summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/24773-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:14:20 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:14:20 -0700
commit5ad2f0129930f8feaaddd9912e7fcb609b98d098 (patch)
tree6bf10f06d90c815c2a46bd2058253b5302b489da /24773-8.txt
initial commit of ebook 24773HEADmain
Diffstat (limited to '24773-8.txt')
-rw-r--r--24773-8.txt9715
1 files changed, 9715 insertions, 0 deletions
diff --git a/24773-8.txt b/24773-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..c17f3a6
--- /dev/null
+++ b/24773-8.txt
@@ -0,0 +1,9715 @@
+The Project Gutenberg EBook of Wonderlijke avonturen van een Chinees,
+gevolgd door Muiterij aan boord der 'Bounty', by Jules Verne
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Wonderlijke avonturen van een Chinees, gevolgd door Muiterij aan boord der 'Bounty'
+
+Author: Jules Verne
+
+Release Date: March 7, 2008 [EBook #24773]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WONDERLIJKE AVONTUREN VAN EEN CHINEES ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Wonderreizen.
+
+ Jules Verne.
+
+
+ Wonderlijke Avonturen van een Chinees.
+
+ Gevolgd door
+
+ Muiterij aan boord der "Bounty".
+
+
+ Rotterdam.--Jacs. G. Robbers.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+I.
+
+ Men maakt kennis met de personen èn wat hun karakter èn wat
+ hunne nationaliteit aangaat.
+
+
+»Je zult me moeten toestemmen dat het leven zijn genoeglijke zijde
+heeft!" riep een der gasten, zoo gemakkelijk mogelijk in zijn zetel
+met marmeren rugleuning uitgestrekt, terwijl hij op een gekonfijten
+wortel van een waterlelie knabbelde.
+
+»Maar zijn slechte ook!" antwoordde een ander, tusschen een paar
+hoestbuien in, terwijl hij gevaar liep van te stikken in een graatje
+van een haaivin, dat hij pas in den mond had gestoken.
+
+»Laat ons de zaak van een wijsgeerig standpunt beschouwen!" sprak
+daarop een derde, die iets ouder was en op wiens neus een bril met
+groote glazen in houtjes gevat, prijkte. »Heden loopt men gevaar
+te stikken en morgen vindt alles even gemakkelijk zijn weg als de
+teugjes van dezen geurigen nectar! Zoo is het leven!"
+
+En nadat hij dit had gezegd leegde onze epicurist, zoo kalm mogelijk,
+zijn glas met een zacht verwarmden wijn, waarvan de heerlijke geur
+uit een zilveren ketel opsteeg.
+
+»Wat mij betreft," hernam de vierde dischgenoot, »het leven schijnt
+me zeer aannemelijk toe zoo lang men niets te doen heeft en zoolang
+men de middelen bezit om niets te doen."
+
+»Mis!" antwoordde de vijfde. »Het geluk is gelegen in studie en
+bezigheid. Alleen door te trachten zich de meest mogelijke kundigheden
+te verschaffen, kan men gelukkig worden!"...
+
+»Om dan ten slotte nog te bespeuren dat men niets weet!"
+
+»Is dat niet het begin van alle wijsheid?"
+
+»En waar is het einde er van?"
+
+»De wijsheid heeft geen einde!" antwoordde de gebrilde. »Gezond
+verstand is alles wat men wenschen kan!"
+
+Nu wendde zich de eerste spreker tot den gastheer, die de eereplaats,
+dat wil zeggen, de slechtste plaats--zoo wil het nu eenmaal de
+etiquette--aan tafel had ingenomen. Min of meer verstrooid had hij
+zonder iets te zeggen deze redeneering _inter pocula_ aangehoord.
+
+»Komaan! hoe denkt onze gastheer over deze quaestie? Acht hij het
+leven de moeite waard of niet? Is hij voor of tegen?"
+
+De gastheer beet op onverschillige wijze eenige meloenpitten stuk;
+hij stak met een air van minachting de lippen vooruit als iemand wien
+niets belang inboezemt en alles wat men hoorde was:
+
+»Poeh!"
+
+Dat is bij uitnemendheid het woord der onverschilligen. Het hoort
+in alle talen te huis en het moest in alle woordenboeken gevonden
+worden. Ieder verstaat het.
+
+De vijf gasten trachtten ieder voor zich hunne stelling te verdedigen
+en drongen nader bij den gastheer aan om zijne meening te doen
+kennen. Hij poogde zich er eerst van af te maken, maar moest eindigen
+met te zeggen hoe hij er over dacht. Volgens hem was het leven noch
+goed noch slecht. Het was naar zijn oordeel een »uitvinding," die
+niet veel beteekende en over 't geheel weinig verkwikkelijks had!
+
+»Daar heb je onzen vriend!"
+
+»Hoe is het mogelijk, dat hij zich aldus uitlaat, iemand die nog
+nooit den minsten tegenspoed heeft gehad!"
+
+»En nog zoo jong!"
+
+»Jong en gezond!"
+
+»Gezond en rijk!"
+
+»Zeer rijk!"
+
+»Meer dan dat!"
+
+»Misschien te rijk!"
+
+Het was een kruisvuur van opmerkingen, maar zij vermochten zelfs geen
+glimlach te brengen op het onbeweeglijke gelaat van den gastheer. Hij
+had zich vergenoegd met even de schouders op te trekken als iemand
+die nooit, zelfs geen uur lang, zijn eigen levensboek had bestudeerd,
+die er zelfs de eerste bladzijden niet van had opengesneden!
+
+En toch, die onverschillige telde ten hoogste een en dertig jaar,
+hij was zeer gezond, had veel geld, was goed ontwikkeld, geestig,
+kortom hij bezat alles, wat aan zoovelen ontbreekt, om zich onder de
+gelukkigste menschen ter wereld te rekenen! Waarom behoorde hij er
+niet toe?
+
+Waarom?
+
+De ernstige stem van den philosoof deed zich nogmaals hooren en hij
+sprak op een toon, welke aan dien van den aanvoerder van het koor
+der ouden herinnerde.
+
+»Beste vriend, dat ge u hier beneden niet gelukkig gevoelt, is alleen
+daaraan te wijten, dat je geluk tot nog toe negatief is geweest. Het
+is met het geluk gesteld als met de gezondheid; om ze te genieten, moet
+men er nu en dan van beroofd worden. Je bent nooit ziek geweest.... met
+andere woorden, je bent nooit ongelukkig geweest! Dit ontbreekt aan
+je leven. Niemand kan het geluk waardeeren, als hem nooit een ongeluk
+heeft getroffen, al ware dit slechts één oogenblik het geval geweest!"
+
+En na deze wijsgeerige opmerking zette de philosoof zijn glas met
+heerlijke champagne aan de lippen:
+
+»Ik wensch onzen gastheer een weinig schaduw op zijn levensbaan
+toe!" sprak hij, en ledigde het glas in een teug.
+
+De gastheer knikte en verzonk weder in zijn gewone apathie.
+
+Waar werd dit gesprek gehouden? In een of ander restaurant te Parijs,
+Londen, Weenen of Petersburg? Waren de zes gasten in de oude of de
+nieuwe wereld? Wie waren het, die aan het dessert in de meest kalme
+gemoedsstemming, zonder dronken te zijn, over zulke zaken spraken?
+
+In geen geval waren het Franschen, want zij lieten de politiek rusten!
+
+De zes heeren zaten aan tafel in een middelmatig groot salon, dat zeer
+weelderig gemeubeld was. Door het netwerk der blauwe of oranjekleurige
+glasruiten vielen op dit uur de stralen der ondergaande zon. Daar
+buiten speelde de avondwind met de guirlandes van natuurlijke
+of nagemaakte bloemen, die tusschen de vensters hingen en waar
+eenige veelkleurige lampions reeds hun bleek licht met dat van den
+wegstervenden dag begonnen te mengen. Boven de vensters zag men
+kunstig uitgesneden arabesken en rijk beeldhouwwerk, dat hemelsche
+of aardsche schoonheden voorstelde en dieren of planten, die alleen
+in het rijk der fantasie thuis behoorden.
+
+Langs de wanden der zaal, die met zijden kleeden behangen waren,
+prijkten groote spiegels met dubbele, schuin geslepen randen. Aan
+de zoldering hield een »punka" door de onophoudelijke beweging der
+fijn beschilderde linnen vleugels of wieken de atmosfeer der zaal
+heerlijk koel.
+
+De tafel was een groot vierkant van fraai zwart verlakt. Er lag geen
+tafellaken op en de oppervlakte kaatste de vele stukken zilver en
+porcelein terug als helder kristal. Er waren evenmin servetten,
+doch vierkante stukjes zacht papier, met allerlei zinnebeelden
+versierd, lagen in voldoende hoeveelheid onder het bereik van elk
+der aanzittenden. Om de tafel stonden stoelen met marmeren ruggen,
+in die luchtstreek verre te verkiezen boven de bekleede rugleuningen
+van een modern ameublement.
+
+Wat de bediening aangaat, deze geschiedde door zeer lieve jonge
+meisjes wier zwarte haren met leliën en goudsbloemen doorvlochten en
+wier armen met gouden of gitten braceletten waren versierd. Vroolijk
+en glimlachend bedienden zij met één hand, terwijl zij in de andere
+zeer bevallig een waaier droegen, om den luchtstroom, die door de
+punka aan het plafond ontstaan was, nog wat aan te wakkeren voor den
+persoon dien zij bedienden.
+
+De maaltijd had niets te wenschen overgelaten. Wat was er dan ook
+beters te bedenken dan deze zindelijke en tevens wetenschappelijke
+keuken? De kok, wetende dat hij met kenners te doen had, had zichzelf
+overtroffen bij het bereiden der honderd en vijftig gerechten waaruit
+het menu van dit diner bestond.
+
+Eerst, als het ware tot inleiding, waren suikergebakjes voorgediend
+en kaviaar, gebraden sprinkhanen, gedroogde vruchten en oesters van
+Ning-Po. Daarop volgden, kort na elkander, gebakken eenden-, duiven-
+en kievitseieren, zwaluwnestjes met geklutste eieren, fricassées van
+»gingseng," gekonfijte kieuwen van steur, walvischzenuw met zoete
+saus, zoetwater-kikvorschen, ragout van kreeften, musschen-magen
+en schapen-oogen met uien gestoofd, bamboespruitjes met jus,
+een gesuikerde sla van jonge radijsjes, ananas van Singapore,
+suikeramandelen, amandelen in het zout, saprijke mango, witte
+vruchten van »long-yen," enz." terwijl waterkastanjes en gekonfijte
+oranje-appelen uit Canton het laatste gerecht vormden van een
+maal dat drie uur duurde en dat rijkelijk met bier, champagne en
+chao-chigne-wijn besproeid was, terwijl de onvermijdelijke rijst, die
+de gasten met kleine stokjes aan den mond brachten, het plichtmatig
+als dessert bekroonde.
+
+Toen kwam het oogenblik dat de jeugdige dienaressen binnenkwamen,
+niet met de gekleurde kommen die in Europa een welriekende vloeistof
+bevatten en waarin men even de vingers doopt, doch met in warm water
+gedoopte servetten, waarmede ieder der gasten met zichtbaar welbehagen
+zijn gelaat afveegde.
+
+Het was slechts een pauze onder den maaltijd, een uur van _far niente_
+dat door muziek aangevuld zou worden.
+
+Daar kwam reeds een aantal zangeressen en muzikanten het salon
+binnen. De zangeressen waren jong en bevallig, eenvoudig en zedig
+gekleed. Maar welke muziek en welke methode! Gemauw en gekakel,
+zonder maat en zonder harmonie, die zich uitte in vele doordringende
+hooge tonen die het gehoor bijna verscheurden! Wat de instrumenten
+betreft, violen waarvan de snaren zich verwarden in het haar van den
+strijkstok, gitaren met slangenvel belegd, krijschende clarinetten,
+harmonica's die veel op kleine piano's geleken, en het geluid dat dit
+orkest voortbracht, was geheel in overeenstemming met het gezang dat
+met groot geraas begeleid werd.
+
+De directeur had, toen hij binnenkwam, aan den gastheer het programma
+van zijn repertoire aangeboden. Deze gaf hem met een gebaar te kennen,
+dat hij de keus der stukken aan hemzelf overliet en daarop speelden
+de muzikanten het _Bouquet van tien bloemen_, een stuk dat zeer in
+de mode was en waarmede de groote wereld dweepte.
+
+De zangeressen en de muziek, vooraf goed betaald, verwijderden zich
+daarop, niet zonder levendig toegejuicht te zijn en zeker dat men
+ook in de naburige zalen hulde aan hare talenten zou brengen.
+
+Nu verlieten de zes heeren hunne zetels, maar alleen om van de eene
+tafel naar eene andere over te gaan, hetgeen niet zonder tal van
+plichtplegingen en ceremoniën van allerlei aard geschiedde.
+
+Op deze tweede tafel vond ieder een kopje met deksel, prijkende met
+het afbeeldsel van Bôdhidharama, den beroemden boudhistenmonnik, op
+zijn traditioneel vlot staande. Ieder kreeg voorts een schepje thee,
+dat hij liet trekken in het kokende water, 't welk de kopjes bevatte,
+en dat hij bijna terstond daarop, zonder suiker, opdronk.
+
+Welk een thee! Men behoefde niet bang te zijn dat de firma Gibb-Gibb
+en Co., die haar geleverd had, ze vervalscht zou hebben met vreemde
+bladeren, of dat zij reeds éen keer afgetrokken geweest was en dus
+eigenlijk nog slechts dienen kon bij het schuieren van tapijten,
+of dat een knoeier ze geel gekleurd had met curcuma of groen met
+Pruisisch blauw. Dit was onvervalschte keizersthee! Het waren de
+kostbare blaadjes, welke op de bloem zelf gelijken, die blaadjes van
+den eersten oogst in Maart, die zoo zelden geplukt worden, omdat
+de dood van den boom er op volgt, die blaadjes welke alleen door
+kinderhanden, en dan nog slechts met handschoenen aan, geoogst worden!
+
+Een Europeaan zou geen lof genoeg over gehad hebben voor dezen
+godendrank, dien de zes heeren met kleine teugjes genoten, zonder
+echter andere teekenen van goedkeuring te geven,--als kenners die
+er aan gewoon zijn. Zij behoefden dan ook de heerlijkheid van dit
+kostbare vocht niet meer te leeren waardeeren. Tot den gegoeden
+stand behoorende, rijk gekleed met den »han-chaol", een licht hemd,
+den »ma-coual", een kort overkleed, den »haol", een lang kleed dat op
+zijde wordt dichtgeknoopt; met fijne kousen en gele pantoffels aan de
+voeten, met een wijden broek van zijde, die door een sjerp met kwasten
+om het midden bevestigd was, terwijl een fijn geborduurde lap de borst
+bedekte en een waaier aan hun ceintuur hing,--waren de zes personen die
+te zamen het middagmaal gebruikten allen zoons van dat land waar de
+thee eens per jaar zijn geurigen oogst oplevert. De maaltijd, waarop
+zwaluwnestjes, wormachtige straaldieren, walvischzenuw, haaienvinnen
+geprijkt hadden, was smakelijk door hen verorberd, zooals de keurig
+toebereide spijzen verdienden, maar het menu, dat een Europeaan zou
+verbaasd hebben doen staan, was voor hen niets bijzonders.
+
+Maar wat ook hen verbaasde, dat was de mededeeling die de gastheer hun
+deed op het oogenblik dat zij de tafel zouden verlaten. Zij vernamen
+toen eerst waarom hij hen juist heden bij zich had genoodigd.
+
+De kopjes waren weder gevuld. Toen hij op het punt stond het zijne
+voor de laatste maal te ledigen, sprak de gastheer met dezelfde
+onverschilligheid die wij reeds vroeger bij hem opmerkten en terwijl
+zijne dogen in de ruimten staarden:
+
+»Vrienden, hoort mij zonder lachen aan. Mijn lot is beslist. Ik zal
+een nieuw element in mijn bestaan brengen, waardoor de eentonigheid er
+misschien wat uit zal verdwijnen! Zal het goed of slecht afloopen? de
+toekomst zal het leeren. Deze maaltijd, waaraan ik u noodigde, is het
+afscheidsmaal van mijn jongeheeren-leven. Over veertien dagen ben ik
+gehuwd, en..."
+
+»Je zult de gelukkigste aller stervelingen worden", riep de optimist
+uit. »Zie slechts, alle voorteekens zijn u gunstig."
+
+En werkelijk, bij het bleeke schijnsel der lampions zag men op
+de arabesken buiten de vensters eksters rondhuppelen en dreven de
+kleine blaadjes der thee rechtop in de kopjes. Dat waren gelukkige
+voorteekens, waartegen niemand iets kon inbrengen!
+
+Men wenschte dan ook den gastheer van alle kanten geluk, doch hij bleef
+daar zoo koel mogelijk onder. En, daar hij den naam niet genoemd had
+van haar die hij als het »nieuwe element" in zijn bestaan uitgekozen
+had, was ook niemand onbescheiden genoeg er naar te vragen.
+
+De philosoof had evenwel zijn stem niet gemengd in het koor van hen,
+die den gastheer geluk wenschten met zijn aanstaand huwelijk. Met de
+armen over elkander, de oogen half gesloten en een ironisch lachje
+om de lippen, scheen noch de houding der gasten, noch die van den
+gastheer hem volkomen te bevredigen.
+
+Laatstgemelde stond daarna op, legde de hand op zijn schouder en
+vroeg hem met een stem, waaruit minder onverschilligheid sprak dan
+gewoonlijk:
+
+»Ben ik dan te oud om te trouwen?"
+
+»Wel neen."
+
+»Te jong?"
+
+»Ook niet."
+
+»Vindt je dat ik ongelijk heb?"
+
+»'t Kan zijn!"
+
+»Zij, die ik gekozen heb en die je wel kent, bezit alles wat noodig
+is om mij gelukkig te maken."
+
+»Dat weet ik."
+
+»Welnu dan?"
+
+»Je zelf hebt niet alles wat noodig is om het te zijn! Zich alleen
+te vervelen in de wereld is erg genoeg, maar zich samen te vervelen
+is nog erger!"
+
+»Zal ik dan nooit gelukkig worden?"
+
+»Nooit zoolang je geen kennis hebt gemaakt met het ongeluk."
+
+»Het ongeluk kan _mij_ niet bereiken!"
+
+»Zooveel te erger, dan is je kwaal ongeneeslijk!"
+
+»O die philosofen!" riep daarop de jongste der gasten uit. »Men moest
+eigenlijk niet naar ze luisteren. 't Zijn theorieën-fabrikanten. Ze
+hebben ze van allerlei aard, maar in 't gebruik voldoen ze
+slecht. Trouw maar, mijn vriend, trouw maar; ik deed het zelf ook,
+als ik geen gelofte gedaan had om het nooit te doen! Trouw maar
+en, zooals onze dichters zeggen, mogen de beide feniksen u altijd
+verschijnen in innige vereeniging. Vrienden, ik drink op het geluk
+van onzen gastheer!"
+
+»En ik," antwoordde de philosoof, »ik drink op de tusschenkomst van
+een of andere beschermende godheid, die, om hem gelukkig te maken,
+hem eerst eens door de school van het ongeluk voert!"
+
+Op deze wel wat zonderlingen toost stonden de aanzittenden op, brachten
+de vuisten bij elkander zooals boksers dat in het vuur van den strijd
+zouden doen, en na ze eenige malen met gebogen hoofd omhoog en omlaag
+gebracht te hebben, namen zij afscheid van elkander.
+
+Aan de beschrijving van het salon waarin het diner gegeven werd,
+aan het niet-alledaagsche menu waaruit het bestond, aan de kleeding
+der gasten, aan hunne uitdrukkingen, misschien ook aan het vreemde
+hunner theorieën, heeft de lezer reeds opgemerkt dat wij hier met
+Chineezen te doen hebben; niet met die zonen van het Hemelsche rijk
+die uit het lakwerk schijnen ontsnapt of van een porceleinen vaas
+afgestapt te zijn, maar van die moderne bewoners van het Hemelsche
+Rijk, die reeds »geëuropaniseerd" zijn door hunne studiën, hunne
+reizen en door de andere wijzen waarop zij met de beschaafde volken
+van het westen in aanraking gekomen zijn.
+
+Het was dan ook in het salon van een der bloemenschepen op de
+Paarlen-rivier te Canton, dat de rijke Kin-Fo, vergezeld van zijn
+onafscheidelijken gezel Wang, den philosoof, een feestmaal gegeven
+had aan de vier beste vrienden zijner jeugd: Pao Shen, een mandarijn
+vierde klasse met den blauwen knoop; Yin Pang, een rijk zijdehandelaar
+uit de Apothekersstraat; Tim, den onverbeterlijke bon-vivant, en Houal,
+den letterkundige.
+
+Het maal werd gegeven op den 27n dag der 4e maan, gedurende de
+eerste der vijf »Waken", waarin de uren van den Chineeschen nacht
+zoo dichterlijk verdeeld worden.
+
+
+
+
+
+II.
+
+ Waarin Kin-Fo en de philosoof Wang nog wat duidelijker worden
+ geschetst.
+
+
+Dat Kin-Fo het afscheidsdiner aan zijne vrienden te Kanton had gegeven,
+vond zijn reden in de omstandigheid dat hij in deze hoofdstad van
+de provincie Kouang-Tong een deel van zijne jongelingsjaren had
+doorgebracht. Van de vele vrienden, die een rijk en mild persoon
+altijd bezit, waren de vier die aan het feest op het bloemenschip
+hadden deelgenomen, de eenige die hem uit dit tijdperk van zijn leven
+waren overgebleven. Te vergeefs had hij getracht de overige, die naar
+alle vier hoeken van den wind waren verstoven, bijeen te verzamelen.
+
+Kin-Fo woonde te Shang-Haï en hij had eenige dagen te Kanton vertoefd,
+eigenlijk alleen om zich eens op een andere plaats te vervelen. Maar
+dienzelfden avond moest hij weer vertrekken met de stoomboot die
+de verschillende hoofdpunten der kust aandoet, en kalm naar zijne
+huisgoden terugkeeren.
+
+Wang had Kin-Fo vergezeld, omdat de philosoof zijn leerling nooit
+verliet, wien de lessen dientengevolge niet ontbraken. Om de waarheid
+te zeggen sloeg deze er in het geheel geen acht op. 't Was boter aan
+de galg; maar de »theorieën-fabrikant"--zooals onze bon-vivant Tim hem
+genoemd had--hield niet op met steeds wijze spreuken en deugdelijke
+grondbeginselen te verkondigen.
+
+Kin-Fo was de type van de Chineezen uit het noorden, waarvan het
+ras dreigt te verdwijnen en die zich nooit met de Tartaren hebben
+vereenigd. Men ontmoet ze niet in de zuidelijke provinciën, waar
+de hoogere en lagere klassen zich nauw met het Mantsjoerisch ras
+hebben vermengd. Kin-Fo had, noch van vaders- noch van moederszijde,
+wier familiën zich, sedert de overheersching hadden afgezonderd,
+een droppel Tartaarsch bloed in de aderen. Groot, goed gebouwd, meer
+blank dan geel, de wenkbrauwen in de rechte lijn, de oogen horizontaal
+en zich nauwelijks naar de slapen verheffende, rechte neus en goed
+rondgevormd gelaat, zou hij zelfs onder de schoonste exemplaren van
+de bevolking van het westen gerangschikt zijn geworden.
+
+En waarlijk, dat Kin-Fo Chinees was, toonde alleen zijn zorgvuldig
+geschoren schedel, zijn voorhoofd en nek zonder één haartje, zijn
+prachtige staart die, hoog aan den schedel beginnende, als een
+zwarte slang over zijn rug kronkelde. Hij was keurig op zijn persoon,
+droeg een fijnen knevel, die een halven cirkel rondom zijn bovenlip
+vormde en een sik die volkomen op een point-d'orgue bij muziekschrift
+geleek. Zijne met de meeste zorg onderhouden nagels waren meer dan
+een centimeter lang en toonden dat hij tot die lieden behoorde welke
+niet behoeven te werken om den kost te verdienen. Ook voegde zijn
+nonchalante gang, zijne hooghartige houding nog iets bij het »comme
+il faut" dat uit geheel zijn voorkomen sprak.
+
+Bovendien was Kin-Fo te Peking geboren, een voorrecht waarop de
+Chineezen zeer trotsch zijn. Hij kon met recht zeggen: »Ik kom van
+de Hoogte!"
+
+Zijn vader Tchoung-Héou woonde te Peking, toen Kin-Fo geboren werd
+en eerst toen de knaap zes jaar was, trok zijn vader naar Shang-Haï.
+
+Deze waardige Chinees, uit een der eerste familiën uit 't noorden
+van 't rijk gesproten, bezat, evenals vele zijne landgenooten, een
+bijzonderen aanleg voor den handel. Gedurende de eerste jaren van zijn
+loopbaan was alles, wat het dicht bevolkte rijke grondgebied opleverde:
+papier van Swatow, zijden stoffen van Sou-Tchéou, kandij van Formosa,
+thee van Hankow en Foochow, ijzer van Honan, rood of geel koper uit
+de provincie Yunanne, alles was voor hem een voorwerp van handel. De
+eigenlijke zetel van zijn zaak, zijn »hong", was te Shang-Haï,
+maar hij had ook kantoren te Nan-King, te Tien-Tsin, te Macao, te
+Hong-Kong. Hij was druk betrokken in het verkeer met Europa en het
+waren Engelsche booten, die zijne koopwaren vervoerden, het was de
+telegrafische kabel, die hem den koers der zijde te Lyon en van het
+opium te Calcutta bracht. Hij maakte gretig gebruik van de elementen
+van den vooruitgang, stoom en electriciteit, in tegenstelling met de
+meeste Chineezen, die te veel onder den invloed zijn van mandarijnen en
+van de regeering, wier invloed door de vorderingen van den vooruitgang
+langzamerhand vermindert.
+
+Kortom, Tchoung Héou ging met zooveel beleid te werk, zoowel bij zijn
+handel in het binnenland als bij zijne betrekking met Portugeesche,
+Fransche, Engelsche of Amerikaansche huizen te Shang-Haï, Macao en
+Hong-Kong, dat hij op 't oogenblik, toen Kin-Fo ter wereld kwam, reeds
+over een vermogen van viermaal honderd duizend dollars kon beschikken.
+
+Gedurende de jaren, die na de geboorte van Kin-Fo verliepen, namen
+de winsten in de zaak van Tchoung Héou nog steeds toe, dank zij een
+nieuwe soort van handel, dien men »den koelie-handel met de Nieuwe
+wereld" zou kunnen noemen.
+
+Het is bekend, dat er overbevolking in China bestaat en het aantal
+bewoners niet in verhouding is tot de uitgestrektheid van het groote
+gebied, dat de dichterlijke namen draagt van het Hemelsche Rijk,
+Rijk van het Midden en Bloemenrijk. Het telt niet minder dan drie
+honderd zestig millioen bewoners. Dit is bijna het derde gedeelte van
+de bevolking der geheele aarde. Nu eet een arme Chinees wel niet veel,
+maar hij eet toch, en China is niet in staat, niettegenstaande zijn
+rijkdom aan rijstvelden en zijn gierstcultuur, allen te voeden. Van
+daar een te-veel, dat niets liever verlangt dan te ontwijken door
+de gaten, die de Fransche en Engelsche kanonnen gemaakt hebben in de
+werkelijke en figuurlijke muren, die het Hemelsche Rijk afsluiten.
+
+'t Is naar Noord-Amerika en vooral naar Californië dat het te-veel zich
+gericht heeft. Maar dat is met zulk een geweldigen aandrang geschied,
+dat het congres der Vereenigde Staten zich verplicht heeft gezien om
+maatregelen te nemen tegen dezen inval, vrij onheusch »de gele pest"
+geheeten. Men begrijpt dat vijftig millioen Chineesche landverhuizers
+in China nauwelijks gemist zouden worden, terwijl zij in Amerika
+konden leiden tot totale verdringing van het Angel-Saksische door
+het Mongoolsche ras.
+
+Hoe dit zij, de landverhuizing had op groote schaal plaats. Deze
+koelies, die het leven hielden bij een handvol rijst, een kop thee
+en een pijp tabak, en die voor alle werk geschikt waren, deden in
+Salt-Lake, Virginië en Oregon, maar vooral in Californië de werkloonen
+geducht dalen.
+
+Er vormden zich maatschappijen om deze goedkoope landverhuizers
+over te brengen. Vijf werden er gevonden in het Hemelsche Rijk,
+waar zij in vijf verschillende gewesten werkzaam waren, en een zesde
+was gevestigd te San-Francisco. De eerste zonden de handelswaar uit,
+de laatste ontving haar. Een daaraan verbonden agentschap, dat van
+Ting-Tong, zorgde voor den terugtocht.
+
+Dit laatste eischt eenige toelichting.
+
+De Chineezen hebben er niets tegen om hun vaderland te verlaten en
+fortuin te gaan zoeken bij de »Melikanen," zooals zij de bewoners der
+Vereenigde Staten betitelen, maar slechts op één voorwaarde, namelijk
+dat hun lijk in hun geboorteland ter ruste zal worden gebracht. Dat
+is eene der voornaamste voorwaarden van het contract, eene clausule
+_sine qua non_, die de maatschappijen tegenover de landverhuizers op
+zich moeten nemen en waarvan zij niet mogen afwijken.
+
+Het agentschap van Ting-Tong, anders gezegd dat der Dooden,
+beschikt over bijzondere fondsen en is belast met het bevrachten
+der »lijkenschepen", die steeds met volle lading van San-Francisco
+naar Shang-Haï, Hong-Kong of Tien-Tsin terugkeeren. Nieuwe handel,
+nieuwe bron van voordeelen.
+
+De bekwame en ondernemende Tchoung Héou had hierop gelet. Toen hij
+stierf, in 1866, was hij directeur der Compagnie van Kouang-Than,
+in de provincie van dien naam, en onder-directeur van het Doodenfonds
+te San-Francisco.
+
+Op dien dag erfde Kin-Fo, die nu vader noch moeder meer had, een
+fortuin, dat gelijk stond met twintig millioen gulden en geplaatst was
+in actiën van de Centrale Californische Bank; hij was zoo verstandig
+zich er niet van te ontdoen.
+
+Bij zijns vaders dood zou onze jeugdige negentienjarige erfgenaam zich
+geheel alleen op de aarde bevonden hebben als hij Wang niet gehad
+had, den onafscheidelijken Wang, die voor hem leidsman en vriend te
+gelijk was.
+
+Wie was die Wang? Sedert zeventien jaar maakte hij deel uit van het
+gezin te Shang-Haï. Hij had bij den vader gewoond voor hij bij den
+zoon kwam. Maar van waar kwam hij? Hoe kwam hij dus aan de familie
+gehecht? Ziedaar vrij duistere vragen waarop Tchoung Héou en Kin-Fo
+alleen konden antwoorden.
+
+En als zij dit voegzaam geoordeeld hadden--'t geen niet waarschijnlijk
+was--zou men 't volgende vernomen hebben:
+
+'t Is iedereen bekend dat China bij uitnemendheid het rijk is, waar
+opstanden vele jaren kunnen duren en honderd duizenden menschen op
+de been kunnen brengen. In de zeventiende eeuw heerschte de beroemde
+dynastie van Ming, van Chineeschen oorsprong, sedert driehonderd jaren
+over China. Het hoofd dier dynastie gevoelde zich echter in 1644 te
+zwak tegenover de opstandelingen die zijn hoofdstad bedreigden en
+riep de hulp in van een Tartaarsch vorst.
+
+Die vorst liet zich niet lang bidden, kwam, joeg de rebellen uit
+elkander, nam de gelegenheid waar om hem die zijne hulp had ingeroepen
+van den troon te stooten en liet zijn eigen zoon Chun-Tché tot keizer
+uitroepen.
+
+Van dit tijdperk af, nam de Tartaarsche heerschappij de plaats in
+der Chineesche, en de troon werd bekleed door Mantjoerijsche keizers.
+
+Allengs vermengden zich, vooral in de lagere klassen, de rassen
+met elkander; maar bij de rijkere familiën in het noorden bleef de
+afscheiding tusschen Chineezen en Tartaren bestaan. Ook nu nog is het
+type van elkander onderscheiden, vooral in de noordelijke provinciën
+van het rijk. Daar zijn de »onverzoenlijken" gevestigd, zij die aan
+de onttroonde dynastie getrouw blijven.
+
+De vader van Kin-Fo behoorde tot deze laatsten en hij verloochende de
+traditiën niet van zijn geslacht, dat geweigerd had vrede te sluiten
+met de Tartaren. Als er, zelfs driehonderd jaar na de onttroning,
+een opstand was uitgebarsten tegen de vreemde overheersching, zou
+hij gereed geweest zijn.
+
+Dat zijn zoon Kin-Fo geheel en al zijne staatkundige overtuiging
+deelde, behoeft niet gezegd.
+
+In 1860 regeerde keizer S' Hiène-Fong, die den oorlog aan Frankrijk en
+Engeland verklaarde--den oorlog geëindigd met het tractaat van Peking,
+25 Oct. van dat jaar gesloten.
+
+Maar reeds voor dat tijdstip werd de regeerende dynastie door
+een geweldigen opstand bedreigd. De Tchang-Mao of Taï-ping, de
+»oproerlingen met de lange haren" hadden zich in 1853 van Nan-King en
+in 1855 van Shang-Haï meester gemaakt. Na den dood van S' Hiène-Fong
+had zijn jeugdige zoon al zijne krachten noodig om de Taï-ping te
+verdrijven. Zonder den onderkoning Li, zonder vorst Kong en vooral
+zonder den Engelschen kolonel Gordon zou hij er waarschijnlijk niet
+in geslaagd zijn zijn troon te behouden.
+
+De Taï-ping, de verklaarde vijanden van de Tartaren, goed ten opstand
+toegerust, wilden de dynastie der Tsing vervangen door die van de
+Wang. Zij vormden vier verschillende benden; de eerste, die met den
+zwarten standaard, had ten last gekregen te dooden; de tweede, met
+den rooden standaard, te branden; de derde, met den gelen standaard,
+te plunderen; de vierde, met den witten standaard, was belast om de
+drie anderen van voedsel enz. te voorzien.
+
+Er hadden gewichtige militaire bewegingen in Kian-Sou plaats. Twee
+plaatsen, op vijf mijlen afstands van Shang-Haï, Sou-Tchéou en
+Kia-Hing, vielen in de macht der opstandelingen en werden niet
+zonder moeite door de keizerlijke troepen hernomen. Shang-Haï was
+sterk bedreigd en werd zelfs den 18n Augustus 1860 aangetast, op
+'t zelfde oogenblik dat de generaals Grant en Montauban, de hoofden
+van het Anglo-Frankische leger, de forten van Peï-Ho bombardeerden.
+
+Tchoung Héou, de vader van Kin-Fo, bewoonde toen eene plaats dicht bij
+Shang-Haï, niet ver verwijderd van de prachtige brug die de Chineesche
+ingenieurs over de rivier van Sou-Tchéou hebben gelegd. Hij sloeg den
+opstand der Taï-ping met zeker welgevallen gade, wijl hij hoofdzakelijk
+tegen de Tartaarsche dynastie gericht was.
+
+Eens nu, in den avond van den 18n Augustus, gebeurde het, nadat de
+opstandelingen voor Shang-Haï waren afgeslagen, dat de deur van de
+woning van Tchoung Héou plotseling geopend werd.
+
+Een vluchteling, die er in geslaagd was zijne vervolgers van het
+spoor te brengen, wierp zich aan de voeten van Tchoung Héou. De
+ongelukkige had geen wapen meer om zich te verdedigen. Als hij,
+bij wien hij eene schuilplaats kwam vragen, hem aan de keizerlijke
+troepen wilde overleveren, was hij verloren.
+
+De vader van Kin-Fo was er de man niet naar om een Taï-ping, die een
+schuilplaats had gezocht in zijn huis, te verraden.
+
+Hij sloot de deur en zeide:
+
+»Ik wil niet weten, ik zal nimmer weten wie je bent, wat je gedaan
+hebt of van waar je komt. Je bent mijn gast, en, daarom alleen,
+bij mij in veiligheid."
+
+De vluchteling wilde spreken om zijne dankbaarheid te uiten.... Hij
+had er de kracht niet toe.
+
+»Je naam?" vroeg Tchoung Héou.
+
+»Wang."
+
+Op deze wijze was Wang gered door de edelmoedigheid van Tchoung
+Héou--eene edelmoedigheid die den laatste het leven zou gekost hebben
+als men vermoed had dat hij een opstandeling beschermde. Maar Tchoung
+Héou was een van die ouderwetsche mannen, wien een gast heilig is.
+
+Eenige jaren later werd de opstand geheel onderdrukt. In 1864 nam
+keizer Taï-ping, in Nan-King belegerd, vergif in, om niet in de handen
+der keizerlijken te vallen.
+
+Wang was sedert dien dag in het huis van zijn weldoener gebleven. Nooit
+behoefde hij inlichtingen omtrent zijn verleden te geven. Niemand
+ondervroeg hem daaromtrent. Misschien vreesde men te veel te
+vernemen! De wreedheden, door de opstandelingen begaan, moesten,
+naar men zeide, verschrikkelijk zijn geweest. Onder welke banier
+zou Wang gediend hebben, onder de gele, de roode, de zwarte of de
+witte? Het was maar beter de zaak te laten rusten; men behield dan
+althans nog de illusie dat hij waarschijnlijk behoord had tot de
+proviandeerende colonne.
+
+Wang had niets tegen deze schikking van het lot, en bleef in de
+gastvrije woning. Na den dood van Tchoung Héou hield Kin-Fo hem bij
+zich, wijl hij zijn aangenaam gezelschap te veel op prijs stelde om
+hem te kunnen missen.
+
+En, waarlijk, wie zou op het tijdstip, waarop deze geschiedenis een
+aanvang neemt, ooit een vroegeren Taï-ping, een moordenaar, plunderaar
+of brandstichter--wat men maar wil--herkend hebben in den 55jarigen
+philosoof, dien gebrilden zedemeester, dien Chineeschen Chinees met den
+traditioneelen knevel en de aan de slapen iets naar boven gerichte
+oogen? Met zijn lang kleed van weinig in 't oog loopende kleur,
+zijn wegens een begin van gezetheid iets naar boven geschoven gordel,
+zijn hoofdtooi geheel volgens 't keizerlijk voorschrift, d. w. z. een
+hoed van bont, welks rand is omgebogen langs een kalotje, waaronder
+kwastjes van roode strikken voor den dag kwamen, had Wang geheel
+en al het voorkomen van een eerzaam professor in de wijsbegeerte,
+van een van die geleerden, welke de tachtig duizend letters van het
+Chineesche schrift met 't meeste gemak gebruiken, van een kenner
+van het Mandarijnen schrift, van een van die, welke het recht hebben
+onder de groote poort van Peking door te gaan, een voorrecht alleen
+den zonen des hemels gegeven.
+
+'t Is ook mogelijk dat de opstandeling, een verleden vol verschrikking
+vergetende, met het voorbeeld van den braven Tchoung Héou zijn
+voordeel had gedaan en zich allengs aan de bespiegelende wijsbegeerte
+had gewijd.
+
+Hoe dit zij, op denzelfden avond van het feestmaal bevonden zich
+Kin-Fo en Wang, de onafscheidelijke gezellen, op de kade, om zich
+naar de stoomboot te begeven, die hen in snelle vaart naar Shang-Haï
+moest terugvoeren.
+
+Kin-Fo liep zwijgend, zelfs min of meer in nadenken verzonken,
+voort. Wang keek links en rechts, philosofeerde over de maan en de
+sterren, ging glimlachend onder de poort der »Eeuwige Reinheid" door,
+die hij niet te hoog voor zichzelf vond, passeerde daarop de poort
+der »Eeuwige Vreugde" en zag ten slotte hoe de torens van de pagode
+der »Vijfhonderd Godheden" zich in de schaduw des nachts verloren.
+
+De stoomboot _Perma_ lag gereed om te vertrekken. Kin-Fo en Wang
+begaven zich naar de beide hutten die men voor hen open gehouden
+had. De krachtige stroom van de Parelrivier, die dagelijks tegelijk
+met het slijk van den oever, de lijken van de ter dood verwezenen
+met zich voert, versnelde den gang der boot nog. Het vaartuig bewoog
+zich als een pijl langs de ruïnes, hier en daar overgebleven van de
+verwoesting, door de Fransche kanonnen aangericht, langs den tempel
+met negen verdiepingen van Haf-Way, voorbij de landtong Jardyne
+nabij Whampoa, waar de grootste vaartuigen hunne ligplaats hebben,
+en tusschen de eilandjes en het bamboezen paalwerk door, dat aan
+weerskanten der oevers gevonden wordt.
+
+In den nacht werden de vijfhonderd kilometers, dat wil zeggen,
+de drie honderd vijf en zestig »lis" die Canton van de monding der
+rivier scheiden, afgelegd.
+
+Bij het opgaan der zon passeerde de _Perma_ den »Tijgermuil" en
+vervolgens de beide hoofden van den inham. De Victoria-Peak op 't
+eiland Hong-Kong, ter hoogte van achttienhonderd vijf en twintig
+voet, verscheen één oogenblik door den morgennevel, en na een zeer
+voorspoedigen overtocht voeren Kin-Fo en Wang de gele wateren van
+de Blauwe rivier weder op en zetten voet aan wal te Shang-Haï op het
+kustland van de provincie Kiang-Nan.
+
+
+
+
+
+III.
+
+ Waarin de lezer, zonder zich te vermoeien, een blik kan werpen
+ op de stad Shang-Haï.
+
+
+Een Chineesch spreekwoord zegt:
+
+
+ »Als de sabels verroest zijn en de spaden glinsteren,
+ Als de trappen der tempels afgesleten worden door de voeten
+ der geloovigen en er gras groeit op de binnenplaats der
+ gerechtshoven,
+ Als de gevangenissen ledig en de graanzolders vol zijn,
+ Als de dokters loopen en de bakkers rijden,
+ Dan wordt het rijk goed bestuurd."
+
+
+Het spreekwoord is hier een waar woord en kon zeer goed op al de staten
+der oude en der nieuwe wereld toegepast worden. Maar, is er één land
+waar men nog ver van dezen idealen toestand af is, dan is het juist
+het Hemelsche rijk. Daar juist glinsteren de sabels terwijl de spaden
+roesten, daar is weinig plaats in de gevangenissen en veel ruimte op
+de graanzolders. De bakkers hebben er minder te doen dan de dokters, en
+lokken de pagoden ook vele geloovigen tot zich, de gerechtshoven hebben
+waarlijk niet te klagen over gebrek aan beschuldigden of aan pleiters!
+
+Overigens is het geen wonder dat de administratie te wenschen
+overlaat in een rijk van honderd en tachtigduizend vierkante mijlen,
+dat van het noorden naar het zuiden meer dan achthonderd uur gaans
+en van het westen naar het oosten er ruim negenhonderd lang is,
+dat achttien uitgestrekte provinciën telt, zonder de schatplichtige
+landen te rekenen als Mongolië, Mantchourije, Thibet, Tonking, Corea,
+de Liou-Tchou eilanden etc. Mogen de Chineezen zelve dit al niet
+gereedelijk erkennen, onder de vreemdelingen is er niemand die het
+betwijfelt. Misschien de Keizer alleen, opgesloten in zijn paleis,
+buiten welks poorten hij slechts hoogst zelden komt, beschermd door
+de muren van een driedubbele stad, die Zoon des Hemels, de vader
+en de moeder zijner onderdanen, die wetten geeft of vernietigt naar
+zijn welgevallen, die het recht van leven en dood heeft over allen
+en wien door zijne geboorte alle inkomsten van het rijk rechtmatig
+toekomen;--deze souverein, voor wien alles in het stof buigt, is
+zeker overtuigd dat er in zijn rijk niets is wat iets te wenschen
+zou kunnen overlaten. Het zou dan ook niemand geraden zijn, hem te
+willen overtuigen, dat hij zich bedroog. Een Zoon des Hemels bedriegt
+zich nooit.
+
+Was Kin-Fo misschien van oordeel dat eene Europeesche regeeringsvorm
+boven den Chineeschen te verkiezen is? Men zou bijna geneigd zijn het
+te gelooven. Hij woonde bijvoorbeeld niet in Shang-Haï, maar buiten,
+op een gedeelte der Engelsche concessie, die de onafhankelijkheid,
+waarin zij zich eenigermate verheugen mag, op zeer hoogen prijs stelt.
+
+Shang-Haï, de eigenlijke stad, ligt op den linkeroever van het
+riviertje Houan-Pou, die met de Wousung vereenigd in de Yang-Tsze-Kiang
+of Blauwe rivier valt en ten slotte in de Gele zee uitloopt.
+
+Het is een ovaal, dat van het noorden naar het zuiden loopt, omringd
+door hooge muren met vijf poorten, die toegang tot de voorsteden
+geven. Een verward net van met tegels bestrate steegjes, die zelfs
+met geen mechanisch reinigingstoestel schoon te maken zouden zijn;
+sombere winkels zonder eenige uitstalling waarin de winkeliers, naakt
+tot den gordel, rondscharrelen; geen rijtuigen, geen draagstoelen,
+ter nauwernood nu en dan een ruiter; eenige nationale tempels of
+vreemde kapellen; voor eenige wandeling een »theetuin" en een moerassig
+exercitieveld waaruit allerlei ongezonde dampen opstijgen; en op de
+straten en in de huizen eene bevolking van tweemaal honderdduizend
+inwoners, ziedaar de stad die als woonplaats weinig aanlokkelijks
+heeft, maar die evenwel uit een handelsoogpunt van groot belang is.
+
+Daar toch mochten, na het tractaat van Nan-King, de vreemdelingen
+voor het eerst hunne kantoren openen. Het was de groote deur van
+China, die voor den Europeeschen handel opengezet werd. Ook heeft de
+regeering buiten Shang-Haï en zijne voorsteden, tegen eene jaarlijksche
+uitkeering bij concessie, drie groote stukken grond afgestaan aan
+de Franschen, de Engelschen en de Amerikanen, die er ten getale van
+omstreeks tweeduizend wonen.
+
+Van de Fransche concessie--het aan de vreemdelingen uit
+Frankrijk afgestane terrein--is weinig te zeggen. Het is de minst
+belangrijke. Zij grenst ongeveer aan de noordelijke zijde der stad
+en strekt zich uit tot de beek van Yang-King-Pang, die haar van
+het Engelsche grondgebied scheidt. Daar verheffen zich de kerken
+der Lazaristen en der Jezuïeten, die ook op vier mijlen afstand van
+Shang-Haï het seminarie Tiskavé opgericht hebben, waar zij Chineesche
+kweekelingen vormen. Maar deze kleine kolonie haalt niet bij de beide
+anderen. Van de tien handelshuizen die er in 1861 opgericht werden
+zijn er nog slechts drie over, en zelfs het wisselkantoor is thans
+op de Engelsche concessie gevestigd.
+
+Het buiten Shang-Haï aan de Amerikanen afgestane gebied is van de
+Engelsche concessie door den Sou-Tchéou-Creek afgescheiden, en over
+deze rivier ligt een houten brug. Op de Amerikaansche concessie ligt
+het Astor-Hotel en de Zendingskerk; daar bevinden zich ook de dokken,
+ten gebruike der Europeesche schepen.
+
+Van de drie concessies is echter ontegenzeglijk de Engelsche de
+bloeiendste. Prachtige gebouwen op de kaden, huizen met veranda's
+en tuinen, paleizen van handelsvorsten, de Oriental Bank, de »hong"
+van de beroemde firma Dent, de kantoren van Jardyne, Russel en andere
+groete kooplieden, de Engelsche club, de schouwburg, het cricketveld,
+het park, de renbaan, de bibliotheek, ziedaar wat er onder anderen
+te vinden is in deze rijke schepping der Angelsaksers, die terecht
+op den naam van model-kolonie boogt.
+
+Daarom zal het ook niemand verwonderen dat op dit bevoorrecht gebied,
+onder bescherming van een vrijzinnigen regeeringsvorm, een Chineesche
+stad verrezen is van een geheel bijzonder karakter, zooals er nergens
+anders een te vinden is.
+
+De vreemdeling, die langs de schilderachtige Blauwe rivier dit plekje
+naderde, zag er dan ook vier vlaggen wapperen. Nevens de Fransche,
+de Engelsche en de Amerikaansche kleuren, woei er ook de Chineesche
+vlag, het gele St. Andries-kruis op een groen veld.
+
+Wat de omstreken van Shang-Haï aangaat, deze zijn vlak land, zonder
+boomen, doorsneden door smalle steenen wegen en in rechte hoeken
+zich kruisende voetpaden, met regenputten voorzien en »arroyo's" die
+onmetelijke rijstvelden met hun water besproeien, waardoor kanalen
+loopen, bedekt met jonken die te midden der velden hunne vrachten
+vervoeren, evenals de tjalken door de Hollandsche weilanden; het was
+eene uitgestrekte schilderij, zeer groen van toon, waaraan alleen de
+lijst ontbrak.
+
+De _Perma_ was bij haar aankomst aan de kade van de binnenhaven van
+Shang-Haï komen te liggen, voor de oostelijke voorstad. Daar stapten
+Wang en Kin-Fo dien middag aan wal.
+
+Zoowel op de kaden als op de rivier heerschte eene onbeschrijfelijke
+drukte. Honderden jonken, bloemenschepen, sampans, een soort van
+gondels met wrikriemen bestuurd, gigs en andere bootjes van allerlei
+grootte, vormde eene drijvende stad, waar eene bevolking woonde, die
+men minstens op veertigduizend zielen schatten kan,--eene bevolking
+die tot den minderen stand behoort en waarvan de rijksten zich zelfs
+niet tot den rang der geletterden of mandarijnen kunnen verheffen.
+
+De beide vrienden flaneerden langs de kade te midden der gemengde
+schare, kooplieden van allerlei aard, venters van noten, oranjeappelen
+of pompoenen, zeelieden van allerlei natiën, waarzeggers, Chineesche
+en Mongoolsche priesters, Roomsch-Katholieke priesters in Chineesche
+kleederdracht en met staart en waaier, inlandsche soldaten,
+»tipaos", plaatselijke politie-agenten en »compradores", een soort
+van commissionairs, die de zaken der Europeesche kooplieden behartigen.
+
+Kin-Fo met den waaier in de hand, liet zijn onverschilligen blik over
+de menigte dwalen en stelde volstrekt geen belang in hetgeen er om
+hem heen voorviel. Noch de metaalklank der Mexicaansche piasters,
+noch die der zilveren taëls of der koperen sapeken, [1] die gedurig
+uit de handen der koopers naar die der verkoopers overgingen, konden
+zijne gedachten afleiden. Hij bezat genoeg om de geheele voorstad te
+koopen en contant te betalen.
+
+Wang had zijne groote gele parapluie opgezet, die met zwarte monsters
+prijkte, en terwijl hij als een echte Chinees steeds rondkeek,
+zocht hij overal naar voorwerpen, die hem aanleiding tot opmerkingen
+konden geven.
+
+Voorbij de Oostpoort gaande viel zijn blik bij toeval op een dozijn
+kooien van bamboes, waarin de akelige hoofden van een gelijk aantal
+misdadigers te zien waren, eerst den vorigen avond ter dood gebracht.
+
+»Misschien was er wel iets beters te doen", zeide hij, »dan hoofden
+af te hakken. 't Was wel zoo wijs ze met nuttige kennis te vullen."
+
+Kin-Fo hoorde ongetwijfeld deze opmerking van Wang niet, anders zou
+die hem uit den mond van een ex-Taï-ping zeker wel verwonderd hebben.
+
+Beiden gingen voort langs de kaai en volgden de muren der Chineesche
+stad.
+
+Aan het einde der voorstad waar de Fransche concessie begint, werd
+de aandacht der menigte getrokken door een inboorling in een lang
+blauw kleed, die met een kleinen stok op een grooten buffelhoorn sloeg.
+
+»Een sieng cheng", sprak de wijsgeer.
+
+»Waar raakt ons dat?" antwoordde Kin-Fo.
+
+»Laat u eens waarzeggen", hernam Wang. »Als men gaat trouwen is dat
+wel eens aardig."
+
+Kin-Fo wilde, zonder hierop te letten, verder gaan, doch Wang hield
+hem tegen.
+
+De »sien-cheng" is een soort van populair profeet, die voor een paar
+sapeken de toekomst voorspelt. Al wat hij voor zijn beroep noodig
+heeft is een kooi met een kleinen vogel, die aan een der knoopen
+van zijn kleed hangt, en een spel van vier-en-zestig kaarten waarop
+afbeeldingen van goden, menschen en dieren voorkomen. Alle Chineezen
+zijn min of meer bijgeloovig en dus vinden ook de voorspellingen van
+den sien-cheng veel aftrek, ofschoon deze zelf natuurlijk wel weet
+hoe het daarmede gesteld is.
+
+Op een teeken van Wang spreidde hij een wolligen doek op den grond uit,
+plaatste er de kooi op, nam zijne kaarten, schudde ze door en legde ze
+zoo op den doek dat de plaatjes niet te zien waren. De deur der kooi
+werd toen geopend, de kleine vogel wipte er uit, zocht schijnbaar
+tusschen de kaarten en pikte er vervolgens een op, die hij aan den
+waarzegger bracht, ontving een paar rijstkorrels tot belooning en
+verdween toen weder in zijn kooi.
+
+De sien-cheng keerde de kaart om. Er stond een afbeeldsel van een
+man op en een spreuk in Kunarunaschrift, de Mandarijnentaal van het
+noorden, die de officieele taal der geleerden is.
+
+Toen keerde de waarzegger zich tot Kin-Fo en voorspelde hem, wat zijne
+collega's over de geheele wereld altijd aan hunne klanten voorspellen,
+zonder dat zij gevaar loopen zich te vergissen, namelijk dat hij, na
+door eenigen geheimzinnigen tegenspoed getroffen te zijn, duizenden
+jaren gelukkig zou leven.
+
+»Eén slechts", antwoordde Kin-Fo, »éen slechts en ik schenk u gaarne
+de rest."
+
+Daarop wierp hij hem een zilveren taël toe, waarop de profeet aanviel
+als een hond op een lekker been. Zulke belooningen kreeg hij niet
+dikwijls.
+
+Wang en zijn leerling richtten toen hunne schreden naar de Fransche
+nederzetting, de eerste peinzend over deze voorspelling, die zoo
+volkomen strookte met zijne eigene theorieën ten opzichte van het
+geluk, de tweede wel overtuigd dat er voor hem geen tegenspoed
+zijn kon.
+
+Zij gingen het Fransche consulaat voorbij, over het brugje dat de
+Fransche concessie met het Engelsche verbindt, staken deze laatste
+nederzetting dwars over en bereikten zoo de kade van de Europeesche
+haven.
+
+Het sloeg juist twaalf uur. De drukte die des ochtends buitengewoon
+groot geweest was, hield als met een tooverslag op. De handelsdag
+was om zoo te zeggen afgeloopen en op de beweging volgde de kalmte,
+zelfs in het Engelsche gedeelte der stad, dat zich in dit opzicht
+naar de gebruiken des lands voegde.
+
+Op dit oogenblik kwamen eenige vreemde schepen de haven binnen, de
+meeste onder de vlag van het Vereenigde Koningrijk. Negen van de tien
+waren, helaas, met opium bevracht. Deze verstompende zelfstandigheid,
+dit vergift waarmede Engeland China overlaadt, wordt ingevoerd
+tot eene jaarlijksche waarde van meer dan honderdveertig millioen
+gulden en levert driehonderd pct. winst op. Te vergeefs heeft de
+Chineesche regeering den invoer van opium in het Hemelsche Rijk willen
+beletten. De oorlog van 1841 en het verdrag van Nan-King hebben het
+land voor de Engelsche koopwaar geopend en den handelsvorsten vrij
+spel gegeven. Overigens moeten wij er bijvoegen dat, al bedreigt de
+regeering van Peking ieder Chinees die opium verkoopt zelfs met den
+dood, het gezag zich ook wel laat vinden, als men slechts den rechten
+toon weet aan te slaan. Men meent zelfs te kunnen verzekeren, dat de
+mandarijn, die gouverneur van Shang-Haï is, jaarlijks een millioen
+verdient alleen door somtijds niet te nauwkeurig toe te zien op de
+handelingen zijner ondergeschikten.
+
+Het spreekt van zelf dat Kin-Fo noch Wang opium gebruikten; dit
+vergif toch verwoest het geheele organisme en heeft onvermijdelijk
+een vroegen dood ten gevolge.
+
+Ook was er nooit een ons opium over den drempel gekomen der rijke
+woning waar de twee vrienden binnenstapten, juist een uur nadat zij
+op de kade van Shang-Haï geland waren.
+
+Wang had--vreemd genoeg uit den mond van een ex-Taï-ping!--eerst nog
+de opmerking gemaakt:
+
+»Misschien kon er wel iets beters gedaan worden dan een zelfstandigheid
+in te voeren die een geheel volk verstompt! Handel is goed, maar
+wijsbegeerte is beter! Laat ons de wijsbegeerte beoefenen en daarin
+ons geluk zoeken!"
+
+
+
+
+
+IV.
+
+ Waarin Kin-Fo een gewichtigen brief ontvangt, die al acht
+ dagen eerder had moeten bezorgd worden.
+
+
+Een yamen bestaat uit een aantal verschillende gebouwen langs
+evenwijdige lijnen gerangschikt en die door een andere lijn van kiosken
+en paviljoenen loodrecht gesneden wordt. Meestal wordt de yamen bewoond
+door mandarijnen van hoogen rang en behoort dan den keizer toe:
+maar ook den rijken bewoners van het Hemelsche Rijk is het vergund
+yamens in eigendom te bezitten, zoodat dan ook de vermogende Kin-Fo
+een dezer weelderige hotels bewoonde.
+
+Wang en zijn kweekeling bleven bij de hoofdpoort in de uitgestrekte
+omheining, die de verschillende gebouwen van de yamen, hare tuinen
+en binnenplaatsen omgaf, staan.
+
+Ware zij, inplaats van de woning van een eenvoudigen particulier,
+die van een mandarijn-magistraat geweest, dan zou onder de fraai
+uitgesneden en beschilderde luifel der poort dadelijk een groote trom
+in 't oog gevallen zijn. Op die trom zouden dan dag en nacht diegenen
+zijner onderhoorigen hebben komen slaan, die recht hadden willen
+inroepen. Maar inplaats van die »klachtentrom", versierden groote
+porceleinen pullen den ingang der yamen, en bevatten koude thee, die
+door de zorg van den hofmeester steeds vernieuwd werd. Deze pullen
+stonden ter beschikking van de voorbijgangers, eene edelmoedigheid,
+die Kin-Fo eer aandeed. Ook was hij zeer gezien, zooals men zeide,
+bij »zijne buren uit het Oosten en het Westen."
+
+Nauwelijks had de meester zich vertoond of al de huisvrienden snelden
+naar de poort om hem te ontvangen. Al de lieden die tot eene deftige
+Chineesche huishouding behooren, als kamerdienaars, voetknechten,
+portiers, het personeel der draagstoelen, palfreniers, koetsiers,
+bedienden, nachtwakers, koks, stonden in gelid geschaard onder de
+bevelen van den hofmeester. Behalve deze waren er nog een tiental
+koelies, die, voor het ruwe werk bij de maand gehuurd, zich wat
+achteraf hielden.
+
+De hofmeester verwelkomde den heer des huizes. Deze maakte nauwlijks
+eene beweging met de hand en schreed snel voorbij.
+
+»Soun?" zei hij alleen.
+
+»Soun!" antwoordde Wang glimlachend. »Als Soun er was, zou 't Soun
+niet meer zijn!"
+
+»Waar is Soun?" zei Kin-Fo nogmaals.
+
+De hofmeester moest bekennen, dat hij, noch iemand wist waar Soun was.
+
+Nu was Soun niets meer of minder dan de eerste kamerdienaar, speciaal
+aan den persoon van Kin-Fo verbonden en die volstrekt niet door hem
+gemist kon worden.
+
+Soun was dus zeker een voortreffelijke bediende? Neen, 't was
+onmogelijk slechter zijn dienst te verrichten. Hij was verstrooid,
+onsamenhangend, onhandig in zijn doen en spreken, een echte lekkerbek,
+een beetje bang van aard, een ware tochtscherm-Chinees, maar getrouw
+overigens en de eenige die bij zekere gelegenheden eenigen invloed
+op zijn meester had. Kin-Fo kon zich twintig maal op een dag boos
+maken op Soun en zoo hij hem slechts tien maal strafte, dan was het
+eene overwinning behaald op zijne gewone lichtgeraaktheid. Men ziet,
+die Soun was een hygieenische bediende.
+
+En had Soun nu iets gedaan dat niet in den haak was, dan voorkwam
+hij zijn meester en vroeg, evenals de meeste Chineesche bedienden,
+uit eigen beweging om gestraft te worden, 't geen hem dan ook niet
+bespaard werd, want als hagel vielen de rottingslagen dan op zijne
+schouders, waarover Soun zich evenwel niet veel bekreunde. Doch,
+waarover hij zich oneindig veel gevoeliger betoonde, dat waren de
+telkens herhaalde verkortingen, die Kin-Fo den gevlochten staart die
+hem op den rug hing, liet ondergaan, zoodra er sprake was van de een
+of andere ernstige overtreding.
+
+Niemand zal wel onbekend zijn met het groote gewicht dat de Chinees
+aan dit zonderlinge aanhangsel hecht. De eerste straf die den
+misdadiger wordt opgelegd, is het verlies van zijn staart! 't Is een
+schande voor zijn gansche leven! De ongelukkige knecht vreesde dan
+ook niets zoo zeer dan veroordeeld te worden er een stukje van te
+verliezen. Voor vier jaren nog toen Soun in dienst bij Kin-Fo trad,
+had zijn staart--een der schoonste van het Hemelsche Rijk,--eene lengte
+van een meter vijf en twintig, terwijl er thans, helaas! niets meer
+van overbleef dan zeven en vijftig centimeters.
+
+Ging dat zoo voort, dan was Soun binnen twee jaar heelemaal kaal!
+
+Wang en Kin-Fo gingen daarop, eerbiedig gevolgd door het bedienend
+personeel, den tuin door, welks boomen meerendeels in aarden potten
+geplant, en op verrassende, maar betreurenswaardige wijze besnoeid,
+allerlei fantastische diergestalten te zien gaven. Vervolgens
+liepen zij het bassin langs, dat met goudvisschen en roodvisschen
+gevuld was en welks helder water bijna verborgen was onder de groote
+bleekroode bloemen van de nelumbo, de schoonste waterlelie uit het
+Bloemenrijk. Zij bogen het hoofd, toen zij een soort van hieroglyphisch
+viervoetig dier voorbij kwamen, dat in harde kleuren op een daar
+aanwezigen muur was geschilderd en een soort van symbolisch fresco
+scheen te zijn, en naderden daarop de deur der voornaamste woning
+van de yamen.
+
+Het was een gebouw met eene verdieping, geplaatst op een terras,
+'t welk men langs een marmeren trap van zes treden bereikte. Er
+waren bij wijze van luifels schermen van bamboes voor de deuren en
+vensters aangebracht, waardoor de reeds buitengewone hitte dragelijk
+werd gemaakt en de koelte in 't gebouw behouden. Het platte dak
+vormde een contrast met de fantastische bedekking der paviljoens,
+die hier en daar in de yamen verspreid lagen en welks kanteelen,
+veelkleurige pannen en in fijne arabesken uitgesneden steenen een
+aangenamen aanblik opleverden.
