet geneigd om de betrekkingen met de
+Nederlandsche regeering te bederven. De laatste prins-bisschop van Luik,
+prins de Méan, was door Willem tot aartsbisschop van Mechelen aangeduid;
+maar uit Rome verwachtte men nog zijn aanstelling tot dit ambt. Als lid der
+Eerste Kamer had reeds deze grijsaard den grondwettelijken eed afgelegd,
+doch onder voorbehoud van de pauselijke goedkeuring. De vernuftige
+Reinhold, gezant van Nederland bij het Vatikaan, gelukte er in het geschil
+tot eene minnelijke schikking te brengen: De Méan stelde eene openbare
+verklaring op, waarin hij bekende dat zijn eed hem tot niets verplichtte
+dat in strijd was met de leer der Kerk, en dat hij de grondwettelijke
+bescherming, zonder onderscheid aan alle eerediensten toegezegd, slechts
+uit een burgerlijk oogpunt opvatte (18en Mei 1817). Daarop werd De Méan
+door den Paus aangesteld, en hield weldra als aartsbisschop zijne plechtige
+intrede te Mechelen. De verklaring van den primaat stilde de gemoederen;
+vele geestelijken en leeken, die tot dan toe den eed hadden geweigerd,
+legden hem in denzelfden zin af.
+
+In Vlaanderen nochtans bleef de toestand gespannen: de absolutie werd
+voortdurend aan de partijgangers van de regeering geweigerd; de
+geestelijkheid ruide de dweepzieke bevolking door allerlei vlugschriften
+op. De regeering besloot het gerecht te doen optreden.
+
+Priester De Foere uit Brugge, beticht ophitsende artikels in zijn Fransch
+tijdschrift te hebben geschreven, werd, krachtens het besluit van 20en
+April 1815, tot twee jaar gevangenis veroordeeld (21en Maart 1817).
+
+Die onpolitieke daad werd vijf dagen later door een bevel van aanhouding
+gevolgd, door den procureur-generaal tegen bisschop De Broglie
+uitgevaardigd. De bisschop vluchtte naar Frankrijk; zijn proces werd bij
+gebrek aan een Hooger Gerechtshof door een Voorloopig Hof beoordeeld. Hij
+werd bij verstek tot de deportatie verwezen om zich tegen de aflegging van
+den eed verzet te hebben en zonder oorlof in briefwisseling met den Paus
+getreden te zijn (8en November 1817). Om zich over zijne ontvluchting te
+wreken, liet de regeering zijn vonnis te Gent, op eenen marktdag, tusschen
+twee tentoongestelde misdadigers aan de kaak aanplakken. Dit was de
+aanhangers van den bisschop nutteloos uitdagen; daarmee vernielde men den
+goeden indruk door het rechtmatige vonnis tegen hem teweeggebracht, en de
+verbannen prelaat won veler genegenheid. Dit bleek klaar, toen de regeering
+de met De Broglie in briefwisseling staande vicarissen-generaal van Gent
+wederrechtelijk voor het tribunaal daagde: zij zag ze vrijspreken en het
+gepeupel het vonnis met luid gejubel begroeten.
+
+De dood van den strijdlustigen prelaat (20en Juli 1821) bracht dadelijk
+eene verzoening met de geestelijkheid teweeg. Na zes jaren strijd legden de
+vicarissen-generaal van Gent den voorwaardelijken eed af, en een menigte
+priesters volgden dit voorbeeld.
+
+Het scheen dus dat de Koning en de katholieke geestelijkheid voortaan in
+vrede gingen leven; maar in Vlaanderen zetten de priesters in 't geniep
+hunne kuiperijen tegen de regeering voort en verspreidden ondanks de
+waakzaamheid der overheden ontelbare libellen onder het volk; de onhandige
+besluiten van 1825 zouden den strijd hardnekkiger dan ooit aanvuren.
+
+Gedurende dien wapenstilstand tusschen Kerk en Staat, waren er, door de
+onbehendigheid van de regeering, andere oorzaken van misnoegdheid ontstaan.
+Gansch België door morde men, omdat de Zuid-Nederlanders benadeeld werden
+in het verleenen van de openbare ambten. Men had opgemerkt dat er in 1815
+onder de ministers slechts een Belg, de hertog van Ursel, aan het
+departement van den Waterstaat aangesteld, was; wanneer hij dit ambt in
+1819 neerlegde, werden al de Belgische ingenieurs, door hem benoemd,
+vervangen door Hollanders. Al de hoogere ambten in het diplomatisch korps,
+in het leger, eigenden deze laatsten zich toe; ook in alle burgerlijke
+betrekkingen genoten zij de voorkeur. Men wees er op, hoe de voornaamste
+instellingen van de regeering en van het bestuur in het Noorden gevestigd
+waren; het was kenmerkend hoe, alle twee jaren, bij de verplaatsing van de
+Staten-Generaal naar Brussel (art. 98 van de Grondwet), het Hof, de
+Staatsraad en de ministers wel tijdelijk verhuisden, maar de bureaux in den
+Haag bleven en de overgekomen beambten reis- en verblijfkosten ontvingen,
+als waren zij in den vreemde. Voor het overige gedroegen zich de
+Hollandsche ambtenaren, namelijk in het verachterde Vlaamsch-België, waarop
+zij met minachting neerzagen, met eene trotsche stijfheid, die hun de
+sympathie van de bevolking ontnam en hevige verbittering tegen de
+«Kaaskoppen» deed ontstaan.
+
+ * * * * *
+
+Intusschen vleide zich de Koning met het denkbeeld dat hij de gunst en de
+dankbaarheid der zuidelijke bevolking zou winnen, met zich in te spannen
+voor hunne œconomische belangen. Hij gebruikte de Hollandsche
+koopvaardijvloot om de talrijke producten der Belgische nijverheid naar den
+vreemde en vooral naar de Nederlandsche koloniën uit te voeren. Daarom
+moesten havens ingericht worden. De Scheldekaai en de Stapelplaats in
+Antwerpen werden voltooid; het getal binnengeloopen schepen steeg tusschen
+1818 en 1829 van 585 tot 1028; ook te Oostende kwamen jaarlijks meer dan
+500 vaartuigen binnen. De eerste stoombooten verschenen op de Schelde reeds
+in 1824. Van Gent naar Terneuzen werd eene breede vaart (1825-1827)
+gegraven, die aan de eerste stad eene prachtige haven schonk sedert het
+aanleggen van de dokken. Het kanaal van Pommerœul naar Antoing liet de
+koolschepen toe van de Hene naar de Schelde te varen, zonder op Franschen
+bodem te gaan, het Zuid-Willemskanaal (1822) bracht Maastricht met 's
+Hertogenbosch in verbinding, en de vaart van Charleroi naar Brussel zou
+weldra Rupel en Samber verbinden. Overal werden steenwegen door het land
+getrokken om het vervoer te vergemakkelijken, en dusdoende handel en
+nijverheid te bevoordeeligen.
+
+In 't algemeen mag men zeggen dat de Koning, wat de stoffelijke belangen
+betreft, België meer begunstigde dan Holland. Om Engelands mededinging op
+Insulinde te kunnen weerstaan, gaf het handelshuis gebroeders De Smet te
+Gent aan de regeering den raad om de invoerrechten op de Engelsche
+manufacturen in Java te verhoogen, en terzelfdertijd onze nationale
+scheepvaart en handel krachtig te steunen. Einde Maart 1824 kwam de
+_Algemeene Handelsmaatschappij_ tot stand, met een fonds van 37 millioen,
+waarvan 4 door den Vorst zelf ingeteekend. Zij stelde zich tot doel den
+uitvoer te vergemakkelijken door uitsluitend nationale schepen te
+gebruiken, en zoo ziet men den handel, die in 1824 de som van 215 millioen
+gulden bedroeg, in drie jaren tijds tot 350 stijgen.
+
+Deze Handelsvereeniging was de noodzakelijke aanvulling der _Algemeene
+Maatschappij tot begunstiging der nationale nijverheid_ (28en Aug. 1822),
+die mijnen en fabrieken tot den heerlijksten bloei ontwikkelde. Dit machtig
+genootschap, gesticht met een kapitaal van 50 millioen, schoot aan de
+nijveraars aanzienlijke gelden voor. De belangstelling van Koning Willem in
+John Cockerill's onderneming te Seraing is voldoende bekend. Gent, dat
+16,000 spinners en wevers telde, leverde bijna alleen de veertig duizend
+stuks katoen die Java jaarlijks gebruikte; van 1823 tot 1825 klom het getal
+textielfabrieken met elf, en in 1830 telde de stad niet minder dan 62
+weefgestichten; de Phoenix, eene belangrijke mekaniekfabriek aldaar, werd
+insgelijks door den Koning gesteund.
+
+Brussel behield het monopolium van weelde- en modeartikels, zooals
+borduurwerk en lint. Te Verviers en te Dison nam de lakenweverij een
+nieuwen bloei; de tapijtweverij en het porseleinwerk kwamen weer op te
+Doornik. Met behulp der regeering verrezen hoogovens met coke te Couvin en
+te Seraing, en bijzonderen bouwden er te Couillet. Men ontgon de koolmijnen
+in de Borinage en in het Luikerland met koortsachtigen ijver, en in 1825
+bracht de glasblazerij van Val-St-Lambert bij Luik hare eerste kristallen
+op de markt. Daarbij verspreidde zich snel het gebruik der stoommachines
+met hooge drukking; Gent bezat er slechts drie in 1819, en tien jaren later
+reeds 50. Eerst voerden de bijzonderen, kort daarop de stedelijke besturen
+(1827), de gasverlichting in. Nieuwe nijverheden, als het kaarsgieten en
+het maken van kunstbronzen, rijzen op, dank zij de milde bescherming van de
+regeering.
+
+Men mag dan ook zeggen dat het Nijverheidsfonds, dat is het millioen gulden
+dat de Staten-Generaal jaarlijks ter beschikking van den Koning stelden om
+de nijverheid te begunstigen, meer bij Belgische dan bij Hollandsche
+fabrikanten terecht kwam. Dank zij den aanhoudenden uitvoer naar Insulinde
+was het loon der arbeidende klassen tamelijk hoog, en werk was er bijna
+altijd verzekerd; bij verplichte staking zag men dikwerf den Koning met
+aanzienlijke sommen ter hulp der werkloozen komen.
+
+Willem zorgde ook voor den Belgischen landbouw en veeteelt; maar hier
+stuitte hij op den ouden slenter en op de onwetendheid van de Vlaamsche
+boeren; echter door de belasting op de vreemde granen konden de inlandsche
+hunne waarde behouden. Want Willem had de koopwaren, waarvan men er genoeg
+bezat om ze te kunnen uitvoeren, door middel van zeer hooge invoerrechten
+beschermd, niettegenstaande den tegenstand van de Hollanders, partijgangers
+van den vrijhandel. De weefstoffen, de ijzerwaren, de stoomwerktuigen, de
+steenkolen uit België konden alzoo tegen de vreemde voortbrengselen
+concurreeren.
+
+De tentoonstellingen der nationale nijverheid te Gent (1820), te Haarlem
+(1825) en te Brussel (1830) gaven klinkende bewijzen van den nationalen
+voorspoed. En de cijfers der bevolking, die op den tijd van 13 jaar
+(1816-1829) van 615 tot 733 duizend in Oost-Vlaanderen en van 519 tot 601
+duizend in West-Vlaanderen geklommen was, getuigen genoeg van den
+stoffelijken vooruitgang.
+
+[Illustration: B. Schreùder]
+
+Willem wilde tegelijk op intellectueel gebied bewerken, wat hij op
+œconomisch terrein volbracht had. Wat den Vorst in Vlaamsch-België vooral
+getroffen had, was de diepe onwetendheid, een gevolg van den rampzaligen
+achterlijken toestand van het onderwijs. Daar de lagere volksscholen zeer
+verwaarloosd waren, besloot de Koning in 1815 in België de Hollandsche
+schoolwet van 1806 toe te passen, waarbij het lager onderwijs, onzijdig en
+kosteloos, door gediplomeerde onderwijzers gegeven, onder het toezicht van
+den Staat verstrekt werd. Te Lier werd eene kweekschool voor onderwijzers
+opgericht, onder het bestuur van den knappen Schreùder, een katholiek
+onderwijzer uit Holland, die zich schitterend van zijne taak kweet. Weldra
+was er geen enkel dorp zonder lagere school; in vijftien jaar tijds liet
+Willem's regeering meer dan 1100 schoolgebouwen en 650 woningen voor
+onderwijzers oprichten, en de vier duizend Staatsscholen telden op het
+einde meer dan drie honderd duizend leerlingen. Volgens een ministerieel
+verslag van 1826 zouden er, op eene bevolking van zes millioen zielen, nog
+slechts 240,000 personen aan te treffen zijn, die noch lezen noch schrijven
+konden. Ruim voorzagen gemeenten, provinciën en Staat in het onderwijs en
+de toelage aan jaarwedden steeg van 158,000 fr. tot 448,000 fr.
+
+Tegelijk was de beurt aan het middelbaar onderwijs. Door het reglement van
+25en September 1816 werden, bij de twee nog bestaande keizerlijke lycea te
+Brussel en Luik, de athenea van Brugge, Gent, Doornik, Antwerpen,
+Luksemburg, Namen en Maastricht gevoegd. De ingedommelde stedelijke
+colleges werden heropgebeurd. Van 1818 tot 1825 klom het getal leerlingen
+van de Latijnsche scholen met een derde, en de colleges en athenea telden
+in laatstgenoemd jaar 5,500 studenten.
+
+Hetzelfde hooger genoemd besluit van 1816 richtte in het Zuiden drie
+hoogescholen op, evenveel als in het Noorden; namelijk te Leuven, te Luik
+en te Gent; het getal studenten klom voor de drie, van 892 in 1820 tot 1557
+in 1828. Naast talrijke Belgen waren aan de hoogescholen als professoren
+aangesteld jeugdige Hollandsche geleerden, zooals Kinker, Thorbecke,
+Holtius en Ackersdijk, of Duitschers als Warnkœnig, Haus en Biernbaum.
+
+Die prachtige inrichting van het onderwijs was grootendeels het werk van
+den knappen minister Falck. Voegt men daarbij de lofwaardige pogingen van
+het bijzonder initiatief, vertegenwoordigd door de machtige vereeniging
+_Tot Nut van 't Algemeen_, die zich uit Noord-Nederland naar
+Vlaamsch-België uitbreidde, en in het belang van het volksonderwijs
+openbare bibliotheken en scholen voor volwassenen stichtte, dan rijst voor
+ons oog een prachtig tafereel van de verstandelijke wedergeboorte van onze
+Vlaamsche gewesten.
+
+Om het gebouw te bekronen werd de Brusselsche Academie voor wetenschappen
+en fraaie letteren, door keizerin Maria Theresia gesticht, maar door de
+Fransche Republiek afgeschaft, door Willem I opnieuw in 't leven geroepen
+(18en November 1816) en 't Instituut der Nederlanden schitterde weldra
+onder de geleerde genootschappen van Europa. Hier en daar werden zelfs
+muziekscholen opgericht; en zoo ook was 't aan Willem te danken, door de
+stichting der schilderscholen te Antwerpen en te Amsterdam, dat onze
+Vlaamsche schilderschool omstreeks 1830 met Wappers en anderen mocht
+herleven. Onnoodig te zeggen hoe dusdoende Willem zich de gunst der
+liberalen verwierf.
+
+[Illustration: J. R. Thorbecke]
+
+Te Gent werd de _Maatschappij voor Nederlandsche Letterkunde_ (1821)
+gesticht, en te Brussel het _Museum voor Natuurwetenschap en
+Geesteswetenschappen_. Scholen voor handwerkkunst, gestichten voor
+doofstommen, benevens talrijke inrichtingen van weldadigheid, volledigden
+het stelsel. De bedelarij, een der plagen van 't land vóor de vereeniging
+met Holland, werd, door toedoen van de _Maatschappij van Weldadigheid_,
+door 's Konings initiatief in 1821 gesticht, derwijze ingekrompen dat men
+weldra in het koninkrijk der Nederlanden niet meer dan 46,000
+noodlijdenden telde, met de gevangenen, krankzinnigen en vondelingen
+inbegrepen.
+
+ * * * * *
+
+Dit heerlijk gebouw voor geestesontwikkeling werd geenszins geëvenaard door
+dit der wetgeving. Anti-franschgezind en anti-revolutionnair, wilde Willem
+de laatste sporen der Fransche overheersching alhier doen verdwijnen.
+Alhoewel Napoleon's wetboek in 't Zuiden bepaald ingeplant was, beschouwde
+hij het, met de Hollandsche rechtsgeleerden, als slecht en gevaarlijk.
+Nochtans bleef het volgens art. 2 der Grondwet, in gebruik tot verdere
+schikking. Doch de besluiten van het Verbrekingshof te Parijs hielden op
+rechtsgezag te hebben in Nederland. Overigens, volkomen ingenomen met de
+Hollandsche landswetten, toonde hij weldra zijn neiging om tot dezelve
+terug te keeren. Den 21en Augustus 1814 herstelde een besluit de stokslagen
+in 't leger; wij hebben gezien hoe den 6en November de jury afgeschaft was
+geworden alsook de openbaarheid van het rechterlijk onderzoek. Het ontwerp
+door 't ministerie in 1820 ingediend, tot verandering van het Burgerlijk
+Wetboek, leed schipbreuk voor de krachtdadige verdediging der Fransche
+wetgeving door de twee Belgische afgevaardigden Dotrenge en Reyphins; men
+vergenoegde zich dus met de volgorde der artikels van het _Code Napoléon_
+te veranderen en er een onbeholpen Nederlandsche vertaling van te geven.
+Wij zullen verder zien hoe deerlijk insgelijks het ontwerp van een
+Strafwetboek, met echt middeleeuwsche bepalingen doorspekt, in 1827 moest
+ingetrokken worden.
+
+Hooger heeft men gelezen, dat ofschoon art. 227 der Grondwet de vrijheid
+van drukpers uitriep, het draconisch reglement van 20en April 1815 de
+persmisdrijven, in zeer vage bewoordingen aangeduid, op zeer strenge wijze
+strafte: een buitengewoon bijzonder Hof was gelast de betichte
+dagbladschrijvers te vonnissen. Onder de drukking der Groote Mogendheden
+werd den 28en September 1816 de _Wet der 500 gulden_ gestemd: zij bedreigde
+met een boete van dit bedrag, en bij hervalling met een gevangenzetting van
+één tot drie jaar, al degenen die vreemde vorsten aanvielen of gispten. Op
+deze wijze kon men voortaan alles als persmisdrijf bestempelen.
+
+Priester De Foere had, gedurende De Broglie's moeilijkheden, zijn vranke
+schrijven met twee jaar gevangenis moeten bekoopen. Wel is waar werd door
+eene wet in 1818 de bijzondere vorm van procedure van het besluit van 1815
+afgeschaft; de drukpersovertredingen zouden in het vervolg voor de gewone
+en niet meer voor buitengewone rechtbanken gebracht worden, maar de strenge
+straffen werden behouden.
+
+In 1819 deed de regeering den schrijver Van der Straeten een geruchtmakend
+proces aan, daar hij haar in zijn vlugschrift: _De l'État actuel du Royaume
+des Pays-Bas_, gelaakt had; doch eene openbare inschrijving kwam de boete
+van 3000 gulden dekken waartoe hij veroordeeld werd. Vier jaar later werd
+die publicist opnieuw vervolgd en in de gevangenis opgesloten voor zijne
+snedige artikels in zijn blad _L'ami du roi et de la patrie_; ziek
+gevallen, stierf hij drie dagen na het vonnis, en dit nieuws verwekte het
+land door eene hevige ontroering. Onophoudend werden de dagbladen der
+oppositie vervolgd; en alhoewel zekere dezer vonnissen gewettigd waren, als
+de veroordeelingen van Ph. Lesbroussart en pastoor Zinzerling, had de
+handelwijze der regeering, die rondom sommige zaken te veel gerucht maakte,
+of aan andere, onbeduidende gevallen te veel gewicht en belang bijzette,
+tot gevolg dat de veroordeelden in de oogen des volks met de
+martelaarskroon omstraald glinsterden.
+
+Willem's pogingen om eene «nationale» taal in te voeren verwekten ook
+hevigen tegenstand. Gewis spraken ongeveer vier millioen en half van zijn
+onderdanen op zes Hollandsch of Vlaamsch; maar in de Zuidelijke Nederlanden
+was van lieverlede het Fransch de gewone taal der zaken en der openbare
+instellingen geworden; de hoogere klassen, zelfs in Vlaanderen, gebruikten
+deze bijna uitsluitend; zij was ook de taal der ontwikkelden: advocaten,
+notarissen, geneesheeren, die in deze spraak hunne studiën hadden gedaan.
+Overigens, gedurende het twintigjarig Fransch regime was alleen het gebruik
+van 't Fransch wettelijk geweest. In Vlaanderen zelf vond in 't algemeen
+het gebruik der beschaafde Nederlandsche taal weinig bijval; men hield van
+het gebruik der Vlaamsche dialecten; men legde, en zoo deed nog de
+_Gentsche Almanak_ van 1823, den nadruk op het verschil tusschen Hollandsch
+en Vlaamsch. De geestelijkheid bijzonderlijk beweerde dat het Hollandsch,
+zelfs door geleerde en onberispelijke personen geschreven, altijd de kiemen
+der ketterij in zich droeg..
+
+Willem begon met in October 1814 een decreet uit te vaardigen waardoor het
+gebruik der talen vrij verklaard werd, als tijdens het Oostenrijksch
+bestuur. Niettegenstaande de vermaningen van Hogendorp, die den koning tot
+voorzichtigheid aanspoorde, besliste eene koninklijke verordening van 15en
+September 1819, dat van af 1en Januari 1823 de «nationale taal» -- die
+voorzeker die niet was van de Waalsche gewesten -- in de provinciën
+Limburg, Oost- en West-Vlaanderen en Antwerpen de eenige taal van het
+ambtelijk verkeer zou wezen; bij arrest van 26en October 1822 werd deze
+bepaling uitgebreid tot de steden en gemeenten van de arrondissementen
+Brussel en Leuven; de ambtenaars die na den vastgestelden termijn de
+Nederlandsche taal niet machtig zouden zijn, zouden naar het Fransch
+gedeelte verplaatst worden.
+
+Daargelaten nog de woede der in de Vlaamsche gewesten gevestigde Walen wien
+men aldus eene onbekende taal opdrong, verhief zich bij de afkondiging dier
+besluiten een storm van protesten, voornamelijk van wege de
+Vlaamschonkundige advocaten, de Waalsche studenten der Hoogescholen of al
+degenen die zich tot de openbare ambten voorbereidden zonder het Vlaamsch
+te willen kennen. Talrijke zonen van begoede Belgische familiën zagen zich
+aldus een loopbaan sluiten die zij reeds betreden hadden of gingen
+betreden.
+
+Het taalverschil veroorzaakte menige wrijving in het Parlement evenals in
+het leger. Terwijl de Zuidnederlandsche afgevaardigden, waaronder
+Vlamingen, die slechts een dialect en niet de beschaafde omgangstaal
+kenden, zich bijna uitsluitend van het Fransch bedienden, begonnen vele
+Hollandsche vertegenwoordigers met opzet het Nederlandsch te gebruiken bij
+alle besprekingen, morrende wanneer de vertaling door de
+Vlaamsch-onkundigen geëischt werd. Ook zag men Hollandsche soldaten met
+hunne makkers van het Zuiden handgemeen worden; de Hollandsche sergeanten
+kwelden de Vlaamsche recruten, en gaven soms aan de Waalsche arrest wegens
+hunne onkunde van het Vlaamsch.
+
+Die wassende afkeer tusschen Noord en Zuid had, nog vóór 1820, bij
+klaarziende toeschouwers de onmogelijkheid van de versmelting van de beide
+volken doen inzien, en hen doen besluiten dat de redding in eene federatie
+lag, waarin Belg en Hollander hunne zelfstandigheid zouden bewaren.
+
+ * * * * *
+
+De toestand werd nog door noodlottige toevallen verergerd. Het verschil
+tusschen de stoffelijke belangen van Holland en België, door den
+financieelen toestand van de twee landen nog grooter gemaakt, zou weldra
+aanleiding geven tot het eerste openbare geschil tusschen beide volken.
+
+Volgens latere berekeningen, bezaten de Zuidelijke Nederlanden, in 1814,
+eene schuld van omstreeks 100 millioen gulden. De Hollandsche Staatsschuld,
+integendeel, was zoo groot dat Napoleon, toen hij Holland in 1810 bij zijn
+Keizerrijk binnenpalmde, door een soort van bankroet, geweigerd had de twee
+derden er van te erkennen. Willem wilde die oneerlijkheid niet
+bekrachtigen, en om de schuldeischers van den Staat te voldoen, nam hij
+zijn toevlucht tot een voor de Staatskas zeer nadeelig stelsel: de oude
+schuld werd verdeeld in werkelijke schuld voor een derde, en uitgestelde
+schuld, zijnde deze de door Napoleon afgeschafte twee derden. Mits eene
+storting van 100 gulden per titel van 45 gulden rente, erkende men aan
+drager, vooreerst 2000 gulden kapitaal in werkelijke schuld die eene
+jaarlijksche rente van 50 gulden opbrachten, en daarbij 4000 gulden in
+uitgestelde schuld, die door jaarlijksche trekking tot de loopende schuld
+overgingen. Door dit erbarmelijk stelsel bevond zich Holland in 1815 voor
+eene werkelijke schuld van 573 millioen en eene verdaagde van 1 milliard.
+Nu, volgens 't Verdrag der acht artikelen en de Grondwet van 1815 moest
+België natuurlijk de helft dezer schuld dragen.
+
+Een amortisatiefonds werd in 1816 in 't leven geroepen; men kon voorzeker
+de begrooting der Staatsuitgaven merkelijk verminderen, maar de schuld
+vermeerderde van jaar tot jaar; in 1820 was de werkelijke schuld reeds met
+50 millioen gulden vermeerderd en tien jaar later betaalde de Staat
+jaarlijks nog 10 millioen gulden meer aan zijne schuldeischers. Nu, 't was
+de Koning zelf die zich door de Grondwet het opperbestuur van 't Geldwezen
+had doen toevertrouwen; elk toezicht over de financiën was verder
+onmogelijk ter oorzake van de tienjarige begrooting. Dit toezicht werd nog
+verminderd toen de vorst het _amortisatie-syndikaat_ schiep, een
+vereeniging van kapitalisten belast met het onderhoud van wegen, bruggen,
+vaarten en mijnen en de ontvangst hunner rechten; dat geheim beheer werd
+zeer erg besproken.
+
+Om het deficiet te dempen moest de Regeering voortdurend naar nieuwe
+geldmiddelen uitzien, en schiep tolrechten en belastingen. Overweegt men nu
+den aard der beide landstreken, het Zuiden agrarisch en industrieel, het
+Noorden handeldrijvend, zoo ziet men dat hunne belangen regelrecht tegen
+malkaar in strijd waren. Den vrijhandel in België uitroepen was landbouw en
+nijverheid dooden; beschermende rechten in Holland opleggen was handel en
+scheepvaart stremmen. Er bestond aldus een noodzakelijke mercantiele
+naijver. In dien nood begon Willem met de invoerrechten op vreemde
+koopwaren en gemaakt werk, die aan de Belgische nijverheid zulke hooge
+vlucht gaven, uit te schrijven (25 tot 30%); in 1819 deed hij zelfs, trots
+den tegenstand der Hollandsche groote kooplieden, eene belasting op suiker
+en koffie stemmen. Maar gehoor gevende aan de klachten die hem van wege de
+handelsaristocratie uit 't Noorden gewerden, veranderde in 1821 de Koning
+plots van zienswijze.
+
+Tot dan toe hadden de Belgische afgevaardigden in de Staten-Generaal eene
+tamelijk lijdzame rol gespeeld; zij hadden geen ander verlangen dan den
+nieuwen Staat te versterken, en de tegenstand van de meesten was altijd
+kalm en hoffelijk geweest. Doch bij het zicht van de nieuwe handelspolitiek
+en het nieuwe belastingstelsel der Regeering, greep er een plotselinge
+ommekeer in hunne houding plaats, zoodat de donkere voorspellingen over de
+ontbinding der Nederlanden, van een pessimist als den Oostenrijkschen
+afgezant Binder, zich weldra dreigden te verwezenlijken.
+
+Het aan de Staten-Generaal voorgelegde wetsontwerp deed de inkomrechten op
+de vreemde producten, die rechtstreeks met de nationale mededongen, tot 3
+of 6% dalen; voor de Belgische fabrikanten was dit zooveel als de
+afschaffing der invoertarieven. Wel is waar besteedde men tegelijk een
+jaarfonds van 1,300,000 gulden tot ondersteuning van zekere takken der
+inlandsche nijverheid; maar dit kon geenszins opwegen tegen het nadeel door
+de vermindering der tolrechten berokkend. Daarbij stelde de Regeering een
+wetsontwerp met nog twee nieuwe belastingen voor, op het _Gemaal_ en het
+_Geslacht_, dat wil zeggen: eene belasting op brood en vleesch, waarvan de
+eerste op de Zuidelijke Nederlanden des te drukkender woog, daar boeren en
+werklieden er zich schier uitsluitend met brood voedden, terwijl in 't
+Noorden de aardappelteelt algemeen geworden was.
+
+De bespreking dier wet gaf aanleiding tot een levendig verzet van wege de
+Belgische afgevaardigden; voor de eerste maal sloten zij zich eendrachtig
+aaneen: de blokpolitiek vangt aan. Dotrenge en Reyphins, die nochtans zeer
+Oranjegezind waren, vielen de principes van den vrijhandel heftig aan en
+toonden het nadeel door de twee belastingen aan het kleine volk berokkend;
+zij aarzelden niet te wijzen op het politieke gevaar dat de wet voor 't
+bestaan zelf van 't koninkrijk opleverde, door de tegenstelling der twee
+bevolkingen nog te verscherpen. Lecocq en Dotrenge noemden de wet een
+broedermoord; de eenige Belgische afgevaardigde die de wet durfde
+verdedigen werd door 't publiek uitgefloten. Doch de wet werd aangenomen
+met 55 stemmen tegen 51; de meerderheid was die van al de afgevaardigden
+van 't Noorden, de minderheid bestond, op drie uitzonderingen na, uit al
+de Belgische volksvertegenwoordigers. Even scherp bleek de tegenstelling
+der vertegenwoordigers van de beide deelen des koninkrijks in de Eerste
+Kamer enkele dagen later; van de 21 ja-stemmers behoorden er 18 tot het
+Noorden, van de 17 neen-zeggers waren er 15 uit het Zuiden (4en Juli 1821).
+Zoo erg was de Koning verbitterd dat hij zeven zijner zuidelijke
+Kamerheeren, die eene afkeurende stemming uitgebracht hadden, enkele dagen
+nadien afzette.
+
+Bijzondere besluiten brachten het volgende jaar het nieuwe stelsel in
+werking. Doch dadelijk werd de persoon van den Koning zoo scherp beschimpt
+door spotprenten en pamfletten, dat deze de aanhechting van België bijna
+betreurde. Klachten verhieven zich overigens ten allen kante,
+niettegenstaande enkele latere wijzigingen aan de toltarieven; onophoudend
+werden de zwaardrukkende belastingen op gemaal en geslacht (8 Januari 1823)
+aangevallen, en zij zullen in 't vervolg een der hoofdthema's zijn van de
+oppositie.
+
+ * * * * *
+
+'t Is rondom dit tijdstip dat de autoritaire inzichten van den Vorst zoo
+klaar uitschijnen; zijne rechtstreeksche tusschenkomst in 's lands zaken
+doet zich sterk gevoelen. De bekwame ministers die hem bij den aanvang zoo
+knap ter zijde gestaan hadden, had hij éen voor éen uit den weg geruimd;
+hij moest plooibaarder mannen hebben, die eenvoudig de uitvoerders zijner
+bevelen en geene raadgevers der kroon wezen zouden; zijne laatste ministers
+hebben geen beduidenden invloed gehad op den gang van het bestuur, met
+uitzondering misschien van Van Maanen; daarom valt ook op den Vorst alleen
+de verantwoordelijkheid der onbehendige en onpolitieke maatregelen der
+laatste jaren zijner regeering.
+
+De man, dien Willem tot zijn vertrouweling verkozen had, Van Maanen, had
+beurtelings de Fransche Republiek en Bonaparte gediend; bedrijvig en
+buigzaam, bezat hij ook de koppigheid van zijn meester, die hem alléen
+eenig initiatief liet in zijn ministerie van rechtswezen; hij was de
+Belgen weinig genegen, en hij was het, die op ongelukkige wijze de
+bewoordingen van 't Verdrag van Parijs herinnerende, België een uitbreiding
+van Hollands grondgebied noemde en Hollands oppermacht uitriep. 's Konings
+werktuigen waren de andere ministers, en voornamelijk die Staatssecretaris
+Van Streefkerk, dien men vergeleek bij eene klok, stom of luidend naar
+geliefte des Vorsten.
+
+[Illustration: C. F. van Maanen]
+
+Willem's gedrag wijkt niet veel af van dit der verlichte despoten der 18e
+eeuw en in meer dan een opzicht biedt hij eene treffende overeenkomst met
+Keizer Jozef II aan. Zijn strijd om het onderwijs onafhankelijk te maken
+van de katholieke geestelijkheid bewijst dit volkomen.
+
+Volgens art. 226 der Grondwet was het openbaar onderwijs het voorwerp der
+voortdurende zorgen der Regeering. Reeds vroeger had De Broglie en de
+geestelijkheid die schikking fel bekampt, aan een protestantsche regeering
+het recht betwistende om zich met het onderwijs in het katholieke België in
+te laten en dit recht uitsluitend voor zichzelf eischende. Bij de stichting
+der drie universiteiten en der athenea hadden de priesters hunnen haat niet
+verborgen tegen deze instellingen, wier zuiver burgerlijk karakter hen
+ergerde, en door smaadschriften en sermoenen trachtten zij het onzijdig
+onderwijs als calvinistisch, ja zelfs, ongodsdienstig voor te stellen. Op
+den Vlaamschen buiten waar de geestelijkheid onbetwist de plak zwaaide,
+werd een hevige strijd gevoerd tegen de lagere scholen door middel van
+biechtstoel en weigering van absolutie. Men verspreidde het gerucht dat de
+Koning het katholieke volk wilde protestantiseeren.
+
+Tegenover het Staatsonderwijs poogden de clericalen een mededingend
+confessioneel onderwijs op te richten. De Koning en de regeering, sterk
+door de Grondwet, besloten het voorrecht van den Staat hardnekkig te
+verdedigen; Willem I gevoelde overigens den geheimen invloed der
+Congregatie en der Jezuïeten, die alsdan Frankrijk beheerschten, en wilde
+hun pogingen in België verijdelen. Op 22en Juli 1822 werd bij koninklijk
+besluit verboden het lager onderwijs te geven zonder toelating. Anderhalf
+jaar later werd dit besluit toegepast op de geestelijke vereenigingen, die
+zich met onderwijs ophielden; voortaan zullen zij nog slechts als leden
+hunner orde personen kunnen opnemen die een bekwaamheidsbewijs bezitten.
+Die verordeningen hadden den val tot gevolg van de scholen der Broeders der
+Christelijke Leering, die alhier uit Frankrijk overgekomen waren en in 't
+Walenland het lager onderwijs zochten te bemachtigen; weldra werden zelfs
+hunne vereenigingen ontbonden en hunne orde afgeschaft, daar zij aan eenen
+overste van vreemde nationaliteit gehoorzaamden.
+
+Intusschen was de minister van binnenlandsche zaken en openbaar onderwijs,
+de klaarziende Falck, als gezant naar Londen gezonden, en vervangen door
+den buigzamen Van Gobbelschroy, een ontwikkelden Belg, die, met de beste
+inzichten bezield, zich met den meesten ijver op de uitbreiding van 't
+Staatsonderwijs toelegde. Door 's Konings toedoen besloot hij insgelijks
+het middelbaar onderwijs aan den invloed der geestelijkheid te onttrekken.
+Een besluit van 14en Juni 1825 beval de sluiting van al de niet erkende
+Latijnsche scholen en colleges; alleen de wereldlijke Latijnsche scholen
+werden toegelaten. Alzoo sloot men de _kleine bisschoppelijke seminariën_,
+die onder voorwendsel van tot den geestelijken stand op te leiden, aan de
+zonen der burgerij het voorbereidend hooger onderwijs verschaften. Wanneer
+later deze hunne humaniora in den vreemde, vooral in de Jezuietengestichten
+van St Acheul, in Frankrijk, en Freiburg, in Zwitserland, wilden gaan
+voleindigen, werd hun voor 't vervolg de toegang tot de Staatshoogescholen
+van Gent, Leuven en Luik ontzegd.
+
+Zoolang de Koning zich als verdediger van het Staatsonderwijs aanstelde,
+bleef hij binnen de palen der Grondwet. Maar ondoordacht en vermetel was
+zijne poging, toen hij zich in de opleiding van de Belgische katholieke
+geestelijkheid wilde mengen. Hierin handelde hij voorzeker te goeder trouw;
+men heeft hem ten onrechte voorgesteld als een godsdienstigen ijveraar voor
+het Protestantisme; het staat vast dat hij volstrekt geen vijand was van
+het Katholicisme. Zooals hij in Holland met de Hervormde gemeenten gedaan
+had, zoo wilde hij alhier den voorrang van de burgerlijke macht boven de
+geestelijke vestigen. Daarom was hij voornemens, voor de toekomst, eene
+verstandige, verlichte, verdraagzame, nationale geestelijkheid te vormen,
+door middel eener hervorming der godgeleerde studiën. Zoodat de
+Calvinistische vorst hoopte te slagen, daar waar zijn katholieke
+voorganger, Jozef II, bezweken was! Zelfs de tegenwerpingen zijner omgeving
+konden hem zijn besluit niet doen verzaken.
+
+Den zelfden dag (14 Juni 1825) dat Willem de kleine seminariën afschafte,
+verordende hij de oprichting bij de Hoogeschool van Leuven van het
+_Wijsgeerig College_, voor de jongelingen van alle bisdommen die zich tot
+den geestelijken staat voorbereidden. Zij zouden gezamenlijk met de
+studenten der Faculteit der wijsbegeerte zekere lessen in de philosophie
+volgen. De bestuurder en de onderbestuurders, alsook drie leeraars, zouden
+door den Vorst benoemd worden, met goedkeuring van den aartsbisschop. Den
+11en Juli volgt een verbod in de groote seminariën studenten te ontvangen
+die het Wijsgeerig College niet doorloopen hebben; en het verbod tegen
+degenen die in den vreemde zouden gaan studeeren, wordt ook op de
+toekomstige seminaristen toegepast.
+
+«Die noodlottige besluiten zijn misschien de ergste misslag in de regeering
+van koning Willem I en zij getuigen van eene groote verblindheid, van een
+jammerlijk Staatsbeleid». Hoe kon de Koning toch verwachten dat de
+Belgische geestelijkheid, die voortdurend aanspraak maakte op gansch de
+leiding van het openbaar onderwijs, zou toelaten dat een leek, en dan nog
+een Calvinist, de opleiding van de toekomstige priesters zou besturen? De
+Paus en de bisschoppen teekenden verzet aan; de aartsbisschop van Mechelen
+weigerde, niettegenstaande herhaald verzoek des ministers, de plaats van
+opziener van het College; talrijke vlugschriften vielen de stichting aan,
+en de katholieke dagbladen kantten zich met hardnekkigheid tegen 's Konings
+inmenging in geestelijke zaken. Doch wanneer de koninklijke maatregels in
+de Staten-Generaal door de katholieke volksvertegenwoordigers De Stassart,
+Surmont de Volsberghe en vooral De Gerlache heftig werden gelaakt, vond de
+Regeering eenen krachtigen steun in de twee knappe Belgische redenaars, de
+liberale oppositieleiders, Reyphins en Dotrenge. Zij juichten de
+uitdrijving van de Ignorantins toe, en wezen op de pogingen van de
+Jezuïeten om in de Nederlanden terug te keeren. Ook was de overwinning van
+de ministers Van Maanen, Van Gobbelschroy en Goubau, bestuurder van den
+katholieken eeredienst, volledig. Vele Belgische ontwikkelde groepen
+stemden met die anticlericale besluiten in, en Louis de Potter, een rijk en
+knap publicist, die zich door een geweldig anticlericalisme onderscheidde,
+prees de stichting van het _Collegium Philosophicum_ en den strijd van de
+regeering voor het Staatsonderwijs.
+
+De liberalen waren bereid zich om het ministerie te scharen, wilde men
+hunne grieven aanhooren. In dien zin was het slot van Dotrenge's
+redevoering vol beteekenis. «Sire, zei hij, beschut ons vóór de Jezuïeten,
+doch verlos ons van de belasting op het gemaal».
+
+ * * * * *
+
+Het scheen dus dat de Belgische oppositie verbroken was. Nochtans werd er,
+gedurende het debat over het onderwijs, een woord door den leider van de
+katholieken uitgesproken, dat voor de toekomst een schrikbaar voorteeken
+was. Baron de Gerlache, oud-advocaat te Parijs, thans te Luik gevestigd,
+waar hij beurtelings naar den gemeenteraad, naar de Provinciale Staten en
+sedert het vorige jaar naar de Staten-Generaal gezonden werd, had, in eene
+zeer welsprekende rede, waarvan de indruk door het uiterlijke van zijn
+persoon nog verhoogd werd, zich, niet gelijk zijne collega's op de
+leerstellingen van het kanonieke recht en van het Concilie van Trente
+beroepen, maar, evenals de liberale katholieken, en voornamelijk Lamennais
+in Frankrijk, op de vrijheid van het onderwijs, die hij afleidde uit alle
+andere vrijheden, als de vrijheid van godsdienst en van drukpers; dit was
+voor 't vervolg den weg afbakenen voor een verbond, dat op dien stond
+nochtans door niemand voorzien werd.
+
+Om de woede der clericalen te stillen, besloot Willem enkele toegevingen te
+doen. Reeds vroeger was Reinhold, zijn gezant te Rome, met het Vatikaan in
+onderhandeling getreden, om een concordaat tot stand te brengen in den zin
+van dit van Napoleon, dat in België van 1801 tot 1815 in zwang was; een
+pauselijke nuntius was zelfs te dien einde in België geweest, maar moest
+onverrichterzake terugkeeren. Zoo bleef de zaak tot in 't begin van 1826,
+wanneer een katholieke afgevaardigde, de graaf de Celles, zich aanbood om
+de onderhandelingen te hernemen. Paus Leo XII en Koning Willem toonden zich
+even inschikkelijk. De Jozefist Goubau moest van het bestuur van den
+katholieken eeredienst aftreden, dat bij 't ministerie van binnenlandsche
+zaken gevoegd werd (1826); Reinhold werd als gevolmachtigde te Rome door
+graaf de Celles vervangen. Doch deze botste tijdens de besprekingen op
+talrijke moeilijkheden hem door de dweepzieke omgeving in 't Vatikaan in
+den weg gelegd en klaagde er bij zijne regeering over dat hij nu niet meer
+kon verkrijgen wat men twee jaar vroeger gemakkelijk zou bekomen hebben.
+
+Eindelijk op 18en Juni 1827 teekende de Celles het concordaat met den
+kardinaal Capellari. Ieder bisdom zou een seminarie bezitten. Wat de
+verkiezing der prelaten betrof, deze moest geschieden door het kapittel,
+dat den Koning een kandidatenlijst zou voorleggen, waarop deze de
+kandidaten, die hem niet bevielen, zou doorschrappen; de Paus duidde dan
+den titularis aan.
+
+De bulle van 17en Augustus kondigde daarenboven de oprichting van drie
+nieuwe bisdommen aan, nevens de vijf bestaande, namelijk te Brugge, te
+Amsterdam en te 's Hertogenbosch, en bevestigde dat voortaan alléen de
+bisschoppen voor de opvoeding hunner geestelijkheid te zorgen hadden.
+
+De Belgische katholieken onthaalden het sluiten van het concordaat met luid
+gejuich; verscheidene hunner afgevaardigden stemden zelfs de begrooting
+zonder verzet.
+
+De Hollandsche Calvinisten evenals de Belgische liberalen keurden
+integendeel de vernedering des Konings vóór den Paus streng af; zij
+verweten aan de regeering dat zij niet alleen van haar recht van benoeming
+der bisschoppen afstand gedaan had, maar daarbij nog het Wijsgeerig College
+van Leuven opofferde. Fel aangevallen in de liberale dagbladen en
+voornamelijk in den _Courrier des Pays-Bas_ door de pen van den heftigen
+Louis de Potter, zocht de regeering de waarde van het concordaat en van de
+pauselijke bulle te verzwakken. Reeds op 5en October zond Van Gobbelschroy
+een vertrouwelijken omzendbrief aan de gouverneurs, om hun te laten weten
+dat de invloed des Konings op de benoeming der bisschoppen grooter was dan
+'t concordaat liet vermoeden, dat niets veranderd was aangaande het
+onderwijs der seminariën, dat het volgen der leergangen in het Wijsgeerig
+College eenvoudig van verplichtend, vrij geworden was, en eindelijk dat men
+alle overeenkomst tot het bezetten der ledig staande bisschoppelijke zetels
+zou verdagen. Om de liberalen te paaien, deelde zelfs Van Gobbelschroy,
+die met Louis de Potter bevriend was, dien omzendbrief aan den publicist
+mede, die zich verhaastte hem in zijn dagblad af te kondigen.
+
+[Illustration: J. M. Schrant]
+
+Die mededeeling (14en October 1827) en het wezenlijk behoud van het _statu
+quo_, verwekten bij de katholieken eene geweldige verontwaardiging. Van dan
+af hernam de strijd der geestelijkheid tegen de regeering met nieuwe woede.
+Gesterkt nog door het voorbeeld van Frankrijk, waar een katholieke prelaat
+de _Université de France_, dat is geheel het onderwijs, bestuurde, en waar
+Karel X de wet op de heiligschennis had doen aannemen, begonnen de
+Belgische priesters het onderwijs der professoren van de hoogescholen en
+athenea aan te klagen, donderden zij van op den preekstoel tegen de
+«_Duivelscholen_» en verdoemden het «_Schoolvee van Van Gobbelschroy_».
+Pastoor Schrant, van Amsterdam, die in de oogen zijner Zuidnederlandsche
+collega's de onvergeeflijke zonde begaan had een leerstoel aan de
+Hoogeschool te Gent te aanvaarden, moest dit bezuren. De katholieke
+dagbladen kondigden de lijsten af der leden van het _Nut van 't Algemeen_,
+aan welke de priesters besloten de absolutie te weigeren. Nooit had de
+schoolstrijd zoo erg gewoed. In hunne redevoeringen en preeken gingen
+zekere dorpsherders zoover, dat de Regeering ze vóór de rechtbank moest
+dagen en laten veroordeelen. De katholieke vertegenwoordigers in 't
+Parlement, wier verzet tot dan toe eerbiedig en bedaard geweest was, namen
+insgelijks eenen heftigen toon aan.
+
+Had dan nog de regeering op den steun der liberale partij kunnen rekenen;
+maar door hare halsstarrigheid in het weigeren van zekere politieke,
+sociale of œconomische eischen, en niet minder door hare dubbelzinnigheid,
+die wantrouwen inboezemde, bevond zij zich weldra gansch alleen.
+
+ * * * * *
+
+Intusschen had zich in België eene gewichtige verandering op intellectueel
+en politiek gebied voorgedaan. Tot omstreeks 1827 had de bevolking zich
+weinig om de Staatszaken bekommerd; zelfs de dagbladen zonden geene
+reporters naar de zittingen der Staten-Generaal. Immers onze voorouders,
+gedurende drie eeuwen onder vreemd juk gebogen, van alle deelneming aan het
+openbaar bestuur verstoken, voor de meerderheid in de grootste onwetendheid
+gedompeld, toonden zich onverschillig voor de politieke besprekingen. Aan
+die onverschilligheid had het ingewikkelde kiesstelsel voor de
+Staten-Generaal geen klein aandeel; immers de verkiezingen geschiedden in
+twee graden, de _kiezers_ betalende honderd gulden in grondbelasting, kozen
+een zeer beperkt getal _stemgerechtigden_, die de volksvertegenwoordigers
+benoemden; zoo konden de kleine burgerij en het kleine volk, van de
+verkiezing volkomen uitgesloten, zich natuurlijk voor deze niet warm maken.
+Voegt daarbij nog de drukking van den koninklijken commissaris, die de
+verkiezing voorzat en allen strijd tegen den officieelen kandidaat
+verijdelde.
+
+Doch met het jaar 1827 doet zich een bepaalde vooruitgang in de politieke
+opleiding voor. Eene nieuwe generatie van jonge redenaars en publicisten is
+ontstaan, gedeeltelijk gevormd in de Staatshoogescholen. In de liberale
+fractie zien wij Le Hon en Ch. de Brouckère met een vroeger onbekenden
+gloed voor de vuist spreken, en in navolging der Fransche doctrinairen der
+Kamer als Royer-Collard en Benjamin Constant, in wel doordachte
+redevoeringen, den misprijzenden trots, waarmede de ministers vroeger op de
+redenaars nederzagen, tarten en onophoudend de regeering op het bankje
+zetten. Ch. de Brouckère durfde zelfs in 1828 in de Staten-Generaal het
+recht van initiatief gebruiken, dat aan de volksvertegenwoordigers ontzegd
+was. Met de opkomst van het liberale ministerie Martignac in Frankrijk
+wordt de vrijmoedigheid der partij nog grooter.
+
+Het waren de liberale afgevaardigden en hunne vrienden die het overgroote
+getal der Belgische dagbladen opstelden. Niet minder dan de weerklank
+hunner stem buiten het Parlement, wist de snedigheid hunner pen de natie op
+te wekken tot belangstelling in haar beheer; en de eenparigheid waarmede
+sindsdien stelselmatig al de Belgische afgevaardigden, buiten drie of vier
+afvalligen, tegen die van het Noorden stemden, was geen geringe factor om
+de gemoederen eindelijk met politieken hartstocht te bezielen.
+
+In die bewerking der openbare meening hebben de advocaten-publicisten eene
+overwegende rol gespeeld; Gendebien, Lebeau, Devaux en hunne aanhangers,
+reeds geërgerd door de Taalbesluiten die hunne persoonlijke belangen
+gekrenkt hadden, verwoed nog om de hardnekkigheid waarmede de regeering de
+opstellers der artikels, die de handelingen van het bestuur aanvielen,
+vervolgde en strafte, verklaarden een onverzoenbaren oorlog aan het
+ministerie van Koning Willem.
+
+Hadden Van Maanen en zijne collega's nochtans op zekere punten van
+politieken en œconomischen aard toegegeven, dan zou de vroegere goede
+verstandhouding met de liberale partij misschien hebben kunnen
+voortbestaan. Dit was het geval toen de liberalen door de Provinciale
+Staten van Luik, Namen en Henegouwen, verzoekschriften aan den Koning deden
+zenden om de belastingen op het geslacht en het gemaal af te schaffen. De
+Koning in zijne koppigheid beschouwde dit verzoek als eene onwettelijke
+daad en weigerde het in aanmerking te nemen; de Vorst wist overigens dat de
+strekking der Belgische liberalen ten opzichte van een constitutioneele
+regeering door den oligarchischen geest der Noord-Nederlanders afgekeurd
+werd.
+
+Het vraagstuk der vrijheid van drukpers bood aan de liberalen een gunstiger
+oorlogsterrein. Dagelijks zagen zij hunne dagbladen voor de minste critiek
+der bestaande verordeningen of der ministerieele handelwijze voor de
+rechtbank dagen, krachtens het strenge Besluit van 20en April 1815. Zoo
+werd, in Maart 1828, Ducpétiaux, opsteller bij den liberalen _Courrier des
+Pays-Bas_, vervolgd om een verdediging der doodstraf, geschreven door een
+referendaris van 't ministerie van justitie, weerlegd te hebben. De
+publicist richtte alsdan tot de Tweede Kamer een verzoekschrift, waarin hij
+tegen zijne vervolging verzet aanteekende.
+
+Dit gaf aanleiding tot het hartstochtelijkste debat dat sedert Waterloo in
+de Staten-Generaal plaats gevonden had. De jeugdige Ch. de Brouckère,
+alhoewel een zoon van den gouverneur van Limburg, hekelde fel het gedrag
+van het gerecht en drong aan op de afschaffing van het draconische
+reglement: «Het schijnt mij dagelijks klaarder, sprak hij, dat men de pers
+in de Nederlanden dooden wil. De natie echter wil bevrijd zijn van al die
+uitzonderingswetten.» Wel is waar beloofde de Koning in zijne troonrede,
+bij de opening der Staten-Generaal, de wetgeving voor de perszaken te
+veranderen; die belofte bleef echter een doode letter; integendeel beval
+minister Van Maanen aan de rechtbanken met nog meer strengheid tegen de
+dagbladen te werk te gaan.
+
+Ducpétiaux, in een nieuw artikel (28en October 1828), had verzet durven
+aanteekenen tegen de onwettelijke uitdrijving van twee jonge Fransche
+schrijvers, beticht een tamelijk zwak hekeldicht tegen de belasting op het
+gemaal geschreven te hebben; hij werd in de gevangenis geworpen. Op 5en
+November dient daarop Ch. de Brouckère een wetsontwerp in, tot afschaffing
+der besluiten op de drukpers. Vijf dagen later kondigt de _Courrier des
+Pays-Bas_, die zich door de aanhouding van Ducpétiaux niet had laten
+afschrikken, een hoogst geweldig artikel af van den vroegeren bondgenoot
+der regeering, Louis de Potter. «Laat ons die schim van het gevaar der
+Jezuieten, waarmede de regeering voortdurend schermt en ons bedot,
+verwerpen, schreef hij ongeveer; laat ons voortaan beschimpen, hoonen en
+vervolgen de _ministerieelen_!» Het woord stond er. Door de noodlottige
+dwaasheid der regeering, door hare nuttelooze strengheid kwam zij voor
+altijd den steun der liberalen te verliezen.
+
+De vranke publicist, van ophitsing beschuldigd, werd met Ducpétiaux in de
+gevangenis der Kleine Karmelieten opgesloten; intusschen bepleitte
+vruchteloos De Brouckère in de Tweede Kamer de vraag van de vrijheid der
+drukpers: met 61 stemmen tegen 44, 't zij al de vertegenwoordigers van 't
+Noorden met zeven van 't Zuiden, werd zijn wetsontwerp verworpen (3en
+December).
+
+Op 13en December 1828 kreeg Ducpétiaux van 't Assisenhof van Zuid-Brabant
+éen jaar gevangenisstraf; acht dagen later, niettegenstaande de
+welsprekende pogingen van zijn advocaten Van Meenen en Van de Weyer, werd
+Louis de Potter tot 18 maanden gevangenisstraf en 100 gulden boete
+veroordeeld. De aanspraak van den beschuldigde tot het publiek na de
+pleidooien, -- een echt rekwisitorium tegen de regeering -- werd door de
+aanwezigen op luid handgeklap onthaald, de uitspraak van het vonnis
+integendeel op gejouw en gefluit; en 't was onder de kreten, door de
+woelige menigte geuit, van «Leve De Potter! Weg met Van Maanen!» dat de
+veroordeelde naar zijn gevangenis teruggevoerd werd. Het gepeupel wierp de
+vensterglazen van het Ministerie van Justitie uit.
+
+Dit proces vond gansch België door eenen ongehoorden weerklank en het
+oefende een beslissenden invloed op den verderen gang der zaken uit. De
+Potter, die in den grond een woelgeest was, en er naar hunkerde om in
+België de rol van O'Connell in Ierland te spelen, ging door voor een
+martelaar.
+
+Terwijl de regeering zich alzoo moedwillig de verschrikkelijkste
+verbittering der liberale dagbladschrijvers en advocaten op den hals
+haalde, hadden de katholieken ook de wapens niet neergelegd. Hunne leiders
+die vroeger tegen de moderne vrijheden der Grondwet gepruild hadden, waren
+nu gedeeltelijk gewonnen tot het godsdienstig liberalisme van F. de
+Lamennais, en zij beriepen zich voortdurend op zijne verklaringen, sedert
+de sluwe De Gerlache de vrijheid van onderwijs als onafscheidbaar verklaard
+had van die van godsdienst en van drukpers.
+
+ * * * * *
+
+'t Is met dit sophisme als grondslag dat nochtans de _Unie der Liberalen en
+Katholieken_ tot stand kwam, die den politieken tegenstand van Noord en
+Zuid in een strijd van volk tegen volk zou doen ontaarden. Dank zij hare
+dwaze houding was de regeering er aldus volkomen in geslaagd deze twee
+elkander hoogst vijandige partijen in malkaars armen te werpen.
+
+Wanneer men de denkbeelden van den rationalistischen Louis de Potter en van
+den radicalen Gendebien van vóór 1828 met die van den ultramontaanschen De
+Gerlache of den dweepzieken De Secus vergelijkt, vraagt men zich af, hoe
+dergelijke eendracht van het jakobinisme en van het geestelijk fanatisme
+--wat Willem en zijne ministers het _Monsterachtig verbond_ van de roode en
+de vierkante muts noemden -- kon tot stand komen. 't Zijn de gematigde
+liberalen als Lebeau, S. Van de Weyer en de katholieke democraten als J.-B.
+Nothomb en Ph. Vilain XIIII, die deze toenadering mogelijk maakten. Beide
+fracties verzochten de zoo hevige geschillen tusschen beide partijen op
+zijde te schuiven, om alleen voor de herstelling der bepaalde grieven te
+ijveren en de «vrijheid in alles en voor allen» te eischen.
+
+Wij hebben gezien hoe De Gerlache, in den grond een aanhanger van
+gewetensdwang en bestuurlijk absolutisme, met eene machiavellistische
+arglistigheid, het vrijheidsbeginsel als een lokaas aan de liberalen
+toegeworpen had. Reeds in Maart 1827 ontwikkelde Paul Devaux, een talentvol
+jong publicist, in den _Mathieu Laensberg_ (later _Le Politique_) van Luik
+het plan van een verbond op grond van de volledige ontwikkeling der
+vrijheden door de Grondwet beloofd. Eerst fel bestreden door Bartels in _Le
+Catholique_ van Gent, door Kersten in _Le Courrier de la Meuse_ van Luik,
+alsook door den liberalen _Courrier des Pays-Bas_, vond Devaux' voorstel
+allengskens eene algemeene bijtreding. Reeds op 23en Juli 1828 kondigde het
+Luiker liberaal dagblad de sluiting der _Unie_ aan......
+
+Kort na deze netelige onderhandelingen werd het wetsontwerp De Brouckère
+verworpen en Louis de Potter veroordeeld.
+
+Terstond kwam door toedoen der dagbladen van alle gezindheid een ontzaglijk
+petitionnement tot stand (November 1828), waarvan de onderteekenaars in 't
+Walenland en te Brussel in de eerste plaats, de afschaffing van de
+belasting op het gemaal en van het besluit op de drukpers van 1815 vroegen,
+doch in Vlaanderen (45,000 onderteekenaars op het globale getal van 70,000)
+vooral het opheffen van het Staatsmonopolium van het onderwijs wilden:
+aldaar was de geestelijkheid van huis tot huis de onderteekenaars gaan
+vinden, en de talrijke kruisjes in plaats van handteekeningen onderaan de
+petities, bewezen voldoende op welke wijze men deze had verkregen.
+
+De regeering bestempelde die beweging als _schandalig_.
+
+Een tweede petitionnement, uitgaande van de Brusselsche katholieken als den
+ouden graaf de Mérode-Westerloo, burggraaf Vilain XIIII en den
+correspondent der Jezuieten L. Robiano de Borsbeek, vroeg uitsluitend de
+vrijheid van onderwijs (Januari-Februari 1829) en verkreeg nog meer bijval
+dan het eerste. Er werd algemeen en met onrust opgemerkt hoe intusschen op
+den buiten de geestelijkheid, met eene zonderlinge bedrijvigheid, de boeren
+aanspoorde om zich op de lijsten der gemeentewacht te doen inschrijven, en
+hoe buitengewoon de burgers der Belgische steden zich eveneens daartoe
+beijverden. Ook de liberalen lieten niet los, en Lebeau en Rogier in _Le
+Politique_ van Luik onderhielden de geesten in eene ongemeene gisting.
+
+Plots verscheen er een vlugschrift, door Louis de Potter in zijn gevangenis
+opgesteld, dat de eendracht der anti-ministerieelen nog zou versterken
+(Juni 1829). Hij stelde de voltrekking van de _Union des Catholiques et des
+Libéraux_ met genoegen vast en preekte de wederzijdsche verdraagzaamheid
+aan om des te sterker den gemeenschappelijken vijand te bestrijden. Die
+aanmaning tot samenwerking maakte een overgrooten opgang, omdat zij uitging
+van een zoo hevig anti-clericaal.
+
+Ditmaal werden de ultra-liberale en katholieke fracties door die
+plotselinge bekeering van De Potter geërgerd. De overtuigde liberalen
+vreesden voor hunne principes in dit samengaan met de ultramontanen, en Ch.
+Durand gaf een pamflet uit in antwoord op de _Union_. Ook de Belgische
+katholieken vonden het noodzakelijk, in een vlugschrift, hun gedrag bij
+hunne Fransche geestverwanten te verrechtvaardigen. Doch de stoot was
+gegeven. Ver van nu het hachelijke van haren toestand in te zien, volhardde
+de regeering in hare koppigheid.
+
+Toen de verzoekschriften zoo overvloedig op de banken van de
+Staten-Generaal regenden, had Ch. Le Hon voorgesteld den Koning een adres
+aan te bieden, om zijne aandacht op den staat van gisting in de Zuidelijke
+Provinciën in te roepen; het adres werd aangenomen door de Tweede Kamer
+maar door de Eerste verworpen.
+
+De wet op de instelling van de jury bij de rechtbanken, door de
+vertegenwoordigers van 't Zuiden voorgesteld, onderging dit lot reeds bij
+de stemming in de Tweede Kamer.
+
+Alsdan ontstonden overal Grondwettelijke Vereenigingen of Comiteiten tot
+herstelling der _Grieven_. Immers sedert October 1828 had de _Courrier de
+la Meuse_ een statistiek opgesteld, waardoor, met overvloed van cijfers uit
+officieele oorkonden, de partijdigheid der regeering bewezen werd in zake
+benoemingen tot de openbare ambten. Op 7 ministers telde men slechts éen
+Belg, op 14 bestuurders in de ministeries insgelijks éen; onder de 300
+hoogere beambten der ministeries, vond men 17 Belgen. In het leger trof men
+2377 Hollandsche officieren tegenover 417 Belgen aan; men insinueerde zelfs
+dat de Belgen slechts tot hoogere graden klommen, in Oost-Indië «om aldaar
+de bloedbelasting te betalen», terwijl men wist dat het aandeel der Belgen
+in het koloniaal leger, gedurende den opstand van Dipo-Negoro op Java
+(1826-1830), slechts een vijfde bedroeg. Overigens die zoo ongunstige
+verhouding van officieren in de troepen, verklaart zich door het feit, dat,
+bij de organisatie, van 't leger in 1814-15 en den oproep tot de
+oud-militairen om zich aan te melden met hunnen vroegeren graad, veel
+Hollanders en weinig Belgen zich aangeboden hadden; men voege daarbij dat
+degenen die zich in de Zuidelijke Nederlanden met bestuurlijke of militaire
+zaken ophielden, in zeer klein getal waren. Doch zooals zij voorgesteld
+was, bleef die verdeeling der openbare ambten eene schreeuwende
+ongerechtigheid. Sindsdien volgden nog andere statistieken die het
+Hollandsch «nepotisme» geeselden en de openbare meening verontwaardigden.
+
+Daarbij kwam nog het wijzen op de politieke overheersching van België door
+de Hollandsche ambtenaren, die zich tegenover het Zuiden als tegenover een
+wingewest gedroegen; de oppositie noemde de Grondwet eene aan het Zuiden
+opgedrongen keure, hekelde de taalbesluiten, het officieel onderwijs; ja,
+zelfs het belastingstelsel werd wegens onrechtvaardige toepassing
+aangevallen, alhoewel het klaar was dat de Hollanders, die zestien gulden
+per hoofd betaalden, vijf gulden meer dan de Vlamingen en juist het dubbel
+van de Walen in de Staatskist stortten.
+
+Voor de herstelling dezer grieven, 't zij echte, 't zij ingebeelde, voerden
+nu vlugschriften en dagbladen een hevigen strijd, en de Constitutioneele
+Vereenigingen ijverden natuurlijk niet het minst voor de vrijheid van
+drukpers. Op dit laatste punt moest de regeering eindelijk toegeven, en 't
+was om zoo te zeggen met eenparigheid van stemmen dat het besluit van April
+1815 door de Staten-Generaal afgeschaft werd; de zeer vrijzinnige wet van
+16en Mei 1829 verving het hatelijke dwangreglement.
+
+Doch in hare verblindheid tegen de Belgische «factie» had de regeering
+besloten de aanvallen der Belgische pers door aanvallen tegen hare
+opstellers te beantwoorden; daarom stichtte zij te Brussel een officieus
+blad, _Le National_ (Mei 1829); de Koning beging de onvergeeflijke fout het
+bestuur van dit blad toe te vertrouwen aan den Florentijn Libry, graaf van
+Bagnano, die sedert jaren uit Frankrijk geweken, zich uitgaf voor een
+slachtoffer van de reactie der Bourbons. Met een ongehoord cynisme,
+overlaadde hij de partijgangers der Unie en de katholieken met
+persoonlijken hoon en smaad, en hij aarzelde niet te schrijven -- wat de
+zaak der regeering meer kwaad dan goed deed -- onder andere «dat men de
+Belgen een muilband moest aandoen evenals de honden». Maar plots kwam het
+uit dat de kampioen des Konings, de vertrouweling van Van Maanen, tweemaal
+in Frankrijk voor schriftvervalsching in handelszaken tot dwangarbeid en
+brandmerk veroordeeld geweest was; en de _Courrier des Pays-Bas_ drukte
+terzelfdertijd drie geheime besluiten af, die het blad zich had weten te
+verschaffen, waardoor de Vorst aan den verdediger der regeering 85,000
+gulden op het Nijverheidsfonds verleende. Een kreet van algemeene
+verontwaardiging steeg in België bij die verpletterende openbaring op. Van
+toen af in vergaderingen en drankhuizen durfde men de vraag stellen of
+Frankrijk een opstand in België gewapenderhand zou ondersteunen.
+
+ * * * * *
+
+Rekenende op de gevolgen die een officieel bezoek kan hebben, ondernam
+Willem, eene omreis in de Zuidelijke Provinciën. Overal zag hij de blijken
+van welstand en voorspoed; het feestelijk onthaal dat hem daar te beurt
+viel versterkte hem in de overtuiging dat de aanvallen tegen zijne
+regeering gericht, slechts het werk van enkele opruiende dagbladschrijvers
+waren, en dat de gisting niet tot in de massa gedrongen was. Tijdens zijn
+bezoek aan Luik (23en Juni 1829) kon de begoochelde Vorst niet nalaten zijn
+antwoord aan het gemeentebestuur van Luik met de volgende woorden te
+eindigen: «Ik zie nu wat ik moet denken over de zoogezegde grieven waarover
+men zooveel gerucht gemaakt heeft. Dat is aan enkele bijzonderen te wijten
+die uit eigenbelang handelen. Dit is een schandelijk gedrag!...» Dit
+onvoorzichtig smaadwoord tegen de opstellers der vertoogschriften gericht,
+kreeg zooveel weerklank, dat Willem's oogen hadden moeten opengaan. Te
+Brugge stichtte Constantijn Rodenbach dadelijk, in clericale navolging der
+«Geuzen» van de 16e eeuw, de _Orde der Schande_ (Ordre de l'Infamie), die
+op hare kenteekens de leus voerde: «Trouw tot aan de schande!» (Juli 1829).
+Bij het opgehitste lagere volk ontstond een ware haat tegen den Hollander
+en al wat Hollandsch was.
+
+Het koninklijk bezoek had dus geenszins de bedaring verwekt die men
+verhoopt had, wel integendeel. Ziende dat de nieuwe wet op de drukpers de
+liberalen niet gestild had, besloot de regeering aan de katholieken zekere
+toegevingen te doen, om de Unie te trachten te verbreken en de vrijzinnige
+oppositie in toom te houden.
+
+Immers ook te Rome had Paus Leo XII het verbond van de Belgische
+katholieken met de liberalen met een zeer kwaad oog aanschouwd; duchtende
+voor 't gevaar dat die eendracht voor 't geloof kon opleveren, zond hij in
+de Nederlanden den zeer vrijzinnigen nuntius Capaccini, die de Belgische
+geestelijkheid zou aanmanen niet katholieker te willen zijn dan de Paus. De
+kardinaal beijverde zich om het concordaat te doen uitvoeren en kon door
+den Koning drie nieuwe bisschoppen, namelijk voor Luik (Van Bommel), voor
+Gent (Van de Velde) en voor Doornik (Delplancq) doen aanvaarden. Pius VIII,
+die intusschen den meer toegevenden Leo XII opgevolgd was, bekrachtigde
+hunne benoeming op 18en Mei 1829.
+
+Evenveel genoegen baarde aan de katholieken het koninklijk besluit van 20en
+Juni, waarbij het bezoeken van het Wijsgeerig College van Leuven als
+facultatief verklaard werd; daarbij stond Willem, door eene andere
+verordening van 2en October, de heropening, mits zekere beperkingen, van de
+kleine bisschoppelijke seminaries weder toe.
+
+Andere toegevingen werden gedaan in den zin van de petities; de afschaffing
+van de belasting op het geslacht werd beloofd (19en Mei 1829); den 5en Juli
+werd bepaald dat op 1en Februari 1831 de nieuwe rechterlijke inrichting in
+werking zou treden, dat men dienvolgens onafzetbare magistraten zou hebben.
+De regeering liet zelfs een ontwerp van een gewijzigde wet op 't onderwijs
+verhopen.
+
+Maar deze toegevingen die enkele maanden vroeger met gejubel zouden
+onthaald geweest zijn en die het petitionnement konden verhinderen, daar
+zij de hoofdgrieven uit den weg ruimden, kwamen nu te laat. De clericalen
+beschouwden deze vergunningen als eene onvoldoende afkorting; de liberalen
+weigerden allen steun aan de regeering, zoolang de ministerieele
+verantwoordelijkheid niet toegestaan werd. In geen enkele klasse der
+bevolking telde de regeering nog vrienden.
+
+De opening der kleine seminaries, verre van de katholieken te bevredigen,
+had hunne aanspraken nog hooger gemaakt; zij eischten de algemeene vrijheid
+van onderwijs, zonder toezicht. Op 4{en} November 1829 stelden de
+katholieke edelen Robiano de Borsbeek, De Mérode en D'Hoogvorst eene nieuwe
+petitie in dien zin op; de geestelijkheid belastte zich opnieuw met het
+inzamelen der handteekeningen en der kruisjes, en pastoors en onderpastoors
+teekenden ditmaal aan 't hoofd der lijsten; op de 360,000 onderteekenaars
+waren er 240,000 uit Vlaanderen alleen.
+
+De schilder Geirnaert heeft ons, in een treffend tafereel, weldra door den
+steendruk verspreid, de handelwijze der geestelijken in deze beweging
+geschilderd. Zijne teekening wordt nog bevestigd door de beschrijving die
+Schuermans en Holtius, in hunne brieven aan Van Maanen, van de
+bedrijvigheid der geestelijkheid geven.
+
+Zekere klaarziende liberalen, zooals de advocaat Napoleon de Pauw van Gent,
+aarzelden niet dit petitionnement, bij de Staten-Generaal, als eene
+verkrachting van art. 161 der Grondwet aan te klagen.
+
+De clericale partij, die intusschen te Gent een Vlaamsch orgaan, _De
+Vaderlander_, gesticht had, antwoordde, kort na die aanklacht, met een
+vertoogschrift, dat de teruggave eischte van de goederen der
+geestelijkheid, door de Fransche Revolutie verbeurd verklaard.
+
+De polemiek der Unionistische pers van Gent, Brussel en Luik tegen de
+Hollandsche _overheersching_ en tegen de _dictatuur_ van Van Maanen werd
+des te driester, daar de regeering en het gerecht het hoofd verloren
+hadden; en de gevallen van persovertredingen werden zoo talrijk, dat de
+gevangenissen van dagbladschrijvers opgepropt waren. De drukpers, in hare
+woede tegen de gehuurde penneknechten der regeering, ging alle palen te
+buiten. Men aarzelde zelfs niet de populariteit van den prins van Oranje te
+ondermijnen en hem op de lasterlijkste manier te beschuldigen: wanneer in
+den nacht van 25-26 September 1829 de diamanten zijner echtgenoote in 't
+paleis te Brussel op eene geheimzinnige manier gestolen werden, werden door
+zekere vuige lieden plakkaten op de muren van Brussel gehecht, waarin de
+kroonprins openlijk verdacht gemaakt werd.
+
+Ondanks die gevaarlijke voorteekens uitte de Koning bij de opening der
+Staten-Generaal te 's Gravenhage (19en October) zijne vreugde over de
+blijken van genegenheid hem door de Belgische natie in zijne omreis
+gegeven; hij kondigde enkele maatregelen aan voor 't welzijn van het
+koninkrijk en drukte op het ontwerp van herziening der onderwijswet. Zoo
+verzoeningsgezind was de troonrede, dat de Hollanders deze verklaring als
+een aftocht der regeering aanzagen. Maar de Belgische afgevaardigden,
+aangevuurd door de hevigheid der dagbladen en verbitterd wegens de
+schandelijke drukking door de officieele ambtenaren op de laatste
+verkiezingen uitgeoefend, hadden beslist de tienjarige begrooting te
+verwerpen, indien de regeering aan al hunne eischen niet toegaf. De nieuwe
+petities, die reeds op 15en November in de Staten-Generaal toekwamen en die
+zoozeer de Hollanders verbitterden, waren niet van aard om de spanning
+tusschen de Noordelijke en Zuidelijke afgevaardigden te verzachten. Aan De
+Gerlache, die naar de audientie van den Koning gegaan was, om dezen tot
+nieuwe toegevingen over te halen, sprak Willem I al zijne minachting uit
+voor de liberalen, die hij heerschzuchtige woelgeesten noemde, en zijne
+misnoegdheid over de nooit tevreden clericalen; de pers overlaadde hij met
+smaadwoorden, en hij uitte zijne vrees voor die soort van geheime en
+onverantwoordelijke tegenregeering, die voortdurend beroep doet op de
+verderfelijkste hartstochten der onwetende en bijgeloovige massa. «Al de
+rechtmatige eischen heb ik ingewilligd, ging Willem voort, doch ik wil niet
+dat men de rollen omkeere. Indien het volk souverein is, kan de koning het
+niet zijn, want twee onverantwoordelijke machten kunnen in den Staat niet
+tegelijkertijd bestaan. Nu, mijne regeering is eene monarchie, getemperd
+door een Grondwet. Alle vraagstukken zijn er duidelijk in bepaald; al de
+tegenstrijdige theorieën zijn ongrondwettelijk, oproerig en revolutionnair!
+Ik ken mijn recht, ik ken mijn plicht, ik zal de bezworen Grondwet uit al
+mijne krachten rechthouden!»
+
+Dezelfde autoritaire geest ademde de beruchte _Koninklijke Boodschap_,
+enkele dagen later uitgevaardigd (11en December 1829); en dat juist op 't
+oogenblik, dat voor de eerste maal de hoogere ambtenaren het gevaar der
+toenemende gisting aan de ministers aanwezen.
+
+Die boodschap vergezelde het ontwerp van wijziging der pas aangenomen wet
+op de drukpers van 16en Mei 1829, die de Koning al te liberaal gevonden had
+en die hij wilde zien verscherpen.
+
+Na een lofrede op de daden zijner regeering sedert 1815, viel hij heftig de
+opstellers van het petitionnement aan «die op schandelijke wijze zijne
+weldaden miskenden», noemde de pers «onteerd en verlaagd», waarschuwde voor
+de «onbedachte aanmatigingen en misplaatste bemoeiingen» van zekere
+woelgeesten, en deed zijn inzicht kennen om de kuiperijen van de
+kwaadwilligen te beteugelen. Maar ook repte Willem van de «rechten van zijn
+huis», verklaarde zonder omwegen zijne aanspraak op de alleenheerschappij
+en verwierp dienvolgens de ministerieele verantwoordelijkheid. Om den
+indruk van dit stuk nog te versterken, liet de regeering het gerucht
+loopen, dat om den weerstand te verbrijzelen, zij de hulp van een Pruisisch
+leger zou inroepen.
+
+'s Anderendaags zond minister Van Maanen de Koninklijke Boodschap tot al de
+rechters en ambtenaren, met verzoek om hem, op straffe van afzetting, in de
+vier en twintig uren hunne toetreding te sturen «tot de grondbeginselen
+welke de Vorst uitdrukkelijk verklaard had de regelen van zijn bestuur te
+zijn». Die bemoeiing der Regeering met de denkwijze zijner beambten en die
+dwang tot aflegging eener sterke politieke geloofsbelijdenis keurde zelfs
+de gouverneur van Zuid-Holland, graaf van der Duyn, ten strengste af. De
+uitslag dezer willekeurige, daad liet zich niet wachten; de katholieke
+_Courrier de la Meuse_ noemde de Boodschap «het manifest van het
+despotismus tegen de vrijheid»; de andere bladen schandvlekten de houding
+der Hollandsche afgevaardigden die gedurende de debatten der volgende dagen
+van «de alleenheerschappij des Konings» hadden durven gewagen; talrijke
+vlugschriften als die van den katholieken Barthélémy Dumortier en den
+radikalen Adelson Castiau, beiden van Doornik, vroegen de afdanking van den
+«hatelijken» Van Maanen, den boozen genius des Konings; ook L. de Potter,
+van uit zijn gevangenis te Brussel, zond zijne _Lettre de Démophile au Roi_
+in 't licht, waarin hij, na de doctrine der souvereiniteit der Keure
+tegenover die der souvereiniteit des Konings gesteld te hebben, durfde
+schrijven: «Sire, uwe hovelingen en uwe ministers, uwe vleiers en uwe
+raadgevers bedriegen u en brengen u op een dwaalspoor; het stelsel waarin
+zij de Regeering doen volharden, bedreigt haar met een onvermijdelijke ramp
+en voert ze onwederroepelijk ten ondergang».
+
+In de Staten-Generaal verhieven Le Hon en De Brouckère, De Stassart en De
+Gerlache insgelijks de stem tegen de onvoorzichtige handelwijze, der
+Regeering en bezwoeren ze de voornaamste eischen hunner landgenooten in te
+willigen. De vruchteloosheid hunner pogingen inziende, besloten de
+afgevaardigden van het Zuiden al hunne macht tegen de tienjarige,
+begrooting van wegen en middelen te richten, en zij hadden de voldoening,
+dank zij de ondersteuning van enkele afgevaardigden van het Noorden, die te
+verwerpen met 55 stemmen tegen 52; de jaarlijksche uitgaven gingen slechts
+met eene stem door. Voor 't overige, als bewijs dat niemand de omverwerping
+der regeering vergde, stemde men op staanden voet met eenparigheid van
+stemmen een nieuw ontwerp van wegen en middelen, voor éen jaar, door 't
+Ministerie voorgesteld; uit die voorloopige begrooting was eindelijk de
+belasting op het gemaal verdwenen (19en December 1829). Deze was de eerste,
+maar gevoelige nederlaag van Koning Willem in de Staten.
+
+Wel veranderde hij 't Ministerie, maar behield Van Maanen; Van
+Gobbelschroy, nu aangesteld voor nijverheid en koloniën, werd vervangen
+door een anderen Belg, De la Coste, gouverneur van Antwerpen (29en
+December). In plaats dus van te trachten een ministerie van verdrag te
+vormen, waarin enkele leiders der oppositie zouden getreden zijn, bleef de
+Koning aan zijn stelsel hechten en behield tevens zijn gehaten
+vertrouweling. Meer nog; om zich te wreken zette hij op 8en Januari 1830
+zes ambtenaren, leden der Staten-Generaal, van hunne bediening af, omdat
+zij tegen de begrootingen gestemd hadden, en een volkomen minachting voor
+de grondbeginselen der regeering toonden. Op die onbehendige gewelddaad
+antwoordde de Belgische oppositie met, in 17 dagbladen tegelijk, eene
+_nationale inschrijving_ te openen om de leden der Staten, slachtoffers van
+het despotismus, schadeloos te stellen. Enkele dagen later stelde L. de
+Potter, altijd op het voorbeeld van den strijd in Ierland, de stichting van
+eenen _Vaderlandschen Bond_ voor, steunende op eene weerstandskas, die
+hunne vroegere jaarwedden aan de afgezette ambtenaars zou uitbetalen.
+
+ * * * * *
+
+De gezanten der vreemde Mogendheden lieten bij dien toestand van opwinding
+in de Nederlanden, hunne ongerustheid aan hunne wederzijdsche regeeringen
+kennen. De Fransche gezant seinde zelfs het valsche gerucht over, als zou
+Willem zijn inzicht te kennen gegeven hebben, hier 25,000 Pruisische
+soldaten te ontbieden om de rebellen te straffen. De strijdlustige
+Polignac, die met toestemming van Rusland het «groote plan» had opgevat
+België in te palmen, dacht er zelfs aan, troepen op de Belgische grenzen
+samen te trekken. Maar Frankrijks gevolmachtigde, Lamoussaye, had zich
+deerlijk omtrent 's Konings bedoelingen bedrogen; verre van er aan te
+denken om den weerstand met geweld te beteugelen, zagen Willem en zijne
+ministers met verachting neder op die oppositie welke hij voor een handvol
+twistzoekers en woelgeesten aanzag. De jongste daad dezer bent, het plan
+van den _Vaderlandschen Bond_, besloot de regeering voorbeeldig te
+straffen. Onverhoeds werden de papieren en de briefwisseling, die De Potter
+onvoorzichtig bij zich in de gevangenis gehouden had, aangeslagen. Uit de
+correspondentie bleek dat Tielemans, een referendaris bij 't ministerie van
+buitenlandsche zaken, de ware ingever van het ontwerp geweest was.
+
+Die ontdekking bracht in de ministerieele kringen eene ware verbijstering
+te weeg; nu begreep men hoe de oppositie terstond over al de besluiten of
+ontwerpen der regeering ingelicht werd: de hoogere beambten der bureaux, de
+personen uit de onmiddellijke omgeving der regeering speelden de
+verklikkers en verschaften wapens aan de tegenpartij,
+
+Vruchteloos wilde Tielemans zijn plan als een «Utopie» doen doorgaan; hij
+werd aangehouden met L. de Potter en met de twee opstellers van _Le
+Catholique des Pays-Bas_, die den _Vaderlandschen Bond_ aanbevolen hadden,
+Bartels en J.-B. de Nève, voor het Assisenhof van Brabant verzonden,
+beticht een aanslag en eene samenzwering beraamd te hebben om de regeering
+om te werpen of te veranderen. Na een debat van elf dagen werden L. de
+Potter tot acht jaar, F. Tielemans en Adolf Bartels tot zeven en J.-B. de
+Nève tot 5 jaar ballingschap verwezen (30en April 1830).
+
+De Brusselsche bevolking, op wie de koene pleidooien van Van Meenen en Van
+de Weyer een diepen indruk gemaakt hadden, vernam deze nieuwe veroordeeling
+met de grootste verslagenheid. De politie, overigens zeer slecht ingericht,
+kon er niet in slagen de opstellers van een hevig plakkaat te ontdekken,
+waarin, voor de eerste maal, een oproep tot het geweld te lezen stond:
+«Slaapt gij, Belgisch volk? Ontwaakt en wet uwe dolken, om ze in den boezem
+uwer verdrukkers, Van Maanen en consoorten, te ploffen ... Vrijheid voor
+den heer De Potter! Weg met het ministerie, of de _omwenteling_! Leve de
+vrijheid!»
+
+De gisting groeide nog aan, wanneer drie dagen na 't proces,
+niettegenstaande het voorafgaandelijk protest van De Potter's advocaten,
+dezes aangeslagene papieren en zijne briefwisseling met Tielemans door
+Libry-Bagnano in druk gegeven werden: de griffier van het tribunaal had ze
+met toestemming van minister Van Maanen aan den ellendeling geleverd!
+Vruchteloos kloegen de beide veroordeelden dit schandelijk misbruik bij den
+Koning en de Staten-Generaal aan; beiden moesten zonder genoegdoening het
+land verlaten; Frankrijk weigerde de ballingen te ontvangen, die daarop
+besloten een toevluchtsoord in Zwitserland te zoeken; in Pruisen, dat zij
+doortrokken, ontmoetten zij allerlei moeilijkheden.
+
+De misnoegdheid sloeg van de straat naar de openbare tribune over. Wel is
+waar werd eindelijk het langdurige werk der herinrichting van het gerecht
+door de aanneming van een minder wreed strafwetboek volmaakt; maar bij de
+bespreking der herziening der wet op de drukpers van 16en Mei 1829, die de
+regeering al te vrijzinnig geoordeeld had, werden zulke harde woorden door
+de afgevaardigden van het Zuiden uitgesproken, dat zekere ministerieelen
+van het Noorden, in woede ontstoken, allen eerbied voor hunne collega's
+vergaten. Den 18en Mei 1830, daar men aan de Staten twee Nederlandsche
+verslagen aanbood, zonder ze in 't Fransch volgens gewoonte samen te
+vatten, bedreigde de Belgische volksvertegenwoordiger Barthélémy de
+Hollanders met het gezamenlijk vertrek der Zuidelijke afgevaardigden.
+Tweemaal onderging het ministerieele ontwerp eene nederlaag, en slechts met
+merkelijke wijzigingen kwam de wet er door (1en Juni 1830).
+
+Na de kleine seminaries te hebben heringericht, begonnen de nieuwe
+bisschoppen, de strijdlustige Van Bommel, Delplancq en Van de Velde, hunne
+herderlijke omreis in hunne bisdommen. Het jubileum van Mei, dat
+aanzienlijke aflaten verleende, had het gansche land door aanleiding
+gegeven tot eene ongemeene opwelling van godsdienstigheid; ook het
+toedienen van het vormsel, waarvan sinds lange jaren vele personen
+verstoken gebleven waren, gaf aanleiding tot tooneelen van overdreven
+vroomheid. In Juni vormde Delplancq in het arrondissement Bergen alléen
+40,000 personen en Van Bommel in Limburg meer dan 20,000. Volkomen
+beheerschte de geestelijkheid de plattelandsche bevolking; en gezien den
+oorlog, die zekere onverzoenbare pastoors de regeering, niettegenstaande
+hare laatste toegevingen, aandeden, kan men zich een denkbeeld vormen van
+de gisting, waarin de buiten gehouden werd. Is het dan te verwonderen dat
+wij later op de lijst der revolutionnaire _Association Belge_ van Parijs,
+de namen van drie priesters ontmoeten, J.-J. de Smet en Vandermensbrugghen
+van Gent en De Haerne van Ieperen, als «bijzonder geschikt om eene beweging
+op touw te zetten»?
+
+Willem was intusschen zelf naar Brussel gekomen om den toestand der
+gemoederen te toetsen; hij besloot nieuwe toegevingen te doen. De belasting
+op de koffie, door de Belgen gevraagd, werd op 12en Mei ingevoerd. Het
+ontwerp der nieuwe onderwijswet werd ingetrokken, en den 27en Mei vaardigde
+hij eene verordening uit, die zonder de algemeene vrijheid van onderwijs te
+verleenen, toch de besluiten van 14en Juni en 14en Augustus 1825
+vernietigde. Zoo paaide hij de katholieken. Om de gunst der liberale
+advocaten te winnen, stond hij, de volgende week (4en Juni), het gebruik
+der Fransche taal in de Vlaamsche gewesten, als gerechts- en ambtspraak,
+opnieuw toe. Met vreugde werden beide besluiten door de belanghebbenden
+onthaald.
+
+Het scheen nu dat de hoofdgrieven der oppositie uit den weg geweerd waren;
+de dagbladen der Unie spraken hunne hoop uit op eene verandering van
+regeeringsstelsel; de verzoening scheen nakend; de prins van Oranje was
+zelfs in onderhandeling met Rome om de katholieken uit de Unie te doen
+treden, wat den tegenstand zou verbroken hebben.
+
+Doch plotseling kwam een nieuwe onbehendigheid van het ministerie den
+heilzamen uitslag van die reeds eenigszins laattijdige overeenstemming
+vernietigen.
+
+Gedurende den laatsten veldtocht tegen de regeering had de _Courrier des
+Pays-Bas_(Augustus-October 1829) in navolging van den _Courrier de la
+Meuse_, den Staatsalmanak uitgeplozen, en, met statistieken, de
+begunstiging van Holland en de verongelijking van België in de vestiging
+van alle voorname Staatsinrichtingen, getoond: het Krijgsgerechtshof en het
+Muntwezen waren te Utrecht gevestigd; het Krijgsarsenaal te Delft; de
+Krijgsschool te Breda; eindelijk in den Haag, waar reeds alle twee jaren de
+Staten-Generaal bijeenkwamen, waren de Ministeries, de Rekenkamer, het Hof
+van Adeldom en de Kanselarijen der koninklijke orden gevestigd. Deze
+kritiek had de regeering, niet zonder grond, weerlegd, met te toonen dat
+België voortdurend het gevaar van eenen Franschen inval liep, 't geen dus
+de vestiging der openbare instellingen in het Noorden noodzaakte, en met te
+wijzen op zekere belangrijke uitgaven, welke zich de regeering in het
+uitsluitend voordeel van België getroost had. Aan de tegenwerping dat de
+Hollanders alléen de groote Staatsambten bekleedden, antwoordde men door
+eene andere lijst, die bewees dat de Eerste Kamer der Staten-Generaal, door
+den Koning benoemd, dertig Belgen en zes-en-twintig Hollanders telde, de
+Staatsraad twaalf Hollanders en elf Belgen, de Rekenkamer evenveel Belgen
+als Hollanders, en dat de hoogste post des rijks, namelijk die van
+Gouverneur-Generaal van Oost-Indië, bekleed was door een Belg, Burggraaf du
+Bus de Ghisignies, tot groot misnoegen der hoogere kringen in Holland.
+
+Die verklaringen konden echter niet opwegen tegen den indruk in België
+verwekt door de afkondiging der lijsten van den _Courrier des Pays-Bas_.
+Men beschouwde zich als diep verongelijkt.
+
+En nu, in zulk een toestand kwam eene verordening van 21en Juni 1830 den
+zetel van het nieuwe Hooger Gerechtshof in Den Haag vestigen. Opnieuw
+haalden de dagbladen der oppositie hunne statistieken uit den hoek; opnieuw
+werd geschreeuwd over de Hollandsche overheersching. Overigens, er werd
+klaar bewezen dat dit besluit onbillijk en onzinnig was, daar in tien jaar
+de Belgische gerechtshoven vijf maal meer burgerlijke processen te
+beoordeelen gehad hadden dan het Hof in den Haag. De hartstochtelijke
+aanvallen der Belgische drukpers haalden haar nieuwe vervolgingen op den
+hals; er was bijna geen enkel dagblad der oppositie, of een zijner
+opstellers was voor de rechtbank gedaagd. En intusschen stortte
+Libry-Bagnano de hatelijkste scheldwoorden en lasterlijkste aantijgingen
+uit in _Le National_, over de tegenstrevers der regeering, zonder aanzien
+van personen; zoodat verkleefde dienaars van het huis van Nassau zelf zijne
+verwijdering aanraadden.
+
+Ziehier hoe op 21en Juni 1830, de Oostenrijksche gezant, graaf de Mier,
+zich over de Belgische toestanden in een vertrouwelijk schrijven aan zijne
+regeering uitdrukte: «Sedert de tien jaar dat ik dit land bewoon, heb ik
+slechts een voortdurend veranderen van stelsel, in al de takken van
+bestuur, aanschouwd. Ik heb slechts zien breken en maken, zich eerst aan
+iets wagen en koppig volharden om dan achteruit te gaan en met kwade luim
+toe te geven; een slechte wet voorstellen, veranderen, intrekken, dan
+opnieuw, aanbieden; het gemaal belasten, dan vrijstellen; het wijsgeerig
+college verplichtend, later facultatief maken en het eindelijk afschaffen;
+de studiën in den vreemde verbieden en ze weer toelaten; eene zoogezegde
+nationale taal opdringen, die door de helft der natie niet begrepen wordt
+en dan met tegenzin op die willekeurige handelwijze terugkomen; de drukpers
+vrijlaten en ze weer intoomen; -- met een woord, bestendigheid in niets. Is
+het dan te verwonderen dat zulk een staat van zaken een bijna algemeene
+ontevredenheid verwekt heeft, en dat deze redenen, gevoegd bij eenige niet
+minder belangrijke, dit talrijk petitionnement veroorzaakt hebben, dat men
+eerst als oproerig bestempelde, en later voer belachelijk heeft willen doen
+doorgaan? Maar dit petitionnement voor de herstelling der grieven heeft
+grootendeels den uitslag bekomen, dien zijne inrichters beoogden -- , en de
+regeering, ofschoon zij deze als voorgewende grieven en de oppositie als
+woelziek uitgeeft, heeft de wezenlijkheid dezer grieven herkend met ze te
+herstellen, heeft zich door de bent overwonnen verklaard met aan hare
+klachten toe te geven, en heeft zich zelf gelogenstraft, met heden aan de
+kwaal te meesteren, die zij gisteren nog ontkende. Zoo is 't dat, dank zij
+'t petitionnement, de belasting op 't gemaal uit de Staatsbegrooting
+verdwenen is, dat het heffen van een accijnsrecht op de koffie een stelsel
+ingevoerd heeft, minder nadeelig voor de landbouwbelangen der Zuidelijke
+provinciën, dat de bepaling, die de beambten met burgerlijke onbevoegdheid
+sloeg, wanneer het bestuur hun geen eervol ontslag verleende, afgeschaft
+is. Zoo is 't eindelijk, dat, op dezelfde wijze, de besluiten op onderwijs
+en taal afgeperst geworden zijn. Moet dit alles de regeering en den Koning
+niet kleineeren in de oogen zijner eigene onderdanen, en ze vernederen bij
+de andere regeeringen?»
+
+Men begrijpe goed den zin dezer gegronde opmerkingen; de vreemde gezant
+veroordeelt Willem's regeeringstelsel niet om zijne veranderingen, hij is
+geenszins een voorstander van het koppig vasthouden der slechte besluiten;
+maar hij laakt het verkeerde beleid van den Vorst die altijd in der haast,
+zonder voorafgaandelijke inlichtingen, zonder voldoende kennis der
+toestanden, verordeningen uitschreef die alras, zoo niet onbillijk, dan
+toch onvoorzichtig bleken te zijn.
+
+Alhoewel klaarziende opmerkers, zooals Thorbecke, in dien tijd hoogleeraar
+te Gent, alsdan reeds eene scheuring voorzagen, leefde het opperbestuur te
+midden van de gisting der gemoederen in een vast zelfvertrouwen, in een
+bewustelooze zekerheid. Uitgaande van den geest der Hollandsche bevolking
+die elke andere drijfveer op den achtergrond schoof en zich alleen gevoelig
+betoonde voor de œconomische belangen, dacht de regeering dat het voldoende
+was grooten bloei en welstand aan de Zuidelijke provinciën te verzekeren,
+om hunne genegenheid te verwerven. Dit denkbeeld versterkte zich bij den
+Koning, na de opening in Juli 1830 van de Nationale Tentoonstelling te
+Brussel, die, overigens een welverdienden bijval genoot. De vooruitgang van
+nijverheid, wetenschap en kunsten, waarvan zij getuigenis aflegde scheen
+hem een verheerlijking van zijn bestuur; de stoffelijke voorspoed van het
+koninkrijk bleek hem een waarborg voor de openbare rust.
+
+En inderdaad, op dat oogenblik, dacht niemand noch aan scheiding, noch aan
+omwenteling. De latere getuigenissen van de hoofdleiders van de beweging,
+L. de Potter, J.-B. Nothomb, baron de Gerlache, stemmen daaromtrent
+eenparig met de toenmalige verslagen van de gezanten overeen. De oppositie
+bleef steeds binnen de palen der wettelijkheid, toen eensklaps de
+gebeurtenissen in het naburige Frankrijk, die toenmaals veel meer dan nu
+zulke hevige weerkaatsing op de Belgische aangelegenheden uitoefenden, het
+koninkrijk der Nederlanden, dat heerlijk gebouw door de Mogendheden in 1814
+opgericht, op zijn grondvesten deden beven en met geweld instorten.
+
+
+Bibliographie
+
+a) OFFICIEELE AKTEN: J. J. F. Noordziek, _Verslag der handelingen van de
+Staten Generaal_, 's Gravenhage, 1862, vlgde; _Nederlandsche
+Staatscourant_, sedert 1814; -- b) DAGBLADEN: _Le Courrier des Pays-Bas_
+(Gent, sedert 1821, liberaal); _Mathieu Laensberg_ (Luik, 1824) later _Le
+Politique_ (1829, liberaal); _Le Belge_ (Brussel, 1826, gematigd liberaal);
+_Le Journal de Gand_ (Gent, 1815, liberaal); _Le Courrier de la Meuse_
+(Luik, 1820, katholiek); _Le Catholique des Pays-Bas_ (Gent, 1826); _De
+Vaderlander_ (Gent, 1829, katholiek). -- _De Nederlandsche Gedachten_ ('s
+Gravenhage, 1829) en _Le National_ (Brussel, 1829), organen der regeering.
+Vgl. W. P. Santijn Kluit, _Dagbladvervolgingen in België_ ('s Gravenhage,
+1892). -- c) VLUGSCHRIFTEN: De 126 voornaamste zijn opgesomd bij Pater
+Delplace, _La Belgique sous Guillaume I_ (Leuven, 1899), blz. 221-224. --d)
+BRIEVEN: A. R. Falck, _Brieven_ ('s Gravenhage, 1861) en _Ambtsbrieven_ ('s
+Gravenhage, 1878); _Catalogue des lettres autographes formant les archives
+de M. C. F. van Maanen_ ('s Gravenhage, 1900). -- e) GEDENKSCHRIFTEN: J.
+Lebeau, _Souvenirs personnels et Correspondance diplomatique_ (Brussel,
+1883); J. J. Raepsaet, _Journal de la Commission chargée d'élaborer la Loi
+Fondamentale_, in _Œuvres Complètes_, dl. VI (Gent, 1838). -- L. de Potter,
+_Souvenirs personnels_, 2 dln. (Brussel, 1839); H. de Mérode-Westerloo,
+_Souvenirs_ (Brussel, 1864). -- f) GELIJKTIJDIGE WERKEN: J. B. Nothomb,
+_Essai historique et politique sur la Révolution beige_ (Brussel, 1833) en
+B^on C. de Gerlache, _Histoire du Royaume des Pays-Bas_ (Brussel, 1839);
+beide werken, opgesteld door twee hoofdleiders der katholieke partij tegen
+de regeering van Willem I, zijn eerder twee verdedigings- of
+ophemelingsschriften hunner schrijvers en dus zeer partijdig -- B^on de
+Mortemart-Boisse, _Le Royaume des Pays-Bas_ (Parijs, 1836); A. Quetelet,
+_Recherches statistiques sur le Royaume des Pays-Bas_ (Brussel, 1829); A.
+J. L. Van den Bogaerde van Ten Brugge, _Essai sur l'importance du commerce,
+de la navigation et de l'industrie dans les Pays-Bas_ (Brussel, 1844). --
+g) MODERNE GESCHIEDKUNDIGE WERKEN: L. Hymans,. _Histoire politique et
+parlementaire de la Belgique de 1814 à 1830_, dl. I tot 1815 alleen
+verschenen (Brussel, 1869). -- P. Poullet, _Les premières-années du R^me
+des Pays-Bas_, 1815-1818 (_Revue Générale de Belgique_, 1896-97);
+_Rélations inédites sur les débuts de la Révolution belge (Ibid._ 1897);
+nog dezelfde, _La Sainte Alliance et le R^me des Pays-Bas (Annales
+Internat. d'Histoire_, Congres de Paris, 1901). -- Deken S. Balau, _70 ans
+d'histoire contemporaine de la Belgique_, 1815-1884 (Leuven, 1891); Pater
+Jezuiet L. Delplace, _La Belgique sous Guillaume I_ (Leuven, 1899). -- J.
+de Bosch Kemper, _De staatkundige geschiedenis van Nederland tot 1830_
+(Amsterdam, 1868); Dr W. J. Nuyens, _Geschiedenis van het Nederlandsche
+volk van 1815 tot op onze dagen_. (Amsterdam, 1883 vlgde);. W. H. de
+Beaufort, _De eerste Regeeringsjaren van Koning Willem I_ ('s Gravenhage,
+1885); W. J. Knoop, _Herinneringen aan de Belgische Omwenteling van 1830_
+('s Gravenhage, 1886); Dr Th. C. Colenbrander, _De Belgische Omwenteling_
+('s Gravenhage, 1905). Zie verder B^on de Keverberg, Ch. White, Th. Juste,
+Ch. de Bavay.
+
+
+
+
+DE BELGISCHE OMWENTELING
+
+DOOR
+
+VICTOR FRIS
+
+
+«Indien er geen geweldige beweging in Frankrijk ontstaat, schreef de gezant
+De Mier in het verslag dat we aan het slot van het vorige stuk ontleed
+hebben, mag men gerust zijn dat dit land hier niet zal verroeren» (21en
+Juni 1830). Doch toen reeds was Parijs in volle gisting; de reactionnaire
+minister De Polignac, de Van Maanen van Karel X, die domweg op eene
+onmogelijke omkeering der openbare meening rekende, had de Kamer ontbonden
+en nieuwe verkiezingen uitgeschreven; deze echter vermeerderden nog het
+getal van de afgevaardigden der oppositie. Alsdan, steunende op den bijval
+en het gezag van het leger dat Algiers juist ingenomen had (6en Juli),
+dacht zich de Regeering sterk genoeg om een Staatsgreep te plegen: door
+vier verordeningen werd de Kamer naar huis gezonden, nieuwe verkiezingen
+bepaald, een kiesstelsel in twee graden ingevoerd en de vrijheid van
+drukpers afgeschaft (26en Juli). 's Anderendaags brak te Parijs, dank zij
+die daden van geweld, de Juli-Omwenteling los; koning Karel X vluchtte naar
+Engeland, zijn neef Louis-Philippe van Orleans werd luitenant-generaal van
+het Rijk benoemd (31en Juli) en aanvaardde op 't einde der week het
+koningschap.
+
+Men kan zich ternauwernood voorstellen met welk gejuich de Parijsche
+opstand gansch Europa door onthaald werd. Al de volken die gebukt gingen
+onder het juk van het Heilig Verbond, al de vrijzinnigen die eenigszins
+onder dwang leden, staarden met vreugdige oogen naar de wereldstad, die
+zich zoo onverwachts, zoo snel en zoo zeker van een reactionnair bewind
+bevrijd had. Terstond snelden ballingen, uitwijkelingen en ook liberalen
+uit den vreemde naar de oevers der Seine, om zich aan de bron der vrijheid
+te gaan laven.
+
+Geen wonder dan, dat in het nabijgelegen België, waar de gansche
+dagbladpers, trouwens grootendeels in handen van Fransche opstellers,
+voortdurend het oog gericht had op Parijs en hare lezers met het nieuws uit
+Frankrijk voedde, de opstand van Parijs de grootste ongerustheid baarde.
+Verschillend was de indruk op de beide partijen der Unie: terwijl de
+Katholieken den val van Karel X, bondgenoot der geestelijkheid,
+bejammerden, juichten de Liberalen de overwinnaars der Juli-Omwenteling,
+als de verdedigers der grondwettelijke theorieën, dapper toe; zij wezen
+zelfs Van Maanen op Polignac's handelwijze als op een voorbeeld en
+voorspelden hem hetzelfde lot.
+
+Doch er was een derde partij, die tot dan toe zeer gering in aantal en
+zonder invloed op de massa gebleven was, maar door den buitengewonen aard
+der omstandigheden plots een onverwacht belang verkreeg. Zij was
+hoofdzakelijk samengesteld uit gewezen ambtenaren van de Fransche Republiek
+en van het Keizerrijk, die koning Willem onvoorzichtig in zijne bureaux had
+opgenomen, uit talrijke Fransche ballingen, meestal Jacobijnen of
+oud-soldaten van Napoleon, en uit ettelijke Waalsche advocaten. Deze
+laatsten, aan wier hoofd Alexander Gendebien, een hartstochtelijk vereerder
+van Frankrijk en een vijand van Holland stond, waren meest allen Franschen
+door afkomst of door opvoeding. De meesten onder hen waren vroeger leden
+van de liberale oppositie geweest, maar medegesleept in de Fransche bent
+door den machtigen redenaar en volksopruier die Gendebien was, namen ze nu
+deel aan de kuiperijen die de samenzwering begonnen voor te bereiden: zoo
+de beide Rogiers, Charles en Firmin, te Saint-Quentin geboren; later Ch. De
+Brouckère en Le Hon. Onder de Klerikalen verborgen de beide De Mérode's,
+Frederik, oud-meier van St Luperce bij Chartres, en Felix, pas in Februari
+uit Frankrijk teruggekeerd, hunne voorliefde voor hun geboorteland niet; en
+Robiano de Borsbeek, de correspondent der Fransche Jezuïeten alhier,
+schijnt geld van hen ontvangen te hebben om de regeering te bestrijden.
+
+De voornaamste Fransche uitwijkelingen, op dit oogenblik te Brussel
+aanwezig, heetten P. Chazal (geboortig van Tarbes, in Zuid-Frankrijk),
+A.-J. Mellinet (Corbeil-bij-Parijs), Ch. Niellon (Parijs), Burggraaf de
+Culhat en Ernest Grégoire (Charleville); daarnevens eindelijk de Spanjaard
+don Juan van Halen. Enkele dezer ballingen waren republikeinschgezind, en
+Grégoire stond bepaald in betrekking met La Fayette, den bekenden held der
+groote Fransche Omwenteling van 1789.
+
+Gendebien besloot met de Fransche Clubs overeen te komen, die, niet
+tevreden met den triomf hunner denkbeelden in Frankrijk, de omwenteling in
+de naburige landen wilden overbrengen; alsook met die fractie, door
+generaal Lamarque en Mauguin aangevoerd, welke den Parijschen opstand en de
+oorlogszucht der menigte wilde gebruiken, om de Fransche grenzen tot aan
+den Rijn uit te breiden. «Sedert den 2en of 3en Augustus, briefde hij aan
+De Potter over, heb ik naar Parijs geschreven om te vragen, dat men
+rechtuit zou verklaren, of men de Rijngrenzen verlangde, en ik waarborgde
+een volledigen uitslag in geval van aanval». Op hunne beurt vertrokken De
+Brouckère, Le Hon en De Stassart naar Parijs om er de nieuwe Regeering
+nopens hare inzichten te polsen, en zij onderhandelden aldaar eveneens met
+de generaals Lamarque en La Fayette en met den leider der Liberalen, Odilon
+Barrot, over de inlijving van België bij Frankrijk. Bij hunnen terugkeer
+vergaderden de Franschgezinden, op aandrang van Gendebien, in de bureaux
+van den _Courrier des Pays-Bas_, om te beslissen hoe men uit de
+Juli-Omwenteling partij zou trekken, en op éene stem na, verklaarden zij
+zich allen voor de vereeniging met Frankrijk (8en Augustus 1830).
+
+Dienzelfden dag was koning Willem in Brussel aangekomen, en ging den 10en
+Augustus met prins Frederik en minister van Gobbelschroy de Brusselsche
+Tentoonstelling bezoeken. Met gejuich, door de bevolking onthaald, werd hij
+nog in zijne zekerheid gesterkt door de persoonlijke bevestiging van
+getrouwheid, welke zekere liberale hoofdleiders aan den prins van Oranje
+gegeven hadden, en niet minder door de gematigde taal welke de voornaamste
+dagbladen voerden.
+
+Nochtans dachten zekere hooggeplaatste ambtenaren hem te moeten waarschuwen
+tegen de schijnbare rust die onder de bevolking heerschte. Immers reeds den
+21en Juli had Libry-Bagnano den minister Van Maanen ingelicht, dat hij op
+het spoor was van eene verbintenis tusschen de Jacobijnen van hier en die
+van Frankrijk; zoodat Gendebien's kuiperijen schijnen uitgelekt te zijn. De
+voorzichtige Procureur-Generaal Schuermans raadde den koning aan, de Belgen
+nog op zekere punten toe te geven, en wees er op, hoe hardnekkig zekere
+kleine pers de populariteit van den prins van Oranje zocht te ondermijnen.
+De militaire gouverneur van Zuid-Brabant, graaf de Bijlandt, zag zich
+echter de gevraagde vermeerdering van troepen weigeren. Graaf de
+Mercy-Argenteau, groot kamerling, bezwoer den Koning nog wat in Brussel te
+vertoeven, of ten minste, vóor zijn vertrek, het opperbestuur der politie
+in de hoofdstad te regelen voor 't geval van onlusten. De vorst stelde hem
+met enkele onbepaalde woorden gerust en vertrok den 12en Augustus naar zijn
+kasteel van Het Loo in Gelderland; hij beval alleen enkele
+versterkingstroepen naar Philippeville en Mariembourg te zenden; hij meende
+dat de snelheid waarmede het bestuur van Louis-Philippe zich gevestigd had,
+dadelijk de rust in Frankrijk, en bij weerslag, in België zou hersteld
+hebben.
+
+ * * * * *
+
+Na Willem's vertrek was te Brussel de Franschgezinde partij stoutmoediger
+geworden; rumoerige groepen doorliepen de straten, de driekleurige cocarde
+in het knoopsgat; met kwistige hand verspreidde men schriften, luidend als
+volgt: «Franschen! doet slechts een stap vooruit en België bekoort u toe!»
+en men hoorde den kreet: «Leven de Franschen! Leve de vrijheid!» Voorzeker
+waren er zendelingen der Parijsche radicalen in de hoofdstad.
+
+Op 15en Augustus zond het Fransche gouvernement een geheimen agent, gewezen
+secretaris van graaf de Celles, aan Gendebien, om hem te verzoeken de
+hoofdrichting der omwenteling in handen te nemen, doch de losbarsting te
+verdagen tot dat Frankrijk in staat zou zijn deze te ondersteunen. De agent
+legde den betreurenswaardigen toestand van het Fransche leger bloot en
+toonde dat er drie maanden noodig waren om het herin te richten; hij maande
+beslist aan dat men alles tot rust moest brengen en gedurende een jaar
+allen opstand tegenhouden. Daarop riepen Gendebien en Van de Weyer in 't
+geniep hunne aanhangers in de bureaux van den _Courrier des Pays-Bas_
+bijeen. Zij verklaarden hun dat de omwenteling rijp was en dat men deze
+moest inrichten; maar zij werden door de meerderheid tegengesproken, die
+besliste dat men de beweging nog zou verdagen tot midden September. Den
+21en Augustus vertrok Gendebien, op aandringen zijner vrienden, naar
+Parijs; maar onverwachte gebeurtenissen beletten hem verder te gaan dan
+Bergen, zijne vaderstad, waar hij ook de leiders zocht te bedaren.
+
+Intusschen waren L. de Potter en zijne gezellen, die in Duitschland de
+Fransche Omwenteling vernomen hadden, in allerijl uit Straatsburg naar
+Parijs vertrokken. De aanwezigheid van dien woelzieken republikein in
+Frankrijks hoofdstad was voor de Regeering een dreigend gevaar, voor
+Gendebien en zijn aanhang een machtig steunpunt.
+
+Als naar gewoonte zou men op 24en Augustus 1830 den verjaardag des Konings
+vieren; te Brussel besloot het gemeentebestuur er eene ongewone pracht aan
+bij te zetten en gansch het Park te verlichten; onvoorzichtig besloot men
+de gehate belasting op het gemaal te behouden om de 40,000 frank kosten te
+dekken. Eeeds den 22en werden briefjes rondgestrooid: «Maandag 23en
+Augustus, vuurwerk; Dinsdag 24en, verlichting! Woensdag 25en,
+omwenteling!» Verwittigd dat er oproer op handen was, besloot de politie
+de verlichting uit te stellen, onder voorwendsel van mogelijk slecht weder;
+en nochtans namen de overheden, als de gouverneur van Brabant Van der
+Fosse, de bestuurder der politie De Knijff, de bevelhebber der burgerwacht
+Germain of de burgemeester De Wellens, niet de minste voorzorg om in
+voorkomend geval den opstand te beteugelen! Toch kende men de oproerige
+taal der dagbladen der oppositie, die met eene ongehoorde woede de
+Regeering en zelfs den Koning sedert tien dagen aanvielen, en de hoofden
+trachtten op hol te brengen. Van zulken aard was de houding der Brusselsche
+burgerwacht, die gewoonlijk na iedere oefening de wapens aflegde, doch ze
+nu beweerde te behouden, dat men ze niet meer durfde bijeenroepen. Men
+wist, door de verslagen der politie, dat groepen werkloozen in de
+arbeiderskwartieren eene dreigende houding aangenomen hadden, en dat
+onbekende zendelingen drank betaalden, geld uitdeelden en toespraken
+hielden.
+
+Die opruiers waren agenten der Fransche clubs, welke te Parijs eene geheime
+regeering naast het Ministerie vormden; deze, bedrijvig, hartstochtelijk en
+rumoerig, gansch in strijd met de vreesachtige voorzichtigheid van
+Louis-Philippe, spraken van propaganda en wilden dat men de hand op België
+legde. De hoofden dezer partij, zooals de generaals Lamarque en De
+Richemont, onderhielden eene drukke briefwisseling met de Belgische
+Franschgezinden. In 't midden van Oogstmaand zond de Club _Les Amis du
+Peuple_ verscheidene agenten uit Parijs naar België om er de geesten op te
+winden. Het zijn die agenten welke, in den nacht van 25en tot 26en
+Augustus, te Brussel het oproer verwekten, dat aanleiding tot de
+Omwenteling geven zou.
+
+ * * * * *
+
+Onvoorzichtig had de politie dien avond, in den Muntschouwburg, de
+vertooning van _La Muette de Portici_, van Auber, toegelaten. Dat stuk was
+sedert de woelzieke vertooning van 1en Augustus verboden, daar het
+onderwerp, de opstand van den Napolitaan Masaniello tegen de Spaansche
+verdrukkers, uitstekend geschikt was, om aan het publiek de gelegenheid tot
+revolutionnaire betoogingen te verschaffen.
+
+[Illustration: Verwoesting van het huis van Libry-Bagnano in den nacht van
+25 tot 26 Augustus 1830]
+
+Gedurende de opvoering weerklonken herhaaldelijk de kreten: «Weg met den
+Koning! Leve Frankrijk!» Bij 't einde van 't schouwspel schoolde de menigte
+saam op het geroep: «Weg met Van Maanen! Weg met Libry!» Aangeleid door
+voornaam gekleede belhamels, die terstond na het oproer verdwenen, liep de
+menigte naar de bureaux van de _National_ de ruiten inslaan, verwoestte
+daarna den boekwinkel van Libry, keerde zich vervolgens tegen de huizen van
+den Procureur-Generaal en van den bestuurder der politie die hetzelfde lot
+ondergingen, en stak ten slotte het vuur aan het hotel van den minister van
+justitie Van Maanen, den impopulairen gunsteling van Koning Willem I.
+
+Die volksoploop, zonder plan of leiding, kon gemakkelijk door het
+garnizoen, hoe gering het ook was, onderdrukt worden; maar op dit oogenblik
+betoonden de regeeringspersonen, door hunne ongelooflijke zwakheid en hun
+volkomen gemis aan tegenwoordigheid van geest, een bepaald plichtverzuim.
+De burgemeester van Brussel was op zijn buiten! De bevelhebber der
+burgerwacht hield zich uit schrik in zijn huis opgesloten! Generaal de
+Bijlandt wachtte vruchteloos op bevelen; de militaire gouverneur hield zich
+alsof de zaak hem niet aanging; de troepen, die intusschen de wapens gevat
+hadden, moesten uit eigen beweging optreden, en om 5 uur 's morgens hadden
+zij nog geen bevel tot handelen gekregen! Politie en leger toonden zich zoo
+onmachtig en lijdzaam, dat de stoutmoedigheid der oproerlingen weldra geen
+palen meer kende en de oploop zich ongehinderd uitbreidde. In plaats van de
+troepen krachtig tegen de muiters te doen optreden, trok men ze rond den
+middag (26en Augustus) voor de Bank en de Paleizen samen, waar ze tot den
+3en September in eene onverklaarbare werkeloosheid gehouden werden.
+
+Bij de oproermakers had zich intusschen eene bende plunderaars gevoegd en
+dat gepeupel brak de wapenwinkels open, plunderde de handelsmagazijnen,
+vernielde het hotel van 't Provinciaal Bestuur en stak de woningen van een
+generaal en een kolonel in brand. Benden werklieden, meestal dronken,
+liepen naar de voorgeborchten en vernielden de weeffabrieken Basse in de
+stad, Rey te Kuregem, Bal en Fortin te Vorst, Wilson te Stalle: het was hun
+vooral te doen om de mechanieken te verbrijzelen die het getal
+handarbeiders verminderden. De beweging begon meer en meer te ontaarden in
+eene soort van straatrooverij, die zich om politieke beweegredenen niet
+bekommerde. Wel is waar stak 's morgens een vreemde belhamel de Fransche
+vlag op het stadhuis uit; doch Ducpétiaux verving ze dadelijk door de oude
+driekleur van de Brabantsche omwenteling, die op luid applaus door de
+samengeschoolde menigte begroet werd; reeds 's avonds droeg men in Brussel
+uitsluitend zwart-rood-gele linten. Van dit oogenblik af nam de beweging
+een Belgisch karakter aan.
+
+Gezien de achteloosheid der overheden besloten enkele krachtdadige burgers
+ernstige maatregelen te nemen om de orde te herstellen. Zij verkregen van
+den gouverneur de herinrichting eener nieuwe burgerwacht, daar de
+bevelhebber der oude nergens te vinden was. Reeds waren 's namiddags 300
+burgers op de Groote Markt vereenigd en gewapend, en hun getal klom 's
+anderendaags tot 2000; meest alle de Franschen, die zich in groot getal te
+Brussel bevonden, namen plaats in de rangen der wacht en verkregen, daar
+zij oud-gedienden waren, één of ander bevelhebberschap. Aan het hoofd werd
+de volksgeliefde Baron Emmanuel d'Hoogvorst geplaatst, onder wiens bevelen
+de dappere generaal Van der Smissen en de oud-officier uit Oost-Indië,
+Karel Pletinckx, stonden; beiden vroeger uit den dienst getreden, de eerste
+wegens eene beenbreuk, de andere bij gebrek aan bevordering.
+
+De benden van het gepeupel achtervolgden eischend en dreigend de
+burgerwacht, zoodat den 27en 's avonds, bij het zicht der nieuwe
+gewelddaden dezer plunderaars en brandstichters, twee burgernachtronden op
+hunne woeste groep schoten, wat hun niet weinig schrik inboezemde.
+
+Het gemeentebestuur, dat overigens even min kloekmoedigheid betoonde als de
+regeeringspersonen, had nochtans de belasting op het gemaal afgeschaft.
+Baron d'Hoogvorst en Graaf de Bijlandt vaardigden den 28en, wanneer de rust
+eenigszins hersteld was, elk eene proclamatie uit, waarin beloofd werd dat,
+«zoolang de goede orde, welke door de burgerwacht gewaarborgd was, niet
+gestoord werd, de versterkingstroepen die men verwachtte, de stad niet
+zouden binnendringen.» Dat was eene capitulatie voor de muiters.
+
+Reeds waren de overheden zonder invloed; zij hadden niets meer te zeggen;
+het kwartier-generaal der burgerwacht oefende reeds feitelijk de macht uit;
+de hoofden der wacht weigerden zelfs met minister Van Gobbelschroy te
+onderhandelen; en de dagbladschrijvers der oppositie, Jottrand, Ducpétiaux
+en Lesbroussart, steunende op de misnoegden die grondwettelijke vrijheden
+wilden veroveren en de Hollandsche overheersching afschudden, leidden op 't
+Stadhuis de handelingen van Baron d'Hoogvorst. Den 28en 's avonds
+vergaderden op 't stadhuis 50 notabelen, onder welke talrijke edelen als de
+twee De Mérode's, graaf de Lalaing, de twee d'Hoogvorsten; Baron de Secus,
+afgevaardigde, werd tot voorzitter en Sylvain Van de Weyer tot secretaris
+gekozen. Buiten de tusschenkomst van den gouverneur of van den gemeenteraad
+stelden zij een Adres aan den Koning op, waarin zij, verre van te denken
+aan een voorstel van scheiding tusschen België en Holland, eenvoudig den
+vorst bezwoeren de eischen der Belgen in te willigen, en verklaarden «dat
+indien de natie niet gerustgesteld werd, niets aan de goede burgers van
+Brussel verzekerde, dat zij zelf geene slachtoffers hunner pogingen tot
+rustherstelling zouden worden.»
+
+Aldus had de triomf van de Oppositiepartij, die den Brusselschen adel en de
+burgerij beheerschte, op de Fransche bent en het gepeupel, aan den oploop
+een gansch ander karakter weten te geven: men deed de gewelddaden eeniger
+roofzieke en aangehitste benden voor den wettigen opstand van eene recht
+eischende bevolking doorgaan! De staf der wacht wilde uit den stand der
+zaken partij trekken, om zijne eischen te doen gelden; de raad der
+notabelen neemt, zonder eenig recht, openlijk de leiding der beweging: 't
+is op dit oogenblik dat de omwenteling eigenlijk begint.
+
+ * * * * *
+
+Het Adres werd toevertrouwd aan een afvaardiging samengesteld uit Felix de
+Mérode, J. d'Hoogvorst en Rouppe, twee oud-burgemeesters van Brussel, en
+(o wonder!) S. Van de Weyer en A. Gendebien, welke laatste bij het vernemen
+der gebeurtenissen te Brussel, in allerijl uit Bergen teruggekeerd was en
+zijn reis naar Parijs had opgegeven.
+
+Koning Willem, diep getroffen bij het nieuws over het gebeurde te Brussel,
+was uit Het Loo naar Den Haag geijld, om te beraadslagen met de prinsen en
+de ministers. Van Maanen raadde de onderdrukking door het geweld aan; de
+prins van Oranje verklaarde zich voor toegeving en verzoening genegen. Men
+besloot 6000 man op marschpas, onder het bevel der twee prinsen, naar
+Brussel te zenden en ook de Staten-Generaal voor 13en September samen te
+roepen. Die halfslachtige maatregel, door Willem's gewone besluiteloosheid
+ingegeven, werd nog verergerd door het feit, dat hij geen bepaalde volmacht
+aan den prins van Oranje verleend had. Na een dag te Antwerpen verloren te
+hebben, kwamen beide zonen van Willem hun hoofdkwartier te Vilvoorde
+vestigen, in plaats van op Brussel te rukken (30en Augustus).
+
+Het langzame naderen der troepen, de verbijstering en de werkeloosheid der
+overheden, de stoutmoedigheid der dagbladen der oppositie, de koenheid van
+zekere leiders, die reeds van een Voorloopig Bewind durfden spreken, het
+nieuws van den opstand te Luik, waar men de Luiksche kleuren liet wapperen,
+en van het oproer te Verviers en te Leuven brachten in de hoofdstad eene
+altijd aangroeiende gisting teweeg: hoe meer de Regeering aarzelde en zich
+achteruittrok, hoe grooter de eischen werden.
+
+'s Anderendaags ontboden de twee prinsen in hun kamp, niet den gouverneur
+of den burgemeester, maar Baron d'Hoogvorst, bevelhebber van de
+burgerwacht. Hij kwam met generaal Van der Smissen en de twee burgerlijke
+raadgevers van den staf, Van de Weyer en Rouppe, en noodigde ze uit om zich
+alleen onder hun geleide naar Brussel te begeven. Maar de prinsen eischten
+de verwijdering der Brabantsche kleuren en den intocht hunner troepen
+binnen Brussel. Toen d'Hoogvorst die eischen van op 't Stadhuis liet
+afkondigen, weerklonk uit de menigte de kreet: «Te wapen! naar de
+barricaden!» 8000 man namen de wapens, de winkels werden gesloten en de
+kassijsteenen in de straten uitgebroken, door degenen die dat kunstje te
+Parijs geleerd hadden! Eene tweede afvaardiging onder Baron de Secus'
+geleide trok in den avond nog naar Vilvoorde, om de prinsen over te halen
+geen gewapenden aanval tegen de hoofdstad te ondernemen. Na twee lange uren
+bespreking, stemde de prins van Oranje er in toe, onder waarborg van zijn
+persoon en zijne vrijheid, alleen door zijn staf vergezeld, binnen Brussel
+te komen; de burgerwacht zou worden uitgenoodigd hem te gemoet te gaan; de
+kroonprins rekende op zijne populariteit om de gemoederen tot rust te
+brengen en zich op te dringen. Maar een bittere teleurstelling wachtte hem:
+niet alleen werd hij ijskoud onthaald, hoorde te allen kante het geroep:
+Leve de vrijheid! dreunen, zag slechts overal de Brabantsche kleuren,
+ontwaarde alleen verwoede gezichten, maar aan 't stadhuis gekomen werd hij
+zelfs bedreigd en moest zijn paard over eene barricade doen springen om
+zijn Paleis te bereiken. Zijn ridderlijke moed kon niemand meer bewegen!
+Niettegenstaande den aanslag tegen hem gericht, besloot hij Brussel niet te
+verlaten vooraleer eene verzoening bewerkt te hebben. Met dat doel
+vaardigde hij eene proclamatie uit die de bevolking aanmaande om de orde te
+handhaven, haar belovende dat de troepen niet zouden binnentrekken. Daarna
+benoemde hij eene commissie, onder voorzitterschap van den oud-minister
+hertog van Ursel, gelast om met hem de geschikte maatregelen te treffen,
+doch hij beging de ongelooflijke fout, op aanraden van Baron d'Hoogvorst,
+er ook Sylvain Van de Wever en Rouppe in op te nemen.
+
+Dienzelfden dag kwamen de afgevaardigden uit Den Haag terug; het onthaal
+van het Hollandsche volk was zoo vijandig geweest, dat men een oogenblik
+mocht vreezen voor hun leven. Op hun aandringen tot invoering der
+ministerieele verantwoordelijkheid, verwijdering van minister Van Maanen,
+rechtmatigheid in de benoeming der ambtenaren en in de verdeeling der
+Staatsinstellingen, antwoordde hun Willem ontwijkend dat hij geen
+beslissing kon nemen, die den schijn zou hebben afgedwongen te zijn. Tot
+tranen bewogen, zeide hij: «Ik wil niet het bloed mijner onderdanen doen
+stroomen; ik heb een afschuw van bloedvergieten. Maar ik zou Europa tot
+spot verstrekken, indien ik met het pistool op de keel, week vóór onzinnige
+bedreigingen, vóór klachten en grieven, die alleen bestaan in de
+verbeelding van eenige ruststoorders.» De vorst beloofde echter een
+buitengewone bijeenkomst der Staten-Generaal tegen 19en September. De
+minister La Coste hoorde zelfs met welwillendheid Gendebien's programma
+eener vreedzame oplossing aan, door L. de Potter reeds vroeger in een brief
+aan den Koning voorgesteld, namelijk _de onmiddellijke scheiding van België
+en Holland_, met den prins van Oranje als onderkoning of
+luitenant-generaal. Dit werd het ordewoord der omwenteling. Nog in den
+nacht van len tot 2en September zocht Gendebien, die, naar aanleiding van
+de zending naar Den Haag, in 't Paleis in gehoor ontvangen was, den prins
+tot dit denkbeeld over te halen, en durfde hem voorstellen om hem den
+volgenden middag als Koning der Belgen te doen uitroepen. Prins Willem wees
+dit voorstel van den huichelaar met verontwaardiging af: «Het nageslacht,
+sprak hij, zal niet zeggen dat een Nassau de kroon van zijns vaders hoofd
+rukte om ze op het zijne te plaatsen;» hij wilde geen ander rol vervullen
+dan die van bemiddelaar.
+
+'s Anderendaags wandelde de prins in de Warande en in de omstreken; de stad
+scheen rustig; hij gaf een groot gastmaal aan de voornaamste overheden,
+onder welke ook d'Hoogvorst met zijne twee adjudanten, Rouppe en Van de
+Weyer; in den avond kwam de bevolking, opgeruid door enkele Fransche en
+inlandsche muiters, weer in beroering. Op de Groote Markt kreet men tegen
+het niets-zeggend Verslag door de afvaardiging uit Den Haag meegebracht;
+men scheurde het van de muren en verbrandde het met eene Proclamatie der
+Raadgevende Commissie, die kalmte en vertrouwen aanbeval.
+
+Den 3en September ontving de Prins de te Brussel aanwezige leden der
+Staten-Generaal, waaronder degenen die pas uit Parijs teruggekeerd waren.
+Zij achtten zich geoorloofd te verklaren, dat België's vurigste wensch de
+volledige scheiding tusschen de Zuidelijke en Noorderlijke provincies was,
+zonder andere gemeenschap dan het regeerend stamhuis, en dat,
+niettegenstaande de opgewondenheid der gemoederen, het behoud van het
+vorstenhuis het eenparig verlangen der Belgen bleef. In dezen zin had ook
+de Raadgevende Commissie eenparig gestemd. Om 11 uur kwam d'Hoogvorst, de
+opperbevelhebber der burgerwacht, omringd door zijne officieren, verklaren
+dat hij niet langer voor de veiligheid van den prins borg kon staan, en
+verzocht hem Brussel te verlaten; hij drong insgelijks aan op den aftocht
+der troepen en op het toestaan der bestuurlijke scheiding.
+
+De prins aarzelde; doch het nieuws van den opstand van Leuven dat zijn
+garnizoen verjaagd had, en de aankomst der voorwacht der Luiksche
+vrijwilligers gaf hem de overtuiging dat hij aan den wassenden stroom niet
+langer zou kunnen wederstaan. Nochtans, vooraleer met minister Van
+Gobbelschroy en den hertog van Ursel bij zijnen vader naar den Haag te
+vertrekken om eene verzoening te bewerken, deed hij door de Burgerwacht en
+den Staf een proclamatie onderteekenen, waarin zij zich «op hunne eer
+verbonden, geene verandering van dynastie te dulden en de stad,
+bepaaldelijk de paleizen, te beschermen;» dit belangrijk document werd
+onderteekend, onder anderen door Sylvain Van de Weyer, Rouppe, Jolly, graaf
+Van der Meenen en Van der Linden d'Hoogvorst. Alsdan beval de prins aan de
+troepen van 't Paleis, Brussel voor Vilvoorde te verlaten en aan die van
+generaal Trip, hunnen aantocht op Leuven te staken.
+
+Op dit oogenblik was dit gedrag van Oranje, hoe eerlijk en ridderlijk ook,
+eene grove fout. Hij had bemerkt hoe de overheden overrompeld waren; alléen
+zijne aanwezigheid, zelfs nog zonder krachtdadig optreden, was eene
+bemoediging voor de ware patriotten, die een overeenkomst met het huis van
+Oranje wilden sluiten, en een waarborg voor de rust; zijne afwezigheid
+integendeel versterkte de bent der wachten en der Fransche woelmakers in
+hare stoutmoedigheid.
+
+ * * * * *
+
+Wij hebben gezien hoe de beweging het gansche land aangestoken had. Om
+dezelfde reden als te Brussel, namelijk de laatdunkendheid en het
+plichtverzuim der ambtenaren, gelukte het aan een groepje heethoofden
+gisting onder het volk te verwekken en langzamerhand de burgerij en den
+adel in haren opstand mede te sleepen. Kolonel Gaillard werd met zijne
+troepen uit Leuven verjaagd; te Verviers wapperde een oogenblik de Fransche
+vlag; honderden vrijwilligers vertrokken naar Brussel, uit Bergen, Doornik
+en Namen; alleen Gent en Antwerpen, waar de groothandel en de
+grootnijverheid van een oproer veel te duchten hadden, bleven rustig.
+Maastricht werd in bedwang gehouden door haren krachtdadigen bevelhebber
+Dibbits. Niet zelden gingen de opstootjes met roof en brand gepaard.
+
+Te Luik staat de verbijsterde gouverneur Sandberg, door een onbehendig
+akkoord met de oproermakers, zijne overheid letterlijk in handen van den
+jongen advocaat Charles Rogier af, door hem toe te laten eene vrijwillig
+gewapende macht te vormen om de rust in de stad te handhaven, terwijl
+Generaal Van Boecop met de bezetting in de citadel zou blijven. Door zijn
+populariteit weet Rogier het gepeupel in bedwang te houden en de plundering
+te beletten. Maar weldra willen eenige der Luiksche vrijwilligers naar
+Brussel trekken; Rogier wordt met de pistool op de borst gedwongen zich aan
+hun hoofd te stellen, en gaat naar de hoofdstad met 300 Luikenaars en een
+paar kanonnen. De aankomst der Luiksche troepen te Brussel bracht de
+opstandelingen en niet het minst de Franschgezinde partij in geestdrift
+(7en September). De verdediging der stad tegen den terugkeer der Hollanders
+werd stelselmatig ingericht; barricaden werden opgeworpen of voleindigd
+door de ingenieurs Roget en Teichman. Uit de provincieplaatsen kwamen
+voortdurend aanbiedingen van vrijwilligers aan: Aalst bood 700, Ninove en
+omstreken 1500 man; de Borinage, met 15,000 mijnwerkers, was heel en al
+bereid: Dendermonde en Charleroi vroegen dat men aan hunne bezettingen de
+kanonnen zou gaan ontnemen en beloofden den steun der bevolking; maar ook
+de vreemdelingen te Brussel aanwezig, 4000 Franschen, benevens Spanjaarden,
+Italianen, Engelschen, stelden zich ten dienste der revolutionnaire
+leiders. Overigens stroomden voortdurend nieuwe Franschen toe, onder welke
+talrijke agenten van de Clubs van Parijs.
+
+De Fransche regeering, die uit voorzichtigheid door eene vredelievende
+houding het stamhuis van Orleans door de Mogendheden trachtte te doen
+erkennen, was nochtans gepraamd door de ophitsende taal der
+propagandapartij die België wilde inlijven; voor 't oogenblik moest ze den
+Belgischen opstand werkeloos aanschouwen, daar haar leger niet gereed was;
+de Omwenteling, veel te vroeg losgebroken, vóór den tijd door hare
+Franco-Belgische inrichters voorzien, had de Juli-monarchie verrast. Die
+overhaasting der belhamels had Louis-Philippe radeloos gemaakt. Nu moest
+hij de gebeurtenissen hun gang laten gaan; deze voorzichtige bedaardheid
+maakte Gendebien wrevelig: «Gij aarzelt, liet hij aan den Koning door
+tusschenkomst van L. de Potter zeggen, maar Frankrijk zou hier 200,000
+Belgen vinden, bereid om de Rijngrens met geestdrift te verdedigen. Later,
+als Frankrijk gedwongen zal zijn oorlog te voeren, zullen wij vrede
+gesloten hebben met het Nederlandsche Gouvernement en Frankrijk zal 60,000
+Belgen te bestrijden hebben.»
+
+De Fransche gezant Lamoussaye verzekerde slechts dat, indien Willem de
+tusschenkomst van Pruisen inriep, Frankrijk dan met alle mogelijke krachten
+zou tusschenkomen.
+
+Zeer waardig was de houding van L. de Potter en Tielemans te Parijs;
+terwijl de Franschgezinde partij te Brussel de inlijving bij Frankrijk
+verzocht, bleven zij beslist bij het denkbeeld van een bestuurlijk
+afgescheiden of geheel onafhankelijk België; bij een onderhoud met
+Louis-Philippe verklaarde L. de Potter uitdrukkelijk dat de Belgen de
+vereeniging met Frankrijk niet wilden, maar hij wenschte eenvoudig
+Frankrijks ondersteuning om hunnen opstand te doen gelukken; dit kon de
+vorst niet toestaan. De lagere bevolking van Parijs echter was de
+Brusselsche oproerlingen zoo genegen, dat Tielemans reeds op 29en Augustus
+schreef dat alleen een oproep tot de Parijsche bevolking onmiddellijk
+10,000 vrijwilligers zou verschaffen. L. de Potter werd, op een banket hem
+door de Parijsche burgerwacht aangeboden, door den hoofdman der Fransche
+propagandisten, den beroemden La Fayette, omhelsd: die verbroedering en
+andere tooneelen meer hadden het sein gegeven tot een nog talrijker vertrek
+van Fransche vrijwilligers naar Brussel (31en Augustus).
+
+Gendebien was woedend over de tusschenkomst der afgevaardigden van de
+Staten die, uit Parijs teruggekeerd, aan zijn plan eene andere richting
+gegeven hadden. Hij en Van de Weyer hadden liever den prins als gijzelaar
+te Brussel gehouden, om alzoo de bestuurlijke scheiding aan den Koning af
+te persen; en nu was zijne hoop vervlogen. Dan veranderde hij van stelsel
+en kwam met het ontwerp eener Voorloopige Regeering vooruit. Het werd door
+de vergadering der notabelen met gretigheid onthaald, doch de
+volksvertegenwoordigers lieten het spoedig varen, bij het nieuws dat Gent
+en Antwerpen niet verroerden.
+
+Op dat oogenblik was de bestuurlijke scheiding van Noord en Zuid de eenige
+passende oplossing. Levae, De Potter's briefwisselaar, Lesbroussart, zijn
+vriend, L. de Potter zelf en tot Gendebien toe, kleefden dit denkbeeld
+sterk aan. Trouwens, Gendebien had zich kunnen overtuigen dat de wil van
+adel en geestelijkheid, die de Juli-omwenteling afkeurden, en van de
+burgerij, die de voordeelen der aanwezigheid van een Hof niet verliezen
+wilde, zich algemeen en krachtdadig tegen de Fransche inlijving verklaarde:
+Lesbroussart schreef dat, indien de Koning wilde toegeven, «zijn stamhuis
+nooit beter zou gevestigd geweest zijn.» L. de Potter stelde zijn programma
+op in de volgende bewoordingen: «De scheiding is nu een voltrokken feit,
+dat gij, Belgen, aan uw toekomstig opperhoofd als eene voorafgaandelijke
+voorwaarde van zijn koningschap moet opdringen. Daarna zult gij, gij
+alléen, u eene Belgische grondwet geven die gij door den koning der
+Nederlanden zult doen bezweren, wil hij koning der Belgen zijn. Zweert hij
+niet, verklaart dan vrank en koen uwe volkomen onafhankelijkheid, en sticht
+eene Bondsrepubliek.»
+
+ * * * * *
+
+Er bleef nu te zien, hoe de koppige en altijd weifelende Willem de
+voorstellen waarmede de prins van Oranje belast was, zou ontvangen. Den 3en
+September had hij met tegenzin het ontslag van Van Maanen onderteekend;
+eene maand vroeger zou die beslissing alles weerom in rust gesteld hebben;
+men eischte nu veel meer; toen dit nieuws den 6en te Brussel bepaald
+vernomen werd, oefende het niet het minste uitwerksel uit. Wanneer den
+kroonprins bij zijnen vader op het vrijwillig toestaan der bestuurlijke
+scheiding krachtig aandrong, stuitte hij, niettegenstaande de toetreding
+van de Belgische ministers De la Coste en Van Gobbelschroy, op eene
+halsstarrige weigering; de Koning verschanste zich achter de verdragen van
+1815 en de artikels 229 tot 234 der Grondwet, die de procedure bij geval
+van noodzakelijke herziening nauwkeurig bepaalden. Hij weigerde zelfs den
+prins met de ministers naar Brussel te laten terugkeeren, alhoewel deze, op
+zijn hoofd, de herstelling der orde verzekerde, indien de Koning hem
+volmacht gaf om naar goeddunken in 't algemeen belang te handelen.
+
+Door op dit oogenblik de scheiding te verwerpen, heeft de Vorst, die ook
+van het andere middel, het geweld der wapenen niet wilde, om zoo te zeggen
+moedwillig België verloren. Door zijne voortdurende weifelingen, -- den
+eenen dag concessiën verleenende, en den anderen dag het kanon latende
+bulderen -- , heeft de Koning de grootste schuld aan de verdeeling van het
+Rijk der Nederlanden. In plaats van te handelen, aarzelt hij en vaardigt
+tot de Belgen een Proclamatie uit, waarin hij het voorstel tot scheiding
+aan de uitspraak der Staten-Generaal onderwierp en verder de goede burgers
+aanmaande hunne zaak van die der oproermakers af te zonderen (5en
+September); de gouverneur durfde eerst het stuk niet laten aanplakken, en
+de raad der notabelen zond eene afvaardiging bij prins Frederik om het te
+te doen intrekken; anders vreesde men een nieuwen oploop en het hijschen
+der Fransche vlag. De prins stemde er in toe in dien zin naar Den Haag te
+seinen. Maar de Antwerpsche bladen drukten alras den tekst der proclamatie,
+zoodat verdere geheimhouding nutteloos werd; dadelijk verbrandden de
+burgerwachten dit stuk op de Groote Markt te Brussel.
+
+In de hoofdstad had men 't volk in den waan gebracht dat de prins van
+Oranje zijn terugkeer voor den 6en had beloofd, en daar hij niet verscheen,
+zijn woord verbroken had. Daarop werd wapenvoorraad verzameld, en nieuwe
+barricaden werden opgericht; Van der Smissen en Van der Meeren, geholpen
+door den Spaanschen kolonel Juan van Halen en den oud-geneesheer Ernest
+Grégoire, drilden de vrijwilligers en richtten de korpsen in. Na eene
+kleine botsing tusschen de Luikenaars, die in Leuven lagen, en de
+koninklijke voorposten werden Jozef d'Hoogvorst en Gendebien bij prins
+Frederik gezonden, die beloofde zijn troepen weldra uit Kortenberg terug te
+trekken en het kamp te Vilvoorde op te breken; den volgenden dag ontving
+hij nog eene afvaardiging van Belgische volksvertegenwoordigers om hem te
+bidden toch geen geweldigen aanval op Brussel te doen, waarin hij
+toestemde; en den 8en vestigde de prins zijn hoofdkwartier te Antwerpen.
+
+Middelerwijl was er te Brussel, tusschen de notabelenvergadering met den
+revolutionnairen staf der burgerwacht en de voorzichtige leden der
+Staten-Generaal, een geschil ontstaan. Gendebien, Van de Weyer, J.
+d'Hoogvorst en Felix de Mérode wilden dat De Secus, De Gerlache en de
+anderen een _Voorloopig Bewind_ zouden aanstellen. Maar de
+volksvertegenwoordigers, die zich aan de wettelijkheid hielden, waren,
+ondanks hunne verbintenis na 't vertrek van den Prins van Oranje aangegaan
+om Brussel niet te verlaten, van denkbeeld veranderd en besloten toch, in
+spijt van de hekelingen en beschuldigingen der heethoofden, zich
+voorzichtigheidshalve naar de zitting der Staten-Generaal te begeven en
+geen Voorloopig Bewind in te richten (8en September).
+
+Over deze onbestendigheid en de afwezigheid der volksvertegenwoordigers
+eerst gebelgd, verheugde zich alras de revolutionnaire groep over hun
+vertrek naar Den Haag, daar het bleek dat hunne aanwezigheid te Brussel den
+vooruitgang der Omwenteling stremde.
+
+Daar de oprichting van een Voorloopig Bewind mislukt was, stelde Gendebien
+toen voor eene _Commissie van Openbare Veiligheid_ aan te stellen, te
+kiezen uit een dubbele lijst van candidaten door de hoofden der 8
+afdeelingen van de Brusselsche burgerwacht en een klein getal notabelen
+opgemaakt; om aan de instelling een schijn van wettelijkheid bij te zetten,
+deed men ze door het bange gemeentebestuur bekrachtigen; ondanks de
+pogingen der revolutionnairen kreeg de Commissie slechts eene beperkte
+opdracht, namelijk de vestiging van het stamhuis verzekeren, het
+grondbeginsel der scheiding van Noord en Zuid handhaven en de openbare orde
+herstellen. De samenstelling der Commissie, die feitelijk maar vijf leden
+telde, betoonde klaar hare inzichten: Gendebien, Van de Weyer, Rouppe,
+Felix de Mérode en Meeus aan 't hoofd der zaken stellen was de vijanden der
+Regeering rechtstreeks laten optreden; dit was zooveel als na den opstand
+_de Omwenteling bepaald uitroepen_(10en en 11en September).
+
+Na alzoo de machten van gouverneur en stadsregeering overweldigd te hebben,
+ruimden de leden der Commissie insgelijks de rechterlijke macht uit den
+weg, en schorsten den Procureur-Generaal; deze verliet dadelijk Brussel,
+weldra gevolgd door den gouverneur Van der Fosse, den burgemeester De
+Wellens en talrijke hooggeplaatste ambtenaren (14en September).
+
+Doch driemaal faalden de pogingen der liberale leiders om een Voorloopig
+Bewind op te richten, dank zij den tegenstand van de gematigden, met de
+barons d'Hoogvorst aan 't hoofd, die eene opene deur voor de verzoening
+wilden behouden.
+
+ * * * * *
+
+Intusschen waren de Belgische leden der Staten-Generaal in Den Haag
+aangekomen; zij vonden daar de bevolking uiterst verbitterd en woedend over
+het gevaar dat de kroonprins in Brussel geloopen had. De _Arnhemsche
+Courant_, in navolging van de _Noordstar_, had in zijn nummer van 7en
+September bedreigingen geuit: «Te wapen! Weg met de muiters! Muitersbloed
+is geen broedersbloed!» Ook moest Baron de Gerlache tegen de woelige
+menigte door de politie beschermd worden: het werd een strijd van volk
+tegen volk!
+
+Wanneer de Vorst de volksvertegenwoordigers in Den Haag zag aankomen, moet
+hij nog versterkt geworden zijn in zijne meening dat de gebeurtenissen te
+Brussel zoo erg niet waren als men ze voorstelde en dat de volksbeweging
+niet zoo ernstig was aangezien de afgevaardigden der natie hunne plaats in
+'t Parlement kwamen nemen. Zoo werd Willem begoocheld.
+
+Op 13en September opende de Koning de laatste en buitengewone sessie der
+Staten-Generaal; in zijne troonrede sprak hij, zeer bewogen, zijnen wensch
+uit om de oplossing der Unie van Noord en Zuid slechts langs
+grondwettelijke wegen te zien geschieden; Willem, die zijne populariteit
+bij zijn volk zocht te vrijwaren, maakte zich den tolk der Hollanders; hij
+verkondigde dat het noodig was de troepen op te roepen, en verklaarde dat
+hij nooit «voor partij geest zou wijken, nooit zou toestemmen in
+maatregelen die de welvaart en de belangen van 't vaderland aan de
+hartstochten en het geweld zouden opofferen.» Daarop werd aan de Staten
+voorgesteld dadelijk de twee volgende vraagstukken te overwegen en
+bespreken: Is het noodzakelijk de nationale instellingen te wijzigen?
+Behoort het in dit geval, de inrichting, zooals zij tusschen de twee groote
+deelen van het Rijk door de verdragen en de Grondwet voorgesteld is, te
+veranderen?
+
+Hoe belangrijk de discussie ook was, hoe gunstig de oplossing voor het
+algemeen belang mocht wezen, toch was dit de zaak, die eene snelle
+afhandeling eischte, op de lange baan schuiven. Gedurende de
+beraadslagingen over het Adres, in antwoord op 's Konings rede, namen de
+Hollanders eene bepaald vijandige houding aan; er werden zeer harde
+woorden gesproken. Donker-Curtius, een lid der Commissie, verklaarde dat
+hij geen anderen uitweg zag dan het geweld der wapenen; De Gerlache durfde
+uitroepen, in naam der afgevaardigden van het Zuiden, dat, indien men hunne
+wenschen niet aanhoorde, zij niet als lijdzame toeschouwers den ondergang
+van hun vaderland zouden aangezien hebben.
+
+De troonrede verwekte te Brussel zooveel opspraak, dat de Commissie der
+Openbare Veiligheid, ondanks de pogingen der Luiksche vrijwilligers die
+kortaf met de regeering wilden afbreken, een Adres aan de afgevaardigden in
+Den Haag moest zenden, waarin men hevig protest aanteekende tegen de
+militaire inzichten van de regeering; de twee dragers werden daarbij nog
+belast, de Zuidnederlandsche afgevaardigden uit te noodigen Holland te
+verlaten, maar kwamen weldra met het verbazende nieuws terug dat de leden
+der Staten den raad gegeven hadden met den prins van Oranje te
+onderhandelen. Het volk kreet verraad, de Luiksche vrijwilligers bereidden
+een aanval op het stadhuis. Weldra beschuldigde men de Commissie van te
+groote gematigdheid en tevens van kleinmoedigheid.
+
+Om ze te prikkelen, hadden andere vurige leiders als Ch. Rogier, Renard,
+Ducpétiaux en de Franschen Niellon, Grégoire en Chazal inmiddels, met de
+toestemming van Gendebien, het _Middelverbond_ gesticht, meestal uit
+Luikenaars, Luksemburgers en andere Walen samengesteld. Rogier, onder
+voorwendsel dat hij vreemd aan de stad was, deed het voorzitterschap aan
+Duepétiaux toevertrouwen, maar bleef in werkelijkheid de ziel van die
+vereeniging, waarvan talrijke leden de Fransche vlag wilden opsteken (16en
+September).
+
+In de St Joriszaal vereenigd, durfde het Middelverbond welhaast zijn
+eischen aan de Veiligheidscommissie opdringen; deze, wier gezag,
+voortdurend door de uiterste partij ondermijnd, aan 't wankelen was, deed
+nochtans beslissen dat men de koninklijke troepen niet zou aanvallen, en
+toen den 18en een bende Luikenaars toch de voorposten der Hollanders te
+Vilvoorde en Tervuren was gaan aanvallen, keurde zij deze gewelddaad door
+eene proclamatie stellig af (19en September).
+
+Gendebien, het bewind aan Felix de Mérode en S. Van de Weyer overlatende,
+was naar Rijsel vertrokken om zich in betrekking te stellen met de
+Parijsche ballingen, die de Belgische Vereeniging in Frankrijks hoofdstad
+gesticht hadden.
+
+ * * * * *
+
+«Nu begint de regeeringloosheid, schreef Levae aan De Potter; de handel is
+vernietigd door den onzekeren toestand waarin men verkeert, daar men geen
+besluit durft nemen: hierdoor zijn vele arbeiders zonder werk; daaruit
+ontstaan samenscholingen en woelige tooneelen die weldra zouden kunnen
+noodlottig worden, want de ellende zal tot buitensporigheden leiden, indien
+men er niet krachtig in verhelpt; het staat vast dat eene _geheime macht_
+de werklieden ophitst om onverdedigbare of belachelijke aanspraken te
+maken. Ik vrees dat de menigte zich een dezer dagen zal ergeren over de
+onzekerheid waarin men ons laat, en dat men ze tot eene tegenomwenteling
+zal opjagen waarvan de goede burgers de slachtoffers zouden wezen. De
+groote feil van onzen tegenwoordigen toestand is dat wij geen opperhoofd
+hebben.»
+
+Die _geheime agenten_, welke Levae bedoelt, waren de Fransche Clubmannen,
+die sedert 't begin van het oproer de Brusselsche werkloozen met
+drinkpartijen op de Hoogstraat en elders vergastten, en nu het gepeupel,
+dat vóor 't Stadhuis aanhoudend samenschoolde, wapenden en ophitsten.
+
+Levae's sombere voorspelling werd dadelijk bewaarheid. De vreedzame
+proclamatie der _Veiligheidscommissie_ werd afgerukt; het gepeupel liep
+samen op de Groote Markt onder den kreet «Wapens! Wapens!», en ondanks
+Rogier, ontwapenden zij de burgerwacht gedurende den nacht; 's anderendaags
+bestormden 1500 gewapende muiters het Stadhuis en stelden een einde aan de
+overheid der Commissie. De verschrikte burgerij, bang voor plundering, zond
+dadelijk twee vertoogschriften naar prins Frederik te Antwerpen om zijne
+terugkomst te vragen. Brussel was aan de regeeringloosheid overgegeven
+(20en September).
+
+Zonder dien triomf der aanvoerders van de jacobijnsche Club van het
+Middelverbond, ware de omwenteling spoedig gedempt geweest: evenals het
+overgroote deel der Brusselsche burgerij, bleven de vertegenwoordigers der
+Zuidelijke Provinciën in de Staten inderdaad de wettelijkheid getrouw. 't
+Was juist den volgenden dag dat het Adres op de koninklijke troonrede,
+gansch in den Belgischen zin opgesteld, door de leden der Tweede Kamer werd
+aangenomen met 86 stemmen tegen 19 (Hollanders). Bevreesd bij 't vernemen
+der gebeurtenissen te Brussel, hadden de Belgische afgevaardigden, zelfs
+degenen die altijd tot de hevigste oppositie hadden behoord, herhaalde
+malen (17en tot 20en September) bij den Koning aangedrongen, opdat hij
+zonder dralen zijn toevlucht tot het geweld zou genomen hebben; zij vroegen
+dit, niet alleen omdat het noodzakelijk was tot bescherming hunner
+eigendommen, maar omdat zij niet meer vrij waren met de noodige
+onafhankelijkheid te stemmen.
+
+Alzoo vond de Koning zich na lange aarzeling gedwongen om aan zijn lijdzame
+houding een einde te maken; de tocht tegen het regeeringlooze Brussel werd
+besloten, doch Willem beging de ongelooflijke fout zijn eigen zoon, prins
+Frederik, met het opperbevel te belasten. In den nacht van 20en tot 21en
+September ontving hij het bevel Brussel binnen te trekken, en na zich
+overtuigd te hebben van de gunstige stemming der burgerij, vaardigde hij
+eene proclamatie uit waarin hij volledige kwijtschelding beloofde: «alleen
+de voornaamste daders van al te misdadige handelingen om te kunnen verhopen
+dat zij aan de gestrengheid der wetten zullen ontsnappen, en de
+vreemdelingen, die misbruik makende van de hun verleende gastvrijheid,
+wanorde onder u zijn komen stichten, zullen rechtmatig gestraft worden;
+hunne zaak heeft niets met u gemeen.»
+
+Inmiddels had E. d'Hoogvorst door eenen slimmen trek, ondanks de ontbinding
+der burgerwacht, zijne plaats als «burgerlijk hoofd dier wacht» weten te
+behouden, en deed als bevelhebber der _vrijwilligers_ Van der Meeren en
+Pletinckx benoemen; maar de poging van het Middelverbond om een Voorloopig
+Bewind in 't leven te roepen, faalde volkomen.
+
+Had de prins in den avond van den 21en tot den 22en de stad willen innemen,
+niemand had hem tegenstand geboden; doch hij had officieel zijne intrede in
+de hoofdstad voor den 23en aangekondigd! Hij liet dus aan de opstandelingen
+den tijd om zich te wapenen, enkele kanonnen voor de stadspoorten te
+sleepen, de straten open te breken, nieuwe barricaden op te werpen en
+hulpbenden uit Leuven, Waalsch-Brabant, het Centrum en de Borinage te
+ontvangen. De Luikenaars en de vreemdelingen betoonden eenen koortsachtigen
+ijver. Meer en meer helde de burgerij nochtans tot de overgave over. Alléen
+Pletinckx, Ducpétiaux en Ad. Roussel drukten zich krachtdadig voor den
+weerstand uit; doch deze twee laatsten, als parlementairen bij prins
+Frederik gezonden, werden aangehouden en op Antwerpen gezonden.
+
+De andere revolutionnaire kopstukken hadden zich, bij 't naken van 't
+gevaar, reeds vroeger vreesachtig uit de voeten gemaakt: den 21en vluchtten
+S. Van de Weyer en Rouppe naar Valencijn, waar zij, in het _Hôtel du Grand
+Canard_ aan Gendebien en Chazal, aldaar vergaderd met De Potter, kwamen
+aankondigen dat alles verloren was; weldra kwamen ook Van der Burght,
+Moyard, Fleury, Van der Smissen, Van der Meeren, Levae en Niellon ze
+vervoegen; Felix de Mérode begaf zich in Frankrijk naar zijn kasteel van
+Trelon; Vleminckx en P. Rodenbach verschuilden zich te Rijsel. Rogier bleef
+de laatste: slechts op het oogenblik dat de Hollandsche troepen Brussel
+binnenrukten, koos hij het hazenpad langs de Hallepoort, liet de Luiksche
+vrijwilligers, wier bevelhebber hij was, in den steek en ging zich
+verschuilen in het Zoniënbosch! Verscheidene der belhamels hadden zich uit
+vrees van herkend te worden, den baard laten afscheren. Talrijke groote
+burgersfamiliën vluchtten uit Brussel naar Gent en Antwerpen.
+
+Alsdan beslisten de Franschen en andere vreemdelingen, die een zoo
+belangrijk deel aan het oproer hadden genomen en door 's prinsen
+proclamatie bedreigd waren, zelf de verdediging der stad, met de opgekomen
+boeren, de vrijwilligers van Luik en het Brusselsche werkvolk en gepeupel,
+op zich te nemen: don Juan van Halen, Ernest Grégoire, oud-generaal
+Mellinet, P. Parent, Burggraaf de Culhat en vooral Engelspach, gezegd
+Larivière, schikten de manschappen aan de poorten en op de barricaden;
+Baron d'Hoogvorst, het eenige lid der Veiligheidscommissie dat op post
+gebleven was, zetelde alléen op 't Stadhuis. Zooals eene vrouw uit het volk
+het schilderachtig zei: «nu zag men die heeren van het Stadhuis met hun
+zwarte kazakken niet meer. Waar zijn nu die verdoemde kapoenen, nu er moet
+gevochten worden? Het zijn nu de kielen die de stad moeten verdedigen.»
+
+Wetende dat de hoofden van den opstand Brussel verlaten hadden en dat de
+grootste regeeringloosheid binnen de stad heerschte, dachten prins Frederik
+en zijne generaals, die over 10,000 man en 26 kanonnen beschikten, zeer
+weinig aan strijd; zij meenden «dat zij maar de fourriers hadden vooruit te
+zenden om op het stadhuis de biljetten van inkwartiering te ontvangen»,
+daar de gezeten Brusselsche burgerij, bang voor nieuwe plundering, niets
+liever verlangde dan dat het Nederlandsche leger de stad weer tot rust
+bracht. Maar juist bij de mindere standen, die aan zichzelven overgelaten
+nu te Brussel den boventoon voerden, lag die waaghalzerij en die
+geestkracht die aandrang tot weerstand geeft. Ook gaven de werk- en
+ambachtslieden, doch zij alléen, blijken van bewonderenswaardigen moed
+gedurende de Septemberdagen. In kleine groepjes verdeeld, zonder beleid,
+zonder onderrichting, zonder aanvoerders, hebben die bakkersgasten, die
+beenhouwersknechten, die timmerlieden, die daglooners, met geluk den aanval
+van welonderrichte troepen afgeslagen.
+
+ * * * * *
+
+Den 23en September, om zeven uur 's morgens trokken de koninklijke troepen
+op Brussel af in vier kolommen verdeeld; deze zouden de stad binnenrukken
+op vier verschillende punten, langs de Vlaamsche-, de Antwerpsche-, de
+Leuvensche- en de Schaarbeeksche poort. Generaal Schuurman bemeesterde
+aldra deze laatste, trok naar de Warande en bezette de paleizen; de
+Leuvensche poort werd ook spoedig ingenomen. De derde kolom slaagde er wel
+in, de Antwerpsche poort te bemachtigen, maar gezien den tegenstand der
+mannen met de blauwe kielen, oordeelde de bevelhebber het raadzamer bij de
+Lakenbrug post te vatten, om in voeling te blijven met de rest van 't
+leger. Aan den Vlaamschen Steenweg echter liet zich de vierde afdeeling in
+eene hinderlaag lokken, en werd teruggeslagen. Vruchteloos waren de
+pogingen der koninklijke troepen tegen de barricade van het Koninksplein,
+verdedigd door ongeveer twaalfhonderd boeren en werklieden, en aangevoerd
+door Mellinet, Parent en De Culhat. Daar ook stond Charlier van Luik,
+bijgenaamd «het Houten Been», die met zijn kanon wanorde en dood in de
+Hollandsche rangen zaaide; het moorddadige vuur der scherpschutters, die in
+de omliggende hotels post gevat hadden, verplichtte ze weldra naar de
+Warande te wijken. Alzoo bleef de sleutel van de stad in de handen der
+oproerlingen.
+
+Hier werd door de Hollanders eene grove fout begaan; in plaats van
+doortastend te handelen, verspilde de prins den zoo kostbaren tijd in een
+straatgevecht, altijd den aanvaller zoo nadeelig. Zeer gemakkelijk had de
+hij Brussel kunnen insluiten, indien men de afdeeling van generaal
+Cort-Heyligers niet onverrichterzake tusschen Leuven en Tienen had laten
+kruisen. Doch 's namiddags reeds had men den prins verteld dat men, om
+Brussel te bezetten, de stad straat per straat, huis per huis zou moeten
+innemen, door verwoesting of beschieting, en stelde hem voor dat er slechts
+twee wegen overbleven: de stad beschieten of zonder dralen af te trekken.
+Frederik echter verafschuwde het bloedvergieten en de verwoesting der stad;
+gehoor gevend aan zijne toegevendheid, vergetend dat het uur van
+krachtdadig optreden geslagen was, liet de prins bevel geven het vuur te
+staken en zond zelfs in den avond een parlementair tot de opstandelingen.
+Dat was de nederlaag bekennen!
+
+Bij het vallen van den avond boden de barricaden een buitengewoon
+schouwspel aan. Daar de Hollanders in de Warande en op de boulevards
+teruggetrokken waren en de taptoe geslagen hadden, verlieten de Belgische
+vrijwilligers en hunne Fransche aanvoerders de barricaden, lieten ze
+gansch alleen staan en gingen in de omliggende herbergen over hunne
+heldendaden pochen! Hoe de prins de barricaden 's nachts niet overrompeld
+heeft, valt nooit te begrijpen!
+
+In den nacht begaf baron d'Hoogvorst zich naar het hoofdkwartier van den
+prins om dezen tot de ontruiming der stad over te halen. Frederik
+antwoordde: «dat hij Brussel bezet had in de hoop orde en rust in de stad
+te herstellen; dat hij deze niet kon ontruimen dan op bevel van den Koning;
+doch, daar het hem vooral ter harte lag de verwoesting van Brussel zooveel
+mogelijk te voorkomen en een strijd te eindigen, die niets anders dan de
+noodlottigste gevolgen na zich kon sleepen, zelfs voor het rustige deel der
+bevolking, zou hij het slagveld niet verder uitbreiden, en zich tot eene
+verdedigende houding bepalen.» _En inderdaad, gedurende de drie volgende
+dagen hebben zijne troepen hunne stellingen niet meer verlaten._ Zoo weinig
+begreep Frederik de toestanden, dat hij nog hoopte «op de beteugeling der
+anarchie door de burgerwacht!» Die naïeveteiten, dit gemis aan energie
+leggen uit, waarom de prins, wat anders onbegrijpelijk voorkomt, de
+benedenstad niet ingenomen heeft.
+
+De terugkomst 's nachts van Rogier, die inmiddels het geluk der
+vrijwilligers vernomen had, moest alle hoop op onderhandelingen of overgave
+doen verzwinden. Overigens, bij 't nieuws der bestorming van Brussel kwamen
+talrijke vrijwilligers uit Halle, Genappe, Waver, Nijvel, Binche
+aangesneld; tonnen buskruit werden uit de omstreken gestuurd; de stormklok
+luidde overal. Ook de vluchtelingen van Valencijn, die nieuws gekregen
+hadden van de heldhaftige verdediging van Brussel, keerden in allerijl
+terug; zij bevonden zich reeds op den middag bij Edingen (Enghien), overal
+een krachtdadigen _Oproep tot het Volk_ verspreidende, die den stoet der
+vrijwilligers, welke hen volgden, van dorp tot dorp aanzienlijk deed
+aangroeien (24en September).
+
+Om 9 uur 's morgens was de strijd in de hoofdstad opnieuw begonnen. Tot dan
+toe hadden die kleine pelotons werklieden en boeren, wier moed sedert den
+eersten dag den triomf van den opstand verzekerd had, gestreden zonder
+bepaald doel en eenvoudig om de overheid te bevechten.
+
+[Illustration: Gevecht in de Warande te Brussel (24 September 1830)]
+
+Met den terugkeer der gevluchte leiders wordt de strijd ingericht. Rogier,
+om den opstand te besturen, vestigde op 't Stadhuis eene _Bestuurlijke
+Commissie_ met D'Hoogvorst en den oud-genieoffieier Jolly; hij benoemde
+don Juan van Halen als opperbevelhebber der patriotten en stelde
+Engelspach-Larivière tot bijzonderen agent der uitvoerende macht aan.
+Mellinet, Niellon, Chazal, Grégoire en andere Franschen kregen een commando
+of werden aan het hoofdkwartier verbonden. Het plan der vrijwilligers was
+voortaan zeer eenvoudig: Prins Frederik in de Warande insluiten en hem
+beletten in de stad te dringen; daarom slopen zij in de voornaamste hotels
+der Wetstraat en der Koningstraat en beschoten van daaruit, onzichtbaar en
+verschanst, de dappere maar blootgestelde Hollandsche troepen. Alsdan liet
+de prins houwitserbommen op de stad werpen.
+
+Tot hiertoe had de verschrikte burgerij lijdzaam de beweging gadegeslagen;
+de beschieting der stad wekte haar uit die onverschilligheid op. Om haar
+bepaald tot de Omwenteling over te halen, liet de Bestuurlijke Commissie,
+te middernacht, eene proclamatie in de straten aflezen, waardoor zij, op
+leugenachtige wijze, de burgers tegen eene tweedaagsche plundering der stad
+door de Hollandsche soldaten waarschuwde! Het uitwerksel was verbazend: de
+bedrogen burgerij sloot zich bij de barricademannen aan.
+
+De vluchtelingen van Valencijn waren intusschen met 300 vrijwilligers in
+Brussel aangekomen; dit versterkte den moed der patriotten in de hoogste
+mate. Op bevel van Rogier durfde zelfs Van Halen eenen vermetelen aanval op
+de Warande wagen, die natuurlijk mislukte; zijn stafoverste Pletinckx
+aarzelde niet om aan de Hollandsche voorposten een antwoord der
+Bestuurlijke Commissie te overhandigen, waardoor alle onderhandelingen
+verworpen waren, maar hij werd aangehouden en op Antwerpen gericht. Doch
+Van Halen's koene daad en de nieuwe proclamatie der Commissie, die aan de
+gesneuvelden een nationaal grafmonument op het St Michiels-, nu
+Martelaarsplein, beloofde, versterkte nog den moed der patriotten. Na een
+strijd van drie dagen, hadden de Hollandsche troepen, verre van eenigen
+vooruitgang te maken, zelfs terrein verloren; en terwijl zij zich aan
+ontmoediging overgaven, klom de onversaagdheid der vermetele patriotten in
+dezelfde mate. En weer bleven 's nachts de barricaden verlaten; prins
+Frederik en zijne generaals, aarzelend en radeloos, handelden echter minder
+dan ooit; 's anderendaags zou het overigens reeds te laat wezen.
+
+Want, op Zondag 26en September vernam de Brusselsche bevolking dat de
+Bestendige Commissie door een _Voorloopig Bewind_ vervangen was,
+samengesteld uit D'Hoogvorst, Rogier en Jolly, die zich nu het
+driemanschap, graaf Felix de Mérode, Gendebien en Sylvain Tan de Wever
+toevoegden; hunne eerste daad was een oproep tot de Belgische soldaten _die
+zij van hunnen eed ontsloegen_. Reeds was de trouw der Belgen, die onder de
+wapens waren, aan 't wankelen gebracht door den indruk der behaalde
+voordeelen hunner strijdende landgenooten; talrijke soldaten werden
+afvallig en namen de vlucht; het leger was door de afscheiding tusschen
+Hollanders en Belgen met ontbinding bedreigd!
