diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:14:20 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 02:14:20 -0700 |
| commit | 5ad2f0129930f8feaaddd9912e7fcb609b98d098 (patch) | |
| tree | 6bf10f06d90c815c2a46bd2058253b5302b489da /24773-8.txt | |
Diffstat (limited to '24773-8.txt')
| -rw-r--r-- | 24773-8.txt | 9715 |
1 files changed, 9715 insertions, 0 deletions
diff --git a/24773-8.txt b/24773-8.txt new file mode 100644 index 0000000..c17f3a6 --- /dev/null +++ b/24773-8.txt @@ -0,0 +1,9715 @@ +The Project Gutenberg EBook of Wonderlijke avonturen van een Chinees, +gevolgd door Muiterij aan boord der 'Bounty', by Jules Verne + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Wonderlijke avonturen van een Chinees, gevolgd door Muiterij aan boord der 'Bounty' + +Author: Jules Verne + +Release Date: March 7, 2008 [EBook #24773] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WONDERLIJKE AVONTUREN VAN EEN CHINEES *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + + Wonderreizen. + + Jules Verne. + + + Wonderlijke Avonturen van een Chinees. + + Gevolgd door + + Muiterij aan boord der "Bounty". + + + Rotterdam.--Jacs. G. Robbers. + + + + + + + + + + +I. + + Men maakt kennis met de personen èn wat hun karakter èn wat + hunne nationaliteit aangaat. + + +»Je zult me moeten toestemmen dat het leven zijn genoeglijke zijde +heeft!" riep een der gasten, zoo gemakkelijk mogelijk in zijn zetel +met marmeren rugleuning uitgestrekt, terwijl hij op een gekonfijten +wortel van een waterlelie knabbelde. + +»Maar zijn slechte ook!" antwoordde een ander, tusschen een paar +hoestbuien in, terwijl hij gevaar liep van te stikken in een graatje +van een haaivin, dat hij pas in den mond had gestoken. + +»Laat ons de zaak van een wijsgeerig standpunt beschouwen!" sprak +daarop een derde, die iets ouder was en op wiens neus een bril met +groote glazen in houtjes gevat, prijkte. »Heden loopt men gevaar +te stikken en morgen vindt alles even gemakkelijk zijn weg als de +teugjes van dezen geurigen nectar! Zoo is het leven!" + +En nadat hij dit had gezegd leegde onze epicurist, zoo kalm mogelijk, +zijn glas met een zacht verwarmden wijn, waarvan de heerlijke geur +uit een zilveren ketel opsteeg. + +»Wat mij betreft," hernam de vierde dischgenoot, »het leven schijnt +me zeer aannemelijk toe zoo lang men niets te doen heeft en zoolang +men de middelen bezit om niets te doen." + +»Mis!" antwoordde de vijfde. »Het geluk is gelegen in studie en +bezigheid. Alleen door te trachten zich de meest mogelijke kundigheden +te verschaffen, kan men gelukkig worden!"... + +»Om dan ten slotte nog te bespeuren dat men niets weet!" + +»Is dat niet het begin van alle wijsheid?" + +»En waar is het einde er van?" + +»De wijsheid heeft geen einde!" antwoordde de gebrilde. »Gezond +verstand is alles wat men wenschen kan!" + +Nu wendde zich de eerste spreker tot den gastheer, die de eereplaats, +dat wil zeggen, de slechtste plaats--zoo wil het nu eenmaal de +etiquette--aan tafel had ingenomen. Min of meer verstrooid had hij +zonder iets te zeggen deze redeneering _inter pocula_ aangehoord. + +»Komaan! hoe denkt onze gastheer over deze quaestie? Acht hij het +leven de moeite waard of niet? Is hij voor of tegen?" + +De gastheer beet op onverschillige wijze eenige meloenpitten stuk; +hij stak met een air van minachting de lippen vooruit als iemand wien +niets belang inboezemt en alles wat men hoorde was: + +»Poeh!" + +Dat is bij uitnemendheid het woord der onverschilligen. Het hoort +in alle talen te huis en het moest in alle woordenboeken gevonden +worden. Ieder verstaat het. + +De vijf gasten trachtten ieder voor zich hunne stelling te verdedigen +en drongen nader bij den gastheer aan om zijne meening te doen +kennen. Hij poogde zich er eerst van af te maken, maar moest eindigen +met te zeggen hoe hij er over dacht. Volgens hem was het leven noch +goed noch slecht. Het was naar zijn oordeel een »uitvinding," die +niet veel beteekende en over 't geheel weinig verkwikkelijks had! + +»Daar heb je onzen vriend!" + +»Hoe is het mogelijk, dat hij zich aldus uitlaat, iemand die nog +nooit den minsten tegenspoed heeft gehad!" + +»En nog zoo jong!" + +»Jong en gezond!" + +»Gezond en rijk!" + +»Zeer rijk!" + +»Meer dan dat!" + +»Misschien te rijk!" + +Het was een kruisvuur van opmerkingen, maar zij vermochten zelfs geen +glimlach te brengen op het onbeweeglijke gelaat van den gastheer. Hij +had zich vergenoegd met even de schouders op te trekken als iemand +die nooit, zelfs geen uur lang, zijn eigen levensboek had bestudeerd, +die er zelfs de eerste bladzijden niet van had opengesneden! + +En toch, die onverschillige telde ten hoogste een en dertig jaar, +hij was zeer gezond, had veel geld, was goed ontwikkeld, geestig, +kortom hij bezat alles, wat aan zoovelen ontbreekt, om zich onder de +gelukkigste menschen ter wereld te rekenen! Waarom behoorde hij er +niet toe? + +Waarom? + +De ernstige stem van den philosoof deed zich nogmaals hooren en hij +sprak op een toon, welke aan dien van den aanvoerder van het koor +der ouden herinnerde. + +»Beste vriend, dat ge u hier beneden niet gelukkig gevoelt, is alleen +daaraan te wijten, dat je geluk tot nog toe negatief is geweest. Het +is met het geluk gesteld als met de gezondheid; om ze te genieten, moet +men er nu en dan van beroofd worden. Je bent nooit ziek geweest.... met +andere woorden, je bent nooit ongelukkig geweest! Dit ontbreekt aan +je leven. Niemand kan het geluk waardeeren, als hem nooit een ongeluk +heeft getroffen, al ware dit slechts één oogenblik het geval geweest!" + +En na deze wijsgeerige opmerking zette de philosoof zijn glas met +heerlijke champagne aan de lippen: + +»Ik wensch onzen gastheer een weinig schaduw op zijn levensbaan +toe!" sprak hij, en ledigde het glas in een teug. + +De gastheer knikte en verzonk weder in zijn gewone apathie. + +Waar werd dit gesprek gehouden? In een of ander restaurant te Parijs, +Londen, Weenen of Petersburg? Waren de zes gasten in de oude of de +nieuwe wereld? Wie waren het, die aan het dessert in de meest kalme +gemoedsstemming, zonder dronken te zijn, over zulke zaken spraken? + +In geen geval waren het Franschen, want zij lieten de politiek rusten! + +De zes heeren zaten aan tafel in een middelmatig groot salon, dat zeer +weelderig gemeubeld was. Door het netwerk der blauwe of oranjekleurige +glasruiten vielen op dit uur de stralen der ondergaande zon. Daar +buiten speelde de avondwind met de guirlandes van natuurlijke +of nagemaakte bloemen, die tusschen de vensters hingen en waar +eenige veelkleurige lampions reeds hun bleek licht met dat van den +wegstervenden dag begonnen te mengen. Boven de vensters zag men +kunstig uitgesneden arabesken en rijk beeldhouwwerk, dat hemelsche +of aardsche schoonheden voorstelde en dieren of planten, die alleen +in het rijk der fantasie thuis behoorden. + +Langs de wanden der zaal, die met zijden kleeden behangen waren, +prijkten groote spiegels met dubbele, schuin geslepen randen. Aan +de zoldering hield een »punka" door de onophoudelijke beweging der +fijn beschilderde linnen vleugels of wieken de atmosfeer der zaal +heerlijk koel. + +De tafel was een groot vierkant van fraai zwart verlakt. Er lag geen +tafellaken op en de oppervlakte kaatste de vele stukken zilver en +porcelein terug als helder kristal. Er waren evenmin servetten, +doch vierkante stukjes zacht papier, met allerlei zinnebeelden +versierd, lagen in voldoende hoeveelheid onder het bereik van elk +der aanzittenden. Om de tafel stonden stoelen met marmeren ruggen, +in die luchtstreek verre te verkiezen boven de bekleede rugleuningen +van een modern ameublement. + +Wat de bediening aangaat, deze geschiedde door zeer lieve jonge +meisjes wier zwarte haren met leliën en goudsbloemen doorvlochten en +wier armen met gouden of gitten braceletten waren versierd. Vroolijk +en glimlachend bedienden zij met één hand, terwijl zij in de andere +zeer bevallig een waaier droegen, om den luchtstroom, die door de +punka aan het plafond ontstaan was, nog wat aan te wakkeren voor den +persoon dien zij bedienden. + +De maaltijd had niets te wenschen overgelaten. Wat was er dan ook +beters te bedenken dan deze zindelijke en tevens wetenschappelijke +keuken? De kok, wetende dat hij met kenners te doen had, had zichzelf +overtroffen bij het bereiden der honderd en vijftig gerechten waaruit +het menu van dit diner bestond. + +Eerst, als het ware tot inleiding, waren suikergebakjes voorgediend +en kaviaar, gebraden sprinkhanen, gedroogde vruchten en oesters van +Ning-Po. Daarop volgden, kort na elkander, gebakken eenden-, duiven- +en kievitseieren, zwaluwnestjes met geklutste eieren, fricassées van +»gingseng," gekonfijte kieuwen van steur, walvischzenuw met zoete +saus, zoetwater-kikvorschen, ragout van kreeften, musschen-magen +en schapen-oogen met uien gestoofd, bamboespruitjes met jus, +een gesuikerde sla van jonge radijsjes, ananas van Singapore, +suikeramandelen, amandelen in het zout, saprijke mango, witte +vruchten van »long-yen," enz." terwijl waterkastanjes en gekonfijte +oranje-appelen uit Canton het laatste gerecht vormden van een +maal dat drie uur duurde en dat rijkelijk met bier, champagne en +chao-chigne-wijn besproeid was, terwijl de onvermijdelijke rijst, die +de gasten met kleine stokjes aan den mond brachten, het plichtmatig +als dessert bekroonde. + +Toen kwam het oogenblik dat de jeugdige dienaressen binnenkwamen, +niet met de gekleurde kommen die in Europa een welriekende vloeistof +bevatten en waarin men even de vingers doopt, doch met in warm water +gedoopte servetten, waarmede ieder der gasten met zichtbaar welbehagen +zijn gelaat afveegde. + +Het was slechts een pauze onder den maaltijd, een uur van _far niente_ +dat door muziek aangevuld zou worden. + +Daar kwam reeds een aantal zangeressen en muzikanten het salon +binnen. De zangeressen waren jong en bevallig, eenvoudig en zedig +gekleed. Maar welke muziek en welke methode! Gemauw en gekakel, +zonder maat en zonder harmonie, die zich uitte in vele doordringende +hooge tonen die het gehoor bijna verscheurden! Wat de instrumenten +betreft, violen waarvan de snaren zich verwarden in het haar van den +strijkstok, gitaren met slangenvel belegd, krijschende clarinetten, +harmonica's die veel op kleine piano's geleken, en het geluid dat dit +orkest voortbracht, was geheel in overeenstemming met het gezang dat +met groot geraas begeleid werd. + +De directeur had, toen hij binnenkwam, aan den gastheer het programma +van zijn repertoire aangeboden. Deze gaf hem met een gebaar te kennen, +dat hij de keus der stukken aan hemzelf overliet en daarop speelden +de muzikanten het _Bouquet van tien bloemen_, een stuk dat zeer in +de mode was en waarmede de groote wereld dweepte. + +De zangeressen en de muziek, vooraf goed betaald, verwijderden zich +daarop, niet zonder levendig toegejuicht te zijn en zeker dat men +ook in de naburige zalen hulde aan hare talenten zou brengen. + +Nu verlieten de zes heeren hunne zetels, maar alleen om van de eene +tafel naar eene andere over te gaan, hetgeen niet zonder tal van +plichtplegingen en ceremoniën van allerlei aard geschiedde. + +Op deze tweede tafel vond ieder een kopje met deksel, prijkende met +het afbeeldsel van Bôdhidharama, den beroemden boudhistenmonnik, op +zijn traditioneel vlot staande. Ieder kreeg voorts een schepje thee, +dat hij liet trekken in het kokende water, 't welk de kopjes bevatte, +en dat hij bijna terstond daarop, zonder suiker, opdronk. + +Welk een thee! Men behoefde niet bang te zijn dat de firma Gibb-Gibb +en Co., die haar geleverd had, ze vervalscht zou hebben met vreemde +bladeren, of dat zij reeds éen keer afgetrokken geweest was en dus +eigenlijk nog slechts dienen kon bij het schuieren van tapijten, +of dat een knoeier ze geel gekleurd had met curcuma of groen met +Pruisisch blauw. Dit was onvervalschte keizersthee! Het waren de +kostbare blaadjes, welke op de bloem zelf gelijken, die blaadjes van +den eersten oogst in Maart, die zoo zelden geplukt worden, omdat +de dood van den boom er op volgt, die blaadjes welke alleen door +kinderhanden, en dan nog slechts met handschoenen aan, geoogst worden! + +Een Europeaan zou geen lof genoeg over gehad hebben voor dezen +godendrank, dien de zes heeren met kleine teugjes genoten, zonder +echter andere teekenen van goedkeuring te geven,--als kenners die +er aan gewoon zijn. Zij behoefden dan ook de heerlijkheid van dit +kostbare vocht niet meer te leeren waardeeren. Tot den gegoeden +stand behoorende, rijk gekleed met den »han-chaol", een licht hemd, +den »ma-coual", een kort overkleed, den »haol", een lang kleed dat op +zijde wordt dichtgeknoopt; met fijne kousen en gele pantoffels aan de +voeten, met een wijden broek van zijde, die door een sjerp met kwasten +om het midden bevestigd was, terwijl een fijn geborduurde lap de borst +bedekte en een waaier aan hun ceintuur hing,--waren de zes personen die +te zamen het middagmaal gebruikten allen zoons van dat land waar de +thee eens per jaar zijn geurigen oogst oplevert. De maaltijd, waarop +zwaluwnestjes, wormachtige straaldieren, walvischzenuw, haaienvinnen +geprijkt hadden, was smakelijk door hen verorberd, zooals de keurig +toebereide spijzen verdienden, maar het menu, dat een Europeaan zou +verbaasd hebben doen staan, was voor hen niets bijzonders. + +Maar wat ook hen verbaasde, dat was de mededeeling die de gastheer hun +deed op het oogenblik dat zij de tafel zouden verlaten. Zij vernamen +toen eerst waarom hij hen juist heden bij zich had genoodigd. + +De kopjes waren weder gevuld. Toen hij op het punt stond het zijne +voor de laatste maal te ledigen, sprak de gastheer met dezelfde +onverschilligheid die wij reeds vroeger bij hem opmerkten en terwijl +zijne dogen in de ruimten staarden: + +»Vrienden, hoort mij zonder lachen aan. Mijn lot is beslist. Ik zal +een nieuw element in mijn bestaan brengen, waardoor de eentonigheid er +misschien wat uit zal verdwijnen! Zal het goed of slecht afloopen? de +toekomst zal het leeren. Deze maaltijd, waaraan ik u noodigde, is het +afscheidsmaal van mijn jongeheeren-leven. Over veertien dagen ben ik +gehuwd, en..." + +»Je zult de gelukkigste aller stervelingen worden", riep de optimist +uit. »Zie slechts, alle voorteekens zijn u gunstig." + +En werkelijk, bij het bleeke schijnsel der lampions zag men op +de arabesken buiten de vensters eksters rondhuppelen en dreven de +kleine blaadjes der thee rechtop in de kopjes. Dat waren gelukkige +voorteekens, waartegen niemand iets kon inbrengen! + +Men wenschte dan ook den gastheer van alle kanten geluk, doch hij bleef +daar zoo koel mogelijk onder. En, daar hij den naam niet genoemd had +van haar die hij als het »nieuwe element" in zijn bestaan uitgekozen +had, was ook niemand onbescheiden genoeg er naar te vragen. + +De philosoof had evenwel zijn stem niet gemengd in het koor van hen, +die den gastheer geluk wenschten met zijn aanstaand huwelijk. Met de +armen over elkander, de oogen half gesloten en een ironisch lachje +om de lippen, scheen noch de houding der gasten, noch die van den +gastheer hem volkomen te bevredigen. + +Laatstgemelde stond daarna op, legde de hand op zijn schouder en +vroeg hem met een stem, waaruit minder onverschilligheid sprak dan +gewoonlijk: + +»Ben ik dan te oud om te trouwen?" + +»Wel neen." + +»Te jong?" + +»Ook niet." + +»Vindt je dat ik ongelijk heb?" + +»'t Kan zijn!" + +»Zij, die ik gekozen heb en die je wel kent, bezit alles wat noodig +is om mij gelukkig te maken." + +»Dat weet ik." + +»Welnu dan?" + +»Je zelf hebt niet alles wat noodig is om het te zijn! Zich alleen +te vervelen in de wereld is erg genoeg, maar zich samen te vervelen +is nog erger!" + +»Zal ik dan nooit gelukkig worden?" + +»Nooit zoolang je geen kennis hebt gemaakt met het ongeluk." + +»Het ongeluk kan _mij_ niet bereiken!" + +»Zooveel te erger, dan is je kwaal ongeneeslijk!" + +»O die philosofen!" riep daarop de jongste der gasten uit. »Men moest +eigenlijk niet naar ze luisteren. 't Zijn theorieën-fabrikanten. Ze +hebben ze van allerlei aard, maar in 't gebruik voldoen ze +slecht. Trouw maar, mijn vriend, trouw maar; ik deed het zelf ook, +als ik geen gelofte gedaan had om het nooit te doen! Trouw maar +en, zooals onze dichters zeggen, mogen de beide feniksen u altijd +verschijnen in innige vereeniging. Vrienden, ik drink op het geluk +van onzen gastheer!" + +»En ik," antwoordde de philosoof, »ik drink op de tusschenkomst van +een of andere beschermende godheid, die, om hem gelukkig te maken, +hem eerst eens door de school van het ongeluk voert!" + +Op deze wel wat zonderlingen toost stonden de aanzittenden op, brachten +de vuisten bij elkander zooals boksers dat in het vuur van den strijd +zouden doen, en na ze eenige malen met gebogen hoofd omhoog en omlaag +gebracht te hebben, namen zij afscheid van elkander. + +Aan de beschrijving van het salon waarin het diner gegeven werd, +aan het niet-alledaagsche menu waaruit het bestond, aan de kleeding +der gasten, aan hunne uitdrukkingen, misschien ook aan het vreemde +hunner theorieën, heeft de lezer reeds opgemerkt dat wij hier met +Chineezen te doen hebben; niet met die zonen van het Hemelsche rijk +die uit het lakwerk schijnen ontsnapt of van een porceleinen vaas +afgestapt te zijn, maar van die moderne bewoners van het Hemelsche +Rijk, die reeds »geëuropaniseerd" zijn door hunne studiën, hunne +reizen en door de andere wijzen waarop zij met de beschaafde volken +van het westen in aanraking gekomen zijn. + +Het was dan ook in het salon van een der bloemenschepen op de +Paarlen-rivier te Canton, dat de rijke Kin-Fo, vergezeld van zijn +onafscheidelijken gezel Wang, den philosoof, een feestmaal gegeven +had aan de vier beste vrienden zijner jeugd: Pao Shen, een mandarijn +vierde klasse met den blauwen knoop; Yin Pang, een rijk zijdehandelaar +uit de Apothekersstraat; Tim, den onverbeterlijke bon-vivant, en Houal, +den letterkundige. + +Het maal werd gegeven op den 27n dag der 4e maan, gedurende de +eerste der vijf »Waken", waarin de uren van den Chineeschen nacht +zoo dichterlijk verdeeld worden. + + + + + +II. + + Waarin Kin-Fo en de philosoof Wang nog wat duidelijker worden + geschetst. + + +Dat Kin-Fo het afscheidsdiner aan zijne vrienden te Kanton had gegeven, +vond zijn reden in de omstandigheid dat hij in deze hoofdstad van +de provincie Kouang-Tong een deel van zijne jongelingsjaren had +doorgebracht. Van de vele vrienden, die een rijk en mild persoon +altijd bezit, waren de vier die aan het feest op het bloemenschip +hadden deelgenomen, de eenige die hem uit dit tijdperk van zijn leven +waren overgebleven. Te vergeefs had hij getracht de overige, die naar +alle vier hoeken van den wind waren verstoven, bijeen te verzamelen. + +Kin-Fo woonde te Shang-Haï en hij had eenige dagen te Kanton vertoefd, +eigenlijk alleen om zich eens op een andere plaats te vervelen. Maar +dienzelfden avond moest hij weer vertrekken met de stoomboot die +de verschillende hoofdpunten der kust aandoet, en kalm naar zijne +huisgoden terugkeeren. + +Wang had Kin-Fo vergezeld, omdat de philosoof zijn leerling nooit +verliet, wien de lessen dientengevolge niet ontbraken. Om de waarheid +te zeggen sloeg deze er in het geheel geen acht op. 't Was boter aan +de galg; maar de »theorieën-fabrikant"--zooals onze bon-vivant Tim hem +genoemd had--hield niet op met steeds wijze spreuken en deugdelijke +grondbeginselen te verkondigen. + +Kin-Fo was de type van de Chineezen uit het noorden, waarvan het +ras dreigt te verdwijnen en die zich nooit met de Tartaren hebben +vereenigd. Men ontmoet ze niet in de zuidelijke provinciën, waar +de hoogere en lagere klassen zich nauw met het Mantsjoerisch ras +hebben vermengd. Kin-Fo had, noch van vaders- noch van moederszijde, +wier familiën zich, sedert de overheersching hadden afgezonderd, +een droppel Tartaarsch bloed in de aderen. Groot, goed gebouwd, meer +blank dan geel, de wenkbrauwen in de rechte lijn, de oogen horizontaal +en zich nauwelijks naar de slapen verheffende, rechte neus en goed +rondgevormd gelaat, zou hij zelfs onder de schoonste exemplaren van +de bevolking van het westen gerangschikt zijn geworden. + +En waarlijk, dat Kin-Fo Chinees was, toonde alleen zijn zorgvuldig +geschoren schedel, zijn voorhoofd en nek zonder één haartje, zijn +prachtige staart die, hoog aan den schedel beginnende, als een +zwarte slang over zijn rug kronkelde. Hij was keurig op zijn persoon, +droeg een fijnen knevel, die een halven cirkel rondom zijn bovenlip +vormde en een sik die volkomen op een point-d'orgue bij muziekschrift +geleek. Zijne met de meeste zorg onderhouden nagels waren meer dan +een centimeter lang en toonden dat hij tot die lieden behoorde welke +niet behoeven te werken om den kost te verdienen. Ook voegde zijn +nonchalante gang, zijne hooghartige houding nog iets bij het »comme +il faut" dat uit geheel zijn voorkomen sprak. + +Bovendien was Kin-Fo te Peking geboren, een voorrecht waarop de +Chineezen zeer trotsch zijn. Hij kon met recht zeggen: »Ik kom van +de Hoogte!" + +Zijn vader Tchoung-Héou woonde te Peking, toen Kin-Fo geboren werd +en eerst toen de knaap zes jaar was, trok zijn vader naar Shang-Haï. + +Deze waardige Chinees, uit een der eerste familiën uit 't noorden +van 't rijk gesproten, bezat, evenals vele zijne landgenooten, een +bijzonderen aanleg voor den handel. Gedurende de eerste jaren van zijn +loopbaan was alles, wat het dicht bevolkte rijke grondgebied opleverde: +papier van Swatow, zijden stoffen van Sou-Tchéou, kandij van Formosa, +thee van Hankow en Foochow, ijzer van Honan, rood of geel koper uit +de provincie Yunanne, alles was voor hem een voorwerp van handel. De +eigenlijke zetel van zijn zaak, zijn »hong", was te Shang-Haï, +maar hij had ook kantoren te Nan-King, te Tien-Tsin, te Macao, te +Hong-Kong. Hij was druk betrokken in het verkeer met Europa en het +waren Engelsche booten, die zijne koopwaren vervoerden, het was de +telegrafische kabel, die hem den koers der zijde te Lyon en van het +opium te Calcutta bracht. Hij maakte gretig gebruik van de elementen +van den vooruitgang, stoom en electriciteit, in tegenstelling met de +meeste Chineezen, die te veel onder den invloed zijn van mandarijnen en +van de regeering, wier invloed door de vorderingen van den vooruitgang +langzamerhand vermindert. + +Kortom, Tchoung Héou ging met zooveel beleid te werk, zoowel bij zijn +handel in het binnenland als bij zijne betrekking met Portugeesche, +Fransche, Engelsche of Amerikaansche huizen te Shang-Haï, Macao en +Hong-Kong, dat hij op 't oogenblik, toen Kin-Fo ter wereld kwam, reeds +over een vermogen van viermaal honderd duizend dollars kon beschikken. + +Gedurende de jaren, die na de geboorte van Kin-Fo verliepen, namen +de winsten in de zaak van Tchoung Héou nog steeds toe, dank zij een +nieuwe soort van handel, dien men »den koelie-handel met de Nieuwe +wereld" zou kunnen noemen. + +Het is bekend, dat er overbevolking in China bestaat en het aantal +bewoners niet in verhouding is tot de uitgestrektheid van het groote +gebied, dat de dichterlijke namen draagt van het Hemelsche Rijk, +Rijk van het Midden en Bloemenrijk. Het telt niet minder dan drie +honderd zestig millioen bewoners. Dit is bijna het derde gedeelte van +de bevolking der geheele aarde. Nu eet een arme Chinees wel niet veel, +maar hij eet toch, en China is niet in staat, niettegenstaande zijn +rijkdom aan rijstvelden en zijn gierstcultuur, allen te voeden. Van +daar een te-veel, dat niets liever verlangt dan te ontwijken door +de gaten, die de Fransche en Engelsche kanonnen gemaakt hebben in de +werkelijke en figuurlijke muren, die het Hemelsche Rijk afsluiten. + +'t Is naar Noord-Amerika en vooral naar Californië dat het te-veel zich +gericht heeft. Maar dat is met zulk een geweldigen aandrang geschied, +dat het congres der Vereenigde Staten zich verplicht heeft gezien om +maatregelen te nemen tegen dezen inval, vrij onheusch »de gele pest" +geheeten. Men begrijpt dat vijftig millioen Chineesche landverhuizers +in China nauwelijks gemist zouden worden, terwijl zij in Amerika +konden leiden tot totale verdringing van het Angel-Saksische door +het Mongoolsche ras. + +Hoe dit zij, de landverhuizing had op groote schaal plaats. Deze +koelies, die het leven hielden bij een handvol rijst, een kop thee +en een pijp tabak, en die voor alle werk geschikt waren, deden in +Salt-Lake, Virginië en Oregon, maar vooral in Californië de werkloonen +geducht dalen. + +Er vormden zich maatschappijen om deze goedkoope landverhuizers +over te brengen. Vijf werden er gevonden in het Hemelsche Rijk, +waar zij in vijf verschillende gewesten werkzaam waren, en een zesde +was gevestigd te San-Francisco. De eerste zonden de handelswaar uit, +de laatste ontving haar. Een daaraan verbonden agentschap, dat van +Ting-Tong, zorgde voor den terugtocht. + +Dit laatste eischt eenige toelichting. + +De Chineezen hebben er niets tegen om hun vaderland te verlaten en +fortuin te gaan zoeken bij de »Melikanen," zooals zij de bewoners der +Vereenigde Staten betitelen, maar slechts op één voorwaarde, namelijk +dat hun lijk in hun geboorteland ter ruste zal worden gebracht. Dat +is eene der voornaamste voorwaarden van het contract, eene clausule +_sine qua non_, die de maatschappijen tegenover de landverhuizers op +zich moeten nemen en waarvan zij niet mogen afwijken. + +Het agentschap van Ting-Tong, anders gezegd dat der Dooden, +beschikt over bijzondere fondsen en is belast met het bevrachten +der »lijkenschepen", die steeds met volle lading van San-Francisco +naar Shang-Haï, Hong-Kong of Tien-Tsin terugkeeren. Nieuwe handel, +nieuwe bron van voordeelen. + +De bekwame en ondernemende Tchoung Héou had hierop gelet. Toen hij +stierf, in 1866, was hij directeur der Compagnie van Kouang-Than, +in de provincie van dien naam, en onder-directeur van het Doodenfonds +te San-Francisco. + +Op dien dag erfde Kin-Fo, die nu vader noch moeder meer had, een +fortuin, dat gelijk stond met twintig millioen gulden en geplaatst was +in actiën van de Centrale Californische Bank; hij was zoo verstandig +zich er niet van te ontdoen. + +Bij zijns vaders dood zou onze jeugdige negentienjarige erfgenaam zich +geheel alleen op de aarde bevonden hebben als hij Wang niet gehad +had, den onafscheidelijken Wang, die voor hem leidsman en vriend te +gelijk was. + +Wie was die Wang? Sedert zeventien jaar maakte hij deel uit van het +gezin te Shang-Haï. Hij had bij den vader gewoond voor hij bij den +zoon kwam. Maar van waar kwam hij? Hoe kwam hij dus aan de familie +gehecht? Ziedaar vrij duistere vragen waarop Tchoung Héou en Kin-Fo +alleen konden antwoorden. + +En als zij dit voegzaam geoordeeld hadden--'t geen niet waarschijnlijk +was--zou men 't volgende vernomen hebben: + +'t Is iedereen bekend dat China bij uitnemendheid het rijk is, waar +opstanden vele jaren kunnen duren en honderd duizenden menschen op +de been kunnen brengen. In de zeventiende eeuw heerschte de beroemde +dynastie van Ming, van Chineeschen oorsprong, sedert driehonderd jaren +over China. Het hoofd dier dynastie gevoelde zich echter in 1644 te +zwak tegenover de opstandelingen die zijn hoofdstad bedreigden en +riep de hulp in van een Tartaarsch vorst. + +Die vorst liet zich niet lang bidden, kwam, joeg de rebellen uit +elkander, nam de gelegenheid waar om hem die zijne hulp had ingeroepen +van den troon te stooten en liet zijn eigen zoon Chun-Tché tot keizer +uitroepen. + +Van dit tijdperk af, nam de Tartaarsche heerschappij de plaats in +der Chineesche, en de troon werd bekleed door Mantjoerijsche keizers. + +Allengs vermengden zich, vooral in de lagere klassen, de rassen +met elkander; maar bij de rijkere familiën in het noorden bleef de +afscheiding tusschen Chineezen en Tartaren bestaan. Ook nu nog is het +type van elkander onderscheiden, vooral in de noordelijke provinciën +van het rijk. Daar zijn de »onverzoenlijken" gevestigd, zij die aan +de onttroonde dynastie getrouw blijven. + +De vader van Kin-Fo behoorde tot deze laatsten en hij verloochende de +traditiën niet van zijn geslacht, dat geweigerd had vrede te sluiten +met de Tartaren. Als er, zelfs driehonderd jaar na de onttroning, +een opstand was uitgebarsten tegen de vreemde overheersching, zou +hij gereed geweest zijn. + +Dat zijn zoon Kin-Fo geheel en al zijne staatkundige overtuiging +deelde, behoeft niet gezegd. + +In 1860 regeerde keizer S' Hiène-Fong, die den oorlog aan Frankrijk en +Engeland verklaarde--den oorlog geëindigd met het tractaat van Peking, +25 Oct. van dat jaar gesloten. + +Maar reeds voor dat tijdstip werd de regeerende dynastie door +een geweldigen opstand bedreigd. De Tchang-Mao of Taï-ping, de +»oproerlingen met de lange haren" hadden zich in 1853 van Nan-King en +in 1855 van Shang-Haï meester gemaakt. Na den dood van S' Hiène-Fong +had zijn jeugdige zoon al zijne krachten noodig om de Taï-ping te +verdrijven. Zonder den onderkoning Li, zonder vorst Kong en vooral +zonder den Engelschen kolonel Gordon zou hij er waarschijnlijk niet +in geslaagd zijn zijn troon te behouden. + +De Taï-ping, de verklaarde vijanden van de Tartaren, goed ten opstand +toegerust, wilden de dynastie der Tsing vervangen door die van de +Wang. Zij vormden vier verschillende benden; de eerste, die met den +zwarten standaard, had ten last gekregen te dooden; de tweede, met +den rooden standaard, te branden; de derde, met den gelen standaard, +te plunderen; de vierde, met den witten standaard, was belast om de +drie anderen van voedsel enz. te voorzien. + +Er hadden gewichtige militaire bewegingen in Kian-Sou plaats. Twee +plaatsen, op vijf mijlen afstands van Shang-Haï, Sou-Tchéou en +Kia-Hing, vielen in de macht der opstandelingen en werden niet +zonder moeite door de keizerlijke troepen hernomen. Shang-Haï was +sterk bedreigd en werd zelfs den 18n Augustus 1860 aangetast, op +'t zelfde oogenblik dat de generaals Grant en Montauban, de hoofden +van het Anglo-Frankische leger, de forten van Peï-Ho bombardeerden. + +Tchoung Héou, de vader van Kin-Fo, bewoonde toen eene plaats dicht bij +Shang-Haï, niet ver verwijderd van de prachtige brug die de Chineesche +ingenieurs over de rivier van Sou-Tchéou hebben gelegd. Hij sloeg den +opstand der Taï-ping met zeker welgevallen gade, wijl hij hoofdzakelijk +tegen de Tartaarsche dynastie gericht was. + +Eens nu, in den avond van den 18n Augustus, gebeurde het, nadat de +opstandelingen voor Shang-Haï waren afgeslagen, dat de deur van de +woning van Tchoung Héou plotseling geopend werd. + +Een vluchteling, die er in geslaagd was zijne vervolgers van het +spoor te brengen, wierp zich aan de voeten van Tchoung Héou. De +ongelukkige had geen wapen meer om zich te verdedigen. Als hij, +bij wien hij eene schuilplaats kwam vragen, hem aan de keizerlijke +troepen wilde overleveren, was hij verloren. + +De vader van Kin-Fo was er de man niet naar om een Taï-ping, die een +schuilplaats had gezocht in zijn huis, te verraden. + +Hij sloot de deur en zeide: + +»Ik wil niet weten, ik zal nimmer weten wie je bent, wat je gedaan +hebt of van waar je komt. Je bent mijn gast, en, daarom alleen, +bij mij in veiligheid." + +De vluchteling wilde spreken om zijne dankbaarheid te uiten.... Hij +had er de kracht niet toe. + +»Je naam?" vroeg Tchoung Héou. + +»Wang." + +Op deze wijze was Wang gered door de edelmoedigheid van Tchoung +Héou--eene edelmoedigheid die den laatste het leven zou gekost hebben +als men vermoed had dat hij een opstandeling beschermde. Maar Tchoung +Héou was een van die ouderwetsche mannen, wien een gast heilig is. + +Eenige jaren later werd de opstand geheel onderdrukt. In 1864 nam +keizer Taï-ping, in Nan-King belegerd, vergif in, om niet in de handen +der keizerlijken te vallen. + +Wang was sedert dien dag in het huis van zijn weldoener gebleven. Nooit +behoefde hij inlichtingen omtrent zijn verleden te geven. Niemand +ondervroeg hem daaromtrent. Misschien vreesde men te veel te +vernemen! De wreedheden, door de opstandelingen begaan, moesten, +naar men zeide, verschrikkelijk zijn geweest. Onder welke banier +zou Wang gediend hebben, onder de gele, de roode, de zwarte of de +witte? Het was maar beter de zaak te laten rusten; men behield dan +althans nog de illusie dat hij waarschijnlijk behoord had tot de +proviandeerende colonne. + +Wang had niets tegen deze schikking van het lot, en bleef in de +gastvrije woning. Na den dood van Tchoung Héou hield Kin-Fo hem bij +zich, wijl hij zijn aangenaam gezelschap te veel op prijs stelde om +hem te kunnen missen. + +En, waarlijk, wie zou op het tijdstip, waarop deze geschiedenis een +aanvang neemt, ooit een vroegeren Taï-ping, een moordenaar, plunderaar +of brandstichter--wat men maar wil--herkend hebben in den 55jarigen +philosoof, dien gebrilden zedemeester, dien Chineeschen Chinees met den +traditioneelen knevel en de aan de slapen iets naar boven gerichte +oogen? Met zijn lang kleed van weinig in 't oog loopende kleur, +zijn wegens een begin van gezetheid iets naar boven geschoven gordel, +zijn hoofdtooi geheel volgens 't keizerlijk voorschrift, d. w. z. een +hoed van bont, welks rand is omgebogen langs een kalotje, waaronder +kwastjes van roode strikken voor den dag kwamen, had Wang geheel +en al het voorkomen van een eerzaam professor in de wijsbegeerte, +van een van die geleerden, welke de tachtig duizend letters van het +Chineesche schrift met 't meeste gemak gebruiken, van een kenner +van het Mandarijnen schrift, van een van die, welke het recht hebben +onder de groote poort van Peking door te gaan, een voorrecht alleen +den zonen des hemels gegeven. + +'t Is ook mogelijk dat de opstandeling, een verleden vol verschrikking +vergetende, met het voorbeeld van den braven Tchoung Héou zijn +voordeel had gedaan en zich allengs aan de bespiegelende wijsbegeerte +had gewijd. + +Hoe dit zij, op denzelfden avond van het feestmaal bevonden zich +Kin-Fo en Wang, de onafscheidelijke gezellen, op de kade, om zich +naar de stoomboot te begeven, die hen in snelle vaart naar Shang-Haï +moest terugvoeren. + +Kin-Fo liep zwijgend, zelfs min of meer in nadenken verzonken, +voort. Wang keek links en rechts, philosofeerde over de maan en de +sterren, ging glimlachend onder de poort der »Eeuwige Reinheid" door, +die hij niet te hoog voor zichzelf vond, passeerde daarop de poort +der »Eeuwige Vreugde" en zag ten slotte hoe de torens van de pagode +der »Vijfhonderd Godheden" zich in de schaduw des nachts verloren. + +De stoomboot _Perma_ lag gereed om te vertrekken. Kin-Fo en Wang +begaven zich naar de beide hutten die men voor hen open gehouden +had. De krachtige stroom van de Parelrivier, die dagelijks tegelijk +met het slijk van den oever, de lijken van de ter dood verwezenen +met zich voert, versnelde den gang der boot nog. Het vaartuig bewoog +zich als een pijl langs de ruïnes, hier en daar overgebleven van de +verwoesting, door de Fransche kanonnen aangericht, langs den tempel +met negen verdiepingen van Haf-Way, voorbij de landtong Jardyne +nabij Whampoa, waar de grootste vaartuigen hunne ligplaats hebben, +en tusschen de eilandjes en het bamboezen paalwerk door, dat aan +weerskanten der oevers gevonden wordt. + +In den nacht werden de vijfhonderd kilometers, dat wil zeggen, +de drie honderd vijf en zestig »lis" die Canton van de monding der +rivier scheiden, afgelegd. + +Bij het opgaan der zon passeerde de _Perma_ den »Tijgermuil" en +vervolgens de beide hoofden van den inham. De Victoria-Peak op 't +eiland Hong-Kong, ter hoogte van achttienhonderd vijf en twintig +voet, verscheen één oogenblik door den morgennevel, en na een zeer +voorspoedigen overtocht voeren Kin-Fo en Wang de gele wateren van +de Blauwe rivier weder op en zetten voet aan wal te Shang-Haï op het +kustland van de provincie Kiang-Nan. + + + + + +III. + + Waarin de lezer, zonder zich te vermoeien, een blik kan werpen + op de stad Shang-Haï. + + +Een Chineesch spreekwoord zegt: + + + »Als de sabels verroest zijn en de spaden glinsteren, + Als de trappen der tempels afgesleten worden door de voeten + der geloovigen en er gras groeit op de binnenplaats der + gerechtshoven, + Als de gevangenissen ledig en de graanzolders vol zijn, + Als de dokters loopen en de bakkers rijden, + Dan wordt het rijk goed bestuurd." + + +Het spreekwoord is hier een waar woord en kon zeer goed op al de staten +der oude en der nieuwe wereld toegepast worden. Maar, is er één land +waar men nog ver van dezen idealen toestand af is, dan is het juist +het Hemelsche rijk. Daar juist glinsteren de sabels terwijl de spaden +roesten, daar is weinig plaats in de gevangenissen en veel ruimte op +de graanzolders. De bakkers hebben er minder te doen dan de dokters, en +lokken de pagoden ook vele geloovigen tot zich, de gerechtshoven hebben +waarlijk niet te klagen over gebrek aan beschuldigden of aan pleiters! + +Overigens is het geen wonder dat de administratie te wenschen +overlaat in een rijk van honderd en tachtigduizend vierkante mijlen, +dat van het noorden naar het zuiden meer dan achthonderd uur gaans +en van het westen naar het oosten er ruim negenhonderd lang is, +dat achttien uitgestrekte provinciën telt, zonder de schatplichtige +landen te rekenen als Mongolië, Mantchourije, Thibet, Tonking, Corea, +de Liou-Tchou eilanden etc. Mogen de Chineezen zelve dit al niet +gereedelijk erkennen, onder de vreemdelingen is er niemand die het +betwijfelt. Misschien de Keizer alleen, opgesloten in zijn paleis, +buiten welks poorten hij slechts hoogst zelden komt, beschermd door +de muren van een driedubbele stad, die Zoon des Hemels, de vader +en de moeder zijner onderdanen, die wetten geeft of vernietigt naar +zijn welgevallen, die het recht van leven en dood heeft over allen +en wien door zijne geboorte alle inkomsten van het rijk rechtmatig +toekomen;--deze souverein, voor wien alles in het stof buigt, is +zeker overtuigd dat er in zijn rijk niets is wat iets te wenschen +zou kunnen overlaten. Het zou dan ook niemand geraden zijn, hem te +willen overtuigen, dat hij zich bedroog. Een Zoon des Hemels bedriegt +zich nooit. + +Was Kin-Fo misschien van oordeel dat eene Europeesche regeeringsvorm +boven den Chineeschen te verkiezen is? Men zou bijna geneigd zijn het +te gelooven. Hij woonde bijvoorbeeld niet in Shang-Haï, maar buiten, +op een gedeelte der Engelsche concessie, die de onafhankelijkheid, +waarin zij zich eenigermate verheugen mag, op zeer hoogen prijs stelt. + +Shang-Haï, de eigenlijke stad, ligt op den linkeroever van het +riviertje Houan-Pou, die met de Wousung vereenigd in de Yang-Tsze-Kiang +of Blauwe rivier valt en ten slotte in de Gele zee uitloopt. + +Het is een ovaal, dat van het noorden naar het zuiden loopt, omringd +door hooge muren met vijf poorten, die toegang tot de voorsteden +geven. Een verward net van met tegels bestrate steegjes, die zelfs +met geen mechanisch reinigingstoestel schoon te maken zouden zijn; +sombere winkels zonder eenige uitstalling waarin de winkeliers, naakt +tot den gordel, rondscharrelen; geen rijtuigen, geen draagstoelen, +ter nauwernood nu en dan een ruiter; eenige nationale tempels of +vreemde kapellen; voor eenige wandeling een »theetuin" en een moerassig +exercitieveld waaruit allerlei ongezonde dampen opstijgen; en op de +straten en in de huizen eene bevolking van tweemaal honderdduizend +inwoners, ziedaar de stad die als woonplaats weinig aanlokkelijks +heeft, maar die evenwel uit een handelsoogpunt van groot belang is. + +Daar toch mochten, na het tractaat van Nan-King, de vreemdelingen +voor het eerst hunne kantoren openen. Het was de groote deur van +China, die voor den Europeeschen handel opengezet werd. Ook heeft de +regeering buiten Shang-Haï en zijne voorsteden, tegen eene jaarlijksche +uitkeering bij concessie, drie groote stukken grond afgestaan aan +de Franschen, de Engelschen en de Amerikanen, die er ten getale van +omstreeks tweeduizend wonen. + +Van de Fransche concessie--het aan de vreemdelingen uit +Frankrijk afgestane terrein--is weinig te zeggen. Het is de minst +belangrijke. Zij grenst ongeveer aan de noordelijke zijde der stad +en strekt zich uit tot de beek van Yang-King-Pang, die haar van +het Engelsche grondgebied scheidt. Daar verheffen zich de kerken +der Lazaristen en der Jezuïeten, die ook op vier mijlen afstand van +Shang-Haï het seminarie Tiskavé opgericht hebben, waar zij Chineesche +kweekelingen vormen. Maar deze kleine kolonie haalt niet bij de beide +anderen. Van de tien handelshuizen die er in 1861 opgericht werden +zijn er nog slechts drie over, en zelfs het wisselkantoor is thans +op de Engelsche concessie gevestigd. + +Het buiten Shang-Haï aan de Amerikanen afgestane gebied is van de +Engelsche concessie door den Sou-Tchéou-Creek afgescheiden, en over +deze rivier ligt een houten brug. Op de Amerikaansche concessie ligt +het Astor-Hotel en de Zendingskerk; daar bevinden zich ook de dokken, +ten gebruike der Europeesche schepen. + +Van de drie concessies is echter ontegenzeglijk de Engelsche de +bloeiendste. Prachtige gebouwen op de kaden, huizen met veranda's +en tuinen, paleizen van handelsvorsten, de Oriental Bank, de »hong" +van de beroemde firma Dent, de kantoren van Jardyne, Russel en andere +groete kooplieden, de Engelsche club, de schouwburg, het cricketveld, +het park, de renbaan, de bibliotheek, ziedaar wat er onder anderen +te vinden is in deze rijke schepping der Angelsaksers, die terecht +op den naam van model-kolonie boogt. + +Daarom zal het ook niemand verwonderen dat op dit bevoorrecht gebied, +onder bescherming van een vrijzinnigen regeeringsvorm, een Chineesche +stad verrezen is van een geheel bijzonder karakter, zooals er nergens +anders een te vinden is. + +De vreemdeling, die langs de schilderachtige Blauwe rivier dit plekje +naderde, zag er dan ook vier vlaggen wapperen. Nevens de Fransche, +de Engelsche en de Amerikaansche kleuren, woei er ook de Chineesche +vlag, het gele St. Andries-kruis op een groen veld. + +Wat de omstreken van Shang-Haï aangaat, deze zijn vlak land, zonder +boomen, doorsneden door smalle steenen wegen en in rechte hoeken +zich kruisende voetpaden, met regenputten voorzien en »arroyo's" die +onmetelijke rijstvelden met hun water besproeien, waardoor kanalen +loopen, bedekt met jonken die te midden der velden hunne vrachten +vervoeren, evenals de tjalken door de Hollandsche weilanden; het was +eene uitgestrekte schilderij, zeer groen van toon, waaraan alleen de +lijst ontbrak. + +De _Perma_ was bij haar aankomst aan de kade van de binnenhaven van +Shang-Haï komen te liggen, voor de oostelijke voorstad. Daar stapten +Wang en Kin-Fo dien middag aan wal. + +Zoowel op de kaden als op de rivier heerschte eene onbeschrijfelijke +drukte. Honderden jonken, bloemenschepen, sampans, een soort van +gondels met wrikriemen bestuurd, gigs en andere bootjes van allerlei +grootte, vormde eene drijvende stad, waar eene bevolking woonde, die +men minstens op veertigduizend zielen schatten kan,--eene bevolking +die tot den minderen stand behoort en waarvan de rijksten zich zelfs +niet tot den rang der geletterden of mandarijnen kunnen verheffen. + +De beide vrienden flaneerden langs de kade te midden der gemengde +schare, kooplieden van allerlei aard, venters van noten, oranjeappelen +of pompoenen, zeelieden van allerlei natiën, waarzeggers, Chineesche +en Mongoolsche priesters, Roomsch-Katholieke priesters in Chineesche +kleederdracht en met staart en waaier, inlandsche soldaten, +»tipaos", plaatselijke politie-agenten en »compradores", een soort +van commissionairs, die de zaken der Europeesche kooplieden behartigen. + +Kin-Fo met den waaier in de hand, liet zijn onverschilligen blik over +de menigte dwalen en stelde volstrekt geen belang in hetgeen er om +hem heen voorviel. Noch de metaalklank der Mexicaansche piasters, +noch die der zilveren taëls of der koperen sapeken, [1] die gedurig +uit de handen der koopers naar die der verkoopers overgingen, konden +zijne gedachten afleiden. Hij bezat genoeg om de geheele voorstad te +koopen en contant te betalen. + +Wang had zijne groote gele parapluie opgezet, die met zwarte monsters +prijkte, en terwijl hij als een echte Chinees steeds rondkeek, +zocht hij overal naar voorwerpen, die hem aanleiding tot opmerkingen +konden geven. + +Voorbij de Oostpoort gaande viel zijn blik bij toeval op een dozijn +kooien van bamboes, waarin de akelige hoofden van een gelijk aantal +misdadigers te zien waren, eerst den vorigen avond ter dood gebracht. + +»Misschien was er wel iets beters te doen", zeide hij, »dan hoofden +af te hakken. 't Was wel zoo wijs ze met nuttige kennis te vullen." + +Kin-Fo hoorde ongetwijfeld deze opmerking van Wang niet, anders zou +die hem uit den mond van een ex-Taï-ping zeker wel verwonderd hebben. + +Beiden gingen voort langs de kaai en volgden de muren der Chineesche +stad. + +Aan het einde der voorstad waar de Fransche concessie begint, werd +de aandacht der menigte getrokken door een inboorling in een lang +blauw kleed, die met een kleinen stok op een grooten buffelhoorn sloeg. + +»Een sieng cheng", sprak de wijsgeer. + +»Waar raakt ons dat?" antwoordde Kin-Fo. + +»Laat u eens waarzeggen", hernam Wang. »Als men gaat trouwen is dat +wel eens aardig." + +Kin-Fo wilde, zonder hierop te letten, verder gaan, doch Wang hield +hem tegen. + +De »sien-cheng" is een soort van populair profeet, die voor een paar +sapeken de toekomst voorspelt. Al wat hij voor zijn beroep noodig +heeft is een kooi met een kleinen vogel, die aan een der knoopen +van zijn kleed hangt, en een spel van vier-en-zestig kaarten waarop +afbeeldingen van goden, menschen en dieren voorkomen. Alle Chineezen +zijn min of meer bijgeloovig en dus vinden ook de voorspellingen van +den sien-cheng veel aftrek, ofschoon deze zelf natuurlijk wel weet +hoe het daarmede gesteld is. + +Op een teeken van Wang spreidde hij een wolligen doek op den grond uit, +plaatste er de kooi op, nam zijne kaarten, schudde ze door en legde ze +zoo op den doek dat de plaatjes niet te zien waren. De deur der kooi +werd toen geopend, de kleine vogel wipte er uit, zocht schijnbaar +tusschen de kaarten en pikte er vervolgens een op, die hij aan den +waarzegger bracht, ontving een paar rijstkorrels tot belooning en +verdween toen weder in zijn kooi. + +De sien-cheng keerde de kaart om. Er stond een afbeeldsel van een +man op en een spreuk in Kunarunaschrift, de Mandarijnentaal van het +noorden, die de officieele taal der geleerden is. + +Toen keerde de waarzegger zich tot Kin-Fo en voorspelde hem, wat zijne +collega's over de geheele wereld altijd aan hunne klanten voorspellen, +zonder dat zij gevaar loopen zich te vergissen, namelijk dat hij, na +door eenigen geheimzinnigen tegenspoed getroffen te zijn, duizenden +jaren gelukkig zou leven. + +»Eén slechts", antwoordde Kin-Fo, »éen slechts en ik schenk u gaarne +de rest." + +Daarop wierp hij hem een zilveren taël toe, waarop de profeet aanviel +als een hond op een lekker been. Zulke belooningen kreeg hij niet +dikwijls. + +Wang en zijn leerling richtten toen hunne schreden naar de Fransche +nederzetting, de eerste peinzend over deze voorspelling, die zoo +volkomen strookte met zijne eigene theorieën ten opzichte van het +geluk, de tweede wel overtuigd dat er voor hem geen tegenspoed +zijn kon. + +Zij gingen het Fransche consulaat voorbij, over het brugje dat de +Fransche concessie met het Engelsche verbindt, staken deze laatste +nederzetting dwars over en bereikten zoo de kade van de Europeesche +haven. + +Het sloeg juist twaalf uur. De drukte die des ochtends buitengewoon +groot geweest was, hield als met een tooverslag op. De handelsdag +was om zoo te zeggen afgeloopen en op de beweging volgde de kalmte, +zelfs in het Engelsche gedeelte der stad, dat zich in dit opzicht +naar de gebruiken des lands voegde. + +Op dit oogenblik kwamen eenige vreemde schepen de haven binnen, de +meeste onder de vlag van het Vereenigde Koningrijk. Negen van de tien +waren, helaas, met opium bevracht. Deze verstompende zelfstandigheid, +dit vergift waarmede Engeland China overlaadt, wordt ingevoerd +tot eene jaarlijksche waarde van meer dan honderdveertig millioen +gulden en levert driehonderd pct. winst op. Te vergeefs heeft de +Chineesche regeering den invoer van opium in het Hemelsche Rijk willen +beletten. De oorlog van 1841 en het verdrag van Nan-King hebben het +land voor de Engelsche koopwaar geopend en den handelsvorsten vrij +spel gegeven. Overigens moeten wij er bijvoegen dat, al bedreigt de +regeering van Peking ieder Chinees die opium verkoopt zelfs met den +dood, het gezag zich ook wel laat vinden, als men slechts den rechten +toon weet aan te slaan. Men meent zelfs te kunnen verzekeren, dat de +mandarijn, die gouverneur van Shang-Haï is, jaarlijks een millioen +verdient alleen door somtijds niet te nauwkeurig toe te zien op de +handelingen zijner ondergeschikten. + +Het spreekt van zelf dat Kin-Fo noch Wang opium gebruikten; dit +vergif toch verwoest het geheele organisme en heeft onvermijdelijk +een vroegen dood ten gevolge. + +Ook was er nooit een ons opium over den drempel gekomen der rijke +woning waar de twee vrienden binnenstapten, juist een uur nadat zij +op de kade van Shang-Haï geland waren. + +Wang had--vreemd genoeg uit den mond van een ex-Taï-ping!--eerst nog +de opmerking gemaakt: + +»Misschien kon er wel iets beters gedaan worden dan een zelfstandigheid +in te voeren die een geheel volk verstompt! Handel is goed, maar +wijsbegeerte is beter! Laat ons de wijsbegeerte beoefenen en daarin +ons geluk zoeken!" + + + + + +IV. + + Waarin Kin-Fo een gewichtigen brief ontvangt, die al acht + dagen eerder had moeten bezorgd worden. + + +Een yamen bestaat uit een aantal verschillende gebouwen langs +evenwijdige lijnen gerangschikt en die door een andere lijn van kiosken +en paviljoenen loodrecht gesneden wordt. Meestal wordt de yamen bewoond +door mandarijnen van hoogen rang en behoort dan den keizer toe: +maar ook den rijken bewoners van het Hemelsche Rijk is het vergund +yamens in eigendom te bezitten, zoodat dan ook de vermogende Kin-Fo +een dezer weelderige hotels bewoonde. + +Wang en zijn kweekeling bleven bij de hoofdpoort in de uitgestrekte +omheining, die de verschillende gebouwen van de yamen, hare tuinen +en binnenplaatsen omgaf, staan. + +Ware zij, inplaats van de woning van een eenvoudigen particulier, +die van een mandarijn-magistraat geweest, dan zou onder de fraai +uitgesneden en beschilderde luifel der poort dadelijk een groote trom +in 't oog gevallen zijn. Op die trom zouden dan dag en nacht diegenen +zijner onderhoorigen hebben komen slaan, die recht hadden willen +inroepen. Maar inplaats van die »klachtentrom", versierden groote +porceleinen pullen den ingang der yamen, en bevatten koude thee, die +door de zorg van den hofmeester steeds vernieuwd werd. Deze pullen +stonden ter beschikking van de voorbijgangers, eene edelmoedigheid, +die Kin-Fo eer aandeed. Ook was hij zeer gezien, zooals men zeide, +bij »zijne buren uit het Oosten en het Westen." + +Nauwelijks had de meester zich vertoond of al de huisvrienden snelden +naar de poort om hem te ontvangen. Al de lieden die tot eene deftige +Chineesche huishouding behooren, als kamerdienaars, voetknechten, +portiers, het personeel der draagstoelen, palfreniers, koetsiers, +bedienden, nachtwakers, koks, stonden in gelid geschaard onder de +bevelen van den hofmeester. Behalve deze waren er nog een tiental +koelies, die, voor het ruwe werk bij de maand gehuurd, zich wat +achteraf hielden. + +De hofmeester verwelkomde den heer des huizes. Deze maakte nauwlijks +eene beweging met de hand en schreed snel voorbij. + +»Soun?" zei hij alleen. + +»Soun!" antwoordde Wang glimlachend. »Als Soun er was, zou 't Soun +niet meer zijn!" + +»Waar is Soun?" zei Kin-Fo nogmaals. + +De hofmeester moest bekennen, dat hij, noch iemand wist waar Soun was. + +Nu was Soun niets meer of minder dan de eerste kamerdienaar, speciaal +aan den persoon van Kin-Fo verbonden en die volstrekt niet door hem +gemist kon worden. + +Soun was dus zeker een voortreffelijke bediende? Neen, 't was +onmogelijk slechter zijn dienst te verrichten. Hij was verstrooid, +onsamenhangend, onhandig in zijn doen en spreken, een echte lekkerbek, +een beetje bang van aard, een ware tochtscherm-Chinees, maar getrouw +overigens en de eenige die bij zekere gelegenheden eenigen invloed +op zijn meester had. Kin-Fo kon zich twintig maal op een dag boos +maken op Soun en zoo hij hem slechts tien maal strafte, dan was het +eene overwinning behaald op zijne gewone lichtgeraaktheid. Men ziet, +die Soun was een hygieenische bediende. + +En had Soun nu iets gedaan dat niet in den haak was, dan voorkwam +hij zijn meester en vroeg, evenals de meeste Chineesche bedienden, +uit eigen beweging om gestraft te worden, 't geen hem dan ook niet +bespaard werd, want als hagel vielen de rottingslagen dan op zijne +schouders, waarover Soun zich evenwel niet veel bekreunde. Doch, +waarover hij zich oneindig veel gevoeliger betoonde, dat waren de +telkens herhaalde verkortingen, die Kin-Fo den gevlochten staart die +hem op den rug hing, liet ondergaan, zoodra er sprake was van de een +of andere ernstige overtreding. + +Niemand zal wel onbekend zijn met het groote gewicht dat de Chinees +aan dit zonderlinge aanhangsel hecht. De eerste straf die den +misdadiger wordt opgelegd, is het verlies van zijn staart! 