summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/24630-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '24630-8.txt')
-rw-r--r--24630-8.txt11798
1 files changed, 11798 insertions, 0 deletions
diff --git a/24630-8.txt b/24630-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..964474f
--- /dev/null
+++ b/24630-8.txt
@@ -0,0 +1,11798 @@
+The Project Gutenberg EBook of De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van
+Santillano, deel 2 van 2, by Alain René Le Sage
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2
+ De Spaansche Avonturier
+
+Author: Alain René Le Sage
+
+Illustrator: Jean Gigoux
+
+Release Date: February 16, 2008 [EBook #24630]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ZONDERLINGE LOTGEVALLEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ WERELD BIBLIOTHEEK
+
+ Onder leiding van L. Simons.
+
+UITGEGEVEN DOOR: DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR
+ AMSTERDAM
+
+
+
+
+
+ Alain René Le Sage
+
+ De Zonderlinge Lotgevallen van
+ Gil Blas van Santillano,
+ De Spaansche Avonturier
+
+ Met Illustraties van Jean Gigoux
+
+ Tweede Deel
+
+
+
+
+
+
+ GEDRUKT TER DRUKKERIJ "DE DEGEL," AMSTERDAM
+
+
+
+
+
+
+
+
+ZESDE BOEK
+
+
+HOOFDSTUK I
+
+Wat Gil Blas en zijn metgezellen deden, na den graaf de Polan te
+hebben verlaten; van het gewichtige plan, dat Ambrosius vormde,
+en op welke wijze het werd uitgevoerd.
+
+
+Nadat de graaf de Polan ons nogmaals verzekerd had, dat wij steeds op
+zijn dankbaarheid zouden kunnen rekenen, riep hij den waard, om hem
+te raadplegen over de middelen veilig in Turijn te komen, waar hij
+plan had heen te gaan. Wij verlieten het hotel en sloegen den weg in,
+dien Lamela koos.
+
+Na twee uren begon het dag te worden en kwamen we te Campillo
+aan. We trokken door de bergen, die tusschen dit dorp en Requena
+liggen. Overdag rustten wij en telden onze geldmiddelen, die zeer
+versterkt waren door den inhoud van de zakken der roovers, want men
+had niet minder dan driehonderd pistolen bij hen gevonden. Tegen den
+avond begaven wij ons weer op weg en den volgenden morgen betraden
+wij den bodem van het koninkrijk Valencia. In het eerste bosch
+besloten wij rust te houden. In de schaduw van de boomen en bij
+een beek met kristalhelder water, vleiden wij ons neer; maar, toen
+wij wilden gaan ontbijten, bemerkten wij, dat we maar zeer weinig
+levensmiddelen meer hadden en onze wijnzak was reeds een lichaam
+zonder ziel geworden. "Mijne heeren," zei Ambrosius, "de schoonste
+plaatsen bekoren niet zonder Bacchus en zonder Céres. Ik meen, dat
+wij vandaag provisie moeten inslaan en zal daarvoor naar Xelva gaan,
+een lieve stad en niet meer dan twee mijlen ver." Hij sprong weer te
+paard en reed snel weg, zoodat we hem spoedig terug verwachtten.
+
+Maar de halve dag verliep en wij wachtten tevergeefs. Toen de avond
+begon te vallen en wij reeds ongerust begonnen te worden, zagen
+wij hem eindelijk belast en beladen aankomen. Behalve wijn, brood
+en gebraden wild, had hij een groot pak met kleeren op zijn paard,
+waarnaar wij met aandacht keken. Hij bemerkte het en zei glimlachend:
+"Mijne heeren, ge bekijkt die met verwondering en ik kan dat begrijpen,
+ik zal u laten zien, wat dit pak inhoudt en geef u te raden, waartoe
+dat alles moet dienen." Hij vertoonde achtereenvolgens een toga,
+een jas, een wambuis, een grooten inktkoker, een boek, wit papier,
+een hangslot en een groot zegel van groen lak.
+
+Don Raphaël zei, dat hij er niet aan twijfelde of Ambrosius had goede
+inkoopen gedaan, maar hij vroeg, waar dat alles toe moest dienen.
+
+Ambrosius antwoordde: "Al die zaken hebben mij met elkaar zes pistolen
+gekost en ik ben er zeker van, dat zij ons minstens vijfhonderd zullen
+opbrengen. Ik ben er de man niet naar om mijn geld aan nuttelooze zaken
+te besteden. Ik heb een plan gevormd, een plan, dat ontegenzeggelijk
+een van de vernuftigste is, dat ooit in een menschelijk brein is
+opgekomen. Gij zult er over oordeelen, want ik zal het u meedeelen
+en ik ben er zeker van, dat gij het prachtig zult vinden."
+
+"Nadat ik brood had ingeslagen, ging ik naar een kok, waar ik last
+gaf, dat men voor mij aan het spit zou steken zes patrijzen, evenveel
+kuikens en jonge konijnen. Terwijl men het vleesch braadde en ik
+daarop zat te wachten, kwam er een man binnen, die zeer uit zijn
+humeur was en zich bij den kok beklaagde. Hij riep: "Samuel Simon is
+de grootste stommeling van alle winkeliers in Xelva. Hij heeft mij in
+zijn vollen winkel beleedigd. De vlegel heeft mij crediet geweigerd
+voor zes el laken. En toch weet hij heel goed, dat ik een soliede
+handwerksman ben en dat hij door mij geen schade zal lijden. Aan
+personen, die eenigszins deftig zijn, levert hij graag op crediet,
+maar met een eerlijk burger durft hij niets wagen! Wat een vervloekte
+jood! Ik hoop, dat hij eens goed zal worden beetgenomen, daar zullen
+velen pleizier in hebben."
+
+Terwijl ik dien man zoo hoorde spreken, kwam het plan bij mij
+op, om hem te wreken en eens een grap uit te halen met Samuel
+Simon. "Mijn vriend," zei ik, "welk karakter heeft de man, van wien
+gij spreekt?" "Een zeer slecht karakter," kreeg ik ten antwoord,
+"hij is een woekeraar van het ergste soort, hoewel hij den schijn
+aanneemt van een eerlijk man te zijn. Het is een jood, die katholiek
+geworden is, maar in zijn ziel is hij nog een jood en alleen uit
+eigenbelang is hij van geloof veranderd."
+
+Nadat ik nog het een en ander omtrent Samuel Simon had gehoord,
+ging ik zijn winkel eens opnemen en verzon toen een schelmenstreek,
+den bediende van mijnheer Gil Blas waardig. Daarna bezocht ik een
+uitdrager, waar ik deze zaken kocht; de kleeren zijn noodig voor een
+inquisiteur, een griffier en een gerechtsdienaar. Dat is alles wat
+ik gedaan heb en wat mij opgehouden heeft."
+
+Don Raphaël toonde zich verrukt over de comedie, welke men zou gaan
+spelen. "Het plan is uitstekend!" riep hij, "en over de uitvoering
+behoeft ge u niet ongerust te maken. Gij hebt behoefte aan twee goede
+acteurs, die u ter zijde staan en die zijn gevonden. Ge hebt zelf
+een vroom uiterlijk, uitstekend geschikt voor een inquisiteur, ik zal
+den griffier voorstellen en mijnheer Gil Blas zal wel zoo goed willen
+zijn voor gerechtsdienaar te spelen. Zoo zijn de rollen goed verdeeld,
+morgen zullen wij het stuk spelen en voor het succes sta ik in."
+
+Ik moet eerlijk zeggen, dat ik het plan, dat don Raphaël zoo schoon
+vond, niet goed begreep, maar onder het souper bracht men mij op de
+hoogte en het scheen mij een vernuftige streek. Nadat wij het gebraad
+en den wijn behoorlijk hadden toegesproken, strekten wij ons op het
+gras uit en sliepen weldra in. Maar onze slaap duurde niet lang. Nog
+in den nacht kwam de onverbiddelijke Ambrosius ons roepen. "Opstaan,
+opstaan!" riep hij; "menschen, die voor de uitvoering van een groote
+onderneming staan, mogen niet lui zijn."
+
+"De duivel hale je, mijnheer de inquisiteur, wat zijt ge vroeg!" riep
+don Raphaël. "Dat moet wel, mijnheer de griffier," zei de andere,
+"ik heb vannacht gedroomd, dat ik den jood de haren uit zijn baard
+rukte. Is dat niet een slechte droom voor hem?"
+
+We gingen in een opgewekte stemming ontbijten en begonnen ons daarna
+te verkleeden. Er werd door ons nogal wat tijd daaraan besteed en
+wij zagen er uit als de personen, die wij wilden voorstellen, daarna
+liepen wij tot het einde van het bosch en rustten daar weder geruimen
+tijd, om tegen schemerdonker de poorten van de stad binnen te gaan,
+waar we nu vlakbij waren.
+
+Onze paarden lieten wij in het bosch achter bij don Alphonse, die
+tot zijn groote tevredenheid geen andere rol in het stuk speelde. We
+gingen niet dadelijk naar Samuel Simon, maar eerst naar een herberg,
+dicht bij zijn huis. Mijnheer de inquisiteur liep vooruit, trad
+binnen en zei op ernstigen toon tot den waard: "Ik wenschte u alleen
+te spreken, ik heb u eenige vragen te doen over een zaak, betreffende
+den dienst van de inquisitie en dus zeer gewichtig." De waard bracht
+hem in een zaal en toen Lamela zag, dat wij alleen met hem waren,
+zei hij: "Ik ben commissaris van den heiligen dienst." Bij die
+woorden verbleekte de herbergier en zei met bevende stem, dat hij
+aan de heilige inquisitie geen reden meende te hebben gegeven om
+zich over hem te beklagen. Ambrosius zei op zachten toon, dat men er
+ook niet aan dacht, om het hem moeilijk te maken en hij vervolgde:
+"De inquisitie is gestreng, maar altijd rechtvaardig. Hoezeer ook
+klaar om te straffen, met God's hulp verwart zij toch niet schuld
+en onschuld. In één woord: om gestraft te worden, moet men schuldig
+zijn. 't Is niet voor u, dat ik naar Xelva gekomen ben, maar voor
+zekeren koopman, Samuel Simon. Er is ons een zeer slecht rapport
+omtrent zijn gedrag toegekomen. Hij is, zegt men, nog altijd jood en
+heeft het Christendom alleen aanvaard uit berekening. Uit naam van
+den heiligen dienst vraag ik u mij mee te deelen, wat ge van dien
+man weet. Wacht u er voor, hem als buurman en misschien als vriend
+te willen verontschuldigen, want ik verklaar u, indien ik dat merk,
+zijt ge evengoed verloren als hij. Schrijf griffier."
+
+De griffier, die zijn papier en inktkoker reeds in de hand hield,
+ging aan een tafel zitten en maakte zich met het ernstigste gezicht
+van de wereld gereed om de antwoorden op te schrijven van den waard,
+die levendig betuigde dat hij aan de waarheid niets te kort zou doen.
+
+"Antwoord mij alleen op mijn vragen, iets anders verwacht ik van
+u niet."
+
+"Ziet gij Samuel Simon dikwijls de kerk bezoeken?" "Daar heb ik niet
+op gelet," antwoordde de waard, "ik herinner mij niet, hem bij ons in
+de kerk te hebben gezien." "Goed. Schrijf, dat men hem nooit in de
+kerk ziet." "Dat heb ik niet gezegd, mijnheer," riep de herbergier,
+"ik heb alleen gezegd, dat ik hem bij ons niet gezien heb, misschien
+gaat hij ergens anders of op een anderen tijd dan ik."
+
+"Mijn vriend, ge vergeet, dat ge bij dit verhoor Samuel Simon niet
+moogt verontschuldigen: de gevolgen daarvan heb ik u meegedeeld. Ge
+moet mij mededeeling doen van de zaken, welke tegen hem getuigen."
+
+"In dat geval," antwoordde de waard, "zal mijn getuigenis u van zeer
+weinig waarde zijn. Ik ken dien koopman bijna niet en kan dus niets
+goeds en evenmin iets kwaads van hem zeggen; maar als gij weten wilt
+hoe hij in zijn levenswandel is, dan zal ik Gaspard, zijn knecht, hier
+roepen. Die jongen komt dikwijls 's avonds hier met zijn vrienden. Hij
+is welbespraakt en zal u alles zeggen van zijn meester, wat ge weten
+wilt. Uw griffier zal de handen vol aan hem hebben."
+
+"Voor uw openhartigheid ben ik u erkentelijk," zei Ambrosius, "het is
+ook een bewijs van godsdienstigen ijver, dat gij me een man aanwijst,
+die op de hoogte is van de gewoonten van Simon. Ik zal dat aan de
+Inquisitie overbrengen. Haast u om dien Gaspard op te zoeken, maar
+behandel die zaak zoo geheimzinnig mogelijk en zorg, dat vooral zijn
+meester niets bemerkt van hetgeen er gebeurt."
+
+De herbergier kweet zich spoedig van zijn opdracht en bracht den
+knecht.
+
+"Mijn zoon, wees welkom," zei Lamela, "ik ben inquisiteur en aangewezen
+om een onderzoek te doen naar Samuel Simon, die beschuldigd wordt
+den Judas te spelen. Gij woont bij hem en zijt getuige van de meeste
+van zijn daden. Ik geloof niet, dat het noodig is u te zeggen, dat
+ge verplicht zijt mij alles mee te deelen wat gij weet, indien ik u
+dat beveel namens de heilige inquisitie."
+
+"Mijnheer," antwoordde de jongen, "ge zoudt u moeilijk tot iemand
+kunnen richten, die beter in staat is om u in te lichten dan ik het
+ben. En ik zal aan uw wensch voldoen, ook zonder dat ge het namens
+de heilige inquisitie beveelt. Indien men, mijnheer, mijn meester
+voor het geval stelde, waarin ik nu verkeer, ben ik zeker, dat hij
+mij niet zou sparen en ik ben ook niet van plan het hem te doen. Ik
+zal dan maar beginnen met u te zeggen, dat hij een snuiter is, van
+wien men moeilijk de geheime gevoelens leert kennen, want naar buiten
+neemt hij allen schijn aan van een halve heilige te zijn, terwijl hij
+in den grond van zijn hart een groote deugniet is. Iederen avond gaat
+hij naar een kleine grisette...."
+
+"Het is goed, dat ge mij dit zegt," viel Ambrosius hem in de rede,
+"en ik bemerk uit hetgeen ge zegt, dat hij een man van slechte zeden
+is, maar geef mij niet anders dan een juist antwoord op de vragen,
+die ik u zal doen. Het is voornamelijk op het stuk van den godsdienst,
+dat ik belast ben mijn onderzoek in te stellen. Zeg mij of er wel
+eens varkensvleesch bij u wordt gegeten?"
+
+"Neen," was het antwoord, "ik geloof niet, dat wij het tweemaal hebben
+gegeten in het jaar, dat ik bij hem woon."
+
+"Zeer goed, schrijf op griffier, dat er bij Samuel Simon nooit
+varkensvleesch wordt gegeten. Daarentegen eet men er zeker soms wel
+lamsvleesch, nietwaar?"
+
+"Ja, dat gebeurt nog al eens," zei de jongen. "Ik herinner mij,
+dat wij het met de laatste Paschen nog hebben gehad."
+
+Het tijdstip was gelukkig gekozen. "Schrijf op, griffier, dat Simon
+zoo zijn Paaschfeest viert. Zeg mij nu eens, mijn jonge vriend, of
+uw meester wel eens kleine kinderen aanhaalt." "Dat doet hij dikwijls
+als hij hen langs onzen winkel ziet gaan," antwoordde de jonge man.
+
+"Schrijf griffier, dat Samuel Simon onder verdenking staat kleine
+Christenkinderen tot zich te trekken, om die te vermoorden. Oh, oh,
+mijnheer Simon, gij zult met de inquisitie te doen krijgen! Denk
+maar niet, dat men u ongestraft uwe afschuwelijke offers zal laten
+plegen. Deze valsche Katholiek is zeker nog geheel gehecht aan alle
+Joodsche gewoonten en gebruiken. Is er niet een dag in de week,
+dat ge hem in het geheel niet ziet werken, Gaspard?"
+
+"Neen, dat kan ik niet zeggen," gaf de jongen ten antwoord. "Wèl heb
+ik gemerkt, dat er dagen zijn, waarop hij zich in zijn kamer opsluit
+en daar lang blijft."
+
+"Ha! dat is van gewicht. Hij viert dan den sabbat of ik ben geen
+inquisiteur. Schrijf op, griffier, dat hij op den sabbat de vasten in
+acht neemt. Er rest mij nu nog een vraag: spreekt hij niet dikwijls
+van Jeruzalem?"
+
+"Zeer dikwijls," hernam de jongen. "Hij vertelt ons de geschiedenis
+van de joden en hoe de tempel te Jeruzalem werd verwoest."
+
+"Laat dat niet aan uwe aandacht ontsnappen, griffier. Schrijf met
+groote letters, dat Samuel Simon de restauratie van den tempel wenscht
+en dat hij dag en nacht werkt om de joodsche natie te herstellen. Ik
+wil er niets meer van weten, het is overbodig om verdere vragen te
+doen. Wat deze geloofwaardige Gaspard heeft verklaard, zou voldoende
+zijn om een geheele Jodenwijk te verbranden."
+
+De jongen kon hierna vertrekken, nadat hem nog eens op het hart was
+gedrukt geen woord over dit verhoor te spreken.
+
+Wij verlieten de herberg met even ernstige gezichten als waarmee wij
+er waren binnengetreden en klopten aan de deur van Samuel Simon. Hij
+deed ons zelf open en was niet weinig verbaasd drie figuren als de
+onze bij hem te zien. Nog meer was hij het, toen Lamela op bevelenden
+toon tot hem zei: "Meester Samuel Simon, namens de heilige inquisitie,
+waarvan ik de eer heb commissaris te zijn, gelast ik u mij dadelijk
+den sleutel van uw kamer te geven. Ik wil zien of ik daar iets vind,
+wat de bezwaarschriften rechtvaardigt, welke men bij mij tegen u
+heeft ingediend."
+
+De koopman, ontzet bij die woorden, deed een paar passen achterwaarts
+als iemand wien men een stomp op zijn maag heeft gegeven. Wel verre
+van ons ervan te verdenken, dat wij hem beetnamen, dacht hij te goeder
+trouw, dat een of andere geheime vijand hem verdacht had gemaakt en
+misschien voelde hij zich geen goed Katholiek. Hoe het zij, ik heb
+nooit een man gezien, die meer in de war was.
+
+Hij gehoorzaamde zonder tegenstand en met al het respect, dat iemand
+moet hebben, die de inquisitie vreest, opende hij de deur van zijn
+kamer.
+
+"Ge ontvangt ons althans zonder u tegen onze orders te verzetten,"
+zei Ambrosius, "maar ga zelf zoolang in een ander vertrek, opdat ik
+ongestoord kan verrichten, wat mijn ambt mij oplegt."
+
+Samuel verzette zich ook niet tegen dit bevel, hij ging in zijn winkel
+en wij traden de kamer binnen, waar wij zonder tijd te verliezen,
+ons onderzoek aanvingen. Wij vonden in een open kast veel zakken met
+ducaten, stopten die in onze laarzen en overal anders, waar wij ze
+konden bergen. We waren zwaar van het geld, zonder dat men het aan
+ons zien kon, dank zij de behendigheid van Ambrosius en don Raphaël,
+waaruit ik weer zag, dat toch niets meer waard is, dan dat men zijn
+vak goed verstaat.
+
+Wij verlieten het vertrek en om een reden, die de lezer gemakkelijk
+raden zal, haalde de inquisiteur een hangslot uit zijn zak, dat hij
+zelf aan de deur bevestigde, deed er vervolgens het groote zegel op
+en zei tegen Simon: "meester Samuel Simon, uit naam van de heilige
+Inquisitie verbied ik u aan dit hangslot te raken en ook aan het
+zegel, dat het hare is. Ik zal morgen op hetzelfde uur hier komen,
+om het te lichten en u mijn orders te brengen."
+
+Na die woorden liet hij de straatdeur openen, waardoor wij, de een
+na den ander, in blijde stemming vertrokken. Zoodra wij een vijftig
+passen gedaan hadden, begonnen wij zoo snel te loopen, als ons zwaar
+gewicht het toeliet. Weldra waren wij buiten de stad, bestegen onze
+paarden en reden naar Ségorbe, god Mercurius dankend voor een zoo
+gelukkige gebeurtenis.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II
+
+Van het besluit, dat don Alphonse en Gil Blas namen na dit avontuur.
+
+
+Volgens onze prijzenswaardige gewoonte, gingen wij den geheelen nacht
+door en bij het aanbreken van den dag waren wij bij een klein dorp,
+op twee mijlen van Ségorbe. Toen wij aan den voet van een heuvel een
+aantal wilgenboomen zagen, verlieten wij den grooten weg en gingen
+in de schaduw slapen.
+
+Na een flink ontbijt telden wij het geld, dat we van Samuel Simon
+hadden meegenomen; dit liep tot een bedrag van drieduizend ducaten
+en daarbij gevoegd de som, welke wij reeds bezaten, waren wij niet
+slecht bij kas.
+
+Er moest voor nieuwe provisie worden gezorgd en Ambrosius en don
+Raphaël, na hun costuums uitgetrokken te hebben, zeiden, dat ze daar
+samen op wilden uitgaan; door het avontuur te Xelva hadden zij er
+smaak in gekregen en ze wilden zien of er in Ségorbe niet een slag
+was te slaan.
+
+"Ge moet ons maar onder de wilgen afwachten," zei de zoon van Lucinde,
+"wij zullen spoedig terug zijn."
+
+Lachend merkte ik op, dat, wanneer de heeren ons samen verlieten,
+het misschien wel lang zou duren eer wij hen weer zagen.
+
+"Die verdenking is een beleediging voor ons," zei Ambrosius, "maar dat
+is te verontschuldigen na hetgeen wij te Valladolid hebben gedaan,
+waar wij onze kameraden in den steek lieten. Maar toch bedriegt ge
+u. De personen, met wie wij toen samenwerkten, hadden een zeer slecht
+karakter en de omgang met hen was, op den duur, onverdragelijk. Aan
+lieden van ons slag moet men de eer geven, dat wanneer ze goed met
+elkaar kunnen opschieten, ze elkaar ook trouw zijn. Ik verzoek u dus,
+mijnheer Gil Blas en don Alphonse, om wat meer vertrouwen in ons
+te hebben."
+
+"Het is gemakkelijk om hun ongerustheid weg te nemen," zei don Raphaël;
+"de kas blijft bij hen hier, dan hebben zij een waarborg in handen. Na
+dit bewijs van onze goede trouw, zult ge er wel geen bezwaar meer
+tegen hebben, dat wij vertrekken."
+
+Ze gingen heen en lieten mij achter met don Alphonse, die me zei:
+"Mijnheer Gil Blas, ik moet mijn hart voor u openen. Ik maak mij er een
+verwijt van, dat ik tot nu toe in gezelschap ben geweest van deze twee
+schelmen. Ge kunt niet gelooven, hoe mij dat berouwt; gisterenavond,
+toen ik alleen was bij de paarden, heb ik er onophoudelijk aan
+gedacht. Voor een eerlijk man gaat het toch niet aan, om te leven met
+mannen als Raphaël en Lamela en wanneer het ongeluk wil, vallen ze toch
+een of anderen dag in handen van de justitie. Ik zou me doodschamen,
+als ik dan met hen als een dief moest worden gestraft. Dus moet
+ik u bekennen, dat ik niet langer hun medeplichtige wil zijn, maar
+mij voor altijd van hen zal scheiden. U zult, denk ik, mijn besluit
+niet afkeuren."
+
+"Neen," verzekerde ik hem, "ge moet niet denken, dat al hebt ge mij
+in de comedie van Samuel Simon voor gerechtsdienaar zien spelen, die
+soort van dingen naar mijn smaak zijn. 't Is ook mijn plan, om niet
+langer in dit slechte gezelschap te blijven en als ge het goedvindt,
+zal ik u vergezellen. Wanneer de heeren terug zijn, zullen wij hen
+vragen, om onze bezittingen te deelen en morgenochtend of vannacht
+nog nemen wij afscheid van hen."
+
+De beminde van de schoone Séraphine keurde mijn voorstel goed
+en stelde mij voor naar Valencia te gaan, ons daar in te schepen
+naar Italië en in dienst te treden van de republiek Venetië. "Is
+het niet beter," vroeg hij, "onder de wapenen te dienen, dan een
+laf en schuldig leven te leiden, zooals we nu doen? Met het geld,
+dat wij zullen hebben, kunnen wij een goed figuur maken. 't Is niet,
+dat ik geen wroeging gevoel om mij te bedienen van op zulke slechte
+wijze verkregen geld, maar de noodzakelijkheid verplicht mij er toe
+en als ik eenig fortuin maak in den oorlog, zweer ik, dat ik Samuel
+Simon schadeloos zal stellen."
+
+Ik verzekerde don Alphonse, dat ik zijn gevoelens deelde en
+wij besloten, dat wij den volgenden dag vóór zonsopgang zouden
+vertrekken. Wij dachten er niet aan van hun afwezigheid te profiteeren
+en er met de kas vandoor te gaan. Hun vertrouwen in ons belette
+dat, hoewel het avontuur in het pension dezen diefstal zou hebben
+verontschuldigd.
+
+Ambrosius en don Raphaël kwamen 's avonds van Ségorbe terug. Hun
+eerste woorden waren, dat de reis zeer gelukkig was geweest en dat
+ze een plan hadden gevormd, dat ons nog meer zou opleveren, dan het
+avontuur van den vorigen avond. Ze wilden ons daarover het een en
+ander meedeelen, maar don Alphonse verklaarde beleefd, maar beslist,
+dat hij niet langer wilde leven, zooals zij deden en dat hij van plan
+was van hen te scheiden. Van mijn kant deelde ik hetzelfde voornemen
+mee. Tevergeefs deden zij al het mogelijke, om te trachten ons terug te
+doen komen op ons besluit; wij namen den volgenden morgen afscheid van
+hen, na een gelijk deel van het geld te hebben ontvangen en trokken
+naar Valencia.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III
+
+Na welke onaangename gebeurtenissen don Alphonse zich op het
+toppunt van geluk bevond en door welk avontuur Gil Blas in gelukkige
+omstandigheden kwam te verkeeren.
+
+
+In opgewekte stemming reisden wij tot Bunol, waar het ongeluk
+wilde, dat don Alphonse ziek werd. Hij kreeg zware koortsen,
+waarvan de aanvallen soms zoo hevig waren, dat ik voor zijn leven
+vreesde. Gelukkig waren er daar geen dokters en bleef het dus bij
+den angst. Na drie dagen was hij buiten gevaar en door mijn zorgen
+herstelde hij spoedig. Voor wat ik voor hem deed, toonde hij zich zeer
+dankbaar en daar wij ons werkelijk tot elkaar voelden aangetrokken,
+zwoeren wij elkaar een eeuwige vriendschap.
+
+Wij gingen weer op weg, nog altijd besloten, om, wanneer wij
+te Valencia zouden zijn, te profiteeren van de eerste de beste
+gelegenheid, om naar Italië over te steken. Maar de hemel, die ons
+een gelukkig lot bereidde, beschikte het anders. Bij den ingang van
+een mooi kasteel, dat wij passeerden, zagen wij boeren en boerinnen,
+die dansten en feestvierden. Wij reden daarheen om dat feest te zien en
+hier wachtte don Alphonse geheel onverwacht een blijde verrassing. Hij
+zag baron von Steinbach, en deze, die hem op zijn beurt herkende,
+kwam met open armen naar hem toe en riep: "Alphonso! Wat een geluk
+u te ontmoeten! We zoeken u overal en vinden u nu door het toeval
+hier. Kom, mijn zoon, ge zult thans ook hooren, wie ge zijt en van
+uw geluk genieten!"
+
+Na die woorden bracht hij ons naar het kasteel en de eerste, dien wij
+ontmoetten, was de eigenaar. Het was een man van ongeveer vijftig jaar
+en met een zeer goed uiterlijk. "Mijnheer," zei de baron, terwijl hij
+hem don Alphonse voorstelde, "ziehier uw zoon." Bij die woorden wierp
+don César de Leyva (zoo heette de bewoner van het kasteel) zich in
+de armen van mijn vriend en zei: "Mijn zoon, het heeft mij zeer veel
+smart gekost, dat ik zoo langen tijd een vreemde voor u ben geweest,
+maar het kon niet anders. Uw moeder had ik alleen uit liefde gehuwd,
+want zij was van veel mindere geboorte dan ik. Mijn vader, die een
+zeer streng man was en van wien ik afhankelijk was, wilde van dat
+huwelijk niets weten en dwong mij het geheim te houden. Alleen baron
+von Steinbach was in het geheim en belastte zich, in overleg met
+mij, met uwe opvoeding. Thans is mijn vader niet meer en ik kan voor
+ieder verklaren, dat gij mijn zoon en de eenige erfgenaam zijt. Dat
+is echter nog niet alles, ik wil u laten trouwen met een dame, wier
+adel gelijk is aan den mijne."
+
+"Mijnheer," zei don Alphonse, "kan ik niet uw zoon zijn, zonder
+tegelijkertijd te vernemen, dat ge mij ongelukkig wilt maken? Wees
+niet even wreed als uw vader; heeft hij uw liefde niet goedgekeurd,
+hij heeft u tenminste niet gedwongen met een ander te trouwen!"
+
+"Mijn zoon," antwoordde don César, "ik zal uw wenschen geen geweld
+aandoen. Het eenige, wat ik u vraag, is de dame te zien, die ik voor
+u bestemd heb. Hoewel ze een zeer bekoorlijke verschijning is en
+een voordeelige partij, beloof ik u, dat ik u niet zal dwingen haar
+te trouwen. Zij is hier in het kasteel en gij zult moeten toegeven,
+dat ge u niets beminnelijkers denken kunt." Na die woorden bracht
+hij ons naar een zaal.
+
+Daar waren de graaf de Polan met zijn twee dochters, Séraphine en
+Julie en don Fernand de Leyva, zijn schoonzoon, die een neef was van
+don César. Er waren ook nog andere dames en heeren. Don Fernand had,
+zooals men weet, Julie geschaakt en het was ter gelegenheid van hun
+huwelijk, dat de boeren uit den omtrek waren samengekomen, om feest
+te vieren. Zoodra don Alphonse verscheen en zijn vader hem aan het
+gezelschap had voorgesteld, kwam de graaf de Polan naar hem toe,
+omhelsde hem en zei: "Wees welkom, mijn bevrijder! De deugd vermag
+veel op edelmoedige zielen. Hebt ge mijn zoon gedood, ge hebt mij
+het leven gered. Ik gevoel geen wrok meer tegen u en geef u dezelfde
+Séraphine, wier eer gij hebt gered."
+
+Men kan begrijpen, dat don Alphonse overgelukkig was. Reeds na eenige
+dagen werd het huwelijk gevierd, tot groote genoegdoening van allen.
+
+Daar ik ook een van de bevrijders was van den graaf de Polan, zei
+deze heer, die mij dadelijk herkend had, dat hij ook voor mij zou
+zorgen. Maar ik bedankte hem voor zijn edelmoedigheid en wilde don
+Alphonse niet verlaten, die mij intendant van zijn huis maakte en met
+zijn volkomen vertrouwen vereerde. Zoodra hij getrouwd was, zond hij
+mij op reis, om den koopman Samuel Simon al het geld terug te geven,
+dat hem ontstolen was. Ik ging dus schade vergoeden. Zoo begon ik
+mijn betrekking van intendant, zooals men die gewoonlijk eindigt.
+
+
+
+
+
+
+ZEVENDE BOEK
+
+
+HOOFDSTUK I
+
+Van de liefde van Gil Blas en van de dame Lorença Séphora.
+
+
+Dus ging ik naar Xelva, om den goeden Samuel Simon de drieduizend
+ducaten te brengen, welke wij hem hadden ontstolen. Ik moet eerlijk
+bekennen, dat ik op weg veel lust gevoelde, om mij van dat geld
+meester te maken en zoodoende mijn werk onder gunstige voorteekenen
+te beginnen. Ik kon dat ongestraft doen; ik had slechts vijf dagen
+op reis te blijven en dan te zeggen, dat ik mij van mijn taak had
+gekweten. Don Alphonse en zijn vader waren mij te gunstig gezind om
+mij te verdenken. Maar ik wist aan de verzoeking weerstand te bieden,
+als man van eer, mag ik wel zeggen, betaalde den koopman, die daarop
+in het geheel niet had gerekend, het geld uit, en keerde naar het
+kasteel de Leyva terug. De graaf de Polan was er niet meer, hij was met
+Julie en don Fernand naar Tolédo gegaan. Ik vond mijn nieuwen meester
+verliefder dan ooit op zijn Séraphine, zijn Séraphine verrukt bij hem
+te zijn en don César gelukkig, hen beiden te bezitten. Ik legde er mij
+op toe, dezen goeden vader voor mij te winnen en ik slaagde er ook in.
+
+Als intendant van het heele huis, ontving ik het geld van de boeren,
+deed de uitgaven en had een onbeperkte macht over het personeel,
+waarvan ik echter geen misbruik maakte, zooals mijn collega's vaak
+doen. De bewijzen van genegenheid, welke mijn meesters mij steeds
+gaven, boezemden mij grooten ijver in voor hun dienst. Ik had alleen
+maar oog voor hun belang, mijn administratie was goed en eerlijk;
+ik was een intendant, zooals men er geen beteren vindt.
+
+Terwijl ik mij zoo verheugde in mijn uitstekende positie, wilde de
+god van de liefde mij ook zijn gunsten betoonen en deed in het hart
+van Lorença Séphora, een van de vrouwen van Séraphine, een sterke
+neiging geboren worden voor mijnheer den intendant. Om als getrouw
+geschiedschrijver de waarheid te zeggen, betrof mijn verovering
+een vijftigjarige. Ze had echter een frisch, aangenaam uiterlijk
+en mooie oogen, waarmee ze goed wist te werken. Haar kleur had ik
+gaarne wat rooder gezien, ze was me te bleek, wat ik aan haar oude
+vrijster-schap toeschreef.
+
+Deze dame wierp mij eerst voortdurend blikken toe, waarin hare
+liefde voor mij was te lezen, maar ik deed of ik de beteekenis ervan
+niet begreep. Daardoor scheen ik haar nog onbedreven in die zaken,
+wat haar wel beviel. Zij verbeeldde zich dus, dat ze bij zulk een
+onervaren jongeman zich niet bepalen kon tot de taal der oogen en
+bij het eerste onderhoud, dat ik met haar had, begon ze van haar
+gevoelens te spreken. Zij gedroeg zich daarbij als een vrouw, die
+ondervinding had, ze was verlegen en toen ze alles gezegd had wat ze
+wilde, bedekte ze haar gelaat met de handen, om mij te doen gelooven,
+dat ze er schaamte over gevoelde, dat ze mij haar zwakheid had
+getoond. Hoewel de ijdelheid mij meer bewoog dan het gevoel, toonde
+ik mij zeer dankbaar voor het blijk van hare genegenheid, ik deed
+zelfs alsof ik hartstochtelijk verliefd op haar was. Ze vreesde zeker,
+dat het geen goeden indruk zou maken, indien ze zich zoo gemakkelijk
+liet overwinnen en deed mij op zachten toon verwijten over mijn al te
+groote vermetelheid, maar scheen toch niet boos. Séphora verbeeldde
+zich, dat zij door haar voorgewenden tegenstand in mijn oog voor een
+Vestaalsche maagd doorging.
+
+Aan dit avontuur kwam echter spoedig een einde. Een van de lakeien
+van don César, een van die nieuwsgierigen, die graag alles zien wat er
+in een huis voorvalt en dat dan oververtellen, deelde mij op zekeren
+dag mee, dat Lorença iederen avond den chirurgijn van het dorp in
+het geheim in haar kamer ontving en dat die jonge man er lang bleef.
+
+Mijn ijdelheid werd door dit bericht zeer getroffen en ik was
+bijna even kwaad, als ik geweest zou zijn, wanneer ik werkelijk
+jaloersch was geweest. Ik beheerschte mijn gevoelens en lachte zelfs
+om het nieuwtje, maar zoodra ik alleen was, stelde ik mij schadeloos
+door te razen en te tieren. Ik meende, dat mijn eer gebood, om den
+chirurgijn te verjagen en besloot hem tot een duel uit de dagen. 's
+Avonds stelde ik mij in hinderlaag op en zag werkelijk den man, met
+een geheimzinnig gezicht de kamer van mijn geliefde binnengaan. Ik
+wachtte hem bij zijn terugkomst op den weg op en ieder oogenblik
+groeide mijn vechtlust aan, maar zoodra mijn vijand verscheen, die
+een groote en sterke man was, voelde ik mij plotseling als een held
+van Homerus, door een soort van vrees teruggehouden. Ik was even
+verward als Paris, wanneer hij Menelaus bevechten moet. Niettemin,
+hoewel zijn degen mij buitengewoon lang leek, trad ik op hem toe.
+
+Mijn handelwijze verraste hem. "Wat is er, mijnheer Gil Blas? Waartoe
+die bewegingen van een dolenden ridder?"
+
+"Mijnheer de barbier," zei ik, "ik ben ernstiger dan ooit en wil weten,
+of gij even dapper zijt als galant. Reken er niet op, dat ik u rustig
+de gunsten zal laten genieten van de dame, die ge iederen avond in
+het kasteel bezoekt."
+
+De chirurgijn begon hartelijk te lachen en riep: "Bij den Heiligen
+Côme, hoe kan de schijn bedriegen! Dat is waarlijk een vermakelijk
+avontuur!"
+
+Daar ik uit die woorden meende te mogen afleiden, dat hij even weinig
+lust had om te vechten als ik, werd ik brutaler en zei: "Spot met
+anderen, mijnheer! Mij zult ge met zulk een antwoord niet afschepen."
+
+"Ik zie wel," hernam hij, "dat ik verplicht ben te spreken, om een
+ongeluk te voorkomen, dat u of mij zou kunnen treffen. Dus zal ik u
+een geheim vertellen, hoewel mannen van ons vak niet discreet genoeg
+kunnen zijn. Weet dan, dat die dame een verouderde zweer in haar rug
+heeft en dat ik die iederen avond ga verbinden. Om haar kwaal voor
+de bedienden te verbergen, laat zij mij ongemerkt binnenkomen. Dat is
+de reden van mijn bezoeken, die u zoo schijnen te verontrusten. Maar
+zijt ge met mijn verklaring niet tevreden, dan hebt ge slechts te
+spreken." Bij die laatste woorden sloeg hij de hand aan zijn rapier.
+
+Ik haastte mij hem te zeggen, dat ik niet een van die menschen was,
+die niet vatbaar zijn voor rede en dat ik hem niet meer als mijn
+vijand beschouwde. Wij drukten elkaar de hand en scheidden als de
+beste vrienden.
+
+Van dat oogenblik af vertoonde Séphora zich niet bekoorlijker aan mijn
+geest en ik vermeed alle gelegenheid om met haar alleen te zijn, wat
+ze al spoedig opmerkte. Verwonderd over zulk een verandering, wilde
+zij er de redenen van weten en vond eindelijk gelegenheid mij zonder
+het bijzijn van anderen te spreken. Ze zei: "Mijnheer de intendant,
+zeg mij als 't u belieft waarom ge mij ontvlucht. Inplaats van, zooals
+vroeger, de gelegenheid te zoeken, met mij te spreken, vermijdt ge
+mij. Het is waar, den eersten stap heb ik gedaan, maar gij hebt er op
+geantwoord, herinner u maar het onderhoud, dat wij toen hadden; gij
+waart een en al vuur, nu zijt ge als ijs. Wat heeft dat te beteekenen?"
+
+De kwestie was wel een weinig kiesch en zeer moeilijk; ik weet niet
+goed meer welk antwoord ik gaf, maar wel, dat het haar geenszins
+beviel. Séphora, die er zacht en goedig uitzag als een lam, was gelijk
+een tijgerin als haar woede opgewekt werd.
+
+"Ik geloof," zei ze en ze wierp mij een blik toe, vol woede en spijt,
+"dat ik een man van geringe afkomst te veel eer heb bewezen, door
+hem gevoelens te openbaren, waarop adellijke heeren trotsch zouden
+zijn. Ik ben er wel voor gestraft, dat ik mij onwaardiglijk heb
+verlaagd tot een ongelukkigen avonturier."
+
+Het bleef daar niet bij, ze had nog honderd andere namen voor mij. Ik
+was te levendig van natuur om kalm te blijven en de beleedigingen te
+verdragen, waarom een ander, verstandiger man misschien zou hebben
+gelachen. Mijn geduld was ten einde en ik zei: "Mevrouw, als die
+adellijke heeren, waarvan ge spreekt, uw rug hadden gezien, dan geloof
+ik, dat hunne nieuwsgierigheid daartoe wel beperkt zou zijn gebleven."
+
+Ik had dat nog niet gezegd, of ik kreeg een slag in mijn gezicht,
+zooals een gebelgde vrouw er misschien nog nooit een heeft gegeven. Ik
+wachtte er niet meer af en liep weg. Zeer dankbaar, dat dit pijnlijk
+onderhoud was afgeloopen, verbeeldde ik mij, dat ik verder niets
+had te vreezen, daar de dame zich gewroken had. Voor haar eer scheen
+het mij beter, dat ze over het avontuur zweeg en werkelijk verliepen
+er veertien dagen, dat ik er niet over hoorde spreken. Ik begon het
+reeds te vergeten, toen ik op zekeren dag hoorde, dat Séphora ziek
+was. Niettegenstaande al het gebeurde, had ik toch medelijden met
+haar; ik dacht, dat misschien haar ongelukkige liefde voor mij haar
+deze ziekte had veroorzaakt. Spoedig bemerkte ik, hoe die liefde in
+hevigen haat was veranderd en zij niets onbeproefd had gelaten om
+mij te benadeelen.
+
+Op een ochtend, dat ik met don Alphonse alleen was, vond ik hem in
+een neerslachtige stemming. Ik vroeg hem, wat er was en hij zei, dat
+het hem verdriet deed Séraphine zoo zwak en ondankbaar te zien. "Dat
+verwondert u," voegde hij eraan toe, "maar het is waar. Ik weet niet
+welke redenen ge aan Lorença hebt gegeven om u te haten, maar ik kan
+u verzekeren, dat ze u verfoeit en ze zegt, dat ge ongetwijfeld haar
+dood zult veroorzaken, indien gij niet spoedig het kasteel verlaat. Ge
+moet niet denken, dat Séraphine zich in het begin daar niet tegen
+verzet heeft, maar ze is een vrouw, en zeer gehecht aan Lorença,
+die haar opgevoed heeft. Wat mij betreft, ik zal nooit toegeven hoe
+lief ik Séraphine ook heb. Alle duenna's in Spanje mogen omkomen
+vóór ik een jongen man wegstuur, die voor mij meer een broeder dan
+een ondergeschikte is."
+
+Ik antwoordde hem: "Mijnheer, ik ben nu eenmaal geboren om een speelbal
+van de fortuin te zijn. Hier, waar alles mij zulke gelukkige dagen
+voorspelde, had ik gedacht, dat daaraan een eind gekomen zou zijn,
+maar het is niet zoo. Dus zal ik heengaan."
+
+Don Alphonse wilde daarvan niet weten. "Neen, neen," riep de
+edelmoedige zoon van don César. "Laat mij Séraphine tot rede
+brengen. Men zal niet kunnen zeggen, dat gij opgeofferd zijt aan de
+grillen van een duenna, aan wie toch al te veel wordt toegegeven." Ik
+overwoog echter, dat alleen mijn heengaan de rust op het kasteel kon
+herstellen. Den volgenden morgen vroeg vertrok ik, zonder afscheid
+te nemen van mijn meesters. In mijn kamer liet ik een schrijven
+achter, waarin ik uitvoerig verslag deed van de door mij gevoerde
+administratie.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II
+
+Wat Gil Blas werd, nadat hij het kasteel de Leyva had verlaten en
+van de gelukkige gevolgen, die zijn ongelukkige liefde had.
+
+
+Ik reed op een goed paard, dat mij toebehoorde en had in mijn valies
+tweehonderd pistolen, grootendeels afkomstig van de gedoode roovers en
+van de drieduizend gestolen ducaten, die don Alphonse uit zijn eigen
+zak had terugbetaald; ik kon dus onbezorgd de toekomst tegemoet gaan,
+met het vertrouwen bovendien, dat men altijd heeft op een leeftijd,
+dien ik toen had. Mijn doel stond nog niet vast; wel kon ik naar
+Tolédo gaan, waar de graaf de Polan mij als een van zijn bevrijders
+ongetwijfeld zeer goed zou ontvangen, maar ik wilde eerst reizen en
+verlangde om Murcia en Granada eens te zien. In die laatste stad kwam
+ik na enigen tijd zonder eenigen tegenspoed aan. Het scheen, dat de
+fortuin, voldaan over zooveel parten, die ze mij den laatsten tijd
+gespeeld had, mij eindelijk met rust wilde laten. Echter bereidde
+zij mij andere voor, zooals men vernemen zal.
+
+Een van de eerste personen, die ik in de straten van Granada ontmoette,
+was don Fernand de Leyva, schoonzoon van den graaf de Polan. Wij waren
+beiden even verrast elkaar daar te zien. Hij vroeg mij, hoe ik in
+Granada kwam. Ik deelde hem mee, dat ik den dienst van don César en
+diens zoon had verlaten en vertelde hem uitvoerig al wat er tusschen
+Séphora en mij was gebeurd. Hij lachte er hartelijk om en wilde aan
+zijn schoonzuster schrijven en als bemiddelaar optreden. Ik dankte
+hem voor zijn aanbod, maar verklaarde hem, in geen geval naar het
+kasteel de Leyva terug te zullen gaan. Wel verzocht ik zijn voorspraak,
+indien soms een van zijn vrienden een intendant of secretaris mocht
+noodig hebben.
+
+Hij beloofde mij zijn hulp, zei, dat hij in Granada was om een oude,
+zieke tante te bezoeken en dat ik hem over eenige dagen maar eens in
+zijn hotel moest komen opzoeken. Misschien wist hij dan wel een goede
+betrekking voor mij. Toen ik hem eenige dagen later bezocht, zei hij,
+dat de aartsbisschop van Granada, een bloedverwant en vriend van hem,
+een man noodig had, op de hoogte van literatuur en met een goede hand,
+om zijne geschriften in het net over te schrijven. Hij had don Fernand
+beloofd mij te zullen nemen, dus moest ik mij gaan presenteeren.
+
+Ik kwam in een paleis, dat even prachtig was als dat van onze
+koningen en vond in de zalen een groot gezelschap, geestelijken
+en edellieden. De lakeien hadden zeer fraaie kleeren, men zou hen
+eerder voor groote heeren dan voor knechts hebben aangezien. Ik
+moest lachen toen ik ze gewichtig zag doen en dacht bij mezelf:
+"die menschen zijn wel gelukkig, dat zij het juk der dienstbaarheid
+niet voelen, want anders zouden ze zich minder hooghartig toonen." Ik
+richtte mij tot een grooten en dikken man, die voor de deur van het
+kabinet van den aartsbisschop stond, om die te openen en te sluiten,
+wanneer het noodig was. Ik vroeg hem beleefd, of er gelegenheid was
+monseigneur een oogenblik te spreken. Op hoogen toon zei hij mij,
+dat ik moest wachten, dat monseigneur zou uitgaan om de mis te hooren
+en mij dan een oogenblik audientie geven zou in het voorbijgaan.
+
+Ik wapende mij met geduld en sprak eenige officieren aan, maar ze
+namen mij van het hoofd tot de voeten op, verwaardigden mij met geen
+woord en keken elkaar met een trotschen glimlach aan, omdat ik de
+vrijheid had genomen mij in hun gesprek te mengen.
+
+Nog had ik mij niet geheel hersteld van mijne verlegenheid op zulke
+wijze te worden behandeld, toen de deur openging en de aartsbisschop
+verscheen. Allen namen dadelijk een zeer eerbiedige houding aan. De
+prelaat was een man van ongeveer zeventig jaar, kort en dik, ongeveer
+als mijn oom de deken Gil Perez. Hij had kromme beenen en was zóó
+kaal, dat er alleen nog maar een klein bosje haar achter op zijn hoofd
+zat. Zijn gelaat vond ik als dat van een voornaam man, misschien wel
+omdat ik wist, dat hij dat was. Wij gewone menschen beschouwen groote
+heeren dikwijls met een vooringenomenheid, die hun een uiterlijk van
+grootheid geeft, dat de natuur hun heeft geweigerd.
+
+De aartsbisschop naderde mij en vroeg op zachten toon, wat ik
+verlangde. Ik antwoordde, dat ik de man was, van wien don Fernand
+de Leyva hem had gesproken. "Ah! zijt gij het, van wien hij mij
+zooveel goeds heeft verteld? Ik verbind u aan mijn dienst, ge zijt
+een goede aanwinst voor mij. Ge kunt hier wonen." Na die woorden
+sprak hij nog een oogenblik met eenige geestelijken en verliet het
+vertrek. Nauwelijks was hij weg, of dezelfde officieren, die eerst
+niet met mij hadden willen spreken, kwamen naar mij toe. Ze betuigden
+mij hun vreugde, dat ik met hen in het paleis zou wonen. Ze hadden
+de woorden gehoord, die hun meester tot mij had gesproken en brandden
+van verlangen om te weten in welke positie ik was geplaatst, maar ik
+had er een genoegen in om hun nieuwsgierigheid onbevredigd te laten
+en mij op die wijze te wreken over de minachting, die ze mij eerst
+hadden betoond.
+
+Monseigneur kwam spoedig terug en liet mij bij zich komen in zijn
+kabinet. Zooals ik wel vermoed had, begon hij met een onderzoek naar
+mijn kennis. Hij deed mij verschillende vragen op het gebied van
+geschiedenis en letterkunde. Op alles gaf ik hem voldoende antwoorden
+en hij maakte de opmerking, dat mijn opvoeding niet verwaarloosd was
+geworden. Vervolgens moest hij mijn schrift zien, ook daarover was
+hij zeer tevreden. Hij zei, dat hij zijn neef dankbaar was, dat deze
+hem een zoo geschikt persoon had aanbevolen.
+
+Er werd bezoek aangediend en ik begaf mij onder de officieren, die
+mij met beleefdheden overlaadden. Toen het tijd er voor was, ging
+ik met hen eten. Wederkeerig beschouwden wij elkaar en ik vond, dat
+de geestelijke heeren er zeer wijs uitzagen. Zij leken mij heilige
+personages, zoo was ik onder den indruk van de plaats waar ik mij
+bevond. De gedachte kwam niet bij mij op, dat het valsche schijn was,
+alsof zooiets uitgesloten was bij de vorsten der kerk.
+
+Aan tafel zat ik naast een ouden kamerdienaar, genaamd Melchior de la
+Ronda. Daar hij de attentie had, om er voor te zorgen, dat ik van het
+beste bediend werd, was ik zeer beleefd tegen hem, wat hem kennelijk
+genoegen deed. Na tafel zei hij me, dat hij graag een onderhoud
+met mij wilde hebben en hij nam mij mee naar een gedeelte van het
+paleis, waar wij door niemand beluisterd konden worden. Hij zei:
+"Mijn zoon, van het eerste oogenblik, dat ik u heb gezien, heb ik
+mij tot u aangetrokken gevoeld. Ik wil u daarvan een zeker bewijs
+geven, door u vertrouwelijke mededeelingen te doen, die u van groot
+nut zullen zijn. Ge zijt hier in een huis, waarin ware en valsche
+vromen met elkaar leven. Er zou voor u een heele tijd noodig zijn,
+om het terrein te verkennen. Ik wil u die lange en onaangename studie
+besparen, door u het een en ander mee te deelen omtrent het karakter
+van verschillende personen. Daarnaar kunt ge u gedragen.
+
+Ik zal beginnen met monseigneur. Hij is een zeer vrome prelaat. Al
+sinds vijf en twintig jaar leeft hij uitsluitend voor het heil van
+zijn kudde. Hij is een zeer geleerd man en een groot redenaar. Hij
+preekt graag en zijn toehoorders hangen aan zijn lippen. Misschien is
+hij daar een weinig ijdel op. Indien het mij overigens geoorloofd was
+aanmerkingen op mijn meester te maken, zou ik zeggen, dat hij voor
+zwakke broeders dikwijls te streng is en hen te zwaar straft. Een
+ander gebrek heeft hij met vele andere aanzienlijke heeren gemeen;
+hij houdt wel van de personen, die in zijn dienst zijn, maar let
+weinig op hun werk en hunne verdiensten. Hij zal ze oud laten worden
+in zijn huis zonder er aan te denken voor hen te zorgen. Wanneer hij
+hun soms een gratificatie geeft, dan hebben zij die te danken aan de
+goedheid van iemand, die voor hen gesproken heeft."
+
+Na dit portret van onzen meester kreeg ik er een van de verschillende
+geestelijken, met wie wij gedineerd hadden. Naar wat ik ervan hoorde,
+waren het niet zoozeer slechte menschen, dan wel slechte priesters. Hij
+zonderde er enkelen uit, wier deugd hij prees. Van dien avond af was ik
+niet verlegen meer met mijn houding tegenover de heeren. Dienzelfden
+dag nog aan het souper schafte ik mij een wijs gezicht aan net als
+zij. Dat kost niets. Men moet zich niet erover verbazen, dat er
+zooveel huichelaars zijn.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III
+
+Gil Blas wordt de gunsteling van den aartsbisschop en het kanaal van
+zijn gunsten.
+
+
+Men had in het gebouw een zeer goede en zindelijke slaapkamer voor mij
+in orde gemaakt en den volgenden dag werd ik al vroeg bij monseigneur
+geroepen. Hij gaf mij een preek om over te schrijven en drukte mij op
+het hart dat zoo nauwkeurig mogelijk te doen. Ik voldeed daaraan en
+vergat geen punt en geen komma. Hij keek mijn copie in en was verrukt
+daarover. "Zeg me eens eerlijk," zei hij, "ge zijt een te goed copiïst,
+om ook niet een taalkundige te zijn, hebt ge al schrijvende niets
+gevonden, dat u hinderde? Geen slordigheid in mijn stijl, of eenige
+onjuiste uitdrukking? Die kunnen mij gemakkelijk ontsnapt zijn in
+het vuur van mijn scheppingsdrang."
+
+"O, monseigneur," zei ik bescheiden, "ik ben niet ontwikkeld genoeg,
+om critische aanmerkingen te maken en wanneer ik het zou doen, dan ben
+ik toch overtuigd, dat uw werken mijn censuur zouden trotseeren." De
+prelaat glimlachte en antwoordde mij niet, maar hij liet duidelijk
+merken, dat hij met al zijn vroomheid, niet ongestraft schrijver was.
+
+Door deze en andere vleierijen won ik zijn vertrouwen. Van dag tot
+dag bleek hij meer op mij gesteld en ik hoorde van don Fernand,
+die hem dikwijls opzocht, dat mijn fortuin gemaakt was.
+
+Op een avond repeteerde hij voor mij een preek, bestemd om den
+volgenden dag in de cathedraal te worden uitgesproken. Hij bepaalde
+zich er niet toe met mij te vragen, wat ik er over het algemeen van
+dacht, maar noodzaakte mij ook om te zeggen, welke gedeelten mij
+het meest hadden getroffen. Ik had het geluk hem eenige passages op
+te noemen, die voor hem geliefkoosde stukken waren. Daardoor ging
+ik bij hem door voor een man, die een fijnen smaak bezat voor het
+schoone en goede in een werk. Hij was zoo tevreden, dat hij mij zei,
+dat ik in het vervolg gerust kon wezen over mijn lot en dat hij dat
+zoo aangenaam mogelijk zou maken. "Ik houd van je en om je dat te
+bewijzen zal ik je tot mijn Vertrouweling maken."
+
+Hij had die woorden nog niet uitgesproken, of ik viel op de knieën
+en omklemde zijn kromme beenen, om een bewijs te geven van mijn
+dankbaarheid. Hij ging voort met spreken en zei: "Ik wil u een bewijs
+geven van mijn groot vertrouwen. Ik heb genoegen in preeken, de Heer
+zegent mijn woorden. Ik breng den gierigaard ertoe zijn kisten te
+openen en den inhoud kwistig uit te deelen, den wellusteling zijn
+genietingen op te geven, de hermitages bevolk ik met geloovigen
+en een onstandvastige vrouw doe ik haar verleider ontvlieden. Deze
+veelvuldige bekeeringen moesten voldoende zijn om mij aan het werk
+te houden. Maar ik zal je mijn zwakheid bekennen, ik stel er grooten
+prijs op, dat de wereld mijn geschriften bewondert. En ik moet het
+zeggen, de roem om voor een uitmuntend prediker door te gaan heeft
+voor mij veel bekoring. Ook mijn werken prijst men algemeen, maar ik
+wil de fout vermijden van vele schrijvers, die te lang schrijven en
+daardoor een gedeelte van hunne reputatie verliezen. Dus, mijn waarde
+Gil Blas, ik vraag van u, als een bewijs van uw toewijding en ijver,
+mij te waarschuwen wanneer ge zult merken, dat mijn pen den ouderdom
+gaat gevoelen. Ik vertrouw ook in dit opzicht op u."
+
+"Monseigneur," zei ik, "den Hemel zij dank, dat die tijd nog ver
+verwijderd is. Een geest als de uwe blijft langer groot dan een
+andere. Ik beschouw u als een tweeden kardinaal Ximenès, wiens
+buitengewoon genie, inplaats van door de jaren te verzwakken,
+steeds nieuwe krachten ontving." "Vlei mij niet, mijn vriend. Op mijn
+leeftijd begint men gebreken te voelen en de gebreken van het lichaam
+veranderen den geest. Wees niet bevreesd om eerlijk te zijn. Ik zal je
+waarschuwing beschouwen als een bewijs van je genegenheid. Bovendien
+gaat het om je eigen belang. Als ik bij ongeluk vernam, dat men in
+de stad zei, dat mijn preeken minder werden en dat ik rust moest
+gaan nemen, verklaar ik je, dat je tegelijk met mijn vriendschap het
+fortuin zou verliezen, dat ik je beloofd heb."
+
+Van dat oogenblik af was ik de verklaarde gunsteling van den
+aartsbisschop. Het personeel liet mij dat ook merken door buitengewone
+beleefdheden tegenover mij, om mijn gunst te winnen; ik kon bijna
+niet begrijpen, dat het uit Spanjaarden bestond. Van mijn positie
+maakte ik gebruik door te bewerken, dat mijn vriend Melchior een
+goede gratificatie kreeg.
+
+Wat ik op zekeren dag voor een priester wist gedaan te krijgen,
+mag worden vermeld. Ik maakte kennis met een jongen priester, Louis
+Garcia, iemand met een zeer gunstig uiterlijk, naar ik vernam een
+eerlijk man, die aalmoezenier was geweest, maar dien men belasterd
+had bij monseigneur, die niets meer van hem wilde weten. Alle pogingen
+door verschillende personen in Granada gedaan, om hem weer in genade
+te doen opnemen, waren vruchteloos geweest. Gelukkig schreef hij een
+buitengewoon mooie hand en daardoor meende ik hem te kunnen helpen. Ik
+stak een door hem beschreven vel papier bij mij en toen ik alleen met
+den aartsbisschop was, liet ik hem dat zien. Mijn patroon prees het
+zeer en van die gelegenheid besloot ik gebruik te maken. "Monseigneur,"
+zei ik, "daar ge weigert om uwe preeken te laten drukken, zou ik
+althans wenschen, dat ze zóó geschreven waren."
+
+"Ik ben over uw schrift tevreden," zei de prelaat, "maar ik geef toe,
+dat ik wel graag van die hand een copie van mijn werk zou hebben." "U
+hebt maar te spreken," zei ik, "die man is een bekende van mij en
+misschien kunt u hem op die wijze helpen uit den treurigen toestand,
+waarin hij zich bevindt."
+
+De aartsbisschop vroeg mij naar den naam. "Hij heet Louis Garcia,"
+zei ik, "en is wanhopig over de ongenade, waarin hij bij u gevallen
+is." "Die Garcia," viel hij mij in de rede, "is, geloof ik,
+aalmoezenier geweest. Ik herinner mij nog de memories, die tegen
+hem zijn ingekomen. Op zijn gedrag moet nog al iets te zeggen zijn
+geweest." "Monseigneur," hernam ik, "het is niet mijn bedoeling,
+hem te rechtvaardigen, maar ik weet, dat de man vijanden heeft en
+hij zegt, dat die memories meer ingegeven zijn door zucht om hem te
+benadeelen, dan om de waarheid te zeggen." "'t Is mogelijk," zei de
+prelaat, "er zijn zulke slechte menschen in de wereld. Overigens,
+wanneer hij zich niet goed gedragen heeft, kan hij berouw daarover
+hebben. Voor alle zonden is er vergeving. Breng mij dien man maar."
+
+Zoo ziet men, dat zelfs de meest strenge menschen hun strengheid
+vergeten, wanneer hun belang dit meebrengt.
+
+Den volgenden dag bracht ik Garcia bij mijn meester, die hem eerst een
+kleine berisping gaf en daarna aan het werk zette, om zijn preeken in
+het net over te schrijven. Later benoemde hij hem weer tot priester
+en zelfs kreeg hij de parochie van Gabië, een groote plaats in de
+buurt van Granada. Wat een bewijs is, dat weldaden niet altijd bewezen
+worden aan hen, die ze verdienen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV
+
+De aartsbisschop krijgt een beroerte. Van de verlegenheid, waarin
+Gil Blas zich bevindt en op welke wijze hij er weer uitkomt.
+
+
+Don Fernand de Leyva maakte zich gereed, om Granada te verlaten; ik
+ging afscheid van hem nemen en bedankte hem opnieuw voor de mooie
+betrekking, die ik gekregen had. "Ik ben daar zeer tevreden," zei
+ik. "de prelaat is buitengewoon goed voor mij en dat troost mij over
+het verlaten van don César en zijn zoon."
+
+"Ik ben er van overtuigd," zei hij bij het scheiden, "dat uw vroegere
+meesters door uw heengaan een groot verlies hebben geleden, maar
+misschien zijt gij wel niet voor altijd van hen gescheiden. De geheele
+familie zal steeds levendig belang blijven stellen in uw lot."
+
+Twee maanden later was er een groote opschudding in het bisschoppelijk
+paleis; mijn meester had een beroerte gekregen. Na eenige dagen echter,
+scheen hij weer te herstellen. Maar zijn geest had een gevoeligen schok
+gekregen. Ik merkte dat al dadelijk toen hij weer een preek maakte. Ik
+wachtte nog een tweede af en die was voor mij beslissend. Niet ik
+alleen merkte dit op, ook zijn toehoorders fluisterden het elkaar
+in stilte toe. "Komaan, mijnheer de criticus," zei ik tot mijzelf,
+"nu moet gij u voorbereiden op uw taak. Ge ziet, dat monseigneur
+minder wordt en ge moet hem waarschuwen; anders is een van zijn
+vrienden misschien vrijmoedig genoeg, om u voor te wezen. Ge zult
+dan geschrapt worden in zijn testament."
+
+Maar bij die overdenkingen kwamen er weer andere. De waarschuwing
+was niet gemakkelijk te geven. Ik meende, dat een auteur, ingenomen
+met zijn werk, die misschien slecht zou kunnen opvatten. Maar ik
+verwierp die gedachte weer en geloofde, dat hij er onmogelijk kwaad
+om kon worden, na het van mij op zoo dringende wijze geëischt te
+hebben. Bovendien kon ik het handig inkleeden, om zoodoende de pil
+te vergulden. Bij slot van rekening vond ik het gevaarlijker om
+het stilzwijgen te bewaren, dan het te verbreken. Dus besloot ik
+te spreken.
+
+Ik was er nu alleen nog maar verlegen mee, hoe te beginnen. Gelukkig
+kwam de redenaar mij onverwachts zelf te hulp, door mij te vragen,
+wat men zei van zijn laatste preek. Ik antwoordde hem, dat men altijd
+zijn preeken bewonderde, maar dat zijn laatste niet zulk een diepen
+indruk op het gehoor had gemaakt als de andere. Hij toonde zich daar
+verwonderd over en ik haastte mij te zeggen, dat niemand het waagde
+zijn werk te critiseeren, maar dat hij mij zelf had bevolen ronduit
+met hem te spreken en dat ik daarom de opmerking waagde, dat zijn
+laatste preek in kracht bij de andere achterstond.
+
+Mijn woorden deden hem verbleeken en hij zeide met een gedwongen
+glimlach: "Dat stuk is dus niet naar uw zin geweest, mijnheer Gil
+Blas?" "Ik vond het uitstekend," hernam ik, "maar het stond niet even
+hoog als uw ander werk."
+
+"Ik begrijp u," antwoordde hij, "Het schijnt u toe, dat ik minder
+word en dat ik eraan moet gaan denken, om mij terug te trekken." Ik
+zei hem, dat ik nooit de stoutmoedigheid zou hebben gehad, zoo tot
+hem te spreken, indien hij het niet zelf mij had bevolen, dat ik
+dus niet anders had gedaan dan hem gehoorzamen en dat ik hoopte, dat
+hij mij dit niet kwalijk zou nemen. "Daar denk ik niet aan, om het
+u kwalijk te nemen," zei hij, "ik zou al zeer onrechtvaardig zijn,
+indien ik dat deed en ik vind het volstrekt niet verkeerd, dat ge
+mij uw meening zegt. 't Is alleen uw meening zelve, die ik verkeerd
+vind. Ik ben de dupe geworden van uw bekrompen verstand."
+
+Hoe ontdaan ook, zocht ik toch nog naar woorden om den redenaar,
+die niet anders gewoon was, dan zich te hooren prijzen, zachter
+te stemmen. "Laten wij er niet verder over spreken, mijn zoon,"
+zei hij, "ge zijt nog te jong, om het ware van het valsche te
+onderscheiden. Neem van mij aan, dat ik nooit een betere preek heb
+geleverd dan de laatste, die niet naar uw smaak was. Mijn geest
+heeft gelukkig nog niets van zijn kracht verloren. Voortaan zal ik
+echter beter mijn vertrouwelingen kiezen. Ik wil bekwamere mannen dan
+gij zijt, om mijn werk te beoordeelen. Ga mijn schatmeester zeggen,
+dat hij u honderd ducaten uitbetaalt en met die som hoop ik, dat de
+hemel u zal geleiden. Vaarwel, mijnheer Gil Blas! Ik wensch u allen
+voorspoed en een weinig meer smaak,"
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V
+
+Wat Gil Blas deed, nadat de aartsbisschop hem zijn ontslag had
+gegeven. Door welk toeval hij den geestelijke ontmoette, die zooveel
+verplichting aan hem had en welke bewijzen van erkentelijkheid hij
+van hem ontving.
+
+
+Ik verliet het kabinet, de gril, of liever de zwakheid van den
+aartsbisschop verwenschende en meer vervuld van toorn tegen hem, dan
+met droefheid over het verlies van zijn gunst. Eenigen tijd aarzelde
+ik zelfs, of ik zijn honderd ducaten wel zou gaan ontvangen; maar na
+goed te hebben nagedacht, besloot ik niet zoo dwaas te zijn, die te
+laten loopen. Ik meende, dat dit geld mij niet het recht zou ontnemen,
+om den prelaat belachelijk te maken, wat ik voornam te doen bij elke
+gelegenheid, dat zijn preeken ter sprake zouden komen.
+
+Dus ging ik de honderd ducaten aan den schatmeester vragen, zonder hem
+met een enkel woord te spreken over hetgeen er tusschen zijn meester
+en mij was voorgevallen. Daarna ging ik afscheid nemen van Melchior
+de la Ronda. Hij hield te veel van mij, om niet getroffen te zijn
+door mijn ongeluk. Dat kon ik aan zijn gelaat zien, terwijl ik hem het
+geheele verhaal deed. Niettegenstaande al het respect, dat hij voor den
+aartsbisschop had, keurde hij deze handelwijze sterk in hem af; maar,
+toen ik in mijn toorn riep, dat ik het hem betaald zou zetten, zei hij:
+"Mijn waarde Gil Blas, geloof mij, 't is beter uw verdriet in stilte
+te dragen. Gewone menschen moeten altijd personen van hoogen stand
+respecteeren, ook al hebben zij reden zich over hen te beklagen. Wel
+geef ik toe, dat zij vaak verdienen, om met minder eerbied behandeld
+te worden, maar zij kunnen ons benadeelen, dus moeten wij hen vreezen."
+
+Ik bedankte mijn ouden vriend voor zijn raad en besloot daarvan
+te profiteeren. Daarna zei hij nog: "Indien ge naar Madrid gaat,
+bezoek dan Jozeph Navarro, mijn neef, hij is chef van dienst bij don
+Baltazar de Zuniga en ik durf te zeggen, dat hij uw vriendschap waard
+is, hij is levendig, flink en voorkomend. Ik zou wel wenschen, dat ge
+met hem kennis maakte." Ik antwoordde, dat ik niet zou nalaten Joseph
+Navarro te gaan opzoeken, zoodra ik in Madrid zou zijn, waarheen ik
+wel zou terugkeeren. Vervolgens verliet ik het bisschoppelijk paleis,
+om er nooit weer een voet in te zetten. Indien ik mijn paard nog had
+gehad, zou ik zonder twijfel naar Tolédo zijn gegaan, maar ik had het
+verkocht, omdat ik het niet meer dacht noodig te hebben. Het eerste
+wat ik nu deed, was een kamer zoeken, want ik wilde nog een maand in
+Granada blijven en daarna den graaf de Polan opzoeken.
+
+Toen de tijd voor het diner naderde, vroeg ik mijn hospita of er niet
+een goede restauratie in de buurt was. Ze antwoordde mij, dat er een
+uitstekende was op twee passen afstand van haar huis, waar men zeer
+goed werd bediend en waar veel nette lieden kwamen.
+
+Ik ging er dadelijk heen en trad een zaal binnen, waar tien of twaalf
+personen aan een niet al te zindelijke tafel zaten. De portie eten,
+die men mij bracht, was van dien aard, dat ik op een anderen tijd
+zeker mijn vorige tafel zou hebben betreurd, maar ik was daarover nu
+te kwaad op den aartsbisschop.
+
+Terwijl ik zoo, zonder dat ik reden had om bang te zijn, dat ik mijn
+maag zou overladen, zat te eten, kwam Louis Garcia, die pastoor van
+Gabie, bij Granada, was geworden, de zaal binnen. Hij was zeer verheugd
+mij te zien, kwam naast mij zitten en zei, na nogmaals van zijn
+dankbaarheid te hebben gesproken: "Nu de fortuin mij u doet ontmoeten,
+zullen we niet scheiden voor we samen hebben gedronken. Maar, daar er
+hier geen goeden wijn te krijgen is, zullen we op een andere plaats een
+fijne flesch nemen. Wij moeten ons dit genoegen veroorloven, weiger het
+mij niet. Wat zal ik gelukkig zijn, wanneer ik u eens in mijn pastorie
+te Gabie mag zien! Ge zult daar ontvangen worden als een edelmoedige
+Mécénas, aan wien ik het gemakkelijke leven, dat ik nu leid, dank."
+
+Hij begon te eten en intusschen vertelde ik hem zoo nauwkeurig mogelijk
+alles wat er tusschen den aartsbisschop en mij was voorgevallen. Ik
+had verwacht, dat hij zijn leedwezen daarover zou hebben betuigd, dat
+hij bitter en scherp over den aartsbisschop zou zijn uitgevallen. Maar
+niets van dit alles, hij werd stil en nadenkend. Toen hij gegeten had,
+stond hij plotseling van tafel op, groette mij koel en vertrok. Toen
+hij zag, dat ik hem niet meer nuttig kon zijn, bespaarde die ondankbare
+zich zelfs de moeite niet mij zijn gevoelens te verbergen. Ik lachte
+om zijn ondankbaarheid en hem aanziende met al de minachting, die hij
+verdiende, riep ik, hard genoeg om gehoord te worden: "Hallo! mijnheer
+de wijze aalmoezenier, ga de fijne flesch vast laten afkoelen, waarop
+ge mij zoudt onthalen!"
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI
+
+Gil Blas gaat de comedie te Granada bezoeken. Van de verwondering, die
+het zien van een actrice bij hem opwekte en hetgeen daardoor gebeurde.
+
+
+Garcia was nog niet uit de zaal, of er traden twee fatsoenlijk
+gekleede heeren binnen, die dicht bij mij kwamen zitten. Ze begonnen te
+spreken over den schouwburg te Granada en het nieuwste stuk, dat men
+speelde. Volgens hen trok dat stuk algemeen de aandacht. Door wat ik
+hoorde, kreeg ik lust het eens te gaan zien. Ik had de comedie nog niet
+bezocht, sedert ik te Granada was, want bij den aartsbisschop wilde men
+daar niets van weten. De preeken waren mijn eenig amusement geweest.
+
+Toen het tijd werd, ging ik dus naar den schouwburg, waar een
+talrijk publiek bijeen was. Om mij heen hoorde ik niets dan
+beschouwingen over het stuk en ik merkte op, dat de geheele wereld
+zich tot oordeelen bevoegd achtte. De een verklaarde zich er voor,
+de ander er tegen. "Heeft men wel ooit een beter geschreven werk
+gezien?" werd rechts gevraagd. "Wat een erbarmelijke stijl!" klonk
+het links. Waarlijk, indien er al veel slechte schrijvers zijn,
+moet men toegeven, dat er nog meer slechte critici bestaan. En als
+ik denk aan alles wat de dichters van drama's te slikken krijgen,
+verwonder ik er mij over, dat er nog zijn, die de onwetendheid van
+het groote publiek en de gevaarlijke kritiek van z. g. deskundigen,
+die soms het oordeel van de menigte bederven, trotseeren.
+
+Dadelijk toen de meest gewilde acteur op de planken verscheen, was
+er een algemeen handgeklap. Het bleek me een van die tooneelspelers
+aan wie het parterre alles vergeeft. Ik merkte, dat hij sommige
+oogenblikken uit zijn rol was en dan eigenlijk meer verdiende om
+uitgefloten, dan om toegejuicht te worden.
+
+Ook bij het opkomen van enkele andere acteurs werd er geklapt en
+eveneens bij het verschijnen van een actrice, die een kamenier's rol
+had te vervullen. Ik keek haar goed aan en kon geen woorden vinden,
+om mijn verbazing te uiten, toen ik Laura zag, mijn dierbare Laura,
+die ik nog te Madrid bij Arsénia waande. Ik kon er niet aan twijfelen,
+of zij was het. Haar taille, haar trekken, de toon van haar stem,
+alles verzekerde mij, dat ik mij niet vergiste. Daar ik echter mijn
+oogen en ooren niet vertrouwde, vroeg ik haar naam aan een heer,
+die naast mij zat. "Ge zijt zeker een nieuweling hier, dat ge de
+schoone Estelle niet kent," zei hij.
+
+De gelijkenis was echter te treffend, dan dat ik mij kon vergissen. Dus
+besloot ik, dat Laura haar naam had verwisseld en benieuwd om iets
+anders omtrent haar te weten--want het publiek weet in den regel
+alles van bekende acteurs en actrices--vroeg ik den man naast mij,
+of ze ook een minnaar had, die zich in haar bijzondere onderscheiding
+mocht verheugen. Hij antwoordde mij, dat er sinds twee maanden in
+Granada een Portugeesch heer was, genaamd markies de Marialva, die
+zich zeer veel aan haar gelegen liet liggen. Mijn gedachten waren door
+hetgeen ik van mijn buurman had gehoord, zoo in beslag genomen, dat ik
+weinig aandacht meer schonk aan het stuk. Ik dacht slechts aan Laura,
+aan Estelle, en nam mij voor haar den volgenden dag te gaan bezoeken.
+
+In de schitterende omstandigheden, waarin ze zich nu bevond, had ik
+reden te vermoeden, dat het zien van mij haar geen groot genoegen zou
+doen. Ook had zij er wel aanleiding toe, om ontevreden op mij te zijn,
+maar dat alles kon mij niet van mijn plan terughouden. Na een karig
+maal (er waren n.l. geen andere in mijn hotel) ging ik naar mijn
+kamer en wachtte vol ongeduld op den volgenden morgen.
+
+Ik sliep dien nacht slecht en stond op bij het krieken van den
+dag. Daar ik onderstelde, dat de maîtresse van een grooten mijnheer 's
+morgens wel niet te vroeg op zou zijn, besteedde ik drie of vier uur
+om mij te kleeden, kappen, scheren en poederen. Ik wilde mij zoo aan
+haar vertoonen, dat ze zich niet voor mij behoefde te schamen. Over
+tienen was ik aan een groot huis, waarvan zij de eerste verdieping
+bewoonde. Tegen de dienstbode, die voor mij de deur opende, zei ik,
+dat een jonge man mevrouw Estelle wenschte te spreken. De boodschap
+werd overgebracht en ik hoorde met luide stem vragen: "Waar is die
+jonge man? Wat wil hij van mij? Laat hem binnenkomen!"
+
+Ik leidde daaruit af, dat ik mijn tijd slecht had gekozen, dat haar
+Portugeesche beminde zeker aan zijn toilet bezig was en dat zij alleen
+maar zoo hard praatte, om hem te overtuigen, dat zij niet iemand was,
+die verdachte bezoeken ontving. Wat ik vermoedde, bleek waarheid;
+de markies de Marialva bracht steeds de ochtend met haar door. Ik
+verwachtte dus een alles behalve vriendelijke ontvangst, toen de
+actrice met open armen op mij toeliep en riep: "O, mijn broer! wat ben
+ik blij je te zien!" Bij die woorden omhelsde ze mij en keerde zich
+daarna tot den Portugees: "Vergeef mij, wij hebben elkaar in geen
+drie jaren gezien en ik heb mijn broer innig lief." Daarna wendde
+zij zich weer tot mij en zei: "Mijn waarde Gil Blas, vertel mij nu
+eens spoedig al het nieuws omtrent de familie."
+
+In het begin was ik wel een beetje verlegen, maar spoedig kwam ik op
+mijn gemak, ik vertelde, dat het met onze ouders zeer goed ging en
+het werd een aardige scène.
+
+"Ik twijfel er niet aan," zei ze, "of ge zult verwonderd zijn, mij
+als actrice in Granada te zien, maar veroordeel mij niet zonder mij
+te hooren. Het is nu, zooals ge weet, drie jaar geleden, dat mijn
+vader mij goed dacht uit te huwelijken, door mijn hand te schenken
+aan den kapitein, don Antonio Coello, die mij van Asturië meenam naar
+Madrid, zijn geboorteplaats. Zes maanden na onze aankomst, werd hij
+door zijn heftig karakter in een eerezaak gewikkeld. Hij doodde een
+edelman, die het gewaagd had mij eenige attenties te bewijzen. Daar
+de gevallene tot een aanzienlijke familie behoorde, moest mijn man
+dadelijk vluchten naar Catalonië. Al het geld en het edelgesteente,
+dat hij in ons huis vond, had hij meegenomen. Hij scheepte zich te
+Barcelona in, stak over naar Italië, trad in dienst van Venetië en
+verloor na eenigen tijd het leven in een gevecht tegen de Turken. Het
+landgoed, dat wij bezaten en dat zeer bezwaard was, werd verkocht en
+ik bleef als een onvermogende weduwe achter. Ik zag geen kans naar
+Asturië terug te keeren. Wat zou ik er hebben moeten doen? Van mijn
+familie zou ik voor troost niets als condoleanties hebben gekregen. Wat
+moest ik doen in dien ongelukkigen toestand? Voor een jonge weduwe
+was dat een moeilijke zaak. Ik had een zeer goede opvoeding gehad en
+om mijn goeden naam te bewaren, werd ik actrice.
+
+Hoewel ik bepaald moeite had, om bij het einde van den roman van Laura
+niet in lachen uit te barsten, zei ik op ernstigen toon: "Mijn zuster,
+ik kan niet anders dan uw gedrag goedkeuren en het verheugt mij u in
+Granada zoo goed te zien ingericht."
+
+De markies de Marialva, die geen woord gemist had van het verhaal, dat
+de weduwe van don Antonio had verzonnen, mengde zich in ons gesprek en
+vroeg mij, of ik in Granada of elders een betrekking had. Ik dacht er
+een oogenblik aan, om te liegen, maar daar ik dat niet noodzakelijk
+vond, besloot ik de waarheid te zeggen en vertelde hem hoe ik bij
+den aartsbisschop was gekomen en op welke wijze ik hem had verlaten,
+een verhaal, waarmee hij zich kostelijk amuseerde. Vermakelijk ook
+was het lachen, dat Laura herhaaldelijk deed. Natuurlijk dacht zij,
+dat ik haar voorbeeld volgde en een fabeltje vertelde.
+
+Nauwelijks had ik mijn verhaal geëindigd, of een huisknecht kwam
+zeggen, dat de tafel klaar was. Ik wilde opstaan en mij verwijderen,
+maar daarvan wilde Laura niet hooren. "Waar denkt ge aan? Ge dineert
+met ons. En ik wil niet hebben, dat ge langer op die kamer blijft
+wonen. Laat uw goed vanavond hier brengen en neem bij ons uw intrek."
+
+De Portugeesche heer, wien die gastvrijheid zeker geen genoegen deed,
+zei: "Neen Estelle, ge zijt er hier niet op ingericht, om nog iemand
+te huisvesten. Uw broer schijnt mij een beminnelijk man en zijn
+verwantschap met u boezemt mij belangstelling voor hem in. Ik wil
+hem in mijn dienst nemen, hij kan mijn secretaris worden en is dan
+verzekerd van een goede positie. Hij kan bij mij wonen, ik zal heden
+nog een kamer in orde laten maken. Ik geef hem vierhonderd ducaten
+salaris en wanneer ik reden heb over hem tevreden te zijn, waaraan
+ik niet twijfel, dan zal hij zich er wel spoedig over troosten,
+dat hij te oprecht is geweest tegen zijn aartsbisschop."
+
+Laura en ik putten ons uit in dankbetuigingen, maar de markies wilde
+er niets van hooren, hij groette zijn theaterprinses en ging heen.
+
+Nauwelijks was hij vertrokken, of Laura nam mij mee in haar kabinet,
+viel in een fauteuil en begon onbedaarlijk te lachen, welk voorbeeld
+ik onmogelijk na kon laten te volgen.
+
+"Gil Blas! Wat hebben wij daar een mooie comedie gespeeld! Maar
+ik had op zulk een ontknooping niet gerekend. Ik wilde je alleen
+maar een kamer en eten besparen en om je die met goed fatsoen
+te kunnen aanbieden, liet ik je voor mijn broer doorgaan. Maar
+'t is verrukkelijk, dat je door het toeval nu zoo'n goeden post is
+aangeboden. Markies de Marialva is een edelmoedig man, die nog wel
+meer voor je doen zal, dan hij nu beloofde. Een andere vrouw dan ik
+zou misschien een man, die haar verlaten heeft zonder haar vaarwel
+te zeggen, niet zoo vriendelijk hebben ontvangen, maar ik ben nu
+eenmaal van dat goede slag meisjes, die altijd met genoegen een oude
+liefde weerzien."
+
+Ik vroeg vergiffenis voor mijn onbeleefd gedrag en Laura bracht
+me daarna in een zeer nette eetzaal, waar we ons aan tafel zetten
+en elkaar, daar er bedienden tegenwoordig waren, als broeder en
+zuster behandelden. Na het diner gingen wij weer in het kabinet. Daar
+moest ik Laura alles vertellen, wat er na onze scheiding met mij was
+gebeurd. Ik deed haar een zoo getrouw mogelijk rapport en toen ik
+aan haar nieuwsgierigheid had voldaan, bevredigde zij de mijne.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII
+
+Geschiedenis van Laura.
+
+
+Ik zal u zoo duidelijk mogelijk vertellen, door welk toeval ik mijn
+tegenwoordig vak heb gekozen.
+
+Nadat ge mij op zoo beleefde wijze verlaten hadt, gebeurden er groote
+dingen. Arsénia, mijn meesteres, vermoeid van de wereld, zei het
+tooneel vaarwel en nam mij mee naar een landgoed, dat ze gekocht had
+bij Zamora. Wij hadden weldra vele kennissen in die kleine stad en
+ik ontmoette er don Felix Maldonado, eenigen zoon van den rechter. Ik
+beviel hem en hij zocht naar gelegenheden, om mij zonder getuigen te
+spreken; om je de waarheid te zeggen, kan ik niet ontkennen, dat ik
+hem hielp, om die te vinden. Hij was nauwelijks twintig jaar, schoon
+en door zijn galante manieren nog meer verleidelijk, dan door zijn
+uiterlijk. Al spoedig bood hij mij met zooveel aandrang een prachtigen
+brillant aan, dien hij aan den vinger droeg, dat ik niet kon weigeren.
+
+Wat een onvoorzichtigheid echter van een grisette, om kinderen tot zich
+te trekken, waarover een vader macht bezit. De rechter, de strengste in
+zijn soort, haastte zich, toen hij van onze verstandhouding hoorde,
+om er een eind aan te maken. Hij liet mij oplichten door eenige
+gerechtsdienaren, die mij, niettegenstaande mijn kreten, naar een
+klooster brachten.
+
+Daar liet de overste mij zonder vorm van proces mijn ring afdoen,
+mijn kleeren uittrekken en een langen grijzen japon aandoen, met een
+breeden zwart lederen ceintuur om het middel, waaraan een rozenkrans
+hing. Daarna bracht ze mij naar een andere zaal, waar mij een oude
+monnik wachtte van ik weet niet welke orde, die mij begon te preeken
+over boetedoening. Hij zei me, dat ik veel verplichting had aan
+personen, die mij een dienst hadden bewezen, door mij te redden uit
+de klauwen van den demon, waarin ik was gevallen. Ik bekende ronduit
+mijn ondankbaarheid, en wel verre van mij verplicht te gevoelen aan
+de personen, die mij dat genoegen hadden bereid, overlaadde ik hen
+met minder vleiende namen.
+
+Acht dagen bracht ik zoo in wanhoop door, toen mijn lot scheen
+te veranderen. Een kleine plaats overstekende, ontmoette ik den
+rentmeester van het huis, iemand, aan wien alles was onderworpen; de
+overste zelfs gehoorzaamde hem. Hij had van zijn beheer alleen maar
+verantwoording te geven aan den rechter, van wien hij afhankelijk
+was en die vertrouwen in hem scheen te stellen. Hij heette don Pédro
+Zendono en was geboren in Biscaye. Stel je een man voor, zeer bleek en
+mager, een figuur om aan een schilder voor dief te dienen. De zusters
+scheen hij nauwelijks aan te zien. Je hebt nooit zoo'n huichelachtig
+gezicht gezien, hoewel je in het paleis van den bisschop hebt gewoond.
