summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--22868-8.txt2829
-rw-r--r--22868-8.zipbin0 -> 47748 bytes
-rw-r--r--22868-h.zipbin0 -> 5583055 bytes
-rw-r--r--22868-h/22868-h.htm3507
-rw-r--r--22868-h/images/fig01.gifbin0 -> 27140 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/fig02.gifbin0 -> 56671 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/fig03.jpgbin0 -> 75592 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/fig04.jpgbin0 -> 72771 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/fig05.jpgbin0 -> 65770 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/fig06.gifbin0 -> 14902 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/fig07.jpgbin0 -> 62505 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/fig08.jpgbin0 -> 67499 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/fig09.gifbin0 -> 9338 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/fig10.jpgbin0 -> 18004 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/fig11.gifbin0 -> 12453 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/fig12.gifbin0 -> 33082 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/fig13.gifbin0 -> 79186 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/front.jpgbin0 -> 99969 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/plaat-1.jpgbin0 -> 32569 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/plaat-1h.jpgbin0 -> 469112 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/plaat-2.jpgbin0 -> 46356 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/plaat-2h.jpgbin0 -> 740966 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/plaat-3.jpgbin0 -> 53963 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/plaat-3h.jpgbin0 -> 661084 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/plaat-4.jpgbin0 -> 61604 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/plaat-4h.jpgbin0 -> 812450 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/plaat-5.jpgbin0 -> 47431 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/plaat-5a.jpgbin0 -> 58013 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/plaat-5ah.jpgbin0 -> 651682 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/plaat-5b.jpgbin0 -> 56306 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/plaat-5bh.jpgbin0 -> 655252 bytes
-rw-r--r--22868-h/images/plaat-5h.jpgbin0 -> 528583 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/f001.pngbin0 -> 154106 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/f002.pngbin0 -> 29419 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/f003.pngbin0 -> 7430 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/f004.pngbin0 -> 123914 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/f005.pngbin0 -> 117187 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/f006.pngbin0 -> 118147 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p006.pngbin0 -> 142640 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p007.pngbin0 -> 173959 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p008.pngbin0 -> 173730 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p009.pngbin0 -> 218576 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p010.pngbin0 -> 208238 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p011.pngbin0 -> 189811 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p012.pngbin0 -> 156764 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p013.pngbin0 -> 150717 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p014.pngbin0 -> 155956 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p015.pngbin0 -> 161278 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p016.pngbin0 -> 144194 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p017.pngbin0 -> 156630 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p018.pngbin0 -> 151100 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p019.pngbin0 -> 163367 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p020.pngbin0 -> 156526 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p021.pngbin0 -> 158282 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p022.pngbin0 -> 167254 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p023.pngbin0 -> 145293 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p024.pngbin0 -> 211268 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p025.pngbin0 -> 153058 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p026.pngbin0 -> 168861 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p027.pngbin0 -> 226100 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p028.pngbin0 -> 161255 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p029.pngbin0 -> 160033 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p030.pngbin0 -> 169037 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p031.pngbin0 -> 156499 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p032.pngbin0 -> 165675 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p033.pngbin0 -> 156822 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p034.pngbin0 -> 160418 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p035.pngbin0 -> 152574 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p036.pngbin0 -> 99393 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p037.pngbin0 -> 163428 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p038.pngbin0 -> 186591 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p039.pngbin0 -> 56951 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p040.pngbin0 -> 102107 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p041.pngbin0 -> 115779 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p042.pngbin0 -> 107843 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p043.pngbin0 -> 104161 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p044.pngbin0 -> 77996 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p045.pngbin0 -> 65707 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p046.pngbin0 -> 27896 bytes
-rw-r--r--22868-page-images/p047.pngbin0 -> 160387 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
83 files changed, 6352 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/22868-8.txt b/22868-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..70706e7
--- /dev/null
+++ b/22868-8.txt
@@ -0,0 +1,2829 @@
+The Project Gutenberg EBook of De Vrouw, by Aletta H. Jacobs
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Vrouw
+ Haar bouw en haar inwendige organen
+
+Author: Aletta H. Jacobs
+
+Release Date: October 3, 2007 [EBook #22868]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VROUW ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ De Vrouw.
+
+ Haar bouw en haar inwendige organen.
+
+
+ Aanschouwelijk voorgesteld door
+ beweegbare platen en met geillustreerden,
+ verklarenden tekst.
+
+ Een populaire schets
+
+
+
+ door
+
+ Dr. Aletta H. Jacobs, arts.
+
+
+
+ Vierde druk.
+
+ Deventer. Æ. E. Kluwer.
+
+
+
+
+
+
+
+ Stoomdrukkerij--»Davo«--Deventer.
+
+
+
+
+
+
+VOORWOORD.
+
+
+De schromelijke onbekendheid van velen, zelfs van ontwikkelden, met het
+kunstig samenstel van hun eigen lichaam heeft mij meermalen getroffen.
+
+Vooral van vrouwen was ik dikwerf getuige van de gebrekkige kennis
+van het lichaam in het algemeen en van den bouw, de ligging en de
+verrichting harer geslachtsorganen in het bijzonder.
+
+Doch ook niet zelden vernam ik de begeerte naar lektuur om zich
+die kennis eigen te maken. Vakboeken, die het onderwerp gewoonlijk
+zeer uitvoerig behandelen, konden daarvoor moeilijk in aanmerking
+komen. Beknoptheid toch is voor dergelijke lektuur voor leeken een
+eerste vereischte. Daarom vond ik in het verzoek van den uitgever,
+bij de hierachter gevoegde beweegbare platen den tekst te leveren,
+gereede aanleiding, om te trachten een beschrijving te geven, die
+aan dit vereischte voldoet.
+
+In aanmerking genomen de rijke stof, die hier ter bewerking werd
+geboden, is de beschrijving ongetwijfeld beknopt. Mocht daaronder
+evenwel de volledigheid of bevattelijkheid hier en daar geleden
+hebben, dat de welwillende beoordeelaar dan rekening houde met den
+steeds tijdens de bewerking gekoesterden wensch, om het onderwerp in
+zoo klein mogelijk bestek te behandelen.
+
+Bij de afbeeldingen in den tekst vermeldde ik de bron, waaraan zij
+werden ontleend. Voor de indeeling der stof volgde ik in hoofdzaak
+en ook hier en daar voor den inhoud het pas verschenen Duitsche
+werkje van Dr. G. Panzer: »Die Frau. Anschauliche Darstellung des
+weiblichen Körpers.«
+
+
+Amsterdam 1899. A. H. J.
+
+
+
+
+BIJ DEN TWEEDEN DRUK.
+
+
+Met erkentelijkheid gewaag ik van de welwillende beoordeeling, die
+mijn arbeid mocht ten deel vallen. De geleverde kritiek was niet
+van dien aard, dat zij tot wijzigingen van eenig belang aanleiding
+gaf. Trouwens, nog slechts weinige maanden verliepen, sedert de eerste
+druk verscheen, zoodat het zeer wel mogelijk is, dat meer en ernstiger
+kritiek nog volgt. In welken geest deze echter ook moge uitvallen,
+dit kan met voldoening geconstateerd worden, dat uit den thans reeds
+noodig geworden tweeden druk blijkt, hoezeer het werkje voorziet in de
+sedert lang gevoelde behoefte aan een beknopte, populaire beschrijving
+van het lichaam in het algemeen en van den bouw, de ligging en de
+verrichting der vrouwelijke geslachtsorganen in het bijzonder.
+
+
+Amsterdam 1899. A. H. J.
+
+
+
+
+
+
+BIJ DEN DERDEN DRUK.
+
+
+Spoediger dan ik had durven verwachten, verraste de uitgever mij met
+de tijding, dat reeds een derde druk van mijn arbeid noodig is. De
+wensch van den uitgever om den prijs van het werkje aanmerkelijk te
+verlagen, ten einde een grooter kring van lezers te krijgen, werd
+door mij ernstig overwogen. Want ook mij kan het niet anders dan
+aangenaam zijn, dat het doel, waarmede de arbeid werd ondernomen,
+welk doel in het voorwoord van den eersten druk is kenbaar gemaakt,
+zoo volledig mogelijk worde bereikt.
+
+Het bleek echter, dat voor een goedkoope uitgave de beweegbare platen,
+aan het eind van het boekje geplaatst, moesten worden opgeofferd. En
+dit achtte ik, in verband met de zeer beknopte behandeling van de
+stof en de menigvuldige verwijzingen naar die platen, ten eenenmale
+ongewenscht.
+
+De derde druk gaat derhalve de wereld in als de beide eerste, slechts
+werd hier en daar, ter verduidelijking van den tekst, een kleine
+verandering gebracht in de redactie.
+
+Den wensch, dat het onthaal van deze oplaag voor de vroegere niet
+zal behoeven onder te doen, kan ik niet nalaten hier te uiten.
+
+
+Amsterdam, 1900. A. H. J.
+
+
+
+
+BIJ DEN VIERDEN DRUK.
+
+
+Toen ik mij neerzette, om bij de hierachter gevoegde beweegbare
+platen van het vrouwelijk lichaam den tekst te leveren, kon ik weinig
+vermoeden te voorzien in een blijkbaar zoo groote behoefte.
+
+Dat dit boek in betrekkelijk weinig jaren reeds een vierden druk
+beleeft, bewijst, dat de hedendaagsche vrouwen en meisjes niet langer
+in onwetendheid willen verkeeren omtrent den bouw van haar lichaam
+en de ligging en verrichting harer geslachtsorganen.
+
+De betrekkelijk hooge prijs, voornamelijk een gevolg van de groote
+kosten der beweegbare platen, waren oorzaak, dat het niet kon
+komen in handen dier vrouwen, bij wie groote financieele draagkracht
+ontbreekt. Het was mij daarom een zeer welkome tijding, dat de uitgever
+er in is geslaagd, den vierden druk voor een merkbaar lageren prijs te
+kunnen aanbieden en daardoor den vrouwen, voor wie het boek eigenlijk
+in de eerste plaats werd samengesteld, de gelegenheid te openen het
+te kunnen koopen.
+
+Moge het blijken, dat de nieuwe lezerskring, die het thans kan
+bereiken, er even groote belangstelling voor koestert.
+
+
+Amsterdam, 1910. A. H. J.
+
+
+
+
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+De mensch is samengesteld uit verschillende organen, waarvan de
+geslachtsorganen dienen tot instandhouding van de soort, al de overige
+tot behoud van het individu.
+
+Terwijl bij het mannelijk en vrouwelijk individu de geslachtsorganen
+verschillend zijn, valt voor de overige organen geen wezenlijk
+onderscheid waar te nemen, noch wat samenstelling, noch wat verrichting
+betreft.
+
+Hun vorm evenwel verschilt dikwijls. Deze vormverschillen, ieder
+afzonderlijk gering, zijn te zamen genomen zoo groot, dat wij dadelijk
+het onderscheid tusschen man en vrouw opmerken.
+
+Zoo is in het algemeen genomen de vrouw niet zoo groot en zwaar
+gebouwd als de man. Bij haar meer vetafzetting in het onderhuidsch
+celweefsel, waardoor haar spieren en de uitsteeksels der beenderen
+nauwelijks zichtbaar zijn; bij hem daarentegen de spieren gemakkelijker
+waarneembaar en de beenige uitsteeksels duidelijker in het oog vallend.
+
+Borst, buik en billen zijn bij de vrouw eenigszins boogvormig; bij
+den man min of meer rechtlijnig.
+
+De schouderbreedte is bij vrouwen kleiner dan de heupbreedte,
+bij de mannen is juist het omgekeerde het geval; hiermee staat in
+verband, dat bij de vrouwen ook de borst smaller is dan de buik en
+het tegenovergestelde weer bij de mannen valt waar te nemen.
+
+De lichaamslengte in haar geheel genomen leert ons, dat bij vrouwen
+relatief het hoofd langer, de hals korter, de romp langer en de armen
+en beenen korter zijn dan bij mannen. Vooral de betrekkelijk lange
+romp en korte beenen van de vrouw zijn opvallend. Haar dijen zijn
+aanmerkelijk korter en breeder dan van den man en iets binnenwaarts
+geplaatst, doordien de dijbeenderen onder een eenigszins anderen hoek
+in het heupgewricht staan.
+
+Tot den leeftijd van 9 à 10 jaren zijn de jongens in den regel grooter
+dan de meisjes; daarna tot aan de puberteitsjaren, den geslachtsrijpen
+leeftijd, zijn meisjes grooter en zwaarder dan jongens van denzelfden
+leeftijd. Na dien tijd gaan de jongens weder sterker groeien en
+overtreffen spoedig de meisjes in lengte en gewicht. Jongens blijven,
+hoewel langzaam, tot hun 23e jaar groeien, terwijl meisjes reeds op
+20-jarigen leeftijd den vollen wasdom bereikt hebben.
+
+Na deze algemeene beschouwing zal in de volgende hoofdstukken worden
+uiteengezet, in hoever de verschillende organen van het lichaam tot
+de vorming van het vrouwelijke type bijdragen.
+
+
+
+
+
+
+EERSTE AFDEELING.
+
+
+De Huid.
+
+
+De huid (cutis), waarmede het geheele menschelijke lichaam is
+overtrokken, is bij de vrouw zachter en fijner dan bij den man. Zij
+bestaat uit drie opvolgende lagen: opperhuid (epidermis), lederhuid
+(corium of derma) en onderhuidsch celweefsel. Bij het Kaukasische
+menschenras (waartoe wij behooren) is de huid geel-wit van kleur; in
+de okselholte, aan borsttepel en tepelkring, alsmede aan de uitwendige
+geslachtsdeelen neemt zij een donkerder tint aan.
+
+De huid bevat haren, smeer- en zweetklieren. De in de huid wortelende
+haren zijn bij den man op meer plaatsen aanwezig dan bij de vrouw. Bij
+de vrouw komen zij voor op het behaarde gedeelte van het hoofd,
+hier zelfs in rijke hoeveelheid, vervolgens in de okselholte en op de
+schaamdeelen; bij vele vrouwen ontwikkelen zich op 45- à 50 jarigen,
+den zoogen. climacterischen leeftijd, ook op de lip en de kin dikke,
+sterke haren, die bij sommigen harer een werkelijken baard vormen.
+
+De smeerklieren geven een vettige substantie af, welke langs het haar
+naar buiten treedt. Zij zijn evenals de haren en de zweetklieren in
+de twee bovenste lagen van de huid gelegen.
+
+In de derde laag, het onderhuidsch celweefsel, pleegt zich vet op
+te hoopen; bij de vrouw is dit in zoo aanzienlijke mate het geval,
+dat de vormen hierdoor een voor haar karakteristieke volheid en
+ronding verkrijgen.
+
+De huid heeft verschillende bestemmingen te vervullen. Zij is zintuig
+voor het gevoel, orgaan van afscheiding (zweet en huidsmeer) en helpt
+mede de inwendige lichaamstemperatuur op bepaalde hoogte te houden.
+
+
+
+
+Het Geraamte.
+
+
+De grootte van het lichaam en de lichaamsgestalte worden in hoofdzaak
+bepaald door de beenderen, die onderling verbonden het geraamte
+(sceleton) vormen. Zij worden verdeeld in lange of pijpbeenderen,
+breede of platte beenderen en korte beenderen. Sommige beenderen,
+zooals de schedelbeenderen, kunnen zich ten opzichte van elkander
+niet bewegen; andere, zooals die der ledematen, wèl. De beweging
+komt tot stand in de gewrichten. Deze worden gevormd, doordien
+twee tegen elkander passende en beweeglijke beenuiteinden door een
+gemeenschappelijk kapsel worden omgeven en aldus los aan elkander zijn
+verbonden. Over de gewrichtskapsels heen liggen banden (ligamenta),
+die de verbinding versterken.
+
+Het geraamte wordt ingedeeld in schedel, romp en ledematen.
+
+De schedel is samengesteld uit 22 beenderen, die grootendeels behooren
+tot de breede, platte beenderen; 8 er van dienen tot vorming van
+de hersenpan (cranium), de 14 overige zijn de aangezichtsbeenderen
+(ossa faciei). Met uitzondering van het onderkaaksbeen, zijn al de
+beenderen van het hoofd vast en onbeweeglijk met elkaar verbonden.
+
+Er is slechts een zeer gering onderscheid in de schedels van mannen en
+vrouwen. Alleen bij nauwkeurige vergelijking ziet men de ontleedkundige
+verschillen aan sommige onderdeelen van de beenderen. Het voornaamste
+en meest in het oog vallend verschil is, dat de schedel van de vrouw
+lager en vlakker is dan die van den man en dat dientengevolge de
+bovenste rand van het voorhoofd met de vlakte van de hersenpan bij
+de vrouw een afgeronden hoek vormt, daarentegen bij den man deze
+overgang eenigszins schuin naar boven loopt. De schedelbeenderen zijn
+bij mannen dikker dan bij vrouwen.
+
+De romp bestaat uit de wervelkolom (columna vertebralis), het borstbeen
+(sternum) en de ribben (costae). Hoewel het uit een ontleedkundig
+oogpunt niet juist is, rekent men toch gewoonlijk bij den romp ook het
+bekken. Dit bestaat uit drie deelen, de heupbeenderen, het heiligbeen
+en het stuitbeen.
+
+De heupbeenderen nu moest men eigenlijk bij de ledematen rangschikken,
+evenals dit geschiedt met sleutelbeen en schouderblad. Het heiligbeen
+en het stuitbeen echter maken deel uit van de wervelkolom en zijn
+te beschouwen als onderling vergroeide wervels. Overigens bestaat
+de wervelkolom uit wervels, die hoewel stevig aan elkaar verbonden,
+toch ten opzichte van elkander beweeglijk zijn.
+
+Men onderscheidt 7 hals-, 12 borst- en 5 lenden_wervels_.
+
+De wervelkolom is aan het halsgedeelte eenigszins naar voren, aan
+het borstgedeelte sterk naar achteren en aan het lendengedeelte weder
+sterk naar voren gebogen. De sterkste buiging naar voren valt samen
+met den ondersten rand van den ondersten lendenwervel en heet daar
+voorgebergte (promontorium). _Fig. 1 d._
+
+De vrouwelijke wervelkolom heeft in verhouding een langer
+lendengedeelte dan de mannelijke, de bocht naar voren begint iets
+hooger.
+
+De _borstkas_ (thorax) wordt gevormd door het borstbeen en de
+ribben. Het borstbeen (sternum), waaraan men de greep (manubrium),
+kling (corpus) en punt (processus xyphoideus) onderscheidt, is
+zijdelings met 7 ribben verbonden. _Fig. 2._.
+
+Het vrouwelijk borstbeen heeft een breeder greep en een smaller,
+langer kling dan het mannelijke.
+
+De borstkas telt _twaalf_ paar _ribben_. De 7 met het borstbeen
+vergroeide heeten ware ribben (costae verae), de 5 onderste paren,
+die het borstbeen niet meer bereiken, noemt men valsche ribben
+(costae spuriae).
+
+Bij de vrouwen zijn de ribben niet zoo sterk gebogen als bij de mannen,
+terwijl bij haar de twee paar eerste ribben betrekkelijk langer zijn.
+
+De vrouwelijke borstkas vertoont in haar geheel een ronderen vorm
+dan de mannelijke. Zij is korter, smaller, maar wijder.
+
+Bij vrouwen, die nauwsluitende corsetten dragen, zich rijgen, zooals
+men het noemt, schuiven de valsche ribben over elkander en wordt de
+ruimte van de borstkas verkleind. Zoowel de borst als de buikorganen
+worden hierdoor van hun plaats gedrongen.
+
+
+
+De beenderen van de bovenste en onderste ledematen bestaan uit
+verschillende afdeelingen. Aan de bovenste ledematen onderscheiden
+wij schouder, bovenarm, onderarm en hand. De schouder bestaat uit
+sleutelbeen (clavicula), _Plaat V No. 13_, en schouderblad, (scapula),
+_Plaat V No. 17_. Het sleutelbeen van de vrouw is naar verhouding
+langer dan dat van den man.
+
+De bovenarm bezit slechts één been, het bovenarmbeen (os humeri),
+_Plaat V No. 18_, dat bij de vrouw korter is dan bij den man. De
+onderarm is samengesteld uit ellepijp (ulna) en armpijp (radius).
+
+Aan de hand onderscheidt men den uit 8 kleine beenderen gevormden
+handwortel (carpus), de 5 middelhandsbeenderen (metacarpi) en de
+beenderen van de 5 vingers (phalanges digitorum manus).
+
+De handen van vrouwen zijn in den regel korter en smaller dan die
+van mannen.
+
+De onderste ledematen bestaan, voor zoover wij het heupbeen buiten
+beschouwing laten, uit bovenbeen, onderbeen en voet.
+
+Het bovenbeen bestaat alleen uit het dijbeen (os femoris), _Plaat V
+No 23_, dat bij vrouwen aanmerkelijk korter is dan bij mannen. Ook
+is de stand van het bovenbeen ten opzichte van den romp bij vrouwen
+anders. Bij de vrouw loopen de bovenbeenen van boven naar beneden
+min of meer naar elkaar toe, en zijn tegelijkertijd eenigszins
+buitenwaarts gedraaid.
+
+Het onderbeen bestaat uit scheenbeen (tibia) en kuitbeen (fibula).
+
+De beenderen van den voet worden, evenals die van de hand, verdeeld
+in beenderen van den voetwortel (ossa tarsi) van den middelvoet (ossa
+metatarsi) en van de teenen (phalanges digitorum pedis). Vrouwenvoeten
+zijn korter en breeder dan mannenvoeten.
+
+
+
+Thans keeren wij terug tot het _bekken_, dat, zooals gezegd is, gevormd
+wordt door het heiligbeen, het stuitbeen en de beide heupbeenderen.
+
+Aan het geraamte is het verschil in geslacht nergens zoo duidelijk
+merkbaar als aan het bekken. Het vormverschil van dit lichaamsdeel is
+van groote beteekenis voor de taak, die het gedurende de zwangerschap
+en bij de bevalling vervult.
+
+Het _heiligbeen_ (os sacrum), _Fig. 4 d_, dat tusschen de beide
+heupbeenderen als 't ware ingeschoven en onbeweeglijk daarmede
+verbonden is, bestaat uit 5, tot één geheel vergroeide, valsche
+wervels. De vergroeiing begint meestal in het 16e levensjaar en eindigt
+tegen het 30e jaar. De wervels zijn zoodanig aaneengegroeid, dat het
+heiligbeen van voren een holle en van achteren een bolle vlakte heeft.
+
+Het heiligbeen van een vrouw is breeder, korter en minder gebogen dan
+dat van een man; ook is zijn lengteas meer naar achteren gericht. Van
+den vorm van het heiligbeen hangt grootendeels de grootte en gedaante
+van het bekken af, zoodat dit been het meest bijdraagt tot vorming
+van het geslachtstype. De zichtbare holten in het heiligbeen dienen
+tot doortocht van zenuwen en bloedvaten; het heiligbeen is met het
+stuitbeen (os coccygis), _Fig. 4 e_, beweeglijk verbonden.
+
+Het _heupbeen_ (os innominatum), _Fig. 3_, dat een pendant van
+het schouderblad genoemd kan worden, wordt gevormd door de beenige
+vergroeiing van drie afzonderlijke stukken, waarvan het grootste en
+bovenste stuk het _darmbeen_ (os ileï), het onderste het _zitbeen_
+(os ischiï) en het zijdelingsche het _schaambeen_ (os pubis) genoemd
+wordt. Eerst op ongeveer 16-jarigen leeftijd is de volkomen vergroeiing
+dezer drie deelen voltooid.
+
+Het _darmbeen_ ontleent zijn naam aan de taak, die het vervult om
+een deel van de darmen te dragen. Zijn bovenste rand is boogvormig
+gekromd en draagt den naam van darmbeenskam (crista ossis ileï),
+_Fig. 3 a_; die rand is bij de meeste menschen gemakkelijk door de
+buikbekleedselen heen te voelen.
+
+Het _zitbeen_ wordt verdeeld in drie deelen: het lichaam, den
+neerdalenden tak en den opklimmenden tak. Het lichaam vormt het
+onderste gedeelte van de heupkom. De nederdalende tak, _Fig. 3 c_,
+eindigt van onderen in een sterken knobbel, den zitbeensknobbel
+(tuberositas ossis ischiï), waarop bij het zitten de geheele
+lichaamslast rust.
+
+Het _schaam_been wordt verdeeld in een horizontalen en een neerdalenden
+tak. De horizontale tak, _Fig. 3 e_, helpt nog mede aan de vorming
+van de heupkom, _Fig. 3 b_. Met een breede, ruwe vlakte, _Fig 3. h
+h_, grenst hij aan den gelijknamigen tak van de andere zijde en
+is daarmede verbonden. Deze verbinding heet schaambeensvereeniging
+(symphysis ossium pubis). _Fig. 4 a_.
+
+De heupkom van het heupbeen dient tot gewrichtsholte voor het hoofd
+van het dijbeen. Door middel van dit gewricht, het heupgewricht,
+steunt het geheele bovendeel van het lichaam in staande houding op
+de onderste ledematen.
+
+Het heupbeen bezit een groote ovale opening (foramen obturatum),
+_Fig. 3 g_, die, op een kleine ruimte na, door een vlies gesloten
+wordt.
+
+Het vrouwelijke heupbeen is van het mannelijke te onderkennen door
+een korter en smaller darmbeen en een korter zitbeen; daarentegen is
+de horizontale tak van het schaambeen langer. De zitbeenknobbels zijn
+bij vrouwen verder van elkander gelegen dan bij mannen.
+
+Men verdeelt het bekken in het groote en het kleine bekken. Het groote
+bekken vormt als het ware een voortzetting van de buikholte. Het
+gaat van onderen trechtervormig in het kleine bekken over. Deze
+overgangsplaats, de ingang van het kleine bekken (apertura pelvis
+superior), _Fig. 4 b_ en _Fig. 5 a_, wordt begrensd door een lijn,
+die linea terminalis of innominata heet. Bij den man neemt deze lijn,
+door de sterker voorwaartsche buiging van het voorgebergte, een min
+of meer hartvormige gedaante aan, terwijl zij bij de vrouw eirond
+is. _Vergelijk Fig. 4 b_ en _5 a_.
+
+Het kleine bekken vormt een holte, die naar onderen kegelvormig
+toeloopt. De onderste opening is daardoor kleiner dan de bovenste;
+zij heeft zoowel bij de vrouw als bij den man een hartvormige gedaante.
+
+Het _stuitbeen_, dat beweeglijk met het heiligbeen is verbonden,
+kan naar achteren wijken, waardoor de onderste opening belangrijk
+verruimd wordt. Dit bevordert een gemakkelijke bevalling.
+
+Eindelijk onderscheidt zich het vrouwelijk bekken nog van het
+mannelijke daardoor, dat het eerste zwakker gebouwd en korter en wijder
+is. Wegens deze laatste eigenschappen behoeft het kind bij de geboorte
+kleiner afstand in het bekken af te leggen en kan dit gemakkelijker
+geschieden. Van de wijdte van het bekken hangt het meestal af, of de
+bevalling een natuurlijk verloop neemt. Het is daarom van groot belang,
+dat de verloskundige deze wijdte reeds vóór de bevalling bepalen kan.
+
+Bij jonge kinderen is het verschil in geslacht aan den vorm van het
+bekken nauwelijks waar te nemen, hoewel de later duidelijk uitgesproken
+verschillen toch reeds in beginsel aanwezig zijn. Eerst gedurende
+de ontwikkeling van de geslachtsorganen neemt het bekken voor beide
+geslachten zijn afzonderlijken vasten vorm aan. Hiertoe werken vele
+factoren mede. De druk van het gewicht van den romp en het verschil
+in groei van enkele onderdeelen van het bekken oefenen daarbij wel
+den meesten invloed uit. Doch ook sommige ziekten gedurende het
+ontwikkelingstijdperk en de levensomstandigheden der meisjes missen
+haar uitwerking niet.
+
+De vroegere bewering, dat ook de meerdere of mindere beschaving van een
+volk invloed uitoefent op den vorm van het bekken, is gebleken onjuist
+te zijn. Wel komen er bij verschillende volkeren ook verschillende
+bekkenvormen voor, maar daarvoor bestaan andere oorzaken.
+
+Een denkbeeldige lijn van boven naar onderen, midden door het bekken
+getrokken, zoodanig dat zij overal op gelijken afstand van de wanden
+blijft, noemt men de middellijn of as van het bekken. Zij vormt een
+naar voren gerichten hollen boog. Wat door het bekken gaat, dus ook het
+kind bij de geboorte, moet zich in de richting van deze lijn bewegen.
+
+Door de zachte deelen, waarmede het bekken in- en uitwendig bekleed
+is, schijnt het voorkomen een ander dan het beschrevene te zijn.
+
+Zoo wordt de ingang van het kleine bekken van achteren door het dikke
+gedeelte van de groote lendenspieren bekleed en ondergaat daardoor
+een geringe vernauwing. _Plaat V No. 64_. In liggende houding met
+opgetrokken knieën ontspannen zich de groote lendenspieren en wordt
+die vernauwing daardoor voor een groot gedeelte geneutraliseerd.
+
+De grootste verandering in voorkomen ondergaat wel de
+bekken_uitgang_. Terwijl deze bij het skelet geheel open is, wordt hij
+in werkelijkheid, bij het levende individu, door sterke peesvliezen
+en door spieren bijna geheel gesloten en hij behoudt bij de vrouw
+slechts drie kleine openingen.
+
+De achterste opening is de aars (anus), de middelste de mond
+der scheede (ostium vaginae) en de voorste de opening der pisbuis
+(urethra). Deze openingen zijn alle drie omgeven door sluitspieren,
+die aan den wil onderworpen zijn.
+
+Het gedeelte, tusschen aars en scheede gelegen, wordt bilnaad
+(perineum) genoemd. Deze vliezige spiermassa gaat aan weerszijden,
+zonder bepaalde grenzen, in de binnenste vlakte der beenen over. Van
+den mond der scheede af tot aan den aars neemt de bilnaad in dikte
+toe. De vrouwelijke bilnaad is korter en breeder dan de mannelijke.
+
+
+
+
+De Spieren.
+
+
+Het geraamte is bijna geheel omgeven door spieren. Zij vormen de
+vleeschmassa van het lichaam en zijn door middel van pezen aan de
+beenderen verbonden. Een spier is samengesteld uit evenwijdig loopende
+spiervezels, die tot een bundeltje zijn vereenigd, hetwelk door een
+dun bindweefselvliesje omgeven is. Vele zulke bundeltjes vereenigen
+zich tot groote bundels, die dan telkens weder omgeven worden door een
+bindweefselkokertje, totdat zij ten slotte de geheele spier vormen,
+die dan in haar geheel omhuld wordt door een dikker vlies.
+
+Bij krachtig ontwikkelde spieren, een gevolg van geregelde
+werkzaamheid, zijn de afzonderlijke spiervezels in aantal toegenomen
+en heeft de spier daardoor een grooter omvang verkregen. Voortdurende
+rust en werkeloosheid van een spier veroorzaakt omvangsvermindering
+(atrophie).
+
+De werkzaamheid der spieren bestaat in het zich samentrekken; het
+is dan alsof de vleeschmassa der spier zwelt en harder wordt. Werkt
+een spier, dan heeft er in haar weefsel een scheikundig proces
+plaats, waarbij ontledingsproducten ontstaan, die door het bloed
+worden weggevoerd. Worden deze ontledingsproducten niet snel genoeg
+verwijderd, dan hoopen zij zich tijdelijk in het weefsel der spier
+op en veroorzaken het gevoel van vermoeidheid. Een spier, die niet
+voortdurend saamgetrokken is, doch afwisselend werkt, kan veel langer
+doorwerken zonder vermoeid te worden, dan een, die wel voortdurend
+saamgetrokken is. Vandaar dat het staan, waarbij immers ook spieren
+werkzaam zijn en wel onafgebroken dezelfde, meer vermoeit dan het
+gaan, of dat men beter een halven dag onafgebroken met armen en handen
+kan werken, dan 10 minuten een licht voorwerp met uitgestrekten arm
+onbeweeglijk vasthouden.
+
+Men onderscheidt de spieren in _willekeurige_ en _onwillekeurige_. De
+willekeurige spieren gehoorzamen aan den wil; wij hebben het in
+onze macht, ze te doen samentrekken of werkloos te houden. Haar
+spiervezels zijn, onder het mikroskoop gezien, dwarsgestreept. Al
+de spieren van het hoofd, den romp en de ledematen behooren tot de
+willekeurige spieren.
+
+De samentrekking der onwillekeurige spieren hebben wij niet in onze
+macht. Men vindt ze in de bloedvaten, in de baarmoeder, in de maag, in
+de darmen, enz. In de laatste zijn zij het bijv., die de voortbeweging
+van het voedsel tot stand brengen. Onder het mikroskoop gezien,
+vertoonen die spieren geen dwarse strepen.
+
+Bij man en vrouw komen over het geheele lichaam dezelfde spieren
+voor, die ook in bouw, vorm en verrichting geen werkelijk verschil
+aanbieden. Slechts de spieren van de geslachtsorganen wijken hiervan
+uit den aard der zaak af.
+
+_Plaat II_ geeft een groot aantal spieren van de voorzijde van het
+lichaam te zien, die genummerd werden en waarvan de namen achter de
+overeenkomstige nummers in de bijgevoegde beschrijving te vinden zijn.
+
+Alleen zij hier nog vermeld, dat het lieskanaal, _Plaat II No. 41_,
+van de vrouw langer en nauwer is dan dat van den man, waardoor
+verklaard wordt, dat liesbreuken bij mannen veelvuldiger voorkomen
+dan bij vrouwen.
+
+Een liesbreuk toch ontstaat, wanneer een buikingewand, bijv. een
+darmlis door het lieskanaal uitzakt.
+
+
+
+
+De Bloedsomloop.
+
+
+Het bloed bestaat uit een licht-geel vocht, bloedplasma, waarin
+zich millioenen van mikroskopisch kleine celletjes bevinden, de
+z.g. bloedlichaampjes. Het grootste deel daarvan is rood gekleurd;
+de overige zijn kleurloos.
+
+Het bloed vervult in het lichaam de rol van zuurstof in de longen en
+voedingsstoffen in de spijsverteringsorganen op te nemen en over te
+brengen naar de verschillende deelen van het lichaam, om daarna de in
+die lichaamsdeelen ontstane onbruikbare stoffen weg te voeren naar de
+plaatsen, vanwaar zij uit het lichaam verwijderd kunnen worden. Te dien
+einde is het noodzakelijk, dat het bloed aanhoudend door het lichaam
+stroomt. Deze strooming, die men den bloedsomloop of kringloop noemt,
+komt tot stand door samentrekkingen van het hart.
+
+Het hart (cor) is een holle, kegelvormige spier, _Plaat III No. 1-4_,
+die in de borstholte links van haar middellijn gelegen is, doch nog
+gedeeltelijk door het borstbeen bedekt wordt. Het ligt tusschen de
+beide longen. De breede basis van het hart is schuin naar boven en
+zijn top naar beneden gekeerd. Die top, de punt van het hart genoemd,
+ligt tusschen de 5e en 6e linker rib.
+
+De grootte van het hart komt in den regel overeen met de grootte van
+de vuist. Een vrouwenhart is dikwijls in verhouding iets kleiner dan
+een mannenhart.
+
+De holte van het hart wordt door een middenschot in een rechter en
+linker helft verdeeld. _Plaat V No. 28-32_. Beide helften bestaan
+echter weder uit twee deelen, een kamer (ventriculus) en een voorkamer
+(atrium). Hartoor (auriculum cordis) noemt men het aanhangsel, dat
+aan elke voorkamer zit. _Plaat III No. 3 en 4_.
+
+Het hart is dus in vier ruimten verdeeld, twee kamers en twee
+voorkamers, die ieder een zelfde hoeveelheid bloed kunnen bevatten.
+
+De voorkamers zijn wel is waar kleiner dan de kamers, doch zij kunnen
+niettemin dezelfde hoeveelheid bloed bevatten, omdat zij dunne
+vliezige wanden bezitten, die zich verder kunnen uitzetten dan de
+dikke spierwanden van de kamers.
+
+Iedere voorkamer staat met de bij haar behoorende kamer in verbinding
+door een opening, welke door een vlies, het klapvlies, kan afgesloten
+worden.
+
+Wij kunnen den bloedsomloop het gemakkelijkst volgen, wanneer wij
+ons als in _Fig. 6_, dien kringloop enkelvoudig voorstellen. Uit
+de _linker_ kamer, _Fig 6 a_, stroomt het bloed in de groote
+lichaams_slagader_ (aorta). Deze gaat eerst met een boog naar boven,
+_Plaat III No. 5 en 6_, kromt zich dan naar beneden en verloopt langs
+de wervelkolom. Op haar weg geeft zij tal van slagaderen af, die naar
+de verschillende deelen van het lichaam gaan. (In _Fig. 6_ is daarvoor
+enkel de boog _b_ genomen.) Ieder van die slagaderen verdeelt zich
+op haar beurt weder en vormt steeds fijnere slagaderen, totdat ten
+slotte deze kanaaltjes mikroskopisch fijn worden en dan haarvaten of
+capillairvaten genoemd worden. _Fig. 6 c_. De kracht, die noodig is om
+het bloed door al die groote en kleine vaten te drijven, is zeer groot;
+van daar dat de spiermassa van de linker kamer sterk ontwikkeld is.
+
+De capillairvaten bezitten een zeer dunnen wand, die gemakkelijk vocht
+doorlaat; daardoor kan het bloed, dat door de capillairvaten stroomt,
+het vocht, waarin de voedingsstoffen voor de weefsels aanwezig zijn,
+afgeven en de onbruikbare stoffen, ontledingsproducten, uit de weefsels
+in zich opnemen.
+
+Nadat deze uitwisseling van stoffen is volbracht, vereenigen zich de
+capillairvaten weder tot wijdere vaten (aderen), _Fig. 6 e_, die tot
+nog steeds wijdere samenkomen en eindelijk het bloed verzamelen in de
+twee groote lichaams_aderen_ (vena cava superior et inferior), _Plaat
+III No. 9 en 10_, welke in de _rechter_ voorkamer uitmonden. _Fig. 6
+f_.
+
+Zoodra het bloed in de rechter voorkamer aangekomen is, trekt deze
+zich samen en wordt het naar de rechter kamer geperst. _Fig. 6 g_.
+
+Daarop volgt de samentrekking van de _rechter_ kamer. Het klapvlies,
+dat tot dusverre de opening tusschen voorkamer en kamer vrij liet,
+drukt zich nu tegen die opening zoodanig aan, dat het haar geheel
+afsluit. Het bloed kan daardoor niet naar de voorkamer terug en zoekt
+een uitweg door het bloedvat, dat naar de longen gaat. _Fig. 6 h_. Ook
+dit vat ondergaat spoedig een verdeeling, er ontstaan telkens kleiner
+vaten en ten slotte weer capillairvaten, _Fig. 6 i_, die zich daarna
+weder vereenigen en eindelijk samenkomen in een groot vat, de longader,
+_Fig. 6 j_, welke in de _linker_ voorkamer, _Fig. 6 k_, uitmondt.
+
+Op den weg door de capillairvaten van de long neemt het bloed de
+ingeademde zuurstof in zich op en komt daarvan voorzien in de _linker_
+voorkamer aan.
+
+Zoodra deze gevuld is, volgt de samentrekking en wordt het bloed
+gestuwd naar de linker kamer, vanwaar dit opnieuw zijn kringloop
+begint. Reeds werd opgemerkt, dat ook op de grens tusschen _linker_
+voorkamer en kamer zich een klapvlies bevindt. Bij contractie van de
+linker kamer sluit dit den weg naar de voorkamer en belet daardoor
+het terugstroomen van het bloed.
