summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 01:46:20 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 01:46:20 -0700
commitdfc5c6d3b8ef49d6f2b4fe22a390cc9479e39fa2 (patch)
tree56ae55225aec7f37caebceee8705db15eb777599
initial commit of ebook 21878HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--21878-8.txt4196
-rw-r--r--21878-8.zipbin0 -> 91049 bytes
-rw-r--r--21878-h.zipbin0 -> 2262914 bytes
-rw-r--r--21878-h/21878-h.htm5325
-rw-r--r--21878-h/images/book.pngbin0 -> 364 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/card.pngbin0 -> 249 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/external.pngbin0 -> 172 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/ib1909-113.gifbin0 -> 2427 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/ib1909-209.gifbin0 -> 2448 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/new-cover-tn.jpgbin0 -> 24424 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/new-cover.jpgbin0 -> 126278 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/o1909-136.gifbin0 -> 548 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/o1909-232.gifbin0 -> 421 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-113.jpgbin0 -> 68288 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-116.jpgbin0 -> 92029 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-117.jpgbin0 -> 73794 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-120.jpgbin0 -> 56824 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-121.jpgbin0 -> 73296 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-123.jpgbin0 -> 76757 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-124.jpgbin0 -> 101532 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-125.jpgbin0 -> 78657 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-128.jpgbin0 -> 48593 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-129.jpgbin0 -> 49575 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-131.jpgbin0 -> 27734 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-132.jpgbin0 -> 58903 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-133.jpgbin0 -> 60472 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-136.jpgbin0 -> 90332 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-209.jpgbin0 -> 78365 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-212-1.jpgbin0 -> 34354 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-212-2.jpgbin0 -> 34783 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-213.jpgbin0 -> 78049 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-216-1.jpgbin0 -> 33085 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-216-2.jpgbin0 -> 65170 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-217.jpgbin0 -> 56810 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-220-1.jpgbin0 -> 36949 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-220-2.jpgbin0 -> 38064 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-221.jpgbin0 -> 92281 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-223.jpgbin0 -> 94594 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-224.jpgbin0 -> 81993 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-225.jpgbin0 -> 73122 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-227.jpgbin0 -> 47804 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-228.jpgbin0 -> 55393 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-229-1.jpgbin0 -> 31160 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-229-2.jpgbin0 -> 29898 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-232-1.jpgbin0 -> 47166 bytes
-rw-r--r--21878-h/images/p1909-232-2.jpgbin0 -> 37227 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
49 files changed, 9537 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/21878-8.txt b/21878-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..3a1187f
--- /dev/null
+++ b/21878-8.txt
@@ -0,0 +1,4196 @@
+Project Gutenberg's De Noordwestelijke Doorvaart, by Roald Amundsen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
+
+
+Title: De Noordwestelijke Doorvaart
+ De Aarde en haar Volken, 1909
+
+Author: Roald Amundsen
+
+Release Date: June 20, 2007 [EBook #21878]
+[Last updated: May 24, 2014]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NOORDWESTELIJKE DOORVAART ***
+
+
+
+
+Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE NOORDWESTELIJKE DOORVAART.
+
+Uit Roald Amundsen's verhaal van zijn pooltocht met de Gjöa van 1906
+tot 1907.
+
+
+
+
+Boven de ontdekkingsreizen, die de poollanden met hun eeuwig ijs tot
+doel hadden, spant zich niet alleen de reine glans, die afstraalt
+van de witte sneeuwvelden, maar ook de weerschijn van heilige
+geestdrift. Als men de expedities voor de vischvangst, waar het
+poolonderzoek overigens veel aan verplicht is, uitzondert, mag men
+gerust aannemen, dat zelfs de vurigste dweper den weg naar het poolland
+nooit heeft ingeslagen in de hoop, daar gouden bergen te vinden. De
+pooltochten zijn ondernomen in den dienst der wetenschap, en ondanks
+allen tegenspoed, waardoor zoovelen ontmoedigd en onverrichterzake
+moesten terugkeeren, zijn de stormloopen op dat onbekende telkens
+herhaald en tot het heden toe worden ze nog hernieuwd.
+
+Er worden bressen geslagen in den ijsmuur, zoodat de pool wereld
+haar geheimen moet ontsluieren, en een groote overwinning behaalde
+Nordenskjöld, toen hij de Noordoostelijke Doorvaart in 1878
+volvoerde. Reeds een menschenleeftijd vroeger hadden John Franklin
+en de Franklinexpedities de zekerheid gebracht, dat zich langs de
+noordkust van het noord-amerikaansche vasteland een strook open water
+bevond; en allerlei andere bressen zijn door stoutmoedige poolvaarders
+geopend; groote offers zijn ervoor gebracht, ook en vooral voor de
+Noordwestelijke Doorvaart.
+
+Geen enkele tragedie van het poolijs heeft de menschen zoo diep
+getroffen als die van John Franklin en de zijnen; maar geen enkele
+heeft ook zoozeer tot hervatting van de poging aangespoord.
+
+Men wist het, er moest een zeeweg wezen noordwaarts om Amerika heen,
+maar men wist niet, of er schepen door konden en nog niemand was ooit
+van het Oosten naar het Westen erdoor gevaren. Die onopgeloste vraag
+liet de gemoederen niet met rust, en zij was nooit uit de gedachten
+van iemand, wiens geest sinds zijn kinderjaren vervuld was geweest
+van het groote drama der Franklinexpeditie.
+
+Zooals de _Vega_ de heele reis van het Westen uit had gemaakt, zoo
+moest een schip van het Oosten uit den tocht langs Noord-Amerika geheel
+afleggen. Aan het kleine schip, de _Gjöa_, was het lot beschoren,
+die taak te mogen vervullen.
+
+Dat had de _Gjöa_ niet gedroomd, toen ze op de Rosendalwerf te
+Hardanger als haringschuit werd gebouwd. Ofschoon er tusschen de
+fjorden veel wordt gedroomd!
+
+En ook de toekomstige kapitein zou het niet hebben durven vermoeden,
+toen de berichten over John Franklin zijn fantazie van acht- of
+negen jarigen knaap gevangen hielden. Ofschoon de knaap wel velerlei
+droomen kon!
+
+De 30ste Mei van het jaar 1889 werd een merkwaardige dag in
+het leven van veel noorsche jongens. In het mijne ten minste is
+hij onvergetelijk. Het was de dag, toen Frithiof Nansen van zijn
+Groenlandsche reis terugkeerde. Op dien zonnigen dag kwam de jonge
+noorsche skilooper den fjord van Christiania binnenglijden, door de
+geheele wereld bewonderd om de moedige daad, die hij had volbracht,
+de overmoedige, de onmogelijk geachte daad! Mei vierde haar mooiste
+lentefeest aan den fjord, de stad vierde mee feest, en het volk liet
+zich niet onbetuigd.... Ik liep op dien dag met een snel kloppend
+hart tusschen de vlaggen en het hoerageroep. Al mijn droomen uit de
+kindsheid waren opnieuw ontwaakt, en voor de eerste maal ging door mijn
+innerste wezen de fluistering: "Als gij nog eens de Noordwestelijke
+Doorvaart zoudt kunnen tot stand brengen!"
+
+Toen kwam het jaar 1893. En Nansen ging weer naar het Noorden.
+
+Het was mij te moede, als moest ik mee!
+
+Maar ik was nog te jong. Mijn moeder smeekte mij, thuis en bij mijn
+studie te blijven. En ik bleef.
+
+Toen stierf mijn moeder. Een tijdlang streed ik den zwaren strijd,
+of ik haar wensch mocht weerstreven; maar het moest; niets kon mijn
+drang naar het verre doel tegenhouden; ik liet de studie varen en
+besloot mij voor te bereiden op het werk van den poolvaarder.
+
+In het jaar 1894 voer ik op de oude _Magdalene_ als lichtmatroos van
+Tönsberg uit op de zeehondenvangst in de IJszee. Dat was mijn eerste
+ontmoeting met het poolijs, en zij beviel mij best. De tijd verliep en
+ik maakte vorderingen. In de jaren 1897 tot 1899 voer ik als stuurman
+met de belgische antarctische expeditie onder leiding van Adrien de
+Gerlache naar de Zuidelijke IJszee. In dien tijd rijpte mijn plan,
+om den droom mijner kindsheid te verwezenlijken en aan de doorvaart
+om het Noord-westen te verbinden de studie van den tegenwoordigen
+toestand der magnetische Noordpool.
+
+Van invloedrijke en wetenschappelijke mannen kreeg ik inlichtingen
+en goeden raad, en eindelijk kwam ook de dag, dat ik mijn plan aan
+Frithiof Nansen mocht voorleggen.
+
+Nansen gaf zijn bijval, maar zelfs daarmee was nog niet alles bereikt,
+want voor een pooltocht is geld, veel geld noodig, en ik bezat niet
+veel. Dat, wat ik mijn eigendom kon noemen, was juist voldoende voor
+een schip en de wetenschappelijke instrumenten. En zoo bleef mij niets
+anders over dan er op uit te gaan, om te trachten belangstelling
+te wekken voor de expeditie bij menschen, die konden helpen. Het
+was een gang door spitsroeden, en ik wou dien niet graag nog eens
+overdoen! Maar de bemoedigende ervaringen waren het talrijkst; aan
+mijn drie broeders had ik veel steun.
+
+Mijn keus van een schip viel op een in Tromsö thuis behoorend jacht,
+de _Gjöa_, dat in 1872 gebouwd was, zooals ik zei, op de werf van
+Rosendal te Hardanger. De eigenaar was de schipper Asbjörn Sexe van
+Haugesund. Nadat het lang op de haringvangst was geweest, voer het
+in de IJszee en had meermalen zijn deugdelijkheid bewezen. In 1901,
+het jaar, waarin ik het schip kocht, liet ik het voor een zomertocht
+in de IJszee uitrusten, deed er een proeftocht mee en in Mei 1902
+werden in Drontheim de nog noodige verbeteringen aangebracht in de
+werkplaats van Isidor Nielsen, waar er vrijwat smeedwerk aan werd
+verricht. Onze kleine motor, die bijzonder licht en practisch was,
+13 P. U., kon door transmissie met alles, wat gedreven kon worden,
+in verbinding worden gebracht. Hij werd ons aller lieveling. Als hij
+niet liep, was het, of een goed vriend afwezig was. Ik kan gerust
+zeggen, dat wij onze gelukkige vaart door de Noordwestpassage aan
+onze uitstekende kleine machine te danken hebben.
+
+In het voorjaar van 1903 legde de _Gjöa_ in de haven van Christiania
+aan, om geproviandeerd te worden en van haar uitrusting voorzien. De
+groote proviandkisten, alle van één model, werden als blokken in een
+bouwdoos verpakt, en alles was zoo prachtig in orde, dat wij aan boord
+van onze kleine _Gjöa_ levensmiddelen en verdere uitrusting voor vijf
+jaren konden innemen. In Mei was het schip tot de afvaart gereed,
+en alle deelnemers aan de expeditie waren bijeen.
+
+Het waren de eerste luitenant Godfred Hansen, geboren in Kopenhagen
+in 1876. Hij was eerste officier der expeditie. Gedurende zijn
+diensttijd bij de deensche marine had hij verscheiden vaarten naar
+IJsland en de Faröer gedaan en hij stelde levendig belang in het
+poolonderzoek. Behalve eerste officier was hij ook onze astronoom,
+geoloog en photograaf.
+
+Dan Antoon Lund, eerste stuurman, geboren te Tromsö in 1864. Hij
+was al aan het varen naar het hooge Noorden gewend, daar hij op een
+walvischvaarder jaren lang harpoenier was geweest.
+
+Verder Peter Ristvedt, geboren te Sandsvär in 1873, die als assistent
+aan de proefvaart van de _Gjöa_ in 1901 deelgenomen had en onze
+meteoroloog en eerste machinist was.
+
+Helmer Hansen, tweede stuurman aan boord, geboren in Vesteralen in
+1870, die al menige reis naar het Noorden had gedaan.
+
+Gustav Juel Wiik, geboren te Horten in 1878. Hij had zijn opleiding
+genoten aan het magnetisch observatorium te Potsdam en was mijn helper
+bij de magnetische waarnemingen; hij was tweede machinist.
+
+Adolf Hendrik Lindström, geboren te Hammerfest in 1865, de kok der
+expeditie. Als kok had hij deelgenomen aan de tweede ontdekkingsreis
+van de Fram.
+
+Eenigen tijd bleven er nog geldzorgen, en eerst in Juni was alles
+in orde en wij konden aan boord van ons scheepje gaan en de vaart
+beginnen, om, als zoovele van onze voorgangers en in hun sporen,
+onze taak in den dienst der menschelijke wetenschap te aanvaarden.
+
+De tijd van wachten was ons allen zwaar gevallen en het was een
+groote verlichting, toen we eindelijk de haven verlieten. Buiten de
+zeven deelnemers waren alleen nog maar mijn drie broeders aan boord,
+die ons den Christianiafjord uit wilden geleiden.
+
+Om zes uur in den morgen bereikten we de haven van Horten, waar wij
+tweehonderd kilo schietkatoen innamen. Springstoffen kunnen bij een
+poolexpeditie van groot nut wezen, en het zou verkeerd zijn, ze niet
+mee te nemen, zelfs als men ze, zooals bij ons het geval was, blijkt
+niet noodig te hebben.
+
+Om elf uur in den voormiddag waren we bij Färder. Het weer was beter
+geworden, en de regen had opgehouden. Toen we de boegseertros los
+wilden maken, brak die van zelf af en bespaarde ons dus moeite, en
+met volle zeilen voer de _Gjöa_ nu vóór den wind naar het Zuiden en
+salueerde met de vlag een laatsten groet aan de vrienden tehuis. Lang
+keken wij de loodsboot na, lang wuifden we met onze mutsen en
+beantwoordden de toegezonden groeten.
+
+Nu eerst waren wij alleen, en de tocht was in allen ernst begonnen.
+
+Daar de _Gjöa_ zeer beladen was, ging het niet snel voorwaarts. Daar
+alles vooruit in orde was gebracht, konden wij terstond onze vaste
+diensten geregeld waarnemen. Wat een heerlijkheid, geen tegenheden,
+geen schuldeischers, geen vervelende ongeluksprofeten, geen spottende
+gezichten... Niemand dan wij zevenen, die daar waren waar ze wilden
+wezen en die in goed vertrouwen en vol hoop de toekomst tegengingen.
+
+De vuurtoren van Lister was het laatste, dat we van het vasteland
+te zien kregen. In de Noordzee kwamen een paar windstooten, die voor
+diegenen van ons, wier zeevastheid nog komen moest, minder aangenaam
+waren. De honden waren nu los gemaakt en liepen vrij rond. Op dagen,
+dat de zee hol stond en het schip slingerde, liepen ze van den
+een naar den ander, als om hun nood te klagen en onze gezichten
+te bestudeeren. De hun toegemeten kost, een gedroogde visch en een
+liter water per dag, is voor hun eetlust lang niet voldoende en ze
+beproefden op alle mogelijke manieren iets extra's te veroveren. Ze
+waren onder elkander oude bekenden en leven in vrede ten minste wat
+de mannelijke leden van het gezelschap betreft; maar bij de beide
+dames Kari en Silla, gaat het niet zoo goed. Kari is de oudste van de
+twee en zij verlangt onvoorwaardelijke gehoorzaamheid van de andere,
+die, daar ze ook al een volwassen dame is, zich daar niet in kan
+schikken. Zij zitten elkaar dus nog al eens in het haar; maar Ola,
+die als hoofd van den troep erkend schijnt, zoekt den strijd zooveel
+mogelijk te verhinderen. Het is een onbetaalbare aanblik, als de
+oude Ola, een hond, zoo verstandig als ik weinig honden heb ontmoet,
+met de beide dameshonden, elk aan een kant van hem, rondspringt en
+een vechtpartij tracht te voorkomen.
+
+Het dagelijksche leven ging al spoedig zijn geregelden gang, en ieder
+van de deelnemers maakte den indruk, alsof hij uitstekend op zijn
+plaats was bij het hem aangewezen werk, zooals ook inderdaad het geval
+was. Wij hebben een republikeinsch bestuur op de _Gjöa_ ingericht;
+er zijn geen strenge wetten, want ik weet zelf, hoe onaangenaam de
+strenge discipline is op de open zee. Men kan uitstekend werk erlangen,
+zonder dat de roede der tucht steeds wordt gezwaaid.
+
+In aansluiting bij mijn eigen ervaring had ik besloten, zooveel
+mogelijk aan boord de vrijheid te handhaven; ieder moest het gevoel
+hebben, dat hij binnen zijn eigen terrein heer en meester was. Daardoor
+ontstaat bij verstandige menschen vanzelf een vrijwillige tucht,
+die veel grooter waarde heeft dan de afgedwongene. Daarbij krijgt
+ieder enkeling het bewustzijn, een mensch te zijn, waar mee gerekend
+wordt als met een denkend wezen, en geen machine die maar wordt
+opgewonden. De arbeidslust wint er altijd bij en daarmee het werk
+ook. Ik zou ieder wel het op de _Gjöa_ ingevoerde stelsel willen
+aanbevelen.
+
+Mijn metgezellen schenen deze opvatting ook zeer te waardeeren, en de
+overtocht met de _Gjöa_ leek meer op een vacantiereis van kameraden
+dan op de voorbereiding op een ernstigen, jarenlangen strijd met
+moeilijkheden.
+
+Den 25sten Juni voeren wij tusschen Fair Isle en de Orkaden den
+Atlantischen Oceaan binnen, en toen had men ons moeten zien! Met volle
+zeilen en een frissche bries ging het pijlsnel westwaarts. Zij danste
+op de golven, onze _Gjöa_, wedijverend in snelheid met de meeuwen!
+
+Tegen het eind van Juli brak er onder de honden een ziekte uit. Het
+leek wel, of hun verstand het eerst werd aangedaan; ze wandelden
+suf op het dek in het rond en zagen en hoorden niets. Het voeder
+smaakte hun niet of ze gebruikten volstrekt niets. Nadat het zoo een
+paar dagen had geduurd, werden de patiënten aan de achterpooten lam
+en sleepten zich maar met moeite voort. Ten slotte volgden stuipen
+en wij moesten ze met een kogel uit hun lijden verlossen. Op deze
+wijze verloren wij twee prachtige dieren, Kari en Jozef, overigens
+tot groote vreugde van Silla, die nu de eenige hen in de korf was.
+
+De vier overgebleven honden begonnen zich intusschen erg te vervelen;
+ledigheid is des duivels oorkussen ook bij dieren. Lurven en Bismarck,
+die tot nu toe zeer gehoorzaam aan Ola waren geweest, begonnen thans
+weerspannig te worden en weigerden gehoorzaamheid. De eerstgenoemde
+hond stookte Bismarck op. Dat was een groote, prachtige hond van
+ongeveer twee jaren met een bek vol mooie tanden; aan Ola's tanden
+had de tijd al geknaagd, al omgaf hem een zekere waardigheid als
+aanvoerder, zoodat de anderen zich wel zouden bedenken, eer ze hem
+aanvielen. Maar Lurven wist er wel raad op. In galop stoof hij op
+Ola af, en Bismarck, die aan een grap dacht, sloot zich bij zijn
+kameraad aan. Dichtbij Ola gekomen, hield Lurven plotseling stil,
+waarop Bismarck, die niet op de list was voorbereid, in den muil van
+Ola liep. Hij werd door den ervaren Ola dan ook toegetakeld.
+
+Wij zagen nu scherp uit naar ijs en op den 9den Juli ontdekten we twee
+smalle strepen, die in zee op en neer golfden; toen wisten wij, dat
+nu spoedig de hoofdmassa van het ijs zich zou vertoonen. En inderdaad
+spoedig hadden wij het pakijs dicht bij ons. In zijn gevolg kwam nevel
+opzetten, de trouwe begeleider van het ijs, die ons gedurende een groot
+deel onzer reis in de arctische wateren gezelschap heeft gehouden.
+
+Den 11den Juli om half drie in den namiddag kregen we land in het
+gezicht, iets ten westen van kaap Farewell aan Groenlands zuidpunt. De
+hooge, verbrokkelde rotskust leverde een prachtigen aanblik op. Het
+leek, alsof het ijs tot vlak aan de kust lag. Gedachtig aan den raad
+van de schotsche walvischvangers Milne en Adams, hield ik mij ver
+van de kust verwijderd, om niet in het ijs vast te raken. Den 13den
+ontmoetten we de eerste ijsbergen, twee eenzame majesteiten. Diegenen
+onder ons, die nog geen van die kolossen hadden gezien, waren er
+opgewonden van, en de kijkers werden vlijtig gebruikt.