+
+Ik ontmoette dus dien mijnheer Zendono, die mij aanhield en zei:
+"Troost u, mijn dochter, ik ben begaan met uw verdriet." Hij zei niets
+meer en vervolgde zijn weg, het aan mij overlatende, om bespiegelingen
+te houden over dien korten tekst. Daar ik hem als man van gewicht
+beschouwde, dacht ik werkelijk, dat hij zich moeite zou geven, om te
+onderzoeken waarom men mij had opgesloten en dat hij, daar hij me niet
+schuldig genoeg zou vinden om zoo behandeld te worden, mijn belangen
+bij den rechter zou voorstaan. Maar ik kende den Biscayer niet, hij
+had andere plannen. In zijn geest had hij een reisplan opgemaakt,
+dat hij mij in vertrouwen meedeelde. Hij zei: "Mijn beste Laura,
+ik ben getroffen door uw smart en ik heb besloten daaraan een eind
+te maken. Ik weet wel, dat ik mijzelf daardoor in het verderf stort,
+maar ik kan niet anders en ik wil alleen voor u leven. De toestand,
+waarin ik u geplaatst zie, doorboort mij het hart. Morgen zal ik u
+uit uw gevangenis verlossen en u zelf naar Madrid brengen. Alles wil
+ik opofferen, om het geluk te hebben uw bevrijder te zijn."
+
+Ik dacht van vreugde te bezwijmen bij die woorden van Zendono, die mij
+den volgenden dag schaakte op een wijze, die ik je zal meedeelen. Hij
+zei aan de overste van het klooster, dat hij last had van den rechter,
+om mij bij hem te brengen in een uitspanning, die zich op eenige
+mijlen afstand bevond. Hij liet mij plaats nemen in een rijtuig,
+dat door twee goede muilezels werd getrokken, expresselijk voor deze
+gelegenheid door hem gekocht. Niemand ging mee, dan een knecht,
+die ons reed. Wij reden niet in de richting van Madrid, zooals ik
+had verwacht, maar naar de Portugeesche grenzen, waar wij aankwamen
+in minder tijd dan de rechter van Zamora had noodig gehad om bericht
+te krijgen van ons vertrek en zijn gerechtsdienaren uit te zenden,
+om ons op te sporen.
+
+Voor wij over de grenzen gingen, liet de Biscayer mij manskleeren
+aantrekken, die hij had meegenomen. Toen wij in een hotel aankwamen,
+waar wij zouden overnachten, zei hij: "Schoone Laura, wees er niet
+kwaad om, dat ik u heb meegenomen naar Portugal. De rechter van
+Zamora zal ons in ons vaderland doen zoeken als twee misdadigers,
+aan wie Spanje geen veilige schuilplaats biedt. Maar wij kunnen hier
+in dit vreemde land leven, hoewel het onder het beheer van Spanje
+staat. Laat u overreden, mijn engel, volg een man, die u aanbidt. Laten
+wij naar Coimbre gaan! Daar zal ik een plaats vinden als spion van
+den heiligen dienst en in de schaduwen van dat machtige gerechtshof,
+kunnen wij rustig onze dagen in stille genoegens slijten."
+
+Dit voorstel deed mij zien welke beweegredenen hij had om mij
+als geleider te willen dienen. Ik begreep, dat hij op mijn
+dankbaarheid rekende en meer nog op mijn ellende. Maar, hoewel
+die beide zaken in zijn voordeel spraken, weigerde ik beslist, wat
+hij mij voorstelde. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen, dat er twee
+gewichtige redenen waren, waarom ik zoo terughoudend was: hij viel
+niet in mijn smaak en ik geloofde niet, dat hij rijk was. Maar toen
+hij bleef aandringen, aanbood mij te trouwen en mij liet zien, dat
+hij in zijn betrekking genoeg terzijde had gelegd, om lang van te
+kunnen leven, begon ik naar hem te luisteren. Ik was verblind door
+het goud en de edelsteenen, die hij voor mij uitspreidde en ervoer,
+dat het eigenbelang de menschen even goed kan doen veranderen als de
+liefde. Mijn Biscayer werd voor mij een andere man. Zijn lang lichaam
+nam den vorm aan van een fijne taille, zijn geel gezicht scheen van
+een schoone blankheid en zelfs zijn huichelachtige grijns stond mij
+minder tegen. Dus nam ik zijn hand aan voor het oog van den hemel,
+dien hij als getuige aanriep van ons engagement. Wij gingen op reis
+en Coimbra zag weldra binnen hare muren een nieuw huishouden.
+
+Mijn man kocht nieuwe kleeren voor mij en schonk mij verschillende
+diamanten, waaronder die van don Felix Maldonado. Dus ik behoefde
+niet te raden vanwaar de kostbare steenen kwamen, die ik gezien had
+en ik was ervan overtuigd getrouwd te zijn met iemand, die geen trouw
+opvolger was van het zevende gebod. Daar ik echter mijzelf als de
+eerste oorzaak van zijn handgrepen beschouwde, vergaf ik ze hem. Een
+vrouw verontschuldigt ook de slechte daden, die haar schoonheid doet
+bedrijven. Wat zou ik hem anders slecht gevonden hebben!
+
+Gedurende twee of drie maanden was ik tamelijk tevreden over hem. Hij
+had altijd galante manieren en scheen mij teeder te beminnen. Maar al
+die bewijzen van vriendschap waren slechts schijn geweest. De schelm
+bedroog mij en bereidde mij het lot, dat elk meisje, dat door een
+slechten man verleid is, te wachten heeft. Toen ik op een ochtend
+uit de mis kwam, vond ik in huis alleen de muren, alle meubelen en
+zelfs mijn kleeren waren weggehaald. Zendono en zijn trouwe knecht
+hadden hunne maatregelen zoo goed genomen, dat het huis in een uur
+was leeggedragen. Zoo stond ik dus als een tweede Ariadne, door een
+ondankbaren minnaar verlaten, met niets anders dan de kleeren, die ik
+aan had en den ring van don Felix, dien ik gelukkig aan mijn vinger
+had gedragen. Maar ik verzeker je, dat ik geen lange klaagliederen
+begon te zingen, ik was veel te blij, verlost te zijn van een ouden
+schelm, die toch den een of anderen dag in handen van de justitie
+zou zijn gevallen. Den tijd, dien wij samen hadden doorgebracht,
+beschouwde ik eenvoudig als verloren.
+
+Indien ik in Portugal was gebleven en daar een betrekking had gezocht
+bij een aanzienlijke dame, zou ik wel zijn geslaagd, maar, hetzij
+uit liefde voor mijn vaderland, hetzij dat ik geleid werd door mijn
+geluksster, ik dacht aan niets anders dan aan terugkeeren naar Spanje.
+
+Ik verkocht mijn ring en vertrok samen met een oude Spaansche dame, die
+Dorothea heette, hare familie in Coimbra had bezocht en nu terugkeerde
+naar Sévilla, waar ze woonde. Er was al dadelijk veel sympathie
+tusschen ons, die op reis nog grooter werd en toen wij aankwamen,
+wilde zij niet, dat ik ergens anders mijn intrek zou nemen, dan in haar
+huis. Ik had geen reden om spijt te hebben over die kennismaking. Nooit
+heb ik een vrouw ontmoet met een beter karakter. Naar haar trekken en
+levendige oogen te oordeelen, moest ze vroeger vele guitaren aan het
+tokkelen hebben gebracht. Zij was dan ook de weduwe van verschillende
+adellijke echtgenooten en kon behoorlijk van de opbrengst leven.
+
+Onder andere goede hoedanigheden bezat zij ook deze, dat zij zeer
+medelijdend was voor het ongeluk van meisjes. Levendig belang stelde
+zij in mijn avonturen. Toen ik haar alles van Zendono had verteld, zei
+ze op een toon alsof zij zelf ook wel eens zulke exemplaren op haar
+levensweg had ontmoet: "Die honden van mannen! Die ellendelingen! Er
+zijn van die schelmen in de wereld, die er een spel van maken, om
+een vrouw te bedriegen. De eenige troost, mijn lief kind, is, dat
+ge volstrekt niet gebonden zijt aan dien schelm van een Biscayer. Al
+is uw huwelijk met hem goed genoeg om u als excuus te dienen, het is
+daarentegen ook slecht genoeg om u toe te staan een beter aan te gaan,
+indien ge daartoe gelegenheid zult vinden."
+
+Iederen dag ging ik met Dorothea naar de kerk en visites maken,
+wat de middelen waren, om spoedig een avontuur te hebben. Ik trok
+de aandacht van vele heeren, maar enkelen hadden geen geld, anderen
+waren te jong, zoodat ik mij met niemand inliet.
+
+Op zekeren dag kwam het Dorothea en mij in den zin om naar den
+schouwburg te gaan. Er was aangeplakt, dat ze zouden spelen: "De
+beroemde Comedie; de Ambassadeur van Sirmismo", door Lope de Vega
+Carpio. Onder de actrices herkende ik een oude vriendin, Phénice, die
+kamenier bij Florimonde is geweest en met wie je wel eens gesoupeerd
+hebt bij Arsénia. Ik wist wel, dat Phénice sinds twee jaar uit Madrid
+was, maar 't was mij niet bekend, dat ze actrice was geworden,
+
+Na afloop van het stuk, dat vrij lang duurde en mij verveelde, omdat
+er niet goed genoeg en ook niet slecht genoeg gespeeld werd, om mij
+te amuseeren, gingen wij Phénice opzoeken, die zeer verheugd was mij
+te zien en daar we 's avonds weinig tijd meer hadden, spraken we af,
+dat we elkaar den volgenden morgen zouden ontmoeten. Het pleizier
+van te praten is een der grootste genoegens voor vrouwen en vooral
+voor mij. Ik kon den heelen nacht geen oog dicht doen van verlangen
+om met Phénice aan den slag te komen en haar vraag op vraag te doen.
+
+Phénice was gelogeerd in een groot hotel. Een dienstmeid, die mij den
+weg wees, bracht mij in een gang, waarop tien of twaalf kleine kamers
+uitkwamen; hier woonden de leden van het gezelschap. Mijn geleidster
+klopte aan de deur, die Phénice, wier tong evenzeer jeukte als de
+mijne, opendeed. We gunden ons nauwelijks den tijd om te gaan zitten
+bij ons gekakel.
+
+Wij hadden elkaar heel wat te vertellen van hetgeen wij in den
+laatsten tijd hadden beleefd. Het scheen wel, dat er geen eind kwam
+aan al het vragen en antwoorden.
+
+Eindelijk vroeg Phénice mij, wat ik van plan was te gaan doen, want
+ze zei, dat een meisje als ik toch iets moest worden en dat het niet
+aanging een onnut wezen te zijn in de maatschappij. Ik antwoordde haar,
+dat ik, in afwachting van beter, een betrekking wilde zoeken bij een
+of andere voorname dame. "Wel foei!" riep mijn vriendin, "hoe kan je
+aan zoo iets denken! Hoe is het mogelijk, dat je nog geen tegenzin
+hebt in dienstbaarheid! Ben je het niet moe, om onderworpen te zijn
+aan den wil van anderen? Hun grillen te verdragen? Een slavenleven
+te lijden? Volg liever mijn voorbeeld en ga bij het tooneel! Niets
+is beter voor vrouwen met geest en die niet rijk zijn, of van hooge
+geboorte. Het is een stand, die tusschen den adel en de burgerij
+staat. Een vrij leven! Altijd in vroolijkheid! Wij geven ons geld
+uit, zooals wij het verdienen. Het tooneel is vooral gunstig voor de
+vrouwen. Toen ik nog kamenier was bij Florimonde--ik schaam mij nog als
+ik eraan denk--lette niemand op mij. Maar sedert ik op mijn voetstuk
+ben gekomen, dat is te zeggen op het tooneel, wat een verandering! Ik
+zie aan mijn voeten de schitterendste jongelieden uit de steden,
+waarin wij optreden. Wanneer een actrice wijs is, d. w. z. wanneer
+ze niet meer dan één minnaar tegelijk begunstigt, wordt zij door de
+wereld geëerd. Men prijst haar ingetogenheid en verandert zij van
+galant, dan beschouwt men haar als een echte weduwe, die hertrouwt."
+
+Hier viel ik Phénice in de rede; "waarom zegt ge me dit alles? 't Is
+geen geheim meer voor mij en ik gevoel zelf ook wel neiging voor het
+tooneel. Maar dat is niet voldoende, men moet talent hebben en dat heb
+ik niet. Vroeger heb ik wel eens stukken voor Arsénia gereciteerd,
+maar ze was er niet tevreden mee en daardoor heb ik er een tegenzin
+in gekregen."
+
+"Och kom!" zei Phénice. "Je weet toch wel, dat die groote actrices
+altijd jaloersch zijn. Ik zeg je, zonder je te vleien, dat je voor
+het tooneel bent geboren. Je hebt iets natuurlijks, vrijmoedigheid,
+bevalligheid, een mooie stem. Wat zou je een heeren het hoofd op hol
+jagen, als je actrice was!"
+
+Ze trachtte mij nog verder over te halen, liet me eenige verzen
+declameeren, die ze luid toejuichte. Voor twee collega's, die haar
+kwamen bezoeken, moest ik die verzen nog eens opzeggen en ook zij
+overlaadden mij met lof. Mijn bescheidenheid werd op een te zware
+proef gesteld. Ik begon zelf te gelooven, dat ik iets waard was en
+dus kreeg ik zin in het tooneel. Eerst legde ik nog een proefstuk af
+voor alle leden van den troep en toen werd ik daarbij opgenomen.
+
+Al het geld dat ik nog over had, besteedde ik voor het costuum bij
+mijn debuut en wat er aan ontbrak om het schitterend te doen zijn,
+maakte ik goed door mijn fijnen smaak.
+
+Eindelijk verscheen ik voor het eerst op de planken. Ik gebruik een nog
+te gematigd woord, mijn vriend, als ik zeg, dat het publiek verrukt
+was. Grooten opgang maakte ik in Sévilla. Gedurende drie weken was
+ik het onderwerp van alle gesprekken. Wel twintig heeren van stand
+boden zich aan, om zorg voor mij te dragen. Wanneer ik mijn neiging
+had gevolgd, dan zou ik den jongsten en den mooisten hebben genomen,
+maar ons soort moet alleen eigenbelang en eerzucht in het oog houden
+en daarom nam ik don Ambrosio de Nisana, die reeds oud was en niet
+mooi, maar rijk en edelmoedig. 't Is waar, hij heeft er duur voor
+moeten betalen. Hij huurde een mooi huis voor mij, meubelde het
+prachtig, gaf me een goeden kok, twee lakeien, en duizend ducaten
+in de maand. Dan nog rijke kleeren en veel juweelen. Nooit heeft
+Arsénia het zoo schitterend gehad! Welk een ommekeer in mijn lot! Ik
+verbeeldde mij een ander mensch te zijn en ik verbaas er mij niet meer
+over, dat er meisjes zijn, die in korten tijd al de misère vergeten,
+waaruit de gril van een heer ze gehaald heeft. De toejuichingen van
+het publiek, de vleierijen van alle kanten en de hartstocht van don
+Ambrosio, maakten mij ongeloofelijk ijdel.
+
+Don de Nosana kwam elken avond bij mij soupeeren met eenige van zijn
+vrienden. Ik begon zeer aan dat aangename leven gewend te raken, maar
+het duurde slechts zes maanden. De heeren zijn wispelturig. Anders
+zouden ze ook al te aardig zijn. Hij verliet mij voor een ander jong
+meisje. Vier en twintig uur was ik er bedroefd over, toen nam ik een
+cavalier van twee en twintig jaar, don Louis d'Alcacer, met wien zich,
+wat schoon uiterlijk betrof, weinig Spanjaarden kunnen vergelijken.
+
+Zeker zult ge mij vragen waarom ik zoo'n jongen minnaar nam, maar
+don Louis had vader noch moeder meer en zijn eigen inkomsten. Wij
+hadden elkaar zeer lief. Maar het bleek al zeer spoedig, dat don
+Louis zeer jaloersch was en mij ieder oogenblik achtervolgde met
+ongerechtvaardigde verdachtmakingen. Wanneer ik op het tooneel was,
+meende hij, dat ik sommigen jongelieden aanmoedigende blikken toewierp
+en overlaadde mij met verwijten, zoodat onze meest teedere samenkomsten
+dikwijls met twisten eindigden. Hij scheen aan die jaloezie geen
+weerstand te kunnen bieden, wij verloren beiden het geduld en besloten
+op zekeren dag in der minne te scheiden. Wilt ge wel gelooven,
+dat de laatste dag van ons samenzijn nog het genoegelijkst voor ons
+was? Wij waren beiden vermoeid door het leed, dat we elkaar hadden
+gedaan en vonden er genoegen in, toen wij elkaar vaarwel zeiden. Wij
+waren als twee gevangenen, die na een harde slavernij hunne vrijheid
+hadden weerkregen.
+
+Na dat avontuur ben ik zeer voorzichtig geworden in de liefde, ik
+wil geen verbintenis meer, die mijn rust verstoort.
+
+In dien tijd legde ik mij zeer op mijn rollen toe en ik kreeg den
+naam van een uitstekende actrice. Toen het gezelschap te Granada mij
+een voordeelig aanbod deed, besloot ik dat aan te nemen, hoeveel het
+mij ook kostte om van Phénice en Dorothea afscheid te nemen, van wie
+ik zooveel hield als het onder vrouwen mogelijk is. De eerste hield
+zich in dien tijd druk bezig met den eigenaar van een goudsmidswinkel,
+die uit ijdelheid een actrice tot maîtresse wilde hebben.
+
+Ik heb nog vergeten om te vertellen, dat ik, toen ik bij het tooneel
+ging, mijn naam Laura veranderde in Estelle.
+
+Mijn debuut te Granada was even schitterend als te Sévilla. Weldra zag
+ik mij weer omringd door aanbidders. Maar ik was zeer voorzichtig en
+terughoudend, tot ik voor het eerst den markies de Marialva zag. Deze
+Portugees, die uit nieuwsgierigheid Spanje bereisde, kwam in Granada
+en hield zich daar op. Hij kwam in den schouwburg op een dag, dat ik
+niet speelde. Met groote attentie nam hij de actrices op, die toen
+optraden. Een was er, die in zijn smaak viel en den volgenden dag
+maakte hij kennis met haar. Maar toen verscheen ik op het tooneel en
+nam hem dadelijk voor mij in. Ik kan niet ontkennen, dat ik reeds wist
+dat mijne collega hem bevallen was; en ik spaarde geen moeite om hem
+te bekoren en dit gelukte mij. De andere was er wel zeer kwaad om,
+maar wat te doen? Ze moest maar denken, dat dit bij vrouwen een zeer
+natuurlijke zaak is, en dat zelfs de beste vriendinnen elkaar in dit
+opzicht niet sparen."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII
+
+Van de ontvangst, die de comedianten van Granada Gil Blas bereidden
+en van de kennismaking, die hij hernieuwde in de foyers van den
+schouwburg.
+
+
+Toen Laura haar geschiedenis geëindigd had, kwam een oude actrice
+om haar mee te nemen naar den schouwburg. Mijn zuster stelde aan
+deze bejaarde figuur haar broeder voor en er volgden van weerszijden
+vele complimenten.
+
+Ik verliet beiden, na Laura gezegd te hebben, dat ik haar in de
+comedie zou terugzien, als ik mijn goed had gebracht naar het huis
+van den markies de Marialva, dat ze mij had aangewezen. Met een man,
+die mijn koffer droeg, ging ik van mijn kamer naar het huis van mijn
+nieuwen meester. Ik werd ontvangen door den intendant, die mij zeer
+beleefd welkom heette en naar mijn kamer bracht. Dat was een klein
+vertrekje, boven in het huis, met een niet te groot bed, een kast en
+twee stoelen. Mijn geleider zei: "U hebt het hier niet te ruim, maar
+in Lissabon zult ge prachtig logeeren." Ik sloot mijn valies weg en
+vroeg hoe laat men soupeerde. Hij antwoordde mij, dat onze meester dat
+gewoonlijk niet thuis deed en aan ieder van zijn personeel maandelijks
+een zekere som gaf om voor zijn eigen voeding te zorgen. Nog andere
+vragen deed ik, en uit de antwoorden, die ik kreeg, leidde ik af, dat
+de lieden van den markies gelukkige nietsdoeners waren. Ik verliet den
+intendant, om Laura op te zoeken en hield mij onderweg aangenaam bezig
+met de voorstelling, die ik mij van mijn nieuwe betrekking maakte.
+
+Aan den schouwburg had ik nog niet gezegd, dat ik de broeder was
+van Estelle, of alles stond voor mij open. De wachters maakten
+ruim baan voor mij, alsof ik een van de voornaamste personen van de
+stad was. Allen, die ik op mijn weg tegenkwam, waren buitengewoon
+beleefd. Maar dat alles beteekende nog niets, vergeleken bij de
+ontvangst, die mij in den foyer te beurt viel. Daar vond ik het geheele
+gezelschap gekleed en gereed om te beginnen. De acteurs en actrices,
+aan wie Laura mij voorstelde, wierpen zich als 't ware op mij. De
+vrouwen drukten hare gezichten op het mijne en bedekten het met rood
+en wit. Niemand wilde de laatste zijn, om mij te complimenteeren en
+ze begonnen allen tegelijk met mij te spreken. Het was mij onmogelijk
+om op alles antwoord te geven, maar mijn zuster kwam mij te hulp en
+haar geoefende tong maakte, dat iedereen zijn beurt kreeg.
+
+Daarmee was ik er echter nog niet af, ik werd nog begroet door
+den decorateur, de violisten, den souffleur, den grimeur, den
+kaarsensnuiter en den onder-kaarsensnuiter. Het scheen wel, of al die
+menschen gevonden kinderen waren, die nooit een broer hadden gezien.
+
+Intusschen begon men te spelen en ik bleef achter de coulissen, waar ik
+mij onderhield met de personen, die niet behoefden op te treden. Een
+was er onder hen, die Melchior werd genoemd. Die naam trof mij en
+het scheen mij, dat ik den man elders had gezien. Eindelijk herkende
+ik in hem Melchior Zapata, dien armen, rondreizenden tooneelspeler,
+die, zooals ik in het eerste gedeelte van mijn geschiedenis [1]
+heb meegedeeld, korsten brood doopte in een fontein.
+
+Ik wendde mij tot hem en zei: "Als ik mij niet bedrieg, dan zijt ge
+dezelfde heer Melchior, met wien ik eens de eer heb gehad te ontbijten
+aan den rand van een bron, tusschen Valladolid en Ségovia. Ik was een
+barbiersleerling. Wij voegden onze provisie bij de uwe en hadden een
+maal, dat aangenaam gekruid werd door een gezellige conversatie."
+
+Zapata dacht eenige oogenblikken na en antwoordde toen: "Ge spreekt
+me van iets, wat ik mij nog zeer goed kan herinneren. Ik had toen
+gedebuteerd in Madrid en keerde naar Zamora terug. Mijn zaken stonden
+toen zeer slecht."
+
+"Ik herinner mij ook nog," zei ik, "dat ge u toen zeer beklaagde over
+een al te verstandige vrouw, die ge hadt."
+
+"O, dat is sinds dien tijd veel verbeterd," antwoordde hij.
+
+Ik wilde hem daarmee gelukwenschen, toen hij mij verlaten moest
+om op te treden. Benieuwd om iets omtrent die vrouw te vernemen,
+vroeg ik een anderen acteur, die me zei, "O, ge kunt haar zien,
+het is Narcissa, na uw zuster de mooiste van onze dames."
+
+Er kwam een vermoeden bij mij op, dat deze actrice degene was aan
+wie de markies de Marialva het hof had gemaakt, voor hij zijn Estelle
+had ontmoet en mijn vermoeden bleek maar al te juist.
+
+Aan het eind van het stuk bracht ik Laura naar huis. Men maakte een
+groote tafel gereed en ze wilde hebben, dat ik zou blijven soupeeren,
+maar ik wilde dat niet doen tegenover mijn meester en ging naar een
+restauratie, waar ik mij voornam iederen dag te gaan eten, daar mijn
+meester er geen tafel op nahield.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX
+
+Met welken buitengewonen man hij dien avond soupeerde en wat er
+tusschen hen voorviel.
+
+
+In de zaal bemerkte ik een soort van ouden monnik, die alleen in
+een hoek soupeerde. Uit nieuwsgierigheid ging ik tegenover hem
+zitten, ik groette hem zeer beleefd en hij beantwoordde mijn groet
+op dezelfde wijze. Men bracht mij mijn eten, waaraan ik met veel
+eetlust begon. Intusschen bemerkte ik, dat de oogen van den ouden man
+voortdurend op mij gericht waren. Daar mij dat begon te vervelen,
+zei ik: "Vader, kunnen wij elkaar misschien elders reeds hebben
+ontmoet? U ziet mij aan, als een man, dien u niet geheel onbekend is."
+
+Hij antwoordde mij ernstig: "Indien ik mijn blikken op u laat rusten,
+dan is het om de groote verscheidenheid van avonturen te bewonderen,
+die aangegeven zijn in de trekken van uw gezicht." "Daaruit maak ik
+op, dat ge aan gelaatkunde doet," zei ik lachend.
+
+"Ik kan zeggen, dat ik die kennis bezit," zei de monnik, "en daaruit
+voorspellingen te hebben gedaan, die in de toekomst bewaarheid zijn
+geworden. Ook kan ik voorspellen uit de hand en ik durf zeggen, dat
+mijn uitspraken onfeilbaar zijn, wanneer ik de inspectie van de hand
+vergeleken heb met die van het gezicht."
+
+Hoewel de grijsaard er allen schijn van had, een verstandig man
+te zijn, vond ik hem zóó gek, dat ik niet kon nalaten hem in zijn
+gezicht uit te lachen. Inplaats van zich beleedigd te gevoelen door
+mijn onbeleefdheid, glimlachte hij en zei, na de zaal te hebben
+rondgekeken om zich te overtuigen dat niemand ons beluisterde: "Ik
+verwonder mij er niet over u zoo vooringenomen te zien tegen twee
+wetenschappen, die heden ten dage voor dwaasheid doorgaan; de lange
+en moeilijke studie, welke ze eischen, ontmoedigen alle geleerden,
+die er dan van afzien en ze veroordeelen, omdat zij ze niet onder de
+knie hebben kunnen krijgen. Wat mij betreft, ik heb mij niet laten
+afschrikken door al die moeilijkheden. Ook heb ik lang de scheikunde
+bestudeerd en de kunst om van andere metalen goud te maken. Maar ik
+onderstel, dat ik spreek tot een jongeman, wien dat alles slechts
+droombeelden toeschijnen. Een bewijs van mijn kennis zal uw oordeel
+gunstiger daarover stemmen." Bij die woorden haalde hij een flesch
+uit zijn zak, gevuld met een roode vloeistof. "Hier is een elixer,
+dat ik bereid heb uit verschillende planten. Ge zult er de kracht van
+bespeuren. De wijn, dien wij bij ons eten drinken, is zeer slecht, ik
+zal dien uitstekend maken." Hij goot een paar druppels in mijn flesch
+en die maakte werkelijk mijn wijn beter dan de heerlijkste, dien men
+in Spanje drinkt. Een wonder werkt altijd op de verbeelding en als
+die eenmaal gewonnen is, gebruikt men zijn gezond verstand niet meer.
+
+Vol bewondering riep ik uit: "O vader, vergeef mij, dat ik u in
+het begin voor een ouden gek heb gehouden. Ik laat u nu alle recht
+wedervaren en behoef het niet eerst te zien om ervan overtuigd
+te zijn, dat ge, zoo ge wilt, een stuk ijzer in een stuk baar
+goud kunt veranderen! Wat zou ik gelukkig zijn, indien ik die zoo
+bewonderenswaardige wetenschap bezat!"
+
+De grijsaard slaakte een zucht en zei: "Dat de hemel u ervoor beware,
+mijn zoon. Ge weet niet, wat ge wenscht. Inplaats van mij te benijden,
+moet ge mij beklagen, dat ik mij zooveel moeite heb gegeven, om mijzelf
+ongelukkig te maken. Altijd ben ik in onrust, ik vrees ontdekt te
+worden en dat een eeuwigdurende gevangenschap het loon zal zijn voor al
+mijn werken. Daarom leid ik een zwervend leven, nu eens verkleed als
+priester of monnik, dan weer als edelman of boer. Is het een voordeel
+tot dien prijs goud te kunnen maken en zijn rijkdommen niet een ware
+marteling voor personen, die er niet rustig van kunnen genieten?"
+
+Ik antwoordde den ouden wijsgeer, dat ik zeer verstandig vond wat hij
+zei, maar dat ik toch gaarne mijn toekomstig lot van hem zou vernemen.
+
+"Met genoegen, mijn zoon, uw gelaatstrekken heb ik reeds bestudeerd,
+laat mij nu ook uw hand zien!" Ik bood hem die aan met een vertrouwen,
+dat mij zeker zal doen dalen in de achting van sommige lezers,
+hoewel ze in mijn plaats het misschien eveneens zouden hebben
+gedaan. Met zorgvuldigheid bekeek hij mijn hand en zei vervolgens:
+"Welk een overgangen van smart in vreugd en van vreugde in smart! Wat
+een grillige opeenvolging van tegenspoed en geluk! Maar ge hebt reeds
+een groot gedeelte van die veranderingen der fortuin ondervonden. Er
+blijft u nog maar weinig tegenspoed om te bestrijden en door een groot
+heer zult ge een aangenaam lot krijgen, dat niet meer aan verandering
+onderhevig is!"
+
+Na me verzekerd te hebben, dat ik op die voorspelling kon rekenen,
+verliet hij de zaal, mij achterlatende in gepeins over hetgeen ik
+had gehoord. Ik twijfelde er niet aan, of markies de Marialva was
+die bedoelde heer en bijgevolg scheen mij niets meer mogelijk dan de
+vervulling van zijn uitspraak. Maar zelfs al had ik niet de minste
+waarschijnlijkheid kunnen ontdekken, zou ik toch den monnik volkomen
+geloofd hebben, zóó'n grooten indruk had hij met zijn elixer op mij
+gemaakt. Om van mijn kant dat geluk te bevorderen, besloot ik mij aan
+den markies meer te hechten dan aan een van mijn vorige meesters. Na
+dit besluit te hebben genomen, ging ik vroolijk naar huis terug. Nooit
+heeft een vrouw zoo tevreden een waarzegster verlaten.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X
+
+Van de opdracht, die de markies de Marialva aan Gil Blas gaf en hoe
+deze trouwe secretaris zich daarvan kweet.
+
+
+De markies was nog niet van zijn actrice terug en ik vond in zijn
+vertrek zijn bedienden, die kaartspeelden in afwachting van zijn
+thuiskomst. Ik maakte kennis met hen en wij amuseerden ons, tot
+hij omstreeks twee uur na middernacht verscheen. Hij was een weinig
+verrast en zei met een uitdrukking van welwillendheid, waaruit ik
+afleidde, dat hij tevreden was over den avond, dien hij had gehad:
+"Hoe, Gil Blas, zijt ge nog niet naar bed?" Ik antwoordde, dat ik
+gewacht had, om te vernemen of hij mij misschien nog iets te bevelen
+had. Hij antwoordde mij, dat hij den volgenden morgen iets voor mij
+te doen had, maar dat ik in het vervolg 's avonds niet op hem behoefde
+te wachten, hetgeen mij genoegen deed.
+
+Daarna ging ik naar bed. Maar ik kon niet slapen en herinnerde mij
+daarom den raad, welken Pythagoras geeft, om 's avonds alles te
+herinneren wat wij gedurende dien dag hebben gedaan, onszelf te
+prijzen om de goede en te laken om de slechte daden.
+
+Ik voelde mijn geweten niet zuiver genoeg, om over mijzelf tevreden
+te zijn, want ik verweet mij, wat er bij Laura was gebeurd. Wel kon
+ik zeggen, dat ik toch moeilijk een meisje kon logenstraffen, dat
+alleen zoo gehandeld had, om mij genoegen te doen en dat ik dus in
+de noodzakelijkheid verkeerde om haar medeplichtige te worden, maar
+die verontschuldiging stelde mij niet gerust. Het vertrouwen van mijn
+nieuwen meester vergold ik op die wijze al heel slecht en ik was het
+met mijzelf eens, dat, zoo ik al geen schelm was, het toch heel weinig
+scheelde. De gevolgen daarvan overwegende, meende ik een gevaarlijk
+spel te spelen. Dat joeg mij schrik aan. Maar andere gedachten kwamen
+dien schrik weer verdrijven. Bovendien kon de voorspelling van den
+man met het elixer voldoende zijn om mij gerust te stellen. Allerlei
+aangename beelden vertoonden zich aan mij. Ik rekende uit hoeveel
+ik na zes jaren dienst aan salaris zou hebben overgehouden, voegde
+daarbij de gratificaties, waarmee mijn meester wel mild zou zijn en
+kwam zoo tot een heel fortuin. Onder het bouwen van die luchtkasteelen
+viel ik in slaap.
+
+Ik stond den volgenden morgen om acht uur op en wilde de orders van
+mijn meester gaan ontvangen; maar toen ik mijn deur opende zag ik
+hem tot mijn verwondering voor mij staan. Hij zei: "Gil Blas, toen ik
+gisteravond uw zuster verliet, beloofde ik haar vanmorgen bij haar te
+komen, maar er is iets tusschenbeide gekomen, waardoor ik mijn woord
+niet kan houden. Ga haar dus zeggen, dat ik tot mijn spijt verhinderd
+ben, maar dat ik vanavond bij haar kom soupeeren. Dat is niet alles,"
+bij die laatste woorden gaf hij mij een leeren doosje, bezet met
+diamanten en een beurs, "breng haar mijn portret; en die beurs, waarin
+vijftig pistolen zijn, is voor u als een bewijs van vriendschap."
+
+Zeer verheugd ging ik naar Laura en zei tot mijzelf: "De goede
+voorspelling komt uit. Wat een geluk, de broer te zijn van zulk een
+schoon en bekoorlijk meisje! 't Is jammer, dat er niet evenveel eer
+aan verbonden is als voordeel."
+
+Laura had, in tegenstelling met andere personen van haar beroep,
+de gewoonte om 's morgens vroeg op te staan. Ik verraste haar
+bij haar toilet, waarbij ze in afwachting van haren Portugees,
+bij hare natuurlijke bekoorlijkheden, ook nog die van de kunst
+voegde. "Beminnelijke Estelle, mijn meester zal niet het genoegen
+hebben u dezen morgen te zien, zooals hij met u had afgesproken. Hij
+is verhinderd, maar komt vanavond bij u soupeeren. Hij zendt u zijn
+portret, met iets dat u nog wel meer zal troosten."
+
+Ik gaf haar het doosje, en de diamanten, waarmee het versierd
+was, bevielen haar buitengewoon. Glimlachend zei ze: "Dat zijn nu
+contrefeitsels waarvan de dames van het tooneel meer houden, dan van
+het origineel."
+
+Vervolgens zei ik haar, dat ik een beurs had gekregen met vijftig
+pistolen. "Ik maak je er mijn compliment over," zei ze, "die man
+begint met iets, waarmee de anderen nog maar zelden eindigen!"
+
+"'t Is aan mijn aanbiddelijke zuster, dat ik dit cadeau te danken heb;
+de markies heeft het mij alleen om de familierelatie gegeven."
+
+"Ik zou wel willen," hernam ze, "dat hij iederen dag zoo iets deed. Ik
+kan je niet zeggen, hoe dierbaar je me bent. Van het eerste oogenblik
+af, dat ik je gezien heb, hechtte ik mij zoo sterk aan je. Toen je
+mij te Madrid verliet, wanhoopte ik er niet aan, je terug te zien
+en toen ik je gisteren terugzag, heb ik je ontvangen als een man,
+dien de Hemel naar mij toezond. In één woord, mijn vriend, wij zijn
+voor elkaar bestemd. Ge zult mijn man zijn, maar eerst moeten wij
+rijk wezen. De voorzichtigheid gebiedt, dat wij daarmee beginnen. Ik
+wil nog drie of vier galante avonturen hebben, om je een gemakkelijk
+leven te bezorgen."
+
+Vriendelijk dankte ik haar voor de moeite, die zij zich voor mij
+wilde geven en wij bleven tot den middag bij elkaar. Toen ging ik
+heen, om mijn meester mee te deelen op welke wijze zij het cadeau had
+ontvangen. Hoewel Laura mij niets daaromtrent had gezegd, stelde ik
+onderweg een schoon compliment op, dat ik mij voornam namens haar te
+zeggen. Maar het was verloren moeite, want toen ik thuis kwam, zei
+men mij, dat de markies was uitgegaan. Het was besloten, dat ik hem
+niet weer zou zien, zooals men uit het volgende hoofdstuk zal vernemen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI
+
+Van het nieuws, dat Gil Blas vernam, en dat voor hem was als een
+bliksemslag.
+
+
+Ik ging eten in mijn restauratie, waar ik twee heeren ontmoette,
+met wie ik mij aangenaam onderhield tot het tijd was, om naar den
+schouwburg te gaan. Hoewel ik alle redenen had voor een opgewekte
+stemming, voelde ik mij toch gedrukt en ik kon mij daartegen niet
+verzetten.
+
+Laat men toch nooit zeggen, dat wij geen voorgevoel kunnen hebben
+van de ongelukken, die ons dreigen!
+
+Toen ik den foyer binnenkwam, riep Melchior Zapata mij. Hij bracht
+mij in een afzonderlijk kamertje en zei: "Mijnheer, ik acht het mijn
+plicht u een zeer gewichtigen raad te geven. Ge weet, dat de markies
+de Marialva eerst verliefd was op Narcissa, mijn echtgenoote, maar dat
+Estelle hem tot zich wist te trekken. Ge kunt wel begrijpen, dat een
+actrice zulk een prooi niet zonder spijt verliest. Mijn vrouw zocht
+dan ook naar middelen, om zich te wreken en ongelukkig voor u heeft
+ze nu een goede gelegenheid. Ge herinnert u, dat we gisteren allen
+kwamen toeloopen om u te zien. Welnu, de onder-kaarsensnuiter kent u
+en zegt, dat het niet waar is, dat ge de broeder van Estelle zijt. Dat
+gerucht is gisteren Narcissa ter oore gekomen, die dadelijk den man
+nader heeft ondervraagd. Hij zegt, dat hij u gekend heeft toen ge de
+bediende bij Arsénia waart en dat Estelle onder den naam van Laura daar
+ook in dienst was. Indien ge werkelijk de broer van Estelle niet zijt,
+dan raad ik u als vriend aan, om voor uw veiligheid te zorgen. Mijn
+vrouw, die zeer verheugd is over die ontdekking, heeft het plan haar
+mee te deelen aan den markies, die vanavond in den schouwburg komt. Ze
+vraagt echter slechts één slachtoffer en heeft mij toegestaan u te
+waarschuwen, zoodat ge door te vluchten een ongeluk kunt voorkomen."
+
+De man zag wel aan mijn verschrikt gezicht, dat er geen reden bestond
+om de waarheid van de woorden van den kaarsensnuiter in twijfel te
+trekken. Ik bedankte hem voor zijn waarschuwing en besloot zijn raad
+op te volgen. Ik ging niet naar Laura, omdat ik begreep, dat zij
+actrice genoeg was om zich uit die moeilijkheid te redden, maar dat
+het voor mij in ieder geval verkeerd zou afloopen. In een oogenblik
+had ik mijn koffer uit huis gehaald en naar een koetsier gebracht,
+die den volgenden morgen om drie uur naar Tolédo zou vertrekken. Ik
+wenschte, dat ik reeds bij den graaf de Polan was, wiens huis de eenig
+veilige schuilplaats voor mij scheen. Maar ik was zoo ver nog niet
+en kon er niet anders dan met schrik aan denken, dat ik nog zoolang
+in een stad moest blijven, waar ik vreesde, dat men mij dadelijk was
+gaan zoeken. Ik durfde nauwelijks te gaan soupeeren en onderzocht met
+verschrikte blikken alle personen, die de zaal binnenkwamen. Daarna
+ging ik naar den koetsier en wierp mij tot het uur van vertrek op
+het stroo.
+
+Mijn geduld werd op een zware proef gesteld; duizend onaangename
+gedachten kwamen in mij op. Wanneer ik een oogenblik insliep, zag ik
+den markies de schoone Laura vermoorden en hem alles vernielen, of
+wel ik hoorde, dat hij zijn knechts last gaf mij met stokken dood te
+slaan. Ik werd met een schok wakker en hoewel dat anders heerlijk is
+na een benauwden droom, was het nu nog afschuwelijker dan de droom
+zelf. Gelukkig kwam de koetsier mij eindelijk waarschuwen, dat hij
+klaar was.
+
+Naarmate wij ons van Granada verwijderden, werd mijn geest rustiger. Ik
+begon gesprekken met den koetsier en lachte om de verhalen, die hij
+mij deed.
+
+Na een reis van drie dagen kwamen wij in Tolédo aan. Mijn eerste zorg
+was, om te informeeren naar het huis van den graaf de Polan, bij wien
+ik ongetwijfeld welkom zou zijn. Maar ongelukkigerwijs vertelde de
+concierge mij, dat zijn meester den vorigen avond op reis was gegaan
+naar het kasteel de Leyva, nadat men hem had bericht, dat Séraphine
+gevaarlijk ziek was.
+
+Wat moest ik toen verder in Tolédo doen? Daar ik zoo dicht bij Madrid
+was, besloot ik daarheen te gaan. Misschien kon ik wel een betrekking
+krijgen aan het hof; ik had wel eens hooren zeggen, dat men geen
+buitengewoon begaafd mensch behoefde te zijn, om daar vooruit te komen.
+
+De fortuin geleidde mij en deed mij een grooter rol spelen, dan ik
+tot nu toe had gedaan.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII
+
+Gil Blas gaat in een hotel logeeren, waar hij kennis maakt met den
+kapitein Chinchilla; welke man deze officier was en welke zaak hem
+naar Madrid had gebracht.
+
+
+Zoodra ik te Madrid aankwam, nam ik mijn intrek in een hotel, waar,
+onder andere personen, ook een oude kapitein uit Nieuw-Castilië
+logeerde, die aan het hof pogingen deed om een pensioen te krijgen,
+dat hij meende maar al te zeer te hebben verdiend. Hij heette don
+Annibal de Chinchilla. Den eersten keer bekeek ik dien man niet zonder
+verwondering. Hij was 60 jaar en lang en mager; behalve dat hij een
+arm en een been miste, droeg hij op de plaats waar een van zijn oogen
+had moeten zitten, een pleister en zijn gezicht was op verschillende
+plaatsen gekorven. Overigens was hij als een ander. Het ontbrak hem
+niet aan geest en minder nog aan ernst. Op het punt van moraliteit
+en eer was hij zeer gevoelig. Na een paar malen met hem te hebben
+gesproken, vereerde hij mij met zijn vertrouwen. Ik was weldra op de
+hoogte van al zijn zaken. Hij vertelde mij, bij welke gelegenheden
+hij een oog had gelaten te Napels, een arm in Lombardije en een
+been in Nederland. Wat ik bewonderde in zijn verhalen van veldslagen
+en belegeringen was, dat hem nooit een woord van eigen lof ontviel,
+hoewel ik het hem gaarne vergeven zou hebben, indien hij de eene helft,
+die hem nog overgebleven was, geprezen had, om zich schadeloos te
+stellen voor het verlies van de andere. De officieren, die heelhuids
+uit den oorlog terugkomen, zijn niet altijd zoo bescheiden.
+
+Wat hem het meest aan het hart ging, was, dat hij zooveel geld had
+stukgeslagen op die tochten, zoodat hij niet meer dan honderd ducaten
+rente had en dat zijn kasteel te Chinchilla dreigde in te vallen
+door het uitblijven van reparatiën. Hij had net genoeg om zijn snor
+te onderhouden, zijn logement te betalen en zijn verzoekschriften te
+laten schrijven. "Alle dagen bied ik ze aan, maar het is of men er
+niet de minste notitie van neemt." Ik troostte hem door te zeggen,
+dat de gunsten van het hof in den regel onverwachts komen. Hij deelde
+mij mee, dat hij voor drie dagen den secretaris van den minister
+gesproken had en deze had hem gezegd: "Mijnheer, ge behoeft niet zoo
+op uw trouw en uw ijver te roemen, ge hebt slechts uw plicht gedaan,
+door u voor uw vaderland aan gevaren bloot te stellen. De roem, welke
+aan die schoone daden is verbonden, betaalt ze voldoende en moet een
+Spanjaard genoeg zijn. Ge moet de gratificatie, welke ge vraagt,
+niet beschouwen als een schuld, die men aan u heeft. Wanneer men
+u die toestaat, is het alleen dank zij de goedheid van den koning,
+die weet wat hij verschuldigd is aan onderdanen, die diensten hebben
+bewezen aan den staat." "Gij ziet dus wel," zoo ging de kapitein voort,
+"dat er voor mij weinig valt te hopen en dat ik waarschijnlijk wel
+terug zal gaan, zooals ik ben gekomen."
+
+Ik had zeer te doen met dezen dapperen man, die zich bepaald in
+verlegenheid bevond en wilde hem helpen, daarom bood ik hem geld
+aan. Maar hij behoorde niet tot de menschen, wien men zooiets geen
+tweemaal behoeft te zeggen. Integendeel, hij weigerde beslist. Om
+niemand tot last te zijn, leefde hij zoo zuinig mogelijk. Zijn
+maaltijden bestonden in den regel uit knollen en wortelen en hij
+sloot zich om die te eten in zijn kamer op, opdat niemand het zien
+zou. Na veel aandringen kreeg ik eindelijk gedaan, dat hij met mij
+wilde dineeren en het avondeten gebruiken.
+
+Ik had hem dus om zoo te zeggen tot commensaal en nam ook de moeite
+voor hem zijn smeekschriften te schrijven en die met hem samen te
+stellen. Door het overschrijven in het net van de preeken van den
+bisschop, had ik een zekere oefening gekregen in het stellen, ik was
+een soort van auteur geworden. Zoo oefenden wij ons dus in het maken
+van zeer welsprekende stukken, maar al putten wij onzen geest al uit
+in een bloemrijken stijl, het was alles nutteloos. Wat we ook deden,
+om de verdiensten van don Annibal in het ware daglicht te stellen,
+men nam er geen notitie van. De oude officier werd daardoor slecht
+gehumeurd en wenschte dat Napels, Lombardije en Nederland naar den
+duivel zouden loopen.
+
+Tot overmaat van ramp hoorde hij op een goeden dag vertellen, dat
+een dichter dien morgen aan het hof een sonnet had voorgedragen
+op de geboorte van de infante en daarvoor vijfhonderd ducaten
+had gekregen. Ik geloof, dat de oude kapitein er gek van zou zijn
+geworden, als ik hem niet tot bedaren had gebracht. "Er steekt niets
+in, wat u zoo behoeft op te winden. Sinds onheugelijke tijden, stellen
+de dichters hunne muze in dienst van prinsen en prinsessen. En er
+is geen enkel gekroond hoofd, dat zulke lieden niet onderhoudt. Een
+dergelijk soort van giften wordt zelden vergeten, wat met andere wel
+het geval is. Hoeveel belooningen en pensioenen zou Augustus niet
+uitgedeeld hebben, waarvan we nu niets meer weten? Maar tot in de
+verre toekomst zal men weten, dat Virgilius meer dan 200.000 écus
+van dezen Keizer heeft gekregen."
+
+Maar wat ik ook zei, het sonnet lag als lood op zijn maag. Hij besloot
+de zaak op te geven, maar wilde nog één smeekschrift in dienen en
+wel bij den hertog de Lerme. Om het effect te verhoogen, gingen wij
+samen naar dien eersten minister. Wij ontmoetten er een jongen man,
+die, na den kapitein te hebben gegroet, tot hem zei: "Mijn waarde
+oude meester, hoe is het mogelijk dat ik u hier vind? Welke zaak
+brengt u hier? Indien ge soms iemand noodig hebt, om u te helpen,
+beschik dan over mij."
+
+"Hoe, Pédrille?" vroeg de oude heer, "als men u hoort, moet ge in
+dit huis een post van gewicht bekleeden."
+
+"Mijn invloed gaat tenminste ver genoeg, om een eerlijken hidalgo,
+als gij zijt, te helpen," was het antwoord.
+
+Na hem op de hoogte te hebben gebracht, moesten wij den jongen man,
+die zijn goeden wil zoo duidelijk toonde, opgeven waar don Annibal
+woonde, daarna verzekerde hij ons, dat wij den volgenden dag bericht
+van hem zouden krijgen en hij verdween, zonder ons te zeggen, wat
+hij van plan was te doen.
+
+Ik was zeer benieuwd om iets naders omtrent dien Pédrille te hooren
+en vroeg er den kapitein naar. Deze zei: "Het is een jongen, die
+eenige jaren geleden bij mij heeft gediend, maar later kon hij in
+een betere positie komen. Het ontbreekt hem niet aan geest en hij
+weet te intrigeeren. Maar ik reken niet veel op zijn hulp."
+
+Den volgenden morgen kwam Pédrille in ons hotel. "Heeren," zei hij,
+"gisteren kon ik mij niet nader verklaren over de middelen, welke
+mij ten dienste staan, om den kapitein te helpen, daar de plaats
+niet geschikt was voor vertrouwelijke mededeelingen. Ik ben lakei
+bij don Rodrigue de Calderone, eersten secretaris van den hertog de
+Lerme. Mijn meester, die veel van galante avonturen houdt, gaat bijna
+iederen avond soupeeren bij een nachtegaal uit Aragon. 't Is een jong,
+mooi en geestig meisje en ze zingt verrukkelijk. Iederen morgen breng
+ik haar een briefje. Ik heb haar voorgesteld, om don Annibal voor
+haar oom te doen doorgaan en zoodoende de protectie van haar minnaar
+te krijgen. Ze heeft beloofd dat zaakje te ondernemen. Behalve een
+klein voordeeltje, dat ze er zelf van denkt te behalen, vindt ze het
+verrukkelijk, dat men haar voor de nicht van een dapperen edelman
+zal houden."
+
+Mijnheer de Chinchilla trok een leelijk gezicht bij dit verhaal. Hij
+had geen zin om medeplichtige te zijn bij zulk een fopperij en nog
+minder, dat een avonturierster oneer aandeed aan zijn naam, door
+te zeggen dat zij familie van hem was. Het betrof hier niet alleen
+hemzelf, meende hij, maar ook zijn voorvaderen. Pédrille vond al die
+bezwaren onzinnig, hij riep mijn bijstand in en niet dan na veel moeite
+slaagden wij er in den kapitein tot oom te maken van Sirène, zoo heette
+het meisje. Wij maakten nu met ons drieën weer een nieuw smeekschrift
+en Pédrille bracht het aan de jonge dame, die het denzelfden avond
+aan don Rodrigue zou geven. Ze wist zoo met den secretaris te spreken,
+dat deze haar beloofde haar oom te zullen helpen. Weinige dagen later
+zagen wij de uitwerking ervan. Pédrille kwam in ons hotel terug met
+een triomfantelijk gezicht en zei: "Goed nieuws. De koning zal een
+uitdeeling doen van ridderorders, gratificatiën en pensioenen en ik
+ben er mee belast u te zeggen, dat gij daar zeker niet bij vergeten
+zult worden. Maar ik heb ook last, om u te vragen, welk cadeau ge
+zult geven aan Sirène. Wat mij betreft, ik verklaar u, dat ik niets
+wil hebben, boven al het goud van de wereld stel ik het genoegen, mijn
+ouden meester te hebben geholpen, om zijn fortuin te verbeteren. Maar
+dat is niet het geval met onze nimf. Ze is in dergelijke zaken een
+beetje een jodin. Dat gebrek heeft ze nu eenmaal. Ze zou zelfs geld
+aannemen van haar eigen vader en dus te eerder van een gewaanden oom."
+
+Don Annibal zei, dat ze maar zeggen moest wat zij wilde hebben; ze kon
+jaarlijks een derde gedeelte van zijn pensioen krijgen. De jongeman
+merkte echter op: "We hebben te doen met een nog al wantrouwig
+persoontje. Zij zal er de voorkeur aangeven, wanneer ge haar, in
+contant geld een som in eens geeft, twee derden van uw pensioen."
+
+"Maar, voor den duivel! Ik ben geen groot-thesaurier!"
+
+"Ze weet heel goed, dat ge zoo arm zijt als Job. Maar daar weet ik
+ook wel raad op. Ik ken een ouden schelm, die met genoegen, tegen tien
+procent, geld leent. Ge laat een acte maken, waarbij ge hem het eerste
+jaar van uw pensioen uitbetaalt, hij houdt er de rente en kosten af en
+betaalt u de rest. Als garantie heeft hij nog uw kasteel Chinchilla."
+
+Toen de kapitein den volgenden dag bericht ontving, dat hij een
+pensioen kreeg van driehonderd pistolen, gebeurde het zoo. Hij deed
+daarna zijn zaakjes af en vertrok weer naar Nieuw-Castilië met niet
+meer dan enkele pistolen, die hij had overgehouden, in zijn zak.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIII
+
+Gil Blas ontmoet aan het hof zijn waarden vriend Fabricius. Groote
+vreugde bij beiden. Waar ze samen heengingen en van het belangrijke
+gesprek, dat ze hadden.
+
+
+Ik had het tot een gewoonte gemaakt, om iederen morgen naar het
+koninklijk paleis te gaan en daar een paar uren te blijven om al de
+grandes te zien uit- en ingaan, die daar zonder praal verschenen,
+waarmee ze zich anders omringen.
+
+Op een dag, dat ik daar rondliep en een vrij dwaas figuur maakte,
+zooals trouwens zoovele anderen, bemerkte ik Fabricius, dien ik te
+Valladolid had achtergelaten, als bediende bij den administrateur van
+een klooster. Wat mij trof, was, dat hij zich familiaar onderhield
+met den hertog de Medina Sidonia en den markies de Sainte-Croise. Die
+twee heeren schenen met genoegen naar hem te luisteren. Bovendien
+was hij zeer net gekleed.
+
+Ik zei bij mezelf: "Bedrieg ik mij niet? Is dat nu de zoon van den
+barbier Nunez? Misschien is hij een jong edelman, die toevallig op
+hem gelijkt." Maar mijn twijfel was niet van langen duur. Hij had
+ook mij herkend, kwam naar mij toe, nam mij bij de hand en bracht mij
+uit het gewoel van de menschen. "Mijn waarde Gil Blas, ik ben verrukt
+je weer te zien. Wat doe je te Madrid? Ben je nog in betrekking? Je
+moet mij alles vertellen wat er met je is gebeurd, nadat wij elkaar
+te Valladolid zoo plotseling hebben verlaten." Ik zei hem, dat ik
+gaarne daartoe bereid was, maar dat de plaats hier niet geschikt was,
+om hem al mijn avonturen te vertellen. "Daar heb je gelijk in. Wij
+kunnen dat beter bij mij thuis doen. Kom mee. Ik woon vrij en zeer
+aangenaam, volkomen naar mijn zin."
+
+Wij hadden niet ver te loopen en kwamen aan een mooi groot huis, waarin
+hij zei, dat hij woonde. Wij staken een plaatsje over en ik zag aan de
+eene zijde een groote en aan de andere zijde een nauwe, donkere trap,
+de eerste voerde naar prachtige appartementen, de tweede, welke wij
+beklommen, naar het verblijf, dat hij zoo had geroemd. Het bestond
+uit één vertrek, waarvan mijn vernuftige vriend, door dunne houten
+beschotten er vier had gemaakt. Het eerste was de anti-chambre, het
+tweede kabinet, het derde slaapkamer en het vierde keuken. De kamers
+waren behangen met landkaarten, de meubels versleten en verkleurd.
+
+"Nu wat zegt ge ervan? Vind je niet dat ik hier goed woon?" vroeg hij.
+
+"Waarlijk," antwoordde ik. "Je zaken gaan zeker niet slecht in
+Madrid. Heb je een of andere betrekking?"
+
+"De hemel beware mij! Ik doe iets beters. Een voornaam heer, aan
+wien dit huis toebehoort, heeft mij dit vertrek gegeven. Daarvan heb
+ik vier kamers gemaakt en die gemeubileerd, zooals ge ziet. Ik heb
+geen betrekking noodig en houd mij alleen bezig met zaken, die mij
+genoegen geven."
+
+"Maar spreek toch duidelijker! Wat doe je dan toch?"
+
+"Ik ben schrijver geworden; ik schrijf in proza en ook in poëzie."
+
+"Jij bent een gunsteling van Apollo! Dat zou ik nooit geraden
+hebben. Maar wat voor bekoorlijks hebt ge dan kunnen vinden in het
+leven van een dichter? Ik vind, dat die lieden in de beschaafde
+maatschappij worden geminacht en niet in tel zijn."
+
+"Hè, wat?" riep hij op zijn beurt, "Ge denkt aan die armzalige auteurs,
+die werken voor boekverkoopers en comedianten! Is het te verwonderen,
+dat dergelijke schrijvers niet geacht worden? Maar de goede, mijn
+vriend, hebben het beter in de wereld en ik kan zonder ijdelheid
+zeggen, dat ik tot hen behoor." "Je bent verstandig genoeg," zei
+ik, "en dus zal hetgeen je maakt wel niet slecht zijn. Maar ik ben
+benieuwd te hooren, hoe die woede om te gaan schrijven je zoo opeens
+heeft aangegrepen."
+
+Nunez hernam: "Ik kan die verwondering begrijpen. Ik was zoo tevreden
+bij mijnheer Manuel Ordonnez, dat ik geen andere positie wenschte. Maar
+mijn genie ontwaakte, ik maakte een comedie, die gespeeld werd
+te Valladolid. Hoewel ze niets waard was, had ze een zeer groot
+succes. Daaruit besloot ik, dat het publiek een goed melk-koetje
+is. Die overweging en de lust om meer te schrijven deden mij besluiten
+mijn betrekking neer te leggen. De liefde voor de poëzie ontnam mij
+die voor den rijkdom. Ik besloot naar Madrid te gaan, het centrum van
+alle groote geesten en vroeg dus mijn ontslag aan den administrateur,
+die het mij niet zonder leedwezen gaf, want hij hield veel van
+mij. "Fabricius," zei hij me, "waarom wil je mij verlaten? Heb ik je
+soms onbewust redenen gegeven tot ontevredenheid?" Ik antwoordde:
+"Neen mijnheer, ge zijt de beste van alle meesters, ik ben u zeer
+dankbaar voor uw goedheid, maar men moet zijn ster volgen. Ik
+gevoel mij geboren om mijn naam te vereeuwigen door werken van den
+geest!" "Wat een dwaasheid! Ge zijt hier nu gewend geraakt, ge zijt
+van het hout gemaakt, waarvan men goede administrateurs maakt en nu
+gaat ge een solied bestaan verlaten, om je in de zotternij te begeven!"
+
+De administrateur zag wel, dat het nutteloos was om mijn plan te
+bestrijden; hij betaalde mijn salaris en gaf mij nog vijftig ducaten
+cadeau, uit dankbaarheid voor mijn diensten. Met dat geld en het
+sommetje, dat ik reeds door allerlei kleine zaakjes bij elkaar
+gebracht had, kon ik mij, toen ik in Madrid kwam, goed vestigen
+en ik deed dat ook, hoewel de schrijvers van onze natie zich weinig
+bekommeren om zulke zaken. Weldra kende ik Lopes de Vega Carpio, Miguel
+Cervantes de Saavedra en andere beroemde schrijvers, maar boven die
+groote mannen koos ik mij tot onderwijzer een jong letterkundige,
+den onvergelijkelijken don Louis de Gangora, het grootste genie,
+dat Spanje ooit heeft voortgebracht. Hij wil niet, dat zijn werken
+gedrukt zullen worden bij zijn leven, hij stelt zich er mee tevreden,
+ze aan zijn vrienden voor te lezen. Het merkwaardigste van hem is, dat
+de natuur hem een zeldzaam talent heeft gegeven voor alle soorten van
+poëzie. Hij munt voornamelijk uit in satyrische stukken. Hij is niet
+als Lucilius, een modderige vloed, die veel slijk meevoert, maar 't
+is de Taag, die zijn heldere wateren voortrolt over het gouden zand."
+
+"Ge geeft me daar," zei ik tot Fabricius, "een schoon portret van
+dien letterkundige en ik twijfel er niet aan, of een persoon van
+zulke verdiensten moet zeer worden benijd."
+
+"Alle schrijvers," zei hij, "hebben tegen hem samengespannen, de
+goede zoowel als de slechte. De een zegt, dat hij te gezwollen en te
+bloemrijk is, een ander beweert, dat zijn verzen even duister zijn als
+de liederen, die de Salische priesters bij hunne processies zingen en
+die niemand kan verstaan. Weer een derde verwijt hem, dat hij werk wil
+leveren in allerlei genre. Maar dat is alles slechts jaloezie. Ik heb
+mijn leertijd gehad bij een zeer bekwaam meester en ik durf zeggen
+daarvan een goed gebruik te hebben gemaakt, zoodat ik reeds stukken
+maak, die zeer gewild zijn. Zijn voorbeeld volgende, bied ik mijn werk
+aan in de huizen der grooten, waar ik uitstekend word ontvangen en
+te doen heb met menschen, die niet moeilijk zijn. Verschillende van
+die heeren zijn zeer op mijn gezelschap gesteld en voornamelijk met
+den hertog de Medina Sidonia leef ik, als Horatius met Mecenas. En
+nu heb ik u niets meer te vertellen. Vertel mij nu, op jouw beurt,
+je wedervaren."
+
+Ik kwam daarop aan het woord en deed hem een omstandig verhaal, zooals
+hij verlangde. Daarna kwam de kwestie van het diner. Hij haalde uit
+zijn kast brood, een stuk gebraden vleesch en een flesch uitmuntenden
+wijn en wij zetten ons aan tafel, vroolijk, als twee vrienden, die
+elkaar na een lange scheiding ontmoeten. "Je ziet," zei hij, "dat
+ik een vrij en onafhankelijk leven leid. Indien ik het voorbeeld van
+velen mijner confraters wilde volgen, zou ik iederen dag bij voorname
+personen gaan eten, maar behalve dat de liefde voor mijn werk mij thuis
+doet blijven, kan ik mij even gemakkelijk gewennen aan de eenzaamheid
+als aan de groote wereld, aan soberheid, als aan overvloed."
+
+Wij vonden den wijn zoo goed, dat hij nog een tweede flesch
+haalde. Zoo sprekende zei ik hem, dat ik wel graag eens een van zijn
+voortbrengselen zou willen leeren kennen. Dadelijk zocht hij onder zijn
+papieren een sonnet, dat hij mij voorlas op een gezwollen toon. Het
+werk was mij zoo duister, dat ik er niets van begreep. Hij merkte het
+en zei: "Dit sonnet is je niet zeer duidelijk, niet waar?" Ik bekende,
+dat een weinig meer helderheid niet ongewenscht zou zijn. Hij lachte
+mij uit. "Indien dit sonnet niet geheel verstaanbaar is, mijn vriend,
+des te beter! Sonnettes, odes en andere verheven werken voegen zich
+niet naar het eenvoudige en natuurlijke; 't is juist het duistere,
+dat er de verdienste van uitmaakt. Het is voldoende als de dichter
+zelf maar denkt, dat hij het begrijpt."
+
+"Je houdt mij voor den gek!" riep ik. "Elk vers, van welken aard
+ook, behoort duidelijk en begrijpelijk te zijn en wanneer je
+onvergelijkelijke vriend Gangora niet helderder schrijft dan jij,
+dan moet ik je zeggen, dat hij in mijn oogen niet veel waard is. Maar
+laat me nu eens wat van je proza hooren!"
+
+Nunez liet mij een voorrede lezen, die hij wilde uitgeven ter inleiding
+van een verzameling tooneelstukken, die hij op de pers had. Hij
+vroeg mij na de lezing, wat ik ervan dacht. "Ik ben," antwoordde ik,
+"over je proza al even weinig voldaan als over je poëzie. Je sonnet is
+niets dan pompeuze wartaal en er zijn in je voorrede te veel gezochte
+uitdrukkingen en gewrongen zinnen. Je stijl is, in één woord ongewoon;
+de boeken van onze goede oude schrijvers zijn zoo niet geschreven."
+
+"Arme onnoozele!" riep Fabricius. "Je weet niet, dat heden ten
+dage ieder prozaschrijver, die naar de reputatie streeft, om een
+fijnversneden pen te hebben, dien ongewonen stijl bezigt en die
+gewrongen uitdrukkingen, waaraan jij je stoot. Wij zijn met vijf of
+zes moderne schrijvers, die ondernomen hebben de taal van wit in
+zwart te veranderen en wij zullen tot ons doel geraken, ten spijt
+van Lopes de Vega, van Cervantes en al de anderen, die ons bespotten
+om onze nieuwe manier van schrijven. Wij hebben vele aanhangers en
+daaronder vele gewichtige personen, ook theologen. Alles daargelaten,
+is ons streven loffelijk, wij willen beter zijn dan die natuurlijke
+schrijvers, die spreken als alle gewone menschen. Ik begrijp niet, dat
+er nog zooveel menschen zijn, die hen vereeren. Dat was goed in Athene
+en in Rome en 't is daarom, dat Socrates tegen Alcibiades zei, dat
+het volk een uitstekend meester was in de taal. Maar in Madrid hebben
+wij een goed en een slecht gebruik daarvan en onze hovelingen drukken
+zich anders uit dan onze burgers; onze stijl munt uit boven dien van
+onze tegenstanders, het bevallige van onze dictie boven de platheid in
+de hunne. Ik zal je een voorbeeld geven. Zij zouden b.v. heel gewoon
+zeggen: "de terzijdes verfraaien een tooneelstuk." En wij zeggen,
+veel mooier: "de terzijdes maken schoonheid in een tooneelstuk." Let
+goed op dat--maken schoonheid--Voel je daar al het schitterende,
+fijngevoelige, lieve van?"
+
+"Loop heen, Fabricius, met je bevallige taal!" riep ik en hij
+antwoordde mij met de woorden van den aartsbisschop: "Vaarwel,
+mijnheer Gil Blas, ik wensch u een beetje meer smaak toe."
+
+Zijn goed humeur had intusschen niet geleden door mijn weinigen
+eerbied voor zijn geschriften. Wij ledigden onze tweede flesch,
+waarna we in een aangename stemming van tafel opstonden, om wat in
+het Prado te gaan wandelen. Maar wij kwamen voorbij het huis van een
+koopman in likeuren en besloten daar binnen te gaan.
+
+Gewoonlijk vindt men op zulke plaatsen een goed gezelschap. Hier
+waren twee zalen, waarin zich de heeren op verschillende wijzen
+vermaakten. In de eene speelde men kaart of schaakte men, in de tweede
+werd een levendige discussie gevoerd. Men behoefde niet dichterbij te
+komen, om te hooren, dat een onderwerp uit de metaphysica hun stof
+gaf tot discours. "Wat een levendigheid! En wat een longen!" zei
+mijn metgezel.
+
+"Die heeren zijn eigenlijk geboren om marktschreeuwers te worden. De
+meeste menschen zijn niet op hun goede plaats in de maatschappij."
+
+Daar wij ons niet doof wilden laten schreeuwen, gingen wij in
+een hoek van de andere zaal zitten en namen het gaande en komende
+publiek op. Nunez kende die menschen bijna allen. "Almachtig! het
+dispuut van onze filosophen zal niet zoo gauw afgeloopen zijn; hier
+komen versche troepen; de drie mannen, die nu binnen komen zullen
+er ongetwijfeld aan deelnemen. Maar zie je die twee origineelen, die
+daar weggaan? Dat kleine manneke met zijn taan-kleurig gezicht is don
+Julie de Villanano. Hij is een fatje, die zich meestal met honden
+vermaakt. Een mijner vrienden en ik gingen eens bij hem dineeren;
+wij vonden hem bezig met de stukken van een proces, waarover hij
+rapport moest uitbrengen, te laten rapporteeren door een grooten
+jachthond, die ze natuurlijk in flarden scheurde. De geestelijke, die
+hem vergezelt is don Chérubin Tonto. Hij is de grootste stommeling,
+die er bestaat. Hij heeft een geestig uiterlijk en schitterende oogen,
+zoodat men hem voor een knap man zou kunnen houden, maar leest men
+hem een passage voor uit een mooi boek, dan begrijpt hij er niets van."
+
+"Ken je," vroeg ik Nunez, "die twee slechtgekamde heeren, die daar
+stil in een hoek zitten te praten?"
+
+"Neen," antwoordde hij, "hunne gezichten komen mij niet bekend
+voor. Maar het schijnen politici te zijn, die het gouvernement
+beoordeelen. Kijk eens naar dien mijnheer, die daar heen en weer
+loopt. Dat is don Augustin Moreto, een jong dichter, niet zonder talent
+geboren, maar door vleiers en domme menschen bijna gek gemaakt. Daar
+komen nog meer schrijvers binnen! Dat zijn don Bernard Deslenguado en
+don Sebastien de Villa Viciosa. De eerste is een schrijver vol gal,
+die er behagen in schept om heel de wereld te haten en van wien niemand
+houdt. De andere is een goede jongen, die onlangs een comediestuk heeft
+geschreven, dat zeer goed is gegaan en dat hij heeft laten drukken
+om niet langer misbruik te maken van de achting van het publiek."
+
+De leerling van Gangora wilde mij nog andere personen gaan beschrijven,
+maar er kwam iemand, behoorende tot het gevolg van den hertog de Medina
+Sidonia, hem zeggen: "Don Fabricius, ik zoek u, om u te zeggen dat onze
+meester u wel zou willen spreken. Hij wacht u bij hem thuis." Nunez,
+die wist, dat men niet spoedig genoeg kan voldoen aan de wenschen
+van groote heeren, verliet mij dadelijk, om zijn Mecenas te gaan
+bezoeken. Hij liet mij achter, verwonderd dat men hem met "don"
+aansprak, dat hij dus van adel was geworden, ten spijt van zijn vader,
+meester Chrysostome, den barbier.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIV
+
+Fabricius plaatst Gil Blas bij den graaf Galiano, een Siciliaansch
+edelman.
+
+
+Ik had zooveel lust om Fabricius weer te zien, dat ik den volgenden
+morgen al vroeg bij hem was. Binnenkomende zei ik: "ik heb de eer
+don Fabricius te groeten, de bloem, of liever de champignon van den
+Asturischen adel." Hij begon bij die woorden te lachen. "Heb je dus
+gehoord, dat men mij met "don" aanspreekt?" "Ja edele heer en u zult
+mij toestaan u te zeggen, dat ge gisteren, bij het verhaal van uw
+gedaanteverwisseling, het beste hebt vergeten." "Dat stem ik toe,"
+zei hij, "maar waarlijk, dat ik dien titel heb aangenomen is minder
+gebeurd om mijn ijdelheid te bevredigen, dan wel om het mij tegenover
+anderen gemakkelijk te maken. Je kent de Spanjaarden; iemand is niet
+goed, wanneer het ongeluk wil, dat hij niet rijk is of van goede
+geboorte. Ik zie zooveel menschen,--en de duivel weet welk soort--die
+zich don laten noemen, dat de adel algemeen is geworden. Maar laat
+ons van dit onderwerp afstappen. Gisteravond, aan het souper bij den
+hertog Medina Sidonia, waar onder andere gasten ook graaf Galiano,
+een voornaam edelman van Sicilië was, kwam het gesprek op belachelijke
+gevolgen van eigenliefde. Verheugd iets over dit onderwerp te hebben,
+waarmee ik het gezelschap kon vermaken vertelde ik de geschiedenis
+van de preeken. Je begrijpt wel, dat men den aartsbisschop hartelijk
+heeft uitgelachen en dat had voor jou geen kwade uitwerking. Want men
+beklaagde je en graaf Galiano, na mij eenige vragen te hebben gedaan,
+die ik goed beantwoordde, zooals je denken kunt, droeg mij op je bij
+hem te brengen. Hij zal je waarschijnlijk als secretaris aanstellen. Ik
+zou je aanraden dit aanbod niet af te slaan. Hij is rijk en is op
+het oogenblik als gezant te Madrid, om met den eersten minister, den
+hertog de Lerme, te confereeren over goederen in Sicilië. Hoewel graaf
+Galiano een Siciliaan is, is hij zeer edelmoedig en oprecht. Je kan
+niet beter doen, dan je aan dien heer te hechten. Waarschijnlijk is
+hij de man, die je rijk moet maken, zooals je in Granada is voorspeld."
+
+"Ik had mij voorgenomen," zei ik tegen Nunez, "om eerst nog wat rond te
+loopen, en te wachten om weer in betrekking te gaan, maar je spreekt
+over den Siciliaanschen graaf op een wijze, die mij van besluit doet
+veranderen. Ik wilde, dat ik al bij hem was." Wij begaven ons naar
+den graaf, die het huis bewoonde van don Sonchez d'Avila, zijn vriend,
+die tijdelijk buiten vertoefde.
+
+Wij vonden op de plaats en in de gangen ik weet niet hoeveel pages
+en lakeien, die even smaakvolle als rijke livrei droegen en in
+de antichambre een groot aantal personen, met prachtige kleeren,
+maar zulke zonderlinge gezichten, dat ik een troep aangekleede apen
+meende te zien. Er zijn werkelijk gezichten, van mannen en vrouwen,
+waar niets aan te verhelpen is.
+
+Men kondigde don Fabricius aan, die een oogenblik later in de kamer
+werd binnengelaten, waar ik hem volgde. De graaf, gekleed in een
+kamerjapon, zat op een sopha en dronk chocolade. Wij groetten hem
+eerbiedig en hij maakte, van zijn kant, een neiging met het hoofd,
+die vergezeld ging met een zoo vriendelijken blik, dat ik mij al
+dadelijk voor hem voelde ingenomen. Wonderbaarlijke en toch gewone
+uitwerking die de welwillende ontvangst van grooten op ons heeft! Ze
+moeten ons al heel slecht ontvangen, willen ze ons niet bevallen.
+
+Na zijn chocolade te hebben gedronken, amuseerde hij zich eenigen tijd
+met een grooten aap, dien hij bij zich had en die Cupido heette. Hij
+had dat dier zeker dien godennaam gegeven, omdat hij al diens ondeugd
+bezat. Maar zijn meester was verrukt over hem en zoo ingenomen met
+zijn manieren, dat hij hem voortdurend in zijn armen hield. Nunez en ik
+deden alsof die aap ons zeer interesseerde. Eindelijk zei de Siciliaan:
+"Mijn vriend, ge kunt als een van mijn secretarissen bij mij in dienst
+treden. Uw salaris zal tweehonderd pistolen per jaar bedragen. Het is
+voor mij voldoende, dat don Fabricius u aan mij heeft voorgesteld en
+voor u instaat." "Ja mijnheer," zei Nunez, "Ik ben stoutmoediger dan
+Plato, die niet durfde instaan voor een van zijn vrienden, die hij
+aan Denis, den tiran, zond. Ik vrees niet mij verwijten te berokkenen."
+
+Ik bedankte door een buiging mijn vriend, den dichter van Asturië,
+voor zijn welwillende stoutmoedigheid. Vervolgens mij tot mijn
+nieuwen meester richtende, gaf ik hem de verzekering van mijn ijver
+en mijn trouw. Deze liet, zoodra hij gemerkt had, dat ik zijn voorstel
+gaarne aannam, zijn intendant roepen, met wien hij eenigen tijd zacht
+sprak. Vervolgens zei hij: "Gil Blas, ge zult later wel vernemen,
+welk werk ik voor u te doen heb. In afwachting daarvan moet ge
+mijn intendant maar volgen, die mijn orders, u betreffende, heeft
+ontvangen." Ik gehoorzaamde, Fabricius achterlatende met den graaf
+en Cupido.
+
+De intendant nam mij mee naar zijn kamer en was zeer beleefd. Hij
+liet een kleermaker halen, die mij een uniform moest aanmeten,
+zooals de officieren droegen. Daarna zei hij: "Voor uw kamer zal ik
+zorgen. Hebt ge al ontbeten? Niet. Maar waarom dat niet gezegd? Ge
+zijt hier in een huis, waar men slechts behoeft te zeggen, wat men
+wenscht, om het te hebben. Kom, ik zal u naar een plaats brengen,
+waar het u aan niets zal ontbreken."
+
+Bij die woorden bracht hij me naar beneden, naar een soort kantoor,
+waar wij den hofmeester vonden, een Napolitaan, die zich met vijf
+of zes van zijn vrienden tegoed deed aan ham, ossetongen en ander
+gezouten vleesch, dat hem onophoudelijk noodzaakte om te drinken. Wij
+voegden ons bij hen en hielpen hen, om op de uitstekende behandeling
+van onzen meester te drinken. De kok onthaalde op zijn beurt drie of
+vier van zijn kennissen en daarbij werd de wijn niet gespaard. Ik
+zei bij mezelf, dat ik in een huis was, dat aan plundering was
+overgeleverd. Dat was evenwel nog niets. Ik zag slechts bagatellen
+in vergelijking met hetgeen ik niet zag.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XV
+
+Van het werk, dat graaf Galiano in zijn huis aan Gil Blas gaf.
+
+
+Ik ging heen om mijn goed te pakken en dat naar mijn nieuwe woning
+te laten brengen. Toen ik terugkwam, was de graaf aan tafel met
+verschillende heeren en den dichter Nunez, die zich met groot gemak
+liet bedienen en zich in de conversatie mengde. Zelfs merkte ik,
+dat hij geen woord zei, dat het gezelschap geen genoegen deed. Leve
+de geestigheid! als men die heeft, kan men alles zijn, wat men wil.
+
+Wat mij betreft, ik dineerde met de officieren, die bijna evengoed
+werden bediend als hun patroon. Na het eten ging ik in mijn kamer, waar
+ik begon na te denken over mijn positie en zei: "Welnu Gil Blas, nu ben
+je dus bij een Siciliaanschen graaf, wiens karakter je niet kent! Naar
+den schijn te oordeelen, zal je in dat huis zijn als een visch in
+het water. Maar je moet nog over niets oordeelen en je geluksster
+wantrouwen, die je al zoo dikwijls heeft bedrogen. Overigens weet je
+nog niet, waarvoor je bestemd bent. Je meester heeft secretarissen
+en een intendant. Welke diensten zal jij hem moeten bewijzen?"
+
+Onder die overdenkingen kwam een lakei mij zeggen, dat al de heeren,
+die bij den graaf gedineerd hadden, vertrokken waren en dat mijnheer
+mij verlangde te spreken. Ik ging naar zijn kamer, waar ik hem op
+een sopha weer bezig vond met zijn aap.
+
+"Kom nader Gil Blas, neem een stoel en luister naar mij. Don Fabricius
+heeft mij gezegd, dat ge onder andere goede hoedanigheden, ook deze
+bezit, dat ge u aan uw meester hecht en onomkoopbaar zijt. Die
+twee zaken hebben mij doen besluiten u voor te stellen bij mij
+te komen. Ik heb behoefte aan iemand, die zorgvuldig mijn belangen
+waarneemt en er al zijn aandacht aan wijdt om mijn goed te bewaren. Ik
+ben rijk, dat is waar, maar mijn uitgaven overschrijden ieder jaar
+ver mijn inkomsten. En waarom? Omdat men mij besteelt, omdat men
+mij plundert. Ik ben in mijn huis als in een bosch vol roovers. Ik
+verdenk mijn hofmeester en mijn intendant, dat ze het samen eens
+zijn. Ge zult me vragen, waarom ik hen niet wegjaag, als ik denk dat
+zij bedriegers zijn. Maar waar vind ik anderen, die niet van hetzelfde
+slag zijn? Ik moet mij er dus toe bepalen hen te laten controleeren
+en daarvoor heb ik u uitgekozen. Indien ge u goed van uw taak kwijt,
+kunt ge er zeker van zijn, dat ge geen ondankbare hebt gediend. Ik
+zal zorgen u op Sicilië zeer goed te plaatsen."
+
+Na die woorden tot mij te hebben gesproken, liet hij mij weggaan en
+denzelfden avond nog werd aan het geheele personeel meegedeeld, dat
+ik opper-intendant was geworden van het heele huis. De intendant
+en de hofmeester namen dat eerst kalm op, omdat ze dachten met
+iemand te doen te hebben, met wien ze slechts behoefden te deelen,
+om ongestoord hun gang te kunnen blijven gaan. Maar ze vonden zich
+reeds den volgenden dag bedrogen, toen ik hun verklaarde een vijand te
+zijn van alle knoeierij. Ik vroeg aan den hofmeester een staat van de
+provisie, ik bezocht de kelders, ik nam op wat er aan tafelzilver en
+linnen aanwezig was. Daarop drukte ik hun beiden op het hart zuinig
+te zijn met het goed van den patroon, spaarzaam in de uitgaven. En
+ik waarschuwde hen erbij, dat ik alle bedrog dadelijk ter kennis van
+onzen meester zou brengen.
+
+Ik bleef daar niet bij. Ik wilde een spion hebben, om te ontdekken
+of zij samen knoeiden. Mijn oog viel op een koksjongen, dien ik door
+verschillende beloften voor mij won en die mij zei, dat niemand mij
+beter op de hoogte kon brengen dan hij. Volgens hem waren de hofmeester
+en de intendant het met elkaar eens, de helft van het vleesch, dat men
+voor het huis kocht, werd iederen dag door hen verduisterd. De eerste
+had een dame wonen over de school van St. Thomas en die van de tweede
+woonde bij de haven. De heeren lieten iederen morgen aan hunne nimfen
+een mand met provisie brengen. De kok, op zijn beurt, zond lekkere
+schotels aan een weduwe in de buurt, met wie hij bevriend was en ter
+belooning van den dienst dien hij den anderen bewees, beschikte hij,
+evenals zij, vrij over den wijnkelder. De jongen zei me verder, dat
+ik hem den volgenden morgen om zeven uur met een mand zou kunnen zien
+bij de school van St. Thomas.
+
+"Ben jij dus de boodschapper van die heeren?" vroeg ik. Hij antwoordde
+mij, dat hij zijn opdrachten kreeg van den hofmeester en dat een
+kameraad de boodschappen deed voor den intendant.
+
+Ik achtte het wel de moeite waard, om mij te gaan overtuigen van de
+waarheid van dit rapport en bevond mij dus den volgenden morgen op
+het aangegeven uur bij de school. Ik behoefde niet lang te wachten
+op mijn spion, die weldra naderde met een mand vol vleesch, gevogelte
+en wild. Ik maakte een kleinen inventaris op van een en ander en liet
+den jongen op de gewone wijze dat goed afgeven.
+
+Thuisgekomen begaf ik mij naar den meester, die in een eerste opwelling
+van drift zoowel den hofmeester als den intendant wilde wegjagen. Maar
+hij bepaalde zich tot het ontslag van den laatste, wiens betrekking
+hij mij gaf.
+
+Dus werd de betrekking van opper-intendant opgeheven korten tijd
+nadat ze was geschapen en eerlijk gezegd speet mij dat niet. Want het
+was toch, eigenlijk gezegd, geen eervolle betrekking, die van spion;
+inplaats daarvan was ik nu mijnheer de intendant, ik was meester van
+de brandkast en dat is het voornaamste. Aan die betrekking zijn altijd
+van die voordeeltjes verbonden, die iemand rijk maken op den duur,
+al is hij nog zoo eerlijk.
+
+Mijn Napolitaan, wien het niet aan slimheid ontbrak, die mijn ijver
+zag en merkte, dat ik er iederen morgen bij was wanneer hij vleesch
+inkocht en dat noteerde, bleef dezelfde hoeveelheid nemen, zond daarvan
+echter niet zooveel meer weg, maar bracht het op tafel. Daardoor
+werd er minder gegeten van andere zaken en van rechtswege behoorde
+het overschot van de tafel hem toe. Kon hij nu aan zijn schoone niet
+zooveel schotels vleesch meer sturen, ze kreeg er nu andere dingen
+voor. Langzaam en geleidelijk begon ik dien overvloed aan tafel te
+doen verminderen, waarbij ik voorzichtig moest te werk gaan, omdat
+bij mijn meester de zuinigheid ondergeschikt was aan zijn zucht naar
+weelde en praal.
+
+Daarbij bleef het niet. Ik vond, dat ook nu de voorraad wijn nog veel
+te spoedig verminderde. Wanneer mijn meester een dozijn heeren aan
+tafel had, werden er vijftig, soms zestig flesschen wijn gedronken,
+naar het heette. Dat verwonderde mij en ik raadpleegde weer mijn
+orakel, d. w. z. den koksjongen. Deze vertelde mij, dat er nu een
+nieuw verbond bestond tusschen den hofmeester, den kok en de lakeien,
+die aan tafel schonken. Alle flesschen werden half leeg in de keuken
+gebracht en dan onder hen verdeeld. Ik dreigde, dat ik de lakeien zou
+wegjagen, als ik weer zoo iets merkte. Mijn meester, wien ik al die
+zaken meedeelde, was zeer over mij tevreden en werd mij van dag tot dag
+meer genegen. Mijn koksjongen beloonde ik door hem bijkok te maken. Op
+zulke wijze vindt in een goed huis een trouwe bediende zijn weg.
+
+De Napolitaan was woedend, dat ik zoo op hem toekeek, want ik ging ook
+geregeld naar de markten, om op de hoogte te zijn van de prijzen van
+hetgeen hij inkocht. Ik was er van overtuigd, dat hij mij wel honderd
+maal op een dag vervloekte en ik begreep niet, dat hij den dienst
+van onzen meester niet verliet. Misschien maakte hij niettegenstaande
+alles, zijn rekening toch nog goed.
+
+Fabricius, dien ik nu en dan zag en wien ik vaak een en ander uit mijn
+betrekking vertelde, was meer geneigd om mijn gedrag af te keuren,
+dan om het te prijzen. "Wanneer je wat minder hard was voor dien
+hofmeester geloof ik, dat het beter voor je zou zijn," zei hij. "Hoe
+zoo?" vroeg ik. "Ik kan toch niet toelaten, dat hij tien pistolen in
+rekening brengt voor visch, die hem maar vier heeft gekost?" "Waarom
+niet, wanneer je hetgeen er over is samen met hem deelt? 't is maar
+te hopen, dat je belangeloosheid eens zal worden beloond. Voor een
+verstandig man, als jij bent, vind ik, dat je dom handelt. Je bent
+een echte dwarskijker en ik vind, dat je aanleg hebt om lang knecht
+te zijn, want je vilt de paling niet, die je in je handen hebt. De
+fortuin is als een van die vluchtige coquettes, die iemand ontgaan,
+wanneer hij niet van de gelegenheid gebruik maakt."
+
+Ik lachte om die opmerkingen van Nunez, hij lachte er zelf ook om en
+wilde het doen voorkomen, dat hij het niet ernstig had gemeend. Hij
+schaamde zich, mij nutteloos een slechten raad te hebben gegeven. Ik
+bleef vast bij mijn besluit, om altijd trouw en ijverig te zijn. En
+ik mocht zeggen, dat ik door mijn spaarzaamheid in vier maanden tijd,
+mijn meester een voordeel had bezorgd van minstens drieduizend ducaten.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVI
+
+Van het ongeval, dat den aap van den graaf de Galiano overkwam en
+van het verdriet, dat deze heer daarvan had. Hoe Gil Blas ziek werd
+en wat voor hem de gevolgen waren van zijn ziekte.