+
+Binnen gekomen bespeurde men, behalve de vertrekken in 't bijzonder
+bestemd voor Wang en Kin-Fo, niets anders dan salons, omgeven door
+kabinetjes, welke afgescheiden waren door doorschijnende voorhangsels,
+waarop guirlandes van bloemen waren aangebracht, of wel plaatjes met
+zedekundige spreuken, waarop de bewoners van het Hemelsche rijk niet
+zuinig zijn. Overal stonden zonderling versierde zetels van marmer,
+porcelein of hout, en bovendien een dozijn kussens wier mollige
+zachtheid meer tot zitten uitlokte dan de hardere zetels; overal
+hingen lampen of wel lantaarns van verschillenden vorm met zacht
+gekleurde glazen en versierd met eikels of wel met franjes en kwastjes
+als aan het dekkleed van een Spaansch muildier gevonden worden;
+overal vond men ook kleine thee-tafeltjes, »tcha-ki" geheeten, die
+in een Chineesch huishouden niet mogen ontbreken. Men vond er voorts
+allerlei ciseleer-werk van ivoor of schildpad, bronzen voorwerpen in
+niello-werk, wierookschaaltjes, verlakte voorwerpen met gouddraad
+en relief versierd, andere van melkwit of smaragd groen nephriet,
+ronde of prisma-vormige vaasjes van de dynastie der Mings en der
+Tsings, nog zeldzamer porceleinen beeldjes van de dynastie der Yens,
+kopjes met doorschijnend rose en geel gekleurd email bedekt, van welke
+bewerking het geheim verloren is gegaan; te veel om op te noemen. Deze
+weelderig ingerichte woning bood alles aan wat Chineesche fantasie,
+gepaard aan Europeesch confort, kon verschaffen.
+
+Kin-Fo was dan ook--ieder zeide het en zijn smaak bewees het--een man
+van den vooruitgang. Iedere nieuwere uitvinding van het westen was hij
+bereid over te nemen. Hij behoorde tot die--nog te zeldzame--categorie
+van zonen van het Hemelsche rijk, die dwepen met de physische en
+chemische onderzoekingen.
+
+Hij was dan ook niet een der barbaren die de eerste telegraafdraden
+doorsneden, welke de firma Reynoldt tot Wousung wenschte te doen
+loopen om spoedig de aankomst te vernemen van de Engelsche of
+Amerikaansche mail, en hij moest evenmin gerekend worden onder die
+achterlijke mandarijnen welke weigerden om den onderzeeschen kabel
+van Shang-Haï naar Hong-Kong op het grondgebied der laatstgenoemde
+eilanden te bevestigen, en de telegrafisten dwongen dien op een schip
+dat op stroom lag, vast te maken.
+
+Neen, Kin-Fo behoorde tot die Chineezen welke het met genoegen hadden
+gezien dat de regeering, onder toezicht van Fransche ingenieurs,
+arsenalen en werven te Fou-Chao had gesticht. Ook had hij, en dit uit
+een zuiver nationaal oogpunt, aandeelen in de Chineesche stoombooten
+die den dienst verrichten tusschen Tien-Sin en Shang-Haï en was hij
+betrokken bij de snelvarende vaartuigen die op den tocht van Singapore
+drie of vier dagen op de Engelsche mail winnen.
+
+De vorderingen der wetenschap waren zelfs tot in zijne huiselijke
+omgeving toegepast. De verschillende gebouwen van zijn yamen waren
+door telefoons verbonden en electrische schellen vond men er in
+onderscheiden kamers. In het koude seizoen legde hij vuur aan en
+verwarmde zich, vrij wat verstandiger dan zijne landgenooten die
+onder hunne vier- of vijfdubbele kleeding voor hunnen ledigen
+haard bevroren. Zijn huis was met gas verlicht evenals dat van
+den inspecteur-generaal der douanen te Peking, evenals dat van
+den schatrijken Yang, bijna uitsluitend eigenaar van de banken van
+leening in het Hemelsche Rijk! Eindelijk, het verouderde gebruik
+van het schrift in zijne intieme correspondentie moede, had de
+vooruitstrevende Kin-Fo--men zal het weldra zien--de phonograaf in
+gebruik genomen, nauwelijks door Edison tot zijn laatsten graad van
+volkomenheid gebracht.
+
+Men bespeurt uit een en ander dat de leerling van den philosoof Wang,
+zoowel wat het materieele leven betreft, als wat aangaat zucht naar
+kennis en wetenschap, alles bezat wat noodig was om gelukkig te
+wezen! En toch was hij het niet! Hij had Soun om zijne dagelijksche
+apathie te verdrijven, en zelfs Soun was niet voldoende om hem gelukkig
+te maken!
+
+'t Viel niet te loochenen dat Soun, die nooit daar was waar hij
+wezen moest, zich ook thans nergens liet zien. Hij had zich zeker
+een of ander zwaar vergrijp te verwijten, eenige onhandigheid, in
+'t afzijn van zijn meester gegaan, en al vreesde hij niet voor zijn
+rug en schouders, die aan de rotting gewend waren, alles leidde er
+toe om te doen gelooven dat hij thans bevreesd was voor zijn staart.
+
+»Soun!" riep Kin-Fo, de vestibule binnentredende, waarop de salons ter
+rechter- en linkerzijde uitkwamen, op een toon van kwalijk bedwongen
+ongeduld.
+
+»Soun!" herhaalde Wang, wiens goede raadgevingen en vermaningen altijd
+zonder invloed op den voor verbetering onvatbaren knecht waren geweest.
+
+»Zoek Soun op en breng hem hier!" zeide Kin-Fo tot den hofmeester,
+die iedereen in 't werk stelde om den niettevinden bediende te zoeken.
+
+Wang en Kin-Fo bleven alleen.
+
+»Ons verstand zegt ons," sprak de philosoof, »dat een reiziger,
+te huis teruggekeerd, eenige rust moet nemen."
+
+»Laat ons dan verstandig zijn!" was het eenvoudig antwoord van den
+leerling van Wang.
+
+En na den philosoof de hand gedrukt te hebben, begaf hij zich naar
+zijn vertrek, terwijl Wang zijne kamer binnentrad.
+
+Toen Kin-Fo alleen was, strekte hij zich op een van die zachte, mollige
+divans van Europeesch maaksel uit, van welks bewerking een Chineesch
+kamerbehanger of tapijtwerker geen denkbeeld heeft. Daar ging hij
+liggen droomen. Dacht hij aan zijn huwelijk met het beminnelijke en
+lieve meisje dat spoedig zijne levensgezellin zou zijn? Ja, en dat
+was niet te verwonderen als men bedenkt, dat hij haar den volgenden
+dag weder zou ontmoeten. Het bevallige wezen woonde niet te Shang-Haï,
+maar te Peking, en Kin-Fo overlegde bij zichzelf of het niet passend
+zou zijn haar tegelijk met het bericht van zijn terugkeer te Shang-Haï,
+te doen weten, dat hij spoedig in de hoofdstad van het Hemelsche rijk
+zou verschijnen. Het zou zelfs niet ongepast zijn eene zekere begeerte,
+eene lichte opwelling van ongeduld om haar weer te zien aan den dag
+te leggen. Ja zeker, hij hield werkelijk veel van haar! Wang had het
+hem volgens de meest onomstootelijke regels der logica aangetoond,
+en dit nieuwe element in zijn bestaan zou hem misschien kunnen
+helpen bij het zoeken naar het onbekende.... dat is te zeggen het
+geluk.... die.... dat.... waarvan....
+
+Kin-Fo droomde met gesloten oogen en hij zou geheel en al ingeslapen
+zijn als hij niet eene zekere kriebeling in zijn rechterhand gevoeld
+had.
+
+Zijne vingers sloten zich instinctmatig en omklemden een
+cylindervormig, knoestig voorwerp, van betamelijke dikte, dat zij
+meer gewend waren te hanteeren.
+
+Kin-Fo vergiste zich niet, het was een rotting dien men hem in de
+rechterhand had gestoken; op hetzelfde oogenblik hoorde men, op
+bedeesden toon, de volgende woorden:
+
+»Als het mijnheer behaagt!"
+
+Kin-Fo stond overeind en zwaaide, wat zeer natuurlijk was, den
+straffenden rotting heen en weer.
+
+Soun stond voor hem, half gebogen, in de houding van een patiënt die
+eene bewerking moet ondergaan. Met de eene hand leunde hij op het
+tapijt van de kamer, in de andere hield hij een brief.
+
+»Zoo, ben je daar eindelijk," zei Kin-Fo.
+
+»_Ai ai ya!_" antwoordde Soun. »Ik had gedacht dat mijnheer eerst de
+derde wake zou terugkeeren! Als het mijnheer behaagt!"
+
+Kin-Fo gooide den rotting tegen den grond en Soun, hoe geel hij ook
+was, verbleekte!
+
+»Als je me zonder eenige verontschuldiging je rug aanbiedt," sprak de
+meester, »dan heb je zeker wel wat meer verdiend! Wat is er gebeurd?"
+
+»Deze brief!..."
+
+»Spreek op!" riep Kin-Fo en greep den brief dien Soun hem aanbood.
+
+»Ik ben zoo onhandig geweest te vergeten hem u ter hand te stellen
+vóór uw vertrek naar Canton!"
+
+»Acht dagen te laat, schurk!"
+
+»Het is mijn schuld, mijnheer!"
+
+»Kom hier!"
+
+»Ik ben gelijk aan een arme krab zonder pooten, die niet vooruit kan
+komen! _Ai ai ya_"
+
+Dat was een wanhoopskreet. Kin-Fo had Soun bij zijn staart gegrepen
+en met eene snelle beweging van zijne scherpe schaar had hij er het
+uiterste einde afgenomen.
+
+De arme krab scheen weder spoedig zijne pooten terug te krijgen,
+want hij was eensklaps opgevlogen, niet zonder eerst van het tapijt
+het stukje van zijn kostbaar aanhangsel opgeraapt te hebben.
+
+De staart van Soun was van zeven en vijftig tot vier en vijftig
+centimeter teruggebracht.
+
+Kin-Fo had zich na de strafoefening, die hij Soun had doen ondergaan,
+weder op zijn divan neergevleid en bekeek doodkalm den brief, die
+voor acht dagen was gekomen. Het hinderde hem minder dat de brief te
+laat in zijne handen was gekomen, dan wel dat Soun zich weder aan
+onachtzaamheid had schuldig gemaakt. Wat voor belang kon een brief
+hem inboezemen? Een brief kon alleen welkom zijn als hij hem eene
+ontroering bezorgde. Hij, Kin-Fo ontroerd!
+
+Hij bekeek den brief toch, maar verstrooid.
+
+De enveloppe van stevig linnen was aan de voor- en achterzijde van
+wijn- en chocolaad-kleurige postzegels voorzien. Onder het beeld--een
+manshoofd--bespeurde men de cijfers van twee en van »zes centen."
+
+De brief kwam dus uit Amerika.
+
+»Wat nu!" dacht Kin-Fo de schouders ophalende, »een brief van mijn
+correspondent te San Francisco!"
+
+En hij wierp den brief in een hoek van den divan.
+
+Wat kan zijn correspondent hem voor gewichtigs hebben mee te
+deelen? Dat de stukken, die bijna geheel zijn fortuin uitmaakten,
+rustig sliepen in de kassen van de Centrale Californische bank, dat
+zijne actiën vijftien of twintig pct. waren gerezen, dat de dividenden
+die van het vorige jaar overschreden, enz. Eenige duizenden dollars
+meer of minder maakten hem koud noch warm.
+
+Toch nam Kin-Fo na eenige minuten den brief weer op en scheurde er
+werktuiglijk de enveloppe af; maar in plaats van hem te lezen keek
+hij naar de onderteekening.
+
+»Hij is van mijn correspondent," zei hij, »het kan alleen over zaken
+zijn! Die kunnen tot morgen wachten!"
+
+En weder zou Kin-Fo den brief weggeworpen hebben als zijn oog niet
+toevallig was blijven rusten op een woord onder aan de tweede pagina,
+dat eenige malen onderschrapt was. Het was het woord PASSIEF, waarop
+de correspondent te San-Francisco de aandacht van zijn cliënt te
+Shang-Haï had willen vestigen.
+
+Kin-Fo nam daarop den brief en las dien van het begin tot het einde
+niet zonder eenige nieuwsgierigheid, iets wat van hem bepaald te
+verwonderen was.
+
+Zijne wenkbrauwen fronsten zich één oogenblik; maar een soort van
+minachtenden glimlach plooide zijne lippen toen hij de lezing ten
+einde had gebracht.
+
+Kin-Fo stond op, deed eenige stappen door zijn kamer en greep de
+spreekbuis, die hem in staat stelde zich met Wang te onderhouden zonder
+zich te vermoeien. Hij bracht zelfs het uiteinde aan zijn mond, om
+het waarschuwende fluitje te doen hooren, maar toen bedacht hij zich,
+liet de buis vallen en strekte zich opnieuw op zijn divan uit.
+
+»Poeh!" was al wat hij zeide, en zijne geheele persoonlijkheid sprak
+uit dat woord.
+
+»En zij!" mompelde hij. "Het gaat haar eigenlijk meer aan dan mij."
+
+Hij ging naar eene kleine verlakte tafel, waarop een keurig bewerkt,
+langwerpig doosje stond. Maar toen hij op het punt stond het te openen,
+trok hij zijne hand terug.
+
+»Wat zeide ze in haar laatsten brief?" mompelde hij.
+
+En in plaats van het deksel der doos te openen, drukte hij op een
+veer aan een der zijden.
+
+Terstond hoorde men het geluid eener zachte stem:
+
+»Mijn lieve oudste broeder, ben ik u niet als de Meihoua-bloem in
+de eerste maan, als de abrikozen-bloesem in de tweede, als de bloem
+der perzik in de derde! Mijn hart van juweel, ik zend u duizend,
+tienduizend groeten!"...
+
+Het was eene jeugdige vrouwenstem, wier teedere woorden door den
+phonograaf herhaald werden.
+
+»Arme kleine jongste zuster!" zeide Kin-Fo.
+
+Daarna opende hij het doosje, nam er de papierstrook met streepjes
+en deukjes uit, die het geluid der afwezige stem weergegeven had,
+en plaatste er een ander stuk geprepareerd papier in.
+
+De phonograaf was reeds zoo volmaakt dat men slechts hardop behoefde
+te spreken om indrukken in het vlies te maken, terwijl de rol, die
+door een horloge-veer in beweging gebracht werd, de woorden op het
+geprepareerde papier aan het toestel aanteekende.
+
+Kin-Fo sprak ongeveer eene minuut. Aan zijne stem, kalm als altijd,
+kon men niet hooren onder welken indruk, van vreugde of van droefheid,
+hij zijne gedachten in woorden bracht.
+
+Drie of vier zinnen, meer niet, ziedaar alles wat Kin-Fo sprak. Daarop
+deed hij den phonograaf stilstaan en nam er het papier uit, waarop
+de naald, door het vlies in beweging gebracht, eenige strepen en
+indrukken had gemaakt die de gesproken woorden konden weergeven. Hij
+sloot dit papier in eene enveloppe die hij verzegelde en waarop hij
+van rechts naar links het volgende adres schreef:
+
+
+ Mevrouw Lé-ou. Avenue Cha-Coua.
+ Peking.
+
+
+Een druk op den knop der electrische schel deed spoedig den dienstbode
+verschijnen, die met de zorg voor de correspondentie belast was,
+en terstond werd de brief naar het postkantoor gebracht.
+
+Een uur later lag Kin-Fo gerust te slapen met zijn »tchou-fou-jen"
+in zijne armen, een soort van kussen van gevlochten bamboes, dat in
+de Chineesche bedden eene gematigde temperatuur onderhoudt, volstrekt
+niet te versmaden in die warme streken.
+
+
+
+
+
+V.
+
+ Waarin Lé-ou een brief ontvangt, dien ze veel liever niet
+ zou gekregen hebben.
+
+
+»Heb je nog geen brief voor mij?"
+
+»Wel neen, mevrouw!"
+
+»Wat valt de tijd mij van daag lang, moedertje!" Dit zeide
+de bekoorlijke Lé-ou dien dag reeds voor den tienden keer in
+het boudoir van hare in de avenue Cha-Coua te Peking gelegen
+woning. Het »moedertje" dat haar antwoordde en waaraan zij dien naam
+gaf overeenkomstig het Chineesche gebruik waar het dienstboden van
+zekeren leeftijd geldt, was de knorrige en onaangename juffrouw Nan.
+
+Lé-ou was op achttienjarigen leeftijd gehuwd met een letterkundige
+van den eersten rang, die aan het beroemde _Sse-Khou-Tsuane-Chou_
+medewerkte [2]. Deze geleerde heer was meer dan dubbel zoo oud als
+zij en stierf drie jaar na de voltrekking van het huwelijk.
+
+De jonge weduwe stond dus, nog geen een-en-twintig jaar oud, alleen
+op de wereld. Kin-Fo zag haar op een reis die hem omstreeks dezen
+tijd te Peking bracht. Wang kende haar van vroeger en had de aandacht
+van zijn onverschilligen leerling op deze bekoorlijke verschijning
+gevestigd. Toen was langzamerhand bij Kin-Fo het denkbeeld gerijpt om
+eene afwisseling in zijne tot nog toe gevolgde levenswijze te brengen
+door een huwelijk aan te gaan met de schoone weduwe en Lé-ou was niet
+onverschillig voor het voorstel dat haar gedaan werd. En thans zou
+het huwelijk, zeer tot genoegen van Wang, gesloten worden, zoodra
+Kin-Fo, na te Shang-Haï de noodige beschikkingen gemaakt te hebben,
+te Peking teruggekeerd was.
+
+In den regel hertrouwen weduwen niet in het Hemelsche rijk. Niet dat
+zij daar zelf iets tegen zouden hebben--evenmin als hare lotgenooten
+in westersche landen--maar omdat niemand haar vraagt. Als Kin-Fo eene
+uitzondering maakte op dezen regel, dan bewees dit alleen dat Kin-Fo
+een zonderling was. Lé-ou zou door haar tweede huwelijk wel het recht
+verbeuren om onder de »paé-lous" door te gaan, de eerebogen die de
+Keizer somtijds doet oprichten voor vrouwen die zich onderscheiden
+hebben door getrouwheid aan haren overleden gemaal; zooals bijvoorbeeld
+de weduwe Soung, die het graf van haren echtgenoot niet wilde verlaten,
+de weduwe Koung Kiang, die zich een arm afhakte, de schoone weduwe
+Yen-Tchiang, die haar gelaat verminkte ten teeken van rouw. Maar
+Lé-ou was twintig jaar en niet zoo eerzuchtig. Zij zou dus weder dat
+leven van gehoorzaamheid gaan leiden, dat de vrouw in eene Chineesche
+huishouding beschoren is, niet meer over dingen spreken die buiten
+het huis voorvallen, de voorschriften van het boek _Le-nun_ over de
+huiselijke deugden, en van het boek _Nei-tse-pien_ over de plichten
+van het huwelijk opvolgen en weder die achting genieten, welke men in
+de hoogere Chineesche kringen voor de vrouwen koestert; want daar is
+de vrouw volstrekt geen slavin, zooals men gewoonlijk gelooft. Lé-ou
+was dus zeer ingenomen met het denkbeeld; zij was verstandig en goed
+onderwezen, zij wist welke plaats haar wachtte in het huis van den
+schatrijken maar zich steeds vervelenden Kin-Fo en voelde zich tot hem
+aangetrokken, ook door het denkbeeld dat zij hem zou kunnen bewijzen
+dat men op de wereld wel degelijk gelukkig kan zijn.
+
+De geleerde had zijne jonge weduwe goed verzorgd achtergelaten,
+doch meer ook niet. Haar woning in de avenue Cha-Coua was dus zeer
+gewoon. De onhebbelijke Nan was de eenige dienstbode die zij hield,
+doch Lé-ou was aan hare slechte manieren gewend en stoorde er zich
+niet aan, ofschoon als regel de Chineesche dienstboden niet met de
+gebreken van Nan behept zijn.
+
+De schoone Lé-ou vertoefde bij voorkeur in haar boudoir, dat zeer
+eenvoudig gemeubeld was, als men de kostbare geschenken uitzondert,
+die Kin-Fo haar in de beide laatste maanden had gezonden. Aan den
+muur hingen eenige schilderijen, waaronder een meesterstuk van den
+ouden schilder Huan-Tse Nen [3], dat de aandacht van kenners zou
+getrokken hebben, te midden van ettelijke echt chineesche aquarellen
+met groene paarden, violetkleurige honden en blauwe boomen van
+den een of anderen modernen kladschilder. Op eene verlakte tafel
+lagen, als groote kapellen met uitgespreide vleugels, de waaiers,
+die afkomstig waren van de beroemde school van Swatow. Porceleinen
+hangers prijkten met elegante festoenen van kunstbloemen, die zoo
+keurig gemaakt worden uit het merg der »Arabia papyritera" van
+het eiland Formosa en die in frischheid wedijverden met de witte
+waterleliën, de gele goudsbloemen en de roode Japansche lelies, die in
+fraai gesneden houten bakken stonden. Over het geheel wierp de zon,
+door de gevlochten bamboezen jalousieën voor de vensters, die als
+een zeef de grove stralen er buiten sloten, slechts een getemperd
+licht. De eigenaardige pronk van het boudoir werd voltooid door een
+prachtig vuurscherm, kunstig samengesteld uit sperwerveeren, die zoo
+geschikt waren dat de vlekken eene groote pioenroos vormden--zooals
+men weet het zinnebeeld der schoonheid in het Hemelsche Rijk;--door
+twee volières in den vorm van pagoden, waarin de veelkleurige vogels
+van het oosten hetzelfde verrassende effect deden als de gekleurde
+glaasjes in een kaleidoscoop;--door eenige aeolische »tié-maols",
+waarvan de glazen balletjes door hunne onderlinge aanraking, als
+zij door den wind bewogen werden, steeds afwisselende harmonische
+accoorden aangaven;--kortom door allerlei kostbare kleinigheden,
+waaraan eene vriendelijke gedachte aan den afwezigen vriend verbonden
+was, die sedert eenigen tijd Shang-Haï als het ware geplunderd had
+om de jonge vrouw verrassingen te kunnen bezorgen.
+
+»Nog geen brief, Nan?"
+
+»Wel neen, mevrouw, nog niet!"
+
+'t Was een schoone vrouw, die jonge Lé-ou, zelfs voor oogen die aan
+Europeesche schoonheden gewoon zijn. Haar teint was niet geel maar
+blank, hare oogen liepen bij de slapen slechts nauw merkbaar iets
+naar de hoogte, in hare zwarte haren waren met groene gitten eenige
+perzikkenbloesems vastgestoken, hare tanden waren klein en blank, hare
+wenkbrauwen slechts even met wat Oost-Indischen inkt aangestreken. Zij
+gebruikte geen blanketsel of poudre-de-riz voor hare wangen of karmijn
+voor haar bovenlip of een der andere kunstmiddelen bij Chineesche
+schoonen in gebruik en waarvoor het keizerlijke hof jaarlijks alleen
+tien millioen sapeken uitgeeft. De jonge vrouw kon die kunstmiddelen
+ontberen. Zij verliet hare woning in Cha-Coua slechts hoogst zelden
+en had dus dat masker niet noodig waar de andere vrouwen niet buiten
+kunnen, zoodra zij zich in het openbaar vertoonen.
+
+Wat het toilet van Lé-ou betreft, men kan zich niets eenvoudigers
+of eleganters voorstellen. Een lang overkleed met vier openingen
+met breed galon geboord; daaronder een geplooide rok; op haar borst
+de vierkante borstlap, omzet met soutache, waardoor zich gouddraad
+slingerde; een wijde pantalon om de enkels sluitende en daar nog iets
+van de nankin zijden kousjes zichtbaar latende, terwijl hare voeten
+in fraaie pantoffels staken. Meer had de jeugdige weduwe niet noodig
+om zeer bekoorlijk te zijn; alleen moet er nog bijgevoegd worden,
+dat hare handen fijn en blank waren en dat zij hare lange rose nagels
+beschermde door platte zilveren ringen, welke zij om de vingertoppen
+droeg en die zeer fijn bewerkt waren.
+
+En hare voeten? Wel, hare voeten waren klein, doch niet als een gevolg
+van die barbaarsche gewoonte om ze te verminken, eene gewoonte die meer
+en meer verloren gaat, maar omdat de natuur ze haar klein geschonken
+had. Het bedoelde gebruik is omstreeks zeven eeuwen geleden in zwang
+gekomen en dankt waarschijnlijk zijn ontstaan aan eene prinses
+die zelve een lichaamsgebrek had. De eenvoudigste bewerking is,
+dat op zeer jeugdigen leeftijd de teenen onder den bal der voet
+vastgebonden worden, terwijl de hiel vrij blijft; zoodoende wordt de
+voet een soort van kegel en het loopen zeer bemoeilijkt. Gelukkig
+gaat dit meer en meer uit de mode sedert den inval der Tartaren en
+van de tien Chineesche vrouwen zijn er tegenwoordig geen drie meer,
+die tengevolge van de in hare jeugd ondergane bewerking thans aan de
+voeten verminkt zijn.
+
+»Er _moet_ van daag een brief komen!" herhaalde Lé-ou. »Ga nog eens
+kijken, moedertje!"
+
+»Er is er geen, er valt niets te kijken!" antwoordde juffrouw Nan
+zeer oneerbiedig, terwijl zij brommende de kamer uitging.
+
+Lé-ou wilde nu door aan het werk te gaan haren gedachten een anderen
+loop geven. Zij waren echter weer dadelijk met Kin-Fo vervuld, want het
+werk dat zij opnam bestond uit een paar voor hem bestemde pantoffels,
+die in China altijd door de vrouw des huizes gemaakt worden. Zij
+stond weder op, nam een paar meloenpitten uit een bonbondoosje,
+kraakte die tusschen hare fijne tanden en nam een boek, de _Nushun_,
+een boek vol goede lessen waarvan elke brave vrouw hare dagelijksche
+lectuur behoort te maken.
+
+»Even als de lente het beste jaargetijde is voor den veldarbeid,
+is de ochtendstond het beste gedeelte van den dag.
+
+Sta vroeg op en geef niet toe aan de verlokkingen van den slaap.
+
+Zie uwe moerbeziënboomen na en uw vlas.
+
+Spin uwe zijde en uw katoen.
+
+De deugd der vrouw bestaat in arbeidzaamheid en zuinigheid.
+
+De buren zullen u prijzen...."
+
+Het boek viel weder dicht. Lé-ou dacht zelfs niet aan hetgeen zij las.
+
+»Waar is hij?" vroeg zij zichzelve af. »Hij is zeker naar Canton
+gegaan! Is hij al uit Shang-Haï terug? Wanneer komt hij te Peking
+aan? Heeft hij eene goede reis gehad? Moge de godin Koanine hem
+nabij zijn!"
+
+Aldus peinsde de jeugdige weduwe in haar onrust. Vervolgens dwaalden
+hare oogen naar een tafelkleed, zeer kunstig samengesteld uit duizenden
+kleine stukjes, een soort van mozaïek van doek naar Portugeeschen trant
+bewerkt, een eend met hare jongen voorstellende als het zinnebeeld
+der trouw. Daarna trad zij op een der bloembakjes toe en plukte er
+in het wilde een bloem uit.
+
+»Ach!" sprak zij, »'t is geen bloem van den groenen wilg, het
+zinnebeeld der lente en der vreugde! 't Is een goudsbloem, het beeld
+van den herfst en de droefheid."
+
+Zij wilde zich verzetten tegen den angst die zich thans meer en meer
+van haar meester maakte. Daar was haar luit; hare vingers gleden
+over de snaren, hare stem neuriede de eerste woorden van het lied
+der »Ineen gesloten handen", maar zij kon niet voortgaan.
+
+»Vroeger kwamen zijn brieven altijd geregeld," dacht zij, »en toch was
+ik toen reeds ongeduldig! Hoe verslond ik ze altijd met de oogen! Of
+in plaats van zijn schrift ontving ik zijn eigen stem, die mij door
+het instrument daar ginds overgebracht werd!"
+
+Lé-ou zag naar den phonograaf, die op een verlakt dientafeltje stond
+en volkomen gelijk was aan dien van Kin-Fo te Shang-Haï. Beiden
+konden daardoor dus met elkander spreken, of liever elkanders stem
+hooren, hoe groot ook de afstand was die hen scheidde... Maar heden,
+evenals gisteren en eergisteren, zweeg het instrument en bracht het
+de gedachten van den afwezigen vriend niet over.
+
+Op dit oogenblik trad haar dienstbode binnen. »Daar hebt u nu uw
+brief!" zeide zij, en vertrok weder, na Lé-ou eene gefrankeerde
+enveloppe ter hand gesteld te hebben.
+
+Op de lippen der jonge vrouw verscheen een glimlach en hare oogen
+werden verlevendigd. Zij scheurde snel het couvert open, zonder het
+eerst te bezien, zooals zij anders altijd deed....
+
+Er was geen brief in de enveloppe, maar een van die papiertjes met
+langwerpige strepen en indrukken, die, als zij in het phonografische
+toestel geplaatst worden, al de buigingen der menschelijke stem
+weergeven.
+
+»O, dat is mij nog aangenamer!" riep Lé-ou verheugd uit. »Ik zal hem
+nu ten minste ook hooren spreken."
+
+Het papier werd op de daarvoor bestemde plaats gelegd en het instrument
+in beweging gebracht. Lé-ou, naderbij komende, hoorde eene bekende
+stem, die deze woorden tot haar sprak:
+
+
+»Liefste jongste zuster, het verderf heeft mijne rijkdommen vernietigd,
+even als de herfstwind de bladeren der boomen verspreidt! Ik wil u
+niet ongelukkig maken door u in mijn ongeluk te doen deelen! Vergeet
+hem die door tienduizend rampen getroffen is!
+
+»Uw troostelooze Kin-Fo."
+
+
+Welk een slag voor de jonge vrouw! Een leven nog bitterder
+dan de bittere gentiaan zou nu haar deel worden. Ja, de wind
+veegde haar laatste hoop weg met de fortuin van hem dien zij
+beminde! Was de liefde, die Kin-Fo voor haar koesterde, dan voor
+altijd verdwenen? Geloofde haar vriend dan alleen aan het geluk dat
+men voor geld koopen kan? Arme Lé-ou, zij geleek nu op een vlieger
+waarvan het touw gebroken is en die hulpeloos ter aarde stort.
+
+Nan werd geroepen en kwam binnen. Zij haalde hare schouders op en
+legde hare meesteres op haar »hang" neder. Maar ofschoon dit een van
+die eigenaardige kunstmatig verwarmde bedden was, hoe koud voelde zich
+de ongelukkige Lé-ou. Wat duurden de vijf waken van dezen slapeloozen
+nacht haar lang!
+
+
+
+
+
+VI.
+
+ Waardoor bij den lezer waarschijnlijk de lust zal worden
+ opgewekt om een kijkje te gaan nemen in de bureaux van
+ »de Eeuw."
+
+
+Den volgenden morgen verliet Kin-Fo, wiens minachting voor de
+dingen dezer wereld zich geen oogenblik verloochende, alleen zijne
+woning. Met zijn altijd kalmen stap daalde hij den rechteroever van de
+Kreek af. Op de houten brug gekomen, die de Engelsche concessie met
+de Amerikaansche verbindt, ging hij de rivier over en richtte zijne
+schreden naar een huis met een flink voorkomen, dat tusschen de kerk
+der zendelingen en het consulaat der Vereenigde Staten geplaatst was.
+
+In den gevel van dit gebouw was eene groote koperen plaat aangebracht,
+waarop in duidelijke zichtbare letters te lezen was:
+
+
+ DE EEUW,
+
+ _Levensverzekeringsmaatschappij._
+
+ _Waarborgkapitaal twintig millioen dollars._
+
+ Hoofdagent: William J. Bidulph.
+
+
+Kin-Fo duwde tegen de deur, waardoor tegelijkertijd eene tweede
+tochtdeur werd geopend en bevond zich in een bureau, 't welk door eene
+eenvoudige balustrade ter halver manshoogte, in twee afdeelingen was
+gesplitst. Men zag er eenige kartonnen doozen, boeken met sluiting
+van nikkel, eene Amerikaansche kas met geheime sluiting, twee of
+drie tafels, waaraan de ambtenaren, aan het agentschap verbonden,
+werkzaam waren, en eene groote secretaire, speciaal ten dienste van
+mijnheer William J. Bidulph. Dat was het meubilair van het vertrek,
+'t welk geheel en al tehuis behoorde in eene woning in Broadway en
+niet in een gebouw, aan de oevers der Wou-Sung opgericht.
+
+William J. Bidulph was de hoofdagent in China van de
+verzekeringsmaatschappij tegen brand en op het leven, welker zetel te
+Chicago gevestigd was. _De Eeuw_--een goede naam, die de klanten moest
+trekken--_de Eeuw_ die in de Vereenigde Staten algemeen bekend is,
+bezat hulpkantoren en vertegenwoordigers in de vijf werelddeelen. Zij
+maakte uitstekende en groote zaken, dank zij hare statuten die zeer
+duidelijk en vrijgevig waren ingericht en die tegen alle nadeel en
+gevaar verzekerden.
+
+De Chineezen namen allengs de denkbeelden op die er in onzen tijd
+toe leiden om de kassen van deze maatschappijen te vullen. Een groot
+aantal gebouwen van het Hemelsche Rijk waren tegen brand verzekerd
+en ook onder de contracten op het leven gesloten, kwam eene reeks van
+Chineesche namen voor. De plaat van _de Eeuw_ nam reeds een plaatsje in
+onder de aankondigingen bij de poorten van Shang-Haï en was o. a. ook
+gehecht op de pilaren van de rijke yamen van Kin-Fo. Het was dus niet
+om zich tegen brandgevaar te verzekeren dat de leerling van Wang een
+bezoek kwam brengen aan den heer William J. Bidulph.
+
+»Is mijnheer Bidulph te huis?" vroeg hij bij het binnentreden.
+
+William J. Bidulph was daar »in persoon", altijd ter beschikking van
+het publiek. Hij was een vijftiger, netjes in 't zwart, gekleede jas,
+witte das, volle baard zonder knevels, een echt Amerikaansch voorkomen.
+
+»Met wien heb ik de eer te spreken!" vroeg William J. Bidulph.
+
+»Ik ben Kin-Fo van Shang-Haï."
+
+»Mijnheer Kin-Fo!... een der verzekerden bij de maatschappij
+_de Eeuw_... nommer van het huis... zeven en twintig duizend
+tweehonderd...."
+
+»Dezelfde."
+
+»Mag ik weten mijnheer, waarmede ik u van dienst kan zijn?"
+
+»Ik zou u gaarne alleen spreken", antwoordde Kin-Fo.
+
+Het gesprek tusschen beide personen liep zeer gemakkelijk, daar
+William J. Bidulph even goed Chineesch sprak als Kin-Fo Engelsch.
+
+De rijke cliënt werd dus met den eerbied, hem verschuldigd, in een
+kabinetje gelaten, dat met dikke tapijten was behangen en met dubbele
+deuren gesloten; men had daar eene samenzwering kunnen beramen tot
+omverwerping van de dynastie der Tings, zonder dat ook de fijnst
+geslepene der spionnen van het Hemelsche Rijk er iets van bespeurde.
+
+»Mijnheer", sprak Kin-Fo, zoodra hij in een schommelstoel voor een met
+gas verwarmden haard gezeten was, »ik wenschte bij uw maatschappij
+een verzekering te sluiten op mijn leven, waarvan ik u het bedrag
+zoo aanstonds zal opgeven."
+
+»Mijnheer", antwoordde William J. Bidulph, »niets is eenvoudiger. Twee
+handteekeningen, de uwe en de mijne, onder een polis en de
+verzekering is gereed, na eenige voorafgaande formaliteiten. Maar
+mijnheer.... vergun mij ééne vraag,--u koestert dus den wensch om op
+hoogen ouderdom te sterven, een zeer billijke begeerte trouwens?"
+
+»Hoe zoo?" vroeg Kin-Fo. »Ik meende integendeel, dat de verzekering
+op het leven in den regel een voorzorgsmaatregel was bij een te
+vroegtijdigen dood..."
+
+»O, mijnheer", riep William J. Bidulph, zoo ernstig mogelijk
+uit, »deze vrees komt nooit voor bij hen, die zich in _de Eeuw_
+verzekeren. De naam der maatschappij wijst het reeds uit. Die zich bij
+ons verzekert, reikt zichzelf een brevet voor een lang leven uit! Ik
+vraag u verschooning, maar het is zeldzaam, dat onze verzekerden
+korter dan een eeuw leven..., zeldzaam..., zeer zeldzaam!... Wij
+moeten hen in hun eigen belang het leven ontrukken! Wij maken dan
+ook prachtige zaken! Ik verzeker u mijnheer, dat als ge u zelf bij
+_de Eeuw_ verzekert, u zoo goed als zeker kunt zijn minstens honderd
+jaar oud te worden!"
+
+»Zoo!" was alles wat Kin-Fo zeide, terwijl hij zijn kouden blik op
+William J. Bidulph vestigde.
+
+De hoofdagent keek zoo ernstig als een minister en zag er volstrekt
+niet uit of hij gekscheerde.
+
+»Hoe dit zij," hernam Kin-Fo, »ik wil mijn leven verzekeren voor twee
+honderd duizend dollars."
+
+»U zegt een kapitaal van twee honderd duizend dollars," antwoordde
+William J. Bidulph en schreef het cijfer in een zakboekje, zonder
+ook de minste verrassing te doen blijken over het buitengewoon
+hooge bedrag.
+
+»Ge weet," voegde hij er bij, »dat de verzekering van nul of geener
+waarde is en dat alle bedragen die gestort zijn, het eigendom blijven
+van de maatschappij, als de betrokken persoon het leven verliest
+door tusschenkomst van hem of haar, ten wiens behoeve het bedrag
+wordt verzekerd?"
+
+»Het is mij bekend."
+
+»En voor welke gevaren wenscht ge u te verzekeren mijn waarde heer?"
+
+»Voor alle."
+
+»De gevaren te land en ter zee, binnen en buiten de grenzen van het
+Hemelsche Rijk?"
+
+»Ja."
+
+»De gevaren bij rechterlijke veroordeeling?"
+
+»Ja."
+
+»De gevaren bij tweegevecht?"
+
+»Ja."
+
+»De gevaren in militairen dienst?"
+
+»Ja."
+
+»Dan zal het bedrag vrij hoog zijn."
+
+»Ik zal betalen wat vereischt wordt."
+
+»Goed."
+
+»Maar," voegde Kin-Fo er bij, »er is nog een ander gevaar, waarvan
+u niet spreekt."
+
+»Welk gevaar?"
+
+»Zelfmoord. Ik meende dat de _Eeuw_ ook verzekerde tegen zelfmoord?"
+
+»Wel zeker, mijnheer, wel zeker," antwoordde William J. Bidulph,
+zich de handen wrijvende. »Dit is zelfs een bijzondere goede bron
+van inkomsten voor ons! U begrijpt dat onze cliënten in den regel
+menschen zijn die aan het leven hechten en dat zij, die hun leven uit
+overdreven voorzorg tegen zelfmoord verzekeren, zich nimmer dooden."
+
+»Dat doet er niet toe", antwoordde Kin-Fo. »Ik wensch om persoonlijke
+redenen ook de kans van zelfmoord te verzekeren."
+
+»Zooals u verkiest; maar de premie zal zeer hoog zijn."
+
+»Ik herhaal dat ik het bedrag zal betalen."
+
+»Begrepen.--Laat ons kortelijk herhalen", sprak William J. Bidulph,
+terwijl hij voortging met in zijn zakboekje aanteekeningen te maken,
+»gevaren ter zee, op reis, voor zelfmoord...."
+
+»Hoeveel bedraagt de premie die ik dan moet betalen?" vroeg Kin-Fo.
+
+»Mijn waarde heer", antwoordde de hoofdagent, »onze premiën zijn
+met een wiskundige zekerheid berekend, die de maatschappij tot eer
+verstrekt. Zij berusten niet meer, zooals vroeger op de tafels van
+Deparcieux.... Kent u Deparcieux?"
+
+»Ik ken Deparcieux niet."
+
+»'t Is een door en door knap statisticus, maar zeer oud.... zoo oud
+reeds dat hij dood is. Toen hij zijn beroemde tafels vaststelde,
+die nog aan de meeste Europeesche, zeer achterlijke maatschappijen
+ten grondslag strekken, was de gemiddelde levensduur lager dan
+tegenwoordig, dank zij den vooruitgang in alle dingen. Wij gronden
+onze berekeningen op een verhoogden levensduur, en dus zijn zij
+voordeeliger voor den verzekerde, daar hij minder betaalt en kans
+heeft op langer leven...."
+
+»Hoe hoog is het bedrag van de premie die ik betalen moet?" viel
+Kin-Fo den ijverigen agent, die geen gelegenheid liet voorbijgaan om
+zijne maatschappij _de Eeuw_ op te hemelen, in de rede.
+
+»Mijnheer", antwoordde William J. Bidulph, »ik moet de onbescheidenheid
+begaan u te vragen hoe oud u zijt?"
+
+»Een en dertig jaar."
+
+»Welnu, op een en dertigjarigen leeftijd zoudt u, als het alleen de
+gewone verzekering gold, bij iedere maatschappij twee en drie en
+tachtig honderdsten percent moeten betalen. Maar bij _de Eeuw_ is
+het slechts twee en zeventig honderdste, 't geen voor een kapitaal
+van tweehonderdduizend dollars, een premie geeft van vijfduizend
+vierhonderd dollars."
+
+»En onder de voorwaarden, die ik wensch?" vroeg Kin-Fo.
+
+»Daaronder begrepen alle kansen, ook de zelfmoord?"
+
+»De zelfmoord vooral."
+
+»Mijnheer", antwoordde William J. Bidulph zoo beleefd mogelijk, nadat
+hij een tabel in zijn zakboekje gedrukt, had nageslagen, »wij kunnen
+de premie niet lager stellen dan vijf en twintig percent."
+
+»Hoeveel beloopt dat?"
+
+»Vijftig duizend dollars."
+
+»En hoe is de storting der premie geregeld?"
+
+»Of jaarlijks, of per maand, dat staat aan de keuze van den
+verzekerde."
+
+»Dit zou dus voor de twee eerste maanden bedragen?"
+
+»Acht duizend drie honderd twee en dertig dollars, die, als zij
+heden--30 April--gestort werden, mijn waarde heer, ter verzekering
+zouden strekken tot 30 Juni aanstaande."
+
+»Mijnheer", antwoordde Kin-Fo, »uw voorwaarden komen mij billijk
+voor. Hier is het bedrag voor de twee eerste maanden van de premie."
+
+En hij haalde een bundeltje papieren dollars uit den zak en legde
+dat op tafel.
+
+»Goed.... mijnheer.... zeer goed!" antwoordde William J. Bidulph. »Maar
+voor de polis geteekend wordt, moet er nog een formaliteit vervuld
+worden."
+
+»Welke?"
+
+»De geneesheer van de maatschappij moet u een bezoek brengen."
+
+»Waartoe dient dit bezoek?"
+
+»Om te constateeren dat u goed gezond zijt, dat u niet lijdt aan een of
+andere ziekte of een organisch gebrek waardoor uw leven meer speciaal
+gevaar loopt kortom dat u ons den waarborg geeft van een lang leven."
+
+»Waartoe moet dit dienen! ik verzeker mijn leven zelfs tegen
+tweegevecht en zelfmoord," deed Kin-Fo opmerken.
+
+»Wel, mijn beste heer," antwoordde William J. Bidulph, altijd
+glimlachend, »een ziekte waarvan u de kiem bij u draagt en die u in
+eenige maanden wegraapt, zou ons tweehonderdduizend dollars kosten!"
+
+»Maar als ik mij zelf van kant maakte, zou het u niet minder kosten,
+onderstel ik!"
+
+»Mijn waarde heer," antwoordde de hoofdagent zoo vriendelijk mogelijk,
+terwijl hij de hand van Kin-Fo nam en daar zachtjes op tikte, »ik
+had reeds de eer u te zeggen dat vele van onze cliënten zich tegen
+zelfmoord verzekeren, maar zich nooit van kant maken. Daarbij komt
+dat wij het recht hebben hen te doen bewaken... natuurlijk, met de
+meeste bescheidenheid!"
+
+»Ah!" liet Kin-Fo hooren.
+
+»Dan moet ik er nog bijvoegen, dat, naar mijn eigen ondervinding te
+oordeelen, juist zij het zijn die het langst de premie betalen. Maar
+kom, laten we onder ons eens even nagaan om welke reden de rijke heer
+Kin-Fo zich zelf van kant zou maken?"
+
+»En waarom zou de rijke heer Kin-Fo zich zelf verzekeren?"
+
+»Wel," antwoordde William J. Bidulph, »om de zekerheid te hebben
+dat hij zeer oud zal worden in zijn hoedanigheid als verzekerde van
+_de Eeuw_!"
+
+Er viel tegen den hoofdagent van de beroemde maatschappij niet te
+redeneeren. Zoo zeker was hij van alles wat hij zeide.
+
+»En", voegde hij er bij, »ten bate van welken persoon zal de
+verzekering van twee honderd duizend dollars gesloten worden? Wie is
+de bevoordeelde?"
+
+»Er zijn twee bevoordeelden," antwoordde Kin-Fo.
+
+»Beide voor de helft?"
+
+»Neen, niet voor gelijke deelen. De een voor vijftig duizend dollars,
+de ander voor honderd vijftig duizend."
+
+»Wie voor vijftig duizend."
+
+»Wang."
+
+»De philosoof Wang?"
+
+»Dezelfde."
+
+»En voor honderd vijftig duizend?"
+
+»Mevrouw Lé-ou te Peking."
+
+»Te Peking," zeide William J. Bidulph, de namen van de rechthebbenden
+in zijn zakboekje neerschrijvende. Vervolgens hernam hij:
+
+»Hoe oud is mevrouw Lé-ou?"
+
+»Een en twintig jaar," antwoordde Kin-Fo.
+
+»Die jonge dame zal zeer oud zijn als zij het bedrag van het verzekerde
+kapitaal in handen krijgt!" liet de agent hooren.
+
+»En waarom als ik vragen mag?"
+
+»Wel, omdat u ouder zult worden dan honderd jaar, mijn beste heer. En
+hoe oud is de philosoof Wang?"
+
+»Vijf en vijftig jaar?"
+
+»Die goede mijnheer Wang kan er zeker van zijn dat hij nooit iets
+zal ontvangen."
+
+»Dat zal nog te bezien staan, mijnheer!"
+
+»Mijnheer," antwoordde William J. Bidulph, »als ik op vijf en
+vijftigjarigen leeftijd de erfgenaam werd van een man van een en
+dertig die honderd jaar oud zal worden, dan zou ik niet zoo onnoozel
+zijn om op mijn erfdeel te rekenen."
+
+»Uw dienaar, mijnheer," zeide Kin-Fo, zich naar de deur van het
+kabinet begevende.
+
+»Aangenaam kennis gemaakt te hebben, mijnheer!" antwoordde de deftige
+William J. Bidulph, en boog voor den nieuwen cliënt van _de Eeuw_.
+
+Den volgenden dag bracht de geneesheer het voorgeschreven bezoek aan
+Kin-Fo. »Een ijzeren gestel, stalen spieren, longen als blaasbalgen,"
+las men in het rapport. Er stond dus niets meer in den weg om het
+contract aan te gaan. De polis werd daarop geteekend door Kin-Fo,
+ten voordeele der jeugdige weduwe en van den philosoof Wang, door
+William J. Bidulph, als vertegenwoordiger der maatschappij.
+
+Noch Lé-ou noch Wang mochten, behoudens onvoorziene omstandigheden,
+ooit vernemen hetgeen Kin-Fo ten hunnen behoeve gedaan had, vóór den
+dag waarop de _Eeuw_ verplicht zou worden het kapitaal uit te keeren,
+hun door de edelmoedigheid van den ex-millionnair verzekerd.
+
+
+
+
+
+VII.
+
+ Dat zeer treurig zijn zou als het geen eigenaardige Chineesche
+ zeden en gewoonten gold.
+
+
+Wat de heer William J. Bidulph ook zeggen en denken mocht, de kas van
+de verzekeringsmaatschappij _de Eeuw_ werd werkelijk ernstig bedreigd;
+een plan als dat van Kin-Fo toch wordt, als men het eens in vollen
+ernst heeft opgevat, niet onbepaald uitgesteld. Nu hij volkomen ten
+gronde gericht was, had de leerling van Wang stellig besloten een
+einde te maken aan een leven dat hem, zelfs in de dagen van zijn
+enormen rijkdom, slechts verveling en verdriet opleverde.
+
+De brief, dien Soun acht dagen te laat bezorgd had, kwam uit
+San-Francisco en meldde dat de centrale bank van Californië hare
+betalingen had gestaakt. Het vermogen van Kin-Fo nu was, zooals
+wij reeds gezegd hebben, nagenoeg geheel belegd in aandeelen dezer
+beroemde en tot nog toe zoo solide bank. Maar er was geen twijfel
+meer mogelijk. Hoe onwaarschijnlijk het bericht ook eerst geklonken
+mocht hebben, 't was, helaas, slechts al te waar. Het werd bevestigd
+door al de Amerikaansche dagbladen die te Shang-Haï aankwamen. De
+bank was failliet verklaard en Kin-Fo volkomen geruïneerd.
+
+Wat bleef hem toch, behalve de nu waardelooze aandeelen, nog
+over? Niets of zoo goed als niets. Zijne woning te Shang-Haï. Maar al
+kon hij die al verkoopen, dan nog zou de opbrengst niet genoeg zijn om
+van te leven. De achtduizend dollars door hem als premie aan _de Eeuw_
+betaald, eenige aandeelen in de maatschappij der Tien-Tsin-booten,
+die hij dienzelfden dag verkocht had en die nauwelijks voldoende waren
+om eene deftige begrafenis te betalen, ziedaar zijn geheele vermogen.
+
+Een Westerling, een Franschman of een Engelschman zou zich misschien
+als een wijsgeer in dit lot geschikt en getracht hebben door hoofd
+en handen zich opnieuw een bestaan te verzekeren. Een zoon van
+het Hemelsche Rijk meende het recht te hebben om de zaken anders
+op te vatten. Als een echte Chinees nam Kin-Fo, zonder eenige
+gewetenswroeging en met die kalme onverschilligheid, welke het
+Mongoolsche ras kenmerkt, zijne toevlucht tot zelfmoord, als het
+beste middel om tot eene oplossing te komen.
+
+De Chinees bezit alleen een lijdelijken moed, doch bezit dien dan
+ook in hooge mate. 't Is waarlijk verbazend hoe weinig zij den dood
+vreezen. Als zij ziek zijn, zien zij hem onverschillig tegemoet. Als
+zij ter dood veroordeeld worden en de beul hen reeds onderhanden
+heeft, toonen zij geen zweem van angst. De zoo veelvuldig voorkomende
+doodvonnissen en het zien der vreeselijke pijnigingen, die in het
+openbaar voor allerlei misdrijven toegepast worden, schijnen de zonen
+van het Hemelsche Rijk reeds op jeugdigen leeftijd gemeenzaam te maken
+met het denkbeeld, de wereldsche zaken zonder berouw vaarwel te zeggen.
+
+Het zal dan ook wel niemand verwonderen dat men in ieder gezin
+vertrouwd is met het denkbeeld van den dood en dat het dikwijls een
+onderwerp van het gesprek uitmaakt. Men houdt het voor oogen tot
+zelfs bij de meest gewone handelingen van het dagelijksch leven en
+de vereering der afgestorvenen vindt men tot in de armste kringen. In
+elke woning der meer welgestelden is een soort van huiselijk heiligdom,
+in de armzaligste hut wordt een hoekje afgezonderd voor de reliquieën
+der voorvaderen, wier gedenkdag in de tweede maand des jaars gevierd
+wordt. Daarom vindt men in dezelfde magazijnen waar men wieg en
+luiermand koopt en waar men zich zijn uitzet kan aanschaffen, ook
+steeds eenen rijken voorraad doodkisten van allerlei soort, een zeer
+gezocht handelsartikel bij de Chineezen.
+
+Ieder zorgt dan ook bij tijds zich van eene doodkist te voorzien en
+een ameublement zou niet compleet zijn als de baar in het ouderlijk
+huis ontbrak. De zoon zou in zijne plichten te kort schieten als
+hij verzuimde zijn vader er bij zijn leven een aan te bieden; zulks
+wordt integendeel beschouwd als een treffend bewijs van kinderlijke
+genegenheid. De baar wordt in eene daarvoor afzonderlijk bestemde
+kamer geplaatst. Men versiert haar, houdt haar keurig in orde en
+meestal wordt zij, nadat zij eens aan hare bestemming voldaan heeft,
+nog jaren lang zorgvuldig bewaard. De eerbied voor de dooden is
+eigenlijk de grondslag van den godsdienst der Chineezen en is zeer
+bevorderlijk aan het in stand houden van den band die de leden van
+hetzelfde gezin verbindt.
+
+Kin-Fo moest, dank zij zijn temperament, wel zeer kalm blijven bij
+het denkbeeld, dat hij weldra uit het leven zou scheiden. Hij had het
+lot verzekerd der beide wezens die hem na aan het hart lagen. Wat zou
+hem dan nog aan het leven binden? Niets. De zelfmoord veroorzaakte
+hem zelfs niet de minste wroeging, want wat in beschaafde landen
+vaak als een misdaad beschouwd wordt, is als het ware een wettig en
+geoorloofd iets te midden dier zonderlinge beschaving van Oost-Azië.
+
+Kin-Fo's besluit stond dus vast en niets kon hem weerhouden; zelfs
+de invloed van den wijsgeerigen Wang zou daartoe niet in staat zijn
+geweest.
+
+Daarenboven wist Wang niets van het voornemen van zijnen leerling
+af. Soun evenmin en deze had alleen opgemerkt dat zijn meester sedert
+zijne terugkomst zijne dagelijksche dwaasheden beter kon verdragen dan
+vroeger. Soun leefde werkelijk op en verzekerde zichzelf herhaaldelijk,
+dat hij nooit een beteren meester zou kunnen krijgen; zijn kostbare
+staart verheugde zich thans in eene sedert lang ongekende veiligheid.
+
+Een Chineesch spreekwoord zegt: »Om op deze wereld gelukkig te zijn,
+moet men te Kanton leven en te Liao-Tchéou sterven."
+
+Te Kanton vindt men namelijk alles wat het leven aangenaam kan maken
+en te Liao-Tchéou worden de beste doodkisten vervaardigd.
+
+Kin-Fo bestelde natuurlijk de zijne bij de beste firma en kon dus
+verzekerd zijn dat zijne laatste woning volmaakt zou zijn en bij tijds
+afgeleverd worden. Behoorlijk toegerust zijn voor den eeuwigen slaap
+is een der eerste vereischten voor iemand die weet hoe het behoort.
+
+Terzelfder tijd liet Kin-Fo een witten haan koopen, waarin, zooals
+men weet, de geesten het liefst gaan wonen als zij bij het sterven
+een der zeven elementen opgevangen hebben waaruit de Chineesche ziel
+samengesteld is.
+
+Men ziet het, was Kin-Fo al onverschillig omtrent al wat zijn leven
+betrof, voor wat met den dood in verband stond was de leerling van
+Wang het volstrekt niet.
+
+Nu al deze beschikkingen genomen waren, behoefde hij nog slechts
+het programma voor zijne begrafenis op te stellen. Op een fraai
+blad rijstpapier--dat echter volstrekt niet van rijst vervaardigd
+wordt--schreef hij nog dienzelfden dag zijn laatsten wil.
+
+Na aan de jonge weduwe zijn huis te Shang-Haï vermaakt te hebben
+en aan Wang een portret van den keizer Taï-ping, dat de wijsgeer
+altijd met bijzondere voorliefde beschouwd had,--alles natuurlijk
+buiten de kapitalen op zijn leven bij de maatschappij de _Eeuw_
+verzekerd--beschreef Kin-Fo nauwkeurig de volgorde en den marsch der
+personen die aan zijne begrafenis zouden deelnemen.
+
+Eerst, bij gebrek aan bloedverwanten, zou een deel der vrienden, die
+hem overgebleven waren, aan het hoofd van den stoet gaan, in witte
+kleederen, de rouwdracht der Chineezen. Langs de straten tot aan het
+graf, reeds lang buiten Shang-Haï gereed gemaakt, zou eene dubbele
+rij groefdienaars geschaard staan met verschillende attributen,
+blauwe zonneschermen, hellebaarden, zinnebeelden der gerechtigheid,
+zijden schermen en schrijfborden met het programma der plechtigheid;
+deze dienaars moesten gekleed zijn in een zwart overkleed met witten
+gordel en een vilten hoed met rooden vederbos op het hoofd. Op den
+eersten vriendengroep volgde een man, van het hoofd tot de voeten in
+scharlaken, den gong slaande en gevolgd door iemand die het portret
+van den overledene droeg in eene rijk versierde lijst gevat. Daarop
+kwam dan een tweede groep vrienden, die op bepaalde afstanden in zwijm
+moesten vallen op de daarvoor vooraf gereedgemaakte kussens. Eindelijk
+moest een derde groep jongelieden, onder een draaghemel van blauw
+met goud, langs den weg voortdurend kleine stukjes wit papier werpen
+evenals de sapeken met een gat in het midden, om de kwade geesten
+te verstrooien, die zich opgewekt mochten gevoelen om den stoet
+te vergezellen.
+
+Dan zou de katafalk volgen, een enorme palankijn met violet-kleurige
+zijde overspannen en geborduurd met gouden draken, door vijftig
+knechten op de schouders gedragen en omringd door eene dubbele rij
+Chineesche priesters. In grijze, roode en gele kasuifels gekleed
+zouden deze de laatste gebeden opzeggen, tot afwisseling van het
+gedonder der gongs, het geschetter der fluiten en de fanfares der
+zes voet lange bazuinen.
+
+Achter het lijk volgden eindelijk de met wit bekleede rouwkoetsen
+als een waardig slot van den prachtigen stoet, waarvan de kosten
+ter nauwernood zouden kunnen bestreden worden door hetgeen er nog
+van Kin-Fo's vermogen over was. Dit programma was op zichzelf niets
+buitengewoons. Vele begrafenisstoeten van deze »klasse" ziet men in
+de straten van Kanton, Shang-Haï of Peking; en de Chineezen zien er
+niets anders in dan eene rechtmatige hulde aan de nagedachtenis van
+den afgestorvene.
+
+Op 22 October kwam een groote koffer uit Liao-Tchéou aan het adres
+van Kin-Fo te Shang-Haï aan. Hij bevatte de zorgvuldig ingepakte
+doodkist. Noch Wang, noch Soun, noch een der dienaren van de yamen
+zag daarin iets om zich over te verwonderen. Wij zeiden reeds dat
+ieder Chinees er aan hecht om bij zijn leven zelf het bed in orde te
+maken waarop hij den eeuwigen slaap slapen zal.
+
+De kist, een meesterstuk in zijn soort, werd in de »zaal der
+voorouders" geplaatst. Daar zou zij goed onderhouden, gewreven en
+gepoetst, zeker lang kunnen wachten voordat haar eigenaar hem in
+bezit nam, zoo dachten de bedienden met het oog op het gestel en de
+levenswijze van hunnen meester.... Maar het zou niet alzoo zijn, had
+Kin-Fo besloten. Zijne dagen waren geteld en het uur naderde waarop
+hij met zijne voorouders vereenigd zou worden.
+
+Hij had namelijk besloten nog denzelfden avond een einde aan zijn
+leven te maken.
+
+Hij ontving dien dag een brief van de troostelooze Lé-ou. De jonge
+weduwe bood hem alles aan wat zij bezat. Het was haar niet om geld
+of goed te doen; daar kon zij buiten. Zij beminde hem; wat begeerde
+hij meer? Konden zij niet in eenvoudiger kring even gelukkig zijn?
+
+Deze brief ademde de innigste teederheid, doch was niet in staat
+Kin-Fo tot andere gedachten te brengen.
+
+»Alleen mijn dood kan haar rijk maken," dacht hij.
+
+Nu bleef hem nog over te bepalen hoe en waar hij de laatste daad
+zou plegen. Het verschafte Kin-Fo een eigenaardig genot, zich met
+de regeling van al deze bijzonderheden te kunnen bezig houden. Hij
+hoopte toch dat op het laatste oogenblik, voor hoe korten tijd dan ook,
+eens eene sterke ontroering zijn hart sneller zou doen kloppen!
+
+Op de binnenplaats der yamen verhieven zich vier schoone kiosken,
+versierd met al de fantasie waardoor het talent der Chineesche
+decoratieschilders zich kenmerkt. Zij droegen zinnebeeldige namen: het
+paviljoen van het Geluk, waar Kin-Fo nooit binnentrad; het paviljoen
+der Fortuin, dat hij steeds met de grootste minachting beschouwde;
+het paviljoen van het Genot, waarvan de poorten reeds lang voor hem
+gesloten waren; het paviljoen van het Leven, waarvan hij niet langer
+gebruik verkoos te maken.
+
+Dit paviljoen was het dat zijn instinct hem deed kiezen. Hij besloot
+er zich bij het vallen van den avond in op te sluiten. Daar zou men
+hem den volgenden ochtend vinden, reeds gelukkig in den dood.
+
+En hoe zou hij sterven? Zich den buik opensnijden als een Japanner,
+zich wurgen met zijn zijden koord als een mandarijn, zijne polsaderen
+openen in een geparfumeerd bad, als een epicurist uit het oude
+Rome? Neen, iets dergelijks zoude in de eerste plaats iets zeer
+onaangenaams en lastigs hebben voor zijne vrienden en bedienden. Een
+paar grein opium, vermengd met een snel werkend vergif, zouden
+voldoende zijn om hem naar de andere wereld over te brengen, zonder dat
+hij er zelfs iets van bespeurde, of waarschijnlijk in een liefelijken
+droom zijnen tijdelijken slaap in een eeuwigen doen overgaan.
+
+De zon begon reeds ter kimme te neigen en Kin-Fo had dus niet lang
+meer te leven. Hij wilde op eene laatste wandeling nog eenmaal
+een blik werpen op de omstreken van Shang-Haï en de oevers van den
+Houang-Pou, waar hij zich zoo dikwijls had loopen vervelen. Alleen,
+zonder zelfs Wang dien dag gezien te hebben, verliet hij dus zijn
+yamen voor de laatste maal. Als hij haar weder betrad zou hij er niet
+levend weder uitgaan.
+
+Hij doorliep de Engelsche concessie, ging over de brug en stapte
+langs het Fransche terrein op zijne gewone indolente manier en zonder
+door iets te verraden wat er bij hem omging. Zoo bereikte hij ten
+slotte den weg die naar de pagode van Loung-Hao voert. Hij was nu in
+het vlakke en uitgestrekte veld, dat eerst aan den horizon begrensd
+wordt door de bosschen van de Min-vallei, onmetelijke moerasvlakten,
+slechts met moeite in rijstvelden herschapen. Hier en daar zag hij
+het kanalennet, dat met de zee in verbinding staat, eenige ellendige
+dorpen, waarvan de rieten hutten met eene geelachtige klei bestreken
+waren, en een paar hooggelegen velden met koren begroeid. Langs de
+smalle paden nam een groot aantal honden, witte geiten, eenden en
+ganzen de vlucht als eenig voorbijganger hen in hunne rust kwam storen.
