summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:13:25 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 02:13:25 -0700
commitee56c5d52d7edfeb21dfea82b677e32acac81bae (patch)
treef30c62ef2165149ce0042667d60b846274220b4d
initial commit of ebook 24468HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--24468-8.txt5563
-rw-r--r--24468-8.zipbin0 -> 120571 bytes
-rw-r--r--24468-h.zipbin0 -> 3778096 bytes
-rw-r--r--24468-h/24468-h.htm5406
-rw-r--r--24468-h/images/ih1917-041.gifbin0 -> 2609 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/iv1917-001.gifbin0 -> 2737 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/o1917-040.gifbin0 -> 1230 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/o1917-072.gifbin0 -> 1249 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-001.jpgbin0 -> 97304 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-002.gifbin0 -> 39176 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-003.jpgbin0 -> 63403 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-004.jpgbin0 -> 35128 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-005.jpgbin0 -> 51630 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-006.jpgbin0 -> 57186 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-007.jpgbin0 -> 53950 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-008-1.jpgbin0 -> 66486 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-008-2.jpgbin0 -> 32560 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-009.jpgbin0 -> 64222 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-012-1.jpgbin0 -> 66114 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-012-2.jpgbin0 -> 64674 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-013.jpgbin0 -> 25159 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-015.jpgbin0 -> 32968 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-016.jpgbin0 -> 104750 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-017.jpgbin0 -> 81026 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-020.jpgbin0 -> 72422 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-021.jpgbin0 -> 74370 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-023.jpgbin0 -> 63067 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-024.jpgbin0 -> 53389 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-025.jpgbin0 -> 69037 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-028-1.jpgbin0 -> 59061 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-028-2.jpgbin0 -> 56343 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-029.jpgbin0 -> 89423 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-032.jpgbin0 -> 73917 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-033.jpgbin0 -> 97298 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-036.jpgbin0 -> 83627 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-037.jpgbin0 -> 26515 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-038.jpgbin0 -> 61854 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-039.jpgbin0 -> 26696 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-040.jpgbin0 -> 58340 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-041.jpgbin0 -> 73026 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-042.jpgbin0 -> 58095 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-043.jpgbin0 -> 70985 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-044.jpgbin0 -> 72782 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-045.jpgbin0 -> 75515 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-047-1.jpgbin0 -> 58463 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-047-2.jpgbin0 -> 43041 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-048.jpgbin0 -> 46670 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-049.jpgbin0 -> 75109 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-051.jpgbin0 -> 50848 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-052.jpgbin0 -> 55969 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-053.jpgbin0 -> 46835 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-056.jpgbin0 -> 59829 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-057.jpgbin0 -> 56329 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-058.jpgbin0 -> 56626 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-059.jpgbin0 -> 60086 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-060-1.jpgbin0 -> 70046 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-060-2.jpgbin0 -> 54849 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-061-1.jpgbin0 -> 61332 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-061-2.jpgbin0 -> 55135 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-063.jpgbin0 -> 36195 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-064.jpgbin0 -> 71999 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-065.jpgbin0 -> 79122 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-067.jpgbin0 -> 79300 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-068-1.jpgbin0 -> 53683 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-068-2.jpgbin0 -> 49731 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-069-1.jpgbin0 -> 47770 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-069-2.jpgbin0 -> 52492 bytes
-rw-r--r--24468-h/images/p1917-072.jpgbin0 -> 69840 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
71 files changed, 10985 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/24468-8.txt b/24468-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..06d65e3
--- /dev/null
+++ b/24468-8.txt
@@ -0,0 +1,5563 @@
+The Project Gutenberg EBook of Een jaar in de Molukken, by H. R. Roelfsema
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Een jaar in de Molukken
+ De Aarde en haar Volken, 1917
+
+Author: H. R. Roelfsema
+
+Release Date: January 31, 2008 [EBook #24468]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN JAAR IN DE MOLUKKEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+EEN JAAR IN DE MOLUKKEN.
+
+PERSOONLIJKE ERVARINGEN BIJ 'T VESTIGEN EENER CULTUURONDERNEMING.
+
+Door H. R. Roelfsema.
+
+
+ So sehnt sich der unruhigste Vagabund
+ zuletzt wieder nach seinem Vaterlande
+ und findet in seiner Hütte, an der Brust
+ seiner Gattin, in dem Kreise seiner
+ Kinder, in den Geschäften zu ihrer
+ Erhaltung all die Wonne, die er in der
+ weiten, öden Welt vergebens suchte.
+
+ Goethe.
+
+ Die Leiden des jungen Werthers.
+ Erstes Buch. Am 21 Junius.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+DOEL MIJNER REIS.
+
+
+Voor een avontuurlijk gemoed was de opdracht, waarmede ik naar Indië
+was vertrokken en me nu in October 1912 te Ternate bevond, om in de
+wolken te zijn.
+
+Het doel mijner reis was, in 't kort, het onderzoeken der geschiktheid
+van reeds aangevraagde concessieterreinen op Halmaheira en omliggende
+eilanden voor de cultuur van klappers en, zoo mogelijk, een onderneming
+voor een dergelijke cultuur op een dier terreinen te vestigen. Een
+planter van ervaring, die hiervoor twee weken eerder uit Holland was
+vertrokken, zou mij daar ter zijde staan. Op Java hadden we elkaar
+ontmoet en wij hadden te zamen de reis naar de Molukken aanvaard.
+
+Zoo waren we dan ter hoofdplaats der Residentie Ternate aangekomen
+en hadden ons geïnstalleerd in het eenige hotel van dit plaatsje. Om
+ons op de hoogte te stellen van land en volk, menschen en toestanden,
+was daar de beste gelegenheid, daar alle verkeer van dit gewest over de
+hoofdplaats gaat. Regelingen konden hier gemaakt, maatregelen genomen
+worden, terwijl we de laatste voorbereidingen konden treffen voor de
+tenuitvoerlegging der plannen, waarvoor we gekomen waren.
+
+Nu is het verschil tusschen plannenmaken in Holland en de uitvoering
+daarvan in Indië wel zeer groot, vooral wanneer die plannen moeten
+worden uitgevoerd in een weinig bekende streek, waarvan alle gegevens,
+die men ontvangt, nog even onbetrouwbaar zijn.
+
+Van de terreinen, die ons voor onderzoek waren aangewezen, werd door
+den oorspronkelijker aanvrager, die eenige jaren in deze streken
+vertoefde, een als het meest geschikte genoemd, waarom men in Holland
+besloten had op die plek met de eerste ontginning aan te vangen.
+
+Dit terrein lag op de zuidwestelijke punt van het eiland Morotai,
+dat ten Oosten van Halmaheira gelegen, slechts door een zeestraat
+ervan gescheiden was. Klimaat en bodem moesten er zeer gunstig zijn,
+werkvolk zou men er in voldoenden aantal kunnen vinden, terwijl de
+aanvoer van goederen en levensmiddelen en de afvoer van producten
+zeer gemakkelijk zou gaan. Nu vindt men in de Molukken en vooral op
+Halmaheira terreinen in overvloed voor de voordeelige klappercultuur,
+terwijl het klimaat op de laaggelegen gronden overal gunstig is.
+
+Echter, naast deze groote vruchtbare complexen van maagdelijken
+grond, waarop zwaar oerwoud staat, is voor de ontginning daarvan, op
+Halmaheira, behoefte aan goed werkvolk. De betrekkelijk schaarsche
+bevolking, die uitsluitend aan de kust woont, heeft hier van
+de vroegste tijden af gezeten en sinds die tijden nauwelijks een
+hand uitgestoken om in haar levensonderhoud te voorzien. De weinige
+behoeften in dit warme klimaat, de overvloed van levensmiddelen, welke
+in deze streken, waar de sagoboom inheemsch is, op de gemakkelijkste
+wijze door dezen boom wordt geleverd, leidden tot eene luiheid, waarvan
+men in Europa geen denkbeeld heeft. Voor eenigen geregelden, zelfs
+lichten arbeid waren deze menschen voorloopig nog zeer ongeschikt.
+
+De eerste kennismaking met de Ternataansche bevolking en de verhalen,
+die ik van de daar wonende Hollanders vernam over de luiheid van het
+menschdom in deze streken, waren van dien aard, dat ik al spoedig
+inzag mijn energie, versch uit Holland meegebracht, tegenover deze
+inerte massa in geduld om te moeten zetten. Het eenige middel er iets
+te bereiken, zou zijn mee te leven met den zooveel langzameren polsslag
+hier, aan te sporen, op te wekken en naar omstandigheden te handelen.
+
+Toch was ik niet gaan twijfelen aan de goede uitvoering van een
+gedeelte mijner aantrekkelijke opdracht, namelijk om de eerste
+grondslagen te leggen voor een klapperonderneming, waar ontgonnen
+en geplant zou worden naar de nieuwste eischen. De invoer van
+contract-koelies uit andere residenties, een der noodzakelijke
+voorwaarden om te kunnen slagen, bleek, hoewel bezwaarlijk, mogelijk;
+het gewestelijk bestuur betoonde sympathie met mijn plannen en
+beloofde alle hulp. Daarbij zou de cultuur van klappers op de gronden
+dezer streken zeer eenvoudig en daardoor ook zeer lucratief zijn, en
+tevens bleken de overige voorwaarden, om met goeden uitslag te kunnen
+planten, geheel naar verlangen te zijn. Omtrent het tweede gedeelte
+mijner opdracht, het onderzoek van diverse concessieterreinen voor de
+klappercultuur zeer in het groot en het vestigen van ondernemingen
+op verschillende punten tegelijk, was ik minder gunstig gestemd
+geworden. Deze streken bleken naar den eersten indruk voor zulke
+groote plannen nog niet rijp te zijn; integendeel leken zij hier bij
+voorbaat tot mislukking gedoemd. Wij zouden echter nader zien.
+
+Eerst eens iets over klappercultuur en hare vooruitzichten.
+
+Van oudsher is de klapperboom of cocospalm (de cocos nucifera)
+de zegen der tropen geweest. Nuttiger boom is moeilijk denkbaar,
+en het is geen wonder dat men schreef, dat de klapperboom, alleen,
+reeds in staat is aan een primitieve inlandsche maatschappij alles te
+leveren, waaraan zij behoefte heeft. In alle tijden is de cultuur van
+dezen palm in handen der inlanders geweest en door hen op inlandsche
+wijze gedreven, wat zeggen wil, dat men nooit veel heeft nagedacht
+over de eischen, die deze boomen stellen om tot volkomen ontwikkeling
+te komen. Men plantte waar men toevallig woonde, plantte altijd veel
+te dicht naast elkaar, en droeg slechts weinig of geen zorg voor den
+nuttigen boom. Het toeval wilde echter, dat hij, dankbaar voor een
+geregelde bemesting en een schoongehouden grond, dit beide vond in
+de naaste omgeving dier huisjes, zoodat daar waar deze voorwaarden
+op grooter afstand van de woonsteden der inlanders gewoonlijk niet
+te vinden waren, de klapperboom een kommervol bestaan leidde.
+
+Door de groote vraag op de wereldmarkt naar vetten gebeurde het,
+dat het gedroogde vleesch van de noot, de zgn. copra, waaruit de
+olie of het vet wordt bereid, jaar op jaar in prijs steeg, zoodat de
+cultuur in het groot steeds voordeeliger werd. Chineezen en Europeanen
+legden zich toen steeds meer daarop toe, met het gevolg dat men in den
+Indischen Archipel reeds uitgestrekte terreinen met dezen boom vindt
+beplant, welke waardevolle en groote winsten afwerpende bezittingen
+bleken te zijn.
+
+Het was het schoone vooruitzicht der winsten met die cultuur te
+behalen, dat mij, naast de behoefte tot een daad, verleid had tot
+een reis zoo ver van huis, gedreven had van een veilig milieu naar
+een onbeschermde moeilijke positie in een streek, waar niemand mij
+kende en waar alles mij vreemd was.
+
+Doch, laten we 't maar eerlijk bekennen, nog altijd bezit het geld
+zijn oude aantrekkingskracht en spoort misschien meer dan ooit tot
+daden aan, waarvan de belooning in de verte schittert. Totdat we ook
+eenmaal moeten bemerken, als het doel is bereikt, dat het ook daar
+niet is, om dan tot onze verbazing in te zien, dat het geluk niet
+grooter is dan eertijds, neen, dat het gerafeld en gescheurd is op
+weg naar de fata morgana.
+
+Maar nog lag het als doel in de verte voor me, en voelde ik ook door
+mijn leven en streven in de Indische maatschappij reeds bedenkelijke
+scheuren en rafels komen in 't gelukskleed der rustige gedachte van
+een leven van meer contemplatie, toch ging ik zonder omzien verder,
+gedreven door den eenmaal aanvaarden plicht en begeleid door den lust
+tot avonturen.
+
+In Holland hadden we onze plannen opgezet, die in de verte dikwijls
+zoo eenvoudig en zoo voordeelig lijken en het ook kunnen zijn,
+maar onverwachte en onvoorziene omstandigheden halen niet zelden in
+de praktijk meedoogenloos een streep door de mooiste rekening. Met
+dergelijke omstandigheden zal men, vooral in de verre Buitenbezittingen
+van onzen Oost, nog jarenlang rekening dienen te houden.
+
+Daar wonen buitendien nog menschen, die met een rijke fantasie belast,
+op gebrekkige of losse gegevens zonder deugdelijk onderzoek, plannen
+bouwen, die voor de uitvoering in de harde werkelijkheid veel te
+luchtig zijn opgezet en waardoor de verbeeldingrijken in Holland kunnen
+worden meegesleept. Hoeveel er op deze wijze in Indië gezondigd wordt
+is niet te zeggen. In de Buitenbezittingen echter is het schrikbarend
+en de plannen van ondernemende zwervers, die tijdens mijn verblijf in
+de Molukken met hun stokpaardjes bij mij kwamen, als ze vernamen met
+welk doel ik naar Indië was gegaan, waren zoo talrijk, dat ik weldra
+al die voorstellen, plannen en goede wenken voor kennisgeving aannam
+of hun aanried hun kostbare wetenschap toch in de eerste plaats ten
+eigen nutte aan te wenden. Ik voelde me, nu ik de toestanden met eigen
+oogen leerde kennen, reeds voldoende slachtoffer van deze richting,
+om mijn ondernemingszucht niet een strenge zelfbeperking op te leggen.
+
+Ik was in dien eersten tijd te Ternate, terwijl mijn metgezel en ik
+weinig opbeurends voor onze plannen vernamen en nu aan alle zijden aan
+kritiek bloot stonden, daarbij kennis maakten met dat afgesloten leven
+op de Moluksche eilanden, waar uit den aard geen gang in zat, dikwijls
+genoodzaakt uren te verbeuzelen, nietsdoend, afwachtend, verlangend
+naar bedrijvigheid onder den druk eener vage onzekere toekomst.
+
+Zoo was ik vaak weinig hoopvol gestemd en de zucht naar avontuur en
+geld, was somtijds nauwelijks een prikkel meer.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+PER PRAUW VAN TERNATE NAAR TOBELO.
+
+
+Mijn reisgenoot, de planter Verster, was van zijn eersten
+onderzoekingstocht naar Halmaheira en Morotai te Ternate teruggekeerd
+en had goede en slechte tijdingen meêgebracht. Het bleek ons na
+besprekingen alras, dat het terrein op het eiland Morotai, niet alleen
+door zijn ongunstige ligging voorloopig niet voor exploitatie in
+aanmerking kon komen, maar ook niet wegens gebrek aan werkkrachten,
+en dat alle verdere hulp ontbrak, daar de geheele landpunt uit vrees
+voor de booze geesten, de Soeangies, door de vroegere bewoners verlaten
+was en nog slechts enkele overblijfselen van vervallen nederzettingen
+aan hun voormalig verblijf herinnerden.
+
+Het beste en meest gunstig gelegen terrein werd nu op de kaart door ons
+uitgezocht, en de keus viel op de vlakke vruchtbare gronden achter de
+kampong Tobelo, de belangrijkste plaats aan de Oostkust van Halmaheira
+en zeer gunstig gelegen. Eens in de maand werd het plaatsje aangedaan
+door een boot van de Paketvaart; we waren dus terstond in het verkeer
+opgenomen, een voorname factor om te kunnen slagen. Tevens hadden zich
+hier twee zendelingen van de Utrechtsche Zendingsvereeniging gevestigd,
+terwijl het gouvernement was vertegenwoordigd in den persoon van een
+civiel-gezaghebber. We mochten er op rekenen niet zonder hulp van
+deze Europeanen te blijven, wat van groote waarde zou zijn bij het
+moeilijk werk dat ons te wachten stond. Waar we onze werkzaamheden
+zouden aanvangen, moest alles van den beginne af worden opgebouwd;
+van het oerwoud moest een bewoonbaar cultuurland worden gemaakt, met
+loodsen en huizen enz.; zelfs moest in de wildernis eerst nog het
+gedeelte worden uitgezocht, dat in ontginning zou worden gebracht,
+zoodat het vooruitzicht in de nabijheid dier wildernis woonplaatsen
+van Europeanen te zullen vinden ons zeer welkom was.
+
+Het was in alle opzichten een goede ruil, die we zouden doen, en
+met dit goede vooruitzicht maakten we ons gereed per prauw naar
+onze toekomstige standplaats te vertrekken. Intusschen hadden we
+een koeliewerver de opdracht gegeven naar Menado en de Sangir-
+en Talaut-eilanden te gaan, om de eerste contractkoelies aan te
+werven. Het zou drie à vier maanden moeten duren, alvorens wij dezen
+man met zijn aangeworven contractanten op Tobelo konden verwachten,
+in welken tijd er uitzicht bestond met behulp der kampongbewoners,
+die reeds een vijftiental jaren onder den invloed van Europeanen
+stonden, de allereerste werkzaamheden te kunnen beginnen.
+
+Het was den 12den November 1912, toen we 's morgens om 8 uur in twee
+prauwen van Ternate van wal staken, koers zettende naar het Oosten, de
+smalle landengte van Dodinga, die Noord- en Zuid-Halmaheira verbindt,
+tegemoet.
+
+Het was in de vroege uren van dien morgen een gepak en gesleep en
+geschreeuw van belang geweest, om tijdig weg te komen; en hadden we
+niet dankbaar den steun en het gezelschap van den zendeling Laschuyt
+aanvaard, die eveneens overstak om, na een reis door zijn afdeeling
+naar zijn post, waar we heden hoopten te overnachten, terug te keeren,
+dan hadden we allicht nog vele uren met heen en weer loopen verloren,
+alvorens we de luiaards in de prauwen hadden meegekregen.
+
+In de eene prauw zaten, behalve de roeiers, drie Europeanen,
+nl. Laschuyt, Verster en ik, met onze voornaamste kostbaarheden,
+papieren en geld. Onder dit geld was een kistje met duizend
+rijksdaalders, dat door zijn waarde en onhandige zwaarte mij reeds
+heel wat zorg had gegeven. Dien morgen had ik het reeds een tijdlang
+in de onverschillige handen van een der roeiers boven het water zien
+bungelen, toen hij tot aan zijn buik in de zee wandelde om de prauw
+te bereiken, waarin hij het onverschillig neergooide. Ieder oogenblik
+had het, tot mijn niet geringe onrust, geleken of hij het in het water
+zou laten ploffen, waar het in den zachten, zandigen bodem aanstonds
+een eind zou wegzakken en allicht onvindbaar zou zijn.
+
+Voor contante betalingen aan de inlandsche bevolking waren we wel
+genoodzaakt geweest deze rijksdaalders, de ringgits, zooals men
+ze hier noemt, mee te nemen. Deze munt is voor die menschen de
+eenheid waarmede zij rekenen, ja, is hier en daar, als in enkele
+streken van Nieuw-Guinea, nog het eenige gangbare geld. De ringgit
+is het geliefkoosde geldstuk, dat wordt opgepot en waarmede de
+betaling van gewichtige overdrachten geschiedt. Zoo betaalt de
+bruidegom den bruidschat in blanke ringgits aan zijn toekomstigen
+schoonvader. Guldens en pasmunt mogen te gebruiken zijn, maar niet
+in groote hoeveelheden, terwijl betalingen aan de oorspronkelijke
+bevolking in papier steeds bezwaren ontmoet. Men is dan genoodzaakt den
+zendeling of een ander vertrouwd persoon te hulp te roepen, die naast
+het papiergeld de waarde in ringgits legt, alvorens de Tobelorees of
+Galelarees of hoe al die stammen en stammetjes op Halmaheira heeten
+mogen, teleurgesteld het papier aanneemt.
+
+In de andere prauw zat op een tiental koffers en kisten, de rest zou
+met de boot volgen, onbeweeglijk onze huisjongen, een Madoerees,
+die luisterde naar den bijnaam Ketjil, d. i. klein. Naast hem
+stond een mandje met twee miauwende katjes, die voor de toekomstige
+huishouding werden meegenomen, terwijl hij verder de zorg had voor
+een kakelbonte papegaai, een beest dat hier in bijna geen huishouding
+ontbreekt. Straks zonden we kleurige groote en kleine papegaaien en
+witte en gele kakatoe's bij troepen in de hooge boomen zien en hooren,
+zooals we ze in grooten getale in Ternate aan het strand hadden zien
+te koop aanbieden, of hadden zien slingeren aan stokken en kettingen
+in de galerijen der huizen en van het hotel.
+
+Met een zacht windje mee, voeren de prauwen over de wijde watervlakte,
+die begrensd wordt door de kusten van Halmaheira, de eilandjes Tidore
+en Ternate. Deze beide laatsten zijn niet anders dan twee vulkanen,
+die op hun ronde basis zacht glooiend uit de zee oprijzen, dan steeds
+steiler worden tot een hoogte van respectievelijk 1620 en 1579 M.
+
+De eerste is totaal uitgedoofd, doch de laatste vertoont steeds een
+rookpluim en kan nog wel eens onheilspellend grommen en den grond doen
+sidderen. Of er nog eens gevaar dreigt voor de inwoners aan den voet,
+is bijna zeker bevestigend te beantwoorden; maar het "wanneer?" en
+"hoe erg?" doet de menschen rustig blijven wonen, evenals overal
+elders op de wereld, waar een noodlot eeuwenlang dreigt.
+
+De huizen van Ternate, onder het zware groen verscholen, verdwenen
+spoedig uit het gezicht; de witte Kedaton, waar de Sultan woonde,
+met een open grasvlakte ervoor, bleef nog lang zichtbaar, evenals de
+lichtgekleurde romp van den gouvernementsstoomer, die ter beschikking
+van den resident soms wekenlang op de reede lag.
+
+We lieten de beschaving achter ons en zwalkten in onzen notedop,
+in een verblindend zonlicht, dat uit den hemel viel en uit de zee
+weerkaatste, naar 't lange eiland dat daar voor ons lag. Dat eiland
+van zijn noord- tot zuidpunt 350 K.M. lang, langer dus dan de langste
+rechte lijn die door Nederland valt te trekken, was behalve door de
+inlandsche bevolking, door 8 zendelingen en 2 civiel-gezaghebbers met
+hunne families bewoond, de eenige Europeanen, die er zich toentertijd
+hadden gevestigd. Wij, mijn reisgenoot en ik, zouden het dozijn vol
+maken en daarmede tevens den derden beschavingsfactor brengen, die
+naast het gouvernement en de zending in Indië bestaat--de cultures.
+
+Terwijl we daar voeren, staande in de prauw en leunende tegen het
+afdakje, dat in het midden tot beschutting tegen den regen was gebouwd,
+werd de hitte, nu de middag naderde, steeds grooter, en steeds feller
+weerkaatsten de zonnestralen op het water, waartegen geen tropenhoed
+beschermde.
+
+De zendeling met zijn breedgeranden hoed, zijn gebaard, bruin
+en ernstig gezicht, zijn pajong, waarmede hij zich tegen den
+allerergsten zonnegloed trachtte te beschutten, deed mij in dat
+primitieve vaartuigje, met een bruinen roeier aan zijn voeten, aan
+een lang vergeten plaatje uit mijn kinderjaren denken, toen ik van
+Robinson en zijn trouwen Vrijdag droomde en met een popelend hart
+dat romantische leven in gedachten meeleefde.
+
+In de werkelijkheid is het vaak anders, en terwijl ik daar half
+luisterde naar het gesprek van mijn reisgezelschap, waren mijn
+gedachten niet bij avonturen, doch dwaalden terug naar Holland,
+naar den eigen haard, dien ik verlaten had, en onwillekeurig tuurde
+ik over de zee in de richting van het Noord-westen, waar dat alles
+gelegen was. Doch we gingen steeds nog verder naar het Oosten, zooals
+ik nu reeds maandenlang dienzelfden kant was uitgegaan.
+
+Een hevig gekraak riep mij plotseling uit mijn droomerijen wakker. Het
+kleine afdakje in het midden der prauw was ingevallen door het
+gewicht der beide converseerende heeren, die ten slotte, moe van
+het lange staan, zich daarop hadden neergezet en nu tot amusement
+van alle opvarenden lagen te spartelen tusschen de gevolgen van hun
+onnadenkendheid.
+
+Het intermezzo was mij welkom, we ontwaakten uit een zekere verdooving
+en zetten ons nu aan den maaltijd, waarvoor het reeds lang tijd was
+geworden. Intusschen naderden wij de kust van Halmaheira zoo dicht,
+dat we de inhammen en de kreken duidelijk konden onderscheiden en
+spoedig met zekerheid konden bepalen welke richting we moesten sturen
+om de monding der kali te vinden, die we nog een eindweegs hadden op
+te varen, alvorens voet aan wal te kunnen zetten.
+
+Het water werd ondiep, de roeiers sprongen uit de prauw en duwden en
+trokken het lichte vaartuigje door het water de kali in, die aan beide
+oevers dicht met laag hout was begroeid. Zoo kwamen we tenslotte aan
+eenige huisjes en sprongen met blijdschap aan land, na 8 uren in het
+kleine ding te hebben gestaan en gezeten.
+
+We waren op de landengte van Dodinga aangekomen, waar Halmaheira op
+z'n smalst is. Nog vóór het invallen van den avond wenschten we met
+onze talrijke bagage de andere zijde der landengte, die hier slechts
+5 K.M. breed is, te bereiken, om met de daar wachtende prauw van den
+zendeling nog vóór den nacht in zijn huis op Pasir Poeti aan te komen.
+
+Na eenigen tijd verscheen ook de prauw met onzen huisjongen, de katjes,
+de papegaai en de talrijke bagage.
+
+De inlanders uit de kleine kampong aan den oever keken nieuwsgierig
+naar ons doen en laten, zonder neiging te toonen een hand uit te
+steken. Toch hadden we hen noodig, om de zware koffers aan lange
+houten palen over de landengte te dragen (te pikelen). Door den
+invloed van den zendeling kregen we het, na langen tijd wachten en
+na veel gepraat over de betaling, gedaan en een lange karavaan van
+menschen, die twee aan twee een zwaren koffer pikelden, zette zich
+over een veel beloopen pad in beweging. Wij volgden; voor mij uit
+ging mijn huisjongen, die de geldkist torste, terwijl de papegaai in
+veel benauwenis op zijn rug heen en weer bungelde.
+
+Langzaam rees de weg die ons door velden van alang-alang en langs hoog
+geboomte voerde, terwijl overal laag bij den grond in het wild ananas
+groeide die haar roode kern vertoonde, waaruit de harde stekelige
+bladeren te voorschijn kwamen.
+
+Reeds spoedig zagen we naar de andere zijde, op de pashoogte (40 M.),
+tusschen het geboomte de watervlakte van de Kaubaai glinsteren en een
+wijder panorama voor ons liggen. Het was tegen den tijd, waarop het
+al te felle licht, dat loodrecht uit den hemel viel, plaats maakte
+voor een licht dat over het landschap speelde; de atmosfeer scheen
+reiner en blanker te zijn geworden nu de hitte van de middagzon haar
+niet meer trillen deed; kleuren werden getooverd in de hoogste sferen
+boven ons, terwijl achter ons, in het Westen, een geweldige opstand
+kwam van kleurig licht. De dag ging scheiden en dit noopte ons tot
+spoed, want de Indische schemering is maar kort.
+
+De Kaubaai, die daar voor ons lag, dringt in dit grillig gevormde
+eiland dieper door dan een der andere diep insnijdende baaien,
+de Boeli- en de Weda baai. Nog 5 K.M. verder en het eiland ware in
+tweeën gesneden geweest; nu echter ligt hier het knooppunt, van waar
+vier armen naar het Noorden, het Oosten en het Zuiden wijzen. Ook
+het naastbij-gelegene grootere Celebes heeft vier soortgelijke
+armen welke in die richtingen wijzen, waardoor een merkwaardige
+overeenkomst tusschen die grillig gevormde eilanden bestaat. Beiden
+hebben hun ontstaan aan vulkanische werkingen te danken, doch hoe
+zij die opvallende overeenkomst hebben verkregen, schijnt ook voor
+de geologen nog een onopgelost probleem te wezen.
+
+Aan de dichtbegroeide steile en hooge kust aangekomen, leidde een
+kunstige, door inlanders aangelegde trap naar de oppervlakte van het
+water, waar we een kleinen inham vonden, die aan drie kanten door
+steile oevers en hoog geboomte was afgesloten, terwijl de vierde
+zijde naar de baai open lag.
+
+Hier zou volgens afspraak de groote prauw van den zendeling met de
+roeiers moeten liggen, om ons naar Pasir Poeti te brengen, doch van
+die prauw was geen spoor te ontdekken. Wel lag er afgetakeld en met
+verroest ijzerwerk en kettingen een kleine klipper verlaten op het
+strandje, als een sombere, troostelooze verschijning, machteloos om te
+helpen. We zetten ons neer op de talrijke bagage en overlegden wat ons
+te doen stond. Kwam er geen prauw, dan zouden we hier den nacht moeten
+doorbrengen, tenzij het een der dragers nog mocht gelukken door het
+bosch te dringen en in een nabijzijnde kampong de menschen te bewegen
+ons over te roeien. Gelaten wachtten we, nu het inmiddels stikdonker
+was geworden, ons lot af bij het licht van een kaarslantaarntje.
+
+Tusschen de omlijning der silhouetten van het hoog oprijzende geboomte
+was een stuk heldere sterrenlucht zichtbaar, waar we den Kraanvogel
+met zijne lange schitterende sterrebeenen zijn bedachtzamen stap
+zagen doen. De zwarte wanden van de diepte, waarin we zaten, waren
+verlicht door krioelende vuurvliegjes, als levende lichtjes op talrijke
+kerstboomen; uit het woud klonk het nachtelijk gesjirp en helsche
+geraas van duizenden insecten, en terwijl we daar zaten te wachten,
+voelden we over ons komen het geheimvolle van den Indischen nacht. Een
+bivak zou in deze omgeving zijn eigenaardige bekoring hebben, en reeds
+wilden we eenige toebereidselen maken, toen over het water, reeds zeer
+dichtbij, een vlerkprauwtje kwam aanglijden, door een tweede gevolgd.
+
+Hoe nu in die duisternis al onze bagage in de prauwtjes werd gestuwd,
+is me een raadsel gebleven, doch na eenigen tijd zat ik goed en wel
+op de geldkist in het midden van een dier vaartuigjes te schommelen
+op de onstuimige golven van de baai. Het weer was omgeslagen, een
+sterke lauwe wind was opgestoken, de sterren begonnen te verdwijnen
+en een zware bui dreigde. Het zeewater lichtte, elke pagaaislag gaf
+een kolk van vuur te zien, elke klets van een der vlerken, die door
+het schommelen beurt om beurt uit en in het water gingen, werd tot
+een vurige streep. De tweede prauw hielden we door het licht, dat
+ook zij op die wijze in de duisternis uitstraalde, steeds in het
+oog. Weldra schommelden we als bezetenen te midden van die vurige
+strepen en kolken en toen de golven steeds hooger rezen, hadden ook zij
+lichtende kruinen, die op ons afkwamen als draken met vurige bekken. De
+branding bruiste met veel geweld tegen de kust en straalde eveneens
+licht uit. De lucht werd steeds zwarter, buien pakten zich samen en
+het werd de vraag of we nog droog het huis van den zendeling zouden
+bereiken. Het antwoord op die vraag duurde slechts kort, de regen
+begon te stroomen en maakte ons in korten tijd tot op de huid toe nat,
+doch het kon onze lachende stemmen niet dooven, opgewekt als we waren
+door het dolle spektakel der elementen in dien heksenketel rondom ons.
+
+Eindelijk naderden we het punt waar geland moest worden, waar hooger
+op de kust een lichtje zichtbaar was, dat spetterde uit het huis van
+den zendeling.
+
+De landing in de duisternis en in de geweldige branding, die de
+zwaarbeladen prauwen op het strand dreigde stuk te slaan, was uiterst
+lastig. Er bleef ons slechts over, uit het vaartuigje in zee te
+springen en tot aan de borst door het woelende water naar het land te
+waden. Mijn horloge, portefeuille en lucifers, hoewel reeds kletsnat,
+deed ik in mijn zonnehoed, die toen zoo vast mogelijk op het hoofd
+werd gedrukt. Mijn reisgenoot zorgde voor de papieren, in een city-bag
+geborgen, en ik zelf nam de geldkist voor mijn rekening. In het lauwe
+water, waarin een aanrollende golf mij bijna van de been had gegooid,
+bleef ik staan, dank zij die zware kist op mijn schouder. Op den tast
+waadden we in het diepe duister verder, tot het droge was bereikt.
+
+We lieten onze koelies verder met de bagage scharrelen en gingen,
+door den zendeling geleid over het onbekende pad, het welkome huis
+tegemoet. De kletsnatte bagage volgde.
+
+Na een verkwikkenden slaap deed ik 's morgens de deuren van mijn
+slaapkamer open en zag daar het mooiste panorama voor mij liggen,
+dat ik tot dusver in Indië had gezien. Werkelijk in dit landschap
+was op dit uur iets liefelijks en stemmingsvols, zooals het in het
+rijzende licht van den jongen dag voor mij lag.
+
+Van den heuvel, die den omtrek beheerschte en waarop het huis
+stond, zag men de oevers van de Kaubaai zich evenwijdig naar het
+Noord-Oosten uitstrekken, tot zij in de verte in den teêren morgennevel
+verdwenen. Heuvelachtig, dichtbegroeid land, dat zich tot lagere
+bergen ontwikkelde, rees aan den horizon op, waartusschen een wijde
+waterspiegel blikkerde en glom. Over dit landschap welfde zich een
+transparante atmosfeer van fijngekleurde morgentinten.
+
+Kort is in Indië het weldoende oogenblik van den morgen, als de
+zonnestralen over de aarde scheren. Snel rijst de zon en brengt ons
+den zomerdag met zijn hitte en steeds weer den zomer en steeds weer
+de hitte.
+
+Deze natuur staat onder een eentoniger licht dan die der noordelijke
+landen, ook is zij zelve veel eentoniger. Van Padang tot Halmaheira
+doorreisde ik in eenige maanden den Archipel over een afstand van
+3600 K.M., gelijk aan dien van de Noordkaap tot Athene, en over dien
+afstand had ik het karakter van het land zich niet merkbaar zien
+wijzigen, terwijl in elken tijd van het jaar het landschap hetzelfde
+voorkomen heeft.
+
+Overal had het donkere zinnobergroen overheerscht; overal hadden de
+klapperboomen met hun wuivende kruinen, de pisangs met hun gladde
+stille bladeren dezelfde karakteristiek bij de nederzettingen der
+menschen aan het landschap gegeven; overal had dezelfde bergvorm, die
+van de lange oprijzende lijnen der vulkanen, gedomineerd; nooit hadden
+de wisselende grootsche vormen van een rotsgebergte mijn oog bekoord,
+overal was hetzelfde vlakke strand, soms van wit soms van donker
+zand, langs de kusten te zien geweest, en over dat alles had steeds,
+wanneer niet een regenwolk het licht onderschepte, een zon geschenen,
+die hoog uit de lucht haar stralen pardoes naar de aarde zond.
+
+Zelden was de natuur liefelijk geweest, zelden grootsch, doch altijd
+ontzagwekkend, soms angstwekkend door haar macht, die nog de macht der
+menschen overheerschte. Deze natuur maakt ons klein, doch stemt niet
+bescheiden, gelukkig, noch wijst ten hemel en verheft. Het natuurgenot,
+zooals wij dat kennen, 't welk ontstaat door de afwisselende pracht der
+jaargetijden en door de sterkere contrasten van kleuren, door fijne en
+wazige overgangstinten, ontbreekt. Deze altijd gelijke natuurtafereelen
+brengen ons in een droom, in den droom die ligt op de gezichten der
+inlanders, voor wie een eentonig droomleven gelukzaligheid beteekent,
+van hen, die nooit wisten van den opwekkenden prikkel der noordelijke
+landen. En zoo ontberen we hier, totdat we tenslotte de ontbering
+niet meer gevoelen, den weldoenden invloed van ontroeringen, die de
+natuur der gematigde luchtstreek ons zoo dikwijls schenkt.
+
+In de galerij van zijn huis verscheen de zendeling in het
+gemakkelijke morgentoilet en noodigde ons aan het ontbijt. Hij was
+alleen, zijn vrouw en kinderen waren om gezondheidsredenen te Ternate
+achtergebleven, hoe gaarne zij ook naar Pasir Poeti waren teruggekeerd,
+waar zij zich in de eenzaamheid in eigen huis gelukkiger gevoelden,
+dan in het bedenkelijk slechte hotel, dat wij gisteren met vreugde
+hadden vaarwel gezegd.
+
+Aan tafel gezeten, volgden we naar het gebruik van het huis eerst de
+morgenwijding, die met bijbellezen begon en eindigde met gebed. Tijdens
+den maaltijd bespraken we onze plannen voor de verdere reis. De
+hulpvaardige zendeling was genegen ons zijn groote prauw met roeiers
+af te staan, waarin tevens alle bagage kon worden meegenomen.
+
+De duur van de reis, die nu voor ons lag, zou geheel van een meer
+of minder gunstigen wind afhangen. De afstand tot Tobelo bedroeg nog
+ruim 100 K.M., die door hem eens bij gunstigen wind in ruim 12 uren
+was afgelegd, doch waarvoor men meermalen met zulk een groote prauw
+3 dagen en meer had noodig gehad.
+
+Terwijl alles voor ons vertrek werd gereed gemaakt, bezagen we de
+geheele nederzetting, zooals die hier uit de wildernis door den
+zendeling was te voorschijn geroepen.
+
+Een kerk, een school, een timmerwerkplaats en nette huisjes, waarin
+christen-inlanders woonden, stonden op een uitgezocht plekje bijeen als
+een kostelijk brandpunt van beschaving in de wildernis van de somber
+stemmende wouden, waarmede het achterland was begroeid, en te midden
+van de lugubere samenleving der primitieve heidensche bevolking. Noode
+nam ik afscheid van de veilige haven, die me zoo kort had geherbergd
+en van den man, die in zelfverloochenende plichtsbetrachting hier
+zijn nuttig leven sleet.
+
+De prauw lag gereed, de bagage was onder het beschuttende dakje
+gestuwd, waar tevens een veldbed en een matras was gespreid, waarop we
+de eerstvolgende dagen voor een groot gedeelte zouden doorbrengen. Vier
+roeiers zaten voor en vier achter in de prauw. Onder hen was een
+albino, een man met witte haren, een licht rose huid en lichtschuwe
+roode oogen. Hij stak onsmakelijk af tegen zijn bruine broeders. Met
+hun gebronsde huid, gaven dezen in hunne naaktheid niet den minsten
+aanstoot, men went daaraan ook als totok spoedig; doch van den anderen
+met zijn berimpelde lichte huid, die vol wratten zat, zouden we gaan
+schuwen als van een melaatsche.
+
+Met hartelijken handdruk namen we afscheid van onzen gastheer;
+toen dreven we, kalm voortgeroeid in onze hulk, de wijde Kaubaai
+in. De felle zon dwong ons weldra onder het beschuttende afdakje
+plaats te nemen, waar ik op mijn veldbed onder het zachte deinen der
+boot gelegenheid en rust vond om mij aan correspondentie en lectuur
+te wijden.
+
+Verdiept in een boek, dat me in klein burgerlijke toestanden naar
+Duitschland verplaatste, was het een vreemde gewaarwording eensklaps
+tot de werkelijkheid om mij heen te worden teruggeroepen en door
+de groote openingen van de wanden van het afdakje, de lichamen der
+naakte pagaaiende inlanders, het van zonlicht glinsterende water
+en nog na drie uren Pasir Poeti in de nabijheid te zien. Langzaam,
+heel langzaam gingen we verder, de hitte en de eentonigheid brachten
+ons dien dag in een dommel, en tijdens den koeleren nacht kwam het
+niet tot een verkwikkenden slaap.
+
+Vier en twintig uren hadden we zoo in de prauw doorgebracht, soms
+eens even naar buiten kijkend, soms ook de roeiers aanmoedigend,
+die tijdens de uren van den nacht, toen de noordenwind dreigde ons
+weer terug te drijven, het liefst hadden gerust. Dan bliezen deze
+christenen op een groote schelp; een doffe doordringende toon klonk
+over het water, waarmede zij hoopten de geesten, die den tegenwind
+brachten, gunstiger te stemmen.
+
+We voelden ons lusteloos, zwaar in het hoofd en slap, toen we na dat
+eerste etmaal in Kau aan land stapten en door dik, mul zand in een
+verschrikkelijke hitte tusschen kamponghuisjes naar een kleinen toko
+gingen om eenige inkoopen te doen. De eigenaar, Rompies genaamd, half
+Chinees half Ternataan, ontving ons met een natuurlijke wellevendheid
+en een zekere bescheidenheid, die al deze menschen eigen is. Ver
+boven den inlander staande, vormen zij den nuttigen middenstand van
+kleine tokohouders in deze afgelegen streken. Zijn vrouw bracht ons
+een kop thee, dat kostelijk verkwikte. Zoo verkwikte ons ook een bad,
+waarvoor hij ons de gelegenheid in zijn mandiekamertje aanbood, dat
+van bamboestijlen en wanden van gedek (platgeslagen bamboe) gemaakt,
+wel zeer primitief, doch voldoende was.
+
+Van den eigenaardigen primitieven smaak dezer menschen getuigden de
+kleurige gladde prenten van vorstelijke personen in uniformen met
+veel rood en veel ordeteekenen, die in het voorgalerijtje hingen en
+die we later bij deze soort menschen als de gewone wand versiering
+zouden leeren kennen. Zoo hingen hier de keizer van Duitschland,
+de koningen van Engeland en van Roemenië in schitterende uniformen
+en ook onze Koningin, omgeven door een apothéose van vlaggen, waarin
+het felle rood domineerde.
+
+Tegen den namiddag kwamen we in Gamlaha, waar we met een tweeden
+zendeling, den heer Ellen, zouden kennismaken. Het was twee uur,
+het uur van de middagrust, toen we zijn huis naderden, dat aan alle
+zijden gesloten was. Op een vloer van cement stond, aan vier zijden
+door een breede galerij omgeven, een flink vierkant gebouw voor ons,
+met vier ramen en een deur aan de frontzijde. Het was van ijzerhout en
+gaba-gaba (de nerf van het blad van den arènpalm) wanden gemaakt, en
+vertoonde zich in zijn bruine kleur in goede harmonie met zijn omgeving
+van donkergroen; stemmiger dan de Europeesche huizen in de grootere
+plaatsen, die met hun practische witte kleur vaak al te erg vloeken
+met het donkere bruin en groen, te midden waarvan zij zijn geplaatst.
+
+Na eenigen tijd drentelen in de voorgalerij kwam een bleeke blonde
+man uit een der zijgalerijen naar ons toe. Hoewel het bezoek van
+Europeanen hier iets zeer bijzonders moest wezen (later vernamen we
+dat dit in een vol jaar niet had plaats gehad), scheen hij niet in
+het minst verrast. Hij verzocht ons plaats te nemen en het gesprek
+begon. Van onze plannen had hij reeds het een en ander vernomen, en
+hij wees ons met voldoening op eenige jonge klapperboomen voor zijn
+huis, door hemzelven geplant, die met zware stammen als ballen uit
+den grond kwamen. In de nabijheid had hij een klapperaanplant gemaakt,
+waarvan hij de beste verwachtingen koesterde.
+
+Terwijl wij praatten en informeerden verscheen zijn vrouw met een
+blond slank meisje van een jaar of zes aan de hand; een zacht, teer
+kind buiten rumoer en sterke contrasten in de eenzaamheid geboren en
+opgevoed. Het was een kasplant, die een sterke tegenstelling vormde
+met de wildernis, welke zoo dicht om het huis lag, en toen we later
+met z'n beidjes alleen aan het strand liepen, alsof we elkaar jaren
+hadden gekend en mooie schelpen opraapten voor een jongetje ver in
+Holland, was het mij zonderling te moede, hier in deze omgeving dat
+helblonde babbelende kind naast me te zien.
+
+Na de thee wilden we verder, doch de noordenwind stak zoo hard op,
+dat we eer achter dan vooruit zouden zijn gekomen, zoodat we besloten
+tot den avond te wachten, wanneer de wind zou zijn gaan liggen. We
+brachten den verderen tijd in het huisgezin door en gebruikten er den
+avondmaaltijd, om tegen tien uur de prauw op te zoeken, die langzaam
+de baai invoer, terwijl wij ter kooi gingen.
+
+Toen ik wakker werd was het nog donker en lagen we stil voor Pediwang,
+een kampong in welker nabijheid een groot vlak terrein lag, waarop
+een concessie was aangevraagd voor de cultuur van klappers. Over de
+uitvoerbaarheid der ontginning van dit terrein hadden we ons oordeel
+naar Holland te berichten.
+
+Pediwang zelf was een oud berucht rooversnest. Het gouvernement
+had echter een eind gemaakt aan het bedrijf dier kampongbewoners,
+die nu in vreedzame luiheid voortvegeteerden. Het concessieterrein,
+dat in de nabijheid lag, was 3000 bouws groot en moest geheel met
+oerbosch zijn bezet.
+
+Toen het lichter werd, gingen we aan land en verrasten de inwoners
+bij het krieken van den dag in hun schamele huisjes. Vrouwen waren
+reeds met eenig huiswerk bezig, doch de mannen stapten, met een doek
+om hun naakte lijf geslagen, welke hen tegen de morgen koelte moest
+beschutten en met een sigaret in den mond, in trotsche houding als
+pauwen voor hun huisjes op en neer, en keken ons onbeschroomd en
+glimlachend met een aristocratisch nietsdoeners-air aan.
+
+Geheel anders dan van den Javaan is de houding van den bewoner dezer
+streken tegenover den Hollander. Van onderdanigheid tegenover hem zag
+ik nooit een spoor, wel van vrees, vooral bij vrouwen en kinderen,
+die dikwijls, wanneer ze me later in de alang-alang zagen aankomen,
+ijlings de vlucht zouden nemen.
+
+We verlangden den kapala kampong te spreken. Hierop verscheen een
+inlander met een langen grijzen baard, die zich als zoodanig bekend
+maakte, en wien wij de reden van onze komst mededeelden. We wenschten
+van hem een geleider, die ons bij de zuidelijke grenssteenen van
+het concessieterrein zou brengen. Het heerschap was, zooals we later
+vernamen, in zijn jeugd een bekend zeeroover geweest, doch nu door
+het gouvernement op verzoek der bevolking als haar hoofd aangesteld.
+
+Het duurde geruimen tijd voor dat iemand verscheen, die genegen
+was met ons het bosch in te gaan en die de grenssteenen wist aan te
+wijzen. Het werd een lange marsch over een smal paadje het oerwoud
+in. Het terrein bleek vlak en overal met zwaar hout begroeid. Het was
+er vochtig en koel en het rook er naar vermolmd hout onder het zware
+bladerendak dier reuzenboomen, waardoor nooit een zonnestraaltje tot
+den bodem kan doordringen. Varens en laag hout stonden aan den voet van
+dunne en dikke, soms metersdikke stammen, waaronder er waren die, naar
+schatting 40 M. en hooger moesten zijn. Lianen hingen als koorden van
+de hoogste kruinen dier boomen tot den grond en vormden daar, verder
+slingerend, een net, waarin de voeten telkens verward raakten. Ook
+waren er lianen dik als menschenarmen, die dichter aan den stam naar
+boven kropen en zich als slangen om zware takken kronkelden.
+
+Toen de eerste grenssteen was bereikt, een dikke vierkante, met
+cement bestreken steenen paal, waren we overtuigd een uitmuntend
+terrein voor de klappercultuur voor ons te hebben. De bodem was vlak,
+de gronde bleek na uitgraving uit poreuze tuf te bestaan en was met
+een dikke humuslaag bedekt, terwijl de regenval tegen de daarachter
+liggende bergen aanzienlijk moest zijn en twee altijd watergevende
+kali's, volgens onze kaart en ook volgens onzen gids, het terrein
+doorsneden. Alle gunstige factoren voor het welslagen der cultuur,
+wat het terrein betreft, waren hier bijeen.
+
+We gingen nog dieper het woud in, op weg naar een volgenden steen. Het
+werd een eindelooze, eentonige marsch over steeds denzelfden vlakken
+vruchtbaren grond, onder steeds dezelfde hooge boomkruinen, terwijl
+een hopelooze strijd met lianen was ontstaan, die zich om onze beenen
+kronkelden of ons, als touwen voor de borst gespannen, tegenhielden
+totdat we besloten terug te keeren.
+
+We hadden echter de overtuiging gekregen, dat deze voor de
+klappercultuur zoo geschikte gronden door hun afgelegen ligging nog
+jarenlang een zwaar oerwoud zouden dragen.
+
+Nu kwam voor onze roeiers het zwaarste werk. We waren de Kaubaai uit,
+maar nog niet onder de beschutting van de meer noordwaarts liggende
+eilanden, zoodat de volle zeedeining nu te trotseeren zou zijn.
+
+In de schommelende prauw vervielen we in een loome, lustelooze
+stemming, nu we daar in de hitte van den dag uitgestrekt lagen;
+als eenig geluid hoorden we het eentonig plassen der pagaaien en
+het aanmoedigende geroep der roeiers. Tegen den avond bereikte ons
+het heugelijk bericht, dat we nog dezen nacht voor Tobelo zouden
+aankomen. De beschuttende eilanden waren bereikt, waarna het nog een
+kwestie van 6 uren roeien zou zijn.
+
+Ik zette me op het stevige dak der prauw, terwijl rondom ons de
+avond viel en we dicht langs de kust der eilanden voeren. Inlanders,
+slechts met den lendengordel om de heupen, stonden op de witte
+strandjes der koraaleilanden en keken ons nieuwsgierig na. Het
+iets hoogere land achter die strandjes was dichtbegroeid met
+struikgewas en enkele hooge boomen, en cocospalmen wuifden met hun
+pluimen, waaronder zware vruchtentrossen zichtbaar waren, in den
+zeewind. Hier en daar lag een huisje van atap en bamboe tusschen al
+dat groen verscholen, en prauwtjes lagen teekenachtig op het strand,
+terwijl in de hooge boomen krijschende witte kakatoes en kleurrijke
+papegaaien rondvlogen. Tusschen de eilanden en ver de zee in waren
+de lange krullende golven der branding te zien, die op langgestrekte
+ondiepe koraalbanken braken. In de breede straat door het groote
+vulkanische moeder-eiland (Hale-ma-heira) en de kleine koraaleilanden
+en banken gevormd, dreven we omringd door een wijd panorama. Naar het
+Oosten de blauwe zee in het avondlicht, met de lange witte rollers,
+waartegen de eilanden met scherpe contouren afstaken. Naar het Westen
+het groote eiland, als een vastland met zwaar oerwoud begroeid,
+met steeds hooger oploopenden bodem, die in den kam der bergen (300
+à 400 M.) in het Westen culmineerde. Achter de scherpe lijn van dien
+bergkam verdween de ondergaande zon, die zware blauwachtige wolken met
+helroode randen verlichtte. Het was een fantastisch, schouwspel, dat
+boeide als een suggestieve Böcklin-fantasie, als een theater-decoratie
+uit een Wagnerdrama.
+
+In het Noord-oosten werd, wanneer geen der eilanden het uitzicht
+daarheen belemmerde, het eiland Morotai als een berg, die in wazige
+verte was te zien, voor het eerst zichtbaar. Daar lag dan eindelijk
+in de tastbare werkelijkheid, dat eiland voor ons, welks beeld mij
+de laatste maanden, door het vooruitzicht op zijn grond een eenzaam
+verblijf van een à twee jaar in de rimboe te moeten doormaken, steeds
+had achtervolgd.
+
+Nog zat ik op het dakje, toen het reeds geheel nacht was geworden en ik
+hier, onder den evenaar, den noordelijken en zuidelijken sterrenhemel
+met nieuwe en van oudsbekende beelden in volle glorie boven mij
+zag. Orion, klein, maar des te schitterender, hoog in de lucht; de
+"drie knoopen" noemen de inlanders de drie heldere middensterren van
+de wapenrusting, Cassiopeia, Perseus, de Pleiaden, naar welk laatste
+beeld de Tobeloreezen hun plant- en oogsttijd regelen; ook stonden
+de Tweelingen hier als een groet van huis. Daar, in 't Zuiden, de
+slingerende Schorpioen en weer de leuke Kraanvogel, de Zuiderkroon en
+'t wonderbaarlijke Zuiderkruis, en dwars door al die beelden heen
+de Melkweg, zoo egaal geplaveid, als ik hem nog slechts in de ijle
+lucht van 't hooge Zwitsersche bergland had gezien.
+
+'t Was twaalf uur 's nachts toen ik op mijn veldbedje uit een lichten
+sluimer ontwaakte, doordat een ongewoon gedruisch tot mijn bewustzijn
+doordrong. De roeiers roeiden niet meer, zij bewogen zich dooreen
+en ik hoorde het ploffen van een anker in het water. We lagen stil
+voor Tobelo.
+
+Het land lag zwart onder den zachten schijn van het sterrenlicht,
+waarvan de gladde waterspiegel glom; de beelden in den vroegen avond
+gezien, waren verdwenen of naar het Westen gezonken en door een
+nieuw heirleger uit het Oosten vervangen. Doodstil was het in den
+nacht. Van het land drong geen geruisch tot ons door en aan boord van
+de prauw sliepen de roeiers, na het langdurige werk, aanstonds in de
+onmogelijkste en ongemakkelijkste houdingen op de kleinst denkbare
+plekjes, zooals alleen inlanders dat kunnen. De huisjongen zat, met
+gekruiste beenen, naast zijn korfje met de vies geworden katjes,
+op hetzelfde plekje te slapen, waarop hij nu reeds drie dagen had
+zitten te soezen. Wijzelven verlangden naar ruimte en beweging en naar
+een grondige reiniging. Voor het laatst kroop ik onder het afdakje,
+om nog gedurende vijf uren allerlei gedachten en beelden door mijn
+hoofd te laten spoken.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+AANKOMST TE TOBELO. EERSTE WERKZAAMHEDEN.
+
+
+16 November 1912 was voor het kleine Tobelo een historische dag van
+den eersten rang, wat in den vroegen morgen van dien dag zeker nog
+door niemand aldaar werd beseft; doch misschien zal eens deze datum
+hier als het begin van een nieuw tijdperk worden herdacht.
+
+Nauwelijks was het licht in de lucht of we maakten ons gereed naar
+den wal te gaan.
+
+Van het plaatsje was niets te zien, maar een kleine dam van
+koraalbrokken, die van het land een eind in de zee was uitgebouwd,
+eenige goedangs (loodsen) van de Paketvaart en de Moluksche
+Handels-Vennootschap duidden er toch reeds op, dat hier een geregeld
+verkeer moest plaats hebben. Zelfs stond er een lantaarnpaal, waarop
+een lantaarn, die dezen nacht evenwel niet had gebrand; doch wie had
+in Tobelo kunnen vermoeden, dat het feit van een brandende lantaarn
+aldaar dezen nacht als een teeken van beschaving verbijsterend op
+een Hollander zou hebben gewerkt.
+
+Aan een weg, evenwijdig met het strand, lagen links en rechts de
+huisjes der kampong. Voor een dier huisjes, door een heg van den
+weg gescheiden, stond een vlaggestok. Juist toen we passeerden
+verscheen in het kleine voorgalerijtje een Europeaan in slaapbroek
+en kabaai. Het was de civiel-gezaghebber, die belast was met het
+bestuur over de Oostkust der onderafdeeling Noord-Halmaheira en van
+de daarbij behoorende eilanden.
+
+Verster, die reeds op zijn eersten tocht naar hier kennis met hem
+had gemaakt, stelde mij aan hem voor, en zoo zaten we reeds spoedig
+in het kleine voorgalerijtje op schommelstoelen bijeen.
+
+Na de eerste plichtplegingen kwam reeds spoedig het gesprek op het
+doel onzer reis en de reden onzer komst te Tobelo. Toen hij vernam,
+dat wij van zins waren van het achterliggende land voorloopig een
+stuk van 1000 bouws uit te zetten, om in concessie aan te vragen,
+was zijn antwoord: "Onmogelijk!"
+
+Dit was het pijnlijkste oogenblik, dat ik op mijn reis doormaakte;
+want zouden we hier niet kunnen slagen, dan zag ik het doel mijner
+zending in rook vervliegen. Doch slechts een oogenblik bleef ik onder
+den indruk van zijn afwijzend antwoord.
+
+Op mijn vraag, waarom zulk een aanvrage hier onmogelijk was,
+kreeg ik ten antwoord, dat hij deze gronden voor de bevolking
+wenschte gereserveerd te houden voor den aanleg van sawah's voor de
+rijstcultuur, die hier nog zeer primitief gedreven werd.
+
+Had ik de toestanden en den civiel-gezaghebber te Tobelo toen reeds
+beter gekend, dan zou er voor mij geen oogenblik van ongerustheid
+zijn geweest. Voor sawah-aanleg was het land niet geschikt en de
+dunne primitieve bevolking niet rijp, terwijl de civiel-gezaghebber
+zich, gelijk meerdere zijner collega's, in de eenzaamheid tot een
+machthebber had ontwikkeld, met een behoefte aan vertoon van gezag,
+waarop hij geen aanspraak had.
+
+Uit mijn portefeuille overhandigde ik hem toen een schrijven van zijn
+chef, den Resident van Ternate, waarin deze ambtenaar hem verzocht
+ons voor het beoogde doel behulpzaam te zijn bij het uitzetten van
+een concessie-terrein achter Tobelo.
+
+Dat hielp; de tegenstand sloeg over in dienstijver en
+dienstvaardigheid. We werden uitgenoodigd het ontbijt te komen
+gebruiken, wat we met beide handen aannamen. Nog vóór dien waren de
+plannen voor den dag gemaakt, die daarin bestonden dat we in zijn
+gezelschap den omtrek eerst eens zouden opnemen, om bij benadering
+een punt van uitgang te bepalen. Ook hier waren indertijd reeds
+eenige grenssteenen in het bosch geplaatst voor een concessie, die,
+om hare uitgestrektheid, waardoor de bevolking der kampong geheel
+van het achterland zou worden afgesneden, door het gouvernement was
+geweigerd. We wilden trachten een dezer oude grenssteenen op te sporen.
+
+Aan het ontbijt maakten we kennis met twee Indische dames, de jonge
+vrouw van den civiel-gezaghebber en hare tante, die haar pleegmoeder
+was geweest. Welopgevoed en beschaafd en, zooals Indische dames zijn,
+gemakkelijk in den omgang, was deze kennismaking ons zeer welkom,
+en gelijk overal de vrouw het verzachtende, gezellige element brengt,
+dat ons dadelijk thuis doet gevoelen, zoo ging het ook hier; aan de
+keurig verzorgde en goed voorziene tafel kwam, na de onaangenaamheden
+der prauwreis, een behagelijk gevoel van huiselijkheid over ons.
+
+Het huisje, in welks achtergalerijtje we daar zaten, was opgetrokken
+op een vloer van cement, die slechts even hooger lag dan de grond
+van het erf. Op dien vloer stond, van houten stijlen vervaardigd met
+dwarsbalken van bamboe en hout, het geraamte van het huis, waarvan de
+wanden tusschen die verticale en horizontale stijlen waren ingevuld
+met de gaba-gaba, de lange, ontbladerde hoofdnerf van den arènpalm. In
+diepe breede kerven, in de horizontale dwarsbalken gesneden, worden
+deze gemiddeld 5 cM. dikke nerven, die vooraf op de passende lengte
+zijn gemaakt, op handige wijze met hunne uiteinden geschoven en wel
+zoo, dat de concave en convexe zijde tegenover elkaar komen, waardoor
+er, nadat zij goed zijn aangedrukt, een stevige en ondoorzichtige 5
+cM. dikke wand ontstaat. Wel is zulk een huis met zijn dunne wanden
+zeer gehoorig, doch overdag zit men er nooit en tegen wind en regen is
+dit bouwmateriaal in dit klimaat zeer voldoende. Met een dak van atap
+en nog een zoldertje van gaba-gaba krijgt men een geriefelijk geheel,
+waarin men zich in het land van zon en warmte wonderwel thuis voelt.
+
+Het duurde niet lang of de vrouw des huizes informeerde met
+belangstelling, waar we gedurende de eerste maanden onzen intrek
+dachten te nemen. Toen zij vernam, dat wij bij een bekenden Chinees
+alhier, Ong Keng Tjong, wilden trachten een kamer te huren, bood
+zij aan, wanneer we met weinig tevreden zouden zijn, een klein
+uitbouwtje als bijkantoortje door haar man gebruikt, aan ons als
+slaapgelegenheid af te staan, terwijl we ons verder als huisgenoot
+zouden kunnen beschouwen.
+
+Hier ontmoetten we de oude hooggeroemde Indische hulpvaardigheid,
+waarvan we dankbaar gebruik maakten. Zoo kort aan land en reeds zooveel
+hulp en tegemoetkoming, deed het beste verwachten, en welgemoed zag
+ik dien morgen onze toekomst in.
+
+Na het ontbijt gingen we, begeleid door den civielgezaghebber en den
+kapala-kampong, die ons den weg in het woud zou wijzen, met eenige
+Tobeloreezen, gewapend met parangs (lange hakmessen), op stap om de
+eerste verkenning te doen.
+
+De huisjongen zou intusschen voor de aankomst der bagage en voor de
+inrichting der slaapgelegenheid zorgen, alwaar juist ruimte genoeg zou
+zijn voor het opslaan der beide veldbedjes en het plaatsen der koffers.
+
+We gingen den breeden weg van hedenmorgen verder, die door de kampong
+evenwijdig aan het strand liep. Nette huisjes en miniatuur toko's
+van hout en gaba-gaba opgetrokken, waarin Ternatanen en Chineezen
+hun handel dreven, lagen aan weerzijden; we passeerden een pasar,
+waar veel inlanders, mannen en vrouwen, kochten en verkochten en
+ons in 't voorbijgaan nieuwsgierig aankeken. Na een brugje over een
+kali te zijn gepasseerd, zagen we links van den weg een laan van
+galalaboomen met geelgevlekte groene bladeren, aan welker einde een
+huis lag dat zeer groot scheen te zijn; het was het huis van den
+oudsten zendeling. Iets verder passeerden we weer een dergelijke
+woning, waar de jongste zendeling, de directeur van de kweekschool
+voor goeroes (inlandsche godsdienstonderwijzers) woonde. Daarna
+stonden er nog slechts de huisjes der oorspronkelijke bewoners, de
+Tobeloreezen. Deze menschen waren, ondanks een 16-jarige vestiging
+der Zending in hunne nabijheid, nog steeds heidenen gebleven, wat
+aan hun kleeding en ook aan hun huisjes aanstonds was te zien.
+
+De christen-inlander kleedt zich niet meer alleen met den lendengordel,
+doch draagt steeds een wit of gestreept baadje en een gekleurde
+katoenen broek, terwijl hij den hoofddoek heeft afgeschaft. Zijn
+huisje bestaat uit een paar kamertjes met vensters en een kleine
+voorgalerij over de gansche breedte van het huis, terwijl de heiden
+hier nog meest in zijn donker achthoekig huisje met hoog dak, dat aan
+alle zijden uitsteekt, woont. Onder het vooruitstekende dak voor zulk
+een huisje kan men steeds een of meer bewoners op lange rustbanken
+zien zitten of languit voor het donkere van het inwendige zien liggen,
+terwijl zij daar slapen of soezen.
+
+De weg werd smaller en bleek steeds minder begaan; links en rechts
+wisselden klapperaanplantingen van Chineezen met huisjes en wilden
+groei van allerlei geboomte.
+
+Steeds waren we de kustlijn gevolgd, een plek zoekende van waar we,
+zonder veel tuinen der bevolking te snijden, in het binnenland
+konden dringen. Het lag in mijn bedoeling een gedeelte van het
+concessieterrein aan de zee te laten grenzen, om zoodoende steeds
+van een geheel vrijen weg daarheen verzekerd te zijn.
+
+Het punt, dat we zochten, was na een half uur bereikt. Rechts de
+zee, links opgeschoten hout en glagah. Van hieruit drongen we het
+binnenland in, voorafgegaan door de mannen met de parangs. Na een
+dicht warnet van glagah, een plant die zich om alles slingert wat
+in haar bereik komt, waarbij zij moeilijk doordringbare hagen vormt,
+bereikten we de djoeramé's (tuinen der inlanders), waar alang-alang,
+afgewisseld met aanplantingen van rijst en mais, in groote velden
+manshoog stond. De geheele woudrand bleek hier door een breede strook
+van tuinen van de kust te zijn gescheiden. Overal staken pisangs,
+papaja's en nangkaboomen uit, en daartusschen stonden de huisjes
+der menschen. Uiterst schamele primitieve huisjes, die somtijds uit
+niets meer bestonden dan uit een dakje van atap op een paar stijlen,
+waarbij de wanden geheel of gedeeltelijk ontbraken; daaronder een
+rust- of slaapbank waarop menschen en kinderen in luiheid neerlagen,
+de laatsten somtijds erg geplaagd door vliegen, die op hun vuile
+zweren aasden. Opmerkelijk was het verschil tusschen deze menschen en
+hunne woningen met die welke dichter aan de kust waren gelegen. Ze
+schenen hier tot de paupers onder hun rasgenooten te behooren. Doch
+met dezelfde vrijmoedigheid werden we hier door de mannen aangekeken
+en ontvangen; de vrouwen en meisjes echter zag ik bij onze nadering
+soms vluchten of wegkruipen en de kinderen toonden hun vrees door
+angstige huilende gezichten. Gladakkers, de ellendige vermagerde
+honden in Indië, hongerige scharminkels, die elke menschelijke zorg
+van hun inlandsche meesters ontbeerden, blaften en jankten benauwd
+en renden weg of verscholen zich achter hun baas.
+
+Zoo bereikten we de grens van het woud. Eerst hier zou een terrein
+op groote schaal kunnen worden uitgezet, want de bevolking, gehecht
+aan haar bezit en wantrouwend tegenover den Europeaan, had nog nooit
+veel neiging getoond het door haar ontgonnen terrein aan Europeesche
+liefhebbers tegen betaling af te staan, doch ook hierin zou eenmaal
+wel verandering komen.
+
+Dank zij den kapala-kampong en de ons begeleidende Tobeloreezen
+vonden we in het woud een der grenssteenen, die we zochten. Van
+hieruit begon het interessante werk om het beste stuk uit te zoeken.
+
+Het duurt echter geruimen tijd, alvorens men in zulk een oerwoud,
+waar dikke en dunne stammen en struikgewas elk overzicht beletten,
+is georiënteerd. Toen we dien eersten dag laat tegen den middag
+huiswaarts keerden en in de gloeiende zon over de smalle paadjes
+tusschen de heete alang-alang liepen, was het me niet duidelijk,
+hoe hier ooit een overzicht te zullen krijgen. Na maanden echter
+voelde ik me er even vertrouwd als in het open veld, en leerde ik de
+rintissen en voetpaadjes en de kronkelingen der kali even goed kennen
+als de straten van mijn geboortestad.
+
+Elken dag trokken we nu met een colonne werkvolk, die zeer in aantal
+wisselde en soms tot dertig man aangroeide, soms tot vijf à zes slonk,
+bij het krieken van den dag door met dauw bevochte alang-alangvelden
+naar het bosch, waar dan gehakt, gegraven en onderzocht werd. De bodem
+bleek te bestaan uit verweerde vulkanische stoffen, de tuf. Deze
+poreuze gronden, door het zware eeuwenoude woud met een dikke laag
+humus bedekt, waren wel tot de vruchtbaarste en meest geschikte voor
+de klappercultuur te rekenen. Zoo gingen we hier met ijver verder en
+zouden in elk opzicht met de bereikte resultaten tevreden zijn geweest,
+wanneer we niet dag aan dag geplaagd werden door de onzekerheid omtrent
+het werkvolk, dat steeds met moeite mee te krijgen was. Het bracht
+Verster soms tot wanhoop, die, gedrukt door de verantwoordelijkheid
+welke hij in Holland op zich had genomen, liefst een honderdtal
+tegelijk had zien opkomen. Zonder de hulp van den civiel-gezaghebber,
+die de menschen herhaaldelijk tot werken aanspoorde, zou het er echter
+nog droeviger mee gesteld zijn geweest. Voor een geregelde ontginning
+zou de komst der contract-koelies moeten worden afgewacht.
+
+Een bezoek aan de zendelingen gebracht, had tot resultaat, dat door
+den invloed van den oudsten de bewoners van de nabijgelegen kampong
+Pitoe genegen bleken te zijn, tegen ruime betaling een tweetal groote
+koelieloodsen op een door ons aan te wijzen terrein te bouwen;
+en hiermede was dan een aanvang gemaakt met de prille jeugd eener
+cultuur-onderneming.
+
+
+
+Het was juist een week na onze aankomst te Tobelo, dat ik me weer op
+zee bevond en nu in de gouvernementsmotorboot op weg naar het eiland
+Morotai, dat van Tobelo uit op een afstand van ruim 40 K.M. over de
+zee was te zien.
+
+De civiel-gezaghebber had mij uitgenoodigd, hem op een driedaagschen
+inspectietocht daarheen te vergezellen, waarbij mij dan de gelegenheid
+geboden werd iets van dat eiland van meer nabij te leeren kennen
+en tevens om een klapperaanplant van 7000 boomen op twee der kleine
+koraaleilanden, die voor de Westkust van Morotai lagen, in oogenschouw
+te nemen. Deze beide eilandjes, Dodola-Besar (groot) en Dodola-Ketjil
+(klein) zouden, als zijnde ons eigendom, te zamen met het nieuw
+aangevraagde terrein te Tobelo in exploitatie worden genomen.
+
+In mijn dagboek vind ik over deze reis het volgende:
+
+
+
+23 November 1912. Half zeven vertrek uit Tobelo. Aan boord de
+civiel-gezaghebber en mijn persoon, een Madoereesche motorist en
+tevens stuurman, benevens een gevangene als matroos. De zee is hol,
+er staat een sterke bries, zoodat de boot geducht schommelt. Er
+worden vischlijnen uitgegooid, waaraan zware haken met kunstaas,
+een vischje gesneden uit lichtgekleurden boombast.
+
+Om half negen komt Mitita in 't zicht, een laag eiland, als
+voortzetting van de zuid-westelijke landpunt van Morotai. Om elf uur
+liggen we voor die landpunt.
+
+Eindelijk heb ik dan de eenzame plek bereikt, waar ik volgens de
+plannen uit Holland met een vestiging had moeten beginnen. Deze
+landpunt is een uitbouw van koraal aan het eiland, waarschijnlijk een
+opgeheven zeebodem, geheel met zwaar hout bedekt. Morotai daarachter,
+heuvel na heuvel tot den top der hoogste bergreeks zwaar begroeid. Geen
+mensch, geen huis, geen prauw is op het vele kilometers lange strand
+tot aan de onbewoonbare rizophorenkust in het noorden te bekennen. De
+zee is ook verlaten. Welke plannen hebben er over eene ontginning
+aan deze verlaten kuststrook gespookt in het hoofd van den man,
+die gedurende 3 jaren civiel-gezaghebber van Noord-Oost-Halmaheira was?
+
+Er blijft me hier, met de tastbare werkelijkheid voor oogen, niet veel
+over dan mijn schouders op te halen en eens over mezelf en anderen
+te glimlachen.
+
+De zee is spiegelglad tusschen Morotai en de kleine koraaleilanden voor
+de kust. We passeeren Kokoja, dan Dodola-Ketjil en Dodola-Besar. We
+kunnen de klapperaanplantingen zien. Door het heldere, stille water
+nemen we op den bodem in allerlei kleurschakeeringen en vormen
+de bouwwerken der koraaldiertjes waar. 't Zijn de zoogenaamde
+zeetuinen. Door een hevigen ruk aan een der vischlijnen breekt
+de verklikker (een dun touwtje, waarmee de lijn een eindje is
+opgebonden). Ver achter ons zien we telkens opspattend water,
+veroorzaakt door een spartelenden visch, die in snelle vaart door
+de motorboot wordt meegetrokken. De beide inlanders palmen dol van
+vreugde de lijn snel in. Nu de vangst dicht bij de boot is gekomen
+werpt de inlandsche matroos zijn drietand, waarmee hij den zwaren visch
+binnenboord tilt. 't Is een tjankalang, slank als een schelvisch. Een
+oogenblik later breekt er weer een verklikker. Nu is 't een bobara,
+een korte, dikke visch met een rooden buik. Telkens breekt er nu een
+verklikker en telkens is er gejuich aan boord, de inlanders gillen
+van de pret.
+
+Het eene koraaleilandje na het andere, met namen als Ngèle-Ngèle
+of Galè-Galè, wordt gepasseerd, allen vol klapperboomen. Riffen en
+ondiepten. Half drie te Wayaboela, de eenige kampong van belang op
+het 60 K.M. lange en 30 K.M. breede Morotai. Hier zullen we den nacht
+doorbrengen. De Sangadji, het inlandsche hoofd, door het gouvernement
+aangesteld, komt ons op de wankele pier tegemoet. We nemen onzen
+intrek in het posthuis.
+
+Kennismaking met den heer A. van Renesse van Duivenbode. Een der
+leden van de groote familie van dien naam, waarvan de overgrootvader
+ruim honderd jaren geleden naar de Molukken kwam. Hij, hoezeer
+verinlandscht, is toch man van eenige ontwikkeling en met het
+aangeboren welopgevoede van den kleurling. Zijn woning is het huis
+van een inlander, gemeubeld met eenige stoelen, een tafel en een
+paar kasten uit de dagen van de Compagnie. Een Indische rommel. Hij
+toont me waardevolle schilden van reusachtige schildpadden, en eenige
+mooie exemplaren van takkenkoraal, een algensoort, die men hier aan
+den bodem der zee vindt vastgegroeid en achabaché noemt.
+
+'s Avonds in het posthuis muziek van de grammophoon van Renesse. Een
+serie van de meest banale liedjes. Groote toeloop van inlanders.
+
+Op verzoek van den civiel-gezaghebber wordt de tjakalélé gedanst. Een
+weinig wilde krijgsdans, waarbij wat met speren en schilden (de
+salawako's) wordt gezwaaid. Men slaat er bij op de tifa, een soort
+trom, in een eentonige, meer of minder snelle cadans. En tevens wordt
+hierbij gespeeld het spelletje van het touwtrekken, wela wela genoemd,
+waarbij aan het eene eind van het touw zich jonge mannen scharen aan
+het andere eind slechts jonge meisjes. Terwijl zij elkaar nu minder
+eerbare liedjes toezingen, wiegen zij met hun lichamen heen en weer,
+om somtijds, na afloop, twee aan twee in de wouden te verdwijnen. Zulke
+spelen zijn een doorn in het oog van den zendeling. De heidensche
+Alfoer stoort zich hieraan echter niet.
+
+29 Nov. 1912. 's Morgens met Renesse op de wilde varkensjacht. 't
+Wild breekt onverwacht en ongezien tusschen ons door. 's Middags
+vermoeid. Alleen onder het galerijtje van het posthuis. Lezende,
+teekenende en droomende, gaat de middag voorbij. Gevoelens van
+verlatenheid in dit onbekende verre uithoekje der wereld. Hoe kom ik
+hier verdwaald? Verdiept geweest in Vosmaer's "Amazone". Tegenstelling
+tusschen de uitingen van dien toegespitsten, verfijnden geest en de
+wereld die mij omringt. Zou ooit dit boek in zulk een omgeving gelezen
+zijn? Het verre uitzicht over zee is een troost. Bij het avondlicht
+wordt de motorboot zichtbaar, waarmede de civiel-gezaghebber en
+Renesse van een tocht naar een der koraaleilandjes terugkomen.
+
+'s Avonds weer de tjakalélé, waarvoor ik me interesseeren moet,
+en weer draait de grammophoon haar tingel-tangelliedjes af. Een
+kersversche Hollander vindt dat inlandsche gedoe sinister en zoo
+ver van hem af. Nog meer sinister vindt hij den vulgairen smaak van
+zijn gezelschap, en hij gevoelt zich nog eenzamer dan tijdens het
+alleenzijn. In het vuile slaapkamertje van het posthuis, verlicht door
+een petroleumlampje, is mij dan eindelijk de rust op mijn veldbedje
+recht welkom.
+
+
+
+25 Nov. 1912. Vertrek om 6 uur 's morgens van Wayaboela. Renesse
+gaat mee naar Tobelo. Een kist eetbare vogelnestjes aan boord, door
+inlanders in grotten aan de kust bijeenverzameld voor de soepjes van
+Chineesche lekkerbekken.
+
+Bezoek aan de Dodola's. Landing zeer moeilijk door de vele
+riffen. Mooie klapperaanplanting, oorspronkelijk door Renesse
+geplant. Men is hier met vijf man onder een mandoer bezig de tuinen van
+onkruid en jongen opslag te bevrijden. Zacht glooiende strandjes en
+landpunten van wit koraalzand rondom de eilanden. De beide eilandjes
+zijn bij laag water door een droogloopende bank van dat zand,
+helwit in het felle zonlicht, verbonden. Schilderachtige inhammen
+en baaien. Veel muskieten en een ondragelijke hitte. Het moet op
+deze kleine eilandjes veel heeter zijn dan op de grootere eilanden,
+waar de bergen voor afkoelende luchtstroomingen en grooteren regenval
+zorgen. Na bezichtiging en instructies aan den mandoer terugreis over
+een zee zoo spiegelglad, dat ik den indruk krijg over een ijsvlakte
+te varen.
+
+Terugkomst in Tobelo. Verster klaagt over de slechte opkomst van
+werkvolk tijdens de afwezigheid van den civiel-gezaghebber. Als reden,
+dat ze niet meer werken wilden, hadden ze opgegeven dat ze zoo moe
+waren van de vorige dagen.
+
+
+
+De tobberijen met het werkvolk bleven aanhouden en alle maatregelen
+en alle moeite om eene eenigszins geregelde opkomst te verzekeren,
+waren vruchteloos. Daarbij kwam nog, dat de Paketvaartboot van Java,
+die eens per maand Tobelo aandeed en die ons berichten en goederen uit
+de beschaafde wereld zou brengen, 6 dagen over haar tijd binnenviel
+en de vele bagage, die we op Ternate hadden achtergelaten, aldaar
+had laten staan. Zoo bleven we, tenminste weer voor een maand zonder
+boekhouding, zonder bijlen en parangs enz., i. e. w. zonder het
+allernoodzakelijkste om te regelen en op te schieten.
+
+Aan boord raakte ik met eenige heeren in gesprek, die jarenlang in
+deze streken, en niet zonder succes, handel dreven en die belangen
+hadden bij de cultures. Hun conclusies na veel ervaringen waren
+(volgens aanteekening in mijn dagboek): "Men komt hier verder met
+pessimisme dan met optimisme. Ik heb dat zelf ondervonden. Vroeger was
+ik namelijk ook optimist", en de ander, die met vreemd werkvolk bezig
+was een klapperaanplant aan te leggen: "Men kan niet met de menschen
+uit deze streken werken. Werken ze twee dagen dan luieren ze er zeven."
+
+Hoe anders en hoeveel nuchterder en dichter bij de werkelijkheid klonk
+dit dan de adviezen in Holland van onzen raadsman ontvangen. Echter
+zou later, tot niet gering voordeel, blijken, dat werkvolk, geworven in
+andere naburige residenties, z.g.n. contract-koelies of contractanten,
+hier belangrijk goedkooper te krijgen was dan overal elders in den
+Archipel.
+
+Hoezeer de Hollanders in Indië, met hun energie uit de gematigde
+luchtstreek meegebracht, ook het geheele maatschappelijke raderwerk in
+gang zetten en door hun stuwkracht in gang houden, zoodat alles wat
+heele of halve bruine broeder is wordt meegesleept, toch gevoelde ik
+dat deze energie op de inerte massa dezer bevolking voorloopig nog,
+ook met de grootste krachtsinspanning, vergeefsch zou zijn.
+
+Zoo vind ik nog in mijn dagboek: "Reeds vijf dagen zoekt Mainaky,
+inwoner van de kampong Tobelo en handelaar, een prauw en drie mannen
+om hem naar Morotai te brengen. Ieder weigert uit luiheid." En nog
+dit curieuze staaltje, als bewijs van de goedmoedigheid die hier nog
+heerschte: "Een pradjoerit, inlandsche politieagent, die de kunst van
+haarknippen verstaat en als zoodanig door ons wordt ontboden, laat
+melden, dat hij momenteel te dronken is van het sagoweergebruik om dit
+te kunnen doen. Morgenochtend zal hij geen sagoweer drinken en is dan
+bereid ons van dienst te zijn. De man is notabene tevens cipier van de
+gevangenis. Hij zit gewoonlijk als beste maatjes met zijn gevangenen
+op een bank voor het huisje dat de gevangenis moet verbeelden."
+
+Ondanks den aard der bevolking slaagden we er in, de grenzen van
+een mooi terrein van 1000 bouws nauwkeurig af te zetten en in kaart
+te brengen. Het lag geheel in het oerbosch, waarvan een breede weg
+over vlak terrein tot het strand werd gemaakt. Bij de duizenden
+bouws vruchtbare gronden, die hier nog onaangetast lagen, bleek
+het niet noodig voorloopig de hand op meer te leggen. Nu we zoo ver
+waren gekomen, werd het noodig, dat ik mij naar Ternate begaf ter
+regeling van verschillende zaken met het Residentiekantoor en voor
+verdere belangen. Juist een maand na onze aankomst te Tobelo, bood
+zich een welkome gelegenheid aan, om mij daarheen te begeven. De
+kleine gouvernementsstoomer "Nora" had, op de reede van Tobelo,
+het anker laten vallen met bestemming naar Ternate.
+
+Het is in streken met slechte verkeersmiddelen als deze, aan
+particulieren, na verkregen verlof van de autoriteiten, geoorloofd van
+de regeeringsvaartuigen gebruik te maken. Zoo greep ik deze gelegenheid
+dankbaar aan, daar de Paketboot, op haar reis naar Nieuw-Guinea,
+eerst na 14 dagen zou terugkeeren en naar Ternate stoomen.
+
+Verster zou tijdens mijn afwezigheid te Tobelo blijven en intusschen
+trachten, zooveel mogelijk met het werk op te schieten. Nog aan boord
+van de Nora deelde hij mij zeer ontmoedigd mede, dat zich dien morgen,
+ondanks al zijn moeite, slechts vier man op het werk hadden gemeld.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+TERUG NAAR TERNATE.
+
+
+Het vooruitzicht om als eenig Europeaan een kalme 24 uren aan boord
+van het bootje te zullen doorbrengen, was me niet onaangenaam. Op een
+gemakkelijke bank op de brug gezeten, waar de inlandsche kapitein naast
+den roerganger aan het stuurrad stond, tuurde ik over de zee en langs
+de lange kust, die zich aan bakboord naar het Noorden uitstrekte. De
+overgang van het dagelijksch verblijf in het schemerlicht en het
+beperkte uitzicht van het oerwoud, van 't meten en roepen en draven
+door versch geslagen rintissen, waar men telkens strompelde over
+boomstronken en wortels, in gezelschap van halfnaakte kerels, naar het
+volle licht aan boord, met het verre uitzicht en de frissche zeelucht,
+gevoegd bij de comfortable netheid der inrichting van het scheepje,
+was zoo allerkostelijkst, dat ik me eerst eens onverdeeld aan die
+indrukken overgaf.
+
+We zouden om de noordpunt van Halmaheira varen en den nacht in een
+beschutte baai van de Loloda-eilanden voor anker gaan, om den dageraad
+van den volgenden dag af te wachten, daar strenge orders den kapitein
+verboden zich 's nachts met het kleine vaartuig op zee te wagen.
+
+Nog in ander opzicht was het me niet onwelkom, de sfeer van Tobelo
+voor korten tijd vaarwel te kunnen zeggen. Zooals op zoovele
+buitenposten, waar weinig Europeanen te zamen zijn, heerschte ook
+hier een atmosfeer van spanning tusschen de families der blanken,
+die op den duur onhoudbaar moest worden. Tusschen het huis van den
+civiel-gezaghebber en dat van den oudste der zendelingen was een
+wrijving ontstaan, die zich uitte in wederzijdsche tegenwerking en
+een drukke, onverkwikkelijke correspondentie, die den onstuimigen
+bestuursambtenaar tot het uiterste prikkelden en hem meer dan eens den
+uitroep ontlokte: "Hij of ik! maar een van ons beiden moet hier weg!"
+
+Het kostte den onpartijdigen toeschouwer, die uit den aard der zaak
+met beide families veel verkeerde en die met geen van beiden in onmin
+wenschte te leven, heel wat zelfbeheersching om tusschen dien strijd
+van inzichten, belangen en beuzelingen door te zeilen.
+
+Waar de voorwaarden voor een wrijving tusschen twee uiteenloopende en
+zoo dicht bijeen wonende families, in die mate aanwezig waren als hier,
+daar had het uitbreken van den strijd slechts op de onbeduidendste
+aanleiding gewacht. Het uitblijven van een tegenbezoek, dat de dames
+van den civiel-gezaghebber van de vrouw van den zendeling verwachtten,
+was indertijd voldoende geweest om een klove te doen ontstaan, die
+nu niet meer te overbruggen was.
+
+Hoe dan ook, de conversatie te Tobelo had er dikwijls een minder
+aangenaam karakter door gekregen, en zoo was ik dubbel verheugd voor
+korten tijd de menschen en hun eindeloos gekibbel vaarwel te kunnen
+zeggen en mij ongestoord aan de natuur te kunnen overgeven. Een
+lang ontbeerde rust kwam over me, toen ik daar op de brug, naast de
+twee rustige inlanders, langzaam voorbij den oever gleed, waar de
+huisjes van Tobelo onder het zware groen nauwelijks te ontdekken
+waren. Verder varende, zwierf mijn blik over de eindelooze zee,
+langs de dichtbegroeide kust en over het onherbergzame, bergachtige
+binnenland van Halmaheira.
+
+Morotai had met zijn bergen schemerachtig in de verte gelegen, doch
+werd steeds duidelijker, nu we de zeeëngte naderden en de geheel open
+zee voor den boeg lag, die met een geweldige branding op de sombere
+noordpunt van Halmaheira beukte. De kust werd hier kaler en was
+steil en zonder strand. De boomen, die er stonden, waren verwaaid met
+afgeknotte kruinen, en beroofd van takken door de felle noordenwinden,
+die zoo dikwijls op deze kust stonden.