't Is een +schande voor zijn gansche leven! De ongelukkige knecht vreesde dan +ook niets zoo zeer dan veroordeeld te worden er een stukje van te +verliezen. Voor vier jaren nog toen Soun in dienst bij Kin-Fo trad, +had zijn staart--een der schoonste van het Hemelsche Rijk,--eene lengte +van een meter vijf en twintig, terwijl er thans, helaas! niets meer +van overbleef dan zeven en vijftig centimeters. + +Ging dat zoo voort, dan was Soun binnen twee jaar heelemaal kaal! + +Wang en Kin-Fo gingen daarop, eerbiedig gevolgd door het bedienend +personeel, den tuin door, welks boomen meerendeels in aarden potten +geplant, en op verrassende, maar betreurenswaardige wijze besnoeid, +allerlei fantastische diergestalten te zien gaven. Vervolgens +liepen zij het bassin langs, dat met goudvisschen en roodvisschen +gevuld was en welks helder water bijna verborgen was onder de groote +bleekroode bloemen van de nelumbo, de schoonste waterlelie uit het +Bloemenrijk. Zij bogen het hoofd, toen zij een soort van hieroglyphisch +viervoetig dier voorbij kwamen, dat in harde kleuren op een daar +aanwezigen muur was geschilderd en een soort van symbolisch fresco +scheen te zijn, en naderden daarop de deur der voornaamste woning +van de yamen. + +Het was een gebouw met eene verdieping, geplaatst op een terras, +'t welk men langs een marmeren trap van zes treden bereikte. Er +waren bij wijze van luifels schermen van bamboes voor de deuren en +vensters aangebracht, waardoor de reeds buitengewone hitte dragelijk +werd gemaakt en de koelte in 't gebouw behouden. Het platte dak +vormde een contrast met de fantastische bedekking der paviljoens, +die hier en daar in de yamen verspreid lagen en welks kanteelen, +veelkleurige pannen en in fijne arabesken uitgesneden steenen een +aangenamen aanblik opleverden. + +Binnen gekomen bespeurde men, behalve de vertrekken in 't bijzonder +bestemd voor Wang en Kin-Fo, niets anders dan salons, omgeven door +kabinetjes, welke afgescheiden waren door doorschijnende voorhangsels, +waarop guirlandes van bloemen waren aangebracht, of wel plaatjes met +zedekundige spreuken, waarop de bewoners van het Hemelsche rijk niet +zuinig zijn. Overal stonden zonderling versierde zetels van marmer, +porcelein of hout, en bovendien een dozijn kussens wier mollige +zachtheid meer tot zitten uitlokte dan de hardere zetels; overal +hingen lampen of wel lantaarns van verschillenden vorm met zacht +gekleurde glazen en versierd met eikels of wel met franjes en kwastjes +als aan het dekkleed van een Spaansch muildier gevonden worden; +overal vond men ook kleine thee-tafeltjes, »tcha-ki" geheeten, die +in een Chineesch huishouden niet mogen ontbreken. Men vond er voorts +allerlei ciseleer-werk van ivoor of schildpad, bronzen voorwerpen in +niello-werk, wierookschaaltjes, verlakte voorwerpen met gouddraad +en relief versierd, andere van melkwit of smaragd groen nephriet, +ronde of prisma-vormige vaasjes van de dynastie der Mings en der +Tsings, nog zeldzamer porceleinen beeldjes van de dynastie der Yens, +kopjes met doorschijnend rose en geel gekleurd email bedekt, van welke +bewerking het geheim verloren is gegaan; te veel om op te noemen. Deze +weelderig ingerichte woning bood alles aan wat Chineesche fantasie, +gepaard aan Europeesch confort, kon verschaffen. + +Kin-Fo was dan ook--ieder zeide het en zijn smaak bewees het--een man +van den vooruitgang. Iedere nieuwere uitvinding van het westen was hij +bereid over te nemen. Hij behoorde tot die--nog te zeldzame--categorie +van zonen van het Hemelsche rijk, die dwepen met de physische en +chemische onderzoekingen. + +Hij was dan ook niet een der barbaren die de eerste telegraafdraden +doorsneden, welke de firma Reynoldt tot Wousung wenschte te doen +loopen om spoedig de aankomst te vernemen van de Engelsche of +Amerikaansche mail, en hij moest evenmin gerekend worden onder die +achterlijke mandarijnen welke weigerden om den onderzeeschen kabel +van Shang-Haï naar Hong-Kong op het grondgebied der laatstgenoemde +eilanden te bevestigen, en de telegrafisten dwongen dien op een schip +dat op stroom lag, vast te maken. + +Neen, Kin-Fo behoorde tot die Chineezen welke het met genoegen hadden +gezien dat de regeering, onder toezicht van Fransche ingenieurs, +arsenalen en werven te Fou-Chao had gesticht. Ook had hij, en dit uit +een zuiver nationaal oogpunt, aandeelen in de Chineesche stoombooten +die den dienst verrichten tusschen Tien-Sin en Shang-Haï en was hij +betrokken bij de snelvarende vaartuigen die op den tocht van Singapore +drie of vier dagen op de Engelsche mail winnen. + +De vorderingen der wetenschap waren zelfs tot in zijne huiselijke +omgeving toegepast. De verschillende gebouwen van zijn yamen waren +door telefoons verbonden en electrische schellen vond men er in +onderscheiden kamers. In het koude seizoen legde hij vuur aan en +verwarmde zich, vrij wat verstandiger dan zijne landgenooten die +onder hunne vier- of vijfdubbele kleeding voor hunnen ledigen +haard bevroren. Zijn huis was met gas verlicht evenals dat van +den inspecteur-generaal der douanen te Peking, evenals dat van +den schatrijken Yang, bijna uitsluitend eigenaar van de banken van +leening in het Hemelsche Rijk! Eindelijk, het verouderde gebruik +van het schrift in zijne intieme correspondentie moede, had de +vooruitstrevende Kin-Fo--men zal het weldra zien--de phonograaf in +gebruik genomen, nauwelijks door Edison tot zijn laatsten graad van +volkomenheid gebracht. + +Men bespeurt uit een en ander dat de leerling van den philosoof Wang, +zoowel wat het materieele leven betreft, als wat aangaat zucht naar +kennis en wetenschap, alles bezat wat noodig was om gelukkig te +wezen! En toch was hij het niet! Hij had Soun om zijne dagelijksche +apathie te verdrijven, en zelfs Soun was niet voldoende om hem gelukkig +te maken! + +'t Viel niet te loochenen dat Soun, die nooit daar was waar hij +wezen moest, zich ook thans nergens liet zien. Hij had zich zeker +een of ander zwaar vergrijp te verwijten, eenige onhandigheid, in +'t afzijn van zijn meester gegaan, en al vreesde hij niet voor zijn +rug en schouders, die aan de rotting gewend waren, alles leidde er +toe om te doen gelooven dat hij thans bevreesd was voor zijn staart. + +»Soun!" riep Kin-Fo, de vestibule binnentredende, waarop de salons ter +rechter- en linkerzijde uitkwamen, op een toon van kwalijk bedwongen +ongeduld. + +»Soun!" herhaalde Wang, wiens goede raadgevingen en vermaningen altijd +zonder invloed op den voor verbetering onvatbaren knecht waren geweest. + +»Zoek Soun op en breng hem hier!" zeide Kin-Fo tot den hofmeester, +die iedereen in 't werk stelde om den niettevinden bediende te zoeken. + +Wang en Kin-Fo bleven alleen. + +»Ons verstand zegt ons," sprak de philosoof, »dat een reiziger, +te huis teruggekeerd, eenige rust moet nemen." + +»Laat ons dan verstandig zijn!" was het eenvoudig antwoord van den +leerling van Wang. + +En na den philosoof de hand gedrukt te hebben, begaf hij zich naar +zijn vertrek, terwijl Wang zijne kamer binnentrad. + +Toen Kin-Fo alleen was, strekte hij zich op een van die zachte, mollige +divans van Europeesch maaksel uit, van welks bewerking een Chineesch +kamerbehanger of tapijtwerker geen denkbeeld heeft. Daar ging hij +liggen droomen. Dacht hij aan zijn huwelijk met het beminnelijke en +lieve meisje dat spoedig zijne levensgezellin zou zijn? Ja, en dat +was niet te verwonderen als men bedenkt, dat hij haar den volgenden +dag weder zou ontmoeten. Het bevallige wezen woonde niet te Shang-Haï, +maar te Peking, en Kin-Fo overlegde bij zichzelf of het niet passend +zou zijn haar tegelijk met het bericht van zijn terugkeer te Shang-Haï, +te doen weten, dat hij spoedig in de hoofdstad van het Hemelsche rijk +zou verschijnen. Het zou zelfs niet ongepast zijn eene zekere begeerte, +eene lichte opwelling van ongeduld om haar weer te zien aan den dag +te leggen. Ja zeker, hij hield werkelijk veel van haar! Wang had het +hem volgens de meest onomstootelijke regels der logica aangetoond, +en dit nieuwe element in zijn bestaan zou hem misschien kunnen +helpen bij het zoeken naar het onbekende.... dat is te zeggen het +geluk.... die.... dat.... waarvan.... + +Kin-Fo droomde met gesloten oogen en hij zou geheel en al ingeslapen +zijn als hij niet eene zekere kriebeling in zijn rechterhand gevoeld +had. + +Zijne vingers sloten zich instinctmatig en omklemden een +cylindervormig, knoestig voorwerp, van betamelijke dikte, dat zij +meer gewend waren te hanteeren. + +Kin-Fo vergiste zich niet, het was een rotting dien men hem in de +rechterhand had gestoken; op hetzelfde oogenblik hoorde men, op +bedeesden toon, de volgende woorden: + +»Als het mijnheer behaagt!" + +Kin-Fo stond overeind en zwaaide, wat zeer natuurlijk was, den +straffenden rotting heen en weer. + +Soun stond voor hem, half gebogen, in de houding van een patiënt die +eene bewerking moet ondergaan. Met de eene hand leunde hij op het +tapijt van de kamer, in de andere hield hij een brief. + +»Zoo, ben je daar eindelijk," zei Kin-Fo. + +»_Ai ai ya!_" antwoordde Soun. »Ik had gedacht dat mijnheer eerst de +derde wake zou terugkeeren! Als het mijnheer behaagt!" + +Kin-Fo gooide den rotting tegen den grond en Soun, hoe geel hij ook +was, verbleekte! + +»Als je me zonder eenige verontschuldiging je rug aanbiedt," sprak de +meester, »dan heb je zeker wel wat meer verdiend! Wat is er gebeurd?" + +»Deze brief!..." + +»Spreek op!" riep Kin-Fo en greep den brief dien Soun hem aanbood. + +»Ik ben zoo onhandig geweest te vergeten hem u ter hand te stellen +vóór uw vertrek naar Canton!" + +»Acht dagen te laat, schurk!" + +»Het is mijn schuld, mijnheer!" + +»Kom hier!" + +»Ik ben gelijk aan een arme krab zonder pooten, die niet vooruit kan +komen! _Ai ai ya_" + +Dat was een wanhoopskreet. Kin-Fo had Soun bij zijn staart gegrepen +en met eene snelle beweging van zijne scherpe schaar had hij er het +uiterste einde afgenomen. + +De arme krab scheen weder spoedig zijne pooten terug te krijgen, +want hij was eensklaps opgevlogen, niet zonder eerst van het tapijt +het stukje van zijn kostbaar aanhangsel opgeraapt te hebben. + +De staart van Soun was van zeven en vijftig tot vier en vijftig +centimeter teruggebracht. + +Kin-Fo had zich na de strafoefening, die hij Soun had doen ondergaan, +weder op zijn divan neergevleid en bekeek doodkalm den brief, die +voor acht dagen was gekomen. Het hinderde hem minder dat de brief te +laat in zijne handen was gekomen, dan wel dat Soun zich weder aan +onachtzaamheid had schuldig gemaakt. Wat voor belang kon een brief +hem inboezemen? Een brief kon alleen welkom zijn als hij hem eene +ontroering bezorgde. Hij, Kin-Fo ontroerd! + +Hij bekeek den brief toch, maar verstrooid. + +De enveloppe van stevig linnen was aan de voor- en achterzijde van +wijn- en chocolaad-kleurige postzegels voorzien. Onder het beeld--een +manshoofd--bespeurde men de cijfers van twee en van »zes centen." + +De brief kwam dus uit Amerika. + +»Wat nu!" dacht Kin-Fo de schouders ophalende, »een brief van mijn +correspondent te San Francisco!" + +En hij wierp den brief in een hoek van den divan. + +Wat kan zijn correspondent hem voor gewichtigs hebben mee te +deelen? Dat de stukken, die bijna geheel zijn fortuin uitmaakten, +rustig sliepen in de kassen van de Centrale Californische bank, dat +zijne actiën vijftien of twintig pct. waren gerezen, dat de dividenden +die van het vorige jaar overschreden, enz. Eenige duizenden dollars +meer of minder maakten hem koud noch warm. + +Toch nam Kin-Fo na eenige minuten den brief weer op en scheurde er +werktuiglijk de enveloppe af; maar in plaats van hem te lezen keek +hij naar de onderteekening. + +»Hij is van mijn correspondent," zei hij, »het kan alleen over zaken +zijn! Die kunnen tot morgen wachten!" + +En weder zou Kin-Fo den brief weggeworpen hebben als zijn oog niet +toevallig was blijven rusten op een woord onder aan de tweede pagina, +dat eenige malen onderschrapt was. Het was het woord PASSIEF, waarop +de correspondent te San-Francisco de aandacht van zijn cliënt te +Shang-Haï had willen vestigen. + +Kin-Fo nam daarop den brief en las dien van het begin tot het einde +niet zonder eenige nieuwsgierigheid, iets wat van hem bepaald te +verwonderen was. + +Zijne wenkbrauwen fronsten zich één oogenblik; maar een soort van +minachtenden glimlach plooide zijne lippen toen hij de lezing ten +einde had gebracht. + +Kin-Fo stond op, deed eenige stappen door zijn kamer en greep de +spreekbuis, die hem in staat stelde zich met Wang te onderhouden zonder +zich te vermoeien. Hij bracht zelfs het uiteinde aan zijn mond, om +het waarschuwende fluitje te doen hooren, maar toen bedacht hij zich, +liet de buis vallen en strekte zich opnieuw op zijn divan uit. + +»Poeh!" was al wat hij zeide, en zijne geheele persoonlijkheid sprak +uit dat woord. + +»En zij!" mompelde hij. "Het gaat haar eigenlijk meer aan dan mij." + +Hij ging naar eene kleine verlakte tafel, waarop een keurig bewerkt, +langwerpig doosje stond. Maar toen hij op het punt stond het te openen, +trok hij zijne hand terug. + +»Wat zeide ze in haar laatsten brief?" mompelde hij. + +En in plaats van het deksel der doos te openen, drukte hij op een +veer aan een der zijden. + +Terstond hoorde men het geluid eener zachte stem: + +»Mijn lieve oudste broeder, ben ik u niet als de Meihoua-bloem in +de eerste maan, als de abrikozen-bloesem in de tweede, als de bloem +der perzik in de derde! Mijn hart van juweel, ik zend u duizend, +tienduizend groeten!"... + +Het was eene jeugdige vrouwenstem, wier teedere woorden door den +phonograaf herhaald werden. + +»Arme kleine jongste zuster!" zeide Kin-Fo. + +Daarna opende hij het doosje, nam er de papierstrook met streepjes +en deukjes uit, die het geluid der afwezige stem weergegeven had, +en plaatste er een ander stuk geprepareerd papier in. + +De phonograaf was reeds zoo volmaakt dat men slechts hardop behoefde +te spreken om indrukken in het vlies te maken, terwijl de rol, die +door een horloge-veer in beweging gebracht werd, de woorden op het +geprepareerde papier aan het toestel aanteekende. + +Kin-Fo sprak ongeveer eene minuut. Aan zijne stem, kalm als altijd, +kon men niet hooren onder welken indruk, van vreugde of van droefheid, +hij zijne gedachten in woorden bracht. + +Drie of vier zinnen, meer niet, ziedaar alles wat Kin-Fo sprak. Daarop +deed hij den phonograaf stilstaan en nam er het papier uit, waarop +de naald, door het vlies in beweging gebracht, eenige strepen en +indrukken had gemaakt die de gesproken woorden konden weergeven. Hij +sloot dit papier in eene enveloppe die hij verzegelde en waarop hij +van rechts naar links het volgende adres schreef: + + + Mevrouw Lé-ou. Avenue Cha-Coua. + Peking. + + +Een druk op den knop der electrische schel deed spoedig den dienstbode +verschijnen, die met de zorg voor de correspondentie belast was, +en terstond werd de brief naar het postkantoor gebracht. + +Een uur later lag Kin-Fo gerust te slapen met zijn »tchou-fou-jen" +in zijne armen, een soort van kussen van gevlochten bamboes, dat in +de Chineesche bedden eene gematigde temperatuur onderhoudt, volstrekt +niet te versmaden in die warme streken. + + + + + +V. + + Waarin Lé-ou een brief ontvangt, dien ze veel liever niet + zou gekregen hebben. + + +»Heb je nog geen brief voor mij?" + +»Wel neen, mevrouw!" + +»Wat valt de tijd mij van daag lang, moedertje!" Dit zeide +de bekoorlijke Lé-ou dien dag reeds voor den tienden keer in +het boudoir van hare in de avenue Cha-Coua te Peking gelegen +woning. Het »moedertje" dat haar antwoordde en waaraan zij dien naam +gaf overeenkomstig het Chineesche gebruik waar het dienstboden van +zekeren leeftijd geldt, was de knorrige en onaangename juffrouw Nan. + +Lé-ou was op achttienjarigen leeftijd gehuwd met een letterkundige +van den eersten rang, die aan het beroemde _Sse-Khou-Tsuane-Chou_ +medewerkte [2]. Deze geleerde heer was meer dan dubbel zoo oud als +zij en stierf drie jaar na de voltrekking van het huwelijk. + +De jonge weduwe stond dus, nog geen een-en-twintig jaar oud, alleen +op de wereld. Kin-Fo zag haar op een reis die hem omstreeks dezen +tijd te Peking bracht. Wang kende haar van vroeger en had de aandacht +van zijn onverschilligen leerling op deze bekoorlijke verschijning +gevestigd. Toen was langzamerhand bij Kin-Fo het denkbeeld gerijpt om +eene afwisseling in zijne tot nog toe gevolgde levenswijze te brengen +door een huwelijk aan te gaan met de schoone weduwe en Lé-ou was niet +onverschillig voor het voorstel dat haar gedaan werd. En thans zou +het huwelijk, zeer tot genoegen van Wang, gesloten worden, zoodra +Kin-Fo, na te Shang-Haï de noodige beschikkingen gemaakt te hebben, +te Peking teruggekeerd was. + +In den regel hertrouwen weduwen niet in het Hemelsche rijk. Niet dat +zij daar zelf iets tegen zouden hebben--evenmin als hare lotgenooten +in westersche landen--maar omdat niemand haar vraagt. Als Kin-Fo eene +uitzondering maakte op dezen regel, dan bewees dit alleen dat Kin-Fo +een zonderling was. Lé-ou zou door haar tweede huwelijk wel het recht +verbeuren om onder de »paé-lous" door te gaan, de eerebogen die de +Keizer somtijds doet oprichten voor vrouwen die zich onderscheiden +hebben door getrouwheid aan haren overleden gemaal; zooals bijvoorbeeld +de weduwe Soung, die het graf van haren echtgenoot niet wilde verlaten, +de weduwe Koung Kiang, die zich een arm afhakte, de schoone weduwe +Yen-Tchiang, die haar gelaat verminkte ten teeken van rouw. Maar +Lé-ou was twintig jaar en niet zoo eerzuchtig. Zij zou dus weder dat +leven van gehoorzaamheid gaan leiden, dat de vrouw in eene Chineesche +huishouding beschoren is, niet meer over dingen spreken die buiten +het huis voorvallen, de voorschriften van het boek _Le-nun_ over de +huiselijke deugden, en van het boek _Nei-tse-pien_ over de plichten +van het huwelijk opvolgen en weder die achting genieten, welke men in +de hoogere Chineesche kringen voor de vrouwen koestert; want daar is +de vrouw volstrekt geen slavin, zooals men gewoonlijk gelooft. Lé-ou +was dus zeer ingenomen met het denkbeeld; zij was verstandig en goed +onderwezen, zij wist welke plaats haar wachtte in het huis van den +schatrijken maar zich steeds vervelenden Kin-Fo en voelde zich tot hem +aangetrokken, ook door het denkbeeld dat zij hem zou kunnen bewijzen +dat men op de wereld wel degelijk gelukkig kan zijn. + +De geleerde had zijne jonge weduwe goed verzorgd achtergelaten, +doch meer ook niet. Haar woning in de avenue Cha-Coua was dus zeer +gewoon. De onhebbelijke Nan was de eenige dienstbode die zij hield, +doch Lé-ou was aan hare slechte manieren gewend en stoorde er zich +niet aan, ofschoon als regel de Chineesche dienstboden niet met de +gebreken van Nan behept zijn. + +De schoone Lé-ou vertoefde bij voorkeur in haar boudoir, dat zeer +eenvoudig gemeubeld was, als men de kostbare geschenken uitzondert, +die Kin-Fo haar in de beide laatste maanden had gezonden. Aan den +muur hingen eenige schilderijen, waaronder een meesterstuk van den +ouden schilder Huan-Tse Nen [3], dat de aandacht van kenners zou +getrokken hebben, te midden van ettelijke echt chineesche aquarellen +met groene paarden, violetkleurige honden en blauwe boomen van +den een of anderen modernen kladschilder. Op eene verlakte tafel +lagen, als groote kapellen met uitgespreide vleugels, de waaiers, +die afkomstig waren van de beroemde school van Swatow. Porceleinen +hangers prijkten met elegante festoenen van kunstbloemen, die zoo +keurig gemaakt worden uit het merg der »Arabia papyritera" van +het eiland Formosa en die in frischheid wedijverden met de witte +waterleliën, de gele goudsbloemen en de roode Japansche lelies, die in +fraai gesneden houten bakken stonden. Over het geheel wierp de zon, +door de gevlochten bamboezen jalousieën voor de vensters, die als +een zeef de grove stralen er buiten sloten, slechts een getemperd +licht. De eigenaardige pronk van het boudoir werd voltooid door een +prachtig vuurscherm, kunstig samengesteld uit sperwerveeren, die zoo +geschikt waren dat de vlekken eene groote pioenroos vormden--zooals +men weet het zinnebeeld der schoonheid in het Hemelsche Rijk;--door +twee volières in den vorm van pagoden, waarin de veelkleurige vogels +van het oosten hetzelfde verrassende effect deden als de gekleurde +glaasjes in een kaleidoscoop;--door eenige aeolische »tié-maols", +waarvan de glazen balletjes door hunne onderlinge aanraking, als +zij door den wind bewogen werden, steeds afwisselende harmonische +accoorden aangaven;--kortom door allerlei kostbare kleinigheden, +waaraan eene vriendelijke gedachte aan den afwezigen vriend verbonden +was, die sedert eenigen tijd Shang-Haï als het ware geplunderd had +om de jonge vrouw verrassingen te kunnen bezorgen. + +»Nog geen brief, Nan?" + +»Wel neen, mevrouw, nog niet!" + +'t Was een schoone vrouw, die jonge Lé-ou, zelfs voor oogen die aan +Europeesche schoonheden gewoon zijn. Haar teint was niet geel maar +blank, hare oogen liepen bij de slapen slechts nauw merkbaar iets +naar de hoogte, in hare zwarte haren waren met groene gitten eenige +perzikkenbloesems vastgestoken, hare tanden waren klein en blank, hare +wenkbrauwen slechts even met wat Oost-Indischen inkt aangestreken. Zij +gebruikte geen blanketsel of poudre-de-riz voor hare wangen of karmijn +voor haar bovenlip of een der andere kunstmiddelen bij Chineesche +schoonen in gebruik en waarvoor het keizerlijke hof jaarlijks alleen +tien millioen sapeken uitgeeft. De jonge vrouw kon die kunstmiddelen +ontberen. Zij verliet hare woning in Cha-Coua slechts hoogst zelden +en had dus dat masker niet noodig waar de andere vrouwen niet buiten +kunnen, zoodra zij zich in het openbaar vertoonen. + +Wat het toilet van Lé-ou betreft, men kan zich niets eenvoudigers +of eleganters voorstellen. Een lang overkleed met vier openingen +met breed galon geboord; daaronder een geplooide rok; op haar borst +de vierkante borstlap, omzet met soutache, waardoor zich gouddraad +slingerde; een wijde pantalon om de enkels sluitende en daar nog iets +van de nankin zijden kousjes zichtbaar latende, terwijl hare voeten +in fraaie pantoffels staken. Meer had de jeugdige weduwe niet noodig +om zeer bekoorlijk te zijn; alleen moet er nog bijgevoegd worden, +dat hare handen fijn en blank waren en dat zij hare lange rose nagels +beschermde door platte zilveren ringen, welke zij om de vingertoppen +droeg en die zeer fijn bewerkt waren. + +En hare voeten? Wel, hare voeten waren klein, doch niet als een gevolg +van die barbaarsche gewoonte om ze te verminken, eene gewoonte die meer +en meer verloren gaat, maar omdat de natuur ze haar klein geschonken +had. Het bedoelde gebruik is omstreeks zeven eeuwen geleden in zwang +gekomen en dankt waarschijnlijk zijn ontstaan aan eene prinses +die zelve een lichaamsgebrek had. De eenvoudigste bewerking is, +dat op zeer jeugdigen leeftijd de teenen onder den bal der voet +vastgebonden worden, terwijl de hiel vrij blijft; zoodoende wordt de +voet een soort van kegel en het loopen zeer bemoeilijkt. Gelukkig +gaat dit meer en meer uit de mode sedert den inval der Tartaren en +van de tien Chineesche vrouwen zijn er tegenwoordig geen drie meer, +die tengevolge van de in hare jeugd ondergane bewerking thans aan de +voeten verminkt zijn. + +»Er _moet_ van daag een brief komen!" herhaalde Lé-ou. »Ga nog eens +kijken, moedertje!" + +»Er is er geen, er valt niets te kijken!" antwoordde juffrouw Nan +zeer oneerbiedig, terwijl zij brommende de kamer uitging. + +Lé-ou wilde nu door aan het werk te gaan haren gedachten een anderen +loop geven. Zij waren echter weer dadelijk met Kin-Fo vervuld, want het +werk dat zij opnam bestond uit een paar voor hem bestemde pantoffels, +die in China altijd door de vrouw des huizes gemaakt worden. Zij +stond weder op, nam een paar meloenpitten uit een bonbondoosje, +kraakte die tusschen hare fijne tanden en nam een boek, de _Nushun_, +een boek vol goede lessen waarvan elke brave vrouw hare dagelijksche +lectuur behoort te maken. + +»Even als de lente het beste jaargetijde is voor den veldarbeid, +is de ochtendstond het beste gedeelte van den dag. + +Sta vroeg op en geef niet toe aan de verlokkingen van den slaap. + +Zie uwe moerbeziënboomen na en uw vlas. + +Spin uwe zijde en uw katoen. + +De deugd der vrouw bestaat in arbeidzaamheid en zuinigheid. + +De buren zullen u prijzen...." + +Het boek viel weder dicht. Lé-ou dacht zelfs niet aan hetgeen zij las. + +»Waar is hij?" vroeg zij zichzelve af. »Hij is zeker naar Canton +gegaan! Is hij al uit Shang-Haï terug? Wanneer komt hij te Peking +aan? Heeft hij eene goede reis gehad? Moge de godin Koanine hem +nabij zijn!" + +Aldus peinsde de jeugdige weduwe in haar onrust. Vervolgens dwaalden +hare oogen naar een tafelkleed, zeer kunstig samengesteld uit duizenden +kleine stukjes, een soort van mozaïek van doek naar Portugeeschen trant +bewerkt, een eend met hare jongen voorstellende als het zinnebeeld +der trouw. Daarna trad zij op een der bloembakjes toe en plukte er +in het wilde een bloem uit. + +»Ach!" sprak zij, »'t is geen bloem van den groenen wilg, het +zinnebeeld der lente en der vreugde! 't Is een goudsbloem, het beeld +van den herfst en de droefheid." + +Zij wilde zich verzetten tegen den angst die zich thans meer en meer +van haar meester maakte. Daar was haar luit; hare vingers gleden +over de snaren, hare stem neuriede de eerste woorden van het lied +der »Ineen gesloten handen", maar zij kon niet voortgaan. + +»Vroeger kwamen zijn brieven altijd geregeld," dacht zij, »en toch was +ik toen reeds ongeduldig! Hoe verslond ik ze altijd met de oogen! Of +in plaats van zijn schrift ontving ik zijn eigen stem, die mij door +het instrument daar ginds overgebracht werd!" + +Lé-ou zag naar den phonograaf, die op een verlakt dientafeltje stond +en volkomen gelijk was aan dien van Kin-Fo te Shang-Haï. Beiden +konden daardoor dus met elkander spreken, of liever elkanders stem +hooren, hoe groot ook de afstand was die hen scheidde... Maar heden, +evenals gisteren en eergisteren, zweeg het instrument en bracht het +de gedachten van den afwezigen vriend niet over. + +Op dit oogenblik trad haar dienstbode binnen. »Daar hebt u nu uw +brief!" zeide zij, en vertrok weder, na Lé-ou eene gefrankeerde +enveloppe ter hand gesteld te hebben. + +Op de lippen der jonge vrouw verscheen een glimlach en hare oogen +werden verlevendigd. Zij scheurde snel het couvert open, zonder het +eerst te bezien, zooals zij anders altijd deed.... + +Er was geen brief in de enveloppe, maar een van die papiertjes met +langwerpige strepen en indrukken, die, als zij in het phonografische +toestel geplaatst worden, al de buigingen der menschelijke stem +weergeven. + +»O, dat is mij nog aangenamer!" riep Lé-ou verheugd uit. »Ik zal hem +nu ten minste ook hooren spreken." + +Het papier werd op de daarvoor bestemde plaats gelegd en het instrument +in beweging gebracht. Lé-ou, naderbij komende, hoorde eene bekende +stem, die deze woorden tot haar sprak: + + +»Liefste jongste zuster, het verderf heeft mijne rijkdommen vernietigd, +even als de herfstwind de bladeren der boomen verspreidt! Ik wil u +niet ongelukkig maken door u in mijn ongeluk te doen deelen! Vergeet +hem die door tienduizend rampen getroffen is! + +»Uw troostelooze Kin-Fo." + + +Welk een slag voor de jonge vrouw! Een leven nog bitterder +dan de bittere gentiaan zou nu haar deel worden. Ja, de wind +veegde haar laatste hoop weg met de fortuin van hem dien zij +beminde! Was de liefde, die Kin-Fo voor haar koesterde, dan voor +altijd verdwenen? Geloofde haar vriend dan alleen aan het geluk dat +men voor geld koopen kan? Arme Lé-ou, zij geleek nu op een vlieger +waarvan het touw gebroken is en die hulpeloos ter aarde stort. + +Nan werd geroepen en kwam binnen. Zij haalde hare schouders op en +legde hare meesteres op haar »hang" neder. Maar ofschoon dit een van +die eigenaardige kunstmatig verwarmde bedden was, hoe koud voelde zich +de ongelukkige Lé-ou. Wat duurden de vijf waken van dezen slapeloozen +nacht haar lang! + + + + + +VI. + + Waardoor bij den lezer waarschijnlijk de lust zal worden + opgewekt om een kijkje te gaan nemen in de bureaux van + »de Eeuw." + + +Den volgenden morgen verliet Kin-Fo, wiens minachting voor de +dingen dezer wereld zich geen oogenblik verloochende, alleen zijne +woning. Met zijn altijd kalmen stap daalde hij den rechteroever van de +Kreek af. Op de houten brug gekomen, die de Engelsche concessie met +de Amerikaansche verbindt, ging hij de rivier over en richtte zijne +schreden naar een huis met een flink voorkomen, dat tusschen de kerk +der zendelingen en het consulaat der Vereenigde Staten geplaatst was. + +In den gevel van dit gebouw was eene groote koperen plaat aangebracht, +waarop in duidelijke zichtbare letters te lezen was: + + + DE EEUW, + + _Levensverzekeringsmaatschappij._ + + _Waarborgkapitaal twintig millioen dollars._ + + Hoofdagent: William J. Bidulph. + + +Kin-Fo duwde tegen de deur, waardoor tegelijkertijd eene tweede +tochtdeur werd geopend en bevond zich in een bureau, 't welk door eene +eenvoudige balustrade ter halver manshoogte, in twee afdeelingen was +gesplitst. Men zag er eenige kartonnen doozen, boeken met sluiting +van nikkel, eene Amerikaansche kas met geheime sluiting, twee of +drie tafels, waaraan de ambtenaren, aan het agentschap verbonden, +werkzaam waren, en eene groote secretaire, speciaal ten dienste van +mijnheer William J. Bidulph. Dat was het meubilair van het vertrek, +'t welk geheel en al tehuis behoorde in eene woning in Broadway en +niet in een gebouw, aan de oevers der Wou-Sung opgericht. + +William J. Bidulph was de hoofdagent in China van de +verzekeringsmaatschappij tegen brand en op het leven, welker zetel te +Chicago gevestigd was. _De Eeuw_--een goede naam, die de klanten moest +trekken--_de Eeuw_ die in de Vereenigde Staten algemeen bekend is, +bezat hulpkantoren en vertegenwoordigers in de vijf werelddeelen. Zij +maakte uitstekende en groote zaken, dank zij hare statuten die zeer +duidelijk en vrijgevig waren ingericht en die tegen alle nadeel en +gevaar verzekerden. + +De Chineezen namen allengs de denkbeelden op die er in onzen tijd +toe leiden om de kassen van deze maatschappijen te vullen. Een groot +aantal gebouwen van het Hemelsche Rijk waren tegen brand verzekerd +en ook onder de contracten op het leven gesloten, kwam eene reeks van +Chineesche namen voor. De plaat van _de Eeuw_ nam reeds een plaatsje in +onder de aankondigingen bij de poorten van Shang-Haï en was o. a. ook +gehecht op de pilaren van de rijke yamen van Kin-Fo. Het was dus niet +om zich tegen brandgevaar te verzekeren dat de leerling van Wang een +bezoek kwam brengen aan den heer William J. Bidulph. + +»Is mijnheer Bidulph te huis?" vroeg hij bij het binnentreden. + +William J. Bidulph was daar »in persoon", altijd ter beschikking van +het publiek. Hij was een vijftiger, netjes in 't zwart, gekleede jas, +witte das, volle baard zonder knevels, een echt Amerikaansch voorkomen. + +»Met wien heb ik de eer te spreken!" vroeg William J. Bidulph. + +»Ik ben Kin-Fo van Shang-Haï." + +»Mijnheer Kin-Fo!... een der verzekerden bij de maatschappij +_de Eeuw_... nommer van het huis... zeven en twintig duizend +tweehonderd...." + +»Dezelfde." + +»Mag ik weten mijnheer, waarmede ik u van dienst kan zijn?" + +»Ik zou u gaarne alleen spreken", antwoordde Kin-Fo. + +Het gesprek tusschen beide personen liep zeer gemakkelijk, daar +William J. Bidulph even goed Chineesch sprak als Kin-Fo Engelsch. + +De rijke cliënt werd dus met den eerbied, hem verschuldigd, in een +kabinetje gelaten, dat met dikke tapijten was behangen en met dubbele +deuren gesloten; men had daar eene samenzwering kunnen beramen tot +omverwerping van de dynastie der Tings, zonder dat ook de fijnst +geslepene der spionnen van het Hemelsche Rijk er iets van bespeurde. + +»Mijnheer", sprak Kin-Fo, zoodra hij in een schommelstoel voor een met +gas verwarmden haard gezeten was, »ik wenschte bij uw maatschappij +een verzekering te sluiten op mijn leven, waarvan ik u het bedrag +zoo aanstonds zal opgeven." + +»Mijnheer", antwoordde William J. Bidulph, »niets is eenvoudiger. Twee +handteekeningen, de uwe en de mijne, onder een polis en de +verzekering is gereed, na eenige voorafgaande formaliteiten. Maar +mijnheer.... vergun mij ééne vraag,--u koestert dus den wensch om op +hoogen ouderdom te sterven, een zeer billijke begeerte trouwens?" + +»Hoe zoo?" vroeg Kin-Fo. »Ik meende integendeel, dat de verzekering +op het leven in den regel een voorzorgsmaatregel was bij een te +vroegtijdigen dood..." + +»O, mijnheer", riep William J. Bidulph, zoo ernstig mogelijk +uit, »deze vrees komt nooit voor bij hen, die zich in _de Eeuw_ +verzekeren. De naam der maatschappij wijst het reeds uit. Die zich bij +ons verzekert, reikt zichzelf een brevet voor een lang leven uit! Ik +vraag u verschooning, maar het is zeldzaam, dat onze verzekerden +korter dan een eeuw leven..., zeldzaam..., zeer zeldzaam!... Wij +moeten hen in hun eigen belang het leven ontrukken! Wij maken dan +ook prachtige zaken! Ik verzeker u mijnheer, dat als ge u zelf bij +_de Eeuw_ verzekert, u zoo goed als zeker kunt zijn minstens honderd +jaar oud te worden!" + +»Zoo!" was alles wat Kin-Fo zeide, terwijl hij zijn kouden blik op +William J. Bidulph vestigde. + +De hoofdagent keek zoo ernstig als een minister en zag er volstrekt +niet uit of hij gekscheerde. + +»Hoe dit zij," hernam Kin-Fo, »ik wil mijn leven verzekeren voor twee +honderd duizend dollars." + +»U zegt een kapitaal van twee honderd duizend dollars," antwoordde +William J. Bidulph en schreef het cijfer in een zakboekje, zonder +ook de minste verrassing te doen blijken over het buitengewoon +hooge bedrag. + +»Ge weet," voegde hij er bij, »dat de verzekering van nul of geener +waarde is en dat alle bedragen die gestort zijn, het eigendom blijven +van de maatschappij, als de betrokken persoon het leven verliest +door tusschenkomst van hem of haar, ten wiens behoeve het bedrag +wordt verzekerd?" + +»Het is mij bekend." + +»En voor welke gevaren wenscht ge u te verzekeren mijn waarde heer?" + +»Voor alle." + +»De gevaren te land en ter zee, binnen en buiten de grenzen van het +Hemelsche Rijk?" + +»Ja." + +»De gevaren bij rechterlijke veroordeeling?" + +»Ja." + +»De gevaren bij tweegevecht?" + +»Ja." + +»De gevaren in militairen dienst?" + +»Ja." + +»Dan zal het bedrag vrij hoog zijn." + +»Ik zal betalen wat vereischt wordt." + +»Goed." + +»Maar," voegde Kin-Fo er bij, »er is nog een ander gevaar, waarvan +u niet spreekt." + +»Welk gevaar?" + +»Zelfmoord. Ik meende dat de _Eeuw_ ook verzekerde tegen zelfmoord?" + +»Wel zeker, mijnheer, wel zeker," antwoordde William J. Bidulph, +zich de handen wrijvende. »Dit is zelfs een bijzondere goede bron +van inkomsten voor ons! U begrijpt dat onze cliënten in den regel +menschen zijn die aan het leven hechten en dat zij, die hun leven uit +overdreven voorzorg tegen zelfmoord verzekeren, zich nimmer dooden." + +»Dat doet er niet toe", antwoordde Kin-Fo. »Ik wensch om persoonlijke +redenen ook de kans van zelfmoord te verzekeren." + +»Zooals u verkiest; maar de premie zal zeer hoog zijn." + +»Ik herhaal dat ik het bedrag zal betalen." + +»Begrepen.--Laat ons kortelijk herhalen", sprak William J. Bidulph, +terwijl hij voortging met in zijn zakboekje aanteekeningen te maken, +»gevaren ter zee, op reis, voor zelfmoord...." + +»Hoeveel bedraagt de premie die ik dan moet betalen?" vroeg Kin-Fo. + +»Mijn waarde heer", antwoordde de hoofdagent, »onze premiën zijn +met een wiskundige zekerheid berekend, die de maatschappij tot eer +verstrekt. Zij berusten niet meer, zooals vroeger op de tafels van +Deparcieux.... Kent u Deparcieux?" + +»Ik ken Deparcieux niet." + +»'t Is een door en door knap statisticus, maar zeer oud.... zoo oud +reeds dat hij dood is. Toen hij zijn beroemde tafels vaststelde, +die nog aan de meeste Europeesche, zeer achterlijke maatschappijen +ten grondslag strekken, was de gemiddelde levensduur lager dan +tegenwoordig, dank zij den vooruitgang in alle dingen. Wij gronden +onze berekeningen op een verhoogden levensduur, en dus zijn zij +voordeeliger voor den verzekerde, daar hij minder betaalt en kans +heeft op langer leven...." + +»Hoe hoog is het bedrag van de premie die ik betalen moet?" viel +Kin-Fo den ijverigen agent, die geen gelegenheid liet voorbijgaan om +zijne maatschappij _de Eeuw_ op te hemelen, in de rede. + +»Mijnheer", antwoordde William J. Bidulph, »ik moet de onbescheidenheid +begaan u te vragen hoe oud u zijt?" + +»Een en dertig jaar." + +»Welnu, op een en dertigjarigen leeftijd zoudt u, als het alleen de +gewone verzekering gold, bij iedere maatschappij twee en drie en +tachtig honderdsten percent moeten betalen. Maar bij _de Eeuw_ is +het slechts twee en zeventig honderdste, 't geen voor een kapitaal +van tweehonderdduizend dollars, een premie geeft van vijfduizend +vierhonderd dollars." + +»En onder de voorwaarden, die ik wensch?" vroeg Kin-Fo. + +»Daaronder begrepen alle kansen, ook de zelfmoord?" + +»De zelfmoord vooral." + +»Mijnheer", antwoordde William J. Bidulph zoo beleefd mogelijk, nadat +hij een tabel in zijn zakboekje gedrukt, had nageslagen, »wij kunnen +de premie niet lager stellen dan vijf en twintig percent." + +»Hoeveel beloopt dat?" + +»Vijftig duizend dollars." + +»En hoe is de storting der premie geregeld?" + +»Of jaarlijks, of per maand, dat staat aan de keuze van den +verzekerde." + +»Dit zou dus voor de twee eerste maanden bedragen?" + +»Acht duizend drie honderd twee en dertig dollars, die, als zij +heden--30 April--gestort werden, mijn waarde heer, ter verzekering +zouden strekken tot 30 Juni aanstaande." + +»Mijnheer", antwoordde Kin-Fo, »uw voorwaarden komen mij billijk +voor. Hier is het bedrag voor de twee eerste maanden van de premie." + +En hij haalde een bundeltje papieren dollars uit den zak en legde +dat op tafel. + +»Goed.... mijnheer.... zeer goed!" antwoordde William J. Bidulph. »Maar +voor de polis geteekend wordt, moet er nog een formaliteit vervuld +worden." + +»Welke?" + +»De geneesheer van de maatschappij moet u een bezoek brengen." + +»Waartoe dient dit bezoek?" + +»Om te constateeren dat u goed gezond zijt, dat u niet lijdt aan een of +andere ziekte of een organisch gebrek waardoor uw leven meer speciaal +gevaar loopt kortom dat u ons den waarborg geeft van een lang leven." + +»Waartoe moet dit dienen! ik verzeker mijn leven zelfs tegen +tweegevecht en zelfmoord," deed Kin-Fo opmerken. + +»Wel, mijn beste heer," antwoordde William J. Bidulph, altijd +glimlachend, »een ziekte waarvan u de kiem bij u draagt en die u in +eenige maanden wegraapt, zou ons tweehonderdduizend dollars kosten!" + +»Maar als ik mij zelf van kant maakte, zou het u niet minder kosten, +onderstel ik!" + +»Mijn waarde heer," antwoordde de hoofdagent zoo vriendelijk mogelijk, +terwijl hij de hand van Kin-Fo nam en daar zachtjes op tikte, »ik +had reeds de eer u te zeggen dat vele van onze cliënten zich tegen +zelfmoord verzekeren, maar zich nooit van kant maken. Daarbij komt +dat wij het recht hebben hen te doen bewaken... natuurlijk, met de +meeste bescheidenheid!" + +»Ah!" liet Kin-Fo hooren. + +»Dan moet ik er nog bijvoegen, dat, naar mijn eigen ondervinding te +oordeelen, juist zij het zijn die het langst de premie betalen. Maar +kom, laten we onder ons eens even nagaan om welke reden de rijke heer +Kin-Fo zich zelf van kant zou maken?" + +»En waarom zou de rijke heer Kin-Fo zich zelf verzekeren?" + +»Wel," antwoordde William J. Bidulph, »om de zekerheid te hebben +dat hij zeer oud zal worden in zijn hoedanigheid als verzekerde van +_de Eeuw_!" + +Er viel tegen den hoofdagent van de beroemde maatschappij niet te +redeneeren. Zoo zeker was hij van alles wat hij zeide. + +»En", voegde hij er bij, »ten bate van welken persoon zal de +verzekering van twee honderd duizend dollars gesloten worden? Wie is +de bevoordeelde?" + +»Er zijn twee bevoordeelden," antwoordde Kin-Fo. + +»Beide voor de helft?" + +»Neen, niet voor gelijke deelen. De een voor vijftig duizend dollars, +de ander voor honderd vijftig duizend." + +»Wie voor vijftig duizend." + +»Wang." + +»De philosoof Wang?" + +»Dezelfde." + +»En voor honderd vijftig duizend?" + +»Mevrouw Lé-ou te Peking." + +»Te Peking," zeide William J. Bidulph, de namen van de rechthebbenden +in zijn zakboekje neerschrijvende. Vervolgens hernam hij: + +»Hoe oud is mevrouw Lé-ou?" + +»Een en twintig jaar," antwoordde Kin-Fo. + +»Die jonge dame zal zeer oud zijn als zij het bedrag van het verzekerde +kapitaal in handen krijgt!" liet de agent hooren. + +»En waarom als ik vragen mag?" + +»Wel, omdat u ouder zult worden dan honderd jaar, mijn beste heer. En +hoe oud is de philosoof Wang?" + +»Vijf en vijftig jaar?" + +»Die goede mijnheer Wang kan er zeker van zijn dat hij nooit iets +zal ontvangen." + +»Dat zal nog te bezien staan, mijnheer!" + +»Mijnheer," antwoordde William J. Bidulph, »als ik op vijf en +vijftigjarigen leeftijd de erfgenaam werd van een man van een en +dertig die honderd jaar oud zal worden, dan zou ik niet zoo onnoozel +zijn om op mijn erfdeel te rekenen." + +»Uw dienaar, mijnheer," zeide Kin-Fo, zich naar de deur van het +kabinet begevende. + +»Aangenaam kennis gemaakt te hebben, mijnheer!" antwoordde de deftige +William J. Bidulph, en boog voor den nieuwen cliënt van _de Eeuw_. + +Den volgenden dag bracht de geneesheer het voorgeschreven bezoek aan +Kin-Fo. »Een ijzeren gestel, stalen spieren, longen als blaasbalgen," +las men in het rapport. Er stond dus niets meer in den weg om het +contract aan te gaan. De polis werd daarop geteekend door Kin-Fo, +ten voordeele der jeugdige weduwe en van den philosoof Wang, door +William J. Bidulph, als vertegenwoordiger der maatschappij. + +Noch Lé-ou noch Wang mochten, behoudens onvoorziene omstandigheden, +ooit vernemen hetgeen Kin-Fo ten hunnen behoeve gedaan had, vóór den +dag waarop de _Eeuw_ verplicht zou worden het kapitaal uit te keeren, +hun door de edelmoedigheid van den ex-millionnair verzekerd. + + + + + +VII. + + Dat zeer treurig zijn zou als het geen eigenaardige Chineesche + zeden en gewoonten gold. + + +Wat de heer William J. Bidulph ook zeggen en denken mocht, de kas van +de verzekeringsmaatschappij _de Eeuw_ werd werkelijk ernstig bedreigd; +een plan als dat van Kin-Fo toch wordt, als men het eens in vollen +ernst heeft opgevat, niet onbepaald uitgesteld. Nu hij volkomen ten +gronde gericht was, had de leerling van Wang stellig besloten een +einde te maken aan een leven dat hem, zelfs in de dagen van zijn +enormen rijkdom, slechts verveling en verdriet opleverde. + +De brief, dien Soun acht dagen te laat bezorgd had, kwam uit +San-Francisco en meldde dat de centrale bank van Californië hare +betalingen had gestaakt. Het vermogen van Kin-Fo nu was, zooals +wij reeds gezegd hebben, nagenoeg geheel belegd in aandeelen dezer +beroemde en tot nog toe zoo solide bank. Maar er was geen twijfel +meer mogelijk. Hoe onwaarschijnlijk het bericht ook eerst geklonken +mocht hebben, 't was, helaas, slechts al te waar. Het werd bevestigd +door al de Amerikaansche dagbladen die te Shang-Haï aankwamen. De +bank was failliet verklaard en Kin-Fo volkomen geruïneerd. + +Wat bleef hem toch, behalve de nu waardelooze aandeelen, nog +over? Niets of zoo goed als niets. Zijne woning te Shang-Haï. Maar al +kon hij die al verkoopen, dan nog zou de opbrengst niet genoeg zijn om +van te leven. De achtduizend dollars door hem als premie aan _de Eeuw_ +betaald, eenige aandeelen in de maatschappij der Tien-Tsin-booten, +die hij dienzelfden dag verkocht had en die nauwelijks voldoende waren +om eene deftige begrafenis te betalen, ziedaar zijn geheele vermogen. + +Een Westerling, een Franschman of een Engelschman zou zich misschien +als een wijsgeer in dit lot geschikt en getracht hebben door hoofd +en handen zich opnieuw een bestaan te verzekeren. Een zoon van +het Hemelsche Rijk meende het recht te hebben om de zaken anders +op te vatten. Als een echte Chinees nam Kin-Fo, zonder eenige +gewetenswroeging en met die kalme onverschilligheid, welke het +Mongoolsche ras kenmerkt, zijne toevlucht tot zelfmoord, als het +beste middel om tot eene oplossing te komen. + +De Chinees bezit alleen een lijdelijken moed, doch bezit dien dan +ook in hooge mate. 't Is waarlijk verbazend hoe weinig zij den dood +vreezen. Als zij ziek zijn, zien zij hem onverschillig tegemoet. Als +zij ter dood veroordeeld worden en de beul hen reeds onderhanden +heeft, toonen zij geen zweem van angst. De zoo veelvuldig voorkomende +doodvonnissen en het zien der vreeselijke pijnigingen, die in het +openbaar voor allerlei misdrijven toegepast worden, schijnen de zonen +van het Hemelsche Rijk reeds op jeugdigen leeftijd gemeenzaam te maken +met het denkbeeld, de wereldsche zaken zonder berouw vaarwel te zeggen. + +Het zal dan ook wel niemand verwonderen dat men in ieder gezin +vertrouwd is met het denkbeeld van den dood en dat het dikwijls een +onderwerp van het gesprek uitmaakt. Men houdt het voor oogen tot +zelfs bij de meest gewone handelingen van het dagelijksch leven en +de vereering der afgestorvenen vindt men tot in de armste kringen. In +elke woning der meer welgestelden is een soort van huiselijk heiligdom, +in de armzaligste hut wordt een hoekje afgezonderd voor de reliquieën +der voorvaderen, wier gedenkdag in de tweede maand des jaars gevierd +wordt. Daarom vindt men in dezelfde magazijnen waar men wieg en +luiermand koopt en waar men zich zijn uitzet kan aanschaffen, ook +steeds eenen rijken voorraad doodkisten van allerlei soort, een zeer +gezocht handelsartikel bij de Chineezen. + +Ieder zorgt dan ook bij tijds zich van eene doodkist te voorzien en +een ameublement zou niet compleet zijn als de baar in het ouderlijk +huis ontbrak. De zoon zou in zijne plichten te kort schieten als +hij verzuimde zijn vader er bij zijn leven een aan te bieden; zulks +wordt integendeel beschouwd als een treffend bewijs van kinderlijke +genegenheid. De baar wordt in eene daarvoor afzonderlijk bestemde +kamer geplaatst. Men versiert haar, houdt haar keurig in orde en +meestal wordt zij, nadat zij eens aan hare bestemming voldaan heeft, +nog jaren lang zorgvuldig bewaard. De eerbied voor de dooden is +eigenlijk de grondslag van den godsdienst der Chineezen en is zeer +bevorderlijk aan het in stand houden van den band die de leden van +hetzelfde gezin verbindt. + +Kin-Fo moest, dank zij zijn temperament, wel zeer kalm blijven bij +het denkbeeld, dat hij weldra uit het leven zou scheiden. Hij had het +lot verzekerd der beide wezens die hem na aan het hart lagen. Wat zou +hem dan nog aan het leven binden? Niets. De zelfmoord veroorzaakte +hem zelfs niet de minste wroeging, want wat in beschaafde landen +vaak als een misdaad beschouwd wordt, is als het ware een wettig en +geoorloofd iets te midden dier zonderlinge beschaving van Oost-Azië. + +Kin-Fo's besluit stond dus vast en niets kon hem weerhouden; zelfs +de invloed van den wijsgeerigen Wang zou daartoe niet in staat zijn +geweest. + +Daarenboven wist Wang niets van het voornemen van zijnen leerling +af. Soun evenmin en deze had alleen opgemerkt dat zijn meester sedert +zijne terugkomst zijne dagelijksche dwaasheden beter kon verdragen dan +vroeger. Soun leefde werkelijk op en verzekerde zichzelf herhaaldelijk, +dat hij nooit een beteren meester zou kunnen krijgen; zijn kostbare +staart verheugde zich thans in eene sedert lang ongekende veiligheid. + +Een Chineesch spreekwoord zegt: »Om op deze wereld gelukkig te zijn, +moet men te Kanton leven en te Liao-Tchéou sterven." + +Te Kanton vindt men namelijk alles wat het leven aangenaam kan maken +en te Liao-Tchéou worden de beste doodkisten vervaardigd. + +Kin-Fo bestelde natuurlijk de zijne bij de beste firma en kon dus +verzekerd zijn dat zijne laatste woning volmaakt zou zijn en bij tijds +afgeleverd worden. Behoorlijk toegerust zijn voor den eeuwigen slaap +is een der eerste vereischten voor iemand die weet hoe het behoort. + +Terzelfder tijd liet Kin-Fo een witten haan koopen, waarin, zooals +men weet, de geesten het liefst gaan wonen als zij bij het sterven +een der zeven elementen opgevangen hebben waaruit de Chineesche ziel +samengesteld is. + +Men ziet het, was Kin-Fo al onverschillig omtrent al wat zijn leven +betrof, voor wat met den dood in verband stond was de leerling van +Wang het volstrekt niet. + +Nu al deze beschikkingen genomen waren, behoefde hij nog slechts +het programma voor zijne begrafenis op te stellen. Op een fraai +blad rijstpapier--dat echter volstrekt niet van rijst vervaardigd +wordt--schreef hij nog dienzelfden dag zijn laatsten wil. + +Na aan de jonge weduwe zijn huis te Shang-Haï vermaakt te hebben +en aan Wang een portret van den keizer Taï-ping, dat de wijsgeer +altijd met bijzondere voorliefde beschouwd had,--alles natuurlijk +buiten de kapitalen op zijn leven bij de maatschappij de _Eeuw_ +verzekerd--beschreef Kin-Fo nauwkeurig de volgorde en den marsch der +personen die aan zijne begrafenis zouden deelnemen. + +Eerst, bij gebrek aan bloedverwanten, zou een deel der vrienden, die +hem overgebleven waren, aan het hoofd van den stoet gaan, in witte +kleederen, de rouwdracht der Chineezen. Langs de straten tot aan het +graf, reeds lang buiten Shang-Haï gereed gemaakt, zou eene dubbele +rij groefdienaars geschaard staan met verschillende attributen, +blauwe zonneschermen, hellebaarden, zinnebeelden der gerechtigheid, +zijden schermen en schrijfborden met het programma der plechtigheid; +deze dienaars moesten gekleed zijn in een zwart overkleed met witten +gordel en een vilten hoed met rooden vederbos op het hoofd. Op den +eersten vriendengroep volgde een man, van het hoofd tot de voeten in +scharlaken, den gong slaande en gevolgd door iemand die het portret +van den overledene droeg in eene rijk versierde lijst gevat. Daarop +kwam dan een tweede groep vrienden, die op bepaalde afstanden in zwijm +moesten vallen op de daarvoor vooraf gereedgemaakte kussens. Eindelijk +moest een derde groep jongelieden, onder een draaghemel van blauw +met goud, langs den weg voortdurend kleine stukjes wit papier werpen +evenals de sapeken met een gat in het midden, om de kwade geesten +te verstrooien, die zich opgewekt mochten gevoelen om den stoet +te vergezellen. + +Dan zou de katafalk volgen, een enorme palankijn met violet-kleurige +zijde overspannen en geborduurd met gouden draken, door vijftig +knechten op de schouders gedragen en omringd door eene dubbele rij +Chineesche priesters. In grijze, roode en gele kasuifels gekleed +zouden deze de laatste gebeden opzeggen, tot afwisseling van het +gedonder der gongs, het geschetter der fluiten en de fanfares der +zes voet lange bazuinen. + +Achter het lijk volgden eindelijk de met wit bekleede rouwkoetsen +als een waardig slot van den prachtigen stoet, waarvan de kosten +ter nauwernood zouden kunnen bestreden worden door hetgeen er nog +van Kin-Fo's vermogen over was. Dit programma was op zichzelf niets +buitengewoons. Vele begrafenisstoeten van deze »klasse" ziet men in +de straten van Kanton, Shang-Haï of Peking; en de Chineezen zien er +niets anders in dan eene rechtmatige hulde aan de nagedachtenis van +den afgestorvene. + +Op 22 October kwam een groote koffer uit Liao-Tchéou aan het adres +van Kin-Fo te Shang-Haï aan. Hij bevatte de zorgvuldig ingepakte +doodkist. Noch Wang, noch Soun, noch een der dienaren van de yamen +zag daarin iets om zich over te verwonderen. Wij zeiden reeds dat +ieder Chinees er aan hecht om bij zijn leven zelf het bed in orde te +maken waarop hij den eeuwigen slaap slapen zal. + +De kist, een meesterstuk in zijn soort, werd in de »zaal der +voorouders" geplaatst. Daar zou zij goed onderhouden, gewreven en +gepoetst, zeker lang kunnen wachten voordat haar eigenaar hem in +bezit nam, zoo dachten de bedienden met het oog op het gestel en de +levenswijze van hunnen meester.... Maar het zou niet alzoo zijn, had +Kin-Fo besloten. Zijne dagen waren geteld en het uur naderde waarop +hij met zijne voorouders vereenigd zou worden. + +Hij had namelijk besloten nog denzelfden avond een einde aan zijn +leven te maken. + +Hij ontving dien dag een brief van de troostelooze Lé-ou. De jonge +weduwe bood hem alles aan wat zij bezat. Het was haar niet om geld +of goed te doen; daar kon zij buiten. Zij beminde hem; wat begeerde +hij meer? Konden zij niet in eenvoudiger kring even gelukkig zijn? + +Deze brief ademde de innigste teederheid, doch was niet in staat +Kin-Fo tot andere gedachten te brengen. + +»Alleen mijn dood kan haar rijk maken," dacht hij. + +Nu bleef hem nog over te bepalen hoe en waar hij de laatste daad +zou plegen. Het verschafte Kin-Fo een eigenaardig genot, zich met +de regeling van al deze bijzonderheden te kunnen bezig houden. Hij +hoopte toch dat op het laatste oogenblik, voor hoe korten tijd dan ook, +eens eene sterke ontroering zijn hart sneller zou doen kloppen! + +Op de binnenplaats der yamen verhieven zich vier schoone kiosken, +versierd met al de fantasie waardoor het talent der Chineesche +decoratieschilders zich kenmerkt. Zij droegen zinnebeeldige namen: het +paviljoen van het Geluk, waar Kin-Fo nooit binnentrad; het paviljoen +der Fortuin, dat hij steeds met de grootste minachting beschouwde; +het paviljoen van het Genot, waarvan de poorten reeds lang voor hem +gesloten waren; het paviljoen van het Leven, waarvan hij niet langer +gebruik verkoos te maken. + +Dit paviljoen was het dat zijn instinct hem deed kiezen. Hij besloot +er zich bij het vallen van den avond in op te sluiten. Daar zou men +hem den volgenden ochtend vinden, reeds gelukkig in den dood. + +En hoe zou hij sterven? Zich den buik opensnijden als een Japanner, +zich wurgen met zijn zijden koord als een mandarijn, zijne polsaderen +openen in een geparfumeerd bad, als een epicurist uit het oude +Rome? Neen, iets dergelijks zoude in de eerste plaats iets zeer +onaangenaams en lastigs hebben voor zijne vrienden en bedienden. Een +paar grein opium, vermengd met een snel werkend vergif, zouden +voldoende zijn om hem naar de andere wereld over te brengen, zonder dat +hij er zelfs iets van bespeurde, of waarschijnlijk in een liefelijken +droom zijnen tijdelijken slaap in een eeuwigen doen overgaan. + +De zon begon reeds ter kimme te neigen en Kin-Fo had dus niet lang +meer te leven. Hij wilde op eene laatste wandeling nog eenmaal +een blik werpen op de omstreken van Shang-Haï en de oevers van den +Houang-Pou, waar hij zich zoo dikwijls had loopen vervelen. Alleen, +zonder zelfs Wang dien dag gezien te hebben, verliet hij dus zijn +yamen voor de laatste maal. Als hij haar weder betrad zou hij er niet +levend weder uitgaan. + +Hij doorliep de Engelsche concessie, ging over de brug en stapte +langs het Fransche terrein op zijne gewone indolente manier en zonder +door iets te verraden wat er bij hem omging. Zoo bereikte hij ten +slotte den weg die naar de pagode van Loung-Hao voert. Hij was nu in +het vlakke en uitgestrekte veld, dat eerst aan den horizon begrensd +wordt door de bosschen van de Min-vallei, onmetelijke moerasvlakten, +slechts met moeite in rijstvelden herschapen. Hier en daar zag hij +het kanalennet, dat met de zee in verbinding staat, eenige ellendige +dorpen, waarvan de rieten hutten met eene geelachtige klei bestreken +waren, en een paar hooggelegen velden met koren begroeid. Langs de +smalle paden nam een groot aantal honden, witte geiten, eenden en +ganzen de vlucht als eenig voorbijganger hen in hunne rust kwam storen. + +Dit rijkbebouwde veld, dat voor de inboorlingen niets bijzonders had, +was echter wel in staat om bij een vreemdeling verbazing en misschien +weerzin te wekken. Overal zag men er namelijk doodkisten en wel bij +honderdtallen. Zonder te spreken van de grafheuvels, die aanwezen waar +reeds definitieve begrafenissen hadden plaats gehad, zag men geheele +stapels langwerpige kisten op elkander staan, en pyramiden van baren, +uitgestald als enorme planken op een scheepstimmerwerf. De vlakte +rondom de Chineesche steden is slechts een groot kerkhof. De dooden +vinden er evenmin ruimte genoeg om te rusten als de levenden om zich +te bewegen. Men zegt dat het verboden is de lijkkisten te begraven +zoolang eenzelfde dynastie op den troon van het Hemelsche Rijk zit, +en deze dynastiën tellen haar bestaan somtijds bij eeuwen! Of dit +verbod bestaat of niet, zeker is het, dat de lijken in hunne kisten, +sommige met levendige kleuren beschilderd, andere eenvoudig of somber, +eenige nieuw en opgesierd, de meeste reeds in elkander gezakt, +gedurende tal van jaren op ter aardebestelling wachten. + +Kin-Fo was hiermede te goed bekend om er zich een oogenblik over te +verwonderen; daarenboven zag hij ook niet om zich heen. Hij bespeurde +niet eens dat hij sedert hij zijn yamen verlaten had, gevolgd werd door +twee personen in Europeesche kleederdracht, die hem steeds in het oog +hielden. Zij wisselden nu en dan een blik of enkele woorden en waren +blijkbaar uitgezonden om hem te bespieden. Hij zag ze niet, ofschoon +zij hem niet uit het gezicht schenen te willen verliezen. Ze hielden +zich op eenigen afstand, volgden Kin-Fo als hij liep, maar hielden op, +zoodra hij bleef staan. Zij waren van middelbare grootte, nog geen +dertig jaar oud, vlug in hunne bewegingen en scherp in hun blik; men +zou hen gemakkelijk met een paar speurhonden hebben kunnen verwarren. + +Nadat Kin-Fo ongeveer een uur buiten de stad gedwaald had, keerde hij +weder naar de oevers van de Houang-Pou terug. Ook op zijn terugtocht +verloren zijne bespieders hem niet uit het oog. + +Kin-Fo ontmoette op zijn terugweg twee of drie bedelaars, die er +allerellendigst uitzagen, en gaf hun een aalmoes. + +Iets verder kwam hij een paar Chineesche Christinnen tegen, die,--tot +hun liefdewerk opgewekt door Fransche zusters van liefdadigheid--met +een mand op den rug rondloopen om de arme verlaten kinderen die zij +vinden naar de crèches te brengen. Men heeft ze »voddenraapsters van +kinderen" betiteld. En werkelijk, die kleine ongelukkigen zijn niet +veel anders dan vodden, hier en daar in een hoek neergeworpen! + +Kin-Fo schudde zijne beurs in de hand van een dezer liefdezusters leeg. + +De beide vreemdelingen schenen zeer verbaasd over deze daad van den +zoon uit het Hemelsche Rijk. + +De avond was gevallen en Kin-Fo, binnen Shang-Haï teruggekomen, +liep langs de kade huiswaarts. + +De stad was nog niet in rust. Van alle kanten kon men nog geschreeuw, +gejoel of gezang hooren. + +Kin-Fo luisterde. Hij wilde gaarne weten welke de laatste woorden +zouden zijn die het hem vergund was te hooren. + +Eene jeugdige Tankadere, die haar platboomd vaartuig door de sombere +wateren van de Houang-Pou voortdreef, zong een droefgeestig minnelied: + +»Mijn bootje met frissche kleuren--is versierd met duizenden +bloemen.