+
+
+Na dien tijd werd de rust, die anders in het huis heerschte op vreemde
+wijze verstoord door een ongeval, dat de lezers maar een kleinigheid
+zal toeschijnen, maar dat een zeer ernstige zaak werd voor de bedienden
+en vooral voor mij.
+
+Cupido, de aap waarvan ik gesproken heb en waarop mijn meester zoo
+gesteld was, wilde op zekeren dag van het eene raam in het andere
+springen, verloor daarbij zijn evenwicht, viel op de plaats en brak
+een been. De graaf had nog niet van het ongeluk gehoord, of hij
+begon kreten uit te stooten als een vrouw en schold in zijn woede
+het heele personeel uit. Het scheelde weinig of hij had iedereen
+weggejaagd. Wij waren volgens hem slordig en daardoor was het ongeluk
+gebeurd. Hij liet dadelijk de bekwaamste chirurgijns uit Madrid komen,
+die het beest onderzochten en verbonden en hoewel zij hem verzekerden,
+dat het geval niets te beteekenen had, noodzaakte hij een hunner bij
+het dier te blijven tot het geheel genezen was. Mijn meester was zoo
+bezorgd over dien aap, dat hij zelfs 's nachts een paar malen naar hem
+ging kijken. Maar het vervelendste was, dat het heele personeel en ik
+inzonderheid, steeds klaar moest staan voor dat verwenschte dier. Er
+kwam geen rust in huis, voor de aap weer zijn gewone sprongen kon
+maken. Ongelukkigerwijs werd ik ziek, doordat ik het zoo druk had
+gehad. De koorts was zoo hevig, dat ik buiten kennis was. Ik weet
+niet, wat men met mij deed gedurende de eerste veertien dagen, dat
+ik zweefde tusschen dood en leven. Ik weet alleen, dat mijn jeugd
+zich zoo krachtig verzette tegen de ziekte en misschien ook tegen de
+medicijnen, die men mij had gegeven, dat ik herstelde. Toen ik weer
+bij kennis kwam, was het eerste wat ik merkte, dat ik in een andere
+kamer was dan de mijne.
+
+Ik wilde weten waarom, maar een oude vrouw, die mij oppaste, zei,
+dat de dokter streng verboden had, dat ik zou spreken. Wanneer men
+gezond is, dan lacht men gewoonlijk om die dokters, maar is men ziek,
+dan volgt men gewillig hunne bevelen. Ik zweeg dus, hoe groot mijn
+lust ook was, om met mijn verpleegster te spreken.
+
+Terwijl ik zoo lag na te denken, kwamen er twee fatterige heertjes in
+mijn kamer, keurig in het fluweel gekleed. Ik dacht, dat het vrienden
+van mijn meester waren, die mij uit belangstelling kwamen bezoeken
+en wilde overeind gaan zitten in bed, maar de verpleegster drukte
+mij neer en zei dat het de dokter en de apotheker waren.
+
+De eerste naderde mij, voelde mijn pols, bekeek mijn gezicht en
+daar hij merkte, dat alles op een naderende genezing wees, keek
+hij triomfantelijk rond, alsof dit zijn werk was en zei, dat ik nog
+medicijnen moest gebruiken om geheel te herstellen.
+
+Hij schreef een recept en keek daarbij in een spiegel, of zijn haar wel
+netjes genoeg zat. Niettegenstaande den toestand, waarin ik verkeerde,
+moest ik daarom in stilte lachen. Vervolgens groette hij mij beleefd
+en vertrok, meer vervuld van zijn uiterlijk dan van gedachten aan de
+medicijnen, die hij mij had voorgeschreven.
+
+De medicijnen liet ik den volgenden dag uit het raam gooien en ik
+zei op vasten toon tegen mijn verpleegster, dat ik beslist eenig
+nieuws wilde weten over mijn meester. De oude, die vreesde een hevige
+emotie bij me op te wekken, wanneer ze begon te spreken, aarzelde,
+maar ik drong zoo sterk aan, dat ze eindelijk antwoordde: "Mijnheer,
+u hebt geen andere meester dan uzelf. Graaf Galiano is teruggekeerd
+naar Sicilië."
+
+Ik kon het niet gelooven en toch was het de waarheid. Die mijnheer
+had mij den tweeden dag van mijn ziekte, toen hij vreesde dat ik
+zou sterven, laten transporteeren naar een gemeubileerde kamer,
+mij overlatende aan de zorg van de voorzienigheid en aan die van een
+verpleegster. Na enkele dagen had hij een bericht gekregen, dat hem
+noodzaakte naar Sicilië terug te keeren. Hij had zooveel haast om
+te vertrekken, dat hij niet meer naar mij omzag, hetzij dat hij mij
+reeds onder de dooden waande, hetzij dat voorname personen een gebrek
+hebben in hun geheugen.
+
+Mijn verpleegster zei me, dat zij het was geweest, die den dokter
+had laten halen. Adieu voordeelige betrekking in Sicilië! Adieu, al
+mijn zoete hoop. Wanneer u een groot ongeluk overkomt, zegt een paus,
+onderzoek uzelf dan goed en ge zult zien, dat het altijd gedeeltelijk
+aan uzelf ligt. Ten spijt van dien heiligen vader, kon ik niet inzien
+hoe ik thans tot mijn ongeluk had bijgedragen.
+
+Ik zei tot de verpleegster, dat ze mij mijn valies moest geven en zag
+dadelijk, dat het geopend was. Ik zuchtte: "hélaas, mijn dierbaar
+valies, mijn eenige troost! Gij zijt, zooals ik zie, in vreemde
+handen geweest." De oude zei me echter, dat men mij niet bestolen
+had en dat zij mijn valies bewaakt had als haar eer. Ik vond mijn
+kleeren en mijn beurs, maar van de twee honderd zestig pistolen,
+die er in waren vóór mijn ziekte, waren er niet meer dan vijftig over.
+
+"Wat beteekent dat?" vroeg ik.
+
+Ze antwoordde mij: "Niemand heeft het geld aangeraakt dan ik en
+ik ben er zoo zuinig mogelijk mee geweest, maar ziek zijn kost
+geld". Ze haalde een pakje papieren uit haar zak, wel vijftien of
+twintig velletjes groot, waarop ze alles had genoteerd, wat ze had
+uitgegeven. Jammer van het gevogelte, dat gekocht was, toen ik buiten
+kennis was en aan bouillon stond er wel voor twaalf pistolen op de
+rekening. Maar het geheele bedrag van de rekening was maar dertig
+pistolen. Waar waren dus die honderd en tachtig gebleven? Bij alle
+heiligen verzekerde de oude, dat er niet meer dan tachtig pistolen
+in het valies waren geweest, toen ze dat van den hofmeester van den
+graaf had ontvangen. "Wat zegt ge? Heeft de hofmeester u mijn goed
+gegeven?" "Zeker was hij het; hij zei tegen mij: "Hier moedertje, als
+mijnheer Gil Blas goed in de olie gebakken is, moet ge niet vergeten
+hem op een mooie begrafenis te onthalen. Voor de kosten is er iets
+in dit valies!"
+
+"Zoo'n vervloekte Napolitaan, nu weet ik, waar het geld gebleven
+is. Hij heeft het gebruikt, om zich schadeloos te stellen voor de
+diefstallen, die ik hem verhinderd heb te begaan." Intusschen was ik
+blij, dat de schelm mij althans nog iets had laten overhouden. Hoeveel
+reden ik ook had, om den hofmeester te verdenken, ik was toch niet
+altijd geheel vrij van de gedachte, dat misschien de bewaakster mij
+bestolen had. Maar dat bleef voor mij dezelfde zaak. Ik zei er niets
+van tegen de oude en zond haar drie dagen later, na haar betaald te
+hebben, weg.
+
+Weggaande van mij, was ze zeker den apotheker gaan waarschuwen, want
+die kwam al heel korten tijd daarna bij me met zijn rekening. Daar
+stonden allerlei vreemde woorden op, die ik niet kon lezen en
+medicijnen moesten voorstellen, die ik zou hebben geslikt, terwijl ik
+buiten kennis lag. Wij kregen verschil over de rekening, die ik tot
+de helft wilde verminderen. Hij verzekerde mij eerst plechtig, dat er
+geen stuiver afkon, maar hij begon te overwegen, dat ik Madrid wel eens
+kon verlaten en dat hij dan niets kreeg; dus nam hij aan, wat ik bood.
+
+Dadelijk daarna kwam de dokter. Ik betaalde hem de vele visites, die
+hij had gemaakt en, zeker om te toonen, dat hij zijn geld moeilijk
+verdiend had, begon hij een geleerd betoog over de gevaren, waaraan
+ik had blootgestaan. Hij praatte met een vriendelijk gezicht en
+gebruikte mooie woorden, maar ik begreep er zoo goed als niets van,
+waartoe ik trouwens ook niet mijn best deed.
+
+Nu dacht ik, dat ik er af was. Maar ik vergiste mij. Er kwam een
+chirurgijn binnen, dien ik nooit had gezien en die me zei, dat hij
+mij twee aderlatingen had gedaan. Weer moest ik dus een veer laten
+en mijn beurs was nu vrijwel gelijk aan een geconfiskeerd voorwerp.
+
+Ik begon den moed te verliezen, toen ik mij in zoo'n ellendigen
+toestand bevond. Bij mijn laatste meesters was ik te veel gewoon
+geraakt aan de genoegens van het leven, om de ontberingen zoo
+wijsgeerig te verdragen, als ik het vroeger had gedaan. Toch moest
+ik bekennen, dat ik ongelijk had door toe te geven aan mijn gedrukte
+stemming; want hoeveel keeren de fortuin mij had omgeworpen, ze had
+mij toch telkens weer opgericht.
+
+
+
+
+
+
+ACHTSTE BOEK
+
+
+HOOFDSTUK I
+
+Gil Blas heeft een goede ontmoeting en vindt een post, die hem
+troost voor de ondankbaarheid, die hij van graaf Galiano heeft
+ondervonden. Geschiedenis van don Valerio de Luna.
+
+
+Ik was zoo verbaasd, gedurende dien tijd niets van Nunez te
+hebben gehoord, dat ik onderstelde, dat hij naar buiten moest zijn
+gegaan. Zoodra ik weer goed kon loopen, ging ik naar zijn woning en
+vernam daar werkelijk, dat hij sinds drie weken in Andaloesië was,
+met den hertog de Médina Sidonia.
+
+Op een ochtend kwam Melchior de la Ronda mij in gedachten en ik
+herinnerde mij, dat ik hem in Granada beloofd had, om, als ik
+weer in Madrid terug was, zijn neef te gaan opzoeken. Ik besloot
+nog dienzelfden dag mijn belofte te vervullen. Ik informeerde naar
+het huis van don Baltazar de Zuniga en ging er heen. Ik vroeg naar
+mijnheer Joseph Navarro, die een oogenblik later verscheen. Hij ontving
+mij beleefd maar koud en ik vond de ontvangst geheel anders, dan ik
+mij had voorgesteld. Spoedig dan ook maakte ik aanstalten om weg te
+gaan en nam mij voor mijn bezoek niet te herhalen; maar plotseling
+zag ik hem veranderen en op levendigen toon riep hij: "Mijnheer
+Gil Blas de Santillano, neem mij als 't u blieft niet kwalijk, dat
+ik u zoo koel ontving. Mijn geheugen liet mij in den steek, ik had
+uw naam vergeten, maar nu herinner ik mij, dat mijn oom Melchior,
+dien ik vereer en liefheb als een vader, mij voor ruim vier maanden
+over u heeft geschreven. Hij vroeg mij u, wanneer wij elkaar zouden
+ontmoeten, te behandelen zooals ik zijn zoon zou doen en zegt mij
+zooveel goeds van u, dat het mij een eer zal zijn, indien ge mij uw
+vriendschap wilt schenken!"
+
+We raakten nu spoedig op een vertrouwelijken voet met elkaar en ik
+deelde hem den treurigen toestand mee, waarin ik mij bevond. Nauwelijks
+had ik uitgesproken, of hij zei: "Ik zal er voor zorgen, dat ge weer
+een betrekking krijgt. Kom intusschen hier iederen dag eten, ge hebt
+het dan beter, dan in een van die restauraties."
+
+Dit aanbod was zeer verleidelijk voor een herstellende, die zeer
+slecht in het geld zat en gewoon was lekker te eten, dus nam ik het
+aan. Na verloop van veertien dagen was ik weer geheel aangesterkt en
+zag ik er gezond uit.
+
+Het scheen, dat de zaken van Melchior's neef daar in huis uitstekend
+gingen. En hoe kon dat ook anders? Hij had drie koorden op zijn boog;
+hij was tegelijkertijd bottelier, hofmeester en chef van dienst en
+ik geloof, dat hij het tamelijk wel eens was met den intendant.
+
+Op zekeren dag, dat mijn vriend Joseph mij zag aankomen, om als naar
+gewoonte bij hem te dineeren, kwam hij mij vroolijk tegemoet en zei:
+"Gil Blas, ik heb een goede betrekking voor u. Ge zult misschien weten,
+dat de hertog de Lerme, onze eerste minister, om zich geheel aan de
+staatszaken te kunnen wijden, de zorg voor zijn eigen zaken heeft
+opgedragen aan twee personen. Zijn inkomsten worden ontvangen door don
+Diégo de Montresor en de uitgaven voor zijn huis worden gedaan door don
+Rodrigo de Calderone. De eerste heeft gewoonlijk twee intendanten onder
+zich en daar hij, naar ik van morgen hoorde, er een heeft ontslagen,
+heb ik die plaats voor u gevraagd. Don Montresor had geen bezwaar,
+na de goede getuigen, die ik van u heb gegeven. Wij zullen hem na
+het diner gaan opzoeken."
+
+Zeer beleefd werd ik ontvangen en ik aanvaardde mijn ambt, dat bestond
+in het bezoeken van onze boerderijen, het nagaan van de reparatiën,
+die daaraan moesten worden gedaan en het innen van pachten. Iedere
+maand maakte ik mijn rekening op en gaf die aan don Diégo, die ze,
+niettegenstaande al het goede, dat hij van mij had gehoord, toch
+sekuur nakeek. Dat deed mij genoegen, want hoe slecht ik ook door
+mijn vorigen meester was beloond geworden voor mijn eerlijkheid,
+toch besloot ik daarbij te volharden.
+
+Op een goeden dag vernamen wij, dat er brand was geweest op het kasteel
+Lermo en dat de helft ervan in asch was gelegd. Ik begaf mij dadelijk
+naar de plaats van het onheil om de schade op te nemen. Daar maakte
+ik een zeer nauwkeurig rapport van, dat mijn meester aan den hertog
+de Lerme liet zien. Deze was, niettegenstaande zijn leedwezen bij het
+vernemen van zulk een slechte tijding, daardoor getroffen en vroeg,
+wie de schrijver ervan was. Don Diégo bepaalde er zich niet toe hem dat
+mee te deelen, maar zei zooveel goeds van mij, dat zijn Excellentie
+het zich zes maanden later nog herinnerde, bij gelegenheid van een
+geschiedenis, die ik zal vertellen. Zonder deze was ik misschien
+nooit aan het hof geplaatst geworden.
+
+Er woonde destijds in de rue der Infanten een oude dame, genaamd
+Inésile de Cantarilla. Men wist niet zeker van welken stand zij
+was. Sommigen zeiden, dat zij de dochter was van een luiten-maker,
+anderen beweerden, dat de commandeur van Saint-Jacques haar vader
+was. Hoe het zij, het was een zeldzame verschijning. De natuur
+had haar het voorrecht gegeven, om haar leven lang de mannen te
+bekoren. De tijd, die anders de schoonheid niet spaart, scheen op de
+hare weinig invloed te hebben gehad. Zij was de afgod geweest van
+het vorige geslacht en nu zij 75 jaar was, werd ze aangebeden door
+de volgende generatie.
+
+Een heer van vijf en twintig jaar, don Valerio de Luna, een der
+secretarissen van den hertog de Lerme, zag Inésile en werd verliefd
+op haar. Hij vervolgde haar met allen hartstocht waartoe de jeugd in
+staat is. De dame, die er hare redenen voor had, om zijn wenschen
+niet te bevredigen, wist niet wat te doen om daaraan een eind te
+maken. Op zekeren dag echter meende zij het middel daartoe te hebben
+gevonden. Zij liet den jongeman in haar kabinet komen, wees hem op
+een pendule en zei: "Zie hoe laat het is! Het is heden juist vijf
+en zeventig jaar geleden, dat ik op dit uur in de wereld kwam. Zou
+ik op dien leeftijd nog aan liefde denken?" Maar don Valerio was
+niet te overtuigen en zei, dat hij haar steeds zou beminnen. Ze was
+zelfs genoodzaakt hem haar huis te ontzeggen. Hij wist echter tot
+haar door te dringen, begon weer te smeeken en te zuchten en wilde,
+toen hem niets anders hielp, zelfs geweld gebruiken. Nu was het te
+veel en de dame riep hem ontsteld toe: "Houd op, ongelukkige, weet,
+dat ik je moeder ben."
+
+Don Valerio was ontzet door die woorden, maar een oogenblik later dacht
+hij, dat zij hem maar een fabeltje had verteld. "Neen, neen," zei ze,
+"ik heb dat geheim altijd voor je verborgen gehouden, maar nu zal ik
+het je ontdekken, want ik word daartoe genoodzaakt. Het is ruim zes
+en twintig jaar geleden, dat je vader, die toen gouverneur van Ségova
+was, en ik elkaar liefhadden. Uit die verbintenis werd je geboren en
+je vader, die geen andere kinderen had, erkende je. Hoewel je niet
+wist, dat ik je moeder was, heb ik je altijd in stilte gadegeslagen
+en later al mijn invloed aangewend, om je geplaatst te krijgen bij
+den eersten minister. Wil je de natuur geen geweld aandoen, verlaat
+mij dan voor altijd, bespaar mij den schrik je te zien."
+
+Valerio bewaarde een somber stilzwijgen. Men zou denken, dat hij zijn
+hartstocht overmeesterd had, maar zich niet kunnende troosten, gaf hij
+aan zijn wanhoop toe, trok zijn degen en doorboorde zich het hart. Hij
+strafte zich als een andere Oedipus met dit verschil, dat deze zich
+blind maakte uit berouw over een bedreven misdaad en onze Spanjaard
+zich het leven benam van spijt, dat hij er geen bedrijven kon.
+
+Door zijn dood kwam er een post van secretaris open bij den hertog
+de Lerme; de minister herinnerde zich het verslag van den brand en
+het goeds, dat hij bij die gelegenheid van mij had gehoord. Dus koos
+hij mij om dien jongeman te vervangen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II
+
+Gil Blas wordt aan den hertog de Lerme voorgesteld, die hem opneemt
+onder zijn secretarissen; de minister geeft hem werk en is tevreden
+over hem.
+
+
+Don Diégo de Monteser bracht mij de blijde tijding. Hij zei: "Mijn
+vriend Gil Blas, hoewel ik je niet zonder spijt zie heengaan, doet het
+mij genoegen voor je, dat je de plaats van Valerio krijgt. Het zal
+je zeker gelukken daar fortuin te maken, indien je gehoor geeft aan
+twee raadgevingen: de eerste is, dat zijne excellentie de overtuiging
+moet hebben, dat je zeer aan hem bent gehecht en de tweede is, dat
+je trachten moet om don Rodrigo de Calderone te behagen, want die
+man is er in geslaagd een buitengewonen invloed te krijgen op zijn
+meester. Gelukt het je hem gunstig voor je te stemmen, dan zal je in
+korten tijd verder komen."
+
+Na don Diégo vriendelijk bedankt te hebben voor zijn goeden raad,
+vroeg ik hem: "Mijnheer, zoudt u zoo goed willen zijn, mij iets
+naders te zeggen van het karakter van don Rodrigo. Ik heb soms over
+hem hooren spreken en men schilderde hem dan zeer ongunstig af, maar
+men kan niet vertrouwen op het oordeel, dat het volk zich vormt van
+personen van het hof. Zeg mij dus, wat u van dien heer denkt."
+
+Mijn meester antwoordde: "Ge doet mij daar een zeer kiesche vraag. Ik
+zou tegen een ander zonder aarzelen zeggen, dat hij een zeer net
+edelman is, maar ik wil openhartig met je zijn. Behalve dat ik ervan
+overtuigd ben, dat je bescheiden zal zijn in dit opzicht, wil ik je
+vrij over don Rodrigo spreken, omdat ik je anders eigenlijk maar ten
+halve zou hebben geraden. Je weet dan, dat hij van eenvoudig bediende
+is opgeklommen tot de betrekking van eersten secretaris. Nooit
+heeft men een trotscher man gezien. Hij neemt geen notitie van
+de beleefdheden, die men hem bewijst, tenzij dringende redenen hem
+daartoe verplichten. In één woord, hij beschouwt zich als een collega
+van den minister. Je begrijpt dus wel, welke houding je tegenover
+hem moet aannemen."
+
+"Laat mij maar begaan," zei ik. "Wanneer men de gebreken kent van een
+man, aan wien men bevallen wil, dan moet men al heel onhandig zijn,
+om daarin niet te slagen."
+
+We gingen daarna naar den minister, die in een groote zaal audientie
+gaf. Een groot aantal personen was daar aanwezig. Nadat wij gewacht
+hadden, tot ze allen waren gehoord, zei don Diégo: "Excellentie, ik
+breng u hier Gil Blas de Santillano, den jongeman, die door u in de
+plaats van Valerio is gekozen." De hertog zei beleefd, dat ik hem reeds
+aan zich verplicht had door de bewezen diensten. Vervolgens liet hij
+mij in zijn kabinet om zich met mij te onderhouden of liever gezegd
+om een oordeel over mij te krijgen door ons gesprek. Eerst wilde hij
+weten, wie ik was en welk leven ik tot nu toe had geleid. Hij vroeg
+mij daarvan een oprecht verhaal. Dat was geen kleinigheid! Het ging
+toch niet aan, om voor een eersten minister van Spanje te liegen. Dus
+werd het een formeele biecht; alleen waar de waarheid al te naakt
+werd, omhulde ik haar. Aan het eind zei hij: "Ik zie, dat ge wel een
+weinig een deugniet geweest zijt, maar ge zijt er goed afgekomen. Het
+verwondert mij zelfs, dat ge door het slechte voorbeeld niet verder
+van den weg zijt afgeweken. Hoeveel eerlijke lieden zijn er niet, die
+schelmen worden, wanneer de fortuin hen op zulke proeven stelt! Maar
+bekommer u niet meer om het verledene, denk er nu slechts aan, dat
+ge in dienst zijt van den koning. Volg mij nu, dan zal ik u zeggen,
+waaruit uw werk bestaat." Wij gingen in een kamer naast de zijne,
+waar op tafeltjes twintig dikke registers lagen. "Dit is de plaats,
+waar ge zult werken. Al die registers vormen een dictionnaire van
+de adellijke families, die in het koninkrijk en de bezittingen van
+Spanje wonen. Ieder boek bevat in alphabetische volgorde de verkorte
+geschiedenis van die heeren en de diensten, die hunne voorvaderen aan
+den staat hebben bewezen. Er wordt ook melding in gemaakt van hunne
+bezittingen, hunne levenswijze, hunne goede en slechte hoedanigheden,
+zoodat, als iemand iets komt vragen, ik met een oogopslag kan zien
+of hij het verdient. Om goed op de hoogte te blijven, heb ik overal
+correspondenten, die mij hunne mededeelingen inzenden, maar die brieven
+zijn dikwijls verward en de stijl laat vaak te wenschen over; dat moet
+alles worden veranderd, want ook de koning laat zich soms die registers
+geven. Ge kunt dadelijk aan dat werk beginnen. Hier is een groote
+portefeuille met ingekomen memories, die betrekking daarop hebben."
+
+Hij verliet mij daarna en ik ging aan het werk. Nadat ik een paar
+uren bezig was geweest, kwam hij terug en zei, dat hij mijn werk wilde
+zien. Hij scheen daar zeer tevreden over en was er nog niet mee gereed,
+om zijn ingenomenheid te betuigen, toen zijn neef, de graaf de Lemos
+binnenkwam. Deze moest een geheim onderhoud met hem hebben over een
+familie-aangelegenheid, die den minister toen meer bezig hield dan
+de zaken van den koning en waarvan ik later zal spreken.
+
+Intusschen sloeg het twaalf uur en ik wist, dat op dien tijd de
+secretarissen en andere ambtenaren ergens naar hunne verkiezing
+gingen eten. In een gewone restauratie kon ik nu niet meer komen;
+ik zocht een fijnere op, denkende aan de woorden van den minister,
+dat ik nu in dienst was van den koning. Deze woorden werden het zaad
+der eerzucht, dat ieder oogenblik weliger opschoot in mijn geest.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III
+
+Hij verneemt, dat er aan zijn betrekking ook onaangenaamheden zijn
+verbonden. Van de onrust, die hem deze tijding gaf en de houding,
+die hij verplicht was aan te nemen.
+
+
+Ik zorgde ervoor, dat de restaurateur dadelijk wist, dat ik een van
+de secretarissen was van den eersten minister.
+
+Op twintig passen afstands was er een hotel, waar meestal vreemde
+heeren logeerden, ik huurde een mooie gemeubileerde kamer en betaalde
+een maand vooruit.
+
+Daarna ging ik weer aan mijn werk. Naast mijn kabinet was een kamer,
+waarin twee secretarissen zaten, die alles in het net moesten
+overschrijven, wat de minister hun te copieeren bracht. Ik maakte
+kennis met hen en om op een vriendschappelijken voet te komen,
+noodigde ik hen 's avonds uit om met mij te soupeeren. Ik bestelde
+bij mijn restaurateur de beste schotels en den fijnsten wijn.
+
+Wij gingen aan tafel en het gesprek was meer vroolijk dan geestig,
+want het bleek mij al spoedig, dat mijn collega's hunne plaatsen niet
+te danken hadden aan hun groot verstand en dat ze weinig anders kenden
+dan mooie ronde letters schrijven.
+
+Uit hun gesprekken bleek mij overigens, dat zij er niet zulk een
+groote eer in stelden in dienst te zijn van den eersten minister. Zij
+beklaagden zich over hun positie. De een zei: "'t Is nu al vijf maanden
+dat ik werk, zonder eenig salaris te hebben ontvangen en wat erger is,
+onze salarissen zijn niet geregeld." De ander voegde er aan toe: "Wat
+mij betreft, zou ik wel ergens anders een betrekking willen zoeken,
+maar ik durf niet weg te loopen, noch mijn ontslag te vragen, want
+na alle geheimen, die ik heb overgeschreven, zou men mij wel eens
+naar een of andere gevangenis kunnen sturen."
+
+"Maar hoe kunt ge dan leven?" vroeg ik.
+
+Ze antwoordden mij, dat ze, gelukkig voor hen, hun intrek hadden
+genomen bij een eerlijke weduwe, die hun kost en inwoning op crediet
+gaf en niet meer dan honderd pistolen per jaar daarvoor rekende.
+
+Al mijn verwachtingen waren door die mededeelingen als rook
+verdwenen. Ik had geen reden om te denken, dat men mij op andere
+wijze zou behandelen dan mijn collega's en was dus weinig ingenomen
+met mijn betrekking, die heel wat minder soliede was, dan ik mij had
+voorgesteld en ik besloot om zeer zuinig te zijn. Het speet mij al,
+dat ik die heeren had meegenomen, om op mijn kosten te eten.
+
+Daar ik hun niets meer te drinken aanbood, scheidden wij. Zij gingen
+naar hun weduwe en ik naar mijn mooie kamer, die ik, zeer tot mijn
+leedwezen, had gehuurd en aan het einde van de maand weer hoopte te
+verlaten. Al lag ik in een heel mooi bed, ik kon 's nachts maar weinig
+slapen. Ik dacht aan den raad van Monteser en besloot mij te wenden
+tot don Rodrigo de Calderone. Daar ik gevoelde dat ik hem noodig had,
+was ik juist in de stemming om voor dien trotschen heer te verschijnen.
+
+Zijn woning grensde aan die van den minister en geleek die,
+wat weelderige inrichting aanging. Men had moeite onderscheid
+te vinden tusschen de meubelen van den meester en die van zijn
+ondergeschikte. Ik liet mij aandienen als de opvolger van don Valerio,
+wat niet verhinderde, dat ik meer dan een uur in een zijkamer moest
+wachten. Eindelijk werd ik toegelaten. Noch voor den aartsbisschop van
+Granada, noch voor graaf Galiano, noch zelfs voor den eersten minister
+was ik zóó eerbiedig verschenen, als voor den heer Calderone. Ik boog
+zoo diep mogelijk en vroeg hem zijn protectie in woorden, die ik mij
+later niet zonder schaamte herinnerde, zoo onderdanig waren ze geweest.
+
+Op een minder trotschen man zouden ze een onaangenamen indruk
+hebben gemaakt, maar hem waren ze welgevallig. Hij zei mij, tamelijk
+vriendelijk, dat hij geen gelegenheid voorbij zou laten gaan om mij te
+helpen. Na dien onwaardigen stap ging ik weer naar mijn bureau en begon
+aan mijn werk. De minister kwam dat weer zien, betuigde mij opnieuw
+zijn tevredenheid en sprak eenigen tijd met mij. Zijne zachtheid en
+welwillendheid deden mij aangenaam aan. Welk een verschil tusschen
+hem en Calderone!
+
+Ik ging dien middag naar een goedkoope restauratie en besloot daar
+iederen dag incognito te gaan eten. Ik had nog geld om drie maanden
+te leven en indien men mij na afloop van dien tijd geen salaris gaf,
+besloot ik het hof te verlaten. De eerste twee maanden deed ik zooveel
+mogelijk mijn best om Calderone te bevallen. Maar ik zag zoo weinig
+resultaat van alles wat ik deed, dat ik ten zijnen opzichte van gedrag
+besloot te veranderen. Dus bepaalde ik mij er toe, om te profiteeren
+van de oogenblikken, dat de minister zich met mij onderhield.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV
+
+Gil Blas wint de gunst van den hertog de Lerme, die hem een gewichtig
+geheim toevertrouwt.
+
+
+Het scheen, dat ik erin geslaagd was, mij aangenaam te maken bij den
+hertog, want op zekeren middag zei hij tot me: "Gil Blas, ik ben zeer
+tevreden over u, ge zijt ijverig, trouw en bescheiden. Ik geloof,
+dat ik u mijn vertrouwen kan schenken". Zeer eerbiedig antwoordde ik:
+"Is het mogelijk, dat Uwe Excellentie mij met zulk een gunst zou
+willen vereeren? Maar die goedheid is groot genoeg, om mij geheime
+vijanden te bezorgen. Ik vrees voornamelijk de afgunst van één man,
+van don Rodrigo de Calderone".
+
+"Van dien kant behoeft ge niets te vreezen. Ik ken Calderone,
+hij is van zijn jeugd af aan mij gehecht. Ik kan wel zeggen,
+dat zijn gevoelens zóózeer overeenstemmen met de mijne, dat hij
+goed is voor personen die in mijn gunst staan en degenen haat,
+die mij niet bevallen. Inplaats van voor hem te vreezen, kunt ge op
+hem rekenen. Maar, wanneer ik u mijn vertrouwen schenk, moet ik u
+eerst een plan meedeelen. Het is noodig, dat ge daarvan onderricht
+zijt, om u behoorlijk te kwijten van de opdracht, die ik u in het
+vervolg zal geven. Het is al sinds lang, dat ik mijn macht overal
+geëerbiedigd zie. Ik heb te beschikken over alle ambten en voorrechten,
+ik mag zeggen, dat ik Spanje regeer. De fortuin kan mij niets verder
+schenken, maar ik wil die beveiligen voor de stormen, die het zouden
+kunnen bedreigen en het is daarom, dat ik als mijn opvolger aan het
+ministerie zou willen hebben mijn neef, den graaf de Lemos. Ik merk
+wel, Santillano, dat ge u verwondert. Het schijnt u vreemd, dat ik
+aan mijn neef de voorkeur geef boven mijn eigen zoon, den hertog
+d'Uzède. Maar het verstand van den laatste acht ik te bekrompen, om
+mijn betrekking te vervullen en bovendien zijn we elkaar vijandig
+gezind. Hij heeft namelijk het geheim gevonden, om den koning te
+behagen, die van hem zijn gunsteling wil maken en dat kan ik niet
+dulden. De gunst van een vorst gelijkt op het bezit van een vrouw,
+die men aanbidt. Het is een geluk, waardoor men jaloersch wordt,
+wijl men niet besluiten kan met een ander te deelen, al is men ook
+nog zoo nauw door banden van het bloed of door vriendschap verbonden.
+
+Ik deel u hier mijn geheimste gedachten mee. Reeds heb ik getracht
+Uzède bij den koning in een minder gunstig daglicht te stellen, maar
+het is mij niet gelukt en nu wil ik probeeren het over een anderen
+boeg te gooien. Ik wil, dat de graaf de Lemos van zijn kant tracht
+het vertrouwen te winnen van den kroonprins. Hij is diens kamerheer
+en heeft gelegenheid hem ieder oogenblik te spreken. Door die tactiek
+zal ik mijn neef tegenover mijn zoon stellen. Ik zal tusschen de twee
+neven een verdeeldheid in het leven roepen, die hen zal verplichten hun
+steun bij mij te zoeken en de behoefte die ze aan mij zullen hebben,
+zal hen aan mij onderworpen maken.
+
+Ziedaar mijn plan en daarbij heb ik uw tusschenkomst noodig. In het
+geheim zal ik u zenden naar den graaf de Lemos, die mij alles zal
+mededeelen, wat ik noodig heb te weten."
+
+Na die mededeeling, die ik beschouwde als contant geld, had ik
+geen onrust meer. Ik dacht, dat er een regen van goud op mij zou
+neerdalen. Het is onmogelijk, dat de vertrouweling van een man, die
+het koninkrijk Spanje regeert, niet in korten tijd wordt overladen
+met rijkdommen. Vol van die zoete hoop, keek ik met een onverschillig
+gezicht naar mijn arme beurs, die bijna leeg was.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V
+
+Waarin men Gil Blas ziet overladen met vreugde, eer en ellende.
+
+
+Men bemerkte weldra aan het hof de genegenheid, die de minister voor
+mij had. Hij bewees mij die in het openbaar, door mij te belasten
+met zijn portefeuille, die hij anders altijd zelf droeg, als hij
+naar den ministerraad ging. Mijn buren, de twee secretarissen, waren
+niet de laatsten, om mij te complimenteeren met mijn toekomstige
+grootheid. Ze noodigden mij uit, te komen soupeeren bij hunne weduwe,
+niet zoozeer als tegenbeleefdheid, dan wel omdat ze meenden, dat ik
+hen van dienst kon zijn. Zelfs de trotsche don Rodrigo veranderde
+van houding tegenover mij. Hij noemde mij nooit anders dan mijnheer
+de Santillano en was zeer beleefd tegen mij, vooral als mijn patroon
+er bij was. Maar ik verzeker u, dat hij niet met een idioot te doen
+had. Ik beantwoordde zijn beleefdheden te vormelijker naarmate ik
+hem meer haatte. Een oude hoveling zou het mij niet verbeterd hebben.
+
+Ik vergezelde mijn meester ook als hij naar den koning ging, dien hij
+gewoonlijk driemaal per dag bezocht. 's Morgens ging hij er heen,
+als de koning nog te bed lag. Hij ging dan op zijn knieën aan het
+voeteneinde van het bed liggen, besprak met Z. M. wat hij te doen
+had dien dag en dicteerde hem wat hij te zeggen had. Daarna ging
+hij weg. 's Middags keerde hij er terug, niet om over staatszaken te
+spreken, maar om allerlei nieuwtjes te vertellen, die den minister
+werden aangebracht door personen, die hij daarvoor betaalde. En
+eindelijk zag hij den koning 's avonds voor de derde maal, om hem
+rekenschap te geven van hetgeen hij dien dag had gedaan. Terwijl hij
+bij den koning was, bleef ik gewoonlijk in de anti-chambre.
+
+Op zekeren dag had ik alle reden tot ijdelheid. De koning, tot wien
+de hertog gesproken had over mijn stijl, was benieuwd daarvan een
+staaltje te zien. Dus moest ik een van de registers halen en den
+koning de eerste memorie voorlezen, die ik had geredigeerd. Maakte de
+aanwezigheid van den vorst mij eerst verlegen, die van den minister
+stelde mij gerust en met duidelijke stem las ik mijn werk voor, dat
+den vorst goed beviel. Hij betuigde mij zijn tevredenheid en drukte
+den minister op het hart mij verder voort te helpen.
+
+Niet minder trotsch was ik na een onderhoud, dat ik een paar dagen
+later had met den graaf de Lemos. Ik moest hem bezoeken met een brief
+van mijn meester, waarin deze zijn neef mededeelde, dat hij met mij
+kon spreken, als met iemand, die op de hoogte was van hunne plannen
+en in het vervolg als tusschenpersoon tusschen hen zou optreden. Na
+dien brief gelezen te hebben, bracht hij me in zijn kamer, waar hij
+tot me zei: "Daar ge het vertrouwen bezit van den hertog de Lerme,
+dat ge zonder twijfel verdient, heb ik volstrekt geen bezwaar u ook
+het mijne te schenken. Ik kan u dan zeggen, dat de zaken uitstekend
+gaan. De prins onderscheidt mij boven alle heeren van zijn gevolg,
+die beproeven hem te behagen. In een onderhoud, dat ik vanmorgen met
+hem had, toonde hij zich verdrietig, dat hij door de gierigheid van
+den koning geen gevolg kan geven aan de ingevingen van zijn edelmoedig
+hart. Hij beklaagde zich dat hij niet overeenkomstig zijn stand als
+prins kon leven. Natuurlijk heb ik met hem meegepraat, hem beklaagd
+en hem beloofd, dat ik hem morgen vroeg duizend pistolen zou brengen,
+in afwachting van grootere sommen, die ik hem kan verschaffen. Hij
+was zeer verheugd over mijn belofte. Ga hetgeen ik u heb meegedeeld
+thans aan mijn oom vertellen."
+
+Ik verliet den graaf de Lemos en bracht mijn rapport bij den minister,
+die mij naar Calderone stuurde, om duizend pistolen te vragen, die ik
+'s avonds aan den graaf bracht. Ik dacht: "nu is het mij duidelijk,
+welk een onfeilbaar middel de minister heeft, om in zijn onderneming
+te slagen. Maar hij heeft gelijk en ik geloof niet, dat zijn mildheid
+hem zal ruïneeren. 't Is gemakkelijk te raden uit wiens kist hij die
+schoone pistolen neemt, maar is het eigenlijk niet zooals het behoort,
+dat een vader zijn zoon onderhoudt?"
+
+Toen ik den graaf het geld had gebracht, zei hij me bij het weggaan:
+"Adieu, mijn beste vertrouweling! De prins houdt nog al veel van
+vrouwen en dezer dagen zal ik daar eens nader met u over spreken. Het
+kan wel zijn, dat ik u binnenkort noodig heb."
+
+Wat een eer voor mij, dat ik ook in de galante avonturen van den
+erfgenaam van den troon een rol zou spelen! Ik had de prachtigste
+vooruitzichten en ik zou de gelukkigste mensch zijn geweest van de
+wereld indien de eerzucht mij maar behoed had voor den honger. Al
+sinds twee maanden had ik mijn mooie kamer verlaten en bewoonde ik een
+zeer bescheiden vertrekje. Maar dat hinderde mij minder, omdat ik er
+'s morgens vroeg uitging en alleen terugkeerde, om er 's nachts te
+slapen. Den geheelen dag was ik op mijn tooneel, d. w. z. bij den
+hertog. Ik speelde er een rol van grooten mijnheer; maar keerde ik
+'s avonds op mijn kamertje terug, dan bleef er niets over, dan de
+arme Gil Blas zonder geld en wat erger is, zonder middelen om het mij
+te verschaffen. Ik was te trotsch om aan iemand mijn nooddruft mee
+te deelen; ik kende niemand, die mij zou kunnen helpen dan Joseph
+Navarro en tot hem durfde ik mij niet wenden, omdat ik hem in den
+laatsten tijd sedert ik aan het hof kwam te veel had verwaarloosd. Ik
+was verplicht geweest mijn goed stuk voor stuk te verkoopen; alleen
+het hoognoodige aan kleeren had ik overgehouden. Naar de restauratie
+ging ik niet meer, omdat ik het niet kon betalen. Wat ik dan deed,
+om te blijven bestaan? Ik zal het u zeggen. Iederen morgen werd er in
+ons bureau voor ontbijt brood gebracht en een beetje wijn. Dat was
+alles, wat de minister ons liet geven en daarvan leefde ik op den
+dag. 's Avonds ging ik meestal naar bed, zonder te hebben gesoupeerd.
+
+Zoo was de toestand van een man, die aan het hof schitterde en die
+meer beklaagd moest worden dan benijd. Dat ellendige leven kon echter
+niet lang meer duren en ik besloot er met den hertog de Lerme over
+te spreken, zoodra zich de gelegenheid zou aanbieden. Gelukkig deed
+zich die voor in het Escuriaal, waar de koning en de prins eenige
+dagen later heengingen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI
+
+Hoe Gil Blas zijn armoede kenbaar maakte aan den hertog de Lerme;
+op welke wijze deze daarna met hem handelde.
+
+
+Wanneer de koning op het Escuriaal was, werd iedereen vrijgehouden,
+zoodat ik daar mijn armoede niet voelde. De minister was gewoon
+'s morgens vroeg op te staan en op een morgen nam hij me mee naar
+den tuin, om eenige papieren met hem door te lezen. Hij beval mij te
+gaan zitten als een man, die met het papier op zijn knieën aan het
+schrijven is terwijl hijzelf een papier in zijn hand hield, waaruit
+hij z.g. las. Het had den schijn of we ernstig bezig waren terwijl we
+inderdaad allerlei kletspraatjes hielden. Want daar was Z. Excellentie
+niet afkeerig van. Wij zaten op een bank, toen twee eksters in
+de boomen boven ons hoofd begonnen te vechten en daarbij zulk een
+spektakel maakten, dat het onze aandacht trok. "Ik zou wel eens willen
+weten, waarover de strijd loopt," zei de hertog. "Excellentie," zei ik,
+"uw nieuwsgierigheid brengt mij een Indische fabel in gedachten, die
+ik gelezen heb bij Pilpay of een anderen fabeldichter." De minister
+vroeg mij hoe die fabel luidde en ik vertelde hem:
+
+"Er heerschte in oude tijden in Perzië een goede koning, die echter
+niet verstandig genoeg was, om zijn staten zelf te regeeren en de
+zorg daarvan overliet aan zijn grootvizier. Die minister, Atalmuc
+genaamd, was een buitengewoon wijs man. Hij regeerde in vrede en
+verstond de kunst, om het koninklijk gezag tegelijkertijd te doen
+respecteeren en bemind te maken. De onderdanen hadden in dien vizier,
+die trouw bleef aan den vorst, een goeden vader. Altamuc had onder
+zijn secretarissen een jongen man uit Cachemir, genaamd Zéangir,
+die zijn gunsteling was. Hij praatte gaarne met hem, nam hem mee op
+jacht en deelde hem zelfs zijn geheimste gedachten mee. Op een dag,
+dat ze samen in een bosch jaagden, hoorde de vizier twee raven, die op
+een boom krijschten en hij zei tot zijn secretaris: "ik zou wel eens
+willen weten, wat die vogels elkaar nu in hun taal zeggen." Zéangir
+antwoordde: "Ik ben in staat om aan uw verlangen te voldoen, want
+een oude derwisch heeft mij de taal van de vogels geleerd. Indien u
+wilt, zal ik die vogels beluisteren en u woord voor woord herhalen,
+wat ik hen heb hooren zeggen."
+
+De vizier stemde erin toe. Zéangir naderde de vogels en scheen
+oplettend te luisteren. Terugkomende zei hij tot zijn meester: "Wilt
+u wel gelooven, dat wij het onderwerp van hun gesprek uitmaken?" De
+minister riep: "Dat is niet mogelijk! En wat zeiden ze dan wel?" "Een
+van hen," hernam de secretaris, "heeft gezegd: daar ziet ge nu den
+grootvizier Atalmuc, dien arend, die met zijn vleugelen Perzië bedekt
+als een nest en onafgebroken waakt over het welzijn van het land. Om
+een weinig ontspanning te hebben bij zijn zwaar werk, jaagt hij
+thans in dit bosch met zijn getrouwen Zéangir. Wat is die secretaris
+gelukkig, een meester te hebben, die zoo goed voor hem is! Zacht wat,
+zacht wat! viel de andere raaf hem in de rede. Prijs het geluk van dien
+jongen man niet te veel! 't Is waar, Atalmuc is familiair met hem,
+vereert hem met zijn vertrouwen en ik twijfel er zelfs niet aan, of
+hij heeft het voornemen hem later een goede betrekking te geven, maar
+voor dien tijd zal Zéangir van honger zijn gestorven. Die arme jongen
+woont op een klein kamertje, waar hem het noodigste ontbreekt. In
+één woord, hij leidt een ellendig leven, zonder dat iemand aan het
+hof het merkt. De grootvizier geeft zich niet de moeite naar zijn
+omstandigheden te informeeren, hij is hem genegen, maar laat hem aan
+armoede ten prooi."
+
+Hier hield ik met spreken op en keek den hertog de Lerme aan,
+die mij glimlachend vroeg, welken indruk dat verhaal op Atalmuc
+maakte en of hij niet beleedigd was door de stoutmoedigheid van den
+secretaris. "Neen, Excellentie," antwoordde ik, een weinig van mijn
+stuk gebracht door die vraag, "de fabel zegt integendeel, dat hij
+hem met weldaden overlaadde." "Dat is gelukkig," hernam de hertog
+op ernstigen toon; "er zijn ministers, die het niet goed zouden
+vinden, wanneer men hun de les las. Maar," voegde hij er aan toe,
+het onderhoud afbrekende en opstaande, "ik geloof, dat de koning mij
+al wacht." Hij ging met groote stappen naar het paleis, zonder verder
+met mij te spreken en naar het scheen zeer slecht gestemd door mijn
+Indische fabel.
+
+Ik ging naar het vertrek, waar de twee secretarissen-copiïsten
+werkten, want zij waren ook meegegaan op reis. "Wat is er, mijnheer
+de Santillano?" vroegen zij, toen ze mij zagen, "u ziet er zoo bedrukt
+uit! Is er iets onaangenaams voorgevallen?"
+
+Ik was te veel vervuld van de slechte uitwerking van mijn verhaal,
+om hun mijn verdriet te verbergen, dus deelde ik mee, wat er was
+gebeurd. Een van hen zei: "Ge hebt wel reden om u te beklagen, de
+minister neemt soms zulke dingen verkeerd op." De ander voegde eraan
+toe: "Dat is maar al te waar. Maar wilt ge beter behandeld worden dan
+een van de secretarissen van kardinaal Spinoza werd? Die man had in de
+vijftien maanden, dat hij werkte, niets ontvangen en nam op zekeren
+dag de vrijheid zijn meester iets te vragen om van te leven. "Het
+is billijk," zei de kardinaal, "dat ge betaald wordt. Hier hebt ge
+een mandaat waarop u bij den schatmeester duizend ducaten zullen
+worden uitbetaald. Maar van dit oogenblik af heb ik uw diensten
+niet meer noodig." De secretaris zou zich er over getroost hebben,
+dat hij werd ontslagen, indien hij zijn duizend ducaten had kunnen
+ontvangen en elders een betrekking zoeken; maar het huis van den
+kardinaal verlatende, wachtte hem een gerechtsdienaar op, die hem
+naar den toren van Ségovia bracht, waar men hem lang gevangen hield."
+
+Deze historie verdubbelde mijn vrees. Ik meende, dat ik verloren was,
+verweet mijzelf, dat ik niet langer geduld had gehad, dat het veel
+beter zou zijn geweest mijn dieet maar voort te zetten en dat ik maar
+liever van honger had moeten sterven.
+
+Indien ik nog eenige hoop had behouden, dan ontnam mijn meester mij
+die in den namiddag. Hij was zeer ernstig, en sprak tegen mij uit
+de hoogte, wat mij een doodelijke onrust gaf. Den nacht bracht ik
+zeer onrustig door; de spijt over al mijn vervlogen illusies en de
+vrees staatsgevangen te worden gemaakt, deden mij niets als klagen
+en zuchten.
+
+Den volgenden dag was het de crisis. De hertog liet mij in den morgen
+roepen. Ik kwam zijn kamer binnen, bevende als een misdadiger, die
+zijn vonnis afwacht.
+
+"Santillano," zei hij, een papier toonende, dat hij in de hand had,
+"neem dit mandaat...." Ik huiverde bij het woord mandaat, en dacht: o,
+Hemel, de kardinaal Spinoza. Het rijtuig van Ségovia staat klaar. De
+schrik greep mij zoo aan, dat ik den minister in de rede viel,
+mij aan zijne voeten wierp en meer kermde dan sprak: "Excellentie,
+ik vraag u zeer nederig om mijn stoutmoedigheid te verschoonen. De
+noodzakelijkheid heeft mij er toe gebracht, u mijn armoede mede
+te deelen."
+
+De hertog kon niet nalaten te lachen, toen hij mij zoo ontdaan zag
+en zei: "Wees bedaard, Gil Blas. Hoewel je door mij je behoeftige
+omstandigheden mede te deelen, mij er een verwijt van hebt gemaakt,
+dat ik daarin niet voorzien heb, neem ik je dit niet kwalijk. De fout
+blijft bij mij, dat ik je niet gevraagd heb, hoe je leefde. Maar om die
+te herstellen, geef ik je hierbij een mandaat voor vijftienhonderd
+ducaten, die je zullen worden uitbetaald bij den koninklijken
+schatmeester. Dat is niet alles, ik beloof je ieder jaar dezelfde
+som. En wanneer soms rijke en edelmoedige menschen je zullen vragen
+hun diensten te bewijzen, verbied ik je niet ten hunnen gunste met
+mij te spreken".
+
+Verrukt over die woorden wilde ik wel de voeten kussen van den
+minister, die weer op zijn gewonen familiairen toon tegen mij begon
+te spreken. Hij zei me, dat hij eens had willen zien hoe ik die
+verandering zou opnemen en dat hij daarom op koelen toon tegen mij
+was gaan spreken; daardoor was hij opnieuw overtuigd geworden, dat
+ik zeer aan hem was gehecht.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII
+
+Van het gebruik, dat hij van zijn vijftienhonderd ducaten maakte;
+van de eerste zaak, waarin hij zich mengde en welk voordeel die voor
+hem opleverde.
+
+
+Den volgenden dag keerde de koning naar Madrid terug. Ik ging eerst
+naar den schatmeester, waar mij de som, genoemd in het mandaat,
+dadelijk werd uitbetaald.
+
+Het zou een wonder zijn als een arme slokker er niet van in de
+war raakte, wanneer hij plotseling van de armoede in de weelde
+komt. Dadelijk verliet ik mijn kleine kamer die goed genoeg was voor
+secretarissen, die der vogelen taal niet verstonden en huurde voor
+die tweede maal het mooie appartement, dat toevallig leegstond. Daarna
+liet ik mij nieuwe kleeren aanmeten, kocht linnengoed en wat ik verder
+noodig had.
+
+Ik meende ook, dat ik niet buiten een lakei kon en verzocht Vincent
+Florero, mijn hospes, mij er een te bezorgen. De meeste vreemdelingen,
+die bij hem kwamen logeeren, huurden een Spaanschen knecht en dus
+kwamen zich vele lakeien, die buiten betrekking waren, in het hotel
+presenteeren. De eerste, dien ik zag, was een jongen met een zoo
+zacht en vroom uiterlijk, dat ik hem niet wilde hebben; ik meende
+Ambrosius de Lamela te zien. "Ik houd niet," zei ik tegen Florero,
+"van knechts, die er zoo deugdzaam uitzien. Ik ben eens opgelicht
+geworden door zoo een."
+
+De tweede beviel mij beter. Ik deed hem vragen, die hij vlug en geestig
+beantwoordde. Hij scheen aanleg te hebben voor intriges en zoo iemand
+moest ik juist hebben. Dus nam ik hem aan en dat berouwde mij niet,
+hij bleek al spoedig een goede aanwinst te zijn. Daar de hertog mij
+toegestaan had ten gunste van personen te spreken, aan wie ik diensten
+zou kunnen bewijzen, had ik een jachthond noodig, die zulk wild voor
+mij kon opsporen en dat was juist iets voor Scipio, zoo heette mijn
+lakei. Hij kwam uit den dienst van dona Anna de Guevara, de min van
+den prins, waar hij zich in dat talent geoefend had, omdat die dame
+haar invloed aan het hof ook op die wijze aanwendde.
+
+Zoodra ik Scipio zei, dat ik in staat was om gunsten te verkrijgen
+van den koning, ging hij aan het werk en den volgenden dag zei hij:
+"Mijnheer, ik heb een goede ontdekking gedaan. Er is in Madrid een
+jong edelman uit Granada aangekomen, genaamd don Roger de Rada. Voor
+een eerezaak zoekt hij de protectie van den hertog de Lerme en hij
+is bereid om te betalen voor het genoegen, dat men hem zal doen. Ik
+heb met hem gesproken. Hij was eerst van plan zich te wenden tot don
+Rodrigo de Calderone, wiens invloed men hem heeft genoemd. Maar ik
+heb hem daarvan afgebracht, door te zeggen dat deze zijn diensten
+met zwaar goud liet betalen, terwijl gij voor de uwe tevreden waart
+met een behoorlijk bewijs van erkentelijkheid. Indien uw financieele
+toestand het u veroorloofde, heb ik gezegd, dat ge zelfs wel zonder
+dat bereid zoudt zijn om de edelmoedige en belanglooze ingevingen
+van uw hart te volgen. Om kort te gaan, ik heb zóó met hem gesproken,
+dat hij morgen vroeg bij u komt."
+
+"Wel Scipio," zei ik, "hebt ge nu al zaken gedaan? Ik bemerk daaruit,
+dat ge geen nieuweling zijt in dat vak. Het verwondert mij alleen maar,
+dat ge er niet rijker door zijt."
+
+"Dat moet u niet verbazen", antwoordde hij. "Ik houd ervan om het
+geld te laten rollen. Sparen kan ik niet."
+
+Don Roger de Rada kwam werkelijk bij mij. Ik ontving hem met
+beleefdheid, gemengd met zekeren trots. "Mijnheer, voor ik mij verbind
+om u van dienst te zijn, moet ik eerst de zaak kennen, welke u naar
+het hof voert, want ze zou van dien aard kunnen zijn, dat ik er niet
+met den eersten minister over zou kunnen spreken. Vertel mij dus alles
+en wees overtuigd, dat ik levendig belang stel in uw aangelegenheden."
+
+"Gaarne," antwoordde hij, "zal ik u een uitvoerig en oprecht verhaal
+doen van mijn lotgevallen."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII
+
+Verhaal van Don Roger de Rada.
+
+
+Don Anastasio de Rada, een edelman uit Granada, leefde gelukkig in de
+stad Antequerre, met dona Estéfania, zijn vrouw, die deugdzaam, zacht
+en buitengewoon schoon was. Zij beminden elkaar teeder. Hij was van
+natuur jaloersch en hoewel hij volstrekt geen redenen had te twijfelen
+aan den trouw van zijn vrouw, was hij niet vrij van ongerustheid. Hij
+had vernomen, dat een geheime vijand zijn eer belaagde en wantrouwde
+daarom al zijn vrienden, uitgezonderd don Huberto de Hordalès, die als
+neef van Estéfania vrij in zijn huis verkeerde en die de eenige was,
+dien hij had moeten wantrouwen.
+
+Don Huberto echter werd verliefd op zijn nicht en niettegenstaande hun
+bloedverwantschap en de vriendschap, die don Anastasio voor hem voelde,
+bekende hij haar dat. De dame was verstandig en inplaats van een
+scène te maken, die noodlottige gevolgen zou hebben gehad, onderhield
+zij haar neef met zachtheid over het onbehoorlijke van zijn gedrag
+en sprak daarbij zoo ernstig, dat hij wel overtuigd moest worden,
+dat zijn hoop ijdel was. Hij liet zich echter niet ontmoedigen, ja
+hij had zelfs de onbeschaamdheid, om haar op een goeden dag te willen
+dwingen zijn wenschen te bevredigen. Op strengen toon dreigde ze hem
+toen zijn vermetelheid door don Anastasio te zullen doen straffen. Dit
+maakte hem bang, hij beloofde niet meer van liefde te zullen spreken
+en, afgaande op die belofte, vergaf zij het gebeurde.
+
+Don Huberto, die een zeer slecht karakter had, zon op wraak, nu hij
+zijn hartstocht niet bevredigd zag. Hij wist, dat don Anastasio
+jaloersch was en vormde nu een plan zoo slecht als een snoodaard
+het maar bedenken kan. Op een avond, dat hij met hem in den tuin
+wandelde, zei hij op treurigen toon: "Waarde vriend, ik kan niet
+langer leven zonder u mededeeling te doen van een geheim, dat ik u
+niet zou ontdekken, indien ik niet wist, dat uw eer u meer waard is
+dan uw rust. De band van vriendschap, welke tusschen ons bestaat,
+gedoogt niet te verbergen, wat er bij u gebeurt. Bereid u er op voor
+een mededeeling te ontvangen, die u evenzeer zal verrassen als leed
+doen. Ik moet u treffen op uw meest gevoelige plaats."
+
+"Ik begrijp u al," viel don Anastasio hem in de rede, "uw nicht is
+mij ontrouw geworden."
+
+"Ik erken haar niet meer als mijn nicht," hernam Huberto met een
+schijnheilig gezicht. "Ik verloochen haar en zij is onwaardig om uw
+vrouw te zijn." "Martel mij niet langer en spreek, wat heeft Estéfania
+gedaan?" riep de ongelukkige man.
+
+"Zij heeft u verraden. Ge hebt een medeminnaar, dien ze in het geheim
+ontvangt. Zijn naam kan ik u niet noemen, want hij is in de duisternis
+van den nacht kunnen ontkomen, zonder dat gezien kon worden, wie hij
+was. Al wat ik weet, is dat ze u bedriegt, dat is een feit, waarvan
+ik zeker ben. 't Is onnoodig u er meer van te zeggen. Ik merk, dat
+ge verontwaardigd zijt, dat men uw liefde op zulke wijze beantwoordt
+en dat ge op wraak zint. Ik kan dat begrijpen. Denk er niet aan wie
+het slachtoffer is. Toon aan de heele stad, dat er niets is, dat gij
+niet kunt offeren aan uw eer."
+
+De verrader stookte op zulk een wijze den te lichtgeloovigen echtgenoot
+tegen zijn onschuldige vrouw op en hij schilderde in zulke levendige
+kleuren de beleediging, die don Anastasio heette te zijn aangedaan,
+dat deze in woede besloot om zijn ongelukkige vrouw te dooden. Hij
+wachtte tot de bedienden sliepen en ging toen naar zijn vrouw, die zich
+gereed maakte om naar bed te gaan. Zonder te denken aan de schande,
+die hij over zijn eerlijke familie bracht, zonder zelfs medelijden
+te gevoelen met het kind van zes maanden, dat zijn vrouw onder het
+hart droeg, naderde hij zijn slachtoffer en zei op woedenden toon:
+"Ellendige, je moet sterven. Je hebt niet meer dan een oogenblik om
+te leven, dat mijn goedheid je nog laat om voor het heil van je ziel
+te bidden, want ik wil niet dat je je ziel zult verliezen, zooals je
+je eer hebt verloren."
+
+Terwijl hij die woorden sprak, trok hij zijn dolk. De doodelijk
+verschrikte vrouw wierp zich op de knieën en smeekte: "Wat is
+er? Welke redenen tot ontevredenheid heb ik gegeven? Waarom wil je mij
+dooden? Indien ge mij van ontrouw verdenkt, is daar geen reden voor!"
+
+"Neen, neen! Ik ben maar al te zeker van je verraad. De personen,
+die mij gewaarschuwd hebben, zijn te vertrouwen. Huberto...."
+
+"O!" viel zij hem in de rede. "Vertrouw Huberto niet. Hij is minder je
+vriend, dan je denkt. Geloof hem niet, als hij mij beschuldigd heeft."
+
+"Zwijg, ellendige. Juist door kwaad te spreken van Huberto, vermeerder
+je mijn overtuiging van je schuld. Je wilt hem verdacht maken, omdat
+hij mij op je slecht gedrag heeft gewezen. Maar dat is overbodig!"
+
+"Maar wordt toch kalm," smeekte zij, "geef mij ten minste tijd om
+te spreken!"
+
+Hij wilde toesteken.
+
+"Houd op, barbaar! Denk aan het kind, dat nog niet geboren is, aan
+je eigen bloed. Je kan zijn beul niet worden, zonder hemel en aarde
+schande aan te doen. Mijn dood vergeef ik je, maar die van het kind
+zal rechtvaardiging eischen!"
+
+Don Anastasio stiet zijn dolk in haar rechterzijde. Zij viel dadelijk
+neer. Hij dacht, dat ze dood was, ging het huis uit en verdween
+uit Antequerre.
+
+De ongelukkige vrouw bleef eenigen tijd als levenloos op den grond
+liggen en begon toen ze weer tot bezinning kwam om hulp te roepen. De
+bedienden snelden toe, er werd een dokter gehaald en deze verklaarde
+de wond niet voor levensgevaarlijk. Zij herstelde en bracht na drie
+maanden een kind ter wereld. Die zoon, mijnheer Gil Blas, ziet ge
+hier voor u.
+
+Hoewel de kwaadsprekende wereld gewoonlijk de deugd van een vrouw niet
+spaart, respecteerde ze die van mijn moeder en dit bloedig tooneel
+werd in de stad beschouwd als de waanzinnige daad van een jaloersch
+echtgenoot. Men kende hem algemeen als een zeer heftig man. Huberto
+de Hordalès begreep wel, dat zijn nicht vermoedde, dat hij het was
+geweest, die haar man tot razernij had gebracht; hij gevoelde zich
+half gewroken en zag haar niet meer.
+
+Uit vrees u te vervelen, zal ik u niet spreken van mijn opvoeding,
+maar mij ertoe bepalen u mee te deelen, dat mijn moeder er voornamelijk
+op aandrong, dat ik goed schermen zou leeren. In de beroemdste zalen
+van Granada en Sévilla heb ik daar onderricht in gehad. Zij wachtte
+met ongeduld het tijdstip af, dat ik mijn degen met dien van Huberto
+zou kunnen meten en deelde mij, toen ik achttien jaar was alles mee,
+wat er gebeurd was. U kunt begrijpen, welk een indruk dat verhaal
+op mij maakte. Dadelijk zocht ik Hordalès, daagde hem uit, en na een
+lang gevecht bracht ik hem drie doodelijke steken toe.
+
+Don Huberto, die zijn einde voelde naderen, vestigde zijn laatste
+blikken op mij en zei, dat hij den dood, dien ik hem gaf, beschouwde
+als een gerechte straf voor de misdaad, die hij had begaan tegenover
+de eer van mijn moeder. Hij stierf na vergiffenis te hebben gevraagd
+aan den hemel, aan don Anastasio, Estéfania en mij. Ik achtte het niet
+geraden, om naar huis terug te keeren, trok de bergen over en kwam in
+Malaga, waar ik plaatsing vond op een oorlogsschip, dat ging kruisen.
+
+Al spoedig was er gelegenheid om ons te onderscheiden. We ontmoetten
+bij het eiland Albouran een zeeroover, die ter hoogte van Carthagena
+een rijk beladen Spaansch schip had genomen. Wij vielen hem aan en
+maakten ons meester van de twee schepen, waar we tachtig Christenen
+op vonden, die als slaven werden meegevoerd naar Barbarije. De wind
+was gunstig en we bereikten spoedig, bij Granada, de kust.
+
+Toen wij onderzochten uit welke streken de bevrijde slaven afkomstig
+waren, deed ik die vraag aan een man met een zeer goed uiterlijk,
+die ongeveer vijftig jaar oud kon zijn.
+
+Hij antwoordde mij zuchtend dat hij uit Antequerre kwam. Door dat
+antwoord voelde ik mij bewogen en hij scheen dat te merken. Ik zei, dat
+ik ook van die plaats kwam en vroeg of ik zijn naam mocht weten. Hij
+antwoordde: "Helaas, 't is mij een nieuwe smart aan uw verlangen te
+voldoen. 't Is achttien jaar geleden dat ik Antequerre heb verlaten,
+waar men zich mij wel niet dan met afschuw zal herinneren. Ge hebt
+zelf misschien wel eens van mij hooren spreken. Ik heet don Anastasio
+de Rada".
+
+"Gerechte hemel," riep ik uit. "Dan zijt gij mijn vader". Geheel
+ontdaan riep hij: "Zou het mogelijk zijn, dat gij het ongelukkige kind
+zijt, dat door uw moeder nog onder het hart werd gedragen, toen ik haar
+aan mijn woede opofferde?" Ik antwoordde: "Ja, vader, ik ben het kind,
+dat de deugdzame Estéfania ter wereld bracht, drie maanden na dien
+rampzaligen nacht, waarin ge haar badende in haar bloed achterliet."
+
+Don Anastasio wachtte niet tot ik uitgesproken had; hij wierp zich
+in mijn armen en dankte met tranen in de oogen den hemel, dat mijn
+moeder was gered geworden. Daarop vroeg hij mij, hoe de onschuld van
+zijn vrouw aan het licht was gekomen. Na hem te hebben meegedeeld,
+dat niemand daaraan ooit had getwijfeld en dat iedereen wist hoe
+vlekkeloos haar gedrag altijd was geweest, vertelde ik hem van het
+verraad van Huberto en van de bekentenis, die deze mij stervende had
+gedaan. Zoodra wij aan land kwamen, wilde mijn vader met mij naar
+Antequerre gaan. Ik verliet met hem het oorlogsschip, kocht te Adra
+twee muilezels en wij gingen op reis. Onderweg vertelde hij mij al zijn
+avonturen en ik luisterde daarnaar met levendige belangstelling. Na
+verscheidene dagen kwamen wij midden in den nacht in Antequerre aan.
+
+Ge kunt u de verrassing voorstellen van mijn moeder, toen ze den
+man, dien ze voor altijd verloren had gewaand en die haar op zoo
+wonderlijke wijze was teruggegeven, wederzag. Hij vroeg haar in
+berouwvolle woorden vergiffenis voor zijn barbaarschheid. Inplaats
+van een moordenaar zag ze in hem slechts den man, dien de hemel haar
+had gegeven; zoo heilig is de naam echtgenoot voor een deugdzame vrouw.
+
+De vreugde mij weer te zien was bij mijn moeder vermengd met vrees. Ze
+wist, dat de zuster van Hordalès haar broeder wilde wreken en niets
+onbeproefd liet, om mij te laten opsporen. Daardoor vertrok ik nog
+dienzelfden nacht en kom nu aan het hof, om te trachten gratie te
+krijgen, waarvoor ik den steun noodig heb van den eersten minister,
+welken ik door uw bemiddeling hoop te krijgen."
+
+De dappere zoon van don Anastasio had zijn verhaal geëindigd; ik
+beloofde, dat ik zijn zaak aan den minister zou voordragen, wiens
+hulp ik wel durfde verzekeren.
+
+Denzelfden dag reeds sprak ik over de zaak met den minister, die zich
+bereid verklaarde don Roger te ontvangen en hem zei: "Don Roger, ik
+ken de zaak, die u tot ons heeft gevoerd, Santillano heeft mij die
+uitvoerig verteld. Wees gerust, ge hebt niets gedaan, wat niet te
+verontschuldigen is. Voornamelijk aan ridders, die hun beleedigde
+eer hebben gewroken, verleent de koning gaarne gratie. Voor den
+vorm moet ge u in de gevangenis begeven, maar uw verblijf daar zal
+niet van langen duur zijn. Gij hebt in Santillano een goed vriend,
+die zich met het overige zal belasten."
+
+Door mijn zorgen werd de gratie hem spoedig verleend. Binnen tien
+dagen kon deze nieuwe Télémachus zijn Ulysses en Pénélope gaan
+terugvinden. Had hij geen beschermer en geen geld gehad, dan zou hij
+minstens een jaar in de gevangenis hebben moeten blijven. Ik trok
+uit den bewezen dienst niet meer dan honderd pistolen, maar ik was
+nog geen Calderone en versmaadde het kleine niet.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX
+
+Door welke middelen Gil Blas in korten tijd een aanzienlijk fortuin
+maakte en welke airs hij aannam.
+
+
+Die zaak had mij smaak erin gegeven en ik gaf Scipio tien pistolen,
+om hem aan te moedigen tot nieuwe opsporingen. Zijn talenten in dit
+opzicht heb ik reeds geroemd. De tweede klant, die hij mij aanbracht,
+was een boekdrukker, die een werk van een confrater had nagedrukt en
+op wiens uitgave beslag was gelegd. Voor driehonderd ducaten wist ik
+hem te helpen, het beslag te doen opheffen en hem te vrijwaren voor
+een zeer groote boete. Na den boekdrukker kreeg ik met een koopman te
+doen. Een Portugeesch schip was in handen gevallen van een zeeroover
+uit Barbarije en vervolgens weer genomen door een oorlogsschip uit
+Cadix. Het twee derde gedeelte van de koopwaren, waarmee het beladen
+was geweest, behoorde aan een koopman uit Lissabon, die ze opeischte en
+nu aan het hof te Madrid een beschermer kwam zoeken. Ik interesseerde
+mij voor die zaak en ontving vierhonderd pistolen.
+
+Daarna hielp ik een drogist, die het privilege wilde hebben, om
+gedurende tien jaren zekere drankjes in alle steden van Spanje te
+verkoopen, met uitsluiting van alle anderen d. w. z. dat anderen die
+in deze plaatsen niet zouden mogen verkoopen. Voor tweehonderd pistolen
+kreeg hij uitsluitend recht om de wereld met zijn waar te bedriegen.
+
+Ik ondervond de waarheid van het gezegde, dat de eetlust al etende
+komt. Van den minister had ik zoo gemakkelijk de vier gunsten
+verkregen, waarvan ik hierboven sprak, dat ik niet aarzelde hem een
+vijfde te vragen. Een ridder uit Calatrava bood mij duizend pistolen
+aan, indien ik hem gouverneur kon maken van de stad Vera, bij Granada.
+
+De minister begon te lachen, toen ik met die zaak bij hem aankwam en
+zei: "Mijn vriend Gil Blas, het schijnt dat de lust om uw naasten te
+helpen zeer groot bij u is. Zoolang het slechts kleinigheden betrof,
+heb ik daar niet zoo op gelet, maar wanneer het om grootere zaken gaat,
+zult ge u in 't vervolg moeten tevreden stellen met de helft van het
+profijt en mij de andere moeten geven. Ge kunt u niet voorstellen,
+welk een kosten ik moet maken en wat ik noodig heb om mijn stand
+met waardigheid op te houden. Niettegenstaande mijn belangeloosheid,
+waarvoor ik overal bekend ben, kan ik toch niet zoo onvoorzichtig zijn,
+om mijn persoonlijke belangen over het hoofd te zien".
+
+Dit gesprek zette mij nog meer aan om op den ingeslagen weg voort te
+gaan. Indien het mogelijk was geweest, zou ik graag overal hebben
+laten publiceeren, dat zij die gunsten van het hof verwachtten,
+zich slechts tot mij hadden te wenden. Ik ging den eenen kant uit en
+Scipio den anderen. Gouverneurs werden er door mij gemaakt, ridderordes
+verleend, in den adelstand verheven. Eenige goede avonturiers werden
+in slechte edellieden veranderd door uitstekende adelbrieven. Ook de
+geestelijkheid wilde ik van mijn weldaden doen genieten. Maar ik moest
+mij bepalen tot de kleinere posten, de grootere van bisschoppen en
+aartsbisschoppen waren het terrein van Calderone. De personen, die
+wij kozen, waren natuurlijk niet altijd de bekwaamste en de beste
+en wij wisten wel, dat men ons in Madrid niet onbesproken liet,
+maar wij troostten ons als gierigaards met het gezicht van het goud.
+
+Isocrates heeft gelijk, dat hij de onmatigheid en de dwaasheid de
+trouwe metgezellen noemt van de rijken. Toen ik dertigduizend ducaten
+bijeen had en kans zag om misschien nog tienmaal meer te krijgen,
+meende ik voor de wereld op meer waardige wijze mijn positie als
+vertrouweling van den eersten minister te moeten ophouden. Ik huurde
+een groot huis, meubileerde het keurig, kocht een rijtuig, stelde een
+koetsier aan en drie lakeien en daar het rechtvaardig is, om zijn
+oude bedienden te bevorderen, verhief ik Scipio tot de driedubbele
+waardigheid van kamerdienaar, secretaris en intendant. Het toppunt
+was voor mij, dat de minister goedvond, dat mijn personeel livrei
+droeg. Het scheelde weinig, of ik had mij verbeeld een bloedverwant
+van den hertog te zijn. Ik stelde mij in het hoofd, dat ik daar
+misschien wel voor doorging, of misschien gehouden werd voor een van
+zijn bastaards, wat ik als een groote eer zou hebben beschouwd.
+
+Het voorbeeld volgende van mijn meester, wilde ik ook bezoek
+ontvangen. Ik belastte Scipio met de zorg een uitstekenden kok voor
+mij te zoeken en vulde mijn kelder met de fijnste wijnen. Iederen
+avond kwamen er nu hoofd-ambtenaren van het ministerie bij mij
+soupeeren. Scipio had ik het recht gegeven, om in zijn verblijf
+zijn kennissen op mijn kosten te onthalen. Hij hielp mij om geld
+te verdienen en verstond ook uitstekend de kunst om het weer uit te
+geven. Dat schaadde mij echter niet, want ik zag van dag tot dag mijn
+fortuin toenemen.
+
+Mijn ijdelheid verlangde alleen nog maar om Fabricius getuige te doen
+zijn van dit weelderige leven. Ik twijfelde er niet aan, of hij was
+terug uit Andaloesië en om mij het genoegen te geven hem te verrassen,
+liet ik hem een anoniem briefje toekomen, waarin ik hem meedeelde,
+dat een heer uit Sicilië hem te soupeeren vroeg. Ik gaf hem den dag,
+het uur en de plaats aan, waar hij zich moest bevinden. De plaats van
+samenkomst was bij mij. Nunez kwam en was buitengewoon verbaasd, dat
+ik de vreemde heer was, die hem had uitgenoodigd. Ik zei: "Ja, mijn
+vriend, ik ben meester in dit huis, ik houd een equipage, een goede
+tafel en heb bovendien een brandkast." "Hoe is het mogelijk!" riep
+hij, "dat ik je terug zie in zooveel weelde. Wat ben ik blij, dat ik
+je die betrekking heb bezorgd bij graaf Galiano! Ik zeide je wel,
+dat hij een edelmoedig man was en dat het je wel goed zou gaan bij
+hem. Je hebt zeker den wijzen raad gevolgd, dien ik je heb gegeven en
+den hofmeester de vrije hand gelaten. Ik wensch je er hartelijk geluk
+mee. Wanneer de intendanten in groote huizen zoo voorzichtig zijn,
+worden ze niet rijk."
+
+Ik liet Fabricius zich er eerst op beroemen, zooveel hij wilde, dat
+hij mij die plaats bij graaf Galiano had bezorgd; om zijn vreugde te
+temperen, deelde ik hem daarna mee, met welke bewijzen van dankbaarheid
+die heer mijn diensten had beloond.
+
+"Maar ik vergeef den Siciliaan zijn ondankbaarheid. Ik heb eerder
+reden, om mij er over te verheugen, dan te beklagen, want als de graaf
+niet zoo slecht met mij had gehandeld, zou ik nu in zijn dienst zijn
+in Sicilië en misschien in een onzekere positie. In één woord ik zou
+niet de vertrouweling zijn van den hertog de Lerme."
+
+Nunez was zoo levendig getroffen door die laatste woorden, dat hij
+de eerste oogenblikken niet kon spreken. "Heb ik goed gehoord? Heb
+je het vertrouwen van den eersten minister?" "Ja, ik deel dat met
+don Rodrigo de Calderone en naar alle waarschijnlijkheid zal ik het
+ver brengen." "Waarlijk, mijnheer de Santillano," antwoordde hij,
+"ik bewonder u. Ge zijt bekwaam om alle posten te vervullen. Wat een
+talenten vereenigt gij in u! Overigens mijnheer, moet ik u zeggen,
+dat ik mij zeer verheug in uw voorspoed."
+
+"Loop naar den duivel, Nunez, met dat mijnheer spelen. Laat ons
+familiair zijn als vroeger." Hij antwoordde mij: "Je hebt gelijk,
+ik moet je niet met andere oogen aanzien, omdat je rijk geworden
+bent. Maar, om je eerlijk de waarheid te zeggen, was ik eigenlijk
+verblind geworden door het verhaal van je gelukkig lot. Nu echter
+zie ik weer niemand anders in je dan mijn vriend Gil Blas."
+
+Ons onderhoud werd gestoord door de komst van vijf of zes ambtenaren
+van het ministerie. "Mijne heeren," zei ik, Nunez voorstellende, "gij
+zult vanavond soupeeren met don Fabricius, die verzen maakt, koning
+Numa waardig en proza schrijft, zooals geen ander." Ongelukkig voor
+hem, bekommerden die heeren zich al heel weinig om de poëzie. Zij
+namen nauwelijks notitie van hem en of hij al trachtte door
+allerlei geestige gezegden hunne aandacht te trekken, het baatte
+hem niet. Hij was daardoor zoo verontwaardigd, dat hij plotseling in
+stilte verdween. Mijn gasten zetten zich aan tafel, zonder zelfs te
+informeeren, waar hij was gebleven.
+
+Toen ik den volgenden morgen wilde uitgaan, kwam de dichter uit Asturië
+mijn kamer binnen. "Ik vraag je verontschuldiging, mijn vriend,
+dat ik gisteren zoo ongemerkt ben weggegaan, maar eerlijk gezegd,
+voelde ik mij slecht op mijn plaats onder je gasten. Ik kan niet
+begrijpen, dat een zoo verlicht man als jij, genoegen kan vinden in
+zulk gezelschap. In het vervolg zal ik je ander en beter brengen."
+
+"Dat zal mij genoegen doen," antwoordde ik, "en ik vertrouw in deze
+zaak geheel op je smaak."
+
+"Doe dat gerust, ik beloof je de meest geniale geesten. Over eenige
+oogenblikken zullen mijn vrienden samenkomen, om een glaasje likeur
+te drinken; ik zal hen opzoeken en uitnoodigen, dan kunnen ze zich
+vrijhouden, want er is een wedstrijd om hen te dineeren en te soupeeren
+te hebben. Zoo vermakelijk zijn zij."
+
+Met deze woorden verliet hij mij en 's avonds, toen het tijd was
+voor het souper, kwam hij terug met zes schrijvers, die hij mij onder
+allerlei lofliederen den een na den ander voorstelde. Naar zijn woorden
+te oordeelen, overtroffen deze schoone geesten die van Griekenland
+en Italië. Hij zei, dat hunne werken verdienden gedrukt te worden in
+gouden letters. Ik ontving de heeren zeer beleefd en putte mij uit
+in betuigingen van hulde, want dat slag menschen is ijdel.
+
+Hoewel ik niet aan Scipio gezegd had, dat het maal rijkelijk moest
+zijn, had hij, wetende wie zijn gasten waren, gezorgd voor uitbreiding
+van het personeel.
+
+Eindelijk zetten wij ons in vroolijke stemming aan tafel. Mijn poëten
+begonnen het onderhoud door over zichzelf te praten en zichzelf te
+prijzen. Midden onder het souper begon ieder een stuk van zichzelf
+voor te dragen. De een zei een sonnet op, een ander declameerde een
+tragische scène en een derde leverde critiek op een comedie. Een
+vierde wilde een ode van Anacreon voorlezen, vertaald in zeer slechte
+Spaansche verzen. Hij werd in de rede gevallen door een van zijn
+confraters, die zei, dat hij onjuiste uitdrukkingen bezigde. De
+schrijver van de vertalingen gaf dat niet toe en er ontstond een
+dispuut, waaraan al de groote geesten deelnamen. De meeningen waren
+verdeeld, de partijen wonden zich op, men begon elkaar verschillende
+voorwerpen van de tafel naar het hoofd te gooien. Maar het werd nog
+erger, de heeren stonden van tafel op en begonnen elkaar met de vuisten
+te slaan. Fabricius, Scipio, mijn lakeien en ik hadden moeite hen van
+elkaar af te trekken. Toen zij van elkaar waren gescheiden, verlieten
+ze mijn huis als een herberg, zonder mij de minste verontschuldiging
+te maken over hunne onbeleefdheid.
+
+"Welnu," zei ik tot Nunez, "roem je dat soort van gasten nu nog
+zoo? Ik heb dan maar liever met mijn ambtenaren te doen. Spreek
+mij maar niet meer van schrijvers en dichters." Hij antwoordde mij:
+"Ik zal wel oppassen je andere te presenteeren. De heeren, die je
+gezien hebt zijn nog de redelijkste."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X
+
+De zeden van Gil Blas bederven aan het hof geheel. Van de opdracht
+die de graaf de Lemos hem gaf en in welke intrige die heer en hij
+zich wikkelden.
+
+
+Toen het bekend werd, dat ik zoo in de gunst stond bij den hertog
+de Lerme, had ik spoedig een soort hofhouding. Alle morgens bevonden
+zich in mijn antichambre veel menschen. Twee soorten kwamen er bij me:
+personen, die mij betaalden om voor hen gunsten aan den minister te
+vragen en anderen, die mij kwamen smeeken en voor wie ik gratis doen
+moest wat zij vroegen. De eersten waren zeker aangehoord en geholpen
+te worden, de tweeden werden meestal dadelijk afgescheept, ofwel ik
+liet hen zoolang wachten, dat ze hun geduld verloren. Voor ik aan
+het hof kwam, was ik goedhartig en medelijdend, maar daar kent men
+geen medegevoel en ik werd hard als een keisteen. Van genegenheid
+voor mijn vrienden was geen sprake meer. De wijze, waarop ik Joseph
+Navarro behandelde, is daar een bewijs van.
+
+Deze Navarro, aan wien ik zooveel verplichting had en die eigenlijk de
+eerste oorzaak was van mijn fortuin, kwam op zekeren dag bij mij. Na
+vele vriendschapsbetuigingen, die ik gewoonlijk van hem hoorde wanneer
+wij elkaar aantroffen, verzocht hij mij aan den hertog de Lerme zekere
+betrekking te vragen voor een vriend van hem, iemand die zeer bekwaam
+was en goed, maar een betrekking moest hebben om te bestaan. Joseph
+voegde er aan toe: "Daar ik uw goedhartigheid ken, twijfel ik er niet
+aan, of ge zult met genoegen dien man helpen; hij zal u er steeds
+dankbaar voor blijven." Dat wilde dus met andere woorden zeggen, dat
+ik er niets voor zou krijgen. Hoewel ik weinig zin in de zaak had,
+liet ik dat niet blijken, en ik beloofde hem, dat ik mijn best zou
+doen en dat zijn vriend op die betrekking kon rekenen.
+
+Met die verzekering ging Joseph voldaan naar huis. Maar de man, dien
+hij had aanbevolen, kreeg die betrekking niet. Ik gaf haar aan een
+ander, die mij duizend ducaten daarvoor had geboden. Aan die som gaf
+ik de voorkeur boven alle dankbaarheid en betuigingen daarvan. Toen ik
+Joseph later zag zei ik: "Wel Navarro, wat is het jammer, dat ge te
+laat zijt gekomen, om mij over die betrekking te spreken. Calderone
+is mij voor geweest en heeft die plaats al begeven. Het spijt mij
+buitengewoon, dat ik u geen beter nieuws kan meedeelen." Joseph
+geloofde mij en wij scheidden als vrienden, maar ik geloof, dat hij
+later de waarheid ontdekte, want hij kwam niet meer bij mij. Inplaats
+van er berouw over te hebben, dat ik op zulk een wijze een goeden
+vriend had bedrogen, deed het mij genoegen. Behalve dat de diensten,
+die hij me vroeger had bewezen mij hinderden, vond ik, dat het voor
+iemand van mijn positie aan het hof eigenlijk niet paste, om met een
+hofmeester om te gaan.
+
+Het is lang geleden, dat ik het laatst over den graaf de Lemos heb
+gesproken; laat ons thans tot dien heer terugkeeren. Nu en dan zag ik
+hem; ik had hem de duizend pistolen gebracht, waarvan ik hierboven
+vertelde. Later bracht ik hem op bevel van zijn oom den hertog nog
+duizend. De graaf de Lemos wilde dien dag een lang onderhoud met mij
+hebben. Hij zei mij, dat hij zijn doel volkomen had bereikt en dat
+hij de eenige vertrouweling was geworden van den prins. Vervolgens
+belastte hij mij met een zeer eervolle taak, waarop hij mij reeds
+eenigszins had voorbereid. "Vriend Santillano, er moet nu gehandeld
+worden. Spaar niets om een jeugdige schoonheid te zoeken, die waardig
+is om den prins te amuseeren. Gij hebt verstand en ik behoef u er
+niets meer van te zeggen. Span al uw krachten in en wanneer ge een
+gelukkige ontdekking zult gedaan hebben, kom mij dan waarschuwen."
+
+Ik beloofde den graaf mijn best te zullen doen; ik was wel niet op de
+hoogte van dit soort werk maar het kon niet zoo moeilijk zijn waar het
+immers door zoo veel menschen gedaan wordt. Ik had weinig routine in
+die zaken, maar twijfelde niet, of Scipio zou mij kunnen helpen. Dus
+liet ik hem bij mij komen en zei: "Mijn vriend, ik heb je iets op
+te dragen. Weet je wel, dat te midden van de gunsten van de fortuin,
+ik voel, dat mij iets ontbreekt." Hij viel mij in de rede. "Ik raad
+gemakkelijk wat het is, ge hebt behoefte aan een schoone nimf, die u
+verstrooiïng geeft. Het is te verwonderen, dat gij in de kracht van
+uw leven er niet een hebt."
+
+Glimlachend zei ik: "Mijn vriend, ik bewonder je vlugheid van
+verstand. Ja, ik wil een maîtresse hebben en jij moet die voor mij
+zoeken. Maar ik waarschuw je vooruit, dat ik zeer moeilijk ben te
+voldoen in dat opzicht. Ik moet een mooi en aardig meisje hebben,
+dat niet van slechte zeden is."
+
+"Wat ge wenscht is wel een weinig zeldzaam, maar wij zijn hier in een
+stad waar alles te vinden is, en dus heb ik hoop spoedig te slagen."