+
+Dien dag voeren we een eind tusschen het ijs en schoten vier groote
+zeehonden. Het versche vleesch smaakte ons overheerlijk na al ons
+pemmikan! En Lindström had het druk over rolladen en zult en worst,
+totdat alle bewoners van de _Gjöa_ watertandden. Hij vertelde van
+zijn culinaire triomfen aan boord van de Fram; maar liet ons toch
+niet te lang wachten op zijn daden in het heden.
+
+Ook den volgenden dag werd aan de zeehondenjacht gedaan met het gevolg,
+dat zeven werden buitgemaakt. De harpoenen en messen waren daarbij
+druk in gebruik, en onze vindingrijke machinist had uitgevonden, aan
+de met de transmissie in verbinding staande peilmachine een slijpsteen
+aan te brengen, die het slijpen uitstekend geheel alleen verricht. De
+vaart langs de westkust van Groenland was levendig, en walvisschen
+zagen we dikwijls vóór het schip. IJs zagen wij bijna niet; het was
+door den krachtigen noordenwind naar het Zuiden gedreven.
+
+Wij deden hier voor de eerste maal de ontdekking, dat het kompas
+niet meer betrouwbaar was, een verschijnsel, dat veel voorkomt
+aan die kust door de veel ijzer bevattende bergen. Verder in zee
+kon men dan ook weer goed op het kompas vertrouwen. Op den mooien,
+helderen zomerdag van den 24sten Juli hoorde men eensklaps roepen:
+"Een zeil vooruit!" Alle verrekijkers werden voor den dag gehaald,
+en er werd ijverig gegist. Het zou, besloot de meerderheid, ten slotte
+wel een schip zijn van de deensche handelsvloot.
+
+Daar werd een kijker met een forschen knap ingeschoven, en er klonk
+een luid gelach.
+
+"Heeren," zei luitenant Hansen, "het zijn ijsbergen."
+
+En wij hadden het dek al netjes gemaakt met het oog op mogelijk
+bezoek.....
+
+Dienzelfden dag kregen wij het eiland Disco in het gezicht, hoog
+en vlak van boven en uit de verte best herkenbaar. Maar het was nog
+een lange weg erheen. Om acht uur 's avonds waren we er nog dertig
+zeemijlen vandaan, en eerst om half elf den volgenden voormiddag
+bereikten wij het land. Een rij ijsklippen scheen den toegang tot
+het erachter liggende Godhavn te versperren. Maar al gauw kwam de
+bestuurder der kolonie, Nielsen, met een boot naar buiten, om ons
+welkom te heeten en binnen te loodsen. Zware windstooten kwamen ons
+tegemoet, en wij moesten laveeren, daar de motor het niet alleen kon
+klaarspelen. Des nachts om één uur wierpen wij het anker uit.
+
+Godhavn ligt op een klein, laag eiland, dat van het eiland Disco
+door een zeer smal kanaal is gescheiden. De plaats telde in 1903
+honderd-acht inwoners, en is de zetel van den groenlandschen
+inspecteur. De stad ligt zeer mooi met in het Noorden den hoogen
+Discoberg en in het Zuiden en Westen de zee, die nu en dan vol is
+met machtige ijsbergen.
+
+Wij brachten een bezoek aan de autoriteiten van de plaats, den
+inspecteur en den koloniebestuurder. Reeds in het vorige jaar had
+ik gecorrespondeerd met den heer inspecteur Daugaard-Jensen, en
+hij had beloofd, mij tien sledehonden met al wat er bij behoort,
+te verschaffen. Hij ontving ons met groote vriendelijkheid en kon
+ons mededeelen, dat alles goed en wel was aangekomen, de slede, de
+kajaks, de ski, twintig vaten petroleum enz. De koninklijk deensche
+Groenlandmaatschappij had de goedheid gehad, de geheele uitrusting
+op een harer schepen hierheen te vervoeren.
+
+Ons gezelschap deelde zich in twee partijen, de eene zou de
+noodige waarnemingen doen, en de andere zou aan boord alles
+bezorgen. Luitenant Hansen zorgde voor de astronomische, Wiik voor
+de magnetische waarnemingen. Lund en Hansen zorgden voor alles aan
+boord en maakten het schip gereed voor de verdere reis. Ristvedt ijlde
+heen en weer en kwam handen te kort, om nu eens den astronoom, dan
+weer den magneticus te helpen bij het aflezen van den chronometer;
+nu eens was hij in het scheepsruim, en onderzocht de waterbassins,
+dan weer bij de machines en tapte petroleum af.
+
+Het was een drukke tijd! Maar wat vorderde alles goed! Allen schenen
+bezield door een zelfde gevoel, dat al het werk goed moest gaan,
+opdat we zoo gauw mogelijk klaar waren en verder konden varen.
+
+Lindström verstond het, de heele machinerie te smeren, en wel op zijn
+manier. Hij was overal, handelde met de Eskimo's over een gezouten
+of verschen zalm, over een eidereend of een lomme. En in dezen tijd
+was dus onze spijskaart afwisselend genoeg. Lindström's munten waren
+de half verschimmelde honigkoeken van den bakker uit Christiania,
+en al waren ze ook niet klinkend en zelfs niet lekker, ze bleken
+toch gangbaar. Als een Eskimo op het schip verscheen, om handel te
+drijven, werd Lindström op het dek gehaald; de onderhandelingen werden
+in de Eskimotaal gevoerd en in goed Noordland-Noorsch. De antwoorden
+vielen van beide zijden wel wat omslachtig uit, en de Eskimo's werden
+al bescheidener en angstiger tegenover de vaderlijke, neerbuigende
+manieren van Lindström, die niets ter wereld miste of verlangde.
+
+Wij, die wisten, dat onze lieve kok geen woord van de taal der
+Eskimo's kende, stonden om het paar heen en konden het lachen
+haast niet laten. Als dan de onderhandelingen een poosje hadden
+geduurd, maakt Lindström een teeken van plotseling begrijpen en
+verdween in het scheepsruim. Zelfbewust en vergenoegd keert hij
+terug met onder elken arm een honigkoek. De Eskimo ziet hem met
+groote verbazing aan; hij heeft namelijk voor zijn zalm tabak willen
+hebben. Maar bij de poging, om Lindström zijn vergissing duidelijk
+te maken, stuit hij op een goedmoedige, neerbuigende, vaderlijke
+onontvankelijkheid. Lindström neemt den zalm aan, de man krijgt de
+koeken, en de zaak is beklonken. Het naspel is intusschen nog het
+aardigst, namelijk als Lindström droogweg vertelt, dat hij ieder
+woord van den Eskimo heeft verstaan.
+
+Het aangename verblijf te Godhavn werd verbitterd door de muggen,
+die ons van het begin tot het eind zoo hevig kwelden, dat wij vaak
+onder het werken in de kajuit moesten vluchten, om een poosje rust
+van de kwelgeesten te hebben. Den 31sten Juli waren we klaar. De
+waarnemingen waren gedaan, en de uitrusting was aan boord gebracht. Ik
+had aan ieder van de deelnemers aan de expeditie van onze dikke
+wollen onderkleederen, IJslandbuizen en Nansenkleederen uitgedeeld,
+en dus waren we voorbereid voor het verblijf tusschen het ijs.
+
+Den 6den Augustus waren wij vóór Upernivik, waar zich honderden
+van ijsbergen hadden verzameld. Drijfijs zagen wij nog niet, en
+wij begonnen al te hopen, ongehinderd in de Melvillebaai te zullen
+komen. Den volgenden dag voeren wij op 73 graden 30 minuten N.B.,
+langs Itivdliharsuk, de noordelijkste door beschaafde menschen bewoonde
+plaats. Den 8sten waren we bij het eiland Holms en zouden de vaart door
+de Melvillebaai aanvangen. Dat is de meest gevreesde plek in dit deel
+van den Atlantischen Oceaan, en vele schepen hebben er hun laatste
+reis gedaan; maar de omstandigheden zijn vooral vroeger in het jaar
+zoo bijzonder gevaarlijk. In Juni en Juli, als het ijs losgaat en de
+walvischvaarders noordwaarts gaan, zoo vroeg mogelijk, want dan is men
+het eerst ter plaatse, moeten er dikwijls groote moeilijkheden met het
+ijs worden overwonnen. Het buitenste deel van het ijs in de baai gaat
+het eerst los, het binnenste deel blijft liggen en vormt het land- of
+pakijs. Langs den rand van dit ijs trachten de walvischvangers vooruit
+te komen, en de verstandigen onder hen laten het ook niet los, voor ze
+aan de noordzijde van de baai in open water zijn gekomen. Aan den rand
+van het landijs vormen zich vaak natuurlijke dokken, waar de schepen
+zich in veiligheid kunnen stellen, als het drijfijs aankomt. Wanneer
+er geen natuurlijk dok is, hebben de meeste walvischschepen genoeg
+manschappen, om in betrekkelijk korten tijd zich binnen het ijs
+te werken.
+
+Dan zetten wij koers naar kaap York; alles liet zich zeer gunstig
+aanzien. Geen vast ijs was te herkennen, zoo ver het oog reikte, en de
+Melvillebaai was ook vrij van blokijs en ijsbergen. Om drie uur in den
+namiddag passeerden wij den wegwijzer, die bekend is als des duivels
+duim, een rotspunt, welke zooveel op een opgeheven duim gelijkt,
+dat wij allen in luid lachen uitbarstten. Wij heschen de zeilen en
+lieten den motor met volle kracht werken, want wij moesten zoo snel
+mogelijk door de baai varen. Maar, helaas, zou onze rechtstreeksche
+vaart op kaap York niet van langen duur wezen. Reeds den volgenden
+morgen werden we opgehouden door het pakijs.
+
+In den loop van den nacht had zich vier duim dik nieuw ijs gevormd,
+en wij moesten nu, als zoovelen vóór ons, in den zuren appel bijten
+en zuidwaarts koers zetten. Eerst voeren we toch een eind het ijs
+binnen, om het van naderbij te bekijken. Gladde vlakken en scherpe
+kanten wezen er op, dat het pas kort te voren opgebroken landijs
+was; wij waren dus waarschijnlijk te dicht bij het land gebleven. Nu
+voeren wij verder zuidwaarts voorbij; naar het zuidwesten stak een
+ijstong in zee vooruit; de lucht er boven was donker en duidde op
+open water en achter die ijstong stak er nog een naar voren, maar
+toen wij er tusschen trachtten door te dringen, werd het ijs dichter
+en dwong ons tot den terugtocht. Meer naar buiten was de massa ijs
+veel zwaarder, en het scheen wel, alsof wij ons bevonden op de grens
+tusschen het pas gebroken landijs en het drijfijs. Ik besloot dus,
+hier aanhoudend heen en weer te varen, omdat elke verandering in de
+ijstoestanden hier dadelijk aan den dag zou treden.
+
+En terecht! Omstreeks middernacht werd het ijs zachter, en wij konden
+er zonder bijzondere inspanning doorheen varen. Tegelijk viel een
+dichte, ondoordringbare nevel. Wie den ijsnevel der poolzeeën niet
+heeft gezien, weet niet, wat nevel is. De Londensche nevel is er niets
+bij. Wij konden niet zoo ver zien als de lengte van ons schip. Maar we
+richtten ons in onzen koers naar het kompas, en het ijs maakte beleefd
+plaats voor ons. Zoo kwamen we door de natte brij, waar nu en dan de
+verschijning van een zeehond wat levendigheid bracht. Wij zwelgden in
+versch zeehondenvleesch. Een groot voordeel van de aanwezigheid van
+drijfijs is de overvloed van goed water. Bijna op elke schol staat
+een plas heerlijk drinkwater, en wij konden ons de weelde veroorloven
+van ons in zoet water te baden.
+
+Den 13den Augustus stond ik des morgens om half drie rillend en
+huiverend aan het roer, nadat ik om twee uur de wacht had afgelost. Als
+poolvaarder moest ik het eigenlijk niet bekennen, dat ik het koud
+had, maar het was zoo. Mijn beide wachtkameraden liepen op het dek
+heen en weer en trachtten zich warm te houden, zoo goed het ging. De
+nevel daalde al meer en maakte alles, waarmee hij in aanraking kwam,
+druipnat. Het leven was zoo in den vroegen morgen geen genoegen. De
+afgeloste wacht zat nu beneden bij de kokend heete koffie, die ze
+wel verdiend had na zes uur werkens.
+
+Plotseling drong een lichtschijnsel door den nevel. En als door een
+tooverslag opende zich vóór mij een ver uitzicht in daghelderheid,
+en juist vóór ons, schijnbaar heel dichtbij, lag de woeste omgeving
+van kaap York, ons aandoend als een aanlokkelijk sprookjesland.
+
+Wij schreeuwden allen luid van bewondering en verrukking; de
+vrije wacht liet haar koffie staan en spoedig stonden wij allen te
+zamen in stomme bewondering. Het was zulk een stralende morgen, zoo
+bovennatuurlijk helder, dat het leek, of wij kaap York in een paar uur
+zouden bereiken. En toch was de afstand nog veertig zeemijlen. In het
+Oosten lag de geheele Melvillebaai met heel in de diepte enkele hooge
+rotspunten. Een ondoordringbare ijsmassa vulde de baai, en machtige
+ijsbergen staken hier en daar hun glanzend hoofd op.
+
+Toen wij ons eindelijk omwendden, lag de nevel, waar wij plotseling
+uitgeslopen waren, als een dichte muur achter ons.
+
+Dat was een van de wonderen, die men alleen in het rijk van het ijs
+ervaart; ze blijven iemand altijd bij en oefenen zulk een bekoring uit,
+dat men ernaar verlangt ondanks alle ontberingen van een poolreis.
+
+De ijstoestanden zagen er voor ons veelbelovend uit. Wel lag er nog
+een weinig ijs te loefwaarts, maar wij sloegen er geen acht op. Maar
+denzelfden dag tegen den middag sloot zich het ijs aaneen, zoodat
+slechts een zeer smalle strook juist naar het Noorden open bleef. Wij
+waren toen nog 25 zeemijlen van kaap York verwijderd. Het ijs vóór
+ons werd weer zachter, alsof de weg te onzen behoeve geëffend werd,
+en om vijf uur in den namiddag bereikten we den vasten ijsrand van
+kaap York. Wij voeren er een eind langs met koers op kaap Dudley
+Digges. Daar het nu weer mistig werd, legden wij aan het ijs aan,
+om te wachten, tot het zou opklaren. Twee van onze jagers maakten
+van de gelegenheid gebruik, om op vogels te jagen en na een paar uur
+kwamen ze met hun boot terug en met zooveel vogels, dat er genoeg
+was voor een geheelen maaltijd.
+
+Bij het heldere weer van den volgenden morgen zagen wij om ons heen
+alles dicht in het ijs, maar een zeemijl ten zuiden zagen we een groot
+wak, dat we met veel moeite bereikten. Het lag naar het Westen open
+en bracht ons in de ijsvrije zee. De Melvillebaai was overwonnen,
+en we hadden alle reden vergenoegd te zijn. Dit stuk zee had altijd
+als het zwaarste eind der geheele Noordwestelijke Doorvaart mij voor
+den geest gestaan, dat wil zeggen, met een zoo klein schip als het
+onze. En nu waren we er zonder ongelukken door gekomen.
+
+Den 15den Augustus bereikten we om vier uur in den namiddag Dalrymple
+Rock, waar de kapiteins der schotsche walvischvaarders, de heeren Milne
+en Adams, een dépot voor ons hadden laten aanleggen. Dalrymple is naar
+de beschrijvingen licht te herkennen; de rots stijgt in kegelvorm recht
+uit zee op. Wanneer men als wij van het Oosten komt, ziet men eerst
+een ander ervoor gelegen eiland, dat is het eidereendeiland. Daar en
+bij Dalrymple Rock verzamelen de Eskimo's elk jaar een menigte eieren.
+
+"Twee kajaks vooruit!" riep plotseling de man in den mastkorf. In een
+oogwenk waren op eens allen op het dek. Ik liet de machines stilstaan
+en de kajaks werden aan boord genomen. Wij waren zeer nieuwsgierig,
+deze noordgroenlandsche Eskimo's te leeren kennen. Ze zagen er niet
+kwaad uit. Hun kleeding leek ons in het begin wat vreemd; ze waren
+levendig, schreeuwden door elkaar en gesticuleerden met de armen. Zij
+hadden blijkbaar iets heel bijzonders te berichten. Maar wij verstonden
+er geen woord van. Toen vertrok plotseling een van hen den mond tot
+een breeden grijns en bracht uit: "Mylius!"
+
+En daarmee ging ons een licht op. Nu rieden wij, wat hij meende. De
+zoogenaamde Deensche litteraire Groenlandexpeditie onder Mylius
+Erichsen moest in de buurt wezen. Naar wat we van hen wisten, hadden
+wij gedacht, dat ze onder de Eskimo's bij kaap York werkten.
+
+Nauwelijks was de naam uitgesproken, of er klonk van achter een groote
+ijsmassa luid schieten en knallen als in een echten veldslag, en van
+daar kwamen bliksemsnel zes kajaks aangevaren. Een was versierd met
+een kleine noorsche vlag en een andere met een deensche. Dat was in
+waarheid een blijde verrassing!
+
+Weldra hadden we den leider der expeditie en een der deelnemers, den
+heer Knut Rasmussen met vier Eskimo's aan boord. Zij werden vriendelijk
+ontvangen en moesten veel vertellen. Vragen en antwoorden klonken druk
+door elkaar, en het duurde een poos, tot we van weerszijden kalm genoeg
+waren voor een rustig gesprek. Onze grootste zorg was iets van het
+dépôt te hooren, en gelukkig vernamen we, dat het in de beste orde was.
+
+Des avonds om zeven uur bereikten we Dalrymple Rock. Er is geen haven
+op het eilandje; dus lagen we er onbeschut. Ik voer dadelijk met
+Lund aan wal, om het dépôt in oogenschouw te nemen en te beslissen,
+hoe de overbrenging aan boord moest plaats hebben. De heer Mylius
+Erichsen gaf mij een brief van de heeren Milne en Adams, waarin ze
+ons geluk op de reis wenschten. Ik kan hun niet genoeg danken voor
+de zorgvuldigheid, waarmee ze alles hadden beschikt.
+
+De voorraad lag tusschen groote steenen op een vlak weidje en was
+aan alle zijden met prikkeldraad omgeven. Aan den voet der zee lag
+een oude ijsrand, die een eind in zee vooruitstak en dus een soort
+van kade vormde. Wij besloten dus, onzen boom als kraan op die kade
+op te richten en met behulp daarvan de kisten, nadat we ze op sleden
+erheen hadden gebracht, direct in de boot over te brengen. Om geen te
+ver boottransport te hebben, bracht ik de _Gjöa_ zoo dicht mogelijk
+bij den wal en wierp daar het anker uit. Ik geef toe, dat het aan een
+open kust onvoorzichtig was, maar voor ons was er veel mee gemoeid,
+als we vlug klaar konden zijn. Wij zonden dus een boot aan land, om den
+derden deelnemer der expeditie, graaf Moltke, die ziek was, te halen.
+
+Een haastig avondeten was spoedig gebruikt, en om tien uur gingen we
+aan het werk. Luitenant Hansen bleef aan boord, om daar het opzicht
+te houden. Ik nam met den vriendelijken bijstand van onze deensche
+gasten en eenige Eskimo's het werk aan den wal op mij. Hansen zou de
+kisten aanvoeren en Lund ze aan boord tillen. Het dépôt, 105 kisten,
+moest als deklast gestouwd worden. Intusschen werd door Ristvedt en
+Wiik de motor schoongemaakt en gepoetst.
+
+Des morgens om twee uur gunden we ons rust bij een kop koffie, die
+we wel verdiend hadden. De kisten wogen gemiddeld hun honderddertig
+kilogram en waren dus geen kinderspeelgoed. Om half drie kwam tot
+mijn groote vreugde graaf Moltke bij ons. Na de koffie begonnen we
+met nieuwen ijver. Ik kreeg nu steun van vier Eskimo's. Er is zooveel
+over geschreven, dat de Eskimo's lui en onwillig zijn en in het bezit
+van alle slechte eigenschappen, dat ik uitdrukkelijk moet verklaren,
+hoe er niets van dat alles op deze menschen paste. Zij hanteerden
+onze kisten, waaronder er waren van 200 kilogram, met behendigheid en
+zorgvuldigheid, die niet te verbeteren waren. En in plaats van met
+gevloek en gescheld en verwenschingen, die bij beschaafde arbeiders
+altijd de begeleiding van zoo'n werk zijn, begeleidden zij hun
+inspanning met gezang en vroolijkheid.
+
+Toch waren we niet klaar vóór zeven uur 's avonds.