+
+Het van zuurstof voorziene, z.g. slagaderlijk bloed bezit een
+helderroode kleur en loopt door de slagaderen (arteriae) naar de
+weefsels. Keert het nu door de aderen (venae) naar het hart terug,
+nadat het de zuurstof heeft afgegeven, dan is het z.g. aderlijk bloed
+donkerrood, blauwachtig van kleur. Als zoodanig komt het ook in de
+rechter voorkamer aan, doch zal weldra, na door de rechter kamer te
+zijn gegaan, in de longen treden en daar nieuwe zuurstof opnemen,
+koolzuur en andere gassen afgeven en weer als slagaderlijk bloed het
+linker hart bereiken.
+
+
+
+Telkens wanneer de kamers zich samentrekken, stoot het hart met de punt
+tegen den borstwand; men kan zich hiervan overtuigen door den vinger
+te plaatsen tusschen de 5e en 6e rib en wel eenigszins links onder
+den linker borsttepel. Bij iedere samentrekking van het linker hart
+wordt een bloedgolf door de slagaderen gedreven: op sommige plaatsen
+van het lichaam is dit nu duidelijk voelbaar als men den vinger op de
+slagader laat rusten. Men noemt dit den polsslag. Polsslag en hartslag
+geven beide dus te kennen, dat er een samentrekking van de kamers
+plaats heeft. Linker en rechter kamer doen dit bijna gelijktijdig.
+
+Bij den gezonden, volwassen mensch geschiedt dit 65 à 80 maal in de
+minuut; bij kinderen slaat de pols sneller, bij pasgeborenen ongeveer
+140 maal in de minuut. Volgens sommigen bestaat een gering verschil
+in de snelheid van een vrouwen- en een mannenpols. Zij nemen aan, voor
+mannen gemiddeld 70, voor vrouwen gemiddeld 76 slagen in de minuut.
+
+Allerlei omstandigheden oefenen, ook in gezonden toestand,
+invloed uit op de snelheid van den pols. Zij ondergaat
+verandering na lichaamsinspanning, na het eten, in den slaap, bij
+temperatuursverandering, enz.
+
+Het geheele hart en een gedeelte van de bloedvaten, die er uitkomen
+en er in terugkeeren, zijn door een vliezigen zak, het hartzakje
+(pericardium) omgeven. Dit zakje is iets grooter dan het hart;
+voorzoover het niet geheel met het hart wordt gevuld, is de ruimte
+door vocht ingenomen.
+
+_Plaat III_ geeft een duidelijk beeld van de ligging en van den vorm
+van het hart en van de voornaamste slagaderen en aderen.
+
+De _slagaderen voor de geslachtsorganen_ gaan van de zaadslagaderen
+(arteriae spermaticae internae) uit, _Plaat III No. 23_. Gedurende de
+zwangerschap, doch ook bij verschillende baarmoederziekten nemen zij
+zeer sterk in doorsnede toe. Deze toename houdt gelijken tred met de
+omvangstoename van de baarmoeder. Zoowel de stam van de zaadslagader
+als haar vele vertakkingen nemen er aan deel. Daardoor voert dit
+netwerk van vaten in zulke gevallen een groote hoeveelheid bloed aan
+de baarmoeder toe.
+
+Tot het vaatstelsel behooren ook de lymphvaten of watervaten. Om
+zich hiervan een juiste voorstelling te vormen, bedenke men, dat de
+capillairvaten in weefselspleten liggen en daarin voedingsvocht voor de
+weefsels afgeven. Het niet verbruikte vocht met de ontledingsproducten
+moet nu een uitweg hebben. Voor een deel wordt het, zooals wij gezien
+hebben, met het aderlijk bloed weggevoerd. Voor zoover dit niet het
+geval is, vloeit het weg door vaatjes, welke door vereeniging der
+weefselspleten ontstaan. Het vocht noemt men lymph en de vaatjes
+lymphvaten. De lymphvaten vereenigen zich tot één groot lymphvat en
+dit mondt uit in een groote ader.
+
+
+
+
+Het Zenuwstelsel.
+
+
+De verrichtingen van de afzonderlijke organen van het lichaam worden
+door middel van het zenuwstelsel tot één geheel vereenigd.
+
+Men verdeelt het zenuwstelsel in een _centraal_ en een _peripheer_
+gedeelte. Tot het centraal gedeelte behooren de hersenen en het
+ruggemerg.
+
+In het centraal gedeelte van het zenuwstelsel ontstaan de prikkels,
+die de werking der spieren opwekken en worden de indrukken, door de
+zintuigen ontvangen, in voorstellingen en gewaarwordingen omgezet. Het
+wordt tevens gehouden voor den zetel van het verstand.
+
+Het periphere gedeelte van het zenuwstelsel bestaat uit zenuwen
+(nervi), die als leidraden, prikkels en indrukken overbrengen en de
+verschillende organen met het centrale zenuwstelsel in verbinding
+brengen.
+
+De hersenen (encephalon) zijn in de schedelholte besloten. Ze zijn door
+drie vliezige hulsels omgeven, die, van buiten naar binnen gerekend,
+onderscheiden worden in harde hersenvlies (dura mater), spinnewebsvlies
+(arachnoidea) en zachte hersenvlies (pia mater).
+
+De bouw der hersenen is zeer gecompliceerd. Hier zij alleen vermeld,
+dat zij verdeeld worden in groote hersenen (cerebrum), kleine hersenen
+(cerebellum) en het verlengde merg (medulla oblongata). Zij bestaan
+uit twee helften, die aan elkander gelijk zijn.
+
+De hersenoppervlakte heeft boogsgewijs gekronkelde verhevenheden;
+deze verhevenheden worden gyri genoemd, terwijl de daartusschen
+liggende sleuven sulci genoemd worden. _Plaat IV No. 1_.
+
+De beide helften van de groote hersenen zijn door den zoogen. balk
+(corpus callosum) met elkander verbonden, terwijl de beide helften der
+kleine hersenen in de brug van Varol (pons Varoli) hun verbindingspunt
+vinden. _Plaat IV No. 2_.
+
+Het verlengde merg verlaat de schedelholte door het achterhoofdsgat
+en gaat in het ruggemerg over. _Plaat IV No. 3_.
+
+Men heeft het er langen tijd voor gehouden, dat de hersenen van de
+vrouw lichter zouden zijn dan die van den man. Vroegere onderzoekers
+beschouwden het gewicht der hersenen in verhouding tot de lengte
+van het lichaam en kwamen daardoor tot een foutief resultaat. In
+den laatsten tijd heeft men redelijker gehandeld. Men bepaalde het
+hersengewicht in verband met het lichaamsgewicht en kwam zoodoende
+tot het resultaat, dat de hersenen der vrouwen minstens even zwaar,
+doch veelal iets zwaarder zijn dan die der mannen. Het is evenwel
+te begrijpen, dat men uit deze berekening niet mag concludeeren tot
+meerdere of mindere intelligentie van een der beide geslachten.
+
+Ook is beweerd dat verschil in verhouding van de hersendeelen onderling
+was toe te schrijven aan geslachtsverschil. Men meende namelijk ontdekt
+te hebben, dat de voorhoofdskwabben van de hersenen in verhouding
+tot zijn overige deelen bij den man grooter waren dan bij de vrouw
+en omdat men altijd had aangenomen dat aldaar het verstand zetelde,
+was de uitkomst van het onderzoek geen verrassing. Het is evenwel
+gebleken, dat deze ontdekking aan onjuiste waarnemingen moest worden
+toegeschreven. Onderzoekers van lateren tijd hebben aangetoond, dat
+de voorhoofdskwabben van de vrouw beter ontwikkeld zijn dan die van
+den man en hoewel het verschil zeer gering is, het overwicht toch
+is aan de zijde der vrouw. Laat mij onmiddellijk hieraan toevoegen,
+dat men in den laatsten tijd twijfel is gaan opperen, of het verstand
+wel in de voorhoofdskwabben zetelt.
+
+Nog andere kenmerkende verschillen heeft men gemeend te vinden,
+doch telkens bleken zij den toets van het onderzoek niet te kunnen
+doorstaan, zoodat men dan ook op dit oogenblik geen enkel belangrijk
+punt van verschil tusschen de hersenen van mannen en vrouwen kan
+aannemen en zeer zeker in geen enkel opzicht uit de verkregen
+resultaten een besluit ten nadeele van het intellect der vrouw mag
+trekken.
+
+
+
+Keeren wij thans terug tot het ruggemerg (medulla spinalis), het
+lange, cylindervormige gedeelte van het centrale zenuwstelsel, in
+de holte van de ruggegraat gelegen en evenals de hersenen door drie
+vliezen omgeven. _Plaat IV No. 4-7_. Het eindigt van onderen ter
+hoogte van den 1en of 2en lenden wervel stomp kegelvormig (conus
+medullaris), vanwaar een draadvormig uiteinde (filum terminale)
+verder het ruggemergskanaal doorloopt.
+
+Men onderscheidt drie soorten van zenuwen: gevoels-, bewegings-
+en sympathische zenuwen.
+
+Worden _gevoels_zenuwen geprikkeld, dan wordt die prikkel overgebracht
+naar de hersenen en volgt een gewaarwording, bijv. van pijn of warmte,
+van reuk of geluid.
+
+De _bewegings_zenuwen eindigen alle in de spieren. Worden die zenuwen
+geprikkeld, dan volgt samentrekking van de daarmede correspondeerende
+spieren.
+
+Gaan wij nu na, uit welke zenuwen de verschillende organen
+hun zenuwtakken ontvangen, dan blijkt, dat de hersenen 12
+paar hersenzenuwen leveren, terwijl uit het ruggemerg 31 paar
+ruggemergszenuwen haar oorsprong nemen.
+
+De 12 paar hersenzenuwen zijn bijna uitsluitend bestemd voor de
+verschillende deelen van het hoofd. Zij voorzien de zintuigen van
+zenuwtakken en geven verder gevoels- en bewegingszenuwen voor het
+hoofd af.
+
+De 31 paar ruggemergszenuwen worden bij haar oorsprong in twee takken
+gescheiden, waarvan de voorste, de dikkere tak, bewegingszenuwen,
+de achterste, gevoelszenuwen levert.
+
+Deze ruggemergszenuwen zijn verdeeld in 8 hals-, 12 borst-, 5
+lenden-, 5 heiligbeens- en 1, soms 2 stuitbeenszenuwen. Zij verlaten
+alle het ruggemergskanaal door de voor hen bestemde opening in de
+overeenkomstige wervels. Aangezien het ruggemerg op de hoogte van den
+1en of 2en lendenwervel eindigt, moeten de lenden-, heiligbeens- en
+stuitbeenszenuwen dus nog een eind in het ruggemergskanaal afleggen,
+voor zij de voor ieder harer bestemde uitgangsopening in de wervels
+bereiken. De zenuwen, die evenwijdig naar beneden loopen, geven een
+eigenaardigen vorm aan het uiteinde van het ruggemerg, dat daarnaar
+den naam van paardenstaart (cauda equina) verkregen heeft. Op _Plaat
+IV_ is dit alles zeer juist afgebeeld.
+
+De _sympathische_ zenuwen vormen een afzonderlijke groep. Zij vinden
+haar oorsprong in twee dikke zenuwkoorden, die langs beide zijden van
+de wervelkolom loopen. Zij begeleiden hoofdzakelijk de bloedvaten op
+hun talrijke wegen en regelen de wijdte der kleine slagaderen.
+
+
+
+
+De Spijsverteringsorganen.
+
+
+De spijsverteringsorganen (organa digestionis) dienen tot opneming
+en omzetting van voedingsstoffen; zij vormen een kanaal, waarvan
+de mondholte (cavum oris) het begin en de aars (anus) het einde
+vormt. Slechts het begin en het einde is aan den wil onderworpen.
+
+De voedingsstoffen worden in de verschillende deelen van het
+spijsverteringswerktuig omgezet in zoodanigen vorm, dat zij in het
+bloed kunnen worden opgenomen en in de verschillende weefsels kunnen
+worden afgescheiden om daar de verbruikte stoffen te vervangen. De
+aanvoer van nieuwe voedingsstoffen moet gelijk staan met, of meer
+zijn dan de verbruikte hoeveelheid, anders heeft er achteruitgang
+van de weefsels plaats.
+
+Het geheele voedingsproces berust op een scheikundige omzetting der
+toegevoerde stoffen. De onbruikbare, niet tot opneming geschikte
+bestanddeelen gaan tot aan het einde van het darmkanaal door, om daar
+verwijderd te worden.
+
+De spijsverteringsorganen zijn van het begin tot het einde met
+slijmvlies bekleed. Dit slijmvlies is rijk aan slijmkliertjes en
+bevat verder veel bloedvaten, lymphvaten en zenuwen.
+
+De mondholte moet als het begin beschouwd worden. Zij vormt een holte,
+van _boven_ begrensd door een naar voren gelegen hard en naar achteren
+gelegen zacht gehemelte (palatum durum et molle). Achter aan het zachte
+gehemelte bevindt zich de huig (uvula), die de keelholte schijnbaar
+in twee helften verdeelt.
+
+Het zachte gehemelte vertoont verder twee verheffingen, die als bogen
+naar rechts en naar links verloopen; tusschen de _twee_ rechtsche
+en tusschen de twee linksche booghelften ligt telkens een amandel
+(tonsilla).
+
+Aan beide _zijden_ wordt de mondholte begrensd door de wangen; daarin
+verloopen de wangspieren (musculi buccinatores). _Plaat II No. 13_.
+
+De _onderkant_ van de mondholte wordt grootendeels gevormd door de tong
+(lingua); deze laat slechts een klein gedeelte van den eigenlijken
+bodem der mondholte vrij. De tong bestaat uit spieren, waarvan de
+vezelen in verschillende richtingen verloopen. Hierdoor worden de
+meest verschillende bewegingen mogelijk gemaakt.
+
+In de mondholte wordt het vaste voedsel gekauwd. Dit kauwen geschiedt,
+doordien de onderkaak op en neer en ook in zijdelingsche richting
+bewogen wordt; de bovenkaak staat vast. Onder het kauwen wordt de
+spijsbrok voortdurend verplaatst en wel door middel van de tong,
+de lipspieren en de wangspieren.
+
+Tijdens het kauwen wordt het voedsel innig vermengd met speeksel, een
+vocht, dat afgescheiden wordt door de speekselklieren, waarvan er aan
+beide zijden een in de wang nabij het oor ligt: de oorklier (glandula
+parotis), en die haar uitvoergang dwars door het wangslijmvlies
+naar de mondholte zendt. Verder liggen nog twee paar speekselklieren
+in de onderkaak: de onderkaaksklier (glandula submaxillaris) en de
+ondertongsklier (glandula sublingualis). Van beide paren komen de
+uitvoergangen onder de tong uit.
+
+Door de vermenging met speeksel wordt het doorslikken van de spijsmassa
+vergemakkelijkt en wordt reeds een gedeelte van het voedsel,
+bijv. hetgeen uit meel bestaat, zoodanig scheikundig veranderd,
+dat het geschikt wordt om later in het bloed te worden opgenomen.
+
+Is het voedsel gekauwd, dan wordt het ingeslikt en vervolgt daarna
+zijn weg door den slokdarm (oesophagus), _Plaat V No. 39_. Van den
+slokdarm komt het in de maag.
+
+De maag (ventriculus) ligt voor de grootste helft in het linker
+bovenste gedeelte van de buikholte. Zij stoot van boven aan
+het middelrif, links van haar ligt de milt en achter haar de
+alvleeschklier, terwijl zij rechts gedeeltelijk door de lever
+bedekt wordt. De plaats, waar de slokdarm in de maag overgaat, is de
+maagingang (cardia) en de overgang van de maag in den twaalfvingerigen
+darm heet portier (pylorus). Tusschen den maagingang en den maaguitgang
+ligt de wijde, naar onderen en links sterk uitgebogen zak, de
+grondvlakte van de maag (fundus ventriculi). _Plaat V No. 40_.
+
+Aan den pylorus wordt de maag van den twaalfvingerigen darm gescheiden
+door een kringspier, welke van tijd tot tijd geopend wordt om voedsel
+door te laten.
+
+Het spijsverteringsproces, reeds in de mondholte aangevangen, wordt
+in de maag voortgezet en wel door middel van een vocht, het maagsap,
+dat door het maagslijmvlies wordt afgescheiden en voornamelijk bestaat
+uit pepsine en zoutzuur.
+
+Dit vocht bezit het vermogen, het eiwit van het voedsel meer geschikt
+te maken tot opneming in het bloed. Door samentrekking van de in
+den maagwand gelegen spieren wordt het voedsel innig met het maagsap
+saamgekneed.
+
+Van tijd tot tijd gaat nu, zooals gezegd is, een deel van den
+maaginhoud in den twaalfvingerigen darm (duodenum) over. Men verdeelt
+den darm in dunnen en dikken darm.
+
+De dunne darm bestaat weer uit drie deelen: den _twaalfvingerigen_
+(duodenum), den _nuchteren_ (jejunum) en den _kronkeldarm_ (ileum). In
+het geheel vormt de dunne darm een buis van 5 à 6 Meter lengte, met
+lissen en bochten, waarvan eenige zelfs tot in de kleine bekkenholte
+afhangen. _Plaat V No. 43 en 44_.
+
+In den dunnen darm ondergaat het voedsel nieuwe veranderingen, doordien
+het daar in aanraking komt met twee vochten, de gal en het sap van
+de alvleeschklier. Beide vochten zorgen voor een verdere omzetting,
+waardoor opneming in het bloed mogelijk wordt.
+
+De gal is een afscheidingsproduct uit de lever, de grootste klier
+van het menschelijk lichaam. De lever (hepar), _Plaat V No. 48_, is
+tamelijk week, bezit een bruinroode kleur en is gelegen in de rechter
+bovenste buikstreek, tegen het middelrif aan. Haar onderste rand moet
+slechts even onder de ribben uit gevoeld kunnen worden. Bij vrouwen,
+die zich sterk rijgen, wordt de lever naar onderen geperst en is
+daardoor veel gemakkelijker waar te nemen.
+
+De lever scheidt onophoudelijk gal af, die in de galblaas (cystis
+fellea), _Plaat V No. 49_, wordt verzameld en zich gedurende de
+spijsvertering in den dunnen darm ontlast.
+
+De galblaasbuis (ductus choledochus) voert de gal naar den
+twaalfvingerigen darm.
+
+De alvleeschklier (pancreas), _Plaat V No. 42_, is een klier, die een
+lengte heeft van ongeveer 20 cM en een breedte van 3 à 4 cM. Ook haar
+uitvoergang mondt in het duodenum uit, vlak bij dien van de gal. Het
+sap der alvleeschklier heeft een groote beteekenis, omdat het op alle
+bestanddeelen van het voedsel een krachtigen invloed uitoefent.
+
+In den dunnen darm wordt eveneens het voedsel gekneed, maar tevens
+voortbewogen. Deze voortbeweging komt tot stand, doordien de darmwand
+zich achter de voedselmassa vernauwt en verkort. Dit herhaalt zich
+telkens met het opvolgend stuk darm en zoo gaat het voort, alsof
+men van de maag uitgaande, met de vingers den darm drukkende, de
+voedselmassa voortbeweegt. Zulk een beweging noemt men een wormvormige
+of peristaltische.
+
+Van den _dunnen_ darm gaat de massa nu over in den _dikken_. Op de
+plaats van overgang wordt een zak gevormd, de blinde darm (intestinum
+coecum), _Plaat V No. 45_. De dikke darm is veel wijder dan de eerste
+en is ook meer rekbaar. Eerst verloopt hij naar boven tot aan de lever,
+gaat dan van rechts naar links, om zich vervolgens naar beneden te
+buigen en in den endeldarm (rectum) over te gaan. Vóór den overgang
+in den endeldarm noemt men den dikken darm ook wel colon.
+
+De opneming van het voedsel in het bloed begint reeds in den maagwand
+en zet zich verder over het geheele darmkanaal voort. De wijze,
+waarop dit geschiedt, hier uiteen te zetten, zou tot te groote
+uitvoerigheid leiden. Slechts zij opgemerkt, dat behalve het vet, al
+het omgezette voedsel wordt afgevoerd door bloedvaten, welke in maag-
+en darmwand gelegen zijn. Zoo komt het dan in het bloed der holle ader,
+in rechter voorkamer, rechter kamer, longcapillaria, linker voorkamer,
+linker kamer, aorta en stroomt door de slagaderen naar alle deelen van
+het lichaam. In de fijne haarvaten wordt eindelijk het voedsel aan de
+weefsels afgegeven. Het vet wordt door een eigen vaatsysteem uit den
+darmwand afgevoerd, maar dit systeem mondt ten slotte toch ook in het
+aderlijke bloed uit, zoodat ook het vet den weg van rechter voorkamer,
+rechter kamer, enz. volgt.
+
+De milt (lien), _Plaat V No. 41_, behoort eigenlijk niet tot de
+digestie-organen; zij wordt hier alleen besproken, omdat zij in de
+buikholte vlak achter of naast de grondvlakte van de maag gelegen is
+en nog niet is uitgemaakt, welke functie zij eigenlijk te vervullen
+heeft. Het is een bruinrood orgaan, ter grootte van een vuist, dat
+buitengewoon vaatrijk is.
+
+Het buikvlies (peritoneum) is een volkomen gesloten zak (bij de vrouw
+wordt het alleen door de buikopeningen van de Fallopiaansche buizen,
+waarover later, doorboord), waarmede de inwendige oppervlakte van
+de buik- en bekkenwanden is bekleed (peritoneum parietale) en dat de
+buik- en bekkeningewanden zoodanig omgeeft, dat deze daardoor geheel
+overdekt zijn (peritoneum viscerale).
+
+
+
+De Ademhalingsorganen.
+
+
+Door middel van de ademhalingsorganen wordt zuurstof in het bloed
+gebracht en worden onbruikbare gasvormige omzettingsproducten,
+voornamelijk koolzuur, uit het lichaam verwijderd. Tot de
+ademhalingsorganen behooren de groote luchtwegen en de longen. Langs de
+luchtwegen, waartoe alleen de neus, het strottenhoofd en de luchtpijp
+gerekend worden, bereikt de lucht de longen.
+
+De _neus_ (nasus), tegelijkertijd ons reukorgaan, is in normale
+omstandigheden de eenige toegangsweg tot de longen, daar de doortocht
+door den mond eigenlijk alleen als noodhulp behoort gebruikt te
+worden. Doordien deze toegangsweg zoo nauw is en bovendien nog vele
+bochten vertoont, kan de buitenlucht er slechts langzaam doorgaan en
+komt zoodoende behoorlijk verwarmd in de longen aan.
+
+Het _strottenhoofd_ (larynx), _Plaat V No. 24_, is een uit
+kraakbeenderen samengesteld orgaan, dat bij den ingang een klepje,
+strotteklepje (epiglottis) bezit, waardoor die ingang kan afgesloten
+worden. Het strottenhoofd staat van boven met den mond en den neus
+in verbinding; van onderen gaat het in de luchtpijp over. Bij het
+slikken sluit het zeer beweeglijk en veerkrachtig strotteklepje den
+toegang naar het strottenhoofd af en verhindert daardoor, dat het
+doorgeslikte in de luchtwegen komt.
+
+Het strottenhoofd dient tot orgaan voor stemvorming. Daarvoor zijn
+binnen in de holte slijmvliesplooien gespannen, die als stembanden
+dienst doen. Door aldaar aanwezige, talrijke kleine spieren zijn wij
+in staat de stembanden meer of minder sterk te spannen en daardoor
+de verschillende tonen in ons geluid te brengen.
+
+Het strottenhoofd is bij vrouwen aanmerkelijk kleiner dan bij
+mannen. Tot op ongeveer 15-j. leeftijd is er geen noemenswaardig
+verschil; daarna ontwikkelt het zich bij jongens veel sterker dan
+bij meisjes. De stembanden zijn dan ook bij de eersten langer en de
+stemspleet, de spleet tusschen beide stembanden gelegen, waardoor de
+in- en uitademingslucht passeeren moet, iets breeder. Het verschil
+in stem bij mannen en vrouwen is daaraan toe te schrijven.
+
+De _luchtpijp_ (trachea), _Plaat V No. 25_, is een 10-22 cM. lange
+buis, uit een aantal (16-20) kraakbeenringen samengesteld, welke
+door veerkrachtige, vezelachtige banden onderling zijn vereenigd. Op
+de hoogte van den 4en borstwervel splitst de luchtpijp zich in twee
+takken, de luchtpijpstakken (bronchi), _Plaat V No. 26_, die naar de
+rechter en linker long loopen.
+
+De rechter tak, die iets korter en wijder is dan de linker, splitst
+zich in drieën, voor elke rechter longkwab een; de linker tak verdeelt
+zich slechts in tweeën, omdat de linker long slechts twee kwabben
+bezit. In de long wordt elke tak in ontelbaar kleine en steeds fijner
+wordende takjes verdeeld, die ten slotte alle uitmonden in een fijn,
+zakvormig blaasje, de longblaasjes. Vele van deze met lucht gevulde
+longblaasjes vormen te zamen een longlapje en uit een aantal van
+zulke lapjes zijn de longen opgebouwd.
+
+De longen (pulmones), _Plaat V No. 27_, zijn twee weeke, sponsachtige
+organen, die in de beide helften der borstkas een plaats vinden
+en de holte hiervan geheel vullen. De longslagader, die met de
+luchtpijpstakken aan de binnenvlakte der longen naar binnen treedt,
+vertakt zich aldaar evenals de luchtpijpstakken in vele kleine
+slagaderen, om eindelijk het weefsel van de longblaasjes met een
+net van capillairen te omgeven. Hierdoor is het bloed in staat, de
+zuurstof van de ingeademde lucht in zich op te nemen en daarvoor de
+in het lichaam ontstane, onbruikbare gassen, die het meevoerde, af
+te geven, welke dan met de lucht worden uitgeademd. Bij verruiming
+van de borstkas zetten de longen zich uit; de longblaasjes vullen
+zich dan met versche lucht, wat men _inademen_ noemt. Men spreekt
+van _uitademen_, wanneer de gebruikte lucht de longen verlaat. In-
+en uitademing gezamenlijk heet _ademhaling_. Door samentrekking van
+de spieren van de borstkas komt de ademhaling tot stand; dan toch
+wordt de borstkas verruimd.
+
+Een spier, die bij de ademhaling een voorname rol speelt, worde hier
+afzonderlijk vermeld. Deze spier, het middelrif (diaphragma), _Plaat
+V No. 50_, sluit de borstholte geheel van de buikholte af. Rondom aan
+de ribben bevestigd, bevindt zij zich in toestand van rust bolvormig
+gespannen in de borstholte. Bij samentrekking wordt de welving van de
+spier vlak en wordt de borstkas daardoor aanmerkelijk verruimd. De
+spiermassa bezit in het midden twee openingen, waardoor de slokdarm
+en de lichaamsslagader van de borst- in de buikholte en de onderste
+holle ader van de buik- in de borstholte kunnen overgaan.
+
+In geheel rustigen, normalen toestand hebben er bij volwassen menschen
+16 à 20 ademhalingen in de minuut plaats. Bij kinderen is dit aantal
+grooter, terwijl ook vrouwen iets sneller ademen dan mannen. Allerlei
+invloeden kunnen de ademhaling versnellen, zonder dat wij nog met
+ziekelijke afwijkingen te doen hebben, bijv. bij inspanning der
+spieren, bij gemoedsaandoeningen, enz.
+
+De hoeveelheid lucht, die bij diepste inademing op eenmaal kan
+ingeademd worden, de vitale capaciteit der longen, is bij mannen
+grooter dan bij vrouwen. Dat in normalen toestand ook de _wijze_ van
+ademhaling bij mannen en vrouwen zou verschillen, heeft men vroeger
+wel aangenomen, doch later is gebleken, dat dit een dwaling was. Men
+dacht, dat mannen ademden hoofdzakelijk door samentrekking van het
+middelrif (buikademhaling); vrouwen daarentegen door samentrekking
+van de borstspieren (ribben-ademhaling). Het is echter gebleken, dat
+deze ribbenademhaling, wanneer zij voorkomt bij vrouwen, meestal een
+gevolg is van te nauw sluitende kleeding, te sterk geregen corsetten,
+waardoor de uitzetting der borstkas van onderen wordt belemmerd.
+
+In de borstholte liggen nog twee klieren, de schildklier (glandula
+thyreoidea) en de thymusklier (glandula thymus).
+
+De schildklier ligt vóór het begin der luchtpijp. Zij is bij vrouwen
+iets grooter dan bij mannen.
+
+De thymusklier ligt achter het bovenste deel van het borstbeen. Deze
+klier neemt tot het 2e levensjaar in omvang toe, gaat daarna
+langzamerhand verminderen en is tegen den tijd der geslachtsrijpheid
+geheel verdwenen.
+
+
+
+De Pisorganen.
+
+
+Een groot deel der stoffen, die door het stofwisselingsproces in de
+weefsels worden gevormd en die voor de voeding der organen geen waarde
+meer hebben, wordt door middel van de pisorganen uit het lichaam
+verwijderd. Het zijn voornamelijk de stikstofhoudende stoffen, die,
+in opgelosten toestand, langs dezen weg het lichaam verlaten. Gelijk
+op bladz. 14 gezegd is, worden zij door het bloed, wanneer dit door
+de haarvaten der weefsels stroomt, opgenomen, om daarna te worden
+afgescheiden, wanneer het de nieren passeert.
+
+Dit afscheidingsproduct der nieren is de pis (urine).
+
+De _nieren_ (renes) zijn boonvormige klieren, van bruinroode kleur. Zij
+liggen in de lendenstreek, aan beide zijden van de wervelkolom,
+de linker iets hooger dan de rechter. _Plaat V No. 51_.
+
+Door vetrijk bindweefsel, dat de nieren omgeeft, door het buikvlies,
+dat haar voorvlakte bekleedt en door de groote bloedvaten, die haar het
+bloed toevoeren, zijn zij aan haar plaats gebonden. De plaats, waar
+de groote bloedvaten de nieren ingaan en deze weder verlaten en waar
+ook de pisleider uittreedt, noemt men de poort van de nier. Somwijlen
+is een der nieren, meestal de rechter, min of meer bewegelijk. Door
+zwangerschappen of ziekten kan het gebeuren, dat het bindweefsel om
+de nier zijn vetrijkdom verliest en de nier daardoor minder stevig
+bevestigd ligt. Zij verplaatst zich dan af en toe in de buikholte en
+verkrijgt daardoor den naam van wandelnier.
+
+De uitwendige oppervlakte van de nier wordt door een taai, vezelachtig
+vlies omgeven (capsula fibrosa), dat aan de poort door de in- en
+uittredende vaten doorboord wordt. _Fig. 7 a_.
+
+Snijdt men de nier in de lengte door, zooals op _Plaat V No. 52_ de
+linker nier is afgebeeld, dan blijkt, dat haar zelfstandigheid bestaat
+uit een bruinrood buitenste en een geelwit binnenste gedeelte. Deze
+bruinroode kleur is hieraan toe te schrijven, dat de nierslagader,
+aan de poort de nier binnentredende, _Plaat V No. 51_, en zich
+steeds fijner vertakkende, doordringt tot het buitenste gedeelte, het
+zoogen. bastgedeelte, en daar een fijn net van haarvaten vormt. In dit
+vaatnet wordt de urine afgescheiden. Zij wordt in zeer kleine holten
+opgevangen en door de pisbuisjes, die in die holten een begin nemen,
+naar het zoogenaamde nierbekken, in het middenste of merggedeelte
+van de nier gelegen, gevoerd. De pisbuisjes, aanvankelijk zeer fijn
+en talrijk, vereenigen zich op hun weg naar het nierbekken en vormen
+zoodoende steeds wijder wordende buisjes, die eindelijk overgaan in
+de nierkelken (calices renales), wier uitgangen onmiddellijk in het
+nierbekken uitmonden. _Fig. 7 e_.
+
+Het nierbekken, dat zich in de richting naar de poort trechtervormig
+vernauwt, gaat aldaar in den pisleider (ureter), _Fig. 7 f_,
+over. Onophoudelijk wordt de pis in de nieren afgescheiden, door de
+pisbuisjes naar de nierkelken gevoerd, door deze in het nierbekken
+uitgestort en vandaar door den pisleider naar de blaas gebracht. De
+pisleiders loopen over de groote lendenspier, _Plaat V No. 53_, naar
+beneden tot in het kleine bekken en monden daar aan weerszijden onder
+aan de blaas in deze uit.
+
+In de _pisblaas_ (vesica urinaria), _Plaat V No. 54_, wordt de urine
+opgevangen en kan daar geruimen tijd bewaard worden. De blaas is een
+zak, met vrij dikken spierwand, die in ledigen toestand achter de
+schaambeensvereeniging ligt, doch zoodra zij gevuld is, daarboven
+uitsteekt.
+
+De spierlaag is van binnen met slijmvlies bekleed, dat talrijke
+plooien vormt, wanneer de blaas ledig is. Aan haar bodem bevindt
+zich een sluitspier, die kringvormig den overgang van blaas in
+pisbuis omgeeft. Gelijktijdig met de samentrekking van de spierlaag
+van de blaas opent deze sluitspier zich en verleent aldus de urine
+een doortocht.
+
+De _pisbuis_ (urethra), die de urine uit de blaas buiten het lichaam
+brengt, is bij de vrouw slechts ongeveer 2 cM lang en mondt boven
+den ingang der scheede in de schaamspleet uit. Zij is wijder dan de
+mannelijke pisbuis en kan bovendien nog uitgerekt worden.
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE AFDEELING.
+
+
+De Geslachtsorganen.
+
+
+De geslachtsorganen (organa genitalia) stellen ons in staat aan
+nieuwe wezens het leven te schenken. Dit vermogen, om ons zelf te
+vermenigvuldigen, hebben wij met de planten en dieren gemeen. Wat ons
+evenwel van plant en dier onderscheidt is, dat de met rede begaafde
+mensch niet behoeft voort te planten, lijdelijk zooals de plant,
+of onderworpen aan een onbetoombare aandrift zooals het dier, maar
+dat hij dit kan doen onder de heerschappij der rede.
+
+Bij vele planten en bij eenige lagere diersoorten worden de organen,
+noodig voor het voortplantingsproces, in een en hetzelfde organisme
+aangetroffen; bij den mensch daarentegen, evenals bij alle hooger
+ontwikkelde diersoorten en bij sommige planten, zijn de organen,
+voor dat doel bestemd, over twee individuen verdeeld. Van de beide
+daardoor ontstane geslachten neemt bij den mensch de vrouw een ander
+en grooter aandeel aan het voortplantingsproces dan de man.
+
+In haar lichaam wordt de kiem voor het nieuwe leven gevormd en wanneer
+die kiem door aanraking met het zaad van den man aanleiding tot verdere
+ontwikkeling heeft ontvangen, dan herbergt zij het jonge vruchtje in
+haar lichaam, tot het zijn vollen wasdom heeft bereikt. Daarna brengt
+zij het ter wereld, doch voedt het nog geruimen tijd met de melk,
+het afscheidingsproduct harer borstklieren.
+
+Deze vele verrichtingen, bij het voortplantingsproces aan de
+geslachtsdeelen der vrouw tot taak gesteld, zijn over verschillende
+organen verdeeld. De organen, die daarbij een hoofdrol vervullen, zijn
+in de lichaamsholte gelegen; de schaamdeelen (vulva) en de borstklieren
+(mammae), die in dit proces een bijrol vervullen, liggen uitwendig.
+
+Laten wij beginnen met een korte uiteenzetting van den bouw en de
+verrichting der borstklieren. Deze, ook wel zogklieren genaamd,
+zijn aanvankelijk bij jongens en meisjes gelijk, doch op ongeveer
+12-j. leeftijd, wanneer ook de andere geslachtsorganen zich beginnen
+te ontwikkelen, openbaart zich het geslachtsverschil tevens in
+deze klieren. Bij den jongen blijft de borstklier op de eerste
+ontwikkelingshoogte staan of verschrompelt langzamerhand geheel. Bij
+het meisje daarentegen gaat de klier zich dan ontwikkelen. De
+borstklieren van het geslachtsrijpe meisje, de maagd, zijn van
+halfkogelvormige gedaante en liggen aan weerszijden van de borstkas op
+de groote borstspier (musculus pectoralis major), _Plaat II No. 28_,
+tusschen de 3e en 6e rib. Zij zijn door een sleuf, den boezem (sinus),
+van elkaar gescheiden. Midden op de borstklier, op haar hoogste punt,
+zit de borsttepel (papilla mammae), die door den tepelkring (areola
+mammae) omgeven is. De groote gevoeligheid, den borsttepel eigen,
+is een gevolg van diens rijkdom aan gevoelszenuwen. Borsttepel en
+tepelkring zijn meer of minder sterk bruin gekleurd.
+
+De borstklier, _Plaat I No. 63_, bestaat uit 15-24 afzonderlijke
+kliertakken, die door veel bindweefsel zijn omgeven en daarmede
+onderling verbonden. In dit bindweefsel bevindt zich vet. De toeneming
+in grootte van de klier is een gevolg zoowel van de ontwikkeling der
+kliertakken als van meer vetafzetting in het daartusschen liggend
+bindweefsel. De kliertakken bestaan uit een verzameling van als
+druiven getroste, kleine, vliezige blaasjes, die elk een apart
+uitloozingsbuisje hebben. Al die uitloozingsbuisjes vloeien samen
+tot een enkel kanaaltje, één voor iederen tak. Deze takken zijn
+de zoggangen; zij loopen elk op zich zelf naar den borsttepel en
+doorboren dien met een fijne opening.
+
+In maagdelijken toestand blijven de borstklieren in dit
+ontwikkelingsstadium. Zoodra echter de eerste zwangerschap is
+ingetreden, komen zij tot geheele ontwikkeling. Vóór dien tijd is
+de klier ook niet in staat haar functie te verrichten: de melk,
+haar afscheidingsproduct, is eerst tegen het einde der zwangerschap
+aanwezig.
+
+De melk wordt in de vliezige blaasjes voortgebracht en door de fijne
+uitloozingsbuisjes naar de zoggangen gevoerd. Door zuiging of persing
+vindt de melk uit de zoggangen een uitweg door de borsttepelopeningen.
+
+De melk bestaat hoofdzakelijk uit water, vet, kaasstof,
+melksuiker en zouten. De eerste dagen na de geboorte van het kind
+is de melk bijzonder vetrijk en wordt dan colostrum genoemd. De
+hoeveelheid en hoedanigheid der afgescheiden melk verandert onder
+verschillende omstandigheden. In sommige ziektetoestanden vermindert
+de melkafscheiding of houdt zij geheel op. Langdurige, aanhoudende
+druk op de borstklier oefent eveneens een ongunstigen invloed uit op
+de afscheiding. Men is ook verplicht, wil men de melkproductie niet
+doen ophouden, de borsten regelmatig van de melk te ontlasten, door
+ze uit te laten zuigen of uit te persen. Sterke gemoedsaandoeningen
+veroorzaken almede verandering in de hoeveelheid; soms houdt zelfs
+na een hevigen schrik de zogafscheiding tijdelijk geheel op. Dat ook
+de hoedanigheid der melk na gemoedsaandoeningen verandert, is nimmer
+aangetoond kunnen worden; wel is het een vrij algemeen heerschende
+volksmeening en de mogelijkheid er van is niet uitgesloten. De voeding
+der vrouw oefent grooten invloed uit op de _hoedanigheid_ der melk.