--Ik wacht hem met een van verlangen brandend hart!--Hij moet +morgen terugkeeren!--Dat God hem bewake!--Dat uwe hand hem bij zijn +terugkomst bescherme!--Verkort hem zijn langen weg!"-- + +»Hij zal morgen terugkeeren! En ik, waar zal ik morgen zijn?" dacht +Kin-Fo, het hoofd schuddende. + +De jonge Tankadere hernam: + +»Hij is ver van ons gegaan--naar het land der Mantsjoerijnen--tot de +muren van ons China!--Ach, wat heeft mijn hart dikwijls gesidderd--als +de stormwind loeide--en hij den storm trotseerende--voorwaarts ging."-- + +Kin-Fo luisterde, maar zeide niets. + +De Tankadere vervolgde: + +»Waarom gaat ge toch altijd op avontuur uit?--Waarom wilt gij ver van +mij sterven?--Zie het is reeds de derde maan!--Kom, de priester wacht +ons om de beide phenixen, ons zinnebeeld [4], te vereenigen!--Kom! keer +terug, ik bemin u en gij bemint mij! + +»Ja, misschien!" mompelde Kin-Fo. »Zonder rijkdom is de wereld niets +waard! Het leven loont de moeite niet om daarvan de proef te nemen!" + +Een half uur later was Kin-Fo in zijn huis teruggekeerd. De beide +vreemdelingen, die hem steeds gevolgd waren, moesten hier achter +blijven. + +Kin-Fo begaf zich rustig naar de kiosk van het »Leven", opende +de deur, sloot ze weder en bevond zich alleen in een klein salon, +'t welk zacht verlicht was door een lantaarn van mat glas. + +Op een tafel, van nephriet vervaardigd, bevond zich een koffertje dat +eenige pillen opium bevatte, die vermengd waren met een doodelijk +vergif, een »middel", dat de rijke onverschillige altijd bij de +hand had. + +Kin-Fo nam een van deze pillen, bracht ze in een pijp van roode klei, +waarvan zich in den regel de opiumschuivers bedienen en maakte zich +gereed ze aan te steken. + +»Wat nu!" zeide hij, »zelfs geen ontroering op het oogenblik dat ik +op het punt ben in te slapen om nooit weer te ontwaken!" + +Hij aarzelde een oogenblik. + +"Neen!" riep hij uit, de pijp wegwerpende, die op den grond in stukken +brak. »Ik _wil_ ze gevoelen, die laatste ontroering! al zou het dan +alleen zijn de spanning, die met de onzekerheid van het oogenblik +des doods gepaard gaat.... ik wil ze, en ik zal ze hebben!" + +En de kiosk verlatende, begaf Kin-Fo zich met bijna even kalmen stap +als altijd naar de kamer van Wang. + + + + + +VIII. + + Waarin Kin-Fo aan Wang een ernstig voorstel doet, dat deze + niet minder ernstig aanneemt. + + +De philosoof had zich nog niet ter ruste begeven. Op een divan +uitgestrekt las hij het laatste nommer van de _Pekingsche Courant_. Als +zich zijne wenkbrauwen fronsten kon men er verzekerd van zijn, dat +het blad de een of andere loftuiting toezwaaide aan de regeerende +dynastie der Tsings. + +Kin-Fo opende de deur, trad de kamer binnen, wierp zich in een +leuningstoel en sprak zonder eenige inleiding: + +»Wang"--zeide hij--»wil je me een dienst bewijzen." + +»Tienduizend voor een!" antwoordde de philosoof, het blad latende +zakken. »Spreek, beste jongen, spreek zonder vrees en welke dienst +het ook zij, ik zal hem je bewijzen!" + +»De dienst dien ik je vraag, behoort tot dezulken", sprak Kin-Fo, +»die een vriend slechts eenmaal kan bewijzen. Na deze, Wang, schenk +ik je de overige negenduizend negenhonderd negen en negentig kwijt +en ik voeg er bij, dat je niet eens op een dankbetuiging mijnerzijds +behoeft te rekenen." + +»Ook de meest bekwame uitlegger van de onbegrijpelijkste zaken zou +er niets van kunnen maken. Wat is je bedoeling?" + +»Wang," zeide Kin-Fo, »ik ben geruïneerd." + +»Ah, ah!" liet de philosoof hooren op den toon van iemand, die eerder +een goed dan een slecht nieuwtje verneemt. + +»De brief dien ik bij mijn terugkomst van Kanton heb gevonden", +hernam Kin-Fo, »strekte om mij te doen weten, dat de Centrale Bank +van Californië failliet was. Behalve mijn yamen en eenige duizenden +dollars, waarvan ik nog een of twee maanden kan leven, heb ik niets +meer." + +»Dus", vroeg Wang, na zijn leerling een poos aangestaard te hebben, +»is het niet meer de rijke Kin-Fo, die tot mij spreekt." + +»Het is de arme Kin-Fo, wien de armoede trouwens in 't minst geen +schrik aanjaagt." + +»Goed gesproken, mijn zoon," zeide de philosoof, van zijn zetel +rijzende. »De tijd en de moeite, besteed om je de lessen der wijsheid +te leeren, zijn dus niet verloren gegaan! Tot nu toe heb je geleefd +zonder hartstocht, zonder strijd! Nu eerst zal je gaan leven! De +toekomst is veranderd! Wat komt er dat op aan! Terecht heeft Confucius +gezegd, er gebeuren altijd minder ongelukken dan men vreest! Wij +zullen dus in het vervolg onze rijst gaan verdienen. De _Nun Schum_ +leert ons: »In het leven zijn hoogten en laagten. Het rad der fortuin +draait zonder ophouden en de wind kan veranderen! Rijk of arm, ieder +moet zijn plicht vervullen!" Laat ons gaan." + +En waarlijk, Wang was gereed om als een practisch philosoof, +onmiddellijk het heerlijke gebouw te verlaten. + +Kin-Fo hield hem tegen. + +»Ik heb gezegd," hernam hij, »dat de armoede mij geen schrik aanjoeg, +maar ik voeg er bij: omdat ik besloten heb die niet te verdragen." + +»Wat!" zeide Wang, »gij wilt dus...." + +»Sterven!" + +»Sterven!" herhaalde de philosoof bedaard. »De man die een einde aan +zijn leven wil maken, spreekt er met niemand over." + +»Het zou reeds geschied zijn," hernam Kin-Fo met een kalmte, die +niet voor die van den philosoof onderdeed, »als ik niet had gewild +dat de dood mij voor het minst een eerste en laatste ontroering +bezorgde. Maar op het oogenblik dat ik een der opiumpillen wilde +gebruiken, je weet welke, klopte mij het hart zoo weinig, dat ik het +vergif heb weggeworpen en bij u ben gekomen!" + +»Wil je dan dat we samen sterven," vroeg Wang met een glimlach. + +»Neen", zei Kin-Fo, »het is noodig dat je blijft leven!" + +»Waarom?" + +»Om mij met uw eigen hand te dooden!" + +Zelfs toen Kin-Fo aan zijn leermeester het voorstel deed hem met eigen +hand te dooden, sidderde Wang niet. Maar Kin-Fo die hem aanstaarde, zag +dat zijne oogen flikkerden. Werd de oude Taï-ping in hem wakker? Zou +hij zonder aarzelen het werk doen dat zijn leerling hem opdroeg? Zouden +er dus achttien jaren over zijn hoofd voorbij gegaan zijn zonder dat +de bloeddorstige neiging van zijne jeugd was uitgedoofd! Zou hij zelfs +geen tegenwerping maken, waar het den zoon gold van hem die hem het +leven had gered en opgenomen! Zou hij zonder aarzelen aannemen hem +te bevrijden van een bestaan, waarvan hij niet meer beliefde gediend +te zijn! Zou hij dat doen, hij, Wang, de philosoof! + +Maar die flikkering in zijn blik verdoofde bijna onmiddellijk. Wang +hernam zijn gewoon voorkomen en zag er alleen zoo mogelijk nog deftiger +uit dan altijd. + +En daarop klonk het: + +»Is dat de dienst dien je van me verlangt?" + +»Ja", hernam Kin-Fo, »en deze dienst zal opwegen tegen alles wat je +meenen mocht verschuldigd te zijn aan Tschoung-Héou en zijn zoon." + +»Wat wenscht je dat ik doe?" vroeg de philosoof eenvoudig. + +»Ik moet vóór 25 Juni, je hoort het Wang, den acht en twintigsten +dag van de zesde maand, den dag waarop mijn een en dertigste jaar ten +einde is gebracht, opgehouden hebben te leven! Ik moet door u gedood +worden, 't zij onverwachts, 't zij met duidelijk opzet, 's nachts of +over dag; het is hetzelfde waar of hoe, staande, zittende, liggende, +wakende, slapende, met het mes of met vergif! Ik moet gedurende ieder +der tachtigduizend minuten waaruit mijn leven nog gedurende vijf en +vijftig dagen bestaat, in de meening en ik hoop in de vrees verkeeren +dat mijn leven eensklaps eindigen kan! Ik wil die tachtig duizend +kansen loopen en ik wil dat ik op het oogenblik waarop de zeven +elementen van mijn leven gescheiden worden, zal kunnen uitroepen: +Welnu, ik heb dan toch geleefd!" + +Kin-Fo had, tegen zijne gewoonte, met zekere opgewondenheid +gesproken. Men zal ook bespeurd hebben dat hij den laatsten dag +van zijn leven had gesteld op zes dagen voor het verloopen van zijn +polis. Dit was gehandeld zooals het een verstandig man betaamt, want, +als de storting van de nieuwe premie achterwege bleef, zou hij zijn +recht op de uitkeering verloren hebben. + +De philosoof had hem met een ernstig gelaat aangehoord, alleen nu en +dan een snellen blik werpende op het portret van den koning Taï-ping, +dat de kamer versierde, een portret dat hem--hij was er nog niet mee +bekend--ten erfdeel beschoren was. + +»Je schrikt dus niet terug voor de verplichting, die je op je neemt +om mij te dooden?" vroeg Kin-Fo. + +Wang gaf met eene beweging van den arm te kennen, dat hij daar niet +voor vreesde. Hij had wel andere dingen gedaan, toen hij onder de +banieren van den Taï-ping streed! Maar als een verstandig man, die +alle kansen wil beproeven eer hij zich verbindt, sprak hij: + +»Je ziet dus af van het vooruitzicht, u door den Waren Meester +beschoren om een hoogen ouderdom te bereiken?" + +»Ik zie er van af." + +»Zonder spijt?" + +»Zonder spijt!" antwoordde Kin-Fo. »Oud worden! Gaan gelijken op een +of ander stuk hout, dat niet meer voor bewerking dienen kan! Toen ik +rijk was begeerde ik het niet! Nu ik arm ben, nog veel minder!" + +»En de jeugdige weduwe te Peking?" vroeg Wang. »Vergeet je het +spreekwoord: de bloem met de bloem, de wilg met den wilg! De +overeenstemming tusschen twee harten is te vergelijken met een +honderdjarige lente!...." + +»Tegenover drie honderd jaar herfst, zomer en winter!" antwoordde +Kin-Fo, de schouders ophalende. »Neen Lé-ou zou, als ik arm was, +ongelukkig met mij zijn! Daarentegen zal mijn dood haar rijk maken!" + +»Heb je daarvoor gezorgd?" + +»Ja en ook voor u, Wang; gij ontvangt vijftig duizend dollars bij +mijn dood." + +»Zoo!" liet de philosoof hooren, »je schijnt overal aan gedacht +te hebben." + +»Aan alles, zelfs aan een opmerking die je mij nog niet gemaakt hebt." + +»Welke?" + +»Wel... het gevaar dat je kondt loopen, na mijn dood, beschuldigd te +worden van moord." + +»Dat beteekent niets!" sprak Wang, »alleen stoffels of lafaards laten +zich gevangen nemen! En daarbij komt nog, waarin zou de verdienste +gelegen zijn van den dienst, dien ik je bewijzen zal, als ik er niets +bij waag!" + +»Neen Wang! ik wil je alle mogelijke zekerheid geven! Niemand mag je +daarover lastig vallen." + +En dat zeggende, naderde Kin-Fo de tafel, nam een blad papier en +schreef met zijne gewone vaste hand, de volgende regels: + +»Ik heb mij zelf gedood, wijl ik het leven moede was en er van walgde. + +Kin-Fo." + +En hij stelde Wang dit papier ter hand. + +De philosoof las het eerst zachtjes; daarna las hij het met luider +stem. Nadat hij dat gedaan had, vouwde hij het zorgvuldig op en stak +het in een zakboek, dat hij altijd bij zich droeg. + +Nogmaals zag men eene flikkering in zijne oogen. + +»Is dat alles je ernst?" vroeg hij zijn leerling vast in de oogen +ziende. + +»Hooge ernst." + +»Ik zal de zaak van mijn kant niet minder ernstig opvatten." + +»Geef je me je woord?" + +»Ja." + +»Ik zal dus, uiterlijk op 25 Juni aanstaande, opgehouden hebben +te leven?...." + +»Ik weet niet of je zult opgehouden hebben te leven in de beteekenis +die gij er aan hecht," antwoordde de philosoof ernstig, »maar in elk +geval zal je dan dood zijn!" + +»Ontvang mijn dank; vaarwel, Wang." + +»Vaarwel, Kin-Fo." + +En daarop verliet Kin-Fo dood bedaard de kamer van den philosoof. + + + + + +IX. + + Waarvan het slot, hoe vreemd het schijne, den lezer toch wel + niet verbazen zal. + + +»Welnu, Craig en Fry?" vroeg de heer William J. Bidulph den volgenden +morgen aan de twee agenten, die hij bepaaldelijk belast had het oog +te houden op den nieuwen verzekerde bij de maatschappij _de Eeuw_. + +»Wel," antwoordde Craig, »wij hebben hem gisteren gevolgd op eene +wandeling, die hij door de omstreken van Shang-Haï deed, en..." + +»Hij zag er zeker niet uit als iemand die van plan is een einde aan +zijn leven te maken," voegde Fry er bij. + +»Toen het donker werd hebben wij hem gevolgd tot aan de deur van +zijn woning...." + +»Die wij helaas niet binnen konden gaan." + +»En van ochtend?" vroeg William J. Bidulph verder. + +»Van ochtend," zeide Craig, »hebben wij gehoord dat hem evenmin iets +scheelde als...." + +»De brug van Palikao," vulde Fry aan. + +De agenten Craig en Fry, twee neven en echte Amerikanen, die in dienst +van _de Eeuw_ waren, vormden te zamen eigenlijk slechts een wezen. Zij +gingen zoo geheel in elkander op, dat de een voortdurend de volzinnen +van den andere aanvulde. Dezelfde hersens, dezelfde gedachten, +hetzelfde hart, dezelfde maag, dezelfde gebaren en gewoonten. Vier +armen, vier handen, vier beenen aan twee vereenigde lichamen. In een +woord: Siameesche tweelingen, waarvan een stoutmoedig chirurgijn den +vereenigingsband doorgesneden had. + +»Dus is het u nog niet mogen gelukken in zijn woning door te +dringen?" vroeg William J. Bidulph. + +»Nog..." begon Craig. + +»Niet," zei Fry. + +»'t Zal misschien moeilijk gaan," antwoordde de hoofdagent, »maar +'t moet toch gebeuren. _De Eeuw_ heeft bij deze zaak niet alleen een +hooge premie te verdienen, maar loopt ook gevaar twee honderd duizend +dollars te verliezen! Wij moeten hem dus twee maanden surveilleeren +en misschien langer als hij zijn volgende quitantie betaalt." + +»Er is een bediende...." zeide Craig. + +»Dien men misschien zou kunnen gebruiken..." sprak Fry. + +»Om alles te weten te komen..." vervolgde Craig. + +»Wat er in het huis van Kin-Fo voorvalt," voltooide Fry. + +»Hm!" sprak de heer William J. Bidulph. »Tracht dezen bediende te +lijmen. Koop hem om; hij zal wel gevoelig zijn voor den klank van +taëls en op taëls behoef je niet te zien. Zelfs als je de drieduizend +beleefdheidsvormen moest uitputten, die de Chineesche etiquette +tot haar dienst heeft, doe het gerust. Je zult je de moeite niet te +beklagen hebben." + +»Nu, dat zal..." zeide Craig. + +»Geschieden," sprak Fry. + +En dit was de gewichtige reden waarom Craig en Fry kennis met Soun +trachtten aan te knoopen. Soun was er de man niet naar, om weerstand +te bieden aan den verleidelijken klank van taëls of het beleefde +aanbod van een paar glazen Amerikaanschen grog. + +Craig en Fry vernamen dus door Soun alles wat zij verlangden te weten, +hetgeen ongeveer op het volgende neerkwam: + +Had Kin-Fo in den laatsten tijd iets in zijne gewone levenswijze +veranderd? + +Neen, 't eenige misschien was dat hij zich iets minder barsch toonde +jegens zijn zeer getrouwen dienstbode, dat de schaar niet meer +gebruikt werd, zeer ten bate van diens staart, en dat zijn rug schier +de rotting niet meer voelde. + +Had Kin-Fo ook levensgevaarlijke wapenen te zijner beschikking? + +Neen, hij behoorde tot die eerbiedwaardige categorie van menschen, +die een afkeer van vuur- en andere wapenen koesteren. + +Wat at en dronk hij? + +Zeer gewonen kost, zonder liflafjes of overdaad. + +Hoe laat stond hij op? + +Zoodra de vijfde nachtwake voorbij was, meestal als de dageraad, +bij het hanengekraai, den gezichtseinder begon te verhelderen. + +Ging hij vroeg naar bed? + +In de tweede nachtwake, zooals hij, voor zoover Soun wist, zijn leven +lang gedaan had. + +Was hij treurig gestemd, bezorgd over iets, levensmoede? + +'t Was zeker niet wat men een vroolijk of opgewekt mensch +noemt. Integendeel! Maar in den laatsten tijd begon hij meer schik +in zijn leven te krijgen. Ja, Soun vond hem minder onverschillig +dan vroeger, alsof hij verwachtte dat er iets gebeuren zou... Wat, +dat kon Soun niet zeggen. + +Bezat zijn heer ook vergif dat hem kwaad zou kunnen doen? + +Soun geloofde het niet, want juist had hij dien ochtend een twaalftal +pillen in de Houang Pou moeten werpen, die hem wel eens verdacht +voorgekomen waren. + +Er was in waarheid in al deze berichten niets wat den vertegenwoordiger +der levensverzekeringsmaatschappij _de Eeuw_ kon verontrusten. Nooit +had de rijke Kin-Fo, van wiens waren toestand niemand behalve Wang iets +wist, getoond meer waarde aan het leven te hechten dan tegenwoordig. + +Hoe geruststellend alles ook luidde, wat de hoofdagent der +verzekeringsmaatschappij _de Eeuw_ omtrent Kin-Fo te weten kreeg, toch +moesten Craig en Fry voortgaan hem nauwkeurig in het oog te houden +en hem op zijne wandelingen volgen, want de mogelijkheid bestond dat +hij het voornemen koesterde om zich buiten 's huis van kant te maken. + +De twee onafscheidelijke neven deden dit dan ook en Soun bleef +voortgaan met hen op de hoogte te brengen van al wat zijn meester +deed of liet; dit viel te meer in den smaak van den bediende, omdat +de omgang met twee zulke beminnelijke lieden hem zeer veel voordeel +opleverde. + +Wij zouden te veel zeggen als wij beweerden, dat de held dezer +geschiedenis nu meer aan het leven hechtte dan voordat hij besloten had +er een einde aan te maken. Maar, zooals hij gedacht had, verschaften +de eerste dagen althans wel eenige ontroering. Hij had toch vlak +boven zijn hoofd een zwaard van Damocles opgehangen, en dit zwaard +zou hem zeker den een of anderen dag dooden. Zou het heden gebeuren +of morgen, dezen ochtend of van avond? Dit hield hem in spanning en +van daar dat zijn hart toch wel wat sneller begon te kloppen, iets +dat hem vroeger ten eenenmale onbekend was. + +Overigens ontmoetten Wang en hij elkander thans minder dan vroeger. De +wijsgeer ging meer uit dan hij placht te doen, of sloot zich meer in +zijne kamer op. Kin-Fo ging hem daar niet opzoeken--dit lag niet op +zijn weg--en hij wist niet hoe Wang den tijd doorbracht. Misschien +was hij bezig hem een valstrik te spannen. Een oude Taï-ping bezat +ongetwijfeld een grooten voorraad van middelen om een evenmensch uit +den weg te ruimen. Van welk zou hij zich bedienen? Van daar zekere +nieuwsgierigheid, die als een nieuwe, vroeger ongekende prikkel op +Kin-Fo werkte. + +De wijsgeer en zijn leerling aten echter bijna dagelijks nog aan +dezelfde tafel. Het spreekt van zelf dat er geen enkele toespeling +gemaakt werd op hunne afspraak of op hunne toekomstige rol van +moordenaar en vermoorde. Zij spraken over de meest gewone zaken en niet +zeer druk. Wang, ernstiger gestemd dan anders, verried door zijn blik +dat hij voortdurend peinsde. In plaats van opgewekt was hij somber, +in plaats van spraakzaam laconisch geworden. Vroeger at hij veel, +zooals een philosoof met eene gezonde maag dit meestal doet, thans +lachten zelfs de fijnste gerichten hem weinig toe en de wijn van Chao +Chig bracht hem in geen andere stemming. + +De houding van Kin-Fo was anders niet zoo, dat hij zich over iets +bezwaard behoefde te voelen. Hij proefde alle spijzen het eerst en +meende geen gerecht ongebruikt te mogen laten. Daaruit volgde dat hij +meer at dan gewoonlijk, dat zijne verwende tong iets meer smaak begon +te krijgen, en zijne spijsvertering niets te wenschen overliet. Van +vergif scheen de oude moordenaar van den rebellenkoning zich tot nog +toe althans niet bediend te hebben. + +Kin-Fo verschafte hem voortdurend alle mogelijke gelegenheden om de +daad te plegen. De deur van zijn slaapkamer werd nooit gesloten en de +wijsgeer kon er dag en nacht binnen gaan en zijn leerling er wakend +of slapend overvallen. Kin-Fo wenschte slechts één ding: dat de hand, +die hem treffen zou, dit juist en snel deed. + +Maar Kin-Fo was weldra aan deze nieuwe gewaarwordingen gewend, en na +een paar nachten had hij zich zoodanig verzoend met het denkbeeld +dat een dolkstoot hem treffen zou, dat hij er even gerust om sliep +als vroeger en even frisch en gezond om ontwaakte. Dit mocht zoo niet +langer duren. + +Ook kwam het denkbeeld bij hem op dat het Wang misschien tegen de +borst zou stuiten hem te dooden in het huis waarin hij zoo gastvrij +opgenomen was. Hij besloot het hem nog gemakkelijker te maken. Hij +begon veel te wandelen, vooral op eenzame plaatsen, en bleef zeer +laat uit, dikwijls tot de vierde nachtwake; ook vond men hem vaak in +de slechtst befaamde kwartieren van Shang-Haï, waar schier dagelijks +moord en doodslag voorkomt, zonder dat er een haan naar kraait. Hij +dwaalde daar rond door nauwe en sombere stegen en stiet daar op +dronkaards van allerlei nationaliteit, geheel alleen in het holle van +den nacht of bij het krieken van den dag, als de bakker zijne dunne +weitenkoeken onder het geroep van »Mantoou! Mantoou!" rondventte of +de schel den laten opiumschuiver waarschuwde dat hij huiswaarts gaan +moest. Telkens echter kwam hij levend, springlevend weder thuis, +zonder dat hij zelfs bespeurd had dat de onafscheidelijke Craig en +Fry hem op den voet gevolgd hadden, gereed om hem te hulp te komen +als dit noodig mocht zijn. + +Als het zoo voortging zou Kin-Fo ten slotte aan dit nieuwe bestaan +volkomen gewennen en zou hij zich weldra weder evenzeer vervelen +als vroeger. + +Hoe dikwijls waren er toch reeds uren achter elkander voorbijgegaan +zonder dat hij er aan gedacht had dat hij een ter dood veroordeelde +was. + +Op zekeren dag, op 12 Mei, verschafte het toeval hem echter weder +eenige ontroering. Toen hij zachtjes de kamer van den wijsgeer +binnentrad, zag hij dezen met de punt van zijn vinger een dolk +onderzoeken, dien hij daarop dompelde in een fleschje dat een zeer +verdacht blauw vocht bevatte. + +Wang had zijn leerling niet hooren binnenkomen en zwaaide den dolk +eenige malen boven zijn hoofd, als om te zien of zijn hand wel juist +was. Hij zag er bij die gelegenheid alles behalve zachtzinnig uit en +het scheen dat zijne oogen zelfs met bloed beloopen waren! + +»'t Gebeurt zeker van daag!" zei Kin-Fo bij zichzelf. + +En hij verliet ongemerkt des wijsgeers kamer weder. + +Hij ging naar zijne eigen vertrekken welke hij dien dag niet weder +verliet.... Wang echter vertoonde zich niet. + +Kin-Fo ging naar bed; maar den volgenden dag stond hij weder op, +zoo levend als een gezond mensch slechts zijn kan. + +Zooveel ontroeringen voor niets! 't Werd vervelend. + +Er waren toch reeds tien dagen om, van de twee maanden tijd die hij +Wang gelaten had. + +»'t Is een talmer," sprak Kin-Fo, »ik had hem niet zooveel tijd +moeten geven." + +En hij dacht of de oude Taï-ping niet wat verweekelijkt was door het +goede leven te Shang-Haï. + +Van dien dag af scheen Wang nog onrustiger en bezwaarder dan +vroeger. Hij liep de yamen in en uit, als een mensch die niet weet +waar hij het zoeken moet. Kin-Fo merkte zelfs op dat hij herhaalde +bezoeken bracht aan de zaal der voorouders, waar de kostbare uit +Liao-Tchéou ontvangen doodkist geplaatst was. Hij vernam ook door Soun, +en niet zonder belangstelling, dat Wang bevolen had haar te poetsen, te +wrijven, af te stoffen, in een woord, haar in zoo voldoend mogelijken +staat te houden. + +»Wat zal mijn meester daar lekker in liggen," voegde de getrouwe +dienstbode er bij. »'t Zou wel de moeite waard zijn het eens te +beproeven!" + +Deze opmerking verschafte Soun een vriendschappelijk knikje. + +De dagen van 13, 14 en 15 Mei gingen voorbij en er gebeurde niets. + +Was Wang dan voornemens den geheelen hem gestelden tijd te laten +verloopen en als een koopman eerst zijn schuld te betalen op den +uitersten vervaldag? Maar dan zou het immers geen verrassing zijn en +had Kin-Fo het even goed zelf kunnen doen. + +Toen kreeg Kin-Fo in den ochtend van 15 Mei, op het oogenblik der +»mao-che" d. i. zes uur, kennis van een zeer opmerkelijke gebeurtenis. + +De nacht was onaangenaam voorbij gegaan. Kin-Fo was bij het ontwaken +onder den indruk van een naren droom. De vorst Ien, de opperste rechter +uit de Chineesche onderwereld, had hem veroordeeld om niet voor zijn +aangezicht te verschijnen voor dat de twaalfhonderdste maan aan den +gezichteinder van het Chineesche rijk verscheen. Hij had dus nog een +eeuw te leven, een geheele eeuw! + +Kin-Fo was dus zeer slecht geluimd; het scheen dat alles tegen hem +samenspande. + +Soun moest dit bezuren toen hij als gewoonlijk verscheen om zijn +meester aan zijn toilet te helpen. + +»Loop naar den duivel," was de wensch waarmede hij ontvangen +werd. »Moge uw loon uit twaalfduizend schoppen bestaan, ondier!" + +»Maar, mijnheer ..." + +»Verdwijn uit mijn oogen, zeg ik je!" + +»Niet voor dat ik u iets vreemds verteld heb..." begon Soun. + +»Wat dan, ezel?" + +»Alleen dat mijnheer Wang ..." + +»Wat van Wang?" antwoordde Kin-Fo levendig, zijn ongelukkigen knecht +plotseling bij den staart grijpende. + +»O hemel!" riep Soun van angst ineen krimpende. »Hij heeft bevel +gegeven om mijnheer's doodkist over te brengen naar het paviljoen +van het »Leven," en..." + +»Heeft Wang dat gedaan!" riep Kin-Fo uit, terwijl zijn drift plotseling +scheen te wijken. »Daar Soun, je bent toch wel een goede kerel, daar +heb je tien taëls; doe je plicht maar en zorg dat de bevelen van Wang +opgevolgd worden!" + +Soun was geheel verbazing en herhaalde verscheiden keeren bij zich +zelf: + +»Mijn meester is ongetwijfeld krankzinnig geworden, maar dat doet er +niet toe; ik vaar er wèl bij." + +Ditmaal kon Kin-Fo er niet meer aan twijfelen. Wang wilde hem dooden in +de kiosk van het »Leven," waar hij zich zelf reeds den dood had willen +geven, en daarom had de Taï-ping zijn doodkist naar dat paviljoen +laten overbrengen. Het was of hij hem uitnoodigde daar te komen. Nu, +Kin-Fo zou niet op het appèl ontbreken. + +Wat duurde die dag hem lang. Het water in de uurglazen scheen stil +te staan. De wijzers schenen over de gitten plaat te kruipen! + +Eindelijk, eindelijk gaf het verdwijnen van de zon onder den +gezichteinder het teeken van de eerste wake des nachts en daalde het +schemerlicht rondom de yamen. + +Kin-Fo begaf zich nu naar het paviljoen dat hij niet levend weder +hoopte te verlaten. Hij strekte zich op een zachten divan uit, die +voor eene langdurige rust scheen ingericht, en wachtte. + +Toen kwamen allerlei herinneringen uit zijn nutteloos besteed leven +bij hem op, al zijne vervelingen, zijn afkeer van het leven, die +door rijkdom niet overwonnen had kunnen worden, die door armoede nog +toegenomen zou zijn! + +Een enkele lichtstraal had slechts dit leven verhelderd, de genegenheid +die Kin-Fo voor de jonge weduwe gekoesterd had. Dit gevoel deed +zijn hart sneller kloppen op het oogenblik nu dit voor altijd zou +ophouden. Maar zou hij de arme Lé-ou ongelukkig maken door haar lot +met het zijne te verbinden? + +De vierde wake, die welke den naderenden dageraad voorafgaat en +waarin de geheele wereld in rust gedompeld is, deze vierde wake +ging voor Kin-Fo in hevige ontroering voorbij. Hij luisterde angstig +en zorgvuldig of hij niets hoorde. Zijn blik scheen de nachtelijke +duisternis te willen doorboren. Meer dan eens verbeeldde hij zich het +zacht geluid eener deur te hooren die door eene voorzichtige hand +geopend werd. Zonder twijfel hoopte Wang hem slapende te vinden, +om hem zoo af te maken. + +Toen trad er plotseling reactie in. Hij verlangde naar de vreeselijke +verschijning van den Taï-ping en deinsde er tevens voor terug. + +De vijfde wake begon en de ochtendschemering kleurde, langzamerhand +alles met haar bleek licht. Het werd dag. + +Plotseling ging de deur van het paviljoen open. + +Kin-Fo sprong op; hij leefde meer in deze seconde dan in de dertig +vorige jaren van zijn bestaan!... + +'t Was Wang niet; 't was Soun, met een brief. + +»Groote spoed!" was al wat hij zeide. + +Kin-Fo had een voorgevoel. Hij greep den brief, dien hij zag dat +uit San Francisco kwam; hij scheurde de enveloppe open, las snel den +inhoud, gaf een kreet van vreugde en stormde het paviljoen van het +»Leven" uit. + +»Wang, Wang!" riep hij zoo luid hij kon. + +Hij was reeds bij de kamer van den wijsgeer en opende de deur. + +Wang was er niet. Wang had blijkbaar ook dien nacht niet in zijne +kamer doorgebracht en toen op Kin-Fo's bevel zijne bedienden de yamen +in alle hoeken doorzocht hadden, bleek het dat Wang verdwenen was, +zonder een spoor achter te laten. + + + + + +X. + + Waarin Craig en Fry officieel aan den nieuwen cliënt van _de + Eeuw_ worden voorgesteld. + + +»Ja, mijnheer Bidulph, een eenvoudige beursmanoeuvre, een echte +Amerikaansche coup", zeide Kin-Fo tot den hoofdagent van de +verzekeringsmaatschappij. + +De deftige William J. Bidulph glimlachte als een kenner. + +»Goed gelukt, werkelijk", sprak hij, »iedereen is er dupe van geweest." + +»Zelfs mijn correspondent!" antwoordde Kin-Fo. »Het staken der +betalingen, het failliet, het geheele bericht was uit de lucht +gegrepen! Acht dagen later waren de loketten geopend en betaalde +men. De »affaire" was gelukt. De acties, die tachtig percent waren +gedaald, werden tegen den laagsten koers door de centrale bank +opgekocht en toen men den directeur kwam vragen hoeveel percent er +zou worden uitgekeerd, luidde het zeer beleefde antwoord: »Honderd +vijf en zestig percent!" Dat alles werd mij gemeld in dezen brief, +dien ik heden morgen ontving; op het oogenblik dat ik, in de meening +verkeerende dat ik geheel geruïneerd was...." + +»De hand aan u zelf wildet slaan?" riep William J. Bidulph uit. + +»Neen", antwoordde Kin-Fo, »op het oogenblik dat ik hoogst +waarschijnlijk op het punt sta vermoord te worden." + +»Vermoord!" + +»Met mijn toestemming, op schrift gebracht, een moord vooraf +toegestaan, bezworen, en die u zou te staan gekomen zijn op...." + +»Tweemaal honderdduizend dollars", antwoordde William J. Bidulph, +»wijl alle kansen van sterven verzekerd waren. Wij zouden u diep +betreurd hebben, mijn waarde heer...." + +»Wegens het bedrag van de verzekerde som?...." + +»En de renten!" + +William J. Bidulph nam de hand van zijn cliënt en schudde die hartelijk +op Amerikaansche wijze. + +»Maar ik begrijp niet...." voegde hij er bij. + +»U zult het begrijpen", antwoordde Kin-Fo. + +En hij deed hem mededeeling van de overeenkomst door hem met iemand +getroffen, in wien hij alle vertrouwen stelde. Hij herhaalde zelfs +de termen waarin de brief vervat was welken die man in den zak had, +een brief die hem voor vervolging vrijwaarde en hem straffeloosheid +waarborgde. Maar, en dat was het meest bedenkelijke van het geval, +de belofte zou gehouden worden, het woord zou worden gestand gedaan, +daaraan behoefde niet getwijfeld te worden. + +»Is die persoon een vriend van u?" vroeg de hoofdagent. + +»Een vriend," antwoordde Kin-Fo. + +»En het is dus uit vriendschap?..." + +»Uit vriendschap en wie weet? misschien ook uit berekening. Ik heb +hem vijftig duizend dollars op mijn hoofd verzekerd." + +»Vijftig duizend dollars!" riep William J. Bidulph. »Dan is het +mijnheer Wang!" + +»Hij is het." + +»Een philosoof! Die zal er nimmer in toestemmen..." + +Kin-Fo stond op het punt te zeggen: + +»Die philosoof is een oude Taï-ping. Hij heeft gedurende de helft van +zijn leven meer moorden begaan dan noodig zijn om de Eeuw te ruïneeren, +als al degenen die hij gedood heeft bij de maatschappij verzekerd +waren geweest! Sedert achttien jaren heeft hij zijne woeste neiging +bedwongen; maar nu zich de gelegenheid voordoet, nu hij mij geruïneerd, +ter dood bereid acht, nu hij daarenboven weet dat mijn dood hem een +klein fortuin zal verschaffen, nu zal hij niet aarzelen...." + +Maar Kin-Fo zeide niets van dit alles. Hij zou Wang gecompromitteerd +hebben en William J. Bidulph zou waarschijnlijk niet geaarzeld hebben +om den ouden Taï-ping aan den gouverneur der provincie te verraden. Dan +zou Kin-Fo zonder twijfel gered zijn, maar de philosoof ware verloren +geweest. + +»Het komt mij voor", zeide daarop de agent der +verzekeringsmaatschappij, »dat de zaak op zeer eenvoudige wijze op +te lossen is." + +»Op welke wijze?" + +»Men dient Wang te doen weten, dat de toestand veranderd is en van +hem den brief terug eischen." + +»Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan" antwoordde Kin-Fo. »Wang is +sedert gisteren verdwenen en geen mensch weet waar hij gebleven is." + +»Hm!" was alles wat de hoofdagent liet hooren, een bewijs dat hij +door deze mededeeling geheel overbluft was. + +Hij staarde daarop zijn cliënt aandachtig aan. + +»En, mijn waarde heer, u hebt op het oogenblik in het minst geen lust +om te sterven?" vroeg hij. + +»Neen zeker niet", antwoordde Kin-Fo. »Door de manoeuvre van de +centrale Californischen bank is mijn fortuin bijkans verdubbeld, en ik +ga trouwen! Maar ik zal het niet doen voor ik Wang heb teruggevonden +of voor de bepaalde termijn is verstreken." + +»En wanneer verstrijkt die?" + +»Op 25 Juni aanstaande. _De Eeuw_ loopt gedurende dit tijdstip gevaar +een groot verlies te lijden. Het ligt dus op haar weg om daartegen +maatregelen te nemen." + +»En den philosoof op te sporen", antwoordde William J. Bidulph. + +De agent liep eenige oogenblikken met de handen op den rug door het +vertrek, vervolgens zeide hij: + +»Wij zullen dien tot alles bereid zijnde vriend vinden; al zat hij +ook in het binnenste der aarde. Maar tot dat het zoover is gekomen +zullen wij u, mijnheer, beschermen tegen elke poging tot moord, +evenals wij u reeds beschermd hebben tegen zelfmoord." + +»Wat bedoelt u daarmede?" vroeg Kin-Fo. + +»Dat twee mijner agenten, sedert 30 April jl., den dag, waarop de +polis door u onderteekend werd, al uw schreden hebben gevolgd, al uw +daden nauwkeurig bespied!" + +»Ik heb niets van die bespieding van mijn persoon gemerkt," zeide +Kin-Fo. + +»Het zijn menschen, die hun vak verstaan, allerfatsoenlijkste +lieden!" antwoordde de hoofdagent. »Vergun mij ze u voor te stellen, +nu zij niet meer verplicht zijn in 't geheim te uwen opzichte te +handelen." + +»'t Zal mij een genoegen zijn," antwoordde Kin-Fo. + +»Craig-Fry moeten hier zijn, omdat u hier zijt!" En William J. Bidulph +riep: + +»Craig-Fry?" + +Craig en Fry stonden werkelijk achter de deur van het particuliere +kabinetje. Zij waren den cliënt gevolgd tot aan de deur van het bureau +en wachtten daar zijn vertrek af. + +»Craig-Fry," aldus liet zich thans de hoofdagent hooren, »je hebt +gedurende de twee maanden, dat voor de polis betaald is, onzen +kostbaren cliënt niet meer tegen zich zelf te behoeden, maar tegen +een van zijn eigen vrienden, den philosoof Wang, die zich verbonden +heeft hem te vermoorden!" + +En de twee onafscheidelijken werden op de hoogte der zaak gebracht. Zij +begrepen ze en namen de opdracht aan. De rijke Kin-Fo behoorde hun +toe. Hij kon geen trouwer dienaren hebben. + +Wat moest er nu gedaan worden? + +Men kan op tweeërlei wijze te werk gaan, meende de hoofdagent, òf +Kin-Fo zoo zorgvuldig in zijn huis te Shang-Haï bewaken, dat Wang +het niet kan binnentreden zonder door Fry-Craig bespeurd te worden, +òf wel alle pogingen in het werk stellen om gezegden Wang te vinden +en hem den brief te ontnemen. + +»Het eerste geeft niets, antwoordde Kin-Fo. »Wang zou mij zeer +gemakkelijk kunnen vinden, zonder bespeurd te worden, wijl mijn huis +ook het zijne is. Men moet hem, het koste wat het wil opsporen." + +»U hebt gelijk, mijnheer," antwoordde William J. Bidulph. »Het zekerste +is om gezegden Wang terug te vinden en wij _zullen_ hem vinden!" + +»Dood of..." zei Craig. + +»Levend!" antwoordde Fry. + +»Neen! levend!" riep Kin-Fo uit... »Ik wil niet dat Wang een oogenblik +door mijn schuld gevaar loopt!" + +»Craig en Fry, voegde William J. Bidulph er bij, »je staat +gedurende zevenenzeventig dagen voor onzen cliënt in. Tot 30 Juni +a. s. vertegenwoordigt mijnheer voor ons een waarde van tweemaal +honderdduizend dollars." + +Daarop namen de cliënt en de hoofdagent van _de Eeuw_ afscheid +van elkander. Tien minuten later was Kin-Fo, gevolgd door de beide +lijfwachten, die hem vooreerst niet meer zouden verlaten, in zijn +yamen teruggekeerd. + +Toen Soun zag dat Craig en Fry officieel in het huis toegelaten werden, +maakte zich een gevoel van spijt van hem meester. Geen vragen meer, +geen antwoorden en vooral geen taëls meer! Daarbij kwam dat zijn +meester zijne oude levenswijze hervatte en zijn onhandigen en luien +knecht weder hard begon te behandelen. + +Arme Soun! Wat zoudt gij gezegd hebben als gij geweten hadt welk lot +u boven het hoofd hing! + +Het eerste dat Kin-Fo deed was naar Peking, avenue de Cha-Coua te +»phonografeeren" welken keer zijn lot genomen had. De jonge vrouw +hoorde op nieuw hoe de stem van hem, dien zij voor altijd meende +verloren te hebben, haar de teederste namen gaf. Hij zou zijne lieve +jonge zuster terug zien. Eer de zevende maan ten einde was gebracht +zou hij bij haar zijn, om haar niet weder te verlaten. Maar nadat hij +geweigerd had haar ongeluk te zoeken, mocht hij haar niet op nieuw +aan het gevaar blootstellen om haar weder weduwe te maken. + +Lé-ou begreep niet best wat deze laatste zin beteekende, zij begreep +slechts één zaak, en wel dat haar verloofde tot haar terugkeerde en +dat hij, vóór er twee maanden zouden verloopen, bij haar zou zijn. + +En op dien dag was er geen gelukkiger vrouw in het geheele Hemelsche +Rijk dan de jeugdige weduwe. + +Er was, in werkelijkheid, eene geheele omkeering tot stand gebracht in +de gedachten van Kin-Fo, thans, dank zij de voordeelige operatie van +de centrale Californische bank, viermaal millionnair. Hij wenschte te +leven en goed te leven. Twintig dagen van spanning hadden hem geheel +veranderd. Noch de mandarijn Pao-Shen, noch de koopman Yin-Pang, +noch Tim, de bon-vivant, noch Houal, de letterkundige zouden in hem +het onverschillige wezen herkend hebben, van 't welk zij op een der +bloemschepen in de Paarlenrivier afscheid hadden genomen. Wang zou +zijne eigen oogen niet geloofd hebben, als hij het gezien had. Maar +hij was verdwenen zonder eenig spoor na te laten. Hij keerde niet in +het huis te Shang-Haï terug. Dit was een bron van groote zorg voor +Kin-Fo en van angst voor de beide lijfwachten. + +Acht dagen later, den 24n Mei, was er nog geen bericht van den +philosoof en bijgevolg geen mogelijkheid om op zijn spoor te komen. Te +vergeefs hadden Kin-Fo, Craig en Fry de vreemde concessies, de bazars, +de verdachte kwartieren, de omstreken van Shang-Haï doorzocht. Te +vergeefs waren de meest bekwame politiedienaars aan 't werk geweest. De +philosoof was niet te vinden. Ondertusschen verdubbelden Craig en +Fry, die hoe langer hoe meer onrust gevoelden, hunne voorzorgen. Zij +verlieten hun cliënt nacht noch dag, aten aan zijn tafel, sliepen +in zijn kamer, wilden hem overhalen om een ijzeren maliënkolder +te dragen ten einde beschermd te zijn voor een dolkstoot en alleen +versche eieren te eten om niet vergiftigd te worden. + +Kin-Fo het moet gezegd worden, liet hen praten. Hij kon zich even +goed gedurende twee maanden in de brandkast van _de Eeuw_ laten +opsluiten, onder voorgeven, dat hij tweemaal honderdduizend dollars +vertegenwoordigde! + +Toen stelde William J. Bidulph, practisch als altijd, zijn cliënt +voor de gestorte premie te restitueeren en de polis te verscheuren. + +»'t Spijt mij zeer," antwoordde Kin-Fo bedaard, »maar de zaak heeft +zijn beslag gekregen en u moet er de gevolgen van dragen." + +»Het zij zoo," antwoordde de hoofdagent, zich in het onvermijdelijke +schikkende. »Het zij zoo. U hebt gelijk! U kunt door niemand beter +beschermd worden dan door ons!" + +»Noch goedkooper!" antwoordde Kin-Fo. + + + + + +XI. + + Waarin Kin-Fo de beroemdste man van het Hemelsche Rijk wordt. + + +Men kon Wang niet op het spoor komen. Kin-Fo liep gevaar razend +te worden door de werkeloosheid, waartoe hij zich gedwongen zag, +want hij kon zelfs geen pogingen doen om den philosoof te vinden, +daar hij verdwenen was zonder eenig spoor achter te laten. + +Deze loop van zaken stond den hoofdagent van _de Eeuw_ niet bijzonder +aan. Eerst had hij gedacht dat het hier geen ernstig geval gold, +dat Wang zijne belofte niet zou houden, omdat zulke zonderlingheden +zelfs in het excentrieke Amerika niet zouden voorkomen,--maar hij kwam +allengs tot de overtuiging, dat in het vreemde land, 't welk men het +Hemelsche Rijk noemde, niets onmogelijk was. Ten slotte werd hij het +eens met Kin-Fo, dat de philosoof, als men hem niet kon opsporen, zijn +gegeven woord gestand zou doen. Zijn verdwijnen wekte het vermoeden, +dat hij zijn voornemen dan zou volvoeren als zijn leerling er het +minst op bedacht was en dat hij dan als een bliksemstraal met snelle +en zekere hand den doodelijken stoot zou toebrengen. En dan zou hij, +na den brief op het lichaam van zijn slachtoffer gelegd te hebben, +dood bedaard naar de bureaux van _de Eeuw_ wandelen om zijn deel van +het verzekerde kapitaal op te eischen. + +Men moest Wang voorkomen; maar hem direct voorkomen, ging niet aan. + +William J. Bidulph besloot daarop op indirecte wijze en wel door de +pers op Wang te werken. Binnen enkele dagen werden aan alle Chineesche +bladen missiven gericht en aan de hoofdorganen in de beide werelddeelen +telegrammen gezonden. + +De _Tching-Pao_, het officieele blad van Peking, de Chineesche bladen +te Shang-Haï en te Hong-Kong, de meest verspreide bladen van Europa +en Amerika, behelsden herhaaldelijk de volgende advertentie: + +»De heer Wang van Shang-Haï wordt verzocht om de overeenkomst, door +hem 2 Mei jl. aangegaan met den heer Kin-Fo, als niet geschied te +beschouwen, daar gezegde heer Kin-Fo slechts één wensch koestert, +nl. honderd jaar oud te worden." + +Deze zonderlinge annonce werd gevolgd door een ander die er wat +practischer uitzag: + +»Tweeduizend dollars of dertienhonderd taëls zullen uitgekeerd +worden aan hem die aan William J. Bidulph, hoofdagent van _de Eeuw_ +te Shang-Haï, weet mee te deelen waar zich de heer Wang, in genoemde +plaats woonachtig geweest, thans bevindt." + +Het was niet aannemelijk te achten, dat Wang in de vijf en vijftig +dagen die hem waren gegeven om zijne belofte te houden, aan het reizen +was getrokken. Het was veel waarschijnlijker, dat hij zich in de +omstreken van Shang-Haï ophield om van elke gelegenheid gebruik te +maken; William J. Bidulph achtte het echter zaak om op alles gevat +te zijn. + +Verscheidene dagen gingen voorbij en er kwam geen verandering +in den toestand. Eindelijk begonnen de aanplakbiljetten, in echt +Amerikaanschen stijl de openbare aandacht te trekken en de algemeene +vroolijkheid op te wekken. Men zag er met groote letters en sprekende +kleuren Wang! Wang!! Wang!!! op staan en niet minder duidelijk de +woorden Kin-Fo! Kin-Fo!! Kin-Fo!!! + +Men lachte er om tot in de meest afgelegen provinciën van het +Hemelsche Rijk. + +»Waar is Wang?" + +»Wie weet er waar Wang is?" + +»Waar blijft Wang?" + +»Wat doet Wang?" + +»Wang! Wang! Wang!" riepen de kleine Chineesjes in koor langs de +straten, en dezelfde vragen waren weldra in ieders mond. + +En Kin-Fo, die waardige zoon van het Hemelsche Rijk, »die slechts +één wensch koesterde, nl. honderd jaar oud te worden," die dus in +lengte van levensduur wilde wedijveren met den beroemden olifant, +wiens twintigste lustrum juist in het Stallenpaleis te Peking gevierd +was, Kin-Fo werd weldra de held van den dag. + +»Welnu, hoe is het; wordt mijnheer Kin-Fo al ouder?" + +»Hoe vaart hij?" + +»Is zijn eetlust goed?" + +»Hoe staan zijn vooruitzichten op het gele kleed?" [5] + +»Dergelijke spotachtige vragen hoorde men van burgerlijke en militaire +mandarijnen als zij elkander ontmoetten, van kooplieden op de beurs of +in hun kantoor, van arbeidslieden op de straat en van de bootslieden +in hunne drijvende steden. + +'t Zijn vroolijke en satirieke lui, die Chineezen, en men moet +erkennen dat hier wel reden was om eens te lachen. Weldra had ieder +er dan ook een eigen geestigheid op bedacht en op de aanplakborden +en de particuliere muren wemelde het spoedig van allerlei karikaturen. + +Kin-Fo leed veel onder al het onaangename van deze zonderlinge +vermaardheid. Men maakte zelfs een lied op hem op de wijs van het +»Man-tchiang-houng", de wind die door de wilgen blaast. Er verscheen +een berijmde klacht, waarin hij sprekende opgevoerd werd: de _Vijf +nachtwaken van den Honderdjarige_! Welk een verleidelijke titel en +welk een debiet had het, daar het slechts drie sapeken kostte! + +Of al die ophef Kin-Fo al verdroot, de heer William J. Bidulph +verheugde zich over de ruchtbaarheid die de zaak kreeg; maar Wang +kwam in weerwil daarvan niet te voorschijn. + +De zaken kwamen eindelijk zoo ver, dat de positie van Kin-Fo onhoudbaar +werd. Als hij zich buiten de deur vertoonde, vergezelde hem een stoet +van beiderlei geslacht en van allerlei leeftijd op de straten, langs de +kaden, zelfs in de Engelsche, Fransche en Amerikaansche nederzettingen, +en dwars door de velden. Kwam hij thuis, dan moest hij door een hoop +straatjongens heen worstelen, voordat hij zijn yamen kon binnentreden. + +Elken ochtend dwong men hem om op het balkon van zijn kamer te +verschijnen, opdat elkeen zien zou dat hij nog geen definitief +bezit genomen had van zijn doodkist in de kiosk van het »Leven." De +dagbladen bevatten dagelijks een spot-bulletin betreffende zijn +toestand, met allerlei ironische toespelingen, als behoorde hij onder +de leden der regeerende dynastie der Tsings. Hij werd ten slotte meer +dan belachelijk. + +Op zekeren dag, 21 Mei, kwam dan ook de veelgeplaagde Kin-Fo zijn +vriend William J. Bidulph opzoeken, om hem te vertellen dat hij +terstond op reis ging. Hij had eindelijk genoeg van Shang-Haï en +de Shang-Haïers! + +»Misschien loopt u op reis nog meer gevaar!" merkte de agent zeer +terecht op. + +»'t Kan me niet schelen!" antwoordde Kin-Fo. »Neem u maar voorzorgen." + +»En waar gaat u heen?" + +»Den weg die voor mij ligt." + +»En waar houdt u op?" + +»Nergens." + +»Wanneer komt u terug?" + +»Nooit!" + +»En als ik wat van Wang hoor?" + +»Loop naar den duivel met Wang! Uil die ik was, dat ik hem ook dien +dwazen brief gaf!" + +Eigenlijk brandde Kin-Fo van begeerte om den wijsgeer terug te +vinden. Dat zijn leven in de macht van den ex-Taï-ping was, begon +hem bitter te verdrieten. Het bezwaarde hem letterlijk. Een maand +langer in die positie zou hij nooit uithouden! Het lam was geheel +van karakter veranderd! + +»Welnu, ga op reis," sprak William J. Bidulph, toen hij zag dat er +niets aan te doen was. »Craig en Fry zullen u overal volgen, waar u +ook heengaat." + +»'t Is _mij_ wel," antwoordde Kin-Fo, »maar ik waarschuw u vooraf +dat ik ze zal laten draven. + +»Zij zullen draven, mijn waarde heer, zij zullen draven; het zijn +geen lui die zuinig op hun beenen zijn!" + +Kin-Fo ging daarop huiswaarts en maakte zijne toebereidselen, zonder +een oogenblik tijd te verliezen. + +Soun moest zijn meester vergezellen--tot zijn grooten spijt, want +hij hield niet van veranderingen. Maar hij zweeg, want de opmerking +zou hem ongetwijfeld weder een stuk van zijn staart gekost hebben. + +Wat Craig en Fry betreft, als echte Amerikanen zagen zij niet tegen +verplaatsing op, en waren zij steeds bereid om op het eerste woord +naar het andere einde der wereld te gaan. De eenige vraag die zij +zich veroorloofden was: + +»Waar gaat mijnheer naar toe?" + +»Eerst naar Nan-King en vervolgens naar den duivel!" + +Om beider lippen vertoonde zich tegelijkertijd een glimlach. Ze waren +verrukt! Naar den duivel! Niets viel beter in hun smaak! Slechts enkele +oogenblikken om afscheid van den heer William J. Bidulph te nemen en +nu kwamen zij terug in Chineesche kleederdracht om op hunne reis door +het Hemelsche Rijk minder de aandacht der bevolking te trekken. + +Een uur later waren Craig en Fry met den reiszak omhangen en revolvers +gewapend weder in de yamen terug en bij het vallen van den avond +verlieten Kin-Fo en zijne gezellen zeer geheimzinnig de haven van +de Amerikaansche nederzetting met de stoomboot die van Shang-Haï op +Nan-King vaart. + +Deze reis is slechts een uitstapje. In minder dan twaalf uur kan een +goede boot, die bij de afvaart van de eb profiteert, langs de Blauwe +Rivier de oude hoofdstad van zuidelijk China bereiken. + +Gedurende dien overtocht droegen Craig en Fry voor hun kostbaren Kin-Fo +de teederste zorgen, na vooraf al de overige passagiers nauwkeurig +opgenomen te hebben. Zij kenden den wijsgeer van aanzien--wie van al +de bewoners der buitenlandsche nederzettingen kende zijne beminnelijke +verschijning niet?