+
+Het is een bekend feit, dat de kracht der winden en hun richting
+in den geheelen Archipel zeer onderhevig zijn aan den invloed van de
+verdeeling van land en water. In de zeegaten kan het hard tochten en op
+de binnenzeeën kan een volle bries staan, terwijl aan land nauwelijks
+wind te bespeuren valt. Zoo ook hier. De Nora, eerst zoo kalm, begon nu
+in het ruime sop op en neer te dansen dat het een aard had. Bij zulk
+een bries kan men op de Indische wateren toch nacht en dag, desnoods
+alleen in pyjama gekleed, aan dek blijven zitten zonder een oogenblik
+bevreesd te zijn voor te groote afkoeling. De kostelijke verfrissching,
+die men dan in de gelegenheid is op te doen, staalt opnieuw de door
+de hitte slap geworden zenuwen en spieren, en door de dunne kleeren
+neemt het geheele lichaam aan het opwekkende luchtbad deel.
+
+Het was reeds tegen den avond toen we de beschuttende baai van een der
+Loloda-eilanden invoeren en in doodstil water voor anker gingen liggen,
+om bij het krieken van den dag de reis voort te kunnen zetten. Toen het
+donker werd schitterden lichtjes tusschen de boomen op het strand. Zij
+kwamen van een kampement van houthakkers, Sangireezen en Talauters,
+die hier met hun korte zware bijlen de dikke harde ebbenhoutboomen
+omhakten en kloofden, en gereedmaakten ter verzending naar Europa.
+
+De nachtzang van insecten, die uit de wouden rondom de baai tot ons
+doordrong, zong me in slaap en duurde den ganschen nacht door, ja was
+nog niet geheel verstomd, toen ik, op mijn kooi in het geriefelijke
+dek-kajuitje, reeds werd gewekt door het lawaai der voorbereidende
+maatregelen voor ons vertrek.
+
+Reeds, toen het nog volop nacht was, was ik weer aan dek. Nog lagen de
+oevers van het eiland in het pikdonker en glom de zee en schitterden
+de sterren en straalden de lichten aan boord hun bundels de duisternis
+in, doch elk oogenblik kon de dag worden verwacht. 't Vooruitzicht
+het zonlicht te zien rijzen op dezen morgen van alleenzijn, zonder
+'t praten en 't willen van menschen om mij heen, deed me in stijgende
+blijdschap de dingen die komen zouden afwachten en meeleven.
+
+Een nauw verbleeken van den donkeren wand aan de oosterkim--en de
+ankerkettingen ratelden reeds en de schroef sloeg het stille water
+bruisend onder de achterplecht weg. Het schip kwam in beweging,
+draaide zijn kop naar den uitgang der baai, den kant naar de zee op.
+
+Daar zag ik het krieken van den morgenstond uit Vondel's Palamedes
+voor me; de sterren vluchtten en de Titaan rees.
+
+
+ Het dun gezaeit gestarnt verschiet
+ Zijn' glans, en gloeit zoo vierigh niet.
+ De schaduwe is aen 't overleenen.
+ De morgenstar drijft voor zich heenen
+ De benden van het hemelsch heir.
+ De voerman van den grooten Beir,
+ Op dat hij zijne beurt verwissel',
+ Vlught heen met omghekeerden dissel.
+ De gouden Titan rijst alree
+ Met blaeuwe paerden uit der zee.
+
+
+Helios, de zonnegod, rees, vierigher dan Vondel hem ooit had mogen
+zien rijzen en sneller ook. De kleuren en kleurschakeeringen, van
+violet tot goud-geel, in het wazige van de onderlucht en aan de
+randen van wolken en wolkjes, wisselden onophoudelijk tot dat één
+licht alles overstraalde. Toen losten de nevels, die over het land
+en hier en daar over de zee hingen, zich op en rafelden uiteen,
+en spoedig schitterde en tintelde en blonk alles zoo van licht,
+dat men beschutting moest zoeken tegen den al te fellen gloed.
+
+Aan de steile, hier bijna onbewoonde kust van Halmaheira, die we
+steeds aan bakboord hielden, terwijl wij nu naar het Zuiden koersten,
+was een zendingspost gevestigd. Na lang zoeken werd het dak van
+het eenzame huis gevonden, dat aan een kleine baai gelegen, soms
+maandenlang geheel van de buitenwereld was afgesloten. De branding
+door de aanhoudende noordenwinden veroorzaakt, stond dan zoo hevig
+op de kust, dat geen prauw het waagde haar te naderen, terwijl van de
+landzijde de communicatie met het binnenland zoo goed als onmogelijk
+was. Voor een zendingspost leek deze plek, die men Doroemé had gedoopt,
+wel zeer slecht uitgekozen, doch de zendeling zelf scheen er anders
+over te denken.
+
+Na de koffie en het ontbijt zocht ik mijn plaats weer op naast den
+kalmen kapitein op de brug. Hij wees me op een groote zeekaart eenige
+interessante punten en moeilijke passages, doch van een geregeld
+gesprek kon niet veel komen, daar ik het Maleisch, het Volapuk van
+den Archipel, nog niet voldoende machtig was.
+
+Goed beveiligd tegen de stralen der zon, nam ik mijn boek en was
+spoedig verdiept in Haagsche toestanden en las van menschen, die aan
+nevrose leden, die met hun vezel-fijne zenuwen voorbeschikt waren
+aan levenssmart en levensweemoed te gronde te gaan. Opziende zag
+ik dan de woeste kust van het eiland en voelde me als vaneengereten
+door de uitersten die op mij afkwamen, en ik vroeg mij af, of ik wel
+goed deed onder deze omstandigheden boeken onzer overbeschaving te
+lezen, waarbij ik Holland weer zoo duidelijk voor me zag, en waarbij
+verlangens wakker werden, die den geest te zwak maakten tegenover de
+woeste natuur en de menschen, die mij omringden.
+
+Zag ik het fijne, wisselende mooi van 't Hollandsche landschap in
+gedachten voor me en dan opziende deze omgeving, dan ging er een
+siddering van verlangen door mij heen, en weemoed en heimwee overvielen
+me. Dacht ik aan den strijd met menschen, die mij in mijn kwetsbare
+positie te wachten stond en dien ik voelde komen, dan had ik wel de
+neiging om, zoo niet het brute naar buiten te keeren, dan toch in elk
+geval het fijnere gevoelsleven niet te zeer te laten spreken. Doch
+een neiging tot humor overstemde die vrees, en met een glimlach,
+die onwilkeurig opkwam, herstelde ik mijn zelfvertrouwen en durf,
+om met die grootere gevoeligheid, te zamen met den breederen kijk,
+menschen en dingen onbevreesd tegemoet te gaan.
+
+"Die Menschen fürchtet nur, wer sie nicht kennt". Welaan, kende
+ik ze niet en zag ik ze niet aan hun ondeugden en hartstochten,
+als harlekijnen aan de touwtjes dansen, gevaarloos zoolang men ze
+herkende? Bemerkte ik hun zwakte en hun zwakheden niet?
+
+Tegen den middag naderden wij de vulkanen, die we reeds eenigen tijd in
+de verte hadden gezien en passeerden de zuidelijke Loloda-eilanden. Op
+een dezer eilanden, met den tongbrekenden naam Kahatollolamo, was,
+terwijl we passeerden, een klapperaanplanting te zien, die er weinig
+florissant uitzag. De stammen der boomen waren schraal, de kronen dun
+en de vruchten ontbraken totaal. De oorzaak was niet ver te zoeken. Op
+een rotsachtigen ondergrond, waarop zich slechts een dunne aardlaag
+had gevormd, waren deze boomen geplant, de wortels hadden daardoor
+geen vat en konden niet voldoende voedsel vinden. Toch was men nog
+met ontginnen bezig en waren er op verscheidene plaatsen nog jonge
+boompjes te zien. Armoedige inlanders, voor ellendige hutjes staande,
+keken de Nora na. Een zeldzaam schouwspel voor hen, daar het vaarwater
+hier tusschen de eilanden nooit door groote booten werd bezocht.
+
+Van hier tot bij den vulkaan van Ternate, die in de verte reeds was te
+zien, bestond het land uit een opeenvolging van uitgedoofde vulkanen,
+waartusschen soms kleine vlakten lagen, die met klapperboomen waren
+begroeid.
+
+Om vier uur liet de Nora op de reede van Ternate haar stoomfluit
+hooren, waarvan het geluid door de wanden van den vulkaan werd
+weerkaatst en aan het gansche plaatsje verkondigde, dat zij van haar
+reis was weergekeerd. Ieder wist ook aanstonds, dat het de Nora was
+en geen ander schip, want wie hier een korten tijd had gewoond,
+had geleerd de verschillende tonen der fluiten van de geregeld
+binnenvallende stoomschepen van elkander te onderscheiden.
+
+Mijn plan was weer mijn intrek in het hotel te nemen, waar een
+eerwaardige dame, in de wandeling Tante Carolien genoemd, haar
+scepter zwaaide en haar gasten tegen goede betaling op een vuile
+inrichting en slecht eten onthaalde. Van klachten nam zij niet de
+minste notitie, overtuigd als zij was, dat zij uitstekend voor haar
+gasten zorgde. Klaagde men herhaaldelijk over vuilheid, onzindelijkheid
+enz. dan werd men verzocht het hotel te verlaten en elders een goed
+heenkomen te zoeken. Daar het in deze dagen het eenige hotel te Ternate
+was, was men wel genoodzaakt alles maar voor lief te nemen. Een der
+heeren gasten, die er langen tijd verblijf had moeten houden, had,
+om zich te beschermen tegen de aanraking van het altijd vieze voorwerp
+in de eenige W.C., die in een onbeschrijfelijken toestand verkeerde,
+een grooten houten bril laten maken, die door zijn jongen voor het
+dagelijksch bezoek van mijnheer werd vooruitgedragen. Na afloop zag men
+den jongen weer, met den bril onder den arm, naar de kamer van mijnheer
+stappen, waar deze uitvinding zorgvuldig werd opgeborgen. Steeds nam
+een der nieuwe heeren gasten dezen bril dankbaar als geschenk over,
+en misschien zal hij er nog zijn nuttig werk verrichten.
+
+Met het prettige vooruitzicht voor tenminste een veertiental dagen de
+gast van Tante Carolien te moeten wezen, reed ik in een der horribele
+sadotjes langs den strandweg naar het hotel, toen ik een mij bekend
+Hollander in de voorgalerij van zijn huis zag staan, die mij in het
+voorbijgaan toeriep: "Kom hier logeeren!"
+
+Het aanbod van den jonggezel-zakenman was, in het vooruitzicht van
+slechte kost en onzindelijkheid, te verlokkend om het af te slaan,
+en zoo liet ik mijn bagage hier brengen en zat spoedig met mijn
+gastheer en nog een Hollander, die tijdelijk bij hem inwoonde, onder
+de voorgalerij op gemakkelijke rieten stoelen rondom een dito tafeltje
+met marmeren blad.
+
+Daarmee was ik aan het Indische jongeluis-leven van de
+Buitenbezittingen overgeleverd, dat zich toentertijd in Ternate voor
+een groot deel onder die voorgalerij rondom dat tafeltje met het
+marmeren blad concentreerde, waarop de sherry met de pait (jenever)
+en de whisky-soda, het praten met de kaarten en met de boeken van de
+leestrommel afwisselde.
+
+Onze gastheer, die reeds 16 jaren aaneen in Indië verblijf hield,
+was wat men noemt verindischt, en voelde zich daarbij bon-vivant
+grand-seigneur, en leefde als zoodanig. Zijn levensopvattingen waren
+zoo breed geworden, dat alle beperking hem vreemd en hinderlijk
+was. Hij leefde naar zijn lusten en geheel zooals het hem inviel. Het
+kon zijn, dat hij 's avonds om half tien reeds naar bed ging, doch
+het kon ook gebeuren, dat hij tot het opgaan der zon onder zijn
+voorgalerij zat. Het middageten, dat om 1 uur heette te beginnen
+werd soms, wanneer mijnheer gezellig zijn paitjes dronk en van alles
+en nog wat te vertellen had, tot 4 uur uitgesteld. Den eenen dag at
+hij bergen rijsttafel, wat hij met veel bier naar binnen spoelde, of
+legde over een sneedje brood een halve worst, of wierp er een halven
+pot jam over uit, en den volgenden dag at hij bijna niets en walgde
+van alles wat eten en drinken was. 't Kon zijn dat hij een of twee,
+soms drie dagen niets dronk, maar daarna kon die matigheid tot de meest
+toomelooze onmatigheid overslaan, waarbij in gezelschap van bezoekers,
+kapiteins en passagiers van binnenvallende stoombooten, karaffen
+jenever, flesschen sherry en whisky het moesten ontgelden. Goedmoedig,
+en royaal voor zichzelf en anderen, bleef hij dit ook wanneer hij
+veel gedronken had.
+
+Daar Ternate, toen nog zonder telegraaf, tusschen de komst der
+verschillende booten soms dagenlang van alle berichten van de
+buitenwereld verstoken was, had hij, daar hij zakenman was, soms ook
+dagenlang niets te doen, of maakte hij het in elk geval zich dan niet
+druk. In een paar uurtjes, van 9 tot 12 des morgens, was zijn werk
+afgeloopen; de overige uren konden besteed worden aan praten, lezen,
+eten, en aan drinken en kaartspelen.
+
+Nu was ik wel het slechte eten en de onzindelijkheid bij Tante
+Carolien ontloopen, maar daarvoor werd nu voor een groot gedeelte
+beslag op mijn vrijheid gelegd. Des morgens, na het opstaan, in
+de binnengalerij aan de schrijftafel van mijn gastheer gezeten om
+hoog noodige correspondentie af te doen, duurde het vaak niet lang
+of hij en zijn huisgenoot kwamen in bont gekleurde pyjama's uit hun
+slaapkamers te voorschijn en drentelden begeerig naar conversatie,
+al praatjes makend tot het ontbijt onder 't genot van de morgenkoffie
+in de binnengalerij op en neer.
+
+Om twaalf uur thuis komend, was mijn gastheer geen man om zijn
+gasten aan het werk te zien, hij vond dit belachelijk, terwijl het
+niet strookte met zijn breede opvattingen en met zijn behoefte aan
+gezelschap.
+
+In mijn werk gehinderd, in een dagelijksche sfeer van gezellige
+vervelendheid en van herhaalde braspartijen, zou het me niet
+onaangenaam zijn geweest mijn tijd hier te hebben kunnen bekorten
+en naar Tobelo terug te keeren. Doch tijdbesparen en zaken afdoen
+was iets, waarvan men in dezen uithoek, ook onder heele en halve
+Europeanen, nog niet veel weten wilde. Het leven te Ternate was
+overigens in dien tijd niet ongezellig. De soos werd wel, wegens
+veeten uit vroegere jaren, door ambtenaren en officieren geboycot,
+doch daar stond tegenover dat men de gezelligheid elders zocht. In den
+namiddag was er steeds een samenkomst op het tennisveld in het oude
+groote fort, waar men de families kon ontmoeten, die door vriendelijke
+uitnoodigingen nogal eens afwisseling brachten in de reeks avonden
+onder de voorgalerij bij mijn gastheer.
+
+Menige goede herinnering is mij bijgebleven aan avonden daar bij
+beschaafde menschen "en famille" doorgebracht, waarbij ik dan eens
+weer den weldoenden invloed van een geregelde Hollandsche huishouding
+ondervond.
+
+Zoo werd er Kerstfeest gevierd bij den dokter op het fort, waar een
+Kerstboompje stond, dat kunstig nagemaakt, heel goed den indruk
+van zoo'n sparreboompje weergaf. Er zongen kinderen Kerstliedjes
+en er werden geschenken rondgedeeld. Wel was het heel anders dan
+het stemmige Kerstfeest, dat ik een jaar te voren in eigen kring
+tusschen de Zwitsersche bergen had gevierd. Doch het "Stille Nacht,
+Heilige Nacht" en het besneeuwde boompje deden, ondanks de warmte van
+den tropischen avond en der geheel tropische omgeving, niet zonder
+weemoed de herinnering aan dien tijd weer levendig worden.
+
+Zoo gaf ook de komende Oudejaarsavond aanleiding tot een feest,
+dat echter onder leiding van mijn gastheer in geheel andere
+stemming gevierd zou worden. Deze, die den laatsten tijd veel
+vriendelijkheden van de Europeesche kolonie had ondervonden, wenschte
+die te beantwoorden en daarvoor koos hij dien avond uit. Hij wenschte
+een feest te geven naar zijn smaak en op zijn breede wijze, dat wil
+zeggen, dat er gegeten en gedronken zou worden in hoeveelheden zoo
+groot als voor menschelijke magen en vooral voor dorstige kelen maar
+mogelijk was.
+
+Het feest zou beginnen met een reusachtigen bowl, daarna champagne,
+en voor de liefhebbers whisky, bier en cognac na. Hij zag als in een
+droom zijn voorgalerij in een slagveld van menschen en flesschen
+herschapen, hij droomde zich een Nero-genoegen, een bacchanaal en
+zijn persoon als held te midden daarvan.
+
+Nooit had ik hem nog zoo in de weer gezien als in de dagen die aan dit
+feest voorafgingen. De krossi-malas (luie stoel), een zeer gemakkelijke
+dekstoel, waarop hij anders heele dagen met zijn corpulente lichaam
+lag, was nu herhaaldelijk onbezet. Hij draafde van den een naar den
+ander, zette allerlei menschen, leveranciers, kennissen en bedienden
+in beweging voor het groote feest, dat komen zou. Ook de dames moesten
+meehelpen om voor eenige groote schotels te zorgen, waarvoor hij de
+ingrediënten leverde. Zijn stemming was monter en opgewekt in het
+vooruitzicht van de geweldige fuif, over welker arrangement hij,
+terwijl hij zich van louter verrukking op zijn dikke dijen sloeg,
+maar niet uitgepraat was.
+
+De bowl, waarmede dit feest beginnen zou, zou in groote tumblers
+geschonken worden, zoodat deze koele drank de meeste gasten als 't
+ware als een verkwikking zou overrompelen, opdat de stemming spoedig
+bij allen de hoogte zou hebben bereikt, waarop hij zelven zoo graag
+verkeerde. De glazen mochten geen oogenblik leeg wezen en hij zou zijn
+gasten zoo animeeren, dat er al spoedig geen nuchtere gast meer over
+was. De champagne zou bij stroomen vloeien; slechts maakte hij zich
+bezorgd, dat er op het kleine Ternate niet voldoende van dezen drank
+voor zijn grootsche plannen aanwezig was. De morgen na de fuif zou
+dan de zon het geheele gezelschap nog onder zijn voorgalerij bijeen
+vinden. De dames hadden hem ook toegezegd zijn jonggezellenwoning te
+zullen bezoeken, waarbij hij ook van haar verwachtte, dat zij zich
+niet onbetuigd zouden laten.
+
+Terwijl we daar op een namiddag zoo luisterden naar de plannen van
+onzen gastheer, hoorden we de fluit van een stoomboot en zagen we de
+boot, die van Nieuw Guinea terugkwam (de zgn. Papoeboot), en die dus
+gisteren Tobelo had aangedaan, over het spiegelgladde water de reede
+van Ternate binnenglijden.
+
+Even daarna, terwijl de boot nauwelijks aan den steiger was gemeerd,
+zag ik, tot mijn niet geringe verwondering, Verster met driftigen pas
+over den strandweg naderbij komen. Mij ziende, stoof hij de galerij
+binnen, om opgewonden te vertellen, dat hij het in Tobelo niet langer
+had kunnen uithouden, daar er geen man meer op het werk kwam, waardoor
+hij tot stilzitten was gedoemd. Hij wilde nu zelf naar Menado om
+koelies te halen, daar hij den koeliewerver, dien we daarheen hadden
+gezonden, ook niet meer vertrouwde. Zijn voortvarendheid was in alle
+opzichten te billijken, maar deze zou op Ternate weer terstond worden
+gestuit, daar hij eerst een bootgelegenheid voor Menado diende af
+te wachten. Zoo vermeerderde hij dan het gezelschap voor het nabije
+Oudejaarsavondfeest, daar zich voor dien tijd wel niet meer een
+gelegenheid voor vertrek zou opdoen. Van den nood een deugd makend,
+vergat hij spoedig de stilte van Tobelo en gaf zich geheel over aan
+de geneugten van het Indische leven op zoo'n klein plaatsje.
+
+De Oudejaarsavond kwam. Reeds den dag te voren was er door eenige
+heeren uit louter voorpret meer genoten dan goed was geweest, en zoo
+was ook bij onzen gastheer op den dag zelven het allerergste vuur
+reeds gebluscht. Dit verhinderde toch niet, dat er den ganschen dag
+hard werd gewerkt aan den bowl en aan 't klaarmaken van schotels,
+aan 't verkrijgen van voldoende glaswerk, borden, messen, vorken
+enz. en dat het een gedraaf van belang werd, om op tijd met de geheele
+voorbereiding van het groote feest klaar te komen.
+
+Maar het was dan 's avonds eindelijk zoover. In de voorgalerij
+stonden twee lange rijen stoelen, in het midden waarvan tafeltjes
+waren geplaatst, waarop sigaren en sigaretten, aschbakjes en
+lucifersdoosjes waren neergezet. In de binnengalerij hadden de
+bedienden schotels en glazen klaar gezet, terwijl in het midden de
+groote bowl, die herhaaldelijk zou kunnen worden aangevuld en die
+met ijs koel werd gehouden, was geplaatst. In de achtergalerij stond
+een lange tafel gedekt voor het souper; daar had de champagne in de
+ijskist een plaatsje gevonden en zwoegde het buffet onder massaas
+glazen en stapels borden; ook brandden daar voor dezen avond twee
+groote petroleumlampen, wat vóór dien nog nooit het geval was geweest.
+
+Met ongeduld werden nu de gasten gewacht, alles was gereed om hen
+te ontvangen.
+
+Weldra zagen we in het donker de eerste witte gedaanten verschijnen,
+waartusschen eenige lichte japonnen, en toen eenmaal de eerste gasten
+er waren, was weldra het gansche gezelschap compleet. De resident
+had zich wijselijk laten verontschuldigen, zoo ook eenige andere
+genoodigden, maar de gastheer kon toch tot zijn vreugde vaststellen,
+nooit zooveel Europeanen te Ternate bijeen te hebben gezien. Een boot
+van de Nord Deutsche Lloyd, die op den Oudejaarsdag was binnengevallen,
+vermeerderde met den kapitein van het schip het aantal gasten nog
+met een, en hij bleek een gast te zijn aan wien dergelijke feesten
+zeer besteed waren.
+
+De presenteerbladen met volle tumblers gingen rond en ieder
+verwonderde zich over zulke groote bowlglazen, die in normale
+gevallen voor bier werden gebruikt, maar onze gastheer zeide, dat
+het een zeer onschuldig en verfrisschend drankje was, en als bewijs
+daarvan dronk hij zijn eersten tumbler in één teug leeg. De kapitein
+volgde zijn voorbeeld, en zei dat hij het heel lekker; maar toch wat
+een kinderachtig en flauw drankje, vond. Een tweede glas werd weldra
+door een ongeteld aantal gevolgd. De stemming rees, de gastheer dronk
+zijn gasten herhaaldelijk een prosit en ad fundum toe, waarvan hij
+zelf de gevolgen steeds meer ondervond. Na eenige uren zat hij reeds
+verslagen op zijn stoel, nu telkens aangewakkerd door den kapitein,
+voor wien zulk een bowl werkelijk een onschuldig drankje bleek te
+zijn. Als Duitscher verloochende hij den bekenden dorst van zijn ras
+niet en toonde zijn meerderheid in het drinken tegenover de aanwezige
+Hollanders op verbazingwekkende wijs.
+
+Toen het souper begon en het middernachtelijk uur sloeg, was de
+feestvreugde ten top gestegen. Doch weldra gaven eenige verhitte
+breinen aanleiding tot een hevig dispuut, dat elk ander gesprek
+overstemde en dat zich eenige uren rekte, zooals dat in zulk een
+verhit gezelschap meer pleegt voor te komen. Het feest ging nu
+als een nachtkaars uit; de dames wilden vertrekken en troonden
+hun echtgenooten mee, de gastheer was niet meer in staat tegen dat
+weggaan te protesteeren, noch in staat bedankjes in ontvangst te
+nemen. Onder de voorgalerij, bij volle tafels en leege stoelen, zat
+hij na 't verloopen van het feest met den kapitein en eenige plakkers
+wat men noemt na te praten. Dit napraten duurde tot het zonlicht de
+laatste gasten verjoeg. Reeds was het volop dag, toen de laatsten
+naar bed strompelden.
+
+Den dag daarna, den eersten dag van het Nieuwe Jaar, was een dag
+waarin slechts tegen den avond eenige opleving kwam, men was mat en
+voelde zich onder den indruk van den doorwaakten nacht. De huishouding
+van onzen gastheer was nu zoo in de war, dat eerst 's middags tegen
+vier uur het eerste ontbijt werd gebruikt, terwijl er den geheelen
+dag geen warm eten op tafel kwam.
+
+Met de Duitsche boot vertrok Verster den volgenden dag naar Menado
+op Celebes, om te trachten zijn plannen te volvoeren, terwijl de
+boot die mij naar Tobelo terug zou brengen, elken dag verwacht
+mocht worden. Buiten de vele bagage, die nog steeds te Ternate was
+achtergebleven en die uit 18 kisten en 2 koffers bestond, gingen
+er verscheiden colli meubelen mee, waaronder de inrichting van het
+te bouwen huis van den administrateur, benevens een groote prauw,
+die aan dek van de paketboot zou kunnen worden geheschen; verder 20
+balen rijst, 25 kisten petroleum en 2 trekossen, terwijl 7 koelies na
+veel zoeken te Ternate waren aangeworven, waarmee voorloopig verder
+gewerkt zou kunnen worden.
+
+Terwijl ik bij het tolkantoor (de boom zegt men in Indië) bezig was
+alles in orde te brengen voor de verscheping van menschen, dieren en
+goederen, werd ik door den civiel-gezaghebber van Tidore uitgenoodigd
+den volgenden dag een bezoek aan zijn eiland te brengen. Daar alles
+voor het vertrek in gereedheid was gebracht, doch de boot uitbleef,
+was elk nieuw etmaal, dat zij niet binnenviel, een vrije dag, waarop
+genoten kon worden van de weelde om zooveel mogelijk de omgeving te
+leeren kennen.
+
+'t Was het mooist denkbare weer toen we den volgenden morgen reeds
+vroeg met een motorboot Ternate verlieten en op Tidore aanstevenden. De
+blauwgrijze zee was zoo glad als een spiegel, massa's kleine vliegende
+visschen schoten voor de boot uit en ook andere visschen sprongen
+spelenderwijs, of nagejaagd door hun doodsvijanden uit het water. Op
+stukken drijfhout zaten zeemeeuwen, doch het meest verrassend
+waren een groot aantal vlinders, die over dezen wijden plas van
+'t eene eiland naar het andere vlogen en die soms in staat bleken
+de motorboot in haar vaart bij te houden. Na een goed half uur was
+de kust van Tidore genaderd, waarlangs we nu een goed uur te stoomen
+hadden om Soa-Sioe te bereiken, den zetel van het Gouvernement, toen
+ingenomen door een controleur en een civiel-gezaghebber. Eens was
+dit de residentie van het Sultanaat Tidore, welks sultan door ons
+gouvernement werd afgezet. Aan zijn oude rechten op het westelijke
+deel van Nieuw-Guinea hebben wij het bezit van het grootste deel van
+dit grootste aller eilanden te danken.
+
+Het gezicht op de kust, waarlangs we voeren, met haar witte strandlijn,
+waarop prauwtjes schilderachtig lagen en waarop menschen stonden
+die uit de huisjes kwamen, welke zoo gezellig onder den weelderigen
+planten- en boomgroei verborgen lagen, met den zwaarbegroeiden berg
+daarboven, waar hier en daar rook opsteeg van vuurtjes door inlanders
+gestookt, gaf een vredigen indruk.
+
+Een kleine steiger, die een eind in de zee uitstak, werd in de verte
+zichtbaar en spoedig was Soa-Sioe bereikt.
+
+Oud-Indië uit de dagen van de Compagnie kwam ons hier nog meer tegemoet
+dan reeds te Ternate het geval was geweest, ja zelfs vond men hier in
+den aanleg der plaats overblijfselen van de lang geleden Portugeesche
+overheersching. Een breede vervallen weg van cement-plaveisel leidde
+van den steiger het land en het plaatsje in. Telkens wanneer de rijzing
+van den bodem, die landwaarts-in vrij aanzienlijk was, wat heel steil
+werd, ging de weg in breede trappen over, zooals men dat in de landen
+van Zuid-Europa vindt. Links en rechts kwamen op dien weg zijwegen uit,
+waaraan de huisjes van Soa-Sioe achter witte vervallen muurtjes lagen.
+
+Het eerste huis rechts aan den eersten zijweg was het huis van den
+civiel-gezaghebber. Toen ik binnentrad kreeg ik een schrik, want hoewel
+reeds aan veel primitieve woningen en inrichtingen gewend, die echter
+door reinheid en eenvoud en harmonie met hun omgeving nog dikwijls
+knus of gezellig waren geweest, kwam me zulk een armoede en verval
+in dit steenen huisje tegemoet, dat ik den civiel-gezaghebber eens
+aankeek. "Daar stoppen ze je nu maar in en je moogt nog blij wezen,
+dat je zoo'n krot vindt," zei hij op verontwaardigden toon. "Is 't
+een wonder dat mijn vrouw ziek van heimwee en ellende werd en naar
+Ternate moest?"
+
+Ik keek eens rond onder 't gedrukte voorgalerijtje met zijn blauw
+gekalkte wanden en zijn kapotte keuken-vloertegels, ik ging eens in
+de sinistere kamertjes, waar overal dat blauw en die tegeltjes als
+in een armoedig huisje mij vervolgden. 't Donkere achterhuis deed
+aan een vervallen boerendeel denken, 't achtererfje aan een totaal
+verwaarloosd stadstuintje en een vuilnisbelt, de W. C. was een kist en
+het badkamertje niets dan een wand van gedek. 't Was meer dan droevig
+en armoedig, en de ellende, die zij hier moesten hebben geleden,
+kwam me aan alle kanten tegemoet.
+
+Waren de civiel-gezaghebber en zijn vrouw nu een meer ontwikkeld
+paar menschen geweest, dan--het mag zonderling klinken--hadden zij
+zich misschien nog beter kunnen voegen en eenige gezelligheid en
+comfort weten aan te brengen. Maar menschen als deze, die een jaar
+geleden nog in Amsterdam op vier hoog woonden; die van Indië niet
+veel meer hadden geweten, dan dat het er heel warm moest wezen,
+zulke menschen hadden veel te hooge illusies van dit land en van het
+civiel-gezaghebberschap gehad; terwijl zij buitendien geen weerstand
+in zichzelven hadden om zich over teleurstellingen heen te zetten en
+geen tact om het zich gezellig te maken.
+
+Zulke ambtenaren op kleine tractementen te benoemen en zoo te
+installeeren is een politiek, die haar schaduwkanten moet laten zien.
+
+We gingen verder het plaatsje in en kwamen in de breede hoofdstraat
+met de trappen den controleur tegen in gezelschap van een prins van
+Tidore en eenige Arabische grootheden. De prins was eenvoudig maar
+onberispelijk gekleed, zijn gezicht was fijnbesneden en zijn houding
+was sympathiek. Zijn glimlach was vriendelijk en zijn handdruk zacht,
+toen ik aan hem werd voorgesteld. Men zag het den intelligenten
+Oosterling aan, dat hij zich bewust was zijn afkomst slechts door
+een waardig gedrag te kunnen toonen. Dubbel griefde het mij derhalve
+hem, door den civiel-gezaghebber van vier hoog, als mindere te zien
+behandeld. Met z'n allen wandelden we nu op naar den Kraton of Kedaton,
+het vroegere paleis van den sultan, dat behoorlijk door zware muren
+versterkt, op een hoogte lag. Dit paleis, dat erg vervallen was en meer
+op een deftig landhuis dan op een paleis geleek, was nu gedegradeerd
+tot inlandsche school. Toen we de hooge trappen waren opgeklommen en
+de voorgalerij waren doorgegaan, zagen we daar in de binnengalerij
+de geheele school van bruine kindertjes bijeenzitten onder leiding
+van een inlandschen onderwijzer.
+
+Het uitzicht van het hooggelegen bordes beheerschte den ganschen
+omtrek. Men overzag Soa-Sioe, voorts de breede straat tusschen Tidore
+en Halmaheira en een deel van het eiland Tidore zelve. Een frissche
+zeewind streek hier even door de voorgalerij, wat een genot was bij
+de haast ondragelijke hitte. Ik heb me toen afgevraagd, waarom men
+in Indië de huizen steeds zoo onder en tusschen boomen verstopt, dat
+er van een uitzicht en van een afkoelenden wind bijna geen sprake kan
+zijn? Het kan toch niet alleen het voordeel van het schaduwgeven der
+boomen zijn, waartegenover weer zulke groote nadeelen van vochtigheid,
+insectenplaag en gebrek aan afkoeling en uitwaseming des nachts en des
+daags staan. Of zou het zijn, dat ook hier de sleur boven het nadenken
+gaat en men moeilijk met een oude gewoonte kan breken? De vroegere
+Vorst van Tidore had echter anders geweten en wel anders gedaan ook.
+
+Bij den controleur, die het eenige voor Europeanen bewoonbare huis
+bezat, kregen we een frisschen morgendronk, waarop we naar Ternate
+terugkeerden. De civiel-gezaghebber scheen, na zulk een bezoekje
+aan zijn chef, zijn taak weer voor eenige dagen volbracht te hebben,
+althans onder de galerij van het hotel te Ternate kon men hem dag in
+dag uit met zijn vrouw en kinderen zien zitten, zonder dat hij ooit
+iets uitvoerde.
+
+Nog zou ik een anderen vorst leeren kennen, een regeerend sultan,
+althans nog in naam. Met een kennis had ik door bemiddeling van den
+Gewestelijken Secretaris belet laten vragen bij den Sultan van Ternate,
+daar ik nieuwsgierig was zoo'n Oostersch potentaatje eens te ontmoeten,
+terwijl daarmede tevens voldaan werd aan den beleefdheidsvorm, nu ik
+van plan was mij op zijn grondgebied te vestigen. Het uitblijven van
+de boot gaf hiertoe nog de gelegenheid en zoo verscheen dien middag,
+nadat ik van Tidore was teruggekeerd, buigend een afgezant van den
+Sultan voor het huis van mijn gastheer. Hij was gekleed in een lang
+wit gewaad, waarover een lange zwarten kaftan hing, terwijl een soort
+tulband zijn hoofd dekte. In hoffelijke woorden deelde hij mede,
+dat we den volgenden morgen om tien uur met veel vreugde door zijn
+Heer ontvangen zouden worden.
+
+Om tien uur reden we den volgenden dag het fort voorbij, de Arabische
+kampong door, waar de groote moskee of missigit stond, naar den
+Kedaton, het verblijf van den Vorst. 't Was een vorstelijk verblijf
+van den zelfden graad als ik op Tidore had gezien, slecht onderhouden
+en niet meer dan een flink landhuis.
+
+Op het hooge bordes van de voorgalerij stond, toen we door de witte
+poort reden, die toegang gaf tot zijn erf, de Sultan met den mooien
+langen naam van As-soltan Tadjal-mahcoel bi' inajat Allah al Nannan
+Siradjal-Melk Amirad-din Iskan dar Mouauwwar ac-Cadiq Mohamad Hadji
+Oesman Wahowa min-adilin Sjah. Op de hooge trap zagen we een bediende
+met den pajong verschijnen, waarna ook de Sultan op de hoogste trede
+verscheen, toen we die trap opgingen. Daar heette ons de kleine bruine
+man met zijn korte witte snor en witte baardje op het hartelijkst
+welkom en verzocht ons binnen te treden.
+
+In de groote binnengalerij, welke ook hier met geglazuurde
+keukenvloertegels was belegd, waarvan de wanden wit waren en met
+eenige groote gravures behangen, namen we om een groote ronde tafel
+plaats in armstoelen met Weener rieten zitting en dito rugleuning,
+waarvan er een vijftigtal langs de muren van de gansche binnengalerij
+stonden. De hormat, de eerbewijzen aan den gast bewezen, kon beginnen.
+
+Terwijl de Sultan zich uitputte in beleefdheidsbetuigingen,
+waarmee wij ook lang niet zuinig waren, brachten twee bedienden in
+Chineesch-porseleinen kopjes de koffie binnen, terwijl twee anderen
+met gebak en confituren verschenen, dat op kleine zilveren schaaltjes
+werd gepresenteerd. De Vorst zei bij het optillen van zijn kopje
+eenige vriendelijkheden, die met een Slamat eindigden, wat we op
+gelijke wijze beantwoordden.
+
+Hij zag er in zijn witte broek, zijn mauvekleurig vest met gouden
+knoopen, waarop de W met een kroontje, zijn zwarte jasje en witte
+overhemd, waarin een drietal groote knoopen waren, die elk een
+negental steenen bevatten, vrij dragelijk uit. Doch over zijn heele
+wezen en zijn kleeding lag het versletene, het vervallene van een
+verongelukt geslacht.
+
+Nadat we zoo een tijdlang hadden gezeten, verzocht hij ons eens met
+hem rond te wandelen.
+
+Tot nu toe was er iets vorstelijks geweest in de ontvangst door de
+Oostersche aangeboren hoffelijkheid, die den Sultan niet verlaten
+zou tot het laatste oogenblik; maar in hetgeen hij ons nu van zijn
+bezittingen liet zien was zoo weinig vorstelijks, zelfs weinig
+burgerlijks, neen eigenlijk iets armoedigs, dat het heel moeilijk
+werd de vereischte complimenten te maken. Doch we hielden ons taai
+en bewonderden zooveel we konden.
+
+We waren een donkere achterbinnengalerij doorgegaan, die er uitzag als
+een boerenstal en stonden nu in een achtergalerij met een pendoppo,
+waaromheen gewone bamboe kamponghuisjes waren opgetrokken.
+
+Begeleid door een bediende die den pajong boven het hoofd van den
+Toewan Sultan hield, wiens kruin bedekt was met een zwaren groenen
+doek, die, als een worst stijf in elkaar gedraaid, zoo op zijn kalen
+knikker was gelegd, begaven we ons naar buiten. Zijne Hoogheid wilde
+ons iets van veel belang laten zien, iets wat hij, volgens zijn zeggen,
+nog nooit aan een Europeaan had laten zien. Het zou de badplaats zijn
+van de dames van zijn huis.
+
+We gingen over het voetpaadje van een kleine weide en daalden toen een
+hoogte af, waarop we aan een heel kleinen vijver kwamen, waar aan eene
+zijde platte steenen aan den oever lagen. Dit heette de badplaats te
+zijn van de dames van dit hof, waarvan op dat oogenblik geen gebruik
+werd gemaakt.
+
+In zijn huis teruggekomen liet hij ons, op onze vraag naar
+zijn kostbaarheden, zijn schatten zien. Zij werden in de groote
+binnengalerij door zijn zoons en hovelingen binnengebracht en
+uitgestald. Op lange tafels lag daar al heel spoedig een groote massa
+zilveren voorwerpen, als helmen, tamboermajoorstokken, soepterrines,
+koffiekannen, heele serviezen, vingerkommen enz.; daarbij geweren in
+foudralen met goud gemonteerd en met het Nederlandsche wapen, een krom
+Turksch zwaard met gevest en scheede van goud, een klok, horloges enz.
+
+Volgens den Sultan was bijna alles "present van het Gouvernement" en
+naar ik vermoed, ook nog heel veel uit de dagen van de Compagnie. Maar
+alles wat daar lag, was zoo beduimeld en vuil, dat het zilver op
+oud zink geleek en het goud geen goudglans meer vertoonde. Trouwens
+dat heele huis, al die menschen, die heele omgeving was beduimeld en
+ontbonden geworden door Oostersche indolentie.
+
+En toch trekt deze man nog jaarlijks een bedrag van f 45.000.- uit
+de Landschapskas, waarop hij en zijn luie omgeving, uit ruim honderd
+menschen bestaande, voortvegeteert [1].
+
+Toen wij eindelijk afscheid namen en verzochten ons respect over te
+brengen aan de Toewan Poetri (zijn wettige vrouw), verzocht hij ook
+zijn respect aan mijn vrouw in Holland, waarbij hij mij zeer op het
+hart drukte, toch vooral daarbij te vermelden hoe ik het bij hem
+had gevonden.
+
+Hij stelde zijn rijtuig tot onze beschikking, en na nog veel
+vriendelijke woorden en plichtplegingen, waarbij de Sultan ons tot
+het rijtuig uitgeleide deed, waren we ten slotte blijde een einde
+aan de reeks van hoffelijkheden te kunnen maken.
+
+Zeven dagen over haar tijd kwam na geduldig wachten eindelijk de boot
+binnen. Dit te laat komen der booten, dat de laatste jaren steeds was
+toegenomen, lag in hoofdzaak aan de beperkte havenruimte te Makassar,
+waar de schepen, om te kunnen laden en lossen, soms dagenlang moesten
+wachten. Doch ook het groot aantal passagiers en de massa's goederen,
+die met deze lijn naar het steeds meer ontwakende Nieuw Guinea worden
+vervoerd, was daaraan schuld.
+
+Nieuw Guinea, waarvan we door vroegere rechten van het Sultanaat Tidore
+het westelijk gedeelte bezaten, was, sedert Duitschers en Engelschen
+van het oostelijk gedeelte bezit hadden genomen, in concurrentie met
+deze mogendheden het troetelkind van de Hooge Regeering geworden,
+waardoor er verschillende belangrijke militaire posten waren
+gevestigd. Buitendien bloeide er in die dagen de paradijsvogeljacht,
+die er veel gereed geld in omloop bracht. Zoodoende trokken vele kleine
+Chineesche en Arabische handelaren, van heele families vergezeld naar
+dit land, om te trachten daar met de primitieve bevolking voordeelige
+zaken te doen. Zulk een boot, die naar de Papoea [2] ging, wemelde
+dan ook, op het derde en vierde klasse dek, van mannen, vrouwen en
+kinderen, kisten, koffers en huisraad, waartusschen allerlei gedierte,
+als koeien en geiten, maar vooral kippen en nog eens kippen. Op de
+beide dekken, van den boeg tot aan de campagne, welke laatste voor de
+eerste klasse was gereserveerd, was dikwijls geen plaatsje onbezet;
+daar aten en dronken en sliepen die menschen, want voor de derde en
+vierde klasse passagiers waren noch kajuiten, noch hutten aan boord,
+ze werden in dit klimaat eenvoudig aan dek meegenomen, waar ze tegen
+zon en regen beveiligd overigens geen beschutting behoefden.
+
+Het embarkeeren met de talrijke bagage op die volgepropte boot eischte
+veel zorgen en tijd, en in 't bijzonder was de onhandige prauw, die
+ten slotte in stroppen aan dek werd geheschen, een voorwerp van veel
+moeite en last. De beide trekossen, die door het smijten met kisten
+en balen, het ratelen van kettingen en het lawaai van menschen wild
+geworden waren, weigerden hardnekkig over de loopplank naar binnen
+te stappen. Ook hieraan werd tenslotte door den takel, die de beesten
+aan boord heesch, een einde gemaakt.
+
+Ruim 24 uur na haar aankomst vertrok in den nacht de "Camphuysen". De
+lichtjes van Ternate verdwenen, de menschen en de plichten van het
+leven daar waren vaarwel gezegd en in den verfrisschenden nachtelijken
+zeebries, alleen op de campagne staande, keek ik naar den stillen
+sterrenhemel en genoot van het alleenzijn na 't gejacht van een
+roezigen dag en de herrie van afscheid nemen.
+
+Toen ik den volgenden morgen ontwaakte, lagen we stil en zag ik door
+de patrijspoort het strand en de huisjes van Wayaboela op Morotai,
+waar slechts eens in de twee maanden een boot aanlegt.
+
+We zouden hier den ganschen dag blijven liggen, om te laden en
+te lossen, om daarna in den avond naar Galela, een plaatsje aan
+de Oostkust van Halmaheira, te gaan, waarna vervolgens Tobelo zou
+worden aangedaan.
+
+Met een Chineeschen handelaar van Ternate was ik de eenige passagier
+1ste klasse, en deze man, bescheiden als die menschen zijn, kwam geen
+praatjes maken of mij op andere wijze hinderen. Het land kon me ook
+niet aanlokken; nog versch lagen me in het geheugen de nachten en
+de dag die ik hier had doorgebracht, en terwijl ik daar die schamele
+hutjes zag liggen onder de palmen aan het strand, waaronder ook het
+posthuis, en terugdacht aan die avonden en mijn gezelschap en de
+grammophoon en de tingel-tangelliedjes, dankte ik den hemel, niet
+gedoemd te zijn daar weer op die wijze te verblijven.
+
+Op de campagne gezeten, met een stapel mail-edities van de
+N. Rott. Crt., kwam er een genoegelijke Zondagmorgenstemming over me;
+een stemming waarin men gevoelt, dat men eens rusten mag en zich geheel
+mag overgeven aan 't genot onzer aangeboren menschelijke inertie.
+
+De kost, dien de courant gaf, was in mijn gemakzucht nu juist wat
+ik verlangde. Van allerlei en van den hak op den tak, berichten uit
+Holland, correspondenties uit de hoofdsteden van Europa, boek-,
+muziek- en schilderijencritieken, alles dwarrelde weldra in mijn
+hoofd dooreen. 't Eene interesseerde me erg, 't andere nauwelijks;
+er werd van alles even aangeroerd, totdat ik las van menschen die
+ik kende. Uit vergeten hoekjes kwamen me dingen van vroeger voor den
+geest en peinzend keek ik over het blad, over de verschansing en zag
+dan de kronen der palmen in den zachten zeebries wuiven. Ik dacht
+weer aan Holland, aan Europa, aan alle cultuurgenietingen, aan het
+superieur menschelijke dat men daar vindt en dat men in Indië op elk
+gebied moet missen.
+
+Het totaal gemis daarvan geeft aan bijna allen, die hier langen
+tijd verblijven, dien nuchteren, platten, zinnelijken kijk op de
+dingen, die den Indischman spoedig eigen wordt. Men wordt in Indië
+materialist. Als practicus kan men zich in Indië verdienstelijk maken,
+als man van de daad vindt men er een uitgestrekt arbeidsveld. Macht en
+geld zijn er in aanzien; het wordt er meer geteld en zwaarder gewogen
+dan in Europa, waar ook ontwikkeling en gezindheid nog meedoen. Men
+kent in zulk een jonge maatschappij van realisten, waar allen zich
+met alle zintuigen op de practijk richten, de hoogere waarden nog
+niet of wil ze niet kennen--die geestelijk vereenigend en troostend
+staan boven den dagelijkschen strijd met de werkelijkheid.
+
+Slechts in Europa, dat genieën voortbracht, is iets van dat superieure
+door alle lagen van de maatschappij gedruppeld; tot in alle lagen
+is iets van dat hoogere doorgedrongen en dringt er in door en heeft
+ongemerkt mildere en betere waardebepalingen gegeven. Het streven
+naar geld en macht gaat in Indië onbeschaamder, de bezitters er
+van gevoelen zich meer, wijl ze geen hinderpalen ontmoeten en zich
+absoluut den meester weten. Er is om zoo te zeggen geen middenstof,
+die matigt. Er zijn in kunst en wetenschap geen intelligenties,
+die zich meer en hooger voelen dan de rijkaards en de machthebbers;
+er zijn geen onafhankelijke sceptici die hen glimlachend in de oogen
+durven kijken, er zijn geen philosophen, die hen koelweg passeeren.
+
+In het Indische landschap ontbreken tusschentinten en overgangen, die
+het fijn en nobel en gecompliceerd maken, zoo ontbreken in de Indische
+maatschappij die overgangen ook, waardoor zij grof en plat en primitief
+is. Komt in die maatschappij nu nog het kleurlingenbloed een hartig
+woordje meespreken, dan mogen de vormen en de vormelijkheid blijven
+bestaan, waaraan deze menschen met een zonderling point-d'honneur
+vaak overdreven hechten, maar aan alle gemoedelijkheid, stemmigheid
+en mildheid is voor goed een eind gekomen.
+
+Natuurlijk zijn er in Indië velen, die met den geest der massa
+worstelen, maar zij verliezen nog en zijn de eenzamen, die hongeren
+naar 't geen hun het dierbaarst is.
+
+Het gaat den Hollander, wat Indië betreft, in dit opzicht niet als
+met de vreemde landen van het westersche Europa, waarheen hij,
+door natuur en cultuur van den eersten dag dat hij er een voet
+zette getroffen, gaarne wederkeert in steeds stijgende verrukking en
+bewondering en ruimere ontplooiing zijner geestelijke krachten. "In
+Indië gaat men achteruit," is in het land zelf een algemeen gezegde,
+dat men telkens hoort en ik voelde het aan alles bewaarheid. Noch
+de natuur, noch de samenleving schenkt ons het noodige geestelijke
+voedsel tot verrijking van onzen geest. Alleen de man van de daad
+vindt er expansie en bevrediging voor zijn streven. Slechts om den
+waarlijk grootschen en ruimen werkkring, dien de man zich hier op
+jeugdigen leeftijd reeds kan scheppen, om die vrije ontplooiing van
+mannelijke krachten, om die behoefte aan den wijden practischen blik,
+die hier onontgonnen arbeidsvelden vindt op allerlei gebied, zou ik
+Indië voor den flinken Hollander willen prijzen en hoogelijk willen
+prijzen; doch slechts voor hem, en ook daarom alleen.
+
+Morgen wachtte me weer de daad, morgen zou ik de wouden weer ingaan
+en zou ik weer kampen voor het voortbestaan eener cultuuronderneming
+in haar prilste jeugd. Ik wist, dat hetgeen we deden in verhouding tot
+andere daden in Indië volbracht gering was, doch ik was overtuigd dat
+hetgeen we deden voor de toekomst dezer verre streken van de grootste
+beteekenis zou kunnen zijn. Het was den eersten steen leggen van een
+cultuuronderneming in dit deel van den Archipel, het was het voorbeeld
+geven van een kunnen en slagen van het Hollandsch kapitaal op den
+vruchtbaren, tot nu toe bijna ongerepten bodem van Halmaheira. Het was
+de uitvoering dezer daad, die me hier boeide, die mijn belangstelling
+had en waarom ik vrede had met mijn tijdelijk verblijf alhier.
+
+Toen we den volgenden morgen reeds vroeg voor Galela lagen,
+verscheen na eenigen tijd een reeds oudachtig heer aan boord. Hij
+had de eigenaardig slappe wangen en het vaalgele teint, waaraan men
+de weinige oude Hollanders, die men in Indië ziet, herkent. Hij liep
+gesteund door een stok, daar een zijner beenen krom en krachteloos
+bleek als gevolg eener vroeger opgedane blessuur. Zijn zonnehoed was
+van een vreemd model en toonde sporen van een jarenlang gebruik, zijn
+mond was bezig tandeloos te worden, maar achter zijn brilleglazen
+fonkelden nog een paar zachte, vriendelijke oogen, die eenigszins
+verbijsterd in het rond keken, toen hij van de hooge scheepstrap,
+die langszij hing, op het dek verscheen. Het was de oudste zendeling
+dezer streken, een geleerde, een taalkenner. Men herkende terstond in
+hem een goed, eenvoudig mensch, een liefdevol gemoed, een die ondanks
+zijn eenzaam leven zijn blijmoedigheid niet had ingeboet. Zoodra
+hij mij zag trad hij, hoewel wij elkaar nog niet kenden, op mij toe,
+daar hij wel vermoedde wie ik was. Een luidruchtig gesprek begon en
+menige schaterlach weerklonk weldra over het dek, waartoe de oude heer
+met zijn vroolijke belangstelling telkens aanleiding gaf. Daar ook
+Galela slecht eens in de twee maanden door de boot werd aangedaan en
+hij ver van elke nederzetting van blanken woonde, had hij in weken
+geen Europeaan gesproken. In Duma, een uur landwaarts in aan het
+meer van Galela, waar het water meehelpt het landschap te flatteeren,
+woonde hij met zijn vrouw en kind, met zijn goeroe's en zijn kleine
+christengemeente in een prachtige omgeving, niet geplaagd door het
+geroezemoes van een drukke moderne samenleving, in het gelijkmatige
+tempo van de steeds weerkeerende plichten van zijn zendelingenhuis
+en in het kalme geluk der vreugden van een taalgeleerde.
+
+Hij wilde het reisje met de boot naar Tobelo meemaken, om den volgenden
+dag per prauw naar zijn standplaats terug te keeren. Als oudste der
+zendelingen had hij de verplichting, de tractementen en de overige
+gelden voor de zendingsposten, die door de boot in één bedrag aan
+papier en zilver waren meegenomen, te verdeelen en van hier verder
+te verzenden. Voor dit werkje trok hij zich in den salon terug en
+weldra vernam ik van daar het geklikklak der ringgits.
+
+Na eenige uren voor Galela op de ree te hebben gelegen, gingen we
+weer onder stoom, om tegen den middag voor Tobelo het anker te kunnen
+laten vallen.
+
+Intusschen zetten we ons aan den lunch, waar het gesprek onder leiding
+van den zendeling met den kapitein en den stuurman, die mede aanzaten,
+weldra zeer druk werd. Doch het duurde niet lang of de vrede zou
+verstoord worden. De stuurman, die, als zooveel menschen in Indië,
+de zending en de zendelingen nu eenmaal niet kon uitstaan, had zich
+in den loop van het gesprek schampere opmerkingen over hen in 't
+algemeen laten ontvallen, wat door den zendeling niet onbeantwoord was
+gebleven. Het kwam nu van het een tot het ander. De brave oude heer,
+die zijn menschen niet voldoende scheen te kennen en met zijn eerlijk
+hart ook geen diplomaat genoeg was om te zwijgen, ontwikkelde daar de
+redenen van zijn rotsvast geloof, waarbij hij met zijn trouwe oogen
+den stuurman aankeek alsof hij niet anders verwachtte dan dat deze
+man nu toch wel met zijn denkbeelden zou instemmen. Deze echter,
+die geen fijngevoeligheid of medelijden kende, maakte hem met zijn
+zekere weten voor een zieligen stumper uit. In plaats van te zwijgen
+ging de arme man trillend van zenuwen, waar hij op zulk een wijze
+in het diepste en heiligste zijner overtuiging werd aangevallen,
+voort en verkondigde daar, zooals hij tegenover zijn goeroe's en
+zijn christengemeente steeds zonder tegenspraak gewend was, in een
+stijgende extase, wat hij voor onomstootelijk waar hield.
+
+Ik hield mijn hart vast, toen ik keek naar het gezicht van den
+stuurman, waarop de schamperheid met onmeedoogendheid afwisselde. Daar
+was van dezen man een antwoord te verwachten op deze met veel
+overtuiging gedane belijdenis, zoo pijnlijk kwetsend als slechts te
+vinden was om daarmede zijn tegenstander voor goed den mond te kunnen
+snoeren. Het bleef dan ook niet uit, en kort en goed schreeuwde hij
+den zendeling, die alles zoo zeker wist en verklaarde, in het gezicht,
+dat hij een arrogante en pedante ezel of idioot was; de keuze liet
+hij aan hemzelf over.
+
+De arme man was nu inderdaad sprakeloos; hij hijgde naar adem en
+trilde over zijn gansche wezen over zulk een beleediging niet hem;
+maar zijn overtuiging aangedaan. Ik had deernis met den ouden heer,
+die nauwelijks zijn veilige knusse hoekje had verlaten, en in de
+eerste aanraking met de groote wereld daarbuiten, op zulk een wijze
+zijn hoofd stootte.
+
+Maar iets van eigen schuld aan zulke pijnlijke ervaringen in hun
+ontmoeting met de buitenwereld ligt bij de zendelingen zelve, daar zij,
+voor een groot deel voortgekomen uit den kleinen burgerstand, waar de
+gezichtskring niet bijster groot is, maar al te vaak verbeelden beter
+te zijn dan anderen, en alles wat buiten hun wereldje ligt, in hun
+geborneerdheid, als één brok zonde vaak liefdeloos verafschuwen. Wie
+echter een jaar lang achter de schermen dezer kleine wereld heeft
+kunnen kijken, zal eerbied hebben gekregen voor hun beginselvastheid
+en voor hun ingetogen levenswijze, maar hij weet tevens, dat hier niet
+minder afgunst en niet meer christelijke liefde heerscht dan elders,
+terwijl weer andere fouten, die men in de groote wereld niet zoo kent,
+in dit wereldje dikwijls leelijk om den hoek komen kijken. En tout
+cas le diable ne perd rien.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+UIT DE PRILSTE JEUGD EENER CULTUURONDERNEMING.
+
+
+Terug te Tobelo. Na een landing van menschen en beesten en goederen,
+die uren duurde, daar de boot door de tallooze koraalbanken steeds
+een paar kilometer uit de kust op de reede moest blijven liggen,
+zoodat iedereen en alles per sloep, per prauw of motorboot naar het
+land moest worden geroeid of gesleept, was ik dan veilig en wel
+te Tobelo weergekeerd en opnieuw ingekwartierd ten huize van den
+civiel-gezaghebber. De koelies, die van Ternate waren meegegaan,
+bleken reeds een onderdak te kunnen vinden in een der twee groote
+loodsen, die men nog bezig was op het terrein te bouwen en waarvan
+de daken in de verte op den weg daarheen reeds hadden verteld,
+dat de bedrijvigheid alhier tijdens mijn afwezigheid niet geheel
+had stilgestaan. Ook was een 9 M. breede weg van de kampong naar het
+concessieterrein lijnrecht uitgezet en voor een groot gedeelte reeds
+van de boomen en planten, die daar stonden, ontdaan.
+
+Op het terrein zelf aangekomen, wachtte mij echter een groote zorg,
+die mij nog eenige weken achtervolgen zou. De eenige kali, die het
+terrein doorsneed, was in haar benedenloop meestentijds droog, alleen
+na hevige regens stroomde er water in. Zonder water zou het prachtige
+terrein, waarvoor we nu stonden, voor cultures zoo goed als waardeloos
+zijn. Het werd dus zaak water te zoeken; doch waar? We hadden hoop door
+het graven van putten voldoende grondwater te zullen vinden. Er liepen
+door dezen poreuzen bodem ondoordringbare leemlagen, die het grondwater
+ophielden; doch hoe en waar deze te vinden waren, wist niemand.
+
+Zoo hadden we op goed geluk op verschillende plaatsen putten
+laten graven, doch nergens was nog water gevonden. Waar de loodsen
+werden gezet, hetgeen we het emplacement gingen noemen, was reeds
+een dergelijke put tot een diepte van 10 M. gegraven en nog was
+hij droog. Dat zag er leelijk uit en zou ons scheepje kunnen doen
+stranden. Dieper graven en overal naar water zoeken was nu het consigne
+geworden. Met de mannetjes, die ik tot mijn beschikking had, werden
+binnen en buiten de grenzen van het terrein gaten gegraven en na
+eenigen tijd bleek het, dat het grondwater in dezen doordringbaren
+bodem even hoog stond als het niveau van den zeespiegel. Zelfs bleek
+het, dat dit water rees en daalde naar gelang van eb en vloed. De
+diepte der putten zou dus afhankelijk moeten zijn van de hoogte van
+het terrein boven den zeespiegel, en daar het emplacement 15 M. hoog
+bleek te liggen, zou vrij zeker tot deze diepte gegraven moeten worden.
+
+Intusschen leerde ik op mijn dagelijksche tochten ter nadere verkenning
+en onderzoek door de kilometerslange rintissen of over moeilijk te
+vinden en te volgen voetpaadjes, het oerwoud allengs meer kennen
+en geraakte er steeds meer mee vertrouwd. We drongen door tot aan
+den voet der bergen en vonden onzen weg door moeilijk doordringbare
+glagahbosschen of door bamboestoelen (een groep bamboekokers uit
+een zelfden wortelstok), die dank zij de slagen van den parang op
+de lange kokers, die in een enkelen forschen slag doormidden waren,
+ons voortgaan niet konden beletten.
+
+Onder het zwaarste hout was het doordringen het minst moeilijk; daar
+onderschepten de zware kruinen hoog in de lucht het zonlicht totaal,
+zoodat een weelderige vegetatie op dien bodem uitgesloten bleef. Wel
+stonden er op dien altijd vochtigen boschgrond groote en kleine varens
+en trachtte ook het jonge hout naar boven en naar het licht te streven,
+doch het halflicht onder het dichte bladerendak dier reuzenstammen
+verhinderde een opulenten groei.
+
+Het wemelde in zulk een woud van klein gedierte. Milliarden mieren,
+groote en kleine, bruine en zwarte krioelden over den grond en over
+omgevallen boomstammen; millioen- en duizendpooten en venijnige
+schorpioenen scharrelden er tusschen.
+
+Griezelige spinnen, soms fraai gekleurd, sponnen haar groote
+taaie netten met witte kruisen tusschen 't jonge hout, waaronder de
+zwaarbehaarde vogelspin, met hare pooten uitgestrekt zoo groot als de
+palm eener hand, me altijd een schrik op het lijf joeg. Aantrekkelijker
+waren de vlinders, die met hun felle kleuren en in nooit te voren
+geziene grootte zweefden door de roerlooze stilte van het woud,
+of de tallooze wonderlijke insecten, waaronder allerlei soms bijna
+lachwekkende spelingen der natuur. Daaronder waren de wandelende
+takken en bladeren als frappante voorbeelden van de neiging der
+natuur tot mimicry, waardoor zij natuurlijk uiterst moeilijk te
+ontdekken waren. Tallooze hagedissen schoten telkens als weerlichten
+weg; leguanen, waarop de inlanders gaarne jacht maakten terwille van
+het lekkere vleesch, verdwenen kruipend tegen de hooge stammen in de
+donkerte der kruinen. Soms vernam men in het lage hout het gedruisch
+van een wild varken, dat op de vlucht sloeg, naast de herten, het
+eenige gevaarlooze grootwild dat op Halmaheira te vinden was. Men
+was er reeds binnen de grenzen der Australische fauna, waartoe veel
+buideldieren, doch geen gevaarlijk wild behoorde. De koeskoes, de
+oostersche opossum, een dier onschuldige buideldieren, werd dikwijls,
+door de koelies doodgeslagen, uit het bosch meegesleept en boven het
+vuur als smakelijk maal geroosterd. In de alang-alang ritselde wel
+eens een slang, die daarmede hare tegenwoordigheid verried, wat haar
+gewoonlijk het leven kostte. De menschelijke haat tegen deze beesten
+was hier al even erg als een halfrond verder, waar de Drentsche boer
+elken adder, die op zijn weg komt, met zijn klomp tracht dood te
+slaan of met zijn zakmes in stukken tracht te snijden.
+
+Op den vlakken bodem van het woud passeerden we dikwijls hoopen,
+uit aarde, bladeren en takken bestaande, die van een tot anderhalven
+meter hoog en vele meters in omtrek waren. Deze hoopen werden door
+de boschkip opgeworpen voor het bewaren en het uitbroeden harer
+eieren. Wanneer men dan dezen vogel zag, die slechts iets grooter
+was dan een patrijs en men liet zulk een aardhoop openleggen, dan
+vond men daarin een zevental eieren, elk grooter dan een eendenei,
+en stond men verbaasd over de ongerijmde energie die door dat beestje
+was ontwikkeld en die in geenerlei vergelijking stond met de normen,
+waaraan de natuur ons in dat opzicht heeft gewend. Het krijschen
+van papegaaien en kakatoes, en soms 't geroep van den jaarvogel,
+vergezelden ons op onze tochten langs de soms meters dikke stammen in
+de vochtige koelte van het woud. Een voor een zouden die reuzen moeten
+vallen en het moeten afleggen tegen die venijnige menschjes, die nu
+zoo klein langs hun voeten kropen; met donderend dreunen zouden die
+stammen en kronen ter aarde vallen, zoodat men in de kampong Tobelo
+aan het rommelen van een aardbeving zou denken.
+
+De gladstammige kanariboomen van ruim 40 M. hoogte, die met hun
+breede kruinen loodrecht naar boven streefden, zouden met vele andere
+onbekende grootheden, waarvan het hout niet bestand was tegen het
+Indische klimaat en het invreten van houtwormen, als waardeloos worden
+verbrand en in den drogen tijd als dood hout langzaam wegsmeulend,
+geheel tot asch verteren. De betere houtsoorten echter, zooals het
+veel gebruikte harde ijzerhout (kajoe besi), lingowa, oetang kanari
+en zelfs ebbenhout, zouden worden uitgezocht en bestemd worden voor
+den bouw van huizen en loodsen. Ook zouden met dat woud de tallooze
+lianen verdwijnen, die in allerlei dikten langs die hooge stammen van
+de zware takken dropen, de klimplanten en de parasieten, waaronder de
+orchideeën, die zich op de takken met hun kort stelsel van luchtwortels
+hadden vastgehecht.
+
+Zoo leerde ik me in die bosschen steeds meer oriënteeren en allerlei
+kleine verschillen opmerken, die eerst langzamerhand in het oog
+vielen, waar het in den beginne een chaos van takken en bladeren was
+geweest. Zoo, met die natuur vertrouwd geworden, was het een genot
+soms alleen door de plechtige stilte van zoo'n eeuwenoud roerloos
+woud te kunnen gaan.
+
+Herhaaldelijk was ik in de uitvoering van mijn taak genoodzaakt de
+hulp van den oudsten der zendelingen in te roepen. Voor zijn grooten
+timmerwinkel hadden we steeds bestellingen, van zijn geneeskundige
+kennis en het hospitaal moesten we veel en zouden we op den duur,
+met meer koelies, zeer veel gebruik moeten maken. Als vraagbaak voor
+velerlei kleinigheden stond hij me met zijn kennis van land en volk
+steeds bereidwillig ten dienste.
+
+Met leede oogen zag onze civiel-gezaghebber het aan, hoe ik meer
+en meer achting voor zijn tegenstander begon te krijgen. Met nauw
+verkropte woede moest hij het aanzien, hoe ook ik den zendeling,
+waar deze mij zoozeer van dienst was, gaarne van dienst wilde
+zijn en somtijds kon zijn. In zijn heerschzucht en zijn groot
+gevoel van machthebber zou hij het liefst dezen omgang verboden of
+deze samenwerking onmogelijk hebben gemaakt; nu echter was hij wel
+gedwongen zich te bepalen tot eenige schimpscheuten en onvriendelijke
+opmerkingen.
+
+Het was mij ook reeds op reis herhaaldelijk opgevallen, dat men den
+naam van dezen zendeling veel noemde en daarbij dikwijls op minder
+vriendelijke wijze. Doch het bleek me bij nadere kennismaking al
+spoedig, dat hij voor deze streken een man van beteekenis was,
+hetgeen alleen reeds reden genoeg was tot allerlei gepraat.
+
+Menigen avond, als het donker geworden en het werk afgeloopen was,
+stapte ik het ruime erf van het zendelingenhuis op en zat met hem en
+zijn vrouw onder de voorgalerij der gezellige woning. Daar hoorde ik
+dan van hun leven en ontberingen in de eerste jaren van hun verblijf in
+deze streken. Het was toen zoo vol ellende geweest, dat van een zestal
+kinderen die in hun huwelijk geboren waren, slechts één meisje in het
+leven was gebleven, en dit kind hadden ze op negenjarigen leeftijd,
+als hun eenigen oogappel, terwille harer opvoeding, naar Batavia
+moeten zenden. Doch uit de moeiten en ontberingen van dien eersten
+tijd was langzamerhand veel goeds gegroeid, en nu kon hij wijzen op
+den gestadigen bloei van 't geen hij in onderscheidene richtingen tot
+stand had gebracht. Want naast zijn directen werkkring van zendeling,
+had hij, met zijn energie en kijk op practische dingen, nog tijd en
+lust gevonden voor allerlei werkzaamheden, waardoor hij tevens den
+werklust bij zijn gemeente had aangewakkerd.
+
+In de timmerschool op zijn erf werkten dagelijks van 's morgens tot
+het donker werd, onder het toezicht van een Chinees, een dertigtal
+inlandsche jongens en aankomende mannen van allerlei stammen uit den
+omtrek, zelfs Papoea's van Nieuw Guinea. Zij maakten daar kasten en
+stoelen en tafels en bedden, en verder allerlei nuttig gerei, waar hier
+steeds veel vraag naar was. Zoo noodig werd ook de bouw van een huis
+in den naasten omtrek van hieruit geleid. Zoo was daar die schavende,
+beitelende en hamerende troep voor de geheele Residentie Ternate een
+unicum van bedrijvigheid. Ook het hospitaal eischte dagelijks door
+de vele menschen die om hulp kwamen vragen, veel werk.
+
+Een klapperaanplanting van 10.000 boomen, waarmede reeds jaren
+geleden door hem was begonnen, verlangde steeds meer toezicht, nu de
+oogsten grooter werden en zeer belangrijk beloofden toe te nemen;
+tevens waren proefaanplantingen van hevea, manilla-hennep en cacao
+door hem aangelegd.
+
+Zijn kennis van de Tobeloreesche taal had hem in staat gesteld een
+uitgebreid woordenboek dier taal samen te stellen en uit te geven;
+en zoo werkte zijn veelzijdige bekwaamheid in veelzijdige richting
+tot zegen van deze streek.
+
+Een geheel ander man was zijn jongere collega, die iets verder woonde
+en die zich uitsluitend tot het geestelijk beroep bepaalde en het
+practische, als zijnde niet in de eerste plaats zijn werk en niet
+met zijn neiging strookende, liefst afwees. Jaren later gekomen, had
+hij ook veel reeds gereed gevonden. Zijn huis, evenals de school,
+waarin hij de inlandsche jongens tot goeroe opleidde, was door
+zijn collega gebouwd. Zijn leven verliep tusschen die school en
+dat huis en de kleine kerk, waarin hij ook geregeld een preekbeurt
+vervulde. Hij was een aangenaam man in den omgang, die pratend
+en luisterend zijn gezelschap met de belangwekkendste gesprekken
+wist bezig te houden. Door de gunstige omstandigheden, die hij hier
+van den dag zijner komst af gevonden had, was hij geheel buiten de
+gewone moeilijkheden gebleven, waarmee de zendeling anders op deze
+verre posten dikwijls te kampen heeft. In zijn huis, in gesprek met
+hem en zijn vrouw, met de beschikking over zijn bibliotheek, waarin
+de Hollandsche schrijvers voor het jaar '80, goed vertegenwoordigd
+waren, waande men zich geheel in Holland terug, in een well-to-do
+en zelfgenoegzaam Holland, waarmede de pisangs en de klapperboomen
+op het erf en de tropische zon, die buiten de galerij scheen, in
+'t geheel niet harmonieerden.
+
+Het was tegen het eind van Januari geworden, toen we konden
+beginnen met klappernoten te verzamelen, die als zaadnoten op de
+eerste kweekbedden zouden worden uitgezet. Onder leiding van een
+Ternataanschen opzichter, die als zoodanig door mij was aangenomen,
+wijl hij de taal van het volk en ook Hollandsch sprak, was de prauw,
+die uit Ternate was meegebracht, met een zestal koelies bemand naar de
+naburige eilanden en langs de kust gezonden, om deze eerste noten te
+verzamelen. Het zou dagen duren, want de gezondste en zwaarstdragende
+boomen die te voren door ons waren uitgezocht en gemerkt, lagen
+ver uiteen. Er bleef mij in die dagen niet veel te doen over, dan
+af te wachten en het toezicht te houden op het bouwen der loodsen
+en het graven van putten. Alleen wanneer de boot zou binnenvallen,
+die binnen eenige dagen verwacht mocht worden, zou daaraan spoedig
+een einde komen. Dan opeens, als de fluit zou weerklinken, zou het
+leven weer beginnen, dat nu langzamerhand uitging, elken dag wat meer,
+totdat de eentonigste saaiheid van bijna werkelooze dagen was bereikt.
+
+Zoo brak de dag voor de aankomst der boot aan, doch wij hielden
+er rekening mede, dat zij tenminste drie dagen te laat zou
+binnenvallen. De dag verliep dan ook in ononderbroken rust, ook de
+volgende dag en de dag daarop en de eene dag na den anderen, en ook
+de prauw onder leiding van den opzichter kwam niet terug. Hoe keek
+ik nu uit naar dien onruststoker uit de groote wereld, wanneer ik na
+de paar menschen, die op het emplacement werkten bezocht, en gezien
+te hebben, dat zij elken dag hun taak hadden volbracht, doelloos
+ronddoolde door het woud. Zoo begon ik in die dagen te lijden aan
+ongeduld, verveling en... verlangen, en in mijn dagboek vind ik uit
+dien tijd een gedichtje:
+
+
+ Totdat...
+
+ Weer komen er verlangens
+ Smartelijk los,
+ Terwijl ik wandelend ben
+ Door 't eenzaam bosch.
+
+ Weer dwalen mijn gedachten
+ Van dit kruis,
+ Zij gaan, onmerkbaar eerst,
+ Naar 't ver tehuis.
+
+ En peinzend denk ik dan:
+ "Hoe zal 't daar zijn!"
+ Ginds, waar mijn lieven leven
+ Groot en klein.
+
+ De kleinen met hun spelen
+ Hun gevraag,
+ De groote stil verlangend
+ Tot het daag.
+
+Tot daag het uur van wederzien,
+Tot daag 't geroep, 't gejuich der kleinen,
+Tot het verlangen henengaat,
+Hereend, vereend weer met de mijnen.
+
+
+En eenzaam liep ik langs het heete, zwarte strand, turende over den
+glimmenden waterplas naar de koraaleilanden voor de kust en over de
+wijde toegangen daar tusschendoor naar de heel verre flauwe streep
+aan den gezichteinder, of niet een rookwolk de komst van de boot zou
+verraden. Of wel ik zocht langs de kusten dier eilanden, of niet de
+uitgezonden prauw te ontdekken was, welker terugkomst althans eenig
+werk zou verschaffen en eenigen voortgang zou brengen in de dagen,
+die nu doelloos voorbij gingen. Doch verlaten, troosteloos verlaten
+bleef de zee.
+
+Eenzaam liep ik er, zooals er voor mij duizenden in dit land geloopen
+zullen hebben, zooals er na mij duizenden loopen zullen, in machtelooze
+afwachting, in werkeloosheid door een groot verlangen overvallen,
+dat tijdelijk alle belangstelling doofde. Ik voelde me onder dit volk
+en te midden van deze natuur als een vreemdeling, als een indringer,
+als een rustverstoorder en in mijn sentimenteele stemming zong ik,
+als een dreun die me niet verlaten wou:
+
+
+ Nach der Heimat kehr' ich wieder
+ Nach dem treuen Vaterland.
+
+
+Het was Indische maannacht geworden. Donkere silhouetten van
+cocospalmen, van pisangs en manggaboomen en van de atappen dakjes der
+inlandsche huisjes staken af tegen de lichte lucht, waarin de sterren
+verbleekten. Zoo slenterde ik op een avond terug naar huis. Zwarte,
+geheimzinnige schaduwen zag ik overal en uit de verte klonk uit de
+heidensche kampong het sombere geluid der doffe slagen op de tifa,
+waarop de inlanders ter aanvuring van nachtelijke bacchanaliën in
+eentonigen cadans hun primitieve muziek uitvoerden.
+
+Gedrukt zette ik mij neer onder het galerijtje van het huis van mijn
+gastheer en liet me vertellen van de bevolking en haar vrees voor
+den blanke.
+
+Deze heidensche inlanders, met hun animistisch geloof (het geloof in
+de macht van de geesten der afgestorvenen hier op deze aarde), hadden
+een groot ontzag voor den Hollander. Hoewel zij hem onverschrokken
+aanzagen, zouden zij hem toch niet spoedig aanvallen, daar hun geloof
+hun leerde, dat zij, die in de kracht van het leven door een ongeluk
+omkwamen of die in den krijg sneuvelden, hiernamaals een veel grootere
+macht over de levenden bezaten dan zij, die door ouderdom of op het
+ziekbed waren gestorven. Nu stond het bij hen vast, dat de Kompanie
+een verbazend groot aantal van zulke geesten bezat, die in oorlogen
+gesneuveld, nu onder de levenden de Kompanie en hare leden in geval
+van een aanval zouden bijstaan.
+
+Met dit beschermende fluïdum der geesten onzer voorouders om
+mij heen, gevoelde ik me voor goed rustig en veilig tegenover de
+inheemsche bevolking, die overigens ook niets kwaadaardigs had. Kwam
+men Tobeloreesche mannen en vrouwen tegen, dan zouden zij steeds
+voor den Europeaan uitwijken. De eersten waagden dan gaarne eens een
+"Tabé Toewan!" en bleken aangenaam verrast wanneer men hun groet met
+een "Tabé!" beantwoordde. De laatsten bleven dikwijls stilstaan en
+wachten tot men voorbij was en sloegen daarbij schuchter en zedig de
+oogen neer; zelfs gebeurde het dat zij op eenzame plekken op de vlucht
+sloegen en in de hooge alang-alang verdwenen. Een kijkje te nemen
+bij hun feesten scheen hen volstrekt niet te hinderen. Ongegeneerd
+gingen ze dan met zingen en dansen en het uitstooten van kreten en
+het maken van grimmassen voort, terwijl ze groote hoeveelheden sago
+aten en sagoweer dronken, van welk vocht ze lodderig en halfdronken
+werden. Vele mannen en vrouwen zagen er flink gebouwd uit, doch
+ondanks het natuurleven van dit natuurvolk was het toch geen sterk
+en krachtig ras. Vieze huidziekten, waaronder de framboesia tropica
+vooral berucht was, kwamen hier veel voor en kinderen hadden somtijds
+booze zweren over hun gansche lichaam verspreid.
+
+Met hun dooden sprongen zij om zooals hun geloof het hun ingaf. In
+kleine doodenhuisjes op palen of in half gevulde graven, waarboven een
+dakje, werden de lijken vlak in de nabijheid hunner huizen neergelegd,
+terwijl blauw gekleurde borden en schalen van aardewerk, waarop
+eten, daarnaast werden geplaatst. Ook wapens en huisraad werd daar
+in de nabijheid neergelegd ten gebruike der afgestorvenen; want de
+macht hunner geesten bleef op aarde groot, en daaraan was hun vrees
+evenredig. Zoo trachtten zij die geesten steeds gunstig gestemd te
+houden, om het booze af te weren en het goede te ontvangen.
+
+
+
+Na een week te zijn weggebleven, kwam ten slotte de prauw met een
+volle lading van de mooiste noten aan den wal. De opzichter had voor
+zijn lange uitblijven allerlei verontschuldigingen, van tegenwind,
+en moeite hier, en moeite daar. Wat daar van waar was zou moeilijk
+te controleeren zijn, doch de volle lading deed verder het hare om
+den storm, die over zijn hoofd dreigde op te steken, te doen bedaren.
+
+De eerste grobak (ossenkar) met noten hoog opgestapeld, reed door
+de kampong en over den breeden weg door de alang-alang velden naar
+het emplacement, waar zij spoedig, een voor een en in lange rijen,
+op de kweekbedden werden uitgelegd. Nu kon de groei beginnen en bij
+steeds grootere en meerdere ladingen, die weldra zouden volgen op
+steeds breedere basis.
+
+Wanneer nu de lang verwachte boot verscheen, zou met volle kracht het
+werk kunnen worden aangepakt en daarmede de grond worden gelegd voor
+een gezond begin. Doch wanneer kwam die boot! Reeds dagenlang was zij
+over haar tijd, en de mogelijkheid dat haar een ongeluk was overkomen,
+werd steeds grooter.
+
+Het was in die dagen--terwijl een hevige ingewandsziekte mij overviel,
+die in dysenterie dreigde te ontaarden--dat, twaalf etmalen te laat,
+de boot eindelijk binnenviel. De inlanders liepen van het strand de
+kampong binnen en riepen: "Kapal masok! Kapal masok!" (de boot is
+binnen). Een tijding, die aan iedereen in de kampong ontspanning en
+vreugde zou brengen na de onzekerheid en het lange wachten en die
+mij, was ik gezond geweest, in vuur zou hebben gezet. Nu bleef ik
+onverschillig en roerloos op mijn veldbedje liggen, verzwakt en mat
+door de hevige ziekte.
+
+Weldra bereikte mij de tijding dat Verster met het eerste vijftigtal
+koelies uit de Minahassa aan boord was. Berichten uit Holland,
+brieven, tijdschriften en couranten zouden binnenkomen. Werk zou
+er in overvloed zijn. Na den stilstand was de hartslag van een
+bedrijviger leven gekomen, doch dommelend moest ik blijven liggen
+waar ik lag, terwijl om mij heen nu alles in de weer kwam. De een
+na den ander verliet zijn huis. Christenen in hun witte baadjes,
+Chineezen, Arabieren enz. spoedden zich naar de aanlegplaats of
+trachtten prauwen en prauwtjes machtig te worden om naar boord te
+roeien. Reeds kwamen passagiers, die ontscheept waren, over den weg
+de kampong binnenstappen, en weldra zag ik de Minahassers met groote
+en kleine bundeltjes op den rug passeeren. Zij maakten een geheel
+anderen indruk dan men zich gewoonlijk van een troep koelies maken
+zou. In licht gekleurde gestreepte broeken en witte of kleurige
+baadjes, met een staand kraagje en een stroohoedje dandy-achtig
+boven de gele en veelal nette en nog jonge gezichten, sommigen met
+schoenen aan de voeten, zou men ze eerder gehouden hebben voor een
+troep studenten eener inlandsche hoogeschool. Nu zou het te Menado
+ontvangen en natuurlijk aanstonds verteerde voorschot, van f 40.-
+per man, aan die nieuwe baadjes en nieuwe hoedjes wel niet vreemd
+zijn geweest. Daarbij doet het uiterlijk van den Minahasser, wat
+huidkleur en gelaatstrekken betreft, zeer sterk aan vermenging met
+Japansch bloed denken; ja zelfs vindt men er onder, die hierin maar
+zeer weinig van den Europeaan verschillen. Ook hebben zij, reeds van
+ouder tot ouder Christenen zijnde, van den eersten tijd onzer komst
+in Indië onafgebroken onder onzen invloed gestaan en gevoelen zij
+zich dan ook veel meer aan ons gelijk dan de doorsnee-inlander. De
+meesten hebben goed onderwijs gehad, schrijven vaak keurig en spreken
+soms een woord Hollandsch.
+
+Weldra kwam Verster, vertelde in 't kort iets van de ellende, die
+hij op deze reis had ondervonden, beklaagde me en verdween spoedig
+weer met zijn mannetjes naar het emplacement. Het was me even
+opgevallen, dat hij zeer zenuwachtig en neerslachtig was geweest,
+doch onverschillig daarover verder dommelend, werd ik spoedig weer
+afgeleid door passagiers van de boot, die aan land een kijkje kwamen
+nemen en een praatje kwamen maken, mij zeer beklagend, zooals ik
+daar lag. De post werd verdeeld en brieven van huis en over zaken
+hielden me in spanning, en joegen me met zweepslagen uit den dommel
+der zwakte. Den morgen volgende op dien dag, gevoelde ik me zoo slap
+als een vaatdoek. Verster opperde toen het denkbeeld om mij, per extra
+prauw, over de landengte van Dodinga naar Ternate te laten expedieeren,
+opdat ik onder doktershanden zou kunnen beteren. Ik weigerde beslist
+en liet de hulp inroepen van den oudsten zendeling, die dadelijk kwam
+en mij, met zijn vele practische ervaring der gevaarlijke Indische
+ziekten, er binnen eenige dagen met een streng dieet en het geregeld
+toedienen van een homoeopathisch middel weer bovenop hielp.
+
+Terwijl ik in die dagen nog met huisarrest onder het galerijtje zat,
+kwam op een morgen Verster uit het bosch terug en overviel me met de
+mededeeling, dat we hier onmogelijk verder zouden kunnen gaan, daar
+het terrein volgens zijn zeggen wegens watergebrek voor cultures niet
+deugde; dat we derhalve niets beters konden doen dan aanstonds het werk
+te staken en de koelies af te danken en op Java of elders beginnen,
+daar alle werk hier tijd en geld verknoeien zou zijn. Er was toen,
+door gebrek aan werkvolk, op het terrein nog geen water gevonden doch
+overal was de aanwezigheid van grondwater theoretisch vastgesteld.
+
+Het bleek me toen, dat hij in dezen geadviseerd was geworden door den
+oudsten zendeling, die op een wandeling het emplacement had bezocht
+en daar in een kwartier tijds tot die conclusie was gekomen. Ik
+moest hartelijk om deze meening lachen; doch Verster, die nu uiterst
+zwaartillend en nerveus was, vatte de zaak heel anders op en vertrok,
+om spoedig met den zendeling terug te keeren, die mij persoonlijk
+zijn meening zou meedeelen.
+
+Nu had deze man, naast een bezadigde wijze van spreken, de gave
+zijn meening helder en met overtuiging voor te kunnen dragen. Door
+zijn leven te midden eener omgeving, waarboven hij ver uitstak,
+had hij buitendien, daar alle tegenspraak hem vreemd was, een te
+groot zelfvertrouwen gekregen, waardoor hij zijn oordeel vaak op te
+stellige wijze uitsprak.
+
+Tegenover hem en Verster gezeten, hoorde ik de meening van die beide
+autoriteiten hoofdschuddend en eenigzins lachend aan en weerlegde de
+bezwaren van den zendeling. Dit bleef niet zonder indruk op hem,--een
+half jaar later zou hij zelf voor de zendingsvereeniging een stuk grond
+naast het onze voor de klappercultuur in concessie aanvragen,--en hij
+vond de zaak bij nader inzien dan ook nog zoo kwaad niet. Ik dankte hem
+voor zijn ongevraagd advies en bleef bij het eenmaal genomen plan om op
+dit mooie stuk grond met de ontginning voort te gaan. Verster weigerde
+echter en bleef koppig weigeren hier voortaan als administrateur op
+te treden, hoewel ik hem verlof gaf een rapport over een en ander,
+dat ik van mijn kantteekeningen voorzien, naar Holland te zenden,
+zoodat hij, van alle verantwoordelijkheid ontslagen was.
+
+De zendeling vertrok en liet mij intusschen, nog zwak en nauwelijks
+hersteld, met Verster achter, die, wijl ik zijn meening niet deelde,
+woedend was en beweerde, volgens zijn contract alleen verplicht te
+zijn op de oorspronkelijke concessie op Morotai te werken, weshalve
+hij te Tobelo geen slag meer wenschte uit te voeren. Daar zat ik met
+een administrateur, die alle redelijkheid verloren had, voor een taak,
+die mijn taak niet was.