+
+Alvorens van de behandeling der borstklieren af te stappen, worde nog
+herinnerd, dat ondoelmatige kleeding, tijdens het ontwikkelingstijdperk
+een te sterken druk op de klier uitoefenende, stoornis in haar groei
+kan brengen.
+
+Schenken wij thans onze aandacht aan de uitwendige schaamdeelen,
+waartoe onder meer behoort de schaamheuvel (mons veneris), een
+vetrijke verhevenheid, die in geslachtsrijpen leeftijd dicht met
+haren is begroeid. Hij maakt het bovenste deel uit van de uitwendige
+schaamdeelen en gaat van onderen over in de groote schaamlippen
+(labia majora). _Fig. 8 a_. Deze zijn groote, vetrijke huidplooien,
+die van den schaamheuvel boogsgewijs naar achteren loopen tot aan den
+bilnaad, waar zij onder een scherpen hoek samenkomen en door een dun
+vlies of bandje (frenulum labiorum) onderling verbonden zijn. Bij een
+eerste baring wordt dit bandje meestal vernietigd en wijken dan de
+groote schaamlippen steeds eenigszins van elkander af. Ook de groote
+schaamlippen zijn meestal met haren begroeid.
+
+Tusschen de groote schaamlippen liggen de kleine schaamlippen (labia
+minora of nymphae). _Fig. 8 b_. Dit zijn dunne, zachte huidplooien,
+meestal kleiner dan de groote lippen en door deze bedekt. In sommige
+gevallen zijn zij grooter dan de groote lippen en steken dan buiten
+deze uit. Zij loopen naar achteren tot aan den ingang der scheede
+en staan naar voren, iedere lip in twee plooien gesplitst, met den
+kittelaar (clitoris), _Fig. 8 e_, in verbinding. De voorste plooi vormt
+de voorhuid van den kittelaar (praeputium clitoridis), _Fig. 8 d_, de
+achterste plooi het bandje daarvan (frenulum clitoridis), _Fig. 8 f_.
+
+De kittelaar ligt alzoo tusschen de beide plooien der kleine lippen,
+die zich vóór en achter dit orgaan vereenigen. Het is een klein, stomp,
+vaatrijk en zenuwrijk uitsteeksel, zonder opening. Het wellustgevoel
+zetelt voornamelijk in dit orgaan.
+
+De ruimte tusschen de kleine lippen en achter den kittelaar noemt men
+het voorhof van de scheede (vestibulum vaginae). _Fig. 8 c_. Ongeveer
+in het midden van deze ruimte mondt de pisbuis uit met een ronde
+of spleetvormige opening. _Fig. 8 g_. Deze is van dikke randen
+voorzien. Vlak daarachter ligt een andere opening, _de ingang der
+scheede_ (ostium vaginae), _Fig. 8 i_, die bij maagden gedeeltelijk
+gesloten is door een slijmvliesplooi (hymen). Bij geslachtsgemeenschap
+of anders bij de eerste baring wordt het hymen vernietigd. Doch ook
+op andere wijze kan het verloren gaan, zoodat het gemis volstrekt niet
+aan eerstgenoemde oorzaak behoeft te worden toegeschreven, evenmin als
+de aanwezigheid een volstrekt bewijs is, dat geen geslachtsgemeenschap
+plaats greep.
+
+Aan beide zijden van den ingang der scheede liggen de fijne
+uitloozingsbuisjes der Bartholinische klieren. _Fig. 8 h_. Deze
+_slijm-afscheidende_ klieren liggen achter den ingang der scheede;
+zij gelijken in gedaante en grootte op een boon.
+
+Boven den ingang der scheede beginnen de _inwendige_
+geslachtsorganen. De _scheede_ (vagina), _Fig. 8 l_, is een lang,
+eenigszins gebogen en zeer rekbaar kanaal. Dit kanaal loopt van den
+ingang af eerst een klein eindje naar achteren, buigt zich daarna
+naar boven en tegelijkertijd iets naar voren, ongeveer de bekkenas
+volgende. In haar begin ligt zij tusschen den endeldarm en de pisbuis,
+verder naar boven tusschen den endeldarm en het onderste gedeelte
+van de pisblaas.
+
+Het bovenste gedeelte van de scheede heet het gewelf (fornix vaginae).
+
+Haar met slijmvlies bedekte wanden zijn van onderen dikker dan van
+boven; bij den ingang vormen zij, vooral aan de vóór- en achterzijde,
+vele dikke, overdwarse plooien, die naar boven in aantal afnemen en in
+het gewelf geheel verdwijnen. Hebben eenige kindertjes den weg door
+de scheede afgelegd, dan zijn die plooien grootendeels verdwenen en
+is zij daardoor wijder geworden.
+
+In het gewelf der scheede ligt het onderste gedeelte van de
+_baarmoeder_ (uterus). Dit orgaan, _Plaat V No. 58_, is een holle
+spier, van peervormige gedaante, aan de voor- en achterzijde een
+weinig afgeplat. De baarmoeder ligt in het kleine bekken tusschen
+den endeldarm en de pisblaas. Met haar breeden, dikken bodem
+(fundus uteri), _Fig. 8 o_, is zij naar boven, met haar afgeplatten
+cylindervormigen hals (cervix uteri) naar beneden gekeerd. Het
+onderste gedeelte van den hals, in het gewelf der scheede gelegen,
+heet haar scheedegedeelte (portio vaginalis uteri), _Fig. 8 m_. Het
+gedeelte, dat tusschen den bodem en den hals van de baarmoeder ligt,
+noemt men het lichaam (corpus uteri), _Fig. 8 n_.
+
+De _holte_ van de baarmoeder (cavum uteri) is klein in verhouding tot
+de grootte van het orgaan. _Fig. 9 a_. Het vormt een fleschvormig
+driehoekig kanaal, dat van boven het wijdst is. Op de plaats, waar
+de hals en het lichaam in elkander overgaan, bestaat een geringe
+insnoering, de _inwendige_ baarmoedermond (ostium uteri internum),
+_Fig. 9 b_. De _uitwendige_ baarmoedermond (ostium uteri externum),
+_Fig. 9 d_, bevindt zich op de plaats, waar het halskanaal in
+de scheede eindigt; hij brengt de verbinding tusschen scheede en
+baarmoederholte tot stand.
+
+De uitwendige baarmoedermond is bij vrouwen, die nog niet gebaard
+hebben, meestal spleetvormig, met een voorste langere en een achterste
+kortere lip (labium anterius et posterius). Na bevallingen krijgt
+deze opening vele inscheuringen en wordt onregelmatig van vorm.
+
+De wand van de baarmoeder bestaat uit gladde spiervezels. Deze,
+tot bundels vereenigd, loopen in alle richtingen rondom
+dit orgaan. Tusschen de spierbundels in liggen een aantal
+slagaderen en aderen, maar ook zenuwen en lymphvaten zijn daar
+ruim vertegenwoordigd. Van _binnen_ is de wand geheel bekleed met
+slijmvlies, dat in de holte van het lichaam volkomen glad is, doch
+in het halskanaal vele plooien vormt. _Fig. 9 c_.
+
+Bij den uitwendigen baarmoedermond eindigt dit slijmvlies en gaat
+daar in het slijmvlies der scheede over.
+
+Het slijmvlies van de baarmoeder scheidt een taai, helder slijm
+af. Alleen wanneer deze afscheiding abnormaal groot is, wordt zij
+door de vrouwen opgemerkt en als witte vloed (fluor albus) bestempeld.
+
+De ligging van de baarmoeder is van zeer vele invloeden afhankelijk. In
+gewone omstandigheden ondergaat zij reeds veranderingen, wanneer de
+blaas of de endeldarm gevuld zijn. Toch neemt men in 't algemeen aan,
+dat de ligging bij meisjes in de richting van boven achter naar beneden
+voor is. Na baringen verandert de ligging belangrijk, zonder dat nog
+van ziekelijke afwijking sprake behoeft te zijn.
+
+Van _buiten_ is de baarmoeder grootendeels bedekt door het buikvlies,
+dat met den uteruswand vergroeid is. Het buikvlies, van de achtervlakte
+van de pisblaas komende, gaat na een kleine bocht naar beneden gemaakt
+te hebben, op de vóórvlakte van de baarmoeder over, loopt dan over den
+bodem van de baarmoeder, komt aan haar achtervlakte, vormt dáár een
+dieper bocht en gaat eindelijk op den endeldarm over. De baarmoeder
+ligt dus als 't ware ingestulpt in het buikvlies.
+
+Aan de rechter- en linkerzijde van de baarmoeder komen de vóór-
+en achterplooi van het buikvlies samen en vormen de _breede_
+baarmoederbanden (ligamenta lata), _Fig. 8 u_. Deze banden zijn dus
+uit een voorste en achterste laag of plaat samengesteld.
+
+De _ronde_ baarmoederbanden (ligamenta rotunda), _Fig. 8 v_, ontstaan
+uit den spierwand van de baarmoeder. Zij loopen van de beide zijden
+van den bodem der baarmoeder als dikke koorden naar beneden, gaandeweg
+in dikte afnemende. Zij doorloopen het lieskanaal en eindigen in het
+weefsel van den schaamheuvel en de groote schaamlippen.
+
+Even boven het begin van de ronde baarmoederbanden staat de holte
+van de baarmoeder aan beide zijden in verbinding met een buis, de
+_eileiders_ (tubae Fallopiae), _Fig. 8 p_. De eileiders zijn door
+den bovensten rand der breede baarmoederbanden ingesloten. Zij zijn
+het nauwst dicht bij de baarmoeder, worden verder gaande wijder en
+eindigen met een trechtervormige opening vrij in de buikholte. Deze
+trechtervormige opening (ostium tubae abdominale) is aan haar vrijen
+rand van vele uitsteeksels voorzien, die haar als met donkerroode
+franje omzoomen, _Fig. 8 q_. _Eén_ van deze uitsteeksels is langer dan
+de overige en is met den eierstok verbonden. _Fig. 8 r_. Waarschijnlijk
+gaat het ei van den eierstok langs dezen weg naar den eileider om
+vervolgens door dezen den weg naar de baarmoeder af te leggen.
+
+Evenals de baarmoeder bestaan ook de eileiders uit een met slijmvlies
+bekleede spierlaag, welke door het buikvlies omgeven wordt. Het
+slijmvlies van de eileiders is van binnen bekleed met zeer fijn
+trilhaar; dit verkeert aanhoudend in golvende beweging en werkt
+daardoor mede om het in den eileider opgenomen ei naar de baarmoeder
+voort te bewegen.
+
+De _eierstokken_ (ovarii), _Fig. 8 s_, zijn de organen, die de kiem
+voor een nieuw leven voortbrengen. Zij liggen in de achterste plaat van
+den breeden baarmoederband, ter hoogte van den ingang van het kleine
+bekken, _Plaat V No. 59_. Zij zijn plat eivormig van gedaante. De punt
+van het eivormig orgaan is naar de baarmoeder gekeerd en is daarmede
+door een band (ligamentum ovarii proprium) _Fig. 8 t_ verbonden. Met
+de stompe vlakte is de eierstok zijwaarts gericht en staat daar met
+den eileider in verbinding.
+
+Slechts een klein gedeelte van den eierstok wordt door het buikvlies
+bekleed; de geheele voorvlakte blijft onbekleed. Aan de voorvlakte
+merkt men een dwarse sleuf op, waar de bloedvaten, bestemd voor dit
+orgaan, uit- en intreden. Deze plaats noemt men de poort (hilus
+ovarii), _Fig. 10 aa_. Een vezelachtig vlies (tunica albuginea),
+_Fig. 10 e_, dat door de in- en uittredende bloedvaten doorboord wordt,
+omgeeft den eierstok geheel.
+
+Het weefsel van den eierstok bestaat uit een middelste, merggedeelte,
+_Fig. 10 b_, en een buitenste, bastgedeelte. In het merggedeelte
+liggen de bloedvaten, daaromheen ligt het bastgedeelte, dat een aantal
+vliezige blaasjes, de Graafsche follikels, _Fig. 10 c_, bevat. Deze
+Graafsche follikels bestaan uit een dun vlies, waarin een vocht
+(liquor folliculi) en vele kleine celletjes zich bevinden. Onder deze
+celletjes is er één, soms twee, die in grootte al de andere overtreft;
+dat is de eicel, de eigenlijke levenskiem.
+
+Van tijd tot tijd wordt zulk een ei rijp; de Graafsche follikel,
+waarin het besloten is, barst dan en zijn inhoud komt vrij. Het
+vrijgekomen ei wordt door de franjeachtige uitsteeksels van den
+eileider opgevangen en naar de baarmoeder overgebracht.
+
+Indien het ei niet bevrucht wordt, gaat het, in de baarmoeder gekomen,
+aldaar te niet of verlaat het lichaam met het menstruatie-bloed.
+
+Door het barsten van de Graafsche follikels krijgt de oppervlakte
+van den eierstok telkens een wondje en wanneer dit genezen is,
+een litteeken. Hierdoor wordt de oorspronkelijk gladde oppervlakte,
+zooals die bij kinderen vóór de geslachtsrijpheid voorkomt, na eenigen
+tijd onregelmatig en ruw.
+
+De eierstokken zijn bij meisjes kort vóór de rijpwording van het
+eerste ei het grootst. Daarna nemen zij van lieverlede in grootte
+en gewicht af, wegens het verlies van den inhoud der Graafsche
+follikels. Zij veranderen daarbij tevens eenigszins van gedaante en
+worden meer langwerpig. Bij oude vrouwen bezitten zij nog slechts
+het 1/3 gedeelte van hun oorspronkelijke grootte.
+
+
+
+Wanneer de overige organen van het lichaam reeds een eind weegs hun
+ontwikkelingsgang hebben afgelegd, dan pas treden de geslachtsorganen
+het eerste overgangsstadium in. Tot op den leeftijd van ongeveer
+12 jaren zijn de geslachtsorganen van het meisje nog in bijna alle
+opzichten gelijk aan die van het pasgeboren kind. Eerst daarna
+beginnen zij geleidelijk zich te ontwikkelen om, na verloop van
+enkele jaren in staat te zijn hun verrichtingen aan te vangen. Dan
+is de geslachtsrijpheid ingetreden, het kind is maagd geworden.
+
+De meerdere of mindere snelheid, waarmede die overgang plaats
+grijpt, is van vele individueele, zoowel als van algemeene invloeden
+afhankelijk. Voor ons land stelt men den gemiddelden leeftijd voor
+geslachtsrijpheid op ongeveer 15 jaren. Goede voeding en gezonde
+leefwijze bevorderen zeer een snellen overgang. Bij kinderen, die onder
+ongunstige maatschappelijke toestanden leven, is de ontwikkelingsduur
+langer. Het klimaat oefent in dezen ongeveer een zelfden invloed uit
+als voeding en leefwijze. In warme landen is de gemiddelde leeftijd
+voor de geslachtsrijpheid vroeger, in een koud klimaat later dan
+15 jaren.
+
+Eveneens schijnt de geestelijke sfeer, waarin het kind verkeert,
+in dit opzicht niet zonder invloed te zijn. Dat stadskinderen in den
+regel vroeger rijp zijn dan dorpskinderen, moet daaraan waarschijnlijk
+worden toegeschreven.
+
+Onderwijl de geslachtsorganen zich gereed maken hun taak te kunnen
+verrichten, heeft er in het geheele lichaam een groote ommekeer plaats.
+
+Al de vroeger beschreven vormverschillen van vele lichaamsdeelen van
+man en vrouw komen thans snel te voorschijn; het opgeschoten meisje,
+met haar onbestemde hoekige lijnen en onevenredige verhoudingen neemt
+allengs den vrouwelijken lichaamsvorm aan.
+
+Op den geestestoestand oefent deze verandering ongetwijfeld ook invloed
+uit. Met de zenuwachtige prikkelbaarheid, die in dezen tijd dikwijls
+voorkomt en soms gepaard gaat met buien van diepe neerslachtigheid,
+in enkele gevallen zich uitende in groote opgewektheid, vangt de
+verandering aan, die het kind ook geestelijk tot vrouw stempelt.
+
+Aan de uitwendige geslachtsorganen bespeurt men den overgang, doordat
+de borstklieren, zooals reeds vroeger werd besproken, in welving en
+grootte toenemen, de schaamheuvel en de groote schaamlippen door
+vetafzetting in hun weefsels voller en ronder worden en met haren
+worden begroeid.
+
+Van de inwendige geslachtsorganen zijn de veranderingen moeilijker
+waarneembaar. Met de plaats grijpende vergrooting van de baarmoeder
+gaat de vormverandering van dit orgaan gepaard. Het lichaam van de
+baarmoeder groeit thans sterker dan de hals en hoewel beide eerst
+ongeveer even lang waren, is op het tijdstip van geslachtsrijpheid
+het lichaam het grootst.
+
+In de zich ontwikkelende eierstokken beginnen de Graafsche follikels
+grooter te worden en op het oogenblik, dat het eerste eitje rijp is
+en wordt afgescheiden, kan men aannemen, dat de geslachtsrijpheid
+is ingetreden.
+
+Al de opgesomde veranderingen, benevens de groei van het lichaam,
+gaan dan nog gedurende eenige jaren voort, ofschoon deze verdere
+ontwikkeling slechts langzaam plaats grijpt en eerst op ongeveer
+20-j. leeftijd voltooid is.
+
+
+
+Het rijp worden van het eerste ei gaat in den regel gepaard met het
+intreden van de eerste menstruatie.
+
+Onder menstruatie verstaat men het periodiek terugkeerend en eenige
+dagen aanhoudend bloedverlies uit de baarmoeder, dat zijn weg neemt
+door de scheede. Bij de meeste vrouwen geschiedt dit om de 28 of 30
+dagen en duurt 3-5 dagen. Kleine verschillen in den regelmatigen
+wederkeer of den duur der bloeding zijn niet altijd ziekelijke
+afwijkingen.
+
+De hoeveelheid bloed, die gedurende die dagen wegvloeit, wisselt af
+tusschen de 100 en 300 gram. Dit maandelijksch bloedverlies duurt
+tot den 45- à 48-jarigen leeftijd; het wordt in gezonden toestand
+alleen onderbroken in tijden van zwangerschap en bij vele vrouwen ook
+gedurende den zoogtijd. Met het ophouden van de geregelde menstruatie
+houdt waarschijnlijk ook de verrichting van de eierstokken op en
+komen daarna geen eieren meer tot rijpheid.
+
+Men heeft nog niet kunnen vaststellen, welk verband er bestaat tusschen
+het rijp worden der eitjes (ovulatie) en de menstruatie. Vroeger nam
+men hun onderling verband als vanzelf sprekend aan, hypothesen werden
+gesteld om dit verband te verklaren en geen moeite gespaard om die
+verklaring aannemelijk te maken. Tegenwoordig echter hecht men aan die
+vroegere hypothesen geen waarde meer, sedert feiten werden waargenomen,
+die er lijnrecht mede in strijd waren. Men weet nu, dat er eitjes
+kunnen rijp worden, zonder dat er menstruatie intreedt, zooals moet
+geschieden bij vrouwen, die gedurende het zoogen niet menstrueeren
+en toch zwanger worden; eveneens weet men, dat er vrouwen zijn,
+bij wie nog geregeld menstruatie intreedt, nadat de eierstokken door
+operatie verwijderd zijn. Toch kan men, niet tegenstaande deze feiten,
+gerust aannemen, dat er eenig verband bestaat tusschen menstruatie en
+ovulatie, al moeten wij ons dan nog voorloopig met nieuwe hypothesen
+tevreden stellen, waarvan het eveneens zeer wel mogelijk is, dat zij
+later zullen blijken onjuist te zijn.
+
+Men wil thans de menstruatie beschouwen als verband houdende met een
+verhoogde levenskracht, die periodiek bij de vrouwen zou intreden en
+waarschijnlijk een gevolg zou zijn van de verrichting der eierstokken.
+
+Door verschillende onderzoekers is namelijk gevonden, dat in het
+vrouwenleven, van het oogenblik af, dat de eierstokken hun functie
+beginnen tot aan den tijd, dat zij daarmede eindigen, maandelijks een
+stijging en daling van alle levensverrichtingen valt waar te nemen. Van
+deze rhytmische golf wordt het hoogste punt bereikt eenige dagen vóór
+de menstruatie, daarna treedt een zeer snelle daling in, waardoor het
+laagste punt ongeveer met het einde der menstruatie samenvalt. Na
+de menstruatie volgt dan opnieuw een regelmatige stijging, totdat
+na verloop van 2 of 6 dagen de normale hoogte weder bereikt is. In
+hoever nu dit stijgende en dalende levensproces oorzaak of gevolg
+der ovulatie en menstruatie is, daarover loopen de meeningen uiteen.
+
+De daling der levensfunctiën gedurende de menstruatie wordt aangenomen,
+omdat in die dagen de temperatuur van het lichaam lager is dan
+gewoonlijk, de hartswerking trager, de spierkracht geringer en omdat
+hoogstwaarschijnlijk ook de stofwisseling minder is. De stijging wordt
+natuurlijk aangenomen op grond van tegenovergestelde werking. Dat ook
+het geestelijk leven in die dagen veranderingen ondergaat, daarvan
+getuigt de afwisselende graad van nerveuse prikkelbaarheid, waaraan
+de meeste vrouwen dan onderworpen zijn.
+
+De menstruatie gaat gepaard met allerlei onaangename gewaarwordingen,
+waarvan de voornaamste en meest voorkomende zijn: zwaartegevoel in de
+beenen, spoedig vermoeid zijn, buikpijn, minder eetlust, hoofdpijn,
+slaperigheid.
+
+Hoewel het periodiek intreden der bloeding het meest opvallend
+verschijnsel der menstruatie is, zijn er toch nog andere
+verschijnselen, die er bijna even constant bij voorkomen. De
+baarmoeder is in dien tijd gezwollen en hangt lager in de scheede. De
+slijmafscheiding uit het baarmoederslijmvlies is dan sterker, waardoor
+het menstruatie-bloed rijkelijk met slijm vermengd wordt. Deze
+vermeerderde slijmafscheiding, die meestal een paar dagen vóór de
+menstruatie begint, duurt dikwijls nog eenige dagen na het eindigen
+daarvan voort.
+
+De borstklieren zijn in die dagen in den regel gezwollen, een zwelling,
+die bij sommige vrouwen met pijnlijkheid gepaard gaat.
+
+De tijdelijk verminderde kracht der levens-processen maakt de
+vrouw in de menstruatie-dagen vatbaarder voor nadeelige invloeden,
+het weerstandsvermogen van haar lichaam is dan geringer, zoodat een
+schadelijke inwerking gemakkelijker haar doel kan bereiken. Het is
+voornamelijk om die reden, dat de vrouwen gedurende de menstruatie,
+meer nog dan anders, zorg moeten dragen voor een hygiënische
+leefwijze. Doch ook alles wat de bloeding uit den uterus kan
+bevorderen, moet in die dagen zooveel mogelijk vermeden worden. Daarom
+alsdan geen balzaal betreden, geen buitengewone voettochten ondernemen,
+het langdurig staan vermijden, in 't kort, alle buitengewone inspanning
+achterwege laten.
+
+Zooals reeds is opgemerkt, eindigt de menstruatie gewoonlijk op 45-
+à 48-j. leeftijd. Zij houdt dan niet plotseling op, maar keert telkens
+met grooter tusschenpoozen en soms met meer hevigheid terug, totdat
+zij na 1 of 2 jaar voorgoed wegblijft. Men noemt deze overgangsperiode
+bij de vrouw den climacterischen leeftijd.
+
+In het climacterium is ook het ophouden van het bloedverlies wel het
+best waarneembare, doch weder niet het eenige verschijnsel. Dikwijls
+gaat het gepaard met een verdwijning van vet uit de inwendige
+geslachtsdeelen en een vermeerderde vetafzetting in de overige organen
+van het lichaam. De schaamheuvel en de groote schaamlippen worden
+daardoor slap en rimpelig en de borsten, die door de tegelijkertijd
+ingetreden schrompeling der klieren toch reeds hun welving verloren
+hadden, hangen dan soms als slappe huidplooien neder.
+
+De eierstokken staken dan hun werkzaamheid, er worden geen eitjes
+meer rijp; de ledige ruimten der Graafsche follikels trekken samen,
+het geheele orgaan schrompelt ineen.
+
+De eileiders vernauwen en verslappen, de uterus wordt belangrijk
+kleiner, het scheedegedeelte van den uterus verdwijnt zelfs geheel. De
+scheede wordt nauwer en droger en verliest haar rekbaarheid.
+
+Als gevolg van deze veranderingen lijden de vrouwen in de
+climacterische jaren dikwijls aan plotseling opkomende congesties,
+sterk zweeten en allerlei nerveuse aandoeningen. Na eenigen tijd
+verdwijnen deze verschijnselen.
+
+
+
+Zoodra een rijp ei bevrucht is geworden, treedt er voor de
+geslachtsorganen der vrouw een nieuw ontwikkelingstijdperk in.
+
+Om bevrucht te worden is het noodig, dat het ei met een der zaadcellen
+(spermatozoën) uit het sperma (het voorttelingsproduct der mannen)
+in aanraking komt. Bij deze aanraking, de bevruchting, dringt de
+spermatozoön het ei binnen. In den regel geschiedt dit in den eileider;
+de mogelijkheid is echter niet buitengesloten, dat de bevruchting soms
+plaats vindt, wanneer het ei den eierstok nog niet verlaten heeft,
+of wanneer het ei reeds in het bovenste gedeelte van de baarmoeder
+aangekomen is.
+
+Uit het sperma, dat in de scheede wordt uitgestort, gaan dus
+spermatozoën door de baarmoeder in de eileiders, om daar het ei te
+ontmoeten. Dit geschiedt gemakkelijk, omdat de spermatozoën zich
+kunnen voortbewegen.
+
+Hoogstwaarschijnlijk is de vrouw gedurende den geslachtsrijpen
+leeftijd te allen tijde geschikt om bevrucht te worden. In hoever
+deze geschiktheid te allen tijde door haar als een voorrecht moet
+worden beschouwd, behoeft hier niet te worden onderzocht.
+
+Is het bevruchte ei in de baarmoeder gekomen, dan zet het zich daar aan
+den wand vast en in het lichaam der vrouw vangt een opeenvolging van
+nieuwe veranderingen aan. De vrouw verkeert dan in zwangeren toestand.
+
+De menstruatie blijft weg en keert gedurende de geheele zwangerschap
+niet terug.
+
+Het slijmvlies van de baarmoeder begint sterk te groeien en omhult
+het ei geheel; het vormt het buitenste der drie vliezige zakken,
+waarin de vrucht tot aan de geboorte besloten blijft. _Fig. 11_.
+
+De baarmoeder neemt enorm in omvang en dikte toe, zoowel door
+de ontwikkeling van nieuwe spiervezels, als door verlenging der
+bestaande. De spiervezels worden ongeveer elf maal langer en de
+spierbundels drie tot vijf maal dikker. Ook de bloedvaten worden langer
+en wijder en nemen in aantal toe. Door deze sterke spierontwikkeling
+wordt de baarmoeder wijd genoeg om het bevruchte ei te herbergen,
+tot het zijn volle ontwikkeling heeft bereikt en krachtig genoeg om
+later de voldragen vrucht uit te drijven. Door de groote uitzetting
+der bloedvaten kan de bloedtoevoer genoegzaam vermeerderen om ook de
+voeding van de baarmoeder in dit tijdperk voldoende te doen zijn.
+
+Met de vergrooting der baarmoeder gaat een geheele vormverandering
+gepaard. Had zij in maagdelijken toestand een peervormige gedaante en
+geleek haar holte eenigszins op den vorm van een flesch, in zwangeren
+toestand nadert de vorm van den uterus hoe langer hoe meer, zoowel wat
+de holte als de uitwendige gedaante betreft, naar een ovaal, waaraan
+het halsgedeelte van de baarmoeder, dat niet aan de vergrooting deel
+neemt, is blijven hangen.
+
+Hoe grooter de baarmoeder wordt, des te meer stijgt zij in het groote
+bekken naar boven en verdringt daarbij al de buikingewanden zijwaarts
+en naar achteren. Ook het middelrif wordt naar boven geperst en
+daardoor het hart een weinig gedraaid. Door de naar boven persing
+van het middelrif wordt de borstkas ondieper, maar de tegelijkertijd
+plaats vindende uitzetting van de borstkas in de breedte weegt tegen
+dit ruimteverlies genoegzaam op.
+
+Wegens de zwaarte hangt het lichaam van den uterus voorover en daardoor
+wordt de uterusmond naar achteren gericht. Ook de scheede vergroot,
+een vergrooting, die voornamelijk haar lengte en wijdte ten goede
+komt. De slijmvliesafscheiding is vermeerderd en roomkleurig geworden.
+
+En ook de uitwendige schaamdeelen doen mede aan den algemeenen groei
+der geslachtsorganen; de groote en kleine schaamlippen zwellen en
+worden donkerder van kleur.
+
+De buikbekleedselen moeten natuurlijk aan den druk van den groeienden
+uterus toegeven en zich uitzetten; het onderhuidsch celweefsel krijgt
+daarbij steeds fijne inscheuringen, die na afloop der zwangerschap
+als witte streepjes op den buik zichtbaar blijven.
+
+Dat door den druk van den zwangeren uterus op blaas en endeldarm en op
+de in de kleine bekkenholte liggende bloedvaten en zenuwen allerlei
+stoornissen kunnen plaats vinden, valt licht te begrijpen. De meest
+voorkomende stoornissen zijn: herhaalde drang tot urineeren, moeilijke
+ontlasting en verstopping, uitzetting der aderen en waterzuchtige
+beenen, somtijds hevige pijn in een of beide beenen.
+
+De veranderingen, die de borstklieren ondergaan, zijn reeds vroeger
+besproken.
+
+De zwangerschap (graviditeit) gaat niet alleen gepaard met plaatselijke
+veranderingen, het heele organisme ondervindt mede haar inwerking.
+
+De hoeveelheid bloed vermeerdert, het wordt meer waterhoudend,
+daardoor wordt het gehalte aan vaste stoffen betrekkelijk minder. De
+bloedsomloop is gestoord, er ontstaat dikwijls hartklopping,
+duizeligheid of congestie naar het hoofd.
+
+Er wordt meer urine afgescheiden, die lichter van kleur is en minder
+specifiek gewicht bezit dan gewoonlijk.
+
+Het meest is de spijsvertering in de war; er treedt misselijkheid en
+braking op, zoowel des ochtends in nuchteren toestand als nadat er iets
+gegeten is. De eetlust kan daarbij normaal blijven, doch er ontstaat
+ook wel tegenzin in het tot zich nemen van voedsel. Voornamelijk in
+de eerste zwangerschapsmaanden komen deze verschijnselen voor.
+
+Ook vertoonen zich veelal op verschillende lichaamsdeelen, maar vooral
+in het gezicht, donkere huidvlekken.
+
+Het zenuwstelsel is almede onder den invloed. Soms openbaart
+zich dit in hoofd- of kiespijn, ook wel in gezichts- of andere
+zintuigsstoornissen, of wel in psychische veranderingen: in diepe
+neerslachtigheid of in buitengewone opgewektheid.
+
+Nog zij vermeld, dat de houding van een zwangere vrouw in de laatste
+maanden der zwangerschap eenigszins achteroverhellend is, als gevolg
+van het veranderd zwaartepunt van het lichaam.
+
+Zoolang al de genoemde veranderingen een zekere grens niet
+overschrijden en niet gepaard gaan met ernstige gevolgen, worden zij
+niet als ziekelijke afwijkingen beschouwd. Na afloop der bevalling
+verdwijnen zij meestal spoorloos.
+
+Hoewel de duur der zwangerschap niet met zekerheid is op te geven,
+omdat men het juiste oogenblik niet kent, waarop het ei is bevrucht
+geworden, heeft men toch bij benadering het tijdstip gevonden, waarop
+de zwangerschap eindigt en de geboorte van den nieuwen wereldburger
+verwacht kan worden. Om dit te bepalen, telt men, van den dag,
+waarop de laatste menstruatie is ingetreden, 280 dagen of 40 weken
+verder. Dat in tallooze gevallen deze berekening met enkele dagen
+faalt, behoeft zeker niet te worden gezegd.
+
+Nadat het bevruchte ei door het slijmvlies van den uterus is omgeven,
+ontwikkelt het zich langzaam tot een levend kind.
+
+Behalve in den vliezigen zak, door het slijmvlies van de baarmoeder
+gevormd (membrana decidua), ligt het ei nog in twee andere vliezige
+omhulsels, het chorion en het amnion, die beide uit het ei zelve
+gevormd worden. Het chorion deelt zich tegen het einde der 8e
+zwangerschapsweek in twee deelen, waarvan het eene gedeelte de
+moederkoek (placenta) vormt.
+
+De _moederkoek_ is een sponsachtig weeke, platte schijf, die
+grootendeels uit bloedvaten is opgebouwd. Zij zit aan den wand
+der baarmoeder vast en is door een lange streng met de vrucht
+verbonden. Deze streng, de _navelstreng_, is ongeveer een vinger dik
+en een halven meter lang en bestaat nagenoeg alleen uit bloedvaten.
+
+Door de bloedvaten van placenta en navelstreng stroomt het bloed uit
+het moederlijk lichaam naar dat van de vrucht. Op zijn tocht door het
+lichaampje van de vrucht laat het bloed voedende bestanddeelen achter,
+die het uit het moederlijk lichaam had medegevoerd en neemt onbruikbare
+stofwisselingsproducten uit het lichaam van de vrucht mede terug. Het
+wordende kind is dus niet alleen in het moederlijk lichaam gehuisvest,
+maar wordt tevens door het bloed der moeder gevoed. Moederkoek en
+navelstreng vormen daartoe den verbindingsweg.
+
+In de holte van den derden of binnensten vliezigen zak, het amnion,
+ligt de vrucht, door het vruchtwater (liquor amnii) omspoeld. Het
+_vruchtwater_, dat voor een deel zijn ontstaan dankt aan de urine
+van de vrucht, beschermt deze tegen den druk of den stoot, waardoor
+de buik der moeder kan worden getroffen. Tegelijkertijd maakt het de
+beweging voor het kind gemakkelijker en voorkomt, dat deze bewegingen
+al te pijnlijk voor de moeder zouden zijn.
+
+_Fig. 12 a_ tot _i_ stellen de verschillende ontwikkelingsstadia
+voor van een menschelijk ei van ongeveer de 2de week tot het einde
+der 8e week na de bevruchting. Tot zoolang is er nog geen verbeening
+in de weefsels van de vrucht te constateeren. Daarna begint in de
+9e week langzamerhand de vorming der beenderen tot stand te komen en
+scheiden zich de vingers en teenen. In de 13e tot de 16e week kan men
+het geslacht van het toekomstige kind reeds bepalen. In de 17e week
+beginnen de haren op het hoofd en de zachte wollige haartjes van de
+huid te groeien. De moeder voelt dan reeds de bewegingen van de vrucht.
+
+Een vrucht, op het einde der 24e week ter wereld gebracht, kan reeds de
+ledematen bewegen en flauw ademhalen. Zij sterft echter zeer spoedig.
+
+In de 26e tot 28e week zijn de oogleden gescheiden en kunnen geopend
+worden. De huid is dan rood en gerimpeld, het vruchtje nog mager. De
+mogelijkheid bestaat, dat het dan buiten het moederlijk lichaam in
+leven kan blijven, maar in den regel gaat het dood.
+
+Vruchten, die op het einde der 32e week geboren worden, kunnen bij
+zorgvuldige verpleging in het leven blijven, doch de levenskans is
+gering. De huid ziet nog rood en rimpelig. De nagels op vingers en
+teenen beginnen reeds te verhoornen.
+
+In de 34e tot 36e week is de vrucht reeds minder mager en de
+lichaamsvormen daardoor ronder. Onder gunstige omstandigheden blijft
+het op dit tijdstip geboren kind in leven, alhoewel de sterftekans
+veel grooter is dan van de voldragen vrucht.
+
+In de 37e tot 40e week verdwijnt langzamerhand het wolhaar van de
+huid en wordt deze blank; de haren van het hoofd daarentegen groeien.
+
+De vrucht neemt natuurlijk van het begin tot het einde der zwangerschap
+in lengte en gewicht toe. Op het oogenblik van de geboorte is zij
+ongeveer een halven meter lang en 3 à 3 1/2 kilogram zwaar.
+
+De ruimte in de baarmoederholte is niet groot genoeg om de vrucht
+een gemakkelijke houding te verschaffen. Deze is gedwongen zich te
+behelpen en zoo te gaan liggen, dat zij de kleinst mogelijke ruimte
+inneemt. Daarom kromt zij den rug sterk naar voren, legt de kin op
+de borst, trekt de beenen tegen den buik, buigt de knieën, en legt de
+onderbeenen met de voeten gekruist en met de hielen naar onderen. De
+bovenarmen worden tegen de borstkas gedrukt, de onderarmen en handen
+over de borst gekruist. In de ruimte, die tusschen armen en beenen
+vrij blijft, vindt dan de navelstreng een plaats. _Fig. 13_.
+
+Het hoofdje ligt daarbij meestal naar onderen, de rug naar voren,
+eenigszins links of rechts en de billen en voeten naar boven
+gekeerd. Dit is de meest voorkomende ligging van de vrucht op het
+einde der zwangerschap, doch talrijke afwijkingen doen zich voor.
+
+Gedurig tracht de vrucht haar ongemakkelijke houding te veranderen,
+een verandering, die bijna altijd gering en snel voorbijgaande is,
+waardoor dan de kleine, stootende bewegingen veroorzaakt worden,
+die door de moeder als »het leven van het kind« worden gevoeld.
+
+Op het einde van de 40e week drijft de moeder de vrucht uit de
+baarmoederholte door het halskanaal van de baarmoeder en door de
+scheede naar buiten.
+
+De uitdrijving, de baring, komt tot stand door samenwerking van twee
+verschillende krachten. Deze vinden haar oorsprong in samentrekkingen
+van den baarmoederwand, die wegens de daardoor veroorzaakte pijn als
+»weeën« worden aangeduid, en in samentrekkingen van buikspieren en
+middelrif, die als »buikpers« dienst doen.
+
+De weeën volgen elkander met korte tusschenpoozen op. Zij zijn in den
+aanvang zwak en de pijn gering, doch hoe verder de baring vordert,
+des te krachtiger en pijnlijker worden zij. Dan komt ook de buikpers
+onwillekeurig in werking en helpt krachtig mede aan de uitdrijving
+van de vrucht. Eerst komt het hoofd naar buiten, daarna met een paar
+volgende weeën gewoonlijk het overige gedeelte van het kind.
+
+Na de geboorte wordt de navelstreng met bandjes dichtgebonden
+en doorgeknipt. Spoedig volgen dan eenige samentrekkingen van de
+baarmoeder en worden de moederkoek en de eivliezen (de nageboorte)
+uitgedreven.
+
+Zoodra het kind geboren is, verkondigt het zijn intrede in de wereld
+door eenige flinke schreeuwen. Met dit schreeuwen vangen tevens de
+eerste ademhalingsbewegingen aan.
+
+Het eindje navelstreng, dat aan zijn lichaam is blijven hangen,
+verdroogt spoedig en valt na 4 of 5 dagen af.
+
+Onmiddellijk nadat de nageboorte is uitgedreven, beginnen de
+geslachtsorganen tot den toestand terug te keeren, waarin zij zich
+vóór de zwangerschap bevonden. Bij vrouwen, die het kind zoogen,
+maken de borstklieren hierop een uitzondering. Eerst ongeveer 6 weken
+na de bevalling is de vroegere toestand, met uitzondering van de
+hiervoor reeds genoemde blijvende verandering van sommige organen,
+weder teruggekeerd.