+
+Werkelijk zei hij me na drie dagen: "Ik heb een schat ontdekt,
+een jonge dame, genaamd Catalina, van goede familie en verrukkelijk
+schoon. Ze woont samen met een tante, in een kleine woning, waar ze
+zeer netjes leven van hare inkomsten, die niet groot zijn. Zij hebben
+een soubrette in dienst, die mij bekend is en mij verzekerd heeft,
+dat hoewel haar deur voor iedereen gesloten is, ze die wel zou willen
+openen voor een rijken en beleefden galant, mits die, om schandaal
+te vermijden, bereid is, om alleen 's nachts te komen. Ik heb met de
+soubrette over u gesproken, ze zou dat aan de dames overbrengen en
+mij morgen het antwoord brengen op een afgesproken plaats."
+
+"Dat is goed. Als die vrouw met wie je gesproken hebt je maar niets
+heeft wijs gemaakt!" "Neen, neen, ik heb bij de buren gevraagd en
+naar alles wat ik hoorde is senora Catalina precies wat gij verlangt,
+d.w.z. een Danaë bij wie gij den Jupiter moogt gaan spelen ten koste
+van een gouden regen van pistolen.
+
+Den volgenden dag kwam de dienstbode aan Scipio zeggen, dat haar
+meesteres mij 's nachts wilde ontvangen. Tusschen elf en twaalf uur
+ging ik er heen. De soubrette ontving mij zonder licht en nam mij
+bij de hand, om mij naar een nette zaal te geleiden, waar de dames
+keurig gekleed mij afwachtten. Ze stonden op en groetten mij beleefd,
+ik meende dames van deftigen stand te zien. De tante, die senora Mencia
+heette, trok hoewel zij nog schoon was, minder mijn aandacht. Men kon
+alleen maar haar nicht aanzien, die me een godin toescheen. Indien
+men haar nauwkeurig bekeek, had men misschien kunnen zeggen, dat zij
+geen volmaakte schoonheid was, maar ze was zoo gracieus en zoo pikant
+dat mannenoogen in haar geen gebreken konden zien.
+
+Het was of mijn zinnen verstoord waren. Ik vergat, dat ik daar
+slechts gekomen was als tusschenpersoon en sprak namens mijzelf,
+als hartstochtelijk verliefd man.
+
+Om mij te doen bedaren, zei de tante: "Mijnheer de Santillano, ik
+zal eerlijk met u spreken; na het goeds, dat ik van u heb gehoord,
+heb ik besloten u te ontvangen maar bedenk wel, tot nu toe heb ik mijn
+nicht in afzondering opgevoed. Gij zijt om zoo te zeggen de eerste,
+aan wiens blikken ik haar blootstel. Indien gij haar waardig oordeelt
+om uw echtgenoote te worden, dan zal ons dat een eer zijn. Gij moet
+beslissen of ge haar dien prijs waardig keurt, goedkooper krijgt
+ge haar niet." Dit onverhoedsche schot verschrikte het liefdegodje,
+dat juist een pijl zou afzenden.
+
+Dat voorstel van een huwelijk bracht mij weer tot mijn volle
+bewustzijn. Ik werd plotseling weer de trouwe agent van den graaf de
+Lemos en veranderend van toon, antwoordde ik senora Mencia: "Mevrouw,
+uw oprechtheid bevalt mij en ik wil die navolgen. Welke positie ik ook
+aan het hof bekleed, ik ben toch de onvergelijkelijke Catalina niet
+waardig. Ik heb voor haar een schitterende partij ter beschikking en
+bestem den prins van Spanje voor haar."
+
+De tante zei op koelen toon: "Het is voldoende, indien gij de hand
+van mijn nicht weigert. Het is niet noodig daaraan een ongepaste
+aardigheid toe te voegen."
+
+"Mevrouw!" riep ik uit, "het is geen aardigheid, ik ben zeer ernstig,
+ik heb in opdracht een dame te zoeken, die waard is met geheime
+bezoeken van den prins te worden vereerd en ik vind die in uw huis."
+
+Senora Mencia was zeer verwonderd die woorden te vernemen en ik merkte,
+dat ze haar goed bevielen. Ze meende echter eenigszins terughoudend
+te moeten zijn, en antwoordde dus: "Wanneer ik u goed heb begrepen,
+ben ik verplicht u te zeggen, dat ik het volstrekt niet zou toejuichen,
+indien mijn nicht de maîtresse werd van een prins. Mijn deugd verzet
+zich tegen dat denkbeeld."
+
+Ik viel haar in de rede: "Ge praat van deugd als een burgervrouw. Men
+moet die zaken niet beschouwen van een moreel standpunt. Dat is al
+het schoone eraan ontnemen. Men moet ze bezien met verrukking:
+aanschouw den erfgenaam der monarchie aan de voeten van de
+gelukkige Catalina. Stel u voor, dat hij haar aanbidt en overlaadt
+met geschenken. Bedenk, dat hij haar misschien een held zal doen
+geboren worden, die den naam zijner moeder onsterfelijk zal maken
+met den zijne."
+
+Hoewel de tante niets liever wilde dan wat ik voorstelde, veinsde zij
+nog niet te kunnen besluiten en Catalina, die niets liever wilde dan
+den prins reeds bij zich te hebben, wendde onverschilligheid voor. Dat
+gaf mij aanleiding om mijn batterijen opnieuw te openen, totdat
+senora Mencia zich bereid verklaarde tot overgave van de vesting op
+de volgende voorwaarden: _primo_, dat, wanneer de prins van Spanje na
+mijn rapport een nachtelijk bezoek zou brengen, ik daarvan aan de dames
+mededeeling zou komen doen beneven van den nacht, welken hij daarvoor
+zou uitkiezen. _Secundo_, dat de prins de dames zou bezoeken als een
+gewone galant en slechts vergezeld door den graaf de Lemos en mij.
+
+Na die overeenkomst waren de dames zoo vriendelijk mogelijk tegen
+mij. Ik waagde zelfs eenige kleine familiariteiten, die niet al te
+slecht werden ontvangen en toen ik afscheid nam omhelsde zij mij
+uit eigen beweging met alle mogelijke liefkoozingen. Het is iets
+merkwaardigs, de gemakkelijke intimiteit tusschen bewerkers van
+liaisons en de vrouwen, die ze noodig hebben; men zou hebben gezegd,
+als men mij weg had zien gaan, dat ik gelukkiger was geweest dan
+inderdaad het geval was.
+
+De graaf de Lemos was buitengewoon verheugd, toen ik hem vertelde,
+dat ik een ontdekking had gedaan, zoo goed als hij maar wenschen
+kon. Ik vertelde hem zooveel van Catalina, dat hij lust kreeg haar
+te zien. Ik bracht hem bij haar den volgenden nacht en hij moest
+toestemmen, dat ik zeer gelukkig was geweest. Hij zei de dames, dat
+hij er niet aan twijfelde, of de prins zou zeer voldaan zijn over de
+schoone, die voor hem was bestemd en dat zij van haar kant reden had
+om tevreden te zijn met zulk een minnaar, dat de prins edelmoedig was,
+goedhartig en zacht. Eindelijk verzekerde hij, dat hij daar verschijnen
+zou zooals zij het wenschte, zonder opzien en zonder gevolg.
+
+Wij gingen daarop terug naar het huis van den graaf en hij verzocht
+mij den volgenden dag zijn oom op de hoogte te brengen van dit avontuur
+en hem nog duizend pistolen te vragen.
+
+Den volgenden dag gaf ik den hertog de Lerme een nauwkeurig verslag
+van wat er gebeurd was. Ik verborg hem slechts ééne zaak, ik sprak hem
+niet van Scipio; ik gaf mijzelf de eer van de ontdekking van Catalina,
+want men geeft zichzelf graag van alles de eer bij groote heeren.
+
+De minister maakte mij zijn compliment en zei op schertsenden toon:
+"Het verheugt mij waarlijk, mijnheer Gil Blas, dat ge bij al uw andere
+talenten ook nog dat bezit, om schoonheden te ontdekken. Wanneer ik
+er soms eens een mocht noodig hebben, zult ge zeker wel goed vinden,
+dat ik mij tot u wend." "Excellentie, ik bedank u voor uw woorden,
+maar u zult mij toestaan te zeggen, dat ik er eenig bezwaar tegen
+zou maken, om u dergelijke genoegens te verschaffen. Don Rodrigo is
+al zoolang daarmee belast, dat het onrechtvaardig zou zijn hem dat
+voorrecht te ontnemen." De hertog glimlachte om mijn antwoord en vroeg
+of zijn neef geen geld noodig had voor deze zaak. Ik deelde hem mee,
+dat ik in opdracht had hem daarvoor duizend pistolen te vragen. De
+minister antwoordde: "Ge kunt ze hem brengen, zeg hem dat hij ze niet
+moet sparen en dat hij tegemoet komt aan alle onkosten, die de prins
+zou willen maken."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI
+
+Van het geheime bezoek en van de geschenken, die de prins aan
+Catalina gaf.
+
+
+Dadelijk ging ik vijfhonderd dubbele pistolen brengen aan den
+graaf de Lemos. Deze zei: "Ge komt, of ge geroepen waart; ik heb
+met den prins gesproken en deze brandt van verlangen om Catalina te
+zien. Reeds vannacht zal hij in stilte het paleis verlaten en haar
+bezoeken. Die zaak is beklonken en mijn maatregelen zijn daarvoor
+reeds genomen. Waarschuw dus de dames en geef haar het geld. Ze moeten
+weten, dat het geen gewone minnaar is, dien ze zullen ontvangen. Daar
+gij hem met mij zult vergezellen, moet ge maken, dat ge vanavond in
+zijn slaapkamer zijt. Ik oordeel het 't beste, dat wij uw rijtuig
+nemen. Zorg dus, dat het omstreeks twaalf uur in de omgeving van het
+paleis gereed staat."
+
+Na dit gesprek ging ik naar de dames. Ik zag Catalina niet; men zei,
+dat zij rustte.
+
+Dus sprak ik alleen met senora Mencia. "Mevrouw, neem mij als 't u
+blieft niet kwalijk, dat ik in uw huis verschijn, maar ik kon het
+onmogelijk vermijden. Ik moet u meedeelen, dat de prins vannacht zal
+komen en hier heb ik een offerande, die hij naar den tempel zendt,
+opdat de godheid hem gunstig gezind zal zijn. Zooals u ziet heb ik
+u niet in een slechte zaak betrokken."
+
+Zij bedankte mij daarvoor en vroeg mij vervolgens, of de prins ook
+van muziek hield, waarop ik haar antwoordde, dat hij daar dol op was.
+
+"Des te beter! Het doet mij een zeer groot genoegen, dat ge mij
+dit zegt, want mijn nicht heeft een stem als een nachtegaal, speelt
+verrukkelijk luit en danst prachtig."
+
+"Almachtig!" riep ik uit. "Wat een volmaaktheid! Een enkel van die
+talenten is voldoende voor een meisje, om haar fortuin te maken."
+
+Nadat aldus de weg was bereid, wachtte ik tot het uur, waarop ik
+naar den prins moest gaan. Ik gaf mijn koetsier bevel om in te
+spannen en reed eerst naar den graaf de Lemos, die me zei, dat de
+prins om zich gemakkelijker van elk gezelschap te kunnen ontdoen,
+een lichte ongesteldheid had voorgewend. De graaf liet mij bij het
+paleis achter. Ik moest zoolang wachten, dat ik begon te gelooven,
+dat onze minnaar een anderen weg had gekozen of den lust verloren had,
+Catalina te zien; alsof prinsen ooit dit soort verlangens verloren
+voordat ze bevredigd waren! Eindelijk verschenen twee mannen, die
+mij aanspraken. Toen ik hen herkend had namen beiden in het rijtuig
+plaats en ik ging op den bok zitten bij den koetsier, om hem den weg
+te wijzen. Op vijftig pas afstand van het huis liet ik stilhouden en
+wij liepen naar de deur, die bij onze nadering werd geopend en achter
+ons gesloten.
+
+Wij bevonden ons eerst in dezelfde duisternis, waarin ik den eersten
+keer was geweest; wel had men nu aan een van de muren een kleine
+lamp gehangen, maar die gaf bijna geen licht. Dat alles diende om
+het avontuur aantrekkelijker te maken voor onzen held, die levendig
+getroffen werd door het zien van de dames in de zaal, waar het heldere
+licht van een zeer groot aantal kaarsen een scherpe tegenstelling
+vormde met de duisternis daarbuiten. De dames waren zeer smaakvol
+gekleed.
+
+"Welnu, prins!" zei de graaf de Lemos, "zou men u wel het
+genoegen kunnen verschaffen twee bevalliger dames te zien dan deze
+twee?" "Inderdaad", was het antwoord, "ik behoef niet te denken,
+dat ik mijn hart weer zal meenemen bij mijn vertrek. Ik zou het aan
+de tante verliezen, als de nicht er niet was."
+
+Na deze voor een tante zoo vleiende woorden, maakte hij allerlei
+complimentjes aan de nicht, die hem zeer geestige antwoorden gaf.
+
+Daar het aan personen, die bij een onderhoud van geliefden een rol
+spelen, zooals ik bij die gelegenheid deed, geoorloofd is zich in
+het gesprek te mengen mits het is om het vuur aan te wakkeren, zei ik
+tegen den galant, dat zijn nimf verrukkelijk zong en luit speelde. Het
+deed hem buitengewoon veel genoegen te vernemen, dat zij die talenten
+bezat en hij verzocht haar daarvan een proeve te willen geven. Ze gaf
+daaraan gevolg en zong werkelijk treffend mooi, zoodat de prins zich
+op de knieën liet vallen, vervoerd door liefde en genot. Maar genoeg
+over deze samenkomst; laat ons enkel zeggen, dat het noodig was den
+prins aan te manen het huis te verlaten, omdat de dag aanbrak.
+
+Ik vertelde den volgenden morgen het avontuur aan den hertog de Lerme,
+want hij wilde alles weten. Juist had ik mijn verhaal geëindigd,
+toen de graaf de Lemos aankwam en ons zei: "De prins is zoo vervuld
+van Catalina, dat hij zich voorneemt haar dikwijls te bezoeken. Hij
+wil haar heden voor tweeduizend pistolen aan edelgesteenten zenden,
+maar bezit niets. Hij heeft mij gezegd, dat hij mij eeuwig dankbaar
+zal zijn, indien ik hem dat geld wist te verschaffen en ik heb
+hem geantwoord dat hij gerust kon zijn, want dat ik vrienden heb
+en crediet."
+
+De hertog zei, dat aan dit verlangen zou worden voldaan. De graaf
+de Lemos ging daarna met mij naar een juwelier, waar wij kostbare
+sieraden kochten, die ik naar Catalina bracht.
+
+Men behoeft niet te vragen, of ik gunstig werd ontvangen door de dames,
+toen ik 's nachts de geschenken bracht. Verrukt over de liefde en de
+mildheid van den prins bedankten ze mij, dat ik haar een zoo goede
+kennismaking had verschaft.
+
+Opgewonden door de vreugde, ontsnapten haar eenige woorden, die deden
+vermoeden, dat het een kleine bedriegster was, die ik aan den zoon
+van onzen grooten monarch had geleverd. Om het fijne van de zaak te
+weten, ging ik naar huis, met het voornemen een onderhoud met Scipio
+te hebben.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII
+
+Wie Catalina was. Verlegenheid van Gil Blas, zijn onrust en welken
+voorzorgsmaatregel hij moest nemen, om tot rust te komen.
+
+
+Toen ik thuiskwam, hoorde ik een groot geraas. Ik vroeg, wat het
+beteekende en men zei mij, dat Scipio dien avond een souper gaf aan een
+half dozijn van zijn vrienden. Ze zongen luidkeels en schaterden van
+het lachen. Die maaltijd was zeker niet het banket van de zeven wijzen.
+
+De gastheer, verwittigd van mijn komst, zei tot het gezelschap:
+"'t Is niets heeren, mijn meester is thuisgekomen, maar dat behoeft
+ons niet te storen. Ik heb hem maar een paar woorden te zeggen en
+ben dan weer terug."
+
+"Wat is dat voor een leven? Wat voor soort menschen is het, dat ge
+daar beneden onthaalt? Zijn het dichters?" vroeg ik.
+
+"Neen," antwoordde hij, "gelukkig niet, het zou jammer zijn aan zulke
+lieden uw wijn te drinken te geven. Ik maak er een beter gebruik
+van. Er is onder de gasten een jongeman, die zeer rijk is en een
+betrekking wil krijgen door uw invloed en door zijn geld. Voor hem
+wordt het feest gegeven; bij iederen teug, dien hij drinkt, vermeerder
+ik het voordeel, dat u daarbij hebben zult met tien pistolen en
+'t is mijn plan hem tot aan den dag te laten drinken".
+
+"Als dat zoo is", antwoordde ik, "ga dan maar weer aan tafel en spaar
+den wijn niet."
+
+Ik oordeelde het niet het juiste oogenblik om met Scipio over de
+zaak te spreken, maar den volgenden morgen zei ik: "Vriend Scipio,
+je weet hoe wij samen leven. Ik behandel je meer als vriend dan
+als een ondergeschikte, het zou dus niet goed van je zijn om mij te
+bedriegen. Laten wij dus geen geheimen voor elkander hebben. Ik zal
+je een zaak meedeelen, die je zal verrassen en jij van jouw kant
+moet me zeggen wat je denkt van de twee dames, met wie je mij in
+kennis hebt gebracht. Al doen ze zich met nog zooveel oprechtheid
+en eenvoud voor, ik geloof, onder ons gezegd, dat ze doortrapt en
+geslepen zijn. Indien ik ze juist beoordeel, dan heeft de prins geen
+reden om zich op mij te beroemen, want het is voor hem, dat ik je een
+maitresse heb gevraagd. Ik heb hem naar Catalina gebracht en hij is
+verliefd op haar geworden."
+
+Scipio antwoordde mij: "Mijnheer, u hebt mij teveel goedheid bewezen,
+dan dat ik onoprecht met u zou omgaan. Gisteren heb ik een onderhoud
+gehad met de dienstbode van de dames en die heeft me hare geschiedenis
+meegedeeld.
+
+Catalina is de dochter van een armen edelman uit Aragon. Op haar
+vijftiende jaar was ze wees en even arm als mooi. Zij werd ten huwelijk
+gevraagd door een ouden commandant die haar naar Tolédo bracht, waar
+hij stierf na zes maanden meer een vader dan een echtgenoot voor
+haar te zijn geweest. Zijn nalatenschap bestond uit niet meer dan
+driehonderd pistolen. Catalina ging toen samenwonen met senora Mencia,
+die nog zeer in de mode was, hoewel ze wel achteruit ging. De dames
+begonnen een leven te leiden, waarmee het gerecht wel eens nader wilde
+kennismaken. Dat beviel haar niet, ze verlieten plotseling Tolédo, om
+zich te gaan vestigen in Madrid, waar ze twee jaar leven zonder omgang
+te hebben met andere dames. Maar het merkwaardigste is: zij hebben twee
+huizen gehuurd, die slechts gescheiden worden door een muur en men kan
+door den kelder van het eene in 't andere komen. Senora Mencia bewoont
+met een jonge dame het eene huis en de weduwe van den commandant heeft
+in het andere haar intrek met een oude gezelschapsjuffrouw, die ze
+voor haar grootmoeder laat doorgaan, zoodat ze nu eens de nicht is,
+die door hare tante is opgevoed en dan weer de kleindochter, onder
+bescherming van hare grootmoeder. Als zij de nicht is heet ze Catalina
+en speelt ze voor kleindochter dan wordt ze Sirena genoemd".
+
+Bij het hooren van den naam Sirena voelde ik, dat ik verbleekte en
+ik viel Scipio in de rede: "Wat zeg je daar! Helaas, ik ben bang dat
+zij de maitresse is van Calderone!"
+
+"Ja zeker, dat is zij! ik dacht, dat het u een genoegen zou doen,
+wanneer ik u dat nieuwtje kon vertellen!"
+
+"Mij een genoegen doen? Mijn leed is niet te overzien! Wat zullen
+van dat alles de gevolgen zijn?"
+
+Scipio antwoordde mij: "Maar welk ongeluk kan daardoor dan
+gebeuren? Het is niet zeker, dat don Rodrigo ontdekt hetgeen er
+voorvalt en als ge vreest, dat hij het merkt, waarschuw dan den eersten
+minister. Vertel hem de zaak zooals zij is. Hij kan aan uw goede trouw
+niet twijfelen en als Calderone later probeert om u een hak te zetten,
+dan weet hij, dat daarbij wraakzucht in het spel is."
+
+Scipio had door die woorden mijn vrees wel eenigszins weggenomen. Ik
+volgde zijn raad en deelde den hertog mijn ontdekking mee. De minister
+lachte er om. "Ga maar gewoon je gang, 't is voor Calderone nog een
+eer, om dezelfde dame te beminnen als onze prins."
+
+Ook den graaf de Lemos bracht ik op de hoogte en ik vroeg hem zijn
+protectie, wanneer Calderone soms iets mocht ontdekken en zich op
+mij wilde wreken. Op die wijze meende ik mij voldoende te hebben
+beveiligd. Ik vergezelde den prins nog meermalen naar Catalina,
+anders gezegd de schoone Sirène, die door de eigenaardige inrichting
+van haar huis het middel had gevonden om don Rodrigo te bedriegen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIII
+
+Gil Blas gaat voort met den heer te spelen. Hij krijgt berichten
+van zijn familie. Welken indruk die op hem maken. Hij verliest zijn
+vriend Fabricius.
+
+
+Ik heb reeds gezegd, dat er 's morgens altijd veel personen in mijn
+antichambre waren. Naar het gebruik van het hof echter en om gewichtig
+te schijnen, had ik de gewoonte aangenomen om tegen ieder te zeggen,
+dat men mij de zaak schriftelijk moest meedeelen. Ik was daar zoo aan
+gewend geraakt, dat ik het op zekeren morgen ook tot mijn huisheer zei,
+toen hij mij er opmerkzaam op kwam maken, dat ik hem een jaar huur
+schuldig was. Mijn slager en mijn bakker bespaarden mij de moeite,
+zóó prompt kwamen ze iedere maand met hun verzoekschrift aanzetten.
+
+Nog een andere belachelijke eigenschap had ik aangenomen, n.l. van
+groote heeren te spreken, alsof ik huns gelijke was. Indien ik
+b.v. den hertog van Alva, den hertog van Assune, of den hertog de
+Medina Sidonia noemde, zei ik altijd kortweg Alva, Assune en Medina
+Sidonia. Ik was in één woord zoo trotsch en ijdel geworden, dat ik niet
+meer de zoon was van mijn vader en moeder. Helaas! arme stalmeester
+en arme vrouw, ik informeerde er niet naar of zij gelukkig dan wel
+ellendig en armoedig leefden in Asturië!
+
+Ik had mijn familie vergeten, toen op zekeren dag een jongeman bij
+mij binnenkwam, die zei, dat hij mij alleen wenschte te spreken. Ik
+liet hem in mijn kabinet en daar ik zag dat hij een man was uit
+het gewone volk, bood ik hem geen stoel aan, maar vroeg dadelijk,
+wat hij verlangde. "Mijnheer Gil Blas," zei hij, "herkent ge mij
+niet?" Oplettend bekeek ik zijn trekken, maar ik was verplicht
+te zeggen, dat ik niet wist, wie hij was. "Ik ben een van uw
+dorpsgenooten, geboren te Oviédo en zoon van Bertrand Muscada, den
+kruidenier, den buurman van uw oom den kanunnik. U herken ik heel goed,
+wij hebben wel duizendmaal samen gespeeld."
+
+"Van de spelen in mijn jeugd herinner ik mij maar heel weinig meer; de
+zorgen, die ik later heb gehad, hebben mij ze doen vergeten", zei ik.
+
+"Ik ben te Madrid gekomen," vervolgde hij, "om af te rekenen met
+een leverancier van mijn vader en hoorde van u spreken. Men zei me,
+dat ge een goede betrekking hadt aan het hof en dat ge al rijk waart
+als een jood. Ik maak u er mijn compliment over en ik ben blij,
+dat ik bij mijn terugkomst uw familie genoegen kan doen met zulk een
+aangename tijding."
+
+Beleefdheidshalve kon ik niet nalaten mijn kruidenier te vragen naar
+mijn vader, moeder en oom, maar ik deed dat zoo koel, dat ik hem geen
+aanleiding gaf, om mijn liefde voor mijn familie te prijzen. Hij gaf
+mij dat te kennen. Mijn onverschilligheid voor menschen, die mij zoo
+dierbaar moesten zijn, hinderde hem en daar hij een openhartige jongen
+was, zei hij: "Ik meende, dat ge meer belang zoudt stellen in uw naaste
+familie. Op welk een koelen toon vraagt ge naar hen! Het schijnt wel
+of ge hen vergeten hebt. Weet ge iets van hun toestand? Uw vader en
+moeder zijn nog altijd in betrekking en van uw oom, die geplaagd wordt
+door ziekte en gebreken van den ouderdom, is het einde nabij. Hij
+heeft hulp noodig en daar gij in staat zijt uw familie goed te doen,
+geef ik u als vriend den raad om hun ieder jaar tweehonderd pistolen
+te zenden. Door dien steun kunt ge hun, zonder dat het u zelf hindert,
+een gemakkelijk en gelukkig leven verschaffen."
+
+Inplaats van getroffen te zijn door zijn woorden, hinderde het mij
+slechts, dat hij de vrijmoedigheid had genomen, om zich in mijn zaken
+te mengen. Met meer voorzichtigheid zou hij misschien meer van mij
+gedaan hebben gekregen. Hij merkte wel, dat ik ontstemd was, maar ging
+op het onderwerp door tot ik eindelijk mijn geduld verloor en zei:
+"'t Is genoeg, mijnheer de Muscada, meng u niet in zaken, die u niet
+aangaan. Ga naar den leverancier van uw vader en reken met hem af. Het
+past u niet, mij mijn plicht voor te schrijven. Ik weet beter dan gij,
+wat ik in deze aangelegenheid heb te doen." Met die woorden wees ik
+hem de deur.
+
+Wat hij mij gezegd had, maakte intusschen wel indruk op mij, ik
+verweet mijzelf, dat ik een onnatuurlijke zoon was. Ik herinnerde mij
+de zorgen, die men in mijn jeugd voor mijn opvoeding had gehad en
+hoeveel ik aan mijn ouders verschuldigd was; maar andere gedachten
+drongen deze overwegingen weer op den achtergrond. Ik vergat mijn
+familie. Er zijn vele vaders, die zulke kinderen hebben.
+
+De gierigheid en eerzucht, die zich van mij hadden meester gemaakt,
+veranderden mijn humeur geheel. Ik had mijn vroolijkheid verloren
+en werd teruggetrokken en stil. Fabricius, die merkte dat ik mij met
+niets anders bezighield dan met de zorg voor mijn fortuin, kwam maar
+zeer zelden meer bij mij. Op zekeren dag kon hij zich niet weerhouden
+te zeggen: "Waarlijk Gil Blas, ik herken je niet meer. Voor je aan het
+hof kwam, was je altijd rustig en kalm, nu ben je steeds zenuwachtig
+en gejaagd. Je vormt plan op plan om je te verrijken en hoe meer je
+krijgt, hoe meer je hebben wilt. Ook ben je niet meer zoo vrij in den
+omgang, je verbergt, wat er in je omgaat. Om kort te gaan, Gil Blas,
+je bent niet meer de Gil Blas, dien ik gekend heb."
+
+"Dat is zeker scherts", antwoordde ik op vrij koelen toon. "Ik merk
+niet, dat ik in eenig opzicht ben veranderd."
+
+"En toch is het zoo, mijn vriend," vervolgde hij. "Als ik vroeger bij
+je aanklopte, maakte je zelf de deur open en ik kwam vrij en zonder
+complimenten je kamer binnen. Wat een verschil met tegenwoordig! Je
+hebt lakeien, men laat mij in een antichambre wachten en ik moet
+aangediend worden, voor ik met je kan spreken. En hoe ontvang je mij
+dan? Met koele beleefdheid. 't Is of mijn bezoeken je beginnen te
+vervelen. Denk je, dat zoo iets aangenaam is voor een man, die je
+kameraad is geweest? Neen Santillano, dat bevalt mij in het geheel
+niet. Adieu, laten wij in der minne scheiden."
+
+Ik liet hem gaan zonder de minste poging te doen, om hem terug
+te houden. In den toestand waarin mijn geest verkeerde, scheen de
+vriendschap van een dichter mij niet zulk een kostbaar bezit, om mij
+over het verlies daarvan te bedroeven. Ik vond genoegen in den omgang
+met andere ambtenaren, wier stemming met de mijne overeenkwam. Die
+kennissen waren mannen, waarvan de meesten ik weet niet waar vandaan
+kwamen en die door hun gelukkig gesternte hun betrekkingen hadden
+gekregen. Zij gevoelden zich behagelijk in hun positie, schreven
+de weldaden, waarmee de koning hen had overladen, slechts aan eigen
+verdiensten toe en vergaten zichzelf.
+
+O Fortuna! zoo deelt gij meestal uw diensten uit. Epictetus, de
+Haïker, had geen ongelijk toen hij u vergeleek met een jonkvrouw,
+die zich overgeeft aan knechts.
+
+
+
+
+
+
+NEGENDE BOEK
+
+
+HOOFDSTUK I
+
+Scipio wil Gil Blas laten trouwen en stelt hem de dochter van een
+rijken en beroemden goudsmid voor. De stappen, die daartoe worden
+gedaan.
+
+
+Op een avond dat het gezelschap, dat bij mij gesoupeerd had, was
+vertrokken, bevond ik mij alleen met Scipio. Ik vroeg hem wat hij
+dien dag had gedaan. "Een meesterwerk," antwoordde hij. "Ik wil u rijk
+laten trouwen met de eenige dochter van een goudsmid, dien ik ken."
+
+"De dochter van een goudsmid!" riep ik op minachtenden toon. "Ben
+je gek geworden, dat je me zulk een burgerlijk meisje durft voor te
+stellen? Wanneer men zijn verdiensten heeft en men heeft aan het hof
+een zekere positie, dan heeft men het recht zijn blikken verder te
+doen reiken."
+
+"Nu mijnheer, sla maar zoo'n toon niet aan! Denk er aan, dat het
+de man is, die den adel bepaalt en weet wel, dat het een partij
+is van minstens honderd duizend ducaten! Is dat niet een mooi stuk
+goudsmidswerk?"
+
+Toen ik van die groote som hoorde, werd ik meer handelbaar en
+zei tegen mijn secretaris: "Ik geef mij over. De bruidschat doet
+me beslissen! Wanneer kan ik dat geld opnemen?" "Zachtjes aan,
+mijnheer! Een beetje geduld. Eerst moet ik de zaak nog aan den vader
+meedeelen."
+
+Lachend riep ik: "dat huwelijk is dus nog niet ver gevorderd!" Hij
+antwoordde mij: "Verder dan ge denkt. Als ik maar een uur met den
+goudsmid heb gesproken, sta ik u voor zijn toestemming in. Maar
+voor wij verder gaan, moeten wij eerst iets afspreken. Onderstel,
+dat u die honderdduizend ducaten krijgt, hoeveel geeft u er mij dan
+van?" "Twintig duizend," antwoordde ik. "De hemel zij geprezen!" riep
+hij. "Ik had gedacht, dat uw edelmoedigheid zich tot tien duizend
+zou bepalen. Ik zal morgen die zaak ter hand nemen en ge kunt er
+verzekerd van zijn, dat ze zal gelukken."
+
+Werkelijk zei hij twee dagen later: "Ik heb gesproken met mijnheer
+Gabriel de Salers--zoo heet mijn goudsmid--en ik heb hem zooveel
+verdienstelijks van u verteld, dat hij een willig oor heeft geleend
+aan mijn voorstel, om u tot schoonzoon te nemen. Ge zult zijn dochter
+hebben, met honderd duizend ducaten, mits ge hem duidelijk aantoont,
+dat gij in de gunst staat bij den minister."
+
+"Als het daarvan afhangt," zei ik, "zal ik wel spoedig getrouwd
+zijn. Maar zeg mij eens: heb je het meisje gezien? Hoe is zij?"
+
+"Niet zoo mooi als haar bruidschat. Maar daar zult ge u zeker wel
+niet om bekommeren?"
+
+"Wel neen, mijn vriend. Wij heeren van het hof trouwen alleen om
+getrouwd te zijn. Wij zoeken de schoonheid alleen bij de vrouwen van
+onze vrienden en wanneer bij toeval de onze ze bezit, den schenken
+wij daar zoo weinig aandacht aan, dat zij groot gelijk hebben,
+wanneer zij ons ervoor straffen."
+
+Scipio vervolgde: "Mijnheer Gabriel geeft vanavond een souper. Wij
+zijn overeengekomen, dat ge niet over het voorgenomen huwelijk zult
+spreken. Hij noodigt verschillende vrienden uit en gij zult als
+een gewone gast zijn. Morgenavond geeft gij op dezelfde wijze een
+souper. Ge ziet, dat het een man is, die u eerst wil bestudeeren,
+voordat de zaak wordt beklonken. Het zal dus goed zijn, dat ge u een
+weinig in acht neemt."
+
+"Wel voor den duivel!" riep ik vol zelfvertrouwen, "laat hij mij maar
+bestudeeren zooveel hij wil; ik kan bij dat onderzoek slechts winnen."
+
+Het gebeurde zooals was afgesproken. Ik ging naar den goudsmid,
+die mij zoo familiaar ontving, alsof wij elkaar reeds verscheiden
+malen hadden ontmoet. Hij scheen mij een goede man en stelde mij
+dadelijk voor aan senora Egénia, zijn vrouw, en de jonge Gabriella,
+zijn dochter. Ik maakte eenige complimentjes en sprak in zeer fraaie
+woorden over allerlei nietigheden.
+
+Wat mijn secretaris mij ook van haar had gezegd, scheen Gabriella
+mij toch niet leelijk, misschien wel omdat ze zoo mooi was gekleed,
+of mogelijk bekeek ik haar wel door haar bruidschat heen. Een goed
+huis, dat van mijnheer Gabriel! Er was daarin geloof ik meer zilver
+dan in de mijnen van Peru. Overal zag men dat metaal, onder duizend
+verschillende vormen. Elke kamer, en vooral die, waar wij aan tafel
+gingen, was een schat. Welk een gezicht voor een schoonzoon. De
+schoonvader had vijf of zes kooplieden gevraagd, allen ernstige
+en vervelende personen. Zij spraken alleen over den handel en hun
+conversatie was meer een gesprek over zaken, dan een gezellig onderhoud
+van vrienden, die met elkaar soupeeren.
+
+Den volgenden avond ontving ik den goudsmid. Daar ik niet kon
+schitteren door mijn zilverwerk, had ik iets anders uitgevonden. Ik
+noodigde aan het souper diegenen van mijn vrienden, die een goed
+figuur maakten aan het hof, eerzuchtig waren en geen grenzen stelden
+aan hunne begeerten. Mijn gasten spraken slechts over grootheid
+en schitterende en voordeelige posten, die ze najoegen. Dat miste
+zijn uitwerking niet. Gabriel, de burgerman, zeer onder den indruk
+van al hunne groote ideeën, gevoelde zich niettegenstaande al zijn
+rijkdom klein tegenover al die groote heeren. Wat mij betreft, ik
+deed alsof ik matig was in mijn wenschen en mij tevreden stelde met
+een middelmatig fortuin van twintigduizend pistolen rente, waarop
+mijn vrienden uitriepen, dat ik dwaas was en dat ik bemind als ik
+was bij den eersten minister, met zoo weinig niet tevreden behoefde
+te zijn. De schoonvader verloor geen enkel van die woorden en ik kon
+merken, dat hij zeer voldaan was, toen hij heenging.
+
+Scipio zocht hem den volgenden morgen op om hem te vragen of
+hij tevreden was. Hij kreeg ten antwoord: "Uw meester bevalt mij
+buitengewoon goed, maar wij zijn oude kennissen, laten we dus eerlijk
+met elkaar spreken. Wij hebben zooals ge weet, allen ons zwak. Zeg
+mij die van mijnheer de Santillano. Speelt hij, of houdt hij veel
+van galante avonturen? Welke slechte neigingen heeft hij? Verberg
+mij niets." Scipio zei: "Ge beleedigt mij, mijnheer Gabriel, door
+mij die vragen te doen. Ik werk meer in uw belang, dan in dat van
+mijn meester. Indien hij slechte eigenschappen bezat, geschikt om uw
+dochter ongelukkig te maken, dan zou ik het nooit gewaagd hebben hem
+als uw schoonzoon voor te stellen. Ik kan bij hem geen andere fout
+vinden, dan dat hij geen fouten heeft. Hij is te verstandig voor een
+jongen man." "Zooveel te beter," hernam de goudsmid, "dat doet mij
+genoegen. Nu mijn vriend, ge kunt hem verzekeren, dat hij mijn dochter
+zal hebben, zelfs al stond hij niet in de gunst bij den minister."
+
+Zoodra mijn secretaris mij dit onderhoud had meegedeeld, ging ik
+naar de Salero, om hem te bedanken voor de gunstige beschikking,
+die hij ten opzichte van mij had genomen. Zijn vrouw en dochter
+had hij reeds van de zaak gesproken en dat zij geen bezwaar hadden
+gemaakt, merkte ik aan de houding, die zij tegenover mij aannamen. Ik
+stelde nog dienzelfden dag mijn aanstaanden schoonvader voor aan den
+hertog de Lerme, die ik den vorigen avond had ingelicht. De minister
+ontving hem zeer vriendelijk en betuigde zijn vreugde, dat hij tot
+schoonzoon iemand had gekozen, van wien hij zooveel hield en dien hij
+zou vooruithelpen. Verder zei hij nog zooveel goeds van mij, dat de
+goede Gabriel meende, dat hij in heel Spanje voor zijn dochter geen
+betere partij zou hebben kunnen vinden. Hij was er zoo door geroerd,
+dat hij tranen in de oogen kreeg. Hartelijk nam hij afscheid van
+mij toen wij scheidden en zei: "Mijn zoon, ik verlang er zoo naar,
+u als de echtgenoot van Gabriella te zien, dat ge het binnen acht
+dagen zijn zult."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II
+
+Door welk toeval Gil Blas zich don Alphonse de Leyva herinnerde en
+van den dienst, dien hij hem, uit ijdelheid bewees.
+
+
+Laten wij mijn huwelijk een oogenblik rusten. De volgorde in mijn
+geschiedenis eischt, dat ik vertel van den dienst, dien ik bewees
+aan don Alphonse, mijn ouden meester. Ik had dien edelman bijna
+geheel vergeten en ziehier bij welke gelegenheid ik weer aan hem
+werd herinnerd.
+
+In dien tijd kwam de betrekking van gouverneur der stad Valencia
+vacant. Toen ik dit nieuws vernam, dacht ik aan don Alphonse de
+Leyva. Die betrekking zou bij uitstek voor hem geschikt zijn en
+minder misschien uit vriendschap dan uit zucht om te pralen, vroeg
+ik haar voor hem; als dat gebeurde, zou het een buitengewoon groote
+eer voor mij zijn. Ik richtte mij dus tot den hertog de Lerme, zei,
+dat ik intendant was geweest van don Cesar de Leyva en zijn zoon,
+dat ik alle redenen had om hen te prijzen en dus voor een van hen
+die betrekking vroeg. De minister antwoordde mij: "Zeer gaarne, Gil
+Blas. Het doet mij genoegen te zien, dat je dankbaar bent. Overigens
+sprak je van een familie voor welke ik achting heb. De Leyva's zijn
+goede dienaren van den koning, zij verdienen die plaats wel. Beschik
+daarover naar goedvinden. Ik geef je haar als bruidsgeschenk."
+
+Ten zeerste erover verheugd, dat mijn plan zoo goed was geslaagd,
+ging ik zonder tijd te verliezen naar Calderone, om de zaak in orde te
+laten maken. Er waren vele personen bij hem, die in eerbiedige stilte
+wachtten, tot Rodrigo hen audiëntie wilde verleenen. Toen hij mij zag,
+brak hij plotseling het gesprek, waarin hij met een van de heeren
+gewikkeld was, af en kwam naar mij toe met een zoo vriendschappelijke
+begroeting, dat ik er verbaasd over was. "Wel mijn waarde collega,
+wat verschaft mij het genoegen u te zien? Waarmee kan ik u van
+dienst zijn?"
+
+Toen ik hem vertelde, welke de zaak was, die mij tot hem voerde,
+gaf hij mij dadelijk de verzekering, dat den volgenden morgen de
+noodige stukken zouden gereed zijn. Hij bepaalde zich niet tot die
+beleefdheid, maar bracht mij zelf naar de deur van de antichambre,
+wat hij anders nooit deed, dan bij zeer groote heeren.
+
+Onder het heengaan dacht ik: "Wat beteekent al die beleefdheid? Zou
+Calderone het op mijn val toeleggen? Of wil hij mijn vriendschap winnen
+en probeeren nu zijn gelukster aan het dalen is, dat ik hem in een
+gunstig licht zal stellen bij onzen patroon?" Ik wist niet, waaraan
+ik mij te houden had. Den volgenden morgen nam hij weer diezelfde
+houding tegenover mij aan. Tegen andere menschen met wie hij sprak,
+was hij dien morgen al zeer onbeleefd, den een snauwde hij af, voor
+den ander had hij geen woord over; maar ze werden allen gewroken door
+een voorval, dat ik niet met stilzwijgen mag laten voorbijgaan.
+
+Een zeer eenvoudig gekleed man, die er uitzag alsof hij beneden zijn
+stand gekleed was, naderde Calderone en sprak hem van een zekere
+memorie, die hij bij den hertog de Lerme had ingediend. Don Rodrigo
+keek den spreker nauwelijks aan en zei op bruusken toon: "Hoe heet
+ge?" Hij kreeg tot antwoord: "Men noemde mij in mijn jeugd Francillo,
+later don Francisco de Zuniga en thans graaf de Pedrosa". Calderone,
+die nu merkte, dat hij met iemand van den hoogsten stand te doen
+had, wilde zich nu verontschuldigen. "Neem mij niet kwalijk, ik
+kende u niet...." De ander viel hem in de rede: "Ik bedank voor uw
+verontschuldigingen, evenals voor uw onbeleefdheden. Een secretaris
+van een minister moet iedereen beleefd ontvangen. Wees, als ge wilt,
+ijdel genoeg om u te beschouwen als den plaatsvervanger van uw meester,
+maar vergeet niet, dat ge zijn ondergeschikte zijt."
+
+De trotsche don Rodrigo was niet weinig uit het veld geslagen door die
+vermaning. Ik voor mij leerde er uit, dat ik in het vervolg goed zou
+opletten tegen wien ik sprak op mijn audienties en alleen onhebbelijk
+zou zijn tegen doofstommen.
+
+Daar de papieren van don Alphonse gereed waren, zond ik die per
+expresbode met een brief van den hertog de Lerme, waarin deze
+hem kennis gaf, dat de koning hem had benoemd tot gouverneur van
+Valencia. Ik voegde er geen brief van mezelf bij over mijn bemoeiïngen
+in deze zaak, maar wilde het genoegen hebben dit hem mondeling mee
+te deelen, als hij naar Madrid moest komen om den eed af te leggen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III
+
+Van de toebereidselen voor het huwelijk van Gil Blas en van de groote
+gebeurtenissen, die ze overbodig maakten.
+
+
+Laten wij terugkeeren tot mijn schoone Gabrielle. Ik moest haar dus
+binnen acht dagen trouwen. Wij bereidden ons beiden op die plechtigheid
+voor. Salero liet rijke kleeren maken voor de bruid en ik huurde voor
+haar een kamenier, een lakei en een ouden stalknecht, allen gekozen
+door Scipio, die nog met meer ongeduld dan ik den dag afwachtte,
+waarop mij de bruidschat zou worden uitgekeerd.
+
+Den avond voor dien grooten dag, soupeerde ik bij den schoonvader
+met ooms en tantes, neven en nichten. Ik huichelde heel goed den
+dankbaren schoonzoon, betuigde den goudsmid en zijn vrouw honderdmaal
+mijn erkentelijkheid, speelde den hartstochtelijk verliefde bij het
+meisje, maakte mij aangenaam bij alle leden van de familie, wier
+platte conversatie en burgerlijke manieren mij aanstoot gaven. Er
+was er niet een, die zich niet verheugde over deze verbintenis.
+
+Toen het souper geëindigd was, ging het gezelschap naar een groote
+zaal, waar een concert was, dat hoewel niet door de eerste krachten
+van Madrid gegeven, toch niet slecht was. De muziek deed ons zoo
+aangenaam aan, dat er zelfs gedanst werd.
+
+Bij het weggaan zei Salero: "Adieu schoonzoon, ik zal u morgen den
+bruidschat komen brengen in schoone gouden stukken." Ik antwoordde:
+"Mijn waarde schoonvader, ge zult mij welkom zijn." Na de familie te
+hebben gegroet, stapte ik in mijn rijtuig, dat voor de deur op mij
+wachtte en ging naar huis.
+
+Nauwelijks was ik tweehonderd pas van het huis van Gabriel verwijderd,
+of vijftien of twintig man, sommigen te voet en anderen te paard, allen
+gewapend met rapieren en karabijnen, omringden mijn rijtuig, hielden
+het aan en riepen: "In naam des konings!" Zij lieten mij uitstappen en
+plaatsten mij in een koets, waarin ook de aanvoerder stapte, die daarna
+zei, dat men de richting moest inslaan naar Ségovië. Ik onderstelde,
+dat ik een gerechtsdienaar naast mij had en wilde hem ondervragen over
+de redenen van mijn gevangenneming, maar hij antwoordde mij op den
+toon van die heeren, d.w.z. brutaal, dat hij mij geen rekenschap had
+te geven. Ik zei hem, dat men zich misschien vergiste. "Neen, neen,
+ik ben zeker van mijn zaak. Ge zijt mijnheer de Santillano en ik heb
+opdracht u te brengen, waar ge nu heengevoerd wordt." Daar ik niets op
+die woorden te zeggen had, zweeg ik verder. Het overige van den nacht
+reden wij in stilte door. Wij verwisselden van paarden te Colmenar en
+kwamen tegen den avond in Ségovië, waar men mij in den toren opsloot.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV
+
+Hoe Gil Blas behandeld werd in den toren van Ségovië en op welke
+wijze hij de redenen van zijn gevangenneming vernam.
+
+
+Men begon mij in een cachot te stoppen, waar men mij op het stroo
+liet liggen als een gemeene misdadiger. Ik bracht den nacht door,
+niet met toe te geven aan mijn droefheid, want ik overzag al mijn
+leed nog niet, maar met het zoeken naar hetgeen mijn ongeluk kon
+hebben veroorzaakt. Ik twijfelde er niet aan, of het was het werk
+van Calderone. Maar al vermoedde ik, dat hij alles had ontdekt, ik
+begreep niet, hoe hij den hertog de Lerme er toe had kunnen brengen,
+om mij zoo wreed te behandelen. Nu eens verbeeldde ik mij, dat ik
+buiten zijn medeweten was gevangen genomen en dan weer dacht ik, dat
+hij om politieke redenen mij had laten opsluiten, zooals ministers
+soms doen met hun gunstelingen.
+
+Zoo bleef ik in gepeins verzonken tot het daglicht aanbrak en toen
+eerst kon ik zien, in welk ellendig verblijf ik mij bevond. Ik
+gaf mij toen aan mijn droefenis over en de tranen liepen mij langs
+de wangen. Toen ik zoo zat, kwam er een gevangenbewaarder binnen,
+die mij een stuk brood en een kruik water bracht. Hij scheen innig
+medelijden met mij te gevoelen, al was hij dan ook een cipier, en zei:
+"Mijnheer de gevangene, wanhoop niet. Ge moet niet zoo gevoelig zijn
+voor den tegenspoed in het leven. Ge zijt nog jong; na dezen tijd
+komt een andere. Eet intusschen het brood van den koning."
+
+Mijn trooster ging weg na die woorden, die ik slechts met een zucht
+beantwoordde.
+
+Ik bracht een ellendigen dag door en werd tegen den avond opgeschrikt
+door het rinkelen van sleutels. De deur van mijn cachot ging open en
+een oogenblik later trad een man binnen, die een kandelaar droeg. Hij
+zei: "Mijnheer Gil Blas, ge ziet een van uw oude vrienden voor u. Ik
+ben don André de Tordesillas, die met u samenwoonde in Granada,
+in dienst was van den aartsbisschop en op uw voorspraak een zending
+kreeg naar Mexico. Inplaats echter van mij in te schepen, bleef ik in
+Alicante, ik trouwde er en door een reeks van avonturen, die ge later
+zult vernemen, ben ik gevangenbewaarder geworden in Ségovië. Een
+groot geluk is het voor u in mij een man te ontmoeten, die niets
+onbeproefd zal laten, om het harde van uw straf te verzachten. Er
+is mij uitdrukkelijk last gegeven, u met niemand te laten spreken,
+u op stroo te doen slapen en slechts water en brood tot voedsel te
+geven. Maar behalve dat ik te menschlievend ben, om geen medelijden met
+u te gevoelen, hebt ge mij een dienst bewezen en mijn dankbaarheid
+weegt zwaarder dan de bevelen, die ik heb ontvangen. Sta op en
+kom mee."
+
+Hoewel de gevangenbewaarder zeker aanspraak mocht maken op mijn dank,
+kon ik op dat oogenblik geen woorden vinden. Ik volgde hem over
+een plaats, we beklommen vervolgens een trap en kwamen in een klein
+kamertje, boven in den toren. Het zag er daar netjes uit, op de tafel
+stonden twee kandelaars en er was gedekt voor twee personen.
+
+Tordesillas zei: "Men zal dadelijk eten brengen. Wij zullen hier
+soupeeren. Dit vertrekje heb ik voor u bestemd, ge zult het er beter
+hebben dan in uw cachot. Het uitzicht is mooi, ge zult een goed
+bed krijgen, goede voeding, boeken, zooveel ge wilt; in één woord
+het verblijf zal u zoo aangenaam worden gemaakt, als dat voor een
+gevangene mogelijk is."
+
+Toen bedankte ik mijn bewaarder voor zooveel goeds en ik zei,
+dat ik nog eens in de gelegenheid hoopte te komen, die te kunnen
+vergelden. "En waarom zoudt ge die niet vinden?" vroeg hij. "Denkt
+ge dan, dat ge voor altijd de vrijheid hebt verloren? Indien ge u
+dat voorstelt, wil ik u wel verzekeren, dat ge u bedriegt. Ik durf
+u verzekeren, dat ge over eenige maanden weer in vrijheid zult zijn."
+
+"Wat zegt ge, don André? Het schijnt, dat gij er meer van weet",
+zei ik.
+
+Hij antwoordde mij: "Ik moet u bekennen, dat de gerechtsdienaar, die
+u heeft hier gebracht, mij het verhaal heeft meegedeeld. Hij heeft
+mij gezegd, dat ge op een nacht met den graaf de Lemos den prins hebt
+gebracht bij een verdachte dame. Dat is den koning ter oore gekomen;
+hij heeft den graaf verbannen en u naar hier gezonden om met alle
+strengheid te worden behandeld."
+
+Ons gesprek werd gestoord door bedienden, die brood, wijn, hazepeper
+en een jong kalkoen binnenbrachten. Toen wij alles hadden, zond
+Tordesillas de bedienden weg, zoodat wij vrijuit konden praten.
+
+Mijn gastheer overlaadde mijn bord met vleesch, hij dacht zeker,
+dat ik uitgehongerd was en had daar ook wel reden toe, om mijn
+dieet van twee dagen. Maar mijn hart was te vol om met smaak te
+kunnen eten, hoe goed de tafel ook was. Om mij wat afleiding te
+geven, spoorde hij mij herhaaldelijk aan om te drinken en vertelde
+mij allerlei histories, ook die van zijn huwelijk. Ik luisterde,
+maar was zoo verstrooid, dat ik hem na afloop van het verhaal er
+niets van had kunnen navertellen. Eindelijk stond hij van tafel op
+en zei: "Mijnheer de Santillano, ga nu rusten, of liever gezegd,
+over uw ongeluk denken, zooveel ge wilt. Maar ik herhaal u, het zal
+niet van langen duur zijn. De koning is goedhartig van natuur en als
+zijn toorn bedaard is en hij denken zal aan den treurigen toestand,
+waarin hij zich verbeeldt, dat ge verkeert, dan zal hij u voldoende
+gestraft achten." Na deze woorden ging hij weg, de lakeien kwamen
+afnemen en namen zelfs de kaarsen mee zoodat ik naar bed ging bij
+het licht van een lampje, dat aan den muur hing.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V
+
+Van de overdenkingen, die hij dien nacht had, voor hij insliep en
+van het geluid, dat hem wekte.
+
+
+Twee uur minstens bracht ik door met na te denken over hetgeen
+Tordesillas mij had gezegd. Ik was daar dus, omdat ik bijgedragen had
+tot het plezier van den erfgenaam der kroon! Welk een onvoorzichtigheid
+ook, om zulk een dienst te hebben bewezen aan zoo'n jongen prins! Want
+in zijn jeugd alleen bestond geheel mijn misdaad. Indien hij wat ouder
+geweest was, zou de koning gelachen hebben, in plaats van zoo vertoornd
+te zijn zooals nu. Maar wie zou den koning het geheim hebben ontdekt?
+
+Tot dit laatste punt kwamen mijn gedachten altijd maar weer
+terug. Vervolgens begon ik er aan te denken. Al die opeenvolgende
+gedachten, de vermoeienis, het eten, de wijn, het een met het ander
+deden mij in een diepen slaap vallen, die zeker tot den dag zou hebben
+geduurd, indien ik niet was wakker gemaakt door een in de gevangenis
+ongewoon geluid. Ik hoorde een stem, begeleid door een guitaar. Ik
+luisterde met aandacht en hoorde niets meer, zoodat ik dacht gedroomd
+te hebben, maar een oogenblik later werd mijn oor opnieuw getroffen
+door hetzelfde instrument en door de stem, die ik zooeven had
+gehoord. Ik kon thans de woorden duidelijk verstaan. Ze luidden:
+
+
+ Ay de my! un anno felice
+ Parece un soplo ligero;
+ Perô sin dicha un instante
+ Es un siglo de tormento.
+
+
+Dat scheen opzettelijk voor mij te zijn vervaardigd. Ik gevoelde
+maar al te zeer de waarheid van die woorden. De tijd van mijn geluk
+was snel voorbijgegaan en het was mij, of ik nu al bijna een eeuw
+in de gevangenis zuchtte. Het daglicht stemde mij wat rustiger. Ik
+opende mijn raam en vond het uitzicht lang zoo prachtig niet als mijn
+gastheer het mij had afgeschilderd den vorigen avond.
+
+Toen ik bezig was mij te kleeden, kwam Tordesillas binnen, gevolgd
+door een oude dienstbode, die mij handdoeken, hemden en ander linnen
+bracht. "En hoe hebt ge den nacht doorgebracht? Hebt ge nog wat kunnen
+slapen?" vroeg hij. "Ik zou misschien nog slapen," antwoordde ik hem,
+"als ik niet gewekt was geworden door een stem begeleid door een
+guitaar." Hij hernam: "De heer, die uw rust heeft gestoord, is een
+staatsgevangene, die zijn kamer naast de uwe heeft. Hij heet don
+Gaston de Cogollos, is ridder van de militaire orde van Calatrava en
+een zeer beminnelijk man. Ge kunt elkaar bezoeken en samen eten. Dat
+is voor u beiden een troost".
+
+Ik betuigde mijn vriendelijken gevangenbewaarder mijn dank voor zijn
+welwillendheid en maakte denzelfden dag reeds kennis met don Gaston,
+die mij verrastte door zijn aangenaam uiterlijk en schoonheid. Stel
+u nu eens voor hoe hij er uit moest zien om oogen te verblinden,
+gewend aan de schitterende jonge edellieden van het Hof. Hij scheen
+geschapen voor het geluk, een romanheld, bestemd om slapelooze nachten
+te bezorgen aan prinsessen. Bovendien had de natuur, die meestal haar
+giften een beetje verdeelt, hem veel geest en gevoel gegeven. Het
+was een volmaakte edelman.
+
+Wij bevielen elkaar en een vriendschapsband is spoedig gesloten
+tusschen twee personen, die een ongelukkig lot samenbrengt. Gaarne
+maakten wij gebruik van de vrijheid die ons was gegeven, om in elkaars
+gezelschap te zijn.
+
+Op een avond, dat ik zijn kamer binnenkwam, wilde hij juist op zijn
+guitaar gaan spelen. Ik ging zitten en luisterde naar het lied,
+dat hij er bij zong. De woorden handelden over de wreedheid van een
+vrouw. "Daarover zult ge u wel nooit te beklagen gehad hebben?" zei ik
+tegen hem. "Daarin zoudt ge u wel eens kunnen vergissen", antwoordde
+hij. "Ik zal u daarvan een verhaal vertellen, dat tegelijkertijd de
+geschiedenis van mijn ongeluk is."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI
+
+Geschiedenis van don Gaston de Cogollos en van dona Helena de Galisteo.
+
+
+Het zal weldra vier jaar geleden zijn, dat ik uit Madrid vertrok om te
+Coria dona Eléonor de Laxarilla te bezoeken, mijn tante, een van de
+rijkste weduwen van Oud-Castilië en die geen andere erfgenamen heeft
+dan mij. Nauwelijks was ik er aangekomen, of de liefde kwam mijn rust
+verstoren. Zij gaf mij een kamer, waarvan de vensters uitzagen op de
+kamer van een dame, die daar tegenover woonde en die zoo schoon was,
+dat ze dadelijk een diepen indruk op mij maakte. Door de taal der
+oogen en zelfs door gebaren, trachtte ik haar dat duidelijk te maken;
+zij bemerkte dat wel, maar was er niet het meisje naar, om daarop
+te antwoorden.
+
+Ik wilde den naam van deze schoone weten en vernam, dat zij dona Helena
+heette en de eenige dochter was van don Georges de Galisteo, die een
+landgoed bezat op eenige mijlen afstand van Coria, dat aanzienlijke
+inkomsten afwierp. Reeds dikwijls hadden zich partijen voor haar
+voorgedaan, maar haar vader had die alle afgeslagen, omdat hij van plan
+was haar uit te huwelijken aan don Augustin de Olighera, haar neef,
+die in afwachting van dit huwelijk de vrijheid had haar iederen dag
+te bezoeken. Dat ontmoedigde mij niet; integendeel, ik werd nog meer
+verliefd en ging voort haar vurige blikken toe te werpen. Smeekend keek
+ik ook Félicia aan, haar kamenier, als om haar hulp in te roepen; maar
+'t was alles te vergeefs. Zij bleven wreed en ontoegankelijk voor mij.
+
+Daar zij weigerden om op de taal van mijn oogen te antwoorden,
+nam ik mijn toevlucht tot andere middelen. Ik liet onderzoeken,
+welke kennissen Félicia in de stad had en vernam, dat zij dikwijls
+een oude dame bezocht, Théodora. Verheugd over die ontdekking ging
+ik daar zelf een bezoek brengen en door geschenken wist ik van haar
+belofte te krijgen, dat ik den volgenden dag een onderhoud in haar
+huis zou kunnen hebben met de kamenier.
+
+Op den bepaalden tijd vond ik haar daar en ik drukte er mijn
+groote vreugde over uit, dat ik haar kon spreken. Ze antwoordde me:
+"Mijnheer, mijn vriendin Théodora kan veel van mij gedaan krijgen. Ze
+stelt belang in u en als ik iets voor u zou kunnen doen, dan zou mij
+dat aangenaam wezen, maar met den besten wil geloof ik niet, dat ik
+u van veel dienst kan zijn. Ge moet u niet met hoop vleien, ge hebt
+nooit voor een moeilijker onderneming gestaan. Ge bemint een dame,
+bestemd voor een ander en welk een dame! Eene, die zoo trotsch is,
+dat wanneer ze al door uw zuchten zou worden bewogen, ze het toch
+niet zou laten merken."
+
+"Mijn beste Félicia!" riep ik smartelijk. "Waarom schildert ge mij die
+moeilijkheden zoo onoverkomelijk af? Misleid me liever, dan dat ge mij
+wanhopig maakt." Bij die woorden greep ik haar handen en schoof haar
+een diamant aan den vinger van driehonderd pistolen. Daarna sprak ik
+zoo tot haar, dat ze tot tranen toe werd bewogen.
+
+Ze was te aangedaan en te dankbaar, om mij troosteloos te laten en
+scheen de zaak eenigszins lichter te gaan inzien. "Mijnheer, misschien
+behoeft u niet alle hoop te worden ontnomen. Uw medeminnaar wordt
+wel niet door haar gehaat. Hij komt zijn nicht vrij bezoeken. Hij
+spreekt met haar, wanneer het hem behaagt en dat is in uw voordeel. De
+gewoonte om alle dagen samen te zijn, maakt hun onderhoud een weinig
+kwijnend. En het schijnt mij, dat ze zonder smart van elkaar scheiden
+en elkaar zonder genoegen weerzien. Men zou zeggen, dat ze reeds
+getrouwd zijn. In één woord, mijn meesteres heeft geen levendigen
+hartstocht voor don Augustin. Overigens is er, wat persoonlijke
+hoedanigheden betreft, tusschen u en hem een verschil, dat niet
+onopgemerkt kan blijven voor een zoo fijngevoelig meisje als dona
+Helena. Geef den moed dus niet op. Ik zal doen, wat ik kan."
+
+Wij scheidden, beiden zeer voldaan over dit onderhoud. Ik bleef dus de
+dochter van don George verliefde blikken toewerpen en bracht haar zelfs
+een serenade, waarbij ik de verzen zong, die ge zooeven hebt gehoord.
+
+Om haar eens te polsen, vroeg de kamenier aan haar meesteres, hoe haar
+dat lied was bevallen. Dona Helena antwoordde: "Naar die stem heb
+ik met genoegen geluisterd." "En de woorden, hebben die u niet zeer
+getroffen?" "Daar heb ik in het geheel geen acht op geslagen. Ik heb
+alleen naar den zang geluisterd, het vers is mij onverschillig evenals
+de man, die mij deze serenade heeft gebracht." Félicia zei: "Dat is
+dan een misrekening voor dien armen don Gaston de Cogollos en 't is
+dwaas van hem, om dan altijd zoo naar onze ramen te zien." Op koelen
+toon antwoordde de meesteres: "Misschien is hij het niet, mogelijk
+wel een ander, die mij op zulke wijze zijn liefde verklaart." "Neen"
+zei de kamenier, "'t is niemand anders dan don Gaston. Daarvoor heeft
+hij mij ook van morgen in de straat aangehouden. Hij heeft mij verzocht
+u te willen zeggen, dat hij u aanbidt en dat hij zich de gelukkigste
+van alle stervelingen zou achten, indien ge hem wildet vergunnen u
+zijn hulde te betuigen."
+
+De dochter van Don George keek haar dienstbode zeer streng aan en zei:
+"Ge zoudt beter gedaan hebben, indien ge mij niet van dit ongepast
+onderhoud had gesproken. Laat het niet weer gebeuren, dat ge met
+dergelijke mededeelingen bij mij komt, en als die vermetele jonge man
+nog eens tot u durft spreken, gelast ik u hem te zeggen, dat hij zich
+maar tot andere dames moet wenden, die misschien van galante avonturen
+houden en dat hij nuttiger bezigheid zoeke dan den geheelen dag door
+het raam te kijken, naar hetgeen ik in mijn kamers doe."
+
+Dat alles werd mij getrouw oververteld door Félicia, toen ik een tweede
+onderhoud met haar had. Ze beweerde echter, dat ik mij niet moest laten
+ontmoedigen door de woorden van hare meesteres. Maar ik meende, dat ik
+die toch moeilijk in mijn voordeel kon uitleggen. Zij lachte om mijn
+sombere beschouwingen, vroeg papier en inkt aan haar vriendin en zei:
+"Mijnheer, schrijf dadelijk als wanhopige geliefde een brief aan dona
+Helena. Schilder haar levendig uw lijden en beklaag u vooral over het
+verbod, om aan uw vensters te verschijnen. Beloof, dat ge haar zult
+gehoorzamen, maar dat het u het leven zal kosten. Richt dien brief maar
+in, zooals gij heeren dat zoo goed kunt en ik belast mij met de rest."
+
+Ik stelde zulk een brief samen en las hem Félicia voor, die glimlachend
+opmerkte, dat indien vrouwen al den slag bezaten om mannen het
+hoofd op hol te jagen, de mannen op hun beurt de kunst verstonden,
+om vrouwen te verlokken. Zij nam mijn brief, verzekerde mij, dat het
+niet aan haar zou liggen, wanneer die geen goede uitwerking had en
+zei me, dat ik ervoor moest zorgen, gedurende eenige dagen mijn ramen
+gesloten te houden.
+
+Toen zij weer thuiskwam, zei ze tegen dona Helena: "Ik heb don Gaston
+ontmoet. Hij hield mij dadelijk aan en vroeg met bevende stem en
+als een schuldige, die zijn vonnis afwacht, of ik u over hem had
+gesproken. Toen heb ik hem uw antwoord op brutalen toon meegedeeld
+en hem op straat laten staan." "'t Is goed," zei dona Helena, "dat
+ge mij op die wijze van dien man hebt bevrijd; maar het was niet
+noodig op brutalen toon tot hem te spreken. Een meisje moet altijd
+zacht blijven." De kamenier antwoordde: "Men ontdoet zich niet van een
+hartstochtelijk minnaar door zachte woorden te gebruiken. 't Is zelfs
+dikwijls niet genoeg, als men op driftigen toon spreekt. Dat is hier
+gebleken, want toen ik terugkwam van de boodschappen, die ik voor u
+had gedaan, stond hij mij op te wachten. Zijn gezicht echter was zóó
+ontdaan, dat ik, hoewel ik anders nooit om mijn woorden verlegen ben,
+nu niet spreken kon. Hij duwde mij haastig dit briefje in de hand
+en verdween".
+
+Félicia overhandigde daarop hare meesteres mijn brief, dien zij aannam
+als om zich er mee te vermaken en hem las. Daarop werd ze eenige
+oogenblikken stil. "Waarlijk Félicia, 't is dwaas genoeg geweest dien
+brief aan te nemen. Wat moet don Gaston daarvan denken? En wat moet
+ikzelf gelooven? Misschien verbeeldt hij zich op dit oogenblik wel,
+dat ik zijn brief lees en herlees. Aan die schande heb je mij door
+je handelwijze blootgesteld." De kamenier antwoordde: "O neen, die
+gedachte zal hij niet hebben en indien hij haar al had, dan zou hij er
+toch niet lang genoegen van hebben, want den eersten den besten keer,
+dat ik hem zie, zal ik hem zeggen, dat ge zijn brief minachtend hebt
+aangekeken en daarna verscheurd, zonder hem te hebben gelezen". "Je
+kunt er gerust op zweren, dat ik hem niet gelezen heb. Ik zou er
+geen twee woorden van kunnen herhalen." Ten slotte verbood zij haar
+kamenier verder tot haar over mij te spreken.
+
+Daar ik beloofd had, niet meer aan mijn raam te zullen komen, hield
+ik mijn jaloezieën gedurende eenige dagen gesloten. Maar intusschen
+bereidde ik mijn wreede Helena een nieuwe serenade voor. Ik had enige
+muzikanten geëngageerd en begaf mij 's avonds laat met hen onder
+haar balkon. Reeds stemden ze hunne guitaren, toen een ridder met
+een degen in de hand op ons toesnelde, rechts en links om zich heen
+sloeg en de muzikanten op de vlucht joeg. Zijn woede wekte de mijne
+op. Ik naderde hem en er volgde een hevig gevecht. Dona Helena en
+haar kamenier hadden het geluid van de degens gehoord en keken door
+haar jalouzieën naar buiten. Toen ze het gevecht zagen, uitten ze
+angstkreten, waarop don George en zijn bedienden naar buiten snelden,
+om de vechtenden te scheiden. Maar zij kwamen te laat, en vonden op
+het terrein van den strijd slechts één ridder, badende in zijn bloed
+en bijna zonder leven. Die ongelukkige was ik. Men droeg mij binnen in
+het huis van mijn tante en de bekwaamste chirurgijns werden geroepen.
+
+Iedereen beklaagde mij en inzonderheid dona Helena, die nu een blik
+gaf in haar hart. Met haar kamenier bracht zij het overige gedeelte
+van den nacht door met weenen en met het verwenschen van haar neef,
+don Augustijn, in wien zij den dader vermoedde en die dan ook werkelijk
+onze serenade op zulk een onaangename wijze had gestoord. Hij scheen
+opgemerkt te hebben, dat ik zijn nicht het hof maakte, geloofde,
+dat zij daarvan was gediend en had nu op deze wijze getoond, dat hij
+niet zoo onverschillig was, als men wel vermoedde.
+
+Intusschen werd het treurige ongeval gevolgd door een heugelijke
+gebeurtenis, die het spoedig deed vergeten. Hoe gevaarlijk ik ook
+gewond was, ik herstelde en mijn tante had een onderhoud met don
+George, waarbij ze hem voor mij de hand van zijn dochter vroeg. Hij
+stemde daarin toe, omdat hij don Augustijn beschouwde als een man, dien
+hij waarschijnlijk wel nooit meer zou terugzien. De goede grijsaard
+was echter bang, dat zijn dochter er iets op tegen zou hebben omdat
+ze haar neef d'Olighera zoo veel had gezien, maar zij bleek geheel
+bereid haars vaders wensch op te volgen waaruit men kan opmaken dat
+in Spanje evenals overal elders de nieuw-aangekomenen een streepje
+voor hebben bij de vrouwen.
+
+Zoodra het kon, had ik een gesprek gehad met Félicia en van haar
+vernomen hoe hare meesteres getreurd had over het ongeluk, dat mij
+was overkomen. Ik kon er niet aan twijfelen, of ik was de Paris van
+mijn Helena geworden en zegende mijn wond, omdat die zulke gelukkige
+gevolgen had gehad voor mijn liefde.
+
+Van don George kreeg ik toestemming om met zijn dochter te spreken in
+tegenwoordigheid van haar kamenier. Wat was dat onderhoud heerlijk
+voor mij! Ik drong er bij haar op aan mij te zeggen of ik dit geluk
+alleen had te danken aan haar gehoorzaamheid aan haar vader. Zij
+verzekerde mij, dat dit niet het geval was en nu volgde voor mij
+een zeer gelukkige tijd. Onze bruiloft zou een groot feest zijn,
+waarop de geheele adel van Coria en omstreken zou schitteren. Voor
+dien tijd gaf ik een partij op een landgoed, dat mijn tante buiten
+de stad bezat. Terwijl wij aan tafel zaten, kwam een man in de zaal,
+die mij voor een zeer gewichtige zaak te spreken vroeg. Ik volgde
+den onbekende, die het uiterlijk had van een kamerdienaar en mij een
+brief gaf van den volgenden inhoud:
+
+"Indien de eer u dierbaar is, zooals ze het moet zijn aan alle ridders
+van uw orde, dan zult ge u morgenochtend bevinden op het plein van
+Manroi. Ge zult er een ridder vinden, die u rekenschap zal geven van
+de beleediging, die hij u heeft aangedaan en u, indien het kan, buiten
+staat zal stellen, om dona Helena te huwen. Don Augustin de Olighera".
+
+Heeft de liefde veel macht over de Spanjaarden, de wraak nog meer. Ik
+las dien brief niet met een rustig hart. Bij het zien van den naam
+Augustin had ik bijna de plichten vergeten, welke mij dien dag aan mijn
+gasten bonden. Het liefst was ik dadelijk mijn vijand gaan opzoeken,
+maar ik kon het feest niet verstoren en zei daarom tot den man:
+"Mijn vriend, ge kunt aan den ridder, die u gezonden heeft, zeggen,
+dat mijn lust om hem weer te zien zoo groot is, dat ik morgen voor
+zonsopgang op het door hem aangewezen terrein zal zijn."
+
+Daarna ging ik naar mijn gasten terug, nam mijn plaats aan tafel weer
+in en wist mij zoo goed te beheerschen, dat niemand iets merkte van
+hetgeen er in mij omging. Als alle anderen nam ik deel aan het feest,
+dat tegen middernacht geëindigd was. Toen het gezelschap uiteenging
+bleef ik in het landhuis, onder voorwendsel den volgenden morgen
+een wandeling te willen doen in de frissche lucht, maar het was
+alleen om vroeger op de plaats van samenkomst te zijn. In plaats
+van te gaan slapen, wachtte ik met ongeduld het aanbreken van den
+dag af. Zoodra die verscheen, besteeg ik mijn beste paard en vertrok
+geheel alleen. Ik reed in de richting van Manroi en zag een ruiter
+naderen. Het was mijn medeminnaar, die, toen hij bij mij was, zei:
+"Het doet mij leed, dat ik voor de tweede maal met u moet samenkomen;
+maar de schuld daarvan is aan u. Na het avontuur met de serenade,
+hadt ge er van moeten afzien, om te trachten de gunst van de dochter
+van Don George te verwerven." Ik antwoordde: "ge zijt wel trotsch op
+een voordeel, dat ge misschien minder aan uw behendigheid dan wel
+aan de duisternis van den nacht hebt te danken." Ik sprong daarbij
+op den grond, don Augustin volgde mijn voorbeeld en wij bonden onze
+paarden aan een boom. Verwoed vielen wij op elkaar aan. Hoewel ik een
+geoefend schermer was, moet ik zeggen, dat ik met een vijand te doen
+had, die zijn wapen beter meester was dan ik. Maar gelijk de sterkere
+dikwijls wordt overwonnen door den zwakkere, zoo ging het ook hier. Ik
+wist mijn tegenstander in het hart te treffen en hij viel dood neer.
+
+Dadelijk keerde ik naar het landhuis terug, waar ik aan mijn
+kamerdienaar, op wiens trouw ik rekenen kon, het gebeurde meedeelde,
+hem gelastte het beste paard te nemen en dadelijk mijn tante op de
+hoogte te brengen van dit avontuur. Ik zei hem, dat hij haar namens
+mij om goud en edelgesteenten moest vragen, om mij dat te brengen te
+Placencia, waar hij me vinden zou in het eerste hotel bij den ingang
+van de stad.
+
+Mijn bediende, Ramire, kweet zich zoo vlug van die taak, dat hij
+reeds drie uren na mij in Placencia aankwam. Hij zei me, dat dona
+Eléonor meer verheugd dan bedroefd was over dezen strijd, die mij eens
+genoegdoening had gegeven na de beleediging door mij ondervonden en
+ik ontving een groot bedrag aan goud en edelgesteenten, om aangenaam
+te kunnen reizen, totdat mijn zaak zou zijn geschikt.
+
+Ik reisde naar Valencia en scheepte mij te Denia in, om naar Italië
+te gaan. Helena betreurde mijn afwezigheid en terwijl de familie van
+Olighera pogingen aanwendde om mij te vinden, verlangde zij naar mijn
+terugkeer. Reeds was ik zes maanden weg, toen een edelman van de kust
+van Galicië, don Blas de Combados te Coria kwam, om een erfenis te
+ontvangen, die hem vruchteloos werd betwist door don Miguel de Caprara,
+zijn neef.
+
+Combados was een knap man, hij was beleefd en geestig en verkeerde
+weldra met de voorname families in de stad.
+
+Hij wist, dat don George een dochter had, wier schoonheid tot nu toe
+de mannen slechts tot hun ongeluk in liefde had doen ontvlammen. Dit
+prikkelde zijn nieuwsgierigheid, hij wilde die dame zien. Hij
+zocht daarom met den vader op een vriendschappelijken voet te
+komen en slaagde daarin zoo goed, dat de grijsaard hem toestond
+zijn huis te bezoeken en met zijn dochter te spreken. De Galiciër
+werd dadelijk verliefd, dat was onvermijdelijk. Don George ontving
+zijn aanzoek gunstig, maar wilde zijn dochter niet dwingen, hij liet
+haar meesteres over haar hand. Combados deed, wat hij kon om haar te
+behagen, maar zij bleef ongevoelig voor zijn hulde en dacht slechts aan
+mij. Félicia, die ook door den nieuwen minnaar was omgekocht, wendde
+al haar behendigheid in zijn voordeel aan, don George ondersteunde
+diens pogingen, maar dona Helena bleef mij trouw.
+
+Combados, die zag dat alle pogingen tot nu toe vergeefsch waren
+geweest, stelde een ander middel voor. Hij bedacht het volgende plan:
+een koopman te Coria zou een brief omtvangen van een handelsvriend in
+Italië, waarin na eenige mededeelingen betreffende zaken, te lezen zou
+zijn: "Sinds korten tijd is aan het hof te Parma een Spaansch edelman
+aangekomen, don Gaston de Cogollos genaamd. Hij zegt, dat hij de neef
+en eenige erfgenaam is van een rijke weduwe, die te Coria woont onder
+den naam van dona Eléonor de Laxarilla. Hij doet aanzoek om de hand
+van de dochter van een voornaam heer, maar men wil hem die niet geven
+zonder eerst geïnformeerd te hebben. Bericht mij dus, of ge dien don
+Gaston kent en waarin het vermogen van zijn tante bestaat. Uw antwoord
+zal beslissend zijn voor dit huwelijk. Schrijf naar Parma enz. enz."
+
+Dit bedrog scheen den grijsaard een list, wel geoorloofd van een
+verliefde en Félicia, die nog minder nauwgezet was, juichte het zeer
+toe. De uitvinding scheen daarom te beter, omdat zij Helena kende als
+een trotsch meisje, die in staat was oogenblikkelijk een besluit te
+nemen, indien zij vermoeden had, dat men haar ontrouw was geworden. Don
+George belastte zich er zelf mee, om haar op de hoogte te brengen en
+om de zaak nog natuurlijker te maken, zou men haar laten spreken met
+den koopman, die den nagemaakten brief zou hebben ontvangen.
+
+De oude edelman zei dus tegen haar: "Mijn dochter, ik behoef wel niet
+meer te zeggen, dat onze familieleden mij alle dagen verzoeken om
+nooit toe te staan, dat de moordenaar van don Augustin mijn schoonzoon
+wordt. Heden heb ik een nog meer overwegende reden om u te zeggen
+niet meer aan don Gaston te denken. Hij is een trouwelooze! Ziehier
+een zeker bewijs daarvan. Lees dezen brief, dien een koopman te Coria
+uit Italië heeft ontvangen."
+
+De toeleg gelukte. Helena weende eerst een oogenblik, maar haar
+trotschheid kwam spoedig boven, ze zei, dat ze mij verachtte en bereid
+was om Combados naar het altaar te volgen. Don George was zeer verheugd
+en Combados overgelukkig.
+
+Zonder te hooren naar de stem der liefde, die voor mij in haar hart
+sprak, had ze mijn medeminnaar haar hand gereikt. Eenige dagen na
+het huwelijk begon ze zichzelf wel te verwijten, dat ze overijld had
+gehandeld en rees het vermoeden bij haar op, dat die brief misschien
+bedrog was, maar haar echtgenoot liet haar niet veel tijd om daarover
+te denken. Hij had er den slag van een reeks vermaken uit te vinden,
+om haar te verstrooien.
+
+Zoo leefden zij in een gelukkig huwelijk, toen mijn tante erin slaagde
+om mijn zaak met de bloedverwanten van don Augustin te schikken. Ze
+schreef mij dat dadelijk naar Italië en ik keerde onmiddellijk
+terug. Dona Eléonor, die mij het huwelijk van Helena niet per brief
+had meegedeeld, stelde mij bij mijn aankomst daarvan in kennis. Ze zag
+welk een diepen indruk die tijding op mij maakte en zei: "Betreur het
+verlies van een meisje niet, dat u niet trouw is kunnen blijven, ze
+heeft daardoor getoond, dat ze niet waard is, dat ge aan haar denkt."
+
+Daar mijn tante niet wist, dat men Helena bedrogen had, kon ze
+mij zeker geen wijzeren raad geven. Ik nam mij dan ook voor dien
+te volgen, of mij althans onverschillig te houden, indien ik mijn
+hartstocht niet kon overwinnen. Maar ik kon geen weerstand bieden
+aan de nieuwsgierigheid om te weten te komen op welke wijze dit
+huwelijk was tot stand gekomen en bezocht daarom de oude Théodora,
+van wie ik reeds heb gesproken. Toevallig vond ik bij haar Félicia,
+die in het geheel niet had verwacht mij weer te zien en dadelijk
+wilde vertrekken, om eenige opheldering te voorkomen. Maar ik liet
+haar niet gaan en met moeite gelukte het mij van haar een bekentenis
+te krijgen van alles wat er was gebeurd. Zij zag, dat ik wanhopig was
+en om mij te troosten beloofde zij mij weder haar hulp. Ik zal u het
+verhaal besparen van al wat wij deden om Helena te bewegen mij een
+onderhoud toe te staan. Toen Combados voor een paar dagen ging jagen
+op een van zijn landgoederen, ontving ze mij 's avonds.
+
+Ik wilde het gesprek beginnen met verwijten, maar zij sloot mij
+den mond en zei: "'t Is onnoodig ons het verleden te herinneren. Wij
+behoeven elkaar niet treurig te stemmen. In dit onderhoud heb ik alleen
+toegestemd, om u persoonlijk te kunnen zeggen, dat ge voortaan niet
+meer aan mij moet denken. Misschien zou ik meer tevreden zijn met
+mijn lot, indien het aan het uwe verbonden was, maar de hemel heeft
+het anders gewild en ik moet zijn besluiten gehoorzamen."
+
+Ik riep uit: "Hoe mevrouw! Is het niet voldoende, dat ik moet
+toezien hoe een ander u bezit, moet ik u ook nog uit mijn gedachten
+verbannen! Denkt ge, dat zoo iets mogelijk is bij een man, die eens
+uw liefde heeft bezeten? Ge wilt mij mijn liefde ontnemen, het eenige
+wat waarde voor mij heeft."
+
+"Ik heb u slechts een kort woord te zeggen," hernam zij op beslisten
+toon, "de echtgenoote van don Blas de Combados zal nooit de minnares
+worden van don Gaston. Bedenk dat wel. Laten wij dit onderhoud thans
+eindigen. Niettegenstaande de zuiverheid van mijne bedoelingen, verwijt
+ik dat mijzelf en het zou misdadig zijn het voort te zetten." Bij die
+woorden, die mij alle hoop ontnamen, viel ik voor haar op de knieën,
+maar ik smeekte vruchteloos; de plicht ging bij haar vóór alles. Een
+gevoel van woede maakte zich van mij meester, ik trok mijn degen
+en wilde mijzelf doorsteken. Maar zij wierp zich op mij en riep:
+"Houd op! Denkt ge niet aan mijn naam? Door u hier van het leven te
+berooven, ontneemt ge mij mijn eer en mijn echtgenoot zou voor uw
+moordenaar doorgaan."
+
+Ik wilde echter niet naar hare woorden luisteren en zou misschien mijn
+noodlottig voornemen hebben volvoerd, indien don Blas de Combados niet
+verschenen was. Deze was verwittigd geworden van het onderhoud, dat
+wij zouden hebben, was daarom niet naar buiten gegaan en had gehoord,
+wat wij hadden gesproken. Hij hield mijn arm vast en zei: "Don Gaston,
+denk aan de plaats, waar ge u bevindt. Geef niet toe aan het gevoel
+van wanhoop, dat u op 't oogenblik bezielt!" Ik viel Combados in de
+rede: "Moet gij me van mijn besluit afbrengen? Ge moest mij liever
+zelf een dolk in het hart stooten. Mijne liefde, hoe ongelukkig die
+ook zijn moge, is voor u een beleediging. Is het niet voldoende,
+dat ge mij 's avonds laat in het vertrek van uw vrouw vindt? Is er
+nog meer noodig om uw lust naar wraak op te wekken? Doorsteek mij en
+ontdoe u zoo van een man, die alleen door te sterven, kan ophouden
+dona Helena te aanbidden!"
+
+Don Blas antwoordde mij: "Ge beproeft tevergeefs op mijn eergevoel
+te werken, om mij te bewegen u te dooden. Ge zijt al genoeg gestraft
+voor uw vermetelheid en mijn echtgenoot ben ik zoo dankbaar voor
+hare deugdzame gevoelens, dat ik haar geen verwijt kan maken van dit
+samenzijn met u. Geloof mij Gogollos, wees niet wanhopig als een zwak
+man, maar onderwerp u met moed aan een harde noodzakelijkheid!"
+
+Door deze en dergelijke woorden wist de voorzichtige man werkelijk
+mijn woede en wanhoop te doen bedaren. Ik ging weg met het plan mij
+van Helena te scheiden en van de plaats, waar zij woonde. Dus vertrok
+ik twee dagen later naar Madrid, waar ik aan het hof verscheen
+en vele vrienden kreeg. Maar ik had het ongeluk mij inzonderheid
+te hechten aan den markies de Villaréal, een Portugees van veel
+invloed, die verdacht werd Portugal te hebben willen bevrijden
+van de Spaansche heerschappij. Hij werd daarom naar het kasteel van
+Alicante gevoerd. Daar de hertog de Lerme wist, dat ik in nauwe relatie
+stond met dien heer, heeft hij mij ook laten oplichten en naar hier
+brengen. De minister verdenkt mij, dat ik medeplichtig zou zijn aan
+zulk een plan. Dat is een gevoelige beleediging, die hij een edelman
+en Spanjaard aandoet".
+
+Hier hield don Gaston op met spreken, waarna ik om hem te troosten zei:
+"Uw eer wordt niet geschaad door de ongenade, waarin ge zijt gevallen
+en alles zal zich zeker ten goede keeren. Wanneer de hertog de Lerme
+zal weten, dat ge onschuldig zijt, zal hij u ongetwijfeld in uw eer
+herstellen en u een aanzienlijke betrekking geven, om u schadeloos
+te stellen."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII
+
+Scipio komt Gil Blas opzoeken in den toren te Ségovië en deelt hem
+veel nieuws mee.
+
+
+Ons gesprek werd afgebroken door Tordesillas, die zei: "Mijnheer Gil
+Blas, ik heb zooeven een jongeman gesproken, die zich aan de deur van
+deze gevangenis aanmeldde. Hij vroeg of gij hier gevangen waart. Toen
+ik aanvankelijk weigerde om aan zijn nieuwsgierigheid te voldoen, zei
+hij met tranen in de oogen: 'Weiger mijn zeer onderdanig verzoek niet
+en deel mij mee of de heer de Santillano hier is. Ik ben zijn eerste
+bediende en gij zult een zeer goede daad verrichten, indien ge mij
+wilt toestaan hem een oogenblik te zien, ge zijt in Ségovië als een
+zeer edelmoedig man bekend en ik hoop, dat ge mij in de gelegenheid
+zult stellen met mijn meester te spreken, die meer ongelukkig dan
+schuldig is.' Om kort te gaan, die jongen heeft van mij verkregen,
+dat ik hem beloofd heb, vanavond zijn verzoek te zullen inwilligen."