+
+Ook den volgenden morgen bleek Verster nog niet voor rede vatbaar te
+zijn en weigerde beslist zijn werk weer op te vatten, ik had daar
+naast me een man, die van aanleg werkzaam en flink was geweest,
+doch wiens gestel door een funest Indisch leven van veel reizen en
+zwerven en rooken en drinken en veel te veel praten, geheel ondermijnd
+was geworden. Tegen de zorgen en moeiten der laatste maanden was hij
+niet meer bestand geweest, terwijl het afkeurend oordeel en allerlei
+inblazingen, die zich doen hooren, wanneer men trachten wil iets op
+te bouwen, hem den nekslag hadden gegeven. Hij was door die kritiek
+op onze, uit den aard der zaak, riskante onderneming gaan twijfelen
+aan de uitvoerbaarheid der plannen. Niet intelligent genoeg had hij
+de booze wereld en hare goede-raadgevers niet kunnen nemen voor wat
+ze zijn. Inderdaad bleek het me later, dat hij op zijn terugreis van
+Menado naar Ternate, door toedoen van mijn vroegeren gastheer daar,
+met alles behalve goede adviezen van die laatste plaats naar Tobelo
+was teruggekeerd, waarvan hij nu het slachtoffer dreigde te worden.
+
+Door de wijze waarop hij zich gedroeg, zou ik genoodzaakt worden hem,
+wanneer hij niet bijtijds tot inkeer kwam, zijn ontslag te geven. En
+reeds dreigde hij zelf met ontslag nemen, in de meening mij door
+zijn onmisbaarheid te kunnen dwingen. Nu begreep ik, dat ik hem nooit
+als zelfstandig administrateur zou kunnen achter laten, zoodat zijn
+ontslag zelfs wenschelijk werd. Op een laatste scherpe aanmaning om
+aanstonds aan het werk te gaan, waarop hij een weigerend antwoord gaf,
+volgde dit ontslag.
+
+Na die tragedie was het verblijf met hem onder één dak zeer pijnlijk
+geworden en was het me zeer welkom voorloopig mijn intrek bij den
+jongsten zendeling te kunnen nemen. Van nu af ging ik elken morgen
+bij het krieken van den dag van dit huis naar de loodsen in het bosch,
+alwaar begonnen werd het werkvolk onder leiding van den opzichter en
+eenige mandoers aan den arbeid te zetten. Dan was er den ganschen dag
+volop werk tot 's avonds als het donker werd, waarop ik terugkeerde
+om onder de galerij, bij de petroleumlamp, waar ook de zendeling met
+zijn vrouw zat, nog menig uurtje aan correspondentie te wijden.
+
+In den put op het emplacement, die door bekwamere werklui sneller
+kon worden uitgediept, werd na eenige dagen op 15 M. diepte water
+gevonden, terwijl dit op andere gedeelten van het terrein, die lager
+waren op geringere diepten eveneens overal werd aangetroffen. Daarmee
+was deze cardinale kwestie ook practisch opgelost.
+
+Met de komst der menschen werd het in het bosch weldra bedrijvig en
+vroolijk; vrouwen en kinderen, die met den vader waren meegekomen,
+zag men den ganschen dag voor de loodsen; kippen liepen er
+weldra rond en kakatoes en papegaaien slingerden aan hun stokken;
+armzalige gladakkers snuffelden naar alles wat van hun gading was;
+vuurtjes werden gestookt voor het klaarmaken van het middagmaal;
+de wasch hing aan de drooglijnen uit, en zoo gaf al dat menschelijk
+bedrijf aan die stille plek in het bosch een geheel ander aanzien,
+dan ik daar tot nu toe gewend was geweest. Een fiets, die hier nog
+een hypermodern vervoermiddel was en dan ook in den beginne zeer de
+aandacht der bevolking trok, was uit Menado meegekomen en bekortte
+me zeer den dagelijks herhaalde malen af te leggen afstand over een
+smal voetpaadje, van het huis van den zendeling naar de ontginningen.
+
+Intusschen was ik nog niet geheel van Verster bevrijd. Uit een zeer
+menschelijke neiging tot wraak en tot het zoeken van eigen voordeel
+zou hij nog zooveel mogelijk trachten mij te dwarsboomen, nu hij in
+mij zijn vijand meende te moeten zien. Als administrateur had hij het
+beheer der gelden gehad. Na zijn ontslag was hij verplicht de boeken en
+de kas, welke laatste altijd nog zwervende was geweest en die zich nu
+ten huize van den civiel-gezaghebber bevond, aan mij over te dragen. Op
+mijn aanmaning ontving ik een verantwoording, waaruit aanstonds bleek,
+dat de man in zijn geëxalteerden toestand de grenzen der eerlijkheid
+had overschreden. Aanstonds liet ik door den civiel-gezaghebber beslag
+leggen op al het geld dat aanwezig moest zijn; en onder den druk van
+zijn geweten en van een zeer begrijpelijke vrees gaf Verster op diens
+aanmaning het papiergeld af, waarmede hij reeds in zijn zak liep en
+het zilver, dat hij op andere wijze had verstopt. Daarmede was het
+geld nu wel uit de handen van Verster gered, doch hiermede had ik
+zelf de beschikking over bijna alles verloren en de dichtst bijzijnde
+rechtbank voor dergelijke delicate zaken was die te Makasser, welke
+plaats eerst na een reis van ruim 14 dagen te bereiken was.
+
+Verster begon, doelloos te Tobelo rondloopende, zich daar steeds
+onbehagelijker te gevoelen. Zijn ontslag had tengevolge, dat hij zijn
+ruime salaris had verspeeld, terwijl door de inbeslagname der kas het
+resteerende bedrag hem voorloopig niet kon worden uitgekeerd. Weldra
+zou het hem aan contanten gaan ontbreken. Schaamte en berouw deden
+het hunne, en daar de terugkeerende boot naar Ternate nog een drietal
+weken zou uitblijven, oordeelde hij het raadzaam na een week per
+prauw daarheen terug te keeren. Op een morgen vernam ik, niet zonder
+medelijden met hem te gevoelen, dat hij vertrokken was. Met vuur en
+ijver was hij een tijdlang voor onze belangen opgekomen; toen hadden
+zijn woelige natuur en zijn verbeelding hem parten gespeeld en zijn
+kortstondige energie gebroken. Een man als hij zou onder de Europeanen
+steeds meer blijken tot de categorie van gelukzoekers en zwervers,
+waaraan Indië zoo rijk is, te gaan behooren.
+
+De onderneming begon zich te ontwikkelen en groeide met den dag. De
+kweekbedden strekten zich steeds verder uit en voortdurend kwamen
+er nieuwe ladingen noten. Reeds deden de eerste spruiten den dikken
+vezelbast scheuren en rezen er stengels met zijwaarts gerichte bladeren
+uit den grond op. Met donderend geweld ploften de reuzen van het woud
+ter aarde, en door de open ruimte, die steeds wijder werd en over
+den chaos van omgevallen stammen en kruinen en takken klonken de
+bijlslagen den ganschen dag. Een timmerman, die was medegekomen om
+de leiding van den bouw van huizen op zich te nemen, had zijn taak
+aangevangen en onder een dakje van atap werd gezaagd en gehakt en
+geschaafd aan de balken en stijlen voor het eerste huis.
+
+In een der loodsen was een gedeelte gereserveerd voor kantoor,
+waar eindelijk de brandkast werd opgesteld, die, na uit Amerika te
+zijn gekomen, de reis van Holland uit had meegemaakt en nu, na dien
+tocht rondom de wereld, in het oerwoud eindelijk haar bestemming
+had bereikt. Een beschuttend dak voor het kantoortje uitgebouwd,
+werd weldra mijn galerijtje, waar ik, als mijn werk in het bosch
+was afgeloopen en mijn aanwezigheid niet elders werd vereischt, de
+administratie en correspondentie verrichtte en waar de Tobeloreezen
+en handelaren, die materialen en goederen en zaadnoten leverden,
+geduldig op betaling zaten te wachten, wanneer de Toewan Maatschappij
+het bosch in was.
+
+De naam van Toewan Maatschappij had men mij te Tobelo spoedig gegeven,
+ter onderscheiding van den Toewan Magistraat, den civiel-gezaghebber
+en den Toewan Pendita (Geestelijke), den oudsten der zendelingen.
+
+
+
+Het was, na een onafgebroken zwerven van meer dan zes maanden, waarin
+ik onder allerlei omstandigheden correspondentie en administratie had
+moeten verrichten, een heerlijkheid daar een veilig plekje te hebben
+gevonden, waar alles netjes bijeen was en elk stuk, uit de groote kist
+met schrijf- en kantoorbehoeften uit Holland meegenomen, zijn plaats
+had gekregen. Het was er heusch een echt kantoor, met agenda's en
+memorandums en briefregistrators, copieerboeken en copieerpers. Nog
+behielp ik me met een tafel en stoelen uit bamboe gemaakt, doch
+een schrijftafel was bij de timmerschool in de maak. De brandkast
+was als de kroon op het geheel; zij werd met haar kantoorboeken en
+geheimzinnige geldkastjes, door de menschen uit de wildernis, die soms
+eens familiaar kwamen kijken, steeds met ontzag aangekeken en nader
+besproken. In dat leven van rondzwerven in het bosch en den geheelen
+dag buiten zijn, en--wanneer het werk mij riep voor het primitieve
+kantoortje--van hard afwisselend werken van den morgen tot den avond,
+voelde ik me wonderwel thuis en gezond. En wanneer niet sterke banden
+mij naar het vaderland hadden teruggeroepen dan zou ik mij zelven hier
+tot administrateur hebben benoemd. Nu echter moest ik trachten een
+opvolger voor Verster te vinden, wat in dezen uithoek der wereld niet
+zoo gemakkelijk zou zijn. Met de komst van dien nieuwen functionaris
+zou, wanneer hij de rechte man op de rechte plaats bleek te zijn, mijn
+taak zijn afgeloopen. In het belang der onderneming zou zoo iemand,
+nu de eerste bezwaren en moeilijkheden der vestiging waren overwonnen,
+zelfstandig en op eigen verantwoordelijkheid dienen te handelen.
+
+Met de postprauw, die tusschen de aankomst der booten in naar Ternate
+vertrok, gaf ik telegrammen mee naar Holland en naar relaties op Java,
+om een tweeden administrateur te zenden. Er zouden voor de komst
+van den nieuwen titularis ten minste een drietal maanden verloopen,
+en zoo was ik in dien tijd mijn eigen baas en kon handelen naar eigen
+inzichten en believen.
+
+Elken dag zag me de opkomende zon door de alang-alangvelden fietsen
+naar den uitgestrekten woudzoom in het Westen, waarachter de Doekoenoe
+en de uitgedoofde vulkaankegel van den Momoja verrezen. Dat eerste
+begin van den dag, met de verdwijnende sterren en het verschieten van
+het rood aan de wolkenvegen, en het scheren van de eerste zonnestralen
+over de aarde, was in de open ruimte tusschen zee en woud een telkens
+weerkeerend zalig beleven van den eersten morgenstond.
+
+Na den inspectietocht in den vroegen morgen door het woud verscheen,
+tegen 8 uur, Ketjil met den etensdrager, waarin door de goede zorgen
+van mijn gastvrouw een smakelijk ontbijt was geborgen. Soms genoot
+ik van die versterkende rustpauze voor mijn kantoortje gezeten,
+soms ook op een omgevallen boomstam in het woud, waar na een
+langdurig zoeken de jongen mij toevallig had gevonden. Zijn anders
+altijd goedmoedige gezicht had dan, door het sleepen met dien zwaren
+etensdrager over boomstammen en struiken en door een warnet van takken
+en ineengestrengelde lianen een grimmigen trek gekregen, doch zijn
+goede humeur herstelde spoedig als hij neergehurkt tegenover zijn
+etenden baas, geduldig zat te wachten.
+
+Schrijven, regelen, overleggen, een tweede rondgang en soms een derde
+volgden, daarna tusschentijds even middageten bij den zendeling aan
+huis en zoo keerde ik tegen den avond, als het werk der koelies was
+afgeloopen, vermoeid huiswaarts.
+
+Op deze wijze verliep het leven geleidelijk, zonder horten of stooten;
+alleen de komst der booten gaf eens in de maand eenige opschudding,
+terwijl ook de Zondag eenige verandering bracht, daar het werk dan
+moest worden stilgelegd. Daar er bijna uitsluitend met Christenen
+werd gewerkt, had men tegenover hen, volgens contract, den Zondag
+als vrijen dag moeten erkennen. Op dien dag werd ook door een der
+zendelingen in een der loodsen op de onderneming gepreekt, waarbij het
+in die primitieve omgeving steeds zeer ernstig toeging. Op planken,
+die over kisten en balen waren gelegd, zaten de toehoorders en een
+enkele toehoorster in hun Zondagsche plunje aandachtig luisterend op
+rijen achter elkaar, terwijl de zendeling achter een tafel van bamboe
+staande, in het Maleisch zijn preek hield. Als ouderling en voorzanger
+trad steeds de timmerman op, die onder het laatste gezang tevens met
+het kerkezakje aan den langen steel rondging. Kakelende en vechtende
+kippen en hanen liepen soms, pikkend en verwaand rondkijkend,
+tusschen het publiek of onder den geïmproviseerden preekstoel
+door. Doch een goed zendeling is voor dergelijke stoornissen niet
+in 't minst vervaard; hij heeft geen kerken of kathedralen, noch
+plechtige stilte noodig, doch predikt als het zijn moet overal en
+onder alle omstandigheden, waarbij de stemming of de indruk niet in
+het minst behoeft te lijden. Integendeel, in dien soberen eenvoud is
+iets stichtelijks en ontroerends. De oudste zendeling vertelde mij, dat
+hij eens onder een boom staande voor slechts één mensch had gepreekt.
+
+Somtijds wandelde ik op zulk een Zondagmorgen met den voorganger mede
+en woonde den kerkdienst bij.
+
+Het publiek, dat hier bijeenzat, was misschien meer stil-aandachtig
+dan devoot, want eenmaal inziende, hoe geenerlei dwang op hen werd
+uitgeoefend bij het ter kerk gaan, had er spoedig een groot verloop
+van toehoorders plaats. Toen er weldra meer werkvolk op de onderneming
+verscheen en voornamelijk bewoners van de Sangir- en Talaut-eilanden,
+bleek het, dat deze in grooter afzondering levende eilandbewoners,
+veel trouwer naar de Zondagmorgenpreeken kwamen luisteren dan de meer
+geraffineerde Minahassers.
+
+Ten huize van den jongsten zendeling nam ik, indien aanwezig, deel aan
+de gewoonten van dit huis. Reeds zeer vroegtijdig, gewoonlijk wanneer
+het nog schemerend was, liet de heer des huizes een belletje door het
+huis weerklinken, waarop de huisjongen en de jongens der school, die
+in de bijgebouwen sliepen, in letterlijken zin hun matjes oprolden,
+zich waschten en zich gingen klaarmaken voor den dag. Meestal zat ik,
+als dat belletje weerklonk, reeds op de fiets, en in het donker of
+halfdonker waren een drietal dier jongens, wier weekbeurt het was,
+reeds buiten en in de keuken bezig om het huiswerk te bezorgen. Door de
+talrijke reten der gebarsten gedek-wanden van het keukentje flikkerden
+reeds de vlammen van een vuurtje, en daar buiten was er een bezig
+hout te kloven; zelfs den zendeling ontmoette ik somtijds reeds op
+dat vroege morgenuur op het erf, genietend van de koelte en van den
+aanblik van het krieken van den dag en het opgaan der zon.
+
+Over het achtererf, langs een smal kronkelend paadje, tusschen
+kletsnatte door den dauw bevochte alang-alang, kwam ik dan met de
+fiets weldra op den rechten weg, die naar het emplacement leidde. Ten
+huize van den zendeling was inmiddels een ieder ontwaakt en vond er
+zijn werk. De leerlingen der kweekschool voor goeroes, de Papoeatjes,
+de Amboneesjes, de Galelareesjes enz. verdwenen in het schoolgebouw
+of in de studeerkamer van den zendeling en repeteerden en schreven
+en zeiden lessen op, of kregen in het vroege morgenuur onderricht
+in het zingen van kerkelijke liederen. Tegen acht uur was dan
+het ontbijt in de achtergalerij klaar gezet, alwaar hij nu met
+zijn vrouw plaats nam te midden van alle jongens, die zich langs
+de wanden hadden geschaard. In het Maleisch werd door hem uit den
+bijbel voorgelezen, waarna in diezelfde taal eenige psalmen werden
+gezongen. De morgengodsdienst eindigde met gebed en soms met een
+vermaning aan een of meer jongens, die dit hadden verdiend. De
+jongens verdwenen nu onder het voorgalerijtje van hun slaaphuis,
+waar op eenige lange tafels hun ontbijt was klaar gezet, dat steeds
+uit sago en visch bestond.
+
+De middagtafel werd eveneens door bijbellezen en gebed voorafgegaan, de
+avondtafel alleen met gebed, en elke maaltijd eindigde met gebed. Bij
+de laatste maaltijden schaarden de jongens zich niet om de tafel, doch
+'s avonds had na afloop van het dagwerk nog een bijeenkomst plaats in
+de achtergalerij, waar alle Papoeatjes, Amboneesjes en Galelareesjes
+enz. weer langs de wanden stonden, en waar ik in gezelschap van den
+heer en vrouw des huizes ook steeds aan deelnam. Er werd dan weer
+in het Maleisch uit den bijbel gelezen, er werden psalmen gezongen,
+en er werd gebeden.
+
+Het werd me bij die telkens herhaalde godsdienstoefeningen, in dien
+tredmolen van bidden en bijbellezen en psalmen zingen met de geheel
+onontroerde gezichten dier inlanders voor me, wel eens vreemd te moede,
+en ik kon den indruk niet van me afzetten, dat het dagelijksch verkeer
+met de hoogste dingen zoo precies op de klok en in het openbaar,
+en lukraak door allerlei stemmingen heen, het doel voorbijschoot en
+leidde tot een familiariteit en tot een gewoonte, waarbij het gevoel
+tot gebaar, het verhevene tot sleur werd.
+
+Wanneer we daar dan 's avonds zaten met al die jongens, geschaard
+langs de wanden van de achtergalerij, de zendeling en zijn vrouw
+aan het lange, ik aan het korte eind der tafel, waarop steeds het
+roode tafelzeil met zijn grillige figuren lag, dan dwaalden onder het
+eentonige Maleische gezang mijn gedachten van de krullen en dwarreling
+dier figuren, na de herrie van den dag die mij in beslag had genomen,
+naar andere dingen, totdat het Amen was uitgesproken, waarop we naar
+de voorgalerij gingen voor het laatste werk of het laatste praatje
+van den dag, terwijl buiten de Indische nacht was aangebroken en de
+insecten om ons heen snorden en gonsden en tegen de petroleumlamp
+botsten en tji-tjaks hun geluid deden hooren, roerloos zittend of
+zich snel bewegend langs de gaba-gabawanden van het huis.
+
+De eerste boot, die van Ternate binnenviel, bracht als verrassing
+den koeliewerver, dien we bijna vier maanden geleden van daar hadden
+uitgestuurd, in gezelschap van een flinke ploeg werkvolk van de Sangir-
+en Talaut-eilanden. We hadden deze werving, daar in den tusschentijd
+niets van hem was gehoord, reeds als mislukt beschouwd en tevens als
+een belangrijk geldverlies, naardien ons alleen was bericht, dat het
+geld dat hiervoor te Menado was gedeponeerd, door een misverstand
+in handen van den koeliewerver was gekomen, aan wien we dit niet
+hadden toevertrouwd. Deze vermeende mislukking en het gevreesde
+geldverlies had Verster zich indertijd zeer sterk aangetrokken en
+was voor hem een der teleurstellingen geworden, die zijn vertrouwen
+in onze onderneming hadden geschokt. Echter de werver was eerlijker
+gebleken dan we dachten, en met niet geringe blijdschap ontwaarde ik
+hem met zijn mannetjes aan boord van de binnengevallen boot.
+
+Met volle kracht konden we ons nu aan het ontginnen zetten, te meer
+daar de Sangireezen en Talauters uitmuntende werklui moesten zijn.
+
+Tevens kwam met deze boot de inbeslaggenomen kas aan het adres van
+den civiel-gezaghebber terug, welke kas door hem aan den resident van
+Ternate was toegezonden. Het bleek, dat de civiel-gezaghebber in zijn
+functie een dergelijke inbeslagname niet had mogen verrichten, weshalve
+de resident er ambtshalve niets mede te maken wilde hebben. Intusschen
+was aan Verster, op mijn verzoek, het hem nog toekomende salaris
+door den resident uit deze kas te Ternate uitgekeerd geworden,
+zoodat ik redelijkheidshalve mocht verwachten weer de beschikking
+over het resteerende bedrag terug te krijgen. Dit was echter niet het
+geval. De civiel-gezaghebber behield hetgeen hij had, in afwachting
+van een advies, dat bij den officier van justitie te Makasser was
+aangevraagd. Daar zou men nu op zulk een afstand de ellende van een
+proces aan den gang kunnen krijgen met een tegenpartij die geen cent
+bezat en om een bedrag, dat de groote onkosten van zulk een proces niet
+zou dekken. Ik was allesbehalve over deze bureaucratische oplossing,
+die de heeren ambtenaren aan deze zaak wilden geven, gesticht en
+begreep, waar van mijne zijde redelijk gehandeld was en ik een proces
+vóór alles vermijden wilde, dat ik dit geld uit de handen van den
+civiel-gezaghebber terug moest hebben alvorens de justitie zich er
+verder mee zou mogen bemoeien. Nu had onze civiel-gezaghebber, naast
+een groot gevoel van eigenwaarde ook een groote mate van eigenliefde,
+die, wanneer ze gestreeld werd, hem zoo gedwee en lieftallig maakte als
+een lam. Doch hij had den laatsten tijd door allerlei kleine voorvallen
+steeds meer getoond zijn macht tegenover mij te zullen laten voelen,
+daar wegens mijn gemoedelijken en vriendschappelijken omgang met
+den oudsten zendeling, dien ik steeds meer had leeren waardeeren,
+zijn stemming tegenover mij niet verbeterd was. Hij kon mij deze
+sympathie voor zijn tegenstander niet vergeven, doch hij zou ook des
+te gevoeliger zijn, wanneer ik mij eens extra onderdanig tegenover
+hem betoonde.
+
+Van deze zwakheid der eigenliefde moest ik in deze omstandigheid partij
+trekken om mijn doel te bereiken, en zoo gebeurde het op een avond,
+nadat er weer een kwestie tusschen ons was gerezen,--kwesties, zooals
+hij er zoo dikwijls en met zoo velen had gehad--en die, per brief
+behandeld, een zeer scherp karakter dreigde aan te nemen, dat ik naar
+zijn huis stapte met het voornemen om, hoe ook, zoowel dit verschil
+bij te leggen als te trachten het geld terug te krijgen. Slechts ter
+wille der zaken, die ik vertegenwoordigde, kwam ik tot dezen stap;
+doch eenmaal besloten, ging ik met het vaste voornemen, hem door mijn
+houding en een gemoedelijk praatje in de gewilde stemming te brengen.
+
+Toen ik zijn erfje opliep, zag ik den geweldige met een ernstig en
+gewichtig gezicht alleen onder zijn galerijtje zitten. Mij ziende,
+scheen hij niet anders te verwachten dan met iemand te moeten praten,
+die in de gerezen kwestie zijn opinie eens ronduit kwam zeggen. Ik
+hield me echter zoo passief en zoo leuk en schikte me zoo geheel
+naar zijn wenschen en regelingen, dat hij niet wist hoe hij het had,
+terwijl mijn inschikkelijkheid hem geheel ontwapende en zachtmoedig
+stemde. Ik dacht toen zoo voor me heen: "je bent nog zoo'n kwaje kerel
+niet, als men maar een beetje met je weet om te springen." Toen ik na
+eenigen tijd voorzichtig en terloops in het gesprek de in beslaggenomen
+gelden aanroerde en op de teruggave daarvan zinspeelde, weigerde hij
+eerst en wilde afwachten; doch tegen een zachten aandrang en eenige
+vriendelijkheden aan zijn adres was hij niet meer opgewassen, en ten
+slotte gaf hij mij wat hij in zijn gestreelde eigenliefde niet meer
+weigeren kon.
+
+Dienzelfden avond nam ik van hem afscheid met de gedachte, die zich
+in dit uur steeds meer aan mij had opgedrongen: "Jij bent nog zoo'n
+kwaje kerel niet."
+
+Dit zou echter niet lang duren. Eenige dagen later, toen ik zijn huis
+wilde passeeren, schoot juist op het oogenblik dat ik den uitgang
+van het erf was genaderd, een inlander in snelle vaart uit het hekje,
+gevolgd door den civiel-gezaghebber, die een dikken stok in zijn hand
+had. De inlander vluchtte niet ver, doch bleef spoedig in gebogen
+houding gelaten afwachten wat er komen zou. Daar daalde de stok op
+het hoofd van den man neer, totdat deze brak en het bloed hem langs
+het gelaat liep. Toen hij mij zag, trachtte hij een verklaring voor
+zijn handelwijze te geven en poogde den indruk te verzachten door den
+inlander mee naar zijn huis te nemen, waar hij hem eigenhandig verbond.
+
+Wie dezen man een stroobreed in den weg legde moest voor hem wijken
+of bukken; ging het niet goedschiks, dan kwaadschiks en met geweld,
+en van dat laatste genoot zijn wreede natuur. 's Avonds, wanneer we
+onder de lamp zaten en het eene vliegje of kevertje na het ander, door
+het licht aangetrokken, zich door het licht verblind in den lichtcirkel
+op de tafel zette, was zijn gewone bezigheid, die beestjes een voor een
+met duim en wijsvinger zoo ver mogelijk weg te knippen. In zijn leven
+trachtte hij met menschen op gelijke wijze te doen, doch hij vergat dat
+deze zich zulk een behandeling niet zoo gemakkelijk lieten welgevallen.
+
+Voor zijn uitgebreide taak, waarvoor hij niet de minste opleiding
+had gehad,--hij was boekhouder bij de Paketvaart en de Landschapskas
+geweest,--en waarvoor hij noch de kennis noch de gaven bezat, was
+hij alleen in zijn eigen verbeelding berekend. Hij sloeg dan ook
+herhaaldelijk de plank mis en was voor zijn meerderen en voor allen,
+die met hem in aanraking kwamen een lastpost of, zooals men in Indië
+zoo hartgrondig zeggen kan..... een ellendeling. Zag ik hem door de
+kampong stappen, prenta's uitdeelend aan de hoofden, de sangadji,
+de kapala kampong en anderen, die hem volgden en, met angst en beven
+tegen den willekeurigen Weledelgestrengen opziende, hem toch achter
+zijn rug bedrogen en uitlachten, dan moest ik zelf ook lachen, doch
+tevens het arme Indië beklagen, dat door zulke in Indië zelf geboren
+tirannen moest worden bestuurd. Met zijn waardige collega van Tidore
+behoorde ook hij tot de noodhulp-ambtenaren die "op straten en pleinen
+waren bijeengezocht."
+
+De voortgang, dien de ontginningen maakten, noopte uit te zien
+naar steeds grooteren aanvoer van goede zaadnoten, en zoo was ik
+genoodzaakt steeds meer goede vruchtdragende boomen voor de levering
+dezer noten op te sporen. Gewoonlijk zond ik den opzichter hierop
+uit; somtijds, als het werk het toeliet, ging ik zelf per prauw
+en bracht daarbij bezoeken aan de koraaleilanden, die voor de kust
+lagen. Al deze eilanden waren bewoond en bezaten meer of minder groote
+klapperaanplantingen, door de bevolking aangelegd. Steeds werd ik bij
+zulk een bezoek getroffen door den wirwar van planten en struiken
+en boomen, waarmede zulke eilandjes, op de zacht glooiende, kale
+witte strandjes na, waren begroeid. Slechts in de directe omgeving
+der huisjes was soms eenige regelmaat te bespeuren. Daar stonden
+soms op de erfjes een drie- of viertal klapperboomen en pisangs op
+een rijtje bijeen, doch van een laan of een groep of een eenigszins
+regelmatigen aanplant vond men slechts zelden eenige sporen. Vond men
+een complex klapperboomen, dan stonden zij kris en kras dooreen, alsof
+ze bij toeval geplant waren. Zag men die eilandjes van de zee uit, dan
+leeken zij onbewoond en geheel verlaten, en met moeite ontdekte men
+van dichtbij hier en daar een bescheiden huisje, bijna geheel onder
+dat groen en zijn schaduw verborgen. Door hun kleinheid maakten zij,
+van de zee uitgezien, den indruk onbewoonbaar te zijn. Doch wanneer
+men eenmaal van het strand landwaarts-in wandelde en weldra niets
+meer dan boomen en struiken om zich heen zag, totdat men in het
+midden een grootere of kleinere kampong had ontdekt, dan begon men
+zich te verwonderen over hun betrekkelijke grootte en over het vele,
+dat daar groeide en over de vele menschen die daar leefden op wat,
+van de zee uit, niet veel meer dan een verlaten en met wat struiken
+en klapperboomen begroeid stukje land had geleken.
+
+De dagen verliepen in onafgebroken werkzaamheid, waarvan de resultaten
+dag aan dag duidelijker werden. De open plek in het bosch was
+een enorme ruimte geworden, waaruit hier en daar de kapala kajoes
+(boomstronken) van de dikste stammen tot 6 M. hoog uitstaken. Een
+drietal groote kweekbedden, op verschillende plaatsen aangelegd,
+kwamen vol noten te liggen, waaruit overal met Indische groeikracht
+de stammetjes en bladeren zich ontwikkelden. Het eerste huis kwam
+in aanbouw, het geraamte stond er reeds en het dak kwam er op. Het
+terrein in concessie verkregen, werd nauwkeurig afgepaald, een
+hooger gelegen, eenigszins geaccidenteerd stuk grond bleek bij nader
+onderzoek gemakkelijk uit te schakelen en te ruilen voor een lager en
+vlak terrein, en zoo was overal ontwikkeling en groei en verbetering
+merkbaar. Met vreugde en trots zag ik in wording en vol beloften voor
+de toekomst, hetgeen door voet bij stuk te houden was blijven bestaan.
+
+Inmiddels was er bericht van Java ontvangen, dat men er daar in
+geslaagd was een flinken administrateur te engageeren, die, daar
+hij de veertig reeds gepasseerd en getrouwd was, zeker de noodige
+bezadigdheid voor dezen post zou bezitten. Tegen het eind van Mei
+zou ik hem met de boot mogen verwachten, en ik zou dan aan hem het
+mooie werk moeten overdragen, wat mij zeer aan het hart ging.
+
+Alvorens de nieuwe titularis kwam wenschte ik nog een bezoek aan onze
+bezittingen op de eilandjes Dodola besar en Dodola ketjil te brengen.
+
+Voor deze reis had ik slechts de beschikking over een prauw, en wel
+over die van den oudsten zendeling, welke deze mij zeer bereidwillig
+voor die reis afstond. Mijn Talauters, die met de zee vertrouwd waren,
+waren uitstekende roeiers. Zij konden nu hun krachten eens toonen,
+daar ik den tocht in zoo kort mogelijken tijd wilde doen, wijl een
+langdurige afwezigheid van de jonge onderneming niet wenschelijk
+was. De afstand Tobelo naar de Dodola's was linea recta 42 K.M. over
+de zeestraat, welke afstand in twaalf uren moest worden afgelegd. Ik
+besloot tegen het vallen van den avond te vertrekken; de zee was
+'s nachts gewoonlijk kalmer dan des daags en aan de roeiers zou de
+koelte van den nacht tijdens het langdurig werk zeer welkom zijn.
+
+In mijn dagboek vind ik dien tocht als volgt beschreven.
+
+
+
+19 Mei 1913. 't Wordt avond, 6 uur, en ik maak me klaar om met de prauw
+den oversteek te doen naar de eilanden Dodola besar en Dodola ketjil.
+
+Ik kan niet zeggen, dat het me toelacht om twee nachten in een kleine
+prauw op zee door te brengen, erg afhankelijk van wind en regen. Maar
+ik verlaat het veilige huis en zeg het lekkere ruime bed vaarwel,
+om mij aan de ongemakken van zulk een reis over te geven.
+
+'t Zal maannacht worden, de lucht is dreigend; 6 u. 10 min. steken
+we van wal, vijf minuten later breekt reeds een bui los; de roeiers
+worden terstond kletsnat evenals mijn rug, die niet voldoende door
+het kleine tentje op de prauw kan beschermd worden.
+
+Met mijn pajong tracht ik me droog te houden. Spoedig scheidt het
+met regenen uit, de maan breekt door de wolken, de bui trekt somber
+zwart over de zee naar het Noorden af.
+
+De vier roeiers beginnen een eentonig lied te zingen, dat telkens
+opnieuw krachtig inzet en dat den moed en de kracht er in zal houden,
+om den ganschen nacht zonder ophouden met stevigen pagaaislag door
+te roeien.
+
+'t Zijn vier contractanten der onderneming, menschen van de
+Talaut-eilanden. Deze eilanden vormen met de Sangir-eilanden
+twee groepen, die ten noorden van Celebes liggen op weg naar de
+Philippijnen.
+
+'t Zijn Christenen, trouwhartige menschen, aan wie ik mij volkomen
+toevertrouw.
+
+Twee zitten voor, twee achter in de prauw.
+
+Op de maat van den forschen pagaaislag word ik telkens op mijn bankje
+naar voren en naar achteren geworpen. Het zware werk, dat vóór hen
+ligt, mag ik van hen vorderen; als eilandenbewoners zijn ze aan
+dit werk gewend, dat ze, te oordeelen naar hun luidruchtigheid, met
+lust verrichten. Alle inlandsche indolentie en inertie is plotseling
+geweken.
+
+De bergen van Halmaheira staan donker boven het glinsterende, door
+de maan beschenen water. De eilanden voor de kust liggen als zwarte
+plekken met fijne contouren van boomgroepen in de verte.
+
+Ik voel me weer als zwerveling verder van honk gaan.
+
+Een flauwe maanregenboog is zichtbaar tegen de verder trekkende bui.
+
+Het kleine vaartuigje met zijn vlerken aan beide zijden, waardoor zulk
+een hulkje zoo zeewaardig wordt, volgt al spoedig, nu de eilanden zijn
+gepasseerd, elke beweging van de wijde zeedeining. De vlerken ploffen
+glijdend en spattend in het water en snijden, nu links dan rechts,
+de golven.
+
+En verder en verder gaat het, dansend en met gezang, over de golvende
+watervlakte, waarboven het boord van de prauw slechts een enkelen
+decimeter uitsteekt.
+
+Uit mijn koffer neem ik de nachtutensiliën: deken en pyjama, trek
+schoenen en kousen en jas uit, en over den koffer en de bank, waarop
+ik zat, spreid ik mijn veldbedje uit en leg me verder, gekleed,
+daarop neer, de opgerolde klamboe als kussen onder 't hoofd.
+
+Wel is het veldbedje te kort om languit te liggen, want het toch
+reeds te kleine bedje kan niet geheel worden uitgeslagen; maar ik
+vind voldoende ruimte om te slapen, zij het ook dat ik een der voorste
+roeiers wel eens met mijn voeten tegen zijn achterdeel schop, of dat
+een hunner door de forsche beweging mij raakt.
+
+Had ik te kiezen tusschen een nacht door te brengen in een
+comfortabelen slaapwagen van een ratelenden nachttrein of in dit
+primitieve prauwtje onder den blooten tropischen nachtelijken hemel,
+ik koos het laatste. En zoo, terwijl de temperatuur nu het nacht wordt,
+een weinig daalt, val ik onder de deken in slaap.
+
+Van zeeziekte bespeur ik in zoo'n klein dansend prauwtje niets, terwijl
+een groote stoomboot mij spoedig onder de eerste slachtoffers telt.
+
+Wel hoor ik in dien nacht telkens het eentonig gezang der roeiers
+en voel ik het deinen van het scheepje; dan keer ik mij om en slaap
+weer in.
+
+Om vier uur word ik voor goed wakker. Nog altijd roeien die menschen
+met denzelfden slag als tien uren geleden. Nog onder den indruk van
+zwaar gedroom, dat mij in Holland verplaatste, kijk ik op en zie daar,
+ongeveer twintig graden boven de oosterkim, waar straks de zon zal
+opkomen, Venus in bijzonder gunstigen stand als een brok licht aan
+den duisteren hemel staan. Jaren geleden had ik haar ook eens in de
+Zwitsersche bergen, op zulk een wijze boven een bergrug te voorschijn
+zien komen. Toen had ik versteld gestaan over de grootte dier planeet;
+nu was ik verrast; immers over hetzelfde natuurphenomeen staat een
+mensch maar eenmaal versteld.
+
+Aan de Westerkim is de maan aan 't ondergaan. Het eerste ochtendkrieken
+ontstaat boven de bergen van het eiland Morotai. 't Is nu op mijn
+horloge kwart voor vijf geworden.
+
+Na het eerste gloren ontstaan er teêre tinten in de lucht en de eerste
+duidelijke wolkafscheiding steekt af tegen een rossen, dan rooden,
+dan goudgelen horizon. Feller, steeds feller worden die kleuren;
+om half zes zet ik den zonnehoed op en druk hem in mijn oogen, nu de
+zon zelf verblindend boven Morotai te voorschijn komt.
+
+Spoedig denk ik nu mijn doel te zullen bereiken, dat voor de kust
+van dat groote eiland ligt. Nauwelijks zijn de eilandjes tegen dien
+achtergrond te onderscheiden.
+
+Vooruit! naar die eilandjes, die verder liggen dan ik eerst schatte;
+'t wordt zes uur, zeven uur, zelfs half acht, alvorens de prauw over
+de zeetuinen van koraalgesteenten op het witte strand van Dodola
+besar heen kan worden getrokken.
+
+De twee kleine huisjes, waarin de vijf man wonen, die, onder toezicht
+van een mandoer, elke maand door een nieuwe ploeg worden afgewisseld,
+zijn gesloten. Ik open de deuren en vind ze verlaten. De menschen
+doen dus hun plicht en zijn aan 't werk. Na eenig zoeken vind ik
+ze bezig met den grond onder de klapperboomen schoon te maken. De
+kranige roeiers krijgen vrijaf om den dag te verslapen. Een vind ik
+een paar uren later met opgetrokken knieën op een stapel coprazakken,
+met den bijbel op zijn borst, in slaap gevallen.
+
+Het spel der fantasie, in mijne jeugd bij 't lezen van Robinson
+Crusoë gewekt, is werkelijkheid geworden. De waaiende palmenkruinen
+op hun hooge stammen tegen de blauwe zonnelucht, de tropische hitte,
+het schelle licht weerkaatsend van het witte zand der stranden,
+waartegen de blauwe golven spoelen, het prauwtje daarginds, de huisjes
+van gaba-gaba, atap en bamboe, de stilte van de natuur, die in den
+ochtend nog overheerlijk is, de eenzaamheid van den blanke tusschen
+zijn bruine broeders, het is hier alles in de werkelijkheid rondom mij.
+
+De inspectie over het groote eiland begint, waarbij een mandoer en
+twee man volgen. Nu wordt de cultuurman wakker, die met critisch oog
+de natuur bekijkt, om te zien welke voordeelen zij hem kan brengen. De
+palmen worden naar den leeftijd getaxeerd, de rijpe klappers worden aan
+eenige reeds overvloedig dragende boomen geteld, en de oogsten worden
+voor de naaste toekomst zooveel mogelijk getaxeerd. Het wordt tegen
+den middag ontzettend heet. Als dit werk gedaan is, gaan we terug,
+achtervolgd door muskieten. Een geweldige wesp zet zich op mijn wang
+en steekt me als met een gloeiende naald. De inlanders maken beenen,
+ik hen na, want een gansche zwerm komt opzetten. Op 't heetst van den
+dag leg ik me neer onder de klamboe van het veldbedje. Dan wordt het
+tweede, veel kleinere eiland geïnspecteerd.
+
+Tegen den avond laat ik mij voor een der huisjes onder de galalaboomen
+een veldtafeltje dekken, waaraan ik, op een veldstoeltje gezeten,
+eindelijk eens met een flink maal begin.
+
+Door de goede zorgen van mijn gastvrouw te Tobelo is het een
+tafeltje-dek-je geworden. Het landschap is met fijne overgangstinten
+belicht, het wordt donker, maar reeds komt de volle maan op, die weer
+dezen nacht den terugweg zal belichten. Van de bergen van Morotai, over
+de zee die ons van dat eiland scheidt, komt de avondwind opzetten. Mijn
+roeiers trachten een zeil te maken op de prauw, in de hoop dat het
+nachtwerk, dat hen wacht, daardoor verlicht zal worden.
+
+Eindelijk is alles klaar en is de prauw geladen. Eenige mannen komen
+nog met groote schelpen aandragen en dan gaan we den tweeden nacht
+in. Een nacht van volmaakte windstilte, want nauwelijks is het geheel
+donker geworden of de avondwind is ook ter ruste gegaan.
+
+Het eentonig gezang dat den pagaaislag begeleidt, is weer
+aangevangen. Voor dertien uren zitten de roeiers weer op hun bankjes,
+om onafgebroken te roeien. Na den heeten, vermoeienden dag komt er
+op die stille zee een weldadige ontspanning. Alle gedachten aan zaken
+en zorgen worden gebannen en de geest zweeft op luchtiger banen door
+het onbegrensde, onder den goddelijken indruk van de ontzaggelijke
+ruimte om mij heen.
+
+Toen ik 's morgens om vijf uur wakker werd, waren we onder de kust
+van Halmaheira aangekomen. Op mijn vraag aan de roeiers of een van
+hen ook vermoeid was geworden, klaagde slechts een over een beetje
+pijn in zijn rug.
+
+Binnen veertien dagen zou de boot van Java kunnen binnenvallen,
+waarmede, volgens de ontvangen berichten, de nieuwe administrateur,
+de heer Van der Molen, mocht worden verwacht.
+
+Het huis op de onderneming was intusschen zoo ver klaar gekomen, dat
+het hem zou kunnen ontvangen, te meer daar hij zijn vrouw voorloopig
+op Java had achtergelaten.
+
+Toen de boot dan ook het anker liet vallen, vernam ik al spoedig van
+bekenden, die aan wal stapten, dat de heer Van der Molen zich aan
+boord bevond en elk oogenblik met de motorboot aan land kon komen. En
+inderdaad, daar legde de motorboot aan de pier van koraalsteenen
+aan en aan land sprong een rijzige man in groen kaki, met een klein
+deukhoedje op zijn hoofd, een karwats in de hand en gevolgd door
+vier blaffende en springende foxterriers, die na de lange reis dol
+van vreugde waren weer vasten grond onder zich te hebben.
+
+Het was de heer Van der Molen. Wij maakten kennis, namen elkaar eens
+op en de eerste vragen en antwoorden wisselden elkaar af. Ik had
+verwacht met een krachtig en joviaal mensch kennis te zullen maken;
+maar wat was dit voor een man met zijn smalle gezicht, zijn dwalende
+en onrustige oogen, zijn onzekeren blik en met die diepe groeven in
+zijn gelaat die van zielelijden spraken? Een neurasthenicus zeker! En
+wat moesten die vier honden? Voor Indië zoo iets zeldzaams en vooral
+zulke mooie exemplaren. Doch ik diende af te wachten, hoewel de
+eerste indruk, waarbij men het type reeds terstond leert kennen,
+allerminst gunstig was.
+
+Een boot vol bagage, kisten en koffers, zelfs een veldkeuken volgden
+hem en tevens een Javaansche jongen.
+
+We wandelden achter den grobak, met bagage volgeladen, landwaarts. Hij
+deed de eene vraag na de andere, en keek me onderwijl half angstig,
+half brutaal aan, terwijl hij zeer ongeduldig was om zijn huis op
+het emplacement van de onderneming te leeren kennen. Toen we daar
+aankwamen, keken de aanwezige contractanten nieuwsgierig naar hun
+nieuwen chef, en verbaasd en giechelend naar de vier fox-terriers,
+die wild om ons heen stoeiden. Het huis stond hem nogal aan, de
+ligging vond hij mooi, hij zou het zich hier eerst eens "senang"
+maken, alvorens verder rond te kijken.
+
+Na dit eerste samenzijn had ik dien man voldoende gepeild, om met
+een bezwaard hart en met allerlei vragen, waarop nog geen antwoord
+te vinden was, dien avond naar huis te gaan. Hoe zou ik ooit aan
+zoo iemand mijn werk met vertrouwen kunnen overdragen? Hoe kwam hij
+er toe naar deze positie te hebben gedongen? Hoe was het mogelijk,
+dat men zulk een man hier heen had gestuurd? Maar hoe werd ik hem
+weer kwijt, en hoe moest ik me dan helpen?
+
+Vol innerlijken wrevel na die eerste kennismaking, zat ik dien avond
+peinzend bij den zendeling onder de galerij en verlangde, waar ik
+in de toekomst mijn werk onder leiding van zoo iemand mislukken zag,
+naar Holland terug, weg uit dit akelige Indië met zijn zwervers, zijn
+dépravés en zijn ellendelingen, waarmee niets aan te vangen was. Dat
+Indië, waarover men in Holland wel kon fantaseeren, doch waarvan men
+voor die werkelijkheid staande, met allerlei onverwachte ongunstige
+factoren rekening had te houden, welke men den eerlijken strijder,
+bij een slechten afloop, niet steeds in zijn voordeel zou boeken.
+
+Dien avond ging ik in een bittere stemming naar bed.
+
+Den volgenden morgen toen de rol werd gehouden, bleef het huis,
+waar Van der Molen sliep, gesloten. Eerst tegen 7 uur ging de deur
+open en kwam mijnheer, in morgentoilet, met een paar slaperige oogen
+eens kijken. Tegen den middag gingen we een eindje het bosch in. De
+man was toch administrateur en moest toch wel eenige belangstelling
+toonen en van een en ander nota nemen. De eerste dagen liet ik hem
+zoo aan zichzelven over, totdat hij zich in zijn huis met behulp
+van zijn jongen goed en wel had ingericht. Toen verzocht ik hem
+'s morgens op de rol te verschijnen en in zijn kwaliteit op te treden.
+
+Mijnheer verscheen echter niet op de rol en hij zag gaarne dat ik
+voorloopig de administratie bleef voeren. Voor een wandeling door het
+bosch, voor een kijkje hier en een kijkje daar, waarbij zijn vier
+honden hem altijd vergezelden en het meest zijn aandacht in beslag
+namen, was hij wel te vinden. Voor hetgeen hem echter interesseeren
+moest, bleef hij vrij wel doof. Hij was afgetrokken als een man
+wiens gedachten steeds door iets anders van het naastliggende worden
+afgeleid, als een speculant die voor zijn ondergang staat.
+
+Wel bemerkte ik, dat hij zich eenigszins voor de contractanten
+interesseerde, en dat hij tijdens mijn afwezigheid lange gesprekken
+met hen hield; voorts dat de aanwezige gereedschappen en voorraden door
+hem in oogenschouw waren genomen, want weldra kwam hij met aanmerkingen
+over de veel te geringe hoeveelheden, die hij had gevonden. Daarop werd
+door hem een lijst gemaakt van alles wat hij wenschte te bestellen. Die
+bestellingen liepen echter zoo de spuigaten uit dat, ik hem hier en
+daar wel attent moest maken op de al te buitensporige hoeveelheden,
+die hij nu wenschte te laten komen. Daar zouden, onder meer, 300 kilo
+spijkers en 100 kilo schroeven door hem worden besteld, verder blikken
+lijnolie en roode menie, verf, ijzergaas en prikkeldraad enz. in
+zulke hoeveelheden, dat we een aparte loods voor dien noodeloozen en
+kostbaren opslag zouden moeten bouwen. De verzending der brieven met
+deze bestellingen zou echter voorloopig op de terugkomst der boot
+moeten wachten.
+
+Intusschen vermeerderden van zijne zijde de aanmerkingen met den dag,
+waarvan de diepere oorzaak was, dat de man geen energie en geen lust
+had tot het opbouwende werk dat hier gedaan moest worden.
+
+Daarenboven was hij door 't vernemen der praatjes van Verster op
+zijn lange reis naar hier vergiftigd. Deze had namelijk van Makassar
+tot Tobelo alle plaatsen die door de boot werden aangedaan, met zijn
+laster besmet. Hij had dit zoo bont weten te maken, dat zelfs onder
+de zendelingen op de verafgelegen posten, door hem op zijn terugreis
+bezocht, een tijdelijke verkoeling was ontstaan.
+
+Intusschen zat ik met mijn nieuwen titularis, die mij met telkens
+hernieuwd wantrouwen lastig viel, die steeds meer aanmerkingen begon
+te maken, steeds meer cognac begon te drinken, waarvan hij met andere
+spiritualiën een goeden voorraad bij zich had, die steeds onbeschaamder
+werd en als administrateur meer bedierf dan goed deed.
+
+In zijn huis hingen verscheiden portretten zijner vrouw, een
+zeer wereldsche dame, een vrouw die het hier geen twee weken zou
+uithouden. Zijn geschiktheid voor deze positie, die hij als getrouwd
+man anders zou hebben, werd daardoor ook niet beter. Zijn praatjes
+over allerlei perkara's (wat ruzie of kwestie beteekent, een der
+eerste woorden die men in Indië leert kennen), waarin hij gewikkeld
+was geweest, gaven mij al spoedig de zekerheid, dat ik binnen niet
+al te langen tijd ook dezen man zijn ontslag zou moeten geven.
+
+Doch wat dan?
+
+Op een morgen maakte hij het zoo bont en toonde zich, met zijn
+verzwakten geest en zijn ondermijnd lichaam, zoo in 't geheel niet
+opgewassen voor zijn taak, dat hij zelf door den last, die hem nu
+reeds scheen te drukken, het woord ontslag noemde. Het was de tiende
+dag van zijn verblijf te Tobelo.
+
+Toen hij eenmaal het fatale woord ontslag genoemd had, moest hij
+vernemen, dat dit des te eerder des te beter gewenscht was.
+
+Dien middag verscheen ik met twee getuigen in zijn huis en reikte hem
+in hun bijzijn zijn ontslagbrief over. Hij kon dan met dezelfde boot,
+waarmede hij gekomen was en die binnen zeven dagen terug zou keeren,
+naar Java teruggaan. De brutaliteit van mijnheer en zijn eischen over
+het uit te keeren salaris kenden nu evenwel geen grenzen, hoewel hij
+vrije passage heen had gehad en ik hem vrije passage terug plus een
+bedrag in contanten waarborgde.
+
+Men moet zelf in een bijna rechtloozen staat, zooals die verre posten
+in de Buitenbezittingen, wanneer goede ambtenaren ontbreken, practisch
+nog zijn, met dergelijke desperado's of hoe men zulke menschen
+noemen wil, te doen hebben gehad, om te weten hoe moeilijk men zulke
+patienten, die daarbij nog altijd met recht en wet schermen, tot rede
+kan brengen. Slechts het dreigement hem op staanden voet uit het huis
+en van de onderneming te laten zetten, kon hem dwingen tot het teekenen
+van een stuk, waarin hij, na ontvangst van zijn salaris, zijn passage
+en nog een extra uitkeering, afstand deed van alle eischen, die hij
+volgens zijn contract misschien nog eens meende te kunnen laten gelden.
+
+Kreunend en bijna jankend als een geslagen hond gaf de man, die nooit
+iets had uitgevoerd of van plan was geweest iets uit te voeren, ten
+slotte toe. Ik liet hem in het huis, waar hij kon blijven tot de boot
+zou komen.
+
+Zie zoo, dat was afgeloopen. Doch nu een derde administrateur! Hiervoor
+zou ik zelf moeten zorgen. Het was mij bekend, dat bij de
+Batjan-maatschappij ten Zuid-Westen van Halmaheira een jonge
+getrouwde assistent, een Hollander, naar verbetering van zijn positie
+haakte. Hij had reeds door bemiddeling van anderen zijn diensten,
+die ik toentertijd niet gebruiken kon, aan mij aangeboden. Zeer
+waarschijnlijk was deze jonge man nog daar ter plaatse en allicht zou
+hij nog gaarne voor deze betrekking in aanmerking komen. Ik zou van
+geluk mogen spreken, indien ik er in slagen kon hem te engageeren,
+daar ik in het andere geval naar Java zou moeten reizen. Men bedenke
+daarbij wat zulk een reis, die slechts eens in de maand te doen is
+en waarvan de duur even lang is als van Europa naar Java, terwijl ik
+hier onmisbaar was, voor mij moest beteekenen.
+
+Ook deze reis reeds, naar Batjan en terug, zou door de slechte
+verbindingen reeds weken kunnen duren.
+
+Nog een week had ik voor me, om mij op mijn langdurige afwezigheid
+voor te bereiden. Het was weer de oudste zendeling die mij hielp,
+door zich genegen te toonen gedurende mijn afwezigheid den opzichter
+en de mandoers te controleeren, wat voor mij van onschatbare waarde
+was. Onder dien zedelijken invloed, hoopte ik, zou het ontginningswerk
+niet te veel te lijden hebben; maar in elk geval, nood breekt wet en
+zoo maakte ik mij weer gereed tot een zwerftocht, waarvan het einde
+nog niet te overzien was. Weer werden een paar koffers gepakt en werd
+alles voor het vertrek gereed gemaakt.
+
+Op de onderneming ging ondanks die strubbelingen het werk geregeld
+zijn gang. Van der Molen ontweek mij door ook overdag veel te bed te
+blijven of in zijn achtergalerijtje weg te kruipen, wanneer ik in
+het kantoortje verscheen, dat reeds gedurende eenigen tijd naar de
+binnengalerij van dit huis was verplaatst.
+
+Het was op een Zondagmorgen, dat ik plotseling verrast werd door de
+ontvangst van een schrijven van zijn hand, waarin hij mij mededeelde
+den avond te voren, terwijl hij in de ontginning wandelde, van een
+boomstam te zijn gegleden, waarbij hij zich ernstig in de zijde had
+gewond en nu met ondragelijke pijnen te bed lag.
+
+Met den oudsten zendeling, die eenige medicijnen medenam, spoedde
+ik mij daarheen en vond hem in zijn slaapkamer te bed krimpend
+van pijn. Uiterlijke teekenen van een verwonding waren niet te
+constateeren, doch hij deed ons een omstandig verhaal, hoe hij den
+avond te voren om zes uur dat ongeluk had gekregen en sedert dien tijd
+hier met die pijnen lag. Bij navraag aan zijn Javaanschen jongen bleek,
+dat de Toewan om zeven uur 's avonds nog springlevend was geweest. We
+begrepen nu niets meer van dien man, die daar waarschijnlijk den
+zieke speelde. Hij deed het echter zoo natuurlijk, dat we in twijfel
+verkeerden, te meer daar we volstrekt geen reden voor simuleeren
+konden ontdekken.
+
+Den dag daarop lag hij nog evenzoo. Hij at niet, kreunde maar en
+dronk soms wat koffie en cognac. Het werd mij in dat huis steeds
+ongemoedelijker, tot ik den derden dag van zijn ziekte eens weer in
+zijn slaapkamer kwam en niet wist of ik lachen of huilen moest. Met een
+verwilderd gezicht, in een vuil geworden pyjama, onder een vuile deken
+lag hij daar nog steeds in een donkere, benauwde kamer, waarin alleen
+door reten in den gaba-gabawand eenig licht drong. Met een zwakke
+stem zuchtte hij slechts. "Wanneer komt die boot nou?" Tranen had
+hij in zijn oogen, ongeschoren waren zijn kin en wangen, het magere
+gezicht was nog magerder dan anders en om zijn hoofd had hij, als
+een tulband, natte doeken gewikkeld. Hij was, zooals hij daar lag en
+zich gedroeg, een toonbeeld van de diepste menschelijke ellende. Toen
+dacht ik een oogenblik dat hij niet toerekenbaar meer was en kreeg
+medelijden met hem. Weer klaagde hij over pijn in de zijde. Tegen
+zijn zin werd bij nu op een langen dekstoel naar buiten gedragen,
+waar hij frisschere lucht had en naar de groene boomen, de zon en de
+blauwe lucht kon kijken. Misschien zou hem dat wat opkwikken. Een
+aanbod om geneeskundige hulp van den zendeling te halen, sloeg hij
+zeer beslist af en zoo liet ik hem liggen met de verzekering, dat
+hij mij elk oogenblik kon laten roepen, als hij hulp noodig had.
+
+Zoo bracht ik eenige uren per dag in dit "unheimisch" geworden huis
+door. Hij, kreunend op zijn bed, ik werkend aan de schrijftafel. Het
+weergalmen van de fluit der verwachte stoomboot maakte hieraan
+plotseling een einde. Iedereen kwam in beweging, ik zelf niet het
+minst, want weer heette het vertrekken en nog laatste orders geven
+en een laatste hand leggen hier en daar.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+NAAR BATJAN. OPNIEUW TE TERNATE.
+
+
+Voor Van der Molen was een draagbaar in gereedheid gebracht, om den
+zwaar zieken man naar boord te kunnen dragen, daar hij dien afstand
+toch onmogelijk te voet zou kunnen afleggen. Tot mijn niet geringe
+verbazing bedankte hij er hooghartig voor. Na uit zijn bed te zijn
+gestapt, kleedde hij zich aan en legde met zijn vier fox-terriers den
+driekwartier gaans langen weg naar de aanlegplaats te voet af. Of
+ik om hem of om mijzelf weer lachen of huilen moest wist ik niet,
+maar tragikomisch was het geval nu zeker geworden.
+
+Aan boord vernam ik van den kapitein en den stuurman en van eenige
+passagiers, die met hem hadden gereisd, hoe zonderling hij zich reeds
+op de heenreis had gedragen en hoe men mij algemeen beklaagd had met
+de aanwinst van zulk een nieuwen administrateur, terwijl men overtuigd
+was geweest, dat hij met dezelfde boot ontslagen teruggestuurd zou
+worden. En met zulke menschen sluit men in Indië contracten van 5
+jaren, met een aanvangsalaris van f 500.- in de maand. Zoo weinig
+stellen deze menschen, die geen cent bezitten, dergelijke posities
+op prijs.
+
+Zoo kwam ik weer, na maanden, te Ternate terug met mijn tweeden
+afgedankten administrateur op weg naar een derden. Vele bekenden der
+Hollandsche kolonie trof ik aan, die allen min of meer begaan waren
+met het noodlot, dat mij achtervolgde.
+
+Na een etmaal aan den steiger te hebben gelegen, vertrok de boot
+tegen den nacht naar Batjan, de eerste haven die nu door haar zou
+worden aangedaan.
+
+Ik had mij altijd voorgesteld, wanneer ik eens weer tusschen de
+vulkanen van Ternate en Tidore door zou varen, de Moluksche Zee in,
+dat ik dit zou doen met bestemming naar het vaderland, een heerlijke
+toekomst in het verschiet, terwijl het welslagen van de onderneming
+op Halmaheira, overgelaten aan vertrouwde handen, verzekerd zou zijn.
+
+Niets van dat alles! Met een bezwaard hart had ik mijn werk half
+voltooid moeten achterlaten, en een geheel, onzekere toekomst lag voor
+me. Zou ik op Batjan slagen? En zoo niet, wat dan? Dan wachtte mij een
+zwerftocht door den Archipel en een tijdverlies van dagen en weken,
+dat zich tot maanden zou rekken. En zou het op Java gelukken?
+
+Van Batjan zou ik, als ik daar niet slaagde, op een of andere wijze
+moeten trachten Ternate weer te bereiken, vanwaar dan over Menado en
+Makassar naar Java gereisd zou moeten worden.
+
+Wat zou men in Holland moeten denken? In Holland, waar men zich de
+moeiten en de bezwaren, die de toestanden in de Buitenbezittingen
+opleveren, niet kon voorstellen. Daar zou men immers binnen een
+enkelen dag den stroom van goede sollicitanten naar zulk een goed
+gesalarieerde betrekking niet kunnen weren.
+
+Later kreeg ik op Java eens inzage van sollicitatiebrieven naar een
+betrekking van assistent op een groote onderneming. Het was leerzaam
+zulk een collectie eens door te snuffelen en teekenend voor Indië,
+op welk een wijze vele sollicitanten zich zelven trachtten aan te
+bevelen. De een schreef, als aanbeveling: ik ben wettig getrouwd;
+een ander dat hij getrouwd was, doch dat het hem onverschillig was
+of hij zijn vrouw zou kunnen meenemen of niet; een derde, dat hij
+geen geld meer had en dus nu wel verdienen moest--want er waren geen
+veeren meer te plukken van een geplukte kip; een vierde.... dat hij
+het wel eens probeeren wilde, enz.
+
+Het was reeds geheel dag, toen we de ruime baai van Batjan, omgeven
+door een kring van bergen, binnenstoomden. Tot mijn verwondering had
+ik dezen morgen reeds tijdig aan de ontbijttafel in het eetsalon den
+heer Van der Molen zien verschijnen, die zich de vorige dagen aan
+boord bijna niet had laten zien. Hij zag er weer beter verzorgd uit
+en scheen zich wat monterder te gevoelen. Dit was 't laatste wat ik
+van dezen man zag, van wien ik de dupe was geworden, en die van den
+beginne en ook nu nog een raadsel voor mij was gebleven.
+
+Het eerste wat ik, aan den wal gekomen, vernam was dat de assistent,
+die door mij werd gezocht nog te Batjan vertoefde, echter op een
+eenzaam gelegen landpunt aan het eind van de baai, op een afstand
+van ruim twee uren per prauw van hier.
+
+Met den civiel-gezaghebber wandelde ik het plaatsje binnen, dat
+veel grooter dan Tobelo, maar onaanzienlijker dan Ternate, echter
+de residentie is van een sultan, van den Sultan van Batjan, wiens
+witte woning met atappen dak wij bij het binnenvaren van de baai
+hadden opgemerkt. Kleine toko's wisselden af met grootere en kleinere
+inlandsche huisjes langs den grooten weg en langs de zijwegen. Na
+een tijdje zoo te hebben gewandeld bereikten we een groot plein,
+waaraan een ruim woonhuis lag, dat een uitzicht had op zee, het huis
+van den kapitein-civiel-gezaghebber.
+
+Al spoedig had ik het er goed. De vrouw van den civiel-gezaghebber
+noodigde mij aan de middagtafel, en in het paviljoen van het huis van
+een vermogenden planter en zakenman vond ik een uitstekend onderdak.
+
+Deze laatste, een Hollander dien ik te Ternate reeds had leeren
+kennen, was, zooals jaarlijks voor een half jaar zijn gewoonte was,
+naar Europa vertrokken, doch hij had zijn huis onder toezicht van den
+bestuursambtenaar, voor doortrekkende gasten beschikbaar gesteld. Hoe
+innig dankbaar was ik dien gastheer voor zijn royale beschikking en
+hoe weldadig deed het mij aan, daar in dat huis een comfort te vinden,
+waaraan ik niet meer gewend was, terwijl mij de vrije beschikking over
+een bibliotheek werd gegeven, die de vele uren, hier waarschijnlijk
+door te brengen, op de aangenaamste wijze zou kunnen vullen.
+
+Met den huisbewaarder, den mandoer van mijn gastheer, en mijn jongen
+werd alles voor een tijdelijke huishouding geregeld, zoodat ik me
+hier weldra geheel thuis voelde en dankbaar en knus genieten kon van
+een der lichtzijden van het Indische leven in de Buiten-bezittingen,
+nl. van een onbeperkte gastvrijheid. Een van mijn eerste bezigheden
+was, mij aan de schrijftafel van mijn gastheer te zetten om hem een
+brief met welgemeenden dank te doen toekomen.
+
+Den volgenden morgen stapte ik in een prauwtje, dat mij naar de
+landpunt zou brengen, die naar het Westen aan den uitgang naar zee
+te zien was. Langs een strand, waar rijen klapperboomen met wuivende
+kruinen en zware vruchtentrossen stonden, werd ik voortgeroeid. De
+wind stond in de baai en weer danste ik in een notedop met in het
+water kletsende vlerken over hooge blauwe witgekuifde golven voort. De
+landpunt, ook met klapperboomen begroeid, werd steeds duidelijker
+zichtbaar; een paar wrakken van gestrande schoenertjes teekenden zich
+daar tegen den wal af, een dak gluurde tusschen de stammen door,
+en toen ik eindelijk, tegen dien wind in, na eenige uren mijn doel
+genaderd was en op het strand wilde stappen, verscheen tusschen de
+hooge slanke stammen der klapperboomen een jonge man geheel in het
+wit, met een zonnehoed op het hoofd--de assistent, dien ik zocht en
+die hier met vrouw en kind woonde.
+
+Onder de wuivende kruinen wandelden we samen naar zijn huis, dat dicht
+bij de kust iets verder in de schaduw van die boomen lag. Een jonge
+vrouw zat onder de galerij van het vriendelijk uitziende witte huisje,
+dat we naderden. Verwonderd een haar onbekend heer in gezelschap van
+haar man in deze verlatenheid te zien naderen, stond zij, nu verschrikt
+over haar ongegeneerd toilet, snel op om dit nog inderhaast eenigszins
+in orde te maken, maar reeds te spoedig stapten we het voorgalerijtje
+binnen en lachend accepteerde ik gaarne de excuses over haar kleeding,
+waar men in Indië en dan in de Buiten-bezittingen niet al te nauw
+op dient te letten. Aan bloote voeten en half opgemaakte haren went
+men gauw; aan sarong en kabaai, een dracht die de slanke inlandsche
+vrouw goed kleedt, went men bij de breeder geheupte Hollandsche
+vrouw moeilijker.
+
+Daar zij verrast waren over mijn komst, deelde ik spoedig het doel
+van mijn reis mede, en al pratende kwam ik tot de overtuiging hier
+een paar jonge menschen voor me te hebben, die met weinig ervaring,
+in gelukkigen overmoed van de jeugd naar Indië waren gegaan, droomende
+van prachtige vooruitzichten en vertrouwende op beloften, die niet
+altijd werden of konden worden vervuld. Zij waren de eersten niet en
+zouden ook de laatsten niet zijn, die, bekoord door het zonneland in
+de verte, gelukkig hun vleugels in vrijheid ruim uit te kunnen slaan,
+hun vaderland hadden verlaten, om daarginds door het Indische lot op
+ongelooflijk hardhandige wijze uit hun droom te worden gewekt. Wat
+daar onder zulke omstandigheden aan heimwee en teleurstellingen, in 't
+bijzonder onder de jonge vrouwtjes geleden wordt, wie zal het precies
+zeggen. Doch levens worden er voor altijd geknakt en gaan er te gronde.
+
+Doch deze menschen waren jong en nog niet gebroken; maar zooals ze
+daar zaten tusschen inlanders, verlaten van andere blanken, met een
+inboedeltje, dat bestond uit een paar rieten stoelen en een tafeltje,
+een ijzeren bed, een wiegje, wat portretten en de noodzakelijkste
+lijfgoederen en het noodzakelijkste eetgerei, kon toch moeilijk
+aan eenige illusie voldoen. Het huisje met het zinken dak onder de
+klapperboomen was niet onvriendelijk, maar lag steeds in het halflicht,
+met een eentonig uitzicht tusschen de slanke klapperstammen op de
+verlaten, soms door een prauwtje bevaren zee. Bij harden wind vielen
+de zware noten dikwijls met donderend geraas bij dag en bij nacht op
+het zinken dak hunner woning of in de omgeving van het huis, waardoor
+het wandelen en het spelen van een kind daar ongeraden werd. Bezoek
+kwam er nooit, en slechts zelden mochten ze eens van hier met een
+prauw naar Batjan. Dag in dag uit zaten ze daar eenzaam tusschen de
+stammen van de klapperboomen op de verlaten zee te turen.
+
+De man had zijn werk met een ploeg contractanten, die in de nabijheid
+woonden, zij had haar kind, maar de eene dag was als de andere,
+de financiën plaagden en de toekomst gaf weinig vooruitzichten noch
+zekerheid, en daarmede groeiden de bezwaren. De royale opvattingen
+vóór en tijdens hun komst in Indië en hun groote verwachtingen hadden
+voor zuinigheid plaats moeten maken en voor het gespartel met een door
+allerlei bezwaard inkomen. Maar, zooals gezegd, ze waren niet gebroken,
+en hunne illusies werden nog altijd gesteund door de levenskracht
+hunner jeugd en door niet-opgegeven verwachtingen voor de toekomst.
+
+En waarlijk, die jeugdige taaiheid zou misschien niet bedrogen
+uitkomen. Het bezoek dien dag zou er reeds iets van kunnen
+verwezenlijken. Eerlijke jonge menschen, die kunnen en willen werken
+om zich een positie te verschaffen, zijn in deze streken zeldzaam. Aan
+hun werklust behoefde ik niet te twijfelen, en zoo kwam ik met mijn
+voorstellen voor den dag. Er werd overlegd en gepraat, de gezichten
+werden glunder, het jonge vrouwtje zette een kop thee, hij gaf me een
+sigaar en in beginsel waren we het spoedig eens geworden. Ik zou zijn
+chef te Batjan trachten te spreken te krijgen, om daarna zoo spoedig
+mogelijk terug te keeren en hem den uitslag van dit bezoek mededeelen.
+
+Mijn indruk van dit jonge paar menschen, dat Indië reeds van de
+hardste zijde had leeren kennen, was zeer gunstig voor de betrekking,
+die ik had aan te bieden en tegen den middag ging ik, met den wind
+mee, in snelle vaart over de hooge golven terug naar Batjan, met de
+zekerheid een paar menschen gelukkig te hebben achtergelaten.
+
+Het was eenige dagen later, dat ik aan boord van de Nora, welk scheepje
+tijdelijk hier lag, in gezelschap van den civiel-gezaghebber, die
+een inspectiereis naar de naburige eilanden ging doen, opnieuw op
+weg was naar het paar aan 't einde van de baai. Met den chef van den
+assistent was het tijdstip bepaald, waarop deze laatste zijn ontslag
+uit zijn oude betrekking zou kunnen krijgen. Met de noodige papieren
+bij mij trok ik er nu weer op af.
+
+Toen de Nora de landpunt naderde, verscheen tusschen de ranke
+klapperstammen weer dezelfde gestalte van eenige dagen geleden. Hij had
+zeker met verlangen mijn komst tegemoet gezien en zou in ongeduldige
+afwachting moeten zijn over den loop der dingen. De Nora stopte. Na
+afscheid te hebben genomen, ging ik van boord en liet me naar den
+wal roeien, en na eenig wenken en wuiven verdween het witte scheepje
+over de donkerblauwe golven om den hoek, op zijn inspectietocht naar
+verdere eilanden.
+
+Met den assistent wandelde ik naar zijn huis en daar zaten we weer
+onder het galerijtje en sloten de overeenkomst af. Hij zou met de
+eerstvolgende boot, die binnen twee weken verwacht werd, naar Tobelo
+komen, om daar de administratie der onderneming op zich te nemen. Het
+was voor den jongen man een promotie, die in een streek als deze
+alleen nog mogelijk was. Met mijn nieuwen jongen administrateur, die al
+zijn verwachtingen nog op de toekomst bouwde, was ik zeer ingenomen,
+en hoogst gelukkig was ik gestemd, nu ik inzag van de toekomst alles
+goeds te mogen verwachten.
+
+Op uitnoodiging van de vrouw des huizes zou ik dien middag daar blijven
+rijsttafelen. Daarvoor had zij getracht van Batjan het een en ander
+te laten komen, doch bij mijn komst was nog niets gearriveerd en zoo
+overkwam daar een gastvrouw het ergste wat haar overkomen kon, een
+genooden gast niet eens een behoorlijk maal te kunnen voorzetten. 't
+Was het soberste wat Indië schaft--rijst met kip. En daar zij geen
+kokkie had en als Hollandsche de geheimen der rijsttafel nog lang niet
+machtig was, werd het ook niet anders dan rijst met ongevarieerde kip.
+
+'t Zal voor de gastvrouw onpleizierig zijn geweest, en de excuses
+en de verklaringen bleven niet uit. Voor mij, die zag hoe weinig zij
+hier gewend waren, hoe zij zich hadden leeren schikken, was dit een
+bewijs te meer voor hun geschiktheid voor 't nieuwe ambt. Vroolijk en
+wel aten we in een klein achtergalerijtje taaie kip en droge rijst
+en een pisang na, alle drie overtuigd, dat het spoedig voor ieder
+onzer beter zou worden. Zij vertelden mij toen, hoe sober hun leven
+was en hoe moeilijk het was geweest daarin de kleinste afwisseling
+te brengen en zich van het eenvoudigste te voorzien.
+
+Hun eten bestond altijd uit rijst en kip, doch wilden zij voor de
+afwisseling zich eens op visch tracteeren, dan moest de baboe naar
+het strand gaan en daar wachten, soms urenlang, tot er een prauwtje
+met een visscherman voorbij schoot, die genegen was van zijn vangst
+iets te verkoopen.
+
+Voldaan over mijn ondervindingen en met de beste verwachting nam
+ik dien middag afscheid, in de hoop hen binnen eenige weken met de
+eerstvolgende boot te Ternate te zien arriveeren, waar ik hun komst
+zou afwachten om gezamenlijk naar Tobelo door te reizen. Hoe ik vóór
+dien tijd van Batjan naar Ternate zou komen, was me nog niet duidelijk,
+doch allicht zou er zich de een of andere gelegenheid voordoen.
+
+Voorloopig zat ik nu goed en wel te Batjan ingekwartierd, maakte
+er kennis met den sultan, die een graadje flinker bleek dan zijn
+Ternataanschen collega en schreef en las, en las en schreef. Met
+Shackleton zat ik in sneeuw en ijs, met Stanley in de Afrikaansche
+oerwouden, en door de eenzijdige doch ware oogen van Bas Veth bekeek
+ik Indië.
+
+Na zoo eenige dagen te hebben doorgebracht, vernam ik dat een klein
+stoombootje van de Batjan-maatschappij naar Ternate zou vertrekken,
+waarmede ook passagiers vervoerd konden worden.
+
+Het was op zekeren middag tegen 2 uur, dat ik me aan boord van de
+Adrienne begaf, in gezelschap van allerlei oosterlingen, waaronder
+ook eenige hadji's. Ik installeerde me daar zoo behagelijk mogelijk
+voor een reis van een etmaal tusschen de westkust van het zuidelijk
+gedeelte van Halmaheira en de eilanden die er voor lagen, totdat
+Ternate bereikt zou zijn.
+
+Voor voldoend eten en drinken had mijn jongen gezorgd, en zoo op een
+vouwstoel half zittend, half liggend, naast een miniatuur kajuitje,
+op een plaatsje waar ik me nauwelijks verroeren kon, liet ik het
+panorama van het landschap langs me heengaan. Zwaarbegroeid waren
+de bergen op het groote eiland rechts, eveneens waren de eilandjes
+links dicht met oerwoud bezet, soms met klapperboomen daar tusschen;
+somtijds lag er een huisje aan het strand en een prauwtje op het
+stille water tusschen de beschuttende eilanden.
+
+Nu eens spiegelde een groote watervlakte als een meer voor ons oog,
+dan voeren we door een nauwe geul en leek het vaarwater als afgesloten,
+doch op het laatste oogenblik werd een doorgang gevonden. Door een
+wisseling van vergezichten over het water en op het landschap, voeren
+we verder en zoo werd bij mij de indruk wakker of we stoomden in de
+Noorsche wateren, tusschen het vastland rechts en de scheren links,
+daar, waar ook het landschap voor den boeg bij het varen door engten
+en wijdten, in eenzelfde eentonigheid toch telkens wisselt.
+
+Hoe dwaas het schijne Noorwegen te vergelijken met deze omgeving, toch
+moet hier ook lang voor mij reeds iemand getroffen zijn geworden door
+de toevallige overeenkomst van die ver uiteenliggende landen. Waarom
+anders zou aan dat eiland tusschen Ternate en Tidore, aan dien ronden
+kop, overblijfsel van een scherpen vulkaankegel, de Maleische naam
+van Noorwegen, van Maitara, gegeven zijn?
+
+Paarlvisschers, als Noorsche kust- en fjordenbewoners met hun scheepjes
+op de spiegelende watervlakten, waren hier met hun witte schoenertjes
+op zoek naar de kostbaarheden op den bodem der zee. Een bedrijf,
+dat steeds moeilijker en riskanter was geworden, daar men steeds
+dieper naar die schatten moest zoeken, wijl de gunstigst gelegen en
+ondiepste banken reeds lang waren leeggehaald. Maar tot nu toe waren
+in deze verre residentie met haar exotische wonderen, als parelen,
+koralen, amber, schildpad en paradijsvogelhuiden, nog niet veel
+Europeanen rijk geworden met het zoeken naar die schatten. Bedrog en
+slechte organisatie en moeilijk te houden toezicht, en somtijds een
+onverwacht en ongehoord fluctueeren der prijzen, bleken nog steeds
+onoverkomelijke bezwaren voor een rustig, winstgevend bedrijf.--
+
+Toen het tegen den avond was geworden spreidden eenige hadji's naast
+me hun kleedjes uit en met hun gezichten naar Mekka, hier naar het
+Westen gekeerd, begonnen ze, zonder zich in 't minst aan hun omgeving
+te storen hun eindelooze gebeden en wierpen zich met het voorhoofd
+ootmoedig tegen den grond. De wijze waarop ze aanbaadden was oostersch
+extatisch; hun vervoering (gekunsteld of niet) maakte indruk door hun
+levendige gebaren van wijduitgespreide armen tot gevouwen handen, door
+de expressie dier scherpe gezichten, die onder den witten tulband met
+gesloten oogen naar den hemel wezen of zich ter aarde bogen in diepste
+verootmoediging. Dat Allah voor hen groot was, heel groot, oneindig,
+onbegrijpelijk groot, hoog boven de menschelijke sfeer en ons weten,
+zeiden ze zoo duidelijk in hun gebarentaal en door den klank hunner
+stemmen, dat men de taal zelve niet behoefde te verstaan.
+
+In het midden hunner voorhoofden waren twee eeltplekken, ontstaan
+door de geregelde soms vrij onzachte aanraking met den grond. Ook bij
+den Sultan van Batjan had ik die eeltplekken daar als twee wratten
+opgemerkt. Of bij velen dat eelt als bewijs hunner vroomheid alleen
+door die vrome handelingen is gegroeid en niet door een of andere
+kunstbewerking, blijft voor den twijfelaar altijd nog een vraag.
+
+Toen de avond viel, werden de lichten aan boord opgestoken en zocht
+ieder een zoo gemakkelijk mogelijk plaatsje. Overal aan dek lagen
+de menschen languit op matrassen en matjes, zoodat men zich niet
+verplaatsen kon zonder over lichamen heen te moeten stappen. Op mijn
+vouwstoeltje ging ik, als al de anderen, onder den blooten hemel
+den nacht in, dommelend en droomend onder het eentonig gestamp der
+machine. Den ganschen nacht stampte zij door, den ganschen nacht lag ik
+daar, soms wakend en naar de heldere sterren kijkend en naar de zwarte
+silhouetten der bergen tegen de lichtere lucht, soms droomend van
+huis en van Europa, in het zalige visioen van een spoedigen terugkeer.
+
+Toen het morgen werd en de zon achter de bergen van Halmaheira verrees,
+bleek het dat we nog steeds tusschen eilanden stoomden, doch nu met
+de piek van Tidore in groote verte reeds op den achtergrond. Geheel
+er door bedekt, moest daarachter de vulkaan van Ternate liggen, die,
+na Tidore gepasseerd te zijn, van dichtbij hoog boven het zeevlak
+zou verrijzen.
+
+Het duurde nog uren alvorens we het hoofdplaatsje Soa-Sioe aan den
+oostelijken voet van Tidore's vulkaan voorbij voeren. In schroeiende
+tropische hitte lag het daar, onbeschut tegen de hoogstaande zon,
+op de morgenzijde van die helling te blakeren, en ik herinnerde mij
+weer de vreeselijke hitte, die ik hier bij mijn vroeger bezoek reeds
+vóór den middag had meegemaakt.
+
+De zon zou weldra in het zenith komen, toen we, Tidore voorbij,
+Ternate met den vulkaan voor ons zagen en een bries uit het Westen
+over de wijde watervlakte tusschen Halmaheira en dien kegel eenige
+afkoeling bracht, na de hitte in de nauwere doorgangen tusschen de
+eilanden geleden.
+
+Nu had ik Ternate weer voor me, waar op de eerstkomende boot zou moeten
+gewacht worden en waar ik nog steeds vóór mijn terugkeer naar Holland
+met het langzaam werkende residentiekantoor allerlei te regelen had.
+
+Het scheepje deed tegen één uur zijn stoomfluit hooren en weer
+wist iedereen te Ternate terstond, dat het de Adrienne van Batjan
+was, die haar anker op de reede had uitgeworpen. Landende aan den
+residentssteiger, een kleine pier met een seinlicht, die de vorige
+resident hier had laten bouwen, kwam ik weldra mijn vroegeren
+gastheer te gemoet, die me aan land had zien gaan en me nu weer
+op de vriendelijkste wijze uitnoodigde bij hem te komen logeeren,
+daar er in het hotel geen plaats meer te krijgen was. En zoo zaten
+we spoedig weer onder zijn voorgalerij, nu in gezelschap van een der
+officieren van het kleine garnizoen, die den laatsten tijd bij hem
+inwoonde. Weer kon ik gaan tennissen en kegelen en 's avonds op bezoek
+gaan of, om den tijd te verdrijven, gaan kaartspelen; weer was het
+bij mijn gastheer het breedopgevatte jonggezellenleven, en weer was
+het afwachten tot de boot kwam, die mij naar Tobelo terug zou brengen.
+
+Intusschen was het met mijn oude liefde tot bergbestijgen reeds
+lang mijn plan geweest, indien de omstandigheden het mij toelieten,
+de piek van Ternate (1579 M.) te beklimmen. Die omstandigheden waren
+nu gekomen.
+
+Na informatie was het me gebleken, dat een bestijging van dien top
+bij groote uitzondering werd ondernomen. De sultan leverde dan gidsen
+en dragers, de eersten om den langen weg door het oerbosch te wijzen
+en ten slotte een pad te kappen door het hoogste, geheel onbegane
+gedeelte, de tweeden om een vrij belangrijke bagage te dragen,
+waaronder eenige flinke plaids, daar steeds een bivak aan den tocht
+verbonden is en het daar boven koud is in den nacht. Ook moet er water
+worden meegenomen daar dit op den ganschen berg niet is te vinden, wijl
+het losse vulkanische gesteente den gevallen regen te spoedig doorlaat.
+
+Aan elkeen, dien ik te Ternate leerde kennen en die eenige geschiktheid
+voor zulk een tocht in dit klimaat bezat, stelde ik voor dien
+goenoeng-api (vuurberg) te bestijgen. Maar Europeanen in Indië en
+bergbestijgen zijn twee, en geen wonder, waar groote inspanning in
+dit klimaat bij velen als uit den booze wordt beschouwd en waar de
+bergsport zeker zonder de eigenaardige groote bekoring is, die haar
+in Europa nog steeds populairder doet worden.
+
+Eindelijk leerde ik iemand kennen, die deze bestijging tweemaal had
+ondernomen, maar die mij verzekerde dat na de laatste uitbarsting, in
+1907, deze tocht de moeite niet meer loonde, daar een groote wal van
+losse steenen, die toen om den krater was gevormd en die van Ternate
+uit achter den hoogsten met alang-alang begroeiden top was te zien,
+elke poging om in den kratermond te zien, verijdelde. Buitendien
+werd het uitzicht onder het stijgen en dalen door zwaar hout geheel
+belemmerd, terwijl het wanneer men boven was gekomen zeer tegenviel.
+
+Dit zette den domper op mijn plan om desnoods alleen te gaan, te meer
+daar de terugkomst in de daghitte een toenemende kwelling zou moeten
+zijn en een nachtelijke afdaling door het donkere, slecht begaanbare
+bosch niet doenlijk was.
+
+Doch tusschen de piek van Tidore en die van Ternate rees die ronde
+kop, dien men Maitara had gedoopt, omhoog. Slechts 360 M. hoog, tot
+boven met eenige klapperboomen begroeid, zou ik voor dat tochtje toch
+allicht gezelschap kunnen vinden.
+
+Het was op een morgen tegen achten, dat ik aan het strand zocht naar
+een vlerkprauwtje met eenige roeiers om mijn metgezel en mij, want ik
+had er een gevonden, naar dat eilandje te brengen. Maar met dat luie
+volk duurde het een goed uur alvorens we eindelijk met de beenen onder
+ons gevouwen, meer op dan in het prauwtje zaten, terwijl een roeier
+voor en achter het lichte ding door het water deed schieten. Toch
+duurde het anderhalf uur, eer we den voet zetten aan het witte strand
+van Maitara, waar vredig een kleine kampong onder palmen lag verscholen
+en waar prauwtjes schilderachtig lagen op het zand.
+
+Het was elf uur geworden, alvorens we het paadje insloegen, dat naar
+den top leidde. De hitte was reeds groot, maar zou nog toenemen
+en zeker heel erg zijn, toen we, onder de palmen vandaan gekomen
+een schaduwlooze helling met alang-alang begroeid voor ons zagen
+liggen. Mijn kennis ging voorop met haastigen pas, zooals ieder doet,
+die nog nooit een helling voor zich zag. 't Paadje, door de bloote
+voeten van inlanders gemaakt, was glad en ging niet in zigzag naar
+boven; we hadden linnen schoenen aan met gladde zolen, zeer ongeschikt
+voor die helling.
+
+Zeker is er moeilijk een warmere positie denkbaar dan tegen den middag
+te klimmen op een berghelling onder de tropen, terwijl de zon bijna
+loodrecht boven ons hoofd staat en daarbij de weg door het manshooge
+alang-alang leidt, dat elk zuchtje wind tegenhoudt. Mijn kennis gaf
+reeds spoedig verdachte teekenen erg aan dien hitte-invloed onderhevig
+te zijn; hij keek reeds met eerbied en telkens naar boven, bleef soms
+even staan, keek dan nog eerbiediger naar boven onder het fronsen
+van zijn voorhoofd, zette zijn zonnehoed achter op het hoofd en greep
+naar zijn zakdoek, die in zijn hand bleef en lachte, half verlegen,
+zijn figuur verliezend door die plotselinge onverwachte nederlaag.
+
+Nu kon ik de hitte verdragen als een inlander, maar toch ook begonnen
+zich op mijn lichtbruine kakipak reeds donkerbruine natte plekken
+te vertoonen. Mijn kennis, die echter eenmaal een haastigen pas had
+aangegeven en dien ondanks de kleine rustpauzen steeds weer aannam,
+had mij aan dien pas gewend, dien men dan dikwijls volhoudt tot men
+het op moet geven.
+
+Zoo nam ik weldra de leiding. Lang kon het immers niet duren, maar
+toch in die smoorhitte tijdens het zware werk, waardoor ook het hart
+meesprak, scheen het een werk van uren; totdat ik boven was en op mijn
+horloge ziende zag, dat het 40 minuten had geëischt. Mijn tochtgenoot
+zat halverwege onder de weinige schaduw van een papajaboompje met de
+handen onder het gebogen hoofd en met den hoed in den nek naar de zee
+te turen, waarschijnlijk peinzend over den vreeselijken onzin om op
+bergen te klimmen, waar toch immers niets te halen viel.