+
+
+
+
+
+
+BESCHRIJVING DER PLATEN.
+
+
+Plaat II. De Spieren.
+
+
+De linker lichaamshelft vertoont de oppervlakkig gelegen spieren; de
+rechter lichaamshelft geeft een aantal dieper gelegen spieren te zien,
+die eerst zichtbaar worden, als de daarboven gelegene verwijderd zijn.
+
+
+1. Voorhoofdsbeen. (Os frontis.)
+2. Peesachtige schedelkap. (Galea aponeurotica cranii.)
+3. Voorhoofdsspier. (Musculus frontalis.)
+4. Slaapspier. (Musculus temporalis.)
+5. Wenkbrauwfronser. (Musculus corrugator supercilii.)
+6. Sluitspier van het ooglid. (Musculus orbicularis orbitae.)
+7. Aantrekker van het oor. (Musculus attrahens auriculae.)
+8. Nederdrukker van den neus. (Musculus depressor alae nasi.)
+9. Oplichter der bovenlip. (Musc. levator labii sup. proprius.)
+10. Oplichter van den neusvleugel en bovenlip. (Musc. levator alae
+nasi et labii superioris.)
+11. Sluitspier van den mond. (Musculus orbicularis oris.)
+12. Kauwspier. (Musculus masseter.)
+13. Wangspier. (Musculus buccinator.)
+14. Kinspier of opheffer van de kin. (Musculus levator menti.)
+15. Schuine halsspier. (Musculus sterno-cleido-mastoideus.)
+16. Schouderblad-tongbeenspier. (Musculus omo-hyoideus.)
+17. Borstbeen-tongbeenspier. (Musculus sterno-hyoideus.)
+18. Voorste scheefhoekige halsspier. (Musculus scalenus anticus.)
+19. Middelste scheefhoekige halsspier. (Musculus scalenus medius.)
+20. Optrekker van het schouderblad. (Musculus levator scapulae.)
+21. Monnikskapspier. (Musculus cucularis.)
+22. Sleutelbeen. (Clavicula.)
+23. Borstbeen. (Sternum.)
+24. Bovenarmbeen. (Humerus.)
+25. Sleutelbeenspier. (Musculus subclavius.)
+26. Kleine borstspier. (Musculus pectoralis minor.)
+27. Groote getande spier. (Musc. serratus anticus major.)
+28. Groote borstspier. (Musculus pectoralis major.)
+29. Onderschouderbladspier. (Musculus subscapularis.)
+30. Ravenbeksarmspier. (Musculus coraco-brachialis.)
+31. Tweehoofdige armspier. (Musculus biceps brachii.)
+32. Deltaspier. (Musculus deltoideus.)
+33. Binnenste hoofd van de driehoofdige armspier. (Musculus triceps.)
+34. Binnenste armspier. (Musculus brachialis internus.)
+35. Rechte buikspier met peesstrooken. (Musculus rectus abdominis.)
+36. Witte buiklijn. (Linea alba.)
+37. Buitenste schuine buikspier. (Musculus obliquus abdominis
+externus.)
+38. Binnenste schuine buikspier. (Musculus obliquus abdominis
+internus.)
+39. Band van Poupart. (Ligamentum Poupartii.)
+40. Inwendige opening van het lieskanaal. (Apertura interna canalis
+inguinalis.)
+41. Lieskanaal. (Canalis inguinalis.)
+42. Uitwendige opening van het lieskanaal. (Apertura externa canalis
+inguinalis.)
+43. Middelste bilspier. (Musculus glutaeus medius.)
+44. Het lange hoofd van de vierhoofdige uitstrekspier van het onderbeen
+(musculus extensor cruris quadriceps); slechts het bovenste gedeelte
+is zichtbaar.
+45. Kamspier. (Musculus pectineus.)
+46. Lange aantrekkende spier van het been. (Musculus adductor magnus.)
+47. Het buitenste hoofd van de vierhoofdige uitstrekspier van het
+onderbeen.
+48. Lange beenspier of kleermakersspier. (Musculus sartorius.)
+49. Dunne dijspier. (Musculus gracilis.)
+
+
+
+
+Plaat III. De Bloedsomloop.
+
+
+De rood gekleurde bloedvaten zijn de slagaderen (arteriae), de blauw
+gekleurde de aderen (venae).
+
+
+1. Linker hartkamer. (Ventriculus sinister.)
+2. Rechter hartkamer. (Ventriculus dexter.)
+3. Rechter voorkamer met hartoor. (Atrium dexter.)
+4. Linker hartoor. (Auriculum sinistrum.)
+5. Opstijgende tak van de groote lichaamsslagader (aorta), die uit
+de linker hartkamer ontspringt. (Aorta ascendens.)
+6. Aorta-boog. (Arcus aorta.)
+7. Neerdalende tak van de aorta. (Aorta descendens.)
+8. Longslagader (Arteria pulmonalis), die uit de rechter hartkamer
+ontspringt.
+9. Bovenste holle ader. (Vena cava superior.)
+10. Onderste holle ader. (Vena cava inferior.) Beide storten haar
+bloed in de rechter voorkamer.
+11. Naamlooze slagader (Arteria anonyma), die uit de aorta voortkomt.
+12. Gemeenschappelijke halsslagader (Carotis communis); door haar
+vertakkingen voorziet zij het hoofd van bloed.
+13. Buitenste kaakslagader. (Arteria maxillaris externa.)
+14. Oppervlakkige slaapslagader. (Arteria temporalis superficialis.)
+15. Diepe slaapslagader. (Arteria temporalis profundis.)
+
+De naamlooze slagader levert ook het bloed voor den arm door de:
+
+16. Sleutelbeenslagader. (Arteria subclavia.)
+17. Okselslagader (Arteria axillaris), en:
+18. Bovenarmslagaderen. (Arteriae brachialis.)
+
+Uit het buikgedeelte der aorta komen de:
+
+19. Korte buikslagaderen. (Arteria coeliacae) (afgesneden.)
+20. Bovenste darm- of darmscheilslagader. (Arteria mesenterica
+superior.) (eveneens afgesneden).
+21. Nierslagader. (Arteria renalis.)
+22. Onderste darm- of darmscheilslagader. (Arteria mesenterica
+inferior) (afgesneden).
+23. Linker binnenste zaadslagader (Arteria spermatica interna);
+de rechter ontspringt meestal uit de nierslagader.
+
+De binnenste zaadslagaderen voorzien de geslachtsorganen van bloed.
+
+Door de vorkvormige verdeeling der aorta in de twee:
+
+24. Gemeenschappelijke bekkenslagaderen (Arteriae iliacae communes)
+worden de beenen van bloed voorzien. Voor dit doel geven zij af de:
+25. Dijslagader (Arteria cruralis) en haar in de diepte gaanden
+tak, de:
+26. Diepe dijslagader. (Arteria profunda femoris.)
+
+De bovenste holle ader stort het veneuze bloed uit het bovenste
+gedeelte van het lichaam in de rechter voorkamer. Zij ontstaat door
+vereeniging van de beide:
+
+27. Naamlooze aderen. (Venae innominatae.)
+
+Deze ontvangen het veneuze bloed uit den arm door de:
+
+28. Sleutelbeenader (Vena subclavia) en de:
+29 en 30. Huidaderen van den arm (Venae subcutaneae brachii) en uit
+het hoofd door de:
+31. Inwendige strotader. (Vena jugularis interna.)
+32. Uitwendige strotader. (Vena jugularis externa.)
+
+De onderste holle ader stort eveneens haar bloed in de rechter
+voorkamer. Zij ontvangt dit uit de aderen van het onderste gedeelte
+van het lichaam.
+
+Haar takken zijn:
+
+33. Leveraderen. (Venae hepaticae.)
+34. Nierader. (Vena renalis.)
+35. Inwendige zaadader. (Vena spermatica int.)
+36. Gemeenschappelijke bekkenader. (Vena iliaca communis.)
+37. Dijader. (Vena cruralis).
+
+
+
+
+Plaat IV. Het zenuwstelsel.
+
+
+Een doorsnede van het hoofd en de wervelkolom geeft ten deele een
+overzicht van hersenen en ruggemerg, terwijl de armen en beenen
+zoodanig zijn afgesneden, dat men den aanvang der voor hen bestemde
+zenuwen kan overzien.
+
+
+1. Groote hersenen. (Cerebrum.)
+2. Brug van Varol (Pons Varolii), die de beide kleine hersenhalfronden
+verbindt.
+3. Verlengde merg. (Medulla oblongata.)
+4. Halsgedeelte van het ruggemerg. (Medulla spinalis.)
+5. Borstgedeelte van het ruggemerg.
+6. Mergkegel. (Conus.)
+7. Lendengedeelte van het ruggemerg.
+8. Paardestaart (Cauda equina.)
+
+Uit de hersenen ontspringen 12 paar hersenzenuwen, waarvan evenwel
+op deze plaat slechts de oorsprong te zien is van de:
+
+9. Buitenste oogspierzenuw. (Nervus oculomotorius.)
+10. Drielingszenuw. (Nervus trigeminus.)
+11. Aangezichtszenuw en gehoorzenuw. (Nervus facialis et acusticus.)
+12. Tong- en keelzenuw. (Nervus glosso-pharyngeus.)
+
+Uit het ruggemerg ontspringen 31 paar ruggemergszenuwen. De voorste
+takken van de 4 onderste halszenuwen vormen de:
+
+13. Halszenuwvlecht. (Plexus cervicalis.)
+
+De voorste takken van de 4 onderste halszenuwen vormen de:
+
+14. Armenzenuwvlecht. (Plexis brachialis), welke op de plaat zichtbare
+takken naar den arm zendt.
+15. Huidzenuwen van den arm. (Nervi cutanei brachii.)
+16. Middelarmzenuw. (Nervus medianus.)
+17. Elleboogzenuw. (Nervus ulnaris.)
+18. Spier-huidzenuw. (Nervus musculo-cutaneus). Verder kan men nog
+het begin zien van de:
+19. Achtste halszenuw. (Nervus cervicalis.)
+20. Eerste borstzenuw. (Nervus thoracicus.)
+21. Twaalfde borstzenuw. (Nervus thoracicus.)
+22. Eerste lendenzenuw. (Nervus lumbalis.)
+23. Heup-bekkenzenuw. (Nervus ilio-hypogastricus.)
+24. Heup-lieszenuw. (Nervus ilio-inguinalis.)
+25. Huidzenuw van het bovenbeen. (Nervus cutaneus femoris.)
+26. Heupkomzenuw. (Nervus obturatorius.)
+27. Dijzenuw. (Nervus cruralis.)
+28. Schaambeenzenuw. (Nervus genito-cruralis.)
+29. Eerste heiligbeenzenuw. (Nervus sacralis.)
+30. Verbindingsstreng van den sympathicus. (Nervus sympathicus.)
+31. Heupzenuw. (Nervus ischiadicus.)
+
+
+
+
+Plaat V. Het Geraamte (gedeeltelijk) en de inhoud van borst-
+en buikholte.
+
+
+Van de schedelbeenderen ziet men slechts:
+
+1. Voorhoofdsbeen. (Os frontis.)
+2. Kruin- of wandbeen. (Os parietale.)
+3. Slaapbeen. (Os temporum.)
+4. Jukbeen. (Os zygomaticum.)
+5. Bovenkaakbeen. (Os maxillare superius.)
+6. Onderkaak. (Mandibula.)
+Verder ziet men:
+7. Zevende halswervel. (Vertebra prominens.)
+8. Eerste borstwervel. (Vertebra thoracicus.)
+9. Twaalfde borstwervel. (Vertebra thoracicus.)
+10. Vijfde lendenwervel. (Vertebra lumbalis.)
+11. Kruis- of heiligbeen. (Os sacrum.)
+12. Stuitbeen. (Os coccygis.)
+13. Sleutelbeen. (Clavicula.)
+14. Borstbeen. (Sternum.)
+15. Eerste rib, (Costa.)
+16. Twaalfde rib, (Costa.)
+17. Schouderblad. (Scapula.)
+18. Bovenarmbeen. (Humerus.)
+19. Voorgebergte. (Promontorium.)
+
+Het heupbeen (Os innominatum), dat in verbinding met het heiligbeen
+en stuitbeen het eigenlijke bekken vormt, is samengesteld uit:
+
+20. Darmbeen (Os ilei.)
+21. Schaambeen. (Os pubis.)
+22. Zitbeen. (Os ischii.)
+
+No. 23 toont het Dij- of bovenschenkelbeen (Femur) aan.
+
+
+
+De Ingewanden.
+
+
+24. Strottenhoofd. (Larynx.)
+25. Luchtpijp. (Trachea.)
+26. Luchtpijpstakken. (Bronchi.)
+27. Rechter en linker long. (Pulmones dexter et sinister.)
+28. Hart. (Cor.)
+29. Linker hartkamer van binnen.
+30. Rechter hartkamer van binnen. Gedeeltelijk ziet men in beide
+hartkamers de uitgespreide hartkleppen. (Valvulae.)
+31. Rechter voorkamer van het hart.
+32. Linker hartoor.
+33. Groote lichaamsslagader. (Aorta.)
+34. Longslagader.
+35. Bovenste holle ader.
+36. Linker voorkamer van het hart.
+37. Onderste holle ader.
+38. Keelholte. (Pharynx.)
+39. Slokdarm. (Oesophagus.)
+40. Maag. (Ventriculus.)
+41. Milt. (Lien.)
+42. Alvleeschklier. (Pankreas.)
+43. Twaalfvingerige darm. (Intestinum duodenum) (gedeeltelijk geopend.)
+44. Dunne darm (nuchtere darm en kronkeldarm.) (Intestinum jejunum
+et ileum.)
+45. Blinde darm (Intestinum coecum) met het wormsgewijze
+verlengsel. (Processus vermicularis.)
+46. Karteldarm. (Colon.)
+47. Aars- of endeldarm. (Intestinum rectum.)
+48. Lever. (Hepar.)
+49. Galblaas. (Cystis fellea.)
+50. Middelrif. (Diaphragma.)
+51. Nier. (Ren.)
+52. Nierbekken. (Pelvis renalis.)
+53. Pisleider. (Ureter.)
+54. Pisblaas. (Vesica urinaria.)
+55. Uitwendige geslachtsorganen. (Genitalia.)
+56. Scheede. (Vagina.)
+57. Baarmoedermond. (Orificium uterinum.)
+58. Baarmoeder. (Uterus.)
+59. Eierstok. (Ovarium) (rechter is geopend.)
+60. Eileider. (Oviductus of Tuba Fallopiana.)
+61. Breede baarmoederband. (Ligamentum latum.)
+62. Ronde baarmoederband. (Ligamentum rotundum.)
+63. Op plaat 1 vinden wij de opengelegde borstklier (Mamma), die
+eveneens tot de geslachtsorganen behoort.
+64. Groote lendenspier. (Musculus psoas major.)
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+Voorwoord
+Inleiding
+Eerste afdeeling.
+
+ Huid
+ Geraamte
+ Spieren
+ Bloedsomloop
+ Zenuwstelsel
+ Spijsverteringsorganen
+ Ademhalingsorganen
+ Pisorganen
+
+Tweede afdeeling.
+
+ Geslachtsorganen
+
+Beschrijving der platen
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+Bij den Uitgever dezes zijn mede verschenen en in elken soliden
+Boekhandel te bekomen:
+
+
+_Anatomische Atlas van het Paard en de Koe_, met 10 gekleurde,
+beweegbare Platen en Verklaring. Prijs f 0.90.
+
+Dr. D.J. BLOK, _Het Menschelijk Oog_. Bouw, Verrichting en
+Verzorging. Met beweegbare, gekleurde platen en figuren tusschen den
+verklarenden tekst. Prijs f 1.75.
+
+A. TEN BOSCH N.Jzn., _Booglampen en Booglampverlichting_, met 2
+beweegbare Modellen. Prijs f 2.-.
+
+----_De Zuiggasgenerator_, met 41 Illustraties en een gekleurd
+uitslaand Model. Prijs f 2.50.
+
+W. COOL, _Luchtschip en Vliegmachine_, met 2 uitslaanbare
+Modellen. Prijs f 3.-.
+
+E. HEIMANS, _De Honingbij_. Een schets uit het Bijenleven, met figuren
+en 2 beweegbare Modellen. (Koningin en Dar). Prijs f 1.50.
+
+----_Het Lichaam van den Visch_, met uitvoerige, geïllustreerde
+Determineerlijst van onze voornaamste Zoetwatervisschen en een
+gekleurd, uitslaand Model van een Karper. Prijs f 0.90.
+
+F. A. HOLLEMAN Jr., _Electriciteitsmeters en Stroomleveringstarieven_,
+met beweegbaar Model. Prijs f 1.75.
+
+Dr. J. L. HOORWEG, _a_. _De Gas- en Petroleum-motoren._
+Beknopte uiteenzetting van de inrichting en werking dezer
+motoren. Aanschouwelijk voorgesteld door een beweegbaar Model
+en opgehelderd door vele illustraties tusschen den verklarenden
+tekst. Prijs f 2.-.
+
+----_b_. Beknopte uiteenzetting van de inrichting en werking van den
+_Petroleum-motor van Diesel_. Aanschouwelijk voorgesteld door een
+groot beweegbaar Model. Prijs f 1.50.
+
+_a_ en _b_ samen f 3.25.
+
+F. KERDIJK, _De Stoomturbine_, met 41 afbeeldingen in den tekst en
+een gekleurd uitslaand Model. Prijs f 2.25.
+
+Dr. J. KONING, _De Telephoon_, afgebeeld en verklaard. Met een
+beweegbaar Model in 8 gekleurde platen en ophelderende figuren in
+den tekst. Prijs f 1.25.
+
+C. KREDIET en G. DE VOOGT, _Model eener liggende
+Stoommachine_. Geschiedkundig overzicht en verklarenden tekst, met
+8 gekleurde, beweegbare platen en vele illustraties. Prijs f 1.50.
+
+H. M. KROON, _De Koe_, haar lichaamsbouw en hare inwendige organen,
+met 5 beweegbare, gekleurde platen en geïllustr., verklarenden tekst
+en vele _Rasafbeeldingen_. Prijs f 1.50.
+
+_De Koe, in half levensgroote_, beweegbare platen, aanschouwelijk uit-
+en inwendig voorgesteld. Prijs met Handleiding f 15.-.
+
+----_Het Varken_, zijn lichaamsbouw en zijn inwendige organen, met 5
+beweegbare, gekleurde platen, _Rasafbeeldingen_ en geïllustreerden,
+verklarenden tekst. Prijs f 1.25.
+
+QUADEKKER, _Het Paard_, zijn lichaamsbouw en zijne inwendige organen,
+met 5 beweegbare, gekleurde platen en geïllustreerden, verklarenden
+tekst. Prijs f 1.50.
+
+_Het Paard, in half levensgroote_, beweegbare platen, aanschouwelijk
+uit- en inwendig voorgesteld. Prijs met Handleiding f 15.-.
+
+Dr. H. SCHMIDT, _Het Menschelijk Lichaam_, zijn bouw en zijne inwendige
+organen, aanschouwelijk voorgesteld door 5 beweegbare, gekleurde
+platen en met geïllustreerden, verklarenden tekst. Prijs f 1.25.
+
+_Het Menschelijk Lichaam, in levensgroote_, beweegbare platen,
+aanschouwelijk uit- en inwendig voorgesteld. Prijs met Handleiding
+f 15.-.
+
+W. S. STÜVEN, _De Hond_, zijn lichaamsbouw en zijn inwendige organen,
+aanschouwelijk voorgesteld door 5 beweegbare, gekleurde platen en
+met _55 Rasafbeeldingen_ tusschen den verklarenden tekst. Prijs f 1.50.
+
+A. VOSMAER, _Stoomverdeeling door Schuiven, Kranen en Kleppen_,
+met beweegbaar Model. Prijs f 2.50.
+
+* G. J. VAN DE WELL, _De Accumulator_. Aanschouwelijk in- en uitwendig
+voorgesteld door beweegbare, gekleurde platen en met geïllustreerden,
+verklarenden tekst. Prijs f 1.50.
+
+*----_De Dynamo_. Aanschouwelijk uit- en inwendig voorgesteld door
+beweegbare, gekleurde platen en met geïllustreerden, verklarenden
+tekst. Prijs f 2.50.
+
+*----_De Elektromotor_, voor gelijk-, wissel- en
+draaistroom. Aanschouwelijk uit- en inwendig voorgesteld door
+beweegbare, gekleurde platen en met geïll. verklarenden tekst. Prijs
+f 2.50.
+
+* Deze drie te zamen genomen f 5.50.
+
+_Hoogst Belangrijk! :: Alles Beweegbaar! :: Natuurgetrouw!_
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Vrouw, by Aletta H. Jacobs
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VROUW ***
+
+***** This file should be named 22868-8.txt or 22868-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/2/8/6/22868/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/22868-8.zip b/22868-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..d0fb107
--- /dev/null
+++ b/22868-8.zip
Binary files differ
diff --git a/22868-h.zip b/22868-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..b312d8b
--- /dev/null
+++ b/22868-h.zip
Binary files differ
diff --git a/22868-h/22868-h.htm b/22868-h/22868-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..d8187a4
--- /dev/null
+++ b/22868-h/22868-h.htm
@@ -0,0 +1,3507 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>De Vrouw: Haar bouw en haar inwendige organen</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="Aletta H. Jacobs">
+<meta name="DC.Creator" content="Aletta H. Jacobs">
+<meta name="DC.Title" content="De Vrouw: Haar bouw en haar inwendige organen">
+<meta name="DC.Date" content="#####">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+/* Standard CSS stylesheet */
+
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+}
+
+h1.docTitle
+{
+font-size:1.6em;
+line-height:2em;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size:1.1em;
+font-weight:normal;
+line-height:1.44em;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:normal;
+}
+
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+
+h3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h4.lghead
+{
+margin-left:10%;
+margin-right:10%;
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin:0 10% 1.58em;
+}
+
+p.line
+{
+margin:0 10%;
+}
+
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+
+
+div.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+
+.epigraph .bibl
+{
+text-align: right;
+}
+
+.epigraph .poem
+{
+margin-left: 0;
+}
+
+.epigraph .line
+{
+margin-left: 0;
+text-indent: 0;
+}
+
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+
+.leftnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+
+
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+
+div.footnotes
+{
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+
+p.footnote
+{
+font-size: 80%;
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+
+p.footnote .label
+{
+float: left;
+text-align:left;
+width:2em;
+}
+
+.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+
+.poem
+{
+margin-left:5%;
+position:relative;
+text-align:left;
+width:90%;
+}
+
+.poem h4
+{
+font-weight:normal;
+margin-left:5em;
+text-decoration:underline;
+}
+
+.poem .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left:-2.5em;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+
+.footnotes .line
+{
+font-size:80%;
+margin:0 5%;
+}
+
+.poem .i0
+{
+display:block;
+margin-left:2em;
+}
+
+.poem .i1
+{
+display:block;
+margin-left:3em;
+}
+
+.poem .i2
+{
+display:block;
+margin-left:4em;
+}
+
+.poem .i3
+{
+display:block;
+margin-left:5em;
+}
+
+.poem .i4
+{
+display:block;
+margin-left:6em;
+}
+
+.poem .i5
+{
+display:block;
+margin-left:7em;
+}
+
+.poem .i6
+{
+display:block;
+margin-left:8em;
+}
+
+.poem .i7
+{
+display:block;
+margin-left:9em;
+}
+
+.poem .i8
+{
+display:block;
+margin-left:10em;
+}
+
+.poem .i9
+{
+display:block;
+margin-left:11em;
+}
+
+span.corr
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing:0.2em;
+}
+
+.smallcaps
+{
+font-variant:small-caps;
+}
+
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+
+h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+
+h1,h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+
+h1.label,h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h5,h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+
+p,p.initial
+{
+text-indent:0;
+}
+
+.poem .stanza
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+
+
+
+
+/* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml
+" */
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of De Vrouw, by Aletta H. Jacobs
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Vrouw
+ Haar bouw en haar inwendige organen
+
+Author: Aletta H. Jacobs
+
+Release Date: October 3, 2007 [EBook #22868]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VROUW ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="front"><div class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2421">Inhoud</a>]
+</span><p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="548" height="720"></div><p>
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<h1 class="docTitle">De Vrouw.</h1><br><h2 class="docTitle">Haar bouw en haar inwendige organen.</h2><br><h2 class="docTitle">Aanschouwelijk voorgesteld door
+beweegbare platen en met geillustreerden,
+verklarenden tekst.
+</h2>
+<h2 class="docTitle">Een populaire schets</h2>
+<h2 class="byline">door
+
+<span class="docAuthor">Dr. Aletta H. Jacobs</span>, arts.
+</h2>
+<h2 class="docImprint">Vierde druk.
+<br>
+Deventer. &AElig;. E. Kluwer.
+</h2>
+</div><div class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2421">Inhoud</a>]
+</span><p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Stoomdrukkerij&#8212;&raquo;Davo&laquo;&#8212;Deventer.</span>
+
+
+
+<a id="d0e122"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e122">4</a>]</span></p>
+</div>
+<div id="d0e123" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2421">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="normal">Voorwoord.</h2>
+<p>De schromelijke onbekendheid van velen, zelfs van ontwikkelden, met het kunstig samenstel van hun eigen lichaam heeft mij
+meermalen getroffen.
+
+</p>
+<p>Vooral van vrouwen was ik dikwerf getuige van de gebrekkige kennis van het lichaam in het algemeen en van den bouw, de ligging
+en de verrichting harer geslachtsorganen in het bijzonder.
+
+</p>
+<p>Doch ook niet zelden vernam ik de begeerte naar lektuur om zich die kennis eigen te maken. Vakboeken, die het onderwerp gewoonlijk
+zeer uitvoerig behandelen, konden daarvoor moeilijk in aanmerking komen. Beknoptheid toch is voor dergelijke lektuur voor
+leeken een eerste vereischte. Daarom vond ik in het verzoek van den uitgever, bij de hierachter gevoegde beweegbare platen
+den tekst te leveren, gereede aanleiding, om te trachten een beschrijving te geven, die aan dit vereischte voldoet.
+
+</p>
+<p>In aanmerking genomen de rijke stof, die hier ter bewerking werd geboden, is de beschrijving ongetwijfeld beknopt. Mocht daaronder
+evenwel de volledigheid of bevattelijkheid hier en daar geleden hebben, dat de welwillende beoordeelaar dan rekening houde
+met den steeds tijdens de bewerking gekoesterden wensch, om het onderwerp in zoo klein mogelijk bestek te behandelen.
+
+</p>
+<p>Bij de afbeeldingen in den tekst vermeldde ik de bron, waaraan zij werden ontleend. Voor de indeeling der stof volgde ik in
+hoofdzaak en ook hier en daar voor den inhoud het pas verschenen Duitsche werkje van Dr. G. Panzer: &raquo;<span lang="de">Die Frau. Anschauliche Darstellung des weiblichen K&ouml;rpers.</span>&laquo;
+
+
+</p>
+<p><i>Amsterdam 1899.</i> A. H. J.
+
+
+
+</p>
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Bij den tweeden druk.</h3>
+<p>Met erkentelijkheid gewaag ik van de welwillende beoordeeling, die mijn arbeid mocht ten deel vallen. De geleverde kritiek
+was niet van dien aard, dat zij tot wijzigingen van eenig belang aanleiding gaf. Trouwens, nog slechts weinige maanden verliepen,
+sedert de eerste druk verscheen, zoodat het zeer wel mogelijk is, dat meer en ernstiger kritiek nog volgt. In welken geest
+deze echter ook moge uitvallen, dit kan met voldoening geconstateerd worden, dat uit den thans reeds noodig geworden tweeden
+druk blijkt, hoezeer het werkje voorziet in de sedert lang gevoelde behoefte aan een beknopte, populaire beschrijving van
+het lichaam in het algemeen en van den bouw, de ligging en de verrichting der vrouwelijke geslachtsorganen in het bijzonder.
+
+
+</p>
+<p><i>Amsterdam 1899.</i> A. H. J.
+
+
+
+<a id="d0e152"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e152">5</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Bij den derden druk.</h3>
+<p>Spoediger dan ik had durven verwachten, verraste de uitgever mij met de tijding, dat reeds een derde druk van mijn arbeid
+noodig is. De wensch van den uitgever om den prijs van het werkje aanmerkelijk te verlagen, ten einde een grooter kring van
+lezers te krijgen, werd door mij ernstig overwogen. Want ook mij kan het niet anders dan aangenaam zijn, dat het doel, waarmede
+de arbeid werd ondernomen, welk doel in het voorwoord van den eersten druk is kenbaar gemaakt, zoo volledig mogelijk worde
+bereikt.
+
+</p>
+<p>Het bleek echter, dat voor een goedkoope uitgave de beweegbare platen, aan het eind van het boekje geplaatst, moesten worden
+opgeofferd. En dit achtte ik, in verband met de zeer beknopte behandeling van de stof en de menigvuldige verwijzingen naar
+die platen, ten eenenmale ongewenscht.
+
+</p>
+<p>De derde druk gaat derhalve de wereld in als de beide eerste, slechts werd hier en daar, ter verduidelijking van den tekst,
+een kleine verandering gebracht in de redactie.
+
+</p>
+<p>Den wensch, dat het onthaal van deze oplaag voor de vroegere niet zal behoeven onder te doen, kan ik niet nalaten hier te
+uiten.
+
+
+</p>
+<p><i>Amsterdam, 1900.</i> A. H. J.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Bij den vierden druk.</h3>
+<p>Toen ik mij neerzette, om bij de hierachter gevoegde beweegbare platen van het vrouwelijk lichaam den tekst te leveren, kon
+ik weinig vermoeden te voorzien in een blijkbaar zoo groote behoefte.
+
+</p>
+<p>Dat dit boek in betrekkelijk weinig jaren reeds een vierden druk beleeft, bewijst, dat de hedendaagsche vrouwen en meisjes
+niet langer in onwetendheid willen verkeeren omtrent den bouw van haar lichaam en de ligging en verrichting harer geslachtsorganen.
+
+</p>
+<p>De betrekkelijk hooge prijs, voornamelijk een gevolg van de groote kosten der beweegbare platen, waren oorzaak, dat het niet
+kon komen in handen dier vrouwen, bij wie groote financieele draagkracht ontbreekt. Het was mij daarom een zeer welkome tijding,
+dat de uitgever er in is geslaagd, den vierden druk voor een merkbaar lageren prijs te kunnen aanbieden en daardoor den vrouwen,
+voor wie het boek eigenlijk in de eerste plaats werd samengesteld, de gelegenheid te openen het te kunnen koopen.
+
+</p>
+<p>Moge het blijken, dat de nieuwe lezerskring, die het thans kan bereiken, er even groote belangstelling voor koestert.
+
+
+</p>
+<p><i>Amsterdam, 1910.</i> A. H. J.
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="body"><a id="d0e184"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e184">6</a>]</span><div id="d0e185" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2421">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="normal">Inleiding.</h2>
+<p>De mensch is samengesteld uit verschillende organen, waarvan de geslachtsorganen dienen tot instandhouding van de soort, al
+de overige tot behoud van het individu.
+
+</p>
+<p>Terwijl bij het mannelijk en vrouwelijk individu de geslachtsorganen verschillend zijn, valt voor de overige organen geen
+wezenlijk onderscheid waar te nemen, noch wat samenstelling, noch wat verrichting betreft.
+
+</p>
+<p>Hun vorm evenwel verschilt dikwijls. Deze vormverschillen, ieder afzonderlijk gering, zijn te zamen genomen zoo groot, dat
+wij dadelijk het onderscheid tusschen man en vrouw opmerken.
+
+</p>
+<p>Zoo is in het algemeen genomen de vrouw niet zoo groot en zwaar gebouwd als de man. Bij haar meer vetafzetting in het onderhuidsch
+celweefsel, waardoor haar spieren en de uitsteeksels der beenderen nauwelijks zichtbaar zijn; bij hem daarentegen de spieren
+gemakkelijker waarneembaar en de beenige uitsteeksels duidelijker in het oog vallend.
+
+</p>
+<p>Borst, buik en billen zijn bij de vrouw eenigszins boogvormig; bij den man min of meer rechtlijnig.
+
+</p>
+<p>De schouderbreedte is bij vrouwen kleiner dan de heupbreedte, bij de mannen is juist het omgekeerde het geval; hiermee staat
+in verband, dat bij de vrouwen ook de borst smaller is dan de buik en het tegenovergestelde weer bij de mannen valt waar te
+nemen.
+
+</p>
+<p>De lichaamslengte in haar geheel genomen leert ons, dat bij vrouwen relatief het hoofd langer, de hals korter, de romp langer
+en de armen en beenen korter zijn dan bij mannen. Vooral de betrekkelijk lange romp en korte beenen van de vrouw zijn opvallend.
+Haar dijen zijn aanmerkelijk korter en breeder dan van den man en iets binnenwaarts geplaatst, doordien de dijbeenderen onder
+een eenigszins anderen hoek in het heupgewricht staan.
+
+</p>
+<p>Tot den leeftijd van 9 &agrave; 10 jaren zijn de jongens in den regel grooter dan de meisjes; daarna tot aan de puberteitsjaren,
+den geslachtsrijpen leeftijd, zijn meisjes grooter en zwaarder dan jongens van denzelfden leeftijd. Na dien tijd gaan de jongens
+weder sterker groeien en overtreffen spoedig de meisjes in lengte en gewicht. Jongens blijven, hoewel langzaam, tot hun 23e
+jaar groeien, terwijl meisjes reeds op 20-jarigen leeftijd den vollen wasdom bereikt hebben.
+
+</p>
+<p>Na deze algemeene beschouwing zal in de volgende hoofdstukken worden uiteengezet, in hoever de verschillende organen van het
+lichaam tot de vorming van het vrouwelijke type bijdragen.
+
+
+
+<a id="d0e206"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e206">7</a>]</span></p>
+</div>
+<div id="d0e207" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2421">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="normal">Eerste afdeeling.</h2>
+<div class="div2" id="d0e210">
+<h3 class="normal">De Huid.</h3>
+<p>De huid (cutis), waarmede het geheele menschelijke lichaam is overtrokken, is bij de vrouw zachter en fijner dan bij den man.
+Zij bestaat uit drie opvolgende lagen: opperhuid (epidermis), lederhuid (corium of derma) en onderhuidsch celweefsel. Bij
+het Kaukasische menschenras (waartoe wij behooren) is de huid geel-wit van kleur; in de okselholte, aan borsttepel en tepelkring,
+alsmede aan de uitwendige geslachtsdeelen neemt zij een donkerder tint aan.
+
+</p>
+<p>De huid bevat haren, smeer- en zweetklieren. De in de huid wortelende haren zijn bij den man op meer plaatsen aanwezig dan
+bij de vrouw. Bij de vrouw komen zij voor op het behaarde gedeelte van het hoofd, hier zelfs in rijke hoeveelheid, vervolgens
+in de okselholte en op de schaamdeelen; bij vele vrouwen ontwikkelen zich op 45- &agrave; 50 jarigen, den zoogen. climacterischen
+leeftijd, ook op de lip en de kin dikke, sterke haren, die bij sommigen harer een werkelijken baard vormen.
+
+</p>
+<p>De smeerklieren geven een vettige substantie af, welke langs het haar naar buiten treedt. Zij zijn evenals de haren en de
+zweetklieren in de twee bovenste lagen van de huid gelegen.
+
+</p>
+<p>In de derde laag, het onderhuidsch celweefsel, pleegt zich vet op te hoopen; bij de vrouw is dit in zoo aanzienlijke mate
+het geval, dat de vormen hierdoor een voor haar karakteristieke volheid en ronding verkrijgen.
+
+</p>
+<p>De huid heeft verschillende bestemmingen te vervullen. Zij is zintuig voor het gevoel, orgaan van afscheiding (zweet en huidsmeer)
+en helpt mede de inwendige lichaamstemperatuur op bepaalde hoogte te houden.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e223">
+<h3 class="normal">Het Geraamte.</h3>
+<p>De grootte van het lichaam en de lichaamsgestalte worden in hoofdzaak bepaald door de beenderen, die onderling verbonden het
+geraamte (sceleton) vormen. Zij worden verdeeld in lange of pijpbeenderen, breede of platte beenderen en korte beenderen.
+Sommige beenderen, zooals de schedelbeenderen, kunnen zich ten opzichte van elkander niet bewegen; andere, zooals die der
+ledematen, w&egrave;l. De beweging komt tot stand in de gewrichten. Deze worden gevormd, doordien twee tegen elkander passende en
+beweeglijke beenuiteinden door een gemeenschappelijk kapsel worden omgeven en aldus los aan elkander zijn verbonden. Over
+de gewrichtskapsels heen liggen banden (ligamenta), die de verbinding versterken.
+
+</p>
+<p>Het geraamte wordt ingedeeld in schedel, romp en ledematen.
+
+</p>
+<p>De <span class="smallcaps">schedel</span> is samengesteld uit 22 beenderen, die grootendeels behooren tot de breede, platte beenderen; 8 er van dienen tot vorming
+van de hersenpan (cranium), de 14 overige zijn de aangezichtsbeenderen (ossa faciei). Met uitzondering van het onderkaaksbeen,
+zijn al de beenderen van het hoofd vast en onbeweeglijk met elkaar verbonden.
+
+</p>
+<p>Er is slechts een zeer gering onderscheid in de schedels van mannen en vrouwen. Alleen bij nauwkeurige vergelijking ziet men
+de ontleedkundige <a id="d0e237"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e237">8</a>]</span>verschillen aan sommige onderdeelen van de beenderen. Het voornaamste en meest in het oog vallend verschil is, dat de schedel
+van de vrouw lager en vlakker is dan die van den man en dat dientengevolge de bovenste rand van het voorhoofd met de vlakte
+van de hersenpan bij de vrouw een afgeronden hoek vormt, daarentegen bij den man deze overgang eenigszins schuin naar boven
+loopt. De schedelbeenderen zijn bij mannen dikker dan bij vrouwen.
+
+</p>
+<p>De <span class="smallcaps">romp</span> bestaat uit de wervelkolom (columna vertebralis), het borstbeen (sternum) en de ribben (costae). Hoewel het uit een ontleedkundig
+oogpunt niet juist is, rekent men toch gewoonlijk bij den romp ook het bekken. Dit bestaat uit drie deelen, de heupbeenderen,
+het heiligbeen en het stuitbeen.
+
+</p>
+<p>De heupbeenderen nu moest men eigenlijk bij de ledematen rangschikken, evenals dit geschiedt met sleutelbeen en schouderblad.
+Het heiligbeen en het stuitbeen echter maken deel uit van de wervelkolom en zijn te beschouwen als onderling vergroeide wervels.
+Overigens bestaat de wervelkolom uit wervels, die hoewel stevig aan elkaar verbonden, toch ten opzichte van elkander beweeglijk
+zijn.
+
+</p>
+<p>Men onderscheidt 7 hals-, 12 borst- en 5 lenden<i>wervels</i>.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatRight" style="width: 223px"><img border="0" src="images/fig01.gif" alt="Fig. 1. Wervelkolom. (Heitzmann.)" width="223" height="720"><p class="figureHead">Fig. 1. <i>Wervelkolom</i>. (<span class="smallcaps">Heitzmann</span>.)