+
+Wij waren nu zwaar beladen. Vóór ons lag een muur van zware, pas
+gevormde ijsbergen, die we ons met alle macht van het lijf moesten
+houden. Groenland werd kleiner en kleiner en we zetten koers naar
+kaap Horsburg, den noordelijken ingang van de Lancastersond. Het
+weer bleef gelukkig stil en helder. Zooals de _Gjöa_ nu beladen was,
+zou ze geen storm kunnen weerstaan. In de Lancastersond hielden wij
+de richting van den noordelijken oever, omdat ik besloten had naar
+Beechey-eiland te varen, om er een reeks magnetische waarnemingen te
+doen. Met uitzondering van weinig ijsbergen was het vaarwater zoo goed
+als ijsvrij. In nevel voeren we tot kaap Warrender. Daar trok hij op,
+en toen we het land konden zien, bleek het zeer te verschillen van
+Groenlands woest en verbrokkeld aanzien. Duidelijk is plateauformatie,
+maar die wordt vaak plotseling afgewisseld met koepelbergen. In den
+nevel, die weldra ons weer omhulde, en met het kompas, dat niet geheel
+betrouwbaar was, voeren we enkele malen verkeerd en eerst na een druk
+heen en weer kruisen bereikten we den 22sten Augustus om negen uur
+des avonds het eiland Beechey en gingen voor anker aan de Erebusbaai.
+
+Wij waren diep onder den indruk van de herinneringen aan de
+Franklinexpeditie, die ons op Beechey-eiland bestormden, waar John
+Franklin's laatste veilige winterhaven was geweest, en waar in opdracht
+van lady Franklin tot aandenken aan haar man en zijn metgezellen
+door Mc. Clintock een marmeren gedenkplaat was neergelegd. Zij lag
+er nog, waar ze in 1858 geplaatst was aan den voet der Belcherzuil,
+die opgericht was ter herinnering aan de Belcherexpeditie. Aan die
+zuil is ook een kleine gedenkplaat aangebracht voor den in de buurt
+verdronken franschen luitenant Bellot. Wij vonden het alles in den
+besten toestand, ook de graven; een enkele omgevallen grafsteen werd
+door ons weer opgericht.
+
+Den 24sten Augustus, om twee uur in den namiddag, voeren wij weg van
+Beechey-eiland, dankbaar voor de gunstige ijstoestanden, die we tot
+nu toe hadden aangetroffen. Het jaar 1903 moest wel een buitengewoon
+gunstig ijsjaar wezen. Bijna zonder eenig bezwaar waren wij in een
+streek doorgedrongen, waar onze voorgangers den zwaarsten strijd
+met storm en ijs hadden moeten voeren. Nu hielden wij koers naar de
+Peelsont, en om negen uur in den avond bevonden we ons tegenover het
+eiland Prescotte, welk eiland een merkpaal werd op onze vaart. De
+kompasnaald weigerde volkomen haar dienst, en wij waren er op
+aangewezen, als onze voorvaderen, de oude Vikingers, te varen naar de
+hemellichamen. Dat is al in een gewoon vaarwater niet gansch veilig;
+maar hier is het veel moeilijker, omdat de hemel twee derden van den
+tijd geheel met een ondoordringbaar neveldek aan het oog onttrokken
+is. Wij voeren intusschen bij helder weer af, en de volgende dag was
+geschikt om de nieuwe navigatiemethode in te studeeren, want we hadden
+afwisselend nevel en helder weder.
+
+Op dek genoot ik van den zonneschijn, zoo vaak hij doorbrak; ik
+hield mij zoo kalm mogelijk, maar ik gevoelde angst, toen wij de
+eilandengroep De la Roquette naderden, tot waar in 1875 Sir Allan Young
+met de Pandora was doorgedrongen, en waar hij op een ondoordringbaren
+ijsmuur was gestooten. Zou de _Gjöa_ gelukkiger zijn?
+
+Ja, zij was het; wij vonden er open water, maagdelijk water, waar
+nog geen europeesch schip in was doorgedrongen. Eerst nu meenden wij
+onze taak recht te hebben aangevangen.
+
+Het volgende twijfelachtige punt was de Bellot-straat. Mc. Clintock had
+er twee jaren gelegen, zonder verder te kunnen komen. Wij vonden er
+alleen een zeer smalle strook verbrokkeld landijs. Een dichte nevel
+lag boven de straat, en toen wij bij kaap Maguire gekomen waren,
+troffen we er een massa zacht ijs. Juist toen we er op los gaan
+wilden, werd de nevel zoo dicht, dat wij als door een zwarten muur
+omsloten waren. Daar wij geen kompas gebruiken konden en de nachten
+al donker werden, zou het gevaarlijk kunnen worden en ik besloot,
+terug te varen. Wij kregen menigen stoot van het ijs, maar alles liep
+goed af, en toen den volgenden morgen het weer opklaarde, konden we
+den motor krachtig laten werken langs de Tasmania-eilanden naar de
+James Ross-straat.
+
+In dat moeilijke vaarwater ging het langzaam verder, toen ik op 22
+Augustus 's avonds bezig was, mijn dagboek bij te schrijven. Daar
+op eens hoor ik een schreeuw; die mij door merg en heen drong. Er
+moest iets bijzonders gebeurd zijn. In een oogwenk waren alle man
+op dek. In den stikdonkeren nacht, die gelukkig volkomen windstil
+was, sloeg een hooge vlam met dikken, verstikkenden rook uit het
+machineruim. Daar moest brand zijn midden tusschen petroleumtanks,
+die tien duizend liter bevatten! Wij allen wisten, wat gebeuren moest,
+als de vaten heet werden; dan vloog de _Gjöa_ met al, wat er in was,
+als een bom in de lucht. Wij liepen als razenden heen en weer. Een
+man sprong naar Wiik beneden in het machineruim, waar deze trouw
+op zijn post gebleven was, om hem te helpen. Allereerst werden onze
+beide steeds klaarstaande brandbluschapparaten gebruikt, en daarna
+schepten we water; wij schepten als om het leven, en in ongeloofelijk
+korten tijd waren we het vuur meester. Een hoop poetskatoen, dat op
+de vaten had gelegen en met petroleum gedrenkt was, had vuur gevat
+en was dadelijk lustig gaan branden.
+
+Langs de kust zetten wij nu onze vaart in zuidelijke richting voort
+tot we in de buurt van Boothia Felix dieper vaarwater kregen. De
+gevaren van zee en wind hielden er het schip vijf dagen vast. Voorbij
+King Williamsland kwam de _Gjöa_ nog; maar toen werd daar, waar de
+Simpsonstraat zich naar het Westen opent, geankerd in een kleine,
+beschutte haven van genoemd eiland, die later den naam van de
+Gjöahaven kreeg.
+
+Daar westwaarts de zee ijsvrij was, lag de route naar de
+Noordwestelijke Doorvaart open voor ons, maar daar we ons tot hoofddoel
+hadden gesteld, over de magnetische pool onderzoekingen in te stellen,
+besloten wij hier ons winterkwartier op te slaan. De herfststormen
+waren nu in vollen ernst begonnen, en het vaarwater was, dat wist ik,
+westwaarts zeer ondiep. Voordat ik mij echter verder in de haven
+waagde, wilde ik er met een boot varen. Naar onze waarnemingen op
+Beechey-eiland lag de magnetische noordpool nog ongeveer op haar oude
+plaats, en daar de Gjöahaven ongeveer negentig zeemijlen van die plek
+verwijderd was, was ze, volgens de mannen der wetenschap voor ons als
+vast station zeer gunstig gelegen. Wanneer wij dus onze observatoria
+wilden bouwen en alles voor de overwintering in gereedheid wilden
+brengen, moesten we ons haasten. Wij hadden ook in de laatste weken
+zwaar gewerkt en hadden behoefte aan een poosje rust. En waarom zouden
+we nog verder westwaarts een haven zoeken, die we mogelijk niet eens
+zouden vinden? Hadden we de voltooiing der Noordwestelijke Doorvaart
+tot ons hoofddoel gehad, dan zou de zaak anders hebben gestaan,
+en niets zou mij van verder varen hebben afgehouden.
+
+Den 13den September 1903 voer ik met Lund en luitenant Hansen de haven
+binnen. De ingang was niet zeer breed; op de smalste plek zouden
+nauwelijks twee schepen elkaar kunnen passeeren. Maar de loodingen
+toonden een bevredigende diepte, gemiddeld zes vadem water. De haven
+zelf was in elk opzicht naar wensch.
+
+Den volgenden dag, Maandag den 14den September, 's morgens om vijf uur
+voeren wij met ons schip tot dicht bij den oever als aan een kade. En
+nu konden we ons werk voor de overwintering aanvangen. Eerst kwam de
+beurt aan alle honden, die per boot aan land werden gebracht. In een
+beschut hol wegje sloegen we palen in het zand, spanden er touwen
+tusschen en bonden er de honden vast. Zij waren natuurlijk hoogst
+beleedigd over deze soort van verbanning, maar voor ons was het
+een gemak, ze op het schip kwijt te zijn, waar ze ons maar in den
+weg liepen.
+
+Daarna richtten we tot hulp bij het lossen een luchtspoorweg in. Ik had
+besloten, alle proviand aan den wal te brengen, om zooveel mogelijk
+ruimte aan boord te hebben; Lindström zou ook ruimte voor al zijn
+keukengereedschap krijgen.
+
+De luchtspoor bestond uit een stalen tros, die van het midden van den
+mast naar de oude strandlijn gespannen werd, ongeveer twintig meter
+achter de tegenwoordige. Wij hadden daar een geschikte opslagplaats
+gevonden voor de kisten. Aan land was de tros vastgemaakt aan het
+werpanker, dat we wel een meter diep in het zand hadden begraven en
+toen nog stevig in den ondergrond hadden gedreven.
+
+Op de tros wandelde een blok heen en weer met een inhaler aan den wal
+en een aan boord. Met behulp van een takel werden de kisten uit het
+scheepsruim geheschen in het blok gehangen, dan losgelaten en dan
+wandelden ze vroolijk naar den wal. Ristvedt en ik namen de kisten
+in ontvangst; de overigen arbeidden allen aan boord. Wij legden de
+kisten op een houtonderlaag; zoodra we een kist aan land hadden,
+sloegen we er den houten deksel af, draaiden de kist om, tilden
+de buitenste houten kist op en nu stond de binnenste blikken kist
+vrij. Bij het opstellen der kisten werd trouw het nommer genoteerd
+met den inhoud, zoodat men altijd gemakkelijk zou kunnen vinden,
+wat men zocht. De ledige houtbakken werden zorgvuldig bewaard, om
+later als bouwmateriaal te worden gebruikt.
+
+Wij werkten van vijf uur in den morgen tot des avonds om acht uur. Den
+achturendag hadden we nog niet, maar hij zou nog komen! Enkele
+voorboden van den winter, regen en sneeuw, kregen we al te voelen,
+maar we hoopten dat de komst van dat jaargetijde zich nog zoo lang
+zou laten wachten tot we klaar waren.
+
+Den 17den tegen den avond waren we met lossen klaar; we bouwden een
+huis van zeildoek over de kisten heen en het geheel deed zich uitnemend
+voor. Om den voorraad tegen vocht te bewaren, groeven we nog een diepe
+sloot om het huis. De springstof werd verder het land in geborgen en
+met een tentje gedekt. Later werden ook onze kleederen en alle dingen,
+die geen vocht konden verdragen, in het proviandhuis overgebracht,
+want dat was het droogste punt van al onze ruimten gebleken.
+
+Toen begon de inrichting aan boord. Eerst werd beneden in het
+scheepsruim alles in orde gemaakt; toen was de keuken aan de beurt,
+die midscheeps lag, zij werd overhoop gehaald en in het ruim weer
+opgesteld. Hier beneden voerde dan Lindström het commando, en hij
+bleef bestuurder van zijn keuken van September 1903 tot Juni 1905.
+
+Om dan voor het begin van den winter nog zooveel mogelijk uit
+te richten, verdeelden we ons gezelschap in twee partijen. Vóór
+alle dingen moesten onze observatoria gebouwd worden en er moest
+versch vleesch voor den winter verkregen worden. Rendieren hadden
+zich tot nu toe maar weinig in onze nabijheid laten zien. Lund en
+Hansen werden daarom met een boot naar het eilandje Eta gezonden,
+dat midden in de Simpsonstraat ligt, en waar, naar ik uit berichten
+wist, de rendieren zich in den herfst in groote troepen vertoonen. Den
+21sten September trokken zij met proviand voor veertien dagen er in
+den vroegen morgen heen.
+
+En wij, anderen, gingen bouwen.
+
+Wiik had den magnetischen meridiaan, in welks richting het huisje
+met de zelfregistreerende instrumenten zou worden gezet, vastgesteld,
+en de buitenomhulling van de proviandkisten die als bouwmateriaal zou
+dienen werd nauwkeurig onderzocht, of er mogelijk ook ijzeren spijkers
+in zaten. Maar de kisten waren alle naar dezelfde maat gemaakt en met
+koperen nagels ineengespijkerd, die geen invloed op de magnetische
+waarnemingen konden uitoefenen.
+
+Als bouwterrein hadden we den heuvelkam gekozen aan den kant der
+Simpsonstraat. Fondament voor de instrumenten vormden aaneengemetselde
+steenen, en dan ging het aan het bouwen. De kisten werden met zand
+gevuld; van binnen en van buiten werd het huis met teer bestreken en
+ten slotte het geheel met zand bezwaard. Rondom het geheel groeven
+we weer een sloot, die het water moest afleiden. Den 26sten was het
+observatorium gereed. Denzelfden dag keerden Lund en Hansen tegen
+den avond van hun jachtuitstapje terug. Ze hadden geluk gehad; hun
+boot was beladen met twintig verslagen rendieren. Reeds ongeveer
+twaalf zeemijlen van de haven verwijderd hadden ze een plek getroffen,
+waar groote troepen rendieren graasden. De dieren waren zeer schuw
+en moeilijk te naderen, zeiden de jagers. Ze hadden daarom een tent
+opgeslagen en hadden verscheiden dagen gejaagd. De plaats was in de
+nabijheid van Booth Point, die ons later zoo vertrouwd zou worden,
+toen we met de Eskimo's en hun kamp hadden kennis gemaakt. Die
+menschen vertelden, dat ze de jagers wel hadden gemerkt, maar zich
+om de geweren niet in de buurt hadden gewaagd.
+
+Den 29sten September begonnen we den bouw van het huis, waarin Ristvedt
+en Wiik zouden wonen. Daarvoor hadden we ongeveer zestig kisten noodig,
+terwijl we voor het andere observatorium veertig hadden gebruikt. Het
+stond op denzelfden heuvelkam als het observatorium; 75 meter verder
+en met uitzicht naar alle kanten.
+
+Ook aan boord was allerlei te doen; er werden dubbele vensters ingezet;
+de petroleumkachels werden geplaatst en de ventilatie werd geregeld. In
+de kajuit maakte men het zich aangenaam, en na voldane dagtaak was het
+een onbeschrijfelijk genot, te kunnen wonen in warme, goed verlichte
+vertrekken en iets goeds te eten te krijgen. Wij strekten ons dan in
+onze kooien met bijzonder welbehagen uit. We moesten erkennen, dat we
+naar alle richtingen zeer bijzonder door het geluk begunstigd waren
+geworden, ook met betrekking tot de levensmiddelen, daar er twintig
+rendieren goed en wel versneden en opgehangen waren. Het was al koud
+genoeg, dat het vleesch niet bederven kon.
+
+Den 29sten werd tot slot het geheele schip met zeildoek overtrokken;
+toen waren we volkomen klaar aan boord en konden wèl voorbereid den
+winter te gemoet zien.
+
+Den eersten October zag alles er wintersch uit. Het door
+den noordoostenwind tegen het schip gestuwde zeewater bevroor
+oogenblikkelijk en bekleedde de _Gjöa_ met een dicht pantser. De
+stuivende sneeuw woei ons in de oogen en verbond zich in het water
+tot een soort van brij, waar de halve haven mee bedekt was. Dat was
+het begin van de ijsvorming, en toen de wind verflauwde, hadden we
+draagkrachtig ijs.
+
+In den nacht was intusschen het schip naar den oever gedreven,
+want onze ankers hadden geen houvast genoeg gehad. Dat was niet erg,
+maar als het ijs in ernst vast werd, kon de _Gjöa_ om den springvloed
+niet op het bij eb blootliggend strand blijven, en zoodra dan ook den
+volgenden dag de wind bedaarde, trokken we het schip naar buiten en
+verankerden het op vijftig meter afstands van het strand. Verder van
+de dierbare proviandtent wilden we niet graag zijn.
+
+Den 3den October hadden we een bruikbaren weg over het ijs naar
+het land.
+
+Wij zagen dat najaar kudde na kudde van rendieren en konden zooveel
+bemachtigen als we wilden. Het ijs vroor denkelijk dat jaar anders
+dicht dan anders, en toen de dieren bij hun gewone overgangsplaats
+van King Williamsland naar het vasteland open water vonden, trokken
+ze de kust langs, om een nieuwe plek voor den overtocht te zoeken.
+
+Er lag nu een dik sneeuwdek, en daar het land eentonig is en
+zonder verheffingen van beteekenis, was het dikwijls moeilijk, de
+goede richting te houden. Eens waren we in twee partijen erop uit
+geweest, om vleesch binnen te rijden, de luitenant en ik, Ristvedt
+en Wiik. Het was al volkomen donker, toen luitenant Hansen en ik
+weer aan boord terugkeerden. Maar de anderen waren nog niet gekomen;
+ze kwamen eerst een paar uur later. Zij waren al mooi op weg geweest,
+de Noordwestelijke Doorvaart op eigen gelegenheid en per hondenslede
+te vinden, want in de duisternis waren ze, zonder het te merken, de
+haven voorbijgegaan en toen in westelijke richting verder gegaan. Toen
+ze ten laatste bespeurden, dat ze verdwaald waren, lieten ze de sleden
+achter en gingen langs het strand naar huis.
+
+In dezen tijd kregen ook de honden, die tot nu toe onder den vrijen
+hemel hadden gekampeerd, hun hondenhuis. Het werd ingewerkt in
+een geweldigen sneeuwhoop. Een van onze booten werd er als dak
+overheen gelegd, en daar stond het mooiste hondehok, dat men zich
+kan voorstellen. Het heele gebouw werd met sneeuwwater overgoten en
+vormde daardoor een vast geheel. Het was in twee deelen verdeeld;
+in de eene helft woonde het oude tweetal van de Fram en in de andere
+de Godhavntroep.
+
+Tegelijk werd voor een belangrijke aangelegenheid gezorgd. In het
+ijs aan stuurboordzijde werd een gat gehouwen en een sneeuwhuis
+werd er overheen gebouwd. Het gat werd den heelen winter door
+opengehouden, opdat men in geval van brand water bij de hand zou
+hebben. De inrichting werd het brandstation genoemd, en Lund werd
+tot chef ervan gekozen. Maar brandweerhoofdman van de _Gjöa_ te zijn,
+was geen zeer benijdenswaardige positie. Elken morgen moest hij naar
+buiten, om voor het openhouden van het gat te zorgen. Als het ijs een
+dikte van bijna vier meter had bereikt, als in onzen eersten winter,
+is dat geen lichte taak.
+
+De nieuwe sneeuw was thans zoo stevig samengebakken, dat ze een
+uitstekend bouwmateriaal opleverde. Ik ging daarom met Lund en Hansen
+het gebouw oprichten, waarin we in den loop van den winter de absolute
+magnetische waarnemingen konden doen. Er werd een van het andere 75
+meter verwijderd gebouwtje gezet in de richting van den magnetischen
+meridiaan. Wij haalden het bouwmateriaal uit een dichtbij zijnd hol
+wegje, waar de sneeuw in groote hoeveelheid hard was saamgebakken. Het
+huis zou acht meter lang, twee meter breed en een meter tachtig hoog
+worden. De blokken werden met de zaag uit de sneeuw gezaagd.
+
+Hoe dicht de sneeuw was, blijkt wel daaruit, dat de blokken gemiddeld
+honderd kilogram wogen. Toen we de laatste rij er boven op legden,
+hadden we drie man noodig, om ze op hun plaats te tillen. Voor het dak
+werd dunne, doorzichtige stof aaneengenaaid en erover getrokken. Op
+die manier kregen we een uitstekend huis voor de absolute magnetische
+waarnemingen.