+
+Toch viel er iets te halen daarboven en wel een uitzicht over den
+grooten waterplas door het bergland van Halmaheira, Ternate en Tidore
+begrensd, terwijl westelijk het uitzicht vrij was op de Moluksche
+Zee, waar lucht en water in het onafzienbare wegdeinden. Ook was
+het uitzicht vrij over de breede met zwaar woud begroeide voeten
+dier kegels, terwijl een lichtgroene band onder water om het gansche
+strand van Maitara, zuiver en rein als de kleur van het gletscherijs,
+wees op banken van koraal, dat zich hier om de eilanden had vastgezet.
+
+Al rondkijkende in het wijde panorama kwam ik langzamerhand bij en
+bemerkte toen, hoe een hevige dorst door het groote vochtverlies
+mij kwelde, maar water zou hier nergens te vinden zijn, doch eenige
+klapperboomen, hoe schaarsch ook, stonden op den top en even daaronder
+op de berghelling. Aan deze laatste hingen een paar jonge klappers, die
+met een zakmes gemakkelijk konden worden geopend om het dorstlesschende
+klapperwater er uit te kunnen drinken. Maar hoe ze te krijgen? Wel
+waren de boomen nog jong en was de kroon niet meer dan acht meter boven
+de helling, doch juist dit laatste maakte het plukken bezwaarlijk,
+daar de noten met versnelde beweging naar beneden zouden huppelen,
+indien ze na losgemaakt te zijn naar beneden werden geworpen. Het zou
+dus zaak zijn de noot na den pluk bij het neerglijden langs den stam
+in den arm te houden.
+
+De opdracht was moeilijk, maar het vooruitzicht den dorst te kunnen
+lesschen in een tropische hitte verleidelijk en zoo begon ik in den
+rechten stam te klimmen. Waarlijk de kroon werd bereikt; nu de beenen
+krampachtig vastgeklemd om den stam en door den rechterarm met alle
+kracht omhelsd. De linker was nu vrij en kon een der gladde dikke noten
+bereiken, die door draaien van links naar rechts eindelijk losliet
+en in de holte van den gekromden elleboog terechtkwam. Zonder op mijn
+kleeren te letten, die men in Indië bij het dozijn telt, liet ik me,
+langs den ruwen stam schurend, naar beneden glijden. Daar stond ik,
+wel opnieuw oververhit, maar nu triomfeerend met mijn schat; nu nog het
+zakmes gekregen, maar o! schrik! bij die beweging viel de onhandige
+noot op de helling, waarop ik nog stond.... ik stortte me voorover,
+nog eens weer voorover de helling af, nog eens weer en... greep voor
+de derde maal mis. Met steeds grootere sprongen verdween mijn schat
+in de diepte.
+
+Daar stond ik te braden, kletsnat, met de tong aan het gehemelte
+gekleefd, met hevig bonzend hart en kloppende slapen.
+
+Wat nu? doch dit kwam slechts een moment bij me boven. Een
+bergbestijger geeft den moed niet op, en waren het nu al geen
+duizelingwekkende afgronden en duistere gletscherspleten die
+dreigden, het dreigement dat nu gekomen was, was niet minder erg en
+de overwinning zou misschien kostelijker zijn.
+
+Weer ging het in den stam naar een tweede noot die iets verder hing,
+ook deze raakte los, maar de inspanning van het laatste uur had me
+niet handiger gemaakt, zij viel.... en bleef liggen. De goden hadden
+schijnbaar medelijden gekregen met dien worstelaar diep onder hen.
+
+Onder de noot zette ik mij neer en voorzichtig, alsof het een goudklomp
+was, vatte ik haar aan en dronk haar voor viervijfde leeg. De rest
+bracht ik uit naastenliefde aan mijn tochtgenoot, die nog iets hooger
+was gestegen, maar die het eindpunt niet bereikte. Hoe gretig ging
+ook bij hem dat eene slokje naar binnen.
+
+Het neerdalen langs het gladde steile paadje op het heetst van
+den dag terwijl de hitte naar beneden gaand steeds toenam, was een
+kortstondige marteling en was ons daar beneden niet een inlander
+tegemoet gekomen, die als een kat tegen een 20 M. hoogen palmboom
+opwandelde, waaruit hij ons een zestal noten toewierp, dan waren er
+allicht nog ongelukken gebeurd.
+
+Mijn tochtgenoot klaagde 3 dagen later nog over pijn in zijn
+beenspieren door de krampachtige wijze van dalen langs het gladde
+paadje, waarop de gladde schoenen zoo weinig vat hadden gehad.
+
+Ik zeide niets, maar leed in stilte. Ik, die de piek van Ternate
+(1579 M.) had willen bestijgen.
+
+
+
+De tijd kroop voorbij, ondanks het zoeken naar ontspanning in
+dagelijksche wandelingen langs het strand van het eiland en ondanks
+de verstrooiing die de Europeesche samenleving bracht. Eindelijk brak
+de dag aan, waarop de boot van Batjan met den jongen administrateur
+en zijn huisgezin aan boord, verwacht mocht worden. De dag verstreek
+zonder dat er iets gebeurde, de volgende dag eveneens, de dag daarop
+weer; alleen bracht de middag toen even de emotie, dat een boot op
+de reede aankwam, doch het bleek de Chineesche te zijn, die eens in
+de zes weken Ternate met een bezoek vereerde.
+
+De dagen die wachtende heengingen waren reeds tot een week geklommen,
+toen zich eensklaps het gerucht verbreidde, dat de verwachte
+boot tusschen Batjan en Ternate, even na het verlaten van het
+eerstgenoemde plaatsje, op een blinde klip was geloopen en daar
+vastzat en assistentie van andere booten noodig had.
+
+Daar zat ik nu weer. Mijn administrateur met zijn heele hebben en
+houden aan boord van een gestrande boot en het vertrek van Ternate naar
+Tobelo voorloopig op losse schroeven gezet. Afwachten, geduld oefenen,
+dagen en weken misschien was het parool! Mogelijk zouden we eerst,
+wanneer deze niet vlot kwam of ernstig beschadigd bleek te zijn, met
+de volgende boot, die een maand later kwam, naar Tobelo kunnen gaan.
+
+Wie hier niet gelaten, in betrekkelijk nietsdoen, wachten kon, terwijl
+toch ernstige bezigheden elders riepen, bereikte hier niets, dan dat
+hij op verkeerde wijze zich leerde verstrooien en zijn zenuwen in
+de war bracht. Dus bleef ik den toestand leuk opnemen, zooals mij
+de omstandigheden in het afgeloopen jaar wel hadden geleerd. Tot
+mijn geluk heerschte er in die dagen onder de Hollandsche families
+een aangename geest en ook bij mijn gastheer was het leven en
+de huishouding geregelder dan het vroeger was geweest. De bij hem
+inwonende officier was daarvan de goede genius en ook hijzelf bevond
+zich bij die regelmaat in eigen huis niet slecht. Daarbij kwam,
+dat zijn illusieloos bestaan den laatsten tijd verhelderd werd
+door een verwachting in de toekomst. Hij maakte zich namelijk een
+illusie over de voordeelen der exploitatie van guano-concessies, die
+hij op eilanden ten noorden van Nieuw-Guinea wilde aanvragen. Deze
+kostbare vogelmest moest daar sinds eeuwen in holen en spelonken voor
+het opgraven liggen. Op zijn reizen per paket-vaartboot langs de
+noordkust van Nieuw-Guinea was hem door een zendeling op dien buit
+gewezen en nu verkneuterde hij zich in de rijkdommen, die daar voor
+hem lagen opgestapeld. Dit vooruitzicht--een droom, een Indische
+droom en zooals zooveel Indische droomen niet voor verwezenlijking
+vatbaar, althans niet voor zijn verslapte energie--gaf hem toch een
+zekere flinkheid terug, door de hoop, in de toekomst, Indië nog eens
+als nabob vaarwel te kunnen zeggen en dan, in Holland teruggekeerd,
+de menschen daar als richard te kunnen imponeeren. Dit stokpaardje,
+door mijn gastheer bij voorkeur in de avonduren bereden, gaf door
+tegenwerpingen onzerzijds en door het opwerpen van de moeilijkheden
+en bezwaren, die hem op dezen langen weg nog tegemoet zouden komen,
+aanleiding tot heel wat hilariteit, maar met zijn fantasie overwon
+hij die moeilijkheden gemakkelijk, en het eind was steeds, dat hij
+zichzelven als een bewierookt rijkaard in de aangename weelde van de
+grootste hotels door de hoofdsteden van Europa zag zwerven. De ironie
+van het leven had er voor gezorgd, dat de opgestapelde vogelmest het
+'m dan zou moeten doen.
+
+De groote gouvernementsstoomer was naar Menado vertrokken, om
+meerdere assistentie te halen en zou, teruggekeerd over Batjan, de
+passagiers van het vastgeraakte schip meenemen. Eenige dagen verliepen
+zonder dat er iets vernomen werd; toen verscheen tegen den avond
+de gouvernementsstoomer, de Zwaluw, weer op de reede, krioelend van
+passagiers van het veel grootere schip, die allen op dien stoomer waren
+overgegaan. Onder hen waren ook de enkele eerste klasse passagiers,
+waaronder mijn administrateur met zijn huisgezin. De verhalen van het
+ongeval waren zeer eensluidend. Het schip had in den vroegen morgen
+Batjan verlaten en was onder bevel van zijn gezagvoerder een route
+gevolgd, die alleen door dezen kapitein werd genomen en wel door de
+zeestraten tusschen Halmaheira en de daarvoor liggende eilanden,
+terwijl de andere kapiteins steeds buiten de eilanden om de open
+zee namen.
+
+Het was ongeveer dezelfde route geweest, die de Adrienne had gevolgd
+en die wel voor kleine, doch niet voor groote schepen aangewezen
+was. Bij een bocht tusschen de eilanden, die door dezen gezagvoerder
+reeds herhaaldelijk was genomen, was het schip zonder schokken op een
+rif geschoven en zat daar nu zoo vast, dat het waarschijnlijk geheel
+ontladen moest worden, om dan bij hoog water met behulp van eenige
+andere schepen te worden vlot gemaakt.
+
+Voor allen die aan boord waren was het een schrik geweest te
+bemerken, dat het schip eensklaps stil en scheef was gaan liggen. Het
+administrateursvrouwtje had een oogenblik het ergste gevreesd en
+vertelde nu nog opgewonden welk een angst zij met haar kind had
+doorgemaakt. De dagen aan boord van het scheef- en stilliggende schip
+waren daarop in een steeds toenemende verveling gesleten, totdat
+tenslotte de Zwaluw uitkomst had gebracht door hen allen over te
+nemen. Doch wegens de vele passagiers aan boord hadden zij slechts
+verlof kunnen krijgen de allernoodzakelijkste bagage mee te nemen,
+zoodat het huisgezin nu te Ternate, van het noodigste verstoken, zat.
+
+Dagen verliepen, waarin ik met mijn administrateur toch eenig werk in
+besprekingen en allerlei regelingen had gevonden, en steeds kwamen
+van de boot betere berichten binnen. Eerst, dat zij met vereende
+krachten van twee assisteerende schepen vlot was geraakt; toen, dat
+zij waarschijnlijk weinig averij had bekomen en dat men bezig was de
+lading stukgoederen, die op de naburige eilanden was gelost weer in
+te laden. Tenslotte kwam ook de boot zelve, en nu kon binnen een dag
+de reis naar Tobelo worden voortgezet.
+
+
+
+Het was in den morgen van den 4den Augustus, nadat we 's nachts de
+noordpunt van Halmaheira waren omgestoomd, dat ik den administrateur
+van het dek der boot op een zware rookpluim wees, die, een eind
+landwaarts in van de Oostkust van Halmaheira, zich statig in het
+luchtruim verhief. Daar moest het terrein der jonge onderneming liggen,
+waar men nu in den drogen tijd met het branden der boomstammen en
+houtresten van het reeds omgehakte gedeelte van het oerwoud bezig
+was. De schoorsteen rookte dus nog; een goed voorteeken.
+
+De boot naderde de kust en de reede. Men had haar van het strand
+reeds ontdekt, zooals bleek uit prauwtjes en prauwen, die vlot
+werden gemaakt om de langverwachte, die zooveel over haar tijd was,
+te ontvangen. Welk een spanning moest er nu steeds meer op al die
+plaatsen van Ternate af langs de kust van Halmaheira en Nieuw-Guinea
+tot het uiterste station aan de Humboldtbaai zijn ontstaan door het
+wekenlange uitblijven dezer boot, waarvan men de reden niet gissen
+kon en, wegens het ontbreken van elk ander verkeersmiddel, ook van
+telegraaf en telefoon, niets gewaar kon worden. Alleen reeds doordat
+de aanvoer van rijst, waarop men met den voorraad rekende, uitbleef,
+moest hier en daar reeds ernstige zorg zijn ontstaan, terwijl zij die
+familieleden wachtten in de grootste ongerustheid moesten verkeeren.
+
+De administrateur en zijn vrouw keken met spanning naar de
+dichtbegroeide kust, die aan onze blikken voorbijgleed, doch waaraan
+voor een nadere kennismaking met hun toekomstige verblijfplaats nog
+niets bijzonders te bespeuren viel.
+
+Als altijd gaf de landing hier een drukte van belang. Menschen en
+goederen moesten in prauwen en sloepen en motorbooten aan land worden
+gebracht, terwijl de boot buiten de koraalriffen eenige kilometers
+uit de kust bleef liggen. Aan land was het de oudste zendeling met
+zijn vrouw, die ik het eerst ontmoette en die als altijd bereid
+waren hulp te verleenen, en ons, die daar aan den wal werden gezet,
+terwijl niemand voor onze ontvangst toebereidselen had kunnen maken,
+aan de middagtafel noodigden. Dat was een uitkomst, want zooals ik daar
+een oogenblik te voren het jonge vrouwtje met een wanhopig gezicht
+tusschen bagage en rommel voor een vervallen goedang en tusschen
+inlanders van allerlei rassen, met haar kind op den arm in de felle
+zon had zien staan, vreesde ik voor een eersten slechten indruk, dien
+zij daar moest ontvangen. Doch zij kende Indië en in 't bijzonder de
+toestanden der buitenposten reeds voldoende, om weer spoedig op haar
+verhaal te komen en dien indruk onder de koele galerij van het huis
+van den zendeling te vergeten.
+
+Dien middag wandelden we, de kinderwagen door de baboe geschoven
+voorop, den rechten weg af naar het emplacement. Hoe groot leek daar
+reeds het terrein tijdens mijn afwezigheid in het oerwoud opengelegd
+en hoe prachtig waren die duizenden bibits op de kweekbedden aan
+weerszijden van het emplacement opgekomen.
+
+Eindelijk had ik hier dan den man gebracht, onder wiens leiding
+de zaak tot bloei zou kunnen komen, en op wien ik meende tenslotte
+in alle opzichten te kunnen vertrouwen. Zijn belangstelling en zijn
+plannen getuigden van de grootste ambitie, zijn vooruitzichten zouden
+geheel met de ontwikkeling hier samenvallen, zijn toekomst zou geheel
+van het welslagen hier afhangen.
+
+Het huis met de bijgebouwen en den grooten kippenloop te midden van
+de ontginning in de ruimte gelegen, stond hem wel aan. De eerste
+dagen van het nieuwe leven daar liet zich goed aanzien, en toen ik
+'s avonds alleen huiswaarts keerde, naar het huis van den oudsten
+zendeling, wiens gast ik nu was, was er een groote tevredenheid
+en rust over me gekomen; want het was zeker dat het doel mijner
+groote reis was bereikt, nu aan alle factoren om te kunnen slagen
+was voldaan. Daarmede begon tevens mijn taak hier af te loopen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+EEN TAAK DIE AFLOOPT.
+
+
+Opwekkend was het met mijn nieuwen man, die zooveel belangstelling
+toonde en zijn eigen inzichten had en opmerkingen maakte, het terrein
+met de ontginningen, de kweekbedden en de onontgonnen wouden af te
+loopen en plannen te maken voor het werk in de toekomst.
+
+Waar gehakt en gebrand was, was het een chaos van stammen en kruinen
+en stronken en stapels verbrand hout, waardoor het verdergaan daar zeer
+werd bemoeilijkt, doch we klommen en klauterden er over en wrongen ons
+er door, waar het noodig was. We liepen in het nog ongerepte woud alle
+eindeloos lijkende rintissen af, die door de koelies, onder leiding van
+mandoers met behulp van de equerre, met den parang lijnrecht naar alle
+zijden van het terrein waren geslagen. Soms geleken die rintissen,
+daar waar het onderhout dicht opeen en waar de onontwarbare glagah
+stond, op lage tunnels, waar men in gebogen houding moest trachten
+door te komen. Soms, tusschen de bamboe, was het onder onze voeten
+een geknap en gekraak van belang en steeds moest daar op de lange
+bamboekokers, die na elken doortocht opnieuw den weg versperden,
+de parang weer worden gebruikt.
+
+Springend van steen op steen, volgden we de kali in haar ganschen
+kronkelenden loop over het terrein. Daarbij werden we getroffen
+door de natuur van het woud, zooals zich het van den bedding dier
+kali aan onze blikken voordeed. Aan de beide oevers, die soms laag,
+soms een vijftal meters hoog waren, daar waar het riviertje zich een
+diepen weg door den bodem had uitgeschuurd, rezen de reuzenstammen
+met hun bladerendos omhoog. Elke bocht bracht een nieuwen kijk op
+dien dichten groei van allerlei hout, waarvan de bebladerde takken
+soms tot het midden van de kali reikten, zoodat een natuurlijke
+schaduwrijke berceau ontstond. En waar zij breeder was geworden,
+weken die takken terug en we zagen de strakke blauwe lucht boven ons
+en de zon door het groen schijnen op de ronde lichtgrijze steenen,
+waarover we onzen weg vervolgden.
+
+Een enkele Tobelorees, ook vrouwen, die de bedding dezer kali als een
+natuurlijken weg door het bosch gebruikten, ontmoetten we hier. Een
+dezer Tobeloreezen, van honden vergezeld, was op wilde varkens op
+de jacht geweest en knielde nu bij zijn buit neer, die door honden
+opgejaagd en achtervolgd in de speer van den listigen jager was gerend.
+
+Zoo de geheele concessie doorkruisend, kreeg de nieuwe meester hier
+in korten tijd een overzicht der terreinverhoudingen en leerde het
+werk kennen, dat voor hem lag.--Nieuwe heeren, nieuwe wetten--en
+zoo stelde hij spoedig allerlei veranderingen en regelingen voor,
+die ik hem gaarne zag invoeren.
+
+"We kunnen wel zien, dat u een administrateur hebt", zeide op een
+morgen de zendeling tot mij, toen hij mij met een boek onder de
+galerij van zijn huis vond zitten.
+
+"Och ja, hij moet het nu weten en wil het ook weten, en dat is maar
+goed ook. Ik laat hem nu zoo veel mogelijk alleen scharrelen"--was
+mijn antwoord. Inderdaad liet ik hem steeds meer zijn gang gaan,
+zag toe en hielp waar hulp gewenscht was; doch na eenigen tijd had
+hij, zooals noodig was, alle draden in handen en daarmede liep mijn
+verblijf op Halmaheira ten einde.
+
+Gedurende den tijd, welken ik nog op Tobelo vertoefde, logeerde bij
+den jongsten zendeling de zendeling van Morotai met zijn huisgezin,
+vrouw en vier kleine jongens van 1/2 tot 6 jaar oud. Zij hadden zich
+op een goeden dag op een stoombootje, dat toevallig de door hen
+bewoonde kampong had aangedaan, ingescheept, om uit een benarden
+toestand van ziekte en teleurstelling te geraken en hulp in meer
+bewoonde en bewoonbaarder oorden te zoeken.
+
+Deze menschen hadden zoo afgelegen van alle beschaving en verkeer
+geleefd, dat de kinderen de eenvoudigste zaken nog dikwijls niet
+kenden. Zoo zagen de beide oudsten den eersten dag van hun komst de
+ossenkar vol verbazing voorbijrijden en juichten en riepen, dat zij
+nog nooit zulke groote bokken hadden gezien, terwijl ook de kar het
+eerste voertuig was dat zij onder de oogen kregen, en een fiets voor
+hen een wonderding was uit een onbekende wereld.
+
+In de kleine samenleving, waarin we daar verkeerden, ontmoette ik
+dezen zendeling en zijn familie herhaaldelijk. Dan kwam steeds de
+vraag in mij op, hoe men iemand als hem, tot hulp en steun en tot
+bekeering van anderen naar zulk een uithoek van de wereld had kunnen
+zenden. Deze man, in een achterhoek van Holland geboren, was na zijn
+opleiding voor zendeling te hebben genoten, met zijn vrouw naar de
+Oostkust van Morotai vertrokken, om er het evangelie te prediken. Door
+zijn leven in eenzame streken was hij een zwijgend en gedrukt mensch
+geworden, die weinig of geen menschenkennis bezat en zeker allerminst
+geschikt was om in afgelegen streken het evangelie te brengen en den
+stoot tot een nieuw en opgewekt leven te geven.
+
+Wat dien man bewogen had zulk een taak op zich te nemen, had wel zijn
+oorzaak in een verkeerd begrepen steunen op de hulp van God. In het
+gevoel van dien steun had hij zich geworpen in een leven dat hij niet
+beheerschen kon en waarbij hij vastraakte. Nu moest God helpen, nu
+werd in den angst naar uitredding en zelfbehoud God om alles gevraagd,
+om alles gebeden.
+
+Deze man, die als een stug boertje op de hei zijn bestaan had
+moeten vinden, had hier niets anders bereikt, dan dat hij en zijn
+vrouw lichamelijk en geestelijk gebroken waren, vier kinderen hadden
+gekregen, terwijl geen blijvend resultaat van eenig belang door zijn
+werken als zendeling was bereikt.
+
+Zijn vrouw wilde nu met hem en het verdere gezin, op advies van
+den dokter te Ternate, daar hij ook aan malaria leed, naar Holland
+terug. Zeker zou dit het verstandigst zijn geweest, doch schuw voor
+de wereld, bleef hij weigeren. Koppig is die man blijven weigeren
+en het einde was, dat man en vrouw uiteengingen, hij naar Morotai
+terug, naar Boesoe-Boesoe op de Oostkust, waar nooit een blanke kwam,
+waar harde winden vaak alle verkeer over zee onmogelijk maakten, en
+zij met haar vier kinderen naar Holland. Daar zit nu de man alleen,
+in vrijwillige ballingschap. [3]
+
+Nog in die laatste weken zou mijn verblijf vergald worden door den
+civiel-gezaghebber, die van den eersten dag mijner komst alhier
+tot nu, langs allerlei wegen en door allerlei middelen, getracht
+had mij de aanmatiging van zijn veel te groot machtsbegrip te doen
+gevoelen. Het was reeds in het eerste uur van mijn komst te Tobelo
+begonnen. Steeds had hij sinds dien tijd tegenover mij, zooals
+ook tegenover de zendelingen en de bevolking, zijn lastige natuur
+bot gevierd. Hulpvaardigheid en opgedrongen diensten, waardoor
+hij de menschen aan zich trachtte te verplichten, afwisselend met
+willekeurige domme maatregelen en ingrijpende veranderingen, waarvoor
+ieder buigen moest en waardoor de goedaardige bevolking dikwijls te
+lijden had, speelde hij met de bewoners zijner afdeeling als de kat
+met de muis. Even liet hij hen in 't geloof braaf en goed voor hen
+te zullen zijn en hun vrijheden en rechten te eerbiedigen, om hen
+later te kwellen en te onderdrukken, al naar zijn luim het hem ingaf.
+
+Zijn entrée te Tobelo had zich indertijd gekenmerkt door een speech
+tot de verzamelde bevolking, waarbij hij waarschijnlijk Multatuli's
+bekende toespraak tot voorbeeld had gehad. Twee dagen later was hij
+aan zijn stoel gebonden geweest, daar hij op diezelfde bevolking zijn
+knie uit het lid had geschopt.
+
+Mijn samenleven met hem te Tobelo eindigde met een onverkwikkelijke
+correspondentie en met een dwaze aanklacht zijnerzijds bij den resident
+en de rechtbank te Makasser.
+
+De officier van justitie had op gevraagd advies van den resident naar
+aanleiding van de op mijn verzoek inbeslaggenomen gelden, de zaak niet
+voldoende kennende, ambtshalve moeten adviseeren deze gelden voorloopig
+niet weer af te geven. Echter dit geld was intusschen weer in mijn
+bezit gekomen en nu wenschte ik dit, om een proces te vermijden niet
+weer aan hem af te geven. Hij echter eischte òf het bedrag in geld
+terug òf een cheque ter waarde van dat bedrag. Gaarne wilde ik hem
+en had hem reeds een schriftelijke verklaring gegeven, waarbij ik mij
+aansprakelijk stelde voor alle schade, welke hij door de teruggave van
+dit geld ooit zou kunnen lijden. Van deze regeling, waarbij in gemoede
+een einde kwam aan een anders zeker sleepend wordende zaak, wilde hij
+echter niets weten. Hij wilde en zou het geld nu eenmaal terug hebben
+en zou dit op de meest krachtdadige wijze trachten door te zetten.
+
+De eene brief na den anderen volgde en steeds in boozeren toon,
+totdat hij mij schreef bij den resident en de rechtbank te Makassar
+een aanklacht wegens misbruik van vertrouwen te zullen doen, waardoor
+ik volgens hem met den strafrechter zou kennismaken.
+
+Daar was nu wel om te lachen en dit gebeurde ook, maar toch voorzag
+ik op mijn terugreis naar Holland te Ternate en te Makasser bij
+de door hem ingelichte ambtenaren een lange uiteenzetting van een
+onverkwikkelijke zaak. Door hem en met behulp van zijn vrouw werden
+althans reeds ellenlange brieven en stukken voor deze ambtenaren
+in gereedheid gebracht. Met zijn Indische inzichten scheen hem
+mijn houding in deze zaak een misdaad, en bleek hij de hoop te
+koesteren, dat ik, zoo al niet te Ternate dan toch zeker te Makasser
+in hechtenis genomen zou worden. Had de vrees voor zijn meerderen
+hem niet weerhouden dan zeker zou hij mij reeds te Tobelo door een
+paar pradjoerits achter slot en grendel hebben gezet.
+
+Kwam ik hem nu in de kampong of elders tegen dan keek de machtige
+ernstig voor zich, zijn vrouw draaide me, wanneer ik haar
+beleefdheidshalve groette den rug toe en ik zelf kon niet helpen
+dat er een spotlachje op mijn gezicht kwam over de ongemoedelijke
+beleedigde Indische majesteit. En nu had ik die majesteit nog wel
+altijd in mijn brieven in de volledigste titulatuur en met de mooiste
+phrasen aangesproken; iets waarop een Indisch opgevoed mensch verbazend
+gesteld is en waaraan men alleen reeds al zijn wel en wee tegenover
+hem te danken kan hebben.
+
+Intusschen naderde de dag van mijn vertrek. Op de onderneming was
+nu onder de nieuwe leiding, die met lust en ijver was opgevat, het
+werk in vollen gang. Er werd gehakt en gebrand en geplant; het huis
+werd steeds bewoonbaarder gemaakt, terwijl de plannen voor een groot
+nieuw administrateursgebouw klaar lagen.
+
+Zoo, terwijl ik bij een der kweekbedden stond en zag hoe rij aan rij
+van nieuw aangekomen zaadnoten door het werkvolk werden uitgelegd,
+hoe dichtbij en in de verte de boomen krakend en knappend vielen
+en hoe aan alle zijden de rook van het brandende hout over de
+opengelegde terreinen trok, klonk eensklaps luid en schel de fluit
+van de binnenkomende boot, die me naar Java terug zou brengen.
+
+Het zwerven was ik moe, en Indië en zijn ellende ook, alleen niet dit
+werk, dat ik nu goddank in vertrouwde handen achterliet. Het werkvolk
+zag me gaan; den opzichter en de mandoers drukte ik de hand. Voor het
+laatst liep ik den rechten weg door het open veld naar de kampong
+en vond in het huis van mijn gastheer de koffers door den jongen
+gepakt en klaar gezet, om door de ossekar naar de aanlegplaats te
+worden gebracht.
+
+Daar lag op de reede de boot, waarop ook de zendelingen en de
+administrateur zich begaven, om een laatste afscheid te nemen. Ook
+keek nog eenige malen de civiel-gezaghebber, die zich met zijn vrouw
+aan boord had begeven, mij gewichtig-somber voorbij en beet zich van
+spijt op de lippen, dat hij den vogel niet hier reeds in zijn netten
+kon vangen. Nog eenmaal keerden zij met staatsie den vertrekkende
+den rug toe, en nog eenmaal moest ik een spotlachje onderdrukken over
+het abnormale machtsbegrip en het gebrek aan gemoedelijkheid bij deze
+menschen met hun zonderling "point d'honneur".
+
+Toen het donker werd gingen de zendelingen en de administrateur van
+boord. Wuivende met zakdoeken en hoeden, terwijl ze in de motorboot
+stonden van het schip, die hen naar land terugbracht, verdwenen
+zij uit het gezicht. Daarmede was de verbinding voor langen tijd
+afgesneden. Eerst na maanden en in Holland teruggekeerd zou ik opnieuw
+weer iets van hen kunnen vernemen.
+
+Er was een episode in mijn leven afgesloten, waarop ik met tevredenheid
+terugzag en waarvan eens de vruchten in de toekomst te plukken
+zouden zijn.
+
+Voor mij lag de lange reis over Ternate, Ambon, Banda en Makassar
+naar Soerabaja; vandaar met den trein over Java, met een bezoek aan
+de Preanger, om te Batavia scheep te gaan naar Genua, alwaar ik mijn
+vrouw hoopte terug te zien. Dan zou een reis langs de Italiaansche
+meren en door het Zwitsersche bergland de belooning wezen voor een
+tijd van veel ontberen.
+
+Europa met zijn rijke cultuur en zijn wonderen lokte; daar zou de
+afgestompte geest zich weer kunnen verfrisschen aan al datgene, wat
+men in dit verre land ontbeert en wat ons tenslotte hunkeren doet
+naar beschaving en cultuur.
+
+Nog lag Tobelo daar verborgen onder het zware groen, doch in den
+geest was ik reeds met zevenmijlslaarzen vooruit gesneld, nu geen
+zorgen en moeiten zijn vlucht meer remden.
+
+Een lange zeereis lag voor me met al haar genoegens en lasten.
+
+Reeds stonden de sterren eenige uren aan den hemel, toen de boot
+het anker lichtte en door het gevaarlijke vaarwater van klippen en
+eilandjes in het duister langzaam haar weg zocht naar de open zee.
+
+Vaarwel Tobelo! Eens hoop ik terug te keeren om de vruchten te zien
+van het werk hier verricht.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+TERUG NAAR HUIS.
+
+
+Wie, die lange bootreizen heeft ondernomen, heeft niet ondervonden
+dat het gemakkelijke luie leventje van passagier in 't geheel niet
+strookt met de eischen onzer bedrijvige menschelijke natuur. De eerste
+dagen en vooral wanneer men uit een drukken werkkring komt en behoefte
+heeft aan rust en ontspanning werkt het passagiersleventje bij mooi
+weer weldadig kalmeerend. Men leeft dan aan boord van een modernen
+stoomer in een roes van bedaarde feestvreugde, van 's morgens dat
+men op dek verschijnt tot 's avonds dat men zijn hut opzoekt.
+
+De goede bediening, het overvloedige eten, steeds stipt op tijd,
+het gezelschap van medereizigers, het zekere weten dat men van
+buitenaf niet gestoord zal worden en dat elke nieuwe dag aan boord
+slechts daar is om voor zijn genoegen te leven, brengt den eersten
+tijd de ontspanning, welke tot die feestelijke stemming leidt. Doch
+na eenige dagen kan reeds bij velen een bedenkelijke inzinking dier
+opgewektheid waargenomen worden. De behoefte aan bezigheid doet zich
+gevoelen, het onafscheidelijk gezelschap begint na de eerste week
+te vermoeien en te vervelen, de belangstelling voor de meegebrachte
+boeken is tot het nulpunt gedaald, en reikhalzend gaat men uitzien
+naar het einde der reis. De zekerheid echter, dat men nog eenige
+weken op dezelfde wijze zal moeten blijven leven, doet iedereen zich
+in zijn lot schikken en de gelatenheid is op aller gezicht te lezen
+en in aller wezen te herkennen, en nog slechts somtijds breekt hier
+en daar de ware vreugde door. Velen liggen urenlang op een dekstoel
+in een doffe lethargie, anderen leunen in gezelschap in een slepend
+gesprek urenlang tegen de reeling en turen over de zee, of ijsberen
+twee aan twee als dagelijksche gezondheidskuur op het dek heen en
+weer. Men speelt kaart en domino, wat men thuis misschien nooit deed,
+drinkt meer dan zijn gewoonte is en is vatbaar voor grappen en grapjes,
+waaraan men op 't land niet denken zou. De dag moet doorgebracht,
+hoe ook.
+
+Aan boord van de paketvaartbooten, die steeds weer voeling krijgen
+met het land, die onderweg passagiers afzetten en nieuwe opnemen,
+komt de stemming niet tot die uitersten van vreugde en verveling. Men
+gevoelt zich niet zoo slachtoffer van het onvermijdelijke, daar men
+in alle plaatsen die men aandoet, telkens van boord kan om zich eens
+vrij te bewegen; men wordt niet een wekenlang afgesloten gezelschap,
+waar nooit een nieuw gezicht tusschen te verwachten is.
+
+De eerste drie weken mijner reis tot Batavia beloofden dan ook,
+met het bezoek aan de Preanger, niet zonder opwekkende afwisseling
+te zijn, altijd voor zoover Indië zulk een afwisseling kan geven.
+
+Van Ternate over Ambon en Makasser naar Soerabaja gaande, moge
+er in de opeenvolging dier plaatsen in grootte en fraaiheid van
+aanleg een sterke climax te vinden zijn, de witte huizen onder
+het zware geboomte mogen steeds grooter en comfortabeler worden;
+de sociëteiten mogen wat inrichting betreft of als bouwwerk, van
+een ongezellig wit gebouwtje met keukenvloertegels en eenige wrakke
+tafels met wat wrakke schommelstoelen tot een monumentaal gebouw met
+moderne inrichting wisselen, de hotels mogen op dezelfde pijlsnelle
+manier van oud-Indisch tot modern-geriefelijk naar boven schieten,
+een waarachtig interesse, iets wat ons oog treft als een werk van
+kunst, levert die reis ons niet op.
+
+Eer treft ons, verwende Europeanen, het oude Indië het meest, zooals
+we dat nog onvervalscht op Ambon en Ternate vinden, waar we door den
+primitieven bouw der huizen, die met witte muurtjes zijn omgeven en
+door de ouderwetsche forten met hooge bastions en diepe grachten aan
+den ouden tijd der Compagnie herinnerd worden. Eer worden we op Banda
+getroffen, waar de herinnering aan den rijken tijd der perkeniers,
+de eigenaars der eertijds schatten opbrengende notemuskaattuinen, uit
+de talrijke groote, geheel verlaten en bouwvallig geworden huizen ons
+tegemoet treedt. Eer treffen ons die telkens weer opdoemende talrijke
+eilanden met hun eindelooze dichtbegroeide groene kusten, eer staan
+we verstomd over al hetgeen in deze dun bevolkte eilanden nog door
+menschenhand eens tot stand kan worden gebracht en droomen we, als
+echte westerlingen, van een florissante, maar nog verre toekomst dier
+vruchtbare streken.
+
+Doch laat ik niet vooruitloopen op mijn reis, maar eens afwachten
+wat ik bij het aandoen van die havens te vertellen heb en welke
+ontmoetingen ik er nog zou hebben.
+
+Met mijn vroegeren gastheer van Ternate, die met deze boot weer
+een lange reis langs de noordkust van Nieuw-Guinea had gemaakt en
+teleurgesteld over zijn guano-concessie terugkeerde, deelde ik dien
+eersten nacht, terwijl wij om de noordpunt van Halmaheira voeren,
+de hut, die door hem reeds meer dan drie weken was gebruikt en in
+dien tijd in den toestand van een uitdragerswinkel was geraakt. De
+kooi, waarin ik slapen moest, was ingenomen door schoenen, scheer- en
+kapgerei, papieren, sigaren, sigaretten enz., de kapstokken hingen vol
+met kleeren, in de kleine ruimte op den grond stonden halfuitgepakte
+koffers, vuile wasch slingerde overal rond; het was er een janboel,
+zooals alleen een heer en dan een verindischte celibatair kan maken.
+
+Dien eersten nacht aan boord was verre van aangenaam, en toen ook de
+wind zich verhief en de boot haar bekende beweging op de lange deining
+der hooge golven aannam, verwenschte ik zeereizen en al haar gevolgen,
+en voelde ik mij ziek en ellendig toen we den volgenden dag onder de
+beschutting van den vulkaan van Ternate in kalmer water aankwamen.
+
+In Ternate aan wal gestapt, wandelde ik nog eens langs den
+strandboulevard onder de oude tamarindeboomen, door de Chineesche
+wijk, langs het fort met zijn lange en hooge blauwgrijze muren en
+zijn typische Hollandsche poort, door de Arabische kampong tot bij den
+kedaton van den sultan. In lange rijen, soms twee, soms drie, soms vier
+achter elkaar, waartusschen straten en straatjes, liggen de huisjes
+en de grootere gebouwen langs de zeekust aan den oostelijken voet van
+den dichtbegroeiden vulkaan met zijn kaal uitstekenden grauwen top,
+waarover zich een rookwolk kronkelt.
+
+Nog één nacht sliep ik aan den wal en bracht den avond door in een
+kring van bekenden, die mij benijdden nu ik terugging naar Holland,
+naar het prikkelender leven der noordelijke stranden. En toch daar
+teruggekeerd, wacht den meesten een groote teleurstelling. Zij voelen
+zich daar in bekrompener enger omgeving ook niet aanstonds op hun
+plaats en eerst na langen tijd schikken zij zich geleidelijk weer in
+het leven in het vaderland, dat zij dikwijls geheel ontgroeid waren.
+
+Na een langdurig onderhoud met den resident, met wien ik nu tot mijn
+spijt over den strijd met zijn civiel-gezaghebber voor het eerst een
+onaangename woordenwisseling had, waarbij hij werd ondersteund door
+zijn nieuwen gewestelijken secretaris, die niet binnen de parlementaire
+perken wist te blijven, nam ik voor goed afscheid van Ternate en van
+de achterblijvenden, die op de vertrekkende boot nog een kijkje kwamen
+nemen. Voor het laatst zag ik, terwijl we de Moluksche Zee instoomden,
+de vulkanen van Ternate en Tidore in al hun grootheid rechts en links
+en daartusschen het eilandje Maitara met zijn klapperboomen tot den
+top. We gingen de beschaving tegemoet.
+
+Een hut alleen en deze gezellig inrichten, rustig zitten op het
+achterdek en turen over de blauwe Indische wateren en over het groene
+Indische land, over de onmetelijke rimboe, die ik voor goed achter me
+liet, was een genot dat vergezeld ging met de droomen over de toekomst,
+die voor me lag. Zoo tusschen de open zee en eilandjes en 't groote
+eiland doorvarend kwamen we te Batjan. Naar nadere kennismaking
+verlangde ik niet, ondanks het goede dat ik er gevonden had. Bij
+'t uitstoomen der wijde baai passeerden we dicht den oever, waar
+'t eenzame witte huisje, waar ik mijn administrateur had gevonden,
+nu onbewoond, tusschen de palmen lag. Adieu ook hier!
+
+Namlea en Kajeli op het eiland Boeroe, waar prauwen vol flesschen
+kajapoetiholie, netjes verpakt in gaba-gaba kistjes, werden ingeladen.
+
+Toen naar Ambon met zijn door zendelingen en dominee's gevleide en
+over 't paard getilde bevolking, die, wijl zij christelijk is, zich
+ver boven den gewonen inlander verheven acht en in haar vereering
+en liefde voor het Vorstenhuis en de Regeering, waarin zij den
+besten Hollander overtreft, een steunpilaar is voor ons gezag in den
+Oost. Een volbloed Ambonees van de hoofdplaats is een verschijning,
+die door zijn verkeerd geplaatst gevoel van eigenwaarde in den
+beginne eenigszins op de lachspieren werkt. Wanneer men des Zondags
+of op feestdagen deze menschen in stroomen naar de kerk ziet gaan,
+de vrouwen in witte kabaja's het zwarte haar glad over het hoofd van
+achteren in een stijven wrong, de kondé, door spelden vastgehouden,
+op mooie gestikte muiltjes, de tjenilla's, met naar boven gebogen
+punten, dan maken deze vrouwen een waardig gedeelte uit van dien
+stoet; alleen haar al te groote voorliefde voor zwarte kleeren,
+zeker wijl deze kleur deftig is zooals ook het kerkgaan onder deze
+menschen deftig is, behoort niet in dit heete zonneland; de mannen
+echter in zwarte broeken, zwarte jassen, liefst diplomaten, zwarte
+hoeden en schoenen, met een boordje om den hals en manchetten over
+de zwarte handen maken door die kleeren en door de wijze waarop zij
+om hun figuur hangen een allerkomieksten indruk. Men ziet het hen
+aan, dat zij zich in die zwarte kleeren met het witte vest, waarop
+liefst een dikke horlogeketting bungelt, trots gevoelen en meenen er
+uit te zien als een Engelschman, die naar de Derby of de Ascot gaat,
+terwijl in werkelijkheid die hoeden en jassen en broeken van slechten
+snit een staalkaart geven van lang vergeten modes.
+
+Een Ambonees gevoelt zich een heer, die liefst zijn tijd aan grootdoen
+besteedt, graag goeroe is, of in 't leger dient, maar die van gewoon
+aanpakken niet veel weten wil. Een zwaren koffer dragen weigert hij
+beslist en staat raar te kijken, wanneer men zich als blanke niet
+geneert, na zijn weigering, dit zelf te doen.
+
+Ambon met zijn rechte straten en nette huisjes en zijn ligging aan
+een diep-ingesneden baai door bergen omringd, maakt een vriendelijk
+en prettigen indruk en een wandeling de bergen op over veel beloopen
+paadjes naar Sojadiatas met een uitzicht over het plaatsje en de wijde
+baai en met een korte kennismaking met het achterland, dat heuvel op,
+heuvel af gaat met diep inliggende valleien daartusschen, is zeer
+aan te bevelen. Op mijn heenreis had ik er van genoten.
+
+Nu zou een uitnoodiging van een Chinees Tjia Ke Beng om zijn
+klapperaanplant in oogenschouw te nemen een welkome aanleiding geven
+om den morgen van den dag, dien we in Ambon stillagen aan land te
+gaan en beweging te nemen. We gingen met zijn vieren, de Chinees,
+twee medepassagiers en ik, 's morgens reeds vroeg op stap. Eerst Ambon
+door, door de hoofdstraat met toko's en cafétjes aan weerszijden,
+dan langs het fort, het plaatsje uit, de kust volgend met een ruim
+uitzicht over de baai tot de bergen aan de overzij. Langs den weg
+dien we wandelden kwamen we reeds spoedig onder de klapperboomen,
+die landwaarts in op het heuvelachtig terrein overal te zien waren. Op
+den harden koraalbodem waarop somtijds maar weinig aarde en humus lag,
+groeiden die boomen toch, met hun wortels in de vele spleten en gaten
+der karang vastgehecht, welig. Het was in den aanplant gekomen een
+lastig terrein, hoog en laag met weinig vlakke stukken, waardoor we
+na eenige uren te hebben rondgeloopen en rondgekeken blij waren toen
+de Chinees ons bij een huis in het midden van dien aanplant bracht,
+waar tot onze verrassing onder een ruime pendoppe met een wonderlijk
+mooi en vrij uitzicht over de gansche baai van Ambon een uitstekend
+ontbijt klaar stond. Vriendelijker en beter gastheer dan dezen Chinees
+heb ik nog niet leeren kennen. Zelf nauwelijks iets gebruikende zorgde
+hij dat zijn gasten van alles volop uit blikken en blikjes tot zich
+namen, totdat de huisjongen met gefrappeerde champagne verscheen
+en we daar in den morgen reeds den roes van dien kostelijken koelen
+drank over ons lieten komen. Onder de vrijgelegen pendoppe, waar het
+minste zuchtje wind doorstreek, bleef het koel. Door de wellevendheid
+van onzen uitmuntenden gastheer, rekte dat ontbijt zich ongemerkt en
+ging over tot eenige uren van vroolijk samenzijn terwijl we van het
+zeldzame uitzicht op de Indische natuur genoten.
+
+Toen ik dien middag voor het gewone middagslaapje mijn benauwde hut
+in de stilliggende boot opzocht sliep ik in alsof het voor den nacht
+was geweest.
+
+'s Avonds werden we aan boord getracteerd op den in Ambon veel
+voorkomenden mangistan, een vrucht met een dikken blauwrooden bast,
+waarbinnen, om de pitten, een smakelijk zuurachtig wit vruchtvleesch
+zit. Deze vrucht, met den geurigen mangga, wordt van het eerste
+oogenblik, dat men Indische vruchten leert eten, door een ieder
+lekker gevonden.
+
+Van Ambon koerste de boot Zuid-Oost naar de eens zoo rijke Banda-groep,
+de specerij-eilanden bij uitnemendheid, die als overblijfselen van
+een reusachtigen, onder de zee gezonken vulkaankegel waarop weer
+nieuwe kegels zich vormden als een vijftal eilandjes midden in de
+Bandazee liggen. Vroeg in den morgen stoomden we den nauwen ingang
+tusschen den Goenoeng Api en Banda Neira binnen, zwenkten in het
+nauwe maar diepe Zonnegat tusschen die eilandjes en meerden vlak aan
+den oever voor het plaatsje Banda. Een uitgestorven doode plaats,
+waar van de vele groote huizen nog slechts een enkele was bewoond,
+de rest was verlaten en zag er vervuild en verwaarloosd uit; zelfs
+daar waar eens de rijkdom dezer eilanden zich op een uitgezochte
+plek had saamgetrokken, waar van een grootschen aanleg aan een wijde
+binnenbaai tusschen Banda Neira en Groot Banda, een heerlijk uitzicht
+op dit laatste eiland was te zien, zelfs daar waren de huizen verlaten
+en bouwvallig geworden. Toch waren van daar, ver aan den overkant
+tusschen het groen der notenperken, die tegen het gebergte waren
+aangelegd, nog witte landhuizen der perkeniers te ontdekken.
+
+Tijdens een bezoekje aan de soos, waar we de nieuwste dagbladen vonden,
+kwam ik op de kegelbaan, waar de namen der kegelaars van den vorigen
+avond nog op het zwarte bord stonden vermeld, tot de ontdekking dat
+Verster zich op het eiland moest bevinden, want tusschen die namen
+stond de zijne met de mij bekende voorletters. Op een weerzien was
+ik niet gesteld, maar op dit kleine plekje grond zouden we elkaar
+moeilijk kunnen ontwijken en inderdaad toen we het hotel passeerden
+zat daar in de binnengalerij Verster in pyjama alleen, naar buiten
+te staren. Ik zag bij hem den reflex der emotie van het onverwachte
+weerzien en was me bewust, hoe hij tot 't laatste oogenblik het
+voorbijwandelende groepje nakeek.
+
+Hoe zou het hem te moede zijn, nu hij, zooals ik vernam, op weg
+naar de Key-eilanden was, waar hij een ondergeschikt baantje bij de
+Paketvaart had gekregen.
+
+Nauwelijks waren we aan boord terug en in afwachting van vertrek, of
+op zijn mooist uitgedost verscheen Verster op het dek in gezelschap van
+den controleur en wandelde mij brutaliseerend op de campagne rakelings
+voorbij om zich met den bestuurs-ambtenaar in mijn nabijheid neer te
+zetten. Hij had dezen heer schijnbaar ingelicht en was nog bezig hem
+in te lichten, want ik werd van het hoofd tot de voeten bekeken alsof
+het signalement van een misdadiger moest worden opgenomen. Prettig
+was de situatie niet, doch er zat voor mij niets anders op dan
+me dat zoo leuk mogelijk te laten welgevallen en te doen alsof ik
+zeer geinteresseerd was bij het boek, dat ik in mijn handen had. Elk
+oogenblik moest ik echter verwachten door den zeer nerveuzen Verster
+op minder aangename wijze te zullen worden aangesproken, doch het
+bleef bij een zwijgende manifestatie en toen na een pijnlijk uurtje de
+laatste fluit voor 't vertrok weerklonk, gingen de heeren van boord,
+zooals zij gekomen waren. Op den steiger zag ik hem nog staan, toen
+we tusschen den Goenoeng Api en Banda Neira het Zonnegat verlieten
+en door den nauwen uitgang het ruime sop instoomden.
+
+Als hij geweten had hoe de gevolgen zijner booze intenties mij nog
+steeds niet hadden losgelaten, en er straks te Makassar nog rekenschap
+van me zou worden gevraagd, dan kon hij zich over het gelukken dier
+gevolgen zijner kwaadwilligheid vrij tevreden in de handen wrijven.
+
+Doch nu we het land weer vaarwel hadden gezegd, waren we voor
+het oogenblik weer gevrijwaard voor de wereld en haar ontelbare
+misverstanden, want onder het kleine clubje passagiers aan
+boord heerschte die vriendelijke rustige stemming van menschen,
+die voor hun genoegen den korten tijd dat zij samen zijn willen
+doorbrengen. En daarbuiten om het ijlende schip sprak alles van een
+harmonisch wereldgebeuren; daar spoelden bedachtzaam in lange rijen
+de blauwe golven van de Banda Zee, waarboven nu de overlichte heete
+middaghemel der tropen stond. De verblindende zon zond hare stralen
+loodrecht op dat watervlak waar het duizelde van licht, de vliegende
+visschen sprongen bij scholen uit het water, de lijnrechte zoglijn gaf
+de eenige teekening over die vlakte tot waar lucht en water elkaar
+schijnbaar raakten en een onafzienbaar lange pluim van rook scheen
+in die kalme atmosfeer in hare afmetingen naar de eindeloosheid van
+zee en lucht te willen dingen.
+
+Naar Tifoe, waar aan de Zuidkust van Boeroe een eenzame zendingspost
+was gevestigd, stoomden we nu en hoopten daar morgenmiddag aan te
+komen. Toen we den volgenden dag Boeroe in 't zicht kregen, en langs
+de kust voeren om eindelijk op een afstand te stoppen voor den nauwen
+ingang van de baai van Tifoe, bleek het, dat het met de zee, die
+hier op de kust stond niet geraden was onder deze omstandigheden dit
+gevaarlijke vaarwater binnen te varen. De kapitein liet de stoomfluit
+met volle kracht haar doffe doordringende stooten naar het land zenden,
+zoodat het van de bergen weerkaatste. Na eenigen tijd verscheen daarop
+een prauwtje aan den ingang der baai doch dit kon blijkbaar ondanks
+alle moeite die de roeiers aanwendden niet tegen den wind en de golven
+inkomen. Wij zagen hen worstelen en terugkeeren en telkens opnieuw een
+poging wagen, doch het scheen niet doenlijk. Nog een half uur bleef
+onze boot wachten, toen bleek het dat geen communicatie met den wal
+mogelijk was en post en goederen voor den zendeling en anderen bleef
+aan boord en ging mee naar Makasser.
+
+Twee onafgebroken zeedagen lagen voor ons, alvorens we die haven zouden
+bereiken. De eilanden Wangi-Wangi, Boeton en de Saleier kwamen in die
+dagen als schemerachtige landen in de verte het eentonige gezicht op
+den waterplas verbreken. De dagen aan boord gingen heen met lezen en
+schaken en domineeren en met een wandeling over het dek der gansche
+boot, die, nu terugkeerend, slechts weinig passagiers der derde en
+vierde klasse aldaar herbergde. Maar die weinige, die aan boord waren,
+hadden allen hun papagaaien en kakatoe's uit de Papoe meegenomen,
+zoodat het er een geslinger en gekrijsch was van belang. Den tweeden
+dag kwam de kust van Celebes aan stuurboord boven den horizont
+en de vele booten, die we passeerden en die we in de verte zagen,
+gaven te kennen, dat we in een drukker vaarwater waren gekomen en een
+belangrijke haven naderden. Tenslotte verrieden in den vroegen morgen
+van den volgenden dag bakens en oorlogsschepen en paketvaartbooten,
+die voor anker lagen, dat Makasser, de groote doorvoerhaven der
+Molukken, was bereikt. Nauwelijks was de boot binnen of een vriend
+uit mijn jongensjaren van mijn komst verwittigd, stapte me tegemoet
+en noodigde me voor de dagen, die ik hier verblijven zou te gast.
+
+In zijn auto ging het langs de ruime pleinen, waaromheen de woningen
+der Europeanen stonden tot we op het erf van zijn geriefelijke woning
+uitstapten. Eindelijk voelde ik me meer thuis en veiliger dan ooit,
+onder menschen die ik langer en beter kende dan allen, die ik tot nu
+in Indië had ontmoet. De indruk in de beschaafde wereld terug te komen
+was hier, waar, door het Indische droomleven, de polsslag klopte van
+een zich snel ontwikkelde havenstad, zeer sterk.
+
+Dien avond aan een gezellig souper, waar gastheer en gastvrouw nog
+meerdere gasten samenbrachten, ontbrak een der genoodigden en wel
+hij die als ambtenaar, met de post door dezelfde boot aangebracht,
+welke ook mij tot Makasser had vervoerd, een schrijven van den
+civiel-gezaghebber van Tobelo had ontvangen, waarin deze een klacht
+tegen mij had ingediend. Om praatjes te vermijden meende deze ambtenaar
+alvorens mij te hebben gehoord, elke particuliere samenkomst met den
+aangeklaagde te moeten vermijden. Reeds spoedig vernam ik ook dat een
+der advocaten te Makasser door den civiel-gezaghebber verzocht was
+hem in deze zaak in rechten bij te staan. Er werden dien avond onder
+vroolijk gelach talrijke glossen over het gedwongen bezoek aan het
+parket gemaakt en mijn hupsche gastvrouw beloofde mij den volgenden
+morgen te zullen vergezellen om met vrouwelijke welbespraaktheid een
+goed woordje voor me te doen.
+
+Onder den behagelijken invloed van teruggevonden comfort werd nog
+lang onder den blooten hemel op het erf, terwijl de zwoele Indische
+nacht om ons henen lag en het onophoudelijk gesjirp en gezang der
+insectenwereld zich overal uit het geboomte deed hooren, genoten van
+de stemming der nachtelijke uren.
+
+Den volgenden morgen meldde ik mij aan het parket om een eind te maken
+aan de vervolging van den ambtenaar te Tobelo. Ik was, om eerlijk te
+zijn, toen ik daar binnentrad in een zeer kwaadaardig humeur over
+de wijze, waarop men ook hier naar ik meende, een zaak van weinig
+beteekenis opvatte. Na een korte uiteenzetting der feiten, waarbij ik
+door mijn geprikkelde stemming niet altijd even vriendelijk bleef, nam
+de advocaat van mijn tegenpartij, die ook bij dit onderhoud aanwezig
+was, tot mijn groote voldoening terstond genoegen met de mondelinge
+verzekering, die ik den civiel-gezaghebber reeds lang schriftelijk
+had gegeven, terwijl de betrokken ambtenaar geen aanleiding vond
+tot een verder onderzoek over te gaan. Zoo wist ik den betrekkelijk
+rechtloozen Staat verlaten te hebben, die daar achter Makasser lag
+en was binnen een half uur bevrijd van een vervolging, die daarginds
+reeds maanden had geduurd.
+
+Toen ik nu in vriendschappelijk gesprek met den advocaat dankbaar
+en gelukkig door de teruggevonden redelijkheid het parket verliet,
+vertelde deze mij, dat Verster zich indertijd na zijn terugkomst
+uit Ternate om rechtskundige hulp tot hem had gewend, doch dat hij
+na door hem ingelicht te zijn en de bedoeling begrepen te hebben,
+voor de eer daarvan had bedankt.
+
+Reeds op mijn heenreis had ik te Makasser geprofiteerd van de
+gelegenheid, die hier geboden werd om met een auto een tochtje het
+binnenland in te maken over Maros naar den waterval van Bantimoeroe,
+waar het gebergte van het binnenland begint en waar steil het
+conglomeraat gesteente uit de vlakte rijst. Daar bij dien waterval, bij
+een pasangrahan had ik voor het eerst een weldadige ontroering voor de
+natuur van dit land ondervonden. De steile muur van begroeide rotsen
+waarvan het water neerstortte was als een machtigen onbeklimbaren
+bergwand geweest, en, daar boven dien val waar het riviertje kalm
+door het hooger gelegen woud gleed en waar talrijke kleurige groote
+vlinders over het water zweefden, was voor het eerst iets geweest, dat
+mij met het Indische landschap met zijn zware groen en te overmachtige
+natuur had verzoend.
+
+Geen heerlijker vervoermiddel door dit land en in dit klimaat dan
+de snelle auto. Haar snelheid wekt op en doet het eentonige van
+het landschap niet zoo sterk gevoelen, terwijl zij een verkoelenden
+luchtstroom brengt in de warme stille atmosfeer.
+
+Naast mijn gastheer deed ik nu een toertje in den donkeren avondstond
+over de goede wegen achter Makasser, langs bosschen en velden, door
+kampongs en langs eenzame huisjes, waar de inlanders bij lichtjes
+zaten. Het voortsnellende schijnsel der hel-brandende lantaarns in
+het duister vooruit over den weg en tegen de boomen en het bladerendak
+daarboven, het gesnor en gebrom van den motor, het getoeter bijwijlen,
+wanneer er menschen in den lichtbundel waren te zien, verbrak op de
+meest schreeuwende wijze 't geheimzinnige van den donkeren Indischen
+nacht en gaf een gewaarwording of we brutale heiligschenners waren,
+die het ontzag voor de demonische macht der aloude geesten trotseerden.
+
+Toen ik den volgenden dag naar de haven wandelde, waar de beschikbare
+kaderuimte geheel door lossende en ladende schepen werd ingenomen
+terwijl daar buiten op de reede nog de paketboot, die me tot hier
+had gebracht, wachtende was op een plaatsje om ook tot lossen en
+laden over te kunnen gaan, begreep ik hier nog ettelijke dagen te
+kunnen blijven. Echter een kleine paketboot, die een wekelijkschen en
+directen dienst met Soerabaja onderhield zou morgen vertrekken en zoo
+besloot ik daarmede naar Java over te steken en zeide Makasser en haar
+ruime pleinen, haar drukke handelswijk, waar statige kantoorgebouwen
+verrezen, haar bedrijvige haven, die door haar gunstige ligging een
+groote toekomst tegemoet ging, vaarwel. Weer hoorde ik de golven
+ruischen om het schip dat met den sterken bries mee, klein als het
+was danste op de lange deining van de rumoerige Java Zee. Het was
+propvol aan boord en benauwd in het smalle warme eetsalon, waarvan
+aan beide zijde de kleine hutten der passagiers waren. Men at,
+die benauwenis ontvluchtend, aan dek waar het slingerende schip in
+zijn hevigste slingeringen de borden en de glazen van de tafel deed
+glijden tot groote consternatie van de slap neerliggende zeezieke
+menschen. 'k Gevoelde me als een held nu ik na al dat zeevaren bemerkte
+onverschillig te zijn geworden voor die gevreesde ziekte en aan de
+goede tafel mee-at met hen, die ik vroeger, als lijder onder die
+omstandigheden, altijd in stilte had benijd. Nu werkten die hooge
+zeeën, die het galopeerend schip in zijn snelle vaart voor wind en
+golven naijlden als een vreugdevolle opwekking, als een ontspanning,
+om in het nietsdoen op het volle dek uren naar te zitten kijken.
+
+Elke naijlende zware zee, waaraan we ontsnapten bracht dichter bij
+het doel, bij Java eerst en dan... Europa! O, hoe nam het verlangen
+toe, nu het zoo snel voorwaarts ging, terug naar het mooiste deel der
+wereld, waar wij Hollanders van nature, van geboorte en van aanleg
+hooren. Italië, Zwitserland, Duitschland, mijn vaderland! Spoedig
+zou ik terugzien de landen, waarvan ik zoo innig hield, van welk
+weerzien men in den Indischen angst altijd als van een lenteontwaken
+droomt. Dan zou ik van me af kunnen schudden de Indische sfeer van
+matheid en loomheid en illusieloos leven die me te pakken kreeg en
+weer wakker kunnen worden voor het hoogere, het betere, van Europa's
+leven en natuur, 'k Zou van Indië weer langzaam kunnen herstellen,
+van dat land welks rijk bezit we betalen met zoo veel ziele- en
+geesteslijden van duizenden onzer.
+
+Zeker, 't is onze eigen schuld, een schuld die we vrijwillig betalen,
+niet de schuld van het land, dat voor de geaardheid van den Inlander
+en niet voor de onze is, welke niet kan zonder de tinteling van kou
+en de prikkeling van afwisselend leven. Wel is de Inlander behept met
+al onze gebreken en deugden, welke hij dan ook zeer spoedig bij ons
+herkent en te onderscheiden weet, zooals de leerling zijn meester voor
+de klas in korten tijd doorschouwt, doch hij is weer niet als wij, in
+zooverre hij nog kinderlijker en droomiger is en met een veel geringere
+mate van energie, vooral van geestelijke energie, is toegerust. Ja,
+zelfs de Alfoer, de nog half wilde, staat veel minder ver van ons af
+dan veel Europeanen in hun waanwijsheid wel willen aannemen, ook hij
+doorziet ons in een oogenblik, met den kijk der aangeboren slimheid
+van het natuurvolk. De Minahasser is zelfs, althans wat zijn uiterlijk
+aangaat, meer Hollander dan menige Indo, en de Javaan?.... ik leerde
+er weinigen kennen, doch wanneer men de brieven van Kartini leest,
+wordt het ons duidelijk dat de volbloed Javaansche, die zelfs nooit van
+haar eiland kwam, kan voelen en denken als het ontwikkeldste edelste
+Hollandsche meisje. Hare uitingen zijn als zoovele openbaringen over
+het eenmaal mogelijke geestes- en zieleleven van haar volk.
+
+De volbloed Inlander is een sympathiek menschentype uit een ras bestemd
+voor de heete luchtstreek, zooals wij het zijn voor de gematigde. Het
+is niet anders, doch wat in Indië het leelijkste is onder de menschen
+komt van den Hollander, die wel tegen veel inlandsche misbruiken
+streed en veel goeds bracht, doch die daarbij tevens zooveel leelijks
+verwekte, dat men er versteld van staat.
+
+Ons leven in Indië is tegen onze natuur, is gedwongen en zal eeuwig
+zoo blijven, en zoo min als de Inlander in Holland zou aarden,
+zoo min aardt ooit de Hollander en zijn nageslacht in Indië, tenzij
+dit laatste verinlandscht en daaraan ontkomt dit nageslacht dan op
+den duur ook niet. En toch in Holland teruggekeerd verlangt hij,
+die Indië leerde kennen, soms onbestemd naar dit land terug. 't Is
+het vrijere, zorgeloozere en ook grootschere leven daar, dat hem
+dat verlangen influistert en dan "all times when old are good"; en
+'t waren immers ook zijn beste levensjaren, die hij hier doorbracht.
+
+De golven vervolgden het schip niet meer met de woede van den vorigen
+dag, het was onder de beschutting van eilanden en eilandjes gekomen
+en Madoera's kust lag in de verte reeds aan stuurboord en Java's
+kust zou spoedig aan bakboord zichtbaar worden. Doch we ijlden snel
+door een steeds smaller wordende vaargeul tusschen ondiepten aan
+weerszijden. We hadden een loods aan boord gekregen. Steeds meer
+schepen werden gepasseerd en eindelijk tegen den middag van dien dag
+zagen we voor ons veel schepen op de reede liggen en boven Java's
+lage kust, die reeds geruimen tijd was te zien, staken masten en
+seinpalen uit en omtrekken van daken waren tegen de lucht zichtbaar.
+
+We hadden Soerabaja bereikt.
+
+De ontscheping alhier, waar de groote booten op de reede moeten
+blijven liggen, duurde langen tijd, en aan den wal gekomen gaf de
+bagage door gebrek aan koelies weer een langdurig oponthoud, alvorens
+de troostelooze Oedjong, de benedenstad van Soerabaja, een hel van
+stof en zon om leelijke pakhuizen, oude huisjes en vunzige kantoren,
+waartusschen schreeuwende koelies, ratelende sado's en toeterende
+auto's, verlaten werd en ik goed en wel in het Simpanghotel onder
+mijn galerijtje zat.
+
+Daar was ik nu weer in het volle leven terug, het leven van jagen en
+haasten naar geld in deze drukke handelsstad. 's Morgens reeds tijdig
+begonnen de auto's met employé's en chefs over de gladde breede wegen
+te vliegen, allen één kant uit het hotel voorbij; van de bovenstad
+naar de benedenstad, waar de handelskantoren zijn. Tegen den avond
+keerden diezelfde auto's weer vol terug naar de woonstad met weer
+dezelfde menschen van den morgen.
+
+Na inkoopen en bestellingen te hebben gedaan, na met vrienden uit
+mijn kinderjaren te hebben gedineerd en onder de hooge boomen voor
+de societeit te hebben nagepraat, verliet ik Soerabaja om vóór het
+vertrek van Batavia nog iets van den Preanger te zien, waarvan men
+mij zooveel had verteld.
+
+De Hollanders zijn nu eenmaal geen bergvolk en dus op dit punt over
+'t algemeen niet verwend, wie onzer echter de zegen is deelachtig
+geworden de Zwitsersche dalen met hun schilderachtige dorpjes, de
+meren met hun bekoorlijke oevers en diep kleurig water, de alpenweiden
+met haar bloemenschat, de heldere stroomen en vele watervallen, de
+steile rotswanden en diepe afgronden, de gletschers en de eeuwige
+sneeuwtoppen goed te leeren kennen zal in een vulkanisch bergland,
+zooals het gebergte op Java uitsluitend is, veel van dit schoons geheel
+missen. Slechts een hooggebergte, dat uit het massale oergesteente
+door plooiingen van den aardkorst is opgebouwd, zal dit overweldigend
+grootsche en schoone kunnen geven.
+
+In onzen Archipel zal men alleen op Nieuw-Guinea in het Sneeuwgebergte
+bij de Wilhelmina- en de Carstens-toppen naar een werkelijk grootsch
+bergland te zoeken hebben. Reeds hebben ons de eerste berichten bereikt
+over de pracht van dat binnenland daar onder den aequator en reeds
+zijn er plannen gemaakt voor een herstellings- en ontspanningsoord in
+deze koele hooge streken op de wijze als Darjeeling aan den voet van
+den Himalaya. Dan zal men inderdaad vernemen van een bergnatuur zoo
+schoon en grootsch, dat ook de verwende toerist en de alpinist hier
+hun hart vol bewondering voor een indrukwekkend hooggebergte zullen
+voelen kloppen.
+
+Eenige uitstapjes in de Preanger, die ik van Garoet uit maakte naar de
+heete bronnen van den Kawa-Kamodjan, naar het meer van Bagendit, een
+avondwandeling over den weg naar Tjikoeray leerden mij een liefelijk
+berglandschap kennen, waarin de helgroene sawah's en de begroeide
+berghellingen afwisselden met de vulkanen, die aan alle zijden uit
+dat land oprezen. De morgen- en avondkoelte door de hoogere ligging
+(710 M.) deden, na de eeuwige warmte, heerlijk aan en verkwikten
+geest en lichaam als een bad. Het goede hotel van Horck met zijn
+gezellige paviljoentjes deed het overige om het verblijf er aangenaam
+te maken. Het vele volk uit de omliggende dessa's, dat 's morgens de
+landwegen opvroolijkte op weg naar de markt te Garoet, de menschen in
+kleurige dracht in troepen aan 't werk in de sawah's bij 't snijden
+der padi, gaf een levendig, vroolijk en vredig beeld.
+
+Doch wat ik ook op Java en in het verdere Indië aan natuurtafereelen
+zag, het kon me slechts bij uitzondering brengen tot het groote geluk
+van het natuurgenot, dat ik zoo dikwijls in Europa had gevonden.
+
+En nu, nu de wegen steeds gebaander zouden worden, die ik te volgen
+had, eindig ik mijn verhaal als zwerver, moe en verreisd, verlangend
+naar het vaderland.
+
+In Europa kwam ik terug anders dan ik was gegaan, loomer, doch rijker
+aan ervaringen, aan bittere ervaringen soms, die harder waren geweest
+dan hier mochten blijken. Doch ondanks dat gevoelde ik mij dankbaar
+nu mijn zending was geslaagd.
+
+
+
+Het was de klank van een vrouwenstem, die een juichlied zong bij
+'t wederzien in Europa, het waren de over-bekoorlijke oevers der
+Middellandsche Zee en der Italiaansche meren onder een serene
+najaarslucht, het was de kleurrijke herfstgetinte groei tegen de
+bergwanden van de Val Bregaglia, het waren de sneeuwtoppen van het
+Engadin, de cultuurschatten der steden, het waren als grootste zegen
+en laatste verlangen de hooge stemmen van twee kindertjes bij de
+aankomst in Holland, die de Indische moeheid van me af deden vallen
+en het geluk eener ontroering weergaven, die ik zoolang had ontbeerd.
+
+
+
+_Naschrift_. En nu, nadat er meer dan drie jaren sedert mijn vertrek
+van Tobelo zijn verloopen, ligt daar ten noorden en achter die kampong
+reeds een groot open terrein, waarop in eindelooze rijen de jonge
+klapperboomen bij duizenden staan. Dag in dag uit wordt er ontgonnen
+en uitgebreid, geplant en verbeterd en steeds steviger en sterker is
+de grondslag geworden, waarop wordt voortgebouwd, om met geduld eens
+het doel te bereiken, dat werd gesteld.
+
+Doch van allen, die ik eens daar heb leeren kennen, is er reeds nu
+niet één meer op de plaats, waar hij toentertijd stond.
+
+Allen zijn ze gegaan, de een na den ander, niemand heeft zich
+gehandhaafd of zich kunnen handhaven. Er hebben daar in dat
+maatschappijtje stormen gewoed die zelfs de stevigststaanden
+omverwierpen; tot zelfs de zendelingen, die ik te Tobelo leerde kennen,
+zijn verdwenen.
+
+Zoo is nu eenmaal voor den Europeaan het leven in de afgelegen deelen
+der Buitenbezittingen, waar de menschen nog vaak als stukgoederen
+worden heen en weer geworpen.
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Intusschen is deze Sultan, om zijn handelwijze tegenover het
+Gouvernement, afgezet en naar elders overgebracht.
+
+[2] Nieuw Guinea wordt in deze streken steeds »de Papoe" genoemd.
+
+[3] Ten slotte is ook hij teruggekeerd, ziek en verslagen naar lichaam
+en geest.
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Een jaar in de Molukken, by H. R. Roelfsema
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN JAAR IN DE MOLUKKEN ***
+
+***** This file should be named 24468-8.txt or 24468-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/4/4/6/24468/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/24468-8.zip b/24468-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..59fe0cb
--- /dev/null
+++ b/24468-8.zip
Binary files differ
diff --git a/24468-h.zip b/24468-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..c294618
--- /dev/null
+++ b/24468-h.zip
Binary files differ
diff --git a/24468-h/24468-h.htm b/24468-h/24468-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..51c7656
--- /dev/null
+++ b/24468-h/24468-h.htm
@@ -0,0 +1,5406 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>Een jaar in de Molukken</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="H. R. Roelfsema">
+<meta name="DC.Creator" content="H. R. Roelfsema">
+<meta name="DC.Title" content="Een jaar in de Molukken">
+<meta name="DC.Date" content="#####">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+/* Standard CSS stylesheet */
+
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+}
+
+h1.docTitle
+{
+font-size:1.6em;
+line-height:2em;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size:1.1em;
+font-weight:normal;
+line-height:1.44em;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:normal;
+}
+
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+
+h3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h4.lghead
+{
+margin-left:10%;
+margin-right:10%;
+
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin:0 10% 1.58em;
+}
+
+p.line
+{
+margin:0 10%;
+}
+
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+
+
+div.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+
+.epigraph .bibl
+{
+text-align: right;
+}
+
+.epigraph .poem
+{
+margin-left: 0;
+}
+
+.epigraph .line
+{
+margin-left: 0;
+text-indent: 0;
+}
+
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+
+.leftnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+
+
+.red
+{
+color: red;
+}
+
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+
+div.footnotes
+{
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+
+p.footnote
+{
+font-size: 80%;
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+
+p.footnote .label
+{
+float: left;
+text-align:left;
+width:2em;
+}
+
+.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+
+.poem
+{
+margin-left:5%;
+position:relative;
+text-align:left;
+width:90%;
+}
+
+.poem h4
+{
+font-weight:normal;
+margin-left:5em;
+}
+
+.poem .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left:-2.5em;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+
+/* right aligned page number in table of contents */
+.tocPagenum
+{
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+}
+
+.footnotes .line
+{
+font-size:80%;
+margin:0 5%;
+}
+
+.poem .i0
+{
+display:block;
+margin-left:2em;
+}
+
+.poem .i1
+{
+display:block;
+margin-left:3em;
+}
+
+.poem .i2
+{
+display:block;
+margin-left:4em;
+}
+
+.poem .i3
+{
+display:block;
+margin-left:5em;
+}
+
+.poem .i4
+{
+display:block;
+margin-left:6em;
+}
+
+.poem .i5
+{
+display:block;
+margin-left:7em;
+}
+
+.poem .i6
+{
+display:block;
+margin-left:8em;
+}
+
+.poem .i7
+{
+display:block;
+margin-left:9em;
+}
+
+.poem .i8
+{
+display:block;
+margin-left:10em;
+}
+
+.poem .i9
+{
+display:block;
+margin-left:11em;
+}
+
+span.corr
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing:0.2em;
+}
+
+.smallcaps
+{
+font-variant:small-caps;
+}
+
+
+.caps
+{
+text-transform:uppercase;
+}
+
+.fraktur
+{
+font-family: 'Walbaum-Fraktur';
+}
+
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+
+h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+
+h1,h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+
+h1.label,h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h5,h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+
+p,p.initial
+{
+text-indent:0;
+}
+
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+
+p.dropcap:first-letter
+{
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0em 0.05em 0 0;
+padding: 0px;
+line-height: 0.8em;
+font-size: 420%;
+vertical-align:super;
+}
+
+.poem
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+
+
+ul { list-style-type: disc; }
+ol { list-style-type: decimal; }
+ol.AL { list-style-type: lower-alpha; }
+ol.AU { list-style-type: upper-alpha; }
+ol.RU { list-style-type: upper-roman; }
+ol.RL { list-style-type: lower-roman; }
+.lsoff { list-style-type: none; }
+
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+
+
+
+
+
+/* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml
+" */
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum, .stage
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+p.dropcap:first-letter
+{
+color: #001FA4;
+font-weight: bold;
+}
+
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Een jaar in de Molukken, by H. R. Roelfsema
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Een jaar in de Molukken
+ De Aarde en haar Volken, 1917
+
+Author: H. R. Roelfsema
+
+Release Date: January 31, 2008 [EBook #24468]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN JAAR IN DE MOLUKKEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="body"><a id="d0e83"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e83">1</a>]</span><div id="d0e84" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e1928">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="normal">Een jaar in de Molukken.</h2>
+<h2 class="sub">Persoonlijke ervaringen bij &#8217;t vestigen eener cultuuronderneming.</h2>
+<p class="byline">Door <span class="smallcaps">H. R. Roelfsema</span>.
+</p>
+<div class="epigraph" lang="de">
+<p>So sehnt sich der unruhigste Vagabund zuletzt wieder nach seinem Vaterlande und findet in seiner H&uuml;tte, an der Brust seiner
+Gattin, in dem Kreise seiner Kinder, in den Gesch&auml;ften zu ihrer Erhaltung all die Wonne, die er in der weiten, &ouml;den Welt vergebens
+suchte.
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">Goethe.</span>
+
+</p>
+<p>Die Leiden des jungen Werthers. <br>Erstes Buch. Am 21 Junius.
+</p>
+</div>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-001.jpg" alt="Halmaheira. Sagobereiding bij Loloda. (Phot. Baretta)." width="720" height="477"><p class="figureHead">Halmaheira. Sagobereiding bij Loloda. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+<div class="div2" id="d0e113">
+<h3 class="label">Hoofdstuk I.</h3>
+<h3 class="normal">Doel mijner Reis.</h3>
+<p style="&#xA; background: url(images/iv1917-001.gif) no-repeat top left;&#xA; &#xA; padding-top: 60px;&#xA; "><span style="&#xA; float: left;&#xA; width: 95px;&#xA; height: 90px;&#xA; background: url(images/iv1917-001.gif) no-repeat;&#xA; &#xA; background-position: 0px -60px;&#xA; &#xA; text-align: right;&#xA; color: white;&#xA; ">V</span>oor een avontuurlijk gemoed was de opdracht, waarmede ik naar Indi&euml; was vertrokken en me nu in October 1912 te Ternate bevond,
+om in de wolken te zijn.
+
+</p>
+<p>Het doel mijner reis was, in &#8217;t kort, het onderzoeken der geschiktheid van reeds aangevraagde concessieterreinen op Halmaheira
+en omliggende eilanden voor de cultuur van klappers en, zoo mogelijk, een onderneming voor een dergelijke cultuur op een dier
+terreinen te vestigen. Een planter van ervaring, die hiervoor twee weken eerder uit Holland was vertrokken, zou mij daar ter
+zijde staan. Op Java hadden we elkaar ontmoet en wij hadden te zamen de reis naar de Molukken aanvaard.
+
+</p>
+<p>Zoo waren we dan ter hoofdplaats der Residentie Ternate aangekomen en hadden ons ge&iuml;nstalleerd in het eenige hotel van dit
+plaatsje. Om ons op de hoogte te stellen van land en volk, menschen en toestanden, was daar de beste gelegenheid, daar alle
+verkeer van dit gewest over de hoofdplaats gaat. Regelingen konden hier gemaakt, maatregelen genomen worden, terwijl we de
+laatste voorbereidingen konden treffen voor de tenuitvoerlegging der plannen, waarvoor we gekomen waren.
+
+</p>
+<p>Nu is het verschil tusschen plannenmaken in Holland en de uitvoering daarvan in Indi&euml; wel zeer groot, vooral wanneer die plannen
+moeten worden uitgevoerd in een weinig bekende streek, waarvan alle gegevens, die men ontvangt, nog even onbetrouwbaar zijn.
+
+</p>
+<p>Van de terreinen, die ons voor onderzoek waren aangewezen, werd door den oorspronkelijker aanvrager, <a id="d0e128"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e128">2</a>]</span>die eenige jaren in deze streken vertoefde, een als het meest geschikte genoemd, waarom men in Holland besloten had op die
+plek met de eerste ontginning aan te vangen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-002.gif" alt="Kaart van Halmaheira." width="482" height="720"></div><p>
+
+
+</p>
+<p>Dit terrein lag op de zuidwestelijke punt van het eiland Morotai, dat ten Oosten van Halmaheira gelegen, slechts door een
+zeestraat ervan gescheiden was. Klimaat en bodem moesten er zeer gunstig zijn, werkvolk zou men er in voldoenden aantal kunnen
+vinden, terwijl de aanvoer van goederen en levensmiddelen en de afvoer van producten zeer gemakkelijk zou gaan. Nu vindt men
+in de Molukken en vooral op Halmaheira terreinen in overvloed voor de voordeelige klappercultuur, terwijl het klimaat op de
+laaggelegen gronden overal gunstig is.
+
+</p>
+<p>Echter, naast deze groote vruchtbare complexen van maagdelijken grond, waarop zwaar oerwoud staat, is voor de ontginning daarvan,
+op Halmaheira, behoefte aan goed werkvolk. De betrekkelijk schaarsche bevolking, die uitsluitend aan de kust woont, heeft
+hier van de vroegste tijden af gezeten en sinds die tijden nauwelijks een hand uitgestoken om in haar levensonderhoud te voorzien.
+De weinige behoeften in dit warme klimaat, de overvloed van levensmiddelen, welke in deze streken, waar de sagoboom inheemsch
+is, op de gemakkelijkste wijze door dezen boom wordt geleverd, leidden tot eene luiheid, waarvan men in Europa geen denkbeeld
+heeft. Voor eenigen geregelden, zelfs lichten arbeid waren deze menschen voorloopig nog zeer ongeschikt.
+
+</p>
+<p>De eerste kennismaking met de Ternataansche bevolking en de verhalen, die ik van de daar wonende Hollanders vernam over de
+luiheid van het menschdom in deze streken, waren van dien aard, dat ik al spoedig inzag mijn energie, versch uit Holland meegebracht,
+tegenover deze inerte massa in geduld om te moeten zetten. Het eenige middel er iets te bereiken, zou zijn mee te leven met
+den zooveel langzameren polsslag hier, aan te sporen, op te wekken en naar omstandigheden te handelen.
+
+</p>
+<p>Toch was ik niet gaan twijfelen aan de goede uitvoering van een gedeelte mijner aantrekkelijke opdracht, namelijk om de eerste
+grondslagen te leggen voor een klapperonderneming, waar ontgonnen en geplant zou worden naar de nieuwste eischen. De invoer
+van contract-koelies uit andere residenties, een der noodzakelijke voorwaarden om te kunnen slagen, bleek, hoewel bezwaarlijk,
+mogelijk; het gewestelijk bestuur betoonde sympathie met mijn plannen en beloofde alle hulp. Daarbij zou de cultuur van klappers
+op de gronden dezer streken zeer eenvoudig en daardoor ook zeer lucratief zijn, en tevens bleken de overige voorwaarden, om
+met goeden uitslag te kunnen planten, geheel naar verlangen te zijn. Omtrent het tweede gedeelte mijner opdracht, het onderzoek
+van diverse concessieterreinen voor de klappercultuur zeer in het groot en het vestigen van ondernemingen op verschillende
+punten tegelijk, was ik minder gunstig gestemd geworden. Deze streken bleken naar den eersten indruk voor zulke groote plannen
+nog niet rijp te zijn; integendeel leken zij hier bij voorbaat tot mislukking gedoemd. Wij zouden echter nader zien.
+
+</p>
+<p>Eerst eens iets over klappercultuur en hare vooruitzichten.
+
+</p>
+<p>Van oudsher is de klapperboom of cocospalm (de cocos nucifera) de zegen der tropen geweest. Nuttiger boom is moeilijk denkbaar,
+en het is geen wonder dat men schreef, dat de klapperboom, alleen, reeds in staat is aan een primitieve inlandsche maatschappij
+alles te leveren, waaraan zij behoefte heeft. In alle tijden is de cultuur van dezen palm in handen der inlanders geweest
+en door hen op inlandsche wijze gedreven, wat zeggen wil, dat men nooit veel heeft nagedacht over de eischen, die deze boomen
+stellen om tot volkomen ontwikkeling te komen. Men plantte waar men toevallig woonde, plantte altijd veel te dicht naast elkaar,
+en droeg slechts weinig of geen zorg voor den nuttigen boom. Het toeval wilde echter, dat hij, dankbaar voor een geregelde
+bemesting en een schoongehouden grond, dit beide vond in de naaste omgeving dier huisjes, zoodat daar waar deze voorwaarden
+op grooter afstand van de woonsteden der inlanders gewoonlijk niet te vinden waren, de klapperboom een kommervol bestaan leidde.
+
+</p>
+<p>Door de groote vraag op de wereldmarkt naar vetten gebeurde het, dat het gedroogde vleesch van de noot, de zgn. copra, waaruit
+de olie of het vet wordt bereid, jaar op jaar in prijs steeg, zoodat de cultuur in het groot steeds voordeeliger werd. Chineezen
+en Europeanen legden zich toen steeds meer daarop toe, met het gevolg dat men in den Indischen Archipel reeds uitgestrekte
+terreinen met dezen boom vindt beplant, welke waardevolle en groote winsten afwerpende bezittingen bleken te zijn.
+
+</p>
+<p>Het was het schoone vooruitzicht der winsten met die cultuur te behalen, dat mij, naast de behoefte tot een daad, verleid
+had tot een reis zoo ver van huis, gedreven had van een veilig milieu naar een onbeschermde moeilijke positie in een streek,
+waar niemand mij kende en waar alles mij vreemd was.
+
+</p>
+<p>Doch, laten we &#8217;t maar eerlijk bekennen, nog altijd bezit het geld zijn oude aantrekkingskracht en spoort misschien meer dan
+ooit tot daden aan, waarvan de belooning in de verte schittert. Totdat we <a id="d0e153"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e153">3</a>]</span>ook eenmaal moeten bemerken, als het doel is bereikt, dat het ook daar niet is, om dan tot onze verbazing in te zien, dat
+het geluk niet grooter is dan eertijds, neen, dat het gerafeld en gescheurd is op weg naar de fata morgana.
+
+</p>
+<p>Maar nog lag het als doel in de verte voor me, en voelde ik ook door mijn leven en streven in de Indische maatschappij reeds
+bedenkelijke scheuren en rafels komen in &#8217;t gelukskleed der rustige gedachte van een leven van meer contemplatie, toch ging
+ik zonder omzien verder, gedreven door den eenmaal aanvaarden plicht en begeleid door den lust tot avonturen.
+
+</p>
+<p>In Holland hadden we onze plannen opgezet, die in de verte dikwijls zoo eenvoudig en zoo voordeelig lijken en het ook kunnen
+zijn, maar onverwachte en onvoorziene omstandigheden halen niet zelden in de praktijk meedoogenloos een streep door de mooiste
+rekening. Met dergelijke omstandigheden zal men, vooral in de verre <span id="d0e159" class="corr" title="Bron: Buitenbezitingen">Buitenbezittingen</span> van onzen Oost, nog jarenlang rekening dienen te houden.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-003.jpg" alt="Halmaheira. Pakata&#8217;s met en zonder huisje. (Phot. Baretta)." width="636" height="437"><p class="figureHead">Halmaheira. Pakata&#8217;s met en zonder huisje. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Daar wonen buitendien nog menschen, die met een rijke fantasie belast, op gebrekkige of losse gegevens zonder deugdelijk onderzoek,
+plannen bouwen, die voor de uitvoering in de harde werkelijkheid veel te luchtig zijn opgezet en waardoor de verbeeldingrijken
+in Holland kunnen worden meegesleept. Hoeveel er op deze wijze in Indi&euml; gezondigd wordt is niet te zeggen. In de Buitenbezittingen
+echter is het schrikbarend en de plannen van ondernemende zwervers, die tijdens mijn verblijf in de Molukken met hun stokpaardjes
+bij mij kwamen, als ze vernamen met welk doel ik naar Indi&euml; was gegaan, waren zoo talrijk, dat ik weldra al die voorstellen,
+plannen en goede wenken voor kennisgeving aannam of hun aanried hun kostbare wetenschap toch in de eerste plaats ten eigen
+nutte aan te wenden. Ik voelde me, nu ik de toestanden met eigen oogen leerde kennen, reeds voldoende slachtoffer van deze
+richting, om mijn ondernemingszucht niet een strenge zelfbeperking op te leggen.