+</p>
+<p><i>aa</i>. halswervels. <i>bb</i><span id="d0e267" class="corr" title="Bron: ">.</span> borstwervels. <i>cc</i>. lendenwervels. <i>d</i>. voorgebergte. <i>e</i>. heiligbeen. <i>f</i><span id="d0e281" class="corr" title="Bron: ">.</span> stuitbeen.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De wervelkolom is aan het halsgedeelte eenigszins naar voren, aan het borstgedeelte sterk naar achteren en aan het lendengedeelte
+weder sterk naar voren gebogen. De sterkste buiging naar voren valt samen met den ondersten rand van den ondersten lendenwervel
+en heet daar voorgebergte (promontorium). <i>Fig. 1 d.</i>
+
+</p>
+<p>De vrouwelijke wervelkolom heeft in verhouding een langer lendengedeelte dan de mannelijke, de bocht naar voren begint iets
+hooger.
+
+</p>
+<p>De <i>borstkas</i> (thorax) wordt gevormd door het borstbeen en de ribben. Het borstbeen (sternum), waaraan men de greep (manubrium), kling
+(corpus) en punt (processus xyphoideus) onderscheidt, is zijdelings met 7 ribben verbonden. <i>Fig. 2.</i>.
+
+</p>
+<p>Het vrouwelijk borstbeen heeft een breeder greep en een smaller, langer kling dan het mannelijke.
+
+</p>
+<p>De borstkas telt <i>twaalf</i> paar <i>ribben</i>. De 7 met <a id="d0e310"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e310">9</a>]</span>het borstbeen vergroeide heeten ware ribben (costae verae), de 5 onderste paren, die het borstbeen niet meer bereiken, noemt
+men valsche ribben (costae spuriae).
+
+</p>
+<p>Bij de vrouwen zijn de ribben niet zoo sterk gebogen als bij de mannen, terwijl bij haar de twee paar eerste ribben betrekkelijk
+langer zijn.
+
+</p>
+<p>De vrouwelijke borstkas vertoont in haar geheel een ronderen vorm dan de mannelijke. Zij is korter, smaller, maar wijder.
+
+</p>
+<p>Bij vrouwen, die nauwsluitende corsetten dragen, zich rijgen, zooals men het noemt, schuiven de valsche ribben over elkander
+en wordt de ruimte van de borstkas verkleind. Zoowel de borst als de buikorganen worden hierdoor van hun plaats gedrongen.
+</p>
+<p class="tb"></p><p>
+
+</p>
+<p>De beenderen van de bovenste en onderste <span class="smallcaps">ledematen</span> bestaan uit verschillende afdeelingen. Aan de bovenste ledematen onderscheiden wij schouder, bovenarm, onderarm en hand.
+De schouder bestaat uit sleutelbeen (clavicula), <i>Plaat V No. 13</i>, en schouderblad, (scapula), <i>Plaat V No. 17</i>. Het sleutelbeen van de vrouw is naar verhouding langer dan dat van den man.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 386px"><img border="0" src="images/fig02.gif" alt="Fig. 2 Borstkas en Wervelkolom (Heitzmann)." width="386" height="720"><p class="figureHead">Fig. 2 <i>Borstkas en Wervelkolom</i> (<span class="smallcaps">Heitzmann</span>).
+</p>
+<p></p>
+<ul>
+<li><i>a</i>. greep van het borstbeen.
+
+</li>
+<li><i>b</i>. middelstuk of kling van het borstbeen.
+
+</li>
+<li><i>c</i>. punt van het borstbeen.
+</li>
+</ul><p>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De bovenarm bezit slechts &eacute;&eacute;n been, het bovenarmbeen (os humeri), <i>Plaat V No. 18</i>, dat bij de vrouw korter is dan bij den man. De onderarm is samengesteld uit ellepijp (ulna) en armpijp (radius).
+
+</p>
+<p>Aan de hand onderscheidt men den uit 8 kleine beenderen gevormden handwortel (carpus), de 5 middelhandsbeenderen (metacarpi)
+en de beenderen van de 5 vingers (phalanges digitorum manus).
+<a id="d0e363"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e363">10</a>]</span></p>
+<p>De handen van vrouwen zijn in den regel korter en smaller dan die van mannen.
+
+</p>
+<p>De onderste ledematen bestaan, voor zoover wij het heupbeen buiten beschouwing laten, uit bovenbeen, onderbeen en voet.
+
+</p>
+<p>Het bovenbeen bestaat alleen uit het dijbeen (os femoris), <i>Plaat V No 23</i>, dat bij vrouwen aanmerkelijk korter is dan bij mannen. Ook is de stand van het bovenbeen ten opzichte van den romp bij vrouwen
+anders. Bij de vrouw loopen de bovenbeenen van boven naar beneden min of meer naar elkaar toe, en zijn tegelijkertijd eenigszins
+buitenwaarts gedraaid.
+
+</p>
+<p>Het onderbeen bestaat uit scheenbeen (tibia) en kuitbeen (fibula).
+
+</p>
+<p>De beenderen van den voet worden, evenals die van de hand, verdeeld in beenderen van den voetwortel (ossa tarsi) van den middelvoet
+(ossa metatarsi) en van de teenen (phalanges digitorum pedis). Vrouwenvoeten zijn korter en breeder dan mannenvoeten.
+</p>
+<p class="tb"></p><p>
+
+</p>
+<p>Thans keeren wij terug tot het <i>bekken</i>, dat, zooals gezegd is, gevormd wordt door het heiligbeen, het stuitbeen en de beide heupbeenderen.
+
+</p>
+<p>Aan het geraamte is het verschil in geslacht nergens zoo duidelijk merkbaar als aan het bekken. Het vormverschil van dit lichaamsdeel
+is van groote beteekenis voor de taak, die het gedurende de zwangerschap en bij de bevalling vervult.
+
+
+</p>
+<div class="figure floatRight" style="width: 443px"><img border="0" src="images/fig03.jpg" alt="Fig. 3. Rechter heupbeen, van de buitenzijde gezien (Heitzmann)." width="443" height="720"><p class="figureHead">Fig. 3. <i>Rechter heupbeen</i>, van de buitenzijde gezien (<span class="smallcaps">Heitzmann</span>).
+</p>
+<p>De fijne, dwarsgestreepte lijntjes over de heupkom getrokken geven de plaats aan waar de drie afzonderlijke beenderen van
+het heupbeen samenkomen en vergroeien.
+
+<i>a</i>. darmbeenskam.
+<i>b</i>. heupkom.
+<i>c</i>. neerdalende tak van het zitbeen.
+<i>d</i>. opklimmende tak van het zitbeen.
+<i>e</i>. horizontale tak van het schaambeen.
+<i>f</i>. neerdalende tak van het schaambeen.
+<i>g</i>. foramen obturatum (gesloten gat).
+<i>hh</i><span id="d0e420" class="corr" title="Bron: ">.</span> plaats, waar het heupbeen zich met het andere vereenigt en de schaambeensvereeniging ontstaat.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het <i>heiligbeen</i> (os sacrum)<span id="d0e429" class="corr" title="Bron: ">,</span> <i>Fig. 4 d</i>, dat tusschen de beide heupbeenderen als &#700;t ware ingeschoven en onbeweeglijk daarmede verbonden is, <a id="d0e435"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e435">11</a>]</span>bestaat uit 5, tot &eacute;&eacute;n geheel vergroeide, valsche wervels. De vergroeiing begint meestal in het 16e levensjaar en eindigt
+tegen het 30e jaar. De wervels zijn zoodanig aaneengegroeid, dat het heiligbeen van voren een holle en van achteren een bolle
+vlakte heeft.
+
+</p>
+<p>Het heiligbeen van een vrouw is breeder, korter en minder gebogen dan dat van een man; ook is zijn lengteas meer naar achteren
+gericht. Van den vorm van het heiligbeen hangt grootendeels de grootte en gedaante van het bekken af, zoodat dit been het
+meest bijdraagt tot vorming van het geslachtstype. De zichtbare holten in het heiligbeen dienen tot doortocht van zenuwen
+en bloedvaten; het heiligbeen is met het stuitbeen (os coccygis), <i>Fig. 4 e</i>, beweeglijk verbonden.
+
+</p>
+<p>Het <i>heupbeen</i> (os innominatum), <i>Fig. 3</i>, dat een pendant van het schouderblad genoemd kan worden, wordt gevormd door de beenige vergroeiing van drie afzonderlijke
+stukken, waarvan het grootste en bovenste stuk het <span class="letterspaced">darmbeen</span> (os ile&iuml;), het onderste het <span class="letterspaced">zitbeen</span> (os ischi&iuml;) en het zijdelingsche het <span class="letterspaced">schaambeen</span> (os pubis<span id="d0e459" class="corr" title="Bron: ">)</span> genoemd wordt. Eerst op ongeveer 16-jarigen leeftijd is de volkomen vergroeiing dezer drie deelen voltooid.
+
+</p>
+<p>Het <i>darmbeen</i> ontleent zijn naam aan de taak, die het vervult om een deel van de darmen te dragen. Zijn bovenste rand is boogvormig gekromd
+en draagt den naam van darmbeenskam (crista ossis ile&iuml;), <i>Fig. 3 a</i>; die rand is bij de meeste menschen gemakkelijk door de buikbekleedselen heen te voelen.
+
+</p>
+<p>Het <i>zitbeen</i> wordt verdeeld in drie deelen: het lichaam, den neerdalenden tak en den opklimmenden tak. Het lichaam vormt het onderste
+gedeelte van de heupkom. De nederdalende tak, <i>Fig. 3 c</i>, eindigt van onderen in een sterken knobbel, den zitbeensknobbel (tuberositas ossis ischi&iuml;), waarop bij het zitten de geheele
+lichaamslast rust.
+
+</p>
+<p>Het <i>schaam</i>been wordt verdeeld in een horizontalen en een neerdalenden tak. De horizontale tak, <i>Fig. 3 e</i>, helpt nog mede aan de vorming van de heupkom, <i>Fig. 3 b</i>. Met een breede, ruwe vlakte, <i>Fig 3. h h</i>, grenst hij aan den gelijknamigen tak van de andere zijde en is daarmede verbonden. Deze verbinding heet schaambeensvereeniging
+(symphysis ossium pubis). <i>Fig. 4 a</i>.
+
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 583px"><img border="0" src="images/fig04.jpg" alt="Fig. 4. Mannelijk bekken, van voren (Heitzmann.)" width="583" height="480"><p class="figureHead">Fig. 4. <i>Mannelijk bekken</i>, van voren (<span class="smallcaps">Heitzmann.</span>)
+</p>
+<p><i>a</i>. schaambeensvereeniging. <i>b</i>. ingang van het kleine bekken<span id="d0e512" class="corr" title="Bron: ">.</span> <i>c</i>. voorgebergte. <i>d</i>. heiligbeen. <i>e</i>. stuitbeen. <i>f</i>. darmbeen.
+</p>
+</div><p>
+
+
+<a id="d0e528"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e528">12</a>]</span></p>
+<p>De heupkom van het heupbeen dient tot gewrichtsholte voor het hoofd van het dijbeen. Door middel van dit gewricht, het heupgewricht,
+steunt het geheele bovendeel van het lichaam in staande houding op de onderste ledematen.
+
+</p>
+<p>Het heupbeen bezit een groote ovale opening (foramen obturatum), <i>Fig. 3 g</i>, die, op een kleine ruimte na, door een vlies gesloten wordt.
+
+</p>
+<p>Het vrouwelijke heupbeen is van het mannelijke te onderkennen door een korter en smaller darmbeen en een korter zitbeen; daarentegen
+is de horizontale tak van het schaambeen langer. De zitbeenknobbels zijn bij vrouwen verder van elkander gelegen dan bij mannen.
+
+</p>
+<p>Men verdeelt het bekken in het groote en het kleine bekken. Het groote bekken vormt als het ware een voortzetting van de buikholte.
+Het gaat van onderen trechtervormig in het kleine bekken over. Deze overgangsplaats, de ingang van het kleine bekken (apertura
+pelvis superior), <i>Fig. 4 b</i> en <i>Fig. 5 a</i>, wordt begrensd door een lijn, die linea terminalis of innominata heet. Bij den man neemt deze lijn, door de sterker voorwaartsche
+buiging van het voorgebergte, een min of meer hartvormige gedaante aan, terwijl zij bij de vrouw eirond is. <i>Vergelijk Fig. 4 b</i> en <i>5 a</i>.
+
+</p>
+<p>Het kleine bekken vormt een holte, die naar onderen kegelvormig toeloopt. De onderste opening is daardoor kleiner dan de bovenste;
+zij heeft zoowel bij de vrouw als bij den man een hartvormige gedaante.
+
+</p>
+<p>Het <i>stuitbeen</i>, dat beweeglijk met het heiligbeen is verbonden, kan naar achteren wijken, waardoor de onderste opening belangrijk verruimd
+wordt. Dit bevordert een gemakkelijke bevalling.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 583px"><img border="0" src="images/fig05.jpg" alt="Fig. 5. Vrouwelijk bekken, van voren. (Heitzmann.)" width="583" height="450"><p class="figureHead">Fig. 5. <i>Vrouwelijk bekken</i>, van voren. (<span class="smallcaps">Heitzmann.</span>)
+</p>
+<p><i>a</i>. linea terminalis. <i>b</i>. dijbeen. <i>c</i>. voorgebergte. <i>d</i>. zitbeen. <i>e</i>. schaambeen.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Eindelijk onderscheidt zich het vrouwelijk bekken nog van het mannelijke daardoor, dat het eerste zwakker gebouwd en korter
+en wijder is. Wegens deze laatste eigenschappen behoeft het kind bij de geboorte kleiner afstand in het bekken af te leggen
+en kan dit gemakkelijker geschieden. Van de wijdte van het bekken hangt het meestal af, of de bevalling een natuurlijk verloop
+neemt. Het is daarom van groot belang, dat de verloskundige deze wijdte reeds v&oacute;&oacute;r de bevalling bepalen kan.
+<a id="d0e588"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e588">13</a>]</span></p>
+<p>Bij jonge kinderen is het verschil in geslacht aan den vorm van het bekken nauwelijks waar te nemen, hoewel de later duidelijk
+uitgesproken verschillen toch reeds in beginsel aanwezig zijn. Eerst gedurende de ontwikkeling van de geslachtsorganen neemt
+het bekken voor beide geslachten zijn afzonderlijken vasten vorm aan. Hiertoe werken vele factoren mede. De druk van het gewicht
+van den romp en het verschil in groei van enkele onderdeelen van het bekken oefenen daarbij wel den meesten invloed uit. Doch
+ook sommige ziekten gedurende het ontwikkelingstijdperk en de levensomstandigheden der meisjes missen haar uitwerking niet.
+
+</p>
+<p>De vroegere bewering, dat ook de meerdere of mindere beschaving van een volk invloed uitoefent op den vorm van het bekken,
+is gebleken onjuist te zijn. Wel komen er bij verschillende volkeren ook verschillende bekkenvormen voor, maar daarvoor bestaan
+andere oorzaken.
+
+</p>
+<p>Een denkbeeldige lijn van boven naar onderen, midden door het bekken getrokken, zoodanig dat zij overal op gelijken afstand
+van de wanden blijft, noemt men de middellijn of as van het bekken. Zij vormt een naar voren gerichten hollen boog. Wat door
+het bekken gaat, dus ook het kind bij de geboorte, moet zich in de richting van deze lijn bewegen.
+
+</p>
+<p>Door de zachte deelen, waarmede het bekken in- en uitwendig bekleed is, schijnt het voorkomen een ander dan het beschrevene
+te zijn.
+
+</p>
+<p>Zoo wordt de ingang van het kleine bekken van achteren door het dikke gedeelte van de groote lendenspieren bekleed en ondergaat
+daardoor een geringe vernauwing. <i>Plaat V No. 64</i>. In liggende houding met opgetrokken knie&euml;n ontspannen zich de groote lendenspieren en wordt die vernauwing daardoor voor
+een groot gedeelte geneutraliseerd.
+
+</p>
+<p>De grootste verandering in voorkomen ondergaat wel de bekken<i>uitgang</i>. Terwijl deze bij het skelet geheel open is, wordt hij in werkelijkheid, bij het levende individu, door sterke peesvliezen
+en door spieren bijna geheel gesloten en hij behoudt bij de vrouw slechts drie kleine openingen.
+
+</p>
+<p>De achterste opening is de aars (anus), de middelste de mond der scheede (ostium vaginae) en de voorste de opening der pisbuis
+(urethra). Deze openingen zijn alle drie omgeven door sluitspieren, die aan den wil onderworpen zijn.
+
+</p>
+<p>Het gedeelte, tusschen aars en scheede gelegen, wordt bilnaad (perineum) genoemd. Deze vliezige spiermassa gaat aan weerszijden,
+zonder bepaalde grenzen, in de binnenste vlakte der beenen over. Van den mond der scheede af tot aan den aars neemt de bilnaad
+in dikte toe. De vrouwelijke bilnaad is korter en breeder dan de mannelijke.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e611">
+<h3 class="normal">De Spieren.</h3>
+<p>Het geraamte is bijna geheel omgeven door spieren. Zij vormen de vleeschmassa van het lichaam en zijn door middel van pezen
+aan de beenderen verbonden. Een spier is samengesteld uit evenwijdig loopende spiervezels, die tot een bundeltje zijn vereenigd,
+hetwelk door een dun bindweefselvliesje omgeven is. Vele zulke bundeltjes vereenigen zich tot groote bundels, die dan telkens
+weder omgeven worden door een bindweefselkokertje, totdat zij ten slotte de geheele spier vormen, die dan in haar geheel omhuld
+wordt door een dikker vlies.
+<a id="d0e616"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e616">14</a>]</span></p>
+<p>Bij krachtig ontwikkelde spieren, een gevolg van geregelde werkzaamheid, zijn de afzonderlijke spiervezels in aantal toegenomen
+en heeft de spier daardoor een grooter omvang verkregen. Voortdurende rust en werkeloosheid van een spier veroorzaakt omvangsvermindering
+(atrophie).
+
+</p>
+<p>De werkzaamheid der spieren bestaat in het zich samentrekken; het is dan alsof de vleeschmassa der spier zwelt en harder wordt.
+Werkt een spier, dan heeft er in haar weefsel een scheikundig proces plaats, waarbij ontledingsproducten ontstaan, die door
+het bloed worden weggevoerd. Worden deze ontledingsproducten niet snel genoeg verwijderd, dan hoopen zij zich tijdelijk in
+het weefsel der spier op en veroorzaken het gevoel van vermoeidheid. Een spier, die niet voortdurend saamgetrokken is, doch
+afwisselend werkt, kan veel langer doorwerken zonder vermoeid te worden, dan een, die wel voortdurend saamgetrokken is. Vandaar
+dat het staan, waarbij immers ook spieren werkzaam zijn en wel onafgebroken dezelfde, meer vermoeit dan het gaan, of dat men
+beter een halven dag onafgebroken met armen en handen kan werken, dan 10 minuten een licht voorwerp met uitgestrekten arm
+onbeweeglijk vasthouden.
+
+</p>
+<p>Men onderscheidt de spieren in <i>willekeurige</i> en <i>onwillekeurige</i>. De willekeurige spieren gehoorzamen aan den wil; wij hebben het in onze macht, ze te doen samentrekken of werkloos te houden.
+Haar spiervezels zijn, onder het mikroskoop gezien, dwarsgestreept. Al de spieren van het hoofd, den romp en de ledematen
+behooren tot de willekeurige spieren.
+
+</p>
+<p>De samentrekking der onwillekeurige spieren hebben wij niet in onze macht. Men vindt ze in de bloedvaten, in de baarmoeder,
+in de maag, in de darmen, enz. In de laatste zijn zij het bijv., die de voortbeweging van het voedsel tot stand brengen. Onder
+het mikroskoop gezien, vertoonen die spieren geen dwarse strepen.
+
+</p>
+<p>Bij man en vrouw komen over het geheele lichaam dezelfde spieren voor, die ook in bouw, vorm en verrichting geen werkelijk
+verschil aanbieden. Slechts de spieren van de geslachtsorganen wijken hiervan uit den aard der zaak af.
+
+</p>
+<p><i>Plaat II</i> geeft een groot aantal spieren van de voorzijde van het lichaam te zien, die genummerd werden en waarvan de namen achter
+de overeenkomstige nummers in de bijgevoegde beschrijving te vinden zijn.
+
+</p>
+<p>Alleen zij hier nog vermeld, dat het lieskanaal, <i>Plaat II No. 41</i><span id="d0e641" class="corr" title="Bron: ">,</span> van de vrouw langer en nauwer is dan dat van den man, waardoor verklaard wordt, dat liesbreuken bij mannen veelvuldiger voorkomen
+dan bij vrouwen.
+
+</p>
+<p>Een liesbreuk toch ontstaat, wanneer een buikingewand, bijv. een darmlis door het lieskanaal uitzakt.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e646">
+<h3 class="normal">De Bloedsomloop.</h3>
+<p>Het bloed bestaat uit een licht-geel vocht, bloedplasma, waarin zich millioenen van mikroskopisch kleine celletjes bevinden,
+de z.g. bloedlichaampjes. Het grootste deel daarvan is rood gekleurd; de overige zijn kleurloos.
+
+</p>
+<p>Het bloed vervult in het lichaam de rol van zuurstof in de longen en voedingsstoffen in de spijsverteringsorganen op te nemen
+en over te brengen naar de verschillende deelen van het lichaam, om daarna de in die lichaamsdeelen ontstane <a id="d0e653"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e653">15</a>]</span>onbruikbare stoffen weg te voeren naar de plaatsen, vanwaar zij uit het lichaam verwijderd kunnen worden. Te dien einde is
+het noodzakelijk, dat het bloed aanhoudend door het lichaam stroomt. Deze strooming, die men den bloedsomloop of kringloop
+noemt, komt tot stand door samentrekkingen van het hart.
+
+</p>
+<p>Het <span class="smallcaps">hart</span> (cor) is een holle, kegelvormige spier, <i>Plaat III No. 1&#8211;4</i>, die in de borstholte links van haar middellijn gelegen is, doch nog gedeeltelijk door het borstbeen bedekt wordt. Het ligt
+tusschen de beide longen. De breede basis van het hart is schuin naar boven en zijn top naar beneden gekeerd. Die top, de
+punt van het hart genoemd, ligt tusschen de 5e en 6e linker rib.
+
+</p>
+<p>De grootte van het hart komt in den regel overeen met de grootte van de vuist. Een vrouwenhart is dikwijls in verhouding iets
+kleiner dan een mannenhart.
+
+</p>
+<p>De holte van het hart wordt door een middenschot in een rechter en linker helft verdeeld. <i>Plaat V No. 28&#8211;32</i>. Beide helften bestaan echter weder uit twee deelen, een kamer (ventriculus) en een voorkamer (atrium). Hartoor (auriculum
+cordis) noemt men het aanhangsel, dat aan elke voorkamer zit. <i>Plaat III No. 3 en 4</i>.
+
+</p>
+<p>Het hart is dus in vier ruimten verdeeld, twee kamers en twee voorkamers, die ieder een zelfde hoeveelheid bloed kunnen bevatten.
+
+</p>
+<p>De voorkamers zijn wel is waar kleiner dan de kamers, doch zij kunnen niettemin dezelfde hoeveelheid bloed bevatten, omdat
+zij dunne vliezige wanden bezitten, die zich verder kunnen uitzetten dan de dikke spierwanden van de kamers.
+
+</p>
+<p>Iedere voorkamer staat met de bij haar behoorende kamer in verbinding door een opening, welke door een vlies, het klapvlies,
+kan afgesloten worden.
+
+
+</p>
+<div class="figure floatRight" style="width: 314px"><img border="0" src="images/fig06.gif" alt="Fig. 6. Kringloop van het bloed. (Gegenbaur.)" width="314" height="431"><p class="figureHead">Fig. 6. <i>Kringloop van het bloed.</i> (<span class="smallcaps">Gegenbaur.</span>)
+</p>
+<p></p>
+<ul>
+<li><i>a</i>. linkerhartkamer.
+
+</li>
+<li><i>b</i>. slagaderen van het lichaam.
+
+</li>
+<li><i>c</i>. capillairbuisjes.
+
+</li>
+<li><i>d</i>. begin der aderen.
+
+</li>
+<li><i>e</i>. aderen van het lichaam.
+
+</li>
+<li><i>f</i>. rechter voorkamer.
+
+</li>
+<li><i>g</i>. rechter kamer<span id="d0e718" class="corr" title="Bron: ">.</span>
+
+</li>
+<li><i>h</i>. slagaderen van de longen.
+
+</li>
+<li><i>i</i>. capillairbuisjes van de longen.
+
+</li>
+<li><i>j</i>. aderen van de longen.
+
+</li>
+<li><i>k</i>. linker voorkamer.
+</li>
+</ul><p>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wij kunnen den bloedsomloop het gemakkelijkst volgen, wanneer wij ons als in <i>Fig. 6</i>, dien kringloop enkelvoudig voorstellen. Uit de <i>linker</i> kamer<span id="d0e746" class="corr" title="Bron: ">,</span> <i>Fig 6<span id="d0e751" class="corr" title="Bron: ,"> a</span></i>, stroomt het bloed in de groote lichaams<i>slagader</i> (aorta). Deze gaat eerst met een boog naar boven, <i>Plaat III No. 5 en 6</i>, kromt zich dan naar beneden en verloopt langs de wervelkolom. Op haar weg geeft zij tal van slagaderen af, die naar de verschillende
+deelen van het lichaam gaan. (In <i>Fig. 6</i> is daarvoor enkel de boog <i>b</i> genomen.) Ieder van die slagaderen verdeelt zich op haar beurt weder en vormt steeds fijnere slagaderen, totdat ten slotte
+deze kanaaltjes mikroskopisch fijn worden en dan haarvaten of capillairvaten genoemd worden. <i>Fig. 6 c</i>. De kracht, die noodig is om het bloed door al die groote en kleine vaten te drijven, is zeer groot; van daar dat de spiermassa
+van de linker kamer sterk ontwikkeld is.
+<a id="d0e769"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e769">16</a>]</span></p>
+<p>De capillairvaten bezitten een zeer dunnen wand, die gemakkelijk vocht doorlaat; daardoor kan het bloed, dat door de capillairvaten
+stroomt, het vocht, waarin de voedingsstoffen voor de weefsels aanwezig zijn, afgeven en de onbruikbare stoffen, ontledingsproducten,
+uit de weefsels in zich opnemen.
+
+</p>
+<p>Nadat deze uitwisseling van stoffen is volbracht, vereenigen zich de capillairvaten weder tot wijdere vaten (aderen), <i>Fig. 6 e</i>, die tot nog steeds wijdere samenkomen en eindelijk het bloed verzamelen in de twee groote lichaams<i>aderen</i> (vena cava superior et inferior), <i>Plaat III No. 9 en 10</i>, welke in de <i>rechter</i> voorkamer uitmonden. <i>Fig. 6 f</i>.
+
+</p>
+<p>Zoodra het bloed in de rechter voorkamer aangekomen is, trekt deze zich samen en wordt het naar de rechter kamer geperst.
+<i>Fig. 6 g</i>.
+
+</p>
+<p>Daarop volgt de samentrekking van de <i>rechter</i> kamer. Het klapvlies, dat tot dusverre de opening tusschen voorkamer en kamer vrij liet, drukt zich nu tegen die opening
+zoodanig aan, dat het haar geheel afsluit. Het bloed kan daardoor niet naar de voorkamer terug en zoekt een uitweg door het
+bloedvat, dat naar de longen gaat. <i>Fig. 6 h</i>. Ook dit vat ondergaat spoedig een verdeeling, er ontstaan telkens kleiner vaten en ten slotte weer capillairvaten, <i>Fig. 6 i</i>, die zich daarna weder vereenigen en eindelijk samenkomen in een groot vat, de longader, <i>Fig. 6 j</i>, welke in de <i>linker</i> voorkamer, <i>Fig. 6 k</i>, uitmondt.
+
+</p>
+<p>Op den weg door de capillairvaten van de long neemt het bloed de ingeademde zuurstof in zich op en komt daarvan voorzien in
+de <i>linker</i> voorkamer aan.
+
+</p>
+<p>Zoodra deze gevuld is, volgt de samentrekking en wordt het bloed gestuwd naar de linker kamer, vanwaar dit opnieuw zijn kringloop
+begint. Reeds werd opgemerkt, dat ook op de grens tusschen <i>linker</i> voorkamer en kamer zich een klapvlies bevindt. Bij contractie van de linker kamer sluit dit den weg naar de voorkamer en
+belet daardoor het terugstroomen van het bloed.
+
+</p>
+<p>Het van zuurstof voorziene, z.g. slagaderlijk bloed bezit een helderroode kleur en loopt door de slagaderen (arteriae) naar
+de weefsels. Keert het nu door de aderen (venae) naar het hart terug, nadat het de zuurstof heeft afgegeven, dan is het z.g.
+aderlijk bloed donkerrood, blauwachtig van kleur. Als zoodanig komt het ook in de rechter voorkamer aan, doch zal weldra,
+na door de rechter kamer te zijn gegaan, in de longen treden en daar nieuwe zuurstof opnemen, koolzuur en andere gassen afgeven
+en weer als slagaderlijk bloed het linker hart bereiken.
+</p>
+<p class="tb"></p><p>
+
+</p>
+<p>Telkens wanneer de kamers zich samentrekken, stoot het hart met de punt tegen den borstwand; men kan zich hiervan overtuigen
+door den vinger te plaatsen tusschen de 5e en 6e rib en wel eenigszins links onder den linker borsttepel. Bij iedere samentrekking
+van het linker hart wordt een bloedgolf door de slagaderen gedreven: op sommige plaatsen van het lichaam is dit nu duidelijk
+voelbaar als men den vinger op de slagader laat rusten. Men noemt dit den polsslag. Polsslag en hartslag geven beide dus te
+kennen, dat er een samentrekking van de kamers plaats heeft. Linker en rechter kamer doen dit bijna gelijktijdig.
+
+</p>
+<p>Bij den gezonden, volwassen mensch geschiedt dit 65 &agrave; 80 maal in de minuut; bij kinderen slaat de pols sneller, bij pasgeborenen
+ongeveer 140 maal in de minuut. Volgens sommigen bestaat een gering verschil in de snelheid van een <a id="d0e832"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e832">17</a>]</span>vrouwen- en een mannenpols. Zij nemen aan, voor mannen gemiddeld 70, voor vrouwen gemiddeld 76 slagen in de minuut.
+
+</p>
+<p>Allerlei omstandigheden oefenen, ook in gezonden toestand, invloed uit op de snelheid van den pols. Zij ondergaat verandering
+na lichaamsinspanning, na het eten, in den slaap, bij temperatuursverandering, enz.
+
+</p>
+<p>Het geheele hart en een gedeelte van de bloedvaten, die er uitkomen en er in terugkeeren, zijn door een vliezigen zak, het
+hartzakje (pericardium) omgeven. Dit zakje is iets grooter dan het hart; voorzoover het niet geheel met het hart wordt gevuld,
+is de ruimte door vocht ingenomen.
+
+</p>
+<p><i>Plaat III</i> geeft een duidelijk beeld van de ligging en van den vorm van het hart en van de voornaamste slagaderen en aderen.
+
+</p>
+<p>De <i>slagaderen voor de geslachtsorganen</i> gaan van de zaadslagaderen (arteriae spermaticae internae) uit, <i>Plaat III No. 23</i>. Gedurende de zwangerschap, doch ook bij verschillende baarmoederziekten nemen zij zeer sterk in doorsnede toe. Deze toename
+houdt gelijken tred met de omvangstoename van de baarmoeder. Zoowel de stam van de zaadslagader als haar vele vertakkingen
+nemen er aan deel. Daardoor voert dit netwerk van vaten in zulke gevallen een groote hoeveelheid bloed aan de baarmoeder toe.
+
+</p>
+<p>Tot het vaatstelsel behooren ook de lymphvaten of watervaten. Om zich hiervan een juiste voorstelling te vormen, bedenke men,
+dat de capillairvaten in weefselspleten liggen en daarin voedingsvocht voor de weefsels afgeven. Het niet verbruikte vocht
+met de ontledingsproducten moet nu een uitweg hebben. Voor een deel wordt het, zooals wij gezien hebben, met het aderlijk
+bloed weggevoerd. Voor zoover dit niet het geval is, vloeit het weg door vaatjes, welke door vereeniging der weefselspleten
+ontstaan. Het vocht noemt men lymph en de vaatjes lymphvaten. De <span id="d0e852" class="corr" title="Bron: lympvaten">lymphvaten</span> vereenigen zich tot &eacute;&eacute;n groot lymphvat en dit mondt uit in een groote ader.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e855">
+<h3 class="normal">Het Zenuwstelsel.</h3>
+<p>De verrichtingen van de afzonderlijke organen van het lichaam worden door middel van het zenuwstelsel tot &eacute;&eacute;n geheel vereenigd.
+
+</p>
+<p>Men verdeelt het zenuwstelsel in een <i>centraal</i> en een <i>peripheer</i> gedeelte. Tot het centraal gedeelte behooren de hersenen en het ruggemerg.
+
+</p>
+<p>In het centraal gedeelte van het zenuwstelsel ontstaan de prikkels, die de werking der spieren opwekken en worden de indrukken,
+door de zintuigen ontvangen, in voorstellingen en gewaarwordingen omgezet. Het wordt tevens gehouden voor den zetel van het
+verstand.
+
+</p>
+<p>Het periphere gedeelte van het zenuwstelsel bestaat uit zenuwen (nervi), die als <span id="d0e872" class="corr" title="Bron: leiddraden">leidraden</span>, prikkels en indrukken overbrengen en de verschillende organen met het centrale zenuwstelsel in verbinding brengen.
+
+</p>
+<p>De <span class="smallcaps">hersenen</span> (encephalon) zijn in de schedelholte besloten. Ze zijn door drie vliezige hulsels omgeven, die, van buiten naar binnen <span id="d0e880" class="corr" title="Bron: rekende">gerekend</span>, onderscheiden worden in harde hersenvlies (dura mater), spinnewebsvlies (arachnoidea) en zachte hersenvlies (pia mater).
+<a id="d0e883"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e883">18</a>]</span></p>
+<p>De bouw der hersenen is zeer gecompliceerd. Hier zij alleen vermeld, dat zij verdeeld worden in groote hersenen (cerebrum),
+kleine hersenen (cerebellum) en het verlengde merg (medulla oblongata). Zij bestaan uit twee helften, die aan elkander gelijk
+zijn.
+
+</p>
+<p>De hersenoppervlakte heeft boogsgewijs gekronkelde verhevenheden; deze verhevenheden worden gyri genoemd, terwijl de daartusschen
+liggende sleuven sulci genoemd worden. <i>Plaat IV No. 1</i>.
+
+</p>
+<p>De beide helften van de groote hersenen zijn door den zoogen. balk (corpus callosum) met elkander verbonden, terwijl de beide
+helften der kleine hersenen in de brug van Varol (pons Varoli) hun verbindingspunt vinden. <i>Plaat IV No. 2</i>.
+
+</p>
+<p>Het verlengde merg verlaat de schedelholte door het achterhoofdsgat en gaat in het ruggemerg over. <i>Plaat IV No. 3</i>.
+
+</p>
+<p>Men heeft het er langen tijd voor gehouden, dat de hersenen van de vrouw lichter zouden zijn dan die van den man. Vroegere
+onderzoekers beschouwden het gewicht der hersenen in verhouding tot de lengte van het lichaam en kwamen daardoor tot een foutief
+resultaat. In den laatsten tijd heeft men redelijker gehandeld. Men bepaalde het hersengewicht in verband met het lichaamsgewicht
+en kwam zoodoende tot het resultaat, dat de hersenen der vrouwen minstens even zwaar, doch veelal iets zwaarder zijn dan die
+der mannen. Het is evenwel te begrijpen, dat men uit deze berekening niet mag concludeeren tot meerdere of mindere intelligentie
+van een der beide geslachten.
+
+</p>
+<p>Ook is beweerd dat verschil in verhouding van de hersendeelen onderling was toe te schrijven aan geslachtsverschil. Men meende
+namelijk ontdekt te hebben, dat de voorhoofdskwabben van de hersenen in verhouding tot zijn overige deelen bij den man grooter
+waren dan bij de vrouw en omdat men altijd had aangenomen dat aldaar het verstand zetelde, was de uitkomst van het onderzoek
+geen verrassing. Het is evenwel gebleken, dat deze ontdekking aan onjuiste waarnemingen moest worden toegeschreven. Onderzoekers
+van lateren tijd hebben aangetoond, dat de voorhoofdskwabben van de vrouw beter ontwikkeld zijn dan die van den man en hoewel
+het verschil zeer gering is, het overwicht toch is aan de zijde der vrouw. Laat mij onmiddellijk hieraan toevoegen, dat men
+in den laatsten tijd twijfel is gaan opperen, of het verstand wel in de voorhoofdskwabben zetelt.
+
+</p>
+<p>Nog andere kenmerkende verschillen heeft men gemeend te vinden, doch telkens bleken zij den toets van het onderzoek niet te
+kunnen doorstaan, zoodat men dan ook op dit oogenblik geen enkel belangrijk punt van verschil tusschen de hersenen van mannen
+en vrouwen kan aannemen en zeer zeker in geen enkel opzicht uit de verkregen resultaten een besluit ten nadeele van het intellect
+der vrouw mag trekken.
+</p>
+<p class="tb"></p><p>
+
+</p>
+<p>Keeren wij thans terug tot het <span class="smallcaps">ruggemerg</span> (medulla spinalis), het lange, cylindervormige gedeelte van het centrale zenuwstelsel, in de holte van de ruggegraat gelegen
+en evenals de hersenen door drie vliezen omgeven. <i>Plaat IV No. 4&#8211;7</i>. Het eindigt van onderen ter hoogte van den 1en of 2en lenden wervel stomp kegelvormig (conus medullaris), vanwaar een draadvormig
+uiteinde (filum terminale) verder het ruggemergskanaal doorloopt.
+<a id="d0e917"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e917">19</a>]</span></p>
+<p>Men onderscheidt drie soorten van <span class="smallcaps">zenuwen</span>: gevoels-, bewegings- en sympathische zenuwen.
+
+</p>
+<p>Worden <i>gevoels</i>zenuwen geprikkeld, dan wordt die prikkel overgebracht naar de hersenen en volgt een gewaarwording, bijv. van pijn of warmte,
+van reuk of geluid.
+
+</p>
+<p>De <i>bewegings</i>zenuwen eindigen alle in de spieren. Worden die zenuwen geprikkeld, dan volgt samentrekking van de daarmede correspondeerende
+spieren.
+
+</p>
+<p>Gaan wij nu na, uit welke zenuwen de verschillende organen hun zenuwtakken ontvangen, dan blijkt, dat de hersenen 12 paar
+hersenzenuwen leveren, terwijl uit het ruggemerg 31 paar ruggemergszenuwen haar oorsprong nemen.
+
+</p>
+<p>De 12 paar hersenzenuwen zijn bijna uitsluitend bestemd voor de verschillende deelen van het hoofd. Zij voorzien de zintuigen
+van zenuwtakken en geven verder gevoels- en bewegingszenuwen voor het hoofd af.
+
+</p>
+<p>De 31 paar ruggemergszenuwen worden bij haar oorsprong in twee takken gescheiden, waarvan de voorste, de dikkere tak, bewegingszenuwen,
+de achterste, gevoelszenuwen levert.