+
+Ik verzekerde Tordesillas, dat hij mij geen grooter genoegen had kunnen
+doen, want dat mijn bediende mij zeker zeer gewichtig nieuws had te
+vertellen. Met ongeduld wachtte ik het oogenblik af, waarop ik mijn
+getrouwen Scipio zou kunnen spreken, want ik twijfelde er niet aan,
+of hij was het en daarin bedroog ik mij niet.
+
+Groot was onze vreugde, toen wij elkaar weerzagen. Mijn eerste vraag
+aan Scipio was, hoe hij mijn huis had achtergelaten. Hij antwoordde
+mij: "U hebt geen huis meer en om u de moeite te besparen, mij
+vraag voor vraag te doen, zal ik u in het kort meedeelen, wat er
+bij u is gebeurd. Uw huis is geplunderd zoowel door de dienaren van
+het gerecht als door uw eigen bedienden, die u als een verloren
+man beschouwden en op rekening van hun loon maar meenamen wat ze
+konden krijgen. Gelukkig voor u, heb ik uit hun handen twee groote
+zakken met dubbele pistolen weten te redden, die ik uit uw brandkast
+haalde en in veiligheid bracht bij Salero, die ze u zal teruggeven,
+zoodra ge uit de gevangenis komt, waar ge wel niet lang zult blijven,
+omdat ge zijt gearresteerd zonder medeweten van den hertog de Lerme."
+
+Ik vroeg Scipio hoe hij wist, dat de minister daaraan geen deel had
+gehad. "O! dat weet ik zeker. Een van mijn vrienden, die het vertrouwen
+heeft van den hertog d'Uzède, heeft mij alles verteld. Calderone had
+door een huisknecht vernomen, dat senora Sirena onder een anderen
+naam 's nachts den prins ontving en dat de graaf de Lemos en gij
+hem daarbij hadt geholpen. Hij besloot zich op u beiden en zijn
+maîtresse te wreken en zocht den hertog d'Uzède op, wien hij deze zaak
+meedeelde. De hertog, verheugd, dat hij zulk een schoone gelegenheid
+had, om zijn vijand, den graaf de Lemos, in het verderf te storten,
+verzuimde niet daarvan gebruik te maken. Hij ging naar den koning,
+vertelde alles en liet niet na in levendige kleuren de gevaren te
+schilderen, waaraan men den prins had blootgesteld. De koning was
+woedend, liet dadelijk Sirena in een klooster opsluiten, verbande
+den graaf de Lemos en veroordeelde u tot levenslange gevangenisstraf.
+
+Op die wijze heeft zich de zaak toegedragen. Ge ziet daaruit, dat
+uw ongeluk het werk is van den hertog d'Uzède, of beter gezegd van
+Calderone."
+
+Na die mededeelingen meende ik, dat de zaak wel spoedig zou worden
+geschikt, omdat de eerste minister ongetwijfeld alles in het werk
+zou stellen om de ballingschap van zijn neef op te heffen en hem
+weer aan het hof terug te krijgen, en ik hoopte, dat hij mij bij die
+gelegenheid niet zou vergeten. Wat is de hoop toch een schoone zaak! Ze
+troostte mij eensklaps over het verlies van mijn goed. Wel verre van
+mijn gevangenschap als een ongeluk te beschouwen, dat misschien tot
+het eind van mijn dagen zou voortduren, scheen ze mij nu een middel,
+waarvan de fortuin zich wilde bedienen, om mij tot een hooge betrekking
+te verheffen. Ziehier hoe ik redeneerde: de eerste minister heeft aan
+zijn zijde staan de meeste personen, die het vertrouwen bezitten van
+den koning; met de hulp van die machtige vrienden kan hij weerstand
+bieden aan al zijn vijanden, ofwel de staat kan binnenkort van uitzicht
+veranderen. De koning is nl. zeer ziekelijk. Zoodra hij er niet meer
+zal zijn, zal het eerste werk van den prins zijn, om den graaf de
+Lemos terug te roepen, die mij van hier zal halen, om mij naar den
+jongen koning te brengen, die mij overladen zal met weldaden, voor
+alles wat ik ter wille van hem heb geleden.
+
+Over Scipio was ik zoo tevreden, dat ik behoefte gevoelde hem daarvan
+een bewijs te geven en ik bood hem de helft van het geld aan, dat
+hij bij de plundering had weten te redden. Maar hij weigerde en zei:
+"Ik verwacht van u een ander bewijs van uw erkentelijkheid. Laten
+wij niet meer scheiden. Ik gevoel voor u een vriendschap, zooals
+ik die nooit voor een van mijn vorige meesters heb gekend." "En ik,
+mijn zoon, kan je verzekeren, dat het wederkeerig is. Van het eerste
+oogenblik af aan, dat ik je zag, had ik schik in je. Ik denk, dat we
+allebei onder Weegschaal of Tweelingen zijn geboren, wat, naar men
+zegt, de gesternten zijn, die de menschen verbinden." Gaarne stemde
+ik dus toe en wij besloten samen den gevangenbewaarder te vragen
+of Scipio zich met mij mocht laten opsluiten, met het recht nu en
+dan eens naar Madrid te gaan, om te zien, hoe de zaken stonden. De
+welwillende man was zoo vriendelijk mij deze gunst niet te weigeren.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII
+
+Scipio reist voor het eerst naar Madrid, de beweegredenen daartoe en
+het gevolg ervan. Gil Blas wordt ziek en wat daaruit voortvloeide.
+
+
+Indien wij soms zeggen, dat wij geen grootere vijanden hebben dan
+onze dienstboden, dan moeten wij eraan toevoegen, dat we geen betere
+vrienden hebben aan hen, indien ze ons trouw en genegen zijn. In Scipio
+kon ik niet anders zien dan mijn tweede ik. Dus, geen onderdanigheid
+meer, Gil Blas en zijn secretaris hadden één kamer, een bed en één
+tafel. Hij was van een zeer goed humeur en verstand. "Mijn vriend,"
+zei ik op zekeren dag tegen hem, "het schijnt me, dat het niet kwaad
+zou zijn, indien ik eens aan den hertog de Lerme schreef. Wat denk
+je daarvan?"
+
+"Wel," antwoordde hij, "de groote heeren zijn niet altijd gelijk
+van humeur en dus weet ik niet zeker, hoe uw brief zou worden
+opgenomen. Maar ik meen, dat het in ieder geval goed zou zijn, om
+hem te schrijven. Hoewel de minister veel van u houdt, moet ge niet
+stilzitten. Hij moet aan u herinnerd worden. Die heeren vergeten
+dikwijls de personen, van wie ze niet hooren spreken."
+
+"Hoewel ge in het algemeen gesproken gelijk hebt," antwoordde ik
+hem, "oordeel ik toch beter over mijn patroon. Zijn goedheid is mij
+bekend. Ik ben er van overtuigd, dat hij medelijden heeft met mijn
+toestand en onophoudelijk daaraan denkt. Hij wacht kennelijk met
+mij uit de gevangenis te helpen, tot de toorn van den koning bedaard
+is." "Ik hoop," zei hij, "dat ge juist over den minister oordeelt. Roep
+dus zijn hulp in door een treffenden brief. Ik zal hem dien brengen en
+persoonlijk ter hand stellen." Ik schreef een zeer welsprekend stuk,
+dat Tordesillas zelfs boven de preeken van den aartsbisschop stelde.
+
+Ik vleide mij, dat de hertog de Lerme door medelijden zou worden
+bewogen bij het lezen van het verhaal, dat ik hem deed van den
+treurigen toestand, waarin ik niet verkeerde en in dat vertrouwen liet
+ik mijn koerier naar Madrid vertrekken. Hij slaagde erin dadelijk na
+zijn aankomst tot den minister door te dringen en zei, terwijl hij
+hem den brief gaf: "Excellentie, een van uw trouwste dienaren, die op
+stroo ligt in een donker cachot van den toren te Ségovië, verzoekt u
+nederig dezen brief te lezen, dien hij heeft kunnen schrijven door de
+goedhartigheid van den gevangenbewaarder." De minister nam den brief
+aan en las dien door. In plaats van daardoor getroffen te zijn, zei
+hij met woedende stem, zóó luid dat alle personen in zijn omgeving
+het konden hooren: "Zeg aan Santillano, dat ik hem wel vermetel
+vind, om zich tot mij te durven wenden na de onwaardige daad, die
+hij heeft bedreven en waarvoor hij rechtvaardig wordt gestraft. Het
+is een ongelukkige, die niet meer op mijn steun moet rekenen en dien
+ik geheel overlaat aan het oordeel van den koning."
+
+Scipio was geschrikt door die woorden, maar hij zweeg
+niet. "Excellentie, die arme gevangene zal van verdriet sterven, als
+ik hem die tijding breng." De hertog antwoordde mijn pleitbezorger
+niet, maar keerde hem den rug toe. Zoo behandelde de minister mij,
+om beter het aandeel te kunnen verbergen, dat hij zelf had in deze
+verliefde intrige van den prins. En zoo wordt dikwijls de kleine
+man behandeld, wanneer hij groote heeren dient in hunne geheime en
+gevaarlijke ondernemingen.
+
+Toen mijn secretaris terug was te Ségovië en mij verteld had, hoe
+hij zich van zijn opdracht had gekweten, zag ik mij opnieuw gedompeld
+in den verschrikkelijken afgrond, waarin ik den eersten dag van mijn
+gevangenschap had verkeerd. Ik meende, dat ik zelfs nog ongelukkiger
+was, omdat ik de bescherming miste van den hertog de Lerme. Al mijn
+moed was mij ontzonken, ik had groot verdriet en hoe men mij ook
+trachtte op te beuren, ik begon te kwijnen en werd ernstig ziek.
+
+De gevangenbewaarder was zoo vol deelneming, dat hij niet beter meende
+te kunnen doen, dan een paar doktoren te roepen. Ik was altijd zoo
+vooringenomen geweest tegen dokters, dat ik ook nu, wanneer ik nog
+aan het leven gehecht was geweest, die heeren zeer slecht zou hebben
+ontvangen, maar ik was het leven zoo moe, dat ik er Tordesillas
+dankbaar voor was, dat hij mij in hun handen stelde.
+
+Een van hen zei: "Mijnheer, voor alles is het noodig, dat u een
+onbeperkt vertrouwen in ons hebt."
+
+"Dat heb ik ook," antwoordde ik. "Met uw hulp ben ik er zeker van,
+dat ik spoedig van al mijn kwalen zal bevrijd zijn."
+
+Hij hernam: "Ja, met Gods hulp zult ge dat zijn. Wij zullen tenminste
+ons best doen."
+
+Nu dat deden ze ook, het ging zoo goed, dat ik kennelijk op weg was
+naar de andere wereld. Tordesillas had een ouden monnik laten komen,
+die mij voorbereid had op den dood en ikzelf geloofde niet anders,
+of mijn laatste uur had geslagen. Ik gaf Scipio een teeken om bij mijn
+bed te komen en zei met een nauwelijks hoorbare stem, zoozeer hadden
+de medicijnen en aderlatingen mij verzwakt: "mijn vriend, ik laat je
+den eenen zak met pistolen en verzoek je den anderen naar Asturië te
+brengen naar mijn vader en moeder die, als ze nog leven, dat geld
+noodig zullen hebben. Vraag of ze mij vergiffenis willen schenken
+voor mijn ondankbaarheid en onverschilligheid. Leven zij niet meer,
+besteed dan dat geld om den hemel om rust te laten bidden voor hunne
+ziel en de mijne." Dat zeggende, reikte ik hem de hand, die hij met
+zijn tranen bevochtigde, zoo bedroefd was hij. De tranen van een
+erfgenaam zijn dus klaarblijkelijk niet altijd verborgen glimlachjes.
+
+Ik wachtte niet anders dan het einde, maar het kwam niet. Nadat de
+dokters mij hadden verlaten en het terrein vrij was, genas ik. De
+koorts, die volgens hen mij moest wegnemen, week. Het gevolg van die
+ziekte was een volmaakte kalmte van geest. Ik behoefde niet meer
+getroost te worden; ik had toen de dood mij nabij was, een groote
+verachting gekregen voor eer en rijkdommen en het voornemen opgevat,
+om, al zou de hertog de Lerme mij terugroepen, nooit aan het hof weer
+te keeren. Ik stelde mij voor, wanneer ik uit de gevangenis kwam een
+hut te koopen en daarin rustig te leven.
+
+Mijn vertrouweling juichte mijn plan toe en wilde, om de uitvoering
+ervan te verhaasten, nog eens naar Madrid gaan, om mijn bevrijding te
+bewerken. Hij was vroeger in dienst geweest bij de min van den prins,
+die op dezen altijd nog een grooten invloed had.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX
+
+Scipio keert naar Madrid terug. Hoe en op welke voorwaarden Gil Blas
+in vrijheid wordt gesteld. Waar zij heengingen, na den toren van
+Ségovië te hebben verlaten en welk gesprek zij samen hadden.
+
+
+Scipio vertrok dus naar Madrid. In afwachting van zijn terugkomst
+las ik veel.
+
+Tordesillas verschafte mij zooveel boeken, als ik wilde hebben. Hij
+leende die, van een ouden commandant, die niet kon lezen, maar een
+groote bibliotheek had om voor een geleerde door te gaan. Ik hield
+vooral van goede boeken over moraal omdat ik daarin telkens stukken
+vond, die mijn afkeer van het Hof en mijn liefde voor de eenzaamheid
+rechtvaardigden.
+
+Na drie weken kwam de onderhandelaar terug, om mij mee te deelen,
+dat de zaak gunstig stond. Op verzoek van de min had de prins beloofd
+er met zijn vader over te spreken. Om nog een laatste hand aan het
+werk te slaan, moest Scipio weer terug naar Madrid.
+
+Zijn derde reis duurde niet lang. Na acht dagen keerde hij terug met
+de tijding, dat de prins, hoewel niet zonder moeite, mijn bevrijding
+van zijn vader had verkregen. Denzelfden dag kreeg ook Tordesillas
+bericht. De koning had mij de vrijheid gegeven onder voorwaarde,
+dat ik mij niet meer aan het hof zou vertoonen en binnen een maand
+de beide Castiliën zou verlaten.
+
+Ik liet twee muilezels huren en wij vertrokken den volgenden
+dag, na een hartelijk afscheid te hebben genomen van Collogos en
+Tordesillas duizendmaal te hebben bedankt voor al zijn bewijzen
+van vriendschap. Wij sloegen den weg in naar Madrid, om eerst onze
+twee zakken te gaan halen, die ieder vijfhonderd dubbele pistolen
+bevatten. Mijn metgezel zei onderweg: "Indien wij al niet rijk genoeg
+zijn om een groot landgoed te koopen, een behoorlijk verblijf kunnen
+wij althans hebben." Ik antwoordde hem: "Ik ben tevreden, als ik een
+hut heb. Ik heb genoeg van het leven in groote steden en stel mij
+er een groot genoegen van voor op het land te wonen en te visschen
+en te jagen. Wat voeding betreft, zal het meest eenvoudige voor mij
+voldoende zijn." Scipio was er echter niet voor om een leven te leiden
+als Diogenes, hij wilde een aangenaam tehuis en een goeden wijnkelder,
+om rustig van de genoegens des levens te kunnen genieten. "Wat men in
+zijn huis heeft, schaadt niet, zegt Hésiodes en wat men er niet heeft,
+kan wel schaden. Het is beter de noodzakelijke dingen te bezitten
+dan te verlangen."
+
+"Wat drommel! Scipio," riep ik, "ken je de Grieksche dichters?"
+
+Hij vertelde mij, dat hij vroeger in Salamanca een meester had gehad,
+die niets deed dan Hebreeuwsch, Grieksch en Latijn in het Spaansch
+vertalen en dat hij veel voor dien heer had moeten copieeren.
+
+Onderweg spraken wij verder over onze toekomstige woonplaats en waar
+we die zouden kiezen. We besloten na eenig overleg ons in Aragon
+te vestigen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X
+
+Wat zij te Madrid aankomende deden. Wien Gil Blas op straat ontmoette
+en door welke gebeurtenis die ontmoeting werd gevolgd.
+
+
+Toen wij te Madrid waren aangekomen, namen wij onzen intrek in een
+klein hotel en het eerste wat wij deden was naar Salero te gaan, om ons
+geld te ontvangen. Hij heette mij hartelijk welkom en betuigde zijn
+blijdschap, dat ik weer op vrije voeten was. "Ik moet u meedeelen,"
+zei hij, "dat ik door de ongenade, waarin gij zijt gevallen, een
+weinig huiverig ben geworden voor aanrakingen met menschen van het
+hof. Hun fortuin zweeft mij te veel in de lucht. Ik heb mijn dochter
+Gabriella uitgehuwelijkt aan een rijken koopman." Ik antwoordde hem,
+dat hij daar zeer goed aan gedaan had. Behalve, dat het veiliger is,
+komt er nog bij, dat een burgerlijke schoonvader niet altijd tevreden
+is over mijnheer den voornamen schoonzoon.
+
+Wij ontvingen daarop het geld terug, dat wij meenamen naar ons hotel
+en in volmaakte orde bevonden.
+
+Voor ons vertrek naar Aragon deden wij verschillende inkoopen en zoo
+ontmoette ik baron von Steinbach, den Duitschen officier, bij wien
+don Alphonse was opgevoed.
+
+Wij herkenden elkaar dadelijk en ik zei: "Het doet mij zeer veel
+genoegen, dat ik u zoo in de beste gezondheid terugzie en nu tevens
+gelegenheid heb, om nieuws te vernemen omtrent don César en don
+Alphonse de Leyva."
+
+"Daar bestaat alle gelegenheid toe," antwoordde hij, "daar ze beiden
+in Madrid en bij mij gelogeerd zijn. Voor eenigen tijd zijn ze hier
+gekomen, om den koning te bedanken voor een onderscheiding, die don
+Alphonse heeft ontvangen, als blijk van erkentelijkheid voor de door
+zijn voorvaderen aan den staat bewezen diensten. Hij is gouverneur
+van de stad Valencia, zonder te hebben gesolliciteerd, noch iemand
+te hebben gevraagd zijn invloed daartoe aan te wenden. Dat doet zien,
+dat onze koning naar waarde weet te beloonen."
+
+Hoewel ik, beter dan Steinbach, wist wat ik daarvan moest denken,
+deed ik of ik niets wist van wat hij mij vertelde. Ik betuigde hem
+zooveel ongeduld en verlangen om mijn oude meesters te bezoeken,
+dat hij mij dadelijk meenam.
+
+In een groote zaal speelde Alphonse schaak met de baronesse von
+Steinbach. Hij sprong dadelijk op en snelde op mij toe met een gelaat
+dat werkelijk vreugde verried. "Mijn waarde Gil Blas! Wat een genoegen
+je eindelijk weer te zien! Het is mijn schuld niet, dat we niet samen
+zijn gebleven. Ik had je verzocht, zooals je weet, om het kasteel de
+Leyva niet te verlaten. Je hebt geen gevolg gegeven aan mijn verzoek,
+maar ik maak je daar geen verwijt van; ik weet welke beweegredenen
+je hadt. Maar sedert dien tijd heb je mij ook niets meer van je laten
+hooren. Mijn zwager, don Fernand, had mij bericht, dat je in Granada
+was, maar ik heb je daar tevergeefs gezocht. Maar zeg me nu eens, wat
+je in Madrid doet. Zeker een goede betrekking. Wees ervan overtuigd,
+dat ik levendig belang stel in je omstandigheden."
+
+Ik antwoordde hem: "Voor ongeveer vier maanden nog, had ik aan het hof
+een gewichtige betrekking. Ik had de eer de secretaris en vertrouweling
+te zijn van den hertog de Lerme."
+
+"Is het mogelijk? De vertrouweling van den eersten minister?" riep
+don Alphonse met groote verwondering.
+
+"Ik had zijn gunst gewonnen en heb die weer verloren op de wijze,
+die ik u zal meedeelen," zei ik en ik vertelde mijn geschiedenis
+en sprak ook van mijn besluit om van het weinige, wat mij van mijn
+voorspoed was overgebleven, een klein huis te koopen en daarin in
+afzondering te gaan leven.
+
+Nadat de zoon van don Cesar mijn verhaal met veel belangstelling
+had aangehoord, zei hij: "Mijn waarde Gil Blas, wij zijn altijd
+goede vrienden geweest en ik ben zeer dankbaar, dat de hemel mij in
+staat stelt je te helpen. Ge zult niet langer een speelbal zijn van
+de fortuin. Ik zal je eigenaar maken van een goed, dat je niet kan
+worden ontnomen. Je wilt buiten leven, welnu, ik geef je het kleine
+landgoed, dat wij bezitten bij Lirias, op vier mijlen afstands van
+Valencia. Je kent het. Zonder eenig bezwaar voor ons kunnen we je
+dit afstaan en ik ben er zeker van dat mijn vader en Séraphine dit
+besluit zeer zullen toejuichen."
+
+Ik wierp mij op de knieën voor don Alphonse, die mij echter dadelijk
+oprichtte. Hartelijk dankte ik hem voor zijn edelmoedigheid. In den
+verderen loop van het gesprek deelde ik hem toen mee, hoe het mij
+gelukt was die gouverneursplaats voor hem te krijgen. Hij was daar
+zeer verwonderd over en beweerde nu, dat het niet voldoende was mij
+het kleine landgoed te geven, maar dat hij mij er ook een jaarlijksch
+inkomen bij zou schenken.
+
+"Neen mijnheer," zei ik, "te veel bezit is bij mij alleen maar
+dienstig om mijn hebzucht op te wekken. Dat heb ik maar al te zeer
+ondervonden. Gaarne neem ik uw landgoed bij Lirias aan en ik zal er
+gemakkelijk kunnen leven van hetgeen ik nog bovendien bezit. Maar
+dat is mij voldoende, meer begeer ik niet. Rijkdom behoort niet op
+een plaats, waar men slechts rust zoekt."
+
+Tijdens ons gesprek kwam don Cesar binnen, die mij eveneens met
+groote hartelijkheid begroette. Nadat hij van alles op de hoogte
+was gebracht, brachten vader en zoon mij dadelijk naar een notaris,
+waar zij een akte van schenking lieten opmaken en die beiden met
+meer genoegen teekenden, dan zij het een stuk zouden hebben gedaan,
+dat hun voordeel opleverde. De akte werd mij ter hand gesteld en ik
+kon van het landgoed bezit gaan nemen wanneer ik wilde. Zij gingen
+daarop naar baron von Steinbach terug en ik begaf mij naar ons hotel,
+waar ik de verwondering opwekte van Scipio met de mededeeling, dat
+wij een landgoed hadden gekregen in Valencia en de wijze vertelde,
+waarop dat in mijn bezit was gekomen.
+
+"Hoeveel zou dat kleine domein waard zijn?" vroeg hij.
+
+"Vijfhonderd ducaten rente en ik kan je verzekeren, dat het daar een
+zeer mooie omgeving is. Als intendant van de heeren de Leyva ben ik
+er meermalen geweest. Het is een zeer klein landhuis aan de oevers van
+den Guadalquivar, in een gehucht met nog vijf of zes andere huizen".
+
+"Wat mij zeer bevalt", riep Scipio, "is dat wij daar goed wild zullen
+hebben, met wijn van Bernicarlo en uitstekenden muscaat! Komaan
+patroon! laten wij ons haasten om de wereld te verlaten en onze
+eenzaamheid op te zoeken".
+
+"Ik heb niet minder lust dan jij", antwoordde ik, "maar ik moet
+eerst nog naar Asturië. Mijn vader en moeder leven daar niet in zeer
+gelukkige omstandigheden, ik zal hen gaan halen en naar Lirias brengen,
+waar ze de rest van hun dagen in rust kunnen slijten. De hemel heeft
+mij misschien deze plaats gegeven, om er hen te ontvangen en zou mij
+straffen, indien ik dit verzuimde". Scipio prees mijn voornemen en
+met spoed maakten wij de toebereidselen voor ons vertrek.
+
+
+
+
+
+
+TIENDE BOEK
+
+
+HOOFDSTUK I
+
+Gil Blas vertrekt naar Asturië; hij reist over Valladolid, waar hij
+dokter Sangrado, zijn ouden meester gaat bezoeken. Hij ontmoet bij
+toeval den heer Manuel Ordonnez, administrateur van het klooster.
+
+
+In den tijd, dat Scipio en ik Madrid verlieten, benoemde Paulus V
+den hertog de Lerme tot kardinaal. De paus, die de inquisitie in het
+koninkrijk Napels wilde instellen, bekleedde den minister met het
+purper, om daardoor koning Philips voor zijn plannen te winnen. Al
+wie dit nieuwe lid van het heilige college goed kenden, vonden als ik,
+dat de kerk een schoone aanwinst had gedaan.
+
+Scipio, die mij liever in een schitterende betrekking aan het hof
+zag terugkeeren dan begraven in de eenzaamheid, raadde mij aan den
+nieuwen kardinaal te gaan bezoeken. "Misschien," zei hij, "dat zijn
+eminentie, wanneer hij u op bevel van den koning uit de gevangenis
+ontslagen ziet, niet meer doet of hij gebelgd op u is en u weer in
+zijn dienst terugneemt."
+
+"Scipio," antwoordde ik hem, "je vergeet klaarblijkelijk, waarde,
+dat ik de Castiliën zou verlaten. Denk je overigens, dat ik nu al
+genoeg heb van mijn kasteel te Lirias? Ik heb je al gezegd en herhaal
+het: wanneer de hertog de Lerme mij zijn gunsten weer zou willen
+schenken, wanneer hij mij zelfs de plaats aanbood van Calderone,
+zou ik weigeren. Mijn besluit is genomen, ik ga mijn ouders halen en
+dan nabij Valencia wonen. Mocht het je berouwen, dat je je lot aan
+het mijne hebt verbonden, dan behoef je dat maar te zeggen, ik ben
+bereid om je de helft van mijn geld te geven, waarmee je in Madrid
+kan blijven om verder je fortuin te maken".
+
+"Hoe mijnheer!" zei Scipio, "denkt u dat het mij berouwt, dat ik
+besloten heb u te volgen? Hoe, Scipio, die trouwe dienaar, die
+gaarne de rest van zijn dagen met u zou hebben gesleten in den
+toren van Ségovië, zou u niet gaarne vergezellen naar een plaats,
+waar ons zooveel genot wacht! Neen mijnheer, ik denk er niet aan op
+mijn besluit terug te komen. Ik moet u bekennen dat ik, toen ik dien
+raad gaf u alleen maar eens heb willen polsen, om te zien of er nog
+iets van de oude eerzucht in u was overgebleven. Maar ik zie, dat ge
+niet meer aan grootheid zijt gehecht!"
+
+Wij reisden in een wagen, bespannen met twee goede muilezels, gemend
+door een jongen, dien ik bij mijn gevolg had gevoegd. Na eenige
+dagen kwamen wij te Valladolid. Bij het gezicht van die stad kon ik
+mij niet weerhouden te zuchten. Mijn metgezel vroeg, waarom ik dat
+deed. "Mijn vriend", zei ik, "dat komt, omdat ik langen tijd hier
+de geneeskunde heb beoefend. Ik kan er niet rustig aan denken. Mijn
+geweten doet mij op dit oogenblik geheime verwijten. Wat zeg ik? Het
+is mij of alle zieken, die ik vermoord heb, uit hun graven rijzen,
+om mij in stukken te scheuren!"
+
+"Wat een idee!" riep Scipio, "Waarlijk, mijnheer Santillano, ge zijt
+te goed. Waarom maakt ge u er een verwijt van, dat ge uw beroep hebt
+uitgeoefend? Kijk naar de oudste doktoren, hebben zij de wroeging? Wel
+neen! Ze gaan steeds hun gang. Loopt een geval ongelukkig af, dan is de
+natuur de schuld ervan en genezen zij iemand, dan hebben zij de eer!"
+
+"'t Is waar," zei ik, "dat dokter Sangrado, wiens methode ik getrouw
+volgde, er die manieren op nahield. Al stierven er per dag twintig
+personen onder zijn handen, hij was zoo overtuigd van het heilzame van
+aderlaten en van zijn drankjes, dat hij zeker was, daarmee alle ziekten
+te kunnen genezen. Hij geloofde, dat de zieken alleen stierven, omdat
+hij hen niet genoeg had gelaten, of dat ze te weinig geslikt hadden!"
+
+Lachend riep Scipio: "Dat is een interessante persoonlijkheid!"
+
+"Als ge hem wilt leeren kennen," zei ik, "dan is daar morgen
+gelegenheid toe, wanneer althans Sangrado nog leeft en nog in
+Valladolid woont. Ik kan dat echter moeilijk gelooven, want hij was
+al oud, toen ik hem verliet en er zijn sedert dien tijd heel wat
+jaren verloopen."
+
+Ons eerste werk, toen wij in het hotel aankwamen, was te informeeren
+naar dokter Sangrado, die nog leefde, maar te oud was om visites
+te maken en dus zijn practijk aan drie of vier andere doktoren had
+overgedaan. Wij besloten den volgenden dag in die stad over te blijven,
+zoowel om hem te bezoeken, als om onze muilezels te laten rusten.
+
+Den volgenden morgen om tien uur gingen wij hem bezoeken; wij vonden
+hem in een fauteuil, met een boek in de hand. Zoodra hij ons zag, stond
+hij op, kwam naar ons toe met een fermen stap voor een zeventigjarige
+en vroeg, wat wij wilden.
+
+"Dokter," zei ik, "kijk mij eens oplettend aan! Herkent ge mij niet? Ik
+heb toch de eer een van uw leerlingen te zijn. Herinnert gij u niet
+een zekeren Gil Blas, die bij u gewoond heeft?"
+
+Hij drukte mij hartelijk de hand en zei: "Zijt gij het Santillano? Ik
+zou u niet meer herkend hebben. Het doet mij recht veel genoegen
+u weer te zien. Wat hebt ge sedert onze scheiding gedaan? Zeker de
+geneeskunde beoefend?"
+
+"Wat mij betreft," antwoordde ik, "had ik daar wel neiging toe,
+maar redenen van overwegenden aard hebben het mij belet."
+
+"Dat is jammer," zei Sangrado, "want met de grondbeginselen, die ik
+bij u had gelegd, zoudt ge een uitstekend geneesheer zijn geworden,
+indien de hemel u althans had behoed voor de gevaarlijke liefde tot
+de scheikunde. Wat een verandering in de geneeskunde in de laatste
+jaren! Ge ziet mij er tegelijkertijd verwonderd en bedroefd over. Men
+ontneemt aan onze wetenschap de eer en de waardigheid. Die kunst, die
+door alle eeuwen heen het leven van den mensch heeft gerespecteerd,
+is nu ten prooi geworden aan vermetelheid, aan vermoedens, aan
+onervarenheid. Men ziet tegenwoordig ook in deze stad dokters, wier
+eenige wetenschap van de geneeskunde bestaat in het bereiden van
+scheikundige mengsels. Alles is verkeerd in hun methode! Het aderlaten
+van den voet bijvoorbeeld, vroeger zoo zeldzaam gedaan, is tegenwoordig
+bijna de eenige wijze. De purgeermiddelen vroeger zacht en weldadig,
+zijn nu brakerig werkende. Het is een chaos geworden, iedereen doet
+wat hij wil en overschrijdt de grenzen van de regelmaat en wijsheid,
+die onze eerste meesters hebben vastgesteld."
+
+Welk een lust ik ook had om te lachen, ik wist mij te
+weerhouden. Scipio, wien het geval vermaakte, wilde het vuur nog wat
+aanwakkeren. "Dokter," zei hij tegen Sangrado, "daar ik een achterneef
+ben van een dokter van de andere school, zij het mij vergund, met u
+al die scheikundige remedies ver weg te werpen. Wijlen mijn oudoom
+was een zoo overtuigd volgeling van Hippocrates, dat hij dikwijls
+gevochten heeft met de kwakzalvers, die met niet genoeg respect spraken
+van dien koning der geneeskunde. Het bloed verloochent zich niet en
+ik zou graag voor beul dienen van al die nieuwerwetsche domooren,
+over wie gij u met evenveel rechtvaardigheid als welsprekendheid
+beklaagt. Welk een wanorde veroorzaken deze ellendelingen niet in de
+beschaafde maatschappij!"
+
+"Die wanorde," zei de dokter, "gaat veel verder dan ge denkt. Het
+heeft mij niet gebaat een boek uit te geven tegen die struikrooverij
+op het gebied van de geneeskunst; integendeel, ze neemt van dag
+tot dag toe. De chirurgen zijn zoo gek dokters te willen zijn en
+denken, dat ze er geschikt voor zijn als er maar braakmiddelen hoeven
+gegeven te worden, waarbij ze dan, heel willekeurig voet-aderlatingen
+voegen. Deze besmetting verspreidt zich zelfs in de kloosters, er
+zijn onder de monniken sommige broeders, die tegelijk apotheker en
+chirurgijn zijn en schadelijke drankjes maken, die het leven verkorten
+van de eerwaarde vaders."
+
+Hier werd ons gesprek gestoord door de komst van een oude dienstbode,
+die een blad bracht, waarop een broodje, een glas en twee caraffen,
+de een gevuld met water en de andere met wijn. Hij vulde het glas
+voor niet meer dan een vierde gedeelte met wijn en de rest met
+water. "Ho, ho! dokter!" riep ik, "daar betrap ik u op heeterdaad,
+u drinkt wijn, gij, die u altijd zoo tegen dien drank hebt verklaard
+en daardoor veroorzaakt hebt, dat ik in tien jaren tijds geen druppel
+wijn heb gedronken. Sedert wanneer zijt gij zoo veranderd? Ge kunt
+u niet beroepen op uw leeftijd, omdat ge in een van uw geschriften
+den ouderdom verklaart als een natuurlijke tering en ge daarom de
+onwetendheid betreurt van personen, die den wijn de melk der grijsaards
+noemen. Wat hebt ge te zeggen om u te rechtvaardigen?"
+
+"Ge doet mij onrecht aan," zei de oude heer. "Indien ik enkel
+wijn dronk, zoudt ge gelijk hebben, maar ik vermeng dien met veel
+water." "Mijn waarde meester," antwoordde ik, "herinnert ge u niet,
+dat ge het afkeurde in den kanunnik Sedillo, dat hij wijn dronk,
+hoewel hij er veel water in deed? Beken maar, dat ge uw dwaling hebt
+ingezien, dat het drinken van wijn niet slecht is, zooals ge in uw
+boeken hebt gezegd, mits men er maar een matig gebruik van maakt."
+
+De dokter was een weinig verlegen door mijn woorden; hij kon zich
+er niet goed uit redden, dus bracht ik het gesprek op een ander
+onderwerp en wij vertrokken spoedig na hem nogmaals goed succes te
+hebben toegewenscht in zijn strijd tegen de nieuwe geneeskunde.
+
+Terwijl Scipio en ik op weg naar het hotel nog eens hartelijk lachten
+om dien origineelen dokter, ging ons een man voorbij van omstreeks
+zestig jaren, die de oogen naar den grond hield geslagen. Ik herkende
+in hem Manuel Ordonnez, den administrateur, van wien ik zoo eervol
+melding maakte in het eerste deel van mijn geschiedenis. Ik groette
+hem, hij keek mij aan en zei, dat hij, hoewel mijn gezicht hem niet
+onbekend voorkwam, zich toch niet kon herinneren, wie ik was. Ik
+kwam zijn geheugen te hulp en zei, dat ik vroeger wel eens bij hem
+kwam toen hij een vriend van mij in dienst had, genaamd Fabricius
+Nunez. Hij antwoordde: "Ja, nu herinner ik het mij. Ge hebt samen
+wel eens streken uitgehaald! Maar zeg mij eens, wat er van dien armen
+Fabricius geworden is."
+
+"Fabricius is in Madrid, waar hij zich met verschillend werk bezig
+houdt."
+
+"Wat verstaat ge onder verschillend werk?" vroeg hij. "Dat klinkt
+mij zoo dubbelzinnig."
+
+"Ik wil daarmee zeggen," antwoordde ik, "dat hij schrijft in poëzie
+en in proza, hij maakt comedies en romans; in één woord, het is iemand
+met talent, die zeer goed wordt ontvangen in groote huizen."
+
+"Maar hoe staat het met zijn geldmiddelen?"
+
+"Niet al te best," antwoordde ik. "Ik geloof niet, dat hij rijk is."
+
+"O, dat dacht ik wel!" riep Ordonnez. "Laat hij het hof maar maken aan
+groote heeren! Dat zal hem even weinig inbrengen als zijn geschrijf. Ik
+zie hem den een of anderen dag nog eens in ons armenhuis terechtkomen."
+
+"Dat zou wel kunnen," stemde ik toe, "de poëzie heeft er wel anderen
+gebracht. Mijn vriend Fabricius zou beter hebben gedaan, indien hij
+maar bij u was gebleven, dan zou zijn karretje nu over een zandweg
+gaan."
+
+"Hij zou het tenminste goed hebben," zei Manuel. "Ik hield van dien
+jongen en hij had in onze inrichting een goede positie kunnen krijgen,
+indien het hem niet in het hoofd was gekomen zich aan de schoone
+kunst te gaan wijden. De domoor! Hij maakte een comediestuk, dat
+opgevoerd werd door een troep, die bij ons in de stad was. Hij had
+succes en zijn hoofd werd daardoor op hol gebracht. Hij meende een
+nieuwe Lopez de Vega te zijn en gaf de voorkeur aan den bedwelmenden
+rook van het applaudissement van het publiek, boven de werkelijke
+voordeelen die mijn vriendschap hem kon aanbieden. Hij heeft zijn
+geluk niet begrepen. De jongen, dien ik in zijn plaats nam, is daar
+het bewijs van. Hij heeft minder verstand dan Fabricius, maar legde
+zich uitsluitend op zijn betrekking toe en bekleedt nu bij ons twee
+posten, waarvan de minste hem ruimschoots in staat stelt te leven
+als een fatsoenlijk man, die een groot huishouden tot zijn last heeft."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II
+
+Gil Blas vervolgt zijn reis en komt gelukkig te Oviédo aan. In
+welken toestand hij zijn ouders vindt. Dood van zijn vader; gevolg
+van dien dood.
+
+
+Van Valladolid reisden wij in vier dagen naar Oviédo, zonder onderweg
+slechte ontmoetingen te hebben gehad, niettegenstaande er gezegd
+wordt, dat de dieven van verre het geld van de reizigers ruiken. Ze
+hadden anders gemakkelijk hun slag kunnen slaan; want ik had aan
+het hof geen dapperheid geleerd en mijn ezeldrijver scheen me niet
+iemand, die zich zou laten dooden om de beurs van zijn meester te
+verdedigen. Alleen Scipio had iets van een vechtersbaas.
+
+Het was nacht toen wij in de stad aankwamen. Wij gingen in een
+logement, dicht naast het huis van mijn oom Gil Perez. Voor ik naar
+mijn ouders ging, wilde ik naar hen informeeren en ik wist niet beter
+te doen, dan mij daarvoor te wenden tot den waard en zijn vrouw,
+die wel alles van hunne buren zouden afweten. Na mij goed te hebben
+aangekeken riep de herbergier uit: "Bij den heiligen Antonius van
+Padua! Dat is de zoon van onzen goeden Blas de Santillano!"
+
+"Ja waarlijk," bevestigde de vrouw, "hij is het, ik herken hem zeer
+goed, hij is bijna niet veranderd. 't Is, of ik hem nog zie zooals
+hij hier 's avonds met een flesch kwam, om wijn voor het souper van
+zijn oom te halen."
+
+"Ge hebt een goed geheugen," zei ik, "maar wees zoo goed en vertel
+mij iets van mijn familie. Mijn vader en moeder hebben het zeker niet
+te best!"
+
+"Dat hebben ze zeker niet," antwoordde de vrouw, "ze konden er moeilijk
+slechter aan toe zijn. De goede Gil Perez is door een beroerte aan
+de eene helft van zijn lichaam verlamd en zal waarschijnlijk niet
+lang meer leven; uw vader, die sedert korten tijd bij hem woont,
+heeft een longontsteking of liever gezegd hij bevindt zich tusschen
+leven en dood en uw moeder, wie het ook al niet te best gaat, past
+hen beiden op. Ongelukkiger kon het dus wel niet!"
+
+Ontroerd door alles, wat ik had gehoord, ging ik naar het huis
+van mijn oom. Nadat mijn moeder mij had omhelsd, zei ze, dat ik
+nog juist op tijd was gekomen, om mijn vader te zien sterven. Ze
+bracht mij in een kamer waar op een armoedig bed de ongelukkige man
+lag te sterven. Hoe nabij de dood ook was, was hij nog niet geheel
+buiten kennis. Mijn moeder zei: "Hier is Gil Blas, je zoon, die je
+vergiffenis vraagt voor het verdriet, dat hij je heeft aangedaan en
+om je zegen smeekt." Bij die woorden opende mijn vader zijn oogen,
+hij vestigde die op mij en merkte aan mijn droefheid, dat ik zeer
+getroffen was door zijn verlies. Hij wilde spreken, maar had er de
+kracht niet toe. Ik nam een van zijn handen, mijn tranen beletten
+mij om een woord te spreken. Hij zuchtte, 't was of hij mijn aankomst
+had afgewacht om den laatsten adem uit te blazen.
+
+Mijn moeder was te veel voorbereid op zijn dood, om nu een hevig
+verdriet te gevoelen. Ik was er misschien meer van onder den indruk
+dan zij, hoewel mijn vader mij zijn leven lang geen enkel bewijs
+van vriendschap had gegeven. Ik was niet alleen bedroefd omdat ik
+mijn vader had verloren, maar ook omdat ik aan mijn hardheid moest
+denken. Een monster van ondankbaarheid vond ik mijzelf, of liever
+een vadermoordenaar.
+
+Ook bij het zien van mijn oom, deed ik mijzelf heftige verwijten. Alle
+verplichtingen, die ik aan hem had, kwamen mij nu voor den
+geest. "Indien ge," zei ik tot mijzelf, "hun maar een klein gedeelte
+van den overvloed hadt gegeven, die gij hebt gehad, dan zouden zij een
+gelukkig leven hebben geleid en je vader was dan misschien niet dood."
+
+De ongelukkige Gil Perez was kindsch geworden. Of mijn moeder hem al
+zei, dat ik zijn neef Gil Blas was, hij lachte slechts met een onnoozel
+gezicht en gaf geen antwoord. Ondertusschen bewaarde Scipio een somber
+stilzwijgen, zuchtte met mij mee en vermengde uit vriendschap zijn
+tranen met de mijne.
+
+Mijn moeder en ik deden elkaar daarna een getrouw verslag van hetgeen
+er gebeurd was nadat ik uit Oviédo was gegaan. Met alle respect voor
+de nagedachtenis van mijn moeder, was ze nog al wijdloopig in haar
+verhalen en zou mij driekwart van haar verhaal hebben kunnen besparen,
+indien ze allerlei onnutte kleinigheden had terzijde gelaten.
+
+Toen zij aan het eind van hare geschiedenis was gekomen, begon ik de
+mijne. Slechts in het kort vertelde ik haar van al mijn avonturen,
+maar bij het bezoek van den zoon van Bertrand Muscada, den kruidenier
+uit Oviédo, bij mij te Madrid, stond ik langen tijd stil. "Ik moet
+u bekennen," zei ik, "dat ik dien slecht heb ontvangen en om zich te
+wreken zal hij zeker wel niet veel goeds van mij hebben gezegd."
+
+"Hij vond je," antwoordde zij, "zoo trotsch geworden, omdat je de
+gunsteling van den eersten minister was, dat je hem niet wilde
+herkennen en het liet je geheel koud, toen hij van onze armoede
+vertelde. Maar daar ouders altijd het beste van hunne kinderen
+gelooven, dachten wij, dat hij overdreef. En je komst te Oviédo toont
+nu, dat we gelijk hebben gehad."
+
+"U denkt te gunstig over mij," zei ik. "Wat de jonge Muscada heeft
+gezegd, is waar. Toen hij bij mij kwam, dacht ik aan niets anders dan
+aan mijn fortuin, de eerzucht belette mij om mij bezig te houden met
+het lot van mijn familie. Daar kwam bij, dat hij mij al dadelijk tegen
+zich innam, door mij te zeggen, dat hij gehoord had, dat ik zoo rijk
+was als een jood. Daarbij wilde hij mij op brutalen toon voorschrijven,
+wat ik te doen had. Maar nadat ik hem weggestuurd had, voelde ik toch
+wel berouw over mijn gedrag tegenover u. Toen ik later in den toren van
+Ségovië was opgesloten, werd ik gevaarlijk ziek en die gelukkige ziekte
+is het geweest, die u uw zoon heeft teruggegeven. De natuur hernam haar
+rechten en ik werd geheel losgemaakt van het hof. Ik ben teruggekomen
+van dat rumoerige leven en verlang nu alleen naar de eenzaamheid en
+ik ben nu hier om u te vragen, of ge met mij mee wilt gaan naar een
+landgoed bij Valencia, dat mij toebehoort en waar wij kalm zullen
+leven. U begrijpt wel, dat ik ook vader had willen voorstellen,
+om ons te vergezellen, indien de hemel het niet anders had gewild."
+
+"Ik ben je zeer dankbaar voor dit aanbod en ik zou zeker niet aarzelen,
+wanneer ik mijn broer niet alleen moest laten; ook ben ik aan het
+land hier gehecht. Maar wij kunnen er nog eens over denken, onze
+eerste zorg moet nu zijn voor de begrafenis van je vader."
+
+Juist kwam Scipio binnen, want het was reeds dag geworden en hij wilde
+vragen, of hij ons ook van dienst kon zijn. Ik vroeg hem, of hij zich
+belasten wilde met de zorg voor de begrafenis en hij verklaarde zich
+daar gaarne toe bereid. "Maar denk er aan," zei mijn moeder tot mijn
+vriend, "dat het niet te mooi moet zijn; de heele stad heeft hem
+altijd als een eenvoudig en arm man gekend."
+
+Scipio antwoordde: "Mevrouw, al was hij nog armer geweest, daarom
+zou ik geen twee cent besparen. Ik denk hierbij slechts aan mijn
+meester. Mijn meester is de gunsteling geweest van den hertog de Lerme,
+dus moet zijn vader op plechtige wijze worden begraven."
+
+Ik keurde het plan van mijn secretaris goed en verzocht hem zelfs,
+geen geld te sparen. Een rest van ijdelheid, die nog in mij was,
+ontwaakte bij deze gelegenheid. Ik meende, dat wanneer ik geen kosten
+spaarde voor de begrafenis van een vader, die mij niets had nagelaten,
+ik zekere bewondering voor mijn mildheid zou opwekken. En mijn moeder,
+hoe nederig zij ook was, vond het toch niet kwaad, dat mijn vader
+met luister werd ter aarde besteld.
+
+Scipio was maar al te goed geslaagd. Alle inwoners van Oviédo, van
+groot tot klein, namen aanstoot aan dit prachtvertoon en men maakte
+allerlei opmerkingen, die minder eervol voor mij waren. De een zei:
+"Hij heeft wel geld, om zijn vader te begraven, maar had het niet om
+hem te eten te geven." "Het zou beter zijn," merkte een ander op,
+"als hij zijn vader bij diens leven wat meer genoegen had gedaan,
+dan hem nu zoo deftig te begraven." Scipio, Bertrand en ik werden
+zelfs op straat nageroepen, toen wij uit de kerk kwamen, ja, men
+ontzag zich niet ons met steenen en modder te gooien. Mijn moeder
+moest zich vertoonen en openlijk verklaren, dat zij tevreden over mij
+was, om de menigte uiteen te doen gaan, die zich voor het huis van
+mijn oom verzameld had. Al die beleedigingen waren hoofdzakelijk een
+gevolg van de praatjes, die de jonge kruidenier in de stad over mij had
+rondgestrooid. Ik kreeg daardoor zoo'n tegenzin in een langer verblijf
+in Oviédo, dat ik spoedig besloot om te vertrekken. Daar mijn moeder
+bij mijn oom wilde blijven, die het echter niet lang meer zou maken,
+vroeg ik haar, bij mij te komen wonen, als hij er niet meer zou zijn.
+
+"Ik kan die belofte niet geven," antwoordde mijn moeder, "want ik
+zou haar niet houden. De rest van mijn dagen wil ik hier in Asturië
+doorbrengen in volkomen onafhankelijkheid."
+
+"Maar zult ge in mijn huis dan niet onbeperkt meesteres zijn?" vroeg
+ik.
+
+"Je hebt maar verliefd te worden op een of ander meisje en haar te
+trouwen, dan is zij de schoondochter en ik ben de schoonmoeder en
+dat gaat niet samen."
+
+Hoewel ik haar betoogde, dat ik in het geheel niet aan trouwen dacht,
+en zelfs, als ik het deed, dat ik dan mijn vrouw wel zou dwingen
+haar te gehoorzamen, kon ik haar niet overreden en dus besloten wij,
+dat ze in haar huis zou blijven en dat ze jaarlijks een toelage van
+honderd pistolen van mij zou ontvangen.
+
+Wij vertrokken uit Oviédo voor het aanbreken van den dag, uit vrees
+last te zullen krijgen van het volk. Zoo was de ontvangst, die men
+mij bereidde in mijn vaderstad. Schoone les voor mannen uit het gewone
+volk, die buiten hun land rijk zijn geworden en daar terugkeeren, om
+te toonen, dat ze menschen van gewicht zijn geworden! Hoe meer zij door
+rijkdommen willen schitteren, des te meer zullen zij worden gehaat.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III
+
+Gil Blas gaat op weg naar het koninkrijk Valencia en komt eindelijk
+te Lirias aan. Beschrijving van het kasteel. Hoe hij er werd ontvangen
+en welke menschen hij er vond.
+
+
+Wij sloegen den weg in naar Léon, vervolgens dien naar Palencia
+en kwamen na tien dagen te Sévorbe, vanwaar wij ons den volgenden
+morgen naar mijn landgoed begaven, dat niet meer dan drie mijlen ver
+was. Naarmate wij het naderden, zag ik met genoegen dat Scipio alle
+kasteelen, die wij onderweg passeerden, nauwkeurig opnam en, als ze hem
+bevielen, telkens zei: "Ik zou wel willen, dat ons huis er zóó uitzag."
+
+"Ik weet niet, mijn vriend," zei ik, "welk een voorstelling je hebt
+van onze woning, maar wanneer je denkt, dat het een prachtig huis is,
+dan kom je bedrogen uit."
+
+Toen wij er aankwamen, viel het hem intusschen zeer mee. Wij gingen een
+zaal binnen en daar kwamen zeven of acht bedienden ons hun compliment
+maken. Ze waren door don Cesar en don Alphonse de Leyva aangesteld om
+mij te bedienen, als kok, portier, tuinknecht en lakeien, met verbod
+van mij eenig geld aan te memen; die twee heeren droegen alle kosten
+van mijn huishouden. De kok, genaamd meester Joachim, was het hoofd
+van de bedienden. Hij voerde het woord en zei o.a., dat hij een grooten
+voorraad verschillende wijnen had liggen en dat hij na zes jaren kok te
+zijn geweest bij den aartsbisschop van Valencia, mij naar mijn smaak
+zou kunnen bedienen. Vervolgens leidde hij ons het geheele huis rond,
+om te zien of de inrichting mij beviel. Overal had ik gelegenheid om
+de goedheid van don Cesar en zijn zoon voor mij te bewonderen.
+
+Na alles met oplettendheid te hebben bekeken, gingen wij in de zaal
+terug, waar een tafel met twee couverts klaar stond. Al spoedig
+bevonden wij, dat er aanleiding bestond om den aartsbisschop van
+Valencia te beklagen over het verlies van zulk een kok. Bij iederen
+hap, dien we in onzen mond staken boden mijn nieuwe lakeien groote
+glazen wijn van een uitstekend merk aan. Scipio was er verrukt over
+maar, daar hij in hun bijzijn dat niet wilde laten merken, wierp hij
+mij welsprekende blikken toe, die ik op dezelfde manier beantwoordde.
+
+Toen we als uitgehongerden hadden gegeten en naar verhouding gedronken,
+stonden we op om den tuin te zien.
+
+Was Scipio al zeer tevreden geweest over het huis, hij was het nog meer
+over den tuin, welke hij vergeleek met dien van het Escuriaal. Het is
+waar, dat don César die nog al dikwijls in Lirias kwam, er genoegen
+in had gevonden, om de omgeving van het landhuis te verfraaien.
+
+Na een goed diner verraste de slaap ons weldra, nadat we waren gaan
+zitten in de schaduw van een olm.
+
+We hadden bijna twee uren geslapen, toen wij wakker werden door
+geweerschoten, die zoo dicht in onze nabijheid waren, dat wij
+ervan schrikten. Wij sprongen op om te gaan informeeren wat dit
+te beteekenen had en vonden bij het huis acht of negen boeren,
+allen inwoners van het gehucht, die door hun schoten mijn aankomst
+hadden willen vieren. Zoodra ze mij zagen, riepen zij: "Leve onze
+nieuwe heer! Welkom te Lirias!" De meesten hunner kenden mij nog uit
+den tijd, dat ik intendant was geweest. Ik ontving hen vriendelijk
+maar bleef ernstig, om te voorkomen, dat zij te familiair met mij
+zouden worden. Ik verzekerde hun mijn protectie en gaf hun zelfs
+een twintigtal pistolen, wat ze wel niet het minst aangename zullen
+hebben gevonden.
+
+Nadat Scipio en ik nog een wandeling hadden gemaakt in de bosschen,
+vonden wij een heerlijk souper, waarbij ons de fijnste flesschen
+werden geschonken.
+
+Toen wij voelden, dat we niet meer drinken konden, namen de lakeien
+toortsen en brachten mij naar de mooiste kamer waar ze zich beijverden
+om mij te helpen uitkleeden. Maar toen ze mij mijn slaapmuts en
+kamerjapon hadden gegeven zond ik ze weg om nog wat met Scipio
+te praten.
+
+"Welnu, mijn vriend," vroeg ik hem voor wij gingen slapen, "wat zeg
+je van de behandeling, die ik van de heeren de Leyva ondervind?"
+
+"Ik geloof niet," zei hij, "dat die beter zou kunnen zijn. Alleen
+hoop ik maar, dat ze van langen duur wezen zal."
+
+"Dat hoop ik niet," antwoordde ik, "het gaat niet aan, dat mijn
+weldoeners zulke groote uitgaven voor mij doen. Het zou misbruik
+maken zijn van hunne edelmoedige mildheid, indien ik dat langer
+toeliet. Overigens kan ik er mij niet aan gewennen zooveel knechts te
+hebben, die door anderen betaald worden. Ik zou me hier nooit thuis
+gevoelen! Wat een dwaasheid trouwens, zoo'n groot personeel! Als
+wij met Bertrand den kok, een jongen en één lakei hebben, dan is
+dat voldoende."
+
+Hoewel het mijn secretaris ongetwijfeld wel aanstond om op zulk een
+wijze te blijven voortleven op kosten van den gouverneur van Valencia,
+bestreed hij mijn kieschheid op dit punt niet en keurde mijn plan goed.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV
+
+Gil Blas vertrekt naar Valencia en gaat de heeren de Leyva
+bezoeken. Van het onderhoud, dat hij met hen had en van de goede
+ontvangst bij Séraphine.
+
+
+Toen ik te bed lag, kon ik niet slapen. Ik dacht aan de heeren de
+Leyva en aan de nieuwe bewijzen, die ik ook dien dag weer van hun
+vriendschap had ontvangen en ik besloot hen den volgenden dag reeds te
+gaan bezoeken, om hen te bedanken. Ook dacht ik er met genoegen aan,
+Séraphine terug te zien. Maar dat genoegen was niet onvermengd, want
+ik moest denken aan Lorenca Séphora, die zich natuurlijk ons avontuur
+nog wel zou herinneren en bij het zien van mij wel minder op haar
+gemak zou zijn. Toen mijn geest vermoeid was door al die denkbeelden
+en herinneringen, sliep ik eindelijk in en werd den volgenden morgen
+niet vroeg wakker.
+
+Ik kleedde mij haastig aan en deelde Scipio mee, dat ik naar Valencia
+ging, omdat ik behoefte gevoelde mij van den plicht der dankbaarheid
+spoedig te gaan kwijten door de heeren de Leyva te bezoeken. "Ge
+behoeft mij niet te vergezellen, mijn vriend, blijf zoolang hier,
+over acht dagen ben ik terug." "Het schijnt mij," zei Scipio, "dat
+die heeren zeer dankbaar zijn voor de hun bewezen diensten, dat is
+een karaktereigenschap, die men maar zelden bij voorname heeren vindt
+en dus mogen wij hen wel in eere houden."
+
+Als naar gewoonte werd ik door don Cesar en zijn zoon zeer hartelijk
+ontvangen. "Wel mijn waarde Santillano," zei don Alphonse na onze
+begroeting, "hebt ge al bezit genomen van uw landgoed?"
+
+"Ja mijnheer," antwoordde ik, "en ik verzoek u zoo goed te willen
+zijn het weer te willen terugnemen."
+
+"Waarom?" riep hij. "Is er iets wat u niet bevalt?"
+
+"Het verblijf zelf is verrukkelijk! Maar wat mij niet bevalt is, dat
+ik driemaal meer bedienden heb dan noodig zijn en dat u dit noodeloos
+op hooge kosten jaagt."
+
+"Indien gij," zei don César, "het geld had aangenomen, dat wij u te
+Madrid hebben aangeboden, dan zouden wij er ons toe bepaald hebben,
+het kasteel te geven zooals het was, maar nadat ge dit hebt geweigerd,
+hebben wij gemeend te moeten doen, zooals nu geschied is."
+
+"Het is teveel," antwoordde ik. "Uw goedheid moet er zich toe bepalen,
+mij alleen het landgoed te schenken. Dat is voor mij reeds het toppunt
+van mijn wenschen. Wil ik u zeggen, wat het geval is? Ik gevoel mij
+niet op mijn gemak en niet thuis met zulk een groot personeel. Nog eens
+dus: neem mijn goed terug of laat mij het inrichten zooals ik wil."
+
+Vader en zoon zagen, dat het ernst was en daar zij niets anders wilden,
+dan mij genoegen doen, kreeg ik hunne toestemming om alles maar in
+te richten, zooals ik zelf wilde.
+
+Ik wilde hen bedanken, maar don Alphonse viel mij in de rede, door te
+zeggen, dat hij mij bij een dame wilde brengen, die zeer verheugd zou
+zijn mij te zien. Hij bracht mij daarop in de kamer van Séraphine, die
+mij bij het binnenkomen met een uitroep van vreugde begroette. "Het
+doet mij zeer veel genoegen u weer te ontmoeten, niet alleen omdat
+ik nooit vergeten zal, dat ge indertijd hebt medegeholpen om mij te
+bevrijden, maar ook omdat ge na dien tijd aan don Alphonse zulk een
+gewichtigen dienst hebt bewezen."
+
+'s Middags bleef ik in het paleis van den gouverneur dineeren in
+het gezelschap van verscheidene voorname heeren, die zeer beleefd
+tegen mij waren, toen don César verteld had, dat ik secretaris van
+den Hertog de Lerme was geweest. Aan tafel sprak men uitsluitend
+over den nieuwen Cardinaal en toen ik me niet liet verleiden hen
+ten zijnen koste te vermaken, gaf deze kleine zelfoverwinning mij
+den naam van zeer discreet te zijn. Toen ik mij daarna gereedmaakte,
+om een wandeling te maken door de stad, had ik toevallig een gesprek
+met den kamerdienaar van don César, die mij nog kende uit den tijd,
+dat ik intendant was. Ik vroeg hem, wat er toch wel van Lorenca Séphora
+was geworden, die ik niet meer had gezien. Hij vertelde mij, dat ze al
+eenigen tijd geleden was gestorven, tengevolge van het ongemak, waaraan
+ze leed en dat ze zeer was betreurd geworden door haar meesteres, meer
+dan door don Alphonse, die niet sterk getroffen was door haar dood.
+
+Terwijl ik daarna door de stad wandelde, zag ik hier en daar
+aanplakbiljetten, waarop werd aangekondigd, dat dien avond voor de
+eerste maal zou worden opgevoerd een nieuw treurspel van don Gabriel
+Triaquero.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V
+
+Gil Blas gaat naar de comedie, waar hij een nieuw treurspel
+ziet. Succes van het stuk. Genie van het publiek van Valencia.
+
+
+Toen ik aan den schouwburg kwam, bleef ik eenige oogenblikken
+aan de deur staan om de personen te zien, die er binnentraden. Ik
+zag heeren met een goed uiterlijk en rijk gekleed en ook armoedige
+figuren. Ik merkte deftige dames op, die uit hare koetsen stegen en
+avonturiersters, die slachtoffers gingen maken. Die verscheidenheid
+van toeschouwers wekte bij mij den lust op om hun aantal te gaan
+vermeerderen. Toen ik mij gereed maakte om een biljet te nemen, kwamen
+juist de gouverneur en zijn vrouw binnen. Zij lieten mij roepen en
+ik moest in hunne loge plaats nemen.
+
+De schouwburg was geheel vol. "Wat een talrijke opkomst!" zei ik
+tegen don Alphonso.
+
+"Dat behoeft u niet te verwonderen," antwoordde hij, "het treurspel,
+dat men zal geven, is een werk van don Gabriel Triaquero, een dichter,
+die in de mode is. Zoodra het programma van den schouwburg een nieuw
+werk van dezen schrijver aankondigt, is de heele stad Valencia er vol
+van. De heeren en dames spreken over niets anders dan dit stuk. Alle
+loges zijn besproken en bij de eerste voorstelling dringt men elkaar
+bij de deur dood om binnen te komen."
+
+"Die levendige belangstelling van het publiek en dat ongeduld, om
+een nieuw stuk van don Gabriel te hooren," zei ik, "geven mij een
+hoog idee van het genie van dezen dichter."
+
+"Niet zoo haastig, mijn vriend," vermaande don Alphonse mij, "men
+moet oppassen tegen vooroordeelen. Het publiek is soms verblind."
+
+Ons gesprek werd afgebroken omdat de acteurs op de planken
+verschenen. Ze werden levendig toegejuicht en aan het eind van iedere
+akte was er een applaus, een leven alsof men de zaal afbrak. Toen het
+stuk was afgeloopen, wees men mij den schrijver, die zich in enkele
+loges eenige oogenblikken ophield om bescheidenlijk zijn hoofd te
+laten kronen met lauweren. Wij keerden na afloop naar het paleis van
+den gouverneur terug, waar weldra drie of vier heeren aankwamen. Er
+verschenen ook twee oude schrijvers, zeer geëerd in hun genre en een
+edelman uit Madrid, bekend om zijn geest en goeden smaak. Zij waren
+allen in de comedie geweest en aan het souper kwam het stuk ter sprake.
+
+"Mijnheer," zei een ridder van St. Jacques, "wat zegt gij van dit
+treurspel?"
+
+"Ik geloof niet, dat iemand er anders over denken kan," zei een
+ridder uit Alcantera. "Dit stuk is vol tirades, die Apollo schijnt
+gedicteerd te hebben." Hij wendde zich daarna tot den heer uit Madrid:
+"Mijnheer is kenner, ik wed, dat hij van mijn gevoelen is."
+
+"Wed niet, mijnheer," antwoordde de aangesprokene met een glimlach. "Ik
+ben niet uit dit land en wij in Madrid beslissen niet zoo snel. Wel
+verre van een stuk te beoordeelen, dat wij voor den eersten maal
+hooren, hebben wij een zeker wantrouwen in de schoonheden, zoolang we
+die niet anders kennen dan door den mond van de tooneelspelers. Wij
+schorten ons oordeel op, tot wij het gelezen hebben en waarlijk, een
+stuk op het papier geeft ons niet altijd hetzelfde genot als op de
+planken. Wij onderzoeken dus zorgvuldig, voor wij een stuk prijzen;
+de naam van den schrijver, hoe groot die ook zijn moge, kan ons
+niet verblinden. Toen zelfs Lopes de Vega en Calderon hunne nieuwe
+stukken gaven, vonden zij in hunne bewonderaars strenge rechters,
+die hen niet hebben verheven op het toppunt van hun roem, dan na hen
+daartoe waardig te hebben geoordeeld."
+
+"O!" viel de ridder van St. Jacques in de rede, "wij zijn niet zoo
+beschroomd als de heeren Castilianen. Wij wachten met het beslissen
+niet tot een stuk is gedrukt. Dadelijk na de eerste voorstelling,
+kennen wij de waarde ervan. Het is zelfs niet eens noodig, dat wij
+zeer oplettend toeluisteren. 't Is voldoende te weten, dat het een
+stuk van don Gabriel is, om overtuigd te zijn, dat het zonder gebreken
+is. Toen die schrijver zijn werken begon, kon men zeggen, dat de goede
+smaak werd geboren. De Lopes en de Calderons waren slechts leerlingen
+in vergelijking met dezen grooten meester van het tooneel!"
+
+De edelman uit Madrid, die Lopes en Calderon beschouwde als de
+Sophocles en Euripides van de Spanjaarden, werd geprikkeld door deze
+stoute bewering en zei: "Omdat ge mij noodzaakt heeren, te oordeelen
+na een eerste voorstelling, moet ik u zeggen, dat ik volstrekt niet
+ingenomen ben met het nieuwe treurspel van uw don Gabriel. Verre van
+het te beschouwen als een meesterwerk, vind ik het zeer gebrekkig. 't
+Is op effect berekend, driekwart van de verzen is slecht of rijmt
+niet. De karakters zijn niet juist geteekend en slecht volgehouden
+en de gedachten dikwijls zeer duister."
+
+De twee schrijvers aan tafel, die door een even zeldzame als
+prijzenswaardige terughoudendheid niets hadden gezegd uit vrees van
+jaloezie te worden verdacht, konden niet nalaten met hunne blikken
+hunne instemming met die woorden te betuigen.
+
+Maar de andere heeren begonnen nu Gabriel nog meer te prijzen. Ze
+plaatsten hem onder de goden. Die blinde aanbidding deed den
+Castiliaan het geduld verliezen. Hij hief de handen ten hemel en riep
+in geestdrift uit: "O, goddelijke Lopes de Vega, zeldzaam en verheven
+genie, die zulk een enorme ruimte gelaten hebt tusschen u en Gabriel,
+die zou willen trachten u te bereiken! en gij krachtige Calderon,
+wiens zachte élegantie, wiens heldendichten onnavolgbaar zijn,
+vreest niet, dat uwe altaren zullen worden afgebroken door dezen
+nieuwen voedsterling der Muzen! Het zal gelukkig zijn, indien het
+nageslacht, dat van _uw_ werken zal genieten gelijk wij het doen,
+van _hem_ nog hoort spreken!"
+
+Na deze onverwachte ontboezeming, die het geheele gezelschap deed
+lachen, stond men van tafel op en scheidde. Op last van don Alphonse
+werd mij een appartement aangewezen en ik sliep in, evenals die
+Castiliaansche edelman betreurende, dat de onwetenden geen recht
+lieten wedervaren aan Lopes en aan Calderon.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI
+
+Gil Blas ontmoet, wandelende in de straten van Valencia, een monnik,
+dien hij meent te herkennen; welke man die monnik was.
+
+
+Daar ik den vorigen dag de geheele stad nog niet had kunnen zien,
+ging ik den volgenden morgen weer uit om te wandelen. Ik merkte in de
+straat een Karthuizer monnik, die met neergeslagen oogen liep en zulk
+een vroom uiterlijk had, dat hij de blikken van alle voorbijgangers
+trok. Hij ging dicht langs mij heen en ik meende in hem don Raphaël
+te zien, dien avonturier, die in de twee eerste deelen van mijn werk
+een zoo groote rol speelt.
+
+Ik was zoo verwonderd over die ontmoeting, dat ik, inplaats van den
+monnik aan te houden, eenige oogenblikken onbewegelijk bleef staan,
+wat hem gelegenheid gaf zich van mij te verwijderen. "Hemel!" zei
+ik bij mijzelf. "Heeft men wel ooit twee gezichten gezien, die zoo
+op elkaar gelijken? Wat moet ik daarvan denken? Moet ik gelooven,
+dat het don Raphaël was? Of was het verbeelding?"
+
+Ik was te nieuwsgierig naar de waarheid om het daarbij te laten. Ik
+liet mij dus aanwijzen, waar het klooster van de Karthuizer-monniken
+was en ging daar dadelijk heen, in de hoop mijn man weer te zien,
+wanneer hij er zou terugkeeren en besloot, hem aan te houden om hem te
+spreken. Ik behoefde niet lang te wachten om op de hoogte te worden
+gesteld; bij den ingang van het klooster deed een ander gezicht mijn
+twijfel in zekerheid overgaan; ik herkende in den broeder portier
+Ambrosius de Lamela, mijn ouden knecht. Men kan zich voorstellen,
+hoe groot mijn verwondering was.
+
+"Is het geen verbeelding? Is het werkelijk een van mijn vrienden,
+die ik zie?" vroeg ik.
+
+Hij herkende mij eerst niet, of liever hij veinsde mij niet te
+herkennen, wat waarschijnlijker was. Maar bemerkende, dat dit toch
+nutteloos was, nam hij plotseling het gezicht aan van iemand, die
+zich plotseling iets herinnert. "Ah! mijnheer Gil Blas," riep hij,
+"neem mij niet kwalijk, dat ik u niet dadelijk herkende. Sedert ik
+in deze heilige plaats leef en de plichten vervul, door onze regels
+voorgeschreven, verloor ik het geheugen voor hetgeen ik in de wereld
+heb gezien."
+
+"Het doet mij een groot genoegen," zei ik, "u na tien jaar in zulk
+een eerwaardig kleed weer te zien."
+
+"En ik," antwoordde hij, "ik schaam mij daarin gekleed te verschijnen
+voor een man, die getuige is geweest van het schuldige leven, dat
+ik heb geleid. Dit kleed verwijt mij dat zonder ophouden. Helaas! om
+waardig te zijn het te dragen, had ik altijd in onschuld moeten leven."
+
+"Het doet mij genoegen," herhaalde ik, "u te zien en ik brand van
+verlangen om te vernemen op welke wonderbaarlijke wijze gij zoo op
+den goeden weg zijt gekomen, gij en don Raphaël, want ik ben er van
+overtuigd, dat hij het is geweest, dien ik in de stad heb ontmoet,
+gekleed als Karthuizer monnik. Het spijt mij, dat ik hem op straat
+niet heb aangehouden om met hem te spreken en ik ben hier gekomen om
+hem op te wachten en mijn fout te herstellen."
+
+"Ge hebt u niet vergist," zei Lamela, "'t is don Raphaël zelf,
+die ge gezien hebt en wat onze geschiedenis betreft, ik zal u die
+mededeelen. Nadat wij bij Ségorbo van u gescheiden waren, sloegen
+don Raphaël en ik den weg in naar Valencia, met het doel er eenige
+beroepsbezigheden te verrichten. Het toeval wilde op zekeren dag, dat
+wij de Karthuizerkerk binnentraden, op het oogenblik, dat de monniken
+hunne vrome liederen zongen. Wij aanschouwden hen en gevoelden, dat
+de kwaden niet anders kunnen doen dan de deugd eeren. Wij bewonderden
+in die mannen den ijver, waarmee ze tot God baden en de rust, die op
+hun gelaat was te lezen.
+
+"Zoo vervielen wij in een gepeins, dat ons heilzaam werd; wij
+vergeleken ons zelf met deze vrome broeders en onze ziel werd met
+angst en onrust vervuld. Gevoelens, die ons tot nog toe onbekend
+geweest waren, bewogen ons en wij gevoelden misschien voor de eerste
+maal in ons leven berouw over ons gedrag. Don Raphaël zei tot mij:
+"Waarde Ambrosius, wij zijn twee verdwaalde schapen, die de Vader uit
+erbarmen wil opnemen. Hij roept ons. Laten wij niet doof zijn voor die
+stem. Laten wij den weg verlaten, die wij tot nu toe hebben bewandeld
+en van nu af ernstig gaan werken voor het heil van onze ziel. De
+rest van onze dagen moesten wij in dit klooster in boetedoening
+doorbrengen."
+
+Ik juichte het plan van Raphaël toe en wij besloten Karthuizers te
+worden. Om dat plan te volvoeren, gingen wij naar den prior, die ons
+een cel gaf en een jaar lang volgden wij zoo trouw en standvastig
+de voorschriften, dat wij onder de novices werden opgenomen. Later
+werden wij monnik en don Raphaël, die begaafd is met een buitengewoon
+talent voor zaken, werd aangewezen tot hulp van een ouden vader, die
+toen administrateur was. Hij kweet zich zoo uitnemend van die taak,
+dat hij, hoewel hij zijn tijd liever uitsluitend aan gebeden zou
+hebben gewijd, dien ouden vader opvolgde toen deze stierf. Dat ambt
+oefent don Raphaël nu uit en het is merkwaardig, dat hij bij alle
+zorg voor het verbeteren van onze inkomsten slechts vervuld schijnt
+van de eeuwigheid. Laten zijn werkzaamheden hem een oogenblik wat
+rust dan verdiept hij zich in het gebed."
+
+Hier viel ik Lamela met een uitroep van vreugde in de rede, want ik
+zag don Raphaël naderen. Wij begroetten elkaar hartelijk en zonder
+in het minst iets van verwondering te laten blijken, zei hij: "God
+zegene u, mijnheer de Santillano, wat voert u naar Valencia?"
+
+"Werkelijk, mijn beste Raphaël, ik verheug mij in uw voorspoed. Broeder
+Ambrosius heeft mij de geschiedenis van uwe bekeering verteld en
+dat verhaal deed mij veel pleizier. Welk een voorrecht voor u beide,
+tot deze kleine schare van uitverkorenen te behooren, die een eeuwige
+gelukzaligheid zullen genieten!"
+
+Ik vertelde hun daarna mijn geschiedenis. Toen ik ook meedeelde, dat
+don Alphonse de Leyva mij met drieduizend ducaten naar Samuel Simon
+had gezonden, viel Lamela mij in de rede door tot Raphaël te zeggen:
+"Die koopman heeft zich dus niet te beklagen. Hij heeft zijn geld
+met woeker teruggekregen en in dat opzicht kunnen wij ons geweten
+dus onbezwaard achten."
+
+"Voor wij in het klooster gingen," zei don Raphaël, "hebben Ambrosius
+en ik hem in het geheim door tusschenkomst van een geestelijke
+vijftienhonderd ducaten doen toekomen. Zooveel te erger voor Samuel
+Simon, indien hij die som heeft aangenomen, na haar reeds in haar
+geheel te hebben ontvangen van den heer de Santillano."
+
+"Maar," vroeg ik, "is het wel zeker, dat het geld van u hem in handen
+is gekomen?"
+
+"Daarvoor kunnen wij u borg staan. Ze zijn hem gebracht door een
+priester die gewoon is zulke opdrachten te vervullen en die zelfs
+al over dergelijke hem toevertrouwde sommen twee of drie processen
+heeft gevoerd en gewonnen." "Als dat zoo is," hernam ik, "is er geen
+twijfel mogelijk, of het geld is hem trouw afgedragen."
+
+Ons gesprek duurde nog eenigen tijd en wij scheidden nadat ze mij
+nog hadden aangemaand om steeds de vreeze Gods voor oogen te houden
+en ik hun had verzocht mij in hunne gebeden te willen gedenken.
+
+Dadelijk hierna ging ik naar don Alphonse en zei: "Ge kunt nooit
+raden met wie ik zooeven een lang onderhoud heb gehad. Zooeven heb
+ik twee Karthuizer monniken gesproken, die hier in het klooster zijn,
+goede kennissen van u."
+
+"Ik ken hier geen Karthuizers," zei don Alphonse.
+
+"Toch wel," hield ik vol. "Ge hebt hen vroeger ontmoet, toen zij
+commissaris en griffier waren van de heilige inquisitie!"
+
+"Is het mogelijk? Zijn Raphaël en Lamela monnik geworden?"
+
+"Ja, al sinds eenige jaren en ze hebben beiden een ambt. De een is
+administrateur en de andere portier. De eerste is dus meester van de
+kas en de tweede van de deur."
+
+Don Alphonse dacht eenige oogenblikken na en zei: "'t Is best mogelijk,
+dat mijnheer de commissaris en mijnheer de griffier weer een nieuwe
+comedie spelen!"
+
+"Dat kan zijn," antwoordde ik hem, "maar wat mij betreft, hoewel
+men iemand niet in het hart kan zien, oordeel ik toch gunstiger over
+hen. Naar het schijnt, hebben de schelmen zich werkelijk bekeerd."
+
+"Het gebeurt wel meer, dat zulke vagebonden later in een klooster
+terechtkomen," zei don Alphonse, "en dan oprecht boete doen, maar ik
+kan toch niet nalaten deze twee heeren te wantrouwen, vooral als zij
+over de kas gaan. Men zet geen dronkaard, die onthouder geworden is,
+in een wijnkelder. Ik beklaag de Karthuizers."
+
+Het wantrouwen van don Alphonse werd werkelijk na eenige dagen reeds
+gerechtvaardigd. Als een loopend vuurtje ging het door de stad dat
+de broeder administrateur en de broeder portier zich met de kas van
+de Karthuizers hadden verwijderd.
+
+Wij wachtten er ons wel voor, om te zeggen dat die heeren kennissen
+van ons waren.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII
+
+Gil Blas keert naar zijn kasteel te Lirias terug. Van de aangename
+mededeeling, welke Scipio hem deed en van de verandering in het
+dienstpersoneel.
+
+
+Acht dagen bracht ik te Valencia in de groote wereld door, levende
+als een graaf of een markies. Toen werd het weer tijd, om naar Lirias
+terug te gaan; maar don Alphonse drong er op aan, dat ik den winter
+in Valencia zou komen doorbrengen, wat ik beloofde.
+
+Scipio was zeer verheugd mij weer te zien. Ik vroeg hem, waarmee
+hij zich dien tijd had beziggehouden. Hij antwoordde mij: "Ik heb
+gewandeld, ik heb gejaagd en gevischt en wat mij het meeste voldaan
+heeft, ik heb verschillende goede boeken gelezen." Ik vroeg hem,
+hoe hij aan die boeken was gekomen. "Ik heb ze gevonden in een mooie
+bibliotheek, die in het kasteel is," antwoordde hij. "Meester Joachim
+heeft me die gewezen."
+
+"Maar waar kan die dan zijn? Wij hebben op den dag van onze aankomst
+toch het geheele kasteel doorloopen!"
+
+"Jawel, maar wij hebben slechts drie van de paviljoentjes bezocht en
+er zijn er vier, en het laatste was de bibliotheek, wanneer don César
+hier was. Er zijn zeer goede boeken in; we hebben nu een uitstekend
+middel tegen verveling, als de tuin zijn bloemen en het bosch zijn
+bladeren zal hebben verloren. De heeren de Leyva hebben hun werk niet
+ten halve gedaan. Ze hebben zoowel aan het voedsel voor den geest,
+als aan dat voor het lichaam gedacht."
+
+Die mededeeling deed mij groot genoegen. Ik ging dadelijk dat paviljoen
+zien, en vond er tal van werken op allerlei gebied: Wijsgeeren,
+dichters, geschiedschrijvers, en een groot aantal ridderromans. Don
+César moest stellig van deze laatste soort lectuur veel gehouden
+hebben, en ik beken tot mijn schande dat ook ik er niet afkeerig van
+was, ondanks alle buitensporigheden, die er in voorkomen. Misschien
+keek ik niet zoo nauw of kwam het omdat Spanjaarden nu eenmaal dol
+zijn op fantasieën.
+
+"Mijn vriend," zei ik tot Scipio, "deze boeken kunnen ons veel
+aangename uren verschaffen, maar voor we daaraan kunnen denken,
+hebben wij iets anders te doen. Wij moeten verandering brengen in
+ons personeel."
+
+"Om u die moeite te besparen," antwoordde Scipio, "heb ik tijdens
+uwe afwezigheid het personeel bestudeerd en ik durf u verzekeren,
+dat ik die lieden nu ken! Laten wij beginnen bij meester Joachim;
+ik ben ervan overtuigd, dat hij een schelm is, en dat hij bij den
+aartsbisschop is weggejaagd om fouten, die hij in zijn rekensommen
+maakte. Maar er zijn twee redenen om hem te behouden: de eerste is,
+dat hij een goede kok is en de tweede, dat ik hem steeds in het oog
+zal houden. Ik zal wel zoo op hem toezien, dat het hem niet mogelijk
+zal zijn ons te foppen. Gisteren zei ik hem, dat het uw plan was,
+om driekwart van het personeel weg te zenden. Daar zat hij erg over
+in. Hij zei me, dat hij wel in uw dienst wilde blijven voor de helft
+van het salaris, dat hij nu heeft en daaruit leid ik af, dat hij hier
+ergens een meisje heeft. Wat den bijkok aangaat, die drinkt te veel
+en de portier is brutaal; hen kunnen wij dus missen. Bij de lakeien
+is er één goede jongen, de rest deugt niet. Dus zou ik u in overweging
+geven hen ook te ontslaan."
+
+Na nog eenige besprekingen besloten wij te doen, wat Scipio raadde
+en met behulp van eenige goudstukken, die als troost moesten dienen,
+werd reeds den volgenden dag het plan uitgevoerd. Het werk werd nu
+behoorlijk geregeld. Wat mij betreft, ik zou mij gaarne met eenvoudige
+maaltijden hebben tevreden gesteld, maar mijn secretaris, die veel
+van ragouts en andere fijne schotels hield, was er de man niet naar,
+om de kennis van onzen kok ongebruikt te laten.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII
+
+Van de liefde van Gil Blas en van de schoone Antonia.
+
+
+Twee dagen na mijn terugkomst uit Valencia, kwam Basilo, de bewoner
+van de boerderij, die bij het landgoed behoorde, mij toestemming
+vragen om mij zijn dochter Antonia voor te stellen, die de eer wilde
+hebben haren nieuwen meester te begroeten. Ik antwoordde hem, dat
+mij dit genoegen zou doen. Hij vertrok en kwam een oogenblik later
+terug met de schoone Antonia, een meisje van zestien à achttien jaar,
+met regelmatige trekken, een zeer schoone teint en de prachtigste
+oogen van de wereld. Ze was maar eenvoudig gekleed en had het haar
+van achter opgebonden in een vlecht, met een klein bouquetje er in.
+
+Toen zij binnenkwam, was ik zoo getroffen door haar schoonheid, dat
+ik geen woorden kon vinden om haar te begroeten. Scipio nam dat van
+mij over, maar langzamerhand geraakte ik meer op mijn gemak en ik
+had met het meisje, dat aardig en volstrekt niet verlegen was, een
+levendig gesprek. Basilo, die dat niet zonder onrust zag en mij reeds
+als een man beschouwde, die alles in het werk zou stellen, om Antonia
+te verleiden, haastte zich, met haar weg te gaan, misschien wel met
+het voornemen om haar nooit meer onder mijn oogen te laten komen.
+
+Toen Scipio met mij alleen was, zei hij glimlachend: "Ziedaar
+mijnheer, een ander middel tegen de verveling! Ik wist niet, dat
+uw boer zoo'n aardige dochter had, ik had haar nog nooit gezien,
+hoewel ik al tweemaal bij hem ben geweest. Ik geloof, dat hij er goed
+voor zorgt om haar weg te houden en daarin kan ik hem geen ongelijk
+geven. Maar ik geloof niet, dat het noodig is om dit alles te zeggen,
+want ik heb zeer goed gemerkt, welken indruk ze op u heeft gemaakt."
+
+"Ik kan dat niet ontkennen," antwoordde ik hem; "zij heeft mij
+plotseling verliefd op haar gemaakt, de bliksem kan niet sneller gaan,
+dan zij mijn hart heeft getroffen."
+
+"Het doet mij een verbazend groot genoegen!" riep mijn secretaris
+met geestdrift, "te vernemen, dat gij verliefd zijt. Er ontbrak
+u alleen een maitresse, om in uw eenzaamheid een volmaakt geluk te
+genieten. De gelegenheid biedt zich nu aan. Ik weet wel, dat we eerst
+wat last zullen hebben om de waakzaamheid van Basilo te verschalken,
+maar dat is mijn zaak en ik sta er voor in, dat u over drie dagen
+een geheim onderhoud met Antonia zult hebben."
+
+"Scipio," zei ik, "misschien zoudt ge toch uw woord wel niet kunnen
+houden, welk talent ge ook bezit in dergelijke zaken; maar ik wil
+er niet de proef mee nemen. Het is mij niet te doen om dat meisje te
+verleiden. Maar wel heb ik uw tusschenkomst noodig om haar te trouwen,
+want dat is mijn plan, indien tenminste haar hart nog vrij is."
+
+"Ik dacht niet," zei hij, "dat ge dadelijk zulke ernstige trouwplannen
+zoudt hebben; andere heeren zouden in uw plaats minder eerlijk
+handelen. Maar des te beter. De dochter van onzen boer verdient uw
+liefde. Ik zal trachten vandaag nog een onderhoud te hebben met den
+vader en misschien ook met haar."
+
+Mijn vertrouweling was een man, gewoon om zijn belofte te houden. Hij
+ging Basilo opzoeken en 's avonds wachtte ik met een mengeling van
+ongeduld en vrees.
+
+Hij zag er vroolijk uit, toen hij binnen kwam. "Als ik je lachend
+gezicht mag gelooven," zei ik, "dan geloof ik, dat je goed nieuws
+voor mij hebt."
+
+"Dat heb ik ook," antwoordde hij, "ik heb Basilo en zijn dochter
+gesproken en hun uw gevoelens meegedeeld. De vader is er verrukt
+over, dat ge zijn schoonzoon wilt worden en ik kan u ook verzekeren,
+dat ge in den smaak valt van Antonia."
+
+"Wat een geluk!" riep ik uit.
+
+"Twijfel er maar niet aan, zij bemint u reeds; wel heb ik die
+bekentenis niet uit haar mond gehoord, maar ik kon het opmaken uit
+haar vroolijkheid, toen ik haar uw plan meedeelde. Echter hebt ge
+een medeminnaar...."
+
+"Een medeminnaar....!" viel ik hem bleek van schrik in de rede.
+
+"Ja, maar dat behoeft u niet in het minst te verontrusten: 't is
+meester Joachim, uw kok!"
+
+"Zoo'n galgenaas!" riep ik lachend. "Daarom toonde hij dus zoo weinig
+lust, om mijn dienst te verlaten."
+
+"Juist," antwoordde Scipio, "hij heeft Antonia ten huwelijk gevraagd,
+maar ze heeft beleefd geweigerd."
+
+"Het schijnt mij toch het beste," zei ik hem, "dat ik mij van dien
+man ontdoe, voor hij verneemt, dat ik de dochter van Basilo wil
+trouwen. Een kok is, zooals je weet, een gevaarlijk medeminnaar!"
+
+"Zoo denk ik er ook over," stemde mijn vertrouweling toe. "Ik zal
+hem morgenochtend namens u zijn ontslag geven, dan hebben wij niets
+meer te vreezen, noch van zijn saus, noch van zijn liefde. Het is
+wel jammer, dat wij zoo'n goeden kok verliezen, maar ik offer mijn
+trek in lekker eten gaarne op aan uw veiligheid."