--en zij hadden zich overtuigd, dat hij hen niet +aan boord gevolgd was. Nadat deze voorzorg genomen was, hadden zij +gelegenheid om al hunne attenties aan den verzekerde van _de Eeuw_ +te wijden; zij onderzochten met hunne handen de stevigheid der +verschansing waartegen hij leunde, der treden van de trap waarop +hij den voet zette, zij lokten hem ver van den stoomketel welks +constructie hun verdacht voorkwam, verzochten hem zich niet bloot te +stellen aan de koude nachtlucht, keken of de luikjes van zijn hut wel +vertrouwd en waterdicht waren, berispten Soun, dien luien knecht, die +er nooit was als zijn meester hem noodig had, vervingen hem somtijds +als Kin-Fo thee en koekjes verlangde en legden zich ten slotte in de +tweede nachtwake geheel gekleed voor de deur van zijn hut te rusten, +met veiligheidsgordels aan hunne zijde en gereed om hem ter hulp +te snellen, als door aanvaring of eenig ander ongeluk de stoomboot +gevaar mocht loopen in de diepte der rivier te verdwijnen. Maar er +gebeurde niets wat Craig en Fry gelegenheid gaf om hunne getrouwheid +en gehechtheid aan den persoon van Kin-Fo door daden te bewijzen. De +stoomboot zakte snel den Wou-Sang af, liep uit in den Yang-tse-Kiang of +Blauwe Rivier, voer langs het Tsong-Ming eiland, liet de vuurtorens van +Ourong en Langchan achter zich, kwam met het getij door de provincie +Kiang-Sou en zette 22 Mei hare passagiers behouden en wel op de kade +van de oude Keizersstad af. + +Dank zij de zorg der beide gedienstige geesten, was de staart van Soun +gedurende dit gedeelte van de reis geen streep korter geworden. De +luiaard had dus geen reden tot klagen. + +'t Was niet zonder reden, dat Kin-Fo na zijn vertrek uit Shang-Haï +eerst naar Nan-King gegaan was. Hij meende eenige kans te hebben om +den philosoof daar aan te treffen. + +Wang had zich door zijne herinneringen aangetrokken kunnen gevoelen +door deze ongelukkige stad, het voornaamste tooneel van den opstand +der Tchang-Mao's. Was zij indertijd niet in het bezit genomen en +verdedigd door dien eenvoudigen schoolmeester, later den geduchten Rong +Siéou-Tsien, die keizer der Taï-pings werd en het Mantschourijsche +gezag zoo lang in toom hield? Was in deze stad het nieuwe tijdperk +van den Grooten Vrede [6] niet door hem afgekondigd? Had hij daar +in 1864 geen vergif ingenomen, om te voorkomen dat hij levend in +handen zijner vijanden viel? Uit het oude koningspaleis daar ter +stede ontsnapte zijn jonge zoon, wiens hoofd weldra daarna door de +Imperialisten werd afgehouwen! Werden Rong Siéou-Tsien's beenderen +niet nog uit de puinhoopen der verbrande stad opgedolven om tot een +prooi der onreine roofdieren te strekken? Waren, om alles in eens te +zeggen, niet binnen drie dagen honderdduizend van Wangs oude gezellen +en vrienden in deze provincie om het leven gebracht?.... + +Het was dus wel mogelijk dat de wijsgeer, geleid door een soort van +heimwee, dat hem beving na de verandering in zijne gewone levenswijze, +naar deze plaatsen getrokken was en zich hier aan zijne persoonlijke +herinnering had overgegeven! Hij zou van hier toch weder binnen enkele +uren te Shang-Haï kunnen zijn, om den stoot toe te brengen.... + +Daarom was Kin-Fo eerst naar Nan-King gegaan en koos hij deze stad +als eerste pleisterplaats op zijne reis. Als hij er Wang aantrof zou +men terstond tot eene verklaring komen en de belachelijke zaak zou +daarmede uit zijn. Als Wang er niet te vinden was, zou Kin-Fo zijne +omzwervingen door het Hemelsche Rijk voortzetten tot den dag waarop +de overeenkomst afgeloopen was en hij niets meer van zijn ouden +leermeester en vriend zou te vreezen hebben. + +Kin-Fo, door Craig en Fry vergezeld en door Soun gevolgd, begaf +zich nu naar een hotel, in een der slechts half bevolkte kwartieren +gelegen, waaromheen zich drievierde gedeelte der oude hoofdstad als +een woestijn uitstrekt. + +»Ik reis onder den naam van Ki-Nan", zeide Kin-Fo tegen zijne +metgezellen, »en ik verzoek u dat mijn vorige naam, onder geen +voorwendsel hoegenaamd, nooit meer uitgesproken worde." + +»Ki..." zeide Craig. + +»Nan" vulde Fry aan. + +»Ki-Nan" herhaalde Soun. + +Men begrijpt dat Kin-Fo, nu hij zijne Shang-Haïsche vermaardheid +ontvluchtte, geen lust had om die op zijn reis terug te +vinden. Overigens had hij Craig en Fry ook niet gesproken over de +mogelijkheid dat de philosoof te Nan-King zijn zou. Deze vreesachtige +agenten zouden met een overdaad van voorzorgen voor den dag zijn +gekomen, die van hun standpunt wel te rechtvaardigen waren, doch die +Kin-Fo hartelijk verveelden. In waarheid, als zij met een millioen +in hun zak door eene verdachte streek hadden moeten reizen, zouden +zij niet voorzichtiger hebben kunnen zijn dan nu. 't Was dan ook +weinig minder dan een millioen, dat de maatschappij _de Eeuw_ aan +hunne zorgen had toevertrouwd! + +De geheele dag werd besteed aan het bezoeken der straten, pleinen +en bijzonderheden van Nan-King. Van de West- tot de Oostpoort, van +het noorden naar het zuiden, werd de stad, die overal van vervallen +grootheid getuigde, doorkruist. Kin-Fo stapte stevig door, sprak +weinig, maar keek goed om zich heen. + +Geen enkel verdacht gelaat vertoonde zich, noch op de kanalen, die door +de heffe des volks bezocht werden, noch in de met tegels bevloerde +straten, tusschen puinhoopen van huizen, waar gras en onkruid steeds +welig tierde. Men zag er geen vreemdeling onder de half verwoeste +marmeren zuilengangen, de verbrande stukken muur die de plek aanwezen +waar het keizerlijke paleis, het tooneel van de hevigste worsteling, +gestaan had, waar Wang ongetwijfeld tot het laatste oogenblik stand +gehouden had. Niemand trachtte zich te onttrekken aan de blikken der +bezoekers, noch in den omtrek van de yamen der katholieke zendelingen, +die de Nan-Kingers in 1870 wilden vermoorden, noch in de buurt van +de wapenfabriek, pas opgericht met de onvernielbare overblijfsels van +den porceleinen toren, waarmede de Taï-pings den grond bedekt hadden. + +Kin-Fo, die onvermoeid scheen te zijn, liep steeds voorwaarts. Altijd +van nabij gevolgd door zijne beide onvermoeibare satellieten en in de +verte door den ongelukkigen Soun, die aan zulke tochten niet gewend +was, verliet hij de Oostpoort en waagde zich op de verlaten vlakte. + +Daar vertoonde zich een onafzienbare laan, aan elke zijde door +monsterachtige dieren van graniet bezet. + +Kin-Fo volgde die laan met versnelden stap. + +Aan het einde verhief zich een kleine tempel. Daarachter bevond zich +een graf heuvel. Hier was de rustplaats van Rong-Ou, een priester +die keizer geworden was, een van die hardnekkige vaderlanders +die, vijf eeuwen geleden, tegen de vreemde overheersching hadden +gestreden. Zou de philosoof zich hier niet vermeid hebben in de +roemvolle herinneringen, op het graf zelf, waar de stichter van de +dynastie der Mings rustte! + +De grafheuvel was eenzaam, de tempel verlaten. Men zag er niet anders +dan kolossale beelden, ten nauwernood in het marmer uitgebeiteld en +fantastische gedierten, die ter bewaking schenen te dienen. + +Maar op de deur van den tempel bespeurde Kin-Fo, niet zonder eenige +ontroering, eenige teekens, die er door een menschenhand op gegrift +waren. Hij trad wat dichter bij en las deze drie letters: + + + W. K.-F. + + +Wang! Kin-Fo! Er was geen twijfel meer aan, de philosoof had daar +vertoefd! + +Kin-Fo zeide niets, keek rond, zocht...... Er was niemand. + +Des avonds kwamen Kin-Fo, Craig, Fry en Soun, die haast niet meer +voort kon, in het hotel terug en den volgenden dag hadden zij Nan-King +verlaten. + + + + + +XII. + + Waarin Kin-Fo, zijne beide satellieten en zijn knecht op + avontuur uitgaan. + + +Wie is de reiziger, die de groote rij- en waterwegen van het +Hemelsche Rijk met zooveel volharding aflegt? Hij gaat voorwaarts, +steeds voorwaarts, niet wetende waar hij gisteren was en waar hij +morgen zijn zal. Hij trekt de steden door zonder ze te zien, hij +gaat de herbergen en hotels alleen binnen om er eenige uren rust te +nemen, hij vertoeft in de restaurants niet langer dan noodig is om +voedsel te gebruiken. Geld schijnt geen waarde voor hem te hebben, +hij verkwist het, hij werpt het weg om zijn tocht te bespoedigen. + +Het is geen koopman die voor zijne zaken reist. Het is geen mandarijn, +die door den minister met eene gewichtige zending is belast. Het is +geen kunstenaar die de schoonheden der natuur opspoort. Het is geen +geleerde, geen navorscher, die oude documenten zoekt, in tempels of +kloosters van het oude China verspreid. Het is geen student, die in +den tempel der examens moet opgaan om er een wetenschappelijken graad +te behalen, geen priester van Bouddha, die inspectie moet houden over +de kleine landelijke altaren, opgericht tusschen de wortels van den +heiligen vijgeboom, noch een priester, die ter vervulling van een +belofte een tocht maakt naar een der vijf heilige bergen van het +Hemelsche Rijk. + +Het is de gewaande Ki-Nan, vergezeld door Fry-Craig, altijd vol ijver, +en gevolgd door Soun die hoe langer hoe vermoeider wordt. Het is Kin-Fo +die altijd nog verkeert in die zonderlinge gemoedsstemming, welke hem +er toe dreef te vluchten, en te gelijk den spoorloos verdwenen Wang +te zoeken. Het is de cliënt van _de Eeuw_ die van dit onophoudelijk +heen- en weertrekken afleiding verwacht, en misschien een waarborg +tegen de onbekende gevaren waardoor hij bedreigd wordt. Ook de beste +schutter loopt de kans, dat hij een zich steeds bewegend doel mist +en Kin-Fo wenschte zulk een doel te zijn. + +De reizigers hadden te Nan-King weder plaats genomen op een, van +de vlugge Amerikaansche stoombooten, groote drijvende hotels die de +Blauwe Rivier bevaren. Zestig uur later stapten zij te Ran-Kéou aan +wal, niet voordat zij die grillige rots bewonderd hadden, de »Kleine +Wees", die zich midden in den stroom der Yang-tze-Kiang verheft, +en op welks top zich trotsch een tempel verheft, waarin de dienst +door Chineesche priesters verricht wordt. + +Te Ran-Kéou, aan de samenvloeiing gelegen van de Blauwe Rivier en +zijne voornaamste bijrivier, de Ran-Kiang, [7] bleef onze zwerver +een halven dag stil. + +Daar was men omringd door allerlei, niet te herstellen overblijfselen +uit den tijd der Taï-pings; maar noch in deze handelstad, die als 't +ware slechts een aanhangsel is van Rang-Yang-Fou, op den rechter-oever +van de zijrivier, noch te Ou-Tchang-Fou hoofdstad van de provincie van +Rou-Pé aan den rechteroever van den stroom zelf, was iets te bespeuren +van den spoorloos verdwenen Wang. Ook zag men er geen letters als +die, welke Kin-Fo te Nan-King op het graf van den gekroonden priester +had gevonden. + +Als Craig en Fry zich hadden voorgesteld dat zij, op hunne reis door +China, eenige kennis op zouden doen van land en zeden, zouden zij zich +spoedig bedrogen gevonden hebben. Zelfs de tijd zou hun ontbroken +hebben om aanteekeningen te maken en hunne indrukken zouden zich +bepaald hebben tot eenige namen van steden en sterkten. Maar zij waren +niet nieuwsgierig en snapachtig evenmin. Zij spraken bijna nooit met +elkander. Waarvoor zou dat ook gediend hebben! Hetgeen Craig dacht, +was ook de meening van Fry. Het zou een soort van alleenspraak geworden +zijn. Zij letten dan ook, evenmin als hun cliënt, op het tweeslachtig +voorkomen van het grootste aantal der Chineesche steden--bijna +uitgestorven in het midden en druk in de voorsteden. Ternauwernood +bespeurden zij te Ran-Kéou het Europeesche gedeelte, kenbaar aan de +breede en rechte straten, de bevallige gebouwen en den schaduwrijken +wandelweg, die zich langs de oevers van de Blauwe Rivier uitstrekt. Zij +keken alleen uit naar één persoon en die persoon bleef onzichtbaar. + +De stoomboot kon, dank zij den was dien de wateren van den Ran-Kiang +deed stijgen, deze zijrivier nog circa honderd dertig mijlen tot aan +Leo-Ro-Kéou opstoomen. + +Kin-Fo was er de man niet naar om dit soort van vervoermiddel, +'t welk hem zeer behaagde, te verlaten. Integendeel, hij stelde er +prijs op zoover te gaan als de Rang-Kiang bevaarbaar was. Eenmaal +daar gekomen, zou hij nader zien. Craig en Fry hadden er niets tegen +dat de tocht aldus voortgezet werd. De bewaking was aan boord zeer +gemakkelijk, de gevaren minder dreigend. Als zij verder kwamen, op +de minder veilige wegen van midden-China, zou het heel wat anders zijn. + +Wat Soun betreft, het leven aan boord beviel hem uitstekend. Hij +behoefde niet te loopen, hij behoefde niets te doen, zijn meester +kon hij overlaten aan de goede zorgen van Craig-Fry, hij kon zich, +na flink gegeten en gedronken te hebben, rustig in zijn hoekje +uitstrekken om te slapen en het eten was uitmuntend. + +Eene verandering in de voeding aan boord, die eenige dagen later +inviel, moest ieder ander dan dezen stoffel er opmerkzaam op gemaakt +hebben dat er eene wijziging gekomen was in de aardrijkskundige +gesteldheid der reizigers. + +Bij den maaltijd werd de plaats van de rijst ingenomen door het koren, +in den vorm van ongerezen broodjes, die, als men ze versch gebruikte, +zeer aangenaam van smaak waren. + +Soun betreurde, als een Chinees uit het zuiden, zijne gewone rijst. Hij +kon met zijne kleine stokjes zoo behendig manoeuvreeren, als hij de +korrels uit den schotel in zijn grooten mond bracht, en hij kon zulke +geduchte hoeveelheden naar binnen werken! Rijst en thee, wat heeft +een waar zoon van het Hemelsche Rijk meer noodig! + +De stoomboot bleef de Rang-Kiang opvaren en was de grens van het koren +genaderd. Men bespeurde dat men in hooge streken gekomen was. Aan den +gezichteinder zag men eenige bergen met sterkten gekroond, gesticht +onder de oude dynastie der Mings. De dijken, die de wateren van de +rivier binnen hare bedding hielden, verdwenen, de oevers werden lager +en het bed der rivier werd breeder maar verminderde in diepte. Men +was het gebied van Guan-Lo-Fou genaderd. + +Kin-Fo ging niet aan wal gedurende de weinige uren die noodig waren om +bij de gebouwen der douanen, nieuwe brandstof aan boord te nemen. Wat +had hij te maken in een stad, die hem geheel onverschillig was? Nu hij +er niet in kon slagen Wang op het spoor te komen, had hij slechts eene +begeerte: zich dieper in noordelijk China te begeven, waar hij wel +geen kans had Wang te vinden, maar waar deze hem ook niet treffen zou. + +Na Guan-Lo-Fou deed men twee steden aan, tegenover elkander gelegen, +het eene de handelstad Fan Tcheng op den linkeroever; en de hoofdstad +Siang-Yang-Fou op den rechteroever; de eerste vol beweging en verkeer, +de laatste, de verblijfplaats van de autoriteiten, meer dood dan +levend. + +En na Fan Tcheng bleef de Ran-Kiang, met een rechten hoek noordwaarts +buigende, nog tot Lao-Ro-Kéou bevaarbaar. Daar kon de stoomboot, +wegens gebrek aan water, niet verder. + +Eenmaal te Lao-Ro-Kéou gekomen, moest er een groote verandering in +de reisplannen worden gemaakt. Men moest de stroomen »die loopende +wegen," verlaten en zichzelf voortbewegen of althans de zacht +schommelende beweging van de boot verwisselen met de schokken, het +gekraak en gestoot van de ellendige voertuigen, die in het Hemelsche +Rijk in gebruik zijn. Ongelukkige Soun! De tijd der beslommeringen, +vermoeienissen, berispingen was voor hem aangebroken! + +En waarlijk, hij die Kin-Fo op dezen avontuurlijken zwerftocht, van +gewest tot gewest, van stad tot stad wilde volgen, zou een zwaar werk +ondernomen hebben! Den eenen dag reisde hij per wagen, maar welk een +wagen! Een bak, stevig bevestigd op twee wielen met groote ijzeren +spijkers voorzien en getrokken door twee weerbarstige muilezels, +terwijl men alleen door een linnen huif bedekt was voor de regenvlagen +en zonnestralen! Een anderen dag kon men hem zien uitgestrekt in een +soort van stoel, die tusschen twee lange bamboezen stokken hing en +aan zulk hevig slingeren en stampen was blootgesteld, dat het voor +een vaartuig in al zijne spanten en inhouten een vreeselijk gekraak +zou gegeven hebben. + +Craig en Fry bevonden zich als aides-de-camp naast de portieren, +op een paar ezels gezeten, die zoo mogelijk nog meer schudden en +schommelden dan de stoel. Wat Soun betreft, hij ging te voet en als +de marsch wat snel ging, al brommende en vloekende, en zich, meer dan +goed voor hem was, verkwikkende aan den brandewijn van Kao-Liang. Ook +hij ging dan met zonderlinge slingeringen voorwaarts, maar dit was +niet te wijten aan de oneffenheden van het terrein! Kortom, de stoet +ware op een onstuimige zee niet meer geschud geworden. + +Kin-Fo en zijne metgezellen deden te paard--dieren waarvan de wederga +in ellende nauwelijks te vinden was--hun intocht te Si-Gnan-Fou, +de oude hoofdstad van het Hemelsche Rijk, en waar de keizers uit de +dynastie der Tangs eertijds hun zetel hadden gevestigd. + +Maar welke onafzienbare naakte en droge vlakten had men niet moeten +doortrekken, wat al vermoeienissen, ja zelfs gevaren, had men niet +doorworsteld eer deze afgelegen provincie van Chen-Li bereikt was! + +De Meizon wierp, op een breedte, ongeveer overeenstemmende met 't +zuiden van Spanje, bijna onuitstaanbaar heete stralen op het aardrijk, +en dreef het fijne stof der wegen, die nooit met steenen hadden kennis +gemaakt, omhoog. + +Als men door zulk een gelen wervelwind werd overdekt, die de lucht als +met een ongezonden damp verpestte, kon men er op rekenen van boven tot +beneden in het grijs gestoken te worden. Men was daar in de streek van +de "Loess," een zonderling soort van geologische formatie, eigen aan +'t noorden van China; 't is geen aarde en ook geen rots, maar een +soort van steen, dat nog niet tot een vasten toestand gekomen is. + +De gevaren die men te doorstaan had, waren niet van denkbeeldigen aard +in een land, waar de politiedienaars eene buitengewone vrees koesteren +voor de messen van de dieven. Als men bedenkt, dat de »tipaos" in +de steden aan de schurken vrij spel laten en de bewoners aldaar zich +des nachts zelfs niet op de drukst bewoonde gedeelten durven begeven, +kan men er over oordeelen hoe het op de wegen gesteld is! Meermalen +werden de reizigers door verdachte troepen aangehouden, als zij de +nauwe holen, diep tusschen de »loess"-lagen uitgegraven, doortrokken; +maar het zien van Craig-Fry met den revolver in den gordel, had de +straatroovers tot nog toe altijd eerbied ingeboezemd. Toch waren +de agenten van _de Eeuw_ herhaaldelijk in groote onrust, minder +voor zichzelf dan wel voor het millioen, dat aan hunne zorg was +toevertrouwd. Of Kin-Fo door het mes van een boosdoener of door den +dolk van Wang viel, was voor hen hetzelfde. De slag toch zou in ieder +geval de maatschappij treffen. + +Kin-Fo was overigens niet minder goed gewapend en even vast besloten +zich te verdedigen. Hij hechtte meer dan ooit aan het leven en hij +zou, om de uitdrukking van Craig-Fry te bezigen, »zich hebben laten +dooden om het te behouden." + +'t Was niet waarschijnlijk dat men te Si-Gnan-Fou eenig spoor zou +vinden van den philosoof. Nooit zou een oude Taï-ping op de gedachte +gekomen zijn daar een schuilplaats te zoeken. 't Is een stad welker +wallen nooit door de opstandelingen zijn bemachtigd en die door een +talrijk garnizoen is bezet. Alleen iemand die een bijzonderen smaak +had voor archaeologische merkwaardigheden, in de plaats zeer talrijk, +of die ervaren was in het uitleggen van de meest geheimzinnige +spreuken--het museum aldaar »het bosch der tafelen" geheeten, was +er rijk aan--kon roeping gevoelen daarheen te gaan. 't Was niet +waarschijnlijk dat Wang er zou zijn. + +Daarom verliet Kin-Fo dan ook, den dag na zijne aankomst, deze stad, +een gewichtig punt voor den handel tusschen midden-Azië, Thibet, +Mongolië en China, en zette den tocht verder noordwaarts voort. + +Langs Kao-Lin-Sien, Sing-Tong-Sien, den weg door het dal van de +Quei-Ro, welker wateren met het gele stof van de »loess," door welks +bodem zij liep, bedekt waren, kwam de kleine troep te Roua-Tchéou +aan, het brandpunt van den geweldigen opstand der Muzelmannen +in 1860. Vandaar bereikte Kin-Fo en zijne gezellen, nu eens per +vaartuig, dan weder per wagen, niet zonder groote vermoeienissen, +de vesting Tong-Kouan, aan de samenvloeiing van de Quei-Ro en de +Rouang-Ro gelegen. + +De Rouang-Ro is de vermaarde Gele rivier. Zij daalt van het noorden af +om zich, door de oostelijke provinciën, in de zee te storten die haren +naam draagt, zonder daarom geel te zijn, evenmin als de Roode zee rood, +de Witte zee wit of de Zwarte Zee zwart is. De stroom is beroemd, en +ongetwijfeld van Hemelschen oorsprong, wijl zijn kleur die is van den +keizer, Zoon van den Hemel; maar hij wordt ook »China's leed" geheeten, +een naam dien hij dankt aan de geduchte overstroomingen, waardoor voor +'t oogenblik het Keizer-kanaal in ontredderden toestand verkeert. + +Te Tong-Kouan zouden de reizigers, zelfs des nachts, veilig geweest +zijn. Het is geen handelstad, maar een militaire plaats, en bewoond, +niet tijdelijk maar als vaste verblijfplaats, door de Mantsjoersche +Tartaren, de keurtroepen van het Chineesche leger! Misschien was +Kin-Fo voornemens er eenige dagen rust te nemen. Misschien zou hij er +in een hotel eene goede kamer, eene goede tafel, een goed bed gezocht +hebben--'t geen zeker noch aan Craig-Fry, noch vooral aan Soun zou +hebben mishaagd. + +Maar deze onhandige snaak, die bij deze gelegenheid een paar duim van +zijn staart moest missen, had de onvoorzichtigheid om bij de douanen +in plaats van den aangenomen naam, den waren naam zijns meesters te +noemen. Hij vergat dat hij de eer had niet Kin-Fo, maar Ki-Nan te +dienen. Welk een uitbarsting! De vergissing verplichtte den reiziger +onmiddellijk te plaats te verlaten. Zijn naam had reeds het noodige +effect gemaakt. De beroemde Kin-Fo was te Tong-Kouan aangekomen. Men +wilde dien man zien, »wiens eenigste wensch was honderd jaar oud +te worden!" + +De getergde reiziger slaagde er ternauwernood in zich met zijne beide +bewakers en zijn knecht door de vlucht te onttrekken aan de massa +nieuwsgierigen, die als uit den grond oprezen. Te voet, ditmaal te +voet! beklom hij de steile oevers der Gele rivier, en hij liep door +totdat zijne metgezellen en hij zelf van vermoeienis neervielen in +een klein dorp, waar zijne volslagen onbekendheid hem wel eenige uren +van rust waarborgde. + +Soun, thans geheel uit het veld geslagen, durfde zijn mond niet meer +opendoen. Thans was hij, met den belachelijken rattenstaart, die +hem nog slechts overbleef, het voorwerp der algemeene opmerkzaamheid +en der onaangenaamste bespotting! De straatjongens wezen hem na en +vervolgden hem met allerlei zoutelooze grappen. + +Hij verlangde dus wel naar het einde der reis. Doch waar was dat +einde? Had zijn meester niet zelf aan den heer William J. Bidulph +verklaard dat hij niet ophouden zou zoolang er nog een weg vóor +hem lag? + +In het dorpje, op twintig _lis_ [8] van Tong-Kouan, waar Kin-Fo zich +verborgen had, was niets te krijgen; geen paarden, geen ezels, geen +wagens, geen draagstoelen. Er bleef niets anders over dan terug te +keeren of te voet verder te gaan. Dat was juist niet bevorderlijk om +den leerling van den philosoof Wang in een gelijkmatig humeur te houden +en hij bracht bij deze gelegenheid de lessen van zijn leermeester +dan ook slecht in practijk. Hij beschuldigde iedereen, terwijl hij +eigenlijk met zichzelf had moeten beginnen. Och, wat betreurde hij den +tijd toen zijn leven zoo kalm daarheen ging! Moest hij, om het geluk te +kunnen waardeeren, verdriet, ongeluk en kwelling gekend hebben, zooals +Wang zeide, thans had hij aan deze laatste zaken waarlijk geen gebrek. + +En dan ook had hij op zijn tocht vele brave menschen ontmoet die geen +duit bezaten, maar toch gelukkig waren! Hij was in de gelegenheid +geweest de verschillende soorten van geluk op te merken, die verkregen +worden door den met vreugde verrichten arbeid. + +Hier waren het landbouwers over hun arbeid gebukt; daar ambachtslieden, +die al zingende hunne gereedschappen hanteerden. Het was immers juist +aan het gebrek aan arbeid dat Kin-Fo het gebrek aan begeerten en +bij gevolg, het gebrek aan geluk hier beneden te danken had! O! 't +Was een goede les! Hij meende het althans!!... Neen! vriend Kin-Fo, +toch was het zoo niet! + +Met veel moeite en na herhaalde mislukte pogingen slaagden Craig en +Fry er ten slotte in een voertuig te vinden, het eenige dat het dorp +bezat. Het was slechts geschikt voor een enkelen persoon en er was +niemand om het in beweging te brengen. + +Het was een kruiwagen--Pascal's kruiwagen,--en misschien reeds vóór +hem uitgevonden door de vernuftige Chineezen, die ook het buskruit, +het schrift, het kompas en de vliegers uitvonden. Maar in China is het +groote wiel niet voor aan den wagen, doch midden er onder geplaatst, +evenals het rad bij zekere booten. De wagen is daardoor in twee +deelen verdeeld, één voor den reiziger om zelf plaats in te nemen, +het andere voor zijn bagage. + +Dit voertuig kan alleen door een mensch in beweging gebracht worden, +die het voortduwt en niet voortsleept. Die dit doet staat dus achter +den reiziger, evenals de voerman van een Engelsche cab, en beneemt +hem het vrije uitzicht niet. Als de wind gunstig, dat wil zeggen +achter het rijtuig is, maakt hij, die den wagen duwt, gaarne van deze +kostelooze beweegkracht gebruik. Hij zet er een mast en een zeil op, +en als het goed waait, dan behoeft hij niet te duwen, dan wordt hij +integendeel zelf voortgetrokken--en somtijds sneller dan hem lief is. + +Het voertuig werd gekocht met al wat er bij behoorde en Kin-Fo nam +er plaats in. De wind was gunstig en het zeil werd geheschen. + +»Komaan Soun!" riep Kin-Fo. + +Soun maakte zich gereed om plaats te nemen in de tweede afdeeling. + +»Ben je mal! Achter den wagen en duwen", beval Kin-Fo op een toon, +die geen tegenspraak toeliet. + +»Mijnheer.... wat.... ik!" riep Soun uit en hij voelde zijne knieën +reeds knikken, als een paard dat overwerkt is. + +»'t Is je eigen schuld; 't is een gerechte straf voor je +onbescheidenheid en babbelzucht." + +»Komaan Soun!" voegden Craig en Fry er bij. + +»Achter den wagen en duwen!" herhaalde Kin-Fo, met een +veelbeteekenenden blik op het eindje staart dat den ongelukkige nog +over bleef. »En pas op dat je niet struikelt, of anders..." + +Een gebaar met wijs- en middenvinger vulde den zin aan. Soun deed +den draagband over zijne schouders en greep de berrie met beide +handen. Craig en Fry namen hunne plaats aan weerszijden in en daar +er een frissche bries woei, ging de stoet op een sukkeldrafje vooruit. + +Het is onmogelijk om de sprakelooze woede van Soun te beschrijven, +nu hij als paard dienst moest doen, en zelfs de omstandigheid dat +Craig of Fry somtijds zijne plaats innam, kon er hem niet mede +verzoenen. Zeer gelukkig bleef de zuidenwind hun bijna voortdurend +getrouw, 't geen hun drie-vierde van het werk uitwon. De kruiwagen +stond goed in evenwicht en de man die duwde behoefde eigenlijk alleen +te sturen en te zorgen dat men niet van den weg afdwaalde. + +Op deze wijze trok Kin-Fo door de noordelijke provinciën van China, +loopende als hij wat stijf in zijne beenen geworden was, zich latende +rijden als hij behoefte gevoelde om weder te rusten. + +Na langs de steden Houan-Fou en Ca-Fong gegaan te zijn, kwam hij aan +de steile overs van het Groote Keizers-kanaal, dat nauwelijks twintig +jaar geleden, voordat de Gele Rivier weder in haar oude bedding +teruggekeerd was, een schoonen waterweg vormde van een paar honderd +uur ver, die van Sou-Tchéou, het land der thee, tot Peking liep. + +Hij kwam zoo door Tsinan en Ho-Kien in de provincie Té-Tché-li, +waarin Peking ligt, de viervoudige hoofdstad van het Hemelsche Rijk. + +Zoo trok hij door Tien-Tsin, dat door een ringmuur en twee forten +beschermd wordt, eene groote stad van vierhonderdduizend inwoners +met een schoone haven die door de Peï-Ho en het Keizerskanaal +gevormd wordt en waar jaarlijks een zeventig millioen omgezet +wordt door den invoer van katoen uit Manchester, wollen goederen, +koper- en ijzerwerk, Duitsche lucifers, sandelhout enz. enz. en den +uitvoer van jujubes, bladeren van waterlelies, Tartaarsche tabak en +dergelijke artikelen. Kin-Fo dacht er echter zelfs niet aan om in dit +zonderlinge Tien-Tsin de beroemde pagode der helsche straffen te gaan +bezoeken; hij deed geen wandeling in de oostelijke voorstad door de +vermakelijke Lantaarnstraat en die der Oude-kleeren; hij ontbeet niet +in de restauratie »de Harmonie en de Vriendschap" van den muzelman +Léou-Lao-Ki, wiens wijnen beroemd zijn in spijt van Mahomets verbod; +hij onthield zich natuurlijk een zijner groote roode naamkaarten af +te geven op het paleis van Li-Tchong-Tang, onderkoning der provincie +sedert 1870, lid van den geheimen raad en den raad van 't keizerrijk, +die het recht heeft om een geel vest te dragen en den titel voert +van Fei-Tzé-Chao-Pao. + +Neen, Kin-Fo steeds in zijn kruiwagen en Soun er achter, trokken +langs de kaden waar bergen van zoutzakken lagen; zij gingen door de +voorsteden, de Engelsche en Amerikaansche nederzettingen, het renperk, +de velden met sorgho, rogge, Turksch koren, met wijngaarden en groenten +van allerlei aard; door de vlakten waar men talrijke hazen, patrijzen +en kwartels zag, aanhoudend vervolgd door steen- en andere valken. Het +viertal vervolgde den klinkerweg naar Peking, die vier en twintig +uur lang en met boomen beplant is en zoo kwamen zij gezond en wel te +Tong-Tchéou aan, Kin-Fo altijd nog tweehonderdduizend dollars waard, +Craig en Fry zoo frisch als bij het begin der reis, Soun aamborstig, +kreupel en met een staart die nauwelijks nog op dien naam aanspraak +mocht maken. + +Het was 19 Juni. De aan Wang toegestane termijn verliep eerst over +zeven dagen! + +Waar was Wang? + + + + + +XIII. + + Waarin men kennis maakt met het beroemde »Klaaglied van de + vijf waken des Honderdjarigen." + + +»Mijnheeren," sprak Kin-Fo tot zijne beide trouwe bewakers, toen de +kruiwagen stilhield in de voorstad van Tong-Tchéou, »wij zijn nog +slechts veertig _lis_ [9] van Peking af en ik ben van plan hier te +blijven totdat de termijn van de met Wang gemaakte afspraak verstreken +is. In deze stad van vierhonderd duizend zielen, zal ik gemakkelijk +onbekend kunnen blijven, als Soun althans gelieft te onthouden dat hij +in dienst is bij Ki-Nan, een eerzaam koopman uit de provincie Chen-Si." + +Neen, dat zou Soun niet meer vergeten! Zijn onhandigheid had hem +de laatste acht dagen een paarden-baantje bezorgd en hij hoopte dat +mijnheer Kin-Fo... + +»Ki".., begon Craig. + +»Nan" vulde Fry aan. + +... hem voortaan niet meer daarmede straffen zou. En nu had hij, +met het oog op de vele vermoeienissen die hij doorstaan had, slechts +één verzoek aan mijnheer Kin-Fo... + +»Ki"... herhaalde Craig. + +»Nan" voegde Fry er bij. + +... en dat was of hij nu minstens eens tweemaal vier en twintig uur +onafgebroken slapen mocht. + +»Acht dagen, als je wilt!" antwoordde Kin-Fo. »Als je slaapt dan zijn +wij althans zeker, dat je je niet verpraten kunt!" + +Kin-Fo en zijn gevolg gingen toen een goed hotel opzoeken en daaraan +was in Tong-Tchéou geen gebrek. Deze groote stad is als het ware een +der voorsteden van Peking. De tegelweg die naar de hoofdstad leidt is +geheel bebouwd met villa's, woonhuizen, boerderijen, graven, kleine +pagoden en tuinen, en er is aanhoudend een zeer drukke passage van +rijtuigen, ruiters en voetgangers. + +Kin-Fo was in de stad bekend en liet zich naar de Taè-Ouang-Miao, +»den Tempel der souvereine Vorsten", brengen. Het was eigenlijk een +klooster, tot hotel ingericht, waar de vreemdelingen een zeer goed +logies konden vinden. + +Kin-Fo, Craig en Fry maakten het er zich dadelijk huiselijk, de +beide agenten in een kamer die onmiddellijk aan die van hun kostbaren +reisgenoot grensde. Soun verdween om aan zijn slaaplust bot te gaan +vieren en werd vooreerst niet teruggezien. + +Een uur later verlieten Kin-Fo en zijne trawanten hunne kamers om te +ontbijten en te beraadslagen over hetgeen hun nu te doen stond. + +»Eerst moeten wij", meenden Craig en Fry, »de courant inzien, of er +ook iets in staat dat ons raakt." + +»Je hebt gelijk", sprak Kin-Fo, »misschien lezen wij er in wat er +van Wang geworden is." + +Zij verlieten dus het hotel. Uit voorzorg liepen Craig en Fry aan +weerszijden van Kin-Fo, al de voorbijgangers nauwkeurig in het oog +houdende en zorgende dat niemand hem naderen kon. Zij gingen zoo door +de nauwe straten der stad en kwamen op de kade, waar een nommer der +Staatscourant gekocht en gretig doorgekeken werd. + +Er stond niets in, dan de uitloving van 2000 dollars of 1300 taëls +aan hem, die William J. Bidulph wist te zeggen waar de heer Wang uit +Shang-Haï op dit oogenblik was. + +»Hij is dus nog niet voor den dag gekomen", sprak Kin-Fo. + +»Hij heeft dus de voor hem bestemde advertentie niet gelezen", +antwoordde Craig. + +»Hij meent dus nog altijd dat hij verplicht is zijn u gegeven woord +te houden", voegde Fry er bij. + +»Maar waar kan hij zijn?" riep Kin-Fo uit. + +»Gelooft u dat uw leven gedurende den nog overigen tijd van den +termijn meer gevaar loopt dan vroeger?" vroegen Craig en Fry. + +»Ongetwijfeld", antwoordde Kin-Fo. »Wang weet niet welke verandering +er in mijn omstandigheden gekomen is, hij kan zich dus niet van zijn +woord ontslagen rekenen. Morgen en overmorgen loopt mijn leven dus +meer gevaar dan heden en over zes dagen meer dan ooit." + +»Maar als de termijn is verstreken?" + +»Dan heb ik niets meer te vreezen." + +»Welnu mijnheer", antwoordden Craig-Fry. »Er zijn maar drie middelen, +om u voor de volgende zes dagen aan elk gevaar te onttrekken." + +»En welk is het eerste?" vroeg Kin-Fo. + +»Naar uw hotel terug te gaan en uw kamer niet te verlaten voordat de +termijn verstreken is." + +»En het tweede?" + +»U als misdadiger in hechtenis te laten nemen, opdat u veiligheid +vindt achter de muren der gevangenis van Tong-Tchéou." + +»En het derde?" + +»Te veinzen dat u gestorven zijt en niet weder te herleven voor dat +alle gevaar voorbij is." + +»Ge kent Wang niet, mijneheeren," riep Kin-Fo uit. »Wang zou wel een +middel vinden om in mijn hotel of mijn gevangenis binnen te dringen; +hij zou mij zelfs in mijn graf wel weten te vinden! Dat hij mij tot +nog toe niet gedood heeft is alleen te danken aan het feit, dat hij dit +niet heeft gewild, dat hij mij het genoegen der ontroering niet heeft +willen benemen! Wie weet welk motief hij gehad heeft? In elk geval +zal ik liever van de door u voorgeslagen middelen geen gebruik maken. + +»Maar wacht eens.... misschien...." begon Craig. + +»Zouden wij niet....?" ging Fry voort. + +»Mijnheeren", viel Kin-Fo hen in de rede, »ik zal doen wat ik goed +vind. Al stierf ik vóór 25 dezer, wat beteekent dan nog het verlies +voor uw maatschappij?" + +»Tweemaal honderdduizend dollars", antwoordden Craig-Fry. + +»En ik verlies mijn geheele vermogen, om van mijn leven niet eens te +spreken. U ziet dus dat ik veel meer bij de zaak betrokken ben dan u!" + +»Dat is zoo!" + +»Gaat u dus voort met voor uw belangen te waken, dat moogt u; maar +ik ga mijn eigen weg." + +Er was niets tegen in te brengen. Craig en Fry moesten dus hunne +waakzaamheid verdubbelen, want zij gevoelden dat de zaak elken dag +ernstiger werd. + +Tong-Tchéou is een der oudste steden van het Hemelsche Rijk. Zij is +gelegen aan een gekanaliseerden arm van den Peiho en aan den mond van +een ander kanaal, dat tot verbinding strekt met Peking, waardoor het +een middelpunt is geworden van een zeer levendig handelsverkeer. De +voorsteden zijn dan ook buitengewoon druk. + +Deze levendigheid troffen Kin-Fo en zijne beide reismakkers nog meer, +toen zij op de kade waren gekomen en daar de samenstrooming zagen +van tal van vaartuigen van allerlei aard. + +Craig en Fry waren, alles goed overdenkende, tot de conclusie +gekomen, dat zij het veiligste waren in het midden eener drukke +bevolking. De dood van hun cliënt zou in elk geval aan een zelfmoord +worden toegeschreven. De brief, dien men bij hen moest vinden, +zou daaromtrent geen twijfel overlaten. Wang zou dus alleen onder +bepaalde omstandigheden tot den doodelijken stopt overgaan en deze +boden zich niet zoo gemakkelijk aan op de druk bezochte straten van +een stad. Daar behoefde men niet voor een onverwachten slag bevreesd +te zijn. Het kwam er voor alles op aan te weten of de Taï-ping er, +door eene zeldzame behendigheid, ook in geslaagd was hun spoor te +volgen, sinds hun vertrek van Shang-Haï. Zij gaven hunne bogen dan +ook weinig rust. + +Eensklaps werd een naam uitgesproken, die wel in staat was hun aandacht +te trekken. + +»Kin-Fo! Kin-Fo!" riepen onderscheidene kleine Chineezen, terwijl zij, +midden in al de drukte, springende in de handen klapten. + +Was Kin-Fo herkend en had zijn naam de gewone uitwerking? + +Onze held stond eensklaps stil. + +Craig-Fry plaatsten zich naast hem, om hem, zoo noodig, met hun +lichaam tot beschutting te zijn. + +Maar die kreten golden Kin-Fo niet. Niemand scheen te vermoeden dat +hij daar was. Hij bewoog zich dus niet en wachtte, nieuwsgierig waarom +men zijn naam had uitgesproken, den loop der zaken af. + +Er had zich een groep mannen, vrouwen en kinderen rondom een reizend +zanger geschaard, die zeer in de goede gunsten van het straatpubliek +scheen te deelen. Men schreeuwde, klapte in de handen, en juichte +hem reeds bij voorbaat toe. + +Toen de zanger een voldoend publiek om zich heen geschaard zag, +haalde hij uit zijn kleed een groote rol voor den dag, met allerlei +afbeeldingen beschilderd, en daarop klonk het op helderen toon: + +»_De vijf Nachtwaken van den Honderdjarige!_" + +Het was het beruchte treurdicht dat den tocht door China gemaakt had. + +Craig-Fry wilden hun cliënt medevoeren; maar Kin-Fo bleef ditmaal +halsstarrig op de plaats waar hij stond. Niemand kende hem hier. Hij +had nooit het geheele verhaal van zijne jammeren gehoord en maakte +er zich een genoegen van dit nu eens te vernemen! + +De zanger van »de vijf Waken van den Honderdjarige" begon op deze +wijze: + +»Bij de eerste wake verlicht de maan het puntige dak van het huis te +Shang-Haï. Kin-Fo is nog jong. Hij is twintig jaar oud. Hij gelijkt +een wilg, welks eerste bladeren zich ontplooien!" + +»Bij de tweede wake verlicht de maan den oostkant van de rijke +yamen. Kin-Fo is veertig jaar oud. Zijne tienduizenden zaken slagen +naar wensch. Zijne naburen verkondigen zijn lof." + +Het gelaat van den zanger verduisterde bij iedere strophe. Hij +scheen ouder te worden onder het zingen. Van alle kanten weerklonken +toejuichingen. + +Hij vervolgde: + +»Bij de derde wake verlicht de maan de vlakte. Kin-Fo is zestig jaar +oud. Na de groene bladeren van den zomer komen de goudsbloemen van +den herfst!" + +»Bij de vierde wake is de maan in het westen ondergegaan. Kin-Fo is +tachtig jaar oud! Zijn lichaam is saamgekrompen als de kreeft in het +kokende water! Hij vermindert, hij daalt met de ster van den nacht!" + +»Bij de vijfde wake wordt de naderende morgenstond door hanengekraai +begroet. Kin-Fo is honderd jaar. Hij sterft, zijn levendigste wensch +is vervuld; maar vorst Ien weigert hem te ontvangen. Vorst Ien is niet +gesteld op zulke oude lieden, die zijn hof suf zouden maken! De oude +Kin-Fo kan nergens rust vinden en zwerft tot den jongsten dag rond." + +De menigte juichte en de zanger verkocht honderden exemplaren van +het treurlied tegen drie sapeken het stuk. + +Waarom zou Kin-Fo er zelf geen koopen? Hij haalde eenig geld uit den +zak en stak zijn hand door den kring heen, die dicht rondom den zanger +geschaard stond. + +Eensklaps opende zich zijn hand. De geldstukjes vielen op den grond... + +Vlak tegenover hem stond een man wiens blikken de zijne kruisten. + +»Ah!" riep Kin-Fo; hij kon dezen uitroep, half een vraag, half een +kreet van verwondering niet smoren. + +Fry-Craig hadden hem omringd, meenende dat hij herkend, bedreigd, +gewond, ja gedood was! + +»Wang!" riep hij. + +»Wang!" herhaalden Craig-Fry. + +Het was Wang in eigen persoon! Hij had zijn ouden leerling herkend; +maar in plaats van zich op hem te werpen, duwde hij de personen +die achter hem stonden weg en vluchtte, zoo snel zijne beenen hem +dragen konden. + +Kin-Fo aarzelde geen oogenblik. Hij wilde een eind maken aan zijn +ondragelijken toestand en vloog Wang achterna, op zijn beurt gevolgd +door Fry-Craig, die hem niet vooruit wilden loopen,maar evenmin +wilden achterblijven. + +Ook zij hadden den spoorloozen philosoof herkend en uit zijne verbazing +afgeleid, dat hij evenmin verwachtte daar Kin-Fo te vinden als Kin-Fo +dacht hem er te zien. + +Waarom nam Wang de vlucht? 't Was onverklaarbaar, maar het was zoo; +hij liep alsof geheel de politie van het Hemelsche Rijk hem op de +hielen zat. + +Het was een dwaze vervolging. + +»Ik ben niet geruïneerd! Wang, Wang! Niet geruïneerd!" schreeuwde +Kin-Fo. + +»Hij is rijk, rijk!" herhaalden Fry-Craig. + +Maar Wang was te ver verwijderd om de woorden te verstaan die hem +tot staan zouden gebracht hebben. Hij vloog de kade over, het kanaal +langs en bereikte de westelijke voorstad. + +De drie vervolgers bleven hem nazetten, maar wonnen niet. Integendeel, +de afstand tusschen hen en den vluchteling nam voortdurend toe. + +Een half dozijn Chineezen hadden zich bij Kin-Fo gevoegd, niet te +vergeten een zestal tipaos, die niet anders konden vermoeden of hij, +die zich zoo snel uit de voeten maakte, was een misdadiger. + +'t Was een vreemd schouwspel, die hijgende, schreeuwende, huilende +troep, onderweg door talrijke vrijwilligers vergroot! Men had +rondom den zanger duidelijk gehoord dat Kin-Fo den naam Wang had +uitgesproken. Gelukkig had de philosoof niet geantwoord met dien +van zijn leerling want dan zou geheel de stad de schreden van zulk +een beroemd man hebben gevolgd. Maar de naam van Wang had voldoende +werking uitgeoefend. Wang! dat was de geheimzinnige persoon, op +wiens ontdekking zulk eene belangrijke som was gesteld! Men wist +het. Zoo gebeurde het dat, terwijl Kin-Fo in den persoon van Wang +zijn geheele vermogen van acht honderdduizend dollars naliep en +Craig-Fry de twee honderdduizend dollars van de premie nazetten, +de overigen al het mogelijke deden om de tien duizend dollars, die +als premie was uitgeloofd, te verdienen; men zal toegeven dat hier +niet zonder reden geloopen werd. + +»Wang! Wang! Ik ben rijker dan ooit!" schreeuwde Kin-Fo, zoo luidkeels +als zijn snelle loop het toeliet. + +»Niet geruïneerd! niet geruïneerd!" herhaalden Fry-Craig. + +»Houdt hem! houdt hem!" gilde het gros der vervolgers, dat als een +sneeuwbal voortdurend in omvang toenam. + +Wang hoorde niets. Met den elleboog tegen de borst geklemd, wilde +hij geen kracht verliezen door te antwoorden, noch snelheid door het +hoofd om te wenden. + +De voorstad was ten einde geloopen. Wang volgde den weg langs +het kanaal. Op dien bijkans geheel verlaten weg had hij een vrij +terrein. De snelheid van zijn loop nam nog toe; maar de inspanning +van zijne vervolgers verdubbelde natuurlijk eveneens. + +Deze dolle wedloop duurde reeds omstreeks twintig minuten. Niemand kon +voorspellen hoe hij eindigen zou. Toch scheen het dat de vluchteling +een weinig verflauwde. De afstand, dien hij tusschen zich en zijne +vervolgers had weten te behouden, verminderde. + +Wang gevoelde dat, nam een zijsprong en verdween achter een tempeltje, +dat zich rechts van den weg bevond. + +»Tienduizend taëls voor wien hem in handen krijgt!" riep Kin-Fo. + +»Tienduizend taëls!" herhaalden Craig-Fry. + +»_Ya! ya! ya!_" gilden zij die in de voorhoede der vervolgers waren. + +Allen hadden zich rechts gewend, evenals de philosoof, en omringden +den muur van den tempel. + +Wang was verdwenen. Hij volgde een nauw pad, dat dwars langs een +bevloeiingskanaal liep en kwam, om zijne vervolgers het spoor nog +meer bijster te maken, door een bocht weder op den heerweg terug. + +Maar daar bespeurde men hem weder en 't was duidelijk dat hij uitgeput +was. Kin-Fo, Craig en Fry waren nog onverzwakt. Zij vlogen, en geen +van hen die door de uitgeloofde taëls tot spoed werden aangespoord, +kon op hen slechts eenige schreden winnen. + +De ontknooping naderde. Het was slechts een quaestie van tijd en van +een betrekkelijk korten tijd--hoogstens enkele minuten. + +Allen, Wang, Kin-Fo, zijne reismakkers, waren op de plek gekomen, waar +de groote weg den stroom doorsnijdt bij de beroemde brug van Palikao. + +Achttien jaar vroeger, 21 September 1860, zouden zij zich op dit +punt van de provincie Pé-Tché-Li niet zoo vrij bewogen hebben. Toen +was de groote weg met duizenden vluchtelingen, van alle soort als +bezaaid. Het leger van generaal San-Ko-Li-Tzin, oom van den keizer, +was door de Fransche bataljons teruggedreven en had halt gehouden op +de brug van Palikao, dat prachtige bouwwerk met marmeren leuningen en +aan beide zijden omgeven door een dubbele rij reusachtige leeuwen. Daar +was het dat de Mantsjoerijsche Tartaren, zoo onvergelijkelijk dapper +door hun fatalisme, door de Europeesche kanonnen werden weggemaaid. + +Maar nu was de brug, die nog de sporen van het gevecht toonde door +de beschadigde standbeelden, toegankelijk. + +Wang betrad de brug, maar Kin-Fo slaagde er in, door de heftigste +pogingen, hem nog meer te naderen. Slechts twintig stappen, vervolgens +vijftien, eindelijk tien scheidden hen. + +Het was onnoodig meer woorden te verspillen om Wang tot staan te +brengen. Hij hoorde ze niet of wilde ze niet hooren. Men moest hem +grijpen, zoo noodig binden.... Daarna zou men tot verklaringen kunnen +overgaan. + +Wang begreep dat men hem genaderd was; hij scheen met onverklaarbare +halsstarrigheid liever zijn leven te willen wagen, dan van aangezicht +tot aangezicht tegenover zijn leerling te staan. Met één sprong vloog +hij over de leuning van de brug en stortte zich in den Peï-ho. + +Kin-Fo had een oogenblik halt gehouden en riep: + +»Wang! Wang!" + +Daarop nam hij op zijn beurt een sprong en: + +»Ik zal hem levend hebben!" klonk het, en hij wierp zich in den stroom. + +»Craig?" riep Fry. + +»Fry", zei Craig. + +»Tweehonderdduizend dollars in het water!" + +En beiden klommen over de leuning en sprongen in den vloed, om den +ongelukkigen cliënt van de _Eeuw_ te helpen. + +Eenige van de vrijwilligers volgden hun voorbeeld. Het had veel van +een rij clowns bij de oefening op de springplank. + +Maar zooveel ijver moest vruchteloos blijven. Kin-Fo, Fry-Craig en +de overigen die door de premie waren uitgelokt, doken vruchteloos in +den Peï-ho. Wang werd niet gevonden. Ongetwijfeld was de ongelukkige +philosoof door den stroom medegevoerd. + +Zou Wang, toen hij zich in den stroom stortte, alleen getracht +hebben te ontsnappen aan zijne vervolgers, of zou hij om een of +andere geheimzinnige reden, een einde aan zijn leven hebben willen +maken? Niemand kon het zeggen. + +Twee uur later hadden Kin-Fo, Craig en Fry, in verdrietige stemming, +maar goed opgedroogd, verfrischt en opgeknapt, Soun wakker gemaakt +uit het diepst van zijn slaap, en waren den weg naar Peking ingeslagen. + + + + + +XIV. + + Waarin de lezer op zijn gemak vier steden voor een kan + doorwandelen. + + +Pé-Tché-Li, de noordelijkste van China's achttien provinciën, +is in negen departementen verdeeld. Een dezer departementen heeft +Chun-Kin-Fo tot hoofdplaats, »de stad van den eersten rang die den +hemel gehoorzaamt",--met andere woorden Péking. + +Als de lezer zich een Chineesche doos voorstelt, die een oppervlakte +heeft van zesduizend hectaren en een omtrek van acht uren gaans, +waarvan de onregelmatige brokken te zamen juist een rechthoek vormen, +dan heeft men eenig denkbeeld van dat geheimzinnige Kambalu, van +de hoofdstad van het Hemelsche Rijk, waarvan Marco Polo tegen het +einde van de dertiende eeuw zulk eene vreemdsoortige beschrijving +naar Europa overbracht. + +Péking bevat inderdaad twee afzonderlijke steden, die van elkander +gescheiden zijn door een breeden boulevard en een versterkten muur; +de eerste in den vorm van een rechthoekig parallellogram, is de +Chineesche, de andere, bijna vierkant, is de Tartaarsche stad; deze +bevat twee andere steden, de Gele stad, Hoang Tchin, en de Roode of +Verboden stad, Tsen-Kin-Tching. + +Voorheen telde alles bij elkander meer dan twee millioen inwoners. Maar +landverhuizing op groote schaal, een gevolg van vreeselijke ellende +heeft dit cijfer tot hoogstens één millioen teruggebracht. Dit zijn +namelijk de Tartaren en de Chineezen; voor de Muzelmannen kan men +er nog tienduizend bijvoegen, terwijl er verder nog eene vlottende +bevolking is die uit inboorlingen van Mongolië en Thibet bestaat. + +Het plan van de beide aan elkander sluitende steden gelijkt wel +eenigszins op een reiskoffer, waarvan het eene deel de Chineesche en +het andere de Tartaarsche stad kan voorstellen. + +Eene versterkte omheining van zes uur gaans in omtrek, veertig à +vijftig voet hoog en breed, uitwendig met steenen bekleed, telkens om +de tweehonderd meter door uitspringende torens verdedigd, omgeeft de +Tartaarsche stad met eene prachtige met steenen bevloerde wandeling, +en loopt uit in vier enorme hoekige bolwerken, waarvan het plat met +wachten bezet is. + +Men ziet dat de Zoon des Hemels, de keizer, wel op zijne veiligheid +bedacht is. + +In het midden der Tartaarsche stad, in de Gele stad met een +oppervlakte van zeshonderd en zestig hectaren, afgesloten door +acht poorten, ligt een zwarte berg, driehonderd voet hoog, een punt +waarvan men de geheele stad kan overzien; voorts is er een prachtig +kanaal, de Middenzee genaamd, waarover een marmeren brug ligt; +twee Chineesche kloosters, de »pagode der Examens", de Pei-tha-sse, +een klooster op een schiereiland gebouwd dat boven het heldere water +van het kanaal schijnt te zweven, de Peh-Tang, een inrichting voor +katholieke zendelingen, de keizerlijke pagode met haar prachtig dak +van lazuurblauwe pannen, welluidende klokken en de groote tempel aan +de voorouders der regeerende dynastie gewijd, de tempel der Geesten, +die van den geest der Winden, die van den geest van den Bliksem, de +tempel van den uitvinder van het zijdeweven, de tempel van den Heer +des Hemels, de vijf Draken-paviljoenen, het klooster der Eeuwige Rust, +en zooveel meer. + +Welnu, in het midden van dat vierkant ligt de Roode of Verboden stad, +met een oppervlakte van tachtig hectaren en omringd door een gracht +waarover zeven marmeren bruggen liggen. Het spreekt van zelf dat, daar +de regeerende dynastie Mantsjoerijsch is, de eerste dezer drie steden +voornamelijk bewoond wordt door eene bevolking van dezelfde afkomst; +de tweede stad, die aan de buitenzijde, is meer door Chineezen bewoond. + +Men komt in het binnenste der Verboden stad, die omgeven is door een +roodsteenen muur, bekroond met gele kapiteelen, door de poort der +»Groote Zuiverheid", die alleen voor den Keizer en de Keizerinnen +geopend wordt. Daar verheffen zich de tempels van de voorouders der +Tartaarsche dynastie, beschermd door een veelkleurig dak; de tempels +Che en Tsi, aan de aardsche en hemelsche geesten gewijd; het paleis der +»Souvereine Overeenstemming", voor staatsieplechtigheden en officieele +feesten bestemd; het paleis der »Gemiddelde Overeenstemming", waar +de afbeeldsels hangen van de voorzaten des Keizers; het paleis der +»Beschermende Overeenstemming", waarvan de middenzaal den keizerlijken +troon bevat, het paviljoen van den Nei-Ko, waar de groote raad van +het keizerrijk vergadert, onder voorzitterschap van prins Kong [10], +minister van buitenlandsche zaken, oom van den vorigen Keizer; het +paviljoen der letterkundige Bloemen, waar de keizer eenmaal 's jaars de +heilige boeken komt verklaren; het paviljoen van Tchouane-Sine-Tiène, +waar offerhanden aan de nagedachtenis van Confucius gebracht worden; +de Keizerlijke bibliotheek; het bureau der Geschiedschrijvers; +de Vou-Igne-Tiène, waar de koperen en houten platen bewaard worden +die voor de keizerlijke drukkerij dienen; de werkplaatsen waar de +hofkleederen worden vervaardigd; het paleis der »Hemelsche Zuiverheid" +waar de familiezaken behandeld worden; het paleis van het »Hoogste +Aardsche Element", waar de jonge Keizerin gehuldigd werd; het paleis +der »Overpeinzing", waarin de souverein zich afzondert als hij ziek is; +de drie paleizen waarin de kinderen des Keizers opgevoed worden; de +tempel der overleden bloedverwanten; de vier paleizen die tot verblijf +strekken aan de weduwen en vrouwen van Hien-Fong, die in 1861 overleed; +de Tchou-Siéou-Kong, de woonplaats van 's Keizers echtgenooten; +het paleis der »Uitverkoren Goedheid"; de officieele receptie-zaal +der hofdames; het paleis der »Algemeene Stilte", een zonderlinge naam +voor een school, bestemd voor kinderen van hooggeplaatste officieren; +het paleis van »de Zuivering en het Vasten"; het »Gitzuivere Paleis", +bewoond door prinsen van den bloede; de tempel van den Stedelijken +Beschermgod; het paviljoen van de kroon en de intendance van het Hof, +de Lao-Kong-Tchou, de woning der gesnedenen, waarvan er zich niet +minder dan vijf duizend in de Roode stad bevinden. Daarenboven nog +verschillende andere paleizen, met de genoemden samen acht en veertig +in getal, om niet te spreken van het Tzen-Kouang-Ko, het paviljoen van +het Purperen Licht, aan den oever van het meer der Gele stad, waar 19 +Juni 1873 de gezanten van de Vereenigde Staten, Rusland, Nederland, +Engeland en Pruisen bij den Keizer ten gehoore ontvangen werden. + +Waar vond men ooit elders zulks een reeks schitterende gebouwen, +zoo verschillend van vorm en zoo rijk aan kostbaarheden, bij +elkander? Welke andere stad uit de oude of nieuwe wereld kan op zoo +iets bogen? + +En nog moet men bij het genoemde de Ouane-Chéou-Chane voegen, het +zomerpaleis, twee uur buiten Peking. Het werd in 1860 verwoest en +ternauwernood vindt men onder de puinhoopen nog de tuinen weder der +»Volmaakte klaarheid en der Kalme klaarheid", de heuvel der »Gitbron" +en den berg der »Tienduizend Onsterflijkheden!" + +Rondom de Gele stad ligt de Tartaarsche stad. Daar vindt men de +Fransche, de Engelsche en de Russische legatie; het Engelsche +zendingshuis, de katholieke zendingsgestichten van het Oosten en +het Noorden, de oude stallen der olifanten, waarin nog slechts een +enkel, honderdjarig exemplaar geherbergd wordt. Daar verheft zich de +klokkentoren met het roode door groene pannen omlijste dak, de tempel +van Confucius, het klooster der Duizend Lamas, de tempel van Fa-qua, +het oude observatorium met zijn grooten vierkanten toren, de yamen der +Jezuïeten, de yamen der Geletterden, waar de letterkundige examens +worden afgenomen. Daar verheffen zich de triomfbogen van het Westen +en van het Oosten, daar is het Noorder- en het Rozelaarskanaal met +hunne witte en blauwe waterleliën. Daar vindt men ook de paleizen, +waar de prinsen van den bloede wonen, en de ministers van financiën, +van eeredienst, van oorlog, van openbare werken, buitenlandsche zaken; +daar is de Rekenkamer, het Astrologisch tribunaal en de Academie voor +de geneeskunde. Alles vindt men daar door elkander, in nauwe straten, +die 's zomers zeer stoffig en 's winters zeer nat zijn; in straten +aan weerskanten meestal gevormd door tal van lage, onaanzienlijke +huizen, slechts nu en dan afgewisseld door een hotel van een of ander +hooggeplaatst ambtenaar, door schoone boomen beschaduwd. Voorts worden +de drukke straten ingenomen door omzwervende honden, Mongoolsche +kameelen met houtskolen beladen, palankijns, die door vier of acht +bedienden gedragen worden, naar den rang van den ambtenaar die er in +zit, rijtuigen en wagens met paarden of muilezels bespannen en een +groot aantal armen, die volgens de beschrijving van Ghoutzé eene +onafhankelijke kolonie van zestigduizend schooiers vormen. En in +die straten »vol zwart en stinkend vuil,--zegt P. Arène--die hier +en daar doorsneden worden door goten, waar men tot de knieën inzakt, +is het volstrekt geen zeldzaamheid, dat nu en dan een blinde bedelaar +verdrinkt." + +De Chineesche stad van Peking, die Vaï-Tcheng heet, gelijkt in zeer +veel opzichten op de Tartaarsche, maar in enkele verschilt zij er +toch ook weder van. + +In het zuidelijk gedeelte vindt men twee beroemde tempels, die +des Hemels en die van den Landbouw; voorts die der godin Koanine, +van den Geest der aarde, van de Zuivering, van den Zwarten Draak, +van de Geesten des hemels, de vijver der Goudvisschen, het klooster +van Fayouan-sse, markten, schouwburgen enz. + +Het rechthoekig parallellogram wordt van het noorden naar het zuiden +doorsneden door eene breede straat, de Groote Avenue, die van de +zuidelijke Houng-Ting-poort naar de noordelijke Tien-poort loopt. Dwars +loopt een nog langere straat, die de eerstgenoemde rechthoekig snijdt +en die van de Cha-Coua-poort ten oosten naar de Couan-Tsu-poort ten +westen loopt. Zij heet de Avenue Cha-Coua en op honderd passen van +de plaats, waar zij de Groote Avenue snijdt, woonde de toekomstige +mevrouw Kin-Fo. + +De lezer herinnert zich dat de jonge weduwe, eenige dagen nadat zij +den brief ontving die het bericht van Kin-Fo's ondergang bevatte, +een anderen kreeg, waarin de ongelukstijding tegengesproken werd en +die haar meedeelde, dat de zevende maan haren loop niet zou volbracht +hebben of haar »jongste broeder" zou weder bij haar zijn. Dat Lé-ou +sedert dien datum van 17 Mei de dagen en de uren telde, zullen wij wel +niet behoeven te zeggen. Kin-Fo liet toch niets van zich hooren op die +dwaze reis, waarvan hij niemand het plan had medegedeeld. Lé-ou had +naar Shang-Haï geschreven, doch hare brieven bleven onbeantwoord. Men +begrijpt hoe ongerust zij werd nu er, 19 Juni, nog geen bericht van +hem gekomen was. + +De jonge vrouw had al die lange dagen haar woning in de avenue Cha-Coua +niet verlaten. Zij wachtte, zeer ongerust. De onaangename Nan deed +ook niets om haar te vermaken. Deze »oude moeder" was onverdraaglijker +dan ooit en verdiende zeker honderd keer per maan de deur uitgejaagd +te worden. + +Maar wat had Lé-ou nog een aantal lange en angstige uren te doorleven, +voordat het oogenblik van Kin-Fo's terugkomst zou aanbreken! Zij +telde ze en ze vond dat zij moeite had het getal uit te spreken! + +De godsdienst van Lao-Tsé is de oudste van China. De leer van +Confucius, door hem omstreeks 500 jaar voor Christus verkondigd, wordt +beleden door den Keizer, de geleerden en de hooge mandarijnen, maar +het bouddhisme of de godsdienst van Fo telt op deze aarde de meeste +aanhangers en wel ten getale van driehonderd millioen. Het bouddhisme +heeft twee van elkander onderscheiden sekten; de priesters der eerste, +bonzen genaamd, dragen grijze kleederen en roode hoofddeksels; die +der andere heeten lamas en zijn geheel in het geel gekleed. + +Lé-ou was eene bouddhist van de eerste secte. De bonzen zagen haar +dikwijls opgaan naar den tempel van Koan-Ti-Miao, aan den dienst van +Koanine gewijd. Daar deed zij geloften voor haren vriend en offerde +zij geurige stokjes terwijl zij voorover geknield in den voorhof van +den tempel lag. + +Dien dag gevoelde zij behoefte de godin Koanine op nieuw aan te roepen +en haar nog vuriger te bidden dan anders. Een voorgevoel zeide haar +dat hij, dien zij zoo angstig verbeidde, door een groot gevaar werd +bedreigd. + +Lé-ou riep dus Nan, haar »oude moeder" en beval haar een draagstoel +te gaan halen op den hoek der Groote Avenue. + +Nan haalde de schouders op, op haar gewone onaangename wijze, en ging +het haar gegeven bevel uitvoeren. De jonge weduwe beschouwde onderwijl +in haar eenzaamheid het stomme werktuig, dat in lang de stem van den +afwezige niet meer tot haar overgebracht had. + +»Ach!" zeide zij, »hij moet ten minste weten dat ik niet opgehouden +heb aan hem te denken en ik wil dat mijne stem het hem bij zijn +terugkeer herhale!" + +En Lé-ou bracht de phonografische rol in beweging en sprak in het +werktuigje met luide stem de woorden waarin zij de gevoelens van haar +hart wist te vertolken. + +Nan brak, door haar onverwacht binnentreden, deze teedere alleenspraak +af. + +»De draagstoel is voor, mevrouw", klonk het en dan, ook vrij goed +verstaanbaar: »ik begrijp niet wat zij nu uit doet!" + +Lé-ou luisterde niet naar die laatste ontboezeming. Zij stapte +dadelijk naar buiten, liet de »oude moeder" brommen en zette zich in +den stoel, na bevel gegeven te hebben, dat men haar naar Koan-Ti-Miao +moest brengen. + +Het was een korte afstand. Men behoefde slechts de avenue van Cha-Coua +te volgen tot aan de dwarsstraat en door de groote avenue tot aan de +poort van Tien. + +Maar de stoel kwam niet dan langzaam vooruit. De zaken waren nog +in vollen gang en de samenstrooming van menschen was altijd in dat +kwartier, een der volkrijkste van de hoofdstad, aanzienlijk. De +uitstallingen der vreemde kooplieden langs den weg, gaven aan de +avenue het voorkomen van een kermis met haar duizendvoud geschreeuw en +geraas. Voorts zag men er volksredenaars, voorlezers, liedjeszangers, +photografen, hansworsten, die niet zeer vleiend waren voor de +gezaghebbende mandarijnen; ieder van hen bracht het zijne toe in het +algemeen gedruisch. Nu eens ging er een plechtige begrafenisstoet +voorbij en belemmerde de passage, dan weder was het een trouwpartij, +minder vroolijk misschien dan de begrafenis, maar even lastig voor +het verkeer op straat. Voor de yamen van een der magistraten was +een oploop. Een ontevredene had op de klachtentrom geslagen en +vroeg de tusschenkomst van de politie. Op den steen »Lé-ou-Ping" +lag een misdadiger in zwijm; hij had de bastonnade ondergaan en +werd bewaakt door politie-agenten in hun Mantsjoerijnschen mantel +met roode eikels, met korte piek en twee sabels in één scheede. Wat +verder werden een paar weerspannige Chineezen, die met de staarten +aan elkaar waren gebonden, naar de gevangenis gebracht. Op eene andere +plaats weder zag men een armen duivel, wiens linkerhand en rechtervoet +in de twee gaten van een plank waren gebonden, en die zich als een +vreemd soort dier al hinkende door de straten bewoog. Hier bespeurde +men een dief die in een houten kast was gestopt waaruit alleen het +hoofd te voorschijn kwam en die aan de openbare barmhartigheid was +overgelaten; daar droegen er een paar het schandebord en gingen als +ossen onder het juk gebukt. Deze ongelukkigen bewogen zich het liefst +op de drukste plaatsen, in de hoop dan wat meer te zullen ontvangen, +ten spijt van de vele bedelaars van alle soort, menschen met één arm, +manken, lammen, geheele scharen van blinden door éénoogigen geleid en +die duizenden werkelijk of voorgewende verminkten, waarvan de steden +in het Bloemenrijk wemelen. + +De draagstoel met de schoone Lé-ou ging slechts langzaam voorwaarts. De +drukte nam, naarmate zij den buitensten boulevard bereikte, voortdurend +toe. Toch kwam zij er eindelijk en hield stil binnen het bastion, +'t welk de poort, vlak bij den tempel van de godin Koanine, verdedigt. + +Lé-ou verliet den stoel, trad den tempel binnen, boog eerst het hoofd +en knielde daarop voor het standbeeld van de godin. Vervolgens begaf +zij zich naar een kerkelijk toestel, 't welk den naam ven »molen der +gebeden" draagt. + +Het was een soort van haspel, aan het uiteinde van welks acht takken +kleine vlaggetjes bevestigd waren, die met gewijde spreuken waren +bedekt. + +Een priester wachtte, in ernstige houding bij het toestel staande, +op de geloovigen, en vooral op 't geld voor de plechtigheid. + +Lé-ou gaf den dienaar van Bouddha eenige taëls, bestemd om te +voorzien in de behoefte van den eeredienst; daarop greep zij met haar +rechterhand de kruk van den haspel en gaf er eene lichte, draaiende +beweging aan, na de linkerhand op het hart te hebben gelegd. Het scheen +dat de haspel niet snel genoeg draaide om het gebed te doen verhooren. + +»Sneller!" zeide haar de priester, eene aanmoedigende beweging met +de hand makende. + +En de jonge vrouw draaide vlugger. + +Nadat dit ongeveer een kwartier geduurd had, verklaarde de priester, +dat de wenschen van de smeekende verhoord zouden worden. + +Lé-ou boog zich op nieuw voor het standbeeld van de godin Koanine, +verliet den tempel en nam weder plaats in den draagstoel, om huiswaarts +te keeren. + +Maar toen zij de groote avenue zou ingaan, moesten de dragers zich +onmiddellijk ter zijde begeven. Soldaten dreven de bevolking ruw +uiteen. De winkels werden gesloten. De dwarsstraten werden onder de +hoede der tipaos met blauwe kleeden afgesloten. Een talrijke stoet +nam een deel van de avenue in en naderde met groot getier. + +Het was de keizer Koang-Sin, dat wil zeggen »Voortduring van Roem", +die zijn goede Tartaarsche stad binnentrad en voor wien de middenpoort +geopend was. + +Na de beide ruiters die den stoet openden, volgde een peloton +verkenners en daarna een peloton rijknechten, in twee gelederen +opgesteld, en met den stok in den draagband. + +Zij werden op hunne beurt gevolgd door een groep officieren van hoogen +rang, die de gele parasol met den draak ontplooiden, het zinnebeeld +van den keizer, even als de phenix het zinnebeeld is van de keizerin. + +De palankijn, de Indische draagzetel, waarvan het dekkleed van +gele zijde naar boven was geslagen, verscheen vervolgens. Zij werd +getorscht door zestien dragers, allen in rood onderkleed, dat met +witte rozetten bezaaid was, terwijl een vest van gele zijde hun borst +omsloot. De prinsen van den bloede, de hooge waardigheidsbekleeders +op paarden met gele zijden tuigen--teeken van hoogen adel--gezeten, +vergezelden het keizerlijk voertuig. + +In den palankijn bevond zich half uitgestrekt de zoon des Hemels, +de neef van keizer Tong-Tebe en de neef van prins Kong. + +Na den palankijn kwamen palfreniers en bedienden. + +De stoet ging daarop de poort van Tien door, tot groote voldoening +van de voorbijgangers, kooplieden, bedelaars, die nu hunne zaken +konden hervatten. + +Ook de draagstoel van Lé-ou vervolgde zijn weg en bracht haar na eene +afwezigheid van twee uren weder voor haar woning. + +De goede godin Koanine had in dien tijd de jonge vrouw eene heerlijke +verrassing bereid. + +Juist toen de draagstoel stilhield, naderde een van onderen tot +boven met stof bedekt rijtuig, door twee muilezels getrokken, de +deur. Daaruit stapte Kin-Fo, gevolgd door Craig-Fry en Soun!.... + +»Gij hier! Gij!" riep Lé-ou, die hare oogen nauwelijks dorst gelooven. + +»Allerliefste jongste zuster!" antwoordde Kin-Fo, »je hebt toch niet +aan mijn terugkomst getwijfeld!..." + +Lé-ou antwoordde niet. Zij nam haren vriend bij de hand, geleidde hem +in haar boudoir voor het kleine phonografische toestel, den bescheiden +deelgenoot van haar verdriet! + +»Er is geen oogenblik voorbijgegaan waarop ik u niet verwachtte; o, +gij met zijden bloemen versierd hart!" zeide zij. + +En de rol verplaatsende, drukte zij op de veer die haar weder in +beweging bracht. + +Kin-Fo kon toen met eene zachte stem de woorden hooren herhalen, +die de teedere Lé-ou eenige uren geleden gesproken had: + +»Keer terug, liefste broeder! Keer bij mij terug! Dat onze harten +niet langer gescheiden blijven! Uw terugkomst houdt al mijn gedachten +bezig..." + +Het toestel hield eene seconde op... niet langer dan eene seconde. Toen +hernam het, maar nu met een krijschende stem: + +»'t Is niet genoeg dat er een meesteres in huis is, er moet +noodzakelijk nog een meester bijkomen! Moge vorst Ien hen beiden +verderven!" + +Deze tweede stem was maar al te goed te onderscheiden. Het was die +van Nan. De nare »oude moeder" was voortgegaan met spreken na het +vertrek van Lé-ou, terwijl het toestel nog werkte en dit had, geheel +tegen haar bedoeling, hare onvoorzichtige woorden opgevangen! + +Dienstmeisjes en knechts, past op de phonografen! + +Nog op dien dag kreeg Nan haar afscheid en men wachtte zelfs de laatste +dagen der zevende maan niet af, om haar buiten de deur te zetten. + + + + + +XV. + + 't Geen melding maakt van eene verrassing voor Kin-Fo en + waarschijnlijk ook voor den lezer. + + +Niets stond het huwelijk van den rijken Kin-Fo van Shang-Haï met +de beminnelijke Lé-ou van Peking langer in den weg. Binnen zes +dagen zou de termijn verstreken zijn, die aan Wang was toegestaan +om zijne belofte te houden; maar de ongelukkige philosoof had zijn +onverklaarbare vlucht met den dood bekocht. Er was dus voor hem niets +meer te vreezen. Het huwelijk kon plaats hebben. Het werd vastgesteld +op den 25n dag van Juni, denzelfden dag dien Kin-Fo bestemd had om +de laatste zijns levens te zijn! + +De jonge vrouw kende nu den geheelen toestand. Zij wist wat hij +ondervonden had, die de eerste maal geweigerd had om haar ongelukkig +en de tweede maal om haar weduwe te maken. Thans kwam hij tot haar +terug om haar gelukkig te doen zijn. + +Lé-ou kon, toen zij den dood van den philosoof vernam, hare tranen +niet weerhouden. Zij kende hem, zij beminde hem, hij was de eerste +vertrouwde geweest van haar liefde voor Kin-Fo. + +»Arme Wang!" zeide zij. »Hij zal bij ons huwelijk ontbreken." + +»Ja! arme Wang," antwoordde Kin-Fo, die even als zij den makker van +zijn jeugd, den vriend die hem langer dan twintig jaar ter zijde had +gestaan, betreurde. »En toch," voegde hij er bij, »hij zou mij gedood +hebben, zooals hij gezworen had te doen." + +»Neen, neen!" zeide Lé-ou, het lieve hoofdje schuddende, »en wellicht +heeft hij den dood in de golven van de Peï-ho gezocht om te ontsnappen +aan de vervulling van deze verschrikkelijke belofte." + +Helaas! De onderstelling was maar al te aannemelijk dat Wang besloten +had zich te verdrinken om te ontsnappen aan de verplichting die hij +op zich genomen had. Kin-Fo deelde op dit punt geheel de meening van +de jonge vrouw en in hun beider hart was het beeld van den philosoof +met onuitwischbare trekken gemaald. + +Het is licht te begrijpen dat de Chineesche bladen, na het ongeluk +op de brug te Palikao, ophielden met de dwaze advertentiën van den +heer William J. Bidulph op te nemen en dat de lastige beroemdheid +van Kin-Fo even spoedig verdween als zij gekomen was. + +Wat moest er inmiddels met Craig en Fry gebeuren? Zij waren wel tot +30 Juni belast met het verdedigen der belangen van de Eeuw, dat is +te zeggen nog gedurende tien dagen; maar Kin-Fo had hunne diensten +niet langer noodig. Was het te vreezen dat Wang zijn leven zou +bedreigen? Neen, want Wang was dood. Konden zij onderstellen dat hun +cliënt de hand aan zichzelf zou slaan? Evenmin. Kin-Fo verlangde niets +vuriger dan te leven, goed te leven, zoo lang mogelijk te leven. Er +bestond dus geen reden hoegenaamd meer voor het toezicht van Fry-Craig. + +Maar het waren een paar brave kerels, deze beide zonderlingen. Zij +hadden wel is waar alleen den _cliënt_ van de _Eeuw_ bewaakt, maar +hun zorg was aanhoudend en flink geweest. Kin-Fo noodigde hen daarom +uit bij zijn huwelijk tegenwoordig te zijn, en dat namen zij aan. + +»Overigens", merkte Fry grappig op, »is een huwelijk somtijds een +zelfmoord." + +»Men sterft dan om in zijn wederhelft te herleven," antwoordde Craig +met een beminnelijken glimlach. + +Reeds den volgenden dag was Nan in het huis in de avenue Cha-Coua +door een meer geschikt persoon vervangen. Eene tante van de +jonge vrouw, mevrouw Luhalou, was bij haar gekomen en zou bij de +huwelijksplechtigheid de plaats harer moeder innemen. Mevrouw Luhalou, +de vrouw van een mandarijn van den vierden rang, tweede klasse, van +den blauwen knoop, oud-keizerlijk voorlezer en lid van de academie +van Han-Lin, bezat alle lichamelijke en geestelijke eigenschappen, +noodig om hare gewichtige betrekking naar eisch te vervullen. + +Wat Kin-Fo betreft, hij was voornemens Peking na zijn huwelijk te +verlaten, daar hij niet tot die zonen van het vorstelijke Hemelsche +Rijk behoorde, die gaarne in de buurt van de paleizen wonen. Hij zou +eerst in waarheid gelukkig zijn, als hij met zijne jonge vrouw in de +rijke yamen te Shang-Haï was gekomen. + +Kin-Fo had tijdelijk eene woning moeten betrekken en hij had die +gevonden in de Tiène-Fou-Tang, den »tempel van het hemelsch geluk", +een zeer goed ingericht hotel en restaurant, gelegen in de nabijheid +van den boulevard van Tiene-Men, tusschen de Tartaarsche en Chineesche +stad. Daar waren ook Craig en Fray ingekwartierd, die, uit gewoonte, +hun cliënt nog niet konden verlaten. Wat Soun aangaat, hij had zijn +dienst hervat, altijd ontevreden, maar wel zorg dragende dat hij +zijn gevoel geen lucht gaf in de nabijheid van een onbescheiden +phonograaf. Hetgeen met Nan gebeurd was, had hem voorzichtig gemaakt. + +Kin-Fo had het genoegen te Peking zijne Cantonsche vrienden, den +koopman Yin-Pang en den letterkundige Houal terug te vinden. Voorts +kende hij eenige ambtenaren en handelslieden in de hoofdstad, en ieder +van hen was hem in de tegenwoordige omstandigheden zooveel mogelijk +van dienst. + +De onverschillige van vroeger, de doodkalme leerling van den +philosoof Wang, is nu werkelijk gelukkig. Twee maanden van zorg, +onrust, vermoeienissen, dit geheele veelbewogen tijdvak van zijn +bestaan, had hem leeren waardeeren wat het geluk is, wat het wezen +moet en wat het wezen kan. Ja! de wijze philosoof had gelijk! Ach, +waarom was hij niet tegenwoordig, om nogmaals de voortreffelijkheid +van zijn leer bevestigd te zien! + +Kin-Fo bracht nu bij zijne aanstaande jonge vrouw al den tijd door, +dien hij niet besteedde tot het maken van voorbereidsels voor de +plechtigheid. Lé-ou gevoelde zich gelukkig als haar vriend slechts bij +haar was. Wat behoefde hij de rijkste magazijnen der stad schatplichtig +te maken, om haar met kostbare geschenken te overladen? Zij dacht +alleen aan hem en herhaalde gedurig de wijze spreuken der beroemde +Pan-Hoei-Pan: + + + »Als eene vrouw een echtgenoot vindt naar haar hart, is dat + voor haar geheele leven. + + De vrouw moet een onbegrensden eerbied hebben voor hem wiens + naam zij draagt en voortdurend een wacht stellen op zich zelve. + + De vrouw moet in huis als een schaduw zijn en een eenvoudige + echo. + + De hemel der vrouw is haar gemaal." + + +De toebereidselen voor het feest, waaraan Kin-Fo den grootst mogelijken +luister wenschte bij te zetten, werden inmiddels voortgezet. + +Reeds stonden de dertig paar geborduurde schoenen, die tot het uitzet +eener Chineesche behooren, gerangschikt in de woning van de avenue +Cha-Coua. Het boudoir van Lé-ou prijkte met keur van suikergebak, +confituren, gedroogde vruchten, suikeramandelen, pruimensiroop, +oranjeappels, gember en pampelmoes, prachtige zijden stoffen, kostbare +en rijk gezette edelgesteenten, ringen, armbanden, nagelkokertjes, +haarnaalden, en al wat de Pekingsche juweliers slechts aan fijne en +elegante kostbaarheden voorhanden hadden. + +Bij het huwelijk eener jonge dochter in dat zonderlinge Chineesche +rijk brengt zij nooit zelve eenig uitzet of huwelijksgift mede. Zij +wordt steeds gekocht door de ouders van haren toekomstigen man of +door dien man zelf. Zij krijgt ook nooit eenig deel van hetgeen +haar vader nalaat, tenzij deze zulks vooraf uitdrukkelijk bepaald +hebbe. Deze voorwaarden worden gewoonlijk vóór het huwelijk geregeld +door tusschenpersonen of wederzijdsche kennissen, die men »mei-jin" +noemt, en het huwelijk heeft niet plaats voordat alles behoorlijk en +nauwkeurig is bepaald. + +De jonge bruid wordt dan aan de ouders van den bruidegom +voorgesteld. Deze zelf krijgt haar niet te zien. Dat gebeurt eerst +als zij uit den draagstoel stapt, waarin men haar naar de echtelijke +woning heeft gebracht. De man doet dan zelf de deur open. Als zijne +bruid hem aanstaat reikt hij haar de hand; in het tegenovergestelde +geval slaat hij de deur weder voor haar dicht en alles is uit, mits +hij aan de ouders van het meisje de gemaakte onkosten slechts vergoedt. + +Bij het huwelijk van Kin-Fo kon iets dergelijks niet voorkomen. Hij +kende de jonge vrouw en hij behoefde haar van niemand te koopen. Dit +maakte de zaak voor hem heel wat eenvoudiger. + +Eindelijk brak de dag van 25 Juni aan en alles was gereed. + +Sedert drie dagen was, volgens het gebruik, het huis van Lé-ou dag +en nacht verlicht gebleven; sedert drie dagen had mevr. Luhalou, +die de familie der jonge vrouw vertegenwoordigde, zich van slaap +moeten onthouden--een voorschrift dat tot uitwerking hebben moet dat +men er zeer treurig uitziet als de verloofde haar woning voor goed +verlaat. Als Kin-Fo ouders gehad had zou zijn eigen huis eveneens drie +dagen verlicht moeten geworden zijn, als een teeken van rouw, »omdat +men het huwelijk van den zoon moet beschouwen als een zinnebeeld van +den dood des vaders en omdat de zoon hem dan schijnt op te volgen", +zegt de Hao-Khiéou-Tchouen. + +Maar, behoefden deze voorvaderlijke gebruiken al niet toegepast te +worden bij het huwelijk van twee personen die beiden volkomen vrij +waren, dan waren er nog andere waarmede men wel degelijk rekenschap +moest houden. + +Zoo was bij voorbeeld geen der astrologische ceremoniën verzuimd. De +horoscopen waren getrokken naar alle regelen der kunst en hadden +prachtige uitkomsten opgeleverd: inborst, humeur, alles stemde met +elkander overeen. De tijd van het jaar en de ouderdom der maan waren +zeer gunstig. Nooit was er een huwelijk onder zulke geruststellende +voorteekenen beraamd. + +De bruid zou des avonds te acht uur in het hotel van het »Hemelsche +Geluk" ontvangen worden; dat wil zeggen, dan zou zij in groote statie +de woning van haren echtgenoot binnentreden. In China verschijnt men +bij zulke gelegenheden noch voor een overheidspersoon noch voor eenig +geestelijke, van welken aard ook. + +Om zeven uur ontving Kin-Fo zijne vrienden op den drempel van zijne +woning. Craig en Fry waren bij hem en prijkten in een fonkelnieuw +gewaad even als de getuigen op een Europeesche bruiloft. + +Welk een wedstrijd van beleefdheden! Al deze aanzienlijke gasten +waren uitgenoodigd door roode kaarten, waarop men in mikroskopisch +schrift las: + +»De heer Kin-Fo, van Shang-Haï, brengt zijn nederigen groet aan den +heer ..... en smeekt hem nog nederiger ..... met zijn tegenwoordigheid +de nederige plechtigheid te willen vereeren ....." enz. + +Al de door Kin-Fo genoodigden waren gekomen om de bruid en den +bruidegom eer te bewijzen en om deel te nemen aan het prachtige +feestmaal dat voor de heeren toebereid was, terwijl de dames zich aan +eene voor haar afzonderlijk gereed gemaakte tafel zouden vereenigen. + +Daar waren de koopman Yin-Pang en Houal, de letterkundige. Voorts +waren er eenige mandarijnen, die aan hun officieel hoofddeksel de +roode bal droegen, ter grootte van een ei, als teeken dat zij tot +de drie hoogste rangen behoorden. Andere, van minderen rang, hadden +slechts ondoorschijnende blauwe of witte knoopen. De meeste waren +burgerlijke overheidspersonen of ambtenaren van Chineesche afkomst, +die reeds daardoor bevriend waren met een Shang-Haïer, afkeerig van +het Tartaarsche ras. Allen, in prachtige scharlaken kleederen gehuld, +vormden een waarlijk schitterenden stoet. + +Kin-Fo wachtte hen, zooals de beleefdheid het eischte, op den +drempel van zijn hotel af. Zoodra zij aangekomen waren, geleidde +hij hen naar de receptiezaal, nadat hij hun tweemaal verzocht had +hem vóór te gaan bij elk der deuren, die bedienden in groot livrei +voor hen openden. Hij noemde ze bij hun »edelen naam", vroeg hoe het +met hunne »edele gezondheid" was, en informeerde naar hunne »edele +betrekkingen." Kortom, de meest nauwgezette waarnemer van deze +kinderachtige beleefdheidsvormen zou niets op zijne houding hebben +kunnen afdingen. + +Craig en Fry bewonderden al wat zij zagen, maar wijdden toch in +de allereerste plaats hun aandacht aan Kin-Fo zelf, wien zij geen +oogenblik uit het oog verloren. + +Een zelfde denkbeeld was plotseling bij hen opgekomen. Indien het +onmogelijke eens waar mocht zijn en Wang den dood eens niet gevonden +had in de rivier, zooals men algemeen aannam?... Als hij onder deze +schaar van genoodigden rondsloop?... Het vier en twintigste uur van +den vijf en twintigsten dag van Juni--het uiterste uur--was nog niet +geslagen. De hand van den Taï-ping was nog niet ontwapend. Als hij +eens op het laatste oogenblik...? + +Neen, het was wel niet waarschijnlijk, maar het was toch ook niet +geheel onmogelijk. Uit overmaat van voorzichtigheid zagen Craig en +Fry dus zorgvuldig al de leden van het gezelschap aan.... Zij zagen +er echter volstrekt niemand onder, die hun verdacht voorkwam. + +Onderwijl verliet de aanstaande van Kin-Fo haar huis in de avenue +van Cha-Coua en nam zij plaats in een gesloten palankijn. + +Had Kin-Fo al het mandarijnen kleed niet willen aandoen, dat elke +bruidegom het recht heeft te dragen,--uit eer voor de instelling +des huwelijks, dat bij de oude wetgevers in hooge achting gehouden +werd,--Lé-ou was in alle opzichten de voorschriften der groote wereld +nagekomen. Zij schitterde in haar toilet van een bewonderenswaardig +fraai weefsel van roodgeborduurde zijde. Haar gestalte verdween +als het ware onder een sluier van fijne paarlen, die als druppels +schenen te vallen van een kostbaren diadeem, welks gouden band +haar voorhoofd omsloot. Edelgesteenten en kunstbloemen, die van +fijnen smaak getuigden, waren door haar kapsel en hare lange, zwarte +vlechten geslingerd. Kin-Fo zou haar ongetwijfeld bekoorlijker vinden +dan ooit als zij straks uit den palankijn zou stappen, door zijne +hand ontsloten. + +De stoet ging op weg. Hij ging het plein over om in de Groote Avenue +te komen en langs den boulevard van Tiène-Man te gaan. Ongetwijfeld +zou hij prachtiger geweest zijn als het eene begrafenis had gegolden, +maar ook nu verdiende hij dat de voorbijgangers stilhielden om hem +eenige oogenblikken na te staren. + +Vriendinnen en kennissen van Lé-ou volgden den palankijn en droegen +in groote staatsie de verschillende kostbare stukken uit haar +bruidskorf. Een twintigtal muzikanten ging voorop, veel geraas makende +op hunne koperen instrumenten en begeleid door het helderklinkende +geluid van den gong. Om den palankijn zag men een aantal bedienden +met toortsen en gekleurde lampions. De bruid bleef voor de oogen +der menigte verborgen, want de etiquette eischte dat de eerste blik, +die op haar geslagen werd, die van haar gemaal wezen zou. + +Zoo kwam dan de stoet te midden van het gejuich der aanwezigen tegen +acht uur des avonds voor de deuren van het »hotel van het Hemelsche +Geluk." + +Kin-Fo stond aan den rijk versierden ingang. Hij wachtte op de aankomst +van den palankijn, om de deur er van onmiddellijk te kunnen openen. Als +dat gedaan was zou hij zijne aanstaande helpen uitstijgen en naar een +afzonderlijk vertrek voeren, waar beiden den hemel viermaal zouden +groeten. Daarna zouden zij zich naar den bruiloftsdisch begeven. De +bruid zou viermaal hare knieën buigen voor haren bruidegom, deze zou +het dan tweemaal doen voor zijn bruid. Zij zouden eenige droppels wijn +plengen en eenige spijs strooien voor de geesten, die hun huwelijk +gelukkig moesten maken. Dan zou men hun twee volle bekers brengen. Elk +zou den zijne half leeg drinken; dan zouden zij het overblijvende +dooreen mengen en dit te zamen opdrinken. Dat zou het zinnebeeld van +het voltrokken huwelijk zijn. + +De palankijn was aangekomen en Kin-Fo trad vooruit. Een +ceremoniemeester reikte hem den sleutel over. Hij nam dien aan, deed +de deur van de draagkoets open en reikte de schoone Lé-ou bewogen +de hand. De bruid trad er schuchter uit en volgde Kin-Fo tusschen +de genoodigden door, die zich eerbiedig bogen en de hand aan de +borst brachten. + +Op het oogenblik dat de schoone Lé-ou aan de hand van Kin-Fo, haren +toekomstigen gemaal, den drempel van zijne woning zou overschrijden, +werd er een signaal gegeven. Groote verlichte vliegers verhieven +zich in de lucht en men zag hoe veelkleurige draken, feniksen en +andere zinnebeelden van het huwelijk op den adem van den wind het +jonge paar omzweefden. Kunstduiven, aan den staart van æolische +snaren voorzien, stegen omhoog en deden harmonische tonen in de lucht +weergalmen. Vuurpijlen stegen op en van om hoog daalden de gekleurde +ballen na eenigen tijd als een vurigen regen weder naar de aarde. + +Plotseling, te midden van deze feestelijke welkomst vernam men een +verwijderd gerucht op den boulevard van Tiène-Man. Men hoorde kreten +waaraan zich de schelle toonen van een trompet paarden. Dan trad er een +oogenblik van stilte in en daarna herhaalde zich het eerste gerucht. + +Het kwam nader en weldra bereikte het de straat waar de bruiloftsstoet +stilgehouden had. + +Kin-Fo luisterde. Zijne vrienden stonden besluiteloos te wachten +totdat de jonge vrouw het huis binnentrad. + +Maar op datzelfde oogenblik schetterden de trompetten met verdubbeld +geweld en eene vreemde ontroering maakte zich van iedereen meester. + +»Wat is er toch?" vroeg Kin-Fo. + +De trekken van Lé-ou namen eene zonderlinge uitdrukking aan, terwijl +een vreemd voorgevoel haar hevige hartkloppingen veroorzaakte. + +Daar bereikte de oploop onze vrienden. Het volk verdrong zich om +een heraut, die de keizerlijke kleuren droeg en die door verscheiden +tipaos vergezeld was. + +En te midden van een plotseling ingetreden stilte verkondigde hij +deze woorden: + + + »Dood van de Keizerin-weduwe! + + »Groote rouw voor allen!" + + +Kin-Fo begreep het. Het was een slag die hem in de eerste plaats +trof. Hij kon eene beweging van ongeduld niet weerhouden. + +De keizerlijke rouw werd afgekondigd voor de weduwe van den laatsten +keizer. Gedurende een termijn, die nader zou opgegeven worden, +mocht niemand zich het hoofd scheren, mochten er geen openbare +vermakelijkheden of tooneelvoorstellingen gegeven worden, hielden +de rechtbanken geen zitting, was ten slotte het sluiten van alle +huwelijken verboden! + +Lé-ou was wanhopig, doch hield zich goed; zij begreep dat zij de +teleurstelling van haren echtgenoot niet mocht vergrooten. Zij nam +Kin-Fo's hand en sprak met een stem, die slechts met moeite haar +eigen ontroering verborg: + +»Welnu, wij kunnen immers wachten!" + +En de palankijn vertrok weder met de bruid naar hare woning in de +avenue van Cha-Coua; het feest werd geschorst, de tafel afgenomen, +het orkest naar huis gezonden en de vrienden van Kin-Fo gingen heen na +hem eerst hunne hartelijke deelneming in deze teleurstelling betuigd +te hebben. + +Het was dan ook geen zaak om het algemeen verbod te overtreden en +het huwelijk toch te doen doorgaan. + +Het liep Kin-Fo niet mede; de eene ramp volgde op de andere en +hij had wel gelegenheid om de lessen van zijnen ouden leermeester, +den philosoof Wang, in praktijk te brengen. Hij bleef alleen met +Craig en Fry in het hotel van het »Hemelsch Geluk", welke naam hem +nu bijkans als een bespotting in de ooren klonk. De rouwtijd kon bij +keizerlijk besluit zoo lang verlengd worden als de Zoon des Hemels +slechts verkoos en Kin-Fo had reeds den volgenden dag naar Shang-Haï +willen terugkeeren om zijne jonge vrouw in zijn prachtige yamen te +installeeren en daar met haar een nieuw leven te beginnen!.... + +Een uur later trad een dienstbode zijne kamer binnen om hem een brief +ter hand te stellen, die zooeven aan zijn adres bezorgd was. + +Zoodra Kin-Fo het adres zag, kon hij een kreet van verrassing niet +bedwingen. + +De brief was van Wang en luidde aldus: + + + »Vriend, ik ben niet dood; als ge evenwel deze letteren + ontvangt, heb ik opgehouden te leven. + + »Ik sterf omdat ik den moed niet heb mijne belofte te houden + maar wees gerust, ik heb alles goed geregeld. + + »Lao-Shen, een opperhoofd der Taï-pings, mijn oude vriend, + heeft uw brief! Hij zal een vaster hand en een moediger hart + hebben dan ik om de vreeselijke taak te volbrengen die ge mij + opgelegd hebt. Hij zal dan ook van het kapitaal profiteeren + dat ge mij hadt toebedacht; aan hem komt dus het geld toe, + op uw hoofd verzekerd en hij zal het gaan opeischen, als gij + opgehouden hebt te leven. + + »Vaarwel! Ik ga u voor in den dood! Tot straks mijn vriend, + tot straks! + + Wang." + + + + + +XVI. + + Waarin Kin-Fo, nog altijd ongehuwd, op nieuw de wereld ingaat. + + +De toestand was nu voor Kin-Fo duizendmaal ernstiger dan hij nog +geweest was. + +'t Was dus waar dat Wang, niettegenstaande zijn gegeven woord, zijne +hand had voelen verlammen toen het er op aankwam zijn ouden leerling +te treffen! Ook scheen Wang niets van de verandering te weten die in +den toestand van Kin-Fo was gekomen, want zijn brief zweeg er van! Ook +had Wang dus aan een ander opgedragen zijne belofte te houden, en aan +wien! Aan een Taï-ping, den meest gevreesde van allen, die natuurlijk +geen de minste zwarigheid zou maken om iemand te dooden, voor wiens +dood men hem niet eens aansprakelijk kon stellen! Het bewuste stuk +van Kin-Fo waarborgde hem straffeloosheid en de aanwijzing van Wang +zou hem bovendien een kapitaal van vijftigduizend dollars verschaffen! + +»Ik heb er nu meer dan genoeg van!" riep Kin-Fo uit in zijne eerste +opwelling van toorn. + +Craig en Fry hadden kennis genomen van het schrijven van Wang. + +»Draagt het door u aan Wang verstrekte stuk niet als uitersten termijn +den datum van 25 Juni?" + +»Wel neen," antwoordde Kin-Fo: »Wang moest en kon het stuk niet anders +teekenen dan op den datum, waarop ik sterven zou! Nu kan die Lao-Shen +handelen naar eigen goedvinden, zonder in een enkel opzicht door den +tijd gebonden te zijn!" + +»Ja, maar," zeide Fry-Craig, »hij heeft er belang bij de zaak spoedig +tot een eind te brengen." + +»Waarom?...." + +»Wel, omdat de politie op het kapitaal, dat op uw hoofd is verzekerd, +beslag kan leggen en het hem op deze wijze zou ontgaan!" + +Daar was niets tegen in te brengen. + +»'t Zij zoo," antwoordde Kin-Fo. »In ieder geval moet ik geen uur +verloren laten gaan om te trachten mijn schrijven terug te krijgen, +al moest ik het ook met de vijftig duizend dollars betalen, die aan +dien Lao-Shen zijn beloofd!" + +»Dat is juist," sprak Fry. + +»Zeer waar!" voegde Craig er bij. + +»Ik vertrek dus! Ik moet dien chef der Taï-pings opsporen! Hij zal, +hoop ik, gemakkelijker te vinden zijn dan Wang!" + +Kin-Fo liep, deze woorden sprekende, voortdurend heen en weder. Hij +kon niet blijven zitten. Deze reeks van knodsslagen, die op hem +neerdaalden, brachten hem in een staat van zeldzame opgewondenheid. + +»Ik vertrek!" zeide hij. »Ik ga dien Lao-Shen opzoeken! Wat u betreft, +mijne heeren, u moet weten wat u past." + +»Mijnheer," antwoordden Fry-Craig, »de belangen van de _Eeuw_ zijn +meer dan ooit bedreigd. Als wij u thans verlieten, zouden wij aan +onzen plicht tekort komen. Wij zullen u niet verlaten!" + +Men wilde geen uur verloren laten gaan. Maar vóór alles diende men +nauwkeurig te weten wat die Lao-Shen was, en waar hij zijn verblijf +hield. Zijne bekendheid was gelukkig van dien aard dat dit minder +moeielijkheid opleverde. + +Deze oude makker van Wang, in den opstand der Mang-Tchao, had zich in +noordelijk China teruggetrokken aan gene zijde van den Grooten muur, +naar het gedeelte grenzende aan de golf van Pé-Tché-Li. Het Keizerlijke +bewind had niet met hem onderhandeld gelijk het met het meerendeel +der andere hoofden van den opstand had gedaan die het niet had kunnen +onderwerpen; men liet hem met rust, en hij oefende nu op de grenzen +van het rijk het meer bescheiden beroep van straatroover uit. Wang +had een goede keus gedaan! Zulk een man zou minder bezwaren maken en +een dolksteek meer of minder zou zijn geweten niet verontrusten! + +Kin-Fo en de beide zaakgelastigden verkregen de meest nauwkeurige +inlichtingen omtrent den Taï-ping en vernamen dat hij het laatst +gezien was in de omstreken van Fou-Ning, een kleine haven aan de golf +van Léao-Ting. Zij besloten zich zonder verwijl daarheen te begeven. + +Aan Lé-ou werd dadelijk meegedeeld wat er gebeurd was. Haar angst +verdubbelde! Tranen ontsprongen aan hare schoone oogen. Zij wilde +Kin-Fo overhalen om niet te vertrekken. Begaf hij zich niet vrijwillig +in een onvermijdelijk gevaar? Zou het niet beter zijn te wachten, +zich uit de voeten te maken, het Hemelsche Rijk desnoods te verlaten +en zich te verschuilen in een ander werelddeel, waar de woeste Lao-Shen +hem niet kon bereiken? + +Maar Kin-Fo bracht de jonge vrouw aan het verstand, dat het hem +onmogelijk zou zijn te leven onder deze voortdurende bedreiging, en als +het ware, door de genade van zulk een schurk, die door den moord een +aardig fortuintje zou verwerven. Neen! Er moest en er zou een einde aan +komen. Kin-Fo en zijne beide satellieten zouden dien dag op reis gaan, +zij zouden tot den Taï-ping doordringen, den ongelukkigen brief voor +handen vol goud koopen, en zij zouden te Peking terug zijn, nog voordat +de termijn van openbaren rouw voor de keizerin-weduwe verstreken was. + +»Liefste zuster", zeide Kin-Fo, »ik betreur het nu minder dat ons +huwelijk eenige dagen is uitgesteld. Ware het voltrokken, hoe droef +zou dan uw toestand geweest zijn!" + +»Als het voltrokken ware geweest", antwoordde Lé-ou, »zou ik het +recht gehad hebben, en het zou mijn plicht geweest zijn, u te volgen; +en ik zou met u medegegaan zijn!" + +»Neen!" sprak Kin-Fo, »ik zou liever duizend dooden gestorven zijn dan +dat ik u slechts een oogenblik aan gevaar blootstelde!.... Vaarwel, +Lé-ou, vaarwel!...." + +En Kin-Fo onttrok zich, met tranen in de oogen, aan de armen van de +jonge vrouw, die hem wilde weerhouden. + +Op dienzelfden dag verlieten Kin-Fo, Craig en Fry, gevolgd door Soun, +wien ook geen oogenblik rust te beurt mocht vallen, Peking en begaven +zich naar Tong-Tchéou. Zij waren er in een uur. + +Men had het volgende plan gemaakt: + +De reis te land, door eene niet veilige provincie, leverde ernstige +bezwaren op. + +Als het niets anders geweest was dan om den Grooten Muur te bereiken, +ten noorden van de hoofdstad, zou men, wat gevaren ook verbonden +waren aan het afleggen van honderd zestig lis [11], den tocht hebben +ondernomen. Maar de haven van Fou-Ning bevond zich niet in het noorden +maar in het oosten. Door over zee te gaan zou men tijd winnen en +veiliger zijn. Kin-Fo en zijne metgezellen zouden er binnen vier of +vijf dagen komen; en men besloot daarom dien weg te volgen. + +Maar zou er een vaartuig te vinden zijn, dat naar Fou-Ning vertrekken +moest? Zij besloten zich daarvan voor alles te overtuigen bij de +scheepsagenten te Tong-Tchéou. + +Het toeval, dat Kin-Fo anders alles behalve gunstig was, diende +hem thans. Aan den mond van de Peï-ho lag een schip in lading voor +Fou-Ning. + +Men had niets anders te doen dan onmiddellijk op een der snelvarende +stoombooten, die den stroom tot zijne monding afzakken, plaats te +nemen, en dan met het bewuste vaartuig naar de plaats der bestemming +te gaan. + +Craig en Fry zouden in een uur gereed zijn. Dat uur besteedden zij +om zich alle bekende reddingstoestellen aan te schaffen, van den +primitieven kurkengordel af tot de voor water ondoordringbare kleeding +van kapitein Boyten toe. Kin-Fo was nog altijd tweehonderdduizend +dollars waard. Hij kon over zee reizen zonder verhoogde premie, omdat +hij voor alle kansen betaalde. Er kon een ongeluk gebeuren. Men moest +op alles bedacht zijn, en men was het ook. + +Den 26n Juni des middags te 12 uur stapten Kin-Fo, Craig-Fry en Soun +aan boord van de _Peï-tang_ en daalden de Peï-ho af. De bochten van +deze rivier zijn zoo talrijk dat men juist tweemaal zooveel afstand +doorloopt dan men zou doen als men de rechte lijn kon volgen; maar de +stroom is gekanaliseerd en bij gevolg bevaarbaar gemaakt voor schepen +van vrij groote tonnenmaat. Ook is er een drukke scheepvaart, vrij +wat drukker dan de beweging op den weg, die langs den stroom loopt. + +De _Peï-tang_ stoomde snel tusschen de boorden van het kanaal, +beukte met hare raderen de gele wateren van den stroom, en bracht de +talrijke bevloeiingskanalen aan de beide oevers door haar kielwater +in beweging. De hooge toren van den tempel aan de gindsche zijde van +Tong-Tchéou was weldra voorbij gestoomd en uit het gezicht verdwenen +bij het omvaren van een vrij scherpen hoek. + +De Peï-ho was op deze hoogte nog smal. Zij stroomde, hier tusschen +kleine zandheuvels, daar langs kleine gehuchten, welker bewoners zich +met den landbouw onledig hielden, te midden van een tamelijk boschrijk +landschap, door wijngaarden en groene hagen doorsneden. Verschillende +meer belangrijke plaatsen, Mahao, Hé-Si-Vou, Nane-Tsaé, Yang-Tsoune +daagden op. Eb en vloed deed zich hier nog niet bespeuren. + +Weldra vertoonde zich Tien-Tsin. Daar ging het minder vlug. De +voetbrug, die de beide oevers van de rivier verbindt, diende geopend +te worden en men moest met de noodige voorzichtigheid den weg zoeken +tusschen de honderden vaartuigen die in de haven vertoeven. Dat ging +met vrij wat moeite en drukte gepaard en kostte aan menige schuit de +touwen, waarmede zij voor meeslepen door den stroom was beveiligd. Als +het te veel bezwaar opleverde, sneed men eenvoudig de touwen door, +zonder zich in 't minst te bekommeren om de schade, die daardoor +aangericht werd. Vandaar een opschudding, een opstopping van drijvende +vaartuigen, die vrij wat van het toezicht van de havenmeesters te +Tien-Tsin zou geëischt hebben, als te Tien-Tsin havenmeesters waren +geweest. + +Het is overtollig te zeggen, dat Craig en Fry hun cliënt nauwlettender +dan ooit bewaakten. + +Het gold nu niet meer den philosoof Wang, met wien men gemakkelijk +eene schikking had kunnen treffen, maar wel Lao-Shen den Taï-ping, +iemand dien zij niet kenden, 't geen de zaak vrij wat lastiger maakte. + +Men kon zichzelf in veiligheid achten te zijn, omdat men naar hem +toeging, maar wie kon de verzekering geven dat Lao-Shen niet reeds +op weg was gegaan om zijn slachtoffer te ontmoeten! En hoe zou men +hem dan ontwijken, hoe hem voorkomen? Craig en Fry zagen in iederen +passagier van de _Peï-tang_ een moordenaar. Zij aten niet meer, +zij sliepen niet meer, zij leefden niet meer! + +Waren Kin-Fo, Craig en Fry ernstig ongerust, Soun was vooral niet +minder angstig. De gedachte dat hij op zee moest gaan, bezorgde hem +kippenvel. Hoe dichter de _Peï-tang_ de golf van Pé-Tché-Li naderde, +des te bleeker werd hij. Zijn neus werd spitser, zijn mond trok zich +samen en toch dreef de boot nog kalm op de rustige wateren der rivier. + +Hoe zou het dan wel gaan als Soun op den smallen zeeboezem kwam, +waar de korte golfslag het schip onophoudelijk en heftig doet stooten! + +»Ben je nog nooit op zee geweest?" vroeg hem Craig. + +»Nooit!" + +»Ben je goed gezond?" vroeg hem Fry. + +»Neen!" + +»Je moet het hoofd stil houden", voegde Craig er bij. + +»Het hoofd?...." + +»En je mond dicht...." vervolgde Fry. + +»De mond?...." + +Soun bracht de beide agenten aan het verstand dat hij niet van praten +hield, en zette zich zwijgend omstreeks het midden van de boot neder, +niet zonder op den reeds vrij breeden stroom een droefgeestigen blik +te hebben geworpen, dien blik, eigen aan personen die voorbeschikt +zijn de min of meer belachelijke kwaal der zeeziekte te ondergaan. + +Het landschap had zich in de vallei, die de Peï-ho doorstroomt, +gewijzigd. De rechteroever vormde door zijn steilte een sterk contrast +met de linkerzijde, wier uitgestrekte, zandige oppervlakte met het +schuim van de golven was bedekt. Daarachter strekten zich velden +van sorgho, maïs, koren en gierst uit. Ook hier gold wat in geheel +China--eene huismoeder die zooveel duizenden kinderen te voeden +heeft--het geval is: geen enkel plekje, voor cultuur geschikt, +was onbebouwd. Overal was door middel van besproeiïngskanalen of +bamboezen toestellen, een soort van oorspronkelijke noria's [12], +voor voldoenden watertoevoer gezorgd. Hier en daar verhieven zich, +naast de dorpen met hunne met gele klei gepleisterde huizen, kleine +groepen boomen, waaronder enkele appelboomen voorkwamen, die op eene +vlakte in Normandië niet misplaatst zouden geweest zijn. Op de oevers +liepen talrijke visschers heen en weder, wien zeeraven voor jachthonden +of juister gezegd voor waterhonden dienden. Deze vogels dompelden zich +op een wenk van hun meester in het water en brachten de visschen boven, +die zij, dank zij een ring welke hen den strot half dichtkneep, niet +konden verslinden. Voorts vlogen voortdurend uit het hooge riet aan +den oever, eenden, kraaien, raven, eksters, sperwers en ander gevogelte +op, die door het geraas van de stoomboot in hun rust werden gestoord. + +De groote weg langs de rivier was daar geheel verlaten, maar de +beweging op de Peï-ho nam steeds toe. Welk een aantal vaartuigen van +alle soort voeren den stroom af en op! Oorlogsjonken met hare opene +batterijen, waarvan het dek eene sterke holronde kromming vertoonde +van voren naar achter, en die door eene dubbele verdieping riemen of +door een rad, 't welk door menschenhanden in beweging werd gebracht, +vooruit gedreven werden; jonken van het personeel der douane, met +twee masten en sloepzeilen, die bevestigd waren aan dwars uitstekende +uithouders, terwijl de voor- en achtersteven met grillige beelden waren +voorzien; handelsjonken, die met de kostbaarste voortbrengselen van +het Hemelsche Rijk bevracht, niet vreesden om de geduchte typhons in +de naburige zeeën te trotseeren; jonken voor het gewone vervoer van +reizigers, die al naar het tij het meebracht òf met riemen werden +voortgedreven, òf wel aan de lijn voortgesleept, en die gemaakt +schenen voor personen, die te veel tijd hebben; mandarijnen-jonken, +kleine pleizierjachten, die hunne bootjes achter zich voortsleepten; +alle soorten van platboomde vaartuigen, met rieten matten als zeil, en +waarvan de kleinste--door jeugdige vrouwen bestuurd, de roeispaan in de +hand en 't kind op den rug--met recht hun naam dragen, die beteekent: +drie planken; eindelijk ontzaglijke groote vlotten, een soort van +drijvende dorpen met hutten, boomgaarden, groentetuinen enz., waartoe +een of ander Mantsjoerijsch bosch het noodige hout had geleverd. + +De dorpen werden allengs minder talrijk. Men telt er een twintigtal +tusschen Tien-Tsin en Takou, aan de monding van den stroom. Op de +oevers zonden eenige steenfabrieken hare groote rookwolken naar omhoog +en bezwangerden den dampkring tegelijk met den rook, dien de stoomboot +verspreidde. De avond naderde, voorafgegaan door de Juni-schemering +die onder dezen breedtegraad langer aanhoudt. Weldra teekende zich +eene rij witte heuvels symmetrisch gerangschikt en één van vorm in het +halfduister af. Het waren zouthoopen, in de nabijgelegen zoutketen +verzameld. Daar begon, tusschen dorre vlakten, de wijde monding der +Peï-ho, een somber landschap, waarin men niets bespeurt dan zout, +zand en stof. + +Den volgenden morgen, 27 Juni, kwam de _Peï-tang_ vóór het opgaan +der zon in de haven te Takou, bijna aan den mond der rivier. + +Op deze plaats verheffen zich de twee forten, het Noordelijke en het +Zuidelijke, thans vernield, die in 1860 door het Anglo-Frankisch leger +vermeesterd werden. Dáár had de heldhaftige aanval plaats van generaal +Colliman op 24 Augustus van dat jaar, daar hebben de kanonneerbooten +den ingang van de rivier geforceerd, daar strekt zich eene smalle, +weinig bewoonde streek uit, die den naam draagt van Fransche concessie, +dáár bespeurt men nog het grafteeken waaronder de officieren en +soldaten rusten in die betreurenswaardige gevechten gevallen. + +De _Peï-tang_ kon de bank niet passeeren. Al de passagiers moesten +dus te Takou aan wal gaan. Het is eene vrij belangrijke plaats, +die zich zeer goed ontwikkelen zal als de mandarijnen toestaan dat +er een spoorweg wordt gelegd ter verbinding met Tien-Tsin. + +Het vaartuig in lading voor Fou-Ning, moest nog dienzelfden dag +vertrekken. Kin-Fo en zijne makkers hadden geen uur te verliezen. Een +platboomde schuit bracht hen in een kwartier aan boord van de _Sam-Yep_ +over. + + + + + +XVII. + + Waarin de handelswaarde van Kin-Fo nogmaals op het spel staat. + + +Acht dagen vroeger had een Amerikaansch schip het anker laten +vallen in de haven van Takou. Het was bevracht door de zesde +Chineesch-Californische maatschappij voor rekening van het agentschap +Fouk-Ting-Tong, waarvan de zetel op het Laurel-Hill-kerkhof te San +Francisco gevestigd is. + +Daar wachten de zonen van het Hemelsche Rijk, die in Amerika sterven, +den dag af dat zij naar hun vaderland teruggebracht zullen worden, om, +zooals hun godsdienst dat beveelt, in vaderlandsche aarde te rusten. + +Het bedoelde schip was naar Canton bestemd en had op schriftelijk bevel +van het agentschap een lading van tweehonderd en vijftig doodkisten +ingenomen, waarvan er vijf en zeventig te Takou moesten gelost worden, +om verder hun weg naar de noordelijke provinciën te vinden. + +Dit gedeelte der lading was nu van het Amerikaansche naar het +Chineesche schip overgebracht en op den ochtend van dezen dag, 27 +Juni, zou het laatstgemelde vaartuig naar de haven van Fou-Ning onder +zeil gaan. + +Kin-Fo en zijne metgezellen zouden eveneens op dit schip den overtocht +doen. Zij hadden ongetwijfeld de voorkeur aan een ander gegeven, +maar omdat er geen ander was dat naar de golf van Léao-Tong vertrok, +hadden zij geen keus. Het was dan ook slechts om een reis van hoogstens +twee of drie dagen te doen, die om dezen tijd van het jaar volstrekt +geen bezwaar opleverde. + +De _Sam-Yep_ was een zeejonk, metende ongeveer driehonderd last. Men +heeft er wel van duizend last en meer, die geen grooter diepgang +dan zes voet hebben, waardoor zij gemakkelijk over de ondiepten +heenzeilen, die voor den mond van bijna alle Chineesche rivieren +gevonden worden. Te breed naargelang harer lengte, zijnde de verhouding +als een tot vier, loopen zij slecht, schijnbaar echter niet bij den +wind, want zij wenden nagenoeg op de plaats zelve en draaien als een +tol, hetgeen hun een groot voordeel op schepen met fijnere lijnen +geeft. De klik van het enorme roer is van groote gaten voorzien, een +systeem dat in China algemeen in zwang is, doch waarvan het nut nog +al te betwisten valt. Hoe dit zij, deze jonken bevaren bij voorkeur +de kustzeeën. Er zijn zelfs voorbeelden van dat zij ladingen thee +of porcelein naar San-Francisco overbrengen. Zij zijn dus zeer goed +bruikbaar, waarbij nog komt dat de Chineesche matrozen door alle +deskundigen als uitstekend worden geroemd. + +De _Sam-Yep_, van moderne constructie, bijna recht van voren naar +achteren, deed door haren vorm aan de Europeesche rompen denken. Daar +de huid noch van spijkers, noch van bouten voorzien was, doch +gemaakt van gevlochten bamboes, dat goed geharpuist en gekalefaat +was, zoo was zij zoo waterdicht, dat de jonk niet eens een lenspomp +bezat. Het schip was van dik bamboes vervaardigd en dreef op het +water als een stuk zwam. Een anker van zeer hard hout vervaardigd, +tuig uit palmvezels gedraaid, even sterk als lenig; dunne zeilen, +die van de brug af als waaiers open en dicht gemaakt konden worden; +twee masten die geplaatst waren als de groote mast en de bezaansmast +van een logger; geen windprop, geen fokzeilen; ziedaar de jonk die +in alle opzichten uitstekend voor de kustvaart voldeed. + +Van buiten zou zeker niemand aan de _Sam-Yep_ gezegd hebben dat hare +reeders er ditmaal een enormen lijkwagen van gemaakt hadden. + +De jonk vervoerde nu een aantal lijken in plaats van zijde, +parfumeriewaren en porcelein zooals gewoonlijk, doch het uiterlijk +voorkomen van het schip was niet veranderd. Het vertoonde dezelfde +levendige kleuren. Vooruit en achteruit wapperden veelkleurige vlaggen +en standaards met veelkleurige kwasten. Op den voorsteven was een groot +vlammend oog geschilderd, dat het in de verte op een groot zeemonster +deed gelijken. Boven in de masten ontrolde de wind den schitterenden +wimpel der Chineesche vlag. Twee caronades staken met hare blinkende +monden boven de verschansing uit en weerkaatsten de zonnestralen als +een spiegel. Geen overbodige metgezellen zijn dat aan boord in die nog +door zeeroovers verpeste zeeën! Alles zag er vroolijk, opgeschikt, +aangenaam uit. Het waren, dan ook terugkeerende landverhuizers, die +de _Sam-Yep_ overbracht,--doode landverhuizers wel is waar, maar in +elk geval lijken van menschen wier laatste wenschen vervuld werden! + +Noch Kin-Fo, noch Soun had iets tegen een overtocht onder zulke +omstandigheden. Daarvoor waren zij veel te goede Chineezen. Craig +en Fry echter, als Amerikanen, waren niets op deze soort van +vrachtgoederen gesteld en zouden zeker ieder andere lading verkozen +hebben, doch het was hun niet in de keus gelaten. + +De equipage van de jonk bestond uit een kapitein en zes matrozen, +meer dan genoeg voor de werkzaamheden aan boord van deze schepen. Men +zegt dat het kompas in China uitgevonden is. 't Is zeer mogelijk, +maar de kustvaarders bedienen er zich hier in het geheel niet van. Ook +kapitein Yin, de gezagvoerder van de _Sam-Yep_, had er geen bij zich; +hij was dan ook niet van plan om gedurende zijn overtocht de kust +uit het gezicht te verliezen. + +Deze kapitein Yin, een klein lachend ventje, levendig en spraakzaam, +scheen de verpersoonlijking van de eeuwigdurende beweging. Hij stond +nooit stil en nooit op dezelfde plaats. Zijne handen, zijne armen, +zijne oogen spraken eigenlijk nog meer dan zijn mond en deze zweeg +nooit. Hij liet ook zijne matrozen weinig rust, doch kommandeerde +en interpelleerde hen onophoudelijk en vloekte nu rechts en dan +links. Maar 't was een flink zeeman, goed met het vaarwater en de +kusten bekend en hij deed met zijn jonk wat hij wilde. De groote +som gelds die Kin-Fo voor den overtocht betaald had strekte verder +om zijne opgewektheid nog te verhoogen. Passagiers die honderd en +vijftig taëls betaalden [13] voor eene reis van zestig uur, welk +een buitenkansje! En vooral omdat het passagiers waren, die evenmin +eenige aanmerking maakten op de gebrekkige inrichtingen en op den kost, +die hij hun verschafte, als de doode passagiers in het ruim beneden. + +Kin-Fo, Craig en Fry waren zoo goed als het kon onder het achterdek +gehuisvest en Soun in het vooronder. De twee agenten, steeds +wantrouwend, hadden de equipage en den kapitein zeer nauwkeurig +opgenomen, doch zij vonden niets aan deze brave lieden dat hun +achterdocht had kunnen rechtvaardigen. 