+
+Dit rijkbebouwde veld, dat voor de inboorlingen niets bijzonders had,
+was echter wel in staat om bij een vreemdeling verbazing en misschien
+weerzin te wekken. Overal zag men er namelijk doodkisten en wel bij
+honderdtallen. Zonder te spreken van de grafheuvels, die aanwezen waar
+reeds definitieve begrafenissen hadden plaats gehad, zag men geheele
+stapels langwerpige kisten op elkander staan, en pyramiden van baren,
+uitgestald als enorme planken op een scheepstimmerwerf. De vlakte
+rondom de Chineesche steden is slechts een groot kerkhof. De dooden
+vinden er evenmin ruimte genoeg om te rusten als de levenden om zich
+te bewegen. Men zegt dat het verboden is de lijkkisten te begraven
+zoolang eenzelfde dynastie op den troon van het Hemelsche Rijk zit,
+en deze dynastiën tellen haar bestaan somtijds bij eeuwen! Of dit
+verbod bestaat of niet, zeker is het, dat de lijken in hunne kisten,
+sommige met levendige kleuren beschilderd, andere eenvoudig of somber,
+eenige nieuw en opgesierd, de meeste reeds in elkander gezakt,
+gedurende tal van jaren op ter aardebestelling wachten.
+
+Kin-Fo was hiermede te goed bekend om er zich een oogenblik over te
+verwonderen; daarenboven zag hij ook niet om zich heen. Hij bespeurde
+niet eens dat hij sedert hij zijn yamen verlaten had, gevolgd werd door
+twee personen in Europeesche kleederdracht, die hem steeds in het oog
+hielden. Zij wisselden nu en dan een blik of enkele woorden en waren
+blijkbaar uitgezonden om hem te bespieden. Hij zag ze niet, ofschoon
+zij hem niet uit het gezicht schenen te willen verliezen. Ze hielden
+zich op eenigen afstand, volgden Kin-Fo als hij liep, maar hielden op,
+zoodra hij bleef staan. Zij waren van middelbare grootte, nog geen
+dertig jaar oud, vlug in hunne bewegingen en scherp in hun blik; men
+zou hen gemakkelijk met een paar speurhonden hebben kunnen verwarren.
+
+Nadat Kin-Fo ongeveer een uur buiten de stad gedwaald had, keerde hij
+weder naar de oevers van de Houang-Pou terug. Ook op zijn terugtocht
+verloren zijne bespieders hem niet uit het oog.
+
+Kin-Fo ontmoette op zijn terugweg twee of drie bedelaars, die er
+allerellendigst uitzagen, en gaf hun een aalmoes.
+
+Iets verder kwam hij een paar Chineesche Christinnen tegen, die,--tot
+hun liefdewerk opgewekt door Fransche zusters van liefdadigheid--met
+een mand op den rug rondloopen om de arme verlaten kinderen die zij
+vinden naar de crèches te brengen. Men heeft ze »voddenraapsters van
+kinderen" betiteld. En werkelijk, die kleine ongelukkigen zijn niet
+veel anders dan vodden, hier en daar in een hoek neergeworpen!
+
+Kin-Fo schudde zijne beurs in de hand van een dezer liefdezusters leeg.
+
+De beide vreemdelingen schenen zeer verbaasd over deze daad van den
+zoon uit het Hemelsche Rijk.
+
+De avond was gevallen en Kin-Fo, binnen Shang-Haï teruggekomen,
+liep langs de kade huiswaarts.
+
+De stad was nog niet in rust. Van alle kanten kon men nog geschreeuw,
+gejoel of gezang hooren.
+
+Kin-Fo luisterde. Hij wilde gaarne weten welke de laatste woorden
+zouden zijn die het hem vergund was te hooren.
+
+Eene jeugdige Tankadere, die haar platboomd vaartuig door de sombere
+wateren van de Houang-Pou voortdreef, zong een droefgeestig minnelied:
+
+»Mijn bootje met frissche kleuren--is versierd met duizenden
+bloemen.--Ik wacht hem met een van verlangen brandend hart!--Hij moet
+morgen terugkeeren!--Dat God hem bewake!--Dat uwe hand hem bij zijn
+terugkomst bescherme!--Verkort hem zijn langen weg!"--
+
+»Hij zal morgen terugkeeren! En ik, waar zal ik morgen zijn?" dacht
+Kin-Fo, het hoofd schuddende.
+
+De jonge Tankadere hernam:
+
+»Hij is ver van ons gegaan--naar het land der Mantsjoerijnen--tot de
+muren van ons China!--Ach, wat heeft mijn hart dikwijls gesidderd--als
+de stormwind loeide--en hij den storm trotseerende--voorwaarts ging."--
+
+Kin-Fo luisterde, maar zeide niets.
+
+De Tankadere vervolgde:
+
+»Waarom gaat ge toch altijd op avontuur uit?--Waarom wilt gij ver van
+mij sterven?--Zie het is reeds de derde maan!--Kom, de priester wacht
+ons om de beide phenixen, ons zinnebeeld [4], te vereenigen!--Kom! keer
+terug, ik bemin u en gij bemint mij!
+
+»Ja, misschien!" mompelde Kin-Fo. »Zonder rijkdom is de wereld niets
+waard! Het leven loont de moeite niet om daarvan de proef te nemen!"
+
+Een half uur later was Kin-Fo in zijn huis teruggekeerd. De beide
+vreemdelingen, die hem steeds gevolgd waren, moesten hier achter
+blijven.
+
+Kin-Fo begaf zich rustig naar de kiosk van het »Leven", opende
+de deur, sloot ze weder en bevond zich alleen in een klein salon,
+'t welk zacht verlicht was door een lantaarn van mat glas.
+
+Op een tafel, van nephriet vervaardigd, bevond zich een koffertje dat
+eenige pillen opium bevatte, die vermengd waren met een doodelijk
+vergif, een »middel", dat de rijke onverschillige altijd bij de
+hand had.
+
+Kin-Fo nam een van deze pillen, bracht ze in een pijp van roode klei,
+waarvan zich in den regel de opiumschuivers bedienen en maakte zich
+gereed ze aan te steken.
+
+»Wat nu!" zeide hij, »zelfs geen ontroering op het oogenblik dat ik
+op het punt ben in te slapen om nooit weer te ontwaken!"
+
+Hij aarzelde een oogenblik.
+
+"Neen!" riep hij uit, de pijp wegwerpende, die op den grond in stukken
+brak. »Ik _wil_ ze gevoelen, die laatste ontroering! al zou het dan
+alleen zijn de spanning, die met de onzekerheid van het oogenblik
+des doods gepaard gaat.... ik wil ze, en ik zal ze hebben!"
+
+En de kiosk verlatende, begaf Kin-Fo zich met bijna even kalmen stap
+als altijd naar de kamer van Wang.
+
+
+
+
+
+VIII.
+
+ Waarin Kin-Fo aan Wang een ernstig voorstel doet, dat deze
+ niet minder ernstig aanneemt.
+
+
+De philosoof had zich nog niet ter ruste begeven. Op een divan
+uitgestrekt las hij het laatste nommer van de _Pekingsche Courant_. Als
+zich zijne wenkbrauwen fronsten kon men er verzekerd van zijn, dat
+het blad de een of andere loftuiting toezwaaide aan de regeerende
+dynastie der Tsings.
+
+Kin-Fo opende de deur, trad de kamer binnen, wierp zich in een
+leuningstoel en sprak zonder eenige inleiding:
+
+»Wang"--zeide hij--»wil je me een dienst bewijzen."
+
+»Tienduizend voor een!" antwoordde de philosoof, het blad latende
+zakken. »Spreek, beste jongen, spreek zonder vrees en welke dienst
+het ook zij, ik zal hem je bewijzen!"
+
+»De dienst dien ik je vraag, behoort tot dezulken", sprak Kin-Fo,
+»die een vriend slechts eenmaal kan bewijzen. Na deze, Wang, schenk
+ik je de overige negenduizend negenhonderd negen en negentig kwijt
+en ik voeg er bij, dat je niet eens op een dankbetuiging mijnerzijds
+behoeft te rekenen."
+
+»Ook de meest bekwame uitlegger van de onbegrijpelijkste zaken zou
+er niets van kunnen maken. Wat is je bedoeling?"
+
+»Wang," zeide Kin-Fo, »ik ben geruïneerd."
+
+»Ah, ah!" liet de philosoof hooren op den toon van iemand, die eerder
+een goed dan een slecht nieuwtje verneemt.
+
+»De brief dien ik bij mijn terugkomst van Kanton heb gevonden",
+hernam Kin-Fo, »strekte om mij te doen weten, dat de Centrale Bank
+van Californië failliet was. Behalve mijn yamen en eenige duizenden
+dollars, waarvan ik nog een of twee maanden kan leven, heb ik niets
+meer."
+
+»Dus", vroeg Wang, na zijn leerling een poos aangestaard te hebben,
+»is het niet meer de rijke Kin-Fo, die tot mij spreekt."
+
+»Het is de arme Kin-Fo, wien de armoede trouwens in 't minst geen
+schrik aanjaagt."
+
+»Goed gesproken, mijn zoon," zeide de philosoof, van zijn zetel
+rijzende. »De tijd en de moeite, besteed om je de lessen der wijsheid
+te leeren, zijn dus niet verloren gegaan! Tot nu toe heb je geleefd
+zonder hartstocht, zonder strijd! Nu eerst zal je gaan leven! De
+toekomst is veranderd! Wat komt er dat op aan! Terecht heeft Confucius
+gezegd, er gebeuren altijd minder ongelukken dan men vreest! Wij
+zullen dus in het vervolg onze rijst gaan verdienen. De _Nun Schum_
+leert ons: »In het leven zijn hoogten en laagten. Het rad der fortuin
+draait zonder ophouden en de wind kan veranderen! Rijk of arm, ieder
+moet zijn plicht vervullen!" Laat ons gaan."
+
+En waarlijk, Wang was gereed om als een practisch philosoof,
+onmiddellijk het heerlijke gebouw te verlaten.
+
+Kin-Fo hield hem tegen.
+
+»Ik heb gezegd," hernam hij, »dat de armoede mij geen schrik aanjoeg,
+maar ik voeg er bij: omdat ik besloten heb die niet te verdragen."
+
+»Wat!" zeide Wang, »gij wilt dus...."
+
+»Sterven!"
+
+»Sterven!" herhaalde de philosoof bedaard. »De man die een einde aan
+zijn leven wil maken, spreekt er met niemand over."
+
+»Het zou reeds geschied zijn," hernam Kin-Fo met een kalmte, die
+niet voor die van den philosoof onderdeed, »als ik niet had gewild
+dat de dood mij voor het minst een eerste en laatste ontroering
+bezorgde. Maar op het oogenblik dat ik een der opiumpillen wilde
+gebruiken, je weet welke, klopte mij het hart zoo weinig, dat ik het
+vergif heb weggeworpen en bij u ben gekomen!"
+
+»Wil je dan dat we samen sterven," vroeg Wang met een glimlach.
+
+»Neen", zei Kin-Fo, »het is noodig dat je blijft leven!"
+
+»Waarom?"
+
+»Om mij met uw eigen hand te dooden!"
+
+Zelfs toen Kin-Fo aan zijn leermeester het voorstel deed hem met eigen
+hand te dooden, sidderde Wang niet. Maar Kin-Fo die hem aanstaarde, zag
+dat zijne oogen flikkerden. Werd de oude Taï-ping in hem wakker? Zou
+hij zonder aarzelen het werk doen dat zijn leerling hem opdroeg? Zouden
+er dus achttien jaren over zijn hoofd voorbij gegaan zijn zonder dat
+de bloeddorstige neiging van zijne jeugd was uitgedoofd! Zou hij zelfs
+geen tegenwerping maken, waar het den zoon gold van hem die hem het
+leven had gered en opgenomen! Zou hij zonder aarzelen aannemen hem
+te bevrijden van een bestaan, waarvan hij niet meer beliefde gediend
+te zijn! Zou hij dat doen, hij, Wang, de philosoof!
+
+Maar die flikkering in zijn blik verdoofde bijna onmiddellijk. Wang
+hernam zijn gewoon voorkomen en zag er alleen zoo mogelijk nog deftiger
+uit dan altijd.
+
+En daarop klonk het:
+
+»Is dat de dienst dien je van me verlangt?"
+
+»Ja", hernam Kin-Fo, »en deze dienst zal opwegen tegen alles wat je
+meenen mocht verschuldigd te zijn aan Tschoung-Héou en zijn zoon."
+
+»Wat wenscht je dat ik doe?" vroeg de philosoof eenvoudig.
+
+»Ik moet vóór 25 Juni, je hoort het Wang, den acht en twintigsten
+dag van de zesde maand, den dag waarop mijn een en dertigste jaar ten
+einde is gebracht, opgehouden hebben te leven! Ik moet door u gedood
+worden, 't zij onverwachts, 't zij met duidelijk opzet, 's nachts of
+over dag; het is hetzelfde waar of hoe, staande, zittende, liggende,
+wakende, slapende, met het mes of met vergif! Ik moet gedurende ieder
+der tachtigduizend minuten waaruit mijn leven nog gedurende vijf en
+vijftig dagen bestaat, in de meening en ik hoop in de vrees verkeeren
+dat mijn leven eensklaps eindigen kan! Ik wil die tachtig duizend
+kansen loopen en ik wil dat ik op het oogenblik waarop de zeven
+elementen van mijn leven gescheiden worden, zal kunnen uitroepen:
+Welnu, ik heb dan toch geleefd!"
+
+Kin-Fo had, tegen zijne gewoonte, met zekere opgewondenheid
+gesproken. Men zal ook bespeurd hebben dat hij den laatsten dag
+van zijn leven had gesteld op zes dagen voor het verloopen van zijn
+polis. Dit was gehandeld zooals het een verstandig man betaamt, want,
+als de storting van de nieuwe premie achterwege bleef, zou hij zijn
+recht op de uitkeering verloren hebben.
+
+De philosoof had hem met een ernstig gelaat aangehoord, alleen nu en
+dan een snellen blik werpende op het portret van den koning Taï-ping,
+dat de kamer versierde, een portret dat hem--hij was er nog niet mee
+bekend--ten erfdeel beschoren was.
+
+»Je schrikt dus niet terug voor de verplichting, die je op je neemt
+om mij te dooden?" vroeg Kin-Fo.
+
+Wang gaf met eene beweging van den arm te kennen, dat hij daar niet
+voor vreesde. Hij had wel andere dingen gedaan, toen hij onder de
+banieren van den Taï-ping streed! Maar als een verstandig man, die
+alle kansen wil beproeven eer hij zich verbindt, sprak hij:
+
+»Je ziet dus af van het vooruitzicht, u door den Waren Meester
+beschoren om een hoogen ouderdom te bereiken?"
+
+»Ik zie er van af."
+
+»Zonder spijt?"
+
+»Zonder spijt!" antwoordde Kin-Fo. »Oud worden! Gaan gelijken op een
+of ander stuk hout, dat niet meer voor bewerking dienen kan! Toen ik
+rijk was begeerde ik het niet! Nu ik arm ben, nog veel minder!"
+
+»En de jeugdige weduwe te Peking?" vroeg Wang. »Vergeet je het
+spreekwoord: de bloem met de bloem, de wilg met den wilg! De
+overeenstemming tusschen twee harten is te vergelijken met een
+honderdjarige lente!...."
+
+»Tegenover drie honderd jaar herfst, zomer en winter!" antwoordde
+Kin-Fo, de schouders ophalende. »Neen Lé-ou zou, als ik arm was,
+ongelukkig met mij zijn! Daarentegen zal mijn dood haar rijk maken!"
+
+»Heb je daarvoor gezorgd?"
+
+»Ja en ook voor u, Wang; gij ontvangt vijftig duizend dollars bij
+mijn dood."
+
+»Zoo!" liet de philosoof hooren, »je schijnt overal aan gedacht
+te hebben."
+
+»Aan alles, zelfs aan een opmerking die je mij nog niet gemaakt hebt."
+
+»Welke?"
+
+»Wel... het gevaar dat je kondt loopen, na mijn dood, beschuldigd te
+worden van moord."
+
+»Dat beteekent niets!" sprak Wang, »alleen stoffels of lafaards laten
+zich gevangen nemen! En daarbij komt nog, waarin zou de verdienste
+gelegen zijn van den dienst, dien ik je bewijzen zal, als ik er niets
+bij waag!"
+
+»Neen Wang! ik wil je alle mogelijke zekerheid geven! Niemand mag je
+daarover lastig vallen."
+
+En dat zeggende, naderde Kin-Fo de tafel, nam een blad papier en
+schreef met zijne gewone vaste hand, de volgende regels:
+
+»Ik heb mij zelf gedood, wijl ik het leven moede was en er van walgde.
+
+Kin-Fo."
+
+En hij stelde Wang dit papier ter hand.
+
+De philosoof las het eerst zachtjes; daarna las hij het met luider
+stem. Nadat hij dat gedaan had, vouwde hij het zorgvuldig op en stak
+het in een zakboek, dat hij altijd bij zich droeg.
+
+Nogmaals zag men eene flikkering in zijne oogen.
+
+»Is dat alles je ernst?" vroeg hij zijn leerling vast in de oogen
+ziende.
+
+»Hooge ernst."
+
+»Ik zal de zaak van mijn kant niet minder ernstig opvatten."
+
+»Geef je me je woord?"
+
+»Ja."
+
+»Ik zal dus, uiterlijk op 25 Juni aanstaande, opgehouden hebben
+te leven?...."
+
+»Ik weet niet of je zult opgehouden hebben te leven in de beteekenis
+die gij er aan hecht," antwoordde de philosoof ernstig, »maar in elk
+geval zal je dan dood zijn!"
+
+»Ontvang mijn dank; vaarwel, Wang."
+
+»Vaarwel, Kin-Fo."
+
+En daarop verliet Kin-Fo dood bedaard de kamer van den philosoof.
+
+
+
+
+
+IX.
+
+ Waarvan het slot, hoe vreemd het schijne, den lezer toch wel
+ niet verbazen zal.
+
+
+»Welnu, Craig en Fry?" vroeg de heer William J. Bidulph den volgenden
+morgen aan de twee agenten, die hij bepaaldelijk belast had het oog
+te houden op den nieuwen verzekerde bij de maatschappij _de Eeuw_.
+
+»Wel," antwoordde Craig, »wij hebben hem gisteren gevolgd op eene
+wandeling, die hij door de omstreken van Shang-Haï deed, en..."
+
+»Hij zag er zeker niet uit als iemand die van plan is een einde aan
+zijn leven te maken," voegde Fry er bij.
+
+»Toen het donker werd hebben wij hem gevolgd tot aan de deur van
+zijn woning...."
+
+»Die wij helaas niet binnen konden gaan."
+
+»En van ochtend?" vroeg William J. Bidulph verder.
+
+»Van ochtend," zeide Craig, »hebben wij gehoord dat hem evenmin iets
+scheelde als...."
+
+»De brug van Palikao," vulde Fry aan.
+
+De agenten Craig en Fry, twee neven en echte Amerikanen, die in dienst
+van _de Eeuw_ waren, vormden te zamen eigenlijk slechts een wezen. Zij
+gingen zoo geheel in elkander op, dat de een voortdurend de volzinnen
+van den andere aanvulde. Dezelfde hersens, dezelfde gedachten,
+hetzelfde hart, dezelfde maag, dezelfde gebaren en gewoonten. Vier
+armen, vier handen, vier beenen aan twee vereenigde lichamen. In een
+woord: Siameesche tweelingen, waarvan een stoutmoedig chirurgijn den
+vereenigingsband doorgesneden had.
+
+»Dus is het u nog niet mogen gelukken in zijn woning door te
+dringen?" vroeg William J. Bidulph.
+
+»Nog..." begon Craig.
+
+»Niet," zei Fry.
+
+»'t Zal misschien moeilijk gaan," antwoordde de hoofdagent, »maar
+'t moet toch gebeuren. _De Eeuw_ heeft bij deze zaak niet alleen een
+hooge premie te verdienen, maar loopt ook gevaar twee honderd duizend
+dollars te verliezen! Wij moeten hem dus twee maanden surveilleeren
+en misschien langer als hij zijn volgende quitantie betaalt."
+
+»Er is een bediende...." zeide Craig.
+
+»Dien men misschien zou kunnen gebruiken..." sprak Fry.
+
+»Om alles te weten te komen..." vervolgde Craig.
+
+»Wat er in het huis van Kin-Fo voorvalt," voltooide Fry.
+
+»Hm!" sprak de heer William J. Bidulph. »Tracht dezen bediende te
+lijmen. Koop hem om; hij zal wel gevoelig zijn voor den klank van
+taëls en op taëls behoef je niet te zien. Zelfs als je de drieduizend
+beleefdheidsvormen moest uitputten, die de Chineesche etiquette
+tot haar dienst heeft, doe het gerust. Je zult je de moeite niet te
+beklagen hebben."
+
+»Nu, dat zal..." zeide Craig.
+
+»Geschieden," sprak Fry.
+
+En dit was de gewichtige reden waarom Craig en Fry kennis met Soun
+trachtten aan te knoopen. Soun was er de man niet naar, om weerstand
+te bieden aan den verleidelijken klank van taëls of het beleefde
+aanbod van een paar glazen Amerikaanschen grog.
+
+Craig en Fry vernamen dus door Soun alles wat zij verlangden te weten,
+hetgeen ongeveer op het volgende neerkwam:
+
+Had Kin-Fo in den laatsten tijd iets in zijne gewone levenswijze
+veranderd?
+
+Neen, 't eenige misschien was dat hij zich iets minder barsch toonde
+jegens zijn zeer getrouwen dienstbode, dat de schaar niet meer
+gebruikt werd, zeer ten bate van diens staart, en dat zijn rug schier
+de rotting niet meer voelde.
+
+Had Kin-Fo ook levensgevaarlijke wapenen te zijner beschikking?
+
+Neen, hij behoorde tot die eerbiedwaardige categorie van menschen,
+die een afkeer van vuur- en andere wapenen koesteren.
+
+Wat at en dronk hij?
+
+Zeer gewonen kost, zonder liflafjes of overdaad.
+
+Hoe laat stond hij op?
+
+Zoodra de vijfde nachtwake voorbij was, meestal als de dageraad,
+bij het hanengekraai, den gezichtseinder begon te verhelderen.
+
+Ging hij vroeg naar bed?
+
+In de tweede nachtwake, zooals hij, voor zoover Soun wist, zijn leven
+lang gedaan had.
+
+Was hij treurig gestemd, bezorgd over iets, levensmoede?
+
+'t Was zeker niet wat men een vroolijk of opgewekt mensch
+noemt. Integendeel! Maar in den laatsten tijd begon hij meer schik
+in zijn leven te krijgen. Ja, Soun vond hem minder onverschillig
+dan vroeger, alsof hij verwachtte dat er iets gebeuren zou... Wat,
+dat kon Soun niet zeggen.
+
+Bezat zijn heer ook vergif dat hem kwaad zou kunnen doen?
+
+Soun geloofde het niet, want juist had hij dien ochtend een twaalftal
+pillen in de Houang Pou moeten werpen, die hem wel eens verdacht
+voorgekomen waren.
+
+Er was in waarheid in al deze berichten niets wat den vertegenwoordiger
+der levensverzekeringsmaatschappij _de Eeuw_ kon verontrusten. Nooit
+had de rijke Kin-Fo, van wiens waren toestand niemand behalve Wang iets
+wist, getoond meer waarde aan het leven te hechten dan tegenwoordig.
+
+Hoe geruststellend alles ook luidde, wat de hoofdagent der
+verzekeringsmaatschappij _de Eeuw_ omtrent Kin-Fo te weten kreeg, toch
+moesten Craig en Fry voortgaan hem nauwkeurig in het oog te houden
+en hem op zijne wandelingen volgen, want de mogelijkheid bestond dat
+hij het voornemen koesterde om zich buiten 's huis van kant te maken.
+
+De twee onafscheidelijke neven deden dit dan ook en Soun bleef
+voortgaan met hen op de hoogte te brengen van al wat zijn meester
+deed of liet; dit viel te meer in den smaak van den bediende, omdat
+de omgang met twee zulke beminnelijke lieden hem zeer veel voordeel
+opleverde.
+
+Wij zouden te veel zeggen als wij beweerden, dat de held dezer
+geschiedenis nu meer aan het leven hechtte dan voordat hij besloten had
+er een einde aan te maken. Maar, zooals hij gedacht had, verschaften
+de eerste dagen althans wel eenige ontroering. Hij had toch vlak
+boven zijn hoofd een zwaard van Damocles opgehangen, en dit zwaard
+zou hem zeker den een of anderen dag dooden. Zou het heden gebeuren
+of morgen, dezen ochtend of van avond? Dit hield hem in spanning en
+van daar dat zijn hart toch wel wat sneller begon te kloppen, iets
+dat hem vroeger ten eenenmale onbekend was.
+
+Overigens ontmoetten Wang en hij elkander thans minder dan vroeger. De
+wijsgeer ging meer uit dan hij placht te doen, of sloot zich meer in
+zijne kamer op. Kin-Fo ging hem daar niet opzoeken--dit lag niet op
+zijn weg--en hij wist niet hoe Wang den tijd doorbracht. Misschien
+was hij bezig hem een valstrik te spannen. Een oude Taï-ping bezat
+ongetwijfeld een grooten voorraad van middelen om een evenmensch uit
+den weg te ruimen. Van welk zou hij zich bedienen? Van daar zekere
+nieuwsgierigheid, die als een nieuwe, vroeger ongekende prikkel op
+Kin-Fo werkte.
+
+De wijsgeer en zijn leerling aten echter bijna dagelijks nog aan
+dezelfde tafel. Het spreekt van zelf dat er geen enkele toespeling
+gemaakt werd op hunne afspraak of op hunne toekomstige rol van
+moordenaar en vermoorde. Zij spraken over de meest gewone zaken en niet
+zeer druk. Wang, ernstiger gestemd dan anders, verried door zijn blik
+dat hij voortdurend peinsde. In plaats van opgewekt was hij somber,
+in plaats van spraakzaam laconisch geworden. Vroeger at hij veel,
+zooals een philosoof met eene gezonde maag dit meestal doet, thans
+lachten zelfs de fijnste gerichten hem weinig toe en de wijn van Chao
+Chig bracht hem in geen andere stemming.
+
+De houding van Kin-Fo was anders niet zoo, dat hij zich over iets
+bezwaard behoefde te voelen. Hij proefde alle spijzen het eerst en
+meende geen gerecht ongebruikt te mogen laten. Daaruit volgde dat hij
+meer at dan gewoonlijk, dat zijne verwende tong iets meer smaak begon
+te krijgen, en zijne spijsvertering niets te wenschen overliet. Van
+vergif scheen de oude moordenaar van den rebellenkoning zich tot nog
+toe althans niet bediend te hebben.
+
+Kin-Fo verschafte hem voortdurend alle mogelijke gelegenheden om de
+daad te plegen. De deur van zijn slaapkamer werd nooit gesloten en de
+wijsgeer kon er dag en nacht binnen gaan en zijn leerling er wakend
+of slapend overvallen. Kin-Fo wenschte slechts één ding: dat de hand,
+die hem treffen zou, dit juist en snel deed.
+
+Maar Kin-Fo was weldra aan deze nieuwe gewaarwordingen gewend, en na
+een paar nachten had hij zich zoodanig verzoend met het denkbeeld
+dat een dolkstoot hem treffen zou, dat hij er even gerust om sliep
+als vroeger en even frisch en gezond om ontwaakte. Dit mocht zoo niet
+langer duren.
+
+Ook kwam het denkbeeld bij hem op dat het Wang misschien tegen de
+borst zou stuiten hem te dooden in het huis waarin hij zoo gastvrij
+opgenomen was. Hij besloot het hem nog gemakkelijker te maken. Hij
+begon veel te wandelen, vooral op eenzame plaatsen, en bleef zeer
+laat uit, dikwijls tot de vierde nachtwake; ook vond men hem vaak in
+de slechtst befaamde kwartieren van Shang-Haï, waar schier dagelijks
+moord en doodslag voorkomt, zonder dat er een haan naar kraait. Hij
+dwaalde daar rond door nauwe en sombere stegen en stiet daar op
+dronkaards van allerlei nationaliteit, geheel alleen in het holle van
+den nacht of bij het krieken van den dag, als de bakker zijne dunne
+weitenkoeken onder het geroep van »Mantoou! Mantoou!" rondventte of
+de schel den laten opiumschuiver waarschuwde dat hij huiswaarts gaan
+moest. Telkens echter kwam hij levend, springlevend weder thuis,
+zonder dat hij zelfs bespeurd had dat de onafscheidelijke Craig en
+Fry hem op den voet gevolgd hadden, gereed om hem te hulp te komen
+als dit noodig mocht zijn.
+
+Als het zoo voortging zou Kin-Fo ten slotte aan dit nieuwe bestaan
+volkomen gewennen en zou hij zich weldra weder evenzeer vervelen
+als vroeger.
+
+Hoe dikwijls waren er toch reeds uren achter elkander voorbijgegaan
+zonder dat hij er aan gedacht had dat hij een ter dood veroordeelde
+was.
+
+Op zekeren dag, op 12 Mei, verschafte het toeval hem echter weder
+eenige ontroering. Toen hij zachtjes de kamer van den wijsgeer
+binnentrad, zag hij dezen met de punt van zijn vinger een dolk
+onderzoeken, dien hij daarop dompelde in een fleschje dat een zeer
+verdacht blauw vocht bevatte.
+
+Wang had zijn leerling niet hooren binnenkomen en zwaaide den dolk
+eenige malen boven zijn hoofd, als om te zien of zijn hand wel juist
+was. Hij zag er bij die gelegenheid alles behalve zachtzinnig uit en
+het scheen dat zijne oogen zelfs met bloed beloopen waren!
+
+»'t Gebeurt zeker van daag!" zei Kin-Fo bij zichzelf.
+
+En hij verliet ongemerkt des wijsgeers kamer weder.
+
+Hij ging naar zijne eigen vertrekken welke hij dien dag niet weder
+verliet.... Wang echter vertoonde zich niet.
+
+Kin-Fo ging naar bed; maar den volgenden dag stond hij weder op,
+zoo levend als een gezond mensch slechts zijn kan.
+
+Zooveel ontroeringen voor niets! 't Werd vervelend.
+
+Er waren toch reeds tien dagen om, van de twee maanden tijd die hij
+Wang gelaten had.
+
+»'t Is een talmer," sprak Kin-Fo, »ik had hem niet zooveel tijd
+moeten geven."
+
+En hij dacht of de oude Taï-ping niet wat verweekelijkt was door het
+goede leven te Shang-Haï.
+
+Van dien dag af scheen Wang nog onrustiger en bezwaarder dan
+vroeger. Hij liep de yamen in en uit, als een mensch die niet weet
+waar hij het zoeken moet. Kin-Fo merkte zelfs op dat hij herhaalde
+bezoeken bracht aan de zaal der voorouders, waar de kostbare uit
+Liao-Tchéou ontvangen doodkist geplaatst was. Hij vernam ook door Soun,
+en niet zonder belangstelling, dat Wang bevolen had haar te poetsen, te
+wrijven, af te stoffen, in een woord, haar in zoo voldoend mogelijken
+staat te houden.
+
+»Wat zal mijn meester daar lekker in liggen," voegde de getrouwe
+dienstbode er bij. »'t Zou wel de moeite waard zijn het eens te
+beproeven!"
+
+Deze opmerking verschafte Soun een vriendschappelijk knikje.
+
+De dagen van 13, 14 en 15 Mei gingen voorbij en er gebeurde niets.
+
+Was Wang dan voornemens den geheelen hem gestelden tijd te laten
+verloopen en als een koopman eerst zijn schuld te betalen op den
+uitersten vervaldag? Maar dan zou het immers geen verrassing zijn en
+had Kin-Fo het even goed zelf kunnen doen.
+
+Toen kreeg Kin-Fo in den ochtend van 15 Mei, op het oogenblik der
+»mao-che" d. i. zes uur, kennis van een zeer opmerkelijke gebeurtenis.
+
+De nacht was onaangenaam voorbij gegaan. Kin-Fo was bij het ontwaken
+onder den indruk van een naren droom. De vorst Ien, de opperste rechter
+uit de Chineesche onderwereld, had hem veroordeeld om niet voor zijn
+aangezicht te verschijnen voor dat de twaalfhonderdste maan aan den
+gezichteinder van het Chineesche rijk verscheen. Hij had dus nog een
+eeuw te leven, een geheele eeuw!
+
+Kin-Fo was dus zeer slecht geluimd; het scheen dat alles tegen hem
+samenspande.
+
+Soun moest dit bezuren toen hij als gewoonlijk verscheen om zijn
+meester aan zijn toilet te helpen.
+
+»Loop naar den duivel," was de wensch waarmede hij ontvangen
+werd. »Moge uw loon uit twaalfduizend schoppen bestaan, ondier!"
+
+»Maar, mijnheer ..."
+
+»Verdwijn uit mijn oogen, zeg ik je!"
+
+»Niet voor dat ik u iets vreemds verteld heb..." begon Soun.
+
+»Wat dan, ezel?"
+
+»Alleen dat mijnheer Wang ..."
+
+»Wat van Wang?" antwoordde Kin-Fo levendig, zijn ongelukkigen knecht
+plotseling bij den staart grijpende.
+
+»O hemel!" riep Soun van angst ineen krimpende. »Hij heeft bevel
+gegeven om mijnheer's doodkist over te brengen naar het paviljoen
+van het »Leven," en..."
+
+»Heeft Wang dat gedaan!" riep Kin-Fo uit, terwijl zijn drift plotseling
+scheen te wijken. »Daar Soun, je bent toch wel een goede kerel, daar
+heb je tien taëls; doe je plicht maar en zorg dat de bevelen van Wang
+opgevolgd worden!"
+
+Soun was geheel verbazing en herhaalde verscheiden keeren bij zich
+zelf:
+
+»Mijn meester is ongetwijfeld krankzinnig geworden, maar dat doet er
+niet toe; ik vaar er wèl bij."
+
+Ditmaal kon Kin-Fo er niet meer aan twijfelen. Wang wilde hem dooden in
+de kiosk van het »Leven," waar hij zich zelf reeds den dood had willen
+geven, en daarom had de Taï-ping zijn doodkist naar dat paviljoen
+laten overbrengen. Het was of hij hem uitnoodigde daar te komen. Nu,
+Kin-Fo zou niet op het appèl ontbreken.
+
+Wat duurde die dag hem lang. Het water in de uurglazen scheen stil
+te staan. De wijzers schenen over de gitten plaat te kruipen!
+
+Eindelijk, eindelijk gaf het verdwijnen van de zon onder den
+gezichteinder het teeken van de eerste wake des nachts en daalde het
+schemerlicht rondom de yamen.
+
+Kin-Fo begaf zich nu naar het paviljoen dat hij niet levend weder
+hoopte te verlaten. Hij strekte zich op een zachten divan uit, die
+voor eene langdurige rust scheen ingericht, en wachtte.
+
+Toen kwamen allerlei herinneringen uit zijn nutteloos besteed leven
+bij hem op, al zijne vervelingen, zijn afkeer van het leven, die
+door rijkdom niet overwonnen had kunnen worden, die door armoede nog
+toegenomen zou zijn!
+
+Een enkele lichtstraal had slechts dit leven verhelderd, de genegenheid
+die Kin-Fo voor de jonge weduwe gekoesterd had. Dit gevoel deed
+zijn hart sneller kloppen op het oogenblik nu dit voor altijd zou
+ophouden. Maar zou hij de arme Lé-ou ongelukkig maken door haar lot
+met het zijne te verbinden?
+
+De vierde wake, die welke den naderenden dageraad voorafgaat en
+waarin de geheele wereld in rust gedompeld is, deze vierde wake
+ging voor Kin-Fo in hevige ontroering voorbij. Hij luisterde angstig
+en zorgvuldig of hij niets hoorde. Zijn blik scheen de nachtelijke
+duisternis te willen doorboren. Meer dan eens verbeeldde hij zich het
+zacht geluid eener deur te hooren die door eene voorzichtige hand
+geopend werd. Zonder twijfel hoopte Wang hem slapende te vinden,
+om hem zoo af te maken.
+
+Toen trad er plotseling reactie in. Hij verlangde naar de vreeselijke
+verschijning van den Taï-ping en deinsde er tevens voor terug.
+
+De vijfde wake begon en de ochtendschemering kleurde, langzamerhand
+alles met haar bleek licht. Het werd dag.
+
+Plotseling ging de deur van het paviljoen open.
+
+Kin-Fo sprong op; hij leefde meer in deze seconde dan in de dertig
+vorige jaren van zijn bestaan!...
+
+'t Was Wang niet; 't was Soun, met een brief.
+
+»Groote spoed!" was al wat hij zeide.
+
+Kin-Fo had een voorgevoel. Hij greep den brief, dien hij zag dat
+uit San Francisco kwam; hij scheurde de enveloppe open, las snel den
+inhoud, gaf een kreet van vreugde en stormde het paviljoen van het
+»Leven" uit.
+
+»Wang, Wang!" riep hij zoo luid hij kon.
+
+Hij was reeds bij de kamer van den wijsgeer en opende de deur.
+
+Wang was er niet. Wang had blijkbaar ook dien nacht niet in zijne
+kamer doorgebracht en toen op Kin-Fo's bevel zijne bedienden de yamen
+in alle hoeken doorzocht hadden, bleek het dat Wang verdwenen was,
+zonder een spoor achter te laten.
+
+
+
+
+
+X.
+
+ Waarin Craig en Fry officieel aan den nieuwen cliënt van _de
+ Eeuw_ worden voorgesteld.
+
+
+»Ja, mijnheer Bidulph, een eenvoudige beursmanoeuvre, een echte
+Amerikaansche coup", zeide Kin-Fo tot den hoofdagent van de
+verzekeringsmaatschappij.
+
+De deftige William J. Bidulph glimlachte als een kenner.
+
+»Goed gelukt, werkelijk", sprak hij, »iedereen is er dupe van geweest."
+
+»Zelfs mijn correspondent!" antwoordde Kin-Fo. »Het staken der
+betalingen, het failliet, het geheele bericht was uit de lucht
+gegrepen! Acht dagen later waren de loketten geopend en betaalde
+men. De »affaire" was gelukt. De acties, die tachtig percent waren
+gedaald, werden tegen den laagsten koers door de centrale bank
+opgekocht en toen men den directeur kwam vragen hoeveel percent er
+zou worden uitgekeerd, luidde het zeer beleefde antwoord: »Honderd
+vijf en zestig percent!" Dat alles werd mij gemeld in dezen brief,
+dien ik heden morgen ontving; op het oogenblik dat ik, in de meening
+verkeerende dat ik geheel geruïneerd was...."
+
+»De hand aan u zelf wildet slaan?" riep William J. Bidulph uit.
+
+»Neen", antwoordde Kin-Fo, »op het oogenblik dat ik hoogst
+waarschijnlijk op het punt sta vermoord te worden."
+
+»Vermoord!"
+
+»Met mijn toestemming, op schrift gebracht, een moord vooraf
+toegestaan, bezworen, en die u zou te staan gekomen zijn op...."
+
+»Tweemaal honderdduizend dollars", antwoordde William J. Bidulph,
+»wijl alle kansen van sterven verzekerd waren. Wij zouden u diep
+betreurd hebben, mijn waarde heer...."
+
+»Wegens het bedrag van de verzekerde som?...."
+
+»En de renten!"
+
+William J. Bidulph nam de hand van zijn cliënt en schudde die hartelijk
+op Amerikaansche wijze.
+
+»Maar ik begrijp niet...." voegde hij er bij.
+
+»U zult het begrijpen", antwoordde Kin-Fo.
+
+En hij deed hem mededeeling van de overeenkomst door hem met iemand
+getroffen, in wien hij alle vertrouwen stelde. Hij herhaalde zelfs
+de termen waarin de brief vervat was welken die man in den zak had,
+een brief die hem voor vervolging vrijwaarde en hem straffeloosheid
+waarborgde. Maar, en dat was het meest bedenkelijke van het geval,
+de belofte zou gehouden worden, het woord zou worden gestand gedaan,
+daaraan behoefde niet getwijfeld te worden.
+
+»Is die persoon een vriend van u?" vroeg de hoofdagent.
+
+»Een vriend," antwoordde Kin-Fo.
+
+»En het is dus uit vriendschap?..."
+
+»Uit vriendschap en wie weet? misschien ook uit berekening. Ik heb
+hem vijftig duizend dollars op mijn hoofd verzekerd."
+
+»Vijftig duizend dollars!" riep William J. Bidulph. »Dan is het
+mijnheer Wang!"
+
+»Hij is het."
+
+»Een philosoof! Die zal er nimmer in toestemmen..."
+
+Kin-Fo stond op het punt te zeggen:
+
+»Die philosoof is een oude Taï-ping. Hij heeft gedurende de helft van
+zijn leven meer moorden begaan dan noodig zijn om de Eeuw te ruïneeren,
+als al degenen die hij gedood heeft bij de maatschappij verzekerd
+waren geweest! Sedert achttien jaren heeft hij zijne woeste neiging
+bedwongen; maar nu zich de gelegenheid voordoet, nu hij mij geruïneerd,
+ter dood bereid acht, nu hij daarenboven weet dat mijn dood hem een
+klein fortuin zal verschaffen, nu zal hij niet aarzelen...."
+
+Maar Kin-Fo zeide niets van dit alles. Hij zou Wang gecompromitteerd
+hebben en William J. Bidulph zou waarschijnlijk niet geaarzeld hebben
+om den ouden Taï-ping aan den gouverneur der provincie te verraden. Dan
+zou Kin-Fo zonder twijfel gered zijn, maar de philosoof ware verloren
+geweest.
+
+»Het komt mij voor", zeide daarop de agent der
+verzekeringsmaatschappij, »dat de zaak op zeer eenvoudige wijze op
+te lossen is."
+
+»Op welke wijze?"
+
+»Men dient Wang te doen weten, dat de toestand veranderd is en van
+hem den brief terug eischen."
+
+»Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan" antwoordde Kin-Fo. »Wang is
+sedert gisteren verdwenen en geen mensch weet waar hij gebleven is."
+
+»Hm!" was alles wat de hoofdagent liet hooren, een bewijs dat hij
+door deze mededeeling geheel overbluft was.
+
+Hij staarde daarop zijn cliënt aandachtig aan.
+
+»En, mijn waarde heer, u hebt op het oogenblik in het minst geen lust
+om te sterven?" vroeg hij.
+
+»Neen zeker niet", antwoordde Kin-Fo. »Door de manoeuvre van de
+centrale Californischen bank is mijn fortuin bijkans verdubbeld, en ik
+ga trouwen! Maar ik zal het niet doen voor ik Wang heb teruggevonden
+of voor de bepaalde termijn is verstreken."
+
+»En wanneer verstrijkt die?"
+
+»Op 25 Juni aanstaande. _De Eeuw_ loopt gedurende dit tijdstip gevaar
+een groot verlies te lijden. Het ligt dus op haar weg om daartegen
+maatregelen te nemen."
+
+»En den philosoof op te sporen", antwoordde William J. Bidulph.
+
+De agent liep eenige oogenblikken met de handen op den rug door het
+vertrek, vervolgens zeide hij:
+
+»Wij zullen dien tot alles bereid zijnde vriend vinden; al zat hij
+ook in het binnenste der aarde. Maar tot dat het zoover is gekomen
+zullen wij u, mijnheer, beschermen tegen elke poging tot moord,
+evenals wij u reeds beschermd hebben tegen zelfmoord."
+
+»Wat bedoelt u daarmede?" vroeg Kin-Fo.
+
+»Dat twee mijner agenten, sedert 30 April jl., den dag, waarop de
+polis door u onderteekend werd, al uw schreden hebben gevolgd, al uw
+daden nauwkeurig bespied!"
+
+»Ik heb niets van die bespieding van mijn persoon gemerkt," zeide
+Kin-Fo.
+
+»Het zijn menschen, die hun vak verstaan, allerfatsoenlijkste
+lieden!" antwoordde de hoofdagent. »Vergun mij ze u voor te stellen,
+nu zij niet meer verplicht zijn in 't geheim te uwen opzichte te
+handelen."
+
+»'t Zal mij een genoegen zijn," antwoordde Kin-Fo.
+
+»Craig-Fry moeten hier zijn, omdat u hier zijt!" En William J. Bidulph
+riep:
+
+»Craig-Fry?"
+
+Craig en Fry stonden werkelijk achter de deur van het particuliere
+kabinetje. Zij waren den cliënt gevolgd tot aan de deur van het bureau
+en wachtten daar zijn vertrek af.
+
+»Craig-Fry," aldus liet zich thans de hoofdagent hooren, »je hebt
+gedurende de twee maanden, dat voor de polis betaald is, onzen
+kostbaren cliënt niet meer tegen zich zelf te behoeden, maar tegen
+een van zijn eigen vrienden, den philosoof Wang, die zich verbonden
+heeft hem te vermoorden!"
+
+En de twee onafscheidelijken werden op de hoogte der zaak gebracht. Zij
+begrepen ze en namen de opdracht aan. De rijke Kin-Fo behoorde hun
+toe. Hij kon geen trouwer dienaren hebben.
+
+Wat moest er nu gedaan worden?
+
+Men kan op tweeërlei wijze te werk gaan, meende de hoofdagent, òf
+Kin-Fo zoo zorgvuldig in zijn huis te Shang-Haï bewaken, dat Wang
+het niet kan binnentreden zonder door Fry-Craig bespeurd te worden,
+òf wel alle pogingen in het werk stellen om gezegden Wang te vinden
+en hem den brief te ontnemen.
+
+»Het eerste geeft niets, antwoordde Kin-Fo. »Wang zou mij zeer
+gemakkelijk kunnen vinden, zonder bespeurd te worden, wijl mijn huis
+ook het zijne is. Men moet hem, het koste wat het wil opsporen."
+
+»U hebt gelijk, mijnheer," antwoordde William J. Bidulph. »Het zekerste
+is om gezegden Wang terug te vinden en wij _zullen_ hem vinden!"
+
+»Dood of..." zei Craig.
+
+»Levend!" antwoordde Fry.
+
+»Neen! levend!" riep Kin-Fo uit... »Ik wil niet dat Wang een oogenblik
+door mijn schuld gevaar loopt!"
+
+»Craig en Fry, voegde William J. Bidulph er bij, »je staat
+gedurende zevenenzeventig dagen voor onzen cliënt in. Tot 30 Juni
+a. s. vertegenwoordigt mijnheer voor ons een waarde van tweemaal
+honderdduizend dollars."
+
+Daarop namen de cliënt en de hoofdagent van _de Eeuw_ afscheid
+van elkander. Tien minuten later was Kin-Fo, gevolgd door de beide
+lijfwachten, die hem vooreerst niet meer zouden verlaten, in zijn
+yamen teruggekeerd.
+
+Toen Soun zag dat Craig en Fry officieel in het huis toegelaten werden,
+maakte zich een gevoel van spijt van hem meester. Geen vragen meer,
+geen antwoorden en vooral geen taëls meer! Daarbij kwam dat zijn
+meester zijne oude levenswijze hervatte en zijn onhandigen en luien
+knecht weder hard begon te behandelen.
+
+Arme Soun! Wat zoudt gij gezegd hebben als gij geweten hadt welk lot
+u boven het hoofd hing!
+
+Het eerste dat Kin-Fo deed was naar Peking, avenue de Cha-Coua te
+»phonografeeren" welken keer zijn lot genomen had. De jonge vrouw
+hoorde op nieuw hoe de stem van hem, dien zij voor altijd meende
+verloren te hebben, haar de teederste namen gaf. Hij zou zijne lieve
+jonge zuster terug zien. Eer de zevende maan ten einde was gebracht
+zou hij bij haar zijn, om haar niet weder te verlaten. Maar nadat hij
+geweigerd had haar ongeluk te zoeken, mocht hij haar niet op nieuw
+aan het gevaar blootstellen om haar weder weduwe te maken.
+
+Lé-ou begreep niet best wat deze laatste zin beteekende, zij begreep
+slechts één zaak, en wel dat haar verloofde tot haar terugkeerde en
+dat hij, vóór er twee maanden zouden verloopen, bij haar zou zijn.
+
+En op dien dag was er geen gelukkiger vrouw in het geheele Hemelsche
+Rijk dan de jeugdige weduwe.
+
+Er was, in werkelijkheid, eene geheele omkeering tot stand gebracht in
+de gedachten van Kin-Fo, thans, dank zij de voordeelige operatie van
+de centrale Californische bank, viermaal millionnair. Hij wenschte te
+leven en goed te leven. Twintig dagen van spanning hadden hem geheel
+veranderd. Noch de mandarijn Pao-Shen, noch de koopman Yin-Pang,
+noch Tim, de bon-vivant, noch Houal, de letterkundige zouden in hem
+het onverschillige wezen herkend hebben, van 't welk zij op een der
+bloemschepen in de Paarlenrivier afscheid hadden genomen. Wang zou
+zijne eigen oogen niet geloofd hebben, als hij het gezien had. Maar
+hij was verdwenen zonder eenig spoor na te laten. Hij keerde niet in
+het huis te Shang-Haï terug. Dit was een bron van groote zorg voor
+Kin-Fo en van angst voor de beide lijfwachten.
+
+Acht dagen later, den 24n Mei, was er nog geen bericht van den
+philosoof en bijgevolg geen mogelijkheid om op zijn spoor te komen. Te
+vergeefs hadden Kin-Fo, Craig en Fry de vreemde concessies, de bazars,
+de verdachte kwartieren, de omstreken van Shang-Haï doorzocht. Te
+vergeefs waren de meest bekwame politiedienaars aan 't werk geweest. De
+philosoof was niet te vinden. Ondertusschen verdubbelden Craig en
+Fry, die hoe langer hoe meer onrust gevoelden, hunne voorzorgen. Zij
+verlieten hun cliënt nacht noch dag, aten aan zijn tafel, sliepen
+in zijn kamer, wilden hem overhalen om een ijzeren maliënkolder
+te dragen ten einde beschermd te zijn voor een dolkstoot en alleen
+versche eieren te eten om niet vergiftigd te worden.
+
+Kin-Fo het moet gezegd worden, liet hen praten. Hij kon zich even
+goed gedurende twee maanden in de brandkast van _de Eeuw_ laten
+opsluiten, onder voorgeven, dat hij tweemaal honderdduizend dollars
+vertegenwoordigde!
+
+Toen stelde William J. Bidulph, practisch als altijd, zijn cliënt
+voor de gestorte premie te restitueeren en de polis te verscheuren.
+
+»'t Spijt mij zeer," antwoordde Kin-Fo bedaard, »maar de zaak heeft
+zijn beslag gekregen en u moet er de gevolgen van dragen."
+
+»Het zij zoo," antwoordde de hoofdagent, zich in het onvermijdelijke
+schikkende. »Het zij zoo. U hebt gelijk! U kunt door niemand beter
+beschermd worden dan door ons!"
+
+»Noch goedkooper!" antwoordde Kin-Fo.
+
+
+
+
+
+XI.
+
+ Waarin Kin-Fo de beroemdste man van het Hemelsche Rijk wordt.
+
+
+Men kon Wang niet op het spoor komen. Kin-Fo liep gevaar razend
+te worden door de werkeloosheid, waartoe hij zich gedwongen zag,
+want hij kon zelfs geen pogingen doen om den philosoof te vinden,
+daar hij verdwenen was zonder eenig spoor achter te laten.
+
+Deze loop van zaken stond den hoofdagent van _de Eeuw_ niet bijzonder
+aan. Eerst had hij gedacht dat het hier geen ernstig geval gold,
+dat Wang zijne belofte niet zou houden, omdat zulke zonderlingheden
+zelfs in het excentrieke Amerika niet zouden voorkomen,--maar hij kwam
+allengs tot de overtuiging, dat in het vreemde land, 't welk men het
+Hemelsche Rijk noemde, niets onmogelijk was. Ten slotte werd hij het
+eens met Kin-Fo, dat de philosoof, als men hem niet kon opsporen, zijn
+gegeven woord gestand zou doen. Zijn verdwijnen wekte het vermoeden,
+dat hij zijn voornemen dan zou volvoeren als zijn leerling er het
+minst op bedacht was en dat hij dan als een bliksemstraal met snelle
+en zekere hand den doodelijken stoot zou toebrengen. En dan zou hij,
+na den brief op het lichaam van zijn slachtoffer gelegd te hebben,
+dood bedaard naar de bureaux van _de Eeuw_ wandelen om zijn deel van
+het verzekerde kapitaal op te eischen.
+
+Men moest Wang voorkomen; maar hem direct voorkomen, ging niet aan.
+
+William J. Bidulph besloot daarop op indirecte wijze en wel door de
+pers op Wang te werken. Binnen enkele dagen werden aan alle Chineesche
+bladen missiven gericht en aan de hoofdorganen in de beide werelddeelen
+telegrammen gezonden.
+
+De _Tching-Pao_, het officieele blad van Peking, de Chineesche bladen
+te Shang-Haï en te Hong-Kong, de meest verspreide bladen van Europa
+en Amerika, behelsden herhaaldelijk de volgende advertentie:
+
+»De heer Wang van Shang-Haï wordt verzocht om de overeenkomst, door
+hem 2 Mei jl. aangegaan met den heer Kin-Fo, als niet geschied te
+beschouwen, daar gezegde heer Kin-Fo slechts één wensch koestert,
+nl. honderd jaar oud te worden."
+
+Deze zonderlinge annonce werd gevolgd door een ander die er wat
+practischer uitzag:
+
+»Tweeduizend dollars of dertienhonderd taëls zullen uitgekeerd
+worden aan hem die aan William J. Bidulph, hoofdagent van _de Eeuw_
+te Shang-Haï, weet mee te deelen waar zich de heer Wang, in genoemde
+plaats woonachtig geweest, thans bevindt."
+
+Het was niet aannemelijk te achten, dat Wang in de vijf en vijftig
+dagen die hem waren gegeven om zijne belofte te houden, aan het reizen
+was getrokken. Het was veel waarschijnlijker, dat hij zich in de
+omstreken van Shang-Haï ophield om van elke gelegenheid gebruik te
+maken; William J. Bidulph achtte het echter zaak om op alles gevat
+te zijn.
+
+Verscheidene dagen gingen voorbij en er kwam geen verandering
+in den toestand. Eindelijk begonnen de aanplakbiljetten, in echt
+Amerikaanschen stijl de openbare aandacht te trekken en de algemeene
+vroolijkheid op te wekken. Men zag er met groote letters en sprekende
+kleuren Wang! Wang!! Wang!!! op staan en niet minder duidelijk de
+woorden Kin-Fo! Kin-Fo!! Kin-Fo!!!
+
+Men lachte er om tot in de meest afgelegen provinciën van het
+Hemelsche Rijk.
+
+»Waar is Wang?"
+
+»Wie weet er waar Wang is?"
+
+»Waar blijft Wang?"
+
+»Wat doet Wang?"
+
+»Wang! Wang! Wang!" riepen de kleine Chineesjes in koor langs de
+straten, en dezelfde vragen waren weldra in ieders mond.
+
+En Kin-Fo, die waardige zoon van het Hemelsche Rijk, »die slechts
+één wensch koesterde, nl. honderd jaar oud te worden," die dus in
+lengte van levensduur wilde wedijveren met den beroemden olifant,
+wiens twintigste lustrum juist in het Stallenpaleis te Peking gevierd
+was, Kin-Fo werd weldra de held van den dag.
+
+»Welnu, hoe is het; wordt mijnheer Kin-Fo al ouder?"
+
+»Hoe vaart hij?"
+
+»Is zijn eetlust goed?"
+
+»Hoe staan zijn vooruitzichten op het gele kleed?" [5]
+
+»Dergelijke spotachtige vragen hoorde men van burgerlijke en militaire
+mandarijnen als zij elkander ontmoetten, van kooplieden op de beurs of
+in hun kantoor, van arbeidslieden op de straat en van de bootslieden
+in hunne drijvende steden.
+
+'t Zijn vroolijke en satirieke lui, die Chineezen, en men moet
+erkennen dat hier wel reden was om eens te lachen. Weldra had ieder
+er dan ook een eigen geestigheid op bedacht en op de aanplakborden
+en de particuliere muren wemelde het spoedig van allerlei karikaturen.
+
+Kin-Fo leed veel onder al het onaangename van deze zonderlinge
+vermaardheid. Men maakte zelfs een lied op hem op de wijs van het
+»Man-tchiang-houng", de wind die door de wilgen blaast. Er verscheen
+een berijmde klacht, waarin hij sprekende opgevoerd werd: de _Vijf
+nachtwaken van den Honderdjarige_! Welk een verleidelijke titel en
+welk een debiet had het, daar het slechts drie sapeken kostte!
+
+Of al die ophef Kin-Fo al verdroot, de heer William J. Bidulph
+verheugde zich over de ruchtbaarheid die de zaak kreeg; maar Wang
+kwam in weerwil daarvan niet te voorschijn.
+
+De zaken kwamen eindelijk zoo ver, dat de positie van Kin-Fo onhoudbaar
+werd. Als hij zich buiten de deur vertoonde, vergezelde hem een stoet
+van beiderlei geslacht en van allerlei leeftijd op de straten, langs de
+kaden, zelfs in de Engelsche, Fransche en Amerikaansche nederzettingen,
+en dwars door de velden. Kwam hij thuis, dan moest hij door een hoop
+straatjongens heen worstelen, voordat hij zijn yamen kon binnentreden.
+
+Elken ochtend dwong men hem om op het balkon van zijn kamer te
+verschijnen, opdat elkeen zien zou dat hij nog geen definitief
+bezit genomen had van zijn doodkist in de kiosk van het »Leven." De
+dagbladen bevatten dagelijks een spot-bulletin betreffende zijn
+toestand, met allerlei ironische toespelingen, als behoorde hij onder
+de leden der regeerende dynastie der Tsings. Hij werd ten slotte meer
+dan belachelijk.
+
+Op zekeren dag, 21 Mei, kwam dan ook de veelgeplaagde Kin-Fo zijn
+vriend William J. Bidulph opzoeken, om hem te vertellen dat hij
+terstond op reis ging. Hij had eindelijk genoeg van Shang-Haï en
+de Shang-Haïers!
+
+»Misschien loopt u op reis nog meer gevaar!" merkte de agent zeer
+terecht op.
+
+»'t Kan me niet schelen!" antwoordde Kin-Fo. »Neem u maar voorzorgen."
+
+»En waar gaat u heen?"
+
+»Den weg die voor mij ligt."
+
+»En waar houdt u op?"
+
+»Nergens."
+
+»Wanneer komt u terug?"
+
+»Nooit!"
+
+»En als ik wat van Wang hoor?"
+
+»Loop naar den duivel met Wang! Uil die ik was, dat ik hem ook dien
+dwazen brief gaf!"
+
+Eigenlijk brandde Kin-Fo van begeerte om den wijsgeer terug te
+vinden. Dat zijn leven in de macht van den ex-Taï-ping was, begon
+hem bitter te verdrieten. Het bezwaarde hem letterlijk. Een maand
+langer in die positie zou hij nooit uithouden! Het lam was geheel
+van karakter veranderd!
+
+»Welnu, ga op reis," sprak William J. Bidulph, toen hij zag dat er
+niets aan te doen was. »Craig en Fry zullen u overal volgen, waar u
+ook heengaat."
+
+»'t Is _mij_ wel," antwoordde Kin-Fo, »maar ik waarschuw u vooraf
+dat ik ze zal laten draven.
+
+»Zij zullen draven, mijn waarde heer, zij zullen draven; het zijn
+geen lui die zuinig op hun beenen zijn!"
+
+Kin-Fo ging daarop huiswaarts en maakte zijne toebereidselen, zonder
+een oogenblik tijd te verliezen.
+
+Soun moest zijn meester vergezellen--tot zijn grooten spijt, want
+hij hield niet van veranderingen. Maar hij zweeg, want de opmerking
+zou hem ongetwijfeld weder een stuk van zijn staart gekost hebben.
+
+Wat Craig en Fry betreft, als echte Amerikanen zagen zij niet tegen
+verplaatsing op, en waren zij steeds bereid om op het eerste woord
+naar het andere einde der wereld te gaan. De eenige vraag die zij
+zich veroorloofden was:
+
+»Waar gaat mijnheer naar toe?"
+
+»Eerst naar Nan-King en vervolgens naar den duivel!"
+
+Om beider lippen vertoonde zich tegelijkertijd een glimlach. Ze waren
+verrukt! Naar den duivel! Niets viel beter in hun smaak! Slechts enkele
+oogenblikken om afscheid van den heer William J. Bidulph te nemen en
+nu kwamen zij terug in Chineesche kleederdracht om op hunne reis door
+het Hemelsche Rijk minder de aandacht der bevolking te trekken.
+
+Een uur later waren Craig en Fry met den reiszak omhangen en revolvers
+gewapend weder in de yamen terug en bij het vallen van den avond
+verlieten Kin-Fo en zijne gezellen zeer geheimzinnig de haven van
+de Amerikaansche nederzetting met de stoomboot die van Shang-Haï op
+Nan-King vaart.
+
+Deze reis is slechts een uitstapje. In minder dan twaalf uur kan een
+goede boot, die bij de afvaart van de eb profiteert, langs de Blauwe
+Rivier de oude hoofdstad van zuidelijk China bereiken.
+
+Gedurende dien overtocht droegen Craig en Fry voor hun kostbaren Kin-Fo
+de teederste zorgen, na vooraf al de overige passagiers nauwkeurig
+opgenomen te hebben. Zij kenden den wijsgeer van aanzien--wie van al
+de bewoners der buitenlandsche nederzettingen kende zijne beminnelijke
+verschijning niet?--en zij hadden zich overtuigd, dat hij hen niet
+aan boord gevolgd was. Nadat deze voorzorg genomen was, hadden zij
+gelegenheid om al hunne attenties aan den verzekerde van _de Eeuw_
+te wijden; zij onderzochten met hunne handen de stevigheid der
+verschansing waartegen hij leunde, der treden van de trap waarop
+hij den voet zette, zij lokten hem ver van den stoomketel welks
+constructie hun verdacht voorkwam, verzochten hem zich niet bloot te
+stellen aan de koude nachtlucht, keken of de luikjes van zijn hut wel
+vertrouwd en waterdicht waren, berispten Soun, dien luien knecht, die
+er nooit was als zijn meester hem noodig had, vervingen hem somtijds
+als Kin-Fo thee en koekjes verlangde en legden zich ten slotte in de
+tweede nachtwake geheel gekleed voor de deur van zijn hut te rusten,
+met veiligheidsgordels aan hunne zijde en gereed om hem ter hulp
+te snellen, als door aanvaring of eenig ander ongeluk de stoomboot
+gevaar mocht loopen in de diepte der rivier te verdwijnen. Maar er
+gebeurde niets wat Craig en Fry gelegenheid gaf om hunne getrouwheid
+en gehechtheid aan den persoon van Kin-Fo door daden te bewijzen. De
+stoomboot zakte snel den Wou-Sang af, liep uit in den Yang-tse-Kiang of
+Blauwe Rivier, voer langs het Tsong-Ming eiland, liet de vuurtorens van
+Ourong en Langchan achter zich, kwam met het getij door de provincie
+Kiang-Sou en zette 22 Mei hare passagiers behouden en wel op de kade
+van de oude Keizersstad af.
+
+Dank zij de zorg der beide gedienstige geesten, was de staart van Soun
+gedurende dit gedeelte van de reis geen streep korter geworden. De
+luiaard had dus geen reden tot klagen.
+
+'t Was niet zonder reden, dat Kin-Fo na zijn vertrek uit Shang-Haï
+eerst naar Nan-King gegaan was. Hij meende eenige kans te hebben om
+den philosoof daar aan te treffen.