+
+</p>
+<p>Ik was in dien eersten tijd te Ternate, terwijl mijn metgezel en ik weinig opbeurends voor onze plannen vernamen en nu aan
+alle zijden aan kritiek bloot stonden, daarbij kennis maakten met dat afgesloten leven op de Moluksche eilanden, waar uit
+den aard geen gang in zat, dikwijls genoodzaakt uren te verbeuzelen, nietsdoend, afwachtend, verlangend naar bedrijvigheid
+onder den druk eener vage onzekere toekomst.
+
+</p>
+<p>Zoo was ik vaak weinig hoopvol gestemd en de zucht naar avontuur en geld, was somtijds nauwelijks een prikkel meer.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e176">
+<h3 class="label"><span id="d0e178" class="corr" title="Bron: Hoofstuk">Hoofdstuk</span> II.
+</h3>
+<h3 class="normal">Per prauw van Ternate naar Tobelo.</h3>
+<p>Mijn reisgenoot, de planter Verster, was van zijn eersten onderzoekingstocht naar Halmaheira en Morotai te Ternate teruggekeerd
+en had goede en slechte tijdingen me&ecirc;gebracht. Het bleek ons na besprekingen alras, dat het terrein op het eiland Morotai,
+niet alleen door zijn ongunstige ligging voorloopig niet voor exploitatie in aanmerking kon komen, maar ook niet wegens gebrek
+aan werkkrachten, en dat alle verdere hulp ontbrak, daar de geheele landpunt uit vrees voor de booze geesten, de Soeangies,
+door de vroegere bewoners verlaten was en nog slechts enkele overblijfselen van vervallen nederzettingen aan hun voormalig
+verblijf herinnerden.
+
+</p>
+<p>Het beste en meest gunstig gelegen terrein werd nu op de kaart door ons uitgezocht, en de keus viel op de vlakke vruchtbare
+gronden achter de kampong Tobelo, de belangrijkste plaats aan de Oostkust van Halmaheira en zeer gunstig gelegen. Eens in
+de maand werd het plaatsje aangedaan door een boot van de Paketvaart; we waren dus terstond in het verkeer opgenomen, een
+voorname factor om te kunnen slagen. Tevens hadden zich hier twee zendelingen van de Utrechtsche Zendingsvereeniging gevestigd,
+terwijl het gouvernement was vertegenwoordigd in den persoon van een civiel-gezaghebber. We mochten er op rekenen niet zonder
+hulp van deze Europeanen te blijven, wat van groote waarde zou zijn bij het moeilijk werk dat ons te wachten stond. Waar we
+onze werkzaamheden zouden aanvangen, moest alles van den beginne af worden opgebouwd; van het oerwoud moest een bewoonbaar
+cultuurland worden gemaakt, met loodsen en huizen enz.; zelfs moest in de wildernis eerst nog het gedeelte worden uitgezocht,
+dat in ontginning zou worden gebracht, zoodat het <a id="d0e187"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e187">4</a>]</span>vooruitzicht in de nabijheid dier wildernis woonplaatsen van Europeanen te zullen vinden ons zeer welkom was.
+
+</p>
+<p>Het was in alle opzichten een goede ruil, die we zouden doen, en met dit goede vooruitzicht maakten we ons gereed per prauw
+naar onze toekomstige standplaats te vertrekken. Intusschen hadden we een koeliewerver de opdracht gegeven naar Menado en
+de Sangir- en Talaut-eilanden te gaan, om de eerste contractkoelies aan te werven. Het zou drie &agrave; vier maanden moeten duren,
+alvorens wij dezen man met zijn aangeworven contractanten op Tobelo konden verwachten, in welken tijd er uitzicht bestond
+met behulp der kampongbewoners, die reeds een vijftiental jaren onder den invloed van Europeanen stonden, de allereerste werkzaamheden
+te kunnen beginnen.
+
+</p>
+<p>Het was den 12<sup>den</sup> November 1912, toen we &#8217;s morgens om 8 uur in twee prauwen van Ternate van wal staken, koers zettende naar het Oosten, de
+smalle landengte van Dodinga, die Noord- en Zuid-Halmaheira verbindt, tegemoet.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-004.jpg" alt="Prauwen aan het strand te Ternate." width="519" height="351"><p class="figureHead">Prauwen aan het strand te Ternate.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het was in de vroege uren van dien morgen een gepak en gesleep en geschreeuw van belang geweest, om tijdig weg te komen; en
+hadden we niet dankbaar den steun en het gezelschap van den zendeling Laschuyt aanvaard, die eveneens overstak om, na een
+reis door zijn afdeeling naar zijn post, waar we heden hoopten te overnachten, terug te keeren, dan hadden we allicht nog
+vele uren met heen en weer loopen verloren, alvorens we de luiaards in de prauwen hadden meegekregen.
+
+</p>
+<p>In de eene prauw zaten, behalve de roeiers, drie Europeanen, nl. Laschuyt, Verster en ik, met onze voornaamste kostbaarheden,
+papieren en geld. Onder dit geld was een kistje met duizend rijksdaalders, dat door zijn waarde en onhandige zwaarte mij reeds
+heel wat zorg had gegeven. Dien morgen had ik het reeds een tijdlang in de onverschillige handen van een der roeiers boven
+het water zien bungelen, toen hij tot aan zijn buik in de zee wandelde om de prauw te bereiken, waarin hij het onverschillig
+neergooide. Ieder oogenblik had het, tot mijn niet geringe onrust, geleken of hij het in het water zou laten ploffen, waar
+het in den zachten, zandigen bodem aanstonds een eind zou wegzakken en allicht onvindbaar zou zijn.
+
+</p>
+<p>Voor contante betalingen aan de inlandsche bevolking waren we wel genoodzaakt geweest deze rijksdaalders, de ringgits, zooals
+men ze hier noemt, mee te nemen. Deze munt is voor die menschen de eenheid waarmede zij rekenen, ja, is hier en daar, als
+in enkele streken van Nieuw-Guinea, nog het eenige gangbare geld. De ringgit is het geliefkoosde geldstuk, dat wordt opgepot
+en waarmede de betaling van gewichtige overdrachten geschiedt. Zoo betaalt de bruidegom den bruidschat in blanke ringgits
+aan zijn toekomstigen schoonvader. Guldens en pasmunt mogen te gebruiken zijn, maar niet in groote hoeveelheden, terwijl betalingen
+aan de oorspronkelijke bevolking in papier steeds bezwaren ontmoet. Men is dan genoodzaakt den zendeling of een ander vertrouwd
+persoon te hulp te roepen, die naast het papiergeld de waarde in ringgits legt, alvorens de Tobelorees of Galelarees of hoe
+al die stammen en stammetjes op Halmaheira heeten mogen, teleurgesteld het papier aanneemt.
+
+</p>
+<p>In de andere prauw zat op een tiental koffers en kisten, de rest zou met de boot volgen, onbeweeglijk onze huisjongen, een
+Madoerees, die luisterde naar den bijnaam Ketjil, d. i. klein. Naast hem stond een mandje met twee miauwende katjes, die voor
+de toekomstige huishouding werden meegenomen, terwijl hij verder de zorg had voor een kakelbonte papegaai, een beest dat hier
+in bijna geen huishouding ontbreekt. Straks zonden we kleurige groote en kleine papegaaien en witte en gele kakatoe&#8217;s bij
+troepen in de hooge boomen zien en hooren, zooals we ze in grooten getale in Ternate aan het strand hadden zien te koop aanbieden,
+of hadden zien slingeren aan stokken en kettingen in de galerijen der huizen en van het hotel.
+
+</p>
+<p>Met een zacht windje mee, voeren de prauwen over de wijde watervlakte, die begrensd wordt door de kusten van Halmaheira, de
+eilandjes Tidore en Ternate. Deze beide laatsten zijn niet anders dan twee vulkanen, die op hun ronde basis zacht glooiend
+uit de zee oprijzen, dan steeds steiler worden tot een hoogte van respectievelijk 1620 en 1579 M.
+
+</p>
+<p>De eerste is totaal uitgedoofd, doch de laatste vertoont steeds een rookpluim en kan nog wel eens onheilspellend grommen en
+den grond doen sidderen. Of er nog eens gevaar dreigt voor de inwoners aan den voet, is bijna zeker bevestigend te beantwoorden;
+maar het &#8220;wanneer?&#8221; en &#8220;hoe erg?&#8221; doet de menschen rustig blijven wonen, evenals overal elders op de wereld, waar een noodlot
+eeuwenlang dreigt.
+
+</p>
+<p>De huizen van Ternate, onder het zware groen verscholen, verdwenen spoedig uit het gezicht; de witte Kedaton, waar de Sultan
+woonde, met een open grasvlakte ervoor, bleef nog lang zichtbaar, evenals de lichtgekleurde romp van den gouvernementsstoomer,
+die ter beschikking van den resident soms wekenlang op de reede lag.
+
+</p>
+<p>We lieten de beschaving achter ons en zwalkten in onzen notedop, in een verblindend zonlicht, dat <a id="d0e217"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e217">5</a>]</span>uit den hemel viel en uit de zee weerkaatste, naar &#8217;t lange eiland dat daar voor ons lag. Dat eiland van zijn noord- tot zuidpunt
+350 K.M. lang, langer dus dan de langste rechte lijn die door Nederland valt te trekken, was behalve door de inlandsche bevolking,
+door 8 zendelingen en 2 civiel-gezaghebbers met hunne families bewoond, de eenige Europeanen, die er zich toentertijd hadden
+gevestigd. Wij, mijn reisgenoot en ik, zouden het dozijn vol maken en daarmede tevens den derden beschavingsfactor brengen,
+die naast het gouvernement en de zending in Indi&euml; bestaat&#8212;de cultures.
+
+</p>
+<p>Terwijl we daar voeren, staande in de prauw en leunende tegen het afdakje, dat in het midden tot beschutting tegen den regen
+was gebouwd, werd de hitte, nu de middag naderde, steeds grooter, en steeds feller weerkaatsten de zonnestralen op het water,
+waartegen geen tropenhoed beschermde.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-005.jpg" alt="Ternate. Paleis van den Sultan met vulkaan op den achtergrond. (Phot. Baretta)." width="638" height="429"><p class="figureHead">Ternate. Paleis van den Sultan met vulkaan op den achtergrond. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De zendeling met zijn breedgeranden hoed, zijn gebaard, bruin en ernstig gezicht, zijn pajong, waarmede hij zich tegen den
+allerergsten zonnegloed trachtte te beschutten, deed mij in dat primitieve vaartuigje, met een bruinen roeier aan zijn voeten,
+aan een lang vergeten plaatje uit mijn kinderjaren denken, toen ik van Robinson en zijn trouwen Vrijdag droomde en met een
+popelend hart dat romantische leven in gedachten meeleefde.
+
+</p>
+<p>In de werkelijkheid is het vaak anders, en terwijl ik daar half luisterde naar het gesprek van mijn reisgezelschap, waren
+mijn gedachten niet bij avonturen, doch dwaalden terug naar Holland, naar den eigen haard, dien ik verlaten had, en onwillekeurig
+tuurde ik over de zee in de richting van het Noord-westen, waar dat alles gelegen was. Doch we gingen steeds nog verder naar
+het Oosten, zooals ik nu reeds maandenlang dienzelfden kant was uitgegaan.
+
+</p>
+<p>Een hevig gekraak riep mij plotseling uit mijn droomerijen wakker. Het kleine afdakje in het midden der prauw was ingevallen
+door het gewicht der beide converseerende heeren, die ten slotte, moe van het lange staan, zich daarop hadden neergezet en
+nu tot amusement van alle opvarenden lagen te spartelen tusschen de gevolgen van hun onnadenkendheid.
+
+</p>
+<p>Het intermezzo was mij welkom, we ontwaakten uit een zekere verdooving en zetten ons nu aan den maaltijd, waarvoor het reeds
+lang tijd was geworden. Intusschen naderden wij de kust van Halmaheira zoo dicht, dat we de inhammen en de kreken duidelijk
+konden onderscheiden en spoedig met zekerheid konden bepalen welke richting we moesten sturen om de monding der kali te vinden,
+die we nog een eindweegs hadden op te varen, alvorens voet aan wal te kunnen zetten.
+
+</p>
+<p>Het water werd ondiep, de roeiers sprongen uit de prauw en duwden en trokken het lichte vaartuigje door het water de kali
+in, die aan beide oevers dicht met laag hout was begroeid. Zoo kwamen we tenslotte aan eenige huisjes en sprongen met blijdschap
+aan land, na 8 uren in het kleine ding te hebben gestaan en gezeten.
+
+</p>
+<p>We waren op de landengte van Dodinga aangekomen, waar Halmaheira op z&#8217;n smalst is. Nog v&oacute;&oacute;r het invallen van den avond wenschten
+we met onze talrijke bagage de andere zijde der landengte, die hier slechts 5 K.M. breed is, te bereiken, om met de daar wachtende
+prauw van den zendeling nog v&oacute;&oacute;r den nacht in zijn huis op Pasir Poeti aan te komen.
+
+</p>
+<p>Na eenigen tijd verscheen ook de prauw met onzen huisjongen, de katjes, de papegaai en de talrijke bagage.
+
+</p>
+<p>De inlanders uit de kleine kampong aan den oever keken nieuwsgierig naar ons doen en laten, zonder neiging te toonen een hand
+uit te steken. Toch hadden we hen noodig, om de zware koffers aan lange houten palen over de landengte te dragen (te pikelen).
+Door den invloed van den zendeling kregen we het, na langen tijd wachten en na veel gepraat over de betaling, gedaan en een
+lange karavaan van menschen, die twee aan twee een zwaren koffer pikelden, zette zich over een veel beloopen pad in beweging.
+Wij volgden; voor mij uit ging mijn huisjongen, die de geldkist torste, terwijl de papegaai in veel benauwenis op zijn rug
+heen en weer bungelde.
+
+</p>
+<p>Langzaam rees de weg die ons door velden van alang-alang en langs hoog geboomte voerde, terwijl overal laag bij den grond
+in het wild ananas groeide die haar roode kern vertoonde, waaruit de harde stekelige bladeren te voorschijn kwamen.
+
+</p>
+<p>Reeds spoedig zagen we naar de andere zijde, op de pashoogte (40 M.), tusschen het geboomte de watervlakte van de Kaubaai
+glinsteren en een wijder panorama voor ons liggen. Het was tegen den tijd, waarop het al te felle licht, dat loodrecht uit
+den hemel viel, plaats maakte voor een licht dat over <a id="d0e249"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e249">6</a>]</span>het landschap speelde; de atmosfeer scheen reiner en blanker te zijn geworden nu de hitte van de middagzon haar niet meer
+trillen deed; kleuren werden getooverd in de hoogste sferen boven ons, terwijl achter ons, in het Westen, een geweldige opstand
+kwam van kleurig licht. De dag ging scheiden en dit noopte ons tot spoed, want de Indische schemering is maar kort.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-006.jpg" alt="Rijstplanten te Pasir Poeti. Gezicht op de Kaubaai." width="578" height="426"><p class="figureHead">Rijstplanten te Pasir <span id="d0e255" class="corr" title="Bron: Poetih">Poeti</span>. Gezicht op de Kaubaai.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De Kaubaai, die daar voor ons lag, dringt in dit grillig gevormde eiland dieper door dan een der andere diep insnijdende baaien,
+de Boeli- en de Weda baai. Nog 5 K.M. verder en het eiland ware in twee&euml;n gesneden geweest; nu echter ligt hier het knooppunt,
+van waar vier armen naar het Noorden, het Oosten en het Zuiden wijzen. Ook het naastbij-gelegene grootere Celebes heeft vier
+soortgelijke armen welke in die richtingen wijzen, waardoor een merkwaardige overeenkomst tusschen die grillig gevormde eilanden
+bestaat. Beiden hebben hun ontstaan aan vulkanische werkingen te danken, doch hoe zij die opvallende overeenkomst hebben verkregen,
+schijnt ook voor de geologen nog een onopgelost probleem te wezen.
+
+</p>
+<p>Aan de dichtbegroeide steile en hooge kust aangekomen, leidde een kunstige, door inlanders aangelegde trap naar de oppervlakte
+van het water, waar we een kleinen inham vonden, die aan drie kanten door steile oevers en hoog geboomte was afgesloten, terwijl
+de vierde zijde naar de baai open lag.
+
+</p>
+<p>Hier zou volgens afspraak de groote prauw van den zendeling met de roeiers moeten liggen, om ons naar Pasir Poeti te brengen,
+doch van die prauw was geen spoor te ontdekken. Wel lag er afgetakeld en met verroest ijzerwerk en kettingen een kleine klipper
+verlaten op het strandje, als een sombere, troostelooze verschijning, machteloos om te helpen. We zetten ons neer op de talrijke
+bagage en overlegden wat ons te doen stond. Kwam er geen prauw, dan zouden we hier den nacht moeten doorbrengen, tenzij het
+een der dragers nog mocht gelukken door het bosch te dringen en in een nabijzijnde kampong de menschen te bewegen ons over
+te roeien. Gelaten wachtten we, nu het inmiddels stikdonker was geworden, ons lot af bij het licht van een kaarslantaarntje.
+
+</p>
+<p>Tusschen de omlijning der silhouetten van het hoog oprijzende geboomte was een stuk heldere sterrenlucht zichtbaar, waar we
+den Kraanvogel met zijne lange schitterende sterrebeenen zijn bedachtzamen stap zagen doen. De zwarte wanden van de diepte,
+waarin we zaten, waren verlicht door krioelende vuurvliegjes, als levende lichtjes op talrijke kerstboomen; uit het woud klonk
+het nachtelijk gesjirp en helsche geraas van duizenden insecten, en terwijl we daar zaten te wachten, voelden we over ons
+komen het geheimvolle van den Indischen nacht. Een bivak zou in deze omgeving zijn eigenaardige bekoring hebben, en reeds
+wilden we eenige toebereidselen maken, toen over het water, reeds zeer dichtbij, een vlerkprauwtje kwam aanglijden, door een
+tweede gevolgd.
+
+</p>
+<p>Hoe nu in die duisternis al onze bagage in de prauwtjes werd gestuwd, is me een raadsel gebleven, doch na eenigen tijd zat
+ik goed en wel op de geldkist in het midden van een dier vaartuigjes te schommelen op de onstuimige golven van de baai. Het
+weer was omgeslagen, een sterke lauwe wind was opgestoken, de sterren begonnen te verdwijnen en een zware bui dreigde. Het
+zeewater lichtte, elke pagaaislag gaf een kolk van vuur te zien, elke klets van een der vlerken, die door het schommelen beurt
+om beurt uit en in het water gingen, werd tot een vurige streep. De tweede prauw hielden we door het licht, dat ook zij op
+die wijze in de duisternis uitstraalde, steeds in het oog. Weldra schommelden we als bezetenen te midden van die vurige strepen
+en kolken en toen de golven steeds hooger rezen, hadden ook zij lichtende kruinen, die op ons afkwamen als draken met vurige
+bekken. De branding bruiste met veel geweld tegen de kust en straalde eveneens licht uit. De lucht werd steeds zwarter, buien
+pakten zich samen en het werd de vraag of we nog droog het huis van den zendeling zouden bereiken. Het antwoord op die vraag
+duurde slechts kort, de regen begon te stroomen en maakte ons in korten tijd tot op de huid toe nat, doch het kon onze lachende
+stemmen niet dooven, opgewekt als we waren door het dolle spektakel der elementen in dien heksenketel rondom ons.
+
+</p>
+<p>Eindelijk naderden we het punt waar geland moest worden, waar hooger op de kust een lichtje zichtbaar was, dat spetterde uit
+het huis van den zendeling.
+
+</p>
+<p>De landing in de duisternis en in de geweldige branding, die de zwaarbeladen prauwen op het strand dreigde stuk te slaan,
+was uiterst lastig. Er bleef ons slechts over, uit het vaartuigje in zee te <a id="d0e273"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e273">7</a>]</span>springen en tot aan de borst door het woelende water naar het land te waden. Mijn horloge, portefeuille en lucifers, hoewel
+reeds kletsnat, deed ik in mijn zonnehoed, die toen zoo vast mogelijk op het hoofd werd gedrukt. Mijn reisgenoot zorgde voor
+de papieren, in een city-bag geborgen, en ik zelf nam de geldkist voor mijn rekening. In het lauwe water, waarin een aanrollende
+golf mij bijna van de been had gegooid, bleef ik staan, dank zij die zware kist op mijn schouder. Op den tast waadden we in
+het diepe duister verder, tot het droge was bereikt.
+
+</p>
+<p>We lieten onze koelies verder met de bagage scharrelen en gingen, door den zendeling geleid over het onbekende pad, het welkome
+huis tegemoet. De kletsnatte bagage volgde.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-007.jpg" alt="Groote reisprauwen." width="720" height="446"><p class="figureHead">Groote reisprauwen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Na een verkwikkenden slaap deed ik &#8217;s morgens de deuren van mijn slaapkamer open en zag daar het mooiste panorama voor mij
+liggen, dat ik tot dusver in Indi&euml; had gezien. Werkelijk in dit landschap was op dit uur iets liefelijks en stemmingsvols,
+zooals het in het rijzende licht van den jongen dag voor mij lag.
+
+</p>
+<p>Van den heuvel, die den omtrek beheerschte en waarop het huis stond, zag men de oevers van de Kaubaai zich evenwijdig naar
+het Noord-Oosten uitstrekken, tot zij in de verte in den te&ecirc;ren morgennevel verdwenen. Heuvelachtig, dichtbegroeid land, dat
+zich tot lagere bergen ontwikkelde, rees aan den horizon op, waartusschen een wijde waterspiegel blikkerde en glom. Over dit
+landschap welfde zich een transparante atmosfeer van fijngekleurde morgentinten.
+
+</p>
+<p>Kort is in Indi&euml; het weldoende oogenblik van den morgen, als de zonnestralen over de aarde scheren. Snel rijst de zon en brengt
+ons den zomerdag met zijn hitte en steeds weer den zomer en steeds weer de hitte.
+
+</p>
+<p>Deze natuur staat onder een eentoniger licht dan die der noordelijke landen, ook is zij zelve veel eentoniger. Van Padang
+tot Halmaheira doorreisde ik in eenige maanden den Archipel over een afstand van 3600 K.M., gelijk aan dien van de Noordkaap
+tot Athene, en over dien afstand had ik het karakter van het land zich niet merkbaar zien wijzigen, terwijl in elken tijd
+van het jaar het landschap hetzelfde voorkomen heeft.
+
+</p>
+<p>Overal had het donkere zinnobergroen overheerscht; overal hadden de klapperboomen met hun wuivende kruinen, de pisangs met
+hun gladde stille bladeren dezelfde karakteristiek bij de nederzettingen der menschen aan het landschap gegeven; overal had
+dezelfde bergvorm, die van de lange oprijzende lijnen der vulkanen, gedomineerd; nooit hadden de wisselende grootsche vormen
+van een rotsgebergte mijn oog bekoord, overal was hetzelfde vlakke strand, soms van wit soms van donker zand, langs de kusten
+te zien geweest, en over dat alles had steeds, wanneer niet een regenwolk het licht onderschepte, een zon geschenen, die hoog
+uit de lucht haar stralen pardoes naar de aarde zond.
+
+</p>
+<p>Zelden was de natuur liefelijk geweest, zelden grootsch, doch altijd ontzagwekkend, soms angstwekkend door haar macht, die
+nog de macht der menschen overheerschte. Deze natuur maakt ons klein, doch stemt niet bescheiden, gelukkig, noch wijst ten
+<a id="d0e294"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e294">8</a>]</span>hemel en verheft. Het natuurgenot, zooals wij dat kennen, &#8217;t welk ontstaat door de afwisselende pracht der jaargetijden en
+door de sterkere contrasten van kleuren, door fijne en wazige overgangstinten, ontbreekt. Deze altijd gelijke natuurtafereelen
+brengen ons in een droom, in den droom die ligt op de gezichten der inlanders, voor wie een eentonig droomleven gelukzaligheid
+beteekent, van hen, die nooit wisten van den opwekkenden prikkel der noordelijke landen. En zoo ontberen we hier, totdat we
+tenslotte de ontbering niet meer gevoelen, den weldoenden invloed van ontroeringen, die de natuur der gematigde luchtstreek
+ons zoo dikwijls schenkt.
+
+</p>
+<p>In de galerij van zijn huis verscheen de zendeling in het gemakkelijke morgentoilet en noodigde ons aan het ontbijt. Hij was
+alleen, zijn vrouw en kinderen waren om gezondheidsredenen te Ternate achtergebleven, hoe gaarne zij ook naar Pasir Poeti
+waren teruggekeerd, waar zij zich in de eenzaamheid in eigen huis gelukkiger gevoelden, dan in het bedenkelijk slechte hotel,
+dat wij gisteren met vreugde hadden vaarwel gezegd.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-008-1.jpg" alt="Halmaheira. Albino-gezin te Pasir Poeti. (Phot. Baretta)." width="448" height="709"><p class="figureHead">Halmaheira. Albino-gezin te Pasir <span id="d0e302" class="corr" title="Bron: Poetih">Poeti</span>. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Aan tafel gezeten, volgden we naar het gebruik van het huis eerst de morgenwijding, die met bijbellezen begon en eindigde
+met gebed. Tijdens den maaltijd bespraken we onze plannen voor de verdere reis. De hulpvaardige zendeling was genegen ons
+zijn groote prauw met roeiers af te staan, waarin tevens alle bagage kon worden meegenomen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-008-2.jpg" alt="De kerk te Pasir Poeti in aanbouw." width="435" height="319"><p class="figureHead">De kerk te Pasir <span id="d0e315" class="corr" title="Bron: Poetih">Poeti</span> in aanbouw.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De duur van de reis, die nu voor ons lag, zou geheel van een meer of minder gunstigen wind afhangen. De afstand tot Tobelo
+bedroeg nog ruim 100 K.M., die door hem eens bij gunstigen wind in ruim 12 uren was afgelegd, doch waarvoor men meermalen
+met zulk een groote prauw 3 dagen en meer had noodig gehad.
+
+</p>
+<p>Terwijl alles voor ons vertrek werd gereed gemaakt, bezagen we de geheele nederzetting, zooals die hier uit de wildernis door
+den zendeling was te voorschijn geroepen.
+
+</p>
+<p>Een kerk, een school, een timmerwerkplaats en nette huisjes, waarin christen-inlanders woonden, stonden op een uitgezocht
+plekje bijeen als een kostelijk brandpunt van beschaving in de wildernis van de somber stemmende wouden, waarmede het achterland
+was begroeid, en te midden van de lugubere samenleving der primitieve heidensche bevolking. Noode nam ik afscheid van de veilige
+haven, die me zoo kort had geherbergd en van den man, die in zelfverloochenende plichtsbetrachting hier zijn nuttig leven
+sleet.
+
+</p>
+<p>De prauw lag gereed, de bagage was onder het beschuttende dakje gestuwd, waar tevens een veldbed en een matras was gespreid,
+waarop we de eerstvolgende dagen voor een groot gedeelte zouden doorbrengen. Vier roeiers zaten voor en vier achter in de
+prauw. Onder hen was een albino, een man met witte haren, een licht rose huid en lichtschuwe roode oogen. Hij stak onsmakelijk
+af tegen zijn bruine broeders. Met hun gebronsde huid, gaven dezen in hunne naaktheid niet den minsten aanstoot, men went
+daaraan ook als totok spoedig; doch van den anderen met zijn berimpelde lichte huid, die vol wratten zat, zouden we gaan schuwen
+als van een melaatsche.
+
+</p>
+<p>Met hartelijken handdruk namen we afscheid van onzen gastheer; toen dreven we, kalm voortgeroeid in onze hulk, de wijde Kaubaai
+in. De felle zon dwong ons weldra onder het beschuttende afdakje plaats te nemen, waar ik op mijn veldbed onder het zachte
+deinen der boot gelegenheid en rust vond om mij aan correspondentie en lectuur te wijden.
+
+
+<a id="d0e329"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e329">9</a>]</span>
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-009.jpg" alt="&#8217;s Morgens vroeg in een inlandsche kampong op Halmaheira. (Phot. Baretta)." width="720" height="488"><p class="figureHead">&#8217;s Morgens vroeg in een inlandsche kampong op Halmaheira. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Verdiept in een boek, dat me in klein burgerlijke toestanden naar Duitschland verplaatste, was het een vreemde gewaarwording
+eensklaps tot de werkelijkheid om mij heen te worden teruggeroepen en door de groote openingen van de wanden van het afdakje,
+de lichamen der naakte pagaaiende inlanders, het van zonlicht glinsterende water en nog na drie uren Pasir Poeti in de nabijheid
+te zien. Langzaam, heel langzaam gingen we verder, de hitte en de eentonigheid brachten ons dien dag in een dommel, en tijdens
+den koeleren nacht kwam het niet tot een verkwikkenden slaap.
+
+</p>
+<p>Vier en twintig uren hadden we zoo in de prauw doorgebracht, soms eens even naar buiten kijkend, soms ook de roeiers aanmoedigend,
+die tijdens de uren van den nacht, toen de noordenwind dreigde ons weer terug te drijven, het liefst hadden gerust. Dan bliezen
+deze christenen op een groote schelp; een doffe doordringende toon klonk over het water, waarmede zij hoopten de geesten,
+die den tegenwind brachten, gunstiger te stemmen.
+
+</p>
+<p>We voelden ons lusteloos, zwaar in het hoofd en slap, toen we na dat eerste etmaal in Kau aan land stapten en door dik, mul
+zand in een verschrikkelijke hitte tusschen kamponghuisjes naar een kleinen toko gingen om eenige inkoopen te doen. De eigenaar,
+Rompies genaamd, half Chinees half Ternataan, ontving ons met een natuurlijke wellevendheid en een zekere bescheidenheid,
+die al deze menschen eigen is. Ver boven den inlander staande, vormen zij den nuttigen middenstand van kleine tokohouders
+in deze afgelegen streken. Zijn vrouw bracht ons een kop thee, dat kostelijk verkwikte. Zoo verkwikte ons ook een bad, waarvoor
+hij ons de gelegenheid in zijn mandiekamertje aanbood, dat van bamboestijlen en wanden van gedek (platgeslagen bamboe) gemaakt,
+wel zeer primitief, doch voldoende was.
+
+</p>
+<p>Van den eigenaardigen primitieven smaak dezer menschen getuigden de kleurige gladde prenten van vorstelijke personen in uniformen
+met veel rood en veel ordeteekenen, die in het voorgalerijtje hingen en die we later bij deze soort menschen als de gewone
+wand versiering zouden leeren kennen. Zoo hingen hier de keizer van Duitschland, de koningen van Engeland en van Roemeni&euml;
+in schitterende uniformen en ook onze Koningin, omgeven door een apoth&eacute;ose van vlaggen, waarin het felle rood domineerde.
+
+</p>
+<p>Tegen den namiddag kwamen we in Gamlaha, waar we met een tweeden zendeling, den heer Ellen, zouden kennismaken. Het was twee
+uur, het uur van de middagrust, toen we zijn huis naderden, dat aan alle zijden gesloten was. Op een vloer van cement stond,
+aan vier zijden door een breede galerij omgeven, een flink vierkant gebouw voor ons, met vier ramen en een deur aan de frontzijde.
+Het was van ijzerhout en gaba-gaba (de nerf van het blad van den ar&egrave;npalm) wanden gemaakt, en vertoonde zich in zijn bruine
+kleur in goede harmonie met zijn omgeving van donkergroen; stemmiger dan de Europeesche huizen <a id="d0e348"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e348">10</a>]</span>in de grootere plaatsen, die met hun practische witte kleur vaak al te erg vloeken met het donkere bruin en groen, te midden
+waarvan zij zijn geplaatst.
+
+</p>
+<p>Na eenigen tijd drentelen in de voorgalerij kwam een bleeke blonde man uit een der zijgalerijen naar ons toe. Hoewel het bezoek
+van Europeanen hier iets zeer bijzonders moest wezen (later vernamen we dat dit in een vol jaar niet had plaats gehad), scheen
+hij niet in het minst verrast. Hij verzocht ons plaats te nemen en het gesprek begon. Van onze plannen had hij reeds het een
+en ander vernomen, en hij wees ons met voldoening op eenige jonge klapperboomen voor zijn huis, door hemzelven geplant, die
+met zware stammen als ballen uit den grond kwamen. In de nabijheid had hij een klapperaanplant gemaakt, waarvan hij de beste
+verwachtingen koesterde.
+
+</p>
+<p>Terwijl wij praatten en informeerden verscheen zijn vrouw met een blond slank meisje van een jaar of zes aan de hand; een
+zacht, teer kind buiten rumoer en sterke contrasten in de eenzaamheid geboren en opgevoed. Het was een kasplant, die een sterke
+tegenstelling vormde met de wildernis, welke zoo dicht om het huis lag, en toen we later met z&#8217;n beidjes alleen aan het strand
+liepen, alsof we elkaar jaren hadden gekend en mooie schelpen opraapten voor een jongetje ver in Holland, was het mij zonderling
+te moede, hier in deze omgeving dat helblonde babbelende kind naast me te zien.
+
+</p>
+<p>Na de thee wilden we verder, doch de noordenwind stak zoo hard op, dat we eer achter dan vooruit zouden zijn gekomen, zoodat
+we besloten tot den avond te wachten, wanneer de wind zou zijn gaan liggen. We brachten den verderen tijd in het huisgezin
+door en gebruikten er den avondmaaltijd, om tegen tien uur de prauw op te zoeken, die langzaam de baai invoer, terwijl wij
+ter kooi gingen.
+
+</p>
+<p>Toen ik wakker werd was het nog donker en lagen we stil voor Pediwang, een kampong in welker nabijheid een groot vlak terrein
+lag, waarop een concessie was aangevraagd voor de cultuur van klappers. Over de uitvoerbaarheid der ontginning van dit terrein
+hadden we ons oordeel naar Holland te berichten.
+
+</p>
+<p>Pediwang zelf was een oud berucht rooversnest. Het gouvernement had echter een eind gemaakt aan het bedrijf dier kampongbewoners,
+die nu in vreedzame luiheid voortvegeteerden. Het concessieterrein, dat in de nabijheid lag, was 3000 bouws groot en moest
+geheel met oerbosch zijn bezet.
+
+</p>
+<p>Toen het lichter werd, gingen we aan land en verrasten de inwoners bij het krieken van den dag in hun schamele huisjes. Vrouwen
+waren reeds met eenig huiswerk bezig, doch de mannen stapten, met een doek om hun naakte lijf geslagen, welke hen tegen de
+morgen koelte moest beschutten en met een sigaret in den mond, in trotsche houding als pauwen voor hun huisjes op en neer,
+en keken ons onbeschroomd en glimlachend met een aristocratisch nietsdoeners-air aan.
+
+</p>
+<p>Geheel anders dan van den Javaan is de houding van den bewoner dezer streken tegenover den Hollander. Van onderdanigheid tegenover
+hem zag ik nooit een spoor, wel van vrees, vooral bij vrouwen en kinderen, die dikwijls, wanneer ze me later in de alang-alang
+zagen aankomen, ijlings de vlucht zouden nemen.
+
+</p>
+<p>We verlangden den kapala kampong te spreken. Hierop verscheen een inlander met een langen grijzen baard, die zich als zoodanig
+bekend maakte, en wien wij de reden van onze komst mededeelden. We wenschten van hem een geleider, die ons bij de zuidelijke
+grenssteenen van het concessieterrein zou brengen. Het heerschap was, zooals we later vernamen, in zijn jeugd een bekend zeeroover
+geweest, doch nu door het gouvernement op verzoek der bevolking als haar hoofd aangesteld.
+
+</p>
+<p>Het duurde geruimen tijd voor dat iemand verscheen, die genegen was met ons het bosch in te gaan en die de grenssteenen wist
+aan te wijzen. Het werd een lange marsch over een smal paadje het oerwoud in. Het terrein bleek vlak en overal met zwaar hout
+begroeid. Het was er vochtig en koel en het rook er naar vermolmd hout onder het zware bladerendak dier reuzenboomen, waardoor
+nooit een zonnestraaltje tot den bodem kan doordringen. Varens en laag hout stonden aan den voet van dunne en dikke, soms
+metersdikke stammen, waaronder er waren die, naar schatting 40 M. en hooger moesten zijn. Lianen hingen als koorden van de
+hoogste kruinen dier boomen tot den grond en vormden daar, verder slingerend, een net, waarin de voeten telkens verward raakten.
+Ook waren er lianen dik als menschenarmen, die dichter aan den stam naar boven kropen en zich als slangen om zware takken
+kronkelden.
+
+</p>
+<p>Toen de eerste grenssteen was bereikt, een dikke vierkante, met cement bestreken steenen paal, waren we overtuigd een uitmuntend
+terrein voor de klappercultuur voor ons te hebben. De bodem was vlak, de gronde bleek na uitgraving uit poreuze tuf te bestaan
+en was met een dikke humuslaag bedekt, terwijl de regenval tegen de daarachter liggende bergen aanzienlijk moest zijn en twee
+altijd watergevende kali&#8217;s, volgens onze kaart en ook volgens onzen gids, het terrein doorsneden. Alle gunstige factoren voor
+het welslagen der cultuur, wat het terrein betreft, waren hier bijeen.
+
+</p>
+<p>We gingen nog dieper het woud in, op weg naar een volgenden steen. Het werd een eindelooze, eentonige marsch over steeds denzelfden
+vlakken vruchtbaren grond, onder steeds dezelfde hooge boomkruinen, terwijl een hopelooze strijd met lianen was ontstaan,
+die zich om onze beenen kronkelden of ons, als touwen voor de borst gespannen, tegenhielden totdat we besloten terug te keeren.
+
+</p>
+<p>We hadden echter de overtuiging gekregen, dat deze voor de klappercultuur zoo geschikte gronden door hun afgelegen ligging
+nog jarenlang een zwaar oerwoud zouden dragen.
+
+</p>
+<p>Nu kwam voor onze roeiers het zwaarste werk. We waren de Kaubaai uit, maar nog niet onder de beschutting van de meer noordwaarts
+liggende eilanden, zoodat de volle zeedeining nu te trotseeren zou zijn.
+
+</p>
+<p>In de schommelende prauw vervielen we in een loome, lustelooze stemming, nu we daar in de hitte van den dag uitgestrekt lagen;
+als eenig geluid hoorden we het eentonig plassen der pagaaien en het aanmoedigende geroep der roeiers. Tegen den avond bereikte
+ons het heugelijk bericht, dat we nog dezen nacht voor Tobelo zouden aankomen. De beschuttende eilanden waren bereikt, waarna
+het nog een kwestie van 6 uren roeien zou zijn.
+
+</p>
+<p>Ik zette me op het stevige dak der prauw, terwijl <a id="d0e380"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e380">11</a>]</span>rondom ons de avond viel en we dicht langs de kust der eilanden voeren. Inlanders, slechts met den lendengordel om de heupen,
+stonden op de witte strandjes der koraaleilanden en keken ons nieuwsgierig na. Het iets hoogere land achter die strandjes
+was dichtbegroeid met struikgewas en enkele hooge boomen, en cocospalmen wuifden met hun pluimen, waaronder zware vruchtentrossen
+zichtbaar waren, in den zeewind. Hier en daar lag een huisje van atap en bamboe tusschen al dat groen verscholen, en prauwtjes
+lagen teekenachtig op het strand, terwijl in de hooge boomen krijschende witte kakatoes en kleurrijke papegaaien rondvlogen.
+Tusschen de eilanden en ver de zee in waren de lange krullende golven der branding te zien, die op langgestrekte ondiepe koraalbanken
+braken. In de breede straat door het groote vulkanische moeder-eiland (Hale-ma-heira) en de kleine koraaleilanden en banken
+gevormd, dreven we omringd door een wijd panorama. Naar het Oosten de blauwe zee in het avondlicht, met de lange witte rollers,
+waartegen de eilanden met scherpe contouren afstaken. Naar het Westen het groote eiland, als een vastland met zwaar oerwoud
+begroeid, met steeds hooger oploopenden bodem, die in den kam der bergen (300 &agrave; 400 M.) in het Westen culmineerde. Achter
+de scherpe lijn van dien bergkam verdween de ondergaande zon, die zware blauwachtige wolken met helroode randen verlichtte.
+Het was een fantastisch, schouwspel, dat boeide als een suggestieve B&ouml;cklin-fantasie, als een theater-decoratie uit een Wagnerdrama.
+
+</p>
+<p>In het Noord-oosten werd, wanneer geen der eilanden het uitzicht daarheen belemmerde, het eiland Morotai als een berg, die
+in wazige verte was te zien, voor het eerst zichtbaar. Daar lag dan eindelijk in de tastbare werkelijkheid, dat eiland voor
+ons, welks beeld mij de laatste maanden, door het vooruitzicht op zijn grond een eenzaam verblijf van een &agrave; twee jaar in de
+rimboe te moeten doormaken, steeds had achtervolgd.
+
+</p>
+<p>Nog zat ik op het dakje, toen het reeds geheel nacht was geworden en ik hier, onder den evenaar, den noordelijken en zuidelijken
+sterrenhemel met nieuwe en van oudsbekende beelden in volle glorie boven mij zag. Orion, klein, maar des te schitterender,
+hoog in de lucht; de &#8220;drie knoopen&#8221; noemen de inlanders de drie heldere middensterren van de wapenrusting, Cassiopeia, Perseus,
+de Pleiaden, naar welk laatste beeld de Tobeloreezen hun plant- en oogsttijd regelen; ook stonden de Tweelingen hier als een
+groet van huis. Daar, in &#8217;t Zuiden, de slingerende Schorpioen en weer de leuke Kraanvogel, de Zuiderkroon en &#8217;t wonderbaarlijke
+Zuiderkruis, en dwars door al die beelden heen de Melkweg, zoo egaal geplaveid, als ik hem nog slechts in de ijle lucht van
+&#8217;t hooge Zwitsersche bergland had gezien.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Was twaalf uur &#8217;s nachts toen ik op mijn veldbedje uit een lichten sluimer ontwaakte, doordat een ongewoon gedruisch tot
+mijn bewustzijn doordrong. De roeiers roeiden niet meer, zij bewogen zich dooreen en ik hoorde het ploffen van een anker in
+het water. We lagen stil voor Tobelo.
+
+</p>
+<p>Het land lag zwart onder den zachten schijn van het sterrenlicht, waarvan de gladde waterspiegel glom; de beelden in den vroegen
+avond gezien, waren verdwenen of naar het Westen gezonken en door een nieuw heirleger uit het Oosten vervangen. Doodstil was
+het in den nacht. Van het land drong geen geruisch tot ons door en aan boord van de prauw sliepen de roeiers, na het langdurige
+werk, aanstonds in de onmogelijkste en ongemakkelijkste houdingen op de kleinst denkbare plekjes, zooals alleen inlanders
+dat kunnen. De huisjongen zat, met gekruiste beenen, naast zijn korfje met de vies geworden katjes, op hetzelfde plekje te
+slapen, waarop hij nu reeds drie dagen had zitten te soezen. Wijzelven verlangden naar ruimte en beweging en naar een grondige
+reiniging. Voor het laatst kroop ik onder het afdakje, om nog gedurende vijf uren allerlei gedachten en beelden door mijn
+hoofd te laten spoken.
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e390">
+<h3 class="label">Hoofdstuk III.</h3>
+<h3 class="normal">Aankomst te Tobelo. Eerste Werkzaamheden.</h3>
+<p>16 November 1912 was voor het kleine Tobelo een historische dag van den eersten rang, wat in den vroegen morgen van dien dag
+zeker nog door niemand aldaar werd beseft; doch misschien zal eens deze datum hier als het begin van een nieuw tijdperk worden
+herdacht.
+
+</p>
+<p>Nauwelijks was het licht in de lucht of we maakten ons gereed naar den wal te gaan.
+
+</p>
+<p>Van het plaatsje was niets te zien, maar een kleine dam van koraalbrokken, die van het land een eind in de zee was uitgebouwd,
+eenige goedangs (loodsen) van de Paketvaart en de Moluksche Handels-Vennootschap duidden er toch reeds op, dat hier een geregeld
+verkeer moest plaats hebben. Zelfs stond er een lantaarnpaal, waarop een lantaarn, die dezen nacht evenwel niet had gebrand;
+doch wie had in Tobelo kunnen vermoeden, dat het feit van een brandende lantaarn aldaar dezen nacht als een teeken van beschaving
+verbijsterend op een Hollander zou hebben gewerkt.
+
+</p>
+<p>Aan een weg, evenwijdig met het strand, lagen links en rechts de huisjes der kampong. Voor een dier huisjes, door een heg
+van den weg gescheiden, stond een vlaggestok. Juist toen we passeerden verscheen in het kleine voorgalerijtje een Europeaan
+in slaapbroek en kabaai. Het was de civiel-gezaghebber, die belast was met het bestuur over de Oostkust der onderafdeeling
+Noord-Halmaheira en van de daarbij behoorende eilanden.
+
+</p>
+<p>Verster, die reeds op zijn eersten tocht naar hier kennis met hem had gemaakt, stelde mij aan hem voor, en zoo zaten we reeds
+spoedig in het kleine voorgalerijtje op schommelstoelen bijeen.
+
+</p>
+<p>Na de eerste plichtplegingen kwam reeds spoedig het gesprek op het doel onzer reis en de reden onzer komst te Tobelo. Toen
+hij vernam, dat wij van zins waren van het achterliggende land voorloopig een stuk van 1000 bouws uit te zetten, om in concessie
+aan te vragen, was zijn antwoord: &#8220;Onmogelijk!&#8221;
+
+</p>
+<p>Dit was het pijnlijkste oogenblik, dat ik op mijn reis doormaakte; want zouden we hier niet kunnen slagen, dan zag ik het
+doel mijner zending in rook vervliegen. Doch slechts een oogenblik bleef ik onder den indruk van zijn afwijzend antwoord.
+
+</p>
+<p>Op mijn vraag, waarom zulk een aanvrage hier <a id="d0e411"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e411">12</a>]</span>onmogelijk was, kreeg ik ten antwoord, dat hij deze gronden voor de bevolking wenschte gereserveerd te houden voor den aanleg
+van sawah&#8217;s voor de rijstcultuur, die hier nog zeer primitief gedreven werd.
+
+</p>
+<p>Had ik de toestanden en den civiel-gezaghebber te Tobelo toen reeds beter gekend, dan zou er voor mij geen oogenblik van ongerustheid
+zijn geweest. Voor sawah-aanleg was het land niet geschikt en de dunne primitieve bevolking niet rijp, terwijl de civiel-gezaghebber
+zich, gelijk meerdere zijner collega&#8217;s, in de eenzaamheid tot een machthebber had ontwikkeld, met een behoefte aan vertoon
+van gezag, waarop hij geen aanspraak had.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-012-1.jpg" alt="Het huis van den civiel-gezaghebber te Tobelo. (Teekening H. R. Roelfsema)." width="577" height="405"><p class="figureHead">Het huis van den civiel-gezaghebber te Tobelo. (<i>Teekening H. R. Roelfsema</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Uit mijn portefeuille overhandigde ik hem toen een schrijven van zijn chef, den Resident van Ternate, waarin deze ambtenaar
+hem verzocht ons voor het beoogde doel behulpzaam te zijn bij het uitzetten van een concessie-terrein achter Tobelo.
+
+</p>
+<p>Dat hielp; de tegenstand sloeg over in dienstijver en dienstvaardigheid. We werden uitgenoodigd het ontbijt te komen gebruiken,
+wat we met beide handen aannamen. Nog v&oacute;&oacute;r dien waren de plannen voor den dag gemaakt, die daarin bestonden dat we in zijn
+gezelschap den omtrek eerst eens zouden opnemen, om bij benadering een punt van uitgang te bepalen. Ook hier waren indertijd
+reeds eenige grenssteenen in het bosch geplaatst voor een concessie, die, om hare uitgestrektheid, waardoor de bevolking der
+kampong geheel van het achterland zou worden afgesneden, door het gouvernement was geweigerd. We wilden trachten een dezer
+oude grenssteenen op te sporen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-012-2.jpg" alt="Het tijdelijk onderdak bij den civiel-gezaghebber. (Teekening H. R. Roelfsema)." width="576" height="397"><p class="figureHead">Het tijdelijk onderdak bij den civiel-gezaghebber. (<i>Teekening H. R. Roelfsema</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Aan het ontbijt maakten we kennis met twee Indische dames, de jonge vrouw van den civiel-gezaghebber en hare tante, die haar
+pleegmoeder was geweest. Welopgevoed en beschaafd en, zooals Indische dames zijn, gemakkelijk in den omgang, was deze kennismaking
+ons zeer welkom, en gelijk overal de vrouw het verzachtende, gezellige element brengt, dat ons dadelijk thuis doet gevoelen,
+zoo ging het ook hier; aan de keurig verzorgde en goed voorziene tafel kwam, na de onaangenaamheden der prauwreis, een behagelijk
+gevoel van huiselijkheid over ons.
+
+</p>
+<p>Het huisje, in welks achtergalerijtje we daar zaten, was opgetrokken op een vloer van cement, die slechts even hooger lag
+dan de grond van het erf. Op dien vloer stond, van houten stijlen vervaardigd met dwarsbalken van bamboe en hout, het geraamte
+van het huis, waarvan de wanden tusschen die verticale en horizontale stijlen waren ingevuld met de gaba-gaba, de lange, ontbladerde
+hoofdnerf van den ar&egrave;npalm. In diepe breede kerven, in de horizontale dwarsbalken gesneden, worden deze gemiddeld 5 cM. dikke
+nerven, die vooraf op de passende lengte zijn gemaakt, op handige wijze met hunne uiteinden geschoven en wel zoo, dat de concave
+en convexe zijde tegenover elkaar komen, waardoor er, nadat zij goed zijn aangedrukt, een stevige en ondoorzichtige 5 cM.
+dikke wand ontstaat. Wel is zulk een huis met zijn dunne wanden zeer gehoorig, doch overdag zit men er nooit en tegen wind
+en regen is dit bouwmateriaal in dit klimaat zeer voldoende. Met een dak van atap en nog een zoldertje van gaba-gaba krijgt
+men een geriefelijk geheel, waarin men zich in het land van zon en warmte wonderwel thuis voelt.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-013.jpg" alt="De Kapala Kampong. (Phot. Baretta)." width="424" height="720"><p class="figureHead">De Kapala Kampong. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het duurde niet lang of de vrouw des huizes <a id="d0e449"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e449">14</a>]</span>informeerde met belangstelling, waar we gedurende de eerste maanden onzen intrek dachten te nemen. Toen zij vernam, dat wij
+bij een bekenden Chinees alhier, Ong Keng Tjong, wilden trachten een kamer te huren, bood zij aan, wanneer we met weinig tevreden
+zouden zijn, een klein uitbouwtje als bijkantoortje door haar man gebruikt, aan ons als slaapgelegenheid af te staan, terwijl
+we ons verder als huisgenoot zouden kunnen beschouwen.
+
+</p>
+<p>Hier ontmoetten we de oude hooggeroemde Indische hulpvaardigheid, waarvan we dankbaar gebruik maakten. Zoo kort aan land en
+reeds zooveel hulp en tegemoetkoming, deed het beste verwachten, en welgemoed zag ik dien morgen onze toekomst in.
+
+</p>
+<p>Na het ontbijt gingen we, begeleid door den civielgezaghebber en den kapala-kampong, die ons den weg in het woud zou wijzen,
+met eenige Tobeloreezen, gewapend met parangs (lange hakmessen), op stap om de eerste verkenning te doen.
+
+</p>
+<p>De huisjongen zou intusschen voor de aankomst der bagage en voor de inrichting der slaapgelegenheid zorgen, alwaar juist ruimte
+genoeg zou zijn voor het opslaan der beide veldbedjes en het plaatsen der koffers.
+
+</p>
+<p>We gingen den breeden weg van hedenmorgen verder, die door de kampong evenwijdig aan het strand liep. Nette huisjes en miniatuur
+toko&#8217;s van hout en gaba-gaba opgetrokken, waarin Ternatanen en Chineezen hun handel dreven, lagen aan weerzijden; we passeerden
+een pasar, waar veel inlanders, mannen en vrouwen, kochten en verkochten en ons in &#8217;t voorbijgaan nieuwsgierig aankeken. Na
+een brugje over een kali te zijn gepasseerd, zagen we links van den weg een laan van galalaboomen met geelgevlekte groene
+bladeren, aan welker einde een huis lag dat zeer groot scheen te zijn; het was het huis van den oudsten zendeling. Iets verder
+passeerden we weer een dergelijke woning, waar de jongste zendeling, de directeur van de kweekschool voor goeroes (inlandsche
+godsdienstonderwijzers) woonde. Daarna stonden er nog slechts de huisjes der oorspronkelijke bewoners, de Tobeloreezen. Deze
+menschen waren, ondanks een 16-jarige vestiging der Zending in hunne nabijheid, nog steeds heidenen gebleven, wat aan hun
+kleeding en ook aan hun huisjes aanstonds was te zien.
+
+</p>
+<p>De christen-inlander kleedt zich niet meer alleen met den lendengordel, doch draagt steeds een wit of gestreept baadje en
+een gekleurde katoenen broek, terwijl hij den hoofddoek heeft afgeschaft. Zijn huisje bestaat uit een paar kamertjes met vensters
+en een kleine voorgalerij over de gansche breedte van het huis, terwijl de heiden hier nog meest in zijn donker achthoekig
+huisje met hoog dak, dat aan alle zijden uitsteekt, woont. Onder het vooruitstekende dak voor zulk een huisje kan men steeds
+een of meer bewoners op lange rustbanken zien zitten of languit voor het donkere van het inwendige zien liggen, terwijl zij
+daar slapen of soezen.
+
+</p>
+<p>De weg werd smaller en bleek steeds minder begaan; links en rechts wisselden klapperaanplantingen van Chineezen met huisjes
+en wilden groei van allerlei geboomte.
+
+</p>
+<p>Steeds waren we de kustlijn gevolgd, een plek zoekende van waar we, zonder veel tuinen der bevolking te snijden, in het binnenland
+konden dringen. Het lag in mijn bedoeling een gedeelte van het concessieterrein aan de zee te laten grenzen, om zoodoende
+steeds van een geheel vrijen weg daarheen verzekerd te zijn.
+
+</p>
+<p>Het punt, dat we zochten, was na een half uur bereikt. Rechts de zee, links opgeschoten hout en glagah. Van hieruit drongen
+we het binnenland in, voorafgegaan door de mannen met de parangs. Na een dicht warnet van glagah, een plant die zich om alles
+slingert wat in haar bereik komt, waarbij zij moeilijk doordringbare hagen vormt, bereikten we de djoeram&eacute;&#8217;s (tuinen der inlanders),
+waar alang-alang, afgewisseld met aanplantingen van rijst en mais, in groote velden manshoog stond. De geheele woudrand bleek
+hier door een breede strook van tuinen van de kust te zijn gescheiden. Overal staken pisangs, papaja&#8217;s en nangkaboomen uit,
+en daartusschen stonden de huisjes der menschen. Uiterst schamele primitieve huisjes, die somtijds uit niets meer bestonden
+dan uit een dakje van atap op een paar stijlen, waarbij de wanden geheel of gedeeltelijk ontbraken; daaronder een rust- of
+slaapbank waarop menschen en kinderen in luiheid neerlagen, de laatsten somtijds erg geplaagd door vliegen, die op hun vuile
+zweren aasden. Opmerkelijk was het verschil tusschen deze menschen en hunne woningen met die welke dichter aan de kust waren
+gelegen. Ze schenen hier tot de paupers onder hun rasgenooten te behooren. Doch met dezelfde vrijmoedigheid werden we hier
+door de mannen aangekeken en ontvangen; de vrouwen en meisjes echter zag ik bij onze nadering soms vluchten of wegkruipen
+en de kinderen toonden hun vrees door angstige huilende gezichten. Gladakkers, de ellendige vermagerde honden in Indi&euml;, hongerige
+scharminkels, die elke menschelijke zorg van hun inlandsche meesters ontbeerden, blaften en jankten benauwd en renden weg
+of verscholen zich achter hun baas.
+
+</p>
+<p>Zoo bereikten we de grens van het woud. Eerst hier zou een terrein op groote schaal kunnen worden uitgezet, want de bevolking,
+gehecht aan haar bezit en wantrouwend tegenover den Europeaan, had nog nooit veel neiging getoond het door haar ontgonnen
+terrein aan Europeesche liefhebbers tegen betaling af te staan, doch ook hierin zou eenmaal wel verandering komen.
+
+</p>
+<p>Dank zij den kapala-kampong en de ons begeleidende Tobeloreezen vonden we in het woud een der grenssteenen, die we zochten.
+Van hieruit begon het interessante werk om het beste stuk uit te zoeken.
+
+</p>
+<p>Het duurt echter geruimen tijd, alvorens men in zulk een oerwoud, waar dikke en dunne stammen en struikgewas elk overzicht
+beletten, is geori&euml;nteerd. Toen we dien eersten dag laat tegen den middag huiswaarts keerden en in de gloeiende zon over de
+smalle paadjes tusschen de heete alang-alang liepen, was het me niet duidelijk, hoe hier ooit een overzicht te zullen krijgen.
+Na maanden echter voelde ik me er even vertrouwd als in het open veld, en leerde ik de rintissen en voetpaadjes en de kronkelingen
+der kali even goed kennen als de straten van mijn geboortestad.
+
+</p>
+<p>Elken dag trokken we nu met een colonne werkvolk, <a id="d0e475"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e475">15</a>]</span>die zeer in aantal wisselde en soms tot dertig man aangroeide, soms tot vijf &agrave; zes slonk, bij het krieken van den dag door
+met dauw bevochte alang-alangvelden naar het bosch, waar dan gehakt, gegraven en onderzocht werd. De bodem bleek te bestaan
+uit verweerde vulkanische stoffen, de tuf. Deze poreuze gronden, door het zware eeuwenoude woud met een dikke laag humus bedekt,
+waren wel tot de vruchtbaarste en meest geschikte voor de klappercultuur te rekenen. Zoo gingen we hier met ijver verder en
+zouden in elk opzicht met de bereikte resultaten tevreden zijn geweest, wanneer we niet dag aan dag geplaagd werden door de
+onzekerheid omtrent het werkvolk, dat steeds met moeite mee te krijgen was. Het bracht Verster soms tot wanhoop, die, gedrukt
+door de verantwoordelijkheid welke hij in Holland op zich had genomen, liefst een honderdtal tegelijk had zien opkomen. Zonder
+de hulp van den civiel-gezaghebber, die de menschen herhaaldelijk tot werken aanspoorde, zou het er echter nog droeviger mee
+gesteld zijn geweest. Voor een geregelde ontginning zou de komst der contract-koelies moeten worden afgewacht.
+
+</p>
+<p>Een bezoek aan de zendelingen gebracht, had tot resultaat, dat door den invloed van den oudsten de bewoners van de nabijgelegen
+kampong Pitoe genegen bleken te zijn, tegen ruime betaling een tweetal groote koelieloodsen op een door ons aan te wijzen
+terrein te bouwen; en hiermede was dan een aanvang gemaakt met de prille jeugd eener cultuur-onderneming.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Het was juist een week na onze aankomst te Tobelo, dat ik me weer op zee bevond en nu in de gouvernementsmotorboot op weg
+naar het eiland Morotai, dat van Tobelo uit op een afstand van ruim 40 K.M. over de zee was te zien.
+
+</p>
+<p>De civiel-gezaghebber had mij uitgenoodigd, hem op een driedaagschen inspectietocht daarheen te vergezellen, waarbij mij dan
+de gelegenheid geboden werd iets van dat eiland van meer nabij te leeren kennen en tevens om een klapperaanplant van 7000
+boomen op twee der kleine koraaleilanden, die voor de Westkust van Morotai lagen, in oogenschouw te nemen. Deze beide eilandjes,
+Dodola-Besar (groot) en Dodola-Ketjil (klein) zouden, als zijnde ons eigendom, te zamen met het nieuw aangevraagde terrein
+te Tobelo in exploitatie worden genomen.
+
+</p>
+<p>In mijn dagboek vind ik over deze reis het volgende:
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>23 November 1912. Half zeven vertrek uit Tobelo. Aan boord de civiel-gezaghebber en mijn persoon, een Madoereesche motorist
+en tevens stuurman, benevens een gevangene als matroos. De zee is hol, er staat een sterke bries, zoodat de boot geducht schommelt.
+Er worden vischlijnen uitgegooid, waaraan zware haken met kunstaas, een vischje gesneden uit lichtgekleurden boombast.
+
+</p>
+<p>Om half negen komt Mitita in &#8217;t zicht, een laag eiland, als voortzetting van de zuid-westelijke landpunt van Morotai. Om elf
+uur liggen we voor die landpunt.
+
+</p>
+<p>Eindelijk heb ik dan de eenzame plek bereikt, waar ik volgens de plannen uit Holland met een vestiging had moeten beginnen.
+Deze landpunt is een uitbouw van koraal aan het eiland, waarschijnlijk een opgeheven zeebodem, geheel met zwaar hout bedekt.
+Morotai daarachter, heuvel na heuvel tot den top der hoogste bergreeks zwaar begroeid. Geen mensch, geen huis, geen prauw
+is op het vele kilometers lange strand tot aan de onbewoonbare rizophorenkust in het noorden te bekennen. De zee is ook verlaten.
+Welke plannen hebben er over eene ontginning aan deze verlaten kuststrook gespookt in het hoofd van den man, die gedurende
+3 jaren civiel-gezaghebber van Noord-Oost-Halmaheira was?
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-015.jpg" alt="Heidensche Alfoer van Halmaheira." width="310" height="720"><p class="figureHead">Heidensche Alfoer van Halmaheira.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Er blijft me hier, met de tastbare werkelijkheid voor oogen, niet veel over dan mijn schouders op te halen en eens over mezelf
+en anderen te glimlachen.
+
+</p>
+<p>De zee is spiegelglad tusschen Morotai en de kleine koraaleilanden voor de kust. We passeeren Kokoja, dan Dodola-Ketjil en
+Dodola-Besar. We kunnen de klapperaanplantingen zien. Door het heldere, stille water nemen we op den bodem in allerlei kleurschakeeringen
+<a id="d0e504"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e504">16</a>]</span>en vormen de bouwwerken der koraaldiertjes waar. &#8217;t Zijn de zoogenaamde zeetuinen. Door een hevigen ruk aan een der vischlijnen
+breekt de verklikker (een dun touwtje, waarmee de lijn een eindje is opgebonden). Ver achter ons zien we telkens opspattend
+water, veroorzaakt door een spartelenden visch, die in snelle vaart door de motorboot wordt meegetrokken. De beide inlanders
+palmen dol van vreugde de lijn snel in. Nu de vangst dicht bij de boot is gekomen werpt de inlandsche matroos zijn drietand,
+waarmee hij den zwaren visch binnenboord tilt. &#8217;t Is een tjankalang, slank als een schelvisch. Een oogenblik later breekt
+er weer een verklikker. Nu is &#8217;t een bobara, een korte, dikke visch met een rooden buik. Telkens breekt er nu een verklikker
+en telkens is er gejuich aan boord, de inlanders gillen van de pret.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-016.jpg" alt="Christenonderwijzer op Halmaheira met vrouw en kind voor zijn woning. (Phot. Baretta)." width="720" height="507"><p class="figureHead">Christenonderwijzer op Halmaheira met vrouw en kind voor zijn woning. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het eene koraaleilandje na het andere, met namen als Ng&egrave;le-Ng&egrave;le of Gal&egrave;-Gal&egrave;, wordt gepasseerd, allen vol klapperboomen.
+Riffen en ondiepten. Half drie te Wayaboela, de eenige kampong van belang op het 60 K.M. lange en 30 K.M. breede Morotai.
+Hier zullen we den nacht doorbrengen. De Sangadji, het inlandsche hoofd, door het gouvernement aangesteld, komt ons op de
+wankele pier tegemoet. We nemen onzen intrek in het posthuis.
+
+</p>
+<p>Kennismaking met den heer A. van Renesse van Duivenbode. Een der leden van de groote familie van dien naam, waarvan de overgrootvader
+ruim honderd jaren geleden naar de Molukken kwam. Hij, hoezeer <span id="d0e518" class="corr" title="Bron: verinlandsch">verinlandscht</span>, is toch man van eenige ontwikkeling en met het aangeboren welopgevoede van den kleurling. Zijn woning is het huis van een
+inlander, gemeubeld met eenige stoelen, een tafel en een paar kasten uit de dagen van de Compagnie. Een Indische rommel. Hij
+toont me waardevolle schilden van reusachtige schildpadden, en eenige mooie exemplaren van takkenkoraal, een algensoort, die
+men hier aan den bodem der zee vindt vastgegroeid en achabach&eacute; noemt.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds in het posthuis muziek van de <span id="d0e523" class="corr" title="Bron: gramophoon">grammophoon</span> van Renesse. Een serie van de meest banale liedjes. Groote toeloop van inlanders.
+
+</p>
+<p>Op verzoek van den civiel-gezaghebber wordt de tjakal&eacute;l&eacute; gedanst. Een weinig wilde krijgsdans, waarbij wat met speren en schilden
+(de salawako&#8217;s) wordt gezwaaid. Men slaat er bij op de tifa, een soort trom, in een eentonige, meer of minder snelle cadans.
+En tevens wordt hierbij gespeeld het spelletje van het touwtrekken, wela wela genoemd, waarbij aan het eene eind van het touw
+zich jonge mannen scharen aan het andere eind slechts jonge meisjes. Terwijl zij elkaar nu minder eerbare liedjes toezingen,
+wiegen zij met hun lichamen heen en weer, om somtijds, na afloop, twee aan twee in de wouden te verdwijnen. Zulke spelen zijn
+een doorn in het oog van den zendeling. De heidensche Alfoer stoort zich hieraan echter niet.
+
+<a id="d0e528"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e528">17</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-017.jpg" alt="Touwtrekken op Morotai. (Phot. Baretta)." width="720" height="465"><p class="figureHead">Touwtrekken op Morotai. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>29 Nov. 1912. &#8217;s Morgens met Renesse op de wilde varkensjacht. &#8217;t Wild breekt onverwacht en ongezien tusschen ons door. &#8217;s
+Middags vermoeid. Alleen onder het galerijtje van het posthuis. Lezende, teekenende en droomende, gaat de middag voorbij.
+Gevoelens van verlatenheid in dit onbekende verre uithoekje der wereld. Hoe kom ik hier verdwaald? Verdiept geweest in Vosmaer&#8217;s
+&#8220;Amazone&#8221;. Tegenstelling tusschen de uitingen van dien toegespitsten, verfijnden geest en de wereld die mij omringt. Zou ooit
+dit boek in zulk een omgeving gelezen zijn? Het verre uitzicht over zee is een troost. Bij het avondlicht wordt de motorboot
+zichtbaar, waarmede de civiel-gezaghebber en Renesse van een tocht naar een der koraaleilandjes terugkomen.
+
+</p>
+<p>&#8217;s Avonds weer de tjakal&eacute;l&eacute;, waarvoor ik me interesseeren moet, en weer draait de grammophoon haar tingel-tangelliedjes af.
+Een kersversche Hollander vindt dat inlandsche gedoe sinister en zoo ver van hem af. Nog meer sinister vindt hij den vulgairen
+smaak van zijn gezelschap, en hij gevoelt zich nog eenzamer dan tijdens het alleenzijn. In het vuile slaapkamertje van het
+posthuis, verlicht door een petroleumlampje, is mij dan eindelijk de rust op mijn veldbedje recht welkom.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>25 Nov. 1912. Vertrek om 6 uur &#8217;s morgens van Wayaboela. Renesse gaat mee naar Tobelo. Een kist eetbare vogelnestjes aan boord,
+door inlanders in grotten aan de kust bijeenverzameld voor de soepjes van Chineesche lekkerbekken.
+
+</p>
+<p>Bezoek aan de Dodola&#8217;s. Landing zeer moeilijk door de vele riffen. Mooie klapperaanplanting, oorspronkelijk door Renesse geplant.
+Men is hier met vijf man onder een mandoer bezig de tuinen van onkruid en jongen opslag te bevrijden. Zacht glooiende strandjes
+en landpunten van wit koraalzand rondom de eilanden. De beide eilandjes zijn bij laag water door een droogloopende bank van
+dat zand, helwit in het felle zonlicht, verbonden. Schilderachtige inhammen en baaien. Veel muskieten en een ondragelijke
+hitte. Het moet op deze kleine eilandjes veel heeter zijn dan op de grootere eilanden, waar de bergen voor afkoelende luchtstroomingen
+en grooteren regenval zorgen. Na bezichtiging en instructies aan den mandoer terugreis over een zee zoo spiegelglad, dat ik
+den indruk krijg over een ijsvlakte te varen.
+
+</p>
+<p>Terugkomst in Tobelo. Verster klaagt over de slechte opkomst van werkvolk tijdens de afwezigheid van den civiel-gezaghebber.
+Als reden, dat ze niet meer werken wilden, hadden ze opgegeven dat ze zoo moe waren van de vorige dagen.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>De tobberijen met het werkvolk bleven aanhouden en alle maatregelen en alle moeite om eene eenigszins geregelde opkomst te
+verzekeren, waren vruchteloos. Daarbij kwam nog, dat de Paketvaartboot van Java, die eens per maand Tobelo aandeed en die
+ons berichten en goederen uit de beschaafde wereld zou brengen, 6 dagen over haar tijd binnenviel en <a id="d0e553"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e553">18</a>]</span>de vele bagage, die we op Ternate hadden achtergelaten, aldaar had laten staan. Zoo bleven we, tenminste weer voor een maand
+zonder boekhouding, zonder bijlen en parangs enz., i. e. w. zonder het allernoodzakelijkste om te regelen en op te schieten.
+
+</p>
+<p>Aan boord raakte ik met eenige heeren in gesprek, die jarenlang in deze streken, en niet zonder succes, handel dreven en die
+belangen hadden bij de cultures. Hun conclusies na veel ervaringen waren (volgens aanteekening in mijn dagboek): &#8220;Men komt
+hier verder met pessimisme dan met optimisme. Ik heb dat zelf ondervonden. Vroeger was ik namelijk ook optimist&#8221;, en de ander,
+die met vreemd werkvolk bezig was een klapperaanplant aan te leggen: &#8220;Men kan niet met de menschen uit deze streken werken.
+Werken ze twee dagen dan luieren ze er zeven.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hoe anders en hoeveel nuchterder en dichter bij de werkelijkheid klonk dit dan de adviezen in Holland van onzen raadsman ontvangen.
+Echter zou later, tot niet gering voordeel, blijken, dat werkvolk, geworven in andere naburige residenties, z.g.n. contract-koelies
+of contractanten, hier belangrijk goedkooper te krijgen was dan overal elders in den Archipel.
+
+</p>
+<p>Hoezeer de Hollanders in Indi&euml;, met hun energie uit de gematigde luchtstreek meegebracht, ook het geheele maatschappelijke
+raderwerk in gang zetten en door hun stuwkracht in gang houden, zoodat alles wat heele of halve bruine broeder is wordt meegesleept,
+toch gevoelde ik dat deze energie op de inerte massa dezer bevolking voorloopig nog, ook met de grootste krachtsinspanning,
+vergeefsch zou zijn.
+
+</p>
+<p>Zoo vind ik nog in mijn dagboek: &#8220;Reeds vijf dagen zoekt Mainaky, inwoner van de kampong Tobelo en handelaar, een prauw en
+drie mannen om hem naar Morotai te brengen. Ieder weigert uit luiheid.&#8221; En nog dit curieuze staaltje, als bewijs van de goedmoedigheid
+die hier nog heerschte: &#8220;Een pradjoerit, inlandsche politieagent, die de kunst van haarknippen verstaat en als zoodanig door
+ons wordt ontboden, laat melden, dat hij momenteel te dronken is van het sagoweergebruik om dit te kunnen doen. Morgenochtend
+zal hij geen sagoweer drinken en is dan bereid ons van dienst te zijn. De man is notabene tevens cipier van de gevangenis.
+Hij zit gewoonlijk als beste maatjes met zijn gevangenen op een bank voor het huisje dat de gevangenis moet verbeelden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ondanks den aard der bevolking slaagden we er in, de grenzen van een mooi terrein van 1000 bouws nauwkeurig af te zetten en
+in kaart te brengen. Het lag geheel in het oerbosch, waarvan een breede weg over vlak terrein tot het strand werd gemaakt.
+Bij de duizenden bouws vruchtbare gronden, die hier nog onaangetast lagen, bleek het niet noodig voorloopig de hand op meer
+te leggen. Nu we zoo ver waren gekomen, werd het noodig, dat ik mij naar Ternate begaf ter regeling van verschillende zaken
+met het Residentiekantoor en voor verdere belangen. Juist een maand na onze aankomst te Tobelo, bood zich een welkome gelegenheid
+aan, om mij daarheen te begeven. De kleine gouvernementsstoomer &#8220;Nora&#8221; had, op de reede van Tobelo, het anker laten vallen
+met bestemming naar Ternate.
+
+</p>
+<p>Het is in streken met slechte verkeersmiddelen als deze, aan particulieren, na verkregen verlof van de autoriteiten, geoorloofd
+van de regeeringsvaartuigen gebruik te maken. Zoo greep ik deze gelegenheid dankbaar aan, daar de Paketboot, op haar reis
+naar Nieuw-Guinea, eerst na 14 dagen zou terugkeeren en naar Ternate stoomen.
+
+</p>
+<p>Verster zou tijdens mijn afwezigheid te Tobelo blijven en intusschen trachten, zooveel mogelijk met het werk op te schieten.
+Nog aan boord van de Nora deelde hij mij zeer ontmoedigd mede, dat zich dien morgen, ondanks al zijn moeite, slechts vier
+man op het werk hadden gemeld.
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e569">
+<h3 class="label">Hoofdstuk IV.</h3>
+<h3 class="normal">Terug naar Ternate.</h3>
+<p>Het vooruitzicht om als eenig Europeaan een kalme 24 uren aan boord van het bootje te zullen doorbrengen, was me niet onaangenaam.
+Op een gemakkelijke bank op de brug gezeten, waar de inlandsche kapitein naast den roerganger aan het stuurrad stond, tuurde
+ik over de zee en langs de lange kust, die zich aan bakboord naar het Noorden uitstrekte. De overgang van het dagelijksch
+verblijf in het schemerlicht en het beperkte uitzicht van het oerwoud, van &#8217;t meten en roepen en draven door versch geslagen
+rintissen, waar men telkens strompelde over boomstronken en wortels, in gezelschap van halfnaakte kerels, naar het volle licht
+aan boord, met het verre uitzicht en de frissche zeelucht, gevoegd bij de comfortable netheid der inrichting van het scheepje,
+was zoo allerkostelijkst, dat ik me eerst eens onverdeeld aan die indrukken overgaf.
+
+</p>
+<p>We zouden om de noordpunt van Halmaheira varen en den nacht in een beschutte baai van de Loloda-eilanden voor anker gaan,
+om den dageraad van den volgenden dag af te wachten, daar strenge orders den kapitein verboden zich &#8217;s nachts met het kleine
+vaartuig op zee te wagen.
+
+</p>
+<p>Nog in ander opzicht was het me niet onwelkom, de sfeer van Tobelo voor korten tijd vaarwel te kunnen zeggen. Zooals op zoovele
+buitenposten, waar weinig Europeanen te zamen zijn, heerschte ook hier een atmosfeer van spanning tusschen de families der
+blanken, die op den duur onhoudbaar moest worden. Tusschen het huis van den civiel-gezaghebber en dat van den oudste der zendelingen
+was een wrijving ontstaan, die zich uitte in wederzijdsche tegenwerking en een drukke, onverkwikkelijke correspondentie, die
+den onstuimigen bestuursambtenaar tot het uiterste prikkelden en hem meer dan eens den uitroep ontlokte: &#8220;Hij of ik! maar
+een van ons beiden moet hier weg!&#8221;
+
+</p>
+<p>Het kostte den onpartijdigen toeschouwer, die uit den aard der zaak met beide families veel verkeerde en die met geen van
+beiden in onmin wenschte te leven, heel wat zelfbeheersching om tusschen dien strijd van inzichten, belangen en beuzelingen
+door te zeilen.
+
+</p>
+<p>Waar de voorwaarden voor een wrijving tusschen twee uiteenloopende en zoo dicht bijeen wonende families, in die mate aanwezig
+waren als hier, daar had het <a id="d0e584"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e584">19</a>]</span>uitbreken van den strijd slechts op de onbeduidendste aanleiding gewacht. Het uitblijven van een tegenbezoek, dat de dames
+van den civiel-gezaghebber van de vrouw van den zendeling verwachtten, was indertijd voldoende geweest om een klove te doen
+ontstaan, die nu niet meer te overbruggen was.
+
+</p>
+<p>Hoe dan ook, de conversatie te Tobelo had er dikwijls een minder aangenaam karakter door gekregen, en zoo was ik dubbel verheugd
+voor korten tijd de menschen en hun eindeloos gekibbel vaarwel te kunnen zeggen en mij ongestoord aan de natuur te kunnen
+overgeven. Een lang ontbeerde rust kwam over me, toen ik daar op de brug, naast de twee rustige inlanders, langzaam voorbij
+den oever gleed, waar de huisjes van Tobelo onder het zware groen nauwelijks te ontdekken waren. Verder varende, zwierf mijn
+blik over de eindelooze zee, langs de dichtbegroeide kust en over het onherbergzame, bergachtige binnenland van Halmaheira.
+
+</p>
+<p>Morotai had met zijn bergen schemerachtig in de verte gelegen, doch werd steeds duidelijker, nu we de zee&euml;ngte naderden en
+de geheel open zee voor den boeg lag, die met een geweldige branding op de sombere noordpunt van Halmaheira beukte. De kust
+werd hier kaler en was steil en zonder strand. De boomen, die er stonden, waren verwaaid met afgeknotte kruinen, en beroofd
+van takken door de felle noordenwinden, die zoo dikwijls op deze kust stonden.
+
+</p>
+<p>Het is een bekend feit, dat de kracht der winden en hun richting in den geheelen Archipel zeer onderhevig zijn aan den invloed
+van de verdeeling van land en water. In de zeegaten kan het hard tochten en op de binnenzee&euml;n kan een volle bries staan, terwijl
+aan land nauwelijks wind te bespeuren valt. Zoo ook hier. De Nora, eerst zoo kalm, begon nu in het ruime sop op en neer te
+dansen dat het een aard had. Bij zulk een bries kan men op de Indische wateren toch nacht en dag, desnoods alleen in pyjama
+gekleed, aan dek blijven zitten zonder een oogenblik bevreesd te zijn voor te groote afkoeling. De kostelijke verfrissching,
+die men dan in de gelegenheid is op te doen, staalt opnieuw de door de hitte slap geworden zenuwen en spieren, en door de
+dunne kleeren neemt het geheele lichaam aan het opwekkende luchtbad deel.
+
+</p>
+<p>Het was reeds tegen den avond toen we de beschuttende baai van een der Loloda-eilanden invoeren en in doodstil water voor
+anker gingen liggen, om bij het krieken van den dag de reis voort te kunnen zetten. Toen het donker werd schitterden lichtjes
+tusschen de boomen op het strand. Zij kwamen van een kampement van houthakkers, Sangireezen en Talauters, die hier met hun
+korte zware bijlen de dikke harde ebbenhoutboomen omhakten en kloofden, en gereedmaakten ter verzending naar Europa.
+
+</p>
+<p>De nachtzang van insecten, die uit de wouden rondom de baai tot ons doordrong, zong me in slaap en duurde den ganschen nacht
+door, ja was nog niet geheel verstomd, toen ik, op mijn kooi in het geriefelijke dek-kajuitje, reeds werd gewekt door het
+lawaai der voorbereidende maatregelen voor ons vertrek.
+
+</p>
+<p>Reeds, toen het nog volop nacht was, was ik weer aan dek. Nog lagen de oevers van het eiland in het pikdonker en glom de zee
+en schitterden de sterren en straalden de lichten aan boord hun bundels de duisternis in, doch elk oogenblik kon de dag worden
+verwacht. &#8217;t Vooruitzicht het zonlicht te zien rijzen op dezen morgen van alleenzijn, zonder &#8217;t praten en &#8217;t willen van menschen
+om mij heen, deed me in stijgende blijdschap de dingen die komen zouden afwachten en meeleven.
+
+</p>
+<p>Een nauw verbleeken van den donkeren wand aan de oosterkim&#8212;en de ankerkettingen ratelden reeds en de schroef sloeg het stille
+water bruisend onder de achterplecht weg. Het schip kwam in beweging, draaide zijn kop naar den uitgang der baai, den kant
+naar de zee op.
+
+</p>
+<p>Daar zag ik het krieken van den morgenstond uit Vondel&#8217;s Palamedes voor me; de sterren vluchtten en de Titaan rees.
+
+
+</p>
+<div class="&#xA; poem&#xA; ">
+<p class="line" style=""><span>Het dun gezaeit gestarnt verschiet
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Zijn&#8217; glans, en gloeit zoo vierigh niet.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>De schaduwe is aen &#8217;t overleenen.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>De morgenstar drijft voor zich heenen
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>De benden van het hemelsch heir.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>De voerman van den grooten Beir,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Op dat hij zijne beurt verwissel&#8217;,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Vlught heen met omghekeerden dissel.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>De gouden Titan rijst alree
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Met blaeuwe paerden uit der zee.</span></p>
+</div>
+<p>Helios, de zonnegod, rees, vierigher dan Vondel hem ooit had mogen zien rijzen en sneller ook. De kleuren en kleurschakeeringen,
+van violet tot goud-geel, in het wazige van de onderlucht en aan de randen van wolken en wolkjes, wisselden onophoudelijk
+tot dat &eacute;&eacute;n licht alles overstraalde. Toen losten de nevels, die over het land en hier en daar over de zee hingen, zich op
+en rafelden uiteen, en spoedig schitterde en tintelde en blonk alles zoo van licht, dat men beschutting moest zoeken tegen
+den al te fellen gloed.
+
+</p>
+<p>Aan de steile, hier bijna onbewoonde kust van Halmaheira, die we steeds aan bakboord hielden, terwijl wij nu naar het Zuiden
+koersten, was een zendingspost gevestigd. Na lang zoeken werd het dak van het eenzame huis gevonden, dat aan een kleine baai
+gelegen, soms maandenlang geheel van de buitenwereld was afgesloten. De branding door de aanhoudende noordenwinden veroorzaakt,
+stond dan zoo hevig op de kust, dat geen prauw het waagde haar te naderen, terwijl van de landzijde de communicatie met het
+binnenland zoo goed als onmogelijk was. Voor een zendingspost leek deze plek, die men Doroem&eacute; had gedoopt, wel zeer slecht
+uitgekozen, doch de zendeling zelf scheen er anders over te denken.
+
+</p>
+<p>Na de koffie en het ontbijt zocht ik mijn plaats weer op naast den kalmen kapitein op de brug. Hij wees me op een groote zeekaart
+eenige interessante punten en moeilijke passages, doch van een geregeld gesprek kon niet veel komen, daar ik het Maleisch,
+het Volapuk van den Archipel, nog niet voldoende machtig was.
+
+</p>
+<p>Goed beveiligd tegen de stralen der zon, nam ik mijn boek en was spoedig verdiept in Haagsche toestanden <a id="d0e631"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e631">20</a>]</span>en las van menschen, die aan nevrose leden, die met hun vezel-fijne zenuwen voorbeschikt waren aan levenssmart en levensweemoed
+te gronde te gaan. Opziende zag ik dan de woeste kust van het eiland en voelde me als vaneengereten door de uitersten die
+op mij afkwamen, en ik vroeg mij af, of ik wel goed deed onder deze omstandigheden boeken onzer overbeschaving te lezen, waarbij
+ik Holland weer zoo duidelijk voor me zag, en waarbij verlangens wakker werden, die den geest te zwak maakten tegenover de
+woeste natuur en de menschen, die mij omringden.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-020.jpg" alt="Vogelnestgrot te Rau bij Morotai. (Phot. Baretta)." width="720" height="477"><p class="figureHead">Vogelnestgrot te Rau bij Morotai. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Zag ik het fijne, wisselende mooi van &#8217;t Hollandsche landschap in gedachten voor me en dan opziende deze omgeving, dan ging
+er een siddering van verlangen door mij heen, en weemoed en heimwee overvielen me. Dacht ik aan den strijd met menschen, die
+mij in mijn kwetsbare positie te wachten stond en dien ik voelde komen, dan had ik wel de neiging om, zoo niet het brute naar
+buiten te keeren, dan toch in elk geval het fijnere gevoelsleven niet te zeer te laten spreken. Doch een neiging tot humor
+overstemde die vrees, en met een glimlach, die onwilkeurig opkwam, herstelde ik mijn zelfvertrouwen en durf, om met die grootere
+gevoeligheid, te zamen met den breederen kijk, menschen en dingen onbevreesd tegemoet te gaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;<span lang="de">Die Menschen f&uuml;rchtet nur, wer sie nicht kennt</span>&#8221;. Welaan, kende ik ze niet en zag ik ze niet aan hun ondeugden en hartstochten, als harlekijnen aan de touwtjes dansen, gevaarloos
+zoolang men ze herkende? Bemerkte ik hun zwakte en hun zwakheden niet?
+
+</p>
+<p>Tegen den middag naderden wij de vulkanen, die we reeds eenigen tijd in de verte hadden gezien en passeerden de zuidelijke
+Loloda-eilanden. Op een dezer eilanden, met den tongbrekenden naam Kahatollolamo, was, terwijl we passeerden, een klapperaanplanting
+te zien, die er weinig florissant uitzag. De stammen der boomen waren schraal, de kronen dun en de vruchten ontbraken totaal.
+De oorzaak was niet ver te zoeken. Op een rotsachtigen ondergrond, waarop zich slechts een dunne aardlaag had gevormd, waren
+deze boomen geplant, de wortels hadden daardoor geen vat en konden niet voldoende voedsel vinden. Toch was men nog met ontginnen
+bezig en waren er op verscheidene plaatsen nog jonge boompjes te zien. Armoedige inlanders, voor ellendige hutjes staande,
+keken de Nora na. Een zeldzaam schouwspel voor hen, daar het vaarwater hier tusschen de eilanden nooit door groote booten
+werd bezocht.
+
+</p>
+<p>Van hier tot bij den vulkaan van Ternate, die in de verte reeds was te zien, bestond het land uit een opeenvolging van uitgedoofde
+vulkanen, waartusschen soms kleine vlakten lagen, die met klapperboomen waren begroeid.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-021.jpg" alt="Afknippen van het hoofdhaar van een christen geworden Alfoer. (Phot. Baretta)." width="720" height="530"><p class="figureHead">Afknippen van het hoofdhaar van een christen geworden Alfoer. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Om vier uur liet de Nora op de reede van Ternate haar stoomfluit hooren, waarvan het geluid door de wanden van den vulkaan
+werd weerkaatst en aan het gansche plaatsje verkondigde, dat zij van haar reis was weergekeerd. Ieder wist ook aanstonds,
+dat het de Nora was en geen ander schip, want wie <a id="d0e662"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e662">22</a>]</span>hier een korten tijd had gewoond, had geleerd de verschillende tonen der fluiten van de geregeld binnenvallende stoomschepen
+van elkander te onderscheiden.