+
+Daar de koude nu kwam opzetten en al meer voelbaar werd, moesten we
+ook aan onze persoonlijke winteruitrusting denken. Door onze gelukkige
+rendierjachten hadden wij een menigte prachtige vellen gewonnen. Hoe
+men die looien en tot onderkleeding verwerken kon, daarover braken de
+luitenant en ik ons telkens weer het hoofd. Bovenkleeren van rendiervel
+hadden we van huis meegebracht; daarover behoefden we ons geen zorg te
+maken, maar als we zachte, fijne onderkleeren hadden kunnen krijgen,
+zou dat heerlijk zijn geweest. Wij kozen nu alle huiden der jonge
+kalvers uit, sleepten ze in de kajuit en begonnen met ons werk. Geen
+van ons had een flauw vermoeden, hoe wij het aanleggen moesten. Wij
+wisten wel, dat men de vellen moest uitspreiden, om ze te drogen, maar
+of dat bij een zwak of een sterk vuur moest gebeuren, daar wisten we
+niets van. De luitenant keek naar mij en ik naar hem, en wij kwamen
+tot het besluit, dat het goed zou wezen, de vellen onder de zoldering
+uit te spannen. Zooveel vellen als er maar met mogelijkheid plaats
+konden vinden, werden uitgespannen, en weldra leek de kajuit op een
+mengeling van een slagerij en een looierij. Dagelijks bevoelden we
+de huiden, en als wij ze voor droog genoeg hielden, namen we ze
+af en begonnen het werk. Wat gaven we ons een moeite! Wij zouden
+graag resultaten bereiken, en hoe ver we het hadden kunnen brengen,
+is niet te zeggen. Bij gebrek aan iets beters zouden we wel stof
+voor onderkleeren klaar gekregen hebben, al was het dan niet eerste
+qualiteit. Maar als de nood op het hoogst is enz. De hulp kwam nog
+vóór we eraan dachten.
+
+Den 17den October hadden Ristvedt en Wiik hun huis voltooid. Het werd
+dadelijk gedoopt en ontving den naam Magneet. Het muntte niet zoozeer
+uit door zijn aanzien, als wel door zijn ligging, want het stond
+boven op den top van een ongeveer dertig meter hoogen heuvel en had
+een prachtig uitzicht over de geheele Simpsonstraat. Nu kon er niets
+gebeuren, of het werd dadelijk van uit de "Magneet" ontdekt. Mocht
+er visite bij ons komen, ieder moest eerst daar voorbij. Indien een
+beer op het ijs van de baai mocht verdwalen, dadelijk zou hij van
+daar uit worden waargenomen. In het kort de bewoners van het huis de
+Magneet beheerschten den omtrek.
+
+Het huis was evenals het vorige van kisten gebouwd, die met zand werden
+gevuld. Het was wel geen kasteel, maar daarover waren wij het allen
+eens dat zij tweeën er vrijwat beter woonden dan wij aan boord. Het
+huis had maar één kamer, die tegelijk slaap- en werkkamer was. In
+den eenen hoek stond een groot en breed, uit kistenplanken getimmerd
+bed. De beide bewoners hadden ontdekt, dat één bed minder plaats innam
+dan twee, en tevens vonden dat twee in één bed gemakkelijker warm
+te houden waren dan één alleen, en daarin moest men hun wel gelijk
+geven. Alles in aanmerking genomen, was het geheel zeer doelmatig
+ingericht. Onmiddellijk naast het bed stond een tafel met een bank
+aan elken kant. De andere helft van de kamer was zoo verdeeld, dat
+Ristvedt zijn werkbank aan de eene zijde en Wiik zijn werktafel tot
+vastlegging der magnetische krommingen aan de andere had. De grond
+was met planken van kisthout en met rendierenvellen belegd. Het huis
+had ook twee vensters, een met uitzicht op de zee en een, dat naar
+de _Gjöa_ keek.
+
+Voor zoo ver ik weet, werden hier voor het eerst in de poolstreken
+kisten als bouwmateriaal gebruikt. Als men iets heeft, waarmee men ze
+kan vullen, zou ik er de voorkeur aan willen geven boven elk ander
+materiaal, heeft men echter geen zand, dan is het er anders mee
+gesteld. Wiik en Ristvedt woonden ongeveer twee jaren in het huis,
+genaamd de Magneet, en ze hadden niet willen ruilen met ons aan boord
+der _Gjöa_. Luitenant Hansen en ik woonden samen in de kajuit; maar
+het was zeer vochtig bij ons, en we moesten den geheelen winter door
+'s avonds groote stukken ijs uit onze kooien slaan. Voorin het schip
+woonden Lund, Hansen en Lindström, en het was daar ook wel vochtig,
+maar toch niet zoo erg als bij ons in de achterkajuit. Den eersten
+winter hadden we het heele schip met sneeuw toegesloten en toen
+daalde de temperatuur in de voorkajuit niet beneden het vriespunt;
+maar in de achterkajuit hadden wij het steeds onder nul graden. In
+den tweeden winter liet ik het schip open liggen, in plaats van het
+met sneeuw te bedekken. Ofschoon deze winter veel zachter was dan de
+eerste, daalde de temperatuur in de voorkajuit bij nacht toch gauw
+onder nul. Toen ik hierop het vaartuig weer liet toedekken, trad na
+korten tijd de oude toestand weer in.
+
+Uranienborg, ons astronomisch observatorium, was het laatste bouwwerk
+in de reeks. Op een voormiddag kwamen wij allen bijeen, om den
+astronoom bij den bouw van een voor hem passend huis te helpen. Hij
+gaf de voorkeur aan den rondbogenstijl, en we bouwden goedsmoeds een
+Eskimohut. Het gebouw werd niet bijzonder prachtvol, maar het kwam
+toch tot stand.
+
+Eens op een morgen, toen we op den heuvel stonden, om ons ontbijt onder
+een vroolijk praatje te verteren, en daarbij als gewoonlijk ook een
+beetje op rendieren loerden, wees een van ons naar het Noorden en zei:
+
+"Daar zijn ze waarachtig al weer!"
+
+En dadelijk werden de toebereidselen tot de jacht gemaakt. Maar
+Hansen bleef kalm naast mij staan en scheen zijn ongewoon scherpe
+oogen buitengewoon in te spannen.
+
+"Nu, Hansen, heb je geen lust vandaag op de rendierenjacht te gaan?"
+
+"O jawel," zei hij, "maar niet op die rendieren daarginds, want die
+loopen op twee beenen."
+
+Na die verbluffende uitspraak liep ik naar mijn verrekijker en richtte
+dien op de vermeende kudde rendieren. En werkelijk daar in de verte
+stonden vijf menschen!
+
+Eskimo's!
+
+Nu hadden wij al steeds wijd en breed over de Eskimo's gepraat, maar
+we hadden het op allerlei gronden voor heel onwaarschijnlijk gehouden,
+dat we met hen zouden samentreffen. We hadden al eind October, en
+dachten dus, dat we er dit jaar niet op behoefden te rekenen en zoo
+waren ze ons geheel door het hoofd gegaan.
+
+En daar waren ze nu!
+
+Alles, wat wij over deze arctische barbaren wisten, drong thans
+plotseling tot ons door. Met de noord-amerikaansche Eskimo's viel
+volstrekt niet te spotten, dat wisten we uit de oude reisbeschrijvingen
+uit deze streken. Uit "Roos en Klutschak" hadden we geleerd, dat het
+Eskimowoord "Teima" de beste groet was, waarmee men hun tegemoet treden
+kon. Het beduidde ongeveer een recht hartelijk: "Goeden dag!" En wij
+hadden ons het woord "Teima!" in alle mogelijke uitspraken ingeprent.
+
+Intusschen viel het ons niet in, ons vertrouwen op dat eene woord
+te laten rusten. Het was stellig noodig de aankomenden dadelijk
+als vijanden te beschouwen, en we ontwierpen ons krijgsplan. Ik zou
+met twee man den vijand tegemoet gaan, en Hansen en Lund gaven zich
+terstond als vrijwilligers aan. De karabijnen werden goed onderzocht en
+op het ijs vóór het schip hield ik een troepenschouw; zelfs de meest
+kritisch gestemde veldheer zou tevreden geweest zijn over houding en
+uitzien van mijn troepen. Ikzelf zette een zoo krijgshaftig mogelijk
+gezicht, richtte mij op en commandeerde: "Voorwaarts marsch!"
+
+Met mijn dapperen dicht achter mij trad ik naar voren en wierp
+daarbij een blik zijwaarts naar het dek, waar de luitenant en de kok
+naast elkaar stonden. Het scheen mij, alsof de monsterende blikken,
+waarmee ze ons aankeken, geen onverdeelde bewondering uitdrukten,
+niet eens den noodigen ernst!
+
+"Goed zoo," dacht ik, "zich vroolijk maken over ons is niet moeilijk,
+als men aan boord veilig en wel is geborgen, terwijl wij ons in het
+onzekere wagen en mogelijk in het open veld den dood in het aangezicht
+moeten zien."
+
+De Eskimo's waren nog ongeveer vijfhonderd meter van ons verwijderd
+en bewogen zich van den heuvel naar beneden op ons schip af. Ik
+marcheerde hun zoo martiaal mogelijk te gemoet en achter mij hoorde ik
+den geregelden pas van mijn manschappen. Op een afstand van ongeveer
+twintig meter maakten de Eskimo's halt. Verscheiden strategische
+mogelijkheden gingen mij door het hoofd; offensieve beweging,
+defensieve, wat zou het zijn? Maar ten slotte vond ik het toch maar
+het best, halt te commandeeren. Ik bestudeerde de tegenpartij. De
+vijanden schenen zeer opgewonden, ze lachten en gesticuleerden zonder
+bepaald krijgshaftige manieren. Maar plotseling stelden ze zich in
+positie en rukten voorwaarts.
+
+"Nu goed!" dacht ik, "beter met eere sterven, dan zich te redden door
+een laffe vlucht." En "Voorwaarts marsch!" commandeerde ik.
+
+Wij rukten voorwaarts, volkomen erop voorbereid, den vijand in
+het volgende oogenblik den boog te zien spannen en op ons te zien
+aanleggen. Maar neen--hij heeft blijkbaar wat anders in den zin. Een
+krijgslist?
+
+Plotseling dook in mijn door de spanning van den verwachten strijd
+opgewonden brein het woord "Teima!" op. En "Teima!" brulde ik den
+vijand, zoo luid ik kon, tegen.
+
+De Eskimo's stonden plotseling stil. Maar nu is onze opwinding
+te groot, nu moet er een beslissing vallen, en we snellen, tot
+den strijd gereed, voorwaarts. Daar klinkt de roep aan mijn oor:
+"Manik-tu-mi! Manik-tu-mi!"
+
+En dat klinkt zoo bekend en van Mc. Clintock herkomstig; het is
+de hoogste en innigste vriendschapsgroet van deze Eskimo's. In een
+oogwenk werpen we de geweren weg en snellen naar onze vrienden:
+
+"Manik-tu-mi! Manik-tu-mi!"
+
+Wij schreeuwen allen door elkander, omhelzen elkaar, kloppen elkaâr
+op de schouders, en ik weet niet aan welken kant de vreugde het
+grootst is.
+
+Onze vrienden verrasten mij grootelijks door hun uitzien. Voor kort
+nog hadden wij de leelijke, platneuzige Eskimo's der noordwestkust
+van Groenland verlaten en hier troffen we een volksstam, waarvan
+enkele mannen bepaald knap waren. Twee van hen geleken Indianen
+en waren als uit een Cooperschen roman geknipt. Forsch van
+gestalte en gespierd waren ze ook. Broederlijk vereend, gingen ze
+naar beneden naar het schip. Klik-klik! hoorde ik des luitenants
+photografietoestel--klik-klik! nog eens en nog eens. Naast hem stond
+Lindström met zijn breedsten lach, en ik kan niet zeggen, dat ik als
+veldheer plechtig genoeg gestemd was.
+
+Onze gasten namen de uitnoodiging, mee aan boord te komen, verheugd
+aan. Op het dek lagen wel honderd verslagen rendieren opgestapeld,
+en de Eskimo's zetten groote oogen op over dien vleeschvoorraad,
+maar zeiden niets. Wij stonden nog bij elkaar te praten en lachen
+en schertsen, toen Lindström mij toefluisterde, of we hun maar iets
+zouden voorzetten. "Zeker," antwoordde ik en verzocht hem, koffie te
+koken en wat hardbrood voor hen te halen. Wij namen de gasten mee in
+het scheepsruim, want in de kajuit wilden we ze liever niet hebben,
+daar we vreesden, dat er ongewenscht gezelschap bij hen zou wezen. De
+noordgroenlandsche Eskimo's zijn ten minste om hun onzindelijkheid
+berucht.
+
+Koffie en brood schenen hun niet recht te smaken; ze lieten merken,
+dat ze wel graag wat te drinken wilden hebben, en toen we hun water
+lieten zien, begonnen hun gezichten te stralen. Ieder van hen dronk
+twee liter water.
+
+Toen zei ik: "Och, Lindström, geef die rendierbout eens, die daar
+ginds ligt." En ik had gelijk; dat was wat anders dan hard brood! Nu
+zagen wij ook, dat ze niet geheel ongewapend waren, zooals eerst
+scheen. Uit de schachten hunner laarzen trokken ze lange messen en in
+ongeloofelijk korten tijd hadden ze het vleesch van drie rendierbouten
+zoo schoon afgekrabd, dat enkel de naakte beenderen overbleven.
+
+Wiik en Ristvedt waren niet bij de aankomst der Eskimo's tegenwoordig
+geweest, en daar ze nog niet verschenen, moesten ze van het gebeurde
+nog niets hebben gemerkt. Toen de gasten eindelijk met hun maaltijd
+gereed waren, gaf ik hun een teeken, mij te volgen en liep vóór hen
+uit naar Villa Magneet. Nergens was iemand te zien; ik klopte aan
+de deur en ging binnen. Ristvedt en Wiik zaten diep over hun boeken
+gebogen. De Eskimo's hielden zich rustig achter mij.
+
+"Is het niet merkwaardig," begon ik, "dat wij in deze afgelegen
+streken gasten hebben gekregen? En nog wel bekende. Sta mij toe,
+dat ik ze even voorstel!"
+
+Beide heeren keken verschrikt op, gingen van hun stoelen opstaan en
+maakten een buiging, en nu traden de Eskimo's naar voren. Er werd
+een algemeen luid gelach aangeheven, en toen begon een gesprek,
+dat daarin bestond, dat de Eskimo's ons op ons verzoek leerden,
+hoe de gebruikelijkste dingen in hun taal werden genoemd.
+
+De Eskimo's bleven den nacht bij ons, en den volgenden morgen
+trokken ze naar huis. Wij hadden intusschen voldoenden tijd gehad,
+hun aan het verstand te brengen, dat wij graag gelooide vellen
+van hen wilden koopen. Toen ze zagen, wat de luitenant en ik aan
+de bewerking der huiden hadden gedaan, maakten ze er ongeveinsd een
+grapje over. Twee dagen later kwamen ze weer terug en brachten eenige
+mooie rendiervellen. Ik besloot nu, hen naar hun woning te vergezellen,
+om te zien, waar en hoe ze leefden; ze hadden ons te verstaan gegeven,
+dat ze op den heenweg niet behoefden te overnachten; dus kon het niet
+bijzonder ver wezen.
+
+Den volgenden voormiddag om half twaalf braken we op. Ik had een slede
+bij mij, waarop mijn slaapzak, eenig voedsel en allerlei voorwerpen
+waren gebonden, die ik wist, dat de Eskimo's op prijs stelden. Met de
+mij aangeboren meerderheid van den Europeaan spande ik mijn gasten
+voor de slede. Ik zelf liep op ski en nu ging het in vollen galop
+voorwaarts naar het Westen. De Eskimo's hadden niets, noch ski,
+noch canadeesche sneeuwschoenen, noch iets, dat er op geleek; maar
+de harde sneeuw droeg ze met gemak. En ik moest mij inspannen, om op
+mijn ski hen bij te houden.
+
+We hadden al den 9den October, en het werd vroeg donker. Ik hield het
+dus voor noodzakelijk, tot haast aan te manen. Toentertijd wist ik nog
+niet, hoe onverschillig een Eskimo is, als hij onderweg is, hetzij bij
+dag of bij nacht, bij helder weêr of in den dichtsten nevel, in storm
+of stil weer, of bij een sneeuwstorm, waarin men zijn eigen neus niet
+kan onderscheiden, hij geeft er niet om. Ik merkte dat eerst later
+bij nadere bekendheid met de menschen. Om half vier beduidden ze mij,
+dat we nu hun kamp naderden. En van den top van een heuvelkam zag ik in
+een beschutten, behagelijken hollen weg eenige lichtjes schemeren. Het
+was al bijna geheel duister. De Eskimo's stieten luide vreugdekreten
+uit en bleken uitermate verheugd bij dien aanblik. De kleine lichtjes
+daar beneden waren ook inderdaad verlokkend en wekten gedachten aan
+warmte en welbehagen, aan spijs en drank, aan alles, wat een zwerver
+in een kouden, ruwen winternacht prettig moet voorkomen.
+
+Toen wij ons verstaanbaar konden maken, gaven mijn begeleiders
+luide schreeuwen, waarbij ik alleen het eene woord, Kabluna, witte
+man, verstaan kon. En de bewoners van het kamp kwamen in troepjes
+naar buiten. Het was een merkwaardig tooneel, dat ik mij nu in de
+herinnering terugroep, en dat ik nooit vergeten zal. Daarginds in
+het verlaten sneeuwland werd ik omringd door een schaar wilden,
+die als dol door elkaar schreeuwden, mij in het gelaat keken, aan
+mijn kleeren trokken en mij streelden. De door de ijsvensters uit de
+hutten dringende lichtschijn kreeg door den verdwijnenden dag en het
+schijnsel in het Westen een flauw donkergroene kleur.
+
+Ik verlangde intusschen naar een warm huis en naar iets om te eten;
+dus ging ik met Attira, die mij het best beviel, in zijn hut. Hij en
+zijn gezin woonden hier met Tamoktuktu en zijn familie samen. Het
+was een groote hut, die haar acht bewoners goed kon bevatten. Kort
+na onze aankomst verzamelden zich de mannelijke leden der kolonie aan
+een feestmaaltijd, die uit rauw rendiervleesch en water bestond. Drie
+geheele rendieren verdwenen zoo snel, als ik een boterham zou hebben
+kunnen gebruiken. De Eskimo's lachten en praatten er onophoudelijk
+bij. Geen vrouwen namen aan de feestelijkheid deel. Toen ik aan de
+mannen trachtte te verklaren, hoe het bij ons ging en aan mevrouw
+Tamoktuktu een stuk vleesch reikte, lachten de Eskimo's mij hartelijk
+uit.
+
+Nadat de mannen eindelijk genoeg hadden, kwam de beurt aan de
+vrouwen. Ze groetten mij met haar Manik-tu-mi als een goed vriend.
+
+Tegen tien uur legde ik mij in mijn slaapzak, die een plaats had
+gekregen op de bank tusschen beide familiën. Ik sliep tot het volkomen
+dag was. Maar toch had ik bij het eerste morgengrauwen al gezien,
+dat de mannen hun bovenlijf ontblootten en een luchtbad namen in de
+morgenlucht. Een frisch plezier, dacht ik, verkneukelde mij in mijn
+warmen zak en sliep door.
+
+In den loop van den voormiddag trok ik op huis aan. Het uit zes hutten
+bestaande Eskimokamp was dicht bij een groot water, dat ze Kaa-aak-ka
+noemden. Zij vertelden mij ook, dat Lund en Hansen er gejaagd hadden.
+
+Den 2den November had het vaste station zijn werk begonnen. Wiik had de
+zelfregistreerende magnetische instrumenten in het gebouwtje voor de
+waarnemingen opgesteld en deed de waarnemingen geheel alleen. Elken
+middag, precies om twaalf uur, verwisselde hij de plaat op de
+registerwals, en dat was lang niet altijd een genoegen. Als men
+bedenkt, dat hij zich bij 60 graden Celsius onder nul door wind en
+sneeuwstorm en vaak door meterhooge sneeuw een weg moest banen, dan
+zal men begrijpen, hoeveel flinkheid en plichtgevoel iemand moest
+hebben, om die taak zoo trouw te vervullen. Negentien maanden lang
+deed Wiik het onafgebroken; dat is een mooi record.
+
+De weerkundige waarnemingen werden driemaal daags gedaan. Wij hadden
+daarbij ook registreerende instrumenten, die den heelen tijd door dag
+en nacht in werking waren. Van dit deel van den dienst was Ristvedt de
+leider. Menigen zwaren strijd had hij te voeren met zijn instrumenten
+in koude en vocht; zijn trouwe en stipte plichtsvervulling mogen wij
+dankbaar erkennen.