+
+Prins Frederik en zijne generaals waren ontmoedigd door den hardnekkigen
+weerstand en door het nieuws van den voortdurenden aantocht van nieuwe
+vrijwilligers uit Henegouwen, waar al de garnizoenen éen voor éen,
+uiteengingen of zich gedeeltelijk bij het oproer aansloten. Daarbij werd
+den 26en het Hollandsche leger ingesloten door den brand die het Paleis der
+Staten-Generaal en het Koninklijk Paleis bedreigde. In dien toestand
+oordeelde prins Frederik dat de hem opgedragen taak van rustherstelling en
+bescherming der vredelievenden onmogelijk te volvoeren was en besloot tot
+den aftocht; omstreeks middernacht werd het bevel in dien zin gegeven en om
+drie uur hadden de troepen de Warande ontruimd; tot groote verbazing der
+vrijwilligers vonden deze 's anderendaags in den morgen het slagveld
+verlaten ...
+
+Die overwinning verzoende alle partijen om triomf te vieren; door het
+gemeenschappelijk vergoten bloed werd de opstand eene nationale zaak. De
+gematigden en de vreedzame burgerij, die tien dagen te voren om de troepen
+geschreven hadden, sloten zich nu bij het zegepralende werkvolk en het
+gepeupel aan en schaarden zich aan de zijde der revolutiemannen; voortaan
+zal er maar éene partij meer bestaan, met éen doelwit: het leger naar
+Holland terug te drijven.
+
+De vier Septemberdagen hadden aan de Hollanders 150 dooden en 2000
+gekwetsten gekost; de Belgen telden 450 dooden en 1300 gekwetsten; al de
+eer der overwinning werd den Franschman Mellinet toegeschreven.
+
+ * * * * *
+
+Het onverwachte nieuws der bevrijding der hoofdstad verspreidde zich
+bliksemsnel; van den uitslag van den strijd te Brussel hing immers het
+behoud van het Hollandsch bestuur in bijna alle steden en gemeenten af;
+alom namen de inwoners de wapens op, verjoegen de troepen uit Brugge,
+Bergen, Doornik, Namen, Philippeville en Mariembourg, twee dagen later uit
+Meenen en Ieperen, en kwamen de rangen der Brusselsche overwinnaars
+vergrooten. Aldus had de nederlaag van prins Frederik de afvalligheid van
+bijna gansch België tot gevolg; ook ging het Hollandsche leger door de
+desertie der Belgen in weinige dagen tot een staat van geheele ontbinding
+over.
+
+Nauwelijks had de geestelijkheid van het omliggende platteland het oproer
+te Brussel vernomen, of haar strijdlust hernam met dezelfde kracht als ten
+tijde der Brabantsche omwenteling. De opstand tegen «den protestantschen
+dwingeland» werd met gloed gepredikt en de boeren-vrijwilligers, met den
+bekenden naam van «patriotten» bestempeld, werden vóor hun vertrek door den
+dorpsherder gezegend. In Vlaanderen hadden de geestelijken afgewacht welken
+keer de zaken te Brussel zouden nemen; en als het bleek dat de Waalsche
+revolutionnairen sterker waren dan de regeering, hebben zij de beweging
+gevolgd. Nu bleek het genoeg door die spoedige wapening hoe de stijve en
+verwaande houding der Hollandsche ambtenaren het lagere volk en de
+buitenlieden afkeerig van het Noorden gemaakt had. Ook stroomden uit Ronse
+en Kortrijk, uit Ninove en Aalst enz. reeds op 26en September groote benden
+opstandelingen naar Brussel toe: meest allen behoorden tot die
+gemeentewachten die de regeering zoo onvoorzichtig had ingericht.
+
+Op Maandag 27en September, was de volksvereerde Louis de Potter
+triomfantelijk te Brussel binnengetreden en door het volk met uitbundig
+gejubel onthaald. Reeds 's anderendaags werd hij in het Voorloopig Bewind
+opgenomen, en vormde met Rogier, Van de Wever en E. de Mérode het
+_Hoofdcomiteit_, dat met de uitvoerende macht bekleed was.
+
+Met weergaloozen ijver en wonderbaar vernuft, bemoeide het Comiteit zich
+met het herinrichten van leger en bestuur; zonder geld noch middelen
+regelden zij het nieuwe beheer.
+
+'t Was in 't vuur van den strijd te Brussel, dat de Staten-Generaal in den
+Haag eindelijk het principe van de bestuurlijke scheiding tusschen Noord en
+Zuid aangenomen hadden, in de Tweede Kamer met 55 stemmen tegen 45, in de
+Eerste met 31 tegen 7 (29en September). Twee dagen later benoemde koning
+Willem eene commissie belast met het onderzoek van de maatregelen door deze
+verandering geëischt, de inrichting en de bepaling der betrekkingen
+tusschen de twee groote deelen van het Rijk; maar de Belgen namen aan dit
+werk zelfs geen deel meer.
+
+Alhoewel de Vorst, na ontvangst van een Adres geteekend door vele
+aanzienlijke Belgen, den prins van Oranje den 4en October aan het hoofd der
+Zuidelijke gewesten geplaatst had, en, in afwachting dat de scheiding van
+Noord en Zuid, overeenkomstig de grondwettelijke vormen, bekrachtigd werd,
+hem toeliet te regeeren met een bestuur uitsluitend uit Belgen
+samengesteld; alhoewel de prins dit door zijne proclamatie te Antwerpen 's
+anderendaags kond maakte en daarbij de vrijheid van onderwijs en van taal
+beloofde, voldeed deze bestuurlijke scheiding bijna niemand meer. Het bloed
+der gesneuvelde strijders had den haat tegen den Hollander zoozeer
+opgejaagd, dat het denkbeeld der volstrekte Belgische zelfstandigheid meer
+en meer veld won; wel hadden Gent, Antwerpen, St Nikolaas en Dendermonde
+zelfs tegen de bestuurlijke scheiding verzet aangeteekend; het was te laat:
+noch protesten, noch proclamatiën konden meer baten.
+
+Den 4en October, twee dagen na de sluiting der laatste zitting der
+Staten-Generaal, vaardigde het Hoofdcomiteit het volgende decreet uit: I.
+De Belgische provinciën, met geweld van Holland losgerukt, zullen eenen
+onafhankelijken Staat vormen. II. Het Hoofdcomiteit zal zich ten spoedigste
+met het ontwerp eener Grondwet bezighouden. III. Een Nationaal Congres,
+waarop al de belangen der provinciën zullen vertegenwoordigd zijn, zal
+bijeengeroepen worden, en over de Grondwet beraadslagen.
+
+[Illustration: Voorlopig bewind (Schilderij van PICQUÉ) Joly Sylvain van de
+Weyer Jos. van der Linden E. V. d'Hoogvorst Al. Gendebien Ch. Rogier L. de
+Potter Baron de Coppin Felix de Mérode]
+
+België's zelfstandigheid was onherroepelijk gevestigd.
+
+ * * * * *
+
+De prins van Oranje, alhoewel niet met bepaalde volmacht gewapend, had
+nochtans alle hoop niet opgegeven. Hij had rondom zich te Antwerpen drie
+ministers, La Coste, Van Gobbelschroy en den hertog van Ursel, en tien
+getrouw gebleven Belgische afgevaardigden, onder welke Lehon, De Brouckère,
+De Gerlache en Surlet de Chokier. Hij poogde door allerlei beloften, als
+instelling der ministerieele verantwoordelijkheid en der jury, zijne
+verloren populariteit te herwinnen. Tegelijkertijd knoopte hij
+onderhandelingen met de leden van het Voorloopig Bewind aan. Hierin was
+Lord Ponsonby, de Engelsche gezant te Brussel, hem reeds voorgekomen. Deze
+kende de kuiperijen van Gendebien met de regeering van Louis-Philippe en de
+tusschenkomst van den Franschen gezant Generaal Vallazé gedurende de
+Septemberdagen, en spande al zijn pogingen in om de vereeniging van België
+met Frankrijk te verijdelen. Kon men de scheuring van het rijk der
+Nederlanden niet beletten, zoo bleef dan nog, als dam tegen Frankrijk, een
+onafhankelijk België, onder den Engelschgezinden prins van Oranje, het
+verkieslijkst; de scheiding van Noord en Zuid intusschen was voor Engeland,
+dat onder de mededinging van den Hollandschen zeehandel en van de Belgische
+nijverheid erg leed, van groot œconomisch belang.
+
+Aan den anderen kant zond de prins van Oranje den Russischen prins
+Kolovsky, die, uit zijn gezantschap te Wurtemberg ontslagen, nu Gent
+bewoonde, bij de generaals D'Hoogvorst en Van Halen, alsook bij De Mérode,
+Van de Weyer en L. de Potter; zeer lang bepleitte hij de zaak van den held
+van Quatre-Bras, maar stuitte op de weigering der leden van het Voorloopig
+Bewind. Nochtans verklaarden tien Belgische volksvertegenwoordigers dat ze
+hem als onderkoning van den grondwettelijken Belgischen Staat wilden doen
+uitroepen; de prins bad daarop zijn vader om ondersteuning van Rusland en
+Engeland en bood Louis-Philippe, in ruiling van een openbare afkeuring van
+de kuiperijen der Fransche partij te Brussel, zijne voorspraak bij den
+Frankrijk bedreigenden Czaar, zijnen schoonvader, aan; uit al zijne macht
+wenschte hij het schoonste deel van het koninkrijk voor zich te herwinnen,
+met het inzicht het later met Holland te hereenigen.
+
+De prins wist niet dat zijn vader hem intusschen in alles tegenwerkte.
+Willem had inderdaad, den 2en October, zijn minister Verstolk van Soelen
+gelast een rondschrijven aan Pruisen, Oostenrijk en Rusland te richten om
+hulp te vragen, en zijn gezant Falck te Londen bad om de dadelijke zending
+van Engelsche troepen; alleen Pruisen bracht op onze oostelijke grenzen een
+leger samen, maar moest daarmee ophouden voor de dreigementen van den
+Franschen zaakgelastigde (11en October). In Holland zelf had Willem zijn
+volk te wapen geroepen, denzelfden dag dat Oranje te Antwerpen zijne
+verzoenende proclamatie had uitgeplakt! Verder riep hij Van Maanen opnieuw
+in 't ministerie van justitie en verleende het opperbevel der troepen aan
+prins Frederik, bijgestaan door Chassé, commandant van Antwerpen; alzoo
+vuurde Willem de oude oneenigheid tusschen zijne beide zonen opnieuw en
+geweldig aan. Aan den prins van Oranje liet de Vorst, die tot dan toe de
+omwenteling niet wilde erkennen, maar nu plots een oogenblik akte van
+afstand wilde doen, de toelating geworden om de souvereiniteit van België
+te aanvaarden, maar mits zulke voorwaarden, dat zij van eene verregaande
+verblindheid omtrent den staat van zaken getuigt (13en October). Van wege
+den prins zelf waren het hersenschimmen wanneer hij hoopte zijne
+voorstellen te zien aanvaarden; want noch de geestelijkheid die in hem den
+protestant zag, noch de adel die zich grootendeels door de priesters liet
+leiden, noch de kleine burgerij en de werklieden die zich reeds te ver
+gewaagd hadden en die onrechtstreeksche wederaanhechting bij Holland
+verwierpen, wilden van hem weten; en hoe overtoegevend hij zich in zijne
+besluiten ook toonde, toch waren de verordeningen van het Voorloopig Bewind
+nog veel breeder opgevat, en alzoo werd hem de loef afgestoken.
+
+Want, nadat het Voorloopig Bewind enkele uitstekende mannen, als De
+Gerlache, Van Meenen, Nothomb, Lebeau, Devaux, De Brouckère, belast had
+met het opstellen van een ontwerp van Grondwet en een Kieswet voor de
+benoeming van 200 Congresleden, vaardigde dit krachtdadig en onvermoeibaar
+Comiteit, onder den invloed van den philosoof en republikein L. de Potter,
+zeer vrijzinnige besluiten uit, zooals de vrijheden van vereeniging, van
+godsdienst, van drukpers, de openbaarheid der gerechtsdebatten, zelfs de
+volledige vrijheid voor de schouwburgen, maar ook de vrijheid van
+onderwijs. Alras verwezenlijkte het Bewind het programma der Unie of liever
+overschreed het.
+
+De prins van Oranje, wiens toestand hachelijk werd door het vertrek der
+Belgische afgevaardigden (6en-10en October) en door de opstootjes in
+Antwerpen zelf, werd door burgemeester en raad genoopt om deze door een
+beslissende daad te stillen, en waagde zijne laatste troeven. Den 16en
+October, vaardigde hij eene nieuwe proclamatie, zonder voorkennis van den
+Koning, uit, in deze bewoordingen: «Belgen, ik herken u als eene
+onafhankelijke natie; kiest vrij uwe afgevaardigden voor het Nationaal
+Congres. Ik stel mij in de provinciën die ik bestuur, aan het hoofd van een
+beweging welke u leidt naar eenen nieuwen en vasten staat van zaken,
+waarvan de nationaliteit de kracht zal uitmaken»; overigens stelde hij
+Ducpétiaux en Pletinckx in vrijheid en beloofde de schifting van de
+Hollandsche en Belgische soldaten.
+
+Door deze ongelukkige proclamatie verloor de prins ineens zijn spel. Want,
+niet alleen werd hij reeds twee dagen later bepaald over boord geworpen
+door het Voorloopig Bewind, dat hem het recht ontzei te spreken «van
+provinciën die _hij_ bestuurde» en van «politieke nationaliteit die _hij_
+zou stichten»: niet alleen deed hij het Hollandsche volk in woede
+ontvlammen «omdat hij Holland had verloochend», maar zijn stoute stap werd
+door Koning Willem als hebbende zijn macht te buiten gegaan veroordeeld en
+in volle zitting der nieuw vergaderde Staten-Generaal van het Noorden
+afgekeurd (20en October); na die harde bestraffing van zijn vader trok, vol
+zelfverloochening, de ontmoedigde prins naar Londen, in de hoop aldaar bij
+de conferentie der Mogendheden meer bijval te vinden, doch niet zonder
+vooreerst tot de Belgen zijn wenschen voor hunne welvaart gericht te hebben
+(25en October).
+
+Het is anders ontegensprekelijk dat deze proclamatie den laatsten slag
+toebracht aan de stervende macht zijns vaders; zij verjoeg de
+angstvalligheid van een massa wankelmoedige lieden, die uit schrik of
+berekening nog vreesden met de Nassau's af te breken, en die dit
+voorwendsel aangrijpende, om hun geweten en hunne belangen in veiligheid te
+houden, zich verhaastten te verklaren dat indien zij naar 't Congres of tot
+eene openbare bediening geroepen werden, zij zouden aannemen.
+
+«Wat alle denkbeeld overtreft, zegt De Gerlache, is het getal verzoekers
+belust op een deel van den buit. Iemand die deel uitmaakte van het pas
+gevestigde gezag en die voortijds in de grootste onbekendheid leefde, zag
+zich bestormd door eene menigte versch ontstane vrienden, die er in
+toestemden zich te wagen in de openbare ambten, uit loutere liefde voor het
+vaderland en, zooals zij voorgaven, om er de verraders uit te sluiten, die
+zij officieus kwamen aanklagen.»
+
+ * * * * *
+
+Het gansche Vlaamsche land werd nu afvallig, uitgezonderd Antwerpen door
+Chassé bewaard en Maastricht door Dibbits verdedigd. Te Gent had de
+Patriotische Maatschappij de Brabantsche kleuren opgestoken; het Voorloopig
+Bewind, om Brussel tegen die gelukzoekers te bevrijden, had het
+Parijsch-Belgisch legioen, den 7en October onder burggraaf de Pontécoulant
+aldaar aangekomen, naar Gent gestuurd; na eene botsing met de oude
+burgerwacht, die hare ontbinding en hervorming tot gevolg had, begon
+Pontécoulant de beschieting der citadel, waarin de Hollandsche kolonel
+Destombes zich opgesloten had (13en October), doch zich vier dagen later
+moest overgeven; ook te Brugge werd hij eene week later belast een opstand
+te gaan dempen; maar in Zeeuwsch-Vlaanderen werd zijn troep plunderaars
+door de Hollanders deerlijk te Oostburg teruggeslagen (len November).
+
+[Illustration: Campenhout zingt de Brabançonne in het “Café Cantoni”
+(Schilderij van VAN HAMMÉE)]
+
+Terzelfdertijd rukten met twee duizend man luitenant-kolonel Niellon en de
+kommandant der artillerie Kessels op tegen het leger van prins Frederik en
+Bernard van Saksen-Weimar, een 40,000 man sterk; deze troepen, juist
+ontredderd door de schifting van Hollandsche en Belgische soldaten,
+stonden langs de Rupel en Nete, met den rechtervleugel te Boom, het centrum
+voor de bruggen van Waalhem en Duffel, den linkervleugel boven Lier;
+Niellon verraste Lier zonder slag of stoot, versterkte het, sloeg een
+tegenaanval af en verplichtte het gansche leger zich onder de muren van
+Antwerpen terug te trekken. Bij dit nieuws stelde Chassé de havenstad in
+staat van beleg. 's Anderendaags overrompelt generaal Mellinet, met het
+tweede leger, de brug van Waalhem en sluit zich den 24en op Ouden-God met
+Niellon aan. Reeds den volgenden dag namen zij Borgerhout en Berchem in,
+alwaar graaf Frederik de Mérode doodelijk gekwetst werd; enkele dagen
+vroeger was de tooneelspeler Jenneval, de dichter der _Brabançonne_, te
+Lier gesneuveld.
+
+[Illustration: Fac-simile van een handschrift uit de Koninklijke
+Bibliotheek te Brussel]
+
+Op het zicht der vluchtende Hollanders staat het lagere volk te Antwerpen
+op; straatgevechten ontstaan; de strijd wordt vooral rondom de poorten
+geleverd; een gedeelte der Hollandsche troepen begint den aftocht naar
+Breda, terwijl het andere de muiters beschiet.
+
+Den 27en 's morgens trok eene afvaardiging van Antwerpsche notabelen bij
+generaal Chassé om hem te vragen het gevecht te staken; zij overhandigden
+hem tevens eenen brief van den oud-tolbeambte Frans Vanden Herreweghe,
+afgevaardigde van het Voorloopig Bewind, die hem vroeg zijne troepen in de
+citadel en het arsenaal terug te trekken en een wapenstilstand met de
+patriotten te sluiten. De bevelhebber nam het voorstel aan, gaf bevel aan
+zijne manschappen om zich over de wallen naar het kasteel te begeven en
+leverde de sleutels der stadspoorten aan Vanden Herreweghe.
+
+Kessels en Niellon, nauwelijks met de vrijwilligers de stad binnengerukt,
+deden zich door de verdedigers der citadel, onder den schijn dat zij
+vredeonderhandelaars waren, inlaten, en legden de verklaring af, dat de
+gesloten wapenstilstand, als zijnde geteekend door een onbevoegde
+burgerlijke overheid, geene verbindende kracht had voor de Belgische
+troepen. Daar Chassé ze naar den afgevaardigde van 't Bewind verzond,
+durfden zij met dien Vanden Herreweghe en Mellinet rond den middag aan den
+generaal een geschreven voorstel richten, waardoor zij de citadel, het
+arsenaal en de krijgsvloot met al het oorlogsmateriaal opeischten met
+tijdsbepaling van vier uur om te beslissen.
+
+Doch nog vóór twee uur hadden reeds de onstuimige patriotten, ondanks den
+wapenstilstand, op de Hollanders van het arsenaal geschoten. Deze waren
+genoodzaakt dit vuur te beantwoorden; de aanvoerder Kessels, die eerst
+getracht had zijne vrijwilligers te doen ophouden, richtte op het einde
+zelf een kanon tegen de hoofdpoort der omheining en deed ze springen. Dan
+gaf de lankmoedige Chassé, op aandringen van Saksen-Weimar, ondanks zijn
+afkeer, maar woedend over die «hatelijke trouweloosheid», het bevel om het
+St Andries-kwartier met houwitserbommen, granaten en kogels te beschieten.
+Ook de vloot beantwoordde den aanval der vrijwilligers met haar grof
+geschut tegen de kaaien te richten: het bombardement van de prachtige
+koophandelsstad eindigde slechts om 7-1/2 uur, na overal vernieling en dood
+gezaaid te hebben. De openbare gebouwen, de private huizen stonden weldra
+in lichterlaai; het arsenaal, waarin zooveel schatten opeengestapeld waren,
+werd ook de prooi der vlammen (27en October).
+
+Alsdan kwam een nieuwe afvaardiging van Antwerpsche ingezetenen, dragers
+van eenen brief van den moedigen en standvastigen Rogier, om Chassé tot een
+nieuwen wapenstilstand over te halen, wat deze toestond. Bernard van
+Saksen-Weimar scheepte daarop een deel der troepen in, en liet aan Chassé
+eene genoegzame bezetting.
+
+Alhoewel de gansche schuld van dit verschrikkelijk bombardement aan de
+verwatenheid der Belgische vrijwilligers lag, werd Chassé's handelwijze
+door de leden van het Voorloopig Bewind en hunne dagbladen, als de uiting
+van een barbaarschen wraaklust en Hollandschen handelsnijd voorgesteld, en
+«steeg er bij dit nieuws een kreet van afgrijzen door gansch België op.»
+«De gematigdste burgers, schrijft De Gerlache, riepen uit dat geene
+verzoening met de Hollanders meer mogelijk was, dat een stroom van vuur en
+bloed ons voor altijd van Willem en zijn stamhuis scheidde!» De laatste
+hoop van den prins van Oranje was verzwonden; zijne zaak was reddeloos
+verloren.
+
+In eene maand dus was het Hollandsche leger van den Belgischen bodem
+verjaagd. En nochtans ontbrak het de omwenteling aan hoofdmannen, aan
+voorbereiding, aan richting. De koene handelingen van het onbemiddelde
+Voorloopig Bewind en voornamelijk de werkdadigheid van Rogier kan men
+hierom niet genoeg bewonderen. Trouwens het waren de menschen niet die de
+gebeurtenissen leidden, maar wel de gebeurtenissen die met ongemeene
+snelheid de menschen met zich sleepten.
+
+De weifelingen van den koning, de machteloosheid van den prins van Oranje,
+de ontbinding van het Hollandsche leger, de schuldige lamlendigheid van de
+militaire gouverneurs, alles was de revolutionnaire aanvoerders en de
+Belgische vrijwilligersscharen zoo buitengewoon gunstig geweest, dat die
+spoedige overwinning niemand moet verwonderen.
+
+Chassé's krachtdadig optreden stuitte dien geweldigen aanloop; het was het
+einde der Belgische zegepraal. De Hollandsche legers sloten zich weer
+aaneen, 's Konings oproep tot den strijd werd met geestdrift door zijn
+Hollandsch volk begroet; met algemeenen wedijver kwamen burgers, studenten,
+werklieden de rangen van het leger en van de schutterij aanvullen en
+stortten de groothandelaars en de reeders hunne schatten in de Staatskist.
+Het gansche volk stond, in het Noorden, op tegen de «verraders» van het
+Zuiden; niet dat men België wilde veroveren, want de Tweede Kamer drukte
+«haar verlangen uit, om wettelijk volkomen van eene mislukte verbintenis
+verlost te worden», doch eenvoudig om het bedreigde Nederland te
+verdedigen.
+
+Het woord was echter niet meer aan het gekletter der wapenen, maar aan de
+diplomatie van de groote Mogendheden. Evenals deze de beide landen door
+hunne handteekeningen vereenigd hadden, zouden zij ze door protocollen en
+verdragen van elkander scheiden.
+
+
+
+
+DE
+
+STICHTING VAN HET KONINKRIJK BELGIË
+
+DOOR
+
+VICTOR FRIS
+
+
+[Illustration: E. L. Baron Surlet de Chokier]
+
+De commissie der Grondwet, den 12en October 1830 voor de eerste maal
+vereenigd, besloot, denzelfden dag reeds, met 8 stemmen tegen 1, dat de
+regeeringsvorm het grondwettelijke koningdom wezen zou; daarna bepaalde zij
+de grondslagen van de Constitutie en, na er lezing van gegeven te hebben
+aan het Voorloopig Bewind, gaf zij het ontwerp den 28en uit. Den 10en
+November kwam het Nationaal Congres, dat de akten van het Voorloopig Bewind
+zou bekrachtigen en de Grondwet bespreken, te Brussel bijeen. Na eene
+openingsrede van L. de Potter, die de tusschenkomst van de Mogendheden
+mocht aankondigen, werd E. Surlet de Chokier tot voorzitter van het Congres
+gekozen. Twee dagen later gaf het _Gouvernement provisoire_, dat tot
+daartoe een willekeurig en eigenmachtig gezag uitgeoefend had, zijne macht
+aan het verraste Congres over. Dit echter nam bij handgeklap, op voorstel
+van De Stassart en door gebrek aan tijd om te beraadslagen, het besluit het
+Voorloopig Bewind te verzoeken het uitvoerend gezag te behouden, zooals de
+leden van dit Bewind het overigens gehoopt hadden.
+
+De twistzieke L. de Potter nam zijn ontslag, daar hij de opperste en
+wettige macht voor het Voorloopig Bewind eischte en dien machtsafstand
+afkeurde (13en November). Den 16en benoemde het Voorloopig Bewind, ten
+einde zijne taak te vergemakkelijken, een diplomatisch Comiteit, dat de rol
+van een ministerie van buitenlandsche zaken zou vervullen, met S. Van de
+Weyer als voorzitter, graven van Aerschot en de Celles als
+ondervoorzitters, Ch. Lehon en Nothomb als leden: die inrichting was
+dringend noodig.
+
+Immers, op 21en October, had Falck te Londen, in naam van koning Willem,
+aan Lord Aberdeen gevraagd, bij de gezanten der Mogendheden te willen
+aandringen op een spoedige bemiddeling en op het verwezenlijken van een
+wapenstilstand tusschen Holland en België, om inmiddels _de herstelling van
+de goede betrekkingen_ tusschen beide landen te bewerken. Daarin stemden,
+na lang dralen hunner regeeringen, de gevolmachtigden der vorstelijke hoven
+toe, en door een protocol van 4en November stelde de Conferentie te Londen
+vereenigd een wapenstilstand aan Holland en aan België voor. Het Voorloopig
+Bewind, verheugd over de tusschenkomst der Mogendheden en over de
+vaststelling van de bestandsbepalingen, nam den 10en, dag van de opening
+van het Congres, dit voorstel aan, dat beslist den 21en goedgekeurd werd.
+Door de toezegging van dien wapenstilstand tusschen Noord en Zuid, erkende
+dus van 't begin af de Conferentie het volbrachte feit en verleende aan de
+Belgische opstandelingen eigenlijk den titel van oorlogvoerenden.
+
+Den 18en November bekrachtigde het Congres bij eenparigheid, zonder
+nochtans eenige beslissing van de _Conferentie van Londen_ af te wachten,
+het besluit van het Voorloopig Bewind aangaande de onafhankelijkheid van
+België, «behoudens de betrekkingen van Luksemburg met den Duitschen Bond.»
+Den 22en besloot het, met 174 stemmen tegen 13, dat de regeeringsvorm «de
+erfelijke monarchie, beperkt door eene volksvertegenwoordiging» zou zijn;
+dit deed de Belgen de sympathie der Mogendheden inwinnen, die nooit een
+Republiek zouden geduld hebben. Den 23en stelde Constant Rodenbach de
+verdrijving van het huis van Oranje voor. Wellicht ware dit overijlde
+besluit nooit genomen geweest, zonder de onbehendige drukking van de
+gevolmachtigden van de Conferentie, die verklaarden dat die stemming België
+met de Mogendheden in de war zou brengen; talrijke leden veranderden, uit
+protest, hunne zienswijze, zoodat, met 101 stemmen tegen 28, verklaard
+werd, dat de leden van het huis van Nassau voor eeuwig buiten alle
+heerschappij in België zouden gesloten zijn.
+
+Die voor Oranje zoo harde slag hinderde tevens deerlijk de plannen van de
+«Conferentie van Londen».
+
+De verkiezing van Willem's zoon had sedert het begin van October, aan
+Louis-Philippe de gelukkigste oplossing geschenen; en zijne ministers
+Maison eerst en later Sebastiani deden den gezant Bresson in dien zin te
+Brussel werken. Het Engelsche ministerie Wellington-Aberdeen was den prins
+zeer genegen; wat de Oostelijke machten betreft, Pruisen, waar zijne zuster
+een kroonprins onlangs gehuwd had, en Rusland, waar hij met de zuster van
+den Czaar in den echt was getreden, zouden hem hunnen steun verleenen. Maar
+de kuiperijen van Bresson stuitten op de hardnekkige weigering van de
+Belgische clericalen. De beschieting van Antwerpen, alhoewel Oranje daar
+niet de minste schuld aan had, had zijnen naam bij het volk hatelijk
+gemaakt. Alzoo viel het eerste ontwerp van de Mogendheden.
+
+Koning Willem, in zijne hoop op de gewapende tusschenkomst der Mogendheden
+verblind, was in zijne verwachtingen nog gesterkt door de behoudsgezinde
+troonrede van Willem IV van Engeland, doch moest op het einde fel klagen
+dat zijne verbondenen hem in den steek lieten. De algemeene wensch van de
+Europeesche regeeringen bleek integendeel voor eene vreedzame oplossing te
+zijn.
+
+[Illustration: Zitting van het Nationaal Congres (24 November 1830)]
+
+Wel bestond er in Frankrijk een _parti de la revanche_, die sedert de
+Septemberdagen de aanhechting van België bij Frankrijk, en de bescherming
+van de «oudste dochter der groote Juli-week» eischte. Had Louis-Philippe
+aan dien onstuimigen drang toegegeven, en hadden van hunnen kant de
+onderteekenaren van de Sainte Alliance het werk van het Weener Congres
+willen in stand houden, weer zou ons land het slagveld van Europa geworden
+zijn. Louis-Philippe, de voorzichtige Vorst, wilde echter, kost wat kost,
+eene verwikkeling met het buitenland vermijden, uit vrees voor zijn eigen
+troon. Met Engeland, dat het eerst de Juli-monarchie erkend had, wenschte
+hij innig het Hollandsch-Belgisch vraagstuk op diplomatische wijze te
+beslechten. Naar Londen had hij dus gezonden den sluwen Talleyrand, wel
+bekend om zijne voorliefde voor een Fransch-Engelsch verbond, en deze wist,
+in enkele dagen, de Engelsche regeering tot dezelfde opvatting over te
+halen: alzoo mislukten te Parijs de onvermoeibare pogingen van Gendebien en
+van de Fransche partij omtrent de rechtstreeksche of onrechtstreeksche
+inlijving van België bij Frankrijk. Talleyrand had dus het grondbeginsel
+van het _Niet-Tusschenkomen_ doen zegevieren, nog vóor de Conferentie.
+
+Pruisen, op het zicht van den steeds toenemenden gelukkigen uitslag van de
+Omwenteling te Brussel, was weldra van meening veranderd, en verkoos het
+behoud van den Europeeschen vrede, boven het verleenen van gewapende hulp
+aan den altijd om steun smeekenden Willem.
+
+Metternich in Oostenrijk, overtuigd dat de Hollandsche zaak verloren was,
+en ten zeerste misnoegd over het zegevieren van het grondbeginsel van het
+_Niet-Tusschenkomen_, gaf aan Esterhazy last, in overeenkomst met de
+Fransche, Engelsche en Pruisische gezanten, het best mogelijk te handelen
+in het belang van het Europeesch evenwicht.
+
+Czaar Nikolaas, over dien nieuwen volksopstand in Europa woedend geworden,
+had bedreigingen laten hooren, sprak van een sterk leger naar België en
+Frankrijk te zenden, om er den ouden staat van zaken te herstellen, en, als
+voorwacht, het Poolsche leger, onder het bevel van zijn broeder
+Constantijn, voorop te sturen. Maar, als Pruisen zijn toetreding ontzegd
+had, viel alras zijne krijgszuchtige stemming, en verklaarde hij niet
+alléen te willen optreden. Overigens, de opstand der Polen, te Warschau,
+bij het nieuws van hunne aanstaande mobiliseering, belette hem zijne
+voornemens uit te voeren.
+
+Niet op het slagveld, maar aan de groene tafel der diplomaten, zou over het
+lot van het Rijk der Nederlanden beslist worden.
+
+ * * * * *
+
+Koning Willem had slechts de _bemiddeling_ van de Conferentie ingeroepen;
+zij trad weldra als _scheidsrechter_ op. De stoutmoedige uitroeping van de
+Belgische Onafhankelijkheid en van de uitsluiting der Nassaus had haar
+verrast. De krachtdadige houding van het Congres heeft ontegensprekelijk de
+werking der gezanten beïnvloed, en niet minder de besprekingen van den
+afgevaardigde van het Voorloopig Bewind, Sylvain Van de Weyer, met de
+politieke leiders te Londen; overigens, de val van het behoudsgezinde
+Wellington-ministerie en het optreden van de liberalen, met Grey aan het
+roer en Palmerston aan de buitenlandsche zaken, was voor de zaak van de
+Belgische Omwenteling een hooge troef (17en November); nog nauwer sloot
+Engeland zijn verbond met Frankrijk, en nam het grondbeginsel van het
+_Niet-Tusschenkomen_ als het hoofdartikel van zijne uitheemsche politiek
+aan. Intusschen zag Palmerston klaar in, welk een groot œconomisch voordeel
+er in de scheiding van Noord- en Zuid-Nederland, voor Engeland lag. Overal
+hadden de Nederlanden, die dezelfde handels- en nijverheidselementen als
+Groot-Britannië bezaten, dit land op al de wereldmarkten eene heftige
+mededinging aangedaan, dank zij vooral de ontzaglijke ontwikkeling der
+Nederlandsche vloot. Als eilandsmogendheid vreesde Engeland die mededinging
+des te meer, daar ze kwam van eenen continentalen Staat en samenviel met
+den aanleg van de eerste spoorwegen in Engeland.
+
+Op meesterlijke wijze bemachtigde dan ook de Engelsche diplomatie de
+leiding der onderhandelingen met het dubbele doel: Frankrijk te beletten,
+'t zij geheel, 't zij gedeeltelijk, België in te lijven; en de Belgische
+provinciën, onder eenen Engelschgezinden Vorst, volkomen van Holland af te
+scheiden en tot een onafhankelijken Staat te maken.
+
+Ook Talleyrand wees, naar hij beweert, een hersenschimmig voorstel van
+verdeeling van België tusschen Nederland, Frankrijk en Pruisen, mits
+afstand van Antwerpen aan Engeland, met minachting van de hand; hij had
+overigens van zijne regeering last gekregen de Nederlanden in twee te
+splitsen en van België een onafhankelijken Staat met een vorst te maken.
+
+Louis-Philippe, in antwoord op de aanzoekingen van Gendebien, weigerde
+België, tegen welken prijs ook, aan te nemen; hij weigerde zelfs zijn zoon
+den Belgen tot Vorst te geven en verklaarde, uit loutere vrees voor zijnen
+troon, niets dan den vrede alleen te willen. De aanstelling van een
+Duitschen prins, die een zijner dochters zou huwen, scheen hem toe te
+lachen; men sprak van den prins Leopold van Saksen-Coburg, die pas voor de
+Grieksche koningskroon bedankt en over wien Van de Weyer reeds aan Aberdeen
+gesproken had. Dit laatste denkbeeld werd door Talleyrand bijgetreden; en
+op 14en December kwam hij met Palmerston overeen, dat de verkiezing van
+Leopold en zijn huwelijk met Louis-Philippe's dochter, het eenige middel
+was om iedereen te bevredigen. Van den prins van Leuchtenberg, zoon van
+Eugène de Beauharnais, wiens kandidatuur sedert half November in België
+voorgesteld was, wilden de Mogendheden niet weten.
+
+Alzoo hadden Engeland en Frankrijk, tegen den wil der Oostelijke machten,
+de Conferentie van richting doen veranderen; van _bemiddelend_, was zij
+_beslissend_ geworden; de vreemde kabinetten wisten wel dat zij geen recht
+hadden om tusschen te komen, en toch kwamen zij tusschen, terwijl zij zich
+tevens verschuilden achter het principe van het _Niet-Tusschenkomen_! De
+uitslag liet zich niet lang wachten. Den 20en December werd, onder aandrang
+van Palmerston en Talleyrand, het protocol onderteekend dat, tot groote
+verwondering van beide partijen, de ontbinding van het Rijk der Nederlanden
+uitsprak, en het Voorloopig Bewind uitnoodigde, ten spoedigste
+gevolmachtigden naar Londen te zenden, om de vraagstukken, door die
+scheiding opgeworpen, op te lossen. Falck en Koning Willem teekenden
+onmiddellijk protest aan, tegen die ongehoorde aanmatiging van
+bevoegdheid; zij betwistten aan de Conferentie het recht zoo een beslissing
+te nemen en riepen de onderhandelaars binnen de grenzen van hunne opdracht
+terug. Niets baatte. De afgezanten te Londen wisten wel dat niemand in
+Holland de hereeniging met het Zuiden wenschte, zelfs Falck niet. Den 3en
+Januari 1831 nam vol vreugde het Diplomatisch Comiteit van Brussel, maar
+onder voorbehoud, het Protocol aan, en zond Van de Wever en Vilain XIIII
+als commissarissen bij de Conferentie naar Londen.
+
+De erkenning van de onafhankelijkheid van België dagteekent van dit
+oogenblik. Zij was een triomf voor de Engelsche diplomatie; ook
+Louis-Philippe jubelde over de vernietiging der barriere in 1814 tegen
+Frankrijk opgericht. Hierom hadden de Franschgezinde groep te Brussel, met
+Stassart en Gendebien, en de Annexionistenpartij te Parijs, met generaal
+Lamarque en Mauguin, hunne pogingen geenszins gestaakt. Gendebien, door de
+Fransche regeering bij zijn herhaald aandringen afgescheept, schreef aan
+zijne ambtgenooten van het Voorloopig Bewind «dat het beter was de
+vereeniging met Frankrijk af te kondigen, ten einde Louis-Philippe bij de
+Mogendheden verdacht te maken, en hem te dwingen partij te kiezen voor de
+Belgen en desnoods met de Belgen.» Van de Wever, in samenvoeling met graaf
+de Celles en met toestemming van minister Sebastiani, drong nogmaals bij
+den Franschen Vorst aan, opdat hij zijn zoon, den hertog van Nemours, tot
+Koning aan de Belgen zou geven, wat eene vermomde inlijving bij Frankrijk
+zou geweest zijn. Firmin Rogier werd belast met aan de Fransche regeering
+te vragen of, in geval de Belgische gewesten de Fransche vlag opstaken en
+de onmiddellijke vereeniging met Frankrijk eischten, Frankrijk de
+opstandelingen zou ondersteunen. Op Gendebien's raad, dreigde dan ook het
+Voorloopig Bewind, den 31en December, de Conferentie van Londen met de
+afkondiging van de vereeniging van België met Frankrijk: Palmerston en
+Talleyrand wisten wel anders!
+
+Intusschen stond de Conferentie voor het zoo moeielijke vraagstuk van de
+vaststelling van de grenzen van Holland en België. In de verwaandheid van
+hun onverhoopt geluk, hadden de leden van het Voorloopig Bewind
+Zeeuwsch-Vlaanderen, de gansche provincie Limburg en het Groothertogdom
+Luksemburg geëischt. Zekere groep, die voortdurend met de militaire
+ondersteuning van Frankrijk schermde, hitste de gemoederen tot de herneming
+van den strijd op, zoodat de afgevaardigden der Conferentie, Bresson en
+Ponsonby, te Brussel, vele pogingen moesten doen om die heethoofden te
+stillen.
+
+De sluwe Talleyrand, die bij 't verzaken der volledige aanhechting van
+België dan toch met het gansche Fransche volk eene vermeerdering van
+grondgebied verhoopte, poogde intusschen, te Londen, van den tragen gang
+van de Conferentie gebruik te maken, om allerlei slinksche voorstellen te
+doen; nu eens stelde hij den afstand van Saksen aan Pruisen voor, terwijl
+de Koning van Saksen België in ruiling zou bekomen en men het Rijnland aan
+Frankrijk zou afstaan; dan weer den afstand van Luksemburg of van
+Philippeville met Mariembourg aan Louis-Philippe. Doch Palmerston weigerde
+een duim gronds weg te geven van hetgeen aan de Conferentie niet
+toebehoorde (5en-9en Januari 1831).
+
+Middelerwijl zette de Conferentie haar werk voort, en bepaalde
+eigenmachtig, _als scheidsgerecht_, de grondslagen van de scheiding van
+België en Holland. De koppigheid van Koning Willem die eerst de Schelde
+geopend en ze, ondanks de bedreigingen der Mogendheden, weder gesloten had,
+alsook de weerwraak der Belgen die het belegerde Maastricht weigerden te
+ontzetten, hadden de afgezanten zeer misnoegd. Den 20en Januari beslisten
+de gevolmachtigden dat Holland tot de grenzen der Republiek der
+Vereenigde-Provinciën, in 1790, terugkeeren, en daarbij het Groothertogdom
+Luksemburg verkrijgen zou. De vrije scheepvaart moest op stroomen en
+rivieren in toepassing zijn, volgens de bepalingen van het Congres van
+Weenen. Den 27en volledigden zij hunne besluiten met de Staatsschuld
+tusschen beide landen ongeveer gelijk te verdeelen, voorstellende aan
+België de betaling der 16/31 te laten, alsook de verdere deelneming aan
+den kolonialen handel. Het belangrijkste artikel van de 20 was hetgeen,
+waardoor de vijf Mogendheden de _eeuwige onzijdigheid_ van België
+uitriepen, en ook de geheelheid en de onschendbaarheid van zijn
+grondgebied. Talleyrand, die wel begreep dat de Belgische neutraliteit een
+tegen Frankrijk gerichte waarborg was, had als een leeuw gekampt, om die
+onzijdigheid ook tot het Groothertogdom te doen uitbreiden, of, zooniet,
+Philippeville en Mariembourg voor Frankrijk te verkrijgen: hij stuitte op
+onoverwinbaren tegenstand, vooral van Palmerston.
+
+Het protocol van 20en Januari werd den 29en aan het Nationaal Congres, dat
+reeds aan de stemming voor de koningskeuze was, voorgelegd: de vergadering
+stelde een protest op tegen alle beperking van het grondgebied en tegen
+alle verplichting die men België zou willen opdringen, zonder toestemming
+van de Nationale vertegenwoordiging.
+
+Daarentegen en tot eenieders verbazing deelde Falck aan de Conferentie de
+verklaring mede (18en Februari), dat zijn meester de grondslagen van de
+scheiding ten volle bijtrad, volgens de protocollen van 20en en 27en
+Januari. 's Anderendaags reeds antwoordden de afgezanten op het Belgisch
+protest door eene nieuwe akte. Daarin beriepen zij zich op de
+rechtvaardigheid van de grensverdeeling, alsook op de noodwendigheden van
+hunne eigene overeenkomsten en belangen, en bevestigden uitdrukkelijk dat
+_de door hen vastgestelde schikkingen fondamenteele en onherroepelijke
+schikkingen waren_.
+
+Door zijne bijtreding tot de protocollen van Januari, had Willem feitelijk
+afstand gedaan van zijne rechten op de Zuidelijke Nederlanden; hij heeft
+later, doch te vergeefs, deze daad over het hoofd willen zien; de fout was
+begaan, maar zij liet hem toe, als de Belgen weigerden zich naar de
+protocollen te schikken, gewapenderhand op te treden.
+
+ * * * * *
+
+Intusschen had het Congres de bespreking van de verschillende artikelen der
+Grondwet voortgezet. Een kijkje op zijne samenstelling zal beter zijne
+werking verklaren. De cijns- en bekwaamheidskiezers hadden bijna evenveel
+liberalen als katholieken naar Brussel gestuurd, en alzoo werd de gematigde
+liberaal Surlet de Chokier van Luik, bij De Gerlache's afstand, tot
+voorzitter gekozen. De geest der clericale afgevaardigden en zelfs der
+priesters onder hen was intusschen merkelijk gewijzigd: de katholieke De
+Gerlache, voorzitter der voorbereidende Grondwetscommissie, getuigt
+uitdrukkelijk dat de liberale denkbeelden van den priester Lamennais het
+opstellen van het ontwerp beheerschten. De liberalen deden de vrijzinnige
+denkbeelden, die de Juli-omwenteling pas bevestigd had, in menig debat
+zegepralen; maar het grondbeginsel van de overmacht van den Staat op de
+Kerk werd verworpen (23en December) en dank zij den doctrinair Defacqz werd
+de rechtstreeksche verkiezing der Parlementsleden vervangen door een
+cijnsstelsel waarbij 't getal kiezers voor gansch België op vier en veertig
+duizend gebracht werd.
+
+Titel I van de Grondwet werd aangenomen in een redactie van den volgenden
+inhoud: De uitvoerende macht behoort aan eenen erfelijken en onschendbaren
+Koning, en aan zijne verantwoordelijke, door hem benoemde en afzetbare
+ministers; die Koning mag de Kamers ontbinden, op voorwaarde, in de veertig
+dagen nieuwe verkiezingen te bevelen. De wetgevende macht werd aan den
+Koning en aan _twee_ eigenmachtige vergaderingen gezamenlijk toegekend
+(12en December), een Kamer van volksvertegenwoordigers, rechtstreeks voor
+vier jaren gekozen door de burgers die een minimum-belasting van 20 gulden
+betaalden, en een Senaat, die slechts half zooveel leden als de Kamer zou
+tellen, door dezelfde kiezers voor den tijd van acht jaar gekozen onder de
+burgers van ten minste veertig jaar oud en twee duizend gulden
+rechtstreeksche belastingen betalende (17en December). De rechterlijke
+macht werd toevertrouwd aan onafzetbare voor het leven benoemde rechters,
+en voor lijfstraffelijke en politieke zaken aan de jury.
+
+Titel II, handelende over de «Belgen en hunne rechten», bevatte talrijke
+zeer vrijzinnige bepalingen, zooals de vrijheid van de eerediensten, de
+vrijheid van vereeniging en petitionnement, de vrijheid van de drukpers;
+art. 17 verleende de door de katholieken geëischte vrijheid van onderwijs;
+door art. 117 werd de scheiding van Staat en Kerk op eigenaardige wijze
+bepaald, in dezer voege dat de bezoldiging van de geestelijken aan den
+Staat opgelegd werd, alhoewel aan dezen, door art. 16, alle inmenging in
+benoeming en aanstelling der geestelijken en in hunne onderlinge
+betrekkingen ontzegd was; de scheiding der beide machten bevrijdde dus de
+Kerk van hare lasten en liet haar hare voorrechten. De vrijheid der
+eerediensten hadden de clericalen, ondanks de pauselijke voorschriften,
+toch in de Grondwet nedergeschreven, omdat België bijna uitsluitend
+roomsch-katholiek was en het petitionnement bewezen had dat de priesters
+volkomen over de bevolking beschikten. Uit vrees voor dwingelandij, uit
+achterdocht voor verdrukking, werd de meest uitgebreide decentralisatie
+ingevoerd, krachtens het heerlijk beginsel dat alle macht uit het volk
+komt.
+
+Niettegenstaande zekere gebreken is de Belgische Grondwet, door het Congres
+langzaam voorbereid, een monument van wijsheid, dat aan talrijke andere
+grondwetten tot voorbeeld gediend heeft, en waaraan de Hollandsche
+wetgevers, bij de herziening van hunne Grondwet in 1848, zich
+klaarblijkelijk gespiegeld hebben.
+
+Ook werd het charter onzer vrijheden den 7en Februari 1831 met eenparige
+stemmen aangenomen, te midden van de moeielijkheden over de koningskeus,
+die wij in enkele trekken willen schetsen.
+
+Sedert den 2en Januari had Gendebien opnieuw bij Louis-Philippe en bij zijn
+minister Sebastiani vruchteloos aangedrongen, opdat de Koning zijn zoon
+Louis de Nemours aan de Belgen tot Vorst zou schenken. Firmin Rogier liep
+dezelfde blauwe scheen, drie dagen nadien, alhoewel hij bevestigde dat, in
+den schoot van het Congres, eene sterke partij zich voor de vereeniging met
+Frankrijk verklaarde; Sebastiani had bovendien de verheffing van een
+Belgischen burger tot Koning afgeraden, en wilde nu ook van den in België
+impopulairen Leopold van Saksen-Coburg niet meer weten. Enkele dagen
+later, bij de vraag of de keus van den zeer begaafden zoon van Eugène de
+Beauharnais, den hertog August van Leuchtenberg, Frankrijk zou behagen,
+antwoordde de minister aan Firmin Rogier dat «van al de schikkingen, degene
+aangaande den hertog van Leuchtenberg wellicht de onaangenaamste en de
+noodlottigste was; dat het gouvernement nooit zijne toestemming zou geven
+in de verkiezing van den hertog tot vorst der Belgen, omdat het door een
+Leuchtenberg bestuurde België het middelpunt zou worden, waar al de
+hartstochten der Bonapartisten aan het gisten zouden geraken.» En hij deed
+in dien zin door zijn gezant Bresson de schandelijkste drukking op het
+Congres uitoefenen (11en-21en Januari).
+
+Met fierheid besloot daarop het Congres de voogdij van Europa af te
+schudden: na een lang debat nopens het punt, of men het oordeel der
+Conferentie van Londen -- zoo was men reeds in hare inmenging in 's lands
+zaken gewoon; -- zou inroepen, werd deze vernederende consultatie met 89
+stemmen tegen 62 verworpen; men verwierp zelfs de raadgevingen van het
+Engelsch kabinet, dat men wist meer en meer tot de kandidatuur van Oranje
+over te hellen; doch door eene wonderlijke tegenspraak, die den
+geestestoestand van het Congres kenmerkt, besliste de vergadering, met 80
+stemmen tegen 75, dat men Louis-Philippe nopens den kandidaat tot het
+koningschap zou raadplegen (19en Januari). Niettegenstaande de aanvallen
+van de annexatiepartij in de Fransche Kamer, luidde twee dagen later het
+antwoord der Fransche regeering onveranderlijk «dat ze niet zou toestemmen
+in België's annexatie; dat ze de kroon niet zou aanvaarden voor den hertog
+van Nemours; dat ze, _zonder voornemens te zijn inbreuk te maken op de
+vrijheid der Belgen in de keus van hun souverein (!)_, nochtans de keus van
+den hertog van Leuchtenberg niet zou erkennen.»
+
+Dit voortdurend aanbod door de Franschgezinden van het Diplomatisch
+Comiteit, -- de Rogiers, Gendebien, Van de Wever, de graven d'Aerschot en
+de Celles, -- van België aan Frankrijk, weerkaatste geenszins de meening
+van de groote meerderheid van de bevolking. Geheel Vlaamsch-België en
+inzonderheid de almachtige geestelijkheid, de talrijke partij der
+Onafhankelijkheid, teekenden tegen deze weinig eerlijke handelingen der
+Fransche groep protest aan, en Jottrand stelde de mannen van het Voorloopig
+Bewind, die eigenmachtig deze aanbiedingen gedaan hadden, in volle Congres
+aan de kaak.
+
+Daar de inlijving bij Frankrijk dus eene feitelijke onmogelijkheid bleek,
+besloten de leden van het Voorloopig Bewind, alsook die van het
+Diplomatisch Comiteit, op het einde van Januari, alles in het werk te
+stellen om de keus van Nemours te doen gelukken, «wat op hetzelfde neerkwam
+als de vereeniging met Frankrijk.» Om Louis-Philippe's besluiteloosheid uit
+den weg te ruimen verzonnen De Stassart en de Franschgezinden de volgende
+list: de candidatuur van den hertog van Leuchtenberg, die Frankrijk niet
+kon aannemen, doordrijven, om deszelfs toestemming in de verkiezing van den
+hertog van Nemours af te dwingen.
+
+'t Was dus tusschen Nemours en Leuchtenberg dat de strijd in 't Congres zou
+geleverd worden; men wist dat aartshertog Karel van Oostenrijk, door enkele
+Vlamingen voorgesteld, geen kans van slagen had, en van den minderjarigen
+Otto van Beieren of prins Karel van Napels, van wie men vroeger wel eens
+gewaagde, was er geene spraak meer.
+
+De keus van Leuchtenberg, dank zij De Stassart's kuiperijen, dank zij de
+woede die Sebastiani's drukking in het Congres verwekt had, scheen
+omstreeks 20en Januari verzekerd; zijn portret werd in de straten
+uitgedeeld; meer dan drieduizend handteekeningen bevalen zijne candidatuur
+aan het Congres aan. Den 28en begonnen de debatten over de koningskeus.
+
+Om Leuchtenberg's verkiezing te verhinderen maakten Louis-Philippe en
+Sebastiani rechtsomkeert; alles was nog niet verloren voor de Fransche
+regeering, want op 25en Januari hadden 52 afgevaardigden, onder welke de
+voorzitter Surlet, de onder-voorzitter De Gerlache, F. de Mérode, de twee
+Gendebien's, eene petitie voor Nemours onderteekend; maar er moest dadelijk
+gehandeld worden.
+
+Markies de la Woestine werd naar Brussel, waar hij veel vrienden telde,
+gezonden om de inzichten der Congresleden te polsen. Hij liet weldra in het
+Palais-Royal weten dat de verkiezing van prins August verzekerd was, indien
+men hem niet uitdrukkelijk den hertog van Nemours tegenstelde. De
+gelastigde Bresson kwam dus den 28en uit Parijs terug «met de bepaalde
+machtiging om te beloven dat indien de kroon den hertog van Nemours
+aangeboden werd, zij door Louis-Philippe voor hem zou aangenomen worden.»
+Markies de la Woestine gaf daarvan officieuse bevestiging. Deze
+guitenstreek liet aan de Fransche uitgezondenen vrij spel, lokte de
+heerschzuchtigen aan door het aas van een gemakkelijken bijval, en deed den
+moed der Fransche partij herleven. De Stassart deelde aan zekere
+Congressisten een brief mede, die eene weigering van den hertog van
+Leuchtenberg liet voorzien; daarenboven werd een weinig voor de stemming
+het valsche gerucht verspreid, dat vertrouwelijke brieven van Firmin Rogier
+de aanvaarding van Louis-Philippe verzekerden; dit besliste over de keus:
+den 3en Februari 1831, na een zesdaagsch debat en na eene tweede
+stemopneming, werd de hertog van Nemours tot Koning der Belgen uitgeroepen
+met 97 stemmen, tegen 74 aan Leuchtenberg en 21 aan Karel van Oostenrijk;
+de Vlaamsche provinciën hadden meerendeels voor Beauharnais' zoon, de
+Waalsche meestal voor den Franschen prins gestemd.
+
+ * * * * *
+
+Men dacht dat de regeeringloosheid nu een einde genomen Had, en het nieuws
+der verkiezing werd overal met gejubel onthaald. De gouverneurs deelden aan
+burgemeesters en gemeenten het heuglijk bericht van de benoeming van het
+hoofd van den Staat mede, en denzelfden dag nog kondigde burgemeester
+Rouppe te Brussel aan de ingezetenen de benoeming van Louis I tot Koning
+der Belgen aan!
+
+Bij het verlaten van het Congres vernamen de leden de aanhouding te Gent
+van kolonel Ernest Grégoire die, op het laatste oogenblik, een opstand ten
+gunste van den prins van Oranje had willen teweegbrengen.
+
+Niemand besefte op dit oogenblik de ellendige fopperij, waarvan Congres en
+Voorloopig Bewind de slachtoffers geweest waren, noch de verfoeilijke
+dubbelzinnigheid waarmede het Fransch gouvernement de vertegenwoordigers
+van de Belgische natie om den tuin geleid had.
+
+Nu, sedert den 1en Februari, had de Londensche Conferentie, door een geheim
+protocol, de hertogen van Nemours en Leuchtenberg uitgesloten; en
+Frankrijks gezant, die eerst Palmerston omtrent Nemours' verkiezing had
+gepolst en met bedreigingen was afgewezen, had dit besluit moeten
+onderteekenen. Meer nog, wanneer men te Londen de overigens verwachte, maar
+toch indrukmakende verkiezing van Nemours vernam, werden Sebastiani en
+Talleyrand verplicht de Conferentie gerust te stellen, door de plechtige
+verzekering dat Frankrijk zich bij die uitsluiting hield (5en-7en
+Februari).
+
+Het was 's anderendaags dat de Belgische afvaardiging, -- Surlet de
+Chokier, Lehon, de Brouckère, F. de Mérode -- die in hare naïveteit het
+besluit van het Congres aan Louis-Philippe moest overbrengen, te Parijs
+aankwam. Met de grootste hoffelijkheid ontvangen, zag de deputatie het
+koninklijk gehoor van dag tot dag verschuiven, en eindelijk op den 17en
+vaststellen; want de regeering, genepen tusschen de oproerige eischen van
+de annexatiepartij en hare verbintenissen tegenover Europa, zat in erge
+verlegenheid.
+
+Intusschen ontving het Voorloopig Bewind van Lord Ponsonby mededeeling van
+het nieuwe Protocol van Londen, met Talleyrand's handteekening bekleed (9en
+Februari). In zijne verwaande verblindheid zond het de boodschap terug;
+alleen Lebeau, de beroemde liberale redenaar, zag klaar in de diplomatische
+sluwheid van Frankrijk, en maakte er 't Diplomatisch Comiteit een verwijt
+van, zich te hebben laten bedotten.
+
+Onder de Parijsche ministers waren er verschillende nochtans, die tot de
+aanvaarding overhelden, en Louis-Philippe's oudste zoon ondersteunde
+krachtdadig hunne meening; maar Frankrijk lag gekluisterd door de
+noodwendigheid van den vrede en door de besluiten van de Conferentie. Reeds
+den 14en wist men te Brussel dat Louis-Philippe weigeren moest, en voor de
+leden van de deputatie was het antwoord niet twijfelachtig meer. Wanneer
+den 17en Surlet de Chokier en zijne gezellen vóor den koning gebracht
+werden en het besluit van het Congres voorlazen, verklaarde Louis-Philippe
+met geveinsde ontroering dat het hem smartte zijne vaderlijke wenschen te
+moeten offeren aan Frankrijks belangen, die hem dwongen te weigeren; maar
+hij verzekerde den nieuwen Staat zijne bescherming: de toer was gespeeld,
+Leuchtenberg's candidatuur was gevallen!
+
+«Welk vertrouwen, schreef Palmerston dienaangaande, kan men in eene
+regeering stellen, die met slinksche streken omgaat, zooals de raadgevers
+van Louis-Philippe tegenover België, welke hier eene zaak bevestigen en ze
+elders loochenen; de goedkeuring van de verkiezing van Nemours door Bresson
+beloven en dezelve door Talleyrand weigeren; hunne verklaringen en
+beginselen veranderen, zoo dikwijls zij een tijdelijk voordeel ontwaren.»
+
+Met woede en teleurstelling vernam gansch België de schandelijke politiek
+van Frankrijk. Vele afgevaardigden stelden dan de keus van een inlandschen
+Vorst voor, Félix de Mérode of de prins de Ligne; doch de eerste wees het
+voorstel met kracht van de hand, de tweede moest, door toedoen zijner
+vrouw, weigeren. Anderen dachten nu weder aan Leopold van Saksen-Coburg,
+doch Sebastiani had bluffend verklaard, dat Frankrijk dien Engelschgezinden
+prins, in geval van benoeming, met het kanon zou wegjagen.
+
+De Fransche partij wilde terstond de volkomen en onvoorwaardelijke
+inlijving bij Frankrijk stemmen, en op deze wijze aldaar een uitbarsting
+van het nationaal gevoel verwekken. De Orangisten, te Luik zelfs, eischten
+den terugkeer van Koning Willem. De aanzienlijkste Congresleden, en
+inzonderheid het Voorloopig Bewind, raadden alsdan het aanstellen van een
+Regent aan, altijd in de hoop dat de Fransche politiek stoutmoediger zou
+worden en Nemours, na zijne meerderjarigheid, krachtdadig en zelfstandig
+zou optreden.
+
+De voorzitter van het Congres, Surlet de Chokier, werd den 24en Februari
+tot Regent benoemd; De Gerlache verving hem op den voorzitterstoel; 's
+anderendaags verleende het Congres eene som van 150,000 gulden aan de
+oud-leden van het Voorloopig Bewind.
+
+Als een echt proconsul van Frankrijk, werkte de zwakke Surlet uitsluitend
+om een zuivere Fransche strekking aan de handelingen van zijne regeering te
+geven, en daarin werd hij door zijn eerste ministerie -- Goblet, Van de
+Wever, Gendebien en Tielemans -- bijgestaan. Hij was overtuigd dat hij
+eerstdaags zijne plaats aan den hertog van Nemours zou kunnen afstaan, en
+sedert Lehon door Louis-Philippe als gezant van België ontvangen, en
+generaal Belliard als Fransch gevolmachtigde te Brussel gezonden was(4en
+Maart), won die overtuiging meer en meer veld. Maar de val van het
+ministerie van den onbekwamen en weifelenden Lafitte en het optreden van
+den krachtdadigen en vredelievenden Casimir Périer in Frankrijk stelde deze
+hoop te leur; ook de Engelsche diplomatie hield er de hand aan om die
+poging te verijdelen, en Palmerston, die in Chokier slechts een Franschen
+stadhouder zag, aarzelde niet den Regent te doen inzien, hoe weinig eervol
+die afkeer voor de Belgische onafhankelijkheid was. Wat zijn misnoegen en
+dit der Conferentie tegen Chokier nog vermeerderde, was dezes proclamatie
+van 10en Maart tot de Luksemburgers, waarin de Regent verklaarde dat, trots
+de Conferentie, bij de Belgen de vaste wil bestond om het Groothertogdom te
+behouden.
+
+Het bestuur van den Regent, een zeer braaf doch onbeduidend man, zonder
+schranderheid noch krachtdadigheid, werd door de grootste regeeringloosheid
+gekenmerkt; reeds den 20en Maart was het eerste ministerie gevallen, en het
+duurde zes dagen eer een nieuw gevormd was. «De Belgen toonden zich zoo
+onbekwaam om eene natie te worden, dat de Conferentie ernstig aan eene
+verdeeling begon te denken.»
+
+Ziende dat de Oranjepartij het hoofd opstak te Gent, te Antwerpen en te
+Maastricht, stichtte Gendebien, den 23en Maart te Brussel, met behulp van
+de regeering, de _Association Nationale_, gevaarlijke tweede regeering, die
+hare vertakkingen over het land verspreidde en eene soort van schrikbewind
+over België deed heerschen. Zij riep om oorlog tegen Holland ten einde den
+toestand te redden. Ontegensprekelijk dreigde de Omwenteling onder te gaan;
+het schip begon reeds te kraken; Lord Ponsonby, de Engelsche gezant,
+trachtte baron van der Smissen, gouverneur van Antwerpen, tot een
+Orangistischen opstand te bewegen, die echter mislukte, dank zij de
+krachtdadigheid van kolonel Clump (25en Maart 1831). De tuchteloosheid
+dreigde de ontreddering van het leger te volledigen.
+
+Gent was het middelpunt der Orangisten; de oppositie had er reeds tweemaal
+de Oranjegezinden als raadsleden naar het stadhuis gestuurd: de
+gemeenteraad, tweemaal ontbonden, was sedert 4en Februari door eene
+Veiligheidscommissie vervangen, en Gent, evenals Antwerpen, in staat van
+beleg verklaard. «Alle tucht, zegt De Gerlache, was teniet, zoo wel bij de
+militairen als bij de burgers. De officieren klaagden elkaar bij de
+regeering en in de dagbladen aan. Men kan het niet betwijfelen dat vele,
+zelfs hooggeplaatste lieden, volgaarne aan de restauratie der Nassaus
+zouden geholpen hebben, om met dien toestand gedaan te maken. Maar het volk
+was er zeer tegen.» Inderdaad, œconomische oorzaken en private belangen
+hadden gemaakt dat de Orangisten voor het meerendeel grootnijveraars en
+groothandelaars waren; de nieuwe mekanieken hadden eensdeels een
+vermindering van handwerkgebruik en een uitwijking van buitenlieden naar de
+steden teweeggebracht. Reeds lang had dit eene veete tusschen industrieelen
+en werkvolk veroorzaakt, doch nu werd die nog verscherpt door het
+stilvallen van getouwen en andere mekanieken wegens de onlusten en de
+vredebreuk met Holland. Die werkloozen, ja broodloozen, vierden nu, 't zij
+uit eigen beweging, 't zij opgehitst door de patriotische vereenigingen,
+hunne woede bot op de bijzonderen, en zoo geschiedden er te Gent, Brussel,
+Mechelen, Ieperen, Bergen en Luik, gewelddaden en plunderingen,
+straffeloos, onder het lijdzame oog der regenties (28en Maart, zaak
+Voortman te Gent). Er bestond tusschen het bestuur en de plunderaars, onder
+welke zich talrijke betaalde of geld uitdeelende Franschen bevonden, een
+soort van geheime overeenkomst. Voor de oppositie of de verdachten was er
+geene bescherming; men hoorde zelfs minister Lebeau beweren, dat de
+plundering der Orangisten, hoe betreurenswaardig ook, een schrikkelijke
+noodzakelijkheid was om de vijanden van de openbare orde te beteugelen. Het
+redactiekantoor van de Orangistische bladen werd dan ook geplunderd, en
+B^on de Lamberts, gouverneur van Oost-Vlaanderen, aarzelde niet om een
+anarchistisch manifest te onderteekenen, door Lebeau zelf als monsterachtig
+bestempeld, waardoor hij den _Messager de Gand_ buiten de wet stelde.
+
+Aan den anderen kant zien wij de Fransche annexatiepartij, die steeds in
+aanraking was met den woelgeest L. de Potter, republikeinsche opstooten
+trachten te verwekken, onder andere de muitzieke Mellinet met zijne
+vrijwilligers te Namen, doch zonder de medewerking der ontmoedigde
+burgerij.
+
+Het zij hier terloops opgemerkt dat, evenals zijn wapenmakker der
+Septemberdagen, don Juan van Halen, die, in October 1830 aangehouden, reeds
+de volgende maand in beschikbaarheid gesteld was, Mellinet in Augustus op
+wachtgeld geplaatst werd; Ernest Grégoire zat opgesloten en Parent, De
+Culhat en De Pontécoulant waren haast vergeten. De _Association Nationale_,
+die met bombast den oorlog en de verovering van Zeeuwsch-Vlaanderen en van
+Luksemburg eischte, stuitte, in hare revolutionnaire woede, op de algemeene
+zucht naar vrede en naar herstelling van orde, handel en nijverheid.
+Vreezende nochtans, dat die tweede regeering de overhand zou nemen, gezien
+de zwakheid van Surlet's bestuur, en onzeker over den uitslag der
+verkiezingen, die wellicht de Orangisten in meerderheid naar de Kamers
+konden zenden, weigerden de Congresleden hun ontslag te nemen, en besloten
+zich in Mei opnieuw te vereenigen; zoo pleegden zij een wezenlijken
+Staatsgreep (12en April).
+
+Maar, was het tweede ministerie van den Regent even machteloos en zonder
+gezag als het eerste, het draagt nochtans de verdienste weg, het Congres
+tot toenadering met de Londensche Conferentie overgehaald te hebben, en
+België een uitstekenden Koning geschonken te hebben. Minister Lebeau, een
+knap redenaar en een behendig politicus, had, op 2en April, aan het Congres
+laten inzien dat de diplomatische onderhandelingen, van het eerste
+oogenblik, België tegenover de Mogendheden gebonden hadden, en men dus de
+tusschenkomst van de Conferentie in de buitenlandsche zaken moest
+ondergaan. Aangespoord door Lord Palmerston en diens agent Lord Ponsonby,
+die de candidatuur van den Prins van Oranje bepaald opgegeven had, stuurde
+hij een deputatie van vier Congresleden naar Londen, bij prins Leopold van
+Saksen-Coburg, den veertigjarigen weduwnaar der kroonprinses van Engeland,
+om hem de Belgische kroon aan te bieden; tusschen de afgevaardigden
+bevonden zich de hoofdman der katholieken, F. de Mérode en pastoor De
+Foere, die in 't Congres verzekerd hadden dat de keuze van eenen
+protestantschen prins, gezien de bepalingen der Grondwet, hen niet deerde.
+Den 22en April te Marlborough-House ontvangen, ontmoetten die
+afgevaardigden zulke tegenwerpingen van wege den prins, dat Paul Devaux ze
+op 10en Mei kwam vervoegen. Onderricht door zijne ervaringen tijdens de
+onderhandelingen voor de Grieksche koningskroon, en geraden door zijnen
+vriend baron Stockmar, stelde de voorzichtige Leopold de aanvaarding der
+kroon afhankelijk van de overeenkomst van België met de Mogendheden; hij
+eischte dat men te Brussel vooreerst uitdrukkelijk het protocol van de
+Conferentie van den 20en Januari zou aanvaarden, mits zich later, bij de
+uitvoering, om betere voorwaarden te beijveren.
+
+De Belgische afgevaardigden deden inzien, dat het Congres nooit in den
+afstand der in de Grondwet vermelde provinciën Limburg en Luksemburg zou
+toestemmen, doch lieten voorzien dat Leopold, als koning, een voldoenden
+invloed op de Kamers voor de oplossing van dit vraagstuk zou bezeten
+hebben. Van eene onzekere kroon wilde de ervaren Leopold echter niet weten.
+
+Middelerwijl worstelde het ministerie van den Regent tegen de inwendige
+anarchie en vreesde de ophitsing tot den oorlog met het buitenland. De
+Conferentie van Londen stelde aan de Belgische regeering den 1en Juni als
+termijn voor de aanneming van het protocol, den 18en Februari door koning
+Willem onderteekend, en dreigde met vredebreuk in geval van weigering. De
+Nederlandsche Vorst verwittigde haar insgelijks dat, indien zij op
+bepaalden datum tot de grondslagen der scheiding, volgens het protocol van
+20en Januari niet zou toegetreden zijn, hij zich vrij zou achten om voor
+eigen rekening te handelen.
+
+De oorlogspartij verhief dadelijk het hoofd op; uit vrees voor den krijg
+ijlde Ponsonby naar Londen, en Belliard verwittigde Talleyrand, zoodat men
+tot eenige toegeving aan de Belgen besloot, om Leopold's aanneming te
+vergemakkelijken. Den 21en Mei beloofde dus de Conferentie onderhandelingen
+met koning Willem aan te knoopen, om, mits een te bepalen koopsom, aan
+België het bezit van Luksemburg te verzekeren, maar men bleef aan den
+gezetten termijn van 1en Juni vasthouden.
+
+In de hoop dat de koningskeus een gunstigen invloed op de beslissingen van
+de gevolmachtigden zou uitoefenen, besloot Lebeau, eerst tot de verkiezing
+over te gaan. Hij deed dus, den 25en Mei, door 96 Congresleden de
+candidatuur van Leopold voordragen; en ondanks de pogingen van de Fransche
+partij om de verkiezing van den Duitsch-Engelschen prins te doen mislukken,
+niettegenstaande hare razende aanvallen om het ministerie Lebeau omver te
+werpen, werd de prins van Saksen-Coburg, na een tweedaagsche discussie, met
+de groote meerderheid van 152 op 196 stemmen gekozen (4en Juni): aan de
+Conferentie werd niet eens geantwoord. Een deputatie van 12 leden, met De
+Gerlache aan het hoofd, werd belast die benoeming aan den prins aan te
+kondigen; haar vergezelden Devaux en Nothomb, secretaris-generaal voor de
+buitenlandsche zaken, om de Conferentie tot gunstige voorwaarden over te
+halen.
+
+ * * * * *
+
+De weigering der Belgen, om hunne aanspraken eenigermate te verminderen,
+deed een oogenblik de hoop op eene vreedzame oplossing verliezen.
+Talleyrand, door die halsstarrigheid ongeduldig gemaakt, kwam alweer met
+zijn plan van verdeeling voor den dag; terwijl Leopold, door het Engelsche
+Hof en Palmerston ondersteund, zich onverpoosd bemoeide om voor België
+aannemelijke voorwaarden te verkrijgen, zette Koning Willem onophoudend
+zijne oorlogstoebereidselen voort; hij vroeg niets beter dan de afvalligen
+de scherpte van zijn zwaard te doen gevoelen en gaf dus, den 22en Juni, aan
+de Conferentie nogmaals te kennen, dat, indien de gevolmachtigden, ondanks
+hunne stellig genomen verbintenissen, nalieten middelen aan te wenden om
+het protocol van 20en-27en Januari door België te doen eerbiedigen, hij
+verplicht zou zijn, zijn toevlucht tot zijn eigen middelen te nemen. Op die
+bedekte oorlogsverklaring antwoordde de Conferentie met den 26en Juni een
+protocol van XVIII Artikelen op te stellen, dat een voor België veel
+voordeeliger ontwerp van verdrag dan dit van 20en Januari uitmaakte. Wel
+bleven voor Holland de grenzen van 1790 behouden, maar de volgende
+artikelen openden aan de Belgen het vooruitzicht, eens in het bezit van
+Maastricht te geraken, en bij de ruiling der ingesloten gronden nog een
+grooter gedeelte van Limburg te bekomen. De linker Scheldeoever moesten zij
+opgeven, doch het vrije gebruik van de Vaart van Terneuzen werd hun
+toegezegd. Het vraagstuk van het Groothertogdom werd van het
+Hollandsch-Belgisch geschil afgescheiden, om afzonderlijk door Willem, den
+Duitschen Bond en den aanstaanden Vorst van België, afgehandeld te worden;
+intusschen zou Luksemburg door België voort bestuurd worden. Ook in plaats
+van de schulden te verdeelen, legde men aan elk land zijn eigen
+oorspronkelijke schuld op, met uitsluiting der gemeenschappelijk uitgegeven
+sommen. De voordeelen, men ziet het, door de Belgische afgevaardigden en
+door den prins van Saksen-Coburg van de gevolmachtigden verkregen, waren
+van niet geringen aard. De Mogendheden schenen vergeten te hebben dat zij,
+den 19en Februari en den 17en April, hunne schikkingen van 20en Januari als
+_fondamenteel en onherroepelijk_ gevestigd hadden.
+
+Dan verklaarde Leopold aan de afvaardiging, die hij toen eerst wilde
+ontvangen, dat hij de Belgische kroon zou aanvaarden, indien men door het
+Congres dit verdrag der XVIII Artikelen kon doen aannemen. Lebeau aarzelde
+niet: alhoewel hevig en hartstochtelijk bestreden door de Fransche
+aanhechtingspartij, door de Orangisten, door de Republikeinen, en niet het
+minst door de afgevaardigden van Limburg en Luksemburg -- de twee
+provincies die gevaar liepen door het verdrag verbrokkeld te worden -- bood
+hij de driftige en dreigende oppositie eenen kalmen en welsprekenden
+tegenstand, en na negen dagen discussie, wist hij de meerderheid van het
+Congres tot de aanneming van de XVIII Artikelen over te halen. Ondanks de
+nieuwe kuiperijen van de Fransche propagandisten, die te Brussel en te Luik
+een openlijken opstand tegen de Belgische regeering wilden inrichten, en de
+Republikeinen, die te Gent en te Geeraardsbergen eene militaire
+samenzwering op touw gezet hadden, werd, den 9en Juli, het Verdrag door 126
+tegen 70 stemmen aangenomen.
+
+Niets verzette zich meer tegen Leopold's toestemming. Hij verliet Londen
+den 16en Juli, ontscheepte te Kales, werd plechtig aan de Belgische grens
+ontvangen, vernachtte eerst te Veurne, dan te Gent, en kwam den 19en Juli,
+onder het gejuich der bevolking, op het kasteel te Laken aan. Van de
+grenzen af, was zijn reis een voortdurende feesttocht geweest, behalve te
+Gent, waar hij zeer koel onthaald werd. Den 21en Juli werd de Vorst op het
+verhoog, vóor Sint-Jakobs op Koudenberg opgetimmerd, door den Regent en de
+Congresleden ontvangen, en legde er, in de open lucht, den eed aan de
+Grondwet af. Alzoo trad België in de rij der Europeesche Staten, als een
+erkende onafhankelijke natie.
+
+ * * * * *
+
+Leopold's verkiezing was een triomf voor de Engelsche diplomatie. Maar de
+scheiding van het schoone Rijk der Nederlanden was het niet minder voor de
+Fransche politiek; wel is waar moest zij, tegen haar wil, de
+onafhankelijkheid der Belgen erkennen, maar bij Talleyrand en bij vele
+Franschen bleef de hoop op eene latere inlijving voortbestaan.
+
+[Illustration: Inhuldiging van Leopold I als Koning der Belgen te Brussel
+(21 Juli 1831)]
+
+De sluwe Fransche gezant had reeds in April bij protocol de slechting
+bekomen van de Belgische vestingen, door de Sainte Alliance in 1815 op onze
+zuidelijke grenzen opgericht. Intusschen verkreeg hij van de Mogendheden,
+op 14en Juli, dat dit protocol zou ruchtbaar gemaakt worden. Twee dagen na
+Leopold's inhuldiging, verhaastte zich dan ook koning Louis-Philippe, bij
+de opening der Kamers, die ontmanteling op hoogen toon aan het Fransche
+volk mede te deelen: België was alzoo feitelijk onder Frankrijks
+suzereiniteit geplaatst; men zou het dadelijk zien.
+
+Terecht gebelgd over de snoode wispelturigheid van de Conferentie, die door
+hem opgeroepen, hem eerst van de helft van zijn Koninkrijk beroofd had, en
+hem nu in zijne rechten krenkte, weigerde Willem I met fierheid het Verdrag
+der XVIII Artikelen te onderteekenen, en verklaarde dat hij de aanvaarding
+van de Belgische koningskroon door den prins van Coburg als eene
+persoonlijke beleediging aanzag (12en Juli). Veertien dagen later kondigde
+hij de Conferentie aan dat hij beslist was zijn onderhandelingen door
+oorlogsmiddelen kracht bij te zetten; hij wilde, veeleer dan België te
+heroveren, door de herstelling van de faam zijner wapenen, de gunstiger
+voorwaarden van den 20en Januari van de Conferentie bekomen.
+
+Den 2en Augustus, gedurende zijne feestelijke ontvangst te Luik, vernam
+Leopold dat generaal Chassé, te Antwerpen, het einde van den wapenstilstand
+afgekondigd had, en dat 38,000 man met 72 kanonnen onder den prins van
+Oranje over de Belgische grens getrokken waren. De nieuwe Vorst, die zich
+met eigen oogen een denkbeeld had kunnen vormen van den ellendigen staat en
+de geringe getalsterkte van het Belgisch leger, verre van zich door den
+verwaanden toon der Belgische dagbladen te laten begoochelen, stuurde
+onmiddellijk, op raad van Lebeau, boden naar de gezanten Lehon te Parijs en
+Van de Weyer te Londen, ten einde de dadelijke hulp van de Fransche en van
+de Engelsche regeering af te smeeken, en deed den 4en door den
+ministerraad, niettegenstaande artikel 121, dat zulks verbood, aan
+Frankrijk vragen een hulpleger naar België af te zenden.
+
+Het verraste Engelsche ministerie was woedend, doch zijne dreigementen
+baatten niet; de Conferentie, die den wapenstilstand gewaarborgd had, was
+onthutst; de Fransche regeering jubelde over de noodwendigheid harer
+tusschenkomst.
+
+Dadelijk werd maarschalk Gérard aan het hoofd van het leger van het
+Noorden geplaatst en begon zijn opmarsen, doch gezien het lichtgeraakte
+eergevoel van de Belgische troepen, die in hunnen overmoed «geene
+vernedering» wilden dulden, verwittigde de ministerraad den maarschalk, dat
+de bevelen van den koning noodzakelijk den intocht van de Franschen in
+België moesten voorafgaan; gelukkiglijk voor het pasgeboren koninkrijk
+hield deze daar geen rekening mede.
+
+Het Belgische leger, in twee hoofdafdeelingen gesplitst, trachtte
+intusschen den voortgang van Oranje's leger te stuiten. De onbekwame
+generaal Daine voerde het bevel over het slecht uitgeruste en tuchtlooze
+Maasleger, slechts 10,000 man sterk; Leopold bevond zich in het
+Scheldeleger, aangevoerd door baron de Tiecken de Terhove met 17,000 man;
+beide legers trachtten zich te vereenigen, maar Oranje besloot dit te
+verijdelen door zich tusschen beide in te schuiven, en slaagde er in door
+de inneming van Diest. Nu viel hij den 8en Augustus Daine bij Hasselt aan,
+en dreef zijn gansche leger zonder vechten op de vlucht. Daarna trok hij op
+Westmeerbeek af, waar Leopold[26] en Tiecken gelegerd waren; dezen, bij het
+vernemen van Daine's nederlaag en vreezende afgesneden te worden, trokken
+achteruit, en namen plaats op den weg van Leuven naar Tienen; weldra werden
+ze achteruitgeworpen en achtervolgd door den dapperen Oranje, wiens
+luitenant Bernard van Saksen-Weimar intusschen den steenweg van Leuven naar
+Brussel, in den rug van het Belgisch leger bezette.
+
+Het Scheldeleger ging hetzelfde lot ondergaan als het Maasleger, en de
+koning te Leuven ingesloten worden, toen, dank zij de tusschenkomst van sir
+Robert Adair, den Engelschen gezant te Brussel, de prins van Oranje de
+belofte gaf dien dag Leuven niet te bestormen, indien men zich 's
+anderendaags 's middags wilde overgeven. De Belgische troepen maakten van
+dien wapenstilstand gebruik om langs den straatweg van Leuven naar Mechelen
+te vluchten; zonder de koelbloedigheid en de dapperheid van Koning Leopold,
+die de hoofdstad trachtte te dekken, ware de nederlaag in eene ware ramp
+veranderd (12en Augustus), 's Anderendaags deed de prins van Oranje zijne
+intrede te Leuven. De overwinning van het Nederlandsche leger was volkomen,
+de Tiendaagsche Veldtocht had de eer der Hollandsche wapens gered.
+
+Te Brussel, van waar Oranje slechts twee uur verwijderd was, heerschte de
+grootste verwarring en was de burgerij tot de overgave bereid. Het jonge
+koninkrijk was reddeloos verloren, indien het Fransch leger, op dit
+oogenblik, niet opgedaagd was.
+
+Toen den 9en Augustus generaal Belliard, wien gelast was geweest met Chassé
+te onderhandelen om eene nieuwe beschieting aan Antwerpen te vermijden, de
+vlucht van Daine's leger vernomen had, zond hij, uit eigen beweging en
+zonder Leopold te raadplegen, een koerier naar maarschalk Gérard, om dezen
+tot eenen snellen opmarsen aan te sporen. Den 10en rukte het Fransche leger
+over de grens en bereikte Waver den 12en, zoodat koning Willem, woedend
+over de snoode handelwijze van Frankrijk, dat het principe van
+Niet-Tusschenkomen verloochende, in zijne onmacht aan den prins van Oranje
+het bevel gaf, voor Frankrijks troepen te wijken. Den 13en stonden Gérard's
+voorposten vóór de Hollandsche afdeelingen; alsdan sloot Oranje met
+Belliard een overeenkomst, waarbij zijn leger over de grens terugtrok.
+
+België zou hare nederlaag duur bekoopen. Reeds den 11en had Talleyrand, de
+verklaarde vijand onzer onafhankelijkheid, zich op de Conferentie van
+Londen heftig over de Belgen uitgelaten: «Leopold was een armzalig wezen en
+de Belgen een troep vagebonden, de onafhankelijkheid onwaardig; België kon
+niet zelfstandig blijven bestaan en het te verdeelen was de eenige
+mogelijke oplossing.»
+
+Palmerston beantwoordde, den 15en Augustus, die onverdraaglijke en sluwe
+taal met een _ultimatum_ aan Frankrijk om dadelijk zijne troepen uit België
+terug te trekken. Louis-Philippe riep terstond 20,000 man terug, maar
+stelde als voorwaarde der geheele ontruiming, dat maarschalk Gérard de
+geheele slechting van de zuidelijke vestingen zou voltrekken. Palmerston
+liet bedreigingen hooren, en Frankrijk, op verzoek van Leopold, liet
+slechts 12,000 Fransche soldaten hier, om aan de herinrichting van het
+Belgische leger te werken. Het was slechts den 30en September 1831 dat de
+laatste vreemde troepen onze grenzen verlieten, drie weken nadat Leopold
+zich, in overleg met de vier Mogendheden, verbonden had om maatregelen te
+nemen voor de spoedige ontmanteling van Meenen, Doornik, Ath, Bergen en
+Charleroi.
+
+Inmiddels had de Conferentie, gedurende de onderhandelingen te Londen,
+opnieuw rechtsomkeert gemaakt; met dezelfde vaardigheid waarmede zij
+vroeger het protocol van 20en Januari had laten gaan, verloochende zij nu
+het verdrag der XVIII Artikelen. Europa toonde zich hard voor de
+overwonnenen: het nieuwe Tractaat der XXIV Artikelen, ondanks de
+bemoeiingen van Van de Weyer en het verlangen van Louis-Philippe, behelsde
+veel erger bepalingen dan het eerste, dit door toedoen van Engeland en van
+de Oostelijke Mogendheden.
+
+België moest Maastricht laten varen, benevens het Oostelijk gedeelte van
+Limburg over de Maas, en het Noord-Westelijk, met Roermond en Venloo. Het
+Groothertogdom Luksemburg werd ten persoonlijken titel aan Willem I
+geschonken, doch België behield het Waalschsprekend gedeelte, mitsgaders
+een klein Duitschsprekend strookje, van Aarlen tot Vieil-Salm. Wel werd de
+vrije vaart van de Schelde naar den Rijn verzekerd, maar de scheepvaart op
+de Schelde zelf werd aan zekere tollen onderworpen. Wat de schulden van het
+vroegere Vereenigde Koninkrijk betrof, België zou er de helft van dragen
+met bovendien nog de schulden van vóor de vereeniging, te zamen beloopende
+eene jaarlijksche rente van 8.400.000 gulden: dit heette te zijn het
+beslissend en onwederroepelijk besluit der Mogendheden (14en October).
+
+Het was met groot misnoegen dat het Fransch ministerie kennis kreeg van die
+vergrooting van grondgebied aan Holland toegestaan; doch in België werd het
+verdrag der XXIV Artikelen met eene echte woede ontvangen. He Kamers
+verzetten zich tegen deze harde voorwaarden. Maar, wel wetende hoe
+gevaarlijk het was aan Europa weerstand te bieden en vreezende koning
+Leopold tot den afstand te dwingen, onderwierpen zij zich eindelijk: de
+Kamer der volksvertegenwoordigers den 1en November met 59 stemmen tegen 38,
+en de Senaat den 3en November met 35 tegen 8.
+
+[Illustration: Leopold I]
+
+Van de Weyer bracht het toestemmend antwoord aan de Conferentie over, en
+den 15en November werd het Verdrag bekrachtigd. Om België voor deze houding
+te beloonen, waarborgden de vijf Mogendheden aan Koning Leopold de
+uitvoering van al de artikelen, en beloofden hem den vrede en hunne
+oprechte vriendschap: dat was de erkenning van het Belgisch koningdom.
+Intusschen weigerde Holland het Verdrag bij te treden, dat dadelijk door
+Koning Leopold, Louis-Philippe en Willem IV van Engeland onderteekend werd;
+Oostenrijk en Rusland, die nochtans de erkenning van het koninkrijk België
+betreurden, en ook eindelijk Pruisen traden de XXIV Artikelen bij
+(Januari-Maart 1832).
+
+ * * * * *
+
+De Belgen konden nu den vrede verhopen; maar eenerzijds dreigde de strijd
+met Holland opnieuw te beginnen, anderzijds ontstonden moeielijkheden
+nopens de ontmanteling van de zuidelijke grenssteden. Immers, men had op de
+Conferentie de slechting van de sterkten Charleroi en Doornik vervangen
+door die van Mariembourg en Philippeville (14en December). Frankrijk, dat
+nog altijd zijne hoop niet opgegeven had om deze twee laatste steden te
+verkrijgen, teekende hiertegen verzet aan. Louis-Philippe dreigde zelfs het
+traktaat van 15en November niet goed te keuren en oefende op Koning Leopold
+eene echte drukking uit; ook Talleyrand gaf zich veel, maar vergeefsche
+moeite, om Frankrijks eigenliefde te vrijwaren. Eindelijk stelde Leopold,
+die uit alle krachten Frankrijk zocht te bevredigen, met goedkeuring van
+Louis-Philippe, eene verklarende nota aan de Conferentie voor, die door de
+gevolmachtigden der vier andere Mogendheden aangenomen werd: haar
+hoofdinhoud luidde dat de bepalingen der overeenkomst van 14en December
+1831, aangaande de daar vermelde vestingen, geen inbreuk mochten maken op
+de volle souvereiniteit van den Koning van België en de onafhankelijkheid
+van dit land (23en Januari 1832).
+
+Indien Leopold zijne genegenheid voor Frankrijk gedurende deze
+onderhandelingen niet verborgen had, was het dat hij een nog inniger
+verbond met dit land wenschte: namelijk zijn huwelijk met een der dochters
+van Louis-Philippe. Hier ook waren hinderpalen uit den weg te ruimen:
+vooreerst de weinige neiging van den Franschen Vorst voor die
+echtverbintenis; ten tweede de vrees van Leopold om een oogenblik zijn Rijk
+te verlaten. Toch kwam het tot een onderhoud met Louis-Philippe te
+Compiègne den 28en Mei: den 9en Augustus huwde Leopold aldaar de
+twintigjarige Louise-Marie van Orleans.
+
+Den 18en April 1832 hadden de Oostelijke machten, die vruchteloos Koning
+Willem tot de onderteekening van het Verdrag der XXIV Artikelen aangemaand
+hadden, eindelijk moede van vragen, hunne bekrachtiging tegen Belgiës
+aanvaarding bij Van de Weyer te Londen gewisseld. De Nederlandsche Vorst
+antwoordde met een nieuw en krachtdadig protest, en hield voort bijna
+100,000 man onder de wapens. Die uitdagende houding van Holland, een gevolg
+van den goeden uitslag van den Tiendaagschen Veldtocht, verplichtte Koning
+Leopold voortdurend aan de herinrichting van het Belgische leger te werken;
+door generaal Belliard, die als een soort van opperbevelhebber der troepen
+optrad, en talrijke andere Fransche officieren bijgestaan, bereidde hij
+zich tot het afslaan van eenen nieuwen aanval voor; en alhoewel het
+onderhoud van de troepen, die de krijgsbegrooting op onrustwekkende wijze
+deed stijgen, 's lands middelen uitputte, zette hij zijne
+krijgstoebereidselen onverpoosd voort.
+
+Intusschen had de koppigheid van Willem de Conferentie ongeduldig gemaakt,
+en in Juli sprak Palmerston reeds aan Van Zuylen, Falck's opvolger te
+Londen, van dwangmiddelen te gebruiken jegens zijnen meester, die
+voortdurend weigerde Antwerpen en de Scheldeforten over te leveren. Door
+toedoen van Stockmar werd zelfs gepoogd om het vraagstuk van Antwerpen door
+eene Belgisch-Hollandsche conferentie op te lossen; doch vruchteloos. De
+Conferentie drukte alsdan haar misnoegen aan den Nederlandschen Koning uit;
+Frankrijk en Engeland stelden een gewapende tusschenkomst voor, maar de
+Oostelijke machten deelden geenszins in die zienswijze. Na eenige
+bedenkingen omtrent het gevaar van een tweeden Franschen inval in België,
+teekende Palmerston met Talleyrand de akte van 22en October 1832, waarbij
+de twee regeeringen zich met de uitvoering van het Verdrag der XXIV
+Artikelen gelastten; Koning Willem kreeg tot den 2en November om Antwerpen
+te ontruimen, zoo niet zou men al de Hollandsche schepen kapen die men kon
+aanklampen, en een Fransch leger voor de citadel van Antwerpen sturen.
+Uitdrukkelijk werd er bijgevoegd dat de tusschenkomst der Franschen door
+Koning Leopold moest worden ingeroepen en dat zij, dadelijk na Antwerpens
+inneming, België moesten verlaten. Pruisen en Rusland trokken zich daarop
+uit de Conferentie terug, zonder dat de twee Westelijke machten zich daar
+verder om bekreunden.
+
+Willem's regeering antwoordde moedig, den 2en November, dat zij Antwerpen
+zou verdedigen. Daarop werd beslag gelegd op de Hollandsche schepen, die in
+de havens van Frankrijk en Engeland geankerd lagen, en de Engelsche en
+Fransche vloot aan de Duinen bijeengekomen, stevenden naar de kusten van
+Holland. Doch niets kon den trots van den Nederlandschen Vorst doen buigen.
+
+Dan vroeg generaal Goblet, minister van oorlog, de hulp van het Fransche
+leger om België door de Hollanders te doen ontruimen (9en November). Den
+volgenden dag werd eene voor de Belgische troepen zeer vernederende
+overeenkomst gesloten; deze zouden aan het beleg geen deel nemen, al de
+posten rondom Antwerpen zouden aan de Franschen overgelaten worden, en een
+garnizoen van ten hoogste 6000 man mocht onzijdig in die stad verblijven;
+ook verwekte die conventie hartstochtelijke besprekingen in de Kamers.
+
+Den 15en November 1832 trokken Gérard en de hertog van Orleans de grens
+over, met een leger van 60,000 man en een aanzienlijke massa grof geschut;
+den 4en December begon de beschieting van de citadel van Antwerpen. Chassé
+had verklaard dat hij zich slechts zou overgeven, na al zijn middelen van
+verdediging uitgeput te hebben; hij hield woord. Slechts na een geweldig
+bombardement, dat zijn vestingen in gruis gelegd en meer dan duizend der
+4,500 verdedigers gedood had, deed Chassé de witte vlag hijschen; liever
+dan zich over te geven, liet Koopman, bevelhebber van twaalf
+kanonneerbooten op de Schelde, deze zinken. Zelfs de vijand stond in
+bewondering voor de heldhaftige verdediging van die koene krijgers (23en
+December 1832). Daar nu Koning Willem in de ontruiming van de verdere
+forten van Lillo en Liefkenshoek nog niet wilde toestemmen, werd de dappere
+generaal met het garnizoen, als krijgsgevangenen naar Frankrijk gestuurd.
+Het Fransche leger kreeg overigens, dadelijk na den val van Antwerpen, het
+bevel om naar Frankrijk terug te keeren, en leverde de citadel aan de
+Belgische troepen over.
+
+Holland, door de blokkade van zijne kusten zeer benadeeligd, werd weldra
+genoodzaakt met Engeland en Frankrijk te onderhandelen: door bemiddeling
+van Pruisen, werd tusschen de drie regeeringen eene voorloopige
+overeenkomst gesloten, die de vijandelijkheden deed staken; aan Willem werd
+de belofte opgelegd, België niet meer aan te vallen; en Schelde en Maas
+werden vrij verklaard tot de opstelling van een bepaald verdrag (21en Mei
+1833). De schikkingen, betrekkelijk de vaart op de Maas, werden omstandig
+geregeld door de Conventie van Zonhoven, den 18en November daaropvolgende,
+tusschen Bernhard van Saksen-Weimar en generaal Dibbits eenerzijds en
+generaal baron Hurel anderzijds gesloten: dit was de eerste akte die
+tusschen België en Holland opgemaakt is. Met dezen voorloopigen toestand
+hadden de Mogendheden vrede, en daar Koning Willem zelf weinig geneigd
+scheen om er van af te wijken, ging de Conferentie van Londen in November
+uiteen, zonder aan haar werk de volkomen bekrachtiging te hebben kunnen
+bijzetten.
+
+Alzoo ging, gedurende de vijf volgende jaren, het jonge Koninkrijk België
+zijnen weg en beijverde zich, door het heropbeuren van den kwijnenden
+handel en de stil liggende nijverheid, door het aanleggen van spoorwegen
+(op voorstel van minister Rogier), door het uitvoeren van openbare werken,
+om den welstand in de provinciën te doen terugkeeren. Daar de Koning van
+Holland het verdrag der XXIV Artikelen weigerde te onderteekenen, betaalde
+België de jaarlijksche rente niet, en behield Limburg en Luksemburg,
+waarvan de afgevaardigden te Brussel in de Kamers zetelden en welke door
+Belgische ambtenaren bestuurd werden.
+
+Zoo sleepte de toestand voort, toen plots Koning Willem den 14en Maart
+1838, tot de aanvaarding van het Verdrag van 1831 besloot; dit besluit
+baarde de grootste verrassing en verslagenheid te Brussel. De Kamers waren
+het tooneel van de hartstochtelijkste debatten; de met afstand bedreigde
+inwoners teekenden hevig verzet aan; men wilde van geene scheiding weten.
+Maar noch Palmerston, noch het kabinet van Louis-Philippe wilden de Belgen
+in hunne «dwaze pogingen» ondersteunen. Vruchteloos bood Leopold 60.000.000
+frank aan Holland, in vergoeding voor de gedeelten van Limburg en
+Luksemburg. De Conferentie bleef onverbiddelijk; nauwelijks gelukte het aan
+De Theux, minister van buitenlandsche zaken, enkele verzachtingen op eenige
+bepalingen te verkrijgen, namelijk omtrent de verdeeling van de schuld, die
+voor België tot eene jaarlijksche rente van vijf millioen gulden verminderd
+werd.
+
+Nog wilde de openbare meening in België niet toegeven: de regeering van
+Leopold werd door de Limburgsche en Luksemburgsche volksvertegenwoordigers
+heftig aangevallen; uit Parijs, waar hij zich sedert jaren teruggetrokken
+had, stookte L. de Potter het vuur aan. Alsdan riepen de misnoegde
+Mogendheden hunne gezanten terug; ook de geweldige handelscrisis deed den
+strijdlust der Belgen weldra koelen. De stormachtige zittingen van de
+Kamers, waarin soms het publiek der tribunen tusschenkwam, namen ten slotte
+een einde. 't Is bij zijne ontkennende stemming over het voorstel, dat
+Gendebien zijnen beruchten uitroep deed: «Ik stem neen! 380.000 maal neen!
+voor de 380.000 Belgen die gij aan de vrees opoffert!» Den 19en Maart 1839
+stemden de Kamer der Volksvertegenwoordigers en eene week later de Senaat
+goedkeurend over het Verdrag van Londen. Het werd aldaar, den 19en April
+1839, onderteekend door België, Holland, den Duitschen Bond en de vijf
+groote Mogendheden.
+
+In Holland zelf had intusschen de Vorst, dien men vroeger «Vader Willem»
+noemde, geheel en al zijne populariteit verloren. Hij kon het wel zien,
+toen den 20en December 1839 zijn voorstel om 56 millioen te ontleenen tot
+het dekken der schuld, benevens het ontwerp van begroeting, verworpen
+werd; de oppositie eischte eene grondwetsherziening en bekwam de zoo lang
+gevraagde ministerieele verantwoordelijkheid (6en September 1840). En
+wanneer de oude Koning zijn inzicht te kennen gaf, met de Belgische
+katholieke gravin d'Oultremont in het huwelijk te treden, ging zulk een
+geschreeuw in het land op, dat hij van de kroon afstand deed (7en October
+1840), en met zijne gemalin en zijn overgroot fortuin naar Berlijn trok,
+waar hij drie jaar later overleed.
+
+Met zijnen opvolger, Willem II, den prins van Oranje, sloot België, den 5en
+November 1842, het eindverdrag, dat alle moeielijkheden aangaande de
+grenzen, de scheepvaart en de schuldverdeeling vereffende.
+
+
+Besluit
+
+Veroorzaakt door het slecht beleid van de Hollandsche regeering, aangevuurd
+door de kuiperijen van de Fransche clubs in België, mogelijk gemaakt door
+het verbond der geestelijkheid met de vrijzinnigen, bekrachtigd door den
+naijver en de hebzucht van Engeland en Frankrijk, is de Belgische
+Omwenteling in hare gevolgen op zeer verschillende wijzen beoordeeld
+geworden.
+
+Ondanks de veroordeeling der Belgische Grondwet door Paus Gregorius XVI,
+die de vrijheid van geweten «een pest en een geestverwarring» en die van
+drukpers «eene verderfelijke ongeregeldheid» noemde (15en Augustus 1832),
+trachtten de katholieken voor zich zelven, met volle handen, het rijkste
+gewin uit de onbeperkte grondwettelijke vrijheden te putten; onafhankelijk
+van alle tusschenkomst van den Staat en toch door hem bezoldigd,
+bemachtigde de geestelijkheid alras het lager onderwijs door de stichting
+van vrije scholen, en oefende een feitelijk gezag zelfs op de Staatsscholen
+uit; het platteland werd door de priesters volkomen beheerscht, en men
+weet, door talrijke tot het Congres gerichte protestaties, dat zij de
+verkiezingen voor de gemeenteraden in persoon bestuurden. De clericale
+partij vond dus in de gevolgen van de Omwenteling voordeelen die zij nooit
+te voren had mogen droomen: ook behooren de eersten die de Revolutie in
+hunne schriften verdedigden, Robiano de Borsbeek (1832), Nothomb (1833) en
+De Gerlache (1839) tot de katholieke partij.
+
+Robiano de Borsbeek, de agent der Jezuieten -- die, naar men beweerde, in
+November 1829 ineens 80,000 frank van die orde ontvangen had om de
+geestelijkheid tegen Koning Willem op te jagen -- na de wijze uiteengezet
+te hebben waarop de katholieken, uit de door de Grondwet gewaarborgde
+vrijheden, voordeel kunnen trekken, roemt de Constitutie onvoorwaardelijk.
+
+Uit een liberaal standpunt noemt de groote liberale geschiedschrijver en
+rechtsgeleerde Prof. F. Laurent de Omwenteling «de groote fopperij van
+1830»: en ontegensprekelijk zijn de Liberalen in hunne Unie met de
+Katholieken gefopt geweest, zooals het reeds bleek door de schoolwet op het
+lager onderwijs van 1842.
+
+Nog vóór het afkondigen der Grondwet zag men de kloosters, waarvan Jozef
+II, de Fransche Revolutie en Willem I ons verlost hadden, alom weer
+oprijzen. De geestelijke orden van beider kunne maakten zich de
+regeeringloosheid te nutte om in der haast in de Zuidelijke Nederlanden
+neer te strijken. Veel liever dan in Frankrijk te blijven, waar de
+Jacobijnen van de Clubregeering hun een onverzoenlijken oorlog aandeden,
+kwamen de Jezuïeten, die zoo krachtig de Revolutie geldelijk ondersteund
+hadden, verder de Broeders der Christelijke Leering, de Kapucijnen en
+andere monniken, mitsgaders talrijke nonnencongregaties, zich in ons land
+vestigen; en sedert het midden van October werden de Vlaamsche gewesten
+door een leger paters en nonnen van alle slag om zoo te zeggen overrompeld.
+De wijsgeerige handelingen van L. de Potter en zijne vrienden, en de
+liberale strekking van de hoogere geestelijkheid waren gelukkiglijk een
+tegenwicht: anders zou de Belgische Omwenteling van 1830 eene tweede
+verbeterde uitgave der clericale Brabantsche Omwenteling van 1789 zijn
+geworden.
+
+Uit een sociaal-œconomisch oogpunt was de Belgische Omwenteling, volgens
+den geleerden staathuishoudkundige Emile de Laveleye een groote misgreep:
+niemand zal betwisten dat de bestuurlijke scheiding tusschen Holland en
+België, door het behoud van eene gezamenlijke vloot en van de uitvoerhavens
+naar de Oostindische koloniën, voor handel, nijverheid en maatschappij
+voordeeliger zou geweest zijn, dan de volkomen scheuring der Nederlanden.
+De telkens terugkeerende crisissen, die voor koop- en werklieden dadelijk
+na de Septemberdagen begonnen, zijn er het rechtstreeksch bewijs van.
+
+Ook werd het Europeesch evenwicht er door geschokt, nu dat Frankrijk niet
+meer in toom gehouden werd door het Koninkrijk der Nederlanden, zoodat
+dezelfde Prof. E. de Laveleye de Belgische Omwenteling «eene misdaad tegen
+de rust van Europa» heeft genoemd.
+
+Maar het is nutteloos zich over die daad te berouwen. Een volk mag zijn
+tijd niet verspillen met het verleden te betreuren, het moet de toekomst in
+de oogen kijken en manmoedig voorbereiden. België heeft door zijn
+werkdadigheid en vernuft bewezen, dat het recht had op de
+onafhankelijkheid: vijf en zeventig jaar van stoffelijken vooruitgang,
+vrede en rust hebben het afdoende betoogd.
+
+Maar voor ons, Vlamingen, heeft de Omwenteling gevolgen gehad, die wij
+nooit mogen vergeten. Die zijn te wijten aan de partijdige houding
+tegenover Vlaamsch-België van de leiders der Omwenteling, die na October
+1830 het bewind in handen gehad hebben.
+
+Immers, het Voorloopig Bewind, de twee ministeries van den Regent en de
+ministeries die malkander tot in het midden van de regeering van Leopold I
+opgevolgd zijn, hebben stelselmatig alles in 't werk gesteld om niet alleen
+de stoffelijke, maar ook de geestelijke belangen van het Vlaamsche volk te
+verwaarloozen ten voordeele van de Walen.
+
+Het gansche land door had de Omwenteling den onmiddellijken stilstand van
+handel en nijverheid, de stremming van alle ondernemingen, de vermindering
+van de waarde der eigendommen, en niet het minst het verlies van het
+crediet na zich gesleept; vele fabrieken, die vroeger door Koning Willem
+ondersteund werden of op het Nijverheidsfonds teerden, hadden hunne
+arbeiders moeten afdanken: de werkloosheid werd zoo groot dat men de
+arbeidersklasse tot het uitvoeren van openbare werken moest gebruiken.
+Gent, Antwerpen, Oostende, die zulk een hoogen trap van bloei en welvaart
+onder het Hollandsch bestuur bereikt hadden, zagen, de eerste hare
+weefgetouwen en andere mekanieken stilvallen, de twee andere hunne
+handelsvloot verhuizen of in hunne dokken verrotten.
+
+Vlaanderens œconomisch verval in 't bijzonder was zoo openbaar, dat zelfs
+Louis-Philippe er de aandacht van Talleyrand op vestigde. Welnu, in plaats
+van Vlaamsch-België uit dien hachelijken toestand te redden, lieten de
+verschillende besturen, die sedert October 1830 elkander opvolgden, deze
+vroeger zoo welige streek, uit voorliefde voor den Waal, volkomen
+verkwijnen.
+
+Het door koning Willem gegraven kanaal van Terneuzen werd niet voltooid; de
+haven van Oostende wachtte lang en vruchteloos naar verbetering; de
+ontworpen vaarten in Vlaanderen en in de Kempen werden voor geruimen tijd
+verdaagd. Terwijl het Walenland als in een net van Staatsspoorwegen
+omwikkeld was, bleven West-Vlaanderen en Limburg er zonder; en de rijks- en
+provinciestraten die tijdens het Hollandsch bewind zulke gunstige
+uitbreiding genomen hadden, werden nauwelijks onderhouden. Aan het
+Walenland werden de officieele toelagen voor allerlei openbare werken
+kwistig uitgedeeld, maar Vlaamsch-België en bepaaldelijk het Orangistische
+Gent werden door de verfranschte bureaucraten te Brussel uit alle
+gouvernementeele gunsten gesloten gehouden.
+
+Men kende slechts de Vlamingen als 't er op aankwam om te betalen; dank zij
+een gebrekkige kadastrale verdeeling werden de Walen, in zake
+grondbelasting, in verhouding tot de Vlamingen op de onrechtvaardigste
+wijze, lange jaren, begunstigd; Julius Vuylsteke heeft in zijn _Korte
+Statistieke Beschrijving van België_ de schreeuwende wanverhouding
+aangetoond in de verdeeling der belastingen ten opzichte van de Waalsche
+provincies en het Vlaamsche platteland. Ook de visscherij aan de Noordzee
+liet men doodkwijnen, daar de Walen, die in de achtereenvolgende
+ministeries alles beheerschten, schenen te vergeten dat België een
+Vlaamsche zeekust bezat, die geen mindere schatten bevatte dan de Waalsche
+mijnen.
+
+Doch deze verwaarloozing of ontkenning van de stoffelijke belangen van de
+Vlamingen wordt nog in de schaduw gesteld, door de verdrukking van hunne
+verstandelijke rechten.
+
+Vóór 1830 was er een algemeen geschreeuw in de rangen van de oppositie
+opgegaan, toen Willem zijne taalbesluiten afgekondigd had, en de
+advocaten-journalisten van Luik en Brussel hadden de regeering verweten,
+dat zij het Nederlandsch aan de Walen wilde opdringen: een onjuiste
+bewering. Maar nu, door eene soort van reactie tegen het schrikmiddel dat
+zij zelf gesmeed hadden, beproefden de Fransche en Waalsche leiders van de
+Omwenteling, onze taal in Vlaamsch-België uit te roeien. Durfde niet
+Nothomb, in zijn berucht _Essai sur la Révolution Belge_(1834) -- eene
+verdediging van het gedrag van de hoofden van de beweging -- de Vlamingen
+aansporen «openlijk de Fransche taal aan te nemen?» Toonden zich niet de
+Rogiers en hunne vrienden in alle omstandigheden de vijanden van de
+Vlaamsche taal, en trachtten zij niet, op alle mogelijke wijzen, het
+Fransch in Vlaamsch-België te verspreiden?
+
+Den dag na zijne aanstelling, was de eerste daad van het Voorloopig Bewind
+het Staatsblad uitsluitend in de Fransche taal op te stellen (5en October);
+tien dagen nadien schafte zij de Vlaamsche Kamer af, die over de vonnissen
+uit Limburg bij het Beroepshof van Luik uitspraak deed. Einde October werd
+de Vlaamsche taal insgelijks uit het leger gebannen; bevelen en bestuur
+zouden voortaan in het Fransch «als zijnde de in België meest verspreide
+taal» geschieden. Men vergete daarbij niet dat er in 1831 op 2700
+officieren nog geen 150 Belgen waren; de overige waren, tot Wellingtons
+groote ergernis, door Leopold aangeworven Franschen, en zijn generale staf
+bevatte 24 Franschen tegenover 4 Belgen.
+
+Den 16en November 1830 vaardigde het Voorloopig Bewind -- dat nochtans,
+sedert de aanstelling van het Congres, van de wetgevende macht beroofd was
+-- zijn berucht treurig Besluit uit, dat straffeloos onze taal versmaadde
+en met de voeten trapte.
+
+«Overwegende, zeiden Rogier, Gendebien. Félix de Mérode en Van de Weyer,
+dat het Vlaamsch, door de inwoners van zekere plaatsen (?) gesproken,
+verschilt van provincie tot provincie en soms van omschrijving tot
+omschrijving, zoodat het onmogelijk zijn zou den tekst der wetten en
+besluiten in die taal af te kondigen, zal het Fransch in België de eenige
+officieele taal zijn.» Wel is waar werd het gebruik van het Nederlandsch
+toegelaten, doch onder zulke voorwaarden, dat de aanwezigheid van éen
+Vlaamschonkundige onder de rechters, de Fransche taal aan een gansche
+omschrijving opdrong. En in het bestuur zoowel als in het leger welk een
+onrechtvaardige verhouding tusschen Vlamingen en Walen: bijna geen
+Vlaamsche officieren, bijna geen Vlaamsche ambtenaren; dit was het gevolg
+van de geweldige plaatskensjacht, waarmede de Walen hunne taalgenooten van
+'t Voorloopig Bewind bestormd hadden.
+
+Onrechtvaardige taalbesluiten, onrechtvaardige verdeeling der ambten: voor
+dezelfde grieven had de Waalsche oppositie het tot de Omwenteling gebracht,
+en het Koninkrijk der Nederlanden vaneengescheurd; de gedweeë Vlaming liet
+maar alles lijdzaam gebeuren.
+
+De ministeries van Leopold zetten de kroon op dit hatelijk
+verfranschingswerk met het Fransch als voertaal aan de overgebleven
+officieele onderwijsgestichten op te dringen. Wij zeggen de nog
+overgebleven gestichten: want in de eerste dagen der Omwenteling, die in
+Vlaamsch-België meestal een clericaal karakter had aangenomen, waren de
+lagere officieele scholen door de geestelijkheid weggekuischt, met zulk een
+wraaklust, dat de landkaarten van de muren werden gerukt, de leertoestellen
+in een vreugdevuur verbrand, en dat de koperen gewichten van het metriek
+stelsel naar de kinderen gegooid werden om er mee te spelen; de
+gemeentebesturen sloten eenvoudig de colleges en wierpen de wereldlijke
+leeraars buiten om ze door priesters te vervangen. In tien jaar tijds viel
+de gemiddelde wedde der schoolmeesters van 300 op 210 frank; het getal
+scholen viel van 4000 op 2000; en door de afschaffing der opzieners van 't
+onderwijs verdween alle toezicht op de scholen.
+
+In October had het Voorloopig Bewind de drie Staatshoogescholen afgeschaft
+en ze in de volgende maand heringericht, doch derwijze verminkt, dat de
+twee voorbereidende faculteiten ontbraken. Na de inrichting van de
+hoogeschool te Leuven door de Katholieken en die te Brussel door de
+Liberalen (1834-1835), werd de regeering verplicht de twee
+Staatshoogescholen te Gent en te Luik te herstellen; doch voor het
+middelbaar en het lager onderwijs deed zij niets! Het onderwijs in
+Vlaanderen, zonder programma, zonder toezicht van de openbare besturen, in
+handen van eene in 't algemeen zeer weinig ontwikkelde geestelijkheid,
+bleef gedurende jaren bijna nul: van daar weldra het ontzettend getal
+ongeletterden in een streek die onder Willem's regeering zooveel beloofde!
+
+In de gestichten, die aan de ramp ontsnapt waren, voerde nu het hooger
+bestuur het Fransch als voertaal in! Nevens de algemeene onwetendheid van
+de bevolking schiep men aldus een kloof tusschen de verlichte standen en de
+lagere volksklasse, hetgeen onberekenbare gevolgen moest hebben.
+
+Het doel scheen bereikt; reeds jubelden deze Franschgezinde meesters over
+de uitroeiing van de taal van de groote meerderheid der bevolking. Doch,
+daar ontstaat de Vlaamsche Beweging; de Vlaamsche Commissie legt de grieven
+van de Vlaamsche bevolking bloot......
+
+De volgende hoofdstukken zullen uitwijzen hoe het Vlaamsche volk,
+niettegenstaande de Waalsche overheersching en dank zij zijn taaien moed en
+de aanhoudendheid van de leiders onzer Beweging, op velerlei gebied aan de
+ondergeschiktheid kon ontsnappen en zich voorbereidt om de geleden schade
+in te halen.
+
+FOOTNOTES:
+
+[Footnote 26: S. Van de Weyer had aan Leopold op 6en Oogst het zeer
+overdreven nieuws van een Belgischen opstand op Java geseind; de minister
+van oorlog D'Hane aarzelde niet aan Lebeau te melden, dat de Belgische
+troepen zich te Batavia van de regeering meester gemaakt hadden en een
+bestuur ingericht in naam van het Belgische volk. De minister voegde erbij
+dat het gansche eiland zich aan die regeering onderworpen had, en dat de
+Koning hem uitnoodigde een agent naar Batavia te sturen.]
+
+
+Bibliographie
+
+van de twee laatste hoofdstukken
+
+C. P. E. Robidé van der Aa, _Catalogus van boekwerken en vlugschriften,
+betreffende de woelingen in het zuidelijk gedeelte der Nederlanden_, 3 dln.
+(Amsterdam, 1838-1840). -- a) OFFICIEELE AKTEN: _L'Union belge_ (Voorloopig
+Bewind), 10 October 1830-3 Maart 1831 (Brussel); _Le Moniteur belge_
+(Brussel, sedert 16 Juni 1831); J. G. Verstolk van Soelen, _Recueil de
+pièces diplomatiques relatives aux affaires de la Hollande et de la
+Belgique en 1830-1832_, 3 dln. ('s Gravenhage, 1831-1833); E. Huyttens de
+Terbecq, _Discussions du Congrès National de Belgique_, 5 dln. (Brussel,
+1844-1845); Lagemans, _Recueil des traités et conventions conclus par le
+Royaume des Pays-Bas depuis 1813_, 10 dln. ('s Gravenhage, 1858-90). -- b)
+DAGBLADEN: zie A. Warzée, _Essai historique et critique sur les journaux
+belges_ (Gent, 1845). -- c) VLUGSCHRIFTEN: Ch. Froment, _Études sur la
+Révolution belge_ (Gent, 1834); brochures van graaf van Hogendorp, S. Van
+de Weyer en Libry-Bagnano, aangehaald door Nothomb. _Essai historique et
+politique_ (blz. 39-40). -- d) BRIEVEN: J. R. Thorbecke, _Brieven_ 1830-32
+('s Gravenhage, 1873); G. K. van Hogendorp, _Brieven_, 4 dln. ('s
+Gravenhage, 1866-67).-e) GEDENKSCHRIFTEN: Van der Duyn van Maasdam en Van
+der Capellen, _Notices et Souvenirs biographiques_ (St Germain-en-Laye,
+1852): J. Lebeau, L. de Potter, H. de Mérode, zie hooger; K. Pletinckx,
+_Souvenirs révolutionnaires_ (Brussel, 1857); A. J. Goblet d'Alviella,
+_Mémoires historiques_, 2 dln. (Brussel, 1864-65); A. L. Van der Meere,
+_Mémoires_ (Brussel, 1880); Prince de Talleyrand, _Mémoires_, uitg. Duc de
+Broglie, 5 dln. (Parijs, 1891); E. Bertin, _Journal intime de
+Cuvillier-Fleury_, 2 dln. (Parijs, 1900-1902). -- f) LEVENSBERICHTEN: Th.
+Juste, _Les Fondateurs de la monarchie belge_, onder dewelke ook Lord
+Palmerston en B^on Stockmar, 22 dln. (Brussel, 1866-1878); L. Jottrand,
+_Louis de Potter_ Brussel, 1860); E. Discailles, _Charles Rogier_, 4 dln.
+(Brussel, 1892-1895); Mgr. G. Monchamp, _L'Évêque Van Bommel et la
+Révolution belge_ (in _Bulletin de l'Académie de Belgique_, 1905); H.
+Siccama, _Vie d'Antoine Falck_ ('s Gravenhage, 1860); B^on de Sirtema de
+Grovestins, _Le Baron Robert Fagel_ ('s Gravenhage, 1857); H. von Gagern,
+_Das Leben des Generals F. von Gagern_, 2 dln. (Leipzig, 1856-57); H.
+Bulwer Lytton, _The Life of Palmerston_, 3 dln. (Londen, 1870). -- g)
+GELIJKTIJDIGE SCHRIFTEN: Buiten Nothomb en De Gerlache hooger vermeld, W.
+Grave van Bylandt, _Verhael van het oproer te Brussel_ ('s Gravenhage,
+1831); Don Juan van Halen, _Les Quatre Journées_ (Brussel, 1831); M. de
+Warguy, _Esquisses historiques de la Révolution en Belgique_ (Brussel,
+1831); Kessels, _Précis des opérations militaires durant les quatre
+journées de septembre_ (Brussel, 1831); Ch. de Leutre, _Histoire de la
+Révolution belge_, 3 dln. (Brussel, 1849). -- Ch. White, _The Belgian
+Revolution_, 2 dln. (Londen, 1835); Ch. Lefebvre de Bécourt, _La Belgique
+et la Révolution de Juillet_ (Parijs, 1835); Ungewitter, _Geschichte der
+Niederlande und der Belgischen Revolution_ (Leipzig, 1832). -- B^on de
+Keverberg, _Du Royaume des Pays-Bas et de sa crise actuelle_, 2 dln. ('s
+Gravenhage, 1835), zeer scherpe critiek op Nothomb's hoogervermeld _Essai
+historique_ (1833); antwoord van Nothomb in het dagblad _L'Indépendant_
+(Februari-Maart 1835). -- Ad. Bartels, _Les Flandres et la Révolution
+belge_ (Brussel, 1834); en _Documents historiques sur la Révolution belge_
+(Brussel, 1836). -- J. B. Van der Meulen, priester, _Willem, ingedrongen
+koning der Nederlanden_, 2 dln. (Brussel, 1839). -- Ch. Durand, _Dix jours
+de campagne ou la Hollande en 1831_ (Amsterdam, 1832). -- Chevalier de
+Richemond, _Campagne de 1832 en Belgique_ (Parijs, 1833). -- h) MODERNE
+GESCHIEDKUNDIGE WERKEN: Th. Juste, _La Révolution belge de 1830 d'après les
+documents inédits_ (Brussel, 1872); Ch. V. de Bavay, _Histoire de la
+Révolution belge de 1830_(Brussel, 1873) en twee terechtwijzende opene
+brieven tot dien oud-Procureur-Generaal door Th. Juste gericht (Brussel,
+1873-74); L. Hymans, _Histoire parlementaire de la Belgique de 1830 à
+1880_, 6 dln. (Brussel, 1877-1880); Th. Juste, _Le Congres national de
+Belgique_, 2 dln. (Brussel, 1850); Prof. J. Bosscha, _De Belgische
+Revolutie_ (Leeuwarden, 1856); zie hooger Nuyens. -- Ph. Van der Kemp, _De
+Antwerpsche proclamatie des Prinsen van Oranje_ (in den _Tijdspiegel_,
+October 1902-1903), en dezelfde, _De Belgische Omwenteling in Luik en
+Limburg_, 2 dln. ('s Gravenhage, 1904); W. Wüppermann, _De tiendaagsche
+veldtocht_ ('s Gravenhage, 1881). -- Graaf Oswald de Kerchove de
+Denterghem, _Les préliminaires de la Révolution belge en 1830 (Revue de
+Belgique,_ 1896). -- V^te de Beaumont-Vassy, _Histoire des États Européens
+depuis le Congrès de Vienne, Belgique et Hollande_ (Parijs, 1843); Ch. de
+Ficquelmont, _Lord Palmerston, l'Angleterre et le Continent_ (Brussel,
+1853); C^te d'Haussonville, _Histoire de la politique extérieure du
+gouvernement français de 1830 à 1848_ (Parijs, 1850); L. Blanc, _Histoire
+de Dix Ans_ (Parijs, 1842); Lucien de la Hodde, _Histoire des sociétés
+secrètes en France_ (Parijs, 1850); E. Carlier, _Talleyrand et la Belgique
+(Revue de Belgique_, 1891); Duc de Broglie, _Le dernier bienfait de la
+monarchie, la neutralité de la Belgique (Revue des Deux Mondes_,
+1899-1900); R. Guyot, _La dernière négociation de Talleyrand,
+l'indépendance de la Belgique (Revue d'histoire moderne et contemporaine_,
+Parijs, 1900-1901); R. Dollot, _Les origines de la neutralité de la
+Belgique_ (Parijs, 1902); Chev. David-Descamps, _La neutralité de la
+Belgique_ (Brussel, 1902); Pastoor Fl. de Lannoy, _Les origines
+diplomatiques de l'indépendance belge, la Conférence de Londres_ (Leuven,
+1903). -- L. van Neck, _1830 Illustré_ (Brussel, 1902); Ch. Terlinden, _La
+Révolution belge de 1830 racontée par les affiches_ (Brussel, 1903). --Ch.
+Niellon, _Histoire des événements militaires et des conspirations
+orangistes de 1830 à 1833_ (Brussel, 1868); A. Eenens, _Documents
+historiques sur les conspirations militaires de 1831_, 3 dln. (Brussel,
+1875-1876). -- J. J. Thonissen, _La Belgique sous le règne de Léopold I_, 3
+dln. (Leuven, 1861); G. Oppelt, _Histoire générale de la Belgique de 1830 à
+1860_ (Brussel, 1861); L. Hymans, _Histoire populaire de Léopold I_
+(Brussel, 1864); Th. Juste, _L'élection de Léopold I_ (Brussel, 1867), en
+_Léopold I roi des Belges_, 2 dln. (Brussel, 1868); Saint René Taillandier,
+_Le roi Léopold et la reine Victoria_, 2 dln. (Parijs, 1878); André
+Martinet, _Léopold I et l'intervention française en Belgique en 1831_
+(Brussel, 1905).
+
+Zie verder de _Biographie Nationale_, uitg. door de Kon. Academie van
+België, en de _Patria Belgica_, uitg. Van Bemmel, dl. II.
+
+Twee uitstekende samenvattingen zijn: A. Waddington, _L'Insurrection belge
+et le Royaume de Belgique_, bij Lavisse et Rambaud, _Histoire générale de
+l'Europe_, dl. X, hoofdstuk IX; en A. Stern, _Die Niederlande_ en
+_Begründung Belgiens_, in zijne _Geschichte Europas von 1830 bis 1848_, dl.
+I (1905), hoofdstukken II en V.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Vlaamsch Belgie sedert 1830, by Various
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VLAAMSCH BELGIE SEDERT 1830 ***
+
+***** This file should be named 26349-0.txt or 26349-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/6/3/4/26349/
+
+Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/26349-h.zip b/26349-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..ff132d8
--- /dev/null
+++ b/26349-h.zip
Binary files differ
diff --git a/26349-h/26349-h.htm b/26349-h/26349-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..92ffd8c
--- /dev/null
+++ b/26349-h/26349-h.htm
@@ -0,0 +1,7902 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=utf-8" />
+ <title>
+ Vlaamsch België sedert 1830, Eerste Deel.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+/*<![CDATA[ XML blockout */
+<!--
+ a {text-decoration: none} /* no lines under links */
+ p { text-align: justify;
+ }
+
+ h1,h2,h3,h4,h5,h6 {
+ text-align: center; /* all headings centered */
+ clear: both;
+ }
+ hr { width: 33%;
+ margin-top: 2em;
+ margin-bottom: 2em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ clear: both;
+ }
+
+ table {margin-left: auto; margin-right: auto;}
+
+ body{margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;
+ }
+
+ .pagenum { /* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute; right: 2%;
+ font-size: 65%;
+ color: silver;
+ background-color: inherit;
+ text-align: right;
+ text-indent: 0em;
+ font-style: normal;
+ font-weight: normal;
+ font-variant: normal;} /* page numbers */
+
+ .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */
+ .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;}
+ .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em;
+ padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em;
+ float: right; clear: right; margin-top: 1em;
+ font-size: smaller; color: black; background: #eeeeee; border: dashed 1px;}
+
+ .bb {border-bottom: solid 2px;}
+ .bl {border-left: solid 2px;}
+ .bt {border-top: solid 2px;}
+ .br {border-right: solid 2px;}
+ .bbox {border: solid 2px;}
+
+ .center {text-align: center;}
+ .right {text-align: right;}
+ .smcap {font-variant: small-caps;}
+ .u {text-decoration: underline;}
+
+ .caption {font-size: 80%;}
+
+ .figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+
+ .figleft {float: left; clear: left; margin-left: 0; margin-bottom: 1em; margin-top:
+ 1em; margin-right: 1em; padding: 0; text-align: center;}
+
+ .figright {float: right; clear: right; margin-left: 1em; margin-bottom: 1em;
+ margin-top: 1em; margin-right: 0; padding: 0; text-align: center;}
+
+ .footnotes {border: dashed 1px;}
+ .footnote {text-indent: 0em; margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;}
+ .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;}
+ .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;}
+
+ .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;}
+ .poem br {display: none;}
+ .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+ .poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+
+ .tdr {text-align: right; padding-right: .5em; vertical-align: bottom; font-size: 90%;} /* right align cell */
+ .tdrt {text-align: right; padding-right: .5em; vertical-align: top; font-size: 90%;} /* right align cell */
+ .tdc {text-align: center;} /* center align cell */
+ .tdl {text-align: left; text-indent: 0em} /* left align cell -3em doesn't work in IE6 */
+ .tdli {padding-left: 5em; margin-left: 10%; text-align: left; text-indent: -3em} /* left align cell */
+ .tdlsc {text-align: left; font-variant: small-caps; font-size: 90%;} /* aligning cell content and small caps */
+ .tdrsc {text-align: right; font-variant: small-caps;} /* aligning cell content and small caps */
+ .tdcsc {text-align: center; font-variant: small-caps;} /* aligning cell content and small caps */
+
+ .auteur {text-align: center;}
+
+ // -->
+ /* XML end ]]>*/
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Vlaamsch Belgie sedert 1830, by Various
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Vlaamsch Belgie sedert 1830
+ Eerste Deel
+
+Author: Various
+
+Editor: Willems-fonds
+
+Release Date: August 18, 2008 [EBook #26349]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VLAAMSCH BELGIE SEDERT 1830 ***
+
+
+
+
+Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="FRONT" id="FRONT"></a>
+<img width="100%" src="./images/front.jpg" alt="Front" title="Front" />
+</div>
+
+<hr />
+
+<h3><span class='pagenum'><a name="Page_i" id="Page_i">[i]</a></span>VLAAMSCH BELGIË SEDERT 1830</h3>
+<hr />
+<div class="center"><span class='pagenum'><a name="Page_ii" id="Page_ii">[ii]</a></span>UITGAVE VAN HET VICTOR DE HOON-FONDS</div>
+<p><br /></p>
+<div class="center">N<sup>r</sup> I</div>
+<p><br /></p>
+<p><br /></p>
+<div class="center">Gent, drukkerij V. Van Doosselaere</div>
+<hr />
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_iii" id="Page_iii">[iii]</a></span></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="KAART_DER_TAALGRENS" id="KAART_DER_TAALGRENS"></a>
+<img width="100%" src="./images/i003.jpg" alt="KAART DER TAALGRENS IN BELGI&Euml; EN NOORD-FRANKRIJK" title="KAART DER TAALGRENS IN BELGI&Euml; EN NOORD-FRANKRIJK" />
+<span class="caption">KAART DER TAALGRENS IN BELGI&Euml; EN NOORD-FRANKRIJK</span>
+</div>
+
+<hr />
+
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_iv" id="Page_iv">[iv]</a></span></p>
+<p></p>
+<h1><span class="smcap">Vlaamsch Belgi&euml;</span></h1>
+<p></p>
+<h2>sedert 1830</h2>
+<p></p>
+<h4 style="margin-left: 20%; margin-right: 20%;">STUDI&Euml;N EN SCHETSEN BIJEENGEBRACHT
+DOOR HET ALGEMEEN BESTUUR VAN HET
+WILLEMS-FONDS TER GELEGENHEID VAN
+HET JUBELJAAR 1905</h4>
+<p></p>
+<h3>EERSTE DEEL</h3>
+<p></p>
+<p></p>
+<div class="center">GENT</div>
+<p />
+<div class="center">BOEKHANDEL J. VUYLSTEKE</div>
+<p />
+<div class="center"><small>Koestraat, 15</small></div>
+<p />
+<div class="center">1905</div>
+<p />
+<hr style="width: 65%;" />
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_v" id="Page_v">[v]</a></span></p>
+
+
+
+<h2><a name="VOORREDE" id="VOORREDE"></a>VOORREDE</h2>
+
+
+<p>In 1905 vierde Belgi&euml; de vijf-en-zeventigste verjaring van zijn inrichting
+als zelfstandig rijk. Te dier gelegenheid heeft het Algemeen Bestuur van
+het Willems-fonds besloten een boek te laten verschijnen, dat een trouw
+beeld zou wezen van den toestand van Vlaamsch Belgi&euml; sedert 1830.</p>
+
+<p>Dit boek wordt uitgegeven op het fonds, dat den naam draagt van den
+edeldenkenden man <i>Dr Victor De Hoon</i>, die door zijn milde giften en de
+offervaardigheid zijner weduwe onze Instelling in staat stelt hare
+werkzaamheden uit te breiden tot verheffing onzer Vlaamsche landgenooten.
+Zoo is deze uitgave van het Victor De Hoon-fonds tevens een dankbare hulde,
+gewijd aan de diep vereerde nagedachtenis van onzen onvergetelijken
+<span class='pagenum'><a name="Page_vi" id="Page_vi">[vi]</a></span>weldoener<a name="FNanchor_1_1" id="FNanchor_1_1"></a><a href="#Footnote_1_1" class="fnanchor">[1]</a>.</p>
+
+<p>De uiteenzetting van Vlaanderens toestand gedurende deze drie kwart eeuws
+moet ons volk de oogen openen, het behoeden tegen lamlendigheid en verdere
+vernedering, het wilskracht en zelfvertrouwen inboezemen, het sterken in
+zijn gehechtheid aan stam en taal, in zijn liefde voor het vaderland.</p>
+
+<p>Nog een andere verklaring willen wij hier afleggen:</p>
+
+<p>Wij hebben er ons bij bepaald, den toestand van het Vlaamsche volk te
+schetsen sedert 1830, geenszins omdat wij onze medeburgers uit het
+Walenland willen afscheiden van hun Vlaamsche broeders. Zulk een scheiding
+ware niet alleen schadelijk, maar leidt tot inwendige verdeeldheid, waar
+alleen heil te wachten is van wederzijdsche waardeering en hartelijke
+gezindheid. Sedert meer dan een halve eeuw wijdt het Willems-fonds zich
+onverpoosd aan de zedelijke en stoffelijke opbeuring van 't Vlaamsche volk;
+het wil zijn geest verlichten, het een dieper besef doen krijgen van zijn
+nationaal zelfbestaan, van zijn plichten als mensch en als burger, tevens
+medewerken tot een betere verhouding tusschen de beide stammen, waarbij
+ieder zijn taal en eigenaardigheid behoudt, al zijn krachten ontplooien kan
+in de richting, waarheen hij door zijn natuur en aanleg gedreven wordt. Wij
+willen als zonen van hetzelfde land, als burgers van hetzelfde rijk, bij
+gelijke plichten, gelijke rechten; niemand kan dien eisch ons euvel duiden.
+De Vlaming moet dit willen op straffe van geestelijken dood. Daarom achten
+wij het onzen plicht een soort van balans op te maken van winst en verlies
+voor onzen stam in Belgi&euml; sedert 1830.</p>
+
+<p>Die toestand wordt geschetst in een dertigtal hoofdstukken door bekende
+medewerkers en vakmannen, van welke ieder verantwoordelijk is voor zijn
+eigen arbeid.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_vii" id="Page_vii">[vii]</a></span></p><p>Aan allen, die door hun gewaardeerde medewerking dit boek mogelijk
+maakten, betuigen wij onzen oprechten en wel gemeenden dank.</p>
+
+<p>Moge het door ons volk gunstig ontvangen worden!</p>
+
+<p class="right">Namens het Algemeen Bestuur<br />
+van het Willems-fonds.<br />
+<i>de Voorzitter:</i> G. D. Mennaert,<br />
+<i>de Secretaris:</i> J. Vercoullie.</p>
+
+<div class="footnotes">
+
+<p class="footnote"><a name="Footnote_1_1" id="Footnote_1_1"></a><a href="#FNanchor_1_1"><span class="label">[1]</span></a> Achtereenvolgens ontving het Willems-fonds van wijlen Dr.
+Victor De Hoon (St-Gillis-Brussel) in 1887: 50 fr.; in 1890: 600 fr.; in
+1902: 3000 fr.; in 1903: 12000 fr, te zamen 15650 fr. &mdash; Dr. Victor De
+Hoon, geboren te Bassevelde in 1848 en overleden te Brussel den 11 November
+1903, was de broeder van den Advocaat-generaal Hendrik De Hoon, te Brussel,
+en de kleinzoon van Dr Judocus Frans De Hoon, een der eerste
+Vlaamschgezinden en ernstige beoefenaars der Nederlandsche Letteren na
+1830, wiens dochters huwden met dichter K. L. Ledeganck en Professor J. F.
+J. Heremans en wiens zoon Adolf De Hoon (&#8224; te Veurne in 1903) als
+Vlaamschgezind ingenieur zich ook verdienstelijk maakte. Geheel deze
+familie is met hart en ziel aan de Vlaamsche Beweging verknocht.<span class='pagenum'><a name="Page_ix" id="Page_ix">[ix]</a></span><span class='pagenum'><a name="Page_viii" id="Page_viii">[viii]</a></span>
+</p>
+</div>
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="LIJST_DER_KAARTEN_EN_PLATEN" id="LIJST_DER_KAARTEN_EN_PLATEN"></a>LIJST DER KAARTEN EN PLATEN</h2>
+
+<h3>die in dit boekdeel voorkomen</h3>
+
+<table border="0" cellpadding="2" cellspacing="0" width="80%" summary="LIJST DER KAARTEN EN PLATEN">
+ <tr>
+ <td class="tdl" style="width: 90%;">&nbsp;</td>
+ <td class="tdr" style="width: 10%; font-size: 80%;">Blz.</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#KAART_DER_TAALGRENS">Kaart der taalgrens in Belgi&euml; en Noord-Frankrijk</a></td>
+ <td class="tdr">III</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#MAMMOUTH">Mammouth (Elephas Primigenius) gevonden te Lier in 1860</a></td>
+ <td class="tdr">4</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#RELIEFKAART">Reliefkaart van Belgi&euml;</a></td>
+ <td class="tdr">5</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#IGUANODON">Iguanodon gevonden te Bernissart in 1878</a></td>
+ <td class="tdr">9</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#DE_SCHELDE">De Schelde voor Antwerpen</a></td>
+ <td class="tdr">16</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#ROMAANSCHE">Romaansche Kloostergang te Tongeren</a></td>
+ <td class="tdr">36</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#STADHUIS">Stadhuis te Leuven</a><a name="FNanchor_2_2" id="FNanchor_2_2"></a><a href="#Footnote_2_2" class="fnanchor">[2]</a></td>
+ <td class="tdr">38</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#ST_ROMBOUTSKERK">St-Romboutskerk te Mechelen</a></td>
+ <td class="tdr">39</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#DOKSAAL">Doksaal van de St-Gommaarskerk te Lier</a></td>
+ <td class="tdr">41</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#STADHUIS_TE_BRUSSEL">Stadhuis te Brussel</a></td>
+ <td class="tdr">43</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#PALEIS">Paleis van Justitie te Brussel</a></td>
+ <td class="tdr">44</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#LAKENHALLE">Lakenhalle, Belfort en Stadhuis te Gent</a><a name="FNanchor_3_3" id="FNanchor_3_3"></a><a href="#Footnote_3_3" class="fnanchor">[3]</a></td>
+ <td class="tdr">47</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#AANBIDDING"><span class="smcap">Hub.</span> en <span class="smcap">Jan Van Eyck</span>. Aanbidding van het Lam Gods</a><a name="FNanchor_4_4" id="FNanchor_4_4"></a><a href="#Footnote_4_4" class="fnanchor">[4]</a></td>
+ <td class="tdr">48</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#AANBIDDING_BOVEN">Id. (vijf van de zeven bovenpaneelen)</a></td>
+ <td class="tdr">50</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#AANBIDDING_HOOFD">Id. (hoofdpaneel)</a></td>
+ <td class="tdr">51</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#PREDIKSTOEL">Predikstoel van St-Baafskerk te Gent</a></td>
+ <td class="tdr">49</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#STADHUIS_OUDENAARDE">Stadhuis te Oudenaarde</a></td>
+ <td class="tdr">52</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#MARKT_VEURNE">Groote Markt te Veurne</a></td>
+ <td class="tdr">57</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#HALLETOREN">Halletoren te Brugge</a></td>
+ <td class="tdr">60</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#GRIFFIE">Griffie, Stadhuis en H. Bloedkapel te Brugge</a></td>
+ <td class="tdr">61</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#AFDOENING"><span class="smcap">P. P. Rubens</span>. Afdoening van het Kruis (O. L. Vr. kerk te Antwerpen)</a><a name="FNanchor_5_5" id="FNanchor_5_5"></a><a href="#Footnote_5_5" class="fnanchor">[5]</a></td>
+ <td class="tdr">65</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#VROUWENKERK">O. L. Vrouwenkerk te Antwerpen</a></td>
+ <td class="tdr">67</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#STANDBEELD">Standbeeld van Jacob van Artevelde te Gent</a></td>
+ <td class="tdr">72</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#HALLE_IEPEREN">Halle te Ieperen</a></td>
+ <td class="tdr">73</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#KEIZER_KAREL">Keizer Karel V</a></td>
+ <td class="tdr">74</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#MARNIX">Marnix van St-Aldegonde</a></td>
+ <td class="tdr">75</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#WILLEM">Willem de Zwijger</a></td>
+ <td class="tdr">76</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#RUBENS">P. P. Rubens</a></td>
+ <td class="tdr">79</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#JOZEF">Jozef II</a></td>
+ <td class="tdr">81<span class='pagenum'><a name="Page_x" id="Page_x">[x]</a></span></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#WILLEM_I">Willem I</a></td>
+ <td class="tdr">91</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#FALK">A. R. Falck</a></td>
+ <td class="tdr">93</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#SCHREUDER">B. Schre&ugrave;der</a></td>
+ <td class="tdr">105</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#THORBECKE">J. R. Thorbecke</a></td>
+ <td class="tdr">107</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#VAN_MAANEN">C. F. van Maanen</a></td>
+ <td class="tdr">115</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#SCHRANT">J. M. Schrant.</a></td>
+ <td class="tdr">121</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#VERWOESTING">Verwoesting van het huis van Libry-Bagnano in den nacht van 25 tot 26 Augustus 1830</a><a name="FNanchor_6_6" id="FNanchor_6_6"></a><a href="#Footnote_6_6" class="fnanchor">[6]</a></td>
+ <td class="tdr">151</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#GEVECHT">Gevecht in de Warande te Brussel (24 September 1830)</a><a name="FNanchor_6_6"></a><a href="#Footnote_6_6" class="fnanchor">[6]</a></td>
+ <td class="tdr">173</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#VOORLOPIG">Voorloopig Bewind (schilderij van <span class="smcap">Picqu&eacute;</span>)</a><a name="FNanchor_6_6"></a><a href="#Footnote_6_6" class="fnanchor">[6]</a></td>
+ <td class="tdr">178</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#CAMPENHOUT">Campenhout zingt de Braban&ccedil;onne in het &#8220;Caf&eacute; Cantoni&#8221; (schilderij van <span class="smcap">Van Hamm&eacute;e</span>)</a><a name="FNanchor_6_6"></a><a href="#Footnote_6_6" class="fnanchor">[6]</a></td>
+ <td class="tdr">183</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#BRABANCONNE">La Braban&ccedil;onne. Fac-simile van een handschrift uit de Koninklijke Bibliotheek te Brussel</a><a name="FNanchor_6_6"></a><a href="#Footnote_6_6" class="fnanchor">[6]</a></td>
+ <td class="tdr">184</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#SURLET">E. L. Baron Surlet de Chokier</a></td>
+ <td class="tdr">188</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#ZITTING">Zitting van het Nationaal Congres (24 November 1830)</a><a name="FNanchor_6_6"></a><a href="#Footnote_6_6" class="fnanchor">[6]</a></td>
+ <td class="tdr">191</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#INHULDIGING">Inhuldiging van Leopold I als Koning der Belgen te Brussel (21 Juli 1831)</a><a name="FNanchor_6_6"></a><a href="#Footnote_6_6" class="fnanchor">[6]</a></td>
+ <td class="tdr">212</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#LEOPOLD_I">Leopold I</a></td>
+ <td class="tdr">217</td>
+ </tr>
+</table>
+
+<p>Het Algemeen Bestuur van het Willems-fonds drukt zijn oprechten dank uit
+aan de <i>Touring Club de Belqique</i>, Groep Belgi&euml; van het <i>Algemeen
+Nederlandsch Verbond</i>, de <i>Maatschappij van Geschied- en Oudheidkunde</i> te
+Gent en den heer <i>L. Van Neck</i>, die door het leveren van platen tot de
+opluistering van dit boekdeel hebben bijgedragen.</p>
+
+<div class="footnotes">
+
+<p class="footnote"><a name="Footnote_2_2" id="Footnote_2_2"></a><a href="#FNanchor_2_2"><span class="label">[2]</span></a> <i>Bulletin officiel du Touring Club de Belgique</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><a name="Footnote_3_3" id="Footnote_3_3"></a><a href="#FNanchor_3_3"><span class="label">[3]</span></a> <i>Algemeen Nederlandsch Verbond Groep Belgi&euml;</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><a name="Footnote_4_4" id="Footnote_4_4"></a><a href="#FNanchor_4_4"><span class="label">[4]</span></a> <i>Inventaire arch&eacute;ologique de Gand</i> uitgegeven door de
+<i>Maatschappij van Geschied- en Oudheidkunde</i> te Gent.</p>
+
+<p class="footnote"><a name="Footnote_5_5" id="Footnote_5_5"></a><a href="#FNanchor_5_5"><span class="label">[5]</span></a> <i>Algemeen Nederlandsch Verbond Groep Belgi&euml;</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><a name="Footnote_6_6" id="Footnote_6_6"></a><a href="#FNanchor_6_6"><span class="label">[6]</span></a> L. Van Neck. <i>1830 Illustr&eacute;</i>.<span class='pagenum'><a name="Page_xi" id="Page_xi">[xi]</a></span></p>
+</div>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="INHOUD" id="INHOUD"></a>INHOUD</h2>
+
+<table border="0" cellpadding="2" cellspacing="0" width="80%" summary="INHOUD">
+ <tr>
+ <td class="tdl" style="width: 90%;">&nbsp;</td>
+ <td class="tdr" style="width: 10%; font-size: 80%;">BLZ.</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#VOORREDE">Voorrede</a></td>
+ <td class="tdr">V</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#LIJST_DER_KAARTEN_EN_PLATEN">Lijst der kaarten en platen die in dit boekdeel voorkomen</a></td>
+ <td class="tdr">IX</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#BELGIE_IN_VOGELVLUCHT">Belgi&euml; in vogelvlucht, door <span class="smcap">G. D. Minnaert</span>, oud-paedagogisch bestuurder der stadsscholen te Gent</a></td>
+ <td class="tdr">1</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdli"><a href="#DE_BODEM">De bodem: vorming en invloed op de bewoners</a></td>
+ <td class="tdr">1</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdli"><a href="#HET_LAND">Het land. &mdash; Hoog en laag</a></td>
+ <td class="tdr">5</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdli"><a href="#LIGGING">Ligging. &mdash; Omvang. &mdash; Klimaat</a></td>
+ <td class="tdr">12</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdli"><a href="#GEBIED">Gebied van Maas en Schelde</a></td>
+ <td class="tdr">14</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdli"><a href="#NATUURLIJKE">Natuurlijke landschappen</a></td>
+ <td class="tdr">18</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdli"><a href="#TAAL">Taal en volk</a></td>
+ <td class="tdr">27</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdli"><a href="#KARAKTER">Karakter der Vlamingen</a></td>
+ <td class="tdr">30</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdli"><a href="#ALGEMEEN_OVERZICHT">Algemeen overzicht der steden en monumenten</a></td>
+ <td class="tdr">33</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdli"><a href="#ALGEMEEN_OVERZICHT_BIB">Bibliographie</a></td>
+ <td class="tdr">68</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl">&nbsp;</td>
+ <td class="tdr">&nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#EEN_BLIK">Een blik op de geschiedenis der Vlaamsche gewesten tot Waterloo, door Dr <span class="smcap">Paul Fredericq</span>, hoogleeraar te Gent</a></td>
+ <td class="tdr">69</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdli"><a href="#EEN_BLIK_BIB">Bibliographie</a></td>
+ <td class="tdr">84</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl">&nbsp;</td>
+ <td class="tdr">&nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#DE_REGEERING">De regeering van Koning Willem I, door Dr <span class="smcap">Victor Fris</span>, leeraar aan het koninklijk atheneum te Gent</a></td>
+ <td class="tdr">85</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdli"><a href="#DE_REGEERING_BIB">Bibliographie</a></td>
+ <td class="tdr">143</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl">&nbsp;</td>
+ <td class="tdr">&nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#OMWENTELING">De Belgische omwenteling, door Dr <span class="smcap">Victor Fris</span></a></td>
+ <td class="tdr">145</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl">&nbsp;</td>
+ <td class="tdr">&nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl"><a href="#STICHTING">De stichting van het koninkrijk Belgi&euml;, door Dr <span class="smcap">Victor Fris</span></a></td>
+ <td class="tdr">188</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdli"><a href="#STICHTING_BIB">Bibliographie van de twee laatste hoofdstukken</a></td>
+ <td class="tdr">230</td>
+ </tr>
+</table>
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_1" id="Page_1">[1]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="BELGIE_IN_VOGELVLUCHT" id="BELGIE_IN_VOGELVLUCHT"></a>BELGIE IN VOGELVLUCHT</h2>
+
+<p class="auteur" style="font-size: 80%">DOOR</p>
+
+<p class="auteur">G. D. MINNAERT</p>
+
+
+<h3><a name="DE_BODEM" id="DE_BODEM"></a>De Bodem: Vorming en Invloed op de Bewoners</h3>
+
+<p>Niets oefent zoo grooten invloed uit op de vorming van een volk, op zijn
+wijze van leven, op zijn bedrijf en karakter, op zijn kunst en zijn taal,
+dan de bodem, waarop het zich vestigt. Klimaat, vorm en ligging, hoogte en
+laagte, geologische bouw, minerale voortbrengselen, richting en rijkdom van
+water, nabijheid der zee, insnijding der kusten, duizenden betrekkingen van
+grond, lucht en water, planten en dieren, heel de omringende natuur met
+haar verschijnselen, haar duizenden vormen en kleuren, de eindelooze
+wisseling van haar leven, dit alles grijpt voortdurend en diep in het
+menschelijk organisme in, en bepaalt voor een groot deel het type en het
+karakter, de ontwikkeling en de toekomst der bewoners.</p>
+
+<p>Maar ook die bodem ondergaat op zijn beurt den invloed van den mensch. Waar
+zijn nasporende geest zijn natuur onderzoekt, ontsluiert hij hem zijn
+duizendjarige verborgenheden, zijn schatten en krachten. Die kennis heeft
+hem er toe geleid, om den grond naar zijn behoeften te plooien, zijn
+heerschappij er over uit te breiden, zijn kracht van voortbrengen te
+vermeerderen.</p>
+
+<p>De grond, dien wij ons vaderland noemen, getuigt van menigvuldige
+omwentelingen, die zijn gedaante voortdurend hebben gewijzigd. Overal, in
+steen en in zand, vinden wij<span class='pagenum'><a name="Page_2" id="Page_2">[2]</a></span> daarvan de duidelijkste sporen, die elkeen,
+bij een weinig nadenken, in staat stellen, zich min of meer een
+voorstelling te vormen van die oude v&oacute;&oacute;rhistorische tijden.</p>
+
+<p>In dit verre, donker verleden &mdash; hoeveel duizenden jaren liggen reeds
+achter ons &mdash; was een groot deel van Belgi&euml;, evenals Nederland en de heele
+noordsche vlakte, door de wateren van den Oceaan overdekt. Het Waalsche
+bergland, de keten der Ardennen en de noord-westelijke hoogten van
+Duitschland vormden als een soort van schutsmuur tegen het verder
+doordringen van den Oceaan.</p>
+
+<p>Aan de eene zijde stond die berggordel bloot aan het volhardend geweld der
+baren, aan de andere zijde aan den sterken aandrang der gezwollen wateren
+van rivier en beek, van gletscher en landijs, aan de verwoestende krachten
+des tijds, aan regen en wind, aan hagel en vorst, aan gloeiende hitte en
+strenge koude; aangegrepen en ontbonden door het scheikundig vermogen des
+dampkrings, verweerd en verbrokkeld, uit- en inwendig afgeknaagd,
+uitgespoeld en gesloopt door de oplossende kracht van het stroomende water,
+alles mederukkend wat het op zijn tocht ontmoette: verweerd gesteente,
+afgeknaagde rotsen, geslepen en gepolijst tot keien, verbrijzeld tot grint
+en zand, tot leem en allerlei puin. Laag op laag van al dat meegevoerd puin
+werd door de rivieren, vooral bij hun monding in den Oceaan neergeworpen.
+Rijn<a name="FNanchor_7_7" id="FNanchor_7_7"></a><a href="#Footnote_7_7" class="fnanchor">[7]</a>, Maas en Schelde, die in een vorig tijdperk, vooral in den ijstijd,
+een veel grootere kracht bezaten, veroorzaakt door overvloediger regen- en
+sneeuwval, door grooten omvang van gletschers, die ons land met een dikke
+ijskorst bedekten, als een gevolg van het koelere klimaat, werkten
+onophoudelijk mede tot vorming van dien bodem door meerderen aanvoer van
+grooter steenen en grover zand, tot ophooging en uitbreiding der beddingen.
+Zoo werden de<span class='pagenum'><a name="Page_3" id="Page_3">[3]</a></span> rivieren de scheppers van het land. Later werden die
+aangeslibde gronden door onderaardsche werking opgeheven tot hun
+tegenwoordige hoogte.</p>
+
+<p>In dit aardkundig tijdperk, dat de geleerden het <i>quaternaire</i> of in meer
+beperkten zin <i>diluvium</i><a name="FNanchor_8_8" id="FNanchor_8_8"></a><a href="#Footnote_8_8" class="fnanchor">[8]</a> noemen, had een groote omkeering plaats in het
+klimaat onzer streken. Een groot deel van Europa werd met een dikke
+ijskorst bedekt, waardoor groote veranderingen in de samenstelling en de
+verdeeling van land en water ontstonden.</p>
+
+<p>De viervoetige dieren, die toenmaals het noorden bewoonden, verhuisden naar
+zuidelijker streken; ook de vroegere plantengroei stierf weg onder de
+strenge koude. Die voortdurende veranderingen, die de bodem van ons land
+onderging, zijn zeker wel oorzaak, dat er van de menschen, die toen reeds
+een deel van ons land bewoonden, zoo weinig sporen zijn overgebleven. In de
+spelonken en grotten der kalkbergen langsheen de Maas en de Lesse, waarin
+zij waarschijnlijk huisden, heeft men in onzen tijd, na duizenden jaren,
+hun gebeente teruggevonden, alsmede allerlei wapenen en gereedschap van
+vuursteen, als pijl- en lanspunten, bijlen, beitels en messen, zelfs
+voorwerpen tot opschik, vervaardigd uit tanden van dieren, en dit alles
+vermengd met scherven van gebakken aardewerk en de beenderen van den
+holenbeer, het rendier en de hyena, van den mammoeth en andere dieren uit
+de poolstreken afkomstig, maar welke gedurende den ijstijd onzen bodem
+bewoonden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="MAMMOUTH" id="MAMMOUTH"></a>
+<img width="100%" src="./images/i016.jpg" alt=" Mammoeth (Elephas Primigenius) gevonden te Lier in 1860 (L. 4,50 m., H. 3,25 m.)" title=" Mammoeth (Elephas Primigenius) gevonden te Lier in 1860 (L. 4,50 m., H. 3,25 m.)" />
+<span class="caption"> Mammoeth (Elephas Primigenius) gevonden te Lier in 1860 (L. 4,50 m., H. 3,25 m.)</span>
+</div>
+
+<p>Hoe lang de vorming van deze diluviale gronden met hun geplooide
+opeengestapelde lagen voortduurde, valt niet te berekenen. Daarna
+ontstonden de moderne formaties, de gronden van het <i>alluvium</i><a name="FNanchor_9_9" id="FNanchor_9_9"></a><a href="#Footnote_9_9" class="fnanchor">[9]</a> die nog
+altijd gevormd werden, doch van het diluvium niet altijd te onderscheiden
+zijn. Het<span class='pagenum'><a name="Page_4" id="Page_4">[4]</a></span> <span class='pagenum'><a name="Page_5" id="Page_5">[5]</a></span>begin van dit tijdperk is al vele duizenden jaren van ons
+verwijderd. De toen op onzen bodem levende volken zijn zonder twijfel
+getuige geweest van die geweldige omkeeringen, mogelijk gevolgd van een
+hevigen strijd om bewoonbare streken, toen in noordelijke richting
+uitgebreide oppervlakten verdwenen.</p>
+
+<p>Nog altijd duurt het strijden voort van zee en stroomen tegen het
+vasteland, dat in den bewoner der lagere deelen met zijn geestkracht en
+taai geduld een verdediger heeft gevonden. Slechts stap voor stap, en eerst
+na eeuwen langen strijd behield deze hier op het water de bovenhand. Ook nu
+nog, evenals in vroegere dagen, knagen water en dampkring gestadig aan de
+vaste aardkorst, verwoesten en verweeren het hardste gesteente, lossen een
+deel er van op en voeren het overige verre weg, om het op andere plaatsen
+neer te leggen als vruchtbare aarde, valleien en vlakten er mee te
+overdekken; nog immer groeien de humuslagen, de waterplanten in verbazend
+groote getalen in vochtige en moerassige streken, die telken jare een
+nieuwen groei boven de overblijfsels der afgestorvene stapelen, welke
+allengs door verkoling, onder gedeeltelijke afsluiting der lucht, in turf
+overgaan.</p>
+
+<p>Zulke turfbeddingen of veenlagen zijn als een geschiedboek van de
+oppervlakte, die zij beslaan, niet zelden van de naast omliggende streek.
+Dikwijls vindt men daarin beenderen, tanden of haarbossen van dieren uit
+een vroeger tijdperk, die duizenden jaren geleden hier leefden en stierven.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="RELIEFKAART" id="RELIEFKAART"></a>
+<img width="100%" src="./images/i016p.jpg" alt="Reliëfkaart van Belgie" title="Reliëfkaart van Belgie" />
+<span class="caption">Reliëfkaart van Belgie</span>
+</div>
+
+<h3><a name="HET_LAND" id="HET_LAND"></a>Het Land. &mdash; Hoog en Laag</h3>
+
+<p>Ons land, zoowel in opzicht van aardrijkskunde als klimaat, behoort voor
+een groot deel tot de noordsche vlakte, die zich uitstrekt van aan Kaap
+Gris-nez, in Frankrijk, tot aan Rusland. In Belgi&euml; is de grenslijn van dit
+uitgestrekte<span class='pagenum'><a name="Page_6" id="Page_6">[6]</a></span> gebied scherp getrokken door de Noordzee en ten zuiden door
+de hooggeplooide heuvels der Ardennen.</p>
+
+<p>Onze zeekust evenals die van Nederland, is overal laag en tegen het geweld
+der baren beschut door een duinenrij, die zich uitstrekt van Kales tot aan
+het Skagerrak. Bij deze jongste vorming van het alluvium, die
+waarschijnlijk niet veel ouder zijn kan dan duizend jaren, is het de kracht
+van den wind, die de belangrijke rol speelt in de wordingsgeschiedenis
+onzer zeekust.</p>
+
+<p>Echter is die duingordel op sommige plaatsen onderbroken door overstrooming
+of het geweld der hooge vloeden, zooals tusschen Wenduine en Heist. Op die
+punten is de mensch, zooals we gezien hebben, tusschen beide en de natuur
+te hulp gekomen. Al vroeg moest hij de kusten en rivieren door het maken
+van dijken en het versterken der duinen beschutten; het zeewater
+terugdringen, om zandbanken en aangeslibde gronden op den Oceaan te
+veroveren; ook het binnenwater door het droogmaken van meren, moeren en
+poelen binnen de noodige grenzen houden, en tevens den grond vruchtbaar
+maken. Hoeveel strijd is hier niet gevoerd en hoe dikwijls is die niet
+hervat, eer de mensch overwinnaar bleef. Twintig eeuwen duurt die kamp
+onafgebroken voort, met evenveel moed en volharding, als vastberadenheid.</p>
+
+<p></p>
+
+<p>Aangaande de hoogte van den bodem, onderscheiden wij in Belgi&euml; drie
+bepaalde deelen, die, hoewel in elkander overgaande, toch duidelijk door
+verschil van uiterlijk kenbaar zijn: het <i>hoogland</i> of de Ardennen in het
+zuid-oosten, tot aan de Samber en Maas, een lager <i>heuvelland</i>, dat er
+onmiddellijk voor ligt, en het verder verwijderd <i>laagland</i>, ten
+noord-westen, dat aan den zeekant door duinen wordt begrensd.</p>
+
+<p>I. &mdash; <b>De Ardennen</b> vormen in ons land een bergmassa van nagenoeg 60 Km.
+breedte; het zijn de oudste gronden van Belgi&euml;: zij bestaan grootendeels
+uit lei- en kalksteen, of uit rotsen van het hardste graniet; zij bevatten
+een rijkdom van mijnstoffen, vooral ijzer en lood, marmer en ander<span class='pagenum'><a name="Page_7" id="Page_7">[7]</a></span>
+gesteente. Door verweering en wegvoering van stroomend water zijn ze sedert
+den tijd van hun bestaan reeds merkelijk lager geworden.</p>
+
+<p>Drie gordels van aanzienlijke heuvels, afgewisseld door schilderachtige
+dalen, loopen min of meer evenwijdig aan elkander. De eerste, waarvan de
+hoogste kruin de &laquo;<i>Baraque Michel</i>&raquo; is, een moerassige hoogvlakte of
+hoogveen <i>(Hautes-Fagnes)</i><a name="FNanchor_10_10" id="FNanchor_10_10"></a><a href="#Footnote_10_10" class="fnanchor">[10]</a>, verheft zich tot 674 M.; de daarop volgende
+hoogste punten zijn de &laquo;<i>Baraque de Fraiture</i>&raquo; (626 M.) en <i>St.-Hubert</i>
+(549 M.). Een tweede gordel van minder belang, doch met den eersten
+samenhangend, is ongeveer 20 Km. lang, terwijl de derde slechts een deel
+van ons land, ten zuid-oosten van de twee voorgaande beslaat. Het hoogste
+punt van deze twee stijgt niet boven de 537 M.</p>
+
+<p>Door spleten en kloven zijn de rivieren in deze bergreeks op verscheidene
+plaatsen doorgedrongen, en hebben er hun beddingen dieper in uitgeslepen.
+Een groote kloof, het Maasdal, van Fumay in Frankrijk tot aan Namen,
+splitst haar in een westelijk en oostelijk deel, waarvan het eerste 286 M.
+en het tweede 383 M. hoog is.</p>
+
+<p>Het eigenlijk bergland der Ardennen bevat bijna heel de provincie
+Luksemburg, een kleine brok van Henegouwen en het grootste deel van de
+provinci&euml;n Namen en Luik.</p>
+
+<p>Een dicht en onafzienbaar woud <i>(Arduenna Sylva)</i> overdekte ten tijde van
+Julius Cesar, niet alleen een groot deel dezer bergstreek, maar zelfs van
+Middel-Belgi&euml;. De boschrijke zoom, waar hij in de kleilaag verdween, maakte
+naar alle waarschijnlijkheid de scheiding uit tusschen de oude Keltische
+bewoners en de later invallende Germaansche, bepaaldelijk Frankische
+stammen, die in ons land de plaats der verdwenen oudere bevolking kwamen
+innemen, en zich vooral met landbouw bezighielden.<span class='pagenum'><a name="Page_8" id="Page_8">[8]</a></span></p>
+
+<p>II. &mdash; Ten noorden van Samber en Maas begint <b>Middel-Belgi&euml;</b>, een zacht
+glooiend land, dat naar de zeezijde ongevoelig afhelt. Zijn gemiddelde
+hoogte is ongeveer 150 M. Een deel van Henegouwen, Zuid-Brabant, een klein
+stuk der provincie Namen en een deel van de provincie Luik vormen
+Middel-Belgi&euml;, waar de zacht golvende oppervlakte, de breede, ondiepe
+dalen, die door een groot getal beken en rivieren worden bespoeld, de rijke
+velden, afgewisseld door bosch en groene weiden, aan het landschap een zeer
+bekoorlijk uitzicht geven.</p>
+
+<p>Middel-Belgi&euml; is bedekt met een zeer vruchtbare laag diluviale klei, die
+door het water van de Ardennen is meegevoerd en Haspengouwsche klei <i>(limon
+Hesbayen)</i> wordt genoemd.</p>
+
+<p>In werkelijkheid maken de hoogere Ardennen en het heuvelland, dat er
+onmiddellijk aan grenst, beide deel uit van de samenhangende bergformatie.
+Inderdaad, het is voldoende, dat in Henegouwen en Zuid-Brabant de kleilaag
+door overstrooming der rivieren gedeeltelijk wordt weggespoeld, om het
+oudere gesteente van den ondergrond, die uit de bezinking der krijtzee<a name="FNanchor_11_11" id="FNanchor_11_11"></a><a href="#Footnote_11_11" class="fnanchor">[11]</a>,
+als sporen van haar tijdelijk verblijf, als lei- en krijtlagen, hier zijn
+overgebleven, alsook het arduin, porfier en andere minerale rijkdommen te
+zien te voorschijn treden, welk gesteente op zijn beurt de
+kolenbeddingen<a name="FNanchor_12_12" id="FNanchor_12_12"></a><a href="#Footnote_12_12" class="fnanchor">[12]</a>, die er onder bedolven liggen, overdekt.<span class='pagenum'><a name="Page_9" id="Page_9">[9]</a></span></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="IGUANODON" id="IGUANODON"></a>
+<img width="100%" src="./images/i021.jpg" alt="Iguanodon gevonden te Bernissart in 1878 (L. 10,50 m., H. 7,50 m.)" title="Iguanodon gevonden te Bernissart in 1878 (L. 10,50 m., H. 7,50 m.)" />
+<span class="caption">Iguanodon gevonden te Bernissart in 1878 (L. 10,50 m., H. 7,50 m.)</span>
+<span class='pagenum'><a name="Page_10" id="Page_10">[10]</a></span>
+</div>
+
+<p>Het dichtbevolkte en goed bebouwde land, zoo druk door handel en door
+nijverheid, vormde reeds v&oacute;&oacute;r den tijd der groote rijksbanen een zeer
+geschikten weg tusschen de ruwe Ardennen en het toen moerassige
+noord-westelijk lagere land. Geen wonder dat Middel-Belgi&euml;, zoo rijk aan
+levensmiddelen, doortrokken werd door talrijke legers en er zoo menige slag
+geleverd werd. Hier is een historische grond bij uitmuntendheid: bijna geen
+klomp aarde, die niet omgewoeld is door oorlogstuig, niet doorweekt is van
+het bloed van landgenoot en vreemdeling.</p>
+
+<p><b>III. &mdash; Belgische Vlakte.</b> &mdash; Op Middel-Belgi&euml; volgt de eigenlijke vlakte,
+die grootendeels uit de zee is bezonken. De bouw of samenhang van dien
+grond wijzigt het uitzicht, naarmate de slib of klei, het zand of het
+aangevloeide steengruis er overheerschen. De oostelijke helft is het
+Kempenland, de streek van het diluvium, met zijn schrale zandige heide,
+zijn mageren plantengroei, zijn venen en wouden van sparren en dennen. Te
+midden van het stuifzand vindt men reeds talrijke oazen met welige akkers.</p>
+
+<p>De westelijke helft van de Belgische laagvlakte zijn de beide Vlaanderen,
+die groote overeenkomst met Nederland vertoonen, ook wat de
+grondgesteldheid aangaat. Van natuur is de bodem er niet overal vruchtbaar,
+slechts een klein deel bestond uit klei, het overige uit zand, moeras,
+laagveen en meren. Hoe verder men naar het noorden gaat, hoe meer de grond
+vermagert. 't Is slechts ten prijze van inspannenden en langdurigen arbeid,
+dat men er toe gekomen is hem te verbeteren, Vlaanderen in een vruchtbaar
+land te herscheppen, waar land- en tuinbouw de heerlijkste opbrengsten
+leveren. Indien het Land van Waas tegenwoordig den indruk maakt van een
+grooten en volkrijken tuin, is het te danken aan een heele vervorming, de
+vrucht van eeuwen arbeids. Zonder de stalen vlijt van een taai, volhardend
+en geduldig ras, zou die magere grond een heide zijn, de voortzetting der
+Kempen.<span class='pagenum'><a name="Page_11" id="Page_11">[11]</a></span></p>
+
+<p>Er is nog een ander deel van Vlaanderen, dat der polders en der dijken, het
+jongste in aardkunde als in geschiedenis. Deze streek was in vroeger tijd
+aan gedurige overstroomingen blootgesteld, en op vele plaatsen bedekt met
+stilstaande poelen en moerassen, uit welker ondiepe kommen bies en riet,
+naast wilg en esch en ander boomgewas in dichte boschjes opschoot.</p>
+
+<p>Een belangrijke factor in de wordingsgeschiedenis van Vlaanderen zijn de
+zandafzettingen, die reeds in het diluviale tijdperk begonnen mede te
+werken aan het vormen van zandbanken op eenigen afstand van de kust. De
+zeevloed wierp daarna het zand met ander door de rivieren aangevoerde
+stoffen uit zijn schoot omhoog en voerde het landwaarts in, eeuwen
+achtereen, tot het werd een heuvelreeks, een duingordel, die de geheele
+kust omzoomde, en langzaam glooiend in een breed, vlak strand overging,
+meer geschikt voor de vestiging van bad- en visschersplaatsen dan voor
+havensteden. Achter deze duinen lag het land met zijn veen- en moerasgrond,
+thans in vruchtbare polders herschapen.</p>
+
+<p>Schelde, Lei en Dender, Rupel, Dijle en Demer hebben overal rivierklei
+langs hun boorden neergelegd. Door middel dezer aanslibbingen van zee en
+binnenwaters, bouwt de mensch zijn polders en zijn marken, zijn velden en
+zijn weiden, omgeven door slooten, omzoomd met wilgen.</p>
+
+<p>Werken van den eenen kant de opbouwende krachten van zee en stroomen, van
+den anderen kant zijn die zelfde waters door verzanden als ter dood
+veroordeeld. Langs onze geheele zeekust kan men dit verschijnsel waarnemen,
+vooral bij de monding der rivieren. Om slechts een voorbeeld te noemen,
+wijzen wij op het Zwin, in de XIII<sup>e</sup> eeuw nog een machtige zeearm, thans
+een moerassige kreek. Doch niet alleen aan de monding, ook hooger op,
+hadden verzandingen plaats, deels uit oorzaak der geringe snelheid van den
+stroom, deels onder den invloed van sterke ebbe en vloed. Die verzanding
+heeft de scheepvaart groote bezwaren in den weg gelegd. Belette die
+ongunstige gesteldheid onzer kusten het ontstaan van zeehavens, ook de
+bloei van belangrijke handelsplaatsen aan den benedenloop van rivieren werd
+sterk bedreigd.<span class='pagenum'><a name="Page_12" id="Page_12">[12]</a></span></p>
+
+
+<h3><a name="LIGGING" id="LIGGING"></a>Ligging. &mdash; Omvang. &mdash; Klimaat</h3>
+
+<p><b>Ligging</b>. &mdash; Belgi&euml; is het gedeelte van Europa, dat begrensd is door de
+Noordzee, die het van Engeland scheidt en begrepen is tusschen Nederland,
+Duitschland (Rijnsch Pruisen), het groothertogdom Luksemburg en Frankrijk.