+
+"Dat verlies is overigens niet onherstelbaar," zei ik, "uit Valencia
+zal ik een anderen kok laten komen, die even goed is."
+
+Werkelijk schreef ik dadelijk aan don Alphonse om hem een kok te
+vragen en hij zond er een, die Scipio troostte met het verlies van
+meester Joachim.
+
+Hoewel mijn vlijtige secretaris beweerde, dat Antonia mijn liefde
+beantwoordde, was ik daar nog niet zeker van en ik besloot zelf
+een onderhoud met haar te hebben. Dus ging ik naar Basilo, om te
+bevestigen wat Scipio had gezegd. De boer, een goed en eenvoudig
+man, verklaarde mij, dat hij mij gaarne de hand van zijn dochter
+schonk. "Maar," voegde hij er aan toe, "u moet niet denken, dat dit
+alleen komt omdat ge heer van ons dorp zijt. Al waart ge alleen nog
+maar intendant van don César, dan zou ik u toch boven alle anderen
+verkiezen; ik heb altijd een zwak voor u gehad, en het spijt mij
+alleen maar, dat de bruidschat van Antonia niet grooter is."
+
+"Ik wil er in 't geheel geen hebben!" riep ik. "'t Is mij alleen om
+haar persoon te doen."
+
+"Maar ik ben er de man niet naar om mijn dochter zonder bruidschat uit
+te huwelijken. De toestand van Basilo Buenotrigo is gelukkig niet van
+dien aard, dat dit noodig is; geeft u haar te eten, dan wil ik, dat zij
+u te soupeeren geeft. Uw inkomsten van het kasteel bedragen ongeveer
+vijfhonderd ducaten, ik zal die bij uw huwelijk aanvullen tot duizend."
+
+"Mijn waarde Basilo, ik vind alles goed, zooals gij het doet. Maar we
+zijn op 't oogenblik niet bij elkaar om over zaken te spreken. Wij
+zijn het met elkaar eens; 't is nu echter te doen om de toestemming
+van uw dochter."
+
+"Ge hebt de mijne. Is dat niet voldoende?"
+
+"Niet geheel en al. Uw toestemming is noodig, maar de hare ook,"
+antwoordde ik.
+
+"De hare hangt van de mijne af. Ik zou wel eens willen zien, dat
+Antonia weigerde, wanneer ik het goedvind."
+
+"Graag geloof ik," hernam ik, "dat ze u zal gehoorzamen; maar ik hoop,
+dat ze uit eigen aandrang mij haar hand wil reiken."
+
+"Dat is philosophie, waarvan ik weinig begrijp. Spreek zelf maar
+met Antonia."
+
+Bij die laatste woorden riep hij zijn dochter en verliet het vertrek.
+
+"Schoone Antonia," zei ik, "beschik over mijn lot. Hoewel ik de
+toestemming heb van uw vader, wil ik niet, dat ge uw gevoelens geweld
+zult aandoen."
+
+Antonia bloosde een weinig en antwoordde mij: "Uw aanzoek is mij zeer
+aangenaam en de beslissing van mijn vader doet mij genoegen. Ik weet
+niet of ik goed doe met zoo tot u te spreken, maar indien u mij niet
+beviel zou ik het ook vrijmoedig zeggen en waarom zou ik het nu dan
+niet doen?"
+
+Bij die woorden viel ik voor haar op de knieën en kuste haar
+handen. Een oogenblik later kwam Basilo binnen en vroeg of ik tevreden
+was over Antonia.
+
+"Ik ben zóó voldaan," antwoordde ik, "dat ik mij dadelijk zal gaan
+bezighouden met de toebereidselen voor ons huwelijk." Dit zeggende
+verliet ik den vader en de dochter, om te gaan spreken met mijn
+secretaris.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX
+
+Bruiloft van Gil Blas en de schoone Antonia. Op welke wijze die gevierd
+werd; welke personen erbij tegenwoordig waren en welke genoegens er
+op volgden.
+
+
+Hoewel ik de toestemming van de heeren de Leyva niet noodig had om te
+trouwen, meenden Scipio en ik toch, dat het niet meer dan mijn plicht
+was, die te vragen. Den volgenden dag vertrok ik dus naar Valencia,
+waar men even verrast was mij te zien, als te vernemen, wat het doel
+was van mijn reis. Don César en don Alphonse, die Antonia kenden,
+doordat ze haar meermalen hadden gezien, wenschten mij hartelijk
+geluk. De eerste vooral maakte mij met zulk een levendigheid zijn
+compliment, dat indien hij niet een heer geweest was op een leeftijd,
+waarop men van zekere genoegens terugkomt, ik hem er van verdacht
+zou hebben soms meer naar Lirias te zijn gegaan om het boerinnetje,
+dan om het kasteel. Séraphine van haar kant zeide, dat zij altijd
+zeer gunstig over Antonia had hooren spreken. "Maar," voegde ze er
+ondeugend aan toe, alsof ze mij mijn onverschilligheid voor Séphora's
+liefde verweet, "ook al had ik haar schoonheid niet hooren roemen,
+zou ik op dat punt wel gerust zijn, daar ik uw kieskeurigheid ken."
+
+De beide heeren stemden niet alleen in mijn huwelijk toe, ze wilden
+ook alle kosten daarvan voor hunne rekening nemen.
+
+"Ga nu naar Lirias terug," zeiden ze, "en blijf er rustig, tot ge van
+ons hoort. Maak geen toebereidselen voor uw bruiloft; dat is een zorg,
+waarmee wij ons zullen belasten."
+
+Ik keerde terug, gaf Basilo en zijn dochter kennis van de plannen
+van mijn beschermers en wij wachtten acht dagen op hetgeen er zou
+gebeuren. Den negenden dag kwam er een groote wagen, bespannen met
+vier muilezels, waarin kleermakers waren, die de schoonste zijden
+stoffen brachten, om de bruid te kleeden. Verschillende bedienden
+kwamen mee en een hunner gaf mij een brief van don Alphonse, waarin
+hij mij meedeelde, dat hij den volgenden dag zelf zou komen met zijn
+vader en zijn vrouw en dat een dag daarna ons huwelijk zou worden
+voltrokken door den groot-vicaris van Valencia.
+
+Na de aankomst van het voorname gezelschap betuigde ook Séraphine
+mij haar ingenomenheid met mijn keuze.
+
+Toen wij in de kleine kerk van het gehucht in het huwelijk zouden
+worden verbonden, geleidde don Alphonse mij naar het altaar en
+Séraphine bewees diezelfde eer aan mijn bruid. Alle inwoners van Lirias
+waren daarbij tegenwoordig en ook de rijke boeren uit naburige dorpen,
+die door Basilo waren uitgenoodigd. Hun dochters hadden zich getooid
+met bloemen en linten en hielden tamboerijnen in haar handen.
+
+Na deze plechtigheid keerden wij naar het kasteel terug, waar drie
+tafels gereed stonden, een voor de heeren en dames, de tweede voor
+de personen uit hun gevolg en de derde, die de grootste was, voor de
+andere gasten. Scipio wilde aan geen van die tafels aanzitten, hij
+liep van de eene naar de andere, om toe te zien dat alles goed ging.
+
+Daar de maaltijd bereid was door koks van den gouverneur, behoeft
+niet te worden gezegd, dat er niets aan ontbrak. De goede wijnen, die
+meester Joachim voor mij had ingeslagen, werden flink toegesproken
+en er heerschte een vroolijke stemming, toen plotseling een ongeval
+de vreugde kwam verstoren.
+
+Mijn secretaris had een flauwte gekregen in een van de zalen en toen
+ik toesnelde om hem te helpen, merkte ik, dat ook een van de vrouwen
+van Séraphine in zwijm was gevallen. Het geheele gezelschap onderstelde
+natuurlijk, dat dit geen toeval kon zijn, maar dat er een geheim in het
+spel was en dat bleek ook reeds spoedig, want, nadat Scipio weder tot
+zichzelf was gekomen, zei hij zacht: "Moet nu de schoonste dag van uw
+leven de onaangenaamste van het mijne zijn? Maar men kan zijn noodlot
+niet ontgaan. Ik heb in een van die kameniers mijn vrouw herkend!"
+
+"Wat!" riep ik, "ben je de man van de dame, die ook flauw gevallen is?"
+
+"Ja mijnheer, ik ben haar man en er kan mij geen grooter ongeluk
+overkomen dan haar te zien!"
+
+"Ik weet niet, wat er gebeurd is, maar doe ter wille van mij jezelf
+geweld aan en verstoor op dit oogenblik de feestvreugde niet."
+
+"U zult tevreden over mij zijn," zei Scipio mij.
+
+Wij gingen daarop naar zijn vrouw, die weder was bijgebracht en hij
+zei, "Mijn lieve Béatrix, de hemel vereenigt ons eindelijk weer,
+na tien jaar gescheiden te zijn geweest; welk een gelukkig oogenblik
+voor mij."
+
+"Ik weet niet," zei zijn vrouw, "of het je wel zooveel genoegen doet
+mij weer te zien; wel ben ik ervan overtuigd, dat ik je nooit reden
+heb gegeven, om mij te verlaten. Toen je in dien nacht don Fernand
+de Leyva bij ons vond, die verliefd was op mijn meesteres Julie,
+dacht je, dat hij daar om mij was gekomen. En in je dolle jaloesie
+verliet je mij, vertrok uit Tolédo, ontvluchtte mij als een monster,
+zonder ook zelfs maar eenige opheldering te vragen. Wie van ons beiden
+heeft het meeste recht om zich te beklagen?"
+
+"Dat heb jij, ontegenzeggelijk," antwoordde Scipio.
+
+"Dat denk ik ook," stemde zij toe. "Don Fernand trouwde korten tijd
+later Julie en ik bleef bij haar tot ze helaas door een vroegen dood
+werd weggenomen. Toen ging ik over in dienst van mevrouw haar zuster
+en deze zal je kunnen verklaren, dat mijn gedrag steeds onberispelijk
+is geweest."
+
+Mijn secretaris vroeg haar, nadat hij nogmaals zijn schuld had
+bekend, om vergiffenis en ook ik verzocht Béatrix om het verledene
+te vergeten. Ze beloofde dat en het geheele gezelschap juichte de
+hereeniging van het echtpaar toe, die gevierd werd door hen naast
+elkaar aan tafel te plaatsen en op hunne gezondheid te drinken.
+
+Later op den avond liet Séraphine hen roepen en zei: "Het doet mij
+veel genoegen, dat ge elkaar hebt teruggevonden. U, Scipio, kan ik
+verzekeren, dat uw vrouw steeds van onbesproken gedrag is geweest en
+gij Béatrix, hecht u even trouw aan Antonia als uw man dat deed aan
+den heer de Santillano."
+
+Scipio, die na dat alles zijn vrouw niet anders kon beschouwen dan als
+een tweede Penelope, beloofde alle mogelijke zorg voor haar te hebben.
+
+Lustig werd er den ganschen avond gedanst. Er was nog een prachtig
+souper, de groot-vicaris zegende het echtelijk bed, Séraphine
+ontkleedde mijn vrouw en de heeren de Leyva bewezen mij die eer.
+
+Vermakelijk was het, dat de personen uit het gevolg van don Alphonse
+en zijn vrouw dezelfde ceremonie wilden verrichten bij Scipio en
+Béatrix. Rustig lieten zij zich ontkleeden en te bed leggen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X
+
+Gevolg van het huwelijk van Gil Blas en de schoone Antonia. Begin
+van de geschiedenis van Scipio.
+
+
+Den volgenden dag keerden de heeren de Leyva naar Valencia terug en
+mijn secretaris en ik bleven met onze vrouwen en het gewone personeel
+op het kasteel achter. De zorg, die wij ervoor over hadden om onze
+dames te behagen, was niet vruchteloos; in korten tijd gevoelde mijn
+vrouw voor mij evenveel liefde als ik voor haar en Scipio deed de
+zijne al het verdriet vergeten, dat hij haar had aangedaan.
+
+Béatrix, die een zacht karakter had, was spoedig in de gunst en het
+vertrouwen van haar nieuwe meesteres. Wij leefden zeer genoeglijk met
+ons vieren. Antonia was ernstig en Béatrix en ik waren vroolijk, maar
+al waren wij het niet geweest, dan zou de aanwezigheid van Scipio wel
+voldoende zijn geweest om alle droefgeestigheid te verdrijven. Hij
+was een van die menschen, die zich maar behoeven te vertoonen, om
+een gezelschap te vermaken.
+
+Op zekeren dag vroeg ik hem ons zijn geschiedenis te vertellen,
+omdat hij daarvan nog nooit had gesproken.
+
+"Wanneer ik u mijn geschiedenis nog niet verteld heb," zei hij,
+"komt dat omdat ge nooit van het minste verlangen getuigd hebt die
+te weten. Maar zijt ge er nieuwsgierig naar, dan zal ik uw verlangen
+bevredigen.
+
+Ik zou de zoon zijn van een grande of tenminste van een ridder,
+indien het van mij had afgehangen, maar, daar men zelf zijn vader niet
+kiest, was de mijne, genaamd Torribio Scipio, een eenvoudig dienaar
+van den heiligen Hermandad. Op zekeren dag ontmoette hij bij toeval
+op een van de groote wegen, waar hij voor de uitoefening van zijn
+ambt bijna altijd moest zijn, tusschen Cuença en Tolédo een jonge
+zigeunerin, die hem zeer goed beviel. Ze was alleen, ging te voet en
+droeg al wat zij bezat in een zak op haar rug. "Waar gaat ge heen,
+lief kind?" vroeg hij en verzachtte daarbij zijn stem, die zeer hard
+van natuur was. "Mijnheer," antwoordde zij, "ik ga naar Tolédo, waar
+ik op eerlijke wijze mijn brood hoop te verdienen." "Dat is een zeer
+prijzenswaardig voornemen," zei mijn vader, "en ik twijfel er niet
+aan of ge hebt meer dan één koord op uw boog." Het meisje vertelde
+daarop, dat ze verschillende talenten had; ze kon pommade en reukwater
+maken en waarzeggen. Torribio, die haar een zeer voordeelige partij
+vond voor een man als hij, die moeite had om van zijn bezoldiging
+te leven, stelde haar voor hem te huwen. Met genoegen nam zij dat
+voorstel aan. Toen dit tusschen hen vaststond trouwden ze zoo spoedig
+mogelijk te Tolédo en in mij ziet ge de waardige vrucht van dit edele
+huwelijk. Zij gingen in een van de buitenwijken wonen, waar mijn
+moeder begon met hare pommade en reukwater te verkoopen; maar omdat
+zij er geen voldoende afname van had, werd zij waarzegster. Toen
+begon het bij haar ducaten en pistolen te regenen want Cascolina,
+zoo heette zij, had spoedig naam verworven.
+
+Mijn moeder had de gewoonte, om de menschen, die bij haar kwamen,
+steeds een antwoord te geven, dat naar hun zin was. Kwam dan de
+voorspelling goed uit, zoo had zij er de eer van en indien men haar
+het tegendeel kwam verwijten, dan schreef zij dit toe aan een demon,
+die sterker was dan zij.
+
+Toen ze het later gewenscht oordeelde, om nu en dan den duivel
+persoonlijk te laten optreden, werd die rol toebedeeld aan mijn vader,
+die zich met zijn harde stem en leelijk gezicht uitstekend daartoe
+leende. Vele lichtgeloovigen schrokken van hem, maar op een goeden dag
+kwam er een brutale kapitein, die den duivel doorstak. Het gerecht,
+dat van dezen dood vernam zond zijn mannen op mijn moeder af en ze werd
+gearresteerd. Mij bracht men naar het weeshuis; ik was toen zeven jaar
+oud. Er waren in dat weeshuis geestelijken, die goed werden betaald
+voor hun zorgen, besteed aan de opvoeding van de kinderen en hun lezen
+en schrijven leerden. Ze schenen op te merken, dat ik veel beloofde
+en onderscheidden mij boven de anderen, door mij hunne boodschappen
+te laten doen. Ter belooning leerden ze mij een beetje Latijn. Maar
+ik had het er zoo slecht, dat ik op een goeden dag besloot, weg te
+loopen. Ik ging Tolédo uit en begaf mij op weg naar Vevilla.
+
+Hoewel ik nauwelijks negen jaar was, voelde ik reeds het genoegen, van
+vrij te zijn en meester over mijn daden. Toen ik een paar uren geloopen
+had en ik moede was, ging ik onder een boom zitten rusten. Ik haalde
+mijn leerboek uit mijn zak en vond er een genoegen in de bladen ervan
+te verscheuren. Terwijl ik daarmee bezig was, kwam er een kluizenaar
+voorbij, een man met een langen grijzen baard, een grooten bril op en
+een eerbiedwaardig uiterlijk. Hij sprak mij aan en nadat wij eenigen
+tijd samen hadden gepraat, stelde hij mij voor hem te vergezellen
+naar zijn woning. "U moet mij niet kwalijk nemen," zei ik, "maar ik
+heb geen lust om kluizenaar te worden." De grijsaard lachte en zei:
+"Mijn kleed jaagt je zeker schrik aan, mijn zoon, 't is dan ook niet
+mooi maar nuttig, het bezorgt mij een aangename verblijfplaats en de
+inwoners van de naburige dorpen zijn goed voor mij. Kom mee en blijf,
+als het je bevalt. Mocht het je niet bevallen, dan scheiden wij en
+zal ik je toch helpen."
+
+Ik liet mij overreden en volgde den kluizenaar, die mij tal van vragen
+deed, die ik, naar het scheen, tot zijn genoegen beantwoordde. Toen wij
+in zijn woning aankwamen, gaf de oude man mij eerst eenige vruchten,
+die ik verslond, want ik had dien dag nog niets gegeten dan een stuk
+droog brood, dat ik in het weeshuis voor ontbijt had gekregen. "Eet
+maar goed, mijn zoon, ik heb je niet meegenomen, om je van honger te
+laten sterven." Dat was waar, want hij begon dadelijk een schapenbout
+te braden, waarvan wij een paar flinke stukken voor ons souper kregen,
+met een beker wijn. "Zoo leef ik hier gewoonlijk," zei hij, "blijf je
+bij me, dan is het niet noodig om altijd binnen te zijn, je kan doen,
+wat je wil. Het eenige, wat ik van je vraag is om met mij mee te gaan
+als ik de naburige dorpen bezoek. Dan moet je een juk met twee manden
+voor me dragen, die door de liefdadige boeren worden gevuld met eieren,
+brood, vleesch en visch."
+
+"Ik wil dat graag doen," antwoordde ik, "als ik maar geen Latijn meer
+hoef te leeren." Lachend stelde broeder Chrysostome, zoo heette de
+hermiet, mij gerust.
+
+Den volgenden dag gingen wij erop uit en brachten wel voor acht dagen
+levensmiddelen thuis, een bewijs dat de oude man zeer gezien was bij
+de inwoners van het dorp. Op zijn beurt was hij hen van groot nut. Hij
+gaf goeden raad, als men dien kwam vragen, herstelde den vrede in het
+huishouden, wanneer die was verstoord, huwelijkte de meisjes uit,
+wanneer ze meenden, dat het tijd was, wist allerlei middelen voor
+ziekten en leerde orakelspreuken aan vrouwen, die graag kinderen
+wilden hebben.
+
+Ik had een goed leven; broeder Chrysostome had van een oud kleed van
+hem voor mij ook een soort van pij gemaakt en ik werd de kleine broeder
+Scipio genoemd. Dat prettige leven had nog lang kunnen voortduren,
+maar het lot wilde het anders.
+
+Dikwijls zag ik den grijsaard bezig met het kussen, waarop hij sliep;
+hij maakte het open, naaide het weer dicht en op zekeren dag meende ik
+op te merken, dat hij er geld in deed. Dat maakte mij nieuwsgierig en
+ik besloot dat eens te onderzoeken den eersten keer dat hij weg was
+naar Tolédo, waar hij altijd eenmaal per week alleen heen ging. Met
+ongeduld wachtte ik dien dag af, zonder echter andere plannen te
+hebben, dan alleen mijn nieuwsgierigheid te bevredigen.
+
+Eindelijk vertrok de goede man; ik maakte het kussen open en vond
+aan allerlei muntstukken een waarde van ongeveer vijftig kronen.
+
+Dat geld had hij zeker van de boeren gekregen voor de genezing van
+hunne kwalen, of van de boerinnen, die door zijn orakelspreuken
+kinderen hadden gekregen. Hoe het zij, ik zag geld, dat ik mij kon
+toeëigenen en mijn Zigeunernatuur ontwaakte. Er kwam een zucht naar
+stelen bij mij op, alleen verklaarbaar door het bloed, dat mij door de
+aderen vloeide. Ik deed het geld in een zak, trok het kluizenaarskleed
+uit en het weeshuispakje weer aan en verwijderde mij, meenende al de
+schatten van Indië mee te voeren.
+
+Hoewel ik nog een kind was, was ik toch niet zoo dom, om den weg
+naar Tolédo in te slaan, waarop ik broeder Chrysostome had kunnen
+ontmoeten. Ik ging een anderen kant uit en kwam na lang loopen in
+het dorp Galvas. Daar ging ik een logement binnen en de eigenares,
+een vrouw van veertig jaar, die bij het gezicht van mijn kleeren
+meende, dat ik weggeloopen was uit het weeshuis, vroeg mij mijn
+naam en waar ik heenging. Ik antwoordde haar, dat ik mijn vader
+en moeder had verloren en ergens een dienst zocht. Ze vroeg mij of
+ik lezen en schrijven kon en op mijn bevestigend antwoord zei ze,
+dat ik bij haar kon blijven. "Ik zal je geen loon geven," voegde zij
+eraan toe, "aangezien in dit logement fatsoenlijke menschen komen,
+die de bedienden niet vergeten."
+
+Ik nam haar aanbod aan. Maar al dadelijk kwam ik in groote onrust; want
+ik wilde niet laten weten, dat ik geld had en wist niet goed, waar ik
+het verbergen moest. Wat geeft rijkdom toch een last! Eindelijk besloot
+ik mijn zak in een hoek van den zolder onder het stroo te stoppen.
+
+Er waren drie dienstboden in het huis; een groote staljongen, een
+jonge meid uit Gallicië en ik. Alle drie kregen wij fooien van de
+bezoekers, maar de meid was altijd het beste af. Niet zoodra ontving
+ik een stuiver, of die werd boven gebracht in mijn zak en hoe grooter
+mijn schat werd, des te meer hechtte ik mij daaraan. Wel dertigmaal
+op een dag ging ik naar boven, om naar mijn geld te kijken. De
+waardin, die dat begon te merken en wantrouwend van karakter was,
+besloot den zolder eens na te kijken. Ze wierp het stroo ter zijde
+en vond mijn zak. Toen ze zag, dat daarin kronen en pistolen waren,
+geloofde zij, dat die bij haar gestolen waren, of liever zij deed of
+ze dit geloofde. Zij schold mij uit voor een kleinen dief, liet mij
+door den staljongen afranselen en zette mij buiten de deur. Of ik al
+riep, dat ik haar niet bestolen had, zij hield vol en men geloofde
+haar meer dan mij. Op die wijze gingen de geldstukken van broeder
+Chrysostome uit de handen van een dief over in die van een dievegge.
+
+Ik betreurde het verlies van mijn geld, zooals men een eenigen zoon
+beweent, en indien mijn tranen mij al niet teruggaven, wat men mij
+ontnomen had, ze waren tenminste oorzaak, dat ik het medelijden
+opwekte van personen, die ze zagen vloeien en onder anderen van den
+pastoor van Galves, die toevallig voorbijkwam. Hij scheen getroffen
+door mijn verdriet en nam mij mee. Door mij te beklagen en vriendelijk
+met mij te spreken, wist hij mij zoover te krijgen, dat ik hem alles
+vertelde. "Mijn zoon," zei hij, "hoewel een kluizenaar geen geld mag
+verzamelen, vermindert dat uw schuld niet; door broeder Crysostome te
+bestelen, hebt gij gezondigd tegen de tien geboden; maar troost u er
+mede, dat ik de waardin zal verplichten, om afstand te doen van dat
+geld en het weer den kluizenaar zal doen toekomen. Uw geweten kan in
+dat opzicht dus gerust zijn."
+
+Nu moet ik eerlijk bekennen, dat mij dat maar heel weinig belang
+inboezemde. Maar de pastoor ging verder; hij beloofde voor mij te
+zullen zorgen. "Ik zal u morgen door een ezeldrijver laten brengen
+naar mijn neef, den kanunnik van den kathedraal van Tolédo. Hij zal,
+op mijn verzoek, niet weigeren om u in zijn dienst te nemen en u op
+te leiden tot lakei, dan hebt ge bij hem een aangenaam leven."
+
+Die verzekering troostte mij en den volgende dag kwamen er twee
+muilezels voor. Men hielp mij op den eene, de drijver besteeg den
+andere en wij sloegen den weg in naar Tolédo. Mijn reismakker was
+een man met een goed humeur die niets liever deed, dan zich vermaken
+ten koste van zijn naasten. Hij begon al dadelijk een gesprek met
+mij. "Mijn jongen vriend, ge hebt een goeden beschermer in mijnheer
+den pastoor van Galves. Dat toont hij u wel. Hij kan u geen beteren
+dienst bewijzen, dan door u te plaatsen bij zijn heer, den kanunnik,
+dien ik de eer heb te kennen. 't Is allerminst één van die bleeke
+en magere vromen, maar een man, die van het leven houdt en zich de
+genoegens, die het biedt, niet ontzegt. Ge zult het daar best hebben."
+
+De man hield niet op met van het geluk te spreken, dat mij wachtte, tot
+wij in het dorp Obisa kwamen, waar onze muilezels moesten rusten. Daar
+bemerkte ik, goddank, dat men mij bedroog. Ziehier op welke wijze. De
+drijver, die op en neer ging in het logement, liet bij toeval een
+papier vallen, dat ik zoo slim was op te rapen en te lezen, terwijl hij
+in den stal was. Het was een brief aan de priesters van het weeshuis,
+die aldus luidde: "Mijne heeren! Ik heb gemeend, dat de barmhartigheid
+mij verplicht om weer in uw handen te stellen een jongen schelm,
+die uit uw inrichting is ontsnapt; hij schijnt niet dom en waard,
+dat gij de goedheid hebt, hem bij u opgesloten te houden. Ik twijfel
+er niet aan, of met strenge tucht zult gij een flinken jongen van hem
+maken. God zegene uw vroom en barmhartig werk. De pastoor van Galves."
+
+Toen ik dien brief had gelezen, was het voor mij niet lang de vraag,
+wat ik had te doen. Het hotel uit te snellen en naar den oever van
+den Taag te loopen, die op een mijl afstand lag, was het werk van een
+oogenblik. De angst gaf mij vleugelen om de priesters van het weeshuis
+te ontvluchten, waar ik in geen geval wilde terugkeeren; zulk een
+tegenzin had ik in de manier, waarop zij Latijn onderwezen. Ik bereikte
+Tolédo, en de fortuin was mij gunstig in die groote stad. Een heer,
+die zeer goed gekleed was, hield mij aan en zei: "Vriendje, wil je
+in mijn dienst komen? Ik heb een jongen zooals jij noodig." "En ik
+een meester zooals u," antwoordde ik.
+
+Die heer, die ongeveer dertig jaar oud kon zijn, heette don Abel. Hij
+logeerde in een hotel, waar hij een mooie kamer had, was speler van
+beroep, en ziehier op welke wijze wij leefden; 's morgens stopte ik
+zijn pijp vijf- of zes maal en maakte zijn kleeren schoon, dan ging
+ik den barbier voor hem halen en daarna ging hij uit, om niet terug
+te keeren voor elf of twaalf uur 's avonds. Maar iederen morgen voor
+hij uitging, gaf hij mij wat klein geld en ik kon den dag besteden,
+zooals ik wilde, mits ik maar 's avonds om tien uur thuis was. Daar hij
+zeer tevreden over mij was, liet hij mij een livrei maken, waarop ik
+niet weinig trotsch was. Mijn nieuwe betrekking beviel mij zeer goed.
+
+Ongeveer een maand was ik bij hem geweest, toen hij mij vroeg, of
+ik tevreden bij hem was. Ik antwoordde, dat ik het niet beter kon
+wenschen en daarop zei hij: "dan zullen wij morgen naar Sévilla
+vertrekken, waar mijn zaken mij roepen. Het zal je niet spijten,
+de hoofdstad van Andaloesië te zien. Het spreekwoord zegt, dat wie
+Sévilla niet heeft gezien, niets gezien heeft." Ik betuigde hem,
+dat ik bereid was hem overal te volgen.
+
+Den volgenden dag kwam er een man in het hotel om zijn koffer te
+halen en daarna vertrokken wij.
+
+Don Abel was zóó gelukkig in het spel, dat hij alleen verloor,
+wanneer hij het wilde, wat hem noodzaakte, dikwijls van woonplaats
+te veranderen, om zich te onttrekken aan ontmoetingen met zijn
+slachtoffers. Daarom moesten wij ook nu vertrekken.
+
+In Sévilla gingen wij in een hotel en begonnen hetzelfde leven als in
+Tolédo. Maar, mijn patroon vond verschil tusschen die twee steden, want
+hij ontmoette hier spelers, die even gelukkig waren als hij en daarover
+was hij kwaad. Op een morgen, dat hij weer eens uit zijn humeur was,
+omdat hij den vorigen avond honderd pistolen had verloren, vroeg
+hij mij, waarom zijn waschgoed niet was weggebracht. Ik antwoordde
+hem, dat ik daar niet aan had gedacht, waarop hij in woede mij een
+half dozijn klappen in mijn gezicht gaf, die zoo hard waren, dat
+ik meer lichten zag, dan er in Salomo's tempel waren. "Daar, kleine
+stommeling! Dat zal je wel leeren, om aan je plicht te denken!" Met
+die woorden ging hij weg en ik was zoo kwaad op hem, dat ik besloot
+mij te wreken bij de eerste gelegenheid, die zich zou voordoen.
+
+Ik weet niet, welk nieuw avontuur hij had gehad, maar op een avond kwam
+hij in zeer opgewonden toestand thuis en zei: "Scipio, ik ben van plan
+naar Italië te gaan. Ik heb daar mijn redenen voor en denk, dat je wel
+lust zult hebben mij te vergezellen en van zulk een schoone gelegenheid
+te profiteeren, om het prachtigste land van de wereld te zien."
+
+Ik antwoordde hem, dat ik niets liever wilde, maar tegelijkertijd
+nam ik mij voor, om te verdwijnen op het oogenblik, dat hij wilde
+vertrekken. Daardoor dacht ik mij op mijn meester te wreken en ik
+vond het plan zeer vernuftig. Zoo tevreden was ik er over, dat ik
+niet kon nalaten het mee te deelen aan een kameraad, dien ik op straat
+ontmoette. Sedert ik in Sévilla was, had ik eenige slechte kennissen
+gekregen en daaronder behoorde deze.
+
+Ik vertelde hem, waarom en op welke wijze ik mij op mijn meester
+wilde wreken en vroeg hem, wat hij ervan dacht.
+
+Hij antwoordde mij: "Mijn vriend, uw eer gedoogt niet, dat ge
+ongewroken blijft; maar 't is niet voldoende don Abel alleen te
+laten vertrekken; daarmee straft ge hem niet genoeg. Laten wij hem
+zijn koffer en zijn geld ontnemen en de buit broederlijk deelen na
+zijn vertrek."
+
+Hoewel ik een natuurlijke neiging had tot stelen, verschrikte ik toch
+van het voorstel tot zulk een ernstigen diefstal. Maar mijn kameraad
+wist mij zoo te bepraten, dat ik toestemde en ziehier den uitslag.
+
+Mijn kameraad, die groot en sterk was, kwam den volgenden morgen in ons
+hotel. Ik wees hem den koffer, waar don Abel reeds alles had ingepakt
+en vroeg hem, of die hem niet te zwaar was om alleen te dragen. "Te
+zwaar!" zei hij. "Als 't is om het goed van anderen weg te nemen,
+dan zou ik den heelen ark van Noach wel kunnen dragen." Hij nam daarop
+den koffer op zijn schouders en ging met lichten tred naar beneden. Ik
+volgde hem en wij waren aan het einde van de straat, toen don Abel door
+zijn gelukkig gesternte daarheen geleid, plotseling voor ons stond.
+
+"Waar ga je met dien koffer heen?" vroeg hij. Ik was zoo verschrikt,
+dat ik geen antwoord kon geven en mijn kameraad, die zag dat het spel
+mislukt was, wierp den koffer weg en maakte beenen. "Waar ga je met
+dien koffer heen?" vroeg mijn meester voor de tweede maal.
+
+Meer dood dan levend antwoordde ik: "Mijnheer, ik ga dien naar het
+schip brengen, waarmee u morgen naar Italië wilt gaan."
+
+"En kan je mij ook zeggen met welk schip ik ga?"
+
+"Neen, mijnheer, maar elke weg leidt naar Rome en ik zou aan de
+haven hebben geïnformeerd." "Wie heeft je bevolen mijn koffer uit
+het huis te doen dragen?" "Uzelf," zei ik. "Wat? Ik?" antwoordde hij
+verbaasd. "Natuurlijk," hernam ik, "herinner u maar, dat u mij een
+paar dagen geleden onder slagen bevolen hebt uw orders te voorkomen
+en op mijn eigen houtje te doen wat er gebeuren moest!"
+
+Don Abel, die merkte, dat ik niet zoo onschuldig was als hij altijd had
+gedacht, zei op koelen toon: "Ik ontsla je, je hebt te veel verstand
+voor je leeftijd!
+
+Bovendien houd ik er niet van om te spelen met menschen, die nu eens
+een kaart te veel of dan er een te weinig hebben."
+
+Zoo liep ik nu door de straten van Sévilla, met niet meer dan een paar
+stuivers op zak. Bij de keukens van het paleis van den aartsbisschop
+trof een aangename geur mijn neus. Zou er geen middel voor mij zijn,
+om iets te eten te krijgen? Ik verzon een list en dadelijk was die
+uitgevoerd. Hard loopend kwam ik de plaats op bij de keuken en riep:
+"Help! Help!" alsof iemand mij achterna kwam, om mij te vermoorden. Op
+mijn geschreeuw kwam meester Diego, de kok, aangesneld met drie of
+vier koksjongens om te weten, wat er gaande was. Daar hij niemand
+anders zag dan mij, vroeg hij waarom ik zoo hard schreeuwde. Ik deed
+of ik hevig ontsteld was en vertelde hem van een grooten, sterken
+man, een vechtersbaas, die mij op straat was tegengekomen en me had
+willen doodslaan. De goede man stelde mij gerust en zei: "Kom, kom,
+die man heeft misschien een grap met je willen hebben en bovendien,
+hier zal hij niet komen."
+
+"Neen, neen! 't Was geen gekheid en hij zal mij op straat wel
+opwachten!"
+
+"Welnu, laat hem dan maar wachten en blijf hier, je kunt vanavond
+met de koksjongens eten en gaan slapen."
+
+Mijn doel was bereikt en ik amuseerde mij zoo goed met de jongens,
+dat toen ik den volgenden morgen meester Diego wilde gaan bedanken,
+hij me zei: "de jongens hebben zooveel genoegen met je gehad, dat ze
+mij gezegd hebben, je graag voor kameraad te willen hebben. Heb je
+daar lust in?"
+
+Natuurlijk antwoordde ik, dat ik niets liever wenschte en zoo werd ik
+koksjongen. In de keuken zag ik 15 personen bezig met het souper van
+Monseigneur, maar de gerechten kon ik niet tellen; zoo goed zorgde
+de Voorzienigheid voor hem.
+
+Al spoedig stond ik zoo in de gunst bij meester Diego, dat hij mij
+gebruikte om schotels en wijn te brengen bij een dame in de buurt,
+die mooi en levendig was en die er uitzag of ze haren kok niet zeer
+trouw was. Ondertusschen voorzag hij haar niet slechts van vleesch,
+brood, suiker en olie, maar zorgde ook voor haar wijnvoorraad; en
+dat alles op kosten van den aartsbisschop.
+
+Mijn verblijf in het bisschoppelijk paleis eindigde met een poets,
+waarvan men nog heden spreekt. De pages en eenige andere bedienden
+hadden het plan gevormd, om op den verjaardag van monseigneur een
+comedie op te voeren. Ze kozen er een, waarin een jongen man van
+mijn leeftijd een jongen koning moest voorstellen. De hofmeester, die
+het stuk hielp instudeeren, koos mij daarvoor en na eenige repetities
+verklaarde hij, dat ik niet onder de minste spelers zou behooren. Niets
+werd gespaard om de opvoering zoo luisterrijk mogelijk te maken. Een
+van de grootste zalen werd voor schouwburg ingericht en ook aan de
+costuums werd alle zorg besteed. Een kleermaker was mijn maat komen
+nemen en ik kreeg een rijk kleed aan van blauw fluweel, met galon,
+knoopen en goud.
+
+Eindelijk kwam de lang verwachte avond. De jonge koning moest het
+eerst op het tooneel zijn. Ik opende dus de voorstelling met het
+declameeren van een reeks verzen, waarvan het slot luidde, dat de
+koning zich niet tegen den slaap kon verzetten. Bij die woorden moest
+ik terugtrekken tusschen de coulissen en op een rustbed gaan liggen,
+dat daarvoor was klaargezet. Maar toen ik daar zoo lag, begon ik er
+aan te denken, of er geen middel was, om met mijn koninklijke kleeren
+te ontkomen. Ik zag een klein trapje onder het tooneel, waarmee ik in
+een andere zaal kon komen. Toen ik mijn kans schoon zag en niemand op
+mij lette, sloop ik daar af en liep de zaal door bij de deur, roepende:
+"Plaats! ik moet mij gaan verkleeden!"
+
+Zoo kwam ik in minder dan één minuut ongehinderd buiten het paleis en,
+door de duisternis begunstigd, begaf ik mij naar de woning van mijn
+vriend, met wien ik dat mislukte avontuur van den koffer had beleefd.
+
+Hij was ten hoogste verwonderd mij te zien in mijn koninklijk
+costuum. Spoedig had ik hem op de hoogte gebracht. Hij wenschte mij
+hartelijk geluk met deze goed gelukte grap en voorspelde mij, dat ik,
+wanneer ik zoo zou voortgaan, de wereld nog eens versteld zou doen
+staan door mijn verstand.
+
+"Maar hoe zullen we die rijke kleeren nu goed kwijtraken?" vroeg ik.
+
+"O, dat is het minste, ik ken iemand, die zonder nieuwsgierig te zijn,
+alles koopt, wat van zijn gading is. Morgen ga ik hem opzoeken."
+
+Den volgenden morgen sliep ik nog, toen hij terugkwam met den koopman
+Ybagnez de Ségoviër, die mij een half versleten pak bracht met
+zilveren knoopen en voor mijn prachtig gewaad en kroon, na eindelooze
+onderhandelingen, dertig pistolen gaf.
+
+Mijn kameraad nam de helft van dat geld, liet mij de rest en zei:
+"Vriend Scipio, met de vijftien pistolen, die je overblijven, raad
+ik je zoo spoedig mogelijk de stad te verlaten, want je begrijpt wel,
+dat men je, op last van den aartsbisschop, overal zal zoeken. Ik zou
+wanhopig zijn, wanneer je na een daad, waardoor je je zoo onderscheiden
+hebt, gevangen werd genomen."
+
+Ik antwoordde, dat ik zoo spoedig mogelijk uit Sévilla weg wilde. Na
+een hoed en eenig ondergoed te hebben gekocht, ging ik op weg en kwam
+na drie dagen in Cordova. Ik ging logeeren in een hotel bij den ingang
+van de stad, gaf mij uit voor den zoon van een familie in Tolédo en
+zeide, dat ik voor mijn genoegen reisde. Ik zag er zindelijk genoeg
+uit om dat te doen gelooven en liet den waard toevalligerwijze een paar
+van mijn pistolen zien. Hij vroeg verder niet, misschien uit vrees, dat
+zijn nieuwsgierigheid mij zou kunnen doen besluiten om te verhuizen.
+
+Voor niet te veel geld had ik het daar goed. Er waren 's avonds
+ongeveer twaalf personen aan tafel, die zwijgend zaten te eten. Maar
+een was er, die bijna geen oogenblik zijn mond hield. Hij wist allerlei
+nieuwtjes, grappen en verhalen. Wat mij betreft, ik luisterde er weinig
+naar, maar ten slotte trok hij ook mijn aandacht. Ik hoorde hem zeggen:
+"Alles wat ik tot nu toe verteld heb, heeren, is niets in vergelijking
+met het vermakelijke avontuur, dat voor eenige dagen is afgespeeld in
+het paleis van den aartsbisschop." De man vertelde daarna met groote
+nauwkeurigheid mijn geschiedenis; ik vernam er nu ook het slot van,
+dat ik nog niet wist.
+
+Een oogenblik nadat ik verdwenen was, kwamen zooals de volgorde
+in het stuk dat bepaalde, de Mooren op, die den koning moesten
+oplichten. Ze naderden daarvoor het rustbed, dat, zooals ik zei,
+tusschen de coulissen stond, slechts voor een deel zichtbaar voor
+het publiek. De Mooren moesten koning Leon slapende verrassen, maar
+op het rustbed was niemand te vinden.
+
+Dat gaf dadelijk groote verwarring. Alle acteurs liepen op het tooneel
+en achter de schermen rond, de een riep me, de ander zocht mij en
+een derde wenschte mij naar den duivel.
+
+De aartsbisschop liet vragen, wat dat alles te beteekenen had en men
+moest hem eindelijk wel zeggen, dat de koning niet door de Mooren
+kon worden gevangen genomen, omdat hij er met zijn koninklijk gewaad
+vandoor was gegaan. De prelaat zei: "Gelukkig dat hij ontkomen is
+aan de vijanden van onzen godsdienst. Zeker is hij gevlucht naar
+de hoofdstad van zijn koninkrijk en ik wil niet hebben, dat men hem
+volgt!" Nadat de aartsbisschop dit bevel had gegeven, zei hij, dat
+men moest doorspelen en dat mijn rol gelezen moest worden.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI
+
+Scipio in dienst bij Velasquez.
+
+
+Zoolang ik geld had, was mijn waard vriendelijk voor mij, maar toen hij
+merkte, dat het op begon te raken, nam hij een andere houding aan, hij
+werd stug en onbeleefd en verzocht mij op zekeren dag, om elders mijn
+intrek te nemen. Ik verliet hem en ging naar de St.-Dominicus-kerk. Een
+oude bedelaar vroeg om een aalmoes. Ik haalde een paar koperstukjes
+uit mijn zak, gaf hem die en zei:
+
+"Mijn vriend, bid God, dat Hij mij spoedig een goede plaats doet
+vinden. Indien uw gebed wordt verhoord, zal ik het goed met u maken."
+
+Bij die woorden keek de bedelaar mij oplettend aan en vroeg: "Welken
+post zoudt ge willen hebben?" Ik antwoordde, dat ik graag lakei zou
+worden in een goed huis. Hij vroeg mij hierop of er haast bij was
+en ik deelde hem mee, dat ik hoe eerder hoe liever geplaatst wilde
+worden, daar ik anders van honger moest sterven, of zijn voorbeeld
+volgen en bedelen.
+
+"Indien gij daartoe gedwongen werdt," zei de oude man, "zou het
+akelig voor u zijn, omdat ge niet aan onze manieren gewend zijt,
+maar indien ge u er wel aan kunt gewennen, dan zoudt ge aan onzen
+toestand de voorkeur geven boven dien der dienstbaarheid. Daar ge
+echter liever een meester hebt, dan als ik een vrij en onafhankelijk
+leven te leiden, zult ge er een hebben. Ik kan u van dienst zijn en
+zal dadelijk mijn krachten voor u inspannen. Kom morgen op hetzelfde
+uur hier, dan zal ik u zeggen, wat ik heb gedaan."
+
+Ik zorgde er voor den volgenden morgen op tijd aanwezig te zijn en
+zag eenige oogenblikken later den bedelaar. Hij verzocht mij hem te
+volgen en bracht mij naar een kelder, niet ver van de kerk, waar hij
+woonde. Wij gingen binnen en nadat wij hadden plaats genomen op een
+bank, die minstens honderd dienstjaren had, zei hij: "Een goede daad
+wordt steeds beloond; ge hebt mij gisteren een aalmoes gegeven en dat
+heeft mij doen besluiten u een betrekking te verschaffen. Ik ken een
+ouden Dominicaner, genaamd vader Alexis, een man van veel invloed. Ik
+heb de eer zijn boodschaplooper te zijn en kwijt mij met zooveel trouw
+en ijver van die taak, dat hij steeds bereid is om zijn invloed voor
+mij of mijn vrienden aan te wenden. Dus zal ik u aan den eerwaarden
+vader voorstellen?"
+
+"Er is geen tijd te verliezen," zei ik tot den bedelaar en wij gingen
+dadelijk naar vader Alexis, dien wij in zijn kamer vonden, bezig met
+schrijven. Hij hield met zijn werk op om met mij te spreken en zei me,
+dat hij mij op verzoek van den bedelaar wilde helpen. "Daar ik gehoord
+heb," vervolgde hij, "dat de heer Baltazar Velasquez een lakei noodig
+heeft, heb ik hem geschreven en hij heeft mij geantwoord, dat hij u zal
+aannemen wanneer ge door mij wordt gezonden. Hij is mijn biechteling en
+vriend. Ge kunt hem vandaag gaan opzoeken." Daarna onderhield de goede
+monnik mij gedurende ongeveer drie kwartier over de plichten, die ik
+had te vervullen. Voornamelijk moest ik zeer ijverig zijn en wanneer
+de heer Velasquez tevreden over mij was, dan zou het mij goed gaan.
+
+Na den geestelijke te hebben bedankt voor zijn goedheid, vertrok ik
+met den bedelaar, die me zei, dat Baltazar Velasquez een oude koopman
+in laken was, een rijke, eenvoudige en goedhartige man. "Ik twijfel
+er niet aan," voegde hij er aan toe, "of ge zult het goed bij hem
+hebben, beter dan bij een heer uit den meer deftigen stand." Nadat ik
+nog geïnformeerd had, waar mijn nieuwen patroon woonde, nam ik afscheid
+van den bedelaar, met de belofte zijn goede diensten te zullen beloonen
+zoodra mij dat mogelijk was. Ik ging den winkel binnen en vond daar
+twee bedienden; op mijn verzoek den patroon te mogen spreken, bracht
+men mij naar een kantoor, waar de oude heer in een groot register
+bladerde, dat op zijn schrijftafel lag. Hij groette mij vriendelijk
+en ik behoefde niet lang bij dezen man in dienst te zijn om te weten,
+dat hij was, zooals men hem mij had beschreven. Hij was zoo eenvoudig,
+dat ik mij soms geweld aan moest doen om hem niet op de een of andere
+wijze te foppen. Sinds vier jaar was hij weduwnaar en hij had twee
+kinderen, een meisje van achttien en een zoon van vijfentwintig
+jaar. De dochter was streng opgevoed en deugdzaam, maar haar broer
+was, welke moeite men zich ook voor hem gegeven had, een jeugdige
+losbol. Soms kwam hij in twee of drie dagen niet thuis en als zijn
+vader hem dan bij zijn terugkomst verwijten deed, antwoordde hij op
+zoo hoogen toon, dat de grijsaard zweeg.
+
+Op een goeden dag zei mijn meester: "Scipio, mijn zoon Gaspard doet mij
+veel verdriet aan. Hij geeft zich over aan allerlei uitspattingen. Dat
+verwondert mij, want zijn opvoeding is niet verwaarloosd, hij heeft
+steeds goede meesters gehad en vader Alexis, mijn vriend, heeft al het
+mogelijke gedaan, om hem op den goeden weg te houden; maar niets heeft
+mogen baten. Ge zult misschien zeggen, dat ik hem als kind met te veel
+zachtheid heb behandeld. Dat is echter niet altijd het geval geweest,
+ik ben ook wel streng geweest; ik heb hem zelfs in een gesticht laten
+opsluiten, maar daar is hij nog ondeugender geworden. In één woord,
+er is niets met hem te beginnen. De hemel zou hier een wonder moeten
+doen."
+
+Indien ik al niet zeer getroffen was door de droefheid van den
+ongelukkigen vader, deed ik althans of ik het was. "Wat beklaag ik u,
+mijnheer!" zei ik. "Een man als gij zijt verdiende een beteren zoon te
+hebben." Hij antwoordde: "Wat zal ik je zeggen, mijn vriend? God heeft
+mij zulk een troost willen onthouden. Onder de redenen tot klagen,
+die ik over Gaspard heb, is er voornamelijk een, die mij veel onrust
+geeft en dat is, zijn lust om mij te bestelen. Niettegenstaande mijn
+waakzaamheid, weet hij daartoe toch maar al te dikwijls gelegenheid
+te vinden. Met den bediende die je voorganger was, was hij het eens
+en daarom heb ik hem weggestuurd. Wat jou betreft, reken ik erop,
+dat je je niet door mijn zoon zult laten omkoopen. Vader Alexis
+heeft je dat zeker wel op het hart gedrukt." Ik antwoordde, dat de
+eerwaarde vader mij wel een uur had onderhouden over den eerbied,
+dien ik moest hebben voor het goed van mijn meester, maar dat zoo
+iets bij mij niet noodig was. Daarna beloofde ik, dat ik hem steeds
+met trouw en ijver zou dienen.
+
+Het is altijd goed, om beide partijen te hooren. De jonge Velasquez,
+die, naar mijn uiterlijk oordeelende, meende dat ik wel even
+gemakkelijk zou zijn te verleiden als mijn voorganger, riep mij apart
+en zei: "Luister eens, waarde vriend, ik begrijp zeer goed, dat mijn
+vader je heeft opgedragen om mij te bespieden, maar ik waarschuw je
+vooruit, dat het geen aangenaam werk is. Als ik merk, dat je het doet,
+sla ik je halfdood; wanneer je mij in plaats daarvan wilt helpen, om
+mijn vader te bedriegen, dan kan je op mijn dankbaarheid rekenen. Om
+nog duidelijker te spreken: je zult je deel hebben. Je hebt nu maar
+te kiezen; verklaar je voor den vader of voor den zoon."
+
+"Mijnheer," antwoordde ik hem, "u zet iemand wel het mes op de keel;
+maar ik zie wel, dat ik uw partij moet kiezen, hoewel het mij spijt
+mijnheer uw vader te moeten verraden."
+
+"Bekommer je daar niet om, hij is een leelijke, oude gierigaard,
+die mij het noodige onthoudt, want als men vijfentwintig jaar is,
+heeft men behoefte aan genoegens."
+
+"Dat ben ik volkomen met u eens en ik ben ook bereid u van dienst te
+zijn, maar we moeten onze goede verstandhouding geheim houden, want
+anders kon men uw trouwen helper wel eens de deur uit jagen. Het kan
+misschien geen kwaad dat u tegenover de buitenwereld op mij afgeeft;
+wees maar brutaal tegen mij. U kunt mij ook wel eens eenige schoppen
+geven, die niet te hard aankomen."
+
+Ik beloofde hem nog, dat ik bij het bedienen aan tafel altijd doen zou,
+of ik er een tegenzin in had hem te helpen. Voor den ouden heer zouden
+dat bewijzen temeer zijn, dat hij mij kon vertrouwen en wanneer ieder
+in huis dacht, dat wij doodsvijanden waren, konden wij des te beter
+onzen slag slaan.
+
+"Mijn jonge vriend," riep Gaspard verheugd, "ik bewonder je, op je
+jeugdigen leeftijd heb je al veel slag voor intrige en dat beschouw
+ik als een gunstig voorteeken voor mij."
+
+Met de belofte alles te zullen doen, om recht te doen wedervaren aan
+de goede meening, die hij van mij had, scheidden wij.
+
+Niet lang daarna was ik in de gelegenheid Gaspard een dienst te
+bewijzen. De oude heer had zijn brandkast in zijn slaapkamer, waar
+ik in en uit mocht gaan, terwijl de toegang aan Gaspard verboden
+was. Dikwijls had ik me zelf afgevraagd, of die brandkast altijd voor
+mij gesloten zou zijn. Op zekeren dag, dat de oude daar bezig was,
+bemerkte ik, dat hij den sleutel verborg onder een kleedje. Ik lette
+goed op die plaats en deelde mijn ontdekking mee aan mijn jongen
+meester.
+
+Deze was zeer verheugd en riep: "Scipio, wat een gelukkige tijding;
+ons fortuin is gemaakt; ik zal je vandaag was geven, dan moet je daar
+den sleutel in afdrukken en mij dat afdruksel geven. Ik zal wel een
+slotenmaker vinden, die ons dan een valschen sleutel bezorgt, want
+Cordova is niet de stad in Spanje, waar men de minste schelmen vindt."
+
+"Waarom?" vroeg ik, "wilt ge u van een valschen sleutel bedienen,
+als wij den goeden kunnen gebruiken?"
+
+"Dat is wel zoo," zei hij, "maar ik ben bang, dat hij dien sleutel
+uit wantrouwen niet lang op een zelfde plaats laat en het zekerste is,
+dat wij er zelf ook een hebben."
+
+Op zekeren morgen, dat mijn oude patroon een bezoek bracht aan vader
+Alexis, wat gewoonlijk lang duurde, nam ik een afdruk van den sleutel,
+maar toen ik dien eenmaal in handen had, kon ik ook niet nalaten,
+er gebruik van te maken. De brandkast was in een oogenblik geopend en
+ik zag voor mij een bekoorlijke verscheidenheid van groote en kleine
+zakken. Ik wist niet welken te kiezen; daar echter de vrees te worden
+ontdekt mij geen langdurig onderzoek toeliet, nam ik maar een van de
+grootsten. Daarna stopte ik den sleutel weer weg, en ging met mijn
+prooi naar mijn kamertje. Later ging ik daarmee naar Gaspard, die zeer
+tevreden over mij was en mij de helft aanbood, maar ik wilde daarvan
+niets weten en zei, dat deze eerste zak voor hem alleen was. Toen ik
+drie dagen later mijn kans schoon zag, nam ik er weer een en daarvan
+stelde ik mij tevreden met een vierde gedeelte, hoewel de jonge
+Velasquez broederlijk met mij had willen deelen. Evenals de eerste,
+bevatte ook deze vijfhonderd kronen.
+
+Zoodra mijn jonge meester zich in het bezit zag van zooveel geld en
+bijgevolg voldoen kon aan zijn hartstocht voor de vrouwen en het spel,
+gaf hij zich daaraan geheel over. Ongelukkig had hij het ongeluk in
+aanraking te komen met een van die bekende coquettes, die het geld
+als het ware verslinden. Ze joeg hem op zoo hooge kosten, dat de
+oude Velasquez spoedig merkte dat er ongewenschte bezoeken aan zijn
+brandkast werden gebracht.
+
+"Scipio," zei hij op een morgen tot me, "ik moet je een ontdekking
+doen, men besteelt mij, mijn brandkast is opengemaakt en ik mis er
+verscheidene zakken geld uit. Wien moet ik daarvan beschuldigen of
+liever gezegd wien anders moet ik beschuldigen dan mijn zoon? Gaspard
+is zeker heimelijk in mijn kamer gekomen of misschien ook wel heb
+jij hem er gebracht, want hoewel ge kwaad met elkaar zijt, twijfel
+ik er toch soms aan of jij het niet met hem eens bent. Maar ik wil
+niet toegeven aan die verdenking omdat vader Alexis voor je trouw
+heeft ingestaan."
+
+Met een huichelachtig gezicht zei ik, dat het goed van anderen mij
+heilig was. De oude heer sprak er niet verder van maar hij bleef
+mij wantrouwen en nam maatregelen tegen onze aanslagen. Hij liet
+een anderen sleutel van zijn brandkast maken en droeg dien altijd
+bij zich. De gemeenschap tusschen de zakken en ons was daardoor
+verbroken, tot groot leedwezen vooral van Gaspard, die geen uitgaven
+meer kon doen voor zijn nimf en nu vreesde, dat hij haar niet meer
+zou kunnen zien. Hij vond daarom een ander middel en vroeg mij geld
+ter leen. Dat werd zoo dikwijls herhaald, dat ik eindelijk niets
+meer over had van hetgeen de aderlatingen van de brandkast mij hadden
+opgeleverd. Toen ik mijn laatste stuk had gegeven meende ik mijn fout
+te hebben goedgemaakt; immers, ik had den zoon en erfgenaam vergoed,
+wat ik den vader had ontstolen.
+
+Toen de jongeman ook die laatste hulpbron zag uitgeput, verviel hij
+in een sombere droefgeestigheid. Hij beschouwde zijn vader slechts als
+een man, die zijn leven ongelukkig maakte. De ellendeling vatte zelfs
+het afschuwelijke plan op om zijn vader te vergiftigen. Hij bepaalde
+er zich niet toe mij deelgenoot te maken van dit plan, maar stelde
+zelfs voor hem te helpen. Bij dit voorstel voelde ik een afschuw van
+hem. Ik zei: "Mijnheer, hoe is het mogelijk, dat ge zóó door den hemel
+zijt verlaten, dat ge mij een dergelijk voorstel kunt doen? Zoudt
+ge in staat zijn uw eigen vader het leven te benemen? Zou men in het
+Christelijke Spanje een misdaad moeten zien begaan, waarvoor men zelfs
+in de meest beschaafde naties met schrik en afschuw zou terugdeinzen?"
+
+Lang sprak ik met Gaspard, om te trachten hem van zijn onmenschelijk
+plan af te brengen, maar hij bleef somber en stil, zoodat ik meende,
+dat hij bij zijn voornemen bleef volharden.
+
+Ten einde raad, besloot ik mijn ouden meester te waarschuwen; ik vroeg
+hem een geheim onderhoud en toen wij in zijn kamer waren opgesloten,
+viel ik op mijn knieën en badende in mijn tranen, vertelde ik van
+onzen diefstal en van het gesprek, dat ik met Gaspard had gehad.
+
+Welke slechte meening de oude Velasquez ook omtrent het karakter van
+zijn zoon had, zoo iets had hij toch niet verwacht. Hij twijfelde
+echter niet aan de waarheid van mijn mededeeling. "Ik vergeef
+je," zei hij, "ter wille van het gewichtige feit, dat je mij hebt
+meegedeeld. Gaspard staat mij dus naar het leven. De ellendeling
+ziet zelfs niet tegen een vadermoord op! En welke redenen heeft
+hij daarvoor? Ieder jaar verschaf ik hem een som, die voldoende is
+om op behoorlijke wijze van het leven te genieten! Ik kan voor zijn
+uitspattingen toch niet zijn zuster en mijzelf ruïneeren. Maar bewaar
+het geheim, dat je mij hebt verteld. Laat niemand iets merken!"
+
+Zeer nieuwsgierig was ik, te weten welk besluit de ongelukkige vader
+zou nemen, toen hij denzelfden dag Gaspard liet roepen en zonder dat
+hij iets liet merken van hetgeen er in zijn ziel omging, tot hem zei:
+"Mijn zoon, ik heb een brief ontvangen van een vriend uit Mérida. Men
+vraagt mij, of ge wilt trouwen met een meisje van zestien jaar, zeer
+schoon en in het bezit van een aanzienlijke bruidschat. Als gij geen
+bezwaar hebt tegen dit huwelijk, zullen wij ons morgen zeer vroeg op
+weg begeven; wij zullen het meisje bezoeken, bevalt ze u, dan kunt
+ge haar trouwen, zoo niet, dan zal er over een huwelijk niet verder
+worden gesproken."
+
+Zoodra Gaspard van een bruidschat hoorde, was hij bereid mee te gaan
+en, gezeten op goede muilezels, vertrokken zij den volgenden dag.
+
+Toen zij in de bergen waren en op een plaats, die bekend was door
+de roovers, welke dikwijls de reizigers overvielen, steeg Baltazar
+af en verzocht zijn zoon hetzelfde te doen. De jongeman gehoorzaamde
+en vroeg, waarom men hier moest ophouden. De grijsaard keek hem vol
+smart aan en zei: "Dat zal ik je zeggen. Wij gaan niet naar Mérida
+en het geheele huwelijk, waarvan ik je heb gesproken, is slechts een
+verzinsel geweest, om je hier te krijgen. Ondankbare en onnatuurlijke
+zoon! Ik weet welk misdadig plan je hebt. Ik weet, dat je een vergift
+heb bereid, dat mij zou moeten worden gegeven. Maar onverstandige! Denk
+je dan, dat je mij ongestraft het leven zou kunnen benemen? Je misdaad
+zou ontdekt worden en je zou moeten sterven door de handen van den
+beul. Er is een beter middel, om je doel te bereiken, zonder je aan
+een schandelijken dood bloot te stellen. Wij zijn hier op een plaats
+zonder getuigen en waar vaak moorden begaan worden. Indien je mijn
+bloed wil, steek dan de dolk in mijn hart en men zal dien moord aan
+roovers wijten." Bij die woorden maakte Baltazar zijn kleeren los en
+wees de plaats aan, waar deze moest toestooten.
+
+De jonge Velasquez, door deze woorden als door den bliksem getroffen,
+viel buiten bewustzijn aan de voeten van zijn vader. De goede
+grijsaard, wien dit een teeken van berouw scheen, kon aan zijn
+vaderlijke zwakheid geen weerstand bieden, hij hielp den ongelukkige
+op. Deze kwam spoedig weer tot bewustzijn, besteeg zijn muilezel en
+reed weg zonder een woord te spreken.
+
+Baltazar vernam korten tijd later, dat zijn zoon in het Karthuizer
+klooster te Sévilla was gegaan, om er de rest van zijn dagen in
+boetedoening te slijten.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII
+
+Einde van de geschiedenis van Scipio.
+
+
+Een slecht voorbeeld heeft soms ook goede uitwerking. Het gedrag van
+den jongen Velasquez deed mij over het mijne nadenken. Ik begon mijn
+slechte neigingen te bestrijden. Maar de gewoonte, om, wanneer ik
+het geld van anderen kon nemen, dat te doen, was zoo sterk bij mij
+geworden, dat ze niet gemakkelijk te overwinnen was. Maar ik hoopte
+erin te zullen slagen; dikwijls reeds had ik gehoord, dat men om
+deugdzaam te worden het slechts ernstig behoefde te willen.
+
+Onze winkel werd dikwijls bezocht door don Manrique de Médrana, een
+jong edelman en ridder van de orde van Alcantara. Wij hadden in hem
+een van onze beste klanten en ik scheen het geluk te hebben, hem te
+bevallen; steeds als hij bij ons kwam, sprak hij met mij. "Scipio,"
+zei hij op een goeden dag, "ik zou wel iemand als jij tot lakei willen
+hebben." Ik antwoordde: "dat kan gemakkelijk gebeuren, mijnheer, want
+het is een zwak van mij, om zeer gesteld te zijn op de toegenegenheid
+van voorname personen." "Als dat zoo is," hernam Manrique, "zal ik
+mijnheer Velasquez vragen of hij goedvindt, dat je van zijn dienst
+in den mijne overgaat; hij zal mij dat genoegen niet weigeren."
+
+Velasquez maakte werkelijk geen bezwaar, het verlies van een
+schelmachtigen knecht scheen hem niet onherstelbaar. Wat mij betreft,
+de verandering verheugde mij zeer, 't was voor mij een groot verschil:
+knecht te zijn van een burgerman of bediende bij een ridder.
+
+Mijn nieuwe patroon was iemand met een zacht, beminnelijk humeur en een
+goed verstand. Als jongere zoon van een meer beroemd dan rijk huis,
+moest hij leven op kosten van een oude tante, die in Tolédo woonde,
+hem als haar zoon lief had en goed voor hem zorgde. Hij kwam in de
+voornaamste kringen en bezocht vooral dikwijls de markiezin van
+Alménara. Dat was een weduwe van twee en zeventig jaar met zulke
+aangename manieren en zooveel geest, dat ze den geheelen adel van
+Cordova aantrok.
+
+Op een avond, dat mijn meester van haar terug kwam, was hij in een
+buitengewoon aangename stemming. "Mijnheer," zei ik, "mag uw getrouwe
+dienaar vragen, of u vanavond ook iets ongewoons overkomen is?"
+
+Hij antwoordde mij, dat hij een ernstig gesprek had gehad met
+de markiezin van Alménara. Lachend vroeg ik, of die beminnelijke
+zeventigjarige hem misschien een liefdesverklaring had gedaan. "Het
+is geen spotternij," zei hij, "maar de markiezin bemint mij. Ze heeft
+op de volgende manier tot mij gesproken: "Ik weet, dat ge weinig
+fortuin hebt en ik ken uw adel; ik heb een groote genegenheid voor u
+en ik ben van plan u te trouwen, daar ik geen ander middel weet, om
+u op behoorlijke wijze rijk te maken. Ik weet wel, dat dit huwelijk
+mij in de oogen van de wereld belachelijk zal maken, dat men kwaad
+van mij zal spreken, van mij zeggen zal, dat ik een oude gekkin ben,
+om weer te willen trouwen, maar dat is mij onverschillig. Het eenige,
+wat ik vrees is, dat gij mijn gevoelens niet deelt."
+
+De markiezin deelde mij nog mee, dat ze zeer aanzienlijke goederen
+bezit, wat ik trouwens reeds wist en dat ze mij daarmee bij haar
+leven gaarne gelukkig zou maken.
+
+"Gij hebt zeker maar besloten haar aan te nemen?" vroeg ik.
+
+"Kunt ge daar nog aan twijfelen?" antwoordde hij. "De markiezin is
+niet alleen enorm rijk, maar ze is ook een goede en verstandige vrouw,
+dus zou ik mijn verstand wel moeten hebben verloren, indien ik geen
+gebruik maakte van deze gelegenheid."
+
+Het plan van mijn meester juichte ik sterk toe en ik gaf hem zelfs
+den raad om haast te maken met de uitvoering, omdat de zaak anders
+nog wel eens zou kunnen misloopen.
+
+Gelukkig zette de dame zelve er spoed achter en gaf hare orders zóó,
+dat de toebereidselen tot het huwelijk reeds spoedig waren genomen.
+
+Zoodra men in de stad Cordova wist, dat de oude markiezin d'Almenara
+voornemens was te trouwen met den jongen don Manrique de Médrana,
+begon men met de weduwe te bespotten, maar zij liet zich daardoor
+niet van haar plan afbrengen. Zij liet de menschen in de stad praten
+en volgde haren ridder naar het altaar. Hun bruiloft werd schitterend
+gevierd en gaf opnieuw stof aan de kwaadsprekers, die meenden, dat
+een dergelijke pracht en praal niet paste aan zulk een oud mensch.
+
+Nadat het bal afgeloopen was, gingen de jonggehuwden naar een kamer,
+met een kamenier en mij. De oude dame zei daarop tot mijn meester: "Don
+Manrique, dit is uw slaapkamer, de mijne is in een ander gedeelte van
+het huis; den nacht zullen wij ieder in onze eigen kamer doorbrengen,
+over dag zullen wij leven als moeder en zoon."
+
+Toen mijn meester uit beleefdheid wilde tegenspreken, herinnerde
+zij hem er aan, dat ze hem alleen had getrouwd om hem in het bezit
+te stellen van de voordeelen van hare goederen en in ruil daarvoor
+vroeg zij niet anders dan zijn vriendschap.
+
+Na die woorden verliet ze met haar kamenier het vertrek.
+
+Verbaasd bleven mijn meester en ik achter. "Wat zegt ge wel van zulk
+een dame?" vroeg hij. "Mijnheer," zei ik, "welk een geluk haar te
+bezitten. U hebt er alleen de voordeelen van en niet de lasten."
+
+Don Manrique zei nog, dat hij van plan was haar door oplettende
+zorgen voor zooveel goedheid te beloonen. Daarop zocht hij zijn mooi
+bed op en het zal wel geen teleurstelling voor hem zijn geweest,
+dat hij daar alleen moest slapen.
+
+Het was een zeer gelukkig huwelijk en mijn meester was van een
+armen ridder plotseling een zeer rijk man geworden. De echtgenooten
+spraken den volgenden avond af, dat ze, zonder elkaar te hinderen,
+zouden blijven leven als voor hun huwelijk. Toch mag ik dezen lof
+niet aan don Manrique onthouden, hij deed n.l. voor zijn vrouw wat
+weinig anderen in zijn plaats zouden hebben gedaan; hij liet een
+vriendinnetje in den steek waarvan hij hield omdat hij in niets bij
+zijn vrouw achter wilde staan wat consideratie betreft. Het voordeel,
+dat ik daarbij had, was dat ik na eenigen tijd zijn secretaris werd
+op een jaarwedde van vierhonderd kronen.
+
+Op zekeren dag kreeg mijn meester een brief uit Tolédo, waarin hem werd
+medegedeeld, dat dona Théodora Muscoso, zijn tante, op haar uiterste
+lag. Dadelijk ging hij haar opzoeken en behalve mij nam hij nog een
+knecht en een lakei mee. Wij reden op de beste paarden uit zijn stal
+en waren spoedig te Tolédo, waar wij de oude dame in beteren toestand
+vonden dan wij dachten. Niettegenstaande de uitspraak van den ouden
+dokter, die haar behandelde, begon zij in beterschap toe te nemen,
+minder misschien door de geneesmiddelen dan door het gezelschap van
+haar lieven neef.
+
+Ik zocht mij in die vreemde plaats zoo goed mogelijk te amuseeren. Met
+eenige jongelieden, die ik had leeren kennen, bezocht ik feesten en
+ook gingen wij wel eens naar plaatsen, waar gespeeld werd. Maar ik
+was niet zoo'n handige speler, als don Abel, mijn vorige meester, die
+altijd won. Ik daarentegen verloor steeds, maar ik kreeg een zekeren
+hartstocht voor het spel en het zou misschien verkeerd met mij en de
+kas van mijn meester zijn afgeloopen, wanneer wij niet gered waren
+geworden door de liefde. Op een dag zag ik door de vensters van een
+groot huis een jong meisje, dat mij meer een godin scheen, dan een
+sterveling. Ik zou mij nog van een sterkere uitdrukking bedienen,
+indien er een was, om u juist uit te drukken, welk een indruk haar
+verschijning op mij maakte. Dadelijk informeerde ik en ik vernam, dat
+zij Béatrix heette en kamenier was bij dona Julia, de jongste dochter
+van den graaf de Polan. Niet lang daarna bood ik haar mijn hand aan,
+maar daar wij met het oog op onze positie, den eersten tijd nog niet
+mochten trouwen, besloten wij in stilte te huwen. Dat gebeurde dan
+ook in tegenwoordigheid van Lorença Séphora en eenige andere personen
+uit het gevolg van den graaf de Polan.
+
+Eenige malen op den dag had ik gelegenheid mijn vrouw te zien en 's
+nachts kwamen wij samen in den tuin. Van een kleine deur, waardoor
+ik daarin kon komen, had zij mij den sleutel gegeven. Nooit zijn
+een paar jonggetrouwden zoo gelukkig geweest, als Béatrix en ik
+waren. Maar de jaloezie kwam ons geluk verstoren. Op een nacht werd ik
+zeer verschrikt, doordat ik het deurtje open vond. In de duisternis
+naderde ik het prieeltje, waarin ik gewoon was, met mijn vrouw te
+spreken. Ik hoorde een mannestem zeggen: "Laat mij dus niet langer
+verlangen, mijn waarde Béatrix. Maak mijn geluk volkomen. Bedenk, dat
+uw fortuin er mee gemoeid is." Inplaats van geduld te hebben en verder
+te luisteren, meende ik, dat het niet noodig was, meer te hooren;
+een woedende jaloezie maakte zich van mij meester. Ik dorstte slechts
+naar wraak en met uitgetrokken degen, trad ik binnen. "Lafaard!" riep
+ik. "Wie ge ook zijn moogt, ge zult mij eerst het leven moeten benemen,
+voor ge mij van mijn eer kunt berooven."
+
+De vreemdeling trok ook zijn degen en verdedigde zich als iemand,
+die al spoedig de wapens beter machtig bleek dan ik--trouwens ik had
+slechts eenige schermlessen ontvangen te Cordova.
+
+Maar welk een vechtersbaas hij was, hij kon een stoot van mij niet
+afweren, of liever gezegd, hij deed een verkeerden pas; en niets
+anders denkende, dan dat ik hem doodelijk had getroffen, snelde ik weg,
+zonder Béatrix te antwoorden, die mij met luide stem riep.
+
+Hier werd Scipio in de rede gevallen door zijn vrouw, die zei: "Ja,
+ik riep om 't misverstand op te helderen. De heer met wien mijn man
+mij hoorde spreken, was don Fernand de Leyva. Deze, die mijn meesteres
+Julia liefhad, had het plan gevormd haar te schaken, omdat hij haar
+niet op een andere wijze meende te kunnen krijgen. Hij had mij een
+onderhoud gevraagd in den tuin om mijn medewerking te vragen waarvan,
+naar hij verzekerde, mijn fortuin zou afhangen. Of ik mijn man al
+riep, hij was verblind van toorn en verliet mij alsof ik hem ontrouw
+was geworden."
+
+Scipio vervolgde hier weer zijn verhaal: "In den toestand, waarin
+ik mij bevond, was ik tot alles in staat. Zij, die bij ondervinding
+weten, wat de jaloezie is en welke uitwerking ze heeft, zelfs op de
+grootste geesten, zullen zich niet verwonderen over de verwarring in
+mijn zwakke hersenen. Van het eene uiterste viel ik in het andere. Voor
+de teederheid, die ik, een oogenblik tevoren, nog voor mijn vrouw had
+gevoeld, was haat in de plaats gekomen. Ik deed een eed, dat ik haar
+zou verlaten en uit mijn gedachten verbannen.
+
+Bovendien meende ik een moord te hebben begaan, en om niet in de
+handen van de justitie te vallen, vluchtte ik dus uit Tolédo. Niets
+anders had ik bij mij dan mijn kleeren en gelukkig had ik in mijn
+zak ongeveer honderd pistolen.
+
+Den geheelen dag liep ik door en 's morgens kwam ik in het dorp
+Muqueda. Daar vond ik een ezeldrijver, die met vier muilezels naar
+Madrid moest. Ik maakte een accoord met hem en besteeg een van
+de dieren.
+
+Nauwelijks waren wij buiten het dorp of de ezeldrijver hief een
+kerkzang aan. Hoewel hij mij doof schreeuwde, riep ik: "Vooruit maar,
+mijn vriend. Indien de hemel u goede longen heeft gegeven, moet ge
+niet nalaten daarvan een goed gebruik te maken."
+
+"O, wat dat betreft, dat doe ik goddank altijd. Ik ben niet zooals de
+meeste voerlieden, die lichtzinnige en gemeene liedjes zingen. Niet
+eens zing ik romances op onze krijgslieden tegen de Mooren, want al
+zijn die niet onzedelijk, ze zijn toch ijdel en passen een Christen
+niet."
+
+Die reinheid van zeden in een ezeldrijver vond ik tamelijk
+zeldzaam. "Maar zeg mij, vriend, hebt ge ook een gelofte van
+kuischheid afgelegd voor 't geval ge in logementen komt met jeugdige
+dienstboden?" "Natuurlijk," antwoordde hij, "ik denk daaraan niets
+anders dan aan de verzorging van mijn muilezels."
+
+Tegen het einde van den dag kwamen wij aan te Illescas. Toen wij in het
+logement kwamen, liet ik aan mijn metgezel de zorg voor onze muilezels
+over en ik ging zelf de keuken binnen, waar ik den waard last gaf een
+goed souper te bereiden, wat hij beloofde zoo uitstekend te doen, dat
+ik mij mijn gansche leven zou herinneren bij hem te hebben gelogeerd.
+
+Terwijl de waard het eten klaarmaakte, ging ik naar de eetzaal, waar
+ik mij uitstrekte op een ruststoel, die daar stond en daar ik den
+vorigen nacht niet geslapen had, viel ik van vermoeienis in slaap. Na
+twee uren kwam mijn metgezel mij roepen met de mededeeling dat ons
+avondeten gereed was.
+
+Wij gingen aan tafel zitten en men bracht ons hazepeper. Ik vond dien
+buitengewoon goed, misschien deed mijn groote eetlust mij zoo gunstig
+oordeelen, of mogelijk kwam het wel door de goede bereiding. Daarna
+kregen wij een schapenbout en daar de ezeldrijver alleen van het
+laatste gerecht zich bediende en het eerste onaangeroerd had gelaten,
+vroeg ik de oorzaak daarvan. Glimlachend antwoordde hij mij, dat
+hij niet van hazepeper hield. Dat antwoord of liever de glimlach,
+waarmee hij het deed vergezeld gaan, kwam mij geheimzinnig voor. "Ge
+verbergt mij," zei ik, "de ware redenen, waarom ge niet van dien
+hazepeper hebt gegeten. Doe mij genoegen en deel mij die mee." "Omdat
+ge zoo benieuwd zijt het te weten," antwoordde hij, "zal ik u zeggen,
+dat ik een tegenzin heb in dat soort van eten, sinds ik eens op een
+avond tusschen Tolédo en Cuença heb gezien, dat men een gebakken kater
+gebruikte om er hazepeper van te maken." Hij had die woorden nog niet
+gesproken, of niettegenstaande al mijn honger, was mijn eetlust opeens
+verdwenen. Ik stond woedend van tafel op en verwenschte den hazepeper,
+den waard en zijn logement.
+
+'s Nachts sliep ik beter dan ik verwacht had en den volgenden morgen
+gingen we vroeg op weg. Ik was zoo vol van den hazepeper van den
+vorigen dag dat ik alle beesten, die ik tegenkwam, voor katers aanzag.
+
+Zoodra ik in Madrid was aangekomen en mijn drijver had betaald,
+huurde ik een gemeubileerde kamer. Hoewel ik aan het leven in groote
+steden gewoon was, verbaasde mij toch de pracht, die zich hier aan
+mij vertoonde. Vooral in de nabijheid van het hof raakte ik niet
+uitgekeken.
+
+Het gelukte mij niet spoedig een betrekking te vinden en daar mijn
+geld intusschen opraakte, moest ik mij met al mijn verdiensten tevreden
+stellen met een betrekking bij iemand, die zich letterkundige noemde,
+te Salamanca woonde en voor een familie-aangelegenheid naar Madrid
+was gekomen.
+
+Mijn nieuwe patroon heette don Ignacio de Ipigna. Hij noemde zich
+"don", omdat hij onderwijzer was geweest van een hertog, die hem uit
+dankbaarheid een jaarlijksch pensioen had geschonken. Hij had ook nog
+een pensioen als oud-onderwijzer aan een school en bovendien trok
+hij ieder jaar van het publiek twee- of driehonderd pistolen door
+boeken over moraal, die hij de gewoonte had, te laten drukken. De
+wijze waarop hij zijn werken samenstelde, verdient wel vermeld te
+worden. De beroemde don Ignacio bracht bijna den geheelen dag door
+met het lezen van Hebreeuwsche, Grieksche en Latijnsche schrijvers en
+schreef op kleine vierkante papiertjes alle spreuken of schitterende
+gedachten, die van zijn gading waren. Die papiertjes werden dan door
+mij aan een ijzerdraad geregen, dat den vorm had van een guirlande
+en iedere guirlande vormde een deel.
+
+Wat maakten wij een boeken! De persen zuchtten er onder!
+
+Het ergste was echter, dat hij zijn compilaties voor nieuw en
+oorspronkelijk werk uitgaf. Wanneer de beoordeelaars hem verweten,
+dat hij de ouden plunderde, antwoorde hij met een fier "Furto laetamur
+in ipso."
+
+Intusschen profiteerde ik wel bij dien geleerde; het zou ondankbaar
+zijn, dat niet te erkennen. Ik begon beter te schrijven, omdat ik
+zijn werk moest copieeren. Hij behandelde mij meer als een leerling
+dan als een bediende. Hij zorgde niet alleen voor de vorming van
+mijn geest, maar ook voor mijn zeden. "Scipio," zei hij, wanneer hij
+toevallig hoorde van een of ander schelmstuk, dat door een bediende
+was uitgehaald, "pas op, mijn jongen, dat je zulk een voorbeeld niet
+volgt. Een knecht moet zijn meester dienen met evenveel trouw als ijver
+en deugdzaam worden door het werk, wanneer hij het niet is van natuur."
+
+In één woord, don Ignacio liet geen gelegenheid voorbijgaan, om te
+trachten mij te verbeteren en zijn pogingen hadden zulk een goede
+uitwerking, dat ik niet den minsten aandrang gevoelde hem beet te
+nemen gedurende de vijftien maanden, dat ik bij hem woonde.
+
+Mijn meester had een familielid in Madrid genaamd Catalina, die in
+betrekking was bij de min van den prins en van wier tusschenkomst ik
+mij indertijd ook heb bediend om de bevrijding van den heer Gil Blas
+uit den toren van Ségovië te bewerken. Deze Catalina nu wist door
+hare meesteres gedaan te krijgen, dat don Ignacio benoemd werd tot
+het aartsdekenaat te Granada. Zoodra wij de tijding kregen, vertrokken
+wij naar Madrid omdat mijn meester zijn weldoener wilde bedanken. Ik
+had gelegenheid om Catalina te zien en te spreken en--vergeef mij
+waarde Béatrix, want ik meende toen, dat ge mij ontrouw waart--wij
+werden op elkaar verliefd.
+
+Na eenigen tijd maakte mijn meester aanstalten om naar Granada te gaan,
+maar Catalina en ik zagen tegen een scheiding op en dus zonnen wij op
+een middel om die te voorkomen. Ik deed alsof ik ziek was, ik klaagde
+over mijn hoofd, over mijn borst, over alle mogelijke kwalen. Don
+Ignacio liet een dokter komen, waar ik zeer tegen opzag, omdat ik
+vreesde, dat die man wel dadelijk zou ontdekken, dat ik volstrekt niet
+ziek was. Maar gelukkig voor mij en alsof wij het eens waren, zei hij
+na mij goed te hebben opgenomen, dat mijn ziekte ernstiger was dan
+men dacht en dat ik langen tijd mijn kamer zou moeten houden. Mijn
+meester, die begeerig was om naar zijn nieuwe woonplaats te gaan,
+kon om mij zijn vertrek niet uitstellen, hij gaf er de voorkeur aan
+een anderen jongen in zijn dienst te nemen. Hij vertrouwde mij toe
+aan de zorg van een verpleegster aan wie hij een som gelds gaf om mij
+te laten begraven wanneer ik stierf, of om mijn diensten te beloonen
+voor het geval, dat ik van mijn ziekte genas.
+
+Zoodra ik wist, dat don Ignacio naar Granada was, genas ik dadelijk
+van al mijn kwalen. Ik stond op, stuurde mijn dokter weg, die zooveel
+scherpzinnigheid bezat en ontdeed mij van mijn verpleegster, die
+mij meer dan de helft had ontstolen van het geld, dat ze voor mij
+had gekregen.
+
+Intusschen had Catalina hare meesteres Anna de Guevara verteld,
+dat ik bewonderenswaardig geschikt was voor allerlei intriges. Deze
+dame had zulke personen noodig voor hare winstgevende ondernemingen
+en zij nam mij onder haar personeel op. Zij gaf mij verschillende
+opdrachten, die een weinig handigheid vereischten en ik mag zeggen,
+dat ik mij daarvan niet slecht kweet. Zij was spoedig zoo tevreden
+over mij als ik onvoldaan was over haar. De dame was zoo gierig,
+dat ik niet het minste profijt trok van wat ze door mijn werk ontving.
+
+Ik had dan ook al spoedig lust om weg te gaan, maar werd daarvan
+teruggehouden door Catalina, die met den dag verliefder op mij werd
+en mij eindelijk formeel voorstelde haar te trouwen.
+
+"Aanbiddelijke schoone," zei ik, "dat gaat zoo niet; ik moet eerst
+den dood vernemen van een jeugdige persoon, die u voor is geweest en
+van wie ik de echtgenoot ben geworden."
+
+"Maak dat anderen wijs!" riep ze. "Je wilt me vertellen, dat je
+getrouwd bent. Waarom? Alleen omdat je er een tegenzin in hebt om
+mij tot vrouw te nemen."
+
+Tevergeefs trachtte ik haar ervan te overtuigen, dat ik de waarheid
+sprak. Ze gevoelde zich beleedigd en veranderde ten opzichte van mij.
+
+Onder die omstandigheden vernam ik, dat er een lakei noodig was bij
+den heer Gil Blas de Santillano, secretaris van den eersten minister
+en die betrekking stond mij zeer aan. Men zei mij, dat de heer de
+Santillano iemand was van groote verdiensten, zeer in de gunst bij
+den hertog de Lerme en bovendien edelmoedig. Ik liet deze gelegenheid
+niet ongebruikt voorbijgaan en ging mij presenteeren bij den heer
+Gil Blas, die mij op mijn gezicht aannam en die, de hemel geve het,
+mijn laatste meester zal zijn."
+
+Hier eindigde Scipio en richtte zich daarna uitsluitend tot mij:
+"Mijnheer de Santillano, doe mij het genoegen voor de dames te
+getuigen, dat ge mij steeds hebt gekend als een even ijverigen,
+als trouwen dienaar. Ik heb behoefte aan uw getuigenis, om haar te
+overtuigen, dat de zoon van Coscolina zijn zeden heeft gebeterd en
+zijn slechte neigingen bedwongen."
+
+"Ja dames," zei ik toen, "daar kan ik u voor instaan. Indien Scipio
+in zijn jeugd een deugniet is geweest, hij heeft zich sedert dien
+tijd zoo veranderd, dat hij het model is geworden van een volmaakten
+bediende. Wel verre van hem iets te kunnen verwijten in zijn gedrag
+tegenover mij, moet ik eerder bekennen, dat ik groote verplichtingen
+aan hem heb. In den nacht, dat men mij oplichtte en naar den toren
+van Ségovië bracht, redde hij uit de plundering een gedeelte van
+mijn geld en bracht dat in veiligheid. Hij had het zich ongestraft
+kunnen toeëigenen. Hij bepaalde er zich niet toe, om voor mijn geld
+te zorgen; alleen uit vriendschap voor mij, liet hij zich met mij in
+de gevangenis opsluiten. Boven de begeerlijkheden der vrijheid gaf
+hij er de voorkeur aan met mij mijn verdriet te deelen."
+
+
+
+
+
+
+ELFDE BOEK
+
+
+HOOFDSTUK I
+
+Van de grootste vreugde, die Gil Blas ooit gekend heeft en van het
+treurig ongeluk, dat daarop volgde. Van de veranderingen, die aan
+het hof plaats hadden en waardoor Gil Blas er terugkeerde.
+
+
+Scipio en ik waren te beminde echtgenooten, om niet spoedig vader
+te zijn. Béatrix bracht een meisje ter wereld en eenige dagen later
+overlaadde Antonia ons allen met vreugde door mij een zoon te schenken.