't Was meer dan onwaarschijnlijk +dat zij met Lao-Shen in eenige betrekking zouden staan, omdat het een +bloot toeval was dat Kin-Fo op deze jonk plaats had genomen. En het +toeval zou toch met den al te beruchten Taï-ping geen verbond hebben +gesloten! Met uitzondering van het gewone gevaar dat de zee oplevert, +zouden zij dus nu eenige dagen in volkomen veiligheid en gerustheid +kunnen doorbrengen en konden zij Kin-Fo meer aan zich zelf overlaten. + +Deze was daar niets bedroefd over. Hij ging alleen in zijne hut +zitten en philosofeerde daar op zijn gemak. Arme man, dat hij zijn +geluk niet had weten te waardeeren noch zich in zijne omstandigheden +verheugd had, toen hij zorgeloos in zijn yamen te Shang-Haï leefde, +en toen hij zich zoo goed met eenigen nuttigen arbeid had kunnen +bezig houden? Als hij eerst zijn brief maar weder terug had, dan zou +men eens zien of hij zijn voordeel ook doen zou met de harde les, +die hij nu ontving, en of de gek niet verstandig zou geworden zijn! + +Maar zou hij dien brief ooit terugkrijgen? Ja, zonder twijfel, +omdat hij er de volle waarde voor wilde betalen. Het kon voor dien +Lao-Shen natuurlijk alleen een quaestie van geld wezen. Maar men +moest hem voorkomen en niet door hem verrast worden. Daar zat de +moeilijkheid. Lao-Shen was natuurlijk op de hoogte van al wat Kin-Fo +deed, doch Kin-Fo wist niets van Lao-Shen. Van daar dat men in groot +gevaar zou zijn zoodra de cliënt van Craig en Fry den voet zou zetten +in de streek waar de Taï-ping zich ophield. Het kwam er dus vooral +op aan dat men hem vóór was. Lao-Shen zou toch liever vijftigduizend +dollars uit de handen van Kin-Fo zelf ontvangen dan vijftigduizend +dollars verdienen aan zijn dood. Dat zou hem een reis naar Shang-Haï +besparen en een bezoek aan het bureau van de Eeuw, twee zaken die, +in weerwil van de lankmoedigheid der Chineesche regeering, voor hem +toch niet geheel zonder gevaar waren. + +Zoo peinsde de geheel veranderde Kin-Fo bij zich zelf, terwijl verder +de bekoorlijke jonge weduwe natuurlijk ook eene groote plaats in +zijne overdenkingen innam. + +En waaraan dacht Soun onderwijl? + +Soun dacht aan niets. Hij lag in het vooronder en betaalde den tol +aan de vijandige goden der golf van Pé-Tché-Li. Van tijd tot tijd +slechts kon hij eenige verwenschingen slaken aan het adres van zijn +meester, van den philosoof Wang en van den bandiet Lao-Shen! Zijn +hart was stom! _Ai ai ya!_ zijne gedachten waren stom, zijn gevoel +was stom. Hij dacht aan thee nog rijst! _Ai ai ya!_ Wat deed hij ook +in dienst te gaan van een man, die uitstapjes ter zee maakte! Hij +zou graag alles wat hem van zijn staart overbleef gegeven hebben, +als hij op 't oogenblik op vasten grond was! Hij zou zich liever het +hoofd kaal scheren, of priester worden! Een gele hond! ja 't was een +gele hond die hem de lever en de ingewanden verscheurde! _Ai, ai, ya!_ + +De _Sam-Yep_ zeilde intusschen, voortgedreven door een frisschen +zuidenwind, op drie of vier mijl afstands van de lage kuststreek, +flink vooruit. Zij passeerde Peh-Tang bij de monding van de rivier +van dien naam, niet ver van de plaats waar de Europeesche legers hunne +landing volbrachten; vervolgens ging het langs Shan-Tung, Tschiang-Ho, +voorbij de monden van de Tau en langs Haï-Vé-Tsé. + +Dit gedeelte van de golf was niet zeer druk bevaren. Van de drukke +scheepvaart aan de monding van de Peï-ho was hier, op twintig +mijl afstand, niet veel meer te bespeuren. Eenige handelsjonken, +die ter kustvaart gingen, een dozijn visschersvaartuigen, die de +vischrijke wateren langs de kust bezochten, was alles wat men aan +den gezichteinder bespeurde. + +Craig en Fry merkten op dat de visschersvaartuigen, zelfs dezulken die +nauwelijks vijf of zes ton hielden, met een of twee kleine kanonnen +gewapend waren. + +Toen zij den kapitein Yin naar de reden hiervan vroegen, antwoordde +deze, zich de handen wrijvende: + +»Dit moeten zij wel doen voor de zeeroovers!" + +»Zeeroovers in dit gedeelte van de golf van Pé-Tché-Li!" riep Craig +niet zonder eenige verbazing uit. + +»Waarom niet!" antwoordde Yin. »'t Is hier als overal. In geen enkele +Chineesche zee worden deze brave mannen gemist!" + +En de waardige kapitein lachte en liet zijne beide rijen glinsterende +tanden zien. + +»U schijnt ze weinig te vreezen!" werd door Fry opgemerkt. + +»Heb ik dan mijn beide kanonnetjes niet, twee knapen, die ongemakkelijk +brommen als men er te dicht bij komt!" + +»Zijn zij geladen?" vroeg Craig. + +»Gewoonlijk wel." + +»En nu?" + +»Nu niet." + +»Waarom niet?" vroeg Fry. + +»Omdat ik geen kruit aan boord heb," antwoordde kapitein Yin bedaard. + +»Waar dienen dan de kanonnen voor?" vroegen Craig-Fry, weinig tevreden +over het antwoord. + +»Waarvoor?" riep de kapitein uit. »Wel om de lading te beschermen als +'t de moeite waard en mijn jonk tot aan de luiken toe beladen is met +twee of opium! Maar met de lading die ik nu in heb!..." + +»En hoe weten de zeeroovers," vroeg Craig, »dat de jonk het aantasten +niet waard is?" + +»U schijnt zeer bevreesd te zijn voor een bezoek van deze brave +lieden?" antwoordde de kapitein, terwijl hij op de hielen draaide en +de schouders optrok. + +»Wel zeker," zeide Fry. + +»En toch hebt u geen enkel stuk goed aan boord!" + +»Dat is waar," voegde Craig er bij, »maar wij hebben bijzondere +redenen, waarom wij hun bezoek minder wenschelijk achten." + +»Welnu, wees onbezorgd!" antwoordde de kapitein. »De zeeroovers zullen, +als zij ons ontmoeten, geen moeite doen om onze jonk te achtervolgen." + +»En waarom niet?" + +»Omdat zij vooruit weten wat soort van lading ik in heb, zoodra zij +mij in 't gezicht hebben." + +En kapitein Yin wees naar een witte vlag die halfstag geheschen van +de jonk woei. + +De witte vlag! De rouwvlag! De brave lieden zouden zich de moeite +niet geven een vaartuig te plunderen dat met lijkkisten was beladen. + +»Zij zouden toch kunnen meenen, dat u uit voorzorg de rouwvlag +geheschen hadt," zei Craig, »en zich komen overtuigen...." + +»Als zij komen zullen wij hen ontvangen," antwoordde kapitein Yin, +»en als zij ons een bezoek gebracht hebben, zullen zij zich verwijderen +zooals zij gekomen zijn!" + +Craig en Fry drongen niet verder op de zaak aan, doch zij voelden zich +volstrekt niet zoo gerust als de optimistische kapitein Yin. Een jonk +van driehonderd last, al was de lading dan ook niets waard, moest dien +»braven lieden", zooals Yin de zeeroovers noemde, toch voordeel genoeg +opleveren om er eens een kansje op te wagen, meenden de agenten van +de Eeuw. Maar men moest zich nu wel in de omstandigheden schikken en +het beste van de zaak hopen. + +Overigens had de kapitein niets verzuimd om de fortuin gunstig voor +hem te stemmen. Op het oogenblik van het vertrek was er een haan +aan de goden der zee geofferd. De vederen van den ongelukkige hingen +daar nog aan den bezaansmast! Een paar droppels van zijn bloed waren +op de brug gesprenkeld en een beker wijn in de zee geplengd om het +offer te voltooien. Wat kon, na die plechtigheden, de jonk _Sam-Yep_ +onder bevel van den waardigen gezagvoerder Yin nog te vreezen hebben? + +Men moet echter aannemen, dat de grillige geesten niet voldaan +waren. 't Zij dat de haan te mager, 't zij dat de wijn niet van +de beste soort was, de jonk werd door een geweldige windvlaag +overvallen. Niets was daarvan vooraf te voorzien geweest, want het +weder was helder en er woei een frissche bries. De scherpstziende +zeeman had geen »hondenweer" kunnen verwachten. + +Des avonds te acht uur maakte de _Sam-Yep_ zich gereed om de kaap +om te zeilen die tegen het noordoosten aan de kust uitsteekt. Aan de +andere zijde zou zij voor den wind kunnen gaan zeilen, hetgeen zeer +gunstig zijn zou. Kapitein Yin meende dan ook op zijn gemak binnen +vier en twintig uur Fou-Ning te zullen bereiken. + +Kin-Fo zag van zijn kant het uur waarop hij aan land zou stappen niet +zonder ongeduld te gemoet en de zeezieke Soun smachtte er naar als +een gevangene naar de verlossing uit zijn kerker. Wat Craig en Fry +betreft, deze merkten tegen elkander op dat, als hun cliënt er in +slaagde binnen drie dagen den brief die zijn leven in gevaar bracht +uit de handen van Lao-Shen te krijgen, dit juist zou geschieden op +het oogenblik dat de maatschappij de Eeuw zich volstrekt niet meer om +hem bekreunde. Zijn polis bleef slechts tot middernacht van 30 Juni +van kracht, want dan waren de twee maanden verstreken waarvoor hij +de verzekering met den heer William J. Bidulph gesloten had. En dan: + +»All" zei Craig. + +»Right!" vulde Fry aan. + +Des avonds op het oogenblik dat de jonk bij den ingang der golf +van Léao-Tong was, draaide de wind plotseling naar het noordoosten; +daarop door het noorden heengaande, woei hij twee uur later hard uit +het noordwesten. + +Als kapitein Yin een barometer aan boord had gehad, zou hij gezien +hebben dat de kwikkolom in een punt des tijds vier of vijf millimeter +was gedaald. Deze snelle luchtverdunning was het voorteeken van een +zeer nabijzijnden typhon, [14] welks nadering reeds door den dampkring +werd gevoeld. Was kapitein Yin bekend geweest met de beschouwingen van +den Engelschman Paddington of van den Amerikaan Maury, hij zou getracht +hebben de richting van zijn vaartuig te veranderen en noord-oost te +sturen, in de hoop eene minder gevaarlijke windstreek te bereiken, +buiten het centrum waaromheen zich de draaiende storm bewoog. + +Maar kapitein Yin maakte nooit gebruik van den barometer en hij was +met de wet der cyclonen niet bekend. Hij had bovendien een haan aan +de goden ten offer gebracht en achtte zich daardoor voor elk onheil +beveiligd. + +Maar onze Chinees, hoe bijgeloovig ook, was een kloek zeeman, dat +bewees hij in deze omstandigheden. Hij manoeuvreerde bij instinct +even behendig als een Europeesch gezagvoerder zou gedaan hebben. + +Deze typhon was slechts een kleine cycloon en bewoog zich dus met eene +buitengewone snelheid van meer dan honderd kilometer per uur. Hij +dreef de _Sam-Yep_ naar het oosten, eene gelukkige omstandigheid, +wijl de jonk daardoor van een kust werd gedreven, die geen enkele +schuilplaats aanbood en waar zij onvermijdelijk in weinig tijd zou +verloren geweest zijn. + +Ten elf ure had de storm zijn hoogste punt bereikt. Kapitein Yin +manoeuvreerde, flink bijgestaan door zijn scheepsvolk, als een ervaren +zeeman. Hij lachte niet meer, maar hij had al zijne koelbloedigheid +behouden. Zijn hand, krachtig aan het roer geklemd, bestuurde het +lichte vaartuig, dat als een notendop over de golven bewogen werd. + +Kin-Fo had de achterkajuit verlaten. Tegen de verschansing gedrongen, +staarde hij naar de lucht met hare wolkenmassa's, door den storm +voortgedreven. Hij keek naar de zee, waarvan het witte schuim den +donkeren nacht als verlichtte en waarvan de golven door de reusachtige +aantrekkingskracht van den typhon tot ver boven haar gewoon peil werden +gedreven. Het gevaar verraste noch verschrikte hem. Het maakte een deel +uit van de reeks van rampspoeden die over hem was losgebarsten. Een +overtocht in zestig uur zonder storm, in het hartje van den zomer, +dat was goed voor gelukkige stervelingen; hij, Kin-Fo, behoorde daar +niet langer toe! + +Craig en Fry waren vrij wat meer in onrust, altijd met het oog op de +handelswaarde van hun cliënt. 't Is waar, hun leven was evenveel waard +als dat van Kin-Fo. Waren zij met hem gestorven, zij zouden de belangen +van _de Eeuw_ niet meer hebben kunnen behartigen. Maar deze trouwe +agenten vergaten zichzelf en dachten alleen aan hun plicht. Omkomen, +goed! Met Kin-Fo, goed! maar niet vóór 30 Juni des middernachts! Een +millioen redden, ziedaar hetgeen Craig-Fry wilden. Daaraan dachten +zij alleen! + +Wat Soun betreft, hij wist niet dat de jonk in gevaar verkeerde, of, +juister gezegd, men had, naar zijn meening, in gevaar verkeerd van +het oogenblik af dat men zich op het verraderlijk element had gewaagd, +zelfs bij het schoonste weder. + +De jonk was drie uur lang in dreigend gevaar. Eene verkeerde beweging +van het roer zou haar ondergang geweest zijn, want de golven zouden +haar hebben overdekt. Al kon zij niet, evenals een tobbe, overslaan, +zij had kunnen vol loopen en zinken. Er was natuurlijk geen denken +aan om haar in eene bepaalde richting voort te drijven, te midden +van de golven door den wervelwind van den cycloon voortgezweept. + +Door een gelukkig toeval bereikte de _Sam-Yep_, zonder ernstige averij, +het midden van den reusachtigen atmosfeerischen kring die zich over +een afstand van honderd kilometer uitstrekte. Daar was de zee over +een uitgestrektheid van twee of drie mijlen bedaard en men bespeurde +er nauwelijks iets van den wind. Het was een kalm meer te midden van +een bewogen oceaan. + +'t Was een geluk voor de jonk dat de orkaan haar daar, als 't ware op +'t droge, had gezet. Tegen drie uur in den morgen hield de woede van +den cycloon op en de bewogen wateren legden zich rustig rondom dit +kleine centrale meer neder. + +Maar voor het dag werd, keek men van de _Sam-Yep_ te vergeefs uit +naar land aan den gezichteinder. Er was nergens iets van de kust te +ontdekken. Zoo ver het oog reikte zag men water, niets dan water. + + + + + +XVIII. + + Waarin Craig en Fry, door nieuwsgierigheid gedreven, een + uitstapje maken naar het ruim van de _Sam-Yep_. + + +»Waar zijn wij, kapitein Yin?" vroeg Kin-Fo toen het gevaar geweken +was. + +»Ik weet het niet precies", antwoordde de kapitein, die er weder even +vroolijk als vroeger uitzag. + +»In de golf van Pé-Tché-Li?" + +»Misschien." + +»Of in de golf van Léao-Tong?" + +»Ook dit is mogelijk." + +»Maar waar komen wij aan land?" + +»Waar de wind ons heendrijft!" + +»En wanneer?" + +»Ik kan het onmogelijk zeggen." + +»Een echt Chinees weet zich altijd te oriënteeren, mijnheer", hernam +Kin-Fo op ontevreden toon, een spreekwijze bezigende in het Hemelsche +Rijk veel in gebruik. + +»Op het land, ja" antwoordde kapitein Yin. »Maar op zee, niet!" + +En zijn mond sperde zich bijna tot de ooren open. + +»Er is waarachtig geen reden om te lachen," zei Kin-Fo. + +»Om te schreien evenmin," antwoordde de kapitein. + +De toestand had, 't is waar, op 't oogenblik niets verontrustends, +maar 't was ook waar dat kapitein Yin onmogelijk kon zeggen waar de +_Sam-Yep_ zich bevond. + +Hoe zou hij zonder kompas gedurenden den wervelwind, die drie kwart +van het kompas rondliep, bestek hebben kunnen houden! De jonk had +voor top en takel, bijna naar geen roer luisterende, ten speelbal aan +den orkaan gestrekt. Het was dus niet te verwonderen, dat de kapitein +slechts zeer onvoldoende antwoorden op Kin-Fo's vragen kon geven. Maar +hij had er wat minder vroolijkheid bij te pas kunnen brengen. + +Hoe het ook zij, of de _Sam-Yep_ in de golf van Léao-Tong was +medegevoerd, dan wel teruggeworpen in de golf van Pé-Tché-Li, in +ieder geval moest de steven naar het noordwesten worden gericht. In +die richting moest zich land bevinden. Het eenige punt in quaestie +was alleen op welken afstand het lag. + +Als hij het had kunnen doen, zou kapitein Yin zijne zeilen bijgezet +en met de zon die op dat oogenblik helder scheen, meegegaan zijn. + +Die mogelijkheid bestond echter niet. + +Op den typhon was de meest volslagen kalmte gevolgd, geen tochtje +in den dampkring, geen enkel zuchtje wind. Een spiegelgladde zee, +nauwelijks in golving gebracht door een zware deining, die het schip +over en weer deed slingeren zonder het vooruit te brengen. Er lag +een heete damp op het water, en de lucht, die tijdens den nacht zoo +zwart mogelijk was geweest, was nu zoo kalm, dat zij ten eenenmale +ongeschikt scheen voor een worsteling der elementen. Het was een dier +doodsche kalmten, omtrent wier duur men geen rekening kan maken. + +»Dat ziet er mooi uit!", sprak Kin-Fo, voor zich heen. »Na den storm, +die ons in volle zee heeft geslingerd, een windstilte die ons belet +weder het land te bereiken." + +En zich tot den kapitein wendende: + +»Hoe lang kan die windstilte aanhouden?" vroeg hij. + +»In dit jaargetijde, mijnheer? Ja, wie zal dat zeggen," antwoordde +de kapitein. + +»Uren of dagen?" + +»Dagen of weken!" hernam Yin met een glimlach van kalme berusting, +die zijn passagier bijna in toorn deed ontsteken. + +»Weken!" riep Kin-Fo. »Denk je dat ik weken kan wachten." + +»Dat zal toch dienen, of we moeten onze jonk op sleeptouw nemen!" + +»De duivel hale je jonk en allen die er op zijn, en mij het eerst +dat ik zoo dwaas ben geweest mij hier in te schepen!" + +»Mijnheer," hernam kapitein Yin, »mag ik u iets aanraden!" + +»Ga je gang!" + +»Vooreerst kalm te gaan slapen, evenals ik ga doen; dat is een zeer +verstandig besluit, na een nacht op het dek doorgebracht te hebben." + +»En dan?" vroeg Kin-Fo, die door de kalmte van den kapitein zoo +mogelijk nog wanhopiger werd gemaakt dan door die van de zee. + +»En dan raad ik u aan", antwoordde Yin, »om het voorbeeld te volgen +van mijn passagiers in het ruim. Die beklagen zich nooit en nemen +het weder zooals het is." + +Na deze wijsgeerige opmerking, Wang zelfs waardig, verdween de kapitein +in zijn hut, terwijl twee of drie mannen van de equipage op het dek +achterbleven. + +Kin-Fo liep een kwartier van voren naar achteren, met over elkander +gekruiste armen, terwijl zijne vingers van ongeduld trilden. Vervolgens +wierp hij nog een blik op de doodsche, onbeweeglijke vlakte, waarvan +de jonk het middelpunt uitmaakte, haalde de schouders op en trad zijn +kajuit binnen zonder zelfs tot Fry-Craig een woord te richten. + +Toch waren de beide agenten daar, rustig op de banken uitgestrekt +en, naar hunne gewoonte, elkander verstaande zonder te spreken. Zij +hadden de vragen van Kin-Fo gehoord en eveneens de antwoorden van +den kapitein, maar geen deel aan het gesprek genomen. Waarvoor zou +het gediend hebben, dat zij er zich mee bemoeiden, en waarom vooral +zouden zij zich over het oponthoud beklaagd hebben, dat hun cliënt +in zoo ontevreden stemming bracht? + +In waarheid, zij mochten aan tijd verliezen, maar zij wonnen in +veiligheid. Kin-Fo liep aan boord geen enkel gevaar, wijl de hand +van Lao-Shen hem er niet kon bereiken; wat zouden zij meer gewenscht +hebben? + +De termijn waarop hunne verantwoordelijkheid ophield, naderde met +rassche schreden. Nog veertig uur en geheel het leger van de Taï-pings +had zich op den ex-cliënt van _de Eeuw_ kunnen werpen zonder dat +zij een vinger zouden hebben uitgestoken om hem te helpen. Het zijn +practische menschen, die Amerikanen! Aan Kin-Fo gehecht zoolang hij +tweemaal honderdduizend dollars waard was! Dood onverschillig omtrent +hetgeen hem zou overkomen als hij geen sapeke meer waard zou zijn! + +Nadat Craig en Fry aldus geredeneerd hadden, gingen zij met den +meesten eetlust ontbijten. Zij hadden goeden voorraad meegenomen en +aten van denzelfden schotel, hetzelfde bord, eenzelfde hoeveelheid +stukken brood en koud vleesch. Zij dronken eenzelfde aantal glazen +van den heerlijken wijn van Chao-Chigne op de gezondheid van William +J. Bidulph. Zij rookten ieder een half dozijn sigaren en bewezen op +nieuw dat men Siamees kan wezen door gewoonte, als is men het niet +door geboorte. + +Die goede Yankees, die meenden dat zij aan het eind van hun rampspoed +waren! + +De dag ging rustig voorbij. Altijd dezelfde kalmte in de natuur, +hetzelfde zachte, »mollige" voorkomen van den hemel. Niets deed eene +verandering in de meteorologische gesteldheid van den dampkring +vermoeden. De wateren van de zee waren onbeweeglijk als die van +een meertje. + +Tegen vier uur verscheen Soun op het dek, wankelend en waggelend als +een dronken man, hoewel hij zijn geheele leven lang niet zoo matig +geweest was als gedurende de laatste dagen. + +Zijn gelaat dat eerst violet, daarna indigo, toen blauw, vervolgens +groen geweest was, begon nu weer geel te worden. Weder op den +vasten wal gekomen, zou hij zijn gewone kleur, oranje, spoedig +herkrijgen. Als een opwelling van boosheid hem dan rood maakte, +zou zijn gelaat successievelijk en in de natuurlijke volgorde al de +kleuren van het spectrum vertoond hebben. + +Soun sleepte zich naar de beide agenten, met halfgesloten oogen en +zonder een blik te durven slaan over de verschansing van de _Sam-Yep_. + +»Zijn wij er?"... vroeg hij. + +»Neen," antwoordde Fry. + +»Komen wij er haast?" + +»Neen", antwoordde Craig. + +»_Ai, ai, ya!_" kreet Soun. + +En in diepen wanhoop, geen kracht in zich gevoelende om iets meer +te zeggen, strekte hij zich aan den voet van den grooten mast uit, +allerlei krampachtige bewegingen makende, waardoor zijn korte staart +zich evenals het staartje van een hond bewoog. + +Ondertusschen waren op bevel van kapitein Yin de luiken +van het dek geopend om het ruim te luchten. Dat was een wijze +voorzorgsmaatregel. De zon zou spoedig de vochtigheid doen opdrogen, +die door een drie- of viertal golven, tijdens den typhon, in 't +inwendige van 't vaartuig gebracht was. + +Craig en Fry waren bij hunne wandelingen over het dek reeds +herhaaldelijk blijven stilstaan bij het groote luik. Een gevoel van +nieuwsgierigheid deed hen weldra besluiten om eens een kijkje te gaan +nemen in het in een grafkelder herschapen ruim. Zij daalden dus de +primitieve trap af, die daarheen leidde. + +De zon wierp door het geopende luik hare stralen midden in het ruim, +doch voor en achter was het zeer donker. De oogen van Craig en Fry +gewenden daar echter spoedig aan en weldra waren zij in staat om te +zien hoe deze buitengewone lading van de _Sam-Yep_ geborgen was. + +Het ruim was niet, zooals dit in de meeste koopvaardijjonken het +geval is, door schutten afgedeeld. Het was één groote ruimte, die +geheel volgeladen kon worden, daar er onder het voor- en achterdek +ruimte genoeg overbleef voor equipage en passagiers. + +Aan elke zijde van het ruim stonden, even regelmatig als in een +praalgraf, de vijf en zeventig doodkisten, die naar Fou-Ning gebracht +moesten worden. Stevig bevestigd konden zij noch door de slingeringen +der jonk van hunne plaats geraken noch eenigermate de veiligheid van +het vaartuig in gevaar brengen. + +Door een smallen gang, die vrijgelaten was tusschen de dubbele rij +kisten, kon men van het eene einde van het ruim naar het andere gaan, +nu eens in het volle licht als men in de nabijheid van het luik was, +dan weder in schemerlicht of in een bijna volkomen duister. + +Craig en Fry liepen zwijgend, alsof zij zich in een praalgraf bevonden, +in dezen gang op en neder. + +Zij keken niet zonder eenige nieuwsgierigheid naar de zonderlinge +lading. + +Er waren lijkkisten van allerlei aard, van allerlei vorm en afmeting, +kostbaar of armoedig. Van de landverhuizers, die door nooddruft +naar de overzijde der Stille Zuidzee gedreven waren, waren sommige +rijk geworden in de mijnen van de Nevada en den Colorado of in +Californië, doch dit waren er, helaas, slechts weinige. De andere +waren er arm en ellendig gekomen en arm en ellendig gestorven. Maar +allen keerden nu gelijkelijk naar hunnen geboortegrond terug, aan +elkander gelijk door den dood. Een tiental kisten waren van kostbaar +hout en versierd met al de fantasie der Chineesche weelde, de meeste +andere bestonden eenvoudig uit zes planken, ruw in elkander geslagen +en geel geverfd. Maar rijk of arm, op elke kist stond een naam dien +men kon lezen als men het ruim doorging: Lien-Fou van Yung-Ping-Fu, +Nan Loou van Fou-Ning, Shen-Kin van Lin-Kia, Luang van Ku-Li-Kao, +enzoovoorts. Er was geen vergissing of verwarring mogelijk. Ieder lijk +was behoorlijk gewaarmerkt en zou aan zijn adres bezorgd worden, om +op het veld het uur der definitieve teraardebestelling af te wachten. + +»'t Ziet er netjes uit," zei Craig. + +»Zeer netjes!" antwoordde Fry. + +Zij zouden hetzelfde gezegd hebben als zij een der groote magazijnen +van San Francisco of New-York bezichtigd hadden. + +Aan het uiterste einde van het ruim, waar het licht nagenoeg niet +doordrong, waren zij blijven staan, en voordat zij weder naar boven +gingen, lieten zij nogmaals hunne blikken over de stapels der kisten +gaan. + +Plotseling werd hun aandacht door eenig geritsel getrokken. + +»Zeker een rat!" zeide Fry. + +»Ja, dat zal een rat zijn!" antwoordde Craig. + +Het was geen voordeelige lading voor zulk een knaagdier. Rijst, +of maïs, of gierst zou beter naar zijn zin geweest zijn. + +Het geluid hield evenwel aan. Het was ontstaan op manshoogte, aan +stuurboordzij, dus bij de bovenste rij kisten. Als het geen geknabbel +van tanden was, kon het niets anders zijn dan een gekrabbel van +klauwen of nagels! + +»Frrrr! Frrrr!" deden Craig en Fry. + +Maar het geraas hield niet op. + +De twee agenten kwamen naderbij en luisterden met ingehouden adem. Het +gekrab kwam stellig uit een der bovenste doodkisten. + +»Ze zullen toch geen schijndooden Chinees in een van de kisten gepakt +hebben?" vroeg Craig. + +»Die eerst na een overtocht van vijf weken weder levend geworden +is?" antwoordde Fry. + +De twee agenten legden de hand op de verdachte kist en er was geen +twijfel aan of er was beweging in. + +»Drommels!" fluisterde Craig. + +»Drommels!" fluisterde ook Fry. + +Hetzelfde denkbeeld ontstond plotseling bij beiden, en wel dat Kin-Fo +vermoedelijk door eenig gevaar bedreigd werd. + +Zij namen de hand van de kist af en voelden dat het deksel zeer +zorgvuldig opgetild werd. + +Craig en Fry, als lieden die zich nergens over verbaasden, hielden +zich doodstil, en daar zij in het donker niets konden zien, spitsten +zij hunne ooren op hetgeen zij zouden hooren. + +»Ben jij het, Couo?" sprak een stem zeer voorzichtig en zacht +fluisterend. + +Bijna op hetzelfde oogenblik antwoordde een stem uit een der kisten +aan bakboord op dezelfde wijze: + +»Ben jij het, Fo-Kien?" + +En toen wisselden zij zeer vlug de volgende woorden: + +»Van nacht, niet waar?" + +»Ja, van nacht!" + +»Voordat de maan opkomt?" + +»Bij de tweede nachtwake." + +»En de anderen?" + +»Zijn allen gewaarschuwd." + +»Zes-en-dertig uur in een doodkist! Ik heb er genoeg van!" + +»Ik niet minder." + +»Als Lao-Shen het niet bevolen had...." + +»Stil toch!" + +Op het hooren van den naam van den gevreesden Taï-ping hadden Craig +en Fry onwillekeurig eene lichte beweging gemaakt en daarop waren de +deksels weder plotseling dichtgevallen. Het was op nieuw doodstil in +het ruim van de _Sam-Yep_. + +Na het tooneel in het ruim slopen Craig en Fry zoo voorzichtig mogelijk +weder naar het midden en klommen naar boven. Zij bleven eerst op het +dek staan, toen zij zeker wisten dat niemand hen hooren kon. + +»Met dooden die spreken...." begon Craig. + +»Is het niet pluis!" voltooide Fry. + +Een enkel woord had hun alles verraden. Dat was de naam Lao-Shen, +dien een der gewaande lijken uitgesproken had. + +De handlangers van dezen gevreesden Taï-ping waren er dus in geslaagd +zich aan boord te verbergen! Kon dit geschied zijn buiten weten van +kapitein Yin, of van zijn equipage, of van de manschappen die de +sombere lading aan boord hadden gebracht? Dat was onmogelijk. Na uit +het Amerikaansche vaartuig gelost te zijn, die ze van San-Francisco had +overgebracht, waren de doodkisten tweemaal vier en twintig uur in het +dok blijven staan. Toen hadden tien of misschien twintig manschappen +van de bende van Lao-Shen de kisten ongetwijfeld geledigd en de plaats +der lijken ingenomen. Maar had hun opperhoofd dan geweten of kunnen +weten dat Kin-Fo van plan was om zich aan boord van de _Sam-Yep_ +in te schepen? En hoe had hij dit kunnen weten? + +Ziedaar eene zeer duistere zaak, doch die op dit oogenblik niet +behoefde opgelost te worden. Zeker was het, dat er, sedert men Tahou +verliet, schelmen van de ergste soort aan boord waren; zeker was +het, dat Craig en Fry een hunner den naam van Lao-Shen had hooren +uitspreken; zeker was het dat het leven van Kin-Fo in onmiddellijk +gevaar verkeerde. + +In dezen nacht, in den nacht van 28 op 29 Juni, zou _de Eeuw_ een +verlies lijden van tweehonderdduizend dollars; een verlies dat der +maatschappij bespaard zou worden als het vier en vijftig uur later +geweest was, daar ook Kin-Fo zijn polis niet had vernieuwd! + +Men zou echter Craig en Fry slecht kennen als men meende dat zij in +deze ernstige omstandigheden hunne bezinning verloren. Hun besluit +was terstond genomen. Kin-Fo moest, voordat de tweede nachtwake begon, +de jonk verlaten, en zij beiden zouden hem vergezellen. + +Maar hoe zouden zij ontsnappen? Zich meester maken van de eenige boot +die de jonk aan boord had? Onmogelijk. Dat was een zware sloep, en al +de handen aan boord zouden noodig zijn om haar in zee te brengen. En +kapitein Yin, met zijn equipage, die er alles van wist, zouden hen +zien komen! Men moest dus wel zijn toevlucht tot iets anders nemen, +hoe gevaarlijk het ook wezen mocht. + +Het was zeven uur. De kapitein was nergens te zien en zat +waarschijnlijk in zijn hut. Hij wachtte mogelijk daar wel het uur af +dat de manschappen van Lao-Shen voor den dag zouden komen. + +»Er is geen oogenblik te verliezen!" zeiden Craig-Fry. + +Neen, geen enkel oogenblik! Het gevaar had niet dreigender kunnen +zijn als zij boven een mijn gestaan hadden en de lont, die daarmede +in verbinding stond, reeds aangestoken was. + +De jonk scheen, bij de volslagen windstilte, aan zichzelf +overgelaten. Een enkele matroos zat op het dek te slapen. + +Craig en Fry schoven dus de deur der kajuit open en vonden Kin-Fo daar. + +Hij sliep, doch men wekte hem onverwijld. + +»Wat is er?" vroeg hij. + +Enkele woorden waren voldoende om hem op de hoogte der zaak te +brengen. Zijn moed en zijne koelbloedigheid begaven hem gelukkig niet. + +»Laat ons die gewaande lijken spoedig in zee werpen", riep hij uit. + +Geen slecht idée, maar volkomen onuitvoerbaar met het oog op de +medeplichtigheid van kapitein Yin en het vermoedelijk aantal der +schelmen. + +»Wat dan?" vroeg Kin-Fo. + +»Dit even aantrekken", antwoordden Craig-Fry. + +Dit zeggende opende zij een der kisten, die zij uit Tong-Tchéou hadden +meegenomen, en boden hunnen cliënt een dier verwonderlijke drijfpakken +aan, waarvan de wereld de uitvinding aan kapitein Boyton dankt. + +De kist bevatte vier dergelijke pakken met al de gereedschappen en +werktuigen die er bij behooren en die het reddingstoestellen van de +beste soort doen zijn. + +»'t Is goed", zei Kin-Fo, »ga Soun maar waarschuwen." + +Een oogenblik later kwam Fry met Soun terug, die volkomen de kluts +kwijt was. Men moest hem geheel aankleeden. Hij liet ze machinaal +begaan en stiet alleen van tijd tot tijd zijn gewoon _ai ai ya_ uit! + +Om acht uur waren Kin-Fo en zijne metgezellen gereed. Men had hen voor +vier zeehonden hebben kunnen houden, die gereed stonden om in zee +te duiken. Om de waarheid te zeggen zou de zeehond Soun slechts een +zeer ongunstig denkbeeld gegeven hebben van de wonderbare vlugheid +dezer zoogdieren van de zee, zoo slap en onbeholpen zag hij er uit +in zijn waterdicht pak. + +In het oosten begon de lucht reeds donker te worden. De jonk dreef +onbeweeglijk bij de onafgebroken windstilte op de spiegelgladde +oppervlakte der zee. + +Craig en Fry maakten een der poorten van de kajuit achter in den +spiegel van de jonk open. Zonder plichtplegingen nam men Soun op +en stak hem door het luik naar buiten, waar men hem in de zee hoorde +plassen. Kin-Fo volgde hem onmiddellijk. Craig en Fry raapten alles bij +elkander wat zij noodig hadden en stapten op hunne beurt in het water. + +Alles was zeer stil en behendig in zijn werk gegaan en aan boord van de +jonk kon niemand vermoeden dat de bemanning vier personen minder telde. + + + + + +XIX. + + Dat zeer slecht afloopt voor kapitein Yin, gezagvoerder van + de _Sam-Yep_ en zijn equipage. + + +De toestellen van kapitein Boyton bestaan uitsluitend uit een enkel +kleedingstuk van caoutchouc, waarin het geheele lichaam sluit. Door +den aard der stof zijn ze waterdicht. Maar al kan het water er +niet doordringen de koude, die het gevolg zou zijn eener langdurige +indompeling, zooveel te beter. Deze kleedingstukken nu, zijn dubbel +en tusschen de stof en de voering kan men eene zekere hoeveelheid +lucht inblazen. + +De lucht strekt tot twee doeleinden. Ten eerste om het toestel beter +te doen drijven en ten tweede om te maken dat het menschelijk lichaam +op den duur niet te veel afkoelt. Met zulk een toestel kan men zoo +lang in het water vertoeven als men zelf maar verkiest. + +Het spreekt van zelf dat de sluiting er van niets te wenschen +overliet. De pantalon waarvan de voeten met zware zolen voorzien +waren, sloot om het middel met een ceintuur van staal, ruim genoeg +om het lichaam eenige vrijheid van beweging te laten. Het buis dat +aan dit ceintuur vast zat, sloot van boven met een stevige kraag, +waaraan de kap bevestigd was. Deze ging over het hoofd en sloot door +een elastieken band nauwkeurig om voorhoofd, wangen en kin. Men zag +dus van de kin niets anders dan de oogen, den neus en den mond. + +Aan het buis zaten verscheiden buizen van caoutchouc die dienden om +lucht in te brengen en deze te regelen naar den graad van dichtheid +die men voor het drijvende lichaam verlangde. Men kon dus, al naar men +verkoos, tot aan den hals onder water blijven, of slechts halverwege, +of zelfs als men wilde in het water staan. Er bestaat eene volkomen +vrijheid van handelen en beweging, en daarenboven eene volkomen +veiligheid. + +Ziedaar het toestel dat zijn uitvinder zooveel roem heeft bezorgd +en waarvan het nut bij tal van zeerampen ontwijfelbaar groot is. Het +wordt voltooid door een aantal bijkomende zaken: een waterdichten zak +met verschillende voorwerpen, die als een gordel om het lijf geslagen +wordt; een stevigen stok die aan de voeten in een haak bevestigd is +en waaraan men een klein fokzeil kan hangen, eene kleine pagaai die +al naar omstandigheden gebruikt kan worden om den toestel in beweging +te brengen of naar verkiezing te besturen. + +Kin-Fo, Craig, Fry en Soun dreven nu, aldus toegerust, op de +oppervlakte der zee. Soun werd door Craig of Fry voortgeduwd en +liet hen stil begaan en met eenige pagaaislagen waren zij weldra op +voldoenden afstand van de jonk verwijderd. + +De ingevallen duisternis was voor deze manoeuvre zeer gunstig +geweest. Zelfs al waren kapitein Yin en zijne matrozen op het dek +verschenen, toch zouden zij de vluchtelingen niet in het oog gekregen +hebben. Niemand had dan ook kunnen onderstellen, dat zij op deze wijze +de jonk hadden verlaten. De schurken uit het ruim zouden zulks eerst +op het laatste oogenblik kunnen gewaar worden. + +»Bij de tweede nachtwake," had de gewaande doode uit de laatste kist +gezegd: dus omstreeks middernacht. + +Kin-Fo en zijne gezellen hadden dus nog een paar uur tijd en inmiddels +hoopten zij zich wel een mijl van het schip te kunnen verwijderen. Er +begon werkelijk ook wat wind te komen, doch dit was nog zoo weinig, +dat men alleen op de pagaaien mocht vertrouwen, om uit het vaarwater +van de _Sam-Yep_ te komen. + +Na een paar minuten waren Kin-Fo, Craig en Fry zoodanig aan hun nieuwen +toestand gewend, dat zij instinctmatig alles deden wat de inrichting +van het toestel vorderde of onderstelde, zonder ooit te aarzelen of +mis te tasten. Soun zelfs had weldra zijne bezinning teruggekregen en +voelde zich in de zee veel beter op zijn gemak dan aan boord van de +jonk. Zijne zeeziekte was plotseling verdwenen. Het is dan ook een +groot verschil of men aan boord van een schip al de bewegingen van +dat vaartuig gevoelt, dan wel of men halverwege in het water met de +deining mededrijft. Soun maakte deze opmerking met zeer veel genoegen. + +Maar al was Soun niet zeeziek meer, hij was nu vreeselijk bang. Hij +vreesde dat de haaien misschien nog niet naar bed zouden zijn en +instinctmatig trok hij bij die gedachte zijne beenen omhoog als +vreesde hij dat zij daarin bijten zouden. + +Een klein beetje angst was hem, in zijne omstandigheden, dan ook +waarlijk zoo kwalijk niet te nemen. + +Kin-Fo en zijne makkers, wie het ongeluk op de meest krasse wijze bleef +vervolgen, zetten hunne vlucht in kapitein Boyton's drijftoestellen +voort. Bij het pagaaien lagen zij horizontaal uitgestrekt. Als zij +een oogenblik rustten, hernamen zij hunne verticale houding. + +Een uur nadat zij het vaartuig hadden verlaten, waren zij reeds een +halve mijl onder de lij van de _Sam-Yep_. Zij hielden een poosje +rust, op hunne pagaai geleund, daarbij echter zorg dragende dat zij +zachtjes spraken. + +»Die schurk van een kapitein!" zei Craig, om 't gesprek te openen. + +»Die vervloekte Lao-Shen!" antwoordde Fry. + +»'t Schijnt dat het je zonderling voorkomt?" zei Kin-Fo op den toon +van iemand die zich over niets meer verwondert. + +»Ja!" antwoordde Craig, »want ik kan niet begrijpen hoe die +ellendelingen te weten gekomen zijn dat wij passagiers aan boord +zouden zijn!" + +»'t Is waarlijk onverklaarbaar," voegde Fry er bij. + +»Het doet er niet toe," sprak Kin-Fo, »zij hebben het geweten en wij +zijn het gevaar ontsnapt!" + +»Ontsnapt!" antwoordde Craig. »Neen, zoolang de _Sam-Yep_ in 't +gezicht is, zijn wij niet buiten gevaar!" + +»Wat moet er gedaan worden?" vroeg Kin-Fo. + +»Laat ons al onze krachten inspannen", antwoordde Fry, »en ons zoover +van het vaartuig verwijderen dat wij bij 't aanbreken van den dag +uit het gezicht zijn!" + +En Fry blies een zekere hoeveelheid lucht in zijn kleed en steeg +daardoor halverwege uit het water. Hij nam daarop uit zijn borstzak +een flesch en een glas, vulde dat met besten brandewijn en reikte +het zijn cliënt over. + +Kin-Fo liet zich niet lang bidden en ledigde het glas tot den laatsten +druppel. Craig-Fry volgden zijn voorbeeld en Soun werd niet vergeten. + +»Hoe gaat het?.." vroeg hem Craig. + +»Beter!" antwoordde Soun na gedronken te hebben. »Zouden wij ook niet +een stukje kunnen eten?" + +»Morgen", zei Craig, »zullen wij ontbijten bij het aanbreken van den +dag en eenige kopjes thee...." + +»Koud!" riep Soun uit, een leelijk gezicht trekkende. + +»Warm!" antwoordde Craig. + +»Kan je dan vuur maken?" + +»Ik zal vuur maken." + +»Waarom zouden wij tot morgen wachten?" vroeg Soun. + +»Zou u dan soms willen dat ons vuur aan kapitein Yin en zijn +medeplichtigen onze tegenwoordigheid verried?" + +»Neen! neen!" + +»Dus, morgen!" + +Onze vrienden babbelden werkelijk even gezellig alsof zij »te huis" +waren! Alleen deed eene lichte deining hun eene op- en neergaande +beweging ondergaan, die min of meer komisch was. Zij bewogen zich +naar boven, evenals de toetsen van een klavier door de hand van een +pianist aangeroerd. + +»De bries neemt toe," merkte Kin-Fo op. + +»Dan moeten wij zeilen," antwoordden Craig-Fry. + +En zij maakten zich gereed den stok op de voeten te bevestigen, ten +einde er het zeil aan op te hijschen, toen Soun een kreet van schrik +deed hooren. + +»Zal je den mond houden, ezel!" liet zijn meester hooren. »Wil je +ons verraden?" + +»Maar ik meen iets gezien te hebben!...." stamelde Soun. + +»Houd den mond, schavuit," zei Kin-Fo, zijne hand op den schouder van +zijn bediende leggende. »Zelfs als je voelt dat je een been afgebeten +wordt, mag je nog niet schreeuwen, of..." + +»Of," voegde Fry er bij, »wij zullen hem met een messteek door zijn +pak naar beneden sturen, waar hij op zijn gemak kan schreeuwen!" + +Men ziet dat de arme Soun nog niet aan het eind van zijne jammeren +was gekomen. Hij was angstig, maar mocht toch geen geluid geven. Hij +had nog wel geen spijt de jonk, de zeeziekte en de passagiers in het +ruim verlaten te hebben, maar er scheelde toch niet veel aan. + +'t Was zoo als Kin-Fo had gezegd, de bries stak op, maar het was +slechts een van die tochtjes die gewoonlijk het opgaan van de zon +voorafgaan. Toch moest men er gebruik van maken, om zich zoover +mogelijk van de _Sam-Yep_ te verwijderen. Als de mannen van Lao-Shen +Kin-Fo niet vonden, zouden zij hem zekerlijk achtervolgen en als zij +in het gezicht waren, dan zouden zij spoedig met de sloep bereikt +zijn. Men moest dus zorgen om bij het aanbreken van den dag zoover +mogelijk uit 't gezicht te zijn. + +De bries woei uit het oosten. Welke ook de streken waren waarheen +de orkaan de jonk gevoerd had, in de golf van Léao-Tong, of die van +Pé-Tché-Dé, of zelfs in de Gele zee, men moest westwaarts sturen om +den vasten wal te bereiken. Daar had men kans eenige handelsjonken +te ontmoeten, die naar de monding van de Peï-ho voeren. Daar waren +nacht en dag visschersvaartuigen bij de kust. De kansen om opgenomen +te worden waren groot. Als de wind daarentegen uit het westen had +geblazen en de _Sam-Yep_ verder naar het zuiden was gevoerd dan de +kust van Korea, dan was er weinig kans op behoud. Voor hen lag, wijd +uitgestrekt, de zee, en als zij al de kusten van Japan bereikten, +dan zou het zeker niet anders zijn dan als lijk, drijvende in hun +ondoordringbaar kleed van caoutchouc. + +Maar, zooals reeds gezegd is, de bries zou waarschijnlijk gaan liggen +bij het opgaan der zon en men deed zeer verstandig zich zoover mogelijk +uit de voeten te maken. + +Het was ongeveer 10 uur in den avond. De maan moest even voor +middernacht opkomen. Men had dus geen minuut te verliezen. + +»Maak zeilklaar!" riepen Fry-Craig. + +Dit was zeer eenvoudig. Iedere voetzool van den rechtervoet van het +pak had een bus, waarin de stok, die als mast dienst moest doen, +kon worden bevestigd. + +Kin-Fo, Soun en de beide agenten strekten zich op den rug uit; +vervolgens trokken zij het been op, bogen de knie en plaatsten den stok +in de bus, na aan het uiteinde het hijschtouw van het zeil bevestigd +te hebben. Zoodra zij de horizontale houding hadden hernomen maakte +de stok een rechten hoek met hun lichaam en stond flink naar boven. + +»Hijsch het zeil!" riepen Fry-Craig. + +En ieder trok met de rechterhand aan het touw en bracht zoodoende +een klein driekant zeil naar boven. + +Het touw werd in den stalen gordel bevestigd, men hield den schoot +in de hand en de bries in de vier fokzeilen blazende, dreef de kleine +vloot van scaphanders vooruit. + +Verdienden die »schip-mannen" den naam van scaphanders niet meer nog +dan de onderzeesche werklieden aan wie men dien gewoonlijk geeft? + +Tien minuten later manoeuvreerde ieder met de meeste veiligheid en +gemakkelijkheid. + +Zij stuurden in gezelschap zonder elkander uit het oog te +verliezen. Men zou ze hebben kunnen aanzien voor een troepje groote +zeemeeuwen, die met uitgestrekte vleugels langs de wateren scheerden. + +De toestand, waarin de zee verkeerde, begunstigde de beweging +zeer. Geen enkele golfslag verstoorde de lange en kalme golving +harer oppervlakte. + +Slechts een paar maal vergat Soun de voorschriften van Fry-Craig en +kreeg hij, bij het omwenden van het hoofd, eenige monden vol zout +water in. Maar dat raakte hij spoedig kwijt. Hij gaf daar trouwens +niet veel om, maar was nog altijd gepijnigd door den angst dat hij +een collectie haaien zou tegenkomen! Men bracht hem echter aan het +verstand dat hij minder gevaar liep als hij dreef dan in verticale +houding. De muil toch van den haai is zoo ingericht dat hij zich om +moet wentelen om zijn prooi te bemachtigen en die beweging maakt +het hem niet gemakkelijk om een voorwerp dat aan de oppervlakte +drijft, te grijpen. Daarenboven heeft men opgemerkt dat deze dieren +eenigszins huiverig schijnen te zijn om voorwerpen, die zich bewegen, +te grijpen. Als Soun dus onophoudelijk in beweging bleef, liep hij het +minste gevaar; men kan dus begrijpen dat hij heel wat beweging maakte. + +De scaphanders zetten hun tocht op deze wijze ongeveer een uur voort, +juist lang genoeg voor Kin-Fo en zijne gezellen. Zij waren nu op vrij +voldoenden afstand van de jonk, maar een langer voortgaan zou hen te +veel vermoeid hebben, zoowel door de spanning van het zeil als door +de vrij krachtige kabbeling der golven. + +Craig-Fry gaven het bevel om te stoppen. De schoten werden gevierd +en de kleine vloot hield stil. + +»Vijf minuten rust, als 't belieft, mijnheer?" zei Craig, zich tot +Kin-Fo wendende. + +»Gaarne." + +Daarop hernamen allen, met uitzondering van Soun, die uit voorzorg +horizontaal wilde blijven, hunne verticale houding. + +»Nog een glaasje brandewijn?" vroeg Fry. + +»Met genoegen," antwoordde Kin-Fo. + +Voor het oogenblik hadden zij niets anders noodig dan eenige droppels +van deze opwekkende likeur. De honger kwelde hen nog niet. Zij hadden +een uur vóór zij de jonk verlieten, gegeten en konden dus tot den +volgenden morgen wachten. Zij gevoelden ook geen koude. De luchtlaag +die zich tusschen hun lichaam en het water bevond, behoedde hen voor +afkoeling. De normale temperatuur van hun lichaam was ongetwijfeld +sedert hun vertrek nog geen graad gedaald. + +Was de _Sam-Yep_ nog altijd in het gezicht? + +Craig en Fry keerden zich om. Fry nam een nachtkijker uit zijn zak +en bespiedde zorgvuldig den oostelijken gezichteinder. + +Er was niets te zien. Ook niet de schaduw, nauwelijks zichtbaar, +die de vaartuigen tegen den donkeren achtergrond van het luchtruim +afteekenen. Overigens was de nacht donker; het mistte een weinig en +er waren bijna geen sterren. De planeten waren slechts flauw aan den +hemel te zien. Maar waarschijnlijk zou de maan, die spoedig haar +halven cirkel moest vertoonen, de lichte nevels optrekken en een +vrijer uitzicht openen. + +»De jonk is op verren afstand!" zei Fry. + +»De schurken slapen nog," antwoordde Craig en zullen niets van de +bries bespeurd hebben." + +»Willen wij weder voortgaan?" sprak Kin-Fo, terwijl hij zijn schoot +aanhaalde en op nieuw den wind in het zeil liet spelen. + +Zijne reisgenooten volgden zijn voorbeeld; allen hernamen de vorige +houding en dreven--de bries was iets verminderd--in dezelfde richting +weder vooruit. + +Zij gingen steeds voorwaarts. Bijgevolg zou de maan, die in het +oosten opkwam, niet dadelijk hun aandacht trekken; maar zij zou +met hare stralen het eerst den tegenovergestelden gezichteinder +verlichten en 't was deze gezichteinder dien zij met de meeste aandacht +bespiedden. Misschien zouden zij, in plaats van de regelmatige lijn +door de lucht en het water gevormd, een kustlijn ontdekken, door het +maanlicht beschenen. Het zou de kust zijn van het Hemelsche rijk, dat +hun, waar zij het ook betreden mochten, veiligheid zou aanbieden. De +kust zou vrij zijn en daar er zoo goed als geen branding zou wezen, +kon men op eene veilige landing rekenen. Eens op den vasten wal zou +men wel zien wat verder te doen. + +Omstreeks kwart voor twaalf toonden zich de eerste lichtstrepen en +werd de nevel zwak verlicht. + +Noch Kin-Fo, noch zijne metgezellen keerden zich om. De bries die in +frischheid toenam, terwijl de dampen werden opgetrokken, dreef hen snel +voort. Maar zij bespeurden dat de omgeving gestadig helderder werd. + +Terzelfder tijd werd het gesternte beter zichtbaar. De opstekende +wind dreef den nevel voor zich heen, en de scaphanders gevoelden dat +het water krachtiger in beweging werd gebracht. + +De maanschijf, eerst rood als koper, nu wit als zilver, verlichtte +spoedig het geheele luchtruim. + +Eensklaps ontsnapte aan den mond van Craig een echt Amerikaansche +vloek. + +»De jonk!" riep hij. + +Allen hielden stil. + +»Strijk de zeilen!" beval Fry. + +In een oogenblik waren de vier fokzeilen naar beneden gehaald en de +masten uit de bus genomen. + +Kin-Fo en zijne reisgenooten, plaatsten zich in verticale houding en +keken om. + +De _Sam-Yep_ was dáár op een mijl afstand, en teekende zich, met +volle zeilen, op den verlichten gezichteinder af. + +Het was de jonk wel. Zij had de zeilen geheschen en maakte gebruik van +de bries. Kapitein Yin had zonder twijfel het verdwijnen van Kin-Fo +bespeurd, zonder te kunnen begrijpen op welke wijze hij ontsnapt +was. Op goed geluk af had hij, in overleg met de medeplichtigen uit +het ruim, de vervolging begonnen, en binnen een kwartier zouden Kin-Fo, +Soun, Craig en Fry weder in zijne handen vallen! + +Maar had men hen bespeurd, te midden van de lichtstralen, die de maan +over de oppervlakte van het water schoot? Neen, misschien niet! + +»Omlaag met het hoofd!" zei Craig, zich aan deze hoop vastklemmende. + +Men begreep hem. Men liet uit de pijpjes van het toestel eenige lucht +ontsnappen en de vier scaphanders dompelden dieper in het water en +wel zóó, dat alleen hun gelaat nog aan de oppervlakte was. Het kwam er +nu op aan te zwijgen en zich niet te verroeren. De jonk vorderde met +snelheid. Hare hooge zeilen wierpen zware schaduwen over de wateren. + +Vijf minuten later was de _Sam-Yep_ op een halve mijl afstand. Men zag +de matrozen achter de verschansing heen en weder loopen. De kapitein +stond aan het roer. + +Deed hij zijn best om de vluchtelingen te achterhalen? of was het +hem alleen te doen om het meest mogelijke voordeel van den wind te +hebben. Men wist het niet. + +Eensklaps deden zich kreten hooren. Er vertoonden zich een massa +personen op het dek van de _Sam-Yep_. Luid getier werd vernomen. + +Het leed geen twijfel, er was eene worsteling ontstaan tusschen de +gewaande dooden, uit het ruim ontsnapt, en de equipage van de jonk. + +Maar waartoe die worsteling? Waren dan de schurken, matrozen en +zeeroovers, het niet eens? + +Kin-Fo en zijne makkers hoorden duidelijk aan de eene zijde woedende +scheldwoorden, aan den anderen kant kreten van smart en wanhoop, +die echter binnen weinige minuten werden verdoofd. + +Daarop duidde een heftig geplons in het water langs de jonk aan, +dat er eenige lichamen over boord werden geworpen. + +Neen! kapitein Yin en zijne bemanning waren de medeplichtigen niet +van Lao-Shen! De arme lieden waren integendeel door hen verrast en +vermoord. De schurken, die zich aan boord verscholen hadden--zonder +twijfel met behulp van de sjouwerlieden te Takou--hadden geen ander +plan gehad dan zich van de jonk meester te maken voor rekening van den +Taï-ping, en zeker was het hun onbekend geweest dat Kin-Fo passagier +aan boord van de _Sam-Yep_ was. + +Als zij gezien werden en gevat, dan zouden zeker noch Kin-Fo, noch +Fry-Craig, noch Soun genade vinden bij deze ellendelingen. + +De jonk kwam steeds nader. Zij was vlak bij de vluchtelingen toen, +door eene gelukkige wending, de schaduw van de zeilen op hen viel. + +Zij doken onder. + +Toen zij weder aan de oppervlakte verschenen, was de jonk voorbij; zij +waren niet ontdekt; het vaartuig werd snel door den wind voortgedreven. + +Een lijk dreef het achterna en werd door de beweging van het kielwater +van de jonk naar de scaphanders gedreven. + +Het was het lichaam van den kapitein, met een dolk in de zijde. De +lange plooien van zijn gewaad hielden het boven water. + +Daarop zonk het en verdween in de diepte der zee. + +Aldus was het uiteinde van den vroolijken kapitein Yin, gezagvoerder +van de _Sam-Yep_. + +Tien minuten later was de jonk in westelijke richting uit het oog +verloren en dreven Kin-Fo, Craig-Fry en Soun weder alleen op de +oppervlakte van de zee. + + + + + +XX. + + Waarin men zien zal waaraan men zich blootstelt als men + kapitein Boyton's drijftoestel gebruikt. + + +Drie uren later werd de horizon verhelderd door de eerste voorteekenen +van den dageraad, en het duurde niet lang of men kon de zee in hare +geheele uitgestrektheid overzien. + +De jonk was reeds uit het gezicht. Zij was de vier drijvers spoedig +vooruit gezeild en deze hadden volstrekt geen begeerte om bij haar te +blijven. Zij volgden wel denzelfden weg naar het westen, voortgestuwd +door denzelfden wind, maar de _Sam-Yep_ moest hun thans meer dan drie +mijlen voor zijn. Er was dus voor onze vrienden van die zijde niets +meer te vreezen. + +Maar al was dit gevaar geweken, toch nam dit niet weg dat hun toestand +hoogst ernstig bleef. + +De zee was zoo ver het oog reikte eenzaam en verlaten. Geen schip +of visscherssloep was ergens te bespeuren. Geen spoor van land was +noord- of oostwaarts te ontdekken. Niets duidde aan dat men dicht +bij een of andere kust was. Waren zij in de golf van Pé-Tché-Li of +in de Gele zee? Men wist er niets van. + +Toch werd de oppervlakte van het water nog door een tochtje +bewogen. Men mocht het niet verloren laten gaan. De richting, die +de jonk genomen had bewees dat het land, na korter of langer tijd, +in het westen zou opdagen en dat men het in elk geval aan die zijde +moest zoeken. + +Men kwam dus met elkander overeen dat zij weder onder zeil zouden +gaan, doch niet voordat men zich eenigermate had versterkt. De maag +deed hare rechten gelden, en nadat men tien uur in zee gedreven had, +was dat waarlijk niet te verwonderen. + +»Laat ons eerst ontbijten", zei Craig. + +»En zoo goed mogelijk!" voegde Fry er bij. + +Kin-Fo gaf een teeken van toestemming, en aan de wijze waarop Soun +met de lippen smakte, bleek voldoende hoe hij er over dacht. Hij was +uitgehongerd en dacht er zelfs op dit oogenblik niet aan dat haaien +hem zelf wel eens voor hun ontbijt konden uitkiezen. + +De waterdichte zak werd voor den dag gehaald en geopend. Fry haalde +er uitmuntenden voorraad uit, brood en ingelegde vruchten, eenig +tafelgereedschap, kortom al wat men noodig had om zich behoorlijk +te ontnuchteren. Van de honderd schotels, die een Chineesch maal +behooren te versieren, ontbraken er wel acht en negentig, maar er was +genoeg voor de behoeften der vier, die er gebruik van zouden maken +en de omstandigheden waren er niet naar dat men buitengewone eischen +mocht stellen. + +Men ontbeet dus heerlijk, want de zak bevatte voorraad voor twee +dagen. Als men binnen dien tijd niet aan land kwam zou men er ook +wel nooit komen. + +»Maar wij zijn goedsmoeds", verklaarden Craig-Fry. + +»Hoe kunt ge nu zoo goedsmoeds zijn?" vroeg Kin-Fo niet zonder eenige +spotternij. + +»Omdat het geluk ons nu reeds weer meeloopt", antwoordde Fry. + +»Hé, vindt ge dat?" + +»Ja zeker", verklaarde Craig. »Het groote gevaar was de jonk en +daaruit zijn we ontsnapt." + +»Nooit, mijnheer", voegde Fry er bij, »nooit, zoolang wij de eer gehad +hebben bij uw persoon in dienst gesteld te zijn, werd uw leven minder +bedreigd dan op dit oogenblik." + +»Geen Taï-ping ter wereld...." zei Craig. + +»Zou u hier kunnen treffen...." zei Fry. + +»En u drijft zeer aardig...." voegde Craig er bij. + +»Voor iemand die tweehonderd duizend dollars weegt", vulde Fry aan. + +Kin-Fo moest glimlachen, of hij wilde of niet. + +»Als ik drijf", antwoordde hij, »dank ik dat u, mijnheeren! Zonder +uw hulp was ik thans daar, waar de arme kapitein Yin is!" + +»Wij zelf ook!" antwoordden Fry-Craig. + +»En ik dan!" riep Soun uit, terwijl hij bijna stikte in een groot +stuk brood, dat hij slechts met moeite kon verzwelgen. + +»'t Doet er niet toe", hernam Kin-Fo, »ik weet wat ik u schuldig ben!" + +»U zijt ons volstrekt niets schuldig", antwoordde Fry, »daar u +verzekerd zijt