+Een natuurlijke grens heeft ons land alleen ten noord-westen in zijn 67 Km.
+lange kustlijn, ten zuid-westen aan West-Vlaanderen door de Lei en ten
+oosten aan Limburg door de Maas.</p>
+
+<p>Het strekt zich uit tusschen 49&deg;,30&#8242; en 51&deg;,30&#8242; N.B. en tusschen 0&deg;,16&#8242; en
+3&deg;,43&#8242; W.L. van den meridiaan van Parijs. Neemt men Brussel als eersten
+meridiaan, dan ligt het tusschen 1&deg;46&#8242; W.L. en 1&deg;,41&#8242; O.L.</p>
+
+<p>Ons land heeft nagenoeg den vorm van een rechthoekigen driehoek met een
+omtrek van 1330 Km., waarvan 67 Km. kustlijn, 328 Km. ten noorden langsheen
+de Nederlandsche grens, 321 Km. aan den oostkant, te weten 103 Km. voor
+Nederland, 98 Km. voor Duitschland en 120 Km. voor 't groothertogdom
+Luksemburg, terwijl de zuidelijke en westelijke grenslijn, die het van
+Frankrijk scheidt, 614 Km. bedraagt.</p>
+
+<p><b>Omvang</b>. &mdash; De geheele oppervlakte van ons land is van 2.945,589 Ha.,
+nagenoeg drie millioen. De grootste afstand van het noorden naar het
+zuiden, tusschen Hoogstraten en Chimay, is 170 Km., de grootste lengte van
+Oostende tot aan Aarlen, meet 280 Km. In uitgestrektheid is het een der
+kleinste landen van Europa.</p>
+
+<p><b>Klimaat</b>. &mdash; Het klimaat van Belgi&euml;, hoewel veranderlijk en vochtig, is over
+het algemeen zacht en gematigd, en mag als een der gezondste van westelijk
+Europa gerekend worden. In het hoogere bergland is het droger, scherper,
+bestendiger en gezonder dan in het lager gedeelte of poldergewest; de lucht
+is er ook zeer helder en zuiver.</p>
+
+<p>De gemiddelde warmtegraad is voor het geheele rijk onge<span class='pagenum'><a name="Page_13" id="Page_13">[13]</a></span>veer 10&deg;,5&#8242;c.; het
+is die der schoone Meidagen of van de zachte helft van October. De grootste
+hitte, meestal bij het einde van Juli, klimt soms tot 35&deg;, de strengste
+koude, gewoonlijk na de eerste helft van Januari, daalt wel eens bij
+uitzondering tot 20&deg;c. beneden het vriespunt.</p>
+
+<p>De heerschende winden zijn die van het Z.W. en N.O. De eerste, die zich
+vooral in den herfst doen gevoelen, brengen overvloediger regen en dikwijls
+storm mee. Onze koude voorjaren worden veroorzaakt door de N.O. winden, die
+in April en Mei de overhand hebben. In den zomer wordt de lucht voortdurend
+ververscht door de van de zee waaiende winden, die de ongezonde
+uitwasemingen verdrijven. Tijdens dit seizoen heeft het geheele laagland
+van Veurne tot Maastricht een nagenoeg gelijkmatig klimaat.</p>
+
+<p>In Belgi&euml; regent het op de 365 dagen zoowat 190, dus meer dan de helft van
+het jaar. Bleef al het regenwater staan, dan zou het den bodem van ons land
+jaarlijks met een hoogte van ruim 700 m.m. bedekken. De jaarlijksche
+neerslag bedraagt voor het westelijk gedeelte van 700 tot 800 m.m., terwijl
+de hoeveelheid regen ten oosten van de Maas toeneemt met de hoogte van den
+grond, waar zij soms tot 1200 m.m. beloopt. Het aantal heldere dagen is
+hier niet groot. De maand September brengt gewoonlijk het bestendigste
+mooie weder aan.</p>
+
+<p>In de bergstreek begint de winter vroeger en duurt hij ook het langst. Het
+verschil voor de hoogste punten der Ardennen is gewoonlijk 3&deg;c. lager dan
+in Vlaanderen. Aan den oostkant is dus het klimaat meer <i>continentaal</i>, aan
+de west- of zeezijde meer <i>maritiem</i>.</p>
+
+<p>De snelle afwisseling van warmte en koude, gevoegd bij de groote
+vochtigheid, veroorzaken licht verkoudheid, borst- en keelziekte en
+rhumatisme. De schadelijke uitwasemingen van gedempte poelen en moerassen
+zijn oorzaak van koortsen.<span class='pagenum'><a name="Page_14" id="Page_14">[14]</a></span></p>
+
+
+<h3><a name="GEBIED" id="GEBIED"></a>Gebied van Maas en Schelde</h3>
+
+<p>Bijna geheel Belgi&euml; behoort tot het gebied van twee stroomen en van een
+zeerivier, de Maas, de Schelde en den IJzer.</p>
+
+<p>Geen van deze rivieren ontspringt in het land zelf; alle drie hebben hun
+oorsprong in Frankrijk; de laatste alleen heeft haar monding in ons land.
+Een klein hoekje van Zuid-Henegouwen en de oostelijke helft van Luksemburg
+behooren tot een ander stroomgebied.</p>
+
+<p>In hun loop vertoonen onze hoofdrivieren een zekere overeenkomst. Beide
+richten zich, zoodra ze Belgi&euml; binnenkomen, naar het noorden: de Maas tot
+aan Namen, de Schelde tot aan Gent. Te Namen ontvangt de eerste de Samber,
+welke bijrivier haar de richting aanwijst, die ze thans te volgen heeft. De
+Lei valt te Gent in de Schelde, welke van hier mede naar het oosten loopt.
+Later hernemen de beide stroomen hun weg naar het noorden, totdat ze Belgi&euml;
+verlaten, om door Nederland in een westelijke richting naar de Noordzee te
+vloeien. Uit oorzaak van de helling van den bodem ontvangen Maas en Schelde
+hun meeste bijrivieren van de oostzijde.</p>
+
+<p><b>De Maas</b> is de stroom van het bergland. Afkomstig van de hoogvlakte van
+Langres, wordt zij reeds bevaarbaar te Verdun, breekt verder door de harde
+rotskloof der Ardennen te Fumay, die ze uitdiept en verbreedt, en valt in
+Belgi&euml;. Van hier tot boven Luik loopt zij schier gestadig in een rotsbed,
+beboord met scherpe en steile hoogten van grauwe leisteen en van kalk, door
+de lichtbruine kleur van ijzererts en andere aarde als 't ware verguld.</p>
+
+<p>Een menigte rivieren werpen zich in de Maas: rechts de Semoi, bekend om
+haar verrukkelijke oevers, de Lesse, om haar schilderachtig dal en haar
+beroemde grotten en holen, de Hoyoux en de veel bezochte Ourthe, die reeds
+de Ambl&egrave;ve<span class='pagenum'><a name="Page_15" id="Page_15">[15]</a></span> met haar mooien waterval en de Vesder heeft opgenomen; links de
+Samber, de Mehaigne en de Jaar of Jeker. Van Luik tot Maastricht is een
+kanaal langs de Maas gegraven, zoodat men er in geslaagd is, haar van Sedan
+door heel haar loop bevaarbaar te maken. Bezuiden Maastricht, bij het dorp
+Eisden, treedt de Maas op Nederlandsch grondgebied en vormt de
+grensscheiding met Belgi&euml;, tot voorbij Maaseik, dat zij bespoelt, waarna ze
+voor goed ons land verlaat, om zich bij den Briel in de Noordzee te werpen.</p>
+
+<p><b>De Schelde</b> is de stroom van 't vlakke land en de belangrijkste van Belgi&euml;.
+Haar geheele loop van aan Kamerijk, waar ze bevaarbaar is, tot aan haar
+monding in de Noordzee, bedraagt ongeveer 430 Km., waarvan 107 in
+Frankrijk, 233 in Belgi&euml;, de overige 90 in Nederland.</p>
+
+<p>Ontsprongen op een hoogvlakte van 110 M. ten noorden van St.-Quentin,
+bespoelt ze achtereenvolgens Kamerijk, Valencijn en Cond&eacute; in Frankrijk,
+treedt even boven Antoing in Belgi&euml;, stroomt door de provincie Henegouwen
+naar Oost-Vlaanderen. Van Doornik baant ze zich een weg door den rotsgrond,
+strijkt verder door krijt- en kleilagen langs 't golvend heuvelland tot
+voorbij Oudenaarde, om van hier als een breede glanzende streep te
+kronkelen door de groene vlakte naar Gent, waar ze met verscheidene
+belangrijke kanalen in gemeenschap is, met dat van Brugge, Zeebrugge en
+Oostende door de Lei, met het groote zeekanaal van Terneuzen. Te Gent neemt
+ze de Lei op, die haar stroom, in oostelijke richting stuwt tot voorbij
+Dendermonde, om verder met een bocht zich naar 't noorden te wenden en als
+scheidslijn te dienen tusschen het Land van Waas en de provincie Antwerpen.
+V&oacute;&oacute;r de stad van denzelfden naam vormt de Schelde een der schoonste havens
+van Europa. Een groot gedeelte van zijn levenskracht is Belgi&euml; aan zijn
+hoofdstroom verschuldigd. Zijn diepte en breedte is zoo groot, dat hij niet
+alleen de reusachtigste stoombooten, maar zelfs de zwaarste oorlogsschepen
+ontvangen kan.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="DE_SCHELDE" id="DE_SCHELDE"></a>
+<img width="100%" src="./images/i028.jpg" alt="De Schelde voor Antwerpen" title="De Schelde voor Antwerpen" />
+<span class="caption">De Schelde voor Antwerpen</span>
+</div>
+
+
+<p>De Schelde dankt haar belangrijkheid aan den invloed der getijden. Ook in
+den Rupel en zelfs in de drie bijrivieren, die hem vormen, de Nete (tot
+Lier), de Dijle (tot Mechelen)<span class='pagenum'><a name="Page_16" id="Page_16">[16]</a></span> <span class='pagenum'><a name="Page_17" id="Page_17">[17]</a></span>en de Zenne (tot Vilvoorde) is de werking
+van den vloed nog duidelijk waar te nemen.</p>
+
+<p>Te Antwerpen heeft de Schelde bij ebbe een breedte van 500 M.; de vloed
+duurt er gemiddeld 5 u. 38 m.</p>
+
+<p>Kalm en rustig glijden al de bijrivieren door het vlakke land, om hun water
+naar den hoofdstroom te brengen: de Hene, die haar naam schenkt aan de
+provincie, de schilderachtige Lei, de Dender, de Durme en meer andere,
+welke ieder op haren weg kleinere stroompjes hebben opgenomen.</p>
+
+<p>Is de aanblik van de breede Schelde indrukwekkend, deze wordt nog verhoogd
+door het grootsche tooneel van beweging en leven, door de talrijke schepen
+en stoombooten, die haren vloed doorklieven.</p>
+
+<p>Even voorbij Doel verlaat de Schelde ons grondgebied, splitst zich, drie
+uren beneden Antwerpen, in twee armen, waarvan de zuidelijke, de Hont of
+Wester-Schelde geheeten, voorbij Terneuzen en Vlissingen naar de Noordzee
+loopt. De noordelijke arm of Ooster-Schelde, door een afdamming sedert 1868
+van haar tweelingzuster gescheiden, begint meer en meer te verzanden.</p>
+
+<p>De Scheldemonden bij Vlissingen en Zieriksee hebben een aanzienlijke diepte
+(van 37 tot 40 M.) en een breedte, die afwisselt volgens ebbe en vloed van
+4200 tot 4800 M.</p>
+
+<p>De Hont of Wester-Schelde, thans de groote handelsweg voor Antwerpen en
+geheel Belgi&euml;, vormde in de middeleeuwen een uitgebreide delta, waardoor
+bij storm en hoogen waterstand de gansche streek beneden Antwerpen, tot
+zelfs een deel van 't Land van Waas, regelmatig onder water werd gezet.</p>
+
+<p>Van de XI<sup>e</sup> eeuw af begonnen de bewoners aan haar oevers de schorren of
+aangeslibde gronden in te dijken. Sedert de XIII<sup>e</sup> eeuw werden aldus,
+volgens Em. De Laveleye<a name="FNanchor_13_13" id="FNanchor_13_13"></a><a href="#Footnote_13_13" class="fnanchor">[13]</a>, in Belgi&euml; alleen meer dan 50,000 Ha.
+ingepolderd, en sedert 1815 bedraagt de aanwinst van grond reeds meer dan<span class='pagenum'><a name="Page_18" id="Page_18">[18]</a></span>
+8000 Ha. en nog is er meer land door indijking te winnen.</p>
+
+<p>Het waterveld tusschen Zeeuwsch-Vlaanderen, Zuid-Beveland en Walcheren, dat
+als 't ware het voorplan is van het grootsche drama &laquo;den Strijd tusschen
+Water en Land&raquo;, werd in de tweede helft der XVIe eeuw, opnieuw het tooneel,
+waar een nog bloediger strijd geleverd werd tegen de Spaansche dwingelandij
+voor de vrijheid van het geweten. Liever dan hun land aan den
+bloeddorstigen vijand prijs te geven, staken de inwoners de dijken door, en
+vernielden op &eacute;&eacute;n dag het werk van vier eeuwen. Na de bevrijding van
+Nederland begon men als van vorenafaan het water grenzen te stellen en riep
+men de hulp in van de waterbouwkunde voor het droogmaken der gronden.</p>
+
+<p><b>De IJzer</b> ontspringt in het Fransch Noorderdepartement, ten oosten van
+St.-Omaars, stroomt als een zelfstandige rivier door West-Vlaanderen,
+ontvangt de Ieperlee in de nabijheid, waar vroeger het fort Knokke zich
+verhief, ten Z.W. van Diksmuide, en werpt zich na een loop van 78 Km.,
+waarvan 50 in Belgi&euml;, beneden Nieuwpoort in zee. Het nut van deze rivier,
+niet alleen voor het drooghouden van den grond, maar ook voor de
+scheepvaart, wordt verhoogd door verscheidene kanalen, dat van Loo, van
+Veurne en van Plasschendale, die den loop van het rivierwater regelen en
+deels de wateren onderling verbinden.</p>
+
+
+<h3><a name="NATUURLIJKE" id="NATUURLIJKE"></a>Natuurlijke Landschappen</h3>
+
+<p>Behalve de negen provinci&euml;n, waarin ons land bestuurlijk is verdeeld, bezit
+het bepaalde streken, die hun eigenaardig karakter en ouden naam hebben
+bewaard, welke zij aan de geschiedenis, aan hun ligging of grondgesteldheid
+of wel aan hun uiterlijk danken. Hoewel soms bijna in elkander overgaande,
+onderscheiden ze zich meestal door verschil van uitzicht, van rijkdom des
+bodems of van daarmee gepaard gaande volksdichtheid.<span class='pagenum'><a name="Page_19" id="Page_19">[19]</a></span></p>
+
+<h4>Hoog-Belgi&euml;</h4>
+
+<p>In het hooge gedeelte van Belgi&euml; heeft men:</p>
+
+<p><b>I. &mdash; De Ardennen.</b> &mdash; Zooals we gezien hebben beslaat deze bergstreek bijna
+den heelen zuid-oosthoek van ons land, van de boorden der Semoi tot de
+steile oevers der Maas, Ambl&egrave;ve en Vesder. Zij is een geliefkoosd verblijf
+van toeristen en jagers. Nu eens stout en wild, dan liefelijk en zacht, met
+heerlijke vergezichten, schilderachtige dalen, grillige rotspartijen,
+bekroond met bouwvallen van oude kasteelen. Overal leven volkssagen van
+overoude tijden onder het volk voort. Holen en grotten, evenals de
+opgeheven steenen zijn als zoovele geheimzinnige gedenkteekenen van lang
+verdwenen rassen.</p>
+
+<p><b>II. &mdash; De Hooge Venen</b> <i>(Hautes Fagnes)</i> liggen tusschen de Ambl&egrave;ve en de
+Vesder in het zuid-oosten der provincie Luik. Ze beslaan een oppervlakte
+van 50 Km. lengte en 20 Km. breedte. Deze kruinen der Ardennen zijn licht
+afgeronde vlakten, die nog het uitzicht hebben van een woeste en
+maagdelijke natuur. De vochtige bodem, met zijn ondoordringbaren ondergrond
+van klei, verkondigt de aanwezigheid van veen. Donkere bosschen en
+heidevelden wisselen elkander af. Niets evenaart de sombere treurigheid
+dezer streek.</p>
+
+<p><b>III. &mdash; Klein-Provence of Belgisch Lorreinen.</b> &mdash; Deze bekoorlijke vallei
+tusschen Aarlen en Virton, gevormd door de Semoi en beschut door de hooge
+Ardennen, wordt aldus genoemd, om haar zacht klimaat, haar lachende heuvels
+met weelderigen plantengroei.</p>
+
+<p><b>IV. &mdash; De Famenne.</b> &mdash; Een bijzonder ondankbaar gewest van Luksemburg met de
+kleine stad Marche als hoofdplaats. De schrale bodem is hier en daar bedekt
+met magere roggevelden en pijnbosschen.</p>
+
+<p><b>V. &mdash; De Condroz.</b> &mdash; Heel anders is het voorkomen van dit land, dat zich
+uitstrekt over een deel der provincies Luik en Namen, tusschen de Ourthe en
+Maas, ten zuiden van Hoei, en de Lesse. Het is aldus genoemd naar den
+volksstam der Condruzen, die tijdens de Romeinen hier woonde.<span class='pagenum'><a name="Page_20" id="Page_20">[20]</a></span> Het is een
+koude, open vlakte, met breede golvingen, bijna zonder boombeschutting.</p>
+
+<p><b>VI. &mdash; Tusschen Samber en Maas.</b> &mdash; Dit gedeelte van de provincie Namen
+heeft, zoowel wat de gesteldheid van den grond betreft als de wijze om er
+nut uit te trekken, veel overeenkomst met de Condroz. Sedert jaren is men
+begonnen de bosschen, een overblijfsel van het groote kolenwoud <i>(Sylva
+carbonaria)</i>, uit te roeien en door landerijen te vervangen.</p>
+
+<p><b>VII. &mdash; Klein Zwitserland.</b> &mdash; Zoo noemt men het gedeelte van het Maasdal
+tusschen Dinant en Namen, bekend om zijn verrukkelijke schoonheid.
+Ingesloten tusschen de hooge schilderachtige rotsen, die langs de beide
+oevers omhoog rijzen, kronkelt de heldere stroom voorbij marmergroeven,
+prachtige bosschen, lachende tuinen en nijverige dorpen. Moeilijk kan men
+een punt op den geheelen weg aanwijzen, dat den reiziger niet aantrekt en
+boeit.</p>
+
+<h4>Middel-Belgi&euml;</h4>
+
+<p><b>VIII. &mdash; Het land van Herve.</b> &mdash; Onder de landschappen van Middel-Belgi&euml;
+noemen we eerst het land van Herve, in het noord-westen der provincie Luik,
+tusschen den rechteroever der Maas en de Vesder. In het midden ligt de
+kleine stad Herve, die haar naam geeft aan het oord, dat haar omringt. Het
+is een lachend heuvelland, waar de veeteelt nagenoeg uitsluitend wordt
+uitgeoefend. Boter- en kaasbereiding, evenals het inzamelen van het fruit
+der rijke boomgaarden is de voornaamste bezigheid der inwoners.</p>
+
+<p><b>IX. &mdash; Haspengouw.</b> &mdash; Dit rijk distrikt, in het land der oude Eburonen en
+Tongeren, bevat een deel der provincies Luik, Namen en Brabant, langs den
+linker oever van de Maas tusschen Luik, Hoei, Tongeren en Tienen. De stad
+Borgworm (Waremme) ligt zoo wat in het midden van dit vruchtbare deel van
+Belgi&euml;. Deze zoo wel bebouwde en dichtbevolkte streek is de minst
+schilderachtige van het land; zij levert overvloedig koren, aardappelen en
+beeten.<span class='pagenum'><a name="Page_21" id="Page_21">[21]</a></span></p>
+
+<p><b>X. &mdash; De Borinage.</b> &mdash; Aldus noemt men een deel van het rijke kolengebied in
+de omstreken van Bergen, ten zuiden van de rivier de Hene. Het bevat een
+dertigtal gemeenten, die zich bijna uitsluitend bezighouden met de
+ontginning der kolenmijnen.</p>
+
+<p>Het is hier de plaats om een woord te zeggen over het Belgisch kolengebied,
+gevormd door een breede en diepe inzinking van den bodem, die Belgi&euml;
+doorsnijdt van het noord-oosten naar het zuid-westen. Dit uitgestrekte
+bekken met zijn opeengestapelde lagen, splitst zich, aan weerszijden van
+Namen, in twee voorname beddingen, de eene loopende naar 't oosten, de
+andere naar 't westen.</p>
+
+<p>De laatste, ook de belangrijkste, richt zich langs de vallei van de Samber
+naar Charleroi, waar ze haar grootste ontwikkeling bereikt. Van hier loopen
+de lagen ter breedte van nagenoeg twee mijlen naar Bergen, vervolgens over
+de Fransche grens naar Dowaai. Ze hebben een uitgebreidheid van meer dan
+90,000 Ha.</p>
+
+<p>Het oostelijk bekken volgt de vallei der Maas, terwijl het voortdurend
+wijder wordt tot voorbij de stad Luik. Van hier zet het zich voort door
+Hollandsch Limburg naar de Roer, met een sedert 1901 ontdekte vertakking in
+de Belgische Kempen. De lengte van het ontgonnen bekken is 13 mijlen,
+waarvan 11 in de provincie Luik. De gansche oppervlakte schat men op 4,400
+Ha. Het gansche kolendistrict in ons land bedraagt zoo wat het twintigste
+van de oppervlakte van 't Rijk. 120,000 menschen vinden hun bestaan in den
+kolenbergbouw, waarvan de voornaamste middelpunten zijn de <i>Borinage</i>, het
+<i>Centrum</i> in de omstreken van <i>Mariemont</i> en <i>La Louvi&egrave;re</i>, dat van
+<i>Charleroi</i> en van <i>Luik</i>. De gezamenlijke opbrengst bedraagt jaarlijks
+meer dan 200 millioen ton (1000 Kgr.), voor een waarde van ruim 2000
+millioen frank. Belgi&euml; is tegenwoordig het vijfde kolenland der aarde. De
+dikte der lagen evenals de diepte van dit kolenbekken is zeer verschillend:
+sommige dalen tot 1000 M. beneden de oppervlakte.</p>
+
+<p>In de nabijheid der kolenmijnen treft men gewoonlijk overvloedig ijzererts
+aan, in de omstreken van Namen, Hoei<span class='pagenum'><a name="Page_22" id="Page_22">[22]</a></span> en Luik, langsheen de oevers der
+Maas, ook in de provincie Luksemburg. De geheele vallei van Samber en Maas,
+tusschen Charleroi en Luik, is als bezaaid met hoogovens en ijzerfabrieken.</p>
+
+<p>Zink- en looderts vindt men meestal in dezelfde streken, de grootste
+hoeveelheid langs de oevers van de Vesder aan de Pruisische grens, in het
+onzijdig gebied van <i>Moresnet</i>, de bekende <i>Vieille Montagne</i> of
+<i>Altenberg</i><a name="FNanchor_14_14" id="FNanchor_14_14"></a><a href="#Footnote_14_14" class="fnanchor">[14]</a>.</p>
+
+<p><b>XI. &mdash; Het Hageland</b> in het noord-westen van Brabant, vroeger een deel van
+de onvruchtbare Kempen, omzoomd en besproeid door de Dijle, de Demer en de
+groote Gete, tusschen de steden Diest en Aarschot, Tienen en Leuven, is
+thans in een vruchtbare gouw herschapen met malsche weiden, mooie
+boomgaarden en vruchtbare velden.</p>
+
+<h4>Belgische Vlakte</h4>
+
+<p><b>XII. &mdash; De Kempen.</b> &mdash; Hoe geheel anders dan de vruchtbare bodem van
+Middel-Belgi&euml; is het voorkomen der zandige vlakte der Kempen, die zich over
+een groot deel der provincies Antwerpen en Limburg uitstrekt. Eens was deze
+streek het bed van een groote zee, vandaar dat deze vloedgrond den stempel
+draagt der onvruchtbaarheid. Zij heeft een omvang van meer dan 200,000 Ha.
+Haar gemiddelde hoogte bedraagt zoowat 15 M., terwijl haar toppunt in
+Limburg 80 M. bereikt. Een diepe ernst ligt over de geheele vlakte, die het
+gemoed beklemt, ondanks het plantenkleed, dat de natuur er over gespreid
+heeft. De paarsche erica en de gele brem wisselen er af met schrale
+jenever- en hulststruiken, berken en mastboomen. Waar het insijpelende
+water niet weg kan vloeien, daar is de grond moerassig en<span class='pagenum'><a name="Page_23" id="Page_23">[23]</a></span> vormen zich met
+den afval der planten veen- of turfgronden. Elders treft men op een diepte
+van 1 M. ongeveer, leem aan, dat, aan de oppervlakte gebracht en met zand
+vermengd, een goeden bouwgrond oplevert. Duizenden hectaren schralen
+heigrond heeft men aldus in vruchtbare beemden en akkers herschapen.</p>
+
+<p>In de 12<sup>e</sup> eeuw waren de Kempen nog weinig bevolkt; de monniken der
+abdijen van Tongerloo, van Averbode en van Postel waren waarschijnlijk de
+eersten, die het werk der ontginning begonnen, doch het is vooral sedert de
+vereeniging met Nederland in 1815, dat men beproefde een beter gebruik van
+den bodem te maken. Ook de Trappisten droegen in latere jaren krachtig bij,
+om de woeste gronden te doen verminderen.</p>
+
+<p><b>XIII. &mdash; Klein-Brabant</b> ligt in den zuid-westhoek der provincie Antwerpen
+tusschen de Schelde, den Rupel en de Zenne. Het is een vreedzaam en
+verrukkelijk oord met een vruchtbaren klei- en zandgrond, die met zorg is
+bewerkt en de kundige hand van den Vlaamschen landbouwer bewijst.</p>
+
+<p><b>XIV. &mdash; Het Land van Aalst,</b> aldus genoemd naar de stad, die er het
+middelpunt van uitmaakt, is een vruchtbare kleistreek met malsche weiden,
+waardoor de Dender kronkelt. Schoone velden met koren en koolzaad wisselen
+af met voortreffelijke moestuinen; doch het is vooral bekend door de rijke
+hopakkers.</p>
+
+<p><b>XV. &mdash; Het Land van Waas.</b> &mdash; Indien dit heerlijk land, liggende aan den
+linker oever der Schelde, tusschen Antwerpen en Gent en de vaart van
+Terneuzen, tegenwoordig den indruk maakt van een grooten volkrijken
+boomgaard, dan is dit alles de vrucht van eeuwen arbeids. Dit mooi gewest,
+met zijn idyllisch voorkomen, met zijn rijke en vriendelijke landouwen, was
+eenmaal een treurige zandwoestijn, de voortzetting der Antwerpsche Kempen.</p>
+
+<p>De vroege ontwikkeling der Vlaamsche steden met hun talrijke bevolking,
+bracht de noodzakelijkheid mee, om het omliggende woeste land te maken tot
+een der meest voortbrengende gewesten van Europa. Hoeveel arbeid en taai<span class='pagenum'><a name="Page_24" id="Page_24">[24]</a></span>
+geduld, hoeveel bedrevenheid en kunde is er noodig geweest, om uit die
+dorre vlakte met poel en moeras, een waren lusthof te doen ontstaan!</p>
+
+<p>Nu zou men allicht denken, dat zulk een streek, waar de eene akker naast
+den anderen als in een meetkundig moza&iuml;ek zich uitstrekt, van alle
+bekoorlijkheid is ontbloot. Doch onze eenvoudige landman met zijn scheppend
+vermogen bezat een diep gevoel voor natuurschoon, waardoor zoovele
+Vlaamsche dichters en schilders bezield en in verrukking zijn gebracht.</p>
+
+<p>Lees <i>De Laveleye</i><a name="FNanchor_15_15" id="FNanchor_15_15"></a><a href="#Footnote_15_15" class="fnanchor">[15]</a>, den ouden <i>Sanderus</i><a name="FNanchor_16_16" id="FNanchor_16_16"></a><a href="#Footnote_16_16" class="fnanchor">[16]</a>, of den Florentijn
+<i>Guicciardini</i><a name="FNanchor_17_17" id="FNanchor_17_17"></a><a href="#Footnote_17_17" class="fnanchor">[17]</a>, of liever doorwandel het Waasland van Gent in welke
+richting ook, alom bezaaid met volkrijke dorpen, en zeg of bij die kalme,
+frissche natuur, onder het heerlijk lommer der boomen uw hart niet opengaat
+van louter natuurgenot? Wat uw oog ontmoet, is slechts &eacute;&eacute;n kleur, maar in
+een reeks van schakeeringen met een onvergelijkelijke bekoorlijkheid en
+innige po&euml;zie! Hier leent de akkerbouw zijn nooit vermoeide hand aan de
+kracht der natuur, om beide vereenigd, hun gouden horen des overvloeds uit
+te storten. Met recht heeft men het Waasland genoemd &laquo;den tuin van Belgi&euml;.&raquo;</p>
+
+<p>Andere deelen, niet minder lief en bevallig, vormen de lachende oevers der
+Lei, met hun zacht bewogen vlasakkers, als het vleiend windje er over
+strijkt, met hun weiden van groen fluweel, zoo teeder rustig en betooverend
+schoon. Gaan we naar het zuidelijk deel, waar de bodem met zijn golving en
+kleine verhevenheden, zooveel er toe bijdraagt, om de schoonheid nog te
+verhoogen, dan genieten we overal van de verrukkelijke gezichtspunten, die
+de ziel boeien en verheffen. Doch er is nog een ander Vlaanderen, dat van
+het Meetjesland en dat der polders en dijken, het jongste in vorming als in
+geschiedenis.<span class='pagenum'><a name="Page_25" id="Page_25">[25]</a></span></p>
+
+<p><b>XVI. &mdash; Het Meetjesland</b> herinnert door de gesteldheid van zijn mageren
+bodem aan de Kempen, waartoe het vroeger behoorde. Het kenmerkt zich door
+een zekere eentonigheid, door zijn boekweitvelden en sparreboschjes.</p>
+
+<p>Het strekt zich uit rondom de stad Eekloo en meer bepaaldelijk in de
+richting van 't noord-oosten, tusschen de Lieve, de vaart van Schipdonk en
+het kanaal Leopold, dat door het Polderland loopt.</p>
+
+<p><b>XVII. &mdash; De Polders.</b> &mdash; Van Duinkerke langsheen de Noordzee tot aan de
+monden der Schelde en verder waar ze zich vereenigt met den Rupel, de Durme
+en den Dender, strekken zich lage kleivormingen uit, in vorige eeuwen door
+den Oceaan bedekt, maar thans in voortbrengende gronden herschapen. Die
+breede zoom van 10 tot 15 Km., door aanslibbing van zee en stroomen
+neergelegd, is door de bewoners op de wateren veroverd, ingedijkt en
+drooggemaakt, en eindelijk in vruchtbare <i>polders</i> veranderd. Het water van
+rivier of zee moest men eerst door afdammen terugdringen, het overtollige
+binnenwater uit poel en moer verwijderen, daarna de gronden droogleggen
+door een kunstmatig en met zorg onderhouden stelsel van afwatering, door
+middel van slooten, ringgrachten en kanalen, die het naar de zee voeren;
+want overal is water aanwezig: het borrelt en vloeit door de oppervlakte of
+op een geringe diepte onder den grond. Heel dit ingewikkeld netwerk van
+kleine wateren met zijn sluizen, dat, als een gedwee werktuig in de hand
+van den mensch, dienen moet, om de kostbare oppervlakte te behoeden tegen
+overstrooming of doorzijging van den ondergrond, draagt den naam van
+<i>watering</i>.</p>
+
+<p>Op groote afstanden verheffen zich, als een weinig hooger liggend
+wandelpad, bijna onmerkbare <i>dijken</i>, waaraan niet minder zorgen zijn
+besteed, en die onze voorouders eeuwen arbeids en opofferingen hebben
+gekost, niet enkel om ze te leggen, maar om ze te behoeden tegen de
+herhaalde aanvallen der geduchte elementen.</p>
+
+<p>De polderstreek, die ten minste 80 Km. lang is, met een omvang van nagenoeg
+100,000 Ha. in ons land, gaat van boven Antwerpen evenwijdig met de Schelde
+over Zelzate<span class='pagenum'><a name="Page_26" id="Page_26">[26]</a></span> en Damme, dan zuidelijk over Oudenburg naar Diksmuide en
+Veurne.</p>
+
+<p><b>XVIII. &mdash; Veurne-Ambacht.</b> &mdash; Het is onder dezen naam dat men de rijke gouw
+aanduidt, die in den omtrek der steden Diksmuide en Veurne, zich voortzet
+tot aan de Fransche grens, tusschen den IJzer en de duinen van de Noordzee.
+Zij heeft een oppervlakte van 350 Km<sup>2</sup>. Op den aangeslibden grond groeit
+een kort en stevig gras, dat door de zilte zeelucht gevoed, een krachtig
+voedsel oplevert voor de paarden- en de veeteelt. Sedert meer dan drie
+eeuwen geniet deze streek een welverdiende vermaardheid om haar
+zuivelbereiding, waaraan zij ook het beste deel harer welvaart verschuldigd
+is.</p>
+
+<p><b>XIV. &mdash; De Duinen.</b> &mdash; Verlaten wij de groene vlakte, dan ontmoeten we ten
+noorden den voet van den duingordel, die als een aaneenschakeling van
+golvende zandheuvels met een gemiddelde hoogte van 10 M. en een
+afwisselende breedte van 60 M. tot 3 Km. zich voortzetten langsheen de
+zeekust. Die gansche duinwal schat men op 3000 Ha. Op sommige plaatsen
+komen ze dieper in 't land te liggen, in breedere en smallere rijen, min of
+meer evenwijdig met elkander, tusschen wier hoogten zich <i>pannen</i> of kleine
+dalen vormen. Nabij de dorpen Koksijde en de Panne liggen de hoogste
+duintoppen, waarvan een, de Hooge Blekker, 32 M. bereikt.</p>
+
+<p>Deze aeolische vormingen zijn het eigendom der zee, de zandbanken, die de
+hooge vloed uit haar schoot opwerpt boven het strand, waar de fijne,
+beweeglijke zandkorrels spoedig op hun beurt de speelbal worden der
+heerschende winden, die van den zeekant komen, en ze over de duintoppen
+voortdurend het land injagen.</p>
+
+<p>Door beplanting met helmgras, duindoren en kruipwilg is men er in geslaagd
+de duinen meer vastheid te geven. Merkwaardig is de rijkdom van water in de
+duinen, zoodat men bij behoorlijke leiding sommige steden van uitstekend
+drinkwater zou kunnen voorzien.<span class='pagenum'><a name="Page_27" id="Page_27">[27]</a></span></p>
+
+
+<h3><a name="TAAL" id="TAAL"></a>Taal en Volk</h3>
+
+<p>Van de zeven millioen inwoners, die Belgi&euml; bewonen, zijn er vier millioen,
+die behooren tot den Nederlandschen stam, en die, behalve een paar honderd
+duizend, Nederlandsch spreken, terwijl slechts drie millioen het Waalsch of
+Fransch als moedertaal gebruiken.</p>
+
+<p>De Belgische stammen, die v&oacute;&oacute;r meer dan twintig eeuwen ons land bewoonden,
+waren Kelten, behoorende tot het ras, dat ook geheel Frankrijk bevolkte.
+Naar alle waarschijnlijkheid waren deze voorafgegaan door een nog oudere
+bevolking, wier overblijfselen men gevonden heeft in de grotten langs Maas
+en Lesse, in de streken langs Hene, Schelde of Rupel.</p>
+
+<p>De Keltische stammen in 't zuiden van ons land en die met de Romeinen
+steeds in aanraking waren, ondergingen meer en meer hun invloed. Weldra
+doorsneden de heirbanen het bijna ondoordringbare kolenwoud. De Latijnsche
+taal drong langzamerhand in het Keltische leven, waardoor het Waalsch is
+ontstaan. Toch valt het niet te loochenen, dat ondanks zijn Romaansche
+afkomst, het een groot getal Germaansche elementen in zich heeft opgenomen,
+vooral het Luikerwaalsch. De oorzaak daarvan ligt waarschijnlijk in het
+langdurig verblijf der Austrasische Franken in de omstreken der Maas. De
+uitdrukkingen &laquo;Waal en Waalsch&raquo; zijn de benamingen door de Germanen aan de
+Romanen gegeven.</p>
+
+<p>Sedert het Karolingische tijdvak heeft het Waalsch zijn grenzen weinig
+veranderd. Wel is de naam van Luik oorspronkelijk Germaansch evenals
+Herstal, maar dit is geen bewijs dat het Germaansch of Nederfrankisch
+vroeger zuidelijker werd gesproken en het Waalsch vooruitgeschoven is. Daar
+tegenover staan vele Waalsche namen van plaatsen, die altijd door een
+Vlaamsche bevolking zijn bewoond geweest.</p>
+
+<p><b>Taalgrens.</b> &mdash; Trekt men van St.-Omaars in Frankrijk<span class='pagenum'><a name="Page_28" id="Page_28">[28]</a></span> nagenoeg een rechte
+lijn tot aan Maastricht, dan wijst deze vrij juist de taalgrens aan
+tusschen de Nederlandsch sprekende en Waalsche bevolking, en komt nagenoeg
+overeen met den Romeinschen steenweg van de zee over Bavaai naar Keulen en
+den noordelijken zoom van het uitgestrekte Kolenwoud, dat Belgi&euml; in vroeger
+tijden van het westen naar het oosten doorliep. Ten noorden van dien zoom
+woonde de rustig landbouwende Frankische stam, waarvan de overgroote
+meerderheid der Vlamingen afstamt. Soms in een en hetzelfde dorp maakt de
+straatweg de scheiding tusschen het Waalsch en het Vlaamsch element. Eeuwen
+reeds wonen de beide volksstammen naast elkander. Zij hebben hetzelfde lot
+ondergaan, vreedzame en woelige tijden met elkander doorleefd, en toch
+heeft dit alles niet geleid tot verwisseling van taal.</p>
+
+<p>In de eerste en tweede eeuw onzer jaartelling was het grootste deel van
+laag-Belgi&euml; naar alle waarschijnlijkheid nog bewoond door Keltische
+stammen, doch toen de Germanen van den beneden-Rijn in de vierde eeuw er
+verschenen, waren de eersten verdwenen, misschien ten gevolge van zware
+overstroomingen, die in de III<sup>e</sup> eeuw plaats hadden, en er bijna alle
+sporen der Romeinen hadden weggevaagd. Wat er hier en daar wellicht van
+overbleef, loste zich op in den Frankischen bond.</p>
+
+<p>Een ander Germaansche volksstam, de Friezen, had zich van uit het noorden
+allengs langs de zeekusten uitgebreid tot voorbij de monding der Schelde,
+tot het Zwin in Vlaanderen, doch waren door Pepijn van Herstal en Karel
+Martel teruggedrongen. Toen later Karel de Groote talrijke famili&euml;n van
+Saksen in Vlaanderen overplaatste, versmolten zij spoedig met de Frankische
+stammen. Laag-Belgi&euml; bleef dus Germaansch gebied en de taal door de
+bevolking gesproken was zuiver Nederfrankisch. De oud-Germaansche liederen,
+die Karel de Groote liet opteekenen, waren waarschijnlijk in dien
+oud-Vlaamschen tongval geschreven. Van de laatste helft der XII<sup>e</sup> eeuw
+dagteekenen de eerste tot ons gekomen producten onzer Nederlandsche
+Letterkunde, waartoe Limburgers, Vlamingen en Brabanders het meest
+bijdroegen. Ze<span class='pagenum'><a name="Page_29" id="Page_29">[29]</a></span> zijn in het Middelnederlandsch, de omgangstaal van de lage
+landen, ten zuiden van den Rijn tot aan de grenzen van het groote Kolenwoud
+in Belgi&euml; gesproken.</p>
+
+<p>In de XIII<sup>e</sup> eeuw, te zamen met de toenemende macht der burgerij,
+bereikte die letterkunde, vooral in Zuid-Nederland, haar hoogsten bloei.
+Jacob van Maerlant van Damme (&#8224; omstreeks 1300), &laquo;de Vader der Dietscher
+Dichtre algader&raquo;, evenals de luimige zanger van het meesterlijk gedicht van
+&laquo;den Vos Reinaerde&raquo; (1270), gaven uitdrukking aan de burgerlijke gedachten
+en gevoelens van dien tijd.</p>
+
+<p>Het Nederlandsch in Belgi&euml; bevat vier dialecten: het zoetluidende
+West-Vlaamsch, dat meer op de taal der middeleeuwen gelijkt, en dat ook in
+Zeeland wordt gehoord; het Oost-Vlaamsch; het Brabantsch, dat in de Kempen
+het zuiverst klinkt; het Limburgsch, dat in meer dan een opzicht het
+Middelfrankisch nadert. Doch daarnaast is voor heel Vlaamsch-Belgi&euml; het
+beschaafde Nederlandsch de schrijftaal, die ook met elken dag door den
+ontwikkelden Vlaming zuiverder wordt gesproken en geschreven. Naast de
+groote aantrekkelijkheid, die het verleidende Fransch hier op de menigte
+uitoefent, is het hardnekkig doordrijven der taalparticularisten een groot
+gevaar voor het behoud onzer taal. Hier geldt geen kinderlijke bewondering
+en gehechtheid aan een gewestspraak, hoe zoet ze ook moge wezen, maar wel
+de kracht, de eenheid van onzen stam. Daarom zorge men dat overal onze taal
+zoo zuiver mogelijk worde gesproken en zich ontwikkele tot een rijk,
+welluidend, helder en beschaafd Nederlandsch.</p>
+
+<p>Behalve in Nederland en in Vlaamsch-Belgi&euml; wordt het Nederlandsch in een
+deel van het Noorder-departement in Frankrijk, in Zuid-Afrika en in de
+Nederlandsche koloni&euml;n in Oost- en West-Indi&euml; gesproken, te zamen door
+nagenoeg tien millioen menschen.<span class='pagenum'><a name="Page_30" id="Page_30">[30]</a></span></p>
+
+
+<h3><a name="KARAKTER" id="KARAKTER"></a>Karakter der Vlamingen</h3>
+
+<p>Naast geest en gemoed, in hun eigenschappen en gebreken toonen de Vlamingen
+zich de afstammelingen van hun Germaansche voorvaderen.</p>
+
+<p>Het beeld, dat Tacitus<a name="FNanchor_18_18" id="FNanchor_18_18"></a><a href="#Footnote_18_18" class="fnanchor">[18]</a> van het karakter, de zeden en de gewoonten dier
+oude Germanen heeft geteekend, maakt zeker geen ongunstigen indruk. Hun
+rijzige, forsche gestalte, hun open gelaat, hun heldere blauwe oogen, de
+rossig-blonde lokken, die over hun schouders golfden, hun onbevangen blik,
+hun mannelijke houding, 't getuigde alles van fierheid en rustige kracht.
+Hoewel ruw en onbeschaafd, waren ze niet wreed noch ongevoelig voor
+zachtere indrukken. Hun zeden, vergeleken bij die der Romeinen, waren
+eenvoudig en rein; hun huwelijkstrouw en eerbied voor den ouderdom en de
+vrouw, hun kinderlijke openhartigheid waren algemeen bekend en staken
+gunstig af bij het gelijktijdig zedenbederf der meer beschaafde Grieken en
+Romeinen. Vrijheid was hun boven alles lief, gastvrijheid een kenmerk van
+den Germaan; zelden werd een vreemdeling afgewezen of hem de toegang tot
+het erf ontzegd.</p>
+
+<p>Jammer dat dit sterk gevoel voor vrijheid zoo dikwijls oversloeg in afkeer
+voor gezag en tucht, in gebrek aan eensgezindheid, zelfs bij dreigend
+gevaar. Belust op buit door krijg en veete, maakte hij zich dikwijls
+schuldig aan misbruik van sterken drank; zijn verregaande hartstocht voor
+het dobbelspel werd hem soms verderfelijk. Dronkenschap hebben helaas! zijn
+nakomelingen van hem overge&euml;rfd.</p>
+
+<p>Naast den man vertoont zich de Germaansche vrouw in een schooner licht:
+haar ranke edele gestalte, haar kuische ingetogen blik, waaruit hare reine
+inborst sprak, dwong<span class='pagenum'><a name="Page_31" id="Page_31">[31]</a></span> eerbied af. Als eene trouwe gade stond zij haar
+echtgenoot ter zijde. Niet alleen droeg ze zorg voor huis en have, maar
+volgde hem dikwijls in den strijd, bracht hem lafenis en verkwikking, en
+wist zijn moed en dapperheid aan te vuren. In de heldenzangen van dien
+tijd, in de algemeene vereering, die zij later onder de Ridderschap genoot,
+zien wij het bewijs van haar waardigheid en reinen glans.</p>
+
+<p>Ondanks al de lotwisselingen van het Vlaamsche volk in de verschillende
+tijdperken van zijn bestaan, heeft het veel van zijn Germaansche vaderen
+behouden. In de rechtstreeksche uiting van zijn verstand en gevoel ligt nog
+altijd die zelfde vrijmoedigheid, die ruwe rondborstigheid, iets dat
+getuigt van zorgelooze vroolijkheid, die zoo licht uitbundig wordt. Over
+het algemeen is de Vlaming voorkomend, gezellig en deelnemend. Gaarne
+vertoeft hij buitenshuis, en verheugt zich in vriendenkring; houdt daarbij
+van boert en schalken spot. Van natuur is hij bijzonder muzikaal, kunst- en
+prachtlievend. Toegevend en dienstvaardig voor vreemdelingen, is hij steeds
+bereid, om zich aangenaam en nuttig te maken. Evenals zijn Waalsche
+landgenooten, is hij gastvrij; zonder omslag of plichtplegingen wordt ge
+vriendelijk ontvangen. Op den buiten begroeten de landlieden u met een
+hartelijken &laquo;goeien dag.&raquo; De Vlaming heeft niet die nuchterheid van
+verstand, niet die koele terughouding, maar ook niet die taaie wilskracht
+en volharding, dien zedelijken ernst, die het kenmerk is van zijn
+Noorderbroeder. Een warmer opbruisend bloed maakt hem beweeglijker,
+geestdriftiger en zet zijn hart gauwer in gloed.</p>
+
+<p>Doch laten we liever het woord aan Prof. H. Kern<a name="FNanchor_19_19" id="FNanchor_19_19"></a><a href="#Footnote_19_19" class="fnanchor">[19]</a>, waar hij zijn oordeel
+over ons aldus neerschrijft:</p>
+
+<p>&laquo;De Zuid-Nederlanders: Vlamingen, Brabanders, Antwerpenaars, hebben veel
+karaktertrekken met hun stamgenooten in 't Noorden gemeen. Ze zijn even
+vrijheidslievend, en overschrijden even licht de grens, die vrijheid van
+ban<span class='pagenum'><a name="Page_32" id="Page_32">[32]</a></span>deloosheid scheidt. Zij zijn minder stijf en stroef in den omgang,
+levendiger, rumoeriger; minder bezadigd en lichter geraakt; minder
+peuterig, minder omslachtig en minder zwaartillend, doch ook minder
+nauwgezet; handiger, meer artistiek van aanleg, meer gesteld op uiterlijke
+praal, niet vrij van ijdelheid. Zonder zeer hartstochtelijk te zijn,
+geraken ze toch eerder in vuur. Daar zij minder zwaartillend zijn, zien zij
+er minder tegen op het initiatief te nemen.&raquo;</p>
+
+<p>Kan dit oordeel van den grooten Nederlandschen geleerde als de lichtzijde
+van ons karakter gelden, ook op de schaduw er van behooren wij te wijzen;
+en in de eerste plaats op het gebrek aan geloof in ons zelven, ons zwak
+gevoel van eigenwaarde, onze geringschatting voor eigen taal. Onze
+vaderlandsliefde is alleen nog verpersoonlijkt in onze historische
+monumenten en kunstschatten, in onze gehechtheid aan veel wat van den roem
+van het voorgeslacht tot onze zinnen spreekt. Na de verschrikkelijke crisis
+der zestiende-eeuwsche beroerten, die ons van het puik onzer bevolking
+beroofde, heeft een geest van verslapping, van lamlendigheid en
+onverschilligheid zich langzamerhand van ons meester gemaakt. En wat werd
+er toen van het vroeger zoo fiere Vlaamsche volk, bestemd voor de
+heerlijkste toekomst? Verlaten door de krachtige leiders, de edelste zonen
+van onzen stam, die bij duizenden en tien duizenden de wijk naar het
+Noorden hadden genomen, lieten wij onzen geest meer en meer verkwezelen,
+zonken in armoede en machteloosheid weg, om gedurende bijna drie eeuwen
+overgeleverd aan vreemde willekeur en geweld, uit de rij der nati&euml;n te
+worden weggevaagd. Bloed en zweet mochten wij ten offer brengen voor
+belangen, die ons heelemaal vreemd waren. Ziedaar het loon van eigen
+dwaasheid en verblinding, het lot, dat alleen de standvastigheid onzer
+Vaderen van ons had afgewend.</p>
+
+<p>De vereeniging met Nederland in 1815 schonk den Vlaming de gelegenheid de
+zware fout der XVI<sup>e</sup> eeuw te herstellen, alles bezittend wat noodig was,
+om een bloeienden, rijken Staat te vormen. Helaas! uit de school der
+beproeving was hij even arm aan wilskracht, aan zelfbeheersching te<span class='pagenum'><a name="Page_33" id="Page_33">[33]</a></span>
+voorschijn getreden. Opnieuw liet hij zich eerst door een opruiende
+geestelijkheid, dan door de oproermakende Walen verleiden, om tegen zijn
+eigen taal te protesteeren, met de vijanden van zijn stam te heulen en de
+hereeniging plotseling te verbreken, die door stijgende welvaart en
+voorspoed zooveel van zich verwachten liet en een voorwerp was geworden van
+bewondering, maar ook van afgunst voor anderen. Opnieuw scheidde hij zich
+af van zijn Noorderbroeders, om zich te krommen onder het juk van Waalsche
+bureaucratie, en een langen lijdensweg op te gaan van geestelijke
+verstomping en stoffelijken achteruitgang, van miskenning zijner heiligste
+rechten.</p>
+
+<p>Wat zou er in die drie vierden van een eeuw van ons volk zijn geworden
+zonder de Vlaamsche Beweging, die weinig jaren na de Omwenteling van 1830
+zich reeds deed gevoelen; zonder de toewijding der trouwste zonen van 't
+Land, die steeds voor de verwaarloosde stamgenooten in de bres sprongen, om
+hun miskende rechten met moed en klem te verdedigen, en aldus machtig
+bijdroegen tot Vlaanderens zedelijke herleving? Zal ons volk dien weg
+blijven opgaan? Zal het hem mogelijk zijn met de aanmoedigende leeringen en
+voorbeelden van het verleden voor oogen, tot een betere toekomst te
+geraken, zijn vorige kracht en glorie te herwinnen? Dat zal in de eerste
+plaats afhangen van ons zelven, van onze geestkracht en toewijding, van den
+adel onzer handelingen, van ons gemeenschappelijk gevoel en eensgezindheid.
+In het heden ligt wat worden zal!</p>
+
+
+<h3><a name="ALGEMEEN_OVERZICHT" id="ALGEMEEN_OVERZICHT"></a>Algemeen overzicht der Steden en Monumenten</h3>
+
+<p>Vlaamsch-Belgi&euml; is een historisch gewest bij uitmuntendheid. Weinig
+landstreken bezitten zooveel geschiedkundige herinneringen, zooveel fraaie
+steden, zooveel natuurschoon en kunstschatten, zooveel bekoring voor hart
+en geest. Al vroeg werd het een machtig midden van druk verkeer, van<span class='pagenum'><a name="Page_34" id="Page_34">[34]</a></span>
+handel en nijverheid, een soort van onafzienbaar marktplein, waar Noord en
+Zuid, de kooplieden van Engeland, Frankrijk en Itali&euml;, de Venetiaansche en
+Hanzeatische zeelieden elkander ontmoetten. De vreemdelingen, die onze
+landstreek bezochten, stonden verbaasd over de talrijke bevolking, die zich
+overal verdrong. In de XIV<sup>e</sup> en XV<sup>e</sup> eeuw wekten onze steden de
+bewondering van gansch Europa. Hun oude luister is thans verdwenen of sterk
+afgenomen; sommige zijn schier uitgestorven, doch andere hebben zich uit
+den staat van verval tot welvaart en bloei weer opgewerkt, om tot haar
+vorige glorie terug te keeren. Er is bijna geen stad, die niet een of ander
+roemrijk feit te vertellen weet; zelfs de doode steden met hun ruime
+pleinen en markten, geschikt voor volksvergaderingen, roepen menige
+merkwaardige gebeurtenis voor den geest. In dezen tijd wordt er oneindig
+veel gedaan voor het behoud dier eerwaardige monumenten en voor de kunst in
+'t algemeen. Geen kerk of raadhuis of welk ander belangrijk gebouw, of het
+wordt met zorg hersteld, om de schade of den wansmaak, door vandalisme
+aangebracht, te doen verdwijnen. Dit is een gevolg van den eerbied, dien de
+Belg in 't algemeen gevoelt voor de overblijfselen van zijn verleden, van
+zijn dankbaarheid voor 't roemrijk voorgeslacht. De prachtige kathedralen
+met hun hooge torens, de rijkversierde raad- en gildehuizen, de zware
+steenen belforten en uitgestrekte hallen, zijn het niet als zoovele
+sprekende getuigen van zijn kunst- en godsdienstzin, van de macht en den
+rijkdom onzer steden? Elk van hen stelde er een eer in, haar schepenhuis te
+bouwen naar een eigen zelfstandig plan. Het is als burger van een stad, als
+lid van de eene of andere gilde, dat de Belg bewust is van zijn gehechtheid
+aan zijn land.</p>
+
+<p>De eerste groote steden, die de reiziger ontmoet als hij, komende uit
+Duitschland, de Belgische grens overschrijdt, zijn het nijverige <b>Verviers</b>
+(52,500 inw.) met talrijke laken- en wolfabrieken, en <b>Luik</b> (171,000 inw.),
+het middelpunt der steenkool- en ijzerindustrie, en in bevolking de derde
+stad van 't rijk. De omstreken nemen een belangrijk<span class='pagenum'><a name="Page_35" id="Page_35">[35]</a></span> deel aan haar groote
+bedrijvigheid, o. a. <b>Seraing</b> (40,000 inw.), met zijn grootsche inrichtingen
+en machtige ijzerfabrieken, evenals zijn kristal- en glasblazerijen van
+<i>Val St-Lambert</i>. Die ontzaglijke metaal-industrie, waarvan de gebroeders
+<i>Cockerill</i> de scheppers waren, dankt ons land aan koning Willem I, die hun
+het domein, het vroegere zomerverblijf der prins-bisschoppen van Luik, voor
+dit doel afstond (1817). In 1821 trad te Seraing de eerste hoogoven in
+werking, die de stuwkracht werd onzer ijzerindustrie, welke in onzen tijd
+zulke ontzettende uitbreiding heeft genomen.</p>
+
+<p>Spoedig verlaten we het Waalsch gebied. Ten noorden in de provincie Limburg
+liggen de oude Vlaamsche steden <b>Tongeren</b> en <b>St.-Truiden</b>, verder <b>Hasselt</b> en
+<b>Maaseik</b>. Tongeren (9,000 inw.) ontleent zijn naam aan den Germaanschen
+volksstam, die zich hier kwam vestigen op de plaats der Aduatieken en
+Eburonen, die Caesar had doen uitroeien. Het standbeeld van Ambiorix op de
+Markt herinnert ons aan een der glorierijkste feiten van het begin onzer
+geschiedenis. Evenals Tongeren had <b>St.-Truiden</b> (13,700 inw.) veel te lijden
+en werd herhaaldelijk verwoest. Men beweert dat zij de geboorteplaats is
+van <i>Gerhard van Rile</i>, den eersten bouwmeester der statige domkerk te
+Keulen, dit onvolprezen meesterstuk der middeleeuwsche bouwkunst. <b>Hasselt</b>
+(15,000 inw.), de hoofdstad der provincie, is bekend om haar stokerijen,
+terwijl <b>Maaseik</b> (4,700 inw.) doorgaat voor de geboorteplaats van de twee
+beroemde broeders <i>Hubert</i> en <i>Jan Van Eyck</i>, de stichters der Vlaamsche
+schildersschool in de XV<sup>e</sup> eeuw.</p>
+
+<p>Intusschen zetten we onze reis voort over <b>Tienen</b> naar <b>Leuven</b>. De eerste
+(17,700 inw.) is een voorbeeld van netheid, met suiker- en ijzerfabrieken
+en een zeer bezochte graan- en veemarkt. In 1213, bij den inval van den
+prins-bisschop van Luik, werd de stad ten gronde vernield, benevens 32
+dorpen en andere steden, waaronder <b>Zoutleeuw</b>, welks oud stadhuis en kerk,
+maar vooral haar keurig tabernakel als een wonder van bevalligheid zijn
+bekend. De kerk van Zoutleeuw is de eenige, die in de 16<sup>e</sup> eeuw door de
+beeldstormers<span class='pagenum'><a name="Page_36" id="Page_36">[36]</a></span> niet werd verwoest; zij geeft alleen een beeld van hetgeen
+onze bedehuizen waren v&oacute;&oacute;r de kerkhervorming.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="ROMAANSCHE" id="ROMAANSCHE"></a>
+<img width="100%" src="./images/i048.jpg" alt="Romaansche Kloostergang te Tongeren" title="Romaansche Kloostergang te Tongeren" />
+<span class="caption">Romaansche Kloostergang te Tongeren</span>
+</div>
+
+
+<p>Ten noord-oosten van 't Hageland liggen de steden <b>Diest</b> (8,900 inw.) en
+<b>Aarschot</b> (7,000 inw.). Diest met een rijk archief van merkwaardige
+<span class='pagenum'><a name="Page_37" id="Page_37">[37]</a></span>oorkonden der XIII<sup>e</sup> eeuw, hield in den strijd tegen Spanje het langs de
+zijde van Willem den Zwijger. In de kerk van St.-Sulpicius rust Oranje's
+oudste zoon Filips (&#8224;1618).</p>
+
+<p>Thans vraagt <b>Leuven</b> onze aandacht, de voormalige rijke hoofdstad van het
+hertogdom Brabant, gedaald tot den rang van gewone provinciestad. Gelegen
+aan de Dijle, waar keizer Arnold in 892 de Noormannen een geduchte
+nederlaag bracht, telde de stad in de XIV<sup>e</sup> eeuw niet minder dan 4000
+weefgetouwen voor het vervaardigen van laken, en een bevolking, beweert
+men, van 80,000 zielen, nu slechts 42,000. Inwendige onlusten tusschen
+edelen en ambachtslieden, woeste partijschap en burgerkrijg deden haar
+nijverheid ten onderen gaan. Hertog Jan IV, een bevorderaar van letteren en
+wetenschap, trachtte de stad voor dit verlies schadeloos te stellen, en
+begiftigde haar in 1426 met een hoogeschool, een eeuw later een der meest
+bezochte van gansch Europa. Een groot getal beroemde mannen: Erasmus,
+Justus Lipsius, Paus Adriaan VI van Utrecht werden er gevormd.</p>
+
+<p>Vervallen van haar vroegere grootheid, bezit ze nog belangrijke fabrieken
+en brouwerijen, alsook een goed bezochte Kath. Vrije Universiteit, gesticht
+in 1834. Het stadhuis is een juweel en een der schoonste monumenten van
+Belgi&euml;. Dit meesterstuk van den Leuvenschen bouwmeester Matheus Layens,
+begonnen in 1448 en voltooid in 1463, oefent door zijn bevallige
+evenredigheden en zijn rijkdom van versiering een blijvende bekoring uit.
+In die steenen geciseleerde rijve heeft de burgerlijke gothiek haar toppunt
+van kunst bereikt. De St.-Pieterskerk van den Diestenaar <i>Sulpicius van
+Vorst</i>, met haar grootsch portaal en statigen middelbeuk, bezit een schat
+van schilderijen en beeldhouwwerken.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="STADHUIS" id="STADHUIS"></a>
+<img width="100%" src="./images/i050.jpg" alt="Stadhuis van Leuven (Bulletin officiel du Touring Club de Belgique)" title="Stadhuis van Leuven (Bulletin officiel du Touring Club de Belgique)" />
+<span class="caption">Stadhuis van Leuven <i>(Bulletin officiel du Touring Club de Belgique)</i></span>
+</div>
+
+
+<p>Halverwege tusschen Leuven en Antwerpen ligt <b>Mechelen</b> aan de Dijle. In de
+Middeleeuwen telde deze stad 12,000 lakenwevers, en voorzag de Nederlanden
+met haar voorwerpen van metaal en met haar klokken; haar goudlederen
+behangsels waren heinde en ver bekend en haar kanten zijn nog overal
+beroemd. Mechelen telt heden 56,000 inw. Het is de zetel van het
+rijksarsenaal voor den bouw en de her<span class='pagenum'><a name="Page_38" id="Page_38">[38]</a></span>stelling van het materieel der
+spoorwegen; zijn meubelfabrieken, tapijten en gobelins, zijn mis- en
+kerkboeken worden veel gevraagd. Tijdens Margareta van Oostenrijk<span class='pagenum'><a name="Page_39" id="Page_39">[39]</a></span> en Karel
+V, en later in de godsdienstige woelingen der XVI<sup>e</sup> eeuw heeft Mechelen
+een belangrijke rol gespeeld. Sedert Filips II is het de zetel van den
+aartsbisschop, primaat van Belgi&euml;. Behalve nog een groot getal mooie
+huizen, bezit de stad in haar St.-Rombouts-kathedraal, een der schoonste en
+rijkste kerken. Haar zware toren, niet ongelijk aan een gebeitelde
+granietrots, is het werk van den beroem<span class='pagenum'><a name="Page_40" id="Page_40">[40]</a></span>den bouwmeester <i>Rombout
+Keldermans</i>. Begonnen in 1452, bereikte hij zijn tegenwoordige hoogte
+(97<sup>m</sup>30) in 1515; hij bevat een der welluidendste beiaarden van 't land.
+Onder de vele groote mannen, die Mechelen heeft voortgebracht, noemen we
+slechts <i>Rembert Dodoens</i>, den beroemden kruidkundige, die tijdens de
+16<sup>e</sup> eeuw de wijk naar Holland moest nemen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="ST_ROMBOUTSKERK" id="ST_ROMBOUTSKERK"></a>
+<img width="100%" src="./images/i051.jpg" alt="St-Romboutskerk te Mechelen" title="St-Romboutskerk te Mechelen" />
+<span class="caption">St-Romboutskerk te Mechelen</span>
+</div>
+
+
+<p>Noord-oostelijk van Mechelen ligt <b>Lier</b> (22,300 inw.) aan den samenvloed der
+beide Neten. In de IX<sup>e</sup> eeuw werd zij door de Noormannen geplunderd en
+verwoest. Zij bezit een der prachtigste kapittelkerken van Belgi&euml; met een
+keurig gebeiteld doksaal. Het is de geboorteplaats van den Nederlandschen
+schrijver <i>Anton Bergmann</i> en van kanunnik <i>J. B. David</i>, professor te
+Leuven.</p>
+
+<p>Te midden der Kempen ligt <b>Turnhout</b> (20,600 inw.) met fabrieken van linnen,
+meubelpapier en speelkaarten, kantwerk en andere nijverheden. In 1789
+overwonnen er de Brabantsche patriotten, onder generaal Van der Meersch,
+het Oostenrijksche leger.</p>
+
+<p>Langs de spoorlijn Leuven-Brussel zijn we thans de prachtige hoofdstad van
+Belgi&euml;, den zetel van 's lands regeering, genaderd.</p>
+
+<p><b>Brussel</b> telt 184,000 inw., met haar mooie voorsteden <i>Laken</i>(koninklijke
+verblijfplaats), <i>Schaarbeek, St.-Joost-ten-Oode, Etterbeek, Elsene,
+St.-Gillis, Anderlecht, St.-Jans-Molenbeek</i> en <i>Ukkel</i> meer dan een half
+millioen. Gelegen deels in de Vlaamsche laagvlakte, deels nabij het
+opklimmende heuvelland, het Waalsche gewest, is zij in meer dan een opzicht
+het echte centrum des lands. In de nieuw gebouwde bovenstad met het
+heerlijk park, haar vorstelijke woningen en paleizen, spreidt zich rijkdom
+en weelde ten toon: daar heerscht de Fransche taal. In de benedenstad, het
+oudere Vlaamsche deel, tevens het middelpunt van arbeid en nijverheid,
+spreekt het volk vrij algemeen Vlaamsch. Nog onder de Oostenrijksche
+regeering, op het einde der XVIII<sup>e</sup> eeuw, werden meestal de akten te
+Brussel in het Vlaamsch opgesteld.</p>
+
+<p>Het valt niet te loochenen, dat de gegoede burger van<span class='pagenum'><a name="Page_41" id="Page_41">[41]</a></span> Brussel, evenals die
+van andere Vlaamsche steden meer en meer verfranscht is; de hoogere standen
+en de adel waren het sinds geruimen tijd; doch van den anderen kant is het
+Nederlandsche stambewustzijn bij een groot deel der bevolking levendiger
+geworden, en is het Vlaamsch in kracht, samenhang en waardigheid
+vooruitgegaan.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="DOKSAAL" id="DOKSAAL"></a>
+<img width="100%" src="./images/i053.jpg" alt="Doksaal van de St-Gommaarskerk te Lier" title="Doksaal van de St-Gommaarskerk te Lier" />
+<span class="caption">Doksaal van de St-Gommaarskerk te Lier</span>
+<span class='pagenum'><a name="Page_42" id="Page_42">[42]</a></span>
+</div>
+
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="STADHUIS_TE_BRUSSEL" id="STADHUIS_TE_BRUSSEL"></a>
+<img width="100%" src="./images/i055.jpg" alt="Stadhuis te Brussel" title="Stadhuis te Brussel" />
+<span class="caption">Stadhuis te Brussel</span>
+</div>
+
+
+<p>Door haar aangename ligging, door haar inrichtingen op allerlei gebied,
+haar kunstschatten en nijverheid is zij een der schoonste hoofdsteden der
+wereld. Bij het binnenkomen valt onmiddellijk de mooi gelegen Kruidtuin in
+het oog; verder op, in het midden der Koningstraat, heeft men de hooge
+Congreskolom, waar een heerlijk panorama van de geheele benedenstad zich
+ontrolt. Onuitwischbaar is de indruk van dit prachtig tafereel met de
+grootsche Goedelekerk en den slanken St.-Michielstoren van 't stadhuis.
+Langsheen de Wetstraat zijn de Ministeries en de Wetgevende Kamers, alsook
+de Warande of het Park met zijn herinneringen aan 1830; aan de overzijde
+staat het Koninklijk Paleis, het ruiterstandbeeld van Godfried van
+Bouillon, den held van den eersten kruistocht; links de Rijksbibliotheek
+met 250,000 boekdeelen en 23,000 kostbare handschriften; daarnaast het
+algemeen Staatsarchief en het prachtig Museum van moderne schilderstukken.
+Het Museum van natuurlijke historie met zijn gevulde zalen van allerlei
+voorwerpen uit het steenen en bronzen tijdperk, en zijn reusachtige
+geraamten van v&oacute;&oacute;rhistorische dieren, bevindt zich thans in een ander
+lokaal in de nabijheid van het Wiertz-museum. In de monumentale
+Regentiestraat heeft men op het einde een verrukkelijk gezicht op het
+Justitiepaleis, dat als een reusachtige Babylonische godentempel in volle
+majesteit omhoogrijst. Behalve het paleis van den graaf van Vlaanderen
+treft men langs den overkant een ander aan, waar de schatten onzer oude
+schilderschool, meer dan 400 doeken, bewaard en bewonderd worden. Verder
+komt men aan den Kleinen Zavel met zijn schoone herstelde Gothische kerk,
+en in den daaroverliggenden tuin de martelaarsgroep van Egmond en Hoorn. Op
+het kunstig gesmeed hek, dat den tuin omringt, staan op granietkolommen de
+48 verschillende neringen der XVI<sup>e</sup> eeuw door bronzen figuren afgebeeld,
+terwijl rondom de hoofdgroep in nissen van levend groen, tien marmeren
+standbeelden zijn geschaard, voorstellende even zooveel beroemde mannen uit
+die merkwaardige eeuw, waaronder Willem den Zwijger en Marnix van
+St.-Aldegonde. Daarnaast bevindt zich 't Muziekconservatorium; hoogerop
+het<span class='pagenum'><a name="Page_43" id="Page_43">[43]</a></span> vermelde Justitiepaleis van den bouwmeester <i>Poelaert</i>, dat door zijn
+grootsche afmetingen een machtigen indruk teweegbrengt, evenals het
+verrukkelijk uitzicht op de benedenstad, die thans onze belangstelling
+wekt. Wat het eerst in het oog valt is de statige Goedelekerk, een weinig
+verder de Groote Markt, de rijkste en schoonste van Noord-Europa. Met haar
+keurig Stadhuis en zijn edelen slanken toren, ter hoogte van 96<sup>m</sup>63, de
+nieuw herbouwde broodhalle of Brood<span class='pagenum'><a name="Page_45" id="Page_45">[45]</a></span><span class='pagenum'><a name="Page_44" id="Page_44">[44]</a></span>huis naar het oorspronkelijk plan van
+1515, en zijn krans van rijk versierde gildehuizen van omstreeks 1700,
+dwingt zij elken vreemden bezoeker tot bewondering. Het is majesteit,
+bevalligheid en weelde. <i>Busken Huet</i><a name="FNanchor_20_20" id="FNanchor_20_20"></a><a href="#Footnote_20_20" class="fnanchor">[20]</a> noemt het &laquo;breed kantwerk,
+goudsmederij, een zonnestraal op den weg der bouwkunst&raquo;. Onder de moderne
+gebouwen der benedenstad vermelden wij verder de Beurs, het Postkantoor, de
+Anspach-fontein, benevens de heerlijke boulevards met de rijke hotels en
+magazijnen, een uitstalling van 't kostbaarste en 't meesterlijkste der
+nijverheid, al de verleiding van kunst en verfijnde weelde, die verbluft en
+verrukt.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="PALEIS" id="PALEIS"></a>
+<img width="100%" src="./images/i056.jpg" alt="Paleis van Justitie te Brussel" title="Paleis van Justitie te Brussel" />
+<span class="caption">Paleis van Justitie te Brussel</span>
+</div>
+
+
+<p>Ten zuiden der hoofdstad in de richting van Henegouwen ontmoet men de
+kleine stad <b>Halle</b> (12,000 inw.), een druk bezochte bedevaartplaats, en
+dicht bij de taalgrens, aan de Romeinsche heirbaan van Bavaai naar Atrecht,
+<b>Edingen</b> <i>(Enghien)</i>, in de buurt van een der schoonste parken van Europa.</p>
+
+<p>Volgt men van hier met het spoor nagenoeg den loop van den Dender, tot aan
+zijn monding in de Schelde, dan ontmoet men langs dien weg de steden
+<b>Geeraardsbergen</b> (12,000 inw.), <b>Ninove</b> (7,500 inw.), <b>Aalst</b> (30,000 inw.),
+met grooten handel in hoppe, vlas en koolzaad, met fabrieken van linnen,
+katoenen, wollen en zijden weefsels. In de prachtig onvoltooide
+St.-Maartenskerk te Aalst met een schoon doksaal en een meesterlijke
+schilderij van Rubens, is het graf van <i>Dirk Martens</i>, die in 1473 het
+eerst de boekdrukkunst in Belgi&euml; bracht. Hij was een der geleerdste mannen
+van zijn tijd.</p>
+
+<p><b>Dendermonde</b> (10,600 inw.). De collegiale kerk bevat merkwaardige
+schilderijen en beeldhouwwerken van groote meesters. Het is de
+geboorteplaats van den beroemden toonkundige <i>Jan Ockegem</i>(&#8224;1430) en van de
+Vlaamsche dichters <i>Prudens van Duyse</i>, die er zijn bronzen standbeeld
+heeft, en <i>Em. Hiel</i>.<span class='pagenum'><a name="Page_46" id="Page_46">[46]</a></span></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="LAKENHALLE" id="LAKENHALLE"></a>
+<img width="100%" src="./images/i059.jpg" alt="Lakenhalle, Belfort en Stadhuis te Gent" title="Lakenhalle, Belfort en Stadhuis te Gent" />
+<span class="caption">Lakenhalle, Belfort en Stadhuis te Gent</span>
+</div>
+
+
+<p><b>Gent</b> (163,000 inw., met zijn voorsteden meer dan 200,000). Hoe verschillend
+moet de indruk zijn, dien de reiziger ondervindt, als hij voor het eerst
+hier binnenkomt en een moderne stad meent te zien. Nog is hij de
+Vlaanderenstraat niet door, of de illusie verdwijnt bij het zicht van een
+reeks oude gebouwen, waarin zich de luister dier trotsche stad van weleer
+zoo duidelijk afspiegelt. Het eerste gebouw, dat ons treft, is het
+Geeraard-duivelsteen (13<sup>e</sup> eeuw), daarnaast de statige kathedraal van
+St.-Baafs met haar hoogen toren, de oude Lakenhalle met het nog oudere
+Belfort, welks zware klokken bij feestgetij hun machtige tonen doen hooren.
+Die trouwe wachter en die bronzen stem onzer aloude gemeentevrijheden
+behooren onafscheidelijk bij elkaar. Geen dertig meter verder verrijst het
+prachtige stadhuis, dat uit twee ongelijke deelen bestaat: de jongste gevel
+in Renaissancestijl der 17<sup>e</sup> eeuw, de oudere in Gothiek naar het plan van
+<i>Domien De Waghemackere</i> en <i>Rombout Keldermans</i>(1481-1517). Moest het
+opgebouwd en voltrokken zijn, het zou nergens zijn weerga hebben. Ook de
+oude Romaansch-Gothische kerken van St.-Nikolaas en St.-Jakobs staan in de
+onmiddellijke nabijheid. Plaats u slechts vijftig meter verder met het
+zicht op de schilderachtige Graslei, vroeger de stapelplaats voor de granen
+van Artois, rechts hebt ge de grauwe massa der St.-Michielskerk, v&oacute;&oacute;r u het
+nieuwe Gothische postkantoor met zijn drie torens, waarboven in de blauwe
+lucht de klokketoren der St.-Nikolaaskerk en de spits met vergulden draak
+van het Belfort zich afteekenen; bemerk die rij van oude gebouwen, het
+&laquo;vrije Schippershuis&raquo;, een der fraaiste Gothische woningen der XV<sup>e</sup> eeuw,
+het oude Stapelhuis der XIII<sup>e</sup> eeuw in Romaanschen bouwtrant; links, waar
+de Lieve zich met de Lei vereenigt, den ouden slottoren van 't Gravensteen,
+en zeg, of het mogelijk is zich een tafereel voor te stellen, zoo keurig en
+rijk, zoo schilderachtig door samenvoeging van vormen en lijnen, en dit
+alles op een betrekkelijk kleine ruimte, in het centrum der stad? Doch 't
+is vooral de St-Baafskerk, die den kunstminnenden reiziger in zoo hooge
+mate aantrekt. Reeds bij het binnenkomen is de<span class='pagenum'><a name="Page_47" id="Page_47">[47]</a></span> indruk overweldigend. Haar
+verheven hoogaltaar, dat bijna tot aan het gewelf reikt, het weidsche koor
+met zijn marmeren praalgraven, de talrijke kapellen met de kostbare
+gedreven koperen deuren, ieder van deze is op zich zelve een
+kunstheiligdom. In de eene bewondert men het meesterstuk van <i>Hubert</i> en
+<i>Jan van Eyck</i> &laquo;de Aanbidding van 't Lam<span class='pagenum'><a name="Page_48" id="Page_48">[48]</a></span> Gods&raquo; (1411-1432), zoo verheven
+en dichterlijk van opvatting, zoo volmaakt van samenstelling en techniek,
+zoo rijk van koloriet; in de andere een der heerlijkste doeken van <i>Rubens</i>
+&laquo;de aanvaarding van den H. Bavo in 't klooster&raquo;; in den middelbeuk den
+zeldzamen schoonen predikstoel van <i>Laurens Delvaux</i> (18<sup>e</sup> eeuw); aan den
+ingang links de doopvont, waarin Karel V in 1500 werd gedoopt, en meer
+andere gewrochten van onschatbare waarde. Wie van karakter en
+oorspronkelijkheid houdt, begeve zich naar Gent, het Veneti&euml; van 't
+Noorden, door zijn rivieren (Lei en Schelde, Lieve en Moere) en vaarten in
+verscheidene eilanden verdeeld, die door 65 bruggen met elkander
+gemeenschap hebben.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="AANBIDDING" id="AANBIDDING"></a>
+<img width="100%" src="./images/i060.jpg" alt="HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods" title="HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods" />
+<span class="caption"><span class="smcap">Hub</span>. en <span class="smcap">Jan Van Eyck</span>. Aanbidding van het Lam Gods</span>
+</div>
+
+
+<p>Vervolgen wij onzen weg tot op de Veerleplaats, waar de trotsche oude
+burcht met zijn hoogen slottoren en versterkten ringmuur uit de wateren
+omhoogrijst. Dit bewonderenswaardig specimen van militaire bouwkunst,
+waarvan de onderbouw wellicht opklimt tot de IX<sup>e</sup> eeuw en waarschijnlijk
+als sterkte diende tegen de Noormannen, werd door Filips van den Elzas in
+1180 vergroot en opgebouwd. Dit slot, dat den geest terugvoert naar
+overoude tijden, zou een lange geschiedenis kunnen verhalen van Vlaanderens
+strijd<span class='pagenum'><a name="Page_49" id="Page_49">[49]</a></span> en wee, evenals de Vrijdagmarkt, het forum der oude Gentenaars,
+waar het standbeeld prijkt van hun grooten burger uit het roemrijk tijdvak
+van de gemeenten der XIV<sup>e</sup> eeuw, <i>Jacob van Artevelde</i>.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="PREDIKSTOEL" id="PREDIKSTOEL"></a>
+<img width="100%" src="./images/i061.jpg" alt="Predikstoel van St-Baafskerk te Gent" title="Predikstoel van St-Baafskerk te Gent" />
+<span class="caption">Predikstoel van St-Baafskerk te Gent</span>
+</div>
+
+
+<p>Hoeveel vaderlandsche helden en groote mannen zijn hier niet geboren, ook
+de machtige Keizer Karel V, die zijn geboorteplaats zoo vreeselijk
+kastijdde.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="AANBIDDING_BOVEN" id="AANBIDDING_BOVEN"></a>
+<img width="100%" src="./images/i062.jpg" alt="HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods (vijf van de zeven bovenpaneelen)" title="HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods (vijf van de zeven bovenpaneelen)" />
+<span class="caption"><span class="smcap">Hub</span>. en <span class="smcap">Jan Van Eyck</span>. Aanbidding van het Lam Gods (vijf van de zeven bovenpaneelen)</span>
+</div>
+
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="AANBIDDING_HOOFD" id="AANBIDDING_HOOFD"></a>
+<img width="100%" src="./images/i063.jpg" alt="HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods (hoofdpaneel)" title="HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods (hoofdpaneel)" />
+<span class="caption"><span class="smcap">Hub.</span> en <span class="smcap">Jan Van Eyck</span>. Aanbidding van het Lam Gods (hoofdpaneel)</span>
+</div>
+
+
+<p>De liefhebber van oudheden vindt hier nog zooveel dat zijn weetgierigheid
+bevredigen kan, vooral de indrukwekkende bouwvallen der aloude
+<span class='pagenum'><a name="Page_52" id="Page_52">[52]</a></span><span class='pagenum'><a name="Page_51" id="Page_51">[51]</a></span><span class='pagenum'><a name="Page_50" id="Page_50">[50]</a></span>St.-Baafsabdij, gesticht in de VII<sup>e</sup> eeuw, tijdgenoote van St-Amand,
+die in 636 hier het evangelie kwam prediken, en herbouwd in de IX<sup>e</sup>.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="STADHUIS_OUDENAARDE" id="STADHUIS_OUDENAARDE"></a>
+<img width="100%" src="./images/i064.jpg" alt="Het Stadhuis te Oudenaarde" title="Het Stadhuis te Oudenaarde" />
+<span class="caption">Het Stadhuis te Oudenaarde</span>
+</div>
+
+
+<p>Door twee belangrijke kanalen is Gent in gemeenschap met de zee: door de
+vaart van Brugge en Oostende en door<span class='pagenum'><a name="Page_53" id="Page_53">[53]</a></span> die van Terneuzen, welke, gegraven op
+last van koning Willem I (1825), thans verbreed en verdiept, een der
+schoonste kanalen van Europa is geworden.</p>
+
+<p>Door zijn inrichtingen van onderwijs op elk gebied en van elken graad, door
+zijn hoogeschool in 1817 door Willem I gesticht, door zijn museums en
+kostbare bibliotheek, door zijn aanzienlijke fabrieken van metaal, linnen
+en katoen, door zijn tuinbouw en bloementeelt, die thans de eerste plaats
+in de wereld bekleedt, heeft Gent, ondanks al de uitgestane rampen, zich
+allengs weten op te richten, dank zij de levenskracht van dat taaie ras,
+dat in onze dagen zich nog altoos kloek, even vrijzinnig en gevoelig toont
+voor al wat schoon is en groot, even flink en nijverig als zijn Vaderen van
+voorheen.</p>
+
+<p>Met dit bemoedigend beeld voor oogen, begeven we ons naar <b>Oudenaarde</b> (7,000
+inw.), mede een der oudste en heldhaftigste steden van 't land. Haar rang,
+evenals haar vermaarde nijverheid van tapijten en gobelins, die in de
+15<sup>e</sup> en 16<sup>e</sup> eeuw tot 14,000 personen bezighield en voor welke de
+grootste kunstenaars de modellen en teekeningen leverden, heeft ze laten
+verloren gaan. Lodewijk XIII gelastte <i>Filips Robijns</i> van Oudenaarde de
+beroemde manufacturen der Gobelins naar Parijs over te brengen en de
+werkhuizen van Beauvais in te richten.</p>
+
+<p>Haar muren hebben aan menige bestorming kloeken weerstand geboden. De
+gebouwen, die ze heeft bewaard, getuigen van haar vroegere welvaart: het
+Stadhuis, dat pronkjuweel van een uit steen gebeiteld kantwerk met zijn
+torentinne in vorm van kroon (1525-1537), is het werk van den Brusselaar
+<i>Hendrik van Pede</i>, en moet in schoonheid voor dat van Leuven niet
+onderdoen. Gelukkig heeft het van de woede der beeldstormers niet te lijden
+gehad. Het innerlijke bevat een paar mooie schoorsteenen en een prachtige
+hoofddeur, een meesterstuk der zestiende-eeuwsche Renaissance. Verder heeft
+men het statig koor van de oude St.-Walburgis-kerk, den Romaanschen tempel
+van O.-L.-Vrouw van Pamele met zijn edelen vorm en eerwaardig voorkomen.</p>
+
+<p>Oudenaarde is de geboorteplaats van <i>Margareta van<span class='pagenum'><a name="Page_54" id="Page_54">[54]</a></span> Parma</i>, de beroemde
+landvoogdes der Nederlanden (1560-1567), van den vermaarden schilder
+<i>Adriaan Brouwer</i>(1608-1640) en van andere befaamde personen.</p>
+
+<p>Voorbij de stad begint een heuvelachtige streek, een der schoonste van
+Belgi&euml;, met zachte hellingen, vriendelijke valleien en boschrijke hoogten,
+die Vlaanderen van Henegouwen scheiden en ook de taalgrens vormen tusschen
+de beide stammen. De hoogste punten der provincie zijn: de Kluisberg (150
+M.), in de omgeving van Ronse, de Muziekberg (150 M.), waaraan de legende
+van Daneelken, den Vlaamschen Tannh&auml;user, is verbonden, en de Hootond (180
+M.). Richt men van een dier hoogten den blik in het ronde, dan kan men
+moeielijk een uitroep van bewondering weerhouden. Diep, verreweg kronkelt
+de Schelde als een zilveren streep door de heerlijke landerijen, terwijl
+naar het zuiden het oog rust op de zachte omtrekken van den
+Drievuldigheidsberg, die als een baak de plaats aanwijst, waar de Waalsche
+stad <b>Doornik</b> met de meest indrukwekkende hoofdkerk en haar vijf Romaansche
+torens zich verheft.</p>
+
+<p><b>Ronse</b> (20,000 inw.) was reeds ten tijde der Romeinen een bewoond centrum.
+Thans is het een zeer bedrijvig midden met fabrieken van allerhande
+weefsels.</p>
+
+<p>De weg naar Kortrijk is niet lang, maar zeer afwisselend.</p>
+
+<p><b>Kortrijk</b> (35,000 inw.), te midden der licht groene vlasakkers en het
+weelderig bouwland, is niet ingeslapen en mag fier zijn op de producten
+zijner nijverheid. De stad bezit de grootste lijnwaadmarkt van Belgi&euml;. Haar
+fijne linnen weefsels, haar tafellakens en servetten, haar mooie kanten,
+haar bleekerijen en oliefabrieken bezorgen haar rijkdom en welvaart. Binnen
+de grenzen der tegenwoordige stad ligt een deel van den Groeningerkouter,
+waar den 11<sup>n</sup> Juli 1302 onze ambachtslieden het groote Fransche leger
+versloegen in den slag der Gulden Sporen, en door hun heldenmoed het
+bestaan en de toekomst van den heelen Dietschen stam van een gewissen
+ondergang redden.</p>
+
+<p>Dicht in de nabijheid ligt het aloude <b>Harelbeke</b>, dat beschouwd wordt als de
+bakermat van Vlaanderen. Dit dorp<span class='pagenum'><a name="Page_55" id="Page_55">[55]</a></span> is de geboorteplaats van den grooten
+Vlaamschen toondichter <i>Peter Benoit</i>.</p>
+
+<p>Gaan we van Kortrijk naar Ieperen, dan stoomt de trein voorbij <b>Meenen</b>
+(19,000 inw.), <b>Wervik</b> (8,700 inw.), een zeer oude stad, <b>Komen</b> (5,700 inw.),
+waar de Fransche kronijkschrijver van Lodewijk XI en Karel VI, <i>Philippe de
+Comines</i>, geboren werd, alsook <i>Auger Busbecq</i>, beroemd natuurkundige, die
+uit Azi&euml; de jasmijn en tulp in Europa bracht. Met <b>Waasten</b> (13,600 inw.)
+drijven de genoemde steden grooten handel in tabak en nemen een belangrijk
+deel aan de linnen- en katoennijverheid.</p>
+
+<p><b>Ieperen</b> (17,000 inw.), thans een stad van den derden rang, was in de
+middeleeuwen de machtige mededingster van Brugge en Gent, die te zamen over
+het lot van Vlaanderen beslisten. Haar omvang was in dien tijd veel grooter
+dan in onze dagen. Aan haar uitstekend laken, aan de overvloedige productie
+van dekens en wollen stoffen, aan haar uitgebreiden handel dankte zij voor
+een groot deel haar voorspoed en welvaart. Doch van al dien rijkdom en
+geduchte macht is weinig overgebleven: alleen haar monumenten zijn van den
+eersten rang, waaronder een zeker getal merkwaardige huizen, de oude
+vleeschhal en inzonderheid de grootsche St.-Maartenskerk en de
+indrukwekkende lakenhalle.</p>
+
+<p>Grootsch en schoon in den verheven zin is die oude St.-Maartenskerk (1221),
+haar monumentaal koor met de weidsche praalgraven der oude bisschoppen, en
+de eenvoudige zerk van <i>Cornelis Jansenius</i>, in leven den ge&euml;erbiedigden
+kerkvoogd, den 6<sup>n</sup> Mei 1638 door de pest weggerukt, doch na zijn dood,
+ter oorzake zijner schriften, als ketter gedoemd.</p>
+
+<p>Doch het is de welberoemde halle, die het meest de aandacht trekt. Een
+gevoel van eerbiedige bewondering maakt zich van ons meester, als we staan
+tegenover dien reuzenbouw met zijn honderd vensters in den voorgevel en
+zijn zwaren wachttoren. De indruk dien zij maakt, is des te aangrijpender,
+omdat niemand zulk een wonder verwacht in deze verlaten stad. Het is
+verreweg het grootste burgerlijk gebouw der middeleeuwen.<span class='pagenum'><a name="Page_56" id="Page_56">[56]</a></span></p>
+
+<p>Op dit uitgestrekte plein was het, dat de beroemde jaarmarkten gehouden
+werden, dat de gilden en ambachtslieden vergaderden, en de beroemde
+rederijkerskamer, de <i>Alpha en Omega</i>, haar vermaarde landjuweelen hield.</p>
+
+<p>Niet ver van Ieperen ligt <b>Poperinge</b> (11,500 inw.) te midden van rijke
+velden met hoppe, die overal gezocht wordt.</p>
+
+<p>Vervolgen wij onze reis naar het noorden, dan ontmoeten we eerst <b>Roeselare</b>
+(23,000 inw.) op de Mandel, na Kortrijk de nijverigste stad van
+West-Vlaanderen, met een belangrijke linnen- en hennepmarkt, alsmede
+fabrieken van katoen, lijnwaad en linten. Het is de geboorteplaats van den
+te vroeg gestorven West-Vlaamschen dichter <i>Albrecht Rodenbach</i>.</p>
+
+<p><b>Izegem</b> (12,000 inw.) met belangrijke schoen- en borstelfabrieken, en <b>Tielt</b>
+(11,000 inw.) met linnenweverijen, vlas- en grooten veehandel, laten we
+terzijde, evenals <b>Tourhout</b> (10,000 inw.), een zeer oude vervallen stad,
+wier oorsprong ongetwijfeld opklimt tot den tijd onzer heidensche
+voorouders. Tijdens de middeleeuwen was zij de groote stapelplaats van de
+Spaansche en Engelsche wolsoorten; door haar jaarmarkten en handel in
+paarden een der bedrijvigste steden van Vlaanderen.</p>
+
+<p>Ten noord-oosten der stad, op 3 Km. afstand, ligt een deel van 't oude
+grafelijk slot van <b>Wijnendale</b>, het voormalig zomerverblijf der graven van
+Vlaanderen, te beginnen met Robrecht den Vries tot en met Lodewijk van
+Nevers. Maria van Bourgondi&euml;, dochter van Karel den Stoute, overleed er in
+1482, ten gevolge van een val van haar paard.</p>
+
+<p>Hoe verder men naar het noorden en westen trekt, hoe meer de grond zich
+effent, tot hij overgaat in de lage vlakte.</p>
+
+<p><b>Diksmuide</b> aan den IJzer (4,000 inw.) was eenmaal een aanzienlijke haven- en
+handelsstad, wier jaarmarkten langs de heele kust bekend waren. Zij bezit
+een doksaal, dat te recht om zijn keurige uitvoering als een der schoonste
+van West-Europa is bekend. Sedert drie eeuwen geniet de Diksmuidsche boter
+een welverdiende faam.</p>
+
+<p><b>Veurne</b> (5,800 inw.) is de westelijkste, maar ook de meest Vlaamschsprekende
+stad van Belgi&euml;. De oude kastelenij met haar talrijke dorpen volgde Brugge
+en Gent in macht en<span class='pagenum'><a name="Page_57" id="Page_57">[57]</a></span> aanzien op. De groote markt met haar antieke gevels,
+haar raadhuis en gerechtshof, met daarachter de indrukwekkende kerk en
+toren van St.-Walburgis, is nog altijd een der schilderachtigste pleinen
+van geheel Vlaanderen en onder de kleine pleinen van Europa een der
+allerliefste. Jaarlijks, op den laatsten Zondag van Juli, lokt de vermaarde
+boetprocessie, met haar eigenaardig zeventiende-eeuwsch karakter, duizenden
+toeschouwers.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="MARKT_VEURNE" id="MARKT_VEURNE"></a>
+<img width="100%" src="./images/i069.jpg" alt="Groote Markt te Veurne" title="Groote Markt te Veurne" />
+<span class="caption">Groote Markt te Veurne</span>
+</div>
+
+
+<p>Heeft men van Diksmuide en Veurne een indruk van verlatenheid meegenomen,
+nog droeviger is het gevoel, dat ons bevangt, als men <b>Nieuwpoort</b>
+binnentreedt. De groote markt met haar ruime, zeer eigenaardige Gothische
+hal, vroeger het middelpunt van haar bedrijvig leven, is thans ledig en
+verlaten. Ten jare 1600 was Nieuwpoorts strand getuige van een der
+schoonste wapenfeiten, waarvan de geschiedenis gewaagt, de overwinning van
+prins Maurits<span class='pagenum'><a name="Page_58" id="Page_58">[58]</a></span> met zijn Geuzenvloot op het Spaansche leger, aangevoerd door
+den aartshertog Albert van Oostenrijk.</p>
+
+<p>Klimmen we thans de duinen over, om langs de kust met haar aaneenschakeling
+van kleine en groote badplaatsen, Oostende, het middelpunt van allen, te
+bereiken.</p>
+
+<p>Zoo stil en rustig Nieuwpoort is, zoo levendig en woelig is <b>Oostende</b>, in
+het badseizoen vooral. Zonder tegenspraak is zij de schitterendste en meest
+bezochte badstad van Europa. Het uitzicht, als men haar van den zeekant
+nadert, is ongemeen betooverend. Haar breede, met zorg onderhouden dijk,
+welke een der schoonste zeestranden beheerscht, is bezoomd met kostbare
+villa's in allerlei bouwtrant, met prachtige hotels, paleizen en heerlijke
+woningen, de eene al weelderiger dan de andere. Meer en meer wordt Oostende
+de internationale paradeplaats van het rijke Europa. Een geregelde
+stoomvaartlijn op Dover onderhoudt de gemeenschap met Engeland, waaruit de
+prachtige en welingelichte mailbooten des zomers duizenden reizigers
+overbrengen. Wie denkt bij het zien van dit woelig strand, aan den ouden
+tijd waarop de schoonste bladzijde harer geschiedenis met stroomen bloeds
+beschreven is, aan de belegering van Albertus en Isabella, waarbij 60,000
+strijders den dood vonden (1601-1604)?</p>
+
+<p>Had zij door het beleg en den oorlog veel geleden, de vrede en het sluiten
+der Schelde hergaven haar een deel van haar voormaligen luister. De stad
+telt thans 40,000 inw.; meer dan 200 schuiten en een twintigtal stoombooten
+gebruikt zij voor de vischvangst; ook houdt ze zich bezig met alles wat bij
+den scheepsbouw behoort.</p>
+
+<p>Van het oude Oostende is weinig overgebleven. Haar prachtige Kurzaal met
+haar rijke zalen, haar nieuwe schouwburg en postkantoor in Renaissance,
+haar bijna voltooide sierlijke Gothische kerk, van den Brugschen
+bouwmeester <i>De la Censerie</i>, bewijzen, dat de smaak voor edele kunst nog
+steeds onze Vlaamsche meesters weet te bezielen.</p>
+
+<p>Na <b>Blankenberge</b>, sedert weinige jaren de mededingster van Oostende, en
+<b>Heist</b>, de laatste plaats van belang op de Vlaamsche kust, steken we de
+groene velden over, ontwoe<span class='pagenum'><a name="Page_59" id="Page_59">[59]</a></span>kerd aan de baren van de zee. Die nieuw
+veroverde grond was de oorzaak van de verzanding van 't Zwin, den grooten
+zeeboezem tijdens de Middeleeuwen, ruim genoeg, om een gansche vloot te
+bergen, tevens van den dood van Damme en Sluis en het verval van Brugge.</p>
+
+<p><b>Damme</b>. &mdash; Geen rechtgeaard Nederlander bezoekt Brugge zonder zijn groet en
+dank te brengen aan 't stille Damme, de vroegere voorhaven, waarmee het
+door een zeekanaal verbonden werd, toen de golven zich voor goed
+terugtrokken. Gedurende twee eeuwen was de welvaart van Damme ongehoord.
+Thans is het een onbeduidend dorp met een alleenstaanden vierkanten
+kerktoren en een vervallen raadhuis, en te midden van het plein het
+standbeeld van <i>Jacob van Maerlant</i>, &laquo;den Vader der Dietscher Dichtre
+algader&raquo;, die reeds van in de XIII<sup>e</sup> eeuw &laquo;den Nederlanders den weg der
+vrijheid en der verlichting wees&raquo;, de rechten zijner medemenschen
+kloekmoedig verdedigde tegen de aanmatiging van adel en geestelijkheid.</p>
+
+<p><b>Brugge</b> (53,000 inw.). Niet zonder een gevoel van ontroering en weemoed
+nadert een Vlaming het stille Brugge, tevens zoo belangrijk voor den
+geschied- en oudheidkenner als voor den vriend der kunst. Geen stad heeft
+zoo trouw haar middeleeuwsch karakter bewaard, en voortdurend streeft ze er
+naar, om dit eigenaardige te behouden. Wat een weelde van hooge
+torentransen, die uit alle deelen der stad zoo rustig en fier ten hemel
+klimmen, van merkwaardige gebouwen met beeldhouwwerken, waaraan zoo menige
+herinnering is verbonden! Wat een rij van schilderachtige hoekjes en
+grachten met hun mooie omlijsting, die den blik bekoren en den geest
+terugvoeren naar lang vervlogen tijden! Zie, bijna zonder het te weten,
+staan we op de Groote Markt v&oacute;&oacute;r den Halletoren, die met zijn vorstelijke
+stedekroon de trotsche macht der Vlaamsche gemeente zoo aanschouwelijk
+uitdrukt, en dit juist tegenover een andere verpersoonlijking van
+wilskracht en heldenmoed, van Breidel en De Coninc, de helden uit den
+Gulden-Sporenslag, toonbeelden van vaderlandsliefde.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="HALLETOREN" id="HALLETOREN"></a>
+<img width="100%" src="./images/i072.jpg" alt="De Halletoren te Brugge" title="De Halletoren te Brugge" />
+<span class="caption">De Halletoren te Brugge</span>
+</div>
+
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="GRIFFIE" id="GRIFFIE"></a>
+<img width="100%" src="./images/i073.jpg" alt="Griffie, Stadhuis en H. Bloedkapel te Brugge" title="Griffie, Stadhuis en H. Bloedkapel te Brugge" />
+<span class="caption">Griffie, Stadhuis en H. Bloedkapel te Brugge</span>
+</div>
+
+
+<p>Op het burchtplein bewonderen wij het stadhuis (1376)<span class='pagenum'><a name="Page_60" id="Page_60">[60]</a></span> met de kapel van 't
+H. Bloed; links de oude griffie in de zestiende-eeuwsche Renaissance; in
+het justitiepaleis, de vermaarde schouw van &laquo;'t Vrije&raquo;<a name="FNanchor_21_21" id="FNanchor_21_21"></a><a href="#Footnote_21_21" class="fnanchor">[21]</a>, een wonder van
+Renais<span class='pagenum'><a name="Page_62" id="Page_62">[62]</a></span><span class='pagenum'><a name="Page_61" id="Page_61">[61]</a></span>sance-houtsnijkunst, uitgevoerd naar de teekening van <i>Lancelot
+Blondeel</i> (1529-1531). Gaat men de overdekte straat naast het raadhuis
+door, dan heeft men langs de gracht niet alleen een verrukkelijk
+gezichtspunt op het achtergedeelte van &laquo;den vrijen burcht&raquo;<a name="FNanchor_22_22" id="FNanchor_22_22"></a><a href="#Footnote_22_22" class="fnanchor">[22]</a>, maar op al
+de omliggende gebouwen, op zoo menig schilderachtig plekje, gelijk men er
+in Brugge aantreft. Steekt men den Dijver over, een heerlijk tafereel,
+gevormd door de grootsche lijnen der O.-L.-Vrouwenkerk met haar 122 M.
+hoogen toren, als een oude vesting des geloofs, en de prachtige woning der
+Heeren van Gruuthuse, teekent zich af tegen het verzilverde blauw van den
+hemel. De oude kerk bezit een schat van kunstwerken, een groot getal
+schilderijen van groote meesters, een overheerlijk madonnabeeld van Michel
+Angelo, alsook de prachtige graftomben van Karel den Stoute en Maria van
+Bourgondi&euml;. Het paleis der familie Gruuthuse is ingericht tot een museum
+met wonderbare handschriften, kostbare kanten en drijfwerk. Van de andere
+zijde der plaats trekt ons de donkere gevel van St.-Jans-gasthuis
+onweerstaanbaar aan, om binnen zijn muren de meesterstukken te bewonderen
+van den grooten schilder <i>Hans Memlinc</i>. Daar vindt men hem in al zijn
+teederheid en bewogen uitdrukking, in al zijn glorie en volmaaktheid.</p>
+
+<p>Een aantal merkwaardige doeken van dien meester, ook van Jan van Eyck en
+andere primitieven berusten in het stedelijk museum.</p>
+
+<p>Van hier begeven wij ons naar de kathedraal van St.-Salvator met haar rijke
+kunstschatten en haar toren in de gedaante van een hoog versterkt kasteel.</p>
+
+<p>Al die monumenten, die mooie gevels, die weergalooze kunst, wier roem
+sedert eeuwen nog niets verloren heeft van hun grootheid, staven zij niet
+de vroegere macht en glorie onzer Vlaamsche steden, maar ook den
+schoonheidszin en de bedrevenheid onzer kunstenaars? Onvergankelijk is de<span class='pagenum'><a name="Page_63" id="Page_63">[63]</a></span>
+roem onzer voorouders op dit gebied. Maar groot en machtig was eens Brugge,
+de eerste handelsstad van Noord-Europa. Twintig naties hadden er hun
+handelsfactorijen. In 1365 waren er veertig Duitsche handelshuizen, die
+deel uitmaakten van de <i>Hanze</i><a name="FNanchor_23_23" id="FNanchor_23_23"></a><a href="#Footnote_23_23" class="fnanchor">[23]</a>. De Spanjaarden en Italianen waren nog
+talrijker. In dien tijd werd de eerste beurs gehouden, waarop de Bruggeling
+zoo trotsch was. De eenstemmige berichten omtrent Brugge's rijkdom, pracht
+en schoonheid, grenzen bijna aan het ongelooflijke. Allen spreken van haar
+met een soort van geestvervoering<a name="FNanchor_24_24" id="FNanchor_24_24"></a><a href="#Footnote_24_24" class="fnanchor">[24]</a>. In de XV<sup>e</sup> eeuw telde zij niet
+minder dan 80 neringen. Helaas! die roem is ondergegaan. Burgeroorlogen en
+de verzanding van het Zwin, haar voorhaven, hebben haar den doodslag
+toegebracht. Onder Maximiliaan van Oostenrijk begon haar welvaart snel te
+zinken, haar bevolking te verminderen. In 1516 bracht de Hanze den zetel
+van haar zaken naar Antwerpen over. Sedertdien geraakte zij meer en meer in
+verval, in een soort van doodslaap, die nog slechts gestoord zou worden
+door de godsdienstige woelingen der XVI<sup>e</sup> eeuw. Droevig tijdperk, waaraan
+een Vlaming niet kan denken, zonder dat hij naar de reden vraagt van zulk
+&laquo;een hachlijk lot&raquo;<a name="FNanchor_25_25" id="FNanchor_25_25"></a><a href="#Footnote_25_25" class="fnanchor">[25]</a>.</p>
+
+<p>Toch blijft ze voor den denker en den droomer nog bekoorlijk in haar
+alouden luister, de onttroonde stedekoningin, met haar schilderachtig
+Minnewater en haar eenig oud Begijnhof.</p>
+
+<p>Van Brugge vervolgen wij onze reis door het Meetjesland naar <b>Eekloo</b> (13,000
+inw.) met linnenweverijen, wol- en katoenfabrieken, de geboorteplaats van
+den dichter K. L.<span class='pagenum'><a name="Page_64" id="Page_64">[64]</a></span> Ledeganck, wien zijn stamgenooten onlangs een standbeeld
+hebben opgericht.</p>
+
+<p>Spoedig hebben we de grens van dien zandgrond achter ons, om straks het
+kanaal van Terneuzen over te stoomen, en het vruchtbare Waasland binnen te
+treden.</p>
+
+<p>Ons eerste bezoek geldt het nijverige <b>Lokeren</b> (25,000 inw.) aan de Durme,
+met fabrieken van katoenen en wollen stoffen, van zeildoek en vellen; haar
+bleekerijen en linnenweefsels zijn algemeen gekend, ook haar handel in
+granen, hennep, olie en koolzaad.</p>
+
+<p>Thans volgt <b>St.-Nikolaas</b> (32,000 inw.), de vriendelijke hoofdplaats van 't
+Land van Waas. Haar fabrieken van katoenen, wollen en fluweelen stoffen,
+van linten en galons, van kousen en hoeden, vormen een van de schakels der
+nijverheidsketen, die Vlaanderen aan de hoofdstad verbindt.</p>
+
+<p>Intusschen hebben we <b>Antwerpen</b>, de koningin der Schelde bereikt. Met haar
+heerlijke ligging aan den breeden Scheldestroom, waar schepen uit alle
+zee&euml;n binnenloopen, en in haar dokken de schatten der vijf werelddeelen
+komen uitstorten; door haar uitgebreiden handel verrijkt en getooid met de
+schoonste voortbrengselen der kunst, is zij een der prachtigste en
+bloeiendste steden van 't vasteland. In de jaarboeken der geschiedenis en
+der kunst prijkt haar naam met onvergankelijken luister. Toen zij onder
+Karel V de rijke erfgename werd der vervallen grootheid van Brugge, was het
+zielental reeds tot 90,000 geklommen. Wil men zich een denkbeeld vormen van
+haar spoedige macht en grootheid als handelsstad, men leze Guicciardini,
+waar hij schrijft, dat &laquo;de kooplieden van alle nati&euml;n er hun kantoren
+hadden en zij welhaast alle andere steden der wereld overtrof.&raquo;</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="AFDOENING" id="AFDOENING"></a>
+<img width="100%" src="./images/i077.jpg" alt="P. P. RUBENS. Afdoening van het Kruis (O. L. Vr. Kerk te Antwerpen)" title="P. P. RUBENS. Afdoening van het Kruis (O. L. Vr. Kerk te Antwerpen)" />
+<span class="caption"><span class="smcap">P. P. Rubens</span>. Afdoening van het Kruis (O. L. Vr. Kerk te Antwerpen)</span>
+</div>
+
+
+<p>Met de regeering van Filips II en vooral met de komst van Alva, begon voor
+ons land een tijdperk van vervolging, van jammer en ellende, maar ook van
+hardnekkigen strijd voor de vrijheid van geweten, voor godsdienstige
+verdraagzaamheid, zoo onmisbaar voor de grootheid van een volk. En toen na
+de heldhaftige verdediging van Antwerpen, Marnix genoodzaakt was de stad
+over te geven aan Alexander Farnese, en het Spaansche leger haar muren
+binnentrok,<span class='pagenum'><a name="Page_66" id="Page_66">[66]</a></span><span class='pagenum'><a name="Page_65" id="Page_65">[65]</a></span> begon voor haar een sombere tijd. Met haar val in 1585 ging
+de wereldhandel naar Amsterdam, en toen bij den Vrede van Munster in 1648
+de Scheldemonden niet heropend, maar voor goed gesloten werden, was het
+voor lang met haar welvaart gedaan. Gedurende twee eeuwen trachtte zij nog
+te leven voor de kunst, wier glans nog immer op haar afstraalt van haar
+groote zonen, van Quanten Metsijs, Jordaens, Van Dyck, Teniers, Rubens
+bovenal, die in heel de stad zijn glorierijk spoor heeft achtergelaten. De
+Fransche sansculotten openden weer de Schelde en eerst in 1803, onder
+Napoleon, begon men groote verbeteringen aan de haven te brengen, en er
+voorname scheepstimmerwerven te vestigen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="VROUWENKERK" id="VROUWENKERK"></a>
+<img width="100%" src="./images/i079.jpg" alt="O. L. Vrouwenkerk te Antwerpen" title="O. L. Vrouwenkerk te Antwerpen" />
+<span class="caption">O. L. Vrouwenkerk te Antwerpen</span>
+</div>
+
+
+<p>Sinds den afkoop van den Scheldetol in 1863, nam haar handel en welvaart
+dagelijks toe. Thans is zij na Londen de meest bezochte handels- en
+havenstad van Europa, want in de laatste jaren heeft zij Liverpool en
+Hamburg voorbij gestreefd. Meer dan 5000 schepen van alle nati&euml;n en grootte
+varen er jaarlijks binnen. Haar zielental is thans tot 282,000 geklommen,
+zonder de dichtbevolkte voorsteden. De diamantslijperijen en
+goudsmeedkunst, haar zijde, kanten en tapijten, haar suiker-, zeep-,
+tabak-, touw- en zeilfabrieken, haar stokerijen, brouwerijen en
+scheepstimmerwerven, evenals haar uitgebreide handel bezorgen aan al die
+duizenden werk en voorspoed. Doch niet alleen als handels-metropool is
+Antwerpen een bezoek overwaard; ook om haar rijke museums, haar monumenten
+en heerlijke kerken, gevuld met meesterstukken van schilder- en
+beeldhouwkunst. Onder al die merkwaardige gebouwen is de O.-L.-Vrouwenkerk
+de schoonste en prachtigste. Die ruime Gothische tempel met zijn vijf
+beuken en zijn weergalooze torenspits, een steenen kantwerk, dat zich 123
+M. hoog in de lucht verheft, bevat o. a. drie wereldberoemde schilderijen
+van den grooten Rubens. Ook de met marmer zoo rijk versierde kerk van
+St.-Jacob, waar de groote schilder begraven ligt, en die der Jezu&iuml;eten, de
+schoonste proef van Rubens talent als bouwmeester, verdienen bewonderd te
+worden. Onder de burgerlijke gebouwen noemen we slechts het stadhuis met de
+bekende Leyszaal, de mooie omringende gildehuizen en de<span class='pagenum'><a name="Page_67" id="Page_67">[67]</a></span> fontein van
+Lambeaux, die de legende van Antwerpen voorstelt; de Handelsbeurs, het
+Museum van schilderijen, zoo rijk aan heerlijke doeken van Vlaamsche
+meesters; verder het Museum Plantijn-Moretus, eenig in zijn soort, met een
+overvloed van familie-relieken, bibliotheek en archief, alsmede het
+drukkersmaterieel uit de 16<sup>e</sup> en 17<sup>e</sup> eeuwen, een rijke verzameling
+hout- en koperplaten, schilderijen, enz. Aan standbeelden van groote
+mannen, die hier geleefd en gewerkt hebben voor den roem van 't Vaderland,
+ontbreekt het in Antwerpen niet; onder de moderne gebouwen vermelden we
+alleen het Justitiepaleis, de Nationale Bank, den Nederlandschen
+Schouwburg, het prachtig Stationsgebouw<span class='pagenum'><a name="Page_68" id="Page_68">[68]</a></span> en den vermaarden Dierentuin, een
+der heerlijkste van Europa.</p>
+
+<p>Hier zijn we aan het einde van onze omwandeling door het Vlaamsche land met
+zijn nijverige steden. Moge dit vluchtig overzicht van wat het op het
+gebied van natuurschoon, van kunst en nijverheid te genieten geeft, van
+alles wat ons volk door vlijt en werkzaamheid heeft voortgebracht en door
+'t voorgeslacht is nagelaten, er toe bijdragen, om den lust bij allen op te
+wekken ons land en volk beter te leeren kennen in zijn geschiedenis en
+taal, in zijn streven en werken, en alzoo den band, die ons allen
+vereenigt, nauwer en duurzamer te maken.</p>
+
+<p><i>Gent</i>, 1905.</p>
+
+<div class="footnotes">
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_7_7" id="Footnote_7_7"></a><a href="#FNanchor_7_7"><span class="label">[7]</span></a> Men heeft berekend dat de Rijn jaarlijks 5200 M<sup>3</sup> slib en
+gerolde steenen aan den Oceaan levert, en kalk genoeg om 33200 millioen
+oesterschalen te vormen. Deze scheikundig opgeloste stof is niet zichtbaar
+en ontneemt niets aan de kleur van het water. De Mississippi stort meer dan
+450 millioen M<sup>3</sup> en de Ganges meer dan 600 millioen M<sup>3</sup> slib jaarlijks
+in zee.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_8_8" id="Footnote_8_8"></a><a href="#FNanchor_8_8"><span class="label">[8]</span></a> <i>Diluvium</i> = het ten gevolge van overstrooming, door bezinking
+ontstane land, bestaande uit zand, grint en leem.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_9_9" id="Footnote_9_9"></a><a href="#FNanchor_9_9"><span class="label">[9]</span></a> <i>Alluvium</i> = de bovenste en jongste lagen der vaste aardkorst:
+zij bestaan uit van elders aangevoerde stoffen, geleverd door planten, door
+zee en stroomen of door den wind. Waar bepaalde plantensoorten werkzaam
+waren, daar ontstonden bij nagenoeg geheele afsluiting der lucht, waardoor
+verrotting werd tegengegaan, <span class="smcap">venen</span>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_10_10" id="Footnote_10_10"></a><a href="#FNanchor_10_10"><span class="label">[10]</span></a> Die hooge venen, in het Waalsch &laquo;Hautes Fagnes&raquo; genoemd,
+hebben gewis hun ontstaan te danken aan de ophoopingen van plantenlagen in
+het dichte woud, dat de kruinen der Ardennen bedekte. Deze plantenlagen
+deden den grond verzuren, waardoor het woud zelf moest sterven, en
+langzamerhand verkoolden zij met de andere planten, die in dien zuren bodem
+nog konden groeien.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_11_11" id="Footnote_11_11"></a><a href="#FNanchor_11_11"><span class="label">[11]</span></a> Het is in die krijtlagen dat men in 1878 te Bernissart bij
+Doornik, verscheidene geraamten van het reusachtig <i>iguanodon</i>, een
+monsterachtig kruipdier, dat de diep ingesloten valleien in de
+steenkolengronden bewoonde, heeft ontdekt. Deze kolossale geraamten
+bevinden zich in het Museum van natuurlijke historie te Brussel.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_12_12" id="Footnote_12_12"></a><a href="#FNanchor_12_12"><span class="label">[12]</span></a> Volgens sommige geologen dankt die brandstof haar ontstaan
+aan een weelderigen plantengroei, die ter plaatse uit poel en moeras
+oprees, en die later door overstrooming neergesmakt en na tal van eeuwen
+met slijklagen bedekt werd. De planten, van de lucht afgesloten,
+verkoolden. Die afwisseling van droog en vochtig herhaalde zich en zoo
+ontstonden na duizenden jaren onderscheidene lagen boven elkander van
+planten en dan weer van klei. &mdash; Volgens andere zouden de bestanddeelen,
+die tot de vorming der steenkoollagen meewerkten en voornamelijk bestaan
+uit ontzettende massa's van plantenafval, als takken, stengels van
+rietgewassen, schors, bladeren, palmvarens, ringplanten, enz. van elders
+aangevoerd zijn door rivier en overstrooming, en evenals bij de vorming van
+turf in venen, door afsluiting van lucht, na duizenden jaren verkoold zijn
+(Zie: Jules Cornet, <i>Premi&egrave;res notions de G&eacute;ologie</i>).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_13_13" id="Footnote_13_13"></a><a href="#FNanchor_13_13"><span class="label">[13]</span></a> Zie <i>De Landbouwkunst in de Nederlanden: I. Belgi&euml;</i>, door
+Emile De Laveleye.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_14_14" id="Footnote_14_14"></a><a href="#FNanchor_14_14"><span class="label">[14]</span></a> Die strook gronds, rijk aan zink- of galmeimijnen
+<i>(calamine)</i> heeft den vorm van een gelijkbeenigen driehoek, waarvan het
+toppunt ligt aan den zuid-oosthoek van Ned. Limburg. Zij is niet meer dan
+350 Ha. groot. Bij de vaststelling der grenslijn in 1815 kon men het niet
+eens worden tusschen Pruisen en Nederland, en dus bleef het landje
+voorloopig onzijdig gebied tusschen Belgi&euml; en Pruisen.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_15_15" id="Footnote_15_15"></a><a href="#FNanchor_15_15"><span class="label">[15]</span></a> Zie De <i>Landbouwkunst in de Nederlanden: I. Belgi&euml;</i>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_16_16" id="Footnote_16_16"></a><a href="#FNanchor_16_16"><span class="label">[16]</span></a> Antonius Sanderus of Sanders, geb. te Antwerpen, &#8224; in 1664 in
+de abdij van Affligem, bijna 90 jaar oud, schrijver van de <i>Flandria
+Illustrata</i> (1641).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_17_17" id="Footnote_17_17"></a><a href="#FNanchor_17_17"><span class="label">[17]</span></a> Luigi Guicciardini, geb. te Florence in 1533, &#8224; te Antwerpen
+in 1589. Zie zijn <i>Descrizione de tutti i Paesi-Bassi</i> (1567).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_18_18" id="Footnote_18_18"></a><a href="#FNanchor_18_18"><span class="label">[18]</span></a> Cornelius Tacitus, beroemd Romeinsch geschiedschrijver,
+geboren 61 jaren na Chr. en waarschijnlijk overleden in 117. Onder zijn
+werken behoort het boek <i>De origine, vitu, moribus ac populis Germanorum
+liber</i>, een beschrijving der Germaansche volkeren.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_19_19" id="Footnote_19_19"></a><a href="#FNanchor_19_19"><span class="label">[19]</span></a> <i>Studies in Volkskracht</i>. &mdash; 1<sup>e</sup> Serie, N<sup>r</sup> VIII.
+<i>Opmerkingen over het Nederlandsch Volkskarakter</i> door Prof. H. Kern.
+Haarlem. De Erven F. Bohn, 1904.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_20_20" id="Footnote_20_20"></a><a href="#FNanchor_20_20"><span class="label">[20]</span></a> Zie <i>Het Land van Rubens</i> door C<sup>d</sup> Busken Huet. Amsterdam,
+J. C. Loman J<sup>r</sup>. 1881.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_21_21" id="Footnote_21_21"></a><a href="#FNanchor_21_21"><span class="label">[21]</span></a> Die vermaarde schoorsteen, een der parels van de kunstkroon
+van Brugge, is een geschenk aan Karel V na zijn overwinning op Frans I,
+koning van Frankrijk, in den veldslag van Pavia (1525).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_22_22" id="Footnote_22_22"></a><a href="#FNanchor_22_22"><span class="label">[22]</span></a> Het <i>Vrije Brugsche Ambacht</i> was een district van het land,
+dat nimmer aan de staat van leenroerigheid tegenover de drie groote steden
+van het graafschap onderworpen was.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_23_23" id="Footnote_23_23"></a><a href="#FNanchor_23_23"><span class="label">[23]</span></a> <i>Hanze</i> of <i>Hansa</i> = een handelsverbond van Duitsche steden
+(Hamburg, Lubek, Bremen, Keulen, Dantzig), in 1241 gesticht, om hun handel
+te beschutten en uit te breiden, en de van de vorsten verkregen rechten en
+vrijheden te handhaven. Ook Nederlandsche en een enkele Vlaamsche stad
+behoorden er toe.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_24_24" id="Footnote_24_24"></a><a href="#FNanchor_24_24"><span class="label">[24]</span></a> Judocus Damhouder, beroemd rechtsgeleerde (&#8224; 1581) wijdt een
+geheel hoofdstuk aan haar pracht. Sanderus <i>(Flandria illustrata)</i> noemt
+haar &laquo;de ster van Belgi&euml;&raquo;. Cassander vergelijkt haar met Athenen. Men
+raadplege verder Marchantius, Aeneas Sylvius, Guicciardini, Chastellein en
+meer andere.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_25_25" id="Footnote_25_25"></a><a href="#FNanchor_25_25"><span class="label">[25]</span></a> Lees K. L. Ledeganck, <i>De Drie Zustersteden: Aan Brugge</i>.</p></div>
+
+</div>
+
+<h3><a name="ALGEMEEN_OVERZICHT_BIB" id="ALGEMEEN_OVERZICHT_BIB"></a>Bibliographie</h3>
+
+<p>D<sup>r</sup> F. W. C. Krecke, <i>Handboek der Algemeene Natuurkundige
+Aardrijkskunde</i>, vijfde uitgave. &mdash; <i>Patria Belgica</i>, publi&eacute; sous la
+direction d'Eug. Van Bemmel. 3 deelen. 1873-75. &mdash; &Eacute;mile De Laveleye, <i>De
+Landbouwkunst in de Nederlanden; I. Belgi&euml;</i>. 1865. &mdash; Alf. Jourdain et L.
+Van Stalle, <i>Dictionnaire encyclop&eacute;dique de g&eacute;ographie historique du
+royaume de Belgique</i>. 2 deelen. 1896. &mdash; D<sup>r</sup> H. Blink, <i>Onze Aarde.
+Handboek der Natuurkundige Aardrijkskunde</i>. 1890. &mdash;El. Reclus, <i>Nouvelle
+G&eacute;ographie Universelle</i>. IV. 1879. &mdash; C<sup>d</sup> Busken-Huet, <i>Het Land van
+Rubens</i>. 1881. &mdash; Jules Cornet, <i>Premi&egrave;res notions de G&eacute;ologie</i>. 1903. &mdash;
+Fr. von Hellwald, <i>Die Erde und ihre Volker</i>. 1878. &mdash; Henry Havard, <i>La
+Terre des Gueux</i>. 1877. &mdash; Prof. H. Kern, <i>Opmerkingen over het
+Nederlandsch volkskarakter</i>, n<sup>r</sup> 8 van <i>Studies in Volkskracht</i>. 1904. &mdash;
+Ant. Sanderus, <i>Flandria illustrata</i>. 1641. &mdash; Luigi Guicciardini,
+<i>Descrizione de tutti i Paesi-Bassi</i>.1567.<span class='pagenum'><a name="Page_69" id="Page_69">[69]</a></span></p>
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="EEN_BLIK" id="EEN_BLIK"></a>EEN BLIK OP DE GESCHIEDENIS DER VLAAMSCHE GEWESTEN TOT WATERLOO</h2>
+
+<p class="auteur" style="font-size: 80%">DOOR</p>
+
+<p class="auteur">PAUL FREDERICQ</p>
+
+
+<p>Ruwe volksstammen bewoonden oudtijds Belgi&euml;s bodem, alsdan deels moerassig
+aan de kust en in het lage binnenland, deels heuvelachtig en met bosschen
+bedekt naar het Zuiden en het Oosten toe. Omstreeks 't jaar 50 v&oacute;&oacute;r
+Christus' geboorte werden die &laquo;Barbaren&raquo; ontdekt en onderworpen door Julius
+C&aelig;sar, den beroemden veldheer der Romeinsche Republiek, die ons in het
+verhaal zijner krijgstochten het eerste volledig en schilderachtig tafereel
+leverde van de toenmalige bewoners van ons Vaderland.</p>
+
+<p>Alzoo werden, in de laatste jaren der negentiende eeuw, de negers van
+Middel-Afrika aan de watervallen der breede Congo-rivier door Stanley en de
+Belgische officieren van koning Leopold II ontdekt en in den stroom der
+beschaving getrokken.</p>
+
+<p>Tusschen die twee ontdekkingen in van wilde stammen ligt onze geheele
+geschiedenis van Belgi&euml;, die een tijdverloop van nagenoeg twee duizend
+jaren omvat.</p>
+
+<p>In zijne gedenkschriften roemt C&aelig;sar den moed dier Belgische volksstammen:
+<i>Horum omnium fortissimi sunt Belgae</i> (de Belgen zijn de dapperste aller
+bewoners van Galli&euml;). Maar die Keltische of Gallische Belgen, door Rome<span class='pagenum'><a name="Page_70" id="Page_70">[70]</a></span>
+veroverd, leerden en spraken weldra Latijn, de taal hunner beheerschers en
+beschavers, en zij werden de voorvaderen der Walen; terwijl later
+aangekomen Germanen, vooral Franken, en ook voor een deel Friezen en
+Saksen, de stamvaders der Vlamingen werden.</p>
+
+<p>Onder die Franken stonden mannen op als Hlodowig (Clovis), koning van
+Doornik, die het koninkrijk <i>Francia</i> stichtte en zijne hoofdstad naar
+Parijs overbracht; Karel met den strijdhamer (<i>Martellum</i>), die in 732 bij
+Poitiers de wassende zee van den aanspoelenden Islam stuitte; en Karel de
+Groote (<i>Carolus Magnus)</i>, die in 800 tot Keizer van 't Westen werd
+gekroond. Dat waren de eerste groote Vlamingen uit den voortijd.</p>
+
+<p>Het machtig Rijk van Karel den Groote viel aan brokken en de Schelde werd
+de grens tusschen <i>Francia</i> en <i>Alemania</i>. Aan beide oevers van den kalmen
+stroom ontstonden het graafschap Vlaanderen (863) en het hertogdom
+Lotharingen, die beide eerst geheel en al onder den invloed der Germaansche
+beschaving stonden, zelfs in de Waalsche gewesten, vooral te Luik en te
+Doornik.</p>
+
+<p>Omtrent 't jaar 1000 werd integendeel de Fransche beschaving
+overheerschend. Het Duitsche Rijk was verdeeld en onmachtig geworden. De
+Fransche Kroon begon hare staatkundige, intellectueele en kunstheerschappij
+in West-Europa. Doch, in 't gebied van Schelde en Maas, waren bloeiende
+handels- en nijverheidssteden geboren, die een onafhankelijk leven wilden
+leiden tusschen Duitschland en Frankrijk.</p>
+
+<p>Vooral de Dietsche gewesten streefden naar eene eigene Vlaamsche beschaving
+en in het midden der 13<sup>de</sup> eeuw verkondigde een West-Vlaming, Jacob van
+Maerlant, aan zijn volk in de moedertaal de geheimen van den godsdienst,
+van de natuurwetenschap en van de wereldgeschiedenis, zooals men ze alsdan
+slechts in de geleerde taal van den tijd, in 't Latijn op de Hoogescholen
+in andere landen leeren kon. Brugge, Gent en Ieperen, weldra ook Antwerpen,
+Leuven, enz., werden brandpunten van nijverheid, handel en stoffelijken
+welstand, vrijheid, volksverlichting en kunst.<span class='pagenum'><a name="Page_71" id="Page_71">[71]</a></span></p>
+
+<p>En toen de overmoedige Fransche Koning in 1300 het graafschap Vlaanderen op
+den impopulairen landheer inpalmde en aldus een begin scheen te maken met
+de trapsgewijze verovering van ons tegenwoordig vaderland, stonden weldra
+de Vlaamsche ambachtslieden en boeren op het slagveld der Gulden Sporen, te
+Kortrijk (1302), om Vlaanderen en de naburige streek voor Fransche
+annexatie te redden. Breidel en De Coninc, Willem van Gulik, Zannekijn, de
+twee Arteveldes, Pieter Van den Bossche, Frans Ackerman en zooveel andere
+helden zijn dan de groote Vlamingen, die &laquo;de koningen doen beven&raquo; en aan de
+onderdrukte bevolkingen van Frankrijk en van Engeland tot lichtbaken in de
+duisternis dienen, zooals de gelijktijdige Waalsche kroniekschrijver
+Froissart met ontzetting te boek stelde.</p>
+
+<p>De Vlaamsche lakenweverij bevoorraadt geheel Europa. De hallen, belforten
+en stadhuizen komen prachtig uit den grond te Ieperen, te Brugge, te Gent
+en in de kleinere gemeenten. De halle van Ieperen is het grootste
+burgerlijk gebouw der middeleeuwen. De didactische dichterschool van
+Maerlant en de mystieke prozaschrijvers met den grooten Brabander Jan van
+Ruusbroec aan het hoofd leveren het geestesvoedsel in de moedertaal aan de
+Vlamingen, terwijl de verfransching in de hoogere standen reeds aan 't
+woekeren is.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="STANDBEELD" id="STANDBEELD"></a>
+<img width="100%" src="./images/i084.jpg" alt="Standbeeld van Jacob van Artevelde te Gent" title="Standbeeld van Jacob van Artevelde te Gent" />
+<span class="caption">Standbeeld van Jacob van Artevelde te Gent</span>
+</div>
+
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="HALLE_IEPEREN" id="HALLE_IEPEREN"></a>
+<img width="100%" src="./images/i085.jpg" alt="Halle te Ieperen" title="Halle te Ieperen" />
+<span class="caption">Halle te Ieperen</span>
+</div>
+
+
+<p>In de 15<sup>de</sup> eeuw is er behoefte aan toenadering en eenheid. Een
+vorstengeslacht uit Frankrijk afkomstig, de vier hertogen van Bourgondi&euml;,
+stichten die eenheid op de puinhoopen der gemeentevrijheden. Onder hunnen
+krachtigen schepter rijst in 't Westen eene nieuwe mogendheid op, die men
+eerst met den aarzelenden naam van <i>Landen van herrewaarts over</i>, weldra
+met dien van <i>Nederlanden</i> aanduidt, naar de &laquo;lage landen bij de zee&raquo;,
+tusschen Frankrijk, Duitschland en Engeland. Groote bouwmeesters,
+beeldhouwers en schilders maken den naam van Vlaming vermaard over Europa.
+De Van Eycks, Memlinc, zooveel anderen behooren tot de schitterende
+Brugsche schilderschool, wier houten paneelen nu nog het sieraad zijn der
+kerken en der museums in de geheele wereld. Glansrijk bloeit de bouwkunst
+in de stad<span class='pagenum'><a name="Page_72" id="Page_72">[72]</a></span>huizen van Brussel, Leuven, Aalst, enz., terwijl de meesterlijke
+beeldhouwwerken, waarvan zoovele in den beeldenstorm van 1566 vernietigd
+werden, nieuwe wegen openen voor die edele kunst in West-Europa. Doch onder
+de<span class='pagenum'><a name="Page_74" id="Page_74">[74]</a></span><span class='pagenum'><a name="Page_73" id="Page_73">[73]</a></span> Franschgezinde hertogen wordt de volkstaal niet in eere gehouden. De
+Vlaamsche letterkunde kwijnt, terwijl eene Fransche hofletterkunde bloeit
+met Jean le Bel van Luik, Jean Froissart van Valencijn, Georges Chastellain
+van Aalst en Philippe de Comines van Komen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="KEIZER_KAREL" id="KEIZER_KAREL"></a>
+<img width="100%" src="./images/i086.jpg" alt="Keizer Karel V" title="Keizer Karel V" />
+<span class="caption">Keizer Karel V</span>
+</div>
+
+
+<p>Zoo breekt de zestiende eeuw aan. De Duitsche Habsburgers, evenals de
+Bourgondische hertogen, door een huwelijk in onze geschiedenis getreden,
+komen op den troon en de derde van hun geslacht, een Gentenaar, vereenigt
+op zijn hoofd de kronen van de Nederlanden, van Spanje en van het Duitsche
+Rijk: 't is Keizer Karel of Karel V, die geheel<span class='pagenum'><a name="Page_75" id="Page_75">[75]</a></span> West-Europa tot in 1555
+beheerscht. De fraaie kunsten vervolgen hunnen bloei: Quinten Matsijs en
+zijne Antwerpsche schilderschool zijn de erfgenamen der Brugsche meesters;
+te Oudenaarde, te Gent, te Middelburg rijzen prachtige stadhuizen op en
+Erasmus, van Rotterdam, die, eilaas! zijne moedertaal veracht en in het
+geleerde Latijn schrijft, is de intellectueele koning van Europa, iets als
+Voltaire tijdens de 18<sup>de</sup> eeuw. Op &#339;conomisch gebied staan de rijke
+nijverige Nederlanden aan de spits in 't Westen en Antwerpen wordt de
+grootste handelshaven, het Londen van den tijd, en tevens de hoofdstad der
+pas uitgevonden boekdrukkunst in het Noorden.</p>
+
+<div class="figright" style="width: 50%;"><a name="MARNIX" id="MARNIX"></a>
+<img width="100%" src="./images/i087.jpg" alt="Marnix van St-Aldegonde" title="Marnix van St-Aldegonde" />
+<span class="caption">Marnix van St-Aldegonde</span>
+</div>
+
+<p>Doch, naast den ouden strijd voor de staatkundige vrijheid, begint nu een
+kamp voor de nieuwe vrijheid van denken en gelooven. De volksletterkunde
+fleurt weer op en weerspiegelt de hartstochten van de godsdienstige
+twisten: de schoolmeesteres Anna Bijns, van Antwerpen, in hare mannelijke
+<i>Refereynen</i> tegen Luther en de &laquo;vermaledide Luterisce secte&raquo; en de
+Brusselsche edelman Philips van Marnix van Sint-Aldegonde in zijnen
+<i>Byenkorf der H. Roomsche kercke</i> en in zijn <i>Wilhelmus</i> staan vooraan in
+de rangen der geusche en antigeusche letterkunde van den tijd.</p>
+
+
+<p>Onder Philips II, die van Spanje uit, onze Nederlanden op zijn Spaansch wil
+onderjukken, breken de Nederlandsche beroerten uit (1566). De opeenvolgende
+bedrijven van dat bloedig heldhaftig treurspel zijn: het Eedverbond der<span class='pagenum'><a name="Page_76" id="Page_76">[76]</a></span>
+Edelen, de Beeldenstorm, Alva's schrikbewind, de verwoesting van Antwerpen
+en van andere bloeiende steden door de Spanjaarden, de tijdelijke
+verzoening van katholieken en protestanten bij de Pacificatie van Gent,
+hunne spoedige afscheuring in de vijandige Unies van Atrecht en van
+Utrecht, de moord van den Prins van Oranje, de val van Antwerpen (1585),
+voorafgegaan door dien van al de Vlaamsche en Brabantsche steden en van het
+verraad der Waalsche Malcontenten.</p>
+
+
+<p>Van die scheuring af dagteekent eerst de verdeeling der Nederlanden in twee
+afzonderlijke Staten, die tot aan den slag van Waterloo naast elkander,
+doch schier vreemd aan elkander, een afzonderlijk leven hebben geleid. Het
+is het groote keerpunt, het beslissend uur in onze vaderlandsche
+geschiedenis.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="WILLEM" id="WILLEM"></a>
+<img width="100%" src="./images/i088.jpg" alt="Willem De Zwijger" title="Willem De Zwijger" />
+<span class="caption">Willem De Zwijger</span>
+</div>
+
+<p>De handel, de nijverheid, de vrijheid, de letterkunde, de wetenschap
+verhuisden naar het Noorden met de tienduizenden protestantsche Vlamingen
+en Brabanders (en ook minder talrijke Walen), die er de wijk nemen, omdat
+Zuid-Neder<span class='pagenum'><a name="Page_77" id="Page_77">[77]</a></span>land zijne onroomsche kinderen geene plaats meer onder de zon
+aanbood; en daar stichtten zij, eendrachtig met de Hollanders, de Zeeuwen,
+de Stichtschen, de Gelderschen, de Friezen en de Groningers de heldhaftige
+Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden tusschen Schelde en Eems aan de
+kust der Noordzee. Te gelijk waren de Zuidelijke gewesten, vooral Brabant
+en Vlaanderen (eens de rijkste en bloeiendste der zeventien provinci&euml;n v&oacute;&oacute;r
+de godsdienstige beroerten) nu diep vervallen tot de verarmde, ontvolkte en
+uitgeputte Spaansche of Katholieke Nederlanden. Het groote bloeiende
+Dietsche rijk van de hertogen van Bourgondi&euml; en van Keizer Karel was in
+twee helften van elkander losgescheurd.</p>
+
+<p>Verbazend is het getal der mannen van beteekenis, die, van Zuidelijke
+afkomst, de grootheid en den roem der Noordelijke Republiek hebben helpen
+vestigen. Wij noemen slechts de philologen Dani&euml;l Heinsius van Gent,
+Bonaventura De Smet (Vulcanius) van Brugge en Justus Lipsius van Overijsche
+(bij Brussel), die later tot de Roomsche kerk terugkeerde en het sieraad
+der Leuvensche hoogeschool werd; den grondlegger der wetenschappelijke
+plantenkunde Rembert Dodoens (Dodon&aelig;us) van Mechelen; den wiskundige Simon
+Stevin van Brugge, den leermeester van Prins Maurits, zoon van Willem den
+Zwijger; den boekdrukker Louis Elzevier van Leuven; den zeevaarder Iza&auml;k Le
+Maire van Doornik, die in 1615 de zeestraat naar hem genoemd bij de
+Zuidpool ontdekte; de groote financiemannen en kooplieden Balthazar
+Moucheron en Willem Usselinckx van Antwerpen, beide zoo zeer bemoeid in de
+Oost- en West-Indische Compagnies; de geografen Joost de Hont en Philips
+van Lansbergh van Gent en Jan de Laet van Antwerpen; de historieschrijvers
+Jean le Petit van Bethune (Fransch-Vlaanderen) en Emmanuel van Meteren van
+Antwerpen; de schilders Gerard de Lairesse van Luik, Frans Hals van
+Mechelen en Karel van Mander van Meulebeke (bij Tielt); den dichter Jacob
+van Zevecote van Gent en aller dichtren prins Joost van den Vondel, geboren
+te Keulen uit Antwerpsche ouders; een leger van godgeleerden en
+predikanten, waaronder de be<span class='pagenum'><a name="Page_78" id="Page_78">[78]</a></span>roemde Gomarus van Brugge, die eene
+beslissende rol speelde op de Synode van Dordrecht in 1618; een leger van
+staatslieden met Willem den Zwijger, te Brussel grootgebracht, en den
+Brusselaar Marnix van Sint-Aldegonde aan hun hoofd; enz., enz.</p>
+
+<p>De Leidsche hoogeschool, in 1575 gesticht, wordt de eerste van Noord-Europa
+en hare beste professoren zijn bij den aanvang in meerderheid
+Zuid-Nederlanders. Openbare liefdadigheid en volksonderwijs worden
+ingericht als in geen ander land van Europa.</p>
+
+<p>De Hollandsche schilderschool ontwikkelt eene eenige oorspronkelijkheid met
+Rembrandt, Hals, Ruysdael, Dou, Pieter de Hooch, Jan Steen, Vermeer en
+zooveel andere onsterfelijke meesters.</p>
+
+<p>De kleine provinciestad Amsterdam is eene wereldstad geworden; de oudere
+Hollandsche, Zeeuwsche en Utrechtsche steden moeten alle hunne wallen
+uitzetten en zien hunne bevolking en hunnen welstand verbazend stijgen. De
+Nederlandsche Republiek wordt de eerste handels- en koloniale mogendheid
+der wereld in de 17<sup>de</sup> eeuw.</p>
+
+<p>Intusschen zieltoogt het door geweld katholiek gebleven Zuid-Nederland. In
+de Vlaamsche en Brabantsche steden, die door de gedwongene protestantsche
+uitwijking de bloem hunner burgerij en handswerklieden hebben verloren,
+staan een derde der huizen te koop of te huur en vinden er geene
+liefhebbers, zoodat de kloosterlingen der plattelandsche abdijen, welke in
+den burgeroorlog verwoest waren geworden, geheele stadswijken voor een
+appel en een ei meester worden en zich in iedere stad komen nestelen.
+Buiten de steden zijn hoeven, stallingen, schuren en kasteelen in puin
+gelegd; de onbebouwde verlatene akkers groeien vol distels, ginststruiken
+en ander wild gewas. Wolven loopen het ontvolkte platte land af. De Schelde
+is gesloten en Antwerpen houdt op eene zeehaven te zijn gedurende meer dan
+twee eeuwen. De gewetensdwang en de geestelijke censuur op de boeken
+belemmeren elke ontwikkeling van den menschelijken geest. Het onderwijs der
+Jezuieten, Augustijnen en nonnen verkwezelt en verfranscht de hoogere
+standen, en de<span class='pagenum'><a name="Page_79" id="Page_79">[79]</a></span> volksschool ligt in eene erbarmelijke verwaarloozing
+gedompeld. Terwijl in Holland de gouden eeuw der Nederlandsche letteren
+schittert met Vondel, Hooft, Bredero, Cats en Huygens, levert de
+letterkunde in Vlaamsch Belgi&euml; niets anders op dan Pater Poirters en Willem
+Ogier. Alleen op het gebied der fraaie kunsten, ten dienste meestal van
+kerken en kloosters, leeft een tijdlang nog de oude verbazende kracht van
+den Vlaamschen stam voort. De prachtige Antwerpsche schilderschool met
+Rubens, Van Dijck, Jordaens, Teniers, enz. is de laatste glorievonk van het
+uitdoovend nationaal genie.</p>
+
+<div class="figright" style="width: 50%;"><a name="RUBENS" id="RUBENS"></a>
+<img width="100%" src="./images/i091.jpg" alt="P. P. Rubens" title="P. P. Rubens" />
+<span class="caption">P. P. Rubens</span>
+</div>
+
+
+<p>Terwijl de Nederlandsche driekleur op alle zee&euml;n en oceanen met glans en
+eere wappert, terwijl de Nederlandsche Republiek de Europeesche diplomatie
+beheerscht en door veldheeren als Maurits en Frederik Hendrik, door
+admiralen als De Ruyter en Tromp, door staatslieden als Oldenbarnevelt en
+Jan de Wit, door groote schilders en geleerden de bewondering en de afgunst
+van het buitenland opwekt; terwijl eindelijk de stadhouder Willem III van
+Oranje, koning van Engeland, als de redder van Europa's onafhankelijkheid
+optreedt tot fnuiking der Fransche Wereldmonarchie van Lodewijk XIV; &mdash; is
+de zeventiende eeuw voor Vlaanderen het rampzaligste tijdvak onzer gansche
+geschiedenis. De Spaansche katholieke Nederlanden zijn het bloedig en
+weerloos slagveld der groote mogendheden geworden. Gedurende meer dan eene
+eeuw, tot aan den Vrede van Utrecht (1713),<span class='pagenum'><a name="Page_80" id="Page_80">[80]</a></span> werd er op onzen bodem oorlog
+gevoerd om ons brokstukken van ons grondgebied te ontrooven: in 't Noorden
+verloren wij aldus Zeeuwsch-Vlaanderen, Noord-Brabant, Maastricht en den
+rechteroever der Maas ten gunste der Nederlandsche Republiek; in 't Zuiden,
+Artois, Fransch-Vlaanderen, de helft van Henegouwen en eene strook van
+Luksemburg, ten gunste van Frankrijk, dat ons land zelfs tijdelijk in zijn
+geheel had ingepalmd (1700-1706). Ontelbare veldslagen en belegeringen
+maakten eilaas! den naam onzer steden en onzer onbekende Vlaamsche en
+Waalsche dorpen bloedig beroemd in de wereldgeschiedenis.</p>
+
+<p>Ons land was op den rand van den afgrond, toen de groote mogendheden het
+aan Spanje ontnamen om het, buiten onzen wil, aan Oostenrijk over te maken.
+Als een lakei, die met eenen nieuwen meester ook van livrei moet
+veranderen, verwisselden onze gewesten hunnen naam van <i>Spaansche</i> met dien
+van <i>Oostenrijksche Nederlanden</i>. In 't midden der achttiende eeuw kwam
+eene tweede tijdelijke verovering van Frankrijk onder Lodewijk XV de
+nationale rampen vermeerderen, waar de Vrede van Aken (1748) een einde aan
+stelde. Dertig jaren van ongestoorden vrede volgden daarop onder de
+moederlijke regeering van keizerin Maria Theresia, die eenige verademing
+brachten. Ook wordt hare nagedachtenis nog in Belgi&euml; gezegend; aan zulke
+rust waren onze zwaargeteisterde voorouders niet meer gewoon. Daarenboven
+toonde zich de Oostenrijksche regeering milder en verstandiger dan de
+Spaansche. Het hooger en middelbaar onderwijs werden verbeterd, de landbouw
+en de nijverheid aangemoedigd, de verschrikkelijke uitbreiding der
+kloosters werd tegengewerkt, de opheffing der Jezuietenorde (na hare
+afschaffing door paus Clemens XIV) in ons land in 1773 ook doorgevoerd en
+de Academie der wetenschappen en letteren te Brussel opgericht (1772).</p>
+
+<div class="figright" style="width: 50%;"><a name="JOZEF" id="JOZEF"></a>
+<img width="100%" src="./images/i093.jpg" alt="Jozef II" title="Jozef II" />
+<span class="caption">Jozef II</span>
+</div>
+
+
+<p>Maria Theresia's schrandere zoon, keizer Jozef II bezocht in 1781 ons
+vaderland, kort na zijne troonsbestijging. Sedert Philips II 's vertrek
+naar Spanje in 1559 was hij de eerste vorst der Zuidelijke Nederlanden, die
+zich gewaardigde onzen bodem te betreden en hij kwam er opzettelijk om onze
+toe<span class='pagenum'><a name="Page_81" id="Page_81">[81]</a></span>standen te bestudeeren. De vruchten zijner edelmoedige studiereis
+bleven niet uit. Tal van hervormingen, uit Weenen naar ons land
+overgebriefd, verrasten en schokten weldra keer op keer onze ingedommelde
+voorouders: afschaffing der pijnbank, bedeesde verdraagzaamheid voor de
+dungezaaide protestanten, opheffing der &laquo;onnoodige&raquo; kloosters, hervorming
+der bisschoppelijke seminaries, herinrichting van het gerecht en van de
+bestuurlijke instellingen en meer andere doortastende veranderingen,
+meestal heilzame en dringende verbeteringen, die eenige jaren later door de
+Fransche Omwenteling werden doorgedreven. Maar de katholieke geestelijkheid
+en al degenen, die leefden van de voorrechten en misbruiken, ruiden het
+verdwaasde volk op tegen die hervormingen, welke overigens door Jozef II
+werden afgekondigd zonder acht te slaan op 's lands aloude grondwettelijke
+waarborgen. De Brabantsche omwenteling, die belachelijke en beschamende
+clericale na&auml;perij van de groote Fransche van 1789, brak uit. Het
+Oostenrijksch bewind werd omver geworpen, Jozef II stierf van verdriet,
+onze voorouders op zijn sterfbed van ondankbaarheid beschuldigende, en
+gedurende 360 dagen leefde ons land in eenen revolutionnairen staat van
+potsierlijke onafhankelijkheid en clericale reactie onder den naam van
+<i>&Eacute;tats-Belgiques-Unis</i>, alweer eene onmachtige nabootsing van de vrije
+Republiek der Vereenigde Staten van Noord-Amerika, die zich eenige jaren<span class='pagenum'><a name="Page_82" id="Page_82">[82]</a></span>
+vroeger tegen Engeland had vrijgevochten. Na minder dan een volle jaar
+keerden de zegevierende Oostenrijksche legers terug; doch al de
+hervormingen van Jozef II werden ingetrokken.</p>
+
+<p>Maar dan begon de strijd tegen Frankrijk, die na een paar bloedige
+veldtochten leidde tot de inlijving van Zuid-Nederland bij de Fransche
+Republiek <i>une et indivisible</i> onder de leus: <i>Libert&eacute;, &Eacute;galit&eacute;, Fraternit&eacute;
+ou la mort</i> (1794). Zuid-Nederland verdween van de kaart van Europa en werd
+ingedeeld in Fransche wingewesten: <i>D&eacute;partements de la Lys, de l'Escaut, de
+la Dyle, des Deux-N&egrave;thes, de la Meuse Inf&eacute;rieure, de l'Ourthe, des For&ecirc;ts,
+de Jemmapes, de Sambre-et-Meuse</i>. Dat was het tweede keerpunt in onze
+vaderlandsche geschiedenis.</p>
+
+<p>De kerkelijke en staatkundige instellingen, die zich sedert de middeleeuwen
+gaandeweg ontwikkeld hadden, werden plotseling neergehaald en door
+splinternieuwe vervangen. Al de voorrechten van geestelijkheid en adel
+werden afgeschaft en door de burgerlijke gelijkheid aller inwoners
+vervangen, hetgeen een niet genoeg te waardeeren hervorming was, waarvan
+wij heden nog de zegeningen genieten. Doch, indien al de moderne vrijheden
+werden afgekondigd, dit was slechts in de woorden en op het papier, want in
+de werkelijkheid bleef de regeering almachtig; de Republiek en na haar
+Napoleon I oefenden eene staatkundige dwingelandij uit, die zelden werd
+ge&euml;venaard. Daarenboven werden onze gewesten door Frankrijk letterlijk
+uitgebuit.</p>
+
+<p>De inlijving begon in 1794 met eene oorlogsbelasting van tachtig millioen
+Fransche <i>livres</i> op de steden, waarvan Brussel er vijf, Antwerpen tien,
+Gent zeven, enz. moesten opbrengen. Al de rijkdommen in goud en zilver van
+kerken, kloosters, neringen, ambachten en gilden werden aangeslagen, met
+hamers aan stukken gebroken, in houten vaten gekuipt en naar Frankrijk
+gezonden. De gedwongen koers van het waardeloos papieren geld (<i>assignats</i>)
+en de stelselmatige afpersing van alle waren, levensmiddelen, vee, meubels,
+stoffen, kunstschatten en verdere roerende eigendommen, onder den naam van
+<i>requisities</i>, brachten eene onbe<span class='pagenum'><a name="Page_83" id="Page_83">[83]</a></span>schrijfelijke ellende teweeg, gevolgd
+door hongersnood en ziekten. Ondertusschen moesten onze wanhopige
+voorouders eene officieele feestvreugde aan den dag leggen bij het planten
+der vrijheidsboomen en hunne Fransche driekleur uitsteken op den <i>decadi</i>,
+die den afgeschaften Zondag was komen vervangen, evenals de katholieke
+kerken herschapen waren in <i>tempels der Rede</i>; de kloosters en abdijen
+waren opgeheven en hunne goederen verkocht. Zoo brak de &laquo;gesloten tijd&raquo;
+(1797-98) aan, die gekenmerkt werd door allerlei hatelijke of kleingeestige
+vervolgingen tegen de priesters, die in 't geheim de mis lazen en de
+sacramenten bedienden en die zich daardoor aan deportatie naar Cayenne
+blootstelden. De ruw ingevoerde militaire loting (<i>conscriptie</i>) deed den
+beker overloopen en den wanhopigen <i>Boerenkrijg</i> uitbreken (1798-1799), die
+na heldhaftigen tegenstand in het bloed gesmoord werd. Geen tijdvak onzer
+geschiedenis, buiten de bloedige dwingelandij van Alva, in de 16<sup>de</sup> eeuw,
+kan met de laatste jaren der achttiende eeuw onder het Fransche
+schrikbewind worden vergeleken.</p>
+
+<p>Het consulaat van Napoleon Bonaparte bracht eenige verademing. De vrede met
+Europa, de inwendige openbare rust en de oude katholieke godsdienst werden
+hersteld. Doch Napoleon zette de keizerskroon op zijn hoofd (1804) en zijne
+onverzadelijke eerzucht veranderde geheel Europa, van Spanje af tot aan
+Rusland, in een groot oorlogsterrein. De conscriptie eischte overal
+kanonnenvleesch. De dwingelandij van den meester kende geene palen meer. De
+moedertaal, reeds brutaal aan kant gezet bij den eersten dag der Fransche
+inlijving, werd onmeedoogend vervolgd en uitgeroeid tot in de dagbladen,
+straatnamen, uithangborden, testamenten en kwijtschriften. Vertwijfeling en
+haat tegen de Fransche overheersching waren de alom heerschende gevoelens
+in ons diep gezonken vaderland.</p>
+
+<p>In al die rampen had Noord-Nederland ook zijn aandeel gehad. Het verzwakte
+en ingedommelde gemeenebest der Zeven Vereenigde Nederlanden was, door
+inwendige twisten en onder Franschen invloed, uiteengevallen en tot
+vassaalstaat van Frankrijk gezonken onder den naam van Bataaf<span class='pagenum'><a name="Page_84" id="Page_84">[84]</a></span>sche
+Republiek (1795). Napoleon veranderde haar in een <i>Royaume de Hollande</i> met
+zijnen broeder Lodewijk als koning (1806), en, toen deze niet slaafsch
+genoeg aan zijne ongehoordste eischen gehoorzaamde, stiet hij hem van den
+troon en lijfde Noord-Nederland bij het Fransche Keizerrijk in (1810). Op
+hunne beurt waren ook de Hollandsche gewesten tot Fransche departementen
+vervallen, vijftien jaren na Zuid-Nederland.</p>
+
+<p>De Nederlandsche stam in Noord en Zuid scheen alsdan met eenen
+onvermijdelijken ondergang bedreigd, toen Napoleon's val een historisch
+mirakel mogelijk maakte: de verrijzenis der groote mogendheid van de
+Bourgondische hertogen en van Keizer Karel onder den naam van <i>Koninkrijk
+der Nederlanden</i> met eenen Oranjevorst, eenen afstammeling van Willem den
+Zwijger, op den troon.</p>
+
+<p>Naast al hare vernederingen en onheilen had de Fransche overheersching ons
+toch onloochenbare weldaden aangebracht: de gelijkheid aller burgers v&oacute;&oacute;r
+de wet met opheffing aller voorrechten van adel en geestelijkheid, de
+heropening der Schelde (1795) na meer dan twee volle eeuwen, de scheiding
+der bestuurlijke en rechterlijke machten (1796), waar Jozef II zijnen
+onverdienden val grootendeels aan te danken had, de afschaffing der al te
+talrijke en overrijke kloosters, de ernstige inrichting van den
+burgerlijken stand, de verwereldlijking en verbetering van de openbare
+liefdadigheid. Maar de vrijheid was onmeedoogend met de voeten getreden; de
+moedertaal, de nationaliteit, het volksonderwijs en het Nederlandsch
+karakter verwaarloosd en veracht.</p>
+
+<p>Op het bloedig slagveld van Waterloo (1815) ging de zon der vrijheid en der
+onafhankelijkheid op voor Europa in 't algemeen en in 't bijzonder voor ons
+arme vaderland.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h3><a name="EEN_BLIK_BIB" id="EEN_BLIK_BIB"></a>Bibliographie</h3>
+
+
+<p>H. Pirenne, <i>Histoire de Belgique</i>. 2 deelen. 1900-1903 (Nederl. vertaling
+door R. Delbecq, 1904) &mdash; P. J. Blok, <i>Geschiedenis van het Nederlandsche
+Volk</i>. 6 deelen. 1892-1904. &mdash; Eug. Van Bemmel, <i>Patria Belgica</i>. 3 deelen.
+1873-1875. &mdash; Julius Vuylsteke, <i>Inleiding</i> tot de <i>Korte statistieke
+Beschrijving van Belgi&euml;</i>, 1869, herdrukt in zijne <i>Verzamelde
+Prozaschriften</i> (1887) en in zijne <i>Historiebladen</i> (1904).<span class='pagenum'><a name="Page_85" id="Page_85">[85]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="DE_REGEERING" id="DE_REGEERING"></a>DE REGEERING VAN KONING WILLEM I</h2>
+
+<p class="auteur" style="font-size: 80%">DOOR</p>
+
+<p class="auteur">VICTOR FRIS</p>
+
+
+<p>De rampzalige aftocht uit Rusland had de macht van den grooten dwingeland
+bepaald geknakt. Wel poogde Napoleon met nieuwe krachten den aanval der
+legers van het Verbond van al de Europeesche mogendheden te stuiten, doch
+hij werd te Leipzig (October 1813) verslagen. Terstond hieven al de volken,
+die Bonaparte zoolang onder zijn hiel gehouden had, het hoofd op en
+schudden het gehate juk met een zucht van verlichting af. Overal brak bij
+het naderen der troepen der Geallieerden de opstand los en sloeg van
+Westfalen naar Holland over. Amsterdam gaf het sein der verlossing (15<sup>en</sup>
+November 1813); de Pruisen en de Russen verjoegen de Fransche generaals,
+terwijl de Engelschen in Zeeland landden.</p>
+
+<p>Reeds op 16<sup>en</sup> November aanvaardden twee patriotten, de graven van
+Hogendorp en van der Duyn, de souvereiniteit der oud-Vereenigde Provinci&euml;n
+in naam van den prins Willem van Oranje; veertien dagen later ontscheepte
+de zoon van den oud-stadhouder te Scheveningen, en op 1<sup>en</sup> December nam
+hij in den Haag den titel van Souvereinen Vorst der Vereenigde Provinci&euml;n.</p>
+
+<p>Intusschen rukten de verbonden legers Frankrijk binnen; het leger van het
+Noorden onder Bernadotte's bevel trok langs Belgi&euml; op Parijs af. De
+schielijke vlucht der Fransche ambtenaren en de aantocht der Pruisen en der
+Kozakken werden alhier met geestdrift onthaald, vooral in de Vlaam<span class='pagenum'><a name="Page_86" id="Page_86">[86]</a></span>sche
+gewesten, waar de herinnering aan den Boerenkrijg nog zoo levendig was.</p>
+
+<p>Den 4<sup>en</sup> Februari 1814 vaardigde, in naam der Vreemde Mogendheden,
+generaal Karel van Saksen-Weimar een proclamatie tot de Belgen uit, waarin
+hij hun de onafhankelijkheid liet verhopen en ze aanspoorde om troepen te
+lichten ten einde hunne vrijheid te verdedigen. In overeenkomst met
+generaal B&uuml;low, stelde hij een Voorloopig Bestuur aan, en benoemde den
+Oostenrijkschgezinden hertog van Beaufort-Spontin tot gouverneur-generaal;
+deze werd al spoedig (den 29<sup>en</sup> Maart), op bevel van keizer Frans I,
+vervangen door den generaal baron de Vincent, die echter slechts den 5<sup>en</sup>
+Mei, een maand na Napoleon's troonafstand, bezit nam van zijn ambt. Den
+30<sup>en</sup> Mei 1814 werd door het eerste verdrag van Parijs beslist, op het
+aandringen van den Engelschen gevolmachtigde, dat Holland een uitbreiding
+van grondgebied zou verkrijgen; door twee afzonderlijke en geheime akten
+werd zelfs de uitgestrektheid dezer uitbreiding aangeduid, n.l. tusschen
+Frankrijk, de zee en de Maas, ja zelfs tusschen de Maas en den Rijn. Drie
+weken later bepaalden de gevolmachtigden der Geallieerden, in Conferentie
+te Londen vereenigd, de voorwaarden der vereeniging van Holland met de
+Belgische gewesten, bestaande uit de vroegere Oostenrijksche Nederlanden en
+'t Prinsbisdom Luik met het Groothertogdom Luksemburg; prins Willem van
+Oranje werd verzocht deze bij te treden, en in den meest liberalen zin te
+werken om de volkomen <i>versmelting</i> der beide landen te verwezenlijken
+(21<sup>en</sup> Juni 1814). Die voorwaarden, in acht artikelen vervat, werden door
+den Prins van Oranje een maand later aangenomen, doch voor 't publiek tot
+het volgende jaar verborgen gehouden. Volgens artikel I moest die
+vereeniging innig en volkomen zijn; beide landen moesten slechts &eacute;&eacute;n Staat
+vormen, beheerd door de reeds in Holland aangenomen Grondwet, met de
+noodige wijzigingen volgens de nieuwe omstandigheden. De volgende artikelen
+verzekerden aan alle godsdiensten gelijke rechten en bescherming, aan alle
+burgers gelijke benoembaarheid tot de openbare ambten; de Belgische
+provinci&euml;n<span class='pagenum'><a name="Page_87" id="Page_87">[87]</a></span> zouden &laquo;op geschikte wijze&raquo; in de Staten-Generaal
+vertegenwoordigd zijn en voortaan met de Hollandsche provinci&euml;n lasten en
+voordeelen dragen. De gedwongen, bepaalde afstand van de Kaapkolonie en van
+de helft van Suriname was de belooning van Engeland voor deze weldaad
+tegenover het huis van Oranje, dat Luksemburg verkreeg in ruiling zijner
+bezittingen in Duitschland.</p>
+
+<p>Op 31<sup>en</sup> Juli 1814 gaf baron de Vincent het opperbestuur van ons land
+over in handen van den Souvereinen Vorst der Nederlanden. Eindelijk waren
+de verwachtingen die Willem sedert twintig jaren omtrent het bezit van
+Belgi&euml; gekoesterd had, verwezenlijkt.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>De vereeniging van Holland met Belgi&euml;, welke de Engelsche diplomatie sedert
+lang beoogde, was eenvoudig een schikking in 't belang van Europa, dat
+tusschen Maas en Rijn een sterken dam tegen de toekomstige pogingen der
+Fransche veroveringszucht wilde opwerpen. De monarken van het Heilig
+Verbond hadden het vorstenhuis van Oranje-Nassau willen bevoordeeligen.
+Niet eens had men onze bevolking geraadpleegd; ook was er in de Zuidelijke
+Provinci&euml;n bijna niemand die de vereeniging met Holland toegedaan was; men
+gevoelde weinig aantrekking voor dat land dat men niet kende. Overigens,
+beide streken vertoonden zulk verschil in zeden, belangen, godsdienst en
+zelfs in taal, dat dit gedwongen huwelijk met weinig ingenomenheid van wege
+beide partijen aangezien werd.</p>
+
+<p>Wel waren Noord en Zuid stamgenooten, maar de geschiedenis had ze sinds
+bijna 250 jaren gescheiden gehouden. Terwijl Belgi&euml; zonder politiek leven,
+zonder eigenlijke zelfstandigheid van den Spanjaard naar den Oostenrijker
+was overgegaan, om eindelijk door den Franschman te worden veroverd, had
+Holland eene gewichtige historische rol gespeeld; en terwijl men in 't
+Zuiden nog den druk van het vreemde juk gevoelde, boogde het Noorden met
+fierheid op de trotsche overleveringen zijner heldendaden en zag daarom met
+eene zekere minachting op het naburige volkje neder.<span class='pagenum'><a name="Page_88" id="Page_88">[88]</a></span></p>
+
+<p>Op intellectueel gebied veel hooger staande, beschouwden de Hollanders de
+Belgen geheel als ondergeschikten, en deze houding kwam het verschil in
+karakter nog verscherpen.</p>
+
+<p>Terwijl benoorden den Moerdijk taal en zeden van zuiver Germaanschen aard
+gebleven waren, hadden, sedert de 16<sup>e</sup> eeuw, in het Dietsche zoowel als
+in het Waalsche gedeelte der Zuidelijke Nederlanden, Fransche taal en
+Fransche zeden de hoogere klassen veroverd; en die invloed van het naburige
+Frankrijk was niet weinig versterkt gedurende de twintigjarige
+overheersching van de Republiek en van het Keizerrijk. In scholen,
+gerechtshoven, bestuur, vergaderingen, vereenigingen, dagbladen, openbare
+of private briefwisselingen zwaaiden in de Vlaamsche gewesten de Fransche
+spraak en de Fransche denkbeelden onbetwist den schepter.</p>
+
+<p>De Hollander, aan de voorvaderlijke levensgewoonten getrouw gebleven, was
+stijf, koel, plechtig en teruggetrokken; de Belg, onder Franschen invloed
+beweegbaar en losser in handel en wandel geworden, was van de moderne
+denkbeelden die de Fransche Omwenteling met zich gevoerd had, doordrongen;
+daarom ook werd de Fransche wetgeving in 't Zuiden met genoegen onthaald,
+terwijl men ze in 't Noorden beschouwde als eene &laquo;nieuwigheid&raquo; door den
+overweldiger opgedrongen.</p>
+
+<p>Even stoer stonden tegenover elkander de dweepzieke Katholieken van 't
+Zuiden en de bekrompen Calvinisten van 't Noorden; de laatsten overtrotsch
+om hunne onmiskenbare verstandelijke superioriteit, de eersten fier op
+hunne zegepraal tegenover Jozef-de-Tweede's liberale hervormingen, en
+tevens bereid om, na hunne lange onderwerping tijdens het Fransch bestuur,
+de overhand van hunnen godsdienst te herstellen.</p>
+
+<p>Die verschillen, waarbij nog moet gevoegd worden de tegenstelling der
+staathuishoudkundige belangen van beide landen &mdash; handeldrijvend en dus
+voorstanders van vrijen in- en uitvoer in 't Noorden, levend van nijverheid
+en landbouw en daardoor beschermingsgezind in 't Zuiden &mdash; waren oorzaak
+dat er weinig neiging tot vereeniging bestond bij de Belgen,<span class='pagenum'><a name="Page_89" id="Page_89">[89]</a></span> tenzij bij
+zekere ontwikkelde lieden; zoodat de onhandige pogingen van de enkele
+Orangisten, die de openbare meening tot de vereeniging moesten voorbereiden
+tijdens het voorloopig bestuur van den hertog van Beaufort, de zaak van
+prins Willem bijna in gevaar brachten.</p>
+
+<p>Machtig integendeel was de Fransche partij, gesteund door de regeering van
+Lodewijk XVIII, die de hereeniging met Frankrijk wenschte. Zij was uit zeer
+uiteenloopende bestanddeelen samengesteld. Zij bestond ter eener zijde uit
+de partijgangers der Fransche denkbeelden. Deze stonden in bewondering voor
+het regeeringsstelsel door de Republiek ingevoerd, dat in Belgi&euml; aan de
+verschillende grondgebieden, aan de afwisselende locale gewoonten en
+verouderde rechtsgebruiken, de eenvormigheid van bestuur, wetboeken en
+rechtbanken, benevens de concentratie der openbare machten opgedrongen had.