+
+</p>
+<p>Mijn plan was weer mijn intrek in het hotel te nemen, waar een eerwaardige dame, in de wandeling Tante Carolien genoemd, haar
+scepter zwaaide en haar gasten tegen goede betaling op een vuile inrichting en slecht eten onthaalde. Van klachten nam zij
+niet de minste notitie, overtuigd als zij was, dat zij uitstekend voor haar gasten zorgde. Klaagde men herhaaldelijk over
+vuilheid, onzindelijkheid enz. dan werd men verzocht het hotel te verlaten en elders een goed heenkomen te zoeken. Daar het
+in deze dagen het eenige hotel te Ternate was, was men wel genoodzaakt alles maar voor lief te nemen. Een der heeren gasten,
+die er langen tijd verblijf had moeten houden, had, om zich te beschermen tegen de aanraking van het altijd vieze voorwerp
+in de eenige W.C., die in een onbeschrijfelijken toestand verkeerde, een grooten houten bril laten maken, die door zijn jongen
+voor het dagelijksch bezoek van mijnheer werd vooruitgedragen. Na afloop zag men den jongen weer, met den bril onder den arm,
+naar de kamer van mijnheer stappen, waar deze uitvinding zorgvuldig werd opgeborgen. Steeds nam een der nieuwe heeren gasten
+dezen bril dankbaar als geschenk over, en misschien zal hij er nog zijn nuttig werk verrichten.
+
+</p>
+<p>Met het prettige vooruitzicht voor tenminste een veertiental dagen de gast van Tante Carolien te moeten wezen, reed ik in
+een der horribele sadotjes langs den strandweg naar het hotel, toen ik een mij bekend Hollander in de voorgalerij van zijn
+huis zag staan, die mij in het voorbijgaan toeriep: &#8220;Kom hier logeeren!&#8221;
+
+</p>
+<p>Het aanbod van den jonggezel-zakenman was, in het vooruitzicht van slechte kost en onzindelijkheid, te verlokkend om het af
+te slaan, en zoo liet ik mijn bagage hier brengen en zat spoedig met mijn gastheer en nog een Hollander, die tijdelijk bij
+hem inwoonde, onder de voorgalerij op gemakkelijke rieten stoelen rondom een dito tafeltje met marmeren blad.
+
+</p>
+<p>Daarmee was ik aan het Indische jongeluis-leven van de Buitenbezittingen overgeleverd, dat zich toentertijd in Ternate voor
+een groot deel onder die voorgalerij rondom dat tafeltje met het marmeren blad concentreerde, waarop de sherry met de pait
+(jenever) en de whisky-soda, het praten met de kaarten en met de boeken van de leestrommel afwisselde.
+
+</p>
+<p>Onze gastheer, die reeds 16 jaren aaneen in Indi&euml; verblijf hield, was wat men noemt verindischt, en voelde zich daarbij bon-vivant
+grand-seigneur, en leefde als zoodanig. Zijn levensopvattingen waren zoo breed geworden, dat alle beperking hem vreemd en
+hinderlijk was. Hij leefde naar zijn lusten en geheel zooals het hem inviel. Het kon zijn, dat hij &#8217;s avonds om half tien
+reeds naar bed ging, doch het kon ook gebeuren, dat hij tot het opgaan der zon onder zijn voorgalerij zat. Het middageten,
+dat om 1 uur heette te beginnen werd soms, wanneer mijnheer gezellig zijn paitjes dronk en van alles en nog wat te vertellen
+had, tot 4 uur uitgesteld. Den eenen dag at hij bergen rijsttafel, wat hij met veel bier naar binnen spoelde, of legde over
+een sneedje brood een halve worst, of wierp er een halven pot jam over uit, en den volgenden dag at hij bijna niets en walgde
+van alles wat eten en drinken was. &#8217;t Kon zijn dat hij een of twee, soms drie dagen niets dronk, maar daarna kon die matigheid
+tot de meest toomelooze onmatigheid overslaan, waarbij in gezelschap van bezoekers, kapiteins en passagiers van binnenvallende
+stoombooten, karaffen jenever, flesschen sherry en whisky het moesten ontgelden. Goedmoedig, en royaal voor zichzelf en anderen,
+bleef hij dit ook wanneer hij veel gedronken had.
+
+</p>
+<p>Daar Ternate, toen nog zonder telegraaf, tusschen de komst der verschillende booten soms dagenlang van alle berichten van
+de buitenwereld verstoken was, had hij, daar hij zakenman was, soms ook dagenlang niets te doen, of maakte hij het in elk
+geval zich dan niet druk. In een paar uurtjes, van 9 tot 12 des morgens, was zijn werk afgeloopen; de overige uren konden
+besteed worden aan praten, lezen, eten, en aan drinken en kaartspelen.
+
+</p>
+<p>Nu was ik wel het slechte eten en de onzindelijkheid bij Tante Carolien ontloopen, maar daarvoor werd nu voor een groot gedeelte
+beslag op mijn vrijheid gelegd. Des morgens, na het opstaan, in de binnengalerij aan de schrijftafel van mijn gastheer gezeten
+om hoog noodige <span id="d0e678" class="corr" title="Bron: corespondentie">correspondentie</span> af te doen, duurde het vaak niet lang of hij en zijn huisgenoot kwamen in bont gekleurde pyjama&#8217;s uit hun slaapkamers te
+voorschijn en drentelden begeerig naar conversatie, al praatjes makend tot het ontbijt onder &#8217;t genot van de morgenkoffie
+in de binnengalerij op en neer.
+
+</p>
+<p>Om twaalf uur thuis komend, was mijn gastheer geen man om zijn gasten aan het werk te zien, hij vond dit belachelijk, terwijl
+het niet strookte met zijn breede opvattingen en met zijn behoefte aan gezelschap.
+
+</p>
+<p>In mijn werk gehinderd, in een dagelijksche sfeer van gezellige vervelendheid en van herhaalde braspartijen, zou het me niet
+onaangenaam zijn geweest mijn tijd hier te hebben kunnen bekorten en naar Tobelo terug te keeren. Doch tijdbesparen en zaken
+afdoen was iets, waarvan men in dezen uithoek, ook onder heele en halve Europeanen, nog niet veel weten wilde. Het leven te
+Ternate was overigens in dien tijd niet ongezellig. De soos werd wel, wegens veeten uit vroegere jaren, door ambtenaren en
+officieren geboycot, doch daar stond tegenover dat men de gezelligheid elders zocht. In den namiddag was er steeds een samenkomst
+op het tennisveld in het oude groote fort, waar men de families kon ontmoeten, die door vriendelijke uitnoodigingen nogal
+eens afwisseling brachten in de reeks avonden onder de voorgalerij bij mijn gastheer.
+
+</p>
+<p>Menige goede herinnering is mij bijgebleven aan avonden daar bij beschaafde menschen &#8220;en famille&#8221; doorgebracht, waarbij ik
+dan eens weer den weldoenden invloed van een geregelde Hollandsche huishouding ondervond.
+
+</p>
+<p>Zoo werd er Kerstfeest gevierd bij den dokter op het fort, waar een Kerstboompje stond, dat kunstig nagemaakt, heel goed den
+indruk van zoo&#8217;n sparreboompje <a id="d0e689"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e689">23</a>]</span>weergaf. Er zongen kinderen Kerstliedjes en er werden geschenken rondgedeeld. Wel was het heel anders dan het stemmige Kerstfeest,
+dat ik een jaar te voren in eigen kring tusschen de Zwitsersche bergen had gevierd. Doch het &#8220;Stille Nacht, Heilige Nacht&#8221;
+en het besneeuwde boompje deden, ondanks de warmte van den tropischen avond en der geheel tropische omgeving, niet zonder
+weemoed de herinnering aan dien tijd weer levendig worden.
+
+</p>
+<p>Zoo gaf ook de komende Oudejaarsavond aanleiding tot een feest, dat echter onder leiding van mijn gastheer in geheel andere
+stemming gevierd zou worden. Deze, die den laatsten tijd veel vriendelijkheden van de Europeesche kolonie had ondervonden,
+wenschte die te beantwoorden en daarvoor koos hij dien avond uit. Hij wenschte een feest te geven naar zijn smaak en op zijn
+breede wijze, dat wil zeggen, dat er gegeten en gedronken zou worden in hoeveelheden zoo groot als voor menschelijke magen
+en vooral voor dorstige kelen maar mogelijk was.
+
+</p>
+<p>Het feest zou beginnen met een reusachtigen bowl, daarna champagne, en voor de liefhebbers whisky, bier en cognac na. Hij
+zag als in een droom zijn voorgalerij in een slagveld van menschen en flesschen herschapen, hij droomde zich een Nero-genoegen,
+een bacchanaal en zijn persoon als held te midden daarvan.
+
+</p>
+<p>Nooit had ik hem nog zoo in de weer gezien als in de dagen die aan dit feest voorafgingen. De krossi-malas (luie stoel), een
+zeer gemakkelijke dekstoel, waarop hij anders heele dagen met zijn corpulente lichaam lag, was nu herhaaldelijk onbezet. Hij
+draafde van den een naar den ander, zette allerlei menschen, leveranciers, kennissen en bedienden in beweging voor het groote
+feest, dat komen zou. Ook de dames moesten meehelpen om voor eenige groote schotels te zorgen, waarvoor hij de ingredi&euml;nten
+leverde. Zijn stemming was monter en opgewekt in het vooruitzicht van de geweldige fuif, over welker arrangement hij, terwijl
+hij zich van louter verrukking op zijn dikke dijen sloeg, maar niet uitgepraat was.
+
+</p>
+<p>De bowl, waarmede dit feest beginnen zou, zou in groote tumblers geschonken worden, zoodat deze koele drank de meeste gasten
+als &#8217;t ware als een verkwikking zou overrompelen, opdat de stemming spoedig bij allen de hoogte zou hebben bereikt, waarop
+hij zelven zoo graag verkeerde. De glazen mochten geen oogenblik leeg wezen en hij zou zijn gasten zoo animeeren, dat er al
+spoedig geen nuchtere gast meer over was. De champagne zou bij stroomen vloeien; slechts maakte hij zich bezorgd, dat er op
+het kleine Ternate niet voldoende van dezen drank voor zijn grootsche plannen aanwezig was. De morgen na de fuif zou dan de
+zon het geheele gezelschap nog onder zijn voorgalerij bijeen vinden. De dames hadden hem ook toegezegd zijn jonggezellenwoning
+te zullen bezoeken, waarbij hij ook van haar verwachtte, dat zij zich niet onbetuigd zouden laten.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-023.jpg" alt="In de voorgalerij van het jonggezellenhuis te Ternate. (Teekening H. R. Roelfsema)." width="573" height="380"><p class="figureHead">In de voorgalerij van het jonggezellenhuis te Ternate. (<i>Teekening H. R. Roelfsema</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Terwijl we daar op een namiddag zoo luisterden naar de plannen van onzen gastheer, hoorden we de fluit van een stoomboot en
+zagen we de boot, die van Nieuw Guinea terugkwam (de zgn. Papoeboot), en die dus gisteren Tobelo had aangedaan, over het spiegelgladde
+water de reede van Ternate binnenglijden.
+
+</p>
+<p>Even daarna, terwijl de boot nauwelijks aan den steiger was gemeerd, zag ik, tot mijn niet geringe verwondering, Verster met
+driftigen pas over den strandweg naderbij komen. Mij ziende, stoof hij de galerij binnen, om opgewonden te vertellen, dat
+hij het in Tobelo niet langer had kunnen uithouden, daar er geen man meer op het werk kwam, waardoor hij tot stilzitten was
+gedoemd. Hij wilde nu zelf naar Menado om koelies te halen, daar hij den koeliewerver, dien we daarheen hadden gezonden<span id="d0e711" class="corr" title="Niet in bron">,</span> ook niet meer vertrouwde. Zijn voortvarendheid was in alle opzichten te billijken, maar deze zou op Ternate weer terstond
+worden gestuit, daar hij eerst een bootgelegenheid voor Menado diende af te wachten. Zoo vermeerderde hij dan het gezelschap
+voor het nabije Oudejaarsavondfeest, daar zich voor dien tijd wel niet meer een gelegenheid voor vertrek zou opdoen. Van den
+nood een deugd makend, vergat hij spoedig de stilte van Tobelo en gaf zich geheel over aan de geneugten van het Indische leven
+op zoo&#8217;n klein plaatsje.
+
+</p>
+<p>De Oudejaarsavond kwam. Reeds den dag te voren was er door eenige heeren uit louter voorpret meer genoten dan goed was geweest,
+en zoo was ook bij onzen gastheer op den dag zelven het allerergste vuur reeds gebluscht. Dit verhinderde toch niet, dat er
+den ganschen dag hard werd gewerkt aan den bowl en aan &#8217;t klaarmaken van schotels, aan &#8217;t verkrijgen van voldoende glaswerk,
+borden, messen, vorken enz. en dat het een gedraaf van belang werd, om op tijd met de geheele voorbereiding van het groote
+feest klaar te komen.
+
+</p>
+<p>Maar het was dan &#8217;s avonds eindelijk zoover. In de voorgalerij stonden twee lange rijen stoelen, in het midden waarvan tafeltjes
+waren geplaatst, waarop sigaren en sigaretten, aschbakjes en lucifersdoosjes <a id="d0e718"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e718">24</a>]</span>waren neergezet. In de binnengalerij hadden de bedienden schotels en glazen klaar gezet, terwijl in het midden de groote bowl,
+die herhaaldelijk zou kunnen worden aangevuld en die met ijs koel werd gehouden, was geplaatst. In de achtergalerij stond
+een lange tafel gedekt voor het souper; daar had de champagne in de ijskist een plaatsje gevonden en zwoegde het buffet onder
+massaas glazen en stapels borden; ook brandden daar voor dezen avond twee groote petroleumlampen, wat v&oacute;&oacute;r dien nog nooit
+het geval was geweest.
+
+</p>
+<p>Met ongeduld werden nu de gasten gewacht, alles was gereed om hen te ontvangen.
+
+</p>
+<p>Weldra zagen we in het donker de eerste witte gedaanten verschijnen, waartusschen eenige lichte japonnen, en toen eenmaal
+de eerste gasten er waren, was weldra het gansche gezelschap compleet. De resident had zich wijselijk laten verontschuldigen,
+zoo ook eenige andere genoodigden, maar de gastheer kon toch tot zijn vreugde vaststellen, nooit zooveel Europeanen te Ternate
+bijeen te hebben gezien. Een boot van de Nord Deutsche Lloyd, die op den Oudejaarsdag was binnengevallen, vermeerderde met
+den kapitein van het schip het aantal gasten nog met een, en hij bleek een gast te zijn aan wien dergelijke feesten zeer besteed
+waren.
+
+</p>
+<p>De presenteerbladen met volle tumblers gingen rond en ieder verwonderde zich over zulke groote bowlglazen, die in normale
+gevallen voor bier werden gebruikt, maar onze gastheer zeide, dat het een zeer onschuldig en verfrisschend drankje was, en
+als bewijs daarvan dronk hij zijn eersten tumbler in &eacute;&eacute;n teug leeg. De kapitein volgde zijn voorbeeld, en zei dat hij het
+heel lekker; maar toch wat een kinderachtig en flauw drankje, vond. Een tweede glas werd weldra door een ongeteld aantal gevolgd.
+De stemming rees, de gastheer dronk zijn gasten herhaaldelijk een prosit en ad fundum toe, waarvan hij zelf de gevolgen steeds
+meer ondervond. Na eenige uren zat hij reeds verslagen op zijn stoel, nu telkens aangewakkerd door den kapitein, voor wien
+zulk een bowl werkelijk een onschuldig drankje bleek te zijn. Als Duitscher verloochende hij den bekenden dorst van zijn ras
+niet en toonde zijn meerderheid in het drinken tegenover de aanwezige Hollanders op verbazingwekkende wijs.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-024.jpg" alt="Poort van het fort Oranje van de binnenzijde. (Phot. Baretta)." width="578" height="396"><p class="figureHead">Poort van het fort Oranje van de binnenzijde. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Toen het souper begon en het middernachtelijk uur sloeg, was de feestvreugde ten top gestegen. Doch weldra gaven eenige verhitte
+breinen aanleiding tot een hevig dispuut, dat elk ander gesprek overstemde en dat zich eenige uren rekte, zooals dat in zulk
+een verhit gezelschap meer pleegt voor te komen. Het feest ging nu als een nachtkaars uit; de dames wilden vertrekken en troonden
+hun echtgenooten mee, de gastheer was niet meer in staat tegen dat weggaan te protesteeren, noch in staat bedankjes in ontvangst
+te nemen. Onder de voorgalerij, bij volle tafels en leege stoelen, zat hij na &#8217;t verloopen van het feest met den kapitein
+en eenige plakkers wat men noemt na te praten. Dit napraten duurde tot het zonlicht de laatste gasten verjoeg. Reeds was het
+volop dag, toen de laatsten naar bed strompelden.
+
+</p>
+<p>Den dag daarna, den eersten dag van het Nieuwe Jaar, was een dag waarin slechts tegen den avond eenige opleving kwam, men
+was mat en voelde zich onder den indruk van den doorwaakten nacht. De huishouding van onzen gastheer was nu zoo in de war,
+dat eerst &#8217;s middags tegen vier uur het eerste ontbijt werd gebruikt, terwijl er den geheelen dag geen warm eten op tafel
+kwam.
+
+</p>
+<p>Met de Duitsche boot vertrok Verster den volgenden dag naar Menado op Celebes, om te trachten zijn plannen te volvoeren, terwijl
+de boot die mij naar Tobelo terug zou brengen, elken dag verwacht mocht worden. Buiten de vele bagage, die nog steeds te Ternate
+was achtergebleven en die uit 18 kisten en 2 koffers bestond, gingen er verscheiden colli meubelen mee, waaronder de inrichting
+van het te bouwen huis van den administrateur, benevens een groote prauw, die aan dek van de paketboot zou kunnen worden geheschen;
+verder 20 balen rijst, 25 kisten petroleum en 2 trekossen, terwijl 7 koelies na veel zoeken te Ternate waren aangeworven,
+waarmee voorloopig verder gewerkt zou kunnen worden.
+
+</p>
+<p>Terwijl ik bij het tolkantoor (de boom zegt men in Indi&euml;) bezig was alles in orde te brengen voor de verscheping van menschen,
+dieren en goederen, werd ik door den civiel-gezaghebber van Tidore uitgenoodigd den volgenden dag een bezoek aan zijn eiland
+te brengen. Daar alles voor het vertrek in gereedheid was gebracht, doch de boot uitbleef, was elk nieuw etmaal, dat zij niet
+binnenviel, een vrije dag, waarop genoten kon worden van de weelde om zooveel mogelijk de omgeving te leeren kennen.
+
+
+<a id="d0e742"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e742">25</a>]</span>
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-025.jpg" alt="Rotan laden te Wajaboela op Morotai. (Phot. Baretta)." width="720" height="475"><p class="figureHead">Rotan laden te Wajaboela op Morotai. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>&#8217;t Was het mooist denkbare weer toen we den volgenden morgen reeds vroeg met een motorboot Ternate verlieten en op Tidore
+aanstevenden. De blauwgrijze zee was zoo glad als een spiegel, massa&#8217;s kleine vliegende visschen schoten voor de boot uit
+en ook andere visschen sprongen spelenderwijs, of nagejaagd door hun doodsvijanden uit het water. Op stukken drijfhout zaten
+zeemeeuwen, doch het meest verrassend waren een groot aantal vlinders, die over dezen wijden plas van &#8217;t eene eiland naar
+het andere vlogen en die soms in staat bleken de motorboot in haar vaart bij te houden. Na een goed half uur was de kust van
+Tidore genaderd, waarlangs we nu een goed uur te stoomen hadden om Soa-Sioe te bereiken, den zetel van het Gouvernement, toen
+ingenomen door een controleur en een civiel-gezaghebber. Eens was dit de residentie van het Sultanaat Tidore, welks sultan
+door ons gouvernement werd afgezet. Aan zijn oude rechten op het westelijke deel van Nieuw-Guinea hebben wij het bezit van
+het grootste deel van dit grootste aller eilanden te danken.
+
+</p>
+<p>Het gezicht op de kust, waarlangs we voeren, met haar witte strandlijn, waarop prauwtjes schilderachtig lagen en waarop menschen
+stonden die uit de huisjes kwamen, welke zoo gezellig onder den weelderigen planten- en boomgroei verborgen lagen, met den
+zwaarbegroeiden berg daarboven, waar hier en daar rook opsteeg van vuurtjes door inlanders gestookt, gaf een vredigen indruk.
+
+</p>
+<p>Een kleine steiger, die een eind in de zee uitstak, werd in de verte zichtbaar en spoedig was Soa<span id="d0e757" class="corr" title="Bron: ">-</span>Sioe bereikt.
+
+</p>
+<p>Oud-Indi&euml; uit de dagen van de Compagnie kwam ons hier nog meer tegemoet dan reeds te Ternate het geval was geweest, ja zelfs
+vond men hier in den aanleg der plaats overblijfselen van de lang geleden Portugeesche overheersching. Een breede vervallen
+weg van cement-plaveisel leidde van den steiger het land en het plaatsje in. Telkens wanneer de rijzing van den bodem, die
+landwaarts-in vrij aanzienlijk was, wat heel steil werd, ging de weg in breede trappen over, zooals men dat in de landen van
+Zuid-Europa vindt. Links en rechts kwamen op dien weg zijwegen uit, waaraan de huisjes van Soa-Sioe achter witte vervallen
+muurtjes lagen.
+
+</p>
+<p>Het eerste huis rechts aan den eersten zijweg was het huis van den civiel-gezaghebber. Toen ik binnentrad kreeg ik een schrik,
+want hoewel reeds aan veel primitieve woningen en inrichtingen gewend, die echter door reinheid en eenvoud en harmonie met
+hun omgeving nog dikwijls knus of gezellig waren geweest, kwam me zulk een armoede en verval in dit steenen huisje tegemoet,
+dat ik den civiel-gezaghebber eens aankeek. &#8220;Daar stoppen ze je nu maar in en je moogt nog blij wezen, dat je zoo&#8217;n krot vindt,&#8221;
+zei hij op verontwaardigden toon. &#8220;Is <a id="d0e764"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e764">26</a>]</span>&#8217;t een wonder dat mijn vrouw ziek van heimwee en ellende werd en naar Ternate moest?&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik keek eens rond onder &#8217;t gedrukte voorgalerijtje met zijn blauw gekalkte wanden en zijn kapotte keuken-vloertegels, ik ging
+eens in de sinistere kamertjes, waar overal dat blauw en die tegeltjes als in een armoedig huisje mij vervolgden. &#8217;t Donkere
+achterhuis deed aan een vervallen boerendeel denken, &#8217;t achtererfje aan een totaal verwaarloosd stadstuintje en een vuilnisbelt,
+de W. C. was een kist en het badkamertje niets dan een wand van gedek. &#8217;t Was meer dan droevig en armoedig, en de ellende,
+die zij hier moesten hebben geleden, kwam me aan alle kanten tegemoet.
+
+</p>
+<p>Waren de civiel-gezaghebber en zijn vrouw nu een meer ontwikkeld paar menschen geweest, dan&#8212;het mag zonderling klinken&#8212;hadden
+zij zich misschien nog beter kunnen voegen en eenige gezelligheid en comfort weten aan te brengen. Maar menschen als deze,
+die een jaar geleden nog in Amsterdam op vier hoog woonden; die van Indi&euml; niet veel meer hadden geweten, dan dat het er heel
+warm moest wezen, zulke menschen hadden veel te hooge illusies van dit land en van het civiel-gezaghebberschap gehad; terwijl
+zij buitendien geen weerstand in zichzelven hadden om zich over teleurstellingen heen te zetten en geen tact om het zich gezellig
+te maken.
+
+</p>
+<p>Zulke ambtenaren op kleine tractementen te benoemen en zoo te installeeren is een politiek, die haar schaduwkanten moet laten
+zien.
+
+</p>
+<p>We gingen verder het plaatsje in en kwamen in de breede hoofdstraat met de trappen den controleur tegen in gezelschap van
+een prins van Tidore en eenige Arabische grootheden. De prins was eenvoudig maar onberispelijk gekleed, zijn gezicht was fijnbesneden
+en zijn houding was sympathiek. Zijn glimlach was vriendelijk en zijn handdruk zacht, toen ik aan hem werd voorgesteld. Men
+zag het den intelligenten Oosterling aan, dat hij zich bewust was zijn afkomst slechts door een waardig gedrag te kunnen toonen.
+Dubbel griefde het mij derhalve hem, door den civiel-gezaghebber van vier hoog, als mindere te zien behandeld. Met z&#8217;n allen
+wandelden we nu op naar den Kraton of Kedaton, het vroegere paleis van den sultan, dat behoorlijk door zware muren versterkt,
+op een hoogte lag. Dit paleis, dat erg vervallen was en meer op een deftig landhuis dan op een paleis geleek, was nu gedegradeerd
+tot inlandsche school. Toen we de hooge trappen waren opgeklommen en de voorgalerij waren doorgegaan, zagen we daar in de
+binnengalerij de geheele school van bruine kindertjes bijeenzitten onder leiding van een inlandschen onderwijzer.
+
+</p>
+<p>Het uitzicht van het hooggelegen bordes beheerschte den ganschen omtrek. Men overzag Soa-Sioe, voorts de breede straat tusschen
+Tidore en Halmaheira en een deel van het eiland Tidore zelve. Een frissche zeewind streek hier even door de voorgalerij, wat
+een genot was bij de haast ondragelijke hitte. Ik heb me toen afgevraagd, waarom men in Indi&euml; de huizen steeds zoo onder en
+tusschen boomen verstopt, dat er van een uitzicht en van een afkoelenden wind bijna geen sprake kan zijn? Het kan toch niet
+alleen het voordeel van het schaduwgeven der boomen zijn, waartegenover weer zulke groote nadeelen van vochtigheid, insectenplaag
+en gebrek aan afkoeling en uitwaseming des nachts en des daags staan. Of zou het zijn, dat ook hier de sleur boven het nadenken
+gaat en men moeilijk met een oude gewoonte kan breken? De vroegere Vorst van Tidore had echter anders geweten en wel anders
+gedaan ook.
+
+</p>
+<p>Bij den controleur, die het eenige voor Europeanen bewoonbare huis bezat, kregen we een frisschen morgendronk, waarop we naar
+Ternate terugkeerden. De civiel-gezaghebber scheen, na zulk een bezoekje aan zijn chef, zijn taak weer voor eenige dagen volbracht
+te hebben, althans onder de galerij van het hotel te Ternate kon men hem dag in dag uit met zijn vrouw en kinderen zien zitten,
+zonder dat hij ooit iets uitvoerde.
+
+</p>
+<p>Nog zou ik een anderen vorst leeren kennen, een regeerend sultan, althans nog in naam. Met een kennis had ik door bemiddeling
+van den Gewestelijken Secretaris belet laten vragen bij den Sultan van Ternate, daar ik nieuwsgierig was zoo&#8217;n Oostersch potentaatje
+eens te ontmoeten, terwijl daarmede tevens voldaan werd aan den beleefdheidsvorm, nu ik van plan was mij op zijn grondgebied
+te vestigen. Het uitblijven van de boot gaf hiertoe nog de gelegenheid en zoo verscheen dien middag, nadat ik van Tidore was
+teruggekeerd, buigend een afgezant van den Sultan voor het huis van mijn gastheer. Hij was gekleed in een lang wit gewaad,
+waarover een lange zwarten kaftan hing, terwijl een soort tulband zijn hoofd dekte. In hoffelijke woorden deelde hij mede,
+dat we den volgenden morgen om tien uur met veel vreugde door zijn Heer ontvangen zouden worden.
+
+</p>
+<p>Om tien uur reden we den volgenden dag het fort voorbij, de Arabische kampong door, waar de groote moskee of missigit stond,
+naar den Kedaton, het verblijf van den Vorst. &#8217;t Was een vorstelijk verblijf van den zelfden graad als ik op Tidore had gezien,
+slecht onderhouden en niet meer dan een flink landhuis.
+
+</p>
+<p>Op het hooge bordes van de voorgalerij stond, toen we door de witte poort reden, die toegang gaf tot zijn erf, de Sultan met
+den mooien langen naam van As-soltan Tadjal-mahcoel bi&#8217; inajat Allah al Nannan Siradjal-Melk Amirad-din Iskan dar Mouauwwar
+ac-Cadiq Mohamad Hadji Oesman Wahowa min-adilin Sjah. Op de hooge trap zagen we een bediende met den pajong verschijnen, waarna
+ook de Sultan op de hoogste trede verscheen, toen we die trap opgingen. Daar heette ons de kleine bruine man met zijn korte
+witte snor en witte baardje op het hartelijkst welkom en verzocht ons binnen te treden.
+
+</p>
+<p>In de groote binnengalerij, welke ook hier met geglazuurde keukenvloertegels was belegd, waarvan de wanden wit waren en met
+eenige groote gravures behangen, namen we om een groote ronde tafel plaats in armstoelen met Weener rieten zitting en dito
+rugleuning, waarvan er een vijftigtal langs de muren van de gansche binnengalerij stonden. De hormat, de eerbewijzen aan den
+gast bewezen, kon beginnen.
+
+</p>
+<p>Terwijl de Sultan zich uitputte in beleefdheidsbetuigingen, waarmee wij ook lang niet zuinig waren, <a id="d0e788"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e788">27</a>]</span>brachten twee bedienden in Chineesch-porseleinen kopjes de koffie binnen, terwijl twee anderen met gebak en confituren verschenen,
+dat op kleine zilveren schaaltjes werd gepresenteerd. De Vorst zei bij het optillen van zijn kopje eenige vriendelijkheden,
+die met een Slamat eindigden, wat we op gelijke wijze beantwoordden.
+
+</p>
+<p>Hij zag er in zijn witte broek, zijn mauvekleurig vest met gouden knoopen, waarop de W met een kroontje, zijn zwarte jasje
+en witte overhemd, waarin een drietal groote knoopen waren, die elk een negental steenen bevatten, vrij dragelijk uit. Doch
+over zijn heele wezen en zijn kleeding lag het versletene, het vervallene van een verongelukt geslacht.
+
+</p>
+<p>Nadat we zoo een tijdlang hadden gezeten, verzocht hij ons eens met hem rond te wandelen.
+
+</p>
+<p>Tot nu toe was er iets vorstelijks geweest in de ontvangst door de Oostersche aangeboren hoffelijkheid, die den Sultan niet
+verlaten zou tot het laatste oogenblik; maar in hetgeen hij ons nu van zijn bezittingen liet zien was zoo weinig vorstelijks,
+zelfs weinig burgerlijks, neen eigenlijk iets armoedigs, dat het heel moeilijk werd de vereischte complimenten te maken. Doch
+we hielden ons taai en bewonderden zooveel we konden.
+
+</p>
+<p>We waren een donkere achterbinnengalerij doorgegaan, die er uitzag als een boerenstal en stonden nu in een achtergalerij met
+een pendoppo, waaromheen gewone bamboe kamponghuisjes waren opgetrokken.
+
+</p>
+<p>Begeleid door een bediende die den pajong boven het hoofd van den Toewan Sultan hield, wiens kruin bedekt was met een zwaren
+groenen doek, die, als een worst stijf in elkaar gedraaid, zoo op zijn kalen knikker was gelegd, begaven we ons naar buiten.
+Zijne Hoogheid wilde ons iets van veel belang laten zien, iets wat hij, volgens zijn zeggen, nog nooit aan een Europeaan had
+laten zien. Het zou de badplaats zijn van de dames van zijn huis.
+
+</p>
+<p>We gingen over het voetpaadje van een kleine weide en daalden toen een hoogte af, waarop we aan een heel kleinen vijver kwamen,
+waar aan eene zijde platte steenen aan den oever lagen. Dit heette de badplaats te zijn van de dames van dit hof, waarvan
+op dat oogenblik geen gebruik werd gemaakt.
+
+</p>
+<p>In zijn huis teruggekomen liet hij ons, op onze vraag naar zijn kostbaarheden, zijn schatten zien. Zij werden in de groote
+binnengalerij door zijn zoons en hovelingen binnengebracht en uitgestald. Op lange tafels lag daar al heel spoedig een groote
+massa zilveren voorwerpen, als helmen, tamboermajoorstokken, soepterrines, koffiekannen, heele serviezen, vingerkommen enz.;
+daarbij geweren in foudralen met goud <span id="d0e804" class="corr" title="Bron: gemonteeerd">gemonteerd</span> en met het Nederlandsche wapen, een krom Turksch zwaard met gevest en scheede van goud, een klok, horloges enz.
+
+</p>
+<p>Volgens den Sultan was bijna alles &#8220;present van het Gouvernement&#8221; en naar ik vermoed, ook nog heel veel uit de dagen van de
+Compagnie. Maar alles wat daar lag, was zoo beduimeld en vuil, dat het zilver op oud zink geleek en het goud geen goudglans
+meer vertoonde. Trouwens dat heele huis, al die menschen, die heele omgeving was beduimeld en ontbonden geworden door Oostersche
+indolentie.
+
+</p>
+<p>En toch trekt deze man nog jaarlijks een bedrag van &#402;&nbsp;45.000.&#8211; uit de Landschapskas, waarop hij en zijn luie omgeving, uit
+ruim honderd menschen bestaande, voortvegeteert<a id="d0e811src" href="#d0e811" class="noteref">1</a>.
+
+</p>
+<p>Toen wij eindelijk afscheid namen en verzochten ons respect over te brengen aan de Toewan Poetri (zijn wettige vrouw), verzocht
+hij ook zijn respect aan mijn vrouw in Holland, waarbij hij mij zeer op het hart drukte, toch vooral daarbij te vermelden
+hoe ik het bij hem had gevonden.
+
+</p>
+<p>Hij stelde zijn rijtuig tot onze beschikking, en na nog veel vriendelijke woorden en plichtplegingen, waarbij de Sultan ons
+tot het rijtuig uitgeleide deed, waren we ten slotte blijde een einde aan de reeks van hoffelijkheden te kunnen maken.
+
+</p>
+<p>Zeven dagen over haar tijd kwam na geduldig wachten eindelijk de boot binnen. Dit te laat komen der booten, dat de laatste
+jaren steeds was toegenomen, lag in hoofdzaak aan de beperkte havenruimte te Makassar, waar de schepen, om te kunnen laden
+en lossen, soms dagenlang moesten wachten. Doch ook het groot aantal passagiers en de massa&#8217;s goederen, die met deze lijn
+naar het steeds meer ontwakende Nieuw Guinea worden vervoerd, was daaraan schuld.
+
+</p>
+<p>Nieuw Guinea, waarvan we door vroegere rechten van het Sultanaat Tidore het westelijk gedeelte bezaten, was, sedert Duitschers
+en Engelschen van het oostelijk gedeelte bezit hadden genomen, in concurrentie met deze mogendheden het troetelkind van de
+Hooge Regeering geworden, waardoor er verschillende belangrijke militaire posten waren gevestigd. Buitendien bloeide er in
+die dagen de paradijsvogeljacht, die er veel gereed geld in omloop bracht. Zoodoende trokken vele kleine Chineesche en Arabische
+handelaren, van heele families vergezeld naar dit land, om te trachten daar met de primitieve bevolking voordeelige zaken
+te doen. Zulk een boot, die naar de Papoea<a id="d0e822src" href="#d0e822" class="noteref">2</a> ging, wemelde dan ook, op het derde en vierde klasse dek, van mannen, vrouwen en kinderen, kisten, koffers en huisraad, waartusschen
+allerlei gedierte, als koeien en geiten, maar vooral kippen en nog eens kippen. Op de beide dekken, van den boeg tot aan de
+campagne, welke laatste voor de eerste klasse was gereserveerd, was dikwijls geen plaatsje onbezet; daar aten en dronken en
+sliepen die menschen, want voor de derde en vierde klasse passagiers waren noch kajuiten, noch hutten aan boord, ze werden
+in dit klimaat eenvoudig aan dek meegenomen, waar ze tegen zon en regen beveiligd overigens geen beschutting behoefden.
+
+</p>
+<p>Het embarkeeren met de talrijke bagage op die volgepropte boot eischte veel zorgen en tijd, en in &#8217;t bijzonder was de onhandige
+prauw, die ten slotte in stroppen aan dek werd geheschen, een voorwerp van veel moeite en last. De beide trekossen, die door
+het smijten met kisten en balen, het ratelen van kettingen en het lawaai van menschen wild geworden waren, weigerden hardnekkig
+over de loopplank naar binnen te stappen. Ook hieraan werd tenslotte door den takel, die de beesten aan boord heesch, een
+einde gemaakt.
+<a id="d0e827"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e827">28</a>]</span></p>
+<p>Ruim 24 uur na haar aankomst vertrok in den nacht de &#8220;Camphuysen&#8221;. De lichtjes van Ternate verdwenen, de menschen en de plichten
+van het leven daar waren vaarwel gezegd en in den verfrisschenden nachtelijken zeebries, alleen op de campagne staande, keek
+ik naar den stillen sterrenhemel en genoot van het alleenzijn na &#8217;t gejacht van een roezigen dag en de herrie van afscheid
+nemen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-028-1.jpg" alt="Missigit op Ternate." width="684" height="471"><p class="figureHead">Missigit op Ternate.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Toen ik den volgenden morgen ontwaakte, lagen we stil en zag ik door de patrijspoort het strand en de huisjes van Wayaboela
+op Morotai, waar slechts eens in de twee maanden een boot aanlegt.
+
+</p>
+<p>We zouden hier den ganschen dag blijven liggen, om te laden en te lossen, om daarna in den avond naar Galela, een plaatsje
+aan de Oostkust van Halmaheira, te gaan, waarna vervolgens Tobelo zou worden aangedaan.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-028-2.jpg" alt="Ingang van het paleis van den sultan van Ternate. (Phot. Baretta)." width="691" height="437"><p class="figureHead">Ingang van het paleis van den sultan van Ternate. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Met een Chineeschen handelaar van Ternate was ik de eenige passagier 1ste klasse, en deze man, bescheiden als die menschen
+zijn, kwam geen praatjes maken of mij op andere wijze hinderen. Het land kon me ook niet aanlokken; nog versch lagen me in
+het geheugen de nachten en de dag die ik hier had doorgebracht, en terwijl ik daar die schamele hutjes zag liggen onder de
+palmen aan het strand, waaronder ook het posthuis, en terugdacht aan die avonden en mijn gezelschap en de <span id="d0e849" class="corr" title="Bron: gramophoon">grammophoon</span> en de tingel-tangelliedjes, dankte ik den hemel, niet <a id="d0e852"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e852">29</a>]</span>gedoemd te zijn daar weer op die wijze te verblijven.
+
+</p>
+<p>Op de campagne gezeten, met een stapel mail-edities van de N. Rott. Crt., kwam er een genoegelijke Zondagmorgenstemming over
+me; een stemming waarin men gevoelt, dat men eens rusten mag en zich geheel mag overgeven aan &#8217;t genot onzer aangeboren menschelijke
+inertie.
+
+</p>
+<p>De kost, dien de courant gaf, was in mijn gemakzucht nu juist wat ik verlangde. Van allerlei en van den hak op den tak, berichten
+uit Holland, correspondenties uit de hoofdsteden van Europa, boek-, muziek- en schilderijencritieken, alles dwarrelde weldra
+in mijn hoofd dooreen. &#8217;t Eene interesseerde me erg, &#8217;t andere nauwelijks; er werd van alles even aangeroerd, totdat ik las
+van menschen die ik kende. Uit vergeten hoekjes kwamen me dingen van vroeger voor den geest en peinzend keek ik over het blad,
+over de verschansing en zag dan de kronen der palmen in den zachten zeebries wuiven. Ik dacht weer aan Holland, aan Europa,
+aan alle cultuurgenietingen, aan het superieur menschelijke dat men daar vindt en dat men in Indi&euml; op elk gebied moet missen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-029.jpg" alt="Meer van Duma bij Galela." width="720" height="474"><p class="figureHead">Meer van Duma bij Galela.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het totaal gemis daarvan geeft aan bijna allen, die hier langen tijd verblijven, dien nuchteren, platten, zinnelijken kijk
+op de dingen, die den Indischman spoedig eigen wordt. Men wordt in Indi&euml; materialist. Als practicus kan men zich in Indi&euml;
+verdienstelijk maken, als man van de daad vindt men er een uitgestrekt arbeidsveld. Macht en geld zijn er in aanzien; het
+wordt er meer geteld en zwaarder gewogen dan in Europa, waar ook ontwikkeling en gezindheid nog meedoen. Men kent in zulk
+een jonge maatschappij van realisten, waar allen zich met alle zintuigen op de practijk richten, de hoogere waarden nog niet
+of wil ze niet kennen&#8212;die geestelijk vereenigend en troostend staan boven den dagelijkschen strijd met de werkelijkheid.
+
+</p>
+<p>Slechts in Europa, dat genie&euml;n voortbracht, is iets van dat superieure door alle lagen van de maatschappij gedruppeld; tot
+in alle lagen is iets van dat hoogere doorgedrongen en dringt er in door en heeft ongemerkt mildere en betere waardebepalingen
+gegeven. Het streven naar geld en macht gaat in Indi&euml; onbeschaamder, de bezitters er van gevoelen zich meer, wijl ze geen
+hinderpalen ontmoeten en zich absoluut den meester weten. Er is om zoo te zeggen geen middenstof, die matigt. Er zijn in kunst
+en wetenschap geen intelligenties, die zich meer en hooger voelen dan de rijkaards en de machthebbers; er zijn geen onafhankelijke
+sceptici die hen glimlachend in de oogen durven kijken, er zijn geen philosophen, die hen koelweg passeeren.
+
+</p>
+<p>In het Indische landschap ontbreken tusschentinten en overgangen, die het fijn en nobel en gecompliceerd maken, zoo ontbreken
+in de Indische maatschappij die overgangen ook, waardoor zij grof en plat en primitief is. Komt in die maatschappij nu nog
+het kleurlingenbloed een hartig woordje meespreken, dan mogen de vormen en de vormelijkheid blijven bestaan, waaraan deze
+menschen met een zonderling point-d&#8217;honneur vaak overdreven hechten, maar aan alle <a id="d0e869"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e869">30</a>]</span>gemoedelijkheid, stemmigheid en mildheid is voor goed een eind gekomen.
+
+</p>
+<p>Natuurlijk zijn er in Indi&euml; velen, die met den geest der massa worstelen, maar zij verliezen nog en zijn de eenzamen, die
+hongeren naar &#8217;t geen hun het dierbaarst is.
+
+</p>
+<p>Het gaat den Hollander, wat Indi&euml; betreft, in dit opzicht niet als met de vreemde landen van het westersche Europa, waarheen
+hij, door natuur en cultuur van den eersten dag dat hij er een voet zette getroffen, gaarne wederkeert in steeds stijgende
+verrukking en bewondering en ruimere ontplooiing zijner geestelijke krachten. &#8220;In Indi&euml; gaat men achteruit,&#8221; is in het land
+zelf een algemeen gezegde, dat men telkens hoort en ik voelde het aan alles bewaarheid. Noch de natuur, noch de samenleving
+schenkt ons het noodige geestelijke voedsel tot verrijking van onzen geest. Alleen de man van de daad vindt er expansie en
+bevrediging voor zijn streven. Slechts om den waarlijk grootschen en ruimen werkkring, dien de man zich hier op jeugdigen
+leeftijd reeds kan scheppen, om die vrije ontplooiing van mannelijke krachten, om die behoefte aan den wijden practischen
+blik, die hier onontgonnen arbeidsvelden vindt op allerlei gebied, zou ik Indi&euml; voor den flinken Hollander willen prijzen
+en hoogelijk willen prijzen; doch slechts voor hem, en ook daarom alleen.
+
+</p>
+<p>Morgen wachtte me weer de daad, morgen zou ik de wouden weer ingaan en zou ik weer kampen voor het voortbestaan eener cultuuronderneming
+in haar prilste jeugd. Ik wist, dat hetgeen we deden in verhouding tot andere daden in Indi&euml; volbracht gering was, doch ik
+was overtuigd dat hetgeen we deden voor de toekomst dezer verre streken van de grootste beteekenis zou kunnen zijn. Het was
+den eersten steen leggen van een cultuuronderneming in dit deel van den Archipel, het was het voorbeeld geven van een kunnen
+en slagen van het Hollandsch kapitaal op den vruchtbaren, tot nu toe bijna ongerepten bodem van Halmaheira. Het was de uitvoering
+dezer daad, die me hier boeide, die mijn belangstelling had en waarom ik vrede had met mijn tijdelijk verblijf alhier.
+
+</p>
+<p>Toen we den volgenden morgen reeds vroeg voor Galela lagen, verscheen na eenigen tijd een reeds oudachtig heer aan boord.
+Hij had de eigenaardig slappe wangen en het vaalgele teint, waaraan men de weinige oude Hollanders, die men in Indi&euml; ziet,
+herkent. Hij liep gesteund door een stok, daar een zijner beenen krom en krachteloos bleek als gevolg eener vroeger opgedane
+blessuur. Zijn zonnehoed was van een vreemd model en toonde sporen van een jarenlang gebruik, zijn mond was bezig tandeloos
+te worden, maar achter zijn brilleglazen fonkelden nog een paar zachte, vriendelijke oogen, die eenigszins verbijsterd in
+het rond keken, toen hij van de hooge scheepstrap, die langszij hing, op het dek verscheen. Het was de oudste zendeling dezer
+streken, een geleerde, een taalkenner. Men herkende terstond in hem een goed, eenvoudig mensch, een liefdevol gemoed, een
+die ondanks zijn eenzaam leven zijn blijmoedigheid niet had ingeboet. Zoodra hij mij zag trad hij, hoewel wij elkaar nog niet
+kenden, op mij toe, daar hij wel vermoedde wie ik was. Een luidruchtig gesprek begon en menige schaterlach weerklonk weldra
+over het dek, waartoe de oude heer met zijn vroolijke belangstelling telkens aanleiding gaf. Daar ook Galela slecht eens in
+de twee maanden door de boot werd aangedaan en hij ver van elke nederzetting van blanken woonde, had hij in weken geen Europeaan
+gesproken. In Duma, een uur landwaarts in aan het meer van Galela, waar het water meehelpt het landschap te flatteeren, woonde
+hij met zijn vrouw en kind, met zijn goeroe&#8217;s en zijn kleine christengemeente in een prachtige omgeving, niet geplaagd door
+het geroezemoes van een drukke moderne samenleving, in het gelijkmatige tempo van de steeds weerkeerende plichten van zijn
+zendelingenhuis en in het kalme geluk der vreugden van een taalgeleerde.
+
+</p>
+<p>Hij wilde het reisje met de boot naar Tobelo meemaken, om den volgenden dag per prauw naar zijn standplaats terug te keeren.
+Als oudste der zendelingen had hij de verplichting, de tractementen en de overige gelden voor de zendingsposten, die door
+de boot in &eacute;&eacute;n bedrag aan papier en zilver waren meegenomen, te verdeelen en van hier verder te verzenden. Voor dit werkje
+trok hij zich in den salon terug en weldra vernam ik van daar het geklikklak der ringgits.
+
+</p>
+<p>Na eenige uren voor Galela op de ree te hebben gelegen, gingen we weer onder stoom, om tegen den middag voor Tobelo het anker
+te kunnen laten vallen.
+
+</p>
+<p>Intusschen zetten we ons aan den lunch, waar het gesprek onder leiding van den zendeling met den kapitein en den stuurman,
+die mede aanzaten, weldra zeer druk werd. Doch het duurde niet lang of de vrede zou verstoord worden. De stuurman, die, als
+zooveel menschen in Indi&euml;, de zending en de zendelingen nu eenmaal niet kon uitstaan, had zich in den loop van het gesprek
+schampere opmerkingen over hen in &#8217;t algemeen laten ontvallen, wat door den zendeling niet onbeantwoord was gebleven. Het
+kwam nu van het een tot het ander. De brave oude heer, die zijn menschen niet voldoende scheen te kennen en met zijn eerlijk
+hart ook geen diplomaat genoeg was om te zwijgen, ontwikkelde daar de redenen van zijn rotsvast geloof, waarbij hij met zijn
+trouwe oogen den stuurman aankeek alsof hij niet anders verwachtte dan dat deze man nu toch wel met zijn denkbeelden zou instemmen.
+Deze echter, die geen fijngevoeligheid of medelijden kende, maakte hem met zijn zekere weten voor een zieligen stumper uit.
+In plaats van te zwijgen ging de arme man trillend van zenuwen, waar hij op zulk een wijze in het diepste en heiligste zijner
+overtuiging werd aangevallen, voort en verkondigde daar, zooals hij tegenover zijn goeroe&#8217;s en zijn christengemeente steeds
+zonder tegenspraak gewend was, in een stijgende extase, wat hij voor onomstootelijk waar hield.
+
+</p>
+<p>Ik hield mijn hart vast, toen ik keek naar het gezicht van den stuurman, waarop de schamperheid met onmeedoogendheid afwisselde.
+Daar was van dezen man een antwoord te verwachten op deze met veel overtuiging gedane belijdenis, zoo pijnlijk kwetsend als
+slechts te vinden was om daarmede zijn tegenstander voor goed den mond te kunnen <a id="d0e887"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e887">31</a>]</span>snoeren. Het bleef dan ook niet uit, en kort en goed schreeuwde hij den zendeling, die alles zoo zeker wist en verklaarde,
+in het gezicht, dat hij een arrogante en pedante ezel of idioot was; de keuze liet hij aan hemzelf over.
+
+</p>
+<p>De arme man was nu inderdaad sprakeloos; hij hijgde naar adem en trilde over zijn gansche wezen over zulk een beleediging
+niet hem; maar zijn overtuiging aangedaan. Ik had deernis met den ouden heer, die nauwelijks zijn veilige knusse hoekje had
+verlaten, en in de eerste aanraking met de groote wereld daarbuiten, op zulk een wijze zijn hoofd stootte.
+
+</p>
+<p>Maar iets van eigen schuld aan zulke pijnlijke ervaringen in hun ontmoeting met de buitenwereld ligt bij de zendelingen zelve,
+daar zij, voor een groot deel voortgekomen uit den kleinen burgerstand, waar de gezichtskring niet bijster groot is, maar
+al te vaak verbeelden beter te zijn dan anderen, en alles wat buiten hun wereldje ligt, in hun geborneerdheid, als &eacute;&eacute;n brok
+zonde vaak liefdeloos verafschuwen. Wie echter een jaar lang achter de schermen dezer kleine wereld heeft kunnen kijken, zal
+eerbied hebben gekregen voor hun beginselvastheid en voor hun ingetogen levenswijze, maar hij weet tevens, dat hier niet minder
+afgunst en niet meer christelijke liefde heerscht dan elders, terwijl weer andere fouten, die men in de groote wereld niet
+zoo kent, in dit wereldje dikwijls leelijk om den hoek komen kijken. En tout cas le diable ne perd rien.
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e893">
+<h3 class="label">Hoofdstuk V.</h3>
+<h3 class="normal">Uit de prilste jeugd eener cultuuronderneming.</h3>
+<p>Terug te Tobelo. Na een landing van menschen en beesten en goederen, die uren duurde, daar de boot door de tallooze koraalbanken
+steeds een paar kilometer uit de kust op de reede moest blijven liggen, zoodat iedereen en alles per sloep, per prauw of motorboot
+naar het land moest worden geroeid of gesleept, was ik dan veilig en wel te Tobelo weergekeerd en opnieuw ingekwartierd ten
+huize van den civiel-gezaghebber. De koelies, die van Ternate waren meegegaan, bleken reeds een onderdak te kunnen vinden
+in een der twee groote loodsen, die men nog bezig was op het terrein te bouwen en waarvan de daken in de verte op den weg
+daarheen reeds hadden verteld, dat de bedrijvigheid alhier tijdens mijn afwezigheid niet geheel had stilgestaan. Ook was een
+9 M. breede weg van de kampong naar het concessieterrein lijnrecht uitgezet en voor een groot gedeelte reeds van de boomen
+en planten, die daar stonden, ontdaan.
+
+</p>
+<p>Op het terrein zelf aangekomen, wachtte mij echter een groote zorg, die mij nog eenige weken achtervolgen zou. De eenige kali,
+die het terrein doorsneed, was in haar benedenloop meestentijds droog, alleen na hevige regens stroomde er water in. Zonder
+water zou het prachtige terrein, waarvoor we nu stonden, voor cultures zoo goed als waardeloos zijn. Het werd dus zaak water
+te zoeken; doch waar? We hadden hoop door het graven van putten voldoende grondwater te zullen vinden. Er liepen door dezen
+poreuzen bodem ondoordringbare leemlagen, die het grondwater ophielden; doch hoe en waar deze te vinden waren, wist niemand.
+
+</p>
+<p>Zoo hadden we op goed geluk op verschillende plaatsen putten laten graven, doch nergens was nog water gevonden. Waar de loodsen
+werden gezet, hetgeen we het emplacement gingen noemen, was reeds een dergelijke put tot een diepte van 10 M. gegraven en
+nog was hij droog. Dat zag er leelijk uit en zou ons scheepje kunnen doen stranden. Dieper graven en overal naar water zoeken
+was nu het consigne geworden. Met de mannetjes, die ik tot mijn beschikking had, werden binnen en buiten de grenzen van het
+terrein gaten gegraven en na eenigen tijd bleek het, dat het grondwater in dezen doordringbaren bodem even hoog stond als
+het niveau van den zeespiegel. Zelfs bleek het, dat dit water rees en daalde naar gelang van eb en vloed. De diepte der putten
+zou dus afhankelijk moeten zijn van de hoogte van het terrein boven den zeespiegel, en daar het emplacement 15 M. hoog bleek
+te liggen, zou vrij zeker tot deze diepte gegraven moeten worden.
+
+</p>
+<p>Intusschen leerde ik op mijn dagelijksche tochten ter nadere verkenning en onderzoek door de kilometerslange rintissen of
+over moeilijk te vinden en te volgen voetpaadjes, het oerwoud allengs meer kennen en geraakte er steeds meer mee vertrouwd.
+We drongen door tot aan den voet der bergen en vonden onzen weg door moeilijk doordringbare glagahbosschen of door bamboestoelen
+(een groep bamboekokers uit een zelfden wortelstok), die dank zij de slagen van den parang op de lange kokers, die in een
+enkelen forschen slag doormidden waren, ons voortgaan niet konden beletten.
+
+</p>
+<p>Onder het zwaarste hout was het doordringen het minst moeilijk; daar onderschepten de zware kruinen hoog in de lucht het zonlicht
+totaal, zoodat een weelderige vegetatie op dien bodem uitgesloten bleef. Wel stonden er op dien altijd vochtigen boschgrond
+groote en kleine varens en trachtte ook het jonge hout naar boven en naar het licht te streven, doch het halflicht onder het
+dichte bladerendak dier reuzenstammen verhinderde een opulenten groei.
+
+</p>
+<p>Het wemelde in zulk een woud van klein gedierte. Milliarden mieren, groote en kleine, bruine en zwarte krioelden over den
+grond en over omgevallen boomstammen; millioen- en duizendpooten en venijnige schorpioenen scharrelden er tusschen.
+
+</p>
+<p>Griezelige spinnen, soms fraai gekleurd, sponnen haar groote taaie netten met witte kruisen tusschen &#8217;t jonge hout, waaronder
+de zwaarbehaarde vogelspin, met hare pooten uitgestrekt zoo groot als de palm eener hand, me altijd een schrik op het lijf
+joeg. Aantrekkelijker waren de vlinders, die met hun felle kleuren en in nooit te voren geziene grootte zweefden door de roerlooze
+stilte van het woud, of de tallooze wonderlijke insecten, waaronder allerlei soms bijna lachwekkende spelingen der natuur.
+Daaronder waren de wandelende takken en bladeren als frappante voorbeelden van de neiging der natuur tot mimicry, waardoor
+zij natuurlijk uiterst moeilijk te ontdekken waren. Tallooze hagedissen schoten telkens als weerlichten weg; leguanen, waarop
+de inlanders gaarne <a id="d0e912"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e912">32</a>]</span>jacht maakten terwille van het lekkere vleesch, verdwenen kruipend tegen de hooge stammen in de donkerte der kruinen. Soms
+vernam men in het lage hout het gedruisch van een wild varken, dat op de vlucht sloeg, naast de herten, het eenige gevaarlooze
+grootwild dat op Halmaheira te vinden was. Men was er reeds binnen de grenzen der Australische fauna, waartoe veel buideldieren,
+doch geen gevaarlijk wild behoorde. De koeskoes, de oostersche opossum, een dier onschuldige buideldieren, werd dikwijls,
+door de koelies doodgeslagen, uit het bosch meegesleept en boven het vuur als smakelijk maal geroosterd. In de alang-alang
+ritselde wel eens een slang, die daarmede hare tegenwoordigheid verried, wat haar gewoonlijk het leven kostte. De menschelijke
+haat tegen deze beesten was hier al even erg als een halfrond verder, waar de Drentsche boer elken adder, die op zijn weg
+komt, met zijn klomp tracht dood te slaan of met zijn zakmes in stukken tracht te snijden.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-032.jpg" alt="Timmerschool op Halmaheira." width="720" height="427"><p class="figureHead">Timmerschool op Halmaheira.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Op den vlakken bodem van het woud passeerden we dikwijls hoopen, uit aarde, bladeren en takken bestaande, die van een tot
+anderhalven meter hoog en vele meters in omtrek waren. Deze hoopen werden door de boschkip opgeworpen voor het bewaren en
+het uitbroeden harer eieren. Wanneer men dan dezen vogel zag, die slechts iets grooter was dan een patrijs en men liet zulk
+een aardhoop openleggen, dan vond men daarin een zevental eieren, elk grooter dan een eendenei, en stond men verbaasd over
+de ongerijmde energie die door dat beestje was ontwikkeld en die in geenerlei vergelijking stond met de normen, waaraan de
+natuur ons in dat opzicht heeft gewend. Het krijschen van papegaaien en kakatoes, en soms &#8217;t geroep van den jaarvogel, vergezelden
+ons op onze tochten langs de soms meters dikke stammen in de vochtige koelte van het woud. Een voor een zouden die reuzen
+moeten vallen en het moeten afleggen tegen die venijnige menschjes, die nu zoo klein langs hun voeten kropen; met donderend
+dreunen zouden die stammen en kronen ter aarde vallen, zoodat men in de kampong Tobelo aan het rommelen van een aardbeving
+zou denken.
+
+</p>
+<p>De gladstammige kanariboomen van ruim 40 M. hoogte, die met hun breede kruinen loodrecht naar boven streefden, zouden met
+vele andere onbekende grootheden, waarvan het hout niet bestand was tegen het Indische klimaat en het invreten van houtwormen,
+als waardeloos worden verbrand en in den drogen tijd als dood hout langzaam wegsmeulend, geheel tot asch verteren. De betere
+houtsoorten echter, zooals het veel gebruikte harde ijzerhout (kajoe besi), lingowa, oetang kanari en zelfs ebbenhout, zouden
+worden uitgezocht en bestemd worden voor den bouw van huizen en loodsen. Ook zouden met dat woud de tallooze lianen verdwijnen,
+die in allerlei dikten langs die hooge stammen van de zware takken dropen, de klimplanten en de parasieten, waaronder de orchidee&euml;n,
+die zich op de takken met hun kort stelsel van luchtwortels hadden vastgehecht.
+
+</p>
+<p>Zoo leerde ik me in die bosschen steeds meer ori&euml;nteeren en allerlei kleine verschillen opmerken, die eerst langzamerhand
+in het oog vielen, waar het in den beginne een chaos van takken en bladeren was geweest. Zoo, met die natuur vertrouwd geworden,
+was het een genot soms alleen door de plechtige stilte van zoo&#8217;n eeuwenoud roerloos woud te kunnen gaan.
+
+</p>
+<p>Herhaaldelijk was ik in de uitvoering van mijn taak genoodzaakt de hulp van den oudsten der zendelingen in te roepen. Voor
+zijn grooten timmerwinkel hadden we steeds bestellingen, van zijn geneeskundige kennis en het hospitaal moesten we veel en
+zouden we op den duur, met meer koelies, zeer veel gebruik moeten maken. Als vraagbaak voor velerlei kleinigheden stond hij
+me met zijn kennis van land en volk steeds bereidwillig ten dienste.
+
+
+
+<a id="d0e927"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e927">33</a>]</span>
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-033.jpg" alt="Doodenhuisjes op Halmaheira." width="720" height="471"><p class="figureHead">Doodenhuisjes op Halmaheira.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Met leede oogen zag onze civiel-gezaghebber het aan, hoe ik meer en meer achting voor zijn tegenstander begon te krijgen.
+Met nauw verkropte woede moest hij het aanzien, hoe ook ik den zendeling, waar deze mij zoozeer van dienst was, gaarne van
+dienst wilde zijn en somtijds kon zijn. In zijn heerschzucht en zijn groot gevoel van machthebber zou hij het liefst dezen
+omgang verboden of deze samenwerking onmogelijk hebben gemaakt; nu echter was hij wel gedwongen zich te bepalen tot eenige
+schimpscheuten en onvriendelijke opmerkingen.
+
+</p>
+<p>Het was mij ook reeds op reis herhaaldelijk opgevallen, dat men den naam van dezen zendeling veel noemde en daarbij dikwijls
+op minder vriendelijke wijze. Doch het bleek me bij nadere kennismaking al spoedig, dat hij voor deze streken een man van
+beteekenis was, hetgeen alleen reeds reden genoeg was tot allerlei gepraat.
+
+</p>
+<p>Menigen avond, als het donker geworden en het werk afgeloopen was, stapte ik het ruime erf van het zendelingenhuis op en zat
+met hem en zijn vrouw onder de voorgalerij der gezellige woning. Daar hoorde ik dan van hun leven en ontberingen in de eerste
+jaren van hun verblijf in deze streken. Het was toen zoo vol ellende geweest, dat van een zestal kinderen die in hun huwelijk
+geboren waren, slechts &eacute;&eacute;n meisje in het leven was gebleven, en dit kind hadden ze op negenjarigen leeftijd, als hun eenigen
+oogappel, terwille harer opvoeding, naar Batavia moeten zenden. Doch uit de moeiten en ontberingen van dien eersten tijd was
+langzamerhand veel goeds gegroeid, en nu kon hij wijzen op den gestadigen bloei van &#8217;t geen hij in onderscheidene richtingen
+tot stand had gebracht. Want naast zijn directen werkkring van zendeling, had hij, met zijn energie en kijk op practische
+dingen, nog tijd en lust gevonden voor allerlei werkzaamheden, waardoor hij tevens den werklust bij zijn gemeente had aangewakkerd.
+
+</p>
+<p>In de timmerschool op zijn erf werkten dagelijks van &#8217;s morgens tot het donker werd, onder het toezicht van een Chinees, een
+dertigtal inlandsche jongens en aankomende mannen van allerlei stammen uit den omtrek, zelfs Papoea&#8217;s van Nieuw Guinea. Zij
+maakten daar kasten en stoelen en tafels en bedden, en verder allerlei nuttig gerei, waar hier steeds veel vraag naar was.
+Zoo noodig werd ook de bouw van een huis in den naasten omtrek van hieruit geleid. Zoo was daar die schavende, beitelende
+en hamerende troep voor de geheele Residentie Ternate een unicum van bedrijvigheid. Ook het hospitaal eischte dagelijks door
+de vele menschen die om hulp kwamen vragen, veel werk.
+
+</p>
+<p>Een klapperaanplanting van 10.000 boomen, waarmede <a id="d0e943"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e943">34</a>]</span>reeds jaren geleden door hem was begonnen, verlangde steeds meer toezicht, nu de oogsten grooter werden en zeer belangrijk
+beloofden toe te nemen; tevens waren proefaanplantingen van hevea, manilla-hennep en cacao door hem aangelegd.
+
+</p>
+<p>Zijn kennis van de Tobeloreesche taal had hem in staat gesteld een uitgebreid woordenboek dier taal samen te stellen en uit
+te geven; en zoo werkte zijn veelzijdige bekwaamheid in veelzijdige richting tot zegen van deze streek.
+
+</p>
+<p>Een geheel ander man was zijn jongere collega, die iets verder woonde en die zich uitsluitend tot het geestelijk beroep bepaalde
+en het practische, als zijnde niet in de eerste plaats zijn werk en niet met zijn neiging strookende, liefst afwees. Jaren
+later gekomen, had hij ook veel reeds gereed gevonden. Zijn huis, evenals de school, waarin hij de inlandsche jongens tot
+goeroe opleidde, was door zijn collega gebouwd. Zijn leven verliep tusschen die school en dat huis en de kleine kerk, waarin
+hij ook geregeld een preekbeurt vervulde. Hij was een aangenaam man in den omgang, die pratend en luisterend zijn gezelschap
+met de belangwekkendste gesprekken wist bezig te houden. Door de gunstige omstandigheden, die hij hier van den dag zijner
+komst af gevonden had, was hij geheel buiten de gewone moeilijkheden gebleven, waarmee de zendeling anders op deze verre posten
+dikwijls te kampen heeft. In zijn huis, in gesprek met hem en zijn vrouw, met de beschikking over zijn bibliotheek, waarin
+de Hollandsche schrijvers voor het jaar &#8217;80, goed vertegenwoordigd waren, waande men zich geheel in Holland terug, in een
+well-to-do en zelfgenoegzaam Holland, waarmede de pisangs en de klapperboomen op het erf en de tropische zon, die buiten de
+galerij scheen, in &#8217;t geheel niet harmonieerden.
+
+</p>
+<p>Het was tegen het eind van Januari geworden, toen we konden beginnen met klappernoten te verzamelen, die als zaadnoten op
+de eerste kweekbedden zouden worden uitgezet. Onder leiding van een Ternataanschen opzichter, die als zoodanig door mij was
+aangenomen, wijl hij de taal van het volk en ook Hollandsch sprak, was de prauw, die uit Ternate was meegebracht, met een
+zestal koelies bemand naar de naburige eilanden en langs de kust gezonden, om deze eerste noten te verzamelen. Het zou dagen
+duren, want de gezondste en zwaarstdragende boomen die te voren door ons waren uitgezocht en gemerkt, lagen ver uiteen. Er
+bleef mij in die dagen niet veel te doen over, dan af te wachten en het toezicht te houden op het bouwen der loodsen en het
+graven van putten. Alleen wanneer de boot zou binnenvallen, die binnen eenige dagen verwacht mocht worden, zou daaraan spoedig
+een einde komen. Dan opeens, als de fluit zou weerklinken, zou het leven weer beginnen, dat nu langzamerhand uitging, elken
+dag wat meer, totdat de eentonigste saaiheid van bijna werkelooze dagen was bereikt.
+
+</p>
+<p>Zoo brak de dag voor de aankomst der boot aan, doch wij hielden er rekening mede, dat zij tenminste drie dagen te laat zou
+binnenvallen. De dag verliep dan ook in ononderbroken rust, ook de volgende dag en de dag daarop en de eene dag na den anderen,
+en ook de prauw onder leiding van den opzichter kwam niet terug. Hoe keek ik nu uit naar dien onruststoker uit de groote wereld,
+wanneer ik na de paar menschen, die op het emplacement werkten bezocht, en gezien te hebben, dat zij elken dag hun taak hadden
+volbracht, doelloos ronddoolde door het woud. Zoo begon ik in die dagen te lijden aan ongeduld, verveling en... verlangen,
+en in mijn dagboek vind ik uit dien tijd een gedichtje:
+
+
+</p>
+<div class="&#xA; poem&#xA; ">
+<h4 class="&#xA; lghead&#xA; ">Totdat...</h4>
+<p class="line" style=""><span>Weer komen er verlangens
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Smartelijk los,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Terwijl ik wandelend ben
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Door &#8217;t eenzaam bosch.</span></p>
+</div>
+<div class="&#xA; poem&#xA; ">
+<p class="line" style=""><span>Weer dwalen mijn gedachten
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Van dit kruis,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Zij gaan, onmerkbaar eerst,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Naar &#8217;t ver tehuis.</span></p>
+</div>
+<div class="&#xA; poem&#xA; ">
+<p class="line" style=""><span>En peinzend denk ik dan:
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>&#8220;Hoe zal &#8217;t daar zijn!&#8221;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Ginds, waar mijn lieven leven
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Groot en klein.</span></p>
+</div>
+<div class="&#xA; poem&#xA; ">
+<p class="line" style=""><span>De kleinen met hun spelen
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Hun gevraag,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>De groote stil verlangend
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Tot het daag.</span></p>
+</div>
+<div class="&#xA; poem&#xA; ">
+<p class="line" style=""><span>Tot daag het uur van wederzien,</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Tot daag &#8217;t geroep, &#8217;t gejuich der kleinen,</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Tot het verlangen henengaat,</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Hereend, vereend weer met de mijnen.</span></p>
+</div>
+<p>En eenzaam liep ik langs het heete, zwarte strand, turende over den glimmenden waterplas naar de koraaleilanden voor de kust
+en over de wijde toegangen daar tusschendoor naar de heel verre flauwe streep aan den gezichteinder, of niet een rookwolk
+de komst van de boot zou verraden. Of wel ik zocht langs de kusten dier eilanden, of niet de uitgezonden prauw te ontdekken
+was, welker terugkomst althans eenig werk zou verschaffen en eenigen voortgang zou brengen in de dagen, die nu doelloos voorbij
+gingen. Doch verlaten, troosteloos verlaten bleef de zee.
+
+</p>
+<p>Eenzaam liep ik er, zooals er voor mij duizenden in dit land geloopen zullen hebben, zooals er na mij duizenden loopen zullen,
+in machtelooze afwachting, in werkeloosheid door een groot verlangen overvallen, dat tijdelijk alle belangstelling doofde.
+Ik voelde me onder dit volk en te midden van deze natuur als een vreemdeling, als een indringer, als een rustverstoorder en
+in mijn sentimenteele stemming zong ik, als een dreun die me niet verlaten wou:
+
+
+</p>
+<div class="&#xA; poem&#xA; " lang="de">
+<p class="line" style=""><span>Nach der Heimat kehr&#8217; ich wieder
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Nach dem treuen Vaterland.</span></p>
+</div>
+<p>Het was Indische maannacht geworden. Donkere silhouetten van cocospalmen, van pisangs en manggaboomen en van de atappen dakjes
+der inlandsche <a id="d0e1011"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1011">35</a>]</span>huisjes staken af tegen de lichte lucht, waarin de sterren verbleekten. Zoo slenterde ik op een avond terug naar huis. Zwarte,
+geheimzinnige schaduwen zag ik overal en uit de verte klonk uit de heidensche kampong het sombere geluid der doffe slagen
+op de tifa, waarop de inlanders ter aanvuring van nachtelijke bacchanali&euml;n in eentonigen cadans hun primitieve muziek uitvoerden.
+
+</p>
+<p>Gedrukt zette ik mij neer onder het galerijtje van het huis van mijn gastheer en liet me vertellen van de bevolking en haar
+vrees voor den blanke.
+
+</p>
+<p>Deze heidensche inlanders, met hun animistisch geloof (het geloof in de macht van de geesten der afgestorvenen hier op deze
+aarde), hadden een groot ontzag voor den Hollander. Hoewel zij hem onverschrokken aanzagen, zouden zij hem toch niet spoedig
+aanvallen, daar hun geloof hun leerde, dat zij, die in de kracht van het leven door een ongeluk omkwamen of die in den krijg
+sneuvelden, hiernamaals een veel grootere macht over de levenden bezaten dan zij, die door ouderdom of op het ziekbed waren
+gestorven. Nu stond het bij hen vast, dat de Kompanie een verbazend groot aantal van zulke geesten bezat, die in oorlogen
+gesneuveld, nu onder de levenden de Kompanie en hare leden in geval van een aanval zouden bijstaan.
+
+</p>
+<p>Met dit beschermende flu&iuml;dum der geesten onzer voorouders om mij heen, gevoelde ik me voor goed rustig en veilig tegenover
+de inheemsche bevolking, die overigens ook niets kwaadaardigs had. Kwam men Tobeloreesche mannen en vrouwen tegen, dan zouden
+zij steeds voor den Europeaan uitwijken. De eersten waagden dan gaarne eens een &#8220;Tab&eacute; Toewan!&#8221; en bleken aangenaam verrast
+wanneer men hun groet met een &#8220;Tab&eacute;!&#8221; beantwoordde. De laatsten bleven dikwijls stilstaan en wachten tot men voorbij was en
+sloegen daarbij schuchter en zedig de oogen neer; zelfs gebeurde het dat zij op eenzame plekken op de vlucht sloegen en in
+de hooge alang-alang verdwenen. Een kijkje te nemen bij hun feesten scheen hen volstrekt niet te hinderen. Ongegeneerd gingen
+ze dan met zingen en dansen en het uitstooten van kreten en het maken van grimmassen voort, terwijl ze groote hoeveelheden
+sago aten en sagoweer dronken, van welk vocht ze lodderig en halfdronken werden. Vele mannen en vrouwen zagen er flink gebouwd
+uit, doch ondanks het natuurleven van dit natuurvolk was het toch geen sterk en krachtig ras. Vieze huidziekten, waaronder
+de framboesia tropica vooral berucht was, kwamen hier veel voor en kinderen hadden somtijds booze zweren over hun gansche
+lichaam verspreid.
+
+</p>
+<p>Met hun dooden sprongen zij om zooals hun geloof het hun ingaf. In kleine doodenhuisjes op palen of in half gevulde graven,
+waarboven een dakje, werden de lijken vlak in de nabijheid hunner huizen neergelegd, terwijl blauw gekleurde borden en schalen
+van aardewerk, waarop eten, daarnaast werden geplaatst. Ook wapens en huisraad werd daar in de nabijheid neergelegd ten gebruike
+der afgestorvenen; want de macht hunner geesten bleef op aarde groot, en daaraan was hun vrees evenredig. Zoo trachtten zij
+die geesten steeds gunstig gestemd te houden, om het booze af te weren en het goede te ontvangen.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Na een week te zijn weggebleven, kwam ten slotte de prauw met een volle lading van de mooiste noten aan den wal. De opzichter
+had voor zijn lange uitblijven allerlei verontschuldigingen, van tegenwind, en moeite hier, en moeite daar. Wat daar van waar
+was zou moeilijk te controleeren zijn, doch de volle lading deed verder het hare om den storm, die over zijn hoofd dreigde
+op te steken, te doen bedaren.
+
+</p>
+<p>De eerste grobak (ossenkar) met noten hoog opgestapeld, reed door de kampong en over den breeden weg door de alang-alang velden
+naar het emplacement, waar zij spoedig, een voor een en in lange rijen, op de kweekbedden werden uitgelegd. Nu kon de groei
+beginnen en bij steeds grootere en meerdere ladingen, die weldra zouden volgen op steeds breedere basis.
+
+</p>
+<p>Wanneer nu de lang verwachte boot verscheen, zou met volle kracht het werk kunnen worden aangepakt en daarmede de grond worden
+gelegd voor een gezond begin. Doch wanneer kwam die boot! Reeds dagenlang was zij over haar tijd, en de mogelijkheid dat haar
+een ongeluk was overkomen, werd steeds grooter.
+
+</p>
+<p>Het was in die dagen&#8212;terwijl een hevige ingewandsziekte mij overviel, die in dysenterie dreigde te ontaarden&#8212;dat, twaalf etmalen
+te laat, de boot eindelijk binnenviel. De inlanders liepen van het strand de kampong binnen en riepen: &#8220;Kapal masok! Kapal
+masok!&#8221; (de boot is binnen). Een tijding, die aan iedereen in de kampong ontspanning en vreugde zou brengen na de onzekerheid
+en het lange wachten en die mij, was ik gezond geweest, in vuur zou hebben gezet. Nu bleef ik onverschillig en roerloos op
+mijn veldbedje liggen, verzwakt en mat door de hevige ziekte.
+
+</p>
+<p>Weldra bereikte mij de tijding dat Verster met het eerste vijftigtal koelies uit de Minahassa aan boord was. Berichten uit
+Holland, brieven, tijdschriften en couranten zouden binnenkomen. Werk zou er in overvloed zijn. Na den stilstand was de hartslag
+van een bedrijviger leven gekomen, doch dommelend moest ik blijven liggen waar ik lag, terwijl om mij heen nu alles in de
+weer kwam. De een na den ander verliet zijn huis. Christenen in hun witte baadjes, Chineezen, Arabieren enz. spoedden zich
+naar de aanlegplaats of trachtten prauwen en prauwtjes machtig te worden om naar boord te roeien. Reeds kwamen passagiers,
+die ontscheept waren, over den weg de kampong binnenstappen, en weldra zag ik de Minahassers met groote en kleine bundeltjes
+op den rug passeeren. Zij maakten een geheel anderen indruk dan men zich gewoonlijk van een troep koelies maken zou. In licht
+gekleurde gestreepte broeken en witte of kleurige baadjes, met een staand kraagje en een stroohoedje dandy-achtig boven de
+gele en veelal nette en nog jonge gezichten, sommigen met schoenen aan de voeten, zou men ze eerder gehouden hebben voor een
+troep studenten eener inlandsche hoogeschool. Nu zou het te Menado ontvangen en natuurlijk aanstonds verteerde voorschot,
+van &#402;&nbsp;40.&#8211; per man, aan die nieuwe baadjes en nieuwe hoedjes wel niet vreemd zijn geweest. Daarbij doet het uiterlijk van
+den Minahasser, wat huidkleur en gelaatstrekken betreft, <a id="d0e1033"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1033">36</a>]</span>zeer sterk aan vermenging met Japansch bloed denken; ja zelfs vindt men er onder, die hierin maar zeer weinig van den Europeaan
+verschillen. Ook hebben zij, reeds van ouder tot ouder Christenen zijnde, van den eersten tijd onzer komst in Indi&euml; onafgebroken
+onder onzen invloed gestaan en gevoelen zij zich dan ook veel meer aan ons gelijk dan de doorsnee-inlander. De meesten hebben
+goed onderwijs gehad, schrijven vaak keurig en spreken soms een woord Hollandsch.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-036.jpg" alt="Voordanser en dansvrouwen op Halmaheira. (Phot. Baretta)." width="720" height="501"><p class="figureHead">Voordanser en dansvrouwen op Halmaheira. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Weldra kwam Verster, vertelde in &#8217;t kort iets van de ellende, die hij op deze reis had ondervonden, beklaagde me en verdween
+spoedig weer met zijn mannetjes naar het emplacement. Het was me even opgevallen, dat hij zeer zenuwachtig en neerslachtig
+was geweest, doch onverschillig daarover verder dommelend, werd ik spoedig weer afgeleid door passagiers van de boot, die
+aan land een kijkje kwamen nemen en een praatje kwamen maken, mij zeer beklagend, zooals ik daar lag. De post werd verdeeld
+en brieven van huis en over zaken hielden me in spanning, en joegen me met zweepslagen uit den dommel der zwakte. Den morgen
+volgende op dien dag, gevoelde ik me zoo slap als een vaatdoek. Verster opperde toen het denkbeeld om mij, per extra prauw,
+over de landengte van Dodinga naar Ternate te laten expedieeren, opdat ik onder doktershanden zou kunnen beteren. Ik weigerde
+beslist en liet de hulp inroepen van den oudsten zendeling, die dadelijk kwam en mij, met zijn vele practische ervaring der
+gevaarlijke Indische ziekten, er binnen eenige dagen met een streng dieet en het geregeld toedienen van een homoeopathisch
+middel weer bovenop hielp.
+
+</p>
+<p>Terwijl ik in die dagen nog met huisarrest onder het galerijtje zat, kwam op een morgen Verster uit het bosch terug en overviel
+me met de mededeeling, dat we hier onmogelijk verder zouden kunnen gaan, daar het terrein volgens zijn zeggen wegens watergebrek
+voor cultures niet deugde; dat we derhalve niets beters konden doen dan aanstonds het werk te staken en de koelies af te danken
+en op Java of elders beginnen, daar alle werk hier tijd en geld verknoeien zou zijn. Er was toen, door gebrek aan werkvolk,
+op het terrein nog geen water gevonden doch overal was de aanwezigheid van grondwater theoretisch vastgesteld.
+
+</p>
+<p>Het bleek me toen, dat hij in dezen geadviseerd was geworden door den oudsten zendeling, die op een wandeling het emplacement
+had bezocht en daar in een kwartier tijds tot die conclusie was gekomen. Ik moest hartelijk om deze meening lachen; doch Verster,
+die nu uiterst zwaartillend en nerveus was, vatte de zaak heel anders op en vertrok, om spoedig met den zendeling terug te
+keeren, die mij persoonlijk zijn meening zou meedeelen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-037.jpg" alt="Moeder met een door bobente (spaansche pokken) aangetast kind. (Phot. Baretta)." width="426" height="720"><p class="figureHead">Moeder met een door bobente (spaansche pokken) aangetast kind. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Nu had deze man, naast een bezadigde wijze van spreken, de gave zijn meening helder en met overtuiging voor te kunnen dragen.
+Door zijn leven <a id="d0e1059"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1059">38</a>]</span>te midden eener omgeving, waarboven hij ver uitstak, had hij buitendien, daar alle tegenspraak hem vreemd was, een te groot
+zelfvertrouwen gekregen, waardoor hij zijn oordeel vaak op te stellige wijze uitsprak.
+
+</p>
+<p>Tegenover hem en Verster gezeten, hoorde ik de meening van die beide autoriteiten hoofdschuddend en eenigzins lachend aan
+en weerlegde de bezwaren van den zendeling. Dit bleef niet zonder indruk op hem,&#8212;een half jaar later zou hij zelf voor de
+zendingsvereeniging een stuk grond naast het onze voor de klappercultuur in concessie aanvragen,&#8212;en hij vond de zaak bij nader
+inzien dan ook nog zoo kwaad niet. Ik dankte hem voor zijn ongevraagd advies en bleef bij het eenmaal genomen plan om op dit
+mooie stuk grond met de ontginning voort te gaan. Verster weigerde echter en bleef koppig weigeren hier voortaan als administrateur
+op te treden, hoewel ik hem verlof gaf een rapport over een en ander, dat ik van mijn kantteekeningen voorzien, naar Holland
+te zenden, zoodat hij, van alle verantwoordelijkheid ontslagen was.
+
+</p>
+<p>De zendeling vertrok en liet mij intusschen, nog zwak en nauwelijks hersteld, met Verster achter, die, wijl ik zijn meening
+niet deelde, woedend was en beweerde, volgens zijn contract alleen verplicht te zijn op de oorspronkelijke concessie op Morotai
+te werken, weshalve hij te Tobelo geen slag meer wenschte uit te voeren. Daar zat ik met een administrateur, die alle redelijkheid
+verloren had, voor een taak, die mijn taak niet was.
+
+</p>
+<p>Ook den volgenden morgen bleek Verster nog niet voor rede vatbaar te zijn en weigerde beslist zijn werk weer op te vatten,
+ik had daar naast me een man, die van aanleg werkzaam en flink was geweest, doch wiens gestel door een funest Indisch leven
+van veel reizen en zwerven en rooken en drinken en veel te veel praten, geheel ondermijnd was geworden. Tegen de zorgen en
+moeiten der laatste maanden was hij niet meer bestand geweest, terwijl het afkeurend oordeel en allerlei inblazingen, die
+zich doen hooren, wanneer men trachten wil iets op te bouwen, hem den nekslag hadden gegeven. Hij was door die kritiek op
+onze, uit den aard der zaak, riskante onderneming gaan twijfelen aan de uitvoerbaarheid der plannen. Niet intelligent genoeg
+had hij de booze wereld en hare goede-raadgevers niet kunnen nemen voor wat ze zijn. Inderdaad bleek het me later, dat hij
+op zijn terugreis van Menado naar Ternate, door toedoen van mijn vroegeren gastheer daar, met alles behalve goede adviezen
+van die laatste plaats naar Tobelo was teruggekeerd, waarvan hij nu het slachtoffer dreigde te worden.
+
+</p>
+<p>Door de wijze waarop hij zich gedroeg, zou ik genoodzaakt worden hem, wanneer hij niet bijtijds tot inkeer kwam, zijn ontslag
+te geven. En reeds dreigde hij zelf met ontslag nemen, in de meening mij door zijn onmisbaarheid te kunnen dwingen. Nu begreep
+ik, dat ik hem nooit als zelfstandig administrateur zou kunnen achter laten, zoodat zijn ontslag zelfs wenschelijk werd. Op
+een laatste scherpe aanmaning om aanstonds aan het werk te gaan, waarop hij een weigerend antwoord gaf, volgde dit ontslag.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-038.jpg" alt="De voorgalerij bij den jongsten zendeling; op den achtergrond de school." width="581" height="400"><p class="figureHead">De voorgalerij bij den jongsten zendeling; op den achtergrond de school.</p>
+<p>(<i>Teekening H. R. Roelfsema</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Na die tragedie was het verblijf met hem onder &eacute;&eacute;n dak zeer pijnlijk geworden en was het me zeer welkom voorloopig mijn intrek
+bij den jongsten zendeling te kunnen nemen. Van nu af ging ik elken morgen bij het krieken van den dag van dit huis naar de
+loodsen in het bosch, alwaar begonnen werd het werkvolk onder leiding van den opzichter en eenige mandoers aan den arbeid
+te zetten. Dan was er den ganschen dag volop werk tot &#8217;s avonds als het donker werd, waarop ik terugkeerde om onder de galerij,
+bij de petroleumlamp, waar ook de zendeling met zijn vrouw zat, nog menig uurtje aan correspondentie te wijden.
+
+</p>
+<p>In den put op het emplacement, die door bekwamere werklui sneller kon worden uitgediept, werd na eenige dagen op 15 M. diepte
+water gevonden, terwijl dit op andere gedeelten van het terrein, die lager waren op geringere diepten eveneens overal werd
+aangetroffen. Daarmee was deze cardinale kwestie ook practisch opgelost.
+
+</p>
+<p>Met de komst der menschen werd het in het bosch weldra bedrijvig en vroolijk; vrouwen en kinderen, die met den vader waren
+meegekomen, zag men den ganschen dag voor de loodsen; kippen liepen er weldra rond en kakatoes en papegaaien slingerden aan
+hun stokken; armzalige gladakkers snuffelden naar alles wat van hun gading was; vuurtjes werden gestookt voor het klaarmaken
+van het middagmaal; de wasch hing aan de drooglijnen uit, en zoo gaf al dat menschelijk bedrijf aan die stille plek in het
+bosch een geheel ander aanzien, dan ik daar tot nu <a id="d0e1085"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1085">40</a>]</span>toe gewend was geweest. Een fiets, die hier nog een hypermodern vervoermiddel was en dan ook in den beginne zeer de aandacht
+der bevolking trok, was uit Menado meegekomen en bekortte me zeer den dagelijks herhaalde malen af te leggen afstand over
+een smal voetpaadje, van het huis van den zendeling naar de ontginningen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-039.jpg" alt="Tobelorees uit Weda (Halmaheira). (Phot. Baretta)." width="410" height="720"><p class="figureHead">Tobelorees uit Weda (Halmaheira). (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Intusschen was ik nog niet geheel van Verster bevrijd. Uit een zeer menschelijke neiging tot wraak en tot het zoeken van eigen
+voordeel zou hij nog zooveel mogelijk trachten mij te dwarsboomen, nu hij in mij zijn vijand meende te moeten zien. Als administrateur
+had hij het beheer der gelden gehad. Na zijn ontslag was hij verplicht de boeken en de kas, welke laatste altijd nog zwervende
+was geweest en die zich nu ten huize van den civiel-gezaghebber bevond, aan mij over te dragen. Op mijn aanmaning ontving
+ik een verantwoording, waaruit aanstonds bleek, dat de man in zijn ge&euml;xalteerden toestand de grenzen der eerlijkheid had overschreden.