+
+Wang had zich door zijne herinneringen aangetrokken kunnen gevoelen
+door deze ongelukkige stad, het voornaamste tooneel van den opstand
+der Tchang-Mao's. Was zij indertijd niet in het bezit genomen en
+verdedigd door dien eenvoudigen schoolmeester, later den geduchten Rong
+Siéou-Tsien, die keizer der Taï-pings werd en het Mantschourijsche
+gezag zoo lang in toom hield? Was in deze stad het nieuwe tijdperk
+van den Grooten Vrede [6] niet door hem afgekondigd? Had hij daar
+in 1864 geen vergif ingenomen, om te voorkomen dat hij levend in
+handen zijner vijanden viel? Uit het oude koningspaleis daar ter
+stede ontsnapte zijn jonge zoon, wiens hoofd weldra daarna door de
+Imperialisten werd afgehouwen! Werden Rong Siéou-Tsien's beenderen
+niet nog uit de puinhoopen der verbrande stad opgedolven om tot een
+prooi der onreine roofdieren te strekken? Waren, om alles in eens te
+zeggen, niet binnen drie dagen honderdduizend van Wangs oude gezellen
+en vrienden in deze provincie om het leven gebracht?....
+
+Het was dus wel mogelijk dat de wijsgeer, geleid door een soort van
+heimwee, dat hem beving na de verandering in zijne gewone levenswijze,
+naar deze plaatsen getrokken was en zich hier aan zijne persoonlijke
+herinnering had overgegeven! Hij zou van hier toch weder binnen enkele
+uren te Shang-Haï kunnen zijn, om den stoot toe te brengen....
+
+Daarom was Kin-Fo eerst naar Nan-King gegaan en koos hij deze stad
+als eerste pleisterplaats op zijne reis. Als hij er Wang aantrof zou
+men terstond tot eene verklaring komen en de belachelijke zaak zou
+daarmede uit zijn. Als Wang er niet te vinden was, zou Kin-Fo zijne
+omzwervingen door het Hemelsche Rijk voortzetten tot den dag waarop
+de overeenkomst afgeloopen was en hij niets meer van zijn ouden
+leermeester en vriend zou te vreezen hebben.
+
+Kin-Fo, door Craig en Fry vergezeld en door Soun gevolgd, begaf
+zich nu naar een hotel, in een der slechts half bevolkte kwartieren
+gelegen, waaromheen zich drievierde gedeelte der oude hoofdstad als
+een woestijn uitstrekt.
+
+»Ik reis onder den naam van Ki-Nan", zeide Kin-Fo tegen zijne
+metgezellen, »en ik verzoek u dat mijn vorige naam, onder geen
+voorwendsel hoegenaamd, nooit meer uitgesproken worde."
+
+»Ki..." zeide Craig.
+
+»Nan" vulde Fry aan.
+
+»Ki-Nan" herhaalde Soun.
+
+Men begrijpt dat Kin-Fo, nu hij zijne Shang-Haïsche vermaardheid
+ontvluchtte, geen lust had om die op zijn reis terug te
+vinden. Overigens had hij Craig en Fry ook niet gesproken over de
+mogelijkheid dat de philosoof te Nan-King zijn zou. Deze vreesachtige
+agenten zouden met een overdaad van voorzorgen voor den dag zijn
+gekomen, die van hun standpunt wel te rechtvaardigen waren, doch die
+Kin-Fo hartelijk verveelden. In waarheid, als zij met een millioen
+in hun zak door eene verdachte streek hadden moeten reizen, zouden
+zij niet voorzichtiger hebben kunnen zijn dan nu. 't Was dan ook
+weinig minder dan een millioen, dat de maatschappij _de Eeuw_ aan
+hunne zorgen had toevertrouwd!
+
+De geheele dag werd besteed aan het bezoeken der straten, pleinen
+en bijzonderheden van Nan-King. Van de West- tot de Oostpoort, van
+het noorden naar het zuiden, werd de stad, die overal van vervallen
+grootheid getuigde, doorkruist. Kin-Fo stapte stevig door, sprak
+weinig, maar keek goed om zich heen.
+
+Geen enkel verdacht gelaat vertoonde zich, noch op de kanalen, die door
+de heffe des volks bezocht werden, noch in de met tegels bevloerde
+straten, tusschen puinhoopen van huizen, waar gras en onkruid steeds
+welig tierde. Men zag er geen vreemdeling onder de half verwoeste
+marmeren zuilengangen, de verbrande stukken muur die de plek aanwezen
+waar het keizerlijke paleis, het tooneel van de hevigste worsteling,
+gestaan had, waar Wang ongetwijfeld tot het laatste oogenblik stand
+gehouden had. Niemand trachtte zich te onttrekken aan de blikken der
+bezoekers, noch in den omtrek van de yamen der katholieke zendelingen,
+die de Nan-Kingers in 1870 wilden vermoorden, noch in de buurt van
+de wapenfabriek, pas opgericht met de onvernielbare overblijfsels van
+den porceleinen toren, waarmede de Taï-pings den grond bedekt hadden.
+
+Kin-Fo, die onvermoeid scheen te zijn, liep steeds voorwaarts. Altijd
+van nabij gevolgd door zijne beide onvermoeibare satellieten en in de
+verte door den ongelukkigen Soun, die aan zulke tochten niet gewend
+was, verliet hij de Oostpoort en waagde zich op de verlaten vlakte.
+
+Daar vertoonde zich een onafzienbare laan, aan elke zijde door
+monsterachtige dieren van graniet bezet.
+
+Kin-Fo volgde die laan met versnelden stap.
+
+Aan het einde verhief zich een kleine tempel. Daarachter bevond zich
+een graf heuvel. Hier was de rustplaats van Rong-Ou, een priester
+die keizer geworden was, een van die hardnekkige vaderlanders
+die, vijf eeuwen geleden, tegen de vreemde overheersching hadden
+gestreden. Zou de philosoof zich hier niet vermeid hebben in de
+roemvolle herinneringen, op het graf zelf, waar de stichter van de
+dynastie der Mings rustte!
+
+De grafheuvel was eenzaam, de tempel verlaten. Men zag er niet anders
+dan kolossale beelden, ten nauwernood in het marmer uitgebeiteld en
+fantastische gedierten, die ter bewaking schenen te dienen.
+
+Maar op de deur van den tempel bespeurde Kin-Fo, niet zonder eenige
+ontroering, eenige teekens, die er door een menschenhand op gegrift
+waren. Hij trad wat dichter bij en las deze drie letters:
+
+
+ W. K.-F.
+
+
+Wang! Kin-Fo! Er was geen twijfel meer aan, de philosoof had daar
+vertoefd!
+
+Kin-Fo zeide niets, keek rond, zocht...... Er was niemand.
+
+Des avonds kwamen Kin-Fo, Craig, Fry en Soun, die haast niet meer
+voort kon, in het hotel terug en den volgenden dag hadden zij Nan-King
+verlaten.
+
+
+
+
+
+XII.
+
+ Waarin Kin-Fo, zijne beide satellieten en zijn knecht op
+ avontuur uitgaan.
+
+
+Wie is de reiziger, die de groote rij- en waterwegen van het
+Hemelsche Rijk met zooveel volharding aflegt? Hij gaat voorwaarts,
+steeds voorwaarts, niet wetende waar hij gisteren was en waar hij
+morgen zijn zal. Hij trekt de steden door zonder ze te zien, hij
+gaat de herbergen en hotels alleen binnen om er eenige uren rust te
+nemen, hij vertoeft in de restaurants niet langer dan noodig is om
+voedsel te gebruiken. Geld schijnt geen waarde voor hem te hebben,
+hij verkwist het, hij werpt het weg om zijn tocht te bespoedigen.
+
+Het is geen koopman die voor zijne zaken reist. Het is geen mandarijn,
+die door den minister met eene gewichtige zending is belast. Het is
+geen kunstenaar die de schoonheden der natuur opspoort. Het is geen
+geleerde, geen navorscher, die oude documenten zoekt, in tempels of
+kloosters van het oude China verspreid. Het is geen student, die in
+den tempel der examens moet opgaan om er een wetenschappelijken graad
+te behalen, geen priester van Bouddha, die inspectie moet houden over
+de kleine landelijke altaren, opgericht tusschen de wortels van den
+heiligen vijgeboom, noch een priester, die ter vervulling van een
+belofte een tocht maakt naar een der vijf heilige bergen van het
+Hemelsche Rijk.
+
+Het is de gewaande Ki-Nan, vergezeld door Fry-Craig, altijd vol ijver,
+en gevolgd door Soun die hoe langer hoe vermoeider wordt. Het is Kin-Fo
+die altijd nog verkeert in die zonderlinge gemoedsstemming, welke hem
+er toe dreef te vluchten, en te gelijk den spoorloos verdwenen Wang
+te zoeken. Het is de cliënt van _de Eeuw_ die van dit onophoudelijk
+heen- en weertrekken afleiding verwacht, en misschien een waarborg
+tegen de onbekende gevaren waardoor hij bedreigd wordt. Ook de beste
+schutter loopt de kans, dat hij een zich steeds bewegend doel mist
+en Kin-Fo wenschte zulk een doel te zijn.
+
+De reizigers hadden te Nan-King weder plaats genomen op een, van
+de vlugge Amerikaansche stoombooten, groote drijvende hotels die de
+Blauwe Rivier bevaren. Zestig uur later stapten zij te Ran-Kéou aan
+wal, niet voordat zij die grillige rots bewonderd hadden, de »Kleine
+Wees", die zich midden in den stroom der Yang-tze-Kiang verheft,
+en op welks top zich trotsch een tempel verheft, waarin de dienst
+door Chineesche priesters verricht wordt.
+
+Te Ran-Kéou, aan de samenvloeiing gelegen van de Blauwe Rivier en
+zijne voornaamste bijrivier, de Ran-Kiang, [7] bleef onze zwerver
+een halven dag stil.
+
+Daar was men omringd door allerlei, niet te herstellen overblijfselen
+uit den tijd der Taï-pings; maar noch in deze handelstad, die als 't
+ware slechts een aanhangsel is van Rang-Yang-Fou, op den rechter-oever
+van de zijrivier, noch te Ou-Tchang-Fou hoofdstad van de provincie van
+Rou-Pé aan den rechteroever van den stroom zelf, was iets te bespeuren
+van den spoorloos verdwenen Wang. Ook zag men er geen letters als
+die, welke Kin-Fo te Nan-King op het graf van den gekroonden priester
+had gevonden.
+
+Als Craig en Fry zich hadden voorgesteld dat zij, op hunne reis door
+China, eenige kennis op zouden doen van land en zeden, zouden zij zich
+spoedig bedrogen gevonden hebben. Zelfs de tijd zou hun ontbroken
+hebben om aanteekeningen te maken en hunne indrukken zouden zich
+bepaald hebben tot eenige namen van steden en sterkten. Maar zij waren
+niet nieuwsgierig en snapachtig evenmin. Zij spraken bijna nooit met
+elkander. Waarvoor zou dat ook gediend hebben! Hetgeen Craig dacht,
+was ook de meening van Fry. Het zou een soort van alleenspraak geworden
+zijn. Zij letten dan ook, evenmin als hun cliënt, op het tweeslachtig
+voorkomen van het grootste aantal der Chineesche steden--bijna
+uitgestorven in het midden en druk in de voorsteden. Ternauwernood
+bespeurden zij te Ran-Kéou het Europeesche gedeelte, kenbaar aan de
+breede en rechte straten, de bevallige gebouwen en den schaduwrijken
+wandelweg, die zich langs de oevers van de Blauwe Rivier uitstrekt. Zij
+keken alleen uit naar één persoon en die persoon bleef onzichtbaar.
+
+De stoomboot kon, dank zij den was dien de wateren van den Ran-Kiang
+deed stijgen, deze zijrivier nog circa honderd dertig mijlen tot aan
+Leo-Ro-Kéou opstoomen.
+
+Kin-Fo was er de man niet naar om dit soort van vervoermiddel,
+'t welk hem zeer behaagde, te verlaten. Integendeel, hij stelde er
+prijs op zoover te gaan als de Rang-Kiang bevaarbaar was. Eenmaal
+daar gekomen, zou hij nader zien. Craig en Fry hadden er niets tegen
+dat de tocht aldus voortgezet werd. De bewaking was aan boord zeer
+gemakkelijk, de gevaren minder dreigend. Als zij verder kwamen, op
+de minder veilige wegen van midden-China, zou het heel wat anders zijn.
+
+Wat Soun betreft, het leven aan boord beviel hem uitstekend. Hij
+behoefde niet te loopen, hij behoefde niets te doen, zijn meester
+kon hij overlaten aan de goede zorgen van Craig-Fry, hij kon zich,
+na flink gegeten en gedronken te hebben, rustig in zijn hoekje
+uitstrekken om te slapen en het eten was uitmuntend.
+
+Eene verandering in de voeding aan boord, die eenige dagen later
+inviel, moest ieder ander dan dezen stoffel er opmerkzaam op gemaakt
+hebben dat er eene wijziging gekomen was in de aardrijkskundige
+gesteldheid der reizigers.
+
+Bij den maaltijd werd de plaats van de rijst ingenomen door het koren,
+in den vorm van ongerezen broodjes, die, als men ze versch gebruikte,
+zeer aangenaam van smaak waren.
+
+Soun betreurde, als een Chinees uit het zuiden, zijne gewone rijst. Hij
+kon met zijne kleine stokjes zoo behendig manoeuvreeren, als hij de
+korrels uit den schotel in zijn grooten mond bracht, en hij kon zulke
+geduchte hoeveelheden naar binnen werken! Rijst en thee, wat heeft
+een waar zoon van het Hemelsche Rijk meer noodig!
+
+De stoomboot bleef de Rang-Kiang opvaren en was de grens van het koren
+genaderd. Men bespeurde dat men in hooge streken gekomen was. Aan den
+gezichteinder zag men eenige bergen met sterkten gekroond, gesticht
+onder de oude dynastie der Mings. De dijken, die de wateren van de
+rivier binnen hare bedding hielden, verdwenen, de oevers werden lager
+en het bed der rivier werd breeder maar verminderde in diepte. Men
+was het gebied van Guan-Lo-Fou genaderd.
+
+Kin-Fo ging niet aan wal gedurende de weinige uren die noodig waren om
+bij de gebouwen der douanen, nieuwe brandstof aan boord te nemen. Wat
+had hij te maken in een stad, die hem geheel onverschillig was? Nu hij
+er niet in kon slagen Wang op het spoor te komen, had hij slechts eene
+begeerte: zich dieper in noordelijk China te begeven, waar hij wel
+geen kans had Wang te vinden, maar waar deze hem ook niet treffen zou.
+
+Na Guan-Lo-Fou deed men twee steden aan, tegenover elkander gelegen,
+het eene de handelstad Fan Tcheng op den linkeroever; en de hoofdstad
+Siang-Yang-Fou op den rechteroever; de eerste vol beweging en verkeer,
+de laatste, de verblijfplaats van de autoriteiten, meer dood dan
+levend.
+
+En na Fan Tcheng bleef de Ran-Kiang, met een rechten hoek noordwaarts
+buigende, nog tot Lao-Ro-Kéou bevaarbaar. Daar kon de stoomboot,
+wegens gebrek aan water, niet verder.
+
+Eenmaal te Lao-Ro-Kéou gekomen, moest er een groote verandering in
+de reisplannen worden gemaakt. Men moest de stroomen »die loopende
+wegen," verlaten en zichzelf voortbewegen of althans de zacht
+schommelende beweging van de boot verwisselen met de schokken, het
+gekraak en gestoot van de ellendige voertuigen, die in het Hemelsche
+Rijk in gebruik zijn. Ongelukkige Soun! De tijd der beslommeringen,
+vermoeienissen, berispingen was voor hem aangebroken!
+
+En waarlijk, hij die Kin-Fo op dezen avontuurlijken zwerftocht, van
+gewest tot gewest, van stad tot stad wilde volgen, zou een zwaar werk
+ondernomen hebben! Den eenen dag reisde hij per wagen, maar welk een
+wagen! Een bak, stevig bevestigd op twee wielen met groote ijzeren
+spijkers voorzien en getrokken door twee weerbarstige muilezels,
+terwijl men alleen door een linnen huif bedekt was voor de regenvlagen
+en zonnestralen! Een anderen dag kon men hem zien uitgestrekt in een
+soort van stoel, die tusschen twee lange bamboezen stokken hing en
+aan zulk hevig slingeren en stampen was blootgesteld, dat het voor
+een vaartuig in al zijne spanten en inhouten een vreeselijk gekraak
+zou gegeven hebben.
+
+Craig en Fry bevonden zich als aides-de-camp naast de portieren,
+op een paar ezels gezeten, die zoo mogelijk nog meer schudden en
+schommelden dan de stoel. Wat Soun betreft, hij ging te voet en als
+de marsch wat snel ging, al brommende en vloekende, en zich, meer dan
+goed voor hem was, verkwikkende aan den brandewijn van Kao-Liang. Ook
+hij ging dan met zonderlinge slingeringen voorwaarts, maar dit was
+niet te wijten aan de oneffenheden van het terrein! Kortom, de stoet
+ware op een onstuimige zee niet meer geschud geworden.
+
+Kin-Fo en zijne metgezellen deden te paard--dieren waarvan de wederga
+in ellende nauwelijks te vinden was--hun intocht te Si-Gnan-Fou,
+de oude hoofdstad van het Hemelsche Rijk, en waar de keizers uit de
+dynastie der Tangs eertijds hun zetel hadden gevestigd.
+
+Maar welke onafzienbare naakte en droge vlakten had men niet moeten
+doortrekken, wat al vermoeienissen, ja zelfs gevaren, had men niet
+doorworsteld eer deze afgelegen provincie van Chen-Li bereikt was!
+
+De Meizon wierp, op een breedte, ongeveer overeenstemmende met 't
+zuiden van Spanje, bijna onuitstaanbaar heete stralen op het aardrijk,
+en dreef het fijne stof der wegen, die nooit met steenen hadden kennis
+gemaakt, omhoog.
+
+Als men door zulk een gelen wervelwind werd overdekt, die de lucht als
+met een ongezonden damp verpestte, kon men er op rekenen van boven tot
+beneden in het grijs gestoken te worden. Men was daar in de streek van
+de "Loess," een zonderling soort van geologische formatie, eigen aan
+'t noorden van China; 't is geen aarde en ook geen rots, maar een
+soort van steen, dat nog niet tot een vasten toestand gekomen is.
+
+De gevaren die men te doorstaan had, waren niet van denkbeeldigen aard
+in een land, waar de politiedienaars eene buitengewone vrees koesteren
+voor de messen van de dieven. Als men bedenkt, dat de »tipaos" in
+de steden aan de schurken vrij spel laten en de bewoners aldaar zich
+des nachts zelfs niet op de drukst bewoonde gedeelten durven begeven,
+kan men er over oordeelen hoe het op de wegen gesteld is! Meermalen
+werden de reizigers door verdachte troepen aangehouden, als zij de
+nauwe holen, diep tusschen de »loess"-lagen uitgegraven, doortrokken;
+maar het zien van Craig-Fry met den revolver in den gordel, had de
+straatroovers tot nog toe altijd eerbied ingeboezemd. Toch waren
+de agenten van _de Eeuw_ herhaaldelijk in groote onrust, minder
+voor zichzelf dan wel voor het millioen, dat aan hunne zorg was
+toevertrouwd. Of Kin-Fo door het mes van een boosdoener of door den
+dolk van Wang viel, was voor hen hetzelfde. De slag toch zou in ieder
+geval de maatschappij treffen.
+
+Kin-Fo was overigens niet minder goed gewapend en even vast besloten
+zich te verdedigen. Hij hechtte meer dan ooit aan het leven en hij
+zou, om de uitdrukking van Craig-Fry te bezigen, »zich hebben laten
+dooden om het te behouden."
+
+'t Was niet waarschijnlijk dat men te Si-Gnan-Fou eenig spoor zou
+vinden van den philosoof. Nooit zou een oude Taï-ping op de gedachte
+gekomen zijn daar een schuilplaats te zoeken. 't Is een stad welker
+wallen nooit door de opstandelingen zijn bemachtigd en die door een
+talrijk garnizoen is bezet. Alleen iemand die een bijzonderen smaak
+had voor archaeologische merkwaardigheden, in de plaats zeer talrijk,
+of die ervaren was in het uitleggen van de meest geheimzinnige
+spreuken--het museum aldaar »het bosch der tafelen" geheeten, was
+er rijk aan--kon roeping gevoelen daarheen te gaan. 't Was niet
+waarschijnlijk dat Wang er zou zijn.
+
+Daarom verliet Kin-Fo dan ook, den dag na zijne aankomst, deze stad,
+een gewichtig punt voor den handel tusschen midden-Azië, Thibet,
+Mongolië en China, en zette den tocht verder noordwaarts voort.
+
+Langs Kao-Lin-Sien, Sing-Tong-Sien, den weg door het dal van de
+Quei-Ro, welker wateren met het gele stof van de »loess," door welks
+bodem zij liep, bedekt waren, kwam de kleine troep te Roua-Tchéou
+aan, het brandpunt van den geweldigen opstand der Muzelmannen
+in 1860. Vandaar bereikte Kin-Fo en zijne gezellen, nu eens per
+vaartuig, dan weder per wagen, niet zonder groote vermoeienissen,
+de vesting Tong-Kouan, aan de samenvloeiing van de Quei-Ro en de
+Rouang-Ro gelegen.
+
+De Rouang-Ro is de vermaarde Gele rivier. Zij daalt van het noorden af
+om zich, door de oostelijke provinciën, in de zee te storten die haren
+naam draagt, zonder daarom geel te zijn, evenmin als de Roode zee rood,
+de Witte zee wit of de Zwarte Zee zwart is. De stroom is beroemd, en
+ongetwijfeld van Hemelschen oorsprong, wijl zijn kleur die is van den
+keizer, Zoon van den Hemel; maar hij wordt ook »China's leed" geheeten,
+een naam dien hij dankt aan de geduchte overstroomingen, waardoor voor
+'t oogenblik het Keizer-kanaal in ontredderden toestand verkeert.
+
+Te Tong-Kouan zouden de reizigers, zelfs des nachts, veilig geweest
+zijn. Het is geen handelstad, maar een militaire plaats, en bewoond,
+niet tijdelijk maar als vaste verblijfplaats, door de Mantsjoersche
+Tartaren, de keurtroepen van het Chineesche leger! Misschien was
+Kin-Fo voornemens er eenige dagen rust te nemen. Misschien zou hij er
+in een hotel eene goede kamer, eene goede tafel, een goed bed gezocht
+hebben--'t geen zeker noch aan Craig-Fry, noch vooral aan Soun zou
+hebben mishaagd.
+
+Maar deze onhandige snaak, die bij deze gelegenheid een paar duim van
+zijn staart moest missen, had de onvoorzichtigheid om bij de douanen
+in plaats van den aangenomen naam, den waren naam zijns meesters te
+noemen. Hij vergat dat hij de eer had niet Kin-Fo, maar Ki-Nan te
+dienen. Welk een uitbarsting! De vergissing verplichtte den reiziger
+onmiddellijk te plaats te verlaten. Zijn naam had reeds het noodige
+effect gemaakt. De beroemde Kin-Fo was te Tong-Kouan aangekomen. Men
+wilde dien man zien, »wiens eenigste wensch was honderd jaar oud
+te worden!"
+
+De getergde reiziger slaagde er ternauwernood in zich met zijne beide
+bewakers en zijn knecht door de vlucht te onttrekken aan de massa
+nieuwsgierigen, die als uit den grond oprezen. Te voet, ditmaal te
+voet! beklom hij de steile oevers der Gele rivier, en hij liep door
+totdat zijne metgezellen en hij zelf van vermoeienis neervielen in
+een klein dorp, waar zijne volslagen onbekendheid hem wel eenige uren
+van rust waarborgde.
+
+Soun, thans geheel uit het veld geslagen, durfde zijn mond niet meer
+opendoen. Thans was hij, met den belachelijken rattenstaart, die
+hem nog slechts overbleef, het voorwerp der algemeene opmerkzaamheid
+en der onaangenaamste bespotting! De straatjongens wezen hem na en
+vervolgden hem met allerlei zoutelooze grappen.
+
+Hij verlangde dus wel naar het einde der reis. Doch waar was dat
+einde? Had zijn meester niet zelf aan den heer William J. Bidulph
+verklaard dat hij niet ophouden zou zoolang er nog een weg vóor
+hem lag?
+
+In het dorpje, op twintig _lis_ [8] van Tong-Kouan, waar Kin-Fo zich
+verborgen had, was niets te krijgen; geen paarden, geen ezels, geen
+wagens, geen draagstoelen. Er bleef niets anders over dan terug te
+keeren of te voet verder te gaan. Dat was juist niet bevorderlijk om
+den leerling van den philosoof Wang in een gelijkmatig humeur te houden
+en hij bracht bij deze gelegenheid de lessen van zijn leermeester
+dan ook slecht in practijk. Hij beschuldigde iedereen, terwijl hij
+eigenlijk met zichzelf had moeten beginnen. Och, wat betreurde hij den
+tijd toen zijn leven zoo kalm daarheen ging! Moest hij, om het geluk te
+kunnen waardeeren, verdriet, ongeluk en kwelling gekend hebben, zooals
+Wang zeide, thans had hij aan deze laatste zaken waarlijk geen gebrek.
+
+En dan ook had hij op zijn tocht vele brave menschen ontmoet die geen
+duit bezaten, maar toch gelukkig waren! Hij was in de gelegenheid
+geweest de verschillende soorten van geluk op te merken, die verkregen
+worden door den met vreugde verrichten arbeid.
+
+Hier waren het landbouwers over hun arbeid gebukt; daar ambachtslieden,
+die al zingende hunne gereedschappen hanteerden. Het was immers juist
+aan het gebrek aan arbeid dat Kin-Fo het gebrek aan begeerten en
+bij gevolg, het gebrek aan geluk hier beneden te danken had! O! 't
+Was een goede les! Hij meende het althans!!... Neen! vriend Kin-Fo,
+toch was het zoo niet!
+
+Met veel moeite en na herhaalde mislukte pogingen slaagden Craig en
+Fry er ten slotte in een voertuig te vinden, het eenige dat het dorp
+bezat. Het was slechts geschikt voor een enkelen persoon en er was
+niemand om het in beweging te brengen.
+
+Het was een kruiwagen--Pascal's kruiwagen,--en misschien reeds vóór
+hem uitgevonden door de vernuftige Chineezen, die ook het buskruit,
+het schrift, het kompas en de vliegers uitvonden. Maar in China is het
+groote wiel niet voor aan den wagen, doch midden er onder geplaatst,
+evenals het rad bij zekere booten. De wagen is daardoor in twee
+deelen verdeeld, één voor den reiziger om zelf plaats in te nemen,
+het andere voor zijn bagage.
+
+Dit voertuig kan alleen door een mensch in beweging gebracht worden,
+die het voortduwt en niet voortsleept. Die dit doet staat dus achter
+den reiziger, evenals de voerman van een Engelsche cab, en beneemt
+hem het vrije uitzicht niet. Als de wind gunstig, dat wil zeggen
+achter het rijtuig is, maakt hij, die den wagen duwt, gaarne van deze
+kostelooze beweegkracht gebruik. Hij zet er een mast en een zeil op,
+en als het goed waait, dan behoeft hij niet te duwen, dan wordt hij
+integendeel zelf voortgetrokken--en somtijds sneller dan hem lief is.
+
+Het voertuig werd gekocht met al wat er bij behoorde en Kin-Fo nam
+er plaats in. De wind was gunstig en het zeil werd geheschen.
+
+»Komaan Soun!" riep Kin-Fo.
+
+Soun maakte zich gereed om plaats te nemen in de tweede afdeeling.
+
+»Ben je mal! Achter den wagen en duwen", beval Kin-Fo op een toon,
+die geen tegenspraak toeliet.
+
+»Mijnheer.... wat.... ik!" riep Soun uit en hij voelde zijne knieën
+reeds knikken, als een paard dat overwerkt is.
+
+»'t Is je eigen schuld; 't is een gerechte straf voor je
+onbescheidenheid en babbelzucht."
+
+»Komaan Soun!" voegden Craig en Fry er bij.
+
+»Achter den wagen en duwen!" herhaalde Kin-Fo, met een
+veelbeteekenenden blik op het eindje staart dat den ongelukkige nog
+over bleef. »En pas op dat je niet struikelt, of anders..."
+
+Een gebaar met wijs- en middenvinger vulde den zin aan. Soun deed
+den draagband over zijne schouders en greep de berrie met beide
+handen. Craig en Fry namen hunne plaats aan weerszijden in en daar
+er een frissche bries woei, ging de stoet op een sukkeldrafje vooruit.
+
+Het is onmogelijk om de sprakelooze woede van Soun te beschrijven,
+nu hij als paard dienst moest doen, en zelfs de omstandigheid dat
+Craig of Fry somtijds zijne plaats innam, kon er hem niet mede
+verzoenen. Zeer gelukkig bleef de zuidenwind hun bijna voortdurend
+getrouw, 't geen hun drie-vierde van het werk uitwon. De kruiwagen
+stond goed in evenwicht en de man die duwde behoefde eigenlijk alleen
+te sturen en te zorgen dat men niet van den weg afdwaalde.
+
+Op deze wijze trok Kin-Fo door de noordelijke provinciën van China,
+loopende als hij wat stijf in zijne beenen geworden was, zich latende
+rijden als hij behoefte gevoelde om weder te rusten.
+
+Na langs de steden Houan-Fou en Ca-Fong gegaan te zijn, kwam hij aan
+de steile overs van het Groote Keizers-kanaal, dat nauwelijks twintig
+jaar geleden, voordat de Gele Rivier weder in haar oude bedding
+teruggekeerd was, een schoonen waterweg vormde van een paar honderd
+uur ver, die van Sou-Tchéou, het land der thee, tot Peking liep.
+
+Hij kwam zoo door Tsinan en Ho-Kien in de provincie Té-Tché-li,
+waarin Peking ligt, de viervoudige hoofdstad van het Hemelsche Rijk.
+
+Zoo trok hij door Tien-Tsin, dat door een ringmuur en twee forten
+beschermd wordt, eene groote stad van vierhonderdduizend inwoners
+met een schoone haven die door de Peï-Ho en het Keizerskanaal
+gevormd wordt en waar jaarlijks een zeventig millioen omgezet
+wordt door den invoer van katoen uit Manchester, wollen goederen,
+koper- en ijzerwerk, Duitsche lucifers, sandelhout enz. enz. en den
+uitvoer van jujubes, bladeren van waterlelies, Tartaarsche tabak en
+dergelijke artikelen. Kin-Fo dacht er echter zelfs niet aan om in dit
+zonderlinge Tien-Tsin de beroemde pagode der helsche straffen te gaan
+bezoeken; hij deed geen wandeling in de oostelijke voorstad door de
+vermakelijke Lantaarnstraat en die der Oude-kleeren; hij ontbeet niet
+in de restauratie »de Harmonie en de Vriendschap" van den muzelman
+Léou-Lao-Ki, wiens wijnen beroemd zijn in spijt van Mahomets verbod;
+hij onthield zich natuurlijk een zijner groote roode naamkaarten af
+te geven op het paleis van Li-Tchong-Tang, onderkoning der provincie
+sedert 1870, lid van den geheimen raad en den raad van 't keizerrijk,
+die het recht heeft om een geel vest te dragen en den titel voert
+van Fei-Tzé-Chao-Pao.
+
+Neen, Kin-Fo steeds in zijn kruiwagen en Soun er achter, trokken
+langs de kaden waar bergen van zoutzakken lagen; zij gingen door de
+voorsteden, de Engelsche en Amerikaansche nederzettingen, het renperk,
+de velden met sorgho, rogge, Turksch koren, met wijngaarden en groenten
+van allerlei aard; door de vlakten waar men talrijke hazen, patrijzen
+en kwartels zag, aanhoudend vervolgd door steen- en andere valken. Het
+viertal vervolgde den klinkerweg naar Peking, die vier en twintig
+uur lang en met boomen beplant is en zoo kwamen zij gezond en wel te
+Tong-Tchéou aan, Kin-Fo altijd nog tweehonderdduizend dollars waard,
+Craig en Fry zoo frisch als bij het begin der reis, Soun aamborstig,
+kreupel en met een staart die nauwelijks nog op dien naam aanspraak
+mocht maken.
+
+Het was 19 Juni. De aan Wang toegestane termijn verliep eerst over
+zeven dagen!
+
+Waar was Wang?
+
+
+
+
+
+XIII.
+
+ Waarin men kennis maakt met het beroemde »Klaaglied van de
+ vijf waken des Honderdjarigen."
+
+
+»Mijnheeren," sprak Kin-Fo tot zijne beide trouwe bewakers, toen de
+kruiwagen stilhield in de voorstad van Tong-Tchéou, »wij zijn nog
+slechts veertig _lis_ [9] van Peking af en ik ben van plan hier te
+blijven totdat de termijn van de met Wang gemaakte afspraak verstreken
+is. In deze stad van vierhonderd duizend zielen, zal ik gemakkelijk
+onbekend kunnen blijven, als Soun althans gelieft te onthouden dat hij
+in dienst is bij Ki-Nan, een eerzaam koopman uit de provincie Chen-Si."
+
+Neen, dat zou Soun niet meer vergeten! Zijn onhandigheid had hem
+de laatste acht dagen een paarden-baantje bezorgd en hij hoopte dat
+mijnheer Kin-Fo...
+
+»Ki".., begon Craig.
+
+»Nan" vulde Fry aan.
+
+... hem voortaan niet meer daarmede straffen zou. En nu had hij,
+met het oog op de vele vermoeienissen die hij doorstaan had, slechts
+één verzoek aan mijnheer Kin-Fo...
+
+»Ki"... herhaalde Craig.
+
+»Nan" voegde Fry er bij.
+
+... en dat was of hij nu minstens eens tweemaal vier en twintig uur
+onafgebroken slapen mocht.
+
+»Acht dagen, als je wilt!" antwoordde Kin-Fo. »Als je slaapt dan zijn
+wij althans zeker, dat je je niet verpraten kunt!"
+
+Kin-Fo en zijn gevolg gingen toen een goed hotel opzoeken en daaraan
+was in Tong-Tchéou geen gebrek. Deze groote stad is als het ware een
+der voorsteden van Peking. De tegelweg die naar de hoofdstad leidt is
+geheel bebouwd met villa's, woonhuizen, boerderijen, graven, kleine
+pagoden en tuinen, en er is aanhoudend een zeer drukke passage van
+rijtuigen, ruiters en voetgangers.
+
+Kin-Fo was in de stad bekend en liet zich naar de Taè-Ouang-Miao,
+»den Tempel der souvereine Vorsten", brengen. Het was eigenlijk een
+klooster, tot hotel ingericht, waar de vreemdelingen een zeer goed
+logies konden vinden.
+
+Kin-Fo, Craig en Fry maakten het er zich dadelijk huiselijk, de
+beide agenten in een kamer die onmiddellijk aan die van hun kostbaren
+reisgenoot grensde. Soun verdween om aan zijn slaaplust bot te gaan
+vieren en werd vooreerst niet teruggezien.
+
+Een uur later verlieten Kin-Fo en zijne trawanten hunne kamers om te
+ontbijten en te beraadslagen over hetgeen hun nu te doen stond.
+
+»Eerst moeten wij", meenden Craig en Fry, »de courant inzien, of er
+ook iets in staat dat ons raakt."
+
+»Je hebt gelijk", sprak Kin-Fo, »misschien lezen wij er in wat er
+van Wang geworden is."
+
+Zij verlieten dus het hotel. Uit voorzorg liepen Craig en Fry aan
+weerszijden van Kin-Fo, al de voorbijgangers nauwkeurig in het oog
+houdende en zorgende dat niemand hem naderen kon. Zij gingen zoo door
+de nauwe straten der stad en kwamen op de kade, waar een nommer der
+Staatscourant gekocht en gretig doorgekeken werd.
+
+Er stond niets in, dan de uitloving van 2000 dollars of 1300 taëls
+aan hem, die William J. Bidulph wist te zeggen waar de heer Wang uit
+Shang-Haï op dit oogenblik was.
+
+»Hij is dus nog niet voor den dag gekomen", sprak Kin-Fo.
+
+»Hij heeft dus de voor hem bestemde advertentie niet gelezen",
+antwoordde Craig.
+
+»Hij meent dus nog altijd dat hij verplicht is zijn u gegeven woord
+te houden", voegde Fry er bij.
+
+»Maar waar kan hij zijn?" riep Kin-Fo uit.
+
+»Gelooft u dat uw leven gedurende den nog overigen tijd van den
+termijn meer gevaar loopt dan vroeger?" vroegen Craig en Fry.
+
+»Ongetwijfeld", antwoordde Kin-Fo. »Wang weet niet welke verandering
+er in mijn omstandigheden gekomen is, hij kan zich dus niet van zijn
+woord ontslagen rekenen. Morgen en overmorgen loopt mijn leven dus
+meer gevaar dan heden en over zes dagen meer dan ooit."
+
+»Maar als de termijn is verstreken?"
+
+»Dan heb ik niets meer te vreezen."
+
+»Welnu mijnheer", antwoordden Craig-Fry. »Er zijn maar drie middelen,
+om u voor de volgende zes dagen aan elk gevaar te onttrekken."
+
+»En welk is het eerste?" vroeg Kin-Fo.
+
+»Naar uw hotel terug te gaan en uw kamer niet te verlaten voordat de
+termijn verstreken is."
+
+»En het tweede?"
+
+»U als misdadiger in hechtenis te laten nemen, opdat u veiligheid
+vindt achter de muren der gevangenis van Tong-Tchéou."
+
+»En het derde?"
+
+»Te veinzen dat u gestorven zijt en niet weder te herleven voor dat
+alle gevaar voorbij is."
+
+»Ge kent Wang niet, mijneheeren," riep Kin-Fo uit. »Wang zou wel een
+middel vinden om in mijn hotel of mijn gevangenis binnen te dringen;
+hij zou mij zelfs in mijn graf wel weten te vinden! Dat hij mij tot
+nog toe niet gedood heeft is alleen te danken aan het feit, dat hij dit
+niet heeft gewild, dat hij mij het genoegen der ontroering niet heeft
+willen benemen! Wie weet welk motief hij gehad heeft? In elk geval
+zal ik liever van de door u voorgeslagen middelen geen gebruik maken.
+
+»Maar wacht eens.... misschien...." begon Craig.
+
+»Zouden wij niet....?" ging Fry voort.
+
+»Mijnheeren", viel Kin-Fo hen in de rede, »ik zal doen wat ik goed
+vind. Al stierf ik vóór 25 dezer, wat beteekent dan nog het verlies
+voor uw maatschappij?"
+
+»Tweemaal honderdduizend dollars", antwoordden Craig-Fry.
+
+»En ik verlies mijn geheele vermogen, om van mijn leven niet eens te
+spreken. U ziet dus dat ik veel meer bij de zaak betrokken ben dan u!"
+
+»Dat is zoo!"
+
+»Gaat u dus voort met voor uw belangen te waken, dat moogt u; maar
+ik ga mijn eigen weg."
+
+Er was niets tegen in te brengen. Craig en Fry moesten dus hunne
+waakzaamheid verdubbelen, want zij gevoelden dat de zaak elken dag
+ernstiger werd.
+
+Tong-Tchéou is een der oudste steden van het Hemelsche Rijk. Zij is
+gelegen aan een gekanaliseerden arm van den Peiho en aan den mond van
+een ander kanaal, dat tot verbinding strekt met Peking, waardoor het
+een middelpunt is geworden van een zeer levendig handelsverkeer. De
+voorsteden zijn dan ook buitengewoon druk.
+
+Deze levendigheid troffen Kin-Fo en zijne beide reismakkers nog meer,
+toen zij op de kade waren gekomen en daar de samenstrooming zagen
+van tal van vaartuigen van allerlei aard.
+
+Craig en Fry waren, alles goed overdenkende, tot de conclusie
+gekomen, dat zij het veiligste waren in het midden eener drukke
+bevolking. De dood van hun cliënt zou in elk geval aan een zelfmoord
+worden toegeschreven. De brief, dien men bij hen moest vinden,
+zou daaromtrent geen twijfel overlaten. Wang zou dus alleen onder
+bepaalde omstandigheden tot den doodelijken stopt overgaan en deze
+boden zich niet zoo gemakkelijk aan op de druk bezochte straten van
+een stad. Daar behoefde men niet voor een onverwachten slag bevreesd
+te zijn. Het kwam er voor alles op aan te weten of de Taï-ping er,
+door eene zeldzame behendigheid, ook in geslaagd was hun spoor te
+volgen, sinds hun vertrek van Shang-Haï. Zij gaven hunne bogen dan
+ook weinig rust.
+
+Eensklaps werd een naam uitgesproken, die wel in staat was hun aandacht
+te trekken.
+
+»Kin-Fo! Kin-Fo!" riepen onderscheidene kleine Chineezen, terwijl zij,
+midden in al de drukte, springende in de handen klapten.
+
+Was Kin-Fo herkend en had zijn naam de gewone uitwerking?
+
+Onze held stond eensklaps stil.
+
+Craig-Fry plaatsten zich naast hem, om hem, zoo noodig, met hun
+lichaam tot beschutting te zijn.
+
+Maar die kreten golden Kin-Fo niet. Niemand scheen te vermoeden dat
+hij daar was. Hij bewoog zich dus niet en wachtte, nieuwsgierig waarom
+men zijn naam had uitgesproken, den loop der zaken af.
+
+Er had zich een groep mannen, vrouwen en kinderen rondom een reizend
+zanger geschaard, die zeer in de goede gunsten van het straatpubliek
+scheen te deelen. Men schreeuwde, klapte in de handen, en juichte
+hem reeds bij voorbaat toe.
+
+Toen de zanger een voldoend publiek om zich heen geschaard zag,
+haalde hij uit zijn kleed een groote rol voor den dag, met allerlei
+afbeeldingen beschilderd, en daarop klonk het op helderen toon:
+
+»_De vijf Nachtwaken van den Honderdjarige!_"
+
+Het was het beruchte treurdicht dat den tocht door China gemaakt had.
+
+Craig-Fry wilden hun cliënt medevoeren; maar Kin-Fo bleef ditmaal
+halsstarrig op de plaats waar hij stond. Niemand kende hem hier. Hij
+had nooit het geheele verhaal van zijne jammeren gehoord en maakte
+er zich een genoegen van dit nu eens te vernemen!
+
+De zanger van »de vijf Waken van den Honderdjarige" begon op deze
+wijze:
+
+»Bij de eerste wake verlicht de maan het puntige dak van het huis te
+Shang-Haï. Kin-Fo is nog jong. Hij is twintig jaar oud. Hij gelijkt
+een wilg, welks eerste bladeren zich ontplooien!"
+
+»Bij de tweede wake verlicht de maan den oostkant van de rijke
+yamen. Kin-Fo is veertig jaar oud. Zijne tienduizenden zaken slagen
+naar wensch. Zijne naburen verkondigen zijn lof."
+
+Het gelaat van den zanger verduisterde bij iedere strophe. Hij
+scheen ouder te worden onder het zingen. Van alle kanten weerklonken
+toejuichingen.
+
+Hij vervolgde:
+
+»Bij de derde wake verlicht de maan de vlakte. Kin-Fo is zestig jaar
+oud. Na de groene bladeren van den zomer komen de goudsbloemen van
+den herfst!"
+
+»Bij de vierde wake is de maan in het westen ondergegaan. Kin-Fo is
+tachtig jaar oud! Zijn lichaam is saamgekrompen als de kreeft in het
+kokende water! Hij vermindert, hij daalt met de ster van den nacht!"
+
+»Bij de vijfde wake wordt de naderende morgenstond door hanengekraai
+begroet. Kin-Fo is honderd jaar. Hij sterft, zijn levendigste wensch
+is vervuld; maar vorst Ien weigert hem te ontvangen. Vorst Ien is niet
+gesteld op zulke oude lieden, die zijn hof suf zouden maken! De oude
+Kin-Fo kan nergens rust vinden en zwerft tot den jongsten dag rond."
+
+De menigte juichte en de zanger verkocht honderden exemplaren van
+het treurlied tegen drie sapeken het stuk.
+
+Waarom zou Kin-Fo er zelf geen koopen? Hij haalde eenig geld uit den
+zak en stak zijn hand door den kring heen, die dicht rondom den zanger
+geschaard stond.
+
+Eensklaps opende zich zijn hand. De geldstukjes vielen op den grond...
+
+Vlak tegenover hem stond een man wiens blikken de zijne kruisten.
+
+»Ah!" riep Kin-Fo; hij kon dezen uitroep, half een vraag, half een
+kreet van verwondering niet smoren.
+
+Fry-Craig hadden hem omringd, meenende dat hij herkend, bedreigd,
+gewond, ja gedood was!
+
+»Wang!" riep hij.
+
+»Wang!" herhaalden Craig-Fry.
+
+Het was Wang in eigen persoon! Hij had zijn ouden leerling herkend;
+maar in plaats van zich op hem te werpen, duwde hij de personen
+die achter hem stonden weg en vluchtte, zoo snel zijne beenen hem
+dragen konden.
+
+Kin-Fo aarzelde geen oogenblik. Hij wilde een eind maken aan zijn
+ondragelijken toestand en vloog Wang achterna, op zijn beurt gevolgd
+door Fry-Craig, die hem niet vooruit wilden loopen,maar evenmin
+wilden achterblijven.
+
+Ook zij hadden den spoorloozen philosoof herkend en uit zijne verbazing
+afgeleid, dat hij evenmin verwachtte daar Kin-Fo te vinden als Kin-Fo
+dacht hem er te zien.
+
+Waarom nam Wang de vlucht? 't Was onverklaarbaar, maar het was zoo;
+hij liep alsof geheel de politie van het Hemelsche Rijk hem op de
+hielen zat.
+
+Het was een dwaze vervolging.
+
+»Ik ben niet geruïneerd! Wang, Wang! Niet geruïneerd!" schreeuwde
+Kin-Fo.
+
+»Hij is rijk, rijk!" herhaalden Fry-Craig.
+
+Maar Wang was te ver verwijderd om de woorden te verstaan die hem
+tot staan zouden gebracht hebben. Hij vloog de kade over, het kanaal
+langs en bereikte de westelijke voorstad.
+
+De drie vervolgers bleven hem nazetten, maar wonnen niet. Integendeel,
+de afstand tusschen hen en den vluchteling nam voortdurend toe.
+
+Een half dozijn Chineezen hadden zich bij Kin-Fo gevoegd, niet te
+vergeten een zestal tipaos, die niet anders konden vermoeden of hij,
+die zich zoo snel uit de voeten maakte, was een misdadiger.
+
+'t Was een vreemd schouwspel, die hijgende, schreeuwende, huilende
+troep, onderweg door talrijke vrijwilligers vergroot! Men had
+rondom den zanger duidelijk gehoord dat Kin-Fo den naam Wang had
+uitgesproken. Gelukkig had de philosoof niet geantwoord met dien
+van zijn leerling want dan zou geheel de stad de schreden van zulk
+een beroemd man hebben gevolgd. Maar de naam van Wang had voldoende
+werking uitgeoefend. Wang! dat was de geheimzinnige persoon, op
+wiens ontdekking zulk eene belangrijke som was gesteld! Men wist
+het. Zoo gebeurde het dat, terwijl Kin-Fo in den persoon van Wang
+zijn geheele vermogen van acht honderdduizend dollars naliep en
+Craig-Fry de twee honderdduizend dollars van de premie nazetten,
+de overigen al het mogelijke deden om de tien duizend dollars, die
+als premie was uitgeloofd, te verdienen; men zal toegeven dat hier
+niet zonder reden geloopen werd.
+
+»Wang! Wang! Ik ben rijker dan ooit!" schreeuwde Kin-Fo, zoo luidkeels
+als zijn snelle loop het toeliet.
+
+»Niet geruïneerd! niet geruïneerd!" herhaalden Fry-Craig.
+
+»Houdt hem! houdt hem!" gilde het gros der vervolgers, dat als een
+sneeuwbal voortdurend in omvang toenam.
+
+Wang hoorde niets. Met den elleboog tegen de borst geklemd, wilde
+hij geen kracht verliezen door te antwoorden, noch snelheid door het
+hoofd om te wenden.
+
+De voorstad was ten einde geloopen. Wang volgde den weg langs
+het kanaal. Op dien bijkans geheel verlaten weg had hij een vrij
+terrein. De snelheid van zijn loop nam nog toe; maar de inspanning
+van zijne vervolgers verdubbelde natuurlijk eveneens.
+
+Deze dolle wedloop duurde reeds omstreeks twintig minuten. Niemand kon
+voorspellen hoe hij eindigen zou. Toch scheen het dat de vluchteling
+een weinig verflauwde. De afstand, dien hij tusschen zich en zijne
+vervolgers had weten te behouden, verminderde.
+
+Wang gevoelde dat, nam een zijsprong en verdween achter een tempeltje,
+dat zich rechts van den weg bevond.
+
+»Tienduizend taëls voor wien hem in handen krijgt!" riep Kin-Fo.
+
+»Tienduizend taëls!" herhaalden Craig-Fry.
+
+»_Ya! ya! ya!_" gilden zij die in de voorhoede der vervolgers waren.
+
+Allen hadden zich rechts gewend, evenals de philosoof, en omringden
+den muur van den tempel.
+
+Wang was verdwenen. Hij volgde een nauw pad, dat dwars langs een
+bevloeiingskanaal liep en kwam, om zijne vervolgers het spoor nog
+meer bijster te maken, door een bocht weder op den heerweg terug.
+
+Maar daar bespeurde men hem weder en 't was duidelijk dat hij uitgeput
+was. Kin-Fo, Craig en Fry waren nog onverzwakt. Zij vlogen, en geen
+van hen die door de uitgeloofde taëls tot spoed werden aangespoord,
+kon op hen slechts eenige schreden winnen.
+
+De ontknooping naderde. Het was slechts een quaestie van tijd en van
+een betrekkelijk korten tijd--hoogstens enkele minuten.
+
+Allen, Wang, Kin-Fo, zijne reismakkers, waren op de plek gekomen, waar
+de groote weg den stroom doorsnijdt bij de beroemde brug van Palikao.
+
+Achttien jaar vroeger, 21 September 1860, zouden zij zich op dit
+punt van de provincie Pé-Tché-Li niet zoo vrij bewogen hebben. Toen
+was de groote weg met duizenden vluchtelingen, van alle soort als
+bezaaid. Het leger van generaal San-Ko-Li-Tzin, oom van den keizer,
+was door de Fransche bataljons teruggedreven en had halt gehouden op
+de brug van Palikao, dat prachtige bouwwerk met marmeren leuningen en
+aan beide zijden omgeven door een dubbele rij reusachtige leeuwen. Daar
+was het dat de Mantsjoerijsche Tartaren, zoo onvergelijkelijk dapper
+door hun fatalisme, door de Europeesche kanonnen werden weggemaaid.
+
+Maar nu was de brug, die nog de sporen van het gevecht toonde door
+de beschadigde standbeelden, toegankelijk.
+
+Wang betrad de brug, maar Kin-Fo slaagde er in, door de heftigste
+pogingen, hem nog meer te naderen. Slechts twintig stappen, vervolgens
+vijftien, eindelijk tien scheidden hen.
+
+Het was onnoodig meer woorden te verspillen om Wang tot staan te
+brengen. Hij hoorde ze niet of wilde ze niet hooren. Men moest hem
+grijpen, zoo noodig binden.... Daarna zou men tot verklaringen kunnen
+overgaan.
+
+Wang begreep dat men hem genaderd was; hij scheen met onverklaarbare
+halsstarrigheid liever zijn leven te willen wagen, dan van aangezicht
+tot aangezicht tegenover zijn leerling te staan. Met één sprong vloog
+hij over de leuning van de brug en stortte zich in den Peï-ho.
+
+Kin-Fo had een oogenblik halt gehouden en riep:
+
+»Wang! Wang!"
+
+Daarop nam hij op zijn beurt een sprong en:
+
+»Ik zal hem levend hebben!" klonk het, en hij wierp zich in den stroom.
+
+»Craig?" riep Fry.
+
+»Fry", zei Craig.
+
+»Tweehonderdduizend dollars in het water!"
+
+En beiden klommen over de leuning en sprongen in den vloed, om den
+ongelukkigen cliënt van de _Eeuw_ te helpen.
+
+Eenige van de vrijwilligers volgden hun voorbeeld. Het had veel van
+een rij clowns bij de oefening op de springplank.
+
+Maar zooveel ijver moest vruchteloos blijven. Kin-Fo, Fry-Craig en
+de overigen die door de premie waren uitgelokt, doken vruchteloos in
+den Peï-ho. Wang werd niet gevonden. Ongetwijfeld was de ongelukkige
+philosoof door den stroom medegevoerd.
+
+Zou Wang, toen hij zich in den stroom stortte, alleen getracht
+hebben te ontsnappen aan zijne vervolgers, of zou hij om een of
+andere geheimzinnige reden, een einde aan zijn leven hebben willen
+maken? Niemand kon het zeggen.
+
+Twee uur later hadden Kin-Fo, Craig en Fry, in verdrietige stemming,
+maar goed opgedroogd, verfrischt en opgeknapt, Soun wakker gemaakt
+uit het diepst van zijn slaap, en waren den weg naar Peking ingeslagen.
+
+
+
+
+
+XIV.
+
+ Waarin de lezer op zijn gemak vier steden voor een kan
+ doorwandelen.
+
+
+Pé-Tché-Li, de noordelijkste van China's achttien provinciën,
+is in negen departementen verdeeld. Een dezer departementen heeft
+Chun-Kin-Fo tot hoofdplaats, »de stad van den eersten rang die den
+hemel gehoorzaamt",--met andere woorden Péking.
+
+Als de lezer zich een Chineesche doos voorstelt, die een oppervlakte
+heeft van zesduizend hectaren en een omtrek van acht uren gaans,
+waarvan de onregelmatige brokken te zamen juist een rechthoek vormen,
+dan heeft men eenig denkbeeld van dat geheimzinnige Kambalu, van
+de hoofdstad van het Hemelsche Rijk, waarvan Marco Polo tegen het
+einde van de dertiende eeuw zulk eene vreemdsoortige beschrijving
+naar Europa overbracht.
+
+Péking bevat inderdaad twee afzonderlijke steden, die van elkander
+gescheiden zijn door een breeden boulevard en een versterkten muur;
+de eerste in den vorm van een rechthoekig parallellogram, is de
+Chineesche, de andere, bijna vierkant, is de Tartaarsche stad; deze
+bevat twee andere steden, de Gele stad, Hoang Tchin, en de Roode of
+Verboden stad, Tsen-Kin-Tching.
+
+Voorheen telde alles bij elkander meer dan twee millioen inwoners. Maar
+landverhuizing op groote schaal, een gevolg van vreeselijke ellende
+heeft dit cijfer tot hoogstens één millioen teruggebracht. Dit zijn
+namelijk de Tartaren en de Chineezen; voor de Muzelmannen kan men
+er nog tienduizend bijvoegen, terwijl er verder nog eene vlottende
+bevolking is die uit inboorlingen van Mongolië en Thibet bestaat.
+
+Het plan van de beide aan elkander sluitende steden gelijkt wel
+eenigszins op een reiskoffer, waarvan het eene deel de Chineesche en
+het andere de Tartaarsche stad kan voorstellen.
+
+Eene versterkte omheining van zes uur gaans in omtrek, veertig à
+vijftig voet hoog en breed, uitwendig met steenen bekleed, telkens om
+de tweehonderd meter door uitspringende torens verdedigd, omgeeft de
+Tartaarsche stad met eene prachtige met steenen bevloerde wandeling,
+en loopt uit in vier enorme hoekige bolwerken, waarvan het plat met
+wachten bezet is.
+
+Men ziet dat de Zoon des Hemels, de keizer, wel op zijne veiligheid
+bedacht is.
+
+In het midden der Tartaarsche stad, in de Gele stad met een
+oppervlakte van zeshonderd en zestig hectaren, afgesloten door
+acht poorten, ligt een zwarte berg, driehonderd voet hoog, een punt
+waarvan men de geheele stad kan overzien; voorts is er een prachtig
+kanaal, de Middenzee genaamd, waarover een marmeren brug ligt;
+twee Chineesche kloosters, de »pagode der Examens", de Pei-tha-sse,
+een klooster op een schiereiland gebouwd dat boven het heldere water
+van het kanaal schijnt te zweven, de Peh-Tang, een inrichting voor
+katholieke zendelingen, de keizerlijke pagode met haar prachtig dak
+van lazuurblauwe pannen, welluidende klokken en de groote tempel aan
+de voorouders der regeerende dynastie gewijd, de tempel der Geesten,
+die van den geest der Winden, die van den geest van den Bliksem, de
+tempel van den uitvinder van het zijdeweven, de tempel van den Heer
+des Hemels, de vijf Draken-paviljoenen, het klooster der Eeuwige Rust,
+en zooveel meer.
+
+Welnu, in het midden van dat vierkant ligt de Roode of Verboden stad,
+met een oppervlakte van tachtig hectaren en omringd door een gracht
+waarover zeven marmeren bruggen liggen. Het spreekt van zelf dat, daar
+de regeerende dynastie Mantsjoerijsch is, de eerste dezer drie steden
+voornamelijk bewoond wordt door eene bevolking van dezelfde afkomst;
+de tweede stad, die aan de buitenzijde, is meer door Chineezen bewoond.
+
+Men komt in het binnenste der Verboden stad, die omgeven is door een
+roodsteenen muur, bekroond met gele kapiteelen, door de poort der
+»Groote Zuiverheid", die alleen voor den Keizer en de Keizerinnen
+geopend wordt. Daar verheffen zich de tempels van de voorouders der
+Tartaarsche dynastie, beschermd door een veelkleurig dak; de tempels
+Che en Tsi, aan de aardsche en hemelsche geesten gewijd; het paleis der
+»Souvereine Overeenstemming", voor staatsieplechtigheden en officieele
+feesten bestemd; het paleis der »Gemiddelde Overeenstemming", waar
+de afbeeldsels hangen van de voorzaten des Keizers; het paleis der
+»Beschermende Overeenstemming", waarvan de middenzaal den keizerlijken
+troon bevat, het paviljoen van den Nei-Ko, waar de groote raad van
+het keizerrijk vergadert, onder voorzitterschap van prins Kong [10],
+minister van buitenlandsche zaken, oom van den vorigen Keizer; het
+paviljoen der letterkundige Bloemen, waar de keizer eenmaal 's jaars de
+heilige boeken komt verklaren; het paviljoen van Tchouane-Sine-Tiène,
+waar offerhanden aan de nagedachtenis van Confucius gebracht worden;
+de Keizerlijke bibliotheek; het bureau der Geschiedschrijvers;
+de Vou-Igne-Tiène, waar de koperen en houten platen bewaard worden
+die voor de keizerlijke drukkerij dienen; de werkplaatsen waar de
+hofkleederen worden vervaardigd; het paleis der »Hemelsche Zuiverheid"
+waar de familiezaken behandeld worden; het paleis van het »Hoogste
+Aardsche Element", waar de jonge Keizerin gehuldigd werd; het paleis
+der »Overpeinzing", waarin de souverein zich afzondert als hij ziek is;
+de drie paleizen waarin de kinderen des Keizers opgevoed worden; de
+tempel der overleden bloedverwanten; de vier paleizen die tot verblijf
+strekken aan de weduwen en vrouwen van Hien-Fong, die in 1861 overleed;
+de Tchou-Siéou-Kong, de woonplaats van 's Keizers echtgenooten;
+het paleis der »Uitverkoren Goedheid"; de officieele receptie-zaal
+der hofdames; het paleis der »Algemeene Stilte", een zonderlinge naam
+voor een school, bestemd voor kinderen van hooggeplaatste officieren;
+het paleis van »de Zuivering en het Vasten"; het »Gitzuivere Paleis",
+bewoond door prinsen van den bloede; de tempel van den Stedelijken
+Beschermgod; het paviljoen van de kroon en de intendance van het Hof,
+de Lao-Kong-Tchou, de woning der gesnedenen, waarvan er zich niet
+minder dan vijf duizend in de Roode stad bevinden. Daarenboven nog
+verschillende andere paleizen, met de genoemden samen acht en veertig
+in getal, om niet te spreken van het Tzen-Kouang-Ko, het paviljoen van
+het Purperen Licht, aan den oever van het meer der Gele stad, waar 19
+Juni 1873 de gezanten van de Vereenigde Staten, Rusland, Nederland,
+Engeland en Pruisen bij den Keizer ten gehoore ontvangen werden.
+
+Waar vond men ooit elders zulks een reeks schitterende gebouwen,
+zoo verschillend van vorm en zoo rijk aan kostbaarheden, bij
+elkander? Welke andere stad uit de oude of nieuwe wereld kan op zoo
+iets bogen?
+
+En nog moet men bij het genoemde de Ouane-Chéou-Chane voegen, het
+zomerpaleis, twee uur buiten Peking. Het werd in 1860 verwoest en
+ternauwernood vindt men onder de puinhoopen nog de tuinen weder der
+»Volmaakte klaarheid en der Kalme klaarheid", de heuvel der »Gitbron"
+en den berg der »Tienduizend Onsterflijkheden!"
+
+Rondom de Gele stad ligt de Tartaarsche stad. Daar vindt men de
+Fransche, de Engelsche en de Russische legatie; het Engelsche
+zendingshuis, de katholieke zendingsgestichten van het Oosten en
+het Noorden, de oude stallen der olifanten, waarin nog slechts een
+enkel, honderdjarig exemplaar geherbergd wordt. Daar verheft zich de
+klokkentoren met het roode door groene pannen omlijste dak, de tempel
+van Confucius, het klooster der Duizend Lamas, de tempel van Fa-qua,
+het oude observatorium met zijn grooten vierkanten toren, de yamen der
+Jezuïeten, de yamen der Geletterden, waar de letterkundige examens
+worden afgenomen. Daar verheffen zich de triomfbogen van het Westen
+en van het Oosten, daar is het Noorder- en het Rozelaarskanaal met
+hunne witte en blauwe waterleliën. Daar vindt men ook de paleizen,
+waar de prinsen van den bloede wonen, en de ministers van financiën,
+van eeredienst, van oorlog, van openbare werken, buitenlandsche zaken;
+daar is de Rekenkamer, het Astrologisch tribunaal en de Academie voor
+de geneeskunde. Alles vindt men daar door elkander, in nauwe straten,
+die 's zomers zeer stoffig en 's winters zeer nat zijn; in straten
+aan weerskanten meestal gevormd door tal van lage, onaanzienlijke
+huizen, slechts nu en dan afgewisseld door een hotel van een of ander
+hooggeplaatst ambtenaar, door schoone boomen beschaduwd. Voorts worden
+de drukke straten ingenomen door omzwervende honden, Mongoolsche
+kameelen met houtskolen beladen, palankijns, die door vier of acht
+bedienden gedragen worden, naar den rang van den ambtenaar die er in
+zit, rijtuigen en wagens met paarden of muilezels bespannen en een
+groot aantal armen, die volgens de beschrijving van Ghoutzé eene
+onafhankelijke kolonie van zestigduizend schooiers vormen. En in
+die straten »vol zwart en stinkend vuil,--zegt P. Arène--die hier
+en daar doorsneden worden door goten, waar men tot de knieën inzakt,
+is het volstrekt geen zeldzaamheid, dat nu en dan een blinde bedelaar
+verdrinkt."