+Dan had men de menigte der uit Frankrijk teruggekomen Belgische
+krijgslieden en ambtenaren die den grooten keizer gediend hadden, en wie
+het tegen de borst stootte dat hun land onder de heerschappij van het
+kleine Holland gesteld was. Eindelijk waren daar nog de Fransche ballingen
+en uitwijkelingen, conventioneelen en bonapartisten, die de vervolgingen
+van de clericale &laquo;Terreur blanche&raquo; uit Frankrijk ontvlucht waren.</p>
+
+<p>Een aanzienlijk gedeelte der bevolking, voornamelijk de geestelijkheid en
+de adel, in een woord, de leiders der Brabantsche Omwenteling die zich
+later met keizer Leopold verzoend hadden, betrachtte, na den val van
+Napoleon, den terugkeer van onze provinci&euml;n onder het Oostenrijksch
+bestuur. De twee bevoorrechte standen beschouwden die herstelling van het
+gezag der Habsburgers als innig verbonden met de herstelling van het Oud
+Regime, waarvan zij droomden.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>De ontvluchting van den Corsicaanschen dwingeland uit het eiland Elba
+bedreigde plotseling het pas gevormde Rijk der Nederlanden. Willem maakte
+gebruik van de algemeene verwarring in Europa, om zich op 14<sup>en</sup> Maart
+1815 den titel<span class='pagenum'><a name="Page_90" id="Page_90">[90]</a></span> van Koning der Nederlanden toe te kennen. Daarna bezocht
+hij de Zuidelijke gewesten, waar hij met uitbundige vreugde ontvangen werd:
+alzoo betoogden de Belgen hoe gelukkig ze waren, van het langdurige
+Fransche juk verlost te zijn, onder hetwelk zij niets anders dan afpersing,
+knevelarij, geweldenarij en dwang gekend hadden.</p>
+
+<p>Zonder dralen riep hij 25,000 Belgen te wapen, die in spoed opgekomen en
+met evenveel Hollanders vereenigd, onder bevel van den prins van Oranje,
+zijn oudsten zoon, het Engelsch leger van Wellington gingen versterken. De
+Nederlandsche troepen vochten met leeuwenmoed te Quatre-Bras, en twee dagen
+later, toen het Fransche Keizerrijk ten onder ging in de vlakte van
+Waterloo (18<sup>en</sup> Juni 1815), zei Wellington dat hij hunne dapperheid niet
+genoeg kon prijzen. Die strijd van Hollanders en Belgen zij aan zij, droeg
+veel bij tot eene toenadering tusschen beiden. De Nederlandsche Leeuw werd
+te Waterloo opgericht als een gedenkteeken van Europa's bevrijding en van
+Nederlands roemrijk aandeel in die overwinning.</p>
+
+<p>Het Congres van Weenen erkende Willem als koning der Nederlanden, als
+belooning voor zijne krachtdadige tusschenkomst; en door het tweede Congres
+van Parijs verkreeg hij eene uitbreiding van grondgebied, n.l. het
+hertogdom Bouillon, Philippeville en Mariembourg (20<sup>en</sup> November 1815).</p>
+
+<p>Uit een &#339;conomisch oogpunt was het Rijk, waarover Willem nu heerschte, eene
+prachtige schepping; nooit was een land zoo plotseling in een zoo
+voordeeligen toestand geplaatst, want het was tegelijkertijd machtig door
+de rijkdommen van den grond, den handel en de scheepvaart. Bezat Holland
+groote havens, waar onophoudend de belangrijke handelsvloot van hare
+millioenrijke kooplieden de schatten van het weelderige Insulinde of van
+andere koloni&euml;n binnenvoerde, Belgi&euml;, met zijne vruchtbare landouwen &mdash; de
+klassieke grond van landbouw en veeteelt &mdash; met zijne ijzer-, kool- en
+loodmijnen, door eene nijverige bevolking uitgebaat, vond in zijnen grond
+de schatten, die Holland op den Oceaan zocht. Beide landen vulden elkander
+aan.<span class='pagenum'><a name="Page_91" id="Page_91">[91]</a></span></p>
+
+<p>Overigens, was het volk in twee groote afdeelingen gesplitst en in vele
+opzichten gescheiden, in andere opzichten hing het samen; er bestond meer
+dan een overgang tusschen de twee landstreken, dien men tot het vormen van
+een gemeenschappelijk leven kon benuttigen. Doch evenals alle willekeurig
+geschapene inrichtingen, bezat dit kunstmatige rijk slechts weinig vastheid
+op zich zelf, en het moest recht gehouden worden door de talenten van zijn
+Vorst.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 80%;"><a name="WILLEM_I" id="WILLEM_I"></a>
+<img width="100%" src="./images/i103.jpg" alt="Willem I" title="Willem I" />
+<span class="caption">Willem I</span>
+</div>
+
+
+<p>Deze Vorst, wien de moeilijke taak was opgedragen, de samensmelting van
+deze twee landen te voltooien, bezat groote hoedanigheden. Hij was een
+toonbeeld van huiselijke en persoonlijke deugden; hij onderscheidde zich
+door zijne minzaamheid en rechtschapenheid; hij was zeer verstandig en
+bezat een sterk geheugen.</p>
+
+<p>Willem I streefde er naar, de genegenheid zijner onder<span class='pagenum'><a name="Page_92" id="Page_92">[92]</a></span>danen te winnen, en
+verleende op gestelde dagen, iedere week, gehoor in zijn paleis aan groot
+en klein, arm en rijk. Zeer werkzaam, strekte hij zijne bedrijvigheid uit
+over bezigheden van zeer uiteenloopenden aard.</p>
+
+<p>Maar de Vorst was ook een man van zaken, dien de geldzucht bijna tot de
+gierigheid dreef. Zijne verwaandheid over de onfeilbaarheid van zijn
+oordeel, zijne koppigheid en zijn gemis aan doorzicht, droegen veel bij tot
+zijne impopulariteit, en zijn bestuur vonden de Belgen des te
+onverdragelijker, daar hij protestant en Hollander was.</p>
+
+<p>Ziedaar de man van wiens persoonlijk karakter en bestuurlijke begaafdheid
+het afhing in hoeverre de Hollanders en de Belgen zich broederlijk als
+zonen van hetzelfde vaderland zouden leeren beschouwen.</p>
+
+<p>De prins van Oranje, de oudste zoon van den Koning, en Wellington's
+leerling in den krijg, verschilde volkomen met zijn vader wat karakter en
+denkwijze betreft. Zeer eigenzinnig en, als gemaal eener Russische
+groothertogin, zeer hoogmoedig, werd hij weldra door den Koning uit het
+bestuur van het krijgswezen ontzet, en gedurende tien jaren van de
+staatszaken verwijderd.</p>
+
+<p>Zeer ontwikkeld en zeer geliefd, oefende prins Frederik, Willem's tweede
+zoon, als grootmeester der Nederlandsche vrijmetselarij, een zekeren
+invloed uit op de liberale partij in Zuid-Nederland. Het beleid van 't
+krijgsbestuur werd hem in 1817 opgedragen; doch evenals zijn vader, miste
+hij bezieling en geestdrift en kon die dus aan anderen niet mededeelen.</p>
+
+<p>Willem koos in den beginne voorname en ervaren mannen als ministers, meest
+allen Noord-Nederlanders. Maar noch Gijsbert Karel van Hogendorp, een
+ontwikkeld staatsman, een edel en open karakter, aan wien de koning zijne
+kroon verschuldigd was en die zeer goed ingelicht was omtrent het bestuur
+van het land; noch de bekwame en kundige Falck, die inschikkelijker was,
+noch Van Nagel, noch Ro&euml;ll, konden lang overeenkomen met een Koning, die
+alles alleen wilde doen en voor de persoonlijke regeering was in den echten
+zin van het woord.<span class='pagenum'><a name="Page_93" id="Page_93">[93]</a></span></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 80%;"><a name="FALK" id="FALK"></a>
+<img width="100%" src="./images/i105.jpg" alt="A. R. Falck" title="A. R. Falck" />
+<span class="caption">A. R. Falck</span>
+</div>
+
+
+<p>Hoe kwam het dat in den beginne het bestuur van Willem in 't buitenland
+geprezen werd als het toonbeeld van een goede liberale regeering? Dit
+dankte hij aan zijne zelfstandige houding op het Congres te Weenen
+tegenover de reactionnaire vorsten van Pruisen en Rusland; voorts aan de
+gastvrijheid die hij aan de bannelingen van alle nati&euml;n verleende, op het
+oogenblik dat de Europeesche landen onder de bloedige verdrukking van de
+vorsten van de Sainte-Alliance zuchtten; en eindelijk aan het schenken van
+eene Grondwet aan zijne onderdanen.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Uit eigen beweging had Willem, in Maart 1814, een Grondwet aan Holland
+gegeven. Deze verleende het volk meer vrijheid en meer waarborgen dan in de
+voormalige<span class='pagenum'><a name="Page_94" id="Page_94">[94]</a></span> Vereenigde Provinci&euml;n, maar verzekerde ook aan den Vorst een
+uitgebreider macht dan ooit een stadhouder bezeten had. Dadelijk na de
+oprichting van de Nederlanden tot koninkrijk, was een commissie tot stand
+gekomen om de Grondwet te herzien en om de noodige veranderingen er aan toe
+te brengen, in overeenstemming met den nieuwen staat van zaken (22<sup>en</sup>
+April 1815). G. K. van Hogendorp zat die commissie voor, samengesteld uit
+12 Hollanders en 12 Belgen. Onder deze laatsten telde men de reactionnaire
+graven de M&eacute;rode, de M&eacute;an en de Thiennes met den griffier Raepsaet, verder
+radicalen als Dotrenge en Leclercq, en twee knappe en vooruitstrevende
+mannen, Gendebien vader en Holvoet.</p>
+
+<p>Hevige redetwisten grepen plaats over de ministerieele
+verantwoordelijkheid, die verworpen werd ondanks de liberalen. Men kon het
+ook niet eens worden over de aanduiding van de hoofdstad, Amsterdam of
+Brussel, en daarom besloot men geene melding hiervan te maken. De nationale
+vertegenwoordiging vooral was het voorwerp van langdurige beraadslagingen.
+Niettegenstaande Hogendorp's tegenwerpingen die slechts &eacute;&eacute;ne Kamer
+wenschte, werd, op Raepsaet's voorstel, beslist dat men er twee zou hebben,
+die den verouderden en volkomen iets anders beteekenenden naam van
+Staten-Generaal behielden.</p>
+
+<p>De Belgische aanhangers van het Oud Regime vroegen de vertegenwoordiging
+der drie standen; maar dit was onmogelijk in Holland, waar de abdijen
+afgeschaft en de ambachtsgilden verdwenen waren. Dan stelden ze voor om den
+adel en de bisschoppen in de Eerste Kamer te doen treden; dit alweer werd
+afgestemd en de geestelijkheid hield daardoor op als een bijzondere stand
+herkend te worden.</p>
+
+<p>Men besloot dat de Hooge Kamer bestaan zou uit 40 of 60 leden, levenslang
+door den koning benoemd; en de Tweede Kamer uit 55 Hollanders en 55 Belgen
+gekozen voor 3 jaar door de Provinciale Staten, met jaarlijksche
+vernieuwing van een derde.</p>
+
+<p>Vruchteloos verzette zich Gendebien tegen de gelijkheid in het getal der
+afgevaardigden van de Tweede Kamer, omdat<span class='pagenum'><a name="Page_95" id="Page_95">[95]</a></span> Belgi&euml; 3 millioen inwoners en
+Holland er minder dan 2 millioen bezat. Van Maanen antwoordde dat de
+Vereenigde Provinci&euml;n sedert twee eeuwen als een zelfstandige Staat
+bestonden, en het overwicht der Belgen niet zouden dulden, en Hogendorp
+voegde er bij, dat men het belang der Hollandsche koloni&euml;n met hunne
+millioenen inwoners en de intellectueele ontwikkeling der Noorderprovinci&euml;n
+niet uit het oog mocht verliezen. In die omstandigheden werd het voorstel
+der regeering door al de Hollanders en door twee Belgische afgevaardigden
+(De M&eacute;an en De M&eacute;rode) aangenomen.</p>
+
+<p>Het was zoo moeilijk om de artikelen te doen aannemen, over de volkomen
+geloofsvrijheid, over de gelijke bescherming van alle godsdiensten en over
+de benoembaarheid van alle burgers tot de openbare ambten, dat het noodig
+was de verplichting in zake gewetensvrijheid in te roepen, door de groote
+Mogendheden in het Protocol van Londen of Verdrag der acht artikelen den
+Koning opgelegd; dit werd nu eerst aan de bevolking bekend gemaakt.</p>
+
+<p>Nauwelijks was het ontwerp opgesteld (18<sup>en</sup> Juli 1815), of de Raad van de
+Kroon stelde een lijst der Belgische notabelen op, die de Grondwet zouden
+aannemen of verwerpen. Ze waren ten getale van 1600, &eacute;&eacute;n per twee duizend
+inwoners, en werden benoemd door een soort van bekrachtigende stemming door
+middel van het algemeen stemrecht. Het ontwerp van Grondwet was, op
+voorhand, in 't geniep medegedeeld aan de bisschoppen De Broglie van Gent,
+Pisani van Namen en Hirn van Doornik. Den 28<sup>en</sup> Juli richtten zij
+<i>Eerbiedige Opmerkingen</i> tot den Koning, waarin zij de gewetensvrijheid als
+eene gevaarlijke nieuwigheid bestempelden, en zich beklaagden dat de
+geestelijkheid, vroeger de eerste stand in den Staat, nu uit de wetgevende
+vergaderingen en uit de lijst der notabelen gesloten was, en dat zij niet
+eens het recht bezat de onwaardigen van deze lijst te schrappen. Daar de
+Koning aan die eischen geen gehoor gaf, besloot de strijdlustige en
+dweepzieke bisschop van Gent in het perk te treden.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_96" id="Page_96">[96]</a></span></p><p>In zijn herderlijken omzendbrief van 2<sup>en</sup> Augustus verbood hij aan al de
+notabelen van zijn bisdom voor de nieuwe Grondwet, die de vrijheid van
+godsdienst en de gelijkheid van de eerediensten waarborgde, te stemmen. Het
+gevolg was dat, terwijl de Staten-Generaal in Holland eenparig de Grondwet
+aannamen, de Belgische notabelen, op 18<sup>en</sup> Oogst 1815 te Brussel
+vergaderd, met 796 stemmen tegen 527, diezelfde Grondwet verwierpen. In de
+vier arrondissementen van Oost-Vlaanderen telde men slechts 67 stemmen v&oacute;&oacute;r
+en 168 tegen. Bijna al de ontkennende stemmen waren gegrond op de artikelen
+190 en volgende, aangaande de gewetensvrijheid; 126 briefjes hadden dit
+uitdrukkelijk verklaard.</p>
+
+<p>De Koning, die zulks niet verwacht had, en overigens gebonden was door het
+Verdrag van Londen, toonde zich erg verbolgen. Nochtans, daar het ontwerp
+de meerderheid had in de Nederlanden door de eenparige stemmen van de
+Staten-Generaal in het Noorden, besloot hij over de moeilijkheid heen te
+stappen. Hij verklaarde dat hij de afwezige notabelen, 280 in getal, als
+goedkeurende stemmers beschouwde; hij vernietigde het honderdtal
+ontkennende gemotiveerde briefjes die hij onwettig vond, en na deze
+zonderlinge berekening kondigde hij af dat de Grondwet aangenomen was
+(24<sup>en</sup> Augustus 1815).</p>
+
+<p>De Grondwet verzekerde de vrijheid van persoon, van eigendom en van
+geweten, en ook, doch slechts in zekere mate, die van drukpers; want een
+streng besluit, den 20<sup>en</sup> April 1815 tijdens Napoleon's inval
+uitgevaardigd, waarbij zekere persmisdrijven, als het verspreiden van
+valsche geruchten en dergelijke, met brandmerk, zes jaar gevangenisstraf en
+duizend frank boete gestraft werden, werd niet ingetrokken.</p>
+
+<p>De koninklijke macht was beperkt door eene volksvertegenwoordiging, maar de
+vorst benoemde de leden van de Eerste Kamer, en in de Tweede Kamer bezaten
+de afgevaardigden noch het recht van wijziging noch dat van initiatief.
+Verder bestond er geene ministerieele verantwoordelijkheid; de ministers
+waren de dienaren van den vorst, niet van de natie.</p>
+
+<p>De begrooting moest door de Staten-Generaal goedgekeurd worden; doch was
+verdeeld in een buitengewoon budget dat<span class='pagenum'><a name="Page_97" id="Page_97">[97]</a></span> all&eacute;en jaarlijks onderzocht werd,
+en in een gewoon budget waarover slechts alle tien jaren moest gestemd
+worden, zoodat een toezicht over de financi&euml;n schier onmogelijk was.</p>
+
+<p>In het rechtswezen had een eenvoudig besluit van November 1814 reeds de
+jury, die de koning eene instelling der barbaarsche tijden noemde,
+afgeschaft; en de onafzetbaarheid der rechters was slechts voor lateren
+tijd beloofd.</p>
+
+<p>Een additioneel artikel bepaalde dat alle gevestigde overheden in hun ambt
+bleven en alle in zwang zijnde wetten hun kracht behielden, totdat daarin
+op andere wijze zou worden voorzien. Dit liet, onder 't deksel van
+wettelijkheid, de deur open voor allerlei willekeur, daar het opstellen van
+sommige noodwendige wetten op de lange baan werd geschoven.</p>
+
+<p>Men ziet daardoor dat de Vorst zich een aanzienlijk overwicht in de
+regeering voorbehouden had. Het koninkrijk der Nederlanden was
+constitutioneel alleen in naam, 't was eene monarchie door eene Grondwet
+gematigd.</p>
+
+<p>En nochtans was die Grondwet, vergeleken bij hetgeen toen ter tijde op
+Europa's vasteland gebeurde, zoo vrijzinnig, dat zij in den grond algemeen
+goed onthaald werd. Zelfs de katholieke De Gerlache keurde ze goed; maar
+wat de Belgen ergerde, waren de voorwaarden betrekkelijk de gelijkheid van
+'t getal volksvertegenwoordigers, en hetgeen in 't bijzonder de katholieken
+niet konden aannemen was de gewetensvrijheid. Wat juist bijdroeg tot de
+scheiding tusschen Noord en Zuid, alhoewel de Mogendheden aan Willem de
+volkomen samensmelting van de twee landen opgedragen hadden, was de
+gelijktallige volksvertegenwoordiging en het aanstellen van twee
+hoofdsteden, Brussel en den Haag, waar afwisselend de Staten zouden
+zetelen, alsof de keus van Antwerpen zich niet had moeten opdringen.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Nauwelijks had Willem, den 21<sup>en</sup> September 1815, te Brussel zijn eed
+afgelegd en zijn plechtige inhuldiging gevierd, of een hardnekkig verzet
+werd door de Belgische bisschoppen tegen art. 190 en 191 van de Grondwet
+begonnen.<span class='pagenum'><a name="Page_98" id="Page_98">[98]</a></span></p>
+
+<p>De inrichting van de katholieke kerk in Belgi&euml; was sedert jaren door
+Napoleon's Concordaat geregeld. Tijdens het Voorloopig Bestuur had men
+besloten dat de kerkelijke zaken in de handen der geestelijken zouden
+blijven. Den 26<sup>en</sup> Mei 1814 was de vurige Maurits de Broglie, een zoon
+van den Franschen maarschalk van dien naam, naar zijn bisdom Gent
+teruggekeerd, gestaald door den langen weerstand dien hij den machtigen
+Keizer had geboden. Die vreemdeling, teleurgesteld omdat Belgi&euml; aan de
+heerschappij van de Bourbons, die krachtdadige beschermers van de
+geestelijkheid, ontsnapte, en in beginsel een protestantschen vorst
+vijandig, onderhield gedurende zes jaren een zeer gevaarlijke gisting onder
+de Belgische onverdraagzame en dweepzieke katholieken. Reeds den 8<sup>en</sup>
+October 1814 deed hij door zijnen vicaris-generaal, den Franschman Lesurre,
+een memorie opstellen, gericht tot de afgevaardigden op het Congres van
+Weenen. Daarin vroeg hij: de teruggave aan de geestelijkheid en aan de
+kloosters van al hunne oude voorrechten, de herstelling van de tienden en
+van de kerkelijke rechtbanken, de toekenning van het bestuur van het
+onderwijs aan de prelaten, het verbod van oprichting van protestantsche
+tempels; maar hij liet nochtans toe, dat de vorst binnen zijn paleis de
+protestantsche godsdienstoefeningen mocht houden. De leden van het Weener
+Congres lieten dit stuk natuurlijk zonder antwoord.</p>
+
+<p>Wij hebben gezien hoe heftig Maurits de Broglie het volgende jaar het
+ontwerp van de Grondwet bestreed. Door talrijke edellieden en door de
+reactionnaire partij in 't algemeen ondersteund, voerde de geestelijkheid
+een hevigen strijd tegen de Grondwet, ter wille van de artikelen over de
+gewetensvrijheid. De ultra-katholieke partij zag niet in, dat een terugkeer
+tot den ouden staat van zaken onmogelijk was; zij hield geen rekening met
+den ommekeer in de denkbeelden teweeggebracht. Door gansch West-Europa
+eischte de openbare meening de onbeperkte vrijheid van denken; in Belgi&euml;
+zelf bestond er een aanzienlijke liberale groep, radicalen, oud-Vonckisten
+of Voltairianen, die niet alleen de godsdiensten onverschillig, maar ook
+vijandig waren, benevens<span class='pagenum'><a name="Page_99" id="Page_99">[99]</a></span> gematigden of doctrinairen die den voorrang van
+de burgerlijke macht op de geestelijke luide verkondigden. En het was juist
+dit kenmerk van den Nieuwen Tijd, die zucht naar ontvoogding van den
+menschelijken geest, die de klerikale partij zoo hevig bekampte.</p>
+
+<p>Ook toen de bisschoppen in hunne <i>Herderlijke onderrichtingen</i>, oorzaak van
+het verwerpen van de Grondwet door de Belgische katholieken, verklaarden
+dat zij &laquo;dit verderfelijk grondbeginsel, gansch tegenstrijdig met het
+katholiek geloof, dat alle godsdiensten even goed zijn&raquo; niet konden
+aannemen, voer de Koning in zijne bekrachtigingsverordening van de Grondwet
+uit &laquo;tegen deze lieden die de maatschappij tot voorbeeld van
+verdraagzaamheid en van evangelische liefde zouden moeten strekken&raquo;. In
+zijn verzet tegen de aanmatiging der Belgische geestelijkheid, wist hij
+overigens dat hij volkomen in den geest zijner Hollandsche onderdanen
+handelde.</p>
+
+<p>Toen de Grondwet toch aangenomen werd, kondigden de bisschoppen een
+<i>Leerstellige Uitspraak</i> (Jugement doctrinal) af, waarin ze zeiden dat de
+Katholieke Kerk het volk verplichtte zich te verzetten tegen de Grondwet.
+Zij verboden aan al de geloovigen, wilden zij zich niet schuldig maken aan
+het ergste verraad tegenover de heiligste belangen van den godsdienst, de
+verschillende eeden af te leggen, die de Grondwet voorschrijft; verder
+teekende bisschop De Broglie, die de voornaamste opsteller van het
+mandement was, protest aan tegen art. 196, waardoor aan den Koning was
+opgedragen om te zorgen dat de verschillende eerediensten zich onderwierpen
+aan de wetten van het land. Dientengevolge noodigde de bisschop van Gent
+zijne geestelijkheid uit, om de absolutie te weigeren aan de notabelen,
+afgevaardigden en burgemeesters die den eed aan de Grondwet zouden zweren
+(14<sup>en</sup> Mei 1816). Dadelijk weigerden talrijke openbare ambtenaren hun
+ambt te bekleeden, en de leiders van de katholieke partij, de fanatieke
+Robiano de Borsbeek, de graaf de M&eacute;rode en de hertog van Beaufort wilden
+hunnen zetel, ondanks 's Konings misnoegen, in de Eerste Kamer van de
+Staten-Generaal niet aanvaarden.<span class='pagenum'><a name="Page_100" id="Page_100">[100]</a></span></p>
+
+<p>De weigering van absolutie had, vooral in Vlaanderen, eene geweldige
+gisting in de gemoederen verwekt. De <i>Leerstellige Uitspraak</i> oefende
+nochtans den invloed niet uit, dien De Brogue verhoopt had, want Paus Pius
+VII en de legaat Consalvi, alhoewel geenszins den weerstand van de
+bisschoppen lakende, toonden zich niet geneigd om de betrekkingen met de
+Nederlandsche regeering te bederven. De laatste prins-bisschop van Luik,
+prins de M&eacute;an, was door Willem tot aartsbisschop van Mechelen aangeduid;
+maar uit Rome verwachtte men nog zijn aanstelling tot dit ambt. Als lid der
+Eerste Kamer had reeds deze grijsaard den grondwettelijken eed afgelegd,
+doch onder voorbehoud van de pauselijke goedkeuring. De vernuftige
+Reinhold, gezant van Nederland bij het Vatikaan, gelukte er in het geschil
+tot eene minnelijke schikking te brengen: De M&eacute;an stelde eene openbare
+verklaring op, waarin hij bekende dat zijn eed hem tot niets verplichtte
+dat in strijd was met de leer der Kerk, en dat hij de grondwettelijke
+bescherming, zonder onderscheid aan alle eerediensten toegezegd, slechts
+uit een burgerlijk oogpunt opvatte (18<sup>en</sup> Mei 1817). Daarop werd De M&eacute;an
+door den Paus aangesteld, en hield weldra als aartsbisschop zijne plechtige
+intrede te Mechelen. De verklaring van den primaat stilde de gemoederen;
+vele geestelijken en leeken, die tot dan toe den eed hadden geweigerd,
+legden hem in denzelfden zin af.</p>
+
+<p>In Vlaanderen nochtans bleef de toestand gespannen: de absolutie werd
+voortdurend aan de partijgangers van de regeering geweigerd; de
+geestelijkheid ruide de dweepzieke bevolking door allerlei vlugschriften
+op. De regeering besloot het gerecht te doen optreden.</p>
+
+<p>Priester De Foere uit Brugge, beticht ophitsende artikels in zijn Fransch
+tijdschrift te hebben geschreven, werd, krachtens het besluit van 20<sup>en</sup>
+April 1815, tot twee jaar gevangenis veroordeeld (21<sup>en</sup> Maart 1817).</p>
+
+<p>Die onpolitieke daad werd vijf dagen later door een bevel van aanhouding
+gevolgd, door den procureur-generaal tegen bisschop De Broglie
+uitgevaardigd. De bisschop vluchtte naar Frankrijk; zijn proces werd bij
+gebrek aan een Hooger<span class='pagenum'><a name="Page_101" id="Page_101">[101]</a></span> Gerechtshof door een Voorloopig Hof beoordeeld. Hij
+werd bij verstek tot de deportatie verwezen om zich tegen de aflegging van
+den eed verzet te hebben en zonder oorlof in briefwisseling met den Paus
+getreden te zijn (8<sup>en</sup> November 1817). Om zich over zijne ontvluchting te
+wreken, liet de regeering zijn vonnis te Gent, op eenen marktdag, tusschen
+twee tentoongestelde misdadigers aan de kaak aanplakken. Dit was de
+aanhangers van den bisschop nutteloos uitdagen; daarmee vernielde men den
+goeden indruk door het rechtmatige vonnis tegen hem teweeggebracht, en de
+verbannen prelaat won veler genegenheid. Dit bleek klaar, toen de regeering
+de met De Broglie in briefwisseling staande vicarissen-generaal van Gent
+wederrechtelijk voor het tribunaal daagde: zij zag ze vrijspreken en het
+gepeupel het vonnis met luid gejubel begroeten.</p>
+
+<p>De dood van den strijdlustigen prelaat (20<sup>en</sup> Juli 1821) bracht dadelijk
+eene verzoening met de geestelijkheid teweeg. Na zes jaren strijd legden de
+vicarissen-generaal van Gent den voorwaardelijken eed af, en een menigte
+priesters volgden dit voorbeeld.</p>
+
+<p>Het scheen dus dat de Koning en de katholieke geestelijkheid voortaan in
+vrede gingen leven; maar in Vlaanderen zetten de priesters in 't geniep
+hunne kuiperijen tegen de regeering voort en verspreidden ondanks de
+waakzaamheid der overheden ontelbare libellen onder het volk; de onhandige
+besluiten van 1825 zouden den strijd hardnekkiger dan ooit aanvuren.</p>
+
+<p>Gedurende dien wapenstilstand tusschen Kerk en Staat, waren er, door de
+onbehendigheid van de regeering, andere oorzaken van misnoegdheid ontstaan.
+Gansch Belgi&euml; door morde men, omdat de Zuid-Nederlanders benadeeld werden
+in het verleenen van de openbare ambten. Men had opgemerkt dat er in 1815
+onder de ministers slechts een Belg, de hertog van Ursel, aan het
+departement van den Waterstaat aangesteld, was; wanneer hij dit ambt in
+1819 neerlegde, werden al de Belgische ingenieurs, door hem benoemd,
+vervangen door Hollanders. Al de hoogere ambten in het diplomatisch korps,
+in het leger, eigenden deze laat<span class='pagenum'><a name="Page_102" id="Page_102">[102]</a></span>sten zich toe; ook in alle burgerlijke
+betrekkingen genoten zij de voorkeur. Men wees er op, hoe de voornaamste
+instellingen van de regeering en van het bestuur in het Noorden gevestigd
+waren; het was kenmerkend hoe, alle twee jaren, bij de verplaatsing van de
+Staten-Generaal naar Brussel (art. 98 van de Grondwet), het Hof, de
+Staatsraad en de ministers wel tijdelijk verhuisden, maar de bureaux in den
+Haag bleven en de overgekomen beambten reis- en verblijfkosten ontvingen,
+als waren zij in den vreemde. Voor het overige gedroegen zich de
+Hollandsche ambtenaren, namelijk in het verachterde Vlaamsch-Belgi&euml;, waarop
+zij met minachting neerzagen, met eene trotsche stijfheid, die hun de
+sympathie van de bevolking ontnam en hevige verbittering tegen de
+&laquo;Kaaskoppen&raquo; deed ontstaan.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Intusschen vleide zich de Koning met het denkbeeld dat hij de gunst en de
+dankbaarheid der zuidelijke bevolking zou winnen, met zich in te spannen
+voor hunne &#339;conomische belangen. Hij gebruikte de Hollandsche
+koopvaardijvloot om de talrijke producten der Belgische nijverheid naar den
+vreemde en vooral naar de Nederlandsche koloni&euml;n uit te voeren. Daarom
+moesten havens ingericht worden. De Scheldekaai en de Stapelplaats in
+Antwerpen werden voltooid; het getal binnengeloopen schepen steeg tusschen
+1818 en 1829 van 585 tot 1028; ook te Oostende kwamen jaarlijks meer dan
+500 vaartuigen binnen. De eerste stoombooten verschenen op de Schelde reeds
+in 1824. Van Gent naar Terneuzen werd eene breede vaart (1825-1827)
+gegraven, die aan de eerste stad eene prachtige haven schonk sedert het
+aanleggen van de dokken. Het kanaal van Pommer&#339;ul naar Antoing liet de
+koolschepen toe van de Hene naar de Schelde te varen, zonder op Franschen
+bodem te gaan, het Zuid-Willemskanaal (1822) bracht Maastricht met 's
+Hertogenbosch in verbinding, en de vaart van Charleroi naar Brussel zou
+weldra Rupel en Samber verbinden. Overal werden steenwegen door het land
+getrokken om het vervoer te vergemakkelijken, en dusdoende handel en
+nijverheid te bevoordeeligen.<span class='pagenum'><a name="Page_103" id="Page_103">[103]</a></span></p>
+
+<p>In 't algemeen mag men zeggen dat de Koning, wat de stoffelijke belangen
+betreft, Belgi&euml; meer begunstigde dan Holland. Om Engelands mededinging op
+Insulinde te kunnen weerstaan, gaf het handelshuis gebroeders De Smet te
+Gent aan de regeering den raad om de invoerrechten op de Engelsche
+manufacturen in Java te verhoogen, en terzelfdertijd onze nationale
+scheepvaart en handel krachtig te steunen. Einde Maart 1824 kwam de
+<i>Algemeene Handelsmaatschappij</i> tot stand, met een fonds van 37 millioen,
+waarvan 4 door den Vorst zelf ingeteekend. Zij stelde zich tot doel den
+uitvoer te vergemakkelijken door uitsluitend nationale schepen te
+gebruiken, en zoo ziet men den handel, die in 1824 de som van 215 millioen
+gulden bedroeg, in drie jaren tijds tot 350 stijgen.</p>
+
+<p>Deze Handelsvereeniging was de noodzakelijke aanvulling der <i>Algemeene
+Maatschappij tot begunstiging der nationale nijverheid</i> (28<sup>en</sup> Aug.
+1822), die mijnen en fabrieken tot den heerlijksten bloei ontwikkelde. Dit
+machtig genootschap, gesticht met een kapitaal van 50 millioen, schoot aan
+de nijveraars aanzienlijke gelden voor. De belangstelling van Koning Willem
+in John Cockerill's onderneming te Seraing is voldoende bekend. Gent, dat
+16,000 spinners en wevers telde, leverde bijna alleen de veertig duizend
+stuks katoen die Java jaarlijks gebruikte; van 1823 tot 1825 klom het getal
+textielfabrieken met elf, en in 1830 telde de stad niet minder dan 62
+weefgestichten; de Phoenix, eene belangrijke mekaniekfabriek aldaar, werd
+insgelijks door den Koning gesteund.</p>
+
+<p>Brussel behield het monopolium van weelde- en modeartikels, zooals
+borduurwerk en lint. Te Verviers en te Dison nam de lakenweverij een
+nieuwen bloei; de tapijtweverij en het porseleinwerk kwamen weer op te
+Doornik. Met behulp der regeering verrezen hoogovens met coke te Couvin en
+te Seraing, en bijzonderen bouwden er te Couillet. Men ontgon de koolmijnen
+in de Borinage en in het Luikerland met koortsachtigen ijver, en in 1825
+bracht de glasblazerij van Val-S<sup>t</sup>-Lambert bij Luik hare eerste
+kristallen op de markt. Daarbij verspreidde zich snel het gebruik der
+stoommachines<span class='pagenum'><a name="Page_104" id="Page_104">[104]</a></span> met hooge drukking; Gent bezat er slechts drie in 1819, en
+tien jaren later reeds 50. Eerst voerden de bijzonderen, kort daarop de
+stedelijke besturen (1827), de gasverlichting in. Nieuwe nijverheden, als
+het kaarsgieten en het maken van kunstbronzen, rijzen op, dank zij de milde
+bescherming van de regeering.</p>
+
+<p>Men mag dan ook zeggen dat het Nijverheidsfonds, dat is het millioen gulden
+dat de Staten-Generaal jaarlijks ter beschikking van den Koning stelden om
+de nijverheid te begunstigen, meer bij Belgische dan bij Hollandsche
+fabrikanten terecht kwam. Dank zij den aanhoudenden uitvoer naar Insulinde
+was het loon der arbeidende klassen tamelijk hoog, en werk was er bijna
+altijd verzekerd; bij verplichte staking zag men dikwerf den Koning met
+aanzienlijke sommen ter hulp der werkloozen komen.</p>
+
+<p>Willem zorgde ook voor den Belgischen landbouw en veeteelt; maar hier
+stuitte hij op den ouden slenter en op de onwetendheid van de Vlaamsche
+boeren; echter door de belasting op de vreemde granen konden de inlandsche
+hunne waarde behouden. Want Willem had de koopwaren, waarvan men er genoeg
+bezat om ze te kunnen uitvoeren, door middel van zeer hooge invoerrechten
+beschermd, niettegenstaande den tegenstand van de Hollanders, partijgangers
+van den vrijhandel. De weefstoffen, de ijzerwaren, de stoomwerktuigen, de
+steenkolen uit Belgi&euml; konden alzoo tegen de vreemde voortbrengselen
+concurreeren.</p>
+
+<p>De tentoonstellingen der nationale nijverheid te Gent (1820), te Haarlem
+(1825) en te Brussel (1830) gaven klinkende bewijzen van den nationalen
+voorspoed. En de cijfers der bevolking, die op den tijd van 13 jaar
+(1816-1829) van 615 tot 733 duizend in Oost-Vlaanderen en van 519 tot 601
+duizend in West-Vlaanderen geklommen was, getuigen genoeg van den
+stoffelijken vooruitgang.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 80%;"><a name="SCHREUDER" id="SCHREUDER"></a>
+<img width="100%" src="./images/i117.jpg" alt="B. Schre&ugrave;der" title="B. Schre&ugrave;der" />
+<span class="caption">B. Schre&ugrave;der</span>
+</div>
+
+
+<p>Willem wilde tegelijk op intellectueel gebied bewerken, wat hij op
+&#339;conomisch terrein volbracht had. Wat den Vorst in Vlaamsch-Belgi&euml; vooral
+getroffen had, was de diepe onwetendheid, een gevolg van den rampzaligen
+achterlijken toestand van het onderwijs. Daar de lagere volksscholen zeer<span class='pagenum'><a name="Page_105" id="Page_105">[105]</a></span>
+verwaarloosd waren, besloot de Koning in 1815 in Belgi&euml; de Hollandsche
+schoolwet van 1806 toe te passen, waarbij het lager onderwijs, onzijdig en
+kosteloos, door gediplomeerde onderwijzers gegeven, onder het toezicht van
+den Staat verstrekt werd. Te Lier werd eene kweekschool voor onderwijzers
+opgericht, onder het bestuur van den knappen Schre&ugrave;der, een katholiek
+onderwijzer uit Holland, die zich schitterend van zijne taak kweet. Weldra
+was er geen enkel dorp zonder lagere school; in vijftien jaar tijds liet
+Willem's regeering meer dan 1100 schoolgebouwen en 650 woningen voor
+onderwijzers oprichten, en de vier duizend Staatsscholen telden op het
+einde meer dan drie honderd duizend leerlingen. Volgens een ministerieel
+verslag van 1826 zouden<span class='pagenum'><a name="Page_106" id="Page_106">[106]</a></span> er, op eene bevolking van zes millioen zielen, nog
+slechts 240,000 personen aan te treffen zijn, die noch lezen noch schrijven
+konden. Ruim voorzagen gemeenten, provinci&euml;n en Staat in het onderwijs en
+de toelage aan jaarwedden steeg van 158,000 fr. tot 448,000 fr.</p>
+
+<p>Tegelijk was de beurt aan het middelbaar onderwijs. Door het reglement van
+25<sup>en</sup> September 1816 werden, bij de twee nog bestaande keizerlijke lycea
+te Brussel en Luik, de athenea van Brugge, Gent, Doornik, Antwerpen,
+Luksemburg, Namen en Maastricht gevoegd. De ingedommelde stedelijke
+colleges werden heropgebeurd. Van 1818 tot 1825 klom het getal leerlingen
+van de Latijnsche scholen met een derde, en de colleges en athenea telden
+in laatstgenoemd jaar 5,500 studenten.</p>
+
+<p>Hetzelfde hooger genoemd besluit van 1816 richtte in het Zuiden drie
+hoogescholen op, evenveel als in het Noorden; namelijk te Leuven, te Luik
+en te Gent; het getal studenten klom voor de drie, van 892 in 1820 tot 1557
+in 1828. Naast talrijke Belgen waren aan de hoogescholen als professoren
+aangesteld jeugdige Hollandsche geleerden, zooals Kinker, Thorbecke,
+Holtius en Ackersdijk, of Duitschers als Warnk&#339;nig, Haus en Biernbaum.</p>
+
+<p>Die prachtige inrichting van het onderwijs was grootendeels het werk van
+den knappen minister Falck. Voegt men daarbij de lofwaardige pogingen van
+het bijzonder initiatief, vertegenwoordigd door de machtige vereeniging
+<i>Tot Nut van 't Algemeen</i>, die zich uit Noord-Nederland naar
+Vlaamsch-Belgi&euml; uitbreidde, en in het belang van het volksonderwijs
+openbare bibliotheken en scholen voor volwassenen stichtte, dan rijst voor
+ons oog een prachtig tafereel van de verstandelijke wedergeboorte van onze
+Vlaamsche gewesten.</p>
+
+<p>Om het gebouw te bekronen werd de Brusselsche Academie voor wetenschappen
+en fraaie letteren, door keizerin Maria Theresia gesticht, maar door de
+Fransche Republiek afgeschaft, door Willem I opnieuw in 't leven geroepen
+(18<sup>en</sup> November 1816) en 't Instituut der Nederlanden schitterde weldra
+onder de geleerde genootschappen van Europa. Hier en daar werden zelfs
+muziekscholen opgericht; en zoo ook<span class='pagenum'><a name="Page_107" id="Page_107">[107]</a></span> was 't aan Willem te danken, door de
+stichting der schilderscholen te Antwerpen en te Amsterdam, dat onze
+Vlaamsche schilderschool omstreeks 1830 met Wappers en anderen mocht
+herleven. Onnoodig te zeggen hoe dusdoende Willem zich de gunst der
+liberalen verwierf.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 60%;"><a name="THORBECKE" id="THORBECKE"></a>
+<img width="100%" src="./images/i119.jpg" alt="J. R. Thorbecke" title="J. R. Thorbecke" />
+<span class="caption">J. R. Thorbecke</span>
+</div>
+
+
+<p>Te Gent werd de <i>Maatschappij voor Nederlandsche Letterkunde</i> (1821)
+gesticht, en te Brussel het <i>Museum voor Natuurwetenschap en
+Geesteswetenschappen</i>. Scholen voor handwerkkunst, gestichten voor
+doofstommen, benevens talrijke inrichtingen van weldadigheid, volledigden
+het stelsel. De bedelarij, een der plagen van 't land v&oacute;or de vereeniging
+met Holland, werd, door toedoen van de <i>Maatschappij van Weldadigheid</i>,
+door 's Konings initiatief in 1821 gesticht, derwijze ingekrompen dat men
+weldra in het koninkrijk der Nederlanden niet meer dan 46,000
+noodlij<span class='pagenum'><a name="Page_108" id="Page_108">[108]</a></span>denden telde, met de gevangenen, krankzinnigen en vondelingen
+inbegrepen.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Dit heerlijk gebouw voor geestesontwikkeling werd geenszins ge&euml;venaard door
+dit der wetgeving. Anti-franschgezind en anti-revolutionnair, wilde Willem
+de laatste sporen der Fransche overheersching alhier doen verdwijnen.
+Alhoewel Napoleon's wetboek in 't Zuiden bepaald ingeplant was, beschouwde
+hij het, met de Hollandsche rechtsgeleerden, als slecht en gevaarlijk.
+Nochtans bleef het volgens art. 2 der Grondwet, in gebruik tot verdere
+schikking. Doch de besluiten van het Verbrekingshof te Parijs hielden op
+rechtsgezag te hebben in Nederland. Overigens, volkomen ingenomen met de
+Hollandsche landswetten, toonde hij weldra zijn neiging om tot dezelve
+terug te keeren. Den 21<sup>en</sup> Augustus 1814 herstelde een besluit de
+stokslagen in 't leger; wij hebben gezien hoe den 6<sup>en</sup> November de jury
+afgeschaft was geworden alsook de openbaarheid van het rechterlijk
+onderzoek. Het ontwerp door 't ministerie in 1820 ingediend, tot
+verandering van het Burgerlijk Wetboek, leed schipbreuk voor de
+krachtdadige verdediging der Fransche wetgeving door de twee Belgische
+afgevaardigden Dotrenge en Reyphins; men vergenoegde zich dus met de
+volgorde der artikels van het <i>Code Napol&eacute;on</i> te veranderen en er een
+onbeholpen Nederlandsche vertaling van te geven. Wij zullen verder zien hoe
+deerlijk insgelijks het ontwerp van een Strafwetboek, met echt
+middeleeuwsche bepalingen doorspekt, in 1827 moest ingetrokken worden.</p>
+
+<p>Hooger heeft men gelezen, dat ofschoon art. 227 der Grondwet de vrijheid
+van drukpers uitriep, het draconisch reglement van 20<sup>en</sup> April 1815 de
+persmisdrijven, in zeer vage bewoordingen aangeduid, op zeer strenge wijze
+strafte: een buitengewoon bijzonder Hof was gelast de betichte
+dagbladschrijvers te vonnissen. Onder de drukking der Groote Mogendheden
+werd den 28<sup>en</sup> September 1816 de <i>Wet der 500 gulden</i> gestemd: zij
+bedreigde met een boete van dit bedrag, en bij hervalling met een
+gevangenzetting van &eacute;&eacute;n<span class='pagenum'><a name="Page_109" id="Page_109">[109]</a></span> tot drie jaar, al degenen die vreemde vorsten
+aanvielen of gispten. Op deze wijze kon men voortaan alles als persmisdrijf
+bestempelen.</p>
+
+<p>Priester De Foere had, gedurende De Broglie's moeilijkheden, zijn vranke
+schrijven met twee jaar gevangenis moeten bekoopen. Wel is waar werd door
+eene wet in 1818 de bijzondere vorm van procedure van het besluit van 1815
+afgeschaft; de drukpersovertredingen zouden in het vervolg voor de gewone
+en niet meer voor buitengewone rechtbanken gebracht worden, maar de strenge
+straffen werden behouden.</p>
+
+<p>In 1819 deed de regeering den schrijver Van der Straeten een geruchtmakend
+proces aan, daar hij haar in zijn vlugschrift: <i>De l'&Eacute;tat actuel du Royaume
+des Pays-Bas</i>, gelaakt had; doch eene openbare inschrijving kwam de boete
+van 3000 gulden dekken waartoe hij veroordeeld werd. Vier jaar later werd
+die publicist opnieuw vervolgd en in de gevangenis opgesloten voor zijne
+snedige artikels in zijn blad <i>L'ami du roi et de la patrie</i>; ziek
+gevallen, stierf hij drie dagen na het vonnis, en dit nieuws verwekte het
+land door eene hevige ontroering. Onophoudend werden de dagbladen der
+oppositie vervolgd; en alhoewel zekere dezer vonnissen gewettigd waren, als
+de veroordeelingen van Ph. Lesbroussart en pastoor Zinzerling, had de
+handelwijze der regeering, die rondom sommige zaken te veel gerucht maakte,
+of aan andere, onbeduidende gevallen te veel gewicht en belang bijzette,
+tot gevolg dat de veroordeelden in de oogen des volks met de
+martelaarskroon omstraald glinsterden.</p>
+
+<p>Willem's pogingen om eene &laquo;nationale&raquo; taal in te voeren verwekten ook
+hevigen tegenstand. Gewis spraken ongeveer vier millioen en half van zijn
+onderdanen op zes Hollandsch of Vlaamsch; maar in de Zuidelijke Nederlanden
+was van lieverlede het Fransch de gewone taal der zaken en der openbare
+instellingen geworden; de hoogere klassen, zelfs in Vlaanderen, gebruikten
+deze bijna uitsluitend; zij was ook de taal der ontwikkelden: advocaten,
+notarissen, geneesheeren, die in deze spraak hunne studi&euml;n hadden<span class='pagenum'><a name="Page_110" id="Page_110">[110]</a></span> gedaan.
+Overigens, gedurende het twintigjarig Fransch regime was alleen het gebruik
+van 't Fransch wettelijk geweest. In Vlaanderen zelf vond in 't algemeen
+het gebruik der beschaafde Nederlandsche taal weinig bijval; men hield van
+het gebruik der Vlaamsche dialecten; men legde, en zoo deed nog de
+<i>Gentsche Almanak</i> van 1823, den nadruk op het verschil tusschen Hollandsch
+en Vlaamsch. De geestelijkheid bijzonderlijk beweerde dat het Hollandsch,
+zelfs door geleerde en onberispelijke personen geschreven, altijd de kiemen
+der ketterij in zich droeg..</p>
+
+<p>Willem begon met in October 1814 een decreet uit te vaardigen waardoor het
+gebruik der talen vrij verklaard werd, als tijdens het Oostenrijksch
+bestuur. Niettegenstaande de vermaningen van Hogendorp, die den koning tot
+voorzichtigheid aanspoorde, besliste eene koninklijke verordening van
+15<sup>en</sup> September 1819, dat van af 1<sup>en</sup> Januari 1823 de &laquo;nationale taal&raquo;
+&mdash; die voorzeker die niet was van de Waalsche gewesten &mdash; in de provinci&euml;n
+Limburg, Oost- en West-Vlaanderen en Antwerpen de eenige taal van het
+ambtelijk verkeer zou wezen; bij arrest van 26<sup>en</sup> October 1822 werd deze
+bepaling uitgebreid tot de steden en gemeenten van de arrondissementen
+Brussel en Leuven; de ambtenaars die na den vastgestelden termijn de
+Nederlandsche taal niet machtig zouden zijn, zouden naar het Fransch
+gedeelte verplaatst worden.</p>
+
+<p>Daargelaten nog de woede der in de Vlaamsche gewesten gevestigde Walen wien
+men aldus eene onbekende taal opdrong, verhief zich bij de afkondiging dier
+besluiten een storm van protesten, voornamelijk van wege de
+Vlaamschonkundige advocaten, de Waalsche studenten der Hoogescholen of al
+degenen die zich tot de openbare ambten voorbereidden zonder het Vlaamsch
+te willen kennen. Talrijke zonen van begoede Belgische famili&euml;n zagen zich
+aldus een loopbaan sluiten die zij reeds betreden hadden of gingen
+betreden.</p>
+
+<p>Het taalverschil veroorzaakte menige wrijving in het Parlement evenals in
+het leger. Terwijl de Zuidnederlandsche afgevaardigden, waaronder
+Vlamingen, die slechts een<span class='pagenum'><a name="Page_111" id="Page_111">[111]</a></span> dialect en niet de beschaafde omgangstaal
+kenden, zich bijna uitsluitend van het Fransch bedienden, begonnen vele
+Hollandsche vertegenwoordigers met opzet het Nederlandsch te gebruiken bij
+alle besprekingen, morrende wanneer de vertaling door de
+Vlaamsch-onkundigen ge&euml;ischt werd. Ook zag men Hollandsche soldaten met
+hunne makkers van het Zuiden handgemeen worden; de Hollandsche sergeanten
+kwelden de Vlaamsche recruten, en gaven soms aan de Waalsche arrest wegens
+hunne onkunde van het Vlaamsch.</p>
+
+<p>Die wassende afkeer tusschen Noord en Zuid had, nog v&oacute;&oacute;r 1820, bij
+klaarziende toeschouwers de onmogelijkheid van de versmelting van de beide
+volken doen inzien, en hen doen besluiten dat de redding in eene federatie
+lag, waarin Belg en Hollander hunne zelfstandigheid zouden bewaren.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>De toestand werd nog door noodlottige toevallen verergerd. Het verschil
+tusschen de stoffelijke belangen van Holland en Belgi&euml;, door den
+financieelen toestand van de twee landen nog grooter gemaakt, zou weldra
+aanleiding geven tot het eerste openbare geschil tusschen beide volken.</p>
+
+<p>Volgens latere berekeningen, bezaten de Zuidelijke Nederlanden, in 1814,
+eene schuld van omstreeks 100 millioen gulden. De Hollandsche Staatsschuld,
+integendeel, was zoo groot dat Napoleon, toen hij Holland in 1810 bij zijn
+Keizerrijk binnenpalmde, door een soort van bankroet, geweigerd had de twee
+derden er van te erkennen. Willem wilde die oneerlijkheid niet
+bekrachtigen, en om de schuldeischers van den Staat te voldoen, nam hij
+zijn toevlucht tot een voor de Staatskas zeer nadeelig stelsel: de oude
+schuld werd verdeeld in werkelijke schuld voor een derde, en uitgestelde
+schuld, zijnde deze de door Napoleon afgeschafte twee derden. Mits eene
+storting van 100 gulden per titel van 45 gulden rente, erkende men aan
+drager, vooreerst 2000 gulden kapitaal in werkelijke schuld die eene
+jaarlijksche rente van 50 gulden opbrachten, en daarbij 4000 gulden in
+uitgestelde schuld, die door jaarlijksche trekking tot de loopende schuld
+overgingen. Door dit erbarmelijk stelsel<span class='pagenum'><a name="Page_112" id="Page_112">[112]</a></span> bevond zich Holland in 1815 voor
+eene werkelijke schuld van 573 millioen en eene verdaagde van 1 milliard.
+Nu, volgens 't Verdrag der acht artikelen en de Grondwet van 1815 moest
+Belgi&euml; natuurlijk de helft dezer schuld dragen.</p>
+
+<p>Een amortisatiefonds werd in 1816 in 't leven geroepen; men kon voorzeker
+de begrooting der Staatsuitgaven merkelijk verminderen, maar de schuld
+vermeerderde van jaar tot jaar; in 1820 was de werkelijke schuld reeds met
+50 millioen gulden vermeerderd en tien jaar later betaalde de Staat
+jaarlijks nog 10 millioen gulden meer aan zijne schuldeischers. Nu, 't was
+de Koning zelf die zich door de Grondwet het opperbestuur van 't Geldwezen
+had doen toevertrouwen; elk toezicht over de financi&euml;n was verder
+onmogelijk ter oorzake van de tienjarige begrooting. Dit toezicht werd nog
+verminderd toen de vorst het <i>amortisatie-syndikaat</i> schiep, een
+vereeniging van kapitalisten belast met het onderhoud van wegen, bruggen,
+vaarten en mijnen en de ontvangst hunner rechten; dat geheim beheer werd
+zeer erg besproken.</p>
+
+<p>Om het deficiet te dempen moest de Regeering voortdurend naar nieuwe
+geldmiddelen uitzien, en schiep tolrechten en belastingen. Overweegt men nu
+den aard der beide landstreken, het Zuiden agrarisch en industrieel, het
+Noorden handeldrijvend, zoo ziet men dat hunne belangen regelrecht tegen
+malkaar in strijd waren. Den vrijhandel in Belgi&euml; uitroepen was landbouw en
+nijverheid dooden; beschermende rechten in Holland opleggen was handel en
+scheepvaart stremmen. Er bestond aldus een noodzakelijke mercantiele
+naijver. In dien nood begon Willem met de invoerrechten op vreemde
+koopwaren en gemaakt werk, die aan de Belgische nijverheid zulke hooge
+vlucht gaven, uit te schrijven (25 tot 30%); in 1819 deed hij zelfs, trots
+den tegenstand der Hollandsche groote kooplieden, eene belasting op suiker
+en koffie stemmen. Maar gehoor gevende aan de klachten die hem van wege de
+handelsaristocratie uit 't Noorden gewerden, veranderde in 1821 de Koning
+plots van zienswijze.</p>
+
+<p>Tot dan toe hadden de Belgische afgevaardigden in de Staten-Generaal eene
+tamelijk lijdzame rol gespeeld; zij<span class='pagenum'><a name="Page_113" id="Page_113">[113]</a></span> hadden geen ander verlangen dan den
+nieuwen Staat te versterken, en de tegenstand van de meesten was altijd
+kalm en hoffelijk geweest. Doch bij het zicht van de nieuwe handelspolitiek
+en het nieuwe belastingstelsel der Regeering, greep er een plotselinge
+ommekeer in hunne houding plaats, zoodat de donkere voorspellingen over de
+ontbinding der Nederlanden, van een pessimist als den Oostenrijkschen
+afgezant Binder, zich weldra dreigden te verwezenlijken.</p>
+
+<p>Het aan de Staten-Generaal voorgelegde wetsontwerp deed de inkomrechten op
+de vreemde producten, die rechtstreeks met de nationale mededongen, tot 3
+of 6% dalen; voor de Belgische fabrikanten was dit zooveel als de
+afschaffing der invoertarieven. Wel is waar besteedde men tegelijk een
+jaarfonds van 1,300,000 gulden tot ondersteuning van zekere takken der
+inlandsche nijverheid; maar dit kon geenszins opwegen tegen het nadeel door
+de vermindering der tolrechten berokkend. Daarbij stelde de Regeering een
+wetsontwerp met nog twee nieuwe belastingen voor, op het <i>Gemaal</i> en het
+<i>Geslacht</i>, dat wil zeggen: eene belasting op brood en vleesch, waarvan de
+eerste op de Zuidelijke Nederlanden des te drukkender woog, daar boeren en
+werklieden er zich schier uitsluitend met brood voedden, terwijl in 't
+Noorden de aardappelteelt algemeen geworden was.</p>
+
+<p>De bespreking dier wet gaf aanleiding tot een levendig verzet van wege de
+Belgische afgevaardigden; voor de eerste maal sloten zij zich eendrachtig
+aaneen: de blokpolitiek vangt aan. Dotrenge en Reyphins, die nochtans zeer
+Oranjegezind waren, vielen de principes van den vrijhandel heftig aan en
+toonden het nadeel door de twee belastingen aan het kleine volk berokkend;
+zij aarzelden niet te wijzen op het politieke gevaar dat de wet voor 't
+bestaan zelf van 't koninkrijk opleverde, door de tegenstelling der twee
+bevolkingen nog te verscherpen. Lecocq en Dotrenge noemden de wet een
+broedermoord; de eenige Belgische afgevaardigde die de wet durfde
+verdedigen werd door 't publiek uitgefloten. Doch de wet werd aangenomen
+met 55 stemmen tegen 51; de meerderheid was die van al de afgevaardigden
+van 't Noorden, de minderheid<span class='pagenum'><a name="Page_114" id="Page_114">[114]</a></span> bestond, op drie uitzonderingen na, uit al
+de Belgische volksvertegenwoordigers. Even scherp bleek de tegenstelling
+der vertegenwoordigers van de beide deelen des koninkrijks in de Eerste
+Kamer enkele dagen later; van de 21 ja-stemmers behoorden er 18 tot het
+Noorden, van de 17 neen-zeggers waren er 15 uit het Zuiden (4<sup>en</sup> Juli
+1821). Zoo erg was de Koning verbitterd dat hij zeven zijner zuidelijke
+Kamerheeren, die eene afkeurende stemming uitgebracht hadden, enkele dagen
+nadien afzette.</p>
+
+<p>Bijzondere besluiten brachten het volgende jaar het nieuwe stelsel in
+werking. Doch dadelijk werd de persoon van den Koning zoo scherp beschimpt
+door spotprenten en pamfletten, dat deze de aanhechting van Belgi&euml; bijna
+betreurde. Klachten verhieven zich overigens ten allen kante,
+niettegenstaande enkele latere wijzigingen aan de toltarieven; onophoudend
+werden de zwaardrukkende belastingen op gemaal en geslacht (8 Januari 1823)
+aangevallen, en zij zullen in 't vervolg een der hoofdthema's zijn van de
+oppositie.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>'t Is rondom dit tijdstip dat de autoritaire inzichten van den Vorst zoo
+klaar uitschijnen; zijne rechtstreeksche tusschenkomst in 's lands zaken
+doet zich sterk gevoelen. De bekwame ministers die hem bij den aanvang zoo
+knap ter zijde gestaan hadden, had hij &eacute;en voor &eacute;en uit den weg geruimd;
+hij moest plooibaarder mannen hebben, die eenvoudig de uitvoerders zijner
+bevelen en geene raadgevers der kroon wezen zouden; zijne laatste ministers
+hebben geen beduidenden invloed gehad op den gang van het bestuur, met
+uitzondering misschien van Van Maanen; daarom valt ook op den Vorst alleen
+de verantwoordelijkheid der onbehendige en onpolitieke maatregelen der
+laatste jaren zijner regeering.</p>
+
+<p>De man, dien Willem tot zijn vertrouweling verkozen had, Van Maanen, had
+beurtelings de Fransche Republiek en Bonaparte gediend; bedrijvig en
+buigzaam, bezat hij ook de koppigheid van zijn meester, die hem all&eacute;en
+eenig initia<span class='pagenum'><a name="Page_115" id="Page_115">[115]</a></span>tief liet in zijn ministerie van rechtswezen; hij was de
+Belgen weinig genegen, en hij was het, die op ongelukkige wijze de
+bewoordingen van 't Verdrag van Parijs herinnerende, Belgi&euml; een uitbreiding
+van Hollands grondgebied noemde en Hollands oppermacht uitriep. 's Konings
+werktuigen waren de andere ministers, en voornamelijk die Staatssecretaris
+Van Streefkerk, dien men vergeleek bij eene klok, stom of luidend naar
+geliefte des Vorsten.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 60%;"><a name="VAN_MAANEN" id="VAN_MAANEN"></a>
+<img width="100%" src="./images/i127.jpg" alt="C. F. van Maanen" title="C. F. van Maanen" />
+<span class="caption">C. F. van Maanen</span>
+</div>
+
+
+<p>Willem's gedrag wijkt niet veel af van dit der verlichte despoten der
+18<sup>e</sup> eeuw en in meer dan een opzicht biedt hij eene treffende
+overeenkomst met Keizer Jozef II aan. Zijn strijd om het onderwijs
+onafhankelijk te maken van de katholieke geestelijkheid bewijst dit
+volkomen.</p>
+
+<p>Volgens art. 226 der Grondwet was het openbaar onderwijs het voorwerp der
+voortdurende zorgen der Regeering.<span class='pagenum'><a name="Page_116" id="Page_116">[116]</a></span> Reeds vroeger had De Broglie en de
+geestelijkheid die schikking fel bekampt, aan een protestantsche regeering
+het recht betwistende om zich met het onderwijs in het katholieke Belgi&euml; in
+te laten en dit recht uitsluitend voor zichzelf eischende. Bij de stichting
+der drie universiteiten en der athenea hadden de priesters hunnen haat niet
+verborgen tegen deze instellingen, wier zuiver burgerlijk karakter hen
+ergerde, en door smaadschriften en sermoenen trachtten zij het onzijdig
+onderwijs als calvinistisch, ja zelfs, ongodsdienstig voor te stellen. Op
+den Vlaamschen buiten waar de geestelijkheid onbetwist de plak zwaaide,
+werd een hevige strijd gevoerd tegen de lagere scholen door middel van
+biechtstoel en weigering van absolutie. Men verspreidde het gerucht dat de
+Koning het katholieke volk wilde protestantiseeren.</p>
+
+<p>Tegenover het Staatsonderwijs poogden de clericalen een mededingend
+confessioneel onderwijs op te richten. De Koning en de regeering, sterk
+door de Grondwet, besloten het voorrecht van den Staat hardnekkig te
+verdedigen; Willem I gevoelde overigens den geheimen invloed der
+Congregatie en der Jezu&iuml;eten, die alsdan Frankrijk beheerschten, en wilde
+hun pogingen in Belgi&euml; verijdelen. Op 22<sup>en</sup> Juli 1822 werd bij koninklijk
+besluit verboden het lager onderwijs te geven zonder toelating. Anderhalf
+jaar later werd dit besluit toegepast op de geestelijke vereenigingen, die
+zich met onderwijs ophielden; voortaan zullen zij nog slechts als leden
+hunner orde personen kunnen opnemen die een bekwaamheidsbewijs bezitten.
+Die verordeningen hadden den val tot gevolg van de scholen der Broeders der
+Christelijke Leering, die alhier uit Frankrijk overgekomen waren en in 't
+Walenland het lager onderwijs zochten te bemachtigen; weldra werden zelfs
+hunne vereenigingen ontbonden en hunne orde afgeschaft, daar zij aan eenen
+overste van vreemde nationaliteit gehoorzaamden.</p>
+
+<p>Intusschen was de minister van binnenlandsche zaken en openbaar onderwijs,
+de klaarziende Falck, als gezant naar Londen gezonden, en vervangen door
+den buigzamen Van Gobbelschroy, een ontwikkelden Belg, die, met de beste
+inzichten bezield, zich met den meesten ijver op de uitbrei<span class='pagenum'><a name="Page_117" id="Page_117">[117]</a></span>ding van 't
+Staatsonderwijs toelegde. Door 's Konings toedoen besloot hij insgelijks
+het middelbaar onderwijs aan den invloed der geestelijkheid te onttrekken.
+Een besluit van 14<sup>en</sup> Juni 1825 beval de sluiting van al de niet erkende
+Latijnsche scholen en colleges; alleen de wereldlijke Latijnsche scholen
+werden toegelaten. Alzoo sloot men de <i>kleine bisschoppelijke seminari&euml;n</i>,
+die onder voorwendsel van tot den geestelijken stand op te leiden, aan de
+zonen der burgerij het voorbereidend hooger onderwijs verschaften. Wanneer
+later deze hunne humaniora in den vreemde, vooral in de Jezuietengestichten
+van S<sup>t</sup> Acheul, in Frankrijk, en Freiburg, in Zwitserland, wilden gaan
+voleindigen, werd hun voor 't vervolg de toegang tot de Staatshoogescholen
+van Gent, Leuven en Luik ontzegd.</p>
+
+<p>Zoolang de Koning zich als verdediger van het Staatsonderwijs aanstelde,
+bleef hij binnen de palen der Grondwet. Maar ondoordacht en vermetel was
+zijne poging, toen hij zich in de opleiding van de Belgische katholieke
+geestelijkheid wilde mengen. Hierin handelde hij voorzeker te goeder trouw;
+men heeft hem ten onrechte voorgesteld als een godsdienstigen ijveraar voor
+het Protestantisme; het staat vast dat hij volstrekt geen vijand was van
+het Katholicisme. Zooals hij in Holland met de Hervormde gemeenten gedaan
+had, zoo wilde hij alhier den voorrang van de burgerlijke macht boven de
+geestelijke vestigen. Daarom was hij voornemens, voor de toekomst, eene
+verstandige, verlichte, verdraagzame, nationale geestelijkheid te vormen,
+door middel eener hervorming der godgeleerde studi&euml;n. Zoodat de
+Calvinistische vorst hoopte te slagen, daar waar zijn katholieke
+voorganger, Jozef II, bezweken was! Zelfs de tegenwerpingen zijner omgeving
+konden hem zijn besluit niet doen verzaken.</p>
+
+<p>Den zelfden dag (14 Juni 1825) dat Willem de kleine seminari&euml;n afschafte,
+verordende hij de oprichting bij de Hoogeschool van Leuven van het
+<i>Wijsgeerig College</i>, voor de jongelingen van alle bisdommen die zich tot
+den geestelijken staat voorbereidden. Zij zouden gezamenlijk met de
+studenten der Faculteit der wijsbegeerte zekere lessen in de philo<span class='pagenum'><a name="Page_118" id="Page_118">[118]</a></span>sophie
+volgen. De bestuurder en de onderbestuurders, alsook drie leeraars, zouden
+door den Vorst benoemd worden, met goedkeuring van den aartsbisschop. Den
+11<sup>en</sup> Juli volgt een verbod in de groote seminari&euml;n studenten te
+ontvangen die het Wijsgeerig College niet doorloopen hebben; en het verbod
+tegen degenen die in den vreemde zouden gaan studeeren, wordt ook op de
+toekomstige seminaristen toegepast.</p>
+
+<p>&laquo;Die noodlottige besluiten zijn misschien de ergste misslag in de regeering
+van koning Willem I en zij getuigen van eene groote verblindheid, van een
+jammerlijk Staatsbeleid&raquo;. Hoe kon de Koning toch verwachten dat de
+Belgische geestelijkheid, die voortdurend aanspraak maakte op gansch de
+leiding van het openbaar onderwijs, zou toelaten dat een leek, en dan nog
+een Calvinist, de opleiding van de toekomstige priesters zou besturen? De
+Paus en de bisschoppen teekenden verzet aan; de aartsbisschop van Mechelen
+weigerde, niettegenstaande herhaald verzoek des ministers, de plaats van
+opziener van het College; talrijke vlugschriften vielen de stichting aan,
+en de katholieke dagbladen kantten zich met hardnekkigheid tegen 's Konings
+inmenging in geestelijke zaken. Doch wanneer de koninklijke maatregels in
+de Staten-Generaal door de katholieke volksvertegenwoordigers De Stassart,
+Surmont de Volsberghe en vooral De Gerlache heftig werden gelaakt, vond de
+Regeering eenen krachtigen steun in de twee knappe Belgische redenaars, de
+liberale oppositieleiders, Reyphins en Dotrenge. Zij juichten de
+uitdrijving van de Ignorantins toe, en wezen op de pogingen van de
+Jezu&iuml;eten om in de Nederlanden terug te keeren. Ook was de overwinning van
+de ministers Van Maanen, Van Gobbelschroy en Goubau, bestuurder van den
+katholieken eeredienst, volledig. Vele Belgische ontwikkelde groepen
+stemden met die anticlericale besluiten in, en Louis de Potter, een rijk en
+knap publicist, die zich door een geweldig anticlericalisme onderscheidde,
+prees de stichting van het <i>Collegium Philosophicum</i> en den strijd van de
+regeering voor het Staatsonderwijs.</p>
+
+<p>De liberalen waren bereid zich om het ministerie te scharen, wilde men
+hunne grieven aanhooren. In dien zin was<span class='pagenum'><a name="Page_119" id="Page_119">[119]</a></span> het slot van Dotrenge's
+redevoering vol beteekenis. &laquo;Sire, zei hij, beschut ons v&oacute;&oacute;r de Jezu&iuml;eten,
+doch verlos ons van de belasting op het gemaal&raquo;.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Het scheen dus dat de Belgische oppositie verbroken was. Nochtans werd er,
+gedurende het debat over het onderwijs, een woord door den leider van de
+katholieken uitgesproken, dat voor de toekomst een schrikbaar voorteeken
+was. Baron de Gerlache, oud-advocaat te Parijs, thans te Luik gevestigd,
+waar hij beurtelings naar den gemeenteraad, naar de Provinciale Staten en
+sedert het vorige jaar naar de Staten-Generaal gezonden werd, had, in eene
+zeer welsprekende rede, waarvan de indruk door het uiterlijke van zijn
+persoon nog verhoogd werd, zich, niet gelijk zijne collega's op de
+leerstellingen van het kanonieke recht en van het Concilie van Trente
+beroepen, maar, evenals de liberale katholieken, en voornamelijk Lamennais
+in Frankrijk, op de vrijheid van het onderwijs, die hij afleidde uit alle
+andere vrijheden, als de vrijheid van godsdienst en van drukpers; dit was
+voor 't vervolg den weg afbakenen voor een verbond, dat op dien stond
+nochtans door niemand voorzien werd.</p>
+
+<p>Om de woede der clericalen te stillen, besloot Willem enkele toegevingen te
+doen. Reeds vroeger was Reinhold, zijn gezant te Rome, met het Vatikaan in
+onderhandeling getreden, om een concordaat tot stand te brengen in den zin
+van dit van Napoleon, dat in Belgi&euml; van 1801 tot 1815 in zwang was; een
+pauselijke nuntius was zelfs te dien einde in Belgi&euml; geweest, maar moest
+onverrichterzake terugkeeren. Zoo bleef de zaak tot in 't begin van 1826,
+wanneer een katholieke afgevaardigde, de graaf de Celles, zich aanbood om
+de onderhandelingen te hernemen. Paus Leo XII en Koning Willem toonden zich
+even inschikkelijk. De Jozefist Goubau moest van het bestuur van den
+katholieken eeredienst aftreden, dat bij 't ministerie van binnenlandsche
+zaken gevoegd werd (1826); Reinhold werd als gevolmachtigde te Rome door
+graaf de Celles vervangen. Doch deze botste tijdens de besprekingen op
+talrijke moeilijkheden<span class='pagenum'><a name="Page_120" id="Page_120">[120]</a></span> hem door de dweepzieke omgeving in 't Vatikaan in
+den weg gelegd en klaagde er bij zijne regeering over dat hij nu niet meer
+kon verkrijgen wat men twee jaar vroeger gemakkelijk zou bekomen hebben.</p>
+
+<p>Eindelijk op 18<sup>en</sup> Juni 1827 teekende de Celles het concordaat met den
+kardinaal Capellari. Ieder bisdom zou een seminarie bezitten. Wat de
+verkiezing der prelaten betrof, deze moest geschieden door het kapittel,
+dat den Koning een kandidatenlijst zou voorleggen, waarop deze de
+kandidaten, die hem niet bevielen, zou doorschrappen; de Paus duidde dan
+den titularis aan.</p>
+
+<p>De bulle van 17<sup>en</sup> Augustus kondigde daarenboven de oprichting van drie
+nieuwe bisdommen aan, nevens de vijf bestaande, namelijk te Brugge, te
+Amsterdam en te 's Hertogenbosch, en bevestigde dat voortaan all&eacute;en de
+bisschoppen voor de opvoeding hunner geestelijkheid te zorgen hadden.</p>
+
+<p>De Belgische katholieken onthaalden het sluiten van het concordaat met luid
+gejuich; verscheidene hunner afgevaardigden stemden zelfs de begrooting
+zonder verzet.</p>
+
+<p>De Hollandsche Calvinisten evenals de Belgische liberalen keurden
+integendeel de vernedering des Konings v&oacute;&oacute;r den Paus streng af; zij
+verweten aan de regeering dat zij niet alleen van haar recht van benoeming
+der bisschoppen afstand gedaan had, maar daarbij nog het Wijsgeerig College
+van Leuven opofferde. Fel aangevallen in de liberale dagbladen en
+voornamelijk in den <i>Courrier des Pays-Bas</i> door de pen van den heftigen
+Louis de Potter, zocht de regeering de waarde van het concordaat en van de
+pauselijke bulle te verzwakken. Reeds op 5<sup>en</sup> October zond Van
+Gobbelschroy een vertrouwelijken omzendbrief aan de gouverneurs, om hun te
+laten weten dat de invloed des Konings op de benoeming der bisschoppen
+grooter was dan 't concordaat liet vermoeden, dat niets veranderd was
+aangaande het onderwijs der seminari&euml;n, dat het volgen der leergangen in
+het Wijsgeerig College eenvoudig van verplichtend, vrij geworden was, en
+eindelijk dat men alle overeenkomst tot het bezetten der ledig staande
+bisschoppelijke zetels zou verdagen. Om de liberalen te paaien, deelde
+zelfs Van Gob<span class='pagenum'><a name="Page_121" id="Page_121">[121]</a></span>belschroy, die met Louis de Potter bevriend was, dien
+omzendbrief aan den publicist mede, die zich verhaastte hem in zijn dagblad
+af te kondigen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 60%;"><a name="SCHRANT" id="SCHRANT"></a>
+<img width="100%" src="./images/i133.jpg" alt="J. M. Schrant" title="J. M. Schrant" />
+<span class="caption">J. M. Schrant</span>
+</div>
+
+
+<p>Die mededeeling (14<sup>en</sup> October 1827) en het wezenlijk behoud van het
+<i>statu quo</i>, verwekten bij de katholieken eene geweldige verontwaardiging.
+Van dan af hernam de strijd der geestelijkheid tegen de regeering met
+nieuwe woede. Gesterkt nog door het voorbeeld van Frankrijk, waar een
+katholieke prelaat de <i>Universit&eacute; de France</i>, dat is geheel het onderwijs,
+bestuurde, en waar Karel X de wet op de heiligschennis had doen aannemen,
+begonnen de Belgische priesters het onderwijs der professoren van de
+hoogescholen en athenea aan te klagen, donderden zij van op den preekstoel
+tegen de &laquo;<i>Duivelscholen</i>&raquo; en verdoemden het &laquo;<i>Schoolvee van Van
+Gobbelschroy</i>&raquo;. Pastoor Schrant, van Amsterdam,<span class='pagenum'><a name="Page_122" id="Page_122">[122]</a></span> die in de oogen zijner
+Zuidnederlandsche collega's de onvergeeflijke zonde begaan had een
+leerstoel aan de Hoogeschool te Gent te aanvaarden, moest dit bezuren. De
+katholieke dagbladen kondigden de lijsten af der leden van het <i>Nut van 't
+Algemeen</i>, aan welke de priesters besloten de absolutie te weigeren. Nooit
+had de schoolstrijd zoo erg gewoed. In hunne redevoeringen en preeken
+gingen zekere dorpsherders zoover, dat de Regeering ze v&oacute;&oacute;r de rechtbank
+moest dagen en laten veroordeelen. De katholieke vertegenwoordigers in 't
+Parlement, wier verzet tot dan toe eerbiedig en bedaard geweest was, namen
+insgelijks eenen heftigen toon aan.</p>
+
+<p>Had dan nog de regeering op den steun der liberale partij kunnen rekenen;
+maar door hare halsstarrigheid in het weigeren van zekere politieke,
+sociale of &#339;conomische eischen, en niet minder door hare dubbelzinnigheid,
+die wantrouwen inboezemde, bevond zij zich weldra gansch alleen.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Intusschen had zich in Belgi&euml; eene gewichtige verandering op intellectueel
+en politiek gebied voorgedaan. Tot omstreeks 1827 had de bevolking zich
+weinig om de Staatszaken bekommerd; zelfs de dagbladen zonden geene
+reporters naar de zittingen der Staten-Generaal. Immers onze voorouders,
+gedurende drie eeuwen onder vreemd juk gebogen, van alle deelneming aan het
+openbaar bestuur verstoken, voor de meerderheid in de grootste onwetendheid
+gedompeld, toonden zich onverschillig voor de politieke besprekingen. Aan
+die onverschilligheid had het ingewikkelde kiesstelsel voor de
+Staten-Generaal geen klein aandeel; immers de verkiezingen geschiedden in
+twee graden, de <i>kiezers</i> betalende honderd gulden in grondbelasting, kozen
+een zeer beperkt getal <i>stemgerechtigden</i>, die de volksvertegenwoordigers
+benoemden; zoo konden de kleine burgerij en het kleine volk, van de
+verkiezing volkomen uitgesloten, zich natuurlijk voor deze niet warm maken.
+Voegt daarbij nog de drukking van den koninklijken commissaris,<span class='pagenum'><a name="Page_123" id="Page_123">[123]</a></span> die de
+verkiezing voorzat en allen strijd tegen den officieelen kandidaat
+verijdelde.</p>
+
+<p>Doch met het jaar 1827 doet zich een bepaalde vooruitgang in de politieke
+opleiding voor. Eene nieuwe generatie van jonge redenaars en publicisten is
+ontstaan, gedeeltelijk gevormd in de Staatshoogescholen. In de liberale
+fractie zien wij Le Hon en Ch. de Brouck&egrave;re met een vroeger onbekenden
+gloed voor de vuist spreken, en in navolging der Fransche doctrinairen der
+Kamer als Royer-Collard en Benjamin Constant, in wel doordachte
+redevoeringen, den misprijzenden trots, waarmede de ministers vroeger op de
+redenaars nederzagen, tarten en onophoudend de regeering op het bankje
+zetten. Ch. de Brouck&egrave;re durfde zelfs in 1828 in de Staten-Generaal het
+recht van initiatief gebruiken, dat aan de volksvertegenwoordigers ontzegd
+was. Met de opkomst van het liberale ministerie Martignac in Frankrijk
+wordt de vrijmoedigheid der partij nog grooter.</p>
+
+<p>Het waren de liberale afgevaardigden en hunne vrienden die het overgroote
+getal der Belgische dagbladen opstelden. Niet minder dan de weerklank
+hunner stem buiten het Parlement, wist de snedigheid hunner pen de natie op
+te wekken tot belangstelling in haar beheer; en de eenparigheid waarmede
+sindsdien stelselmatig al de Belgische afgevaardigden, buiten drie of vier
+afvalligen, tegen die van het Noorden stemden, was geen geringe factor om
+de gemoederen eindelijk met politieken hartstocht te bezielen.</p>
+
+<p>In die bewerking der openbare meening hebben de advocaten-publicisten eene
+overwegende rol gespeeld; Gendebien, Lebeau, Devaux en hunne aanhangers,
+reeds ge&euml;rgerd door de Taalbesluiten die hunne persoonlijke belangen
+gekrenkt hadden, verwoed nog om de hardnekkigheid waarmede de regeering de
+opstellers der artikels, die de handelingen van het bestuur aanvielen,
+vervolgde en strafte, verklaarden een onverzoenbaren oorlog aan het
+ministerie van Koning Willem.</p>
+
+<p>Hadden Van Maanen en zijne collega's nochtans op zekere punten van
+politieken en &#339;conomischen aard toegegeven, dan zou de vroegere goede
+verstandhouding met de liberale<span class='pagenum'><a name="Page_124" id="Page_124">[124]</a></span> partij misschien hebben kunnen
+voortbestaan. Dit was het geval toen de liberalen door de Provinciale
+Staten van Luik, Namen en Henegouwen, verzoekschriften aan den Koning deden
+zenden om de belastingen op het geslacht en het gemaal af te schaffen. De
+Koning in zijne koppigheid beschouwde dit verzoek als eene onwettelijke
+daad en weigerde het in aanmerking te nemen; de Vorst wist overigens dat de
+strekking der Belgische liberalen ten opzichte van een constitutioneele
+regeering door den oligarchischen geest der Noord-Nederlanders afgekeurd
+werd.</p>
+
+<p>Het vraagstuk der vrijheid van drukpers bood aan de liberalen een gunstiger
+oorlogsterrein. Dagelijks zagen zij hunne dagbladen voor de minste critiek
+der bestaande verordeningen of der ministerieele handelwijze voor de
+rechtbank dagen, krachtens het strenge Besluit van 20<sup>en</sup> April 1815. Zoo
+werd, in Maart 1828, Ducp&eacute;tiaux, opsteller bij den liberalen <i>Courrier des
+Pays-Bas</i>, vervolgd om een verdediging der doodstraf, geschreven door een
+referendaris van 't ministerie van justitie, weerlegd te hebben. De
+publicist richtte alsdan tot de Tweede Kamer een verzoekschrift, waarin hij
+tegen zijne vervolging verzet aanteekende.</p>
+
+<p>Dit gaf aanleiding tot het hartstochtelijkste debat dat sedert Waterloo in
+de Staten-Generaal plaats gevonden had. De jeugdige Ch. de Brouck&egrave;re,
+alhoewel een zoon van den gouverneur van Limburg, hekelde fel het gedrag
+van het gerecht en drong aan op de afschaffing van het draconische
+reglement: &laquo;Het schijnt mij dagelijks klaarder, sprak hij, dat men de pers
+in de Nederlanden dooden wil. De natie echter wil bevrijd zijn van al die
+uitzonderingswetten.&raquo; Wel is waar beloofde de Koning in zijne troonrede,
+bij de opening der Staten-Generaal, de wetgeving voor de perszaken te
+veranderen; die belofte bleef echter een doode letter; integendeel beval
+minister Van Maanen aan de rechtbanken met nog meer strengheid tegen de
+dagbladen te werk te gaan.</p>
+
+<p>Ducp&eacute;tiaux, in een nieuw artikel (28<sup>en</sup> October 1828), had verzet durven
+aanteekenen tegen de onwettelijke uitdrijving van twee jonge Fransche
+schrijvers, beticht een<span class='pagenum'><a name="Page_125" id="Page_125">[125]</a></span> tamelijk zwak hekeldicht tegen de belasting op het
+gemaal geschreven te hebben; hij werd in de gevangenis geworpen. Op 5<sup>en</sup>
+November dient daarop Ch. de Brouck&egrave;re een wetsontwerp in, tot afschaffing
+der besluiten op de drukpers. Vijf dagen later kondigt de <i>Courrier des
+Pays-Bas</i>, die zich door de aanhouding van Ducp&eacute;tiaux niet had laten
+afschrikken, een hoogst geweldig artikel af van den vroegeren bondgenoot
+der regeering, Louis de Potter. &laquo;Laat ons die schim van het gevaar der
+Jezuieten, waarmede de regeering voortdurend schermt en ons bedot,
+verwerpen, schreef hij ongeveer; laat ons voortaan beschimpen, hoonen en
+vervolgen de <i>ministerieelen</i>!&raquo; Het woord stond er. Door de noodlottige
+dwaasheid der regeering, door hare nuttelooze strengheid kwam zij voor
+altijd den steun der liberalen te verliezen.</p>
+
+<p>De vranke publicist, van ophitsing beschuldigd, werd met Ducp&eacute;tiaux in de
+gevangenis der Kleine Karmelieten opgesloten; intusschen bepleitte
+vruchteloos De Brouck&egrave;re in de Tweede Kamer de vraag van de vrijheid der
+drukpers: met 61 stemmen tegen 44, 't zij al de vertegenwoordigers van 't
+Noorden met zeven van 't Zuiden, werd zijn wetsontwerp verworpen (3<sup>en</sup>
+December).</p>
+
+<p>Op 13<sup>en</sup> December 1828 kreeg Ducp&eacute;tiaux van 't Assisenhof van
+Zuid-Brabant &eacute;en jaar gevangenisstraf; acht dagen later, niettegenstaande
+de welsprekende pogingen van zijn advocaten Van Meenen en Van de Weyer,
+werd Louis de Potter tot 18 maanden gevangenisstraf en 100 gulden boete
+veroordeeld. De aanspraak van den beschuldigde tot het publiek na de
+pleidooien, &mdash; een echt rekwisitorium tegen de regeering &mdash; werd door de
+aanwezigen op luid handgeklap onthaald, de uitspraak van het vonnis
+integendeel op gejouw en gefluit; en 't was onder de kreten, door de
+woelige menigte geuit, van &laquo;Leve De Potter! Weg met Van Maanen!&raquo; dat de
+veroordeelde naar zijn gevangenis teruggevoerd werd. Het gepeupel wierp de
+vensterglazen van het Ministerie van Justitie uit.</p>
+
+<p>Dit proces vond gansch Belgi&euml; door eenen ongehoorden weerklank en het
+oefende een beslissenden invloed op den verderen gang der zaken uit. De
+Potter, die in den grond<span class='pagenum'><a name="Page_126" id="Page_126">[126]</a></span> een woelgeest was, en er naar hunkerde om in
+Belgi&euml; de rol van O'Connell in Ierland te spelen, ging door voor een
+martelaar.</p>
+
+<p>Terwijl de regeering zich alzoo moedwillig de verschrikkelijkste
+verbittering der liberale dagbladschrijvers en advocaten op den hals
+haalde, hadden de katholieken ook de wapens niet neergelegd. Hunne leiders
+die vroeger tegen de moderne vrijheden der Grondwet gepruild hadden, waren
+nu gedeeltelijk gewonnen tot het godsdienstig liberalisme van F. de
+Lamennais, en zij beriepen zich voortdurend op zijne verklaringen, sedert
+de sluwe De Gerlache de vrijheid van onderwijs als onafscheidbaar verklaard
+had van die van godsdienst en van drukpers.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>'t Is met dit sophisme als grondslag dat nochtans de <i>Unie der Liberalen en
+Katholieken</i> tot stand kwam, die den politieken tegenstand van Noord en
+Zuid in een strijd van volk tegen volk zou doen ontaarden. Dank zij hare
+dwaze houding was de regeering er aldus volkomen in geslaagd deze twee
+elkander hoogst vijandige partijen in malkaars armen te werpen.</p>
+
+<p>Wanneer men de denkbeelden van den rationalistischen Louis de Potter en van
+den radicalen Gendebien van v&oacute;&oacute;r 1828 met die van den ultramontaanschen De
+Gerlache of den dweepzieken De Secus vergelijkt, vraagt men zich af, hoe
+dergelijke eendracht van het jakobinisme en van het geestelijk fanatisme &mdash;
+wat Willem en zijne ministers het <i>Monsterachtig verbond</i> van de roode en
+de vierkante muts noemden &mdash; kon tot stand komen. 't Zijn de gematigde
+liberalen als Lebeau, S. Van de Weyer en de katholieke democraten als J.-B.
+Nothomb en Ph. Vilain XIIII, die deze toenadering mogelijk maakten. Beide
+fracties verzochten de zoo hevige geschillen tusschen beide partijen op
+zijde te schuiven, om alleen voor de herstelling der bepaalde grieven te
+ijveren en de &laquo;vrijheid in alles en voor allen&raquo; te eischen.</p>
+
+<p>Wij hebben gezien hoe De Gerlache, in den grond een aan<span class='pagenum'><a name="Page_127" id="Page_127">[127]</a></span>hanger van
+gewetensdwang en bestuurlijk absolutisme, met eene machiavellistische
+arglistigheid, het vrijheidsbeginsel als een lokaas aan de liberalen
+toegeworpen had. Reeds in Maart 1827 ontwikkelde Paul Devaux, een talentvol
+jong publicist, in den <i>Mathieu Laensberg</i> (later <i>Le Politique</i>) van Luik
+het plan van een verbond op grond van de volledige ontwikkeling der
+vrijheden door de Grondwet beloofd. Eerst fel bestreden door Bartels in <i>Le
+Catholique</i> van Gent, door Kersten in <i>Le Courrier de la Meuse</i> van Luik,
+alsook door den liberalen <i>Courrier des Pays-Bas</i>, vond Devaux' voorstel
+allengskens eene algemeene bijtreding. Reeds op 23<sup>en</sup> Juli 1828 kondigde
+het Luiker liberaal dagblad de sluiting der <i>Unie</i> aan......</p>
+
+<p>Kort na deze netelige onderhandelingen werd het wetsontwerp De Brouck&egrave;re
+verworpen en Louis de Potter veroordeeld.</p>
+
+<p>Terstond kwam door toedoen der dagbladen van alle gezindheid een ontzaglijk
+petitionnement tot stand (November 1828), waarvan de onderteekenaars in 't
+Walenland en te Brussel in de eerste plaats, de afschaffing van de
+belasting op het gemaal en van het besluit op de drukpers van 1815 vroegen,
+doch in Vlaanderen (45,000 onderteekenaars op het globale getal van 70,000)
+vooral het opheffen van het Staatsmonopolium van het onderwijs wilden:
+aldaar was de geestelijkheid van huis tot huis de onderteekenaars gaan
+vinden, en de talrijke kruisjes in plaats van handteekeningen onderaan de
+petities, bewezen voldoende op welke wijze men deze had verkregen.</p>
+
+<p>De regeering bestempelde die beweging als <i>schandalig</i>.</p>
+
+<p>Een tweede petitionnement, uitgaande van de Brusselsche katholieken als den
+ouden graaf de M&eacute;rode-Westerloo, burggraaf Vilain XIIII en den
+correspondent der Jezuieten L. Robiano de Borsbeek, vroeg uitsluitend de
+vrijheid van onderwijs (Januari-Februari 1829) en verkreeg nog meer bijval
+dan het eerste. Er werd algemeen en met onrust opgemerkt hoe intusschen op
+den buiten de geestelijkheid, met eene zonderlinge bedrijvigheid, de boeren
+aanspoorde om zich op de lijsten der gemeentewacht te doen inschrijven,<span class='pagenum'><a name="Page_128" id="Page_128">[128]</a></span> en
+hoe buitengewoon de burgers der Belgische steden zich eveneens daartoe
+beijverden. Ook de liberalen lieten niet los, en Lebeau en Rogier in <i>Le
+Politique</i> van Luik onderhielden de geesten in eene ongemeene gisting.</p>
+
+<p>Plots verscheen er een vlugschrift, door Louis de Potter in zijn gevangenis
+opgesteld, dat de eendracht der anti-ministerieelen nog zou versterken
+(Juni 1829). Hij stelde de voltrekking van de <i>Union des Catholiques et des
+Lib&eacute;raux</i> met genoegen vast en preekte de wederzijdsche verdraagzaamheid
+aan om des te sterker den gemeenschappelijken vijand te bestrijden. Die
+aanmaning tot samenwerking maakte een overgrooten opgang, omdat zij uitging
+van een zoo hevig anti-clericaal.</p>
+
+<p>Ditmaal werden de ultra-liberale en katholieke fracties door die
+plotselinge bekeering van De Potter ge&euml;rgerd. De overtuigde liberalen
+vreesden voor hunne principes in dit samengaan met de ultramontanen, en Ch.
+Durand gaf een pamflet uit in antwoord op de <i>Union</i>. Ook de Belgische
+katholieken vonden het noodzakelijk, in een vlugschrift, hun gedrag bij
+hunne Fransche geestverwanten te verrechtvaardigen. Doch de stoot was
+gegeven. Ver van nu het hachelijke van haren toestand in te zien, volhardde
+de regeering in hare koppigheid.</p>
+
+<p>Toen de verzoekschriften zoo overvloedig op de banken van de
+Staten-Generaal regenden, had Ch. Le Hon voorgesteld den Koning een adres
+aan te bieden, om zijne aandacht op den staat van gisting in de Zuidelijke
+Provinci&euml;n in te roepen; het adres werd aangenomen door de Tweede Kamer
+maar door de Eerste verworpen.</p>
+
+<p>De wet op de instelling van de jury bij de rechtbanken, door de
+vertegenwoordigers van 't Zuiden voorgesteld, onderging dit lot reeds bij
+de stemming in de Tweede Kamer.</p>
+
+<p>Alsdan ontstonden overal Grondwettelijke Vereenigingen of Comiteiten tot
+herstelling der <i>Grieven</i>. Immers sedert October 1828 had de <i>Courrier de
+la Meuse</i> een statistiek opgesteld, waardoor, met overvloed van cijfers uit
+officieele oorkonden, de partijdigheid der regeering bewezen werd in zake
+benoemingen tot de openbare ambten. Op 7 ministers telde<span class='pagenum'><a name="Page_129" id="Page_129">[129]</a></span> men slechts &eacute;en
+Belg, op 14 bestuurders in de ministeries insgelijks &eacute;en; onder de 300
+hoogere beambten der ministeries, vond men 17 Belgen. In het leger trof men
+2377 Hollandsche officieren tegenover 417 Belgen aan; men insinueerde zelfs
+dat de Belgen slechts tot hoogere graden klommen, in Oost-Indi&euml; &laquo;om aldaar
+de bloedbelasting te betalen&raquo;, terwijl men wist dat het aandeel der Belgen
+in het koloniaal leger, gedurende den opstand van Dipo-Negoro op Java
+(1826-1830), slechts een vijfde bedroeg. Overigens die zoo ongunstige
+verhouding van officieren in de troepen, verklaart zich door het feit, dat,
+bij de organisatie, van 't leger in 1814-15 en den oproep tot de
+oud-militairen om zich aan te melden met hunnen vroegeren graad, veel
+Hollanders en weinig Belgen zich aangeboden hadden; men voege daarbij dat
+degenen die zich in de Zuidelijke Nederlanden met bestuurlijke of militaire
+zaken ophielden, in zeer klein getal waren. Doch zooals zij voorgesteld
+was, bleef die verdeeling der openbare ambten eene schreeuwende
+ongerechtigheid. Sindsdien volgden nog andere statistieken die het
+Hollandsch &laquo;nepotisme&raquo; geeselden en de openbare meening verontwaardigden.</p>
+
+<p>Daarbij kwam nog het wijzen op de politieke overheersching van Belgi&euml; door
+de Hollandsche ambtenaren, die zich tegenover het Zuiden als tegenover een
+wingewest gedroegen; de oppositie noemde de Grondwet eene aan het Zuiden
+opgedrongen keure, hekelde de taalbesluiten, het officieel onderwijs; ja,
+zelfs het belastingstelsel werd wegens onrechtvaardige toepassing
+aangevallen, alhoewel het klaar was dat de Hollanders, die zestien gulden
+per hoofd betaalden, vijf gulden meer dan de Vlamingen en juist het dubbel
+van de Walen in de Staatskist stortten.</p>
+
+<p>Voor de herstelling dezer grieven, 't zij echte, 't zij ingebeelde, voerden
+nu vlugschriften en dagbladen een hevigen strijd, en de Constitutioneele
+Vereenigingen ijverden natuurlijk niet het minst voor de vrijheid van
+drukpers. Op dit laatste punt moest de regeering eindelijk toegeven, en 't
+was om zoo te zeggen met eenparigheid van stemmen dat het besluit van April
+1815 door de Staten-Generaal afgeschaft werd; de zeer vrijzinnige wet van
+<span class='pagenum'><a name="Page_130" id="Page_130">[130]</a></span>16<sup>en</sup> Mei 1829 verving het hatelijke dwangreglement.</p>
+
+<p>Doch in hare verblindheid tegen de Belgische &laquo;factie&raquo; had de regeering
+besloten de aanvallen der Belgische pers door aanvallen tegen hare
+opstellers te beantwoorden; daarom stichtte zij te Brussel een officieus
+blad, <i>Le National</i> (Mei 1829); de Koning beging de onvergeeflijke fout het
+bestuur van dit blad toe te vertrouwen aan den Florentijn Libry, graaf van
+Bagnano, die sedert jaren uit Frankrijk geweken, zich uitgaf voor een
+slachtoffer van de reactie der Bourbons. Met een ongehoord cynisme,
+overlaadde hij de partijgangers der Unie en de katholieken met
+persoonlijken hoon en smaad, en hij aarzelde niet te schrijven &mdash; wat de
+zaak der regeering meer kwaad dan goed deed &mdash; onder andere &laquo;dat men de
+Belgen een muilband moest aandoen evenals de honden&raquo;. Maar plots kwam het
+uit dat de kampioen des Konings, de vertrouweling van Van Maanen, tweemaal
+in Frankrijk voor schriftvervalsching in handelszaken tot dwangarbeid en
+brandmerk veroordeeld geweest was; en de <i>Courrier des Pays-Bas</i> drukte
+terzelfdertijd drie geheime besluiten af, die het blad zich had weten te
+verschaffen, waardoor de Vorst aan den verdediger der regeering 85,000
+gulden op het Nijverheidsfonds verleende. Een kreet van algemeene
+verontwaardiging steeg in Belgi&euml; bij die verpletterende openbaring op. Van
+toen af in vergaderingen en drankhuizen durfde men de vraag stellen of
+Frankrijk een opstand in Belgi&euml; gewapenderhand zou ondersteunen.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Rekenende op de gevolgen die een officieel bezoek kan hebben, ondernam
+Willem, eene omreis in de Zuidelijke Provinci&euml;n. Overal zag hij de blijken
+van welstand en voorspoed; het feestelijk onthaal dat hem daar te beurt
+viel versterkte hem in de overtuiging dat de aanvallen tegen zijne
+regeering gericht, slechts het werk van enkele opruiende dagbladschrijvers
+waren, en dat de gisting niet tot in de massa gedrongen was. Tijdens zijn
+bezoek aan Luik (23<sup>en</sup> Juni 1829) kon de begoochelde Vorst niet nalaten
+zijn antwoord aan het gemeentebestuur van Luik<span class='pagenum'><a name="Page_131" id="Page_131">[131]</a></span> met de volgende woorden te
+eindigen: &laquo;Ik zie nu wat ik moet denken over de zoogezegde grieven waarover
+men zooveel gerucht gemaakt heeft. Dat is aan enkele bijzonderen te wijten
+die uit eigenbelang handelen. Dit is een schandelijk gedrag!...&raquo; Dit
+onvoorzichtig smaadwoord tegen de opstellers der vertoogschriften gericht,
+kreeg zooveel weerklank, dat Willem's oogen hadden moeten opengaan. Te
+Brugge stichtte Constantijn Rodenbach dadelijk, in clericale navolging der
+&laquo;Geuzen&raquo; van de 16<sup>e</sup> eeuw, de <i>Orde der Schande</i> (Ordre de l'Infamie),
+die op hare kenteekens de leus voerde: &laquo;Trouw tot aan de schande!&raquo; (Juli
+1829). Bij het opgehitste lagere volk ontstond een ware haat tegen den
+Hollander en al wat Hollandsch was.</p>
+
+<p>Het koninklijk bezoek had dus geenszins de bedaring verwekt die men
+verhoopt had, wel integendeel. Ziende dat de nieuwe wet op de drukpers de
+liberalen niet gestild had, besloot de regeering aan de katholieken zekere
+toegevingen te doen, om de Unie te trachten te verbreken en de vrijzinnige
+oppositie in toom te houden.</p>
+
+<p>Immers ook te Rome had Paus Leo XII het verbond van de Belgische
+katholieken met de liberalen met een zeer kwaad oog aanschouwd; duchtende
+voor 't gevaar dat die eendracht voor 't geloof kon opleveren, zond hij in
+de Nederlanden den zeer vrijzinnigen nuntius Capaccini, die de Belgische
+geestelijkheid zou aanmanen niet katholieker te willen zijn dan de Paus. De
+kardinaal beijverde zich om het concordaat te doen uitvoeren en kon door
+den Koning drie nieuwe bisschoppen, namelijk voor Luik (Van Bommel), voor
+Gent (Van de Velde) en voor Doornik (Delplancq) doen aanvaarden. Pius VIII,
+die intusschen den meer toegevenden Leo XII opgevolgd was, bekrachtigde
+hunne benoeming op 18<sup>en</sup> Mei 1829.</p>
+
+<p>Evenveel genoegen baarde aan de katholieken het koninklijk besluit van
+20<sup>en</sup> Juni, waarbij het bezoeken van het Wijsgeerig College van Leuven
+als facultatief verklaard werd; daarbij stond Willem, door eene andere
+verordening van 2<sup>en</sup> October, de heropening, mits zekere beperkingen, van
+de kleine bisschoppelijke seminaries weder toe.<span class='pagenum'><a name="Page_132" id="Page_132">[132]</a></span></p>
+
+<p>Andere toegevingen werden gedaan in den zin van de petities; de afschaffing
+van de belasting op het geslacht werd beloofd (19<sup>en</sup> Mei 1829); den
+5<sup>en</sup> Juli werd bepaald dat op 1<sup>en</sup> Februari 1831 de nieuwe rechterlijke
+inrichting in werking zou treden, dat men dienvolgens onafzetbare
+magistraten zou hebben. De regeering liet zelfs een ontwerp van een
+gewijzigde wet op 't onderwijs verhopen.</p>
+
+<p>Maar deze toegevingen die enkele maanden vroeger met gejubel zouden
+onthaald geweest zijn en die het petitionnement konden verhinderen, daar
+zij de hoofdgrieven uit den weg ruimden, kwamen nu te laat. De clericalen
+beschouwden deze vergunningen als eene onvoldoende afkorting; de liberalen
+weigerden allen steun aan de regeering, zoolang de ministerieele
+verantwoordelijkheid niet toegestaan werd. In geen enkele klasse der
+bevolking telde de regeering nog vrienden.</p>
+
+<p>De opening der kleine seminaries, verre van de katholieken te bevredigen,
+had hunne aanspraken nog hooger gemaakt; zij eischten de algemeene vrijheid
+van onderwijs, zonder toezicht. Op 4{en} November 1829 stelden de
+katholieke edelen Robiano de Borsbeek, De M&eacute;rode en D'Hoogvorst eene nieuwe
+petitie in dien zin op; de geestelijkheid belastte zich opnieuw met het
+inzamelen der handteekeningen en der kruisjes, en pastoors en onderpastoors
+teekenden ditmaal aan 't hoofd der lijsten; op de 360,000 onderteekenaars
+waren er 240,000 uit Vlaanderen alleen.</p>
+
+<p>De schilder Geirnaert heeft ons, in een treffend tafereel, weldra door den
+steendruk verspreid, de handelwijze der geestelijken in deze beweging
+geschilderd. Zijne teekening wordt nog bevestigd door de beschrijving die
+Schuermans en Holtius, in hunne brieven aan Van Maanen, van de
+bedrijvigheid der geestelijkheid geven.</p>
+
+<p>Zekere klaarziende liberalen, zooals de advocaat Napoleon de Pauw van Gent,
+aarzelden niet dit petitionnement, bij de Staten-Generaal, als eene
+verkrachting van art. 161 der Grondwet aan te klagen.</p>
+
+<p>De clericale partij, die intusschen te Gent een Vlaamsch orgaan, <i>De
+Vaderlander</i>, gesticht had, antwoordde, kort na<span class='pagenum'><a name="Page_133" id="Page_133">[133]</a></span> die aanklacht, met een
+vertoogschrift, dat de teruggave eischte van de goederen der
+geestelijkheid, door de Fransche Revolutie verbeurd verklaard.</p>
+
+<p>De polemiek der Unionistische pers van Gent, Brussel en Luik tegen de
+Hollandsche <i>overheersching</i> en tegen de <i>dictatuur</i> van Van Maanen werd
+des te driester, daar de regeering en het gerecht het hoofd verloren
+hadden; en de gevallen van persovertredingen werden zoo talrijk, dat de
+gevangenissen van dagbladschrijvers opgepropt waren. De drukpers, in hare
+woede tegen de gehuurde penneknechten der regeering, ging alle palen te
+buiten. Men aarzelde zelfs niet de populariteit van den prins van Oranje te
+ondermijnen en hem op de lasterlijkste manier te beschuldigen: wanneer in
+den nacht van 25-26 September 1829 de diamanten zijner echtgenoote in 't
+paleis te Brussel op eene geheimzinnige manier gestolen werden, werden door
+zekere vuige lieden plakkaten op de muren van Brussel gehecht, waarin de
+kroonprins openlijk verdacht gemaakt werd.</p>
+
+<p>Ondanks die gevaarlijke voorteekens uitte de Koning bij de opening der
+Staten-Generaal te 's Gravenhage (19<sup>en</sup> October) zijne vreugde over de
+blijken van genegenheid hem door de Belgische natie in zijne omreis
+gegeven; hij kondigde enkele maatregelen aan voor 't welzijn van het
+koninkrijk en drukte op het ontwerp van herziening der onderwijswet. Zoo
+verzoeningsgezind was de troonrede, dat de Hollanders deze verklaring als
+een aftocht der regeering aanzagen. Maar de Belgische afgevaardigden,
+aangevuurd door de hevigheid der dagbladen en verbitterd wegens de
+schandelijke drukking door de officieele ambtenaren op de laatste
+verkiezingen uitgeoefend, hadden beslist de tienjarige begrooting te
+verwerpen, indien de regeering aan al hunne eischen niet toegaf. De nieuwe
+petities, die reeds op 15<sup>en</sup> November in de Staten-Generaal toekwamen en
+die zoozeer de Hollanders verbitterden, waren niet van aard om de spanning
+tusschen de Noordelijke en Zuidelijke afgevaardigden te verzachten. Aan De
+Gerlache, die naar de audientie van den Koning gegaan was, om dezen tot
+nieuwe toegevingen over te halen, sprak Willem I al zijne minachting<span class='pagenum'><a name="Page_134" id="Page_134">[134]</a></span> uit
+voor de liberalen, die hij heerschzuchtige woelgeesten noemde, en zijne
+misnoegdheid over de nooit tevreden clericalen; de pers overlaadde hij met
+smaadwoorden, en hij uitte zijne vrees voor die soort van geheime en
+onverantwoordelijke tegenregeering, die voortdurend beroep doet op de
+verderfelijkste hartstochten der onwetende en bijgeloovige massa. &laquo;Al de
+rechtmatige eischen heb ik ingewilligd, ging Willem voort, doch ik wil niet
+dat men de rollen omkeere. Indien het volk souverein is, kan de koning het
+niet zijn, want twee onverantwoordelijke machten kunnen in den Staat niet
+tegelijkertijd bestaan. Nu, mijne regeering is eene monarchie, getemperd
+door een Grondwet. Alle vraagstukken zijn er duidelijk in bepaald; al de
+tegenstrijdige theorie&euml;n zijn ongrondwettelijk, oproerig en revolutionnair!
+Ik ken mijn recht, ik ken mijn plicht, ik zal de bezworen Grondwet uit al
+mijne krachten rechthouden!&raquo;</p>
+
+<p>Dezelfde autoritaire geest ademde de beruchte <i>Koninklijke Boodschap</i>,
+enkele dagen later uitgevaardigd (11<sup>en</sup> December 1829); en dat juist op
+'t oogenblik, dat voor de eerste maal de hoogere ambtenaren het gevaar der
+toenemende gisting aan de ministers aanwezen.</p>
+
+<p>Die boodschap vergezelde het ontwerp van wijziging der pas aangenomen wet
+op de drukpers van 16<sup>en</sup> Mei 1829, die de Koning al te liberaal gevonden
+had en die hij wilde zien verscherpen.</p>
+
+<p>Na een lofrede op de daden zijner regeering sedert 1815, viel hij heftig de
+opstellers van het petitionnement aan &laquo;die op schandelijke wijze zijne
+weldaden miskenden&raquo;, noemde de pers &laquo;onteerd en verlaagd&raquo;, waarschuwde voor
+de &laquo;onbedachte aanmatigingen en misplaatste bemoeiingen&raquo; van zekere
+woelgeesten, en deed zijn inzicht kennen om de kuiperijen van de
+kwaadwilligen te beteugelen. Maar ook repte Willem van de &laquo;rechten van zijn
+huis&raquo;, verklaarde zonder omwegen zijne aanspraak op de alleenheerschappij
+en verwierp dienvolgens de ministerieele verantwoordelijkheid. Om den
+indruk van dit stuk nog te versterken, liet de regeering het gerucht
+loopen, dat om den weerstand te verbrijzelen, zij de hulp van een Pruisisch
+leger zou inroepen.<span class='pagenum'><a name="Page_135" id="Page_135">[135]</a></span></p>
+
+<p>'s Anderendaags zond minister Van Maanen de Koninklijke Boodschap tot al de
+rechters en ambtenaren, met verzoek om hem, op straffe van afzetting, in de
+vier en twintig uren hunne toetreding te sturen &laquo;tot de grondbeginselen
+welke de Vorst uitdrukkelijk verklaard had de regelen van zijn bestuur te
+zijn&raquo;. Die bemoeiing der Regeering met de denkwijze zijner beambten en die
+dwang tot aflegging eener sterke politieke geloofsbelijdenis keurde zelfs
+de gouverneur van Zuid-Holland, graaf van der Duyn, ten strengste af. De
+uitslag dezer willekeurige, daad liet zich niet wachten; de katholieke
+<i>Courrier de la Meuse</i> noemde de Boodschap &laquo;het manifest van het
+despotismus tegen de vrijheid&raquo;; de andere bladen schandvlekten de houding
+der Hollandsche afgevaardigden die gedurende de debatten der volgende dagen
+van &laquo;de alleenheerschappij des Konings&raquo; hadden durven gewagen; talrijke
+vlugschriften als die van den katholieken Barth&eacute;l&eacute;my Dumortier en den
+radikalen Adelson Castiau, beiden van Doornik, vroegen de afdanking van den
+&laquo;hatelijken&raquo; Van Maanen, den boozen genius des Konings; ook L. de Potter,
+van uit zijn gevangenis te Brussel, zond zijne <i>Lettre de D&eacute;mophile au Roi</i>
+in 't licht, waarin hij, na de doctrine der souvereiniteit der Keure
+tegenover die der souvereiniteit des Konings gesteld te hebben, durfde
+schrijven: &laquo;Sire, uwe hovelingen en uwe ministers, uwe vleiers en uwe
+raadgevers bedriegen u en brengen u op een dwaalspoor; het stelsel waarin
+zij de Regeering doen volharden, bedreigt haar met een onvermijdelijke ramp
+en voert ze onwederroepelijk ten ondergang&raquo;.</p>
+
+<p>In de Staten-Generaal verhieven Le Hon en De Brouck&egrave;re, De Stassart en De
+Gerlache insgelijks de stem tegen de onvoorzichtige handelwijze, der
+Regeering en bezwoeren ze de voornaamste eischen hunner landgenooten in te
+willigen. De vruchteloosheid hunner pogingen inziende, besloten de
+afgevaardigden van het Zuiden al hunne macht tegen de tienjarige,
+begrooting van wegen en middelen te richten, en zij hadden de voldoening,
+dank zij de ondersteuning van enkele afgevaardigden van het Noorden, die te
+verwer<span class='pagenum'><a name="Page_136" id="Page_136">[136]</a></span>pen met 55 stemmen tegen 52; de jaarlijksche uitgaven gingen slechts
+met eene stem door. Voor 't overige, als bewijs dat niemand de omverwerping
+der regeering vergde, stemde men op staanden voet met eenparigheid van
+stemmen een nieuw ontwerp van wegen en middelen, voor &eacute;en jaar, door 't
+Ministerie voorgesteld; uit die voorloopige begrooting was eindelijk de
+belasting op het gemaal verdwenen (19<sup>en</sup> December 1829). Deze was de
+eerste, maar gevoelige nederlaag van Koning Willem in de Staten.</p>
+
+<p>Wel veranderde hij 't Ministerie, maar behield Van Maanen; Van
+Gobbelschroy, nu aangesteld voor nijverheid en koloni&euml;n, werd vervangen
+door een anderen Belg, De la Coste, gouverneur van Antwerpen (29<sup>en</sup>
+December). In plaats dus van te trachten een ministerie van verdrag te
+vormen, waarin enkele leiders der oppositie zouden getreden zijn, bleef de
+Koning aan zijn stelsel hechten en behield tevens zijn gehaten
+vertrouweling. Meer nog; om zich te wreken zette hij op 8<sup>en</sup> Januari 1830
+zes ambtenaren, leden der Staten-Generaal, van hunne bediening af, omdat
+zij tegen de begrootingen gestemd hadden, en een volkomen minachting voor
+de grondbeginselen der regeering toonden. Op die onbehendige gewelddaad
+antwoordde de Belgische oppositie met, in 17 dagbladen tegelijk, eene
+<i>nationale inschrijving</i> te openen om de leden der Staten, slachtoffers van
+het despotismus, schadeloos te stellen. Enkele dagen later stelde L. de
+Potter, altijd op het voorbeeld van den strijd in Ierland, de stichting van
+eenen <i>Vaderlandschen Bond</i> voor, steunende op eene weerstandskas, die
+hunne vroegere jaarwedden aan de afgezette ambtenaars zou uitbetalen.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>De gezanten der vreemde Mogendheden lieten bij dien toestand van opwinding
+in de Nederlanden, hunne ongerustheid aan hunne wederzijdsche regeeringen
+kennen. De Fransche gezant seinde zelfs het valsche gerucht over, als zou
+Willem zijn inzicht te kennen gegeven hebben, hier 25,000 Pruisische
+soldaten te ontbieden om de rebellen te straffen. De strijdlustige
+Polignac, die met toestemming van<span class='pagenum'><a name="Page_137" id="Page_137">[137]</a></span> Rusland het &laquo;groote plan&raquo; had opgevat
+Belgi&euml; in te palmen, dacht er zelfs aan, troepen op de Belgische grenzen
+samen te trekken. Maar Frankrijks gevolmachtigde, Lamoussaye, had zich
+deerlijk omtrent 's Konings bedoelingen bedrogen; verre van er aan te
+denken om den weerstand met geweld te beteugelen, zagen Willem en zijne
+ministers met verachting neder op die oppositie welke hij voor een handvol
+twistzoekers en woelgeesten aanzag. De jongste daad dezer bent, het plan
+van den <i>Vaderlandschen Bond</i>, besloot de regeering voorbeeldig te
+straffen. Onverhoeds werden de papieren en de briefwisseling, die De Potter
+onvoorzichtig bij zich in de gevangenis gehouden had, aangeslagen. Uit de
+correspondentie bleek dat Tielemans, een referendaris bij 't ministerie van
+buitenlandsche zaken, de ware ingever van het ontwerp geweest was.</p>
+
+<p>Die ontdekking bracht in de ministerieele kringen eene ware verbijstering
+te weeg; nu begreep men hoe de oppositie terstond over al de besluiten of
+ontwerpen der regeering ingelicht werd: de hoogere beambten der bureaux, de
+personen uit de onmiddellijke omgeving der regeering speelden de
+verklikkers en verschaften wapens aan de tegenpartij,</p>
+
+<p>Vruchteloos wilde Tielemans zijn plan als een &laquo;Utopie&raquo; doen doorgaan; hij
+werd aangehouden met L. de Potter en met de twee opstellers van <i>Le
+Catholique des Pays-Bas</i>, die den <i>Vaderlandschen Bond</i> aanbevolen hadden,
+Bartels en J.-B. de N&egrave;ve, voor het Assisenhof van Brabant verzonden,
+beticht een aanslag en eene samenzwering beraamd te hebben om de regeering
+om te werpen of te veranderen. Na een debat van elf dagen werden L. de
+Potter tot acht jaar, F. Tielemans en Adolf Bartels tot zeven en J.-B. de
+N&egrave;ve tot 5 jaar ballingschap verwezen (30<sup>en</sup> April 1830).</p>
+
+<p>De Brusselsche bevolking, op wie de koene pleidooien van Van Meenen en Van
+de Weyer een diepen indruk gemaakt hadden, vernam deze nieuwe veroordeeling
+met de grootste verslagenheid. De politie, overigens zeer slecht ingericht,
+kon er niet in slagen de opstellers van een hevig plakkaat te ontdekken,
+waarin, voor de eerste maal, een oproep<span class='pagenum'><a name="Page_138" id="Page_138">[138]</a></span> tot het geweld te lezen stond:
+&laquo;Slaapt gij, Belgisch volk? Ontwaakt en wet uwe dolken, om ze in den boezem
+uwer verdrukkers, Van Maanen en consoorten, te ploffen ... Vrijheid voor
+den heer De Potter! Weg met het ministerie, of de <i>omwenteling</i>! Leve de
+vrijheid!&raquo;</p>
+
+<p>De gisting groeide nog aan, wanneer drie dagen na 't proces,
+niettegenstaande het voorafgaandelijk protest van De Potter's advocaten,
+dezes aangeslagene papieren en zijne briefwisseling met Tielemans door
+Libry-Bagnano in druk gegeven werden: de griffier van het tribunaal had ze
+met toestemming van minister Van Maanen aan den ellendeling geleverd!
+Vruchteloos kloegen de beide veroordeelden dit schandelijk misbruik bij den
+Koning en de Staten-Generaal aan; beiden moesten zonder genoegdoening het
+land verlaten; Frankrijk weigerde de ballingen te ontvangen, die daarop
+besloten een toevluchtsoord in Zwitserland te zoeken; in Pruisen, dat zij
+doortrokken, ontmoetten zij allerlei moeilijkheden.</p>
+
+<p>De misnoegdheid sloeg van de straat naar de openbare tribune over. Wel is
+waar werd eindelijk het langdurige werk der herinrichting van het gerecht
+door de aanneming van een minder wreed strafwetboek volmaakt; maar bij de
+bespreking der herziening der wet op de drukpers van 16<sup>en</sup> Mei 1829, die
+de regeering al te vrijzinnig geoordeeld had, werden zulke harde woorden
+door de afgevaardigden van het Zuiden uitgesproken, dat zekere
+ministerieelen van het Noorden, in woede ontstoken, allen eerbied voor
+hunne collega's vergaten. Den 18<sup>en</sup> Mei 1830, daar men aan de Staten twee
+Nederlandsche verslagen aanbood, zonder ze in 't Fransch volgens gewoonte
+samen te vatten, bedreigde de Belgische volksvertegenwoordiger Barth&eacute;l&eacute;my
+de Hollanders met het gezamenlijk vertrek der Zuidelijke afgevaardigden.
+Tweemaal onderging het ministerieele ontwerp eene nederlaag, en slechts met
+merkelijke wijzigingen kwam de wet er door (1<sup>en</sup> Juni 1830).</p>
+
+<p>Na de kleine seminaries te hebben heringericht, begonnen de nieuwe
+bisschoppen, de strijdlustige Van Bommel, Delplancq en Van de Velde, hunne
+herderlijke omreis in hunne<span class='pagenum'><a name="Page_139" id="Page_139">[139]</a></span> bisdommen. Het jubileum van Mei, dat
+aanzienlijke aflaten verleende, had het gansche land door aanleiding
+gegeven tot eene ongemeene opwelling van godsdienstigheid; ook het
+toedienen van het vormsel, waarvan sinds lange jaren vele personen
+verstoken gebleven waren, gaf aanleiding tot tooneelen van overdreven
+vroomheid. In Juni vormde Delplancq in het arrondissement Bergen all&eacute;en
+40,000 personen en Van Bommel in Limburg meer dan 20,000. Volkomen
+beheerschte de geestelijkheid de plattelandsche bevolking; en gezien den
+oorlog, die zekere onverzoenbare pastoors de regeering, niettegenstaande
+hare laatste toegevingen, aandeden, kan men zich een denkbeeld vormen van
+de gisting, waarin de buiten gehouden werd. Is het dan te verwonderen dat
+wij later op de lijst der revolutionnaire <i>Association Belge</i> van Parijs,
+de namen van drie priesters ontmoeten, J.-J. de Smet en Vandermensbrugghen
+van Gent en De Haerne van Ieperen, als &laquo;bijzonder geschikt om eene beweging
+op touw te zetten&raquo;?</p>
+
+<p>Willem was intusschen zelf naar Brussel gekomen om den toestand der
+gemoederen te toetsen; hij besloot nieuwe toegevingen te doen. De belasting
+op de koffie, door de Belgen gevraagd, werd op 12<sup>en</sup> Mei ingevoerd. Het
+ontwerp der nieuwe onderwijswet werd ingetrokken, en den 27<sup>en</sup> Mei
+vaardigde hij eene verordening uit, die zonder de algemeene vrijheid van
+onderwijs te verleenen, toch de besluiten van 14<sup>en</sup> Juni en 14<sup>en</sup>
+Augustus 1825 vernietigde. Zoo paaide hij de katholieken. Om de gunst der
+liberale advocaten te winnen, stond hij, de volgende week (4<sup>en</sup> Juni),
+het gebruik der Fransche taal in de Vlaamsche gewesten, als gerechts- en
+ambtspraak, opnieuw toe. Met vreugde werden beide besluiten door de
+belanghebbenden onthaald.</p>
+
+<p>Het scheen nu dat de hoofdgrieven der oppositie uit den weg geweerd waren;
+de dagbladen der Unie spraken hunne hoop uit op eene verandering van
+regeeringsstelsel; de verzoening scheen nakend; de prins van Oranje was
+zelfs in onderhandeling met Rome om de katholieken uit de Unie te doen
+treden, wat den tegenstand zou verbroken hebben.</p>
+
+<p>Doch plotseling kwam een nieuwe onbehendigheid van het<span class='pagenum'><a name="Page_140" id="Page_140">[140]</a></span> ministerie den
+heilzamen uitslag van die reeds eenigszins laattijdige overeenstemming
+vernietigen.</p>
+
+<p>Gedurende den laatsten veldtocht tegen de regeering had de <i>Courrier des
+Pays-Bas</i>(Augustus-October 1829) in navolging van den <i>Courrier de la
+Meuse</i>, den Staatsalmanak uitgeplozen, en, met statistieken, de
+begunstiging van Holland en de verongelijking van Belgi&euml; in de vestiging
+van alle voorname Staatsinrichtingen, getoond: het Krijgsgerechtshof en het
+Muntwezen waren te Utrecht gevestigd; het Krijgsarsenaal te Delft; de
+Krijgsschool te Breda; eindelijk in den Haag, waar reeds alle twee jaren de
+Staten-Generaal bijeenkwamen, waren de Ministeries, de Rekenkamer, het Hof
+van Adeldom en de Kanselarijen der koninklijke orden gevestigd. Deze
+kritiek had de regeering, niet zonder grond, weerlegd, met te toonen dat
+Belgi&euml; voortdurend het gevaar van eenen Franschen inval liep, 't geen dus
+de vestiging der openbare instellingen in het Noorden noodzaakte, en met te
+wijzen op zekere belangrijke uitgaven, welke zich de regeering in het
+uitsluitend voordeel van Belgi&euml; getroost had. Aan de tegenwerping dat de
+Hollanders all&eacute;en de groote Staatsambten bekleedden, antwoordde men door
+eene andere lijst, die bewees dat de Eerste Kamer der Staten-Generaal, door
+den Koning benoemd, dertig Belgen en zes-en-twintig Hollanders telde, de
+Staatsraad twaalf Hollanders en elf Belgen, de Rekenkamer evenveel Belgen
+als Hollanders, en dat de hoogste post des rijks, namelijk die van
+Gouverneur-Generaal van Oost-Indi&euml;, bekleed was door een Belg, Burggraaf du
+Bus de Ghisignies, tot groot misnoegen der hoogere kringen in Holland.</p>
+
+<p>Die verklaringen konden echter niet opwegen tegen den indruk in Belgi&euml;
+verwekt door de afkondiging der lijsten van den <i>Courrier des Pays-Bas</i>.
+Men beschouwde zich als diep verongelijkt.</p>
+
+<p>En nu, in zulk een toestand kwam eene verordening van 21<sup>en</sup> Juni 1830 den
+zetel van het nieuwe Hooger Gerechtshof in Den Haag vestigen. Opnieuw
+haalden de dagbladen der oppositie hunne statistieken uit den hoek; opnieuw
+werd geschreeuwd over de Hollandsche overheersching. Overigens,<span class='pagenum'><a name="Page_141" id="Page_141">[141]</a></span> er werd
+klaar bewezen dat dit besluit onbillijk en onzinnig was, daar in tien jaar
+de Belgische gerechtshoven vijf maal meer burgerlijke processen te
+beoordeelen gehad hadden dan het Hof in den Haag. De hartstochtelijke
+aanvallen der Belgische drukpers haalden haar nieuwe vervolgingen op den
+hals; er was bijna geen enkel dagblad der oppositie, of een zijner
+opstellers was voor de rechtbank gedaagd. En intusschen stortte
+Libry-Bagnano de hatelijkste scheldwoorden en lasterlijkste aantijgingen
+uit in <i>Le National</i>, over de tegenstrevers der regeering, zonder aanzien
+van personen; zoodat verkleefde dienaars van het huis van Nassau zelf zijne
+verwijdering aanraadden.</p>
+
+<p>Ziehier hoe op 21<sup>en</sup> Juni 1830, de Oostenrijksche gezant, graaf de Mier,
+zich over de Belgische toestanden in een vertrouwelijk schrijven aan zijne
+regeering uitdrukte: &laquo;Sedert de tien jaar dat ik dit land bewoon, heb ik
+slechts een voortdurend veranderen van stelsel, in al de takken van
+bestuur, aanschouwd. Ik heb slechts zien breken en maken, zich eerst aan
+iets wagen en koppig volharden om dan achteruit te gaan en met kwade luim
+toe te geven; een slechte wet voorstellen, veranderen, intrekken, dan
+opnieuw, aanbieden; het gemaal belasten, dan vrijstellen; het wijsgeerig
+college verplichtend, later facultatief maken en het eindelijk afschaffen;
+de studi&euml;n in den vreemde verbieden en ze weer toelaten; eene zoogezegde
+nationale taal opdringen, die door de helft der natie niet begrepen wordt
+en dan met tegenzin op die willekeurige handelwijze terugkomen; de drukpers
+vrijlaten en ze weer intoomen; &mdash; met een woord, bestendigheid in niets. Is
+het dan te verwonderen dat zulk een staat van zaken een bijna algemeene
+ontevredenheid verwekt heeft, en dat deze redenen, gevoegd bij eenige niet
+minder belangrijke, dit talrijk petitionnement veroorzaakt hebben, dat men
+eerst als oproerig bestempelde, en later voer belachelijk heeft willen doen
+doorgaan? Maar dit petitionnement voor de herstelling der grieven heeft
+grootendeels den uitslag bekomen, dien zijne inrichters beoogden &mdash; , en de
+regeering, ofschoon zij deze als voorgewende grieven en de oppositie als
+woelziek uitgeeft, heeft<span class='pagenum'><a name="Page_142" id="Page_142">[142]</a></span> de wezenlijkheid dezer grieven herkend met ze te
+herstellen, heeft zich door de bent overwonnen verklaard met aan hare
+klachten toe te geven, en heeft zich zelf gelogenstraft, met heden aan de
+kwaal te meesteren, die zij gisteren nog ontkende. Zoo is 't dat, dank zij
+'t petitionnement, de belasting op 't gemaal uit de Staatsbegrooting
+verdwenen is, dat het heffen van een accijnsrecht op de koffie een stelsel
+ingevoerd heeft, minder nadeelig voor de landbouwbelangen der Zuidelijke
+provinci&euml;n, dat de bepaling, die de beambten met burgerlijke onbevoegdheid
+sloeg, wanneer het bestuur hun geen eervol ontslag verleende, afgeschaft
+is. Zoo is 't eindelijk, dat, op dezelfde wijze, de besluiten op onderwijs
+en taal afgeperst geworden zijn. Moet dit alles de regeering en den Koning
+niet kleineeren in de oogen zijner eigene onderdanen, en ze vernederen bij
+de andere regeeringen?&raquo;</p>
+
+<p>Men begrijpe goed den zin dezer gegronde opmerkingen; de vreemde gezant
+veroordeelt Willem's regeeringstelsel niet om zijne veranderingen, hij is
+geenszins een voorstander van het koppig vasthouden der slechte besluiten;
+maar hij laakt het verkeerde beleid van den Vorst die altijd in der haast,
+zonder voorafgaandelijke inlichtingen, zonder voldoende kennis der
+toestanden, verordeningen uitschreef die alras, zoo niet onbillijk, dan
+toch onvoorzichtig bleken te zijn.</p>
+
+<p>Alhoewel klaarziende opmerkers, zooals Thorbecke, in dien tijd hoogleeraar
+te Gent, alsdan reeds eene scheuring voorzagen, leefde het opperbestuur te
+midden van de gisting der gemoederen in een vast zelfvertrouwen, in een
+bewustelooze zekerheid. Uitgaande van den geest der Hollandsche bevolking
+die elke andere drijfveer op den achtergrond schoof en zich alleen gevoelig
+betoonde voor de &#339;conomische belangen, dacht de regeering dat het voldoende
+was grooten bloei en welstand aan de Zuidelijke provinci&euml;n te verzekeren,
+om hunne genegenheid te verwerven. Dit denkbeeld versterkte zich bij den
+Koning, na de opening in Juli 1830 van de Nationale Tentoonstelling te
+Brussel, die, overigens een welverdienden bijval genoot. De vooruitgang van
+nijverheid, wetenschap en kunsten, waarvan zij getuigenis aflegde scheen
+hem een verheerlijking van zijn bestuur; de stoffe<span class='pagenum'><a name="Page_143" id="Page_143">[143]</a></span>lijke voorspoed van het
+koninkrijk bleek hem een waarborg voor de openbare rust.</p>
+
+<p>En inderdaad, op dat oogenblik, dacht niemand noch aan scheiding, noch aan
+omwenteling. De latere getuigenissen van de hoofdleiders van de beweging,
+L. de Potter, J.-B. Nothomb, baron de Gerlache, stemmen daaromtrent
+eenparig met de toenmalige verslagen van de gezanten overeen. De oppositie
+bleef steeds binnen de palen der wettelijkheid, toen eensklaps de
+gebeurtenissen in het naburige Frankrijk, die toenmaals veel meer dan nu
+zulke hevige weerkaatsing op de Belgische aangelegenheden uitoefenden, het
+koninkrijk der Nederlanden, dat heerlijk gebouw door de Mogendheden in 1814
+opgericht, op zijn grondvesten deden beven en met geweld instorten.</p>
+
+
+<h3><a name="DE_REGEERING_BIB" id="DE_REGEERING_BIB"></a>Bibliographie</h3>
+
+<p>a) <span class="smcap">Officieele akten</span>: J. J. F. Noordziek, <i>Verslag der handelingen van de
+Staten Generaal</i>, 's Gravenhage, 1862, vlgde; <i>Nederlandsche
+Staatscourant</i>, sedert 1814; &mdash; b) <span class="smcap">Dagbladen</span>: <i>Le Courrier des Pays-Bas</i>
+(Gent, sedert 1821, liberaal); <i>Mathieu Laensberg</i> (Luik, 1824) later <i>Le
+Politique</i> (1829, liberaal); <i>Le Belge</i> (Brussel, 1826, gematigd liberaal);
+<i>Le Journal de Gand</i> (Gent, 1815, liberaal); <i>Le Courrier de la Meuse</i>
+(Luik, 1820, katholiek); <i>Le Catholique des Pays-Bas</i> (Gent, 1826); <i>De
+Vaderlander</i> (Gent, 1829, katholiek). &mdash; <i>De Nederlandsche Gedachten</i> ('s
+Gravenhage, 1829) en <i>Le National</i> (Brussel, 1829), organen der regeering.
+Vgl. W. P. Santijn Kluit, <i>Dagbladvervolgingen in Belgi&euml;</i> ('s Gravenhage,
+1892). &mdash; c) <span class="smcap">Vlugschriften</span>: De 126 voornaamste zijn opgesomd bij Pater
+Delplace, <i>La Belgique sous Guillaume I</i> (Leuven, 1899), blz. 221-224. &mdash;
+d) <span class="smcap">Brieven</span>: A. R. Falck, <i>Brieven</i> ('s Gravenhage, 1861) en <i>Ambtsbrieven</i>
+('s Gravenhage, 1878); <i>Catalogue des lettres autographes formant les
+archives de M. C. F. van Maanen</i> ('s Gravenhage, 1900). &mdash; e)
+<span class="smcap">Gedenkschriften</span>: J. Lebeau, <i>Souvenirs personnels et Correspondance
+diplomatique</i> (Brussel, 1883); J. J. Raepsaet, <i>Journal de la Commission
+charg&eacute;e d'&eacute;laborer la Loi Fondamentale</i>, in <i>&#338;uvres Compl&egrave;tes</i>, dl. VI
+(Gent, 1838). &mdash; L. de Potter, <i>Souvenirs personnels</i>, 2 dln. (Brussel,
+1839); H. de M&eacute;rode-Westerloo,<span class='pagenum'><a name="Page_144" id="Page_144">[144]</a></span> <i>Souvenirs</i> (Brussel, 1864). &mdash; f)
+<span class="smcap">Gelijktijdige werken</span>: J. B. Nothomb, <i>Essai historique et politique sur la
+R&eacute;volution beige</i> (Brussel, 1833) en B<sup>on</sup> C. de Gerlache, <i>Histoire du
+Royaume des Pays-Bas</i> (Brussel, 1839); beide werken, opgesteld door twee
+hoofdleiders der katholieke partij tegen de regeering van Willem I, zijn
+eerder twee verdedigings- of ophemelingsschriften hunner schrijvers en dus
+zeer partijdig &mdash; B<sup>on</sup> de Mortemart-Boisse, <i>Le Royaume des Pays-Bas</i>
+(Parijs, 1836); A. Quetelet, <i>Recherches statistiques sur le Royaume des
+Pays-Bas</i> (Brussel, 1829); A. J. L. Van den Bogaerde van Ten Brugge, <i>Essai
+sur l'importance du commerce, de la navigation et de l'industrie dans les
+Pays-Bas</i> (Brussel, 1844). &mdash; g) <span class="smcap">Moderne geschiedkundige werken</span>: L.
+Hymans,. <i>Histoire politique et parlementaire de la Belgique de 1814 &agrave;
+1830</i>, dl. I tot 1815 alleen verschenen (Brussel, 1869). &mdash; P. Poullet,
+<i>Les premi&egrave;res-ann&eacute;es du R<sup>me</sup> des Pays-Bas</i>, 1815-1818 (<i>Revue G&eacute;n&eacute;rale
+de Belgique</i>, 1896-97); <i>R&eacute;lations in&eacute;dites sur les d&eacute;buts de la R&eacute;volution
+belge (Ibid.</i> 1897); nog dezelfde, <i>La Sainte Alliance et le R<sup>me</sup> des
+Pays-Bas (Annales Internat. d'Histoire</i>, Congres de Paris, 1901). &mdash; Deken
+S. Balau, <i>70 ans d'histoire contemporaine de la Belgique</i>, 1815-1884
+(Leuven, 1891); Pater Jezuiet L. Delplace, <i>La Belgique sous Guillaume I</i>
+(Leuven, 1899). &mdash; J. de Bosch Kemper, <i>De staatkundige geschiedenis van
+Nederland tot 1830</i> (Amsterdam, 1868); D<sup>r</sup> W. J. Nuyens, <i>Geschiedenis
+van het Nederlandsche volk van 1815 tot op onze dagen</i>. (Amsterdam, 1883
+vlgde);. W. H. de Beaufort, <i>De eerste Regeeringsjaren van Koning Willem I</i>
+('s Gravenhage, 1885); W. J. Knoop, <i>Herinneringen aan de Belgische
+Omwenteling van 1830</i> ('s Gravenhage, 1886); D<sup>r</sup> Th. C. Colenbrander, <i>De
+Belgische Omwenteling</i> ('s Gravenhage, 1905). Zie verder B<sup>on</sup> de
+Keverberg, Ch. White, Th. Juste, Ch. de Bavay.<span class='pagenum'><a name="Page_145" id="Page_145">[145]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="OMWENTELING" id="OMWENTELING"></a>DE BELGISCHE OMWENTELING</h2>
+
+<p class="auteur" style="font-size: 80%">DOOR</p>
+
+<p class="auteur">VICTOR FRIS</p>
+
+
+<p>&laquo;Indien er geen geweldige beweging in Frankrijk ontstaat, schreef de gezant
+De Mier in het verslag dat we aan het slot van het vorige stuk ontleed
+hebben, mag men gerust zijn dat dit land hier niet zal verroeren&raquo; (21<sup>en</sup>
+Juni 1830). Doch toen reeds was Parijs in volle gisting; de reactionnaire
+minister De Polignac, de Van Maanen van Karel X, die domweg op eene
+onmogelijke omkeering der openbare meening rekende, had de Kamer ontbonden
+en nieuwe verkiezingen uitgeschreven; deze echter vermeerderden nog het
+getal van de afgevaardigden der oppositie. Alsdan, steunende op den bijval
+en het gezag van het leger dat Algiers juist ingenomen had (6<sup>en</sup> Juli),
+dacht zich de Regeering sterk genoeg om een Staatsgreep te plegen: door
+vier verordeningen werd de Kamer naar huis gezonden, nieuwe verkiezingen
+bepaald, een kiesstelsel in twee graden ingevoerd en de vrijheid van
+drukpers afgeschaft (26<sup>en</sup> Juli). 's Anderendaags brak te Parijs, dank
+zij die daden van geweld, de Juli-Omwenteling los; koning Karel X vluchtte
+naar Engeland, zijn neef Louis-Philippe van Orleans werd luitenant-generaal
+van het Rijk benoemd (31<sup>en</sup> Juli) en aanvaardde op 't einde der week het
+koningschap.</p>
+
+<p>Men kan zich ternauwernood voorstellen met welk gejuich de Parijsche
+opstand gansch Europa door onthaald werd. Al de volken die gebukt gingen
+onder het juk van het<span class='pagenum'><a name="Page_146" id="Page_146">[146]</a></span> Heilig Verbond, al de vrijzinnigen die eenigszins
+onder dwang leden, staarden met vreugdige oogen naar de wereldstad, die
+zich zoo onverwachts, zoo snel en zoo zeker van een reactionnair bewind
+bevrijd had. Terstond snelden ballingen, uitwijkelingen en ook liberalen
+uit den vreemde naar de oevers der Seine, om zich aan de bron der vrijheid
+te gaan laven.</p>
+
+<p>Geen wonder dan, dat in het nabijgelegen Belgi&euml;, waar de gansche
+dagbladpers, trouwens grootendeels in handen van Fransche opstellers,
+voortdurend het oog gericht had op Parijs en hare lezers met het nieuws uit
+Frankrijk voedde, de opstand van Parijs de grootste ongerustheid baarde.
+Verschillend was de indruk op de beide partijen der Unie: terwijl de
+Katholieken den val van Karel X, bondgenoot der geestelijkheid,
+bejammerden, juichten de Liberalen de overwinnaars der Juli-Omwenteling,
+als de verdedigers der grondwettelijke theorie&euml;n, dapper toe; zij wezen
+zelfs Van Maanen op Polignac's handelwijze als op een voorbeeld en
+voorspelden hem hetzelfde lot.</p>
+
+<p>Doch er was een derde partij, die tot dan toe zeer gering in aantal en
+zonder invloed op de massa gebleven was, maar door den buitengewonen aard
+der omstandigheden plots een onverwacht belang verkreeg. Zij was
+hoofdzakelijk samengesteld uit gewezen ambtenaren van de Fransche Republiek
+en van het Keizerrijk, die koning Willem onvoorzichtig in zijne bureaux had
+opgenomen, uit talrijke Fransche ballingen, meestal Jacobijnen of
+oud-soldaten van Napoleon, en uit ettelijke Waalsche advocaten. Deze
+laatsten, aan wier hoofd Alexander Gendebien, een hartstochtelijk vereerder
+van Frankrijk en een vijand van Holland stond, waren meest allen Franschen
+door afkomst of door opvoeding. De meesten onder hen waren vroeger leden
+van de liberale oppositie geweest, maar medegesleept in de Fransche bent
+door den machtigen redenaar en volksopruier die Gendebien was, namen ze nu
+deel aan de kuiperijen die de samenzwering begonnen voor te bereiden: zoo
+de beide Rogiers, Charles en Firmin, te Saint-Quentin geboren; later Ch. De
+Brouck&egrave;re en Le Hon. Onder de Klerikalen verborgen de beide<span class='pagenum'><a name="Page_147" id="Page_147">[147]</a></span> De M&eacute;rode's,
+Frederik, oud-meier van S<sup>t</sup> Luperce bij Chartres, en Felix, pas in
+Februari uit Frankrijk teruggekeerd, hunne voorliefde voor hun geboorteland
+niet; en Robiano de Borsbeek, de correspondent der Fransche Jezu&iuml;eten
+alhier, schijnt geld van hen ontvangen te hebben om de regeering te
+bestrijden.</p>
+
+<p>De voornaamste Fransche uitwijkelingen, op dit oogenblik te Brussel
+aanwezig, heetten P. Chazal (geboortig van Tarbes, in Zuid-Frankrijk),
+A.-J. Mellinet (Corbeil-bij-Parijs), Ch. Niellon (Parijs), Burggraaf de
+Culhat en Ernest Gr&eacute;goire (Charleville); daarnevens eindelijk de Spanjaard
+don Juan van Halen. Enkele dezer ballingen waren republikeinschgezind, en
+Gr&eacute;goire stond bepaald in betrekking met La Fayette, den bekenden held der
+groote Fransche Omwenteling van 1789.</p>
+
+<p>Gendebien besloot met de Fransche Clubs overeen te komen, die, niet
+tevreden met den triomf hunner denkbeelden in Frankrijk, de omwenteling in
+de naburige landen wilden overbrengen; alsook met die fractie, door
+generaal Lamarque en Mauguin aangevoerd, welke den Parijschen opstand en de
+oorlogszucht der menigte wilde gebruiken, om de Fransche grenzen tot aan
+den Rijn uit te breiden. &laquo;Sedert den 2<sup>en</sup> of 3<sup>en</sup> Augustus, briefde hij
+aan De Potter over, heb ik naar Parijs geschreven om te vragen, dat men
+rechtuit zou verklaren, of men de Rijngrenzen verlangde, en ik waarborgde
+een volledigen uitslag in geval van aanval&raquo;. Op hunne beurt vertrokken De
+Brouck&egrave;re, Le Hon en De Stassart naar Parijs om er de nieuwe Regeering
+nopens hare inzichten te polsen, en zij onderhandelden aldaar eveneens met
+de generaals Lamarque en La Fayette en met den leider der Liberalen, Odilon
+Barrot, over de inlijving van Belgi&euml; bij Frankrijk. Bij hunnen terugkeer
+vergaderden de Franschgezinden, op aandrang van Gendebien, in de bureaux
+van den <i>Courrier des Pays-Bas</i>, om te beslissen hoe men uit de
+Juli-Omwenteling partij zou trekken, en op &eacute;ene stem na, verklaarden zij
+zich allen voor de vereeniging met Frankrijk (8<sup>en</sup> Augustus 1830).</p>
+
+<p>Dienzelfden dag was koning Willem in Brussel aange<span class='pagenum'><a name="Page_148" id="Page_148">[148]</a></span>komen, en ging den
+10<sup>en</sup> Augustus met prins Frederik en minister van Gobbelschroy de
+Brusselsche Tentoonstelling bezoeken. Met gejuich, door de bevolking
+onthaald, werd hij nog in zijne zekerheid gesterkt door de persoonlijke
+bevestiging van getrouwheid, welke zekere liberale hoofdleiders aan den
+prins van Oranje gegeven hadden, en niet minder door de gematigde taal
+welke de voornaamste dagbladen voerden.</p>
+
+<p>Nochtans dachten zekere hooggeplaatste ambtenaren hem te moeten waarschuwen
+tegen de schijnbare rust die onder de bevolking heerschte. Immers reeds den
+21<sup>en</sup> Juli had Libry-Bagnano den minister Van Maanen ingelicht, dat hij
+op het spoor was van eene verbintenis tusschen de Jacobijnen van hier en
+die van Frankrijk; zoodat Gendebien's kuiperijen schijnen uitgelekt te
+zijn. De voorzichtige Procureur-Generaal Schuermans raadde den koning aan,
+de Belgen nog op zekere punten toe te geven, en wees er op, hoe hardnekkig
+zekere kleine pers de populariteit van den prins van Oranje zocht te
+ondermijnen. De militaire gouverneur van Zuid-Brabant, graaf de Bijlandt,
+zag zich echter de gevraagde vermeerdering van troepen weigeren. Graaf de
+Mercy-Argenteau, groot kamerling, bezwoer den Koning nog wat in Brussel te
+vertoeven, of ten minste, v&oacute;or zijn vertrek, het opperbestuur der politie
+in de hoofdstad te regelen voor 't geval van onlusten. De vorst stelde hem
+met enkele onbepaalde woorden gerust en vertrok den 12<sup>en</sup> Augustus naar
+zijn kasteel van Het Loo in Gelderland; hij beval alleen enkele
+versterkingstroepen naar Philippeville en Mariembourg te zenden; hij meende
+dat de snelheid waarmede het bestuur van Louis-Philippe zich gevestigd had,
+dadelijk de rust in Frankrijk, en bij weerslag, in Belgi&euml; zou hersteld
+hebben.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Na Willem's vertrek was te Brussel de Franschgezinde partij stoutmoediger
+geworden; rumoerige groepen doorliepen de straten, de driekleurige cocarde
+in het knoopsgat; met kwistige hand verspreidde men schriften, luidend als
+volgt:<span class='pagenum'><a name="Page_149" id="Page_149">[149]</a></span> &laquo;Franschen! doet slechts een stap vooruit en Belgi&euml; bekoort u toe!&raquo;
+en men hoorde den kreet: &laquo;Leven de Franschen! Leve de vrijheid!&raquo; Voorzeker
+waren er zendelingen der Parijsche radicalen in de hoofdstad.</p>
+
+<p>Op 15<sup>en</sup> Augustus zond het Fransche gouvernement een geheimen agent,
+gewezen secretaris van graaf de Celles, aan Gendebien, om hem te verzoeken
+de hoofdrichting der omwenteling in handen te nemen, doch de losbarsting te
+verdagen tot dat Frankrijk in staat zou zijn deze te ondersteunen. De agent
+legde den betreurenswaardigen toestand van het Fransche leger bloot en
+toonde dat er drie maanden noodig waren om het herin te richten; hij maande
+beslist aan dat men alles tot rust moest brengen en gedurende een jaar
+allen opstand tegenhouden. Daarop riepen Gendebien en Van de Weyer in 't
+geniep hunne aanhangers in de bureaux van den <i>Courrier des Pays-Bas</i>
+bijeen. Zij verklaarden hun dat de omwenteling rijp was en dat men deze
+moest inrichten; maar zij werden door de meerderheid tegengesproken, die
+besliste dat men de beweging nog zou verdagen tot midden September. Den
+21<sup>en</sup> Augustus vertrok Gendebien, op aandringen zijner vrienden, naar
+Parijs; maar onverwachte gebeurtenissen beletten hem verder te gaan dan
+Bergen, zijne vaderstad, waar hij ook de leiders zocht te bedaren.</p>
+
+<p>Intusschen waren L. de Potter en zijne gezellen, die in Duitschland de
+Fransche Omwenteling vernomen hadden, in allerijl uit Straatsburg naar
+Parijs vertrokken. De aanwezigheid van dien woelzieken republikein in
+Frankrijks hoofdstad was voor de Regeering een dreigend gevaar, voor
+Gendebien en zijn aanhang een machtig steunpunt.</p>
+
+<p>Als naar gewoonte zou men op 24<sup>en</sup> Augustus 1830 den verjaardag des
+Konings vieren; te Brussel besloot het gemeentebestuur er eene ongewone
+pracht aan bij te zetten en gansch het Park te verlichten; onvoorzichtig
+besloot men de gehate belasting op het gemaal te behouden om de 40,000
+frank kosten te dekken. Eeeds den 22<sup>en</sup> werden briefjes rondgestrooid:
+&laquo;Maandag 23<sup>en</sup> Augustus, vuurwerk; Dinsdag 24<sup>en</sup>, verlichting! Woensdag
+<span class='pagenum'><a name="Page_150" id="Page_150">[150]</a></span>25<sup>en</sup>, omwenteling!&raquo; Verwittigd dat er oproer op handen was, besloot de
+politie de verlichting uit te stellen, onder voorwendsel van mogelijk
+slecht weder; en nochtans namen de overheden, als de gouverneur van Brabant
+Van der Fosse, de bestuurder der politie De Knijff, de bevelhebber der
+burgerwacht Germain of de burgemeester De Wellens, niet de minste voorzorg
+om in voorkomend geval den opstand te beteugelen! Toch kende men de
+oproerige taal der dagbladen der oppositie, die met eene ongehoorde woede
+de Regeering en zelfs den Koning sedert tien dagen aanvielen, en de hoofden
+trachtten op hol te brengen. Van zulken aard was de houding der Brusselsche
+burgerwacht, die gewoonlijk na iedere oefening de wapens aflegde, doch ze
+nu beweerde te behouden, dat men ze niet meer durfde bijeenroepen. Men
+wist, door de verslagen der politie, dat groepen werkloozen in de
+arbeiderskwartieren eene dreigende houding aangenomen hadden, en dat
+onbekende zendelingen drank betaalden, geld uitdeelden en toespraken
+hielden.</p>
+
+<p>Die opruiers waren agenten der Fransche clubs, welke te Parijs eene geheime
+regeering naast het Ministerie vormden; deze, bedrijvig, hartstochtelijk en
+rumoerig, gansch in strijd met de vreesachtige voorzichtigheid van
+Louis-Philippe, spraken van propaganda en wilden dat men de hand op Belgi&euml;
+legde. De hoofden dezer partij, zooals de generaals Lamarque en De
+Richemont, onderhielden eene drukke briefwisseling met de Belgische
+Franschgezinden. In 't midden van Oogstmaand zond de Club <i>Les Amis du
+Peuple</i> verscheidene agenten uit Parijs naar Belgi&euml; om er de geesten op te
+winden. Het zijn die agenten welke, in den nacht van 25<sup>en</sup> tot 26<sup>en</sup>
+Augustus, te Brussel het oproer verwekten, dat aanleiding tot de
+Omwenteling geven zou.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Onvoorzichtig had de politie dien avond, in den Muntschouwburg, de
+vertooning van <i>La Muette de Portici</i>, van Auber, toegelaten. Dat stuk was
+sedert de woelzieke vertooning van 1<sup>en</sup> Augustus verboden, daar het
+onderwerp, de opstand van den Napolitaan Masaniello tegen de<span class='pagenum'><a name="Page_151" id="Page_151">[151]</a></span> Spaansche
+verdrukkers, uitstekend geschikt was, om aan het publiek de gelegenheid tot
+revolutionnaire betoogingen te verschaffen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="VERWOESTING" id="VERWOESTING"></a>
+<img width="100%" src="./images/i163.jpg" alt="Verwoesting van het huis van Libry-Bagnano in den nacht van 25 tot 26 Augustus 1830" title="Verwoesting van het huis van Libry-Bagnano in den nacht van 25 tot 26 Augustus 1830" />
+<span class="caption">Verwoesting van het huis van Libry-Bagnano in den nacht van 25 tot 26 Augustus 1830</span>
+</div>
+
+
+<p>Gedurende de opvoering weerklonken herhaaldelijk de kreten: &laquo;Weg met den
+Koning! Leve Frankrijk!&raquo; Bij 't einde van 't schouwspel schoolde de menigte
+saam op het<span class='pagenum'><a name="Page_152" id="Page_152">[152]</a></span> geroep: &laquo;Weg met Van Maanen! Weg met Libry!&raquo; Aangeleid door
+voornaam gekleede belhamels, die terstond na het oproer verdwenen, liep de
+menigte naar de bureaux van de <i>National</i> de ruiten inslaan, verwoestte
+daarna den boekwinkel van Libry, keerde zich vervolgens tegen de huizen van
+den Procureur-Generaal en van den bestuurder der politie die hetzelfde lot
+ondergingen, en stak ten slotte het vuur aan het hotel van den minister van
+justitie Van Maanen, den impopulairen gunsteling van Koning Willem I.</p>
+
+<p>Die volksoploop, zonder plan of leiding, kon gemakkelijk door het
+garnizoen, hoe gering het ook was, onderdrukt worden; maar op dit oogenblik
+betoonden de regeeringspersonen, door hunne ongelooflijke zwakheid en hun
+volkomen gemis aan tegenwoordigheid van geest, een bepaald plichtverzuim.
+De burgemeester van Brussel was op zijn buiten! De bevelhebber der
+burgerwacht hield zich uit schrik in zijn huis opgesloten! Generaal de
+Bijlandt wachtte vruchteloos op bevelen; de militaire gouverneur hield zich
+alsof de zaak hem niet aanging; de troepen, die intusschen de wapens gevat
+hadden, moesten uit eigen beweging optreden, en om 5 uur 's morgens hadden
+zij nog geen bevel tot handelen gekregen! Politie en leger toonden zich zoo
+onmachtig en lijdzaam, dat de stoutmoedigheid der oproerlingen weldra geen
+palen meer kende en de oploop zich ongehinderd uitbreidde. In plaats van de
+troepen krachtig tegen de muiters te doen optreden, trok men ze rond den
+middag (26<sup>en</sup> Augustus) voor de Bank en de Paleizen samen, waar ze tot
+den 3<sup>en</sup> September in eene onverklaarbare werkeloosheid gehouden werden.</p>
+
+<p>Bij de oproermakers had zich intusschen eene bende plunderaars gevoegd en
+dat gepeupel brak de wapenwinkels open, plunderde de handelsmagazijnen,
+vernielde het hotel van 't Provinciaal Bestuur en stak de woningen van een
+generaal en een kolonel in brand. Benden werklieden, meestal dronken,
+liepen naar de voorgeborchten en vernielden de weeffabrieken Basse in de
+stad, Rey te Kuregem, Bal en Fortin te Vorst, Wilson te Stalle: het was hun
+vooral te doen om de mechanieken te verbrijzelen die het getal
+handarbeiders<span class='pagenum'><a name="Page_153" id="Page_153">[153]</a></span> verminderden. De beweging begon meer en meer te ontaarden in
+eene soort van straatrooverij, die zich om politieke beweegredenen niet
+bekommerde. Wel is waar stak 's morgens een vreemde belhamel de Fransche
+vlag op het stadhuis uit; doch Ducp&eacute;tiaux verving ze dadelijk door de oude
+driekleur van de Brabantsche omwenteling, die op luid applaus door de
+samengeschoolde menigte begroet werd; reeds 's avonds droeg men in Brussel
+uitsluitend zwart-rood-gele linten. Van dit oogenblik af nam de beweging
+een Belgisch karakter aan.</p>
+
+<p>Gezien de achteloosheid der overheden besloten enkele krachtdadige burgers
+ernstige maatregelen te nemen om de orde te herstellen. Zij verkregen van
+den gouverneur de herinrichting eener nieuwe burgerwacht, daar de
+bevelhebber der oude nergens te vinden was. Reeds waren 's namiddags 300
+burgers op de Groote Markt vereenigd en gewapend, en hun getal klom 's
+anderendaags tot 2000; meest alle de Franschen, die zich in groot getal te
+Brussel bevonden, namen plaats in de rangen der wacht en verkregen, daar
+zij oud-gedienden waren, &eacute;&eacute;n of ander bevelhebberschap. Aan het hoofd werd
+de volksgeliefde Baron Emmanuel d'Hoogvorst geplaatst, onder wiens bevelen
+de dappere generaal Van der Smissen en de oud-officier uit Oost-Indi&euml;,
+Karel Pletinckx, stonden; beiden vroeger uit den dienst getreden, de eerste
+wegens eene beenbreuk, de andere bij gebrek aan bevordering.</p>
+
+<p>De benden van het gepeupel achtervolgden eischend en dreigend de
+burgerwacht, zoodat den 27<sup>en</sup> 's avonds, bij het zicht der nieuwe
+gewelddaden dezer plunderaars en brandstichters, twee burgernachtronden op
+hunne woeste groep schoten, wat hun niet weinig schrik inboezemde.</p>
+
+<p>Het gemeentebestuur, dat overigens even min kloekmoedigheid betoonde als de
+regeeringspersonen, had nochtans de belasting op het gemaal afgeschaft.
+Baron d'Hoogvorst en Graaf de Bijlandt vaardigden den 28<sup>en</sup>, wanneer de
+rust eenigszins hersteld was, elk eene proclamatie uit, waarin beloofd werd
+dat, &laquo;zoolang de goede orde, welke door de burgerwacht gewaarborgd was,
+niet gestoord werd, de ver<span class='pagenum'><a name="Page_154" id="Page_154">[154]</a></span>sterkingstroepen die men verwachtte, de stad
+niet zouden binnendringen.&raquo; Dat was eene capitulatie voor de muiters.</p>
+
+<p>Reeds waren de overheden zonder invloed; zij hadden niets meer te zeggen;
+het kwartier-generaal der burgerwacht oefende reeds feitelijk de macht uit;
+de hoofden der wacht weigerden zelfs met minister Van Gobbelschroy te
+onderhandelen; en de dagbladschrijvers der oppositie, Jottrand, Ducp&eacute;tiaux
+en Lesbroussart, steunende op de misnoegden die grondwettelijke vrijheden
+wilden veroveren en de Hollandsche overheersching afschudden, leidden op 't
+Stadhuis de handelingen van Baron d'Hoogvorst. Den 28<sup>en</sup> 's avonds
+vergaderden op 't stadhuis 50 notabelen, onder welke talrijke edelen als de
+twee De M&eacute;rode's, graaf de Lalaing, de twee d'Hoogvorsten; Baron de Secus,
+afgevaardigde, werd tot voorzitter en Sylvain Van de Weyer tot secretaris
+gekozen. Buiten de tusschenkomst van den gouverneur of van den gemeenteraad
+stelden zij een Adres aan den Koning op, waarin zij, verre van te denken
+aan een voorstel van scheiding tusschen Belgi&euml; en Holland, eenvoudig den
+vorst bezwoeren de eischen der Belgen in te willigen, en verklaarden &laquo;dat
+indien de natie niet gerustgesteld werd, niets aan de goede burgers van
+Brussel verzekerde, dat zij zelf geene slachtoffers hunner pogingen tot
+rustherstelling zouden worden.&raquo;</p>
+
+<p>Aldus had de triomf van de Oppositiepartij, die den Brusselschen adel en de
+burgerij beheerschte, op de Fransche bent en het gepeupel, aan den oploop
+een gansch ander karakter weten te geven: men deed de gewelddaden eeniger
+roofzieke en aangehitste benden voor den wettigen opstand van eene recht
+eischende bevolking doorgaan! De staf der wacht wilde uit den stand der
+zaken partij trekken, om zijne eischen te doen gelden; de raad der
+notabelen neemt, zonder eenig recht, openlijk de leiding der beweging: 't
+is op dit oogenblik dat de omwenteling eigenlijk begint.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Het Adres werd toevertrouwd aan een afvaardiging samengesteld uit Felix de
+M&eacute;rode, J. d'Hoogvorst en Rouppe,<span class='pagenum'><a name="Page_155" id="Page_155">[155]</a></span> twee oud-burgemeesters van Brussel, en
+(o wonder!) S. Van de Weyer en A. Gendebien, welke laatste bij het vernemen
+der gebeurtenissen te Brussel, in allerijl uit Bergen teruggekeerd was en
+zijn reis naar Parijs had opgegeven.</p>
+
+<p>Koning Willem, diep getroffen bij het nieuws over het gebeurde te Brussel,
+was uit Het Loo naar Den Haag geijld, om te beraadslagen met de prinsen en
+de ministers. Van Maanen raadde de onderdrukking door het geweld aan; de
+prins van Oranje verklaarde zich voor toegeving en verzoening genegen. Men
+besloot 6000 man op marschpas, onder het bevel der twee prinsen, naar
+Brussel te zenden en ook de Staten-Generaal voor 13<sup>en</sup> September samen te
+roepen. Die halfslachtige maatregel, door Willem's gewone besluiteloosheid
+ingegeven, werd nog verergerd door het feit, dat hij geen bepaalde volmacht
+aan den prins van Oranje verleend had. Na een dag te Antwerpen verloren te
+hebben, kwamen beide zonen van Willem hun hoofdkwartier te Vilvoorde
+vestigen, in plaats van op Brussel te rukken (30<sup>en</sup> Augustus).</p>
+
+<p>Het langzame naderen der troepen, de verbijstering en de werkeloosheid der
+overheden, de stoutmoedigheid der dagbladen der oppositie, de koenheid van
+zekere leiders, die reeds van een Voorloopig Bewind durfden spreken, het
+nieuws van den opstand te Luik, waar men de Luiksche kleuren liet wapperen,
+en van het oproer te Verviers en te Leuven brachten in de hoofdstad eene
+altijd aangroeiende gisting teweeg: hoe meer de Regeering aarzelde en zich
+achteruittrok, hoe grooter de eischen werden.</p>
+
+<p>'s Anderendaags ontboden de twee prinsen in hun kamp, niet den gouverneur
+of den burgemeester, maar Baron d'Hoogvorst, bevelhebber van de
+burgerwacht. Hij kwam met generaal Van der Smissen en de twee burgerlijke
+raadgevers van den staf, Van de Weyer en Rouppe, en noodigde ze uit om zich
+alleen onder hun geleide naar Brussel te begeven. Maar de prinsen eischten
+de verwijdering der Brabantsche kleuren en den intocht hunner troepen
+binnen Brussel. Toen d'Hoogvorst die eischen van op 't Stadhuis liet
+afkondigen, weerklonk uit de menigte de kreet:<span class='pagenum'><a name="Page_156" id="Page_156">[156]</a></span> &laquo;Te wapen! naar de
+barricaden!&raquo; 8000 man namen de wapens, de winkels werden gesloten en de
+kassijsteenen in de straten uitgebroken, door degenen die dat kunstje te
+Parijs geleerd hadden! Eene tweede afvaardiging onder Baron de Secus'
+geleide trok in den avond nog naar Vilvoorde, om de prinsen over te halen
+geen gewapenden aanval tegen de hoofdstad te ondernemen. Na twee lange uren
+bespreking, stemde de prins van Oranje er in toe, onder waarborg van zijn
+persoon en zijne vrijheid, alleen door zijn staf vergezeld, binnen Brussel
+te komen; de burgerwacht zou worden uitgenoodigd hem te gemoet te gaan; de
+kroonprins rekende op zijne populariteit om de gemoederen tot rust te
+brengen en zich op te dringen. Maar een bittere teleurstelling wachtte hem:
+niet alleen werd hij ijskoud onthaald, hoorde te allen kante het geroep:
+Leve de vrijheid! dreunen, zag slechts overal de Brabantsche kleuren,
+ontwaarde alleen verwoede gezichten, maar aan 't stadhuis gekomen werd hij
+zelfs bedreigd en moest zijn paard over eene barricade doen springen om
+zijn Paleis te bereiken. Zijn ridderlijke moed kon niemand meer bewegen!
+Niettegenstaande den aanslag tegen hem gericht, besloot hij Brussel niet te
+verlaten vooraleer eene verzoening bewerkt te hebben. Met dat doel
+vaardigde hij eene proclamatie uit die de bevolking aanmaande om de orde te
+handhaven, haar belovende dat de troepen niet zouden binnentrekken. Daarna
+benoemde hij eene commissie, onder voorzitterschap van den oud-minister
+hertog van Ursel, gelast om met hem de geschikte maatregelen te treffen,
+doch hij beging de ongelooflijke fout, op aanraden van Baron d'Hoogvorst,
+er ook Sylvain Van de Wever en Rouppe in op te nemen.</p>
+
+<p>Dienzelfden dag kwamen de afgevaardigden uit Den Haag terug; het onthaal
+van het Hollandsche volk was zoo vijandig geweest, dat men een oogenblik
+mocht vreezen voor hun leven. Op hun aandringen tot invoering der
+ministerieele verantwoordelijkheid, verwijdering van minister Van Maanen,
+rechtmatigheid in de benoeming der ambtenaren en in de verdeeling der
+Staatsinstellingen, antwoordde hun Willem ontwijkend dat hij geen
+beslissing kon nemen, die<span class='pagenum'><a name="Page_157" id="Page_157">[157]</a></span> den schijn zou hebben afgedwongen te zijn. Tot
+tranen bewogen, zeide hij: &laquo;Ik wil niet het bloed mijner onderdanen doen
+stroomen; ik heb een afschuw van bloedvergieten. Maar ik zou Europa tot
+spot verstrekken, indien ik met het pistool op de keel, week v&oacute;&oacute;r onzinnige
+bedreigingen, v&oacute;&oacute;r klachten en grieven, die alleen bestaan in de
+verbeelding van eenige ruststoorders.&raquo; De vorst beloofde echter een
+buitengewone bijeenkomst der Staten-Generaal tegen 19<sup>en</sup> September. De
+minister La Coste hoorde zelfs met welwillendheid Gendebien's programma
+eener vreedzame oplossing aan, door L. de Potter reeds vroeger in een brief
+aan den Koning voorgesteld, namelijk <i>de onmiddellijke scheiding van Belgi&euml;
+en Holland</i>, met den prins van Oranje als onderkoning of
+luitenant-generaal. Dit werd het ordewoord der omwenteling. Nog in den
+nacht van l<sup>en</sup> tot 2<sup>en</sup> September zocht Gendebien, die, naar aanleiding
+van de zending naar Den Haag, in 't Paleis in gehoor ontvangen was, den
+prins tot dit denkbeeld over te halen, en durfde hem voorstellen om hem den
+volgenden middag als Koning der Belgen te doen uitroepen. Prins Willem wees
+dit voorstel van den huichelaar met verontwaardiging af: &laquo;Het nageslacht,
+sprak hij, zal niet zeggen dat een Nassau de kroon van zijns vaders hoofd
+rukte om ze op het zijne te plaatsen;&raquo; hij wilde geen ander rol vervullen
+dan die van bemiddelaar.</p>
+
+<p>'s Anderendaags wandelde de prins in de Warande en in de omstreken; de stad
+scheen rustig; hij gaf een groot gastmaal aan de voornaamste overheden,
+onder welke ook d'Hoogvorst met zijne twee adjudanten, Rouppe en Van de
+Weyer; in den avond kwam de bevolking, opgeruid door enkele Fransche en
+inlandsche muiters, weer in beroering. Op de Groote Markt kreet men tegen
+het niets-zeggend Verslag door de afvaardiging uit Den Haag meegebracht;
+men scheurde het van de muren en verbrandde het met eene Proclamatie der
+Raadgevende Commissie, die kalmte en vertrouwen aanbeval.</p>
+
+<p>Den 3<sup>en</sup> September ontving de Prins de te Brussel aanwezige leden der
+Staten-Generaal, waaronder degenen die<span class='pagenum'><a name="Page_158" id="Page_158">[158]</a></span> pas uit Parijs teruggekeerd waren.