bij _de Eeuw_...." + +»Groote algemeene levensverzekeringsmaatschappij...." + +»Met een waarborgkapitaal van twintig millioen dollars....." + +»En wij hopen vurig...." + +»Dat zij geen cent aan u verliezen zal!" + +In zijn hart was Kin-Fo zeer getroffen door de zorgen die de beide +agenten voor hem gehad hadden, wat dan ook de beweegredenen mochten +geweest zijn. Ook maakte hij van dat gevoel geen geheim voor hen. + +»Wij zullen over dit alles wel eens nader spreken", voegde hij er bij, +»als Lao-Shen mij eerst maar den brief teruggegeven heeft, dien Wang +hem zoo ter kwader uur heeft ter hand gesteld." + +Craig en Fry zagen elkander aan. Een schier onmerkbare glimlach +speelde om hunne lippen. Zij hadden blijkbaar weder op hetzelfde +oogenblik hetzelfde denkbeeld gehad. + +»Soun!" sprak Kin-Fo. + +»Wat blieft mijnheer!" + +»Mijn thee!" + +»Ik zal u helpen, mijnheer!" antwoordde Fry. + +En het was goed dat Fry antwoordde, want als Soun het had moeten +doen, zou het wel eens kunnen geweest zijn met de minder eerbiedige +vraag hoe zijn heer dacht dat hij hem zijn thee had kunnen brengen, +terwijl beiden midden in den oceaan dreven. + +Voor de beide agenten evenwel was de oplossing van deze quaestie +slechts een kleinigheid. + +Fry nam namelijk uit den waterdichten zak een klein instrument, dat +zeer eigenaardig bij het drijfpak van kapitein Boyton behoort. Het +kan des nachts dienst doen als lantaarn, als het koud is als +verwarmingstoestel en als men iets warmen of koken wil als kookfornuis. + +Niets eenvoudiger dan dit. Een kokertje van vijf of zes duim, verbonden +aan een metalen bakje, van boven en van onderen met een kraantje, +alles omsloten door een stuk kurk zooals de drijvende thermometers +waarmede men de warmte van het water in badkuipen meet--ziedaar het +instrument waarvan wij spreken. + +Fry liet het op de oppervlakte van het water drijven. + +Met de eene hand opende hij toen de bovenste kraan en met de andere +de onderste die met het metalen bakje in verbinding stond. + +Terstond steeg een heldere vlam uit het kokertje op, die eene duidelijk +merkbare warmte verspreidde. + +»Ziedaar ons fornuis", zeide Fry. + +Soun kon zijne oogen niet gelooven. + +»Maakt u vuur van water?" riep hij uit. + +»Van water en phosphorcalcium!" antwoordde Craig. + +Het werktuig was inderdaad zoodanig ingericht dat men op vernuftige +wijze partij trok van een der eigenaardige eigenschappen van het +phosphorcalcium, die phosphorverbinding welke, als zij met water +in aanraking komt, phosphorhoudend waterstofgas voortbrengt. Dit +gas ontbrandt van zelf in de lucht en noch de regen, noch de wind, +noch de zee kan het uitblusschen. Daarom wordt het thans ook gebruikt +om de nieuwste reddingsboeien te verlichten. Als men zulk een boei +in zee werpt komt het phosphorcalcium met het water in aanraking, +waaruit dadelijk eene heldere vlam te voorschijn springt, die den over +boord gevallen man de plaats aanwijst waar hij redding vinden kan of +den matrozen toont waar zij hem terstond te hulp kunnen komen [15]. + +Terwijl de vlam uit den koker opsteeg, hield Craig er een ketel met +zoetwater boven, uit een tonnetje dat hij in zijn waterdichten zak +mede van boord genomen had. + +Het water kookte spoedig en Craig schonk het toen over in een trekpot +waarin eenige lepeltjes thee gedaan waren. Spoedig daarop kregen Kin-Fo +en Soun elk een geurigen kop van dit thans op zijn Amerikaansch gezette +aftreksel en het smaakte hun werkelijk even goed als gewoonlijk de +op Chineesche wijze bereide thee. + +Met dezen warmen drank werd het ontbijt op »zooveel" graden breedte +en »zooveel" lengte op waardige wijze besloten; als men een sextant +en een chronometer had gehad, zou men ook op enkele seconden na de +plaats hebben kunnen bepalen waar. Deze instrumenten zullen zeker ook +spoedig eene plaats onder den voorraad van kapitein Boytons reiszak +vinden en dan zullen de schipbreukelingen ook gewaarborgd zijn tegen +het gevaar van op den oceaan te verdwalen. + +Kin-Fo en zijne metgezellen gevoelden zich na dit eigenaardige ontbijt +behoorlijk uitgerust en versterkt; zij heschen nu het zeil weder in +top en zetten hun tocht westwaarts voort. + +De bries woei nog twaalf uur achter elkander en de scaphanders, die +den wind achter zich hadden, legden in dien tijd een aanzienlijken +afstand af. Alleen moesten zij nu en dan even met de pagaai sturen, +om in de juiste richting te blijven. Op den rug liggende en van zelf +gemakkelijk voortglijdende, voelden zij groote neiging om in slaap +te vallen. Het was echter dringend noodzakelijk om zich daartegen te +verzetten en Craig en Fry wisten daarvoor geen beter middel dan elk +eene geurige sigaar op te steken, die zij even rustig oprookten als +een dandy zulks in de zwemschool doet. + +Meermalen, intusschen, werden de tochtgenooten gestoord door de +luchtsprongen van eenige zeedieren, die den ongelukkigen Soun grooten +schrik op het lijf joegen. + +Het waren gelukkig slechts onschadelijke bruinvisschen. Die »clowns" +der zee kwamen heel nieuwsgierig eens een kijkje nemen naar de vreemde +wezens, die in hun element ronddreven,--zoogdieren even als zij, +maar op verre na niet als zij, thuis in dat element. + +Het was een vreemd schouwspel! Die bruinvisschen maakten in troepen +hunne opwachting, zij schoten als pijlen voorbij en deelden het water +een smaragdgroene kleur mede; zij maakten luchtsprongen van vijf of +zes voet boven de golven uit en bewezen daardoor de buigzaamheid en +kracht hunner spieren. Als de arme scaphanders het water maar even +snel als zij hadden kunnen doorklieven, eene snelheid welke die van +de beste schepen overtreft, wat zouden zij spoedig het land bereikt +hebben! Zij zouden haast lust gekregen hebben zich aan eenige van die +dieren vast te sjorren en zich door hen te laten voortslepen. Maar +welke buitelingen en onderdompelingen! Dan was het toch maar beter zich +met de verplaatsing door den wind te vergenoegen, die wel langzamer, +maar toch oneindig veiliger geschiedde. + +Intusschen ging tegen den middag de wind geheel liggen. Hij eindigde +met grillige dwarlwindjes, die een oogenblik de kleine zeilen deden +zwellen om ze even daarna slap te laten hangen. De hand behoefde zich +niet meer in te spannen om den schoot vast te houden en het zog liet +noch aan de voeten noch aan het hoofd der scaphanders het eigenaardig +gemurmel hooren. + +»Een lelijk..." zei Craig. + +»Geval!" antwoordde Fry. + +Men hield een oogenblik op. De masten werden gestreken, de zeilen +geborgen en allen, zich in den vertikalen stand plaatsende, bespiedden +den horizont. + +De zee was altijd verlaten. Geen enkel zeil in 't gezicht, geen enkele +rookpluim eener stoomboot, zich tegen den hemel afteekenende. Een +brandende zon had al de dampen opgeslorpt en de lucht verdund. Zelfs +menschen die niet gekleed waren geweest in een dubbele laag caoutchouc, +zouden de temperatuur van het water warm gevonden hebben! + +Hoe gerust nu Fry-Craig hadden voorgegeven te zijn over den uitslag +van dit avontuur, waren zij nu toch niet zeer op hun gemak. En geen +wonder, want de sedert ongeveer zestien uur afgelegde afstand kon +niet bepaald worden en daarenboven werd het hoe langer hoe vreemder +dat niets de nabijheid van de kust verried, noch handelsvaartuig, +noch visschersboot, noch eenig ander vaartuig die zich gewoonlijk +niet ver in zee wagen. + +Gelukkig waren Kin-Fo, Craig en Fry geen menschen die zich heel gauw +uit het veld lieten slaan. Zij hadden nog voorraad voor een dag en +er deed zich geen enkel teeken voor dat het weder slecht zou worden! + +»Pagaaien maar!" zeide Kin-Fo. + +Dat was het signaal om de reis te vervolgen, en nu eens op den rug, +dan weder op den buik, roeiden de scaphanders in de richting van het +westen voort. + +Men vorderde niet hard. Door dat pagaaien werden de armen, die het +niet gewoon waren, spoedig vermoeid. Men moest dikwijls ophouden +en op Soun wachten die achterbleef en telkens zijne klaagliederen +hervatte. Zijn meester beknorde hem, berispte en bedreigde hem, +maar Soun was niet bang voor 't geen nog van zijn staart overbleef +daar het beschermd werd door de dikke kap van caoutchouc en liet hem +eenvoudig praten. Toch was de vrees om verlaten te worden voldoende +om op korten afstand te blijven. + +Tegen twee uren vertoonden zich eenige vogels. Het waren meeuwen, maar +deze, vlugge vogels wagen zich zeer ver in zee. Men kon dus uit hunne +tegenwoordigheid niet afleiden dat de kust dichtbij was. Niettemin +werd het als een gunstig voorteeken beschouwd. + +Een uur later geraakten de scaphanders in een net van zeekroos verward +waaruit zij moeite hadden zich te verlossen. Met behulp van hunne +messen moesten zij zich een weg door dien chaos van zeeplanten banen. + +Daarmede ging een groot half uur verloren en een verbruik van krachten +die beter hadden besteed kunnen worden. + +Te vier uur hield de kleine drijvende troep wederom stil om uit te +rusten, want het is onnoodig te zeggen dat zij zeer vermoeid waren. Er +was een vrij sterke bries opgestoken, maar, hetgeen eene verontrustende +omstandigheid mocht genoemd worden, woei zij toen uit het zuiden. En +inderdaad konden de scaphanders slechts voor den wind zeilen, en +niet als een sloep waarvan de kiel haar tegen afdrijven bewaart, +het bij den wind of halven wind houden. Indien zij dus zeil zetten, +zouden zij gevaar loopen om Noord te halen en een gedeelte van het +West dat zij eens gemaakt hadden weder te verliezen. Daarenboven werd +de deining sterker, terwijl eene sterk opkomende zee de positie nog +lastiger maakte. + +Zij bleven dus vrij lang halt houden. Zij rustten niet alleen uit maar +gaarden ook krachten, door op nieuw hun voorraad aan te spreken. Dit +diner was minder vroolijk dan het ontbijt. Binnen weinige uren zou +de nacht weder aanbreken. De wind wakkerde aan.... Hoe te handelen? + +Kin-Fo op zijn pagaai geleund, de wenkbrauwen gefronst, ontevredener +nog dan wel ongerust over dien hardnekkigen tegenspoed, sprak geen +woord. Soun jammerde onophoudelijk en niesde reeds als iemand die +door een geduchte verkoudheid bedreigd wordt. + +Craig en Fry gevoelden zich stilzwijgend door hunne lotgenooten om +raad gevraagd, maar wisten niet wat te antwoorden! + +Eindelijk verschafte een gelukkig toeval hun een antwoord. + +Eenige minuten voor vijf uren, wezen Craig en Fry tegelijk met de +hand naar het zuiden, onder den uitroep: + +»Een zeil!" + +En werkelijk vertoonde zich drie mijlen te loevert een vaartuig, dat +kracht van zeilen maakte. De koers dien het nu met den wind achter +zich volgde, moest het brengen vlak bij de plaats, waar zich Kin-Fo +met zijne metgezellen bevonden. + +Zij hadden dus niets anders te doen dan den weg dien het schip volgde, +te snijden en het daartoe in rechte lijn te gemoet te gaan. + +Zij manoeuvreerden onmiddellijk in die richting en voelden hunne +krachten terugkeeren. Nu zij de uitkomst als het ware in hunne eigen +handen hadden, zouden zij haar niet laten ontsnappen. De wind, die naar +de andere zij woei, belette hen gebruik van hunne zeilen te maken, +doch zij konden het wel met hunne pagaaien af, daar de afstand niet +groot was. + +De wind nam gaande weg toe en men zag het schip steeds grooter +worden. Het was een visschersjonk en daaruit kon men afleiden dat men +dicht onder de kust was; de visschers in die streken wagen zich toch +zelden ver in volle zee. + +»Houdt moed! Maakt voort!" riepen Craig en Fry, zelf met kracht de +pagaai hanteerende. + +Zij behoefden echter hunne tochtgenooten niet aan te sporen. Kin-Fo, +horizontaal op het water uitgestrekt, sneed door de golven als een +bruinvisch. En wat Soun betreft, die overtrof zichzelf en was, uit +vrees van achter te blijven, de anderen van tijd tot tijd zelfs voor. + +Nog een halve mijl moest men afleggen om in het vaarwater der jonk +te komen. Daarenboven was het midden op den dag en al kreeg men de +scaphanders niet in het oog, dan zouden zij met hunne stemmen de +aandacht der schepelingen wel weten te trekken. Zouden deze echter +niet op de vlucht gaan als zij door zulke zonderling toegetakelde +wezens aangeroepen werden? Dat was al weder een kwade kans, die zij +best loopen konden. + +Hoe het ook zij, men had geen oogenblik te verliezen. De armen werden +dan ook weder krachtiger uitgeslagen, de pagaaien raakten met snellen +slag het schuim der korte golven, de afstand verminderde in 't oog +loopend, toen Soun op eens een vreeselijken angstkreet deed hooren. + +»Een haai! een haai!" + +En Soun had zich ditmaal niet bedrogen. + +Op ongeveer twintig voet afstands zag men twee voorwerpen zich +bewegen. Het waren de vinnen van een verscheurend dier, in die zeeën te +huis, van den tijgerhaai, die met recht den naam verdient welken men +hem gegeven heeft, want de natuur heeft hem de woestheid toegedeeld, +den tijger en den haai eigen. + +»De messen gereed!" riepen Fry en Craig. + +Het waren de eenigste wapenen die zij te hunner beschikking hadden, +wapenen die wellicht onvoldoende zouden zijn! + +Soun was, men begrijpt dit lichtelijk, eensklaps in de achterhoede +geraakt. + +De haai had de scaphanders gezien en naderde hen. Zijn kolossaal +lichaam werd één oogenblik in het doorschijnende water groen gevlekt en +gestreept gezien. Hij was zestien à achttien voeten lang. Een monster! + +Hij wierp zich het eerst op Kin-Fo en keerde zich half om, om hem +te verslinden. + +Maar Kin-Fo verloor zijne koelbloedigheid niet. Op het oogenblik dat +de haai hem zou bereiken, zette hij het dier zijn pagaai tegen den +rug en verwijderde zich met een krachtigen stoot. + +Craig en Fry waren naderbij gekomen, gereed ten aanval en ter +verdediging. + +De haai dook een oogenblik onder en kwam daarop weder boven met +geopenden muil, een metaalschaar van een vierdubbele rij tanden +voorzien. + +Kin-Fo wilde de beweging, die hem zoo goed gelukt was, herhalen, maar +zijn pagaai raakte de kaken van het dier en werd midden door gesneden. + +De haai wierp zich toen, half op zijde liggende, op zijn prooi. + +Op dat oogenblik gutsten stroomen bloed uit zijn lichaam en de zee +werd rood gekleurd. + +Craig en Fry hadden het dier herhaaldelijk met hunne messen getroffen +en hoe hard zijn vel ook mocht zijn, hunne lange Amerikaansche messen +waren er doorgedrongen en hadden hem hevig gekwetst. + +De muil van het monster opende en sloot zich met een verschrikkelijk +geluid, terwijl hij met zijn staart het water ontzettend beukte. Fry +kreeg een slag in de zijde en werd op tien pas afstands weggeslingerd. + +»Fry!" kreet Craig op een toon, die de diepste smart verried alsof +hij zelf den slag had ontvangen. + +»Hoezee!" antwoordde Fry, het strijdperk weder naderende. + +Hij was niet gewond. Zijn caoutchouc kuras had het geweld van den +slag gebroken. + +De haai werd daarop op nieuw en met ware woede aangegrepen. Hij draaide +en wendde zich naar alle richtingen om. Kin-Fo was er in geslaagd +hem het gebroken eind van zijn pagaai in de oogholte te drijven, en +trachtte nu, op gevaar af van doormidden gebeten te worden, het dier +op de plaats te houden, terwijl Fry en Craig hem met hunne messen +het hart poogden te treffen. + +Het scheen dat de beide agenten er in geslaagd waren, want het monster +zonk, na eene laatste poging beproefd te hebben om Kin-Fo te grijpen +en na een breeden bloedstroom verloren te hebben, in de diepte. + +»Hoezee! hoezee! hoezee!" schreeuwden Fry en Craig eenstemmig, hunne +messen zwaaiende. + +»Ik dank u!" zei Kin-Fo. + +»Dat vereischt geen dank!" antwoordde Craig. »Het zou wat moois +geweest zijn als zoo'n dier een brokje van tweemaal honderdduizend +dollars had opgeslokt!" + +»Dat nooit!" voegde Fry er bij. + +En Soun? Waar was Soun? Ditmaal was hij de voorste, en het vaartuig, +dat zich op ongeveer drie kabellengten afstands bevond van de plek +waar de worsteling plaats had, reeds genaderd. De lafaard was met alle +kracht zijner pagaai gevlucht. Bijna had hem dit een ongeluk bezorgd. + +De visschers hadden hem inderdaad bespeurd; maar zij konden niet +vermoeden dat zich onder dat zeehondenuiterlijk een menschelijk wezen +bevond. Zij maakten zich gereed naar hem te visschen, zooals zij +naar een dolfijn of een zeekalf zouden hebben gedaan. Zij wierpen dan +ook, zoodra hij dicht genoeg genaderd was, een lang touw overboord, +voorzien van een sterken haak. + +De haak pakte Soun onder den gordel van zijn kleed en scheurde dit +van den rug tot den nek open. + +Soun, die nu alleen boven water gehouden werd door de lucht die zich +in de dubbele voering van zijn pantalon bevond, duikelde om en stond +met zijn hoofd onder water en met zijne beenen in de lucht. + +Kin-Fo, Craig en Fry, die spoedig naderden, waren zoo voorzichtig om +de visschers in goed Chineesch toe te spreken. + +De goede lieden verschrikten uitermate! Sprekende zeekalven! Zij grepen +naar de zeilen en wilden zich zoo snel mogelijk uit de voeten maken. + +Maar Kin-Fo stelde hen gerust en zeide wie hij en zijne makkers waren, +namelijk menschen, Chineezen als zijzelf. + +Een oogenblik later waren de drie landzoogdieren aan boord. + +Alleen Soun bleef nog te water. Men haalde hem met een haak naar zich +toe en beurde hem het hoofd boven water. Een der visschers greep hem +bij het einde van zijn staart en tilde hem op. + +De staart van Soun bleef in de hand van den redder achter en de arme +duivel ging weder kopje onder. + +De visschers sloegen hem daarop een touw om het lijf en heschen hem +zonder moeite in de schuit. + +Nauwelijks op het dek gekomen en nadat hij het zeewater, dat hij +ingezwolgen had, weder was kwijtgeraakt, naderde hem Kin-Fo en sprak +op strengen toon: + +»Hij was dus valsch?" + +»Zou ik, antwoordde Soun, »die uw gewoonten kende ooit bij u in dienst +gekomen zijn als dat het geval niet was geweest!" + +Hij zei dat op zoo koddigen toon, dat allen in lachen uitbarstten. + +De visschers waren lieden van Fou-Ning. Op nog geen twee mijl afstands +bevond zich de haven die Kin-Fo wilde bereiken. + +Nog dienzelfden avond te acht uur, stapte hij met zijne kameraden +aan wal en zich ontdoende van de toestellen van kapitein Boyton, +hernamen zij hunne menschelijke gedaante. + + + + + +XXI. + + Waarin Craig en Fry met bijzondere voldoening de maan zien + opgaan. + + +»Nu naar den Taï-ping!" + +Dat waren de eerste woorden die Kin-Fo den volgenden morgen, 30 Juni, +uitsprak, na door een goede nachtrust, die den held dezer zonderlinge +avonturen wel toekwam, verkwikt te zijn. + +Zij waren eindelijk op het tooneel van de heldendaden van Lao-Shen +gekomen. De beslissende worsteling was genaderd. + +Zou Kin-Fo overwinnaar zijn? Ja, zonder twijfel, als hij den +Taï-ping kon verrassen; want hij zou den brief koopen voor den +prijs dien Lao-Shen daarvoor beliefde te stellen. Neen, zekerlijk, +als hij zich liet verrassen, als hem een dolksteek in de volle borst +werd toegebracht voor hij met den woesten zaakwaarnemer van Wang in +onderhandeling trad. + +»Naar den Taï-ping!" hadden Fry-Craig geantwoord, na elkander met +een blik geraadpleegd te hebben. + +De aankomst van Kin-Fo, Fry-Craig en Soun, in hun zonderlingen dos, +gekleed zooals zij waren toen de visschers hen uit het water haalden, +had eene zekere opschudding in het kleine havenstadje Fou-Ning +teweeggebracht. Het was onmogelijk aan de openbare nieuwsgierigheid te +ontsnappen. Zij waren den vorigen dag door eene talrijke volksmenigte +begeleid naar de herberg, waar zij zich, dank zij het geld, in +den gordel van Kin-Fo en den zak van Fry-Craig aanwezig, van meer +passende kleeding hadden voorzien. Als Kin-Fo en zijne metgezellen +minder dicht omringd waren geweest, zou hunne aandacht getrokken zijn +door een zekeren zoon van het Hemelsche rijk, die hen geen oogenblik +uit het oog verloor. Hunne verwondering zou ongetwijfeld nog zijn +toegenomen, als zij bespeurd hadden dat hij den geheelen nacht de +herberg bewaakte. Hun wantrouwen zou ongetwijfeld opgewekt zijn als zij +hem den volgenden morgen weder op dezelfde plek hadden aangetroffen. + +Maar zij zagen niets; zij hadden geen argwaan, zij hadden zelfs geen +reden om verbaasd te zijn toen deze verdachte persoon hun bij het +verlaten van de herberg zijn dienst kwam aanbieden als gids. + +Het was een man van dertig jaar en hij zag er zeer fatsoenlijk uit. + +Toch koesterden Craig-Fry eenige achterdocht en zij ondervroegen +den man. + +»Waarom", luidde hunne vraag, »biedt gij aan ons te geleiden en +waarheen wilt gij ons brengen?" + +Niets natuurlijker dan deze dubbele vraag, maar ook niets natuurlijker +dan het antwoord dat er op gegeven werd. + +»Ik onderstel," sprak de gids, »dat gij voornemens zijt een bezoek +te brengen aan den Grooten Muur, evenals alle reizigers doen die +Fou-Ning komen bezoeken. Ik ken het land en bied mij aan u tot gids +te strekken." + +»Vriendlief," zei Kin-Fo, zich in het gesprek mengende, »voor ik een +besluit neem, wensch ik te weten of de provincie veilig is." + +»Zeer veilig," antwoordde de gids. + +»Spreekt men in deze streek niet van een zekeren Lao-Shen?" vroeg +Kin-Fo verder. + +»Lao-Shen, den Taï-ping?" + +»Ja." + +»Zeker," antwoordde de gids, »maar gij hebt niets van hem te +vreezen aan deze zijde van den Grooten Muur. Hij durft zich niet op +Keizerlijk grondgebied te wagen. Aan gindsche zijde zwerft zijn bende +de Mongoolsche provinciën rond." + +»Weet men waar hij op dit oogenblik is?" vroeg Kin-Fo. + +»Hij moet op het oogenblik in de omstreken van de Tschin-Tang-Ra zijn, +op eenigen _lis_ afstand van den Grooten Muur." + +»En hoe ver is het van Fou-Ning naar de Tsching-Tang-Ro?" + +»Ongeveer vijftig lis." [16] + +»Welnu, ik neem uw diensten aan." + +»Om u te geleiden tot den Grooten Muur!..." + +»Om mij te geleiden naar het kamp van Lao-Shen!" + +De gids kon eene beweging van verrassing niet weerhouden. + +»Ik zal je goed betalen," voegde Kin-Fo er bij. + +De gids schudde het hoofd als iemand die niet voornemens was de grens +te passeeren. Vervolgens sprak hij: + +»Tot den Grooten Muur, goed! verder neen! Ik wil mijn leven niet +wagen." + +»Bepaal den prijs er van! ik zal u betalen." + +»Zoo zij het!" antwoordde de gids. + +Zich daarop tot de beide agenten wendende, voegde Kin-Fo er bij: + +»Gij zijt vrij mijne heeren, om mij al of niet te vergezellen!" + +»Waar gij gaat...." zei Craig. + +»Gaan wij ook", zei Fry. + +De cliënt van _de Eeuw_ vertegenwoordigde nog altijd voor hen een +waarde van tweemaal honderdduizend dollars! + +Het scheen dat de agenten na het onderhoud geheel gerust gesteld +waren omtrent den gids. Maar mocht men hem gelooven dan diende men +op ernstige moeielijkheden bedacht te zijn na het overschrijden van +de bescherming, die de Chineezen hebben opgericht tegen de invallen +der Mongoolsche horden. + +De toebereidselen tot de reis waren weldra gemaakt. Men vroeg Soun +niet of hij geneigd was de reis mee te maken. Hij diende te volgen. + +Vervoermiddelen, als rijtuigen of wagentjes, ontbraken geheel in het +kleine plaatsje van Fou-Ning. Paarden en muildieren waren evenmin, te +krijgen. Maar er waren een zeker aantal kameelen die in den handel der +Mongolen dienst doen. Deze ondernemende kooplieden gaan met karavanen +den weg op van Peking naar Kiatcha, hunne groote troepen langstaartige +schapen voor zich uit drijvende. Zij onderhouden aldus de gemeenschap +tusschen Aziatisch Rusland en het Hemelsche Rijk. Zij wagen zich nooit +door de onmetelijke steppen, dan talrijk en goed gewapend. Het zijn +woeste, fiere mannen, die de Chineezen diep verachten. + +Men kocht vijf kameelen met hun primitief tuig, belaadde ze met +voorraad, kocht de noodige wapenen en toog onder leiding van den gids +op weg. + +Maar deze voorbereidende maatregelen hadden eenigen tijd vereischt en +men kon eerst één uur na den middag vertrekken. Desniettemin maakte +de gids zich sterk om vóór middernacht den voet van den Grooten Muur +te bereiken. Daar zou een kamp worden aangelegd en den volgenden +morgen zou Kin-Fo, als hij bij zijn onvoorzichtig besluit volhardde, +de grens overschrijden. + +Het land was in de omstreken van Fou-Ning heuvelachtig. Wolken van gele +stof rolden in dichte kringen over de wegen, die langs de bebouwde +landen liepen. Ook daar was de vruchtbare grond van het Hemelsche +Rijk niet te miskennen. + +De kameelen liepen met afgemeten passen, niet snel maar geregeld. De +gids ging Kin-Fo, Soun, Craig en Fry voor, die een plaats hadden +gevonden tusschen de twee bulten van het dier. Soun kon zich zeer +goed in deze soort van reizen schikken en hij zou desnoods meegegaan +zijn tot het einde der wereld. + +Maar mocht de weg niet vermoeiend zijn, de hitte was groot. Door +de luchtlagen, verhit door de uitstraling van de aarde, werden +de zonderlingste luchtspiegelingen voortgebracht. Uitgestrekte +watervlakten, groot als een zee, verschenen aan den gezichteinder +en verdwenen weder spoedig, tot buitengewone voldoening van Soun, +die zich reeds bedreigd achtte door een nieuw zeetochtje. + +Maar al was deze provincie aan de uiterste grens van China gelegen, +men moet daarom niet denken, dat zij onbewoond was. Het Hemelsche +Rijk, hoe uitgestrekt ook, is nog te klein voor de bevolking, die op +zijne oppervlakte is saamgeperst. Overal zijn de bewoners talrijk, +zelfs op de grenzen van de Aziatische woestijn. + +De velden werden door mannen bearbeid. Ook de Tartaarsche vrouwen, +kenbaar aan haar rose en blauwe kleeding, waren met veldarbeid +bezig. Troepen gele schapen met lange staarten--een staart, dien Soun +niet zonder wangunst beschouwde!--graasden hier en daar, beloerd door +een zwarten arend. + +Ongelukkig de arme verdwaalde die van den troep afraakte! Het zijn +geduchte roovers en zij richten eene moorddadige slachting aan onder +de schapen, rammen en jeugdige antilopen, en dienen zelfs den Kirgiesen +in de steppen van Midden-Azië als jachthonden. + +Voorts zag men overal geheele wolken van gevleugeld wild. Een geweer +zou hier bezigheid gevonden hebben; maar de ware jager zou niet zonder +verontwaardiging de menigte strikken enz. gade geslagen hebben, alleen +den strooper waardig, die den grond overal tusschen de koren-, gierst- +en maïsvelden bedekten. + +Kin-Fo en zijne metgezellen gingen steeds voort te midden van wolken +van Mongoolsche stof. Zij hielden stand noch onder de schaduw hier +en daar langs den weg, noch op de verspreid liggende boerenplaatsen, +noch in de dorpen welker bestaan van tijd tot tijd in de verte bleek +uit de graftorens, ter gedachtenis van eenige helden der Bouddhistische +legende opgericht. Zij liepen achter elkander en lieten zich geleiden +door de kameelen, die altijd zoo loopen en die bij hunne gelijkmatige +stappen geaccompagneerd worden door het geluid van een hun om den +hals gebonden roode schel. + +Onder deze omstandigheden was er aan het voeren van een gesprek +niet te denken. De gids, weinig spraakzaam van aard, bleef steeds +aan het hoofd van de kleine karavaan en keek scherp voor zich uit, +zoover de dikke stofwolken om hen heen slechts toelieten. Hij aarzelde +trouwens nooit en wist steeds welken weg hij in moest slaan, ook bij +de kruiswegen waar handwijzers ontbraken. Craig en Fry koesterden +dan ook te zijnen opzichte geen wantrouwen meer en konden al hun +aandacht wijden aan den kostbaren cliënt van _de Eeuw_. Het was niet +meer dan natuurlijk dat hun onrust toenam, naarmate zij dichter bij +het bereiken van hun doel waren. Ieder oogenblik en zonder dat zij in +staat zouden zijn er iets aan te doen, kon er een man langs de zijde +van den weg verschijnen, die hun door een wel toegebrachten slag een +verlies van tweehonderdduizend dollars kon berokkenen. + +Wat Kin-Fo betreft, hij was in die gemoedstemming waarin de +herinneringen van het verledene het overwicht hebben op den angst van +het oogenblik of van de toekomst. Alles kwam hem weder voor den geest +wat er in de laatste twee maanden gebeurd was, en de hardnekkigheid +waarmede het ongeluk hem vervolgde, begon hem ernstig ongerust te +maken. Van den dag af waarop zijn correspondent te San-Francisco hem +het bericht van zijn gewaand verlies had gemeld, was alles hem toch +letterlijk tegengeloopen. Zou dit gebeurd zijn om hem te straffen voor +de verblindheid waarmede hij de voorrechten van het eerste gedeelte +van zijn bestaan had miskend? Zou zijn slecht gesternte ondergaan +als het hem slechts gelukte Lao-Shen dien ongeluksbrief afhandig +te maken, of zou deze nog vóór dien tijd aan de opdracht van Wang +voldoen en hem dooden? Zou het eenmaal de beminnelijke Lé-ou nog +gegeven zijn door haar teederheid, haar zorg, haar opgewektheid, +de booze geesten te bezweren die tegen hem losgelaten waren? Dit +alles kwam hem in de gedachte, hij peinsde er over, en het maakte +hem bezorgd en ongerust. En Wang! Zeker, hij kon het hem niet kwalijk +nemen dat hij eene belofte had willen houden die hij zoo plechtig had +moeten bezweren; maar Wang, de philosoof, die nooit ontbrekende gast +van de yamen, hij zou daar niet meer zijn om hem wijsheid te leeren! + +....»Pas op, val niet!" riep op dit oogenblik de gids uit, tegen +wiens kameel die van Kin-Fo aanviel; hij had in zijne droomerijen +niet opgemerkt, dat het dier gevaar liep van te struikelen. + +»Zijn wij er?" vroeg hij. + +»'t Is acht uur" antwoordde de gids, »en ik stel voor hier halt te +houden om eerst te eten." + +»En dan?" + +»Dan gaan we verder." + +»Maar dan is het donker." + +O, wees maar niet bang dat wij verdwalen zullen! De Groote Muur is geen +twintig _lis_ meer van hier en onze kameelen moeten even uitblazen." + +»'t Is best!" antwoordde Kin-Fo. + +Aan den kant van den weg stond een vervallen gebouw en een beekje +kronkelde zich daarnevens door een ravijn; de beesten konden daar +heerlijk drinken. + +Voordat de duisternis inviel richtten Kin-Fo en zijn gevolg zich +eenigszins huiselijk in het gebouw in en aten daar met den gewonen +trek van lieden, die een flinken tocht achter den rug hebben. + +Maar met het gesprek wilde het niet vlotten. Een of tweemaal trachtte +Kin-Fo het op Lao-Shen te brengen. Hij vroeg den gids, wat deze +Taï-ping er voor een was, of hij hem kende. De gids schudde zijn +hoofd als iemand die niet alles zeggen wil wat hij weet en vermeed +zooveel mogelijk om de tot hem gerichte vragen te beantwoorden. + +»Komt hij wel eens in deze provincie?" vroeg Kin-Fo. + +»Neen", antwoordde de gids, »maar Taï-pings uit zijn bende zijn +dikwijls aan deze zijde van den Grooten Muur geweest en het was beter +hen niet te ontmoeten! Bouddha behoede ons voor de Taï-pings!" + +Gedurende dit gesprek, dat Kin-Fo meer belang inboezemde dan de gids +scheen te kunnen vermoeden, zagen Craig en Fry elkander aan, fronsten +hunne wenkbrauwen keken op hun horloge en schudden het hoofd. + +»Waarom zouden wij hier niet rustig den dag blijven afwachten?" vroegen +zij. + +»In dezen bouwval!" riep de gids uit. »Ik overnacht nog liever in +het open veld; men loopt dan nog minder gevaar overvallen te worden!" + +»De afspraak was, dat we van avond nog bij den Grooten Muur zouden +zijn", merkte Kin-Fo op. »Ik wil daar zijn en dat zal geschieden ook." + +Dit werd gezegd op een toon die geen tegenspraak duldde. Soun zelf, +ofschoon half dood van angst, durfde geen aanmerking maken. + +Toen het maal afgeloopen en het inmiddels negen uur geworden was, +stond de gids op en maakte men zich gereed den tocht voort te zetten. + +Kin-Fo wilde op zijn kameel klimmen, toen Craig en Fry hem aanspraken. + +»Blijft mijnheer nog altijd bij zijn plan om Lao-Shen op te zoeken +en zich in zijn tegenwoordigheid te wagen?" + +»Wel zeer zeker", antwoordde Kin-Fo: »ik wil mijn brief terug hebben, +wat het dan ook kosten mag." + +»U speelt een gevaarlijk spel!" hernamen de agenten, »door u in het +kamp van den Taï-ping, in het hol van den leeuw te wagen!" + +»Denk je dat ik de geheele reis gemaakt heb om op het laatste oogenblik +terug te deinzen?" antwoordde Kin-Fo. »Jelui bent immers vrij om mij +al of niet te volgen!" + +De gids had een kleine zaklantaarn aangestoken. De beide agenten +kwamen naderbij en keken nogmaals op hun horloge. + +»'t Zou zeker voorzichtiger zijn tot morgen te wachten", zoo hielden +zij aan. + +»Waarom dat?" vroeg Kin-Fo. »Lao-Shen zal zeker morgen of overmorgen +even gevaarlijk zijn als heden. Kom aan, op weg!" + +»Op weg!" herhaalden nu Craig en Fry. + +De gids had dit gedeelte van het gesprek gehoord. Reeds verscheidene +keeren, toen de beide agenten moeite gedaan hadden om Kin-Fo van zijn +voornemen af te brengen, had zijn gelaat eene verstoorde uitdrukking +getoond. Nu hij hoorde dat zij weder op dit onderwerp terugkwamen, +kon hij eene beweging van ongeduld niet onderdrukken. + +Dit was de aandacht van Kin-Fo niet ontgaan, die overigens vast +besloten was om niet te aarzelen en geen stap terug te gaan. Maar +groot was zijne verbazing, toen op het oogenblik dat hij zou opstijgen, +de gids op hem toetrad en hem in het oor fluisterde: + +»Vertrouw die beide menschen niet!" + +Kin-Fo opende zijn mond reeds om hiervan nader verklaring +te vragen.... De gids gaf hem echter een teeken om te zwijgen, +waarschuwde dat het oogenblik van vertrek daar was en de kleine +karavaan ging weder op weg. + +Was er wantrouwen opgewekt in den geest van Kin-Fo tegen de beide +agenten van William J. Bidulph? Konden de geheel onverwachte en +onverklaarbare woorden van den gids opwegen tegen de twee maanden +van toewijding die de agenten aan zijn dienst hadden gewijd? Stellig +niet! En toch vroeg Kin-Fo zichzelf te vergeefs af waarom Craig en +Fry hem zoo sterk hadden aangeraden om zijn bezoek bij den Taï-ping +tot den volgenden dag uit te stellen of liever er geheel van af te +zien. Waren zij dan niet onverwachts uit Peking vertrokken om Lao-Shen +te zoeken? Het eigenbelang zelf der beide agenten van de Eeuw eischte +immers dat hun cliënt weder in het bezit kwam van dien dwazen en +gevaarlijken brief? Er was dus wel iets onverklaarbaars in hun gedrag! + +Kin-Fo liet niets van deze overpeinzingen blijken. Hij had zijn plaats +in de rij weder ingenomen. Craig, Fry en Soun volgden hem en zoo reden +zij ruim twee uur zwijgend achter elkander door, zonder dat hun iets +belangrijks overkwam. + +Het zal omstreeks middernacht geweest zijn, toen de gids stilhield +en hun in het noorden eene lange donkere lijn toonde, die slechts +onduidelijk tegen den weinig minder donkeren hemel afstak. Achter +deze lijn zag men de toppen van eenige bergen, die reeds door de +eerste stralen der maan verlicht werden, ofschoon dit hemellichaam +zelf noch achter den gezichteinder verborgen was. + +»De Groote Muur!" sprak de gids. + +»Kunnen wij van nacht nog verder?" vroeg Kin-Fo. + +»Ja wel, als u dat absoluut wilt!" antwoordde de gids. + +»Dan gaan wij verder!" + +De kameelen waren blijven staan. + +»Ik zal den pas gaan verkennen," sprak toen de gids; »wacht hier dan +maar op mij." + +Daarop verwijderde hij zich. + +Op dit oogenblik traden Craig en Fry op Kin-Fo toe. + +»Mijnheer?..." sprak Craig. + +»Mijnheer?..." sprak Fry. + +»Is u tevreden geweest over onze diensten gedurende den tijd dat mijn +heer William J. Bidulph ons aan uw persoon verbonden heeft?" + +»Zeer tevreden!" + +»Zou mijnheer dan zoo goed willen zijn dit stuk even te willen +teekenen, waarin verklaard wordt, dat u alle reden hebt om voldaan +te zijn over onze houding in de twee laatste maanden?" + +»Dit stuk!" hernam Kin-Fo uiterst verbaasd. Craig had inmiddels uit +zijn zakboek een keurig net getuigschrift voor den dag gehaald en +hield hem dit voor. + +»Het zal misschien den heer William J. Bidulph genoegen doen en dan +is ons dat zeer aangenaam." + +»En bezorgt het ons misschien ook een extra gratificatie," voegde +Fry er bij. + +»Mijnheer kan mijn rug wel als lessenaar gebruiken," sprak Craig zich +omkeerend en bukkend. + +»En hier is pen en inkt, waarmede mijnheer gelegenheid heeft om ons +dit genoegen te doen," zei Fry. + +Kin-Fo lachte en teekende zoo goed als de buitengewone omstandigheden +toelieten het hem aangeboden stuk. + +»En zeg mij nu eens" sprak Kin-Fo, toen hij aan het verzoek der +beide agenten voldaan en het begeerde stuk geteekend had, »wat deze +aardigheid hier op deze plaats en op dit uur beteekent!" + +»Op deze plaats," antwoordde Fry, »omdat wij niet verder met u mede +zullen reizen." + +»En op dit uur," voegde Craig er bij, »omdat het over een paar minuten +middernacht zijn zal." + +»Maar wat doet dat er toe?" + +»Mijnheer," antwoordde Craig, »het belang dat de +verzekeringsmaatschappij _de Eeuw_ in uw dierbaar leven stelt..." + +»Duurt nog slechts enkele oogenblikken..." voegde Fry er bij. + +»En dan kunt ge u zelf het leven benemen..." + +»Of u door anderen laten dooden..." + +»Al naar u dat zelf verkiest!" + +Kin-Fo zag de beide agenten, die zeer beleefd en ernstig spraken, met +verbazing aan, maar begreep er niets van. Op dit oogenblik verschenen +de eerste stralen der maan in het oosten boven den gezichteinder. + +»De maan!" riep Fry uit. + +»En heden 30 Juni...." riep Craig uit. + +»Komt zij te middernacht op...." + +»En daar uw contract met _de Eeuw_ niet vernieuwd is...." + +»Is thans uw polis ook niet geldig meer en behoort u niet meer onder +de verzekerden!..." + +»Goeden avond, mijnheer Kin-Fo!" zei Craig. + +»Mijnheer Kin-Fo, goeden avond!" zei Fry. + +En de beide agenten stegen op hunne kameelen, trokken den teugel aan +en verdwenen langs den weg dien zij gekomen waren, Kin-Fo sprakeloos +van verbazing achterlatende. + +Nauwelijks hield het geluid op van de hoefslagen der kameelen, waarop +deze practische Amerikanen huiswaarts keerden, of een aantal mannen, +aangevoerd door den gids, wierpen zich op Kin-Fo, die vruchteloos +trachtte zich te verdedigen, en op Soun, die vruchteloos trachtte +te vluchten. + +Een oogenblik later waren heer en knecht gebonden en sleepte men hen +naar een der verlaten forten van den Grooten Muur, waarin men hen +stevig achter slot en grendel bracht. + + + + + +XXII. + + Dat de lezer zelf wel had kunnen schrijven, zoo gemakkelijk + was de afloop te voorzien! + + +De Groote Muur,--een Chineesch kraamschut, vierhonderd uur gaans +lang,--in de derde eeuw door keizer Tisi-Chi-Houang-Ti opgericht, +strekt zich uit van de golf van Léao-Tong, waar hij met twee steenen +hoofden in zee begint, tot aan de Kan-Sou, waar hij tot de afmetingen +van een gewonen muur teruggebracht is. Het is eene onafgebroken +opeenvolging van dubbele wallen, verdedigd door bastions en forten +of torens, vijftig voet hoog en twintig voet breed, gegrondvest op +graniet en opgetrokken van baksteen, die geheel het beloop der bergen +volgen, welke Rusland van China scheiden. + +Aan de zijde van het Hemelsche Rijk is de muur vrij slecht +onderhouden. Aan de zijde van Mantchourije doet hij zich echter beter +voor en het getande metselwerk dat de bovenranden omzoomt is nog in +vrij goeden staat. + +Verdedigers vindt men op deze lange rij van vestingwerken volstrekt +niet, kanonnen nog minder. De Russen, de Tartaren, de Kirgiesen +gaan even ongestoord door de poorten als de zoons van het Hemelsche +Rijk. Het kraamschut beschermt de noordelijke grenzen des lands zelfs +niet meer tegen het fijne Mongoolsche stof, dat door den wind somtijds +zelfs tot in de hoofdstad gedreven wordt. + +Het was door de poort van een dezer verlaten bastions dat Kin-Fo en +Soun, na op stroo een zeer slechten nacht doorgebracht te hebben, +den volgenden ochtend geleid werden door een dozijn lieden, die +natuurlijk alleen tot de benden van Lao-Shen konden behooren. + +De gids was verdwenen. Maar Kin-Fo wist zeer goed wat hij hiervan +denken moest. Het was niet bij toeval geweest dat deze verrader hun +zijne diensten had aangeboden. De ex-verzekerde bij de maatschappij +_de Eeuw_ was blijkbaar door dien ellendeling verwacht. Zijne aarzeling +om zich aan gene zijde van den Grooten Muur te wagen, was slechts een +krijgslist geweest om geen kwaad vermoeden op te wekken. De schelm +was in dienst van den Taï-ping en het was blijkbaar op diens bevel +dat hij gehandeld had. + +Als Kin-Fo nog had kunnen twijfelen, dan zou dit toch niet meer het +geval geweest zijn na een kort gesprek met den persoon die den troep +scheen aan te voeren. + +»Je brengt ons ongetwijfeld naar het kamp van Lao-Shen, je chef", +had hij gevraagd. + +En het antwoord was geweest: + +»Wij zullen er binnen een uur zijn!" + +Wat was Kin-Fo dan ook eigenlijk daar komen doen? Immers alleen den +zaakgelastigde van zijn ouden leermeester, van wijlen den philosoof +Wang, opzoeken. Welnu, hij zou thans dit doel bereiken. Of hij er +goedschiks of kwaadschiks kwam, deed er immers weinig toe! Angst of +vrees te voelen, dat kon hij veilig aan Soun overlaten, wiens tanden +klapperden en die van tijd tot tijd reeds meende dat zijn hoofd hem +voor de voeten viel. + +Kin-Fo had zich dus zeer phlegmatiek in zijn lot geschikt en liet zich +rustig verder leiden. Hij zou nu in de gelegenheid zijn met Lao-Shen +over den terugkoop van zijn brief te onderhandelen. Dit was al wat +hij gewenscht had. Hij had zich dus nergens over te beklagen. + +Na den Grooten Muur achter zich gelaten te hebben, volgde de troep +niet den grooten Mongoolschen heerweg, doch afgelegen voetpaden, die +rechtsaf naar het bergachtige gedeelte der provincie leidden. Men +ging ongeveer een uur ver, zoo snel als de steile weg slechts +toeliet. Kin-Fo en Soun werden scherp bewaakt en zouden niet hebben +kunnen ontvluchten, ook al hadden zij dit gewild. + +Na verloop van anderhalf uur bemerkten de roovers en de gevangenen +bij het omslaan van een hoek een half vervallen gebouw. + +Het was een oude kloosterkerk op een der bergruggen, een eigenaardig +monument der Bouddhistische bouwkunst. Maar op deze verloren plek +aan de Russisch-Chineesche grenzen, te midden eener woestijn, +mocht men wel vragen welke geloovigen den drempel der kapel ooit +zouden overschrijden. Men mocht met recht onderstellen dat dit met +levensgevaar zou gepaard gaan, want nergens was beter gelegenheid om +hinderlagen te leggen. + +Als de Taï-ping Lao-Shen zijn kamp had opgeslagen in dit bergachtig +gedeelte der provincie, dan had hij waarlijk zijn terrein niet +slecht gekozen. + +Op een vraag van Kin-Fo vernam hij dat Lao-Shen daar werkelijk +vertoefde. + +»Ik verlang terstond bij hem gelaten te worden," sprak Kin-Fo. + +»Dat zal geschieden!" was het antwoord. + +Men bracht hem en Soun in eene groote vestibule, die het voorhof van +den tempel vormde. Daar bevonden zich een twintigtal gewapende lieden, +die er in hun rooverspak zeer schilderachtig uitzagen, doch wier ruwe +en woeste gelaatstrekken juist niet geschikt waren om iemand recht +op zijn gemak te zetten. + +Kin-Fo trad echter onbeschroomd tusschen de dubbele rij Taï-pings +door; wat Soun betreft, zijne beenen weigerden hem te dragen en +slechts met duwen en stooten kon men hem vooruit drijven. + +De vestibule gaf aan de eene zijde toegang tot een trap in den dikken +muur, welker treden tot vrij diep onder den berg leidden. + +Hieruit kon men afleiden dat er een soort van gewelf onder het +hoofdgebouw was en iemand, die niet met de onderaardsche inrichting +bekend was, zou zeer moeilijk of liever onmogelijk den weg door het +doolhof van gangen derwaarts hebben kunnen vinden. + +Na een dertigtal treden afgedaald te zijn, ging men een honderdtal +schreden rechts en links bij den walmenden schijn van een aantal +toortsen en kwam toen in eene groote zaal, die op dezelfde wijze +eenigermate verlicht was. + +Dit was oorspronkelijk een grafkelder geweest. Korte zware pilaren, +met de afzichtelijke monsterkoppen, die aan de grillige fauna der +Chineesche mythologie ontleend zijn, droegen de ingebogen gewelven, +waarvan de scherpe kanten aan den sluitsteen der zware bogen aansloten. + +Een dof gemompel deed zich in deze onderaardsche zaal hooren toen de +twee gevangenen binnengebracht werden. + +De zaal was namelijk volstrekt niet ledig. Eene groote menigte +vulde haar tot in hare duisterste schuilhoeken. De geheele bende +der Taï-pings was daar vereenigd, zeker om een of ander verdachte +plechtigheid te vieren. + +Achter in het gewelf op eene steenen verhevenheid stond een groot en +zwaar man, als de voorzitter van een geheim gerechtshof. Drie of vier +zijner metgezellen stonden onbeweeglijk aan zijne zijde. Hij gaf een +teeken, de menigte week dadelijk uiteen en liet den doortocht voor +de twee gevangenen open. + +»Lao-Shen", zei eenvoudig de aanvoerder van het geleide, den persoon +op de verhevenheid aanwijzende. + +Toen Kin-Fo zich tegenover den gevreesden Taï-ping bevond, meende +hij niet beter te kunnen doen, dan terstond de zaak op het tapijt te +brengen, die hem aan de andere zijde van den Grooten Muur gebracht had. + +»Lao-Shen", aldus begon hij, »gij bezit een brief die u toegezonden is +door uw ouden vriend en metgezel Wang. Deze brief, door mij geschreven +en aan Wang ter hand gesteld, heeft op dit oogenblik geen waarde +hoegenaamd meer en ik kom u verzoeken mij dien terug te geven." + +Bij deze woorden, die Kin-Fo op vastberaden toon uitsprak, gaf de +Taï-ping geen antwoord; hij maakte zelfs geen enkele beweging. Men +had kunnen denken dat het een bronzen standbeeld was. + +»Wat eischt gij van mij voor het teruggeven van dit geschrift?" hernam +Kin-Fo. + +Hij wachtte echter tevergeefs op eenig antwoord. + +»Lao-Shen", sprak Kin-Fo verder, »ik zal u een wissel geven op den +bankier, dien gij noemt, in de stad die gij verkiest, en die zonder +korting zal uitbetaald worden zonder dat de man door wien gij hem +wilt laten ontvangen deswege zal verontrust worden." + +De Taï-ping bewaarde hetzelfde ijskoude stilzwijgen,--een omstandigheid +die weinig goeds voorspelde. + +Kin-Fo ging voort, duidelijk op elk woord den klemtoon leggende: + +»Hoe groot verlangt gij dat ik de som maken zal? Ik bied u vijfduizend +taëls aan." [17] + +Geen antwoord. + +»Tienduizend taëls?" + +Lao-Shen en zijne gezellen lieten geen geluid hooren en bleven +onbeweeglijk, evenals de beelden in deze vreemdsoortige kerk. + +Eenig ongeduld en toorn begon zich van Kin-Fo meester te maken; +zijn aanbod was dan toch wel eenig antwoord waard. + +»Verstaat gij mij niet, Lao-Shen?" vroeg hij den Taï-ping. + +Lao-Shen verwaardigde zich ditmaal met het hoofd te knikken en gaf +daardoor te kennen dat hij hem volmaakt goed verstond. + +»Twintigduizend taëls? Dertigduizend taëls!" riep Kin-Fo uit. »Ik +zal u geven wat _de Eeuw_ u zou betaald hebben als ge mij gisteren +gedood hadt. Het dubbele! het driedubbele! spreek op, is dat genoeg?" + +Kin-Fo geraakte buiten zichzelf door het stilzwijgen van allen die +hem omringden. Hij kruiste zijne armen over elkander en kwam een +schrede nader. + +»Tot welken prijs", sprak hij, »wilt ge mij dan dien brief afstaan?" + +»Voor geen prijs ter wereld!" zoo verbrak eindelijk de Taï-ping het +stilzwijgen. »Gij hebt Bouddha beleedigd door het leven te minachten +dat hij u geschonken heeft, en Bouddha wil gewroken worden. Slechts +door den dood kunt gij de volle waarde leeren erkennen van het +voorrecht dat gij zulk een geruimen tijd hebt miskend!" + +Toen hij dit gezegd had op een toon die geen antwoord toeliet, +gaf Lao-Shen een teeken. Men greep Kin-Fo aan voordat hij nog een +poging had kunnen wagen om zich te verweren, hij werd gebonden en +voortgesleept. Een paar minuten later werd hij in een soort van kooi +geworpen, die als draagstoel kon dienen, doch die rondom zoodanig +gesloten was, dat er geen enkele lichtstraal in doordrong. + +Soun, de ongelukkige Soun, werd ondanks zijn schreeuwen en smeeken +op dezelfde wijze behandeld. + +»Dat is de dood," sprak Kin-Fo tot zich zelf; »welnu hetzij zoo, +hij die het leven veracht heeft, verdient te sterven!" + +Toch was de dood nog niet zoo nabij als hij dacht. Maar welke foltering +had de wreede Taï-ping dan voor hem uitgedacht? Daarvan kon hij zich +geen voorstelling maken. + +Er gingen uren voorbij. Kin-Fo voelde dat het hok waarin men hem +gesloten had, opgetild en voortgedragen werd. Toen werd het blijkbaar +op een of ander voertuig geplaatst. Het schokken op den weg, het +geluid der paarden, het gekletter der wapenen van de lieden die er +naast gingen, lieten daaraan geen twijfel over. Men vervoerde hen +blijkbaar naar elders. Waarheen! Dat was onmogelijk te gissen. + +Zeven à acht uur later bemerkte Kin-Fo dat men stilhield, dat zijn +kooi opgenomen en voortgedragen werd en kort daarop voelde hij eene +geheel andere beweging dan die in het voertuig waarmede men hem over +den weg had gereden. + +»Ben ik dan nu op een schip?" vroeg hij zichzelf af. + +Zeer duidelijk merkbaar slingeren en stampen en het trillen van een +schroef versterkten hem in het denkbeeld dat men hem aan boord van +een stoomboot had gebracht. + +»Dus de dood in de golven!" dacht hij, »'t Zij zoo, zij besparen mij +dusdoende veel erger folteringen! Heb dank daarvoor, Lao-Shen!" + +Maar er gingen weder tweemaal vier-en-twintig uur voorbij. Tweemaal +per dag werd door een schuif wat eten en drinken in het hok gezet, +zonder dat de gevangene de hand zien kon die het bracht en zonder +dat hij eenig antwoord op zijne vragen kreeg. + +Kin-Fo had ontroeringen gewenscht, voordat hij het schoone, hem door +den hemel geschonken leven verliet! Hij had niet gewild, dat zijn +hart zou ophouden te kloppen voordat het althans ook eens getrild +had! Welnu, er werd aan zijn wensch voldaan en in veel grooter mate +dan hij dit ooit had kunnen begeeren. + +Toch had hij gaarne, nu hij zijn leven moest verliezen, in het volle +daglicht willen sterven. De gedachte dat het hok, waarin hij opgesloten +was en dat slechts op de meest primitieve wijze als een gevangenis-cel +was ingericht, elk oogenblik in de golven kon geworpen worden, kwelde +hem vreeselijk. Sterven zonder dat hij den hemel nog eenmaal gezien +had, zonder een laatsten blik geworpen te hebben op de arme Lé-ou, +wier herinneringen hem geheel vervulden, dat was te erg! + +Eindelijk na een tijdsverloop, van welks duur hij zich geen +voorstelling kon maken, scheen het hem toe dat de lange tocht +plotseling gestaakt werd. Het gedreun der machine hield op. Het +vaartuig, waarop zijne gevangenis stond, hield stil. Kin-Fo voelde +dat de kooi opnieuw werd opgenomen. + +Nu was dus het laatste oogenblik aangebroken en de veroordeelde had +nog slechts vergiffenis te vragen voor de afdwalingen waaraan hij +zich bij zijn leven had schuldig gemaakt. + +Eenige oogenblikken verliepen er nog,--jaren, eeuwen! + +Tot zijne verbazing bemerkte Kin-Fo, dat de kooi opnieuw op den vasten +grond stond. + +Plotseling werd de gevangenis geopend. Ruwe armen grepen hem aan, +een sterke band werd hem om de oogen geslagen en hij voelde dat men +hem naar buiten trok. Stevig vastgehouden moest hij eenige schreden +doen, toen dwongen zijne geleiders hem om stil te staan. + +»Als ik nu eindelijk sterven moet," riep hij uit, »smeek ik u niet +mij het leven te laten, waarvan ik geen goed gebruik wist te maken, +maar bid ik u mij te laten sterven in het volle daglicht, als een +man die den dood niet vreest!" + +»Het zij zoo!" sprak een ernstige stem. »Laat het geschieden zooals +de veroordeelde wenscht!" + +Plotseling werd de band, die zijne oogen bedekte, afgerukt. + +Kin-Fo wierp toen een blik om zich heen.... + +Was hij de speelbal van een droom? Een rijk gedekte tafel stond voor +hem, waaraan vijf gasten gezeten waren, die glimlachten en slechts +op hem schenen te wachten om op het maal aan te vallen. Twee ledige +plaatsen waren open gelaten. + +»Gij, gij! Mijn vrienden, mijn beste vrienden! Zijt gij het?" riep +Kin-Fo uit, op een toon die onmogelijk weer te geven zou zijn. + +Maar neen! er was geen vergissing mogelijk. Het was Wang, de +philosoof! Het waren Yin-Pang, Houal, Pao-Shen, Tim, zijne vrienden +uit Kanton, dezelfden die hij twee maanden geleden onthaald had op +het bloemenschip op de Paarlen-rivier, de vrienden zijner jeugd, +de gezellen van zijn ongehuwden staat! + +Kin-Fo kon zijne oogen niet gelooven! Hij was in zijn eigen huis, +in de eetzaal van zijn yamen te Shang-Haï! + +»Als gij het zijt," riep hij uit, het woord tot Wang richtende, +»en niet uw schim, spreek dan!" + +»Ik ben het zelf mijn vriend," antwoordde de philosoof. »En zijt gij +nu geneigd aan uw ouden leermeester te vergeven dat zijn laatste les +in de philosophie misschien wat buitengewoon en wat hard was?" + +»Wat zegt ge?" antwoordde Kin-Fo. »Hebt gij, gij Wang, de hand in +dit alles gehad?" + +»Dat heb ik!" luidde het antwoord. + +»Ja", vervolgde Wang, »ik deed alles; ik, die alleen de opdracht om u +te dooden op mij genomen heb, opdat een ander zich er niet mee belasten +zou! Ik die wist, nog eerder dan gij, dat gij niet geruïneerd waart, +en dat er een oogenblik zou komen, waarop gij niet zoudt verlangen te +sterven. Mijn oude makker, Lao-Shen, die zich onderworpen heeft en die +in het vervolg een der hechtste steunpilaren van het rijk zal worden, +heeft mij wel behulpzaam willen zijn om u, met den dood voor oogen, +het leven op prijs te doen stellen. Dat ik u verschrikkelijken angst +heb doen doorstaan en u, wat nog erger is, meer heb laten verrichten +dan van een mensch naar billijkheid kan worden verlangd,--mijn hart +bloedde er onder,--is alleen geschied omdat ik de zekerheid had dat +gij het geluk achtervolgde, en dat gij het eenmaal bereiken zoudt!" + +Kin-Fo was Wang in de armen gezonken en deze drukte hem innig tegen +de borst. + +»Arme Wang!" sprak Kin-Fo bewogen, »had ik dan nog maar alleen gevaar +geloopen! Maar ook u heb ik in ongelegenheid gebracht! Wat heb ik +u laten loopen en wat heb ik u een koud bad bezorgd op de brug van +Palikao!" + +»Och, wat dat betreft", antwoordde Wang lachende, »dit heeft mij met +het oog op mijn vijf en vijftig jaren en mijn philosophie niet weinig +vrees verwekt! Ik had het warm en het water was koud! Maar ik ben er +goed afgekomen! Men loopt en zwemt nooit beter dan als men het voor +een ander doet!" + +»Voor een ander!" sprak Kin-Fo ernstig. »Ja! men moet voor een ander +alles over hebben! Daar ligt het geheim voor het ware geluk!" + +Daarop kwam Soun binnen, bleek als iemand die gedurende tweemaal +vier-en-twintig uur door zeeziekte gekweld