+
+De Chineesche stad van Peking, die Vaï-Tcheng heet, gelijkt in zeer
+veel opzichten op de Tartaarsche, maar in enkele verschilt zij er
+toch ook weder van.
+
+In het zuidelijk gedeelte vindt men twee beroemde tempels, die
+des Hemels en die van den Landbouw; voorts die der godin Koanine,
+van den Geest der aarde, van de Zuivering, van den Zwarten Draak,
+van de Geesten des hemels, de vijver der Goudvisschen, het klooster
+van Fayouan-sse, markten, schouwburgen enz.
+
+Het rechthoekig parallellogram wordt van het noorden naar het zuiden
+doorsneden door eene breede straat, de Groote Avenue, die van de
+zuidelijke Houng-Ting-poort naar de noordelijke Tien-poort loopt. Dwars
+loopt een nog langere straat, die de eerstgenoemde rechthoekig snijdt
+en die van de Cha-Coua-poort ten oosten naar de Couan-Tsu-poort ten
+westen loopt. Zij heet de Avenue Cha-Coua en op honderd passen van
+de plaats, waar zij de Groote Avenue snijdt, woonde de toekomstige
+mevrouw Kin-Fo.
+
+De lezer herinnert zich dat de jonge weduwe, eenige dagen nadat zij
+den brief ontving die het bericht van Kin-Fo's ondergang bevatte,
+een anderen kreeg, waarin de ongelukstijding tegengesproken werd en
+die haar meedeelde, dat de zevende maan haren loop niet zou volbracht
+hebben of haar »jongste broeder" zou weder bij haar zijn. Dat Lé-ou
+sedert dien datum van 17 Mei de dagen en de uren telde, zullen wij wel
+niet behoeven te zeggen. Kin-Fo liet toch niets van zich hooren op die
+dwaze reis, waarvan hij niemand het plan had medegedeeld. Lé-ou had
+naar Shang-Haï geschreven, doch hare brieven bleven onbeantwoord. Men
+begrijpt hoe ongerust zij werd nu er, 19 Juni, nog geen bericht van
+hem gekomen was.
+
+De jonge vrouw had al die lange dagen haar woning in de avenue Cha-Coua
+niet verlaten. Zij wachtte, zeer ongerust. De onaangename Nan deed
+ook niets om haar te vermaken. Deze »oude moeder" was onverdraaglijker
+dan ooit en verdiende zeker honderd keer per maan de deur uitgejaagd
+te worden.
+
+Maar wat had Lé-ou nog een aantal lange en angstige uren te doorleven,
+voordat het oogenblik van Kin-Fo's terugkomst zou aanbreken! Zij
+telde ze en ze vond dat zij moeite had het getal uit te spreken!
+
+De godsdienst van Lao-Tsé is de oudste van China. De leer van
+Confucius, door hem omstreeks 500 jaar voor Christus verkondigd, wordt
+beleden door den Keizer, de geleerden en de hooge mandarijnen, maar
+het bouddhisme of de godsdienst van Fo telt op deze aarde de meeste
+aanhangers en wel ten getale van driehonderd millioen. Het bouddhisme
+heeft twee van elkander onderscheiden sekten; de priesters der eerste,
+bonzen genaamd, dragen grijze kleederen en roode hoofddeksels; die
+der andere heeten lamas en zijn geheel in het geel gekleed.
+
+Lé-ou was eene bouddhist van de eerste secte. De bonzen zagen haar
+dikwijls opgaan naar den tempel van Koan-Ti-Miao, aan den dienst van
+Koanine gewijd. Daar deed zij geloften voor haren vriend en offerde
+zij geurige stokjes terwijl zij voorover geknield in den voorhof van
+den tempel lag.
+
+Dien dag gevoelde zij behoefte de godin Koanine op nieuw aan te roepen
+en haar nog vuriger te bidden dan anders. Een voorgevoel zeide haar
+dat hij, dien zij zoo angstig verbeidde, door een groot gevaar werd
+bedreigd.
+
+Lé-ou riep dus Nan, haar »oude moeder" en beval haar een draagstoel
+te gaan halen op den hoek der Groote Avenue.
+
+Nan haalde de schouders op, op haar gewone onaangename wijze, en ging
+het haar gegeven bevel uitvoeren. De jonge weduwe beschouwde onderwijl
+in haar eenzaamheid het stomme werktuig, dat in lang de stem van den
+afwezige niet meer tot haar overgebracht had.
+
+»Ach!" zeide zij, »hij moet ten minste weten dat ik niet opgehouden
+heb aan hem te denken en ik wil dat mijne stem het hem bij zijn
+terugkeer herhale!"
+
+En Lé-ou bracht de phonografische rol in beweging en sprak in het
+werktuigje met luide stem de woorden waarin zij de gevoelens van haar
+hart wist te vertolken.
+
+Nan brak, door haar onverwacht binnentreden, deze teedere alleenspraak
+af.
+
+»De draagstoel is voor, mevrouw", klonk het en dan, ook vrij goed
+verstaanbaar: »ik begrijp niet wat zij nu uit doet!"
+
+Lé-ou luisterde niet naar die laatste ontboezeming. Zij stapte
+dadelijk naar buiten, liet de »oude moeder" brommen en zette zich in
+den stoel, na bevel gegeven te hebben, dat men haar naar Koan-Ti-Miao
+moest brengen.
+
+Het was een korte afstand. Men behoefde slechts de avenue van Cha-Coua
+te volgen tot aan de dwarsstraat en door de groote avenue tot aan de
+poort van Tien.
+
+Maar de stoel kwam niet dan langzaam vooruit. De zaken waren nog
+in vollen gang en de samenstrooming van menschen was altijd in dat
+kwartier, een der volkrijkste van de hoofdstad, aanzienlijk. De
+uitstallingen der vreemde kooplieden langs den weg, gaven aan de
+avenue het voorkomen van een kermis met haar duizendvoud geschreeuw en
+geraas. Voorts zag men er volksredenaars, voorlezers, liedjeszangers,
+photografen, hansworsten, die niet zeer vleiend waren voor de
+gezaghebbende mandarijnen; ieder van hen bracht het zijne toe in het
+algemeen gedruisch. Nu eens ging er een plechtige begrafenisstoet
+voorbij en belemmerde de passage, dan weder was het een trouwpartij,
+minder vroolijk misschien dan de begrafenis, maar even lastig voor
+het verkeer op straat. Voor de yamen van een der magistraten was
+een oploop. Een ontevredene had op de klachtentrom geslagen en
+vroeg de tusschenkomst van de politie. Op den steen »Lé-ou-Ping"
+lag een misdadiger in zwijm; hij had de bastonnade ondergaan en
+werd bewaakt door politie-agenten in hun Mantsjoerijnschen mantel
+met roode eikels, met korte piek en twee sabels in één scheede. Wat
+verder werden een paar weerspannige Chineezen, die met de staarten
+aan elkaar waren gebonden, naar de gevangenis gebracht. Op eene andere
+plaats weder zag men een armen duivel, wiens linkerhand en rechtervoet
+in de twee gaten van een plank waren gebonden, en die zich als een
+vreemd soort dier al hinkende door de straten bewoog. Hier bespeurde
+men een dief die in een houten kast was gestopt waaruit alleen het
+hoofd te voorschijn kwam en die aan de openbare barmhartigheid was
+overgelaten; daar droegen er een paar het schandebord en gingen als
+ossen onder het juk gebukt. Deze ongelukkigen bewogen zich het liefst
+op de drukste plaatsen, in de hoop dan wat meer te zullen ontvangen,
+ten spijt van de vele bedelaars van alle soort, menschen met één arm,
+manken, lammen, geheele scharen van blinden door éénoogigen geleid en
+die duizenden werkelijk of voorgewende verminkten, waarvan de steden
+in het Bloemenrijk wemelen.
+
+De draagstoel met de schoone Lé-ou ging slechts langzaam voorwaarts. De
+drukte nam, naarmate zij den buitensten boulevard bereikte, voortdurend
+toe. Toch kwam zij er eindelijk en hield stil binnen het bastion,
+'t welk de poort, vlak bij den tempel van de godin Koanine, verdedigt.
+
+Lé-ou verliet den stoel, trad den tempel binnen, boog eerst het hoofd
+en knielde daarop voor het standbeeld van de godin. Vervolgens begaf
+zij zich naar een kerkelijk toestel, 't welk den naam ven »molen der
+gebeden" draagt.
+
+Het was een soort van haspel, aan het uiteinde van welks acht takken
+kleine vlaggetjes bevestigd waren, die met gewijde spreuken waren
+bedekt.
+
+Een priester wachtte, in ernstige houding bij het toestel staande,
+op de geloovigen, en vooral op 't geld voor de plechtigheid.
+
+Lé-ou gaf den dienaar van Bouddha eenige taëls, bestemd om te
+voorzien in de behoefte van den eeredienst; daarop greep zij met haar
+rechterhand de kruk van den haspel en gaf er eene lichte, draaiende
+beweging aan, na de linkerhand op het hart te hebben gelegd. Het scheen
+dat de haspel niet snel genoeg draaide om het gebed te doen verhooren.
+
+»Sneller!" zeide haar de priester, eene aanmoedigende beweging met
+de hand makende.
+
+En de jonge vrouw draaide vlugger.
+
+Nadat dit ongeveer een kwartier geduurd had, verklaarde de priester,
+dat de wenschen van de smeekende verhoord zouden worden.
+
+Lé-ou boog zich op nieuw voor het standbeeld van de godin Koanine,
+verliet den tempel en nam weder plaats in den draagstoel, om huiswaarts
+te keeren.
+
+Maar toen zij de groote avenue zou ingaan, moesten de dragers zich
+onmiddellijk ter zijde begeven. Soldaten dreven de bevolking ruw
+uiteen. De winkels werden gesloten. De dwarsstraten werden onder de
+hoede der tipaos met blauwe kleeden afgesloten. Een talrijke stoet
+nam een deel van de avenue in en naderde met groot getier.
+
+Het was de keizer Koang-Sin, dat wil zeggen »Voortduring van Roem",
+die zijn goede Tartaarsche stad binnentrad en voor wien de middenpoort
+geopend was.
+
+Na de beide ruiters die den stoet openden, volgde een peloton
+verkenners en daarna een peloton rijknechten, in twee gelederen
+opgesteld, en met den stok in den draagband.
+
+Zij werden op hunne beurt gevolgd door een groep officieren van hoogen
+rang, die de gele parasol met den draak ontplooiden, het zinnebeeld
+van den keizer, even als de phenix het zinnebeeld is van de keizerin.
+
+De palankijn, de Indische draagzetel, waarvan het dekkleed van
+gele zijde naar boven was geslagen, verscheen vervolgens. Zij werd
+getorscht door zestien dragers, allen in rood onderkleed, dat met
+witte rozetten bezaaid was, terwijl een vest van gele zijde hun borst
+omsloot. De prinsen van den bloede, de hooge waardigheidsbekleeders
+op paarden met gele zijden tuigen--teeken van hoogen adel--gezeten,
+vergezelden het keizerlijk voertuig.
+
+In den palankijn bevond zich half uitgestrekt de zoon des Hemels,
+de neef van keizer Tong-Tebe en de neef van prins Kong.
+
+Na den palankijn kwamen palfreniers en bedienden.
+
+De stoet ging daarop de poort van Tien door, tot groote voldoening
+van de voorbijgangers, kooplieden, bedelaars, die nu hunne zaken
+konden hervatten.
+
+Ook de draagstoel van Lé-ou vervolgde zijn weg en bracht haar na eene
+afwezigheid van twee uren weder voor haar woning.
+
+De goede godin Koanine had in dien tijd de jonge vrouw eene heerlijke
+verrassing bereid.
+
+Juist toen de draagstoel stilhield, naderde een van onderen tot
+boven met stof bedekt rijtuig, door twee muilezels getrokken, de
+deur. Daaruit stapte Kin-Fo, gevolgd door Craig-Fry en Soun!....
+
+»Gij hier! Gij!" riep Lé-ou, die hare oogen nauwelijks dorst gelooven.
+
+»Allerliefste jongste zuster!" antwoordde Kin-Fo, »je hebt toch niet
+aan mijn terugkomst getwijfeld!..."
+
+Lé-ou antwoordde niet. Zij nam haren vriend bij de hand, geleidde hem
+in haar boudoir voor het kleine phonografische toestel, den bescheiden
+deelgenoot van haar verdriet!
+
+»Er is geen oogenblik voorbijgegaan waarop ik u niet verwachtte; o,
+gij met zijden bloemen versierd hart!" zeide zij.
+
+En de rol verplaatsende, drukte zij op de veer die haar weder in
+beweging bracht.
+
+Kin-Fo kon toen met eene zachte stem de woorden hooren herhalen,
+die de teedere Lé-ou eenige uren geleden gesproken had:
+
+»Keer terug, liefste broeder! Keer bij mij terug! Dat onze harten
+niet langer gescheiden blijven! Uw terugkomst houdt al mijn gedachten
+bezig..."
+
+Het toestel hield eene seconde op... niet langer dan eene seconde. Toen
+hernam het, maar nu met een krijschende stem:
+
+»'t Is niet genoeg dat er een meesteres in huis is, er moet
+noodzakelijk nog een meester bijkomen! Moge vorst Ien hen beiden
+verderven!"
+
+Deze tweede stem was maar al te goed te onderscheiden. Het was die
+van Nan. De nare »oude moeder" was voortgegaan met spreken na het
+vertrek van Lé-ou, terwijl het toestel nog werkte en dit had, geheel
+tegen haar bedoeling, hare onvoorzichtige woorden opgevangen!
+
+Dienstmeisjes en knechts, past op de phonografen!
+
+Nog op dien dag kreeg Nan haar afscheid en men wachtte zelfs de laatste
+dagen der zevende maan niet af, om haar buiten de deur te zetten.
+
+
+
+
+
+XV.
+
+ 't Geen melding maakt van eene verrassing voor Kin-Fo en
+ waarschijnlijk ook voor den lezer.
+
+
+Niets stond het huwelijk van den rijken Kin-Fo van Shang-Haï met
+de beminnelijke Lé-ou van Peking langer in den weg. Binnen zes
+dagen zou de termijn verstreken zijn, die aan Wang was toegestaan
+om zijne belofte te houden; maar de ongelukkige philosoof had zijn
+onverklaarbare vlucht met den dood bekocht. Er was dus voor hem niets
+meer te vreezen. Het huwelijk kon plaats hebben. Het werd vastgesteld
+op den 25n dag van Juni, denzelfden dag dien Kin-Fo bestemd had om
+de laatste zijns levens te zijn!
+
+De jonge vrouw kende nu den geheelen toestand. Zij wist wat hij
+ondervonden had, die de eerste maal geweigerd had om haar ongelukkig
+en de tweede maal om haar weduwe te maken. Thans kwam hij tot haar
+terug om haar gelukkig te doen zijn.
+
+Lé-ou kon, toen zij den dood van den philosoof vernam, hare tranen
+niet weerhouden. Zij kende hem, zij beminde hem, hij was de eerste
+vertrouwde geweest van haar liefde voor Kin-Fo.
+
+»Arme Wang!" zeide zij. »Hij zal bij ons huwelijk ontbreken."
+
+»Ja! arme Wang," antwoordde Kin-Fo, die even als zij den makker van
+zijn jeugd, den vriend die hem langer dan twintig jaar ter zijde had
+gestaan, betreurde. »En toch," voegde hij er bij, »hij zou mij gedood
+hebben, zooals hij gezworen had te doen."
+
+»Neen, neen!" zeide Lé-ou, het lieve hoofdje schuddende, »en wellicht
+heeft hij den dood in de golven van de Peï-ho gezocht om te ontsnappen
+aan de vervulling van deze verschrikkelijke belofte."
+
+Helaas! De onderstelling was maar al te aannemelijk dat Wang besloten
+had zich te verdrinken om te ontsnappen aan de verplichting die hij
+op zich genomen had. Kin-Fo deelde op dit punt geheel de meening van
+de jonge vrouw en in hun beider hart was het beeld van den philosoof
+met onuitwischbare trekken gemaald.
+
+Het is licht te begrijpen dat de Chineesche bladen, na het ongeluk
+op de brug te Palikao, ophielden met de dwaze advertentiën van den
+heer William J. Bidulph op te nemen en dat de lastige beroemdheid
+van Kin-Fo even spoedig verdween als zij gekomen was.
+
+Wat moest er inmiddels met Craig en Fry gebeuren? Zij waren wel tot
+30 Juni belast met het verdedigen der belangen van de Eeuw, dat is
+te zeggen nog gedurende tien dagen; maar Kin-Fo had hunne diensten
+niet langer noodig. Was het te vreezen dat Wang zijn leven zou
+bedreigen? Neen, want Wang was dood. Konden zij onderstellen dat hun
+cliënt de hand aan zichzelf zou slaan? Evenmin. Kin-Fo verlangde niets
+vuriger dan te leven, goed te leven, zoo lang mogelijk te leven. Er
+bestond dus geen reden hoegenaamd meer voor het toezicht van Fry-Craig.
+
+Maar het waren een paar brave kerels, deze beide zonderlingen. Zij
+hadden wel is waar alleen den _cliënt_ van de _Eeuw_ bewaakt, maar
+hun zorg was aanhoudend en flink geweest. Kin-Fo noodigde hen daarom
+uit bij zijn huwelijk tegenwoordig te zijn, en dat namen zij aan.
+
+»Overigens", merkte Fry grappig op, »is een huwelijk somtijds een
+zelfmoord."
+
+»Men sterft dan om in zijn wederhelft te herleven," antwoordde Craig
+met een beminnelijken glimlach.
+
+Reeds den volgenden dag was Nan in het huis in de avenue Cha-Coua
+door een meer geschikt persoon vervangen. Eene tante van de
+jonge vrouw, mevrouw Luhalou, was bij haar gekomen en zou bij de
+huwelijksplechtigheid de plaats harer moeder innemen. Mevrouw Luhalou,
+de vrouw van een mandarijn van den vierden rang, tweede klasse, van
+den blauwen knoop, oud-keizerlijk voorlezer en lid van de academie
+van Han-Lin, bezat alle lichamelijke en geestelijke eigenschappen,
+noodig om hare gewichtige betrekking naar eisch te vervullen.
+
+Wat Kin-Fo betreft, hij was voornemens Peking na zijn huwelijk te
+verlaten, daar hij niet tot die zonen van het vorstelijke Hemelsche
+Rijk behoorde, die gaarne in de buurt van de paleizen wonen. Hij zou
+eerst in waarheid gelukkig zijn, als hij met zijne jonge vrouw in de
+rijke yamen te Shang-Haï was gekomen.
+
+Kin-Fo had tijdelijk eene woning moeten betrekken en hij had die
+gevonden in de Tiène-Fou-Tang, den »tempel van het hemelsch geluk",
+een zeer goed ingericht hotel en restaurant, gelegen in de nabijheid
+van den boulevard van Tiene-Men, tusschen de Tartaarsche en Chineesche
+stad. Daar waren ook Craig en Fray ingekwartierd, die, uit gewoonte,
+hun cliënt nog niet konden verlaten. Wat Soun aangaat, hij had zijn
+dienst hervat, altijd ontevreden, maar wel zorg dragende dat hij
+zijn gevoel geen lucht gaf in de nabijheid van een onbescheiden
+phonograaf. Hetgeen met Nan gebeurd was, had hem voorzichtig gemaakt.
+
+Kin-Fo had het genoegen te Peking zijne Cantonsche vrienden, den
+koopman Yin-Pang en den letterkundige Houal terug te vinden. Voorts
+kende hij eenige ambtenaren en handelslieden in de hoofdstad, en ieder
+van hen was hem in de tegenwoordige omstandigheden zooveel mogelijk
+van dienst.
+
+De onverschillige van vroeger, de doodkalme leerling van den
+philosoof Wang, is nu werkelijk gelukkig. Twee maanden van zorg,
+onrust, vermoeienissen, dit geheele veelbewogen tijdvak van zijn
+bestaan, had hem leeren waardeeren wat het geluk is, wat het wezen
+moet en wat het wezen kan. Ja! de wijze philosoof had gelijk! Ach,
+waarom was hij niet tegenwoordig, om nogmaals de voortreffelijkheid
+van zijn leer bevestigd te zien!
+
+Kin-Fo bracht nu bij zijne aanstaande jonge vrouw al den tijd door,
+dien hij niet besteedde tot het maken van voorbereidsels voor de
+plechtigheid. Lé-ou gevoelde zich gelukkig als haar vriend slechts bij
+haar was. Wat behoefde hij de rijkste magazijnen der stad schatplichtig
+te maken, om haar met kostbare geschenken te overladen? Zij dacht
+alleen aan hem en herhaalde gedurig de wijze spreuken der beroemde
+Pan-Hoei-Pan:
+
+
+ »Als eene vrouw een echtgenoot vindt naar haar hart, is dat
+ voor haar geheele leven.
+
+ De vrouw moet een onbegrensden eerbied hebben voor hem wiens
+ naam zij draagt en voortdurend een wacht stellen op zich zelve.
+
+ De vrouw moet in huis als een schaduw zijn en een eenvoudige
+ echo.
+
+ De hemel der vrouw is haar gemaal."
+
+
+De toebereidselen voor het feest, waaraan Kin-Fo den grootst mogelijken
+luister wenschte bij te zetten, werden inmiddels voortgezet.
+
+Reeds stonden de dertig paar geborduurde schoenen, die tot het uitzet
+eener Chineesche behooren, gerangschikt in de woning van de avenue
+Cha-Coua. Het boudoir van Lé-ou prijkte met keur van suikergebak,
+confituren, gedroogde vruchten, suikeramandelen, pruimensiroop,
+oranjeappels, gember en pampelmoes, prachtige zijden stoffen, kostbare
+en rijk gezette edelgesteenten, ringen, armbanden, nagelkokertjes,
+haarnaalden, en al wat de Pekingsche juweliers slechts aan fijne en
+elegante kostbaarheden voorhanden hadden.
+
+Bij het huwelijk eener jonge dochter in dat zonderlinge Chineesche
+rijk brengt zij nooit zelve eenig uitzet of huwelijksgift mede. Zij
+wordt steeds gekocht door de ouders van haren toekomstigen man of
+door dien man zelf. Zij krijgt ook nooit eenig deel van hetgeen
+haar vader nalaat, tenzij deze zulks vooraf uitdrukkelijk bepaald
+hebbe. Deze voorwaarden worden gewoonlijk vóór het huwelijk geregeld
+door tusschenpersonen of wederzijdsche kennissen, die men »mei-jin"
+noemt, en het huwelijk heeft niet plaats voordat alles behoorlijk en
+nauwkeurig is bepaald.
+
+De jonge bruid wordt dan aan de ouders van den bruidegom
+voorgesteld. Deze zelf krijgt haar niet te zien. Dat gebeurt eerst
+als zij uit den draagstoel stapt, waarin men haar naar de echtelijke
+woning heeft gebracht. De man doet dan zelf de deur open. Als zijne
+bruid hem aanstaat reikt hij haar de hand; in het tegenovergestelde
+geval slaat hij de deur weder voor haar dicht en alles is uit, mits
+hij aan de ouders van het meisje de gemaakte onkosten slechts vergoedt.
+
+Bij het huwelijk van Kin-Fo kon iets dergelijks niet voorkomen. Hij
+kende de jonge vrouw en hij behoefde haar van niemand te koopen. Dit
+maakte de zaak voor hem heel wat eenvoudiger.
+
+Eindelijk brak de dag van 25 Juni aan en alles was gereed.
+
+Sedert drie dagen was, volgens het gebruik, het huis van Lé-ou dag
+en nacht verlicht gebleven; sedert drie dagen had mevr. Luhalou,
+die de familie der jonge vrouw vertegenwoordigde, zich van slaap
+moeten onthouden--een voorschrift dat tot uitwerking hebben moet dat
+men er zeer treurig uitziet als de verloofde haar woning voor goed
+verlaat. Als Kin-Fo ouders gehad had zou zijn eigen huis eveneens drie
+dagen verlicht moeten geworden zijn, als een teeken van rouw, »omdat
+men het huwelijk van den zoon moet beschouwen als een zinnebeeld van
+den dood des vaders en omdat de zoon hem dan schijnt op te volgen",
+zegt de Hao-Khiéou-Tchouen.
+
+Maar, behoefden deze voorvaderlijke gebruiken al niet toegepast te
+worden bij het huwelijk van twee personen die beiden volkomen vrij
+waren, dan waren er nog andere waarmede men wel degelijk rekenschap
+moest houden.
+
+Zoo was bij voorbeeld geen der astrologische ceremoniën verzuimd. De
+horoscopen waren getrokken naar alle regelen der kunst en hadden
+prachtige uitkomsten opgeleverd: inborst, humeur, alles stemde met
+elkander overeen. De tijd van het jaar en de ouderdom der maan waren
+zeer gunstig. Nooit was er een huwelijk onder zulke geruststellende
+voorteekenen beraamd.
+
+De bruid zou des avonds te acht uur in het hotel van het »Hemelsche
+Geluk" ontvangen worden; dat wil zeggen, dan zou zij in groote statie
+de woning van haren echtgenoot binnentreden. In China verschijnt men
+bij zulke gelegenheden noch voor een overheidspersoon noch voor eenig
+geestelijke, van welken aard ook.
+
+Om zeven uur ontving Kin-Fo zijne vrienden op den drempel van zijne
+woning. Craig en Fry waren bij hem en prijkten in een fonkelnieuw
+gewaad even als de getuigen op een Europeesche bruiloft.
+
+Welk een wedstrijd van beleefdheden! Al deze aanzienlijke gasten
+waren uitgenoodigd door roode kaarten, waarop men in mikroskopisch
+schrift las:
+
+»De heer Kin-Fo, van Shang-Haï, brengt zijn nederigen groet aan den
+heer ..... en smeekt hem nog nederiger ..... met zijn tegenwoordigheid
+de nederige plechtigheid te willen vereeren ....." enz.
+
+Al de door Kin-Fo genoodigden waren gekomen om de bruid en den
+bruidegom eer te bewijzen en om deel te nemen aan het prachtige
+feestmaal dat voor de heeren toebereid was, terwijl de dames zich aan
+eene voor haar afzonderlijk gereed gemaakte tafel zouden vereenigen.
+
+Daar waren de koopman Yin-Pang en Houal, de letterkundige. Voorts
+waren er eenige mandarijnen, die aan hun officieel hoofddeksel de
+roode bal droegen, ter grootte van een ei, als teeken dat zij tot
+de drie hoogste rangen behoorden. Andere, van minderen rang, hadden
+slechts ondoorschijnende blauwe of witte knoopen. De meeste waren
+burgerlijke overheidspersonen of ambtenaren van Chineesche afkomst,
+die reeds daardoor bevriend waren met een Shang-Haïer, afkeerig van
+het Tartaarsche ras. Allen, in prachtige scharlaken kleederen gehuld,
+vormden een waarlijk schitterenden stoet.
+
+Kin-Fo wachtte hen, zooals de beleefdheid het eischte, op den
+drempel van zijn hotel af. Zoodra zij aangekomen waren, geleidde
+hij hen naar de receptiezaal, nadat hij hun tweemaal verzocht had
+hem vóór te gaan bij elk der deuren, die bedienden in groot livrei
+voor hen openden. Hij noemde ze bij hun »edelen naam", vroeg hoe het
+met hunne »edele gezondheid" was, en informeerde naar hunne »edele
+betrekkingen." Kortom, de meest nauwgezette waarnemer van deze
+kinderachtige beleefdheidsvormen zou niets op zijne houding hebben
+kunnen afdingen.
+
+Craig en Fry bewonderden al wat zij zagen, maar wijdden toch in
+de allereerste plaats hun aandacht aan Kin-Fo zelf, wien zij geen
+oogenblik uit het oog verloren.
+
+Een zelfde denkbeeld was plotseling bij hen opgekomen. Indien het
+onmogelijke eens waar mocht zijn en Wang den dood eens niet gevonden
+had in de rivier, zooals men algemeen aannam?... Als hij onder deze
+schaar van genoodigden rondsloop?... Het vier en twintigste uur van
+den vijf en twintigsten dag van Juni--het uiterste uur--was nog niet
+geslagen. De hand van den Taï-ping was nog niet ontwapend. Als hij
+eens op het laatste oogenblik...?
+
+Neen, het was wel niet waarschijnlijk, maar het was toch ook niet
+geheel onmogelijk. Uit overmaat van voorzichtigheid zagen Craig en
+Fry dus zorgvuldig al de leden van het gezelschap aan.... Zij zagen
+er echter volstrekt niemand onder, die hun verdacht voorkwam.
+
+Onderwijl verliet de aanstaande van Kin-Fo haar huis in de avenue
+van Cha-Coua en nam zij plaats in een gesloten palankijn.
+
+Had Kin-Fo al het mandarijnen kleed niet willen aandoen, dat elke
+bruidegom het recht heeft te dragen,--uit eer voor de instelling
+des huwelijks, dat bij de oude wetgevers in hooge achting gehouden
+werd,--Lé-ou was in alle opzichten de voorschriften der groote wereld
+nagekomen. Zij schitterde in haar toilet van een bewonderenswaardig
+fraai weefsel van roodgeborduurde zijde. Haar gestalte verdween
+als het ware onder een sluier van fijne paarlen, die als druppels
+schenen te vallen van een kostbaren diadeem, welks gouden band
+haar voorhoofd omsloot. Edelgesteenten en kunstbloemen, die van
+fijnen smaak getuigden, waren door haar kapsel en hare lange, zwarte
+vlechten geslingerd. Kin-Fo zou haar ongetwijfeld bekoorlijker vinden
+dan ooit als zij straks uit den palankijn zou stappen, door zijne
+hand ontsloten.
+
+De stoet ging op weg. Hij ging het plein over om in de Groote Avenue
+te komen en langs den boulevard van Tiène-Man te gaan. Ongetwijfeld
+zou hij prachtiger geweest zijn als het eene begrafenis had gegolden,
+maar ook nu verdiende hij dat de voorbijgangers stilhielden om hem
+eenige oogenblikken na te staren.
+
+Vriendinnen en kennissen van Lé-ou volgden den palankijn en droegen
+in groote staatsie de verschillende kostbare stukken uit haar
+bruidskorf. Een twintigtal muzikanten ging voorop, veel geraas makende
+op hunne koperen instrumenten en begeleid door het helderklinkende
+geluid van den gong. Om den palankijn zag men een aantal bedienden
+met toortsen en gekleurde lampions. De bruid bleef voor de oogen
+der menigte verborgen, want de etiquette eischte dat de eerste blik,
+die op haar geslagen werd, die van haar gemaal wezen zou.
+
+Zoo kwam dan de stoet te midden van het gejuich der aanwezigen tegen
+acht uur des avonds voor de deuren van het »hotel van het Hemelsche
+Geluk."
+
+Kin-Fo stond aan den rijk versierden ingang. Hij wachtte op de aankomst
+van den palankijn, om de deur er van onmiddellijk te kunnen openen. Als
+dat gedaan was zou hij zijne aanstaande helpen uitstijgen en naar een
+afzonderlijk vertrek voeren, waar beiden den hemel viermaal zouden
+groeten. Daarna zouden zij zich naar den bruiloftsdisch begeven. De
+bruid zou viermaal hare knieën buigen voor haren bruidegom, deze zou
+het dan tweemaal doen voor zijn bruid. Zij zouden eenige droppels wijn
+plengen en eenige spijs strooien voor de geesten, die hun huwelijk
+gelukkig moesten maken. Dan zou men hun twee volle bekers brengen. Elk
+zou den zijne half leeg drinken; dan zouden zij het overblijvende
+dooreen mengen en dit te zamen opdrinken. Dat zou het zinnebeeld van
+het voltrokken huwelijk zijn.
+
+De palankijn was aangekomen en Kin-Fo trad vooruit. Een
+ceremoniemeester reikte hem den sleutel over. Hij nam dien aan, deed
+de deur van de draagkoets open en reikte de schoone Lé-ou bewogen
+de hand. De bruid trad er schuchter uit en volgde Kin-Fo tusschen
+de genoodigden door, die zich eerbiedig bogen en de hand aan de
+borst brachten.
+
+Op het oogenblik dat de schoone Lé-ou aan de hand van Kin-Fo, haren
+toekomstigen gemaal, den drempel van zijne woning zou overschrijden,
+werd er een signaal gegeven. Groote verlichte vliegers verhieven
+zich in de lucht en men zag hoe veelkleurige draken, feniksen en
+andere zinnebeelden van het huwelijk op den adem van den wind het
+jonge paar omzweefden. Kunstduiven, aan den staart van æolische
+snaren voorzien, stegen omhoog en deden harmonische tonen in de lucht
+weergalmen. Vuurpijlen stegen op en van om hoog daalden de gekleurde
+ballen na eenigen tijd als een vurigen regen weder naar de aarde.
+
+Plotseling, te midden van deze feestelijke welkomst vernam men een
+verwijderd gerucht op den boulevard van Tiène-Man. Men hoorde kreten
+waaraan zich de schelle toonen van een trompet paarden. Dan trad er een
+oogenblik van stilte in en daarna herhaalde zich het eerste gerucht.
+
+Het kwam nader en weldra bereikte het de straat waar de bruiloftsstoet
+stilgehouden had.
+
+Kin-Fo luisterde. Zijne vrienden stonden besluiteloos te wachten
+totdat de jonge vrouw het huis binnentrad.
+
+Maar op datzelfde oogenblik schetterden de trompetten met verdubbeld
+geweld en eene vreemde ontroering maakte zich van iedereen meester.
+
+»Wat is er toch?" vroeg Kin-Fo.
+
+De trekken van Lé-ou namen eene zonderlinge uitdrukking aan, terwijl
+een vreemd voorgevoel haar hevige hartkloppingen veroorzaakte.
+
+Daar bereikte de oploop onze vrienden. Het volk verdrong zich om
+een heraut, die de keizerlijke kleuren droeg en die door verscheiden
+tipaos vergezeld was.
+
+En te midden van een plotseling ingetreden stilte verkondigde hij
+deze woorden:
+
+
+ »Dood van de Keizerin-weduwe!
+
+ »Groote rouw voor allen!"
+
+
+Kin-Fo begreep het. Het was een slag die hem in de eerste plaats
+trof. Hij kon eene beweging van ongeduld niet weerhouden.
+
+De keizerlijke rouw werd afgekondigd voor de weduwe van den laatsten
+keizer. Gedurende een termijn, die nader zou opgegeven worden,
+mocht niemand zich het hoofd scheren, mochten er geen openbare
+vermakelijkheden of tooneelvoorstellingen gegeven worden, hielden
+de rechtbanken geen zitting, was ten slotte het sluiten van alle
+huwelijken verboden!
+
+Lé-ou was wanhopig, doch hield zich goed; zij begreep dat zij de
+teleurstelling van haren echtgenoot niet mocht vergrooten. Zij nam
+Kin-Fo's hand en sprak met een stem, die slechts met moeite haar
+eigen ontroering verborg:
+
+»Welnu, wij kunnen immers wachten!"
+
+En de palankijn vertrok weder met de bruid naar hare woning in de
+avenue van Cha-Coua; het feest werd geschorst, de tafel afgenomen,
+het orkest naar huis gezonden en de vrienden van Kin-Fo gingen heen na
+hem eerst hunne hartelijke deelneming in deze teleurstelling betuigd
+te hebben.
+
+Het was dan ook geen zaak om het algemeen verbod te overtreden en
+het huwelijk toch te doen doorgaan.
+
+Het liep Kin-Fo niet mede; de eene ramp volgde op de andere en
+hij had wel gelegenheid om de lessen van zijnen ouden leermeester,
+den philosoof Wang, in praktijk te brengen. Hij bleef alleen met
+Craig en Fry in het hotel van het »Hemelsch Geluk", welke naam hem
+nu bijkans als een bespotting in de ooren klonk. De rouwtijd kon bij
+keizerlijk besluit zoo lang verlengd worden als de Zoon des Hemels
+slechts verkoos en Kin-Fo had reeds den volgenden dag naar Shang-Haï
+willen terugkeeren om zijne jonge vrouw in zijn prachtige yamen te
+installeeren en daar met haar een nieuw leven te beginnen!....
+
+Een uur later trad een dienstbode zijne kamer binnen om hem een brief
+ter hand te stellen, die zooeven aan zijn adres bezorgd was.
+
+Zoodra Kin-Fo het adres zag, kon hij een kreet van verrassing niet
+bedwingen.
+
+De brief was van Wang en luidde aldus:
+
+
+ »Vriend, ik ben niet dood; als ge evenwel deze letteren
+ ontvangt, heb ik opgehouden te leven.
+
+ »Ik sterf omdat ik den moed niet heb mijne belofte te houden
+ maar wees gerust, ik heb alles goed geregeld.
+
+ »Lao-Shen, een opperhoofd der Taï-pings, mijn oude vriend,
+ heeft uw brief! Hij zal een vaster hand en een moediger hart
+ hebben dan ik om de vreeselijke taak te volbrengen die ge mij
+ opgelegd hebt. Hij zal dan ook van het kapitaal profiteeren
+ dat ge mij hadt toebedacht; aan hem komt dus het geld toe,
+ op uw hoofd verzekerd en hij zal het gaan opeischen, als gij
+ opgehouden hebt te leven.
+
+ »Vaarwel! Ik ga u voor in den dood! Tot straks mijn vriend,
+ tot straks!
+
+ Wang."
+
+
+
+
+
+XVI.
+
+ Waarin Kin-Fo, nog altijd ongehuwd, op nieuw de wereld ingaat.
+
+
+De toestand was nu voor Kin-Fo duizendmaal ernstiger dan hij nog
+geweest was.
+
+'t Was dus waar dat Wang, niettegenstaande zijn gegeven woord, zijne
+hand had voelen verlammen toen het er op aankwam zijn ouden leerling
+te treffen! Ook scheen Wang niets van de verandering te weten die in
+den toestand van Kin-Fo was gekomen, want zijn brief zweeg er van! Ook
+had Wang dus aan een ander opgedragen zijne belofte te houden, en aan
+wien! Aan een Taï-ping, den meest gevreesde van allen, die natuurlijk
+geen de minste zwarigheid zou maken om iemand te dooden, voor wiens
+dood men hem niet eens aansprakelijk kon stellen! Het bewuste stuk
+van Kin-Fo waarborgde hem straffeloosheid en de aanwijzing van Wang
+zou hem bovendien een kapitaal van vijftigduizend dollars verschaffen!
+
+»Ik heb er nu meer dan genoeg van!" riep Kin-Fo uit in zijne eerste
+opwelling van toorn.
+
+Craig en Fry hadden kennis genomen van het schrijven van Wang.
+
+»Draagt het door u aan Wang verstrekte stuk niet als uitersten termijn
+den datum van 25 Juni?"
+
+»Wel neen," antwoordde Kin-Fo: »Wang moest en kon het stuk niet anders
+teekenen dan op den datum, waarop ik sterven zou! Nu kan die Lao-Shen
+handelen naar eigen goedvinden, zonder in een enkel opzicht door den
+tijd gebonden te zijn!"
+
+»Ja, maar," zeide Fry-Craig, »hij heeft er belang bij de zaak spoedig
+tot een eind te brengen."
+
+»Waarom?...."
+
+»Wel, omdat de politie op het kapitaal, dat op uw hoofd is verzekerd,
+beslag kan leggen en het hem op deze wijze zou ontgaan!"
+
+Daar was niets tegen in te brengen.
+
+»'t Zij zoo," antwoordde Kin-Fo. »In ieder geval moet ik geen uur
+verloren laten gaan om te trachten mijn schrijven terug te krijgen,
+al moest ik het ook met de vijftig duizend dollars betalen, die aan
+dien Lao-Shen zijn beloofd!"
+
+»Dat is juist," sprak Fry.
+
+»Zeer waar!" voegde Craig er bij.
+
+»Ik vertrek dus! Ik moet dien chef der Taï-pings opsporen! Hij zal,
+hoop ik, gemakkelijker te vinden zijn dan Wang!"
+
+Kin-Fo liep, deze woorden sprekende, voortdurend heen en weder. Hij
+kon niet blijven zitten. Deze reeks van knodsslagen, die op hem
+neerdaalden, brachten hem in een staat van zeldzame opgewondenheid.
+
+»Ik vertrek!" zeide hij. »Ik ga dien Lao-Shen opzoeken! Wat u betreft,
+mijne heeren, u moet weten wat u past."
+
+»Mijnheer," antwoordden Fry-Craig, »de belangen van de _Eeuw_ zijn
+meer dan ooit bedreigd. Als wij u thans verlieten, zouden wij aan
+onzen plicht tekort komen. Wij zullen u niet verlaten!"
+
+Men wilde geen uur verloren laten gaan. Maar vóór alles diende men
+nauwkeurig te weten wat die Lao-Shen was, en waar hij zijn verblijf
+hield. Zijne bekendheid was gelukkig van dien aard dat dit minder
+moeielijkheid opleverde.
+
+Deze oude makker van Wang, in den opstand der Mang-Tchao, had zich in
+noordelijk China teruggetrokken aan gene zijde van den Grooten muur,
+naar het gedeelte grenzende aan de golf van Pé-Tché-Li. Het Keizerlijke
+bewind had niet met hem onderhandeld gelijk het met het meerendeel
+der andere hoofden van den opstand had gedaan die het niet had kunnen
+onderwerpen; men liet hem met rust, en hij oefende nu op de grenzen
+van het rijk het meer bescheiden beroep van straatroover uit. Wang
+had een goede keus gedaan! Zulk een man zou minder bezwaren maken en
+een dolksteek meer of minder zou zijn geweten niet verontrusten!
+
+Kin-Fo en de beide zaakgelastigden verkregen de meest nauwkeurige
+inlichtingen omtrent den Taï-ping en vernamen dat hij het laatst
+gezien was in de omstreken van Fou-Ning, een kleine haven aan de golf
+van Léao-Ting. Zij besloten zich zonder verwijl daarheen te begeven.
+
+Aan Lé-ou werd dadelijk meegedeeld wat er gebeurd was. Haar angst
+verdubbelde! Tranen ontsprongen aan hare schoone oogen. Zij wilde
+Kin-Fo overhalen om niet te vertrekken. Begaf hij zich niet vrijwillig
+in een onvermijdelijk gevaar? Zou het niet beter zijn te wachten,
+zich uit de voeten te maken, het Hemelsche Rijk desnoods te verlaten
+en zich te verschuilen in een ander werelddeel, waar de woeste Lao-Shen
+hem niet kon bereiken?
+
+Maar Kin-Fo bracht de jonge vrouw aan het verstand, dat het hem
+onmogelijk zou zijn te leven onder deze voortdurende bedreiging, en als
+het ware, door de genade van zulk een schurk, die door den moord een
+aardig fortuintje zou verwerven. Neen! Er moest en er zou een einde aan
+komen. Kin-Fo en zijne beide satellieten zouden dien dag op reis gaan,
+zij zouden tot den Taï-ping doordringen, den ongelukkigen brief voor
+handen vol goud koopen, en zij zouden te Peking terug zijn, nog voordat
+de termijn van openbaren rouw voor de keizerin-weduwe verstreken was.
+
+»Liefste zuster", zeide Kin-Fo, »ik betreur het nu minder dat ons
+huwelijk eenige dagen is uitgesteld. Ware het voltrokken, hoe droef
+zou dan uw toestand geweest zijn!"
+
+»Als het voltrokken ware geweest", antwoordde Lé-ou, »zou ik het
+recht gehad hebben, en het zou mijn plicht geweest zijn, u te volgen;
+en ik zou met u medegegaan zijn!"
+
+»Neen!" sprak Kin-Fo, »ik zou liever duizend dooden gestorven zijn dan
+dat ik u slechts een oogenblik aan gevaar blootstelde!.... Vaarwel,
+Lé-ou, vaarwel!...."
+
+En Kin-Fo onttrok zich, met tranen in de oogen, aan de armen van de
+jonge vrouw, die hem wilde weerhouden.
+
+Op dienzelfden dag verlieten Kin-Fo, Craig en Fry, gevolgd door Soun,
+wien ook geen oogenblik rust te beurt mocht vallen, Peking en begaven
+zich naar Tong-Tchéou. Zij waren er in een uur.
+
+Men had het volgende plan gemaakt:
+
+De reis te land, door eene niet veilige provincie, leverde ernstige
+bezwaren op.
+
+Als het niets anders geweest was dan om den Grooten Muur te bereiken,
+ten noorden van de hoofdstad, zou men, wat gevaren ook verbonden
+waren aan het afleggen van honderd zestig lis [11], den tocht hebben
+ondernomen. Maar de haven van Fou-Ning bevond zich niet in het noorden
+maar in het oosten. Door over zee te gaan zou men tijd winnen en
+veiliger zijn. Kin-Fo en zijne metgezellen zouden er binnen vier of
+vijf dagen komen; en men besloot daarom dien weg te volgen.
+
+Maar zou er een vaartuig te vinden zijn, dat naar Fou-Ning vertrekken
+moest? Zij besloten zich daarvan voor alles te overtuigen bij de
+scheepsagenten te Tong-Tchéou.
+
+Het toeval, dat Kin-Fo anders alles behalve gunstig was, diende
+hem thans. Aan den mond van de Peï-ho lag een schip in lading voor
+Fou-Ning.
+
+Men had niets anders te doen dan onmiddellijk op een der snelvarende
+stoombooten, die den stroom tot zijne monding afzakken, plaats te
+nemen, en dan met het bewuste vaartuig naar de plaats der bestemming
+te gaan.
+
+Craig en Fry zouden in een uur gereed zijn. Dat uur besteedden zij
+om zich alle bekende reddingstoestellen aan te schaffen, van den
+primitieven kurkengordel af tot de voor water ondoordringbare kleeding
+van kapitein Boyten toe. Kin-Fo was nog altijd tweehonderdduizend
+dollars waard. Hij kon over zee reizen zonder verhoogde premie, omdat
+hij voor alle kansen betaalde. Er kon een ongeluk gebeuren. Men moest
+op alles bedacht zijn, en men was het ook.
+
+Den 26n Juni des middags te 12 uur stapten Kin-Fo, Craig-Fry en Soun
+aan boord van de _Peï-tang_ en daalden de Peï-ho af. De bochten van
+deze rivier zijn zoo talrijk dat men juist tweemaal zooveel afstand
+doorloopt dan men zou doen als men de rechte lijn kon volgen; maar de
+stroom is gekanaliseerd en bij gevolg bevaarbaar gemaakt voor schepen
+van vrij groote tonnenmaat. Ook is er een drukke scheepvaart, vrij
+wat drukker dan de beweging op den weg, die langs den stroom loopt.
+
+De _Peï-tang_ stoomde snel tusschen de boorden van het kanaal,
+beukte met hare raderen de gele wateren van den stroom, en bracht de
+talrijke bevloeiingskanalen aan de beide oevers door haar kielwater
+in beweging. De hooge toren van den tempel aan de gindsche zijde van
+Tong-Tchéou was weldra voorbij gestoomd en uit het gezicht verdwenen
+bij het omvaren van een vrij scherpen hoek.
+
+De Peï-ho was op deze hoogte nog smal. Zij stroomde, hier tusschen
+kleine zandheuvels, daar langs kleine gehuchten, welker bewoners zich
+met den landbouw onledig hielden, te midden van een tamelijk boschrijk
+landschap, door wijngaarden en groene hagen doorsneden. Verschillende
+meer belangrijke plaatsen, Mahao, Hé-Si-Vou, Nane-Tsaé, Yang-Tsoune
+daagden op. Eb en vloed deed zich hier nog niet bespeuren.
+
+Weldra vertoonde zich Tien-Tsin. Daar ging het minder vlug. De
+voetbrug, die de beide oevers van de rivier verbindt, diende geopend
+te worden en men moest met de noodige voorzichtigheid den weg zoeken
+tusschen de honderden vaartuigen die in de haven vertoeven. Dat ging
+met vrij wat moeite en drukte gepaard en kostte aan menige schuit de
+touwen, waarmede zij voor meeslepen door den stroom was beveiligd. Als
+het te veel bezwaar opleverde, sneed men eenvoudig de touwen door,
+zonder zich in 't minst te bekommeren om de schade, die daardoor
+aangericht werd. Vandaar een opschudding, een opstopping van drijvende
+vaartuigen, die vrij wat van het toezicht van de havenmeesters te
+Tien-Tsin zou geëischt hebben, als te Tien-Tsin havenmeesters waren
+geweest.
+
+Het is overtollig te zeggen, dat Craig en Fry hun cliënt nauwlettender
+dan ooit bewaakten.
+
+Het gold nu niet meer den philosoof Wang, met wien men gemakkelijk
+eene schikking had kunnen treffen, maar wel Lao-Shen den Taï-ping,
+iemand dien zij niet kenden, 't geen de zaak vrij wat lastiger maakte.
+
+Men kon zichzelf in veiligheid achten te zijn, omdat men naar hem
+toeging, maar wie kon de verzekering geven dat Lao-Shen niet reeds
+op weg was gegaan om zijn slachtoffer te ontmoeten! En hoe zou men
+hem dan ontwijken, hoe hem voorkomen? Craig en Fry zagen in iederen
+passagier van de _Peï-tang_ een moordenaar. Zij aten niet meer,
+zij sliepen niet meer, zij leefden niet meer!
+
+Waren Kin-Fo, Craig en Fry ernstig ongerust, Soun was vooral niet
+minder angstig. De gedachte dat hij op zee moest gaan, bezorgde hem
+kippenvel. Hoe dichter de _Peï-tang_ de golf van Pé-Tché-Li naderde,
+des te bleeker werd hij. Zijn neus werd spitser, zijn mond trok zich
+samen en toch dreef de boot nog kalm op de rustige wateren der rivier.
+
+Hoe zou het dan wel gaan als Soun op den smallen zeeboezem kwam,
+waar de korte golfslag het schip onophoudelijk en heftig doet stooten!
+
+»Ben je nog nooit op zee geweest?" vroeg hem Craig.
+
+»Nooit!"
+
+»Ben je goed gezond?" vroeg hem Fry.
+
+»Neen!"
+
+»Je moet het hoofd stil houden", voegde Craig er bij.
+
+»Het hoofd?...."
+
+»En je mond dicht...." vervolgde Fry.
+
+»De mond?...."
+
+Soun bracht de beide agenten aan het verstand dat hij niet van praten
+hield, en zette zich zwijgend omstreeks het midden van de boot neder,
+niet zonder op den reeds vrij breeden stroom een droefgeestigen blik
+te hebben geworpen, dien blik, eigen aan personen die voorbeschikt
+zijn de min of meer belachelijke kwaal der zeeziekte te ondergaan.
+
+Het landschap had zich in de vallei, die de Peï-ho doorstroomt,
+gewijzigd. De rechteroever vormde door zijn steilte een sterk contrast
+met de linkerzijde, wier uitgestrekte, zandige oppervlakte met het
+schuim van de golven was bedekt. Daarachter strekten zich velden
+van sorgho, maïs, koren en gierst uit. Ook hier gold wat in geheel
+China--eene huismoeder die zooveel duizenden kinderen te voeden
+heeft--het geval is: geen enkel plekje, voor cultuur geschikt,
+was onbebouwd. Overal was door middel van besproeiïngskanalen of
+bamboezen toestellen, een soort van oorspronkelijke noria's [12],
+voor voldoenden watertoevoer gezorgd. Hier en daar verhieven zich,
+naast de dorpen met hunne met gele klei gepleisterde huizen, kleine
+groepen boomen, waaronder enkele appelboomen voorkwamen, die op eene
+vlakte in Normandië niet misplaatst zouden geweest zijn. Op de oevers
+liepen talrijke visschers heen en weder, wien zeeraven voor jachthonden
+of juister gezegd voor waterhonden dienden. Deze vogels dompelden zich
+op een wenk van hun meester in het water en brachten de visschen boven,
+die zij, dank zij een ring welke hen den strot half dichtkneep, niet
+konden verslinden. Voorts vlogen voortdurend uit het hooge riet aan
+den oever, eenden, kraaien, raven, eksters, sperwers en ander gevogelte
+op, die door het geraas van de stoomboot in hun rust werden gestoord.
+
+De groote weg langs de rivier was daar geheel verlaten, maar de
+beweging op de Peï-ho nam steeds toe. Welk een aantal vaartuigen van
+alle soort voeren den stroom af en op! Oorlogsjonken met hare opene
+batterijen, waarvan het dek eene sterke holronde kromming vertoonde
+van voren naar achter, en die door eene dubbele verdieping riemen of
+door een rad, 't welk door menschenhanden in beweging werd gebracht,
+vooruit gedreven werden; jonken van het personeel der douane, met
+twee masten en sloepzeilen, die bevestigd waren aan dwars uitstekende
+uithouders, terwijl de voor- en achtersteven met grillige beelden waren
+voorzien; handelsjonken, die met de kostbaarste voortbrengselen van
+het Hemelsche Rijk bevracht, niet vreesden om de geduchte typhons in
+de naburige zeeën te trotseeren; jonken voor het gewone vervoer van
+reizigers, die al naar het tij het meebracht òf met riemen werden
+voortgedreven, òf wel aan de lijn voortgesleept, en die gemaakt
+schenen voor personen, die te veel tijd hebben; mandarijnen-jonken,
+kleine pleizierjachten, die hunne bootjes achter zich voortsleepten;
+alle soorten van platboomde vaartuigen, met rieten matten als zeil, en
+waarvan de kleinste--door jeugdige vrouwen bestuurd, de roeispaan in de
+hand en 't kind op den rug--met recht hun naam dragen, die beteekent:
+drie planken; eindelijk ontzaglijke groote vlotten, een soort van
+drijvende dorpen met hutten, boomgaarden, groentetuinen enz., waartoe
+een of ander Mantsjoerijsch bosch het noodige hout had geleverd.
+
+De dorpen werden allengs minder talrijk. Men telt er een twintigtal
+tusschen Tien-Tsin en Takou, aan de monding van den stroom. Op de
+oevers zonden eenige steenfabrieken hare groote rookwolken naar omhoog
+en bezwangerden den dampkring tegelijk met den rook, dien de stoomboot
+verspreidde. De avond naderde, voorafgegaan door de Juni-schemering
+die onder dezen breedtegraad langer aanhoudt. Weldra teekende zich
+eene rij witte heuvels symmetrisch gerangschikt en één van vorm in het
+halfduister af. Het waren zouthoopen, in de nabijgelegen zoutketen
+verzameld. Daar begon, tusschen dorre vlakten, de wijde monding der
+Peï-ho, een somber landschap, waarin men niets bespeurt dan zout,
+zand en stof.
+
+Den volgenden morgen, 27 Juni, kwam de _Peï-tang_ vóór het opgaan
+der zon in de haven te Takou, bijna aan den mond der rivier.
+
+Op deze plaats verheffen zich de twee forten, het Noordelijke en het
+Zuidelijke, thans vernield, die in 1860 door het Anglo-Frankisch leger
+vermeesterd werden. Dáár had de heldhaftige aanval plaats van generaal
+Colliman op 24 Augustus van dat jaar, daar hebben de kanonneerbooten
+den ingang van de rivier geforceerd, daar strekt zich eene smalle,
+weinig bewoonde streek uit, die den naam draagt van Fransche concessie,
+dáár bespeurt men nog het grafteeken waaronder de officieren en
+soldaten rusten in die betreurenswaardige gevechten gevallen.
+
+De _Peï-tang_ kon de bank niet passeeren. Al de passagiers moesten
+dus te Takou aan wal gaan. Het is eene vrij belangrijke plaats,
+die zich zeer goed ontwikkelen zal als de mandarijnen toestaan dat
+er een spoorweg wordt gelegd ter verbinding met Tien-Tsin.
+
+Het vaartuig in lading voor Fou-Ning, moest nog dienzelfden dag
+vertrekken. Kin-Fo en zijne makkers hadden geen uur te verliezen. Een
+platboomde schuit bracht hen in een kwartier aan boord van de _Sam-Yep_
+over.
+
+
+
+
+
+XVII.
+
+ Waarin de handelswaarde van Kin-Fo nogmaals op het spel staat.
+
+
+Acht dagen vroeger had een Amerikaansch schip het anker laten
+vallen in de haven van Takou. Het was bevracht door de zesde
+Chineesch-Californische maatschappij voor rekening van het agentschap
+Fouk-Ting-Tong, waarvan de zetel op het Laurel-Hill-kerkhof te San
+Francisco gevestigd is.
+
+Daar wachten de zonen van het Hemelsche Rijk, die in Amerika sterven,
+den dag af dat zij naar hun vaderland teruggebracht zullen worden, om,
+zooals hun godsdienst dat beveelt, in vaderlandsche aarde te rusten.
+
+Het bedoelde schip was naar Canton bestemd en had op schriftelijk bevel
+van het agentschap een lading van tweehonderd en vijftig doodkisten
+ingenomen, waarvan er vijf en zeventig te Takou moesten gelost worden,
+om verder hun weg naar de noordelijke provinciën te vinden.
+
+Dit gedeelte der lading was nu van het Amerikaansche naar het
+Chineesche schip overgebracht en op den ochtend van dezen dag, 27
+Juni, zou het laatstgemelde vaartuig naar de haven van Fou-Ning onder
+zeil gaan.
+
+Kin-Fo en zijne metgezellen zouden eveneens op dit schip den overtocht
+doen. Zij hadden ongetwijfeld de voorkeur aan een ander gegeven,
+maar omdat er geen ander was dat naar de golf van Léao-Tong vertrok,
+hadden zij geen keus. Het was dan ook slechts om een reis van hoogstens
+twee of drie dagen te doen, die om dezen tijd van het jaar volstrekt
+geen bezwaar opleverde.
+
+De _Sam-Yep_ was een zeejonk, metende ongeveer driehonderd last. Men
+heeft er wel van duizend last en meer, die geen grooter diepgang
+dan zes voet hebben, waardoor zij gemakkelijk over de ondiepten
+heenzeilen, die voor den mond van bijna alle Chineesche rivieren
+gevonden worden. Te breed naargelang harer lengte, zijnde de verhouding
+als een tot vier, loopen zij slecht, schijnbaar echter niet bij den
+wind, want zij wenden nagenoeg op de plaats zelve en draaien als een
+tol, hetgeen hun een groot voordeel op schepen met fijnere lijnen
+geeft. De klik van het enorme roer is van groote gaten voorzien, een
+systeem dat in China algemeen in zwang is, doch waarvan het nut nog
+al te betwisten valt. Hoe dit zij, deze jonken bevaren bij voorkeur
+de kustzeeën. Er zijn zelfs voorbeelden van dat zij ladingen thee
+of porcelein naar San-Francisco overbrengen. Zij zijn dus zeer goed
+bruikbaar, waarbij nog komt dat de Chineesche matrozen door alle
+deskundigen als uitstekend worden geroemd.
+
+De _Sam-Yep_, van moderne constructie, bijna recht van voren naar
+achteren, deed door haren vorm aan de Europeesche rompen denken. Daar
+de huid noch van spijkers, noch van bouten voorzien was, doch
+gemaakt van gevlochten bamboes, dat goed geharpuist en gekalefaat
+was, zoo was zij zoo waterdicht, dat de jonk niet eens een lenspomp
+bezat. Het schip was van dik bamboes vervaardigd en dreef op het
+water als een stuk zwam. Een anker van zeer hard hout vervaardigd,
+tuig uit palmvezels gedraaid, even sterk als lenig; dunne zeilen,
+die van de brug af als waaiers open en dicht gemaakt konden worden;
+twee masten die geplaatst waren als de groote mast en de bezaansmast
+van een logger; geen windprop, geen fokzeilen; ziedaar de jonk die
+in alle opzichten uitstekend voor de kustvaart voldeed.
+
+Van buiten zou zeker niemand aan de _Sam-Yep_ gezegd hebben dat hare
+reeders er ditmaal een enormen lijkwagen van gemaakt hadden.
+
+De jonk vervoerde nu een aantal lijken in plaats van zijde,
+parfumeriewaren en porcelein zooals gewoonlijk, doch het uiterlijk
+voorkomen van het schip was niet veranderd. Het vertoonde dezelfde
+levendige kleuren. Vooruit en achteruit wapperden veelkleurige vlaggen
+en standaards met veelkleurige kwasten. Op den voorsteven was een groot
+vlammend oog geschilderd, dat het in de verte op een groot zeemonster
+deed gelijken. Boven in de masten ontrolde de wind den schitterenden
+wimpel der Chineesche vlag. Twee caronades staken met hare blinkende
+monden boven de verschansing uit en weerkaatsten de zonnestralen als
+een spiegel. Geen overbodige metgezellen zijn dat aan boord in die nog
+door zeeroovers verpeste zeeën! Alles zag er vroolijk, opgeschikt,
+aangenaam uit. Het waren, dan ook terugkeerende landverhuizers, die
+de _Sam-Yep_ overbracht,--doode landverhuizers wel is waar, maar in
+elk geval lijken van menschen wier laatste wenschen vervuld werden!
+
+Noch Kin-Fo, noch Soun had iets tegen een overtocht onder zulke
+omstandigheden. Daarvoor waren zij veel te goede Chineezen. Craig
+en Fry echter, als Amerikanen, waren niets op deze soort van
+vrachtgoederen gesteld en zouden zeker ieder andere lading verkozen
+hebben, doch het was hun niet in de keus gelaten.
+
+De equipage van de jonk bestond uit een kapitein en zes matrozen,
+meer dan genoeg voor de werkzaamheden aan boord van deze schepen. Men
+zegt dat het kompas in China uitgevonden is. 't Is zeer mogelijk,
+maar de kustvaarders bedienen er zich hier in het geheel niet van. Ook
+kapitein Yin, de gezagvoerder van de _Sam-Yep_, had er geen bij zich;
+hij was dan ook niet van plan om gedurende zijn overtocht de kust
+uit het gezicht te verliezen.
+
+Deze kapitein Yin, een klein lachend ventje, levendig en spraakzaam,
+scheen de verpersoonlijking van de eeuwigdurende beweging. Hij stond
+nooit stil en nooit op dezelfde plaats. Zijne handen, zijne armen,
+zijne oogen spraken eigenlijk nog meer dan zijn mond en deze zweeg
+nooit. Hij liet ook zijne matrozen weinig rust, doch kommandeerde
+en interpelleerde hen onophoudelijk en vloekte nu rechts en dan
+links. Maar 't was een flink zeeman, goed met het vaarwater en de
+kusten bekend en hij deed met zijn jonk wat hij wilde. De groote
+som gelds die Kin-Fo voor den overtocht betaald had strekte verder
+om zijne opgewektheid nog te verhoogen. Passagiers die honderd en
+vijftig taëls betaalden [13] voor eene reis van zestig uur, welk
+een buitenkansje! En vooral omdat het passagiers waren, die evenmin
+eenige aanmerking maakten op de gebrekkige inrichtingen en op den kost,
+die hij hun verschafte, als de doode passagiers in het ruim beneden.
+
+Kin-Fo, Craig en Fry waren zoo goed als het kon onder het achterdek
+gehuisvest en Soun in het vooronder. De twee agenten, steeds
+wantrouwend, hadden de equipage en den kapitein zeer nauwkeurig
+opgenomen, doch zij vonden niets aan deze brave lieden dat hun
+achterdocht had kunnen rechtvaardigen. 't Was meer dan onwaarschijnlijk
+dat zij met Lao-Shen in eenige betrekking zouden staan, omdat het een
+bloot toeval was dat Kin-Fo op deze jonk plaats had genomen. En het
+toeval zou toch met den al te beruchten Taï-ping geen verbond hebben
+gesloten! Met uitzondering van het gewone gevaar dat de zee oplevert,
+zouden zij dus nu eenige dagen in volkomen veiligheid en gerustheid
+kunnen doorbrengen en konden zij Kin-Fo meer aan zich zelf overlaten.