+
+Op de _Gjöa_-expeditie als astronoom te fungeeren was geen lichte
+taak. De expeditie had nog de ruimte noch de middelen, om opvouwbare
+huizen mee te nemen, waarin men rustig en behagelijk het goede
+astronomische oogenblik kan afwachten. Hier moesten de waarnemingen
+bij de laagste temperatuur met niets dan een kleinen sneeuwmuur ter
+beschutting tegen wind en sneeuw worden gedaan. Men stelle zich
+zulk een avond voor: veertig graden kou en ijzige bitter scherpe
+sneeuw! Tot tegen den avond is de lucht betrokken geweest, maar dan is
+het plotseling helder geworden, en de hemel is met duizend fonkelende
+sterren bezaaid. "Wat een wondervolle sterrenhemel!" zeggen wij,
+anderen. Maar de arme astronoom moet uit zijn warme kajuit naar
+buiten en naar den overkant achter zijn sneeuwmuur, waar hij uren
+lang staan en al de kwalen van een sterrenkundig waarnemer in de
+poollanden moet doormaken, als daar zijn, stijf gevroren vingers,
+met ijs overtrokken kijkers en allerlei andere rampen.
+
+Voor Lund en Hansen kwam alle arbeid, die het schip betrof. Als
+specialiteit had Lund nog een watergat en Hansen de honden.
+
+Jammer genoeg, kregen de honden weer dezelfde ziekte als op de
+heenreis. Eerst werd Tiras van het Godhavntroepje aangetast en
+stierf. En al vóór Kerstmis hadden we zeven van onze beste honden
+verloren. Ik bedacht te laat, dat het den dieren wel aan vet bij
+het eten ontbreken kon; ze hadden den geheelen tijd alleen mager
+rendiervleesch gehad.
+
+Ja, de honden! Zij eten van alles, dat bleek uit iets, dat ik met
+afschuw waarnam en hier vermelden wil. Overal snuffelden ze rond,
+om buiten de hun geregelde toegewezen porties nog het een of ander op
+te scharrelen. En daar hadden ze ook eens een even onverwachten als
+griezeligen maaltijd. Wij hadden Silla, die in hoogst interessante
+positie was, opgesloten in het kleine uitbouwsel van huize Magneet,
+waar ze haar bevalling zou afwachten. Op een mooien morgen ontvluchtte
+ze echter en sloeg dadelijk de richting naar het schip in. Halfweg
+ontmoette ze al haar cavaliers en allen waren geestdriftig over het
+weerzien hunner dame. Ze omringden haar en geleidden haar verder. Maar
+wat gebeurt? De arme Silla beviel bij verrassing, en haar kroost moest
+zich met een hoopje sneeuw als wieg tevreden stellen. Op een teeken
+van Lurven natuurlijk wierpen zich plotseling alle honden op de jongen;
+ieder hapte naar een en verteerde het ter plaatse. Toen Silla ontdekte,
+dat haar jongen verdwenen waren, stond ze op en ging verder. Maar ze
+werd weer verrast en het laatste jong kwam ter wereld. Om nu de andere
+honden te verhinderen, zich ook hiervan meester te maken, vrat Silla
+het liever zelf in razende haast op. Hoe ongeloofelijk het klinke,
+het is precies zoo gebeurd.
+
+Op den eersten Kerstdag vierden we een dubbel feest. Wiik werd
+dien dag 25 jaar; hij was het jongste lid der expeditie en tevens
+een der vroolijksten van ons allen, vol aardige geschiedenissen en
+anecdoten. In den loop van den voormiddag kwam de oude Eskimo Teraiu
+aan en werd als gelukwenscher vriendelijk opgenomen. Teraiu behoorde
+tot onze oudste Eskimovrienden, een van de vijf, die zich het eerst
+hadden vertoond. Hij zal tusschen vijftig en zestig jaar zijn geweest
+en was een zeer vroolijke snaak. Bij zijn stamgenooten stond hij niet
+al te best aangeschreven, want ze hielden hem zoowat voor een idioot;
+maar dat hij best zijn verstand had, zouden wij later bemerken.
+
+Hij scheen op den jaardag echter niet in feestelijke stemming te
+wezen. Zijn gezicht en zijn gebaren drukten neerslachtigheid uit
+en de tranen stonden hem in de oogen. Hij gesticuleerde en babbelde
+zonder samenhang en jammerde ertusschen. Wij konden niet begrijpen,
+wat hem scheelde. Maar ten slotte gelukte het ons toch met vereende
+pogingen opheldering te krijgen over zijn ellende, en wij vernamen,
+dat het overige deel van de stam verder was getrokken en op de
+schandelijkste wijze Teraiu en zijn gezin had achtergelaten. Die
+zagen nu den verschrikkelijken hongerdood voor oogen, als wij ons
+niet over hen erbarmden en hen gedurende den strengsten wintertijd
+bij hen lieten wonen.
+
+Natuurlijk waren wij diep geroerd door die treurige geschiedenis en
+beloofden hem met vrouw en kinderen bij ons op te nemen. Buitendien
+zei ik, dat ik binnen kort zelf naar Kaa-aak-ka zou gaan om de zaak
+te onderzoeken.
+
+Teraiu en het gezin kwamen al spoedig aan, en op den tweeden Kerstdag
+besloten wij, het uitstapje naar Kaa-aak-ka te volbrengen. Het
+weder was wondermooi, stil en helder. Maar de thermometer wees 24
+graden koude. De luitenant, Lund, Ristvedt en ik maakten ons gereed,
+met Teraiu en zijn familie te vertrekken. Vóór de slede spanden
+we acht honden, maar overigens namen we geen groote voorzorgen in
+zake de uitrusting, daar we immers maar een enkelen nacht wilden
+uitblijven. Ieder had gezorgd voor wat hij noodig had. Over het gladde
+ijs van de straat ging het vliegensvlug voort en na zes uren waren we
+op de plaats onzer bestemming. In het kamp van Kaa-aak-ka zag alles er
+geheel anders uit dan bij ons vorig bezoek; ledig en uitgestorven lagen
+de sneeuwhutten er, zonder menschen of eenig spoor van leven. Alleen
+Teraiu's hut toonde aan, dat er menschen woonden. Kajaggolo zijn vrouw
+bijgenaamd de "oude uil" schoof het sneeuwblok op zij, dat voor den
+ingang der hut lag en ging naar binnen, om vuur aan te maken. Teraiu
+zelf sloeg een gat in het ijs, om water te halen, en wij kozen uit
+de verlaten hutten die, welke ons het zindelijkst leek, en namen er
+voor den nacht bezit van.
+
+Op den dag na onze terugkomst bouwde Teraiu zich een hut aan den
+wal en woonde er tot achter in de maand Maart. In werkelijkheid
+was ik er niet rouwig om, dat we hem hadden opgenomen, daar hij
+en zijn vrouw ons van veel dienst waren. Niettegenstaande zijn
+ouderdom was hij gezond en taai, en zonder eenige vermoeienis te
+toonen, trok hij een slede van den morgen tot den avond. Hij bleek
+vreedzaam en eerlijk, was altijd goed gehumeurd en tot schertsen
+geneigd. Als bouwmeester van sneeuwhutten was hij onvergelijkelijk en
+van grooten dienst. Kajaggolo zijn vrouw, was stellig even oud als
+hij. Haar gezicht leek precies een oud, verschrompeld en verdroogd
+winterappeltje. Ze was ongeveer vijf voet lang en zoo vuil, dat de
+Eskimo's er haar zelf om bespotten. Haar tienjarige zoon, Nutra, was
+net zoo vuil als zijn moeder, maar overigens wel een aardige jongen,
+verstandig en vol dartele invallen. Aan zijn onzindelijkheid had
+zijn moeder de grootste schuld. Als de Eskimo's eenigen tijd bij
+ons waren geweest begonnen ze gewoonlijk ons voorbeeld te volgen,
+waschten zich en hielden zich zoo ongeveer schoon. Maar aan de familie
+Teraiu was in dit opzicht geen zalf te strijken; toen ze vertrokken,
+waren ze nog net zoo vuil als bij hun komst.
+
+Wanneer ik des namiddags in het magnetische observatorium voor
+de absolute waarnemingen was geweest, sprak ik telkens eens met de
+Teraiu's, wier hut ik passeerde. Bij die bezoeken ontving Kajaggolo mij
+soms met een gezang, het verschrikkelijkste, dat men zich voorstellen
+kan, het was niet anders dan woest geschreeuw.
+
+De man en Nutra waren meestal aan boord, nu eens vóór, dan achter,
+overal waren ze welkom. Het liefst zaten ze in de keuken te kijken,
+en ofschoon Lindström de Eskimo's niet uitstaan kon, werd toch zijn
+goed hart hem vaak de baas, en menig lekker hapje vloog naar de
+beide Eskimo's. Teraiu en Nutra gewenden langzamerhand aan ons eten;
+maar Kajaggolo bleef den geheelen tijd bij haar rauw vleesch en de
+rauwe visschen.
+
+Toen Kerstmis en Nieuwjaar voorbij waren, moesten we in ernst aan
+de ontworpen sledevaart denken. De plannen, die we ontworpen hadden,
+waren van allerlei aard, zooals meestal met plannen in deze streken
+het geval is. Eindelijk werd besloten, dat ik mij met een gezel naar
+het magnetisch station zou begeven, en als daar alles goed ging en
+in orde was, zou beproeven, de Leopoldshaven op Northsomerset met de
+post te bereiken.
+
+Een ondersteuningsexpeditie onder leiding van luitenant Hansen en
+met nog één man zou ons helpen, zoolang we dat doelmatig oordeelden.
+
+Alle sleden werden nu voor den dag gehaald en nauwkeurig nagezien,
+om zoo noodig hersteld te worden. Overal werden werkplaatsen
+opgericht. Lund zou de sleden in orde brengen en practische
+proviandkisten timmeren; Hansen, die zeer handig was, deed het
+fijne werk en was ook een meester op de naaimachine. Ristvedt had
+een smidse bij de proviandtent en zijn eigenlijke werkplaats in het
+huis Magneet. Wiik leverde goed werk als reparateur van instrumenten,
+en de luitenant beoefende naast zijn vak van handschoenenmaken ook
+de wetenschap. Zijn talent oude vuisthandschoenen met gaten weer te
+herstellen was buitengewoon.
+
+Zooals bij alle slede-expedities in het poolland werd de vraag van de
+slaapzakken druk besproken. Ons uitstapje met Teraiu naar Kaa-aak-ka
+had ons geleerd, dat er in dat opzicht nog veel te verbeteren was, en
+ieder beijverde zich, om het beste uit te vinden. Onze meegebrachte
+zakken waren te wijd en moesten vrijwat ingenomen worden. Een
+slaapzak moet slechts zoo wijd wezen, dat het vel aan alle zijden
+aan het lichaam sluit. Maar natuurlijk mag hij ook niet spannen. Als
+men erin ligt en nog naar het omhulsel moet zoeken, wordt men nooit
+warm. Het model met een opening van boven en een schuif om den hals
+vond het meest bijval; ik geef er ook de voorkeur aan en kan het
+ieder aanbevelen.
+
+Onze tenten waren genaaid als Eskimotenten en uitstekend waren ze;
+er viel niets aan te verbeteren. Ze konden zelfs bij den hevigsten
+wind door één persoon opgezet worden, en als ze er stonden, werden ze
+nooit omgeblazen. Daarvan legden ze proeven af. Een verbetering werd
+toch nog aangebracht en wel aan de deuren. De afsluiting is al van
+ouds het zwakke punt bij een tent, en dus in het bijzonder daar in
+het Noorden in de koude. Meestal bestaat de sluiting uit een menigte
+haken en touwtjes, waardoor het sluiten een heel werk is, als men
+uit de koude binnenkomt. Ik heb buiten ons eigen systeem geen enkele
+tentdeur gezien, die den sneeuwstorm geheel buiten hield. Daar nu twee
+van ons precies hetzelfde denkbeeld hadden gehad, wil ik geen namen
+noemen, ook omdat de zaak haast al te eenvoudig is, maar is niet het
+geniale meestal het eenvoudigste? Wij naaiden namelijk een zak rondom
+den ingang, sneden daar den bodem uit en kropen daardoor naar buiten
+en naar binnen, terwijl we den zak dan met een touw dichtbonden. Een
+betere tentafsluiting heb ik nog nooit gezien. Gemakkelijk te openen
+en gemakkelijk te sluiten en volkomen dicht. Het veeljarige probleem
+was dus opgelost door een zak.
+
+Bij een proef, die we bij een temperatuur beneden dertig graden vorst
+deden, vonden we het verblijf in de tenten te koud en wij besloten
+toen sneeuwhutten te bouwen, die naar onze ervaring bij de Eskimo's
+veel warmer waren. Het kost wel meer tijd, een sneeuwhut te maken dan
+een tent op te slaan, maar ik vind het van zoo verbazend groot belang,
+dat men na het dagwerk een goeden en behagelijken nacht doorbrengt,
+dat het uur van bouwen wel beloond wordt.
+
+Wij legden ons dus met ijver toe op de sneeuwbouwkunst. Grondstof
+hadden we genoeg, tijd ook en in Teraiu een uitstekenden
+leermeester. Eerst lieten we het bouwen den oude over, terwijl
+we nauwkeurig toekeken. Spoedig bleek het ons, dat het vinden van
+de goede sneeuw een voorwaarde van slagen was. Maar daar behoort
+veel ervaring toe, ja, het gevoel moet iemand, om zoo te zeggen,
+aangeboren zijn. De Eskimo's bedienen zich daarbij van een zeer
+eenvoudig werktuig, dat ze een hervond noemen en dat bestaat uit
+een ongeveer een meter langen, uit rendierhoorn gesneden stok, met
+een handvatsel van rendierhoorn aan het eene einde en een haak van
+een bisambeen aan het andere. Daarbij komt den Eskimo's hun instinkt
+te stade, waarmee ze juist de goede plek uitvinden, waar de kans op
+goede sneeuw aanwezig is. Als ze hun hervond niet bij zich hebben,
+gebruiken ze een mes met een lang heft, dat ze aan een touw op den rug
+hebben hangen. Wij brachten het in het vinden der goede sneeuw niet
+tot groote volkomenheid, maar toch zoo ver, dat het er mee door kon.
+
+Met een lang mes plaatsten wij vieren, de luitenant, Ristvedt, Hansen
+en ik, ons elken morgen na het ontbijt vóór Teraiu's hut, om den oude
+te wekken. Als we ongeveer om acht uur kwamen, lag de geheele familie
+nog te bed. Dan sprong Teraiu vlug op, sloop in haast in zijn kleeren,
+want de Eskimokleeding is wijd en ruim en laat zich gemakkelijk uit- en
+aantrekken. Den meesten tijd hebben ze noodig voor het aantrekken der
+voetbekleeding. De Eskimo is zeer bezorgd voor zijn voeten, uit vrees
+niet alleen, dat ze bevriezen, maar ook, dat ze gewond zouden worden
+bij het den heelen dag loopen over het ijs en de harde sneeuw. Met
+minder dan vijf lagen aan de voeten stelt hij zich daarom niet
+tevreden. Als dan eindelijk Teraiu zijn bovenanorak had aangetrokken,
+terwijl hij voor zulke korte uitstapjes zijn onderanorak thuis liet,
+gingen we op weg. Wij bouwden om beurten; ieder had zijn bepaalden
+dag. Maar Hansen was in het bouwvak beslist de meest begaafde;
+zijn hutten waren meesterstukken. In de vele kleine holle wegjes,
+die in de haven uitloopen, vonden we al gauw een bouwplaats en goede
+sneeuw in overvloed. Wij hadden meestal anderhalf uur noodig voor een
+voor ons vieren geschikte hut. Na gedanen arbeid kwamen we er samen,
+om de waarde te bepalen. Teraiu was telkens vol geestdrift.
+
+"Mamakpo! mamakpo!" (dat is Uitmuntend! Uitmuntend!) riep hij. Een
+groote vreugde voor hem was iederen keer de belooning, die hem
+wachtte. Hij deed niets zonder betaling. Dit beteekende wel niet veel,
+een stuk ijzer of hout, of wat juist bij de hand was. Hij was altijd
+aan het verzamelen, om te eeniger tijd voor zichzelf een slede te
+kunnen bouwen. Zijn eischen waren niet groot; met een paar planken van
+een meter lengte was hij best tevreden. De familie en haar bezittingen
+beteekenden immers ook niet veel, wat zou hij dan met een groote slede
+doen? Een philosofie, die men zich overal ten voorbeeld kan nemen.
+
+Wiik en ik deden telkens proeven, om ons vast te overtuigen, dat onze
+instrumenten goed in orde waren. Wiik was bestuurder van het vaste,
+absolute observatorium, terwijl ik mij 75 meter verder een eigen nieuw
+observatorium had gebouwd. Door al die gebouwen was langzamerhand een
+aardig dorpje rondom de Gjöa-haven verrezen. Onze waarnemingen vielen
+tot onze groote tevredenheid goed uit en om de instrumenten behoefde ik
+nu niet meer ongerust te wezen. Voor waarnemingen op elke plaats, waar
+ik mij bevond, had ik een zeer kleine theodoliet, die ik van Frithiof
+Nansen had gekregen en die hij mee naar Groenland had gehad. Ook deze
+werd na nauwkeurig onderzoek van den astronoom in orde bevonden.
+
+Toen volgde de belangrijke werkzaamheid, het pakken van onze sleden.
+
+Tijdens het pakken moesten de sleden onder dak wezen. Maar een zoo
+groote hut te bouwen, dat de beide lange sleden erin ondergebracht
+konden worden, hielden we voor onmogelijk. Wij wendden ons tot Teraiu
+om raad, die echter tegenover onze vragen een sluw lachen stelde
+en niets verder zei. Hij strekte beide armen uit en met begeerig
+stralende oogen zei hij:
+
+"Panna angi!", dat is Groot mes. Voor de oprichting van zulk een
+reuzenhut wou hij een groot mes als belooning. En dat werd hem beloofd.
+
+Wij gingen dadelijk aan het werk. Teraiu koos een terrein van
+langwerpigen vorm en opdat de sleden in de nabijheid zouden zijn,
+werd de hut op het ijs, onmiddellijk vóór het schip gebouwd. Zij
+was verbazend groot, en toen het dak erop moest gezet, moest er
+eene heele stelling worden gemaakt. Maar ze bleek toch niet vast
+genoeg en de bewegingen van het ijs waren te vreezen; daarom werd ze
+herbouwd op den wal en bleek nu voldoende, zoodat we konden beginnen
+te pakken. De eene slede kreeg een lading van 350 kilogram en werd
+door Hansen bestuurd en getrokken door de zeven honden, die we nog
+hadden. De tweede had een lading van 270 kilogram en zou door ons
+drie mannen worden voortgetrokken.
+
+Den 28sten Februari legden we de laatste hand aan het werk, en op den
+morgen van den 29sten trokken wij allen met elkaar de sleden tegen
+den heuvelkam op, om dat moeilijk eind al dadelijk achter den rug
+te hebben.
+
+Boven bouwden wij een hoogen sneeuwmuur om de sleden heen en legden
+er zware blokken sneeuw op, om te verhinderen, dat de vossen er een
+bezoek aan brachten. Dan keerden we terug en brachten den laatsten
+avond aan boord door.
+
+Ik zag de reis kalm tegemoet. Wij waren goed uitgerust met goede en
+krachtige kameraden en goede honden. Een grooter aantal honden zou
+wel gewenscht geweest zijn, maar we hoopten ons met het zevental te
+kunnen behelpen.
+
+
+
+Den eersten Maart waren we reisvaardig. De thermometer wees
+min 53 graden Celsius; maar wij waren in den loop van Februari
+zoo aan de koude gewend geraakt, dat ze op ons geen bijzonderen
+indruk meer maakte, en we waren goed gekleed. De eenen in volslagen
+Eskimodracht; de anderen ten halve geciviliseerd. Naar mijne meening
+is de Eskimokleeding in deze streken verre te verkiezen boven onze
+europeesche kleeding. Maar men moet die dan ook goed doorgevoerd
+dragen, of in het geheel niet. Elke halfheid is uit den booze. Wollen
+onderkleeren zuigen al het zweet op en maken de kleederen van vellen,
+die men erover draagt door en door nat. Niets dan rendiervel als
+de Eskimo's en de kleedingstukken zoo wijd en ruim mogelijk, opdat
+tusschen kleeding en lichaam de lucht circuleeren kan, daarbij behoudt
+men in den regel droge kleeren. Moet men zich echter onderweg zoo
+inspannen, dat het pak toch nat wordt, dan zijn de kleeren van vellen
+toch ook nog gemakkelijker te drogen dan de wollen stoffen. Wollen
+kleeren worden ook veel eerder vuil en dan houden ze niet meer
+behoorlijk warm. In dit opzicht houden zich kleeren van huiden,
+zonder gewasschen te worden, bijzonder goed. Een groot voordeel van
+vellen is ook, dat men op hetzelfde oogenblik, dat men ze aantrekt,
+warm en behagelijk voelt. In wollen kleederen moet men zich als een
+gek aanstellen, rennen en draven en Indianendansen uitvoeren, eer
+men behoorlijk warm is. En ten slotte zijn de velkleederen volkomen
+winddicht, wat natuurlijk zeer veel beteekent.