+Aanstonds liet ik door den civiel-gezaghebber beslag leggen op al het geld dat aanwezig moest zijn; en onder den druk van
+zijn geweten en van een zeer begrijpelijke vrees gaf Verster op diens aanmaning het papiergeld af, waarmede hij reeds in zijn
+zak liep en het zilver, dat hij op andere wijze had verstopt. Daarmede was het geld nu wel uit de handen van Verster gered,
+doch hiermede had ik zelf de beschikking over bijna alles verloren en de dichtst bijzijnde rechtbank voor dergelijke delicate
+zaken was die te Makasser, welke plaats eerst na een reis van ruim 14 dagen te bereiken was.
+
+</p>
+<p>Verster begon, doelloos te Tobelo rondloopende, zich daar steeds onbehagelijker te gevoelen. Zijn ontslag had tengevolge,
+dat hij zijn ruime salaris had verspeeld, terwijl door de inbeslagname der kas het resteerende bedrag hem voorloopig niet
+kon worden uitgekeerd. Weldra zou het hem aan contanten gaan ontbreken. Schaamte en berouw deden het hunne, en daar de terugkeerende
+boot naar Ternate nog een drietal weken zou uitblijven, oordeelde hij het raadzaam na een week per prauw daarheen terug te
+keeren. Op een morgen vernam ik, niet zonder medelijden met hem te gevoelen, dat hij vertrokken was. Met vuur en ijver was
+hij een tijdlang voor onze belangen opgekomen; toen hadden zijn woelige natuur en zijn verbeelding hem parten gespeeld en
+zijn kortstondige energie gebroken. Een man als hij zou onder de Europeanen steeds meer blijken tot de categorie van gelukzoekers
+en zwervers, waaraan Indi&euml; zoo rijk is, te gaan behooren.
+
+</p>
+<p>De onderneming begon zich te ontwikkelen en groeide met den dag. De kweekbedden strekten zich steeds verder uit en voortdurend
+kwamen er nieuwe ladingen noten. Reeds deden de eerste spruiten den dikken vezelbast scheuren en rezen er stengels met zijwaarts
+gerichte bladeren uit den grond op. Met donderend geweld ploften de reuzen van het woud ter aarde, en door de open ruimte,
+die steeds wijder werd en over den chaos van omgevallen stammen en kruinen en takken klonken de bijlslagen den ganschen dag.
+Een timmerman, die was medegekomen om de leiding van den bouw van huizen op zich te nemen, had zijn taak aangevangen en onder
+een dakje van atap werd gezaagd en gehakt en geschaafd aan de balken en stijlen voor het eerste huis.
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-040.jpg" alt="Put met bak voor badwater." width="578" height="420"><p class="figureHead">Put met bak voor badwater.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>In een der loodsen was een gedeelte gereserveerd voor kantoor, waar eindelijk de brandkast werd opgesteld, die, na uit Amerika
+te zijn gekomen, de reis van Holland uit had meegemaakt en nu, na dien tocht rondom de wereld, in het oerwoud eindelijk haar
+bestemming had bereikt. Een beschuttend dak voor het kantoortje uitgebouwd, werd weldra mijn galerijtje, waar ik, als mijn
+werk in het bosch was afgeloopen en mijn aanwezigheid niet elders werd vereischt, de administratie en correspondentie verrichtte
+en waar de Tobeloreezen en handelaren, die materialen en goederen en zaadnoten leverden, geduldig op betaling zaten te wachten,
+wanneer de Toewan Maatschappij het bosch in was.
+
+</p>
+<p>De naam van Toewan Maatschappij had men mij te Tobelo spoedig gegeven, ter onderscheiding van den Toewan Magistraat, den civiel-gezaghebber
+en den Toewan Pendita (Geestelijke), den oudsten der zendelingen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/o1917-040.gif" alt="Ornament." width="281" height="29"></div><p>
+
+<a id="d0e1115"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1115">41</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-041.jpg" alt="Het Zendingshuis te Djailolo (Halmaheira), gelijk aan dat te Tobelo." width="720" height="472"><p class="figureHead">Het Zendingshuis te Djailolo (Halmaheira), gelijk aan dat te Tobelo.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p style="&#xA; background: url(images/ih1917-041.gif) no-repeat top left;&#xA; &#xA; padding-top: 60px;&#xA; "><span style="&#xA; float: left;&#xA; width: 95px;&#xA; height: 90px;&#xA; background: url(images/ih1917-041.gif) no-repeat;&#xA; &#xA; background-position: 0px -60px;&#xA; &#xA; text-align: right;&#xA; color: white;&#xA; ">H</span>et was, na een onafgebroken zwerven van meer dan zes maanden, waarin ik onder allerlei omstandigheden correspondentie en administratie
+had moeten verrichten, een heerlijkheid daar een veilig plekje te hebben gevonden, waar alles netjes bijeen was en elk stuk,
+uit de groote kist met schrijf- en kantoorbehoeften uit Holland meegenomen, zijn plaats had gekregen. Het was er heusch een
+echt kantoor, met agenda&#8217;s en memorandums en briefregistrators, copieerboeken en copieerpers. Nog behielp ik me met een tafel
+en stoelen uit bamboe gemaakt, doch een schrijftafel was bij de timmerschool in de maak. De brandkast was als de kroon op
+het geheel; zij werd met haar kantoorboeken en geheimzinnige geldkastjes, door de menschen uit de wildernis, die soms eens
+familiaar kwamen kijken, steeds met ontzag aangekeken en nader besproken. In dat leven van rondzwerven in het bosch en den
+geheelen dag buiten zijn, en&#8212;wanneer het werk mij riep voor het primitieve kantoortje&#8212;van hard afwisselend werken van den
+morgen tot den avond, voelde ik me wonderwel thuis en gezond. En wanneer niet sterke banden mij naar het vaderland hadden
+teruggeroepen dan zou ik mij zelven hier tot administrateur hebben benoemd. Nu echter moest ik trachten een opvolger voor
+Verster te vinden, wat in dezen uithoek der wereld niet zoo gemakkelijk zou zijn. Met de komst van dien nieuwen functionaris
+zou, wanneer hij de rechte man op de rechte plaats bleek te zijn, mijn taak zijn afgeloopen. In het belang der onderneming
+zou zoo iemand, nu de eerste bezwaren en moeilijkheden der vestiging waren overwonnen, zelfstandig en op eigen verantwoordelijkheid
+dienen te handelen.
+
+</p>
+<p>Met de postprauw, die tusschen de aankomst der booten in naar Ternate vertrok, gaf ik telegrammen mee naar Holland en naar
+relaties op Java, om een tweeden administrateur te zenden. Er zouden voor de komst van den nieuwen titularis ten minste een
+drietal maanden verloopen, en zoo was ik in dien tijd mijn eigen baas en kon handelen naar eigen inzichten en believen.
+<a id="d0e1125"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1125">42</a>]</span></p>
+<p>Elken dag zag me de opkomende zon door de alang-alangvelden fietsen naar den uitgestrekten woudzoom in het Westen, waarachter
+de Doekoenoe en de uitgedoofde vulkaankegel van den Momoja verrezen. Dat eerste begin van den dag, met de verdwijnende sterren
+en het verschieten van het rood aan de wolkenvegen, en het scheren van de eerste zonnestralen over de aarde, was in de open
+ruimte tusschen zee en woud een telkens weerkeerend zalig beleven van den eersten morgenstond.
+
+</p>
+<p>Na den inspectietocht in den vroegen morgen door het woud verscheen, tegen 8 uur, Ketjil met den etensdrager, waarin door
+de goede zorgen van mijn gastvrouw een smakelijk ontbijt was geborgen. Soms genoot ik van die versterkende rustpauze voor
+mijn kantoortje gezeten, soms ook op een omgevallen boomstam in het woud, waar na een langdurig zoeken de jongen mij toevallig
+had gevonden. Zijn anders altijd goedmoedige gezicht had dan, door het sleepen met dien zwaren etensdrager over boomstammen
+en struiken en door een warnet van takken en ineengestrengelde lianen een grimmigen trek gekregen, doch zijn goede humeur
+herstelde spoedig als hij neergehurkt tegenover zijn etenden baas, geduldig zat te wachten.
+
+</p>
+<p>Schrijven, regelen, overleggen, een tweede rondgang en soms een derde volgden, daarna tusschentijds even middageten bij den
+zendeling aan huis en zoo keerde ik tegen den avond, als het werk der koelies was afgeloopen, vermoeid huiswaarts.
+
+</p>
+<p>Op deze wijze verliep het leven geleidelijk, zonder horten of stooten; alleen de komst der booten gaf eens in de maand eenige
+opschudding, terwijl ook de Zondag eenige verandering bracht, daar het werk dan moest worden stilgelegd. Daar er bijna uitsluitend
+met Christenen werd gewerkt, had men tegenover hen, volgens contract, den Zondag als vrijen dag moeten erkennen. Op dien dag
+werd ook door een der zendelingen in een der loodsen op de onderneming gepreekt, waarbij het in die primitieve omgeving steeds
+zeer ernstig toeging. Op planken, die over kisten en balen waren gelegd, zaten de toehoorders en een enkele toehoorster in
+hun Zondagsche plunje aandachtig luisterend op rijen achter elkaar, terwijl de zendeling achter een tafel van bamboe staande,
+in het Maleisch zijn preek hield. Als ouderling en voorzanger trad steeds de timmerman op, die onder het laatste gezang tevens
+met het kerkezakje aan den langen steel rondging. Kakelende en vechtende kippen en hanen liepen soms, pikkend en verwaand
+rondkijkend, tusschen het publiek of onder den ge&iuml;mproviseerden preekstoel door. Doch een goed zendeling is voor dergelijke
+stoornissen niet in &#8217;t minst vervaard; hij heeft geen kerken of kathedralen, noch plechtige stilte noodig, doch predikt als
+het zijn moet overal en onder alle omstandigheden, waarbij de stemming of de indruk niet in het minst behoeft te lijden. Integendeel,
+in dien soberen eenvoud is iets stichtelijks en ontroerends. De oudste zendeling vertelde mij, dat hij eens onder een boom
+staande voor slechts &eacute;&eacute;n mensch had gepreekt.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-042.jpg" alt="Zendingskweekschool te Tobelo." width="574" height="443"><p class="figureHead">Zendingskweekschool te Tobelo.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Somtijds wandelde ik op zulk een Zondagmorgen met den voorganger mede en woonde den kerkdienst bij.
+
+</p>
+<p>Het publiek, dat hier bijeenzat, was misschien meer stil-aandachtig dan devoot, want eenmaal inziende, hoe geenerlei dwang
+op hen werd uitgeoefend bij het ter kerk gaan, had er spoedig een groot verloop van toehoorders plaats. Toen er weldra meer
+werkvolk op de onderneming verscheen en voornamelijk bewoners van de Sangir- en Talaut-eilanden, bleek het, dat deze in grooter
+afzondering levende eilandbewoners, veel trouwer naar de Zondagmorgenpreeken kwamen luisteren dan de meer geraffineerde Minahassers.
+
+</p>
+<p>Ten huize van den jongsten zendeling nam ik, indien aanwezig, deel aan de gewoonten van dit huis. Reeds zeer vroegtijdig,
+gewoonlijk wanneer het nog schemerend was, liet de heer des huizes een belletje door het huis weerklinken, waarop de huisjongen
+en de jongens der school, die in de bijgebouwen sliepen, in letterlijken zin hun matjes oprolden, zich waschten en zich gingen
+klaarmaken voor den dag. Meestal zat ik, als dat belletje weerklonk, reeds op de fiets, en in het donker of halfdonker waren
+een drietal dier jongens, wier weekbeurt het was, reeds buiten en in de keuken bezig om het huiswerk te bezorgen. Door de
+talrijke reten der gebarsten gedek-wanden van het keukentje flikkerden reeds de vlammen van een vuurtje, en daar buiten was
+er een bezig hout te kloven; zelfs den zendeling ontmoette ik somtijds reeds op dat vroege morgenuur op het erf, genietend
+van de koelte en van den aanblik van het krieken van den dag en het opgaan der zon.
+<a id="d0e1145"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1145">43</a>]</span></p>
+<p>Over het achtererf, langs een smal kronkelend paadje, tusschen kletsnatte door den dauw bevochte alang-alang, kwam ik dan
+met de fiets weldra op den rechten weg, die naar het emplacement leidde. Ten huize van den zendeling was inmiddels een ieder
+ontwaakt en vond er zijn werk. De leerlingen der kweekschool voor goeroes, de Papoeatjes, de Amboneesjes, de Galelareesjes
+enz. verdwenen in het schoolgebouw of in de studeerkamer van den zendeling en repeteerden en schreven en zeiden lessen op,
+of kregen in het vroege morgenuur onderricht in het zingen van kerkelijke liederen. Tegen acht uur was dan het ontbijt in
+de achtergalerij klaar gezet, alwaar hij nu met zijn vrouw plaats nam te midden van alle jongens, die zich langs de wanden
+hadden geschaard. In het Maleisch werd door hem uit den bijbel voorgelezen, waarna in diezelfde taal eenige psalmen werden
+gezongen. De morgengodsdienst eindigde met gebed en soms met een vermaning aan een of meer jongens, die dit hadden verdiend.
+De jongens verdwenen nu onder het voorgalerijtje van hun slaaphuis, waar op eenige lange tafels hun ontbijt was klaar gezet,
+dat steeds uit sago en visch bestond.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-043.jpg" alt="Christelijke naaischool te Boeli. (Phot Baretta)." width="720" height="454"><p class="figureHead">Christelijke naaischool te Boeli. (<i>Phot Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De middagtafel werd eveneens door bijbellezen en gebed voorafgegaan, de avondtafel alleen met gebed, en elke maaltijd eindigde
+met gebed. Bij de laatste maaltijden schaarden de jongens zich niet om de tafel, doch &#8217;s avonds had na afloop van het dagwerk
+nog een bijeenkomst plaats in de achtergalerij, waar alle Papoeatjes, Amboneesjes en Galelareesjes enz. weer langs de wanden
+stonden, en waar ik in gezelschap van den heer en vrouw des huizes ook steeds aan deelnam. Er werd dan weer in het Maleisch
+uit den bijbel gelezen, er werden psalmen gezongen, en er werd gebeden.
+
+</p>
+<p>Het werd me bij die telkens herhaalde godsdienstoefeningen, in dien tredmolen van bidden en bijbellezen en psalmen zingen
+met de geheel onontroerde gezichten dier inlanders voor me, wel eens vreemd te moede, en ik kon den indruk niet van me afzetten,
+dat het dagelijksch verkeer met de hoogste dingen zoo precies op de klok en in het openbaar, en lukraak door allerlei stemmingen
+heen, het doel voorbijschoot en leidde tot een familiariteit en tot een gewoonte, waarbij het gevoel tot gebaar, het verhevene
+tot sleur werd.
+
+</p>
+<p>Wanneer we daar dan &#8217;s avonds zaten met al die jongens, geschaard langs de wanden van de achtergalerij, de zendeling en zijn
+vrouw aan het lange, ik aan het korte eind der tafel, waarop steeds het roode tafelzeil met zijn grillige figuren lag, dan
+dwaalden onder het eentonige Maleische gezang mijn gedachten van de krullen en dwarreling dier figuren, na de herrie van den
+dag die mij in beslag had genomen, naar andere dingen, totdat het Amen was uitgesproken, waarop we naar de voorgalerij gingen
+voor het laatste werk of het laatste praatje van den dag, terwijl buiten de Indische nacht was aangebroken en de insecten
+om ons heen snorden en gonsden en tegen de petroleumlamp botsten en tji-tjaks hun geluid deden hooren, roerloos zittend of
+zich snel bewegend langs de gaba-gabawanden van het huis.
+
+</p>
+<p>De eerste boot, die van Ternate binnenviel, bracht als verrassing den koeliewerver, dien we bijna vier maanden geleden van
+daar hadden uitgestuurd, in gezelschap van een flinke ploeg werkvolk van de <a id="d0e1164"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1164">44</a>]</span>Sangir- en Talaut-eilanden. We hadden deze werving, daar in den tusschentijd niets van hem was gehoord, reeds als mislukt
+beschouwd en tevens als een belangrijk geldverlies, naardien ons alleen was bericht, dat het geld dat hiervoor te Menado was
+gedeponeerd, door een misverstand in handen van den koeliewerver was gekomen, aan wien we dit niet hadden toevertrouwd. Deze
+vermeende mislukking en het gevreesde geldverlies had Verster zich indertijd zeer sterk aangetrokken en was voor hem een der
+teleurstellingen geworden, die zijn vertrouwen in onze onderneming hadden geschokt. Echter de werver was eerlijker gebleken
+dan we dachten, en met niet geringe blijdschap ontwaarde ik hem met zijn mannetjes aan boord van de binnengevallen boot.
+
+</p>
+<p>Met volle kracht konden we ons nu aan het ontginnen zetten, te meer daar de Sangireezen en Talauters uitmuntende werklui moesten
+zijn.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-044.jpg" alt="Het huis van den Sangadji van Galela. (Phot. Baretta)." width="720" height="459"><p class="figureHead">Het huis van den Sangadji van Galela. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Tevens kwam met deze boot de inbeslaggenomen kas aan het adres van den civiel-gezaghebber terug, welke kas door hem aan den
+resident van Ternate was toegezonden. Het bleek, dat de civiel-gezaghebber in zijn functie een dergelijke inbeslagname niet
+had mogen verrichten, weshalve de resident er ambtshalve niets mede te maken wilde hebben. Intusschen was aan Verster, op
+mijn verzoek, het hem nog toekomende salaris door den resident uit deze kas te Ternate uitgekeerd geworden, zoodat ik redelijkheidshalve
+mocht verwachten weer de beschikking over het resteerende bedrag terug te krijgen. Dit was echter niet het geval. De civiel-gezaghebber
+behield hetgeen hij had, in afwachting van een advies, dat bij den officier van justitie te Makasser was aangevraagd. Daar
+zou men nu op zulk een afstand de ellende van een proces aan den gang kunnen krijgen met een tegenpartij die geen cent bezat
+en om een bedrag, dat de groote onkosten van zulk een proces niet zou dekken. Ik was allesbehalve over deze bureaucratische
+oplossing, die de heeren ambtenaren aan deze zaak wilden geven, gesticht en begreep, waar van mijne zijde redelijk gehandeld
+was en ik een proces v&oacute;&oacute;r alles vermijden wilde, dat ik dit geld uit de handen van den civiel-gezaghebber terug moest hebben
+alvorens de justitie zich er verder mee zou mogen bemoeien. Nu had onze civiel-gezaghebber, naast een groot gevoel van eigenwaarde
+ook een groote mate van eigenliefde, die, wanneer ze gestreeld werd, hem zoo gedwee en lieftallig maakte als een lam. Doch
+hij had den laatsten tijd door allerlei kleine voorvallen steeds meer getoond zijn macht tegenover mij te zullen laten voelen,
+daar wegens mijn gemoedelijken en vriendschappelijken omgang met den oudsten zendeling, dien ik steeds meer had leeren waardeeren,
+zijn stemming tegenover mij niet verbeterd was. Hij kon mij deze sympathie voor zijn tegenstander niet vergeven, doch hij
+zou ook des te gevoeliger zijn, wanneer ik mij eens extra onderdanig tegenover hem betoonde.
+
+</p>
+<p>Van deze zwakheid der eigenliefde moest ik in deze omstandigheid partij trekken om mijn doel te bereiken, en zoo gebeurde
+het op een avond, nadat er weer een kwestie tusschen ons was gerezen,&#8212;kwesties, zooals hij er zoo dikwijls en met zoo velen
+had gehad&#8212;en die, per brief behandeld, een zeer scherp karakter dreigde aan te nemen, dat ik naar zijn huis stapte met het
+voornemen om, hoe ook, <a id="d0e1180"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1180">45</a>]</span>zoowel dit verschil bij te leggen als te trachten het geld terug te krijgen. Slechts ter wille der zaken, die ik vertegenwoordigde,
+kwam ik tot dezen stap; doch eenmaal besloten, ging ik met het vaste voornemen, hem door mijn houding en een gemoedelijk praatje
+in de gewilde stemming te brengen.
+
+</p>
+<p>Toen ik zijn erfje opliep, zag ik den geweldige met een ernstig en gewichtig gezicht alleen onder zijn galerijtje zitten.
+Mij ziende, scheen hij niet anders te verwachten dan met iemand te moeten praten, die in de gerezen kwestie zijn opinie eens
+ronduit kwam zeggen. Ik hield me echter zoo passief en zoo leuk en schikte me zoo geheel naar zijn wenschen en regelingen,
+dat hij niet wist hoe hij het had, terwijl mijn inschikkelijkheid hem geheel ontwapende en zachtmoedig stemde. Ik dacht toen
+zoo voor me heen: &#8220;je bent nog zoo&#8217;n kwaje kerel niet, als men maar een beetje met je weet om te springen.&#8221; Toen ik na eenigen
+tijd voorzichtig en terloops in het gesprek de in beslaggenomen gelden aanroerde en op de teruggave daarvan zinspeelde, weigerde
+hij eerst en wilde afwachten; doch tegen een zachten aandrang en eenige vriendelijkheden aan zijn adres was hij niet meer
+opgewassen, en ten slotte gaf hij mij wat hij in zijn gestreelde eigenliefde niet meer weigeren kon.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-045.jpg" alt="Een chineesche kleinhandelaar op reis in een vlerkprauw. (Phot. Baretta)." width="720" height="464"><p class="figureHead">Een chineesche kleinhandelaar op reis in een vlerkprauw. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Dienzelfden avond nam ik van hem afscheid met de gedachte, die zich in dit uur steeds meer aan mij had opgedrongen: &#8220;Jij bent
+nog zoo&#8217;n kwaje kerel niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dit zou echter niet lang duren. Eenige dagen later, toen ik zijn huis wilde passeeren, schoot juist op het oogenblik dat ik
+den uitgang van het erf was genaderd, een inlander in snelle vaart uit het hekje, gevolgd door den civiel-gezaghebber, die
+een dikken stok in zijn hand had. De inlander vluchtte niet ver, doch bleef spoedig in gebogen houding gelaten afwachten wat
+er komen zou. Daar daalde de stok op het hoofd van den man neer, totdat deze brak en het bloed hem langs het gelaat liep.
+Toen hij mij zag, trachtte hij een verklaring voor zijn handelwijze te geven en poogde den indruk te verzachten door den inlander
+mee naar zijn huis te nemen, waar hij hem eigenhandig verbond.
+
+</p>
+<p>Wie dezen man een stroobreed in den weg legde moest voor hem wijken of bukken; ging het niet goedschiks, dan kwaadschiks en
+met geweld, en van dat laatste genoot zijn wreede natuur. &#8217;s Avonds, wanneer we onder de lamp zaten en het eene vliegje of
+kevertje na het ander, door het licht aangetrokken, zich door het licht verblind in den lichtcirkel op de tafel zette, was
+zijn gewone bezigheid, die beestjes een voor een met duim en wijsvinger zoo ver mogelijk weg te knippen. In zijn leven trachtte
+hij met menschen op gelijke wijze te doen, doch hij vergat dat deze zich zulk een behandeling niet zoo gemakkelijk lieten
+welgevallen.
+
+</p>
+<p>Voor zijn uitgebreide taak, waarvoor hij niet de minste opleiding had gehad,&#8212;hij was boekhouder bij de Paketvaart en de Landschapskas
+geweest,&#8212;en waarvoor hij noch de kennis noch de gaven bezat, was hij alleen in zijn eigen verbeelding berekend. Hij sloeg
+dan ook herhaaldelijk de plank mis en was voor zijn meerderen en voor allen, die met hem <a id="d0e1200"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1200">46</a>]</span>in aanraking kwamen een lastpost of, zooals men in Indi&euml; zoo hartgrondig zeggen kan..... een ellendeling. Zag ik hem door
+de kampong stappen, prenta&#8217;s uitdeelend aan de hoofden, de sangadji, de kapala kampong en anderen, die hem volgden en, met
+angst en beven tegen den willekeurigen Weledelgestrengen opziende, hem toch achter zijn rug bedrogen en uitlachten, dan moest
+ik zelf ook lachen, doch tevens het arme Indi&euml; beklagen, dat door zulke in Indi&euml; zelf geboren tirannen moest worden bestuurd.
+Met zijn waardige collega van Tidore behoorde ook hij tot de noodhulp-ambtenaren die &#8220;op straten en pleinen waren bijeengezocht.&#8221;
+
+</p>
+<p>De voortgang, dien de ontginningen maakten, noopte uit te zien naar steeds grooteren aanvoer van goede zaadnoten, en zoo was
+ik genoodzaakt steeds meer goede vruchtdragende boomen voor de levering dezer noten op te sporen. Gewoonlijk zond ik den opzichter
+hierop uit; somtijds, als het werk het toeliet, ging ik zelf per prauw en bracht daarbij bezoeken aan de koraaleilanden, die
+voor de kust lagen. Al deze eilanden waren bewoond en bezaten meer of minder groote klapperaanplantingen, door de bevolking
+aangelegd. Steeds werd ik bij zulk een bezoek getroffen door den wirwar van planten en struiken en boomen, waarmede zulke
+eilandjes, op de zacht glooiende, kale witte strandjes na, waren begroeid. Slechts in de directe omgeving der huisjes was
+soms eenige regelmaat te bespeuren. Daar stonden soms op de erfjes een drie- of viertal klapperboomen en pisangs op een rijtje
+bijeen, doch van een laan of een groep of een eenigszins regelmatigen aanplant vond men slechts zelden eenige sporen. Vond
+men een complex klapperboomen, dan stonden zij kris en kras dooreen, alsof ze bij toeval geplant waren. Zag men die eilandjes
+van de zee uit, dan leeken zij onbewoond en geheel verlaten, en met moeite ontdekte men van dichtbij hier en daar een bescheiden
+huisje, bijna geheel onder dat groen en zijn schaduw verborgen. Door hun kleinheid maakten zij, van de zee uitgezien, den
+indruk onbewoonbaar te zijn. Doch wanneer men eenmaal van het strand landwaarts-in wandelde en weldra niets meer dan boomen
+en struiken om zich heen zag, totdat men in het midden een grootere of kleinere kampong had ontdekt, dan begon men zich te
+verwonderen over hun betrekkelijke grootte en over het vele, dat daar groeide en over de vele menschen die daar leefden op
+wat, van de zee uit, niet veel meer dan een verlaten en met wat struiken en klapperboomen begroeid stukje land had geleken.
+
+</p>
+<p>De dagen verliepen in onafgebroken werkzaamheid, waarvan de resultaten dag aan dag duidelijker werden. De open plek in het
+bosch was een enorme ruimte geworden, waaruit hier en daar de kapala kajoes (boomstronken) van de dikste stammen tot 6 M.
+hoog uitstaken. Een drietal groote kweekbedden, op verschillende plaatsen aangelegd, kwamen vol noten te liggen, waaruit overal
+met Indische groeikracht de stammetjes en bladeren zich ontwikkelden. Het eerste huis kwam in aanbouw, het geraamte stond
+er reeds en het dak kwam er op. Het terrein in concessie verkregen, werd nauwkeurig afgepaald, een hooger gelegen, eenigszins
+geaccidenteerd stuk grond bleek bij nader onderzoek gemakkelijk uit te schakelen en te ruilen voor een lager en vlak terrein,
+en zoo was overal ontwikkeling en groei en <span id="d0e1206" class="corr" title="Bron: ver-verbetering">verbetering</span> merkbaar. Met vreugde en trots zag ik in wording en vol beloften voor de toekomst, hetgeen door voet bij stuk te houden was
+blijven bestaan.
+
+</p>
+<p>Inmiddels was er bericht van Java ontvangen, dat men er daar in geslaagd was een flinken administrateur te engageeren, die,
+daar hij de veertig reeds gepasseerd en getrouwd was, zeker de noodige bezadigdheid voor dezen post zou bezitten. Tegen het
+eind van Mei zou ik hem met de boot mogen verwachten, en ik zou dan aan hem het mooie werk moeten overdragen, wat mij zeer
+aan het hart ging.
+
+</p>
+<p>Alvorens de nieuwe titularis kwam wenschte ik nog een bezoek aan onze bezittingen op de eilandjes Dodola besar en Dodola ketjil
+te brengen.
+
+</p>
+<p>Voor deze reis had ik slechts de beschikking over een prauw, en wel over die van den oudsten zendeling, welke deze mij zeer
+bereidwillig voor die reis afstond. Mijn Talauters, die met de zee vertrouwd waren, waren uitstekende roeiers. Zij konden
+nu hun krachten eens toonen, daar ik den tocht in zoo kort mogelijken tijd wilde doen, wijl een langdurige afwezigheid van
+de jonge onderneming niet wenschelijk was. De afstand Tobelo naar de Dodola&#8217;s was linea recta 42 K.M. over de zeestraat, welke
+afstand in twaalf uren moest worden afgelegd. Ik besloot tegen het vallen van den avond te vertrekken; de zee was &#8217;s nachts
+gewoonlijk kalmer dan des daags en aan de roeiers zou de koelte van den nacht tijdens het langdurig werk zeer welkom zijn.
+
+</p>
+<p>In mijn dagboek vind ik dien tocht als volgt beschreven.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>19 Mei 1913. &#8217;t Wordt avond, 6 uur, en ik maak me klaar om met de prauw den oversteek te doen naar de eilanden Dodola besar
+en Dodola ketjil.
+
+</p>
+<p>Ik kan niet zeggen, dat het me toelacht om twee nachten in een kleine prauw op zee door te brengen, erg afhankelijk van wind
+en regen. Maar ik verlaat het veilige huis en zeg het lekkere ruime bed vaarwel, om mij aan de ongemakken van zulk een reis
+over te geven.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Zal maannacht worden, de lucht is dreigend; 6 u. 10 min. steken we van wal, vijf minuten later breekt reeds een bui los;
+de roeiers worden terstond kletsnat evenals mijn rug, die niet voldoende door het kleine tentje op de prauw kan beschermd
+worden.
+
+</p>
+<p>Met mijn pajong tracht ik me droog te houden. Spoedig scheidt het met regenen uit, de maan breekt door de wolken, de bui trekt
+somber zwart over de zee naar het Noorden af.
+
+</p>
+<p>De vier roeiers beginnen een eentonig lied te zingen, dat telkens opnieuw krachtig inzet en dat den moed en de kracht er in
+zal houden, om den ganschen nacht zonder ophouden met stevigen pagaaislag door te roeien.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Zijn vier contractanten der onderneming, menschen van de Talaut-eilanden. Deze eilanden vormen met de Sangir-eilanden twee
+groepen, die ten noorden van Celebes liggen op weg naar de Philippijnen.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Zijn Christenen, trouwhartige menschen, aan wie ik mij volkomen toevertrouw.
+
+</p>
+<p>Twee zitten voor, twee achter in de prauw.
+
+</p>
+<p>Op de maat van den forschen pagaaislag word ik <a id="d0e1237"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1237">47</a>]</span>telkens op mijn bankje naar voren en naar achteren geworpen. Het zware werk, dat v&oacute;&oacute;r hen ligt, mag ik van hen vorderen; als
+eilandenbewoners zijn ze aan dit werk gewend, dat ze, te oordeelen naar hun luidruchtigheid, met lust verrichten. Alle inlandsche
+indolentie en inertie is plotseling geweken.
+
+</p>
+<p>De bergen van Halmaheira staan donker boven het glinsterende, door de maan beschenen water. De eilanden voor de kust liggen
+als zwarte plekken met fijne contouren van boomgroepen in de verte.
+
+</p>
+<p>Ik voel me weer als zwerveling verder van honk gaan.
+
+</p>
+<p>Een flauwe maanregenboog is zichtbaar tegen de verder trekkende bui.
+
+</p>
+<p>Het kleine vaartuigje met zijn vlerken aan beide zijden, waardoor zulk een hulkje zoo zeewaardig wordt, volgt al spoedig,
+nu de eilanden zijn gepasseerd, elke beweging van de wijde zeedeining. De vlerken ploffen glijdend en spattend in het water
+en snijden, nu links dan rechts, de golven.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-047-1.jpg" alt="Gezicht op het eerste kweekbed der onderneming, men ziet de jonge spruiten reeds uit de noten komen." width="544" height="468"><p class="figureHead">Gezicht op het eerste kweekbed der onderneming, men ziet de jonge spruiten reeds uit de noten komen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>En verder en verder gaat het, dansend en met gezang, over de golvende watervlakte, waarboven het boord van de prauw slechts
+een enkelen decimeter uitsteekt.
+
+</p>
+<p>Uit mijn koffer neem ik de nachtutensili&euml;n: deken en pyjama, trek schoenen en kousen en jas uit, en over den koffer en de
+bank, waarop ik zat, spreid ik mijn veldbedje uit en leg me verder, gekleed, daarop neer, de opgerolde klamboe als kussen
+onder &#8217;t hoofd.
+
+</p>
+<p>Wel is het veldbedje te kort om languit te liggen, want het toch reeds te kleine bedje kan niet geheel worden uitgeslagen;
+maar ik vind voldoende ruimte om te slapen, zij het ook dat ik een der voorste roeiers wel eens met mijn voeten tegen zijn
+achterdeel schop, of dat een hunner door de forsche beweging mij raakt.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-047-2.jpg" alt="Onderste gedeelte van den stam van een der zwaarste gevelde boomen." width="619" height="376"><p class="figureHead">Onderste gedeelte van den stam van een der zwaarste gevelde boomen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Had ik te kiezen tusschen een nacht door te brengen in een comfortabelen slaapwagen van een ratelenden nachttrein of in dit
+primitieve prauwtje onder den blooten tropischen nachtelijken hemel, ik koos het laatste. En zoo, terwijl de temperatuur nu
+het nacht wordt, een weinig daalt, val ik onder de deken in slaap.
+
+</p>
+<p>Van zeeziekte bespeur ik in zoo&#8217;n klein dansend prauwtje niets, terwijl een groote stoomboot mij spoedig onder de eerste slachtoffers
+telt.
+
+</p>
+<p>Wel hoor ik in dien nacht telkens het eentonig gezang der roeiers en voel ik het deinen van het scheepje; dan keer ik mij
+om en slaap weer in.
+
+</p>
+<p>Om vier uur word ik voor goed wakker. Nog altijd roeien die menschen met denzelfden slag als tien uren geleden. Nog onder
+den indruk van zwaar gedroom, dat mij in Holland verplaatste, kijk ik op en zie daar, ongeveer twintig graden boven de oosterkim,
+waar straks de zon zal opkomen, Venus in bijzonder gunstigen stand als een brok licht aan den duisteren hemel staan. Jaren
+geleden had ik haar ook eens in de Zwitsersche bergen, op zulk een wijze boven een bergrug te voorschijn zien komen. Toen
+had ik versteld gestaan over de grootte dier planeet; nu was ik verrast; immers over hetzelfde <a id="d0e1271"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1271">48</a>]</span>natuurphenomeen staat een mensch maar eenmaal versteld.
+
+</p>
+<p>Aan de Westerkim is de maan aan &#8217;t ondergaan. Het eerste <span id="d0e1275" class="corr" title="Bron: uchtendkrieken">ochtendkrieken</span> ontstaat boven de bergen van het eiland Morotai. &#8217;t Is nu op mijn horloge kwart voor vijf geworden.
+
+</p>
+<p>Na het eerste gloren ontstaan er te&ecirc;re tinten in de lucht en de eerste duidelijke wolkafscheiding steekt af tegen een rossen,
+dan rooden, dan goudgelen horizon. Feller, steeds feller worden die kleuren; om half zes zet ik den zonnehoed op en druk hem
+in mijn oogen, nu de zon zelf verblindend boven Morotai te voorschijn komt.
+
+</p>
+<p>Spoedig denk ik nu mijn doel te zullen bereiken, dat voor de kust van dat groote eiland ligt. Nauwelijks zijn de eilandjes
+tegen dien achtergrond te onderscheiden.
+
+</p>
+<p>Vooruit! naar die eilandjes, die verder liggen dan ik eerst schatte; &#8217;t wordt zes uur, zeven uur, zelfs half acht, alvorens
+de prauw over de zeetuinen van koraalgesteenten op het witte strand van Dodola besar heen kan worden getrokken.
+
+</p>
+<p>De twee kleine huisjes, waarin de vijf man wonen, die, onder toezicht van een mandoer, elke maand door een nieuwe ploeg worden
+afgewisseld, zijn gesloten. Ik open de deuren en vind ze verlaten. De menschen doen dus hun plicht en zijn aan &#8217;t werk. Na
+eenig zoeken vind ik ze bezig met den grond onder de klapperboomen schoon te maken. De kranige roeiers krijgen vrijaf om den
+dag te verslapen. Een vind ik een paar uren later met opgetrokken knie&euml;n op een stapel coprazakken, met den bijbel op zijn
+borst, in slaap gevallen.
+
+</p>
+<p>Het spel der fantasie, in mijne jeugd bij &#8217;t lezen van Robinson Cruso&euml; gewekt, is werkelijkheid geworden. De waaiende palmenkruinen
+op hun hooge stammen tegen de blauwe zonnelucht, de tropische hitte, het schelle licht weerkaatsend van het witte zand der
+stranden, waartegen de blauwe golven spoelen, het prauwtje daarginds, de huisjes van gaba-gaba, atap en bamboe, de stilte
+van de natuur, die in den ochtend nog overheerlijk is, de eenzaamheid van den blanke tusschen zijn bruine broeders, het is
+hier alles in de werkelijkheid rondom mij.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-048.jpg" alt="Ik liet mij een veldtafeltje dekken." width="501" height="464"><p class="figureHead">Ik liet mij een veldtafeltje dekken.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De inspectie over het groote eiland begint, waarbij een mandoer en twee man volgen. Nu wordt de cultuurman wakker, die met
+critisch oog de natuur bekijkt, om te zien welke voordeelen zij hem kan brengen. De palmen worden naar den leeftijd getaxeerd,
+de rijpe klappers worden aan eenige reeds overvloedig dragende boomen geteld, en de oogsten worden voor de naaste toekomst
+zooveel mogelijk getaxeerd. Het wordt tegen den middag ontzettend heet. Als dit werk gedaan is, gaan we terug, achtervolgd
+door muskieten. Een geweldige wesp zet zich op mijn wang en steekt me als met een gloeiende naald. De inlanders maken beenen,
+ik hen na, want een gansche zwerm komt opzetten. Op &#8217;t heetst van den dag leg ik me neer onder de klamboe van het veldbedje.
+Dan wordt het tweede, veel kleinere eiland ge&iuml;nspecteerd.
+
+</p>
+<p>Tegen den avond laat ik mij voor een der huisjes onder de galalaboomen een veldtafeltje dekken, waaraan ik, op een veldstoeltje
+gezeten, eindelijk eens met een flink maal begin.
+
+</p>
+<p>Door de goede zorgen van mijn gastvrouw te Tobelo is het een tafeltje-dek-je geworden. Het landschap is met fijne overgangstinten
+belicht, het wordt donker, maar reeds komt de volle maan op, die weer dezen nacht den terugweg zal belichten. Van de bergen
+van Morotai, over de zee die ons van dat eiland scheidt, komt de avondwind opzetten. Mijn roeiers trachten een zeil te maken
+op de prauw, in de hoop dat het nachtwerk, dat hen wacht, daardoor verlicht zal worden.
+
+</p>
+<p>Eindelijk is alles klaar en is de prauw geladen. Eenige mannen komen nog met groote schelpen aandragen en dan gaan we den
+tweeden nacht in. Een nacht van volmaakte windstilte, want nauwelijks is het geheel donker geworden of de avondwind is ook
+ter ruste gegaan.
+
+</p>
+<p>Het eentonig gezang dat den pagaaislag begeleidt, is weer aangevangen. Voor dertien uren zitten de roeiers weer op hun bankjes,
+om onafgebroken te roeien. Na den heeten, vermoeienden dag komt er op die stille zee een weldadige ontspanning. Alle gedachten
+aan zaken en zorgen worden gebannen en de geest zweeft op luchtiger banen door het onbegrensde, onder den goddelijken indruk
+van de ontzaggelijke ruimte om mij heen.
+
+</p>
+<p>Toen ik &#8217;s morgens om vijf uur wakker werd, waren we onder de kust van Halmaheira aangekomen. Op mijn vraag aan de roeiers
+of een van hen ook vermoeid was geworden, klaagde slechts een over een beetje pijn in zijn rug.
+
+
+<a id="d0e1305"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1305">49</a>]</span>
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-049.jpg" alt="Tidoreesche koelies van de Obi Gom Cie. te Ak&eacute; Selaka. (Phot. Baretta)." width="720" height="451"><p class="figureHead">Tidoreesche koelies van de Obi Gom Cie. te Ak&eacute; Selaka. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Binnen veertien dagen zou de boot van Java kunnen binnenvallen, waarmede, volgens de ontvangen berichten, de nieuwe administrateur,
+de heer Van der Molen, mocht worden verwacht.
+
+</p>
+<p>Het huis op de onderneming was intusschen zoo ver klaar gekomen, dat het hem zou kunnen ontvangen, te meer daar hij zijn vrouw
+voorloopig op Java had achtergelaten.
+
+</p>
+<p>Toen de boot dan ook het anker liet vallen, vernam ik al spoedig van bekenden, die aan wal stapten, dat de heer Van der Molen
+zich aan boord bevond en elk oogenblik met de motorboot aan land kon komen. En inderdaad, daar legde de motorboot aan de pier
+van koraalsteenen aan en aan land sprong een rijzige man in groen kaki, met een klein deukhoedje op zijn hoofd, een karwats
+in de hand en gevolgd door vier blaffende en springende foxterriers, die na de lange reis dol van vreugde waren weer vasten
+grond onder zich te hebben.
+
+</p>
+<p>Het was de heer Van der Molen. Wij maakten kennis, namen elkaar eens op en de eerste vragen en antwoorden wisselden elkaar
+af. Ik had verwacht met een krachtig en joviaal mensch kennis te zullen maken; maar wat was dit voor een man met zijn smalle
+gezicht, zijn dwalende en onrustige oogen, zijn onzekeren blik en met die diepe groeven in zijn gelaat die van zielelijden
+spraken? Een neurasthenicus zeker! En wat moesten die vier honden? Voor Indi&euml; zoo iets zeldzaams en vooral zulke mooie exemplaren.
+Doch ik diende af te wachten, hoewel de eerste indruk, waarbij men het type reeds terstond leert kennen, allerminst gunstig
+was.
+
+</p>
+<p>Een boot vol bagage, kisten en koffers, zelfs een veldkeuken volgden hem en tevens een Javaansche jongen.
+
+</p>
+<p>We wandelden achter den grobak, met bagage volgeladen, landwaarts. Hij deed de eene vraag na de andere, en keek me onderwijl
+half angstig, half brutaal aan, terwijl hij zeer ongeduldig was om zijn huis op het emplacement van de onderneming te leeren
+kennen. Toen we daar aankwamen, keken de aanwezige contractanten nieuwsgierig naar hun nieuwen chef, en verbaasd en giechelend
+naar de vier fox-terriers, die wild om ons heen stoeiden. Het huis stond hem nogal aan, de ligging vond hij mooi, hij zou
+het zich hier eerst eens &#8220;senang&#8221; maken, alvorens verder rond te kijken.
+
+</p>
+<p>Na dit eerste samenzijn had ik dien man voldoende gepeild, om met een bezwaard hart en met allerlei vragen, waarop nog geen
+antwoord te vinden was, dien avond naar huis te gaan. Hoe zou ik ooit aan zoo iemand mijn werk met vertrouwen kunnen overdragen?
+<a id="d0e1328"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1328">50</a>]</span>Hoe kwam hij er toe naar deze positie te hebben gedongen? Hoe was het mogelijk, dat men zulk een man hier heen had gestuurd?
+Maar hoe werd ik hem weer kwijt, en hoe moest ik me dan helpen?
+
+</p>
+<p>Vol innerlijken wrevel na die eerste kennismaking, zat ik dien avond peinzend bij den zendeling onder de galerij en verlangde,
+waar ik in de toekomst mijn werk onder leiding van zoo iemand mislukken zag, naar Holland terug, weg uit dit akelige Indi&euml;
+met zijn zwervers, zijn d&eacute;prav&eacute;s en zijn ellendelingen, waarmee niets aan te vangen was. Dat Indi&euml;, waarover men in Holland
+wel kon fantaseeren, doch waarvan men voor die werkelijkheid staande, met allerlei onverwachte ongunstige factoren rekening
+had te houden, welke men den eerlijken strijder, bij een slechten afloop, niet steeds in zijn voordeel zou boeken.
+
+</p>
+<p>Dien avond ging ik in een bittere stemming naar bed.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen toen de rol werd gehouden, bleef het huis, waar Van der Molen sliep, gesloten. Eerst tegen 7 uur ging
+de deur open en kwam mijnheer, in morgentoilet, met een paar slaperige oogen eens kijken. Tegen den middag gingen we een eindje
+het bosch in. De man was toch administrateur en moest toch wel eenige belangstelling toonen en van een en ander nota nemen.
+De eerste dagen liet ik hem zoo aan zichzelven over, totdat hij zich in zijn huis met behulp van zijn jongen goed en wel had
+ingericht. Toen verzocht ik hem &#8217;s morgens op de rol te verschijnen en in zijn kwaliteit op te treden.
+
+</p>
+<p>Mijnheer verscheen echter niet op de rol en hij zag gaarne dat ik voorloopig de administratie bleef voeren. Voor een wandeling
+door het bosch, voor een kijkje hier en een kijkje daar, waarbij zijn vier honden hem altijd vergezelden en het meest zijn
+aandacht in beslag namen, was hij wel te vinden. Voor hetgeen hem echter interesseeren moest, bleef hij vrij wel doof. Hij
+was afgetrokken als een man wiens gedachten steeds door iets anders van het naastliggende worden afgeleid, als een speculant
+die voor zijn ondergang staat.
+
+</p>
+<p>Wel bemerkte ik, dat hij zich eenigszins voor de contractanten interesseerde, en dat hij tijdens mijn afwezigheid lange gesprekken
+met hen hield; voorts dat de aanwezige gereedschappen en voorraden door hem in oogenschouw waren genomen, want weldra kwam
+hij met aanmerkingen over de veel te geringe hoeveelheden, die hij had gevonden. Daarop werd door hem een lijst gemaakt van
+alles wat hij wenschte te bestellen. Die bestellingen liepen echter zoo de spuigaten uit dat, ik hem hier en daar wel attent
+moest maken op de al te buitensporige hoeveelheden, die hij nu wenschte te laten komen. Daar zouden, onder meer, 300 kilo
+spijkers en 100 kilo schroeven door hem worden besteld, verder blikken lijnolie en roode menie, verf, ijzergaas en prikkeldraad
+enz. in zulke hoeveelheden, dat we een aparte loods voor dien noodeloozen en kostbaren opslag zouden moeten bouwen. De verzending
+der brieven met deze bestellingen zou echter voorloopig op de terugkomst der boot moeten wachten.
+
+</p>
+<p>Intusschen vermeerderden van zijne zijde de aanmerkingen met den dag, waarvan de diepere oorzaak was, dat de man geen energie
+en geen lust had tot het opbouwende werk dat hier gedaan moest worden.
+
+</p>
+<p>Daarenboven was hij door &#8217;t vernemen der praatjes van Verster op zijn lange reis naar hier vergiftigd. Deze had namelijk van
+Makassar tot Tobelo alle plaatsen die door de boot werden aangedaan, met zijn laster besmet. Hij had dit zoo bont weten te
+maken, dat zelfs onder de zendelingen op de verafgelegen posten, door hem op zijn terugreis bezocht, een tijdelijke verkoeling
+was ontstaan.
+
+</p>
+<p>Intusschen zat ik met mijn nieuwen titularis, die mij met telkens hernieuwd wantrouwen lastig viel, die steeds meer aanmerkingen
+begon te maken, steeds meer cognac begon te drinken, waarvan hij met andere spirituali&euml;n een goeden voorraad bij zich had,
+die steeds onbeschaamder werd en als administrateur meer bedierf dan goed deed.
+
+</p>
+<p>In zijn huis hingen verscheiden portretten zijner vrouw, een zeer wereldsche dame, een vrouw die het hier geen twee weken
+zou uithouden. Zijn geschiktheid voor deze positie, die hij als getrouwd man anders zou hebben, werd daardoor ook niet beter.
+Zijn praatjes over allerlei perkara&#8217;s (wat ruzie of kwestie beteekent, een der eerste woorden die men in Indi&euml; leert kennen),
+waarin hij gewikkeld was geweest, gaven mij al spoedig de zekerheid, dat ik binnen niet al te langen tijd ook dezen man zijn
+ontslag zou moeten geven.
+
+</p>
+<p>Doch wat dan?
+
+</p>
+<p>Op een morgen maakte hij het zoo bont en toonde zich, met zijn verzwakten geest en zijn ondermijnd lichaam, zoo in &#8217;t geheel
+niet opgewassen voor zijn taak, dat hij zelf door den last, die hem nu reeds scheen te drukken, het woord ontslag noemde.
+Het was de tiende dag van zijn verblijf te Tobelo.
+
+</p>
+<p>Toen hij eenmaal het fatale woord ontslag genoemd had, moest hij vernemen, dat dit des te eerder des te beter gewenscht was.
+
+</p>
+<p>Dien middag verscheen ik met twee getuigen in zijn huis en reikte hem in hun bijzijn zijn ontslagbrief over. Hij kon dan met
+dezelfde boot, waarmede hij gekomen was en die binnen zeven dagen terug zou keeren, naar Java teruggaan. De brutaliteit van
+mijnheer en zijn eischen over het uit te keeren salaris kenden nu evenwel geen grenzen, hoewel hij vrije passage heen had
+gehad en ik hem vrije passage terug plus een bedrag in contanten waarborgde.
+
+</p>
+<p>Men moet zelf in een bijna rechtloozen staat, zooals die verre posten in de Buitenbezittingen, wanneer goede ambtenaren ontbreken,
+practisch nog zijn, met dergelijke desperado&#8217;s of hoe men zulke menschen noemen wil, te doen hebben gehad, om te weten hoe
+moeilijk men zulke patienten, die daarbij nog altijd met recht en wet schermen, tot rede kan brengen. Slechts het dreigement
+hem op staanden voet uit het huis en van de onderneming te laten zetten, kon hem dwingen tot het teekenen van een stuk, waarin
+hij, na ontvangst van zijn salaris, zijn passage en nog een extra uitkeering, afstand deed van alle eischen, die hij volgens
+zijn contract misschien nog eens meende te kunnen laten gelden.
+<a id="d0e1358"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1358">51</a>]</span></p>
+<p>Kreunend en bijna jankend als een geslagen hond gaf de man, die nooit iets had uitgevoerd of van plan was geweest iets uit
+te voeren, ten slotte toe. Ik liet hem in het huis, waar hij kon blijven tot de boot zou komen.
+
+</p>
+<p>Zie zoo, dat was afgeloopen. Doch nu een derde administrateur! Hiervoor zou ik zelf moeten zorgen. Het was mij bekend, dat
+bij de Batjan-maatschappij ten Zuid-Westen van Halmaheira een jonge getrouwde assistent, een Hollander, naar verbetering van
+zijn positie haakte. Hij had reeds door bemiddeling van anderen zijn diensten, die ik toentertijd niet gebruiken kon, aan
+mij aangeboden. Zeer waarschijnlijk was deze jonge man nog daar ter plaatse en allicht zou hij nog gaarne voor deze betrekking
+in aanmerking komen. Ik zou van geluk mogen spreken, indien ik er in slagen kon hem te engageeren, daar ik in het andere geval
+naar Java zou moeten reizen. Men bedenke daarbij wat zulk een reis, die slechts eens in de maand te doen is en waarvan de
+duur even lang is als van Europa naar Java, terwijl ik hier onmisbaar was, voor mij moest beteekenen.
+
+</p>
+<p>Ook deze reis reeds, naar Batjan en terug, zou door de slechte verbindingen reeds weken kunnen duren.
+
+</p>
+<p>Nog een week had ik voor me, om mij op mijn langdurige afwezigheid voor te bereiden. Het was weer de oudste zendeling die
+mij hielp, door zich genegen te toonen gedurende mijn afwezigheid den opzichter en de mandoers te controleeren, wat voor mij
+van onschatbare waarde was. Onder dien zedelijken invloed, hoopte ik, zou het ontginningswerk niet te veel te lijden hebben;
+maar in elk geval, nood breekt wet en zoo maakte ik mij weer gereed tot een zwerftocht, waarvan het einde nog niet te overzien
+was. Weer werden een paar koffers gepakt en werd alles voor het vertrek gereed gemaakt.
+
+</p>
+<p>Op de onderneming ging ondanks die strubbelingen het werk geregeld zijn gang. Van der Molen ontweek mij door ook overdag veel
+te bed te blijven of in zijn achtergalerijtje weg te kruipen, wanneer ik in het kantoortje verscheen, dat reeds gedurende
+eenigen tijd naar de binnengalerij van dit huis was verplaatst.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-051.jpg" alt="Het tijdelijke administrateurshuis in aanbouw." width="546" height="469"><p class="figureHead">Het tijdelijke administrateurshuis in aanbouw.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het was op een Zondagmorgen, dat ik plotseling verrast werd door de ontvangst van een schrijven van zijn hand, waarin hij
+mij mededeelde den avond te voren, terwijl hij in de ontginning wandelde, van een boomstam te zijn gegleden, waarbij hij zich
+ernstig in de zijde had gewond en nu met ondragelijke pijnen te bed lag.
+
+</p>
+<p>Met den oudsten zendeling, die eenige medicijnen medenam, spoedde ik mij daarheen en vond hem in zijn slaapkamer te bed krimpend
+van pijn. Uiterlijke teekenen van een verwonding waren niet te constateeren, doch hij deed ons een omstandig verhaal, hoe
+hij den avond te voren om zes uur dat ongeluk had gekregen en sedert dien tijd hier met die pijnen lag. Bij navraag aan zijn
+Javaanschen jongen bleek, dat de Toewan om zeven uur &#8217;s avonds nog springlevend was geweest. We begrepen nu niets meer van
+dien man, die daar waarschijnlijk den zieke speelde. Hij deed het echter zoo natuurlijk, dat we in twijfel verkeerden, te
+meer daar we volstrekt geen reden voor simuleeren konden ontdekken.
+
+</p>
+<p>Den dag daarop lag hij nog evenzoo. Hij at niet, kreunde maar en dronk soms wat koffie en cognac. Het werd mij in dat huis
+steeds ongemoedelijker, tot ik den derden dag van zijn ziekte eens weer in zijn slaapkamer kwam en niet wist of ik lachen
+of huilen moest. Met een verwilderd gezicht, in een vuil geworden pyjama, onder een vuile deken lag hij daar nog steeds in
+een donkere, benauwde kamer, waarin alleen door reten in den gaba-gabawand eenig licht drong. Met een zwakke stem zuchtte
+hij slechts. &#8220;Wanneer komt die boot nou?&#8221; Tranen had hij in zijn oogen, ongeschoren waren zijn kin en wangen, het magere gezicht
+was nog magerder dan anders en om zijn hoofd had hij, als een tulband, natte doeken gewikkeld. Hij was, zooals hij daar lag
+en zich gedroeg, een toonbeeld van de diepste menschelijke ellende. Toen dacht ik een oogenblik dat hij niet toerekenbaar
+meer was en kreeg medelijden met hem. Weer klaagde hij over pijn in de zijde. Tegen zijn zin werd bij nu op een langen dekstoel
+naar buiten gedragen, waar hij frisschere lucht had en naar de groene boomen, de zon en de blauwe lucht kon kijken. Misschien
+zou hem dat wat opkwikken. Een aanbod om geneeskundige hulp van den zendeling te halen, sloeg hij zeer beslist af en zoo liet
+ik hem liggen met de verzekering, dat hij mij elk oogenblik kon laten roepen, als hij hulp noodig had.
+<a id="d0e1380"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1380">52</a>]</span></p>
+<p>Zoo bracht ik eenige uren per dag in dit &#8220;unheimisch&#8221; geworden huis door. Hij, kreunend op zijn bed, ik werkend aan de schrijftafel.
+Het weergalmen van de fluit der verwachte stoomboot maakte hieraan plotseling een einde. Iedereen kwam in beweging, ik zelf
+niet het minst, want weer heette het vertrekken en nog laatste orders geven en een laatste hand leggen hier en daar.
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e1383">
+<h3 class="label">Hoofdstuk VI.</h3>
+<h3 class="normal">Naar Batjan. Opnieuw te Ternate.</h3>
+<p>Voor Van der Molen was een draagbaar in gereedheid gebracht, om den zwaar zieken man naar boord te kunnen dragen, daar hij
+dien afstand toch onmogelijk te voet zou kunnen afleggen. Tot mijn niet geringe verbazing bedankte hij er hooghartig voor.
+Na uit zijn bed te zijn gestapt, kleedde hij zich aan en legde met zijn vier fox-terriers den driekwartier gaans langen weg
+naar de aanlegplaats te voet af. Of ik om hem of om mijzelf weer lachen of huilen moest wist ik niet, maar tragikomisch was
+het geval nu zeker geworden.
+
+</p>
+<p>Aan boord vernam ik van den kapitein en den stuurman en van eenige passagiers, die met hem hadden gereisd, hoe zonderling
+hij zich reeds op de heenreis had gedragen en hoe men mij algemeen beklaagd had met de aanwinst van zulk een nieuwen administrateur,
+terwijl men overtuigd was geweest, dat hij met dezelfde boot ontslagen teruggestuurd zou worden. En met zulke menschen sluit
+men in Indi&euml; contracten van 5 jaren, met een aanvangsalaris van &#402;&nbsp;500.&#8211; in de maand. Zoo weinig stellen deze menschen, die
+geen cent bezitten, dergelijke posities op prijs.
+
+</p>
+<p>Zoo kwam ik weer, na maanden, te Ternate terug met mijn tweeden afgedankten administrateur op weg naar een derden. Vele bekenden
+der Hollandsche kolonie trof ik aan, die allen min of meer begaan waren met het noodlot, dat mij achtervolgde.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-052.jpg" alt="Een visscher van Halmaheira met werpnet. (Phot. Baretta)." width="492" height="654"><p class="figureHead">Een visscher van Halmaheira met werpnet. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Na een etmaal aan den steiger te hebben gelegen, vertrok de boot tegen den nacht naar Batjan, de eerste haven die nu door
+haar zou worden aangedaan.
+
+</p>
+<p>Ik had mij altijd voorgesteld, wanneer ik eens weer tusschen de vulkanen van Ternate en Tidore door zou varen, de Moluksche
+Zee in, dat ik dit zou doen met bestemming naar het vaderland, een heerlijke toekomst in het verschiet, terwijl het welslagen
+van de onderneming op Halmaheira, overgelaten aan vertrouwde handen, verzekerd zou zijn.
+
+</p>
+<p>Niets van dat alles! Met een bezwaard hart had ik mijn werk half voltooid moeten achterlaten, en een geheel, onzekere toekomst
+lag voor me. Zou ik op Batjan slagen? En zoo niet, wat dan? Dan wachtte mij een zwerftocht door den Archipel en een tijdverlies
+van dagen en weken, dat zich tot maanden zou rekken. En zou het op Java gelukken?
+
+</p>
+<p>Van Batjan zou ik, als ik daar niet slaagde, op een of andere wijze moeten trachten Ternate weer te bereiken, vanwaar dan
+over Menado en Makassar naar Java gereisd zou moeten worden.
+
+</p>
+<p>Wat zou men in Holland moeten denken? In Holland, waar men zich de moeiten en de bezwaren, die de toestanden in de Buitenbezittingen
+opleveren, niet kon voorstellen. Daar zou men immers binnen een enkelen dag den stroom van goede sollicitanten naar zulk een
+goed gesalarieerde betrekking niet kunnen weren.
+
+</p>
+<p>Later kreeg ik op Java eens inzage van sollicitatiebrieven naar een betrekking van assistent op een groote onderneming. Het
+was leerzaam zulk een collectie eens door te snuffelen en teekenend voor Indi&euml;, op welk een wijze vele sollicitanten zich
+zelven trachtten aan te bevelen. De een schreef, als aanbeveling: ik ben wettig getrouwd; een ander dat hij getrouwd was,
+doch dat het hem onverschillig was of hij zijn vrouw zou kunnen meenemen of niet; een derde, dat hij geen geld meer had en
+dus nu wel verdienen moest&#8212;want er waren geen veeren meer te plukken van een geplukte kip; een vierde.... dat hij het wel
+eens probeeren wilde, enz.
+
+</p>
+<p>Het was reeds geheel dag, toen we de ruime baai <a id="d0e1416"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1416">53</a>]</span>van Batjan, omgeven door een kring van bergen, binnenstoomden. Tot mijn verwondering had ik dezen morgen reeds tijdig aan
+de ontbijttafel in het eetsalon den heer Van der Molen zien verschijnen, die zich de vorige dagen aan boord bijna niet had
+laten zien. Hij zag er weer beter verzorgd uit en scheen zich wat monterder te gevoelen. Dit was &#8217;t laatste wat ik van dezen
+man zag, van wien ik de dupe was geworden, en die van den beginne en ook nu nog een raadsel voor mij was gebleven.
+
+</p>
+<p>Het eerste wat ik, aan den wal gekomen, vernam was dat de assistent, die door mij werd gezocht nog te Batjan vertoefde, echter
+op een eenzaam gelegen landpunt aan het eind van de baai, op een afstand van ruim twee uren per prauw van hier.
+
+</p>
+<p>Met den civiel-gezaghebber wandelde ik het plaatsje binnen, dat veel grooter dan Tobelo, maar onaanzienlijker dan Ternate,
+echter de residentie is van een sultan, van den Sultan van Batjan, wiens witte woning met atappen dak wij bij het binnenvaren
+van de baai hadden opgemerkt. Kleine toko&#8217;s wisselden af met grootere en kleinere inlandsche huisjes langs den grooten weg
+en langs de zijwegen. Na een tijdje zoo te hebben gewandeld bereikten we een groot plein, waaraan een ruim woonhuis lag, dat
+een uitzicht had op zee, het huis van den kapitein-civiel-gezaghebber.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-053.jpg" alt="Motorbootje en prauwen op de Kaubaai. (Phot. Baretta)." width="720" height="377"><p class="figureHead">Motorbootje en prauwen op de Kaubaai. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Al spoedig had ik het er goed. De vrouw van den civiel-gezaghebber noodigde mij aan de middagtafel, en in het paviljoen van
+het huis van een vermogenden planter en zakenman vond ik een uitstekend onderdak.
+
+</p>
+<p>Deze laatste, een Hollander dien ik te Ternate reeds had leeren kennen, was, zooals jaarlijks voor een half jaar zijn gewoonte
+was, naar Europa vertrokken, doch hij had zijn huis onder toezicht van den bestuursambtenaar, voor doortrekkende gasten beschikbaar
+gesteld. Hoe innig dankbaar was ik dien gastheer voor zijn royale beschikking en hoe weldadig deed het mij aan, daar in dat
+huis een comfort te vinden, waaraan ik niet meer gewend was, terwijl mij de vrije beschikking over een bibliotheek werd gegeven,
+die de vele uren, hier waarschijnlijk door te brengen, op de aangenaamste wijze zou kunnen vullen.
+
+</p>
+<p>Met den huisbewaarder, den mandoer van mijn gastheer, en mijn jongen werd alles voor een tijdelijke huishouding geregeld,
+zoodat ik me hier weldra geheel thuis voelde en dankbaar en knus genieten kon van een der lichtzijden van het Indische leven
+in de Buiten-bezittingen, nl. van een onbeperkte gastvrijheid. Een van mijn eerste bezigheden was, mij aan de schrijftafel
+van mijn gastheer te zetten om hem een brief met welgemeenden dank te doen toekomen.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen stapte ik in een prauwtje, dat mij naar de landpunt zou brengen, die naar het Westen aan den uitgang
+naar zee te zien was. Langs een strand, waar rijen klapperboomen met wuivende kruinen en zware vruchtentrossen stonden, werd
+ik voortgeroeid. De wind stond in de baai en weer danste ik in een notedop met in het water kletsende vlerken over hooge blauwe
+witgekuifde golven voort. De landpunt, ook met klapperboomen begroeid, werd steeds duidelijker zichtbaar; een paar wrakken
+van gestrande schoenertjes teekenden zich daar tegen den wal af, een dak gluurde tusschen de stammen door, en toen ik eindelijk,
+tegen dien wind in, na eenige uren mijn doel genaderd was en op het strand wilde stappen, verscheen tusschen de hooge slanke
+stammen der klapperboomen een jonge man geheel in <a id="d0e1438"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1438">54</a>]</span>het wit, met een zonnehoed op het hoofd&#8212;de assistent, dien ik zocht en die hier met vrouw en kind woonde.
+
+</p>
+<p>Onder de wuivende kruinen wandelden we samen naar zijn huis, dat dicht bij de kust iets verder in de schaduw van die boomen
+lag. Een jonge vrouw zat onder de galerij van het vriendelijk uitziende witte huisje, dat we naderden. Verwonderd een haar
+onbekend heer in gezelschap van haar man in deze verlatenheid te zien naderen, stond zij, nu verschrikt over haar ongegeneerd
+toilet, snel op om dit nog inderhaast eenigszins in orde te maken, maar reeds te spoedig stapten we het voorgalerijtje binnen
+en lachend accepteerde ik gaarne de excuses over haar kleeding, waar men in Indi&euml; en dan in de Buiten-bezittingen niet al
+te nauw op dient te letten. Aan bloote voeten en half opgemaakte haren went men gauw; aan sarong en kabaai, een dracht die
+de slanke inlandsche vrouw goed kleedt, went men bij de breeder geheupte Hollandsche vrouw moeilijker.
+
+</p>
+<p>Daar zij verrast waren over mijn komst, deelde ik spoedig het doel van mijn reis mede, en al pratende kwam ik tot de overtuiging
+hier een paar jonge menschen voor me te hebben, die met weinig ervaring, in gelukkigen overmoed van de jeugd naar Indi&euml; waren
+gegaan, droomende van prachtige vooruitzichten en vertrouwende op beloften, die niet altijd werden of konden worden vervuld.
+Zij waren de eersten niet en zouden ook de laatsten niet zijn, die, bekoord door het zonneland in de verte, gelukkig hun vleugels
+in vrijheid ruim uit te kunnen slaan, hun vaderland hadden verlaten, om daarginds door het Indische lot op ongelooflijk hardhandige
+wijze uit hun droom te worden gewekt. Wat daar onder zulke omstandigheden aan heimwee en teleurstellingen, in &#8217;t bijzonder
+onder de jonge vrouwtjes geleden wordt, wie zal het precies zeggen. Doch levens worden er voor altijd geknakt en gaan er te
+gronde.
+
+</p>
+<p>Doch deze menschen waren jong en nog niet gebroken; maar zooals ze daar zaten tusschen inlanders, verlaten van andere blanken,
+met een inboedeltje, dat bestond uit een paar rieten stoelen en een tafeltje, een ijzeren bed, een wiegje, wat portretten
+en de noodzakelijkste lijfgoederen en het noodzakelijkste eetgerei, kon toch moeilijk aan eenige illusie voldoen. Het huisje
+met het zinken dak onder de klapperboomen was niet onvriendelijk, maar lag steeds in het halflicht, met een eentonig uitzicht
+tusschen de slanke klapperstammen op de verlaten, soms door een prauwtje bevaren zee. Bij harden wind vielen de zware noten
+dikwijls met donderend geraas bij dag en bij nacht op het zinken dak hunner woning of in de omgeving van het huis, waardoor
+het wandelen en het spelen van een kind daar ongeraden werd. Bezoek kwam er nooit, en slechts zelden mochten ze eens van hier
+met een prauw naar Batjan. Dag in dag uit zaten ze daar eenzaam tusschen de stammen van de klapperboomen op de verlaten zee
+te turen.
+
+</p>
+<p>De man had zijn werk met een ploeg contractanten, die in de nabijheid woonden, zij had haar kind, maar de eene dag was als
+de andere, de financi&euml;n plaagden en de toekomst gaf weinig vooruitzichten noch zekerheid, en daarmede groeiden de bezwaren.
+De royale opvattingen v&oacute;&oacute;r en tijdens hun komst in Indi&euml; en hun groote verwachtingen hadden voor zuinigheid plaats moeten
+maken en voor het gespartel met een door allerlei bezwaard inkomen. Maar, zooals gezegd, ze waren niet gebroken, en hunne
+illusies werden nog altijd gesteund door de levenskracht hunner jeugd en door niet-opgegeven verwachtingen voor de toekomst.
+
+</p>
+<p>En waarlijk, die jeugdige taaiheid zou misschien niet bedrogen uitkomen. Het bezoek dien dag zou er reeds iets van kunnen
+verwezenlijken. Eerlijke jonge menschen, die kunnen en willen werken om zich een positie te verschaffen, zijn in deze streken
+zeldzaam. Aan hun werklust behoefde ik niet te twijfelen, en zoo kwam ik met mijn voorstellen voor den dag. Er werd overlegd
+en gepraat, de gezichten werden glunder, het jonge vrouwtje zette een kop thee, hij gaf me een sigaar en in beginsel waren
+we het spoedig eens geworden. Ik zou zijn chef te Batjan trachten te spreken te krijgen, om daarna zoo spoedig mogelijk terug
+te keeren en hem den uitslag van dit bezoek mededeelen.
+
+</p>
+<p>Mijn indruk van dit jonge paar menschen, dat Indi&euml; reeds van de hardste zijde had leeren kennen, was zeer gunstig voor de
+betrekking, die ik had aan te bieden en tegen den middag ging ik, met den wind mee, in snelle vaart over de hooge golven terug
+naar Batjan, met de zekerheid een paar menschen gelukkig te hebben achtergelaten.
+
+</p>
+<p>Het was eenige dagen later, dat ik aan boord van de Nora, welk scheepje tijdelijk hier lag, in gezelschap van den civiel-gezaghebber,
+die een inspectiereis naar de naburige eilanden ging doen, opnieuw op weg was naar het paar aan &#8217;t einde van de baai. Met
+den chef van den assistent was het tijdstip bepaald, waarop deze laatste zijn ontslag uit zijn oude betrekking zou kunnen
+krijgen. Met de noodige papieren bij mij trok ik er nu weer op af.
+
+</p>
+<p>Toen de Nora de landpunt naderde, verscheen tusschen de ranke klapperstammen weer dezelfde gestalte van eenige dagen geleden.
+Hij had zeker met verlangen mijn komst tegemoet gezien en zou in ongeduldige afwachting moeten zijn over den loop der dingen.
+De Nora stopte. Na afscheid te hebben genomen, ging ik van boord en liet me naar den wal roeien, en na eenig wenken en wuiven
+verdween het witte scheepje over de donkerblauwe golven om den hoek, op zijn inspectietocht naar verdere eilanden.
+
+</p>
+<p>Met den assistent wandelde ik naar zijn huis en daar zaten we weer onder het galerijtje en sloten de overeenkomst af. Hij
+zou met de eerstvolgende boot, die binnen twee weken verwacht werd, naar Tobelo komen, om daar de administratie der onderneming
+op zich te nemen. Het was voor den jongen man een promotie, die in een streek als deze alleen nog mogelijk was. Met mijn nieuwen
+jongen administrateur, die al zijn verwachtingen nog op de toekomst bouwde, was ik zeer ingenomen, en hoogst gelukkig was
+ik gestemd, nu ik inzag van de toekomst alles goeds te mogen verwachten.
+
+</p>
+<p>Op uitnoodiging van de vrouw des huizes zou ik dien middag daar blijven rijsttafelen. Daarvoor had <a id="d0e1460"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1460">55</a>]</span>zij getracht van Batjan het een en ander te laten komen, doch bij mijn komst was nog niets gearriveerd en zoo overkwam daar
+een gastvrouw het ergste wat haar overkomen kon, een genooden gast niet eens een behoorlijk maal te kunnen voorzetten. &#8217;t
+Was het soberste wat Indi&euml; schaft&#8212;rijst met kip. En daar zij geen kokkie had en als Hollandsche de geheimen der rijsttafel
+nog lang niet machtig was, werd het ook niet anders dan rijst met ongevarieerde kip.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Zal voor de gastvrouw onpleizierig zijn geweest, en de excuses en de verklaringen bleven niet uit. Voor mij, die zag hoe
+weinig zij hier gewend waren, hoe zij zich hadden leeren schikken, was dit een bewijs te meer voor hun geschiktheid voor &#8217;t
+nieuwe ambt. Vroolijk en wel aten we in een klein achtergalerijtje taaie kip en droge rijst en een pisang na, alle drie overtuigd,
+dat het spoedig voor ieder onzer beter zou worden. Zij vertelden mij toen, hoe sober hun leven was en hoe moeilijk het was
+geweest daarin de kleinste afwisseling te brengen en zich van het eenvoudigste te voorzien.
+
+</p>
+<p>Hun eten bestond altijd uit rijst en kip, doch wilden zij voor de afwisseling zich eens op visch tracteeren, dan moest de
+baboe naar het strand gaan en daar wachten, soms urenlang, tot er een prauwtje met een visscherman voorbij schoot, die genegen
+was van zijn vangst iets te verkoopen.
+
+</p>
+<p>Voldaan over mijn ondervindingen en met de beste verwachting nam ik dien middag afscheid, in de hoop hen binnen eenige weken
+met de eerstvolgende boot te Ternate te zien arriveeren, waar ik hun komst zou afwachten om gezamenlijk naar Tobelo door te
+reizen. Hoe ik v&oacute;&oacute;r dien tijd van Batjan naar Ternate zou komen, was me nog niet duidelijk, doch allicht zou er zich de een
+of andere gelegenheid voordoen.
+
+</p>
+<p>Voorloopig zat ik nu goed en wel te Batjan ingekwartierd, maakte er kennis met den sultan, die een graadje flinker bleek dan
+zijn Ternataanschen collega en schreef en las, en las en schreef. Met Shackleton zat ik in sneeuw en ijs, met Stanley in de
+Afrikaansche oerwouden, en door de eenzijdige doch ware oogen van Bas Veth bekeek ik Indi&euml;.
+
+</p>
+<p>Na zoo eenige dagen te hebben doorgebracht, vernam ik dat een klein stoombootje van de Batjan-maatschappij naar Ternate zou
+vertrekken, waarmede ook passagiers vervoerd konden worden.
+
+</p>
+<p>Het was op zekeren middag tegen 2 uur, dat ik me aan boord van de Adrienne begaf, in gezelschap van allerlei oosterlingen,
+waaronder ook eenige hadji&#8217;s. Ik installeerde me daar zoo behagelijk mogelijk voor een reis van een etmaal tusschen de westkust
+van het zuidelijk gedeelte van Halmaheira en de eilanden die er voor lagen, totdat Ternate bereikt zou zijn.
+
+</p>
+<p>Voor voldoend eten en drinken had mijn jongen gezorgd, en zoo op een vouwstoel half zittend, half liggend, naast een miniatuur
+kajuitje, op een plaatsje waar ik me nauwelijks verroeren kon, liet ik het panorama van het landschap langs me heengaan. Zwaarbegroeid
+waren de bergen op het groote eiland rechts, eveneens waren de eilandjes links dicht met oerwoud bezet, soms met klapperboomen
+daar tusschen; somtijds lag er een huisje aan het strand en een prauwtje op het stille water tusschen de beschuttende eilanden.
+
+</p>
+<p>Nu eens spiegelde een groote watervlakte als een meer voor ons oog, dan voeren we door een nauwe geul en leek het vaarwater
+als afgesloten, doch op het laatste oogenblik werd een doorgang gevonden. Door een wisseling van vergezichten over het water
+en op het landschap, voeren we verder en zoo werd bij mij de indruk wakker of we stoomden in de Noorsche wateren, tusschen
+het vastland rechts en de scheren links, daar, waar ook het landschap voor den boeg bij het varen door engten en wijdten,
+in eenzelfde eentonigheid toch telkens wisselt.
+
+</p>
+<p>Hoe dwaas het schijne Noorwegen te vergelijken met deze omgeving, toch moet hier ook lang voor mij reeds iemand getroffen
+zijn geworden door de toevallige overeenkomst van die ver uiteenliggende landen. Waarom anders zou aan dat eiland tusschen
+Ternate en Tidore, aan dien ronden kop, overblijfsel van een scherpen vulkaankegel, de Maleische naam van Noorwegen, van Maitara,
+gegeven zijn?
+
+</p>
+<p>Paarlvisschers, als Noorsche kust- en fjordenbewoners met hun scheepjes op de spiegelende watervlakten, waren hier met hun
+witte schoenertjes op zoek naar de kostbaarheden op den bodem der zee. Een bedrijf, dat steeds moeilijker en riskanter was
+geworden, daar men steeds dieper naar die schatten moest zoeken, wijl de gunstigst gelegen en ondiepste banken reeds lang
+waren leeggehaald. Maar tot nu toe waren in deze verre residentie met haar exotische wonderen, als parelen, koralen, amber,
+schildpad en paradijsvogelhuiden, nog niet veel Europeanen rijk geworden met het zoeken naar die schatten. Bedrog en slechte
+organisatie en moeilijk te houden toezicht, en somtijds een onverwacht en ongehoord fluctueeren der prijzen, bleken nog steeds
+onoverkomelijke bezwaren voor een rustig, winstgevend bedrijf.&#8212;
+
+</p>
+<p>Toen het tegen den avond was geworden spreidden eenige hadji&#8217;s naast me hun kleedjes uit en met hun gezichten naar Mekka,
+hier naar het Westen gekeerd, begonnen ze, zonder zich in &#8217;t minst aan hun omgeving te storen hun eindelooze gebeden en wierpen
+zich met het voorhoofd ootmoedig tegen den grond. De wijze waarop ze aanbaadden was oostersch extatisch; hun vervoering (gekunsteld
+of niet) maakte indruk door hun levendige gebaren van wijduitgespreide armen tot gevouwen handen, door de expressie dier scherpe
+gezichten, die onder den witten tulband met gesloten oogen naar den hemel wezen of zich ter aarde bogen in diepste verootmoediging.
+Dat Allah voor hen groot was, heel groot, oneindig, onbegrijpelijk groot, hoog boven de menschelijke sfeer en ons weten, zeiden
+ze zoo duidelijk in hun gebarentaal en door den klank hunner stemmen, dat men de taal zelve niet behoefde te verstaan.
+
+</p>
+<p>In het midden hunner voorhoofden waren twee eeltplekken, ontstaan door de geregelde soms vrij onzachte aanraking met den grond.
+Ook bij den Sultan van Batjan had ik die eeltplekken daar als twee wratten opgemerkt. Of bij velen dat eelt als bewijs hunner
+vroomheid alleen door die vrome handelingen is gegroeid en niet door een of andere kunstbewerking, blijft voor den twijfelaar
+altijd nog een vraag.
+
+</p>
+<p>Toen de avond viel, werden de lichten aan boord opgestoken en zocht ieder een zoo gemakkelijk mogelijk <a id="d0e1488"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1488">56</a>]</span>plaatsje. Overal aan dek lagen de menschen languit op matrassen en matjes, zoodat men zich niet verplaatsen kon zonder over
+lichamen heen te moeten stappen. Op mijn vouwstoeltje ging ik, als al de anderen, onder den blooten hemel den nacht in, dommelend
+en droomend onder het eentonig gestamp der machine. Den ganschen nacht stampte zij door, den ganschen nacht lag ik daar, soms
+wakend en naar de heldere sterren kijkend en naar de zwarte silhouetten der bergen tegen de lichtere lucht, soms droomend
+van huis en van Europa, in het zalige visioen van een spoedigen terugkeer.
+
+</p>
+<p>Toen het morgen werd en de zon achter de bergen van Halmaheira verrees, bleek het dat we nog steeds tusschen eilanden stoomden,
+doch nu met de piek van Tidore in groote verte reeds op den achtergrond. Geheel er door bedekt, moest daarachter de vulkaan
+van Ternate liggen, die, na Tidore gepasseerd te zijn, van dichtbij hoog boven het zeevlak zou verrijzen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-056.jpg" alt="Tidore en Maitara tegenover Ternate." width="720" height="442"><p class="figureHead">Tidore en Maitara tegenover Ternate.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het duurde nog uren alvorens we het hoofdplaatsje Soa-Sioe aan den oostelijken voet van Tidore&#8217;s vulkaan voorbij voeren. In
+schroeiende tropische hitte lag het daar, onbeschut tegen de hoogstaande zon, op de morgenzijde van die helling te blakeren,
+en ik herinnerde mij weer de vreeselijke hitte, die ik hier bij mijn vroeger bezoek reeds v&oacute;&oacute;r den middag had meegemaakt.
+
+</p>
+<p>De zon zou weldra in het zenith komen, toen we, Tidore voorbij, Ternate met den vulkaan voor ons zagen en een bries uit het
+Westen over de wijde watervlakte tusschen Halmaheira en dien kegel eenige afkoeling bracht, na de hitte in de nauwere doorgangen
+tusschen de eilanden geleden.
+
+</p>
+<p>Nu had ik Ternate weer voor me, waar op de eerstkomende boot zou moeten gewacht worden en waar ik nog steeds v&oacute;&oacute;r mijn terugkeer
+naar Holland met het langzaam werkende residentiekantoor allerlei te regelen had.
+
+</p>
+<p>Het scheepje deed tegen &eacute;&eacute;n uur zijn stoomfluit hooren en weer wist iedereen te Ternate terstond, dat het de Adrienne van
+Batjan was, die haar anker op de reede had uitgeworpen. Landende aan den residentssteiger, een kleine pier met een seinlicht,
+die de vorige resident hier had laten bouwen, kwam ik weldra mijn vroegeren gastheer te gemoet, die me aan land had zien gaan
+en me nu weer op de vriendelijkste wijze uitnoodigde bij hem te komen logeeren, daar er in het hotel geen plaats meer te krijgen
+was. En zoo zaten we spoedig weer onder zijn voorgalerij, nu in gezelschap van een der officieren van het kleine garnizoen,
+die den laatsten tijd bij hem inwoonde. Weer kon ik gaan tennissen en kegelen en &#8217;s avonds op bezoek gaan of, om den tijd
+te verdrijven, gaan kaartspelen; weer was het bij mijn gastheer het breedopgevatte jonggezellenleven, en weer was het afwachten
+tot de boot kwam, die mij naar Tobelo terug zou brengen.
+
+</p>
+<p>Intusschen was het met mijn oude liefde tot bergbestijgen reeds lang mijn plan geweest, indien de omstandigheden het mij toelieten,
+de piek van Ternate (1579 M.) te beklimmen. Die omstandigheden waren nu gekomen.
+
+</p>
+<p>Na informatie was het me gebleken, dat een bestijging van dien top bij groote uitzondering werd ondernomen. De sultan leverde
+dan gidsen en dragers, de eersten om den langen weg door het oerbosch te wijzen en ten slotte een pad te kappen door het hoogste,
+geheel onbegane gedeelte, de tweeden om een vrij belangrijke bagage te dragen, waaronder eenige flinke plaids, daar steeds
+een bivak aan den tocht verbonden is en het daar boven koud is in den nacht. Ook moet er water worden meegenomen daar dit
+op den ganschen berg niet is te vinden, wijl het losse vulkanische gesteente den gevallen regen te spoedig doorlaat.
+
+<a id="d0e1509"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1509">57</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-057.jpg" alt="Gouvernementsstoomer en prauwen voor Ternate." width="720" height="424"><p class="figureHead">Gouvernementsstoomer en prauwen voor Ternate.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Aan elkeen, dien ik te Ternate leerde kennen en die eenige geschiktheid voor zulk een tocht in dit klimaat bezat, stelde ik
+voor dien goenoeng-api (vuurberg) te bestijgen. Maar Europeanen in Indi&euml; en bergbestijgen zijn twee, en geen wonder, waar
+groote inspanning in dit klimaat bij velen als uit den booze wordt beschouwd en waar de bergsport zeker zonder de eigenaardige
+groote bekoring is, die haar in Europa nog steeds populairder doet worden.
+
+</p>
+<p>Eindelijk leerde ik iemand kennen, die deze bestijging tweemaal had ondernomen, maar die mij verzekerde dat na de laatste
+uitbarsting, in 1907, deze tocht de moeite niet meer loonde, daar een groote wal van losse steenen, die toen om den krater
+was gevormd en die van Ternate uit achter den hoogsten met alang-alang begroeiden top was te zien, elke poging om in den kratermond
+te zien, verijdelde. Buitendien werd het uitzicht onder het stijgen en dalen door zwaar hout geheel belemmerd, terwijl het
+wanneer men boven was gekomen zeer tegenviel.
+
+</p>
+<p>Dit zette den domper op mijn plan om desnoods alleen te gaan, te meer daar de terugkomst in de daghitte een toenemende kwelling
+zou moeten zijn en een nachtelijke afdaling door het donkere, slecht begaanbare bosch niet doenlijk was.
+
+</p>
+<p>Doch tusschen de piek van Tidore en die van Ternate rees die ronde kop, dien men Maitara had gedoopt, omhoog. Slechts 360
+M. hoog, tot boven met eenige klapperboomen begroeid, zou ik voor dat tochtje toch allicht gezelschap kunnen vinden.
+
+</p>
+<p>Het was op een morgen tegen achten, dat ik aan het strand zocht naar een vlerkprauwtje met eenige roeiers om mijn metgezel
+en mij, want ik had er een gevonden, naar dat eilandje te brengen. Maar met dat luie volk duurde het een goed uur alvorens
+we eindelijk met de beenen onder ons gevouwen, meer op dan in het prauwtje zaten, terwijl een roeier voor en achter het lichte
+ding door het water deed schieten. Toch duurde het anderhalf uur, eer we den voet zetten aan het witte strand van Maitara,
+waar vredig een kleine kampong onder palmen lag verscholen en waar prauwtjes schilderachtig lagen op het zand.
+
+</p>
+<p>Het was elf uur geworden, alvorens we het paadje insloegen, dat naar den top leidde. De hitte was reeds groot, maar zou nog
+toenemen en zeker heel erg zijn, toen we, onder de palmen vandaan gekomen een schaduwlooze helling met alang-alang begroeid
+voor ons zagen liggen. Mijn kennis ging voorop met haastigen pas, zooals ieder doet, die nog nooit een helling voor zich zag.
+&#8217;t Paadje, door de bloote voeten van inlanders gemaakt, was glad en ging niet in zigzag naar boven; we hadden linnen schoenen
+aan met gladde zolen, zeer ongeschikt voor die helling.
+
+</p>
+<p>Zeker is er moeilijk een warmere positie denkbaar dan tegen den middag te klimmen op een berghelling onder de tropen, terwijl
+de zon bijna loodrecht boven ons hoofd staat en daarbij de weg door het manshooge alang-alang leidt, dat elk zuchtje wind
+tegenhoudt. Mijn kennis gaf reeds spoedig verdachte teekenen erg aan dien hitte-invloed onderhevig te zijn; hij keek reeds
+met eerbied en telkens naar boven, bleef soms even staan, keek dan nog eerbiediger naar boven onder het fronsen van zijn voorhoofd,
+zette zijn zonnehoed achter op het hoofd en greep naar zijn zakdoek, die in zijn hand bleef en lachte, half verlegen, zijn
+<a id="d0e1529"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1529">58</a>]</span>figuur verliezend door die plotselinge onverwachte nederlaag.