+
+</p>
+<p>Deze ruggemergszenuwen zijn verdeeld in 8 hals-, 12 borst-, 5 lenden-, 5 heiligbeens- en 1, soms 2 stuitbeenszenuwen. Zij
+verlaten alle het ruggemergskanaal door de voor hen bestemde opening in de overeenkomstige wervels. Aangezien het ruggemerg
+op de hoogte van den 1en of 2en lendenwervel eindigt, moeten de lenden-, heiligbeens- en stuitbeenszenuwen dus nog een eind
+in het ruggemergskanaal afleggen, voor zij de voor ieder harer bestemde uitgangsopening in de wervels bereiken. De zenuwen,
+die evenwijdig naar beneden loopen, geven een eigenaardigen vorm aan het uiteinde van het ruggemerg, dat daarnaar den naam
+van paardenstaart (cauda equina) verkregen heeft. Op <i>Plaat IV</i> is dit alles zeer juist afgebeeld.
+
+</p>
+<p>De <i>sympathische</i> zenuwen vormen een afzonderlijke groep. Zij vinden haar oorsprong in twee dikke zenuwkoorden, die langs beide zijden van
+de wervelkolom loopen. Zij begeleiden hoofdzakelijk de bloedvaten op hun talrijke wegen en regelen de wijdte der kleine slagaderen.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e949">
+<h3 class="normal">De Spijsverteringsorganen.</h3>
+<p>De spijsverteringsorganen (organa digestionis) dienen tot opneming en omzetting van voedingsstoffen; zij vormen een kanaal,
+waarvan de mondholte (cavum oris) het begin en de aars (anus) het einde vormt. Slechts het begin en het einde is aan den wil
+onderworpen.
+
+</p>
+<p>De voedingsstoffen worden in de verschillende deelen van het spijsverteringswerktuig omgezet in zoodanigen vorm, dat zij in
+het bloed kunnen worden opgenomen en in de verschillende weefsels kunnen worden afgescheiden om daar de verbruikte stoffen
+te vervangen. De aanvoer van nieuwe voedingsstoffen moet gelijk staan met, of meer zijn dan de verbruikte hoeveelheid, anders
+heeft er achteruitgang van de weefsels plaats.
+
+</p>
+<p>Het geheele voedingsproces berust op een scheikundige omzetting der toegevoerde stoffen. De onbruikbare, niet tot opneming
+geschikte bestanddeelen gaan tot aan het einde van het darmkanaal door, om daar verwijderd te worden.
+<a id="d0e958"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e958">20</a>]</span></p>
+<p>De spijsverteringsorganen zijn van het begin tot het einde met slijmvlies bekleed. Dit slijmvlies is rijk aan slijmkliertjes
+en bevat verder veel bloedvaten, lymphvaten en zenuwen.
+
+</p>
+<p>De <span class="smallcaps">mondholte</span> moet als het begin beschouwd worden. Zij vormt een holte, van <i>boven</i> begrensd door een naar voren gelegen hard en naar achteren gelegen zacht gehemelte (palatum durum et molle). Achter aan het
+zachte gehemelte bevindt zich de huig (uvula), die de keelholte schijnbaar in twee helften verdeelt.
+
+</p>
+<p>Het zachte gehemelte vertoont verder twee verheffingen, die als bogen naar rechts en naar links verloopen; tusschen de <i>twee</i> rechtsche en tusschen de twee linksche booghelften ligt telkens een amandel (tonsilla).
+
+</p>
+<p>Aan beide <i>zijden</i> wordt de mondholte begrensd door de wangen; daarin verloopen de wangspieren (musculi buccinatores). <i>Plaat II No. 13</i>.
+
+</p>
+<p>De <i>onderkant</i> van de mondholte wordt grootendeels gevormd door de tong (lingua); deze laat slechts een klein gedeelte van den eigenlijken
+bodem der mondholte vrij. De tong bestaat uit spieren, waarvan de vezelen in verschillende richtingen verloopen. Hierdoor
+worden de meest verschillende bewegingen mogelijk gemaakt.
+
+</p>
+<p>In de mondholte wordt het vaste voedsel gekauwd. Dit kauwen geschiedt, doordien de onderkaak op en neer en ook in zijdelingsche
+richting bewogen wordt; de bovenkaak staat vast. Onder het kauwen wordt de spijsbrok voortdurend verplaatst en wel door middel
+van de tong, de lipspieren en de wangspieren.
+
+</p>
+<p>Tijdens het kauwen wordt het voedsel innig vermengd met speeksel, een vocht, dat afgescheiden wordt door de speekselklieren,
+waarvan er aan beide zijden een in de wang nabij het oor ligt: de oorklier (glandula parotis), en die haar uitvoergang dwars
+door het wangslijmvlies naar de mondholte zendt. Verder liggen nog twee paar speekselklieren in de onderkaak: de onderkaaksklier
+(glandula submaxillaris) en de ondertongsklier (glandula sublingualis). Van beide paren komen de uitvoergangen onder de tong
+uit.
+
+</p>
+<p>Door de vermenging met speeksel wordt het doorslikken van de spijsmassa vergemakkelijkt en wordt reeds een gedeelte van het
+voedsel, bijv. hetgeen uit meel bestaat, zoodanig scheikundig veranderd, dat het geschikt wordt om later in het bloed te worden
+opgenomen.
+
+</p>
+<p>Is het voedsel gekauwd, dan wordt het ingeslikt en vervolgt daarna zijn weg door den <span class="smallcaps">slokdarm</span> (oesophagus), <i>Plaat V No. 39</i>. Van den slokdarm komt het in de maag.
+
+</p>
+<p>De <span class="smallcaps">maag</span> (ventriculus) ligt voor de grootste helft in het linker bovenste gedeelte van de buikholte. Zij stoot van boven aan het middelrif,
+links van haar ligt de milt en achter haar de alvleeschklier, terwijl zij rechts gedeeltelijk door de lever bedekt wordt.
+De plaats, waar de slokdarm in de maag overgaat, is de maagingang (cardia) en de overgang van de maag in den twaalfvingerigen
+darm heet portier (pylorus). Tusschen den maagingang en den maaguitgang ligt de wijde, naar onderen en links sterk uitgebogen
+zak, de grondvlakte van de maag (fundus ventriculi). <i>Plaat V No. 40</i>.
+
+</p>
+<p>Aan den pylorus wordt de maag van den twaalfvingerigen darm gescheiden door een kringspier, welke van tijd tot tijd geopend
+wordt om voedsel door te laten.
+<a id="d0e1011"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1011">21</a>]</span></p>
+<p>Het spijsverteringsproces, reeds in de mondholte aangevangen, wordt in de maag voortgezet en wel door middel van een vocht,
+het maagsap, dat door het maagslijmvlies wordt afgescheiden en voornamelijk bestaat uit pepsine en zoutzuur.
+
+</p>
+<p>Dit vocht bezit het vermogen, het eiwit van het voedsel meer geschikt te maken tot opneming in het bloed. Door samentrekking
+van de in den maagwand gelegen spieren wordt het voedsel innig met het maagsap saamgekneed.
+
+</p>
+<p>Van tijd tot tijd gaat nu, zooals gezegd is, een deel van den maaginhoud in den <span class="smallcaps">twaalfvingerigen darm</span> (duodenum) over. Men verdeelt den darm in dunnen en dikken darm.
+
+</p>
+<p>De dunne darm bestaat weer uit drie deelen: den <i>twaalfvingerigen</i> (duodenum), den <i>nuchteren</i> (jejunum) en den <i>kronkeldarm</i> (ileum). In het geheel vormt de dunne darm een buis van 5 &agrave; 6 Meter lengte, met lissen en bochten, waarvan eenige zelfs tot
+in de kleine bekkenholte afhangen. <i>Plaat V No. 43 en 44</i>.
+
+</p>
+<p>In den dunnen darm ondergaat het voedsel nieuwe veranderingen, doordien het daar in aanraking komt met twee vochten, de gal
+en het sap van de alvleeschklier. Beide vochten zorgen voor een verdere omzetting, waardoor opneming in het bloed mogelijk
+wordt.
+
+</p>
+<p>De gal is een afscheidingsproduct uit de <span class="smallcaps">lever</span>, de grootste klier van het menschelijk lichaam. De lever (hepar), <i>Plaat V No. 48</i>, is tamelijk week, bezit een bruinroode kleur en is gelegen in de rechter bovenste buikstreek, tegen het middelrif aan. Haar
+onderste rand moet slechts even onder de ribben uit gevoeld kunnen worden. Bij vrouwen, die zich sterk rijgen, wordt de lever
+naar onderen geperst en is daardoor veel gemakkelijker waar te nemen.
+
+</p>
+<p>De lever scheidt onophoudelijk gal af, die in de galblaas (cystis fellea), <i>Plaat V No. 49</i>, wordt verzameld en zich gedurende de spijsvertering in den dunnen darm ontlast.
+
+</p>
+<p>De galblaasbuis (ductus choledochus) voert de gal naar den twaalfvingerigen darm.
+
+</p>
+<p>De <span class="smallcaps">alvleeschklier</span> (pancreas), <i>Plaat V No. 42</i>, is een klier, die een lengte heeft van ongeveer 20 cM en een breedte van 3 &agrave; 4 cM. Ook haar uitvoergang mondt in het duodenum
+uit, vlak bij dien van de gal. Het sap der alvleeschklier heeft een groote beteekenis, omdat het op alle bestanddeelen van
+het voedsel een krachtigen invloed uitoefent.
+
+</p>
+<p>In den dunnen darm wordt eveneens het voedsel gekneed, maar tevens voortbewogen. Deze voortbeweging komt tot stand, doordien
+de darmwand zich achter de voedselmassa vernauwt en verkort. Dit herhaalt zich telkens met het opvolgend stuk darm en zoo
+gaat het voort, alsof men van de maag uitgaande, met de vingers den darm drukkende, de voedselmassa voortbeweegt. Zulk een
+beweging noemt men een wormvormige of peristaltische.
+
+</p>
+<p>Van den <i>dunnen</i> darm gaat de massa nu over in den <i>dikken</i>. Op de plaats van overgang wordt een zak gevormd, de blinde darm (intestinum coecum), <i>Plaat V No. 45</i>. De dikke darm is veel wijder dan de eerste en is ook meer rekbaar. Eerst verloopt hij naar boven tot aan de lever, gaat
+dan van rechts naar links, om zich vervolgens naar beneden te buigen en in den endeldarm (rectum) over te gaan. V&oacute;&oacute;r den overgang
+in den endeldarm noemt men den dikken darm ook wel colon.
+<a id="d0e1073"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1073">22</a>]</span></p>
+<p>De opneming van het voedsel in het bloed begint reeds in den maagwand en zet zich verder over het geheele darmkanaal voort.
+De wijze, waarop dit geschiedt, hier uiteen te zetten, zou tot te groote uitvoerigheid leiden. Slechts zij opgemerkt, dat
+behalve het vet, al het omgezette voedsel wordt afgevoerd door bloedvaten, welke in maag- en darmwand gelegen zijn. Zoo komt
+het dan in het bloed der holle ader, in rechter voorkamer, rechter kamer, longcapillaria, linker voorkamer, linker kamer,
+aorta en stroomt door de slagaderen naar alle deelen van het lichaam. In de fijne haarvaten wordt eindelijk het voedsel aan
+de weefsels afgegeven. Het vet wordt door een eigen vaatsysteem uit den darmwand afgevoerd, maar dit systeem mondt ten slotte
+toch ook in het aderlijke bloed uit, zoodat ook het vet den weg van rechter voorkamer, rechter kamer, enz. volgt.
+
+</p>
+<p>De <span class="smallcaps">milt</span> (lien), <i>Plaat V No. 41</i>, behoort eigenlijk niet tot de digestie-organen; zij wordt hier alleen besproken, omdat zij in de buikholte vlak achter of
+naast de grondvlakte van de maag gelegen is en nog niet is uitgemaakt, welke functie zij eigenlijk te vervullen heeft. Het
+is een bruinrood orgaan, ter grootte van een vuist, dat buitengewoon vaatrijk is.
+
+</p>
+<p>Het buikvlies (peritoneum) is een volkomen gesloten zak (bij de vrouw wordt het alleen door de buikopeningen van de Fallopiaansche
+buizen, waarover later, doorboord), waarmede de inwendige oppervlakte van de buik- en bekkenwanden is bekleed (peritoneum
+parietale) en dat de buik- en bekkeningewanden zoodanig omgeeft, dat deze daardoor geheel overdekt zijn (peritoneum viscerale).
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e1086">
+<h3 class="normal">De Ademhalingsorganen.</h3>
+<p>Door middel van de ademhalingsorganen wordt zuurstof in het bloed gebracht en worden onbruikbare gasvormige omzettingsproducten,
+voornamelijk koolzuur, uit het lichaam verwijderd. Tot de ademhalingsorganen behooren de groote luchtwegen en de longen. Langs
+de luchtwegen, waartoe alleen de neus, het strottenhoofd en de luchtpijp gerekend worden, bereikt de lucht de longen.
+
+</p>
+<p>De <i>neus</i> (nasus), tegelijkertijd ons reukorgaan, is in normale omstandigheden de eenige toegangsweg tot de longen, daar de doortocht
+door den mond eigenlijk alleen als noodhulp behoort gebruikt te worden. Doordien deze toegangsweg zoo nauw is en bovendien
+nog vele bochten vertoont, kan de buitenlucht er slechts langzaam doorgaan en komt zoodoende behoorlijk verwarmd in de longen
+aan.
+
+</p>
+<p>Het <i>strottenhoofd</i> (larynx), <i>Plaat V No. 24</i>, is een uit kraakbeenderen samengesteld orgaan, dat bij den ingang een klepje, strotteklepje (epiglottis) bezit, waardoor
+die ingang kan afgesloten worden. Het strottenhoofd staat van boven met den mond en den neus in verbinding; van onderen gaat
+het in de luchtpijp over. Bij het slikken sluit het zeer beweeglijk en veerkrachtig strotteklepje den toegang naar het strottenhoofd
+af en verhindert daardoor, dat het doorgeslikte in de luchtwegen komt.
+
+</p>
+<p>Het strottenhoofd dient tot orgaan voor stemvorming. Daarvoor zijn binnen in de holte slijmvliesplooien gespannen, die als
+stembanden dienst doen. Door aldaar aanwezige, talrijke kleine spieren zijn wij in staat de stembanden meer of minder sterk
+te spannen en daardoor de verschillende tonen in ons geluid te brengen.
+
+</p>
+<p>Het strottenhoofd is bij vrouwen aanmerkelijk kleiner dan bij mannen. Tot <a id="d0e1108"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1108">23</a>]</span>op ongeveer 15-j. leeftijd is er geen noemenswaardig verschil; daarna ontwikkelt het zich bij jongens veel sterker dan bij
+meisjes. De stembanden zijn dan ook bij de eersten langer en de stemspleet, de spleet tusschen beide stembanden gelegen, waardoor
+de in- en uitademingslucht passeeren moet, iets breeder. Het verschil in stem bij mannen en vrouwen is daaraan toe te schrijven.
+
+</p>
+<p>De <i>luchtpijp</i> (trachea), <i>Plaat V No. 25</i>, is een 10&#8211;22 cM. lange buis, uit een aantal (16&#8211;20) kraakbeenringen samengesteld, welke door veerkrachtige, vezelachtige
+banden onderling zijn vereenigd. Op de hoogte van den 4en borstwervel splitst de luchtpijp zich in twee takken, de luchtpijpstakken
+(bronchi), <i>Plaat V No. 26</i>, die naar de rechter en linker long loopen.
+
+</p>
+<p>De rechter tak, die iets korter en wijder is dan de linker, splitst zich in drie&euml;n, voor elke rechter longkwab een; de linker
+tak verdeelt zich slechts in twee&euml;n, omdat de linker long slechts twee kwabben bezit. In de long wordt elke tak in ontelbaar
+kleine en steeds fijner wordende takjes verdeeld, die ten slotte alle uitmonden in een fijn, zakvormig blaasje, de longblaasjes.
+Vele van deze met lucht gevulde longblaasjes vormen te zamen een longlapje en uit een aantal van zulke lapjes zijn de longen
+opgebouwd.
+
+</p>
+<p>De <span class="smallcaps">longen</span> (pulmones), <i>Plaat V No. 27</i>, zijn twee weeke, sponsachtige organen, die in de beide helften der borstkas een plaats vinden en de holte hiervan geheel
+vullen. De longslagader, die met de luchtpijpstakken aan de binnenvlakte der longen naar binnen treedt, vertakt zich aldaar
+evenals de luchtpijpstakken in vele kleine slagaderen, om eindelijk het weefsel van de longblaasjes met een net van capillairen
+te omgeven. Hierdoor is het bloed in staat, de zuurstof van de ingeademde lucht in zich op te nemen en daarvoor de in het
+lichaam ontstane, onbruikbare gassen, die het meevoerde, af te geven, welke dan met de lucht worden uitgeademd. Bij verruiming
+van de borstkas zetten de longen zich uit; de longblaasjes vullen zich dan met versche lucht, wat men <i>inademen</i> noemt. Men spreekt van <i>uitademen</i>, wanneer de gebruikte lucht de longen verlaat. In- en uitademing gezamenlijk heet <i>ademhaling</i>. Door samentrekking van de spieren van de borstkas komt de ademhaling tot stand; dan toch wordt de borstkas verruimd.
+
+</p>
+<p>Een spier, die bij de ademhaling een voorname rol speelt, worde hier afzonderlijk vermeld. Deze spier, het middelrif (diaphragma),
+<i>Plaat V No. 50</i>, sluit de borstholte geheel van de buikholte af. Rondom aan de ribben bevestigd, bevindt zij zich in toestand van rust bolvormig
+gespannen in de borstholte. Bij samentrekking wordt de welving van de spier vlak en wordt de borstkas daardoor aanmerkelijk
+verruimd. De spiermassa bezit in het midden twee openingen, waardoor de slokdarm en de lichaamsslagader van de borst- in de
+buikholte en de onderste holle ader van de buik- in de borstholte kunnen overgaan.
+
+</p>
+<p>In geheel rustigen, normalen toestand hebben er bij volwassen menschen 16 &agrave; 20 ademhalingen in de minuut plaats. Bij kinderen
+is dit aantal grooter, terwijl ook vrouwen iets sneller ademen dan mannen. Allerlei invloeden kunnen de ademhaling versnellen,
+zonder dat wij nog met ziekelijke afwijkingen te doen hebben, bijv. bij inspanning der spieren, bij gemoedsaandoeningen, enz.
+
+</p>
+<p>De hoeveelheid lucht, die bij diepste inademing op eenmaal kan ingeademd worden, de vitale capaciteit der longen, is bij mannen
+grooter dan bij vrouwen. <a id="d0e1149"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1149">24</a>]</span>Dat in normalen toestand ook de <i>wijze</i> van ademhaling bij mannen en vrouwen zou verschillen, heeft men vroeger wel aangenomen, doch later is gebleken, dat dit een
+dwaling was. Men dacht, dat mannen ademden hoofdzakelijk door samentrekking van het middelrif (buikademhaling); vrouwen daarentegen
+door samentrekking van de borstspieren (ribben-ademhaling). Het is echter gebleken, dat deze ribbenademhaling, wanneer zij
+voorkomt bij vrouwen, meestal een gevolg is van te nauw sluitende kleeding, te sterk geregen corsetten, waardoor de uitzetting
+der borstkas van onderen wordt belemmerd.
+
+</p>
+<p>In de borstholte liggen nog twee klieren, de schildklier (glandula thyreoidea) en de thymusklier (glandula thymus).
+
+</p>
+<p>De schildklier ligt v&oacute;&oacute;r het begin der luchtpijp. Zij is bij vrouwen iets grooter dan bij mannen.
+
+</p>
+<p>De thymusklier ligt achter het bovenste deel van het borstbeen. Deze klier neemt tot het 2e levensjaar in omvang toe, gaat
+daarna langzamerhand verminderen en is tegen den tijd der geslachtsrijpheid geheel verdwenen.
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e1160">
+<h3 class="normal">De Pisorganen.</h3>
+<p>Een groot deel der stoffen, die door het stofwisselingsproces in de weefsels worden gevormd en die voor de voeding der organen
+geen waarde meer hebben, wordt door middel van de pisorganen uit het lichaam verwijderd. Het zijn voornamelijk de stikstofhoudende
+stoffen, die, in opgelosten toestand, langs dezen weg het lichaam verlaten. Gelijk op bladz. 14 gezegd is, worden zij door
+het bloed, wanneer dit door de haarvaten der weefsels stroomt, opgenomen, om daarna te worden afgescheiden, wanneer het de
+nieren passeert.
+
+</p>
+<p>Dit afscheidingsproduct der nieren is de pis (urine).
+
+</p>
+<p>De <i>nieren</i> (renes) zijn boonvormige klieren, van bruinroode kleur. Zij liggen in de lendenstreek, aan beide zijden van de wervelkolom,
+de linker iets hooger dan de rechter. <i>Plaat V No. 51</i>.
+
+</p>
+<p>Door vetrijk bindweefsel, dat de nieren omgeeft, door het buikvlies, dat haar voorvlakte bekleedt en door de groote bloedvaten,
+die haar het bloed toevoeren, zijn zij aan haar plaats gebonden. De plaats, waar de groote bloedvaten de nieren ingaan en
+deze weder verlaten en waar ook de pisleider uittreedt, noemt men de poort van de nier. Somwijlen is een der nieren, meestal
+de rechter, min of meer bewegelijk. Door zwangerschappen of ziekten kan het gebeuren, dat het bindweefsel om de nier zijn
+vetrijkdom verliest en de nier daardoor minder stevig bevestigd ligt. Zij verplaatst zich dan af en toe in de buikholte en
+verkrijgt daardoor den naam van wandelnier.
+
+</p>
+<p>De uitwendige oppervlakte van de nier wordt door een taai, vezelachtig vlies omgeven (capsula fibrosa), dat aan de poort door
+de in- en uittredende vaten doorboord wordt. <i>Fig. 7 a</i>.
+
+</p>
+<p>Snijdt men de nier in de lengte door, zooals op <i>Plaat V No. 52</i> de linker nier is afgebeeld, dan blijkt, dat haar zelfstandigheid bestaat uit een bruinrood buitenste en een geelwit binnenste
+gedeelte. Deze bruinroode kleur is hieraan toe te schrijven, dat de nierslagader, aan de poort de nier binnentredende, <i>Plaat V No. 51</i><span id="d0e1189" class="corr" title="Bron: ">,</span> <a id="d0e1192"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1192">25</a>]</span>en zich steeds fijner vertakkende, doordringt tot het buitenste gedeelte, het zoogen. bastgedeelte, en daar een fijn net van
+haarvaten vormt. In dit vaatnet wordt de urine afgescheiden. Zij wordt in zeer kleine holten opgevangen en door de pisbuisjes,
+die in die holten een begin nemen, naar het zoogenaamde nierbekken, in het middenste of merggedeelte van de nier gelegen,
+gevoerd. De pisbuisjes, aanvankelijk zeer fijn en talrijk, vereenigen zich op hun weg naar het nierbekken en vormen zoodoende
+steeds wijder wordende buisjes, die eindelijk overgaan in de nierkelken (calices renales), wier uitgangen onmiddellijk in
+het nierbekken uitmonden. <i>Fig. 7 e</i>.
+
+
+</p>
+<div class="figure floatRight" style="width: 421px"><img border="0" src="images/fig07.jpg" alt="Fig. 7. Lengtedoorsnede van de nier. (Heitzmann.)" width="421" height="500"><p class="figureHead">Fig. 7. <i>Lengtedoorsnede van de nier</i>. (<span class="smallcaps">Heitzmann</span>.)
+</p>
+<p><i>a</i>. capsula fibrosa. <i>b</i>. bastzelfstandigheid. <i>c</i>. mergzelfstandigheid. <i>d</i>. nierkelken. <i>e</i>. nierbekken. <i>f</i>. pisleider.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het nierbekken, dat zich in de richting naar de poort trechtervormig vernauwt, gaat aldaar in den pisleider (ureter), <i>Fig. 7 f</i>, over. Onophoudelijk wordt de pis in de nieren afgescheiden, door de pisbuisjes naar de nierkelken gevoerd, door deze in
+het nierbekken uitgestort en vandaar door den pisleider naar de blaas gebracht. De pisleiders loopen over de groote lendenspier,
+<i>Plaat V No. 53</i>, naar beneden tot in het kleine bekken en monden daar aan weerszijden onder aan de blaas in deze uit.
+
+</p>
+<p>In de <i>pisblaas</i> (vesica urinaria), <i>Plaat V No. 54</i>, wordt de urine opgevangen en kan daar geruimen tijd bewaard worden. De blaas is een zak, met vrij dikken spierwand, die
+in ledigen toestand achter de schaambeensvereeniging ligt, doch zoodra zij gevuld is, daarboven uitsteekt.
+
+</p>
+<p>De spierlaag is van binnen met slijmvlies bekleed, dat talrijke plooien vormt, wanneer de blaas ledig is. Aan haar bodem bevindt
+zich een sluitspier, die kringvormig den overgang van blaas in pisbuis omgeeft. Gelijktijdig met de samentrekking van de spierlaag
+van de blaas opent deze sluitspier zich en verleent aldus de urine een doortocht.
+
+</p>
+<p>De <i>pisbuis</i> (urethra), die de urine uit de blaas buiten het lichaam brengt, is bij de vrouw slechts ongeveer 2 cM lang en mondt boven
+den ingang der scheede in de schaamspleet uit. Zij is wijder dan de mannelijke pisbuis en kan bovendien nog uitgerekt worden.
+
+
+
+
+
+<a id="d0e1249"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1249">26</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e1250" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2421">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="normal">Tweede afdeeling.</h2>
+<div class="div2" id="d0e1253">
+<h3 class="normal">De Geslachtsorganen.</h3>
+<p>De geslachtsorganen (organa genitalia) stellen ons in staat aan nieuwe wezens het leven te schenken. Dit vermogen, om ons
+zelf te vermenigvuldigen, hebben wij met de planten en dieren gemeen. Wat ons evenwel van plant en dier onderscheidt is, dat
+de met rede begaafde mensch niet behoeft voort te planten, lijdelijk zooals de plant, of onderworpen aan een onbetoombare
+aandrift zooals het dier, maar dat hij dit kan doen onder de heerschappij der rede.
+
+</p>
+<p>Bij vele planten en bij eenige lagere diersoorten worden de organen, noodig voor het voortplantingsproces, in een en hetzelfde
+organisme aangetroffen; bij den mensch daarentegen, evenals bij alle hooger ontwikkelde diersoorten en bij sommige planten,
+zijn de organen, voor dat doel bestemd, over twee individuen verdeeld. Van de beide daardoor ontstane geslachten neemt bij
+den mensch de vrouw een ander en grooter aandeel aan het voortplantingsproces dan de man.
+
+</p>
+<p>In haar lichaam wordt de kiem voor het nieuwe leven gevormd en wanneer die kiem door aanraking met het zaad van den man aanleiding
+tot verdere ontwikkeling heeft ontvangen, dan herbergt zij het jonge vruchtje in haar lichaam, tot het zijn vollen wasdom
+heeft bereikt. Daarna brengt zij het ter wereld, doch voedt het nog geruimen tijd met de melk, het afscheidingsproduct harer
+borstklieren.
+
+</p>
+<p>Deze vele verrichtingen, bij het voortplantingsproces aan de geslachtsdeelen der vrouw tot taak gesteld, zijn over verschillende
+organen verdeeld. De organen, die daarbij een hoofdrol vervullen, zijn in de lichaamsholte gelegen; de schaamdeelen (vulva)
+en de borstklieren (mammae), die in dit proces een bijrol vervullen, liggen uitwendig.
+
+</p>
+<p>Laten wij beginnen met een korte uiteenzetting van den bouw en de verrichting der <span class="smallcaps">borstklieren</span>. Deze, ook wel zogklieren genaamd, zijn aanvankelijk bij jongens en meisjes gelijk, doch op ongeveer 12-j. leeftijd, wanneer
+ook de andere geslachtsorganen zich beginnen te ontwikkelen, openbaart zich het geslachtsverschil tevens in deze klieren.
+Bij den jongen blijft de borstklier op de eerste ontwikkelingshoogte staan of verschrompelt langzamerhand geheel. Bij het
+meisje daarentegen gaat de klier zich dan ontwikkelen. De borstklieren van het geslachtsrijpe meisje, de maagd, zijn van halfkogelvormige
+gedaante en liggen aan weerszijden van de borstkas op de groote borstspier (musculus pectoralis major), <i>Plaat II No. 28</i>, tusschen de 3e en 6e rib. Zij zijn door een sleuf, den boezem (sinus), van elkaar gescheiden. Midden op de borstklier, op
+haar hoogste punt, zit de borsttepel (papilla mammae), die door den tepelkring (areola mammae) omgeven is. De groote gevoeligheid,
+den borsttepel eigen, is een gevolg van diens rijkdom aan gevoelszenuwen. Borsttepel en tepelkring zijn meer of minder sterk
+bruin gekleurd.
+
+</p>
+<p>De borstklier, <i>Plaat I No. 63</i>, bestaat uit 15&#8211;24 afzonderlijke kliertakken, die door veel bindweefsel zijn omgeven en daarmede onderling verbonden. In
+dit bindweefsel bevindt zich vet. De toeneming in grootte van de klier is een gevolg zoowel van de ontwikkeling der kliertakken
+als van meer vetafzetting in het <a id="d0e1277"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1277">27</a>]</span>daartusschen liggend bindweefsel. De kliertakken bestaan uit een verzameling van als druiven getroste, kleine, vliezige blaasjes,
+die elk een apart uitloozingsbuisje hebben. Al die uitloozingsbuisjes vloeien samen tot een enkel kanaaltje, &eacute;&eacute;n voor iederen
+tak. Deze takken zijn de zoggangen; zij loopen elk op zich zelf naar den borsttepel en doorboren dien met een fijne opening.
+
+</p>
+<p>In maagdelijken toestand blijven de borstklieren in dit ontwikkelingsstadium. Zoodra echter de eerste zwangerschap is ingetreden,
+komen zij tot geheele ontwikkeling. V&oacute;&oacute;r dien tijd is de klier ook niet in staat haar functie te verrichten: de melk, haar
+afscheidingsproduct, is eerst tegen het einde der zwangerschap aanwezig.
+
+</p>
+<p>De melk wordt in de vliezige blaasjes voortgebracht en door de fijne uitloozingsbuisjes naar de zoggangen gevoerd. Door zuiging
+of persing vindt de melk uit de zoggangen een uitweg door de borsttepelopeningen.
+
+</p>
+<p>De melk bestaat hoofdzakelijk uit water, vet, kaasstof, melksuiker en zouten. De eerste dagen na de geboorte van het kind
+is de melk bijzonder vetrijk en wordt dan colostrum genoemd. De hoeveelheid en hoedanigheid der afgescheiden melk verandert
+onder verschillende omstandigheden. In sommige ziektetoestanden vermindert de melkafscheiding of houdt zij geheel op. Langdurige,
+aanhoudende druk op de borstklier oefent eveneens een ongunstigen invloed uit op de afscheiding. Men is ook verplicht, wil
+men de melkproductie niet doen ophouden, de borsten regelmatig van de melk te ontlasten, door ze uit te laten zuigen of uit
+te persen. Sterke gemoedsaandoeningen veroorzaken almede verandering in de hoeveelheid; soms houdt zelfs na een hevigen schrik
+de zogafscheiding tijdelijk geheel op. Dat ook de hoedanigheid der melk na gemoedsaandoeningen verandert, is nimmer aangetoond
+kunnen worden; wel is het een vrij algemeen heerschende volksmeening en de mogelijkheid er van is niet uitgesloten. De voeding
+der vrouw oefent grooten invloed uit op de <i>hoedanigheid</i> der melk.
+
+</p>
+<p>Alvorens van de behandeling der borstklieren af te stappen, worde nog herinnerd, dat ondoelmatige kleeding, tijdens het ontwikkelingstijdperk
+een te sterken druk op de klier uitoefenende, stoornis in haar groei kan brengen.
+
+</p>
+<p>Schenken wij thans onze aandacht aan de <span class="smallcaps">uitwendige schaamdeelen</span>, waartoe onder meer behoort de schaamheuvel (mons veneris), een vetrijke verhevenheid, die in geslachtsrijpen leeftijd dicht
+met haren is begroeid. Hij maakt het bovenste deel uit van de uitwendige schaamdeelen en gaat van onderen over in de groote
+schaamlippen (labia majora). <i>Fig. 8 a</i>. Deze zijn groote, vetrijke huidplooien, die van den schaamheuvel boogsgewijs naar achteren loopen tot aan den bilnaad, waar
+zij onder een scherpen hoek samenkomen en door een dun vlies of bandje (frenulum labiorum) onderling verbonden zijn. Bij een
+eerste baring wordt dit bandje meestal vernietigd en wijken dan de groote schaamlippen steeds eenigszins van elkander af.
+Ook de groote schaamlippen zijn meestal met haren begroeid.
+
+</p>
+<p>Tusschen de groote schaamlippen liggen de kleine schaamlippen (labia minora of nymphae). <i>Fig. 8 b</i>. Dit zijn dunne, zachte huidplooien, meestal kleiner dan de groote lippen en door deze bedekt. In sommige gevallen zijn zij
+grooter dan de groote lippen en steken dan buiten deze uit. Zij loopen naar achteren tot aan den ingang der scheede en staan
+naar voren, iedere lip in twee plooien gesplitst, met den kittelaar (clitoris), <i>Fig. 8 e</i>, in verbinding. De voorste plooi vormt de voorhuid <a id="d0e1306"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1306">28</a>]</span>van den kittelaar (praeputium clitoridis), <i>Fig. 8 d</i>, de achterste plooi het bandje daarvan (frenulum clitoridis), <i>Fig. 8 f</i>.
+
+</p>
+<p>De kittelaar ligt alzoo tusschen de beide plooien der kleine lippen, die zich v&oacute;&oacute;r en achter dit orgaan vereenigen. Het is
+een klein, stomp, vaatrijk en zenuwrijk uitsteeksel, zonder opening. Het wellustgevoel zetelt voornamelijk in dit orgaan.
+
+</p>
+<p>De ruimte tusschen de kleine lippen en achter den kittelaar noemt men het voorhof van de scheede (vestibulum vaginae). <i>Fig. 8 c</i>. Ongeveer in het midden van deze ruimte mondt de pisbuis uit met een ronde of spleetvormige opening. <i>Fig. 8 g</i>. Deze is van dikke randen voorzien. Vlak daarachter ligt een andere opening, <i>de ingang der scheede</i> (ostium vaginae), <i>Fig. 8 i</i>, die bij maagden gedeeltelijk gesloten is door een slijmvliesplooi (hymen). Bij geslachtsgemeenschap of anders bij de eerste
+baring wordt het hymen vernietigd. Doch ook op andere wijze kan het verloren gaan, zoodat het gemis volstrekt niet aan eerstgenoemde
+oorzaak behoeft te worden toegeschreven, evenmin als de aanwezigheid een volstrekt bewijs is, dat geen geslachtsgemeenschap
+plaats greep.
+
+</p>
+<p>Aan beide zijden van den ingang der scheede liggen de fijne uitloozingsbuisjes der Bartholinische klieren. <i>Fig. 8 h</i>. Deze <i>slijm-afscheidende</i> klieren liggen achter den ingang der scheede; zij gelijken in gedaante en grootte op een boon.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure floatRight" style="width: 720px"><img border="0" src="images/fig08.jpg" alt="Fig. 8. Geslachtsorganen van een 14-jarig meisje. (Heitzmann)." width="720" height="523"><p class="figureHead">Fig. 8. <i>Geslachtsorganen van een 14-jarig meisje</i>. (<span class="smallcaps"><span id="d0e1346" class="corr" title="Bron: Heiztmann">Heitzmann</span></span>).
+</p>
+<p></p>
+<ul>
+<li><i>a</i>. groote schaamlippen.
+
+</li>
+<li><i>b</i>. kleine schaamlippen.
+
+</li>
+<li><i>c</i>. voorhof van de scheede.
+
+</li>
+<li><i>d</i>. voorhuid van den kittelaar.
+
+</li>
+<li><i>e</i>. kittelaar.
+
+</li>
+<li><i>f</i>. bandje van den kittelaar.
+
+</li>
+<li><i>g</i>. uitloozingsopening van de pisbuis.
+
+</li>
+<li><i>h</i>. opening der Bartholinische klieren.
+
+</li>
+<li><i>i</i>. ingang van de scheede.
+
+</li>
+<li><i>j</i>. hymen.
+
+</li>
+<li><i>k</i>. vereenigingsband van de groote schaamlippen.
+
+</li>
+<li><i>l</i>. scheede.
+
+</li>
+<li><i>m</i>. seheedegedeelte van de baarmoeder.
+
+</li>
+<li><i>n</i>. lichaam van de baarmoeder.
+
+</li>
+<li><i>o</i>. bodem van de baarmoeder.
+
+</li>
+<li><i>p</i>. eileider.
+
+</li>
+<li><i>q</i>. buikopening van den eileider.
+
+</li>
+<li><i>q.</i> franjeachtige uitsteeksels.
+
+</li>
+<li><i>r</i>. franjeachtig uitsteeksel, dat den eileider met den eierstok verbindt.
+
+</li>
+<li><i>s</i>. eierstok.
+
+</li>
+<li><i>t</i>. band, die den eierstok met de baarmoeder verbindt.
+
+</li>
+<li><i>u</i>. breede baarmoederband.
+
+</li>
+<li><i>v</i>. ronde baarmoederband.
+</li>
+</ul><p>
+</p>
+</div><p>
+
+
+<a id="d0e1444"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1444">29</a>]</span></p>
+<p>Boven den ingang der scheede beginnen de <i>inwendige</i> geslachtsorganen. De <i>scheede</i> (vagina), <i>Fig. 8 l</i>, is een lang, eenigszins gebogen en zeer rekbaar kanaal. Dit kanaal loopt van den ingang af eerst een klein eindje naar achteren,
+buigt zich daarna naar boven en tegelijkertijd iets naar voren, ongeveer de bekkenas volgende. In haar begin ligt zij tusschen
+den endeldarm en de pisbuis, verder naar boven tusschen den endeldarm en het onderste gedeelte van de pisblaas.
+
+</p>
+<p>Het bovenste gedeelte van de scheede heet het gewelf (fornix vaginae).
+
+</p>
+<p>Haar met slijmvlies bedekte wanden zijn van onderen dikker dan van boven; bij den ingang vormen zij, vooral aan de v&oacute;&oacute;r- en
+achterzijde, vele dikke, overdwarse plooien, die naar boven in aantal afnemen en in het gewelf geheel verdwijnen. Hebben eenige
+kindertjes den weg door de scheede afgelegd, dan zijn die plooien grootendeels verdwenen en is zij daardoor wijder geworden.
+
+</p>
+<p>In het gewelf der scheede ligt het onderste gedeelte van de <i>baarmoeder</i> (uterus). Dit orgaan, <i>Plaat V No. 58</i>, is een holle spier, van peervormige gedaante, aan de voor- en achterzijde een weinig afgeplat. De baarmoeder ligt in het
+kleine bekken tusschen den endeldarm en de pisblaas. Met haar breeden, dikken bodem (fundus uteri), <i>Fig. 8 o</i>, is zij naar boven, met haar afgeplatten cylindervormigen hals (cervix uteri) naar beneden gekeerd. Het onderste gedeelte
+van den hals, in het gewelf der scheede gelegen, heet haar scheedegedeelte (portio vaginalis uteri), <i>Fig. 8 m</i>. Het gedeelte, dat tusschen den bodem en den hals van de baarmoeder ligt, noemt men het lichaam (corpus uteri), <i>Fig. 8 n</i>.