+Zij achtten zich geoorloofd te verklaren, dat Belgi&euml;'s vurigste wensch de
+volledige scheiding tusschen de Zuidelijke en Noorderlijke provincies was,
+zonder andere gemeenschap dan het regeerend stamhuis, en dat,
+niettegenstaande de opgewondenheid der gemoederen, het behoud van het
+vorstenhuis het eenparig verlangen der Belgen bleef. In dezen zin had ook
+de Raadgevende Commissie eenparig gestemd. Om 11 uur kwam d'Hoogvorst, de
+opperbevelhebber der burgerwacht, omringd door zijne officieren, verklaren
+dat hij niet langer voor de veiligheid van den prins borg kon staan, en
+verzocht hem Brussel te verlaten; hij drong insgelijks aan op den aftocht
+der troepen en op het toestaan der bestuurlijke scheiding.</p>
+
+<p>De prins aarzelde; doch het nieuws van den opstand van Leuven dat zijn
+garnizoen verjaagd had, en de aankomst der voorwacht der Luiksche
+vrijwilligers gaf hem de overtuiging dat hij aan den wassenden stroom niet
+langer zou kunnen wederstaan. Nochtans, vooraleer met minister Van
+Gobbelschroy en den hertog van Ursel bij zijnen vader naar den Haag te
+vertrekken om eene verzoening te bewerken, deed hij door de Burgerwacht en
+den Staf een proclamatie onderteekenen, waarin zij zich &laquo;op hunne eer
+verbonden, geene verandering van dynastie te dulden en de stad,
+bepaaldelijk de paleizen, te beschermen;&raquo; dit belangrijk document werd
+onderteekend, onder anderen door Sylvain Van de Weyer, Rouppe, Jolly, graaf
+Van der Meenen en Van der Linden d'Hoogvorst. Alsdan beval de prins aan de
+troepen van 't Paleis, Brussel voor Vilvoorde te verlaten en aan die van
+generaal Trip, hunnen aantocht op Leuven te staken.</p>
+
+<p>Op dit oogenblik was dit gedrag van Oranje, hoe eerlijk en ridderlijk ook,
+eene grove fout. Hij had bemerkt hoe de overheden overrompeld waren; all&eacute;en
+zijne aanwezigheid, zelfs nog zonder krachtdadig optreden, was eene
+bemoediging voor de ware patriotten, die een overeenkomst met het huis van
+Oranje wilden sluiten, en een waarborg voor de rust; zijne afwezigheid
+integendeel versterkte de bent der<span class='pagenum'><a name="Page_159" id="Page_159">[159]</a></span> wachten en der Fransche woelmakers in
+hare stoutmoedigheid.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Wij hebben gezien hoe de beweging het gansche land aangestoken had. Om
+dezelfde reden als te Brussel, namelijk de laatdunkendheid en het
+plichtverzuim der ambtenaren, gelukte het aan een groepje heethoofden
+gisting onder het volk te verwekken en langzamerhand de burgerij en den
+adel in haren opstand mede te sleepen. Kolonel Gaillard werd met zijne
+troepen uit Leuven verjaagd; te Verviers wapperde een oogenblik de Fransche
+vlag; honderden vrijwilligers vertrokken naar Brussel, uit Bergen, Doornik
+en Namen; alleen Gent en Antwerpen, waar de groothandel en de
+grootnijverheid van een oproer veel te duchten hadden, bleven rustig.
+Maastricht werd in bedwang gehouden door haren krachtdadigen bevelhebber
+Dibbits. Niet zelden gingen de opstootjes met roof en brand gepaard.</p>
+
+<p>Te Luik staat de verbijsterde gouverneur Sandberg, door een onbehendig
+akkoord met de oproermakers, zijne overheid letterlijk in handen van den
+jongen advocaat Charles Rogier af, door hem toe te laten eene vrijwillig
+gewapende macht te vormen om de rust in de stad te handhaven, terwijl
+Generaal Van Boecop met de bezetting in de citadel zou blijven. Door zijn
+populariteit weet Rogier het gepeupel in bedwang te houden en de plundering
+te beletten. Maar weldra willen eenige der Luiksche vrijwilligers naar
+Brussel trekken; Rogier wordt met de pistool op de borst gedwongen zich aan
+hun hoofd te stellen, en gaat naar de hoofdstad met 300 Luikenaars en een
+paar kanonnen. De aankomst der Luiksche troepen te Brussel bracht de
+opstandelingen en niet het minst de Franschgezinde partij in geestdrift
+(7<sup>en</sup> September). De verdediging der stad tegen den terugkeer der
+Hollanders werd stelselmatig ingericht; barricaden werden opgeworpen of
+voleindigd door de ingenieurs Roget en Teichman. Uit de provincieplaatsen
+kwamen voortdurend aanbiedingen van vrijwilligers aan: Aalst bood 700,
+Ninove en omstreken 1500 man; de Borinage, met 15,000<span class='pagenum'><a name="Page_160" id="Page_160">[160]</a></span> mijnwerkers, was
+heel en al bereid: Dendermonde en Charleroi vroegen dat men aan hunne
+bezettingen de kanonnen zou gaan ontnemen en beloofden den steun der
+bevolking; maar ook de vreemdelingen te Brussel aanwezig, 4000 Franschen,
+benevens Spanjaarden, Italianen, Engelschen, stelden zich ten dienste der
+revolutionnaire leiders. Overigens stroomden voortdurend nieuwe Franschen
+toe, onder welke talrijke agenten van de Clubs van Parijs.</p>
+
+<p>De Fransche regeering, die uit voorzichtigheid door eene vredelievende
+houding het stamhuis van Orleans door de Mogendheden trachtte te doen
+erkennen, was nochtans gepraamd door de ophitsende taal der
+propagandapartij die Belgi&euml; wilde inlijven; voor 't oogenblik moest ze den
+Belgischen opstand werkeloos aanschouwen, daar haar leger niet gereed was;
+de Omwenteling, veel te vroeg losgebroken, v&oacute;&oacute;r den tijd door hare
+Franco-Belgische inrichters voorzien, had de Juli-monarchie verrast. Die
+overhaasting der belhamels had Louis-Philippe radeloos gemaakt. Nu moest
+hij de gebeurtenissen hun gang laten gaan; deze voorzichtige bedaardheid
+maakte Gendebien wrevelig: &laquo;Gij aarzelt, liet hij aan den Koning door
+tusschenkomst van L. de Potter zeggen, maar Frankrijk zou hier 200,000
+Belgen vinden, bereid om de Rijngrens met geestdrift te verdedigen. Later,
+als Frankrijk gedwongen zal zijn oorlog te voeren, zullen wij vrede
+gesloten hebben met het Nederlandsche Gouvernement en Frankrijk zal 60,000
+Belgen te bestrijden hebben.&raquo;</p>
+
+<p>De Fransche gezant Lamoussaye verzekerde slechts dat, indien Willem de
+tusschenkomst van Pruisen inriep, Frankrijk dan met alle mogelijke krachten
+zou tusschenkomen.</p>
+
+<p>Zeer waardig was de houding van L. de Potter en Tielemans te Parijs;
+terwijl de Franschgezinde partij te Brussel de inlijving bij Frankrijk
+verzocht, bleven zij beslist bij het denkbeeld van een bestuurlijk
+afgescheiden of geheel onafhankelijk Belgi&euml;; bij een onderhoud met
+Louis-Philippe verklaarde L. de Potter uitdrukkelijk dat de Belgen de
+vereeniging met Frankrijk niet wilden, maar hij wenschte eenvoudig
+Frankrijks ondersteuning om hunnen opstand te<span class='pagenum'><a name="Page_161" id="Page_161">[161]</a></span> doen gelukken; dit kon de
+vorst niet toestaan. De lagere bevolking van Parijs echter was de
+Brusselsche oproerlingen zoo genegen, dat Tielemans reeds op 29<sup>en</sup>
+Augustus schreef dat alleen een oproep tot de Parijsche bevolking
+onmiddellijk 10,000 vrijwilligers zou verschaffen. L. de Potter werd, op
+een banket hem door de Parijsche burgerwacht aangeboden, door den hoofdman
+der Fransche propagandisten, den beroemden La Fayette, omhelsd: die
+verbroedering en andere tooneelen meer hadden het sein gegeven tot een nog
+talrijker vertrek van Fransche vrijwilligers naar Brussel (31<sup>en</sup>
+Augustus).</p>
+
+<p>Gendebien was woedend over de tusschenkomst der afgevaardigden van de
+Staten die, uit Parijs teruggekeerd, aan zijn plan eene andere richting
+gegeven hadden. Hij en Van de Weyer hadden liever den prins als gijzelaar
+te Brussel gehouden, om alzoo de bestuurlijke scheiding aan den Koning af
+te persen; en nu was zijne hoop vervlogen. Dan veranderde hij van stelsel
+en kwam met het ontwerp eener Voorloopige Regeering vooruit. Het werd door
+de vergadering der notabelen met gretigheid onthaald, doch de
+volksvertegenwoordigers lieten het spoedig varen, bij het nieuws dat Gent
+en Antwerpen niet verroerden.</p>
+
+<p>Op dat oogenblik was de bestuurlijke scheiding van Noord en Zuid de eenige
+passende oplossing. Levae, De Potter's briefwisselaar, Lesbroussart, zijn
+vriend, L. de Potter zelf en tot Gendebien toe, kleefden dit denkbeeld
+sterk aan. Trouwens, Gendebien had zich kunnen overtuigen dat de wil van
+adel en geestelijkheid, die de Juli-omwenteling afkeurden, en van de
+burgerij, die de voordeelen der aanwezigheid van een Hof niet verliezen
+wilde, zich algemeen en krachtdadig tegen de Fransche inlijving verklaarde:
+Lesbroussart schreef dat, indien de Koning wilde toegeven, &laquo;zijn stamhuis
+nooit beter zou gevestigd geweest zijn.&raquo; L. de Potter stelde zijn programma
+op in de volgende bewoordingen: &laquo;De scheiding is nu een voltrokken feit,
+dat gij, Belgen, aan uw toekomstig opperhoofd als eene voorafgaandelijke
+voorwaarde van zijn koningschap moet opdringen. Daarna zult gij, gij
+all&eacute;en, u eene Belgische<span class='pagenum'><a name="Page_162" id="Page_162">[162]</a></span> grondwet geven die gij door den koning der
+Nederlanden zult doen bezweren, wil hij koning der Belgen zijn. Zweert hij
+niet, verklaart dan vrank en koen uwe volkomen onafhankelijkheid, en sticht
+eene Bondsrepubliek.&raquo;</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Er bleef nu te zien, hoe de koppige en altijd weifelende Willem de
+voorstellen waarmede de prins van Oranje belast was, zou ontvangen. Den
+3<sup>en</sup> September had hij met tegenzin het ontslag van Van Maanen
+onderteekend; eene maand vroeger zou die beslissing alles weerom in rust
+gesteld hebben; men eischte nu veel meer; toen dit nieuws den 6<sup>en</sup> te
+Brussel bepaald vernomen werd, oefende het niet het minste uitwerksel uit.
+Wanneer den kroonprins bij zijnen vader op het vrijwillig toestaan der
+bestuurlijke scheiding krachtig aandrong, stuitte hij, niettegenstaande de
+toetreding van de Belgische ministers De la Coste en Van Gobbelschroy, op
+eene halsstarrige weigering; de Koning verschanste zich achter de verdragen
+van 1815 en de artikels 229 tot 234 der Grondwet, die de procedure bij
+geval van noodzakelijke herziening nauwkeurig bepaalden. Hij weigerde zelfs
+den prins met de ministers naar Brussel te laten terugkeeren, alhoewel
+deze, op zijn hoofd, de herstelling der orde verzekerde, indien de Koning
+hem volmacht gaf om naar goeddunken in 't algemeen belang te handelen.</p>
+
+<p>Door op dit oogenblik de scheiding te verwerpen, heeft de Vorst, die ook
+van het andere middel, het geweld der wapenen niet wilde, om zoo te zeggen
+moedwillig Belgi&euml; verloren. Door zijne voortdurende weifelingen, &mdash; den
+eenen dag concessi&euml;n verleenende, en den anderen dag het kanon latende
+bulderen &mdash; , heeft de Koning de grootste schuld aan de verdeeling van het
+Rijk der Nederlanden. In plaats van te handelen, aarzelt hij en vaardigt
+tot de Belgen een Proclamatie uit, waarin hij het voorstel tot scheiding
+aan de uitspraak der Staten-Generaal onderwierp en verder de goede burgers
+aanmaande hunne zaak van die der oproermakers af te zonderen (5<sup>en</sup>
+September); de gouverneur durfde eerst het stuk niet laten aanplakken, en
+de raad der notabelen<span class='pagenum'><a name="Page_163" id="Page_163">[163]</a></span> zond eene afvaardiging bij prins Frederik om het te
+te doen intrekken; anders vreesde men een nieuwen oploop en het hijschen
+der Fransche vlag. De prins stemde er in toe in dien zin naar Den Haag te
+seinen. Maar de Antwerpsche bladen drukten alras den tekst der proclamatie,
+zoodat verdere geheimhouding nutteloos werd; dadelijk verbrandden de
+burgerwachten dit stuk op de Groote Markt te Brussel.</p>
+
+<p>In de hoofdstad had men 't volk in den waan gebracht dat de prins van
+Oranje zijn terugkeer voor den 6<sup>en</sup> had beloofd, en daar hij niet
+verscheen, zijn woord verbroken had. Daarop werd wapenvoorraad verzameld,
+en nieuwe barricaden werden opgericht; Van der Smissen en Van der Meeren,
+geholpen door den Spaanschen kolonel Juan van Halen en den oud-geneesheer
+Ernest Gr&eacute;goire, drilden de vrijwilligers en richtten de korpsen in. Na
+eene kleine botsing tusschen de Luikenaars, die in Leuven lagen, en de
+koninklijke voorposten werden Jozef d'Hoogvorst en Gendebien bij prins
+Frederik gezonden, die beloofde zijn troepen weldra uit Kortenberg terug te
+trekken en het kamp te Vilvoorde op te breken; den volgenden dag ontving
+hij nog eene afvaardiging van Belgische volksvertegenwoordigers om hem te
+bidden toch geen geweldigen aanval op Brussel te doen, waarin hij
+toestemde; en den 8<sup>en</sup> vestigde de prins zijn hoofdkwartier te Antwerpen.</p>
+
+<p>Middelerwijl was er te Brussel, tusschen de notabelenvergadering met den
+revolutionnairen staf der burgerwacht en de voorzichtige leden der
+Staten-Generaal, een geschil ontstaan. Gendebien, Van de Weyer, J.
+d'Hoogvorst en Felix de M&eacute;rode wilden dat De Secus, De Gerlache en de
+anderen een <i>Voorloopig Bewind</i> zouden aanstellen. Maar de
+volksvertegenwoordigers, die zich aan de wettelijkheid hielden, waren,
+ondanks hunne verbintenis na 't vertrek van den Prins van Oranje aangegaan
+om Brussel niet te verlaten, van denkbeeld veranderd en besloten toch, in
+spijt van de hekelingen en beschuldigingen der heethoofden, zich
+voorzichtigheidshalve naar de zitting der Staten-Generaal te begeven en
+<span class='pagenum'><a name="Page_164" id="Page_164">[164]</a></span>geen Voorloopig Bewind in te richten (8<sup>en</sup> September).</p>
+
+<p>Over deze onbestendigheid en de afwezigheid der volksvertegenwoordigers
+eerst gebelgd, verheugde zich alras de revolutionnaire groep over hun
+vertrek naar Den Haag, daar het bleek dat hunne aanwezigheid te Brussel den
+vooruitgang der Omwenteling stremde.</p>
+
+<p>Daar de oprichting van een Voorloopig Bewind mislukt was, stelde Gendebien
+toen voor eene <i>Commissie van Openbare Veiligheid</i> aan te stellen, te
+kiezen uit een dubbele lijst van candidaten door de hoofden der 8
+afdeelingen van de Brusselsche burgerwacht en een klein getal notabelen
+opgemaakt; om aan de instelling een schijn van wettelijkheid bij te zetten,
+deed men ze door het bange gemeentebestuur bekrachtigen; ondanks de
+pogingen der revolutionnairen kreeg de Commissie slechts eene beperkte
+opdracht, namelijk de vestiging van het stamhuis verzekeren, het
+grondbeginsel der scheiding van Noord en Zuid handhaven en de openbare orde
+herstellen. De samenstelling der Commissie, die feitelijk maar vijf leden
+telde, betoonde klaar hare inzichten: Gendebien, Van de Weyer, Rouppe,
+Felix de M&eacute;rode en Meeus aan 't hoofd der zaken stellen was de vijanden der
+Regeering rechtstreeks laten optreden; dit was zooveel als na den opstand
+<i>de Omwenteling bepaald uitroepen</i>(10<sup>en</sup> en 11<sup>en</sup> September).</p>
+
+<p>Na alzoo de machten van gouverneur en stadsregeering overweldigd te hebben,
+ruimden de leden der Commissie insgelijks de rechterlijke macht uit den
+weg, en schorsten den Procureur-Generaal; deze verliet dadelijk Brussel,
+weldra gevolgd door den gouverneur Van der Fosse, den burgemeester De
+Wellens en talrijke hooggeplaatste ambtenaren (14<sup>en</sup> September).</p>
+
+<p>Doch driemaal faalden de pogingen der liberale leiders om een Voorloopig
+Bewind op te richten, dank zij den tegenstand van de gematigden, met de
+barons d'Hoogvorst aan 't hoofd, die eene opene deur voor de verzoening
+wilden behouden.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Intusschen waren de Belgische leden der Staten-Generaal<span class='pagenum'><a name="Page_165" id="Page_165">[165]</a></span> in Den Haag
+aangekomen; zij vonden daar de bevolking uiterst verbitterd en woedend over
+het gevaar dat de kroonprins in Brussel geloopen had. De <i>Arnhemsche
+Courant</i>, in navolging van de <i>Noordstar</i>, had in zijn nummer van 7<sup>en</sup>
+September bedreigingen geuit: &laquo;Te wapen! Weg met de muiters! Muitersbloed
+is geen broedersbloed!&raquo; Ook moest Baron de Gerlache tegen de woelige
+menigte door de politie beschermd worden: het werd een strijd van volk
+tegen volk!</p>
+
+<p>Wanneer de Vorst de volksvertegenwoordigers in Den Haag zag aankomen, moet
+hij nog versterkt geworden zijn in zijne meening dat de gebeurtenissen te
+Brussel zoo erg niet waren als men ze voorstelde en dat de volksbeweging
+niet zoo ernstig was aangezien de afgevaardigden der natie hunne plaats in
+'t Parlement kwamen nemen. Zoo werd Willem begoocheld.</p>
+
+<p>Op 13<sup>en</sup> September opende de Koning de laatste en buitengewone sessie der
+Staten-Generaal; in zijne troonrede sprak hij, zeer bewogen, zijnen wensch
+uit om de oplossing der Unie van Noord en Zuid slechts langs
+grondwettelijke wegen te zien geschieden; Willem, die zijne populariteit
+bij zijn volk zocht te vrijwaren, maakte zich den tolk der Hollanders; hij
+verkondigde dat het noodig was de troepen op te roepen, en verklaarde dat
+hij nooit &laquo;voor partij geest zou wijken, nooit zou toestemmen in
+maatregelen die de welvaart en de belangen van 't vaderland aan de
+hartstochten en het geweld zouden opofferen.&raquo; Daarop werd aan de Staten
+voorgesteld dadelijk de twee volgende vraagstukken te overwegen en
+bespreken: Is het noodzakelijk de nationale instellingen te wijzigen?
+Behoort het in dit geval, de inrichting, zooals zij tusschen de twee groote
+deelen van het Rijk door de verdragen en de Grondwet voorgesteld is, te
+veranderen?</p>
+
+<p>Hoe belangrijk de discussie ook was, hoe gunstig de oplossing voor het
+algemeen belang mocht wezen, toch was dit de zaak, die eene snelle
+afhandeling eischte, op de lange baan schuiven. Gedurende de
+beraadslagingen over het Adres, in antwoord op 's Konings rede, namen de
+Hollanders eene bepaald vijandige houding aan; er werden zeer<span class='pagenum'><a name="Page_166" id="Page_166">[166]</a></span> harde
+woorden gesproken. Donker-Curtius, een lid der Commissie, verklaarde dat
+hij geen anderen uitweg zag dan het geweld der wapenen; De Gerlache durfde
+uitroepen, in naam der afgevaardigden van het Zuiden, dat, indien men hunne
+wenschen niet aanhoorde, zij niet als lijdzame toeschouwers den ondergang
+van hun vaderland zouden aangezien hebben.</p>
+
+<p>De troonrede verwekte te Brussel zooveel opspraak, dat de Commissie der
+Openbare Veiligheid, ondanks de pogingen der Luiksche vrijwilligers die
+kortaf met de regeering wilden afbreken, een Adres aan de afgevaardigden in
+Den Haag moest zenden, waarin men hevig protest aanteekende tegen de
+militaire inzichten van de regeering; de twee dragers werden daarbij nog
+belast, de Zuidnederlandsche afgevaardigden uit te noodigen Holland te
+verlaten, maar kwamen weldra met het verbazende nieuws terug dat de leden
+der Staten den raad gegeven hadden met den prins van Oranje te
+onderhandelen. Het volk kreet verraad, de Luiksche vrijwilligers bereidden
+een aanval op het stadhuis. Weldra beschuldigde men de Commissie van te
+groote gematigdheid en tevens van kleinmoedigheid.</p>
+
+<p>Om ze te prikkelen, hadden andere vurige leiders als Ch. Rogier, Renard,
+Ducp&eacute;tiaux en de Franschen Niellon, Gr&eacute;goire en Chazal inmiddels, met de
+toestemming van Gendebien, het <i>Middelverbond</i> gesticht, meestal uit
+Luikenaars, Luksemburgers en andere Walen samengesteld. Rogier, onder
+voorwendsel dat hij vreemd aan de stad was, deed het voorzitterschap aan
+Duep&eacute;tiaux toevertrouwen, maar bleef in werkelijkheid de ziel van die
+vereeniging, waarvan talrijke leden de Fransche vlag wilden opsteken
+(16<sup>en</sup> September).</p>
+
+<p>In de S<sup>t</sup> Joriszaal vereenigd, durfde het Middelverbond welhaast zijn
+eischen aan de Veiligheidscommissie opdringen; deze, wier gezag,
+voortdurend door de uiterste partij ondermijnd, aan 't wankelen was, deed
+nochtans beslissen dat men de koninklijke troepen niet zou aanvallen, en
+toen den 18<sup>en</sup> een bende Luikenaars toch de voorposten der Hollanders te
+Vilvoorde en Tervuren was gaan aanvallen, keurde zij deze gewelddaad door
+<span class='pagenum'><a name="Page_167" id="Page_167">[167]</a></span>eene proclamatie stellig af (19<sup>en</sup> September).</p>
+
+<p>Gendebien, het bewind aan Felix de M&eacute;rode en S. Van de Weyer overlatende,
+was naar Rijsel vertrokken om zich in betrekking te stellen met de
+Parijsche ballingen, die de Belgische Vereeniging in Frankrijks hoofdstad
+gesticht hadden.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>&laquo;Nu begint de regeeringloosheid, schreef Levae aan De Potter; de handel is
+vernietigd door den onzekeren toestand waarin men verkeert, daar men geen
+besluit durft nemen: hierdoor zijn vele arbeiders zonder werk; daaruit
+ontstaan samenscholingen en woelige tooneelen die weldra zouden kunnen
+noodlottig worden, want de ellende zal tot buitensporigheden leiden, indien
+men er niet krachtig in verhelpt; het staat vast dat eene <i>geheime macht</i>
+de werklieden ophitst om onverdedigbare of belachelijke aanspraken te
+maken. Ik vrees dat de menigte zich een dezer dagen zal ergeren over de
+onzekerheid waarin men ons laat, en dat men ze tot eene tegenomwenteling
+zal opjagen waarvan de goede burgers de slachtoffers zouden wezen. De
+groote feil van onzen tegenwoordigen toestand is dat wij geen opperhoofd
+hebben.&raquo;</p>
+
+<p>Die <i>geheime agenten</i>, welke Levae bedoelt, waren de Fransche Clubmannen,
+die sedert 't begin van het oproer de Brusselsche werkloozen met
+drinkpartijen op de Hoogstraat en elders vergastten, en nu het gepeupel,
+dat v&oacute;or 't Stadhuis aanhoudend samenschoolde, wapenden en ophitsten.</p>
+
+<p>Levae's sombere voorspelling werd dadelijk bewaarheid. De vreedzame
+proclamatie der <i>Veiligheidscommissie</i> werd afgerukt; het gepeupel liep
+samen op de Groote Markt onder den kreet &laquo;Wapens! Wapens!&raquo;, en ondanks
+Rogier, ontwapenden zij de burgerwacht gedurende den nacht; 's anderendaags
+bestormden 1500 gewapende muiters het Stadhuis en stelden een einde aan de
+overheid der Commissie. De verschrikte burgerij, bang voor plundering, zond
+dadelijk twee vertoogschriften naar prins Frederik te Antwerpen om zijne
+terugkomst te vragen. Brussel was aan de regeeringloosheid overgegeven
+<span class='pagenum'><a name="Page_168" id="Page_168">[168]</a></span>(20<sup>en</sup> September).</p>
+
+<p>Zonder dien triomf der aanvoerders van de jacobijnsche Club van het
+Middelverbond, ware de omwenteling spoedig gedempt geweest: evenals het
+overgroote deel der Brusselsche burgerij, bleven de vertegenwoordigers der
+Zuidelijke Provinci&euml;n in de Staten inderdaad de wettelijkheid getrouw. 't
+Was juist den volgenden dag dat het Adres op de koninklijke troonrede,
+gansch in den Belgischen zin opgesteld, door de leden der Tweede Kamer werd
+aangenomen met 86 stemmen tegen 19 (Hollanders). Bevreesd bij 't vernemen
+der gebeurtenissen te Brussel, hadden de Belgische afgevaardigden, zelfs
+degenen die altijd tot de hevigste oppositie hadden behoord, herhaalde
+malen (17<sup>en</sup> tot 20<sup>en</sup> September) bij den Koning aangedrongen, opdat
+hij zonder dralen zijn toevlucht tot het geweld zou genomen hebben; zij
+vroegen dit, niet alleen omdat het noodzakelijk was tot bescherming hunner
+eigendommen, maar omdat zij niet meer vrij waren met de noodige
+onafhankelijkheid te stemmen.</p>
+
+<p>Alzoo vond de Koning zich na lange aarzeling gedwongen om aan zijn lijdzame
+houding een einde te maken; de tocht tegen het regeeringlooze Brussel werd
+besloten, doch Willem beging de ongelooflijke fout zijn eigen zoon, prins
+Frederik, met het opperbevel te belasten. In den nacht van 20<sup>en</sup> tot
+21<sup>en</sup> September ontving hij het bevel Brussel binnen te trekken, en na
+zich overtuigd te hebben van de gunstige stemming der burgerij, vaardigde
+hij eene proclamatie uit waarin hij volledige kwijtschelding beloofde:
+&laquo;alleen de voornaamste daders van al te misdadige handelingen om te kunnen
+verhopen dat zij aan de gestrengheid der wetten zullen ontsnappen, en de
+vreemdelingen, die misbruik makende van de hun verleende gastvrijheid,
+wanorde onder u zijn komen stichten, zullen rechtmatig gestraft worden;
+hunne zaak heeft niets met u gemeen.&raquo;</p>
+
+<p>Inmiddels had E. d'Hoogvorst door eenen slimmen trek, ondanks de ontbinding
+der burgerwacht, zijne plaats als &laquo;burgerlijk hoofd dier wacht&raquo; weten te
+behouden, en deed als bevelhebber der <i>vrijwilligers</i> Van der Meeren en
+Pletinckx benoemen; maar de poging van het Middelverbond om een Voorloopig
+Bewind in 't leven te roepen, faalde volkomen.<span class='pagenum'><a name="Page_169" id="Page_169">[169]</a></span></p>
+
+<p>Had de prins in den avond van den 21<sup>en</sup> tot den 22<sup>en</sup> de stad willen
+innemen, niemand had hem tegenstand geboden; doch hij had officieel zijne
+intrede in de hoofdstad voor den 23<sup>en</sup> aangekondigd! Hij liet dus aan de
+opstandelingen den tijd om zich te wapenen, enkele kanonnen voor de
+stadspoorten te sleepen, de straten open te breken, nieuwe barricaden op te
+werpen en hulpbenden uit Leuven, Waalsch-Brabant, het Centrum en de
+Borinage te ontvangen. De Luikenaars en de vreemdelingen betoonden eenen
+koortsachtigen ijver. Meer en meer helde de burgerij nochtans tot de
+overgave over. All&eacute;en Pletinckx, Ducp&eacute;tiaux en Ad. Roussel drukten zich
+krachtdadig voor den weerstand uit; doch deze twee laatsten, als
+parlementairen bij prins Frederik gezonden, werden aangehouden en op
+Antwerpen gezonden.</p>
+
+<p>De andere revolutionnaire kopstukken hadden zich, bij 't naken van 't
+gevaar, reeds vroeger vreesachtig uit de voeten gemaakt: den 21<sup>en</sup>
+vluchtten S. Van de Weyer en Rouppe naar Valencijn, waar zij, in het <i>H&ocirc;tel
+du Grand Canard</i> aan Gendebien en Chazal, aldaar vergaderd met De Potter,
+kwamen aankondigen dat alles verloren was; weldra kwamen ook Van der
+Burght, Moyard, Fleury, Van der Smissen, Van der Meeren, Levae en Niellon
+ze vervoegen; Felix de M&eacute;rode begaf zich in Frankrijk naar zijn kasteel van
+Trelon; Vleminckx en P. Rodenbach verschuilden zich te Rijsel. Rogier bleef
+de laatste: slechts op het oogenblik dat de Hollandsche troepen Brussel
+binnenrukten, koos hij het hazenpad langs de Hallepoort, liet de Luiksche
+vrijwilligers, wier bevelhebber hij was, in den steek en ging zich
+verschuilen in het Zoni&euml;nbosch! Verscheidene der belhamels hadden zich uit
+vrees van herkend te worden, den baard laten afscheren. Talrijke groote
+burgersfamili&euml;n vluchtten uit Brussel naar Gent en Antwerpen.</p>
+
+<p>Alsdan beslisten de Franschen en andere vreemdelingen, die een zoo
+belangrijk deel aan het oproer hadden genomen en door 's prinsen
+proclamatie bedreigd waren, zelf de verdediging der stad, met de opgekomen
+boeren, de vrijwilligers van Luik en het Brusselsche werkvolk en gepeupel,
+op zich te<span class='pagenum'><a name="Page_170" id="Page_170">[170]</a></span> nemen: don Juan van Halen, Ernest Gr&eacute;goire, oud-generaal
+Mellinet, P. Parent, Burggraaf de Culhat en vooral Engelspach, gezegd
+Larivi&egrave;re, schikten de manschappen aan de poorten en op de barricaden;
+Baron d'Hoogvorst, het eenige lid der Veiligheidscommissie dat op post
+gebleven was, zetelde all&eacute;en op 't Stadhuis. Zooals eene vrouw uit het volk
+het schilderachtig zei: &laquo;nu zag men die heeren van het Stadhuis met hun
+zwarte kazakken niet meer. Waar zijn nu die verdoemde kapoenen, nu er moet
+gevochten worden? Het zijn nu de kielen die de stad moeten verdedigen.&raquo;</p>
+
+<p>Wetende dat de hoofden van den opstand Brussel verlaten hadden en dat de
+grootste regeeringloosheid binnen de stad heerschte, dachten prins Frederik
+en zijne generaals, die over 10,000 man en 26 kanonnen beschikten, zeer
+weinig aan strijd; zij meenden &laquo;dat zij maar de fourriers hadden vooruit te
+zenden om op het stadhuis de biljetten van inkwartiering te ontvangen&raquo;,
+daar de gezeten Brusselsche burgerij, bang voor nieuwe plundering, niets
+liever verlangde dan dat het Nederlandsche leger de stad weer tot rust
+bracht. Maar juist bij de mindere standen, die aan zichzelven overgelaten
+nu te Brussel den boventoon voerden, lag die waaghalzerij en die
+geestkracht die aandrang tot weerstand geeft. Ook gaven de werk- en
+ambachtslieden, doch zij all&eacute;en, blijken van bewonderenswaardigen moed
+gedurende de Septemberdagen. In kleine groepjes verdeeld, zonder beleid,
+zonder onderrichting, zonder aanvoerders, hebben die bakkersgasten, die
+beenhouwersknechten, die timmerlieden, die daglooners, met geluk den aanval
+van welonderrichte troepen afgeslagen.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Den 23<sup>en</sup> September, om zeven uur 's morgens trokken de koninklijke
+troepen op Brussel af in vier kolommen verdeeld; deze zouden de stad
+binnenrukken op vier verschillende punten, langs de Vlaamsche-, de
+Antwerpsche-, de Leuvensche- en de Schaarbeeksche poort. Generaal Schuurman
+bemeesterde aldra deze laatste, trok naar de Warande en bezette de
+paleizen; de Leuvensche poort werd ook spoedig<span class='pagenum'><a name="Page_171" id="Page_171">[171]</a></span> ingenomen. De derde kolom
+slaagde er wel in, de Antwerpsche poort te bemachtigen, maar gezien den
+tegenstand der mannen met de blauwe kielen, oordeelde de bevelhebber het
+raadzamer bij de Lakenbrug post te vatten, om in voeling te blijven met de
+rest van 't leger. Aan den Vlaamschen Steenweg echter liet zich de vierde
+afdeeling in eene hinderlaag lokken, en werd teruggeslagen. Vruchteloos
+waren de pogingen der koninklijke troepen tegen de barricade van het
+Koninksplein, verdedigd door ongeveer twaalfhonderd boeren en werklieden,
+en aangevoerd door Mellinet, Parent en De Culhat. Daar ook stond Charlier
+van Luik, bijgenaamd &laquo;het Houten Been&raquo;, die met zijn kanon wanorde en dood
+in de Hollandsche rangen zaaide; het moorddadige vuur der scherpschutters,
+die in de omliggende hotels post gevat hadden, verplichtte ze weldra naar
+de Warande te wijken. Alzoo bleef de sleutel van de stad in de handen der
+oproerlingen.</p>
+
+<p>Hier werd door de Hollanders eene grove fout begaan; in plaats van
+doortastend te handelen, verspilde de prins den zoo kostbaren tijd in een
+straatgevecht, altijd den aanvaller zoo nadeelig. Zeer gemakkelijk had de
+hij Brussel kunnen insluiten, indien men de afdeeling van generaal
+Cort-Heyligers niet onverrichterzake tusschen Leuven en Tienen had laten
+kruisen. Doch 's namiddags reeds had men den prins verteld dat men, om
+Brussel te bezetten, de stad straat per straat, huis per huis zou moeten
+innemen, door verwoesting of beschieting, en stelde hem voor dat er slechts
+twee wegen overbleven: de stad beschieten of zonder dralen af te trekken.
+Frederik echter verafschuwde het bloedvergieten en de verwoesting der stad;
+gehoor gevend aan zijne toegevendheid, vergetend dat het uur van
+krachtdadig optreden geslagen was, liet de prins bevel geven het vuur te
+staken en zond zelfs in den avond een parlementair tot de opstandelingen.
+Dat was de nederlaag bekennen!</p>
+
+<p>Bij het vallen van den avond boden de barricaden een buitengewoon
+schouwspel aan. Daar de Hollanders in de Warande en op de boulevards
+teruggetrokken waren en de taptoe geslagen hadden, verlieten de Belgische
+vrijwilligers<span class='pagenum'><a name="Page_172" id="Page_172">[172]</a></span> en hunne Fransche aanvoerders de barricaden, lieten ze
+gansch alleen staan en gingen in de omliggende herbergen over hunne
+heldendaden pochen! Hoe de prins de barricaden 's nachts niet overrompeld
+heeft, valt nooit te begrijpen!</p>
+
+<p>In den nacht begaf baron d'Hoogvorst zich naar het hoofdkwartier van den
+prins om dezen tot de ontruiming der stad over te halen. Frederik
+antwoordde: &laquo;dat hij Brussel bezet had in de hoop orde en rust in de stad
+te herstellen; dat hij deze niet kon ontruimen dan op bevel van den Koning;
+doch, daar het hem vooral ter harte lag de verwoesting van Brussel zooveel
+mogelijk te voorkomen en een strijd te eindigen, die niets anders dan de
+noodlottigste gevolgen na zich kon sleepen, zelfs voor het rustige deel der
+bevolking, zou hij het slagveld niet verder uitbreiden, en zich tot eene
+verdedigende houding bepalen.&raquo; <i>En inderdaad, gedurende de drie volgende
+dagen hebben zijne troepen hunne stellingen niet meer verlaten.</i> Zoo weinig
+begreep Frederik de toestanden, dat hij nog hoopte &laquo;op de beteugeling der
+anarchie door de burgerwacht!&raquo; Die na&iuml;eveteiten, dit gemis aan energie
+leggen uit, waarom de prins, wat anders onbegrijpelijk voorkomt, de
+benedenstad niet ingenomen heeft.</p>
+
+<p>De terugkomst 's nachts van Rogier, die inmiddels het geluk der
+vrijwilligers vernomen had, moest alle hoop op onderhandelingen of overgave
+doen verzwinden. Overigens, bij 't nieuws der bestorming van Brussel kwamen
+talrijke vrijwilligers uit Halle, Genappe, Waver, Nijvel, Binche
+aangesneld; tonnen buskruit werden uit de omstreken gestuurd; de stormklok
+luidde overal. Ook de vluchtelingen van Valencijn, die nieuws gekregen
+hadden van de heldhaftige verdediging van Brussel, keerden in allerijl
+terug; zij bevonden zich reeds op den middag bij Edingen (Enghien), overal
+een krachtdadigen <i>Oproep tot het Volk</i> verspreidende, die den stoet der
+vrijwilligers, welke hen volgden, van dorp tot dorp aanzienlijk deed
+aangroeien (24<sup>en</sup> September).</p>
+
+<p>Om 9 uur 's morgens was de strijd in de hoofdstad opnieuw begonnen. Tot dan
+toe hadden die kleine pelotons werklieden<span class='pagenum'><a name="Page_173" id="Page_173">[173]</a></span> en boeren, wier moed sedert den
+eersten dag den triomf van den opstand verzekerd had, gestreden zonder
+bepaald doel en eenvoudig om de overheid te bevechten.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="GEVECHT" id="GEVECHT"></a>
+<img width="100%" src="./images/i185.jpg" alt="Gevecht in de Warande te Brussel (24 September 1830)" title="Gevecht in de Warande te Brussel (24 September 1830)" />
+<span class="caption">Gevecht in de Warande te Brussel (24 September 1830)</span>
+</div>
+
+
+<p>Met den terugkeer der gevluchte leiders wordt de strijd ingericht. Rogier,
+om den opstand te besturen, vestigde op 't Stadhuis eene <i>Bestuurlijke
+Commissie</i> met D'Hoogvorst<span class='pagenum'><a name="Page_174" id="Page_174">[174]</a></span> en den oud-genieoffieier Jolly; hij benoemde
+don Juan van Halen als opperbevelhebber der patriotten en stelde
+Engelspach-Larivi&egrave;re tot bijzonderen agent der uitvoerende macht aan.
+Mellinet, Niellon, Chazal, Gr&eacute;goire en andere Franschen kregen een commando
+of werden aan het hoofdkwartier verbonden. Het plan der vrijwilligers was
+voortaan zeer eenvoudig: Prins Frederik in de Warande insluiten en hem
+beletten in de stad te dringen; daarom slopen zij in de voornaamste hotels
+der Wetstraat en der Koningstraat en beschoten van daaruit, onzichtbaar en
+verschanst, de dappere maar blootgestelde Hollandsche troepen. Alsdan liet
+de prins houwitserbommen op de stad werpen.</p>
+
+<p>Tot hiertoe had de verschrikte burgerij lijdzaam de beweging gadegeslagen;
+de beschieting der stad wekte haar uit die onverschilligheid op. Om haar
+bepaald tot de Omwenteling over te halen, liet de Bestuurlijke Commissie,
+te middernacht, eene proclamatie in de straten aflezen, waardoor zij, op
+leugenachtige wijze, de burgers tegen eene tweedaagsche plundering der stad
+door de Hollandsche soldaten waarschuwde! Het uitwerksel was verbazend: de
+bedrogen burgerij sloot zich bij de barricademannen aan.</p>
+
+<p>De vluchtelingen van Valencijn waren intusschen met 300 vrijwilligers in
+Brussel aangekomen; dit versterkte den moed der patriotten in de hoogste
+mate. Op bevel van Rogier durfde zelfs Van Halen eenen vermetelen aanval op
+de Warande wagen, die natuurlijk mislukte; zijn stafoverste Pletinckx
+aarzelde niet om aan de Hollandsche voorposten een antwoord der
+Bestuurlijke Commissie te overhandigen, waardoor alle onderhandelingen
+verworpen waren, maar hij werd aangehouden en op Antwerpen gericht. Doch
+Van Halen's koene daad en de nieuwe proclamatie der Commissie, die aan de
+gesneuvelden een nationaal grafmonument op het S<sup>t</sup> Michiels-, nu
+Martelaarsplein, beloofde, versterkte nog den moed der patriotten. Na een
+strijd van drie dagen, hadden de Hollandsche troepen, verre van eenigen
+vooruitgang te maken, zelfs terrein verloren; en terwijl zij zich aan
+ontmoediging overgaven, klom de onversaagdheid der vermetele patriotten in
+dezelfde mate. En weer bleven<span class='pagenum'><a name="Page_175" id="Page_175">[175]</a></span> 's nachts de barricaden verlaten; prins
+Frederik en zijne generaals, aarzelend en radeloos, handelden echter minder
+dan ooit; 's anderendaags zou het overigens reeds te laat wezen.</p>
+
+<p>Want, op Zondag 26<sup>en</sup> September vernam de Brusselsche bevolking dat de
+Bestendige Commissie door een <i>Voorloopig Bewind</i> vervangen was,
+samengesteld uit D'Hoogvorst, Rogier en Jolly, die zich nu het
+driemanschap, graaf Felix de M&eacute;rode, Gendebien en Sylvain Tan de Wever
+toevoegden; hunne eerste daad was een oproep tot de Belgische soldaten <i>die
+zij van hunnen eed ontsloegen</i>. Reeds was de trouw der Belgen, die onder de
+wapens waren, aan 't wankelen gebracht door den indruk der behaalde
+voordeelen hunner strijdende landgenooten; talrijke soldaten werden
+afvallig en namen de vlucht; het leger was door de afscheiding tusschen
+Hollanders en Belgen met ontbinding bedreigd!</p>
+
+<p>Prins Frederik en zijne generaals waren ontmoedigd door den hardnekkigen
+weerstand en door het nieuws van den voortdurenden aantocht van nieuwe
+vrijwilligers uit Henegouwen, waar al de garnizoenen &eacute;en voor &eacute;en,
+uiteengingen of zich gedeeltelijk bij het oproer aansloten. Daarbij werd
+den 26<sup>en</sup> het Hollandsche leger ingesloten door den brand die het Paleis
+der Staten-Generaal en het Koninklijk Paleis bedreigde. In dien toestand
+oordeelde prins Frederik dat de hem opgedragen taak van rustherstelling en
+bescherming der vredelievenden onmogelijk te volvoeren was en besloot tot
+den aftocht; omstreeks middernacht werd het bevel in dien zin gegeven en om
+drie uur hadden de troepen de Warande ontruimd; tot groote verbazing der
+vrijwilligers vonden deze 's anderendaags in den morgen het slagveld
+verlaten ...</p>
+
+<p>Die overwinning verzoende alle partijen om triomf te vieren; door het
+gemeenschappelijk vergoten bloed werd de opstand eene nationale zaak. De
+gematigden en de vreedzame burgerij, die tien dagen te voren om de troepen
+geschreven hadden, sloten zich nu bij het zegepralende werkvolk en het
+gepeupel aan en schaarden zich aan de zijde<span class='pagenum'><a name="Page_176" id="Page_176">[176]</a></span> der revolutiemannen; voortaan
+zal er maar &eacute;ene partij meer bestaan, met &eacute;en doelwit: het leger naar
+Holland terug te drijven.</p>
+
+<p>De vier Septemberdagen hadden aan de Hollanders 150 dooden en 2000
+gekwetsten gekost; de Belgen telden 450 dooden en 1300 gekwetsten; al de
+eer der overwinning werd den Franschman Mellinet toegeschreven.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Het onverwachte nieuws der bevrijding der hoofdstad verspreidde zich
+bliksemsnel; van den uitslag van den strijd te Brussel hing immers het
+behoud van het Hollandsch bestuur in bijna alle steden en gemeenten af;
+alom namen de inwoners de wapens op, verjoegen de troepen uit Brugge,
+Bergen, Doornik, Namen, Philippeville en Mariembourg, twee dagen later uit
+Meenen en Ieperen, en kwamen de rangen der Brusselsche overwinnaars
+vergrooten. Aldus had de nederlaag van prins Frederik de afvalligheid van
+bijna gansch Belgi&euml; tot gevolg; ook ging het Hollandsche leger door de
+desertie der Belgen in weinige dagen tot een staat van geheele ontbinding
+over.</p>
+
+<p>Nauwelijks had de geestelijkheid van het omliggende platteland het oproer
+te Brussel vernomen, of haar strijdlust hernam met dezelfde kracht als ten
+tijde der Brabantsche omwenteling. De opstand tegen &laquo;den protestantschen
+dwingeland&raquo; werd met gloed gepredikt en de boeren-vrijwilligers, met den
+bekenden naam van &laquo;patriotten&raquo; bestempeld, werden v&oacute;or hun vertrek door den
+dorpsherder gezegend. In Vlaanderen hadden de geestelijken afgewacht welken
+keer de zaken te Brussel zouden nemen; en als het bleek dat de Waalsche
+revolutionnairen sterker waren dan de regeering, hebben zij de beweging
+gevolgd. Nu bleek het genoeg door die spoedige wapening hoe de stijve en
+verwaande houding der Hollandsche ambtenaren het lagere volk en de
+buitenlieden afkeerig van het Noorden gemaakt had. Ook stroomden uit Ronse
+en Kortrijk, uit Ninove en Aalst enz. reeds op 26<sup>en</sup> September groote
+benden opstandelingen naar Brussel toe: meest allen behoorden tot die<span class='pagenum'><a name="Page_177" id="Page_177">[177]</a></span>
+gemeentewachten die de regeering zoo onvoorzichtig had ingericht.</p>
+
+<p>Op Maandag 27<sup>en</sup> September, was de volksvereerde Louis de Potter
+triomfantelijk te Brussel binnengetreden en door het volk met uitbundig
+gejubel onthaald. Reeds 's anderendaags werd hij in het Voorloopig Bewind
+opgenomen, en vormde met Rogier, Van de Wever en E. de M&eacute;rode het
+<i>Hoofdcomiteit</i>, dat met de uitvoerende macht bekleed was.</p>
+
+<p>Met weergaloozen ijver en wonderbaar vernuft, bemoeide het Comiteit zich
+met het herinrichten van leger en bestuur; zonder geld noch middelen
+regelden zij het nieuwe beheer.</p>
+
+<p>'t Was in 't vuur van den strijd te Brussel, dat de Staten-Generaal in den
+Haag eindelijk het principe van de bestuurlijke scheiding tusschen Noord en
+Zuid aangenomen hadden, in de Tweede Kamer met 55 stemmen tegen 45, in de
+Eerste met 31 tegen 7 (29<sup>en</sup> September). Twee dagen later benoemde koning
+Willem eene commissie belast met het onderzoek van de maatregelen door deze
+verandering ge&euml;ischt, de inrichting en de bepaling der betrekkingen
+tusschen de twee groote deelen van het Rijk; maar de Belgen namen aan dit
+werk zelfs geen deel meer.</p>
+
+<p>Alhoewel de Vorst, na ontvangst van een Adres geteekend door vele
+aanzienlijke Belgen, den prins van Oranje den 4<sup>en</sup> October aan het hoofd
+der Zuidelijke gewesten geplaatst had, en, in afwachting dat de scheiding
+van Noord en Zuid, overeenkomstig de grondwettelijke vormen, bekrachtigd
+werd, hem toeliet te regeeren met een bestuur uitsluitend uit Belgen
+samengesteld; alhoewel de prins dit door zijne proclamatie te Antwerpen 's
+anderendaags kond maakte en daarbij de vrijheid van onderwijs en van taal
+beloofde, voldeed deze bestuurlijke scheiding bijna niemand meer. Het bloed
+der gesneuvelde strijders had den haat tegen den Hollander zoozeer
+opgejaagd, dat het denkbeeld der volstrekte Belgische zelfstandigheid meer
+en meer veld won; wel hadden Gent, Antwerpen, S<sup>t</sup> Nikolaas en Dendermonde
+zelfs tegen de bestuurlijke scheiding verzet aangeteekend; het was te laat:
+noch protesten, noch proclamati&euml;n konden meer baten.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_178" id="Page_178">[178]</a></span></p><p>Den 4<sup>en</sup> October, twee dagen na de sluiting der laatste zitting der
+Staten-Generaal, vaardigde het Hoofdcomiteit het volgende decreet uit: I.
+De Belgische provinci&euml;n, met geweld van Holland losgerukt, zullen eenen
+onafhankelijken Staat vormen. II. Het Hoofdcomiteit zal zich ten spoedigste
+met het ontwerp eener Grondwet bezighouden. III. Een Nationaal Congres,
+waarop al de belangen der provinci&euml;n zullen vertegenwoordigd zijn, zal
+bijeengeroepen worden, en over de Grondwet beraadslagen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="VOORLOPIG" id="VOORLOPIG"></a>
+<img width="100%" src="./images/i190.jpg" alt="Voorlopig bewind (Schilderij van PICQU&Eacute;) Joly Sylvain van de Weyer Jos. van der Linden E. V. d'Hoogvorst Al. Gendebien Ch. Rogier L. de Potter Baron de Coppin Felix de M&eacute;rode" title="Voorlopig bewind (Schilderij van PICQU&Eacute;) Joly Sylvain van de Weyer Jos. van der Linden E. V. d'Hoogvorst Al. Gendebien Ch. Rogier L. de Potter Baron de Coppin Felix de M&eacute;rode" />
+<span class="caption">Voorlopig bewind (Schilderij van <span class="smcap">Picqu&eacute;</span>) Joly Sylvain van de Weyer Jos. van der Linden E. V. d'Hoogvorst Al. Gendebien Ch. Rogier L. de Potter Baron de Coppin Felix de M&eacute;rode</span>
+</div>
+
+
+<p>Belgi&euml;'s zelfstandigheid was onherroepelijk gevestigd.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_179" id="Page_179">[179]</a></span></p><p>De prins van Oranje, alhoewel niet met bepaalde volmacht gewapend, had
+nochtans alle hoop niet opgegeven. Hij had rondom zich te Antwerpen drie
+ministers, La Coste, Van Gobbelschroy en den hertog van Ursel, en tien
+getrouw gebleven Belgische afgevaardigden, onder welke Lehon, De Brouck&egrave;re,
+De Gerlache en Surlet de Chokier. Hij poogde door allerlei beloften, als
+instelling der ministerieele verantwoordelijkheid en der jury, zijne
+verloren populariteit te herwinnen. Tegelijkertijd knoopte hij
+onderhandelingen met de leden van het Voorloopig Bewind aan. Hierin was
+Lord Ponsonby, de Engelsche gezant te Brussel, hem reeds voorgekomen. Deze
+kende de kuiperijen van Gendebien met de regeering van Louis-Philippe en de
+tusschenkomst van den Franschen gezant Generaal Vallaz&eacute; gedurende de
+Septemberdagen, en spande al zijn pogingen in om de vereeniging van Belgi&euml;
+met Frankrijk te verijdelen. Kon men de scheuring van het rijk der
+Nederlanden niet beletten, zoo bleef dan nog, als dam tegen Frankrijk, een
+onafhankelijk Belgi&euml;, onder den Engelschgezinden prins van Oranje, het
+verkieslijkst; de scheiding van Noord en Zuid intusschen was voor Engeland,
+dat onder de mededinging van den Hollandschen zeehandel en van de Belgische
+nijverheid erg leed, van groot &#339;conomisch belang.</p>
+
+<p>Aan den anderen kant zond de prins van Oranje den Russischen prins
+Kolovsky, die, uit zijn gezantschap te Wurtemberg ontslagen, nu Gent
+bewoonde, bij de generaals D'Hoogvorst en Van Halen, alsook bij De M&eacute;rode,
+Van de Weyer en L. de Potter; zeer lang bepleitte hij de zaak van den held
+van Quatre-Bras, maar stuitte op de weigering der leden van het Voorloopig
+Bewind. Nochtans verklaarden tien Belgische volksvertegenwoordigers dat ze
+hem als onderkoning van den grondwettelijken Belgischen Staat wilden doen
+uitroepen; de prins bad daarop zijn vader om ondersteuning van Rusland en
+Engeland en bood Louis-Philippe, in ruiling van een openbare afkeuring van
+de kuiperijen der Fransche partij te Brussel, zijne voorspraak bij den
+Frank<span class='pagenum'><a name="Page_180" id="Page_180">[180]</a></span>rijk bedreigenden Czaar, zijnen schoonvader, aan; uit al zijne macht
+wenschte hij het schoonste deel van het koninkrijk voor zich te herwinnen,
+met het inzicht het later met Holland te hereenigen.</p>
+
+<p>De prins wist niet dat zijn vader hem intusschen in alles tegenwerkte.
+Willem had inderdaad, den 2<sup>en</sup> October, zijn minister Verstolk van Soelen
+gelast een rondschrijven aan Pruisen, Oostenrijk en Rusland te richten om
+hulp te vragen, en zijn gezant Falck te Londen bad om de dadelijke zending
+van Engelsche troepen; alleen Pruisen bracht op onze oostelijke grenzen een
+leger samen, maar moest daarmee ophouden voor de dreigementen van den
+Franschen zaakgelastigde (11<sup>en</sup> October). In Holland zelf had Willem zijn
+volk te wapen geroepen, denzelfden dag dat Oranje te Antwerpen zijne
+verzoenende proclamatie had uitgeplakt! Verder riep hij Van Maanen opnieuw
+in 't ministerie van justitie en verleende het opperbevel der troepen aan
+prins Frederik, bijgestaan door Chass&eacute;, commandant van Antwerpen; alzoo
+vuurde Willem de oude oneenigheid tusschen zijne beide zonen opnieuw en
+geweldig aan. Aan den prins van Oranje liet de Vorst, die tot dan toe de
+omwenteling niet wilde erkennen, maar nu plots een oogenblik akte van
+afstand wilde doen, de toelating geworden om de souvereiniteit van Belgi&euml;
+te aanvaarden, maar mits zulke voorwaarden, dat zij van eene verregaande
+verblindheid omtrent den staat van zaken getuigt (13<sup>en</sup> October). Van
+wege den prins zelf waren het hersenschimmen wanneer hij hoopte zijne
+voorstellen te zien aanvaarden; want noch de geestelijkheid die in hem den
+protestant zag, noch de adel die zich grootendeels door de priesters liet
+leiden, noch de kleine burgerij en de werklieden die zich reeds te ver
+gewaagd hadden en die onrechtstreeksche wederaanhechting bij Holland
+verwierpen, wilden van hem weten; en hoe overtoegevend hij zich in zijne
+besluiten ook toonde, toch waren de verordeningen van het Voorloopig Bewind
+nog veel breeder opgevat, en alzoo werd hem de loef afgestoken.</p>
+
+<p>Want, nadat het Voorloopig Bewind enkele uitstekende mannen, als De
+Gerlache, Van Meenen, Nothomb, Lebeau,<span class='pagenum'><a name="Page_181" id="Page_181">[181]</a></span> Devaux, De Brouck&egrave;re, belast had
+met het opstellen van een ontwerp van Grondwet en een Kieswet voor de
+benoeming van 200 Congresleden, vaardigde dit krachtdadig en onvermoeibaar
+Comiteit, onder den invloed van den philosoof en republikein L. de Potter,
+zeer vrijzinnige besluiten uit, zooals de vrijheden van vereeniging, van
+godsdienst, van drukpers, de openbaarheid der gerechtsdebatten, zelfs de
+volledige vrijheid voor de schouwburgen, maar ook de vrijheid van
+onderwijs. Alras verwezenlijkte het Bewind het programma der Unie of liever
+overschreed het.</p>
+
+<p>De prins van Oranje, wiens toestand hachelijk werd door het vertrek der
+Belgische afgevaardigden (6<sup>en</sup>-10<sup>en</sup> October) en door de opstootjes in
+Antwerpen zelf, werd door burgemeester en raad genoopt om deze door een
+beslissende daad te stillen, en waagde zijne laatste troeven. Den 16<sup>en</sup>
+October, vaardigde hij eene nieuwe proclamatie, zonder voorkennis van den
+Koning, uit, in deze bewoordingen: &laquo;Belgen, ik herken u als eene
+onafhankelijke natie; kiest vrij uwe afgevaardigden voor het Nationaal
+Congres. Ik stel mij in de provinci&euml;n die ik bestuur, aan het hoofd van een
+beweging welke u leidt naar eenen nieuwen en vasten staat van zaken,
+waarvan de nationaliteit de kracht zal uitmaken&raquo;; overigens stelde hij
+Ducp&eacute;tiaux en Pletinckx in vrijheid en beloofde de schifting van de
+Hollandsche en Belgische soldaten.</p>
+
+<p>Door deze ongelukkige proclamatie verloor de prins ineens zijn spel. Want,
+niet alleen werd hij reeds twee dagen later bepaald over boord geworpen
+door het Voorloopig Bewind, dat hem het recht ontzei te spreken &laquo;van
+provinci&euml;n die <i>hij</i> bestuurde&raquo; en van &laquo;politieke nationaliteit die <i>hij</i>
+zou stichten&raquo;: niet alleen deed hij het Hollandsche volk in woede
+ontvlammen &laquo;omdat hij Holland had verloochend&raquo;, maar zijn stoute stap werd
+door Koning Willem als hebbende zijn macht te buiten gegaan veroordeeld en
+in volle zitting der nieuw vergaderde Staten-Generaal van het Noorden
+afgekeurd (20<sup>en</sup> October); na die harde bestraffing van zijn vader trok,
+vol zelfverloochening, de ontmoedigde prins naar Londen, in de hoop aldaar
+bij de conferentie der Mogendheden meer bijval te vinden, doch niet zonder<span class='pagenum'><a name="Page_182" id="Page_182">[182]</a></span>
+vooreerst tot de Belgen zijn wenschen voor hunne welvaart gericht te hebben
+(25<sup>en</sup> October).</p>
+
+<p>Het is anders ontegensprekelijk dat deze proclamatie den laatsten slag
+toebracht aan de stervende macht zijns vaders; zij verjoeg de
+angstvalligheid van een massa wankelmoedige lieden, die uit schrik of
+berekening nog vreesden met de Nassau's af te breken, en die dit
+voorwendsel aangrijpende, om hun geweten en hunne belangen in veiligheid te
+houden, zich verhaastten te verklaren dat indien zij naar 't Congres of tot
+eene openbare bediening geroepen werden, zij zouden aannemen.</p>
+
+<p>&laquo;Wat alle denkbeeld overtreft, zegt De Gerlache, is het getal verzoekers
+belust op een deel van den buit. Iemand die deel uitmaakte van het pas
+gevestigde gezag en die voortijds in de grootste onbekendheid leefde, zag
+zich bestormd door eene menigte versch ontstane vrienden, die er in
+toestemden zich te wagen in de openbare ambten, uit loutere liefde voor het
+vaderland en, zooals zij voorgaven, om er de verraders uit te sluiten, die
+zij officieus kwamen aanklagen.&raquo;</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Het gansche Vlaamsche land werd nu afvallig, uitgezonderd Antwerpen door
+Chass&eacute; bewaard en Maastricht door Dibbits verdedigd. Te Gent had de
+Patriotische Maatschappij de Brabantsche kleuren opgestoken; het Voorloopig
+Bewind, om Brussel tegen die gelukzoekers te bevrijden, had het
+Parijsch-Belgisch legioen, den 7<sup>en</sup> October onder burggraaf de
+Pont&eacute;coulant aldaar aangekomen, naar Gent gestuurd; na eene botsing met de
+oude burgerwacht, die hare ontbinding en hervorming tot gevolg had, begon
+Pont&eacute;coulant de beschieting der citadel, waarin de Hollandsche kolonel
+Destombes zich opgesloten had (13<sup>en</sup> October), doch zich vier dagen later
+moest overgeven; ook te Brugge werd hij eene week later belast een opstand
+te gaan dempen; maar in Zeeuwsch-Vlaanderen werd zijn troep plunderaars
+door de Hollanders deerlijk te Oostburg teruggeslagen (l<sup>en</sup> November).</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="CAMPENHOUT" id="CAMPENHOUT"></a>
+<img width="100%" src="./images/i195.jpg" alt="Campenhout zingt de Braban&ccedil;onne in het &#8220;Caf&eacute; Cantoni&#8221; (Schilderij van VAN HAMM&Eacute;E)" title="Campenhout zingt de Braban&ccedil;onne in het &#8220;Caf&eacute; Cantoni&#8221; (Schilderij van VAN HAMM&Eacute;E)" />
+<span class="caption">Campenhout zingt de Braban&ccedil;onne in het &#8220;Caf&eacute; Cantoni&#8221; (Schilderij van <span class="smcap">Van Hamm&eacute;e</span>)</span>
+</div>
+
+
+<p>Terzelfdertijd rukten met twee duizend man luitenant-<span class='pagenum'><a name="Page_183" id="Page_183">[183]</a></span>kolonel Niellon en de
+kommandant der artillerie Kessels op tegen het leger van prins Frederik en
+Bernard van Saksen-Weimar, een 40,000 man sterk; deze troepen, juist
+ontredderd door de schifting van Hollandsche en Belgische solda<span class='pagenum'><a name="Page_184" id="Page_184">[184]</a></span>ten,
+stonden langs de Rupel en Nete, met den rechtervleugel te Boom, het centrum
+voor de bruggen van Waalhem en Duffel, den linkervleugel boven Lier;
+Niellon verraste Lier zonder slag of stoot, versterkte het, sloeg een
+tegenaanval af en verplichtte het gansche leger zich onder de muren van
+Antwerpen terug te trekken. Bij dit nieuws stelde Chass&eacute; de<span class='pagenum'><a name="Page_185" id="Page_185">[185]</a></span> havenstad in
+staat van beleg. 's Anderendaags overrompelt generaal Mellinet, met het
+tweede leger, de brug van Waalhem en sluit zich den 24<sup>en</sup> op Ouden-God
+met Niellon aan. Reeds den volgenden dag namen zij Borgerhout en Berchem
+in, alwaar graaf Frederik de M&eacute;rode doodelijk gekwetst werd; enkele dagen
+vroeger was de tooneelspeler Jenneval, de dichter der <i>Braban&ccedil;onne</i>, te
+Lier gesneuveld.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="BRABANCONNE" id="BRABANCONNE"></a>
+<img width="100%" src="./images/i196.jpg" alt="Fac-simile van een handschrift uit de Koninklijke Bibliotheek te Brussel" title="Fac-simile van een handschrift uit de Koninklijke Bibliotheek te Brussel" />
+<span class="caption">Fac-simile van een handschrift uit de Koninklijke Bibliotheek te Brussel</span>
+</div>
+
+
+<p>Op het zicht der vluchtende Hollanders staat het lagere volk te Antwerpen
+op; straatgevechten ontstaan; de strijd wordt vooral rondom de poorten
+geleverd; een gedeelte der Hollandsche troepen begint den aftocht naar
+Breda, terwijl het andere de muiters beschiet.</p>
+
+<p>Den 27<sup>en</sup> 's morgens trok eene afvaardiging van Antwerpsche notabelen bij
+generaal Chass&eacute; om hem te vragen het gevecht te staken; zij overhandigden
+hem tevens eenen brief van den oud-tolbeambte Frans Vanden Herreweghe,
+afgevaardigde van het Voorloopig Bewind, die hem vroeg zijne troepen in de
+citadel en het arsenaal terug te trekken en een wapenstilstand met de
+patriotten te sluiten. De bevelhebber nam het voorstel aan, gaf bevel aan
+zijne manschappen om zich over de wallen naar het kasteel te begeven en
+leverde de sleutels der stadspoorten aan Vanden Herreweghe.</p>
+
+<p>Kessels en Niellon, nauwelijks met de vrijwilligers de stad binnengerukt,
+deden zich door de verdedigers der citadel, onder den schijn dat zij
+vredeonderhandelaars waren, inlaten, en legden de verklaring af, dat de
+gesloten wapenstilstand, als zijnde geteekend door een onbevoegde
+burgerlijke overheid, geene verbindende kracht had voor de Belgische
+troepen. Daar Chass&eacute; ze naar den afgevaardigde van 't Bewind verzond,
+durfden zij met dien Vanden Herreweghe en Mellinet rond den middag aan den
+generaal een geschreven voorstel richten, waardoor zij de citadel, het
+arsenaal en de krijgsvloot met al het oorlogsmateriaal opeischten met
+tijdsbepaling van vier uur om te beslissen.</p>
+
+<p>Doch nog v&oacute;&oacute;r twee uur hadden reeds de onstuimige patriotten, ondanks den
+wapenstilstand, op de Hollanders van het arsenaal geschoten. Deze waren
+genoodzaakt dit vuur te beantwoorden; de aanvoerder Kessels, die eerst
+getracht<span class='pagenum'><a name="Page_186" id="Page_186">[186]</a></span> had zijne vrijwilligers te doen ophouden, richtte op het einde
+zelf een kanon tegen de hoofdpoort der omheining en deed ze springen. Dan
+gaf de lankmoedige Chass&eacute;, op aandringen van Saksen-Weimar, ondanks zijn
+afkeer, maar woedend over die &laquo;hatelijke trouweloosheid&raquo;, het bevel om het
+S<sup>t</sup> Andries-kwartier met houwitserbommen, granaten en kogels te
+beschieten. Ook de vloot beantwoordde den aanval der vrijwilligers met haar
+grof geschut tegen de kaaien te richten: het bombardement van de prachtige
+koophandelsstad eindigde slechts om 7-1/2 uur, na overal vernieling en dood
+gezaaid te hebben. De openbare gebouwen, de private huizen stonden weldra
+in lichterlaai; het arsenaal, waarin zooveel schatten opeengestapeld waren,
+werd ook de prooi der vlammen (27<sup>en</sup> October).</p>
+
+<p>Alsdan kwam een nieuwe afvaardiging van Antwerpsche ingezetenen, dragers
+van eenen brief van den moedigen en standvastigen Rogier, om Chass&eacute; tot een
+nieuwen wapenstilstand over te halen, wat deze toestond. Bernard van
+Saksen-Weimar scheepte daarop een deel der troepen in, en liet aan Chass&eacute;
+eene genoegzame bezetting.</p>
+
+<p>Alhoewel de gansche schuld van dit verschrikkelijk bombardement aan de
+verwatenheid der Belgische vrijwilligers lag, werd Chass&eacute;'s handelwijze
+door de leden van het Voorloopig Bewind en hunne dagbladen, als de uiting
+van een barbaarschen wraaklust en Hollandschen handelsnijd voorgesteld, en
+&laquo;steeg er bij dit nieuws een kreet van afgrijzen door gansch Belgi&euml; op.&raquo;
+&laquo;De gematigdste burgers, schrijft De Gerlache, riepen uit dat geene
+verzoening met de Hollanders meer mogelijk was, dat een stroom van vuur en
+bloed ons voor altijd van Willem en zijn stamhuis scheidde!&raquo; De laatste
+hoop van den prins van Oranje was verzwonden; zijne zaak was reddeloos
+verloren.</p>
+
+<p>In eene maand dus was het Hollandsche leger van den Belgischen bodem
+verjaagd. En nochtans ontbrak het de omwenteling aan hoofdmannen, aan
+voorbereiding, aan richting. De koene handelingen van het onbemiddelde
+Voorloopig Bewind en voornamelijk de werkdadigheid van Rogier kan men
+hierom niet genoeg bewonderen. Trouwens<span class='pagenum'><a name="Page_187" id="Page_187">[187]</a></span> het waren de menschen niet die de
+gebeurtenissen leidden, maar wel de gebeurtenissen die met ongemeene
+snelheid de menschen met zich sleepten.</p>
+
+<p>De weifelingen van den koning, de machteloosheid van den prins van Oranje,
+de ontbinding van het Hollandsche leger, de schuldige lamlendigheid van de
+militaire gouverneurs, alles was de revolutionnaire aanvoerders en de
+Belgische vrijwilligersscharen zoo buitengewoon gunstig geweest, dat die
+spoedige overwinning niemand moet verwonderen.</p>
+
+<p>Chass&eacute;'s krachtdadig optreden stuitte dien geweldigen aanloop; het was het
+einde der Belgische zegepraal. De Hollandsche legers sloten zich weer
+aaneen, 's Konings oproep tot den strijd werd met geestdrift door zijn
+Hollandsch volk begroet; met algemeenen wedijver kwamen burgers, studenten,
+werklieden de rangen van het leger en van de schutterij aanvullen en
+stortten de groothandelaars en de reeders hunne schatten in de Staatskist.
+Het gansche volk stond, in het Noorden, op tegen de &laquo;verraders&raquo; van het
+Zuiden; niet dat men Belgi&euml; wilde veroveren, want de Tweede Kamer drukte
+&laquo;haar verlangen uit, om wettelijk volkomen van eene mislukte verbintenis
+verlost te worden&raquo;, doch eenvoudig om het bedreigde Nederland te
+verdedigen.</p>
+
+<p>Het woord was echter niet meer aan het gekletter der wapenen, maar aan de
+diplomatie van de groote Mogendheden. Evenals deze de beide landen door
+hunne handteekeningen vereenigd hadden, zouden zij ze door protocollen en
+verdragen van elkander scheiden.<span class='pagenum'><a name="Page_188" id="Page_188">[188]</a></span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="STICHTING" id="STICHTING"></a>DE STICHTING VAN HET KONINKRIJK BELGI&Euml;</h2>
+
+<p class="auteur" style="font-size: 80%">DOOR</p>
+
+<p class="auteur">VICTOR FRIS</p>
+
+
+<div class="figright" style="width: 50%;"><a name="SURLET" id="SURLET"></a>
+<img width="100%" src="./images/i200.jpg" alt="E. L. Baron Surlet de Chokier" title="E. L. Baron Surlet de Chokier" />
+<span class="caption">E. L. Baron Surlet de Chokier</span>
+</div>
+
+
+<p>De commissie der Grondwet, den 12<sup>en</sup> October 1830 voor de eerste maal
+vereenigd, besloot, denzelfden dag reeds, met 8 stemmen tegen 1, dat de
+regeeringsvorm het grondwettelijke koningdom wezen zou; daarna bepaalde zij
+de grondslagen van de Constitutie en, na er lezing van gegeven te hebben
+aan het Voorloopig Bewind, gaf zij het ontwerp den 28<sup>en</sup> uit. Den 10<sup>en</sup>
+November kwam het Nationaal Congres, dat de akten van het Voorloopig Bewind
+zou bekrachtigen en de Grondwet bespreken, te Brussel bijeen. Na eene
+openingsrede van L. de Potter, die de tusschenkomst van de Mogendheden
+mocht aankondigen, werd E. Surlet de Chokier tot voorzitter van het Congres
+gekozen. Twee dagen<span class='pagenum'><a name="Page_189" id="Page_189">[189]</a></span> later gaf het <i>Gouvernement provisoire</i>, dat tot
+daartoe een willekeurig en eigenmachtig gezag uitgeoefend had, zijne macht
+aan het verraste Congres over. Dit echter nam bij handgeklap, op voorstel
+van De Stassart en door gebrek aan tijd om te beraadslagen, het besluit het
+Voorloopig Bewind te verzoeken het uitvoerend gezag te behouden, zooals de
+leden van dit Bewind het overigens gehoopt hadden.</p>
+
+<p>De twistzieke L. de Potter nam zijn ontslag, daar hij de opperste en
+wettige macht voor het Voorloopig Bewind eischte en dien machtsafstand
+afkeurde (13<sup>en</sup> November). Den 16<sup>en</sup> benoemde het Voorloopig Bewind,
+ten einde zijne taak te vergemakkelijken, een diplomatisch Comiteit, dat de
+rol van een ministerie van buitenlandsche zaken zou vervullen, met S. Van
+de Weyer als voorzitter, graven van Aerschot en de Celles als
+ondervoorzitters, Ch. Lehon en Nothomb als leden: die inrichting was
+dringend noodig.</p>
+
+<p>Immers, op 21<sup>en</sup> October, had Falck te Londen, in naam van koning Willem,
+aan Lord Aberdeen gevraagd, bij de gezanten der Mogendheden te willen
+aandringen op een spoedige bemiddeling en op het verwezenlijken van een
+wapenstilstand tusschen Holland en Belgi&euml;, om inmiddels <i>de herstelling van
+de goede betrekkingen</i> tusschen beide landen te bewerken. Daarin stemden,
+na lang dralen hunner regeeringen, de gevolmachtigden der vorstelijke hoven
+toe, en door een protocol van 4<sup>en</sup> November stelde de Conferentie te
+Londen vereenigd een wapenstilstand aan Holland en aan Belgi&euml; voor. Het
+Voorloopig Bewind, verheugd over de tusschenkomst der Mogendheden en over
+de vaststelling van de bestandsbepalingen, nam den 10<sup>en</sup>, dag van de
+opening van het Congres, dit voorstel aan, dat beslist den 21<sup>en</sup>
+goedgekeurd werd. Door de toezegging van dien wapenstilstand tusschen Noord
+en Zuid, erkende dus van 't begin af de Conferentie het volbrachte feit en
+verleende aan de Belgische opstandelingen eigenlijk den titel van
+oorlogvoerenden.</p>
+
+<p>Den 18<sup>en</sup> November bekrachtigde het Congres bij eenparigheid, zonder
+nochtans eenige beslissing van de <i>Conferentie van Londen</i> af te wachten,
+het besluit van het Voor<span class='pagenum'><a name="Page_190" id="Page_190">[190]</a></span>loopig Bewind aangaande de onafhankelijkheid van
+Belgi&euml;, &laquo;behoudens de betrekkingen van Luksemburg met den Duitschen Bond.&raquo;
+Den 22<sup>en</sup> besloot het, met 174 stemmen tegen 13, dat de regeeringsvorm
+&laquo;de erfelijke monarchie, beperkt door eene volksvertegenwoordiging&raquo; zou
+zijn; dit deed de Belgen de sympathie der Mogendheden inwinnen, die nooit
+een Republiek zouden geduld hebben. Den 23<sup>en</sup> stelde Constant Rodenbach
+de verdrijving van het huis van Oranje voor. Wellicht ware dit overijlde
+besluit nooit genomen geweest, zonder de onbehendige drukking van de
+gevolmachtigden van de Conferentie, die verklaarden dat die stemming Belgi&euml;
+met de Mogendheden in de war zou brengen; talrijke leden veranderden, uit
+protest, hunne zienswijze, zoodat, met 101 stemmen tegen 28, verklaard
+werd, dat de leden van het huis van Nassau voor eeuwig buiten alle
+heerschappij in Belgi&euml; zouden gesloten zijn.</p>
+
+<p>Die voor Oranje zoo harde slag hinderde tevens deerlijk de plannen van de
+&laquo;Conferentie van Londen&raquo;.</p>
+
+<p>De verkiezing van Willem's zoon had sedert het begin van October, aan
+Louis-Philippe de gelukkigste oplossing geschenen; en zijne ministers
+Maison eerst en later Sebastiani deden den gezant Bresson in dien zin te
+Brussel werken. Het Engelsche ministerie Wellington-Aberdeen was den prins
+zeer genegen; wat de Oostelijke machten betreft, Pruisen, waar zijne zuster
+een kroonprins onlangs gehuwd had, en Rusland, waar hij met de zuster van
+den Czaar in den echt was getreden, zouden hem hunnen steun verleenen. Maar
+de kuiperijen van Bresson stuitten op de hardnekkige weigering van de
+Belgische clericalen. De beschieting van Antwerpen, alhoewel Oranje daar
+niet de minste schuld aan had, had zijnen naam bij het volk hatelijk
+gemaakt. Alzoo viel het eerste ontwerp van de Mogendheden.</p>
+
+<p>Koning Willem, in zijne hoop op de gewapende tusschenkomst der Mogendheden
+verblind, was in zijne verwachtingen nog gesterkt door de behoudsgezinde
+troonrede van Willem IV van Engeland, doch moest op het einde fel klagen
+dat zijne verbondenen hem in den steek lieten. De algemeene wensch van de
+Europeesche regeeringen bleek integendeel voor eene vreedzame oplossing te
+zijn.<span class='pagenum'><a name="Page_191" id="Page_191">[191]</a></span></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="ZITTING" id="ZITTING"></a>
+<img width="100%" src="./images/i203.jpg" alt="Zitting van het Nationaal Congres (24 November 1830)" title="Zitting van het Nationaal Congres (24 November 1830)" />
+<span class="caption">Zitting van het Nationaal Congres (24 November 1830)</span>
+</div>
+
+
+<p>Wel bestond er in Frankrijk een <i>parti de la revanche</i>, die sedert de
+Septemberdagen de aanhechting van Belgi&euml; bij Frankrijk, en de bescherming
+van de &laquo;oudste dochter der groote Juli-week&raquo; eischte. Had Louis-Philippe
+aan dien onstuimigen drang toegegeven, en hadden van hunnen kant de
+onderteekenaren van de Sainte Alliance het werk van het<span class='pagenum'><a name="Page_192" id="Page_192">[192]</a></span> Weener Congres
+willen in stand houden, weer zou ons land het slagveld van Europa geworden
+zijn. Louis-Philippe, de voorzichtige Vorst, wilde echter, kost wat kost,
+eene verwikkeling met het buitenland vermijden, uit vrees voor zijn eigen
+troon. Met Engeland, dat het eerst de Juli-monarchie erkend had, wenschte
+hij innig het Hollandsch-Belgisch vraagstuk op diplomatische wijze te
+beslechten. Naar Londen had hij dus gezonden den sluwen Talleyrand, wel
+bekend om zijne voorliefde voor een Fransch-Engelsch verbond, en deze wist,
+in enkele dagen, de Engelsche regeering tot dezelfde opvatting over te
+halen: alzoo mislukten te Parijs de onvermoeibare pogingen van Gendebien en
+van de Fransche partij omtrent de rechtstreeksche of onrechtstreeksche
+inlijving van Belgi&euml; bij Frankrijk. Talleyrand had dus het grondbeginsel
+van het <i>Niet-Tusschenkomen</i> doen zegevieren, nog v&oacute;or de Conferentie.</p>
+
+<p>Pruisen, op het zicht van den steeds toenemenden gelukkigen uitslag van de
+Omwenteling te Brussel, was weldra van meening veranderd, en verkoos het
+behoud van den Europeeschen vrede, boven het verleenen van gewapende hulp
+aan den altijd om steun smeekenden Willem.</p>
+
+<p>Metternich in Oostenrijk, overtuigd dat de Hollandsche zaak verloren was,
+en ten zeerste misnoegd over het zegevieren van het grondbeginsel van het
+<i>Niet-Tusschenkomen</i>, gaf aan Esterhazy last, in overeenkomst met de
+Fransche, Engelsche en Pruisische gezanten, het best mogelijk te handelen
+in het belang van het Europeesch evenwicht.</p>
+
+<p>Czaar Nikolaas, over dien nieuwen volksopstand in Europa woedend geworden,
+had bedreigingen laten hooren, sprak van een sterk leger naar Belgi&euml; en
+Frankrijk te zenden, om er den ouden staat van zaken te herstellen, en, als
+voorwacht, het Poolsche leger, onder het bevel van zijn broeder
+Constantijn, voorop te sturen. Maar, als Pruisen zijn toetreding ontzegd
+had, viel alras zijne krijgszuchtige stemming, en verklaarde hij niet
+all&eacute;en te willen optreden. Overigens, de opstand der Polen, te Warschau,
+bij het nieuws van hunne aanstaande mobiliseering, belette hem zijne
+voornemens uit te voeren.<span class='pagenum'><a name="Page_193" id="Page_193">[193]</a></span></p>
+
+<p>Niet op het slagveld, maar aan de groene tafel der diplomaten, zou over het
+lot van het Rijk der Nederlanden beslist worden.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Koning Willem had slechts de <i>bemiddeling</i> van de Conferentie ingeroepen;
+zij trad weldra als <i>scheidsrechter</i> op. De stoutmoedige uitroeping van de
+Belgische Onafhankelijkheid en van de uitsluiting der Nassaus had haar
+verrast. De krachtdadige houding van het Congres heeft ontegensprekelijk de
+werking der gezanten be&iuml;nvloed, en niet minder de besprekingen van den
+afgevaardigde van het Voorloopig Bewind, Sylvain Van de Weyer, met de
+politieke leiders te Londen; overigens, de val van het behoudsgezinde
+Wellington-ministerie en het optreden van de liberalen, met Grey aan het
+roer en Palmerston aan de buitenlandsche zaken, was voor de zaak van de
+Belgische Omwenteling een hooge troef (17<sup>en</sup> November); nog nauwer sloot
+Engeland zijn verbond met Frankrijk, en nam het grondbeginsel van het
+<i>Niet-Tusschenkomen</i> als het hoofdartikel van zijne uitheemsche politiek
+aan. Intusschen zag Palmerston klaar in, welk een groot &#339;conomisch voordeel
+er in de scheiding van Noord- en Zuid-Nederland, voor Engeland lag. Overal
+hadden de Nederlanden, die dezelfde handels- en nijverheidselementen als
+Groot-Britanni&euml; bezaten, dit land op al de wereldmarkten eene heftige
+mededinging aangedaan, dank zij vooral de ontzaglijke ontwikkeling der
+Nederlandsche vloot. Als eilandsmogendheid vreesde Engeland die mededinging
+des te meer, daar ze kwam van eenen continentalen Staat en samenviel met
+den aanleg van de eerste spoorwegen in Engeland.</p>
+
+<p>Op meesterlijke wijze bemachtigde dan ook de Engelsche diplomatie de
+leiding der onderhandelingen met het dubbele doel: Frankrijk te beletten,
+'t zij geheel, 't zij gedeeltelijk, Belgi&euml; in te lijven; en de Belgische
+provinci&euml;n, onder eenen Engelschgezinden Vorst, volkomen van Holland af te
+scheiden en tot een onafhankelijken Staat te maken.</p>
+
+<p>Ook Talleyrand wees, naar hij beweert, een hersenschim<span class='pagenum'><a name="Page_194" id="Page_194">[194]</a></span>mig voorstel van
+verdeeling van Belgi&euml; tusschen Nederland, Frankrijk en Pruisen, mits
+afstand van Antwerpen aan Engeland, met minachting van de hand; hij had
+overigens van zijne regeering last gekregen de Nederlanden in twee te
+splitsen en van Belgi&euml; een onafhankelijken Staat met een vorst te maken.</p>
+
+<p>Louis-Philippe, in antwoord op de aanzoekingen van Gendebien, weigerde
+Belgi&euml;, tegen welken prijs ook, aan te nemen; hij weigerde zelfs zijn zoon
+den Belgen tot Vorst te geven en verklaarde, uit loutere vrees voor zijnen
+troon, niets dan den vrede alleen te willen. De aanstelling van een
+Duitschen prins, die een zijner dochters zou huwen, scheen hem toe te
+lachen; men sprak van den prins Leopold van Saksen-Coburg, die pas voor de
+Grieksche koningskroon bedankt en over wien Van de Weyer reeds aan Aberdeen
+gesproken had. Dit laatste denkbeeld werd door Talleyrand bijgetreden; en
+op 14<sup>en</sup> December kwam hij met Palmerston overeen, dat de verkiezing van
+Leopold en zijn huwelijk met Louis-Philippe's dochter, het eenige middel
+was om iedereen te bevredigen. Van den prins van Leuchtenberg, zoon van
+Eug&egrave;ne de Beauharnais, wiens kandidatuur sedert half November in Belgi&euml;
+voorgesteld was, wilden de Mogendheden niet weten.</p>
+
+<p>Alzoo hadden Engeland en Frankrijk, tegen den wil der Oostelijke machten,
+de Conferentie van richting doen veranderen; van <i>bemiddelend</i>, was zij
+<i>beslissend</i> geworden; de vreemde kabinetten wisten wel dat zij geen recht
+hadden om tusschen te komen, en toch kwamen zij tusschen, terwijl zij zich
+tevens verschuilden achter het principe van het <i>Niet-Tusschenkomen</i>! De
+uitslag liet zich niet lang wachten. Den 20<sup>en</sup> December werd, onder
+aandrang van Palmerston en Talleyrand, het protocol onderteekend dat, tot
+groote verwondering van beide partijen, de ontbinding van het Rijk der
+Nederlanden uitsprak, en het Voorloopig Bewind uitnoodigde, ten spoedigste
+gevolmachtigden naar Londen te zenden, om de vraagstukken, door die
+scheiding opgeworpen, op te lossen. Falck en Koning Willem teekenden
+onmiddellijk protest aan, tegen die ongehoorde<span class='pagenum'><a name="Page_195" id="Page_195">[195]</a></span> aanmatiging van
+bevoegdheid; zij betwistten aan de Conferentie het recht zoo een beslissing
+te nemen en riepen de onderhandelaars binnen de grenzen van hunne opdracht
+terug. Niets baatte. De afgezanten te Londen wisten wel dat niemand in
+Holland de hereeniging met het Zuiden wenschte, zelfs Falck niet. Den
+3<sup>en</sup> Januari 1831 nam vol vreugde het Diplomatisch Comiteit van Brussel,
+maar onder voorbehoud, het Protocol aan, en zond Van de Wever en Vilain
+XIIII als commissarissen bij de Conferentie naar Londen.</p>
+
+<p>De erkenning van de onafhankelijkheid van Belgi&euml; dagteekent van dit
+oogenblik. Zij was een triomf voor de Engelsche diplomatie; ook
+Louis-Philippe jubelde over de vernietiging der barriere in 1814 tegen
+Frankrijk opgericht. Hierom hadden de Franschgezinde groep te Brussel, met
+Stassart en Gendebien, en de Annexionistenpartij te Parijs, met generaal
+Lamarque en Mauguin, hunne pogingen geenszins gestaakt. Gendebien, door de
+Fransche regeering bij zijn herhaald aandringen afgescheept, schreef aan
+zijne ambtgenooten van het Voorloopig Bewind &laquo;dat het beter was de
+vereeniging met Frankrijk af te kondigen, ten einde Louis-Philippe bij de
+Mogendheden verdacht te maken, en hem te dwingen partij te kiezen voor de
+Belgen en desnoods met de Belgen.&raquo; Van de Wever, in samenvoeling met graaf
+de Celles en met toestemming van minister Sebastiani, drong nogmaals bij
+den Franschen Vorst aan, opdat hij zijn zoon, den hertog van Nemours, tot
+Koning aan de Belgen zou geven, wat eene vermomde inlijving bij Frankrijk
+zou geweest zijn. Firmin Rogier werd belast met aan de Fransche regeering
+te vragen of, in geval de Belgische gewesten de Fransche vlag opstaken en
+de onmiddellijke vereeniging met Frankrijk eischten, Frankrijk de
+opstandelingen zou ondersteunen. Op Gendebien's raad, dreigde dan ook het
+Voorloopig Bewind, den 31<sup>en</sup> December, de Conferentie van Londen met de
+afkondiging van de vereeniging van Belgi&euml; met Frankrijk: Palmerston en
+Talleyrand wisten wel anders!</p>
+
+<p>Intusschen stond de Conferentie voor het zoo moeielijke<span class='pagenum'><a name="Page_196" id="Page_196">[196]</a></span> vraagstuk van de
+vaststelling van de grenzen van Holland en Belgi&euml;. In de verwaandheid van
+hun onverhoopt geluk, hadden de leden van het Voorloopig Bewind
+Zeeuwsch-Vlaanderen, de gansche provincie Limburg en het Groothertogdom
+Luksemburg ge&euml;ischt. Zekere groep, die voortdurend met de militaire
+ondersteuning van Frankrijk schermde, hitste de gemoederen tot de herneming
+van den strijd op, zoodat de afgevaardigden der Conferentie, Bresson en
+Ponsonby, te Brussel, vele pogingen moesten doen om die heethoofden te
+stillen.</p>
+
+<p>De sluwe Talleyrand, die bij 't verzaken der volledige aanhechting van
+Belgi&euml; dan toch met het gansche Fransche volk eene vermeerdering van
+grondgebied verhoopte, poogde intusschen, te Londen, van den tragen gang
+van de Conferentie gebruik te maken, om allerlei slinksche voorstellen te
+doen; nu eens stelde hij den afstand van Saksen aan Pruisen voor, terwijl
+de Koning van Saksen Belgi&euml; in ruiling zou bekomen en men het Rijnland aan
+Frankrijk zou afstaan; dan weer den afstand van Luksemburg of van
+Philippeville met Mariembourg aan Louis-Philippe. Doch Palmerston weigerde
+een duim gronds weg te geven van hetgeen aan de Conferentie niet
+toebehoorde (5<sup>en</sup>-9<sup>en</sup> Januari 1831).</p>
+
+<p>Middelerwijl zette de Conferentie haar werk voort, en bepaalde
+eigenmachtig, <i>als scheidsgerecht</i>, de grondslagen van de scheiding van
+Belgi&euml; en Holland. De koppigheid van Koning Willem die eerst de Schelde
+geopend en ze, ondanks de bedreigingen der Mogendheden, weder gesloten had,
+alsook de weerwraak der Belgen die het belegerde Maastricht weigerden te
+ontzetten, hadden de afgezanten zeer misnoegd. Den 20<sup>en</sup> Januari
+beslisten de gevolmachtigden dat Holland tot de grenzen der Republiek der
+Vereenigde-Provinci&euml;n, in 1790, terugkeeren, en daarbij het Groothertogdom
+Luksemburg verkrijgen zou. De vrije scheepvaart moest op stroomen en
+rivieren in toepassing zijn, volgens de bepalingen van het Congres van
+Weenen. Den 27<sup>en</sup> volledigden zij hunne besluiten met de Staatsschuld
+tusschen beide landen ongeveer gelijk te verdeelen, voorstellende aan
+Belgi&euml; de betaling der 16/31 te laten, alsook de verdere<span class='pagenum'><a name="Page_197" id="Page_197">[197]</a></span> deelneming aan
+den kolonialen handel. Het belangrijkste artikel van de 20 was hetgeen,
+waardoor de vijf Mogendheden de <i>eeuwige onzijdigheid</i> van Belgi&euml;
+uitriepen, en ook de geheelheid en de onschendbaarheid van zijn
+grondgebied. Talleyrand, die wel begreep dat de Belgische neutraliteit een
+tegen Frankrijk gerichte waarborg was, had als een leeuw gekampt, om die
+onzijdigheid ook tot het Groothertogdom te doen uitbreiden, of, zooniet,
+Philippeville en Mariembourg voor Frankrijk te verkrijgen: hij stuitte op
+onoverwinbaren tegenstand, vooral van Palmerston.</p>
+
+<p>Het protocol van 20<sup>en</sup> Januari werd den 29<sup>en</sup> aan het Nationaal
+Congres, dat reeds aan de stemming voor de koningskeuze was, voorgelegd: de
+vergadering stelde een protest op tegen alle beperking van het grondgebied
+en tegen alle verplichting die men Belgi&euml; zou willen opdringen, zonder
+toestemming van de Nationale vertegenwoordiging.</p>
+
+<p>Daarentegen en tot eenieders verbazing deelde Falck aan de Conferentie de
+verklaring mede (18<sup>en</sup> Februari), dat zijn meester de grondslagen van de
+scheiding ten volle bijtrad, volgens de protocollen van 20<sup>en</sup> en 27<sup>en</sup>
+Januari. 's Anderendaags reeds antwoordden de afgezanten op het Belgisch
+protest door eene nieuwe akte. Daarin beriepen zij zich op de
+rechtvaardigheid van de grensverdeeling, alsook op de noodwendigheden van
+hunne eigene overeenkomsten en belangen, en bevestigden uitdrukkelijk dat
+<i>de door hen vastgestelde schikkingen fondamenteele en onherroepelijke
+schikkingen waren</i>.</p>
+
+<p>Door zijne bijtreding tot de protocollen van Januari, had Willem feitelijk
+afstand gedaan van zijne rechten op de Zuidelijke Nederlanden; hij heeft
+later, doch te vergeefs, deze daad over het hoofd willen zien; de fout was
+begaan, maar zij liet hem toe, als de Belgen weigerden zich naar de
+protocollen te schikken, gewapenderhand op te treden.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Intusschen had het Congres de bespreking van de verschillende artikelen der
+Grondwet voortgezet. Een kijkje op zijne<span class='pagenum'><a name="Page_198" id="Page_198">[198]</a></span> samenstelling zal beter zijne
+werking verklaren. De cijns- en bekwaamheidskiezers hadden bijna evenveel
+liberalen als katholieken naar Brussel gestuurd, en alzoo werd de gematigde
+liberaal Surlet de Chokier van Luik, bij De Gerlache's afstand, tot
+voorzitter gekozen. De geest der clericale afgevaardigden en zelfs der
+priesters onder hen was intusschen merkelijk gewijzigd: de katholieke De
+Gerlache, voorzitter der voorbereidende Grondwetscommissie, getuigt
+uitdrukkelijk dat de liberale denkbeelden van den priester Lamennais het
+opstellen van het ontwerp beheerschten. De liberalen deden de vrijzinnige
+denkbeelden, die de Juli-omwenteling pas bevestigd had, in menig debat
+zegepralen; maar het grondbeginsel van de overmacht van den Staat op de
+Kerk werd verworpen (23<sup>en</sup> December) en dank zij den doctrinair Defacqz
+werd de rechtstreeksche verkiezing der Parlementsleden vervangen door een
+cijnsstelsel waarbij 't getal kiezers voor gansch Belgi&euml; op vier en veertig
+duizend gebracht werd.</p>
+
+<p>Titel I van de Grondwet werd aangenomen in een redactie van den volgenden
+inhoud: De uitvoerende macht behoort aan eenen erfelijken en onschendbaren
+Koning, en aan zijne verantwoordelijke, door hem benoemde en afzetbare
+ministers; die Koning mag de Kamers ontbinden, op voorwaarde, in de veertig
+dagen nieuwe verkiezingen te bevelen. De wetgevende macht werd aan den
+Koning en aan <i>twee</i> eigenmachtige vergaderingen gezamenlijk toegekend
+(12<sup>en</sup> December), een Kamer van volksvertegenwoordigers, rechtstreeks
+voor vier jaren gekozen door de burgers die een minimum-belasting van 20
+gulden betaalden, en een Senaat, die slechts half zooveel leden als de
+Kamer zou tellen, door dezelfde kiezers voor den tijd van acht jaar gekozen
+onder de burgers van ten minste veertig jaar oud en twee duizend gulden
+rechtstreeksche belastingen betalende (17<sup>en</sup> December). De rechterlijke
+macht werd toevertrouwd aan onafzetbare voor het leven benoemde rechters,
+en voor lijfstraffelijke en politieke zaken aan de jury.</p>
+
+<p>Titel II, handelende over de &laquo;Belgen en hunne rechten&raquo;, bevatte talrijke
+zeer vrijzinnige bepalingen, zooals de vrij<span class='pagenum'><a name="Page_199" id="Page_199">[199]</a></span>heid van de eerediensten, de
+vrijheid van vereeniging en petitionnement, de vrijheid van de drukpers;
+art. 17 verleende de door de katholieken ge&euml;ischte vrijheid van onderwijs;
+door art. 117 werd de scheiding van Staat en Kerk op eigenaardige wijze
+bepaald, in dezer voege dat de bezoldiging van de geestelijken aan den
+Staat opgelegd werd, alhoewel aan dezen, door art. 16, alle inmenging in
+benoeming en aanstelling der geestelijken en in hunne onderlinge
+betrekkingen ontzegd was; de scheiding der beide machten bevrijdde dus de
+Kerk van hare lasten en liet haar hare voorrechten. De vrijheid der
+eerediensten hadden de clericalen, ondanks de pauselijke voorschriften,
+toch in de Grondwet nedergeschreven, omdat Belgi&euml; bijna uitsluitend
+roomsch-katholiek was en het petitionnement bewezen had dat de priesters
+volkomen over de bevolking beschikten. Uit vrees voor dwingelandij, uit
+achterdocht voor verdrukking, werd de meest uitgebreide decentralisatie
+ingevoerd, krachtens het heerlijk beginsel dat alle macht uit het volk
+komt.</p>
+
+<p>Niettegenstaande zekere gebreken is de Belgische Grondwet, door het Congres
+langzaam voorbereid, een monument van wijsheid, dat aan talrijke andere
+grondwetten tot voorbeeld gediend heeft, en waaraan de Hollandsche
+wetgevers, bij de herziening van hunne Grondwet in 1848, zich
+klaarblijkelijk gespiegeld hebben.</p>
+
+<p>Ook werd het charter onzer vrijheden den 7<sup>en</sup> Februari 1831 met eenparige
+stemmen aangenomen, te midden van de moeielijkheden over de koningskeus,
+die wij in enkele trekken willen schetsen.</p>
+
+<p>Sedert den 2<sup>en</sup> Januari had Gendebien opnieuw bij Louis-Philippe en bij
+zijn minister Sebastiani vruchteloos aangedrongen, opdat de Koning zijn
+zoon Louis de Nemours aan de Belgen tot Vorst zou schenken. Firmin Rogier
+liep dezelfde blauwe scheen, drie dagen nadien, alhoewel hij bevestigde
+dat, in den schoot van het Congres, eene sterke partij zich voor de
+vereeniging met Frankrijk verklaarde; Sebastiani had bovendien de
+verheffing van een Belgischen burger tot Koning afgeraden, en wilde nu ook
+van den in Belgi&euml; impopulairen Leopold van Saksen-Coburg niet meer<span class='pagenum'><a name="Page_200" id="Page_200">[200]</a></span> weten.
+Enkele dagen later, bij de vraag of de keus van den zeer begaafden zoon van
+Eug&egrave;ne de Beauharnais, den hertog August van Leuchtenberg, Frankrijk zou
+behagen, antwoordde de minister aan Firmin Rogier dat &laquo;van al de
+schikkingen, degene aangaande den hertog van Leuchtenberg wellicht de
+onaangenaamste en de noodlottigste was; dat het gouvernement nooit zijne
+toestemming zou geven in de verkiezing van den hertog tot vorst der Belgen,
+omdat het door een Leuchtenberg bestuurde Belgi&euml; het middelpunt zou worden,
+waar al de hartstochten der Bonapartisten aan het gisten zouden geraken.&raquo;
+En hij deed in dien zin door zijn gezant Bresson de schandelijkste drukking
+op het Congres uitoefenen (11<sup>en</sup>-21<sup>en</sup> Januari).</p>
+
+<p>Met fierheid besloot daarop het Congres de voogdij van Europa af te
+schudden: na een lang debat nopens het punt, of men het oordeel der
+Conferentie van Londen &mdash; zoo was men reeds in hare inmenging in 's lands
+zaken gewoon; &mdash; zou inroepen, werd deze vernederende consultatie met 89
+stemmen tegen 62 verworpen; men verwierp zelfs de raadgevingen van het
+Engelsch kabinet, dat men wist meer en meer tot de kandidatuur van Oranje
+over te hellen; doch door eene wonderlijke tegenspraak, die den
+geestestoestand van het Congres kenmerkt, besliste de vergadering, met 80
+stemmen tegen 75, dat men Louis-Philippe nopens den kandidaat tot het
+koningschap zou raadplegen (19<sup>en</sup> Januari). Niettegenstaande de aanvallen
+van de annexatiepartij in de Fransche Kamer, luidde twee dagen later het
+antwoord der Fransche regeering onveranderlijk &laquo;dat ze niet zou toestemmen
+in Belgi&euml;'s annexatie; dat ze de kroon niet zou aanvaarden voor den hertog
+van Nemours; dat ze, <i>zonder voornemens te zijn inbreuk te maken op de
+vrijheid der Belgen in de keus van hun souverein (!)</i>, nochtans de keus van
+den hertog van Leuchtenberg niet zou erkennen.&raquo;</p>
+
+<p>Dit voortdurend aanbod door de Franschgezinden van het Diplomatisch
+Comiteit, &mdash; de Rogiers, Gendebien, Van de Wever, de graven d'Aerschot en
+de Celles, &mdash; van Belgi&euml; aan Frankrijk, weerkaatste geenszins de meening
+van de groote meerderheid van de bevolking. Geheel Vlaamsch-Belgi&euml; en<span class='pagenum'><a name="Page_201" id="Page_201">[201]</a></span>
+inzonderheid de almachtige geestelijkheid, de talrijke partij der
+Onafhankelijkheid, teekenden tegen deze weinig eerlijke handelingen der
+Fransche groep protest aan, en Jottrand stelde de mannen van het Voorloopig
+Bewind, die eigenmachtig deze aanbiedingen gedaan hadden, in volle Congres
+aan de kaak.</p>
+
+<p>Daar de inlijving bij Frankrijk dus eene feitelijke onmogelijkheid bleek,
+besloten de leden van het Voorloopig Bewind, alsook die van het
+Diplomatisch Comiteit, op het einde van Januari, alles in het werk te
+stellen om de keus van Nemours te doen gelukken, &laquo;wat op hetzelfde neerkwam
+als de vereeniging met Frankrijk.&raquo; Om Louis-Philippe's besluiteloosheid uit
+den weg te ruimen verzonnen De Stassart en de Franschgezinden de volgende
+list: de candidatuur van den hertog van Leuchtenberg, die Frankrijk niet
+kon aannemen, doordrijven, om deszelfs toestemming in de verkiezing van den
+hertog van Nemours af te dwingen.</p>
+
+<p>'t Was dus tusschen Nemours en Leuchtenberg dat de strijd in 't Congres zou
+geleverd worden; men wist dat aartshertog Karel van Oostenrijk, door enkele
+Vlamingen voorgesteld, geen kans van slagen had, en van den minderjarigen
+Otto van Beieren of prins Karel van Napels, van wie men vroeger wel eens
+gewaagde, was er geene spraak meer.</p>
+
+<p>De keus van Leuchtenberg, dank zij De Stassart's kuiperijen, dank zij de
+woede die Sebastiani's drukking in het Congres verwekt had, scheen
+omstreeks 20<sup>en</sup> Januari verzekerd; zijn portret werd in de straten
+uitgedeeld; meer dan drieduizend handteekeningen bevalen zijne candidatuur
+aan het Congres aan. Den 28<sup>en</sup> begonnen de debatten over de koningskeus.</p>
+
+<p>Om Leuchtenberg's verkiezing te verhinderen maakten Louis-Philippe en
+Sebastiani rechtsomkeert; alles was nog niet verloren voor de Fransche
+regeering, want op 25<sup>en</sup> Januari hadden 52 afgevaardigden, onder welke de
+voorzitter Surlet, de onder-voorzitter De Gerlache, F. de M&eacute;rode, de twee
+Gendebien's, eene petitie voor Nemours onderteekend; maar er moest dadelijk
+gehandeld worden.<span class='pagenum'><a name="Page_202" id="Page_202">[202]</a></span></p>
+
+<p>Markies de la Woestine werd naar Brussel, waar hij veel vrienden telde,
+gezonden om de inzichten der Congresleden te polsen. Hij liet weldra in het
+Palais-Royal weten dat de verkiezing van prins August verzekerd was, indien
+men hem niet uitdrukkelijk den hertog van Nemours tegenstelde. De
+gelastigde Bresson kwam dus den 28<sup>en</sup> uit Parijs terug &laquo;met de bepaalde
+machtiging om te beloven dat indien de kroon den hertog van Nemours
+aangeboden werd, zij door Louis-Philippe voor hem zou aangenomen worden.&raquo;
+Markies de la Woestine gaf daarvan officieuse bevestiging. Deze
+guitenstreek liet aan de Fransche uitgezondenen vrij spel, lokte de
+heerschzuchtigen aan door het aas van een gemakkelijken bijval, en deed den
+moed der Fransche partij herleven. De Stassart deelde aan zekere
+Congressisten een brief mede, die eene weigering van den hertog van
+Leuchtenberg liet voorzien; daarenboven werd een weinig voor de stemming
+het valsche gerucht verspreid, dat vertrouwelijke brieven van Firmin Rogier
+de aanvaarding van Louis-Philippe verzekerden; dit besliste over de keus:
+den 3<sup>en</sup> Februari 1831, na een zesdaagsch debat en na eene tweede
+stemopneming, werd de hertog van Nemours tot Koning der Belgen uitgeroepen
+met 97 stemmen, tegen 74 aan Leuchtenberg en 21 aan Karel van Oostenrijk;
+de Vlaamsche provinci&euml;n hadden meerendeels voor Beauharnais' zoon, de
+Waalsche meestal voor den Franschen prins gestemd.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Men dacht dat de regeeringloosheid nu een einde genomen Had, en het nieuws
+der verkiezing werd overal met gejubel onthaald. De gouverneurs deelden aan
+burgemeesters en gemeenten het heuglijk bericht van de benoeming van het
+hoofd van den Staat mede, en denzelfden dag nog kondigde burgemeester
+Rouppe te Brussel aan de ingezetenen de benoeming van Louis I tot Koning
+der Belgen aan!</p>
+
+<p>Bij het verlaten van het Congres vernamen de leden de aanhouding te Gent
+van kolonel Ernest Gr&eacute;goire die, op het laatste oogenblik, een opstand ten
+gunste van den prins van Oranje had willen teweegbrengen.<span class='pagenum'><a name="Page_203" id="Page_203">[203]</a></span></p>
+
+<p>Niemand besefte op dit oogenblik de ellendige fopperij, waarvan Congres en
+Voorloopig Bewind de slachtoffers geweest waren, noch de verfoeilijke
+dubbelzinnigheid waarmede het Fransch gouvernement de vertegenwoordigers
+van de Belgische natie om den tuin geleid had.</p>
+
+<p>Nu, sedert den 1<sup>en</sup> Februari, had de Londensche Conferentie, door een
+geheim protocol, de hertogen van Nemours en Leuchtenberg uitgesloten; en
+Frankrijks gezant, die eerst Palmerston omtrent Nemours' verkiezing had
+gepolst en met bedreigingen was afgewezen, had dit besluit moeten
+onderteekenen. Meer nog, wanneer men te Londen de overigens verwachte, maar
+toch indrukmakende verkiezing van Nemours vernam, werden Sebastiani en
+Talleyrand verplicht de Conferentie gerust te stellen, door de plechtige
+verzekering dat Frankrijk zich bij die uitsluiting hield (5<sup>en</sup>-7<sup>en</sup>
+Februari).</p>
+
+<p>Het was 's anderendaags dat de Belgische afvaardiging, &mdash; Surlet de
+Chokier, Lehon, de Brouck&egrave;re, F. de M&eacute;rode &mdash; die in hare na&iuml;veteit het
+besluit van het Congres aan Louis-Philippe moest overbrengen, te Parijs
+aankwam. Met de grootste hoffelijkheid ontvangen, zag de deputatie het
+koninklijk gehoor van dag tot dag verschuiven, en eindelijk op den 17<sup>en</sup>
+vaststellen; want de regeering, genepen tusschen de oproerige eischen van
+de annexatiepartij en hare verbintenissen tegenover Europa, zat in erge
+verlegenheid.</p>
+
+<p>Intusschen ontving het Voorloopig Bewind van Lord Ponsonby mededeeling van
+het nieuwe Protocol van Londen, met Talleyrand's handteekening bekleed
+(9<sup>en</sup> Februari). In zijne verwaande verblindheid zond het de boodschap
+terug; alleen Lebeau, de beroemde liberale redenaar, zag klaar in de
+diplomatische sluwheid van Frankrijk, en maakte er 't Diplomatisch Comiteit
+een verwijt van, zich te hebben laten bedotten.</p>
+
+<p>Onder de Parijsche ministers waren er verschillende nochtans, die tot de
+aanvaarding overhelden, en Louis-Philippe's oudste zoon ondersteunde
+krachtdadig hunne meening; maar Frankrijk lag gekluisterd door de
+noodwendigheid van den vrede en door de besluiten van de Conferentie. Reeds
+<span class='pagenum'><a name="Page_204" id="Page_204">[204]</a></span>den 14<sup>en</sup> wist men te Brussel dat Louis-Philippe weigeren moest, en voor
+de leden van de deputatie was het antwoord niet twijfelachtig meer. Wanneer
+den 17<sup>en</sup> Surlet de Chokier en zijne gezellen v&oacute;or den koning gebracht
+werden en het besluit van het Congres voorlazen, verklaarde Louis-Philippe
+met geveinsde ontroering dat het hem smartte zijne vaderlijke wenschen te
+moeten offeren aan Frankrijks belangen, die hem dwongen te weigeren; maar
+hij verzekerde den nieuwen Staat zijne bescherming: de toer was gespeeld,
+Leuchtenberg's candidatuur was gevallen!</p>
+
+<p>&laquo;Welk vertrouwen, schreef Palmerston dienaangaande, kan men in eene
+regeering stellen, die met slinksche streken omgaat, zooals de raadgevers
+van Louis-Philippe tegenover Belgi&euml;, welke hier eene zaak bevestigen en ze
+elders loochenen; de goedkeuring van de verkiezing van Nemours door Bresson
+beloven en dezelve door Talleyrand weigeren; hunne verklaringen en
+beginselen veranderen, zoo dikwijls zij een tijdelijk voordeel ontwaren.&raquo;</p>
+
+<p>Met woede en teleurstelling vernam gansch Belgi&euml; de schandelijke politiek
+van Frankrijk. Vele afgevaardigden stelden dan de keus van een inlandschen
+Vorst voor, F&eacute;lix de M&eacute;rode of de prins de Ligne; doch de eerste wees het
+voorstel met kracht van de hand, de tweede moest, door toedoen zijner
+vrouw, weigeren. Anderen dachten nu weder aan Leopold van Saksen-Coburg,
+doch Sebastiani had bluffend verklaard, dat Frankrijk dien Engelschgezinden
+prins, in geval van benoeming, met het kanon zou wegjagen.</p>
+
+<p>De Fransche partij wilde terstond de volkomen en onvoorwaardelijke
+inlijving bij Frankrijk stemmen, en op deze wijze aldaar een uitbarsting
+van het nationaal gevoel verwekken. De Orangisten, te Luik zelfs, eischten
+den terugkeer van Koning Willem. De aanzienlijkste Congresleden, en
+inzonderheid het Voorloopig Bewind, raadden alsdan het aanstellen van een
+Regent aan, altijd in de hoop dat de Fransche politiek stoutmoediger zou
+worden en Nemours, na zijne meerderjarigheid, krachtdadig en zelfstandig
+zou optreden.</p>
+
+<p><span class='pagenum'><a name="Page_205" id="Page_205">[205]</a></span></p><p>De voorzitter van het Congres, Surlet de Chokier, werd den 24<sup>en</sup>
+Februari tot Regent benoemd; De Gerlache verving hem op den
+voorzitterstoel; 's anderendaags verleende het Congres eene som van 150,000
+gulden aan de oud-leden van het Voorloopig Bewind.</p>
+
+<p>Als een echt proconsul van Frankrijk, werkte de zwakke Surlet uitsluitend
+om een zuivere Fransche strekking aan de handelingen van zijne regeering te
+geven, en daarin werd hij door zijn eerste ministerie &mdash; Goblet, Van de
+Wever, Gendebien en Tielemans &mdash; bijgestaan. Hij was overtuigd dat hij
+eerstdaags zijne plaats aan den hertog van Nemours zou kunnen afstaan, en
+sedert Lehon door Louis-Philippe als gezant van Belgi&euml; ontvangen, en
+generaal Belliard als Fransch gevolmachtigde te Brussel gezonden was(4<sup>en</sup>
+Maart), won die overtuiging meer en meer veld. Maar de val van het
+ministerie van den onbekwamen en weifelenden Lafitte en het optreden van
+den krachtdadigen en vredelievenden Casimir P&eacute;rier in Frankrijk stelde deze
+hoop te leur; ook de Engelsche diplomatie hield er de hand aan om die
+poging te verijdelen, en Palmerston, die in Chokier slechts een Franschen
+stadhouder zag, aarzelde niet den Regent te doen inzien, hoe weinig eervol
+die afkeer voor de Belgische onafhankelijkheid was. Wat zijn misnoegen en
+dit der Conferentie tegen Chokier nog vermeerderde, was dezes proclamatie
+van 10<sup>en</sup> Maart tot de Luksemburgers, waarin de Regent verklaarde dat,
+trots de Conferentie, bij de Belgen de vaste wil bestond om het
+Groothertogdom te behouden.</p>
+
+<p>Het bestuur van den Regent, een zeer braaf doch onbeduidend man, zonder
+schranderheid noch krachtdadigheid, werd door de grootste regeeringloosheid
+gekenmerkt; reeds den 20<sup>en</sup> Maart was het eerste ministerie gevallen, en
+het duurde zes dagen eer een nieuw gevormd was. &laquo;De Belgen toonden zich zoo
+onbekwaam om eene natie te worden, dat de Conferentie ernstig aan eene
+verdeeling begon te denken.&raquo;</p>
+
+<p>Ziende dat de Oranjepartij het hoofd opstak te Gent, te Antwerpen en te
+Maastricht, stichtte Gendebien, den 23<sup>en</sup> Maart te Brussel, met behulp
+van de regeering, de <i>Association Nationale</i>, gevaarlijke tweede regeering,
+die hare ver<span class='pagenum'><a name="Page_206" id="Page_206">[206]</a></span>takkingen over het land verspreidde en eene soort van
+schrikbewind over Belgi&euml; deed heerschen. Zij riep om oorlog tegen Holland
+ten einde den toestand te redden. Ontegensprekelijk dreigde de Omwenteling
+onder te gaan; het schip begon reeds te kraken; Lord Ponsonby, de Engelsche
+gezant, trachtte baron van der Smissen, gouverneur van Antwerpen, tot een
+Orangistischen opstand te bewegen, die echter mislukte, dank zij de
+krachtdadigheid van kolonel Clump (25<sup>en</sup> Maart 1831). De tuchteloosheid
+dreigde de ontreddering van het leger te volledigen.</p>
+
+<p>Gent was het middelpunt der Orangisten; de oppositie had er reeds tweemaal
+de Oranjegezinden als raadsleden naar het stadhuis gestuurd: de
+gemeenteraad, tweemaal ontbonden, was sedert 4<sup>en</sup> Februari door eene
+Veiligheidscommissie vervangen, en Gent, evenals Antwerpen, in staat van
+beleg verklaard. &laquo;Alle tucht, zegt De Gerlache, was teniet, zoo wel bij de
+militairen als bij de burgers. De officieren klaagden elkaar bij de
+regeering en in de dagbladen aan. Men kan het niet betwijfelen dat vele,
+zelfs hooggeplaatste lieden, volgaarne aan de restauratie der Nassaus
+zouden geholpen hebben, om met dien toestand gedaan te maken. Maar het volk
+was er zeer tegen.&raquo; Inderdaad, &#339;conomische oorzaken en private belangen
+hadden gemaakt dat de Orangisten voor het meerendeel grootnijveraars en
+groothandelaars waren; de nieuwe mekanieken hadden eensdeels een
+vermindering van handwerkgebruik en een uitwijking van buitenlieden naar de
+steden teweeggebracht. Reeds lang had dit eene veete tusschen industrieelen
+en werkvolk veroorzaakt, doch nu werd die nog verscherpt door het
+stilvallen van getouwen en andere mekanieken wegens de onlusten en de
+vredebreuk met Holland. Die werkloozen, ja broodloozen, vierden nu, 't zij
+uit eigen beweging, 't zij opgehitst door de patriotische vereenigingen,
+hunne woede bot op de bijzonderen, en zoo geschiedden er te Gent, Brussel,
+Mechelen, Ieperen, Bergen en Luik, gewelddaden en plunderingen,
+straffeloos, onder het lijdzame oog der regenties (28<sup>en</sup> Maart, zaak
+Voortman te Gent). Er bestond tusschen het bestuur en de plunderaars, onder
+welke zich talrijke betaalde of geld uitdeelende Fran<span class='pagenum'><a name="Page_207" id="Page_207">[207]</a></span>schen bevonden, een
+soort van geheime overeenkomst. Voor de oppositie of de verdachten was er
+geene bescherming; men hoorde zelfs minister Lebeau beweren, dat de
+plundering der Orangisten, hoe betreurenswaardig ook, een schrikkelijke
+noodzakelijkheid was om de vijanden van de openbare orde te beteugelen. Het
+redactiekantoor van de Orangistische bladen werd dan ook geplunderd, en
+B<sup>on</sup> de Lamberts, gouverneur van Oost-Vlaanderen, aarzelde niet om een
+anarchistisch manifest te onderteekenen, door Lebeau zelf als monsterachtig
+bestempeld, waardoor hij den <i>Messager de Gand</i> buiten de wet stelde.</p>
+
+<p>Aan den anderen kant zien wij de Fransche annexatiepartij, die steeds in
+aanraking was met den woelgeest L. de Potter, republikeinsche opstooten
+trachten te verwekken, onder andere de muitzieke Mellinet met zijne
+vrijwilligers te Namen, doch zonder de medewerking der ontmoedigde
+burgerij.</p>
+
+<p>Het zij hier terloops opgemerkt dat, evenals zijn wapenmakker der
+Septemberdagen, don Juan van Halen, die, in October 1830 aangehouden, reeds
+de volgende maand in beschikbaarheid gesteld was, Mellinet in Augustus op
+wachtgeld geplaatst werd; Ernest Gr&eacute;goire zat opgesloten en Parent, De
+Culhat en De Pont&eacute;coulant waren haast vergeten. De <i>Association Nationale</i>,
+die met bombast den oorlog en de verovering van Zeeuwsch-Vlaanderen en van
+Luksemburg eischte, stuitte, in hare revolutionnaire woede, op de algemeene
+zucht naar vrede en naar herstelling van orde, handel en nijverheid.
+Vreezende nochtans, dat die tweede regeering de overhand zou nemen, gezien
+de zwakheid van Surlet's bestuur, en onzeker over den uitslag der
+verkiezingen, die wellicht de Orangisten in meerderheid naar de Kamers
+konden zenden, weigerden de Congresleden hun ontslag te nemen, en besloten
+zich in Mei opnieuw te vereenigen; zoo pleegden zij een wezenlijken
+Staatsgreep (12<sup>en</sup> April).</p>
+
+<p>Maar, was het tweede ministerie van den Regent even machteloos en zonder
+gezag als het eerste, het draagt nochtans de verdienste weg, het Congres
+tot toenadering met de Londensche Conferentie overgehaald te hebben, en
+Belgi&euml;<span class='pagenum'><a name="Page_208" id="Page_208">[208]</a></span> een uitstekenden Koning geschonken te hebben. Minister Lebeau, een
+knap redenaar en een behendig politicus, had, op 2<sup>en</sup> April, aan het
+Congres laten inzien dat de diplomatische onderhandelingen, van het eerste
+oogenblik, Belgi&euml; tegenover de Mogendheden gebonden hadden, en men dus de
+tusschenkomst van de Conferentie in de buitenlandsche zaken moest
+ondergaan. Aangespoord door Lord Palmerston en diens agent Lord Ponsonby,
+die de candidatuur van den Prins van Oranje bepaald opgegeven had, stuurde
+hij een deputatie van vier Congresleden naar Londen, bij prins Leopold van
+Saksen-Coburg, den veertigjarigen weduwnaar der kroonprinses van Engeland,
+om hem de Belgische kroon aan te bieden; tusschen de afgevaardigden
+bevonden zich de hoofdman der katholieken, F. de M&eacute;rode en pastoor De
+Foere, die in 't Congres verzekerd hadden dat de keuze van eenen
+protestantschen prins, gezien de bepalingen der Grondwet, hen niet deerde.
+Den 22<sup>en</sup> April te Marlborough-House ontvangen, ontmoetten die
+afgevaardigden zulke tegenwerpingen van wege den prins, dat Paul Devaux ze
+op 10<sup>en</sup> Mei kwam vervoegen. Onderricht door zijne ervaringen tijdens de
+onderhandelingen voor de Grieksche koningskroon, en geraden door zijnen
+vriend baron Stockmar, stelde de voorzichtige Leopold de aanvaarding der
+kroon afhankelijk van de overeenkomst van Belgi&euml; met de Mogendheden; hij
+eischte dat men te Brussel vooreerst uitdrukkelijk het protocol van de
+Conferentie van den 20<sup>en</sup> Januari zou aanvaarden, mits zich later, bij de
+uitvoering, om betere voorwaarden te beijveren.</p>
+
+<p>De Belgische afgevaardigden deden inzien, dat het Congres nooit in den
+afstand der in de Grondwet vermelde provinci&euml;n Limburg en Luksemburg zou
+toestemmen, doch lieten voorzien dat Leopold, als koning, een voldoenden
+invloed op de Kamers voor de oplossing van dit vraagstuk zou bezeten
+hebben. Van eene onzekere kroon wilde de ervaren Leopold echter niet weten.</p>
+
+<p>Middelerwijl worstelde het ministerie van den Regent tegen de inwendige
+anarchie en vreesde de ophitsing tot den oorlog met het buitenland. De
+<span class='pagenum'><a name="Page_209" id="Page_209">[209]</a></span>Conferentie van Londen stelde aan de Belgische regeering den 1<sup>en</sup> Juni
+als termijn voor de aanneming van het protocol, den 18<sup>en</sup> Februari door
+koning Willem onderteekend, en dreigde met vredebreuk in geval van
+weigering. De Nederlandsche Vorst verwittigde haar insgelijks dat, indien
+zij op bepaalden datum tot de grondslagen der scheiding, volgens het
+protocol van 20<sup>en</sup> Januari niet zou toegetreden zijn, hij zich vrij zou
+achten om voor eigen rekening te handelen.</p>
+
+<p>De oorlogspartij verhief dadelijk het hoofd op; uit vrees voor den krijg
+ijlde Ponsonby naar Londen, en Belliard verwittigde Talleyrand, zoodat men
+tot eenige toegeving aan de Belgen besloot, om Leopold's aanneming te
+vergemakkelijken. Den 21<sup>en</sup> Mei beloofde dus de Conferentie
+onderhandelingen met koning Willem aan te knoopen, om, mits een te bepalen
+koopsom, aan Belgi&euml; het bezit van Luksemburg te verzekeren, maar men bleef
+aan den gezetten termijn van 1<sup>en</sup> Juni vasthouden.</p>
+
+<p>In de hoop dat de koningskeus een gunstigen invloed op de beslissingen van
+de gevolmachtigden zou uitoefenen, besloot Lebeau, eerst tot de verkiezing
+over te gaan. Hij deed dus, den 25<sup>en</sup> Mei, door 96 Congresleden de
+candidatuur van Leopold voordragen; en ondanks de pogingen van de Fransche
+partij om de verkiezing van den Duitsch-Engelschen prins te doen mislukken,
+niettegenstaande hare razende aanvallen om het ministerie Lebeau omver te
+werpen, werd de prins van Saksen-Coburg, na een tweedaagsche discussie, met
+de groote meerderheid van 152 op 196 stemmen gekozen (4<sup>en</sup> Juni): aan de
+Conferentie werd niet eens geantwoord. Een deputatie van 12 leden, met De
+Gerlache aan het hoofd, werd belast die benoeming aan den prins aan te
+kondigen; haar vergezelden Devaux en Nothomb, secretaris-generaal voor de
+buitenlandsche zaken, om de Conferentie tot gunstige voorwaarden over te
+halen.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>De weigering der Belgen, om hunne aanspraken eenigermate te verminderen,
+deed een oogenblik de hoop op eene vreedzame oplossing verliezen.
+Talleyrand, door die hals<span class='pagenum'><a name="Page_210" id="Page_210">[210]</a></span>starrigheid ongeduldig gemaakt, kwam alweer met
+zijn plan van verdeeling voor den dag; terwijl Leopold, door het Engelsche
+Hof en Palmerston ondersteund, zich onverpoosd bemoeide om voor Belgi&euml;
+aannemelijke voorwaarden te verkrijgen, zette Koning Willem onophoudend
+zijne oorlogstoebereidselen voort; hij vroeg niets beter dan de afvalligen
+de scherpte van zijn zwaard te doen gevoelen en gaf dus, den 22<sup>en</sup> Juni,
+aan de Conferentie nogmaals te kennen, dat, indien de gevolmachtigden,
+ondanks hunne stellig genomen verbintenissen, nalieten middelen aan te
+wenden om het protocol van 20<sup>en</sup>-27<sup>en</sup> Januari door Belgi&euml; te doen
+eerbiedigen, hij verplicht zou zijn, zijn toevlucht tot zijn eigen middelen
+te nemen. Op die bedekte oorlogsverklaring antwoordde de Conferentie met
+den 26<sup>en</sup> Juni een protocol van XVIII Artikelen op te stellen, dat een
+voor Belgi&euml; veel voordeeliger ontwerp van verdrag dan dit van 20<sup>en</sup>
+Januari uitmaakte. Wel bleven voor Holland de grenzen van 1790 behouden,
+maar de volgende artikelen openden aan de Belgen het vooruitzicht, eens in
+het bezit van Maastricht te geraken, en bij de ruiling der ingesloten
+gronden nog een grooter gedeelte van Limburg te bekomen. De linker
+Scheldeoever moesten zij opgeven, doch het vrije gebruik van de Vaart van
+Terneuzen werd hun toegezegd. Het vraagstuk van het Groothertogdom werd van
+het Hollandsch-Belgisch geschil afgescheiden, om afzonderlijk door Willem,
+den Duitschen Bond en den aanstaanden Vorst van Belgi&euml;, afgehandeld te
+worden; intusschen zou Luksemburg door Belgi&euml; voort bestuurd worden. Ook in
+plaats van de schulden te verdeelen, legde men aan elk land zijn eigen
+oorspronkelijke schuld op, met uitsluiting der gemeenschappelijk uitgegeven
+sommen. De voordeelen, men ziet het, door de Belgische afgevaardigden en
+door den prins van Saksen-Coburg van de gevolmachtigden verkregen, waren
+van niet geringen aard. De Mogendheden schenen vergeten te hebben dat zij,
+den 19<sup>en</sup> Februari en den 17<sup>en</sup> April, hunne schikkingen van 20<sup>en</sup>
+Januari als <i>fondamenteel en onherroepelijk</i> gevestigd hadden.</p>
+
+<p>Dan verklaarde Leopold aan de afvaardiging, die hij<span class='pagenum'><a name="Page_211" id="Page_211">[211]</a></span> toen eerst wilde
+ontvangen, dat hij de Belgische kroon zou aanvaarden, indien men door het
+Congres dit verdrag der XVIII Artikelen kon doen aannemen. Lebeau aarzelde
+niet: alhoewel hevig en hartstochtelijk bestreden door de Fransche
+aanhechtingspartij, door de Orangisten, door de Republikeinen, en niet het
+minst door de afgevaardigden van Limburg en Luksemburg &mdash; de twee
+provincies die gevaar liepen door het verdrag verbrokkeld te worden &mdash; bood
+hij de driftige en dreigende oppositie eenen kalmen en welsprekenden
+tegenstand, en na negen dagen discussie, wist hij de meerderheid van het
+Congres tot de aanneming van de XVIII Artikelen over te halen. Ondanks de
+nieuwe kuiperijen van de Fransche propagandisten, die te Brussel en te Luik
+een openlijken opstand tegen de Belgische regeering wilden inrichten, en de
+Republikeinen, die te Gent en te Geeraardsbergen eene militaire
+samenzwering op touw gezet hadden, werd, den 9<sup>en</sup> Juli, het Verdrag door
+126 tegen 70 stemmen aangenomen.</p>
+
+<p>Niets verzette zich meer tegen Leopold's toestemming. Hij verliet Londen
+den 16<sup>en</sup> Juli, ontscheepte te Kales, werd plechtig aan de Belgische
+grens ontvangen, vernachtte eerst te Veurne, dan te Gent, en kwam den
+19<sup>en</sup> Juli, onder het gejuich der bevolking, op het kasteel te Laken aan.
+Van de grenzen af, was zijn reis een voortdurende feesttocht geweest,
+behalve te Gent, waar hij zeer koel onthaald werd. Den 21<sup>en</sup> Juli werd de
+Vorst op het verhoog, v&oacute;or Sint-Jakobs op Koudenberg opgetimmerd, door den
+Regent en de Congresleden ontvangen, en legde er, in de open lucht, den eed
+aan de Grondwet af. Alzoo trad Belgi&euml; in de rij der Europeesche Staten, als
+een erkende onafhankelijke natie.</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>Leopold's verkiezing was een triomf voor de Engelsche diplomatie. Maar de
+scheiding van het schoone Rijk der Nederlanden was het niet minder voor de
+Fransche politiek; wel is waar moest zij, tegen haar wil, de
+onafhankelijkheid der Belgen erkennen, maar bij Talleyrand en bij vele
+Franschen bleef de hoop op eene latere inlijving voortbestaan.<span class='pagenum'><a name="Page_212" id="Page_212">[212]</a></span></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 100%;"><a name="INHULDIGING" id="INHULDIGING"></a>
+<img width="100%" src="./images/i224.jpg" alt="Inhuldiging van Leopold I als Koning der Belgen te Brussel (21 Juli 1831)" title="Inhuldiging van Leopold I als Koning der Belgen te Brussel (21 Juli 1831)" />
+<span class="caption">Inhuldiging van Leopold I als Koning der Belgen te Brussel (21 Juli 1831)</span>
+</div>
+
+
+<p>De sluwe Fransche gezant had reeds in April bij protocol de slechting
+bekomen van de Belgische vestingen, door de Sainte Alliance in 1815 op onze
+zuidelijke grenzen opgericht. Intusschen verkreeg hij van de Mogendheden,
+op 14<sup>en</sup> Juli, dat dit protocol zou ruchtbaar gemaakt worden. Twee dagen
+na Leopold's inhuldiging, verhaastte zich dan<span class='pagenum'><a name="Page_213" id="Page_213">[213]</a></span> ook koning Louis-Philippe,
+bij de opening der Kamers, die ontmanteling op hoogen toon aan het Fransche
+volk mede te deelen: Belgi&euml; was alzoo feitelijk onder Frankrijks
+suzereiniteit geplaatst; men zou het dadelijk zien.</p>
+
+<p>Terecht gebelgd over de snoode wispelturigheid van de Conferentie, die door
+hem opgeroepen, hem eerst van de helft van zijn Koninkrijk beroofd had, en
+hem nu in zijne rechten krenkte, weigerde Willem I met fierheid het Verdrag
+der XVIII Artikelen te onderteekenen, en verklaarde dat hij de aanvaarding
+van de Belgische koningskroon door den prins van Coburg als eene
+persoonlijke beleediging aanzag (12<sup>en</sup> Juli). Veertien dagen later
+kondigde hij de Conferentie aan dat hij beslist was zijn onderhandelingen
+door oorlogsmiddelen kracht bij te zetten; hij wilde, veeleer dan Belgi&euml; te
+heroveren, door de herstelling van de faam zijner wapenen, de gunstiger
+voorwaarden van den 20<sup>en</sup> Januari van de Conferentie bekomen.</p>
+
+<p>Den 2<sup>en</sup> Augustus, gedurende zijne feestelijke ontvangst te Luik, vernam
+Leopold dat generaal Chass&eacute;, te Antwerpen, het einde van den wapenstilstand
+afgekondigd had, en dat 38,000 man met 72 kanonnen onder den prins van
+Oranje over de Belgische grens getrokken waren. De nieuwe Vorst, die zich
+met eigen oogen een denkbeeld had kunnen vormen van den ellendigen staat en
+de geringe getalsterkte van het Belgisch leger, verre van zich door den
+verwaanden toon der Belgische dagbladen te laten begoochelen, stuurde
+onmiddellijk, op raad van Lebeau, boden naar de gezanten Lehon te Parijs en
+Van de Weyer te Londen, ten einde de dadelijke hulp van de Fransche en van
+de Engelsche regeering af te smeeken, en deed den 4<sup>en</sup> door den
+ministerraad, niettegenstaande artikel 121, dat zulks verbood, aan
+Frankrijk vragen een hulpleger naar Belgi&euml; af te zenden.</p>
+
+<p>Het verraste Engelsche ministerie was woedend, doch zijne dreigementen
+baatten niet; de Conferentie, die den wapenstilstand gewaarborgd had, was
+onthutst; de Fransche regeering jubelde over de noodwendigheid harer
+tusschenkomst.</p>
+
+<p>Dadelijk werd maarschalk G&eacute;rard aan het hoofd van het<span class='pagenum'><a name="Page_214" id="Page_214">[214]</a></span> leger van het
+Noorden geplaatst en begon zijn opmarsen, doch gezien het lichtgeraakte
+eergevoel van de Belgische troepen, die in hunnen overmoed &laquo;geene
+vernedering&raquo; wilden dulden, verwittigde de ministerraad den maarschalk, dat
+de bevelen van den koning noodzakelijk den intocht van de Franschen in
+Belgi&euml; moesten voorafgaan; gelukkiglijk voor het pasgeboren koninkrijk
+hield deze daar geen rekening mede.</p>
+
+<p>Het Belgische leger, in twee hoofdafdeelingen gesplitst, trachtte
+intusschen den voortgang van Oranje's leger te stuiten. De onbekwame
+generaal Daine voerde het bevel over het slecht uitgeruste en tuchtlooze
+Maasleger, slechts 10,000 man sterk; Leopold bevond zich in het
+Scheldeleger, aangevoerd door baron de Tiecken de Terhove met 17,000 man;
+beide legers trachtten zich te vereenigen, maar Oranje besloot dit te
+verijdelen door zich tusschen beide in te schuiven, en slaagde er in door
+de inneming van Diest. Nu viel hij den 8<sup>en</sup> Augustus Daine bij Hasselt
+aan, en dreef zijn gansche leger zonder vechten op de vlucht. Daarna trok
+hij op Westmeerbeek af, waar Leopold<a name="FNanchor_26_26" id="FNanchor_26_26"></a><a href="#Footnote_26_26" class="fnanchor">[26]</a> en Tiecken gelegerd waren; dezen,
+bij het vernemen van Daine's nederlaag en vreezende afgesneden te worden,
+trokken achteruit, en namen plaats op den weg van Leuven naar Tienen;
+weldra werden ze achteruitgeworpen en achtervolgd door den dapperen Oranje,
+wiens luitenant Bernard van Saksen-Weimar intusschen den steenweg van
+Leuven naar Brussel, in den rug van het Belgisch leger bezette.</p>
+
+<p>Het Scheldeleger ging hetzelfde lot ondergaan als het Maasleger, en de
+koning te Leuven ingesloten worden, toen, dank zij de tusschenkomst van sir
+Robert Adair, den Engelschen gezant te Brussel, de prins van Oranje de
+belofte gaf<span class='pagenum'><a name="Page_215" id="Page_215">[215]</a></span> dien dag Leuven niet te bestormen, indien men zich 's
+anderendaags 's middags wilde overgeven. De Belgische troepen maakten van
+dien wapenstilstand gebruik om langs den straatweg van Leuven naar Mechelen
+te vluchten; zonder de koelbloedigheid en de dapperheid van Koning Leopold,
+die de hoofdstad trachtte te dekken, ware de nederlaag in eene ware ramp
+veranderd (12<sup>en</sup> Augustus), 's Anderendaags deed de prins van Oranje
+zijne intrede te Leuven. De overwinning van het Nederlandsche leger was
+volkomen, de Tiendaagsche Veldtocht had de eer der Hollandsche wapens
+gered.</p>
+
+<p>Te Brussel, van waar Oranje slechts twee uur verwijderd was, heerschte de
+grootste verwarring en was de burgerij tot de overgave bereid. Het jonge
+koninkrijk was reddeloos verloren, indien het Fransch leger, op dit
+oogenblik, niet opgedaagd was.</p>
+
+<p>Toen den 9<sup>en</sup> Augustus generaal Belliard, wien gelast was geweest met
+Chass&eacute; te onderhandelen om eene nieuwe beschieting aan Antwerpen te
+vermijden, de vlucht van Daine's leger vernomen had, zond hij, uit eigen
+beweging en zonder Leopold te raadplegen, een koerier naar maarschalk
+G&eacute;rard, om dezen tot eenen snellen opmarsen aan te sporen. Den 10<sup>en</sup>
+rukte het Fransche leger over de grens en bereikte Waver den 12<sup>en</sup>,
+zoodat koning Willem, woedend over de snoode handelwijze van Frankrijk, dat
+het principe van Niet-Tusschenkomen verloochende, in zijne onmacht aan den
+prins van Oranje het bevel gaf, voor Frankrijks troepen te wijken. Den
+13<sup>en</sup> stonden G&eacute;rard's voorposten v&oacute;&oacute;r de Hollandsche afdeelingen; alsdan
+sloot Oranje met Belliard een overeenkomst, waarbij zijn leger over de
+grens terugtrok.</p>
+
+<p>Belgi&euml; zou hare nederlaag duur bekoopen. Reeds den 11<sup>en</sup> had Talleyrand,
+de verklaarde vijand onzer onafhankelijkheid, zich op de Conferentie van
+Londen heftig over de Belgen uitgelaten: &laquo;Leopold was een armzalig wezen en
+de Belgen een troep vagebonden, de onafhankelijkheid onwaardig; Belgi&euml; kon
+niet zelfstandig blijven bestaan en het te verdeelen was de eenige
+mogelijke oplossing.&raquo;<span class='pagenum'><a name="Page_216" id="Page_216">[216]</a></span></p>
+
+<p>Palmerston beantwoordde, den 15<sup>en</sup> Augustus, die onverdraaglijke en sluwe
+taal met een <i>ultimatum</i> aan Frankrijk om dadelijk zijne troepen uit Belgi&euml;
+terug te trekken. Louis-Philippe riep terstond 20,000 man terug, maar
+stelde als voorwaarde der geheele ontruiming, dat maarschalk G&eacute;rard de
+geheele slechting van de zuidelijke vestingen zou voltrekken. Palmerston
+liet bedreigingen hooren, en Frankrijk, op verzoek van Leopold, liet
+slechts 12,000 Fransche soldaten hier, om aan de herinrichting van het
+Belgische leger te werken. Het was slechts den 30<sup>en</sup> September 1831 dat
+de laatste vreemde troepen onze grenzen verlieten, drie weken nadat Leopold
+zich, in overleg met de vier Mogendheden, verbonden had om maatregelen te
+nemen voor de spoedige ontmanteling van Meenen, Doornik, Ath, Bergen en
+Charleroi.</p>
+
+<p>Inmiddels had de Conferentie, gedurende de onderhandelingen te Londen,
+opnieuw rechtsomkeert gemaakt; met dezelfde vaardigheid waarmede zij
+vroeger het protocol van 20<sup>en</sup> Januari had laten gaan, verloochende zij
+nu het verdrag der XVIII Artikelen. Europa toonde zich hard voor de
+overwonnenen: het nieuwe Tractaat der XXIV Artikelen, ondanks de
+bemoeiingen van Van de Weyer en het verlangen van Louis-Philippe, behelsde
+veel erger bepalingen dan het eerste, dit door toedoen van Engeland en van
+de Oostelijke Mogendheden.</p>
+
+<p>Belgi&euml; moest Maastricht laten varen, benevens het Oostelijk gedeelte van
+Limburg over de Maas, en het Noord-Westelijk, met Roermond en Venloo. Het
+Groothertogdom Luksemburg werd ten persoonlijken titel aan Willem I
+geschonken, doch Belgi&euml; behield het Waalschsprekend gedeelte, mitsgaders
+een klein Duitschsprekend strookje, van Aarlen tot Vieil-Salm. Wel werd de
+vrije vaart van de Schelde naar den Rijn verzekerd, maar de scheepvaart op
+de Schelde zelf werd aan zekere tollen onderworpen. Wat de schulden van het
+vroegere Vereenigde Koninkrijk betrof, Belgi&euml; zou er de helft van dragen
+met bovendien nog de schulden van v&oacute;or de vereeniging, te zamen beloopende
+eene jaarlijksche rente van 8.400.000 gulden: dit heette te zijn<span class='pagenum'><a name="Page_217" id="Page_217">[217]</a></span> het
+beslissend en onwederroepelijk besluit der Mogendheden (14<sup>en</sup> October).</p>
+
+<p>Het was met groot misnoegen dat het Fransch ministerie kennis kreeg van die
+vergrooting van grondgebied aan Holland toegestaan; doch in Belgi&euml; werd het
+verdrag der XXIV Artikelen met eene echte woede ontvangen. He Kamers
+verzetten zich tegen deze harde voorwaarden. Maar, wel wetende hoe
+gevaarlijk het was aan Europa weerstand te bieden en vreezende koning
+Leopold tot den afstand te dwingen, onderwierpen zij zich eindelijk: de
+Kamer der volksvertegenwoordigers den 1<sup>en</sup> November met 59 stemmen tegen
+38, en de Senaat den 3<sup>en</sup> November met 35 tegen 8.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 60%;"><a name="LEOPOLD_I" id="LEOPOLD_I"></a>
+<img width="100%" src="./images/i229.jpg" alt="Leopold I" title="Leopold I" />
+<span class="caption">Leopold I</span>
+</div>
+
+
+<p>Van de Weyer bracht het toestemmend antwoord aan de Conferentie over, en
+den 15<sup>en</sup> November werd het Verdrag bekrachtigd. Om Belgi&euml; voor deze
+houding te beloonen, waarborgden de vijf Mogendheden aan Koning Leopold de<span class='pagenum'><a name="Page_218" id="Page_218">[218]</a></span>
+uitvoering van al de artikelen, en beloofden hem den vrede en hunne
+oprechte vriendschap: dat was de erkenning van het Belgisch koningdom.
+Intusschen weigerde Holland het Verdrag bij te treden, dat dadelijk door
+Koning Leopold, Louis-Philippe en Willem IV van Engeland onderteekend werd;
+Oostenrijk en Rusland, die nochtans de erkenning van het koninkrijk Belgi&euml;
+betreurden, en ook eindelijk Pruisen traden de XXIV Artikelen bij
+(Januari-Maart 1832).</p>
+
+<hr style='width: 45%;' />
+
+<p>De Belgen konden nu den vrede verhopen; maar eenerzijds dreigde de strijd
+met Holland opnieuw te beginnen, anderzijds ontstonden moeielijkheden
+nopens de ontmanteling van de zuidelijke grenssteden. Immers, men had op de
+Conferentie de slechting van de sterkten Charleroi en Doornik vervangen
+door die van Mariembourg en Philippeville (14<sup>en</sup> December). Frankrijk,
+dat nog altijd zijne hoop niet opgegeven had om deze twee laatste steden te
+verkrijgen, teekende hiertegen verzet aan. Louis-Philippe dreigde zelfs het
+traktaat van 15<sup>en</sup> November niet goed te keuren en oefende op Koning
+Leopold eene echte drukking uit; ook Talleyrand gaf zich veel, maar
+vergeefsche moeite, om Frankrijks eigenliefde te vrijwaren. Eindelijk
+stelde Leopold, die uit alle krachten Frankrijk zocht te bevredigen, met
+goedkeuring van Louis-Philippe, eene verklarende nota aan de Conferentie
+voor, die door de gevolmachtigden der vier andere Mogendheden aangenomen
+werd: haar hoofdinhoud luidde dat de bepalingen der overeenkomst van
+14<sup>en</sup> December 1831, aangaande de daar vermelde vestingen, geen inbreuk
+mochten maken op de volle souvereiniteit van den Koning van Belgi&euml; en de
+onafhankelijkheid van dit land (23<sup>en</sup> Januari 1832).</p>
+
+<p>Indien Leopold zijne genegenheid voor Frankrijk gedurende deze
+onderhandelingen niet verborgen had, was het dat hij een nog inniger
+verbond met dit land wenschte: namelijk zijn huwelijk met een der dochters
+van Louis-Philippe. Hier ook waren hinderpalen uit den weg te rui<span class='pagenum'><a name="Page_219" id="Page_219">[219]</a></span>men:
+vooreerst de weinige neiging van den Franschen Vorst voor die
+echtverbintenis; ten tweede de vrees van Leopold om een oogenblik zijn Rijk
+te verlaten. Toch kwam het tot een onderhoud met Louis-Philippe te
+Compi&egrave;gne den 28<sup>en</sup> Mei: den 9<sup>en</sup> Augustus huwde Leopold aldaar de
+twintigjarige Louise-Marie van Orleans.</p>
+
+<p>Den 18<sup>en</sup> April 1832 hadden de Oostelijke machten, die vruchteloos Koning
+Willem tot de onderteekening van het Verdrag der XXIV Artikelen aangemaand
+hadden, eindelijk moede van vragen, hunne bekrachtiging tegen Belgi&euml;s
+aanvaarding bij Van de Weyer te Londen gewisseld. De Nederlandsche Vorst
+antwoordde met een nieuw en krachtdadig protest, en hield voort bijna
+100,000 man onder de wapens. Die uitdagende houding van Holland, een gevolg
+van den goeden uitslag van den Tiendaagschen Veldtocht, verplichtte Koning
+Leopold voortdurend aan de herinrichting van het Belgische leger te werken;
+door generaal Belliard, die als een soort van opperbevelhebber der troepen
+optrad, en talrijke andere Fransche officieren bijgestaan, bereidde hij
+zich tot het afslaan van eenen nieuwen aanval voor; en alhoewel het
+onderhoud van de troepen, die de krijgsbegrooting op onrustwekkende wijze
+deed stijgen, 's lands middelen uitputte, zette hij zijne
+krijgstoebereidselen onverpoosd voort.</p>
+
+<p>Intusschen had de koppigheid van Willem de Conferentie ongeduldig gemaakt,
+en in Juli sprak Palmerston reeds aan Van Zuylen, Falck's opvolger te
+Londen, van dwangmiddelen te gebruiken jegens zijnen meester, die
+voortdurend weigerde Antwerpen en de Scheldeforten over te leveren. Door
+toedoen van Stockmar werd zelfs gepoogd om het vraagstuk van Antwerpen door
+eene Belgisch-Hollandsche conferentie op te lossen; doch vruchteloos. De
+Conferentie drukte alsdan haar misnoegen aan den Nederlandschen Koning uit;
+Frankrijk en Engeland stelden een gewapende tusschenkomst voor, maar de
+Oostelijke machten deelden geenszins in die zienswijze. Na eenige
+bedenkingen omtrent het gevaar van een tweeden Franschen inval in Belgi&euml;,
+<span class='pagenum'><a name="Page_220" id="Page_220">[220]</a></span>teekende Palmerston met Talleyrand de akte van 22<sup>en</sup> October 1832,
+waarbij de twee regeeringen zich met de uitvoering van het Verdrag der XXIV
+Artikelen gelastten; Koning Willem kreeg tot den 2<sup>en</sup> November om
+Antwerpen te ontruimen, zoo niet zou men al de Hollandsche schepen kapen
+die men kon aanklampen, en een Fransch leger voor de citadel van Antwerpen
+sturen. Uitdrukkelijk werd er bijgevoegd dat de tusschenkomst der Franschen
+door Koning Leopold moest worden ingeroepen en dat zij, dadelijk na
+Antwerpens inneming, Belgi&euml; moesten verlaten. Pruisen en Rusland trokken
+zich daarop uit de Conferentie terug, zonder dat de twee Westelijke machten
+zich daar verder om bekreunden.</p>
+
+<p>Willem's regeering antwoordde moedig, den 2<sup>en</sup> November, dat zij
+Antwerpen zou verdedigen. Daarop werd beslag gelegd op de Hollandsche
+schepen, die in de havens van Frankrijk en Engeland geankerd lagen, en de
+Engelsche en Fransche vloot aan de Duinen bijeengekomen, stevenden naar de
+kusten van Holland. Doch niets kon den trots van den Nederlandschen Vorst
+doen buigen.</p>
+
+<p>Dan vroeg generaal Goblet, minister van oorlog, de hulp van het Fransche
+leger om Belgi&euml; door de Hollanders te doen ontruimen (9<sup>en</sup> November). Den
+volgenden dag werd eene voor de Belgische troepen zeer vernederende
+overeenkomst gesloten; deze zouden aan het beleg geen deel nemen, al de
+posten rondom Antwerpen zouden aan de Franschen overgelaten worden, en een
+garnizoen van ten hoogste 6000 man mocht onzijdig in die stad verblijven;
+ook verwekte die conventie hartstochtelijke besprekingen in de Kamers.</p>
+
+<p>Den 15<sup>en</sup> November 1832 trokken G&eacute;rard en de hertog van Orleans de grens
+over, met een leger van 60,000 man en een aanzienlijke massa grof geschut;
+den 4<sup>en</sup> December begon de beschieting van de citadel van Antwerpen.
+Chass&eacute; had verklaard dat hij zich slechts zou overgeven, na al zijn
+middelen van verdediging uitgeput te hebben; hij hield woord. Slechts na
+een geweldig bombardement, dat zijn vestingen in gruis gelegd en meer dan
+duizend der 4,500 verdedigers gedood had, deed Chass&eacute; de witte vlag
+hijschen; liever dan zich over te geven, liet Koopman, bevelhebber van
+twaalf kanonneerbooten op de Schelde, deze zinken. Zelfs de<span class='pagenum'><a name="Page_221" id="Page_221">[221]</a></span> vijand stond
+in bewondering voor de heldhaftige verdediging van die koene krijgers
+(23<sup>en</sup> December 1832). Daar nu Koning Willem in de ontruiming van de
+verdere forten van Lillo en Liefkenshoek nog niet wilde toestemmen, werd de
+dappere generaal met het garnizoen, als krijgsgevangenen naar Frankrijk
+gestuurd. Het Fransche leger kreeg overigens, dadelijk na den val van
+Antwerpen, het bevel om naar Frankrijk terug te keeren, en leverde de
+citadel aan de Belgische troepen over.</p>
+
+<p>Holland, door de blokkade van zijne kusten zeer benadeeligd, werd weldra
+genoodzaakt met Engeland en Frankrijk te onderhandelen: door bemiddeling
+van Pruisen, werd tusschen de drie regeeringen eene voorloopige
+overeenkomst gesloten, die de vijandelijkheden deed staken; aan Willem werd
+de belofte opgelegd, Belgi&euml; niet meer aan te vallen; en Schelde en Maas
+werden vrij verklaard tot de opstelling van een bepaald verdrag (21<sup>en</sup>
+Mei 1833). De schikkingen, betrekkelijk de vaart op de Maas, werden
+omstandig geregeld door de Conventie van Zonhoven, den 18<sup>en</sup> November
+daaropvolgende, tusschen Bernhard van Saksen-Weimar en generaal Dibbits
+eenerzijds en generaal baron Hurel anderzijds gesloten: dit was de eerste
+akte die tusschen Belgi&euml; en Holland opgemaakt is. Met dezen voorloopigen
+toestand hadden de Mogendheden vrede, en daar Koning Willem zelf weinig
+geneigd scheen om er van af te wijken, ging de Conferentie van Londen in
+November uiteen, zonder aan haar werk de volkomen bekrachtiging te hebben
+kunnen bijzetten.</p>
+
+<p>Alzoo ging, gedurende de vijf volgende jaren, het jonge Koninkrijk Belgi&euml;
+zijnen weg en beijverde zich, door het heropbeuren van den kwijnenden
+handel en de stil liggende nijverheid, door het aanleggen van spoorwegen
+(op voorstel van minister Rogier), door het uitvoeren van openbare werken,
+om den welstand in de provinci&euml;n te doen terugkeeren. Daar de Koning van
+Holland het verdrag der XXIV Artikelen weigerde te onderteekenen, betaalde
+Belgi&euml; de jaarlijksche rente niet, en behield Limburg en Luksemburg,
+waarvan de afgevaardigden te Brussel in de Kamers zetelden en welke door
+Belgische ambtenaren bestuurd werden.<span class='pagenum'><a name="Page_222" id="Page_222">[222]</a></span></p>
+
+<p>Zoo sleepte de toestand voort, toen plots Koning Willem den 14<sup>en</sup> Maart
+1838, tot de aanvaarding van het Verdrag van 1831 besloot; dit besluit
+baarde de grootste verrassing en verslagenheid te Brussel. De Kamers waren
+het tooneel van de hartstochtelijkste debatten; de met afstand bedreigde
+inwoners teekenden hevig verzet aan; men wilde van geene scheiding weten.
+Maar noch Palmerston, noch het kabinet van Louis-Philippe wilden de Belgen
+in hunne &laquo;dwaze pogingen&raquo; ondersteunen. Vruchteloos bood Leopold 60.000.000
+frank aan Holland, in vergoeding voor de gedeelten van Limburg en
+Luksemburg. De Conferentie bleef onverbiddelijk; nauwelijks gelukte het aan
+De Theux, minister van buitenlandsche zaken, enkele verzachtingen op eenige
+bepalingen te verkrijgen, namelijk omtrent de verdeeling van de schuld, die
+voor Belgi&euml; tot eene jaarlijksche rente van vijf millioen gulden verminderd
+werd.</p>
+
+<p>Nog wilde de openbare meening in Belgi&euml; niet toegeven: de regeering van
+Leopold werd door de Limburgsche en Luksemburgsche volksvertegenwoordigers
+heftig aangevallen; uit Parijs, waar hij zich sedert jaren teruggetrokken
+had, stookte L. de Potter het vuur aan. Alsdan riepen de misnoegde
+Mogendheden hunne gezanten terug; ook de geweldige handelscrisis deed den
+strijdlust der Belgen weldra koelen. De stormachtige zittingen van de
+Kamers, waarin soms het publiek der tribunen tusschenkwam, namen ten slotte
+een einde. 't Is bij zijne ontkennende stemming over het voorstel, dat
+Gendebien zijnen beruchten uitroep deed: &laquo;Ik stem neen! 380.000 maal neen!
+voor de 380.000 Belgen die gij aan de vrees opoffert!&raquo; Den 19<sup>en</sup> Maart
+1839 stemden de Kamer der Volksvertegenwoordigers en eene week later de
+Senaat goedkeurend over het Verdrag van Londen. Het werd aldaar, den
+19<sup>en</sup> April 1839, onderteekend door Belgi&euml;, Holland, den Duitschen Bond
+en de vijf groote Mogendheden.</p>
+
+<p>In Holland zelf had intusschen de Vorst, dien men vroeger &laquo;Vader Willem&raquo;
+noemde, geheel en al zijne populariteit verloren. Hij kon het wel zien,
+toen den 20<sup>en</sup> December 1839 zijn voorstel om 56 millioen te ontleenen
+tot het dekken der<span class='pagenum'><a name="Page_223" id="Page_223">[223]</a></span> schuld, benevens het ontwerp van begroeting, verworpen
+werd; de oppositie eischte eene grondwetsherziening en bekwam de zoo lang
+gevraagde ministerieele verantwoordelijkheid (6<sup>en</sup> September 1840). En
+wanneer de oude Koning zijn inzicht te kennen gaf, met de Belgische
+katholieke gravin d'Oultremont in het huwelijk te treden, ging zulk een
+geschreeuw in het land op, dat hij van de kroon afstand deed (7<sup>en</sup>
+October 1840), en met zijne gemalin en zijn overgroot fortuin naar Berlijn
+trok, waar hij drie jaar later overleed.</p>
+
+<p>Met zijnen opvolger, Willem II, den prins van Oranje, sloot Belgi&euml;, den
+5<sup>en</sup> November 1842, het eindverdrag, dat alle moeielijkheden aangaande de
+grenzen, de scheepvaart en de schuldverdeeling vereffende.</p>
+
+
+<h4>Besluit</h4>
+
+<p>Veroorzaakt door het slecht beleid van de Hollandsche regeering, aangevuurd
+door de kuiperijen van de Fransche clubs in Belgi&euml;, mogelijk gemaakt door
+het verbond der geestelijkheid met de vrijzinnigen, bekrachtigd door den
+naijver en de hebzucht van Engeland en Frankrijk, is de Belgische
+Omwenteling in hare gevolgen op zeer verschillende wijzen beoordeeld
+geworden.</p>
+
+<p>Ondanks de veroordeeling der Belgische Grondwet door Paus Gregorius XVI,
+die de vrijheid van geweten &laquo;een pest en een geestverwarring&raquo; en die van
+drukpers &laquo;eene verderfelijke ongeregeldheid&raquo; noemde (15<sup>en</sup> Augustus
+1832), trachtten de katholieken voor zich zelven, met volle handen, het
+rijkste gewin uit de onbeperkte grondwettelijke vrijheden te putten;
+onafhankelijk van alle tusschenkomst van den Staat en toch door hem
+bezoldigd, bemachtigde de geestelijkheid alras het lager onderwijs door de
+stichting van vrije scholen, en oefende een feitelijk gezag zelfs op de
+Staatsscholen uit; het platteland werd door de priesters vol<span class='pagenum'><a name="Page_224" id="Page_224">[224]</a></span>komen
+beheerscht, en men weet, door talrijke tot het Congres gerichte
+protestaties, dat zij de verkiezingen voor de gemeenteraden in persoon
+bestuurden. De clericale partij vond dus in de gevolgen van de Omwenteling
+voordeelen die zij nooit te voren had mogen droomen: ook behooren de
+eersten die de Revolutie in hunne schriften verdedigden, Robiano de
+Borsbeek (1832), Nothomb (1833) en De Gerlache (1839) tot de katholieke
+partij.</p>
+
+<p>Robiano de Borsbeek, de agent der Jezuieten &mdash; die, naar men beweerde, in
+November 1829 ineens 80,000 frank van die orde ontvangen had om de
+geestelijkheid tegen Koning Willem op te jagen &mdash; na de wijze uiteengezet
+te hebben waarop de katholieken, uit de door de Grondwet gewaarborgde
+vrijheden, voordeel kunnen trekken, roemt de Constitutie onvoorwaardelijk.</p>
+
+<p>Uit een liberaal standpunt noemt de groote liberale geschiedschrijver en
+rechtsgeleerde Prof. F. Laurent de Omwenteling &laquo;de groote fopperij van
+1830&raquo;: en ontegensprekelijk zijn de Liberalen in hunne Unie met de
+Katholieken gefopt geweest, zooals het reeds bleek door de schoolwet op het
+lager onderwijs van 1842.</p>
+
+<p>Nog v&oacute;&oacute;r het afkondigen der Grondwet zag men de kloosters, waarvan Jozef
+II, de Fransche Revolutie en Willem I ons verlost hadden, alom weer
+oprijzen. De geestelijke orden van beider kunne maakten zich de
+regeeringloosheid te nutte om in der haast in de Zuidelijke Nederlanden
+neer te strijken. Veel liever dan in Frankrijk te blijven, waar de
+Jacobijnen van de Clubregeering hun een onverzoenlijken oorlog aandeden,
+kwamen de Jezu&iuml;eten, die zoo krachtig de Revolutie geldelijk ondersteund
+hadden, verder de Broeders der Christelijke Leering, de Kapucijnen en
+andere monniken, mitsgaders talrijke nonnencongregaties, zich in ons land
+vestigen; en sedert het midden van October werden de Vlaamsche gewesten
+door een leger paters en nonnen van alle slag om zoo te zeggen overrompeld.
+De wijsgeerige handelingen van L. de Potter en zijne vrienden, en de
+liberale strekking van de hoogere geestelijkheid waren gelukkiglijk een
+tegenwicht: anders zou de Belgische Omwenteling van<span class='pagenum'><a name="Page_225" id="Page_225">[225]</a></span> 1830 eene tweede
+verbeterde uitgave der clericale Brabantsche Omwenteling van 1789 zijn
+geworden.</p>
+
+<p>Uit een sociaal-&#339;conomisch oogpunt was de Belgische Omwenteling, volgens
+den geleerden staathuishoudkundige Emile de Laveleye een groote misgreep:
+niemand zal betwisten dat de bestuurlijke scheiding tusschen Holland en
+Belgi&euml;, door het behoud van eene gezamenlijke vloot en van de uitvoerhavens
+naar de Oostindische koloni&euml;n, voor handel, nijverheid en maatschappij
+voordeeliger zou geweest zijn, dan de volkomen scheuring der Nederlanden.
+De telkens terugkeerende crisissen, die voor koop- en werklieden dadelijk
+na de Septemberdagen begonnen, zijn er het rechtstreeksch bewijs van.</p>
+
+<p>Ook werd het Europeesch evenwicht er door geschokt, nu dat Frankrijk niet
+meer in toom gehouden werd door het Koninkrijk der Nederlanden, zoodat
+dezelfde Prof. E. de Laveleye de Belgische Omwenteling &laquo;eene misdaad tegen
+de rust van Europa&raquo; heeft genoemd.</p>
+
+<p>Maar het is nutteloos zich over die daad te berouwen. Een volk mag zijn
+tijd niet verspillen met het verleden te betreuren, het moet de toekomst in
+de oogen kijken en manmoedig voorbereiden. Belgi&euml; heeft door zijn
+werkdadigheid en vernuft bewezen, dat het recht had op de
+onafhankelijkheid: vijf en zeventig jaar van stoffelijken vooruitgang,
+vrede en rust hebben het afdoende betoogd.</p>
+
+<p>Maar voor ons, Vlamingen, heeft de Omwenteling gevolgen gehad, die wij
+nooit mogen vergeten. Die zijn te wijten aan de partijdige houding
+tegenover Vlaamsch-Belgi&euml; van de leiders der Omwenteling, die na October
+1830 het bewind in handen gehad hebben.</p>
+
+<p>Immers, het Voorloopig Bewind, de twee ministeries van den Regent en de
+ministeries die malkander tot in het midden van de regeering van Leopold I
+opgevolgd zijn, hebben stelselmatig alles in 't werk gesteld om niet alleen
+de stoffelijke, maar ook de geestelijke belangen van het Vlaamsche volk te
+verwaarloozen ten voordeele van de Walen.</p>
+
+<p>Het gansche land door had de Omwenteling den onmiddellijken stilstand van
+handel en nijverheid, de stremming<span class='pagenum'><a name="Page_226" id="Page_226">[226]</a></span> van alle ondernemingen, de vermindering
+van de waarde der eigendommen, en niet het minst het verlies van het
+crediet na zich gesleept; vele fabrieken, die vroeger door Koning Willem
+ondersteund werden of op het Nijverheidsfonds teerden, hadden hunne
+arbeiders moeten afdanken: de werkloosheid werd zoo groot dat men de
+arbeidersklasse tot het uitvoeren van openbare werken moest gebruiken.
+Gent, Antwerpen, Oostende, die zulk een hoogen trap van bloei en welvaart
+onder het Hollandsch bestuur bereikt hadden, zagen, de eerste hare
+weefgetouwen en andere mekanieken stilvallen, de twee andere hunne
+handelsvloot verhuizen of in hunne dokken verrotten.</p>
+
+<p>Vlaanderens &#339;conomisch verval in 't bijzonder was zoo openbaar, dat zelfs
+Louis-Philippe er de aandacht van Talleyrand op vestigde. Welnu, in plaats
+van Vlaamsch-Belgi&euml; uit dien hachelijken toestand te redden, lieten de
+verschillende besturen, die sedert October 1830 elkander opvolgden, deze
+vroeger zoo welige streek, uit voorliefde voor den Waal, volkomen
+verkwijnen.</p>
+
+<p>Het door koning Willem gegraven kanaal van Terneuzen werd niet voltooid; de
+haven van Oostende wachtte lang en vruchteloos naar verbetering; de
+ontworpen vaarten in Vlaanderen en in de Kempen werden voor geruimen tijd
+verdaagd. Terwijl het Walenland als in een net van Staatsspoorwegen
+omwikkeld was, bleven West-Vlaanderen en Limburg er zonder; en de rijks- en
+provinciestraten die tijdens het Hollandsch bewind zulke gunstige
+uitbreiding genomen hadden, werden nauwelijks onderhouden. Aan het
+Walenland werden de officieele toelagen voor allerlei openbare werken
+kwistig uitgedeeld, maar Vlaamsch-Belgi&euml; en bepaaldelijk het Orangistische
+Gent werden door de verfranschte bureaucraten te Brussel uit alle
+gouvernementeele gunsten gesloten gehouden.</p>
+
+<p>Men kende slechts de Vlamingen als 't er op aankwam om te betalen; dank zij
+een gebrekkige kadastrale verdeeling werden de Walen, in zake
+grondbelasting, in verhouding tot de Vlamingen op de onrechtvaardigste
+wijze, lange jaren, begunstigd; Julius Vuylsteke heeft in zijn <i>Korte
+Statistieke<span class='pagenum'><a name="Page_227" id="Page_227">[227]</a></span> Beschrijving van Belgi&euml;</i> de schreeuwende wanverhouding
+aangetoond in de verdeeling der belastingen ten opzichte van de Waalsche
+provincies en het Vlaamsche platteland. Ook de visscherij aan de Noordzee
+liet men doodkwijnen, daar de Walen, die in de achtereenvolgende
+ministeries alles beheerschten, schenen te vergeten dat Belgi&euml; een
+Vlaamsche zeekust bezat, die geen mindere schatten bevatte dan de Waalsche
+mijnen.</p>
+
+<p>Doch deze verwaarloozing of ontkenning van de stoffelijke belangen van de
+Vlamingen wordt nog in de schaduw gesteld, door de verdrukking van hunne
+verstandelijke rechten.</p>
+
+<p>V&oacute;&oacute;r 1830 was er een algemeen geschreeuw in de rangen van de oppositie
+opgegaan, toen Willem zijne taalbesluiten afgekondigd had, en de
+advocaten-journalisten van Luik en Brussel hadden de regeering verweten,
+dat zij het Nederlandsch aan de Walen wilde opdringen: een onjuiste
+bewering. Maar nu, door eene soort van reactie tegen het schrikmiddel dat
+zij zelf gesmeed hadden, beproefden de Fransche en Waalsche leiders van de
+Omwenteling, onze taal in Vlaamsch-Belgi&euml; uit te roeien. Durfde niet
+Nothomb, in zijn berucht <i>Essai sur la R&eacute;volution Belge</i>(1834) &mdash; eene
+verdediging van het gedrag van de hoofden van de beweging &mdash; de Vlamingen
+aansporen &laquo;openlijk de Fransche taal aan te nemen?&raquo; Toonden zich niet de
+Rogiers en hunne vrienden in alle omstandigheden de vijanden van de
+Vlaamsche taal, en trachtten zij niet, op alle mogelijke wijzen, het
+Fransch in Vlaamsch-Belgi&euml; te verspreiden?</p>
+
+<p>Den dag na zijne aanstelling, was de eerste daad van het Voorloopig Bewind
+het Staatsblad uitsluitend in de Fransche taal op te stellen (5<sup>en</sup>
+October); tien dagen nadien schafte zij de Vlaamsche Kamer af, die over de
+vonnissen uit Limburg bij het Beroepshof van Luik uitspraak deed. Einde
+October werd de Vlaamsche taal insgelijks uit het leger gebannen; bevelen
+en bestuur zouden voortaan in het Fransch &laquo;als zijnde de in Belgi&euml; meest
+verspreide taal&raquo; geschieden. Men vergete daarbij niet dat er in 1831 op
+2700 officieren nog geen 150 Belgen waren; de overige waren, tot
+Wellingtons groote ergernis, door Leopold aan<span class='pagenum'><a name="Page_228" id="Page_228">[228]</a></span>geworven Franschen, en zijn
+generale staf bevatte 24 Franschen tegenover 4 Belgen.</p>
+
+<p>Den 16<sup>en</sup> November 1830 vaardigde het Voorloopig Bewind &mdash; dat nochtans,
+sedert de aanstelling van het Congres, van de wetgevende macht beroofd was
+&mdash; zijn berucht treurig Besluit uit, dat straffeloos onze taal versmaadde
+en met de voeten trapte.</p>
+
+<p>&laquo;Overwegende, zeiden Rogier, Gendebien. F&eacute;lix de M&eacute;rode en Van de Weyer,
+dat het Vlaamsch, door de inwoners van zekere plaatsen (?) gesproken,
+verschilt van provincie tot provincie en soms van omschrijving tot
+omschrijving, zoodat het onmogelijk zijn zou den tekst der wetten en
+besluiten in die taal af te kondigen, zal het Fransch in Belgi&euml; de eenige
+officieele taal zijn.&raquo; Wel is waar werd het gebruik van het Nederlandsch
+toegelaten, doch onder zulke voorwaarden, dat de aanwezigheid van &eacute;en
+Vlaamschonkundige onder de rechters, de Fransche taal aan een gansche
+omschrijving opdrong. En in het bestuur zoowel als in het leger welk een
+onrechtvaardige verhouding tusschen Vlamingen en Walen: bijna geen
+Vlaamsche officieren, bijna geen Vlaamsche ambtenaren; dit was het gevolg
+van de geweldige plaatskensjacht, waarmede de Walen hunne taalgenooten van
+'t Voorloopig Bewind bestormd hadden.</p>
+
+<p>Onrechtvaardige taalbesluiten, onrechtvaardige verdeeling der ambten: voor
+dezelfde grieven had de Waalsche oppositie het tot de Omwenteling gebracht,
+en het Koninkrijk der Nederlanden vaneengescheurd; de gedwee&euml; Vlaming liet
+maar alles lijdzaam gebeuren.</p>
+
+<p>De ministeries van Leopold zetten de kroon op dit hatelijk
+verfranschingswerk met het Fransch als voertaal aan de overgebleven
+officieele onderwijsgestichten op te dringen. Wij zeggen de nog
+overgebleven gestichten: want in de eerste dagen der Omwenteling, die in
+Vlaamsch-Belgi&euml; meestal een clericaal karakter had aangenomen, waren de
+lagere officieele scholen door de geestelijkheid weggekuischt, met zulk een
+wraaklust, dat de landkaarten van de muren werden gerukt, de leertoestellen
+in een vreugdevuur verbrand, en dat de koperen gewichten van het metriek
+stelsel<span class='pagenum'><a name="Page_229" id="Page_229">[229]</a></span> naar de kinderen gegooid werden om er mee te spelen; de
+gemeentebesturen sloten eenvoudig de colleges en wierpen de wereldlijke
+leeraars buiten om ze door priesters te vervangen. In tien jaar tijds viel
+de gemiddelde wedde der schoolmeesters van 300 op 210 frank; het getal
+scholen viel van 4000 op 2000; en door de afschaffing der opzieners van 't
+onderwijs verdween alle toezicht op de scholen.</p>
+
+<p>In October had het Voorloopig Bewind de drie Staatshoogescholen afgeschaft
+en ze in de volgende maand heringericht, doch derwijze verminkt, dat de
+twee voorbereidende faculteiten ontbraken. Na de inrichting van de
+hoogeschool te Leuven door de Katholieken en die te Brussel door de
+Liberalen (1834-1835), werd de regeering verplicht de twee
+Staatshoogescholen te Gent en te Luik te herstellen; doch voor het
+middelbaar en het lager onderwijs deed zij niets! Het onderwijs in
+Vlaanderen, zonder programma, zonder toezicht van de openbare besturen, in
+handen van eene in 't algemeen zeer weinig ontwikkelde geestelijkheid,
+bleef gedurende jaren bijna nul: van daar weldra het ontzettend getal
+ongeletterden in een streek die onder Willem's regeering zooveel beloofde!</p>
+
+<p>In de gestichten, die aan de ramp ontsnapt waren, voerde nu het hooger
+bestuur het Fransch als voertaal in! Nevens de algemeene onwetendheid van
+de bevolking schiep men aldus een kloof tusschen de verlichte standen en de
+lagere volksklasse, hetgeen onberekenbare gevolgen moest hebben.</p>
+
+<p>Het doel scheen bereikt; reeds jubelden deze Franschgezinde meesters over
+de uitroeiing van de taal van de groote meerderheid der bevolking. Doch,
+daar ontstaat de Vlaamsche Beweging; de Vlaamsche Commissie legt de grieven
+van de Vlaamsche bevolking bloot......</p>
+
+<p>De volgende hoofdstukken zullen uitwijzen hoe het Vlaamsche volk,
+niettegenstaande de Waalsche overheersching en dank zij zijn taaien moed en
+de aanhoudendheid van de leiders onzer Beweging, op velerlei gebied aan de
+ondergeschiktheid kon ontsnappen en zich voorbereidt om de geleden schade
+in te halen.</p>
+
+<div class="footnotes">
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_26_26" id="Footnote_26_26"></a><a href="#FNanchor_26_26"><span class="label">[26]</span></a> S. Van de Weyer had aan Leopold op 6<sup>en</sup> Oogst het zeer
+overdreven nieuws van een Belgischen opstand op Java geseind; de minister
+van oorlog D'Hane aarzelde niet aan Lebeau te melden, dat de Belgische
+troepen zich te Batavia van de regeering meester gemaakt hadden en een
+bestuur ingericht in naam van het Belgische volk. De minister voegde erbij
+dat het gansche eiland zich aan die regeering onderworpen had, en dat de
+Koning hem uitnoodigde een agent naar Batavia te sturen.<span class='pagenum'><a name="Page_230" id="Page_230">[230]</a></span></p></div>
+
+</div>
+
+<h3><a name="STICHTING_BIB" id="STICHTING_BIB"></a>Bibliographie</h3>
+
+<h4>van de twee laatste hoofdstukken</h4>
+
+<p>C. P. E. Robid&eacute; van der Aa, <i>Catalogus van boekwerken en vlugschriften,
+betreffende de woelingen in het zuidelijk gedeelte der Nederlanden</i>, 3 dln.