werd. De ongelukkige +knecht had, evenals zijn meester, den weg van Fou-Ning naar Shang-Haï +moeten maken, en hoe hij het er afgebracht had, kon men wel aan zijn +gezicht zien! + +Na zich aan de armen van Wang als 't ware ontworsteld te hebben, +drukte Kin-Fo al zijne vrienden de hand. + +»'t Is niet te loochenen, zóó is het beter!" sprak hij. »Ik ben tot +nu toe een gek geweest!..." + +»En nu zult gij in een verstandig man veranderen!" antwoordde hem +de philosoof. + +»Ik zal er naar trachten," zei Kin-Fo, »en in de eerste plaats beginnen +met orde op mijn zaken te stellen. Ik heb de wereld doorgezworven +om een stuk papier te zoeken dat de oorzaak is geweest van al mijn +wederwaardigheden en dat ik terug wil hebben. Wat is er geworden +van den vervloekten brief, dien ik u heb gegeven, Wang? Hebt gij +hem werkelijk uit uw handen gegeven? Ik zou hem graag terug hebben, +want hij kon weer wegraken! Lao-Shen kan er--gesteld hij heeft dien +nog in zijn bezit--geen waarde meer aan hechten en hij zou misschien +kunnen vallen in de handen van... minder fatsoenlijke lieden!" + +Iedereen barstte op het hooren van deze woorden in lachen uit. + +»Beste vrienden", zei Wang, »Kin-Fo is werkelijk, dank zij zijn +avonturen, een man van regelmaat geworden! Zijn onverschilligheid +van vroeger is geweken! Hij denkt als een verstandig man!" + +»Ik krijg echter op deze wijze mijn brief niet terug", hernam Kin-Fo, +»mijn dwazen brief! Ik beken zonder schaamte dat ik niet rusten zal +voor ik dien terug heb en voor ik de asch er van aan den wind heb +toevertrouwd!" + +"Hecht gij werkelijk aan uw brief?" hernam Wang. + +»Zeker", antwoordde Kin-Fo. »Zoudt gij zoo wreed zijn dien te behouden +als een waarborg tegen een nieuwe dwaasheid mijnerzijds?" + +»Neen." + +»Welnu?" + +»Welnu, beste leerling, aan uw verlangen kan niet voldaan worden het +is helaas mijn schuld niet. Noch Lao-Shen, noch ik hebben hem meer, +uw brief..." + +»Hebt gij hem niet meer?" + +»Neen." + +»Hebt gij hem vernietigd?" + +»Neen! helaas! neen!". + +»Zijt gij onvoorzichtig genoeg geweest hem aan andere handen toe +te vertrouwen?" + +»Ja." + +»Aan wien? aan wien!" vroeg Kin-Fo driftig, daar zijn geduld ten +einde was. »Aan wien?" + +»Aan iemand die hem alleen aan u persoonlijk ter hand wil stellen!" + +Op dit oogenblik verscheen de bevallige Lé-ou, die achter een scherm +verborgen, het tooneel van het begin tot het einde had bijgewoond. Zij +hield den brief tusschen hare lieve vingertjes en bewoog hem, bij +wijze van waarschuwing, heen en weder. + +Kin-Fo breidde zijn armen uit. + +»Neen, nog niet. Eerst nog een weinig geduld!" sprak de beminnelijke +vrouw, terwijl zij een beweging maakte als wilde zij weder achter +het scherm terugkeeren. »Eerst zaken, mijn beste man!" + +En terwijl zij hem den brief voor de oogen hield, sprak zij: + +»Herkent mijn lieve jongste broeder zijn werk?" + +»Of ik het herken!" riep Kin-Fo uit. »Wie anders dan ik had dien +gekken brief kunnen schrijven?" + +»Welnu," vervolgde Lé-ou, »daar gij de wettige begeerte uit om +den brief te bezitten, ziedaar, verscheur, verbrand, vernietig dit +gevaarlijke stuk! Dat er niets overblijve van den Kin-Fo die het +geschreven heeft!" + +»Zoo zij het," sprak Kin-Fo, en naderde met het dunne papier de vlam; +»maar vergun nu, mijn allerliefste, dat uw man teederlijk zijn vrouw +omarme en zet gij u aan het hoofd van dezen disch. Ik gevoel dat ik +er eer aan zal bewijzen." + +»En wij ook!" riepen de vijf gasten. »Tevreden menschen zijn hongerig!" + +Toen de officieele rouw eenige dagen later werd opgeheven, werd het +huwelijk gesloten. + +De beide echtgenooten beminden elkander! Zij moesten elkander altijd +beminnen. Van alle kanten lachte hun het geluk toe. + +Men ga naar China om er getuige van te zijn! + + + + + + + + +MUITERIJ AAN BOORD DER "BOUNTY." [18] + + +I. + + +Niet het minste tochtje, geen rimpeltje verstoort de oppervlakte +der zee, terwijl geen enkele wolk, zoover het oog reikt, aan het +uitspansel is te bespeuren. De schitterende sterrenbeelden van het +zuidelijk halfrond teekenen zich met een onvergelijkelijke juistheid +tegen den hemel af. De zeilen van de _Bounty_ hangen slap langs de +masten, het vaartuig is onbeweeglijk, en het schijnsel der maan dat +verbleekt voor den dageraad die aanbreekt, verlicht het luchtruim +met een onbeschrijfelijken glans. + +De _Bounty_, een schip van twee honderd vijftien ton, bemand met zes +en veertig koppen, had den 23n December, 1787 Spithead verlaten onder +het kommando van kapitein Bligh, een ervaren, maar wat ruwe zeeman, +die kapitein Cook op zijn laatste onderzoekingsreis vergezeld had. + +De _Bounty_ was belast met de speciale zending om den broodboom, +die in den archipel van Taïti welig tiert, naar de Antilles over +te brengen. Na een vertoef van zes maanden in de baai van Matavaï, +had William Bligh een duizendtal dezer boomen geladen en na een +kort oponthoud op de Vrienden-eilanden, den steven gewend naar de +West-Indiën. + +Meermalen had het wantrouwend en driftig karakter van den kapitein +aanleiding gegeven tot onaangename tooneelen tusschen sommige zijner +officieren en hem. Evenwel deed de rust die den 28n April, 1789 bij +het opgaan der zon aan boord van de _Bounty_ heerschte niets vermoeden +van de ernstige gebeurtenissen die weldra zouden plaats hebben. + +Werkelijk scheen alles kalm en bedaard te zijn, toen plotseling zich +eene ongewone levendigheid op het vaartuig voordeed. Eenige matrozen +spreken elkaar aan, wisselen zacht een paar woorden en verdwijnen +daarna met langzame schreden. + +Wordt de morgenwacht afgelost? Is er iets bijzonders aan boord +voorgevallen? + +»Vooral geen rumoer, mijne vrienden," zei Fletcher Christian, de +eerste stuurman van de _Bounty_. »Bob, hou je pistool gereed, maar +schiet niet voordat ik 't je beveel. En jij, Churchill, neem je bijl +en verbreek het slot van de kajuit van den kapitein. En nog iets, +denk er aan dat ik hem levend moet hebben!" + +Gevolgd door een tiental matrozen, gewapend met sabels, hartsvangers +en pistolen, sloop Christian tusschendeks; na vervolgens schildwachten +voor de kajuit van Stewart en van Peter Heywood, den equipagemeester +en den adelborst van de _Bounty_ geplaatst te hebben, bleef hij staan +voor de deur van den kapitein. + +»Kom, jongens," zei hij, »helpt een handje!" + +De deur week onder een krachtige drukking en de matrozen drongen in +de kajuit door. + +Verrast door de duisternis en misschien denkende aan de +verantwoordelijkheid hunner daden, aarzelden zij een oogenblik. + +»Holla! wat is er? Wie heeft het hart?...." riep de kapitein, uit +zijn kooi springende. + +»Hou je mond, Bligh!" antwoordde Churchill. »Zwijg, en probeer niet +weerstand te bieden, of ik steek je een prop in den mond!" + +»Je hoeft je niet aan te kleeden," voegde Bob er bij. "Je zult er +altijd nog goed genoeg uitzien, als je aan de bezaansmast hangt!" + +»Bind hem de handen op den rug, Churchill," zei Christian, »en hijsch +hem op het dek!" + +»Als men maar weet hoe met hem om te springen, is de verschrikkelijkste +kapitein nog al zoo bar niet," merkte John Smith, de philosoof der +bende op. + +Daarna klom de stoet, onverschillig of ze de nog slapende matrozen +van de laatste wacht wakker maakten of niet, de trap weder op en +verschenen ze weer op het dek. + +Het was een formeele opstand. Van al de officieren aan boord was Young, +een der adelborsten, de eenige, die gemeene zaak met de muitelingen +gemaakt had. + +Wat de equipage betreft, de weifelaars moesten voor het oogenblik +toegeven, terwijl de anderen, ongewapend, zonder hoofd, toeschouwers +bleven van het treurspel dat onder hunne oogen zou afgespeeld worden. + +Allen waren in stilte op het dek geschaard; zij keken naar hun kapitein +die, half naakt, met opgeheven hoofde voorwaarts trad te midden van +die mannen die gewoon waren om voor hem te beven. + +»Bligh," zei Christian ruw, »je bent van je kommandement ontzet." + +»Ik ken je het recht niet toe...." antwoordde de kapitein. + +»Laat ons geen tijd in nuttelooze protestaties verliezen," riep +Christian uit, die Bligh in de rede viel. »'k Spreek op 't oogenblik +uit naam van de geheele equipage der _Bounty_. We hadden nauwlijks +Engeland verlaten of we hadden ons reeds over je beleedigende +vermoedens, je brutale handelingen te beklagen. Als ik zeg wij, +dan meen ik daarmee zoowel de officieren als de matrozen. Niet +alleen konden we ons nooit rechtvaardigen, maar je verwierpt onze +klachten met minachting! Zijn we dan honden om alle oogenblikken +gehoond te worden? Kanaljes, roovers, leugenaars, dieven! Je had +geen uitdrukking die grof genoeg, geen beleediging die gemeen genoeg +voor ons was! Men zou geen mensch moeten zijn om een dergelijk +bestaan langer te verdragen! En ik, ik je landgenoot, ik die je +familie ken, ik die al twee reizen onder je bevelen gemaakt heb, +ben ik door je gespaard geworden? Heb je me niet gisteren nog +beschuldigd je eenige armzalige vruchten ontstolen te hebben? En +de bemanning! Voor niets, in de boeien! Voor een bagatel, vier en +twintig met het eindje! Welnu, loontje komt om zijn boontje! Je +bent te mild voor ons geweest, Bligh! Nu is 't onze beurt! Al die +beleedigingen, die onrechtvaardigheden, die onzinnige beschuldigingen, +die zedelijke en lichamelijke pijnigingen, waarmee je je equipage +anderhalf jaar lang overladen hebt, zullen we je betaald zetten, +en met woeker! Kapitein! allen, die je beleedigd hebt, hebben je +veroordeeld.--Is het niet zoo, kameraden?" + +»Ja, ja, ter dood!" riepen de meeste matrozen, hun kapitein +bedreigende. + +»Kapitein Bligh," hernam Christian, "eenigen hadden er van gesproken om +je aan een eind touw tusschen hemel en water op te hijschen. Anderen +stelden voor je met het eindje zoolang te geeselen, tot je er dood +bij neerviel. Ik weet wat beters. Je bent overigens niet de eenige +schuldige hier. Zij die altijd getrouw je bevelen hebben opgevolgd, +hoe wreed ze ook waren, zouden wanhopig zijn onder mijn kommando over +te gaan. Zij hebben verdiend je te vergezellen overal waar de wind +je voeren zal.--Laat de sloep in zee!" + +Een afkeurend gemor deed zich bij deze laatste woorden van Christian +hooren, die er zich evenwel niet om scheen te bekommeren. Kapitein +Bligh, die door deze bedreigingen niet uit het veld geslagen was, +maakte van een oogenblik van stilte gebruik om het woord te nemen. + +»Officieren en matrozen," zeide hij met vaste stem, »in mijne +hoedanigheid als officier van de koninklijke marine, kommandant van +de _Bounty_, protesteer ik tegen de behandeling die je me wilt doen +ondergaan. Hebt ge je te beklagen over de wijze waarop ik mijn kommando +gevoerd heb, dan kan je me voor een krijgsraad roepen. Maar je hebt +stellig niet gedacht aan het gewicht van de daad die je op het punt +staat te volvoeren. Denkt er aan dat de hand aan je kapitein te slaan, +een daad is die je in verzet doet komen tegen de bestaande wetten, +een daad is die je allen terugkeer naar je vaderland onmogelijk maakt, +een daad eindelijk die je blootstelt om als zeeroovers behandeld te +worden! Vroeg of laat wacht je een schandelijke dood, de dood van +verraders en oproerlingen! In den naam van de eer en de gehoorzaamheid +die je me gezworen hebt, sommeer ik je tot je plicht terug te keeren!" + +»We weten volkomen waaraan we ons blootstellen," antwoordde Churchill. + +»Genoeg, genoeg!" schreeuwde de equipage, gereed om tot gewelddadigheid +over te gaan. + +»Nu, goed," zei Bligh, »als je dan een slachtoffer wilt, laat ik het +dan zijn, maar ik alleen! Diegenen mijner kameraden, die je evenals +mij veroordeelt, hebben slechts mijne bevelen uitgevoerd!" + +De stem van den kapitein verloor zich in een koor van verwenschingen +en hij moest het opgeven om die meedoogenloos geworden harten te +vermurwen. + +Gedurende dien tijd werden beschikkingen genomen om de bevelen van +Christian ten uitvoer te brengen. + +Intusschen was er een vrij hevig geschil gerezen tusschen den eersten +stuurman en verscheidene oproerlingen die kapitein Bligh en zijne +metgezellen aan hun lot wilden overlaten zonder wapenen, zonder brood +of ander voedsel. + +Eenigen,--en dit was ook de meening van Churchill,--vonden dat +het aantal van hen die het schip moesten verlaten, niet groot +genoeg was. Men moest zich, zeide hij, ontdoen van allen die, al +hadden zij niet rechtstreeks aan het komplot deelgenomen, toch niet +veilig waren. Zij die slechts tevreden waren met de zaken zooals zij +zich voordeden, waren niet te vertrouwen. Wat hem aangaat, zijn rug +smartte nog van de zweepslagen die hij gekregen had omdat hij op Taïti +gedeserteerd was. Het beste en het snelste middel om hem te genezen +was, hem dadelijk aan den kommandant over te leveren!--Hij zou zich +wel weten te wreken, en met eigen hand! + +»Hayward! Hallett!" riep Christian, zich tot twee officieren richtende, +zonder op de woorden van Churchill te letten, »klimt af in de sloep." + +»Wat heb ik je gedaan, Christian, om me zoo te behandelen?" zei +Hayward. »'t Schijnt dat je mijn dood wilt!' + +»Kom, kom, geen tegenspartelingen! Gehoorzaam, of...! ...Fryer, +scheep je ook in!" + +Doch in plaats van zich naar de sloep te begeven, naderden deze +officieren kapitein Bligh, terwijl Fryer, die de stoutmoedigste scheen, +hem het volgende toefluisterde: + +»Kommandant, wilt u beproeven om het schip te hernemen? We hebben wel +is waar geen wapens, maar als we de muitelingen onverhoeds aanvallen, +zullen ze geen weerstand bieden. Wat kan 't ons schelen, al worden +er eenigen van ons gedood! We kunnen een coup wagen! Wat dunkt u?" + +En werkelijk maakten de officieren zich gereed om zich op de +muitelingen te werpen die bezig waren om de sloep uit haar davids +te tillen, toen Churchill, wien dit onderhoud, hoe kort ook, niet +ontgaan was, hen met eenige goed gewapende mannen omsingelde en hen +met geweld deed scheep gaan. + +»Millward, Muspratt, Birket, en jelui daar," zei Christian, zich +tot eenige matrozen wendende die geen deel aan den opstand genomen +hadden, »gaat tusschendeks, en zoekt uit wat je 't liefst meeneemt! Je +vergezelt kapitein Bligh. Jij, Morrison, bewaak me daar die snaken +eens! Purcell, je kunt je timmermanskist meenemen." + +Twee masten met de zeilen, eenige spijkers, een zaag, een half +stuk zeildoek, vier kleine vaatjes, honderd vijf en twintig liters +water inhoudende, honderd vijftig pond beschuit, twee en dertig pond +pekelspek, zes flesschen wijn, zes flesschen rum, de likeurkelder +van den kapitein, was alles wat zij mochten medenemen. Men wierp +hun daarenboven twee of drie oude sabels toe, maar men weigerde hun +vuurwapenen van welken aard ook. + +»Waar zijn toch Heywood en Stewart?" zei Bligh, toen hij zich in de +sloep bevond. »Hebben die me ook verraden?" + +Zij hadden hem niet verraden, maar Christian had besloten hen aan +boord te houden. + +De kapitein werd toen een oogenblik door een gevoel van vergeeflijke +ontmoediging en zwakheid overvallen, 't welk echter niet lang duurde. + +»Christian," zeide hij, »ik geef je mijn woord van eer dat ik alles zal +vergeten wat er gebeurd is, als je dat verfoeielijk plan opgeeft! 'k +Bid je, denk toch eens aan mijn vrouw en kinderen! Wat zal er van de +mijnen worden, als ik dood ben!" + +»Als je een beetje eergevoel gehad hadt," antwoordde Christian, »zou +het nooit zoover gekomen zijn. Als je wat meer aan je eigen vrouw en +kinderen en aan de vrouw en kinderen van de anderen gedacht hadt, zou +je niet zoo hard en zoo onrechtvaardig voor ons allen geweest zijn!" + +Ook de bootsman op zijn beurt, trachtte op het punt van scheep te +gaan Christian tot andere gedachten te brengen, doch te vergeefs. + +»'k Heb al veel te lang geleden," antwoordde deze laatste bitter. »Je +weet niet welke kwellingen ik gehad heb! Neen! dat kon geen dag meer +duren en daarenboven weet je dat ik gedurende de geheele reis, ik, +de eerste stuurman van dit vaartuig, als een hond behandeld ben! Toch +wil ik, op het oogenblik me van kapitein Bligh te scheiden, dien +ik waarschijnlijk nooit meer zien zal, uit medelijden hem niet alle +hoop op redding benemen.--Smith! ga naar de kajuit van den kapitein, +en haal hem zijne kleederen, zijn journaal en zijn portefeuille. Breng +hem daarenboven mijn zeekaarten en mijn eigen sextant. Hij heeft dan +eenige kans zijn metgezellen te redden en zich zelf te helpen!" + +De bevelen van Christian werden ten uitvoer gebracht, doch niet zonder +eenig verzet. + +»En nu, Morrison, gooi het touw los," beval de eerste stuurman, +die nu kapitein geworden was, »en Gode aanbevolen!" + +Terwijl de oproerlingen kapitein Bligh en zijne ongelukkige lotgenooten +spottenderwijs een laatst vaarwel toeriepen, kon Christian, tegen +de verschansing geleund, zijne oogen niet afhouden van de sloep, +die zich verwijderde. Deze brave officier, wiens gedrag altijd flink +en rond geweest was en daarom ten volle den lof verdiend had van +al de kommandanten onder wie hij gediend had, was thans niets meer +dan het hoofd eener bende zeeroovers. Het zou hem nooit meer vergund +zijn zijne oude moeder, noch zijne verloofde, noch de kusten van het +eiland Man, zijn vaderland weder te zien. Hij gevoelde zich verlaagd +in zijn eigen oogen, onteerd in de oogen van iedereen! De kastijding +volgde reeds op den misstap! + + + + + +II + +De verlatenen. + + +De sloep die kapitein Bligh droeg, was met haar achttien passagiers, +officieren en matrozen, behalve den wel is waar niet grooten voorraad, +zoo zwaar geladen, dat zij nauwlijks vijftien duim boven het vlak +der zee uitkwam. Een en twintig voet lang, zes voet breed, mocht zij +volkomen geschikt zijn voor den dienst der _Bounty_, doch om zulk +een talrijke equipage te bevatten, om zulk een lange reis te maken, +was het moeielijk een ellendiger vaartuig te vinden. + +De matrozen stelden evenwel het volste vertrouwen in de geestkracht en +de bekwaamheid van kapitein Bligh en de officieren die zijn lot deelden +en roeiden met kracht, zoodat de sloep snel de golven doorsneed. + +Bligh had niet geaarzeld hoe te handelen. Men moest dadelijk trachten +zoodra mogelijk het eiland Tofoa, het dichtste bij van de groep der +Vrienden-eilanden, te bereiken. Slechts eenige dagen geleden hadden +zij dit eiland verlaten en daar moest men dan een voorraad vruchten +van den broodboom verzamelen, den voorraad water vernieuwen en van +daar den koers naar Tonga-Tabou nemen. Daar zou men dan ongetwijfeld +genoeg levensmiddelen kunnen innemen om den overtocht te maken naar +de Hollandsche vestigingen van Timor, ingeval men uit vrees voor de +inboorlingen, zich niet wilde ophouden in de ontelbare archipels die +op den weg gezaaid liggen. + +De eerste dag ging zonder eenig bijzonder voorval voorbij en de nacht +viel juist toen men de kust van Tofoa ontdekte. Ongelukkig is het +strand daar zoo rotsachtig, de kust zoo steil, dat men er 's nachts +niet kan landen. Men moest dus den dag afwachten. + +Bligh wilde liefst, of het moest strikt noodzakelijk zijn, den +voorraad in de sloep niet aanraken. Het eiland moest dus allen +voeden. Dat scheen evenwel moeielijk te zullen zijn, want in het +eerst ontmoetten zij, aan land zijnde, geen spoor van bewoners. Toch +duurde het niet lang of er kwamen eenige opdagen; deze werden goed +ontvangen, en brachten andere mede die hen van een weinig water en +eenige kokosnoten voorzagen. + +Bligh was in groote verlegenheid. Wat moesten zij den inboorlingen +wel zeggen die bij de laatste landing der _Bounty_ reeds handel +met haar gedreven hadden? Het was vooral zaak hun de waarheid te +verbergen, teneinde het aanzien niet in gevaar te brengen waarmede +de vreemdelingen op die eilanden steeds waren ontvangen geworden. + +Zeggen dat zij door het vaartuig 't welk in volle zee was gebleven, +waren uitgezonden om voorraad op te doen? Onmogelijk, daar de _Bounty_ +niet zichtbaar was, zelfs van de toppen der heuvels niet! Zeggen +dat zij schipbreuk hadden geleden en dat de inboorlingen in +hen de eenige overlevenden der schipbreukelingen zagen? dit was +nog de waarschijnlijkste fabel. Misschien zoude deze haar met +medelijden vervullen en er hen toe brengen den voorraad der sloep +te voltooien. Bligh bleef aan dit laatste besluit vasthouden, hoe +gevaarlijk ook en waarschuwde allen opdat men het algemeen eens was +betreffende deze fabel. + +Bij het hooren van dit verhaal, gaven de inboorlingen geen bewijzen van +vreugde, noch teekenen van verdriet. Alleen was er groote verwondering +op hun gelaat te lezen en wat zij overigens dachten, was onmogelijk +te raden. + +Den 2n Mei was het aantal inboorlingen die van de andere deelen des +eilands waren samengestroomd, waarlijk onrustbarend en weldra merkte +Bligh op dat zij vijandige plannen hadden. Eenige beproefden zelfs +de sloep op het strand te slepen en lieten dit voornemen eerst varen +bij de nadrukkelijke vertogen van den kapitein, die hen met zijn +hartsvanger in ontzag moest houden. Gedurende dien tijd, kwamen +eenige zijner manschappen, die Bligh had uitgezonden, met eenige +gallons water terug. + +Het was meer dan tijd dit ongastvrije oord te verlaten. Bij het +ondergaan der zon was alles gereed, maar het was niet gemakkelijk de +sloep te bereiken. Het strand was bezaaid met inboorlingen die steenen +tegen elkander aansloegen en ze gereed hielden om te werpen. De sloep +moest zich dus op eenige vademen van het strand verwijderd houden en +slechts dan aanlanden, als de mannen gereed waren zich in te schepen. + +De Engelschen waren nu ernstig ongerust over de vijandige neigingen +der inboorlingen; zij klommen weder naar het strand af, te midden van +tweehonderd inboorlingen, die slechts op een teeken wachtten om zich +op hen te werpen. Evenwel waren allen gelukkig in de sloep gekomen, +toen een der matrozen, Bancroft genaamd, op het noodlottig idée +kwam naar het strand terug te keeren om 't een of andere voorwerp +te zoeken dat hij er had achtergelaten. Binnen een seconde werd de +onvoorzichtige door de inboorlingen omringd en door steenen gedood, +zonder dat zijne metgezellen, die geen enkel vuurwapen bezaten, hem +konden te hulp komen. Doch ook zij zelven werden op dat oogenblik +aangegrepen en met een hagel van steenen begroet. + +»Komt, jongens," riep Bligh, »aan de riemen en flink doorgeroeid!" + +De inboorlingen begaven zich toen in zee en deden opnieuw een +hagelbui van keien op de sloep regenen. Verscheidene mannen werden +gekwetst. Maar Hayward, raapte een steen op die in de sloep gevallen +was, mikte op een van de aanvallers en raakte hem midden op het +voorhoofd. De inboorling viel omver, een doordringenden schreeuw +gevende, die beantwoord werd door de hoera's der Engelschen. Hun +ongelukkige kameraad was gewroken. + +Intusschen staken verscheidene prauwen van het strand af en zetten +hen achterna. Deze vervolging kon slechts met een gevecht eindigen, +waarvan de uitslag misschien niet gelukkig geweest ware, toen +de equipagemeester een goeden inval kreeg. Niet wetende dat hij +Hippomenes in zijne worsteling met Atalantes navolgde, ontdeed hij +zich van zijn boezeroen en wierp het in zee. De inboorlingen lieten +hun prooi los en hielden zich op om zich van het boezeroen meester +te maken, waardoor de sloep om den hoek der baai heen kon varen. + +Middelerwijl was nu de nacht geheel aangebroken en gaven de +inboorlingen ontmoedigd, de vervolging van de sloep op. + +Deze eerste poging om ergens aan land te komen was al te ongelukkig +tegengeloopen om opnieuw te beproeven; dit was althans de raad van +kapitein Bligh. + +»Wij moeten nu een besluit nemen," zeide hij. »Ik ben er zeker van +dat wat op Tofoa is voorgevallen, zich op Tonga-Tabou en overal +waar we zouden willen aanlanden, zal herhalen. Met ons klein getal, +zonder vuurwapenen, zullen we geheel aan de genade der inboorlingen +zijn overgeleverd. Zonder voorwerpen om te ruilen, kunnen we geen +levensmiddelen koopen, en 't is ons onmogelijk ze ons met geweld te +verschaffen. Wij zijn dus alleen aan onze hulpmiddelen overgelaten. Nu +weet je evengoed als ik, vrienden, hoe ellendig die zijn! Maar is het +niet beter er ons mee te vergenoegen dan bij elke landing het leven +van verscheidene onzer te wagen? En toch wil ik u het verschrikkelijke +van onzen toestand niet ontveinzen. Om Timor te bereiken, moeten we +nagenoeg twaalfhonderd mijlen afleggen en zult ge u moeten vergenoegen +met een ons beschuit per dag en een kwart pint water! Tegen dien prijs +alleen is er nog redding mogelijk en op die voorwaarde dan nog dat ik +de meest mogelijke gehoorzaamheid bij u zal ontmoeten. Antwoordt me +zonder omwegen, ronduit, vindt ge goed de onderneming te wagen? Zweert +ge mijne bevelen na te komen, welke ze ook zijn mogen? Belooft ge +zonder morren u aan al deze ontberingen te onderwerpen?" + +»Ja, ja, we zweren het!" riepen als uit één mond de metgezellen van +Bligh uit. + +»Mijne vrienden," hernam de kapitein, »ook moeten we onze wederzijdsche +tekortkomingen, onze antipathiën en onzen haat vergeten, in een +woord onzen persoonlijken afkeer opofferen aan het algemeen belang, +dat alleen ons moet leiden!" + +»We beloven het." + +»Als je je woord houdt," voegde Bligh er bij, »en desnoods zal ik je +er toe noodzaken, sta ik voor je redding in." + +De weg was toen naar 't O.-N.-O. De wind, die vrij sterk was, ging +in den avond van 4 Mei in storm over. De golven werden zoo hoog, +dat de boot somtijds geheel tusschen haar wegdook en scheen zich niet +weder te kunnen verheffen. Het gevaar nam elk oogenblik toe. Doornat +en koud, hadden de ongelukkigen om zich wat op te wekken, niets dan +een kop thee met wat rum en het vierde van een half verrotte vrucht +van den broodboom. + +Den dag daarop en de volgende dagen, kwam er geen verandering in +den toestand. De boot ging tusschen ontelbare eilanden door, waarvan +eenige prauwen afstaken. + +Geschiedde dit om hen na te zetten of was het om eenige voorwerpen +in ruil aan te bieden? In dezen twijfel zou het onvoorzichtig geweest +zijn zich op te houden. Ook had de sloep, waarvan de zeilen door een +goeden wind uitgezet waren, ze weldra ver achtergelaten. + +Den 9n Mei, barstte er een vreeselijke storm los. Donder en bliksem +volgden elkaar onophoudelijk op. De regen viel met een kracht waarvan +de hevigste stormen onzer klimaten geen denkbeeld kunnen geven. Het +was onmogelijk de kleederen te doen drogen. Bligh kwam toen op de +gedachte ze in zeewater te dompelen en ze op die wijze met zout te +laten doortrekken, teneinde de huid een weinig van de warmte terug te +geven, die haar door den regen ontnomen was. Intusschen bespaarden +die stortregens, die den kapitein en zijne metgezellen zooveel leed +berokkenden, hun andere martelingen nog veel verschrikkelijker, de +martelingen van den dorst namelijk, die eene onverdraaglijke hitte +weldra zou hebben doen ontstaan. + +Den 17n Mei, 's morgens, werden na een vreeselijken storm, de klachten +algemeen: + +»Nooit zullen we de kracht hebben Nieuw-Holland te bereiken," riepen +de ongelukkigen uit. »Doornat van den regen, uitgeput van vermoeienis, +zullen we nooit een oogenblik rust hebben! We zijn half dood van den +honger en toch versterkt u onze rantsoenen niet, kapitein! Wat komt +het er op aan dat onze levensmiddelen op raken. We kunnen bij onze +aankomst op Nieuw-Holland ze immers gemakkelijk vernieuwen!" + +»'k Moet weigeren," antwoordde Bligh. »'t Zou met recht gekkenwerk +wezen. Wat! we hebben nog slechts den afstand afgelegd die ons +van Australië scheidt, en je verliest nu den moed al! En geloof je +bovendien gemakkelijk levensmiddelen te zullen vinden op de kust van +Nieuw-Holland? Je schijnt het land en zijn bewoners niet te kennen!" + +Bligh schilderde toen in breede trekken den aard van den bodem, +de zeden der inboorlingen, het weinige vertrouwen dat men in een +goede ontvangst moest stellen, allen zaken die hij op zijn reis +met kapitein Cook had leeren kennen. Dezen keer nog, hoorden zijne +ongelukkige lotgenooten hem aan en zwegen. + +De volgende veertien dagen mocht men zich in heldere zonneschijn +verheugen, die hun de gelegenheid aanbood om hunne kleederen op te +drogen. Den 27n kwamen zij over de branding die de oostkust van +Nieuw-Holland omgeeft. De zee was kalm achter deze koraalriffen +en eenige groepen eilanden met exotischen plantengroei, verheugden +hunne blikken. + +Men ontscheepte zich en betrad de kust met de grootste voorzorgen. Men +vond geen andere sporen van het verblijf der inboorlingen dan oude +vuurplaatsen. Het was dus mogelijk een goeden nacht aan land door +te brengen. + +Doch men moest eten. Bij toeval ontdekte een der matrozen een +oesterbank. Dat was een echte smulpartij. + +Den volgenden dag vond Bligh in de sloep een vergrootglas, een vuurslag +en zwavel. Hij was dus in staat zich vuur te verschaffen om het wild +of de visch te braden. + +Bligh kwam toen op het denkbeeld zijn equipage in drie afdeelingen +te verdeelen: de eene moest alles in de boot in order brengen; de +twee andere moesten op levensmiddelen uitgaan. Maar velen hunner +beklaagden zich over deze taak en zagen liever van hun diner af dan +zich in de wildernis te wagen. + +Een van hen, heftiger of meer ontzenuwd dan zijne kameraden, ging +zelfs zoo ver om aan den kapitein te zeggen: + +»De een is niets beter dan de andere en 'k zie niet in waarom u altijd +achter zoudt blijven om uit te rusten! Als u honger hebt, ga dan eten +zoeken! Voor 't geen u hier te doen hebt, zal 'k u wel vervangen!" + +Bligh, die begreep dat deze geest van oproer in de geboorte moest +gesmoord worden, greep een hartsvanger, wierp een ander voor de voeten +van den oproermaker en riep hem toe: + +»Verdedig je of ik steek je overhoop!" + +Deze krachtige houding deed den oproerling dadelijk tot bedaren komen +en het algemeene misnoegen kalmeeren. + +Bij deze landing deed de equipage der sloep een ruimen voorraad op +van oesters, kammosselen en zoet water. + +Een weinig verder, in de straat van Endeavour, kwam een der troepen +die op de jacht van schildpadden en van zeezwaluwen waren uitgezonden, +met ledige handen terug; de andere troep bracht zes zeezwaluwen mede, +maar deze zouden er veel meer gevangen hebben als niet een der jagers +zoo koppig geweest was om van zijne kameraden af te gaan en deze vogels +te verschrikken. Deze man bekende later dat hij zich van negen dezer +vogels had meester gemaakt en ze rauw op de plaats zelve opgegeten had. + +Zonder de levensmiddelen en het zoet water dat zij op de kust van +Nieuw-Holland gevonden hadden, zouden Bligh en zijne kameraden +ongetwijfeld omgekomen zijn. Overigens verkeerden allen in een +beklagenswaardigen toestand, vermagerd, vervallen, uitgeput, niet +veel meer dan lijken. + +De reis in volle zee, om Timor te bereiken, was slechts de smartelijke +herhaling van het lijden dat deze ongelukkigen reeds doorgestaan +hadden alvorens de kusten van Nieuw-Holland te bereiken. Het vermogen +om weerstand te bieden was evenwel bij allen zonder uitzondering, +gebroken. Na eenige dagen, zwollen hunne beenen op. In dien toestand +van buitengewone zwakte werden zij overvallen door een bijna +voordurenden lust om te slapen. Dit waren de voorteekenen van een +einde dat niet veraf meer kon zijn. Bligh, die dit opmerkte, deelde +aan de meest verzwakten een dubbel rantsoen uit en trachtte hun een +weinig hoop te geven. + +Eindelijk kwam den 12n Juni 's morgens, na een overtocht van +drie duizend zes honderd achttien mijlen, in verschrikkelijke +omstandigheden, de kust van Timor in 't gezicht. + +De ontvangst die de Engelschen te Coupang genoten, was buitengewoon +gastvrij en deelnemend. Zij bleven er twee maanden om zich te +herstellen. Nadat Bligh toen aldaar een kleinen schoener gekocht had, +bereikte hij Batavia, alwaar hij zich voor Engeland inscheepte. + +Den 14n Maart, 1790 liepen de verlatenen te Portsmouth binnen. Het +verhaal van het lijden dat zij doorgestaan hadden wekte de algemeene +deelneming en verontwaardiging van weldenkenden op. Bijna onmiddellijk +ging de Admiraliteit over tot de uitrusting van het fregat de +_Pandora_, van vier en twintig stukken en honderd zestig man en zond +haar uit ter vervolging van de oproerlingen der _Bounty_. + +Men zal zien wat er van hen geworden was. + + + + + +III. + +De oproerlingen. + + +Nadat kapitein Bligh in volle zee was achtergelaten, was de _Bounty_ +naar Taïti onder zeil gegaan. Dienzelfden dag, bereikte zij +Toubouaï. De lachende aanblik van dat kleine eiland, omgeven door +koraalriffen, noodigde Christian uit er te landen; maar de vijandige +houding der bewoners was te dreigend, zoo dat van een landing werd +afgezien. + +Den 6n Juni 1789 liet men het anker vallen op de reede van +Matavaï. Toen de bewoners van Taïti de _Bounty_ herkenden, was hunne +verrassing buitengewoon. De oproerlingen vonden daar de inboorlingen +weder met wie zij bij eene voorgaande landing betrekkingen hadden +aangeknoopt en zij vertelden hun een fabel, waaraan zij zorgden den +naam te verbinden van kapitein Cook, die bij de bewoners van Taïti +de beste herinnering had achtergelaten. + +Den 29n Juni, vertrokken de oproerlingen weder naar Toubouaï en zochten +zij een eiland op dat buiten den gewonen weg der vaartuigen gelegen +was, waarvan de bodem vruchtbaar genoeg was om hen te voeden en waar +zij in veiligheid konden leven. Zij dwaalden op die wijze rond van +archipel naar archipel, onder het bedrijven van allerlei rooverijen +en buitensporigheden, die het Christian maar zelden mocht gelukken +te voorkomen. + +Daarna, nogmaals uitgelokt door de vruchtbaarheid van Taïti, door de +zachte en gemakkelijke zeden zijner bewoners, liepen zij opnieuw de +baai van Matavaï binnen. Daar begaf zich het twee derde gedeelte der +equipage onmiddellijk aan land. Maar dienzelfden avond had de _Bounty_ +het anker gelicht en was verdwenen, voordat de ontscheepte matrozen +het voornemen van Christian om zonder hen te vertrekken hadden kunnen +vermoeden. + +Aan zich zelve overgelaten vestigden deze mannen zonder veel leedgevoel +zich in verschillende districten van het eiland. De equipagemeester +Stewart en de adelborst Peter Heywood, de twee officieren die Christian +van de veroordeeling tegen Bligh uitgesproken, had uitgezonderd en +huns ondanks had medegenomen, bleven te Matavaï bij den koning Tippao, +wiens zuster Stewart weldra huwde. Morrison en Millward begaven zich +naar het opperhoofd Peno, die hen goed ontving. Wat de andere matrozen +betreft, zij drongen dieper op het eiland door en huwden al spoedig +met inlandsche vrouwen. + +Churchill en een razende krankzinnige, Thompson genaamd, +werden, na allerlei misdaden bedreven te hebben, handgemeen met +elkander. Churchill werd gedood in dezen strijd en Thompson door de +inboorlingen gesteenigd. Op die wijze kwamen twee der oproerlingen om +het leven die het grootste aandeel aan het oproer genomen hadden. De +andere wisten zich integendeel door hun goed gedrag zeer bemind bij +de bewoners van Taïti te maken. + +Intusschen leefden Morrison en Millward steeds in het vooruitzicht +eenmaal de straf voor hun misdrijf te ontvangen en konden daarom niet +rustig blijven wonen op het eiland waar zij gemakkelijk konden ontdekt +worden. Zij vatten dus het voornemen op een schoener te bouwen waarmede +zij zouden beproeven Batavia te bereiken, teneinde zich te midden van +de beschaafde wereld te verliezen. Het gelukte hun om met vier hunner +lotgenooten, zonder andere gereedschappen dan die van den timmerman, +een klein vaartuig te bouwen dat zij de _Résolution_ noemden, en zij +legden het vast in een baai achter een der kapen van Taïti, kaap Venus +genaamd. Maar de volstrekte onmogelijkheid waarin zij zich bevonden +zich zeilen te verschaffen, belette hen zee te kiezen. + +Gedurende dien tijd, bebouwde, sterk in hun onschuld, Steward een +tuin en verzamelde Peter Heywood de stof voor een woordenlijst, +die voor de Engelsche zendelingen van groot nut was. + +Achttien maanden waren intusschen verloopen toen, den 23n Maart, 1791, +een schip kaap Venus omzeilde en in de baai Matavaï binnenliep. Het +was de _Pandora_, door de Engelsche admiraliteit uitgezonden om de +oproerlingen op te sporen. + +Heywood en Steward haastten zich aan boord te gaan, gaven hunne namen +en hoedanigheden op en verhaalden dat zij volstrekt geen deel aan +den opstand genomen hadden; maar men geloofde hen niet en zij werden +dadelijk in boeien gesloten, evenals hunne metgezellen, zonder dat +het minste onderzoek werd ingesteld. Met de grofste onmenschelijkheid +behandeld, met ketenen beladen, bedreigd doodgeschoten te worden +zoodra zij zich van de taal van Taïti bedienden om met elkander te +spreken, werden zij opgesloten in een kooi van elf voet lang, die aan +het uiteinde van het achterdek geplaatst was en door een liefhebber +der mythologie met den naam van »doos van Pandora" bestempeld werd. + +Den 19n Mei staken de _Résolution_, die van zeilen voorzien was, en +de _Pandora_ in zee. Drie maanden achtereen doorkruisten deze beide +vaartuigen den Vrienden-archipel, alwaar men vermoedde dat Christian en +de overige oproerlingen de wijk hadden kunnen nemen. De _Résolution_, +die weinig diepgang had, bewees gedurende dezen kruistocht zelfs groote +diensten: maar zij verdween in de streek van het eiland Chatam, en, +hoewel de _Pandora_ verscheidene dagen in 't gezicht bleef, hoorde +men nooit meer van haar spreken, evenmin als van de vijf zeelieden +die haar bemanden. + +De _Pandora_ had met hare gevangenen den steven naar Europa +gewend, toen zij in de Torris-straat tegen een koraalrif stootte +en bijna onmiddellijk zonk met een en dertig matrozen en vier der +opstandelingen. + +De equipage en de gevangenen, die aan de schipbreuk ontsnapt waren, +bereikten toen een zandig eilandje. Daar konden althans de officieren +zich onder tenten beschutten; maar de opstandelingen, blootgesteld +aan de loodrechte stralen der zon, moesten zich, ten einde een weinig +verlichting te vinden, tot den hals toe, in het zand begraven. + +De schipbreukelingen bleven eenige dagen op dit eilandje vertoeven; +daarna bereikten allen Timor in de sloepen der _Pandora_ terwijl +intusschen de strenge bewaking over de oproerlingen geen oogenblik +verzuimd werd, niettegenstaande de ernstige omstandigheden. + +Na in de maand Juni 1792 in Engeland te zijn aangekomen, moesten +de oproerlingen voor den krijgsraad verschijnen, gepresideerd door +admiraal Hood. De debatten duurden zes dagen en eindigden met de +vrijspraak van vier der beschuldigden en de ter dood veroordeeling der +zes andere, wegens misdaad van desertie en ontvoering van het vaartuig +dat aan hunne hoede was toevertrouwd. Vier der veroordeelden werden +opgehangen aan boord van een oorlogsschip; de twee andere, Stewart +en Peter Heywood, wier onschuld eindelijk erkend werd, kregen gratie. + +Maar wat was er nu toch van de _Bounty_ geworden? Had zij schipbreuk +geleden met de laatste der oproerlingen? Het was onmogelijk het te +weten te komen. + +In 1814, vijf en twintig jaren na het tooneel waarmede dit verhaal +begint, kruisten twee oorlogsschepen onder bevel van kapitein Staines +in Australië. Zij bevonden zich ten zuiden van den archipel Dangereux, +in het gezicht van een bergachtig en vulkanisch eiland, dat Carteret +ontdekt had op zijn reis rondom de wereld, en waaraan hij den naam van +Pitcairn gegeven had. Het was slechts een kegel, bijna zonder strand, +die zich loodrecht boven de zee verhief en tot den top toe bedekt +was met palm- en broodboombosschen. Nooit was dit eiland bezocht; het +bevond zich op twaalfhonderd mijlen van Taïti, op 25° 4' Z. B. en 180° +8' W. L.; de omtrek bedroeg slechts vier en een half mijl en het was +slechts anderhalf mijl lang, terwijl men er niets anders van wist dan +'t geen Carteret er van vermeld had. + +Kapitein Staines besloot het te verkennen en er eene geschikte +landingsplaats te zoeken. + +Bij het naderen van de kust, was hij verrast er hutten, bebouwde akkers +te zien en aan den oever twee inboorlingen, die, na een boot in zee +gebracht te hebben en behendig door de branding gekomen te zijn, zich +naar het vaartuig wendden. Maar zijne verbazing steeg ten top, toen hij +zich in uitmuntend Engelsch met de volgende woorden hoorde aanspreken: + +»Hei! jelui daar, gooi eens een touw op, om ons aan boord te hijschen!" + +Nauwlijks waren de krachtige roeiers op het dek aangekomen of zij +werden omringd door de verbaasde matrozen, die hen met vragen +overlaadden waarop zij niet wisten wat te antwoorden. Voor den +kommandant gebracht, werden zij geregeld ondervraagd. + +»Wie zijt gij?" + +»Ik heet Fletcher Christian en mijn kameraad, Young." + +Uit deze namen kon kapitein Staines, die er ver van af was om aan de +overlevenden der _Bounty_ te denken, niets bijzonders opmaken. + +»Sedert wanneer zijt ge hier?" + +»We zijn hier geboren." + +»Hoe oud zijt ge?" + +»Ik ben vijf en twintig jaar," antwoordde Christian, »en Young +achttien." + +»Zijn je ouders door een schipbreuk op dit eiland geworpen?" + +Toen legde Christian aan kapitein Staines de roerende bekentenis af +die volgt en waarvan hier de voornaamste bijzonderheden voorkomen: + +Na het verlaten van Taïti, alwaar hij een en twintig zijner kameraden +achterliet, had Christian, die het reisverhaal van kapitein Carteret +aan boord had, zich rechtstreeks naar het eiland Pitcairn gericht, +waarvan de ligging hem beter voor het doel dat hij zich voorstelde, +was toegeschenen. De equipage der _Bounty_ bestond nog uit acht en +twintig man. Het waren Christian, de adelborst Young en zes matrozen, +waarvan drie met hunne vrouwen en een kind van tien maanden, behalve +drie mannen en zes vrouwen, inboorlingen van Roubouaï. + +De eerste zorg van Christian en zijne metgezellen, zoodra zij +het eiland Pitcairn bereikt hadden, was geweest om de _Bounty_ te +vernietigen, teneinde niet ontdekt te worden. Wel is waar hadden zij +zich daardoor de mogelijkheid afgesneden om het eiland te verlaten, +maar de zorg voor hunne veiligheid vorderde het. + +De vestiging der kleine kolonie was niet zonder moeielijkheden tot +stand gekomen. En hoe kon het anders met menschen die alleen door +een misdaad met elkander verbonden waren! Al zeer spoedig braken +er bloedige twisten uit tusschen de inboorlingen van Taïti en de +Engelschen. Ook waren er in 1794 nog slechts vier oproerlingen +in leven. Christian was omgekomen door een messteek van een der +inboorlingen die hij had medegebracht. Al de bewoners van Taïti +waren vermoord. + +Een van de Engelschen had het middel gevonden om uit den wortel eener +inlandsche plant geestrijke dranken te vervaardigen; eindelijk geheel +het slachtoffer van dronkenschap geworden, had hij zich in een aanval +van _delirium tremens_, van den steilen rots-oever in de zee gestort. + +Een ander had zich in een aanval van waanzin op Young en een van +de matrozen, John Adams, geworpen die zich genoodzaakt zagen hem te +dooden. In 1800 was Young in een hevigen aanval van asthma gestorven. + +John Adams was toen de laatste overlevende van de equipage der +oproerlingen. + +Met verscheidene vrouwen en twintig kinderen, geboren uit het huwelijk +zijner kameraden met vrouwen van Taïti, had zich het karakter van John +Adams geheel gewijzigd. Hij was toen nog slechts zes en dertig jaar, +maar sedert een aantal jaren had hij zooveel bloedige tooneelen van +geweld bijgewoond en de menschelijke natuur van zulk eene droevige +zijde leeren kennen, dat hij, na tot inkeer gekomen te zijn, zich +geheel gebeterd had. + +In de bibliotheek van de _Bounty_, die op het eiland bewaard bleef, +bevonden zich een bijbel en verscheidene gebedeboeken. John Adams, +die ze meermalen las, bekeerde zich, prentte de jeugdige bevolking +die hem als een vader beschouwde, uitmuntende beginselen in en werd +door de macht der omstandigheden, de wetgever, de hooge priester en +zooveel als de koning van Pitcairn. + +Evenwel had hij tot in 1814 in aanhoudende vrees geleefd. In 1755 +hadden de vier overlevenden van de _Bounty_ bij de nadering van +een vaartuig, zich in de ongenaakbare bosschen schuil gehouden en +waren niet naar de baai durven afkomen dan nadat het schip vertrokken +was. Zij hadden denzelfden voorzichtigheidsmaatregel in acht genomen +toen in 1818 een Amerikaansch kapitein zich op het eiland ontscheepte, +alwaar hij zich van een chronometer en een kompas meester maakte, die +hij aan de Engelsche admiraliteit deed toekomen; maar de admiraliteit +bekreunde zich niet om deze overblijfselen van de _Bounty_. Nu vielen +er in Europa in dit tijdperk wel andere zaken van veel meer gewicht +voor om zich mede te bemoeien. + +Dit was het verhaal aan kapitein Staines van de twee inboorlingen, +Engelschen door hunne vaders, de een de zoon van Christian, de +andere van Young, doch, toen Staines vroeg om John Adams te zien, +weigerde deze zich aan boord te begeven, alvorens te weten hoe men +hem behandelen zou. + +Nadat de kommandant aan de beide jongelieden verzekerd had dat John +Adams door verjaring vrij van vervolging was geworden, daar er sedert +het oproer van de _Bounty_ vijf en twintig jaren verloopen waren, +ging hij aan land en werd hij ontvangen door eene bevolking van zes en +veertig volwassenen en een groot aantal kinderen. Allen waren groot en +sterk, met een duidelijk uitgedrukte Engelsche type; vooral de jonge +meisjes waren verrassend schoon, terwijl hare zedigheid niet weinig +strekte aan hare schoonheid een verleidelijk karakter mede te deelen. + +De wetten waardoor deze kleine bevolking geregeerd werd, waren zeer +eenvoudig. Op een register werd aangeteekend wat iedereen met zijn +arbeid verdiend had. Geld was er onbekend; alle overeenkomsten werden +door middel van ruilhandel gesloten, maar er was geen nijverheid, +want de grondstoffen ontbraken. De eenige kleeding der eilanders +bestond in breedgerande hoeden en gordels van lang gras. Vischvangst +en akkerbouw maakten hunne voornaamste bezigheden uit. Er werden geen +huwelijken gesloten dan met toestemming van Adams en niet dan nadat +de man een stuk grond ontgonnen en bebouwd had dat groot genoeg was +om in het onderhoud van zijn huisgezin te voorzien. + +Nadat kapitein Staines zich omtrent alles betreffende dit merkwaardige +eiland, verloren in de minst bezochte streken van de Stille Zuidzee, +had laten inlichten, ging hij weder in zee en kwam in Europa terug. + +Sedert heeft de eerwaardige John Adams zijne avontuurlijke loopbaan +geëindigd. Hij is in 1829 gestorven, en is vervangen door den +eerwaardigen George Nobbs die nog heden op het eiland de functies +waarneemt van geestelijken herder, geneesheer en van onderwijzer. + +In 1853 bedroeg het aantal afstammelingen van de oproerlingen der +_Bounty_ honderd zeventig personen. Sedert dien tijd is de bevolking +steeds toegenomen en werd zij zelfs zoo talrijk dat zij drie jaren +later voor een groot gedeelte moest verhuizen naar het eiland Norfolk, +'t welk tot dat tijdstip als verblijf voor convicts gediend had. Maar +een gedeelte der geëmigreerden betreurde Pitcairn, alhoewel Norfolk +viermaal grooter was, zijn bodem eene merkwaardige vruchtbaarheid bezat +en de middelen van bestaan er oneindig gemakkelijker te verkrijgen +waren. Na twee jaren verblijf keerden verscheidene huisgezinnen +naar Pitcairn terug, alwaar zij zich in een voortdurenden welstand +verheugen. + +Zoodanig was dus de ontknooping van een avontuur dat op zulk eene +treurige wijze begonnen was. In het begin, oproerlingen moordenaars, +krankzinnigen en nu, onder den invloed van christelijke zeden en het +onderwijs van een armen bekeerden matroos, is het eiland Pitcairn +het vaderland geworden van eene vreedzame, gastvrije, gelukkige +bevolking, bij welke de aartsvaderlijke zeden der eerste eeuwen +worden wedergevonden. + + + + + + + + +INHOUD. + + +Hoofdst. Blz. + +I. Men maakt kennis met de personen èn wat hun karakter + èn wat hunne nationaliteit aangaat. 1 +II. Waarin Kin-Fo en de philosoof Wang nog wat duidelijker + worden geschetst. 8 +III. Waarin de lezer, zonder zich te vermoeien, een blik + kan werpen op de stad Shang-Haï. 18 +IV. Waarin Kin-Fo een gewichtigen brief ontvangt, die al + acht dagen eerder had moeten bezorgd worden. 24 +V. Waarin Lé-ou een brief ontvangt, dien ze veel liever + niet zou gekregen hebben. 36 +VI. Waardoor bij den lezer waarschijnlijk de lust zal + worden opgewekt om een kijkje te gaan nemen in de + bureaux van »de Eeuw." 42 +VII. Dat zeer treurig zijn zou als het geen eigenaardige + Chineesche zeden en gewoonten gold. 50 +VIII. Waarin Kin-Fo aan Wang een ernstig voorstel doet, + dat deze niet minder ernstig aanneemt. 59 +IX. Waarvan het besluit, hoe vreemd het schijne, den + lezer toch wel niet verbazen zal. 64 +X. Waarin Craig en Fry officieel aan den nieuwen cliënt + van de Eeuw worden voorgesteld. 72 +XI. Waarin Kin-Fo de beroemdste man van het Hemelsche + Rijk wordt. 79 +XII. Waarin Kin-Fo, zijne beide satellieten en zijn knecht + op avontuur uitgaan. 87 +XIII. Waarin men kennis maakt met het beroemde »Klaaglied + van de vijf waken des Honderdjarigen." 99 +XIV. Waarin de lezer op zijn gemak vier steden voor een + kan doorwandelen. 108 +XV. 't Geen melding maakt van eene verrassing voor Kin-Fo + en waarschijnlijk ook voor den lezer. 119 +XVI. Waarin Kin-Fo, nog altijd ongehuwd, opnieuw de wereld + ingaat. 128 +XVII. Waarin de handelswaarde van Kin-Fo nogmaals op het + spel staat. 136 +XVIII. Waarin Craig en Fry, door nieuwsgierigheid gedreven, + een uitstapje maken naar het ruim van de _Sam-Yep_. 147 +XIX. Dat zeer slecht afloopt voor kapitein Yin, gezagvoerder + van de _Sam-Yep_ en zijn equipage. 156 +XX. Waarin men zien zal waaraan men zich blootstelt als + men kapitein Boyton's drijftoestel gebruikt. 167 +XXI. Waarin Craig en Fry met bijzondere voldoening de maan + zien opgaan. 179 +XXII. Dat de lezer zelf wel had kunnen schrijven, zoo + gemakkelijk was de afloop te voorzien! 190 + + + +MUITERIJ AAN BOORD DER »BOUNTY." + + +Hoofdst. Blz. + +I. 203 +II. De verlatenen 210 +III. De oproerlingen 218 + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Een piaster is f 2.50, een taël f 3.50 à f 4, terwijl vier sapeken +ongeveer met een cent gelijk staan. + +[2] Dit werk waaraan men in 1773 begon, moet honderd en zestigduizend +deelen groot worden; het acht en zeventigduizend zevenhonderd acht +en dertigste is thans gereed. + +[3] De roem der groote meesters is tot onzen tijd blijven voortleven +in tal van overleveringen en anekdoten. Men verhaalt bijvoorbeeld dat +in de derde eeuw zekere Tsa-Pou-Ying een vuurscherm voor den Keizer +geschilderd en daarop hier en daar een vlieg afgebeeld had. Toen de +Keizer dit werk zag, verheugde het den kunstenaar niet weinig dat +zijne Majesteit een doek nam om er die vliegen af te jagen. + +Niet minder beroemd was Huan-Tse-Nen, die omstreeks het jaar 1000 +leefde. Op de wanden van een der zalen van het paleis, die hij bewerken +moest, schilderde hij eenige faizanten. Toen eenmaal eenige vreemde +gezanten den Keizer in de zaal eenige valken ten geschenke kwamen +aanbieden, schoten deze, zoodra zij de faizanten gewaar werden recht +op die geschilderde vogels toe, natuurlijk meer tot nadeel van hun +eigen kop dan tot bevrediging van hun roofzuchtig instinct. + +[4] De beide phenixen zijn het zinnebeeld van het huwelijk in het +Hemelsche Rijk. + +[5] Zoodra een Chinees 80 jaar oud is heeft hij het recht gele +kleederen te dragen. Geel is de kleur der Keizerlijke familie en het +bedoelde recht is een eerbewijzing aan den ouderdom. + +[6] Letterlijke vertaling van het woord Taï-ping. + +[7] In midden-China zijn de rivieren en stroomen aangeduid door het +achtervoegsel »Kiang" in noordelijk China door »Ro." + +[8] Tien _lis_ is ongeveer een uur gaans. + +[9] Vier uur gaans. + +[10] De heer T. Choutzé verhaalt in zijne reisbeschrijving _Peking +et le Nord de la Chine_ den volgenden trek van prins Kong, die wel +waard is meer algemeen bekend te worden. + +Toen in 1870 Frankrijk door den bloedigen oorlog met Duitschland +geteisterd werd, bracht prins Kong, ik weet niet meer bij welke +gelegenheid, een bezoek aan al de diplomatieke vertegenwoordigers +van het buitenland. Hij was bij de Fransche legatie begonnen, doch +terwijl hij bij een der andere gezanten was, ontving men de tijding +van den ramp van Sedan. De heer De Rochechouart, toen Frankrijks +zaakgelastigde, deelde het den prins mede. + +Deze riep toen een der officieren uit zijn gevolg en zond hem naar den +Pruisischen gezant om hem te zeggen dat de Prins eerst den volgenden +dag het aangekondigde bezoek bij hem zou komen afleggen. Toen keerde +hij zich tot den heer De Rochechouart, zeggende: + +»Op den dag dat ik mijn rouwbeklag gebracht heb aan den +vertegenwoordiger van Frankrijk, kan ik den vertegenwoordiger van +Duitschland gevoeglijk geen geluk gaan wenschen." + +Prins Kong zou ook buiten China een prins zijn. + +[11] Veertig mijlen. + +[12] Watertoestellen. + +[13] Bijna zeshonderd gulden. + +[14] De draaiende stormwinden heeten op de oostkust van Afrika +»tornados" in de Chineesche zeeën »typhon." De wetenschappelijke +benaming is »cycloon." + +[15] De hh. Seyffarth en Silas zijn de uitvinders van deze +reddingsboei, die reeds in Frankrijk op alle oorlogsschepen voorhanden +is. De heer Silas is archivaris van de Fransche ambassade te Weenen. + +[16] Een tiental mijlen. + +[17] Omstreeks 3000 gulden. + +[18] Wij meenen onzen lezers te moeten mededeelen dat dit verhaal +geen verdichtsel is. Al de bijzonderheden er van zijn ontleend aan de +maritieme jaarboeken van Groot-Brittannië. In het werkelijke leven +ontmoeten wij somtijds zulke romaneske voorvallen, dat de meest +dichterlijke verbeelding er niets meer zou kunnen bijvoegen. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Wonderlijke avonturen van een Chinees, +gevolgd door Muiterij aan boord der 'Bounty', by Jules Verne + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WONDERLIJKE AVONTUREN VAN EEN CHINEES *** + +***** This file should be named 24773-8.txt or 24773-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/4/7/7/24773/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