+
+Ik zond Scipio naar Valencia, om deze gelukkige tijding aan den
+gouverneur te gaan meedeelen. Deze kwam zelf met zijn vrouw over om
+de kinderen ten doop te houden. Mijn zoon werd Alphonse genoemd en
+het dochtertje van Scipio Séraphine.
+
+De geboorte van mijn zoon verheugde niet alleen de bewoners van het
+kasteel, ook de inwoners van het dorp vierden feest. Maar helaas,
+onze vreugde was niet van langen duur, of liever gezegd, ze ging
+spoedig over in weenen en klagen, door het ongeluk dat twintig jaren
+lang mij nog niet hebben kunnen doen vergeten. Mijn zoon stierf en
+zijn moeder, hoewel de bevalling voorspoedig was geweest, volgde hem
+spoedig. Een hevige koorts nam na een huwelijk van veertien maanden
+mijn lieve vrouw weg.
+
+Het verdriet, dat ik had, is niet te beschrijven, ik viel in een soort
+van verdooving, in een staat van gevoelloosheid. Vijf of zes dagen
+was ik in dien toestand; ik weigerde alle voedsel en zonder Scipio
+geloof ik, dat ik zou zijn doodgehongerd. Maar deze slimme secretaris
+bedacht een middel om mij versterkende middelen te geven; hij bood
+ze mij n.l. met zoo'n somber gezicht aan, dat het den schijn had of
+ze mijn droefheid moesten in stand houden in plaats van mijn leven.
+
+Die trouwe dienaar schreef ook aan don Alphonse, om hem mededeeling
+te doen van het ongeluk, dat mij had getroffen en van den toestand,
+waarin ik verkeerde. Mijn edelmoedige vriend kwam dadelijk naar Lirias
+en ik zal onze ontmoeting nooit vergeten. "Beste Santillano," zei hij,
+"ik kom niet om je te troosten maar om met je te weenen over Antonia,
+zooals gij met mij Séraphine zoudt beweenen, indien ze van mij werd
+weggenomen."
+
+Hoe gebukt ook onder mijn smart, ik gevoelde toch levendig zijn
+goedheid.
+
+Don Alphonse had een lang onderhoud met Scipio over hetgeen ze konden
+doen om mij te onttrekken aan mijn verdriet. Zij meenden, dat het beter
+voor mij zou zijn indien ik mij eenigen tijd verwijderde van Lirias,
+waar alles mij zonder ophouden aan Antonia herinnerde. De gouverneur
+stelde mij voor met hem naar Valencia te gaan en ook Scipio drong
+daarop zoo sterk aan, dat ik toegaf.
+
+Toen ik te Valencia was, deden ook don César en zijn schoondochter
+al het mogelijke om mij te troosten, maar het mocht hun niet gelukken
+mijn droefgeestigheid te verdrijven. Scipio kwam dikwijls van Lirias
+om te zien hoe het met mij ging.
+
+Op een morgen kwam hij mijn kamer binnenloopen en zei: "Mijnheer, er
+is door de stad een gerucht verspreid, dat van de grootste beteekenis
+is voor de geheele monarchie; men zegt, dat koning Filips niet meer
+leeft en dat zijn zoon den troon heeft bestegen. Men voegt er aan toe,
+dat de kardinaal, hertog de Lerme, zijn post heeft verloren en dat don
+Gaspard de Guzman, graaf van Olivarez, eerste minister is geworden."
+
+Door die tijding voelde ik mij een weinig bewogen, ik wist zelf niet
+waarom. Scipio, die dat zag, vroeg of ik geen belang stelde in die
+verandering.
+
+"Welk belang zou ik er in stellen?" vroeg ik. "Ik heb het hof verlaten
+en alle veranderingen daar moeten mij onverschillig zijn."
+
+"Voor een man van uw leeftijd, zijt ge wel wat te beu van de wereld,"
+zei hij. "In uw plaats zou ik een levendig verlangen hebben."
+
+"Welk verlangen?"
+
+"Wel ik zou naar Madrid gaan en den jongen koning mijn gezicht
+toonen om te zien of hij mij nog herkende. Dat genoegen zou ik mij
+verschaffen."
+
+"Ik begrijp je al, je zou willen, dat ik naar het hof terugkeerde om
+er opnieuw mijn fortuin te beproeven, of liever om er weer gierig en
+eerzuchtig te worden."
+
+"Waarom zou uw karakter er opnieuw bedorven worden? Heb meer vertrouwen
+in uw eigen deugden!"
+
+Glimlachend vroeg ik: "Ben je het moe mij zulk een rustig leven te
+zien leiden? Ik dacht, dat mijn rust je meer waard was."
+
+Onder dit gesprek kwamen don César en zijn zoon binnen. Zij bevestigden
+de tijding van den dood van den koning en den val van den hertog
+de Lerme. Ze wisten voorts nog mee te deelen, dat de hertog, die
+toestemming had gevraagd om naar Rome te gaan, deze niet had kunnen
+krijgen en dat hem last was gegeven zich terug te trekken op zijn
+landgoed te Denia.
+
+Vervolgens alsof zij in overeenstemming met Scipio handelden, gaven
+zij mij den raad naar Madrid te gaan om mij aan den jongen koning
+te vertoonen, die mij kende en wien ik zelfs diensten had bewezen,
+die vorsten gaarne beloonen.
+
+"Wat mij betreft," zei don Alphonse, "ik twijfel er niet aan of Filips
+de Vierde zal de schulden betalen, die hij als prins maakte."
+
+"Ik ben van het zelfde gevoelen," zei don César, "en ik zie in een
+bezoek van Santillano aan het hof het middel voor hem om tot hooge
+posten te worden geroepen."
+
+"Waarlijk heeren!" riep ik, "ik geloof niet, dat ge goed nadenkt, over
+hetgeen ge zegt. Als men u hoort, zou ik mij naar Madrid hebben te
+begeven, om dadelijk een man van gewicht te zijn. Maar ge dwaalt. Ik
+ben er integendeel van overtuigd, dat de koning geen acht op mij zou
+slaan, indien ik mij vertoonde. Daarvan zou ik u, om u te overtuigen,
+wel de proef willen geven."
+
+De heeren de Leyva hielden mij aan mijn woord en dwongen mij nu de
+belofte af, dat ik mij dadelijk naar Madrid zou begeven.
+
+Zoodra mijn secretaris mij besloten zag dien tocht te ondernemen,
+verheugde hij zich ten zeerste. Hij verbeeldde zich, dat ik
+onmiddellijk na mijn verschijnen aan het hof met eerbewijzen en
+weldaden zou worden overladen.
+
+Ik besloot dus naar het hof terug te keeren niet met het plan
+de fortuin weer te beproeven, maar om don César en zijn zoon
+tevreden te stellen. Het is waar, dat ik in den grond van mijn hart
+eenige nieuwsgierigheid gevoelde om te weten of de jonge vorst mij
+herkende. Overigens vertrok ik naar Madrid zonder hoop en zonder plan
+eenig voordeel van de nieuwe regeering te trekken. Scipio vergezelde
+mij; de zorg voor het kasteel hadden wij overgelaten aan Béatrix,
+die een goede huishoudster was.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II
+
+Gil Blas begeeft zich naar Madrid; hij verschijnt aan het hof;
+de koning herkent hem en beveelt hem bij zijn eersten minister
+aan. Gevolg van die aanbeveling.
+
+
+Nog geen acht dagen later reisden wij naar Madrid; don Alphonse had
+ons twee van zijn beste paarden gegeven, om sneller te kunnen gaan. Wij
+gingen logeeren bij Vincent Forero, die ons van vroeger kende.
+
+Daar deze hotelhouder er op uit was, om alles te weten wat er
+aan het hof en in de stad voorviel, vroeg ik hem welk nieuws er
+was. "Heel wat," antwoordde hij; "sinds den dood van den koning,
+hebben de vrienden en partijgangers van den hertog de Lerme alles
+gedaan, om hem in zijn waardigheid te herstellen, maar hunne pogingen
+zijn vergeefsch geweest; de graaf van Olivarès heeft het van hen
+gewonnen. Men beweert, dat Spanje bij die wisseling niet heeft verloren
+en dat de nieuwe minister zooveel talent bezit, dat hij wel de wereld
+zou kunnen regeeren. Zeker is het, dat het volk zeer hooge gedachten
+van hem heeft."
+
+Twee dagen na mijn aankomst te Madrid, ging ik naar het hof en ik
+zorgde op zijn weg te zijn, toen hij naar zijn kabinet ging. Maar
+hij zag mij niet. Den volgenden dag keerde ik op dezelfde plaats
+terug, maar ik was niet gelukkiger. Den derden dag wierp hij in
+het voorbijgaan, een blik op mij, maar hij scheen niet de minste
+aandacht aan mijn persoon te schenken. Daar trok ik partij van. "Je
+ziet wel," zei ik tegen Scipio, die mij vergezelde, "dat de koning
+mij niet herkent of indien hij het misschien wel deed er zich niet
+om bekommert, om de kennismaking met mij te hernieuwen. Ik geloof,
+dat wij maar goed zullen doen, als we weer naar Valencia gaan."
+
+"Laten wij daar niet zoo'n haast mee maken, mijnheer, u weet beter dan
+ik, dat men aan het hof slechts slaagt, indien men geduld heeft. Blijf
+u aan den jongen koning vertoonen, dan moet hij u wel nauwkeuriger
+opnemen en dan zal hij zich ongetwijfeld uw werk bij de schoone
+Catalina herinneren."
+
+Opdat Scipio mij niets te verwijten zou hebben, bleef ik het drie
+weken volhouden, om geregeld aan het hof te verschijnen en op zekeren
+dag werd de koning door mijn gezicht getroffen en liet hij mij roepen.
+
+Ik trad zijn kabinet binnen, wel eenigszins zenuwachtig, mij alleen
+te bevinden met mijn vorst.
+
+"Wie zijt gij?" vroeg hij. "Uw trekken komen mij niet onbekend
+voor. Waar kan ik u hebben gezien?"
+
+"Sire. Ik heb de eer gehad u eens op een nacht met den graaf de Lemos
+te begeleiden naar...."
+
+"Ah! Ik herinner het mij; gij waart de secretaris van den hertog
+de Lerme en uw naam is, als ik mij niet bedrieg, Santillano. Ik heb
+niet vergeten, dat ge mij bij die gelegenheid diensten hebt bewezen
+en dat ge daarvoor slecht zijt beloond geworden. Zijt ge niet in de
+gevangenis geweest voor dat avontuur?"
+
+"Ja Sire," antwoordde ik, "ik ben zes maanden in Ségovia opgesloten
+geweest, maar door uwe goedheid werd ik bevrijd."
+
+"Daarmee is onze rekening niet vereffend. 't Was niet voldoende u
+in vrijheid te stellen; op andere wijze zal ik goedmaken, wat ge uit
+liefde voor mij hebt geleden."
+
+Toen de vorst die laatste woorden had uitgesproken, kwam de graaf van
+Olivarès in het kabinet. Hij was verbaasd daar een onbekende te zien en
+zijn verwondering nam nog toe, toen de koning zei: "graaf, ik beveel
+u dezen jongen man aan, wil er voor zorgen, dat hij vooruit komt." De
+minister boog en nam mij van het hoofd tot de voeten op, zeer benieuwd,
+te weten wie ik was. De koning gaf mij een wenk om te vertrekken en
+zei: "Mijn vriend, de minister zal niet nalaten een nuttig gebruik
+van uw diensten te maken en daarbij aan uw belangen te denken."
+
+Ik verliet het kabinet en trad op Scipio toe, die zeer verlangend
+was om te vernemen, wat de koning had gezegd.
+
+"Naar uw gezicht te oordeelen," zei hij, "zullen wij inplaats van
+naar Valencia terug te keeren, wel hier blijven wonen." Woord voor
+woord vertelde ik hem daarna het korte onderhoud, dat ik met den
+koning had gehad.
+
+"Beken nu maar," riep hij, "dat ik u geen slechten dienst heb bewezen,
+door aan te dringen op uw reis naar Madrid. Reeds zie ik u in een
+prachtige positie. Ge zult de Calderone worden van den graaf van
+Olivarès."
+
+"Dat zou ik niet willen. Liever had ik een plaats, waar ik geen
+gelegenheid had, om onrechtvaardigheden te begaan, of misbruik te
+maken van de goedheid van den koning. Na het gebruik, dat ik in het
+verleden van mijn positie heb gemaakt, kan ik mij niet genoeg wachten
+voor de gierigheid en de eerzucht."
+
+"De minister," zei Scipio, "zal u wel een goede betrekking geven,
+die ge kunt vervullen zonder op te houden een eerlijk man te zijn."
+
+Den volgenden morgen ging ik naar den graaf die gewoon was vóór
+zonsopgang audiëntie te verleenen. Ik ging in een hoek van de zaal
+staan en daar nam ik den graaf goed op, want ik had in het kabinet van
+den koning weinig aandacht aan zijn persoon kunnen schenken. Hij was
+een groote man, niet knap van uiterlijk. Alle menschen, die met hem
+moesten spreken, ontving hij met zekere welwillendheid en vriendelijk
+nam hij de verzoekschriften in ontvangst, die men hem aanbood. Toen
+het echter mijn beurt was om hem te naderen, wierp hij mij een koelen
+blik toe, keerde mij den rug toe zonder zich te verwaardigen mij aan
+te hooren en ging weer in zijn kabinet. Ik vond hem toen nog leelijker
+dan hij door de natuur reeds was en verliet de zaal, zeer verbaasd
+over zulk een ontvangst, en niet wetende, wat ik er van moest denken.
+
+"Weet je," vroeg ik aan Scipio, die mij buiten opwachtte, "welke
+ontvangst men mij heeft bereid?"
+
+"Neen," antwoordde hij, "maar dat is niet moeilijk te raden. De
+minister zal u overeenkomstig den wensch van den koning een mooie
+betrekking hebben aangeboden." "Daar bedrieg je je in," antwoordde
+ik en vertelde hem vervolgens wat er was gebeurd.
+
+Hij luisterde aandachtig toe en zei daarop: "De graaf moet u niet
+hebben herkend of voor een ander hebben aangezien. Ik raad u aan hem
+nog eens te bezoeken, dan zal hij u wel op een andere wijze ontvangen."
+
+Ik volgde den raad van mijn secretaris en bezocht den minister weer,
+die mij echter zoo mogelijk nog onbeleefder behandelde dan den
+eersten keer.
+
+Daarover was ik zoo verontwaardigd, dat ik onmiddellijk naar Valencia
+wilde teruggaan. Scipio verzette zich daartegen, hij kon nog maar
+niet besluiten zijn hoopvolle verwachtingen op te geven.
+
+"Zie je niet," vroeg ik hem, "dat de minister mij van het hof wil
+verwijderen? De koning heeft zijn genegenheid voor mij betuigd,
+maar die is niet voldoende om den tegenzin van zijn gunsteling te
+overwinnen. Laten wij dus dien geduchten vijand ontloopen."
+
+"In uw geval," antwoordde hij, "zou ik niet zoo gemakkelijk het terrein
+vrijlaten. Ik zou opheldering willen hebben over die ontvangst en mij
+bij den koning gaan beklagen, dat de minister zoo weinig acht heeft
+geslagen op zijn aanbeveling."
+
+"Dat is een slechte raad, mijn vriend, en het zou mij zeker berouwen,
+indien ik zulk een onvoorzichtigen stap deed. Zelfs ben ik er niet
+zeker van of ik niet eenig gevaar loop, door hier langer in de stad
+te blijven."
+
+Mijn secretaris begon na te denken. Hij zag in, dat wij met een man
+te doen hadden, die ons misschien naar den toren van Ségovië kon
+zenden en verzette zich dus niet langer tegen ons vertrek uit Madrid,
+dat wij besloten den volgenden dag te verlaten.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III
+
+Wat Gil Blas belette zijn voornemen uit te voeren en het hof te
+verlaten en van den gewichtigen dienst, dien Joseph Navarro hem bewees.
+
+
+Op den terugweg naar het hotel ontmoette ik Joseph Navarro, chef van
+dienst bij don Balthazar de Zuniga en mijn ouden vriend. Ik twijfelde
+een oogenblik, of ik zou doen alsof ik hem niet zag, dan wel of ik
+hem vergiffenis zou vragen, dat ik hem zoo slecht had behandeld. Ik
+besloot tot het laatste, groette en hield hem staande met de woorden:
+"herkent ge me? En wilt ge nog zoo goed zijn, om te spreken met iemand,
+die met ondankbaarheid uw vriendschap voor hem heeft vergolden?"
+
+"Ge bekent dus, dat ge niet goed tegenover mij hebt gehandeld?" vroeg
+hij.
+
+"Ja," antwoordde ik, "en ge zijt in uw recht, wanneer ge mij overlaadt
+met verwijten. Ik kan u echter verzekeren, dat het gebeurde mij
+oprecht spijt."
+
+"Als dat zoo is," riep Navarro, "dan zullen wij het gebeurde maar
+vergeten." En wij drukten elkaar hartelijk de hand.
+
+Hij had van mijn gevangenneming gehoord, maar wist niet, wat er
+verder met mij was gebeurd. Ik vertelde hem dat, deelde hem ook mee,
+dat ik een onderhoud had gehad met den jongen koning, sprak daarna
+van de slechte ontvangst bij den minister en van mijn voornemen,
+om de eenzaamheid weer te gaan opzoeken.
+
+"Ga in geen geval weg," zei hij; "dat de koning u zijn vriendschap
+heeft betuigd, moet u in ieder geval van groot voordeel zijn. Onder
+ons gezegd is de minister een fantastisch en eigenaardig heer;
+hij zit vol grillen. Soms, zooals in dit geval, gedraagt hij
+zich onuitstaanbaar en hij zelf alleen heeft den sleutel van zijn
+vreemdsoortige daden. Overigens, wat voor reden hij ook gehad kan
+hebben voor de slechte ontvangst, houd voet bij stuk en profiteer van
+de vriendschap van den koning. Vanavond zal ik er een paar woorden
+over spreken met don Balthazar de Zuniga, mijn meester, die de oom
+is van den graaf en nu met hem in de regeering zit."
+
+Navarro vroeg mij vervolgens nog mijn adres en daarna scheidden wij.
+
+Den volgenden dag al zag ik hem weer bij mij. "Mijnheer de Santillano,"
+zei hij, "ge hebt een beschermer, mijn meester wil u helpen. Na alles
+wat ik hem van u heb gezegd, heeft hij mij beloofd, met zijn neef over
+u te spreken en ik twijfel er niet aan of dat zal in uw voordeel zijn."
+
+Twee dagen later stelde Navarro mij voor aan don Balthazar, die
+mij zeer vriendelijk ontving. "Mijnheer de Santillano," zei hij,
+"uw vriend Joseph heeft mij zooveel goeds van u verteld, dat het mij
+een genoegen is, u van dienst te kunnen zijn."
+
+Ik maakte een diepe buiging en antwoordde, dat ik zeer veel
+verplichting had aan Navarro, die mij de protectie had verschaft van
+een staatsman, dien men met recht "den fakkel van den ministerraad"
+noemde.
+
+Bij dit vleiend antwoord klopte don Balthazar mij lachend op den
+schouder en zei: "Ge moet morgen nog maar eens naar den eersten
+minister gaan, dan zult ge wel beter over hem tevreden zijn."
+
+Zoo verscheen ik dus voor de derde maal bij den minister. Zoodra deze
+mij onder de menigte zag, wierp hij mij een blik toe, die vergezeld
+ging van een glimlach. Dat wekte bij mij de verwachting op van een
+betere ontvangst en deze werd niet bedrogen.
+
+Nadat de audientie was afgeloopen, liet de graaf mij in zijn kabinet
+gaan, waar hij zei: "Mijn vriend Santillano, neem mij niet kwalijk,
+dat ik, om mij te vermaken u eenige onaangename oogenblikken heb
+bezorgd. Ik wilde eens een proef met u nemen en zien, wat ge in uw
+boosheid zoudt doen. Ge hebt u zeker verbeeld niet in mijn smaak te
+vallen, maar ik kan u het tegendeel verzekeren. Ook al had de koning
+u niet bij mij aanbevolen, dan zou ik u toch hebben vooruitgeholpen
+uit eigen beweging. Bovendien heeft mijn oom, don Balthazar de Zuniga,
+wien ik niets kan weigeren, in uw belang gesproken."
+
+Na wat er vooraf gegaan was, was deze vriendelijke ontvangst mij
+dubbel aangenaam.
+
+"Kom in den namiddag hier terug en vervoeg u bij mijn intendant. Ik zal
+hem orders omtrent u geven." Met die woorden verliet de minister mij om
+naar gewoonte de mis te gaan hooren en daarna den koning te bezoeken.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV
+
+Gil Blas maakt zich bemind bij den graaf van Olivarès.
+
+
+Na den middag was ik terug bij den eersten minister en vroeg naar zijn
+intendant, die don Raimond Caporis heette. Zoodra ik mijn naam had
+genoemd, ontving hij mij met alle teekenen van eerbied. Hij verzocht
+mij hem te volgen en bracht mij naar een vleugel van de tweede
+verdieping. "Hier heeft de minister voor u een woning ingericht. Ge
+zult iederen dag op zijn kosten een tafel hebben van zes couverts,
+door zijn eigen personeel worden bediend en er zal steeds een koets
+tot uw beschikking zijn. Dat is nog niet alles, de minister heeft mij
+uitdrukkelijk bevolen dezelfde zorgen voor u te hebben, alsof ge tot
+zijn familie zoudt behooren."
+
+"Wat voor den duivel!" zei ik in stilte, "zou dat alles beteekenen? Hoe
+moet ik die onderscheidingen opvatten? Zou de minister zich weer ten
+koste van mij willen vermaken? Maar komt zoo iets eigenlijk wel te
+pas voor een minister van den kroon?"
+
+Terwijl ik zoo in die onzekerheid tusschen hoop en vrees zweefde, kwam
+een page mij zeggen, dat de graaf mij wenschte te zien. Onmiddellijk
+begaf ik mij naar zijn kabinet, waar ik hem alleen vond.
+
+"Welnu Santillano, zijt gij tevreden over uw logies en over de bevelen,
+die ik don Raimond heb gegeven?"
+
+"Excellentie," antwoordde ik, "uw goedheid is zoo overstelpend groot,
+dat ze mij verlegen maakt."
+
+"Waarom?" vroeg hij. "Kan ik wel te veel eer bewijzen aan een man,
+die mij door den koning speciaal is aanbevolen? Ik doe niet anders
+dan mijn plicht, wanneer ik u op zulk een wijze behandel. Verwonder u
+niet over hetgeen ik voor u doe en reken erop, dat een schitterende
+positie u niet zal ontgaan, indien ge aan mij even gehecht blijft,
+als aan den hertog de Lerme. Maar van dien heer gesproken, men zegt,
+dat hij zeer intiem met u was. Ik ben benieuwd te weten, hoe gij met
+elkaar hebt kennis gemaakt en welk werk hij liet doen. Verberg mij
+niets; ik vraag van u een oprecht en getrouw verhaal."
+
+Ik herinnerde mij op dat oogenblik de verlegenheid, waarin ik
+verkeerde, toen ik mij tegenover den hertog de Lerme in een
+zelfden toestand bevond en op welke wijze ik mij er toen had
+uitgered. Diezelfde practijk deed mij ook nu weer dienst. Ik verzachtte
+de ruwe kanten van mijn verhaal en liep licht heen over de zaken,
+die mij weinig eer aandeden. Ook spaarde ik den hertog de Lerme,
+hoewel ik mijn toehoorder misschien meer genoegen had gedaan, door
+het tegendeel. Wat don Rodrigo de Calderone aanging, hem ontzag ik
+in geen enkel opzicht. Ik deelde alles mee, wat mij bekend was van
+zijn kunstgrepen in het begeven van betrekkingen, het verleenen van
+gratificatiën als anderszins.
+
+"Wat ge mij van Calderone zegt," zei de minister, "komt overeen met
+zekere memoires, die men bij mij tegen hem heeft ingediend en die
+nog zwaardere beschuldigingen bevatten. Men zal weldra zijn vonnis
+beteekenen en wanneer ge wenscht, dat hij de doodstraf zal ondergaan,
+dan zal uw wensch, geloof ik, worden bevredigd."
+
+"Ik wensch zijn dood niet," zei ik, "hoewel het niet aan hem gelegen
+heeft, dat ik den mijne niet heb gevonden in den toren van Ségovië,
+waar hij mij zoolang heeft laten gevangen houden."
+
+"Hoe!" riep de minister verwonderd, "heeft don Rodrigo uw gevangenschap
+veroorzaakt? Dat is iets, wat ik niet wist. Don Balthazar, aan wien
+Navarro uw geschiedenis heeft verteld, zei me wel, dat wijlen de
+koning u liet opsluiten, om u ervoor te straffen, dat ge den prins
+op een verdachte plaats hadt gebracht, maar ik kan mij niet denken,
+welke rol Calderone in dit stuk heeft gespeeld."
+
+"Die van een minnaar, die zich wil wreken," antwoordde ik en ik
+vertelde hem haarfijn, hoe de zaak zich had toegedragen. Hoe ernstig
+hij ook anders was, moest hij nu toch herhaaldelijk lachen. Vooral
+Catalina, nu eens nicht en dan weer kleindochter, vermaakte hem zeer
+en niet minder het deel, dat de hertog de Lerme in de zaak had gehad.
+
+Toen ik mijn verhaal had geëindigd, liet de graaf mij gaan met de
+toezegging, dat hij mij den volgenden dag werk zou geven. Dadelijk
+ging ik naar don Balthazar, om hem te bedanken voor de mij bewezen
+diensten en naar mijn vriend Joseph, wien ik een getrouw verslag wilde
+doen van al wat er tusschen den eersten minister en mij was besproken.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V
+
+Van het geheime onderhoud, dat Gil Blas had met Navarro en van het
+eerste werk, dat de graaf van Olivarès hem gaf.
+
+
+Zoodra ik Joseph zag, zei ik hem, dat ik hem verschillende zaken
+had mee te deelen. Hij bracht mij daarop naar een vertrek, waar wij
+ongestoord konden spreken. Nadat ik hem alles verteld had vroeg ik,
+wat hij ervan dacht.
+
+"Ik denk," antwoordde hij, "dat ge op weg zijt fortuin te maken. Alles
+lacht u toe. Ge bevalt den eersten minister en wat niet onderschat moet
+worden, ik kan u denzelfden dienst bewijzen, dien mijn oom Melchior
+de la Ronda u bewees, toen ge in dienst kwaamt bij den aartsbisschop
+van Granada. Hij bespaarde u de bestudeering van den prelaat en van de
+voornaamste personen van zijn huis, door u tevoren hunne verschillende
+karakters te beschrijven; op zijn voorbeeld wil ik u den graaf doen
+kennen, de gravin en dona Maria de Guzman, hunne eenige dochter.
+
+"Laten wij dan beginnen met den minister. Hij is levendig, scherpzinnig
+en geschikt om groote plannen te vormen. Hij geeft zich uit voor
+een veelzijdig man, omdat hij eenig besef heeft van verschillende
+wetenschappen. Hij verbeeldt zich een bekwaam rechtsgeleerde, een
+groot krijgsman en een fijn staatsman te zijn. Bovendien is hij
+zeer koppig en vindt hij zijn eigen meening steeds de beste. Ik
+moet daarbij voegen, dat hij van natuur een groote welsprekendheid
+heeft gekregen; ook schrijft hij goed. Zooals ik u reeds gezegd heb,
+is hij zeer grillig. Dit voor zoover zijn hoofd betreft; wat zijn
+hart aangaat is hij edelmoedig en een trouw vriend. Men zegt, dat
+hij wraakzuchtig is, maar welke Spanjaard is dat niet? Ook zegt men,
+dat hij ondankbaar is, omdat hij den Hertog d'Uzède en Broeder Louis
+Aliaga heeft doen verbannen, aan wie hij groote verplichtingen had
+maar ook dit is te vergeven; het verlangen om eerste Minister te
+worden stelt iemand wel vrij van den plicht der dankbaarheid.
+
+Dona Agnès de Zuniga é Velasco, de gravin, is een dame, van wie ik
+alleen dit gebrek weet, dat ze de gunsten, die zij weet te verwerven,
+met ponden gouds laat betalen.
+
+Wat dona Maria de Guzman aangaat, zij kan doorgaan voor een
+voortreffelijk meisje en is het ideaal van haar vader. Regel u
+daarnaar. Maak het hof aan de dames en toon u aan den graaf even trouw,
+als ge het waart aan den hertog de Lerme, voor hij u naar Ségovia zond.
+
+Ook zou ik u nog raden, om nu en dan don Balthazar, mijn meester,
+te bezoeken. Hoewel ge hem nu niet direct meer noodig hebt, kan het
+geen kwaad zijn vriendschap te bewaren, want de gelegenheid kan zich
+voordoen, dat hij u van dienst kan zijn."
+
+"Zou er," vroeg ik Navarro, "nu oom en neef samen den staat besturen,
+geen gevaar kunnen bestaan, dat er jaloezie tusschen hen rees?"
+
+"Neen, want toen ze na den dood van den koning zoo handig hadden
+gemanoeuvreerd, dat ze het van al hun vijanden en mededingers wonnen,
+hebben ze de werkzaamheden zoo geregeld, dat ze daarin onafhankelijk
+van elkaar zijn. De neef, die eerste minister werd, heeft aan zijn
+oom de buitenlandsche aangelegenheden opgedragen en zichzelf met die
+van het binnenland belast."
+
+Na dit onderhoud met Joseph, waarvan ik mij voornam te profiteeren,
+zocht ik den heer de Zuniga op, om hem te bedanken voor zijn
+goedheid. Hij antwoordde mij zeer beleefd, dat ik ook in het vervolg
+op zijn hulp zou kunnen rekenen, wanneer ik die mocht noodig hebben.
+
+Denzelfden avond verliet ik mijn hotel, om mijn intrek te nemen bij den
+eersten minister, waar ik met Scipio in mijn kamer soupeerde. Het was
+de moeite waard ons daar te zien. Wij werden er bediend door lakeien
+en alles ging met groote deftigheid toe, tot Scipio, nadat wij alleen
+waren gebleven, aan zijn vroolijkheid lucht kon geven.
+
+Wat mij betreft, hoewel hoogst voldaan over mijn schitterende positie,
+liet ik mij niet verblinden. 's Nachts sliep ik rustig, terwijl
+Scipio den halven nacht lag uit te rekenen hoeveel hij later zijn
+kleine Séraphine wel als bruidschat zou kunnen geven.
+
+Den volgenden morgen was ik nauwelijks aangekleed of ik werd bij den
+minister geroepen.
+
+"Santillano," zei hij, "ge hebt mij gezegd, dat ge bij den hertog de
+Lerme dikwijls memoires had te redigeeren. Ik heb iets te schrijven,
+wat voor mij uw proefstuk zal zijn. Ik zal u zeggen, wat de zaak is. Er
+moet een stuk worden samengesteld, dat het publiek gunstig stemt voor
+mijn bewind. Reeds heb ik in het geheim het gerucht laten verspreiden,
+dat ik de zaken in zeer ontredderden toestand heb gevonden. Nu moet
+het duidelijk worden gemaakt voor het hof en voor het volk, dat de
+monarchie tot een treurigen staat is vervallen. Er moet daarvan een
+treffende schilderij worden opgehangen, waardoor het niet mogelijk
+wordt mijn voorganger te betreuren. Daarna moet ge de maatregelen
+roemen, die ik reeds heb genomen om de regeering van den koning
+roemrijk, zijn staten bloeiend en zijn onderdanen volmaakt gelukkig
+te maken."
+
+Nadat de minister mij dit gezegd had, gaf hij mij een vel papier,
+waarop de punten stonden, waarover men zich onder de vorige regeering
+beklaagd had. Er waren tien artikelen en het minste was al gewichtig
+genoeg om onze goede Spanjaarden in opschudding te brengen.
+
+In een klein kabinetje, dat mij als werkkamer was aangewezen,
+begon ik dadelijk aan mijn werk. Eerst schilderde ik den treurigen
+staat, waarin zich het koninkrijk bevond; de schatkist uitgeput,
+de koninklijke inkomsten aangewend ten bate van partijgangers, de
+marine vervallen. Vervolgens wees ik op de fouten begaan door de
+laatste regeering en op de noodlottige gevolgen, die deze konden
+hebben. Ik beschreef het gevaar waarin het koninkrijk verkeerde en
+veroordeelde zoo heftig het vorige ministerie, dat het verlies van den
+hertog volgens mijn geschrift een groot geluk was geweest voor Spanje.
+
+Om de waarheid te zeggen speet het mij niet, dat ik den hertog, hoewel
+ik geen haat tegen hem gevoelde, dezen dienst kon bewijzen. Zoo is
+nu eenmaal de mensch!
+
+Eindelijk, na een somber tafereel van de rampen, die Spanje bedreigden,
+stelde ik de gemoederen gerust door het licht te werpen op schoone
+verwachtingen in de toekomst. Ik liet het voorkomen alsof de graaf
+van Olivarès een bestuurder was, door den hemel voor het heil der
+natie geschonken. Gouden bergen beloofde ik.
+
+In één woord, ik gaf zoo goed de bedoeling van den minister weer, dat
+hij verrast was over mijn werk, toen hij dat tot het eind had gelezen.
+
+"Santillano, ik had nooit gedacht, dat ge zoo goed zulk een stuk
+zoudt kunnen samenstellen. Weet ge wel, dat dit een werk is een
+staatssecretaris waardig! Het verwondert mij niet, dat de hertog de
+Lerme u gelegenheid gaf, uw pen te gebruiken. Uw stijl is sober en toch
+elegant; alleen vind ik hem hier en daar een weinig te natuurlijk." Hij
+bracht eenige kleine veranderingen in mijn werk aan en zond mij als een
+bewijs van zijne tevredenheid door don Raimond driehonderd pistolen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI
+
+Van het gebruik, dat Gil Blas maakte van de driehonderd pistolen
+en van de zorgen, waarmee hij Scipio belastte. Succes van het stuk,
+waarvan in het vorige hoofdstuk wordt gesproken.
+
+
+Deze weldaad van den minister gaf Scipio opnieuw aanleiding, om mij
+te feliciteeren, dat ik aan het hof was gekomen. "Spijt het u nu nog,
+dat ge uw eenzaamheid hebt verlaten? Leve de graaf! Dat is een andere
+patroon dan zijn voorganger. De hertog de Lerme liet u, hoe zeer ge
+aan hem gehecht waart, drie maanden wachten, zonder u iets te geven
+en de graaf geeft u nu reeds een gratificatie, waarop ge eerst hadt
+kunnen hopen na langdurige diensten. Ik wilde wel, dat de heeren de
+Leyva getuigen waren van uw geluk of er althans van wisten!"
+
+"Het is tijd," zei ik, "hen daarvan in kennis te stellen en daarover
+wilde ik juist met je spreken. Ik twijfel er niet aan, of zij wachten
+met ongeduld eenig bericht van mij, maar ik heb er mee gewacht hun
+dat te zenden, tot ik zekerheid had, of ik al dan niet aan het hof
+zou blijven. Nu ik weet waaraan ik mij heb te houden, kunt ge naar
+Valencia gaan zoodra ge wilt."
+
+"Wat zullen de heeren blij zijn, als ik zulke goede berichten breng! De
+twee paarden van don Alphonse staan klaar. Ik zal op weg gaan met
+een lakei van den graaf. Behalve dat het aangenaam voor mij zal zijn,
+om een reisgezel te hebben, maakt een livrei van den eersten minister
+den noodigen indruk."
+
+Ik kon niet nalaten te lachen om de zotte ijdelheid van mijn secretaris
+en nochtans, misschien nog ijdeler dan hij, liet ik toe hetgeen
+hij wilde.
+
+"Ga op reis," zei ik, "en kom spoedig terug, want ik heb nog iets
+anders voor je te doen. Ik wil je n.l. naar Asturië zenden, om geld
+aan mijn moeder te brengen. Eenigen tijd geleden reeds had ze honderd
+pistolen van mij moeten ontvangen en je moet haar die persoonlijk
+ter hand stellen."
+
+"Het spijt mij, dat ik u niet aan die zaak heb helpen herinneren,
+maar wees gerust; over zes weken of eerder ben ik terug en ik zal
+u dan verslag doen van mijn zendingen. Ik zal de heeren de Leyva
+hebben gesproken, uw kasteel en Oviédo hebben bezocht, aan welke
+stad ik niet kan denken, na de onaangename behandeling, die wij er
+hebben ondervonden, zonder driekwart van de bewoners naar den duivel
+te wenschen."
+
+Hierna gaf ik Scipio honderd pistolen voor mijn moeder en honderd
+voor hem zelf, opdat het hem op reis aan niets zou ontbreken.
+
+Eenige dagen na zijn vertrek liet de minister ons stuk drukken, dat
+zoodra het publiek werd, het onderwerp uitmaakte van alle gesprekken
+te Madrid. Het volk, vriend van alles wat nieuw is, was zeer ingenomen
+met dit geschrift. De uitputting van de financiën, die in levendige
+kleuren was geschilderd, zette het op tegen den hertog de Lerme.
+
+De prachtige belofte, dat de staat zou gaan bloeien, zonder de
+lasten der onderdanen te verzwaren, bevestigden de goede meening,
+die men reeds over den eersten minister had en deden zijn lof overal
+weerklinken.
+
+De minister, verheugd dat zijn doel bereikt was, n.l. het winnen van de
+volksgunst, wilde die nu werkelijk verdienen door een prijzenswaardige
+daad, die nuttig was voor den koning. Zij, die zich verrijkt hadden,
+moesten bloeden, hij verminderde alle salarissen, het zijne niet
+uitgezonderd; ook met de gratificatiën werd niet meer zoo mild
+omgesprongen.
+
+Er was nu echter weer een nieuwe memorie noodig. Bij de samenstelling
+daarvan gelastte hij mij, mij te verheffen boven mijn gewonen stijl.
+
+"Ik begrijp het," zei ik, "u moet iets verhevens hebben, ik zal
+daarvoor zorgen."
+
+Daarop ging ik aan het werk, waarbij ik de hulp inriep van den
+welsprekenden geest van den aartsbisschop van Granada.
+
+Ik begon met te zeggen, dat het geld in de koninklijke schatkist
+met zorg moest worden bewaard en dat het alleen mocht worden
+aangewend voor de werkelijke behoeften van de monarchie, omdat het
+een heilig fonds was, dat moest dienen, om de vijanden van Spanje
+respect in te boezemen. Voorts betoogde ik, dat er geen geld noodig
+was om de onderdanen, die zich gunsten hadden waardig gemaakt, te
+onderscheiden. Immers de koning had tal van ambten en betrekkingen
+te vergeven.
+
+Dit stuk, dat veel langer was dan het eerste, hield mij bijna drie
+dagen bezig, maar gelukkig voldeed het mijn meester, die mij met lof
+overlaadde. De plaatsen, waar de stijl het meest gezwollen was, roemde
+hij het hardst. Niettegenstaande zijn betuigingen van tevredenheid,
+veranderde hij nog veel in het geschrift, dat bij den koning en het
+hof in zeer goede aarde viel. In de stad juichte men het eveneens toe;
+men vleide zich, dat de monarchie haar ouden luister zou hernemen
+onder zulk een minister.
+
+Mijn meester, die zooveel eer inoogstte, wilde ook mij van de vruchten
+doen plukken en liet mij vijfhonderd kronen betalen. Dat scheen mij een
+zeer behoorlijke belooning van mijn werk en ze was mij te aangenamer,
+omdat ze niet op slechte wijze was verkregen, al had ik haar dan ook
+gemakkelijk genoeg verdiend.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII
+
+Door welk toeval, op welke plaats en in welken toestand Gil Blas zijn
+vriend Fabricius terugvond en van het onderhoud, dat zij samen hadden.
+
+
+Niets was den minister aangenamer, dan te vernemen, wat men in Madrid
+van het ministerie dacht. Alle dagen vroeg hij mij, wat men van hem
+zei. Hij had zelfs spionnen, die voor geld hem verslag gaven van al
+wat er in de stad gebeurde. Zij brachten hem tot het minste gesprek
+over, dat zij hadden gehoord en daar hij hen beval oprecht te zijn,
+leed zijn eigenliefde er dikwijls door, want het volk heeft een tong,
+die niets eerbiedigt.
+
+Daar ik bemerkte, dat de graaf zeer op dergelijke rapporten was
+gesteld, ging ik er 's avonds op uit, bezocht openbare plaatsen
+en mengde mij in het gesprek. Werd er over de regeering gesproken,
+dan luisterde ik scherp toe en maakte den minister deelgenoot van
+hetgeen ik had vernomen. Echter zorgde ik er wel voor, dat ik hem
+niets overbracht, wat niet in zijn voordeel was. Het scheen mij toe,
+dat hij op deze wijze moest worden behandeld.
+
+Op een dag, dat ik terugkwam van een dier plaatsen, ging ik langs een
+hospitaal. Ik kreeg lust naar binnen te gaan en doorliep twee of drie
+zalen, die vol lagen met zieken.
+
+Onder de ongelukkigen, die ik niet zonder medelijden aanschouwde,
+was er een, die mijn aandacht trok; ik meende in hem Fabricius
+te herkennen, mijn ouden kameraad. Om hem meer van nabij te zien,
+naderde ik zijn bed en ik kon er niet aan twijfelen, het was de dichter
+Nunez. Eenige oogenblikken keek ik naar hem zonder iets te zeggen. Van
+zijn kant herkende hij mij ook. Eindelijk verbrak ik het stilzwijgen:
+"Mijn oogen bedriegen mij dus niet; is het werkelijk Fabricius,
+dien ik hier zie?"
+
+"Hij is het zelf," antwoordde hij koel, "en je moet je daarover
+niet verwonderen. Sedert ik je verlaten heb, heb ik steeds hetzelfde
+auteursvak beoefend. Ik heb romans en comedies gemaakt, alle soorten
+geestelijken arbeid verricht. Ik heb mijn weg afgelegd; ik ben in
+het hospitaal."
+
+Ik kon mij niet weerhouden te glimlachen om zijn woorden en meer nog
+om den ernstigen toon, waarop hij ze uitsprak.
+
+"Wel," riep ik, "heeft je muze je naar deze plaats geleid! Dan heeft
+ze je een slechten dienst bewezen!"
+
+"Je ziet het," antwoordde hij, "dit huis dient dikwijls als
+schuilplaats voor schoone geesten. Jij hebt goed gedaan, met een
+anderen weg te nemen dan ik. Maar je bent, naar het schijnt, niet
+meer aan het hof en de zaken zijn veranderd. Ik herinner me zelfs te
+hebben gehoord, dat je in de gevangenis waart op bevel van den koning."
+
+"Je hebt de waarheid vernomen. De aangename positie, waarin je mij
+verlaten hebt toen wij scheidden, werd korten tijd daarna gevolgd door
+een tegenslag van de fortuin, die mij mijn goederen en mijn vrijheid
+ontnam. Maar mijn vriend, je ziet mij nu nog in een schitterender
+staat, dan waarin ge mij toen hebt gezien."
+
+"Dat is niet mogelijk," zei Nunez, "je houding is nu wijs en
+bescheiden, je hebt niet het ijdel en traag uiterlijk, dat de voorspoed
+gewoonlijk geeft."
+
+"De tegenspoed heeft mij gelouterd. In die school heb ik geleerd van
+de rijkdommen te genieten, zonder dat ze mij bezitten."
+
+"Zeg me dan eens wat je nu doet? Ben je intendant bij een groot heer,
+die zich ruïneert of bij een vermogende weduwe?"
+
+"Ik heb een betere betrekking," zei ik, "maar laat ons daar niet
+over spreken. Later zal ik je nieuwsgierigheid bevredigen. Op het
+oogenblik kan ik mij er toe bepalen je mee te deelen, dat ik in staat
+ben je genoegen te doen, of beter nog de rest van je dagen behoorlijk
+te doen slijten, mits je mij belooft, geen werken des geestes meer
+samen te stellen, noch in verzen, noch in proza. Voel je, dat je in
+staat bent, mij zulk een offer te brengen?"
+
+"Dat heb ik al aan den hemel gedaan in een doodelijke ziekte,
+waaraan je me nu ontsnapt ziet. Een Dominicaner heeft mij de poëzie
+doen afzweren, als een vermaak, dat, zoo het al niet misdadig is,
+dan toch van de wijsheid afbrengt."
+
+"Mijn waarde Nunez, daar feliciteer ik je hartelijk mee. Maar pas op,
+dat je niet weer terugvalt."
+
+"O, daar is geen gevaar voor. Ik heb een kloek besluit genomen om de
+muzen te verlaten: toen je hier binnenkwam, was ik juist bezig aan
+een vers, om ze voor eeuwig vaarwel te zeggen."
+
+"Mijnheer Fabricius, ik weet niet, of wij wel trots kunnen zijn op
+je eed. Je schijnt woedend verzot te zijn op die geleerde maagden."
+
+"Neen, neen, ik heb alle banden verbroken, die mij aan haar
+hechtten. Ik deed meer: ik heb een afkeer gekregen van het publiek en
+mijn haat is gerechtvaardigd. Het verdient niet, dat er auteurs zijn,
+die het hun werken willen offeren. Ik zou bedroefd zijn, indien ik
+iets maakte, dat het publiek beviel. Meen niet, dat het verdriet mij
+die woorden ingeeft; ik spreek in koelen bloede. Ik veracht zoowel
+de toejuiching, als den afkeer van het publiek, dat grillig is,
+heden zus denkt en morgen zoo. Wat zijn de dramatische dichters niet
+gek van ijdelheid, indien hunne stukken slagen! Welk een leven wordt
+er gemaakt als die stukken voor het eerst worden opgevoerd! Maar ze
+handhaven zich zelden na dien eersten indruk en worden ze twintig jaar
+later opgevoerd, dan worden ze slecht ontvangen. Het tegenwoordige
+geslacht beschuldigt het vorige van slechten smaak en het tegenwoordige
+zal op zijn beurt weer worden veroordeeld door het komende. Dat heb
+ik altijd opgemerkt en daaruit heb ik besloten, dat de schrijvers,
+die nu worden toegejuicht, moeten verwachten, dat ze in de toekomst
+zullen worden uitgefloten. Zoo gaat het ook met romans. De roem van
+een werk is niet anders dan een hersenschim, een illusie, een vuur
+van stroo, waarvan de rook weldra in de lucht zal verdwijnen."
+
+Hoewel ik meende, dat de dichter uit Asturië alleen zoo sprak uit
+spijtigheid, liet ik dat niet merken.
+
+"Het doet mij zeer veel genoegen," zei ik, "dat je een tegenzin
+in dat werk hebt gekregen en dat je radikaal bent genezen van
+je schrijverswoede, je kan er op rekenen, dat ik je dadelijk een
+betrekking zal geven, waarin je rijk kan worden zonder een groote
+verspilling van genie."
+
+"Zooveel te beter, de geest doet me stikken en ik beschouw hem als
+het noodlottigste geschenk, dat de hemel den mensch had kunnen maken."
+
+"Mijn waarde Fabricius, wanneer je er bij blijft, de poëzie te
+laten varen, dan zal ik je een eerlijke en winstgevende betrekking
+bezorgen. Maar in afwachting dat ik je dien dienst kan bewijzen,
+verzoek ik je dit kleine bewijs van mijn vriendschap te willen
+aanvaarden." Bij die laatste woorden gaf ik hem een beurs met ongeveer
+zestig pistolen.
+
+"O edelmoedige vriend!" riep de zoon van den barbier Nunez, "hoe kan ik
+den hemel genoeg danken, dat hij je dit hospitaal heeft doen betreden,
+dat ik nu kan verlaten!"
+
+Voor ik wegging gaf ik hem mijn adres op en verzocht hem mij te komen
+bezoeken, zoodra zijn gezondheid dat zou toelaten.
+
+Een buitengewone verrassing toonde hij, toen ik hem zei, dat ik bij
+den graaf van Olivarès woonde.
+
+"O, al te gelukkige Gil Blas!" riep hij, "wiens lot het is, ministers
+te behagen; ik verheug mij in je geluk, omdat je er een zoo goed
+gebruik van maakt."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII
+
+Gil Blas komt van dag tot dag meer in de gunst bij zijn meester. Van de
+terugkomst van Scipio te Madrid en van het verhaal, dat hij Santillano
+van zijn reis doet.
+
+
+De graaf van Olivarès, dien ik voortaan den graaf-hertog zal noemen,
+omdat de koning hem in dien tijd met dezen titel vereerde, had
+het gebrek, dat hij bemind wilde worden. Zoodra hij bemerkte, dat
+iemand zich uit genegenheid aan hem hechtte, schonk hij hem zijn
+vriendschap. Dit had ik opgemerkt en ik zorgde ervoor het niet te
+verwaarloozen. Ik bepaalde mij er niet toe, om goed te verrichten,
+wat hij mij opdroeg, ik voerde zijn bevelen uit met een ijver, die
+hem opviel. Ik bestudeerde zijn smaak in alle zaken, om mij daarnaar
+te vormen en ik voorkwam zijn wenschen, zooveel mij dat mogelijk was.
+
+Door dit gedrag, dat bijna altijd tot het doel leidt, werd ik ongemerkt
+de gunsteling van mijn meester, die van zijn kant, daar ik hetzelfde
+zwak had als hij, mij voor zich won, door mij tal van bewijzen van
+zijn genegenheid te schenken. Al spoedig begon ik zijn vertrouwen te
+deelen met Carnero, zijn eersten secretaris.
+
+Carnero had zich van hetzelfde middel bediend als ik, om den minister
+te bevallen en hij was daarin zoo goed geslaagd, dat hij deelgenoot
+was van de kabinetsgeheimen. Die secretaris en ik werden dus de
+vertrouwelingen van den eersten minister met dit onderscheid, dat
+hij met Carnero slechts over staatszaken sprak en dat hij mij slechts
+onderhield over zijn particuliere aangelegenheden. Hij maakte om zoo
+te zeggen twee gescheiden departementen, waarover wij beiden tevreden
+waren. Wij leefden zonder jaloezie, maar ook zonder vriendschap
+voor elkaar.
+
+Toen de graaf-hertog niet meer twijfelde aan mijn gehechtheid aan hem,
+werd hij zeer openhartig in zijn mededeelingen.
+
+"Santillano," zei hij op zekeren dag tot mij, "je hebt den hertog
+de Lerme van een macht zien genieten, die minder op dien van een
+minister dan van een onbeperkt heerscher geleek; ik ben echter nog
+gelukkiger dan hij het op het hoogtepunt van zijn macht was. Hij had
+twee geduchte vijanden in den hertog d'Uzède, zijn eigen zoon en in
+den biechtvader van koning Filips III, terwijl niemand bij den koning
+is, die genoeg invloed bezit om mij te benadeelen. Zelfs verdenk ik
+er niemand in die omgeving van dat hij mij slecht gezind is.
+
+Het is waar, dat ik, toen ik minister werd, ervoor gezorgd heb bij
+den koning slechts personen te plaatsen, die door banden des bloeds
+of vriendschap aan mij verbonden zijn. Van alle groote heeren, die
+door hunne persoonlijke verdiensten mij een deel van de gunsten des
+konings zouden kunnen ontnemen, heb ik mij ontdaan, door hen naar
+gezantschappen te zenden en zoo kan ik nu zeggen, dat er niemand is,
+die tekort doet aan mijn invloed."
+
+Terwijl mijn meester zulke gesprekken met mij hield, naderde de tijd,
+dat Scipio van zijn reis terug moest keeren.
+
+"Ik heb u geen lang verhaal te doen," zei hij bij zijn terugkomst. "Het
+deed den heeren de Leyva een zeer groot genoegen te vernemen, welke
+ontvangst de koning u bereidde, toen hij u herkende en de wijze,
+waarop de graaf van Olivarès van uw diensten gebruik maakt."
+
+Hier viel ik Scipio in de rede: "Mijn vriend, je had hun nog veel
+grooter genoegen kunnen doen, indien je had kunnen zeggen op welken
+goeden voet ik nu met mijn meester ben. Sinds je vertrek heb ik groote
+vorderingen in zijn gunst gemaakt."
+
+"Den hemel zij dank, mijn waarde meester. Ik heb een voorgevoel,
+dat ons een schoone toekomst wacht."
+
+"Maar laten wij nu van onderwerp veranderen, Scipio, vertel nu van
+Oviédo. Je bent in Asturië geweest. Hoe heb je mijn moeder gevonden?"
+
+Zijn gezicht nam een treurige uitdrukking aan en hij zei: "O mijnheer,
+ik heb u in dat opzicht slechts treurig nieuws te brengen."
+
+"O hemel! Mijn moeder is zeker dood?"
+
+"Helaas ja, zes maanden geleden is zij gestorven en ook uw oom Gil
+Perez is overleden." De dood van mijn moeder deed mij smartelijk aan,
+hoewel ik in mijn jeugd nooit die bewijzen van teederheid van haar had
+ontvangen, waaraan kinderen zoo groote behoefte hebben. Ook mijn goeden
+oom, die zooveel zorg voor mijn opvoeding had gedragen, betreurde ik.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX
+
+Hoe en aan wien de graaf-hertog zijn eenige dochter ten huwelijk gaf
+en van de slechte gevolgen van dat huwelijk.
+
+
+Weinig tijd na den terugkeer van Scipio verviel de graaf-hertog in
+een gepeins, dat hem wel acht dagen bezighield. Eerst dacht ik, dat
+hij weer een of ander groot staatsstuk voorbereidde, maar spoedig
+bleek het zijn familie te zijn, die zijn gedachten in beslag nam.
+
+"Gil Blas," zei hij op een namiddag, "je moet gemerkt hebben, dat
+ik den laatsten tijd zeer afgetrokken ben geweest. Ik ben dan ook
+vervuld van een zaak, waarvan de rust van mijn leven afhangt en zal
+je die in vertrouwen meedeelen.
+
+"Dona Maria, mijn dochter, is huwbaar en er doen zich veel heeren
+voor, die om haar hand dingen. De graaf van Niebles, oudste zoon
+van den hertog van Médina Sidonia, hoofd van het huis de Gusman,
+en don Louis de Haro, oudste zoon van den markies van Corpio, en
+van mijn oudste zuster, schijnen twee pretendenten die het meest in
+aanmerking komen. De laatste vooral heeft zooveel verdiensten boven
+zijn medeminnaars, dat het geheele hof er niet aan twijfelt of ik
+zal hem tot schoonzoon kiezen. Zonder redenen op te geven, die mij
+daartoe nopen, moet ik u echter zeggen, dat ik de voorkeur geef aan
+don Ramire de Nunez de Gusman, markies van Toral. Aan de kinderen,
+die uit dat huwelijk zullen worden geboren en die den naam graaf
+van Olivarès aan den hunnen kunnen toevoegen, zal ik mijn goederen
+nalaten. Wat zegt ge daarvan Santillano?"
+
+"Natuurlijk zult u zelf het best daarin beslissen," antwoordde
+ik. "Maar, indien het mij geoorloofd is een opmerking te maken, zou
+de hertog de Médina Sidonia niet ontevreden zijn over die beslissing?"
+
+"Laat hij ontevreden zijn zooveel hij wil, ik zal mij daar weinig om
+bekommeren," antwoordde de minister. "Het spijt mij nog meer voor de
+markiezin van Corpio. Maar hoe het ook zij, ik wil mijn zin volgen
+en don Ramire zal mijn dochter hebben, dat is beslist."
+
+Nadat de graaf-hertog mij dit besluit had meegedeeld, gaf hij
+weer een nieuw blijk van zeldzame politiek. Hij bood den koning
+een verzoekschrift aan, om hem en ook de koningin te verzoeken
+zijn dochter uit te huwelijken. Hij gaf een beschrijving van de
+verschillende heeren, die aanzoek hadden gedaan; de keuze liet hij
+geheel aan het koninklijk echtpaar over, maar hij liet, sprekende
+van den markies van Toral, niet na te kennen te geven, dat deze hem
+het meest aangenaam zou zijn. De koning, die een blinde ingenomenheid
+voor zijn minister had, gaf hem dit antwoord:
+
+"Ik geloof, dat don Ramire de Nunez dona Maria waardig is. Kies echter
+zelf wien ge wilt, bij voorbaat kan ik u verzekeren, dat uw besluit
+mij naar genoegen zal zijn. De Koning."
+
+De minister was niet weinig verheugd met dit antwoord en het latende
+voorkomen als een bevel van den vorst, haastte hij zijn dochter uit
+te huwelijken aan den markies de Toral. Dit huwelijk verbitterde de
+markiezin van Corpio en hare familieleden. Maar men kon niets daaraan
+veranderen en de bruiloft werd met allerlei feesten gevierd. Men zei,
+dat de geheele familie de keuze toejuichte, maar de ontevredenen
+werden weldra gewroken op een voor den graaf-hertog zeer wreede
+wijze. Dona Maria beviel na tien maanden van een meisje, dat bij de
+geboorte stierf en zij zelve volgde haar kind een paar dagen later.
+
+Welk een verlies voor een vader, die om zoo te zeggen slechts oogen
+had gehad voor zijn dochter. Hij was zoo gebroken, dat hij zich
+eenige dagen opsloot en niemand zien wilde dan mij, daar ik mij
+richtte naar zijn verdriet. Nieuwe tranen vergoot ik in die dagen
+bij de gedachte aan Antonia. De overeenkomst van omstandigheden,
+waaronder de markiezin de Toral was gestorven, opende mijn wond weer,
+die nog niet was gesloten.
+
+Voor den minister was het een troost, dat hij een vertrouweling had,
+die zoo gevoelig scheen voor zijn verdriet. Op een van die dagen
+betuigde hij me dat. "O, Excellentie," antwoordde ik, "ondankbaar
+en onnatuurlijk hard zou ik moeten zijn, indien ik niet in uw smart
+deelde."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X
+
+Gil Blas ontmoet bij toeval den dichter Nunez, die hem meedeelt,
+dat hij een treurspel heeft gemaakt, dat opgevoerd zal worden in den
+koninklijken schouwburg. Van de mislukking van dit stuk en van het
+geluk, waardoor het werd gevolgd.
+
+
+De minister begon zich te troosten en daar ik tengevolge daarvan ook
+beter van humeur werd, ging ik 's avonds weer uit. Op een rijtoer
+ontmoette ik den dichter uit Asturië, dien ik nog niet gezien had
+na zijn vertrek uit het hospitaal. Hij was zeer net gekleed; ik liet
+hem roepen en bij mij instappen.
+
+"Mijnheer Nunez," zei ik, "het is gelukkig voor mij, dat ik u bij
+toeval ontmoet, anders zou ik niet het genoegen hebben gehad u...."
+
+"Geen verwijten, Santillano," viel hij mij in de rede, "ik zal je
+eerlijk bekennen, dat ik je niet heb willen bezoeken en ik zal je
+zeggen, wat daarvan de reden is. Jij hadt mij een goede betrekking
+beloofd, mits ik de poëzie wilde afzweren en ik heb nu een even
+goede gevonden, onder voorwaarde, dat ik verzen zal maken. Ik heb de
+laatste aangenomen, omdat ze het best past bij mijn karakter. Door
+tusschenkomst van een mijner vrienden ben ik geplaatst bij don
+Bertrand Gomes del Ribero, schatmeester van den koning. Don Bertrand,
+die iemand met gevoel voor het schoone in zijn dienst wilde hebben,
+heeft mij uitgekozen uit vijf of zes andere schrijvers, die zich bij
+hem aanmeldden voor het ambt van secretaris."
+
+"Dat doet mij genoegen," zei ik, "want die don Bertrand is, naar het
+schijnt, zeer rijk."
+
+"Wat rijk! Men zegt dat hij zijn eigen rijkdommen niet kent! Hoe het
+zij, ik zal je zeggen, waarin het werk bestaat, dat ik bij hem heb te
+doen. Daar hij galant is en wil doorgaan voor een geestig man, is hij
+in correspondentie met verschillende kunstminnende dames en ik leen
+hem mijn pen voor zijn brieven. Ik schrijf aan de eene in verzen,
+aan de andere in proza en ik breng er soms de brieven zelf heen,
+om de veelzijdigheid van mijn talent te doen zien."
+
+"Maar ge deelt me niet mee, wat ik het liefst wilde weten. Is de
+betaling goed?"
+
+"Zeer goed," antwoordde hij. "De rijke lui zijn niet allen edelmoedig
+en ik ken er wel, die gierig zijn, maar don Bertrand behandelt mij
+zeer mild. Behalve tweehonderd pistolen vast salaris, ontvang ik van
+tijd tot tijd gratificaties en daardoor ben ik in staat als een heer
+te leven en mijn tijd aangenaam door te brengen met andere schrijvers,
+die als ik, vijanden zijn van het verdriet."
+
+"Maar," vroeg ik, "heeft je meester smaak genoeg, om de schoonheid
+te gevoelen van een werk en om er de gebreken van op te merken?"
+
+"O neen," antwoordde Nunez. "Hij praat er wel over, maar een kenner is
+hij niet. Wel is hij gewoon om zijn beweringen steeds op hoogen toon
+vol te houden en hij kan niet verdragen, dat men hem tegenspreekt. Je
+begrijpt dus wel, dat ik mij daar nooit aan waag, welke aanleiding
+hij er ook toe geeft, want ongerekend de minder aangename woorden,
+die hij mij naar het hoofd zou slingeren, zou hij ook in staat zijn,
+mij buiten de deur te zetten. Dus keur ik goed, wat hij prijst en
+ik veroordeel al, wat niet in zijn smaak valt. Hij heeft mij nu een
+treurspel laten schrijven, waarvoor hij mij het idee heeft aan de
+hand gedaan en als het succes heeft, heb ik aan zijn goeden raad een
+deel van mijn roem te danken."
+
+Ik vroeg aan onzen dichter den titel van zijn treurspel.
+
+"Die luidt: "De graaf van Saldagne." Het stuk zal over drie dagen in
+den koninklijken schouwburg worden opgevoerd."
+
+"Ik hoop," antwoordde ik, "dat het een goed resultaat voor je hebben
+zal, waaraan ik trouwens niet twijfel."
+
+"Ik hoop het ook," zei hij. "Maar niets is bedriegelijker dan
+zoo iets. De schrijver is altijd onzeker omtrent het lot van een
+dramatisch werk."
+
+Op den dag van de eerste voorstelling kon ik niet naar den schouwburg
+gaan, omdat ik werk te doen had voor den minister. Al wat ik doen
+kon, was Scipio er heen te zenden, om althans denzelfden avond nog te
+weten hoe het was afgeloopen. Ik zag hem terugkomen met een gezicht,
+dat mij weinig goeds voorspelde.
+
+"Wel," vroeg ik, "hoe is "De graaf van Saldagne" door het publiek
+ontvangen geworden?"
+
+"Zeer slecht. Ik heb nooit een stuk bijgewoond, dat zóó is ontvangen
+en ik ben verontwaardigd over de onbeschaamdheid van het parterre."
+
+"En ik," antwoordde ik, "ben woedend op Nunez, dat hij zulke
+dramatische gedichten maakt. Wat een dwaasheid! Moet hij het verstand
+niet hebben verloren, om het slijk, dat het publiek naar hem werpt,
+te verkiezen boven het gelukkige lot, dat ik hem wilde bereiden?"
+
+Twee dagen later zag ik den dichter bij mij binnenkomen en zeer tot
+mijn verwondering in de vroolijkste stemming. "Santillano!" riep hij,
+"ik kom je vertellen welk geluk ik heb gehad! Mijn fortuin is gemaakt
+mijn vriend, door dat nieuwe stuk. Je weet, dat men aan "De Graaf
+van Saldagne" een vreemde ontvangst heeft bereid. Alle toehoorders
+vonden het leelijk en juist aan die algemeene afkeuring heb ik het
+geluk van mijn leven te danken."
+
+Ik was zeer verwonderd den dichter Nunez op deze wijze te hooren
+spreken.
+
+"Maar Fabricius, hoe is het mogelijk, dat de val van je treurspel je
+zulk een geluk heeft kunnen geven?"
+
+"Ik heb je al gezegd, dat don Bertrand mij het idee van het stuk had
+ingegeven, dus vond hij het uitstekend en hij was buiten zichzelf,
+toen hij moest zien, dat het geheele publiek er anders over dacht dan
+hij. Hij zei me, dat zoo het stuk al niet voldaan had aan het publiek,
+het hem althans wel was bevallen en dat mij zulks voldoende moest
+zijn. Om mij te troosten, heeft hij mij een vast inkomen van duizend
+kronen uit zijn goederen geschonken. Hij heeft daarvan dadelijk bij
+een notaris een acte laten opmaken en het eerste jaar is mij vooruit
+betaald."
+
+Ik feliciteerde Fabricius met het ongelukkige lot van den Graaf van
+Saldagne, omdat die zaak voor hem zoo goed was afgeloopen.
+
+"Dat is wel een felicitatie waard," zei hij. "Er kon mij geen grooter
+geluk zijn overkomen dan het gefluit van het parterre. Indien het
+publiek mij gunstiger gezind was geweest en geapplaudisseerd had,
+waartoe zou dat dan hebben geleid? Tot niets. Ik zou door mijn werk
+een kleine som hebben verdiend. En nu ik uitgefloten ben, kan ik
+zeggen dat ik voor de rest van mijn leven binnen ben."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI
+
+Santillano bezorgt een betrekking aan Scipio, die naar Nieuw Spanje
+reist.
+
+
+Mijn secretaris keek niet zonder afgunst naar het geluk van den dichter
+Nunez. Wel veertien dagen lang sprak hij er mij onophoudelijk van. "Ik
+bewonder de grillen van Fortuna," zei hij, "die een slecht schrijver
+met gunsten overlaadt, terwijl ze dikwijls voor goede niets heeft
+dan armoede. Ik zou wel willen, dat ze mij op een goeden dag eens
+gunstig was."
+
+"Dat zal wel gebeuren," antwoordde ik, "en misschien eerder dan je
+denkt. Je bent hier in haar tempel; want het huis van den eersten
+minister mag wel den tempel van Fortuna heeten."
+
+"'t Is waar mijnheer, maar men moet geduld hebben om er op te wachten."
+
+"Nog eens Scipio, wees gerust, je bent misschien op het punt om iets
+goeds te krijgen."
+
+Werkelijk deed zich na eenige dagen een gelegenheid voor, om hem
+nuttig te gebruiken in den dienst van den graaf-hertog en ik liet
+die niet ongebruikt voorbijgaan.
+
+Op een ochtend had ik een gesprek met don Raimond Caporis, intendant
+van den eersten minister en daarbij kwamen ook diens inkomsten
+ter sprake.
+
+"Onze meester," zei hij, "heeft zeer groote inkomsten uit al zijn
+ambten en bedieningen, maar die beteekenen nog niets bij de onmetelijke
+sommen, die hij trekt uit onze overzeesche bezittingen. Weet ge op
+welke wijze? Als de schepen van den koning van Sévilla of Lissabon
+vertrekken, laat hij wijn, olie en granen inschepen, die hem zijn
+graafschap Olivarès opbrengen. Hij betaalt geen vracht. Die koopwaren
+laat hij ginds voor viermaal meer geld verkoopen, dan ze in Spanje
+waard zijn. Dan laat hij daar specerijen, kleurstoffen en andere
+zaken inkoopen, die men in de nieuwe wereld bijna voor niets heeft
+en die zeer duur kunnen worden verkocht in Europa. Zoodoende heeft
+hij reeds eenige millioenen verdiend, zonder den koning schade te
+doen. Alle personen die hij voor den handel gebruikt, worden ook rijk,
+omdat ze behalve voor hem, ook voor zich zelf zaken mogen doen."
+
+Scipio, die ons gesprek aanhoorde, kon zich niet weerhouden don Raimond
+hier in de rede te vallen: "Mijnheer Caporis, wat zou ik graag tot
+die personen behooren! Ook heb ik er reeds lang naar verlangd om
+Mexico eens te zien!"
+
+"Aan uw verlangen kan worden voldaan," zei de intendant, "indien
+de heer de Santillano er niets tegen heeft. Hoe voorzichtig ik ook
+ben in de keuze van de personen die ik uitzend--want ik ben daarmede
+belast--ik zal u dadelijk op mijn register zetten, indien uw meester
+dat wil."
+
+"Ge zult mij een genoegen doen," zei ik tot Raimond, "door dit bewijs
+van vriendschap; Scipio is iemand, van wien ik veel houd en hij is
+zeer verstandig. Hij zal de zaken behandelen op een wijze, dat men
+niet in het minst over hem zal hebben te klagen. In één woord: ik
+sta voor hem in, als voor mijzelf."
+
+"Dat is mij voldoende," zei Caporis. "Hij kan onmiddellijk naar
+Sévilla gaan, waar schepen liggen, die over een maand onder zeil zullen
+gaan. Bij het vertrek zal ik hem een brief meegeven voor iemand daar,
+die hem de noodige instructies zal geven. Hij kan zelf zijn voordeel
+doen, zonder tekort te doen aan de belangen van den minister, die
+hem heilig zijn."
+
+Scipio was zeer gelukkig en haastte zich te vertrekken. Ik gaf hem
+duizend kronen, om daarvoor in Andaloesië wijn en olie te koopen en
+daarmee zaken te doen. Hoe verheugd hij ook was een reis te ondernemen,
+die hem zoo groot voordeel zou opleveren, was hij toch bedroefd toen
+hij afscheid van mij nam en ook ik zag hem niet zonder leedwezen
+vertrekken.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII
+
+Don Alphonse de Leyva komt te Madrid. Beweegreden van zijn reis. Van
+het verdriet van Gil Blas en de vreugde, die er op volgde.
+
+
+Korten tijd na het vertrek van Scipio, kwam een page van den minister
+mij een briefje brengen, dat deze woorden inhield: "Indien de heer
+de Santillano zich de moeite wil geven, om naar het beeld van den
+heiligen Gabriël te gaan in de Tolédo-straat, dan zal hij er een van
+zijn beste vrienden vinden."
+
+"Wie kan die vriend zijn, die zijn naam niet noemt?" zei ik tot
+mijzelf. "Hij heeft mij zeker een verrassing willen bereiden." Dadelijk
+ging ik naar de aangewezen plaats en was niet weinig verwonderd,
+daar don Alphonse de Leyva te vinden.
+
+"Wat zie ik, u hier, mijnheer!" riep ik.
+
+"Ja, mijn waarde Gil Blas, niemand anders."
+
+"En wat voert u hier naar Madrid?"
+
+"Ik zal het u zeggen en de reden zal u niet verheugen. Men heeft mij de
+betrekking van gouverneur van Valencia ontnomen en de eerste minister
+heeft mij aan het hof ontboden om rekenschap te geven van mijn gedrag."
+
+Een oogenblik bleef ik geheel verbaasd staan en vroeg daarna:
+"Waarvan beschuldigt men u? Ge moet iets onvoorzichtigs hebben gedaan."
+
+"Ik schrijf mijn ongenade toe," antwoordde hij, "aan het bezoek, dat
+ik voor ongeveer drie weken heb gebracht aan den kardinaal-hertog de
+Lerme, die sinds een maand op zijn kasteel te Denia woont."
+
+"O natuurlijk, daaraan zult ge zeker uw ongenade te wijten hebben. Zoek
+de reden maar niet elders en veroorloof mij te zeggen, dat ge niet
+met uw gewone voorzichtigheid zijt te rade gegaan door dat bezoek
+te brengen."
+
+"De fout is nu eenmaal begaan," zei hij, "en ik zal de gevolgen
+daarvan moeten dragen. Ik zal mij met mijn familie op ons kasteel
+de Leyva terugtrekken en daar mijn verdere levensdagen rustig
+doorbrengen. Het eenige, wat mij zeer hindert is, dat ik verplicht
+ben voor een hooghartigen minister te verschijnen, die mij wel
+niet zeer vriendelijk zal ontvangen. Wat een vernedering voor een
+Spanjaard! Echter is 't een noodzakelijkheid; maar voor mij daaraan
+te onderworpen, heb ik u willen spreken."
+
+"Mijnheer," zei ik, "laat mij begaan, vertoon u niet aan den eersten
+minister, voor ik iets anders omtrent die zaak heb vernomen. Het
+kwaad is misschien nog wel te verhelpen. Hoe het zij, u begrijpt,
+dat ik alles doen zal wat de vriendschap en dankbaarheid van mij
+eischen." Ik bracht hem naar zijn hotel, met de belofte, dat hij zeer
+spoedig van mij zou hooren.
+
+Daar ik mij niet meer in de staatszaken mengde, sinds de twee
+welsprekende memories, zocht ik Carnero op, om hem te vragen of
+het waar was, dat men aan don Alphonse de Leyva de betrekking van
+gouverneur van de stad Valencia had ontnomen. Hij antwoordde mij van
+ja, maar de beweegredenen wist hij niet.
+
+Zonder aarzelen besloot ik daarop mij tot den minister te wenden,
+om uit zijn eigen mond te hooren, waarom hij zich te beklagen had
+over don Alphonse.
+
+Deze ongelukkige gebeurtenis had mij zoo onaangenaam getroffen,
+dat ik niet behoefde te veinzen, om met een bedroefd gezicht voor
+mijn meester te verschijnen. Dadelijk merkte hij het op en vroeg,
+wat mij hinderde. "Excellentie," antwoordde ik, "al wilde ik nog zoo
+gaarne, ik zou u mijn verdriet niet kunnen verbergen. Men heeft mij
+zooeven meegedeeld, dat don Alphonse de Leyva geen gouverneur meer
+is van Valencia en het zou moeilijk zijn mij een tijding te brengen,
+die mij meer verdriet zou kunnen veroorzaken."
+
+"Wat zeg je, Gil Blas?" riep de minister. "Welk belang kan jij stellen
+in Alphonse de Leyva en zijn gouverneursbetrekking?"
+
+Daarop vertelde ik hem uitvoerig van de verplichtingen, die ik aan
+de heeren de Leyva had en hoe ik van den hertog de Lerme voor don
+Alphonse de betrekking van gouverneur had verkregen.
+
+De minister had mij met veel welwillendheid aangehoord en zei:
+"Troost je, mijn vriend, ik wist niets van wat ik nu heb gehoord en
+dacht, dat don Alphonse de Leyva een werktuig was van den hertog de
+Lerme. Zeg het zelf: was dat bezoek niet verdacht? Maar 't is best
+mogelijk, dat hij hiermee geen andere bedoelingen heeft gehad en dat
+het slechts een beleefdheidsvisite was uit dankbaarheid. Het spijt
+mij nu, dat ik dien man zijn betrekking heb ontnomen, die hij aan jou
+te danken had. Maar heb ik je werk op deze wijze ongedaan gemaakt,
+ik kan het herstellen. Zelfs wil ik meer voor hem doen, dan de hertog
+de Lerme deed. Je vriend was slechts gouverneur van de stad Valencia,
+ik zal hem onderkoning van Aragon maken. Ik veroorloof je hem dit
+mee te deelen en je kunt hem verzoeken den eed te komen afleggen."
+
+Toen ik dat hoorde, was ik zoo blij, dat ik mij niet eens behoorlijk
+kon uitdrukken, om mijn meester te bedanken. Daar hij echter uit mijn
+onsamenhangende woorden kon afleiden, dat don Alphonse in Madrid was,
+vroeg hij mij hem dienzelfden dag nog aan hem voor te stellen.
+
+Dadelijk begaf ik mij naar het hotel van mijn vriend, die eerst niet
+kon gelooven, wat ik hem meedeelde.
+
+De minister ontving hem zeer beleefd. "Don Alphonse," zei hij,
+"ge hebt u zoo onderscheiden in uw betrekking als gouverneur van
+Valencia, dat de koning u waardig heeft bevonden, een hoogere plaats
+te bekleeden en u heeft benoemd tot onderkoning van Aragon. Ook wat
+uw geboorte betreft, kan de adel van Aragon geen bezwaar maken tegen
+uw aanstelling."
+
+De minister noemde mijn naam niet en het publiek kwam niet te weten,
+welk aandeel ik in deze zaak had. Zoo werden onaangename praatjes
+voorkomen.
+
+Don César en Séraphine werden door een expres-bode in kennis gesteld
+van dit gelukkig feit en kwamen dadelijk over. Men overlaadde mij met
+dankbetuigingen en na eenige dagen deed don Alphonse zijn luisterrijken
+intocht in Saragossa. De inwoners van Aragon gaven door hun gejuich
+te kennen, dat ze zeer waren ingenomen met den vice-koning, dien ik
+hun had gegeven.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIII
+
+Gil Blas ontmoet bij den koning don Gaston de Collogos en don André de
+Tordésillas; waar zij alle drie heengingen. Einde van de geschiedenis
+van don Gaston en van dona Helena de Galisteo. Welken dienst Santillano
+aan Tordésillas bewees.
+
+
+Weldra had ik nog een andere gelegenheid, om mijn invloed aan te
+wenden ten bate van een vriend en ik moet dat vermelden, om mijn
+lezers te doen zien, dat ik niet meer dezelfde Gil Blas was, die,
+onder het vorige ministerie, de gunsten van het hof verkocht.
+
+In een anti-chambre van het paleis zag ik op een zekeren dag onder
+de menigte don Gaston de Collogos, den staatsgevangene, dien ik had
+achtergelaten in den toren van Ségovia. Hij was met den slotbewaarder,
+don André de Tordésillas. Wij waren zeer verwonderd elkaar daar te
+ontmoeten en hadden elkaar zooveel te vertellen, dat don Gaston ons
+voorstelde hem naar huis te vergezellen. Wij volgden hem in zijn
+rijtuig en zaten weldra in een prachtig gemeubileerde zaal van een
+mooi huis.
+
+"Mijnheer Gil Blas," zei Tordésillas, "bij uw vertrek uit Ségovia
+hadt ge een haat tegen het hof en ge zoudt er nooit weer terugkeeren."
+
+"Dat was ook werkelijk mijn plan," antwoordde ik, "en zoolang de koning
+leefde ben ik niet veranderd in dat opzicht, maar toen ik wist, dat de
+prins op den troon was, wilde ik zien of deze mij nog herkende. Dat
+deed hij en ik had het geluk gunstig te worden ontvangen; hij heeft
+mij bij den eersten minister aanbevolen, die vriendschap voor mij
+heeft opgevat en bij wien ik een beter leven heb, dan ik ooit had
+bij den hertog de Lerme. En gij, don André, zijt ge nog altijd de
+bewaarder van den toren van Ségovia?"
+
+"Neen, de graaf-hertog heeft een ander in mijn plaats gesteld. Hij
+meende, dat ik een aanhanger was van zijn voorganger."
+
+"En mij," zei daarop don Gaston, "heeft hij in vrijheid gesteld om
+een tegenovergestelde reden. Zoodra wist niet de eerste minister,
+dat ik was opgesloten op bevel van den hertog de Lerme, of hij stelde
+mij in vrijheid. En thans, mijnheer Gil Blas, zal ik u vertellen,
+wat er na dien tijd met mij gebeurd is.
+
+Het eerste wat ik deed, nadat ik don André hartelijk had dank gezegd
+voor hetgeen hij tijdens mijn gevangenschap voor mij had gedaan,
+was mij naar Madrid te begeven. Ik presenteerde mij bij den eersten
+minister, die mij zei: "Vrees niet, dat het ongeluk, dat u overkomen
+is, eenige schade heeft toegebracht aan uw naam. Ge zijt geheel
+gerechtvaardigd. Van uw onschuld ben ik temeer overtuigd, omdat de
+markies de Vilaréal, van wien men u verdacht de medeplichtige te
+zijn, onschuldig is gebleken. Hoewel Portugees en zelfs verwant aan
+den hertog van Braganza, is hij minder op diens hand, dan op die
+van den koning. Om het onrecht te herstellen, dat u is aangedaan,
+geeft de koning u een plaats als luitenant bij zijn garde." Gaarne
+nam ik die aanstelling aan, maar ik verzocht den minister, voor ik in
+dienst trad, naar Coria te mogen gaan, om dona Eléonor de Laxarilla,
+mijn tante, te bezoeken. De minister stond mij een maand verlof toe
+en ik vertrok, vergezeld van een enkelen lakei.
+
+Wij hadden reeds Colménar gepasseerd en bevonden ons op een weg
+tusschen de bergen, toen wij een ruiter zagen, die zich dapper
+verdedigde tegen drie man, die hem samen aanvielen. Ik aarzelde geen
+oogenblik om hem ter hulp te snellen en stelde mij aan zijn zijde. Ik
+merkte, dat onze vijanden gemaskerd waren en dat wij te doen hadden met
+eerste vechtersbazen. Niettegenstaande hun kracht en hun behendigheid
+bleven wij overwinnaars; ik doorstak een van de drie, hij viel van
+zijn paard en de twee anderen vluchtten dadelijk. Het is waar, dat
+de overwinning welke wij behaalden, weinig minder noodlottig was,
+want mijn medestrijder en ik waren zwaar gewond. Maar stel u mijn
+verrassing voor, toen ik in den ruiter niemand anders herkende
+dan Combados, den echtgenoot van dona Héléna. Hij was niet minder
+verwonderd dan ik. "Ha! don Gaston!" riep hij, "zijt gij het, die mij
+zoo edelmoedig hebt geholpen? Toen ge dat deedt, wist ge zeker niet,
+dat het de man was, die u uw geliefde heeft ontroofd?"
+
+"Ik wist het werkelijk niet," antwoordde ik hem. "Maar indien ik het
+geweten had, gelooft ge dan, dat ik zou geaarzeld hebben? Oordeelt
+ge zoo slecht over mij?"
+
+"Neen, neen," antwoordde hij, "ik heb een betere gedachte van u en
+indien ik sterf aan de wonden, die ik ontvangen heb dan hoop ik,
+dat de uwe u niet zullen verhinderen, om te profiteeren van mijn dood."
+
+"Combados," zeide ik, "hoewel ik dona Héléna nog niet heb vergeten,
+wil ik haar niet bezitten ten koste van uw leven. Het verheugt mij
+er toe te hebben bijgedragen u te redden, omdat ik daardoor een daad
+heb verricht, die uw echtgenoot genoegen zal doen."
+
+Terwijl wij spraken, was mijn lakei den ruiter genaderd, die op den
+grond lag, hij nam hem het masker af en liet ons een gelaat zien,
+dat Combados dadelijk herkende. "'t Is Caprara, die slechte neef,
+die uit spijt, dat hem een rijke erfenis ontgaan is, die hij mij
+onrechtvaardig betwist, reeds lang het voornemen koesterde mij te
+vermoorden en dezen dag daarvoor had uitgekozen. Maar de hemel heeft
+gewild, dat hij zelf het slachtoffer zou worden."
+
+Intusschen stroomde het bloed uit onze wonden en wij verzwakten zoo,
+dat het ons groote moeite kostte het dorp Villaréjo te bereiken. In het
+logement daar lieten wij dadelijk een chirurgijn komen. Hij onderzocht
+onze wonden, die hij zeer gevaarlijk vond. Hij verbond ons en toen hij
+den volgenden morgen het verband had afgenomen, zei hij, dat die van
+don Blas doodelijk waren. Over de mijne oordeelde hij gunstiger. En
+het bleek, dat hij niet verkeerd had gezien.
+
+Combados, ziende, dat hij ten doode was opgeschreven, dacht aan niets
+anders dan zich daarop voor te bereiden. Hij zond een bode naar zijn
+vrouw, om haar te berichten, wat er was gebeurd en in welken treurigen
+toestand hij zich bevond.
+
+Dona Hélena was weldra te Villaréjo. Combados sprak tot haar in mijn
+tegenwoordigheid: "Ge komt nog vroeg genoeg, om afscheid van mij
+te nemen. Ik ga sterven en beschouw mijn dood als een straf van den
+hemel, omdat ik u door bedrog aan don Gaston heb ontnomen. Daarover
+beklaag ik mij niet. Zelfs spoor ik u aan hem uw hart te schenken,
+dat ik hem ontnomen heb."
+
+Dona Helena antwoordde slechts met tranen en waarlijk, dat was het
+beste antwoord, dat zij kon geven.
+
+Het gebeurde, zooals de chirurgijn had voorspeld. Binnen drie dagen
+stierf Combados en mijn wonden begonnen te beteren. De jonge weduwe
+liet het lijk naar Coria brengen, waar het met allen luister werd
+ter aarde besteld.
+
+Zoodra ik kon, vertrok ik naar Coria. Mijn tante, dona Eléonor en
+don George besloten, dat wij zoo gauw mogelijk zouden trouwen uit
+vrees, dat het lot ons misschien door nieuwe tegenspoeden weder zou
+scheiden. Het huwelijk werd in allen eenvoud voltrokken, met het oog
+op den dood van Combados.
+
+Weinige dagen later kwam ik te Madrid met dona Helena aan. Daar de
+tijd van mijn verlof was overschreden, vreesde ik, dat de minister
+mijn luitenants-plaats aan een ander zou hebben gegeven. Maar hij had
+daarover nog niet beschikt en was zoo goed om mijn verontschuldigingen
+over mijn wegblijven aan te nemen.
+
+Collogos betuigde mij verder nog, dat hij zeer gelukkig was met
+zijn positie. Don André daarentegen beklaagde zich, dat hij zijn
+betrekking had verloren en geen vrienden bezat, die hem een andere
+konden verschaffen.
+
+Glimlachend viel ik hem in de rede, dat ik misschien wel iets voor
+hem kon doen.
+
+Tijdens ons gesprek kwam dona Hélena binnen, wier bekoorlijke
+verschijning geheel beantwoordde aan het beeld, dat ik mij daarvan had
+gevormd. Wij wisselden wederzijds eenige complimenten en ik vertrok,
+nadat ik het adres van Tordésillas gevraagd en hem beloofd had,
+dat hij binnen acht dagen van mij zou hooren.
+
+Een paar dagen later stelde de minister mij in de gelegenheid den
+slotbewaarder te helpen. "Santillano," zei hij, "de betrekking van
+gouverneur van de koninklijke gevangenis te Valladolid is vacant en ik
+heb wel lust u die te geven, ze brengt meer dan driehonderd pistolen
+in het jaar op."
+
+"En al zou ze ook tienduizend geven, dan nog zou ik een betrekking
+weigeren, die mij van u verwijdert," zei ik.
+
+"Maar," merkte de minister op, "'t is volstrekt niet noodig Madrid
+te verlaten, ge kunt van tijd tot tijd de gevangenis te Valladolid
+eens gaan bezoeken."
+
+"Ik wil die betrekking niet, tenzij u mij toestaat daarvan afstand
+te doen aan een braven edelman, don André de Tordésillas, die vroeger
+torenbewaarder is geweest te Ségovia en mij tijdens mijn gevangenschap
+zeer goed heeft behandeld."
+
+Lachend zei de minister: "Ik geloof, Gil Blas, dat je een gouverneur
+van een koninklijke gevangenis benoemen wil, zooals je een onderkoning
+hebt benoemd. Welnu, mijn vriend, het is goed! Ik sta je de vacante
+plaats voor Tordésillas toe. Maar zeg mij eens eerlijk, welk voordeel
+hebt ge daarvan? Want je zal toch wel niet zoo dwaas zijn om je
+invloed voor niets te gebruiken?"