+(Amsterdam, 1838-1840). &mdash; a) <span class="smcap">Officieele akten</span>: <i>L'Union belge</i> (Voorloopig
+Bewind), 10 October 1830-3 Maart 1831 (Brussel); <i>Le Moniteur belge</i>
+(Brussel, sedert 16 Juni 1831); J. G. Verstolk van Soelen, <i>Recueil de
+pi&egrave;ces diplomatiques relatives aux affaires de la Hollande et de la
+Belgique en 1830-1832</i>, 3 dln. ('s Gravenhage, 1831-1833); E. Huyttens de
+Terbecq, <i>Discussions du Congr&egrave;s National de Belgique</i>, 5 dln. (Brussel,
+1844-1845); Lagemans, <i>Recueil des trait&eacute;s et conventions conclus par le
+Royaume des Pays-Bas depuis 1813</i>, 10 dln. ('s Gravenhage, 1858-90). &mdash; b)
+<span class="smcap">Dagbladen</span>: zie A. Warz&eacute;e, <i>Essai historique et critique sur les journaux
+belges</i> (Gent, 1845). &mdash; c) <span class="smcap">Vlugschriften</span>: Ch. Froment, <i>&Eacute;tudes sur la
+R&eacute;volution belge</i> (Gent, 1834); brochures van graaf van Hogendorp, S. Van
+de Weyer en Libry-Bagnano, aangehaald door Nothomb. <i>Essai historique et
+politique</i> (blz. 39-40). &mdash; d) <span class="smcap">Brieven</span>: J. R. Thorbecke, <i>Brieven</i> 1830-32
+('s Gravenhage, 1873); G. K. van Hogendorp, <i>Brieven</i>, 4 dln. ('s
+Gravenhage, 1866-67).-e) <span class="smcap">Gedenkschriften</span>: Van der Duyn van Maasdam en Van
+der Capellen, <i>Notices et Souvenirs biographiques</i> (St Germain-en-Laye,
+1852): J. Lebeau, L. de Potter, H. de M&eacute;rode, zie hooger; K. Pletinckx,
+<i>Souvenirs r&eacute;volutionnaires</i> (Brussel, 1857); A. J. Goblet d'Alviella,
+<i>M&eacute;moires historiques</i>, 2 dln. (Brussel, 1864-65); A. L. Van der Meere,
+<i>M&eacute;moires</i> (Brussel, 1880); Prince de Talleyrand, <i>M&eacute;moires</i>, uitg. Duc de
+Broglie, 5 dln. (Parijs, 1891); E. Bertin, <i>Journal intime de
+Cuvillier-Fleury</i>, 2 dln. (Parijs, 1900-1902). &mdash; f) <span class="smcap">Levensberichten</span>: Th.
+Juste, <i>Les Fondateurs de la monarchie belge</i>, onder dewelke ook Lord
+Palmerston en B<sup>on</sup> Stockmar, 22 dln. (Brussel, 1866-1878); L. Jottrand,
+<i>Louis de Potter</i> Brussel, 1860); E. Discailles, <i>Charles Rogier</i>, 4 dln.
+(Brussel, 1892-1895); Mgr. G. Monchamp, <i>L'&Eacute;v&ecirc;que Van Bommel et la
+R&eacute;volution belge</i> (in <i>Bulletin de l'Acad&eacute;mie de Belgique</i>, 1905); H.
+Siccama, <i>Vie d'Antoine Falck</i> ('s Gravenhage, 1860); B<sup>on</sup> de Sirtema de
+Grovestins, <i>Le Baron Robert Fagel</i> ('s Gravenhage, 1857); H. von Gagern,
+<i>Das Leben des Generals F. von Gagern</i>, 2 dln. (Leipzig, 1856-57); H.
+Bulwer Lytton, <i>The Life of Palmerston</i>, 3 dln. (Londen, 1870). &mdash; g)
+<span class="smcap">Gelijktijdige schriften</span>: Buiten Nothomb en De Gerlache hooger vermeld, W.
+Grave van Bylandt, <i>Verhael van het oproer te Brussel</i> ('s Gravenhage,
+1831); Don Juan van Halen, <i>Les Quatre Journ&eacute;es</i> (Brussel,<span class='pagenum'><a name="Page_231" id="Page_231">[231]</a></span> 1831); M. de
+Warguy, <i>Esquisses historiques de la R&eacute;volution en Belgique</i> (Brussel,
+1831); Kessels, <i>Pr&eacute;cis des op&eacute;rations militaires durant les quatre
+journ&eacute;es de septembre</i> (Brussel, 1831); Ch. de Leutre, <i>Histoire de la
+R&eacute;volution belge</i>, 3 dln. (Brussel, 1849). &mdash; Ch. White, <i>The Belgian
+Revolution</i>, 2 dln. (Londen, 1835); Ch. Lefebvre de B&eacute;court, <i>La Belgique
+et la R&eacute;volution de Juillet</i> (Parijs, 1835); Ungewitter, <i>Geschichte der
+Niederlande und der Belgischen Revolution</i> (Leipzig, 1832). &mdash; B<sup>on</sup> de
+Keverberg, <i>Du Royaume des Pays-Bas et de sa crise actuelle</i>, 2 dln. ('s
+Gravenhage, 1835), zeer scherpe critiek op Nothomb's hoogervermeld <i>Essai
+historique</i> (1833); antwoord van Nothomb in het dagblad <i>L'Ind&eacute;pendant</i>
+(Februari-Maart 1835). &mdash; Ad. Bartels, <i>Les Flandres et la R&eacute;volution
+belge</i> (Brussel, 1834); en <i>Documents historiques sur la R&eacute;volution belge</i>
+(Brussel, 1836). &mdash; J. B. Van der Meulen, priester, <i>Willem, ingedrongen
+koning der Nederlanden</i>, 2 dln. (Brussel, 1839). &mdash; Ch. Durand, <i>Dix jours
+de campagne ou la Hollande en 1831</i> (Amsterdam, 1832). &mdash; Chevalier de
+Richemond, <i>Campagne de 1832 en Belgique</i> (Parijs, 1833). &mdash; h) <span class="smcap">Moderne
+geschiedkundige werken</span>: Th. Juste, <i>La R&eacute;volution belge de 1830 d'apr&egrave;s les
+documents in&eacute;dits</i> (Brussel, 1872); Ch. V. de Bavay, <i>Histoire de la
+R&eacute;volution belge de 1830</i>(Brussel, 1873) en twee terechtwijzende opene
+brieven tot dien oud-Procureur-Generaal door Th. Juste gericht (Brussel,
+1873-74); L. Hymans, <i>Histoire parlementaire de la Belgique de 1830 &agrave;
+1880</i>, 6 dln. (Brussel, 1877-1880); Th. Juste, <i>Le Congres national de
+Belgique</i>, 2 dln. (Brussel, 1850); Prof. J. Bosscha, <i>De Belgische
+Revolutie</i> (Leeuwarden, 1856); zie hooger Nuyens. &mdash; Ph. Van der Kemp, <i>De
+Antwerpsche proclamatie des Prinsen van Oranje</i> (in den <i>Tijdspiegel</i>,
+October 1902-1903), en dezelfde, <i>De Belgische Omwenteling in Luik en
+Limburg</i>, 2 dln. ('s Gravenhage, 1904); W. W&uuml;ppermann, <i>De tiendaagsche
+veldtocht</i> ('s Gravenhage, 1881). &mdash; Graaf Oswald de Kerchove de
+Denterghem, <i>Les pr&eacute;liminaires de la R&eacute;volution belge en 1830 (Revue de
+Belgique,</i> 1896). &mdash; V<sup>te</sup> de Beaumont-Vassy, <i>Histoire des &Eacute;tats
+Europ&eacute;ens depuis le Congr&egrave;s de Vienne, Belgique et Hollande</i> (Parijs,
+1843); Ch. de Ficquelmont, <i>Lord Palmerston, l'Angleterre et le Continent</i>
+(Brussel, 1853); C<sup>te</sup> d'Haussonville, <i>Histoire de la politique
+ext&eacute;rieure du gouvernement fran&ccedil;ais de 1830 &agrave; 1848</i> (Parijs, 1850); L.
+Blanc, <i>Histoire de Dix Ans</i> (Parijs, 1842); Lucien de la Hodde, <i>Histoire
+des soci&eacute;t&eacute;s secr&egrave;tes en France</i> (Parijs, 1850); E. Carlier, <i>Talleyrand et
+la Belgique (Revue de Belgique</i>, 1891); Duc de Broglie, <i>Le dernier
+bienfait de la monarchie, la neutralit&eacute; de la Belgique (Revue des Deux
+Mondes</i>, 1899-1900); R. Guyot, <i>La derni&egrave;re n&eacute;gociation de Talleyrand,
+l'ind&eacute;pendance de la Belgique (Revue d'histoire moderne et contemporaine</i>,
+Parijs, 1900-1901); R. Dollot, <i>Les origines de la neutralit&eacute; de la
+Belgique</i> (Parijs, 1902); Chev. David-Descamps, <i>La neutralit&eacute; de la
+Belgique</i> (Brussel, 1902); Pastoor Fl. de Lannoy, <i>Les origines
+diplomatiques de l'ind&eacute;pendance belge, la Conf&eacute;rence de Londres</i> (Leuven,
+1903). &mdash; L. van Neck, <i>1830 Illustr&eacute;</i> (Brussel, 1902); Ch. Terlinden, <i>La
+R&eacute;volution belge de 1830 racont&eacute;e par<span class='pagenum'><a name="Page_232" id="Page_232">[232]</a></span> les affiches</i> (Brussel, 1903). &mdash;
+Ch. Niellon, <i>Histoire des &eacute;v&eacute;nements militaires et des conspirations
+orangistes de 1830 &agrave; 1833</i> (Brussel, 1868); A. Eenens, <i>Documents
+historiques sur les conspirations militaires de 1831</i>, 3 dln. (Brussel,
+1875-1876). &mdash; J. J. Thonissen, <i>La Belgique sous le r&egrave;gne de L&eacute;opold I</i>, 3
+dln. (Leuven, 1861); G. Oppelt, <i>Histoire g&eacute;n&eacute;rale de la Belgique de 1830 &agrave;
+1860</i> (Brussel, 1861); L. Hymans, <i>Histoire populaire de L&eacute;opold I</i>
+(Brussel, 1864); Th. Juste, <i>L'&eacute;lection de L&eacute;opold I</i> (Brussel, 1867), en
+<i>L&eacute;opold I roi des Belges</i>, 2 dln. (Brussel, 1868); Saint Ren&eacute; Taillandier,
+<i>Le roi L&eacute;opold et la reine Victoria</i>, 2 dln. (Parijs, 1878); Andr&eacute;
+Martinet, <i>L&eacute;opold I et l'intervention fran&ccedil;aise en Belgique en 1831</i>
+(Brussel, 1905).</p>
+
+<p>Zie verder de <i>Biographie Nationale</i>, uitg. door de Kon. Academie van
+Belgi&euml;, en de <i>Patria Belgica</i>, uitg. Van Bemmel, dl. II.</p>
+
+<p>Twee uitstekende samenvattingen zijn: A. Waddington, <i>L'Insurrection belge
+et le Royaume de Belgique</i>, bij Lavisse et Rambaud, <i>Histoire g&eacute;n&eacute;rale de
+l'Europe</i>, dl. X, hoofdstuk IX; en A. Stern, <i>Die Niederlande</i> en
+<i>Begr&uuml;ndung Belgiens</i>, in zijne <i>Geschichte Europas von 1830 bis 1848</i>, dl.
+I (1905), hoofdstukken II en V.</p>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Vlaamsch Belgie sedert 1830, by Various
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VLAAMSCH BELGIE SEDERT 1830 ***
+
+***** This file should be named 26349-h.htm or 26349-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/6/3/4/26349/
+
+Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/26349-h/images/front.jpg b/26349-h/images/front.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a519123
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/front.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i003.jpg b/26349-h/images/i003.jpg
new file mode 100644
index 0000000..075bdca
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i003.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i016.jpg b/26349-h/images/i016.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9864d83
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i016.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i016p.jpg b/26349-h/images/i016p.jpg
new file mode 100644
index 0000000..844de9d
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i016p.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i021.jpg b/26349-h/images/i021.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a4aa07f
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i021.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i028.jpg b/26349-h/images/i028.jpg
new file mode 100644
index 0000000..465b700
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i028.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i048.jpg b/26349-h/images/i048.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d371c71
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i048.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i050.jpg b/26349-h/images/i050.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9e50466
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i050.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i051.jpg b/26349-h/images/i051.jpg
new file mode 100644
index 0000000..75f27a9
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i051.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i053.jpg b/26349-h/images/i053.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4f07beb
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i053.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i055.jpg b/26349-h/images/i055.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0f51cf1
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i055.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i056.jpg b/26349-h/images/i056.jpg
new file mode 100644
index 0000000..690daac
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i056.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i059.jpg b/26349-h/images/i059.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b6860a9
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i059.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i060.jpg b/26349-h/images/i060.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b9f3586
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i060.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i061.jpg b/26349-h/images/i061.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ad5bbf6
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i061.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i062.jpg b/26349-h/images/i062.jpg
new file mode 100644
index 0000000..73d2249
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i062.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i063.jpg b/26349-h/images/i063.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6c237e5
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i063.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i064.jpg b/26349-h/images/i064.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5189817
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i064.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i069.jpg b/26349-h/images/i069.jpg
new file mode 100644
index 0000000..81e147d
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i069.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i072.jpg b/26349-h/images/i072.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a5441fe
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i072.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i073.jpg b/26349-h/images/i073.jpg
new file mode 100644
index 0000000..695b778
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i073.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i077.jpg b/26349-h/images/i077.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d0fc767
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i077.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i079.jpg b/26349-h/images/i079.jpg
new file mode 100644
index 0000000..76ab69c
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i079.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i084.jpg b/26349-h/images/i084.jpg
new file mode 100644
index 0000000..16ccf77
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i084.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i085.jpg b/26349-h/images/i085.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6f10cfb
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i085.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i086.jpg b/26349-h/images/i086.jpg
new file mode 100644
index 0000000..785b1d9
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i086.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i087.jpg b/26349-h/images/i087.jpg
new file mode 100644
index 0000000..417181c
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i087.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i088.jpg b/26349-h/images/i088.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2c89228
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i088.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i091.jpg b/26349-h/images/i091.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f3e9f9b
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i091.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i093.jpg b/26349-h/images/i093.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4deeaec
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i093.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i103.jpg b/26349-h/images/i103.jpg
new file mode 100644
index 0000000..11b929a
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i103.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i105.jpg b/26349-h/images/i105.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4ce1c76
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i105.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i117.jpg b/26349-h/images/i117.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a4dc631
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i117.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i119.jpg b/26349-h/images/i119.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e2d0541
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i119.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i127.jpg b/26349-h/images/i127.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d105a81
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i127.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i133.jpg b/26349-h/images/i133.jpg
new file mode 100644
index 0000000..602b9ce
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i133.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i163.jpg b/26349-h/images/i163.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1eed7c8
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i163.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i185.jpg b/26349-h/images/i185.jpg
new file mode 100644
index 0000000..479ffcc
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i185.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i190.jpg b/26349-h/images/i190.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7449276
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i190.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i195.jpg b/26349-h/images/i195.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0ce34fc
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i195.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i196.jpg b/26349-h/images/i196.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4de6a66
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i196.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i200.jpg b/26349-h/images/i200.jpg
new file mode 100644
index 0000000..69a1526
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i200.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i203.jpg b/26349-h/images/i203.jpg
new file mode 100644
index 0000000..011b2b9
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i203.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i224.jpg b/26349-h/images/i224.jpg
new file mode 100644
index 0000000..fb9d139
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i224.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349-h/images/i229.jpg b/26349-h/images/i229.jpg
new file mode 100644
index 0000000..068565b
--- /dev/null
+++ b/26349-h/images/i229.jpg
Binary files differ
diff --git a/26349.txt b/26349.txt
new file mode 100644
index 0000000..1df44af
--- /dev/null
+++ b/26349.txt
@@ -0,0 +1,7387 @@
+The Project Gutenberg EBook of Vlaamsch Belgie sedert 1830, by Various
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Vlaamsch Belgie sedert 1830
+ Eerste Deel
+
+Author: Various
+
+Editor: Willems-fonds
+
+Release Date: August 18, 2008 [EBook #26349]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VLAAMSCH BELGIE SEDERT 1830 ***
+
+
+
+
+Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe
+
+
+
+
+
+
+VLAAMSCH BELGIE SEDERT 1830
+
+UITGAVE VAN HET VICTOR DE HOON-FONDS
+
+Nr I
+
+Gent, drukkerij V. Van Doosselaere
+
+[Figuur: KAART DER TAALGRENS
+IN BELGIE EN NOORD-FRANKRIJK]
+
+VLAAMSCH BELGIE
+
+sedert 1830
+
+STUDIEN EN SCHETSEN BIJEENGEBRACHT
+DOOR HET ALGEMEEN BESTUUR VAN HET
+WILLEMS-FONDS TER GELEGENHEID VAN
+HET JUBELJAAR 1905
+
+EERSTE DEEL
+
+GENT
+
+BOEKHANDEL J. VUYLSTEKE
+
+Koestraat, 15
+
+1905
+
+
+
+
+VOORREDE
+
+
+In 1905 vierde Belgie de vijf-en-zeventigste verjaring van zijn inrichting
+als zelfstandig rijk. Te dier gelegenheid heeft het Algemeen Bestuur van
+het Willems-fonds besloten een boek te laten verschijnen, dat een trouw
+beeld zou wezen van den toestand van Vlaamsch Belgie sedert 1830.
+
+Dit boek wordt uitgegeven op het fonds, dat den naam draagt van den
+edeldenkenden man _Dr Victor De Hoon_, die door zijn milde giften en de
+offervaardigheid zijner weduwe onze Instelling in staat stelt hare
+werkzaamheden uit te breiden tot verheffing onzer Vlaamsche landgenooten.
+Zoo is deze uitgave van het Victor De Hoon-fonds tevens een dankbare hulde,
+gewijd aan de diep vereerde nagedachtenis van onzen onvergetelijken
+weldoener[1].
+
+De uiteenzetting van Vlaanderens toestand gedurende deze drie kwart eeuws
+moet ons volk de oogen openen, het behoeden tegen lamlendigheid en verdere
+vernedering, het wilskracht en zelfvertrouwen inboezemen, het sterken in
+zijn gehechtheid aan stam en taal, in zijn liefde voor het vaderland.
+
+Nog een andere verklaring willen wij hier afleggen:
+
+Wij hebben er ons bij bepaald, den toestand van het Vlaamsche volk te
+schetsen sedert 1830, geenszins omdat wij onze medeburgers uit het
+Walenland willen afscheiden van hun Vlaamsche broeders. Zulk een scheiding
+ware niet alleen schadelijk, maar leidt tot inwendige verdeeldheid, waar
+alleen heil te wachten is van wederzijdsche waardeering en hartelijke
+gezindheid. Sedert meer dan een halve eeuw wijdt het Willems-fonds zich
+onverpoosd aan de zedelijke en stoffelijke opbeuring van 't Vlaamsche volk;
+het wil zijn geest verlichten, het een dieper besef doen krijgen van zijn
+nationaal zelfbestaan, van zijn plichten als mensch en als burger, tevens
+medewerken tot een betere verhouding tusschen de beide stammen, waarbij
+ieder zijn taal en eigenaardigheid behoudt, al zijn krachten ontplooien kan
+in de richting, waarheen hij door zijn natuur en aanleg gedreven wordt. Wij
+willen als zonen van hetzelfde land, als burgers van hetzelfde rijk, bij
+gelijke plichten, gelijke rechten; niemand kan dien eisch ons euvel duiden.
+De Vlaming moet dit willen op straffe van geestelijken dood. Daarom achten
+wij het onzen plicht een soort van balans op te maken van winst en verlies
+voor onzen stam in Belgie sedert 1830.
+
+Die toestand wordt geschetst in een dertigtal hoofdstukken door bekende
+medewerkers en vakmannen, van welke ieder verantwoordelijk is voor zijn
+eigen arbeid.
+
+Aan allen, die door hun gewaardeerde medewerking dit boek mogelijk
+maakten, betuigen wij onzen oprechten en wel gemeenden dank.
+
+Moge het door ons volk gunstig ontvangen worden!
+
+Namens het Algemeen Bestuur
+
+van het Willems-fonds.
+
+_de Voorzitter:_ G. D. Mennaert,
+
+_de Secretaris:_ J. Vercoullie.
+
+Noten:
+
+[Noot 1: Achtereenvolgens ontving het Willems-fonds van wijlen Dr.
+Victor De Hoon (St-Gillis-Brussel) in 1887: 50 fr.; in 1890: 600 fr.; in
+1902: 3000 fr.; in 1903: 12000 fr, te zamen 15650 fr. -- Dr. Victor De
+Hoon, geboren te Bassevelde in 1848 en overleden te Brussel den 11 November
+1903, was de broeder van den Advocaat-generaal Hendrik De Hoon, te Brussel,
+en de kleinzoon van Dr Judocus Frans De Hoon, een der eerste
+Vlaamschgezinden en ernstige beoefenaars der Nederlandsche Letteren na
+1830, wiens dochters huwden met dichter K. L. Ledeganck en Professor J. F.
+J. Heremans en wiens zoon Adolf De Hoon (* te Veurne in 1903) als
+Vlaamschgezind ingenieur zich ook verdienstelijk maakte. Geheel deze
+familie is met hart en ziel aan de Vlaamsche Beweging verknocht.]
+
+
+
+
+LIJST DER KAARTEN EN PLATEN
+
+die in dit boekdeel voorkomen
+
+ Blz.
+
+Kaart der taalgrens in Belgie en Noord-Frankrijk III
+Mammouth (Elephas Primigenius) gevonden te Lier in 1860 4
+Reliefkaart van Belgie 5
+Iguanodon gevonden te Bernissart in 1878 9
+De Schelde voor Antwerpen 16
+Romaansche Kloostergang te Tongeren 36
+Stadhuis te Leuven[2] 38
+St-Romboutskerk te Mechelen 39
+Doksaal van de St-Gommaarskerk te Lier 41
+Stadhuis te Brussel 43
+Paleis van Justitie te Brussel 44
+Lakenhalle, Belfort en Stadhuis te Gent[3] 47
+HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods[4] 48
+Id. (vijf van de zeven bovenpaneelen) 50
+Id. (hoofdpaneel) 51
+Predikstoel van St-Baafskerk te Gent 49
+Stadhuis te Oudenaarde 52
+Groote Markt te Veurne 57
+Halletoren te Brugge 60
+Griffie, Stadhuis en H. Bloedkapel te Brugge 61
+P. P. RUBENS. Afdoening van het Kruis (O. L. Vr. kerk te
+ Antwerpen)[5] 65
+O. L. Vrouwenkerk te Antwerpen 67
+Standbeeld van Jacob van Artevelde te Gent 72
+Halle te Ieperen 73
+Keizer Karel V 74
+Marnix van St-Aldegonde 75
+Willem de Zwijger 76
+P. P. Rubens 79
+Jozef II 81
+Willem I 91
+A. R. Falck 93
+B. Schreuder 105
+J. R. Thorbecke 107
+C. F. van Maanen 115
+J. M. Schrant. 121
+Verwoesting van het huis van Libry-Bagnano in den nacht van
+ 25 tot 26 Augustus 1830[1] 151
+Gevecht in de Warande te Brussel (24 September 1830)[1] 173
+Voorloopig Bewind (schilderij van PICQUE)[1] 178
+Campenhout zingt de Brabanconne in het "Cafe Cantoni"
+ (schilderij van VAN HAMMEE)[1] 183
+La Brabanconne. Fac-simile van een handschrift uit de Koninklijke
+ Bibliotheek te Brussel[1] 184
+E. L. Baron Surlet de Chokier 188
+Zitting van het Nationaal Congres (24 November 1830)[1] 191
+Inhuldiging van Leopold I als Koning der Belgen te Brussel
+ (21 Juli 1831)[6] 212
+Leopold I 217
+
+Het Algemeen Bestuur van het Willems-fonds drukt zijn oprechten dank uit
+aan de _Touring Club de Belqique_, Groep Belgie van het _Algemeen
+Nederlandsch Verbond_, de _Maatschappij van Geschied- en Oudheidkunde_ te
+Gent en den heer _L. Van Neck_, die door het leveren van platen tot de
+opluistering van dit boekdeel hebben bijgedragen.
+
+Noten:
+
+[Noot 2: _Bulletin officiel du Touring Club de Belgique_.]
+
+[Noot 3: _Algemeen Nederlandsch Verbond Groep Belgie_.]
+
+[Noot 4: _Inventaire archeologique de Gand_ uitgegeven door de
+_Maatschappij van Geschied- en Oudheidkunde_ te Gent.]
+
+[Noot 5: _Algemeen Nederlandsch Verbond Groep Belgie_.]
+
+[Noot 6: L. Van Neck. _1830 Illustre_.]
+
+
+
+
+INHOUD
+
+
+ BLZ.
+
+Voorrede V
+Lijst der kaarten en platen die in dit boekdeel voorkomen IX
+Belgie in vogelvlucht, door G. D. MINNAERT,
+ oud-paedagogisch bestuurder der stadsscholen te Gent 1
+ De bodem: vorming en invloed op de bewoners 1
+ Het land. -- Hoog en laag 5
+ Ligging. -- Omvang. -- Klimaat 12
+ Gebied van Maas en Schelde 14
+ Natuurlijke landschappen 18
+ Taal en volk 27
+ Karakter der Vlamingen 30
+ Algemeen overzicht der steden en monumenten 33
+ Bibliographie 68
+
+Een blik op de geschiedenis der Vlaamsche gewesten tot Waterloo,
+ door Dr PAUL FREDERICQ, hoogleeraar te Gent 69
+ Bibliographie 84
+
+De regeering van Koning Willem I, door Dr VICTOR FRIS,
+ leeraar aan het koninklijk atheneum te Gent 85
+ Bibliographie 143
+
+De Belgische omwenteling, door Dr VICTOR FRIS 145
+
+De stichting van het koninkrijk Belgie, door Dr VICTOR FRIS 188
+ Bibliographie van de twee laatste hoofdstukken 230
+
+
+
+
+BELGIE IN VOGELVLUCHT
+
+DOOR
+
+G. D. MINNAERT
+
+
+De Bodem: Vorming en Invloed op de Bewoners
+
+Niets oefent zoo grooten invloed uit op de vorming van een volk, op zijn
+wijze van leven, op zijn bedrijf en karakter, op zijn kunst en zijn taal,
+dan de bodem, waarop het zich vestigt. Klimaat, vorm en ligging, hoogte en
+laagte, geologische bouw, minerale voortbrengselen, richting en rijkdom van
+water, nabijheid der zee, insnijding der kusten, duizenden betrekkingen van
+grond, lucht en water, planten en dieren, heel de omringende natuur met
+haar verschijnselen, haar duizenden vormen en kleuren, de eindelooze
+wisseling van haar leven, dit alles grijpt voortdurend en diep in het
+menschelijk organisme in, en bepaalt voor een groot deel het type en het
+karakter, de ontwikkeling en de toekomst der bewoners.
+
+Maar ook die bodem ondergaat op zijn beurt den invloed van den mensch. Waar
+zijn nasporende geest zijn natuur onderzoekt, ontsluiert hij hem zijn
+duizendjarige verborgenheden, zijn schatten en krachten. Die kennis heeft
+hem er toe geleid, om den grond naar zijn behoeften te plooien, zijn
+heerschappij er over uit te breiden, zijn kracht van voortbrengen te
+vermeerderen.
+
+De grond, dien wij ons vaderland noemen, getuigt van menigvuldige
+omwentelingen, die zijn gedaante voortdurend hebben gewijzigd. Overal, in
+steen en in zand, vinden wij daarvan de duidelijkste sporen, die elkeen,
+bij een weinig nadenken, in staat stellen, zich min of meer een
+voorstelling te vormen van die oude voorhistorische tijden.
+
+In dit verre, donker verleden -- hoeveel duizenden jaren liggen reeds
+achter ons -- was een groot deel van Belgie, evenals Nederland en de heele
+noordsche vlakte, door de wateren van den Oceaan overdekt. Het Waalsche
+bergland, de keten der Ardennen en de noord-westelijke hoogten van
+Duitschland vormden als een soort van schutsmuur tegen het verder
+doordringen van den Oceaan.
+
+Aan de eene zijde stond die berggordel bloot aan het volhardend geweld der
+baren, aan de andere zijde aan den sterken aandrang der gezwollen wateren
+van rivier en beek, van gletscher en landijs, aan de verwoestende krachten
+des tijds, aan regen en wind, aan hagel en vorst, aan gloeiende hitte en
+strenge koude; aangegrepen en ontbonden door het scheikundig vermogen des
+dampkrings, verweerd en verbrokkeld, uit- en inwendig afgeknaagd,
+uitgespoeld en gesloopt door de oplossende kracht van het stroomende water,
+alles mederukkend wat het op zijn tocht ontmoette: verweerd gesteente,
+afgeknaagde rotsen, geslepen en gepolijst tot keien, verbrijzeld tot grint
+en zand, tot leem en allerlei puin. Laag op laag van al dat meegevoerd puin
+werd door de rivieren, vooral bij hun monding in den Oceaan neergeworpen.
+Rijn[7], Maas en Schelde, die in een vorig tijdperk, vooral in den ijstijd,
+een veel grootere kracht bezaten, veroorzaakt door overvloediger regen- en
+sneeuwval, door grooten omvang van gletschers, die ons land met een dikke
+ijskorst bedekten, als een gevolg van het koelere klimaat, werkten
+onophoudelijk mede tot vorming van dien bodem door meerderen aanvoer van
+grooter steenen en grover zand, tot ophooging en uitbreiding der beddingen.
+Zoo werden de rivieren de scheppers van het land. Later werden die
+aangeslibde gronden door onderaardsche werking opgeheven tot hun
+tegenwoordige hoogte.
+
+In dit aardkundig tijdperk, dat de geleerden het _quaternaire_ of in meer
+beperkten zin _diluvium_[8] noemen, had een groote omkeering plaats in het
+klimaat onzer streken. Een groot deel van Europa werd met een dikke
+ijskorst bedekt, waardoor groote veranderingen in de samenstelling en de
+verdeeling van land en water ontstonden.
+
+De viervoetige dieren, die toenmaals het noorden bewoonden, verhuisden naar
+zuidelijker streken; ook de vroegere plantengroei stierf weg onder de
+strenge koude. Die voortdurende veranderingen, die de bodem van ons land
+onderging, zijn zeker wel oorzaak, dat er van de menschen, die toen reeds
+een deel van ons land bewoonden, zoo weinig sporen zijn overgebleven. In de
+spelonken en grotten der kalkbergen langsheen de Maas en de Lesse, waarin
+zij waarschijnlijk huisden, heeft men in onzen tijd, na duizenden jaren,
+hun gebeente teruggevonden, alsmede allerlei wapenen en gereedschap van
+vuursteen, als pijl- en lanspunten, bijlen, beitels en messen, zelfs
+voorwerpen tot opschik, vervaardigd uit tanden van dieren, en dit alles
+vermengd met scherven van gebakken aardewerk en de beenderen van den
+holenbeer, het rendier en de hyena, van den mammoeth en andere dieren uit
+de poolstreken afkomstig, maar welke gedurende den ijstijd onzen bodem
+bewoonden.
+
+[Figuur: Mammoeth (Elephas Primigenius) gevonden te Lier in 1860 (L.
+4,50 m., H. 3,25 m.)]
+
+Hoe lang de vorming van deze diluviale gronden met hun geplooide
+opeengestapelde lagen voortduurde, valt niet te berekenen. Daarna
+ontstonden de moderne formaties, de gronden van het _alluvium_[9] die nog
+altijd gevormd werden, doch van het diluvium niet altijd te onderscheiden
+zijn. Het begin van dit tijdperk is al vele duizenden jaren van ons
+verwijderd. De toen op onzen bodem levende volken zijn zonder twijfel
+getuige geweest van die geweldige omkeeringen, mogelijk gevolgd van een
+hevigen strijd om bewoonbare streken, toen in noordelijke richting
+uitgebreide oppervlakten verdwenen.
+
+Nog altijd duurt het strijden voort van zee en stroomen tegen het
+vasteland, dat in den bewoner der lagere deelen met zijn geestkracht en
+taai geduld een verdediger heeft gevonden. Slechts stap voor stap, en eerst
+na eeuwen langen strijd behield deze hier op het water de bovenhand. Ook nu
+nog, evenals in vroegere dagen, knagen water en dampkring gestadig aan de
+vaste aardkorst, verwoesten en verweeren het hardste gesteente, lossen een
+deel er van op en voeren het overige verre weg, om het op andere plaatsen
+neer te leggen als vruchtbare aarde, valleien en vlakten er mee te
+overdekken; nog immer groeien de humuslagen, de waterplanten in verbazend
+groote getalen in vochtige en moerassige streken, die telken jare een
+nieuwen groei boven de overblijfsels der afgestorvene stapelen, welke
+allengs door verkoling, onder gedeeltelijke afsluiting der lucht, in turf
+overgaan.
+
+Zulke turfbeddingen of veenlagen zijn als een geschiedboek van de
+oppervlakte, die zij beslaan, niet zelden van de naast omliggende streek.
+Dikwijls vindt men daarin beenderen, tanden of haarbossen van dieren uit
+een vroeger tijdperk, die duizenden jaren geleden hier leefden en stierven.
+
+
+Het Land. -- Hoog en Laag
+
+Ons land, zoowel in opzicht van aardrijkskunde als klimaat, behoort voor
+een groot deel tot de noordsche vlakte, die zich uitstrekt van aan Kaap
+Gris-nez, in Frankrijk, tot aan Rusland. In Belgie is de grenslijn van dit
+uitgestrekte gebied scherp getrokken door de Noordzee en ten zuiden door
+de hooggeplooide heuvels der Ardennen.
+
+Onze zeekust evenals die van Nederland, is overal laag en tegen het geweld
+der baren beschut door een duinenrij, die zich uitstrekt van Kales tot aan
+het Skagerrak. Bij deze jongste vorming van het alluvium, die
+waarschijnlijk niet veel ouder zijn kan dan duizend jaren, is het de kracht
+van den wind, die de belangrijke rol speelt in de wordingsgeschiedenis
+onzer zeekust.
+
+Echter is die duingordel op sommige plaatsen onderbroken door overstrooming
+of het geweld der hooge vloeden, zooals tusschen Wenduine en Heist. Op die
+punten is de mensch, zooals we gezien hebben, tusschen beide en de natuur
+te hulp gekomen. Al vroeg moest hij de kusten en rivieren door het maken
+van dijken en het versterken der duinen beschutten; het zeewater
+terugdringen, om zandbanken en aangeslibde gronden op den Oceaan te
+veroveren; ook het binnenwater door het droogmaken van meren, moeren en
+poelen binnen de noodige grenzen houden, en tevens den grond vruchtbaar
+maken. Hoeveel strijd is hier niet gevoerd en hoe dikwijls is die niet
+hervat, eer de mensch overwinnaar bleef. Twintig eeuwen duurt die kamp
+onafgebroken voort, met evenveel moed en volharding, als vastberadenheid.
+
+Aangaande de hoogte van den bodem, onderscheiden wij in Belgie drie
+bepaalde deelen, die, hoewel in elkander overgaande, toch duidelijk door
+verschil van uiterlijk kenbaar zijn: het _hoogland_ of de Ardennen in het
+zuid-oosten, tot aan de Samber en Maas, een lager _heuvelland_, dat er
+onmiddellijk voor ligt, en het verder verwijderd _laagland_, ten
+noord-westen, dat aan den zeekant door duinen wordt begrensd.
+
+I. -- De Ardennen vormen in ons land een bergmassa van nagenoeg 60 Km.
+breedte; het zijn de oudste gronden van Belgie: zij bestaan grootendeels
+uit lei- en kalksteen, of uit rotsen van het hardste graniet; zij bevatten
+een rijkdom van mijnstoffen, vooral ijzer en lood, marmer en ander
+gesteente. Door verweering en wegvoering van stroomend water zijn ze sedert
+den tijd van hun bestaan reeds merkelijk lager geworden.
+
+Drie gordels van aanzienlijke heuvels, afgewisseld door schilderachtige
+dalen, loopen min of meer evenwijdig aan elkander. De eerste, waarvan de
+hoogste kruin de "_Baraque Michel_" is, een moerassige hoogvlakte of
+hoogveen _(Hautes-Fagnes)_[10], verheft zich tot 674 M.; de daarop volgende
+hoogste punten zijn de "_Baraque de Fraiture_" (626 M.) en _St.-Hubert_
+(549 M.). Een tweede gordel van minder belang, doch met den eersten
+samenhangend, is ongeveer 20 Km. lang, terwijl de derde slechts een deel
+van ons land, ten zuid-oosten van de twee voorgaande beslaat. Het hoogste
+punt van deze twee stijgt niet boven de 537 M.
+
+Door spleten en kloven zijn de rivieren in deze bergreeks op verscheidene
+plaatsen doorgedrongen, en hebben er hun beddingen dieper in uitgeslepen.
+Een groote kloof, het Maasdal, van Fumay in Frankrijk tot aan Namen,
+splitst haar in een westelijk en oostelijk deel, waarvan het eerste 286 M.
+en het tweede 383 M. hoog is.
+
+Het eigenlijk bergland der Ardennen bevat bijna heel de provincie
+Luksemburg, een kleine brok van Henegouwen en het grootste deel van de
+provincien Namen en Luik.
+
+Een dicht en onafzienbaar woud _(Arduenna Sylva)_ overdekte ten tijde van
+Julius Cesar, niet alleen een groot deel dezer bergstreek, maar zelfs van
+Middel-Belgie. De boschrijke zoom, waar hij in de kleilaag verdween, maakte
+naar alle waarschijnlijkheid de scheiding uit tusschen de oude Keltische
+bewoners en de later invallende Germaansche, bepaaldelijk Frankische
+stammen, die in ons land de plaats der verdwenen oudere bevolking kwamen
+innemen, en zich vooral met landbouw bezighielden.
+
+II. -- Ten noorden van Samber en Maas begint Middel-Belgie, een zacht
+glooiend land, dat naar de zeezijde ongevoelig afhelt. Zijn gemiddelde
+hoogte is ongeveer 150 M. Een deel van Henegouwen, Zuid-Brabant, een klein
+stuk der provincie Namen en een deel van de provincie Luik vormen
+Middel-Belgie, waar de zacht golvende oppervlakte, de breede, ondiepe
+dalen, die door een groot getal beken en rivieren worden bespoeld, de rijke
+velden, afgewisseld door bosch en groene weiden, aan het landschap een zeer
+bekoorlijk uitzicht geven.
+
+Middel-Belgie is bedekt met een zeer vruchtbare laag diluviale klei, die
+door het water van de Ardennen is meegevoerd en Haspengouwsche klei _(limon
+Hesbayen)_ wordt genoemd.
+
+In werkelijkheid maken de hoogere Ardennen en het heuvelland, dat er
+onmiddellijk aan grenst, beide deel uit van de samenhangende bergformatie.
+Inderdaad, het is voldoende, dat in Henegouwen en Zuid-Brabant de kleilaag
+door overstrooming der rivieren gedeeltelijk wordt weggespoeld, om het
+oudere gesteente van den ondergrond, die uit de bezinking der krijtzee[11],
+als sporen van haar tijdelijk verblijf, als lei- en krijtlagen, hier zijn
+overgebleven, alsook het arduin, porfier en andere minerale rijkdommen te
+zien te voorschijn treden, welk gesteente op zijn beurt de
+kolenbeddingen[12], die er onder bedolven liggen, overdekt.
+
+[Figuur: Iguanodon gevonden te Bernissart in 1878 (L. 10,50 m., H.
+7,50 m.)]
+
+Het dichtbevolkte en goed bebouwde land, zoo druk door handel en door
+nijverheid, vormde reeds voor den tijd der groote rijksbanen een zeer
+geschikten weg tusschen de ruwe Ardennen en het toen moerassige
+noord-westelijk lagere land. Geen wonder dat Middel-Belgie, zoo rijk aan
+levensmiddelen, doortrokken werd door talrijke legers en er zoo menige slag
+geleverd werd. Hier is een historische grond bij uitmuntendheid: bijna geen
+klomp aarde, die niet omgewoeld is door oorlogstuig, niet doorweekt is van
+het bloed van landgenoot en vreemdeling.
+
+III. -- Belgische Vlakte. -- Op Middel-Belgie volgt de eigenlijke vlakte,
+die grootendeels uit de zee is bezonken. De bouw of samenhang van dien
+grond wijzigt het uitzicht, naarmate de slib of klei, het zand of het
+aangevloeide steengruis er overheerschen. De oostelijke helft is het
+Kempenland, de streek van het diluvium, met zijn schrale zandige heide,
+zijn mageren plantengroei, zijn venen en wouden van sparren en dennen. Te
+midden van het stuifzand vindt men reeds talrijke oazen met welige akkers.
+
+De westelijke helft van de Belgische laagvlakte zijn de beide Vlaanderen,
+die groote overeenkomst met Nederland vertoonen, ook wat de
+grondgesteldheid aangaat. Van natuur is de bodem er niet overal vruchtbaar,
+slechts een klein deel bestond uit klei, het overige uit zand, moeras,
+laagveen en meren. Hoe verder men naar het noorden gaat, hoe meer de grond
+vermagert. 't Is slechts ten prijze van inspannenden en langdurigen arbeid,
+dat men er toe gekomen is hem te verbeteren, Vlaanderen in een vruchtbaar
+land te herscheppen, waar land- en tuinbouw de heerlijkste opbrengsten
+leveren. Indien het Land van Waas tegenwoordig den indruk maakt van een
+grooten en volkrijken tuin, is het te danken aan een heele vervorming, de
+vrucht van eeuwen arbeids. Zonder de stalen vlijt van een taai, volhardend
+en geduldig ras, zou die magere grond een heide zijn, de voortzetting der
+Kempen.
+
+Er is nog een ander deel van Vlaanderen, dat der polders en der dijken, het
+jongste in aardkunde als in geschiedenis. Deze streek was in vroeger tijd
+aan gedurige overstroomingen blootgesteld, en op vele plaatsen bedekt met
+stilstaande poelen en moerassen, uit welker ondiepe kommen bies en riet,
+naast wilg en esch en ander boomgewas in dichte boschjes opschoot.
+
+Een belangrijke factor in de wordingsgeschiedenis van Vlaanderen zijn de
+zandafzettingen, die reeds in het diluviale tijdperk begonnen mede te
+werken aan het vormen van zandbanken op eenigen afstand van de kust. De
+zeevloed wierp daarna het zand met ander door de rivieren aangevoerde
+stoffen uit zijn schoot omhoog en voerde het landwaarts in, eeuwen
+achtereen, tot het werd een heuvelreeks, een duingordel, die de geheele
+kust omzoomde, en langzaam glooiend in een breed, vlak strand overging,
+meer geschikt voor de vestiging van bad- en visschersplaatsen dan voor
+havensteden. Achter deze duinen lag het land met zijn veen- en moerasgrond,
+thans in vruchtbare polders herschapen.
+
+Schelde, Lei en Dender, Rupel, Dijle en Demer hebben overal rivierklei
+langs hun boorden neergelegd. Door middel dezer aanslibbingen van zee en
+binnenwaters, bouwt de mensch zijn polders en zijn marken, zijn velden en
+zijn weiden, omgeven door slooten, omzoomd met wilgen.
+
+Werken van den eenen kant de opbouwende krachten van zee en stroomen, van
+den anderen kant zijn die zelfde waters door verzanden als ter dood
+veroordeeld. Langs onze geheele zeekust kan men dit verschijnsel waarnemen,
+vooral bij de monding der rivieren. Om slechts een voorbeeld te noemen,
+wijzen wij op het Zwin, in de XIIIe eeuw nog een machtige zeearm, thans een
+moerassige kreek. Doch niet alleen aan de monding, ook hooger op, hadden
+verzandingen plaats, deels uit oorzaak der geringe snelheid van den stroom,
+deels onder den invloed van sterke ebbe en vloed. Die verzanding heeft de
+scheepvaart groote bezwaren in den weg gelegd. Belette die ongunstige
+gesteldheid onzer kusten het ontstaan van zeehavens, ook de bloei van
+belangrijke handelsplaatsen aan den benedenloop van rivieren werd sterk
+bedreigd.
+
+
+Ligging. -- Omvang. -- Klimaat
+
+Ligging. -- Belgie is het gedeelte van Europa, dat begrensd is door de
+Noordzee, die het van Engeland scheidt en begrepen is tusschen Nederland,
+Duitschland (Rijnsch Pruisen), het groothertogdom Luksemburg en Frankrijk.
+Een natuurlijke grens heeft ons land alleen ten noord-westen in zijn 67 Km.
+lange kustlijn, ten zuid-westen aan West-Vlaanderen door de Lei en ten
+oosten aan Limburg door de Maas.
+
+Het strekt zich uit tusschen 49*,30
+3*,43
+meridiaan, dan ligt het tusschen 1*46
+
+Ons land heeft nagenoeg den vorm van een rechthoekigen driehoek met een
+omtrek van 1330 Km., waarvan 67 Km. kustlijn, 328 Km. ten noorden langsheen
+de Nederlandsche grens, 321 Km. aan den oostkant, te weten 103 Km. voor
+Nederland, 98 Km. voor Duitschland en 120 Km. voor 't groothertogdom
+Luksemburg, terwijl de zuidelijke en westelijke grenslijn, die het van
+Frankrijk scheidt, 614 Km. bedraagt.
+
+Omvang. -- De geheele oppervlakte van ons land is van 2.945,589 Ha.,
+nagenoeg drie millioen. De grootste afstand van het noorden naar het
+zuiden, tusschen Hoogstraten en Chimay, is 170 Km., de grootste lengte van
+Oostende tot aan Aarlen, meet 280 Km. In uitgestrektheid is het een der
+kleinste landen van Europa.
+
+Klimaat. -- Het klimaat van Belgie, hoewel veranderlijk en vochtig, is over
+het algemeen zacht en gematigd, en mag als een der gezondste van westelijk
+Europa gerekend worden. In het hoogere bergland is het droger, scherper,
+bestendiger en gezonder dan in het lager gedeelte of poldergewest; de lucht
+is er ook zeer helder en zuiver.
+
+De gemiddelde warmtegraad is voor het geheele rijk ongeveer 10*,5
+is die der schoone Meidagen of van de zachte helft van October. De grootste
+hitte, meestal bij het einde van Juli, klimt soms tot 35*, de strengste
+koude, gewoonlijk na de eerste helft van Januari, daalt wel eens bij
+uitzondering tot 20*c. beneden het vriespunt.
+
+De heerschende winden zijn die van het Z.W. en N.O. De eerste, die zich
+vooral in den herfst doen gevoelen, brengen overvloediger regen en dikwijls
+storm mee. Onze koude voorjaren worden veroorzaakt door de N.O. winden, die
+in April en Mei de overhand hebben. In den zomer wordt de lucht voortdurend
+ververscht door de van de zee waaiende winden, die de ongezonde
+uitwasemingen verdrijven. Tijdens dit seizoen heeft het geheele laagland
+van Veurne tot Maastricht een nagenoeg gelijkmatig klimaat.
+
+In Belgie regent het op de 365 dagen zoowat 190, dus meer dan de helft van
+het jaar. Bleef al het regenwater staan, dan zou het den bodem van ons land
+jaarlijks met een hoogte van ruim 700 m.m. bedekken. De jaarlijksche
+neerslag bedraagt voor het westelijk gedeelte van 700 tot 800 m.m., terwijl
+de hoeveelheid regen ten oosten van de Maas toeneemt met de hoogte van den
+grond, waar zij soms tot 1200 m.m. beloopt. Het aantal heldere dagen is
+hier niet groot. De maand September brengt gewoonlijk het bestendigste
+mooie weder aan.
+
+In de bergstreek begint de winter vroeger en duurt hij ook het langst. Het
+verschil voor de hoogste punten der Ardennen is gewoonlijk 3*c. lager dan
+in Vlaanderen. Aan den oostkant is dus het klimaat meer _continentaal_, aan
+de west- of zeezijde meer _maritiem_.
+
+De snelle afwisseling van warmte en koude, gevoegd bij de groote
+vochtigheid, veroorzaken licht verkoudheid, borst- en keelziekte en
+rhumatisme. De schadelijke uitwasemingen van gedempte poelen en moerassen
+zijn oorzaak van koortsen.
+
+
+Gebied van Maas en Schelde
+
+Bijna geheel Belgie behoort tot het gebied van twee stroomen en van een
+zeerivier, de Maas, de Schelde en den IJzer.
+
+Geen van deze rivieren ontspringt in het land zelf; alle drie hebben hun
+oorsprong in Frankrijk; de laatste alleen heeft haar monding in ons land.
+Een klein hoekje van Zuid-Henegouwen en de oostelijke helft van Luksemburg
+behooren tot een ander stroomgebied.
+
+In hun loop vertoonen onze hoofdrivieren een zekere overeenkomst. Beide
+richten zich, zoodra ze Belgie binnenkomen, naar het noorden: de Maas tot
+aan Namen, de Schelde tot aan Gent. Te Namen ontvangt de eerste de Samber,
+welke bijrivier haar de richting aanwijst, die ze thans te volgen heeft. De
+Lei valt te Gent in de Schelde, welke van hier mede naar het oosten loopt.
+Later hernemen de beide stroomen hun weg naar het noorden, totdat ze Belgie
+verlaten, om door Nederland in een westelijke richting naar de Noordzee te
+vloeien. Uit oorzaak van de helling van den bodem ontvangen Maas en Schelde
+hun meeste bijrivieren van de oostzijde.
+
+De Maas is de stroom van het bergland. Afkomstig van de hoogvlakte van
+Langres, wordt zij reeds bevaarbaar te Verdun, breekt verder door de harde
+rotskloof der Ardennen te Fumay, die ze uitdiept en verbreedt, en valt in
+Belgie. Van hier tot boven Luik loopt zij schier gestadig in een rotsbed,
+beboord met scherpe en steile hoogten van grauwe leisteen en van kalk, door
+de lichtbruine kleur van ijzererts en andere aarde als 't ware verguld.
+
+Een menigte rivieren werpen zich in de Maas: rechts de Semoi, bekend om
+haar verrukkelijke oevers, de Lesse, om haar schilderachtig dal en haar
+beroemde grotten en holen, de Hoyoux en de veel bezochte Ourthe, die reeds
+de Ambleve met haar mooien waterval en de Vesder heeft opgenomen; links de
+Samber, de Mehaigne en de Jaar of Jeker. Van Luik tot Maastricht is een
+kanaal langs de Maas gegraven, zoodat men er in geslaagd is, haar van Sedan
+door heel haar loop bevaarbaar te maken. Bezuiden Maastricht, bij het dorp
+Eisden, treedt de Maas op Nederlandsch grondgebied en vormt de
+grensscheiding met Belgie, tot voorbij Maaseik, dat zij bespoelt, waarna ze
+voor goed ons land verlaat, om zich bij den Briel in de Noordzee te werpen.
+
+De Schelde is de stroom van 't vlakke land en de belangrijkste van Belgie.
+Haar geheele loop van aan Kamerijk, waar ze bevaarbaar is, tot aan haar
+monding in de Noordzee, bedraagt ongeveer 430 Km., waarvan 107 in
+Frankrijk, 233 in Belgie, de overige 90 in Nederland.
+
+Ontsprongen op een hoogvlakte van 110 M. ten noorden van St.-Quentin,
+bespoelt ze achtereenvolgens Kamerijk, Valencijn en Conde in Frankrijk,
+treedt even boven Antoing in Belgie, stroomt door de provincie Henegouwen
+naar Oost-Vlaanderen. Van Doornik baant ze zich een weg door den rotsgrond,
+strijkt verder door krijt- en kleilagen langs 't golvend heuvelland tot
+voorbij Oudenaarde, om van hier als een breede glanzende streep te
+kronkelen door de groene vlakte naar Gent, waar ze met verscheidene
+belangrijke kanalen in gemeenschap is, met dat van Brugge, Zeebrugge en
+Oostende door de Lei, met het groote zeekanaal van Terneuzen. Te Gent neemt
+ze de Lei op, die haar stroom, in oostelijke richting stuwt tot voorbij
+Dendermonde, om verder met een bocht zich naar 't noorden te wenden en als
+scheidslijn te dienen tusschen het Land van Waas en de provincie Antwerpen.
+Voor de stad van denzelfden naam vormt de Schelde een der schoonste havens
+van Europa. Een groot gedeelte van zijn levenskracht is Belgie aan zijn
+hoofdstroom verschuldigd. Zijn diepte en breedte is zoo groot, dat hij niet
+alleen de reusachtigste stoombooten, maar zelfs de zwaarste oorlogsschepen
+ontvangen kan.
+
+[Figuur: De Schelde voor Antwerpen]
+
+De Schelde dankt haar belangrijkheid aan den invloed der getijden. Ook in
+den Rupel en zelfs in de drie bijrivieren, die hem vormen, de Nete (tot
+Lier), de Dijle (tot Mechelen) en de Zenne (tot Vilvoorde) is de werking
+van den vloed nog duidelijk waar te nemen.
+
+Te Antwerpen heeft de Schelde bij ebbe een breedte van 500 M.; de vloed
+duurt er gemiddeld 5 u. 38 m.
+
+Kalm en rustig glijden al de bijrivieren door het vlakke land, om hun water
+naar den hoofdstroom te brengen: de Hene, die haar naam schenkt aan de
+provincie, de schilderachtige Lei, de Dender, de Durme en meer andere,
+welke ieder op haren weg kleinere stroompjes hebben opgenomen.
+
+Is de aanblik van de breede Schelde indrukwekkend, deze wordt nog verhoogd
+door het grootsche tooneel van beweging en leven, door de talrijke schepen
+en stoombooten, die haren vloed doorklieven.
+
+Even voorbij Doel verlaat de Schelde ons grondgebied, splitst zich, drie
+uren beneden Antwerpen, in twee armen, waarvan de zuidelijke, de Hont of
+Wester-Schelde geheeten, voorbij Terneuzen en Vlissingen naar de Noordzee
+loopt. De noordelijke arm of Ooster-Schelde, door een afdamming sedert 1868
+van haar tweelingzuster gescheiden, begint meer en meer te verzanden.
+
+De Scheldemonden bij Vlissingen en Zieriksee hebben een aanzienlijke diepte
+(van 37 tot 40 M.) en een breedte, die afwisselt volgens ebbe en vloed van
+4200 tot 4800 M.
+
+De Hont of Wester-Schelde, thans de groote handelsweg voor Antwerpen en
+geheel Belgie, vormde in de middeleeuwen een uitgebreide delta, waardoor
+bij storm en hoogen waterstand de gansche streek beneden Antwerpen, tot
+zelfs een deel van 't Land van Waas, regelmatig onder water werd gezet.
+
+Van de XIe eeuw af begonnen de bewoners aan haar oevers de schorren of
+aangeslibde gronden in te dijken. Sedert de XIIIe eeuw werden aldus,
+volgens Em. De Laveleye[13], in Belgie alleen meer dan 50,000 Ha.
+ingepolderd, en sedert 1815 bedraagt de aanwinst van grond reeds meer dan
+8000 Ha. en nog is er meer land door indijking te winnen.
+
+Het waterveld tusschen Zeeuwsch-Vlaanderen, Zuid-Beveland en Walcheren, dat
+als 't ware het voorplan is van het grootsche drama "den Strijd tusschen
+Water en Land", werd in de tweede helft der XVIe eeuw, opnieuw het tooneel,
+waar een nog bloediger strijd geleverd werd tegen de Spaansche dwingelandij
+voor de vrijheid van het geweten. Liever dan hun land aan den
+bloeddorstigen vijand prijs te geven, staken de inwoners de dijken door, en
+vernielden op een dag het werk van vier eeuwen. Na de bevrijding van
+Nederland begon men als van vorenafaan het water grenzen te stellen en riep
+men de hulp in van de waterbouwkunde voor het droogmaken der gronden.
+
+De IJzer ontspringt in het Fransch Noorderdepartement, ten oosten van
+St.-Omaars, stroomt als een zelfstandige rivier door West-Vlaanderen,
+ontvangt de Ieperlee in de nabijheid, waar vroeger het fort Knokke zich
+verhief, ten Z.W. van Diksmuide, en werpt zich na een loop van 78 Km.,
+waarvan 50 in Belgie, beneden Nieuwpoort in zee. Het nut van deze rivier,
+niet alleen voor het drooghouden van den grond, maar ook voor de
+scheepvaart, wordt verhoogd door verscheidene kanalen, dat van Loo, van
+Veurne en van Plasschendale, die den loop van het rivierwater regelen en
+deels de wateren onderling verbinden.
+
+
+Natuurlijke Landschappen
+
+Behalve de negen provincien, waarin ons land bestuurlijk is verdeeld, bezit
+het bepaalde streken, die hun eigenaardig karakter en ouden naam hebben
+bewaard, welke zij aan de geschiedenis, aan hun ligging of grondgesteldheid
+of wel aan hun uiterlijk danken. Hoewel soms bijna in elkander overgaande,
+onderscheiden ze zich meestal door verschil van uitzicht, van rijkdom des
+bodems of van daarmee gepaard gaande volksdichtheid.
+
+Hoog-Belgie
+
+In het hooge gedeelte van Belgie heeft men:
+
+I. -- De Ardennen. -- Zooals we gezien hebben beslaat deze bergstreek bijna
+den heelen zuid-oosthoek van ons land, van de boorden der Semoi tot de
+steile oevers der Maas, Ambleve en Vesder. Zij is een geliefkoosd verblijf
+van toeristen en jagers. Nu eens stout en wild, dan liefelijk en zacht, met
+heerlijke vergezichten, schilderachtige dalen, grillige rotspartijen,
+bekroond met bouwvallen van oude kasteelen. Overal leven volkssagen van
+overoude tijden onder het volk voort. Holen en grotten, evenals de
+opgeheven steenen zijn als zoovele geheimzinnige gedenkteekenen van lang
+verdwenen rassen.
+
+II. -- De Hooge Venen _(Hautes Fagnes)_ liggen tusschen de Ambleve en de
+Vesder in het zuid-oosten der provincie Luik. Ze beslaan een oppervlakte
+van 50 Km. lengte en 20 Km. breedte. Deze kruinen der Ardennen zijn licht
+afgeronde vlakten, die nog het uitzicht hebben van een woeste en
+maagdelijke natuur. De vochtige bodem, met zijn ondoordringbaren ondergrond
+van klei, verkondigt de aanwezigheid van veen. Donkere bosschen en
+heidevelden wisselen elkander af. Niets evenaart de sombere treurigheid
+dezer streek.
+
+III. -- Klein-Provence of Belgisch Lorreinen. -- Deze bekoorlijke vallei
+tusschen Aarlen en Virton, gevormd door de Semoi en beschut door de hooge
+Ardennen, wordt aldus genoemd, om haar zacht klimaat, haar lachende heuvels
+met weelderigen plantengroei.
+
+IV. -- De Famenne. -- Een bijzonder ondankbaar gewest van Luksemburg met de
+kleine stad Marche als hoofdplaats. De schrale bodem is hier en daar bedekt
+met magere roggevelden en pijnbosschen.
+
+V. -- De Condroz. -- Heel anders is het voorkomen van dit land, dat zich
+uitstrekt over een deel der provincies Luik en Namen, tusschen de Ourthe en
+Maas, ten zuiden van Hoei, en de Lesse. Het is aldus genoemd naar den
+volksstam der Condruzen, die tijdens de Romeinen hier woonde. Het is een
+koude, open vlakte, met breede golvingen, bijna zonder boombeschutting.
+
+VI. -- Tusschen Samber en Maas. -- Dit gedeelte van de provincie Namen
+heeft, zoowel wat de gesteldheid van den grond betreft als de wijze om er
+nut uit te trekken, veel overeenkomst met de Condroz. Sedert jaren is men
+begonnen de bosschen, een overblijfsel van het groote kolenwoud _(Sylva
+carbonaria)_, uit te roeien en door landerijen te vervangen.
+
+VII. -- Klein Zwitserland. -- Zoo noemt men het gedeelte van het Maasdal
+tusschen Dinant en Namen, bekend om zijn verrukkelijke schoonheid.
+Ingesloten tusschen de hooge schilderachtige rotsen, die langs de beide
+oevers omhoog rijzen, kronkelt de heldere stroom voorbij marmergroeven,
+prachtige bosschen, lachende tuinen en nijverige dorpen. Moeilijk kan men
+een punt op den geheelen weg aanwijzen, dat den reiziger niet aantrekt en
+boeit.
+
+Middel-Belgie
+
+VIII. -- Het land van Herve. -- Onder de landschappen van Middel-Belgie
+noemen we eerst het land van Herve, in het noord-westen der provincie Luik,
+tusschen den rechteroever der Maas en de Vesder. In het midden ligt de
+kleine stad Herve, die haar naam geeft aan het oord, dat haar omringt. Het
+is een lachend heuvelland, waar de veeteelt nagenoeg uitsluitend wordt
+uitgeoefend. Boter- en kaasbereiding, evenals het inzamelen van het fruit
+der rijke boomgaarden is de voornaamste bezigheid der inwoners.
+
+IX. -- Haspengouw. -- Dit rijk distrikt, in het land der oude Eburonen en
+Tongeren, bevat een deel der provincies Luik, Namen en Brabant, langs den
+linker oever van de Maas tusschen Luik, Hoei, Tongeren en Tienen. De stad
+Borgworm (Waremme) ligt zoo wat in het midden van dit vruchtbare deel van
+Belgie. Deze zoo wel bebouwde en dichtbevolkte streek is de minst
+schilderachtige van het land; zij levert overvloedig koren, aardappelen en
+beeten.
+
+X. -- De Borinage. -- Aldus noemt men een deel van het rijke kolengebied in
+de omstreken van Bergen, ten zuiden van de rivier de Hene. Het bevat een
+dertigtal gemeenten, die zich bijna uitsluitend bezighouden met de
+ontginning der kolenmijnen.
+
+Het is hier de plaats om een woord te zeggen over het Belgisch kolengebied,
+gevormd door een breede en diepe inzinking van den bodem, die Belgie
+doorsnijdt van het noord-oosten naar het zuid-westen. Dit uitgestrekte
+bekken met zijn opeengestapelde lagen, splitst zich, aan weerszijden van
+Namen, in twee voorname beddingen, de eene loopende naar 't oosten, de
+andere naar 't westen.
+
+De laatste, ook de belangrijkste, richt zich langs de vallei van de Samber
+naar Charleroi, waar ze haar grootste ontwikkeling bereikt. Van hier loopen
+de lagen ter breedte van nagenoeg twee mijlen naar Bergen, vervolgens over
+de Fransche grens naar Dowaai. Ze hebben een uitgebreidheid van meer dan
+90,000 Ha.
+
+Het oostelijk bekken volgt de vallei der Maas, terwijl het voortdurend
+wijder wordt tot voorbij de stad Luik. Van hier zet het zich voort door
+Hollandsch Limburg naar de Roer, met een sedert 1901 ontdekte vertakking in
+de Belgische Kempen. De lengte van het ontgonnen bekken is 13 mijlen,
+waarvan 11 in de provincie Luik. De gansche oppervlakte schat men op 4,400
+Ha. Het gansche kolendistrict in ons land bedraagt zoo wat het twintigste
+van de oppervlakte van 't Rijk. 120,000 menschen vinden hun bestaan in den
+kolenbergbouw, waarvan de voornaamste middelpunten zijn de _Borinage_, het
+_Centrum_ in de omstreken van _Mariemont_ en _La Louviere_, dat van
+_Charleroi_ en van _Luik_. De gezamenlijke opbrengst bedraagt jaarlijks
+meer dan 200 millioen ton (1000 Kgr.), voor een waarde van ruim 2000
+millioen frank. Belgie is tegenwoordig het vijfde kolenland der aarde. De
+dikte der lagen evenals de diepte van dit kolenbekken is zeer verschillend:
+sommige dalen tot 1000 M. beneden de oppervlakte.
+
+In de nabijheid der kolenmijnen treft men gewoonlijk overvloedig ijzererts
+aan, in de omstreken van Namen, Hoei en Luik, langsheen de oevers der
+Maas, ook in de provincie Luksemburg. De geheele vallei van Samber en Maas,
+tusschen Charleroi en Luik, is als bezaaid met hoogovens en ijzerfabrieken.
+
+Zink- en looderts vindt men meestal in dezelfde streken, de grootste
+hoeveelheid langs de oevers van de Vesder aan de Pruisische grens, in het
+onzijdig gebied van _Moresnet_, de bekende _Vieille Montagne_ of
+_Altenberg_[14].
+
+XI. -- Het Hageland in het noord-westen van Brabant, vroeger een deel van
+de onvruchtbare Kempen, omzoomd en besproeid door de Dijle, de Demer en de
+groote Gete, tusschen de steden Diest en Aarschot, Tienen en Leuven, is
+thans in een vruchtbare gouw herschapen met malsche weiden, mooie
+boomgaarden en vruchtbare velden.
+
+Belgische Vlakte
+
+XII. -- De Kempen. -- Hoe geheel anders dan de vruchtbare bodem van
+Middel-Belgie is het voorkomen der zandige vlakte der Kempen, die zich over
+een groot deel der provincies Antwerpen en Limburg uitstrekt. Eens was deze
+streek het bed van een groote zee, vandaar dat deze vloedgrond den stempel
+draagt der onvruchtbaarheid. Zij heeft een omvang van meer dan 200,000 Ha.
+Haar gemiddelde hoogte bedraagt zoowat 15 M., terwijl haar toppunt in
+Limburg 80 M. bereikt. Een diepe ernst ligt over de geheele vlakte, die het
+gemoed beklemt, ondanks het plantenkleed, dat de natuur er over gespreid
+heeft. De paarsche erica en de gele brem wisselen er af met schrale
+jenever- en hulststruiken, berken en mastboomen. Waar het insijpelende
+water niet weg kan vloeien, daar is de grond moerassig en vormen zich met
+den afval der planten veen- of turfgronden. Elders treft men op een diepte
+van 1 M. ongeveer, leem aan, dat, aan de oppervlakte gebracht en met zand
+vermengd, een goeden bouwgrond oplevert. Duizenden hectaren schralen
+heigrond heeft men aldus in vruchtbare beemden en akkers herschapen.
+
+In de 12e eeuw waren de Kempen nog weinig bevolkt; de monniken der abdijen
+van Tongerloo, van Averbode en van Postel waren waarschijnlijk de eersten,
+die het werk der ontginning begonnen, doch het is vooral sedert de
+vereeniging met Nederland in 1815, dat men beproefde een beter gebruik van
+den bodem te maken. Ook de Trappisten droegen in latere jaren krachtig bij,
+om de woeste gronden te doen verminderen.
+
+XIII. -- Klein-Brabant ligt in den zuid-westhoek der provincie Antwerpen
+tusschen de Schelde, den Rupel en de Zenne. Het is een vreedzaam en
+verrukkelijk oord met een vruchtbaren klei- en zandgrond, die met zorg is
+bewerkt en de kundige hand van den Vlaamschen landbouwer bewijst.
+
+XIV. -- Het Land van Aalst, aldus genoemd naar de stad, die er het
+middelpunt van uitmaakt, is een vruchtbare kleistreek met malsche weiden,
+waardoor de Dender kronkelt. Schoone velden met koren en koolzaad wisselen
+af met voortreffelijke moestuinen; doch het is vooral bekend door de rijke
+hopakkers.
+
+XV. -- Het Land van Waas. -- Indien dit heerlijk land, liggende aan den
+linker oever der Schelde, tusschen Antwerpen en Gent en de vaart van
+Terneuzen, tegenwoordig den indruk maakt van een grooten volkrijken
+boomgaard, dan is dit alles de vrucht van eeuwen arbeids. Dit mooi gewest,
+met zijn idyllisch voorkomen, met zijn rijke en vriendelijke landouwen, was
+eenmaal een treurige zandwoestijn, de voortzetting der Antwerpsche Kempen.
+
+De vroege ontwikkeling der Vlaamsche steden met hun talrijke bevolking,
+bracht de noodzakelijkheid mee, om het omliggende woeste land te maken tot
+een der meest voortbrengende gewesten van Europa. Hoeveel arbeid en taai
+geduld, hoeveel bedrevenheid en kunde is er noodig geweest, om uit die
+dorre vlakte met poel en moeras, een waren lusthof te doen ontstaan!
+
+Nu zou men allicht denken, dat zulk een streek, waar de eene akker naast
+den anderen als in een meetkundig mozaiek zich uitstrekt, van alle
+bekoorlijkheid is ontbloot. Doch onze eenvoudige landman met zijn scheppend
+vermogen bezat een diep gevoel voor natuurschoon, waardoor zoovele
+Vlaamsche dichters en schilders bezield en in verrukking zijn gebracht.
+
+Lees _De Laveleye_[15], den ouden _Sanderus_[16], of den Florentijn
+_Guicciardini_[17], of liever doorwandel het Waasland van Gent in welke
+richting ook, alom bezaaid met volkrijke dorpen, en zeg of bij die kalme,
+frissche natuur, onder het heerlijk lommer der boomen uw hart niet opengaat
+van louter natuurgenot? Wat uw oog ontmoet, is slechts een kleur, maar in
+een reeks van schakeeringen met een onvergelijkelijke bekoorlijkheid en
+innige poezie! Hier leent de akkerbouw zijn nooit vermoeide hand aan de
+kracht der natuur, om beide vereenigd, hun gouden horen des overvloeds uit
+te storten. Met recht heeft men het Waasland genoemd "den tuin van Belgie."
+
+Andere deelen, niet minder lief en bevallig, vormen de lachende oevers der
+Lei, met hun zacht bewogen vlasakkers, als het vleiend windje er over
+strijkt, met hun weiden van groen fluweel, zoo teeder rustig en betooverend
+schoon. Gaan we naar het zuidelijk deel, waar de bodem met zijn golving en
+kleine verhevenheden, zooveel er toe bijdraagt, om de schoonheid nog te
+verhoogen, dan genieten we overal van de verrukkelijke gezichtspunten, die
+de ziel boeien en verheffen. Doch er is nog een ander Vlaanderen, dat van
+het Meetjesland en dat der polders en dijken, het jongste in vorming als in
+geschiedenis.
+
+XVI. -- Het Meetjesland herinnert door de gesteldheid van zijn mageren
+bodem aan de Kempen, waartoe het vroeger behoorde. Het kenmerkt zich door
+een zekere eentonigheid, door zijn boekweitvelden en sparreboschjes.
+
+Het strekt zich uit rondom de stad Eekloo en meer bepaaldelijk in de
+richting van 't noord-oosten, tusschen de Lieve, de vaart van Schipdonk en
+het kanaal Leopold, dat door het Polderland loopt.
+
+XVII. -- De Polders. -- Van Duinkerke langsheen de Noordzee tot aan de
+monden der Schelde en verder waar ze zich vereenigt met den Rupel, de Durme
+en den Dender, strekken zich lage kleivormingen uit, in vorige eeuwen door
+den Oceaan bedekt, maar thans in voortbrengende gronden herschapen. Die
+breede zoom van 10 tot 15 Km., door aanslibbing van zee en stroomen
+neergelegd, is door de bewoners op de wateren veroverd, ingedijkt en
+drooggemaakt, en eindelijk in vruchtbare _polders_ veranderd. Het water van
+rivier of zee moest men eerst door afdammen terugdringen, het overtollige
+binnenwater uit poel en moer verwijderen, daarna de gronden droogleggen
+door een kunstmatig en met zorg onderhouden stelsel van afwatering, door
+middel van slooten, ringgrachten en kanalen, die het naar de zee voeren;
+want overal is water aanwezig: het borrelt en vloeit door de oppervlakte of
+op een geringe diepte onder den grond. Heel dit ingewikkeld netwerk van
+kleine wateren met zijn sluizen, dat, als een gedwee werktuig in de hand
+van den mensch, dienen moet, om de kostbare oppervlakte te behoeden tegen
+overstrooming of doorzijging van den ondergrond, draagt den naam van
+_watering_.
+
+Op groote afstanden verheffen zich, als een weinig hooger liggend
+wandelpad, bijna onmerkbare _dijken_, waaraan niet minder zorgen zijn
+besteed, en die onze voorouders eeuwen arbeids en opofferingen hebben
+gekost, niet enkel om ze te leggen, maar om ze te behoeden tegen de
+herhaalde aanvallen der geduchte elementen.
+
+De polderstreek, die ten minste 80 Km. lang is, met een omvang van nagenoeg
+100,000 Ha. in ons land, gaat van boven Antwerpen evenwijdig met de Schelde
+over Zelzate en Damme, dan zuidelijk over Oudenburg naar Diksmuide en
+Veurne.
+
+XVIII. -- Veurne-Ambacht. -- Het is onder dezen naam dat men de rijke gouw
+aanduidt, die in den omtrek der steden Diksmuide en Veurne, zich voortzet
+tot aan de Fransche grens, tusschen den IJzer en de duinen van de Noordzee.
+Zij heeft een oppervlakte van 350 Km2. Op den aangeslibden grond groeit een
+kort en stevig gras, dat door de zilte zeelucht gevoed, een krachtig
+voedsel oplevert voor de paarden- en de veeteelt. Sedert meer dan drie
+eeuwen geniet deze streek een welverdiende vermaardheid om haar
+zuivelbereiding, waaraan zij ook het beste deel harer welvaart verschuldigd
+is.
+
+XIV. -- De Duinen. -- Verlaten wij de groene vlakte, dan ontmoeten we ten
+noorden den voet van den duingordel, die als een aaneenschakeling van
+golvende zandheuvels met een gemiddelde hoogte van 10 M. en een
+afwisselende breedte van 60 M. tot 3 Km. zich voortzetten langsheen de
+zeekust. Die gansche duinwal schat men op 3000 Ha. Op sommige plaatsen
+komen ze dieper in 't land te liggen, in breedere en smallere rijen, min of
+meer evenwijdig met elkander, tusschen wier hoogten zich _pannen_ of kleine
+dalen vormen. Nabij de dorpen Koksijde en de Panne liggen de hoogste
+duintoppen, waarvan een, de Hooge Blekker, 32 M. bereikt.
+
+Deze aeolische vormingen zijn het eigendom der zee, de zandbanken, die de
+hooge vloed uit haar schoot opwerpt boven het strand, waar de fijne,
+beweeglijke zandkorrels spoedig op hun beurt de speelbal worden der
+heerschende winden, die van den zeekant komen, en ze over de duintoppen
+voortdurend het land injagen.
+
+Door beplanting met helmgras, duindoren en kruipwilg is men er in geslaagd
+de duinen meer vastheid te geven. Merkwaardig is de rijkdom van water in de
+duinen, zoodat men bij behoorlijke leiding sommige steden van uitstekend
+drinkwater zou kunnen voorzien.
+
+
+Taal en Volk
+
+Van de zeven millioen inwoners, die Belgie bewonen, zijn er vier millioen,
+die behooren tot den Nederlandschen stam, en die, behalve een paar honderd
+duizend, Nederlandsch spreken, terwijl slechts drie millioen het Waalsch of
+Fransch als moedertaal gebruiken.
+
+De Belgische stammen, die voor meer dan twintig eeuwen ons land bewoonden,
+waren Kelten, behoorende tot het ras, dat ook geheel Frankrijk bevolkte.
+Naar alle waarschijnlijkheid waren deze voorafgegaan door een nog oudere
+bevolking, wier overblijfselen men gevonden heeft in de grotten langs Maas
+en Lesse, in de streken langs Hene, Schelde of Rupel.
+
+De Keltische stammen in 't zuiden van ons land en die met de Romeinen
+steeds in aanraking waren, ondergingen meer en meer hun invloed. Weldra
+doorsneden de heirbanen het bijna ondoordringbare kolenwoud. De Latijnsche
+taal drong langzamerhand in het Keltische leven, waardoor het Waalsch is
+ontstaan. Toch valt het niet te loochenen, dat ondanks zijn Romaansche
+afkomst, het een groot getal Germaansche elementen in zich heeft opgenomen,
+vooral het Luikerwaalsch. De oorzaak daarvan ligt waarschijnlijk in het
+langdurig verblijf der Austrasische Franken in de omstreken der Maas. De
+uitdrukkingen "Waal en Waalsch" zijn de benamingen door de Germanen aan de
+Romanen gegeven.
+
+Sedert het Karolingische tijdvak heeft het Waalsch zijn grenzen weinig
+veranderd. Wel is de naam van Luik oorspronkelijk Germaansch evenals
+Herstal, maar dit is geen bewijs dat het Germaansch of Nederfrankisch
+vroeger zuidelijker werd gesproken en het Waalsch vooruitgeschoven is. Daar
+tegenover staan vele Waalsche namen van plaatsen, die altijd door een
+Vlaamsche bevolking zijn bewoond geweest.
+
+Taalgrens. -- Trekt men van St.-Omaars in Frankrijk nagenoeg een rechte
+lijn tot aan Maastricht, dan wijst deze vrij juist de taalgrens aan
+tusschen de Nederlandsch sprekende en Waalsche bevolking, en komt nagenoeg
+overeen met den Romeinschen steenweg van de zee over Bavaai naar Keulen en
+den noordelijken zoom van het uitgestrekte Kolenwoud, dat Belgie in vroeger
+tijden van het westen naar het oosten doorliep. Ten noorden van dien zoom
+woonde de rustig landbouwende Frankische stam, waarvan de overgroote
+meerderheid der Vlamingen afstamt. Soms in een en hetzelfde dorp maakt de
+straatweg de scheiding tusschen het Waalsch en het Vlaamsch element. Eeuwen
+reeds wonen de beide volksstammen naast elkander. Zij hebben hetzelfde lot
+ondergaan, vreedzame en woelige tijden met elkander doorleefd, en toch
+heeft dit alles niet geleid tot verwisseling van taal.
+
+In de eerste en tweede eeuw onzer jaartelling was het grootste deel van
+laag-Belgie naar alle waarschijnlijkheid nog bewoond door Keltische
+stammen, doch toen de Germanen van den beneden-Rijn in de vierde eeuw er
+verschenen, waren de eersten verdwenen, misschien ten gevolge van zware
+overstroomingen, die in de IIIe eeuw plaats hadden, en er bijna alle sporen
+der Romeinen hadden weggevaagd. Wat er hier en daar wellicht van overbleef,
+loste zich op in den Frankischen bond.
+
+Een ander Germaansche volksstam, de Friezen, had zich van uit het noorden
+allengs langs de zeekusten uitgebreid tot voorbij de monding der Schelde,
+tot het Zwin in Vlaanderen, doch waren door Pepijn van Herstal en Karel
+Martel teruggedrongen. Toen later Karel de Groote talrijke familien van
+Saksen in Vlaanderen overplaatste, versmolten zij spoedig met de Frankische
+stammen. Laag-Belgie bleef dus Germaansch gebied en de taal door de
+bevolking gesproken was zuiver Nederfrankisch. De oud-Germaansche liederen,
+die Karel de Groote liet opteekenen, waren waarschijnlijk in dien
+oud-Vlaamschen tongval geschreven. Van de laatste helft der XIIe eeuw
+dagteekenen de eerste tot ons gekomen producten onzer Nederlandsche
+Letterkunde, waartoe Limburgers, Vlamingen en Brabanders het meest
+bijdroegen. Ze zijn in het Middelnederlandsch, de omgangstaal van de lage
+landen, ten zuiden van den Rijn tot aan de grenzen van het groote Kolenwoud
+in Belgie gesproken.
+
+In de XIIIe eeuw, te zamen met de toenemende macht der burgerij, bereikte
+die letterkunde, vooral in Zuid-Nederland, haar hoogsten bloei. Jacob van
+Maerlant van Damme (* omstreeks 1300), "de Vader der Dietscher Dichtre
+algader", evenals de luimige zanger van het meesterlijk gedicht van "den
+Vos Reinaerde" (1270), gaven uitdrukking aan de burgerlijke gedachten en
+gevoelens van dien tijd.
+
+Het Nederlandsch in Belgie bevat vier dialecten: het zoetluidende
+West-Vlaamsch, dat meer op de taal der middeleeuwen gelijkt, en dat ook in
+Zeeland wordt gehoord; het Oost-Vlaamsch; het Brabantsch, dat in de Kempen
+het zuiverst klinkt; het Limburgsch, dat in meer dan een opzicht het
+Middelfrankisch nadert. Doch daarnaast is voor heel Vlaamsch-Belgie het
+beschaafde Nederlandsch de schrijftaal, die ook met elken dag door den
+ontwikkelden Vlaming zuiverder wordt gesproken en geschreven. Naast de
+groote aantrekkelijkheid, die het verleidende Fransch hier op de menigte
+uitoefent, is het hardnekkig doordrijven der taalparticularisten een groot
+gevaar voor het behoud onzer taal. Hier geldt geen kinderlijke bewondering
+en gehechtheid aan een gewestspraak, hoe zoet ze ook moge wezen, maar wel
+de kracht, de eenheid van onzen stam. Daarom zorge men dat overal onze taal
+zoo zuiver mogelijk worde gesproken en zich ontwikkele tot een rijk,
+welluidend, helder en beschaafd Nederlandsch.
+
+Behalve in Nederland en in Vlaamsch-Belgie wordt het Nederlandsch in een
+deel van het Noorder-departement in Frankrijk, in Zuid-Afrika en in de
+Nederlandsche kolonien in Oost- en West-Indie gesproken, te zamen door
+nagenoeg tien millioen menschen.
+
+
+Karakter der Vlamingen
+
+Naast geest en gemoed, in hun eigenschappen en gebreken toonen de Vlamingen
+zich de afstammelingen van hun Germaansche voorvaderen.
+
+Het beeld, dat Tacitus[18] van het karakter, de zeden en de gewoonten dier
+oude Germanen heeft geteekend, maakt zeker geen ongunstigen indruk. Hun
+rijzige, forsche gestalte, hun open gelaat, hun heldere blauwe oogen, de
+rossig-blonde lokken, die over hun schouders golfden, hun onbevangen blik,
+hun mannelijke houding, 't getuigde alles van fierheid en rustige kracht.
+Hoewel ruw en onbeschaafd, waren ze niet wreed noch ongevoelig voor
+zachtere indrukken. Hun zeden, vergeleken bij die der Romeinen, waren
+eenvoudig en rein; hun huwelijkstrouw en eerbied voor den ouderdom en de
+vrouw, hun kinderlijke openhartigheid waren algemeen bekend en staken
+gunstig af bij het gelijktijdig zedenbederf der meer beschaafde Grieken en
+Romeinen. Vrijheid was hun boven alles lief, gastvrijheid een kenmerk van
+den Germaan; zelden werd een vreemdeling afgewezen of hem de toegang tot
+het erf ontzegd.
+
+Jammer dat dit sterk gevoel voor vrijheid zoo dikwijls oversloeg in afkeer
+voor gezag en tucht, in gebrek aan eensgezindheid, zelfs bij dreigend
+gevaar. Belust op buit door krijg en veete, maakte hij zich dikwijls
+schuldig aan misbruik van sterken drank; zijn verregaande hartstocht voor
+het dobbelspel werd hem soms verderfelijk. Dronkenschap hebben helaas! zijn
+nakomelingen van hem overgeerfd.
+
+Naast den man vertoont zich de Germaansche vrouw in een schooner licht:
+haar ranke edele gestalte, haar kuische ingetogen blik, waaruit hare reine
+inborst sprak, dwong eerbied af. Als eene trouwe gade stond zij haar
+echtgenoot ter zijde. Niet alleen droeg ze zorg voor huis en have, maar
+volgde hem dikwijls in den strijd, bracht hem lafenis en verkwikking, en
+wist zijn moed en dapperheid aan te vuren. In de heldenzangen van dien
+tijd, in de algemeene vereering, die zij later onder de Ridderschap genoot,
+zien wij het bewijs van haar waardigheid en reinen glans.
+
+Ondanks al de lotwisselingen van het Vlaamsche volk in de verschillende
+tijdperken van zijn bestaan, heeft het veel van zijn Germaansche vaderen
+behouden. In de rechtstreeksche uiting van zijn verstand en gevoel ligt nog
+altijd die zelfde vrijmoedigheid, die ruwe rondborstigheid, iets dat
+getuigt van zorgelooze vroolijkheid, die zoo licht uitbundig wordt. Over
+het algemeen is de Vlaming voorkomend, gezellig en deelnemend. Gaarne
+vertoeft hij buitenshuis, en verheugt zich in vriendenkring; houdt daarbij
+van boert en schalken spot. Van natuur is hij bijzonder muzikaal, kunst- en
+prachtlievend. Toegevend en dienstvaardig voor vreemdelingen, is hij steeds
+bereid, om zich aangenaam en nuttig te maken. Evenals zijn Waalsche
+landgenooten, is hij gastvrij; zonder omslag of plichtplegingen wordt ge
+vriendelijk ontvangen. Op den buiten begroeten de landlieden u met een
+hartelijken "goeien dag." De Vlaming heeft niet die nuchterheid van
+verstand, niet die koele terughouding, maar ook niet die taaie wilskracht
+en volharding, dien zedelijken ernst, die het kenmerk is van zijn
+Noorderbroeder. Een warmer opbruisend bloed maakt hem beweeglijker,
+geestdriftiger en zet zijn hart gauwer in gloed.
+
+Doch laten we liever het woord aan Prof. H. Kern[19], waar hij zijn oordeel
+over ons aldus neerschrijft:
+
+"De Zuid-Nederlanders: Vlamingen, Brabanders, Antwerpenaars, hebben veel
+karaktertrekken met hun stamgenooten in 't Noorden gemeen. Ze zijn even
+vrijheidslievend, en overschrijden even licht de grens, die vrijheid van
+bandeloosheid scheidt. Zij zijn minder stijf en stroef in den omgang,
+levendiger, rumoeriger; minder bezadigd en lichter geraakt; minder
+peuterig, minder omslachtig en minder zwaartillend, doch ook minder
+nauwgezet; handiger, meer artistiek van aanleg, meer gesteld op uiterlijke
+praal, niet vrij van ijdelheid. Zonder zeer hartstochtelijk te zijn,
+geraken ze toch eerder in vuur. Daar zij minder zwaartillend zijn, zien zij
+er minder tegen op het initiatief te nemen."
+
+Kan dit oordeel van den grooten Nederlandschen geleerde als de lichtzijde
+van ons karakter gelden, ook op de schaduw er van behooren wij te wijzen;
+en in de eerste plaats op het gebrek aan geloof in ons zelven, ons zwak
+gevoel van eigenwaarde, onze geringschatting voor eigen taal. Onze
+vaderlandsliefde is alleen nog verpersoonlijkt in onze historische
+monumenten en kunstschatten, in onze gehechtheid aan veel wat van den roem
+van het voorgeslacht tot onze zinnen spreekt. Na de verschrikkelijke crisis
+der zestiende-eeuwsche beroerten, die ons van het puik onzer bevolking
+beroofde, heeft een geest van verslapping, van lamlendigheid en
+onverschilligheid zich langzamerhand van ons meester gemaakt. En wat werd
+er toen van het vroeger zoo fiere Vlaamsche volk, bestemd voor de
+heerlijkste toekomst? Verlaten door de krachtige leiders, de edelste zonen
+van onzen stam, die bij duizenden en tien duizenden de wijk naar het
+Noorden hadden genomen, lieten wij onzen geest meer en meer verkwezelen,
+zonken in armoede en machteloosheid weg, om gedurende bijna drie eeuwen
+overgeleverd aan vreemde willekeur en geweld, uit de rij der natien te
+worden weggevaagd. Bloed en zweet mochten wij ten offer brengen voor
+belangen, die ons heelemaal vreemd waren. Ziedaar het loon van eigen
+dwaasheid en verblinding, het lot, dat alleen de standvastigheid onzer
+Vaderen van ons had afgewend.
+
+De vereeniging met Nederland in 1815 schonk den Vlaming de gelegenheid de
+zware fout der XVIe eeuw te herstellen, alles bezittend wat noodig was, om
+een bloeienden, rijken Staat te vormen. Helaas! uit de school der
+beproeving was hij even arm aan wilskracht, aan zelfbeheersching te
+voorschijn getreden. Opnieuw liet hij zich eerst door een opruiende
+geestelijkheid, dan door de oproermakende Walen verleiden, om tegen zijn
+eigen taal te protesteeren, met de vijanden van zijn stam te heulen en de
+hereeniging plotseling te verbreken, die door stijgende welvaart en
+voorspoed zooveel van zich verwachten liet en een voorwerp was geworden van
+bewondering, maar ook van afgunst voor anderen. Opnieuw scheidde hij zich
+af van zijn Noorderbroeders, om zich te krommen onder het juk van Waalsche
+bureaucratie, en een langen lijdensweg op te gaan van geestelijke
+verstomping en stoffelijken achteruitgang, van miskenning zijner heiligste
+rechten.
+
+Wat zou er in die drie vierden van een eeuw van ons volk zijn geworden
+zonder de Vlaamsche Beweging, die weinig jaren na de Omwenteling van 1830
+zich reeds deed gevoelen; zonder de toewijding der trouwste zonen van 't
+Land, die steeds voor de verwaarloosde stamgenooten in de bres sprongen, om
+hun miskende rechten met moed en klem te verdedigen, en aldus machtig
+bijdroegen tot Vlaanderens zedelijke herleving? Zal ons volk dien weg
+blijven opgaan? Zal het hem mogelijk zijn met de aanmoedigende leeringen en
+voorbeelden van het verleden voor oogen, tot een betere toekomst te
+geraken, zijn vorige kracht en glorie te herwinnen? Dat zal in de eerste
+plaats afhangen van ons zelven, van onze geestkracht en toewijding, van den
+adel onzer handelingen, van ons gemeenschappelijk gevoel en eensgezindheid.
+In het heden ligt wat worden zal!
+
+
+Algemeen overzicht der Steden en Monumenten
+
+Vlaamsch-Belgie is een historisch gewest bij uitmuntendheid. Weinig
+landstreken bezitten zooveel geschiedkundige herinneringen, zooveel fraaie
+steden, zooveel natuurschoon en kunstschatten, zooveel bekoring voor hart
+en geest. Al vroeg werd het een machtig midden van druk verkeer, van
+handel en nijverheid, een soort van onafzienbaar marktplein, waar Noord en
+Zuid, de kooplieden van Engeland, Frankrijk en Italie, de Venetiaansche en
+Hanzeatische zeelieden elkander ontmoetten. De vreemdelingen, die onze
+landstreek bezochten, stonden verbaasd over de talrijke bevolking, die zich
+overal verdrong. In de XIVe en XVe eeuw wekten onze steden de bewondering
+van gansch Europa. Hun oude luister is thans verdwenen of sterk afgenomen;
+sommige zijn schier uitgestorven, doch andere hebben zich uit den staat van
+verval tot welvaart en bloei weer opgewerkt, om tot haar vorige glorie
+terug te keeren. Er is bijna geen stad, die niet een of ander roemrijk feit
+te vertellen weet; zelfs de doode steden met hun ruime pleinen en markten,
+geschikt voor volksvergaderingen, roepen menige merkwaardige gebeurtenis
+voor den geest. In dezen tijd wordt er oneindig veel gedaan voor het behoud
+dier eerwaardige monumenten en voor de kunst in 't algemeen. Geen kerk of
+raadhuis of welk ander belangrijk gebouw, of het wordt met zorg hersteld,
+om de schade of den wansmaak, door vandalisme aangebracht, te doen
+verdwijnen. Dit is een gevolg van den eerbied, dien de Belg in 't algemeen
+gevoelt voor de overblijfselen van zijn verleden, van zijn dankbaarheid
+voor 't roemrijk voorgeslacht. De prachtige kathedralen met hun hooge
+torens, de rijkversierde raad- en gildehuizen, de zware steenen belforten
+en uitgestrekte hallen, zijn het niet als zoovele sprekende getuigen van
+zijn kunst- en godsdienstzin, van de macht en den rijkdom onzer steden? Elk
+van hen stelde er een eer in, haar schepenhuis te bouwen naar een eigen
+zelfstandig plan. Het is als burger van een stad, als lid van de eene of
+andere gilde, dat de Belg bewust is van zijn gehechtheid aan zijn land.
+
+De eerste groote steden, die de reiziger ontmoet als hij, komende uit
+Duitschland, de Belgische grens overschrijdt, zijn het nijverige Verviers
+(52,500 inw.) met talrijke laken- en wolfabrieken, en Luik (171,000 inw.),
+het middelpunt der steenkool- en ijzerindustrie, en in bevolking de derde
+stad van 't rijk. De omstreken nemen een belangrijk deel aan haar groote
+bedrijvigheid, o. a. Seraing (40,000 inw.), met zijn grootsche inrichtingen
+en machtige ijzerfabrieken, evenals zijn kristal- en glasblazerijen van
+_Val St-Lambert_. Die ontzaglijke metaal-industrie, waarvan de gebroeders
+_Cockerill_ de scheppers waren, dankt ons land aan koning Willem I, die hun
+het domein, het vroegere zomerverblijf der prins-bisschoppen van Luik, voor
+dit doel afstond (1817). In 1821 trad te Seraing de eerste hoogoven in
+werking, die de stuwkracht werd onzer ijzerindustrie, welke in onzen tijd
+zulke ontzettende uitbreiding heeft genomen.
+
+Spoedig verlaten we het Waalsch gebied. Ten noorden in de provincie Limburg
+liggen de oude Vlaamsche steden Tongeren en St.-Truiden, verder Hasselt en
+Maaseik. Tongeren (9,000 inw.) ontleent zijn naam aan den Germaanschen
+volksstam, die zich hier kwam vestigen op de plaats der Aduatieken en
+Eburonen, die Caesar had doen uitroeien. Het standbeeld van Ambiorix op de
+Markt herinnert ons aan een der glorierijkste feiten van het begin onzer
+geschiedenis. Evenals Tongeren had St.-Truiden (13,700 inw.) veel te lijden
+en werd herhaaldelijk verwoest. Men beweert dat zij de geboorteplaats is
+van _Gerhard van Rile_, den eersten bouwmeester der statige domkerk te
+Keulen, dit onvolprezen meesterstuk der middeleeuwsche bouwkunst. Hasselt
+(15,000 inw.), de hoofdstad der provincie, is bekend om haar stokerijen,
+terwijl Maaseik (4,700 inw.) doorgaat voor de geboorteplaats van de twee
+beroemde broeders _Hubert_ en _Jan Van Eyck_, de stichters der Vlaamsche
+schildersschool in de XVe eeuw.
+
+Intusschen zetten we onze reis voort over Tienen naar Leuven. De eerste
+(17,700 inw.) is een voorbeeld van netheid, met suiker- en ijzerfabrieken
+en een zeer bezochte graan- en veemarkt. In 1213, bij den inval van den
+prins-bisschop van Luik, werd de stad ten gronde vernield, benevens 32
+dorpen en andere steden, waaronder Zoutleeuw, welks oud stadhuis en kerk,
+maar vooral haar keurig tabernakel als een wonder van bevalligheid zijn
+bekend. De kerk van Zoutleeuw is de eenige, die in de 16e eeuw door de
+beeldstormers niet werd verwoest; zij geeft alleen een beeld van hetgeen
+onze bedehuizen waren voor de kerkhervorming.
+
+[Figuur: Romaansche Kloostergang te Tongeren]
+
+Ten noord-oosten van 't Hageland liggen de steden Diest (8,900 inw.) en
+Aarschot (7,000 inw.). Diest met een rijk archief van merkwaardige
+oorkonden der XIIIe eeuw, hield in den strijd tegen Spanje het langs de
+zijde van Willem den Zwijger. In de kerk van St.-Sulpicius rust Oranje's
+oudste zoon Filips (*1618).
+
+Thans vraagt Leuven onze aandacht, de voormalige rijke hoofdstad van het
+hertogdom Brabant, gedaald tot den rang van gewone provinciestad. Gelegen
+aan de Dijle, waar keizer Arnold in 892 de Noormannen een geduchte
+nederlaag bracht, telde de stad in de XIVe eeuw niet minder dan 4000
+weefgetouwen voor het vervaardigen van laken, en een bevolking, beweert
+men, van 80,000 zielen, nu slechts 42,000. Inwendige onlusten tusschen
+edelen en ambachtslieden, woeste partijschap en burgerkrijg deden haar
+nijverheid ten onderen gaan. Hertog Jan IV, een bevorderaar van letteren en
+wetenschap, trachtte de stad voor dit verlies schadeloos te stellen, en
+begiftigde haar in 1426 met een hoogeschool, een eeuw later een der meest
+bezochte van gansch Europa. Een groot getal beroemde mannen: Erasmus,
+Justus Lipsius, Paus Adriaan VI van Utrecht werden er gevormd.
+
+Vervallen van haar vroegere grootheid, bezit ze nog belangrijke fabrieken
+en brouwerijen, alsook een goed bezochte Kath. Vrije Universiteit, gesticht
+in 1834. Het stadhuis is een juweel en een der schoonste monumenten van
+Belgie. Dit meesterstuk van den Leuvenschen bouwmeester Matheus Layens,
+begonnen in 1448 en voltooid in 1463, oefent door zijn bevallige
+evenredigheden en zijn rijkdom van versiering een blijvende bekoring uit.
+In die steenen geciseleerde rijve heeft de burgerlijke gothiek haar toppunt
+van kunst bereikt. De St.-Pieterskerk van den Diestenaar _Sulpicius van
+Vorst_, met haar grootsch portaal en statigen middelbeuk, bezit een schat
+van schilderijen en beeldhouwwerken.
+
+[Figuur: Stadhuis van Leuven _(Bulletin officiel du Touring Club de
+Belgique)_]
+
+Halverwege tusschen Leuven en Antwerpen ligt Mechelen aan de Dijle. In de
+Middeleeuwen telde deze stad 12,000 lakenwevers, en voorzag de Nederlanden
+met haar voorwerpen van metaal en met haar klokken; haar goudlederen
+behangsels waren heinde en ver bekend en haar kanten zijn nog overal
+beroemd. Mechelen telt heden 56,000 inw. Het is de zetel van het
+rijksarsenaal voor den bouw en de herstelling van het materieel der
+spoorwegen; zijn meubelfabrieken, tapijten en gobelins, zijn mis- en
+kerkboeken worden veel gevraagd. Tijdens Margareta van Oostenrijk en Karel
+V, en later in de godsdienstige woelingen der XVIe eeuw heeft Mechelen een
+belangrijke rol gespeeld. Sedert Filips II is het de zetel van den
+aartsbisschop, primaat van Belgie. Behalve nog een groot getal mooie
+huizen, bezit de stad in haar St.-Rombouts-kathedraal, een der schoonste en
+rijkste kerken. Haar zware toren, niet ongelijk aan een gebeitelde
+granietrots, is het werk van den beroemden bouwmeester _Rombout
+Keldermans_. Begonnen in 1452, bereikte hij zijn tegenwoordige hoogte
+(97m30) in 1515; hij bevat een der welluidendste beiaarden van 't land.
+Onder de vele groote mannen, die Mechelen heeft voortgebracht, noemen we
+slechts _Rembert Dodoens_, den beroemden kruidkundige, die tijdens de 16e
+eeuw de wijk naar Holland moest nemen.
+
+[Figuur: St-Romboutskerk te Mechelen]
+
+Noord-oostelijk van Mechelen ligt Lier (22,300 inw.) aan den samenvloed der
+beide Neten. In de IXe eeuw werd zij door de Noormannen geplunderd en
+verwoest. Zij bezit een der prachtigste kapittelkerken van Belgie met een
+keurig gebeiteld doksaal. Het is de geboorteplaats van den Nederlandschen
+schrijver _Anton Bergmann_ en van kanunnik _J. B. David_, professor te
+Leuven.
+
+Te midden der Kempen ligt Turnhout (20,600 inw.) met fabrieken van linnen,
+meubelpapier en speelkaarten, kantwerk en andere nijverheden. In 1789
+overwonnen er de Brabantsche patriotten, onder generaal Van der Meersch,
+het Oostenrijksche leger.
+
+Langs de spoorlijn Leuven-Brussel zijn we thans de prachtige hoofdstad van
+Belgie, den zetel van 's lands regeering, genaderd.
+
+Brussel telt 184,000 inw., met haar mooie voorsteden _Laken_(koninklijke
+verblijfplaats), _Schaarbeek, St.-Joost-ten-Oode, Etterbeek, Elsene,
+St.-Gillis, Anderlecht, St.-Jans-Molenbeek_ en _Ukkel_ meer dan een half
+millioen. Gelegen deels in de Vlaamsche laagvlakte, deels nabij het
+opklimmende heuvelland, het Waalsche gewest, is zij in meer dan een opzicht
+het echte centrum des lands. In de nieuw gebouwde bovenstad met het
+heerlijk park, haar vorstelijke woningen en paleizen, spreidt zich rijkdom
+en weelde ten toon: daar heerscht de Fransche taal. In de benedenstad, het
+oudere Vlaamsche deel, tevens het middelpunt van arbeid en nijverheid,
+spreekt het volk vrij algemeen Vlaamsch. Nog onder de Oostenrijksche
+regeering, op het einde der XVIIIe eeuw, werden meestal de akten te Brussel
+in het Vlaamsch opgesteld.
+
+Het valt niet te loochenen, dat de gegoede burger van Brussel, evenals die
+van andere Vlaamsche steden meer en meer verfranscht is; de hoogere standen
+en de adel waren het sinds geruimen tijd; doch van den anderen kant is het
+Nederlandsche stambewustzijn bij een groot deel der bevolking levendiger
+geworden, en is het Vlaamsch in kracht, samenhang en waardigheid
+vooruitgegaan.
+
+[Figuur: Doksaal van de St-Gommaarskerk te Lier]
+
+[Figuur: Stadhuis te Brussel]
+
+Door haar aangename ligging, door haar inrichtingen op allerlei gebied,
+haar kunstschatten en nijverheid is zij een der schoonste hoofdsteden der
+wereld. Bij het binnenkomen valt onmiddellijk de mooi gelegen Kruidtuin in
+het oog; verder op, in het midden der Koningstraat, heeft men de hooge
+Congreskolom, waar een heerlijk panorama van de geheele benedenstad zich
+ontrolt. Onuitwischbaar is de indruk van dit prachtig tafereel met de
+grootsche Goedelekerk en den slanken St.-Michielstoren van 't stadhuis.
+Langsheen de Wetstraat zijn de Ministeries en de Wetgevende Kamers, alsook
+de Warande of het Park met zijn herinneringen aan 1830; aan de overzijde
+staat het Koninklijk Paleis, het ruiterstandbeeld van Godfried van
+Bouillon, den held van den eersten kruistocht; links de Rijksbibliotheek
+met 250,000 boekdeelen en 23,000 kostbare handschriften; daarnaast het
+algemeen Staatsarchief en het prachtig Museum van moderne schilderstukken.
+Het Museum van natuurlijke historie met zijn gevulde zalen van allerlei
+voorwerpen uit het steenen en bronzen tijdperk, en zijn reusachtige
+geraamten van voorhistorische dieren, bevindt zich thans in een ander
+lokaal in de nabijheid van het Wiertz-museum. In de monumentale
+Regentiestraat heeft men op het einde een verrukkelijk gezicht op het
+Justitiepaleis, dat als een reusachtige Babylonische godentempel in volle
+majesteit omhoogrijst. Behalve het paleis van den graaf van Vlaanderen
+treft men langs den overkant een ander aan, waar de schatten onzer oude
+schilderschool, meer dan 400 doeken, bewaard en bewonderd worden. Verder
+komt men aan den Kleinen Zavel met zijn schoone herstelde Gothische kerk,
+en in den daaroverliggenden tuin de martelaarsgroep van Egmond en Hoorn. Op
+het kunstig gesmeed hek, dat den tuin omringt, staan op granietkolommen de
+48 verschillende neringen der XVIe eeuw door bronzen figuren afgebeeld,
+terwijl rondom de hoofdgroep in nissen van levend groen, tien marmeren
+standbeelden zijn geschaard, voorstellende even zooveel beroemde mannen uit
+die merkwaardige eeuw, waaronder Willem den Zwijger en Marnix van
+St.-Aldegonde. Daarnaast bevindt zich 't Muziekconservatorium; hoogerop
+het vermelde Justitiepaleis van den bouwmeester _Poelaert_, dat door zijn
+grootsche afmetingen een machtigen indruk teweegbrengt, evenals het
+verrukkelijk uitzicht op de benedenstad, die thans onze belangstelling
+wekt. Wat het eerst in het oog valt is de statige Goedelekerk, een weinig
+verder de Groote Markt, de rijkste en schoonste van Noord-Europa. Met haar
+keurig Stadhuis en zijn edelen slanken toren, ter hoogte van 96m63, de
+nieuw herbouwde broodhalle of Broodhuis naar het oorspronkelijk plan van
+1515, en zijn krans van rijk versierde gildehuizen van omstreeks 1700,
+dwingt zij elken vreemden bezoeker tot bewondering. Het is majesteit,
+bevalligheid en weelde. _Busken Huet_[20] noemt het "breed kantwerk,
+goudsmederij, een zonnestraal op den weg der bouwkunst". Onder de moderne
+gebouwen der benedenstad vermelden wij verder de Beurs, het Postkantoor, de
+Anspach-fontein, benevens de heerlijke boulevards met de rijke hotels en
+magazijnen, een uitstalling van 't kostbaarste en 't meesterlijkste der
+nijverheid, al de verleiding van kunst en verfijnde weelde, die verbluft en
+verrukt.
+
+[Figuur: Paleis van Justitie te Brussel]
+
+Ten zuiden der hoofdstad in de richting van Henegouwen ontmoet men de
+kleine stad Halle (12,000 inw.), een druk bezochte bedevaartplaats, en
+dicht bij de taalgrens, aan de Romeinsche heirbaan van Bavaai naar Atrecht,
+Edingen _(Enghien)_, in de buurt van een der schoonste parken van Europa.
+
+Volgt men van hier met het spoor nagenoeg den loop van den Dender, tot aan
+zijn monding in de Schelde, dan ontmoet men langs dien weg de steden
+Geeraardsbergen (12,000 inw.), Ninove (7,500 inw.), Aalst (30,000 inw.),
+met grooten handel in hoppe, vlas en koolzaad, met fabrieken van linnen,
+katoenen, wollen en zijden weefsels. In de prachtig onvoltooide
+St.-Maartenskerk te Aalst met een schoon doksaal en een meesterlijke
+schilderij van Rubens, is het graf van _Dirk Martens_, die in 1473 het
+eerst de boekdrukkunst in Belgie bracht. Hij was een der geleerdste mannen
+van zijn tijd.
+
+Dendermonde (10,600 inw.). De collegiale kerk bevat merkwaardige
+schilderijen en beeldhouwwerken van groote meesters. Het is de
+geboorteplaats van den beroemden toonkundige _Jan Ockegem_(*1430) en van de
+Vlaamsche dichters _Prudens van Duyse_, die er zijn bronzen standbeeld
+heeft, en _Em. Hiel_.
+
+[Figuur: Lakenhalle, Belfort en Stadhuis te Gent]
+
+Gent (163,000 inw., met zijn voorsteden meer dan 200,000). Hoe verschillend
+moet de indruk zijn, dien de reiziger ondervindt, als hij voor het eerst
+hier binnenkomt en een moderne stad meent te zien. Nog is hij de
+Vlaanderenstraat niet door, of de illusie verdwijnt bij het zicht van een
+reeks oude gebouwen, waarin zich de luister dier trotsche stad van weleer
+zoo duidelijk afspiegelt. Het eerste gebouw, dat ons treft, is het
+Geeraard-duivelsteen (13e eeuw), daarnaast de statige kathedraal van
+St.-Baafs met haar hoogen toren, de oude Lakenhalle met het nog oudere
+Belfort, welks zware klokken bij feestgetij hun machtige tonen doen hooren.
+Die trouwe wachter en die bronzen stem onzer aloude gemeentevrijheden
+behooren onafscheidelijk bij elkaar. Geen dertig meter verder verrijst het
+prachtige stadhuis, dat uit twee ongelijke deelen bestaat: de jongste gevel
+in Renaissancestijl der 17e eeuw, de oudere in Gothiek naar het plan van
+_Domien De Waghemackere_ en _Rombout Keldermans_(1481-1517). Moest het
+opgebouwd en voltrokken zijn, het zou nergens zijn weerga hebben. Ook de
+oude Romaansch-Gothische kerken van St.-Nikolaas en St.-Jakobs staan in de
+onmiddellijke nabijheid. Plaats u slechts vijftig meter verder met het
+zicht op de schilderachtige Graslei, vroeger de stapelplaats voor de granen
+van Artois, rechts hebt ge de grauwe massa der St.-Michielskerk, voor u het
+nieuwe Gothische postkantoor met zijn drie torens, waarboven in de blauwe
+lucht de klokketoren der St.-Nikolaaskerk en de spits met vergulden draak
+van het Belfort zich afteekenen; bemerk die rij van oude gebouwen, het
+"vrije Schippershuis", een der fraaiste Gothische woningen der XVe eeuw,
+het oude Stapelhuis der XIIIe eeuw in Romaanschen bouwtrant; links, waar de
+Lieve zich met de Lei vereenigt, den ouden slottoren van 't Gravensteen, en
+zeg, of het mogelijk is zich een tafereel voor te stellen, zoo keurig en
+rijk, zoo schilderachtig door samenvoeging van vormen en lijnen, en dit
+alles op een betrekkelijk kleine ruimte, in het centrum der stad? Doch 't
+is vooral de St-Baafskerk, die den kunstminnenden reiziger in zoo hooge
+mate aantrekt. Reeds bij het binnenkomen is de indruk overweldigend. Haar
+verheven hoogaltaar, dat bijna tot aan het gewelf reikt, het weidsche koor
+met zijn marmeren praalgraven, de talrijke kapellen met de kostbare
+gedreven koperen deuren, ieder van deze is op zich zelve een
+kunstheiligdom. In de eene bewondert men het meesterstuk van _Hubert_ en
+_Jan van Eyck_ "de Aanbidding van 't Lam Gods" (1411-1432), zoo verheven
+en dichterlijk van opvatting, zoo volmaakt van samenstelling en techniek,
+zoo rijk van koloriet; in de andere een der heerlijkste doeken van _Rubens_
+"de aanvaarding van den H. Bavo in 't klooster"; in den middelbeuk den
+zeldzamen schoonen predikstoel van _Laurens Delvaux_ (18e eeuw); aan den
+ingang links de doopvont, waarin Karel V in 1500 werd gedoopt, en meer
+andere gewrochten van onschatbare waarde. Wie van karakter en
+oorspronkelijkheid houdt, begeve zich naar Gent, het Venetie van 't
+Noorden, door zijn rivieren (Lei en Schelde, Lieve en Moere) en vaarten in
+verscheidene eilanden verdeeld, die door 65 bruggen met elkander
+gemeenschap hebben.
+
+[Figuur: HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods]
+
+Vervolgen wij onzen weg tot op de Veerleplaats, waar de trotsche oude
+burcht met zijn hoogen slottoren en versterkten ringmuur uit de wateren
+omhoogrijst. Dit bewonderenswaardig specimen van militaire bouwkunst,
+waarvan de onderbouw wellicht opklimt tot de IXe eeuw en waarschijnlijk als
+sterkte diende tegen de Noormannen, werd door Filips van den Elzas in 1180
+vergroot en opgebouwd. Dit slot, dat den geest terugvoert naar overoude
+tijden, zou een lange geschiedenis kunnen verhalen van Vlaanderens strijd
+en wee, evenals de Vrijdagmarkt, het forum der oude Gentenaars, waar het
+standbeeld prijkt van hun grooten burger uit het roemrijk tijdvak van de
+gemeenten der XIVe eeuw, _Jacob van Artevelde_.
+
+[Figuur: Predikstoel van St-Baafskerk te Gent]
+
+Hoeveel vaderlandsche helden en groote mannen zijn hier niet geboren, ook
+de machtige Keizer Karel V, die zijn geboorteplaats zoo vreeselijk
+kastijdde.
+
+[Figuur: HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods (vijf van
+de zeven bovenpaneelen)]
+
+[Figuur: HUB. en JAN VAN EYCK. Aanbidding van het Lam Gods
+(hoofdpaneel)]
+
+De liefhebber van oudheden vindt hier nog zooveel dat zijn weetgierigheid
+bevredigen kan, vooral de indrukwekkende bouwvallen der aloude
+St.-Baafsabdij, gesticht in de VIIe eeuw, tijdgenoote van St-Amand, die
+in 636 hier het evangelie kwam prediken, en herbouwd in de IXe.
+
+[Figuur: Het Stadhuis te Oudenaarde]
+
+Door twee belangrijke kanalen is Gent in gemeenschap met de zee: door de
+vaart van Brugge en Oostende en door die van Terneuzen, welke, gegraven op
+last van koning Willem I (1825), thans verbreed en verdiept, een der
+schoonste kanalen van Europa is geworden.
+
+Door zijn inrichtingen van onderwijs op elk gebied en van elken graad, door
+zijn hoogeschool in 1817 door Willem I gesticht, door zijn museums en
+kostbare bibliotheek, door zijn aanzienlijke fabrieken van metaal, linnen
+en katoen, door zijn tuinbouw en bloementeelt, die thans de eerste plaats
+in de wereld bekleedt, heeft Gent, ondanks al de uitgestane rampen, zich
+allengs weten op te richten, dank zij de levenskracht van dat taaie ras,
+dat in onze dagen zich nog altoos kloek, even vrijzinnig en gevoelig toont
+voor al wat schoon is en groot, even flink en nijverig als zijn Vaderen van
+voorheen.
+
+Met dit bemoedigend beeld voor oogen, begeven we ons naar Oudenaarde (7,000
+inw.), mede een der oudste en heldhaftigste steden van 't land. Haar rang,
+evenals haar vermaarde nijverheid van tapijten en gobelins, die in de 15e
+en 16e eeuw tot 14,000 personen bezighield en voor welke de grootste
+kunstenaars de modellen en teekeningen leverden, heeft ze laten verloren
+gaan. Lodewijk XIII gelastte _Filips Robijns_ van Oudenaarde de beroemde
+manufacturen der Gobelins naar Parijs over te brengen en de werkhuizen van
+Beauvais in te richten.
+
+Haar muren hebben aan menige bestorming kloeken weerstand geboden. De
+gebouwen, die ze heeft bewaard, getuigen van haar vroegere welvaart: het
+Stadhuis, dat pronkjuweel van een uit steen gebeiteld kantwerk met zijn
+torentinne in vorm van kroon (1525-1537), is het werk van den Brusselaar
+_Hendrik van Pede_, en moet in schoonheid voor dat van Leuven niet
+onderdoen. Gelukkig heeft het van de woede der beeldstormers niet te lijden
+gehad. Het innerlijke bevat een paar mooie schoorsteenen en een prachtige
+hoofddeur, een meesterstuk der zestiende-eeuwsche Renaissance. Verder heeft
+men het statig koor van de oude St.-Walburgis-kerk, den Romaanschen tempel
+van O.-L.-Vrouw van Pamele met zijn edelen vorm en eerwaardig voorkomen.
+
+Oudenaarde is de geboorteplaats van _Margareta van Parma_, de beroemde
+landvoogdes der Nederlanden (1560-1567), van den vermaarden schilder
+_Adriaan Brouwer_(1608-1640) en van andere befaamde personen.
+
+Voorbij de stad begint een heuvelachtige streek, een der schoonste van
+Belgie, met zachte hellingen, vriendelijke valleien en boschrijke hoogten,
+die Vlaanderen van Henegouwen scheiden en ook de taalgrens vormen tusschen
+de beide stammen. De hoogste punten der provincie zijn: de Kluisberg (150
+M.), in de omgeving van Ronse, de Muziekberg (150 M.), waaraan de legende
+van Daneelken, den Vlaamschen Tannhaeuser, is verbonden, en de Hootond (180
+M.). Richt men van een dier hoogten den blik in het ronde, dan kan men
+moeielijk een uitroep van bewondering weerhouden. Diep, verreweg kronkelt
+de Schelde als een zilveren streep door de heerlijke landerijen, terwijl
+naar het zuiden het oog rust op de zachte omtrekken van den
+Drievuldigheidsberg, die als een baak de plaats aanwijst, waar de Waalsche
+stad Doornik met de meest indrukwekkende hoofdkerk en haar vijf Romaansche
+torens zich verheft.
+
+Ronse (20,000 inw.) was reeds ten tijde der Romeinen een bewoond centrum.
+Thans is het een zeer bedrijvig midden met fabrieken van allerhande
+weefsels.
+
+De weg naar Kortrijk is niet lang, maar zeer afwisselend.
+
+Kortrijk (35,000 inw.), te midden der licht groene vlasakkers en het
+weelderig bouwland, is niet ingeslapen en mag fier zijn op de producten
+zijner nijverheid. De stad bezit de grootste lijnwaadmarkt van Belgie. Haar
+fijne linnen weefsels, haar tafellakens en servetten, haar mooie kanten,
+haar bleekerijen en oliefabrieken bezorgen haar rijkdom en welvaart. Binnen
+de grenzen der tegenwoordige stad ligt een deel van den Groeningerkouter,
+waar den 11n Juli 1302 onze ambachtslieden het groote Fransche leger
+versloegen in den slag der Gulden Sporen, en door hun heldenmoed het
+bestaan en de toekomst van den heelen Dietschen stam van een gewissen
+ondergang redden.
+
+Dicht in de nabijheid ligt het aloude Harelbeke, dat beschouwd wordt als de
+bakermat van Vlaanderen. Dit dorp is de geboorteplaats van den grooten
+Vlaamschen toondichter _Peter Benoit_.
+
+Gaan we van Kortrijk naar Ieperen, dan stoomt de trein voorbij Meenen
+(19,000 inw.), Wervik (8,700 inw.), een zeer oude stad, Komen (5,700 inw.),
+waar de Fransche kronijkschrijver van Lodewijk XI en Karel VI, _Philippe de
+Comines_, geboren werd, alsook _Auger Busbecq_, beroemd natuurkundige, die
+uit Azie de jasmijn en tulp in Europa bracht. Met Waasten (13,600 inw.)
+drijven de genoemde steden grooten handel in tabak en nemen een belangrijk
+deel aan de linnen- en katoennijverheid.
+
+Ieperen (17,000 inw.), thans een stad van den derden rang, was in de
+middeleeuwen de machtige mededingster van Brugge en Gent, die te zamen over
+het lot van Vlaanderen beslisten. Haar omvang was in dien tijd veel grooter
+dan in onze dagen. Aan haar uitstekend laken, aan de overvloedige productie
+van dekens en wollen stoffen, aan haar uitgebreiden handel dankte zij voor
+een groot deel haar voorspoed en welvaart. Doch van al dien rijkdom en
+geduchte macht is weinig overgebleven: alleen haar monumenten zijn van den
+eersten rang, waaronder een zeker getal merkwaardige huizen, de oude
+vleeschhal en inzonderheid de grootsche St.-Maartenskerk en de
+indrukwekkende lakenhalle.
+
+Grootsch en schoon in den verheven zin is die oude St.-Maartenskerk (1221),
+haar monumentaal koor met de weidsche praalgraven der oude bisschoppen, en
+de eenvoudige zerk van _Cornelis Jansenius_, in leven den geeerbiedigden
+kerkvoogd, den 6n Mei 1638 door de pest weggerukt, doch na zijn dood, ter
+oorzake zijner schriften, als ketter gedoemd.
+
+Doch het is de welberoemde halle, die het meest de aandacht trekt. Een
+gevoel van eerbiedige bewondering maakt zich van ons meester, als we staan
+tegenover dien reuzenbouw met zijn honderd vensters in den voorgevel en
+zijn zwaren wachttoren. De indruk dien zij maakt, is des te aangrijpender,
+omdat niemand zulk een wonder verwacht in deze verlaten stad. Het is
+verreweg het grootste burgerlijk gebouw der middeleeuwen.
+
+Op dit uitgestrekte plein was het, dat de beroemde jaarmarkten gehouden
+werden, dat de gilden en ambachtslieden vergaderden, en de beroemde
+rederijkerskamer, de _Alpha en Omega_, haar vermaarde landjuweelen hield.
+
+Niet ver van Ieperen ligt Poperinge (11,500 inw.) te midden van rijke
+velden met hoppe, die overal gezocht wordt.
+
+Vervolgen wij onze reis naar het noorden, dan ontmoeten we eerst Roeselare
+(23,000 inw.) op de Mandel, na Kortrijk de nijverigste stad van
+West-Vlaanderen, met een belangrijke linnen- en hennepmarkt, alsmede
+fabrieken van katoen, lijnwaad en linten. Het is de geboorteplaats van den
+te vroeg gestorven West-Vlaamschen dichter _Albrecht Rodenbach_.
+
+Izegem (12,000 inw.) met belangrijke schoen- en borstelfabrieken, en Tielt
+(11,000 inw.) met linnenweverijen, vlas- en grooten veehandel, laten we
+terzijde, evenals Tourhout (10,000 inw.), een zeer oude vervallen stad,
+wier oorsprong ongetwijfeld opklimt tot den tijd onzer heidensche
+voorouders. Tijdens de middeleeuwen was zij de groote stapelplaats van de
+Spaansche en Engelsche wolsoorten; door haar jaarmarkten en handel in
+paarden een der bedrijvigste steden van Vlaanderen.
+
+Ten noord-oosten der stad, op 3 Km. afstand, ligt een deel van 't oude
+grafelijk slot van Wijnendale, het voormalig zomerverblijf der graven van
+Vlaanderen, te beginnen met Robrecht den Vries tot en met Lodewijk van
+Nevers. Maria van Bourgondie, dochter van Karel den Stoute, overleed er in
+1482, ten gevolge van een val van haar paard.
+
+Hoe verder men naar het noorden en westen trekt, hoe meer de grond zich
+effent, tot hij overgaat in de lage vlakte.
+
+Diksmuide aan den IJzer (4,000 inw.) was eenmaal een aanzienlijke haven- en
+handelsstad, wier jaarmarkten langs de heele kust bekend waren. Zij bezit
+een doksaal, dat te recht om zijn keurige uitvoering als een der schoonste
+van West-Europa is bekend. Sedert drie eeuwen geniet de Diksmuidsche boter
+een welverdiende faam.
+
+Veurne (5,800 inw.) is de westelijkste, maar ook de meest Vlaamschsprekende
+stad van Belgie. De oude kastelenij met haar talrijke dorpen volgde Brugge
+en Gent in macht en aanzien op. De groote markt met haar antieke gevels,
+haar raadhuis en gerechtshof, met daarachter de indrukwekkende kerk en
+toren van St.-Walburgis, is nog altijd een der schilderachtigste pleinen
+van geheel Vlaanderen en onder de kleine pleinen van Europa een der
+allerliefste. Jaarlijks, op den laatsten Zondag van Juli, lokt de vermaarde
+boetprocessie, met haar eigenaardig zeventiende-eeuwsch karakter, duizenden
+toeschouwers.
+
+[Figuur: Groote Markt te Veurne]
+
+Heeft men van Diksmuide en Veurne een indruk van verlatenheid meegenomen,
+nog droeviger is het gevoel, dat ons bevangt, als men Nieuwpoort
+binnentreedt. De groote markt met haar ruime, zeer eigenaardige Gothische
+hal, vroeger het middelpunt van haar bedrijvig leven, is thans ledig en
+verlaten. Ten jare 1600 was Nieuwpoorts strand getuige van een der
+schoonste wapenfeiten, waarvan de geschiedenis gewaagt, de overwinning van
+prins Maurits met zijn Geuzenvloot op het Spaansche leger, aangevoerd door
+den aartshertog Albert van Oostenrijk.
+
+Klimmen we thans de duinen over, om langs de kust met haar aaneenschakeling
+van kleine en groote badplaatsen, Oostende, het middelpunt van allen, te
+bereiken.
+
+Zoo stil en rustig Nieuwpoort is, zoo levendig en woelig is Oostende, in
+het badseizoen vooral. Zonder tegenspraak is zij de schitterendste en meest
+bezochte badstad van Europa. Het uitzicht, als men haar van den zeekant
+nadert, is ongemeen betooverend. Haar breede, met zorg onderhouden dijk,
+welke een der schoonste zeestranden beheerscht, is bezoomd met kostbare
+villa's in allerlei bouwtrant, met prachtige hotels, paleizen en heerlijke
+woningen, de eene al weelderiger dan de andere. Meer en meer wordt Oostende
+de internationale paradeplaats van het rijke Europa. Een geregelde
+stoomvaartlijn op Dover onderhoudt de gemeenschap met Engeland, waaruit de
+prachtige en welingelichte mailbooten des zomers duizenden reizigers
+overbrengen. Wie denkt bij het zien van dit woelig strand, aan den ouden
+tijd waarop de schoonste bladzijde harer geschiedenis met stroomen bloeds
+beschreven is, aan de belegering van Albertus en Isabella, waarbij 60,000
+strijders den dood vonden (1601-1604)?
+
+Had zij door het beleg en den oorlog veel geleden, de vrede en het sluiten
+der Schelde hergaven haar een deel van haar voormaligen luister. De stad
+telt thans 40,000 inw.; meer dan 200 schuiten en een twintigtal stoombooten
+gebruikt zij voor de vischvangst; ook houdt ze zich bezig met alles wat bij
+den scheepsbouw behoort.
+
+Van het oude Oostende is weinig overgebleven. Haar prachtige Kurzaal met
+haar rijke zalen, haar nieuwe schouwburg en postkantoor in Renaissance,
+haar bijna voltooide sierlijke Gothische kerk, van den Brugschen
+bouwmeester _De la Censerie_, bewijzen, dat de smaak voor edele kunst nog
+steeds onze Vlaamsche meesters weet te bezielen.
+
+Na Blankenberge, sedert weinige jaren de mededingster van Oostende, en
+Heist, de laatste plaats van belang op de Vlaamsche kust, steken we de
+groene velden over, ontwoekerd aan de baren van de zee. Die nieuw
+veroverde grond was de oorzaak van de verzanding van 't Zwin, den grooten
+zeeboezem tijdens de Middeleeuwen, ruim genoeg, om een gansche vloot te
+bergen, tevens van den dood van Damme en Sluis en het verval van Brugge.
+
+Damme. -- Geen rechtgeaard Nederlander bezoekt Brugge zonder zijn groet en
+dank te brengen aan 't stille Damme, de vroegere voorhaven, waarmee het
+door een zeekanaal verbonden werd, toen de golven zich voor goed
+terugtrokken. Gedurende twee eeuwen was de welvaart van Damme ongehoord.
+Thans is het een onbeduidend dorp met een alleenstaanden vierkanten
+kerktoren en een vervallen raadhuis, en te midden van het plein het
+standbeeld van _Jacob van Maerlant_, "den Vader der Dietscher Dichtre
+algader", die reeds van in de XIIIe eeuw "den Nederlanders den weg der
+vrijheid en der verlichting wees", de rechten zijner medemenschen
+kloekmoedig verdedigde tegen de aanmatiging van adel en geestelijkheid.
+
+Brugge (53,000 inw.). Niet zonder een gevoel van ontroering en weemoed
+nadert een Vlaming het stille Brugge, tevens zoo belangrijk voor den
+geschied- en oudheidkenner als voor den vriend der kunst. Geen stad heeft
+zoo trouw haar middeleeuwsch karakter bewaard, en voortdurend streeft ze er
+naar, om dit eigenaardige te behouden. Wat een weelde van hooge
+torentransen, die uit alle deelen der stad zoo rustig en fier ten hemel
+klimmen, van merkwaardige gebouwen met beeldhouwwerken, waaraan zoo menige
+herinnering is verbonden! Wat een rij van schilderachtige hoekjes en
+grachten met hun mooie omlijsting, die den blik bekoren en den geest
+terugvoeren naar lang vervlogen tijden! Zie, bijna zonder het te weten,
+staan we op de Groote Markt voor den Halletoren, die met zijn vorstelijke
+stedekroon de trotsche macht der Vlaamsche gemeente zoo aanschouwelijk
+uitdrukt, en dit juist tegenover een andere verpersoonlijking van
+wilskracht en heldenmoed, van Breidel en De Coninc, de helden uit den
+Gulden-Sporenslag, toonbeelden van vaderlandsliefde.
+
+[Figuur: De Halletoren te Brugge]
+
+[Figuur: Griffie, Stadhuis en H. Bloedkapel te Brugge]
+
+Op het burchtplein bewonderen wij het stadhuis (1376) met de kapel van 't
+H. Bloed; links de oude griffie in de zestiende-eeuwsche Renaissance; in
+het justitiepaleis, de vermaarde schouw van "'t Vrije"[21], een wonder van
+Renaissance-houtsnijkunst, uitgevoerd naar de teekening van _Lancelot
+Blondeel_ (1529-1531). Gaat men de overdekte straat naast het raadhuis
+door, dan heeft men langs de gracht niet alleen een verrukkelijk
+gezichtspunt op het achtergedeelte van "den vrijen burcht"[22], maar op al
+de omliggende gebouwen, op zoo menig schilderachtig plekje, gelijk men er
+in Brugge aantreft. Steekt men den Dijver over, een heerlijk tafereel,
+gevormd door de grootsche lijnen der O.-L.-Vrouwenkerk met haar 122 M.
+hoogen toren, als een oude vesting des geloofs, en de prachtige woning der
+Heeren van Gruuthuse, teekent zich af tegen het verzilverde blauw van den
+hemel. De oude kerk bezit een schat van kunstwerken, een groot getal
+schilderijen van groote meesters, een overheerlijk madonnabeeld van Michel
+Angelo, alsook de prachtige graftomben van Karel den Stoute en Maria van
+Bourgondie. Het paleis der familie Gruuthuse is ingericht tot een museum
+met wonderbare handschriften, kostbare kanten en drijfwerk. Van de andere
+zijde der plaats trekt ons de donkere gevel van St.-Jans-gasthuis
+onweerstaanbaar aan, om binnen zijn muren de meesterstukken te bewonderen
+van den grooten schilder _Hans Memlinc_. Daar vindt men hem in al zijn
+teederheid en bewogen uitdrukking, in al zijn glorie en volmaaktheid.
+
+Een aantal merkwaardige doeken van dien meester, ook van Jan van Eyck en
+andere primitieven berusten in het stedelijk museum.
+
+Van hier begeven wij ons naar de kathedraal van St.-Salvator met haar rijke
+kunstschatten en haar toren in de gedaante van een hoog versterkt kasteel.
+
+Al die monumenten, die mooie gevels, die weergalooze kunst, wier roem
+sedert eeuwen nog niets verloren heeft van hun grootheid, staven zij niet
+de vroegere macht en glorie onzer Vlaamsche steden, maar ook den
+schoonheidszin en de bedrevenheid onzer kunstenaars? Onvergankelijk is de
+roem onzer voorouders op dit gebied. Maar groot en machtig was eens Brugge,
+de eerste handelsstad van Noord-Europa. Twintig naties hadden er hun
+handelsfactorijen. In 1365 waren er veertig Duitsche handelshuizen, die
+deel uitmaakten van de _Hanze_[23]. De Spanjaarden en Italianen waren nog
+talrijker. In dien tijd werd de eerste beurs gehouden, waarop de Bruggeling
+zoo trotsch was. De eenstemmige berichten omtrent Brugge's rijkdom, pracht
+en schoonheid, grenzen bijna aan het ongelooflijke. Allen spreken van haar
+met een soort van geestvervoering[24]. In de XVe eeuw telde zij niet minder
+dan 80 neringen. Helaas! die roem is ondergegaan. Burgeroorlogen en de
+verzanding van het Zwin, haar voorhaven, hebben haar den doodslag
+toegebracht. Onder Maximiliaan van Oostenrijk begon haar welvaart snel te
+zinken, haar bevolking te verminderen. In 1516 bracht de Hanze den zetel
+van haar zaken naar Antwerpen over. Sedertdien geraakte zij meer en meer in
+verval, in een soort van doodslaap, die nog slechts gestoord zou worden
+door de godsdienstige woelingen der XVIe eeuw. Droevig tijdperk, waaraan
+een Vlaming niet kan denken, zonder dat hij naar de reden vraagt van zulk
+"een hachlijk lot"[25].
+
+Toch blijft ze voor den denker en den droomer nog bekoorlijk in haar
+alouden luister, de onttroonde stedekoningin, met haar schilderachtig
+Minnewater en haar eenig oud Begijnhof.
+
+Van Brugge vervolgen wij onze reis door het Meetjesland naar Eekloo (13,000
+inw.) met linnenweverijen, wol- en katoenfabrieken, de geboorteplaats van
+den dichter K. L. Ledeganck, wien zijn stamgenooten onlangs een standbeeld
+hebben opgericht.
+
+Spoedig hebben we de grens van dien zandgrond achter ons, om straks het
+kanaal van Terneuzen over te stoomen, en het vruchtbare Waasland binnen te
+treden.
+
+Ons eerste bezoek geldt het nijverige Lokeren (25,000 inw.) aan de Durme,
+met fabrieken van katoenen en wollen stoffen, van zeildoek en vellen; haar
+bleekerijen en linnenweefsels zijn algemeen gekend, ook haar handel in
+granen, hennep, olie en koolzaad.
+
+Thans volgt St.-Nikolaas (32,000 inw.), de vriendelijke hoofdplaats van 't
+Land van Waas. Haar fabrieken van katoenen, wollen en fluweelen stoffen,
+van linten en galons, van kousen en hoeden, vormen een van de schakels der
+nijverheidsketen, die Vlaanderen aan de hoofdstad verbindt.
+
+Intusschen hebben we Antwerpen, de koningin der Schelde bereikt. Met haar
+heerlijke ligging aan den breeden Scheldestroom, waar schepen uit alle
+zeeen binnenloopen, en in haar dokken de schatten der vijf werelddeelen
+komen uitstorten; door haar uitgebreiden handel verrijkt en getooid met de
+schoonste voortbrengselen der kunst, is zij een der prachtigste en
+bloeiendste steden van 't vasteland. In de jaarboeken der geschiedenis en
+der kunst prijkt haar naam met onvergankelijken luister. Toen zij onder
+Karel V de rijke erfgename werd der vervallen grootheid van Brugge, was het
+zielental reeds tot 90,000 geklommen. Wil men zich een denkbeeld vormen van
+haar spoedige macht en grootheid als handelsstad, men leze Guicciardini,
+waar hij schrijft, dat "de kooplieden van alle natien er hun kantoren
+hadden en zij welhaast alle andere steden der wereld overtrof."
+
+[Figuur: P. P. RUBENS. Afdoening van het Kruis (O. L. Vr. Kerk te
+Antwerpen)]
+
+Met de regeering van Filips II en vooral met de komst van Alva, begon voor
+ons land een tijdperk van vervolging, van jammer en ellende, maar ook van
+hardnekkigen strijd voor de vrijheid van geweten, voor godsdienstige
+verdraagzaamheid, zoo onmisbaar voor de grootheid van een volk. En toen na
+de heldhaftige verdediging van Antwerpen, Marnix genoodzaakt was de stad
+over te geven aan Alexander Farnese, en het Spaansche leger haar muren
+binnentrok, begon voor haar een sombere tijd. Met haar val in 1585 ging
+de wereldhandel naar Amsterdam, en toen bij den Vrede van Munster in 1648
+de Scheldemonden niet heropend, maar voor goed gesloten werden, was het
+voor lang met haar welvaart gedaan. Gedurende twee eeuwen trachtte zij nog
+te leven voor de kunst, wier glans nog immer op haar afstraalt van haar
+groote zonen, van Quanten Metsijs, Jordaens, Van Dyck, Teniers, Rubens
+bovenal, die in heel de stad zijn glorierijk spoor heeft achtergelaten. De
+Fransche sansculotten openden weer de Schelde en eerst in 1803, onder
+Napoleon, begon men groote verbeteringen aan de haven te brengen, en er
+voorname scheepstimmerwerven te vestigen.
+
+[Figuur: O. L. Vrouwenkerk te Antwerpen]
+
+Sinds den afkoop van den Scheldetol in 1863, nam haar handel en welvaart
+dagelijks toe. Thans is zij na Londen de meest bezochte handels- en
+havenstad van Europa, want in de laatste jaren heeft zij Liverpool en
+Hamburg voorbij gestreefd. Meer dan 5000 schepen van alle natien en grootte
+varen er jaarlijks binnen. Haar zielental is thans tot 282,000 geklommen,
+zonder de dichtbevolkte voorsteden. De diamantslijperijen en
+goudsmeedkunst, haar zijde, kanten en tapijten, haar suiker-, zeep-,
+tabak-, touw- en zeilfabrieken, haar stokerijen, brouwerijen en
+scheepstimmerwerven, evenals haar uitgebreide handel bezorgen aan al die
+duizenden werk en voorspoed. Doch niet alleen als handels-metropool is
+Antwerpen een bezoek overwaard; ook om haar rijke museums, haar monumenten
+en heerlijke kerken, gevuld met meesterstukken van schilder- en
+beeldhouwkunst. Onder al die merkwaardige gebouwen is de O.-L.-Vrouwenkerk
+de schoonste en prachtigste. Die ruime Gothische tempel met zijn vijf
+beuken en zijn weergalooze torenspits, een steenen kantwerk, dat zich 123
+M. hoog in de lucht verheft, bevat o. a. drie wereldberoemde schilderijen
+van den grooten Rubens. Ook de met marmer zoo rijk versierde kerk van
+St.-Jacob, waar de groote schilder begraven ligt, en die der Jezuieten, de
+schoonste proef van Rubens talent als bouwmeester, verdienen bewonderd te
+worden. Onder de burgerlijke gebouwen noemen we slechts het stadhuis met de
+bekende Leyszaal, de mooie omringende gildehuizen en de fontein van
+Lambeaux, die de legende van Antwerpen voorstelt; de Handelsbeurs, het
+Museum van schilderijen, zoo rijk aan heerlijke doeken van Vlaamsche
+meesters; verder het Museum Plantijn-Moretus, eenig in zijn soort, met een
+overvloed van familie-relieken, bibliotheek en archief, alsmede het
+drukkersmaterieel uit de 16e en 17e eeuwen, een rijke verzameling hout- en
+koperplaten, schilderijen, enz. Aan standbeelden van groote mannen, die
+hier geleefd en gewerkt hebben voor den roem van 't Vaderland, ontbreekt
+het in Antwerpen niet; onder de moderne gebouwen vermelden we alleen het
+Justitiepaleis, de Nationale Bank, den Nederlandschen Schouwburg, het
+prachtig Stationsgebouw en den vermaarden Dierentuin, een der heerlijkste
+van Europa.
+
+Hier zijn we aan het einde van onze omwandeling door het Vlaamsche land met
+zijn nijverige steden. Moge dit vluchtig overzicht van wat het op het
+gebied van natuurschoon, van kunst en nijverheid te genieten geeft, van
+alles wat ons volk door vlijt en werkzaamheid heeft voortgebracht en door
+'t voorgeslacht is nagelaten, er toe bijdragen, om den lust bij allen op te
+wekken ons land en volk beter te leeren kennen in zijn geschiedenis en
+taal, in zijn streven en werken, en alzoo den band, die ons allen
+vereenigt, nauwer en duurzamer te maken.
+
+_Gent_, 1905.
+
+Noten:
+
+[Noot 7: Men heeft berekend dat de Rijn jaarlijks 5200 M3 slib en
+gerolde steenen aan den Oceaan levert, en kalk genoeg om 33200 millioen
+oesterschalen te vormen. Deze scheikundig opgeloste stof is niet zichtbaar
+en ontneemt niets aan de kleur van het water. De Mississippi stort meer dan
+450 millioen M3 en de Ganges meer dan 600 millioen M3 slib jaarlijks in
+zee.]
+
+[Noot 8: _Diluvium_ = het ten gevolge van overstrooming, door bezinking
+ontstane land, bestaande uit zand, grint en leem.]
+
+[Noot 9: _Alluvium_ = de bovenste en jongste lagen der vaste aardkorst:
+zij bestaan uit van elders aangevoerde stoffen, geleverd door planten, door
+zee en stroomen of door den wind. Waar bepaalde plantensoorten werkzaam
+waren, daar ontstonden bij nagenoeg geheele afsluiting der lucht, waardoor
+verrotting werd tegengegaan, VENEN.]
+
+[Noot 10: Die hooge venen, in het Waalsch "Hautes Fagnes" genoemd,
+hebben gewis hun ontstaan te danken aan de ophoopingen van plantenlagen in
+het dichte woud, dat de kruinen der Ardennen bedekte. Deze plantenlagen
+deden den grond verzuren, waardoor het woud zelf moest sterven, en
+langzamerhand verkoolden zij met de andere planten, die in dien zuren bodem
+nog konden groeien.]
+
+[Noot 11: Het is in die krijtlagen dat men in 1878 te Bernissart bij
+Doornik, verscheidene geraamten van het reusachtig _iguanodon_, een
+monsterachtig kruipdier, dat de diep ingesloten valleien in de
+steenkolengronden bewoonde, heeft ontdekt. Deze kolossale geraamten
+bevinden zich in het Museum van natuurlijke historie te Brussel.]
+
+[Noot 12: Volgens sommige geologen dankt die brandstof haar ontstaan
+aan een weelderigen plantengroei, die ter plaatse uit poel en moeras
+oprees, en die later door overstrooming neergesmakt en na tal van eeuwen
+met slijklagen bedekt werd. De planten, van de lucht afgesloten,
+verkoolden. Die afwisseling van droog en vochtig herhaalde zich en zoo
+ontstonden na duizenden jaren onderscheidene lagen boven elkander van
+planten en dan weer van klei. -- Volgens andere zouden de bestanddeelen,
+die tot de vorming der steenkoollagen meewerkten en voornamelijk bestaan
+uit ontzettende massa's van plantenafval, als takken, stengels van
+rietgewassen, schors, bladeren, palmvarens, ringplanten, enz. van elders
+aangevoerd zijn door rivier en overstrooming, en evenals bij de vorming van
+turf in venen, door afsluiting van lucht, na duizenden jaren verkoold zijn
+(Zie: Jules Cornet, _Premieres notions de Geologie_).]
+
+[Noot 13: Zie _De Landbouwkunst in de Nederlanden: I. Belgie_, door
+Emile De Laveleye.]
+
+[Noot 14: Die strook gronds, rijk aan zink- of galmeimijnen
+_(calamine)_ heeft den vorm van een gelijkbeenigen driehoek, waarvan het
+toppunt ligt aan den zuid-oosthoek van Ned. Limburg. Zij is niet meer dan
+350 Ha. groot. Bij de vaststelling der grenslijn in 1815 kon men het niet
+eens worden tusschen Pruisen en Nederland, en dus bleef het landje
+voorloopig onzijdig gebied tusschen Belgie en Pruisen.]
+
+[Noot 15: Zie De _Landbouwkunst in de Nederlanden: I. Belgie_.]
+
+[Noot 16: Antonius Sanderus of Sanders, geb. te Antwerpen, * in 1664 in
+de abdij van Affligem, bijna 90 jaar oud, schrijver van de _Flandria
+Illustrata_ (1641).]
+
+[Noot 17: Luigi Guicciardini, geb. te Florence in 1533, * te Antwerpen
+in 1589. Zie zijn _Descrizione de tutti i Paesi-Bassi_ (1567).]
+
+[Noot 18: Cornelius Tacitus, beroemd Romeinsch geschiedschrijver,
+geboren 61 jaren na Chr. en waarschijnlijk overleden in 117. Onder zijn
+werken behoort het boek _De origine, vitu, moribus ac populis Germanorum
+liber_, een beschrijving der Germaansche volkeren.]
+
+[Noot 19: _Studies in Volkskracht_. -- 1e Serie, Nr VIII. _Opmerkingen
+over het Nederlandsch Volkskarakter_ door Prof. H. Kern. Haarlem. De Erven
+F. Bohn, 1904.]
+
+[Noot 20: Zie _Het Land van Rubens_ door Cd Busken Huet. Amsterdam, J.
+C. Loman Jr. 1881.]
+
+[Noot 21: Die vermaarde schoorsteen, een der parels van de kunstkroon
+van Brugge, is een geschenk aan Karel V na zijn overwinning op Frans I,
+koning van Frankrijk, in den veldslag van Pavia (1525).]
+
+[Noot 22: Het _Vrije Brugsche Ambacht_ was een district van het land,
+dat nimmer aan de staat van leenroerigheid tegenover de drie groote steden
+van het graafschap onderworpen was.]
+
+[Noot 23: _Hanze_ of _Hansa_ = een handelsverbond van Duitsche steden
+(Hamburg, Lubek, Bremen, Keulen, Dantzig), in 1241 gesticht, om hun handel
+te beschutten en uit te breiden, en de van de vorsten verkregen rechten en
+vrijheden te handhaven. Ook Nederlandsche en een enkele Vlaamsche stad
+behoorden er toe.]
+
+[Noot 24: Judocus Damhouder, beroemd rechtsgeleerde (* 1581) wijdt een
+geheel hoofdstuk aan haar pracht. Sanderus _(Flandria illustrata)_ noemt
+haar "de ster van Belgie". Cassander vergelijkt haar met Athenen. Men
+raadplege verder Marchantius, Aeneas Sylvius, Guicciardini, Chastellein en
+meer andere.]
+
+[Noot 25: Lees K. L. Ledeganck, _De Drie Zustersteden: Aan Brugge_.]
+
+
+Bibliographie
+
+Dr F. W. C. Krecke, _Handboek der Algemeene Natuurkundige Aardrijkskunde_,
+vijfde uitgave. -- _Patria Belgica_, publie sous la direction d'Eug. Van
+Bemmel. 3 deelen. 1873-75. -- Emile De Laveleye, _De Landbouwkunst in de
+Nederlanden; I. Belgie_. 1865. -- Alf. Jourdain et L. Van Stalle,
+_Dictionnaire encyclopedique de geographie historique du royaume de
+Belgique_. 2 deelen. 1896. -- Dr H. Blink, _Onze Aarde. Handboek der
+Natuurkundige Aardrijkskunde_. 1890. --El. Reclus, _Nouvelle Geographie
+Universelle_. IV. 1879. -- Cd Busken-Huet, _Het Land van Rubens_. 1881. --
+Jules Cornet, _Premieres notions de Geologie_. 1903. --Fr. von Hellwald,
+_Die Erde und ihre Volker_. 1878. -- Henry Havard, _La Terre des Gueux_.
+1877. -- Prof. H. Kern, _Opmerkingen over het Nederlandsch volkskarakter_,
+nr 8 van _Studies in Volkskracht_. 1904. --Ant. Sanderus, _Flandria
+illustrata_. 1641. -- Luigi Guicciardini, _Descrizione de tutti i
+Paesi-Bassi_.1567.
+
+
+
+
+EEN BLIK OP DE GESCHIEDENIS DER VLAAMSCHE GEWESTEN TOT WATERLOO DOOR PAUL
+FREDERICQ
+
+
+Ruwe volksstammen bewoonden oudtijds Belgies bodem, alsdan deels moerassig
+aan de kust en in het lage binnenland, deels heuvelachtig en met bosschen
+bedekt naar het Zuiden en het Oosten toe. Omstreeks 't jaar 50 voor
+Christus' geboorte werden die "Barbaren" ontdekt en onderworpen door Julius
+Caesar, den beroemden veldheer der Romeinsche Republiek, die ons in het
+verhaal zijner krijgstochten het eerste volledig en schilderachtig tafereel
+leverde van de toenmalige bewoners van ons Vaderland.
+
+Alzoo werden, in de laatste jaren der negentiende eeuw, de negers van
+Middel-Afrika aan de watervallen der breede Congo-rivier door Stanley en de
+Belgische officieren van koning Leopold II ontdekt en in den stroom der
+beschaving getrokken.
+
+Tusschen die twee ontdekkingen in van wilde stammen ligt onze geheele
+geschiedenis van Belgie, die een tijdverloop van nagenoeg twee duizend
+jaren omvat.
+
+In zijne gedenkschriften roemt Caesar den moed dier Belgische volksstammen:
+_Horum omnium fortissimi sunt Belgae_ (de Belgen zijn de dapperste aller
+bewoners van Gallie). Maar die Keltische of Gallische Belgen, door Rome
+veroverd, leerden en spraken weldra Latijn, de taal hunner beheerschers en
+beschavers, en zij werden de voorvaderen der Walen; terwijl later
+aangekomen Germanen, vooral Franken, en ook voor een deel Friezen en
+Saksen, de stamvaders der Vlamingen werden.
+
+Onder die Franken stonden mannen op als Hlodowig (Clovis), koning van
+Doornik, die het koninkrijk _Francia_ stichtte en zijne hoofdstad naar
+Parijs overbracht; Karel met den strijdhamer (_Martellum_), die in 732 bij
+Poitiers de wassende zee van den aanspoelenden Islam stuitte; en Karel de
+Groote (_Carolus Magnus)_, die in 800 tot Keizer van 't Westen werd
+gekroond. Dat waren de eerste groote Vlamingen uit den voortijd.
+
+Het machtig Rijk van Karel den Groote viel aan brokken en de Schelde werd
+de grens tusschen _Francia_ en _Alemania_. Aan beide oevers van den kalmen
+stroom ontstonden het graafschap Vlaanderen (863) en het hertogdom
+Lotharingen, die beide eerst geheel en al onder den invloed der Germaansche
+beschaving stonden, zelfs in de Waalsche gewesten, vooral te Luik en te
+Doornik.
+
+Omtrent 't jaar 1000 werd integendeel de Fransche beschaving
+overheerschend. Het Duitsche Rijk was verdeeld en onmachtig geworden. De
+Fransche Kroon begon hare staatkundige, intellectueele en kunstheerschappij
+in West-Europa. Doch, in 't gebied van Schelde en Maas, waren bloeiende
+handels- en nijverheidssteden geboren, die een onafhankelijk leven wilden
+leiden tusschen Duitschland en Frankrijk.
+
+Vooral de Dietsche gewesten streefden naar eene eigene Vlaamsche beschaving
+en in het midden der 13de eeuw verkondigde een West-Vlaming, Jacob van
+Maerlant, aan zijn volk in de moedertaal de geheimen van den godsdienst,
+van de natuurwetenschap en van de wereldgeschiedenis, zooals men ze alsdan
+slechts in de geleerde taal van den tijd, in 't Latijn op de Hoogescholen
+in andere landen leeren kon. Brugge, Gent en Ieperen, weldra ook Antwerpen,
+Leuven, enz., werden brandpunten van nijverheid, handel en stoffelijken
+welstand, vrijheid, volksverlichting en kunst.
+
+En toen de overmoedige Fransche Koning in 1300 het graafschap Vlaanderen op
+den impopulairen landheer inpalmde en aldus een begin scheen te maken met
+de trapsgewijze verovering van ons tegenwoordig vaderland, stonden weldra
+de Vlaamsche ambachtslieden en boeren op het slagveld der Gulden Sporen, te
+Kortrijk (1302), om Vlaanderen en de naburige streek voor Fransche
+annexatie te redden. Breidel en De Coninc, Willem van Gulik, Zannekijn, de
+twee Arteveldes, Pieter Van den Bossche, Frans Ackerman en zooveel andere
+helden zijn dan de groote Vlamingen, die "de koningen doen beven" en aan de
+onderdrukte bevolkingen van Frankrijk en van Engeland tot lichtbaken in de
+duisternis dienen, zooals de gelijktijdige Waalsche kroniekschrijver
+Froissart met ontzetting te boek stelde.
+
+De Vlaamsche lakenweverij bevoorraadt geheel Europa. De hallen, belforten
+en stadhuizen komen prachtig uit den grond te Ieperen, te Brugge, te Gent
+en in de kleinere gemeenten. De halle van Ieperen is het grootste
+burgerlijk gebouw der middeleeuwen. De didactische dichterschool van
+Maerlant en de mystieke prozaschrijvers met den grooten Brabander Jan van
+Ruusbroec aan het hoofd leveren het geestesvoedsel in de moedertaal aan de
+Vlamingen, terwijl de verfransching in de hoogere standen reeds aan 't
+woekeren is.
+
+[Figuur: Standbeeld van Jacob van Artevelde te Gent]
+
+[Figuur: Halle te Ieperen]
+
+In de 15de eeuw is er behoefte aan toenadering en eenheid. Een
+vorstengeslacht uit Frankrijk afkomstig, de vier hertogen van Bourgondie,
+stichten die eenheid op de puinhoopen der gemeentevrijheden. Onder hunnen
+krachtigen schepter rijst in 't Westen eene nieuwe mogendheid op, die men
+eerst met den aarzelenden naam van _Landen van herrewaarts over_, weldra
+met dien van _Nederlanden_ aanduidt, naar de "lage landen bij de zee",
+tusschen Frankrijk, Duitschland en Engeland. Groote bouwmeesters,
+beeldhouwers en schilders maken den naam van Vlaming vermaard over Europa.
+De Van Eycks, Memlinc, zooveel anderen behooren tot de schitterende
+Brugsche schilderschool, wier houten paneelen nu nog het sieraad zijn der
+kerken en der museums in de geheele wereld. Glansrijk bloeit de bouwkunst
+in de stadhuizen van Brussel, Leuven, Aalst, enz., terwijl de meesterlijke
+beeldhouwwerken, waarvan zoovele in den beeldenstorm van 1566 vernietigd
+werden, nieuwe wegen openen voor die edele kunst in West-Europa. Doch onder
+de Franschgezinde hertogen wordt de volkstaal niet in eere gehouden. De
+Vlaamsche letterkunde kwijnt, terwijl eene Fransche hofletterkunde bloeit
+met Jean le Bel van Luik, Jean Froissart van Valencijn, Georges Chastellain
+van Aalst en Philippe de Comines van Komen.
+
+[Figuur: Keizer Karel V]
+
+Zoo breekt de zestiende eeuw aan. De Duitsche Habsburgers, evenals de
+Bourgondische hertogen, door een huwelijk in onze geschiedenis getreden,
+komen op den troon en de derde van hun geslacht, een Gentenaar, vereenigt
+op zijn hoofd de kronen van de Nederlanden, van Spanje en van het Duitsche
+Rijk: 't is Keizer Karel of Karel V, die geheel West-Europa tot in 1555
+beheerscht. De fraaie kunsten vervolgen hunnen bloei: Quinten Matsijs en
+zijne Antwerpsche schilderschool zijn de erfgenamen der Brugsche meesters;
+te Oudenaarde, te Gent, te Middelburg rijzen prachtige stadhuizen op en
+Erasmus, van Rotterdam, die, eilaas! zijne moedertaal veracht en in het
+geleerde Latijn schrijft, is de intellectueele koning van Europa, iets als
+Voltaire tijdens de 18de eeuw. Op oeconomisch gebied staan de rijke
+nijverige Nederlanden aan de spits in 't Westen en Antwerpen wordt de
+grootste handelshaven, het Londen van den tijd, en tevens de hoofdstad der
+pas uitgevonden boekdrukkunst in het Noorden.
+
+Doch, naast den ouden strijd voor de staatkundige vrijheid, begint nu een
+kamp voor de nieuwe vrijheid van denken en gelooven. De volksletterkunde
+fleurt weer op en weerspiegelt de hartstochten van de godsdienstige
+twisten: de schoolmeesteres Anna Bijns, van Antwerpen, in hare mannelijke
+_Refereynen_ tegen Luther en de "vermaledide Luterisce secte" en de
+Brusselsche edelman Philips van Marnix van Sint-Aldegonde in zijnen
+_Byenkorf der H. Roomsche kercke_ en in zijn _Wilhelmus_ staan vooraan in
+de rangen der geusche en antigeusche letterkunde van den tijd.
+
+[Figuur: Marnix van St-Aldegonde]
+
+Onder Philips II, die van Spanje uit, onze Nederlanden op zijn Spaansch wil
+onderjukken, breken de Nederlandsche beroerten uit (1566). De opeenvolgende
+bedrijven van dat bloedig heldhaftig treurspel zijn: het Eedverbond der
+Edelen, de Beeldenstorm, Alva's schrikbewind, de verwoesting van Antwerpen
+en van andere bloeiende steden door de Spanjaarden, de tijdelijke
+verzoening van katholieken en protestanten bij de Pacificatie van Gent,
+hunne spoedige afscheuring in de vijandige Unies van Atrecht en van
+Utrecht, de moord van den Prins van Oranje, de val van Antwerpen (1585),
+voorafgegaan door dien van al de Vlaamsche en Brabantsche steden en van het
+verraad der Waalsche Malcontenten.
+
+[Figuur: Willem De Zwijger]
+
+Van die scheuring af dagteekent eerst de verdeeling der Nederlanden in twee
+afzonderlijke Staten, die tot aan den slag van Waterloo naast elkander,
+doch schier vreemd aan elkander, een afzonderlijk leven hebben geleid. Het
+is het groote keerpunt, het beslissend uur in onze vaderlandsche
+geschiedenis.
+
+De handel, de nijverheid, de vrijheid, de letterkunde, de wetenschap
+verhuisden naar het Noorden met de tienduizenden protestantsche Vlamingen
+en Brabanders (en ook minder talrijke Walen), die er de wijk nemen, omdat
+Zuid-Nederland zijne onroomsche kinderen geene plaats meer onder de zon
+aanbood; en daar stichtten zij, eendrachtig met de Hollanders, de Zeeuwen,
+de Stichtschen, de Gelderschen, de Friezen en de Groningers de heldhaftige
+Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden tusschen Schelde en Eems aan de
+kust der Noordzee. Te gelijk waren de Zuidelijke gewesten, vooral Brabant
+en Vlaanderen (eens de rijkste en bloeiendste der zeventien provincien voor
+de godsdienstige beroerten) nu diep vervallen tot de verarmde, ontvolkte en
+uitgeputte Spaansche of Katholieke Nederlanden. Het groote bloeiende
+Dietsche rijk van de hertogen van Bourgondie en van Keizer Karel was in
+twee helften van elkander losgescheurd.
+
+Verbazend is het getal der mannen van beteekenis, die, van Zuidelijke
+afkomst, de grootheid en den roem der Noordelijke Republiek hebben helpen
+vestigen. Wij noemen slechts de philologen Daniel Heinsius van Gent,
+Bonaventura De Smet (Vulcanius) van Brugge en Justus Lipsius van Overijsche
+(bij Brussel), die later tot de Roomsche kerk terugkeerde en het sieraad
+der Leuvensche hoogeschool werd; den grondlegger der wetenschappelijke
+plantenkunde Rembert Dodoens (Dodonaeus) van Mechelen; den wiskundige Simon
+Stevin van Brugge, den leermeester van Prins Maurits, zoon van Willem den
+Zwijger; den boekdrukker Louis Elzevier van Leuven; den zeevaarder Izaaek Le
+Maire van Doornik, die in 1615 de zeestraat naar hem genoemd bij de
+Zuidpool ontdekte; de groote financiemannen en kooplieden Balthazar
+Moucheron en Willem Usselinckx van Antwerpen, beide zoo zeer bemoeid in de
+Oost- en West-Indische Compagnies; de geografen Joost de Hont en Philips
+van Lansbergh van Gent en Jan de Laet van Antwerpen; de historieschrijvers
+Jean le Petit van Bethune (Fransch-Vlaanderen) en Emmanuel van Meteren van
+Antwerpen; de schilders Gerard de Lairesse van Luik, Frans Hals van
+Mechelen en Karel van Mander van Meulebeke (bij Tielt); den dichter Jacob
+van Zevecote van Gent en aller dichtren prins Joost van den Vondel, geboren
+te Keulen uit Antwerpsche ouders; een leger van godgeleerden en
+predikanten, waaronder de beroemde Gomarus van Brugge, die eene
+beslissende rol speelde op de Synode van Dordrecht in 1618; een leger van
+staatslieden met Willem den Zwijger, te Brussel grootgebracht, en den
+Brusselaar Marnix van Sint-Aldegonde aan hun hoofd; enz., enz.
+
+De Leidsche hoogeschool, in 1575 gesticht, wordt de eerste van Noord-Europa
+en hare beste professoren zijn bij den aanvang in meerderheid
+Zuid-Nederlanders. Openbare liefdadigheid en volksonderwijs worden
+ingericht als in geen ander land van Europa.
+
+De Hollandsche schilderschool ontwikkelt eene eenige oorspronkelijkheid met
+Rembrandt, Hals, Ruysdael, Dou, Pieter de Hooch, Jan Steen, Vermeer en
+zooveel andere onsterfelijke meesters.
+
+De kleine provinciestad Amsterdam is eene wereldstad geworden; de oudere
+Hollandsche, Zeeuwsche en Utrechtsche steden moeten alle hunne wallen
+uitzetten en zien hunne bevolking en hunnen welstand verbazend stijgen. De
+Nederlandsche Republiek wordt de eerste handels- en koloniale mogendheid
+der wereld in de 17de eeuw.
+
+Intusschen zieltoogt het door geweld katholiek gebleven Zuid-Nederland. In
+de Vlaamsche en Brabantsche steden, die door de gedwongene protestantsche
+uitwijking de bloem hunner burgerij en handswerklieden hebben verloren,
+staan een derde der huizen te koop of te huur en vinden er geene
+liefhebbers, zoodat de kloosterlingen der plattelandsche abdijen, welke in
+den burgeroorlog verwoest waren geworden, geheele stadswijken voor een
+appel en een ei meester worden en zich in iedere stad komen nestelen.
+Buiten de steden zijn hoeven, stallingen, schuren en kasteelen in puin
+gelegd; de onbebouwde verlatene akkers groeien vol distels, ginststruiken
+en ander wild gewas. Wolven loopen het ontvolkte platte land af. De Schelde
+is gesloten en Antwerpen houdt op eene zeehaven te zijn gedurende meer dan
+twee eeuwen. De gewetensdwang en de geestelijke censuur op de boeken
+belemmeren elke ontwikkeling van den menschelijken geest. Het onderwijs der
+Jezuieten, Augustijnen en nonnen verkwezelt en verfranscht de hoogere
+standen, en de volksschool ligt in eene erbarmelijke verwaarloozing
+gedompeld. Terwijl in Holland de gouden eeuw der Nederlandsche letteren
+schittert met Vondel, Hooft, Bredero, Cats en Huygens, levert de
+letterkunde in Vlaamsch Belgie niets anders op dan Pater Poirters en Willem
+Ogier. Alleen op het gebied der fraaie kunsten, ten dienste meestal van
+kerken en kloosters, leeft een tijdlang nog de oude verbazende kracht van
+den Vlaamschen stam voort. De prachtige Antwerpsche schilderschool met
+Rubens, Van Dijck, Jordaens, Teniers, enz. is de laatste glorievonk van het
+uitdoovend nationaal genie.
+
+[Figuur: P. P. Rubens]
+
+Terwijl de Nederlandsche driekleur op alle zeeen en oceanen met glans en
+eere wappert, terwijl de Nederlandsche Republiek de Europeesche diplomatie
+beheerscht en door veldheeren als Maurits en Frederik Hendrik, door
+admiralen als De Ruyter en Tromp, door staatslieden als Oldenbarnevelt en
+Jan de Wit, door groote schilders en geleerden de bewondering en de afgunst
+van het buitenland opwekt; terwijl eindelijk de stadhouder Willem III van
+Oranje, koning van Engeland, als de redder van Europa's onafhankelijkheid
+optreedt tot fnuiking der Fransche Wereldmonarchie van Lodewijk XIV; -- is
+de zeventiende eeuw voor Vlaanderen het rampzaligste tijdvak onzer gansche
+geschiedenis. De Spaansche katholieke Nederlanden zijn het bloedig en
+weerloos slagveld der groote mogendheden geworden. Gedurende meer dan eene
+eeuw, tot aan den Vrede van Utrecht (1713), werd er op onzen bodem oorlog
+gevoerd om ons brokstukken van ons grondgebied te ontrooven: in 't Noorden
+verloren wij aldus Zeeuwsch-Vlaanderen, Noord-Brabant, Maastricht en den
+rechteroever der Maas ten gunste der Nederlandsche Republiek; in 't Zuiden,
+Artois, Fransch-Vlaanderen, de helft van Henegouwen en eene strook van
+Luksemburg, ten gunste van Frankrijk, dat ons land zelfs tijdelijk in zijn
+geheel had ingepalmd (1700-1706). Ontelbare veldslagen en belegeringen
+maakten eilaas! den naam onzer steden en onzer onbekende Vlaamsche en
+Waalsche dorpen bloedig beroemd in de wereldgeschiedenis.
+
+Ons land was op den rand van den afgrond, toen de groote mogendheden het
+aan Spanje ontnamen om het, buiten onzen wil, aan Oostenrijk over te maken.