+
+Deze was daar niets bedroefd over. Hij ging alleen in zijne hut
+zitten en philosofeerde daar op zijn gemak. Arme man, dat hij zijn
+geluk niet had weten te waardeeren noch zich in zijne omstandigheden
+verheugd had, toen hij zorgeloos in zijn yamen te Shang-Haï leefde,
+en toen hij zich zoo goed met eenigen nuttigen arbeid had kunnen
+bezig houden? Als hij eerst zijn brief maar weder terug had, dan zou
+men eens zien of hij zijn voordeel ook doen zou met de harde les,
+die hij nu ontving, en of de gek niet verstandig zou geworden zijn!
+
+Maar zou hij dien brief ooit terugkrijgen? Ja, zonder twijfel,
+omdat hij er de volle waarde voor wilde betalen. Het kon voor dien
+Lao-Shen natuurlijk alleen een quaestie van geld wezen. Maar men
+moest hem voorkomen en niet door hem verrast worden. Daar zat de
+moeilijkheid. Lao-Shen was natuurlijk op de hoogte van al wat Kin-Fo
+deed, doch Kin-Fo wist niets van Lao-Shen. Van daar dat men in groot
+gevaar zou zijn zoodra de cliënt van Craig en Fry den voet zou zetten
+in de streek waar de Taï-ping zich ophield. Het kwam er dus vooral
+op aan dat men hem vóór was. Lao-Shen zou toch liever vijftigduizend
+dollars uit de handen van Kin-Fo zelf ontvangen dan vijftigduizend
+dollars verdienen aan zijn dood. Dat zou hem een reis naar Shang-Haï
+besparen en een bezoek aan het bureau van de Eeuw, twee zaken die,
+in weerwil van de lankmoedigheid der Chineesche regeering, voor hem
+toch niet geheel zonder gevaar waren.
+
+Zoo peinsde de geheel veranderde Kin-Fo bij zich zelf, terwijl verder
+de bekoorlijke jonge weduwe natuurlijk ook eene groote plaats in
+zijne overdenkingen innam.
+
+En waaraan dacht Soun onderwijl?
+
+Soun dacht aan niets. Hij lag in het vooronder en betaalde den tol
+aan de vijandige goden der golf van Pé-Tché-Li. Van tijd tot tijd
+slechts kon hij eenige verwenschingen slaken aan het adres van zijn
+meester, van den philosoof Wang en van den bandiet Lao-Shen! Zijn
+hart was stom! _Ai ai ya!_ zijne gedachten waren stom, zijn gevoel
+was stom. Hij dacht aan thee nog rijst! _Ai ai ya!_ Wat deed hij ook
+in dienst te gaan van een man, die uitstapjes ter zee maakte! Hij
+zou graag alles wat hem van zijn staart overbleef gegeven hebben,
+als hij op 't oogenblik op vasten grond was! Hij zou zich liever het
+hoofd kaal scheren, of priester worden! Een gele hond! ja 't was een
+gele hond die hem de lever en de ingewanden verscheurde! _Ai, ai, ya!_
+
+De _Sam-Yep_ zeilde intusschen, voortgedreven door een frisschen
+zuidenwind, op drie of vier mijl afstands van de lage kuststreek,
+flink vooruit. Zij passeerde Peh-Tang bij de monding van de rivier
+van dien naam, niet ver van de plaats waar de Europeesche legers hunne
+landing volbrachten; vervolgens ging het langs Shan-Tung, Tschiang-Ho,
+voorbij de monden van de Tau en langs Haï-Vé-Tsé.
+
+Dit gedeelte van de golf was niet zeer druk bevaren. Van de drukke
+scheepvaart aan de monding van de Peï-ho was hier, op twintig
+mijl afstand, niet veel meer te bespeuren. Eenige handelsjonken,
+die ter kustvaart gingen, een dozijn visschersvaartuigen, die de
+vischrijke wateren langs de kust bezochten, was alles wat men aan
+den gezichteinder bespeurde.
+
+Craig en Fry merkten op dat de visschersvaartuigen, zelfs dezulken die
+nauwelijks vijf of zes ton hielden, met een of twee kleine kanonnen
+gewapend waren.
+
+Toen zij den kapitein Yin naar de reden hiervan vroegen, antwoordde
+deze, zich de handen wrijvende:
+
+»Dit moeten zij wel doen voor de zeeroovers!"
+
+»Zeeroovers in dit gedeelte van de golf van Pé-Tché-Li!" riep Craig
+niet zonder eenige verbazing uit.
+
+»Waarom niet!" antwoordde Yin. »'t Is hier als overal. In geen enkele
+Chineesche zee worden deze brave mannen gemist!"
+
+En de waardige kapitein lachte en liet zijne beide rijen glinsterende
+tanden zien.
+
+»U schijnt ze weinig te vreezen!" werd door Fry opgemerkt.
+
+»Heb ik dan mijn beide kanonnetjes niet, twee knapen, die ongemakkelijk
+brommen als men er te dicht bij komt!"
+
+»Zijn zij geladen?" vroeg Craig.
+
+»Gewoonlijk wel."
+
+»En nu?"
+
+»Nu niet."
+
+»Waarom niet?" vroeg Fry.
+
+»Omdat ik geen kruit aan boord heb," antwoordde kapitein Yin bedaard.
+
+»Waar dienen dan de kanonnen voor?" vroegen Craig-Fry, weinig tevreden
+over het antwoord.
+
+»Waarvoor?" riep de kapitein uit. »Wel om de lading te beschermen als
+'t de moeite waard en mijn jonk tot aan de luiken toe beladen is met
+twee of opium! Maar met de lading die ik nu in heb!..."
+
+»En hoe weten de zeeroovers," vroeg Craig, »dat de jonk het aantasten
+niet waard is?"
+
+»U schijnt zeer bevreesd te zijn voor een bezoek van deze brave
+lieden?" antwoordde de kapitein, terwijl hij op de hielen draaide en
+de schouders optrok.
+
+»Wel zeker," zeide Fry.
+
+»En toch hebt u geen enkel stuk goed aan boord!"
+
+»Dat is waar," voegde Craig er bij, »maar wij hebben bijzondere
+redenen, waarom wij hun bezoek minder wenschelijk achten."
+
+»Welnu, wees onbezorgd!" antwoordde de kapitein. »De zeeroovers zullen,
+als zij ons ontmoeten, geen moeite doen om onze jonk te achtervolgen."
+
+»En waarom niet?"
+
+»Omdat zij vooruit weten wat soort van lading ik in heb, zoodra zij
+mij in 't gezicht hebben."
+
+En kapitein Yin wees naar een witte vlag die halfstag geheschen van
+de jonk woei.
+
+De witte vlag! De rouwvlag! De brave lieden zouden zich de moeite
+niet geven een vaartuig te plunderen dat met lijkkisten was beladen.
+
+»Zij zouden toch kunnen meenen, dat u uit voorzorg de rouwvlag
+geheschen hadt," zei Craig, »en zich komen overtuigen...."
+
+»Als zij komen zullen wij hen ontvangen," antwoordde kapitein Yin,
+»en als zij ons een bezoek gebracht hebben, zullen zij zich verwijderen
+zooals zij gekomen zijn!"
+
+Craig en Fry drongen niet verder op de zaak aan, doch zij voelden zich
+volstrekt niet zoo gerust als de optimistische kapitein Yin. Een jonk
+van driehonderd last, al was de lading dan ook niets waard, moest dien
+»braven lieden", zooals Yin de zeeroovers noemde, toch voordeel genoeg
+opleveren om er eens een kansje op te wagen, meenden de agenten van
+de Eeuw. Maar men moest zich nu wel in de omstandigheden schikken en
+het beste van de zaak hopen.
+
+Overigens had de kapitein niets verzuimd om de fortuin gunstig voor
+hem te stemmen. Op het oogenblik van het vertrek was er een haan
+aan de goden der zee geofferd. De vederen van den ongelukkige hingen
+daar nog aan den bezaansmast! Een paar droppels van zijn bloed waren
+op de brug gesprenkeld en een beker wijn in de zee geplengd om het
+offer te voltooien. Wat kon, na die plechtigheden, de jonk _Sam-Yep_
+onder bevel van den waardigen gezagvoerder Yin nog te vreezen hebben?
+
+Men moet echter aannemen, dat de grillige geesten niet voldaan
+waren. 't Zij dat de haan te mager, 't zij dat de wijn niet van
+de beste soort was, de jonk werd door een geweldige windvlaag
+overvallen. Niets was daarvan vooraf te voorzien geweest, want het
+weder was helder en er woei een frissche bries. De scherpstziende
+zeeman had geen »hondenweer" kunnen verwachten.
+
+Des avonds te acht uur maakte de _Sam-Yep_ zich gereed om de kaap
+om te zeilen die tegen het noordoosten aan de kust uitsteekt. Aan de
+andere zijde zou zij voor den wind kunnen gaan zeilen, hetgeen zeer
+gunstig zijn zou. Kapitein Yin meende dan ook op zijn gemak binnen
+vier en twintig uur Fou-Ning te zullen bereiken.
+
+Kin-Fo zag van zijn kant het uur waarop hij aan land zou stappen niet
+zonder ongeduld te gemoet en de zeezieke Soun smachtte er naar als
+een gevangene naar de verlossing uit zijn kerker. Wat Craig en Fry
+betreft, deze merkten tegen elkander op dat, als hun cliënt er in
+slaagde binnen drie dagen den brief die zijn leven in gevaar bracht
+uit de handen van Lao-Shen te krijgen, dit juist zou geschieden op
+het oogenblik dat de maatschappij de Eeuw zich volstrekt niet meer om
+hem bekreunde. Zijn polis bleef slechts tot middernacht van 30 Juni
+van kracht, want dan waren de twee maanden verstreken waarvoor hij
+de verzekering met den heer William J. Bidulph gesloten had. En dan:
+
+»All" zei Craig.
+
+»Right!" vulde Fry aan.
+
+Des avonds op het oogenblik dat de jonk bij den ingang der golf
+van Léao-Tong was, draaide de wind plotseling naar het noordoosten;
+daarop door het noorden heengaande, woei hij twee uur later hard uit
+het noordwesten.
+
+Als kapitein Yin een barometer aan boord had gehad, zou hij gezien
+hebben dat de kwikkolom in een punt des tijds vier of vijf millimeter
+was gedaald. Deze snelle luchtverdunning was het voorteeken van een
+zeer nabijzijnden typhon, [14] welks nadering reeds door den dampkring
+werd gevoeld. Was kapitein Yin bekend geweest met de beschouwingen van
+den Engelschman Paddington of van den Amerikaan Maury, hij zou getracht
+hebben de richting van zijn vaartuig te veranderen en noord-oost te
+sturen, in de hoop eene minder gevaarlijke windstreek te bereiken,
+buiten het centrum waaromheen zich de draaiende storm bewoog.
+
+Maar kapitein Yin maakte nooit gebruik van den barometer en hij was
+met de wet der cyclonen niet bekend. Hij had bovendien een haan aan
+de goden ten offer gebracht en achtte zich daardoor voor elk onheil
+beveiligd.
+
+Maar onze Chinees, hoe bijgeloovig ook, was een kloek zeeman, dat
+bewees hij in deze omstandigheden. Hij manoeuvreerde bij instinct
+even behendig als een Europeesch gezagvoerder zou gedaan hebben.
+
+Deze typhon was slechts een kleine cycloon en bewoog zich dus met eene
+buitengewone snelheid van meer dan honderd kilometer per uur. Hij
+dreef de _Sam-Yep_ naar het oosten, eene gelukkige omstandigheid,
+wijl de jonk daardoor van een kust werd gedreven, die geen enkele
+schuilplaats aanbood en waar zij onvermijdelijk in weinig tijd zou
+verloren geweest zijn.
+
+Ten elf ure had de storm zijn hoogste punt bereikt. Kapitein Yin
+manoeuvreerde, flink bijgestaan door zijn scheepsvolk, als een ervaren
+zeeman. Hij lachte niet meer, maar hij had al zijne koelbloedigheid
+behouden. Zijn hand, krachtig aan het roer geklemd, bestuurde het
+lichte vaartuig, dat als een notendop over de golven bewogen werd.
+
+Kin-Fo had de achterkajuit verlaten. Tegen de verschansing gedrongen,
+staarde hij naar de lucht met hare wolkenmassa's, door den storm
+voortgedreven. Hij keek naar de zee, waarvan het witte schuim den
+donkeren nacht als verlichtte en waarvan de golven door de reusachtige
+aantrekkingskracht van den typhon tot ver boven haar gewoon peil werden
+gedreven. Het gevaar verraste noch verschrikte hem. Het maakte een deel
+uit van de reeks van rampspoeden die over hem was losgebarsten. Een
+overtocht in zestig uur zonder storm, in het hartje van den zomer,
+dat was goed voor gelukkige stervelingen; hij, Kin-Fo, behoorde daar
+niet langer toe!
+
+Craig en Fry waren vrij wat meer in onrust, altijd met het oog op de
+handelswaarde van hun cliënt. 't Is waar, hun leven was evenveel waard
+als dat van Kin-Fo. Waren zij met hem gestorven, zij zouden de belangen
+van _de Eeuw_ niet meer hebben kunnen behartigen. Maar deze trouwe
+agenten vergaten zichzelf en dachten alleen aan hun plicht. Omkomen,
+goed! Met Kin-Fo, goed! maar niet vóór 30 Juni des middernachts! Een
+millioen redden, ziedaar hetgeen Craig-Fry wilden. Daaraan dachten
+zij alleen!
+
+Wat Soun betreft, hij wist niet dat de jonk in gevaar verkeerde, of,
+juister gezegd, men had, naar zijn meening, in gevaar verkeerd van
+het oogenblik af dat men zich op het verraderlijk element had gewaagd,
+zelfs bij het schoonste weder.
+
+De jonk was drie uur lang in dreigend gevaar. Eene verkeerde beweging
+van het roer zou haar ondergang geweest zijn, want de golven zouden
+haar hebben overdekt. Al kon zij niet, evenals een tobbe, overslaan,
+zij had kunnen vol loopen en zinken. Er was natuurlijk geen denken
+aan om haar in eene bepaalde richting voort te drijven, te midden
+van de golven door den wervelwind van den cycloon voortgezweept.
+
+Door een gelukkig toeval bereikte de _Sam-Yep_, zonder ernstige averij,
+het midden van den reusachtigen atmosfeerischen kring die zich over
+een afstand van honderd kilometer uitstrekte. Daar was de zee over
+een uitgestrektheid van twee of drie mijlen bedaard en men bespeurde
+er nauwelijks iets van den wind. Het was een kalm meer te midden van
+een bewogen oceaan.
+
+'t Was een geluk voor de jonk dat de orkaan haar daar, als 't ware op
+'t droge, had gezet. Tegen drie uur in den morgen hield de woede van
+den cycloon op en de bewogen wateren legden zich rustig rondom dit
+kleine centrale meer neder.
+
+Maar voor het dag werd, keek men van de _Sam-Yep_ te vergeefs uit
+naar land aan den gezichteinder. Er was nergens iets van de kust te
+ontdekken. Zoo ver het oog reikte zag men water, niets dan water.
+
+
+
+
+
+XVIII.
+
+ Waarin Craig en Fry, door nieuwsgierigheid gedreven, een
+ uitstapje maken naar het ruim van de _Sam-Yep_.
+
+
+»Waar zijn wij, kapitein Yin?" vroeg Kin-Fo toen het gevaar geweken
+was.
+
+»Ik weet het niet precies", antwoordde de kapitein, die er weder even
+vroolijk als vroeger uitzag.
+
+»In de golf van Pé-Tché-Li?"
+
+»Misschien."
+
+»Of in de golf van Léao-Tong?"
+
+»Ook dit is mogelijk."
+
+»Maar waar komen wij aan land?"
+
+»Waar de wind ons heendrijft!"
+
+»En wanneer?"
+
+»Ik kan het onmogelijk zeggen."
+
+»Een echt Chinees weet zich altijd te oriënteeren, mijnheer", hernam
+Kin-Fo op ontevreden toon, een spreekwijze bezigende in het Hemelsche
+Rijk veel in gebruik.
+
+»Op het land, ja" antwoordde kapitein Yin. »Maar op zee, niet!"
+
+En zijn mond sperde zich bijna tot de ooren open.
+
+»Er is waarachtig geen reden om te lachen," zei Kin-Fo.
+
+»Om te schreien evenmin," antwoordde de kapitein.
+
+De toestand had, 't is waar, op 't oogenblik niets verontrustends,
+maar 't was ook waar dat kapitein Yin onmogelijk kon zeggen waar de
+_Sam-Yep_ zich bevond.
+
+Hoe zou hij zonder kompas gedurenden den wervelwind, die drie kwart
+van het kompas rondliep, bestek hebben kunnen houden! De jonk had
+voor top en takel, bijna naar geen roer luisterende, ten speelbal aan
+den orkaan gestrekt. Het was dus niet te verwonderen, dat de kapitein
+slechts zeer onvoldoende antwoorden op Kin-Fo's vragen kon geven. Maar
+hij had er wat minder vroolijkheid bij te pas kunnen brengen.
+
+Hoe het ook zij, of de _Sam-Yep_ in de golf van Léao-Tong was
+medegevoerd, dan wel teruggeworpen in de golf van Pé-Tché-Li, in
+ieder geval moest de steven naar het noordwesten worden gericht. In
+die richting moest zich land bevinden. Het eenige punt in quaestie
+was alleen op welken afstand het lag.
+
+Als hij het had kunnen doen, zou kapitein Yin zijne zeilen bijgezet
+en met de zon die op dat oogenblik helder scheen, meegegaan zijn.
+
+Die mogelijkheid bestond echter niet.
+
+Op den typhon was de meest volslagen kalmte gevolgd, geen tochtje
+in den dampkring, geen enkel zuchtje wind. Een spiegelgladde zee,
+nauwelijks in golving gebracht door een zware deining, die het schip
+over en weer deed slingeren zonder het vooruit te brengen. Er lag
+een heete damp op het water, en de lucht, die tijdens den nacht zoo
+zwart mogelijk was geweest, was nu zoo kalm, dat zij ten eenenmale
+ongeschikt scheen voor een worsteling der elementen. Het was een dier
+doodsche kalmten, omtrent wier duur men geen rekening kan maken.
+
+»Dat ziet er mooi uit!", sprak Kin-Fo, voor zich heen. »Na den storm,
+die ons in volle zee heeft geslingerd, een windstilte die ons belet
+weder het land te bereiken."
+
+En zich tot den kapitein wendende:
+
+»Hoe lang kan die windstilte aanhouden?" vroeg hij.
+
+»In dit jaargetijde, mijnheer? Ja, wie zal dat zeggen," antwoordde
+de kapitein.
+
+»Uren of dagen?"
+
+»Dagen of weken!" hernam Yin met een glimlach van kalme berusting,
+die zijn passagier bijna in toorn deed ontsteken.
+
+»Weken!" riep Kin-Fo. »Denk je dat ik weken kan wachten."
+
+»Dat zal toch dienen, of we moeten onze jonk op sleeptouw nemen!"
+
+»De duivel hale je jonk en allen die er op zijn, en mij het eerst
+dat ik zoo dwaas ben geweest mij hier in te schepen!"
+
+»Mijnheer," hernam kapitein Yin, »mag ik u iets aanraden!"
+
+»Ga je gang!"
+
+»Vooreerst kalm te gaan slapen, evenals ik ga doen; dat is een zeer
+verstandig besluit, na een nacht op het dek doorgebracht te hebben."
+
+»En dan?" vroeg Kin-Fo, die door de kalmte van den kapitein zoo
+mogelijk nog wanhopiger werd gemaakt dan door die van de zee.
+
+»En dan raad ik u aan", antwoordde Yin, »om het voorbeeld te volgen
+van mijn passagiers in het ruim. Die beklagen zich nooit en nemen
+het weder zooals het is."
+
+Na deze wijsgeerige opmerking, Wang zelfs waardig, verdween de kapitein
+in zijn hut, terwijl twee of drie mannen van de equipage op het dek
+achterbleven.
+
+Kin-Fo liep een kwartier van voren naar achteren, met over elkander
+gekruiste armen, terwijl zijne vingers van ongeduld trilden. Vervolgens
+wierp hij nog een blik op de doodsche, onbeweeglijke vlakte, waarvan
+de jonk het middelpunt uitmaakte, haalde de schouders op en trad zijn
+kajuit binnen zonder zelfs tot Fry-Craig een woord te richten.
+
+Toch waren de beide agenten daar, rustig op de banken uitgestrekt
+en, naar hunne gewoonte, elkander verstaande zonder te spreken. Zij
+hadden de vragen van Kin-Fo gehoord en eveneens de antwoorden van
+den kapitein, maar geen deel aan het gesprek genomen. Waarvoor zou
+het gediend hebben, dat zij er zich mee bemoeiden, en waarom vooral
+zouden zij zich over het oponthoud beklaagd hebben, dat hun cliënt
+in zoo ontevreden stemming bracht?
+
+In waarheid, zij mochten aan tijd verliezen, maar zij wonnen in
+veiligheid. Kin-Fo liep aan boord geen enkel gevaar, wijl de hand
+van Lao-Shen hem er niet kon bereiken; wat zouden zij meer gewenscht
+hebben?
+
+De termijn waarop hunne verantwoordelijkheid ophield, naderde met
+rassche schreden. Nog veertig uur en geheel het leger van de Taï-pings
+had zich op den ex-cliënt van _de Eeuw_ kunnen werpen zonder dat
+zij een vinger zouden hebben uitgestoken om hem te helpen. Het zijn
+practische menschen, die Amerikanen! Aan Kin-Fo gehecht zoolang hij
+tweemaal honderdduizend dollars waard was! Dood onverschillig omtrent
+hetgeen hem zou overkomen als hij geen sapeke meer waard zou zijn!
+
+Nadat Craig en Fry aldus geredeneerd hadden, gingen zij met den
+meesten eetlust ontbijten. Zij hadden goeden voorraad meegenomen en
+aten van denzelfden schotel, hetzelfde bord, eenzelfde hoeveelheid
+stukken brood en koud vleesch. Zij dronken eenzelfde aantal glazen
+van den heerlijken wijn van Chao-Chigne op de gezondheid van William
+J. Bidulph. Zij rookten ieder een half dozijn sigaren en bewezen op
+nieuw dat men Siamees kan wezen door gewoonte, als is men het niet
+door geboorte.
+
+Die goede Yankees, die meenden dat zij aan het eind van hun rampspoed
+waren!
+
+De dag ging rustig voorbij. Altijd dezelfde kalmte in de natuur,
+hetzelfde zachte, »mollige" voorkomen van den hemel. Niets deed eene
+verandering in de meteorologische gesteldheid van den dampkring
+vermoeden. De wateren van de zee waren onbeweeglijk als die van
+een meertje.
+
+Tegen vier uur verscheen Soun op het dek, wankelend en waggelend als
+een dronken man, hoewel hij zijn geheele leven lang niet zoo matig
+geweest was als gedurende de laatste dagen.
+
+Zijn gelaat dat eerst violet, daarna indigo, toen blauw, vervolgens
+groen geweest was, begon nu weer geel te worden. Weder op den
+vasten wal gekomen, zou hij zijn gewone kleur, oranje, spoedig
+herkrijgen. Als een opwelling van boosheid hem dan rood maakte,
+zou zijn gelaat successievelijk en in de natuurlijke volgorde al de
+kleuren van het spectrum vertoond hebben.
+
+Soun sleepte zich naar de beide agenten, met halfgesloten oogen en
+zonder een blik te durven slaan over de verschansing van de _Sam-Yep_.
+
+»Zijn wij er?"... vroeg hij.
+
+»Neen," antwoordde Fry.
+
+»Komen wij er haast?"
+
+»Neen", antwoordde Craig.
+
+»_Ai, ai, ya!_" kreet Soun.
+
+En in diepen wanhoop, geen kracht in zich gevoelende om iets meer
+te zeggen, strekte hij zich aan den voet van den grooten mast uit,
+allerlei krampachtige bewegingen makende, waardoor zijn korte staart
+zich evenals het staartje van een hond bewoog.
+
+Ondertusschen waren op bevel van kapitein Yin de luiken
+van het dek geopend om het ruim te luchten. Dat was een wijze
+voorzorgsmaatregel. De zon zou spoedig de vochtigheid doen opdrogen,
+die door een drie- of viertal golven, tijdens den typhon, in 't
+inwendige van 't vaartuig gebracht was.
+
+Craig en Fry waren bij hunne wandelingen over het dek reeds
+herhaaldelijk blijven stilstaan bij het groote luik. Een gevoel van
+nieuwsgierigheid deed hen weldra besluiten om eens een kijkje te gaan
+nemen in het in een grafkelder herschapen ruim. Zij daalden dus de
+primitieve trap af, die daarheen leidde.
+
+De zon wierp door het geopende luik hare stralen midden in het ruim,
+doch voor en achter was het zeer donker. De oogen van Craig en Fry
+gewenden daar echter spoedig aan en weldra waren zij in staat om te
+zien hoe deze buitengewone lading van de _Sam-Yep_ geborgen was.
+
+Het ruim was niet, zooals dit in de meeste koopvaardijjonken het
+geval is, door schutten afgedeeld. Het was één groote ruimte, die
+geheel volgeladen kon worden, daar er onder het voor- en achterdek
+ruimte genoeg overbleef voor equipage en passagiers.
+
+Aan elke zijde van het ruim stonden, even regelmatig als in een
+praalgraf, de vijf en zeventig doodkisten, die naar Fou-Ning gebracht
+moesten worden. Stevig bevestigd konden zij noch door de slingeringen
+der jonk van hunne plaats geraken noch eenigermate de veiligheid van
+het vaartuig in gevaar brengen.
+
+Door een smallen gang, die vrijgelaten was tusschen de dubbele rij
+kisten, kon men van het eene einde van het ruim naar het andere gaan,
+nu eens in het volle licht als men in de nabijheid van het luik was,
+dan weder in schemerlicht of in een bijna volkomen duister.
+
+Craig en Fry liepen zwijgend, alsof zij zich in een praalgraf bevonden,
+in dezen gang op en neder.
+
+Zij keken niet zonder eenige nieuwsgierigheid naar de zonderlinge
+lading.
+
+Er waren lijkkisten van allerlei aard, van allerlei vorm en afmeting,
+kostbaar of armoedig. Van de landverhuizers, die door nooddruft
+naar de overzijde der Stille Zuidzee gedreven waren, waren sommige
+rijk geworden in de mijnen van de Nevada en den Colorado of in
+Californië, doch dit waren er, helaas, slechts weinige. De andere
+waren er arm en ellendig gekomen en arm en ellendig gestorven. Maar
+allen keerden nu gelijkelijk naar hunnen geboortegrond terug, aan
+elkander gelijk door den dood. Een tiental kisten waren van kostbaar
+hout en versierd met al de fantasie der Chineesche weelde, de meeste
+andere bestonden eenvoudig uit zes planken, ruw in elkander geslagen
+en geel geverfd. Maar rijk of arm, op elke kist stond een naam dien
+men kon lezen als men het ruim doorging: Lien-Fou van Yung-Ping-Fu,
+Nan Loou van Fou-Ning, Shen-Kin van Lin-Kia, Luang van Ku-Li-Kao,
+enzoovoorts. Er was geen vergissing of verwarring mogelijk. Ieder lijk
+was behoorlijk gewaarmerkt en zou aan zijn adres bezorgd worden, om
+op het veld het uur der definitieve teraardebestelling af te wachten.
+
+»'t Ziet er netjes uit," zei Craig.
+
+»Zeer netjes!" antwoordde Fry.
+
+Zij zouden hetzelfde gezegd hebben als zij een der groote magazijnen
+van San Francisco of New-York bezichtigd hadden.
+
+Aan het uiterste einde van het ruim, waar het licht nagenoeg niet
+doordrong, waren zij blijven staan, en voordat zij weder naar boven
+gingen, lieten zij nogmaals hunne blikken over de stapels der kisten
+gaan.
+
+Plotseling werd hun aandacht door eenig geritsel getrokken.
+
+»Zeker een rat!" zeide Fry.
+
+»Ja, dat zal een rat zijn!" antwoordde Craig.
+
+Het was geen voordeelige lading voor zulk een knaagdier. Rijst,
+of maïs, of gierst zou beter naar zijn zin geweest zijn.
+
+Het geluid hield evenwel aan. Het was ontstaan op manshoogte, aan
+stuurboordzij, dus bij de bovenste rij kisten. Als het geen geknabbel
+van tanden was, kon het niets anders zijn dan een gekrabbel van
+klauwen of nagels!
+
+»Frrrr! Frrrr!" deden Craig en Fry.
+
+Maar het geraas hield niet op.
+
+De twee agenten kwamen naderbij en luisterden met ingehouden adem. Het
+gekrab kwam stellig uit een der bovenste doodkisten.
+
+»Ze zullen toch geen schijndooden Chinees in een van de kisten gepakt
+hebben?" vroeg Craig.
+
+»Die eerst na een overtocht van vijf weken weder levend geworden
+is?" antwoordde Fry.
+
+De twee agenten legden de hand op de verdachte kist en er was geen
+twijfel aan of er was beweging in.
+
+»Drommels!" fluisterde Craig.
+
+»Drommels!" fluisterde ook Fry.
+
+Hetzelfde denkbeeld ontstond plotseling bij beiden, en wel dat Kin-Fo
+vermoedelijk door eenig gevaar bedreigd werd.
+
+Zij namen de hand van de kist af en voelden dat het deksel zeer
+zorgvuldig opgetild werd.
+
+Craig en Fry, als lieden die zich nergens over verbaasden, hielden
+zich doodstil, en daar zij in het donker niets konden zien, spitsten
+zij hunne ooren op hetgeen zij zouden hooren.
+
+»Ben jij het, Couo?" sprak een stem zeer voorzichtig en zacht
+fluisterend.
+
+Bijna op hetzelfde oogenblik antwoordde een stem uit een der kisten
+aan bakboord op dezelfde wijze:
+
+»Ben jij het, Fo-Kien?"
+
+En toen wisselden zij zeer vlug de volgende woorden:
+
+»Van nacht, niet waar?"
+
+»Ja, van nacht!"
+
+»Voordat de maan opkomt?"
+
+»Bij de tweede nachtwake."
+
+»En de anderen?"
+
+»Zijn allen gewaarschuwd."
+
+»Zes-en-dertig uur in een doodkist! Ik heb er genoeg van!"
+
+»Ik niet minder."
+
+»Als Lao-Shen het niet bevolen had...."
+
+»Stil toch!"
+
+Op het hooren van den naam van den gevreesden Taï-ping hadden Craig
+en Fry onwillekeurig eene lichte beweging gemaakt en daarop waren de
+deksels weder plotseling dichtgevallen. Het was op nieuw doodstil in
+het ruim van de _Sam-Yep_.
+
+Na het tooneel in het ruim slopen Craig en Fry zoo voorzichtig mogelijk
+weder naar het midden en klommen naar boven. Zij bleven eerst op het
+dek staan, toen zij zeker wisten dat niemand hen hooren kon.
+
+»Met dooden die spreken...." begon Craig.
+
+»Is het niet pluis!" voltooide Fry.
+
+Een enkel woord had hun alles verraden. Dat was de naam Lao-Shen,
+dien een der gewaande lijken uitgesproken had.
+
+De handlangers van dezen gevreesden Taï-ping waren er dus in geslaagd
+zich aan boord te verbergen! Kon dit geschied zijn buiten weten van
+kapitein Yin, of van zijn equipage, of van de manschappen die de
+sombere lading aan boord hadden gebracht? Dat was onmogelijk. Na uit
+het Amerikaansche vaartuig gelost te zijn, die ze van San-Francisco had
+overgebracht, waren de doodkisten tweemaal vier en twintig uur in het
+dok blijven staan. Toen hadden tien of misschien twintig manschappen
+van de bende van Lao-Shen de kisten ongetwijfeld geledigd en de plaats
+der lijken ingenomen. Maar had hun opperhoofd dan geweten of kunnen
+weten dat Kin-Fo van plan was om zich aan boord van de _Sam-Yep_
+in te schepen? En hoe had hij dit kunnen weten?
+
+Ziedaar eene zeer duistere zaak, doch die op dit oogenblik niet
+behoefde opgelost te worden. Zeker was het, dat er, sedert men Tahou
+verliet, schelmen van de ergste soort aan boord waren; zeker was
+het, dat Craig en Fry een hunner den naam van Lao-Shen had hooren
+uitspreken; zeker was het dat het leven van Kin-Fo in onmiddellijk
+gevaar verkeerde.
+
+In dezen nacht, in den nacht van 28 op 29 Juni, zou _de Eeuw_ een
+verlies lijden van tweehonderdduizend dollars; een verlies dat der
+maatschappij bespaard zou worden als het vier en vijftig uur later
+geweest was, daar ook Kin-Fo zijn polis niet had vernieuwd!
+
+Men zou echter Craig en Fry slecht kennen als men meende dat zij in
+deze ernstige omstandigheden hunne bezinning verloren. Hun besluit
+was terstond genomen. Kin-Fo moest, voordat de tweede nachtwake begon,
+de jonk verlaten, en zij beiden zouden hem vergezellen.
+
+Maar hoe zouden zij ontsnappen? Zich meester maken van de eenige boot
+die de jonk aan boord had? Onmogelijk. Dat was een zware sloep, en al
+de handen aan boord zouden noodig zijn om haar in zee te brengen. En
+kapitein Yin, met zijn equipage, die er alles van wist, zouden hen
+zien komen! Men moest dus wel zijn toevlucht tot iets anders nemen,
+hoe gevaarlijk het ook wezen mocht.
+
+Het was zeven uur. De kapitein was nergens te zien en zat
+waarschijnlijk in zijn hut. Hij wachtte mogelijk daar wel het uur af
+dat de manschappen van Lao-Shen voor den dag zouden komen.
+
+»Er is geen oogenblik te verliezen!" zeiden Craig-Fry.
+
+Neen, geen enkel oogenblik! Het gevaar had niet dreigender kunnen
+zijn als zij boven een mijn gestaan hadden en de lont, die daarmede
+in verbinding stond, reeds aangestoken was.
+
+De jonk scheen, bij de volslagen windstilte, aan zichzelf
+overgelaten. Een enkele matroos zat op het dek te slapen.
+
+Craig en Fry schoven dus de deur der kajuit open en vonden Kin-Fo daar.
+
+Hij sliep, doch men wekte hem onverwijld.
+
+»Wat is er?" vroeg hij.
+
+Enkele woorden waren voldoende om hem op de hoogte der zaak te
+brengen. Zijn moed en zijne koelbloedigheid begaven hem gelukkig niet.
+
+»Laat ons die gewaande lijken spoedig in zee werpen", riep hij uit.
+
+Geen slecht idée, maar volkomen onuitvoerbaar met het oog op de
+medeplichtigheid van kapitein Yin en het vermoedelijk aantal der
+schelmen.
+
+»Wat dan?" vroeg Kin-Fo.
+
+»Dit even aantrekken", antwoordden Craig-Fry.
+
+Dit zeggende opende zij een der kisten, die zij uit Tong-Tchéou hadden
+meegenomen, en boden hunnen cliënt een dier verwonderlijke drijfpakken
+aan, waarvan de wereld de uitvinding aan kapitein Boyton dankt.
+
+De kist bevatte vier dergelijke pakken met al de gereedschappen en
+werktuigen die er bij behooren en die het reddingstoestellen van de
+beste soort doen zijn.
+
+»'t Is goed", zei Kin-Fo, »ga Soun maar waarschuwen."
+
+Een oogenblik later kwam Fry met Soun terug, die volkomen de kluts
+kwijt was. Men moest hem geheel aankleeden. Hij liet ze machinaal
+begaan en stiet alleen van tijd tot tijd zijn gewoon _ai ai ya_ uit!
+
+Om acht uur waren Kin-Fo en zijne metgezellen gereed. Men had hen voor
+vier zeehonden hebben kunnen houden, die gereed stonden om in zee
+te duiken. Om de waarheid te zeggen zou de zeehond Soun slechts een
+zeer ongunstig denkbeeld gegeven hebben van de wonderbare vlugheid
+dezer zoogdieren van de zee, zoo slap en onbeholpen zag hij er uit
+in zijn waterdicht pak.
+
+In het oosten begon de lucht reeds donker te worden. De jonk dreef
+onbeweeglijk bij de onafgebroken windstilte op de spiegelgladde
+oppervlakte der zee.
+
+Craig en Fry maakten een der poorten van de kajuit achter in den
+spiegel van de jonk open. Zonder plichtplegingen nam men Soun op
+en stak hem door het luik naar buiten, waar men hem in de zee hoorde
+plassen. Kin-Fo volgde hem onmiddellijk. Craig en Fry raapten alles bij
+elkander wat zij noodig hadden en stapten op hunne beurt in het water.
+
+Alles was zeer stil en behendig in zijn werk gegaan en aan boord van de
+jonk kon niemand vermoeden dat de bemanning vier personen minder telde.
+
+
+
+
+
+XIX.
+
+ Dat zeer slecht afloopt voor kapitein Yin, gezagvoerder van
+ de _Sam-Yep_ en zijn equipage.
+
+
+De toestellen van kapitein Boyton bestaan uitsluitend uit een enkel
+kleedingstuk van caoutchouc, waarin het geheele lichaam sluit. Door
+den aard der stof zijn ze waterdicht. Maar al kan het water er
+niet doordringen de koude, die het gevolg zou zijn eener langdurige
+indompeling, zooveel te beter. Deze kleedingstukken nu, zijn dubbel
+en tusschen de stof en de voering kan men eene zekere hoeveelheid
+lucht inblazen.
+
+De lucht strekt tot twee doeleinden. Ten eerste om het toestel beter
+te doen drijven en ten tweede om te maken dat het menschelijk lichaam
+op den duur niet te veel afkoelt. Met zulk een toestel kan men zoo
+lang in het water vertoeven als men zelf maar verkiest.
+
+Het spreekt van zelf dat de sluiting er van niets te wenschen
+overliet. De pantalon waarvan de voeten met zware zolen voorzien
+waren, sloot om het middel met een ceintuur van staal, ruim genoeg
+om het lichaam eenige vrijheid van beweging te laten. Het buis dat
+aan dit ceintuur vast zat, sloot van boven met een stevige kraag,
+waaraan de kap bevestigd was. Deze ging over het hoofd en sloot door
+een elastieken band nauwkeurig om voorhoofd, wangen en kin. Men zag
+dus van de kin niets anders dan de oogen, den neus en den mond.
+
+Aan het buis zaten verscheiden buizen van caoutchouc die dienden om
+lucht in te brengen en deze te regelen naar den graad van dichtheid
+die men voor het drijvende lichaam verlangde. Men kon dus, al naar men
+verkoos, tot aan den hals onder water blijven, of slechts halverwege,
+of zelfs als men wilde in het water staan. Er bestaat eene volkomen
+vrijheid van handelen en beweging, en daarenboven eene volkomen
+veiligheid.
+
+Ziedaar het toestel dat zijn uitvinder zooveel roem heeft bezorgd
+en waarvan het nut bij tal van zeerampen ontwijfelbaar groot is. Het
+wordt voltooid door een aantal bijkomende zaken: een waterdichten zak
+met verschillende voorwerpen, die als een gordel om het lijf geslagen
+wordt; een stevigen stok die aan de voeten in een haak bevestigd is
+en waaraan men een klein fokzeil kan hangen, eene kleine pagaai die
+al naar omstandigheden gebruikt kan worden om den toestel in beweging
+te brengen of naar verkiezing te besturen.
+
+Kin-Fo, Craig, Fry en Soun dreven nu, aldus toegerust, op de
+oppervlakte der zee. Soun werd door Craig of Fry voortgeduwd en
+liet hen stil begaan en met eenige pagaaislagen waren zij weldra op
+voldoenden afstand van de jonk verwijderd.
+
+De ingevallen duisternis was voor deze manoeuvre zeer gunstig
+geweest. Zelfs al waren kapitein Yin en zijne matrozen op het dek
+verschenen, toch zouden zij de vluchtelingen niet in het oog gekregen
+hebben. Niemand had dan ook kunnen onderstellen, dat zij op deze wijze
+de jonk hadden verlaten. De schurken uit het ruim zouden zulks eerst
+op het laatste oogenblik kunnen gewaar worden.
+
+»Bij de tweede nachtwake," had de gewaande doode uit de laatste kist
+gezegd: dus omstreeks middernacht.
+
+Kin-Fo en zijne gezellen hadden dus nog een paar uur tijd en inmiddels
+hoopten zij zich wel een mijl van het schip te kunnen verwijderen. Er
+begon werkelijk ook wat wind te komen, doch dit was nog zoo weinig,
+dat men alleen op de pagaaien mocht vertrouwen, om uit het vaarwater
+van de _Sam-Yep_ te komen.
+
+Na een paar minuten waren Kin-Fo, Craig en Fry zoodanig aan hun nieuwen
+toestand gewend, dat zij instinctmatig alles deden wat de inrichting
+van het toestel vorderde of onderstelde, zonder ooit te aarzelen of
+mis te tasten. Soun zelfs had weldra zijne bezinning teruggekregen en
+voelde zich in de zee veel beter op zijn gemak dan aan boord van de
+jonk. Zijne zeeziekte was plotseling verdwenen. Het is dan ook een
+groot verschil of men aan boord van een schip al de bewegingen van
+dat vaartuig gevoelt, dan wel of men halverwege in het water met de
+deining mededrijft. Soun maakte deze opmerking met zeer veel genoegen.
+
+Maar al was Soun niet zeeziek meer, hij was nu vreeselijk bang. Hij
+vreesde dat de haaien misschien nog niet naar bed zouden zijn en
+instinctmatig trok hij bij die gedachte zijne beenen omhoog als
+vreesde hij dat zij daarin bijten zouden.
+
+Een klein beetje angst was hem, in zijne omstandigheden, dan ook
+waarlijk zoo kwalijk niet te nemen.
+
+Kin-Fo en zijne makkers, wie het ongeluk op de meest krasse wijze bleef
+vervolgen, zetten hunne vlucht in kapitein Boyton's drijftoestellen
+voort. Bij het pagaaien lagen zij horizontaal uitgestrekt. Als zij
+een oogenblik rustten, hernamen zij hunne verticale houding.
+
+Een uur nadat zij het vaartuig hadden verlaten, waren zij reeds een
+halve mijl onder de lij van de _Sam-Yep_. Zij hielden een poosje
+rust, op hunne pagaai geleund, daarbij echter zorg dragende dat zij
+zachtjes spraken.
+
+»Die schurk van een kapitein!" zei Craig, om 't gesprek te openen.
+
+»Die vervloekte Lao-Shen!" antwoordde Fry.
+
+»'t Schijnt dat het je zonderling voorkomt?" zei Kin-Fo op den toon
+van iemand die zich over niets meer verwondert.
+
+»Ja!" antwoordde Craig, »want ik kan niet begrijpen hoe die
+ellendelingen te weten gekomen zijn dat wij passagiers aan boord
+zouden zijn!"
+
+»'t Is waarlijk onverklaarbaar," voegde Fry er bij.
+
+»Het doet er niet toe," sprak Kin-Fo, »zij hebben het geweten en wij
+zijn het gevaar ontsnapt!"
+
+»Ontsnapt!" antwoordde Craig. »Neen, zoolang de _Sam-Yep_ in 't
+gezicht is, zijn wij niet buiten gevaar!"
+
+»Wat moet er gedaan worden?" vroeg Kin-Fo.
+
+»Laat ons al onze krachten inspannen", antwoordde Fry, »en ons zoover
+van het vaartuig verwijderen dat wij bij 't aanbreken van den dag
+uit het gezicht zijn!"
+
+En Fry blies een zekere hoeveelheid lucht in zijn kleed en steeg
+daardoor halverwege uit het water. Hij nam daarop uit zijn borstzak
+een flesch en een glas, vulde dat met besten brandewijn en reikte
+het zijn cliënt over.
+
+Kin-Fo liet zich niet lang bidden en ledigde het glas tot den laatsten
+druppel. Craig-Fry volgden zijn voorbeeld en Soun werd niet vergeten.
+
+»Hoe gaat het?.." vroeg hem Craig.
+
+»Beter!" antwoordde Soun na gedronken te hebben. »Zouden wij ook niet
+een stukje kunnen eten?"
+
+»Morgen", zei Craig, »zullen wij ontbijten bij het aanbreken van den
+dag en eenige kopjes thee...."
+
+»Koud!" riep Soun uit, een leelijk gezicht trekkende.
+
+»Warm!" antwoordde Craig.
+
+»Kan je dan vuur maken?"
+
+»Ik zal vuur maken."
+
+»Waarom zouden wij tot morgen wachten?" vroeg Soun.
+
+»Zou u dan soms willen dat ons vuur aan kapitein Yin en zijn
+medeplichtigen onze tegenwoordigheid verried?"
+
+»Neen! neen!"
+
+»Dus, morgen!"
+
+Onze vrienden babbelden werkelijk even gezellig alsof zij »te huis"
+waren! Alleen deed eene lichte deining hun eene op- en neergaande
+beweging ondergaan, die min of meer komisch was. Zij bewogen zich
+naar boven, evenals de toetsen van een klavier door de hand van een
+pianist aangeroerd.
+
+»De bries neemt toe," merkte Kin-Fo op.
+
+»Dan moeten wij zeilen," antwoordden Craig-Fry.
+
+En zij maakten zich gereed den stok op de voeten te bevestigen, ten
+einde er het zeil aan op te hijschen, toen Soun een kreet van schrik
+deed hooren.
+
+»Zal je den mond houden, ezel!" liet zijn meester hooren. »Wil je
+ons verraden?"
+
+»Maar ik meen iets gezien te hebben!...." stamelde Soun.
+
+»Houd den mond, schavuit," zei Kin-Fo, zijne hand op den schouder van
+zijn bediende leggende. »Zelfs als je voelt dat je een been afgebeten
+wordt, mag je nog niet schreeuwen, of..."
+
+»Of," voegde Fry er bij, »wij zullen hem met een messteek door zijn
+pak naar beneden sturen, waar hij op zijn gemak kan schreeuwen!"
+
+Men ziet dat de arme Soun nog niet aan het eind van zijne jammeren
+was gekomen. Hij was angstig, maar mocht toch geen geluid geven. Hij
+had nog wel geen spijt de jonk, de zeeziekte en de passagiers in het
+ruim verlaten te hebben, maar er scheelde toch niet veel aan.
+
+'t Was zoo als Kin-Fo had gezegd, de bries stak op, maar het was
+slechts een van die tochtjes die gewoonlijk het opgaan van de zon
+voorafgaan. Toch moest men er gebruik van maken, om zich zoover
+mogelijk van de _Sam-Yep_ te verwijderen. Als de mannen van Lao-Shen
+Kin-Fo niet vonden, zouden zij hem zekerlijk achtervolgen en als zij
+in het gezicht waren, dan zouden zij spoedig met de sloep bereikt
+zijn. Men moest dus zorgen om bij het aanbreken van den dag zoover
+mogelijk uit 't gezicht te zijn.
+
+De bries woei uit het oosten. Welke ook de streken waren waarheen
+de orkaan de jonk gevoerd had, in de golf van Léao-Tong, of die van
+Pé-Tché-Dé, of zelfs in de Gele zee, men moest westwaarts sturen om
+den vasten wal te bereiken. Daar had men kans eenige handelsjonken
+te ontmoeten, die naar de monding van de Peï-ho voeren. Daar waren
+nacht en dag visschersvaartuigen bij de kust. De kansen om opgenomen
+te worden waren groot. Als de wind daarentegen uit het westen had
+geblazen en de _Sam-Yep_ verder naar het zuiden was gevoerd dan de
+kust van Korea, dan was er weinig kans op behoud. Voor hen lag, wijd
+uitgestrekt, de zee, en als zij al de kusten van Japan bereikten,
+dan zou het zeker niet anders zijn dan als lijk, drijvende in hun
+ondoordringbaar kleed van caoutchouc.
+
+Maar, zooals reeds gezegd is, de bries zou waarschijnlijk gaan liggen
+bij het opgaan der zon en men deed zeer verstandig zich zoover mogelijk
+uit de voeten te maken.
+
+Het was ongeveer 10 uur in den avond. De maan moest even voor
+middernacht opkomen. Men had dus geen minuut te verliezen.
+
+»Maak zeilklaar!" riepen Fry-Craig.
+
+Dit was zeer eenvoudig. Iedere voetzool van den rechtervoet van het
+pak had een bus, waarin de stok, die als mast dienst moest doen,
+kon worden bevestigd.
+
+Kin-Fo, Soun en de beide agenten strekten zich op den rug uit;
+vervolgens trokken zij het been op, bogen de knie en plaatsten den stok
+in de bus, na aan het uiteinde het hijschtouw van het zeil bevestigd
+te hebben. Zoodra zij de horizontale houding hadden hernomen maakte
+de stok een rechten hoek met hun lichaam en stond flink naar boven.
+
+»Hijsch het zeil!" riepen Fry-Craig.
+
+En ieder trok met de rechterhand aan het touw en bracht zoodoende
+een klein driekant zeil naar boven.
+
+Het touw werd in den stalen gordel bevestigd, men hield den schoot
+in de hand en de bries in de vier fokzeilen blazende, dreef de kleine
+vloot van scaphanders vooruit.
+
+Verdienden die »schip-mannen" den naam van scaphanders niet meer nog
+dan de onderzeesche werklieden aan wie men dien gewoonlijk geeft?
+
+Tien minuten later manoeuvreerde ieder met de meeste veiligheid en
+gemakkelijkheid.
+
+Zij stuurden in gezelschap zonder elkander uit het oog te
+verliezen. Men zou ze hebben kunnen aanzien voor een troepje groote
+zeemeeuwen, die met uitgestrekte vleugels langs de wateren scheerden.
+
+De toestand, waarin de zee verkeerde, begunstigde de beweging
+zeer. Geen enkele golfslag verstoorde de lange en kalme golving
+harer oppervlakte.
+
+Slechts een paar maal vergat Soun de voorschriften van Fry-Craig en
+kreeg hij, bij het omwenden van het hoofd, eenige monden vol zout
+water in. Maar dat raakte hij spoedig kwijt. Hij gaf daar trouwens
+niet veel om, maar was nog altijd gepijnigd door den angst dat hij
+een collectie haaien zou tegenkomen! Men bracht hem echter aan het
+verstand dat hij minder gevaar liep als hij dreef dan in verticale
+houding. De muil toch van den haai is zoo ingericht dat hij zich om
+moet wentelen om zijn prooi te bemachtigen en die beweging maakt
+het hem niet gemakkelijk om een voorwerp dat aan de oppervlakte
+drijft, te grijpen. Daarenboven heeft men opgemerkt dat deze dieren
+eenigszins huiverig schijnen te zijn om voorwerpen, die zich bewegen,
+te grijpen. Als Soun dus onophoudelijk in beweging bleef, liep hij het
+minste gevaar; men kan dus begrijpen dat hij heel wat beweging maakte.
+
+De scaphanders zetten hun tocht op deze wijze ongeveer een uur voort,
+juist lang genoeg voor Kin-Fo en zijne gezellen. Zij waren nu op vrij
+voldoenden afstand van de jonk, maar een langer voortgaan zou hen te
+veel vermoeid hebben, zoowel door de spanning van het zeil als door
+de vrij krachtige kabbeling der golven.
+
+Craig-Fry gaven het bevel om te stoppen. De schoten werden gevierd
+en de kleine vloot hield stil.
+
+»Vijf minuten rust, als 't belieft, mijnheer?" zei Craig, zich tot
+Kin-Fo wendende.
+
+»Gaarne."
+
+Daarop hernamen allen, met uitzondering van Soun, die uit voorzorg
+horizontaal wilde blijven, hunne verticale houding.
+
+»Nog een glaasje brandewijn?" vroeg Fry.
+
+»Met genoegen," antwoordde Kin-Fo.
+
+Voor het oogenblik hadden zij niets anders noodig dan eenige droppels
+van deze opwekkende likeur. De honger kwelde hen nog niet. Zij hadden
+een uur vóór zij de jonk verlieten, gegeten en konden dus tot den
+volgenden morgen wachten. Zij gevoelden ook geen koude. De luchtlaag
+die zich tusschen hun lichaam en het water bevond, behoedde hen voor
+afkoeling. De normale temperatuur van hun lichaam was ongetwijfeld
+sedert hun vertrek nog geen graad gedaald.
+
+Was de _Sam-Yep_ nog altijd in het gezicht?
+
+Craig en Fry keerden zich om. Fry nam een nachtkijker uit zijn zak
+en bespiedde zorgvuldig den oostelijken gezichteinder.
+
+Er was niets te zien. Ook niet de schaduw, nauwelijks zichtbaar,
+die de vaartuigen tegen den donkeren achtergrond van het luchtruim
+afteekenen. Overigens was de nacht donker; het mistte een weinig en
+er waren bijna geen sterren. De planeten waren slechts flauw aan den
+hemel te zien. Maar waarschijnlijk zou de maan, die spoedig haar
+halven cirkel moest vertoonen, de lichte nevels optrekken en een
+vrijer uitzicht openen.
+
+»De jonk is op verren afstand!" zei Fry.
+
+»De schurken slapen nog," antwoordde Craig en zullen niets van de
+bries bespeurd hebben."
+
+»Willen wij weder voortgaan?" sprak Kin-Fo, terwijl hij zijn schoot
+aanhaalde en op nieuw den wind in het zeil liet spelen.
+
+Zijne reisgenooten volgden zijn voorbeeld; allen hernamen de vorige
+houding en dreven--de bries was iets verminderd--in dezelfde richting
+weder vooruit.
+
+Zij gingen steeds voorwaarts. Bijgevolg zou de maan, die in het
+oosten opkwam, niet dadelijk hun aandacht trekken; maar zij zou
+met hare stralen het eerst den tegenovergestelden gezichteinder
+verlichten en 't was deze gezichteinder dien zij met de meeste aandacht
+bespiedden. Misschien zouden zij, in plaats van de regelmatige lijn
+door de lucht en het water gevormd, een kustlijn ontdekken, door het
+maanlicht beschenen. Het zou de kust zijn van het Hemelsche rijk, dat
+hun, waar zij het ook betreden mochten, veiligheid zou aanbieden. De
+kust zou vrij zijn en daar er zoo goed als geen branding zou wezen,
+kon men op eene veilige landing rekenen. Eens op den vasten wal zou
+men wel zien wat verder te doen.
+
+Omstreeks kwart voor twaalf toonden zich de eerste lichtstrepen en
+werd de nevel zwak verlicht.
+
+Noch Kin-Fo, noch zijne metgezellen keerden zich om. De bries die in
+frischheid toenam, terwijl de dampen werden opgetrokken, dreef hen snel
+voort. Maar zij bespeurden dat de omgeving gestadig helderder werd.
+
+Terzelfder tijd werd het gesternte beter zichtbaar. De opstekende
+wind dreef den nevel voor zich heen, en de scaphanders gevoelden dat
+het water krachtiger in beweging werd gebracht.
+
+De maanschijf, eerst rood als koper, nu wit als zilver, verlichtte
+spoedig het geheele luchtruim.
+
+Eensklaps ontsnapte aan den mond van Craig een echt Amerikaansche
+vloek.
+
+»De jonk!" riep hij.
+
+Allen hielden stil.
+
+»Strijk de zeilen!" beval Fry.
+
+In een oogenblik waren de vier fokzeilen naar beneden gehaald en de
+masten uit de bus genomen.
+
+Kin-Fo en zijne reisgenooten, plaatsten zich in verticale houding en
+keken om.
+
+De _Sam-Yep_ was dáár op een mijl afstand, en teekende zich, met
+volle zeilen, op den verlichten gezichteinder af.
+
+Het was de jonk wel. Zij had de zeilen geheschen en maakte gebruik van
+de bries. Kapitein Yin had zonder twijfel het verdwijnen van Kin-Fo
+bespeurd, zonder te kunnen begrijpen op welke wijze hij ontsnapt
+was. Op goed geluk af had hij, in overleg met de medeplichtigen uit
+het ruim, de vervolging begonnen, en binnen een kwartier zouden Kin-Fo,
+Soun, Craig en Fry weder in zijne handen vallen!
+
+Maar had men hen bespeurd, te midden van de lichtstralen, die de maan
+over de oppervlakte van het water schoot? Neen, misschien niet!
+
+»Omlaag met het hoofd!" zei Craig, zich aan deze hoop vastklemmende.
+
+Men begreep hem. Men liet uit de pijpjes van het toestel eenige lucht
+ontsnappen en de vier scaphanders dompelden dieper in het water en
+wel zóó, dat alleen hun gelaat nog aan de oppervlakte was. Het kwam er
+nu op aan te zwijgen en zich niet te verroeren. De jonk vorderde met
+snelheid. Hare hooge zeilen wierpen zware schaduwen over de wateren.
+
+Vijf minuten later was de _Sam-Yep_ op een halve mijl afstand. Men zag
+de matrozen achter de verschansing heen en weder loopen. De kapitein
+stond aan het roer.
+
+Deed hij zijn best om de vluchtelingen te achterhalen? of was het
+hem alleen te doen om het meest mogelijke voordeel van den wind te
+hebben. Men wist het niet.
+
+Eensklaps deden zich kreten hooren. Er vertoonden zich een massa
+personen op het dek van de _Sam-Yep_. Luid getier werd vernomen.
+
+Het leed geen twijfel, er was eene worsteling ontstaan tusschen de
+gewaande dooden, uit het ruim ontsnapt, en de equipage van de jonk.
+
+Maar waartoe die worsteling? Waren dan de schurken, matrozen en
+zeeroovers, het niet eens?
+
+Kin-Fo en zijne makkers hoorden duidelijk aan de eene zijde woedende
+scheldwoorden, aan den anderen kant kreten van smart en wanhoop,
+die echter binnen weinige minuten werden verdoofd.
+
+Daarop duidde een heftig geplons in het water langs de jonk aan,
+dat er eenige lichamen over boord werden geworpen.
+
+Neen! kapitein Yin en zijne bemanning waren de medeplichtigen niet
+van Lao-Shen! De arme lieden waren integendeel door hen verrast en
+vermoord. De schurken, die zich aan boord verscholen hadden--zonder
+twijfel met behulp van de sjouwerlieden te Takou--hadden geen ander
+plan gehad dan zich van de jonk meester te maken voor rekening van den
+Taï-ping, en zeker was het hun onbekend geweest dat Kin-Fo passagier
+aan boord van de _Sam-Yep_ was.
+
+Als zij gezien werden en gevat, dan zouden zeker noch Kin-Fo, noch
+Fry-Craig, noch Soun genade vinden bij deze ellendelingen.
+
+De jonk kwam steeds nader. Zij was vlak bij de vluchtelingen toen,
+door eene gelukkige wending, de schaduw van de zeilen op hen viel.
+
+Zij doken onder.
+
+Toen zij weder aan de oppervlakte verschenen, was de jonk voorbij; zij
+waren niet ontdekt; het vaartuig werd snel door den wind voortgedreven.
+
+Een lijk dreef het achterna en werd door de beweging van het kielwater
+van de jonk naar de scaphanders gedreven.
+
+Het was het lichaam van den kapitein, met een dolk in de zijde. De
+lange plooien van zijn gewaad hielden het boven water.
+
+Daarop zonk het en verdween in de diepte der zee.
+
+Aldus was het uiteinde van den vroolijken kapitein Yin, gezagvoerder
+van de _Sam-Yep_.
+
+Tien minuten later was de jonk in westelijke richting uit het oog
+verloren en dreven Kin-Fo, Craig-Fry en Soun weder alleen op de
+oppervlakte van de zee.
+
+
+
+
+
+XX.
+
+ Waarin men zien zal waaraan men zich blootstelt als men
+ kapitein Boyton's drijftoestel gebruikt.
+
+
+Drie uren later werd de horizon verhelderd door de eerste voorteekenen
+van den dageraad, en het duurde niet lang of men kon de zee in hare
+geheele uitgestrektheid overzien.
+
+De jonk was reeds uit het gezicht. Zij was de vier drijvers spoedig
+vooruit gezeild en deze hadden volstrekt geen begeerte om bij haar te
+blijven. Zij volgden wel denzelfden weg naar het westen, voortgestuwd
+door denzelfden wind, maar de _Sam-Yep_ moest hun thans meer dan drie
+mijlen voor zijn. Er was dus voor onze vrienden van die zijde niets
+meer te vreezen.
+
+Maar al was dit gevaar geweken, toch nam dit niet weg dat hun toestand
+hoogst ernstig bleef.
+
+De zee was zoo ver het oog reikte eenzaam en verlaten. Geen schip
+of visscherssloep was ergens te bespeuren. Geen spoor van land was
+noord- of oostwaarts te ontdekken. Niets duidde aan dat men dicht
+bij een of andere kust was. Waren zij in de golf van Pé-Tché-Li of
+in de Gele zee? Men wist er niets van.
+
+Toch werd de oppervlakte van het water nog door een tochtje
+bewogen. Men mocht het niet verloren laten gaan. De richting, die
+de jonk genomen had bewees dat het land, na korter of langer tijd,
+in het westen zou opdagen en dat men het in elk geval aan die zijde
+moest zoeken.
+
+Men kwam dus met elkander overeen dat zij weder onder zeil zouden
+gaan, doch niet voordat men zich eenigermate had versterkt. De maag
+deed hare rechten gelden, en nadat men tien uur in zee gedreven had,
+was dat waarlijk niet te verwonderen.
+
+»Laat ons eerst ontbijten", zei Craig.
+
+»En zoo goed mogelijk!" voegde Fry er bij.
+
+Kin-Fo gaf een teeken van toestemming, en aan de wijze waarop Soun
+met de lippen smakte, bleek voldoende hoe hij er over dacht. Hij was
+uitgehongerd en dacht er zelfs op dit oogenblik niet aan dat haaien
+hem zelf wel eens voor hun ontbijt konden uitkiezen.
+
+De waterdichte zak werd voor den dag gehaald en geopend. Fry haalde
+er uitmuntenden voorraad uit, brood en ingelegde vruchten, eenig
+tafelgereedschap, kortom al wat men noodig had om zich behoorlijk
+te ontnuchteren. Van de honderd schotels, die een Chineesch maal
+behooren te versieren, ontbraken er wel acht en negentig, maar er was
+genoeg voor de behoeften der vier, die er gebruik van zouden maken
+en de omstandigheden waren er niet naar dat men buitengewone eischen
+mocht stellen.
+
+Men ontbeet dus heerlijk, want de zak bevatte voorraad voor twee
+dagen. Als men binnen dien tijd niet aan land kwam zou men er ook
+wel nooit komen.
+
+»Maar wij zijn goedsmoeds", verklaarden Craig-Fry.
+
+»Hoe kunt ge nu zoo goedsmoeds zijn?" vroeg Kin-Fo niet zonder eenige
+spotternij.
+
+»Omdat het geluk ons nu reeds weer meeloopt", antwoordde Fry.
+
+»Hé, vindt ge dat?"
+
+»Ja zeker", verklaarde Craig. »Het groote gevaar was de jonk en
+daaruit zijn we ontsnapt."
+
+»Nooit, mijnheer", voegde Fry er bij, »nooit, zoolang wij de eer gehad
+hebben bij uw persoon in dienst gesteld te zijn, werd uw leven minder
+bedreigd dan op dit oogenblik."
+
+»Geen Taï-ping ter wereld...." zei Craig.
+
+»Zou u hier kunnen treffen...." zei Fry.
+
+»En u drijft zeer aardig...." voegde Craig er bij.