+
+Onze achterblijvende kameraden vergezelden ons tot bij de sleden
+op de heuvels. De honden werden aangespannen--een laatste handdruk,
+en daar gingen we.
+
+Hansen leidde de honden van de eene slede, maar spande zich nu en
+dan ook zelf ervoor. Alle zeven dieren waren nog jong, en ze konden
+den last slechts met moeite vooruit brengen. Luitenant Hansen,
+Ristvedt en ik hadden ons vóór de andere slede gespannen. De
+weg liep zacht omhoog, zoo zacht, dat men het met de oogen bijna
+niet kon zien, maar men voelde het wel. Gedurende het eerste uur
+ging het met frissche krachten snel vooruit, maar daarna werd het
+moeilijk. Hansen vorderde met zijn honden goed. Als hij merkte, dat
+ze trager liepen, greep hij in de teugels, dan meenden de dieren,
+dat er nieuwe hulp was gekomen en trokken weer aan. Ons drieën,
+die de andere slede trokken, ging het minder goed. Het was, alsof
+we haar door woestijnzand moesten trekken. Zelfs thuis in Noorwegen
+weten we, hoe lastig poedersneeuw zijn kan, en bij de erge kou hier
+was het veel lastiger. Middenin hield de slede soms plotseling stil;
+elke kleine ophooping van sneeuw was een beletsel. Eén, twee, drie,
+hallo! Dan komt ze erover. Maar het duurt niet lang, of er volgt een
+nieuwe hoop--weer stilhouden--aantrekken--trekken....
+
+Om drie uur in den namiddag besloten we, ons kamp op te slaan. Het
+begon al te schemeren, en eer we een sneeuwhut klaar konden hebben,
+zou het bepaald heelemaal donker zijn. Nu moesten wij voor het
+eerst op de zoek naar goede sneeuw. Wij bevonden ons midden op een
+groot meer. Nergens was goede sneeuw; hoe vaak we onze messen er
+ook instaken, overal was ze te slap. Naar den oever was het te ver;
+we zouden daar niet meer bij daglicht gekomen zijn, en we konden dus
+niet anders doen dan blijven, waar we waren.
+
+Allereerst lieten wij de honden los. Ze hadden een zwaar werk achter
+zich en hadden vrijheid en rust wel verdiend. De baas onder hen was
+Fix, een ongewoon mooie, witgrijze hond, die het meesterschap over de
+anderen alleen aan zijn gebiedende houding te danken had, niet door
+zijn meerdere kracht. Als het tot een vechtpartij gekomen was, zou
+Fix klop gekregen hebben; maar hij scheen als tot heerschen geboren
+en hij werd gehoorzaamd. Syl was zijn grootvizier, de leelijkste hond
+van den ganschen troep, bruinzwart en met gluiperigen blik. De spitse,
+opstaande ooren, die een poolhond een zoo verstandig uitzicht geven,
+stonden bij Syl scheef en deden hem er dom uitzien. Zoodra het tuig
+was afgenomen, deed Fix, gevolgd door Syl, de ronde bij de honden, en
+ten teeken van onderwerping moest iedere hond zich vóór den heerscher
+Fix op den rug leggen, met alle vier pooten in de lucht. Als een
+treuzelde, schoot Syl als de wind op hem los, en die had zeer scherpe
+tanden. Dan kregen de honden hun eten en we waren vrij van hen en
+konden gaan bouwen.
+
+Wij trokken onze vuisthandschoenen aan, die uitsluitend voor het bouwen
+van sneeuwhutten bestemd waren, om te beletten, dat de sneeuw bij de
+mouwen in liep, want ze hadden lange onderstukken, die vastgebonden
+waren. Ieder met een wel een halven meter lang mes gewapend, begonnen
+we ons werk. De voor dit doel benoemde bouwmeester stak eerst een kring
+op den grond af en langs die lijn maakte hij een vier duim diepe geul,
+die dan de sneeuwblokken van den grondmuur moest dragen. Wij anderen
+sneden blokken, en de bouwmeester zette ze op. Een iglu, zoo noemen
+de Eskimo's hun sneeuwhutten, wordt spiraalvormig, ongeveer als de
+bijenkorven en altijd tegen de zon in gebouwd, dus van rechts naar
+links. De blokken moeten een lengte van twee voeten en een hoogte van
+anderhalven voet hebben en vier duim dik zijn. De grootste moeilijkheid
+is daarin gelegen, het bovenste klaar te krijgen en het dak erop te
+plaatsen. Een rechten muur kan ieder wel bouwen.
+
+Daar de thermometer min 57 graden Celsius wees, werd niemand tot
+luiheid verleid, en het werk schoot goed op. Zoo snel mogelijk ging
+de kok des avonds aan den arbeid, die daarin bestond, niet alleen
+het eten klaar te maken, maar ook de hutten te verwarmen, en als een
+aangename geur van spijzen tot ons doordrong, vlotte het werk buiten
+wondervlug. Het laatste was, alle spleten op te zoeken, waar licht
+door schemerde, om ze goed dicht te stoppen. Dan keken we ook nog
+de sleden na, dat alles stipt vastgebonden was en toegedekt en dat
+vooral tegen de honden, die zeer diefachtig waren. De stumpers hadden
+zich tegen de hut aan, zoo goed het ging, in de sneeuw opgerold en
+als het fel koud was, den snuit onder den staart gestoken.
+
+Was de hut gereed, dan wierpen we een laatsten blik op de wijde
+stilte rondom in de verbleekende groenachtige schemering en de reeds
+fonkelende sterren, en na ons de sneeuw van de kleederen te hebben
+geklopt, kropen wij in de hut. En er was stellig op de wereld dan geen
+gelukkiger gezelschap dan het onze in de warme, behagelijke ruimte
+met het dampend heete eten en de barre sneeuwvlakte met de tintelende
+vorst om ons heen. Na het eten kwamen de tabakspijpen aan de beurt;
+en alleen de gedachte dat we den volgenden morgen ons weer moesten
+inspannen, kon een eind maken aan het genoegelijk samenzijn en deed
+ons in onze slaapzakken kruipen. De vermoeienis deed zich spoedig
+gelden, en weldra toonde de gelijkmatige ademhaling van vier mannen,
+dat ook de menschlievende god, Morpheus, een poolvaarder is.
+
+Des morgens om vijf uur, toen de kok ons wekte, zag alles er veel
+minder vriendelijk uit dan 's avonds, maar een kop dampende chocolade
+verbeterde dan de stemming gauw. Buiten kwamen mij de sterren ongewoon
+groot en schitterend voor; maar het had volgens den minimumthermometer
+dan ook in den nacht 61.7 graden gevroren. Wij hadden er weinig van
+gevoeld, en we konden onze uitrusting prijzen, die ons met onze
+goede sneeuwhut de kou van het lijf had gehouden. Wat voelden we
+haar in de vingertoppen, als we bij het werk de handschoenen moesten
+uittrekken! Dan werden de vingers dadelijk wit en men moest ze dan doen
+herleven, of door de handschoenen gauw weer aan te trekken of nog beter
+door ze op de manier der Eskimo's tegen het bloote lichaam te houden.
+
+De honden lagen nog precies zooals wij ze in den avond hadden verlaten,
+behalve Fix en Syl, die op kattekwaad uit waren. Wij ondervonden
+ook, hoe totaal onmogelijk het was, de honden zoo vast te maken,
+dat ze niet los komen konden. Ze wisten zich altijd los te werken,
+namelijk als ze het volstrekt wilden. Enkele hielden zich steeds
+rustig, maar als er een los was, gingen de anderen aan het huilen,
+prettig was het niet, als men uit zijn slaapzak naar buiten moest,
+om de honden tot rust te brengen.
+
+Toen dien eersten morgen alles in orde was, braken we op. Naar
+de ervaring van den vorigen dag zetten we onder de met nieuwzilver
+beslagen sleden weer houten platen, omdat bij de scherpe kou de sleden
+op hout veel beter liepen. Het beste, wat men eraan doen kan, is er
+een fijn overtrek van ijs op te laten komen, zooals de Eskimo's doen,
+maar daarin hadden wij nog geen ervaring.
+
+De afstandsmeter was op de hondenslede aangebracht; het was een
+oud rad van de tweede Fram expeditie, maar nog in voortreffelijken
+toestand. Trots al onze inspanning scheen echter het rad stil te staan,
+zoo langzaam kwamen we vooruit. Wat onze moeite nog vermeerderde,
+was een fijne, scherpe tegenwind, die iemand de onbedekte deelen van
+het aangezicht bepaald openscheurde. Voortdurend moest de een het
+gezicht van den ander bekijken, en dan vonden we meestal een bevroren
+neus of een spierwitte wang. Dan deden wij wat de Eskimo's doen;
+we trokken een warme hand uit den vuisthandschoen en legden haar
+op de bevroren plaats, tot het bloed er weer circuleerde. Het oude
+huismiddel van de plaats met sneeuw in te wrijven, had ik al lang
+verworpen; de Eskimo's wisten daar ook niets van. Terwijl de infaam
+scherpe wind ons de ijsnaalden bij min 50 graden als zweepslagen in
+het gezicht joeg, schenen de honden daar in het geheel niet onder te
+lijden. Maar de arme dieren plaagden zich erbarmelijk, vooral in de
+eerste morgenuren, waarin ze nog stijf van den vorigen dag waren. Ook
+wij menschen hadden zwaar te trekken. En ik zag in, dat we bij deze
+manier van reizen zeer weinig zouden uitrichten.
+
+Daar er nog op den tweeden, noch op den derden dag in de temperatuur
+eenige verandering kwam, besloot ik na ruggespraak met mijn kameraden
+eenvoudig terug te keeren en zachter weer af te wachten. Op den morgen
+van den derden dag legden we dus een deel van onze voorraden als dépôt
+in de sneeuwhut en sloten de opening goed af. De ligging der hut werd
+nauwkeurig opgenomen; een vlag erop gestoken en geheel gephotografeerd.
+
+Nu richtten we onzen koers weer naar de Gjöahaven. De honden bemerkten
+spoedig, in welke richting het thans voorwaarts ging, en ook wij
+menschen voelden ons zeer verlicht, dat ons nutteloos worstelen aan
+een eind zou komen. En zie daar, de weg, waar we twee en een halven
+dag over hadden gedaan, een eind van tien kilometer, werd nu in vier
+uren afgelegd. Maar nu waren dan ook onze sleden belangrijk lichter.
+
+Om elf uur in den voormiddag verrasten we onze kameraden op de _Gjöa_
+door onze onverwacht spoedige terugkomst.
+
+
+
+Op den 16den Maart ondernamen we een tweeden sledetocht, vonden
+het dépôt in goede orde en trokken verder noordwaarts; wij hadden
+nu een met tien honden bespannen slede bij ons. Het was des morgens
+40 graden onder nul, zeer goed voor ons te verdragen. Terwijl we op
+weg waren naar het eiland Matty, zagen wij in de verte op het ijs
+een zwart punt. Hansen met zijn scherpe oogen verklaarde dadelijk,
+dat het een Eskimo was, die naar ons toekwam. Spoedig doken meer op
+tusschen de ijsschollen, en in een oogenblik hadden we 34 mannen en
+jongens op een afstand van tweehonderd meter voor ons. Zij bleven
+staan en keken naar ons, zonder het voornemen aan den dag te leggen,
+om naderbij te komen. Ik voelde mij nu natuurlijk veel zekerder dan
+bij mijn eerste samentreffen met Eskimo's; mijn kennis van de taal
+had ook veel gewonnen en dus besloot ik, naar hen toe te gaan. Toch
+hadden we onze geweren geladen en Hansen hield er de wacht bij. Toen
+ik zeer dichtbij was, riep ik: "Manik-tu-mi! Manik-tu-mi!"
+
+Als een electrieke schok ging het door de menigte. Een 34voudig
+Manik-tu-mi klonk mij tegemoet. Hansen kwam achter mij aan; de
+vreugde en de geestdrift der Eskimo's waren bepaald roerend. Het
+waren Netsjilli-Eskimo's, die ons ontdekt hadden op hun reis naar hun
+plaatsen van de zeehondenvangst. Ieder had een speer in de hand en een
+hond aan een riem achter zich aan. Buitendien waren ze voorzien van
+groote sneeuwmessen. Ze maakten den indruk van beter en zindelijker
+gekleed te wezen dan onze eerste vrienden, de Ogluli-Eskimo's. Toen
+ik naar hun kamp vroeg, wezen ze oostwaarts tusschen de ijsbergen. Ik
+had grooten lust, deze menschen nader te leeren kennen en zei, dat ik
+graag met hen naar hun kamp wilde gaan. Daarover waren ze uitgelaten
+blij; ze hielpen ons dadelijk de sleden verder trekken, door al hun
+honden ervoor te spannen. Nu hadden we een voorraad honden, dat het
+een aard had!
+
+Na een uur klonk plotseling een luid geschreeuw van de Eskimo's en wij
+zagen tusschen de ijsbergen een menigte hutten van den vorm van een
+hooiberg. Het was het grootste kamp, dat ik nog gezien had, 16 hutten
+te zamen. Het zag er uitgestorven uit. Al spoedig vertoonden zich
+de vrouwen, geen schoonheden, de kleeren met vet en roet besmeerd,
+en grauwe haren uitkomend onder de kap. Bij de eerste kennismaking
+vonden wij de Netsjilli-Eskimo's allen leelijk, maar later oordeelden
+we anders, al bleven we de Ogluli's veel knapper vinden. Ze bouwden
+een prachtige sneeuwhut voor ons, nadat ze gelachen hadden om de
+pogingen, die wijzelven deden. Wij werden zeer bevriend met hen, en
+toen we den volgenden dag verder trokken, vergezelde ons Poieta, een
+jonge broeder van hun hoofd Atikleura. Wij kwamen tot in de nabijheid
+van het eiland Matty, maar het weer was zoo slecht, dat Poieta ons
+afried verder te gaan. We hadden weer een Eskimo-nederzetting van zes
+hutten gevonden, maar dit waren bedelachtige menschen, en toen wij den
+volgenden morgen opbraken, misten we een mes, een zaag en een bijl,
+die we eerst na veel gekijf terugkregen. Een dépôt in de buurt van
+deze menschen aan te leggen, was dus uitgesloten.
+
+Dan keerden wij weer naar de Netsjilli's terug, die op het punt stonden
+naar zuidelijker streken te verhuizen voor de zeehondenvangst. Bij die
+gelegenheid verzocht ik hen, ons naar ons schip te vergezellen. Den
+25sten Maart vertrokken wij allen te zamen en den volgenden dag
+kwamen wij aan boord, maar de Eskimo's moesten eerst nog hun jacht
+volvoeren. Ik had hun de plek van de ligging der _Gjöa_ aangeduid,
+en ze begrepen mij goed en noemden ze evenals de Ogluli's hadden
+gedaan, Ogchjoktu.
+
+De omstandigheden hadden mij ook ditmaal verhinderd, zoo ver te
+komen, als ik graag wou, maar we moesten tevreden wezen, dat we een
+dépôt toch zooveel verder het land in hadden aangelegd. We hadden het
+onder de hoede der Netsjilli's gelaten. Op den dag na onzen terugkeer
+kwamen al onze dertig Eskimovrienden met Ristvedt en den luitenant,
+die hen op het ijs hadden aangetroffen, aan. Het werd druk in onze
+buurt. De Eskimo's bouwden zich een rij hutten in het Lindströmdal,
+een der kleine holle wegen, die van de haven naar boven voerden.
+
+Den voorjaarssledetocht begonnen we in April, vonden het vroegere dépôt
+nog in den besten staat, wat wel pleit voor de betrouwbaarheid der
+Netsjilli-Eskimo's, en deden een reis langs de kust van Boothia Felix,
+sloegen ons noordelijkste kamp op ten zuiden van de Tasmania-eilanden
+en sloegen den 7den Mei den terugweg in. Het doel was nu, ons dépôt
+te halen en er de Victoriahaven mee te bereiken, waar Ross met de
+Victoria had overwinterd en waar een reeks magnetische waarnemingen
+zeer interessant zou zijn; maar tot de uitvoering van dit plan kwam
+het niet. Ik leed aan mijn linkervoet, moest eenige dagen rust nemen
+en ten overvloede was het dépôt dezen keer geplunderd, zoodat we geen
+keus hadden en naar de _Gjöa_ terugkeerden.
+
+Den 5den Juli trokken we er op uit voor een gecombineerde opmetings-
+en magnetische expeditie. Van allerlei kanten kwamen Eskimo's naar
+ons toe en we konden hulp krijgen, zooveel als we wilden. Wij waren
+voor veertien dagen van proviand voorzien en namen de Eskimo's Ugpi
+en Talurnakto mee. De eerste, die de "Uil" bijgenaamd werd, had lang
+zwart haar en een open eerlijk gezicht. Hij was een uitstekend vogel-
+en rendierjager. Hij was ongeveer dertig en was getrouwd met Kabloka,
+een meisje van zeventien jaar. Ze hadden geen kinderen. De moeder van
+den Uil, die bij hen woonde, was Anana, die evenals de heele familie
+beheerscht werd door Umiktuallu, den ouderen broeder van Ugpi. Diens
+vrouw Onaller kon geweldig kijven. Het heftige karakter van Umiktuallu
+bleek bij een gelegenheid, die allertreurigste gevolgen had. Hij had
+drie kinderen en een pleegzoon. Eens toen het zevenjarig jongetje
+het geladen geweer van den wand had genomen en het den pleegzoon
+overreikte, ging het schot af en het kleinste jongetje viel dood
+neer. De oudere bleef verschrikt staan en Umiktuallu, die aan kwam
+loopen stiet zijn pleegzoon in drift en wanhoop zijn mes in het
+hart. In één graf werden de beide knapen begraven en Umiktuallu
+verliet na het gebeurde met zijn gezin het kamp.
+
+Talurnakto, onze andere begeleider; was juist het tegendeel van
+den Uil. Hij ging onder de zijnen door voor een soort van gek; maar
+in werkelijkheid was hij de verstandigste van allemaal. Hij lachte
+steeds en maakte grapjes. Buiten een eenigen broeder had hij in het
+geheel geen familie en hij bekommerde zich om niemand. Dik en kort van
+gestalte, had hij den bijnaam Takichja, dat is die moeilijk loopt. Wij
+werden het eerst op hem opmerkzaam door de taaie volharding, waarmee
+hij telkens weer op de _Gjöa_ verscheen, nadat we hem te verstaan
+hadden gegeven, dat we hem niet konden gebruiken. Maar toen we later
+hoorden, dat hij flink werken kon, behielden we hem maar. Aan den kost
+aan boord gewende hij zich gauw, ja, het eten smaakte hem uitstekend;
+maar zijn manieren waren afschuwelijk. Hij zag er afschrikwekkend uit,
+als hij zijn maal naar binnen werkte. Ook in dit opzicht was de Uil
+een voorbeeld; die zou in gezelschapstoilet in het deftigste milieu op
+zijn plaats zijn geweest; hij gebruikte mes en vork als een gentleman.
+
+Het was heerlijk weêr en onder gezang en scherts kwamen we vlug
+vooruit. Reeds om half 12 hadden we het eilandje bereikt, dat de
+luitenant en Ristvedt in Maart als zoodanig hadden herkend, Achliechtu
+noemden het de Eskimo's. Dadelijk nadat we voet aan wal hadden gezet,
+liepen we toe op een paar plaatsen, die van sneeuw bevrijd waren en
+namen er bezit van, om er de tenten op te slaan. Men moet zelf in
+streken geweest zijn, waar de sneeuw tien maanden aaneen alles bedekt,
+om de geestdrift mee te voelen, die ons vervulde bij den aanblik
+van dien naakten grond. Met het merkwaardig troostrijk bewustzijn,
+te staan op moeder de aarde zelve, stampten we erop rond, en onze
+oogen zwelgden in de weelde van zwarte aarde en groen mos. Het was
+als het weerzien van een vriend, die lang afwezig is geweest.
+
+Dat het er intusschen erg lenteachtig was, kan ik niet zeggen. Maar in
+vergelijking met het doodsche van te voren werkte het ontwakende leven
+verrukkelijk. De weinige kale plekken werden tot drukke middelpunten,
+ook voor gonzende insecten; een bloempje kwam er boven den grond en
+werd met gejuich begroet. Eenden en zwanen trokken onophoudelijk in
+groote troepen boven ons hoofd langs in noordelijke richting. Wij
+schoten een menigte sneeuwhoenders en leidden bij het versche vleesch
+een echt heerenleven. Over het algemeen behooren de dagen op de
+Hovgaard-eilanden tot onze allergelukkigste.