+Als een lakei, die met eenen nieuwen meester ook van livrei moet
+veranderen, verwisselden onze gewesten hunnen naam van _Spaansche_ met dien
+van _Oostenrijksche Nederlanden_. In 't midden der achttiende eeuw kwam
+eene tweede tijdelijke verovering van Frankrijk onder Lodewijk XV de
+nationale rampen vermeerderen, waar de Vrede van Aken (1748) een einde aan
+stelde. Dertig jaren van ongestoorden vrede volgden daarop onder de
+moederlijke regeering van keizerin Maria Theresia, die eenige verademing
+brachten. Ook wordt hare nagedachtenis nog in Belgie gezegend; aan zulke
+rust waren onze zwaargeteisterde voorouders niet meer gewoon. Daarenboven
+toonde zich de Oostenrijksche regeering milder en verstandiger dan de
+Spaansche. Het hooger en middelbaar onderwijs werden verbeterd, de landbouw
+en de nijverheid aangemoedigd, de verschrikkelijke uitbreiding der
+kloosters werd tegengewerkt, de opheffing der Jezuietenorde (na hare
+afschaffing door paus Clemens XIV) in ons land in 1773 ook doorgevoerd en
+de Academie der wetenschappen en letteren te Brussel opgericht (1772).
+
+[Figuur: Jozef II]
+
+Maria Theresia's schrandere zoon, keizer Jozef II bezocht in 1781 ons
+vaderland, kort na zijne troonsbestijging. Sedert Philips II 's vertrek
+naar Spanje in 1559 was hij de eerste vorst der Zuidelijke Nederlanden, die
+zich gewaardigde onzen bodem te betreden en hij kwam er opzettelijk om onze
+toestanden te bestudeeren. De vruchten zijner edelmoedige studiereis
+bleven niet uit. Tal van hervormingen, uit Weenen naar ons land
+overgebriefd, verrasten en schokten weldra keer op keer onze ingedommelde
+voorouders: afschaffing der pijnbank, bedeesde verdraagzaamheid voor de
+dungezaaide protestanten, opheffing der "onnoodige" kloosters, hervorming
+der bisschoppelijke seminaries, herinrichting van het gerecht en van de
+bestuurlijke instellingen en meer andere doortastende veranderingen,
+meestal heilzame en dringende verbeteringen, die eenige jaren later door de
+Fransche Omwenteling werden doorgedreven. Maar de katholieke geestelijkheid
+en al degenen, die leefden van de voorrechten en misbruiken, ruiden het
+verdwaasde volk op tegen die hervormingen, welke overigens door Jozef II
+werden afgekondigd zonder acht te slaan op 's lands aloude grondwettelijke
+waarborgen. De Brabantsche omwenteling, die belachelijke en beschamende
+clericale naaeperij van de groote Fransche van 1789, brak uit. Het
+Oostenrijksch bewind werd omver geworpen, Jozef II stierf van verdriet,
+onze voorouders op zijn sterfbed van ondankbaarheid beschuldigende, en
+gedurende 360 dagen leefde ons land in eenen revolutionnairen staat van
+potsierlijke onafhankelijkheid en clericale reactie onder den naam van
+_Etats-Belgiques-Unis_, alweer eene onmachtige nabootsing van de vrije
+Republiek der Vereenigde Staten van Noord-Amerika, die zich eenige jaren
+vroeger tegen Engeland had vrijgevochten. Na minder dan een volle jaar
+keerden de zegevierende Oostenrijksche legers terug; doch al de
+hervormingen van Jozef II werden ingetrokken.
+
+Maar dan begon de strijd tegen Frankrijk, die na een paar bloedige
+veldtochten leidde tot de inlijving van Zuid-Nederland bij de Fransche
+Republiek _une et indivisible_ onder de leus: _Liberte, Egalite, Fraternite
+ou la mort_ (1794). Zuid-Nederland verdween van de kaart van Europa en werd
+ingedeeld in Fransche wingewesten: _Departements de la Lys, de l'Escaut, de
+la Dyle, des Deux-Nethes, de la Meuse Inferieure, de l'Ourthe, des Forets,
+de Jemmapes, de Sambre-et-Meuse_. Dat was het tweede keerpunt in onze
+vaderlandsche geschiedenis.
+
+De kerkelijke en staatkundige instellingen, die zich sedert de middeleeuwen
+gaandeweg ontwikkeld hadden, werden plotseling neergehaald en door
+splinternieuwe vervangen. Al de voorrechten van geestelijkheid en adel
+werden afgeschaft en door de burgerlijke gelijkheid aller inwoners
+vervangen, hetgeen een niet genoeg te waardeeren hervorming was, waarvan
+wij heden nog de zegeningen genieten. Doch, indien al de moderne vrijheden
+werden afgekondigd, dit was slechts in de woorden en op het papier, want in
+de werkelijkheid bleef de regeering almachtig; de Republiek en na haar
+Napoleon I oefenden eene staatkundige dwingelandij uit, die zelden werd
+geevenaard. Daarenboven werden onze gewesten door Frankrijk letterlijk
+uitgebuit.
+
+De inlijving begon in 1794 met eene oorlogsbelasting van tachtig millioen
+Fransche _livres_ op de steden, waarvan Brussel er vijf, Antwerpen tien,
+Gent zeven, enz. moesten opbrengen. Al de rijkdommen in goud en zilver van
+kerken, kloosters, neringen, ambachten en gilden werden aangeslagen, met
+hamers aan stukken gebroken, in houten vaten gekuipt en naar Frankrijk
+gezonden. De gedwongen koers van het waardeloos papieren geld (_assignats_)
+en de stelselmatige afpersing van alle waren, levensmiddelen, vee, meubels,
+stoffen, kunstschatten en verdere roerende eigendommen, onder den naam van
+_requisities_, brachten eene onbeschrijfelijke ellende teweeg, gevolgd
+door hongersnood en ziekten. Ondertusschen moesten onze wanhopige
+voorouders eene officieele feestvreugde aan den dag leggen bij het planten
+der vrijheidsboomen en hunne Fransche driekleur uitsteken op den _decadi_,
+die den afgeschaften Zondag was komen vervangen, evenals de katholieke
+kerken herschapen waren in _tempels der Rede_; de kloosters en abdijen
+waren opgeheven en hunne goederen verkocht. Zoo brak de "gesloten tijd"
+(1797-98) aan, die gekenmerkt werd door allerlei hatelijke of kleingeestige
+vervolgingen tegen de priesters, die in 't geheim de mis lazen en de
+sacramenten bedienden en die zich daardoor aan deportatie naar Cayenne
+blootstelden. De ruw ingevoerde militaire loting (_conscriptie_) deed den
+beker overloopen en den wanhopigen _Boerenkrijg_ uitbreken (1798-1799), die
+na heldhaftigen tegenstand in het bloed gesmoord werd. Geen tijdvak onzer
+geschiedenis, buiten de bloedige dwingelandij van Alva, in de 16de eeuw,
+kan met de laatste jaren der achttiende eeuw onder het Fransche
+schrikbewind worden vergeleken.
+
+Het consulaat van Napoleon Bonaparte bracht eenige verademing. De vrede met
+Europa, de inwendige openbare rust en de oude katholieke godsdienst werden
+hersteld. Doch Napoleon zette de keizerskroon op zijn hoofd (1804) en zijne
+onverzadelijke eerzucht veranderde geheel Europa, van Spanje af tot aan
+Rusland, in een groot oorlogsterrein. De conscriptie eischte overal
+kanonnenvleesch. De dwingelandij van den meester kende geene palen meer. De
+moedertaal, reeds brutaal aan kant gezet bij den eersten dag der Fransche
+inlijving, werd onmeedoogend vervolgd en uitgeroeid tot in de dagbladen,
+straatnamen, uithangborden, testamenten en kwijtschriften. Vertwijfeling en
+haat tegen de Fransche overheersching waren de alom heerschende gevoelens
+in ons diep gezonken vaderland.
+
+In al die rampen had Noord-Nederland ook zijn aandeel gehad. Het verzwakte
+en ingedommelde gemeenebest der Zeven Vereenigde Nederlanden was, door
+inwendige twisten en onder Franschen invloed, uiteengevallen en tot
+vassaalstaat van Frankrijk gezonken onder den naam van Bataafsche
+Republiek (1795). Napoleon veranderde haar in een _Royaume de Hollande_ met
+zijnen broeder Lodewijk als koning (1806), en, toen deze niet slaafsch
+genoeg aan zijne ongehoordste eischen gehoorzaamde, stiet hij hem van den
+troon en lijfde Noord-Nederland bij het Fransche Keizerrijk in (1810). Op
+hunne beurt waren ook de Hollandsche gewesten tot Fransche departementen
+vervallen, vijftien jaren na Zuid-Nederland.
+
+De Nederlandsche stam in Noord en Zuid scheen alsdan met eenen
+onvermijdelijken ondergang bedreigd, toen Napoleon's val een historisch
+mirakel mogelijk maakte: de verrijzenis der groote mogendheid van de
+Bourgondische hertogen en van Keizer Karel onder den naam van _Koninkrijk
+der Nederlanden_ met eenen Oranjevorst, eenen afstammeling van Willem den
+Zwijger, op den troon.
+
+Naast al hare vernederingen en onheilen had de Fransche overheersching ons
+toch onloochenbare weldaden aangebracht: de gelijkheid aller burgers voor
+de wet met opheffing aller voorrechten van adel en geestelijkheid, de
+heropening der Schelde (1795) na meer dan twee volle eeuwen, de scheiding
+der bestuurlijke en rechterlijke machten (1796), waar Jozef II zijnen
+onverdienden val grootendeels aan te danken had, de afschaffing der al te
+talrijke en overrijke kloosters, de ernstige inrichting van den
+burgerlijken stand, de verwereldlijking en verbetering van de openbare
+liefdadigheid. Maar de vrijheid was onmeedoogend met de voeten getreden; de
+moedertaal, de nationaliteit, het volksonderwijs en het Nederlandsch
+karakter verwaarloosd en veracht.
+
+Op het bloedig slagveld van Waterloo (1815) ging de zon der vrijheid en der
+onafhankelijkheid op voor Europa in 't algemeen en in 't bijzonder voor ons
+arme vaderland.
+
+
+
+
+Bibliographie
+
+
+H. Pirenne, _Histoire de Belgique_. 2 deelen. 1900-1903 (Nederl. vertaling
+door R. Delbecq, 1904) -- P. J. Blok, _Geschiedenis van het Nederlandsche
+Volk_. 6 deelen. 1892-1904. -- Eug. Van Bemmel, _Patria Belgica_. 3 deelen.
+1873-1875. -- Julius Vuylsteke, _Inleiding_ tot de _Korte statistieke
+Beschrijving van Belgie_, 1869, herdrukt in zijne _Verzamelde
+Prozaschriften_ (1887) en in zijne _Historiebladen_ (1904).
+
+
+
+
+DE REGEERING VAN KONING WILLEM I
+
+DOOR
+
+VICTOR FRIS
+
+
+De rampzalige aftocht uit Rusland had de macht van den grooten dwingeland
+bepaald geknakt. Wel poogde Napoleon met nieuwe krachten den aanval der
+legers van het Verbond van al de Europeesche mogendheden te stuiten, doch
+hij werd te Leipzig (October 1813) verslagen. Terstond hieven al de volken,
+die Bonaparte zoolang onder zijn hiel gehouden had, het hoofd op en
+schudden het gehate juk met een zucht van verlichting af. Overal brak bij
+het naderen der troepen der Geallieerden de opstand los en sloeg van
+Westfalen naar Holland over. Amsterdam gaf het sein der verlossing (15en
+November 1813); de Pruisen en de Russen verjoegen de Fransche generaals,
+terwijl de Engelschen in Zeeland landden.
+
+Reeds op 16en November aanvaardden twee patriotten, de graven van Hogendorp
+en van der Duyn, de souvereiniteit der oud-Vereenigde Provincien in naam
+van den prins Willem van Oranje; veertien dagen later ontscheepte de zoon
+van den oud-stadhouder te Scheveningen, en op 1en December nam hij in den
+Haag den titel van Souvereinen Vorst der Vereenigde Provincien.
+
+Intusschen rukten de verbonden legers Frankrijk binnen; het leger van het
+Noorden onder Bernadotte's bevel trok langs Belgie op Parijs af. De
+schielijke vlucht der Fransche ambtenaren en de aantocht der Pruisen en der
+Kozakken werden alhier met geestdrift onthaald, vooral in de Vlaamsche
+gewesten, waar de herinnering aan den Boerenkrijg nog zoo levendig was.
+
+Den 4en Februari 1814 vaardigde, in naam der Vreemde Mogendheden, generaal
+Karel van Saksen-Weimar een proclamatie tot de Belgen uit, waarin hij hun
+de onafhankelijkheid liet verhopen en ze aanspoorde om troepen te lichten
+ten einde hunne vrijheid te verdedigen. In overeenkomst met generaal Buelow,
+stelde hij een Voorloopig Bestuur aan, en benoemde den
+Oostenrijkschgezinden hertog van Beaufort-Spontin tot gouverneur-generaal;
+deze werd al spoedig (den 29en Maart), op bevel van keizer Frans I,
+vervangen door den generaal baron de Vincent, die echter slechts den 5en
+Mei, een maand na Napoleon's troonafstand, bezit nam van zijn ambt. Den
+30en Mei 1814 werd door het eerste verdrag van Parijs beslist, op het
+aandringen van den Engelschen gevolmachtigde, dat Holland een uitbreiding
+van grondgebied zou verkrijgen; door twee afzonderlijke en geheime akten
+werd zelfs de uitgestrektheid dezer uitbreiding aangeduid, n.l. tusschen
+Frankrijk, de zee en de Maas, ja zelfs tusschen de Maas en den Rijn. Drie
+weken later bepaalden de gevolmachtigden der Geallieerden, in Conferentie
+te Londen vereenigd, de voorwaarden der vereeniging van Holland met de
+Belgische gewesten, bestaande uit de vroegere Oostenrijksche Nederlanden en
+'t Prinsbisdom Luik met het Groothertogdom Luksemburg; prins Willem van
+Oranje werd verzocht deze bij te treden, en in den meest liberalen zin te
+werken om de volkomen _versmelting_ der beide landen te verwezenlijken
+(21en Juni 1814). Die voorwaarden, in acht artikelen vervat, werden door
+den Prins van Oranje een maand later aangenomen, doch voor 't publiek tot
+het volgende jaar verborgen gehouden. Volgens artikel I moest die
+vereeniging innig en volkomen zijn; beide landen moesten slechts een Staat
+vormen, beheerd door de reeds in Holland aangenomen Grondwet, met de
+noodige wijzigingen volgens de nieuwe omstandigheden. De volgende artikelen
+verzekerden aan alle godsdiensten gelijke rechten en bescherming, aan alle
+burgers gelijke benoembaarheid tot de openbare ambten; de Belgische
+provincien zouden "op geschikte wijze" in de Staten-Generaal
+vertegenwoordigd zijn en voortaan met de Hollandsche provincien lasten en
+voordeelen dragen. De gedwongen, bepaalde afstand van de Kaapkolonie en van
+de helft van Suriname was de belooning van Engeland voor deze weldaad
+tegenover het huis van Oranje, dat Luksemburg verkreeg in ruiling zijner
+bezittingen in Duitschland.
+
+Op 31en Juli 1814 gaf baron de Vincent het opperbestuur van ons land over
+in handen van den Souvereinen Vorst der Nederlanden. Eindelijk waren de
+verwachtingen die Willem sedert twintig jaren omtrent het bezit van Belgie
+gekoesterd had, verwezenlijkt.
+
+ * * * * *
+
+De vereeniging van Holland met Belgie, welke de Engelsche diplomatie sedert
+lang beoogde, was eenvoudig een schikking in 't belang van Europa, dat
+tusschen Maas en Rijn een sterken dam tegen de toekomstige pogingen der
+Fransche veroveringszucht wilde opwerpen. De monarken van het Heilig
+Verbond hadden het vorstenhuis van Oranje-Nassau willen bevoordeeligen.
+Niet eens had men onze bevolking geraadpleegd; ook was er in de Zuidelijke
+Provincien bijna niemand die de vereeniging met Holland toegedaan was; men
+gevoelde weinig aantrekking voor dat land dat men niet kende. Overigens,
+beide streken vertoonden zulk verschil in zeden, belangen, godsdienst en
+zelfs in taal, dat dit gedwongen huwelijk met weinig ingenomenheid van wege
+beide partijen aangezien werd.
+
+Wel waren Noord en Zuid stamgenooten, maar de geschiedenis had ze sinds
+bijna 250 jaren gescheiden gehouden. Terwijl Belgie zonder politiek leven,
+zonder eigenlijke zelfstandigheid van den Spanjaard naar den Oostenrijker
+was overgegaan, om eindelijk door den Franschman te worden veroverd, had
+Holland eene gewichtige historische rol gespeeld; en terwijl men in 't
+Zuiden nog den druk van het vreemde juk gevoelde, boogde het Noorden met
+fierheid op de trotsche overleveringen zijner heldendaden en zag daarom met
+eene zekere minachting op het naburige volkje neder.
+
+Op intellectueel gebied veel hooger staande, beschouwden de Hollanders de
+Belgen geheel als ondergeschikten, en deze houding kwam het verschil in
+karakter nog verscherpen.
+
+Terwijl benoorden den Moerdijk taal en zeden van zuiver Germaanschen aard
+gebleven waren, hadden, sedert de 16e eeuw, in het Dietsche zoowel als in
+het Waalsche gedeelte der Zuidelijke Nederlanden, Fransche taal en Fransche
+zeden de hoogere klassen veroverd; en die invloed van het naburige
+Frankrijk was niet weinig versterkt gedurende de twintigjarige
+overheersching van de Republiek en van het Keizerrijk. In scholen,
+gerechtshoven, bestuur, vergaderingen, vereenigingen, dagbladen, openbare
+of private briefwisselingen zwaaiden in de Vlaamsche gewesten de Fransche
+spraak en de Fransche denkbeelden onbetwist den schepter.
+
+De Hollander, aan de voorvaderlijke levensgewoonten getrouw gebleven, was
+stijf, koel, plechtig en teruggetrokken; de Belg, onder Franschen invloed
+beweegbaar en losser in handel en wandel geworden, was van de moderne
+denkbeelden die de Fransche Omwenteling met zich gevoerd had, doordrongen;
+daarom ook werd de Fransche wetgeving in 't Zuiden met genoegen onthaald,
+terwijl men ze in 't Noorden beschouwde als eene "nieuwigheid" door den
+overweldiger opgedrongen.
+
+Even stoer stonden tegenover elkander de dweepzieke Katholieken van 't
+Zuiden en de bekrompen Calvinisten van 't Noorden; de laatsten overtrotsch
+om hunne onmiskenbare verstandelijke superioriteit, de eersten fier op
+hunne zegepraal tegenover Jozef-de-Tweede's liberale hervormingen, en
+tevens bereid om, na hunne lange onderwerping tijdens het Fransch bestuur,
+de overhand van hunnen godsdienst te herstellen.
+
+Die verschillen, waarbij nog moet gevoegd worden de tegenstelling der
+staathuishoudkundige belangen van beide landen -- handeldrijvend en dus
+voorstanders van vrijen in- en uitvoer in 't Noorden, levend van nijverheid
+en landbouw en daardoor beschermingsgezind in 't Zuiden -- waren oorzaak
+dat er weinig neiging tot vereeniging bestond bij de Belgen, tenzij bij
+zekere ontwikkelde lieden; zoodat de onhandige pogingen van de enkele
+Orangisten, die de openbare meening tot de vereeniging moesten voorbereiden
+tijdens het voorloopig bestuur van den hertog van Beaufort, de zaak van
+prins Willem bijna in gevaar brachten.
+
+Machtig integendeel was de Fransche partij, gesteund door de regeering van
+Lodewijk XVIII, die de hereeniging met Frankrijk wenschte. Zij was uit zeer
+uiteenloopende bestanddeelen samengesteld. Zij bestond ter eener zijde uit
+de partijgangers der Fransche denkbeelden. Deze stonden in bewondering voor
+het regeeringsstelsel door de Republiek ingevoerd, dat in Belgie aan de
+verschillende grondgebieden, aan de afwisselende locale gewoonten en
+verouderde rechtsgebruiken, de eenvormigheid van bestuur, wetboeken en
+rechtbanken, benevens de concentratie der openbare machten opgedrongen had.
+Dan had men de menigte der uit Frankrijk teruggekomen Belgische
+krijgslieden en ambtenaren die den grooten keizer gediend hadden, en wie
+het tegen de borst stootte dat hun land onder de heerschappij van het
+kleine Holland gesteld was. Eindelijk waren daar nog de Fransche ballingen
+en uitwijkelingen, conventioneelen en bonapartisten, die de vervolgingen
+van de clericale "Terreur blanche" uit Frankrijk ontvlucht waren.
+
+Een aanzienlijk gedeelte der bevolking, voornamelijk de geestelijkheid en
+de adel, in een woord, de leiders der Brabantsche Omwenteling die zich
+later met keizer Leopold verzoend hadden, betrachtte, na den val van
+Napoleon, den terugkeer van onze provincien onder het Oostenrijksch
+bestuur. De twee bevoorrechte standen beschouwden die herstelling van het
+gezag der Habsburgers als innig verbonden met de herstelling van het Oud
+Regime, waarvan zij droomden.
+
+ * * * * *
+
+De ontvluchting van den Corsicaanschen dwingeland uit het eiland Elba
+bedreigde plotseling het pas gevormde Rijk der Nederlanden. Willem maakte
+gebruik van de algemeene verwarring in Europa, om zich op 14en Maart 1815
+den titel van Koning der Nederlanden toe te kennen. Daarna bezocht hij de
+Zuidelijke gewesten, waar hij met uitbundige vreugde ontvangen werd: alzoo
+betoogden de Belgen hoe gelukkig ze waren, van het langdurige Fransche juk
+verlost te zijn, onder hetwelk zij niets anders dan afpersing, knevelarij,
+geweldenarij en dwang gekend hadden.
+
+Zonder dralen riep hij 25,000 Belgen te wapen, die in spoed opgekomen en
+met evenveel Hollanders vereenigd, onder bevel van den prins van Oranje,
+zijn oudsten zoon, het Engelsch leger van Wellington gingen versterken. De
+Nederlandsche troepen vochten met leeuwenmoed te Quatre-Bras, en twee dagen
+later, toen het Fransche Keizerrijk ten onder ging in de vlakte van
+Waterloo (18en Juni 1815), zei Wellington dat hij hunne dapperheid niet
+genoeg kon prijzen. Die strijd van Hollanders en Belgen zij aan zij, droeg
+veel bij tot eene toenadering tusschen beiden. De Nederlandsche Leeuw werd
+te Waterloo opgericht als een gedenkteeken van Europa's bevrijding en van
+Nederlands roemrijk aandeel in die overwinning.
+
+Het Congres van Weenen erkende Willem als koning der Nederlanden, als
+belooning voor zijne krachtdadige tusschenkomst; en door het tweede Congres
+van Parijs verkreeg hij eene uitbreiding van grondgebied, n.l. het
+hertogdom Bouillon, Philippeville en Mariembourg (20en November 1815).
+
+Uit een oeconomisch oogpunt was het Rijk, waarover Willem nu heerschte, eene
+prachtige schepping; nooit was een land zoo plotseling in een zoo
+voordeeligen toestand geplaatst, want het was tegelijkertijd machtig door
+de rijkdommen van den grond, den handel en de scheepvaart. Bezat Holland
+groote havens, waar onophoudend de belangrijke handelsvloot van hare
+millioenrijke kooplieden de schatten van het weelderige Insulinde of van
+andere kolonien binnenvoerde, Belgie, met zijne vruchtbare landouwen -- de
+klassieke grond van landbouw en veeteelt -- met zijne ijzer-, kool- en
+loodmijnen, door eene nijverige bevolking uitgebaat, vond in zijnen grond
+de schatten, die Holland op den Oceaan zocht. Beide landen vulden elkander
+aan.
+
+Overigens, was het volk in twee groote afdeelingen gesplitst en in vele
+opzichten gescheiden, in andere opzichten hing het samen; er bestond meer
+dan een overgang tusschen de twee landstreken, dien men tot het vormen van
+een gemeenschappelijk leven kon benuttigen. Doch evenals alle willekeurig
+geschapene inrichtingen, bezat dit kunstmatige rijk slechts weinig vastheid
+op zich zelf, en het moest recht gehouden worden door de talenten van zijn
+Vorst.
+
+[Figuur: Willem I]
+
+Deze Vorst, wien de moeilijke taak was opgedragen, de samensmelting van
+deze twee landen te voltooien, bezat groote hoedanigheden. Hij was een
+toonbeeld van huiselijke en persoonlijke deugden; hij onderscheidde zich
+door zijne minzaamheid en rechtschapenheid; hij was zeer verstandig en
+bezat een sterk geheugen.
+
+Willem I streefde er naar, de genegenheid zijner onderdanen te winnen, en
+verleende op gestelde dagen, iedere week, gehoor in zijn paleis aan groot
+en klein, arm en rijk. Zeer werkzaam, strekte hij zijne bedrijvigheid uit
+over bezigheden van zeer uiteenloopenden aard.
+
+Maar de Vorst was ook een man van zaken, dien de geldzucht bijna tot de
+gierigheid dreef. Zijne verwaandheid over de onfeilbaarheid van zijn
+oordeel, zijne koppigheid en zijn gemis aan doorzicht, droegen veel bij tot
+zijne impopulariteit, en zijn bestuur vonden de Belgen des te
+onverdragelijker, daar hij protestant en Hollander was.
+
+Ziedaar de man van wiens persoonlijk karakter en bestuurlijke begaafdheid
+het afhing in hoeverre de Hollanders en de Belgen zich broederlijk als
+zonen van hetzelfde vaderland zouden leeren beschouwen.
+
+De prins van Oranje, de oudste zoon van den Koning, en Wellington's
+leerling in den krijg, verschilde volkomen met zijn vader wat karakter en
+denkwijze betreft. Zeer eigenzinnig en, als gemaal eener Russische
+groothertogin, zeer hoogmoedig, werd hij weldra door den Koning uit het
+bestuur van het krijgswezen ontzet, en gedurende tien jaren van de
+staatszaken verwijderd.
+
+Zeer ontwikkeld en zeer geliefd, oefende prins Frederik, Willem's tweede
+zoon, als grootmeester der Nederlandsche vrijmetselarij, een zekeren
+invloed uit op de liberale partij in Zuid-Nederland. Het beleid van 't
+krijgsbestuur werd hem in 1817 opgedragen; doch evenals zijn vader, miste
+hij bezieling en geestdrift en kon die dus aan anderen niet mededeelen.
+
+Willem koos in den beginne voorname en ervaren mannen als ministers, meest
+allen Noord-Nederlanders. Maar noch Gijsbert Karel van Hogendorp, een
+ontwikkeld staatsman, een edel en open karakter, aan wien de koning zijne
+kroon verschuldigd was en die zeer goed ingelicht was omtrent het bestuur
+van het land; noch de bekwame en kundige Falck, die inschikkelijker was,
+noch Van Nagel, noch Roell, konden lang overeenkomen met een Koning, die
+alles alleen wilde doen en voor de persoonlijke regeering was in den echten
+zin van het woord.
+
+[Figuur: A. R. Falck]
+
+Hoe kwam het dat in den beginne het bestuur van Willem in 't buitenland
+geprezen werd als het toonbeeld van een goede liberale regeering? Dit
+dankte hij aan zijne zelfstandige houding op het Congres te Weenen
+tegenover de reactionnaire vorsten van Pruisen en Rusland; voorts aan de
+gastvrijheid die hij aan de bannelingen van alle natien verleende, op het
+oogenblik dat de Europeesche landen onder de bloedige verdrukking van de
+vorsten van de Sainte-Alliance zuchtten; en eindelijk aan het schenken van
+eene Grondwet aan zijne onderdanen.
+
+ * * * * *
+
+Uit eigen beweging had Willem, in Maart 1814, een Grondwet aan Holland
+gegeven. Deze verleende het volk meer vrijheid en meer waarborgen dan in de
+voormalige Vereenigde Provincien, maar verzekerde ook aan den Vorst een
+uitgebreider macht dan ooit een stadhouder bezeten had. Dadelijk na de
+oprichting van de Nederlanden tot koninkrijk, was een commissie tot stand
+gekomen om de Grondwet te herzien en om de noodige veranderingen er aan toe
+te brengen, in overeenstemming met den nieuwen staat van zaken (22en April
+1815). G. K. van Hogendorp zat die commissie voor, samengesteld uit 12
+Hollanders en 12 Belgen. Onder deze laatsten telde men de reactionnaire
+graven de Merode, de Mean en de Thiennes met den griffier Raepsaet, verder
+radicalen als Dotrenge en Leclercq, en twee knappe en vooruitstrevende
+mannen, Gendebien vader en Holvoet.
+
+Hevige redetwisten grepen plaats over de ministerieele
+verantwoordelijkheid, die verworpen werd ondanks de liberalen. Men kon het
+ook niet eens worden over de aanduiding van de hoofdstad, Amsterdam of
+Brussel, en daarom besloot men geene melding hiervan te maken. De nationale
+vertegenwoordiging vooral was het voorwerp van langdurige beraadslagingen.
+Niettegenstaande Hogendorp's tegenwerpingen die slechts eene Kamer
+wenschte, werd, op Raepsaet's voorstel, beslist dat men er twee zou hebben,
+die den verouderden en volkomen iets anders beteekenenden naam van
+Staten-Generaal behielden.
+
+De Belgische aanhangers van het Oud Regime vroegen de vertegenwoordiging
+der drie standen; maar dit was onmogelijk in Holland, waar de abdijen
+afgeschaft en de ambachtsgilden verdwenen waren. Dan stelden ze voor om den
+adel en de bisschoppen in de Eerste Kamer te doen treden; dit alweer werd
+afgestemd en de geestelijkheid hield daardoor op als een bijzondere stand
+herkend te worden.
+
+Men besloot dat de Hooge Kamer bestaan zou uit 40 of 60 leden, levenslang
+door den koning benoemd; en de Tweede Kamer uit 55 Hollanders en 55 Belgen
+gekozen voor 3 jaar door de Provinciale Staten, met jaarlijksche
+vernieuwing van een derde.
+
+Vruchteloos verzette zich Gendebien tegen de gelijkheid in het getal der
+afgevaardigden van de Tweede Kamer, omdat Belgie 3 millioen inwoners en
+Holland er minder dan 2 millioen bezat. Van Maanen antwoordde dat de
+Vereenigde Provincien sedert twee eeuwen als een zelfstandige Staat
+bestonden, en het overwicht der Belgen niet zouden dulden, en Hogendorp
+voegde er bij, dat men het belang der Hollandsche kolonien met hunne
+millioenen inwoners en de intellectueele ontwikkeling der Noorderprovincien
+niet uit het oog mocht verliezen. In die omstandigheden werd het voorstel
+der regeering door al de Hollanders en door twee Belgische afgevaardigden
+(De Mean en De Merode) aangenomen.
+
+Het was zoo moeilijk om de artikelen te doen aannemen, over de volkomen
+geloofsvrijheid, over de gelijke bescherming van alle godsdiensten en over
+de benoembaarheid van alle burgers tot de openbare ambten, dat het noodig
+was de verplichting in zake gewetensvrijheid in te roepen, door de groote
+Mogendheden in het Protocol van Londen of Verdrag der acht artikelen den
+Koning opgelegd; dit werd nu eerst aan de bevolking bekend gemaakt.
+
+Nauwelijks was het ontwerp opgesteld (18en Juli 1815), of de Raad van de
+Kroon stelde een lijst der Belgische notabelen op, die de Grondwet zouden
+aannemen of verwerpen. Ze waren ten getale van 1600, een per twee duizend
+inwoners, en werden benoemd door een soort van bekrachtigende stemming door
+middel van het algemeen stemrecht. Het ontwerp van Grondwet was, op
+voorhand, in 't geniep medegedeeld aan de bisschoppen De Broglie van Gent,
+Pisani van Namen en Hirn van Doornik. Den 28en Juli richtten zij
+_Eerbiedige Opmerkingen_ tot den Koning, waarin zij de gewetensvrijheid als
+eene gevaarlijke nieuwigheid bestempelden, en zich beklaagden dat de
+geestelijkheid, vroeger de eerste stand in den Staat, nu uit de wetgevende
+vergaderingen en uit de lijst der notabelen gesloten was, en dat zij niet
+eens het recht bezat de onwaardigen van deze lijst te schrappen. Daar de
+Koning aan die eischen geen gehoor gaf, besloot de strijdlustige en
+dweepzieke bisschop van Gent in het perk te treden.
+
+In zijn herderlijken omzendbrief van 2en Augustus verbood hij aan al de
+notabelen van zijn bisdom voor de nieuwe Grondwet, die de vrijheid van
+godsdienst en de gelijkheid van de eerediensten waarborgde, te stemmen. Het
+gevolg was dat, terwijl de Staten-Generaal in Holland eenparig de Grondwet
+aannamen, de Belgische notabelen, op 18en Oogst 1815 te Brussel vergaderd,
+met 796 stemmen tegen 527, diezelfde Grondwet verwierpen. In de vier
+arrondissementen van Oost-Vlaanderen telde men slechts 67 stemmen voor en
+168 tegen. Bijna al de ontkennende stemmen waren gegrond op de artikelen
+190 en volgende, aangaande de gewetensvrijheid; 126 briefjes hadden dit
+uitdrukkelijk verklaard.
+
+De Koning, die zulks niet verwacht had, en overigens gebonden was door het
+Verdrag van Londen, toonde zich erg verbolgen. Nochtans, daar het ontwerp
+de meerderheid had in de Nederlanden door de eenparige stemmen van de
+Staten-Generaal in het Noorden, besloot hij over de moeilijkheid heen te
+stappen. Hij verklaarde dat hij de afwezige notabelen, 280 in getal, als
+goedkeurende stemmers beschouwde; hij vernietigde het honderdtal
+ontkennende gemotiveerde briefjes die hij onwettig vond, en na deze
+zonderlinge berekening kondigde hij af dat de Grondwet aangenomen was (24en
+Augustus 1815).
+
+De Grondwet verzekerde de vrijheid van persoon, van eigendom en van
+geweten, en ook, doch slechts in zekere mate, die van drukpers; want een
+streng besluit, den 20en April 1815 tijdens Napoleon's inval uitgevaardigd,
+waarbij zekere persmisdrijven, als het verspreiden van valsche geruchten en
+dergelijke, met brandmerk, zes jaar gevangenisstraf en duizend frank boete
+gestraft werden, werd niet ingetrokken.
+
+De koninklijke macht was beperkt door eene volksvertegenwoordiging, maar de
+vorst benoemde de leden van de Eerste Kamer, en in de Tweede Kamer bezaten
+de afgevaardigden noch het recht van wijziging noch dat van initiatief.
+Verder bestond er geene ministerieele verantwoordelijkheid; de ministers
+waren de dienaren van den vorst, niet van de natie.
+
+De begrooting moest door de Staten-Generaal goedgekeurd worden; doch was
+verdeeld in een buitengewoon budget dat alleen jaarlijks onderzocht werd,
+en in een gewoon budget waarover slechts alle tien jaren moest gestemd
+worden, zoodat een toezicht over de financien schier onmogelijk was.
+
+In het rechtswezen had een eenvoudig besluit van November 1814 reeds de
+jury, die de koning eene instelling der barbaarsche tijden noemde,
+afgeschaft; en de onafzetbaarheid der rechters was slechts voor lateren
+tijd beloofd.
+
+Een additioneel artikel bepaalde dat alle gevestigde overheden in hun ambt
+bleven en alle in zwang zijnde wetten hun kracht behielden, totdat daarin
+op andere wijze zou worden voorzien. Dit liet, onder 't deksel van
+wettelijkheid, de deur open voor allerlei willekeur, daar het opstellen van
+sommige noodwendige wetten op de lange baan werd geschoven.
+
+Men ziet daardoor dat de Vorst zich een aanzienlijk overwicht in de
+regeering voorbehouden had. Het koninkrijk der Nederlanden was
+constitutioneel alleen in naam, 't was eene monarchie door eene Grondwet
+gematigd.
+
+En nochtans was die Grondwet, vergeleken bij hetgeen toen ter tijde op
+Europa's vasteland gebeurde, zoo vrijzinnig, dat zij in den grond algemeen
+goed onthaald werd. Zelfs de katholieke De Gerlache keurde ze goed; maar
+wat de Belgen ergerde, waren de voorwaarden betrekkelijk de gelijkheid van
+'t getal volksvertegenwoordigers, en hetgeen in 't bijzonder de katholieken
+niet konden aannemen was de gewetensvrijheid. Wat juist bijdroeg tot de
+scheiding tusschen Noord en Zuid, alhoewel de Mogendheden aan Willem de
+volkomen samensmelting van de twee landen opgedragen hadden, was de
+gelijktallige volksvertegenwoordiging en het aanstellen van twee
+hoofdsteden, Brussel en den Haag, waar afwisselend de Staten zouden
+zetelen, alsof de keus van Antwerpen zich niet had moeten opdringen.
+
+ * * * * *
+
+Nauwelijks had Willem, den 21en September 1815, te Brussel zijn eed
+afgelegd en zijn plechtige inhuldiging gevierd, of een hardnekkig verzet
+werd door de Belgische bisschoppen tegen art. 190 en 191 van de Grondwet
+begonnen.
+
+De inrichting van de katholieke kerk in Belgie was sedert jaren door
+Napoleon's Concordaat geregeld. Tijdens het Voorloopig Bestuur had men
+besloten dat de kerkelijke zaken in de handen der geestelijken zouden
+blijven. Den 26en Mei 1814 was de vurige Maurits de Broglie, een zoon van
+den Franschen maarschalk van dien naam, naar zijn bisdom Gent teruggekeerd,
+gestaald door den langen weerstand dien hij den machtigen Keizer had
+geboden. Die vreemdeling, teleurgesteld omdat Belgie aan de heerschappij
+van de Bourbons, die krachtdadige beschermers van de geestelijkheid,
+ontsnapte, en in beginsel een protestantschen vorst vijandig, onderhield
+gedurende zes jaren een zeer gevaarlijke gisting onder de Belgische
+onverdraagzame en dweepzieke katholieken. Reeds den 8en October 1814 deed
+hij door zijnen vicaris-generaal, den Franschman Lesurre, een memorie
+opstellen, gericht tot de afgevaardigden op het Congres van Weenen. Daarin
+vroeg hij: de teruggave aan de geestelijkheid en aan de kloosters van al
+hunne oude voorrechten, de herstelling van de tienden en van de kerkelijke
+rechtbanken, de toekenning van het bestuur van het onderwijs aan de
+prelaten, het verbod van oprichting van protestantsche tempels; maar hij
+liet nochtans toe, dat de vorst binnen zijn paleis de protestantsche
+godsdienstoefeningen mocht houden. De leden van het Weener Congres lieten
+dit stuk natuurlijk zonder antwoord.
+
+Wij hebben gezien hoe heftig Maurits de Broglie het volgende jaar het
+ontwerp van de Grondwet bestreed. Door talrijke edellieden en door de
+reactionnaire partij in 't algemeen ondersteund, voerde de geestelijkheid
+een hevigen strijd tegen de Grondwet, ter wille van de artikelen over de
+gewetensvrijheid. De ultra-katholieke partij zag niet in, dat een terugkeer
+tot den ouden staat van zaken onmogelijk was; zij hield geen rekening met
+den ommekeer in de denkbeelden teweeggebracht. Door gansch West-Europa
+eischte de openbare meening de onbeperkte vrijheid van denken; in Belgie
+zelf bestond er een aanzienlijke liberale groep, radicalen, oud-Vonckisten
+of Voltairianen, die niet alleen de godsdiensten onverschillig, maar ook
+vijandig waren, benevens gematigden of doctrinairen die den voorrang van
+de burgerlijke macht op de geestelijke luide verkondigden. En het was juist
+dit kenmerk van den Nieuwen Tijd, die zucht naar ontvoogding van den
+menschelijken geest, die de klerikale partij zoo hevig bekampte.
+
+Ook toen de bisschoppen in hunne _Herderlijke onderrichtingen_, oorzaak van
+het verwerpen van de Grondwet door de Belgische katholieken, verklaarden
+dat zij "dit verderfelijk grondbeginsel, gansch tegenstrijdig met het
+katholiek geloof, dat alle godsdiensten even goed zijn" niet konden
+aannemen, voer de Koning in zijne bekrachtigingsverordening van de Grondwet
+uit "tegen deze lieden die de maatschappij tot voorbeeld van
+verdraagzaamheid en van evangelische liefde zouden moeten strekken". In
+zijn verzet tegen de aanmatiging der Belgische geestelijkheid, wist hij
+overigens dat hij volkomen in den geest zijner Hollandsche onderdanen
+handelde.
+
+Toen de Grondwet toch aangenomen werd, kondigden de bisschoppen een
+_Leerstellige Uitspraak_ (Jugement doctrinal) af, waarin ze zeiden dat de
+Katholieke Kerk het volk verplichtte zich te verzetten tegen de Grondwet.
+Zij verboden aan al de geloovigen, wilden zij zich niet schuldig maken aan
+het ergste verraad tegenover de heiligste belangen van den godsdienst, de
+verschillende eeden af te leggen, die de Grondwet voorschrijft; verder
+teekende bisschop De Broglie, die de voornaamste opsteller van het
+mandement was, protest aan tegen art. 196, waardoor aan den Koning was
+opgedragen om te zorgen dat de verschillende eerediensten zich onderwierpen
+aan de wetten van het land. Dientengevolge noodigde de bisschop van Gent
+zijne geestelijkheid uit, om de absolutie te weigeren aan de notabelen,
+afgevaardigden en burgemeesters die den eed aan de Grondwet zouden zweren
+(14en Mei 1816). Dadelijk weigerden talrijke openbare ambtenaren hun ambt
+te bekleeden, en de leiders van de katholieke partij, de fanatieke Robiano
+de Borsbeek, de graaf de Merode en de hertog van Beaufort wilden hunnen
+zetel, ondanks 's Konings misnoegen, in de Eerste Kamer van de
+Staten-Generaal niet aanvaarden.
+
+De weigering van absolutie had, vooral in Vlaanderen, eene geweldige
+gisting in de gemoederen verwekt. De _Leerstellige Uitspraak_ oefende
+nochtans den invloed niet uit, dien De Brogue verhoopt had, want Paus Pius
+VII en de legaat Consalvi, alhoewel geenszins den weerstand van de
+bisschoppen lakende, toonden zich niet geneigd om de betrekkingen met de
+Nederlandsche regeering te bederven. De laatste prins-bisschop van Luik,
+prins de Mean, was door Willem tot aartsbisschop van Mechelen aangeduid;
+maar uit Rome verwachtte men nog zijn aanstelling tot dit ambt. Als lid der
+Eerste Kamer had reeds deze grijsaard den grondwettelijken eed afgelegd,
+doch onder voorbehoud van de pauselijke goedkeuring. De vernuftige
+Reinhold, gezant van Nederland bij het Vatikaan, gelukte er in het geschil
+tot eene minnelijke schikking te brengen: De Mean stelde eene openbare
+verklaring op, waarin hij bekende dat zijn eed hem tot niets verplichtte
+dat in strijd was met de leer der Kerk, en dat hij de grondwettelijke
+bescherming, zonder onderscheid aan alle eerediensten toegezegd, slechts
+uit een burgerlijk oogpunt opvatte (18en Mei 1817). Daarop werd De Mean
+door den Paus aangesteld, en hield weldra als aartsbisschop zijne plechtige
+intrede te Mechelen. De verklaring van den primaat stilde de gemoederen;
+vele geestelijken en leeken, die tot dan toe den eed hadden geweigerd,
+legden hem in denzelfden zin af.
+
+In Vlaanderen nochtans bleef de toestand gespannen: de absolutie werd
+voortdurend aan de partijgangers van de regeering geweigerd; de
+geestelijkheid ruide de dweepzieke bevolking door allerlei vlugschriften
+op. De regeering besloot het gerecht te doen optreden.
+
+Priester De Foere uit Brugge, beticht ophitsende artikels in zijn Fransch
+tijdschrift te hebben geschreven, werd, krachtens het besluit van 20en
+April 1815, tot twee jaar gevangenis veroordeeld (21en Maart 1817).
+
+Die onpolitieke daad werd vijf dagen later door een bevel van aanhouding
+gevolgd, door den procureur-generaal tegen bisschop De Broglie
+uitgevaardigd. De bisschop vluchtte naar Frankrijk; zijn proces werd bij
+gebrek aan een Hooger Gerechtshof door een Voorloopig Hof beoordeeld. Hij
+werd bij verstek tot de deportatie verwezen om zich tegen de aflegging van
+den eed verzet te hebben en zonder oorlof in briefwisseling met den Paus
+getreden te zijn (8en November 1817). Om zich over zijne ontvluchting te
+wreken, liet de regeering zijn vonnis te Gent, op eenen marktdag, tusschen
+twee tentoongestelde misdadigers aan de kaak aanplakken. Dit was de
+aanhangers van den bisschop nutteloos uitdagen; daarmee vernielde men den
+goeden indruk door het rechtmatige vonnis tegen hem teweeggebracht, en de
+verbannen prelaat won veler genegenheid. Dit bleek klaar, toen de regeering
+de met De Broglie in briefwisseling staande vicarissen-generaal van Gent
+wederrechtelijk voor het tribunaal daagde: zij zag ze vrijspreken en het
+gepeupel het vonnis met luid gejubel begroeten.
+
+De dood van den strijdlustigen prelaat (20en Juli 1821) bracht dadelijk
+eene verzoening met de geestelijkheid teweeg. Na zes jaren strijd legden de
+vicarissen-generaal van Gent den voorwaardelijken eed af, en een menigte
+priesters volgden dit voorbeeld.
+
+Het scheen dus dat de Koning en de katholieke geestelijkheid voortaan in
+vrede gingen leven; maar in Vlaanderen zetten de priesters in 't geniep
+hunne kuiperijen tegen de regeering voort en verspreidden ondanks de
+waakzaamheid der overheden ontelbare libellen onder het volk; de onhandige
+besluiten van 1825 zouden den strijd hardnekkiger dan ooit aanvuren.
+
+Gedurende dien wapenstilstand tusschen Kerk en Staat, waren er, door de
+onbehendigheid van de regeering, andere oorzaken van misnoegdheid ontstaan.
+Gansch Belgie door morde men, omdat de Zuid-Nederlanders benadeeld werden
+in het verleenen van de openbare ambten. Men had opgemerkt dat er in 1815
+onder de ministers slechts een Belg, de hertog van Ursel, aan het
+departement van den Waterstaat aangesteld, was; wanneer hij dit ambt in
+1819 neerlegde, werden al de Belgische ingenieurs, door hem benoemd,
+vervangen door Hollanders. Al de hoogere ambten in het diplomatisch korps,
+in het leger, eigenden deze laatsten zich toe; ook in alle burgerlijke
+betrekkingen genoten zij de voorkeur. Men wees er op, hoe de voornaamste
+instellingen van de regeering en van het bestuur in het Noorden gevestigd
+waren; het was kenmerkend hoe, alle twee jaren, bij de verplaatsing van de
+Staten-Generaal naar Brussel (art. 98 van de Grondwet), het Hof, de
+Staatsraad en de ministers wel tijdelijk verhuisden, maar de bureaux in den
+Haag bleven en de overgekomen beambten reis- en verblijfkosten ontvingen,
+als waren zij in den vreemde. Voor het overige gedroegen zich de
+Hollandsche ambtenaren, namelijk in het verachterde Vlaamsch-Belgie, waarop
+zij met minachting neerzagen, met eene trotsche stijfheid, die hun de
+sympathie van de bevolking ontnam en hevige verbittering tegen de
+"Kaaskoppen" deed ontstaan.
+
+ * * * * *
+
+Intusschen vleide zich de Koning met het denkbeeld dat hij de gunst en de
+dankbaarheid der zuidelijke bevolking zou winnen, met zich in te spannen
+voor hunne oeconomische belangen. Hij gebruikte de Hollandsche
+koopvaardijvloot om de talrijke producten der Belgische nijverheid naar den
+vreemde en vooral naar de Nederlandsche kolonien uit te voeren. Daarom
+moesten havens ingericht worden. De Scheldekaai en de Stapelplaats in
+Antwerpen werden voltooid; het getal binnengeloopen schepen steeg tusschen
+1818 en 1829 van 585 tot 1028; ook te Oostende kwamen jaarlijks meer dan
+500 vaartuigen binnen. De eerste stoombooten verschenen op de Schelde reeds
+in 1824. Van Gent naar Terneuzen werd eene breede vaart (1825-1827)
+gegraven, die aan de eerste stad eene prachtige haven schonk sedert het
+aanleggen van de dokken. Het kanaal van Pommeroeul naar Antoing liet de
+koolschepen toe van de Hene naar de Schelde te varen, zonder op Franschen
+bodem te gaan, het Zuid-Willemskanaal (1822) bracht Maastricht met 's
+Hertogenbosch in verbinding, en de vaart van Charleroi naar Brussel zou
+weldra Rupel en Samber verbinden. Overal werden steenwegen door het land
+getrokken om het vervoer te vergemakkelijken, en dusdoende handel en
+nijverheid te bevoordeeligen.
+
+In 't algemeen mag men zeggen dat de Koning, wat de stoffelijke belangen
+betreft, Belgie meer begunstigde dan Holland. Om Engelands mededinging op
+Insulinde te kunnen weerstaan, gaf het handelshuis gebroeders De Smet te
+Gent aan de regeering den raad om de invoerrechten op de Engelsche
+manufacturen in Java te verhoogen, en terzelfdertijd onze nationale
+scheepvaart en handel krachtig te steunen. Einde Maart 1824 kwam de
+_Algemeene Handelsmaatschappij_ tot stand, met een fonds van 37 millioen,
+waarvan 4 door den Vorst zelf ingeteekend. Zij stelde zich tot doel den
+uitvoer te vergemakkelijken door uitsluitend nationale schepen te
+gebruiken, en zoo ziet men den handel, die in 1824 de som van 215 millioen
+gulden bedroeg, in drie jaren tijds tot 350 stijgen.
+
+Deze Handelsvereeniging was de noodzakelijke aanvulling der _Algemeene
+Maatschappij tot begunstiging der nationale nijverheid_ (28en Aug. 1822),
+die mijnen en fabrieken tot den heerlijksten bloei ontwikkelde. Dit machtig
+geNotenchap, gesticht met een kapitaal van 50 millioen, schoot aan de
+nijveraars aanzienlijke gelden voor. De belangstelling van Koning Willem in
+John Cockerill's onderneming te Seraing is voldoende bekend. Gent, dat
+16,000 spinners en wevers telde, leverde bijna alleen de veertig duizend
+stuks katoen die Java jaarlijks gebruikte; van 1823 tot 1825 klom het getal
+textielfabrieken met elf, en in 1830 telde de stad niet minder dan 62
+weefgestichten; de Phoenix, eene belangrijke mekaniekfabriek aldaar, werd
+insgelijks door den Koning gesteund.
+
+Brussel behield het monopolium van weelde- en modeartikels, zooals
+borduurwerk en lint. Te Verviers en te Dison nam de lakenweverij een
+nieuwen bloei; de tapijtweverij en het porseleinwerk kwamen weer op te
+Doornik. Met behulp der regeering verrezen hoogovens met coke te Couvin en
+te Seraing, en bijzonderen bouwden er te Couillet. Men ontgon de koolmijnen
+in de Borinage en in het Luikerland met koortsachtigen ijver, en in 1825
+bracht de glasblazerij van Val-St-Lambert bij Luik hare eerste kristallen
+op de markt. Daarbij verspreidde zich snel het gebruik der stoommachines
+met hooge drukking; Gent bezat er slechts drie in 1819, en tien jaren later
+reeds 50. Eerst voerden de bijzonderen, kort daarop de stedelijke besturen
+(1827), de gasverlichting in. Nieuwe nijverheden, als het kaarsgieten en
+het maken van kunstbronzen, rijzen op, dank zij de milde bescherming van de
+regeering.
+
+Men mag dan ook zeggen dat het Nijverheidsfonds, dat is het millioen gulden
+dat de Staten-Generaal jaarlijks ter beschikking van den Koning stelden om
+de nijverheid te begunstigen, meer bij Belgische dan bij Hollandsche
+fabrikanten terecht kwam. Dank zij den aanhoudenden uitvoer naar Insulinde
+was het loon der arbeidende klassen tamelijk hoog, en werk was er bijna
+altijd verzekerd; bij verplichte staking zag men dikwerf den Koning met
+aanzienlijke sommen ter hulp der werkloozen komen.
+
+Willem zorgde ook voor den Belgischen landbouw en veeteelt; maar hier
+stuitte hij op den ouden slenter en op de onwetendheid van de Vlaamsche
+boeren; echter door de belasting op de vreemde granen konden de inlandsche
+hunne waarde behouden. Want Willem had de koopwaren, waarvan men er genoeg
+bezat om ze te kunnen uitvoeren, door middel van zeer hooge invoerrechten
+beschermd, niettegenstaande den tegenstand van de Hollanders, partijgangers
+van den vrijhandel. De weefstoffen, de ijzerwaren, de stoomwerktuigen, de
+steenkolen uit Belgie konden alzoo tegen de vreemde voortbrengselen
+concurreeren.
+
+De tentoonstellingen der nationale nijverheid te Gent (1820), te Haarlem
+(1825) en te Brussel (1830) gaven klinkende bewijzen van den nationalen
+voorspoed. En de cijfers der bevolking, die op den tijd van 13 jaar
+(1816-1829) van 615 tot 733 duizend in Oost-Vlaanderen en van 519 tot 601
+duizend in West-Vlaanderen geklommen was, getuigen genoeg van den
+stoffelijken vooruitgang.
+
+[Figuur: B. Schreuder]
+
+Willem wilde tegelijk op intellectueel gebied bewerken, wat hij op
+oeconomisch terrein volbracht had. Wat den Vorst in Vlaamsch-Belgie vooral
+getroffen had, was de diepe onwetendheid, een gevolg van den rampzaligen
+achterlijken toestand van het onderwijs. Daar de lagere volksscholen zeer
+verwaarloosd waren, besloot de Koning in 1815 in Belgie de Hollandsche
+schoolwet van 1806 toe te passen, waarbij het lager onderwijs, onzijdig en
+kosteloos, door gediplomeerde onderwijzers gegeven, onder het toezicht van
+den Staat verstrekt werd. Te Lier werd eene kweekschool voor onderwijzers
+opgericht, onder het bestuur van den knappen Schreuder, een katholiek
+onderwijzer uit Holland, die zich schitterend van zijne taak kweet. Weldra
+was er geen enkel dorp zonder lagere school; in vijftien jaar tijds liet
+Willem's regeering meer dan 1100 schoolgebouwen en 650 woningen voor
+onderwijzers oprichten, en de vier duizend Staatsscholen telden op het
+einde meer dan drie honderd duizend leerlingen. Volgens een ministerieel
+verslag van 1826 zouden er, op eene bevolking van zes millioen zielen, nog
+slechts 240,000 personen aan te treffen zijn, die noch lezen noch schrijven
+konden. Ruim voorzagen gemeenten, provincien en Staat in het onderwijs en
+de toelage aan jaarwedden steeg van 158,000 fr. tot 448,000 fr.
+
+Tegelijk was de beurt aan het middelbaar onderwijs. Door het reglement van
+25en September 1816 werden, bij de twee nog bestaande keizerlijke lycea te
+Brussel en Luik, de athenea van Brugge, Gent, Doornik, Antwerpen,
+Luksemburg, Namen en Maastricht gevoegd. De ingedommelde stedelijke
+colleges werden heropgebeurd. Van 1818 tot 1825 klom het getal leerlingen
+van de Latijnsche scholen met een derde, en de colleges en athenea telden
+in laatstgenoemd jaar 5,500 studenten.
+
+Hetzelfde hooger genoemd besluit van 1816 richtte in het Zuiden drie
+hoogescholen op, evenveel als in het Noorden; namelijk te Leuven, te Luik
+en te Gent; het getal studenten klom voor de drie, van 892 in 1820 tot 1557
+in 1828. Naast talrijke Belgen waren aan de hoogescholen als professoren
+aangesteld jeugdige Hollandsche geleerden, zooals Kinker, Thorbecke,
+Holtius en Ackersdijk, of Duitschers als Warnkoenig, Haus en Biernbaum.
+
+Die prachtige inrichting van het onderwijs was grootendeels het werk van
+den knappen minister Falck. Voegt men daarbij de lofwaardige pogingen van
+het bijzonder initiatief, vertegenwoordigd door de machtige vereeniging
+_Tot Nut van 't Algemeen_, die zich uit Noord-Nederland naar
+Vlaamsch-Belgie uitbreidde, en in het belang van het volksonderwijs
+openbare bibliotheken en scholen voor volwassenen stichtte, dan rijst voor
+ons oog een prachtig tafereel van de verstandelijke wedergeboorte van onze
+Vlaamsche gewesten.
+
+Om het gebouw te bekronen werd de Brusselsche Academie voor wetenschappen
+en fraaie letteren, door keizerin Maria Theresia gesticht, maar door de
+Fransche Republiek afgeschaft, door Willem I opnieuw in 't leven geroepen
+(18en November 1816) en 't Instituut der Nederlanden schitterde weldra
+onder de geleerde geNotenchappen van Europa. Hier en daar werden zelfs
+muziekscholen opgericht; en zoo ook was 't aan Willem te danken, door de
+stichting der schilderscholen te Antwerpen en te Amsterdam, dat onze
+Vlaamsche schilderschool omstreeks 1830 met Wappers en anderen mocht
+herleven. Onnoodig te zeggen hoe dusdoende Willem zich de gunst der
+liberalen verwierf.
+
+[Figuur: J. R. Thorbecke]
+
+Te Gent werd de _Maatschappij voor Nederlandsche Letterkunde_ (1821)
+gesticht, en te Brussel het _Museum voor Natuurwetenschap en
+Geesteswetenschappen_. Scholen voor handwerkkunst, gestichten voor
+doofstommen, benevens talrijke inrichtingen van weldadigheid, volledigden
+het stelsel. De bedelarij, een der plagen van 't land voor de vereeniging
+met Holland, werd, door toedoen van de _Maatschappij van Weldadigheid_,
+door 's Konings initiatief in 1821 gesticht, derwijze ingekrompen dat men
+weldra in het koninkrijk der Nederlanden niet meer dan 46,000
+noodlijdenden telde, met de gevangenen, krankzinnigen en vondelingen
+inbegrepen.
+
+ * * * * *
+
+Dit heerlijk gebouw voor geestesontwikkeling werd geenszins geevenaard door
+dit der wetgeving. Anti-franschgezind en anti-revolutionnair, wilde Willem
+de laatste sporen der Fransche overheersching alhier doen verdwijnen.
+Alhoewel Napoleon's wetboek in 't Zuiden bepaald ingeplant was, beschouwde
+hij het, met de Hollandsche rechtsgeleerden, als slecht en gevaarlijk.
+Nochtans bleef het volgens art. 2 der Grondwet, in gebruik tot verdere
+schikking. Doch de besluiten van het Verbrekingshof te Parijs hielden op
+rechtsgezag te hebben in Nederland. Overigens, volkomen ingenomen met de
+Hollandsche landswetten, toonde hij weldra zijn neiging om tot dezelve
+terug te keeren. Den 21en Augustus 1814 herstelde een besluit de stokslagen
+in 't leger; wij hebben gezien hoe den 6en November de jury afgeschaft was
+geworden alsook de openbaarheid van het rechterlijk onderzoek. Het ontwerp
+door 't ministerie in 1820 ingediend, tot verandering van het Burgerlijk
+Wetboek, leed schipbreuk voor de krachtdadige verdediging der Fransche
+wetgeving door de twee Belgische afgevaardigden Dotrenge en Reyphins; men
+vergenoegde zich dus met de volgorde der artikels van het _Code Napoleon_
+te veranderen en er een onbeholpen Nederlandsche vertaling van te geven.
+Wij zullen verder zien hoe deerlijk insgelijks het ontwerp van een
+Strafwetboek, met echt middeleeuwsche bepalingen doorspekt, in 1827 moest
+ingetrokken worden.
+
+Hooger heeft men gelezen, dat ofschoon art. 227 der Grondwet de vrijheid
+van drukpers uitriep, het draconisch reglement van 20en April 1815 de
+persmisdrijven, in zeer vage bewoordingen aangeduid, op zeer strenge wijze
+strafte: een buitengewoon bijzonder Hof was gelast de betichte
+dagbladschrijvers te vonnissen. Onder de drukking der Groote Mogendheden
+werd den 28en September 1816 de _Wet der 500 gulden_ gestemd: zij bedreigde
+met een boete van dit bedrag, en bij hervalling met een gevangenzetting van
+een tot drie jaar, al degenen die vreemde vorsten aanvielen of gispten. Op
+deze wijze kon men voortaan alles als persmisdrijf bestempelen.
+
+Priester De Foere had, gedurende De Broglie's moeilijkheden, zijn vranke
+schrijven met twee jaar gevangenis moeten bekoopen. Wel is waar werd door
+eene wet in 1818 de bijzondere vorm van procedure van het besluit van 1815
+afgeschaft; de drukpersovertredingen zouden in het vervolg voor de gewone
+en niet meer voor buitengewone rechtbanken gebracht worden, maar de strenge
+straffen werden behouden.
+
+In 1819 deed de regeering den schrijver Van der Straeten een geruchtmakend
+proces aan, daar hij haar in zijn vlugschrift: _De l'Etat actuel du Royaume
+des Pays-Bas_, gelaakt had; doch eene openbare inschrijving kwam de boete
+van 3000 gulden dekken waartoe hij veroordeeld werd. Vier jaar later werd
+die publicist opnieuw vervolgd en in de gevangenis opgesloten voor zijne
+snedige artikels in zijn blad _L'ami du roi et de la patrie_; ziek
+gevallen, stierf hij drie dagen na het vonnis, en dit nieuws verwekte het
+land door eene hevige ontroering. Onophoudend werden de dagbladen der
+oppositie vervolgd; en alhoewel zekere dezer vonnissen gewettigd waren, als
+de veroordeelingen van Ph. Lesbroussart en pastoor Zinzerling, had de
+handelwijze der regeering, die rondom sommige zaken te veel gerucht maakte,
+of aan andere, onbeduidende gevallen te veel gewicht en belang bijzette,
+tot gevolg dat de veroordeelden in de oogen des volks met de
+martelaarskroon omstraald glinsterden.
+
+Willem's pogingen om eene "nationale" taal in te voeren verwekten ook
+hevigen tegenstand. Gewis spraken ongeveer vier millioen en half van zijn
+onderdanen op zes Hollandsch of Vlaamsch; maar in de Zuidelijke Nederlanden
+was van lieverlede het Fransch de gewone taal der zaken en der openbare
+instellingen geworden; de hoogere klassen, zelfs in Vlaanderen, gebruikten
+deze bijna uitsluitend; zij was ook de taal der ontwikkelden: advocaten,
+notarissen, geneesheeren, die in deze spraak hunne studien hadden gedaan.
+Overigens, gedurende het twintigjarig Fransch regime was alleen het gebruik
+van 't Fransch wettelijk geweest. In Vlaanderen zelf vond in 't algemeen
+het gebruik der beschaafde Nederlandsche taal weinig bijval; men hield van
+het gebruik der Vlaamsche dialecten; men legde, en zoo deed nog de
+_Gentsche Almanak_ van 1823, den nadruk op het verschil tusschen Hollandsch
+en Vlaamsch. De geestelijkheid bijzonderlijk beweerde dat het Hollandsch,
+zelfs door geleerde en onberispelijke personen geschreven, altijd de kiemen
+der ketterij in zich droeg..
+
+Willem begon met in October 1814 een decreet uit te vaardigen waardoor het
+gebruik der talen vrij verklaard werd, als tijdens het Oostenrijksch
+bestuur. Niettegenstaande de vermaningen van Hogendorp, die den koning tot
+voorzichtigheid aanspoorde, besliste eene koninklijke verordening van 15en
+September 1819, dat van af 1en Januari 1823 de "nationale taal" -- die
+voorzeker die niet was van de Waalsche gewesten -- in de provincien
+Limburg, Oost- en West-Vlaanderen en Antwerpen de eenige taal van het
+ambtelijk verkeer zou wezen; bij arrest van 26en October 1822 werd deze
+bepaling uitgebreid tot de steden en gemeenten van de arrondissementen
+Brussel en Leuven; de ambtenaars die na den vastgestelden termijn de
+Nederlandsche taal niet machtig zouden zijn, zouden naar het Fransch
+gedeelte verplaatst worden.
+
+Daargelaten nog de woede der in de Vlaamsche gewesten gevestigde Walen wien
+men aldus eene onbekende taal opdrong, verhief zich bij de afkondiging dier
+besluiten een storm van protesten, voornamelijk van wege de
+Vlaamschonkundige advocaten, de Waalsche studenten der Hoogescholen of al
+degenen die zich tot de openbare ambten voorbereidden zonder het Vlaamsch
+te willen kennen. Talrijke zonen van begoede Belgische familien zagen zich
+aldus een loopbaan sluiten die zij reeds betreden hadden of gingen
+betreden.
+
+Het taalverschil veroorzaakte menige wrijving in het Parlement evenals in
+het leger. Terwijl de Zuidnederlandsche afgevaardigden, waaronder
+Vlamingen, die slechts een dialect en niet de beschaafde omgangstaal
+kenden, zich bijna uitsluitend van het Fransch bedienden, begonnen vele
+Hollandsche vertegenwoordigers met opzet het Nederlandsch te gebruiken bij
+alle besprekingen, morrende wanneer de vertaling door de
+Vlaamsch-onkundigen geeischt werd. Ook zag men Hollandsche soldaten met
+hunne makkers van het Zuiden handgemeen worden; de Hollandsche sergeanten
+kwelden de Vlaamsche recruten, en gaven soms aan de Waalsche arrest wegens
+hunne onkunde van het Vlaamsch.
+
+Die wassende afkeer tusschen Noord en Zuid had, nog voor 1820, bij
+klaarziende toeschouwers de onmogelijkheid van de versmelting van de beide
+volken doen inzien, en hen doen besluiten dat de redding in eene federatie
+lag, waarin Belg en Hollander hunne zelfstandigheid zouden bewaren.
+
+ * * * * *
+
+De toestand werd nog door noodlottige toevallen verergerd. Het verschil
+tusschen de stoffelijke belangen van Holland en Belgie, door den
+financieelen toestand van de twee landen nog grooter gemaakt, zou weldra
+aanleiding geven tot het eerste openbare geschil tusschen beide volken.
+
+Volgens latere berekeningen, bezaten de Zuidelijke Nederlanden, in 1814,
+eene schuld van omstreeks 100 millioen gulden. De Hollandsche Staatsschuld,
+integendeel, was zoo groot dat Napoleon, toen hij Holland in 1810 bij zijn
+Keizerrijk binnenpalmde, door een soort van bankroet, geweigerd had de twee
+derden er van te erkennen. Willem wilde die oneerlijkheid niet
+bekrachtigen, en om de schuldeischers van den Staat te voldoen, nam hij
+zijn toevlucht tot een voor de Staatskas zeer nadeelig stelsel: de oude
+schuld werd verdeeld in werkelijke schuld voor een derde, en uitgestelde
+schuld, zijnde deze de door Napoleon afgeschafte twee derden. Mits eene
+storting van 100 gulden per titel van 45 gulden rente, erkende men aan
+drager, vooreerst 2000 gulden kapitaal in werkelijke schuld die eene
+jaarlijksche rente van 50 gulden opbrachten, en daarbij 4000 gulden in
+uitgestelde schuld, die door jaarlijksche trekking tot de loopende schuld
+overgingen. Door dit erbarmelijk stelsel bevond zich Holland in 1815 voor
+eene werkelijke schuld van 573 millioen en eene verdaagde van 1 milliard.
+Nu, volgens 't Verdrag der acht artikelen en de Grondwet van 1815 moest
+Belgie natuurlijk de helft dezer schuld dragen.
+
+Een amortisatiefonds werd in 1816 in 't leven geroepen; men kon voorzeker
+de begrooting der Staatsuitgaven merkelijk verminderen, maar de schuld
+vermeerderde van jaar tot jaar; in 1820 was de werkelijke schuld reeds met
+50 millioen gulden vermeerderd en tien jaar later betaalde de Staat
+jaarlijks nog 10 millioen gulden meer aan zijne schuldeischers. Nu, 't was
+de Koning zelf die zich door de Grondwet het opperbestuur van 't Geldwezen
+had doen toevertrouwen; elk toezicht over de financien was verder
+onmogelijk ter oorzake van de tienjarige begrooting. Dit toezicht werd nog
+verminderd toen de vorst het _amortisatie-syndikaat_ schiep, een
+vereeniging van kapitalisten belast met het onderhoud van wegen, bruggen,
+vaarten en mijnen en de ontvangst hunner rechten; dat geheim beheer werd
+zeer erg besproken.
+
+Om het deficiet te dempen moest de Regeering voortdurend naar nieuwe
+geldmiddelen uitzien, en schiep tolrechten en belastingen. Overweegt men nu
+den aard der beide landstreken, het Zuiden agrarisch en industrieel, het
+Noorden handeldrijvend, zoo ziet men dat hunne belangen regelrecht tegen
+malkaar in strijd waren. Den vrijhandel in Belgie uitroepen was landbouw en
+nijverheid dooden; beschermende rechten in Holland opleggen was handel en
+scheepvaart stremmen. Er bestond aldus een noodzakelijke mercantiele
+naijver. In dien nood begon Willem met de invoerrechten op vreemde
+koopwaren en gemaakt werk, die aan de Belgische nijverheid zulke hooge
+vlucht gaven, uit te schrijven (25 tot 30%); in 1819 deed hij zelfs, trots
+den tegenstand der Hollandsche groote kooplieden, eene belasting op suiker
+en koffie stemmen. Maar gehoor gevende aan de klachten die hem van wege de
+handelsaristocratie uit 't Noorden gewerden, veranderde in 1821 de Koning
+plots van zienswijze.
+
+Tot dan toe hadden de Belgische afgevaardigden in de Staten-Generaal eene
+tamelijk lijdzame rol gespeeld; zij hadden geen ander verlangen dan den
+nieuwen Staat te versterken, en de tegenstand van de meesten was altijd
+kalm en hoffelijk geweest. Doch bij het zicht van de nieuwe handelspolitiek
+en het nieuwe belastingstelsel der Regeering, greep er een plotselinge
+ommekeer in hunne houding plaats, zoodat de donkere voorspellingen over de
+ontbinding der Nederlanden, van een pessimist als den Oostenrijkschen
+afgezant Binder, zich weldra dreigden te verwezenlijken.
+
+Het aan de Staten-Generaal voorgelegde wetsontwerp deed de inkomrechten op
+de vreemde producten, die rechtstreeks met de nationale mededongen, tot 3
+of 6% dalen; voor de Belgische fabrikanten was dit zooveel als de
+afschaffing der invoertarieven. Wel is waar besteedde men tegelijk een
+jaarfonds van 1,300,000 gulden tot ondersteuning van zekere takken der
+inlandsche nijverheid; maar dit kon geenszins opwegen tegen het nadeel door
+de vermindering der tolrechten berokkend. Daarbij stelde de Regeering een
+wetsontwerp met nog twee nieuwe belastingen voor, op het _Gemaal_ en het
+_Geslacht_, dat wil zeggen: eene belasting op brood en vleesch, waarvan de
+eerste op de Zuidelijke Nederlanden des te drukkender woog, daar boeren en
+werklieden er zich schier uitsluitend met brood voedden, terwijl in 't
+Noorden de aardappelteelt algemeen geworden was.
+
+De bespreking dier wet gaf aanleiding tot een levendig verzet van wege de
+Belgische afgevaardigden; voor de eerste maal sloten zij zich eendrachtig
+aaneen: de blokpolitiek vangt aan. Dotrenge en Reyphins, die nochtans zeer
+Oranjegezind waren, vielen de principes van den vrijhandel heftig aan en
+toonden het nadeel door de twee belastingen aan het kleine volk berokkend;
+zij aarzelden niet te wijzen op het politieke gevaar dat de wet voor 't
+bestaan zelf van 't koninkrijk opleverde, door de tegenstelling der twee
+bevolkingen nog te verscherpen. Lecocq en Dotrenge noemden de wet een
+broedermoord; de eenige Belgische afgevaardigde die de wet durfde
+verdedigen werd door 't publiek uitgefloten. Doch de wet werd aangenomen
+met 55 stemmen tegen 51; de meerderheid was die van al de afgevaardigden
+van 't Noorden, de minderheid bestond, op drie uitzonderingen na, uit al
+de Belgische volksvertegenwoordigers. Even scherp bleek de tegenstelling
+der vertegenwoordigers van de beide deelen des koninkrijks in de Eerste
+Kamer enkele dagen later; van de 21 ja-stemmers behoorden er 18 tot het
+Noorden, van de 17 neen-zeggers waren er 15 uit het Zuiden (4en Juli 1821).
+Zoo erg was de Koning verbitterd dat hij zeven zijner zuidelijke
+Kamerheeren, die eene afkeurende stemming uitgebracht hadden, enkele dagen
+nadien afzette.
+
+Bijzondere besluiten brachten het volgende jaar het nieuwe stelsel in
+werking. Doch dadelijk werd de persoon van den Koning zoo scherp beschimpt
+door spotprenten en pamfletten, dat deze de aanhechting van Belgie bijna
+betreurde. Klachten verhieven zich overigens ten allen kante,
+niettegenstaande enkele latere wijzigingen aan de toltarieven; onophoudend
+werden de zwaardrukkende belastingen op gemaal en geslacht (8 Januari 1823)
+aangevallen, en zij zullen in 't vervolg een der hoofdthema's zijn van de
+oppositie.
+
+ * * * * *
+
+'t Is rondom dit tijdstip dat de autoritaire inzichten van den Vorst zoo
+klaar uitschijnen; zijne rechtstreeksche tusschenkomst in 's lands zaken
+doet zich sterk gevoelen. De bekwame ministers die hem bij den aanvang zoo
+knap ter zijde gestaan hadden, had hij een voor een uit den weg geruimd;
+hij moest plooibaarder mannen hebben, die eenvoudig de uitvoerders zijner
+bevelen en geene raadgevers der kroon wezen zouden; zijne laatste ministers
+hebben geen beduidenden invloed gehad op den gang van het bestuur, met
+uitzondering misschien van Van Maanen; daarom valt ook op den Vorst alleen
+de verantwoordelijkheid der onbehendige en onpolitieke maatregelen der
+laatste jaren zijner regeering.
+
+De man, dien Willem tot zijn vertrouweling verkozen had, Van Maanen, had
+beurtelings de Fransche Republiek en Bonaparte gediend; bedrijvig en
+buigzaam, bezat hij ook de koppigheid van zijn meester, die hem alleen
+eenig initiatief liet in zijn ministerie van rechtswezen; hij was de
+Belgen weinig genegen, en hij was het, die op ongelukkige wijze de
+bewoordingen van 't Verdrag van Parijs herinnerende, Belgie een uitbreiding
+van Hollands grondgebied noemde en Hollands oppermacht uitriep. 's Konings
+werktuigen waren de andere ministers, en voornamelijk die Staatssecretaris
+Van Streefkerk, dien men vergeleek bij eene klok, stom of luidend naar
+geliefte des Vorsten.
+
+[Figuur: C. F. van Maanen]
+
+Willem's gedrag wijkt niet veel af van dit der verlichte despoten der 18e
+eeuw en in meer dan een opzicht biedt hij eene treffende overeenkomst met
+Keizer Jozef II aan. Zijn strijd om het onderwijs onafhankelijk te maken
+van de katholieke geestelijkheid bewijst dit volkomen.
+
+Volgens art. 226 der Grondwet was het openbaar onderwijs het voorwerp der
+voortdurende zorgen der Regeering. Reeds vroeger had De Broglie en de
+geestelijkheid die schikking fel bekampt, aan een protestantsche regeering
+het recht betwistende om zich met het onderwijs in het katholieke Belgie in
+te laten en dit recht uitsluitend voor zichzelf eischende. Bij de stichting
+der drie universiteiten en der athenea hadden de priesters hunnen haat niet
+verborgen tegen deze instellingen, wier zuiver burgerlijk karakter hen
+ergerde, en door smaadschriften en sermoenen trachtten zij het onzijdig
+onderwijs als calvinistisch, ja zelfs, ongodsdienstig voor te stellen. Op
+den Vlaamschen buiten waar de geestelijkheid onbetwist de plak zwaaide,
+werd een hevige strijd gevoerd tegen de lagere scholen door middel van
+biechtstoel en weigering van absolutie. Men verspreidde het gerucht dat de
+Koning het katholieke volk wilde protestantiseeren.
+
+Tegenover het Staatsonderwijs poogden de clericalen een mededingend
+confessioneel onderwijs op te richten. De Koning en de regeering, sterk
+door de Grondwet, besloten het voorrecht van den Staat hardnekkig te
+verdedigen; Willem I gevoelde overigens den geheimen invloed der
+Congregatie en der Jezuieten, die alsdan Frankrijk beheerschten, en wilde
+hun pogingen in Belgie verijdelen. Op 22en Juli 1822 werd bij koninklijk
+besluit verboden het lager onderwijs te geven zonder toelating. Anderhalf
+jaar later werd dit besluit toegepast op de geestelijke vereenigingen, die
+zich met onderwijs ophielden; voortaan zullen zij nog slechts als leden
+hunner orde personen kunnen opnemen die een bekwaamheidsbewijs bezitten.
+Die verordeningen hadden den val tot gevolg van de scholen der Broeders der
+Christelijke Leering, die alhier uit Frankrijk overgekomen waren en in 't
+Walenland het lager onderwijs zochten te bemachtigen; weldra werden zelfs
+hunne vereenigingen ontbonden en hunne orde afgeschaft, daar zij aan eenen
+overste van vreemde nationaliteit gehoorzaamden.
+
+Intusschen was de minister van binnenlandsche zaken en openbaar onderwijs,
+de klaarziende Falck, als gezant naar Londen gezonden, en vervangen door
+den buigzamen Van Gobbelschroy, een ontwikkelden Belg, die, met de beste
+inzichten bezield, zich met den meesten ijver op de uitbreiding van 't
+Staatsonderwijs toelegde. Door 's Konings toedoen besloot hij insgelijks
+het middelbaar onderwijs aan den invloed der geestelijkheid te onttrekken.
+Een besluit van 14en Juni 1825 beval de sluiting van al de niet erkende
+Latijnsche scholen en colleges; alleen de wereldlijke Latijnsche scholen
+werden toegelaten. Alzoo sloot men de _kleine bisschoppelijke seminarien_,
+die onder voorwendsel van tot den geestelijken stand op te leiden, aan de
+zonen der burgerij het voorbereidend hooger onderwijs verschaften. Wanneer
+later deze hunne humaniora in den vreemde, vooral in de Jezuietengestichten
+van St Acheul, in Frankrijk, en Freiburg, in Zwitserland, wilden gaan
+voleindigen, werd hun voor 't vervolg de toegang tot de Staatshoogescholen
+van Gent, Leuven en Luik ontzegd.
+
+Zoolang de Koning zich als verdediger van het Staatsonderwijs aanstelde,
+bleef hij binnen de palen der Grondwet. Maar ondoordacht en vermetel was
+zijne poging, toen hij zich in de opleiding van de Belgische katholieke
+geestelijkheid wilde mengen. Hierin handelde hij voorzeker te goeder trouw;
+men heeft hem ten onrechte voorgesteld als een godsdienstigen ijveraar voor
+het Protestantisme; het staat vast dat hij volstrekt geen vijand was van
+het Katholicisme. Zooals hij in Holland met de Hervormde gemeenten gedaan
+had, zoo wilde hij alhier den voorrang van de burgerlijke macht boven de
+geestelijke vestigen. Daarom was hij voornemens, voor de toekomst, eene
+verstandige, verlichte, verdraagzame, nationale geestelijkheid te vormen,
+door middel eener hervorming der godgeleerde studien. Zoodat de
+Calvinistische vorst hoopte te slagen, daar waar zijn katholieke
+voorganger, Jozef II, bezweken was! Zelfs de tegenwerpingen zijner omgeving
+konden hem zijn besluit niet doen verzaken.
+
+Den zelfden dag (14 Juni 1825) dat Willem de kleine seminarien afschafte,
+verordende hij de oprichting bij de Hoogeschool van Leuven van het
+_Wijsgeerig College_, voor de jongelingen van alle bisdommen die zich tot
+den geestelijken staat voorbereidden. Zij zouden gezamenlijk met de
+studenten der Faculteit der wijsbegeerte zekere lessen in de philosophie
+volgen. De bestuurder en de onderbestuurders, alsook drie leeraars, zouden
+door den Vorst benoemd worden, met goedkeuring van den aartsbisschop. Den
+11en Juli volgt een verbod in de groote seminarien studenten te ontvangen
+die het Wijsgeerig College niet doorloopen hebben; en het verbod tegen
+degenen die in den vreemde zouden gaan studeeren, wordt ook op de
+toekomstige seminaristen toegepast.
+
+"Die noodlottige besluiten zijn misschien de ergste misslag in de regeering
+van koning Willem I en zij getuigen van eene groote verblindheid, van een
+jammerlijk Staatsbeleid". Hoe kon de Koning toch verwachten dat de
+Belgische geestelijkheid, die voortdurend aanspraak maakte op gansch de
+leiding van het openbaar onderwijs, zou toelaten dat een leek, en dan nog
+een Calvinist, de opleiding van de toekomstige priesters zou besturen? De
+Paus en de bisschoppen teekenden verzet aan; de aartsbisschop van Mechelen
+weigerde, niettegenstaande herhaald verzoek des ministers, de plaats van
+opziener van het College; talrijke vlugschriften vielen de stichting aan,
+en de katholieke dagbladen kantten zich met hardnekkigheid tegen 's Konings
+inmenging in geestelijke zaken. Doch wanneer de koninklijke maatregels in
+de Staten-Generaal door de katholieke volksvertegenwoordigers De Stassart,
+Surmont de Volsberghe en vooral De Gerlache heftig werden gelaakt, vond de
+Regeering eenen krachtigen steun in de twee knappe Belgische redenaars, de
+liberale oppositieleiders, Reyphins en Dotrenge. Zij juichten de
+uitdrijving van de Ignorantins toe, en wezen op de pogingen van de
+Jezuieten om in de Nederlanden terug te keeren. Ook was de overwinning van
+de ministers Van Maanen, Van Gobbelschroy en Goubau, bestuurder van den
+katholieken eeredienst, volledig. Vele Belgische ontwikkelde groepen
+stemden met die anticlericale besluiten in, en Louis de Potter, een rijk en
+knap publicist, die zich door een geweldig anticlericalisme onderscheidde,
+prees de stichting van het _Collegium Philosophicum_ en den strijd van de
+regeering voor het Staatsonderwijs.
+
+De liberalen waren bereid zich om het ministerie te scharen, wilde men
+hunne grieven aanhooren. In dien zin was het slot van Dotrenge's
+redevoering vol beteekenis. "Sire, zei hij, beschut ons voor de Jezuieten,
+doch verlos ons van de belasting op het gemaal".
+
+ * * * * *
+
+Het scheen dus dat de Belgische oppositie verbroken was. Nochtans werd er,
+gedurende het debat over het onderwijs, een woord door den leider van de
+katholieken uitgesproken, dat voor de toekomst een schrikbaar voorteeken
+was. Baron de Gerlache, oud-advocaat te Parijs, thans te Luik gevestigd,
+waar hij beurtelings naar den gemeenteraad, naar de Provinciale Staten en
+sedert het vorige jaar naar de Staten-Generaal gezonden werd, had, in eene
+zeer welsprekende rede, waarvan de indruk door het uiterlijke van zijn
+persoon nog verhoogd werd, zich, niet gelijk zijne collega's op de
+leerstellingen van het kanonieke recht en van het Concilie van Trente
+beroepen, maar, evenals de liberale katholieken, en voornamelijk Lamennais
+in Frankrijk, op de vrijheid van het onderwijs, die hij afleidde uit alle
+andere vrijheden, als de vrijheid van godsdienst en van drukpers; dit was
+voor 't vervolg den weg afbakenen voor een verbond, dat op dien stond
+nochtans door niemand voorzien werd.
+
+Om de woede der clericalen te stillen, besloot Willem enkele toegevingen te
+doen. Reeds vroeger was Reinhold, zijn gezant te Rome, met het Vatikaan in
+onderhandeling getreden, om een concordaat tot stand te brengen in den zin
+van dit van Napoleon, dat in Belgie van 1801 tot 1815 in zwang was; een
+pauselijke nuntius was zelfs te dien einde in Belgie geweest, maar moest
+onverrichterzake terugkeeren. Zoo bleef de zaak tot in 't begin van 1826,
+wanneer een katholieke afgevaardigde, de graaf de Celles, zich aanbood om
+de onderhandelingen te hernemen. Paus Leo XII en Koning Willem toonden zich
+even inschikkelijk. De Jozefist Goubau moest van het bestuur van den
+katholieken eeredienst aftreden, dat bij 't ministerie van binnenlandsche
+zaken gevoegd werd (1826); Reinhold werd als gevolmachtigde te Rome door
+graaf de Celles vervangen. Doch deze botste tijdens de besprekingen op
+talrijke moeilijkheden hem door de dweepzieke omgeving in 't Vatikaan in
+den weg gelegd en klaagde er bij zijne regeering over dat hij nu niet meer
+kon verkrijgen wat men twee jaar vroeger gemakkelijk zou bekomen hebben.
+
+Eindelijk op 18en Juni 1827 teekende de Celles het concordaat met den
+kardinaal Capellari. Ieder bisdom zou een seminarie bezitten. Wat de
+verkiezing der prelaten betrof, deze moest geschieden door het kapittel,
+dat den Koning een kandidatenlijst zou voorleggen, waarop deze de
+kandidaten, die hem niet bevielen, zou doorschrappen; de Paus duidde dan
+den titularis aan.
+
+De bulle van 17en Augustus kondigde daarenboven de oprichting van drie
+nieuwe bisdommen aan, nevens de vijf bestaande, namelijk te Brugge, te
+Amsterdam en te 's Hertogenbosch, en bevestigde dat voortaan alleen de
+bisschoppen voor de opvoeding hunner geestelijkheid te zorgen hadden.
+
+De Belgische katholieken onthaalden het sluiten van het concordaat met luid
+gejuich; verscheidene hunner afgevaardigden stemden zelfs de begrooting
+zonder verzet.
+
+De Hollandsche Calvinisten evenals de Belgische liberalen keurden
+integendeel de vernedering des Konings voor den Paus streng af; zij
+verweten aan de regeering dat zij niet alleen van haar recht van benoeming
+der bisschoppen afstand gedaan had, maar daarbij nog het Wijsgeerig College
+van Leuven opofferde. Fel aangevallen in de liberale dagbladen en
+voornamelijk in den _Courrier des Pays-Bas_ door de pen van den heftigen
+Louis de Potter, zocht de regeering de waarde van het concordaat en van de
+pauselijke bulle te verzwakken. Reeds op 5en October zond Van Gobbelschroy
+een vertrouwelijken omzendbrief aan de gouverneurs, om hun te laten weten
+dat de invloed des Konings op de benoeming der bisschoppen grooter was dan
+'t concordaat liet vermoeden, dat niets veranderd was aangaande het
+onderwijs der seminarien, dat het volgen der leergangen in het Wijsgeerig
+College eenvoudig van verplichtend, vrij geworden was, en eindelijk dat men
+alle overeenkomst tot het bezetten der ledig staande bisschoppelijke zetels
+zou verdagen. Om de liberalen te paaien, deelde zelfs Van Gobbelschroy,
+die met Louis de Potter bevriend was, dien omzendbrief aan den publicist
+mede, die zich verhaastte hem in zijn dagblad af te kondigen.
+
+[Figuur: J. M. Schrant]
+
+Die mededeeling (14en October 1827) en het wezenlijk behoud van het _statu
+quo_, verwekten bij de katholieken eene geweldige verontwaardiging. Van dan
+af hernam de strijd der geestelijkheid tegen de regeering met nieuwe woede.
+Gesterkt nog door het voorbeeld van Frankrijk, waar een katholieke prelaat
+de _Universite de France_, dat is geheel het onderwijs, bestuurde, en waar
+Karel X de wet op de heiligschennis had doen aannemen, begonnen de
+Belgische priesters het onderwijs der professoren van de hoogescholen en
+athenea aan te klagen, donderden zij van op den preekstoel tegen de
+"_Duivelscholen_" en verdoemden het "_Schoolvee van Van Gobbelschroy_".
+Pastoor Schrant, van Amsterdam, die in de oogen zijner Zuidnederlandsche
+collega's de onvergeeflijke zonde begaan had een leerstoel aan de
+Hoogeschool te Gent te aanvaarden, moest dit bezuren. De katholieke
+dagbladen kondigden de lijsten af der leden van het _Nut van 't Algemeen_,
+aan welke de priesters besloten de absolutie te weigeren. Nooit had de
+schoolstrijd zoo erg gewoed. In hunne redevoeringen en preeken gingen
+zekere dorpsherders zoover, dat de Regeering ze voor de rechtbank moest
+dagen en laten veroordeelen. De katholieke vertegenwoordigers in 't
+Parlement, wier verzet tot dan toe eerbiedig en bedaard geweest was, namen
+insgelijks eenen heftigen toon aan.
+
+Had dan nog de regeering op den steun der liberale partij kunnen rekenen;
+maar door hare halsstarrigheid in het weigeren van zekere politieke,
+sociale of oeconomische eischen, en niet minder door hare dubbelzinnigheid,
+die wantrouwen inboezemde, bevond zij zich weldra gansch alleen.
+
+ * * * * *
+
+Intusschen had zich in Belgie eene gewichtige verandering op intellectueel
+en politiek gebied voorgedaan. Tot omstreeks 1827 had de bevolking zich
+weinig om de Staatszaken bekommerd; zelfs de dagbladen zonden geene
+reporters naar de zittingen der Staten-Generaal. Immers onze voorouders,
+gedurende drie eeuwen onder vreemd juk gebogen, van alle deelneming aan het
+openbaar bestuur verstoken, voor de meerderheid in de grootste onwetendheid
+gedompeld, toonden zich onverschillig voor de politieke besprekingen. Aan
+die onverschilligheid had het ingewikkelde kiesstelsel voor de
+Staten-Generaal geen klein aandeel; immers de verkiezingen geschiedden in
+twee graden, de _kiezers_ betalende honderd gulden in grondbelasting, kozen
+een zeer beperkt getal _stemgerechtigden_, die de volksvertegenwoordigers
+benoemden; zoo konden de kleine burgerij en het kleine volk, van de
+verkiezing volkomen uitgesloten, zich natuurlijk voor deze niet warm maken.
+Voegt daarbij nog de drukking van den koninklijken commissaris, die de
+verkiezing voorzat en allen strijd tegen den officieelen kandidaat
+verijdelde.
+
+Doch met het jaar 1827 doet zich een bepaalde vooruitgang in de politieke
+opleiding voor. Eene nieuwe generatie van jonge redenaars en publicisten is
+ontstaan, gedeeltelijk gevormd in de Staatshoogescholen. In de liberale
+fractie zien wij Le Hon en Ch. de Brouckere met een vroeger onbekenden
+gloed voor de vuist spreken, en in navolging der Fransche doctrinairen der
+Kamer als Royer-Collard en Benjamin Constant, in wel doordachte
+redevoeringen, den misprijzenden trots, waarmede de ministers vroeger op de
+redenaars nederzagen, tarten en onophoudend de regeering op het bankje
+zetten. Ch. de Brouckere durfde zelfs in 1828 in de Staten-Generaal het
+recht van initiatief gebruiken, dat aan de volksvertegenwoordigers ontzegd
+was. Met de opkomst van het liberale ministerie Martignac in Frankrijk
+wordt de vrijmoedigheid der partij nog grooter.
+
+Het waren de liberale afgevaardigden en hunne vrienden die het overgroote
+getal der Belgische dagbladen opstelden. Niet minder dan de weerklank
+hunner stem buiten het Parlement, wist de snedigheid hunner pen de natie op
+te wekken tot belangstelling in haar beheer; en de eenparigheid waarmede
+sindsdien stelselmatig al de Belgische afgevaardigden, buiten drie of vier
+afvalligen, tegen die van het Noorden stemden, was geen geringe factor om
+de gemoederen eindelijk met politieken hartstocht te bezielen.
+
+In die bewerking der openbare meening hebben de advocaten-publicisten eene
+overwegende rol gespeeld; Gendebien, Lebeau, Devaux en hunne aanhangers,
+reeds geergerd door de Taalbesluiten die hunne persoonlijke belangen
+gekrenkt hadden, verwoed nog om de hardnekkigheid waarmede de regeering de
+opstellers der artikels, die de handelingen van het bestuur aanvielen,
+vervolgde en strafte, verklaarden een onverzoenbaren oorlog aan het
+ministerie van Koning Willem.
+
+Hadden Van Maanen en zijne collega's nochtans op zekere punten van
+politieken en oeconomischen aard toegegeven, dan zou de vroegere goede
+verstandhouding met de liberale partij misschien hebben kunnen
+voortbestaan. Dit was het geval toen de liberalen door de Provinciale
+Staten van Luik, Namen en Henegouwen, verzoekschriften aan den Koning deden
+zenden om de belastingen op het geslacht en het gemaal af te schaffen. De
+Koning in zijne koppigheid beschouwde dit verzoek als eene onwettelijke
+daad en weigerde het in aanmerking te nemen; de Vorst wist overigens dat de
+strekking der Belgische liberalen ten opzichte van een constitutioneele
+regeering door den oligarchischen geest der Noord-Nederlanders afgekeurd
+werd.
+
+Het vraagstuk der vrijheid van drukpers bood aan de liberalen een gunstiger
+oorlogsterrein. Dagelijks zagen zij hunne dagbladen voor de minste critiek
+der bestaande verordeningen of der ministerieele handelwijze voor de
+rechtbank dagen, krachtens het strenge Besluit van 20en April 1815. Zoo
+werd, in Maart 1828, Ducpetiaux, opsteller bij den liberalen _Courrier des
+Pays-Bas_, vervolgd om een verdediging der doodstraf, geschreven door een
+referendaris van 't ministerie van justitie, weerlegd te hebben. De
+publicist richtte alsdan tot de Tweede Kamer een verzoekschrift, waarin hij
+tegen zijne vervolging verzet aanteekende.
+
+Dit gaf aanleiding tot het hartstochtelijkste debat dat sedert Waterloo in
+de Staten-Generaal plaats gevonden had. De jeugdige Ch. de Brouckere,
+alhoewel een zoon van den gouverneur van Limburg, hekelde fel het gedrag
+van het gerecht en drong aan op de afschaffing van het draconische
+reglement: "Het schijnt mij dagelijks klaarder, sprak hij, dat men de pers
+in de Nederlanden dooden wil. De natie echter wil bevrijd zijn van al die
+uitzonderingswetten." Wel is waar beloofde de Koning in zijne troonrede,
+bij de opening der Staten-Generaal, de wetgeving voor de perszaken te
+veranderen; die belofte bleef echter een doode letter; integendeel beval
+minister Van Maanen aan de rechtbanken met nog meer strengheid tegen de
+dagbladen te werk te gaan.
+
+Ducpetiaux, in een nieuw artikel (28en October 1828), had verzet durven
+aanteekenen tegen de onwettelijke uitdrijving van twee jonge Fransche
+schrijvers, beticht een tamelijk zwak hekeldicht tegen de belasting op het
+gemaal geschreven te hebben; hij werd in de gevangenis geworpen. Op 5en
+November dient daarop Ch. de Brouckere een wetsontwerp in, tot afschaffing
+der besluiten op de drukpers. Vijf dagen later kondigt de _Courrier des
+Pays-Bas_, die zich door de aanhouding van Ducpetiaux niet had laten
+afschrikken, een hoogst geweldig artikel af van den vroegeren bondgenoot
+der regeering, Louis de Potter. "Laat ons die schim van het gevaar der
+Jezuieten, waarmede de regeering voortdurend schermt en ons bedot,
+verwerpen, schreef hij ongeveer; laat ons voortaan beschimpen, hoonen en
+vervolgen de _ministerieelen_!" Het woord stond er. Door de noodlottige
+dwaasheid der regeering, door hare nuttelooze strengheid kwam zij voor
+altijd den steun der liberalen te verliezen.
+
+De vranke publicist, van ophitsing beschuldigd, werd met Ducpetiaux in de
+gevangenis der Kleine Karmelieten opgesloten; intusschen bepleitte
+vruchteloos De Brouckere in de Tweede Kamer de vraag van de vrijheid der
+drukpers: met 61 stemmen tegen 44, 't zij al de vertegenwoordigers van 't
+Noorden met zeven van 't Zuiden, werd zijn wetsontwerp verworpen (3en
+December).
+
+Op 13en December 1828 kreeg Ducpetiaux van 't Assisenhof van Zuid-Brabant
+een jaar gevangenisstraf; acht dagen later, niettegenstaande de
+welsprekende pogingen van zijn advocaten Van Meenen en Van de Weyer, werd
+Louis de Potter tot 18 maanden gevangenisstraf en 100 gulden boete
+veroordeeld. De aanspraak van den beschuldigde tot het publiek na de
+pleidooien, -- een echt rekwisitorium tegen de regeering -- werd door de
+aanwezigen op luid handgeklap onthaald, de uitspraak van het vonnis
+integendeel op gejouw en gefluit; en 't was onder de kreten, door de
+woelige menigte geuit, van "Leve De Potter! Weg met Van Maanen!" dat de
+veroordeelde naar zijn gevangenis teruggevoerd werd. Het gepeupel wierp de
+vensterglazen van het Ministerie van Justitie uit.
+
+Dit proces vond gansch Belgie door eenen ongehoorden weerklank en het
+oefende een beslissenden invloed op den verderen gang der zaken uit. De
+Potter, die in den grond een woelgeest was, en er naar hunkerde om in
+Belgie de rol van O'Connell in Ierland te spelen, ging door voor een
+martelaar.
+
+Terwijl de regeering zich alzoo moedwillig de verschrikkelijkste
+verbittering der liberale dagbladschrijvers en advocaten op den hals
+haalde, hadden de katholieken ook de wapens niet neergelegd. Hunne leiders
+die vroeger tegen de moderne vrijheden der Grondwet gepruild hadden, waren
+nu gedeeltelijk gewonnen tot het godsdienstig liberalisme van F. de
+Lamennais, en zij beriepen zich voortdurend op zijne verklaringen, sedert
+de sluwe De Gerlache de vrijheid van onderwijs als onafscheidbaar verklaard
+had van die van godsdienst en van drukpers.
+
+ * * * * *
+
+'t Is met dit sophisme als grondslag dat nochtans de _Unie der Liberalen en
+Katholieken_ tot stand kwam, die den politieken tegenstand van Noord en
+Zuid in een strijd van volk tegen volk zou doen ontaarden. Dank zij hare
+dwaze houding was de regeering er aldus volkomen in geslaagd deze twee
+elkander hoogst vijandige partijen in malkaars armen te werpen.
+
+Wanneer men de denkbeelden van den rationalistischen Louis de Potter en van
+den radicalen Gendebien van voor 1828 met die van den ultramontaanschen De
+Gerlache of den dweepzieken De Secus vergelijkt, vraagt men zich af, hoe
+dergelijke eendracht van het jakobinisme en van het geestelijk fanatisme
+--wat Willem en zijne ministers het _Monsterachtig verbond_ van de roode en
+de vierkante muts noemden -- kon tot stand komen. 't Zijn de gematigde
+liberalen als Lebeau, S. Van de Weyer en de katholieke democraten als J.-B.
+Nothomb en Ph. Vilain XIIII, die deze toenadering mogelijk maakten. Beide
+fracties verzochten de zoo hevige geschillen tusschen beide partijen op
+zijde te schuiven, om alleen voor de herstelling der bepaalde grieven te
+ijveren en de "vrijheid in alles en voor allen" te eischen.
+
+Wij hebben gezien hoe De Gerlache, in den grond een aanhanger van
+gewetensdwang en bestuurlijk absolutisme, met eene machiavellistische
+arglistigheid, het vrijheidsbeginsel als een lokaas aan de liberalen
+toegeworpen had. Reeds in Maart 1827 ontwikkelde Paul Devaux, een talentvol
+jong publicist, in den _Mathieu Laensberg_ (later _Le Politique_) van Luik
+het plan van een verbond op grond van de volledige ontwikkeling der
+vrijheden door de Grondwet beloofd. Eerst fel bestreden door Bartels in _Le
+Catholique_ van Gent, door Kersten in _Le Courrier de la Meuse_ van Luik,
+alsook door den liberalen _Courrier des Pays-Bas_, vond Devaux' voorstel
+allengskens eene algemeene bijtreding. Reeds op 23en Juli 1828 kondigde het
+Luiker liberaal dagblad de sluiting der _Unie_ aan......
+
+Kort na deze netelige onderhandelingen werd het wetsontwerp De Brouckere
+verworpen en Louis de Potter veroordeeld.
+
+Terstond kwam door toedoen der dagbladen van alle gezindheid een ontzaglijk
+petitionnement tot stand (November 1828), waarvan de onderteekenaars in 't
+Walenland en te Brussel in de eerste plaats, de afschaffing van de
+belasting op het gemaal en van het besluit op de drukpers van 1815 vroegen,
+doch in Vlaanderen (45,000 onderteekenaars op het globale getal van 70,000)
+vooral het opheffen van het Staatsmonopolium van het onderwijs wilden:
+aldaar was de geestelijkheid van huis tot huis de onderteekenaars gaan
+vinden, en de talrijke kruisjes in plaats van handteekeningen onderaan de
+petities, bewezen voldoende op welke wijze men deze had verkregen.
+
+De regeering bestempelde die beweging als _schandalig_.
+
+Een tweede petitionnement, uitgaande van de Brusselsche katholieken als den
+ouden graaf de Merode-Westerloo, burggraaf Vilain XIIII en den
+correspondent der Jezuieten L. Robiano de Borsbeek, vroeg uitsluitend de
+vrijheid van onderwijs (Januari-Februari 1829) en verkreeg nog meer bijval
+dan het eerste. Er werd algemeen en met onrust opgemerkt hoe intusschen op
+den buiten de geestelijkheid, met eene zonderlinge bedrijvigheid, de boeren
+aanspoorde om zich op de lijsten der gemeentewacht te doen inschrijven, en
+hoe buitengewoon de burgers der Belgische steden zich eveneens daartoe
+beijverden. Ook de liberalen lieten niet los, en Lebeau en Rogier in _Le
+Politique_ van Luik onderhielden de geesten in eene ongemeene gisting.
+
+Plots verscheen er een vlugschrift, door Louis de Potter in zijn gevangenis
+opgesteld, dat de eendracht der anti-ministerieelen nog zou versterken
+(Juni 1829). Hij stelde de voltrekking van de _Union des Catholiques et des
+Liberaux_ met genoegen vast en preekte de wederzijdsche verdraagzaamheid
+aan om des te sterker den gemeenschappelijken vijand te bestrijden. Die
+aanmaning tot samenwerking maakte een overgrooten opgang, omdat zij uitging
+van een zoo hevig anti-clericaal.
+
+Ditmaal werden de ultra-liberale en katholieke fracties door die
+plotselinge bekeering van De Potter geergerd. De overtuigde liberalen
+vreesden voor hunne principes in dit samengaan met de ultramontanen, en Ch.
+Durand gaf een pamflet uit in antwoord op de _Union_. Ook de Belgische
+katholieken vonden het noodzakelijk, in een vlugschrift, hun gedrag bij
+hunne Fransche geestverwanten te verrechtvaardigen. Doch de stoot was
+gegeven. Ver van nu het hachelijke van haren toestand in te zien, volhardde
+de regeering in hare koppigheid.
+
+Toen de verzoekschriften zoo overvloedig op de banken van de
+Staten-Generaal regenden, had Ch. Le Hon voorgesteld den Koning een adres
+aan te bieden, om zijne aandacht op den staat van gisting in de Zuidelijke
+Provincien in te roepen; het adres werd aangenomen door de Tweede Kamer
+maar door de Eerste verworpen.
+
+De wet op de instelling van de jury bij de rechtbanken, door de
+vertegenwoordigers van 't Zuiden voorgesteld, onderging dit lot reeds bij
+de stemming in de Tweede Kamer.
+
+Alsdan ontstonden overal Grondwettelijke Vereenigingen of Comiteiten tot
+herstelling der _Grieven_. Immers sedert October 1828 had de _Courrier de
+la Meuse_ een statistiek opgesteld, waardoor, met overvloed van cijfers uit
+officieele oorkonden, de partijdigheid der regeering bewezen werd in zake
+benoemingen tot de openbare ambten. Op 7 ministers telde men slechts een
+Belg, op 14 bestuurders in de ministeries insgelijks een; onder de 300
+hoogere beambten der ministeries, vond men 17 Belgen. In het leger trof men
+2377 Hollandsche officieren tegenover 417 Belgen aan; men insinueerde zelfs
+dat de Belgen slechts tot hoogere graden klommen, in Oost-Indie "om aldaar
+de bloedbelasting te betalen", terwijl men wist dat het aandeel der Belgen
+in het koloniaal leger, gedurende den opstand van Dipo-Negoro op Java
+(1826-1830), slechts een vijfde bedroeg. Overigens die zoo ongunstige
+verhouding van officieren in de troepen, verklaart zich door het feit, dat,
+bij de organisatie, van 't leger in 1814-15 en den oproep tot de
+oud-militairen om zich aan te melden met hunnen vroegeren graad, veel
+Hollanders en weinig Belgen zich aangeboden hadden; men voege daarbij dat
+degenen die zich in de Zuidelijke Nederlanden met bestuurlijke of militaire
+zaken ophielden, in zeer klein getal waren. Doch zooals zij voorgesteld
+was, bleef die verdeeling der openbare ambten eene schreeuwende
+ongerechtigheid. Sindsdien volgden nog andere statistieken die het
+Hollandsch "nepotisme" geeselden en de openbare meening verontwaardigden.
+
+Daarbij kwam nog het wijzen op de politieke overheersching van Belgie door
+de Hollandsche ambtenaren, die zich tegenover het Zuiden als tegenover een
+wingewest gedroegen; de oppositie noemde de Grondwet eene aan het Zuiden
+opgedrongen keure, hekelde de taalbesluiten, het officieel onderwijs; ja,
+zelfs het belastingstelsel werd wegens onrechtvaardige toepassing
+aangevallen, alhoewel het klaar was dat de Hollanders, die zestien gulden
+per hoofd betaalden, vijf gulden meer dan de Vlamingen en juist het dubbel
+van de Walen in de Staatskist stortten.
+
+Voor de herstelling dezer grieven, 't zij echte, 't zij ingebeelde, voerden
+nu vlugschriften en dagbladen een hevigen strijd, en de Constitutioneele
+Vereenigingen ijverden natuurlijk niet het minst voor de vrijheid van
+drukpers. Op dit laatste punt moest de regeering eindelijk toegeven, en 't
+was om zoo te zeggen met eenparigheid van stemmen dat het besluit van April
+1815 door de Staten-Generaal afgeschaft werd; de zeer vrijzinnige wet van
+16en Mei 1829 verving het hatelijke dwangreglement.
+
+Doch in hare verblindheid tegen de Belgische "factie" had de regeering
+besloten de aanvallen der Belgische pers door aanvallen tegen hare
+opstellers te beantwoorden; daarom stichtte zij te Brussel een officieus
+blad, _Le National_ (Mei 1829); de Koning beging de onvergeeflijke fout het
+bestuur van dit blad toe te vertrouwen aan den Florentijn Libry, graaf van
+Bagnano, die sedert jaren uit Frankrijk geweken, zich uitgaf voor een
+slachtoffer van de reactie der Bourbons. Met een ongehoord cynisme,
+overlaadde hij de partijgangers der Unie en de katholieken met
+persoonlijken hoon en smaad, en hij aarzelde niet te schrijven -- wat de
+zaak der regeering meer kwaad dan goed deed -- onder andere "dat men de
+Belgen een muilband moest aandoen evenals de honden". Maar plots kwam het
+uit dat de kampioen des Konings, de vertrouweling van Van Maanen, tweemaal
+in Frankrijk voor schriftvervalsching in handelszaken tot dwangarbeid en
+brandmerk veroordeeld geweest was; en de _Courrier des Pays-Bas_ drukte
+terzelfdertijd drie geheime besluiten af, die het blad zich had weten te
+verschaffen, waardoor de Vorst aan den verdediger der regeering 85,000
+gulden op het Nijverheidsfonds verleende. Een kreet van algemeene
+verontwaardiging steeg in Belgie bij die verpletterende openbaring op. Van
+toen af in vergaderingen en drankhuizen durfde men de vraag stellen of
+Frankrijk een opstand in Belgie gewapenderhand zou ondersteunen.
+
+ * * * * *
+
+Rekenende op de gevolgen die een officieel bezoek kan hebben, ondernam
+Willem, eene omreis in de Zuidelijke Provincien. Overal zag hij de blijken
+van welstand en voorspoed; het feestelijk onthaal dat hem daar te beurt
+viel versterkte hem in de overtuiging dat de aanvallen tegen zijne
+regeering gericht, slechts het werk van enkele opruiende dagbladschrijvers
+waren, en dat de gisting niet tot in de massa gedrongen was. Tijdens zijn
+bezoek aan Luik (23en Juni 1829) kon de begoochelde Vorst niet nalaten zijn
+antwoord aan het gemeentebestuur van Luik met de volgende woorden te
+eindigen: "Ik zie nu wat ik moet denken over de zoogezegde grieven waarover
+men zooveel gerucht gemaakt heeft. Dat is aan enkele bijzonderen te wijten
+die uit eigenbelang handelen. Dit is een schandelijk gedrag!..." Dit
+onvoorzichtig smaadwoord tegen de opstellers der vertoogschriften gericht,
+kreeg zooveel weerklank, dat Willem's oogen hadden moeten opengaan. Te
+Brugge stichtte Constantijn Rodenbach dadelijk, in clericale navolging der
+"Geuzen" van de 16e eeuw, de _Orde der Schande_ (Ordre de l'Infamie), die
+op hare kenteekens de leus voerde: "Trouw tot aan de schande!" (Juli 1829).
+Bij het opgehitste lagere volk ontstond een ware haat tegen den Hollander
+en al wat Hollandsch was.
+
+Het koninklijk bezoek had dus geenszins de bedaring verwekt die men
+verhoopt had, wel integendeel. Ziende dat de nieuwe wet op de drukpers de
+liberalen niet gestild had, besloot de regeering aan de katholieken zekere
+toegevingen te doen, om de Unie te trachten te verbreken en de vrijzinnige
+oppositie in toom te houden.
+
+Immers ook te Rome had Paus Leo XII het verbond van de Belgische
+katholieken met de liberalen met een zeer kwaad oog aanschouwd; duchtende
+voor 't gevaar dat die eendracht voor 't geloof kon opleveren, zond hij in
+de Nederlanden den zeer vrijzinnigen nuntius Capaccini, die de Belgische
+geestelijkheid zou aanmanen niet katholieker te willen zijn dan de Paus. De
+kardinaal beijverde zich om het concordaat te doen uitvoeren en kon door
+den Koning drie nieuwe bisschoppen, namelijk voor Luik (Van Bommel), voor
+Gent (Van de Velde) en voor Doornik (Delplancq) doen aanvaarden. Pius VIII,
+die intusschen den meer toegevenden Leo XII opgevolgd was, bekrachtigde
+hunne benoeming op 18en Mei 1829.
+
+Evenveel genoegen baarde aan de katholieken het koninklijk besluit van 20en
+Juni, waarbij het bezoeken van het Wijsgeerig College van Leuven als
+facultatief verklaard werd; daarbij stond Willem, door eene andere
+verordening van 2en October, de heropening, mits zekere beperkingen, van de
+kleine bisschoppelijke seminaries weder toe.
+
+Andere toegevingen werden gedaan in den zin van de petities; de afschaffing
+van de belasting op het geslacht werd beloofd (19en Mei 1829); den 5en Juli
+werd bepaald dat op 1en Februari 1831 de nieuwe rechterlijke inrichting in
+werking zou treden, dat men dienvolgens onafzetbare magistraten zou hebben.
+De regeering liet zelfs een ontwerp van een gewijzigde wet op 't onderwijs
+verhopen.
+
+Maar deze toegevingen die enkele maanden vroeger met gejubel zouden
+onthaald geweest zijn en die het petitionnement konden verhinderen, daar
+zij de hoofdgrieven uit den weg ruimden, kwamen nu te laat. De clericalen
+beschouwden deze vergunningen als eene onvoldoende afkorting; de liberalen
+weigerden allen steun aan de regeering, zoolang de ministerieele
+verantwoordelijkheid niet toegestaan werd. In geen enkele klasse der
+bevolking telde de regeering nog vrienden.
+
+De opening der kleine seminaries, verre van de katholieken te bevredigen,
+had hunne aanspraken nog hooger gemaakt; zij eischten de algemeene vrijheid
+van onderwijs, zonder toezicht. Op 4{en} November 1829 stelden de
+katholieke edelen Robiano de Borsbeek, De Merode en D'Hoogvorst eene nieuwe
+petitie in dien zin op; de geestelijkheid belastte zich opnieuw met het
+inzamelen der handteekeningen en der kruisjes, en pastoors en onderpastoors
+teekenden ditmaal aan 't hoofd der lijsten; op de 360,000 onderteekenaars
+waren er 240,000 uit Vlaanderen alleen.
+
+De schilder Geirnaert heeft ons, in een treffend tafereel, weldra door den
+steendruk verspreid, de handelwijze der geestelijken in deze beweging
+geschilderd. Zijne teekening wordt nog bevestigd door de beschrijving die
+Schuermans en Holtius, in hunne brieven aan Van Maanen, van de
+bedrijvigheid der geestelijkheid geven.
+
+Zekere klaarziende liberalen, zooals de advocaat Napoleon de Pauw van Gent,
+aarzelden niet dit petitionnement, bij de Staten-Generaal, als eene
+verkrachting van art. 161 der Grondwet aan te klagen.
+
+De clericale partij, die intusschen te Gent een Vlaamsch orgaan, _De
+Vaderlander_, gesticht had, antwoordde, kort na die aanklacht, met een
+vertoogschrift, dat de teruggave eischte van de goederen der
+geestelijkheid, door de Fransche Revolutie verbeurd verklaard.
+
+De polemiek der Unionistische pers van Gent, Brussel en Luik tegen de
+Hollandsche _overheersching_ en tegen de _dictatuur_ van Van Maanen werd
+des te driester, daar de regeering en het gerecht het hoofd verloren
+hadden; en de gevallen van persovertredingen werden zoo talrijk, dat de
+gevangenissen van dagbladschrijvers opgepropt waren. De drukpers, in hare
+woede tegen de gehuurde penneknechten der regeering, ging alle palen te
+buiten. Men aarzelde zelfs niet de populariteit van den prins van Oranje te
+ondermijnen en hem op de lasterlijkste manier te beschuldigen: wanneer in
+den nacht van 25-26 September 1829 de diamanten zijner echtgenoote in 't
+paleis te Brussel op eene geheimzinnige manier gestolen werden, werden door
+zekere vuige lieden plakkaten op de muren van Brussel gehecht, waarin de
+kroonprins openlijk verdacht gemaakt werd.
+
+Ondanks die gevaarlijke voorteekens uitte de Koning bij de opening der
+Staten-Generaal te 's Gravenhage (19en October) zijne vreugde over de
+blijken van genegenheid hem door de Belgische natie in zijne omreis
+gegeven; hij kondigde enkele maatregelen aan voor 't welzijn van het
+koninkrijk en drukte op het ontwerp van herziening der onderwijswet. Zoo
+verzoeningsgezind was de troonrede, dat de Hollanders deze verklaring als
+een aftocht der regeering aanzagen. Maar de Belgische afgevaardigden,
+aangevuurd door de hevigheid der dagbladen en verbitterd wegens de
+schandelijke drukking door de officieele ambtenaren op de laatste
+verkiezingen uitgeoefend, hadden beslist de tienjarige begrooting te
+verwerpen, indien de regeering aan al hunne eischen niet toegaf. De nieuwe
+petities, die reeds op 15en November in de Staten-Generaal toekwamen en die
+zoozeer de Hollanders verbitterden, waren niet van aard om de spanning
+tusschen de Noordelijke en Zuidelijke afgevaardigden te verzachten. Aan De
+Gerlache, die naar de audientie van den Koning gegaan was, om dezen tot
+nieuwe toegevingen over te halen, sprak Willem I al zijne minachting uit
+voor de liberalen, die hij heerschzuchtige woelgeesten noemde, en zijne
+misnoegdheid over de nooit tevreden clericalen; de pers overlaadde hij met
+smaadwoorden, en hij uitte zijne vrees voor die soort van geheime en
+onverantwoordelijke tegenregeering, die voortdurend beroep doet op de
+verderfelijkste hartstochten der onwetende en bijgeloovige massa. "Al de
+rechtmatige eischen heb ik ingewilligd, ging Willem voort, doch ik wil niet
+dat men de rollen omkeere. Indien het volk souverein is, kan de koning het
+niet zijn, want twee onverantwoordelijke machten kunnen in den Staat niet
+tegelijkertijd bestaan. Nu, mijne regeering is eene monarchie, getemperd
+door een Grondwet. Alle vraagstukken zijn er duidelijk in bepaald; al de
+tegenstrijdige theorieen zijn ongrondwettelijk, oproerig en revolutionnair!
+Ik ken mijn recht, ik ken mijn plicht, ik zal de bezworen Grondwet uit al
+mijne krachten rechthouden!"
+
+Dezelfde autoritaire geest ademde de beruchte _Koninklijke Boodschap_,
+enkele dagen later uitgevaardigd (11en December 1829); en dat juist op 't
+oogenblik, dat voor de eerste maal de hoogere ambtenaren het gevaar der
+toenemende gisting aan de ministers aanwezen.
+
+Die boodschap vergezelde het ontwerp van wijziging der pas aangenomen wet
+op de drukpers van 16en Mei 1829, die de Koning al te liberaal gevonden had
+en die hij wilde zien verscherpen.
+
+Na een lofrede op de daden zijner regeering sedert 1815, viel hij heftig de
+opstellers van het petitionnement aan "die op schandelijke wijze zijne
+weldaden miskenden", noemde de pers "onteerd en verlaagd", waarschuwde voor
+de "onbedachte aanmatigingen en misplaatste bemoeiingen" van zekere
+woelgeesten, en deed zijn inzicht kennen om de kuiperijen van de
+kwaadwilligen te beteugelen. Maar ook repte Willem van de "rechten van zijn
+huis", verklaarde zonder omwegen zijne aanspraak op de alleenheerschappij
+en verwierp dienvolgens de ministerieele verantwoordelijkheid. Om den
+indruk van dit stuk nog te versterken, liet de regeering het gerucht
+loopen, dat om den weerstand te verbrijzelen, zij de hulp van een Pruisisch
+leger zou inroepen.
+
+'s Anderendaags zond minister Van Maanen de Koninklijke Boodschap tot al de
+rechters en ambtenaren, met verzoek om hem, op straffe van afzetting, in de
+vier en twintig uren hunne toetreding te sturen "tot de grondbeginselen
+welke de Vorst uitdrukkelijk verklaard had de regelen van zijn bestuur te
+zijn". Die bemoeiing der Regeering met de denkwijze zijner beambten en die
+dwang tot aflegging eener sterke politieke geloofsbelijdenis keurde zelfs
+de gouverneur van Zuid-Holland, graaf van der Duyn, ten strengste af. De
+uitslag dezer willekeurige, daad liet zich niet wachten; de katholieke
+_Courrier de la Meuse_ noemde de Boodschap "het manifest van het
+despotismus tegen de vrijheid"; de andere bladen schandvlekten de houding
+der Hollandsche afgevaardigden die gedurende de debatten der volgende dagen
+van "de alleenheerschappij des Konings" hadden durven gewagen; talrijke
+vlugschriften als die van den katholieken Barthelemy Dumortier en den
+radikalen Adelson Castiau, beiden van Doornik, vroegen de afdanking van den
+"hatelijken" Van Maanen, den boozen genius des Konings; ook L. de Potter,
+van uit zijn gevangenis te Brussel, zond zijne _Lettre de Demophile au Roi_
+in 't licht, waarin hij, na de doctrine der souvereiniteit der Keure
+tegenover die der souvereiniteit des Konings gesteld te hebben, durfde
+schrijven: "Sire, uwe hovelingen en uwe ministers, uwe vleiers en uwe
+raadgevers bedriegen u en brengen u op een dwaalspoor; het stelsel waarin
+zij de Regeering doen volharden, bedreigt haar met een onvermijdelijke ramp
+en voert ze onwederroepelijk ten ondergang".
+
+In de Staten-Generaal verhieven Le Hon en De Brouckere, De Stassart en De
+Gerlache insgelijks de stem tegen de onvoorzichtige handelwijze, der
+Regeering en bezwoeren ze de voornaamste eischen hunner landgenooten in te
+willigen. De vruchteloosheid hunner pogingen inziende, besloten de
+afgevaardigden van het Zuiden al hunne macht tegen de tienjarige,
+begrooting van wegen en middelen te richten, en zij hadden de voldoening,
+dank zij de ondersteuning van enkele afgevaardigden van het Noorden, die te
+verwerpen met 55 stemmen tegen 52; de jaarlijksche uitgaven gingen slechts
+met eene stem door. Voor 't overige, als bewijs dat niemand de omverwerping
+der regeering vergde, stemde men op staanden voet met eenparigheid van
+stemmen een nieuw ontwerp van wegen en middelen, voor een jaar, door 't
+Ministerie voorgesteld; uit die voorloopige begrooting was eindelijk de
+belasting op het gemaal verdwenen (19en December 1829). Deze was de eerste,
+maar gevoelige nederlaag van Koning Willem in de Staten.
+
+Wel veranderde hij 't Ministerie, maar behield Van Maanen; Van
+Gobbelschroy, nu aangesteld voor nijverheid en kolonien, werd vervangen
+door een anderen Belg, De la Coste, gouverneur van Antwerpen (29en
+December). In plaats dus van te trachten een ministerie van verdrag te
+vormen, waarin enkele leiders der oppositie zouden getreden zijn, bleef de
+Koning aan zijn stelsel hechten en behield tevens zijn gehaten
+vertrouweling. Meer nog; om zich te wreken zette hij op 8en Januari 1830
+zes ambtenaren, leden der Staten-Generaal, van hunne bediening af, omdat
+zij tegen de begrootingen gestemd hadden, en een volkomen minachting voor
+de grondbeginselen der regeering toonden. Op die onbehendige gewelddaad
+antwoordde de Belgische oppositie met, in 17 dagbladen tegelijk, eene
+_nationale inschrijving_ te openen om de leden der Staten, slachtoffers van
+het despotismus, schadeloos te stellen. Enkele dagen later stelde L. de
+Potter, altijd op het voorbeeld van den strijd in Ierland, de stichting van
+eenen _Vaderlandschen Bond_ voor, steunende op eene weerstandskas, die
+hunne vroegere jaarwedden aan de afgezette ambtenaars zou uitbetalen.
+
+ * * * * *
+
+De gezanten der vreemde Mogendheden lieten bij dien toestand van opwinding
+in de Nederlanden, hunne ongerustheid aan hunne wederzijdsche regeeringen
+kennen. De Fransche gezant seinde zelfs het valsche gerucht over, als zou
+Willem zijn inzicht te kennen gegeven hebben, hier 25,000 Pruisische
+soldaten te ontbieden om de rebellen te straffen. De strijdlustige
+Polignac, die met toestemming van Rusland het "groote plan" had opgevat
+Belgie in te palmen, dacht er zelfs aan, troepen op de Belgische grenzen
+samen te trekken. Maar Frankrijks gevolmachtigde, Lamoussaye, had zich
+deerlijk omtrent 's Konings bedoelingen bedrogen; verre van er aan te
+denken om den weerstand met geweld te beteugelen, zagen Willem en zijne
+ministers met verachting neder op die oppositie welke hij voor een handvol
+twistzoekers en woelgeesten aanzag. De jongste daad dezer bent, het plan
+van den _Vaderlandschen Bond_, besloot de regeering voorbeeldig te
+straffen. Onverhoeds werden de papieren en de briefwisseling, die De Potter
+onvoorzichtig bij zich in de gevangenis gehouden had, aangeslagen. Uit de
+correspondentie bleek dat Tielemans, een referendaris bij 't ministerie van
+buitenlandsche zaken, de ware ingever van het ontwerp geweest was.
+
+Die ontdekking bracht in de ministerieele kringen eene ware verbijstering
+te weeg; nu begreep men hoe de oppositie terstond over al de besluiten of
+ontwerpen der regeering ingelicht werd: de hoogere beambten der bureaux, de
+personen uit de onmiddellijke omgeving der regeering speelden de
+verklikkers en verschaften wapens aan de tegenpartij,
+
+Vruchteloos wilde Tielemans zijn plan als een "Utopie" doen doorgaan; hij
+werd aangehouden met L. de Potter en met de twee opstellers van _Le
+Catholique des Pays-Bas_, die den _Vaderlandschen Bond_ aanbevolen hadden,
+Bartels en J.-B. de Neve, voor het Assisenhof van Brabant verzonden,
+beticht een aanslag en eene samenzwering beraamd te hebben om de regeering
+om te werpen of te veranderen. Na een debat van elf dagen werden L. de
+Potter tot acht jaar, F. Tielemans en Adolf Bartels tot zeven en J.-B. de
+Neve tot 5 jaar ballingschap verwezen (30en April 1830).
+
+De Brusselsche bevolking, op wie de koene pleidooien van Van Meenen en Van
+de Weyer een diepen indruk gemaakt hadden, vernam deze nieuwe veroordeeling
+met de grootste verslagenheid. De politie, overigens zeer slecht ingericht,
+kon er niet in slagen de opstellers van een hevig plakkaat te ontdekken,
+waarin, voor de eerste maal, een oproep tot het geweld te lezen stond:
+"Slaapt gij, Belgisch volk? Ontwaakt en wet uwe dolken, om ze in den boezem
+uwer verdrukkers, Van Maanen en consoorten, te ploffen ... Vrijheid voor
+den heer De Potter! Weg met het ministerie, of de _omwenteling_! Leve de
+vrijheid!"
+
+De gisting groeide nog aan, wanneer drie dagen na 't proces,
+niettegenstaande het voorafgaandelijk protest van De Potter's advocaten,
+dezes aangeslagene papieren en zijne briefwisseling met Tielemans door
+Libry-Bagnano in druk gegeven werden: de griffier van het tribunaal had ze
+met toestemming van minister Van Maanen aan den ellendeling geleverd!
+Vruchteloos kloegen de beide veroordeelden dit schandelijk misbruik bij den
+Koning en de Staten-Generaal aan; beiden moesten zonder genoegdoening het
+land verlaten; Frankrijk weigerde de ballingen te ontvangen, die daarop
+besloten een toevluchtsoord in Zwitserland te zoeken; in Pruisen, dat zij
+doortrokken, ontmoetten zij allerlei moeilijkheden.
+
+De misnoegdheid sloeg van de straat naar de openbare tribune over. Wel is
+waar werd eindelijk het langdurige werk der herinrichting van het gerecht
+door de aanneming van een minder wreed strafwetboek volmaakt; maar bij de
+bespreking der herziening der wet op de drukpers van 16en Mei 1829, die de
+regeering al te vrijzinnig geoordeeld had, werden zulke harde woorden door
+de afgevaardigden van het Zuiden uitgesproken, dat zekere ministerieelen
+van het Noorden, in woede ontstoken, allen eerbied voor hunne collega's
+vergaten. Den 18en Mei 1830, daar men aan de Staten twee Nederlandsche
+verslagen aanbood, zonder ze in 't Fransch volgens gewoonte samen te
+vatten, bedreigde de Belgische volksvertegenwoordiger Barthelemy de
+Hollanders met het gezamenlijk vertrek der Zuidelijke afgevaardigden.
+Tweemaal onderging het ministerieele ontwerp eene nederlaag, en slechts met
+merkelijke wijzigingen kwam de wet er door (1en Juni 1830).
+
+Na de kleine seminaries te hebben heringericht, begonnen de nieuwe
+bisschoppen, de strijdlustige Van Bommel, Delplancq en Van de Velde, hunne
+herderlijke omreis in hunne bisdommen. Het jubileum van Mei, dat
+aanzienlijke aflaten verleende, had het gansche land door aanleiding
+gegeven tot eene ongemeene opwelling van godsdienstigheid; ook het
+toedienen van het vormsel, waarvan sinds lange jaren vele personen
+verstoken gebleven waren, gaf aanleiding tot tooneelen van overdreven
+vroomheid. In Juni vormde Delplancq in het arrondissement Bergen alleen
+40,000 personen en Van Bommel in Limburg meer dan 20,000. Volkomen
+beheerschte de geestelijkheid de plattelandsche bevolking; en gezien den
+oorlog, die zekere onverzoenbare pastoors de regeering, niettegenstaande
+hare laatste toegevingen, aandeden, kan men zich een denkbeeld vormen van
+de gisting, waarin de buiten gehouden werd. Is het dan te verwonderen dat
+wij later op de lijst der revolutionnaire _Association Belge_ van Parijs,
+de namen van drie priesters ontmoeten, J.-J. de Smet en Vandermensbrugghen
+van Gent en De Haerne van Ieperen, als "bijzonder geschikt om eene beweging
+op touw te zetten"?
+
+Willem was intusschen zelf naar Brussel gekomen om den toestand der
+gemoederen te toetsen; hij besloot nieuwe toegevingen te doen. De belasting
+op de koffie, door de Belgen gevraagd, werd op 12en Mei ingevoerd. Het
+ontwerp der nieuwe onderwijswet werd ingetrokken, en den 27en Mei vaardigde
+hij eene verordening uit, die zonder de algemeene vrijheid van onderwijs te
+verleenen, toch de besluiten van 14en Juni en 14en Augustus 1825
+vernietigde. Zoo paaide hij de katholieken. Om de gunst der liberale
+advocaten te winnen, stond hij, de volgende week (4en Juni), het gebruik
+der Fransche taal in de Vlaamsche gewesten, als gerechts- en ambtspraak,
+opnieuw toe. Met vreugde werden beide besluiten door de belanghebbenden
+onthaald.
+
+Het scheen nu dat de hoofdgrieven der oppositie uit den weg geweerd waren;
+de dagbladen der Unie spraken hunne hoop uit op eene verandering van
+regeeringsstelsel; de verzoening scheen nakend; de prins van Oranje was
+zelfs in onderhandeling met Rome om de katholieken uit de Unie te doen
+treden, wat den tegenstand zou verbroken hebben.
+
+Doch plotseling kwam een nieuwe onbehendigheid van het ministerie den
+heilzamen uitslag van die reeds eenigszins laattijdige overeenstemming
+vernietigen.
+
+Gedurende den laatsten veldtocht tegen de regeering had de _Courrier des
+Pays-Bas_(Augustus-October 1829) in navolging van den _Courrier de la
+Meuse_, den Staatsalmanak uitgeplozen, en, met statistieken, de
+begunstiging van Holland en de verongelijking van Belgie in de vestiging
+van alle voorname Staatsinrichtingen, getoond: het Krijgsgerechtshof en het
+Muntwezen waren te Utrecht gevestigd; het Krijgsarsenaal te Delft; de
+Krijgsschool te Breda; eindelijk in den Haag, waar reeds alle twee jaren de
+Staten-Generaal bijeenkwamen, waren de Ministeries, de Rekenkamer, het Hof
+van Adeldom en de Kanselarijen der koninklijke orden gevestigd. Deze
+kritiek had de regeering, niet zonder grond, weerlegd, met te toonen dat
+Belgie voortdurend het gevaar van eenen Franschen inval liep, 't geen dus
+de vestiging der openbare instellingen in het Noorden noodzaakte, en met te
+wijzen op zekere belangrijke uitgaven, welke zich de regeering in het
+uitsluitend voordeel van Belgie getroost had. Aan de tegenwerping dat de
+Hollanders alleen de groote Staatsambten bekleedden, antwoordde men door
+eene andere lijst, die bewees dat de Eerste Kamer der Staten-Generaal, door
+den Koning benoemd, dertig Belgen en zes-en-twintig Hollanders telde, de
+Staatsraad twaalf Hollanders en elf Belgen, de Rekenkamer evenveel Belgen
+als Hollanders, en dat de hoogste post des rijks, namelijk die van
+Gouverneur-Generaal van Oost-Indie, bekleed was door een Belg, Burggraaf du
+Bus de Ghisignies, tot groot misnoegen der hoogere kringen in Holland.
+
+Die verklaringen konden echter niet opwegen tegen den indruk in Belgie
+verwekt door de afkondiging der lijsten van den _Courrier des Pays-Bas_.
+Men beschouwde zich als diep verongelijkt.
+
+En nu, in zulk een toestand kwam eene verordening van 21en Juni 1830 den
+zetel van het nieuwe Hooger Gerechtshof in Den Haag vestigen. Opnieuw
+haalden de dagbladen der oppositie hunne statistieken uit den hoek; opnieuw
+werd geschreeuwd over de Hollandsche overheersching. Overigens, er werd
+klaar bewezen dat dit besluit onbillijk en onzinnig was, daar in tien jaar
+de Belgische gerechtshoven vijf maal meer burgerlijke processen te
+beoordeelen gehad hadden dan het Hof in den Haag. De hartstochtelijke
+aanvallen der Belgische drukpers haalden haar nieuwe vervolgingen op den
+hals; er was bijna geen enkel dagblad der oppositie, of een zijner
+opstellers was voor de rechtbank gedaagd. En intusschen stortte
+Libry-Bagnano de hatelijkste scheldwoorden en lasterlijkste aantijgingen
+uit in _Le National_, over de tegenstrevers der regeering, zonder aanzien
+van personen; zoodat verkleefde dienaars van het huis van Nassau zelf zijne
+verwijdering aanraadden.
+
+Ziehier hoe op 21en Juni 1830, de Oostenrijksche gezant, graaf de Mier,
+zich over de Belgische toestanden in een vertrouwelijk schrijven aan zijne
+regeering uitdrukte: "Sedert de tien jaar dat ik dit land bewoon, heb ik
+slechts een voortdurend veranderen van stelsel, in al de takken van
+bestuur, aanschouwd. Ik heb slechts zien breken en maken, zich eerst aan
+iets wagen en koppig volharden om dan achteruit te gaan en met kwade luim
+toe te geven; een slechte wet voorstellen, veranderen, intrekken, dan
+opnieuw, aanbieden; het gemaal belasten, dan vrijstellen; het wijsgeerig
+college verplichtend, later facultatief maken en het eindelijk afschaffen;
+de studien in den vreemde verbieden en ze weer toelaten; eene zoogezegde
+nationale taal opdringen, die door de helft der natie niet begrepen wordt
+en dan met tegenzin op die willekeurige handelwijze terugkomen; de drukpers
+vrijlaten en ze weer intoomen; -- met een woord, bestendigheid in niets. Is
+het dan te verwonderen dat zulk een staat van zaken een bijna algemeene
+ontevredenheid verwekt heeft, en dat deze redenen, gevoegd bij eenige niet
+minder belangrijke, dit talrijk petitionnement veroorzaakt hebben, dat men
+eerst als oproerig bestempelde, en later voer belachelijk heeft willen doen
+doorgaan? Maar dit petitionnement voor de herstelling der grieven heeft
+grootendeels den uitslag bekomen, dien zijne inrichters beoogden -- , en de
+regeering, ofschoon zij deze als voorgewende grieven en de oppositie als
+woelziek uitgeeft, heeft de wezenlijkheid dezer grieven herkend met ze te
+herstellen, heeft zich door de bent overwonnen verklaard met aan hare
+klachten toe te geven, en heeft zich zelf gelogenstraft, met heden aan de
+kwaal te meesteren, die zij gisteren nog ontkende. Zoo is 't dat, dank zij
+'t petitionnement, de belasting op 't gemaal uit de Staatsbegrooting
+verdwenen is, dat het heffen van een accijnsrecht op de koffie een stelsel
+ingevoerd heeft, minder nadeelig voor de landbouwbelangen der Zuidelijke
+provincien, dat de bepaling, die de beambten met burgerlijke onbevoegdheid
+sloeg, wanneer het bestuur hun geen eervol ontslag verleende, afgeschaft
+is. Zoo is 't eindelijk, dat, op dezelfde wijze, de besluiten op onderwijs
+en taal afgeperst geworden zijn. Moet dit alles de regeering en den Koning
+niet kleineeren in de oogen zijner eigene onderdanen, en ze vernederen bij
+de andere regeeringen?"
+
+Men begrijpe goed den zin dezer gegronde opmerkingen; de vreemde gezant
+veroordeelt Willem's regeeringstelsel niet om zijne veranderingen, hij is
+geenszins een voorstander van het koppig vasthouden der slechte besluiten;
+maar hij laakt het verkeerde beleid van den Vorst die altijd in der haast,
+zonder voorafgaandelijke inlichtingen, zonder voldoende kennis der
+toestanden, verordeningen uitschreef die alras, zoo niet onbillijk, dan
+toch onvoorzichtig bleken te zijn.
+
+Alhoewel klaarziende opmerkers, zooals Thorbecke, in dien tijd hoogleeraar
+te Gent, alsdan reeds eene scheuring voorzagen, leefde het opperbestuur te
+midden van de gisting der gemoederen in een vast zelfvertrouwen, in een
+bewustelooze zekerheid. Uitgaande van den geest der Hollandsche bevolking
+die elke andere drijfveer op den achtergrond schoof en zich alleen gevoelig
+betoonde voor de oeconomische belangen, dacht de regeering dat het voldoende
+was grooten bloei en welstand aan de Zuidelijke provincien te verzekeren,
+om hunne genegenheid te verwerven. Dit denkbeeld versterkte zich bij den
+Koning, na de opening in Juli 1830 van de Nationale Tentoonstelling te
+Brussel, die, overigens een welverdienden bijval genoot. De vooruitgang van
+nijverheid, wetenschap en kunsten, waarvan zij getuigenis aflegde scheen
+hem een verheerlijking van zijn bestuur; de stoffelijke voorspoed van het
+koninkrijk bleek hem een waarborg voor de openbare rust.
+
+En inderdaad, op dat oogenblik, dacht niemand noch aan scheiding, noch aan
+omwenteling. De latere getuigenissen van de hoofdleiders van de beweging,
+L. de Potter, J.-B. Nothomb, baron de Gerlache, stemmen daaromtrent
+eenparig met de toenmalige verslagen van de gezanten overeen. De oppositie
+bleef steeds binnen de palen der wettelijkheid, toen eensklaps de
+gebeurtenissen in het naburige Frankrijk, die toenmaals veel meer dan nu
+zulke hevige weerkaatsing op de Belgische aangelegenheden uitoefenden, het
+koninkrijk der Nederlanden, dat heerlijk gebouw door de Mogendheden in 1814
+opgericht, op zijn grondvesten deden beven en met geweld instorten.
+
+
+Bibliographie
+
+a) OFFICIEELE AKTEN: J. J. F. Noordziek, _Verslag der handelingen van de
+Staten Generaal_, 's Gravenhage, 1862, vlgde; _Nederlandsche
+Staatscourant_, sedert 1814; -- b) DAGBLADEN: _Le Courrier des Pays-Bas_
+(Gent, sedert 1821, liberaal); _Mathieu Laensberg_ (Luik, 1824) later _Le
+Politique_ (1829, liberaal); _Le Belge_ (Brussel, 1826, gematigd liberaal);
+_Le Journal de Gand_ (Gent, 1815, liberaal); _Le Courrier de la Meuse_
+(Luik, 1820, katholiek); _Le Catholique des Pays-Bas_ (Gent, 1826); _De
+Vaderlander_ (Gent, 1829, katholiek). -- _De Nederlandsche Gedachten_ ('s
+Gravenhage, 1829) en _Le National_ (Brussel, 1829), organen der regeering.
+Vgl. W. P. Santijn Kluit, _Dagbladvervolgingen in Belgie_ ('s Gravenhage,
+1892). -- c) VLUGSCHRIFTEN: De 126 voornaamste zijn opgesomd bij Pater
+Delplace, _La Belgique sous Guillaume I_ (Leuven, 1899), blz. 221-224. --d)
+BRIEVEN: A. R. Falck, _Brieven_ ('s Gravenhage, 1861) en _Ambtsbrieven_ ('s
+Gravenhage, 1878); _Catalogue des lettres autographes formant les archives
+de M. C. F. van Maanen_ ('s Gravenhage, 1900). -- e) GEDENKSCHRIFTEN: J.
+Lebeau, _Souvenirs personnels et Correspondance diplomatique_ (Brussel,
+1883); J. J. Raepsaet, _Journal de la Commission chargee d'elaborer la Loi
+Fondamentale_, in _OEuvres Completes_, dl. VI (Gent, 1838). -- L. de Potter,
+_Souvenirs personnels_, 2 dln. (Brussel, 1839); H. de Merode-Westerloo,
+_Souvenirs_ (Brussel, 1864). -- f) GELIJKTIJDIGE WERKEN: J. B. Nothomb,
+_Essai historique et politique sur la Revolution beige_ (Brussel, 1833) en
+B^on C. de Gerlache, _Histoire du Royaume des Pays-Bas_ (Brussel, 1839);
+beide werken, opgesteld door twee hoofdleiders der katholieke partij tegen
+de regeering van Willem I, zijn eerder twee verdedigings- of
+ophemelingsschriften hunner schrijvers en dus zeer partijdig -- B^on de
+Mortemart-Boisse, _Le Royaume des Pays-Bas_ (Parijs, 1836); A. Quetelet,
+_Recherches statistiques sur le Royaume des Pays-Bas_ (Brussel, 1829); A.
+J. L. Van den Bogaerde van Ten Brugge, _Essai sur l'importance du commerce,
+de la navigation et de l'industrie dans les Pays-Bas_ (Brussel, 1844). --
+g) MODERNE GESCHIEDKUNDIGE WERKEN: L. Hymans,. _Histoire politique et
+parlementaire de la Belgique de 1814 a 1830_, dl. I tot 1815 alleen
+verschenen (Brussel, 1869). -- P. Poullet, _Les premieres-annees du R^me
+des Pays-Bas_, 1815-1818 (_Revue Generale de Belgique_, 1896-97);
+_Relations inedites sur les debuts de la Revolution belge (Ibid._ 1897);
+nog dezelfde, _La Sainte Alliance et le R^me des Pays-Bas (Annales
+Internat. d'Histoire_, Congres de Paris, 1901). -- Deken S. Balau, _70 ans
+d'histoire contemporaine de la Belgique_, 1815-1884 (Leuven, 1891); Pater
+Jezuiet L. Delplace, _La Belgique sous Guillaume I_ (Leuven, 1899). -- J.
+de Bosch Kemper, _De staatkundige geschiedenis van Nederland tot 1830_
+(Amsterdam, 1868); Dr W. J. Nuyens, _Geschiedenis van het Nederlandsche
+volk van 1815 tot op onze dagen_. (Amsterdam, 1883 vlgde);. W. H. de
+Beaufort, _De eerste Regeeringsjaren van Koning Willem I_ ('s Gravenhage,
+1885); W. J. Knoop, _Herinneringen aan de Belgische Omwenteling van 1830_
+('s Gravenhage, 1886); Dr Th. C. Colenbrander, _De Belgische Omwenteling_
+('s Gravenhage, 1905). Zie verder B^on de Keverberg, Ch. White, Th. Juste,
+Ch. de Bavay.
+
+
+
+
+DE BELGISCHE OMWENTELING
+
+DOOR
+
+VICTOR FRIS
+
+
+"Indien er geen geweldige beweging in Frankrijk ontstaat, schreef de gezant
+De Mier in het verslag dat we aan het slot van het vorige stuk ontleed
+hebben, mag men gerust zijn dat dit land hier niet zal verroeren" (21en
+Juni 1830). Doch toen reeds was Parijs in volle gisting; de reactionnaire
+minister De Polignac, de Van Maanen van Karel X, die domweg op eene
+onmogelijke omkeering der openbare meening rekende, had de Kamer ontbonden
+en nieuwe verkiezingen uitgeschreven; deze echter vermeerderden nog het
+getal van de afgevaardigden der oppositie. Alsdan, steunende op den bijval
+en het gezag van het leger dat Algiers juist ingenomen had (6en Juli),
+dacht zich de Regeering sterk genoeg om een Staatsgreep te plegen: door
+vier verordeningen werd de Kamer naar huis gezonden, nieuwe verkiezingen
+bepaald, een kiesstelsel in twee graden ingevoerd en de vrijheid van
+drukpers afgeschaft (26en Juli). 's Anderendaags brak te Parijs, dank zij
+die daden van geweld, de Juli-Omwenteling los; koning Karel X vluchtte naar
+Engeland, zijn neef Louis-Philippe van Orleans werd luitenant-generaal van
+het Rijk benoemd (31en Juli) en aanvaardde op 't einde der week het
+koningschap.
+
+Men kan zich ternauwernood voorstellen met welk gejuich de Parijsche
+opstand gansch Europa door onthaald werd. Al de volken die gebukt gingen
+onder het juk van het Heilig Verbond, al de vrijzinnigen die eenigszins
+onder dwang leden, staarden met vreugdige oogen naar de wereldstad, die
+zich zoo onverwachts, zoo snel en zoo zeker van een reactionnair bewind
+bevrijd had. Terstond snelden ballingen, uitwijkelingen en ook liberalen
+uit den vreemde naar de oevers der Seine, om zich aan de bron der vrijheid
+te gaan laven.
+
+Geen wonder dan, dat in het nabijgelegen Belgie, waar de gansche
+dagbladpers, trouwens grootendeels in handen van Fransche opstellers,
+voortdurend het oog gericht had op Parijs en hare lezers met het nieuws uit
+Frankrijk voedde, de opstand van Parijs de grootste ongerustheid baarde.
+Verschillend was de indruk op de beide partijen der Unie: terwijl de
+Katholieken den val van Karel X, bondgenoot der geestelijkheid,
+bejammerden, juichten de Liberalen de overwinnaars der Juli-Omwenteling,
+als de verdedigers der grondwettelijke theorieen, dapper toe; zij wezen
+zelfs Van Maanen op Polignac's handelwijze als op een voorbeeld en
+voorspelden hem hetzelfde lot.
+
+Doch er was een derde partij, die tot dan toe zeer gering in aantal en
+zonder invloed op de massa gebleven was, maar door den buitengewonen aard
+der omstandigheden plots een onverwacht belang verkreeg. Zij was
+hoofdzakelijk samengesteld uit gewezen ambtenaren van de Fransche Republiek
+en van het Keizerrijk, die koning Willem onvoorzichtig in zijne bureaux had
+opgenomen, uit talrijke Fransche ballingen, meestal Jacobijnen of
+oud-soldaten van Napoleon, en uit ettelijke Waalsche advocaten. Deze
+laatsten, aan wier hoofd Alexander Gendebien, een hartstochtelijk vereerder
+van Frankrijk en een vijand van Holland stond, waren meest allen Franschen
+door afkomst of door opvoeding. De meesten onder hen waren vroeger leden
+van de liberale oppositie geweest, maar medegesleept in de Fransche bent
+door den machtigen redenaar en volksopruier die Gendebien was, namen ze nu
+deel aan de kuiperijen die de samenzwering begonnen voor te bereiden: zoo
+de beide Rogiers, Charles en Firmin, te Saint-Quentin geboren; later Ch. De
+Brouckere en Le Hon. Onder de Klerikalen verborgen de beide De Merode's,
+Frederik, oud-meier van St Luperce bij Chartres, en Felix, pas in Februari
+uit Frankrijk teruggekeerd, hunne voorliefde voor hun geboorteland niet; en
+Robiano de Borsbeek, de correspondent der Fransche Jezuieten alhier,
+schijnt geld van hen ontvangen te hebben om de regeering te bestrijden.
+
+De voornaamste Fransche uitwijkelingen, op dit oogenblik te Brussel
+aanwezig, heetten P. Chazal (geboortig van Tarbes, in Zuid-Frankrijk),
+A.-J. Mellinet (Corbeil-bij-Parijs), Ch. Niellon (Parijs), Burggraaf de
+Culhat en Ernest Gregoire (Charleville); daarnevens eindelijk de Spanjaard
+don Juan van Halen. Enkele dezer ballingen waren republikeinschgezind, en
+Gregoire stond bepaald in betrekking met La Fayette, den bekenden held der
+groote Fransche Omwenteling van 1789.
+
+Gendebien besloot met de Fransche Clubs overeen te komen, die, niet
+tevreden met den triomf hunner denkbeelden in Frankrijk, de omwenteling in
+de naburige landen wilden overbrengen; alsook met die fractie, door
+generaal Lamarque en Mauguin aangevoerd, welke den Parijschen opstand en de
+oorlogszucht der menigte wilde gebruiken, om de Fransche grenzen tot aan
+den Rijn uit te breiden. "Sedert den 2en of 3en Augustus, briefde hij aan
+De Potter over, heb ik naar Parijs geschreven om te vragen, dat men
+rechtuit zou verklaren, of men de Rijngrenzen verlangde, en ik waarborgde
+een volledigen uitslag in geval van aanval". Op hunne beurt vertrokken De
+Brouckere, Le Hon en De Stassart naar Parijs om er de nieuwe Regeering
+nopens hare inzichten te polsen, en zij onderhandelden aldaar eveneens met
+de generaals Lamarque en La Fayette en met den leider der Liberalen, Odilon
+Barrot, over de inlijving van Belgie bij Frankrijk. Bij hunnen terugkeer
+vergaderden de Franschgezinden, op aandrang van Gendebien, in de bureaux
+van den _Courrier des Pays-Bas_, om te beslissen hoe men uit de
+Juli-Omwenteling partij zou trekken, en op eene stem na, verklaarden zij
+zich allen voor de vereeniging met Frankrijk (8en Augustus 1830).
+
+Dienzelfden dag was koning Willem in Brussel aangekomen, en ging den 10en
+Augustus met prins Frederik en minister van Gobbelschroy de Brusselsche
+Tentoonstelling bezoeken. Met gejuich, door de bevolking onthaald, werd hij
+nog in zijne zekerheid gesterkt door de persoonlijke bevestiging van
+getrouwheid, welke zekere liberale hoofdleiders aan den prins van Oranje
+gegeven hadden, en niet minder door de gematigde taal welke de voornaamste
+dagbladen voerden.
+
+Nochtans dachten zekere hooggeplaatste ambtenaren hem te moeten waarschuwen
+tegen de schijnbare rust die onder de bevolking heerschte. Immers reeds den
+21en Juli had Libry-Bagnano den minister Van Maanen ingelicht, dat hij op
+het spoor was van eene verbintenis tusschen de Jacobijnen van hier en die
+van Frankrijk; zoodat Gendebien's kuiperijen schijnen uitgelekt te zijn. De
+voorzichtige Procureur-Generaal Schuermans raadde den koning aan, de Belgen
+nog op zekere punten toe te geven, en wees er op, hoe hardnekkig zekere
+kleine pers de populariteit van den prins van Oranje zocht te ondermijnen.
+De militaire gouverneur van Zuid-Brabant, graaf de Bijlandt, zag zich
+echter de gevraagde vermeerdering van troepen weigeren. Graaf de
+Mercy-Argenteau, groot kamerling, bezwoer den Koning nog wat in Brussel te
+vertoeven, of ten minste, voor zijn vertrek, het opperbestuur der politie
+in de hoofdstad te regelen voor 't geval van onlusten. De vorst stelde hem
+met enkele onbepaalde woorden gerust en vertrok den 12en Augustus naar zijn
+kasteel van Het Loo in Gelderland; hij beval alleen enkele
+versterkingstroepen naar Philippeville en Mariembourg te zenden; hij meende
+dat de snelheid waarmede het bestuur van Louis-Philippe zich gevestigd had,
+dadelijk de rust in Frankrijk, en bij weerslag, in Belgie zou hersteld
+hebben.
+
+ * * * * *
+
+Na Willem's vertrek was te Brussel de Franschgezinde partij stoutmoediger
+geworden; rumoerige groepen doorliepen de straten, de driekleurige cocarde
+in het knoopsgat; met kwistige hand verspreidde men schriften, luidend als
+volgt: "Franschen! doet slechts een stap vooruit en Belgie bekoort u toe!"
+en men hoorde den kreet: "Leven de Franschen! Leve de vrijheid!" Voorzeker
+waren er zendelingen der Parijsche radicalen in de hoofdstad.
+
+Op 15en Augustus zond het Fransche gouvernement een geheimen agent, gewezen
+secretaris van graaf de Celles, aan Gendebien, om hem te verzoeken de
+hoofdrichting der omwenteling in handen te nemen, doch de losbarsting te
+verdagen tot dat Frankrijk in staat zou zijn deze te ondersteunen. De agent
+legde den betreurenswaardigen toestand van het Fransche leger bloot en
+toonde dat er drie maanden noodig waren om het herin te richten; hij maande
+beslist aan dat men alles tot rust moest brengen en gedurende een jaar
+allen opstand tegenhouden. Daarop riepen Gendebien en Van de Weyer in 't
+geniep hunne aanhangers in de bureaux van den _Courrier des Pays-Bas_
+bijeen. Zij verklaarden hun dat de omwenteling rijp was en dat men deze
+moest inrichten; maar zij werden door de meerderheid tegengesproken, die
+besliste dat men de beweging nog zou verdagen tot midden September. Den
+21en Augustus vertrok Gendebien, op aandringen zijner vrienden, naar
+Parijs; maar onverwachte gebeurtenissen beletten hem verder te gaan dan
+Bergen, zijne vaderstad, waar hij ook de leiders zocht te bedaren.
+
+Intusschen waren L. de Potter en zijne gezellen, die in Duitschland de
+Fransche Omwenteling vernomen hadden, in allerijl uit Straatsburg naar
+Parijs vertrokken. De aanwezigheid van dien woelzieken republikein in
+Frankrijks hoofdstad was voor de Regeering een dreigend gevaar, voor
+Gendebien en zijn aanhang een machtig steunpunt.
+
+Als naar gewoonte zou men op 24en Augustus 1830 den verjaardag des Konings
+vieren; te Brussel besloot het gemeentebestuur er eene ongewone pracht aan
+bij te zetten en gansch het Park te verlichten; onvoorzichtig besloot men
+de gehate belasting op het gemaal te behouden om de 40,000 frank kosten te
+dekken. Eeeds den 22en werden briefjes rondgestrooid: "Maandag 23en
+Augustus, vuurwerk; Dinsdag 24en, verlichting! Woensdag 25en,
+omwenteling!" Verwittigd dat er oproer op handen was, besloot de politie
+de verlichting uit te stellen, onder voorwendsel van mogelijk slecht weder;
+en nochtans namen de overheden, als de gouverneur van Brabant Van der
+Fosse, de bestuurder der politie De Knijff, de bevelhebber der burgerwacht
+Germain of de burgemeester De Wellens, niet de minste voorzorg om in
+voorkomend geval den opstand te beteugelen! Toch kende men de oproerige
+taal der dagbladen der oppositie, die met eene ongehoorde woede de
+Regeering en zelfs den Koning sedert tien dagen aanvielen, en de hoofden
+trachtten op hol te brengen. Van zulken aard was de houding der Brusselsche
+burgerwacht, die gewoonlijk na iedere oefening de wapens aflegde, doch ze
+nu beweerde te behouden, dat men ze niet meer durfde bijeenroepen. Men
+wist, door de verslagen der politie, dat groepen werkloozen in de
+arbeiderskwartieren eene dreigende houding aangenomen hadden, en dat
+onbekende zendelingen drank betaalden, geld uitdeelden en toespraken
+hielden.
+
+Die opruiers waren agenten der Fransche clubs, welke te Parijs eene geheime
+regeering naast het Ministerie vormden; deze, bedrijvig, hartstochtelijk en
+rumoerig, gansch in strijd met de vreesachtige voorzichtigheid van
+Louis-Philippe, spraken van propaganda en wilden dat men de hand op Belgie
+legde. De hoofden dezer partij, zooals de generaals Lamarque en De
+Richemont, onderhielden eene drukke briefwisseling met de Belgische
+Franschgezinden. In 't midden van Oogstmaand zond de Club _Les Amis du
+Peuple_ verscheidene agenten uit Parijs naar Belgie om er de geesten op te
+winden. Het zijn die agenten welke, in den nacht van 25en tot 26en
+Augustus, te Brussel het oproer verwekten, dat aanleiding tot de
+Omwenteling geven zou.
+
+ * * * * *
+
+Onvoorzichtig had de politie dien avond, in den Muntschouwburg, de
+vertooning van _La Muette de Portici_, van Auber, toegelaten. Dat stuk was
+sedert de woelzieke vertooning van 1en Augustus verboden, daar het
+onderwerp, de opstand van den Napolitaan Masaniello tegen de Spaansche
+verdrukkers, uitstekend geschikt was, om aan het publiek de gelegenheid tot
+revolutionnaire betoogingen te verschaffen.
+
+[Figuur: Verwoesting van het huis van Libry-Bagnano in den nacht van
+25 tot 26 Augustus 1830]
+
+Gedurende de opvoering weerklonken herhaaldelijk de kreten: "Weg met den
+Koning! Leve Frankrijk!" Bij 't einde van 't schouwspel schoolde de menigte
+saam op het geroep: "Weg met Van Maanen! Weg met Libry!" Aangeleid door
+voornaam gekleede belhamels, die terstond na het oproer verdwenen, liep de
+menigte naar de bureaux van de _National_ de ruiten inslaan, verwoestte
+daarna den boekwinkel van Libry, keerde zich vervolgens tegen de huizen van
+den Procureur-Generaal en van den bestuurder der politie die hetzelfde lot
+ondergingen, en stak ten slotte het vuur aan het hotel van den minister van
+justitie Van Maanen, den impopulairen gunsteling van Koning Willem I.
+
+Die volksoploop, zonder plan of leiding, kon gemakkelijk door het
+garnizoen, hoe gering het ook was, onderdrukt worden; maar op dit oogenblik
+betoonden de regeeringspersonen, door hunne ongelooflijke zwakheid en hun
+volkomen gemis aan tegenwoordigheid van geest, een bepaald plichtverzuim.
+De burgemeester van Brussel was op zijn buiten! De bevelhebber der
+burgerwacht hield zich uit schrik in zijn huis opgesloten! Generaal de
+Bijlandt wachtte vruchteloos op bevelen; de militaire gouverneur hield zich
+alsof de zaak hem niet aanging; de troepen, die intusschen de wapens gevat
+hadden, moesten uit eigen beweging optreden, en om 5 uur 's morgens hadden
+zij nog geen bevel tot handelen gekregen! Politie en leger toonden zich zoo
+onmachtig en lijdzaam, dat de stoutmoedigheid der oproerlingen weldra geen
+palen meer kende en de oploop zich ongehinderd uitbreidde. In plaats van de
+troepen krachtig tegen de muiters te doen optreden, trok men ze rond den
+middag (26en Augustus) voor de Bank en de Paleizen samen, waar ze tot den
+3en September in eene onverklaarbare werkeloosheid gehouden werden.
+
+Bij de oproermakers had zich intusschen eene bende plunderaars gevoegd en
+dat gepeupel brak de wapenwinkels open, plunderde de handelsmagazijnen,
+vernielde het hotel van 't Provinciaal Bestuur en stak de woningen van een
+generaal en een kolonel in brand. Benden werklieden, meestal dronken,
+liepen naar de voorgeborchten en vernielden de weeffabrieken Basse in de
+stad, Rey te Kuregem, Bal en Fortin te Vorst, Wilson te Stalle: het was hun
+vooral te doen om de mechanieken te verbrijzelen die het getal
+handarbeiders verminderden. De beweging begon meer en meer te ontaarden in
+eene soort van straatrooverij, die zich om politieke beweegredenen niet
+bekommerde. Wel is waar stak 's morgens een vreemde belhamel de Fransche
+vlag op het stadhuis uit; doch Ducpetiaux verving ze dadelijk door de oude
+driekleur van de Brabantsche omwenteling, die op luid applaus door de
+samengeschoolde menigte begroet werd; reeds 's avonds droeg men in Brussel
+uitsluitend zwart-rood-gele linten. Van dit oogenblik af nam de beweging
+een Belgisch karakter aan.
+
+Gezien de achteloosheid der overheden besloten enkele krachtdadige burgers
+ernstige maatregelen te nemen om de orde te herstellen. Zij verkregen van
+den gouverneur de herinrichting eener nieuwe burgerwacht, daar de
+bevelhebber der oude nergens te vinden was. Reeds waren 's namiddags 300
+burgers op de Groote Markt vereenigd en gewapend, en hun getal klom 's
+anderendaags tot 2000; meest alle de Franschen, die zich in groot getal te
+Brussel bevonden, namen plaats in de rangen der wacht en verkregen, daar
+zij oud-gedienden waren, een of ander bevelhebberschap. Aan het hoofd werd
+de volksgeliefde Baron Emmanuel d'Hoogvorst geplaatst, onder wiens bevelen
+de dappere generaal Van der Smissen en de oud-officier uit Oost-Indie,
+Karel Pletinckx, stonden; beiden vroeger uit den dienst getreden, de eerste
+wegens eene beenbreuk, de andere bij gebrek aan bevordering.
+
+De benden van het gepeupel achtervolgden eischend en dreigend de
+burgerwacht, zoodat den 27en 's avonds, bij het zicht der nieuwe
+gewelddaden dezer plunderaars en brandstichters, twee burgernachtronden op
+hunne woeste groep schoten, wat hun niet weinig schrik inboezemde.
+
+Het gemeentebestuur, dat overigens even min kloekmoedigheid betoonde als de
+regeeringspersonen, had nochtans de belasting op het gemaal afgeschaft.
+Baron d'Hoogvorst en Graaf de Bijlandt vaardigden den 28en, wanneer de rust
+eenigszins hersteld was, elk eene proclamatie uit, waarin beloofd werd dat,
+"zoolang de goede orde, welke door de burgerwacht gewaarborgd was, niet
+gestoord werd, de versterkingstroepen die men verwachtte, de stad niet
+zouden binnendringen." Dat was eene capitulatie voor de muiters.
+
+Reeds waren de overheden zonder invloed; zij hadden niets meer te zeggen;
+het kwartier-generaal der burgerwacht oefende reeds feitelijk de macht uit;
+de hoofden der wacht weigerden zelfs met minister Van Gobbelschroy te
+onderhandelen; en de dagbladschrijvers der oppositie, Jottrand, Ducpetiaux
+en Lesbroussart, steunende op de misnoegden die grondwettelijke vrijheden
+wilden veroveren en de Hollandsche overheersching afschudden, leidden op 't
+Stadhuis de handelingen van Baron d'Hoogvorst. Den 28en 's avonds
+vergaderden op 't stadhuis 50 notabelen, onder welke talrijke edelen als de
+twee De Merode's, graaf de Lalaing, de twee d'Hoogvorsten; Baron de Secus,
+afgevaardigde, werd tot voorzitter en Sylvain Van de Weyer tot secretaris
+gekozen. Buiten de tusschenkomst van den gouverneur of van den gemeenteraad
+stelden zij een Adres aan den Koning op, waarin zij, verre van te denken
+aan een voorstel van scheiding tusschen Belgie en Holland, eenvoudig den
+vorst bezwoeren de eischen der Belgen in te willigen, en verklaarden "dat
+indien de natie niet gerustgesteld werd, niets aan de goede burgers van
+Brussel verzekerde, dat zij zelf geene slachtoffers hunner pogingen tot
+rustherstelling zouden worden."
+
+Aldus had de triomf van de Oppositiepartij, die den Brusselschen adel en de
+burgerij beheerschte, op de Fransche bent en het gepeupel, aan den oploop
+een gansch ander karakter weten te geven: men deed de gewelddaden eeniger
+roofzieke en aangehitste benden voor den wettigen opstand van eene recht
+eischende bevolking doorgaan! De staf der wacht wilde uit den stand der
+zaken partij trekken, om zijne eischen te doen gelden; de raad der
+notabelen neemt, zonder eenig recht, openlijk de leiding der beweging: 't
+is op dit oogenblik dat de omwenteling eigenlijk begint.
+
+ * * * * *
+
+Het Adres werd toevertrouwd aan een afvaardiging samengesteld uit Felix de
+Merode, J. d'Hoogvorst en Rouppe, twee oud-burgemeesters van Brussel, en
+(o wonder!) S. Van de Weyer en A. Gendebien, welke laatste bij het vernemen
+der gebeurtenissen te Brussel, in allerijl uit Bergen teruggekeerd was en
+zijn reis naar Parijs had opgegeven.
+
+Koning Willem, diep getroffen bij het nieuws over het gebeurde te Brussel,
+was uit Het Loo naar Den Haag geijld, om te beraadslagen met de prinsen en
+de ministers. Van Maanen raadde de onderdrukking door het geweld aan; de
+prins van Oranje verklaarde zich voor toegeving en verzoening genegen. Men
+besloot 6000 man op marschpas, onder het bevel der twee prinsen, naar
+Brussel te zenden en ook de Staten-Generaal voor 13en September samen te
+roepen. Die halfslachtige maatregel, door Willem's gewone besluiteloosheid
+ingegeven, werd nog verergerd door het feit, dat hij geen bepaalde volmacht
+aan den prins van Oranje verleend had. Na een dag te Antwerpen verloren te
+hebben, kwamen beide zonen van Willem hun hoofdkwartier te Vilvoorde
+vestigen, in plaats van op Brussel te rukken (30en Augustus).
+
+Het langzame naderen der troepen, de verbijstering en de werkeloosheid der
+overheden, de stoutmoedigheid der dagbladen der oppositie, de koenheid van
+zekere leiders, die reeds van een Voorloopig Bewind durfden spreken, het
+nieuws van den opstand te Luik, waar men de Luiksche kleuren liet wapperen,
+en van het oproer te Verviers en te Leuven brachten in de hoofdstad eene
+altijd aangroeiende gisting teweeg: hoe meer de Regeering aarzelde en zich
+achteruittrok, hoe grooter de eischen werden.
+
+'s Anderendaags ontboden de twee prinsen in hun kamp, niet den gouverneur
+of den burgemeester, maar Baron d'Hoogvorst, bevelhebber van de
+burgerwacht. Hij kwam met generaal Van der Smissen en de twee burgerlijke
+raadgevers van den staf, Van de Weyer en Rouppe, en noodigde ze uit om zich
+alleen onder hun geleide naar Brussel te begeven. Maar de prinsen eischten
+de verwijdering der Brabantsche kleuren en den intocht hunner troepen
+binnen Brussel. Toen d'Hoogvorst die eischen van op 't Stadhuis liet
+afkondigen, weerklonk uit de menigte de kreet: "Te wapen! naar de
+barricaden!" 8000 man namen de wapens, de winkels werden gesloten en de
+kassijsteenen in de straten uitgebroken, door degenen die dat kunstje te
+Parijs geleerd hadden! Eene tweede afvaardiging onder Baron de Secus'
+geleide trok in den avond nog naar Vilvoorde, om de prinsen over te halen
+geen gewapenden aanval tegen de hoofdstad te ondernemen. Na twee lange uren
+bespreking, stemde de prins van Oranje er in toe, onder waarborg van zijn
+persoon en zijne vrijheid, alleen door zijn staf vergezeld, binnen Brussel
+te komen; de burgerwacht zou worden uitgenoodigd hem te gemoet te gaan; de
+kroonprins rekende op zijne populariteit om de gemoederen tot rust te
+brengen en zich op te dringen. Maar een bittere teleurstelling wachtte hem:
+niet alleen werd hij ijskoud onthaald, hoorde te allen kante het geroep:
+Leve de vrijheid! dreunen, zag slechts overal de Brabantsche kleuren,
+ontwaarde alleen verwoede gezichten, maar aan 't stadhuis gekomen werd hij
+zelfs bedreigd en moest zijn paard over eene barricade doen springen om
+zijn Paleis te bereiken. Zijn ridderlijke moed kon niemand meer bewegen!