+
+»Voor iemand die tweehonderd duizend dollars weegt", vulde Fry aan.
+
+Kin-Fo moest glimlachen, of hij wilde of niet.
+
+»Als ik drijf", antwoordde hij, »dank ik dat u, mijnheeren! Zonder
+uw hulp was ik thans daar, waar de arme kapitein Yin is!"
+
+»Wij zelf ook!" antwoordden Fry-Craig.
+
+»En ik dan!" riep Soun uit, terwijl hij bijna stikte in een groot
+stuk brood, dat hij slechts met moeite kon verzwelgen.
+
+»'t Doet er niet toe", hernam Kin-Fo, »ik weet wat ik u schuldig ben!"
+
+»U zijt ons volstrekt niets schuldig", antwoordde Fry, »daar u
+verzekerd zijt bij _de Eeuw_...."
+
+»Groote algemeene levensverzekeringsmaatschappij...."
+
+»Met een waarborgkapitaal van twintig millioen dollars....."
+
+»En wij hopen vurig...."
+
+»Dat zij geen cent aan u verliezen zal!"
+
+In zijn hart was Kin-Fo zeer getroffen door de zorgen die de beide
+agenten voor hem gehad hadden, wat dan ook de beweegredenen mochten
+geweest zijn. Ook maakte hij van dat gevoel geen geheim voor hen.
+
+»Wij zullen over dit alles wel eens nader spreken", voegde hij er bij,
+»als Lao-Shen mij eerst maar den brief teruggegeven heeft, dien Wang
+hem zoo ter kwader uur heeft ter hand gesteld."
+
+Craig en Fry zagen elkander aan. Een schier onmerkbare glimlach
+speelde om hunne lippen. Zij hadden blijkbaar weder op hetzelfde
+oogenblik hetzelfde denkbeeld gehad.
+
+»Soun!" sprak Kin-Fo.
+
+»Wat blieft mijnheer!"
+
+»Mijn thee!"
+
+»Ik zal u helpen, mijnheer!" antwoordde Fry.
+
+En het was goed dat Fry antwoordde, want als Soun het had moeten
+doen, zou het wel eens kunnen geweest zijn met de minder eerbiedige
+vraag hoe zijn heer dacht dat hij hem zijn thee had kunnen brengen,
+terwijl beiden midden in den oceaan dreven.
+
+Voor de beide agenten evenwel was de oplossing van deze quaestie
+slechts een kleinigheid.
+
+Fry nam namelijk uit den waterdichten zak een klein instrument, dat
+zeer eigenaardig bij het drijfpak van kapitein Boyton behoort. Het
+kan des nachts dienst doen als lantaarn, als het koud is als
+verwarmingstoestel en als men iets warmen of koken wil als kookfornuis.
+
+Niets eenvoudiger dan dit. Een kokertje van vijf of zes duim, verbonden
+aan een metalen bakje, van boven en van onderen met een kraantje,
+alles omsloten door een stuk kurk zooals de drijvende thermometers
+waarmede men de warmte van het water in badkuipen meet--ziedaar het
+instrument waarvan wij spreken.
+
+Fry liet het op de oppervlakte van het water drijven.
+
+Met de eene hand opende hij toen de bovenste kraan en met de andere
+de onderste die met het metalen bakje in verbinding stond.
+
+Terstond steeg een heldere vlam uit het kokertje op, die eene duidelijk
+merkbare warmte verspreidde.
+
+»Ziedaar ons fornuis", zeide Fry.
+
+Soun kon zijne oogen niet gelooven.
+
+»Maakt u vuur van water?" riep hij uit.
+
+»Van water en phosphorcalcium!" antwoordde Craig.
+
+Het werktuig was inderdaad zoodanig ingericht dat men op vernuftige
+wijze partij trok van een der eigenaardige eigenschappen van het
+phosphorcalcium, die phosphorverbinding welke, als zij met water
+in aanraking komt, phosphorhoudend waterstofgas voortbrengt. Dit
+gas ontbrandt van zelf in de lucht en noch de regen, noch de wind,
+noch de zee kan het uitblusschen. Daarom wordt het thans ook gebruikt
+om de nieuwste reddingsboeien te verlichten. Als men zulk een boei
+in zee werpt komt het phosphorcalcium met het water in aanraking,
+waaruit dadelijk eene heldere vlam te voorschijn springt, die den over
+boord gevallen man de plaats aanwijst waar hij redding vinden kan of
+den matrozen toont waar zij hem terstond te hulp kunnen komen [15].
+
+Terwijl de vlam uit den koker opsteeg, hield Craig er een ketel met
+zoetwater boven, uit een tonnetje dat hij in zijn waterdichten zak
+mede van boord genomen had.
+
+Het water kookte spoedig en Craig schonk het toen over in een trekpot
+waarin eenige lepeltjes thee gedaan waren. Spoedig daarop kregen Kin-Fo
+en Soun elk een geurigen kop van dit thans op zijn Amerikaansch gezette
+aftreksel en het smaakte hun werkelijk even goed als gewoonlijk de
+op Chineesche wijze bereide thee.
+
+Met dezen warmen drank werd het ontbijt op »zooveel" graden breedte
+en »zooveel" lengte op waardige wijze besloten; als men een sextant
+en een chronometer had gehad, zou men ook op enkele seconden na de
+plaats hebben kunnen bepalen waar. Deze instrumenten zullen zeker ook
+spoedig eene plaats onder den voorraad van kapitein Boytons reiszak
+vinden en dan zullen de schipbreukelingen ook gewaarborgd zijn tegen
+het gevaar van op den oceaan te verdwalen.
+
+Kin-Fo en zijne metgezellen gevoelden zich na dit eigenaardige ontbijt
+behoorlijk uitgerust en versterkt; zij heschen nu het zeil weder in
+top en zetten hun tocht westwaarts voort.
+
+De bries woei nog twaalf uur achter elkander en de scaphanders, die
+den wind achter zich hadden, legden in dien tijd een aanzienlijken
+afstand af. Alleen moesten zij nu en dan even met de pagaai sturen,
+om in de juiste richting te blijven. Op den rug liggende en van zelf
+gemakkelijk voortglijdende, voelden zij groote neiging om in slaap
+te vallen. Het was echter dringend noodzakelijk om zich daartegen te
+verzetten en Craig en Fry wisten daarvoor geen beter middel dan elk
+eene geurige sigaar op te steken, die zij even rustig oprookten als
+een dandy zulks in de zwemschool doet.
+
+Meermalen, intusschen, werden de tochtgenooten gestoord door de
+luchtsprongen van eenige zeedieren, die den ongelukkigen Soun grooten
+schrik op het lijf joegen.
+
+Het waren gelukkig slechts onschadelijke bruinvisschen. Die »clowns"
+der zee kwamen heel nieuwsgierig eens een kijkje nemen naar de vreemde
+wezens, die in hun element ronddreven,--zoogdieren even als zij,
+maar op verre na niet als zij, thuis in dat element.
+
+Het was een vreemd schouwspel! Die bruinvisschen maakten in troepen
+hunne opwachting, zij schoten als pijlen voorbij en deelden het water
+een smaragdgroene kleur mede; zij maakten luchtsprongen van vijf of
+zes voet boven de golven uit en bewezen daardoor de buigzaamheid en
+kracht hunner spieren. Als de arme scaphanders het water maar even
+snel als zij hadden kunnen doorklieven, eene snelheid welke die van
+de beste schepen overtreft, wat zouden zij spoedig het land bereikt
+hebben! Zij zouden haast lust gekregen hebben zich aan eenige van die
+dieren vast te sjorren en zich door hen te laten voortslepen. Maar
+welke buitelingen en onderdompelingen! Dan was het toch maar beter zich
+met de verplaatsing door den wind te vergenoegen, die wel langzamer,
+maar toch oneindig veiliger geschiedde.
+
+Intusschen ging tegen den middag de wind geheel liggen. Hij eindigde
+met grillige dwarlwindjes, die een oogenblik de kleine zeilen deden
+zwellen om ze even daarna slap te laten hangen. De hand behoefde zich
+niet meer in te spannen om den schoot vast te houden en het zog liet
+noch aan de voeten noch aan het hoofd der scaphanders het eigenaardig
+gemurmel hooren.
+
+»Een lelijk..." zei Craig.
+
+»Geval!" antwoordde Fry.
+
+Men hield een oogenblik op. De masten werden gestreken, de zeilen
+geborgen en allen, zich in den vertikalen stand plaatsende, bespiedden
+den horizont.
+
+De zee was altijd verlaten. Geen enkel zeil in 't gezicht, geen enkele
+rookpluim eener stoomboot, zich tegen den hemel afteekenende. Een
+brandende zon had al de dampen opgeslorpt en de lucht verdund. Zelfs
+menschen die niet gekleed waren geweest in een dubbele laag caoutchouc,
+zouden de temperatuur van het water warm gevonden hebben!
+
+Hoe gerust nu Fry-Craig hadden voorgegeven te zijn over den uitslag
+van dit avontuur, waren zij nu toch niet zeer op hun gemak. En geen
+wonder, want de sedert ongeveer zestien uur afgelegde afstand kon
+niet bepaald worden en daarenboven werd het hoe langer hoe vreemder
+dat niets de nabijheid van de kust verried, noch handelsvaartuig,
+noch visschersboot, noch eenig ander vaartuig die zich gewoonlijk
+niet ver in zee wagen.
+
+Gelukkig waren Kin-Fo, Craig en Fry geen menschen die zich heel gauw
+uit het veld lieten slaan. Zij hadden nog voorraad voor een dag en
+er deed zich geen enkel teeken voor dat het weder slecht zou worden!
+
+»Pagaaien maar!" zeide Kin-Fo.
+
+Dat was het signaal om de reis te vervolgen, en nu eens op den rug,
+dan weder op den buik, roeiden de scaphanders in de richting van het
+westen voort.
+
+Men vorderde niet hard. Door dat pagaaien werden de armen, die het
+niet gewoon waren, spoedig vermoeid. Men moest dikwijls ophouden
+en op Soun wachten die achterbleef en telkens zijne klaagliederen
+hervatte. Zijn meester beknorde hem, berispte en bedreigde hem,
+maar Soun was niet bang voor 't geen nog van zijn staart overbleef
+daar het beschermd werd door de dikke kap van caoutchouc en liet hem
+eenvoudig praten. Toch was de vrees om verlaten te worden voldoende
+om op korten afstand te blijven.
+
+Tegen twee uren vertoonden zich eenige vogels. Het waren meeuwen, maar
+deze, vlugge vogels wagen zich zeer ver in zee. Men kon dus uit hunne
+tegenwoordigheid niet afleiden dat de kust dichtbij was. Niettemin
+werd het als een gunstig voorteeken beschouwd.
+
+Een uur later geraakten de scaphanders in een net van zeekroos verward
+waaruit zij moeite hadden zich te verlossen. Met behulp van hunne
+messen moesten zij zich een weg door dien chaos van zeeplanten banen.
+
+Daarmede ging een groot half uur verloren en een verbruik van krachten
+die beter hadden besteed kunnen worden.
+
+Te vier uur hield de kleine drijvende troep wederom stil om uit te
+rusten, want het is onnoodig te zeggen dat zij zeer vermoeid waren. Er
+was een vrij sterke bries opgestoken, maar, hetgeen eene verontrustende
+omstandigheid mocht genoemd worden, woei zij toen uit het zuiden. En
+inderdaad konden de scaphanders slechts voor den wind zeilen, en
+niet als een sloep waarvan de kiel haar tegen afdrijven bewaart,
+het bij den wind of halven wind houden. Indien zij dus zeil zetten,
+zouden zij gevaar loopen om Noord te halen en een gedeelte van het
+West dat zij eens gemaakt hadden weder te verliezen. Daarenboven werd
+de deining sterker, terwijl eene sterk opkomende zee de positie nog
+lastiger maakte.
+
+Zij bleven dus vrij lang halt houden. Zij rustten niet alleen uit maar
+gaarden ook krachten, door op nieuw hun voorraad aan te spreken. Dit
+diner was minder vroolijk dan het ontbijt. Binnen weinige uren zou
+de nacht weder aanbreken. De wind wakkerde aan.... Hoe te handelen?
+
+Kin-Fo op zijn pagaai geleund, de wenkbrauwen gefronst, ontevredener
+nog dan wel ongerust over dien hardnekkigen tegenspoed, sprak geen
+woord. Soun jammerde onophoudelijk en niesde reeds als iemand die
+door een geduchte verkoudheid bedreigd wordt.
+
+Craig en Fry gevoelden zich stilzwijgend door hunne lotgenooten om
+raad gevraagd, maar wisten niet wat te antwoorden!
+
+Eindelijk verschafte een gelukkig toeval hun een antwoord.
+
+Eenige minuten voor vijf uren, wezen Craig en Fry tegelijk met de
+hand naar het zuiden, onder den uitroep:
+
+»Een zeil!"
+
+En werkelijk vertoonde zich drie mijlen te loevert een vaartuig, dat
+kracht van zeilen maakte. De koers dien het nu met den wind achter
+zich volgde, moest het brengen vlak bij de plaats, waar zich Kin-Fo
+met zijne metgezellen bevonden.
+
+Zij hadden dus niets anders te doen dan den weg dien het schip volgde,
+te snijden en het daartoe in rechte lijn te gemoet te gaan.
+
+Zij manoeuvreerden onmiddellijk in die richting en voelden hunne
+krachten terugkeeren. Nu zij de uitkomst als het ware in hunne eigen
+handen hadden, zouden zij haar niet laten ontsnappen. De wind, die naar
+de andere zij woei, belette hen gebruik van hunne zeilen te maken,
+doch zij konden het wel met hunne pagaaien af, daar de afstand niet
+groot was.
+
+De wind nam gaande weg toe en men zag het schip steeds grooter
+worden. Het was een visschersjonk en daaruit kon men afleiden dat men
+dicht onder de kust was; de visschers in die streken wagen zich toch
+zelden ver in volle zee.
+
+»Houdt moed! Maakt voort!" riepen Craig en Fry, zelf met kracht de
+pagaai hanteerende.
+
+Zij behoefden echter hunne tochtgenooten niet aan te sporen. Kin-Fo,
+horizontaal op het water uitgestrekt, sneed door de golven als een
+bruinvisch. En wat Soun betreft, die overtrof zichzelf en was, uit
+vrees van achter te blijven, de anderen van tijd tot tijd zelfs voor.
+
+Nog een halve mijl moest men afleggen om in het vaarwater der jonk
+te komen. Daarenboven was het midden op den dag en al kreeg men de
+scaphanders niet in het oog, dan zouden zij met hunne stemmen de
+aandacht der schepelingen wel weten te trekken. Zouden deze echter
+niet op de vlucht gaan als zij door zulke zonderling toegetakelde
+wezens aangeroepen werden? Dat was al weder een kwade kans, die zij
+best loopen konden.
+
+Hoe het ook zij, men had geen oogenblik te verliezen. De armen werden
+dan ook weder krachtiger uitgeslagen, de pagaaien raakten met snellen
+slag het schuim der korte golven, de afstand verminderde in 't oog
+loopend, toen Soun op eens een vreeselijken angstkreet deed hooren.
+
+»Een haai! een haai!"
+
+En Soun had zich ditmaal niet bedrogen.
+
+Op ongeveer twintig voet afstands zag men twee voorwerpen zich
+bewegen. Het waren de vinnen van een verscheurend dier, in die zeeën te
+huis, van den tijgerhaai, die met recht den naam verdient welken men
+hem gegeven heeft, want de natuur heeft hem de woestheid toegedeeld,
+den tijger en den haai eigen.
+
+»De messen gereed!" riepen Fry en Craig.
+
+Het waren de eenigste wapenen die zij te hunner beschikking hadden,
+wapenen die wellicht onvoldoende zouden zijn!
+
+Soun was, men begrijpt dit lichtelijk, eensklaps in de achterhoede
+geraakt.
+
+De haai had de scaphanders gezien en naderde hen. Zijn kolossaal
+lichaam werd één oogenblik in het doorschijnende water groen gevlekt en
+gestreept gezien. Hij was zestien à achttien voeten lang. Een monster!
+
+Hij wierp zich het eerst op Kin-Fo en keerde zich half om, om hem
+te verslinden.
+
+Maar Kin-Fo verloor zijne koelbloedigheid niet. Op het oogenblik dat
+de haai hem zou bereiken, zette hij het dier zijn pagaai tegen den
+rug en verwijderde zich met een krachtigen stoot.
+
+Craig en Fry waren naderbij gekomen, gereed ten aanval en ter
+verdediging.
+
+De haai dook een oogenblik onder en kwam daarop weder boven met
+geopenden muil, een metaalschaar van een vierdubbele rij tanden
+voorzien.
+
+Kin-Fo wilde de beweging, die hem zoo goed gelukt was, herhalen, maar
+zijn pagaai raakte de kaken van het dier en werd midden door gesneden.
+
+De haai wierp zich toen, half op zijde liggende, op zijn prooi.
+
+Op dat oogenblik gutsten stroomen bloed uit zijn lichaam en de zee
+werd rood gekleurd.
+
+Craig en Fry hadden het dier herhaaldelijk met hunne messen getroffen
+en hoe hard zijn vel ook mocht zijn, hunne lange Amerikaansche messen
+waren er doorgedrongen en hadden hem hevig gekwetst.
+
+De muil van het monster opende en sloot zich met een verschrikkelijk
+geluid, terwijl hij met zijn staart het water ontzettend beukte. Fry
+kreeg een slag in de zijde en werd op tien pas afstands weggeslingerd.
+
+»Fry!" kreet Craig op een toon, die de diepste smart verried alsof
+hij zelf den slag had ontvangen.
+
+»Hoezee!" antwoordde Fry, het strijdperk weder naderende.
+
+Hij was niet gewond. Zijn caoutchouc kuras had het geweld van den
+slag gebroken.
+
+De haai werd daarop op nieuw en met ware woede aangegrepen. Hij draaide
+en wendde zich naar alle richtingen om. Kin-Fo was er in geslaagd
+hem het gebroken eind van zijn pagaai in de oogholte te drijven, en
+trachtte nu, op gevaar af van doormidden gebeten te worden, het dier
+op de plaats te houden, terwijl Fry en Craig hem met hunne messen
+het hart poogden te treffen.
+
+Het scheen dat de beide agenten er in geslaagd waren, want het monster
+zonk, na eene laatste poging beproefd te hebben om Kin-Fo te grijpen
+en na een breeden bloedstroom verloren te hebben, in de diepte.
+
+»Hoezee! hoezee! hoezee!" schreeuwden Fry en Craig eenstemmig, hunne
+messen zwaaiende.
+
+»Ik dank u!" zei Kin-Fo.
+
+»Dat vereischt geen dank!" antwoordde Craig. »Het zou wat moois
+geweest zijn als zoo'n dier een brokje van tweemaal honderdduizend
+dollars had opgeslokt!"
+
+»Dat nooit!" voegde Fry er bij.
+
+En Soun? Waar was Soun? Ditmaal was hij de voorste, en het vaartuig,
+dat zich op ongeveer drie kabellengten afstands bevond van de plek
+waar de worsteling plaats had, reeds genaderd. De lafaard was met alle
+kracht zijner pagaai gevlucht. Bijna had hem dit een ongeluk bezorgd.
+
+De visschers hadden hem inderdaad bespeurd; maar zij konden niet
+vermoeden dat zich onder dat zeehondenuiterlijk een menschelijk wezen
+bevond. Zij maakten zich gereed naar hem te visschen, zooals zij
+naar een dolfijn of een zeekalf zouden hebben gedaan. Zij wierpen dan
+ook, zoodra hij dicht genoeg genaderd was, een lang touw overboord,
+voorzien van een sterken haak.
+
+De haak pakte Soun onder den gordel van zijn kleed en scheurde dit
+van den rug tot den nek open.
+
+Soun, die nu alleen boven water gehouden werd door de lucht die zich
+in de dubbele voering van zijn pantalon bevond, duikelde om en stond
+met zijn hoofd onder water en met zijne beenen in de lucht.
+
+Kin-Fo, Craig en Fry, die spoedig naderden, waren zoo voorzichtig om
+de visschers in goed Chineesch toe te spreken.
+
+De goede lieden verschrikten uitermate! Sprekende zeekalven! Zij grepen
+naar de zeilen en wilden zich zoo snel mogelijk uit de voeten maken.
+
+Maar Kin-Fo stelde hen gerust en zeide wie hij en zijne makkers waren,
+namelijk menschen, Chineezen als zijzelf.
+
+Een oogenblik later waren de drie landzoogdieren aan boord.
+
+Alleen Soun bleef nog te water. Men haalde hem met een haak naar zich
+toe en beurde hem het hoofd boven water. Een der visschers greep hem
+bij het einde van zijn staart en tilde hem op.
+
+De staart van Soun bleef in de hand van den redder achter en de arme
+duivel ging weder kopje onder.
+
+De visschers sloegen hem daarop een touw om het lijf en heschen hem
+zonder moeite in de schuit.
+
+Nauwelijks op het dek gekomen en nadat hij het zeewater, dat hij
+ingezwolgen had, weder was kwijtgeraakt, naderde hem Kin-Fo en sprak
+op strengen toon:
+
+»Hij was dus valsch?"
+
+»Zou ik, antwoordde Soun, »die uw gewoonten kende ooit bij u in dienst
+gekomen zijn als dat het geval niet was geweest!"
+
+Hij zei dat op zoo koddigen toon, dat allen in lachen uitbarstten.
+
+De visschers waren lieden van Fou-Ning. Op nog geen twee mijl afstands
+bevond zich de haven die Kin-Fo wilde bereiken.
+
+Nog dienzelfden avond te acht uur, stapte hij met zijne kameraden
+aan wal en zich ontdoende van de toestellen van kapitein Boyton,
+hernamen zij hunne menschelijke gedaante.
+
+
+
+
+
+XXI.
+
+ Waarin Craig en Fry met bijzondere voldoening de maan zien
+ opgaan.
+
+
+»Nu naar den Taï-ping!"
+
+Dat waren de eerste woorden die Kin-Fo den volgenden morgen, 30 Juni,
+uitsprak, na door een goede nachtrust, die den held dezer zonderlinge
+avonturen wel toekwam, verkwikt te zijn.
+
+Zij waren eindelijk op het tooneel van de heldendaden van Lao-Shen
+gekomen. De beslissende worsteling was genaderd.
+
+Zou Kin-Fo overwinnaar zijn? Ja, zonder twijfel, als hij den
+Taï-ping kon verrassen; want hij zou den brief koopen voor den
+prijs dien Lao-Shen daarvoor beliefde te stellen. Neen, zekerlijk,
+als hij zich liet verrassen, als hem een dolksteek in de volle borst
+werd toegebracht voor hij met den woesten zaakwaarnemer van Wang in
+onderhandeling trad.
+
+»Naar den Taï-ping!" hadden Fry-Craig geantwoord, na elkander met
+een blik geraadpleegd te hebben.
+
+De aankomst van Kin-Fo, Fry-Craig en Soun, in hun zonderlingen dos,
+gekleed zooals zij waren toen de visschers hen uit het water haalden,
+had eene zekere opschudding in het kleine havenstadje Fou-Ning
+teweeggebracht. Het was onmogelijk aan de openbare nieuwsgierigheid te
+ontsnappen. Zij waren den vorigen dag door eene talrijke volksmenigte
+begeleid naar de herberg, waar zij zich, dank zij het geld, in
+den gordel van Kin-Fo en den zak van Fry-Craig aanwezig, van meer
+passende kleeding hadden voorzien. Als Kin-Fo en zijne metgezellen
+minder dicht omringd waren geweest, zou hunne aandacht getrokken zijn
+door een zekeren zoon van het Hemelsche rijk, die hen geen oogenblik
+uit het oog verloor. Hunne verwondering zou ongetwijfeld nog zijn
+toegenomen, als zij bespeurd hadden dat hij den geheelen nacht de
+herberg bewaakte. Hun wantrouwen zou ongetwijfeld opgewekt zijn als zij
+hem den volgenden morgen weder op dezelfde plek hadden aangetroffen.
+
+Maar zij zagen niets; zij hadden geen argwaan, zij hadden zelfs geen
+reden om verbaasd te zijn toen deze verdachte persoon hun bij het
+verlaten van de herberg zijn dienst kwam aanbieden als gids.
+
+Het was een man van dertig jaar en hij zag er zeer fatsoenlijk uit.
+
+Toch koesterden Craig-Fry eenige achterdocht en zij ondervroegen
+den man.
+
+»Waarom", luidde hunne vraag, »biedt gij aan ons te geleiden en
+waarheen wilt gij ons brengen?"
+
+Niets natuurlijker dan deze dubbele vraag, maar ook niets natuurlijker
+dan het antwoord dat er op gegeven werd.
+
+»Ik onderstel," sprak de gids, »dat gij voornemens zijt een bezoek
+te brengen aan den Grooten Muur, evenals alle reizigers doen die
+Fou-Ning komen bezoeken. Ik ken het land en bied mij aan u tot gids
+te strekken."
+
+»Vriendlief," zei Kin-Fo, zich in het gesprek mengende, »voor ik een
+besluit neem, wensch ik te weten of de provincie veilig is."
+
+»Zeer veilig," antwoordde de gids.
+
+»Spreekt men in deze streek niet van een zekeren Lao-Shen?" vroeg
+Kin-Fo verder.
+
+»Lao-Shen, den Taï-ping?"
+
+»Ja."
+
+»Zeker," antwoordde de gids, »maar gij hebt niets van hem te
+vreezen aan deze zijde van den Grooten Muur. Hij durft zich niet op
+Keizerlijk grondgebied te wagen. Aan gindsche zijde zwerft zijn bende
+de Mongoolsche provinciën rond."
+
+»Weet men waar hij op dit oogenblik is?" vroeg Kin-Fo.
+
+»Hij moet op het oogenblik in de omstreken van de Tschin-Tang-Ra zijn,
+op eenigen _lis_ afstand van den Grooten Muur."
+
+»En hoe ver is het van Fou-Ning naar de Tsching-Tang-Ro?"
+
+»Ongeveer vijftig lis." [16]
+
+»Welnu, ik neem uw diensten aan."
+
+»Om u te geleiden tot den Grooten Muur!..."
+
+»Om mij te geleiden naar het kamp van Lao-Shen!"
+
+De gids kon eene beweging van verrassing niet weerhouden.
+
+»Ik zal je goed betalen," voegde Kin-Fo er bij.
+
+De gids schudde het hoofd als iemand die niet voornemens was de grens
+te passeeren. Vervolgens sprak hij:
+
+»Tot den Grooten Muur, goed! verder neen! Ik wil mijn leven niet
+wagen."
+
+»Bepaal den prijs er van! ik zal u betalen."
+
+»Zoo zij het!" antwoordde de gids.
+
+Zich daarop tot de beide agenten wendende, voegde Kin-Fo er bij:
+
+»Gij zijt vrij mijne heeren, om mij al of niet te vergezellen!"
+
+»Waar gij gaat...." zei Craig.
+
+»Gaan wij ook", zei Fry.
+
+De cliënt van _de Eeuw_ vertegenwoordigde nog altijd voor hen een
+waarde van tweemaal honderdduizend dollars!
+
+Het scheen dat de agenten na het onderhoud geheel gerust gesteld
+waren omtrent den gids. Maar mocht men hem gelooven dan diende men
+op ernstige moeielijkheden bedacht te zijn na het overschrijden van
+de bescherming, die de Chineezen hebben opgericht tegen de invallen
+der Mongoolsche horden.
+
+De toebereidselen tot de reis waren weldra gemaakt. Men vroeg Soun
+niet of hij geneigd was de reis mee te maken. Hij diende te volgen.
+
+Vervoermiddelen, als rijtuigen of wagentjes, ontbraken geheel in het
+kleine plaatsje van Fou-Ning. Paarden en muildieren waren evenmin, te
+krijgen. Maar er waren een zeker aantal kameelen die in den handel der
+Mongolen dienst doen. Deze ondernemende kooplieden gaan met karavanen
+den weg op van Peking naar Kiatcha, hunne groote troepen langstaartige
+schapen voor zich uit drijvende. Zij onderhouden aldus de gemeenschap
+tusschen Aziatisch Rusland en het Hemelsche Rijk. Zij wagen zich nooit
+door de onmetelijke steppen, dan talrijk en goed gewapend. Het zijn
+woeste, fiere mannen, die de Chineezen diep verachten.
+
+Men kocht vijf kameelen met hun primitief tuig, belaadde ze met
+voorraad, kocht de noodige wapenen en toog onder leiding van den gids
+op weg.
+
+Maar deze voorbereidende maatregelen hadden eenigen tijd vereischt en
+men kon eerst één uur na den middag vertrekken. Desniettemin maakte
+de gids zich sterk om vóór middernacht den voet van den Grooten Muur
+te bereiken. Daar zou een kamp worden aangelegd en den volgenden
+morgen zou Kin-Fo, als hij bij zijn onvoorzichtig besluit volhardde,
+de grens overschrijden.
+
+Het land was in de omstreken van Fou-Ning heuvelachtig. Wolken van gele
+stof rolden in dichte kringen over de wegen, die langs de bebouwde
+landen liepen. Ook daar was de vruchtbare grond van het Hemelsche
+Rijk niet te miskennen.
+
+De kameelen liepen met afgemeten passen, niet snel maar geregeld. De
+gids ging Kin-Fo, Soun, Craig en Fry voor, die een plaats hadden
+gevonden tusschen de twee bulten van het dier. Soun kon zich zeer
+goed in deze soort van reizen schikken en hij zou desnoods meegegaan
+zijn tot het einde der wereld.
+
+Maar mocht de weg niet vermoeiend zijn, de hitte was groot. Door
+de luchtlagen, verhit door de uitstraling van de aarde, werden
+de zonderlingste luchtspiegelingen voortgebracht. Uitgestrekte
+watervlakten, groot als een zee, verschenen aan den gezichteinder
+en verdwenen weder spoedig, tot buitengewone voldoening van Soun,
+die zich reeds bedreigd achtte door een nieuw zeetochtje.
+
+Maar al was deze provincie aan de uiterste grens van China gelegen,
+men moet daarom niet denken, dat zij onbewoond was. Het Hemelsche
+Rijk, hoe uitgestrekt ook, is nog te klein voor de bevolking, die op
+zijne oppervlakte is saamgeperst. Overal zijn de bewoners talrijk,
+zelfs op de grenzen van de Aziatische woestijn.
+
+De velden werden door mannen bearbeid. Ook de Tartaarsche vrouwen,
+kenbaar aan haar rose en blauwe kleeding, waren met veldarbeid
+bezig. Troepen gele schapen met lange staarten--een staart, dien Soun
+niet zonder wangunst beschouwde!--graasden hier en daar, beloerd door
+een zwarten arend.
+
+Ongelukkig de arme verdwaalde die van den troep afraakte! Het zijn
+geduchte roovers en zij richten eene moorddadige slachting aan onder
+de schapen, rammen en jeugdige antilopen, en dienen zelfs den Kirgiesen
+in de steppen van Midden-Azië als jachthonden.
+
+Voorts zag men overal geheele wolken van gevleugeld wild. Een geweer
+zou hier bezigheid gevonden hebben; maar de ware jager zou niet zonder
+verontwaardiging de menigte strikken enz. gade geslagen hebben, alleen
+den strooper waardig, die den grond overal tusschen de koren-, gierst-
+en maïsvelden bedekten.
+
+Kin-Fo en zijne metgezellen gingen steeds voort te midden van wolken
+van Mongoolsche stof. Zij hielden stand noch onder de schaduw hier
+en daar langs den weg, noch op de verspreid liggende boerenplaatsen,
+noch in de dorpen welker bestaan van tijd tot tijd in de verte bleek
+uit de graftorens, ter gedachtenis van eenige helden der Bouddhistische
+legende opgericht. Zij liepen achter elkander en lieten zich geleiden
+door de kameelen, die altijd zoo loopen en die bij hunne gelijkmatige
+stappen geaccompagneerd worden door het geluid van een hun om den
+hals gebonden roode schel.
+
+Onder deze omstandigheden was er aan het voeren van een gesprek
+niet te denken. De gids, weinig spraakzaam van aard, bleef steeds
+aan het hoofd van de kleine karavaan en keek scherp voor zich uit,
+zoover de dikke stofwolken om hen heen slechts toelieten. Hij aarzelde
+trouwens nooit en wist steeds welken weg hij in moest slaan, ook bij
+de kruiswegen waar handwijzers ontbraken. Craig en Fry koesterden
+dan ook te zijnen opzichte geen wantrouwen meer en konden al hun
+aandacht wijden aan den kostbaren cliënt van _de Eeuw_. Het was niet
+meer dan natuurlijk dat hun onrust toenam, naarmate zij dichter bij
+het bereiken van hun doel waren. Ieder oogenblik en zonder dat zij in
+staat zouden zijn er iets aan te doen, kon er een man langs de zijde
+van den weg verschijnen, die hun door een wel toegebrachten slag een
+verlies van tweehonderdduizend dollars kon berokkenen.
+
+Wat Kin-Fo betreft, hij was in die gemoedstemming waarin de
+herinneringen van het verledene het overwicht hebben op den angst van
+het oogenblik of van de toekomst. Alles kwam hem weder voor den geest
+wat er in de laatste twee maanden gebeurd was, en de hardnekkigheid
+waarmede het ongeluk hem vervolgde, begon hem ernstig ongerust te
+maken. Van den dag af waarop zijn correspondent te San-Francisco hem
+het bericht van zijn gewaand verlies had gemeld, was alles hem toch
+letterlijk tegengeloopen. Zou dit gebeurd zijn om hem te straffen voor
+de verblindheid waarmede hij de voorrechten van het eerste gedeelte
+van zijn bestaan had miskend? Zou zijn slecht gesternte ondergaan
+als het hem slechts gelukte Lao-Shen dien ongeluksbrief afhandig
+te maken, of zou deze nog vóór dien tijd aan de opdracht van Wang
+voldoen en hem dooden? Zou het eenmaal de beminnelijke Lé-ou nog
+gegeven zijn door haar teederheid, haar zorg, haar opgewektheid,
+de booze geesten te bezweren die tegen hem losgelaten waren? Dit
+alles kwam hem in de gedachte, hij peinsde er over, en het maakte
+hem bezorgd en ongerust. En Wang! Zeker, hij kon het hem niet kwalijk
+nemen dat hij eene belofte had willen houden die hij zoo plechtig had
+moeten bezweren; maar Wang, de philosoof, die nooit ontbrekende gast
+van de yamen, hij zou daar niet meer zijn om hem wijsheid te leeren!
+
+....»Pas op, val niet!" riep op dit oogenblik de gids uit, tegen
+wiens kameel die van Kin-Fo aanviel; hij had in zijne droomerijen
+niet opgemerkt, dat het dier gevaar liep van te struikelen.
+
+»Zijn wij er?" vroeg hij.
+
+»'t Is acht uur" antwoordde de gids, »en ik stel voor hier halt te
+houden om eerst te eten."
+
+»En dan?"
+
+»Dan gaan we verder."
+
+»Maar dan is het donker."
+
+O, wees maar niet bang dat wij verdwalen zullen! De Groote Muur is geen
+twintig _lis_ meer van hier en onze kameelen moeten even uitblazen."
+
+»'t Is best!" antwoordde Kin-Fo.
+
+Aan den kant van den weg stond een vervallen gebouw en een beekje
+kronkelde zich daarnevens door een ravijn; de beesten konden daar
+heerlijk drinken.
+
+Voordat de duisternis inviel richtten Kin-Fo en zijn gevolg zich
+eenigszins huiselijk in het gebouw in en aten daar met den gewonen
+trek van lieden, die een flinken tocht achter den rug hebben.
+
+Maar met het gesprek wilde het niet vlotten. Een of tweemaal trachtte
+Kin-Fo het op Lao-Shen te brengen. Hij vroeg den gids, wat deze
+Taï-ping er voor een was, of hij hem kende. De gids schudde zijn
+hoofd als iemand die niet alles zeggen wil wat hij weet en vermeed
+zooveel mogelijk om de tot hem gerichte vragen te beantwoorden.
+
+»Komt hij wel eens in deze provincie?" vroeg Kin-Fo.
+
+»Neen", antwoordde de gids, »maar Taï-pings uit zijn bende zijn
+dikwijls aan deze zijde van den Grooten Muur geweest en het was beter
+hen niet te ontmoeten! Bouddha behoede ons voor de Taï-pings!"
+
+Gedurende dit gesprek, dat Kin-Fo meer belang inboezemde dan de gids
+scheen te kunnen vermoeden, zagen Craig en Fry elkander aan, fronsten
+hunne wenkbrauwen keken op hun horloge en schudden het hoofd.
+
+»Waarom zouden wij hier niet rustig den dag blijven afwachten?" vroegen
+zij.
+
+»In dezen bouwval!" riep de gids uit. »Ik overnacht nog liever in
+het open veld; men loopt dan nog minder gevaar overvallen te worden!"
+
+»De afspraak was, dat we van avond nog bij den Grooten Muur zouden
+zijn", merkte Kin-Fo op. »Ik wil daar zijn en dat zal geschieden ook."
+
+Dit werd gezegd op een toon die geen tegenspraak duldde. Soun zelf,
+ofschoon half dood van angst, durfde geen aanmerking maken.
+
+Toen het maal afgeloopen en het inmiddels negen uur geworden was,
+stond de gids op en maakte men zich gereed den tocht voort te zetten.
+
+Kin-Fo wilde op zijn kameel klimmen, toen Craig en Fry hem aanspraken.
+
+»Blijft mijnheer nog altijd bij zijn plan om Lao-Shen op te zoeken
+en zich in zijn tegenwoordigheid te wagen?"
+
+»Wel zeer zeker", antwoordde Kin-Fo: »ik wil mijn brief terug hebben,
+wat het dan ook kosten mag."
+
+»U speelt een gevaarlijk spel!" hernamen de agenten, »door u in het
+kamp van den Taï-ping, in het hol van den leeuw te wagen!"
+
+»Denk je dat ik de geheele reis gemaakt heb om op het laatste oogenblik
+terug te deinzen?" antwoordde Kin-Fo. »Jelui bent immers vrij om mij
+al of niet te volgen!"
+
+De gids had een kleine zaklantaarn aangestoken. De beide agenten
+kwamen naderbij en keken nogmaals op hun horloge.
+
+»'t Zou zeker voorzichtiger zijn tot morgen te wachten", zoo hielden
+zij aan.
+
+»Waarom dat?" vroeg Kin-Fo. »Lao-Shen zal zeker morgen of overmorgen
+even gevaarlijk zijn als heden. Kom aan, op weg!"
+
+»Op weg!" herhaalden nu Craig en Fry.
+
+De gids had dit gedeelte van het gesprek gehoord. Reeds verscheidene
+keeren, toen de beide agenten moeite gedaan hadden om Kin-Fo van zijn
+voornemen af te brengen, had zijn gelaat eene verstoorde uitdrukking
+getoond. Nu hij hoorde dat zij weder op dit onderwerp terugkwamen,
+kon hij eene beweging van ongeduld niet onderdrukken.
+
+Dit was de aandacht van Kin-Fo niet ontgaan, die overigens vast
+besloten was om niet te aarzelen en geen stap terug te gaan. Maar
+groot was zijne verbazing, toen op het oogenblik dat hij zou opstijgen,
+de gids op hem toetrad en hem in het oor fluisterde:
+
+»Vertrouw die beide menschen niet!"
+
+Kin-Fo opende zijn mond reeds om hiervan nader verklaring
+te vragen.... De gids gaf hem echter een teeken om te zwijgen,
+waarschuwde dat het oogenblik van vertrek daar was en de kleine
+karavaan ging weder op weg.
+
+Was er wantrouwen opgewekt in den geest van Kin-Fo tegen de beide
+agenten van William J. Bidulph? Konden de geheel onverwachte en
+onverklaarbare woorden van den gids opwegen tegen de twee maanden
+van toewijding die de agenten aan zijn dienst hadden gewijd? Stellig
+niet! En toch vroeg Kin-Fo zichzelf te vergeefs af waarom Craig en
+Fry hem zoo sterk hadden aangeraden om zijn bezoek bij den Taï-ping
+tot den volgenden dag uit te stellen of liever er geheel van af te
+zien. Waren zij dan niet onverwachts uit Peking vertrokken om Lao-Shen
+te zoeken? Het eigenbelang zelf der beide agenten van de Eeuw eischte
+immers dat hun cliënt weder in het bezit kwam van dien dwazen en
+gevaarlijken brief? Er was dus wel iets onverklaarbaars in hun gedrag!
+
+Kin-Fo liet niets van deze overpeinzingen blijken. Hij had zijn plaats
+in de rij weder ingenomen. Craig, Fry en Soun volgden hem en zoo reden
+zij ruim twee uur zwijgend achter elkander door, zonder dat hun iets
+belangrijks overkwam.
+
+Het zal omstreeks middernacht geweest zijn, toen de gids stilhield
+en hun in het noorden eene lange donkere lijn toonde, die slechts
+onduidelijk tegen den weinig minder donkeren hemel afstak. Achter
+deze lijn zag men de toppen van eenige bergen, die reeds door de
+eerste stralen der maan verlicht werden, ofschoon dit hemellichaam
+zelf noch achter den gezichteinder verborgen was.
+
+»De Groote Muur!" sprak de gids.
+
+»Kunnen wij van nacht nog verder?" vroeg Kin-Fo.
+
+»Ja wel, als u dat absoluut wilt!" antwoordde de gids.
+
+»Dan gaan wij verder!"
+
+De kameelen waren blijven staan.
+
+»Ik zal den pas gaan verkennen," sprak toen de gids; »wacht hier dan
+maar op mij."
+
+Daarop verwijderde hij zich.
+
+Op dit oogenblik traden Craig en Fry op Kin-Fo toe.
+
+»Mijnheer?..." sprak Craig.
+
+»Mijnheer?..." sprak Fry.
+
+»Is u tevreden geweest over onze diensten gedurende den tijd dat mijn
+heer William J. Bidulph ons aan uw persoon verbonden heeft?"
+
+»Zeer tevreden!"
+
+»Zou mijnheer dan zoo goed willen zijn dit stuk even te willen
+teekenen, waarin verklaard wordt, dat u alle reden hebt om voldaan
+te zijn over onze houding in de twee laatste maanden?"
+
+»Dit stuk!" hernam Kin-Fo uiterst verbaasd. Craig had inmiddels uit
+zijn zakboek een keurig net getuigschrift voor den dag gehaald en
+hield hem dit voor.
+
+»Het zal misschien den heer William J. Bidulph genoegen doen en dan
+is ons dat zeer aangenaam."
+
+»En bezorgt het ons misschien ook een extra gratificatie," voegde
+Fry er bij.
+
+»Mijnheer kan mijn rug wel als lessenaar gebruiken," sprak Craig zich
+omkeerend en bukkend.
+
+»En hier is pen en inkt, waarmede mijnheer gelegenheid heeft om ons
+dit genoegen te doen," zei Fry.
+
+Kin-Fo lachte en teekende zoo goed als de buitengewone omstandigheden
+toelieten het hem aangeboden stuk.
+
+»En zeg mij nu eens" sprak Kin-Fo, toen hij aan het verzoek der
+beide agenten voldaan en het begeerde stuk geteekend had, »wat deze
+aardigheid hier op deze plaats en op dit uur beteekent!"
+
+»Op deze plaats," antwoordde Fry, »omdat wij niet verder met u mede
+zullen reizen."
+
+»En op dit uur," voegde Craig er bij, »omdat het over een paar minuten
+middernacht zijn zal."
+
+»Maar wat doet dat er toe?"
+
+»Mijnheer," antwoordde Craig, »het belang dat de
+verzekeringsmaatschappij _de Eeuw_ in uw dierbaar leven stelt..."
+
+»Duurt nog slechts enkele oogenblikken..." voegde Fry er bij.
+
+»En dan kunt ge u zelf het leven benemen..."
+
+»Of u door anderen laten dooden..."
+
+»Al naar u dat zelf verkiest!"
+
+Kin-Fo zag de beide agenten, die zeer beleefd en ernstig spraken, met
+verbazing aan, maar begreep er niets van. Op dit oogenblik verschenen
+de eerste stralen der maan in het oosten boven den gezichteinder.
+
+»De maan!" riep Fry uit.
+
+»En heden 30 Juni...." riep Craig uit.
+
+»Komt zij te middernacht op...."
+
+»En daar uw contract met _de Eeuw_ niet vernieuwd is...."
+
+»Is thans uw polis ook niet geldig meer en behoort u niet meer onder
+de verzekerden!..."
+
+»Goeden avond, mijnheer Kin-Fo!" zei Craig.
+
+»Mijnheer Kin-Fo, goeden avond!" zei Fry.
+
+En de beide agenten stegen op hunne kameelen, trokken den teugel aan
+en verdwenen langs den weg dien zij gekomen waren, Kin-Fo sprakeloos
+van verbazing achterlatende.
+
+Nauwelijks hield het geluid op van de hoefslagen der kameelen, waarop
+deze practische Amerikanen huiswaarts keerden, of een aantal mannen,
+aangevoerd door den gids, wierpen zich op Kin-Fo, die vruchteloos
+trachtte zich te verdedigen, en op Soun, die vruchteloos trachtte
+te vluchten.
+
+Een oogenblik later waren heer en knecht gebonden en sleepte men hen
+naar een der verlaten forten van den Grooten Muur, waarin men hen
+stevig achter slot en grendel bracht.
+
+
+
+
+
+XXII.
+
+ Dat de lezer zelf wel had kunnen schrijven, zoo gemakkelijk
+ was de afloop te voorzien!
+
+
+De Groote Muur,--een Chineesch kraamschut, vierhonderd uur gaans
+lang,--in de derde eeuw door keizer Tisi-Chi-Houang-Ti opgericht,
+strekt zich uit van de golf van Léao-Tong, waar hij met twee steenen
+hoofden in zee begint, tot aan de Kan-Sou, waar hij tot de afmetingen
+van een gewonen muur teruggebracht is. Het is eene onafgebroken
+opeenvolging van dubbele wallen, verdedigd door bastions en forten
+of torens, vijftig voet hoog en twintig voet breed, gegrondvest op
+graniet en opgetrokken van baksteen, die geheel het beloop der bergen
+volgen, welke Rusland van China scheiden.
+
+Aan de zijde van het Hemelsche Rijk is de muur vrij slecht
+onderhouden. Aan de zijde van Mantchourije doet hij zich echter beter
+voor en het getande metselwerk dat de bovenranden omzoomt is nog in
+vrij goeden staat.
+
+Verdedigers vindt men op deze lange rij van vestingwerken volstrekt
+niet, kanonnen nog minder. De Russen, de Tartaren, de Kirgiesen
+gaan even ongestoord door de poorten als de zoons van het Hemelsche
+Rijk. Het kraamschut beschermt de noordelijke grenzen des lands zelfs
+niet meer tegen het fijne Mongoolsche stof, dat door den wind somtijds
+zelfs tot in de hoofdstad gedreven wordt.
+
+Het was door de poort van een dezer verlaten bastions dat Kin-Fo en
+Soun, na op stroo een zeer slechten nacht doorgebracht te hebben,
+den volgenden ochtend geleid werden door een dozijn lieden, die
+natuurlijk alleen tot de benden van Lao-Shen konden behooren.
+
+De gids was verdwenen. Maar Kin-Fo wist zeer goed wat hij hiervan
+denken moest. Het was niet bij toeval geweest dat deze verrader hun
+zijne diensten had aangeboden. De ex-verzekerde bij de maatschappij
+_de Eeuw_ was blijkbaar door dien ellendeling verwacht. Zijne aarzeling
+om zich aan gene zijde van den Grooten Muur te wagen, was slechts een
+krijgslist geweest om geen kwaad vermoeden op te wekken. De schelm
+was in dienst van den Taï-ping en het was blijkbaar op diens bevel
+dat hij gehandeld had.
+
+Als Kin-Fo nog had kunnen twijfelen, dan zou dit toch niet meer het
+geval geweest zijn na een kort gesprek met den persoon die den troep
+scheen aan te voeren.
+
+»Je brengt ons ongetwijfeld naar het kamp van Lao-Shen, je chef",
+had hij gevraagd.
+
+En het antwoord was geweest:
+
+»Wij zullen er binnen een uur zijn!"
+
+Wat was Kin-Fo dan ook eigenlijk daar komen doen? Immers alleen den
+zaakgelastigde van zijn ouden leermeester, van wijlen den philosoof
+Wang, opzoeken. Welnu, hij zou thans dit doel bereiken. Of hij er
+goedschiks of kwaadschiks kwam, deed er immers weinig toe! Angst of
+vrees te voelen, dat kon hij veilig aan Soun overlaten, wiens tanden
+klapperden en die van tijd tot tijd reeds meende dat zijn hoofd hem
+voor de voeten viel.
+
+Kin-Fo had zich dus zeer phlegmatiek in zijn lot geschikt en liet zich
+rustig verder leiden. Hij zou nu in de gelegenheid zijn met Lao-Shen
+over den terugkoop van zijn brief te onderhandelen. Dit was al wat
+hij gewenscht had. Hij had zich dus nergens over te beklagen.
+
+Na den Grooten Muur achter zich gelaten te hebben, volgde de troep
+niet den grooten Mongoolschen heerweg, doch afgelegen voetpaden, die
+rechtsaf naar het bergachtige gedeelte der provincie leidden. Men
+ging ongeveer een uur ver, zoo snel als de steile weg slechts
+toeliet. Kin-Fo en Soun werden scherp bewaakt en zouden niet hebben
+kunnen ontvluchten, ook al hadden zij dit gewild.
+
+Na verloop van anderhalf uur bemerkten de roovers en de gevangenen
+bij het omslaan van een hoek een half vervallen gebouw.
+
+Het was een oude kloosterkerk op een der bergruggen, een eigenaardig
+monument der Bouddhistische bouwkunst. Maar op deze verloren plek
+aan de Russisch-Chineesche grenzen, te midden eener woestijn,
+mocht men wel vragen welke geloovigen den drempel der kapel ooit
+zouden overschrijden. Men mocht met recht onderstellen dat dit met
+levensgevaar zou gepaard gaan, want nergens was beter gelegenheid om
+hinderlagen te leggen.
+
+Als de Taï-ping Lao-Shen zijn kamp had opgeslagen in dit bergachtig
+gedeelte der provincie, dan had hij waarlijk zijn terrein niet
+slecht gekozen.
+
+Op een vraag van Kin-Fo vernam hij dat Lao-Shen daar werkelijk
+vertoefde.
+
+»Ik verlang terstond bij hem gelaten te worden," sprak Kin-Fo.
+
+»Dat zal geschieden!" was het antwoord.
+
+Men bracht hem en Soun in eene groote vestibule, die het voorhof van
+den tempel vormde. Daar bevonden zich een twintigtal gewapende lieden,
+die er in hun rooverspak zeer schilderachtig uitzagen, doch wier ruwe
+en woeste gelaatstrekken juist niet geschikt waren om iemand recht
+op zijn gemak te zetten.
+
+Kin-Fo trad echter onbeschroomd tusschen de dubbele rij Taï-pings
+door; wat Soun betreft, zijne beenen weigerden hem te dragen en
+slechts met duwen en stooten kon men hem vooruit drijven.
+
+De vestibule gaf aan de eene zijde toegang tot een trap in den dikken
+muur, welker treden tot vrij diep onder den berg leidden.
+
+Hieruit kon men afleiden dat er een soort van gewelf onder het
+hoofdgebouw was en iemand, die niet met de onderaardsche inrichting
+bekend was, zou zeer moeilijk of liever onmogelijk den weg door het
+doolhof van gangen derwaarts hebben kunnen vinden.
+
+Na een dertigtal treden afgedaald te zijn, ging men een honderdtal
+schreden rechts en links bij den walmenden schijn van een aantal
+toortsen en kwam toen in eene groote zaal, die op dezelfde wijze
+eenigermate verlicht was.
+
+Dit was oorspronkelijk een grafkelder geweest. Korte zware pilaren,
+met de afzichtelijke monsterkoppen, die aan de grillige fauna der
+Chineesche mythologie ontleend zijn, droegen de ingebogen gewelven,
+waarvan de scherpe kanten aan den sluitsteen der zware bogen aansloten.
+
+Een dof gemompel deed zich in deze onderaardsche zaal hooren toen de
+twee gevangenen binnengebracht werden.
+
+De zaal was namelijk volstrekt niet ledig. Eene groote menigte
+vulde haar tot in hare duisterste schuilhoeken. De geheele bende
+der Taï-pings was daar vereenigd, zeker om een of ander verdachte
+plechtigheid te vieren.
+
+Achter in het gewelf op eene steenen verhevenheid stond een groot en
+zwaar man, als de voorzitter van een geheim gerechtshof. Drie of vier
+zijner metgezellen stonden onbeweeglijk aan zijne zijde. Hij gaf een
+teeken, de menigte week dadelijk uiteen en liet den doortocht voor
+de twee gevangenen open.
+
+»Lao-Shen", zei eenvoudig de aanvoerder van het geleide, den persoon
+op de verhevenheid aanwijzende.
+
+Toen Kin-Fo zich tegenover den gevreesden Taï-ping bevond, meende
+hij niet beter te kunnen doen, dan terstond de zaak op het tapijt te
+brengen, die hem aan de andere zijde van den Grooten Muur gebracht had.
+
+»Lao-Shen", aldus begon hij, »gij bezit een brief die u toegezonden is
+door uw ouden vriend en metgezel Wang. Deze brief, door mij geschreven
+en aan Wang ter hand gesteld, heeft op dit oogenblik geen waarde
+hoegenaamd meer en ik kom u verzoeken mij dien terug te geven."
+
+Bij deze woorden, die Kin-Fo op vastberaden toon uitsprak, gaf de
+Taï-ping geen antwoord; hij maakte zelfs geen enkele beweging. Men
+had kunnen denken dat het een bronzen standbeeld was.
+
+»Wat eischt gij van mij voor het teruggeven van dit geschrift?" hernam
+Kin-Fo.
+
+Hij wachtte echter tevergeefs op eenig antwoord.
+
+»Lao-Shen", sprak Kin-Fo verder, »ik zal u een wissel geven op den
+bankier, dien gij noemt, in de stad die gij verkiest, en die zonder
+korting zal uitbetaald worden zonder dat de man door wien gij hem
+wilt laten ontvangen deswege zal verontrust worden."
+
+De Taï-ping bewaarde hetzelfde ijskoude stilzwijgen,--een omstandigheid
+die weinig goeds voorspelde.
+
+Kin-Fo ging voort, duidelijk op elk woord den klemtoon leggende:
+
+»Hoe groot verlangt gij dat ik de som maken zal? Ik bied u vijfduizend
+taëls aan." [17]
+
+Geen antwoord.
+
+»Tienduizend taëls?"
+
+Lao-Shen en zijne gezellen lieten geen geluid hooren en bleven
+onbeweeglijk, evenals de beelden in deze vreemdsoortige kerk.
+
+Eenig ongeduld en toorn begon zich van Kin-Fo meester te maken;
+zijn aanbod was dan toch wel eenig antwoord waard.
+
+»Verstaat gij mij niet, Lao-Shen?" vroeg hij den Taï-ping.
+
+Lao-Shen verwaardigde zich ditmaal met het hoofd te knikken en gaf
+daardoor te kennen dat hij hem volmaakt goed verstond.
+
+»Twintigduizend taëls? Dertigduizend taëls!" riep Kin-Fo uit. »Ik
+zal u geven wat _de Eeuw_ u zou betaald hebben als ge mij gisteren
+gedood hadt. Het dubbele! het driedubbele! spreek op, is dat genoeg?"
+
+Kin-Fo geraakte buiten zichzelf door het stilzwijgen van allen die
+hem omringden. Hij kruiste zijne armen over elkander en kwam een
+schrede nader.
+
+»Tot welken prijs", sprak hij, »wilt ge mij dan dien brief afstaan?"
+
+»Voor geen prijs ter wereld!" zoo verbrak eindelijk de Taï-ping het
+stilzwijgen. »Gij hebt Bouddha beleedigd door het leven te minachten
+dat hij u geschonken heeft, en Bouddha wil gewroken worden. Slechts
+door den dood kunt gij de volle waarde leeren erkennen van het
+voorrecht dat gij zulk een geruimen tijd hebt miskend!"
+
+Toen hij dit gezegd had op een toon die geen antwoord toeliet,
+gaf Lao-Shen een teeken. Men greep Kin-Fo aan voordat hij nog een
+poging had kunnen wagen om zich te verweren, hij werd gebonden en
+voortgesleept. Een paar minuten later werd hij in een soort van kooi
+geworpen, die als draagstoel kon dienen, doch die rondom zoodanig
+gesloten was, dat er geen enkele lichtstraal in doordrong.
+
+Soun, de ongelukkige Soun, werd ondanks zijn schreeuwen en smeeken
+op dezelfde wijze behandeld.
+
+»Dat is de dood," sprak Kin-Fo tot zich zelf; »welnu hetzij zoo,
+hij die het leven veracht heeft, verdient te sterven!"
+
+Toch was de dood nog niet zoo nabij als hij dacht. Maar welke foltering
+had de wreede Taï-ping dan voor hem uitgedacht? Daarvan kon hij zich
+geen voorstelling maken.
+
+Er gingen uren voorbij. Kin-Fo voelde dat het hok waarin men hem
+gesloten had, opgetild en voortgedragen werd. Toen werd het blijkbaar
+op een of ander voertuig geplaatst. Het schokken op den weg, het
+geluid der paarden, het gekletter der wapenen van de lieden die er
+naast gingen, lieten daaraan geen twijfel over. Men vervoerde hen
+blijkbaar naar elders. Waarheen! Dat was onmogelijk te gissen.
+
+Zeven à acht uur later bemerkte Kin-Fo dat men stilhield, dat zijn
+kooi opgenomen en voortgedragen werd en kort daarop voelde hij eene
+geheel andere beweging dan die in het voertuig waarmede men hem over
+den weg had gereden.
+
+»Ben ik dan nu op een schip?" vroeg hij zichzelf af.
+
+Zeer duidelijk merkbaar slingeren en stampen en het trillen van een
+schroef versterkten hem in het denkbeeld dat men hem aan boord van
+een stoomboot had gebracht.
+
+»Dus de dood in de golven!" dacht hij, »'t Zij zoo, zij besparen mij
+dusdoende veel erger folteringen! Heb dank daarvoor, Lao-Shen!"
+
+Maar er gingen weder tweemaal vier-en-twintig uur voorbij. Tweemaal
+per dag werd door een schuif wat eten en drinken in het hok gezet,
+zonder dat de gevangene de hand zien kon die het bracht en zonder
+dat hij eenig antwoord op zijne vragen kreeg.
+
+Kin-Fo had ontroeringen gewenscht, voordat hij het schoone, hem door
+den hemel geschonken leven verliet! Hij had niet gewild, dat zijn
+hart zou ophouden te kloppen voordat het althans ook eens getrild
+had! Welnu, er werd aan zijn wensch voldaan en in veel grooter mate
+dan hij dit ooit had kunnen begeeren.
+
+Toch had hij gaarne, nu hij zijn leven moest verliezen, in het volle
+daglicht willen sterven. De gedachte dat het hok, waarin hij opgesloten
+was en dat slechts op de meest primitieve wijze als een gevangenis-cel
+was ingericht, elk oogenblik in de golven kon geworpen worden, kwelde
+hem vreeselijk. Sterven zonder dat hij den hemel nog eenmaal gezien
+had, zonder een laatsten blik geworpen te hebben op de arme Lé-ou,
+wier herinneringen hem geheel vervulden, dat was te erg!
+
+Eindelijk na een tijdsverloop, van welks duur hij zich geen
+voorstelling kon maken, scheen het hem toe dat de lange tocht
+plotseling gestaakt werd. Het gedreun der machine hield op. Het
+vaartuig, waarop zijne gevangenis stond, hield stil. Kin-Fo voelde
+dat de kooi opnieuw werd opgenomen.
+
+Nu was dus het laatste oogenblik aangebroken en de veroordeelde had
+nog slechts vergiffenis te vragen voor de afdwalingen waaraan hij
+zich bij zijn leven had schuldig gemaakt.
+
+Eenige oogenblikken verliepen er nog,--jaren, eeuwen!
+
+Tot zijne verbazing bemerkte Kin-Fo, dat de kooi opnieuw op den vasten
+grond stond.
+
+Plotseling werd de gevangenis geopend. Ruwe armen grepen hem aan,
+een sterke band werd hem om de oogen geslagen en hij voelde dat men
+hem naar buiten trok. Stevig vastgehouden moest hij eenige schreden
+doen, toen dwongen zijne geleiders hem om stil te staan.
+
+»Als ik nu eindelijk sterven moet," riep hij uit, »smeek ik u niet
+mij het leven te laten, waarvan ik geen goed gebruik wist te maken,
+maar bid ik u mij te laten sterven in het volle daglicht, als een
+man die den dood niet vreest!"
+
+»Het zij zoo!" sprak een ernstige stem. »Laat het geschieden zooals
+de veroordeelde wenscht!"
+
+Plotseling werd de band, die zijne oogen bedekte, afgerukt.
+
+Kin-Fo wierp toen een blik om zich heen....
+
+Was hij de speelbal van een droom? Een rijk gedekte tafel stond voor
+hem, waaraan vijf gasten gezeten waren, die glimlachten en slechts
+op hem schenen te wachten om op het maal aan te vallen. Twee ledige
+plaatsen waren open gelaten.
+
+»Gij, gij! Mijn vrienden, mijn beste vrienden! Zijt gij het?" riep
+Kin-Fo uit, op een toon die onmogelijk weer te geven zou zijn.
+
+Maar neen! er was geen vergissing mogelijk. Het was Wang, de
+philosoof! Het waren Yin-Pang, Houal, Pao-Shen, Tim, zijne vrienden
+uit Kanton, dezelfden die hij twee maanden geleden onthaald had op
+het bloemenschip op de Paarlen-rivier, de vrienden zijner jeugd,
+de gezellen van zijn ongehuwden staat!
+
+Kin-Fo kon zijne oogen niet gelooven! Hij was in zijn eigen huis,
+in de eetzaal van zijn yamen te Shang-Haï!
+
+»Als gij het zijt," riep hij uit, het woord tot Wang richtende,
+»en niet uw schim, spreek dan!"
+
+»Ik ben het zelf mijn vriend," antwoordde de philosoof. »En zijt gij
+nu geneigd aan uw ouden leermeester te vergeven dat zijn laatste les
+in de philosophie misschien wat buitengewoon en wat hard was?"
+
+»Wat zegt ge?" antwoordde Kin-Fo. »Hebt gij, gij Wang, de hand in
+dit alles gehad?"
+
+»Dat heb ik!" luidde het antwoord.
+
+»Ja", vervolgde Wang, »ik deed alles; ik, die alleen de opdracht om u
+te dooden op mij genomen heb, opdat een ander zich er niet mee belasten
+zou! Ik die wist, nog eerder dan gij, dat gij niet geruïneerd waart,
+en dat er een oogenblik zou komen, waarop gij niet zoudt verlangen te
+sterven. Mijn oude makker, Lao-Shen, die zich onderworpen heeft en die
+in het vervolg een der hechtste steunpilaren van het rijk zal worden,
+heeft mij wel behulpzaam willen zijn om u, met den dood voor oogen,
+het leven op prijs te doen stellen. Dat ik u verschrikkelijken angst
+heb doen doorstaan en u, wat nog erger is, meer heb laten verrichten
+dan van een mensch naar billijkheid kan worden verlangd,--mijn hart
+bloedde er onder,--is alleen geschied omdat ik de zekerheid had dat
+gij het geluk achtervolgde, en dat gij het eenmaal bereiken zoudt!"