+
+Bij mijn terugkeer vond ik als gewoonlijk aan boord alles in de beste
+orde. Mijn observatietent voor magnetische waarnemingen sloeg ik op
+in Ogchoktu, zoo noemden de Eskimo's onze vestiging. Het ijs in de
+Simpsonstraat buiten begon langzamerhand die licht-blauwgroene kleur
+aan te nemen, die optreedt als het aan de oppervlakte smelt. Nu zou
+het niet lang meer duren, of het zou losraken. De Eskimo's beweerden,
+dat dit elk jaar gebeurde; maar ze gaven mij ook te verstaan, dat de
+zomer van 1903, waarin wij waren aangekomen, een zeer ongewone ijszomer
+was geweest en dat ik niet op een herhaling daarvan zou kunnen hopen.
+
+Intusschen zag het er voor ons zeer goed uit. De lente en de voorzomer
+waren met hun lange avonden heerlijk. Er was één ding, dat ons het
+leven lastig maakte, en dat waren de muggen. Wij moesten vechten met
+die benden als tegen roofzuchtige bandieten. Ze vervolgden ons aan
+boord, en om ten minste des nachts rust van hen te hebben, moesten
+we onze vensters met vliegengaas overtrekken. Sommigen van ons hadden
+van de beten veel hinder, en bij voorbeeld bij den armen Lund zwollen
+ze op, en er kwam ontsteking bij.
+
+De meeste Eskimo's waren nu vertrokken, om hun zomer verblijven op
+te zoeken en er aan vischvangst en rendierjacht te gaan doen. Alleen
+drie gezinnen, die naar King Williamsland noordwaarts wilden bleven
+nog, en dan behielden we den Uil met moeder en vrouw bij ons, alsook
+Talurnakto, daar ze mij zouden vergezellen, als ik, zoodra het open
+water aan den wal met een boot kon worden bevaren, mijn afgebroken
+waarnemingsreis weer zou opvatten.
+
+Verscheiden dagen zochten wij naar de lijken der beide Eskimojongens,
+om te zien op welke wijze ze waren begraven. Ten slotte vonden wij ze
+ook. Elk lijk lag in een eigen graf op de helling en was door kleine
+steenen omgeven. De zoon was zorgvuldig genaaid in rendiervel en men
+had hem zijn boog en pijlen, zijn drinkbeker, zijn vuisthandschoenen
+en zoo voort meegegeven, terwijl de pleegzoon veel onverschilliger was
+behandeld. Zijn hoofd was bijna onbedekt, en hij had niets anders bij
+zich dan een paar oude, afgedragen handschoenen. De insecten waren
+al met hun werk aan hem begonnen, en in den loop van den winter zou
+de vos dat wel komen voltooien. Toen ik de plek in het volgend jaar
+weer bezocht, wemelde het in beide graven van kleine wormen.
+
+Luitenant Hansen gebruikte nu het gunstige jaargetijde, om zijn
+photografieën te ontwikkelen, want thans had hij genoeg van het
+vroeger zoo kostbare water; in een van onze slooten richtte hij zich
+een bekken in met regelmatigen toe- en afvoer, waar hij naar hartelust
+kon plassen en spoelen.
+
+Den eersten Augustus begaf ik mij weer op expeditie rondom het
+station. Het was nu een onderzoekingstocht te water en wel met
+een echte, kleine vloot. Een van onze ijzeren bootjes was het
+vlaggeschip, waarin ikzelf aan het roer zat; Anana en Kabloka zaten
+op de achterbank. Ons aller proviand was ook in die boot; Talurnakto
+roeide een van onze booten van zeildoek, en de Uil zat in zijn eigen
+kajak. De kajaks van de Netsjilli-Eskimo's zijn in vergelijking met
+die van de Eskimo's uit Noord-Groenland plomp en leelijk. Maar de
+Groenlanders zijn ook in veel sterker mate van hun kajaks afhankelijk.
+
+Ons doel was een heuvel, de Helmer-Hansenheuvel, die vijf zeemijlen
+verwijderd was; dus we hadden niet ver te varen. De muggen kwelden
+ons verschrikkelijk, tot wij een eind ver naar buiten waren gekomen;
+toen lieten ze ons met vrede. Toen echter het wêer na den regen van
+den morgen opklaarde en de zon stekend begon te worden, hadden we
+het uitgezochtste muggenweêr. Het half uur gaans van het strand naar
+den wachtpost was een marteling; wij liepen door zwermen muggen, en
+daar wij de handen niet vrij hadden, omdat we beladen waren, konden
+wij ons niet verdedigen; zoodra we den mond open deden, om een woord
+te spreken, hadden we dien vol muggen. Bijna waren we in wanhoop
+omgekeerd, maar we hielden vol, en toen eindelijk de tenten waren
+opgeslagen, vonden we beschutting tegen de millioenen kwelgeesten.
+
+Het verblijf op den Hansenheuvel was prettig; het landschap was
+mooi, en men had er een ruim uitzicht. Het open water reikte juist
+tot daar; meer naar het westen kwam het ijs nog tot dicht aan het
+strand. Naar het oosten kon ik over een groote baai juist op Nhchoktu
+kijken; zuidwaarts was het uitzicht vrij op de Simpsonstraat en in
+het Noorden lagen de eindelooze mossteppen van King Williamsland,
+waar, meer landwaarts in, veel meren glinsterden met spiegelend
+oppervlak. Duizenden vogels vlogen heen en weer, en hier en daar
+weidde een eenzaam rendier.
+
+Vanwege de muggen kon ik enkel des morgens en des avonds werken,
+en de vrije tijd, dien ik had, werd besteed aan vriendschappelijk
+verkeer met de Eskimo's, die ik nu best kende. De Uil en Talurnakto
+waren meestal op de rendierjacht, en Kabloka vergezelde hen vaak,
+om te helpen met het vervoer van het geschoten wild. De oude Anana
+daarentegen bleef bij de tenten en haalde alleen nu en dan wat
+heidekruid voor brandstof. Zij hielp mij in de huishouding. Haar
+voornaamste werk was het wasschen van het vleesch, dat de Eskimo's
+zeer ruw behandelden. Zij namen het van de sleden en lieten het
+liggen waar het viel, zoodat het door rendierhaar, modder en kleine
+steenen verontreinigd werd. Anana's schoonmaken bestond nu, helaas,
+dikwijls nergens anders in, dan dat ze het ging aflikken. Ze meende,
+dat het alleen bescheidenheid van mij was, als ik haar trachtte af
+te brengen van die gewoonte.
+
+Als we eens in een vrij uurtje allen bij elkaar waren, noodigde ik
+mijn vrienden bij mij in mijn tent en onthaalde ze op chocolade en hard
+brood. Van alle dranken was chocolade het lekkerste, wat ze kenden. Zij
+grijnsden over het geheele gezicht, als ik het woord chocolade maar
+noemde. Bij zulke tractaties deed ik navraag naar alles en nog wat,
+hun leven en denken betreffende. Van hun taal trachtte ik wat meer te
+leeren. De Uil was een eerste paedagoog; hij vond het merkwaardig,
+als ik graag wou weten hoe dit of dat heette. Maar Talurnakto was
+niet te gebruiken; hij lachte maar en vatte alles op als een grapje.
+
+Van eetgerei was ik niet al te best voorzien, en ik zei, dat ze zich
+er maar zonder moesten behelpen, wat ook heel goed ging. Op een avond,
+toen we bij elkaar zaten aan tafel, kreeg Talurnakto plotseling een
+hevigen jeuk op den rug. Met zijn korte armen kon hij de plek niet
+bereiken, en vlug besloten, greep hij naar mijn lepel, dien ik een
+oogenblik weggelegd had, schoof het instrument bij zijn kleeren in
+op den rug en krabde erop los....
+
+Toen ik met mijn observaties zoowat klaar was, kwamen de luitenant
+en Helmer Hansen met de "dorry", het kleine amerikaansche bootje van
+de soort als in de Hudsonsbaai worden gebruikt en dat zij hadden
+uitgerust voor een lange vaart naar kaap Crozier, de zuidwestpunt
+van King Williamsland. Zij wilden er een dépôt aanleggen voor de
+voor het voorjaar van 1905 ontworpen sledevaart naar de oostkust van
+Victorialand. Tevens wilden ze de smalste plaats van de Simpsonstraat
+tusschen het eiland Eta en het vasteland opmeten met het peillood. Ze
+waren voor een maand voorzien van het noodige en dus zwaar beladen,
+daar ze de voorraden van het dépôt ook bij zich hadden.
+
+De afstand van kaap Crozier tot de Gjöahaven was honderd zeemijlen. Het
+ijs, dat tot hier dicht bij het land kwam, was door een sterken
+Noordenwind zeewaarts gedreven, zoodat ze genoeg open water hadden, om
+vooruit te komen. Zij bleven een nacht over bij ons, om den volgenden
+dag met ons op te breken, daar ik naar Kaa-aak-ka, mijn naaste station,
+wou vertrekken.
+
+Dien namiddag beproefde ik mijn eersten tocht met een kajak. Ik had
+daarvoor een kleinen plas als oefeningsterrein uitgekozen. In het
+begin ging het uitstekend. Maar mijn kameraden, die in de buurt een
+post aanlegden, riepen mij allerlei aardigheden toe, en juist keerde ik
+mij om en wou hun zeggen, dat ik toch maar een voortreffelijken aanleg
+voor het kajakvaren had, toen de kajak met zijn inhoud kantelde. Het
+water was ondiep; ik kon den grond met mijn armen raken, maar het
+bootje was vol water en ikzelf nat tot op de huid. De anderen trokken
+mij aan land, en het was volstrekt geen triomftocht, toen ik naar de
+tent liep, om van kleeding te verwisselen.
+
+Den volgenden morgen ging het met de "dorry" naar het Westen. De
+wind was goed, dus behoefden we niet te roeien. Anana, die op het
+water geen heldin was, gaf er de voorkeur aan, over land te volgen;
+de Uil voer in zijn eigen kajak.
+
+Kaa-aak-ka straalde in volle zomerpracht; een bont tapijt van
+veelkleurige bloemen bedekte alle heuvels. Maar het ijs dreef weer
+naar land en belette het verder doordringen met de dorry. De luitenant
+en Hansen waren dus genoodzaakt ons gezelschap te blijven houden. De
+Eskimo's gingen met goed gevolg op de jacht; zoo kwamen ze op een
+dag thuis met niet minder dan dertien ganzen, die ze met steenen
+hadden doodgeworpen.
+
+Den elfden Augustus was ik met al mijn stations klaar. Ik nam afscheid
+van mijn kameraden, die nog altijd door het ijs werden vastgehouden,
+en sloeg den weg naar Ogchoktu in. De tien zeemijlen werden in drie
+uur roeiend afgelegd, wat een goed stuk werk was, daar we zwaar
+beladen waren en telkens door het ijs werden tegengehouden.
+
+Aan boord werden wij met uitbundige vreugde ontvangen, niet het minst
+omdat we een flinken voorraad rendiervleesch en ganzen meebrachten.
+
+Het was nu stil in de Gjöahaven. Alle Eskimo's hadden ons verlaten,
+en sinds langen tijd waren we voor het eerst weer onder ons. Op
+den zomer is niet veel staat te maken in deze streken; op den 16den
+Augustus begon het te regenen; we hadden nog maar drie graden Celsius
+in de kajuit en moesten dus stoken.
+
+Van onze leege petroleumvaten hadden Lund en Hansen een
+eerste-rangshotel voor de honden gebouwd. Ze huisden er veel
+behagelijker dan in de oude sneeuwhut. Voor het oogenblik waren ze
+alle vastgebonden en lagen in het zand zich gruwelijk te vervelen. Het
+leegloopen beviel hun al na een paar dagen niet meer en ik besloot
+dus een lang gekoesterd plan uit te voeren.
+
+Daar ik mijn waarnemingen op de kust van Boothia Felix in één en
+dezelfde lente had gedaan en toch eenige afwijkingen meende te hebben
+opgemerkt, besloot ik een station zoo ver noordelijk aan te leggen,
+als ik maar op de kust van King Williamsland kon doordringen. Daar
+wilde ik voor een sledetocht in den herfst nu een dépôt aanleggen,
+terwijl het water nog open was. De booten, die te mijner beschikking
+stonden, waren wel niet geschikt voor een langere zeereis; maar als men
+dicht bij den wal bleef, zou het wel gaan. Ik koos een van onze beide
+booten, die Lund in het begin van den zomer van een kiel had voorzien.
+
+De ijstoestanden waren intusschen zeer onaangenaam. Het ijs lag tot
+bij de Betzoldpunt, en eer het zich verlegd had, kon van den tocht geen
+sprake wezen. Den 20sten Augustus verveelde mij echter het wachten en
+ik ging met Talurnakto als eenige geleider op weg, om te zien of men
+aan den anderen kant van de punt misschien verder kon komen. Het was
+windstil, en wij moesten roeien, maar kwamen niet vooruit. Talurnakto
+was aan het roeien met twee riemen niet gewend en kon niet in de maat
+blijven; hij stiet telkens tegen mijn riemen, en deed meer kwaad dan
+goed. Het vlakke bootje draaide zich ieder oogenblik om en wees met
+den neus weer naar huis. Van de Gjöa uit zagen ze ons manoeuvreeren
+en bereidden zich al voor op onze terugkomst. Maar plotseling scheen
+er voor Talurnakto een licht op te gaan, wat dat was, roeien in de
+maat, en hij begon als een ervaren zeeman. Hij zat op de voorste bank,
+ik op het achterplankje. Nu ging het vliegensvlug en weldra waren we
+bij de Betzoldpunt. Hier was het ijs echter ondoordringbaar en het
+bleef verder zoo naar het Oosten langs de geheele kust. Wij brachten
+dus onze lading aan land, trokken de boot aan den oever en keerden
+haar onderste boven. Daarna keerden we te voet terug.
+
+Toen kwam er een lange, vervelende tijd. Elken morgen wandelde ik
+naar de landtong, om de ijstoestanden op te nemen. Maar eerst den
+29sten Augustus scheidde zich bij zeewind het ijs van het land,
+en wij konden weer aan de reis denken. Wij brachten de boot in open
+water en laadden ze. Uit het Noorden woei een flinke bries en in de
+Schwatkabaai ging een hooge zee. Om voldoende diep water te bereiken,
+moesten we, voordat we den koers naar kaap Luigi d'Abruzzi richtten,
+eerst langs het strand tegen den wind in roeien. Dat was hard werk
+van ruim twee uren, waarin we roeiden dat het zweet bij ons neer
+droop. Ten laatste konden we zeil opzetten en zeilden dwars over de
+baai. De golven sloegen onophoudelijk over den rand der boot. Dit was
+Talurnakto's eerste zeiltocht, en ze beviel hem maar matig. Maar wij
+kwamen ten minste zonder ander nadeel, dan dat we druipnat werden,
+over de baai. Wij zeilden om de punt en aan den anderen kant nog een
+eind langs het land naar Abva (Mount Matheson).
+
+Het eerste, waar we nu aan moesten denken, was het drogen van onze
+kleeren. De behandeling van kleeren van vellen eischt de grootste
+voorzichtigheid, opdat er geen scheuren in komen, en de Eskimo is
+daarin met zijn levenslange ervaring een eerste meester. De tent werd
+op een kleine plek mos aan het strand opgeslagen.
+
+Den volgenden morgen om acht uur trokken wij verder; de wind blies
+nog steeds uit het Noorden, en na vele uren roeiens bereikten wij een
+bocht, die zich van het Westen naar het Oosten uitstrekte. Wij deden
+herhaaldelijk pogingen, om erover te komen, maar de golven sloegen
+in de boot en wij moesten, hoe ongaarne ook, het opgeven en aan land
+gaan. Om het windstille weêr te gebruiken, gingen we er den volgenden
+morgen al om half vijf op uit; het ging nu vlug en we waren spoedig aan
+de noordzijde van Abva. Hier reikte het ijs weer tot dichtbij land;
+maar we werkten er ons doorheen, en het was zoo ondiep, dat we met
+de bootshaak ons konden afzetten.
+
+Het land was verlaten en onvruchtbaar, met zand en steenen bedekt,
+en toen wij bij het aanbreken van den avond, de tent wilden opslaan,
+vonden we nergens een plek mos die geschikt was. Dertig meter van
+het strand en ter hoogte van vijftien meter vond ik het skelet van
+een walvisch. Op dit punt stiet ik ook op het eerste stuk drijfhout,
+dat ik op King Williamsland kon ontdekken.
+
+Een treurige aanblik deed zich den volgenden morgen aan ons voor; de
+geheele kust was door het ijs geblokkeerd, en er bleef ons niets anders
+over dan te blijven, waar we waren. Ik gebruikte den tijd, om het land
+in oogenschouw te nemen. Het geheele zuiderstrand was zandig en kaal;
+eerst een paar zeemijlen landwaarts in vertoonde zich weer rendiermos.
+
+Twee dagen en twee nachten moesten we daar blijven liggen, en toen
+we den daarop volgenden morgen verder voeren, was het genoegen niet
+van langen duur. Een paar zeemijlen waren we in de Mc Clintock's
+La Trobebaai vooruit gekomen, toen het ijs ons volkomen den weg
+versperde. Daar lagen we nu op dezelfde plaats tot den 16den
+September en bewaakten het ijs. Het was winderig en het sneeuwde
+en in geen enkele richting was iets te zien. De zomer was voorbij,
+dat was duidelijk.
+
+Op een van die vervelende wachtdagen probeerden we het met de jacht
+en schoten een rendierkoe en haar kalf. Dit jachtgeluk maakte den
+goeden Talurnakto opgewonden van plezier, en hij sprong van het eene
+been op het andere als een klein kind. De boottocht was dus volkomen
+mislukt. Of wij op de plek, waar we nu waren, of in onze eigen
+Gjöahaven een dépôt aanlegden, kwam vrijwel op hetzelfde neer. Wij
+legden dus zooveel, als we dragen konden, ter zijde en metselden het
+overige met steenen toe, stulpten de boot erover heen en begaven ons op
+den terugweg naar Ogchoktu. In rechte lijn hadden we 25 mijlen te gaan,
+maar als we alle hoeken en bochten meerekenden, dan hadden we met de
+boot meer dan 50 zeemijlen afgelegd. Wij hadden drie dagen noodig,
+om geheel in de Schwatkabocht te komen, maar wij moesten vaak heen
+en weer gaan. Hier sloegen wij de tent op en lieten die staan, toen
+we den volgenden morgen naar de Gjöa teruggingen. We wilden later in
+de baai op de rendierjacht gaan en lieten daarom ook onze voorraden
+achter. Het ijs begon vast te worden; maar het was nog niet sterk
+genoeg, om ons te dragen.
+
+In de Gjöahaven was alles monter en gezond. Den 9den September
+waren de luitenant en Hansen van hun lang uitstapje met goed succes
+teruggekeerd. Ze hadden hun doel, kaap Crozier, bereikt en het
+dépôt daar aangelegd. Het smalste deel der Simpsonstraat was nu,
+zoo goed het ging, onderzocht. Het vaarwater tusschen het eiland
+Eta en King Williamsland was zoo vol ondiepten, dat het eigenlijk
+feitelijk afgesloten was. Het zuidelijke vaarwater tusschen Eta
+en het vasteland van Amerika was, zoowel op den heen- als op den
+terugweg met ijs gevuld geweest. Maar die ijsbergen waren zoo groot,
+dat er de zee diep genoeg moest wezen voor ons schip. Kon het ijs
+door die straat heen komen, dan zou de Gjöa met groote voorzichtigheid
+hetzelfde kunnen doen. Dat was een bijzonder belangrijke ontdekking;
+de Noordwestelijke Doorvaart was dus daar niet afgesloten.
+
+Met de jacht zag het er in dezen herfst van 1904 twijfelachtig uit. In
+Ogchjoktu was nog geen grootere rendierkudde gezien; hoogstens hier
+en daar een alleen rondtrekkend dier. Hansen en Lund waren tijdens
+mijn afwezigheid met de dorry op jacht geweest, maar zonder veel
+geluk. Buitendien had hen het ijs verrast, zoodat ze de dorry aan
+land hadden moeten trekken en over land hadden moeten terugkeeren.
+
+We hadden dus nu twee booten in het open veld staan. Om nu voldoende
+voorraden voor den aanstaanden winter te krijgen, besloot ik, zoodra
+het ijs vast genoeg zou zijn, naar alle zijden jachtexpedities uit te
+zenden. De Eskimo's hadden wel beloofd, ons bij hun terugkeer vleesch
+te brengen, en ze zouden, zooals we wisten, met het terugkeeren van
+het ijs komen, maar ik wist niet in hoever ze betrouwbaar waren,
+en durfde mij niet op hen te verlaten.
+
+Wij voerden allerlei verbeteringen aan Villa Magneet uit, volgens
+de ervaringen van den vorigen winter. Het dak werd met zoden aarde
+bedekt, bijna het geheele huis onder zand gezet en een uitstekende
+ventilatie ingericht.