+Niettegenstaande den aanslag tegen hem gericht, besloot hij Brussel niet te
+verlaten vooraleer eene verzoening bewerkt te hebben. Met dat doel
+vaardigde hij eene proclamatie uit die de bevolking aanmaande om de orde te
+handhaven, haar belovende dat de troepen niet zouden binnentrekken. Daarna
+benoemde hij eene commissie, onder voorzitterschap van den oud-minister
+hertog van Ursel, gelast om met hem de geschikte maatregelen te treffen,
+doch hij beging de ongelooflijke fout, op aanraden van Baron d'Hoogvorst,
+er ook Sylvain Van de Wever en Rouppe in op te nemen.
+
+Dienzelfden dag kwamen de afgevaardigden uit Den Haag terug; het onthaal
+van het Hollandsche volk was zoo vijandig geweest, dat men een oogenblik
+mocht vreezen voor hun leven. Op hun aandringen tot invoering der
+ministerieele verantwoordelijkheid, verwijdering van minister Van Maanen,
+rechtmatigheid in de benoeming der ambtenaren en in de verdeeling der
+Staatsinstellingen, antwoordde hun Willem ontwijkend dat hij geen
+beslissing kon nemen, die den schijn zou hebben afgedwongen te zijn. Tot
+tranen bewogen, zeide hij: "Ik wil niet het bloed mijner onderdanen doen
+stroomen; ik heb een afschuw van bloedvergieten. Maar ik zou Europa tot
+spot verstrekken, indien ik met het pistool op de keel, week voor onzinnige
+bedreigingen, voor klachten en grieven, die alleen bestaan in de
+verbeelding van eenige ruststoorders." De vorst beloofde echter een
+buitengewone bijeenkomst der Staten-Generaal tegen 19en September. De
+minister La Coste hoorde zelfs met welwillendheid Gendebien's programma
+eener vreedzame oplossing aan, door L. de Potter reeds vroeger in een brief
+aan den Koning voorgesteld, namelijk _de onmiddellijke scheiding van Belgie
+en Holland_, met den prins van Oranje als onderkoning of
+luitenant-generaal. Dit werd het ordewoord der omwenteling. Nog in den
+nacht van len tot 2en September zocht Gendebien, die, naar aanleiding van
+de zending naar Den Haag, in 't Paleis in gehoor ontvangen was, den prins
+tot dit denkbeeld over te halen, en durfde hem voorstellen om hem den
+volgenden middag als Koning der Belgen te doen uitroepen. Prins Willem wees
+dit voorstel van den huichelaar met verontwaardiging af: "Het nageslacht,
+sprak hij, zal niet zeggen dat een Nassau de kroon van zijns vaders hoofd
+rukte om ze op het zijne te plaatsen;" hij wilde geen ander rol vervullen
+dan die van bemiddelaar.
+
+'s Anderendaags wandelde de prins in de Warande en in de omstreken; de stad
+scheen rustig; hij gaf een groot gastmaal aan de voornaamste overheden,
+onder welke ook d'Hoogvorst met zijne twee adjudanten, Rouppe en Van de
+Weyer; in den avond kwam de bevolking, opgeruid door enkele Fransche en
+inlandsche muiters, weer in beroering. Op de Groote Markt kreet men tegen
+het niets-zeggend Verslag door de afvaardiging uit Den Haag meegebracht;
+men scheurde het van de muren en verbrandde het met eene Proclamatie der
+Raadgevende Commissie, die kalmte en vertrouwen aanbeval.
+
+Den 3en September ontving de Prins de te Brussel aanwezige leden der
+Staten-Generaal, waaronder degenen die pas uit Parijs teruggekeerd waren.
+Zij achtten zich geoorloofd te verklaren, dat Belgie's vurigste wensch de
+volledige scheiding tusschen de Zuidelijke en Noorderlijke provincies was,
+zonder andere gemeenschap dan het regeerend stamhuis, en dat,
+niettegenstaande de opgewondenheid der gemoederen, het behoud van het
+vorstenhuis het eenparig verlangen der Belgen bleef. In dezen zin had ook
+de Raadgevende Commissie eenparig gestemd. Om 11 uur kwam d'Hoogvorst, de
+opperbevelhebber der burgerwacht, omringd door zijne officieren, verklaren
+dat hij niet langer voor de veiligheid van den prins borg kon staan, en
+verzocht hem Brussel te verlaten; hij drong insgelijks aan op den aftocht
+der troepen en op het toestaan der bestuurlijke scheiding.
+
+De prins aarzelde; doch het nieuws van den opstand van Leuven dat zijn
+garnizoen verjaagd had, en de aankomst der voorwacht der Luiksche
+vrijwilligers gaf hem de overtuiging dat hij aan den wassenden stroom niet
+langer zou kunnen wederstaan. Nochtans, vooraleer met minister Van
+Gobbelschroy en den hertog van Ursel bij zijnen vader naar den Haag te
+vertrekken om eene verzoening te bewerken, deed hij door de Burgerwacht en
+den Staf een proclamatie onderteekenen, waarin zij zich "op hunne eer
+verbonden, geene verandering van dynastie te dulden en de stad,
+bepaaldelijk de paleizen, te beschermen;" dit belangrijk document werd
+onderteekend, onder anderen door Sylvain Van de Weyer, Rouppe, Jolly, graaf
+Van der Meenen en Van der Linden d'Hoogvorst. Alsdan beval de prins aan de
+troepen van 't Paleis, Brussel voor Vilvoorde te verlaten en aan die van
+generaal Trip, hunnen aantocht op Leuven te staken.
+
+Op dit oogenblik was dit gedrag van Oranje, hoe eerlijk en ridderlijk ook,
+eene grove fout. Hij had bemerkt hoe de overheden overrompeld waren; alleen
+zijne aanwezigheid, zelfs nog zonder krachtdadig optreden, was eene
+bemoediging voor de ware patriotten, die een overeenkomst met het huis van
+Oranje wilden sluiten, en een waarborg voor de rust; zijne afwezigheid
+integendeel versterkte de bent der wachten en der Fransche woelmakers in
+hare stoutmoedigheid.
+
+ * * * * *
+
+Wij hebben gezien hoe de beweging het gansche land aangestoken had. Om
+dezelfde reden als te Brussel, namelijk de laatdunkendheid en het
+plichtverzuim der ambtenaren, gelukte het aan een groepje heethoofden
+gisting onder het volk te verwekken en langzamerhand de burgerij en den
+adel in haren opstand mede te sleepen. Kolonel Gaillard werd met zijne
+troepen uit Leuven verjaagd; te Verviers wapperde een oogenblik de Fransche
+vlag; honderden vrijwilligers vertrokken naar Brussel, uit Bergen, Doornik
+en Namen; alleen Gent en Antwerpen, waar de groothandel en de
+grootnijverheid van een oproer veel te duchten hadden, bleven rustig.
+Maastricht werd in bedwang gehouden door haren krachtdadigen bevelhebber
+Dibbits. Niet zelden gingen de opstootjes met roof en brand gepaard.
+
+Te Luik staat de verbijsterde gouverneur Sandberg, door een onbehendig
+akkoord met de oproermakers, zijne overheid letterlijk in handen van den
+jongen advocaat Charles Rogier af, door hem toe te laten eene vrijwillig
+gewapende macht te vormen om de rust in de stad te handhaven, terwijl
+Generaal Van Boecop met de bezetting in de citadel zou blijven. Door zijn
+populariteit weet Rogier het gepeupel in bedwang te houden en de plundering
+te beletten. Maar weldra willen eenige der Luiksche vrijwilligers naar
+Brussel trekken; Rogier wordt met de pistool op de borst gedwongen zich aan
+hun hoofd te stellen, en gaat naar de hoofdstad met 300 Luikenaars en een
+paar kanonnen. De aankomst der Luiksche troepen te Brussel bracht de
+opstandelingen en niet het minst de Franschgezinde partij in geestdrift
+(7en September). De verdediging der stad tegen den terugkeer der Hollanders
+werd stelselmatig ingericht; barricaden werden opgeworpen of voleindigd
+door de ingenieurs Roget en Teichman. Uit de provincieplaatsen kwamen
+voortdurend aanbiedingen van vrijwilligers aan: Aalst bood 700, Ninove en
+omstreken 1500 man; de Borinage, met 15,000 mijnwerkers, was heel en al
+bereid: Dendermonde en Charleroi vroegen dat men aan hunne bezettingen de
+kanonnen zou gaan ontnemen en beloofden den steun der bevolking; maar ook
+de vreemdelingen te Brussel aanwezig, 4000 Franschen, benevens Spanjaarden,
+Italianen, Engelschen, stelden zich ten dienste der revolutionnaire
+leiders. Overigens stroomden voortdurend nieuwe Franschen toe, onder welke
+talrijke agenten van de Clubs van Parijs.
+
+De Fransche regeering, die uit voorzichtigheid door eene vredelievende
+houding het stamhuis van Orleans door de Mogendheden trachtte te doen
+erkennen, was nochtans gepraamd door de ophitsende taal der
+propagandapartij die Belgie wilde inlijven; voor 't oogenblik moest ze den
+Belgischen opstand werkeloos aanschouwen, daar haar leger niet gereed was;
+de Omwenteling, veel te vroeg losgebroken, voor den tijd door hare
+Franco-Belgische inrichters voorzien, had de Juli-monarchie verrast. Die
+overhaasting der belhamels had Louis-Philippe radeloos gemaakt. Nu moest
+hij de gebeurtenissen hun gang laten gaan; deze voorzichtige bedaardheid
+maakte Gendebien wrevelig: "Gij aarzelt, liet hij aan den Koning door
+tusschenkomst van L. de Potter zeggen, maar Frankrijk zou hier 200,000
+Belgen vinden, bereid om de Rijngrens met geestdrift te verdedigen. Later,
+als Frankrijk gedwongen zal zijn oorlog te voeren, zullen wij vrede
+gesloten hebben met het Nederlandsche Gouvernement en Frankrijk zal 60,000
+Belgen te bestrijden hebben."
+
+De Fransche gezant Lamoussaye verzekerde slechts dat, indien Willem de
+tusschenkomst van Pruisen inriep, Frankrijk dan met alle mogelijke krachten
+zou tusschenkomen.
+
+Zeer waardig was de houding van L. de Potter en Tielemans te Parijs;
+terwijl de Franschgezinde partij te Brussel de inlijving bij Frankrijk
+verzocht, bleven zij beslist bij het denkbeeld van een bestuurlijk
+afgescheiden of geheel onafhankelijk Belgie; bij een onderhoud met
+Louis-Philippe verklaarde L. de Potter uitdrukkelijk dat de Belgen de
+vereeniging met Frankrijk niet wilden, maar hij wenschte eenvoudig
+Frankrijks ondersteuning om hunnen opstand te doen gelukken; dit kon de
+vorst niet toestaan. De lagere bevolking van Parijs echter was de
+Brusselsche oproerlingen zoo genegen, dat Tielemans reeds op 29en Augustus
+schreef dat alleen een oproep tot de Parijsche bevolking onmiddellijk
+10,000 vrijwilligers zou verschaffen. L. de Potter werd, op een banket hem
+door de Parijsche burgerwacht aangeboden, door den hoofdman der Fransche
+propagandisten, den beroemden La Fayette, omhelsd: die verbroedering en
+andere tooneelen meer hadden het sein gegeven tot een nog talrijker vertrek
+van Fransche vrijwilligers naar Brussel (31en Augustus).
+
+Gendebien was woedend over de tusschenkomst der afgevaardigden van de
+Staten die, uit Parijs teruggekeerd, aan zijn plan eene andere richting
+gegeven hadden. Hij en Van de Weyer hadden liever den prins als gijzelaar
+te Brussel gehouden, om alzoo de bestuurlijke scheiding aan den Koning af
+te persen; en nu was zijne hoop vervlogen. Dan veranderde hij van stelsel
+en kwam met het ontwerp eener Voorloopige Regeering vooruit. Het werd door
+de vergadering der notabelen met gretigheid onthaald, doch de
+volksvertegenwoordigers lieten het spoedig varen, bij het nieuws dat Gent
+en Antwerpen niet verroerden.
+
+Op dat oogenblik was de bestuurlijke scheiding van Noord en Zuid de eenige
+passende oplossing. Levae, De Potter's briefwisselaar, Lesbroussart, zijn
+vriend, L. de Potter zelf en tot Gendebien toe, kleefden dit denkbeeld
+sterk aan. Trouwens, Gendebien had zich kunnen overtuigen dat de wil van
+adel en geestelijkheid, die de Juli-omwenteling afkeurden, en van de
+burgerij, die de voordeelen der aanwezigheid van een Hof niet verliezen
+wilde, zich algemeen en krachtdadig tegen de Fransche inlijving verklaarde:
+Lesbroussart schreef dat, indien de Koning wilde toegeven, "zijn stamhuis
+nooit beter zou gevestigd geweest zijn." L. de Potter stelde zijn programma
+op in de volgende bewoordingen: "De scheiding is nu een voltrokken feit,
+dat gij, Belgen, aan uw toekomstig opperhoofd als eene voorafgaandelijke
+voorwaarde van zijn koningschap moet opdringen. Daarna zult gij, gij
+alleen, u eene Belgische grondwet geven die gij door den koning der
+Nederlanden zult doen bezweren, wil hij koning der Belgen zijn. Zweert hij
+niet, verklaart dan vrank en koen uwe volkomen onafhankelijkheid, en sticht
+eene Bondsrepubliek."
+
+ * * * * *
+
+Er bleef nu te zien, hoe de koppige en altijd weifelende Willem de
+voorstellen waarmede de prins van Oranje belast was, zou ontvangen. Den 3en
+September had hij met tegenzin het ontslag van Van Maanen onderteekend;
+eene maand vroeger zou die beslissing alles weerom in rust gesteld hebben;
+men eischte nu veel meer; toen dit nieuws den 6en te Brussel bepaald
+vernomen werd, oefende het niet het minste uitwerksel uit. Wanneer den
+kroonprins bij zijnen vader op het vrijwillig toestaan der bestuurlijke
+scheiding krachtig aandrong, stuitte hij, niettegenstaande de toetreding
+van de Belgische ministers De la Coste en Van Gobbelschroy, op eene
+halsstarrige weigering; de Koning verschanste zich achter de verdragen van
+1815 en de artikels 229 tot 234 der Grondwet, die de procedure bij geval
+van noodzakelijke herziening nauwkeurig bepaalden. Hij weigerde zelfs den
+prins met de ministers naar Brussel te laten terugkeeren, alhoewel deze, op
+zijn hoofd, de herstelling der orde verzekerde, indien de Koning hem
+volmacht gaf om naar goeddunken in 't algemeen belang te handelen.
+
+Door op dit oogenblik de scheiding te verwerpen, heeft de Vorst, die ook
+van het andere middel, het geweld der wapenen niet wilde, om zoo te zeggen
+moedwillig Belgie verloren. Door zijne voortdurende weifelingen, -- den
+eenen dag concessien verleenende, en den anderen dag het kanon latende
+bulderen -- , heeft de Koning de grootste schuld aan de verdeeling van het
+Rijk der Nederlanden. In plaats van te handelen, aarzelt hij en vaardigt
+tot de Belgen een Proclamatie uit, waarin hij het voorstel tot scheiding
+aan de uitspraak der Staten-Generaal onderwierp en verder de goede burgers
+aanmaande hunne zaak van die der oproermakers af te zonderen (5en
+September); de gouverneur durfde eerst het stuk niet laten aanplakken, en
+de raad der notabelen zond eene afvaardiging bij prins Frederik om het te
+te doen intrekken; anders vreesde men een nieuwen oploop en het hijschen
+der Fransche vlag. De prins stemde er in toe in dien zin naar Den Haag te
+seinen. Maar de Antwerpsche bladen drukten alras den tekst der proclamatie,
+zoodat verdere geheimhouding nutteloos werd; dadelijk verbrandden de
+burgerwachten dit stuk op de Groote Markt te Brussel.
+
+In de hoofdstad had men 't volk in den waan gebracht dat de prins van
+Oranje zijn terugkeer voor den 6en had beloofd, en daar hij niet verscheen,
+zijn woord verbroken had. Daarop werd wapenvoorraad verzameld, en nieuwe
+barricaden werden opgericht; Van der Smissen en Van der Meeren, geholpen
+door den Spaanschen kolonel Juan van Halen en den oud-geneesheer Ernest
+Gregoire, drilden de vrijwilligers en richtten de korpsen in. Na eene
+kleine botsing tusschen de Luikenaars, die in Leuven lagen, en de
+koninklijke voorposten werden Jozef d'Hoogvorst en Gendebien bij prins
+Frederik gezonden, die beloofde zijn troepen weldra uit Kortenberg terug te
+trekken en het kamp te Vilvoorde op te breken; den volgenden dag ontving
+hij nog eene afvaardiging van Belgische volksvertegenwoordigers om hem te
+bidden toch geen geweldigen aanval op Brussel te doen, waarin hij
+toestemde; en den 8en vestigde de prins zijn hoofdkwartier te Antwerpen.
+
+Middelerwijl was er te Brussel, tusschen de notabelenvergadering met den
+revolutionnairen staf der burgerwacht en de voorzichtige leden der
+Staten-Generaal, een geschil ontstaan. Gendebien, Van de Weyer, J.
+d'Hoogvorst en Felix de Merode wilden dat De Secus, De Gerlache en de
+anderen een _Voorloopig Bewind_ zouden aanstellen. Maar de
+volksvertegenwoordigers, die zich aan de wettelijkheid hielden, waren,
+ondanks hunne verbintenis na 't vertrek van den Prins van Oranje aangegaan
+om Brussel niet te verlaten, van denkbeeld veranderd en besloten toch, in
+spijt van de hekelingen en beschuldigingen der heethoofden, zich
+voorzichtigheidshalve naar de zitting der Staten-Generaal te begeven en
+geen Voorloopig Bewind in te richten (8en September).
+
+Over deze onbestendigheid en de afwezigheid der volksvertegenwoordigers
+eerst gebelgd, verheugde zich alras de revolutionnaire groep over hun
+vertrek naar Den Haag, daar het bleek dat hunne aanwezigheid te Brussel den
+vooruitgang der Omwenteling stremde.
+
+Daar de oprichting van een Voorloopig Bewind mislukt was, stelde Gendebien
+toen voor eene _Commissie van Openbare Veiligheid_ aan te stellen, te
+kiezen uit een dubbele lijst van candidaten door de hoofden der 8
+afdeelingen van de Brusselsche burgerwacht en een klein getal notabelen
+opgemaakt; om aan de instelling een schijn van wettelijkheid bij te zetten,
+deed men ze door het bange gemeentebestuur bekrachtigen; ondanks de
+pogingen der revolutionnairen kreeg de Commissie slechts eene beperkte
+opdracht, namelijk de vestiging van het stamhuis verzekeren, het
+grondbeginsel der scheiding van Noord en Zuid handhaven en de openbare orde
+herstellen. De samenstelling der Commissie, die feitelijk maar vijf leden
+telde, betoonde klaar hare inzichten: Gendebien, Van de Weyer, Rouppe,
+Felix de Merode en Meeus aan 't hoofd der zaken stellen was de vijanden der
+Regeering rechtstreeks laten optreden; dit was zooveel als na den opstand
+_de Omwenteling bepaald uitroepen_(10en en 11en September).
+
+Na alzoo de machten van gouverneur en stadsregeering overweldigd te hebben,
+ruimden de leden der Commissie insgelijks de rechterlijke macht uit den
+weg, en schorsten den Procureur-Generaal; deze verliet dadelijk Brussel,
+weldra gevolgd door den gouverneur Van der Fosse, den burgemeester De
+Wellens en talrijke hooggeplaatste ambtenaren (14en September).
+
+Doch driemaal faalden de pogingen der liberale leiders om een Voorloopig
+Bewind op te richten, dank zij den tegenstand van de gematigden, met de
+barons d'Hoogvorst aan 't hoofd, die eene opene deur voor de verzoening
+wilden behouden.
+
+ * * * * *
+
+Intusschen waren de Belgische leden der Staten-Generaal in Den Haag
+aangekomen; zij vonden daar de bevolking uiterst verbitterd en woedend over
+het gevaar dat de kroonprins in Brussel geloopen had. De _Arnhemsche
+Courant_, in navolging van de _Noordstar_, had in zijn nummer van 7en
+September bedreigingen geuit: "Te wapen! Weg met de muiters! Muitersbloed
+is geen broedersbloed!" Ook moest Baron de Gerlache tegen de woelige
+menigte door de politie beschermd worden: het werd een strijd van volk
+tegen volk!
+
+Wanneer de Vorst de volksvertegenwoordigers in Den Haag zag aankomen, moet
+hij nog versterkt geworden zijn in zijne meening dat de gebeurtenissen te
+Brussel zoo erg niet waren als men ze voorstelde en dat de volksbeweging
+niet zoo ernstig was aangezien de afgevaardigden der natie hunne plaats in
+'t Parlement kwamen nemen. Zoo werd Willem begoocheld.
+
+Op 13en September opende de Koning de laatste en buitengewone sessie der
+Staten-Generaal; in zijne troonrede sprak hij, zeer bewogen, zijnen wensch
+uit om de oplossing der Unie van Noord en Zuid slechts langs
+grondwettelijke wegen te zien geschieden; Willem, die zijne populariteit
+bij zijn volk zocht te vrijwaren, maakte zich den tolk der Hollanders; hij
+verkondigde dat het noodig was de troepen op te roepen, en verklaarde dat
+hij nooit "voor partij geest zou wijken, nooit zou toestemmen in
+maatregelen die de welvaart en de belangen van 't vaderland aan de
+hartstochten en het geweld zouden opofferen." Daarop werd aan de Staten
+voorgesteld dadelijk de twee volgende vraagstukken te overwegen en
+bespreken: Is het noodzakelijk de nationale instellingen te wijzigen?
+Behoort het in dit geval, de inrichting, zooals zij tusschen de twee groote
+deelen van het Rijk door de verdragen en de Grondwet voorgesteld is, te
+veranderen?
+
+Hoe belangrijk de discussie ook was, hoe gunstig de oplossing voor het
+algemeen belang mocht wezen, toch was dit de zaak, die eene snelle
+afhandeling eischte, op de lange baan schuiven. Gedurende de
+beraadslagingen over het Adres, in antwoord op 's Konings rede, namen de
+Hollanders eene bepaald vijandige houding aan; er werden zeer harde
+woorden gesproken. Donker-Curtius, een lid der Commissie, verklaarde dat
+hij geen anderen uitweg zag dan het geweld der wapenen; De Gerlache durfde
+uitroepen, in naam der afgevaardigden van het Zuiden, dat, indien men hunne
+wenschen niet aanhoorde, zij niet als lijdzame toeschouwers den ondergang
+van hun vaderland zouden aangezien hebben.
+
+De troonrede verwekte te Brussel zooveel opspraak, dat de Commissie der
+Openbare Veiligheid, ondanks de pogingen der Luiksche vrijwilligers die
+kortaf met de regeering wilden afbreken, een Adres aan de afgevaardigden in
+Den Haag moest zenden, waarin men hevig protest aanteekende tegen de
+militaire inzichten van de regeering; de twee dragers werden daarbij nog
+belast, de Zuidnederlandsche afgevaardigden uit te noodigen Holland te
+verlaten, maar kwamen weldra met het verbazende nieuws terug dat de leden
+der Staten den raad gegeven hadden met den prins van Oranje te
+onderhandelen. Het volk kreet verraad, de Luiksche vrijwilligers bereidden
+een aanval op het stadhuis. Weldra beschuldigde men de Commissie van te
+groote gematigdheid en tevens van kleinmoedigheid.
+
+Om ze te prikkelen, hadden andere vurige leiders als Ch. Rogier, Renard,
+Ducpetiaux en de Franschen Niellon, Gregoire en Chazal inmiddels, met de
+toestemming van Gendebien, het _Middelverbond_ gesticht, meestal uit
+Luikenaars, Luksemburgers en andere Walen samengesteld. Rogier, onder
+voorwendsel dat hij vreemd aan de stad was, deed het voorzitterschap aan
+Duepetiaux toevertrouwen, maar bleef in werkelijkheid de ziel van die
+vereeniging, waarvan talrijke leden de Fransche vlag wilden opsteken (16en
+September).
+
+In de St Joriszaal vereenigd, durfde het Middelverbond welhaast zijn
+eischen aan de Veiligheidscommissie opdringen; deze, wier gezag,
+voortdurend door de uiterste partij ondermijnd, aan 't wankelen was, deed
+nochtans beslissen dat men de koninklijke troepen niet zou aanvallen, en
+toen den 18en een bende Luikenaars toch de voorposten der Hollanders te
+Vilvoorde en Tervuren was gaan aanvallen, keurde zij deze gewelddaad door
+eene proclamatie stellig af (19en September).
+
+Gendebien, het bewind aan Felix de Merode en S. Van de Weyer overlatende,
+was naar Rijsel vertrokken om zich in betrekking te stellen met de
+Parijsche ballingen, die de Belgische Vereeniging in Frankrijks hoofdstad
+gesticht hadden.
+
+ * * * * *
+
+"Nu begint de regeeringloosheid, schreef Levae aan De Potter; de handel is
+vernietigd door den onzekeren toestand waarin men verkeert, daar men geen
+besluit durft nemen: hierdoor zijn vele arbeiders zonder werk; daaruit
+ontstaan samenscholingen en woelige tooneelen die weldra zouden kunnen
+noodlottig worden, want de ellende zal tot buitensporigheden leiden, indien
+men er niet krachtig in verhelpt; het staat vast dat eene _geheime macht_
+de werklieden ophitst om onverdedigbare of belachelijke aanspraken te
+maken. Ik vrees dat de menigte zich een dezer dagen zal ergeren over de
+onzekerheid waarin men ons laat, en dat men ze tot eene tegenomwenteling
+zal opjagen waarvan de goede burgers de slachtoffers zouden wezen. De
+groote feil van onzen tegenwoordigen toestand is dat wij geen opperhoofd
+hebben."
+
+Die _geheime agenten_, welke Levae bedoelt, waren de Fransche Clubmannen,
+die sedert 't begin van het oproer de Brusselsche werkloozen met
+drinkpartijen op de Hoogstraat en elders vergastten, en nu het gepeupel,
+dat voor 't Stadhuis aanhoudend samenschoolde, wapenden en ophitsten.
+
+Levae's sombere voorspelling werd dadelijk bewaarheid. De vreedzame
+proclamatie der _Veiligheidscommissie_ werd afgerukt; het gepeupel liep
+samen op de Groote Markt onder den kreet "Wapens! Wapens!", en ondanks
+Rogier, ontwapenden zij de burgerwacht gedurende den nacht; 's anderendaags
+bestormden 1500 gewapende muiters het Stadhuis en stelden een einde aan de
+overheid der Commissie. De verschrikte burgerij, bang voor plundering, zond
+dadelijk twee vertoogschriften naar prins Frederik te Antwerpen om zijne
+terugkomst te vragen. Brussel was aan de regeeringloosheid overgegeven
+(20en September).
+
+Zonder dien triomf der aanvoerders van de jacobijnsche Club van het
+Middelverbond, ware de omwenteling spoedig gedempt geweest: evenals het
+overgroote deel der Brusselsche burgerij, bleven de vertegenwoordigers der
+Zuidelijke Provincien in de Staten inderdaad de wettelijkheid getrouw. 't
+Was juist den volgenden dag dat het Adres op de koninklijke troonrede,
+gansch in den Belgischen zin opgesteld, door de leden der Tweede Kamer werd
+aangenomen met 86 stemmen tegen 19 (Hollanders). Bevreesd bij 't vernemen
+der gebeurtenissen te Brussel, hadden de Belgische afgevaardigden, zelfs
+degenen die altijd tot de hevigste oppositie hadden behoord, herhaalde
+malen (17en tot 20en September) bij den Koning aangedrongen, opdat hij
+zonder dralen zijn toevlucht tot het geweld zou genomen hebben; zij vroegen
+dit, niet alleen omdat het noodzakelijk was tot bescherming hunner
+eigendommen, maar omdat zij niet meer vrij waren met de noodige
+onafhankelijkheid te stemmen.
+
+Alzoo vond de Koning zich na lange aarzeling gedwongen om aan zijn lijdzame
+houding een einde te maken; de tocht tegen het regeeringlooze Brussel werd
+besloten, doch Willem beging de ongelooflijke fout zijn eigen zoon, prins
+Frederik, met het opperbevel te belasten. In den nacht van 20en tot 21en
+September ontving hij het bevel Brussel binnen te trekken, en na zich
+overtuigd te hebben van de gunstige stemming der burgerij, vaardigde hij
+eene proclamatie uit waarin hij volledige kwijtschelding beloofde: "alleen
+de voornaamste daders van al te misdadige handelingen om te kunnen verhopen
+dat zij aan de gestrengheid der wetten zullen ontsnappen, en de
+vreemdelingen, die misbruik makende van de hun verleende gastvrijheid,
+wanorde onder u zijn komen stichten, zullen rechtmatig gestraft worden;
+hunne zaak heeft niets met u gemeen."
+
+Inmiddels had E. d'Hoogvorst door eenen slimmen trek, ondanks de ontbinding
+der burgerwacht, zijne plaats als "burgerlijk hoofd dier wacht" weten te
+behouden, en deed als bevelhebber der _vrijwilligers_ Van der Meeren en
+Pletinckx benoemen; maar de poging van het Middelverbond om een Voorloopig
+Bewind in 't leven te roepen, faalde volkomen.
+
+Had de prins in den avond van den 21en tot den 22en de stad willen innemen,
+niemand had hem tegenstand geboden; doch hij had officieel zijne intrede in
+de hoofdstad voor den 23en aangekondigd! Hij liet dus aan de opstandelingen
+den tijd om zich te wapenen, enkele kanonnen voor de stadspoorten te
+sleepen, de straten open te breken, nieuwe barricaden op te werpen en
+hulpbenden uit Leuven, Waalsch-Brabant, het Centrum en de Borinage te
+ontvangen. De Luikenaars en de vreemdelingen betoonden eenen koortsachtigen
+ijver. Meer en meer helde de burgerij nochtans tot de overgave over. Alleen
+Pletinckx, Ducpetiaux en Ad. Roussel drukten zich krachtdadig voor den
+weerstand uit; doch deze twee laatsten, als parlementairen bij prins
+Frederik gezonden, werden aangehouden en op Antwerpen gezonden.
+
+De andere revolutionnaire kopstukken hadden zich, bij 't naken van 't
+gevaar, reeds vroeger vreesachtig uit de voeten gemaakt: den 21en vluchtten
+S. Van de Weyer en Rouppe naar Valencijn, waar zij, in het _Hotel du Grand
+Canard_ aan Gendebien en Chazal, aldaar vergaderd met De Potter, kwamen
+aankondigen dat alles verloren was; weldra kwamen ook Van der Burght,
+Moyard, Fleury, Van der Smissen, Van der Meeren, Levae en Niellon ze
+vervoegen; Felix de Merode begaf zich in Frankrijk naar zijn kasteel van
+Trelon; Vleminckx en P. Rodenbach verschuilden zich te Rijsel. Rogier bleef
+de laatste: slechts op het oogenblik dat de Hollandsche troepen Brussel
+binnenrukten, koos hij het hazenpad langs de Hallepoort, liet de Luiksche
+vrijwilligers, wier bevelhebber hij was, in den steek en ging zich
+verschuilen in het Zonienbosch! Verscheidene der belhamels hadden zich uit
+vrees van herkend te worden, den baard laten afscheren. Talrijke groote
+burgersfamilien vluchtten uit Brussel naar Gent en Antwerpen.
+
+Alsdan beslisten de Franschen en andere vreemdelingen, die een zoo
+belangrijk deel aan het oproer hadden genomen en door 's prinsen
+proclamatie bedreigd waren, zelf de verdediging der stad, met de opgekomen
+boeren, de vrijwilligers van Luik en het Brusselsche werkvolk en gepeupel,
+op zich te nemen: don Juan van Halen, Ernest Gregoire, oud-generaal
+Mellinet, P. Parent, Burggraaf de Culhat en vooral Engelspach, gezegd
+Lariviere, schikten de manschappen aan de poorten en op de barricaden;
+Baron d'Hoogvorst, het eenige lid der Veiligheidscommissie dat op post
+gebleven was, zetelde alleen op 't Stadhuis. Zooals eene vrouw uit het volk
+het schilderachtig zei: "nu zag men die heeren van het Stadhuis met hun
+zwarte kazakken niet meer. Waar zijn nu die verdoemde kapoenen, nu er moet
+gevochten worden? Het zijn nu de kielen die de stad moeten verdedigen."
+
+Wetende dat de hoofden van den opstand Brussel verlaten hadden en dat de
+grootste regeeringloosheid binnen de stad heerschte, dachten prins Frederik
+en zijne generaals, die over 10,000 man en 26 kanonnen beschikten, zeer
+weinig aan strijd; zij meenden "dat zij maar de fourriers hadden vooruit te
+zenden om op het stadhuis de biljetten van inkwartiering te ontvangen",
+daar de gezeten Brusselsche burgerij, bang voor nieuwe plundering, niets
+liever verlangde dan dat het Nederlandsche leger de stad weer tot rust
+bracht. Maar juist bij de mindere standen, die aan zichzelven overgelaten
+nu te Brussel den boventoon voerden, lag die waaghalzerij en die
+geestkracht die aandrang tot weerstand geeft. Ook gaven de werk- en
+ambachtslieden, doch zij alleen, blijken van bewonderenswaardigen moed
+gedurende de Septemberdagen. In kleine groepjes verdeeld, zonder beleid,
+zonder onderrichting, zonder aanvoerders, hebben die bakkersgasten, die
+beenhouwersknechten, die timmerlieden, die daglooners, met geluk den aanval
+van welonderrichte troepen afgeslagen.
+
+ * * * * *
+
+Den 23en September, om zeven uur 's morgens trokken de koninklijke troepen
+op Brussel af in vier kolommen verdeeld; deze zouden de stad binnenrukken
+op vier verschillende punten, langs de Vlaamsche-, de Antwerpsche-, de
+Leuvensche- en de Schaarbeeksche poort. Generaal Schuurman bemeesterde
+aldra deze laatste, trok naar de Warande en bezette de paleizen; de
+Leuvensche poort werd ook spoedig ingenomen. De derde kolom slaagde er wel
+in, de Antwerpsche poort te bemachtigen, maar gezien den tegenstand der
+mannen met de blauwe kielen, oordeelde de bevelhebber het raadzamer bij de
+Lakenbrug post te vatten, om in voeling te blijven met de rest van 't
+leger. Aan den Vlaamschen Steenweg echter liet zich de vierde afdeeling in
+eene hinderlaag lokken, en werd teruggeslagen. Vruchteloos waren de
+pogingen der koninklijke troepen tegen de barricade van het Koninksplein,
+verdedigd door ongeveer twaalfhonderd boeren en werklieden, en aangevoerd
+door Mellinet, Parent en De Culhat. Daar ook stond Charlier van Luik,
+bijgenaamd "het Houten Been", die met zijn kanon wanorde en dood in de
+Hollandsche rangen zaaide; het moorddadige vuur der scherpschutters, die in
+de omliggende hotels post gevat hadden, verplichtte ze weldra naar de
+Warande te wijken. Alzoo bleef de sleutel van de stad in de handen der
+oproerlingen.
+
+Hier werd door de Hollanders eene grove fout begaan; in plaats van
+doortastend te handelen, verspilde de prins den zoo kostbaren tijd in een
+straatgevecht, altijd den aanvaller zoo nadeelig. Zeer gemakkelijk had de
+hij Brussel kunnen insluiten, indien men de afdeeling van generaal
+Cort-Heyligers niet onverrichterzake tusschen Leuven en Tienen had laten
+kruisen. Doch 's namiddags reeds had men den prins verteld dat men, om
+Brussel te bezetten, de stad straat per straat, huis per huis zou moeten
+innemen, door verwoesting of beschieting, en stelde hem voor dat er slechts
+twee wegen overbleven: de stad beschieten of zonder dralen af te trekken.
+Frederik echter verafschuwde het bloedvergieten en de verwoesting der stad;
+gehoor gevend aan zijne toegevendheid, vergetend dat het uur van
+krachtdadig optreden geslagen was, liet de prins bevel geven het vuur te
+staken en zond zelfs in den avond een parlementair tot de opstandelingen.
+Dat was de nederlaag bekennen!
+
+Bij het vallen van den avond boden de barricaden een buitengewoon
+schouwspel aan. Daar de Hollanders in de Warande en op de boulevards
+teruggetrokken waren en de taptoe geslagen hadden, verlieten de Belgische
+vrijwilligers en hunne Fransche aanvoerders de barricaden, lieten ze
+gansch alleen staan en gingen in de omliggende herbergen over hunne
+heldendaden pochen! Hoe de prins de barricaden 's nachts niet overrompeld
+heeft, valt nooit te begrijpen!
+
+In den nacht begaf baron d'Hoogvorst zich naar het hoofdkwartier van den
+prins om dezen tot de ontruiming der stad over te halen. Frederik
+antwoordde: "dat hij Brussel bezet had in de hoop orde en rust in de stad
+te herstellen; dat hij deze niet kon ontruimen dan op bevel van den Koning;
+doch, daar het hem vooral ter harte lag de verwoesting van Brussel zooveel
+mogelijk te voorkomen en een strijd te eindigen, die niets anders dan de
+noodlottigste gevolgen na zich kon sleepen, zelfs voor het rustige deel der
+bevolking, zou hij het slagveld niet verder uitbreiden, en zich tot eene
+verdedigende houding bepalen." _En inderdaad, gedurende de drie volgende
+dagen hebben zijne troepen hunne stellingen niet meer verlaten._ Zoo weinig
+begreep Frederik de toestanden, dat hij nog hoopte "op de beteugeling der
+anarchie door de burgerwacht!" Die naieveteiten, dit gemis aan energie
+leggen uit, waarom de prins, wat anders onbegrijpelijk voorkomt, de
+benedenstad niet ingenomen heeft.
+
+De terugkomst 's nachts van Rogier, die inmiddels het geluk der
+vrijwilligers vernomen had, moest alle hoop op onderhandelingen of overgave
+doen verzwinden. Overigens, bij 't nieuws der bestorming van Brussel kwamen
+talrijke vrijwilligers uit Halle, Genappe, Waver, Nijvel, Binche
+aangesneld; tonnen buskruit werden uit de omstreken gestuurd; de stormklok
+luidde overal. Ook de vluchtelingen van Valencijn, die nieuws gekregen
+hadden van de heldhaftige verdediging van Brussel, keerden in allerijl
+terug; zij bevonden zich reeds op den middag bij Edingen (Enghien), overal
+een krachtdadigen _Oproep tot het Volk_ verspreidende, die den stoet der
+vrijwilligers, welke hen volgden, van dorp tot dorp aanzienlijk deed
+aangroeien (24en September).
+
+Om 9 uur 's morgens was de strijd in de hoofdstad opnieuw begonnen. Tot dan
+toe hadden die kleine pelotons werklieden en boeren, wier moed sedert den
+eersten dag den triomf van den opstand verzekerd had, gestreden zonder
+bepaald doel en eenvoudig om de overheid te bevechten.
+
+[Figuur: Gevecht in de Warande te Brussel (24 September 1830)]
+
+Met den terugkeer der gevluchte leiders wordt de strijd ingericht. Rogier,
+om den opstand te besturen, vestigde op 't Stadhuis eene _Bestuurlijke
+Commissie_ met D'Hoogvorst en den oud-genieoffieier Jolly; hij benoemde
+don Juan van Halen als opperbevelhebber der patriotten en stelde
+Engelspach-Lariviere tot bijzonderen agent der uitvoerende macht aan.
+Mellinet, Niellon, Chazal, Gregoire en andere Franschen kregen een commando
+of werden aan het hoofdkwartier verbonden. Het plan der vrijwilligers was
+voortaan zeer eenvoudig: Prins Frederik in de Warande insluiten en hem
+beletten in de stad te dringen; daarom slopen zij in de voornaamste hotels
+der Wetstraat en der Koningstraat en beschoten van daaruit, onzichtbaar en
+verschanst, de dappere maar blootgestelde Hollandsche troepen. Alsdan liet
+de prins houwitserbommen op de stad werpen.
+
+Tot hiertoe had de verschrikte burgerij lijdzaam de beweging gadegeslagen;
+de beschieting der stad wekte haar uit die onverschilligheid op. Om haar
+bepaald tot de Omwenteling over te halen, liet de Bestuurlijke Commissie,
+te middernacht, eene proclamatie in de straten aflezen, waardoor zij, op
+leugenachtige wijze, de burgers tegen eene tweedaagsche plundering der stad
+door de Hollandsche soldaten waarschuwde! Het uitwerksel was verbazend: de
+bedrogen burgerij sloot zich bij de barricademannen aan.
+
+De vluchtelingen van Valencijn waren intusschen met 300 vrijwilligers in
+Brussel aangekomen; dit versterkte den moed der patriotten in de hoogste
+mate. Op bevel van Rogier durfde zelfs Van Halen eenen vermetelen aanval op
+de Warande wagen, die natuurlijk mislukte; zijn stafoverste Pletinckx
+aarzelde niet om aan de Hollandsche voorposten een antwoord der
+Bestuurlijke Commissie te overhandigen, waardoor alle onderhandelingen
+verworpen waren, maar hij werd aangehouden en op Antwerpen gericht. Doch
+Van Halen's koene daad en de nieuwe proclamatie der Commissie, die aan de
+gesneuvelden een nationaal grafmonument op het St Michiels-, nu
+Martelaarsplein, beloofde, versterkte nog den moed der patriotten. Na een
+strijd van drie dagen, hadden de Hollandsche troepen, verre van eenigen
+vooruitgang te maken, zelfs terrein verloren; en terwijl zij zich aan
+ontmoediging overgaven, klom de onversaagdheid der vermetele patriotten in
+dezelfde mate. En weer bleven 's nachts de barricaden verlaten; prins
+Frederik en zijne generaals, aarzelend en radeloos, handelden echter minder
+dan ooit; 's anderendaags zou het overigens reeds te laat wezen.
+
+Want, op Zondag 26en September vernam de Brusselsche bevolking dat de
+Bestendige Commissie door een _Voorloopig Bewind_ vervangen was,
+samengesteld uit D'Hoogvorst, Rogier en Jolly, die zich nu het
+driemanschap, graaf Felix de Merode, Gendebien en Sylvain Tan de Wever
+toevoegden; hunne eerste daad was een oproep tot de Belgische soldaten _die
+zij van hunnen eed ontsloegen_. Reeds was de trouw der Belgen, die onder de
+wapens waren, aan 't wankelen gebracht door den indruk der behaalde
+voordeelen hunner strijdende landgenooten; talrijke soldaten werden
+afvallig en namen de vlucht; het leger was door de afscheiding tusschen
+Hollanders en Belgen met ontbinding bedreigd!
+
+Prins Frederik en zijne generaals waren ontmoedigd door den hardnekkigen
+weerstand en door het nieuws van den voortdurenden aantocht van nieuwe
+vrijwilligers uit Henegouwen, waar al de garnizoenen een voor een,
+uiteengingen of zich gedeeltelijk bij het oproer aansloten. Daarbij werd
+den 26en het Hollandsche leger ingesloten door den brand die het Paleis der
+Staten-Generaal en het Koninklijk Paleis bedreigde. In dien toestand
+oordeelde prins Frederik dat de hem opgedragen taak van rustherstelling en
+bescherming der vredelievenden onmogelijk te volvoeren was en besloot tot
+den aftocht; omstreeks middernacht werd het bevel in dien zin gegeven en om
+drie uur hadden de troepen de Warande ontruimd; tot groote verbazing der
+vrijwilligers vonden deze 's anderendaags in den morgen het slagveld
+verlaten ...
+
+Die overwinning verzoende alle partijen om triomf te vieren; door het
+gemeenschappelijk vergoten bloed werd de opstand eene nationale zaak. De
+gematigden en de vreedzame burgerij, die tien dagen te voren om de troepen
+geschreven hadden, sloten zich nu bij het zegepralende werkvolk en het
+gepeupel aan en schaarden zich aan de zijde der revolutiemannen; voortaan
+zal er maar eene partij meer bestaan, met een doelwit: het leger naar
+Holland terug te drijven.
+
+De vier Septemberdagen hadden aan de Hollanders 150 dooden en 2000
+gekwetsten gekost; de Belgen telden 450 dooden en 1300 gekwetsten; al de
+eer der overwinning werd den Franschman Mellinet toegeschreven.
+
+ * * * * *
+
+Het onverwachte nieuws der bevrijding der hoofdstad verspreidde zich
+bliksemsnel; van den uitslag van den strijd te Brussel hing immers het
+behoud van het Hollandsch bestuur in bijna alle steden en gemeenten af;
+alom namen de inwoners de wapens op, verjoegen de troepen uit Brugge,
+Bergen, Doornik, Namen, Philippeville en Mariembourg, twee dagen later uit
+Meenen en Ieperen, en kwamen de rangen der Brusselsche overwinnaars
+vergrooten. Aldus had de nederlaag van prins Frederik de afvalligheid van
+bijna gansch Belgie tot gevolg; ook ging het Hollandsche leger door de
+desertie der Belgen in weinige dagen tot een staat van geheele ontbinding
+over.
+
+Nauwelijks had de geestelijkheid van het omliggende platteland het oproer
+te Brussel vernomen, of haar strijdlust hernam met dezelfde kracht als ten
+tijde der Brabantsche omwenteling. De opstand tegen "den protestantschen
+dwingeland" werd met gloed gepredikt en de boeren-vrijwilligers, met den
+bekenden naam van "patriotten" bestempeld, werden voor hun vertrek door den
+dorpsherder gezegend. In Vlaanderen hadden de geestelijken afgewacht welken
+keer de zaken te Brussel zouden nemen; en als het bleek dat de Waalsche
+revolutionnairen sterker waren dan de regeering, hebben zij de beweging
+gevolgd. Nu bleek het genoeg door die spoedige wapening hoe de stijve en
+verwaande houding der Hollandsche ambtenaren het lagere volk en de
+buitenlieden afkeerig van het Noorden gemaakt had. Ook stroomden uit Ronse
+en Kortrijk, uit Ninove en Aalst enz. reeds op 26en September groote benden
+opstandelingen naar Brussel toe: meest allen behoorden tot die
+gemeentewachten die de regeering zoo onvoorzichtig had ingericht.
+
+Op Maandag 27en September, was de volksvereerde Louis de Potter
+triomfantelijk te Brussel binnengetreden en door het volk met uitbundig
+gejubel onthaald. Reeds 's anderendaags werd hij in het Voorloopig Bewind
+opgenomen, en vormde met Rogier, Van de Wever en E. de Merode het
+_Hoofdcomiteit_, dat met de uitvoerende macht bekleed was.
+
+Met weergaloozen ijver en wonderbaar vernuft, bemoeide het Comiteit zich
+met het herinrichten van leger en bestuur; zonder geld noch middelen
+regelden zij het nieuwe beheer.
+
+'t Was in 't vuur van den strijd te Brussel, dat de Staten-Generaal in den
+Haag eindelijk het principe van de bestuurlijke scheiding tusschen Noord en
+Zuid aangenomen hadden, in de Tweede Kamer met 55 stemmen tegen 45, in de
+Eerste met 31 tegen 7 (29en September). Twee dagen later benoemde koning
+Willem eene commissie belast met het onderzoek van de maatregelen door deze
+verandering geeischt, de inrichting en de bepaling der betrekkingen
+tusschen de twee groote deelen van het Rijk; maar de Belgen namen aan dit
+werk zelfs geen deel meer.
+
+Alhoewel de Vorst, na ontvangst van een Adres geteekend door vele
+aanzienlijke Belgen, den prins van Oranje den 4en October aan het hoofd der
+Zuidelijke gewesten geplaatst had, en, in afwachting dat de scheiding van
+Noord en Zuid, overeenkomstig de grondwettelijke vormen, bekrachtigd werd,
+hem toeliet te regeeren met een bestuur uitsluitend uit Belgen
+samengesteld; alhoewel de prins dit door zijne proclamatie te Antwerpen 's
+anderendaags kond maakte en daarbij de vrijheid van onderwijs en van taal
+beloofde, voldeed deze bestuurlijke scheiding bijna niemand meer. Het bloed
+der gesneuvelde strijders had den haat tegen den Hollander zoozeer
+opgejaagd, dat het denkbeeld der volstrekte Belgische zelfstandigheid meer
+en meer veld won; wel hadden Gent, Antwerpen, St Nikolaas en Dendermonde
+zelfs tegen de bestuurlijke scheiding verzet aangeteekend; het was te laat:
+noch protesten, noch proclamatien konden meer baten.
+
+Den 4en October, twee dagen na de sluiting der laatste zitting der
+Staten-Generaal, vaardigde het Hoofdcomiteit het volgende decreet uit: I.
+De Belgische provincien, met geweld van Holland losgerukt, zullen eenen
+onafhankelijken Staat vormen. II. Het Hoofdcomiteit zal zich ten spoedigste
+met het ontwerp eener Grondwet bezighouden. III. Een Nationaal Congres,
+waarop al de belangen der provincien zullen vertegenwoordigd zijn, zal
+bijeengeroepen worden, en over de Grondwet beraadslagen.
+
+[Figuur: Voorlopig bewind (Schilderij van PICQUE) Joly Sylvain van de
+Weyer Jos. van der Linden E. V. d'Hoogvorst Al. Gendebien Ch. Rogier L. de
+Potter Baron de Coppin Felix de Merode]
+
+Belgie's zelfstandigheid was onherroepelijk gevestigd.
+
+ * * * * *
+
+De prins van Oranje, alhoewel niet met bepaalde volmacht gewapend, had
+nochtans alle hoop niet opgegeven. Hij had rondom zich te Antwerpen drie
+ministers, La Coste, Van Gobbelschroy en den hertog van Ursel, en tien
+getrouw gebleven Belgische afgevaardigden, onder welke Lehon, De Brouckere,
+De Gerlache en Surlet de Chokier. Hij poogde door allerlei beloften, als
+instelling der ministerieele verantwoordelijkheid en der jury, zijne
+verloren populariteit te herwinnen. Tegelijkertijd knoopte hij
+onderhandelingen met de leden van het Voorloopig Bewind aan. Hierin was
+Lord Ponsonby, de Engelsche gezant te Brussel, hem reeds voorgekomen. Deze
+kende de kuiperijen van Gendebien met de regeering van Louis-Philippe en de
+tusschenkomst van den Franschen gezant Generaal Vallaze gedurende de
+Septemberdagen, en spande al zijn pogingen in om de vereeniging van Belgie
+met Frankrijk te verijdelen. Kon men de scheuring van het rijk der
+Nederlanden niet beletten, zoo bleef dan nog, als dam tegen Frankrijk, een
+onafhankelijk Belgie, onder den Engelschgezinden prins van Oranje, het
+verkieslijkst; de scheiding van Noord en Zuid intusschen was voor Engeland,
+dat onder de mededinging van den Hollandschen zeehandel en van de Belgische
+nijverheid erg leed, van groot oeconomisch belang.
+
+Aan den anderen kant zond de prins van Oranje den Russischen prins
+Kolovsky, die, uit zijn gezantschap te Wurtemberg ontslagen, nu Gent
+bewoonde, bij de generaals D'Hoogvorst en Van Halen, alsook bij De Merode,
+Van de Weyer en L. de Potter; zeer lang bepleitte hij de zaak van den held
+van Quatre-Bras, maar stuitte op de weigering der leden van het Voorloopig
+Bewind. Nochtans verklaarden tien Belgische volksvertegenwoordigers dat ze
+hem als onderkoning van den grondwettelijken Belgischen Staat wilden doen
+uitroepen; de prins bad daarop zijn vader om ondersteuning van Rusland en
+Engeland en bood Louis-Philippe, in ruiling van een openbare afkeuring van
+de kuiperijen der Fransche partij te Brussel, zijne voorspraak bij den
+Frankrijk bedreigenden Czaar, zijnen schoonvader, aan; uit al zijne macht
+wenschte hij het schoonste deel van het koninkrijk voor zich te herwinnen,
+met het inzicht het later met Holland te hereenigen.
+
+De prins wist niet dat zijn vader hem intusschen in alles tegenwerkte.
+Willem had inderdaad, den 2en October, zijn minister Verstolk van Soelen
+gelast een rondschrijven aan Pruisen, Oostenrijk en Rusland te richten om
+hulp te vragen, en zijn gezant Falck te Londen bad om de dadelijke zending
+van Engelsche troepen; alleen Pruisen bracht op onze oostelijke grenzen een
+leger samen, maar moest daarmee ophouden voor de dreigementen van den
+Franschen zaakgelastigde (11en October). In Holland zelf had Willem zijn
+volk te wapen geroepen, denzelfden dag dat Oranje te Antwerpen zijne
+verzoenende proclamatie had uitgeplakt! Verder riep hij Van Maanen opnieuw
+in 't ministerie van justitie en verleende het opperbevel der troepen aan
+prins Frederik, bijgestaan door Chasse, commandant van Antwerpen; alzoo
+vuurde Willem de oude oneenigheid tusschen zijne beide zonen opnieuw en
+geweldig aan. Aan den prins van Oranje liet de Vorst, die tot dan toe de
+omwenteling niet wilde erkennen, maar nu plots een oogenblik akte van
+afstand wilde doen, de toelating geworden om de souvereiniteit van Belgie
+te aanvaarden, maar mits zulke voorwaarden, dat zij van eene verregaande
+verblindheid omtrent den staat van zaken getuigt (13en October). Van wege
+den prins zelf waren het hersenschimmen wanneer hij hoopte zijne
+voorstellen te zien aanvaarden; want noch de geestelijkheid die in hem den
+protestant zag, noch de adel die zich grootendeels door de priesters liet
+leiden, noch de kleine burgerij en de werklieden die zich reeds te ver
+gewaagd hadden en die onrechtstreeksche wederaanhechting bij Holland
+verwierpen, wilden van hem weten; en hoe overtoegevend hij zich in zijne
+besluiten ook toonde, toch waren de verordeningen van het Voorloopig Bewind
+nog veel breeder opgevat, en alzoo werd hem de loef afgestoken.
+
+Want, nadat het Voorloopig Bewind enkele uitstekende mannen, als De
+Gerlache, Van Meenen, Nothomb, Lebeau, Devaux, De Brouckere, belast had
+met het opstellen van een ontwerp van Grondwet en een Kieswet voor de
+benoeming van 200 Congresleden, vaardigde dit krachtdadig en onvermoeibaar
+Comiteit, onder den invloed van den philosoof en republikein L. de Potter,
+zeer vrijzinnige besluiten uit, zooals de vrijheden van vereeniging, van
+godsdienst, van drukpers, de openbaarheid der gerechtsdebatten, zelfs de
+volledige vrijheid voor de schouwburgen, maar ook de vrijheid van
+onderwijs. Alras verwezenlijkte het Bewind het programma der Unie of liever
+overschreed het.
+
+De prins van Oranje, wiens toestand hachelijk werd door het vertrek der
+Belgische afgevaardigden (6en-10en October) en door de opstootjes in
+Antwerpen zelf, werd door burgemeester en raad genoopt om deze door een
+beslissende daad te stillen, en waagde zijne laatste troeven. Den 16en
+October, vaardigde hij eene nieuwe proclamatie, zonder voorkennis van den
+Koning, uit, in deze bewoordingen: "Belgen, ik herken u als eene
+onafhankelijke natie; kiest vrij uwe afgevaardigden voor het Nationaal
+Congres. Ik stel mij in de provincien die ik bestuur, aan het hoofd van een
+beweging welke u leidt naar eenen nieuwen en vasten staat van zaken,
+waarvan de nationaliteit de kracht zal uitmaken"; overigens stelde hij
+Ducpetiaux en Pletinckx in vrijheid en beloofde de schifting van de
+Hollandsche en Belgische soldaten.
+
+Door deze ongelukkige proclamatie verloor de prins ineens zijn spel. Want,
+niet alleen werd hij reeds twee dagen later bepaald over boord geworpen
+door het Voorloopig Bewind, dat hem het recht ontzei te spreken "van
+provincien die _hij_ bestuurde" en van "politieke nationaliteit die _hij_
+zou stichten": niet alleen deed hij het Hollandsche volk in woede
+ontvlammen "omdat hij Holland had verloochend", maar zijn stoute stap werd
+door Koning Willem als hebbende zijn macht te buiten gegaan veroordeeld en
+in volle zitting der nieuw vergaderde Staten-Generaal van het Noorden
+afgekeurd (20en October); na die harde bestraffing van zijn vader trok, vol
+zelfverloochening, de ontmoedigde prins naar Londen, in de hoop aldaar bij
+de conferentie der Mogendheden meer bijval te vinden, doch niet zonder
+vooreerst tot de Belgen zijn wenschen voor hunne welvaart gericht te hebben
+(25en October).
+
+Het is anders ontegensprekelijk dat deze proclamatie den laatsten slag
+toebracht aan de stervende macht zijns vaders; zij verjoeg de
+angstvalligheid van een massa wankelmoedige lieden, die uit schrik of
+berekening nog vreesden met de Nassau's af te breken, en die dit
+voorwendsel aangrijpende, om hun geweten en hunne belangen in veiligheid te
+houden, zich verhaastten te verklaren dat indien zij naar 't Congres of tot
+eene openbare bediening geroepen werden, zij zouden aannemen.
+
+"Wat alle denkbeeld overtreft, zegt De Gerlache, is het getal verzoekers
+belust op een deel van den buit. Iemand die deel uitmaakte van het pas
+gevestigde gezag en die voortijds in de grootste onbekendheid leefde, zag
+zich bestormd door eene menigte versch ontstane vrienden, die er in
+toestemden zich te wagen in de openbare ambten, uit loutere liefde voor het
+vaderland en, zooals zij voorgaven, om er de verraders uit te sluiten, die
+zij officieus kwamen aanklagen."
+
+ * * * * *
+
+Het gansche Vlaamsche land werd nu afvallig, uitgezonderd Antwerpen door
+Chasse bewaard en Maastricht door Dibbits verdedigd. Te Gent had de
+Patriotische Maatschappij de Brabantsche kleuren opgestoken; het Voorloopig
+Bewind, om Brussel tegen die gelukzoekers te bevrijden, had het
+Parijsch-Belgisch legioen, den 7en October onder burggraaf de Pontecoulant
+aldaar aangekomen, naar Gent gestuurd; na eene botsing met de oude
+burgerwacht, die hare ontbinding en hervorming tot gevolg had, begon
+Pontecoulant de beschieting der citadel, waarin de Hollandsche kolonel
+Destombes zich opgesloten had (13en October), doch zich vier dagen later
+moest overgeven; ook te Brugge werd hij eene week later belast een opstand
+te gaan dempen; maar in Zeeuwsch-Vlaanderen werd zijn troep plunderaars
+door de Hollanders deerlijk te Oostburg teruggeslagen (len November).
+
+[Figuur: Campenhout zingt de Brabanconne in het "Cafe Cantoni"
+(Schilderij van VAN HAMMEE)]
+
+Terzelfdertijd rukten met twee duizend man luitenant-kolonel Niellon en de
+kommandant der artillerie Kessels op tegen het leger van prins Frederik en
+Bernard van Saksen-Weimar, een 40,000 man sterk; deze troepen, juist
+ontredderd door de schifting van Hollandsche en Belgische soldaten,
+stonden langs de Rupel en Nete, met den rechtervleugel te Boom, het centrum
+voor de bruggen van Waalhem en Duffel, den linkervleugel boven Lier;
+Niellon verraste Lier zonder slag of stoot, versterkte het, sloeg een
+tegenaanval af en verplichtte het gansche leger zich onder de muren van
+Antwerpen terug te trekken. Bij dit nieuws stelde Chasse de havenstad in
+staat van beleg. 's Anderendaags overrompelt generaal Mellinet, met het
+tweede leger, de brug van Waalhem en sluit zich den 24en op Ouden-God met
+Niellon aan. Reeds den volgenden dag namen zij Borgerhout en Berchem in,
+alwaar graaf Frederik de Merode doodelijk gekwetst werd; enkele dagen
+vroeger was de tooneelspeler Jenneval, de dichter der _Brabanconne_, te
+Lier gesneuveld.
+
+[Figuur: Fac-simile van een handschrift uit de Koninklijke
+Bibliotheek te Brussel]
+
+Op het zicht der vluchtende Hollanders staat het lagere volk te Antwerpen
+op; straatgevechten ontstaan; de strijd wordt vooral rondom de poorten
+geleverd; een gedeelte der Hollandsche troepen begint den aftocht naar
+Breda, terwijl het andere de muiters beschiet.
+
+Den 27en 's morgens trok eene afvaardiging van Antwerpsche notabelen bij
+generaal Chasse om hem te vragen het gevecht te staken; zij overhandigden
+hem tevens eenen brief van den oud-tolbeambte Frans Vanden Herreweghe,
+afgevaardigde van het Voorloopig Bewind, die hem vroeg zijne troepen in de
+citadel en het arsenaal terug te trekken en een wapenstilstand met de
+patriotten te sluiten. De bevelhebber nam het voorstel aan, gaf bevel aan
+zijne manschappen om zich over de wallen naar het kasteel te begeven en
+leverde de sleutels der stadspoorten aan Vanden Herreweghe.
+
+Kessels en Niellon, nauwelijks met de vrijwilligers de stad binnengerukt,
+deden zich door de verdedigers der citadel, onder den schijn dat zij
+vredeonderhandelaars waren, inlaten, en legden de verklaring af, dat de
+gesloten wapenstilstand, als zijnde geteekend door een onbevoegde
+burgerlijke overheid, geene verbindende kracht had voor de Belgische
+troepen. Daar Chasse ze naar den afgevaardigde van 't Bewind verzond,
+durfden zij met dien Vanden Herreweghe en Mellinet rond den middag aan den
+generaal een geschreven voorstel richten, waardoor zij de citadel, het
+arsenaal en de krijgsvloot met al het oorlogsmateriaal opeischten met
+tijdsbepaling van vier uur om te beslissen.
+
+Doch nog voor twee uur hadden reeds de onstuimige patriotten, ondanks den
+wapenstilstand, op de Hollanders van het arsenaal geschoten. Deze waren
+genoodzaakt dit vuur te beantwoorden; de aanvoerder Kessels, die eerst
+getracht had zijne vrijwilligers te doen ophouden, richtte op het einde
+zelf een kanon tegen de hoofdpoort der omheining en deed ze springen. Dan
+gaf de lankmoedige Chasse, op aandringen van Saksen-Weimar, ondanks zijn
+afkeer, maar woedend over die "hatelijke trouweloosheid", het bevel om het
+St Andries-kwartier met houwitserbommen, granaten en kogels te beschieten.
+Ook de vloot beantwoordde den aanval der vrijwilligers met haar grof
+geschut tegen de kaaien te richten: het bombardement van de prachtige
+koophandelsstad eindigde slechts om 7-1/2 uur, na overal vernieling en dood
+gezaaid te hebben. De openbare gebouwen, de private huizen stonden weldra
+in lichterlaai; het arsenaal, waarin zooveel schatten opeengestapeld waren,
+werd ook de prooi der vlammen (27en October).
+
+Alsdan kwam een nieuwe afvaardiging van Antwerpsche ingezetenen, dragers
+van eenen brief van den moedigen en standvastigen Rogier, om Chasse tot een
+nieuwen wapenstilstand over te halen, wat deze toestond. Bernard van
+Saksen-Weimar scheepte daarop een deel der troepen in, en liet aan Chasse
+eene genoegzame bezetting.
+
+Alhoewel de gansche schuld van dit verschrikkelijk bombardement aan de
+verwatenheid der Belgische vrijwilligers lag, werd Chasse's handelwijze
+door de leden van het Voorloopig Bewind en hunne dagbladen, als de uiting
+van een barbaarschen wraaklust en Hollandschen handelsnijd voorgesteld, en
+"steeg er bij dit nieuws een kreet van afgrijzen door gansch Belgie op."
+"De gematigdste burgers, schrijft De Gerlache, riepen uit dat geene
+verzoening met de Hollanders meer mogelijk was, dat een stroom van vuur en
+bloed ons voor altijd van Willem en zijn stamhuis scheidde!" De laatste
+hoop van den prins van Oranje was verzwonden; zijne zaak was reddeloos
+verloren.
+
+In eene maand dus was het Hollandsche leger van den Belgischen bodem
+verjaagd. En nochtans ontbrak het de omwenteling aan hoofdmannen, aan
+voorbereiding, aan richting. De koene handelingen van het onbemiddelde
+Voorloopig Bewind en voornamelijk de werkdadigheid van Rogier kan men
+hierom niet genoeg bewonderen. Trouwens het waren de menschen niet die de
+gebeurtenissen leidden, maar wel de gebeurtenissen die met ongemeene
+snelheid de menschen met zich sleepten.
+
+De weifelingen van den koning, de machteloosheid van den prins van Oranje,
+de ontbinding van het Hollandsche leger, de schuldige lamlendigheid van de
+militaire gouverneurs, alles was de revolutionnaire aanvoerders en de
+Belgische vrijwilligersscharen zoo buitengewoon gunstig geweest, dat die
+spoedige overwinning niemand moet verwonderen.
+
+Chasse's krachtdadig optreden stuitte dien geweldigen aanloop; het was het
+einde der Belgische zegepraal. De Hollandsche legers sloten zich weer
+aaneen, 's Konings oproep tot den strijd werd met geestdrift door zijn
+Hollandsch volk begroet; met algemeenen wedijver kwamen burgers, studenten,
+werklieden de rangen van het leger en van de schutterij aanvullen en
+stortten de groothandelaars en de reeders hunne schatten in de Staatskist.
+Het gansche volk stond, in het Noorden, op tegen de "verraders" van het
+Zuiden; niet dat men Belgie wilde veroveren, want de Tweede Kamer drukte
+"haar verlangen uit, om wettelijk volkomen van eene mislukte verbintenis
+verlost te worden", doch eenvoudig om het bedreigde Nederland te
+verdedigen.
+
+Het woord was echter niet meer aan het gekletter der wapenen, maar aan de
+diplomatie van de groote Mogendheden. Evenals deze de beide landen door
+hunne handteekeningen vereenigd hadden, zouden zij ze door protocollen en
+verdragen van elkander scheiden.
+
+
+
+
+DE
+
+STICHTING VAN HET KONINKRIJK BELGIEe
+
+DOOR
+
+VICTOR FRIS
+
+
+[Figuur: E. L. Baron Surlet de Chokier]
+
+De commissie der Grondwet, den 12en October 1830 voor de eerste maal
+vereenigd, besloot, denzelfden dag reeds, met 8 stemmen tegen 1, dat de
+regeeringsvorm het grondwettelijke koningdom wezen zou; daarna bepaalde zij
+de grondslagen van de Constitutie en, na er lezing van gegeven te hebben
+aan het Voorloopig Bewind, gaf zij het ontwerp den 28en uit. Den 10en
+November kwam het Nationaal Congres, dat de akten van het Voorloopig Bewind
+zou bekrachtigen en de Grondwet bespreken, te Brussel bijeen. Na eene
+openingsrede van L. de Potter, die de tusschenkomst van de Mogendheden
+mocht aankondigen, werd E. Surlet de Chokier tot voorzitter van het Congres
+gekozen. Twee dagen later gaf het _Gouvernement provisoire_, dat tot
+daartoe een willekeurig en eigenmachtig gezag uitgeoefend had, zijne macht
+aan het verraste Congres over. Dit echter nam bij handgeklap, op voorstel
+van De Stassart en door gebrek aan tijd om te beraadslagen, het besluit het
+Voorloopig Bewind te verzoeken het uitvoerend gezag te behouden, zooals de
+leden van dit Bewind het overigens gehoopt hadden.
+
+De twistzieke L. de Potter nam zijn ontslag, daar hij de opperste en
+wettige macht voor het Voorloopig Bewind eischte en dien machtsafstand
+afkeurde (13en November). Den 16en benoemde het Voorloopig Bewind, ten
+einde zijne taak te vergemakkelijken, een diplomatisch Comiteit, dat de rol
+van een ministerie van buitenlandsche zaken zou vervullen, met S. Van de
+Weyer als voorzitter, graven van Aerschot en de Celles als
+ondervoorzitters, Ch. Lehon en Nothomb als leden: die inrichting was
+dringend noodig.
+
+Immers, op 21en October, had Falck te Londen, in naam van koning Willem,
+aan Lord Aberdeen gevraagd, bij de gezanten der Mogendheden te willen
+aandringen op een spoedige bemiddeling en op het verwezenlijken van een
+wapenstilstand tusschen Holland en Belgie, om inmiddels _de herstelling van
+de goede betrekkingen_ tusschen beide landen te bewerken. Daarin stemden,
+na lang dralen hunner regeeringen, de gevolmachtigden der vorstelijke hoven
+toe, en door een protocol van 4en November stelde de Conferentie te Londen
+vereenigd een wapenstilstand aan Holland en aan Belgie voor. Het Voorloopig
+Bewind, verheugd over de tusschenkomst der Mogendheden en over de
+vaststelling van de bestandsbepalingen, nam den 10en, dag van de opening
+van het Congres, dit voorstel aan, dat beslist den 21en goedgekeurd werd.
+Door de toezegging van dien wapenstilstand tusschen Noord en Zuid, erkende
+dus van 't begin af de Conferentie het volbrachte feit en verleende aan de
+Belgische opstandelingen eigenlijk den titel van oorlogvoerenden.
+
+Den 18en November bekrachtigde het Congres bij eenparigheid, zonder
+nochtans eenige beslissing van de _Conferentie van Londen_ af te wachten,
+het besluit van het Voorloopig Bewind aangaande de onafhankelijkheid van
+Belgie, "behoudens de betrekkingen van Luksemburg met den Duitschen Bond."
+Den 22en besloot het, met 174 stemmen tegen 13, dat de regeeringsvorm "de
+erfelijke monarchie, beperkt door eene volksvertegenwoordiging" zou zijn;
+dit deed de Belgen de sympathie der Mogendheden inwinnen, die nooit een
+Republiek zouden geduld hebben. Den 23en stelde Constant Rodenbach de
+verdrijving van het huis van Oranje voor. Wellicht ware dit overijlde
+besluit nooit genomen geweest, zonder de onbehendige drukking van de
+gevolmachtigden van de Conferentie, die verklaarden dat die stemming Belgie
+met de Mogendheden in de war zou brengen; talrijke leden veranderden, uit
+protest, hunne zienswijze, zoodat, met 101 stemmen tegen 28, verklaard
+werd, dat de leden van het huis van Nassau voor eeuwig buiten alle
+heerschappij in Belgie zouden gesloten zijn.
+
+Die voor Oranje zoo harde slag hinderde tevens deerlijk de plannen van de
+"Conferentie van Londen".
+
+De verkiezing van Willem's zoon had sedert het begin van October, aan
+Louis-Philippe de gelukkigste oplossing geschenen; en zijne ministers
+Maison eerst en later Sebastiani deden den gezant Bresson in dien zin te
+Brussel werken. Het Engelsche ministerie Wellington-Aberdeen was den prins
+zeer genegen; wat de Oostelijke machten betreft, Pruisen, waar zijne zuster
+een kroonprins onlangs gehuwd had, en Rusland, waar hij met de zuster van
+den Czaar in den echt was getreden, zouden hem hunnen steun verleenen. Maar
+de kuiperijen van Bresson stuitten op de hardnekkige weigering van de
+Belgische clericalen. De beschieting van Antwerpen, alhoewel Oranje daar
+niet de minste schuld aan had, had zijnen naam bij het volk hatelijk
+gemaakt. Alzoo viel het eerste ontwerp van de Mogendheden.
+
+Koning Willem, in zijne hoop op de gewapende tusschenkomst der Mogendheden
+verblind, was in zijne verwachtingen nog gesterkt door de behoudsgezinde
+troonrede van Willem IV van Engeland, doch moest op het einde fel klagen
+dat zijne verbondenen hem in den steek lieten. De algemeene wensch van de
+Europeesche regeeringen bleek integendeel voor eene vreedzame oplossing te
+zijn.
+
+[Figuur: Zitting van het Nationaal Congres (24 November 1830)]
+
+Wel bestond er in Frankrijk een _parti de la revanche_, die sedert de
+Septemberdagen de aanhechting van Belgie bij Frankrijk, en de bescherming
+van de "oudste dochter der groote Juli-week" eischte. Had Louis-Philippe
+aan dien onstuimigen drang toegegeven, en hadden van hunnen kant de
+onderteekenaren van de Sainte Alliance het werk van het Weener Congres
+willen in stand houden, weer zou ons land het slagveld van Europa geworden
+zijn. Louis-Philippe, de voorzichtige Vorst, wilde echter, kost wat kost,
+eene verwikkeling met het buitenland vermijden, uit vrees voor zijn eigen
+troon. Met Engeland, dat het eerst de Juli-monarchie erkend had, wenschte
+hij innig het Hollandsch-Belgisch vraagstuk op diplomatische wijze te
+beslechten. Naar Londen had hij dus gezonden den sluwen Talleyrand, wel
+bekend om zijne voorliefde voor een Fransch-Engelsch verbond, en deze wist,
+in enkele dagen, de Engelsche regeering tot dezelfde opvatting over te
+halen: alzoo mislukten te Parijs de onvermoeibare pogingen van Gendebien en
+van de Fransche partij omtrent de rechtstreeksche of onrechtstreeksche
+inlijving van Belgie bij Frankrijk. Talleyrand had dus het grondbeginsel
+van het _Niet-Tusschenkomen_ doen zegevieren, nog voor de Conferentie.
+
+Pruisen, op het zicht van den steeds toenemenden gelukkigen uitslag van de
+Omwenteling te Brussel, was weldra van meening veranderd, en verkoos het
+behoud van den Europeeschen vrede, boven het verleenen van gewapende hulp
+aan den altijd om steun smeekenden Willem.
+
+Metternich in Oostenrijk, overtuigd dat de Hollandsche zaak verloren was,
+en ten zeerste misnoegd over het zegevieren van het grondbeginsel van het
+_Niet-Tusschenkomen_, gaf aan Esterhazy last, in overeenkomst met de
+Fransche, Engelsche en Pruisische gezanten, het best mogelijk te handelen
+in het belang van het Europeesch evenwicht.
+
+Czaar Nikolaas, over dien nieuwen volksopstand in Europa woedend geworden,
+had bedreigingen laten hooren, sprak van een sterk leger naar Belgie en
+Frankrijk te zenden, om er den ouden staat van zaken te herstellen, en, als
+voorwacht, het Poolsche leger, onder het bevel van zijn broeder
+Constantijn, voorop te sturen. Maar, als Pruisen zijn toetreding ontzegd
+had, viel alras zijne krijgszuchtige stemming, en verklaarde hij niet
+alleen te willen optreden. Overigens, de opstand der Polen, te Warschau,
+bij het nieuws van hunne aanstaande mobiliseering, belette hem zijne
+voornemens uit te voeren.
+
+Niet op het slagveld, maar aan de groene tafel der diplomaten, zou over het
+lot van het Rijk der Nederlanden beslist worden.
+
+ * * * * *
+
+Koning Willem had slechts de _bemiddeling_ van de Conferentie ingeroepen;
+zij trad weldra als _scheidsrechter_ op. De stoutmoedige uitroeping van de
+Belgische Onafhankelijkheid en van de uitsluiting der Nassaus had haar
+verrast. De krachtdadige houding van het Congres heeft ontegensprekelijk de
+werking der gezanten beinvloed, en niet minder de besprekingen van den
+afgevaardigde van het Voorloopig Bewind, Sylvain Van de Weyer, met de
+politieke leiders te Londen; overigens, de val van het behoudsgezinde
+Wellington-ministerie en het optreden van de liberalen, met Grey aan het
+roer en Palmerston aan de buitenlandsche zaken, was voor de zaak van de
+Belgische Omwenteling een hooge troef (17en November); nog nauwer sloot
+Engeland zijn verbond met Frankrijk, en nam het grondbeginsel van het
+_Niet-Tusschenkomen_ als het hoofdartikel van zijne uitheemsche politiek
+aan. Intusschen zag Palmerston klaar in, welk een groot oeconomisch voordeel
+er in de scheiding van Noord- en Zuid-Nederland, voor Engeland lag. Overal
+hadden de Nederlanden, die dezelfde handels- en nijverheidselementen als
+Groot-Britannie bezaten, dit land op al de wereldmarkten eene heftige
+mededinging aangedaan, dank zij vooral de ontzaglijke ontwikkeling der
+Nederlandsche vloot. Als eilandsmogendheid vreesde Engeland die mededinging
+des te meer, daar ze kwam van eenen continentalen Staat en samenviel met
+den aanleg van de eerste spoorwegen in Engeland.
+
+Op meesterlijke wijze bemachtigde dan ook de Engelsche diplomatie de
+leiding der onderhandelingen met het dubbele doel: Frankrijk te beletten,
+'t zij geheel, 't zij gedeeltelijk, Belgie in te lijven; en de Belgische
+provincien, onder eenen Engelschgezinden Vorst, volkomen van Holland af te
+scheiden en tot een onafhankelijken Staat te maken.
+
+Ook Talleyrand wees, naar hij beweert, een hersenschimmig voorstel van
+verdeeling van Belgie tusschen Nederland, Frankrijk en Pruisen, mits
+afstand van Antwerpen aan Engeland, met minachting van de hand; hij had
+overigens van zijne regeering last gekregen de Nederlanden in twee te
+splitsen en van Belgie een onafhankelijken Staat met een vorst te maken.
+
+Louis-Philippe, in antwoord op de aanzoekingen van Gendebien, weigerde
+Belgie, tegen welken prijs ook, aan te nemen; hij weigerde zelfs zijn zoon
+den Belgen tot Vorst te geven en verklaarde, uit loutere vrees voor zijnen
+troon, niets dan den vrede alleen te willen. De aanstelling van een
+Duitschen prins, die een zijner dochters zou huwen, scheen hem toe te
+lachen; men sprak van den prins Leopold van Saksen-Coburg, die pas voor de
+Grieksche koningskroon bedankt en over wien Van de Weyer reeds aan Aberdeen
+gesproken had. Dit laatste denkbeeld werd door Talleyrand bijgetreden; en
+op 14en December kwam hij met Palmerston overeen, dat de verkiezing van
+Leopold en zijn huwelijk met Louis-Philippe's dochter, het eenige middel
+was om iedereen te bevredigen. Van den prins van Leuchtenberg, zoon van
+Eugene de Beauharnais, wiens kandidatuur sedert half November in Belgie
+voorgesteld was, wilden de Mogendheden niet weten.
+
+Alzoo hadden Engeland en Frankrijk, tegen den wil der Oostelijke machten,
+de Conferentie van richting doen veranderen; van _bemiddelend_, was zij
+_beslissend_ geworden; de vreemde kabinetten wisten wel dat zij geen recht
+hadden om tusschen te komen, en toch kwamen zij tusschen, terwijl zij zich
+tevens verschuilden achter het principe van het _Niet-Tusschenkomen_! De
+uitslag liet zich niet lang wachten. Den 20en December werd, onder aandrang
+van Palmerston en Talleyrand, het protocol onderteekend dat, tot groote
+verwondering van beide partijen, de ontbinding van het Rijk der Nederlanden
+uitsprak, en het Voorloopig Bewind uitnoodigde, ten spoedigste
+gevolmachtigden naar Londen te zenden, om de vraagstukken, door die
+scheiding opgeworpen, op te lossen. Falck en Koning Willem teekenden
+onmiddellijk protest aan, tegen die ongehoorde aanmatiging van
+bevoegdheid; zij betwistten aan de Conferentie het recht zoo een beslissing
+te nemen en riepen de onderhandelaars binnen de grenzen van hunne opdracht
+terug. Niets baatte. De afgezanten te Londen wisten wel dat niemand in
+Holland de hereeniging met het Zuiden wenschte, zelfs Falck niet. Den 3en
+Januari 1831 nam vol vreugde het Diplomatisch Comiteit van Brussel, maar
+onder voorbehoud, het Protocol aan, en zond Van de Wever en Vilain XIIII
+als commissarissen bij de Conferentie naar Londen.
+
+De erkenning van de onafhankelijkheid van Belgie dagteekent van dit
+oogenblik. Zij was een triomf voor de Engelsche diplomatie; ook
+Louis-Philippe jubelde over de vernietiging der barriere in 1814 tegen
+Frankrijk opgericht. Hierom hadden de Franschgezinde groep te Brussel, met
+Stassart en Gendebien, en de Annexionistenpartij te Parijs, met generaal
+Lamarque en Mauguin, hunne pogingen geenszins gestaakt. Gendebien, door de
+Fransche regeering bij zijn herhaald aandringen afgescheept, schreef aan
+zijne ambtgenooten van het Voorloopig Bewind "dat het beter was de
+vereeniging met Frankrijk af te kondigen, ten einde Louis-Philippe bij de
+Mogendheden verdacht te maken, en hem te dwingen partij te kiezen voor de
+Belgen en desnoods met de Belgen." Van de Wever, in samenvoeling met graaf
+de Celles en met toestemming van minister Sebastiani, drong nogmaals bij
+den Franschen Vorst aan, opdat hij zijn zoon, den hertog van Nemours, tot
+Koning aan de Belgen zou geven, wat eene vermomde inlijving bij Frankrijk
+zou geweest zijn. Firmin Rogier werd belast met aan de Fransche regeering
+te vragen of, in geval de Belgische gewesten de Fransche vlag opstaken en
+de onmiddellijke vereeniging met Frankrijk eischten, Frankrijk de
+opstandelingen zou ondersteunen. Op Gendebien's raad, dreigde dan ook het
+Voorloopig Bewind, den 31en December, de Conferentie van Londen met de
+afkondiging van de vereeniging van Belgie met Frankrijk: Palmerston en
+Talleyrand wisten wel anders!
+
+Intusschen stond de Conferentie voor het zoo moeielijke vraagstuk van de
+vaststelling van de grenzen van Holland en Belgie. In de verwaandheid van
+hun onverhoopt geluk, hadden de leden van het Voorloopig Bewind
+Zeeuwsch-Vlaanderen, de gansche provincie Limburg en het Groothertogdom
+Luksemburg geeischt. Zekere groep, die voortdurend met de militaire
+ondersteuning van Frankrijk schermde, hitste de gemoederen tot de herneming
+van den strijd op, zoodat de afgevaardigden der Conferentie, Bresson en
+Ponsonby, te Brussel, vele pogingen moesten doen om die heethoofden te
+stillen.
+
+De sluwe Talleyrand, die bij 't verzaken der volledige aanhechting van
+Belgie dan toch met het gansche Fransche volk eene vermeerdering van
+grondgebied verhoopte, poogde intusschen, te Londen, van den tragen gang
+van de Conferentie gebruik te maken, om allerlei slinksche voorstellen te
+doen; nu eens stelde hij den afstand van Saksen aan Pruisen voor, terwijl
+de Koning van Saksen Belgie in ruiling zou bekomen en men het Rijnland aan
+Frankrijk zou afstaan; dan weer den afstand van Luksemburg of van
+Philippeville met Mariembourg aan Louis-Philippe. Doch Palmerston weigerde
+een duim gronds weg te geven van hetgeen aan de Conferentie niet
+toebehoorde (5en-9en Januari 1831).
+
+Middelerwijl zette de Conferentie haar werk voort, en bepaalde
+eigenmachtig, _als scheidsgerecht_, de grondslagen van de scheiding van
+Belgie en Holland. De koppigheid van Koning Willem die eerst de Schelde
+geopend en ze, ondanks de bedreigingen der Mogendheden, weder gesloten had,
+alsook de weerwraak der Belgen die het belegerde Maastricht weigerden te
+ontzetten, hadden de afgezanten zeer misnoegd. Den 20en Januari beslisten
+de gevolmachtigden dat Holland tot de grenzen der Republiek der
+Vereenigde-Provincien, in 1790, terugkeeren, en daarbij het Groothertogdom
+Luksemburg verkrijgen zou. De vrije scheepvaart moest op stroomen en
+rivieren in toepassing zijn, volgens de bepalingen van het Congres van
+Weenen. Den 27en volledigden zij hunne besluiten met de Staatsschuld
+tusschen beide landen ongeveer gelijk te verdeelen, voorstellende aan
+Belgie de betaling der 16/31 te laten, alsook de verdere deelneming aan
+den kolonialen handel. Het belangrijkste artikel van de 20 was hetgeen,
+waardoor de vijf Mogendheden de _eeuwige onzijdigheid_ van Belgie
+uitriepen, en ook de geheelheid en de onschendbaarheid van zijn
+grondgebied. Talleyrand, die wel begreep dat de Belgische neutraliteit een
+tegen Frankrijk gerichte waarborg was, had als een leeuw gekampt, om die
+onzijdigheid ook tot het Groothertogdom te doen uitbreiden, of, zooniet,
+Philippeville en Mariembourg voor Frankrijk te verkrijgen: hij stuitte op
+onoverwinbaren tegenstand, vooral van Palmerston.
+
+Het protocol van 20en Januari werd den 29en aan het Nationaal Congres, dat
+reeds aan de stemming voor de koningskeuze was, voorgelegd: de vergadering
+stelde een protest op tegen alle beperking van het grondgebied en tegen
+alle verplichting die men Belgie zou willen opdringen, zonder toestemming
+van de Nationale vertegenwoordiging.
+
+Daarentegen en tot eenieders verbazing deelde Falck aan de Conferentie de
+verklaring mede (18en Februari), dat zijn meester de grondslagen van de
+scheiding ten volle bijtrad, volgens de protocollen van 20en en 27en
+Januari. 's Anderendaags reeds antwoordden de afgezanten op het Belgisch
+protest door eene nieuwe akte. Daarin beriepen zij zich op de
+rechtvaardigheid van de grensverdeeling, alsook op de noodwendigheden van
+hunne eigene overeenkomsten en belangen, en bevestigden uitdrukkelijk dat
+_de door hen vastgestelde schikkingen fondamenteele en onherroepelijke
+schikkingen waren_.
+
+Door zijne bijtreding tot de protocollen van Januari, had Willem feitelijk
+afstand gedaan van zijne rechten op de Zuidelijke Nederlanden; hij heeft
+later, doch te vergeefs, deze daad over het hoofd willen zien; de fout was
+begaan, maar zij liet hem toe, als de Belgen weigerden zich naar de
+protocollen te schikken, gewapenderhand op te treden.
+
+ * * * * *
+
+Intusschen had het Congres de bespreking van de verschillende artikelen der
+Grondwet voortgezet. Een kijkje op zijne samenstelling zal beter zijne
+werking verklaren. De cijns- en bekwaamheidskiezers hadden bijna evenveel
+liberalen als katholieken naar Brussel gestuurd, en alzoo werd de gematigde
+liberaal Surlet de Chokier van Luik, bij De Gerlache's afstand, tot
+voorzitter gekozen. De geest der clericale afgevaardigden en zelfs der
+priesters onder hen was intusschen merkelijk gewijzigd: de katholieke De
+Gerlache, voorzitter der voorbereidende Grondwetscommissie, getuigt
+uitdrukkelijk dat de liberale denkbeelden van den priester Lamennais het
+opstellen van het ontwerp beheerschten. De liberalen deden de vrijzinnige
+denkbeelden, die de Juli-omwenteling pas bevestigd had, in menig debat
+zegepralen; maar het grondbeginsel van de overmacht van den Staat op de
+Kerk werd verworpen (23en December) en dank zij den doctrinair Defacqz werd
+de rechtstreeksche verkiezing der Parlementsleden vervangen door een
+cijnsstelsel waarbij 't getal kiezers voor gansch Belgie op vier en veertig
+duizend gebracht werd.
+
+Titel I van de Grondwet werd aangenomen in een redactie van den volgenden
+inhoud: De uitvoerende macht behoort aan eenen erfelijken en onschendbaren
+Koning, en aan zijne verantwoordelijke, door hem benoemde en afzetbare
+ministers; die Koning mag de Kamers ontbinden, op voorwaarde, in de veertig
+dagen nieuwe verkiezingen te bevelen. De wetgevende macht werd aan den
+Koning en aan _twee_ eigenmachtige vergaderingen gezamenlijk toegekend
+(12en December), een Kamer van volksvertegenwoordigers, rechtstreeks voor
+vier jaren gekozen door de burgers die een minimum-belasting van 20 gulden
+betaalden, en een Senaat, die slechts half zooveel leden als de Kamer zou
+tellen, door dezelfde kiezers voor den tijd van acht jaar gekozen onder de
+burgers van ten minste veertig jaar oud en twee duizend gulden
+rechtstreeksche belastingen betalende (17en December). De rechterlijke
+macht werd toevertrouwd aan onafzetbare voor het leven benoemde rechters,
+en voor lijfstraffelijke en politieke zaken aan de jury.
+
+Titel II, handelende over de "Belgen en hunne rechten", bevatte talrijke
+zeer vrijzinnige bepalingen, zooals de vrijheid van de eerediensten, de
+vrijheid van vereeniging en petitionnement, de vrijheid van de drukpers;
+art. 17 verleende de door de katholieken geeischte vrijheid van onderwijs;
+door art. 117 werd de scheiding van Staat en Kerk op eigenaardige wijze
+bepaald, in dezer voege dat de bezoldiging van de geestelijken aan den
+Staat opgelegd werd, alhoewel aan dezen, door art. 16, alle inmenging in
+benoeming en aanstelling der geestelijken en in hunne onderlinge
+betrekkingen ontzegd was; de scheiding der beide machten bevrijdde dus de
+Kerk van hare lasten en liet haar hare voorrechten. De vrijheid der
+eerediensten hadden de clericalen, ondanks de pauselijke voorschriften,
+toch in de Grondwet nedergeschreven, omdat Belgie bijna uitsluitend
+roomsch-katholiek was en het petitionnement bewezen had dat de priesters
+volkomen over de bevolking beschikten. Uit vrees voor dwingelandij, uit
+achterdocht voor verdrukking, werd de meest uitgebreide decentralisatie
+ingevoerd, krachtens het heerlijk beginsel dat alle macht uit het volk
+komt.
+
+Niettegenstaande zekere gebreken is de Belgische Grondwet, door het Congres
+langzaam voorbereid, een monument van wijsheid, dat aan talrijke andere
+grondwetten tot voorbeeld gediend heeft, en waaraan de Hollandsche
+wetgevers, bij de herziening van hunne Grondwet in 1848, zich
+klaarblijkelijk gespiegeld hebben.
+
+Ook werd het charter onzer vrijheden den 7en Februari 1831 met eenparige
+stemmen aangenomen, te midden van de moeielijkheden over de koningskeus,
+die wij in enkele trekken willen schetsen.
+
+Sedert den 2en Januari had Gendebien opnieuw bij Louis-Philippe en bij zijn
+minister Sebastiani vruchteloos aangedrongen, opdat de Koning zijn zoon
+Louis de Nemours aan de Belgen tot Vorst zou schenken. Firmin Rogier liep
+dezelfde blauwe scheen, drie dagen nadien, alhoewel hij bevestigde dat, in
+den schoot van het Congres, eene sterke partij zich voor de vereeniging met
+Frankrijk verklaarde; Sebastiani had bovendien de verheffing van een
+Belgischen burger tot Koning afgeraden, en wilde nu ook van den in Belgie
+impopulairen Leopold van Saksen-Coburg niet meer weten. Enkele dagen
+later, bij de vraag of de keus van den zeer begaafden zoon van Eugene de
+Beauharnais, den hertog August van Leuchtenberg, Frankrijk zou behagen,
+antwoordde de minister aan Firmin Rogier dat "van al de schikkingen, degene
+aangaande den hertog van Leuchtenberg wellicht de onaangenaamste en de
+noodlottigste was; dat het gouvernement nooit zijne toestemming zou geven
+in de verkiezing van den hertog tot vorst der Belgen, omdat het door een
+Leuchtenberg bestuurde Belgie het middelpunt zou worden, waar al de
+hartstochten der Bonapartisten aan het gisten zouden geraken." En hij deed
+in dien zin door zijn gezant Bresson de schandelijkste drukking op het
+Congres uitoefenen (11en-21en Januari).
+
+Met fierheid besloot daarop het Congres de voogdij van Europa af te
+schudden: na een lang debat nopens het punt, of men het oordeel der
+Conferentie van Londen -- zoo was men reeds in hare inmenging in 's lands
+zaken gewoon; -- zou inroepen, werd deze vernederende consultatie met 89
+stemmen tegen 62 verworpen; men verwierp zelfs de raadgevingen van het
+Engelsch kabinet, dat men wist meer en meer tot de kandidatuur van Oranje
+over te hellen; doch door eene wonderlijke tegenspraak, die den
+geestestoestand van het Congres kenmerkt, besliste de vergadering, met 80
+stemmen tegen 75, dat men Louis-Philippe nopens den kandidaat tot het
+koningschap zou raadplegen (19en Januari). Niettegenstaande de aanvallen
+van de annexatiepartij in de Fransche Kamer, luidde twee dagen later het
+antwoord der Fransche regeering onveranderlijk "dat ze niet zou toestemmen
+in Belgie's annexatie; dat ze de kroon niet zou aanvaarden voor den hertog
+van Nemours; dat ze, _zonder voornemens te zijn inbreuk te maken op de
+vrijheid der Belgen in de keus van hun souverein (!)_, nochtans de keus van
+den hertog van Leuchtenberg niet zou erkennen."
+
+Dit voortdurend aanbod door de Franschgezinden van het Diplomatisch
+Comiteit, -- de Rogiers, Gendebien, Van de Wever, de graven d'Aerschot en
+de Celles, -- van Belgie aan Frankrijk, weerkaatste geenszins de meening
+van de groote meerderheid van de bevolking. Geheel Vlaamsch-Belgie en
+inzonderheid de almachtige geestelijkheid, de talrijke partij der
+Onafhankelijkheid, teekenden tegen deze weinig eerlijke handelingen der
+Fransche groep protest aan, en Jottrand stelde de mannen van het Voorloopig
+Bewind, die eigenmachtig deze aanbiedingen gedaan hadden, in volle Congres
+aan de kaak.
+
+Daar de inlijving bij Frankrijk dus eene feitelijke onmogelijkheid bleek,
+besloten de leden van het Voorloopig Bewind, alsook die van het
+Diplomatisch Comiteit, op het einde van Januari, alles in het werk te
+stellen om de keus van Nemours te doen gelukken, "wat op hetzelfde neerkwam
+als de vereeniging met Frankrijk." Om Louis-Philippe's besluiteloosheid uit
+den weg te ruimen verzonnen De Stassart en de Franschgezinden de volgende
+list: de candidatuur van den hertog van Leuchtenberg, die Frankrijk niet
+kon aannemen, doordrijven, om deszelfs toestemming in de verkiezing van den
+hertog van Nemours af te dwingen.
+
+'t Was dus tusschen Nemours en Leuchtenberg dat de strijd in 't Congres zou
+geleverd worden; men wist dat aartshertog Karel van Oostenrijk, door enkele
+Vlamingen voorgesteld, geen kans van slagen had, en van den minderjarigen
+Otto van Beieren of prins Karel van Napels, van wie men vroeger wel eens
+gewaagde, was er geene spraak meer.
+
+De keus van Leuchtenberg, dank zij De Stassart's kuiperijen, dank zij de
+woede die Sebastiani's drukking in het Congres verwekt had, scheen
+omstreeks 20en Januari verzekerd; zijn portret werd in de straten
+uitgedeeld; meer dan drieduizend handteekeningen bevalen zijne candidatuur
+aan het Congres aan. Den 28en begonnen de debatten over de koningskeus.
+
+Om Leuchtenberg's verkiezing te verhinderen maakten Louis-Philippe en
+Sebastiani rechtsomkeert; alles was nog niet verloren voor de Fransche
+regeering, want op 25en Januari hadden 52 afgevaardigden, onder welke de
+voorzitter Surlet, de onder-voorzitter De Gerlache, F. de Merode, de twee
+Gendebien's, eene petitie voor Nemours onderteekend; maar er moest dadelijk
+gehandeld worden.
+
+Markies de la Woestine werd naar Brussel, waar hij veel vrienden telde,
+gezonden om de inzichten der Congresleden te polsen. Hij liet weldra in het
+Palais-Royal weten dat de verkiezing van prins August verzekerd was, indien
+men hem niet uitdrukkelijk den hertog van Nemours tegenstelde. De
+gelastigde Bresson kwam dus den 28en uit Parijs terug "met de bepaalde
+machtiging om te beloven dat indien de kroon den hertog van Nemours
+aangeboden werd, zij door Louis-Philippe voor hem zou aangenomen worden."
+Markies de la Woestine gaf daarvan officieuse bevestiging. Deze
+guitenstreek liet aan de Fransche uitgezondenen vrij spel, lokte de
+heerschzuchtigen aan door het aas van een gemakkelijken bijval, en deed den
+moed der Fransche partij herleven. De Stassart deelde aan zekere
+Congressisten een brief mede, die eene weigering van den hertog van
+Leuchtenberg liet voorzien; daarenboven werd een weinig voor de stemming
+het valsche gerucht verspreid, dat vertrouwelijke brieven van Firmin Rogier
+de aanvaarding van Louis-Philippe verzekerden; dit besliste over de keus:
+den 3en Februari 1831, na een zesdaagsch debat en na eene tweede
+stemopneming, werd de hertog van Nemours tot Koning der Belgen uitgeroepen
+met 97 stemmen, tegen 74 aan Leuchtenberg en 21 aan Karel van Oostenrijk;
+de Vlaamsche provincien hadden meerendeels voor Beauharnais' zoon, de
+Waalsche meestal voor den Franschen prins gestemd.
+
+ * * * * *
+
+Men dacht dat de regeeringloosheid nu een einde genomen Had, en het nieuws
+der verkiezing werd overal met gejubel onthaald. De gouverneurs deelden aan
+burgemeesters en gemeenten het heuglijk bericht van de benoeming van het
+hoofd van den Staat mede, en denzelfden dag nog kondigde burgemeester
+Rouppe te Brussel aan de ingezetenen de benoeming van Louis I tot Koning
+der Belgen aan!
+
+Bij het verlaten van het Congres vernamen de leden de aanhouding te Gent
+van kolonel Ernest Gregoire die, op het laatste oogenblik, een opstand ten
+gunste van den prins van Oranje had willen teweegbrengen.
+
+Niemand besefte op dit oogenblik de ellendige fopperij, waarvan Congres en
+Voorloopig Bewind de slachtoffers geweest waren, noch de verfoeilijke
+dubbelzinnigheid waarmede het Fransch gouvernement de vertegenwoordigers
+van de Belgische natie om den tuin geleid had.
+
+Nu, sedert den 1en Februari, had de Londensche Conferentie, door een geheim
+protocol, de hertogen van Nemours en Leuchtenberg uitgesloten; en
+Frankrijks gezant, die eerst Palmerston omtrent Nemours' verkiezing had
+gepolst en met bedreigingen was afgewezen, had dit besluit moeten
+onderteekenen. Meer nog, wanneer men te Londen de overigens verwachte, maar
+toch indrukmakende verkiezing van Nemours vernam, werden Sebastiani en
+Talleyrand verplicht de Conferentie gerust te stellen, door de plechtige
+verzekering dat Frankrijk zich bij die uitsluiting hield (5en-7en
+Februari).
+
+Het was 's anderendaags dat de Belgische afvaardiging, -- Surlet de
+Chokier, Lehon, de Brouckere, F. de Merode -- die in hare naiveteit het
+besluit van het Congres aan Louis-Philippe moest overbrengen, te Parijs
+aankwam. Met de grootste hoffelijkheid ontvangen, zag de deputatie het
+koninklijk gehoor van dag tot dag verschuiven, en eindelijk op den 17en
+vaststellen; want de regeering, genepen tusschen de oproerige eischen van
+de annexatiepartij en hare verbintenissen tegenover Europa, zat in erge
+verlegenheid.
+
+Intusschen ontving het Voorloopig Bewind van Lord Ponsonby mededeeling van
+het nieuwe Protocol van Londen, met Talleyrand's handteekening bekleed (9en
+Februari). In zijne verwaande verblindheid zond het de boodschap terug;
+alleen Lebeau, de beroemde liberale redenaar, zag klaar in de diplomatische
+sluwheid van Frankrijk, en maakte er 't Diplomatisch Comiteit een verwijt
+van, zich te hebben laten bedotten.
+
+Onder de Parijsche ministers waren er verschillende nochtans, die tot de
+aanvaarding overhelden, en Louis-Philippe's oudste zoon ondersteunde
+krachtdadig hunne meening; maar Frankrijk lag gekluisterd door de
+noodwendigheid van den vrede en door de besluiten van de Conferentie. Reeds
+den 14en wist men te Brussel dat Louis-Philippe weigeren moest, en voor de
+leden van de deputatie was het antwoord niet twijfelachtig meer. Wanneer
+den 17en Surlet de Chokier en zijne gezellen voor den koning gebracht
+werden en het besluit van het Congres voorlazen, verklaarde Louis-Philippe
+met geveinsde ontroering dat het hem smartte zijne vaderlijke wenschen te
+moeten offeren aan Frankrijks belangen, die hem dwongen te weigeren; maar
+hij verzekerde den nieuwen Staat zijne bescherming: de toer was gespeeld,
+Leuchtenberg's candidatuur was gevallen!
+
+"Welk vertrouwen, schreef Palmerston dienaangaande, kan men in eene
+regeering stellen, die met slinksche streken omgaat, zooals de raadgevers
+van Louis-Philippe tegenover Belgie, welke hier eene zaak bevestigen en ze
+elders loochenen; de goedkeuring van de verkiezing van Nemours door Bresson
+beloven en dezelve door Talleyrand weigeren; hunne verklaringen en
+beginselen veranderen, zoo dikwijls zij een tijdelijk voordeel ontwaren."
+
+Met woede en teleurstelling vernam gansch Belgie de schandelijke politiek
+van Frankrijk. Vele afgevaardigden stelden dan de keus van een inlandschen
+Vorst voor, Felix de Merode of de prins de Ligne; doch de eerste wees het
+voorstel met kracht van de hand, de tweede moest, door toedoen zijner
+vrouw, weigeren. Anderen dachten nu weder aan Leopold van Saksen-Coburg,
+doch Sebastiani had bluffend verklaard, dat Frankrijk dien Engelschgezinden
+prins, in geval van benoeming, met het kanon zou wegjagen.
+
+De Fransche partij wilde terstond de volkomen en onvoorwaardelijke
+inlijving bij Frankrijk stemmen, en op deze wijze aldaar een uitbarsting
+van het nationaal gevoel verwekken. De Orangisten, te Luik zelfs, eischten
+den terugkeer van Koning Willem. De aanzienlijkste Congresleden, en
+inzonderheid het Voorloopig Bewind, raadden alsdan het aanstellen van een
+Regent aan, altijd in de hoop dat de Fransche politiek stoutmoediger zou
+worden en Nemours, na zijne meerderjarigheid, krachtdadig en zelfstandig
+zou optreden.
+
+De voorzitter van het Congres, Surlet de Chokier, werd den 24en Februari
+tot Regent benoemd; De Gerlache verving hem op den voorzitterstoel; 's
+anderendaags verleende het Congres eene som van 150,000 gulden aan de
+oud-leden van het Voorloopig Bewind.
+
+Als een echt proconsul van Frankrijk, werkte de zwakke Surlet uitsluitend
+om een zuivere Fransche strekking aan de handelingen van zijne regeering te
+geven, en daarin werd hij door zijn eerste ministerie -- Goblet, Van de
+Wever, Gendebien en Tielemans -- bijgestaan. Hij was overtuigd dat hij
+eerstdaags zijne plaats aan den hertog van Nemours zou kunnen afstaan, en
+sedert Lehon door Louis-Philippe als gezant van Belgie ontvangen, en
+generaal Belliard als Fransch gevolmachtigde te Brussel gezonden was(4en
+Maart), won die overtuiging meer en meer veld. Maar de val van het
+ministerie van den onbekwamen en weifelenden Lafitte en het optreden van
+den krachtdadigen en vredelievenden Casimir Perier in Frankrijk stelde deze
+hoop te leur; ook de Engelsche diplomatie hield er de hand aan om die
+poging te verijdelen, en Palmerston, die in Chokier slechts een Franschen
+stadhouder zag, aarzelde niet den Regent te doen inzien, hoe weinig eervol
+die afkeer voor de Belgische onafhankelijkheid was. Wat zijn misnoegen en
+dit der Conferentie tegen Chokier nog vermeerderde, was dezes proclamatie
+van 10en Maart tot de Luksemburgers, waarin de Regent verklaarde dat, trots
+de Conferentie, bij de Belgen de vaste wil bestond om het Groothertogdom te
+behouden.
+
+Het bestuur van den Regent, een zeer braaf doch onbeduidend man, zonder
+schranderheid noch krachtdadigheid, werd door de grootste regeeringloosheid
+gekenmerkt; reeds den 20en Maart was het eerste ministerie gevallen, en het
+duurde zes dagen eer een nieuw gevormd was. "De Belgen toonden zich zoo
+onbekwaam om eene natie te worden, dat de Conferentie ernstig aan eene
+verdeeling begon te denken."
+
+Ziende dat de Oranjepartij het hoofd opstak te Gent, te Antwerpen en te
+Maastricht, stichtte Gendebien, den 23en Maart te Brussel, met behulp van
+de regeering, de _Association Nationale_, gevaarlijke tweede regeering, die
+hare vertakkingen over het land verspreidde en eene soort van schrikbewind
+over Belgie deed heerschen. Zij riep om oorlog tegen Holland ten einde den
+toestand te redden. Ontegensprekelijk dreigde de Omwenteling onder te gaan;
+het schip begon reeds te kraken; Lord Ponsonby, de Engelsche gezant,
+trachtte baron van der Smissen, gouverneur van Antwerpen, tot een
+Orangistischen opstand te bewegen, die echter mislukte, dank zij de
+krachtdadigheid van kolonel Clump (25en Maart 1831). De tuchteloosheid
+dreigde de ontreddering van het leger te volledigen.
+
+Gent was het middelpunt der Orangisten; de oppositie had er reeds tweemaal
+de Oranjegezinden als raadsleden naar het stadhuis gestuurd: de
+gemeenteraad, tweemaal ontbonden, was sedert 4en Februari door eene
+Veiligheidscommissie vervangen, en Gent, evenals Antwerpen, in staat van
+beleg verklaard. "Alle tucht, zegt De Gerlache, was teniet, zoo wel bij de
+militairen als bij de burgers. De officieren klaagden elkaar bij de
+regeering en in de dagbladen aan. Men kan het niet betwijfelen dat vele,
+zelfs hooggeplaatste lieden, volgaarne aan de restauratie der Nassaus
+zouden geholpen hebben, om met dien toestand gedaan te maken. Maar het volk
+was er zeer tegen." Inderdaad, oeconomische oorzaken en private belangen
+hadden gemaakt dat de Orangisten voor het meerendeel grootnijveraars en
+groothandelaars waren; de nieuwe mekanieken hadden eensdeels een
+vermindering van handwerkgebruik en een uitwijking van buitenlieden naar de
+steden teweeggebracht. Reeds lang had dit eene veete tusschen industrieelen
+en werkvolk veroorzaakt, doch nu werd die nog verscherpt door het
+stilvallen van getouwen en andere mekanieken wegens de onlusten en de
+vredebreuk met Holland. Die werkloozen, ja broodloozen, vierden nu, 't zij
+uit eigen beweging, 't zij opgehitst door de patriotische vereenigingen,
+hunne woede bot op de bijzonderen, en zoo geschiedden er te Gent, Brussel,
+Mechelen, Ieperen, Bergen en Luik, gewelddaden en plunderingen,
+straffeloos, onder het lijdzame oog der regenties (28en Maart, zaak
+Voortman te Gent). Er bestond tusschen het bestuur en de plunderaars, onder
+welke zich talrijke betaalde of geld uitdeelende Franschen bevonden, een
+soort van geheime overeenkomst. Voor de oppositie of de verdachten was er
+geene bescherming; men hoorde zelfs minister Lebeau beweren, dat de
+plundering der Orangisten, hoe betreurenswaardig ook, een schrikkelijke
+noodzakelijkheid was om de vijanden van de openbare orde te beteugelen. Het
+redactiekantoor van de Orangistische bladen werd dan ook geplunderd, en
+B^on de Lamberts, gouverneur van Oost-Vlaanderen, aarzelde niet om een
+anarchistisch manifest te onderteekenen, door Lebeau zelf als monsterachtig
+bestempeld, waardoor hij den _Messager de Gand_ buiten de wet stelde.
+
+Aan den anderen kant zien wij de Fransche annexatiepartij, die steeds in
+aanraking was met den woelgeest L. de Potter, republikeinsche opstooten
+trachten te verwekken, onder andere de muitzieke Mellinet met zijne
+vrijwilligers te Namen, doch zonder de medewerking der ontmoedigde
+burgerij.
+
+Het zij hier terloops opgemerkt dat, evenals zijn wapenmakker der
+Septemberdagen, don Juan van Halen, die, in October 1830 aangehouden, reeds
+de volgende maand in beschikbaarheid gesteld was, Mellinet in Augustus op
+wachtgeld geplaatst werd; Ernest Gregoire zat opgesloten en Parent, De
+Culhat en De Pontecoulant waren haast vergeten. De _Association Nationale_,
+die met bombast den oorlog en de verovering van Zeeuwsch-Vlaanderen en van
+Luksemburg eischte, stuitte, in hare revolutionnaire woede, op de algemeene
+zucht naar vrede en naar herstelling van orde, handel en nijverheid.
+Vreezende nochtans, dat die tweede regeering de overhand zou nemen, gezien
+de zwakheid van Surlet's bestuur, en onzeker over den uitslag der
+verkiezingen, die wellicht de Orangisten in meerderheid naar de Kamers
+konden zenden, weigerden de Congresleden hun ontslag te nemen, en besloten
+zich in Mei opnieuw te vereenigen; zoo pleegden zij een wezenlijken
+Staatsgreep (12en April).
+
+Maar, was het tweede ministerie van den Regent even machteloos en zonder
+gezag als het eerste, het draagt nochtans de verdienste weg, het Congres
+tot toenadering met de Londensche Conferentie overgehaald te hebben, en
+Belgie een uitstekenden Koning geschonken te hebben. Minister Lebeau, een
+knap redenaar en een behendig politicus, had, op 2en April, aan het Congres
+laten inzien dat de diplomatische onderhandelingen, van het eerste
+oogenblik, Belgie tegenover de Mogendheden gebonden hadden, en men dus de
+tusschenkomst van de Conferentie in de buitenlandsche zaken moest
+ondergaan. Aangespoord door Lord Palmerston en diens agent Lord Ponsonby,
+die de candidatuur van den Prins van Oranje bepaald opgegeven had, stuurde
+hij een deputatie van vier Congresleden naar Londen, bij prins Leopold van
+Saksen-Coburg, den veertigjarigen weduwnaar der kroonprinses van Engeland,
+om hem de Belgische kroon aan te bieden; tusschen de afgevaardigden
+bevonden zich de hoofdman der katholieken, F. de Merode en pastoor De
+Foere, die in 't Congres verzekerd hadden dat de keuze van eenen
+protestantschen prins, gezien de bepalingen der Grondwet, hen niet deerde.
+Den 22en April te Marlborough-House ontvangen, ontmoetten die
+afgevaardigden zulke tegenwerpingen van wege den prins, dat Paul Devaux ze
+op 10en Mei kwam vervoegen. Onderricht door zijne ervaringen tijdens de
+onderhandelingen voor de Grieksche koningskroon, en geraden door zijnen
+vriend baron Stockmar, stelde de voorzichtige Leopold de aanvaarding der
+kroon afhankelijk van de overeenkomst van Belgie met de Mogendheden; hij
+eischte dat men te Brussel vooreerst uitdrukkelijk het protocol van de
+Conferentie van den 20en Januari zou aanvaarden, mits zich later, bij de
+uitvoering, om betere voorwaarden te beijveren.
+
+De Belgische afgevaardigden deden inzien, dat het Congres nooit in den
+afstand der in de Grondwet vermelde provincien Limburg en Luksemburg zou
+toestemmen, doch lieten voorzien dat Leopold, als koning, een voldoenden
+invloed op de Kamers voor de oplossing van dit vraagstuk zou bezeten
+hebben. Van eene onzekere kroon wilde de ervaren Leopold echter niet weten.
+
+Middelerwijl worstelde het ministerie van den Regent tegen de inwendige
+anarchie en vreesde de ophitsing tot den oorlog met het buitenland. De
+Conferentie van Londen stelde aan de Belgische regeering den 1en Juni als
+termijn voor de aanneming van het protocol, den 18en Februari door koning
+Willem onderteekend, en dreigde met vredebreuk in geval van weigering. De
+Nederlandsche Vorst verwittigde haar insgelijks dat, indien zij op
+bepaalden datum tot de grondslagen der scheiding, volgens het protocol van
+20en Januari niet zou toegetreden zijn, hij zich vrij zou achten om voor
+eigen rekening te handelen.
+
+De oorlogspartij verhief dadelijk het hoofd op; uit vrees voor den krijg
+ijlde Ponsonby naar Londen, en Belliard verwittigde Talleyrand, zoodat men
+tot eenige toegeving aan de Belgen besloot, om Leopold's aanneming te
+vergemakkelijken. Den 21en Mei beloofde dus de Conferentie onderhandelingen
+met koning Willem aan te knoopen, om, mits een te bepalen koopsom, aan
+Belgie het bezit van Luksemburg te verzekeren, maar men bleef aan den
+gezetten termijn van 1en Juni vasthouden.
+
+In de hoop dat de koningskeus een gunstigen invloed op de beslissingen van
+de gevolmachtigden zou uitoefenen, besloot Lebeau, eerst tot de verkiezing
+over te gaan. Hij deed dus, den 25en Mei, door 96 Congresleden de
+candidatuur van Leopold voordragen; en ondanks de pogingen van de Fransche
+partij om de verkiezing van den Duitsch-Engelschen prins te doen mislukken,
+niettegenstaande hare razende aanvallen om het ministerie Lebeau omver te
+werpen, werd de prins van Saksen-Coburg, na een tweedaagsche discussie, met
+de groote meerderheid van 152 op 196 stemmen gekozen (4en Juni): aan de
+Conferentie werd niet eens geantwoord. Een deputatie van 12 leden, met De
+Gerlache aan het hoofd, werd belast die benoeming aan den prins aan te
+kondigen; haar vergezelden Devaux en Nothomb, secretaris-generaal voor de
+buitenlandsche zaken, om de Conferentie tot gunstige voorwaarden over te
+halen.
+
+ * * * * *
+
+De weigering der Belgen, om hunne aanspraken eenigermate te verminderen,
+deed een oogenblik de hoop op eene vreedzame oplossing verliezen.
+Talleyrand, door die halsstarrigheid ongeduldig gemaakt, kwam alweer met
+zijn plan van verdeeling voor den dag; terwijl Leopold, door het Engelsche
+Hof en Palmerston ondersteund, zich onverpoosd bemoeide om voor Belgie
+aannemelijke voorwaarden te verkrijgen, zette Koning Willem onophoudend
+zijne oorlogstoebereidselen voort; hij vroeg niets beter dan de afvalligen
+de scherpte van zijn zwaard te doen gevoelen en gaf dus, den 22en Juni, aan
+de Conferentie nogmaals te kennen, dat, indien de gevolmachtigden, ondanks
+hunne stellig genomen verbintenissen, nalieten middelen aan te wenden om
+het protocol van 20en-27en Januari door Belgie te doen eerbiedigen, hij
+verplicht zou zijn, zijn toevlucht tot zijn eigen middelen te nemen. Op die
+bedekte oorlogsverklaring antwoordde de Conferentie met den 26en Juni een
+protocol van XVIII Artikelen op te stellen, dat een voor Belgie veel
+voordeeliger ontwerp van verdrag dan dit van 20en Januari uitmaakte. Wel
+bleven voor Holland de grenzen van 1790 behouden, maar de volgende
+artikelen openden aan de Belgen het vooruitzicht, eens in het bezit van
+Maastricht te geraken, en bij de ruiling der ingesloten gronden nog een
+grooter gedeelte van Limburg te bekomen. De linker Scheldeoever moesten zij
+opgeven, doch het vrije gebruik van de Vaart van Terneuzen werd hun
+toegezegd. Het vraagstuk van het Groothertogdom werd van het
+Hollandsch-Belgisch geschil afgescheiden, om afzonderlijk door Willem, den
+Duitschen Bond en den aanstaanden Vorst van Belgie, afgehandeld te worden;
+intusschen zou Luksemburg door Belgie voort bestuurd worden. Ook in plaats
+van de schulden te verdeelen, legde men aan elk land zijn eigen
+oorspronkelijke schuld op, met uitsluiting der gemeenschappelijk uitgegeven
+sommen. De voordeelen, men ziet het, door de Belgische afgevaardigden en
+door den prins van Saksen-Coburg van de gevolmachtigden verkregen, waren
+van niet geringen aard. De Mogendheden schenen vergeten te hebben dat zij,
+den 19en Februari en den 17en April, hunne schikkingen van 20en Januari als
+_fondamenteel en onherroepelijk_ gevestigd hadden.
+
+Dan verklaarde Leopold aan de afvaardiging, die hij toen eerst wilde
+ontvangen, dat hij de Belgische kroon zou aanvaarden, indien men door het
+Congres dit verdrag der XVIII Artikelen kon doen aannemen. Lebeau aarzelde
+niet: alhoewel hevig en hartstochtelijk bestreden door de Fransche
+aanhechtingspartij, door de Orangisten, door de Republikeinen, en niet het
+minst door de afgevaardigden van Limburg en Luksemburg -- de twee
+provincies die gevaar liepen door het verdrag verbrokkeld te worden -- bood
+hij de driftige en dreigende oppositie eenen kalmen en welsprekenden
+tegenstand, en na negen dagen discussie, wist hij de meerderheid van het
+Congres tot de aanneming van de XVIII Artikelen over te halen. Ondanks de
+nieuwe kuiperijen van de Fransche propagandisten, die te Brussel en te Luik
+een openlijken opstand tegen de Belgische regeering wilden inrichten, en de
+Republikeinen, die te Gent en te Geeraardsbergen eene militaire
+samenzwering op touw gezet hadden, werd, den 9en Juli, het Verdrag door 126
+tegen 70 stemmen aangenomen.
+
+Niets verzette zich meer tegen Leopold's toestemming. Hij verliet Londen
+den 16en Juli, ontscheepte te Kales, werd plechtig aan de Belgische grens
+ontvangen, vernachtte eerst te Veurne, dan te Gent, en kwam den 19en Juli,
+onder het gejuich der bevolking, op het kasteel te Laken aan. Van de
+grenzen af, was zijn reis een voortdurende feesttocht geweest, behalve te
+Gent, waar hij zeer koel onthaald werd. Den 21en Juli werd de Vorst op het
+verhoog, voor Sint-Jakobs op Koudenberg opgetimmerd, door den Regent en de
+Congresleden ontvangen, en legde er, in de open lucht, den eed aan de
+Grondwet af. Alzoo trad Belgie in de rij der Europeesche Staten, als een
+erkende onafhankelijke natie.
+
+ * * * * *
+
+Leopold's verkiezing was een triomf voor de Engelsche diplomatie. Maar de
+scheiding van het schoone Rijk der Nederlanden was het niet minder voor de
+Fransche politiek; wel is waar moest zij, tegen haar wil, de
+onafhankelijkheid der Belgen erkennen, maar bij Talleyrand en bij vele
+Franschen bleef de hoop op eene latere inlijving voortbestaan.
+
+[Figuur: Inhuldiging van Leopold I als Koning der Belgen te Brussel
+(21 Juli 1831)]
+
+De sluwe Fransche gezant had reeds in April bij protocol de slechting
+bekomen van de Belgische vestingen, door de Sainte Alliance in 1815 op onze
+zuidelijke grenzen opgericht. Intusschen verkreeg hij van de Mogendheden,
+op 14en Juli, dat dit protocol zou ruchtbaar gemaakt worden. Twee dagen na
+Leopold's inhuldiging, verhaastte zich dan ook koning Louis-Philippe, bij
+de opening der Kamers, die ontmanteling op hoogen toon aan het Fransche
+volk mede te deelen: Belgie was alzoo feitelijk onder Frankrijks
+suzereiniteit geplaatst; men zou het dadelijk zien.
+
+Terecht gebelgd over de snoode wispelturigheid van de Conferentie, die door
+hem opgeroepen, hem eerst van de helft van zijn Koninkrijk beroofd had, en
+hem nu in zijne rechten krenkte, weigerde Willem I met fierheid het Verdrag
+der XVIII Artikelen te onderteekenen, en verklaarde dat hij de aanvaarding
+van de Belgische koningskroon door den prins van Coburg als eene
+persoonlijke beleediging aanzag (12en Juli). Veertien dagen later kondigde
+hij de Conferentie aan dat hij beslist was zijn onderhandelingen door
+oorlogsmiddelen kracht bij te zetten; hij wilde, veeleer dan Belgie te
+heroveren, door de herstelling van de faam zijner wapenen, de gunstiger
+voorwaarden van den 20en Januari van de Conferentie bekomen.
+
+Den 2en Augustus, gedurende zijne feestelijke ontvangst te Luik, vernam
+Leopold dat generaal Chasse, te Antwerpen, het einde van den wapenstilstand
+afgekondigd had, en dat 38,000 man met 72 kanonnen onder den prins van
+Oranje over de Belgische grens getrokken waren. De nieuwe Vorst, die zich
+met eigen oogen een denkbeeld had kunnen vormen van den ellendigen staat en
+de geringe getalsterkte van het Belgisch leger, verre van zich door den
+verwaanden toon der Belgische dagbladen te laten begoochelen, stuurde
+onmiddellijk, op raad van Lebeau, boden naar de gezanten Lehon te Parijs en
+Van de Weyer te Londen, ten einde de dadelijke hulp van de Fransche en van
+de Engelsche regeering af te smeeken, en deed den 4en door den
+ministerraad, niettegenstaande artikel 121, dat zulks verbood, aan
+Frankrijk vragen een hulpleger naar Belgie af te zenden.
+
+Het verraste Engelsche ministerie was woedend, doch zijne dreigementen
+baatten niet; de Conferentie, die den wapenstilstand gewaarborgd had, was
+onthutst; de Fransche regeering jubelde over de noodwendigheid harer
+tusschenkomst.
+
+Dadelijk werd maarschalk Gerard aan het hoofd van het leger van het
+Noorden geplaatst en begon zijn opmarsen, doch gezien het lichtgeraakte
+eergevoel van de Belgische troepen, die in hunnen overmoed "geene
+vernedering" wilden dulden, verwittigde de ministerraad den maarschalk, dat
+de bevelen van den koning noodzakelijk den intocht van de Franschen in
+Belgie moesten voorafgaan; gelukkiglijk voor het pasgeboren koninkrijk
+hield deze daar geen rekening mede.
+
+Het Belgische leger, in twee hoofdafdeelingen gesplitst, trachtte
+intusschen den voortgang van Oranje's leger te stuiten. De onbekwame
+generaal Daine voerde het bevel over het slecht uitgeruste en tuchtlooze
+Maasleger, slechts 10,000 man sterk; Leopold bevond zich in het
+Scheldeleger, aangevoerd door baron de Tiecken de Terhove met 17,000 man;
+beide legers trachtten zich te vereenigen, maar Oranje besloot dit te
+verijdelen door zich tusschen beide in te schuiven, en slaagde er in door
+de inneming van Diest. Nu viel hij den 8en Augustus Daine bij Hasselt aan,
+en dreef zijn gansche leger zonder vechten op de vlucht. Daarna trok hij op
+Westmeerbeek af, waar Leopold[26] en Tiecken gelegerd waren; dezen, bij het
+vernemen van Daine's nederlaag en vreezende afgesneden te worden, trokken
+achteruit, en namen plaats op den weg van Leuven naar Tienen; weldra werden
+ze achteruitgeworpen en achtervolgd door den dapperen Oranje, wiens
+luitenant Bernard van Saksen-Weimar intusschen den steenweg van Leuven naar
+Brussel, in den rug van het Belgisch leger bezette.
+
+Het Scheldeleger ging hetzelfde lot ondergaan als het Maasleger, en de
+koning te Leuven ingesloten worden, toen, dank zij de tusschenkomst van sir
+Robert Adair, den Engelschen gezant te Brussel, de prins van Oranje de
+belofte gaf dien dag Leuven niet te bestormen, indien men zich 's
+anderendaags 's middags wilde overgeven. De Belgische troepen maakten van
+dien wapenstilstand gebruik om langs den straatweg van Leuven naar Mechelen
+te vluchten; zonder de koelbloedigheid en de dapperheid van Koning Leopold,
+die de hoofdstad trachtte te dekken, ware de nederlaag in eene ware ramp
+veranderd (12en Augustus), 's Anderendaags deed de prins van Oranje zijne
+intrede te Leuven. De overwinning van het Nederlandsche leger was volkomen,
+de Tiendaagsche Veldtocht had de eer der Hollandsche wapens gered.
+
+Te Brussel, van waar Oranje slechts twee uur verwijderd was, heerschte de
+grootste verwarring en was de burgerij tot de overgave bereid. Het jonge
+koninkrijk was reddeloos verloren, indien het Fransch leger, op dit
+oogenblik, niet opgedaagd was.
+
+Toen den 9en Augustus generaal Belliard, wien gelast was geweest met Chasse
+te onderhandelen om eene nieuwe beschieting aan Antwerpen te vermijden, de
+vlucht van Daine's leger vernomen had, zond hij, uit eigen beweging en
+zonder Leopold te raadplegen, een koerier naar maarschalk Gerard, om dezen
+tot eenen snellen opmarsen aan te sporen. Den 10en rukte het Fransche leger
+over de grens en bereikte Waver den 12en, zoodat koning Willem, woedend
+over de snoode handelwijze van Frankrijk, dat het principe van
+Niet-Tusschenkomen verloochende, in zijne onmacht aan den prins van Oranje
+het bevel gaf, voor Frankrijks troepen te wijken. Den 13en stonden Gerard's
+voorposten voor de Hollandsche afdeelingen; alsdan sloot Oranje met
+Belliard een overeenkomst, waarbij zijn leger over de grens terugtrok.
+
+Belgie zou hare nederlaag duur bekoopen. Reeds den 11en had Talleyrand, de
+verklaarde vijand onzer onafhankelijkheid, zich op de Conferentie van
+Londen heftig over de Belgen uitgelaten: "Leopold was een armzalig wezen en
+de Belgen een troep vagebonden, de onafhankelijkheid onwaardig; Belgie kon
+niet zelfstandig blijven bestaan en het te verdeelen was de eenige
+mogelijke oplossing."
+
+Palmerston beantwoordde, den 15en Augustus, die onverdraaglijke en sluwe
+taal met een _ultimatum_ aan Frankrijk om dadelijk zijne troepen uit Belgie
+terug te trekken. Louis-Philippe riep terstond 20,000 man terug, maar
+stelde als voorwaarde der geheele ontruiming, dat maarschalk Gerard de
+geheele slechting van de zuidelijke vestingen zou voltrekken. Palmerston
+liet bedreigingen hooren, en Frankrijk, op verzoek van Leopold, liet
+slechts 12,000 Fransche soldaten hier, om aan de herinrichting van het
+Belgische leger te werken. Het was slechts den 30en September 1831 dat de
+laatste vreemde troepen onze grenzen verlieten, drie weken nadat Leopold
+zich, in overleg met de vier Mogendheden, verbonden had om maatregelen te
+nemen voor de spoedige ontmanteling van Meenen, Doornik, Ath, Bergen en
+Charleroi.
+
+Inmiddels had de Conferentie, gedurende de onderhandelingen te Londen,
+opnieuw rechtsomkeert gemaakt; met dezelfde vaardigheid waarmede zij
+vroeger het protocol van 20en Januari had laten gaan, verloochende zij nu
+het verdrag der XVIII Artikelen. Europa toonde zich hard voor de
+overwonnenen: het nieuwe Tractaat der XXIV Artikelen, ondanks de
+bemoeiingen van Van de Weyer en het verlangen van Louis-Philippe, behelsde
+veel erger bepalingen dan het eerste, dit door toedoen van Engeland en van
+de Oostelijke Mogendheden.
+
+Belgie moest Maastricht laten varen, benevens het Oostelijk gedeelte van
+Limburg over de Maas, en het Noord-Westelijk, met Roermond en Venloo. Het
+Groothertogdom Luksemburg werd ten persoonlijken titel aan Willem I
+geschonken, doch Belgie behield het Waalschsprekend gedeelte, mitsgaders
+een klein Duitschsprekend strookje, van Aarlen tot Vieil-Salm. Wel werd de
+vrije vaart van de Schelde naar den Rijn verzekerd, maar de scheepvaart op
+de Schelde zelf werd aan zekere tollen onderworpen. Wat de schulden van het
+vroegere Vereenigde Koninkrijk betrof, Belgie zou er de helft van dragen
+met bovendien nog de schulden van voor de vereeniging, te zamen beloopende
+eene jaarlijksche rente van 8.400.000 gulden: dit heette te zijn het
+beslissend en onwederroepelijk besluit der Mogendheden (14en October).
+
+Het was met groot misnoegen dat het Fransch ministerie kennis kreeg van die
+vergrooting van grondgebied aan Holland toegestaan; doch in Belgie werd het
+verdrag der XXIV Artikelen met eene echte woede ontvangen. He Kamers
+verzetten zich tegen deze harde voorwaarden. Maar, wel wetende hoe
+gevaarlijk het was aan Europa weerstand te bieden en vreezende koning
+Leopold tot den afstand te dwingen, onderwierpen zij zich eindelijk: de
+Kamer der volksvertegenwoordigers den 1en November met 59 stemmen tegen 38,
+en de Senaat den 3en November met 35 tegen 8.
+
+[Figuur: Leopold I]
+
+Van de Weyer bracht het toestemmend antwoord aan de Conferentie over, en
+den 15en November werd het Verdrag bekrachtigd. Om Belgie voor deze houding
+te beloonen, waarborgden de vijf Mogendheden aan Koning Leopold de
+uitvoering van al de artikelen, en beloofden hem den vrede en hunne
+oprechte vriendschap: dat was de erkenning van het Belgisch koningdom.
+Intusschen weigerde Holland het Verdrag bij te treden, dat dadelijk door
+Koning Leopold, Louis-Philippe en Willem IV van Engeland onderteekend werd;
+Oostenrijk en Rusland, die nochtans de erkenning van het koninkrijk Belgie
+betreurden, en ook eindelijk Pruisen traden de XXIV Artikelen bij
+(Januari-Maart 1832).
+
+ * * * * *
+
+De Belgen konden nu den vrede verhopen; maar eenerzijds dreigde de strijd
+met Holland opnieuw te beginnen, anderzijds ontstonden moeielijkheden
+nopens de ontmanteling van de zuidelijke grenssteden. Immers, men had op de
+Conferentie de slechting van de sterkten Charleroi en Doornik vervangen
+door die van Mariembourg en Philippeville (14en December). Frankrijk, dat
+nog altijd zijne hoop niet opgegeven had om deze twee laatste steden te
+verkrijgen, teekende hiertegen verzet aan. Louis-Philippe dreigde zelfs het
+traktaat van 15en November niet goed te keuren en oefende op Koning Leopold
+eene echte drukking uit; ook Talleyrand gaf zich veel, maar vergeefsche
+moeite, om Frankrijks eigenliefde te vrijwaren. Eindelijk stelde Leopold,
+die uit alle krachten Frankrijk zocht te bevredigen, met goedkeuring van
+Louis-Philippe, eene verklarende nota aan de Conferentie voor, die door de
+gevolmachtigden der vier andere Mogendheden aangenomen werd: haar
+hoofdinhoud luidde dat de bepalingen der overeenkomst van 14en December
+1831, aangaande de daar vermelde vestingen, geen inbreuk mochten maken op
+de volle souvereiniteit van den Koning van Belgie en de onafhankelijkheid
+van dit land (23en Januari 1832).
+
+Indien Leopold zijne genegenheid voor Frankrijk gedurende deze
+onderhandelingen niet verborgen had, was het dat hij een nog inniger
+verbond met dit land wenschte: namelijk zijn huwelijk met een der dochters
+van Louis-Philippe. Hier ook waren hinderpalen uit den weg te ruimen:
+vooreerst de weinige neiging van den Franschen Vorst voor die
+echtverbintenis; ten tweede de vrees van Leopold om een oogenblik zijn Rijk
+te verlaten. Toch kwam het tot een onderhoud met Louis-Philippe te
+Compiegne den 28en Mei: den 9en Augustus huwde Leopold aldaar de
+twintigjarige Louise-Marie van Orleans.
+
+Den 18en April 1832 hadden de Oostelijke machten, die vruchteloos Koning
+Willem tot de onderteekening van het Verdrag der XXIV Artikelen aangemaand
+hadden, eindelijk moede van vragen, hunne bekrachtiging tegen Belgies
+aanvaarding bij Van de Weyer te Londen gewisseld. De Nederlandsche Vorst
+antwoordde met een nieuw en krachtdadig protest, en hield voort bijna
+100,000 man onder de wapens. Die uitdagende houding van Holland, een gevolg
+van den goeden uitslag van den Tiendaagschen Veldtocht, verplichtte Koning
+Leopold voortdurend aan de herinrichting van het Belgische leger te werken;
+door generaal Belliard, die als een soort van opperbevelhebber der troepen
+optrad, en talrijke andere Fransche officieren bijgestaan, bereidde hij
+zich tot het afslaan van eenen nieuwen aanval voor; en alhoewel het
+onderhoud van de troepen, die de krijgsbegrooting op onrustwekkende wijze
+deed stijgen, 's lands middelen uitputte, zette hij zijne
+krijgstoebereidselen onverpoosd voort.
+
+Intusschen had de koppigheid van Willem de Conferentie ongeduldig gemaakt,
+en in Juli sprak Palmerston reeds aan Van Zuylen, Falck's opvolger te
+Londen, van dwangmiddelen te gebruiken jegens zijnen meester, die
+voortdurend weigerde Antwerpen en de Scheldeforten over te leveren. Door
+toedoen van Stockmar werd zelfs gepoogd om het vraagstuk van Antwerpen door
+eene Belgisch-Hollandsche conferentie op te lossen; doch vruchteloos. De
+Conferentie drukte alsdan haar misnoegen aan den Nederlandschen Koning uit;
+Frankrijk en Engeland stelden een gewapende tusschenkomst voor, maar de
+Oostelijke machten deelden geenszins in die zienswijze. Na eenige
+bedenkingen omtrent het gevaar van een tweeden Franschen inval in Belgie,
+teekende Palmerston met Talleyrand de akte van 22en October 1832, waarbij
+de twee regeeringen zich met de uitvoering van het Verdrag der XXIV
+Artikelen gelastten; Koning Willem kreeg tot den 2en November om Antwerpen
+te ontruimen, zoo niet zou men al de Hollandsche schepen kapen die men kon
+aanklampen, en een Fransch leger voor de citadel van Antwerpen sturen.
+Uitdrukkelijk werd er bijgevoegd dat de tusschenkomst der Franschen door
+Koning Leopold moest worden ingeroepen en dat zij, dadelijk na Antwerpens
+inneming, Belgie moesten verlaten. Pruisen en Rusland trokken zich daarop
+uit de Conferentie terug, zonder dat de twee Westelijke machten zich daar
+verder om bekreunden.
+
+Willem's regeering antwoordde moedig, den 2en November, dat zij Antwerpen
+zou verdedigen. Daarop werd beslag gelegd op de Hollandsche schepen, die in
+de havens van Frankrijk en Engeland geankerd lagen, en de Engelsche en
+Fransche vloot aan de Duinen bijeengekomen, stevenden naar de kusten van
+Holland. Doch niets kon den trots van den Nederlandschen Vorst doen buigen.
+
+Dan vroeg generaal Goblet, minister van oorlog, de hulp van het Fransche
+leger om Belgie door de Hollanders te doen ontruimen (9en November). Den
+volgenden dag werd eene voor de Belgische troepen zeer vernederende
+overeenkomst gesloten; deze zouden aan het beleg geen deel nemen, al de
+posten rondom Antwerpen zouden aan de Franschen overgelaten worden, en een
+garnizoen van ten hoogste 6000 man mocht onzijdig in die stad verblijven;
+ook verwekte die conventie hartstochtelijke besprekingen in de Kamers.
+
+Den 15en November 1832 trokken Gerard en de hertog van Orleans de grens
+over, met een leger van 60,000 man en een aanzienlijke massa grof geschut;
+den 4en December begon de beschieting van de citadel van Antwerpen. Chasse
+had verklaard dat hij zich slechts zou overgeven, na al zijn middelen van
+verdediging uitgeput te hebben; hij hield woord. Slechts na een geweldig
+bombardement, dat zijn vestingen in gruis gelegd en meer dan duizend der
+4,500 verdedigers gedood had, deed Chasse de witte vlag hijschen; liever
+dan zich over te geven, liet Koopman, bevelhebber van twaalf
+kanonneerbooten op de Schelde, deze zinken. Zelfs de vijand stond in
+bewondering voor de heldhaftige verdediging van die koene krijgers (23en
+December 1832). Daar nu Koning Willem in de ontruiming van de verdere
+forten van Lillo en Liefkenshoek nog niet wilde toestemmen, werd de dappere
+generaal met het garnizoen, als krijgsgevangenen naar Frankrijk gestuurd.
+Het Fransche leger kreeg overigens, dadelijk na den val van Antwerpen, het
+bevel om naar Frankrijk terug te keeren, en leverde de citadel aan de
+Belgische troepen over.
+
+Holland, door de blokkade van zijne kusten zeer benadeeligd, werd weldra
+genoodzaakt met Engeland en Frankrijk te onderhandelen: door bemiddeling
+van Pruisen, werd tusschen de drie regeeringen eene voorloopige
+overeenkomst gesloten, die de vijandelijkheden deed staken; aan Willem werd
+de belofte opgelegd, Belgie niet meer aan te vallen; en Schelde en Maas
+werden vrij verklaard tot de opstelling van een bepaald verdrag (21en Mei
+1833). De schikkingen, betrekkelijk de vaart op de Maas, werden omstandig
+geregeld door de Conventie van Zonhoven, den 18en November daaropvolgende,
+tusschen Bernhard van Saksen-Weimar en generaal Dibbits eenerzijds en
+generaal baron Hurel anderzijds gesloten: dit was de eerste akte die
+tusschen Belgie en Holland opgemaakt is. Met dezen voorloopigen toestand
+hadden de Mogendheden vrede, en daar Koning Willem zelf weinig geneigd
+scheen om er van af te wijken, ging de Conferentie van Londen in November
+uiteen, zonder aan haar werk de volkomen bekrachtiging te hebben kunnen
+bijzetten.
+
+Alzoo ging, gedurende de vijf volgende jaren, het jonge Koninkrijk Belgie
+zijnen weg en beijverde zich, door het heropbeuren van den kwijnenden
+handel en de stil liggende nijverheid, door het aanleggen van spoorwegen
+(op voorstel van minister Rogier), door het uitvoeren van openbare werken,
+om den welstand in de provincien te doen terugkeeren. Daar de Koning van
+Holland het verdrag der XXIV Artikelen weigerde te onderteekenen, betaalde
+Belgie de jaarlijksche rente niet, en behield Limburg en Luksemburg,
+waarvan de afgevaardigden te Brussel in de Kamers zetelden en welke door
+Belgische ambtenaren bestuurd werden.
+
+Zoo sleepte de toestand voort, toen plots Koning Willem den 14en Maart
+1838, tot de aanvaarding van het Verdrag van 1831 besloot; dit besluit
+baarde de grootste verrassing en verslagenheid te Brussel. De Kamers waren
+het tooneel van de hartstochtelijkste debatten; de met afstand bedreigde
+inwoners teekenden hevig verzet aan; men wilde van geene scheiding weten.
+Maar noch Palmerston, noch het kabinet van Louis-Philippe wilden de Belgen
+in hunne "dwaze pogingen" ondersteunen. Vruchteloos bood Leopold 60.000.000
+frank aan Holland, in vergoeding voor de gedeelten van Limburg en
+Luksemburg. De Conferentie bleef onverbiddelijk; nauwelijks gelukte het aan
+De Theux, minister van buitenlandsche zaken, enkele verzachtingen op eenige
+bepalingen te verkrijgen, namelijk omtrent de verdeeling van de schuld, die
+voor Belgie tot eene jaarlijksche rente van vijf millioen gulden verminderd
+werd.
+
+Nog wilde de openbare meening in Belgie niet toegeven: de regeering van
+Leopold werd door de Limburgsche en Luksemburgsche volksvertegenwoordigers
+heftig aangevallen; uit Parijs, waar hij zich sedert jaren teruggetrokken
+had, stookte L. de Potter het vuur aan. Alsdan riepen de misnoegde
+Mogendheden hunne gezanten terug; ook de geweldige handelscrisis deed den
+strijdlust der Belgen weldra koelen. De stormachtige zittingen van de
+Kamers, waarin soms het publiek der tribunen tusschenkwam, namen ten slotte
+een einde. 't Is bij zijne ontkennende stemming over het voorstel, dat
+Gendebien zijnen beruchten uitroep deed: "Ik stem neen! 380.000 maal neen!
+voor de 380.000 Belgen die gij aan de vrees opoffert!" Den 19en Maart 1839
+stemden de Kamer der Volksvertegenwoordigers en eene week later de Senaat
+goedkeurend over het Verdrag van Londen. Het werd aldaar, den 19en April
+1839, onderteekend door Belgie, Holland, den Duitschen Bond en de vijf
+groote Mogendheden.
+
+In Holland zelf had intusschen de Vorst, dien men vroeger "Vader Willem"
+noemde, geheel en al zijne populariteit verloren. Hij kon het wel zien,
+toen den 20en December 1839 zijn voorstel om 56 millioen te ontleenen tot
+het dekken der schuld, benevens het ontwerp van begroeting, verworpen
+werd; de oppositie eischte eene grondwetsherziening en bekwam de zoo lang
+gevraagde ministerieele verantwoordelijkheid (6en September 1840). En
+wanneer de oude Koning zijn inzicht te kennen gaf, met de Belgische
+katholieke gravin d'Oultremont in het huwelijk te treden, ging zulk een
+geschreeuw in het land op, dat hij van de kroon afstand deed (7en October
+1840), en met zijne gemalin en zijn overgroot fortuin naar Berlijn trok,
+waar hij drie jaar later overleed.
+
+Met zijnen opvolger, Willem II, den prins van Oranje, sloot Belgie, den 5en
+November 1842, het eindverdrag, dat alle moeielijkheden aangaande de
+grenzen, de scheepvaart en de schuldverdeeling vereffende.
+
+
+Besluit
+
+Veroorzaakt door het slecht beleid van de Hollandsche regeering, aangevuurd
+door de kuiperijen van de Fransche clubs in Belgie, mogelijk gemaakt door
+het verbond der geestelijkheid met de vrijzinnigen, bekrachtigd door den
+naijver en de hebzucht van Engeland en Frankrijk, is de Belgische
+Omwenteling in hare gevolgen op zeer verschillende wijzen beoordeeld
+geworden.
+
+Ondanks de veroordeeling der Belgische Grondwet door Paus Gregorius XVI,
+die de vrijheid van geweten "een pest en een geestverwarring" en die van
+drukpers "eene verderfelijke ongeregeldheid" noemde (15en Augustus 1832),
+trachtten de katholieken voor zich zelven, met volle handen, het rijkste
+gewin uit de onbeperkte grondwettelijke vrijheden te putten; onafhankelijk
+van alle tusschenkomst van den Staat en toch door hem bezoldigd,
+bemachtigde de geestelijkheid alras het lager onderwijs door de stichting
+van vrije scholen, en oefende een feitelijk gezag zelfs op de Staatsscholen
+uit; het platteland werd door de priesters volkomen beheerscht, en men
+weet, door talrijke tot het Congres gerichte protestaties, dat zij de
+verkiezingen voor de gemeenteraden in persoon bestuurden. De clericale
+partij vond dus in de gevolgen van de Omwenteling voordeelen die zij nooit
+te voren had mogen droomen: ook behooren de eersten die de Revolutie in
+hunne schriften verdedigden, Robiano de Borsbeek (1832), Nothomb (1833) en
+De Gerlache (1839) tot de katholieke partij.
+
+Robiano de Borsbeek, de agent der Jezuieten -- die, naar men beweerde, in
+November 1829 ineens 80,000 frank van die orde ontvangen had om de
+geestelijkheid tegen Koning Willem op te jagen -- na de wijze uiteengezet
+te hebben waarop de katholieken, uit de door de Grondwet gewaarborgde
+vrijheden, voordeel kunnen trekken, roemt de Constitutie onvoorwaardelijk.
+
+Uit een liberaal standpunt noemt de groote liberale geschiedschrijver en
+rechtsgeleerde Prof. F. Laurent de Omwenteling "de groote fopperij van
+1830": en ontegensprekelijk zijn de Liberalen in hunne Unie met de
+Katholieken gefopt geweest, zooals het reeds bleek door de schoolwet op het
+lager onderwijs van 1842.
+
+Nog voor het afkondigen der Grondwet zag men de kloosters, waarvan Jozef
+II, de Fransche Revolutie en Willem I ons verlost hadden, alom weer
+oprijzen. De geestelijke orden van beider kunne maakten zich de
+regeeringloosheid te nutte om in der haast in de Zuidelijke Nederlanden
+neer te strijken. Veel liever dan in Frankrijk te blijven, waar de
+Jacobijnen van de Clubregeering hun een onverzoenlijken oorlog aandeden,
+kwamen de Jezuieten, die zoo krachtig de Revolutie geldelijk ondersteund
+hadden, verder de Broeders der Christelijke Leering, de Kapucijnen en
+andere monniken, mitsgaders talrijke nonnencongregaties, zich in ons land
+vestigen; en sedert het midden van October werden de Vlaamsche gewesten
+door een leger paters en nonnen van alle slag om zoo te zeggen overrompeld.
+De wijsgeerige handelingen van L. de Potter en zijne vrienden, en de
+liberale strekking van de hoogere geestelijkheid waren gelukkiglijk een
+tegenwicht: anders zou de Belgische Omwenteling van 1830 eene tweede
+verbeterde uitgave der clericale Brabantsche Omwenteling van 1789 zijn
+geworden.
+
+Uit een sociaal-oeconomisch oogpunt was de Belgische Omwenteling, volgens
+den geleerden staathuishoudkundige Emile de Laveleye een groote misgreep:
+niemand zal betwisten dat de bestuurlijke scheiding tusschen Holland en
+Belgie, door het behoud van eene gezamenlijke vloot en van de uitvoerhavens
+naar de Oostindische kolonien, voor handel, nijverheid en maatschappij
+voordeeliger zou geweest zijn, dan de volkomen scheuring der Nederlanden.
+De telkens terugkeerende crisissen, die voor koop- en werklieden dadelijk
+na de Septemberdagen begonnen, zijn er het rechtstreeksch bewijs van.
+
+Ook werd het Europeesch evenwicht er door geschokt, nu dat Frankrijk niet
+meer in toom gehouden werd door het Koninkrijk der Nederlanden, zoodat
+dezelfde Prof. E. de Laveleye de Belgische Omwenteling "eene misdaad tegen
+de rust van Europa" heeft genoemd.
+
+Maar het is nutteloos zich over die daad te berouwen. Een volk mag zijn
+tijd niet verspillen met het verleden te betreuren, het moet de toekomst in
+de oogen kijken en manmoedig voorbereiden. Belgie heeft door zijn
+werkdadigheid en vernuft bewezen, dat het recht had op de
+onafhankelijkheid: vijf en zeventig jaar van stoffelijken vooruitgang,
+vrede en rust hebben het afdoende betoogd.
+
+Maar voor ons, Vlamingen, heeft de Omwenteling gevolgen gehad, die wij
+nooit mogen vergeten. Die zijn te wijten aan de partijdige houding
+tegenover Vlaamsch-Belgie van de leiders der Omwenteling, die na October
+1830 het bewind in handen gehad hebben.
+
+Immers, het Voorloopig Bewind, de twee ministeries van den Regent en de
+ministeries die malkander tot in het midden van de regeering van Leopold I
+opgevolgd zijn, hebben stelselmatig alles in 't werk gesteld om niet alleen
+de stoffelijke, maar ook de geestelijke belangen van het Vlaamsche volk te
+verwaarloozen ten voordeele van de Walen.
+
+Het gansche land door had de Omwenteling den onmiddellijken stilstand van
+handel en nijverheid, de stremming van alle ondernemingen, de vermindering
+van de waarde der eigendommen, en niet het minst het verlies van het
+crediet na zich gesleept; vele fabrieken, die vroeger door Koning Willem
+ondersteund werden of op het Nijverheidsfonds teerden, hadden hunne
+arbeiders moeten afdanken: de werkloosheid werd zoo groot dat men de
+arbeidersklasse tot het uitvoeren van openbare werken moest gebruiken.
+Gent, Antwerpen, Oostende, die zulk een hoogen trap van bloei en welvaart
+onder het Hollandsch bestuur bereikt hadden, zagen, de eerste hare
+weefgetouwen en andere mekanieken stilvallen, de twee andere hunne
+handelsvloot verhuizen of in hunne dokken verrotten.
+
+Vlaanderens oeconomisch verval in 't bijzonder was zoo openbaar, dat zelfs
+Louis-Philippe er de aandacht van Talleyrand op vestigde. Welnu, in plaats
+van Vlaamsch-Belgie uit dien hachelijken toestand te redden, lieten de
+verschillende besturen, die sedert October 1830 elkander opvolgden, deze
+vroeger zoo welige streek, uit voorliefde voor den Waal, volkomen
+verkwijnen.
+
+Het door koning Willem gegraven kanaal van Terneuzen werd niet voltooid; de
+haven van Oostende wachtte lang en vruchteloos naar verbetering; de
+ontworpen vaarten in Vlaanderen en in de Kempen werden voor geruimen tijd
+verdaagd. Terwijl het Walenland als in een net van Staatsspoorwegen
+omwikkeld was, bleven West-Vlaanderen en Limburg er zonder; en de rijks- en
+provinciestraten die tijdens het Hollandsch bewind zulke gunstige
+uitbreiding genomen hadden, werden nauwelijks onderhouden. Aan het
+Walenland werden de officieele toelagen voor allerlei openbare werken
+kwistig uitgedeeld, maar Vlaamsch-Belgie en bepaaldelijk het Orangistische
+Gent werden door de verfranschte bureaucraten te Brussel uit alle
+gouvernementeele gunsten gesloten gehouden.
+
+Men kende slechts de Vlamingen als 't er op aankwam om te betalen; dank zij
+een gebrekkige kadastrale verdeeling werden de Walen, in zake
+grondbelasting, in verhouding tot de Vlamingen op de onrechtvaardigste
+wijze, lange jaren, begunstigd; Julius Vuylsteke heeft in zijn _Korte
+Statistieke Beschrijving van Belgie_ de schreeuwende wanverhouding
+aangetoond in de verdeeling der belastingen ten opzichte van de Waalsche
+provincies en het Vlaamsche platteland. Ook de visscherij aan de Noordzee
+liet men doodkwijnen, daar de Walen, die in de achtereenvolgende
+ministeries alles beheerschten, schenen te vergeten dat Belgie een
+Vlaamsche zeekust bezat, die geen mindere schatten bevatte dan de Waalsche
+mijnen.
+
+Doch deze verwaarloozing of ontkenning van de stoffelijke belangen van de
+Vlamingen wordt nog in de schaduw gesteld, door de verdrukking van hunne
+verstandelijke rechten.
+
+Voor 1830 was er een algemeen geschreeuw in de rangen van de oppositie
+opgegaan, toen Willem zijne taalbesluiten afgekondigd had, en de
+advocaten-journalisten van Luik en Brussel hadden de regeering verweten,
+dat zij het Nederlandsch aan de Walen wilde opdringen: een onjuiste
+bewering. Maar nu, door eene soort van reactie tegen het schrikmiddel dat
+zij zelf gesmeed hadden, beproefden de Fransche en Waalsche leiders van de
+Omwenteling, onze taal in Vlaamsch-Belgie uit te roeien. Durfde niet
+Nothomb, in zijn berucht _Essai sur la Revolution Belge_(1834) -- eene
+verdediging van het gedrag van de hoofden van de beweging -- de Vlamingen
+aansporen "openlijk de Fransche taal aan te nemen?" Toonden zich niet de
+Rogiers en hunne vrienden in alle omstandigheden de vijanden van de
+Vlaamsche taal, en trachtten zij niet, op alle mogelijke wijzen, het
+Fransch in Vlaamsch-Belgie te verspreiden?
+
+Den dag na zijne aanstelling, was de eerste daad van het Voorloopig Bewind
+het Staatsblad uitsluitend in de Fransche taal op te stellen (5en October);
+tien dagen nadien schafte zij de Vlaamsche Kamer af, die over de vonnissen
+uit Limburg bij het Beroepshof van Luik uitspraak deed. Einde October werd
+de Vlaamsche taal insgelijks uit het leger gebannen; bevelen en bestuur
+zouden voortaan in het Fransch "als zijnde de in Belgie meest verspreide
+taal" geschieden. Men vergete daarbij niet dat er in 1831 op 2700
+officieren nog geen 150 Belgen waren; de overige waren, tot Wellingtons
+groote ergernis, door Leopold aangeworven Franschen, en zijn generale staf
+bevatte 24 Franschen tegenover 4 Belgen.
+
+Den 16en November 1830 vaardigde het Voorloopig Bewind -- dat nochtans,
+sedert de aanstelling van het Congres, van de wetgevende macht beroofd was
+-- zijn berucht treurig Besluit uit, dat straffeloos onze taal versmaadde
+en met de voeten trapte.
+
+"Overwegende, zeiden Rogier, Gendebien. Felix de Merode en Van de Weyer,
+dat het Vlaamsch, door de inwoners van zekere plaatsen (?) gesproken,
+verschilt van provincie tot provincie en soms van omschrijving tot
+omschrijving, zoodat het onmogelijk zijn zou den tekst der wetten en
+besluiten in die taal af te kondigen, zal het Fransch in Belgie de eenige
+officieele taal zijn." Wel is waar werd het gebruik van het Nederlandsch
+toegelaten, doch onder zulke voorwaarden, dat de aanwezigheid van een
+Vlaamschonkundige onder de rechters, de Fransche taal aan een gansche
+omschrijving opdrong. En in het bestuur zoowel als in het leger welk een
+onrechtvaardige verhouding tusschen Vlamingen en Walen: bijna geen
+Vlaamsche officieren, bijna geen Vlaamsche ambtenaren; dit was het gevolg
+van de geweldige plaatskensjacht, waarmede de Walen hunne taalgenooten van
+'t Voorloopig Bewind bestormd hadden.
+
+Onrechtvaardige taalbesluiten, onrechtvaardige verdeeling der ambten: voor
+dezelfde grieven had de Waalsche oppositie het tot de Omwenteling gebracht,
+en het Koninkrijk der Nederlanden vaneengescheurd; de gedweee Vlaming liet
+maar alles lijdzaam gebeuren.
+
+De ministeries van Leopold zetten de kroon op dit hatelijk
+verfranschingswerk met het Fransch als voertaal aan de overgebleven
+officieele onderwijsgestichten op te dringen. Wij zeggen de nog
+overgebleven gestichten: want in de eerste dagen der Omwenteling, die in
+Vlaamsch-Belgie meestal een clericaal karakter had aangenomen, waren de
+lagere officieele scholen door de geestelijkheid weggekuischt, met zulk een
+wraaklust, dat de landkaarten van de muren werden gerukt, de leertoestellen
+in een vreugdevuur verbrand, en dat de koperen gewichten van het metriek
+stelsel naar de kinderen gegooid werden om er mee te spelen; de
+gemeentebesturen sloten eenvoudig de colleges en wierpen de wereldlijke
+leeraars buiten om ze door priesters te vervangen. In tien jaar tijds viel
+de gemiddelde wedde der schoolmeesters van 300 op 210 frank; het getal
+scholen viel van 4000 op 2000; en door de afschaffing der opzieners van 't
+onderwijs verdween alle toezicht op de scholen.
+
+In October had het Voorloopig Bewind de drie Staatshoogescholen afgeschaft
+en ze in de volgende maand heringericht, doch derwijze verminkt, dat de
+twee voorbereidende faculteiten ontbraken. Na de inrichting van de
+hoogeschool te Leuven door de Katholieken en die te Brussel door de
+Liberalen (1834-1835), werd de regeering verplicht de twee
+Staatshoogescholen te Gent en te Luik te herstellen; doch voor het
+middelbaar en het lager onderwijs deed zij niets! Het onderwijs in
+Vlaanderen, zonder programma, zonder toezicht van de openbare besturen, in
+handen van eene in 't algemeen zeer weinig ontwikkelde geestelijkheid,
+bleef gedurende jaren bijna nul: van daar weldra het ontzettend getal
+ongeletterden in een streek die onder Willem's regeering zooveel beloofde!
+
+In de gestichten, die aan de ramp ontsnapt waren, voerde nu het hooger
+bestuur het Fransch als voertaal in! Nevens de algemeene onwetendheid van
+de bevolking schiep men aldus een kloof tusschen de verlichte standen en de
+lagere volksklasse, hetgeen onberekenbare gevolgen moest hebben.
+
+Het doel scheen bereikt; reeds jubelden deze Franschgezinde meesters over
+de uitroeiing van de taal van de groote meerderheid der bevolking. Doch,
+daar ontstaat de Vlaamsche Beweging; de Vlaamsche Commissie legt de grieven
+van de Vlaamsche bevolking bloot......
+
+De volgende hoofdstukken zullen uitwijzen hoe het Vlaamsche volk,
+niettegenstaande de Waalsche overheersching en dank zij zijn taaien moed en
+de aanhoudendheid van de leiders onzer Beweging, op velerlei gebied aan de
+ondergeschiktheid kon ontsnappen en zich voorbereidt om de geleden schade
+in te halen.
+
+Noten:
+
+[Noot 26: S. Van de Weyer had aan Leopold op 6en Oogst het zeer
+overdreven nieuws van een Belgischen opstand op Java geseind; de minister
+van oorlog D'Hane aarzelde niet aan Lebeau te melden, dat de Belgische
+troepen zich te Batavia van de regeering meester gemaakt hadden en een
+bestuur ingericht in naam van het Belgische volk. De minister voegde erbij
+dat het gansche eiland zich aan die regeering onderworpen had, en dat de
+Koning hem uitnoodigde een agent naar Batavia te sturen.]
+
+
+Bibliographie
+
+van de twee laatste hoofdstukken
+
+C. P. E. Robide van der Aa, _Catalogus van boekwerken en vlugschriften,
+betreffende de woelingen in het zuidelijk gedeelte der Nederlanden_, 3 dln.
+(Amsterdam, 1838-1840). -- a) OFFICIEELE AKTEN: _L'Union belge_ (Voorloopig
+Bewind), 10 October 1830-3 Maart 1831 (Brussel); _Le Moniteur belge_
+(Brussel, sedert 16 Juni 1831); J. G. Verstolk van Soelen, _Recueil de
+pieces diplomatiques relatives aux affaires de la Hollande et de la
+Belgique en 1830-1832_, 3 dln. ('s Gravenhage, 1831-1833); E. Huyttens de
+Terbecq, _Discussions du Congres National de Belgique_, 5 dln. (Brussel,
+1844-1845); Lagemans, _Recueil des traites et conventions conclus par le
+Royaume des Pays-Bas depuis 1813_, 10 dln. ('s Gravenhage, 1858-90). -- b)
+DAGBLADEN: zie A. Warzee, _Essai historique et critique sur les journaux
+belges_ (Gent, 1845). -- c) VLUGSCHRIFTEN: Ch. Froment, _Etudes sur la
+Revolution belge_ (Gent, 1834); brochures van graaf van Hogendorp, S. Van
+de Weyer en Libry-Bagnano, aangehaald door Nothomb. _Essai historique et
+politique_ (blz. 39-40). -- d) BRIEVEN: J. R. Thorbecke, _Brieven_ 1830-32
+('s Gravenhage, 1873); G. K. van Hogendorp, _Brieven_, 4 dln. ('s
+Gravenhage, 1866-67).-e) GEDENKSCHRIFTEN: Van der Duyn van Maasdam en Van
+der Capellen, _Notices et Souvenirs biographiques_ (St Germain-en-Laye,
+1852): J. Lebeau, L. de Potter, H. de Merode, zie hooger; K. Pletinckx,
+_Souvenirs revolutionnaires_ (Brussel, 1857); A. J. Goblet d'Alviella,
+_Memoires historiques_, 2 dln. (Brussel, 1864-65); A. L. Van der Meere,
+_Memoires_ (Brussel, 1880); Prince de Talleyrand, _Memoires_, uitg. Duc de
+Broglie, 5 dln. (Parijs, 1891); E. Bertin, _Journal intime de
+Cuvillier-Fleury_, 2 dln. (Parijs, 1900-1902). -- f) LEVENSBERICHTEN: Th.
+Juste, _Les Fondateurs de la monarchie belge_, onder dewelke ook Lord
+Palmerston en B^on Stockmar, 22 dln. (Brussel, 1866-1878); L. Jottrand,
+_Louis de Potter_ Brussel, 1860); E. Discailles, _Charles Rogier_, 4 dln.
+(Brussel, 1892-1895); Mgr. G. Monchamp, _L'Eveque Van Bommel et la
+Revolution belge_ (in _Bulletin de l'Academie de Belgique_, 1905); H.
+Siccama, _Vie d'Antoine Falck_ ('s Gravenhage, 1860); B^on de Sirtema de
+Grovestins, _Le Baron Robert Fagel_ ('s Gravenhage, 1857); H. von Gagern,
+_Das Leben des Generals F. von Gagern_, 2 dln. (Leipzig, 1856-57); H.
+Bulwer Lytton, _The Life of Palmerston_, 3 dln. (Londen, 1870). -- g)
+GELIJKTIJDIGE SCHRIFTEN: Buiten Nothomb en De Gerlache hooger vermeld, W.
+Grave van Bylandt, _Verhael van het oproer te Brussel_ ('s Gravenhage,
+1831); Don Juan van Halen, _Les Quatre Journees_ (Brussel, 1831); M. de
+Warguy, _Esquisses historiques de la Revolution en Belgique_ (Brussel,
+1831); Kessels, _Precis des operations militaires durant les quatre
+journees de septembre_ (Brussel, 1831); Ch. de Leutre, _Histoire de la
+Revolution belge_, 3 dln. (Brussel, 1849). -- Ch. White, _The Belgian
+Revolution_, 2 dln. (Londen, 1835); Ch. Lefebvre de Becourt, _La Belgique
+et la Revolution de Juillet_ (Parijs, 1835); Ungewitter, _Geschichte der
+Niederlande und der Belgischen Revolution_ (Leipzig, 1832). -- B^on de
+Keverberg, _Du Royaume des Pays-Bas et de sa crise actuelle_, 2 dln. ('s
+Gravenhage, 1835), zeer scherpe critiek op Nothomb's hoogervermeld _Essai
+historique_ (1833); antwoord van Nothomb in het dagblad _L'Independant_
+(Februari-Maart 1835). -- Ad. Bartels, _Les Flandres et la Revolution
+belge_ (Brussel, 1834); en _Documents historiques sur la Revolution belge_
+(Brussel, 1836). -- J. B. Van der Meulen, priester, _Willem, ingedrongen
+koning der Nederlanden_, 2 dln. (Brussel, 1839). -- Ch. Durand, _Dix jours
+de campagne ou la Hollande en 1831_ (Amsterdam, 1832). -- Chevalier de
+Richemond, _Campagne de 1832 en Belgique_ (Parijs, 1833). -- h) MODERNE
+GESCHIEDKUNDIGE WERKEN: Th. Juste, _La Revolution belge de 1830 d'apres les
+documents inedits_ (Brussel, 1872); Ch. V. de Bavay, _Histoire de la
+Revolution belge de 1830_(Brussel, 1873) en twee terechtwijzende opene
+brieven tot dien oud-Procureur-Generaal door Th. Juste gericht (Brussel,
+1873-74); L. Hymans, _Histoire parlementaire de la Belgique de 1830 a
+1880_, 6 dln. (Brussel, 1877-1880); Th. Juste, _Le Congres national de
+Belgique_, 2 dln. (Brussel, 1850); Prof. J. Bosscha, _De Belgische
+Revolutie_ (Leeuwarden, 1856); zie hooger Nuyens. -- Ph. Van der Kemp, _De
+Antwerpsche proclamatie des Prinsen van Oranje_ (in den _Tijdspiegel_,
+October 1902-1903), en dezelfde, _De Belgische Omwenteling in Luik en
+Limburg_, 2 dln. ('s Gravenhage, 1904); W. Wueppermann, _De tiendaagsche
+veldtocht_ ('s Gravenhage, 1881). -- Graaf Oswald de Kerchove de
+Denterghem, _Les preliminaires de la Revolution belge en 1830 (Revue de
+Belgique,_ 1896). -- V^te de Beaumont-Vassy, _Histoire des Etats Europeens
+depuis le Congres de Vienne, Belgique et Hollande_ (Parijs, 1843); Ch. de
+Ficquelmont, _Lord Palmerston, l'Angleterre et le Continent_ (Brussel,
+1853); C^te d'Haussonville, _Histoire de la politique exterieure du
+gouvernement francais de 1830 a 1848_ (Parijs, 1850); L. Blanc, _Histoire
+de Dix Ans_ (Parijs, 1842); Lucien de la Hodde, _Histoire des societes
+secretes en France_ (Parijs, 1850); E. Carlier, _Talleyrand et la Belgique
+(Revue de Belgique_, 1891); Duc de Broglie, _Le dernier bienfait de la
+monarchie, la neutralite de la Belgique (Revue des Deux Mondes_,
+1899-1900); R. Guyot, _La derniere negociation de Talleyrand,
+l'independance de la Belgique (Revue d'histoire moderne et contemporaine_,
+Parijs, 1900-1901); R. Dollot, _Les origines de la neutralite de la
+Belgique_ (Parijs, 1902); Chev. David-Descamps, _La neutralite de la
+Belgique_ (Brussel, 1902); Pastoor Fl. de Lannoy, _Les origines
+diplomatiques de l'independance belge, la Conference de Londres_ (Leuven,
+1903). -- L. van Neck, _1830 Illustre_ (Brussel, 1902); Ch. Terlinden, _La
+Revolution belge de 1830 racontee par les affiches_ (Brussel, 1903). --Ch.
+Niellon, _Histoire des evenements militaires et des conspirations
+orangistes de 1830 a 1833_ (Brussel, 1868); A. Eenens, _Documents
+historiques sur les conspirations militaires de 1831_, 3 dln. (Brussel,
+1875-1876). -- J. J. Thonissen, _La Belgique sous le regne de Leopold I_, 3
+dln. (Leuven, 1861); G. Oppelt, _Histoire generale de la Belgique de 1830 a
+1860_ (Brussel, 1861); L. Hymans, _Histoire populaire de Leopold I_
+(Brussel, 1864); Th. Juste, _L'election de Leopold I_ (Brussel, 1867), en
+_Leopold I roi des Belges_, 2 dln. (Brussel, 1868); Saint Rene Taillandier,
+_Le roi Leopold et la reine Victoria_, 2 dln. (Parijs, 1878); Andre
+Martinet, _Leopold I et l'intervention francaise en Belgique en 1831_
+(Brussel, 1905).
+
+Zie verder de _Biographie Nationale_, uitg. door de Kon. Academie van
+Belgie, en de _Patria Belgica_, uitg. Van Bemmel, dl. II.
+
+Twee uitstekende samenvattingen zijn: A. Waddington, _L'Insurrection belge
+et le Royaume de Belgique_, bij Lavisse et Rambaud, _Histoire generale de
+l'Europe_, dl. X, hoofdstuk IX; en A. Stern, _Die Niederlande_ en
+_Begruendung Belgiens_, in zijne _Geschichte Europas von 1830 bis 1848_, dl.
+I (1905), hoofdstukken II en V.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Vlaamsch Belgie sedert 1830, by Various
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VLAAMSCH BELGIE SEDERT 1830 ***
+
+***** This file should be named 26349.txt or 26349.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/6/3/4/26349/
+
+Produced by Frits Devos and Distributed Proofreaders Europe
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/26349.zip b/26349.zip
new file mode 100644
index 0000000..f991fc4
--- /dev/null
+++ b/26349.zip
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..48225f3
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #26349 (https://www.gutenberg.org/ebooks/26349)