+
+</p>
+<p>Nu kon ik de hitte verdragen als een inlander, maar toch ook begonnen zich op mijn lichtbruine kakipak reeds donkerbruine
+natte plekken te vertoonen. Mijn kennis, die echter eenmaal een haastigen pas had aangegeven en dien ondanks de kleine rustpauzen
+steeds weer aannam, had mij aan dien pas gewend, dien men dan dikwijls volhoudt tot men het op moet geven.
+
+</p>
+<p>Zoo nam ik weldra de leiding. Lang kon het immers niet duren, maar toch in die smoorhitte tijdens het zware werk, waardoor
+ook het hart meesprak, scheen het een werk van uren; totdat ik boven was en op mijn horloge ziende zag, dat het 40 minuten
+had ge&euml;ischt. Mijn tochtgenoot zat halverwege onder de weinige schaduw van een papajaboompje met de handen onder het gebogen
+hoofd en met den hoed in den nek naar de zee te turen, waarschijnlijk peinzend over den vreeselijken onzin om op bergen te
+klimmen, waar toch immers niets te halen viel.
+
+</p>
+<p>Toch viel er iets te halen daarboven en wel een uitzicht over den grooten waterplas door het bergland van Halmaheira, Ternate
+en Tidore begrensd, terwijl westelijk het uitzicht vrij was op de Moluksche Zee, waar lucht en water in het onafzienbare wegdeinden.
+Ook was het uitzicht vrij over de breede met zwaar woud begroeide voeten dier kegels, terwijl een lichtgroene band onder water
+om het gansche strand van Maitara, zuiver en rein als de kleur van het gletscherijs, wees op banken van koraal, dat zich hier
+om de eilanden had vastgezet.
+
+</p>
+<p>Al rondkijkende in het wijde panorama kwam ik langzamerhand bij en bemerkte toen, hoe een hevige dorst door het groote vochtverlies
+mij kwelde, maar water zou hier nergens te vinden zijn, doch eenige klapperboomen, hoe schaarsch ook, stonden op den top en
+even daaronder op de berghelling. Aan deze laatste hingen een paar jonge klappers, die met een zakmes gemakkelijk konden worden
+geopend om het dorstlesschende klapperwater er uit te kunnen drinken. Maar hoe ze te krijgen? Wel waren de boomen nog jong
+en was de kroon niet meer dan acht meter boven de helling, doch juist dit laatste maakte het plukken bezwaarlijk, daar de
+noten met versnelde beweging naar beneden zouden huppelen, indien ze na losgemaakt te zijn naar beneden werden geworpen. Het
+zou dus zaak zijn de noot na den pluk bij het neerglijden langs den stam in den arm te houden.
+
+</p>
+<p>De opdracht was moeilijk, maar het vooruitzicht den dorst te kunnen lesschen in een tropische hitte verleidelijk en zoo begon
+ik in den rechten stam te klimmen. Waarlijk de kroon werd bereikt; nu de beenen krampachtig vastgeklemd om den stam en door
+den rechterarm met alle kracht omhelsd. De linker was nu vrij en kon een der gladde dikke noten bereiken, die door draaien
+van links naar rechts eindelijk losliet en in de holte van den gekromden elleboog terechtkwam. Zonder op mijn kleeren te letten,
+die men in Indi&euml; bij het dozijn telt, liet ik me, langs den ruwen stam schurend, naar beneden glijden. Daar stond ik, wel
+opnieuw oververhit, maar nu triomfeerend met mijn schat; nu nog het zakmes gekregen, maar o! schrik! bij die beweging viel
+de onhandige noot op de helling, waarop ik nog stond.... ik stortte me voorover, nog eens weer voorover de helling af, nog
+eens weer en... greep voor de derde maal mis. Met steeds grootere sprongen verdween mijn schat in de diepte.
+
+</p>
+<p>Daar stond ik te braden, kletsnat, met de tong aan het gehemelte gekleefd, met hevig bonzend hart en kloppende slapen.
+
+</p>
+<p>Wat nu? doch dit kwam slechts een moment bij me boven. Een bergbestijger geeft den moed niet op, en waren het nu al geen duizelingwekkende
+afgronden en duistere gletscherspleten die dreigden, het dreigement dat nu gekomen was, was niet minder erg en de overwinning
+zou misschien kostelijker zijn.
+
+</p>
+<p>Weer ging het in den stam naar een tweede noot die iets verder hing, ook deze raakte los, maar de inspanning van het laatste
+uur had me niet handiger gemaakt, zij viel.... en bleef liggen. De goden hadden schijnbaar medelijden gekregen met dien worstelaar
+diep onder hen.
+
+</p>
+<p>Onder de noot zette ik mij neer en voorzichtig, alsof het een goudklomp was, vatte ik haar aan en dronk haar voor viervijfde
+leeg. De rest bracht ik uit naastenliefde aan mijn tochtgenoot, die nog iets hooger was gestegen, maar die het eindpunt niet
+bereikte. Hoe gretig ging ook bij hem dat eene slokje naar binnen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-058.jpg" alt="Een kijkje in de achtergalerij der jonggezellenwoning te Ternate." width="581" height="408"><p class="figureHead">Een kijkje in de achtergalerij der jonggezellenwoning te Ternate.</p>
+<p>(<i>Teekening H. R. Roelfsema</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het neerdalen langs het gladde steile paadje op het heetst van den dag terwijl de hitte naar beneden <a id="d0e1561"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1561">59</a>]</span>gaand steeds toenam, was een kortstondige marteling en was ons daar beneden niet een inlander tegemoet gekomen, die als een
+kat tegen een 20 M. hoogen palmboom opwandelde, waaruit hij ons een zestal noten toewierp, dan waren er allicht nog ongelukken
+gebeurd.
+
+</p>
+<p>Mijn tochtgenoot klaagde 3 dagen later nog over pijn in zijn beenspieren door de krampachtige wijze van dalen langs het gladde
+paadje, waarop de gladde schoenen zoo weinig vat hadden gehad.
+
+</p>
+<p>Ik zeide niets, maar leed in stilte. Ik, die de piek van Ternate (1579 M.) had willen bestijgen.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>De tijd kroop voorbij, ondanks het zoeken naar ontspanning in dagelijksche wandelingen langs het strand van het eiland en
+ondanks de verstrooiing die de Europeesche samenleving bracht. Eindelijk brak de dag aan, waarop de boot van Batjan met den
+jongen administrateur en zijn huisgezin aan boord, verwacht mocht worden. De dag verstreek zonder dat er iets gebeurde, de
+volgende dag eveneens, de dag daarop weer; alleen bracht de middag toen even de emotie, dat een boot op de reede aankwam,
+doch het bleek de Chineesche te zijn, die eens in de zes weken Ternate met een bezoek vereerde.
+
+</p>
+<p>De dagen die wachtende heengingen waren reeds tot een week geklommen, toen zich eensklaps het gerucht verbreidde, dat de verwachte
+boot tusschen Batjan en Ternate, even na het verlaten van het eerstgenoemde plaatsje, op een blinde klip was geloopen en daar
+vastzat en assistentie van andere booten noodig had.
+
+</p>
+<p>Daar zat ik nu weer. Mijn administrateur met zijn heele hebben en houden aan boord van een gestrande boot en het vertrek van
+Ternate naar Tobelo voorloopig op losse schroeven gezet. Afwachten, geduld oefenen, dagen en weken misschien was het parool!
+Mogelijk zouden we eerst, wanneer deze niet vlot kwam of ernstig beschadigd bleek te zijn, met de volgende boot, die een maand
+later kwam, naar Tobelo kunnen gaan.
+
+</p>
+<p>Wie hier niet gelaten, in betrekkelijk nietsdoen, wachten kon, terwijl toch ernstige bezigheden elders riepen, bereikte hier
+niets, dan dat hij op verkeerde wijze zich leerde verstrooien en zijn zenuwen in de war bracht. Dus bleef ik den toestand
+leuk opnemen, zooals mij de omstandigheden in het afgeloopen jaar wel hadden geleerd. Tot mijn geluk heerschte er in die dagen
+onder de Hollandsche families een aangename geest en ook bij mijn gastheer was het leven en de huishouding geregelder dan
+het vroeger was geweest. De bij hem inwonende officier was daarvan de goede genius en ook hijzelf bevond zich bij die regelmaat
+in eigen huis niet slecht. Daarbij kwam, dat zijn illusieloos bestaan den laatsten tijd verhelderd werd door een verwachting
+in de toekomst. Hij maakte zich namelijk een illusie over de voordeelen der exploitatie van guano-concessies, die hij op eilanden
+ten noorden van Nieuw-Guinea wilde aanvragen. Deze kostbare vogelmest moest daar sinds eeuwen in holen en spelonken voor het
+opgraven liggen. Op zijn reizen per paket-vaartboot langs de noordkust van Nieuw-Guinea was hem door een zendeling op dien
+buit gewezen en nu verkneuterde hij zich in de rijkdommen, die daar voor hem lagen opgestapeld. Dit vooruitzicht&#8212;een droom,
+een Indische droom en zooals zooveel Indische droomen niet voor verwezenlijking vatbaar, althans niet voor zijn verslapte
+energie&#8212;gaf hem toch een zekere flinkheid terug, door de hoop, in de toekomst, Indi&euml; nog eens als nabob vaarwel te kunnen
+zeggen en dan, in Holland teruggekeerd, de menschen daar als richard te kunnen imponeeren. Dit stokpaardje, door mijn gastheer
+bij voorkeur in de avonduren bereden, gaf door tegenwerpingen onzerzijds en door het opwerpen van de moeilijkheden en bezwaren,
+die hem op dezen langen weg nog tegemoet zouden komen, aanleiding tot heel wat hilariteit, maar met zijn fantasie overwon
+hij die moeilijkheden gemakkelijk, en het eind was steeds, dat hij zichzelven als een bewierookt rijkaard in de aangename
+weelde van de grootste hotels door de hoofdsteden van Europa zag zwerven. De ironie van het leven had er voor gezorgd, dat
+de opgestapelde vogelmest het &#8217;m dan zou moeten doen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-059.jpg" alt="In de voorgalerij van het tijdelijk administrateurshuis." width="591" height="451"><p class="figureHead">In de voorgalerij van het tijdelijk administrateurshuis.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De groote gouvernementsstoomer was naar Menado vertrokken, om meerdere assistentie te halen en zou, teruggekeerd over Batjan,
+de passagiers van het vastgeraakte schip meenemen. Eenige dagen verliepen zonder dat er iets vernomen werd; toen verscheen
+tegen den avond de gouvernementsstoomer, de Zwaluw, weer op de reede, krioelend van passagiers van het <a id="d0e1584"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1584">60</a>]</span>veel grootere schip, die allen op dien stoomer waren overgegaan. Onder hen waren ook de enkele eerste klasse passagiers, waaronder
+mijn administrateur met zijn huisgezin. De verhalen van het ongeval waren zeer eensluidend. Het schip had in den vroegen morgen
+Batjan verlaten en was onder bevel van zijn gezagvoerder een route gevolgd, die alleen door dezen kapitein werd genomen en
+wel door de zeestraten tusschen Halmaheira en de daarvoor liggende eilanden, terwijl de andere kapiteins steeds buiten de
+eilanden om de open zee namen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-060-1.jpg" alt="Opzichterswoning." width="583" height="455"><p class="figureHead">Opzichterswoning.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het was ongeveer dezelfde route geweest, die de Adrienne had gevolgd en die wel voor kleine, doch niet voor groote schepen
+aangewezen was. Bij een bocht tusschen de eilanden, die door dezen gezagvoerder reeds herhaaldelijk was genomen, was het schip
+zonder schokken op een rif geschoven en zat daar nu zoo vast, dat het waarschijnlijk geheel ontladen moest worden, om dan
+bij hoog water met behulp van eenige andere schepen te worden vlot gemaakt.
+
+</p>
+<p>Voor allen die aan boord waren was het een schrik geweest te bemerken, dat het schip eensklaps stil en scheef was gaan liggen.
+Het administrateursvrouwtje had een oogenblik het ergste gevreesd en vertelde nu nog opgewonden welk een angst zij met haar
+kind had doorgemaakt. De dagen aan boord van het scheef- en stilliggende schip waren daarop in een steeds toenemende verveling
+gesleten, totdat tenslotte de Zwaluw uitkomst had gebracht door hen allen over te nemen. Doch wegens de vele passagiers aan
+boord hadden zij slechts verlof kunnen krijgen de allernoodzakelijkste bagage mee te nemen, zoodat het huisgezin nu te Ternate,
+van het noodigste verstoken, zat.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-060-2.jpg" alt="Koeliewoningen." width="569" height="459"><p class="figureHead">Koeliewoningen.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Dagen verliepen, waarin ik met mijn administrateur toch eenig werk in besprekingen en allerlei regelingen had gevonden, en
+steeds kwamen van de boot betere berichten binnen. Eerst, dat zij met vereende krachten van twee assisteerende schepen vlot
+was geraakt; toen, dat zij waarschijnlijk weinig averij had bekomen en dat men bezig was de lading stukgoederen, die op de
+naburige eilanden was gelost weer in te laden. Tenslotte kwam ook de boot zelve, en nu kon binnen een dag de reis naar Tobelo
+worden voortgezet.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Het was in den morgen van den 4<sup>den</sup> Augustus, nadat we &#8217;s nachts de noordpunt van Halmaheira waren omgestoomd, dat ik den administrateur van het dek der boot
+op een zware rookpluim wees, die, een eind landwaarts in van de Oostkust van Halmaheira, zich statig in het luchtruim verhief.
+Daar moest het terrein der jonge onderneming liggen, waar men nu in den drogen tijd met het branden der boomstammen en houtresten
+van het reeds omgehakte gedeelte van het oerwoud bezig was. De schoorsteen rookte dus nog; een goed voorteeken.
+<a id="d0e1609"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1609">61</a>]</span></p>
+<p>De boot naderde de kust en de reede. Men had haar van het strand reeds ontdekt, zooals bleek uit prauwtjes en prauwen, die
+vlot werden gemaakt om de langverwachte, die zooveel over haar tijd was, te ontvangen. Welk een spanning moest er nu steeds
+meer op al die plaatsen van Ternate af langs de kust van Halmaheira en Nieuw-Guinea tot het uiterste station aan de Humboldtbaai
+zijn ontstaan door het wekenlange uitblijven dezer boot, waarvan men de reden niet gissen kon en, wegens het ontbreken van
+elk ander verkeersmiddel, ook van telegraaf en telefoon, niets gewaar kon worden. Alleen reeds doordat de aanvoer van rijst,
+waarop men met den voorraad rekende, uitbleef, moest hier en daar reeds ernstige zorg zijn ontstaan, terwijl zij die familieleden
+wachtten in de grootste ongerustheid moesten verkeeren.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-061-1.jpg" alt="Jonge klappers in een nog nader te ontginnen terrein." width="621" height="402"><p class="figureHead">Jonge klappers in een nog nader te ontginnen terrein.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De administrateur en zijn vrouw keken met spanning naar de dichtbegroeide kust, die aan onze blikken voorbijgleed, doch waaraan
+voor een nadere kennismaking met hun toekomstige verblijfplaats nog niets bijzonders te bespeuren viel.
+
+</p>
+<p>Als altijd gaf de landing hier een drukte van belang. Menschen en goederen moesten in prauwen en sloepen en motorbooten aan
+land worden gebracht, terwijl de boot buiten de koraalriffen eenige kilometers uit de kust bleef liggen. Aan land was het
+de oudste zendeling met zijn vrouw, die ik het eerst ontmoette en die als altijd bereid waren hulp te verleenen, en ons, die
+daar aan den wal werden gezet, terwijl niemand voor onze ontvangst toebereidselen had kunnen maken, aan de middagtafel noodigden.
+Dat was een uitkomst, want zooals ik daar een oogenblik te voren het jonge vrouwtje met een wanhopig gezicht tusschen bagage
+en rommel voor een vervallen goedang en tusschen inlanders van allerlei rassen, met haar kind op den arm in de felle zon had
+zien staan, vreesde ik voor een eersten slechten indruk, dien zij daar moest ontvangen. Doch zij kende Indi&euml; en in &#8217;t bijzonder
+de toestanden der buitenposten reeds voldoende, om weer spoedig op haar verhaal te komen en dien indruk onder de koele galerij
+van het huis van den zendeling te vergeten.
+
+</p>
+<p>Dien middag wandelden we, de kinderwagen door de baboe geschoven voorop, den rechten weg af naar het emplacement. Hoe groot
+leek daar reeds het terrein tijdens mijn afwezigheid in het oerwoud opengelegd en hoe prachtig waren die duizenden bibits
+op de kweekbedden aan weerszijden van het emplacement opgekomen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-061-2.jpg" alt="Jonge klapperaanplant met oebi als grondbedekking." width="611" height="452"><p class="figureHead">Jonge klapperaanplant met oebi als grondbedekking.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Eindelijk had ik hier dan den man gebracht, onder wiens leiding de zaak tot bloei zou kunnen komen, en op wien ik meende tenslotte
+in alle opzichten te kunnen vertrouwen. Zijn belangstelling en zijn plannen getuigden van de grootste ambitie, zijn vooruitzichten
+zouden geheel met de ontwikkeling hier samenvallen, zijn toekomst zou geheel van het welslagen hier afhangen.
+<a id="d0e1630"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1630">62</a>]</span></p>
+<p>Het huis met de bijgebouwen en den grooten kippenloop te midden van de ontginning in de ruimte gelegen, stond hem wel aan.
+De eerste dagen van het nieuwe leven daar liet zich goed aanzien, en toen ik &#8217;s avonds alleen huiswaarts keerde, naar het
+huis van den oudsten zendeling, wiens gast ik nu was, was er een groote tevredenheid en rust over me gekomen; want het was
+zeker dat het doel mijner groote reis was bereikt, nu aan alle factoren om te kunnen slagen was voldaan. Daarmede begon tevens
+mijn taak hier af te loopen.
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e1633">
+<h3 class="label">Hoofdstuk VII.</h3>
+<h3 class="normal">Een taak die afloopt.</h3>
+<p>Opwekkend was het met mijn nieuwen man, die zooveel belangstelling toonde en zijn eigen inzichten had en opmerkingen maakte,
+het terrein met de ontginningen, de kweekbedden en de onontgonnen wouden af te loopen en plannen te maken voor het werk in
+de toekomst.
+
+</p>
+<p>Waar gehakt en gebrand was, was het een chaos van stammen en kruinen en stronken en stapels verbrand hout, waardoor het verdergaan
+daar zeer werd bemoeilijkt, doch we klommen en klauterden er over en wrongen ons er door, waar het noodig was. We liepen in
+het nog ongerepte woud alle eindeloos lijkende rintissen af, die door de koelies, onder leiding van mandoers met behulp van
+de equerre, met den parang lijnrecht naar alle zijden van het terrein waren geslagen. Soms geleken die rintissen, daar waar
+het onderhout dicht opeen en waar de onontwarbare glagah stond, op lage tunnels, waar men in gebogen houding moest trachten
+door te komen. Soms, tusschen de bamboe, was het onder onze voeten een geknap en gekraak van belang en steeds moest daar op
+de lange bamboekokers, die na elken doortocht opnieuw den weg versperden, de parang weer worden gebruikt.
+
+</p>
+<p>Springend van steen op steen, volgden we de kali in haar ganschen kronkelenden loop over het terrein. Daarbij werden we getroffen
+door de natuur van het woud, zooals zich het van den bedding dier kali aan onze blikken voordeed. Aan de beide oevers, die
+soms laag, soms een vijftal meters hoog waren, daar waar het riviertje zich een diepen weg door den bodem had uitgeschuurd,
+rezen de reuzenstammen met hun bladerendos omhoog. Elke bocht bracht een nieuwen kijk op dien dichten groei van allerlei hout,
+waarvan de bebladerde takken soms tot het midden van de kali reikten, zoodat een natuurlijke schaduwrijke berceau ontstond.
+En waar zij breeder was geworden, weken die takken terug en we zagen de strakke blauwe lucht boven ons en de zon door het
+groen schijnen op de ronde lichtgrijze steenen, waarover we onzen weg vervolgden.
+
+</p>
+<p>Een enkele Tobelorees, ook vrouwen, die de bedding dezer kali als een natuurlijken weg door het bosch gebruikten, ontmoetten
+we hier. Een dezer Tobeloreezen, van honden vergezeld, was op wilde varkens op de jacht geweest en knielde nu bij zijn buit
+neer, die door honden opgejaagd en achtervolgd in de speer van den listigen jager was gerend.
+
+</p>
+<p>Zoo de geheele concessie doorkruisend, kreeg de nieuwe meester hier in korten tijd een overzicht der terreinverhoudingen en
+leerde het werk kennen, dat voor hem lag.&#8212;Nieuwe heeren, nieuwe wetten&#8212;en zoo stelde hij spoedig allerlei veranderingen en
+regelingen voor, die ik hem gaarne zag invoeren.
+
+</p>
+<p>&#8220;We kunnen wel zien, dat u een administrateur hebt&#8221;, zeide op een morgen de zendeling tot mij, toen hij mij met een boek onder
+de galerij van zijn huis vond zitten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och ja, hij moet het nu weten en wil het ook weten, en dat is maar goed ook. Ik laat hem nu zoo veel mogelijk alleen scharrelen&#8221;&#8212;was
+mijn antwoord. Inderdaad liet ik hem steeds meer zijn gang gaan, zag toe en hielp waar hulp gewenscht was; doch na eenigen
+tijd had hij, zooals noodig was, alle draden in handen en daarmede liep mijn verblijf op Halmaheira ten einde.
+
+</p>
+<p>Gedurende den tijd, welken ik nog op Tobelo vertoefde, logeerde bij den jongsten zendeling de zendeling van Morotai met zijn
+huisgezin, vrouw en vier kleine jongens van &frac12; tot 6 jaar oud. Zij hadden zich op een goeden dag op een stoombootje, dat toevallig
+de door hen bewoonde kampong had aangedaan, ingescheept, om uit een benarden toestand van ziekte en teleurstelling te geraken
+en hulp in meer bewoonde en bewoonbaarder oorden te zoeken.
+
+</p>
+<p>Deze menschen hadden zoo afgelegen van alle beschaving en verkeer geleefd, dat de kinderen de eenvoudigste zaken nog dikwijls
+niet kenden. Zoo zagen de beide oudsten den eersten dag van hun komst de ossenkar vol verbazing voorbijrijden en juichten
+en riepen, dat zij nog nooit zulke groote bokken hadden gezien, terwijl ook de kar het eerste voertuig was dat zij onder de
+oogen kregen, en een fiets voor hen een wonderding was uit een onbekende wereld.
+
+</p>
+<p>In de kleine samenleving, waarin we daar verkeerden, ontmoette ik dezen zendeling en zijn familie herhaaldelijk. Dan kwam
+steeds de vraag in mij op, hoe men iemand als hem, tot hulp en steun en tot bekeering van anderen naar zulk een uithoek van
+de wereld had kunnen zenden. Deze man, in een achterhoek van Holland geboren, was na zijn opleiding voor zendeling te hebben
+genoten, met zijn vrouw naar de Oostkust van Morotai vertrokken, om er het evangelie te prediken. Door zijn leven in eenzame
+streken was hij een zwijgend en gedrukt mensch geworden, die weinig of geen menschenkennis bezat en zeker allerminst geschikt
+was om in afgelegen streken het evangelie te brengen en den stoot tot een nieuw en opgewekt leven te geven.
+
+</p>
+<p>Wat dien man bewogen had zulk een taak op zich te nemen, had wel zijn oorzaak in een verkeerd begrepen steunen op de hulp
+van God. In het gevoel van dien steun had hij zich geworpen in een leven dat hij niet beheerschen kon en waarbij hij vastraakte.
+Nu moest God helpen, nu werd in den angst naar uitredding en zelfbehoud God om alles gevraagd, om alles gebeden.
+<a id="d0e1660"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1660">63</a>]</span></p>
+<p>Deze man, die als een stug boertje op de hei zijn bestaan had moeten vinden, had hier niets anders bereikt, dan dat hij en
+zijn vrouw lichamelijk en geestelijk gebroken waren, vier kinderen hadden gekregen, terwijl geen blijvend resultaat van eenig
+belang door zijn werken als zendeling was bereikt.
+
+</p>
+<p>Zijn vrouw wilde nu met hem en het verdere gezin, op advies van den dokter te Ternate, daar hij ook aan malaria leed, naar
+Holland terug. Zeker zou dit het verstandigst zijn geweest, doch schuw voor de wereld, bleef hij weigeren. Koppig is die man
+blijven weigeren en het einde was, dat man en vrouw uiteengingen, hij naar Morotai terug, naar Boesoe-Boesoe op de Oostkust,
+waar nooit een blanke kwam, waar harde winden vaak alle verkeer over zee onmogelijk maakten, en zij met haar vier kinderen
+naar Holland. Daar zit nu de man alleen, in vrijwillige ballingschap.<a id="d0e1665src" href="#d0e1665" class="noteref">3</a>
+
+</p>
+<p>Nog in die laatste weken zou mijn verblijf vergald worden door den civiel-gezaghebber, die van den eersten dag mijner komst
+alhier tot nu, langs allerlei wegen en door allerlei middelen, getracht had mij de aanmatiging van zijn veel te groot machtsbegrip
+te doen gevoelen. Het was reeds in het eerste uur van mijn komst te Tobelo begonnen. Steeds had hij sinds dien tijd tegenover
+mij, zooals ook tegenover de zendelingen en de bevolking, zijn lastige natuur bot gevierd. Hulpvaardigheid en opgedrongen
+diensten, waardoor hij de menschen aan zich trachtte te verplichten, afwisselend met willekeurige domme maatregelen en ingrijpende
+veranderingen, waarvoor ieder buigen moest en waardoor de goedaardige bevolking dikwijls te lijden had, speelde hij met de
+bewoners zijner afdeeling als de kat met de muis. Even liet hij hen in &#8217;t geloof braaf en goed voor hen te zullen zijn en
+hun vrijheden en rechten te eerbiedigen, om hen later te kwellen en te onderdrukken, al naar zijn luim het hem ingaf.
+
+</p>
+<p>Zijn entr&eacute;e te Tobelo had zich indertijd gekenmerkt door een speech tot de verzamelde bevolking, waarbij hij waarschijnlijk
+Multatuli&#8217;s bekende toespraak tot voorbeeld had gehad. Twee dagen later was hij aan zijn stoel gebonden geweest, daar hij
+op diezelfde bevolking zijn knie uit het lid had geschopt.
+
+</p>
+<p>Mijn samenleven met hem te Tobelo eindigde met een onverkwikkelijke correspondentie en met een dwaze aanklacht zijnerzijds
+bij den resident en de rechtbank te Makasser.
+
+</p>
+<p>De officier van justitie had op gevraagd advies van den resident naar aanleiding van de op mijn verzoek inbeslaggenomen gelden,
+de zaak niet voldoende kennende, ambtshalve moeten adviseeren deze gelden voorloopig niet weer af te geven. Echter dit geld
+was intusschen weer in mijn bezit gekomen en nu wenschte ik dit, om een proces te vermijden niet weer aan hem af te geven.
+Hij echter eischte &ograve;f het bedrag in geld terug &ograve;f een cheque ter waarde van dat bedrag. Gaarne wilde ik hem en had hem reeds
+een schriftelijke verklaring gegeven, waarbij ik mij aansprakelijk stelde voor alle schade, welke hij door de teruggave van
+dit geld ooit zou kunnen lijden. Van deze regeling, waarbij in gemoede een einde kwam aan een anders zeker sleepend wordende
+zaak, wilde hij echter niets weten. Hij wilde en zou het geld nu eenmaal terug hebben en zou dit op de meest krachtdadige
+wijze trachten door te zetten.
+
+</p>
+<p>De eene brief na den anderen volgde en steeds in boozeren toon, totdat hij mij schreef bij den resident en de rechtbank te
+Makassar een aanklacht wegens misbruik van vertrouwen te zullen doen, waardoor ik volgens hem met den strafrechter zou kennismaken.
+
+</p>
+<p>Daar was nu wel om te lachen en dit gebeurde ook, maar toch voorzag ik op mijn terugreis naar Holland te Ternate en te Makasser
+bij de door hem ingelichte ambtenaren een lange uiteenzetting van een onverkwikkelijke zaak. Door hem en met behulp van zijn
+vrouw werden althans reeds ellenlange brieven en stukken voor deze ambtenaren in gereedheid gebracht. Met zijn Indische inzichten
+scheen hem mijn houding in deze zaak een misdaad, en bleek hij de hoop te koesteren, dat ik, zoo al niet te Ternate dan toch
+zeker te Makasser in hechtenis genomen zou worden. Had de vrees voor zijn meerderen hem niet weerhouden dan zeker zou hij
+mij reeds te Tobelo door een paar pradjoerits achter slot en grendel hebben gezet.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-063.jpg" alt="Administrateurshuis in aanbouw." width="570" height="294"><p class="figureHead">Administrateurshuis in aanbouw.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Kwam ik hem nu in de kampong of elders tegen dan keek de machtige ernstig voor zich, zijn vrouw draaide me, wanneer ik haar
+beleefdheidshalve groette den rug toe en ik zelf kon niet helpen dat er een spotlachje op mijn gezicht kwam over de ongemoedelijke
+beleedigde Indische majesteit. En nu had ik die majesteit nog wel altijd in mijn brieven in de volledigste titulatuur en met
+de mooiste phrasen aangesproken; iets waarop een Indisch opgevoed mensch verbazend gesteld is en waaraan men alleen reeds
+al zijn wel en wee tegenover hem te danken kan hebben.
+
+</p>
+<p>Intusschen naderde de dag van mijn vertrek. Op de onderneming was nu onder de nieuwe leiding, die met lust en ijver was opgevat,
+het werk in <a id="d0e1689"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1689">64</a>]</span>vollen gang. Er werd gehakt en gebrand en geplant; het huis werd steeds bewoonbaarder gemaakt, terwijl de plannen voor een
+groot nieuw administrateursgebouw klaar lagen.
+
+</p>
+<p>Zoo, terwijl ik bij een der kweekbedden stond en zag hoe rij aan rij van nieuw aangekomen zaadnoten door het werkvolk werden
+uitgelegd, hoe dichtbij en in de verte de boomen krakend en knappend vielen en hoe aan alle zijden de rook van het brandende
+hout over de opengelegde terreinen trok, klonk eensklaps luid en schel de fluit van de binnenkomende boot, die me naar Java
+terug zou brengen.
+
+</p>
+<p>Het zwerven was ik moe, en Indi&euml; en zijn ellende ook, alleen niet dit werk, dat ik nu goddank in vertrouwde handen achterliet.
+Het werkvolk zag me gaan; den opzichter en de mandoers drukte ik de hand. Voor het laatst liep ik den rechten weg door het
+open veld naar de kampong en vond in het huis van mijn gastheer de koffers door den jongen gepakt en klaar gezet, om door
+de ossekar naar de aanlegplaats te worden gebracht.
+
+</p>
+<p>Daar lag op de reede de boot, waarop ook de zendelingen en de administrateur zich begaven, om een laatste afscheid te nemen.
+Ook keek nog eenige malen de civiel-gezaghebber, die zich met zijn vrouw aan boord had begeven, mij gewichtig-somber voorbij
+en beet zich van spijt op de lippen, dat hij den vogel niet hier reeds in zijn netten kon vangen. Nog eenmaal keerden zij
+met staatsie den vertrekkende den rug toe, en nog eenmaal moest ik een spotlachje onderdrukken over het abnormale machtsbegrip
+en het gebrek aan gemoedelijkheid bij deze menschen met hun zonderling &#8220;point d&#8217;honneur&#8221;.
+
+</p>
+<p>Toen het donker werd gingen de zendelingen en de administrateur van boord. Wuivende met zakdoeken en hoeden, terwijl ze in
+de motorboot stonden van het schip, die hen naar land terugbracht, verdwenen zij uit het gezicht. Daarmede was de verbinding
+voor langen tijd afgesneden. Eerst na maanden en in Holland teruggekeerd zou ik opnieuw weer iets van hen kunnen vernemen.
+
+</p>
+<p>Er was een episode in mijn leven afgesloten, waarop ik met tevredenheid terugzag en waarvan eens de vruchten in de toekomst
+te plukken zouden zijn.
+
+</p>
+<p>Voor mij lag de lange reis over Ternate, Ambon, Banda en Makassar naar Soerabaja; vandaar met den trein over Java, met een
+bezoek aan de Preanger, om te Batavia scheep te gaan naar Genua, alwaar ik mijn vrouw hoopte terug te zien. Dan zou een reis
+langs de Italiaansche meren en door het Zwitsersche bergland de belooning wezen voor een tijd van veel ontberen.
+
+</p>
+<p>Europa met zijn rijke cultuur en zijn wonderen lokte; daar zou de afgestompte geest zich weer kunnen verfrisschen aan al datgene,
+wat men in dit verre land ontbeert en wat ons tenslotte hunkeren doet naar beschaving en cultuur.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-064.jpg" alt="Alfoersche wapens. (Phot. Baretta)." width="720" height="457"><p class="figureHead">Alfoersche wapens. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Nog lag Tobelo daar verborgen onder het zware groen, doch in den geest was ik reeds met zevenmijlslaarzen vooruit gesneld,
+nu geen zorgen en moeiten zijn vlucht meer remden.
+
+</p>
+<p>Een lange zeereis lag voor me met al haar genoegens en lasten.
+
+</p>
+<p>Reeds stonden de sterren eenige uren aan den hemel, toen de boot het anker lichtte en door het gevaarlijke vaarwater van klippen
+en eilandjes in het duister langzaam haar weg zocht naar de open zee.
+
+</p>
+<p>Vaarwel Tobelo! Eens hoop ik terug te keeren om de vruchten te zien van het werk hier verricht.
+
+<a id="d0e1721"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1721">65</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-065.jpg" alt="Indisch landschap in de Molukken aan den voet van den Djailoloberg." width="720" height="432"><p class="figureHead">Indisch landschap in de Molukken aan den voet van den Djailoloberg.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e1727">
+<h3 class="label">Hoofdstuk VIII.</h3>
+<h3 class="normal">Terug naar huis.</h3>
+<p>Wie, die lange bootreizen heeft ondernomen, heeft niet ondervonden dat het gemakkelijke luie leventje van passagier in &#8217;t
+geheel niet strookt met de eischen onzer bedrijvige menschelijke natuur. De eerste dagen en vooral wanneer men uit een drukken
+werkkring komt en behoefte heeft aan rust en ontspanning werkt het passagiersleventje bij mooi weer weldadig kalmeerend. Men
+leeft dan aan boord van een modernen stoomer in een roes van bedaarde feestvreugde, van &#8217;s morgens dat men op dek verschijnt
+tot &#8217;s avonds dat men zijn hut opzoekt.
+
+</p>
+<p>De goede bediening, het overvloedige eten, steeds stipt op tijd, het gezelschap van medereizigers, het zekere weten dat men
+van buitenaf niet gestoord zal worden en dat elke nieuwe dag aan boord slechts daar is om voor zijn genoegen te leven, brengt
+den eersten tijd de ontspanning, welke tot die feestelijke stemming leidt. Doch na eenige dagen kan reeds bij velen een bedenkelijke
+inzinking dier opgewektheid waargenomen worden. De behoefte aan bezigheid doet zich gevoelen, het onafscheidelijk gezelschap
+begint na de eerste week te vermoeien en te vervelen, de belangstelling voor de meegebrachte boeken is tot het nulpunt gedaald,
+en reikhalzend gaat men uitzien naar het einde der reis. De zekerheid echter, dat men nog eenige weken op dezelfde wijze zal
+moeten blijven leven, doet iedereen zich in zijn lot schikken en de gelatenheid is op aller gezicht te lezen en in aller wezen
+te herkennen, en nog slechts somtijds breekt hier en daar de ware vreugde door. Velen liggen urenlang op een dekstoel in een
+doffe lethargie, anderen leunen in gezelschap in een slepend gesprek urenlang tegen de reeling en turen over de zee, of ijsberen
+twee aan twee als dagelijksche gezondheidskuur op het dek heen en weer. Men speelt kaart en domino, wat men thuis misschien
+nooit deed, drinkt meer dan zijn gewoonte is en is vatbaar voor grappen en grapjes, waaraan men op &#8217;t land niet denken zou.
+De dag moet doorgebracht, hoe ook.
+
+</p>
+<p>Aan boord van de paketvaartbooten, die steeds weer voeling krijgen met het land, die onderweg passagiers afzetten en nieuwe
+opnemen, komt de stemming niet tot die uitersten van vreugde en verveling. Men gevoelt zich niet zoo slachtoffer van het onvermijdelijke,
+daar men in alle plaatsen die men aandoet, telkens van boord kan om zich eens vrij te bewegen; men wordt niet een wekenlang
+afgesloten gezelschap, waar nooit een nieuw gezicht tusschen te verwachten is.
+
+</p>
+<p>De eerste drie weken mijner reis tot Batavia beloofden dan ook, met het bezoek aan de Preanger, niet zonder opwekkende afwisseling
+te zijn, altijd voor zoover Indi&euml; zulk een afwisseling kan geven.
+
+</p>
+<p>Van Ternate over Ambon en Makasser naar Soerabaja gaande, moge er in de opeenvolging dier plaatsen in grootte en fraaiheid
+van aanleg een sterke climax te vinden zijn, de witte huizen onder het zware geboomte mogen steeds grooter en comfortabeler
+worden; de soci&euml;teiten mogen wat inrichting betreft of als bouwwerk, van een ongezellig wit gebouwtje <a id="d0e1742"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1742">66</a>]</span>met keukenvloertegels en eenige wrakke tafels met wat wrakke schommelstoelen tot een monumentaal gebouw met moderne inrichting
+wisselen, de hotels mogen op dezelfde pijlsnelle manier van oud-Indisch tot modern-geriefelijk naar boven schieten, een waarachtig
+interesse, iets wat ons oog treft als een werk van kunst, levert die reis ons niet op.
+
+</p>
+<p>Eer treft ons, verwende Europeanen, het oude Indi&euml; het meest, zooals we dat nog onvervalscht op Ambon en Ternate vinden, waar
+we door den primitieven bouw der huizen, die met witte muurtjes zijn omgeven en door de ouderwetsche forten met hooge bastions
+en diepe grachten aan den ouden tijd der Compagnie herinnerd worden. Eer worden we op Banda getroffen, waar de herinnering
+aan den rijken tijd der perkeniers, de eigenaars der eertijds schatten opbrengende notemuskaattuinen, uit de talrijke groote,
+geheel verlaten en bouwvallig geworden huizen ons tegemoet treedt. Eer treffen ons die telkens weer opdoemende talrijke eilanden
+met hun eindelooze dichtbegroeide groene kusten, eer staan we verstomd over al hetgeen in deze dun bevolkte eilanden nog door
+menschenhand eens tot stand kan worden gebracht en droomen we, als echte westerlingen, van een florissante, maar nog verre
+toekomst dier vruchtbare streken.
+
+</p>
+<p>Doch laat ik niet vooruitloopen op mijn reis, maar eens afwachten wat ik bij het aandoen van die havens te vertellen heb en
+welke ontmoetingen ik er nog zou hebben.
+
+</p>
+<p>Met mijn vroegeren gastheer van Ternate, die met deze boot weer een lange reis langs de noordkust van Nieuw-Guinea had gemaakt
+en teleurgesteld over zijn guano-concessie terugkeerde, deelde ik dien eersten nacht, terwijl wij om de noordpunt van Halmaheira
+voeren, de hut, die door hem reeds meer dan drie weken was gebruikt en in dien tijd in den toestand van een uitdragerswinkel
+was geraakt. De kooi, waarin ik slapen moest, was ingenomen door schoenen, scheer- en kapgerei, papieren, sigaren, sigaretten
+enz., de kapstokken hingen vol met kleeren, in de kleine ruimte op den grond stonden halfuitgepakte koffers, vuile wasch slingerde
+overal rond; het was er een janboel, zooals alleen een heer en dan een verindischte celibatair kan maken.
+
+</p>
+<p>Dien eersten nacht aan boord was verre van aangenaam, en toen ook de wind zich verhief en de boot haar bekende beweging op
+de lange deining der hooge golven aannam, verwenschte ik zeereizen en al haar gevolgen, en voelde ik mij ziek en ellendig
+toen we den volgenden dag onder de beschutting van den vulkaan van Ternate in kalmer water aankwamen.
+
+</p>
+<p>In Ternate aan wal gestapt, wandelde ik nog eens langs den strandboulevard onder de oude tamarindeboomen, door de Chineesche
+wijk, langs het fort met zijn lange en hooge blauwgrijze muren en zijn typische Hollandsche poort, door de Arabische kampong
+tot bij den kedaton van den sultan. In lange rijen, soms twee, soms drie, soms vier achter elkaar, waartusschen straten en
+straatjes, liggen de huisjes en de grootere gebouwen langs de zeekust aan den oostelijken voet van den dichtbegroeiden vulkaan
+met zijn kaal uitstekenden grauwen top, waarover zich een rookwolk kronkelt.
+
+</p>
+<p>Nog &eacute;&eacute;n nacht sliep ik aan den wal en bracht den avond door in een kring van bekenden, die mij benijdden nu ik terugging naar
+Holland, naar het prikkelender leven der noordelijke stranden. En toch daar teruggekeerd, wacht den meesten een groote teleurstelling.
+Zij voelen zich daar in bekrompener enger omgeving ook niet aanstonds op hun plaats en eerst na langen tijd schikken zij zich
+geleidelijk weer in het leven in het vaderland, dat zij dikwijls geheel ontgroeid waren.
+
+</p>
+<p>Na een langdurig onderhoud met den resident, met wien ik nu tot mijn spijt over den strijd met zijn civiel-gezaghebber voor
+het eerst een onaangename woordenwisseling had, waarbij hij werd ondersteund door zijn nieuwen gewestelijken secretaris, die
+niet binnen de parlementaire perken wist te blijven, nam ik voor goed afscheid van Ternate en van de achterblijvenden, die
+op de vertrekkende boot nog een kijkje kwamen nemen. Voor het laatst zag ik, terwijl we de Moluksche Zee instoomden, de vulkanen
+van Ternate en Tidore in al hun grootheid rechts en links en daartusschen het eilandje Maitara met zijn klapperboomen tot
+den top. We gingen de beschaving tegemoet.
+
+</p>
+<p>Een hut alleen en deze gezellig inrichten, rustig zitten op het achterdek en turen over de blauwe Indische wateren en over
+het groene Indische land, over de onmetelijke rimboe, die ik voor goed achter me liet, was een genot dat vergezeld ging met
+de droomen over de toekomst, die voor me lag. Zoo tusschen de open zee en eilandjes en &#8217;t groote eiland doorvarend kwamen
+we te Batjan. Naar nadere kennismaking verlangde ik niet, ondanks het goede dat ik er gevonden had. Bij &#8217;t uitstoomen der
+wijde baai passeerden we dicht den oever, waar &#8217;t eenzame witte huisje, waar ik mijn administrateur had gevonden, nu onbewoond,
+tusschen de palmen lag. Adieu ook hier!
+
+</p>
+<p>Namlea en Kajeli op het eiland Boeroe, waar prauwen vol flesschen kajapoetiholie, netjes verpakt in gaba-gaba kistjes, werden
+ingeladen.
+
+</p>
+<p>Toen naar Ambon met zijn door zendelingen en dominee&#8217;s gevleide en over &#8217;t paard getilde bevolking, die, wijl zij christelijk
+is, zich ver boven den gewonen inlander verheven acht en in haar vereering en liefde voor het Vorstenhuis en de Regeering,
+waarin zij den besten Hollander overtreft, een steunpilaar is voor ons gezag in den Oost. Een volbloed Ambonees van de hoofdplaats
+is een verschijning, die door zijn verkeerd geplaatst gevoel van eigenwaarde in den beginne eenigszins op de lachspieren werkt.
+Wanneer men des Zondags of op feestdagen deze menschen in stroomen naar de kerk ziet gaan, de vrouwen in witte kabaja&#8217;s het
+zwarte haar glad over het hoofd van achteren in een stijven wrong, de kond&eacute;, door spelden vastgehouden, op mooie gestikte
+muiltjes, de tjenilla&#8217;s, met naar boven gebogen punten, dan maken deze vrouwen een waardig gedeelte uit van dien stoet; alleen
+haar al te groote voorliefde voor zwarte kleeren, zeker wijl deze kleur deftig is zooals ook het kerkgaan onder deze menschen
+deftig is, behoort niet in dit heete zonneland; de mannen echter in zwarte broeken, zwarte jassen, liefst diplomaten, zwarte
+hoeden en schoenen, met een boordje om den hals en manchetten over de zwarte handen maken door die kleeren en door de <a id="d0e1764"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1764">67</a>]</span>wijze waarop zij om hun figuur hangen een allerkomieksten indruk. Men ziet het hen aan, dat zij zich in die zwarte kleeren
+met het witte vest, waarop liefst een dikke horlogeketting bungelt, trots gevoelen en meenen er uit te zien als een Engelschman,
+die naar de Derby of de Ascot gaat, terwijl in werkelijkheid die hoeden en jassen en broeken van slechten snit een staalkaart
+geven van lang vergeten modes.
+
+</p>
+<p>Een Ambonees gevoelt zich een heer, die liefst zijn tijd aan grootdoen besteedt, graag goeroe is, of in &#8217;t leger dient, maar
+die van gewoon aanpakken niet veel weten wil. Een zwaren koffer dragen weigert hij beslist en staat raar te kijken, wanneer
+men zich als blanke niet geneert, na zijn weigering, dit zelf te doen.
+
+</p>
+<p>Ambon met zijn rechte straten en nette huisjes en zijn ligging aan een diep-ingesneden baai door bergen omringd, maakt een
+vriendelijk en prettigen indruk en een wandeling de bergen op over veel beloopen paadjes naar Sojadiatas met een uitzicht
+over het plaatsje en de wijde baai en met een korte kennismaking met het achterland, dat heuvel op, heuvel af gaat met diep
+inliggende valleien daartusschen, is zeer aan te bevelen. Op mijn heenreis had ik er van genoten.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-067.jpg" alt="Amboneesche goeroe met gezin. (Phot. Baretta)." width="490" height="720"><p class="figureHead">Amboneesche goeroe met gezin. (<i>Phot. Baretta</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Nu zou een uitnoodiging van een Chinees Tjia Ke Beng om zijn klapperaanplant in oogenschouw te nemen een welkome aanleiding
+geven om den morgen van den dag, dien we in Ambon stillagen aan land te gaan en beweging te nemen. We gingen met zijn vieren,
+de Chinees, twee medepassagiers en ik, &#8217;s morgens reeds vroeg op stap. Eerst Ambon door, door de hoofdstraat met toko&#8217;s en
+caf&eacute;tjes aan weerszijden, dan langs het fort, het plaatsje uit, de kust volgend met een ruim uitzicht over de baai tot de
+bergen aan de overzij. Langs den weg dien we wandelden kwamen we reeds spoedig onder de klapperboomen, die landwaarts in op
+het heuvelachtig terrein overal te zien waren. Op den harden koraalbodem waarop somtijds maar weinig aarde en humus lag, groeiden
+die boomen toch, met hun wortels in de vele spleten en gaten der karang vastgehecht, welig. Het was in den aanplant gekomen
+een lastig terrein, hoog en laag met weinig vlakke stukken, waardoor we na eenige uren te hebben rondgeloopen en rondgekeken
+blij waren toen de Chinees ons bij een huis in het midden van dien aanplant bracht, waar tot onze verrassing onder een ruime
+pendoppe met een wonderlijk mooi en vrij uitzicht over de gansche baai van Ambon een uitstekend ontbijt klaar stond. Vriendelijker
+en beter gastheer dan dezen Chinees heb ik nog niet leeren kennen. Zelf nauwelijks iets gebruikende zorgde hij dat zijn gasten
+van alles volop uit blikken en blikjes tot zich namen, totdat de huisjongen met gefrappeerde champagne verscheen en we daar
+in den morgen reeds den roes van dien kostelijken koelen drank over ons lieten komen. Onder de vrijgelegen pendoppe, waar
+het minste zuchtje wind doorstreek, bleef het koel. Door de wellevendheid van onzen uitmuntenden gastheer, rekte dat ontbijt
+zich ongemerkt en ging over tot eenige uren van vroolijk samenzijn terwijl we van het zeldzame uitzicht op de Indische natuur
+genoten.
+
+</p>
+<p>Toen ik dien middag voor het gewone middagslaapje mijn benauwde hut in de stilliggende boot opzocht sliep ik in alsof het
+voor den nacht was geweest.
+<a id="d0e1782"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1782">68</a>]</span></p>
+<p>&#8217;s Avonds werden we aan boord getracteerd op den in Ambon veel voorkomenden mangistan, een vrucht met een dikken blauwrooden
+bast, waarbinnen, om de pitten, een smakelijk zuurachtig wit vruchtvleesch zit. Deze vrucht, met den geurigen mangga, wordt
+van het eerste oogenblik, dat men Indische vruchten leert eten, door een ieder lekker gevonden.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-068-1.jpg" alt="Makassaarsch huis en Chineesche klontong. (Phot. Muntendam)." width="519" height="403"><p class="figureHead">Makassaarsch huis en Chineesche klontong. (<i>Phot. Muntendam</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Van Ambon koerste de boot Zuid-Oost naar de eens zoo rijke Banda-groep, de specerij-eilanden bij uitnemendheid, die als overblijfselen
+van een reusachtigen, onder de zee gezonken vulkaankegel waarop weer nieuwe kegels zich vormden als een vijftal eilandjes
+midden in de Bandazee liggen. Vroeg in den morgen stoomden we den nauwen ingang tusschen den Goenoeng Api en Banda Neira binnen,
+zwenkten in het nauwe maar diepe Zonnegat tusschen die eilandjes en meerden vlak aan den oever voor het plaatsje Banda. Een
+uitgestorven doode plaats, waar van de vele groote huizen nog slechts een enkele was bewoond, de rest was verlaten en zag
+er vervuild en verwaarloosd uit; zelfs daar waar eens de rijkdom dezer eilanden zich op een uitgezochte plek had saamgetrokken,
+waar van een grootschen aanleg aan een wijde binnenbaai tusschen Banda Neira en Groot Banda, een heerlijk uitzicht op dit
+laatste eiland was te zien, zelfs daar waren de huizen verlaten en bouwvallig geworden. Toch waren van daar, ver aan den overkant
+tusschen het groen der notenperken, die tegen het gebergte waren aangelegd, nog witte landhuizen der perkeniers te ontdekken.
+
+</p>
+<p>Tijdens een bezoekje aan de soos, waar we de nieuwste dagbladen vonden, kwam ik op de kegelbaan, waar de namen der kegelaars
+van den vorigen avond nog op het zwarte bord stonden vermeld, tot de ontdekking dat Verster zich op het eiland moest bevinden,
+want tusschen die namen stond de zijne met de mij bekende voorletters. Op een weerzien was ik niet gesteld, maar op dit kleine
+plekje grond zouden we elkaar moeilijk kunnen ontwijken en inderdaad toen we het hotel passeerden zat daar in de binnengalerij
+Verster in pyjama alleen, naar buiten te staren. Ik zag bij hem den reflex der emotie van het onverwachte weerzien en was
+me bewust, hoe hij tot &#8217;t laatste oogenblik het voorbijwandelende groepje nakeek.
+
+</p>
+<p>Hoe zou het hem te moede zijn, nu hij, zooals ik vernam, op weg naar de Key-eilanden was, waar hij een ondergeschikt baantje
+bij de Paketvaart had gekregen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-068-2.jpg" alt="Visscherswoningen te Makasser. (Phot. Muntendam)." width="520" height="405"><p class="figureHead">Visscherswoningen te Makasser. (<i>Phot. Muntendam</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Nauwelijks waren we aan boord terug en in afwachting van vertrek, of op zijn mooist uitgedost verscheen Verster op het dek
+in gezelschap van den controleur en wandelde mij brutaliseerend op de campagne rakelings voorbij om zich met den bestuurs-ambtenaar
+in mijn nabijheid neer te zetten. Hij had dezen heer schijnbaar ingelicht en was nog bezig hem in te lichten, want ik werd
+van het hoofd tot de voeten bekeken alsof het signalement van een misdadiger moest worden opgenomen. Prettig was de situatie
+niet, doch er zat voor mij niets anders op dan me dat zoo leuk mogelijk te laten welgevallen en te doen alsof ik zeer geinteresseerd
+was bij het boek, dat ik in mijn handen had. Elk oogenblik moest ik echter verwachten door den zeer nerveuzen Verster op minder
+aangename wijze te zullen worden aangesproken, doch het bleef bij een zwijgende manifestatie en toen na een pijnlijk uurtje
+de laatste fluit voor &#8217;t vertrok weerklonk, gingen de heeren van <a id="d0e1809"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1809">69</a>]</span>boord, zooals zij gekomen waren. Op den steiger zag ik hem nog staan, toen we tusschen den Goenoeng Api en Banda Neira het
+Zonnegat verlieten en door den nauwen uitgang het ruime sop instoomden.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-069-1.jpg" alt="De hoofdstraat te Makasser. (Phot. Muntendam)." width="519" height="403"><p class="figureHead">De hoofdstraat te Makasser. (<i>Phot. Muntendam</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Als hij geweten had hoe de gevolgen zijner booze intenties mij nog steeds niet hadden losgelaten, en er straks te Makassar
+nog rekenschap van me zou worden gevraagd, dan kon hij zich over het gelukken dier gevolgen zijner kwaadwilligheid vrij tevreden
+in de handen wrijven.
+
+</p>
+<p>Doch nu we het land weer vaarwel hadden gezegd, waren we voor het oogenblik weer gevrijwaard voor de wereld en haar ontelbare
+misverstanden, want onder het kleine clubje passagiers aan boord heerschte die vriendelijke rustige stemming van menschen,
+die voor hun genoegen den korten tijd dat zij samen zijn willen doorbrengen. En daarbuiten om het ijlende schip sprak alles
+van een harmonisch wereldgebeuren; daar spoelden bedachtzaam in lange rijen de blauwe golven van de Banda Zee, waarboven nu
+de overlichte heete middaghemel der tropen stond. De verblindende zon zond hare stralen loodrecht op dat watervlak waar het
+duizelde van licht, de vliegende visschen sprongen bij scholen uit het water, de lijnrechte zoglijn gaf de eenige teekening
+over die vlakte tot waar lucht en water elkaar schijnbaar raakten en een onafzienbaar lange pluim van rook scheen in die kalme
+atmosfeer in hare afmetingen naar de eindeloosheid van zee en lucht te willen dingen.
+
+</p>
+<p>Naar Tifoe, waar aan de Zuidkust van Boeroe een eenzame zendingspost was gevestigd, stoomden we nu en hoopten daar morgenmiddag
+aan te komen. Toen we den volgenden dag Boeroe in &#8217;t zicht kregen, en langs de kust voeren om eindelijk op een afstand te
+stoppen voor den nauwen ingang van de baai van Tifoe, bleek het, dat het met de zee, die hier op de kust stond niet geraden
+was onder deze omstandigheden dit gevaarlijke vaarwater binnen te varen. De kapitein liet de stoomfluit met volle kracht haar
+doffe doordringende stooten naar het land zenden, zoodat het van de bergen weerkaatste. Na eenigen tijd verscheen daarop een
+prauwtje aan den ingang der baai doch dit kon blijkbaar ondanks alle moeite die de roeiers aanwendden niet tegen den wind
+en de golven inkomen. Wij zagen hen worstelen en terugkeeren en telkens opnieuw een poging wagen, doch het scheen niet doenlijk.
+Nog een half uur bleef onze boot wachten, toen bleek het dat geen communicatie met den wal mogelijk was en post en goederen
+voor den zendeling en anderen bleef aan boord en ging mee naar Makasser.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-069-2.jpg" alt="Kade te Makasser in aanbouw. (Phot. Muntendam)." width="518" height="404"><p class="figureHead">Kade te Makasser in aanbouw. (<i>Phot. Muntendam</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Twee onafgebroken zeedagen lagen voor ons, alvorens we die haven zouden bereiken. De eilanden Wangi-Wangi, Boeton en de Saleier
+kwamen in die dagen als schemerachtige landen in de verte het eentonige gezicht op den waterplas verbreken. De dagen aan boord
+gingen heen met lezen en schaken en domineeren en met een wandeling over het dek der gansche boot, die, nu terugkeerend, slechts
+weinig passagiers der derde en vierde klasse aldaar herbergde. Maar die weinige, die aan boord waren, hadden allen hun papagaaien
+en kakatoe&#8217;s uit de Papoe meegenomen, zoodat het er een geslinger en gekrijsch was van belang. Den tweeden dag kwam de kust
+van Celebes aan stuurboord boven den horizont en de vele booten, die we passeerden en die we in de verte zagen, gaven te kennen,
+dat we <a id="d0e1835"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1835">70</a>]</span>in een drukker vaarwater waren gekomen en een belangrijke haven naderden. Tenslotte verrieden in den vroegen morgen van den
+volgenden dag bakens en oorlogsschepen en paketvaartbooten, die voor anker lagen, dat Makasser, de groote doorvoerhaven der
+Molukken, was bereikt. Nauwelijks was de boot binnen of een vriend uit mijn jongensjaren van mijn komst verwittigd, stapte
+me tegemoet en noodigde me voor de dagen, die ik hier verblijven zou te gast.
+
+</p>
+<p>In zijn auto <span id="d0e1839" class="corr" title="Bron: gings">ging</span> het langs de ruime pleinen, waaromheen de woningen der Europeanen stonden tot we op het erf van zijn geriefelijke woning
+uitstapten. Eindelijk voelde ik me meer thuis en veiliger dan ooit, onder menschen die ik langer en beter kende dan allen,
+die ik tot nu in Indi&euml; had ontmoet. De indruk in de beschaafde wereld terug te komen was hier, waar, door het Indische droomleven,
+de polsslag klopte van een zich snel ontwikkelde havenstad, zeer sterk.
+
+</p>
+<p>Dien avond aan een gezellig souper, waar gastheer en gastvrouw nog meerdere gasten samenbrachten, ontbrak een der genoodigden
+en wel hij die als ambtenaar, met de post door dezelfde boot aangebracht, welke ook mij tot Makasser had vervoerd, een schrijven
+van den civiel-gezaghebber van Tobelo had ontvangen, waarin deze een klacht tegen mij had ingediend. Om praatjes te vermijden
+meende deze ambtenaar alvorens mij te hebben gehoord, elke particuliere samenkomst met den aangeklaagde te moeten vermijden.
+Reeds spoedig vernam ik ook dat een der advocaten te Makasser door den civiel-gezaghebber verzocht was hem in deze zaak in
+rechten bij te staan. Er werden dien avond onder vroolijk gelach talrijke glossen over het gedwongen bezoek aan het parket
+gemaakt en mijn hupsche gastvrouw beloofde mij den volgenden morgen te zullen vergezellen om met vrouwelijke welbespraaktheid
+een goed woordje voor me te doen.
+
+</p>
+<p>Onder den behagelijken invloed van teruggevonden comfort werd nog lang onder den blooten hemel op het erf, terwijl de zwoele
+Indische nacht om ons henen lag en het onophoudelijk gesjirp en gezang der insectenwereld zich overal uit het geboomte deed
+hooren, genoten van de stemming der nachtelijke uren.
+
+</p>
+<p>Den volgenden morgen meldde ik mij aan het parket om een eind te maken aan de vervolging van den ambtenaar te Tobelo. Ik was,
+om eerlijk te zijn, toen ik daar binnentrad in een zeer kwaadaardig humeur over de wijze, waarop men ook hier naar ik meende,
+een zaak van weinig beteekenis opvatte. Na een korte uiteenzetting der feiten, waarbij ik door mijn geprikkelde stemming niet
+altijd even vriendelijk bleef, nam de advocaat van mijn tegenpartij, die ook bij dit onderhoud aanwezig was, tot mijn groote
+voldoening terstond genoegen met de mondelinge verzekering, die ik den civiel-gezaghebber reeds lang schriftelijk had gegeven,
+terwijl de betrokken ambtenaar geen aanleiding vond tot een verder onderzoek over te gaan. Zoo wist ik den betrekkelijk rechtloozen
+Staat verlaten te hebben, die daar achter Makasser lag en was binnen een half uur bevrijd van een vervolging, die daarginds
+reeds maanden had geduurd.
+
+</p>
+<p>Toen ik nu in vriendschappelijk gesprek met den advocaat dankbaar en gelukkig door de teruggevonden redelijkheid het parket
+verliet, vertelde deze mij, dat Verster zich indertijd na zijn terugkomst uit Ternate om rechtskundige hulp tot hem had gewend,
+doch dat hij na door hem ingelicht te zijn en de bedoeling begrepen te hebben, voor de eer daarvan had bedankt.
+
+</p>
+<p>Reeds op mijn heenreis had ik te Makasser geprofiteerd van de gelegenheid, die hier geboden werd om met een auto een tochtje
+het binnenland in te maken over Maros naar den waterval van Bantimoeroe, waar het gebergte van het binnenland begint en waar
+steil het conglomeraat gesteente uit de vlakte rijst. Daar bij dien waterval, bij een pasangrahan had ik voor het eerst een
+weldadige ontroering voor de natuur van dit land ondervonden. De steile muur van begroeide rotsen waarvan het water neerstortte
+was als een machtigen onbeklimbaren bergwand geweest, en, daar boven dien val waar het riviertje kalm door het hooger gelegen
+woud gleed en waar talrijke kleurige groote vlinders over het water zweefden, was voor het eerst iets geweest, dat mij met
+het Indische landschap met zijn zware groen en te overmachtige natuur had verzoend.
+
+</p>
+<p>Geen heerlijker vervoermiddel door dit land en in dit klimaat dan de snelle auto. Haar snelheid wekt op en doet het eentonige
+van het landschap niet zoo sterk gevoelen, terwijl zij een verkoelenden luchtstroom brengt in de warme stille atmosfeer.
+
+</p>
+<p>Naast mijn gastheer deed ik nu een toertje in den donkeren avondstond over de goede wegen achter Makasser, langs bosschen
+en velden, door kampongs en langs eenzame huisjes, waar de inlanders bij lichtjes zaten. Het voortsnellende schijnsel der
+hel-brandende lantaarns in het duister vooruit over den weg en tegen de boomen en het bladerendak daarboven, het gesnor en
+gebrom van den motor, het getoeter bijwijlen, wanneer er menschen in den lichtbundel waren te zien, verbrak op de meest schreeuwende
+wijze &#8217;t geheimzinnige van den donkeren Indischen nacht en gaf een gewaarwording of we brutale heiligschenners waren, die
+het ontzag voor de demonische macht der aloude geesten trotseerden.
+
+</p>
+<p>Toen ik den volgenden dag naar de haven wandelde, waar de beschikbare kaderuimte geheel door lossende en ladende schepen werd
+ingenomen terwijl daar buiten op de reede nog de paketboot, die me tot hier had gebracht, wachtende was op een plaatsje om
+ook tot lossen en laden over te kunnen gaan, begreep ik hier nog ettelijke dagen te kunnen blijven. Echter een kleine paketboot,
+die een wekelijkschen en directen dienst met Soerabaja onderhield zou morgen vertrekken en zoo besloot ik daarmede naar Java
+over te steken en zeide Makasser en haar ruime pleinen, haar drukke handelswijk, waar statige kantoorgebouwen verrezen, haar
+bedrijvige haven, die door haar gunstige ligging een groote toekomst tegemoet ging, vaarwel. Weer hoorde ik de golven ruischen
+om het schip dat met den sterken bries mee, klein als het was danste op de lange deining van de rumoerige Java Zee. Het was
+propvol aan boord en benauwd in het smalle warme eetsalon, waarvan aan beide zijde de kleine hutten der passagiers waren.
+Men at, die benauwenis ontvluchtend, aan dek waar <a id="d0e1858"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1858">71</a>]</span>het slingerende schip in zijn hevigste slingeringen de borden en de glazen van de tafel deed glijden tot groote consternatie
+van de slap neerliggende zeezieke menschen. &#8217;k Gevoelde me als een held nu ik na al dat zeevaren bemerkte onverschillig te
+zijn geworden voor die gevreesde ziekte en aan de goede tafel mee-at met hen, die ik vroeger, als lijder onder die omstandigheden,
+altijd in stilte had benijd. Nu werkten die hooge zee&euml;n, die het galopeerend schip in zijn snelle vaart voor wind en golven
+naijlden als een vreugdevolle opwekking, als een ontspanning, om in het nietsdoen op het volle dek uren naar te zitten kijken.
+
+</p>
+<p>Elke naijlende zware zee, waaraan we ontsnapten bracht dichter bij het doel, bij Java eerst en dan... Europa! O, hoe nam het
+verlangen toe, nu het zoo snel voorwaarts ging, terug naar het mooiste deel der wereld, waar wij Hollanders van nature, van
+geboorte en van aanleg hooren. Itali&euml;, Zwitserland, Duitschland, mijn vaderland! Spoedig zou ik terugzien de landen, waarvan
+ik zoo innig hield, van welk weerzien men in den Indischen angst altijd als van een lenteontwaken droomt. Dan zou ik van me
+af kunnen schudden de Indische sfeer van matheid en loomheid en illusieloos leven die me te pakken kreeg en weer wakker kunnen
+worden voor het hoogere, het betere, van Europa&#8217;s leven en natuur, &#8217;k Zou van Indi&euml; weer langzaam kunnen herstellen, van dat
+land welks rijk bezit we betalen met zoo veel ziele- en geesteslijden van duizenden onzer.
+
+</p>
+<p>Zeker, &#8217;t is onze eigen schuld, een schuld die we vrijwillig betalen, niet de schuld van het land, dat voor de geaardheid
+van den Inlander en niet voor de onze is, welke niet kan zonder de tinteling van kou en de prikkeling van afwisselend leven.
+Wel is de Inlander behept met al onze gebreken en deugden, welke hij dan ook zeer spoedig bij ons herkent en te onderscheiden
+weet, zooals de leerling zijn meester voor de klas in korten tijd doorschouwt, doch hij is weer niet als wij, in zooverre
+hij nog kinderlijker en droomiger is en met een veel geringere mate van energie, vooral van geestelijke energie, is toegerust.
+Ja, zelfs de Alfoer, de nog half wilde, staat veel minder ver van ons af dan veel Europeanen in hun waanwijsheid wel willen
+aannemen, ook hij doorziet ons in een oogenblik, met den kijk der aangeboren slimheid van het natuurvolk. De Minahasser is
+zelfs, althans wat zijn uiterlijk aangaat, meer Hollander dan menige Indo, en de Javaan?.... ik leerde er weinigen kennen,
+doch wanneer men de brieven van Kartini leest, wordt het ons duidelijk dat de volbloed Javaansche, die zelfs nooit van haar
+eiland kwam, kan voelen en denken als het ontwikkeldste edelste Hollandsche meisje. Hare uitingen zijn als zoovele openbaringen
+over het eenmaal mogelijke geestes- en zieleleven van haar volk.
+
+</p>
+<p>De volbloed Inlander is een sympathiek menschentype uit een ras bestemd voor de heete luchtstreek, zooals wij het zijn voor
+de gematigde. Het is niet anders, doch wat in Indi&euml; het leelijkste is onder de menschen komt van den Hollander, die wel tegen
+veel inlandsche misbruiken streed en veel goeds bracht, doch die daarbij tevens zooveel leelijks verwekte, dat men er versteld
+van staat.
+
+</p>
+<p>Ons leven in Indi&euml; is tegen onze natuur, is gedwongen en zal eeuwig zoo blijven, en zoo min als de Inlander in Holland zou
+aarden, zoo min aardt ooit de Hollander en zijn nageslacht in Indi&euml;, tenzij dit laatste verinlandscht en daaraan ontkomt dit
+nageslacht dan op den duur ook niet. En toch in Holland teruggekeerd verlangt hij, die Indi&euml; leerde kennen, soms onbestemd
+naar dit land terug. &#8217;t Is het vrijere, zorgeloozere en ook grootschere leven daar, dat hem dat verlangen influistert en dan
+&#8220;<span lang="en">all times when old are good</span>&#8221;; en &#8217;t waren immers ook zijn beste levensjaren, die hij hier doorbracht.
+
+</p>
+<p>De golven vervolgden het schip niet meer met de woede van den vorigen dag, het was onder de beschutting van eilanden en eilandjes
+gekomen en Madoera&#8217;s kust lag in de verte reeds aan stuurboord en Java&#8217;s kust zou spoedig aan bakboord zichtbaar worden. Doch
+we ijlden snel door een steeds smaller wordende vaargeul tusschen ondiepten aan weerszijden. We hadden een loods aan boord
+gekregen. Steeds meer schepen werden gepasseerd en eindelijk tegen den middag van dien dag zagen we voor ons veel schepen
+op de reede liggen en boven Java&#8217;s lage kust, die reeds geruimen tijd was te zien, staken masten en seinpalen uit en omtrekken
+van daken waren tegen de lucht zichtbaar.
+
+</p>
+<p>We hadden Soerabaja bereikt.
+
+</p>
+<p>De ontscheping alhier, waar de groote booten op de reede moeten blijven liggen, duurde langen tijd, en aan den wal gekomen
+gaf de bagage door gebrek aan koelies weer een langdurig oponthoud, alvorens de troostelooze Oedjong, de benedenstad van Soerabaja,
+een hel van stof en zon om leelijke pakhuizen, oude huisjes en vunzige kantoren, waartusschen schreeuwende koelies, ratelende
+sado&#8217;s en toeterende auto&#8217;s, verlaten werd en ik goed en wel in het Simpanghotel onder mijn galerijtje zat.
+
+</p>
+<p>Daar was ik nu weer in het volle leven terug, het leven van jagen en haasten naar geld in deze drukke handelsstad. &#8217;s Morgens
+reeds tijdig begonnen de auto&#8217;s met <span id="d0e1879" class="corr" title="Bron: enploy&eacute;&#8217;s">employ&eacute;&#8217;s</span> en chefs over de gladde breede wegen te vliegen, allen &eacute;&eacute;n kant uit het hotel voorbij; van de bovenstad naar de benedenstad,
+waar de handelskantoren zijn. Tegen den avond keerden diezelfde auto&#8217;s weer vol terug naar de woonstad met weer dezelfde menschen
+van den morgen.
+
+</p>
+<p>Na inkoopen en bestellingen te hebben gedaan, na met vrienden uit mijn kinderjaren te hebben gedineerd en onder de hooge boomen
+voor de societeit te hebben nagepraat, verliet ik Soerabaja om v&oacute;&oacute;r het vertrek van Batavia nog iets van den Preanger te zien,
+waarvan men mij zooveel had verteld.
+
+</p>
+<p>De Hollanders zijn nu eenmaal geen bergvolk en dus op dit punt over &#8217;t algemeen niet verwend, wie onzer echter de zegen is
+deelachtig geworden de Zwitsersche dalen met hun schilderachtige dorpjes, de meren met hun bekoorlijke oevers en diep kleurig
+water, de alpenweiden met haar bloemenschat, de heldere stroomen en vele watervallen, de steile rotswanden en diepe afgronden,
+de gletschers en de eeuwige sneeuwtoppen goed te leeren kennen zal in een vulkanisch bergland, zooals het gebergte op Java
+uitsluitend is, veel van dit schoons geheel missen. Slechts een hooggebergte, dat uit het massale oergesteente <a id="d0e1886"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1886">72</a>]</span>door plooiingen van den aardkorst is opgebouwd, zal dit overweldigend grootsche en schoone kunnen geven.
+
+</p>
+<p>In onzen Archipel zal men alleen op Nieuw-Guinea in het Sneeuwgebergte bij de Wilhelmina- en de Carstens-toppen naar een werkelijk
+grootsch bergland te zoeken hebben. Reeds hebben ons de eerste berichten bereikt over de pracht van dat binnenland daar onder
+den aequator en reeds zijn er plannen gemaakt voor een herstellings- en ontspanningsoord in deze koele hooge streken op de
+wijze als Darjeeling aan den voet van den Himalaya. Dan zal men inderdaad vernemen van een bergnatuur zoo schoon en grootsch,
+dat ook de verwende toerist en de alpinist hier hun hart vol bewondering voor een indrukwekkend hooggebergte zullen voelen
+kloppen.
+
+</p>
+<p>Eenige uitstapjes in de Preanger, die ik van Garoet uit maakte naar de heete bronnen van den Kawa-Kamodjan, naar het meer
+van Bagendit, een avondwandeling over den weg naar Tjikoeray leerden mij een liefelijk berglandschap kennen, waarin de helgroene
+sawah&#8217;s en de begroeide berghellingen afwisselden met de vulkanen, die aan alle zijden uit dat land oprezen. De morgen- en
+avondkoelte door de hoogere ligging (710 M.) deden, na de eeuwige warmte, heerlijk aan en verkwikten geest en lichaam als
+een bad. Het goede hotel van Horck met zijn gezellige paviljoentjes deed het overige om het verblijf er aangenaam te maken.
+Het vele volk uit de omliggende dessa&#8217;s, dat <span id="d0e1892" class="corr" title="Bron: &#8217;smorgens">&#8217;s morgens</span> de landwegen opvroolijkte op weg naar de markt te Garoet, de menschen in kleurige dracht in troepen aan &#8217;t werk in de sawah&#8217;s
+bij &#8217;t snijden der padi, gaf een levendig, vroolijk en vredig beeld.
+
+</p>
+<p>Doch wat ik ook op Java en in het verdere Indi&euml; aan natuurtafereelen zag, het kon me slechts bij uitzondering brengen tot
+het groote geluk van het natuurgenot, dat ik zoo dikwijls in Europa had gevonden.
+
+</p>
+<p>En nu, nu de wegen steeds gebaander zouden worden, die ik te volgen had, eindig ik mijn verhaal als zwerver, moe en verreisd,
+verlangend naar het vaderland.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p1917-072.jpg" alt="Plantsoen voor de societeit te Makasser." width="634" height="324"><p class="figureHead">Plantsoen voor de societeit te Makasser.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>In Europa kwam ik terug anders dan ik was gegaan, loomer, doch rijker aan ervaringen, aan bittere ervaringen soms, die harder
+waren geweest dan hier mochten blijken. Doch ondanks dat gevoelde ik mij dankbaar nu mijn zending was geslaagd.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Het was de klank van een vrouwenstem, die een juichlied zong bij &#8217;t wederzien in Europa, het waren de over-bekoorlijke oevers
+der Middellandsche Zee en der Italiaansche meren onder een serene najaarslucht, het was de kleurrijke herfstgetinte groei
+tegen de bergwanden van de Val Bregaglia, het waren de sneeuwtoppen van het Engadin, de cultuurschatten der steden, het waren
+als grootste zegen en laatste verlangen de hooge stemmen van twee kindertjes bij de aankomst in Holland, die de Indische moeheid
+van me af deden vallen en het geluk eener ontroering weergaven, die ik zoolang had ontbeerd.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p><span class="letterspaced">Naschrift</span>. En nu, nadat er meer dan drie jaren sedert mijn vertrek van Tobelo zijn verloopen, ligt daar ten noorden en achter die kampong
+reeds een groot open terrein, waarop in eindelooze rijen de jonge klapperboomen bij duizenden staan. Dag in dag uit wordt
+er ontgonnen en uitgebreid, geplant en verbeterd en steeds steviger en sterker is de grondslag geworden, waarop wordt voortgebouwd,
+om met geduld eens het doel te bereiken, dat werd gesteld.
+
+</p>
+<p>Doch van allen, die ik eens daar heb leeren kennen, is er reeds nu niet &eacute;&eacute;n meer op de plaats, waar hij toentertijd stond.
+
+</p>
+<p>Allen zijn ze gegaan, de een na den ander, niemand heeft zich gehandhaafd of zich kunnen handhaven. Er hebben daar in dat
+maatschappijtje stormen gewoed die zelfs de stevigststaanden omverwierpen; tot zelfs de zendelingen, die ik te Tobelo leerde
+kennen, zijn verdwenen.
+
+</p>
+<p>Zoo is nu eenmaal voor den Europeaan het leven in de afgelegen deelen der Buitenbezittingen, waar de menschen nog vaak als
+stukgoederen worden heen en weer geworpen.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/o1917-072.gif" alt="Ornament." width="277" height="28"></div><p>
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e811" href="#d0e811src" class="noteref">1</a></span> Intusschen is deze Sultan, om zijn handelwijze tegenover het Gouvernement, afgezet en naar elders overgebracht.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e822" href="#d0e822src" class="noteref">2</a></span> Nieuw Guinea wordt in deze streken steeds &raquo;de Papoe&#8221; genoemd.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1665" href="#d0e1665src" class="noteref">3</a></span> Ten slotte is ook hij teruggekeerd, ziek en verslagen naar lichaam en geest.
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="div1" id="d0e1928">
+<h2 class="normal">Inhoudsopgave</h2>
+<ul>
+<li><a href="#d0e84">Een jaar in de Molukken.: Persoonlijke ervaringen bij &#8217;t vestigen eener cultuuronderneming.</a><ul>
+<li><a href="#d0e113">Doel mijner Reis.</a></li>
+<li><a href="#d0e176">Per prauw van Ternate naar Tobelo.</a></li>
+<li><a href="#d0e390">Aankomst te Tobelo. Eerste Werkzaamheden.</a></li>
+<li><a href="#d0e569">Terug naar Ternate.</a></li>
+<li><a href="#d0e893">Uit de prilste jeugd eener cultuuronderneming.</a></li>
+<li><a href="#d0e1383">Naar Batjan. Opnieuw te Ternate.</a></li>
+<li><a href="#d0e1633">Een taak die afloopt.</a></li>
+<li><a href="#d0e1727">Terug naar huis.</a></li>
+</ul>
+</li>
+</ul>
+</div>
+<div class="transcribernote">
+<h2>Colofon</h2>
+<h3>Beschikbaarheid</h3>
+<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+
+</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line gedistribueerd correctie team op <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
+
+</p>
+<p lang="en">This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give
+it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+
+</p>
+<p lang="en">This eBook is produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
+
+</p>
+<h3>Codering</h3>
+<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde
+van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn
+gemarkeerd met het corr-element.
+
+</p>
+<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met &#8220;. Geneste
+dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens.
+
+</p>
+<h3>Documentgeschiedenis</h3>
+<ol class="lsoff">
+<li>25-JAN-2008 begonnen.
+
+</li>
+</ol>
+<h3>Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%">
+<tr>
+<th>Plaats</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e159">Bladzijde 3</a></td>
+<td width="40%">Buitenbezitingen</td>
+<td width="40%">Buitenbezittingen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e178">Bladzijde 3</a></td>
+<td width="40%">Hoofstuk</td>
+<td width="40%">Hoofdstuk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e255">Bladzijde 6</a></td>
+<td width="40%">Poetih</td>
+<td width="40%">Poeti</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e302">Bladzijde 8</a></td>
+<td width="40%">Poetih</td>
+<td width="40%">Poeti</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e315">Bladzijde 8</a></td>
+<td width="40%">Poetih</td>
+<td width="40%">Poeti</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e518">Bladzijde 16</a></td>
+<td width="40%">verinlandsch</td>
+<td width="40%">verinlandscht</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e523">Bladzijde 16</a></td>
+<td width="40%">gramophoon</td>
+<td width="40%">grammophoon</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e678">Bladzijde 22</a></td>
+<td width="40%">corespondentie</td>
+<td width="40%">correspondentie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e711">Bladzijde 23</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e757">Bladzijde 25</a></td>
+<td width="40%"> </td>
+<td width="40%">-</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e804">Bladzijde 27</a></td>
+<td width="40%">gemonteeerd</td>
+<td width="40%">gemonteerd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e849">Bladzijde 28</a></td>
+<td width="40%">gramophoon</td>
+<td width="40%">grammophoon</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1206">Bladzijde 46</a></td>
+<td width="40%">ver-verbetering</td>
+<td width="40%">verbetering</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1275">Bladzijde 48</a></td>
+<td width="40%">uchtendkrieken</td>
+<td width="40%">ochtendkrieken</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1839">Bladzijde 70</a></td>
+<td width="40%">gings</td>
+<td width="40%">ging</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1879">Bladzijde 71</a></td>
+<td width="40%">enploy&eacute;&#8217;s</td>
+<td width="40%">employ&eacute;&#8217;s</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1892">Bladzijde 72</a></td>
+<td width="40%">&#8217;smorgens</td>
+<td width="40%">&#8217;s morgens</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Een jaar in de Molukken, by H. R. Roelfsema
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN JAAR IN DE MOLUKKEN ***
+
+***** This file should be named 24468-h.htm or 24468-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/4/4/6/24468/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/24468-h/images/ih1917-041.gif b/24468-h/images/ih1917-041.gif
new file mode 100644
index 0000000..163e95f
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/ih1917-041.gif
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/iv1917-001.gif b/24468-h/images/iv1917-001.gif
new file mode 100644
index 0000000..434d114
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/iv1917-001.gif
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/o1917-040.gif b/24468-h/images/o1917-040.gif
new file mode 100644
index 0000000..5ee5427
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/o1917-040.gif
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/o1917-072.gif b/24468-h/images/o1917-072.gif
new file mode 100644
index 0000000..e33e0a5
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/o1917-072.gif
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-001.jpg b/24468-h/images/p1917-001.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c543fa0
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-001.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-002.gif b/24468-h/images/p1917-002.gif
new file mode 100644
index 0000000..00f2fbc
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-002.gif
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-003.jpg b/24468-h/images/p1917-003.jpg
new file mode 100644
index 0000000..753cda3
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-003.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-004.jpg b/24468-h/images/p1917-004.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a85c502
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-004.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-005.jpg b/24468-h/images/p1917-005.jpg
new file mode 100644
index 0000000..79d6d71
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-005.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-006.jpg b/24468-h/images/p1917-006.jpg
new file mode 100644
index 0000000..faa8dc6
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-006.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-007.jpg b/24468-h/images/p1917-007.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ac6e215
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-007.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-008-1.jpg b/24468-h/images/p1917-008-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e555bdf
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-008-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-008-2.jpg b/24468-h/images/p1917-008-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8c1988d
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-008-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-009.jpg b/24468-h/images/p1917-009.jpg
new file mode 100644
index 0000000..eb483cb
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-009.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-012-1.jpg b/24468-h/images/p1917-012-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3df9a8d
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-012-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-012-2.jpg b/24468-h/images/p1917-012-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..67d0168
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-012-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-013.jpg b/24468-h/images/p1917-013.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3342f6c
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-013.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-015.jpg b/24468-h/images/p1917-015.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c88684f
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-015.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-016.jpg b/24468-h/images/p1917-016.jpg
new file mode 100644
index 0000000..516e948
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-016.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-017.jpg b/24468-h/images/p1917-017.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e6530d5
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-017.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-020.jpg b/24468-h/images/p1917-020.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0140f21
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-020.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-021.jpg b/24468-h/images/p1917-021.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c6d3a57
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-021.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-023.jpg b/24468-h/images/p1917-023.jpg
new file mode 100644
index 0000000..79bc634
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-023.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-024.jpg b/24468-h/images/p1917-024.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5cabe5a
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-024.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-025.jpg b/24468-h/images/p1917-025.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b842176
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-025.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-028-1.jpg b/24468-h/images/p1917-028-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0d62dee
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-028-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-028-2.jpg b/24468-h/images/p1917-028-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..91dbdcf
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-028-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-029.jpg b/24468-h/images/p1917-029.jpg
new file mode 100644
index 0000000..632b6e8
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-029.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-032.jpg b/24468-h/images/p1917-032.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a9ce722
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-032.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-033.jpg b/24468-h/images/p1917-033.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1b09039
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-033.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-036.jpg b/24468-h/images/p1917-036.jpg
new file mode 100644
index 0000000..26df9f0
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-036.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-037.jpg b/24468-h/images/p1917-037.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1d2cc5c
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-037.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-038.jpg b/24468-h/images/p1917-038.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5dcd352
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-038.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-039.jpg b/24468-h/images/p1917-039.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1e3d05e
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-039.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-040.jpg b/24468-h/images/p1917-040.jpg
new file mode 100644
index 0000000..dd8801a
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-040.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-041.jpg b/24468-h/images/p1917-041.jpg
new file mode 100644
index 0000000..585a1c0
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-041.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-042.jpg b/24468-h/images/p1917-042.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5ab05f1
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-042.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-043.jpg b/24468-h/images/p1917-043.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8e6ba84
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-043.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-044.jpg b/24468-h/images/p1917-044.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9d3748f
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-044.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-045.jpg b/24468-h/images/p1917-045.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8bba719
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-045.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-047-1.jpg b/24468-h/images/p1917-047-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c0677b8
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-047-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-047-2.jpg b/24468-h/images/p1917-047-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b97e1f9
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-047-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-048.jpg b/24468-h/images/p1917-048.jpg
new file mode 100644
index 0000000..043e43c
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-048.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-049.jpg b/24468-h/images/p1917-049.jpg
new file mode 100644
index 0000000..930e61d
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-049.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-051.jpg b/24468-h/images/p1917-051.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6125cdc
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-051.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-052.jpg b/24468-h/images/p1917-052.jpg
new file mode 100644
index 0000000..12883fc
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-052.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-053.jpg b/24468-h/images/p1917-053.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b433975
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-053.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-056.jpg b/24468-h/images/p1917-056.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b89465c
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-056.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-057.jpg b/24468-h/images/p1917-057.jpg
new file mode 100644
index 0000000..fdfea95
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-057.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-058.jpg b/24468-h/images/p1917-058.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8d8f6b3
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-058.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-059.jpg b/24468-h/images/p1917-059.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a030135
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-059.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-060-1.jpg b/24468-h/images/p1917-060-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a13971a
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-060-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-060-2.jpg b/24468-h/images/p1917-060-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f339d54
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-060-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-061-1.jpg b/24468-h/images/p1917-061-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..351ae3e
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-061-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-061-2.jpg b/24468-h/images/p1917-061-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c8037ac
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-061-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-063.jpg b/24468-h/images/p1917-063.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2a55445
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-063.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-064.jpg b/24468-h/images/p1917-064.jpg
new file mode 100644
index 0000000..71c4417
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-064.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-065.jpg b/24468-h/images/p1917-065.jpg
new file mode 100644
index 0000000..480f2bd
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-065.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-067.jpg b/24468-h/images/p1917-067.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b4e5709
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-067.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-068-1.jpg b/24468-h/images/p1917-068-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1b6b97a
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-068-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-068-2.jpg b/24468-h/images/p1917-068-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0f8583f
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-068-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-069-1.jpg b/24468-h/images/p1917-069-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1398a32
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-069-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-069-2.jpg b/24468-h/images/p1917-069-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..df79385
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-069-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/24468-h/images/p1917-072.jpg b/24468-h/images/p1917-072.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5287872
--- /dev/null
+++ b/24468-h/images/p1917-072.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..fa78cd0
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #24468 (https://www.gutenberg.org/ebooks/24468)