+
+</p>
+<p>De <i>holte</i> van de baarmoeder (cavum uteri) is klein in verhouding tot de grootte van het orgaan. <i>Fig. 9 a</i>. Het vormt een fleschvormig driehoekig kanaal, dat van boven het wijdst is. Op de plaats, waar de hals en het lichaam in
+elkander overgaan, bestaat een geringe insnoering, de <i>inwendige</i> baarmoedermond (ostium uteri internum), <i>Fig. 9 b</i>. De <i>uitwendige</i> baarmoedermond (ostium uteri externum), <i>Fig. 9 d</i>, bevindt zich op de plaats, waar het halskanaal in de scheede eindigt; hij brengt de verbinding tusschen scheede en baarmoederholte
+tot stand.
+
+</p>
+<p>De uitwendige baarmoedermond is bij vrouwen, die nog niet gebaard hebben, meestal spleetvormig, met een voorste langere en
+een achterste kortere lip (labium anterius et posterius). Na bevallingen krijgt deze opening vele inscheuringen en wordt onregelmatig
+van vorm.
+
+</p>
+<p>De wand van de baarmoeder bestaat uit gladde spiervezels. Deze, tot bundels vereenigd, loopen in alle richtingen rondom dit
+orgaan. Tusschen de spierbundels in liggen een aantal slagaderen en aderen, maar ook zenuwen en lymphvaten zijn daar ruim
+vertegenwoordigd. Van <i>binnen</i> is de wand geheel bekleed met slijmvlies, dat in de holte van het lichaam volkomen glad is, doch in het halskanaal vele plooien
+vormt. <i>Fig. 9 c</i>.
+
+</p>
+<p>Bij den uitwendigen baarmoedermond eindigt dit slijmvlies en gaat daar in het slijmvlies der scheede over.
+
+</p>
+<p>Het slijmvlies van de baarmoeder scheidt een taai, helder slijm af. Alleen wanneer deze afscheiding abnormaal groot is, wordt
+zij door de vrouwen opgemerkt en als witte vloed (fluor albus) bestempeld.
+
+</p>
+<p>De ligging van de baarmoeder is van zeer vele invloeden afhankelijk. In gewone omstandigheden ondergaat zij reeds veranderingen,
+wanneer de blaas of de <a id="d0e1513"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1513">30</a>]</span>endeldarm gevuld zijn. Toch neemt men in &#700;t algemeen aan, dat de ligging bij meisjes in de richting van boven achter naar
+beneden voor is. Na baringen verandert de ligging belangrijk, zonder dat nog van ziekelijke afwijking sprake behoeft te zijn.
+
+
+
+</p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 202px"><img border="0" src="images/fig09.gif" alt="Fig. 9. Doorsnede van een maagdelijke baarmoeder. (Gegenbaur)." width="202" height="299"><p class="figureHead">Fig. 9. <i>Doorsnede van een maagdelijke baarmoeder. (<span class="smallcaps">Gegenbaur</span>).</i></p>
+<p></p>
+<ul>
+<li><i>a</i>. baarmoederholte.
+
+</li>
+<li><i>b</i>. inwendige baarmoedermond.
+
+</li>
+<li><i>c</i>. slijmvlies van het halskanaal.
+
+</li>
+<li><i>d</i>. uitwendige baarmoedermond.
+
+</li>
+<li><i>e</i>. bodem van de baarmoeder.
+</li>
+</ul><p>
+</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+<p>Van <i>buiten</i> is de baarmoeder grootendeels bedekt door het buikvlies, dat met den uteruswand vergroeid is. Het buikvlies, van de achtervlakte
+van de pisblaas komende, gaat na een kleine bocht naar beneden gemaakt te hebben, op de v&oacute;&oacute;rvlakte van de baarmoeder over,
+loopt dan over den bodem van de baarmoeder, komt aan haar achtervlakte, vormt d&aacute;&aacute;r een dieper bocht en gaat eindelijk op den
+endeldarm over. De baarmoeder ligt dus als &#700;t ware ingestulpt in het buikvlies.
+
+</p>
+<p>Aan de rechter- en linkerzijde van de baarmoeder komen de v&oacute;&oacute;r- en achterplooi van het buikvlies samen en vormen de <i>breede</i> baarmoederbanden (ligamenta lata), <i>Fig. 8 u</i>. Deze banden zijn dus uit een voorste en achterste laag of plaat samengesteld.
+
+</p>
+<p>De <i>ronde</i> baarmoederbanden (ligamenta rotunda), <i>Fig. 8 v</i>, ontstaan uit den spierwand van de baarmoeder. Zij loopen van de beide zijden van den bodem der baarmoeder als dikke koorden
+naar beneden, gaandeweg in dikte afnemende. Zij doorloopen het lieskanaal en eindigen in het weefsel van den schaamheuvel
+en de groote schaamlippen.
+
+</p>
+<p>Even boven het begin van de ronde baarmoederbanden staat de holte van de baarmoeder aan beide zijden in verbinding met een
+buis, de <i>eileiders</i> (tubae Fallopiae), <i>Fig. 8 p</i>. De eileiders zijn door den bovensten rand der breede baarmoederbanden ingesloten. Zij zijn het nauwst dicht bij de baarmoeder,
+worden verder gaande wijder en eindigen met een trechtervormige opening vrij in de buikholte. Deze trechtervormige opening
+(ostium tubae abdominale) is aan haar vrijen rand van vele uitsteeksels voorzien, die haar als met donkerroode franje omzoomen,
+<i>Fig. 8 q</i>. <i>E&eacute;n</i> van deze uitsteeksels is langer dan de overige en is met den eierstok verbonden. <i>Fig. 8 r</i>. Waarschijnlijk gaat het ei van den eierstok langs dezen weg naar den eileider om vervolgens door dezen den weg naar de baarmoeder
+af te leggen.
+
+</p>
+<p>Evenals de baarmoeder bestaan ook de eileiders uit een met slijmvlies bekleede spierlaag, welke door het buikvlies omgeven
+wordt. Het slijmvlies van de eileiders is van binnen bekleed met zeer fijn trilhaar; dit verkeert aanhoudend in golvende beweging
+en werkt daardoor mede om het in den eileider opgenomen ei naar de baarmoeder voort te bewegen.
+
+</p>
+<p>De <i>eierstokken</i> (ovarii), <i>Fig. 8 s</i>, zijn de organen, die de kiem voor een nieuw leven voortbrengen. Zij liggen in de achterste plaat van den breeden baarmoederband,
+ter hoogte van den ingang van het kleine bekken, <i>Plaat V No. 59</i>. Zij zijn plat eivormig van gedaante. De punt van het eivormig orgaan is naar de baarmoeder gekeerd en is daarmede door een
+band (ligamentum ovarii proprium) <a id="d0e1597"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1597">31</a>]</span><i>Fig. 8 t<span id="d0e1600" class="corr" title="Bron: ."></span></i> verbonden. Met de stompe vlakte is de eierstok zijwaarts gericht en staat daar met den eileider in verbinding.
+
+</p>
+<p>Slechts een klein gedeelte van den eierstok wordt door het buikvlies bekleed; de geheele voorvlakte blijft onbekleed. Aan
+de voorvlakte merkt men een dwarse sleuf op, waar de bloedvaten, bestemd voor dit orgaan, uit- en intreden. Deze plaats noemt
+men de poort (hilus ovarii), <i>Fig. 10 aa</i>. Een vezelachtig vlies (tunica albuginea), <i>Fig. 10 e</i>, dat door de in- en uittredende bloedvaten doorboord wordt, omgeeft den eierstok geheel.
+
+
+</p>
+<div class="figure floatRight" style="width: 332px"><img border="0" src="images/fig10.jpg" alt="Fig. 10. Doorsnede van een eierstok. (Gegenbaur)." width="332" height="207"><p class="figureHead">Fig. 10. <i>Doorsnede van een eierstok.</i> (<span class="smallcaps">Gegenbaur</span>).
+</p>
+<p></p>
+<ul>
+<li><i>aa</i>. poort van den eierstok.
+
+</li>
+<li><i>b</i>. merggedeelte.
+
+</li>
+<li><i>c</i>. Graafsche follikel.
+
+</li>
+<li><i>d</i>. ledige follikels.
+
+</li>
+<li><i>e</i>. vezelachtig vlies.
+</li>
+</ul><p>
+</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+<p>Het weefsel van den eierstok bestaat uit een middelste, merggedeelte, <i>Fig. 10 b</i><span id="d0e1646" class="corr" title="Bron: ">,</span> en een buitenste, bastgedeelte. In het merggedeelte liggen de bloedvaten, daaromheen ligt het bastgedeelte, dat een aantal
+vliezige blaasjes, de Graafsche follikels, <i>Fig. 10 c</i>, bevat. Deze Graafsche follikels bestaan uit een dun vlies, waarin een vocht (liquor folliculi) en vele kleine celletjes
+zich bevinden. Onder deze celletjes is er &eacute;&eacute;n, soms twee, die in grootte al de andere overtreft; dat is de eicel, de eigenlijke
+levenskiem.
+
+</p>
+<p>Van tijd tot tijd wordt zulk een ei rijp; de Graafsche follikel, waarin het besloten is, barst dan en zijn inhoud komt vrij.
+Het vrijgekomen ei wordt door de franjeachtige uitsteeksels van den eileider opgevangen en naar de baarmoeder overgebracht.
+
+</p>
+<p>Indien het ei niet bevrucht wordt, gaat het, in de baarmoeder gekomen, aldaar te niet of verlaat het lichaam met het menstruatie-bloed.
+
+</p>
+<p>Door het barsten van de Graafsche follikels krijgt de oppervlakte van den eierstok telkens een wondje en wanneer dit genezen
+is, een litteeken. Hierdoor wordt de oorspronkelijk gladde oppervlakte, zooals die bij kinderen v&oacute;&oacute;r de geslachtsrijpheid
+voorkomt, na eenigen tijd onregelmatig en ruw.
+
+</p>
+<p>De eierstokken zijn bij meisjes kort v&oacute;&oacute;r de rijpwording van het eerste ei het grootst. Daarna nemen zij van lieverlede in
+grootte en gewicht af, wegens het verlies van den inhoud der Graafsche follikels. Zij veranderen daarbij tevens eenigszins
+van gedaante en worden meer langwerpig. Bij oude vrouwen bezitten zij nog slechts het &#8531; gedeelte van hun oorspronkelijke grootte.
+</p>
+<p class="tb"></p><p>
+
+</p>
+<p>Wanneer de overige organen van het lichaam reeds een eind weegs hun ontwikkelingsgang hebben afgelegd, dan pas treden de geslachtsorganen
+het eerste overgangsstadium in. Tot op den leeftijd van ongeveer 12 jaren zijn de geslachtsorganen van het meisje nog in bijna
+alle opzichten gelijk aan die van het pasgeboren kind. Eerst daarna beginnen zij geleidelijk zich te ontwikkelen om, na verloop
+van enkele jaren in staat te zijn hun verrichtingen aan te vangen. Dan is de geslachtsrijpheid ingetreden, het kind is maagd
+geworden.
+
+</p>
+<p>De meerdere of mindere snelheid, waarmede die overgang plaats grijpt, is <a id="d0e1666"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1666">32</a>]</span>van vele individueele, zoowel als van algemeene invloeden afhankelijk. Voor ons land stelt men den gemiddelden leeftijd voor
+geslachtsrijpheid op ongeveer 15 jaren. Goede voeding en gezonde leefwijze bevorderen zeer een snellen overgang. Bij kinderen,
+die onder ongunstige maatschappelijke toestanden leven, is de ontwikkelingsduur langer. Het klimaat oefent in dezen ongeveer
+een zelfden invloed uit als voeding en leefwijze. In warme landen is de gemiddelde leeftijd voor de geslachtsrijpheid vroeger,
+in een koud klimaat later dan 15 jaren.
+
+</p>
+<p>Eveneens schijnt de geestelijke sfeer, waarin het kind verkeert, in dit opzicht niet zonder invloed te zijn. Dat stadskinderen
+in den regel vroeger rijp zijn dan dorpskinderen, moet daaraan waarschijnlijk worden toegeschreven.
+
+</p>
+<p>Onderwijl de geslachtsorganen zich gereed maken hun taak te kunnen verrichten, heeft er in het geheele lichaam een groote
+ommekeer plaats.
+
+</p>
+<p>Al de vroeger beschreven vormverschillen van vele lichaamsdeelen van man en vrouw komen thans snel te voorschijn; het opgeschoten
+meisje, met haar onbestemde hoekige lijnen en onevenredige verhoudingen neemt allengs den vrouwelijken lichaamsvorm aan.
+
+</p>
+<p>Op den geestestoestand oefent deze verandering ongetwijfeld ook invloed uit. Met de zenuwachtige prikkelbaarheid, die in dezen
+tijd dikwijls voorkomt en soms gepaard gaat met buien van diepe neerslachtigheid, in enkele gevallen zich uitende in groote
+opgewektheid, vangt de verandering aan, die het kind ook geestelijk tot vrouw stempelt.
+
+</p>
+<p>Aan de uitwendige geslachtsorganen bespeurt men den overgang, doordat de borstklieren, zooals reeds vroeger werd besproken,
+in welving en grootte toenemen, de schaamheuvel en de groote schaamlippen door vetafzetting in hun weefsels voller en ronder
+worden en met haren worden begroeid.
+
+</p>
+<p>Van de inwendige geslachtsorganen zijn de veranderingen moeilijker waarneembaar. Met de plaats grijpende vergrooting van de
+baarmoeder gaat de vormverandering van dit orgaan gepaard. Het lichaam van de baarmoeder groeit thans sterker dan de hals
+en hoewel beide eerst ongeveer even lang waren, is op het tijdstip van geslachtsrijpheid het lichaam het grootst.
+
+</p>
+<p>In de zich ontwikkelende eierstokken beginnen de Graafsche follikels grooter te worden en op het oogenblik, dat het eerste
+eitje rijp is en wordt afgescheiden, kan men aannemen, dat de geslachtsrijpheid is ingetreden.
+
+</p>
+<p>Al de opgesomde veranderingen, benevens de groei van het lichaam, gaan dan nog gedurende eenige jaren voort, ofschoon deze
+verdere ontwikkeling slechts langzaam plaats grijpt en eerst op ongeveer 20-j. leeftijd voltooid is.
+</p>
+<p class="tb"></p><p>
+
+</p>
+<p>Het rijp worden van het eerste ei gaat in den regel gepaard met het intreden van de eerste menstruatie.
+
+</p>
+<p>Onder menstruatie verstaat men het periodiek terugkeerend en eenige dagen aanhoudend bloedverlies uit de baarmoeder, dat zijn
+weg neemt door de scheede. Bij de meeste vrouwen geschiedt dit om de 28 of 30 dagen en duurt 3&#8211;5 dagen. Kleine verschillen
+in den regelmatigen wederkeer of den duur der bloeding zijn niet altijd ziekelijke afwijkingen.
+
+</p>
+<p>De hoeveelheid bloed, die gedurende die dagen wegvloeit, wisselt af tusschen <a id="d0e1692"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1692">33</a>]</span>de 100 en 300 gram. Dit maandelijksch bloedverlies duurt tot den 45- &agrave; 48-jarigen leeftijd; het wordt in gezonden toestand
+alleen onderbroken in tijden van zwangerschap en bij vele vrouwen ook gedurende den zoogtijd. Met het ophouden van de geregelde
+menstruatie houdt waarschijnlijk ook de verrichting van de eierstokken op en komen daarna geen eieren meer tot rijpheid.
+
+</p>
+<p>Men heeft nog niet kunnen vaststellen, welk verband er bestaat tusschen het rijp worden der eitjes (ovulatie) en de menstruatie.
+Vroeger nam men hun onderling verband als vanzelf sprekend aan, hypothesen werden gesteld om dit verband te verklaren en geen
+moeite gespaard om die verklaring aannemelijk te maken. Tegenwoordig echter hecht men aan die vroegere hypothesen geen waarde
+meer, sedert feiten werden waargenomen, die er lijnrecht mede in strijd waren. Men weet nu, dat er eitjes kunnen rijp worden,
+zonder dat er menstruatie intreedt, zooals moet geschieden bij vrouwen, die gedurende het zoogen niet menstrueeren en toch
+zwanger worden; eveneens weet men, dat er vrouwen zijn, bij wie nog geregeld menstruatie intreedt, nadat de eierstokken door
+operatie verwijderd zijn. Toch kan men, niet tegenstaande deze feiten, gerust aannemen, dat er eenig verband bestaat tusschen
+menstruatie en ovulatie, al moeten wij ons dan nog voorloopig met nieuwe hypothesen tevreden stellen, waarvan het eveneens
+zeer wel mogelijk is, dat zij later zullen blijken onjuist te zijn.
+
+</p>
+<p>Men wil thans de menstruatie beschouwen als verband houdende met een verhoogde levenskracht, die periodiek bij de vrouwen
+zou intreden en waarschijnlijk een gevolg zou zijn van de verrichting der eierstokken.
+
+</p>
+<p>Door verschillende onderzoekers is namelijk gevonden, dat in het vrouwenleven, van het oogenblik af, dat de eierstokken hun
+functie beginnen tot aan den tijd, dat zij daarmede eindigen, maandelijks een stijging en daling van alle levensverrichtingen
+valt waar te nemen. Van deze rhytmische golf wordt het hoogste punt bereikt eenige dagen v&oacute;&oacute;r de menstruatie, daarna treedt
+een zeer snelle daling in, waardoor het laagste punt ongeveer met het einde der menstruatie samenvalt. Na de menstruatie volgt
+dan opnieuw een regelmatige stijging, totdat na verloop van 2 of 6 dagen de normale hoogte weder bereikt is. In hoever nu
+dit stijgende en dalende levensproces oorzaak of gevolg der ovulatie en menstruatie is, daarover loopen de meeningen uiteen.
+
+</p>
+<p>De daling der levensfuncti&euml;n gedurende de menstruatie wordt aangenomen, omdat in die dagen de temperatuur van het lichaam
+lager is dan gewoonlijk, de hartswerking trager, de spierkracht geringer en omdat hoogstwaarschijnlijk ook de stofwisseling
+minder is. De stijging wordt natuurlijk aangenomen op grond van tegenovergestelde werking. Dat ook het geestelijk leven in
+die dagen veranderingen ondergaat, daarvan getuigt de afwisselende graad van nerveuse prikkelbaarheid, waaraan de meeste vrouwen
+dan onderworpen zijn.
+
+</p>
+<p>De menstruatie gaat gepaard met allerlei onaangename gewaarwordingen, waarvan de voornaamste en meest voorkomende zijn: zwaartegevoel
+in de beenen, spoedig vermoeid zijn, buikpijn, minder eetlust, hoofdpijn, slaperigheid.
+
+</p>
+<p>Hoewel het periodiek intreden der bloeding het meest opvallend verschijnsel der menstruatie is, zijn er toch nog andere verschijnselen,
+die er bijna even constant bij voorkomen. De baarmoeder is in dien tijd gezwollen en hangt lager in <a id="d0e1706"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1706">34</a>]</span>de scheede. De slijmafscheiding uit het baarmoederslijmvlies is dan sterker, waardoor het menstruatie-bloed rijkelijk met
+slijm vermengd wordt. Deze vermeerderde slijmafscheiding, die meestal een paar dagen v&oacute;&oacute;r de menstruatie begint, duurt dikwijls
+nog eenige dagen na het eindigen daarvan voort.
+
+</p>
+<p>De borstklieren zijn in die dagen in den regel gezwollen, een zwelling, die bij sommige vrouwen met pijnlijkheid gepaard gaat.
+
+</p>
+<p>De tijdelijk verminderde kracht der levens-processen maakt de vrouw in de menstruatie-dagen vatbaarder voor nadeelige invloeden,
+het weerstandsvermogen van haar lichaam is dan geringer, zoodat een schadelijke inwerking gemakkelijker haar doel kan bereiken.
+Het is voornamelijk om die reden, dat de vrouwen gedurende de menstruatie, meer nog dan anders, zorg moeten dragen voor een
+hygi&euml;nische leefwijze. Doch ook alles wat de bloeding uit den uterus kan bevorderen, moet in die dagen zooveel mogelijk vermeden
+worden. Daarom alsdan geen balzaal betreden, geen buitengewone voettochten ondernemen, het langdurig staan vermijden, in &#700;t
+kort, alle buitengewone inspanning achterwege laten.
+
+</p>
+<p>Zooals reeds is opgemerkt, eindigt de menstruatie gewoonlijk op 45- &agrave; 48-j. leeftijd. Zij houdt dan niet plotseling op, maar
+keert telkens met grooter tusschenpoozen en soms met meer hevigheid terug, totdat zij na 1 of 2 jaar voorgoed wegblijft. Men
+noemt deze overgangsperiode bij de vrouw den climacterischen leeftijd.
+
+</p>
+<p>In het climacterium is ook het ophouden van het bloedverlies wel het best waarneembare, doch weder niet het eenige verschijnsel.
+Dikwijls gaat het gepaard met een verdwijning van vet uit de inwendige geslachtsdeelen en een vermeerderde vetafzetting in
+de overige organen van het lichaam. De schaamheuvel en de groote schaamlippen worden daardoor slap en rimpelig en de borsten,
+die door de tegelijkertijd ingetreden schrompeling der klieren toch reeds hun welving verloren hadden, hangen dan soms als
+slappe huidplooien neder.
+
+</p>
+<p>De eierstokken staken dan hun werkzaamheid, er worden geen eitjes meer rijp; de ledige ruimten der Graafsche follikels trekken
+samen, het geheele orgaan schrompelt ineen.
+
+</p>
+<p>De eileiders vernauwen en verslappen, de uterus wordt belangrijk kleiner, het scheedegedeelte van den uterus verdwijnt zelfs
+geheel. De scheede wordt nauwer en droger en verliest haar rekbaarheid.
+
+</p>
+<p>Als gevolg van deze veranderingen lijden de vrouwen in de climacterische jaren dikwijls aan plotseling opkomende congesties,
+sterk zweeten en allerlei nerveuse aandoeningen. Na eenigen tijd verdwijnen deze verschijnselen.
+</p>
+<p class="tb"></p><p>
+
+</p>
+<p>Zoodra een rijp ei bevrucht is geworden, treedt er voor de geslachtsorganen der vrouw een nieuw ontwikkelingstijdperk in.
+
+</p>
+<p>Om bevrucht te worden is het noodig, dat het ei met een der zaadcellen (spermatozo&euml;n) uit het sperma (het voorttelingsproduct
+der mannen) in aanraking komt. Bij deze aanraking, de bevruchting, dringt de spermatozo&ouml;n het ei binnen. In den regel geschiedt
+dit in den eileider; de mogelijkheid is echter niet buitengesloten, dat de bevruchting soms plaats vindt, wanneer het ei den
+eierstok nog niet verlaten heeft, of wanneer het ei reeds in het bovenste gedeelte van de baarmoeder aangekomen is.
+<a id="d0e1728"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1728">35</a>]</span></p>
+<p>Uit het sperma, dat in de scheede wordt uitgestort, gaan dus spermatozo&euml;n door de baarmoeder in de eileiders, om daar het
+ei te ontmoeten. Dit geschiedt gemakkelijk, omdat de spermatozo&euml;n zich kunnen voortbewegen.
+
+</p>
+<p>Hoogstwaarschijnlijk is de vrouw gedurende den geslachtsrijpen leeftijd te allen tijde geschikt om bevrucht te worden. In
+hoever deze geschiktheid te allen tijde door haar als een voorrecht moet worden beschouwd, behoeft hier niet te worden onderzocht.
+
+</p>
+<p>Is het bevruchte ei in de baarmoeder gekomen, dan zet het zich daar aan den wand vast en in het lichaam der vrouw vangt een
+opeenvolging van nieuwe veranderingen aan. De vrouw verkeert dan in zwangeren toestand.
+
+</p>
+<p>De menstruatie blijft weg en keert gedurende de geheele zwangerschap niet terug.
+
+</p>
+<p>Het slijmvlies van de baarmoeder begint sterk te groeien en omhult het ei geheel; het vormt het buitenste der drie vliezige
+zakken, waarin de vrucht tot aan de geboorte besloten blijft. <i>Fig. 11</i>.
+
+</p>
+<p>De baarmoeder neemt enorm in omvang en dikte toe, zoowel door de ontwikkeling van nieuwe spiervezels, als door verlenging
+der bestaande. De spiervezels worden ongeveer elf maal langer en de spierbundels drie tot vijf maal dikker. Ook de bloedvaten
+worden langer en wijder en nemen in aantal toe. Door deze sterke spierontwikkeling wordt de baarmoeder wijd genoeg om het
+bevruchte ei te herbergen, tot het zijn volle ontwikkeling heeft bereikt en krachtig genoeg om later de voldragen vrucht uit
+te drijven. Door de groote uitzetting der bloedvaten kan de bloedtoevoer genoegzaam vermeerderen om ook de voeding van de
+baarmoeder in dit tijdperk voldoende te doen zijn.
+
+</p>
+<p>Met de vergrooting der baarmoeder gaat een geheele vormverandering gepaard. Had zij in maagdelijken toestand een peervormige
+gedaante en geleek haar holte eenigszins op den vorm van een flesch, in zwangeren toestand nadert de vorm van den uterus hoe
+langer hoe meer, zoowel wat de holte als de uitwendige gedaante betreft, naar een ovaal, waaraan het halsgedeelte van de baarmoeder,
+dat niet aan de vergrooting deel neemt, is blijven hangen.
+
+</p>
+<p>Hoe grooter de baarmoeder wordt, des te meer stijgt zij in het groote bekken naar boven en verdringt daarbij al de buikingewanden
+zijwaarts en naar achteren. Ook het middelrif wordt naar boven geperst en daardoor het hart een weinig gedraaid. Door de naar
+boven persing van het middelrif wordt de borstkas ondieper, maar de tegelijkertijd plaats vindende uitzetting van de borstkas
+in de breedte weegt tegen dit ruimteverlies genoegzaam op.
+
+</p>
+<p>Wegens de zwaarte hangt het lichaam van den uterus voorover en daardoor wordt de uterusmond naar achteren gericht. Ook de
+scheede vergroot, een vergrooting, die voornamelijk haar lengte en wijdte ten goede komt. De slijmvliesafscheiding is vermeerderd
+en roomkleurig geworden.
+
+
+
+</p>
+<div class="figure floatRight" style="width: 256px"><img border="0" src="images/fig11.gif" alt="Fig. 11. Doorsnede van een baarmoeder, waarin een bevrucht ei zich vastgezet heeft. (Schroeder.)" width="256" height="290"><p class="figureHead">Fig. 11. <i>Doorsnede van een baarmoeder, waarin een bevrucht ei zich vastgezet heeft.</i> (<span class="smallcaps">Schroeder.</span>)
+</p>
+<p></p>
+<ul>
+<li><i>a</i>. baarmoederwand.
+
+</li>
+<li><i>b</i>. slijmvlies van de baarmoeder in beginnende ontwikkeling.
+
+</li>
+<li><i>c</i>. bevrucht ei.
+</li>
+</ul><p>
+</p>
+</div><p>
+
+<a id="d0e1774"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1774">36</a>]</span></p>
+<p>En ook de uitwendige schaamdeelen doen mede aan den algemeenen groei der geslachtsorganen; de groote en kleine schaamlippen
+zwellen en worden donkerder van kleur.
+
+</p>
+<p>De buikbekleedselen moeten natuurlijk aan den druk van den groeienden uterus toegeven en zich uitzetten; het onderhuidsch
+celweefsel krijgt daarbij steeds fijne inscheuringen, die na afloop der zwangerschap als witte streepjes op den buik zichtbaar
+blijven.
+
+</p>
+<p>Dat door den druk van den zwangeren uterus op blaas en endeldarm en op de in de kleine bekkenholte liggende bloedvaten en
+zenuwen allerlei stoornissen kunnen plaats vinden, valt licht te begrijpen. De meest voorkomende stoornissen zijn: herhaalde
+drang tot urineeren, moeilijke ontlasting en verstopping, uitzetting der aderen en waterzuchtige beenen, somtijds hevige pijn
+in een of beide beenen.
+
+</p>
+<p>De veranderingen, die de borstklieren ondergaan, zijn reeds vroeger besproken.
+
+</p>
+<p>De zwangerschap (graviditeit) gaat niet alleen gepaard met plaatselijke veranderingen, het heele organisme ondervindt mede
+haar inwerking.
+
+</p>
+<p>De hoeveelheid bloed vermeerdert, het wordt meer waterhoudend, daardoor wordt het gehalte aan vaste stoffen betrekkelijk minder.
+De bloedsomloop is gestoord, er ontstaat dikwijls hartklopping, duizeligheid of congestie naar het hoofd.
+
+</p>
+<p>Er wordt meer urine afgescheiden, die lichter van kleur is en minder specifiek gewicht bezit dan gewoonlijk.
+
+</p>
+<p>Het meest is de spijsvertering in de war; er treedt misselijkheid en braking op, zoowel des ochtends in nuchteren toestand
+als nadat er iets gegeten is. De eetlust kan daarbij normaal blijven, doch er ontstaat ook wel tegenzin in het tot zich nemen
+van voedsel. Voornamelijk in de eerste zwangerschapsmaanden komen deze verschijnselen voor.
+
+</p>
+<p>Ook vertoonen zich veelal op verschillende lichaamsdeelen, maar vooral in het gezicht, donkere huidvlekken.
+
+</p>
+<p>Het zenuwstelsel is almede onder den invloed. Soms openbaart zich dit in hoofd- of kiespijn, ook wel in gezichts- of andere
+zintuigsstoornissen, of wel in psychische veranderingen: in diepe neerslachtigheid of in buitengewone opgewektheid.
+
+</p>
+<p>Nog zij vermeld, dat de houding van een zwangere vrouw in de laatste maanden der zwangerschap eenigszins achteroverhellend
+is, als gevolg van het veranderd zwaartepunt van het lichaam.
+
+</p>
+<p>Zoolang al de genoemde veranderingen een zekere grens niet overschrijden en niet gepaard gaan met ernstige gevolgen, worden
+zij niet als ziekelijke afwijkingen beschouwd. Na afloop der bevalling verdwijnen zij meestal spoorloos.
+
+</p>
+<p>Hoewel de duur der zwangerschap niet met zekerheid is op te geven, omdat men het juiste oogenblik niet kent, waarop het ei
+is bevrucht geworden, heeft men toch bij benadering het tijdstip gevonden, waarop de zwangerschap eindigt en de geboorte van
+den nieuwen wereldburger verwacht kan worden. Om dit te bepalen, telt men, van den dag, waarop de laatste menstruatie is ingetreden,
+280 dagen of 40 weken verder. Dat in tallooze gevallen deze berekening met enkele dagen faalt, behoeft zeker niet te worden
+gezegd.
+
+</p>
+<p>Nadat het bevruchte ei door het slijmvlies van den uterus is omgeven, ontwikkelt het zich langzaam tot een levend kind.
+<a id="d0e1803"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1803">37</a>]</span></p>
+<p>Behalve in den vliezigen zak, door het slijmvlies van de baarmoeder gevormd (membrana decidua), ligt het ei nog in twee andere
+vliezige omhulsels, het chorion en het amnion, die beide uit het ei zelve gevormd worden. Het chorion deelt zich tegen het
+einde der 8e zwangerschapsweek in twee deelen, waarvan het eene gedeelte de moederkoek (placenta) vormt.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/fig12.gif" alt="Fig. 12. De menschelijke vrucht in de eerste acht weken van ontwikkeling (Schroeder)." width="458" height="720"><p class="figureHead">Fig. 12. <i>De menschelijke vrucht in de eerste acht weken van ontwikkeling</i> (<span class="smallcaps">Schroeder</span>).
+</p>
+<p>fig<span id="d0e1817" class="corr" title="Bron: ">.</span> <i>a</i> tot <i>f</i> geven de ontwikkelingsstadia weer, tot aan het einde der 4e week. fig. <i>g</i> en <i>h</i> zijn vruchten uit de 5e en 6e week, fig. <i>i</i> is de vrucht van ongeveer 8 weken.
+</p>
+</div><p>
+
+<a id="d0e1836"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1836">38</a>]</span></p>
+<p>De <i>moederkoek</i> is een sponsachtig weeke, platte schijf, die grootendeels uit bloedvaten is opgebouwd. Zij zit aan den wand der baarmoeder
+vast en is door een lange streng met de vrucht verbonden. Deze streng, de <i>navelstreng</i>, is ongeveer een vinger dik en een halven meter lang en bestaat nagenoeg alleen uit bloedvaten.
+
+</p>
+<p>Door de bloedvaten van placenta en navelstreng stroomt het bloed uit het moederlijk lichaam naar dat van de vrucht. Op zijn
+tocht door het lichaampje van de vrucht laat het bloed voedende bestanddeelen achter, die het uit het moederlijk lichaam had
+medegevoerd en neemt onbruikbare stofwisselingsproducten uit het lichaam van de vrucht mede terug. Het wordende kind is dus
+niet alleen in het moederlijk lichaam gehuisvest, maar wordt tevens door het bloed der moeder gevoed. Moederkoek en navelstreng
+vormen daartoe den verbindingsweg.
+
+</p>
+<p>In de holte van den derden of binnensten vliezigen zak, het amnion, ligt de vrucht, door het vruchtwater (liquor amnii) omspoeld.
+Het <i>vruchtwater</i>, dat voor een deel zijn ontstaan dankt aan de urine van de vrucht, beschermt deze tegen den druk of den stoot, waardoor de
+buik der moeder kan worden getroffen. Tegelijkertijd maakt het de beweging voor het kind gemakkelijker en voorkomt, dat deze
+bewegingen al te pijnlijk voor de moeder zouden zijn.
+
+</p>
+<p><i>Fig. 12 a</i> tot <i>i</i> stellen de verschillende ontwikkelingsstadia voor van een menschelijk ei van ongeveer de 2de week tot het einde der 8e week
+na de bevruchting. Tot zoolang is er nog geen verbeening in de weefsels van de vrucht te constateeren. Daarna begint in de
+9e week langzamerhand de vorming der beenderen tot stand te komen en scheiden zich de vingers en teenen. In de 13e tot de
+16e week kan men het geslacht van het toekomstige kind reeds bepalen. In de 17e week beginnen de haren op het hoofd en de
+zachte wollige haartjes van de huid te groeien. De moeder voelt dan reeds de bewegingen van de vrucht.
+
+</p>
+<p>Een vrucht, op het einde der 24e week ter wereld gebracht, kan reeds de ledematen bewegen en flauw ademhalen. Zij sterft echter
+zeer spoedig.
+
+</p>
+<p>In de 26e tot 28e week zijn de oogleden gescheiden en kunnen geopend worden. De huid is dan rood en gerimpeld, het vruchtje
+nog mager. De mogelijkheid bestaat, dat het dan buiten het moederlijk lichaam in leven kan blijven, maar in den regel gaat
+het dood.
+
+</p>
+<p>Vruchten, die op het einde der 32e week geboren worden, kunnen bij zorgvuldige verpleging in het leven blijven, doch de levenskans
+is gering. De huid ziet nog rood en rimpelig. De nagels op vingers en teenen beginnen reeds te verhoornen.
+
+</p>
+<p>In de 34e tot 36e week is de vrucht reeds minder mager en de lichaamsvormen daardoor ronder. Onder gunstige omstandigheden
+blijft het op dit tijdstip geboren kind in leven, alhoewel de sterftekans veel grooter is dan van de voldragen vrucht.
+
+</p>
+<p>In de 37e tot 40e week verdwijnt langzamerhand het wolhaar van de huid en wordt deze blank; de haren van het hoofd daarentegen
+groeien.
+
+</p>
+<p>De vrucht neemt natuurlijk van het begin tot het einde der zwangerschap in lengte en gewicht toe. Op het oogenblik van de
+geboorte is zij ongeveer een halven meter lang en 3 &agrave; 3&frac12; kilogram zwaar.
+
+</p>
+<p>De ruimte in de baarmoederholte is niet groot genoeg om de vrucht een gemakkelijke houding te verschaffen. Deze is gedwongen
+zich te behelpen en zoo te <a id="d0e1873"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1873">39</a>]</span>gaan liggen, dat zij de kleinst mogelijke ruimte inneemt. Daarom kromt zij den rug sterk naar voren, legt de kin op de borst,
+trekt de beenen tegen den buik, buigt de knie&euml;n, en legt de onderbeenen met de voeten gekruist en met de hielen naar onderen.
+De bovenarmen worden tegen de borstkas gedrukt, de onderarmen en handen over de borst gekruist. In de ruimte, die tusschen
+armen en beenen vrij blijft, vindt dan de navelstreng een plaats. <i>Fig. 13</i>.
+
+</p>
+<p>Het hoofdje ligt daarbij meestal naar onderen, de rug naar voren, eenigszins links of rechts en de billen en voeten naar boven
+gekeerd. Dit is de meest voorkomende ligging van de vrucht op het einde der zwangerschap, doch talrijke afwijkingen doen zich
+voor.
+
+</p>
+<p>Gedurig tracht de vrucht haar ongemakkelijke houding te veranderen, een verandering, die bijna altijd gering en snel voorbijgaande
+is, waardoor dan de kleine, stootende bewegingen veroorzaakt worden, die door de moeder als &raquo;het leven van het kind&laquo; worden
+gevoeld.
+
+</p>
+<p>Op het einde van de 40e week drijft de moeder de vrucht uit de baarmoederholte door het halskanaal van de baarmoeder en door
+de scheede naar buiten.
+
+</p>
+<p>De uitdrijving, de baring, komt tot stand door samenwerking van twee verschillende krachten. Deze vinden haar oorsprong in
+samentrekkingen van den baarmoederwand, die wegens de daardoor veroorzaakte pijn als &raquo;wee&euml;n&laquo; worden aangeduid, en in samentrekkingen
+van buikspieren en middelrif, die als &raquo;buikpers&laquo; dienst doen.
+
+
+</p>
+<div class="figure floatLeft" style="width: 511px"><img border="0" src="images/fig13.gif" alt="Fig. 13. Doorsnede van het bekken in de laatste maand van de zwangerschap. (Schroeder)." width="511" height="627"><p class="figureHead">Fig. 13. <i>Doorsnede van het bekken in de laatste maand van de zwangerschap</i>. (<span class="smallcaps">Schroeder</span>).
+</p>
+<p><i>a</i>. darmen. <i>b</i>. <span id="d0e1902" class="corr" title="Bron: wervelkom">wervelkolom</span>. <i>c</i>. buikwand. <i>d</i>. endeldarm. <i>e</i>. scheede. <i>f</i>. pisbuis. <i>g</i>. pisblaas.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De wee&euml;n volgen elkander met korte tusschenpoozen op. Zij zijn in den aanvang zwak en de pijn gering, doch hoe verder de baring
+vordert, des te krachtiger en pijnlijker worden zij. Dan komt ook de buikpers onwillekeurig in werking en helpt krachtig mede
+aan de uitdrijving van de vrucht. Eerst komt het hoofd naar <a id="d0e1923"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1923">40</a>]</span>buiten, daarna met een paar volgende wee&euml;n gewoonlijk het overige gedeelte van het kind.
+
+</p>
+<p>Na de geboorte wordt de navelstreng met bandjes dichtgebonden en doorgeknipt. Spoedig volgen dan eenige samentrekkingen van
+de baarmoeder en worden de moederkoek en de eivliezen (de nageboorte) uitgedreven.
+
+</p>
+<p>Zoodra het kind geboren is, verkondigt het zijn intrede in de wereld door eenige flinke schreeuwen. Met dit schreeuwen vangen
+tevens de eerste ademhalingsbewegingen aan.
+
+</p>
+<p>Het eindje navelstreng, dat aan zijn lichaam is blijven hangen, verdroogt spoedig en valt na 4 of 5 dagen af.