+
+Kin-Fo was Wang in de armen gezonken en deze drukte hem innig tegen
+de borst.
+
+»Arme Wang!" sprak Kin-Fo bewogen, »had ik dan nog maar alleen gevaar
+geloopen! Maar ook u heb ik in ongelegenheid gebracht! Wat heb ik
+u laten loopen en wat heb ik u een koud bad bezorgd op de brug van
+Palikao!"
+
+»Och, wat dat betreft", antwoordde Wang lachende, »dit heeft mij met
+het oog op mijn vijf en vijftig jaren en mijn philosophie niet weinig
+vrees verwekt! Ik had het warm en het water was koud! Maar ik ben er
+goed afgekomen! Men loopt en zwemt nooit beter dan als men het voor
+een ander doet!"
+
+»Voor een ander!" sprak Kin-Fo ernstig. »Ja! men moet voor een ander
+alles over hebben! Daar ligt het geheim voor het ware geluk!"
+
+Daarop kwam Soun binnen, bleek als iemand die gedurende tweemaal
+vier-en-twintig uur door zeeziekte gekweld werd. De ongelukkige
+knecht had, evenals zijn meester, den weg van Fou-Ning naar Shang-Haï
+moeten maken, en hoe hij het er afgebracht had, kon men wel aan zijn
+gezicht zien!
+
+Na zich aan de armen van Wang als 't ware ontworsteld te hebben,
+drukte Kin-Fo al zijne vrienden de hand.
+
+»'t Is niet te loochenen, zóó is het beter!" sprak hij. »Ik ben tot
+nu toe een gek geweest!..."
+
+»En nu zult gij in een verstandig man veranderen!" antwoordde hem
+de philosoof.
+
+»Ik zal er naar trachten," zei Kin-Fo, »en in de eerste plaats beginnen
+met orde op mijn zaken te stellen. Ik heb de wereld doorgezworven
+om een stuk papier te zoeken dat de oorzaak is geweest van al mijn
+wederwaardigheden en dat ik terug wil hebben. Wat is er geworden
+van den vervloekten brief, dien ik u heb gegeven, Wang? Hebt gij
+hem werkelijk uit uw handen gegeven? Ik zou hem graag terug hebben,
+want hij kon weer wegraken! Lao-Shen kan er--gesteld hij heeft dien
+nog in zijn bezit--geen waarde meer aan hechten en hij zou misschien
+kunnen vallen in de handen van... minder fatsoenlijke lieden!"
+
+Iedereen barstte op het hooren van deze woorden in lachen uit.
+
+»Beste vrienden", zei Wang, »Kin-Fo is werkelijk, dank zij zijn
+avonturen, een man van regelmaat geworden! Zijn onverschilligheid
+van vroeger is geweken! Hij denkt als een verstandig man!"
+
+»Ik krijg echter op deze wijze mijn brief niet terug", hernam Kin-Fo,
+»mijn dwazen brief! Ik beken zonder schaamte dat ik niet rusten zal
+voor ik dien terug heb en voor ik de asch er van aan den wind heb
+toevertrouwd!"
+
+"Hecht gij werkelijk aan uw brief?" hernam Wang.
+
+»Zeker", antwoordde Kin-Fo. »Zoudt gij zoo wreed zijn dien te behouden
+als een waarborg tegen een nieuwe dwaasheid mijnerzijds?"
+
+»Neen."
+
+»Welnu?"
+
+»Welnu, beste leerling, aan uw verlangen kan niet voldaan worden het
+is helaas mijn schuld niet. Noch Lao-Shen, noch ik hebben hem meer,
+uw brief..."
+
+»Hebt gij hem niet meer?"
+
+»Neen."
+
+»Hebt gij hem vernietigd?"
+
+»Neen! helaas! neen!".
+
+»Zijt gij onvoorzichtig genoeg geweest hem aan andere handen toe
+te vertrouwen?"
+
+»Ja."
+
+»Aan wien? aan wien!" vroeg Kin-Fo driftig, daar zijn geduld ten
+einde was. »Aan wien?"
+
+»Aan iemand die hem alleen aan u persoonlijk ter hand wil stellen!"
+
+Op dit oogenblik verscheen de bevallige Lé-ou, die achter een scherm
+verborgen, het tooneel van het begin tot het einde had bijgewoond. Zij
+hield den brief tusschen hare lieve vingertjes en bewoog hem, bij
+wijze van waarschuwing, heen en weder.
+
+Kin-Fo breidde zijn armen uit.
+
+»Neen, nog niet. Eerst nog een weinig geduld!" sprak de beminnelijke
+vrouw, terwijl zij een beweging maakte als wilde zij weder achter
+het scherm terugkeeren. »Eerst zaken, mijn beste man!"
+
+En terwijl zij hem den brief voor de oogen hield, sprak zij:
+
+»Herkent mijn lieve jongste broeder zijn werk?"
+
+»Of ik het herken!" riep Kin-Fo uit. »Wie anders dan ik had dien
+gekken brief kunnen schrijven?"
+
+»Welnu," vervolgde Lé-ou, »daar gij de wettige begeerte uit om
+den brief te bezitten, ziedaar, verscheur, verbrand, vernietig dit
+gevaarlijke stuk! Dat er niets overblijve van den Kin-Fo die het
+geschreven heeft!"
+
+»Zoo zij het," sprak Kin-Fo, en naderde met het dunne papier de vlam;
+»maar vergun nu, mijn allerliefste, dat uw man teederlijk zijn vrouw
+omarme en zet gij u aan het hoofd van dezen disch. Ik gevoel dat ik
+er eer aan zal bewijzen."
+
+»En wij ook!" riepen de vijf gasten. »Tevreden menschen zijn hongerig!"
+
+Toen de officieele rouw eenige dagen later werd opgeheven, werd het
+huwelijk gesloten.
+
+De beide echtgenooten beminden elkander! Zij moesten elkander altijd
+beminnen. Van alle kanten lachte hun het geluk toe.
+
+Men ga naar China om er getuige van te zijn!
+
+
+
+
+
+
+
+
+MUITERIJ AAN BOORD DER "BOUNTY." [18]
+
+
+I.
+
+
+Niet het minste tochtje, geen rimpeltje verstoort de oppervlakte
+der zee, terwijl geen enkele wolk, zoover het oog reikt, aan het
+uitspansel is te bespeuren. De schitterende sterrenbeelden van het
+zuidelijk halfrond teekenen zich met een onvergelijkelijke juistheid
+tegen den hemel af. De zeilen van de _Bounty_ hangen slap langs de
+masten, het vaartuig is onbeweeglijk, en het schijnsel der maan dat
+verbleekt voor den dageraad die aanbreekt, verlicht het luchtruim
+met een onbeschrijfelijken glans.
+
+De _Bounty_, een schip van twee honderd vijftien ton, bemand met zes
+en veertig koppen, had den 23n December, 1787 Spithead verlaten onder
+het kommando van kapitein Bligh, een ervaren, maar wat ruwe zeeman,
+die kapitein Cook op zijn laatste onderzoekingsreis vergezeld had.
+
+De _Bounty_ was belast met de speciale zending om den broodboom,
+die in den archipel van Taïti welig tiert, naar de Antilles over
+te brengen. Na een vertoef van zes maanden in de baai van Matavaï,
+had William Bligh een duizendtal dezer boomen geladen en na een
+kort oponthoud op de Vrienden-eilanden, den steven gewend naar de
+West-Indiën.
+
+Meermalen had het wantrouwend en driftig karakter van den kapitein
+aanleiding gegeven tot onaangename tooneelen tusschen sommige zijner
+officieren en hem. Evenwel deed de rust die den 28n April, 1789 bij
+het opgaan der zon aan boord van de _Bounty_ heerschte niets vermoeden
+van de ernstige gebeurtenissen die weldra zouden plaats hebben.
+
+Werkelijk scheen alles kalm en bedaard te zijn, toen plotseling zich
+eene ongewone levendigheid op het vaartuig voordeed. Eenige matrozen
+spreken elkaar aan, wisselen zacht een paar woorden en verdwijnen
+daarna met langzame schreden.
+
+Wordt de morgenwacht afgelost? Is er iets bijzonders aan boord
+voorgevallen?
+
+»Vooral geen rumoer, mijne vrienden," zei Fletcher Christian, de
+eerste stuurman van de _Bounty_. »Bob, hou je pistool gereed, maar
+schiet niet voordat ik 't je beveel. En jij, Churchill, neem je bijl
+en verbreek het slot van de kajuit van den kapitein. En nog iets,
+denk er aan dat ik hem levend moet hebben!"
+
+Gevolgd door een tiental matrozen, gewapend met sabels, hartsvangers
+en pistolen, sloop Christian tusschendeks; na vervolgens schildwachten
+voor de kajuit van Stewart en van Peter Heywood, den equipagemeester
+en den adelborst van de _Bounty_ geplaatst te hebben, bleef hij staan
+voor de deur van den kapitein.
+
+»Kom, jongens," zei hij, »helpt een handje!"
+
+De deur week onder een krachtige drukking en de matrozen drongen in
+de kajuit door.
+
+Verrast door de duisternis en misschien denkende aan de
+verantwoordelijkheid hunner daden, aarzelden zij een oogenblik.
+
+»Holla! wat is er? Wie heeft het hart?...." riep de kapitein, uit
+zijn kooi springende.
+
+»Hou je mond, Bligh!" antwoordde Churchill. »Zwijg, en probeer niet
+weerstand te bieden, of ik steek je een prop in den mond!"
+
+»Je hoeft je niet aan te kleeden," voegde Bob er bij. "Je zult er
+altijd nog goed genoeg uitzien, als je aan de bezaansmast hangt!"
+
+»Bind hem de handen op den rug, Churchill," zei Christian, »en hijsch
+hem op het dek!"
+
+»Als men maar weet hoe met hem om te springen, is de verschrikkelijkste
+kapitein nog al zoo bar niet," merkte John Smith, de philosoof der
+bende op.
+
+Daarna klom de stoet, onverschillig of ze de nog slapende matrozen
+van de laatste wacht wakker maakten of niet, de trap weder op en
+verschenen ze weer op het dek.
+
+Het was een formeele opstand. Van al de officieren aan boord was Young,
+een der adelborsten, de eenige, die gemeene zaak met de muitelingen
+gemaakt had.
+
+Wat de equipage betreft, de weifelaars moesten voor het oogenblik
+toegeven, terwijl de anderen, ongewapend, zonder hoofd, toeschouwers
+bleven van het treurspel dat onder hunne oogen zou afgespeeld worden.
+
+Allen waren in stilte op het dek geschaard; zij keken naar hun kapitein
+die, half naakt, met opgeheven hoofde voorwaarts trad te midden van
+die mannen die gewoon waren om voor hem te beven.
+
+»Bligh," zei Christian ruw, »je bent van je kommandement ontzet."
+
+»Ik ken je het recht niet toe...." antwoordde de kapitein.
+
+»Laat ons geen tijd in nuttelooze protestaties verliezen," riep
+Christian uit, die Bligh in de rede viel. »'k Spreek op 't oogenblik
+uit naam van de geheele equipage der _Bounty_. We hadden nauwlijks
+Engeland verlaten of we hadden ons reeds over je beleedigende
+vermoedens, je brutale handelingen te beklagen. Als ik zeg wij,
+dan meen ik daarmee zoowel de officieren als de matrozen. Niet
+alleen konden we ons nooit rechtvaardigen, maar je verwierpt onze
+klachten met minachting! Zijn we dan honden om alle oogenblikken
+gehoond te worden? Kanaljes, roovers, leugenaars, dieven! Je had
+geen uitdrukking die grof genoeg, geen beleediging die gemeen genoeg
+voor ons was! Men zou geen mensch moeten zijn om een dergelijk
+bestaan langer te verdragen! En ik, ik je landgenoot, ik die je
+familie ken, ik die al twee reizen onder je bevelen gemaakt heb,
+ben ik door je gespaard geworden? Heb je me niet gisteren nog
+beschuldigd je eenige armzalige vruchten ontstolen te hebben? En
+de bemanning! Voor niets, in de boeien! Voor een bagatel, vier en
+twintig met het eindje! Welnu, loontje komt om zijn boontje! Je
+bent te mild voor ons geweest, Bligh! Nu is 't onze beurt! Al die
+beleedigingen, die onrechtvaardigheden, die onzinnige beschuldigingen,
+die zedelijke en lichamelijke pijnigingen, waarmee je je equipage
+anderhalf jaar lang overladen hebt, zullen we je betaald zetten,
+en met woeker! Kapitein! allen, die je beleedigd hebt, hebben je
+veroordeeld.--Is het niet zoo, kameraden?"
+
+»Ja, ja, ter dood!" riepen de meeste matrozen, hun kapitein
+bedreigende.
+
+»Kapitein Bligh," hernam Christian, "eenigen hadden er van gesproken om
+je aan een eind touw tusschen hemel en water op te hijschen. Anderen
+stelden voor je met het eindje zoolang te geeselen, tot je er dood
+bij neerviel. Ik weet wat beters. Je bent overigens niet de eenige
+schuldige hier. Zij die altijd getrouw je bevelen hebben opgevolgd,
+hoe wreed ze ook waren, zouden wanhopig zijn onder mijn kommando over
+te gaan. Zij hebben verdiend je te vergezellen overal waar de wind
+je voeren zal.--Laat de sloep in zee!"
+
+Een afkeurend gemor deed zich bij deze laatste woorden van Christian
+hooren, die er zich evenwel niet om scheen te bekommeren. Kapitein
+Bligh, die door deze bedreigingen niet uit het veld geslagen was,
+maakte van een oogenblik van stilte gebruik om het woord te nemen.
+
+»Officieren en matrozen," zeide hij met vaste stem, »in mijne
+hoedanigheid als officier van de koninklijke marine, kommandant van
+de _Bounty_, protesteer ik tegen de behandeling die je me wilt doen
+ondergaan. Hebt ge je te beklagen over de wijze waarop ik mijn kommando
+gevoerd heb, dan kan je me voor een krijgsraad roepen. Maar je hebt
+stellig niet gedacht aan het gewicht van de daad die je op het punt
+staat te volvoeren. Denkt er aan dat de hand aan je kapitein te slaan,
+een daad is die je in verzet doet komen tegen de bestaande wetten,
+een daad is die je allen terugkeer naar je vaderland onmogelijk maakt,
+een daad eindelijk die je blootstelt om als zeeroovers behandeld te
+worden! Vroeg of laat wacht je een schandelijke dood, de dood van
+verraders en oproerlingen! In den naam van de eer en de gehoorzaamheid
+die je me gezworen hebt, sommeer ik je tot je plicht terug te keeren!"
+
+»We weten volkomen waaraan we ons blootstellen," antwoordde Churchill.
+
+»Genoeg, genoeg!" schreeuwde de equipage, gereed om tot gewelddadigheid
+over te gaan.
+
+»Nu, goed," zei Bligh, »als je dan een slachtoffer wilt, laat ik het
+dan zijn, maar ik alleen! Diegenen mijner kameraden, die je evenals
+mij veroordeelt, hebben slechts mijne bevelen uitgevoerd!"
+
+De stem van den kapitein verloor zich in een koor van verwenschingen
+en hij moest het opgeven om die meedoogenloos geworden harten te
+vermurwen.
+
+Gedurende dien tijd werden beschikkingen genomen om de bevelen van
+Christian ten uitvoer te brengen.
+
+Intusschen was er een vrij hevig geschil gerezen tusschen den eersten
+stuurman en verscheidene oproerlingen die kapitein Bligh en zijne
+metgezellen aan hun lot wilden overlaten zonder wapenen, zonder brood
+of ander voedsel.
+
+Eenigen,--en dit was ook de meening van Churchill,--vonden dat
+het aantal van hen die het schip moesten verlaten, niet groot
+genoeg was. Men moest zich, zeide hij, ontdoen van allen die, al
+hadden zij niet rechtstreeks aan het komplot deelgenomen, toch niet
+veilig waren. Zij die slechts tevreden waren met de zaken zooals zij
+zich voordeden, waren niet te vertrouwen. Wat hem aangaat, zijn rug
+smartte nog van de zweepslagen die hij gekregen had omdat hij op Taïti
+gedeserteerd was. Het beste en het snelste middel om hem te genezen
+was, hem dadelijk aan den kommandant over te leveren!--Hij zou zich
+wel weten te wreken, en met eigen hand!
+
+»Hayward! Hallett!" riep Christian, zich tot twee officieren richtende,
+zonder op de woorden van Churchill te letten, »klimt af in de sloep."
+
+»Wat heb ik je gedaan, Christian, om me zoo te behandelen?" zei
+Hayward. »'t Schijnt dat je mijn dood wilt!'
+
+»Kom, kom, geen tegenspartelingen! Gehoorzaam, of...! ...Fryer,
+scheep je ook in!"
+
+Doch in plaats van zich naar de sloep te begeven, naderden deze
+officieren kapitein Bligh, terwijl Fryer, die de stoutmoedigste scheen,
+hem het volgende toefluisterde:
+
+»Kommandant, wilt u beproeven om het schip te hernemen? We hebben wel
+is waar geen wapens, maar als we de muitelingen onverhoeds aanvallen,
+zullen ze geen weerstand bieden. Wat kan 't ons schelen, al worden
+er eenigen van ons gedood! We kunnen een coup wagen! Wat dunkt u?"
+
+En werkelijk maakten de officieren zich gereed om zich op de
+muitelingen te werpen die bezig waren om de sloep uit haar davids
+te tillen, toen Churchill, wien dit onderhoud, hoe kort ook, niet
+ontgaan was, hen met eenige goed gewapende mannen omsingelde en hen
+met geweld deed scheep gaan.
+
+»Millward, Muspratt, Birket, en jelui daar," zei Christian, zich
+tot eenige matrozen wendende die geen deel aan den opstand genomen
+hadden, »gaat tusschendeks, en zoekt uit wat je 't liefst meeneemt! Je
+vergezelt kapitein Bligh. Jij, Morrison, bewaak me daar die snaken
+eens! Purcell, je kunt je timmermanskist meenemen."
+
+Twee masten met de zeilen, eenige spijkers, een zaag, een half
+stuk zeildoek, vier kleine vaatjes, honderd vijf en twintig liters
+water inhoudende, honderd vijftig pond beschuit, twee en dertig pond
+pekelspek, zes flesschen wijn, zes flesschen rum, de likeurkelder
+van den kapitein, was alles wat zij mochten medenemen. Men wierp
+hun daarenboven twee of drie oude sabels toe, maar men weigerde hun
+vuurwapenen van welken aard ook.
+
+»Waar zijn toch Heywood en Stewart?" zei Bligh, toen hij zich in de
+sloep bevond. »Hebben die me ook verraden?"
+
+Zij hadden hem niet verraden, maar Christian had besloten hen aan
+boord te houden.
+
+De kapitein werd toen een oogenblik door een gevoel van vergeeflijke
+ontmoediging en zwakheid overvallen, 't welk echter niet lang duurde.
+
+»Christian," zeide hij, »ik geef je mijn woord van eer dat ik alles zal
+vergeten wat er gebeurd is, als je dat verfoeielijk plan opgeeft! 'k
+Bid je, denk toch eens aan mijn vrouw en kinderen! Wat zal er van de
+mijnen worden, als ik dood ben!"
+
+»Als je een beetje eergevoel gehad hadt," antwoordde Christian, »zou
+het nooit zoover gekomen zijn. Als je wat meer aan je eigen vrouw en
+kinderen en aan de vrouw en kinderen van de anderen gedacht hadt, zou
+je niet zoo hard en zoo onrechtvaardig voor ons allen geweest zijn!"
+
+Ook de bootsman op zijn beurt, trachtte op het punt van scheep te
+gaan Christian tot andere gedachten te brengen, doch te vergeefs.
+
+»'k Heb al veel te lang geleden," antwoordde deze laatste bitter. »Je
+weet niet welke kwellingen ik gehad heb! Neen! dat kon geen dag meer
+duren en daarenboven weet je dat ik gedurende de geheele reis, ik,
+de eerste stuurman van dit vaartuig, als een hond behandeld ben! Toch
+wil ik, op het oogenblik me van kapitein Bligh te scheiden, dien
+ik waarschijnlijk nooit meer zien zal, uit medelijden hem niet alle
+hoop op redding benemen.--Smith! ga naar de kajuit van den kapitein,
+en haal hem zijne kleederen, zijn journaal en zijn portefeuille. Breng
+hem daarenboven mijn zeekaarten en mijn eigen sextant. Hij heeft dan
+eenige kans zijn metgezellen te redden en zich zelf te helpen!"
+
+De bevelen van Christian werden ten uitvoer gebracht, doch niet zonder
+eenig verzet.
+
+»En nu, Morrison, gooi het touw los," beval de eerste stuurman,
+die nu kapitein geworden was, »en Gode aanbevolen!"
+
+Terwijl de oproerlingen kapitein Bligh en zijne ongelukkige lotgenooten
+spottenderwijs een laatst vaarwel toeriepen, kon Christian, tegen
+de verschansing geleund, zijne oogen niet afhouden van de sloep,
+die zich verwijderde. Deze brave officier, wiens gedrag altijd flink
+en rond geweest was en daarom ten volle den lof verdiend had van
+al de kommandanten onder wie hij gediend had, was thans niets meer
+dan het hoofd eener bende zeeroovers. Het zou hem nooit meer vergund
+zijn zijne oude moeder, noch zijne verloofde, noch de kusten van het
+eiland Man, zijn vaderland weder te zien. Hij gevoelde zich verlaagd
+in zijn eigen oogen, onteerd in de oogen van iedereen! De kastijding
+volgde reeds op den misstap!
+
+
+
+
+
+II
+
+De verlatenen.
+
+
+De sloep die kapitein Bligh droeg, was met haar achttien passagiers,
+officieren en matrozen, behalve den wel is waar niet grooten voorraad,
+zoo zwaar geladen, dat zij nauwlijks vijftien duim boven het vlak
+der zee uitkwam. Een en twintig voet lang, zes voet breed, mocht zij
+volkomen geschikt zijn voor den dienst der _Bounty_, doch om zulk
+een talrijke equipage te bevatten, om zulk een lange reis te maken,
+was het moeielijk een ellendiger vaartuig te vinden.
+
+De matrozen stelden evenwel het volste vertrouwen in de geestkracht en
+de bekwaamheid van kapitein Bligh en de officieren die zijn lot deelden
+en roeiden met kracht, zoodat de sloep snel de golven doorsneed.
+
+Bligh had niet geaarzeld hoe te handelen. Men moest dadelijk trachten
+zoodra mogelijk het eiland Tofoa, het dichtste bij van de groep der
+Vrienden-eilanden, te bereiken. Slechts eenige dagen geleden hadden
+zij dit eiland verlaten en daar moest men dan een voorraad vruchten
+van den broodboom verzamelen, den voorraad water vernieuwen en van
+daar den koers naar Tonga-Tabou nemen. Daar zou men dan ongetwijfeld
+genoeg levensmiddelen kunnen innemen om den overtocht te maken naar
+de Hollandsche vestigingen van Timor, ingeval men uit vrees voor de
+inboorlingen, zich niet wilde ophouden in de ontelbare archipels die
+op den weg gezaaid liggen.
+
+De eerste dag ging zonder eenig bijzonder voorval voorbij en de nacht
+viel juist toen men de kust van Tofoa ontdekte. Ongelukkig is het
+strand daar zoo rotsachtig, de kust zoo steil, dat men er 's nachts
+niet kan landen. Men moest dus den dag afwachten.
+
+Bligh wilde liefst, of het moest strikt noodzakelijk zijn, den
+voorraad in de sloep niet aanraken. Het eiland moest dus allen
+voeden. Dat scheen evenwel moeielijk te zullen zijn, want in het
+eerst ontmoetten zij, aan land zijnde, geen spoor van bewoners. Toch
+duurde het niet lang of er kwamen eenige opdagen; deze werden goed
+ontvangen, en brachten andere mede die hen van een weinig water en
+eenige kokosnoten voorzagen.
+
+Bligh was in groote verlegenheid. Wat moesten zij den inboorlingen
+wel zeggen die bij de laatste landing der _Bounty_ reeds handel
+met haar gedreven hadden? Het was vooral zaak hun de waarheid te
+verbergen, teneinde het aanzien niet in gevaar te brengen waarmede
+de vreemdelingen op die eilanden steeds waren ontvangen geworden.
+
+Zeggen dat zij door het vaartuig 't welk in volle zee was gebleven,
+waren uitgezonden om voorraad op te doen? Onmogelijk, daar de _Bounty_
+niet zichtbaar was, zelfs van de toppen der heuvels niet! Zeggen
+dat zij schipbreuk hadden geleden en dat de inboorlingen in
+hen de eenige overlevenden der schipbreukelingen zagen? dit was
+nog de waarschijnlijkste fabel. Misschien zoude deze haar met
+medelijden vervullen en er hen toe brengen den voorraad der sloep
+te voltooien. Bligh bleef aan dit laatste besluit vasthouden, hoe
+gevaarlijk ook en waarschuwde allen opdat men het algemeen eens was
+betreffende deze fabel.
+
+Bij het hooren van dit verhaal, gaven de inboorlingen geen bewijzen van
+vreugde, noch teekenen van verdriet. Alleen was er groote verwondering
+op hun gelaat te lezen en wat zij overigens dachten, was onmogelijk
+te raden.
+
+Den 2n Mei was het aantal inboorlingen die van de andere deelen des
+eilands waren samengestroomd, waarlijk onrustbarend en weldra merkte
+Bligh op dat zij vijandige plannen hadden. Eenige beproefden zelfs
+de sloep op het strand te slepen en lieten dit voornemen eerst varen
+bij de nadrukkelijke vertogen van den kapitein, die hen met zijn
+hartsvanger in ontzag moest houden. Gedurende dien tijd, kwamen
+eenige zijner manschappen, die Bligh had uitgezonden, met eenige
+gallons water terug.
+
+Het was meer dan tijd dit ongastvrije oord te verlaten. Bij het
+ondergaan der zon was alles gereed, maar het was niet gemakkelijk de
+sloep te bereiken. Het strand was bezaaid met inboorlingen die steenen
+tegen elkander aansloegen en ze gereed hielden om te werpen. De sloep
+moest zich dus op eenige vademen van het strand verwijderd houden en
+slechts dan aanlanden, als de mannen gereed waren zich in te schepen.
+
+De Engelschen waren nu ernstig ongerust over de vijandige neigingen
+der inboorlingen; zij klommen weder naar het strand af, te midden van
+tweehonderd inboorlingen, die slechts op een teeken wachtten om zich
+op hen te werpen. Evenwel waren allen gelukkig in de sloep gekomen,
+toen een der matrozen, Bancroft genaamd, op het noodlottig idée
+kwam naar het strand terug te keeren om 't een of andere voorwerp
+te zoeken dat hij er had achtergelaten. Binnen een seconde werd de
+onvoorzichtige door de inboorlingen omringd en door steenen gedood,
+zonder dat zijne metgezellen, die geen enkel vuurwapen bezaten, hem
+konden te hulp komen. Doch ook zij zelven werden op dat oogenblik
+aangegrepen en met een hagel van steenen begroet.
+
+»Komt, jongens," riep Bligh, »aan de riemen en flink doorgeroeid!"
+
+De inboorlingen begaven zich toen in zee en deden opnieuw een
+hagelbui van keien op de sloep regenen. Verscheidene mannen werden
+gekwetst. Maar Hayward, raapte een steen op die in de sloep gevallen
+was, mikte op een van de aanvallers en raakte hem midden op het
+voorhoofd. De inboorling viel omver, een doordringenden schreeuw
+gevende, die beantwoord werd door de hoera's der Engelschen. Hun
+ongelukkige kameraad was gewroken.
+
+Intusschen staken verscheidene prauwen van het strand af en zetten
+hen achterna. Deze vervolging kon slechts met een gevecht eindigen,
+waarvan de uitslag misschien niet gelukkig geweest ware, toen
+de equipagemeester een goeden inval kreeg. Niet wetende dat hij
+Hippomenes in zijne worsteling met Atalantes navolgde, ontdeed hij
+zich van zijn boezeroen en wierp het in zee. De inboorlingen lieten
+hun prooi los en hielden zich op om zich van het boezeroen meester
+te maken, waardoor de sloep om den hoek der baai heen kon varen.
+
+Middelerwijl was nu de nacht geheel aangebroken en gaven de
+inboorlingen ontmoedigd, de vervolging van de sloep op.
+
+Deze eerste poging om ergens aan land te komen was al te ongelukkig
+tegengeloopen om opnieuw te beproeven; dit was althans de raad van
+kapitein Bligh.
+
+»Wij moeten nu een besluit nemen," zeide hij. »Ik ben er zeker van
+dat wat op Tofoa is voorgevallen, zich op Tonga-Tabou en overal
+waar we zouden willen aanlanden, zal herhalen. Met ons klein getal,
+zonder vuurwapenen, zullen we geheel aan de genade der inboorlingen
+zijn overgeleverd. Zonder voorwerpen om te ruilen, kunnen we geen
+levensmiddelen koopen, en 't is ons onmogelijk ze ons met geweld te
+verschaffen. Wij zijn dus alleen aan onze hulpmiddelen overgelaten. Nu
+weet je evengoed als ik, vrienden, hoe ellendig die zijn! Maar is het
+niet beter er ons mee te vergenoegen dan bij elke landing het leven
+van verscheidene onzer te wagen? En toch wil ik u het verschrikkelijke
+van onzen toestand niet ontveinzen. Om Timor te bereiken, moeten we
+nagenoeg twaalfhonderd mijlen afleggen en zult ge u moeten vergenoegen
+met een ons beschuit per dag en een kwart pint water! Tegen dien prijs
+alleen is er nog redding mogelijk en op die voorwaarde dan nog dat ik
+de meest mogelijke gehoorzaamheid bij u zal ontmoeten. Antwoordt me
+zonder omwegen, ronduit, vindt ge goed de onderneming te wagen? Zweert
+ge mijne bevelen na te komen, welke ze ook zijn mogen? Belooft ge
+zonder morren u aan al deze ontberingen te onderwerpen?"
+
+»Ja, ja, we zweren het!" riepen als uit één mond de metgezellen van
+Bligh uit.
+
+»Mijne vrienden," hernam de kapitein, »ook moeten we onze wederzijdsche
+tekortkomingen, onze antipathiën en onzen haat vergeten, in een
+woord onzen persoonlijken afkeer opofferen aan het algemeen belang,
+dat alleen ons moet leiden!"
+
+»We beloven het."
+
+»Als je je woord houdt," voegde Bligh er bij, »en desnoods zal ik je
+er toe noodzaken, sta ik voor je redding in."
+
+De weg was toen naar 't O.-N.-O. De wind, die vrij sterk was, ging
+in den avond van 4 Mei in storm over. De golven werden zoo hoog,
+dat de boot somtijds geheel tusschen haar wegdook en scheen zich niet
+weder te kunnen verheffen. Het gevaar nam elk oogenblik toe. Doornat
+en koud, hadden de ongelukkigen om zich wat op te wekken, niets dan
+een kop thee met wat rum en het vierde van een half verrotte vrucht
+van den broodboom.
+
+Den dag daarop en de volgende dagen, kwam er geen verandering in
+den toestand. De boot ging tusschen ontelbare eilanden door, waarvan
+eenige prauwen afstaken.
+
+Geschiedde dit om hen na te zetten of was het om eenige voorwerpen
+in ruil aan te bieden? In dezen twijfel zou het onvoorzichtig geweest
+zijn zich op te houden. Ook had de sloep, waarvan de zeilen door een
+goeden wind uitgezet waren, ze weldra ver achtergelaten.
+
+Den 9n Mei, barstte er een vreeselijke storm los. Donder en bliksem
+volgden elkaar onophoudelijk op. De regen viel met een kracht waarvan
+de hevigste stormen onzer klimaten geen denkbeeld kunnen geven. Het
+was onmogelijk de kleederen te doen drogen. Bligh kwam toen op de
+gedachte ze in zeewater te dompelen en ze op die wijze met zout te
+laten doortrekken, teneinde de huid een weinig van de warmte terug te
+geven, die haar door den regen ontnomen was. Intusschen bespaarden
+die stortregens, die den kapitein en zijne metgezellen zooveel leed
+berokkenden, hun andere martelingen nog veel verschrikkelijker, de
+martelingen van den dorst namelijk, die eene onverdraaglijke hitte
+weldra zou hebben doen ontstaan.
+
+Den 17n Mei, 's morgens, werden na een vreeselijken storm, de klachten
+algemeen:
+
+»Nooit zullen we de kracht hebben Nieuw-Holland te bereiken," riepen
+de ongelukkigen uit. »Doornat van den regen, uitgeput van vermoeienis,
+zullen we nooit een oogenblik rust hebben! We zijn half dood van den
+honger en toch versterkt u onze rantsoenen niet, kapitein! Wat komt
+het er op aan dat onze levensmiddelen op raken. We kunnen bij onze
+aankomst op Nieuw-Holland ze immers gemakkelijk vernieuwen!"
+
+»'k Moet weigeren," antwoordde Bligh. »'t Zou met recht gekkenwerk
+wezen. Wat! we hebben nog slechts den afstand afgelegd die ons
+van Australië scheidt, en je verliest nu den moed al! En geloof je
+bovendien gemakkelijk levensmiddelen te zullen vinden op de kust van
+Nieuw-Holland? Je schijnt het land en zijn bewoners niet te kennen!"
+
+Bligh schilderde toen in breede trekken den aard van den bodem,
+de zeden der inboorlingen, het weinige vertrouwen dat men in een
+goede ontvangst moest stellen, allen zaken die hij op zijn reis
+met kapitein Cook had leeren kennen. Dezen keer nog, hoorden zijne
+ongelukkige lotgenooten hem aan en zwegen.
+
+De volgende veertien dagen mocht men zich in heldere zonneschijn
+verheugen, die hun de gelegenheid aanbood om hunne kleederen op te
+drogen. Den 27n kwamen zij over de branding die de oostkust van
+Nieuw-Holland omgeeft. De zee was kalm achter deze koraalriffen
+en eenige groepen eilanden met exotischen plantengroei, verheugden
+hunne blikken.
+
+Men ontscheepte zich en betrad de kust met de grootste voorzorgen. Men
+vond geen andere sporen van het verblijf der inboorlingen dan oude
+vuurplaatsen. Het was dus mogelijk een goeden nacht aan land door
+te brengen.
+
+Doch men moest eten. Bij toeval ontdekte een der matrozen een
+oesterbank. Dat was een echte smulpartij.
+
+Den volgenden dag vond Bligh in de sloep een vergrootglas, een vuurslag
+en zwavel. Hij was dus in staat zich vuur te verschaffen om het wild
+of de visch te braden.
+
+Bligh kwam toen op het denkbeeld zijn equipage in drie afdeelingen
+te verdeelen: de eene moest alles in de boot in order brengen; de
+twee andere moesten op levensmiddelen uitgaan. Maar velen hunner
+beklaagden zich over deze taak en zagen liever van hun diner af dan
+zich in de wildernis te wagen.
+
+Een van hen, heftiger of meer ontzenuwd dan zijne kameraden, ging
+zelfs zoo ver om aan den kapitein te zeggen:
+
+»De een is niets beter dan de andere en 'k zie niet in waarom u altijd
+achter zoudt blijven om uit te rusten! Als u honger hebt, ga dan eten
+zoeken! Voor 't geen u hier te doen hebt, zal 'k u wel vervangen!"
+
+Bligh, die begreep dat deze geest van oproer in de geboorte moest
+gesmoord worden, greep een hartsvanger, wierp een ander voor de voeten
+van den oproermaker en riep hem toe:
+
+»Verdedig je of ik steek je overhoop!"
+
+Deze krachtige houding deed den oproerling dadelijk tot bedaren komen
+en het algemeene misnoegen kalmeeren.
+
+Bij deze landing deed de equipage der sloep een ruimen voorraad op
+van oesters, kammosselen en zoet water.
+
+Een weinig verder, in de straat van Endeavour, kwam een der troepen
+die op de jacht van schildpadden en van zeezwaluwen waren uitgezonden,
+met ledige handen terug; de andere troep bracht zes zeezwaluwen mede,
+maar deze zouden er veel meer gevangen hebben als niet een der jagers
+zoo koppig geweest was om van zijne kameraden af te gaan en deze vogels
+te verschrikken. Deze man bekende later dat hij zich van negen dezer
+vogels had meester gemaakt en ze rauw op de plaats zelve opgegeten had.
+
+Zonder de levensmiddelen en het zoet water dat zij op de kust van
+Nieuw-Holland gevonden hadden, zouden Bligh en zijne kameraden
+ongetwijfeld omgekomen zijn. Overigens verkeerden allen in een
+beklagenswaardigen toestand, vermagerd, vervallen, uitgeput, niet
+veel meer dan lijken.
+
+De reis in volle zee, om Timor te bereiken, was slechts de smartelijke
+herhaling van het lijden dat deze ongelukkigen reeds doorgestaan
+hadden alvorens de kusten van Nieuw-Holland te bereiken. Het vermogen
+om weerstand te bieden was evenwel bij allen zonder uitzondering,
+gebroken. Na eenige dagen, zwollen hunne beenen op. In dien toestand
+van buitengewone zwakte werden zij overvallen door een bijna
+voordurenden lust om te slapen. Dit waren de voorteekenen van een
+einde dat niet veraf meer kon zijn. Bligh, die dit opmerkte, deelde
+aan de meest verzwakten een dubbel rantsoen uit en trachtte hun een
+weinig hoop te geven.
+
+Eindelijk kwam den 12n Juni 's morgens, na een overtocht van
+drie duizend zes honderd achttien mijlen, in verschrikkelijke
+omstandigheden, de kust van Timor in 't gezicht.
+
+De ontvangst die de Engelschen te Coupang genoten, was buitengewoon
+gastvrij en deelnemend. Zij bleven er twee maanden om zich te
+herstellen. Nadat Bligh toen aldaar een kleinen schoener gekocht had,
+bereikte hij Batavia, alwaar hij zich voor Engeland inscheepte.
+
+Den 14n Maart, 1790 liepen de verlatenen te Portsmouth binnen. Het
+verhaal van het lijden dat zij doorgestaan hadden wekte de algemeene
+deelneming en verontwaardiging van weldenkenden op. Bijna onmiddellijk
+ging de Admiraliteit over tot de uitrusting van het fregat de
+_Pandora_, van vier en twintig stukken en honderd zestig man en zond
+haar uit ter vervolging van de oproerlingen der _Bounty_.
+
+Men zal zien wat er van hen geworden was.
+
+
+
+
+
+III.
+
+De oproerlingen.
+
+
+Nadat kapitein Bligh in volle zee was achtergelaten, was de _Bounty_
+naar Taïti onder zeil gegaan. Dienzelfden dag, bereikte zij
+Toubouaï. De lachende aanblik van dat kleine eiland, omgeven door
+koraalriffen, noodigde Christian uit er te landen; maar de vijandige
+houding der bewoners was te dreigend, zoo dat van een landing werd
+afgezien.
+
+Den 6n Juni 1789 liet men het anker vallen op de reede van
+Matavaï. Toen de bewoners van Taïti de _Bounty_ herkenden, was hunne
+verrassing buitengewoon. De oproerlingen vonden daar de inboorlingen
+weder met wie zij bij eene voorgaande landing betrekkingen hadden
+aangeknoopt en zij vertelden hun een fabel, waaraan zij zorgden den
+naam te verbinden van kapitein Cook, die bij de bewoners van Taïti
+de beste herinnering had achtergelaten.
+
+Den 29n Juni, vertrokken de oproerlingen weder naar Toubouaï en zochten
+zij een eiland op dat buiten den gewonen weg der vaartuigen gelegen
+was, waarvan de bodem vruchtbaar genoeg was om hen te voeden en waar
+zij in veiligheid konden leven. Zij dwaalden op die wijze rond van
+archipel naar archipel, onder het bedrijven van allerlei rooverijen
+en buitensporigheden, die het Christian maar zelden mocht gelukken
+te voorkomen.
+
+Daarna, nogmaals uitgelokt door de vruchtbaarheid van Taïti, door de
+zachte en gemakkelijke zeden zijner bewoners, liepen zij opnieuw de
+baai van Matavaï binnen. Daar begaf zich het twee derde gedeelte der
+equipage onmiddellijk aan land. Maar dienzelfden avond had de _Bounty_
+het anker gelicht en was verdwenen, voordat de ontscheepte matrozen
+het voornemen van Christian om zonder hen te vertrekken hadden kunnen
+vermoeden.
+
+Aan zich zelve overgelaten vestigden deze mannen zonder veel leedgevoel
+zich in verschillende districten van het eiland. De equipagemeester
+Stewart en de adelborst Peter Heywood, de twee officieren die Christian
+van de veroordeeling tegen Bligh uitgesproken, had uitgezonderd en
+huns ondanks had medegenomen, bleven te Matavaï bij den koning Tippao,
+wiens zuster Stewart weldra huwde. Morrison en Millward begaven zich
+naar het opperhoofd Peno, die hen goed ontving. Wat de andere matrozen
+betreft, zij drongen dieper op het eiland door en huwden al spoedig
+met inlandsche vrouwen.
+
+Churchill en een razende krankzinnige, Thompson genaamd,
+werden, na allerlei misdaden bedreven te hebben, handgemeen met
+elkander. Churchill werd gedood in dezen strijd en Thompson door de
+inboorlingen gesteenigd. Op die wijze kwamen twee der oproerlingen om
+het leven die het grootste aandeel aan het oproer genomen hadden. De
+andere wisten zich integendeel door hun goed gedrag zeer bemind bij
+de bewoners van Taïti te maken.
+
+Intusschen leefden Morrison en Millward steeds in het vooruitzicht
+eenmaal de straf voor hun misdrijf te ontvangen en konden daarom niet
+rustig blijven wonen op het eiland waar zij gemakkelijk konden ontdekt
+worden. Zij vatten dus het voornemen op een schoener te bouwen waarmede
+zij zouden beproeven Batavia te bereiken, teneinde zich te midden van
+de beschaafde wereld te verliezen. Het gelukte hun om met vier hunner
+lotgenooten, zonder andere gereedschappen dan die van den timmerman,
+een klein vaartuig te bouwen dat zij de _Résolution_ noemden, en zij
+legden het vast in een baai achter een der kapen van Taïti, kaap Venus
+genaamd. Maar de volstrekte onmogelijkheid waarin zij zich bevonden
+zich zeilen te verschaffen, belette hen zee te kiezen.
+
+Gedurende dien tijd, bebouwde, sterk in hun onschuld, Steward een
+tuin en verzamelde Peter Heywood de stof voor een woordenlijst,
+die voor de Engelsche zendelingen van groot nut was.
+
+Achttien maanden waren intusschen verloopen toen, den 23n Maart, 1791,
+een schip kaap Venus omzeilde en in de baai Matavaï binnenliep. Het
+was de _Pandora_, door de Engelsche admiraliteit uitgezonden om de
+oproerlingen op te sporen.
+
+Heywood en Steward haastten zich aan boord te gaan, gaven hunne namen
+en hoedanigheden op en verhaalden dat zij volstrekt geen deel aan
+den opstand genomen hadden; maar men geloofde hen niet en zij werden
+dadelijk in boeien gesloten, evenals hunne metgezellen, zonder dat
+het minste onderzoek werd ingesteld. Met de grofste onmenschelijkheid
+behandeld, met ketenen beladen, bedreigd doodgeschoten te worden
+zoodra zij zich van de taal van Taïti bedienden om met elkander te
+spreken, werden zij opgesloten in een kooi van elf voet lang, die aan
+het uiteinde van het achterdek geplaatst was en door een liefhebber
+der mythologie met den naam van »doos van Pandora" bestempeld werd.
+
+Den 19n Mei staken de _Résolution_, die van zeilen voorzien was, en
+de _Pandora_ in zee. Drie maanden achtereen doorkruisten deze beide
+vaartuigen den Vrienden-archipel, alwaar men vermoedde dat Christian en
+de overige oproerlingen de wijk hadden kunnen nemen. De _Résolution_,
+die weinig diepgang had, bewees gedurende dezen kruistocht zelfs groote
+diensten: maar zij verdween in de streek van het eiland Chatam, en,
+hoewel de _Pandora_ verscheidene dagen in 't gezicht bleef, hoorde
+men nooit meer van haar spreken, evenmin als van de vijf zeelieden
+die haar bemanden.
+
+De _Pandora_ had met hare gevangenen den steven naar Europa
+gewend, toen zij in de Torris-straat tegen een koraalrif stootte
+en bijna onmiddellijk zonk met een en dertig matrozen en vier der
+opstandelingen.
+
+De equipage en de gevangenen, die aan de schipbreuk ontsnapt waren,
+bereikten toen een zandig eilandje. Daar konden althans de officieren
+zich onder tenten beschutten; maar de opstandelingen, blootgesteld
+aan de loodrechte stralen der zon, moesten zich, ten einde een weinig
+verlichting te vinden, tot den hals toe, in het zand begraven.
+
+De schipbreukelingen bleven eenige dagen op dit eilandje vertoeven;
+daarna bereikten allen Timor in de sloepen der _Pandora_ terwijl
+intusschen de strenge bewaking over de oproerlingen geen oogenblik
+verzuimd werd, niettegenstaande de ernstige omstandigheden.
+
+Na in de maand Juni 1792 in Engeland te zijn aangekomen, moesten
+de oproerlingen voor den krijgsraad verschijnen, gepresideerd door
+admiraal Hood. De debatten duurden zes dagen en eindigden met de
+vrijspraak van vier der beschuldigden en de ter dood veroordeeling der
+zes andere, wegens misdaad van desertie en ontvoering van het vaartuig
+dat aan hunne hoede was toevertrouwd. Vier der veroordeelden werden
+opgehangen aan boord van een oorlogsschip; de twee andere, Stewart
+en Peter Heywood, wier onschuld eindelijk erkend werd, kregen gratie.
+
+Maar wat was er nu toch van de _Bounty_ geworden? Had zij schipbreuk
+geleden met de laatste der oproerlingen? Het was onmogelijk het te
+weten te komen.
+
+In 1814, vijf en twintig jaren na het tooneel waarmede dit verhaal
+begint, kruisten twee oorlogsschepen onder bevel van kapitein Staines
+in Australië. Zij bevonden zich ten zuiden van den archipel Dangereux,
+in het gezicht van een bergachtig en vulkanisch eiland, dat Carteret
+ontdekt had op zijn reis rondom de wereld, en waaraan hij den naam van
+Pitcairn gegeven had. Het was slechts een kegel, bijna zonder strand,
+die zich loodrecht boven de zee verhief en tot den top toe bedekt
+was met palm- en broodboombosschen. Nooit was dit eiland bezocht; het
+bevond zich op twaalfhonderd mijlen van Taïti, op 25° 4' Z. B. en 180°
+8' W. L.; de omtrek bedroeg slechts vier en een half mijl en het was
+slechts anderhalf mijl lang, terwijl men er niets anders van wist dan
+'t geen Carteret er van vermeld had.
+
+Kapitein Staines besloot het te verkennen en er eene geschikte
+landingsplaats te zoeken.
+
+Bij het naderen van de kust, was hij verrast er hutten, bebouwde akkers
+te zien en aan den oever twee inboorlingen, die, na een boot in zee
+gebracht te hebben en behendig door de branding gekomen te zijn, zich
+naar het vaartuig wendden. Maar zijne verbazing steeg ten top, toen hij
+zich in uitmuntend Engelsch met de volgende woorden hoorde aanspreken:
+
+»Hei! jelui daar, gooi eens een touw op, om ons aan boord te hijschen!"
+
+Nauwlijks waren de krachtige roeiers op het dek aangekomen of zij
+werden omringd door de verbaasde matrozen, die hen met vragen
+overlaadden waarop zij niet wisten wat te antwoorden. Voor den
+kommandant gebracht, werden zij geregeld ondervraagd.
+
+»Wie zijt gij?"
+
+»Ik heet Fletcher Christian en mijn kameraad, Young."
+
+Uit deze namen kon kapitein Staines, die er ver van af was om aan de
+overlevenden der _Bounty_ te denken, niets bijzonders opmaken.
+
+»Sedert wanneer zijt ge hier?"
+
+»We zijn hier geboren."
+
+»Hoe oud zijt ge?"
+
+»Ik ben vijf en twintig jaar," antwoordde Christian, »en Young
+achttien."
+
+»Zijn je ouders door een schipbreuk op dit eiland geworpen?"
+
+Toen legde Christian aan kapitein Staines de roerende bekentenis af
+die volgt en waarvan hier de voornaamste bijzonderheden voorkomen:
+
+Na het verlaten van Taïti, alwaar hij een en twintig zijner kameraden
+achterliet, had Christian, die het reisverhaal van kapitein Carteret
+aan boord had, zich rechtstreeks naar het eiland Pitcairn gericht,
+waarvan de ligging hem beter voor het doel dat hij zich voorstelde,
+was toegeschenen. De equipage der _Bounty_ bestond nog uit acht en
+twintig man. Het waren Christian, de adelborst Young en zes matrozen,
+waarvan drie met hunne vrouwen en een kind van tien maanden, behalve
+drie mannen en zes vrouwen, inboorlingen van Roubouaï.
+
+De eerste zorg van Christian en zijne metgezellen, zoodra zij
+het eiland Pitcairn bereikt hadden, was geweest om de _Bounty_ te
+vernietigen, teneinde niet ontdekt te worden. Wel is waar hadden zij
+zich daardoor de mogelijkheid afgesneden om het eiland te verlaten,
+maar de zorg voor hunne veiligheid vorderde het.
+
+De vestiging der kleine kolonie was niet zonder moeielijkheden tot
+stand gekomen. En hoe kon het anders met menschen die alleen door
+een misdaad met elkander verbonden waren! Al zeer spoedig braken
+er bloedige twisten uit tusschen de inboorlingen van Taïti en de
+Engelschen. Ook waren er in 1794 nog slechts vier oproerlingen
+in leven. Christian was omgekomen door een messteek van een der
+inboorlingen die hij had medegebracht. Al de bewoners van Taïti
+waren vermoord.
+
+Een van de Engelschen had het middel gevonden om uit den wortel eener
+inlandsche plant geestrijke dranken te vervaardigen; eindelijk geheel
+het slachtoffer van dronkenschap geworden, had hij zich in een aanval
+van _delirium tremens_, van den steilen rots-oever in de zee gestort.
+
+Een ander had zich in een aanval van waanzin op Young en een van
+de matrozen, John Adams, geworpen die zich genoodzaakt zagen hem te
+dooden. In 1800 was Young in een hevigen aanval van asthma gestorven.
+
+John Adams was toen de laatste overlevende van de equipage der
+oproerlingen.
+
+Met verscheidene vrouwen en twintig kinderen, geboren uit het huwelijk
+zijner kameraden met vrouwen van Taïti, had zich het karakter van John
+Adams geheel gewijzigd. Hij was toen nog slechts zes en dertig jaar,
+maar sedert een aantal jaren had hij zooveel bloedige tooneelen van
+geweld bijgewoond en de menschelijke natuur van zulk eene droevige
+zijde leeren kennen, dat hij, na tot inkeer gekomen te zijn, zich
+geheel gebeterd had.
+
+In de bibliotheek van de _Bounty_, die op het eiland bewaard bleef,
+bevonden zich een bijbel en verscheidene gebedeboeken. John Adams,
+die ze meermalen las, bekeerde zich, prentte de jeugdige bevolking
+die hem als een vader beschouwde, uitmuntende beginselen in en werd
+door de macht der omstandigheden, de wetgever, de hooge priester en
+zooveel als de koning van Pitcairn.
+
+Evenwel had hij tot in 1814 in aanhoudende vrees geleefd. In 1755
+hadden de vier overlevenden van de _Bounty_ bij de nadering van
+een vaartuig, zich in de ongenaakbare bosschen schuil gehouden en
+waren niet naar de baai durven afkomen dan nadat het schip vertrokken
+was. Zij hadden denzelfden voorzichtigheidsmaatregel in acht genomen
+toen in 1818 een Amerikaansch kapitein zich op het eiland ontscheepte,
+alwaar hij zich van een chronometer en een kompas meester maakte, die
+hij aan de Engelsche admiraliteit deed toekomen; maar de admiraliteit
+bekreunde zich niet om deze overblijfselen van de _Bounty_. Nu vielen
+er in Europa in dit tijdperk wel andere zaken van veel meer gewicht
+voor om zich mede te bemoeien.
+
+Dit was het verhaal aan kapitein Staines van de twee inboorlingen,
+Engelschen door hunne vaders, de een de zoon van Christian, de
+andere van Young, doch, toen Staines vroeg om John Adams te zien,
+weigerde deze zich aan boord te begeven, alvorens te weten hoe men
+hem behandelen zou.
+
+Nadat de kommandant aan de beide jongelieden verzekerd had dat John
+Adams door verjaring vrij van vervolging was geworden, daar er sedert
+het oproer van de _Bounty_ vijf en twintig jaren verloopen waren,
+ging hij aan land en werd hij ontvangen door eene bevolking van zes en
+veertig volwassenen en een groot aantal kinderen. Allen waren groot en
+sterk, met een duidelijk uitgedrukte Engelsche type; vooral de jonge
+meisjes waren verrassend schoon, terwijl hare zedigheid niet weinig
+strekte aan hare schoonheid een verleidelijk karakter mede te deelen.
+
+De wetten waardoor deze kleine bevolking geregeerd werd, waren zeer
+eenvoudig. Op een register werd aangeteekend wat iedereen met zijn
+arbeid verdiend had. Geld was er onbekend; alle overeenkomsten werden
+door middel van ruilhandel gesloten, maar er was geen nijverheid,
+want de grondstoffen ontbraken. De eenige kleeding der eilanders
+bestond in breedgerande hoeden en gordels van lang gras. Vischvangst
+en akkerbouw maakten hunne voornaamste bezigheden uit. Er werden geen
+huwelijken gesloten dan met toestemming van Adams en niet dan nadat
+de man een stuk grond ontgonnen en bebouwd had dat groot genoeg was
+om in het onderhoud van zijn huisgezin te voorzien.
+
+Nadat kapitein Staines zich omtrent alles betreffende dit merkwaardige
+eiland, verloren in de minst bezochte streken van de Stille Zuidzee,
+had laten inlichten, ging hij weder in zee en kwam in Europa terug.
+
+Sedert heeft de eerwaardige John Adams zijne avontuurlijke loopbaan
+geëindigd. Hij is in 1829 gestorven, en is vervangen door den
+eerwaardigen George Nobbs die nog heden op het eiland de functies
+waarneemt van geestelijken herder, geneesheer en van onderwijzer.
+
+In 1853 bedroeg het aantal afstammelingen van de oproerlingen der
+_Bounty_ honderd zeventig personen. Sedert dien tijd is de bevolking
+steeds toegenomen en werd zij zelfs zoo talrijk dat zij drie jaren
+later voor een groot gedeelte moest verhuizen naar het eiland Norfolk,
+'t welk tot dat tijdstip als verblijf voor convicts gediend had. Maar
+een gedeelte der geëmigreerden betreurde Pitcairn, alhoewel Norfolk
+viermaal grooter was, zijn bodem eene merkwaardige vruchtbaarheid bezat
+en de middelen van bestaan er oneindig gemakkelijker te verkrijgen
+waren. Na twee jaren verblijf keerden verscheidene huisgezinnen
+naar Pitcairn terug, alwaar zij zich in een voortdurenden welstand
+verheugen.
+
+Zoodanig was dus de ontknooping van een avontuur dat op zulk eene
+treurige wijze begonnen was. In het begin, oproerlingen moordenaars,
+krankzinnigen en nu, onder den invloed van christelijke zeden en het
+onderwijs van een armen bekeerden matroos, is het eiland Pitcairn
+het vaderland geworden van eene vreedzame, gastvrije, gelukkige
+bevolking, bij welke de aartsvaderlijke zeden der eerste eeuwen
+worden wedergevonden.
+
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+Hoofdst. Blz.
+
+I. Men maakt kennis met de personen èn wat hun karakter
+ èn wat hunne nationaliteit aangaat. 1
+II. Waarin Kin-Fo en de philosoof Wang nog wat duidelijker
+ worden geschetst. 8
+III. Waarin de lezer, zonder zich te vermoeien, een blik
+ kan werpen op de stad Shang-Haï. 18
+IV. Waarin Kin-Fo een gewichtigen brief ontvangt, die al
+ acht dagen eerder had moeten bezorgd worden. 24
+V. Waarin Lé-ou een brief ontvangt, dien ze veel liever
+ niet zou gekregen hebben. 36
+VI. Waardoor bij den lezer waarschijnlijk de lust zal
+ worden opgewekt om een kijkje te gaan nemen in de
+ bureaux van »de Eeuw." 42
+VII. Dat zeer treurig zijn zou als het geen eigenaardige
+ Chineesche zeden en gewoonten gold. 50
+VIII. Waarin Kin-Fo aan Wang een ernstig voorstel doet,
+ dat deze niet minder ernstig aanneemt. 59
+IX. Waarvan het besluit, hoe vreemd het schijne, den
+ lezer toch wel niet verbazen zal. 64
+X. Waarin Craig en Fry officieel aan den nieuwen cliënt
+ van de Eeuw worden voorgesteld. 72
+XI. Waarin Kin-Fo de beroemdste man van het Hemelsche
+ Rijk wordt. 79
+XII. Waarin Kin-Fo, zijne beide satellieten en zijn knecht
+ op avontuur uitgaan. 87
+XIII. Waarin men kennis maakt met het beroemde »Klaaglied
+ van de vijf waken des Honderdjarigen." 99
+XIV. Waarin de lezer op zijn gemak vier steden voor een
+ kan doorwandelen. 108
+XV. 't Geen melding maakt van eene verrassing voor Kin-Fo
+ en waarschijnlijk ook voor den lezer. 119
+XVI. Waarin Kin-Fo, nog altijd ongehuwd, opnieuw de wereld
+ ingaat. 128
+XVII. Waarin de handelswaarde van Kin-Fo nogmaals op het
+ spel staat. 136
+XVIII. Waarin Craig en Fry, door nieuwsgierigheid gedreven,
+ een uitstapje maken naar het ruim van de _Sam-Yep_. 147
+XIX. Dat zeer slecht afloopt voor kapitein Yin, gezagvoerder
+ van de _Sam-Yep_ en zijn equipage. 156
+XX. Waarin men zien zal waaraan men zich blootstelt als
+ men kapitein Boyton's drijftoestel gebruikt. 167
+XXI. Waarin Craig en Fry met bijzondere voldoening de maan
+ zien opgaan. 179
+XXII. Dat de lezer zelf wel had kunnen schrijven, zoo
+ gemakkelijk was de afloop te voorzien! 190
+
+
+
+MUITERIJ AAN BOORD DER »BOUNTY."
+
+
+Hoofdst. Blz.
+
+I. 203
+II. De verlatenen 210
+III. De oproerlingen 218
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Een piaster is f 2.50, een taël f 3.50 à f 4, terwijl vier sapeken
+ongeveer met een cent gelijk staan.
+
+[2] Dit werk waaraan men in 1773 begon, moet honderd en zestigduizend
+deelen groot worden; het acht en zeventigduizend zevenhonderd acht
+en dertigste is thans gereed.
+
+[3] De roem der groote meesters is tot onzen tijd blijven voortleven
+in tal van overleveringen en anekdoten. Men verhaalt bijvoorbeeld dat
+in de derde eeuw zekere Tsa-Pou-Ying een vuurscherm voor den Keizer
+geschilderd en daarop hier en daar een vlieg afgebeeld had. Toen de
+Keizer dit werk zag, verheugde het den kunstenaar niet weinig dat
+zijne Majesteit een doek nam om er die vliegen af te jagen.
+
+Niet minder beroemd was Huan-Tse-Nen, die omstreeks het jaar 1000
+leefde. Op de wanden van een der zalen van het paleis, die hij bewerken
+moest, schilderde hij eenige faizanten. Toen eenmaal eenige vreemde
+gezanten den Keizer in de zaal eenige valken ten geschenke kwamen
+aanbieden, schoten deze, zoodra zij de faizanten gewaar werden recht
+op die geschilderde vogels toe, natuurlijk meer tot nadeel van hun
+eigen kop dan tot bevrediging van hun roofzuchtig instinct.
+
+[4] De beide phenixen zijn het zinnebeeld van het huwelijk in het
+Hemelsche Rijk.
+
+[5] Zoodra een Chinees 80 jaar oud is heeft hij het recht gele
+kleederen te dragen. Geel is de kleur der Keizerlijke familie en het
+bedoelde recht is een eerbewijzing aan den ouderdom.
+
+[6] Letterlijke vertaling van het woord Taï-ping.
+
+[7] In midden-China zijn de rivieren en stroomen aangeduid door het
+achtervoegsel »Kiang" in noordelijk China door »Ro."
+
+[8] Tien _lis_ is ongeveer een uur gaans.
+
+[9] Vier uur gaans.
+
+[10] De heer T. Choutzé verhaalt in zijne reisbeschrijving _Peking
+et le Nord de la Chine_ den volgenden trek van prins Kong, die wel
+waard is meer algemeen bekend te worden.
+
+Toen in 1870 Frankrijk door den bloedigen oorlog met Duitschland
+geteisterd werd, bracht prins Kong, ik weet niet meer bij welke
+gelegenheid, een bezoek aan al de diplomatieke vertegenwoordigers
+van het buitenland. Hij was bij de Fransche legatie begonnen, doch
+terwijl hij bij een der andere gezanten was, ontving men de tijding
+van den ramp van Sedan. De heer De Rochechouart, toen Frankrijks
+zaakgelastigde, deelde het den prins mede.
+
+Deze riep toen een der officieren uit zijn gevolg en zond hem naar den
+Pruisischen gezant om hem te zeggen dat de Prins eerst den volgenden
+dag het aangekondigde bezoek bij hem zou komen afleggen. Toen keerde
+hij zich tot den heer De Rochechouart, zeggende:
+
+»Op den dag dat ik mijn rouwbeklag gebracht heb aan den
+vertegenwoordiger van Frankrijk, kan ik den vertegenwoordiger van
+Duitschland gevoeglijk geen geluk gaan wenschen."
+
+Prins Kong zou ook buiten China een prins zijn.
+
+[11] Veertig mijlen.
+
+[12] Watertoestellen.
+
+[13] Bijna zeshonderd gulden.
+
+[14] De draaiende stormwinden heeten op de oostkust van Afrika
+»tornados" in de Chineesche zeeën »typhon." De wetenschappelijke
+benaming is »cycloon."
+
+[15] De hh. Seyffarth en Silas zijn de uitvinders van deze
+reddingsboei, die reeds in Frankrijk op alle oorlogsschepen voorhanden
+is. De heer Silas is archivaris van de Fransche ambassade te Weenen.
+
+[16] Een tiental mijlen.
+
+[17] Omstreeks 3000 gulden.
+
+[18] Wij meenen onzen lezers te moeten mededeelen dat dit verhaal
+geen verdichtsel is. Al de bijzonderheden er van zijn ontleend aan de
+maritieme jaarboeken van Groot-Brittannië. In het werkelijke leven
+ontmoeten wij somtijds zulke romaneske voorvallen, dat de meest
+dichterlijke verbeelding er niets meer zou kunnen bijvoegen.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Wonderlijke avonturen van een Chinees,
+gevolgd door Muiterij aan boord der 'Bounty', by Jules Verne
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WONDERLIJKE AVONTUREN VAN EEN CHINEES ***
+
+***** This file should be named 24773-8.txt or 24773-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/4/7/7/24773/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.