+
+"Moet men zijn schulden niet betalen, Excellentie? Don André heeft
+mij zooveel genoegen gedaan als hij kon, toen ik zijn gevangene was."
+
+"Je bent wel belangeloos geworden, Santillano. Het schijnt mij toe,
+dat je het onder mijn voorganger minder was."
+
+"Dat stem ik u toe, Excellentie. De slechte voorbeelden bederven de
+zeden. Alles werd toen verkocht en ik voegde mij naar dat gebruik
+en daar nu alles gegeven wordt, heb ik mijn onomkoopbaarheid
+teruggekregen."
+
+Don André de Tordésillas werd dus gouverneur van de koninklijke
+gevangenis te Valladolid en vertrok weldra naar die stad, even voldaan
+over zijn nieuwe betrekking als ik het was, dat ik mij gekweten had
+van de schuld, die ik aan hem had.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIV
+
+Santillano gaat naar den dichter Nunez. Welke personen hij er vond
+en welke gesprekken er werden gehouden.
+
+
+Op een zekeren namiddag kreeg ik lust mijn vriend den dichter uit
+Asturië eens te gaan bezoeken, nieuwsgierig om te weten hoe zijn
+woning ingericht was.
+
+Ik begaf mij naar het huis van don Bertrand Gomez del Ribero en
+vroeg daar naar Nunez. Men antwoordde, dat hij daar niet meer woonde,
+maar wees mij een naburig huis aan, waarin hij zijn intrek had genomen.
+
+In een zaal, waarin ik verder geen meubelen zag, vond ik mijn vriend
+Fabricius nog aan tafel, met vijf of zes confraters, die hij dien
+dag onthaalde. Zij waren aan het eind van hun maaltijd en dus aan het
+disputeeren. Toen ik binnenkwam was het opeens stil. Nunez stond met
+een gewichtig gezicht op om mij te ontvangen en riep: "Mijne heeren,
+daar is de heer de Santillano, die mij met een van zijn bezoeken
+komt vereeren; bewijst met mij hulde aan den vertrouweling van den
+eersten minister!"
+
+Bij die woorden stonden alle gasten op om mij te begroeten en door
+de woorden van den gastheer waren ze zeer beleefd. Hoewel ik niet de
+minste behoefte aan iets had, moest ik mij aan tafel zetten en een
+dronk beantwoorden, die ze op mij uitbrachten.
+
+Daar het scheen, dat mijn tegenwoordigheid hen verhinderde om vrijuit
+te spreken zei ik: "Het schijnt mij, dat ik uw onderhoud heb gestoord,
+heeren, wees zoo goed en zet het gesprek voort, of ik ga heen."
+
+"Die heeren," zei Fabricius daarop, "spraken van de Iphigenia van
+Euripides. De heer Melchior de Villégas, die een geleerde van den
+eersten rang is, vroeg aan don Jacinte de Romerate, wat hem het meest
+interesseerde in dit treurspel."
+
+"Ja," zei don Jacinte, "en ik heb hem geantwoord: het gevaar, waarin
+Iphigenia zich bevond."
+
+"En ik," riep de ander, "heb hem geantwoord, dat niet het gevaar het
+belangrijkste was!"
+
+"Wat was het dan?" werd er geroepen.
+
+"Het was de wind," antwoordde Melchior de Villégas.
+
+Het geheele gezelschap barstte in lachen uit om dit antwoord, ik
+vatte dit ook niet als ernst op en dacht, dat Melchior het alleen maar
+gegeven had om de conversatie aan den gang te houden. Maar ik kende
+dien geleerde niet, het was een man, die geen scherts verstond. Op
+bedaarden toon zei hij:
+
+"Lacht zooveel ge wilt heeren. Ik houd vol, dat het de wind is, die
+de belangstelling verdient en niet het gevaar van Iphigenia. Stelt
+u voor een talrijk leger, dat verzameld is om Troje te gaan
+belegeren! Verbeeldt u het ongeduld van de officieren en soldaten
+om hun voornemen uit te voeren, waarna ze terug kunnen keeren
+naar Griekenland, waar ze hebben achtergelaten, hetgeen hun het
+meest dierbaar is, hunne huisgoden, hunne vrouwen en kinderen. En
+een vervloekte wind houdt hen terug; indien hij niet verandert,
+kunnen zij de stad niet gaan belegeren. Dus is het de wind, die van
+het grootste belang is in het treurspel. Ik neem de partij van de
+Grieken; ik wensch slechts het vertrek van hun vloot en zie met een
+onverschillig oog het gevaar van Iphigenia aan. Haar dood is het
+middel om van de goden een gunstiger wind te krijgen."
+
+Zoodra Villégas had opgehouden te spreken, werd hij weer
+uitgelachen. Nunez en anderen begonnen daarop flauwe aardigheden over
+den wind te zeggen. Maar de geleerde heer, die hen met een kalmen en
+trotschen blik aankeek, behandelde hen als onwetende en alledaagsche
+geesten.
+
+Ik verwachtte ieder oogenblik, dat de heeren zich nog meer zouden
+opwinden en elkaar in het haar vliegen, wat het gewone einde is
+van hunne discussies, maar ik werd in mijn verwachting bedrogen. Ze
+bepaalden er zich toe elkaar eenige beleedigingen te zeggen en trokken
+af, nadat zij genoeg gegeten en gedronken hadden.
+
+Toen ik alleen met hem was, vroeg ik Fabricius, waarom hij niet meer
+bij den schatmeester woonde en of hij verschil van meening met hem
+had gehad.
+
+"Verschil van meening!" riep hij. "De hemel behoede mij ervoor! Ik
+ben met don Bertrand nooit op een beteren voet geweest. Hij heeft mij
+echter toegestaan, om op mij zelf te wonen en nu heb ik dit verblijf
+gehuurd, om er mijn vrienden te ontvangen en met hen in vrijheid te
+genieten, wat mij dikwijls gebeurt, want je weet, ik ben niet iemand
+om groote sommen aan mijn erfgenamen achter te willen laten en wat
+gelukkig voor mij is, ik kan tegenwoordig iederen dag partijen hebben."
+
+"Het doet mij genoegen, mijn waarde Nunez," zei ik, "en ik kan niet
+nalaten je nogmaals geluk te wenschen met het succes van je laatste
+treurspel. De achthonderd dramatische werken van den grooten Lopez
+hebben hem nog geen vierde gedeelte opgebracht van jouw 'Graaf van
+Saldagne'."
+
+
+
+
+
+
+TWAALFDE BOEK
+
+
+HOOFDSTUK I
+
+Gil Blas wordt door den minister naar Tolédo gezonden. Van het doel
+en het succes van zijn reis.
+
+
+Reeds een maand lang zei mijn meester iederen dag tegen mij:
+"Santillano, de tijd nadert, dat je behendigheid mij van dienst kan
+zijn," en die tijd kwam maar niet. Eindelijk echter zei de minister:
+"Men zegt, dat er bij een troep comedianten te Tolédo een jeugdige
+actrice is, die opzien wekt door haar talenten: men beweert, dat zij
+goddelijk danst en zingt en dat ze de toeschouwers in verrukking brengt
+door haar voordracht; ook verzekert men, dat zij een schoonheid is. Een
+dergelijke actrice verdient aan het hof te verschijnen. De koning
+houdt van comediespel, van muziek en dans en het genoegen mag hem
+niet worden onthouden iemand te zien en te hooren van zulke zeldzame
+verdiensten. Ik heb dus besloten je naar Tolédo te zenden om voor
+je zelf te oordeelen, of het werkelijk zulk een bewonderenswaardige
+actrice is. Ik zal mij houden aan den indruk, dien je krijgt en mij
+op je smaak verlaten."
+
+Ik antwoordde den minister, dat ik zijn opdracht gaarne zou vervullen
+en ik stelde hem voor, dat ik zou vertrekken met één lakei, die niet
+den uniform van den minister zou dragen, om de zaak meer geheimzinnig
+te behandelen, wat zeer in den geest viel van mijn meester.
+
+Ik ging dus op weg naar Tolédo en daar aangekomen, nam ik mijn intrek
+in een hotel bij het kasteel.
+
+Nauwelijks was ik afgestapt of de waard, die mij zeker voor een
+landedelman hield, vroeg of ik voor het groote kettergericht kwam, dat
+den volgenden dag zou plaats hebben. Ik antwoordde van ja want ik vond
+het beter, dat hij dit geloofde dan dat hij mij verdere vragen deed.
+
+"Ge zult dan een van de schoonste processies zien, die wij hier
+ooit hebben gehad," zei hij, "er zijn, zegt men, meer dan honderd
+gevangenen, waaronder tien of meer die verbrand zullen worden."
+
+Werkelijk hoorde ik den volgenden morgen voor het opgaan van de zon
+alle klokken in de stad luiden en men liet het klokkenspel spelen, om
+het volk te waarschuwen, dat het kettergericht zou beginnen. Benieuwd
+om dit verschrikkelijk feest, dat ik nog nooit had gezien, bij te
+wonen, kleedde ik mij haastig aan en begaf mij naar de inquisitie. Er
+waren in de straten, waar de processie langs moest gaan verhevenheden
+opgesteld, waarop men voor geld kon plaats nemen. Weldra zag ik de
+Dominicanen, die voorop liepen, voorafgegaan door de banier van de
+heilige inquisitie. Deze goede vaders werden onmiddellijk gevolgd
+door de treurige slachtoffers, die de heilige dienst dien dag wilde
+straffen. Deze ongelukkigen gingen achter elkaar, met bloote voeten,
+een waskaars in de hand en ieder een geleider naast zich. Sommigen
+droegen een soort schoudermantel van geel linnen en een muts in den
+vorm van een suikerbrood. Deze mutsen waren bedekt met vlammen en
+duivelsche figuren.
+
+Toen ik die ongelukkigen bekeek met een medelijden, dat ik niet wilde
+laten blijken, uit vrees voor een misdadiger te worden gehouden,
+herkende ik onder hen, wier hoofd zulk een muts droeg, de eerwaarde
+vader Raphaël en broeder Ambrosius. Ze waren zoo dicht bij mij,
+dat ik mij niet kon vergissen.
+
+"Wat zie ik! De hemel, die eindelijk genoeg kreeg van hun
+wandaden, heeft deze booswichten dus overgeleverd aan het recht
+der inquisitie!" Ik begon te beven en had een gevoel of ik zou
+bezwijmen. De verbintenis, die ik had gehad met de twee schelmen,
+het avontuur te Xelva, kortom alle gelegenheden, dat ik met hen in
+aanraking was gekomen, kwamen plotseling voor den geest. Ik dankte God,
+dat Hij mij voor zulk een lot had behoed.
+
+Toen de ceremonie voorbij was, keerde ik naar het hotel terug, nog
+bevende van hetgeen ik had gezien. Maar de verschrikkelijke beelden
+moesten uit mijn geest verdwijnen; ik moest mij bezighouden met de
+taak, die mijn meester mij had opgedragen.
+
+Toen het uur naderde, waarop de schouwburg moest openen, begaf ik
+mij daarheen. Ik kreeg een plaats naast een ridder uit Alcantera,
+met wien ik weldra een gesprek had aangeknoopt.
+
+"Mijnheer," vroeg ik, "is het een vreemdeling geoorloofd u een vraag
+te doen?"
+
+"Mijnheer," antwoordde hij zeer beleefd, "ik zal daardoor vereerd
+zijn."
+
+"Men heeft mij," hernam ik, "de comedianten van Tolédo zeer
+geprezen. Heeft men ongelijk gehad, door zooveel goeds van hen
+te zeggen?"
+
+"Neen," antwoordde hij, "hun troep is niet slecht. Er zijn zelfs
+zeer goede krachten bij hem aan te wijzen. U zult onder anderen
+de schoone Lucretia zien, een actrice van veertien jaar, die u zal
+verwonderen. 't Is niet noodig, haar aan te wijzen, wanneer zij op
+de planken zal verschijnen, ge zult haar gemakkelijk onderscheiden."
+
+Het stuk begon. Er kwamen twee actrices op de planken, die niets
+verzuimd hadden om zich bekoorlijk te maken, maar niettegenstaande
+alle diamanten, hield ik noch de een, noch de andere voor degene,
+die ik verwachtte.
+
+Eindelijk verscheen de schoone Lucretia en haar opkomst werd door
+het publiek begroet met een algemeen en lang handgeklap.
+
+"Ah! Daar is ze!" zei ik bij mezelf. "Wat een nobel uiterlijk! Wat
+een gratie! Welke mooie oogen!" Werkelijk was ik ten zeerste
+over haar voldaan of liever gezegd, hare persoonlijkheid trof mij
+buitengewoon. Van het eerste oogenblik af, dat zij begon te spreken,
+vond ik in haar voordracht veel natuurlijkheid, geest en vuur. Gaarne
+stemde ik in met het publiek, dat haar luid toejuichte.
+
+"Ge ziet," zei de heer naast mij, "dat Lucretia de lieveling is van
+het publiek. Wat zegt ge van haar?"
+
+"Ik ben verwonderd over haar gaven."
+
+"Ge zult het nog meer zijn, wanneer ge haar hebt hooren zingen en
+zien dansen."
+
+"Welk een geluk zich ter wille van zulk een beminnelijk schepseltje
+te mogen ruïneeren!" zei ik.
+
+"Ze heeft geen bepaalden minnaar," antwoordde hij, "en men hoort
+zelfs niet van intriges, ze kon die echter wel hebben, want ze woont
+bij haar tante Estella en deze is een ervaren tooneelspeelster."
+
+Bij het hooren van den naam Estella viel ik mijn buurman in de rede,
+om hem te vragen of die dame ook een actrice was. Hij antwoordde mij,
+dat zij een van de besten was en na de beschrijving, die hij mij van
+haar gaf, twijfelde ik er niet aan of het was Laura, dezelfde Laura,
+van wie ik zooveel gesproken heb in mijn boek en die ik te Granada
+had achtergelaten.
+
+Estella was dien avond niet opgetreden, maar ik hoopte toch haar
+in den schouwburg te vinden en begaf mij daarom na de voorstelling
+achter het tooneel.
+
+Ik vroeg naar Estella en men wees haar aan. Ze was op het oogenblik in
+gesprek met eenige heeren, die waarschijnlijk in haar meer de tante
+van Lucretia zagen. Hetzij uit een gril, hetzij om mij te straffen
+voor mijn overhaast vertrek uit Granada, deed ze alsof ze mij niet
+kende en ontving mijn beleefdheden op zulk een wijze, dat ik uit het
+veld was geslagen. Inplaats van haar lachend hare koele ontvangst te
+verwijten, was ik dwaas genoeg om mij kwaad te maken. Ik verwijderde
+mij plotseling en nam mij voor den volgenden dag naar Madrid terug
+te keeren. Om mij op Laura te wreken, wilde ik niet, dat haar nicht
+de eer zou hebben voor den koning op te treden. Daartoe had ik den
+minister slechts een minder vleiend portret van Lucretia te geven.
+
+Mijn lust om wraak te nemen was echter niet van langen duur. Den
+volgenden morgen kwam een jonge lakei bij mij met een briefje, waarin
+ik las:
+
+"Vergeet de wijze waarop ge gisteren in den schouwburg werdt ontvangen
+en laat u door brenger dezes geleiden."
+
+Dadelijk volgde ik den lakei, die mij naar een groot huis bracht,
+waarin Laura hare kamers had.
+
+Ik vond Laura aan haar toilet. Ze stond op, om mij te omhelzen en
+zei: "Mijnheer Gil Blas, ik weet wel, dat ge geen reden hebt over de
+ontvangst, die ik u gisteren heb bereid, tevreden te zijn. Een oud
+vriend, als gij, hadt recht om meer vriendelijkheid te verwachten. Om
+mij echter te verontschuldigen, moet ik zeggen, dat ik op dat oogenblik
+in het slechtste humeur van de wereld was. Een van die heeren had mij
+juist iets gezegd van mijn nicht, wier eer mij meer aan het hart ligt
+dan die van mijzelve. Gelukkig wist ik uw woning te laten vinden en
+zoo kon ik mijn fout herstellen."
+
+"Dat is gebeurd, mijn waarde Laura, laten wij er niet verder
+van spreken, maar elkaar liever onze avonturen vertellen, na
+dien ongelukkigen dag te Granada, toen de vrees mij overhaast deed
+vluchten. Ik heb u toen in groote verlegenheid achtergelaten. Hoe hebt
+ge u er uit kunnen redden? Dat is zeker niet zonder moeite gegaan? En
+ge hebt zeker wel al uw slimheid noodig gehad, om uw Portugeeschen
+minnaar tot bedaren te brengen?"
+
+"In het geheel niet," antwoordde Laura. "Weet ge niet, dat in
+dergelijke gevallen de mannen zoo zwak zijn, dat ze zelfs de vrouwen
+de moeite besparen om zich te rechtvaardigen! Ik hield tegenover den
+markies de Marialva vol, dat je mijn broer was. Neem mij niet kwalijk,
+dat ik je weer zoo familiaar aanspreek, maar ik kan mij moeilijk van
+die oude gewoonte losmaken. Den Portugees vroeg ik dadelijk of hij
+niet merkte, dat alles het werk was van Narcissa, die jaloersch op mij
+was en zich op zulk een wijze wilde wreken. Als een nieuw bewijs van
+het complot, dat men tegen mij had gesmeed, noemde ik het plotseling
+verdwijnen van mijn broer. Men had daartoe zeker eenige kunstgrepen
+gebruikt en het mij zoodoende onmogelijk gemaakt te bewijzen, dat
+hier alleen jaloezie en wraakzucht in het spel waren. Om kort te
+gaan, de markies was tevreden en de markies bleef mij beminnen tot
+hij Granada verliet, om weer naar Portugal te gaan.
+
+Nog een paar jaren bleef ik in Granada; toen ging onze troep uiteen;
+sommigen gingen naar Sévilla, anderen naar Cordova en ik ging naar
+Tolédo, waar ik nu sinds tien jaar woon met mijn nicht Lucretia,
+die je gisteren hebt zien spelen."
+
+Hier kon ik niet nalaten te glimlachen. Laura zag het en vroeg naar
+de reden.
+
+"Kan je dat niet raden," vroeg ik. "Je hebt broers noch zusters en
+'t is dus niet mogelijk, dat je de tante bent van Lucretia. Bovendien,
+wanneer ik bij mijzelf den tijd bereken, die na onze laatste scheiding
+is verloopen, dan komt het mij niet onmogelijk voor, dat gij tweeën
+nader aan elkaar verwant zijt."
+
+De weduwe van don Antonio bloosde een weinig en zei: "Welnu, mijn
+vriend, ik zal je dan maar eerlijk bekennen, dat Lucretia de dochter
+is van den markies de Marialva en mij."
+
+"Het publiek," merkte ik op, "mag u wel dankbaar zijn, dat ge het
+zulk een cadeau hebt gegeven."
+
+Indien een sluwe lezer, die zich de samenkomsten herinnert, die ik
+te Granada met Laura had, toen ik secretaris was van den markies de
+Marialva, mij misschien er van mocht verdenken dien heer de eer te
+willen betwisten van het vaderschap van Lucretia, dan moet ik hem
+tot mijn schande doen opmerken, dat zijn vermoeden ongegrond is.
+
+Daarna vertelde ik Laura al wat er met mij was gebeurd en ik deelde
+haar mee, welke mijn opdracht was betreffende haar nicht.
+
+Zij toonde zich zeer ingenomen met dit plan en zei: "Als ik hier geen
+verbintenis had, die ik niet dadelijk kan afbreken, dan zou ik morgen
+wel reeds naar Madrid willen vertrekken."
+
+"Een bevel van het hof kan die verbintenis verbreken," zei ik. "En
+ik geef je de verzekering dat dit binnen acht dagen zal gebeuren. Ik
+heb er genoegen in den inwoners van Tolédo Lucretia te ontnemen. Een
+actrice, zooals zij, is geschapen voor het hof. Ze komt ons van
+rechtswege toe."
+
+Juist had ik die woorden gesproken, toen Lucretia de kamer
+binnenkwam. Ik meende de godin Hebe te zien, zoo bekoorlijk en gracieus
+was zij. Laura deelde haar het doel van mijn bezoek mee en het jonge
+meisje toonde zich zeer ingenomen daarmee.
+
+Wij bleven nog eenigen tijd in gesprek en daarbij had ik gelegenheid
+om op te merken, dat Lucretia een buitengewoon verstandig meisje was.
+
+Bij het afscheid nemen van de dames, verzekerde ik haar, dat zij
+spoedig een bevel van het hof zou ontvangen, om zich naar Madrid
+te begeven.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II
+
+Santillano doet verslag van zijn zending aan den minister, die hem
+opdraagt ervoor te zorgen, dat Lucretia te Madrid zal komen. Van de
+aankomst van deze actrice en haar eerste optreden voor het hof.
+
+
+Bij mijn aankomst te Madrid vond ik den minister vol ongeduld, om
+den uitslag van mijn reis te vernemen.
+
+"Gil Blas," vroeg hij, "heb je die actrice gezien? Is het de moeite
+waard, om haar aan het hof te laten verschijnen?"
+
+"Excellentie," antwoordde ik, "de roem van dergelijke personen wordt
+gewoonlijk overdreven, maar van de jonge Lucretia kan niet genoeg goed
+worden gezegd. Zij is bewonderenswaardig, zoowel door haar talenten,
+als door haar schoonheid."
+
+"Is het mogelijk!" riep de minister en ik zag daarbij in zijn oogen een
+inwendige genoegdoening, die mij deed denken, dat hij mij misschien
+in zijn eigen belang naar Tolédo had gezonden. "Is het mogelijk,
+dat ze zoo mooi is, als ge zegt?"
+
+"Wanneer u haar ziet, zult ge het mij moeten toestemmen," antwoordde
+ik.
+
+"Santillano, geef mij nu een uitvoerig verhaal van uw reis. Deel mij
+alles mee, wat er gebeurd is."
+
+Ik vertelde hem alles, ook dat Lucretia een dochter was van Laura en
+den markies de Marialva.
+
+"Het doet me genoegen," zei hij, "dat zij een dochter is van een man
+van stand. Dat doet mij nog meer belang in haar stellen. Wij moeten
+haar hier hebben. Maar, mijn vriend, één ding moet ik je op het hart
+drukken: _ik_ moet buiten de zaak blijven. Alles moet het werk zijn
+van Gil Blas de Santillano."
+
+Ik zocht hierna Carnero op en zeide hem namens den minister, dat een
+bevel verzonden moest worden, om Estella en Lucretia, actrices van
+den schouwburg te Tolédo, in den koninklijken troep op te nemen. Toen
+dit stuk geschreven was, zond ik dadelijk denzelfden lakei, die mij
+op mijn reis had vergezeld, naar Estella.
+
+Acht dagen later kwamen moeder en dochter te Madrid aan, waar ze haar
+intrek namen in een hotel bij den koninklijken schouwburg. Dadelijk
+na haar aankomst bracht ik een bezoek aan de dames, om mijne diensten
+aan te bieden.
+
+Bij het eerste optreden was de schouwburg geheel vol. Men had een stuk
+gekozen, dat de nieuwe actrices gewoon waren geweest te Tolédo te
+spelen. Ik kan niet ontkennen, dat ik de oogenblikken vóór het stuk
+begon, niet geheel op mijn gemak was. Maar nauwelijks hadden de twee
+actrices den mond geopend, of al mijn vrees was verdwenen. Lucretia
+nam aller harten voor zich in. Men bewonderde om strijd haar mooie
+oogen, haar zachte stem en ieder was getroffen door haar bevalligheid.
+
+De minister was dien avond ook in den schouwburg. Daar ik zeer
+nieuwsgierig was, om zijn indruk te vernemen, wachtte ik hem 's avonds
+in zijn kabinet op.
+
+"Wel Excellentie," vroeg ik, "is u tevreden over de kleine Marialva?"
+
+"Ik zou wel zeer moeilijk te voldoen zijn," antwoordde hij glimlachend,
+"indien ik het algemeen gevoelen van het publiek niet deelde. Ja,
+mijn vriend, je reis naar Tolédo is gelukkig geweest. En ik twijfel
+er niet aan, of de koning zal Lucretia ook met genoegen zien spelen."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III
+
+Lucretia maakt grooten opgang aan het hof en speelt voor den koning,
+die verliefd op haar wordt. Gevolg van die liefde.
+
+
+Het eerste optreden van de twee nieuwe actrices werd den volgenden dag
+druk besproken. Ook in tegenwoordigheid van den koning werd de jonge
+Lucretia zeer geroemd. Deze deed echter of hij aan die gesprekken
+weinig aandacht schonk.
+
+Toen hij echter alleen was met den eersten minister, vroeg hij,
+wie die jonge actrice was, die men zoo prees.
+
+De minister antwoordde: "Het is een jong meisje, dat aan den schouwburg
+te Tolédo was verbonden. Ze heet Lucretia, wat een goede naam is voor
+iemand van haar beroep en is een kennis van Gil Blas de Santillano,
+die mij zooveel goeds van haar had verteld, dat ik het gewenscht
+achtte om haar in den koninklijken troep op te nemen. Bij haar eerste
+optreden gisterenavond heeft zij een zeer groot succes gehad."
+
+Bij het hooren van mijn naam, had de koning een glimlach niet kunnen
+weerhouden. Hij herinnerde zich misschien op dat oogenblik, dat ik
+het geweest was, die hem in kennis had gebracht met Catalina en had
+er mogelijk een voorgevoel van, dat ik hem in deze aangelegenheid
+denzelfden dienst zou kunnen bewijzen. Hoe het zij, hij deelde den
+minister mee, dat hij den volgenden avond Lucretia wilde zien spelen
+en dat men haar dit zou berichten.
+
+De graaf-hertog vertelde mij, welk gesprek hij had gehad en verzocht
+mij de twee actrices te gaan waarschuwen.
+
+Het eerst zag ik Laura en ik zei haar: "Ik kom u een groot nieuws
+meedeelen. De minister heeft mij belast u te zeggen, dat de koning
+morgenavond de voorstelling met zijn tegenwoordigheid zal vereeren. Ik
+twijfel er niet aan, of gij beiden zult al het mogelijke doen, om u die
+eer waardig te doen zijn. Wanneer ik u een raad mag geven, dan zou het
+deze zijn, om een stuk te kiezen, waarin veel zang en dans voorkomen,
+opdat de koning alle talenten bewonderen kan, die Lucretia bezit."
+
+"Wij zullen uw raad opvolgen," zei Laura, "het zal niet aan ons liggen,
+wanneer hij niet voldaan is." Op dat oogenblik kwam Lucretia binnen,
+die er thans nog bekoorlijker uitzag, dan in haar tooneelkleeding.
+
+"De koning," zei ik, "zal uw schoone nicht nog meer bewonderen,
+indien zij optreedt in een stuk, waarin zang en dans voorkomen. Hij
+zou daardoor zelfs wel eens in de verzoeking kunnen komen haar zijn
+zakdoek toe te werpen."
+
+"Ik hoop niet," zei Laura, "dat hij zoo iets zal probeeren, want welk
+een machtig vorst hij ook mag zijn, hij zou dan wel eens op tegenstand
+kunnen stuiten. Hoewel zij in de tooneelwereld is opgevoed, is Lucretia
+deugdzaam en welk genoegen zij ook heeft in de toejuichingen van het
+publiek, het is voor haar meer eer een braaf meisje, dan een goede
+actrice te zijn."
+
+"Lieve tante," zei de kleine Marialva, zich in het gesprek mengende,
+"waarom u zorgen gemaakt voor den tijd? Ik zal wel nooit voor die
+beproevingen komen te staan."
+
+"Bekoorlijke Lucretia," zei ik, "indien de koning u tot zijn minnares
+wilde maken, zoudt ge hem toch zeker niet tevergeefs laten zuchten?"
+
+"Waarom niet?" vroeg zij. "Het zou mij meer streelen, hem weerstand
+te hebben geboden, dan aan zijn begeerte te hebben voldaan."
+
+Ik was niet weinig verwonderd een leerling van Laura op die wijze te
+hooren spreken en ik verliet de dames, de moeder prijzende, dat zij
+haar dochter zulk een goede opvoeding had gegeven.
+
+Den volgenden dag begaf de koning, verlangend om Lucretia te zien,
+zich naar den schouwburg. Men speelde een stuk, waarin de jonge actrice
+alle gelegenheid had om te schitteren. Van het begin tot het eind had
+ik mijn oogen gevestigd op den koning; ik trachtte op zijn trekken
+te lezen, wat hij dacht, maar hij behield hetzelfde ernstige gezicht,
+dat hij altijd trachtte op te zetten.
+
+Den volgenden dag eerst vernam ik, wat zijn indruk was geweest.
+
+"Santillano," zei mijn meester, "ik heb den koning gesproken, die
+vol lof is over Lucretia en ik twijfel er niet aan of hij is op
+haar verliefd. Nadat ik hem had gezegd, dat gij haar uit Tolédo hebt
+laten komen, zei hij, dat hij gaarne met u een onderhoud zou willen
+hebben. Ga er dus heen. Hij heeft al bevel gegeven om je dadelijk
+bij hem toe te laten en kom mij den afloop meedeelen."
+
+De koning liep met groote stappen op en neer, toen ik bij hem
+binnenkwam. Hij deed mij allerlei vragen over Lucretia, wier geheele
+geschiedenis ik hem moest vertellen. Vervolgens vroeg hij of zij al in
+eenig galant avontuur was betrokken geweest. Hoewel men met dergelijke
+verklaringen altijd zeer voorzichtig moet zijn, antwoordde ik hier
+toch beslist ontkennend, wat den vorst groot genoegen scheen te doen.
+
+"In deze zaak," ging hij voort, "heb ik u tot mijn vertrouweling
+gekozen. Ik wil, dat de schoone Lucretia door u vernemen zal, welk
+een overwinning zij heeft gemaakt." Hij stelde mij daarna een etui
+ter hand met diamanten ter waarde van ongeveer vijftig duizend kronen
+en ik moest haar vragen dit geschenk van hem te willen aannemen,
+in afwachting van andere bewijzen van zijn liefde.
+
+Om mij van die taak te kwijten, zocht ik mijn meester op en deed
+hem een getrouw verslag van mijn onderhoud met den koning. Ik had
+verwacht, dat de minister meer teleurgesteld dan verheugd zou zijn,
+want ik meende, dat hijzelf verliefd was op Lucretia en dus ongaarne
+zou zien, dat de koning zijn medeminnaar was; maar ik bedroog mij in
+dit opzicht. Wel verre van teleurgesteld te zijn, was zijn vreugde
+zoo groot, dat hem zelfs eenige woorden ontsnapten. "Mooi zoo,
+Filips! daardoor zal u de lust voor de zaken wel vergaan!" Daaruit
+leidde ik af, dat de minister den koning wilde afhouden van de
+staatszaken en hem daarom een dergelijke verstrooiïng wilde schenken.
+
+"Santillano," zei hij, "haast je mijn vriend, om dit bevel uit te
+voeren. Heel wat heeren aan het hof zouden jaloersch zijn op zulk een
+gewichtige taak. Denk er aan, dat het in dit geval niet de graaf de
+Lémos is, die het grootste gedeelte van de eer krijgt. Je zult die
+nu geheel alleen hebben en wat meer is, ook het voordeel."
+
+Daar ik sedert het verblijf in de gevangenis gewoon was geworden,
+de zaken meer van een moreel standpunt te beschouwen, hinderde mij
+dit soort van werk wel, maar ik was toch niet deugdzaam genoeg om
+het te weigeren. Te liever vervulde ik den wensch van den koning,
+omdat mijn gehoorzaamheid ook aangenaam was voor den minister, wien
+ik in de eerste plaats genoegen wilde doen.
+
+Ik achtte het gewenscht om eerst een onderhoud te hebben met Laura,
+waarin ik haar den wensch van den koning kenbaar maakte en haar de
+edelsteenen liet zien. Op het gezicht daarvan kon ze haar vreugd
+niet bedwingen en zei: "Gil Blas, 't is onder oude vrienden maar
+beter om eerlijk te zijn. Ik kan niet verbergen, dat ik ten zeerste
+verheugd ben over de overwinning van Lucretia, die van buitengewone
+waarde is. Maar, onder ons gezegd, ik vrees dat Lucretia de zaak
+uit een ander oogpunt zal beschouwen. Hoewel ze, om zoo te zeggen,
+op het tooneel is opgevoed, is ze verstandig en deugdzaam. Ze heeft
+al weerstand geboden aan de wenschen van twee beminnelijke jonge
+mannen. Ge zult me zeggen, dat die twee heeren geen koningen waren,
+dat stem ik toe en werkelijk de eer, een gekroond hoofd tot minnaar te
+hebben, moet sterker zijn dan de deugd van Lucretia; echter kan ik mij
+niet weerhouden je te zeggen, dat de zaak onzeker is. Wat mij betreft,
+ik verklaar je, dat ik mijn dochter niet zal tegenwerken. Kom morgen
+terug; ik zal je dan een gunstig antwoord geven of dit etui terug."
+
+Ik twijfelde er niet aan of Laura zou Lucretia gemakkelijk
+overhalen. Niettemin vernam ik den volgenden dag met verwondering,
+dat Laura evenveel moeite had gehad, om Lucretia op den slechten weg
+te brengen, als andere moeders soms hebben, om haar dochters daarvan
+af te houden.
+
+Wat mij echter nog meer verwonderde was, dat Lucretia, na eenige malen
+een geheim onderhoud met den koning te hebben gehad, plotseling de
+wereld verliet en in een klooster ging, waar ze niet lang daarna ziek
+werd van verdriet en stierf. Laura kon zich niet troosten over het
+verlies van haar dochter, dat ze zich zelf verweet. Zij ging eveneens
+in een klooster, om er de genoegens van hare schoone dagen te beweenen.
+
+De koning was eerst getroffen door het plotselinge verdwijnen van
+Lucretia, maar hij was er de man niet naar om lang te treuren.
+
+Wat den minister aanging, hij nam weinig notitie van het
+gebeurde. Daartoe ontbrak hem de tijd.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV
+
+Van de nieuwe taak, die de minister aan Santillano gaf.
+
+
+Het ongeluk van Lucretia deed mij veel verdriet; ik beschouwde
+mijzelf als medeplichtig daaraan en besloot mij in geen geval meer
+met dergelijke zaken in te laten.
+
+Ik sprak daarover met den minister, die verwonderd scheen over mijn
+gewetensbezwaren. Hij zei: "Santillano, je hebt een goed karakter en
+ik wil je nu een opdracht geven, die daarmee meer in overeenstemming
+is. Luister goed toe, ik zal je zeggen wat de zaak is.
+
+Voor eenige jaren zag ik plotseling een dame, die zoo schoon en
+bekoorlijk was, dat ik haar liet volgen. Ik vernam, dat zij geboortig
+was uit Genua, dona Margarita Spinola heette en te Madrid leefde van
+de inkomsten van hare schoonheid. Men zeide mij, dat don Francisco de
+Valéasar, een rijke, oude en getrouwde man enorme sommen voor haar
+uitgaf. Wel verre van mij afkeer in te boezemen, deed dat bericht
+bij mij sterke verlangens ontstaan, om hare gunsten met Valéasar
+te deelen. Om daaraan te voldoen, nam ik mijn toevlucht tot een
+koppelaarster, die mij spoedig een geheim onderhoud met Margarita
+bezorgde, dat door verschillende andere werd gevolgd. Mijn medeminnaar
+en ik werden even goed behandeld voor de geschenken, die wij haar
+gaven. Misschien had ze nog wel een derden galant, die even gelukkig
+was als wij.
+
+Wat er van zij, het gevolg van alle hulde die Margarita ontving,
+was dat zij moeder werd. Zij bracht een zoon ter wereld en gaf zoowel
+Valéasar als mij de eer van het vaderschap. Maar wij wilden het kind
+geen van beiden erkennen, zoodat ze het zelf moest grootbrengen. Dat
+heeft zij gedurende achttien jaar gedaan, daarna is ze gestorven
+en heeft haar zoon achtergelaten zonder goed en, wat erger is,
+zonder opvoeding.
+
+Dit is een vertrouwelijke mededeeling, die ik je had te doen en
+nu wil ik je zeggen, wat mijn plan is. Ik wil mij het lot van dien
+ongelukkigen jongen aantrekken en hem erkennen."
+
+Toen ik dit plan had aangehoord, was het mij onmogelijk om te
+zwijgen. "Excellentie! Hoe kunt u zulk een vreemd besluit nemen?"
+
+"Ge zult het niet zoo vreemd vinden, indien ik je de redenen ervan heb
+meegedeeld. Ik wil niet, dat mijn neven en nichten mijn erfgenamen
+zullen worden. Misschien zul je zeggen, dat wij nog niet op een
+leeftijd zijn gekomen, om zelf geen kinderen meer te krijgen. Maar
+welke geleerden wij ook hebben geraadpleegd, het is alles nutteloos
+geweest. Van mijn vrouw heb ik geen kinderen meer te verwachten. Het
+lot heeft nu een kind op mijn weg gesteld, waarvan ik misschien
+werkelijk vader ben. Dien jongen wil ik aannemen; dat is een zaak,
+waartoe ik vast besloten ben."
+
+Toen ik merkte, dat de minister zich dit nu eenmaal vast in het hoofd
+had gesteld, sprak ik hem niet verder tegen. Ik wist, dat hij een
+man was, eerder in staat om een dwaasheid te doen, dan om terug te
+komen op een genomen besluit.
+
+"Het is nu de zaak, om een opvoeding te geven aan don Henri Philippe
+de Guzman, want dezen naam zal hij voorloopig in de wereld dragen. Om
+hem terzijde te staan, Santillano, heb ik jou uitgekozen. Ik vertrouw
+op je verstand en je gehechtheid aan mijn persoon. Draag zorg voor
+zijn huis, geef hem alle soorten van meesters; in één woord, maak
+van hem een volmaakt edelman."
+
+Ik wilde mij daartegen verzetten, door mijn meester te zeggen, dat
+ik geen jonge heeren kon opvoeden, omdat ik dat nooit tevoren had
+gedaan; dat daarvoor meer verstand en meer verdiensten noodig waren,
+dan ik bezat, maar hij sloot mij den mond, door te zeggen, dat het
+zijn bepaalde wil was, dat ik ook de gouverneur zou zijn van zijn
+aangenomen zoon, dien hij voor de hoogste betrekkingen had bestemd.
+
+Dus bereidde ik mij voor, die taak te gaan vervullen ten genoege van
+mijn meester, die uit dankbaarheid mijn inkomen met duizend kronen
+per jaar verhoogde.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V
+
+De zoon van Margarita Spinola wordt bij authentieke acte erkend en
+don Henri-Philippe de Guzman genoemd. Santillano richt het huis van
+dien jongen heer in en geeft hem allerlei meesters.
+
+
+De acte van erkenning werd met goedkeuring van den koning
+opgemaakt. Don Henri-Philippe de Guzman (dat was de naam, dien men
+aan het kind met de verschillende vaders gaf) werd daarin tot eenig
+erfgenaam verklaard van het graafschap Olivarès en van het hertogdom
+de San-Lucar. Opdat iedereen het weten zou, liet de minister aan alle
+gezanten en grandes van Spanje deze mededeeling doen, waarover men
+niet weinig verwonderd was. De lachers in Madrid hadden langen tijd
+stof en de satirische dichters verzuimden deze gelegenheid niet om
+hun pen in gal te doopen.
+
+Ik vroeg aan den graaf-hertog, waar de jongeman was, dien hij aan
+mijn zorgen wilde toevertrouwen en hij antwoordde mij, dat hij thans
+in de stad was bij een tante, aan wier zorgen hij echter zou worden
+ontnomen, zoodra zijn huis ingericht zou zijn.
+
+Ik huurde dus een huis, liet het prachtig meubileeren en stelde pages,
+portier en andere bedienden aan.
+
+Toen dat gebeurd was, ging ik den minister waarschuwen, die dadelijk
+den twijfelachtigen en nieuwen spruit van den tak Guzman liet halen. Ik
+zag een grooten jongen, met een vrij aangenaam uiterlijk. De minister
+zei, toen hij ons voorstelde, dat don Henri mij in alle opzichten
+als zijn gids moest beschouwen.
+
+Wij gingen daarop naar het nieuwe huis, waar ik alle bedienden aan
+hunnen nieuwen meester voorstelde. In den omkeer in zijn toestand
+scheen hij zich zeer gemakkelijk te kunnen schikken. Met groote
+gemakkelijkheid nam hij alle betuigingen van eerbied en beleefdheid
+in ontvangst. Het ontbrak hem niet aan verstand, maar hij was zeer
+onwetend. Hij kon nauwelijks lezen en schrijven. Ik gaf hem meesters
+in de beginselen van het Latijn, de aardrijkskunde, de geschiedenis
+en een schermmeester. Een dansmeester vergat ik niet, maar er waren
+in dien tijd zooveel van die vermaarde heeren, dat ik niet goed wist,
+wien te kiezen.
+
+Toen ik daar zoo over nadacht, zag ik een rijk gekleed man ons huis
+binnengaan.
+
+Hij vroeg mij te spreken. Ik verbeeldde mij, dat hij minstens een
+ridder van Alcantera was en vroeg waarmee ik hem van dienst kon zijn.
+
+"Mijnheer de Santillano," antwoordde hij met vele buigingen,
+"men heeft mij verteld, dat gij belast zijt met het kiezen van
+meesters voor don Henri. Ik kom mijne diensten aanbieden. Ik heet
+Martin Ligero [2] en verheug mij in een goeden naam. Ik heb anders
+de gewoonte niet, om leerlingen te vragen, dat past slechts aan
+onbeduidende dansmeesters. In den regel wacht ik, tot men mij komt
+bezoeken. Maar daar ik bekend ben bij den hertog de Medina Sidonia,
+bij don Louis de Haro en eenige andere heeren van het huis Guzman,
+heb ik het als een eer beschouwd u voor te zijn."
+
+"Ik merk uit hetgeen ge zegt, dat gij de man zijt, dien wij noodig
+hebben," zei ik. "Hoeveel rekent ge per maand?"
+
+"Vier dubbele pistolen," hernam hij, "dat is de vaste prijs en ik
+geef twee lessen per week."
+
+"Vier dubbele pistolen!" riep ik. "Dat is veel!"
+
+"Hoezoo veel!" antwoordde hij op verwonderden toon. "Ge geeft wel
+een pistool per maand aan een onderwijzer in de philosophie."
+
+Ik kon niet nalaten om dat antwoord te lachen en vroeg mijnheer Ligéro,
+of hij werkelijk meende, dat iemand van zijn vak boven een leeraar
+in de philosophie stond.
+
+"Dat geloof ik zeer zeker, mijnheer," zei hij, "wij zijn in de
+wereld van heel wat meer nut, dan die heeren! Wat zijn de mannen,
+vóór ze door onze handen zijn gegaan? Lichamen uit één stuk! Ongelikte
+beeren! Maar onze lessen geven hun vorm en gratie."
+
+Ik besloot den dansmeester aan te nemen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI
+
+Scipio komt terug uit Nieuw-Spanje. Gil Blas plaatst hem bij don
+Henri. Van de studiën van dien jongen heer. Van de eer, die men hem
+bewees en aan welke dame de graaf-hertog hem uithuwelijkte. Hoe Gil
+Blas, niettegenstaande zijn verzet, in den adelstand wordt verheven.
+
+
+Terwijl ik nog druk bezig was, om alles voor don Henri te regelen,
+kwam Scipio terug uit Mexico. Ik vroeg hem of hij voldaan was over
+zijn reis.
+
+"Ik moet het wel zijn," antwoordde hij, "want met drie duizend
+ducaten in geld, heb ik wel voor tweemaal grooter bedrag aan koopwaren
+meegebracht."
+
+"Hartelijk daarmee gefeliciteerd! Dat is het begin van je fortuin. En
+het hangt nu maar van je zelf af, of je dat wil vermeerderen door
+nieuwe reizen te maken. Of geef je misschien de voorkeur aan een
+aangename betrekking in Madrid? Je hebt maar te spreken; ik heb er
+een te begeven."
+
+"Dat kan ik niet twijfelen!" riep hij. "Veel liever blijf ik hier,
+dan mij opnieuw aan de gevaren van een zeereis en van een vreemd land
+bloot te stellen. Maar welke betrekking hebt u voor mij bestemd?"
+
+Daarop vertelde ik hem de heele geschiedenis van don Henri en vroeg
+hem of hij diens kamerdienaar wilde worden. Scipio nam de betrekking
+gaarne aan en vervulde haar zoo goed, dat hij in minder dan drie
+dagen reeds de vertrouweling en vriend was van zijn jongen meester.
+
+Ik had mij voorgesteld, dat al die onderwijzers wel vergeefsche moeite
+zouden doen en dat hun leerling zich niet veel om hem en hun wetenschap
+zou bekommeren, maar daarin vergiste ik mij. Ze waren zeer tevreden
+over hem. Hij begreep en onthield zeer gemakkelijk, wat men hem
+leerde. Aangenaam was het mij, dit den minister te kunnen mededeelen.
+
+"Santillano!" riep hij verheugd, "ik herken in hem mijn geest en
+bloed en ben er nu nog vaster van overtuigd, dat hij werkelijk mijn
+zoon is. Ik voel mij zeer tot hem aangetrokken. 't Is de natuur,
+die hier spreekt."
+
+Ik wachtte mij er wel voor, om mijn meester te zeggen, wat ik daarvan
+dacht en zijn zwak eerbiedigende, liet ik hem het genoegen te gelooven,
+dat hij de vader was van don Henri. Hoewel alle leden van de familie
+Guzman een doodelijken haat hadden aan dien nieuwbakken neef zorgden
+zij er wel voor het uit een politiek oogpunt niet te laten merken. De
+gezanten en grandes die in Madrid waren, bewezen hem evenveel eer,
+alsof hij de wettige zoon van den machtigen minister geweest was.
+
+De minister was over dat alles zeer verheugd. Hij begon met aan de
+koning het kruis van Alcantera voor don Henri te vragen. Later werd
+hij commandeur. Ook besloot hij hem te laten trouwen met een dame
+uit een van de edelste huizen van Spanje en koos daartoe Juanna de
+Valesco, dochter van den hertog van Castilië. Hij had macht genoeg,
+om dat huwelijk door te drijven, niettegenstaande het verzet van den
+hertog en diens verwanten. Eenige dagen voor dit huwelijk liet de
+minister mij roepen. Hij stelde mij eenige papieren ter hand en zei:
+"Hier, Gil Blas, heb ik een geschenk voor je. Ik geloof, dat het je
+niet onaangenaam zal zijn. Het zijn brieven van adeldom, dien ik voor
+je heb verkregen."
+
+"Excellentie," antwoordde ik verbaasd, "weet u wel, dat ik de zoon ben
+van een eenvoudigen stalmeester en van een duenna? Het schijnt mij
+een beleediging voor den adelstand, mij daarin te doen opnemen. En
+van alle gunsten, die de koning mij bewijzen kan, verdien en begeer
+ik deze het minst."
+
+"Uw geboorte is geen beletsel," zei mijn meester, "ge hebt
+staatsbetrekkingen bekleed bij den hertog de Lerme en mij. Overigens
+hebt ge ook den koning zelf zekere diensten bewezen. In één woord
+Santillano, je bent die eer niet onwaardig. En er komt bij, dat
+de positie, die je bij mijn zoon inneemt, het noodzakelijk maakt,
+dat je van adel bent. Ik wil je wel bekennen, dat dit de voornaamste
+reden is, waarom ik je die papieren heb doen verleenen."
+
+"Ik geef mij gewonnen," antwoordde ik, "omdat u het bepaald wilt." Na
+die woorden ging ik weg, met de papieren in mijn zak.
+
+"Nu ben ik dus een edelman," zei ik bij mijzelf toen ik op straat was,
+"en ik ben van adel zonder dat ik dit aan mijn ouders heb te danken. Ik
+kan mij dus, wanneer ik wil, don Gil Blas noemen en als de een of ander
+mij er om zou willen uitlachen, kan ik hem die papieren laten zien."
+
+Onder het loopen keek ik de papieren in en ik las, dat de koning mij
+om den ijver, dien ik meermalen had getoond in den dienst van den
+staat en van hem zelven had verheven tot den adelstand.
+
+Tot mijn eer mag ik zeggen, dat ik mij niet zeer trotsch gevoelde. Mijn
+nederige afkomst stond mij steeds voor oogen en ik nam mij voor mijn
+papieren weg te sluiten, zonder mij erop te beroemen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII
+
+Gil Blas ontmoet Fabricius nog eens bij toeval. Van het laatste
+onderhoud, dat zij samen hadden en van den gewichtigen raad, dien
+Nunez aan Santillano gaf.
+
+
+De dichter uit Asturië verwaarloosde mij maar al te gaarne, zooals
+men zal hebben opgemerkt. Van mijn kant had ik weinig tijd om hem te
+bezoeken, zoodat ik hem niet had weergezien na het geweldige dispuut
+over Iphigenia.
+
+Het toeval deed mij hem weer ontmoeten. Hij kwam uit een drukkerij.
+
+"Ho ho! mijnheer Nunez! Ge komt uit een drukkerij. Dat schijnt het
+publiek met een nieuw werk van u te bedreigen."
+
+"Dat kan men inderdaad verwachten," antwoordde hij. "Ik zal u zeggen,
+dat ik een brochure heb geschreven, die thans ter perse is en groot
+opzien zal verwekken in de republiek der letteren!"
+
+"Ik twijfel niet aan de verdiensten van je werk, maar ik begrijp niet,
+dat je er lust in hebt een brochure te schrijven. Dat zijn van die
+kleinigheden!"
+
+"Er zijn toch wel goede onder en de mijne behoort daartoe, hoewel ze
+in haast is geschreven. Maar 't was noodzakelijk! De honger, weet je,
+drijft de wolven het bosch uit."
+
+"Wat! De honger! Kan de schrijver van den "Graaf de Saldagne" zóó
+spreken? Iemand met een vast inkomen!"
+
+"Zacht wat! mijn vriend, ik ben niet meer die gelukkige dichter. De
+zaken van don Bertrand waren in de war. Hij is verdwenen, al zijn
+goederen zijn verkocht en mijn toelage is naar den duivel!"
+
+"Dat is treurig! Maar is er geen hoop op, dat het weer in orde komt?"
+
+"Niet het minst! Gomez del Ribero is nu even arm als zijn geestige
+trawant het was. Hij is verdwenen, om nooit weer terug te keeren."
+
+"Maar mijn vriend, kan ik je dan niet eene betrekking bezorgen,
+die je schadeloos stelt?"
+
+"Van die zorg moet ik je ontheffen," antwoordde hij, "wanneer je soms
+een betrekking bedoelt op een of ander bureau. Ik zou die weigeren
+al verdiende ik er 3000 pistolen mee. Als dichter wil ik leven en
+sterven! Overigens zijn wij niet zoo ongelukkig. Wij leven vrij en
+onafhankelijk en vele rijke huizen staan steeds voor ons open. Zoo heb
+ik er op 't oogenblik twee, waar steeds een couvert voor mij klaar
+staat, het eene bij iemand, wien ik een roman heb opgedragen en het
+andere bij een rijken koopman, die altijd kunstenaars aan zijn tafel
+wil hebben en gelukkig niet zeer kieskeurig is."
+
+"Maar denk er aan Fabricius, dat wanneer je mij mocht noodig hebben,
+mijn beurs steeds voor je geopend is."
+
+"Aan dit aanbod herken ik mijn edelmoedigen vriend Santillano. Uit
+dankbaarheid wil ik je een raad geven. Profiteer van den tijd, dat
+je nog de gunsten geniet van den eersten minister, haast je om rijk
+te worden, want je meester is als een kaars, die in den pijp brandt."
+
+Ik vroeg aan Fabricius uit welke bron hij dat had en hij antwoordde:
+"Van een ouden edelman uit Calatrava die een ongewoon talent bezit,
+om zulke zaken te ontdekken. Gisteren hoorde ik hem zeggen, dat
+de minister veel vijanden heeft, die zich vereenigen om hem in het
+verderf te storten. Hij rekent te veel op den koning, die echter naar
+zijn tegenstanders begint te luisteren."
+
+Ik bedankte Nunez voor zijn waarschuwing, maar hechtte er niet
+veel waarde aan, omdat ik te veel op den invloed van mijn meester
+vertrouwde. Ik beschouwde hem als een van die oude eiken in een bosch,
+die de stormen niet kunnen deren.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII
+
+Hoe Gil Blas verneemt, dat de raad van Fabricius niet verkeerd was. Van
+een reis van den koning naar Saragossa.
+
+
+Wat de dichter uit Asturië mij had gezegd, was niet ongegrond. Er was
+in het paleis een samenzwering tegen den graaf-hertog en men beweerde,
+dat de koningin aan het hoofd daarvan stond. Intusschen vernam men er
+den eersten tijd nog niet veel van. Maar de opstand van de Cataloniërs,
+die door Frankrijk werd ondersteund en het weinige succes, dat men had
+in den strijd tegen de rebellen, maakte het volk ontevreden. Er werd
+in tegenwoordigheid van den koning een raad gehouden, die ook werd
+bijgewoond door den markies de Grana, een invloedrijk gezant. Het
+maakte een punt van beraadslaging uit of de koning in Castilië zou
+blijven, dan wel naar Aragon gaan om zich aan de troepen te vertoonen.
+
+De graaf-hertog, die er tegen was, dat de koning naar het leger
+vertrok, sprak het eerst. Hij beweerde, dat het niet in overeenstemming
+was met de koninklijke waardigheid, dat de vorst het centrum van zijn
+staten verliet en verdedigde zijn standpunt met zijn welsprekendheid.
+
+De overige aanwezigen vielen hem bij, met uitzondering van den markies
+de Grana, die zijn meening tegenover die van den eersten minister
+stelde en haar met kracht verdedigde. De koning, door den laatsten
+spreker overtuigd, besloot zijn raad te volgen en bepaalde den dag
+van zijn vertrek.
+
+Het was voor de eerste maal, dat de koning een besluit nam in anderen
+geest dan zijn gunsteling had voorgesteld. En deze, die dat als een
+beleediging beschouwde, was daarover zeer ontstemd.
+
+De minister zag mij, toen hij thuis kwam en riep mij bij zich, om te
+vertellen, wat er was geschied.
+
+"Ja, Santillano," zei hij, "de koning, die zoolang door mijn oogen
+gezien en door mijn mond gesproken heeft, geeft nu de voorkeur aan
+den raad van de Grana boven den mijne. En hij overlaadde dien gezant
+nog wel met lof over zijn trouw aan zijn Huis! Alsof die Duitscher
+trouwer was dan ik! Het is gemakkelijk te bespeuren, dat er zich een
+partij tegen mij heeft gevormd en ik heb reden te vermoeden, dat de
+koningin aan het hoofd daarvan staat."
+
+"Excellentie," vroeg ik, "hoe kunt ge dat vermoeden? Is de koningin
+niet gewoon, om u meester van de zaken te zien? En wat den markies de
+Grana betreft, de koning zal zich aan zijn zijde hebben geschaard,
+omdat hij misschien lust heeft het leger te zien en een veldtocht
+mee te maken."
+
+"Neen, dat is het niet!" riep de minister. "Als de koning bij de
+troepen is, zal hij altijd omringd zijn door de grandes en onder hen
+zijn er, die ontevreden zijn over mij en hem veel kwaads van mijn
+bewind zullen vertellen. Maar zij zullen bedrogen uitkomen! Ik zal
+wel zorgen, dat de koning zich weinig met zijn grandes zal kunnen
+ophouden." En dat deed hij op een manier, die verdient beschreven
+te worden.
+
+De dag van het vertrek was gekomen. Na de koningin tijdens zijn
+afwezigheid met de zorg voor de regeering te hebben belast, vertrok de
+koning naar Saragossa, maar voor hij er aankwam passeerde hij Aranjuez,
+waar hij het verblijf zoo heerlijk vond, dat hij er een paar weken
+bleef. De minister liet hem daarna naar Cuença gaan, waar hij den
+koning op allerlei vermaken tracteerde! Nadat de genoegens van de
+jacht hem nog eenigen tijd in Molina hadden bezig gehouden, kwam hij
+te Saragossa. Zijn leger was niet ver van de plaats verwijderd, maar
+de graaf-hertog ontnam hem het verlangen om er heen te gaan. door
+hem wijs te maken, dat hij gevaar liep door de Franschen gevangen
+genomen te worden. Dit denkbeeldige gevaar deed den koning besluiten
+zich nergens en aan niemand te vertoonen en de minister maakte gebruik
+van zijn angst door hem, bij wijze van veiligheidsmaatregel, als een
+gevangene te bewaken.
+
+De grandes, die zich groote uitgaven hadden getroost om den koning
+te kunnen volgen, hadden weinig satisfactie van hun werk, want ze
+werden niet eens in particuliere audientie ontvangen.
+
+De koning keerde weldra naar Madrid terug, het aan den markies de
+los Velez, den bevelhebber der troepen overlatend om de eer van de
+Spaansche wapenen op te houden.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX
+
+Van de revolutie in Portugal en de ongenade van den graaf-hertog.
+
+
+Weinige dagen na de terugkomst van den koning werd in Madrid een
+slechte tijding verspreid. Men vernam, dat de Portugeezen, die den
+opstand in Catalonië beschouwden als een gunstige gelegenheid, die de
+fortuin hun bood om het Spaansche juk af te schudden, de wapenen hadden
+opgenomen en tot hun koning hadden gekozen den hertog van Braganza,
+dien zij op den troon hoopten te handhaven, omdat Spanje toen gebukt
+ging onder de vijandschap van Duitschland, Vlaanderen en Catalonië.
+
+Zonderling was, dat de eerste minister, terwijl het hof en de geheele
+stad in onrust waren, met den koning wilde schertsen, ten koste van
+den hertog van Braganza.
+
+Filips deed daaraan niet mee en zette zulk een ernstig gezicht,
+dat de graaf-hertog daarvan ontstelde en een voorgevoel kreeg
+van zijn ongenade. Hij beschouwde zijn val als zeker, toen hij
+vernam, dat de koningin zich openlijk tegen hem had verklaard en hem
+beschuldigde, door zijn slecht beheer den opstand in Portugal te hebben
+veroorzaakt. De meeste grandes en voornamelijk zij, die tevergeefs
+naar Saragossa waren gegaan, sloten zich bij de koningin aan en een
+dreigend onweer pakte zich samen boven het hoofd van den minister.
+
+Toen het mijn meester bekend werd, dat de koning naar zijn vijanden
+luisterde, schreef hij den koning een brief, waarin hij hem ontheffing
+van zijn ambt verzocht en verlof om zich van het hof te verwijderen,
+daar men alle ongelukken die de monarchie overkwamen, aan zijn
+beleid weet.
+
+Hij meende, dat die brief een groote uitwerking zou hebben en dat
+de koning nog genoeg vriendschap voor hem had overgehouden om niet
+toe te stemmen in zijn verwijdering. Maar al het antwoord, dat hij
+kreeg, was, dat de koning verklaarde zijn verzoek in te willigen en
+hem toestond zich te begeven, waarheen hij wilde.
+
+Die woorden, door den koning zelf geschreven, troffen hem als een
+donderslag. Maar hij deed of hij zijn gewone bedaardheid behield en
+vroeg mij, wat ik in zijn plaats zou doen.
+
+"Ik zou," antwoordde ik hem, "de zaak gemakkelijk opvatten en op een
+van mijn landgoederen gaan wonen."
+
+"Je denkt verstandig," antwoordde hij. "En ik heb ook wel lust om dat
+te doen, maar ik zou toch nog gaarne éénmaal een onderhoud met den
+koning hebben. Het zal mij niet moeilijk vallen hem aan te toonen,
+dat ik menschelijkerwijze gesproken, alles heb gedaan, wat ik kon
+doen en dat ik de treurige gebeurtenissen, die men mij verwijt, niet
+heb kunnen voorkomen, evenmin als een bekwame loods het helpen kan
+als wind en golven het schip meesleepen."
+
+De minister vleide zich nog dat hij, door met den koning te spreken,
+de zaken kon herstellen en het verloren terrein herwinnen. Maar de
+audientie werd hem niet verleend en bovendien liet men den sleutel
+terugvragen, waarvan hij zich bedienen kon om vrij in de koninklijke
+appartementen te komen.
+
+Daar hij nu zag, dat hem geen hoop meer overbleef, besloot hij
+zich terug te trekken. Hij doorzocht alle papieren, verbrandde er
+uit voorzichtigheid vele van en gaf bevel, dat men alles voor zijn
+vertrek in gereedheid zou brengen.
+
+Hij vreesde door het volk beleedigd te worden en vertrok daarom 's
+morgens zeer vroeg door een achterdeur, in een eenvoudig rijtuig,
+met zijn biechtvader en mij.
+
+Wij gingen naar Loeches, een dorp, waarvan hij heer was en waar zijn
+vrouw een prachtig nonnenklooster had laten bouwen.
+
+Binnen vier uren kwamen wij in het dorp aan en de andere personen
+van het gevolg bereikten het eenigen tijd later.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X
+
+Van de onaangenaamheden en de zorgen, die eerst de rust van den
+graaf-hertog verstoorden en van de gelukkige vrede, die daarop
+volgde. Van de bezigheden van mijn meester in zijn eenzaamheid.
+
+
+Mevrouw d'Olivarès liet haar man naar Loeches vertrekken en bleef
+nog eenige dagen aan het hof, om te beproeven, of zij door gebeden
+en tranen niet bewerken kon, dat hij werd teruggeroepen. Maar haar
+moeite was vergeefsch; de koning lette niet op haar en de koningin,
+die haar doodelijk haatte, zag haar tranen met genoegen vloeien. De
+echtgenoote van den minister gaf het niet op, zij ging zelfs zóó ver,
+dat ze de hofdames van H. M. om bemiddeling smeekte, maar het eenige
+resultaat was dat zij minachting in plaats van medelijden opwekte.
+
+Troosteloos kwam zij bij haren echtgenoot aan, om zich met hem te
+beklagen over het verlies van een plaats, die onder een regeering
+als van Filips II misschien de eerste was in het koninkrijk.
+
+Zij deelde hem mee, dat de hertog de Médina-Colli en de andere grandes,
+die hem haatten, niet ophielden den koning te prijzen om den val van
+den minister en dat het volk in onbeschaamde vreugde zijn ongenade
+toejuichte.
+
+Hij zei tot haar: "Troost u, zooals ik het mijzelf tracht te doen. Het
+onweer was niet af te wenden. 't Is waar, ik had gehoopt dat ik mijn
+positie zou kunnen handhaven tot het eind van mijn leven. Gewone
+illusie van ministers en gunstelingen, die vergeten, dat hun lot van
+hun souverein afhangt. Is de hertog de Lerme niet bedrogen uitgekomen
+evenals ik, hoewel hij meende, dat het purper, waarmee hij bekleed was,
+zijn macht waarborgde?"
+
+Op die wijze trachtte hij zijn vrouw te troosten, maar zelf werd hij
+iederen dag opnieuw ontstemd door tijdingen, die hij van don Henri
+kreeg, die in Madrid was gebleven om mijn meester nauwkeurig op de
+hoogte te houden van al wat daar voorviel.
+
+Het was meestal Scipio, die deze brieven bracht, met bijna altijd
+slechte tijdingen. Het bleek daaruit, dat de grandes niet slechts
+openlijk hun vreugde betuigden over den val van den minister, ze
+hadden het ook toegelegd op den ondergang van personen, die door
+hem in betrekkingen waren geplaatst en wisten te bewerken, dat in de
+opengevallen plaatsen zijn verklaarde vijanden werden benoemd.
+
+Men kon zeggen, dat mijn meester in de eerste drie maanden niets
+anders ondervond dan verdriet. Gelukkig verstond zijn biechtvader,
+een even vroom als welsprekend man, de kunst hem te troosten.
+
+De gravin hield zich veel op in het klooster, dat door haar was
+gesticht en waarvan de zusters deden wat zij konden, om haar bitter
+leed te verzachten.
+
+Met den tijd werd mijn meester rustiger, hij wandelde veel met zijn
+biechtvader en mij en vermaakte zich na het diner altijd eenige uren,
+door met ons te spelen.
+
+Op een dag, dat ik alleen met hem was, zei ik: "Mijnheer, veroorloof
+mij u te zeggen, dat ge er veel opgewekter begint uit te zien. U
+schijnt u aan uw nieuw leven te gaan gewennen."
+
+"Ik ben daar al aan gewoon," zei hij, "al ben ik zoo langen tijd steeds
+door allerlei zaken in beslag genomen geweest, van dag tot dag krijg
+ik meer genoegen in het stille en vreedzame leven, dat ik nu leid."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI
+
+De graaf-hertog wordt plotseling somber en droomerig. Van de
+wonderlijke oorzaak van zijn droefgeestigheid en haar verdrietige
+gevolgen.
+
+
+Mijn meester had er soms ook genoegen in, om in zijn tuin te
+werken. Lachend sprak hij dan wel eens van een minister, die verbannen
+was geworden van het hof en nu tuinman was te Loeches.
+
+We waren allen verheugd, dat onze meester zulk een genoegen schepte
+in een leven, zoo geheel verschillend van hetgeen hij tot nog toe
+had geleid. Tot ons groot leedwezen bemerkten wij echter na eenigen
+tijd, dat hij veranderde. Hij werd somber en verviel in een diepe
+droefgeestigheid. Met ons spelen deed hij niet meer en alles wat wij
+trachtten te doen om hem te verstrooien, scheen hem onverschillig te
+laten. Eerst dachten we, dat het verdriet over het verlies van zijn
+hooge positie weer was teruggekomen. De woorden van zijn biechtvader
+echter, die hem vroeger zoo goed met dit verlies hadden kunnen
+troosten, bleven thans zonder uitwerking.
+
+Het kon niet anders of deze toestand moest een geheime oorzaak hebben,
+die hij ons niet wilde meedeelen.
+
+"Mijnheer," vroeg ik, toen ik eens alleen met hem was, met een
+mengeling van eerbied en genegenheid, "mag Gil Blas zijn meester een
+vraag doen?"
+
+"Zeker. Spreek maar," antwoordde hij.
+
+"Wat is er geworden van de tevreden uitdrukking, die eenigen tijd
+geleden nog op uw gelaat lag? Doet het verlies van uw verloren positie
+u opnieuw verdriet?"
+
+"Neen, ik denk in het geheel niet meer aan wat ik vroeger ben geweest,
+alle eerbewijzen heb ik voor altijd vergeten."
+
+"Maar waarom hebt ge dan geen kracht u te verzetten tegen een
+droefgeestigheid, die ons allen zoo ongerust maakt? Wat is er toch,
+mijn goede meester? Kunt ge er een geheim van maken voor Santillano,
+wiens trouw en bescheidenheid ge kent? Door welk ongeluk kan ik uw
+vertrouwen hebben verbeurd?"
+
+"Dat bezit ge nog altijd, maar ik zie er tegen op om te spreken over
+hetgeen mij in zulk een droevige stemming brengt. Ik kan alleen aan
+een dienaar en vriend als Santillano een dergelijke vertrouwelijke
+mededeeling doen. Ik ben ten prooi aan een sombere zwaarmoedigheid,
+die het eind van mijn leven verhaast. Voortdurend word ik achtervolgd
+door allerlei nare visioenen, die zich aan mijn oogen voordoen. Al
+is mijn hoofd sterk genoeg om mij te zeggen, dat dergelijke zaken
+niets te beteekenen hebben, ze keeren steeds terug."
+
+Met verwondering had ik hem aangehoord; ik begreep nu, dat hij
+ziek was.
+
+"Mijnheer," vroeg ik, "kan het misschien ook een gevolg zijn van
+onvoldoende voeding? U eet zoo weinig."
+
+"Dat heb ik ook gedacht en daarom heb ik sinds eenige dagen meer
+gegeten, maar het is alles nutteloos! Het spookbeeld verdwijnt niet."
+
+Weinig tijd daarna werd de graaf-hertog ziek. Hij gevoelde, dat
+zijn toestand ernstig was en ontbood een notaris, die zijn testament
+moest opmaken.
+
+Ook kwamen er drie beroemde geneesheeren bij hem, die de reputatie
+hadden, dat zij soms hun zieken genazen en die naar het voorbeeld
+van dokter Sangrado begonnen met aderlatingen en dat zes dagen
+volhielden. Den zevenden dag was hij bevrijd van visioenen.
+
+Na den dood van onzen meester heerschte er in het kasteel te Loeches
+een oprechte droefheid. Alle bedienden beweenden hem. Wel verre van
+ons te troosten met de zekerheid in het testament te staan, was er
+niet een, die niet gaarne afstand zou hebben gedaan van zijn legaat,
+om onzen heer weer in het leven te kunnen roepen.
+
+Wat mij betreft, ik, die zoo aan hem was gehecht, heb, geloof ik,
+bij den dood van Antonia niet meer tranen vergoten, dan bij den zijne.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII
+
+Van wat er op het kasteel de Loeches gebeurde, na den dood van den
+graaf-hertog en wat Gil Blas deed.
+
+
+Onze meester werd, zooals hij gewenscht had, op eenvoudige wijze
+begraven. Daarna liet mevrouw het testament lezen, waaruit bleek,
+dat alle bedienden goed waren bedacht. Mijn legaat was het grootste;
+ik kreeg tienduizend pistolen, als blijk van de ongewone genegenheid,
+die hij voor mij had gehad.
+
+Mevrouw zond alle bedienden naar Madrid, waar de intendant don Raimond
+Caporis de legaten uitbetaalde. Ik kon niet meegaan, want ik was
+ziek. Zeven of acht dagen moest ik te bed blijven en in dien tijd
+verliet de Dominicaner-priester, die de biechtvader van mijn meester
+was geweest, mij bijna niet.
+
+De goede geestelijke, die vriendschap voor mij gevoelde en belang
+stelde in mijn heil, vroeg mij toen ik begon te herstellen, wat ik
+wilde gaan doen.
+
+"Ik weet het nog niet vader, er zijn oogenblikken, dat ik mij in een
+cel zou willen opsluiten voor boetedoening."
+
+"Profiteer van die oogenblikken mijn zoon. Ik zou u aanraden u in ons
+klooster te Madrid terug te trekken. Word er een weldoener van, door
+het uwe goederen te schenken en sterf als een heilige Dominicaner. Er
+zijn veel menschen, die een wereldsch leven zoo eindigen."
+
+In den gemoedstoestand, waarin ik mij op dat oogenblik bevond, was
+ik wel geneigd den raad van den priester te volgen. Maar Scipio,
+die een oogenblik later bij mij kwam, bracht mij tot andere gedachten.
+
+"Wel foei! mijnheer de Santillano. Dat is een ziekelijke gedachte! Is
+uw kasteel te Lirias niet een aangenaam verblijf? Vroeger hadt ge
+daar reeds zulk een genoegen in en bij het klimmen van de jaren moet
+het grooter zijn geworden."
+
+Scipio hoefde niet veel moeite te doen om mij van plan te doen
+veranderen en ik besloot naar mijn kasteel terug te gaan.
+
+Zoodra ik hersteld was, ging ik naar Madrid, waar ik mijn legaat in
+ontvangst nam en orde stelde op mijn overige zaken.
+
+Met Scipio sprak ik af, dat hij me zou vergezellen naar Lirias. Den
+avond voor ons vertrek vroeg ik hem, of hij afscheid had genomen van
+don Henri.
+
+"Ja," antwoordde hij, "wij zijn vanmorgen in der minne gescheiden. Hij
+heeft mij gezegd, dat het hem speet, dat ik heenging; maar al was hij
+tevreden over mij, ik was het weinig over hem. Het is niet voldoende,
+dat de knecht den meester bevalt, de meester moet den knecht ook
+bevallen, anders passen zij niet bij elkaar. Overigens maakt don
+Henri zoowel aan het hof als in de stad een treurig figuur. Er was
+geen eer aan te behalen."
+
+Zoo vertrokken wij dus weer uit Madrid en sloegen den weg in naar
+Cuença. Scipio en ik zaten met een koetsier in een wagen, getrokken
+door twee muilezels. Daarachter kwamen drie muilezels, beladen met
+ons geld en ons goed en bij ieder een drijver. Al die mannen waren
+gewapend met sabels en pistolen en daarachter volgden twee tot aan
+de tanden gewapende lakeien. Wij waren dus met zeven man, waarvan er
+zes dapper waren en behoefden niet bang te zijn voor onze veiligheid.
+
+In de dorpen, waar wij doorreden, kwamen de boeren op het geluid van de
+schelletjes, die onze muilezels droegen, naar buiten, om onze equipage
+te bewonderen. Het scheen hun zeker wel, of er een grande op weg ging,
+om ergens het ambt van onderkoning te gaan bekleeden.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIII
+
+Van den terugkeer van Gil Blas in zijn kasteel. Van de vreugde,
+die hij had de kleine Séraphine weer te zien en op welke dame hij
+verliefd werd.
+
+
+Wij maakten geen groote dagreizen en hadden veertien dagen noodig om
+te Lirias te komen. Het gezicht van mijn kasteel wekte eerst droevige
+gedachten bij mij op, omdat het mij herinnerde aan Antonia; maar er
+waren twee-en-twintig jaren sinds haar dood voorbijgegaan en mijn
+smart was gesleten.
+
+Béatrix en haar dochter kwamen ons hartelijk welkom heeten. Ik vond
+het jonge meisje zeer bekoorlijk.
+
+"Hoe is 't mogelijk!" riep ik uit, "dat dit de kleine Séraphine is! We
+moeten er aan gaan denken haar uit te huwelijken."
+
+"Wel beste peetvader!" zei het meisje en zij bloosde een weinig,
+"u ziet mij nog maar een oogenblik en nu wilt ge u al van mij ontdoen!"
+
+"Neen, mijn kind," antwoordde ik, "wij willen geen man voor u, die u
+ons ontneemt, maar een die, om zoo te zeggen, met ons kan samenleven."
+
+"Er heeft zich al iemand voorgedaan," zei Béatrix. "Een jonge edelman
+uit deze streek heeft Séraphine in de mis gezien en is verliefd op haar
+geworden. Hij is bij mij gekomen en heeft zijn liefde geopenbaard,
+maar ik heb hem natuurlijk gezegd, dat de beslissing afhing van haar
+vader en van den heer van het kasteel. Nu ge beiden teruggekomen zijt,
+kan hij zich tot u wenden."
+
+"Wat voor man is het?" vroeg Scipio. "Is hij trotsch op zijn adel en
+ziet hij laag op ons neer?"
+
+"O neen, hij is een zeer zachte en beleefde jongeman, met een goed
+uiterlijk en nog geen dertig jaar oud."
+
+"Ge geeft ons daar een mooi portret," zei ik. "En hoe heet hij?"
+
+"Don Juan de Jutella," antwoordde de vrouw van Scipio. "Hij woont op
+zijn kasteel op een uur afstand van hier met zijn zuster."
+
+"Ik heb vroeger," zei ik, "van die familie hooren spreken. Ze behoort
+tot den voornamen adel van Valencia."
+
+"Op zijn karaktereigenschappen let ik meer dan op zijn adel,"
+zei Scipio.
+
+Séraphine beantwoordde haar vader door te zeggen, dat de jonge man
+in zijn omgeving zeer werd geacht, waarna hij en ik elkaar aankeken
+en begrepen, dat de galant het meisje niet onverschillig was.
+
+Reeds spoedig maakten wij kennis met hem, want hij kwam ons twee dagen
+later op het kasteel bezoeken. Als buurman kwam hij ons gelukwenschen
+met onze terugkomst en ons welkom heeten.
+
+De jongeman maakte op mij een zeer gunstigen indruk. Hij sprak nog
+niet van zijn liefde, maar gaf wel den wensch te kennen, dat wij,
+als goede buren, elkaar dikwijls zouden zien.
+
+Toen hij weg was, vroeg Béatrix hoe wij over hem dachten. Zoowel Scipio
+als ik meende, dat zich voor Séraphine geen betere partij kon voordoen.
+
+Den volgenden dag brachten Scipio en ik een tegenbezoek aan don Juan
+de Jutella. Zijn antiek kasteel lag in een bosch, aan den voet van
+een berg. Het gebouw was min of meer vervallen, maar goed gemeubileerd.
+
+Don Juan ontving ons in een zaal, waar hij ons aan een dame voorstelde,
+zijn zuster Dorothea, die ongeveer twintig jaar kon zijn. Zij was
+sierlijk gekleed, alsof ze bezoek had verwacht en ze was bekoorlijk. Ze
+maakte op mij denzelfden indruk als vroeger Antonia deed, dat is te
+zeggen, dat ik verlegen was, maar ik wist mijn verlegenheid zoo goed
+te verbergen, dat ze zelfs Scipio niet opviel.
+
+Onze gastheer sprak nog niet van zijn liefde voor Séraphine. Wij
+onderhielden ons eenigen tijd aangenaam en ik kon daarbij mijn oogen
+moeilijk van Dorothea afhouden.
+
+Toen wij naar huis terugkeerden, sprak ik onophoudelijk van haar.
+
+"Wel mijnheer," zei Scipio, "ge houdt u zoo druk bezig met de zuster
+van don Juan! Ge zijt toch niet verliefd op haar?"
+
+"Ja, mijn vriend," antwoordde ik en ik werd rood van schaamte. "Sinds
+den dood van Antonia, heb ik duizend mooie vrouwen gezien, die mij
+onverschillig lieten. Moet ik nu op mijn leeftijd nog verliefd worden,
+zonder dat ik mij daartegen kan verdedigen?"
+
+"Ge moest u daarover verheugen, inplaats van u te beklagen," zei
+Scipio, "ge zijt nog niet op een leeftijd, dat het belachelijk is,
+om verliefd te zijn en uw uiterlijk is nog goed genoeg, om een meisje
+te bevallen. Geloof mij, als ge don Juan weerziet, vraag hem dan
+zijn zuster. Hij zal u haar niet weigeren, vooral niet, omdat ge ook
+van adel zijt. Na vier of vijf geslachten, zal dat van Santillano
+misschien een der schitterendste zijn."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIV
+
+Het dubbel huwelijk, dat te Lirias plaats had en dat het einde is
+van de geschiedenis.
+
+
+Scipio moedigde mij door zijn woorden aan, om Dorothea mijn liefde
+te verklaren. Hoewel ik er zeker tien jaar jonger uitzag dan ik was,
+maakte ik mij toch ongerust over de wijze, waarop mijn aanzoek zou
+worden opgenomen.
+
+Den volgenden dag, toen ik juist bezig was mij te kleeden, kwam don
+Juan bij mij om mij, naar hij zei, over een ernstige zaak te spreken.
+
+Ik liet hem in mijn kabinet, waar hij mij dadelijk het doel van dit
+bezoek begon mee te deelen.
+
+"Het zal u wellicht niet onbekend zijn," zei hij, "dat ik Séraphine
+liefheb. Gij hebt veel invloed op haar vader, help mij en ik zal u
+het geluk van mijn leven te danken hebben."
+
+"Mijnheer," antwoordde ik hem, "ge zult er misschien geen bezwaar
+tegen hebben, dat ik uw voorbeeld volg. Ik beloof u, bij den vader
+van Séraphine voor u te spreken, doe hetzelfde voor mij bij uw zuster."
+
+Bij deze woorden liet don Juan een aangename verrassing blijken, die
+ik als een gunstig teeken voor mij beschouwde. "Is het mogelijk!" riep
+hij, "dat Dorothea uw hart heeft veroverd?"
+
+"Ik zou de gelukkigste van alle menschen zijn," antwoordde ik,
+"indien mijn aanzoek gunstig door haar en u werd ontvangen."
+
+"Daar kunt ge zeker van zijn," zei hij, "al zijn wij van adel, we
+zullen prijs stellen op een verbintenis met u."
+
+"Het doet mij genoegen," hernam ik, "dat ge verstandig genoeg zijt,
+om de hand van uw zuster ook te willen schenken aan een burgerman. Maar
+wanneer ge ijdel genoeg waart, om haar alleen te willen geven aan een
+edelman, dan zou ik u ook kunnen tevreden stellen. Ik heb twintig
+jaar gewerkt in de bureaux van het ministerie en om de diensten,
+die ik aan den staat heb bewezen, te beloonen, heeft de koning mij
+brieven van adeldom verleend, die ik u zal toonen."
+
+Daarop bracht ik mijn papieren te voorschijn, die hij met kennelijk
+genoegen inzag.
+
+"Nog beter!" zei hij, "Dorothea is voor u."
+
+"En gij kunt rekenen op Séraphine," riep ik.
+
+Tot de twee huwelijken was dus besloten, indien althans de dames
+daaraan hare goedkeuring wilden hechten. Want don Juan, zoowel als
+ik waren beiden veel te fijngevoelig zonder haar toestemming onzen
+zin te willen doorzetten. Dadelijk deelde ik Scipio en Béatrix het
+onderhoud mee. De laatste was zeer met het aanzoek ingenomen en
+Séraphine bewees door haar zwijgen, dat ze van hetzelfde gevoelen
+was. Scipio maakte eenige bezwaren, omdat er een groote bruidschat
+zou noodig zijn voor het huwelijk met een heer, wiens kasteel noodig
+moest hersteld worden; maar ik stopte hem den mond door te zeggen,
+dat ik zijn dochter vierduizend pistolen tot bruidschat zou geven.
+
+Ik zag don Juan denzelfden avond. "Uw zaak," zei ik, "staat zoo goed
+als het maar kan, ik zou wel willen, dat het met de mijne hetzelfde
+was."
+
+"Dat is zoo," antwoordde hij. "Mijn zuster stemt gaarne toe. Gij
+bevalt haar, alleen maakt ze bezwaar, dat zij u niets anders kan
+schenken dan haar hart en hand."
+
+"Wat zou ik meer vragen?" riep ik verheugd. "Ik ben rijk genoeg om
+haar zonder bruidschat te trouwen."
+
+Don Juan en ik, verheugd, dat de zaken tot zoover naar wensch waren
+gegaan, besloten onze huwelijken spoedig te doen plaats hebben en
+overbodige ceremonies daarbij te vermijden. Ik bracht hem daarop bij
+Séraphine en haar ouders. Hij beloofde ons den volgenden dag te zullen
+terugkomen met Dorothea.
+
+Uit lust, een goeden indruk te maken op mijn uitverkorene, bleef ik
+wel drie uur bezig met mijn toilet, zonder nog tevreden over mijzelf
+te zijn. Voor een jongen man, die zijn geliefde wacht, is dat een
+aangenaam werk, maar voor iemand, die reeds op jaren begint te komen,
+is het een moeilijke bezigheid.
+
+Ik was echter zoo gelukkig, dat zij mij met veel welwillendheid
+aanzag, toen wij elkaar weer ontmoetten. Er volgde een lang onderhoud,
+waarin ik gelegenheid had ook het verstand van mijn aanstaande vrouw
+te bewonderen.
+
+Een notaris uit Valencia stelde de huwelijksche voorwaarden op en
+de pastoor uit Paterna kwam te Lirias, om de twee huwelijken in
+te zegenen.
+
+Over mijn huwelijk heb ik mij nooit beklaagd. Dorothea was een
+deugdzame vrouw, die, gevoelig voor mijne goede zorgen, zich weldra
+aan mij hechtte, alsof ik jong was geweest.
+
+Ook don Juan en zijn vrouw waren zeer gelukkig en de twee schoonzusters
+werden weldra intieme vriendinnen.
+
+Van mijn kant vond ik zooveel goede eigenschappen in mijn zwager, dat
+ik een groote genegenheid voor hem opvatte, die hij met dankbaarheid
+beantwoordde.
+
+De verstandhouding was van dien aard, dat, wanneer wij 's avonds
+scheidden om elkaar den volgenden dag weer te zien, het ons leed
+deed. Daarom besloten wij van de twee families er een te maken, die
+nu eens op het kasteel te Lirias woonde en dan op dat van Jutella. Het
+laatste had belangrijke herstellingen ondergaan.
+
+Het is nu reeds drie jaar, lezer en vriend, dat ik een zeer gelukkig
+leven leid met de personen, die mij zoo dierbaar zijn. Om mijn geluk te
+volmaken, heeft de hemel mij twee kinderen geschonken, wier opvoeding
+de vreugd is van mijn ouden dag en waarvan ik oprecht geloof de vader
+te zijn.
+
+
+
+Einde van Gil Blas
+
+
+
+
+
+
+
+VERKLARINGEN
+
+
+blz. 7. _Bacchus_, God van den wijn.
+
+_Ceres_, Godin van het koren.
+
+blz. 16. _Mercurius_, God van den handel; ook de bode der goden;
+hij wordt afgebeeld met vleugels aan de voeten.
+
+blz. 29. _Paris_. Zie aanteekening in deel I.
+
+blz. 64. _Ariadne_. Door Theseus bevrijd uit het doolhof van den
+monsterachtigen Minotaurus, maar op den terugtocht door hem op het
+eiland Naxos achtergelaten.
+
+blz. 78. _Pythagoras_, beroemd Grieksch wijsgeer.
+
+blz. 86. _Virgilius_, beroemd Romeinsch dichter.
+
+blz. 93. _Lucilius_, Romeinsch satyriek dichter.
+
+blz. 95. _Alcibiades_, een talentvol losbol, leerling van Socrates.
+
+blz. 150. _Isocrates_, Grieksch schrijver.
+
+blz. 152. _Numa_, de tweede Romeinsche koning.
+
+blz. 154. _Anacreon_, Grieksch dichter.
+
+blz. 159. _Danaë_, geliefde van Zeus (Jupiter). Zij werd door haar
+vader in een onderaardsch gewelf opgesloten, maar Zeus drong tot haar
+door in de gedaante van gouden regen.
+
+blz. 174. _Fortuna_, godin van het geluk.
+
+_Epictetus_, Grieksch wijsgeer en moralist.
+
+blz. 190. _Ay de my_ etc. Helaas! een jaar van genoegen gaat voorbij
+als een zuchtje van den wind; maar een oogenblik van ongeluk is als
+een eeuw vol pijniging.
+
+blz. 209. _Weegschaal en Tweelingen_, twee sterrebeelden uit den
+Dierenriem.
+
+blz. 215. _Diogenes_, Grieksch wijsgeer, die leefde in een leegen ton.
+
+_Hesiodes_, Grieksch dichter.
+
+blz. 244. _Sophocles_ en _Euripides_, Grieksche treurspeldichters.
+
+blz. 262. _Penelope_, vrouw van Odysseus, die haar man trouw bleef
+in diens lange afwezigheid, ofschoon zij door vrijers omringd was.
+
+blz. 295. _Furto_ etc. Wij zijn zelfs trotsch op onze dieverij.
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Zie boek II, hoofdstuk VII.
+
+[2] Ligero = licht.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Zonderlinge Lotgevallen van Gil
+Blas van Santillano, deel 2 van 2, by Alain René Le Sage
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ZONDERLINGE LOTGEVALLEN ***
+
+***** This file should be named 24630-8.txt or 24630-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/4/6/3/24630/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.