+
+</p>
+<p>Onmiddellijk nadat de nageboorte is uitgedreven, beginnen de geslachtsorganen tot den toestand terug te keeren, waarin zij
+zich v&oacute;&oacute;r de zwangerschap bevonden. Bij vrouwen, die het kind zoogen, maken de borstklieren hierop een uitzondering. Eerst
+ongeveer 6 weken na de bevalling is de vroegere toestand, met uitzondering van de hiervoor reeds genoemde blijvende verandering
+van sommige organen, weder teruggekeerd.
+
+
+
+<a id="d0e1933"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1933">41</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e1934" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2421">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="normal">Beschrijving der platen.</h2>
+<p></p>
+<div class="figure"><a href="images/plaat-1h.jpg"><img border="0" src="images/plaat-1.jpg" alt="" width="349" height="720"></a></div><p>
+
+
+
+</p>
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Plaat II. De Spieren.</h3>
+<p></p>
+<div class="figure"><a href="images/plaat-2h.jpg"><img border="0" src="images/plaat-2.jpg" alt="" width="348" height="720"></a></div><p>
+
+
+</p>
+<p>De linker lichaamshelft vertoont de oppervlakkig gelegen spieren; de rechter lichaamshelft geeft een aantal dieper gelegen
+spieren te zien, die eerst zichtbaar worden, als de daarboven gelegene verwijderd zijn.
+
+
+</p>
+<ul>
+<li>1. Voorhoofdsbeen. (Os frontis.)</li>
+<li>2. Peesachtige schedelkap. (Galea aponeurotica cranii.)</li>
+<li>3. Voorhoofdsspier. (Musculus frontalis.)</li>
+<li>4. Slaapspier. (Musculus temporalis.)</li>
+<li>5. Wenkbrauwfronser. (Musculus corrugator supercilii.)</li>
+<li>6. Sluitspier van het ooglid. (Musculus orbicularis orbitae.)</li>
+<li>7. Aantrekker van het oor. (Musculus attrahens auriculae.)</li>
+<li>8. Nederdrukker van den neus. (Musculus depressor alae nasi.)</li>
+<li>9. Oplichter der bovenlip. (Musc. levator labii sup. proprius.)</li>
+<li>10. Oplichter van den neusvleugel en bovenlip. (Musc. levator alae nasi et labii superioris.)</li>
+<li>11. Sluitspier van den mond. (Musculus orbicularis oris.)</li>
+<li>12. Kauwspier. (Musculus masseter.)</li>
+<li>13. Wangspier. (Musculus buccinator.)</li>
+<li>14. Kinspier of opheffer van de kin. (Musculus levator menti.)</li>
+<li>15. Schuine halsspier. (Musculus sterno-cleido-mastoideus.)</li>
+<li>16. Schouderblad-tongbeenspier. (Musculus omo-hyoideus.)</li>
+<li>17. Borstbeen-tongbeenspier. (Musculus sterno-hyoideus.)</li>
+<li>18. Voorste scheefhoekige halsspier. (Musculus scalenus anticus.) </li>
+<li>19. Middelste scheefhoekige halsspier. (Musculus scalenus medius.)</li>
+<li>20. Optrekker van het schouderblad. (Musculus levator scapulae.)</li>
+<li>21. <span id="d0e1994" class="corr" title="Bron: Monnikkapspier">Monnikskapspier</span>. (Musculus cucularis.)
+</li>
+<li>22. Sleutelbeen. (Clavicula.)</li>
+<li>23. Borstbeen. (Sternum.)</li>
+<li>24. Bovenarmbeen. (Humerus.)</li>
+<li>25. Sleutelbeenspier. (Musculus subclavius.)</li>
+<li>26. Kleine borstspier. (Musculus pectoralis minor.)</li>
+<li>27. Groote getande spier. (Musc. serratus anticus major.)</li>
+<li>28. Groote borstspier. (Musculus pectoralis major.)</li>
+<li>29. Onderschouderbladspier. (Musculus subscapularis.)</li>
+<li>30. Ravenbeksarmspier. (Musculus coraco-brachialis.)</li>
+<li>31. Tweehoofdige armspier. (Musculus biceps brachii.)</li>
+<li>32. Deltaspier. (Musculus deltoideus.)<a id="d0e2019"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2019">42</a>]</span></li>
+<li>33. Binnenste hoofd van de driehoofdige armspier. (Musculus triceps.)</li>
+<li>34. Binnenste armspier. (Musculus brachialis internus.)</li>
+<li>35. Rechte buikspier met peesstrooken. (Musculus rectus abdominis.)</li>
+<li>36. Witte buiklijn. (Linea alba.)</li>
+<li>37. Buitenste schuine buikspier. (Musculus obliquus abdominis externus.)</li>
+<li>38. Binnenste schuine buikspier. (Musculus obliquus abdominis internus.)</li>
+<li>39. Band van Poupart. (Ligamentum Poupartii.)</li>
+<li>40. Inwendige opening van het lieskanaal. (Apertura interna canalis inguinalis.)</li>
+<li>41. Lieskanaal. (Canalis inguinalis.)</li>
+<li>42. Uitwendige opening van het lieskanaal. (Apertura externa canalis inguinalis.)</li>
+<li>43. Middelste bilspier. (Musculus glutaeus medius.)</li>
+<li>44. Het lange hoofd van de vierhoofdige uitstrekspier van het onderbeen (musculus extensor cruris quadriceps); slechts het
+bovenste gedeelte is zichtbaar.
+</li>
+<li>45. Kamspier. (Musculus pectineus.)</li>
+<li>46. Lange aantrekkende spier van het been. (Musculus adductor magnus.)</li>
+<li>47. Het buitenste hoofd van de vierhoofdige uitstrekspier van het onderbeen.</li>
+<li>48. Lange beenspier of kleermakersspier. (Musculus sartorius.)</li>
+<li>49. Dunne dijspier. (Musculus gracilis.)</li>
+</ul><p>
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Plaat III. De Bloedsomloop.</h3>
+<p></p>
+<div class="figure"><a href="images/plaat-3h.jpg"><img border="0" src="images/plaat-3.jpg" alt="" width="369" height="720"></a></div><p>
+
+
+</p>
+<p>De rood gekleurde bloedvaten zijn de slagaderen (arteriae), de blauw gekleurde de aderen (venae).
+
+
+</p>
+<ul>
+<li>1. Linker hartkamer. (Ventriculus sinister.)</li>
+<li>2. Rechter hartkamer. (Ventriculus dexter.)</li>
+<li>3. Rechter voorkamer met hartoor. (Atrium dexter.)</li>
+<li>4. Linker hartoor. (Auriculum sinistrum.)</li>
+<li>5. Opstijgende tak van de groote lichaamsslagader (aorta), die uit de linker hartkamer ontspringt. (Aorta ascendens.)</li>
+<li>6. Aorta-boog. (Arcus aorta.)</li>
+<li>7. Neerdalende tak van de aorta. (Aorta descendens.)</li>
+<li>8. Longslagader (Arteria pulmonalis), die uit de rechter hartkamer ontspringt.</li>
+<li>9. Bovenste holle ader. (Vena cava superior.)</li>
+<li>10. Onderste holle ader. (Vena cava inferior.) Beide storten haar bloed in de rechter voorkamer.</li>
+<li>11. Naamlooze slagader (Arteria anonyma), die uit de aorta voortkomt.</li>
+<li>12. Gemeenschappelijke halsslagader (Carotis communis); door haar vertakkingen voorziet zij het hoofd van bloed.</li>
+<li>13. Buitenste kaakslagader. (Arteria maxillaris externa.)</li>
+<li>14. Oppervlakkige slaapslagader. (Arteria temporalis superficialis.)</li>
+<li>15. Diepe slaapslagader. (Arteria temporalis profundis.)</li>
+</ul><p>
+
+</p>
+<p>De naamlooze slagader levert ook het bloed voor den arm door de:
+<a id="d0e2100"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2100">43</a>]</span>
+</p>
+<ul>
+<li>16. Sleutelbeenslagader. (Arteria subclavia.)</li>
+<li>17. Okselslagader (Arteria axillaris), en:</li>
+<li>18. Bovenarmslagaderen. (Arteriae brachialis.)</li>
+</ul><p>
+
+</p>
+<p>Uit het buikgedeelte der aorta komen de:
+
+</p>
+<ul>
+<li>19. Korte buikslagaderen. (Arteria coeliacae) (afgesneden.)</li>
+<li>20. Bovenste darm- of darmscheilslagader. (Arteria mesenterica superior.) (eveneens afgesneden).</li>
+<li>21. Nierslagader. (Arteria renalis.)</li>
+<li>22. Onderste darm- of darmscheilslagader. (Arteria mesenterica inferior) (afgesneden).</li>
+<li>23. Linker binnenste zaadslagader (Arteria spermatica interna); de rechter ontspringt meestal uit de nierslagader.</li>
+</ul><p>
+
+</p>
+<p>De binnenste zaadslagaderen voorzien de geslachtsorganen van bloed.
+
+</p>
+<p>Door de vorkvormige verdeeling der aorta in de twee:
+
+</p>
+<ul>
+<li>24. Gemeenschappelijke bekkenslagaderen (Arteriae iliacae communes) worden de beenen van bloed voorzien. Voor dit doel geven
+zij af de:
+</li>
+<li>25. Dijslagader (Arteria cruralis) en haar in de diepte gaanden tak, de:</li>
+<li>26. Diepe dijslagader. (Arteria profunda femoris.)</li>
+</ul><p>
+
+</p>
+<p>De bovenste holle ader stort het veneuze bloed uit het bovenste gedeelte van het lichaam in de rechter voorkamer. Zij ontstaat
+door vereeniging van de beide:
+
+</p>
+<ul>
+<li>27. Naamlooze aderen. (Venae innominatae.)</li>
+</ul><p>
+
+</p>
+<p>Deze ontvangen het veneuze bloed uit den arm door de:
+
+</p>
+<ul>
+<li>28. Sleutelbeenader (Vena subclavia) en de:</li>
+<li>29 en 30. Huidaderen van den arm (Venae subcutaneae brachii) en uit het hoofd door de:</li>
+<li>31. Inwendige strotader. (Vena jugularis interna.)</li>
+<li>32. Uitwendige strotader. (Vena jugularis externa.)</li>
+</ul><p>
+
+</p>
+<p>De onderste holle ader stort eveneens haar bloed in de rechter voorkamer. Zij ontvangt dit uit de aderen van het onderste
+gedeelte van het lichaam.
+
+</p>
+<p>Haar takken zijn:
+
+</p>
+<ul>
+<li>33. Leveraderen. (Venae hepaticae.)</li>
+<li>34. Nierader. (Vena renalis.)</li>
+<li>35. Inwendige zaadader. (Vena spermatica int.)</li>
+<li>36. Gemeenschappelijke bekkenader. (Vena iliaca communis.)</li>
+<li>37. Dijader. (Vena cruralis).</li>
+</ul><p>
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Plaat IV. Het zenuwstelsel.</h3>
+<p></p>
+<div class="figure"><a href="images/plaat-4h.jpg"><img border="0" src="images/plaat-4.jpg" alt="" width="357" height="720"></a></div><p>
+
+
+</p>
+<p>Een doorsnede van het hoofd en de wervelkolom geeft ten deele een overzicht van hersenen en ruggemerg, terwijl de armen en
+beenen zoodanig zijn afgesneden, dat men den aanvang der voor hen bestemde zenuwen kan overzien.
+
+<a id="d0e2178"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2178">44</a>]</span>
+</p>
+<ul>
+<li>1. Groote hersenen. (Cerebrum.)</li>
+<li>2. Brug van Varol (Pons Varolii), die de beide kleine hersenhalfronden verbindt.</li>
+<li>3. Verlengde merg. (Medulla oblongata.)</li>
+<li>4. Halsgedeelte van het ruggemerg. (Medulla spinalis.)</li>
+<li>5. Borstgedeelte van het ruggemerg.</li>
+<li>6. Mergkegel. (Conus.)</li>
+<li>7. Lendengedeelte van het ruggemerg.</li>
+<li>8. Paardestaart (Cauda equina.)</li>
+</ul><p>
+
+</p>
+<p>Uit de hersenen ontspringen 12 paar hersenzenuwen, waarvan evenwel op deze plaat slechts de oorsprong te zien is van de:
+
+</p>
+<ul>
+<li>9. Buitenste oogspierzenuw. (Nervus oculomotorius.)</li>
+<li>10. Drielingszenuw. (Nervus trigeminus.)</li>
+<li>11. Aangezichtszenuw en gehoorzenuw. (Nervus facialis et acusticus.)</li>
+<li>12. Tong- en keelzenuw. (Nervus glosso-pharyngeus.)</li>
+</ul><p>
+
+</p>
+<p>Uit het ruggemerg ontspringen 31 paar ruggemergszenuwen. De voorste takken van de 4 onderste halszenuwen vormen de:
+
+</p>
+<ul>
+<li>13. Halszenuwvlecht. (Plexus cervicalis.)</li>
+</ul><p>
+
+</p>
+<p>De voorste takken van de 4 onderste halszenuwen vormen de:
+
+</p>
+<ul>
+<li>14. Armenzenuwvlecht. (Plexis brachialis), welke op de plaat zichtbare takken naar den arm zendt.</li>
+<li>15. Huidzenuwen van den arm. (Nervi cutanei brachii.)</li>
+<li>16. Middelarmzenuw. (Nervus medianus.)</li>
+<li>17. Elleboogzenuw. (Nervus ulnaris.)</li>
+<li>18. Spier-huidzenuw. (Nervus musculo-cutaneus). Verder kan men nog het begin zien van de:</li>
+<li>19. Achtste halszenuw. (Nervus cervicalis.)</li>
+<li>20. Eerste borstzenuw. (Nervus thoracicus.)</li>
+<li>21. Twaalfde borstzenuw. (Nervus thoracicus.)</li>
+<li>22. Eerste lendenzenuw. (Nervus lumbalis.)</li>
+<li>23. Heup-bekkenzenuw. (Nervus ilio-hypogastricus.)</li>
+<li>24. Heup-lieszenuw. (Nervus ilio-inguinalis.)</li>
+<li>25. Huidzenuw van het bovenbeen. (Nervus cutaneus femoris.)</li>
+<li>26. Heupkomzenuw. (Nervus obturatorius.)</li>
+<li>27. Dijzenuw. (Nervus cruralis.)</li>
+<li>28. Schaambeenzenuw. (Nervus genito-cruralis.)</li>
+<li>29. Eerste heiligbeenzenuw. (Nervus sacralis.)</li>
+<li>30. Verbindingsstreng van den sympathicus. (Nervus sympathicus.)</li>
+<li>31. Heupzenuw. (Nervus ischiadicus.)</li>
+</ul><p>
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Plaat V. Het Geraamte (gedeeltelijk) en de inhoud van borst- en buikholte.</h3>
+<p></p>
+<div class="figure"><a href="images/plaat-5h.jpg"><img border="0" src="images/plaat-5.jpg" alt="" width="360" height="720"></a></div><p>
+
+
+</p>
+<p>Van de schedelbeenderen ziet men slechts:
+<a id="d0e2266"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2266">45</a>]</span>
+
+
+</p>
+<ul>
+<li>1. Voorhoofdsbeen. (Os frontis.)</li>
+<li>2. Kruin- of wandbeen. (Os parietale.)</li>
+<li>3. Slaapbeen. (Os temporum.)</li>
+<li>4. Jukbeen. (Os zygomaticum.)</li>
+<li>5. Bovenkaakbeen. (Os maxillare superius.)</li>
+<li>6. Onderkaak. (Mandibula.)</li>
+<li>Verder ziet men:</li>
+<li>7. Zevende halswervel. (Vertebra prominens.)</li>
+<li>8. Eerste borstwervel. (Vertebra thoracicus.)</li>
+<li>9. Twaalfde borstwervel. (Vertebra thoracicus.)</li>
+<li>10. Vijfde lendenwervel. (Vertebra lumbalis.)</li>
+<li>11. Kruis- of heiligbeen. (Os sacrum.)</li>
+<li>12. Stuitbeen. (Os coccygis.)</li>
+<li>13. Sleutelbeen. (Clavicula.)</li>
+<li>14. Borstbeen. (Sternum.)</li>
+<li>15. Eerste rib, (Costa.)</li>
+<li>16. Twaalfde rib, <span id="d0e2305" class="corr" title="Bron: ">(Costa.)</span></li>
+<li>17. Schouderblad. (Scapula.)</li>
+<li>18. Bovenarmbeen. (Humerus.)</li>
+<li>19. Voorgebergte. (Promontorium.)</li>
+</ul><p>
+
+</p>
+<p>Het heupbeen (Os innominatum), dat in verbinding met het heiligbeen en stuitbeen het eigenlijke bekken vormt, is samengesteld
+uit:
+
+</p>
+<ul>
+<li>20. Darmbeen (Os ilei.)</li>
+<li>21. Schaambeen. (Os pubis.)</li>
+<li>22. Zitbeen. (Os ischii.)</li>
+<li>No. 23 toont het Dij- of bovenschenkelbeen (Femur) aan.</li>
+</ul><p>
+
+
+</p>
+<p>De Ingewanden.
+
+
+</p>
+<ul>
+<li>24. Strottenhoofd. (Larynx.)</li>
+<li>25. Luchtpijp. (Trachea.)</li>
+<li>26. Luchtpijpstakken. (Bronchi.)</li>
+<li>27. Rechter en linker long. (Pulmones dexter et sinister.)</li>
+<li>28. Hart. (Cor.)</li>
+<li>29. Linker hartkamer van binnen.</li>
+<li>30. Rechter hartkamer van binnen. Gedeeltelijk ziet men in beide hartkamers de uitgespreide hartkleppen. (Valvulae.)</li>
+<li>31. Rechter voorkamer van het hart.</li>
+<li>32. Linker hartoor.</li>
+<li>33. Groote lichaamsslagader. (Aorta.)</li>
+<li>34. Longslagader.</li>
+<li>35. Bovenste holle ader.</li>
+<li>36. Linker voorkamer van het hart.<a id="d0e2355"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2355">46</a>]</span></li>
+<li>37. Onderste holle ader.</li>
+<li>38. Keelholte. (Pharynx.)</li>
+<li>39. Slokdarm. (Oesophagus.)</li>
+<li>40. Maag. (Ventriculus.)</li>
+<li>41. Milt. (Lien.)</li>
+<li>42. Alvleeschklier. (Pankreas.)</li>
+<li>43. Twaalfvingerige darm. (Intestinum duodenum) (gedeeltelijk geopend.)</li>
+<li>44. Dunne darm (nuchtere darm en kronkeldarm.) (Intestinum jejunum et ileum.)</li>
+<li>45. Blinde darm (Intestinum coecum) met het wormsgewijze verlengsel. (Processus vermicularis.)</li>
+<li>46. Karteldarm. (Colon.)</li>
+<li>47. Aars- of endeldarm. (Intestinum rectum.)</li>
+<li>48. Lever. (Hepar.)</li>
+<li>49. Galblaas. (Cystis fellea.)</li>
+<li>50. Middelrif. (Diaphragma.)</li>
+<li>51. Nier. (Ren.)</li>
+<li>52. Nierbekken. (Pelvis renalis.)</li>
+<li>53. Pisleider. (Ureter.)</li>
+<li>54. Pisblaas. (Vesica urinaria.)</li>
+<li>55. Uitwendige geslachtsorganen. (Genitalia.)</li>
+<li>56. Scheede. (Vagina.)</li>
+<li>57. Baarmoedermond. (Orificium uterinum.)</li>
+<li>58. Baarmoeder. (Uterus.)</li>
+<li>59. Eierstok. (Ovarium) (rechter is geopend.)</li>
+<li>60. Eileider. (Oviductus of Tuba Fallopiana.)</li>
+<li>61. Breede baarmoederband. (Ligamentum latum.)</li>
+<li>62. Ronde baarmoederband. (Ligamentum rotundum.)</li>
+<li>63. Op plaat 1 vinden wij de opengelegde borstklier (Mamma), die eveneens tot de geslachtsorganen behoort.</li>
+<li>64. Groote lendenspier. (Musculus psoas major.)</li>
+</ul><p>
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><a href="images/plaat-5ah.jpg"><img border="0" src="images/plaat-5a.jpg" alt="" width="457" height="720"></a></div><p>
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="figure"><a href="images/plaat-5bh.jpg"><img border="0" src="images/plaat-5b.jpg" alt="" width="457" height="720"></a></div><p>
+
+
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back"><a id="d0e2420"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2420">47</a>]</span><div id="d0e2421" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2421">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="normal">Inhoud.</h2>
+<ul>
+<li><a href="#d0e123">Voorwoord</a> 3
+
+</li>
+<li><a href="#d0e185">Inleiding</a> 5
+
+</li>
+<li><a href="#d0e207">Eerste afdeeling</a>.
+
+<ul>
+<li><a href="#d0e210">Huid</a> 6
+
+</li>
+<li><a href="#d0e223">Geraamte</a> 6
+
+</li>
+<li><a href="#d0e611">Spieren</a> 12
+
+</li>
+<li><a href="#d0e646">Bloedsomloop</a> 13
+
+</li>
+<li><a href="#d0e855">Zenuwstelsel</a> 16
+
+</li>
+<li><a href="#d0e949">Spijsverteringsorganen</a> 18
+
+</li>
+<li><a href="#d0e1086">Ademhalingsorganen</a> 21
+
+</li>
+<li><a href="#d0e1160">Pisorganen</a> 23
+
+</li>
+</ul>
+
+</li>
+<li><a href="#d0e1250">Tweede afdeeling</a>.
+
+<ul>
+<li><a href="#d0e1253">Geslachtsorganen</a> 25
+
+</li>
+</ul>
+
+</li>
+<li><a href="#d0e1934">Beschrijving der platen</a> 40
+</li>
+</ul><a id="d0e2486"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2486">48</a>]</span></div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e2421">Inhoud</a>]
+</span><p><i>Bij den Uitgever dezes zijn mede verschenen en in elken soliden Boekhandel te bekomen:</i>
+
+
+</p>
+<p><span class="letterspaced">Anatomische Atlas van het Paard en de Koe</span>, met 10 gekleurde, beweegbare Platen en Verklaring. Prijs &#402; 0.90.
+
+</p>
+<p>Dr. D.J. BLOK, <span class="letterspaced">Het Menschelijk Oog</span>. Bouw, Verrichting en Verzorging. Met beweegbare, gekleurde platen en figuren tusschen den verklarenden tekst. Prijs &#402; 1.75.
+
+</p>
+<p>A. TEN BOSCH <span class="smallcaps">N.Jzn.</span>, <span class="letterspaced">Booglampen en Booglampverlichting</span>, met 2 beweegbare Modellen. Prijs &#402; 2.&#8211;.
+
+</p>
+<p>&#8212;&#8212;<span class="letterspaced">De Zuiggasgenerator</span>, met 41 Illustraties en een gekleurd uitslaand Model. Prijs &#402; 2.50.
+
+</p>
+<p>W. COOL, <span class="letterspaced">Luchtschip en Vliegmachine</span>, met 2 uitslaanbare Modellen. Prijs &#402; 3.&#8211;.
+
+</p>
+<p>E. HEIMANS, <span class="letterspaced">De Honingbij</span>. Een schets uit het Bijenleven, met figuren en 2 beweegbare Modellen. (Koningin en Dar). Prijs &#402; 1.50.
+
+</p>
+<p>&#8212;&#8212;<span class="letterspaced">Het Lichaam van den Visch</span>, met uitvoerige, ge&iuml;llustreerde Determineerlijst van onze voornaamste Zoetwatervisschen en een gekleurd, uitslaand Model
+van een Karper. Prijs &#402; 0.90.
+
+</p>
+<p>F. A. HOLLEMAN <span class="smallcaps">Jr.</span>, <span class="letterspaced">Electriciteitsmeters en Stroomleveringstarieven</span>, met beweegbaar Model. Prijs &#402; 1.75.
+
+</p>
+<p>Dr. J. L. HOORWEG, <i>a</i>. <span class="letterspaced">De Gas- en Petroleum-motoren.</span> Beknopte uiteenzetting van de inrichting en werking dezer motoren. Aanschouwelijk voorgesteld door een beweegbaar Model en
+opgehelderd door vele illustraties tusschen den verklarenden tekst. Prijs &#402; 2.&#8211;.
+
+</p>
+<p>&#8212;&#8212;<i>b</i>. Beknopte uiteenzetting van de inrichting en werking van den <span class="letterspaced">Petroleum-motor van Diesel</span>. Aanschouwelijk voorgesteld door een groot beweegbaar Model. Prijs &#402; 1.50.
+
+<i>a</i> en <i>b</i> samen &#402; 3.25.
+
+</p>
+<p>F. KERDIJK, <span class="letterspaced">De Stoomturbine</span>, met 41 afbeeldingen in den tekst en een gekleurd uitslaand Model. Prijs &#402; 2.25.
+
+</p>
+<p>Dr. J. KONING, <span class="letterspaced">De Telephoon</span>, afgebeeld en verklaard. Met een beweegbaar Model in 8 gekleurde platen en ophelderende figuren in den tekst. Prijs &#402; 1.25.
+
+</p>
+<p>C. KREDIET en G. DE VOOGT, <span class="letterspaced">Model eener liggende Stoommachine</span>. Geschiedkundig overzicht en verklarenden tekst, met 8 gekleurde, beweegbare platen en vele illustraties. Prijs &#402; 1.50.
+
+</p>
+<p>H. M. KROON, <span class="letterspaced">De Koe</span>, haar lichaamsbouw en hare inwendige organen, met 5 beweegbare, gekleurde platen en ge&iuml;llustr., verklarenden tekst en vele
+<i>Rasafbeeldingen</i>. Prijs &#402; 1.50.
+
+</p>
+<p><b>De Koe, in half levensgroote</b>, beweegbare platen, aanschouwelijk uit- en inwendig voorgesteld. Prijs met Handleiding &#402; 15.&#8211;.
+
+</p>
+<p>&#8212;&#8212;<span class="letterspaced">Het Varken</span>, zijn lichaamsbouw en zijn inwendige organen, met 5 beweegbare, gekleurde platen, <i>Rasafbeeldingen</i> en ge&iuml;llustreerden, verklarenden tekst. Prijs &#402; 1.25.
+
+</p>
+<p>QUADEKKER, <span class="letterspaced">Het Paard</span>, zijn lichaamsbouw en zijne inwendige organen, met 5 beweegbare, gekleurde platen en ge&iuml;llustreerden, verklarenden tekst.
+Prijs &#402; 1.50.
+
+</p>
+<p><b>Het Paard, in half levensgroote</b>, beweegbare platen, aanschouwelijk uit- en inwendig voorgesteld. Prijs met Handleiding &#402; 15.&#8211;.
+
+</p>
+<p>Dr. H. SCHMIDT, <span class="letterspaced">Het Menschelijk Lichaam</span>, zijn bouw en zijne inwendige organen, aanschouwelijk voorgesteld door 5 beweegbare, gekleurde platen en met ge&iuml;llustreerden,
+verklarenden tekst. Prijs &#402; 1.25.
+
+</p>
+<p><b>Het Menschelijk Lichaam, in levensgroote</b>, beweegbare platen, aanschouwelijk uit- en inwendig voorgesteld. Prijs met Handleiding &#402; 15.&#8211;.
+
+</p>
+<p>W. S. ST&Uuml;VEN, <span class="letterspaced">De Hond</span>, zijn lichaamsbouw en zijn inwendige organen, aanschouwelijk voorgesteld door 5 beweegbare, gekleurde platen en met <i>55 Rasafbeeldingen</i> tusschen den verklarenden tekst. Prijs &#402; 1.50.
+
+</p>
+<p>A. VOSMAER, <span class="letterspaced">Stoomverdeeling door Schuiven, Kranen en Kleppen</span>, met beweegbaar Model. Prijs &#402; 2.50.
+
+</p>
+<p>* G. J. VAN DE WELL, <span class="letterspaced">De Accumulator</span>. Aanschouwelijk in- en uitwendig voorgesteld door beweegbare, gekleurde platen en met ge&iuml;llustreerden, verklarenden tekst.
+Prijs &#402; 1.50.
+
+</p>
+<p>*&#8212;&#8212;<span class="letterspaced">De Dynamo</span>. Aanschouwelijk uit- en inwendig voorgesteld door beweegbare, gekleurde platen en met ge&iuml;llustreerden, verklarenden tekst.
+Prijs &#402; 2.50.
+
+</p>
+<p>*&#8212;&#8212;<span class="letterspaced">De Elektromotor</span>, voor gelijk-, wissel- en draaistroom. Aanschouwelijk uit- en inwendig voorgesteld door beweegbare, gekleurde platen en met
+ge&iuml;ll. verklarenden tekst. Prijs &#402; 2.50.
+
+</p>
+<p>* Deze drie te zamen genomen &#402; 5.50.
+
+</p>
+<p><b>Hoogst Belangrijk! :: Alles Beweegbaar! :: Natuurgetrouw!</b>
+
+
+
+</p>
+<div class="transcribernote">
+<h2>Colofon</h2>
+<h3>Beschikbaarheid</h3>
+<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+
+</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line gedistribueerd correctie team op <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
+
+</p>
+<p>De in de oorspronkelijke uitgave aanwezige beweegbare platen zijn zowel gesloten en opengevouwen gescanned.
+
+</p>
+<p lang="en">This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give
+it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+
+</p>
+<p lang="en">This eBook is produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
+
+</p>
+<h3>Codering</h3>
+<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde
+van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn
+gemarkeerd met het corr-element.
+
+</p>
+<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met &#8220;. Geneste
+dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens.
+
+</p>
+<h3>Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>23-SEP-2007 begonnen.
+
+</li>
+</ul>
+<h3>Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%">
+<tr>
+<th>Plaats</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e267">Bladzijde 8</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e281">Bladzijde 8</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e420">Bladzijde 10</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e429">Bladzijde 10</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e459">Bladzijde 11</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">)</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e512">Bladzijde 11</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e641">Bladzijde 14</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e718">Bladzijde 15</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e746">Bladzijde 15</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e751">Bladzijde 15</a></td>
+<td width="40%">,</td>
+<td width="40%"> a</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e852">Bladzijde 17</a></td>
+<td width="40%">lympvaten</td>
+<td width="40%">lymphvaten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e872">Bladzijde 17</a></td>
+<td width="40%">leiddraden</td>
+<td width="40%">leidraden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e880">Bladzijde 17</a></td>
+<td width="40%">rekende</td>
+<td width="40%">gerekend</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1189">Bladzijde 24</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1346">Bladzijde 28</a></td>
+<td width="40%">Heiztmann</td>
+<td width="40%">Heitzmann</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1600">Bladzijde 31</a></td>
+<td width="40%">.</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1646">Bladzijde 31</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1817">Bladzijde 37</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1902">Bladzijde 39</a></td>
+<td width="40%">wervelkom</td>
+<td width="40%">wervelkolom</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1994">Bladzijde 41</a></td>
+<td width="40%">Monnikkapspier</td>
+<td width="40%">Monnikskapspier</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2305">Bladzijde 45</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">(Costa.)</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Vrouw, by Aletta H. Jacobs
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE VROUW ***
+
+***** This file should be named 22868-h.htm or 22868-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/2/8/6/22868/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/22868-h/images/fig01.gif b/22868-h/images/fig01.gif
new file mode 100644
index 0000000..dcd2ff5
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/fig01.gif
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/fig02.gif b/22868-h/images/fig02.gif
new file mode 100644
index 0000000..2cf5c20
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/fig02.gif
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/fig03.jpg b/22868-h/images/fig03.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ca79feb
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/fig03.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/fig04.jpg b/22868-h/images/fig04.jpg
new file mode 100644
index 0000000..92ee376
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/fig04.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/fig05.jpg b/22868-h/images/fig05.jpg
new file mode 100644
index 0000000..44faea4
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/fig05.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/fig06.gif b/22868-h/images/fig06.gif
new file mode 100644
index 0000000..0b3a46a
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/fig06.gif
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/fig07.jpg b/22868-h/images/fig07.jpg
new file mode 100644
index 0000000..489605b
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/fig07.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/fig08.jpg b/22868-h/images/fig08.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ca2d50e
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/fig08.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/fig09.gif b/22868-h/images/fig09.gif
new file mode 100644
index 0000000..11c0c9c
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/fig09.gif
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/fig10.jpg b/22868-h/images/fig10.jpg
new file mode 100644
index 0000000..950c51c
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/fig10.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/fig11.gif b/22868-h/images/fig11.gif
new file mode 100644
index 0000000..cf5ba90
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/fig11.gif
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/fig12.gif b/22868-h/images/fig12.gif
new file mode 100644
index 0000000..85ed063
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/fig12.gif
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/fig13.gif b/22868-h/images/fig13.gif
new file mode 100644
index 0000000..42f6369
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/fig13.gif
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/front.jpg b/22868-h/images/front.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3ed1b7d
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/front.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/plaat-1.jpg b/22868-h/images/plaat-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a041318
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/plaat-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/plaat-1h.jpg b/22868-h/images/plaat-1h.jpg
new file mode 100644
index 0000000..89b3fe1
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/plaat-1h.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/plaat-2.jpg b/22868-h/images/plaat-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..102ca83
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/plaat-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/plaat-2h.jpg b/22868-h/images/plaat-2h.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6ea69cc
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/plaat-2h.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/plaat-3.jpg b/22868-h/images/plaat-3.jpg
new file mode 100644
index 0000000..49996d0
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/plaat-3.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/plaat-3h.jpg b/22868-h/images/plaat-3h.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3899a52
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/plaat-3h.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/plaat-4.jpg b/22868-h/images/plaat-4.jpg
new file mode 100644
index 0000000..343bd08
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/plaat-4.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/plaat-4h.jpg b/22868-h/images/plaat-4h.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3032c1f
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/plaat-4h.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/plaat-5.jpg b/22868-h/images/plaat-5.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6b13c8f
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/plaat-5.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/plaat-5a.jpg b/22868-h/images/plaat-5a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8c3632a
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/plaat-5a.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/plaat-5ah.jpg b/22868-h/images/plaat-5ah.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f7cd806
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/plaat-5ah.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/plaat-5b.jpg b/22868-h/images/plaat-5b.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b6e4be7
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/plaat-5b.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/plaat-5bh.jpg b/22868-h/images/plaat-5bh.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ddde4ba
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/plaat-5bh.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-h/images/plaat-5h.jpg b/22868-h/images/plaat-5h.jpg
new file mode 100644
index 0000000..91fed59
--- /dev/null
+++ b/22868-h/images/plaat-5h.jpg
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/f001.png b/22868-page-images/f001.png
new file mode 100644
index 0000000..99879a4
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/f001.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/f002.png b/22868-page-images/f002.png
new file mode 100644
index 0000000..cf0f02f
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/f002.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/f003.png b/22868-page-images/f003.png
new file mode 100644
index 0000000..6a5a8cb
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/f003.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/f004.png b/22868-page-images/f004.png
new file mode 100644
index 0000000..0f748b2
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/f004.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/f005.png b/22868-page-images/f005.png
new file mode 100644
index 0000000..c459428
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/f005.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/f006.png b/22868-page-images/f006.png
new file mode 100644
index 0000000..67acec8
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/f006.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p006.png b/22868-page-images/p006.png
new file mode 100644
index 0000000..60cbff3
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p006.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p007.png b/22868-page-images/p007.png
new file mode 100644
index 0000000..654f39d
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p007.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p008.png b/22868-page-images/p008.png
new file mode 100644
index 0000000..3808895
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p008.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p009.png b/22868-page-images/p009.png
new file mode 100644
index 0000000..c0d270d
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p009.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p010.png b/22868-page-images/p010.png
new file mode 100644
index 0000000..d51e07b
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p010.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p011.png b/22868-page-images/p011.png
new file mode 100644
index 0000000..da7c736
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p011.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p012.png b/22868-page-images/p012.png
new file mode 100644
index 0000000..7b2d390
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p012.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p013.png b/22868-page-images/p013.png
new file mode 100644
index 0000000..6f5bfdf
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p013.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p014.png b/22868-page-images/p014.png
new file mode 100644
index 0000000..0c9e057
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p014.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p015.png b/22868-page-images/p015.png
new file mode 100644
index 0000000..ca6ed76
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p015.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p016.png b/22868-page-images/p016.png
new file mode 100644
index 0000000..3892848
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p016.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p017.png b/22868-page-images/p017.png
new file mode 100644
index 0000000..c741e4e
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p017.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p018.png b/22868-page-images/p018.png
new file mode 100644
index 0000000..e449440
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p018.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p019.png b/22868-page-images/p019.png
new file mode 100644
index 0000000..359d6ab
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p019.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p020.png b/22868-page-images/p020.png
new file mode 100644
index 0000000..364833a
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p020.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p021.png b/22868-page-images/p021.png
new file mode 100644
index 0000000..8d385a7
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p021.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p022.png b/22868-page-images/p022.png
new file mode 100644
index 0000000..54c79ae
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p022.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p023.png b/22868-page-images/p023.png
new file mode 100644
index 0000000..d3a3caa
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p023.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p024.png b/22868-page-images/p024.png
new file mode 100644
index 0000000..c551b1c
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p024.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p025.png b/22868-page-images/p025.png
new file mode 100644
index 0000000..9515dfe
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p025.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p026.png b/22868-page-images/p026.png
new file mode 100644
index 0000000..d51ef19
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p026.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p027.png b/22868-page-images/p027.png
new file mode 100644
index 0000000..e295fcb
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p027.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p028.png b/22868-page-images/p028.png
new file mode 100644
index 0000000..ade94a9
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p028.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p029.png b/22868-page-images/p029.png
new file mode 100644
index 0000000..9944839
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p029.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p030.png b/22868-page-images/p030.png
new file mode 100644
index 0000000..560cb0c
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p030.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p031.png b/22868-page-images/p031.png
new file mode 100644
index 0000000..f9836a9
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p031.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p032.png b/22868-page-images/p032.png
new file mode 100644
index 0000000..fb80800
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p032.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p033.png b/22868-page-images/p033.png
new file mode 100644
index 0000000..cd54c6f
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p033.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p034.png b/22868-page-images/p034.png
new file mode 100644
index 0000000..2569b1f
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p034.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p035.png b/22868-page-images/p035.png
new file mode 100644
index 0000000..22682eb
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p035.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p036.png b/22868-page-images/p036.png
new file mode 100644
index 0000000..c6eb335
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p036.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p037.png b/22868-page-images/p037.png
new file mode 100644
index 0000000..c65f3d0
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p037.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p038.png b/22868-page-images/p038.png
new file mode 100644
index 0000000..b272780
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p038.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p039.png b/22868-page-images/p039.png
new file mode 100644
index 0000000..48b3f0d
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p039.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p040.png b/22868-page-images/p040.png
new file mode 100644
index 0000000..9f6a481
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p040.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p041.png b/22868-page-images/p041.png
new file mode 100644
index 0000000..01b8a04
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p041.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p042.png b/22868-page-images/p042.png
new file mode 100644
index 0000000..4f3b31b
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p042.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p043.png b/22868-page-images/p043.png
new file mode 100644
index 0000000..25e650d
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p043.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p044.png b/22868-page-images/p044.png
new file mode 100644
index 0000000..612aeaf
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p044.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p045.png b/22868-page-images/p045.png
new file mode 100644
index 0000000..03b40fd
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p045.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p046.png b/22868-page-images/p046.png
new file mode 100644
index 0000000..4310752
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p046.png
Binary files differ
diff --git a/22868-page-images/p047.png b/22868-page-images/p047.png
new file mode 100644
index 0000000..6498c13
--- /dev/null
+++ b/22868-page-images/p047.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..22cc8c9
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #22868 (https://www.gutenberg.org/ebooks/22868)