+
+Het bleek, dat de winter zijn intocht kwam doen; de koude nachten,
+de beginnende sneeuwval en de in troepen wegtrekkende vogels waren
+onbedriegelijke teekenen. De zomer was koud en onvriendelijk geweest;
+we hadden haast geen open water voor scheepvaart gehad. Dus moesten
+we onze hoop op beter weêr in het volgend jaar stellen.
+
+In den nacht van den 1sten September vroor alles toe. Onze tweede
+winter was begonnen.
+
+
+
+Op denzelfden dag, waarop het in ernst vroor, verschenen ook de
+Eskimo's weer, en de eerste was onze oude vriend, de Uil, met zijn
+gezin. De laatste weken had hij met eenige andere familiën aan de
+jacht op rendieren en aan de zalmvisscherij gedaan bij Peel Inlet, aan
+de oostkust van King Williamsland. Die familiën hadden hoofdzakelijk
+gevischt en in de beek, die zich in Peel Inlet uitstort, hadden ze
+verbazend veel zalmen buitgemaakt. Over het algemeen is hier in de
+rivieren een rijkdom aan zalm, als wel nergens elders. De Uil had
+ook een groote menigte rendieren gezien en twintig stuks geschoten,
+waar hij ons de bouten van afstond.
+
+Hij vertelde mij, dat hij op den weg naar het Zuiden een Oglugi-Eskimo
+had ontmoet, die Tamoktuktu heette en die met zijn gezin in een
+van ijs gebouwde hut aan den voet van den Wiikheuvel woonde. Daar
+ik nog nooit een hut van ijs gezien had, ging ik den dag daarop op
+weg, om die te bekijken. Met den Uil kwam ik er. De hut was gebouwd
+van acht vierkante ijsblokken van een meter lengte en breedte en
+een halven voet dikte. De kanten waren tegen elkaar gezet en de
+blokken waren samengevoegd met een mengsel van ijs en sneeuw, dat
+een uitstekend bindmiddel is. Rendiervellen vormden het dak. Ik vond
+de heele familie te huis. Pocjarlu, Tamoktuktu's vrouw, zat dik en
+vergenoegd op den achtergrond op een paar huiden. Om haar heen lagen
+beenderen en vischresten verspreid en vóór de hut lagen een menigte
+forellen. Het was te laat in het jaar, om nog visch in orde te maken
+en zoo werden de gevangen visschen alle in bevroren toestand bewaard.
+
+Tamoktuktu was op het punt, op de vischvangst uit te gaan, en ik mocht
+hem vergezellen. Zijn gereedschap bestond uit een kakiva of harpoen en
+een snoer van rendierpeezen, waar eenige kleine, schitterend gepolijste
+stukjes been en blik aan hingen. Zijn oudste zoon ging mee; hij sleepte
+een grooten steen achter zich aan. Vlug gingen we naar het water,
+dat de Ristvedtplas was genoemd en waar de vischvangst zou plaats
+hebben. Spiegelglad en glanzend lag het ijs op het water, en men kon
+elken steen en ieder levend wezen eronder onderscheiden. Tamoktuktu
+koos een geschikte plek, nam zijn zoon den steen af en hakte er een
+gat mee in het ijs. Toen hij er doorheen was, maakte hij de opening
+met zijn mes schoon en hing toen het snoer erin. Dadelijk stroomden de
+kleine forellen toe, om hun nieuwsgierigheid te bevredigen, snuffelden
+aan de vele geheimzinnige voorwerpjes en werden door den oplettenden
+Tamoktuktu vlug gespietst.
+
+Onderwijl was de Uil bij Poojarlu in de hut gebleven; ze hadden met
+elkaar vriendschap gesloten en ik zag duidelijk, dat de Uil iets op
+het hart had. Jawel, hij had aan de schoone beloofd, mij voor haar om
+den inhoud van het laatst geschoten rendier te verzoeken! Ik beloofde
+dien en gaf den Uil vergunning, de maag terstond te halen.
+
+Het wonen in de tent was nu al minder aangenaam geworden. Het
+tentdoek lag vol sneeuw en als er binnen gestookt werd, smolt die
+en maakte alles vochtig. Daarom besloot ik de tent in te bouwen,
+en met medewerking der Eskimo's haalden we uit den naasten plas acht
+ijsplaten van een halven voet dik, elke drie voet breed en evenzoo
+lang. Die zetten we om de tent, metselden ze met een ijsbrij samen en
+dekten het dak met rendiervellen. Het huis was klaar; maar het voldeed
+niet aan de verwachting, want de rijp drong binnen en het was steeds,
+alsof het van het dak sneeuwde. Toen bouwden mij mijn Eskimo's een
+echte winter-iglu. De familie van den Uil en die van Talurnakto woonden
+in een slot van ijs, dat hoog was en ruim en vol jachttrofeeën. Het
+bouwen werd steeds ter hand genomen, als het geen weêr was om te jagen.
+
+Den 2den October keerde ik weer naar de Gjöa terug en liet Ristvedt
+mijn plaats in de tent innemen. Op den terugweg trof ik het spoor
+van een berin met twee jongen, die nog heel klein moesten geweest
+zijn. Zij trokken naar het Zuiden, naar warmer streken. Het was het
+eerste berenspoor, dat wij in de buurt van onze haven zagen.
+
+Toen ik aan boord kwam, was Umiktuallu, de moordenaar van zijn
+pleegzoon, van het amerikaansche vasteland gekomen. Van zijn kajak
+uit had hij 35 rendieren geschoten, en hij beloofde, ons het vleesch
+te brengen, zoodra het ijs goed begaanbaar was. Dat gaf een heerlijke
+aanwinst bij onzen nooit zeer grooten voorraad. Umiktuallu berichtte
+ook, dat groote rendierkudden langs de Todd-eilanden over het ijs
+trokken.
+
+Een nieuwtje hield onze nieuwsgierigheid in die dagen
+gespannen. Umiktuallu had een Kilnermiun-Eskimo, dat is een Eskimo
+van den stam die aan de Coppermine-rivier woont, ontmoet en vernomen,
+dat een Kabluna of blanke in Maart met een Eskimo-gezin een bezoek
+had gebracht aan de Eskimo's van de Coppermine. Later bleek, dat dit
+bericht volkomen met de waarheid overeenstemde, zooals men zal zien.
+
+Nu besloten wij, ons jachtgeluk in het Westen te beproeven, waar
+Umiktuallu de vele rendieren had gezien. Daarom reisden Lund en Hansen
+met Umiktuallu naar het Westen, voorzien van sleden, vijf honden en
+proviand voor veertien dagen.
+
+Van Ristvedt kreeg ik een brief door een Eskimo-koerier, waarin hij
+mij meedeelde, dat hij het kamp verlegd had naar den noordelijksten
+heuvel, waar hij sporen van groote rendieren had ontdekt. Over het
+geheel waren er in dat jaar 1904 veel van die dieren; maar ze hadden de
+ijstoestanden rondom het eiland Eta gunstig gevonden, en dus kwamen ze
+op hun trek niet dicht bij ons. De rendieren waren in dit jaar dik en
+vet in tegenstelling met het vorige jaar. Maar zoo dik als de rendieren
+op Spitsbergen werden ze hier echter niet; doch dat is ook werkelijk
+wonderlijk, hoe de broodmagere rendieren op Spitsbergen in den loop
+van den zomer zich vetmesten en spekkussens krijgen van verscheiden
+duimen dik. Ook sneeuwhoenders trokken thans in groote scharen voorbij
+en wij hielden er zooveel van terug, als we maar konden.
+
+De 15de October was een zeer drukke dag in de haven, want al onze
+jagers en vier Eskimofamilies kwamen tegelijkertijd. Lund en Hansen
+hadden negen rendieren gedood, die ze in een sneeuwhut ingemetseld
+hadden en later aan boord brengen wilden. Het afhalen werd echter
+uitgesteld, en toen wij eindelijk in den winter het vleesch wilden
+halen, was het door de Oglugi-Eskimo's gestolen. De geheele, door ons
+zelven bijeengebrachte, vleeschvoorraad bestond uit twintig rendieren;
+visschen hadden wij in het geheel niet. Maar later voorzagen ons de
+Eskimo's ruim van visch en vleesch. Het waren daarin betrouwbare
+menschen, en als ze beloofd hadden vooraad te brengen, hielden
+ze woord.
+
+Door den terugkeer der Eskimo's kreeg onze haven weer een levendig
+aanzien. In groote troepen kwamen ze meestal des avonds aan boord, om
+ons te begroeten, oude vriendschap te vernieuwen en nieuwe vrienden
+voor te stellen. Monter en vroolijk waren ze altijd, en wij waren
+goede buren samen.
+
+Tot hier toe heeft men altijd gedacht, dat de lucht in de poolstreken
+volkomen zuiver was en vrij van bacillen. Maar daaraan mag voortaan
+wel getwijfeld worden, ten minste wat de streken om King Williamsland
+betreft. Zooveel is zeker, de Eskimo's worden in het najaar door
+een ware verkoudheidsepidemie aangetast. Een paar van hen werden
+zoo hard ziek, dat ik voor longontsteking vreesde. Daar bijna
+ieder van hen de ziekte kreeg, moest er wel aan besmetting worden
+gedacht. Wij op de Gjöa bleven gelukkig vrij, maar wij namen ook onze
+voorzorgsmaatregelen. Tegen het spuwen hadden we een zwaren strijd
+te voeren. In dat opzicht zijn de Eskimo's al zoo erg mogelijk, en nu
+in den tijd van de verkoudheden was het natuurlijk vreeselijk. Onder
+onze leiding werd het wel beter.
+
+Omdat ik graag het groote Eskimokamp, dat er bij Navjato moest
+zijn, wilde leeren kennen, en daar ik ook visschen wilde inruilen,
+ging ik op weg naar het kamp en nam Helmer Hansen mee. Den 23sten
+October vertrokken wij met drie Eskimogezinnen, die denzelfden weg
+gingen. Ter afwisseling gebruikten we ski. Nog was de sneeuw niet
+vast aaneengebakken en de temperatuur was niet beneden 25 graden
+vorst, dus voor een skitocht zeer geschikt. Des avonds om half vijf
+bereikten wij, vijftien zeemijlen van het station verwijderd, den
+top der "Ellinghoogte." Hier vonden wij een oude iglu, die wij den
+naam gaven van "Hotel Ellinghoogte."
+
+Met mijn vriend Poieta en zijn vrouw namen wij vieren de oude iglu
+in bezit, en met de hulp van mevrouw Nalungia was het er spoedig
+licht en warm. Na den maaltijd en een klein praatuurtje gingen we te
+bed. Natuurlijk schreeuwde de zuigeling nu en dan en moest dan tot
+rust gebracht worden; mij hinderde de stoornis, maar Hansen had er
+behagen in, want die nachtelijke kinderkamergebeurtenis herinnerde
+aan het verre thuis en aan zijn Nalungia.
+
+Den volgenden morgen togen we in zuidelijke richting naar de
+Simpsonstraat op weg. Eerst om vier uur hadden wij Navjato bereikt
+en vonden tot onze verbazing in het geheel niet meer dan tien hutten,
+veel minder dan we hadden verwacht. Wij werden door onze oude vrienden,
+die hier kabeljauwen wilden vangen, zeer vriendelijk ontvangen.
+
+Navjato of Novo Terro, zooals de Eskimo's zeggen, heeten de oevers
+van een klein meer, dat eenige zeemijlen ten zuiden van Point
+Richardson ligt. Navjato is niet zeer ver van de Hongerbaai, die
+zoo genoemd wordt, omdat men er geraamten van een groot deel van
+Franklin's gezellen vond, en men neemt aan dat ze hier op den weg
+naar het Zuiden van honger zijn omgekomen. De ironie van het noodlot
+wil, dat juist deze plek zulk een naam draagt, want het is een der
+mooiste en rijkste punten van de noordkust van Amerika. In de lente,
+als het ijs van den oever loslaat, vangt men hier tallooze vette
+zalmen. Iets later komen groote en vele kudden rendieren en blijven
+den geheelen zomer. In den herfst kan men kabeljauwen in ongetelde
+menigten vangen. En juist hier, in dit arctische Eden, moesten die
+koene reizigers uit gebrek aan levensmiddelen ten gronde gaan! Maar ze
+waren hierheen gekomen, toen het vlakke land met sneeuw bedekt was,
+en ze waren doodop van inspanning, uitgeput door ziekte en hadden
+er halt gehouden. Geen enkele afwisseling bood het eentonige, vlakke
+land, overal met sneeuw bedekt; geen levende ziel kwam hun tegemoet,
+om hen terecht te helpen en hulp te verschaffen. En over de geheele
+aarde zal men lang moeten zoeken, eer men een tweede plek vindt,
+zoo verlaten als deze in den winter.
+
+Toen eindelijk de zomer kwam en in den korten tijd van verlossing
+van het juk van den winter millioenen bloemen op de velden gingen
+bloeien, toen alle wateren glinsterden en alle beken kabbelden, toen
+het van vogels wemelde, die met vroolijk gekweel nesten bouwden, en
+de eerste rendierbok aan den rand van de open IJszee opdook, toen
+wees een hoop verbleekte steenen de plaats aan, waar de laatsten
+van Franklin's dappere schaar hun laatsten zucht hadden geslaakt,
+in het laatste bedrijf van dit groote treurspel.
+
+Op deze plek, waar zooveel treurige herinneringen aan verbonden zijn,
+bewogen zich nu de Eskimo's vroolijk en levendig, voordat de lange
+nacht aanbrak, die met zware hand licht en leven in deze streken
+uitbluscht. Ze haalden uit een diepte water van drie of vier vadem
+groote menigten kabeljauwen, en maakten daarbij gebruik van snoeren
+van rendierenpeezen en een krommen spijker. Op den namiddag van mijn
+aankomst werd mij een spartelende kabeljauw vereerd, die dadelijk
+naar den kookpot verhuisde! Na onzen langen, inspannenden marsch
+genoten we onzen verschen kabeljauw met vreugde en dachten aan een
+vaderlandschen fjord in Noorwegen op een mooien zomeravond...
+
+Maar eigenlijk waren we minder hierheen gekomen om kabeljauw te
+eten, dan om kabeljauwen te koopen, en de volgende dagen werden dan
+ook aan de zaken gewijd. Buiten op het witte ijs beproefde ik mijn
+geluk met de vischvangst, maar zonder bijzonder goed resultaat. Wij
+hadden verder een paar onaangename dagen in Navjato. Het was steeds
+nevel en wind en min 25 graden. In het voorjaar en den herfst voelt
+men de koude het meest, zelfs als ze in den winter veel heviger is,
+wat wel samenhangt met de kleeding, die er dan nog niet recht op is
+ingericht. De Eskimo's waren van den morgen tot den avond op de jacht
+en bezig met de vischvangst, vooral voor het verkrijgen van voorraad
+voor den winter.
+
+Toen wij na eenige dagen Navjato verlieten, waren onze sleden hoog
+beladen met visch. Verscheiden Eskimo's vergezelden ons op den
+terugweg, en onder hen was onze oudste en beste vriend Teraiu. Hij
+had ons uitstapje naar Kaa-aak-ka niet vergeten, en kwam nu bij zijn
+zware verkoudheid, om een middel ertegen, bij ons. Onderweg hoestte
+hij erg en spuwde ook bloed. De oude Auva zat, toen we vertrokken,
+bij het vuur en leed aan een ernstig maaglijden; ze stierf een paar
+dagen later.
+
+Op een der Todd-eilanden brachten wij den eersten nacht door in een
+oude sneeuwhut. Ook op deze eilanden had men eenige geraamten en
+andere sporen van de Franklin-expeditie gevonden. Teraiu vertelde,
+dat hij indertijd al van de blanke mannen, die hierheen gekomen waren,
+had hooren vertellen. Op het eiland, waar we overnachtten, liet hij
+mij een groot, plat rotsblok zien, dat ter herinnering aan de dooden
+was opgericht. De Eskimo's noemen dit eiland Keuna.
+
+Toen wij met een groote slede vol versche, bevroren kabeljauwen
+aankwamen, werden we natuurlijk met geestdrift ontvangen!
+
+Naar de ervaringen van den vorigen winter hadden wij ons gericht voor
+de verbeteringen op de _Gjöa_. Het winterdak over het schip heen was
+nu beter in orde, en we maakten er een bewegelijke deur in, waardoor
+wij als in een huis uit en in konden gaan. Dat had ook nog een ander
+voordeel; wij konden ons nu de Eskimo's beter van het lijf houden,
+wat soms zeer noodig was. Des avonds sloot en grendelde luitenant
+Hansen de deur, en wij zaten dan veilig binnen, als in een vesting. We
+richtten ook een bad in en hadden al gauw beneden in het ruim ons
+eigen stoombad. De luitenant en ik maakten er in dezen winter druk
+gebruik van; het werkte uitstekend en werd voor ons al gauw bij het
+leven in de enge ruimte en in de zware kleeding onontbeerlijk. Een
+kleedkamer konden wij ook niet ontberen, maar we gebruikten er een
+omgekeerde boterton voor. Wat lastig was, dat was de koude douche,
+die wij iederen keer kregen door den rijm, dien de bevroren damp
+vormde en die dan smolt en op ons neerdroop.
+
+Luitenant Hansen was vol geestdrift voor het bad en maakte er
+electrisch licht bij, drie lampen wel! Ja, hij ging nog verder en
+richtte ook op het dek electrische leidingen in. Men zat dan recht
+genoegelijk in de kajuit, drukte op een knopje, en--ja, dan moest het
+licht wezen. Maar het werd niet licht. De eenige fout in de leidingen
+van luitenant Hansen was, dat ze geen licht verschaften. Wij moesten
+weer in donker baden. Maar men moet niet meenen, dat de luitenant een
+slecht electrotechnicus was. O neen! Maar zelfs de beste electrische
+ingenieur kan niet uit niets, uit zeer ongeschikt materiaal iets
+zóó maken, dat hij maar heeft te zeggen: "Het zij licht!" Wij waren
+anders vaak genoeg trotsch op wat we met onze weinige hulpmiddelen
+uitrichtten.
+
+Een vraag, die wij ons nu en dan stelden, was deze, hoe wij ons
+in geval van nood tegen de Eskimo's konden verdedigen, ingeval ze
+wat in het schild voerden. Er was nu een groote menigte rondom
+ons verzameld, en als zij nu eens een slechte jacht hadden, hoe
+gemakkelijk konden ze dan onze proviandtent openbreken. Wij moesten
+hun dus behoorlijk respect inboezemen, en eindelijk werd het middel
+daartoe gevonden. Onder een sneeuwhut, op vrij grooten afstand van
+de _Gjöa_, werd een mijn gegraven, die verbonden werd met het schip
+door een onder de sneeuw verborgen leiding.
+
+Toen dat gebeurd was, lieten wij de Eskimo's samenkomen aan boord. Ik
+hield voor hen een voordracht over de macht van den blanken man;
+zei, dat wij van een grooten afstand uit verdelging konden brengen
+en over het algemeen de wonderlijkste dingen tot stand brengen. Dus
+was het voor hen van groot belang, dat ze zich fatsoenlijk hielden,
+omdat ze anders zich den toorn der Kabluna's of blanke menschen op
+den hals haalden. Als zij daarginds aan den wal booze dingen zouden
+willen uitrichten, bij voorbeeld bij die sneeuwhut daar in de verte,
+dan zouden wij rustig en wel aan boord blijven en enkel maar zóó
+doen.... Met een vreeselijk geknal vloog de sneeuwhut in de lucht,
+en een sneeuwwolk stoof omhoog.
+
+Dat was volkomen genoeg! Meer was er voor langen tijd niet noodig.
+
+Op Zondag 20 September zaten wij juist aan het tweede ontbijt, toen
+tot onze groote verbazing ons een geheel vreemde Eskimo een bezoek
+bracht. Reeds de manier, waarop hij binnentrad, wees erop, dat onze
+gast zich in de "wereld" had bewogen. Zijn kleeding verschilde van die
+van den Netsjillistam. Onze verwondering verminderde niet, toen de man
+in een, zoo al niet juist, toch volkomen verstaanbaar Engelsch zei:
+"Give me 'moke!"
+
+Wij gaven hem tabak en een pijp, en hij stopte die op sierlijke
+manier. Toen stelde hij zich voor:
+
+"Mister Atangala!"
+
+Het begon interessant te worden! Ik bekeek hem oplettend en wachtte
+wat nu zou volgen. Maar hij wekte mij uit mijn gepeins en deed
+mij verstaan, dat nu van mij de volgende stap werd verwacht, door
+te zeggen:
+
+"Mag ik vragen, Mijnheer, hoe uw naam is?"
+
+Ik kreeg een kleur om mijn gebrek aan wellevendheid, boog en noemde
+mijn naam. De voorstelling was afgeloopen, en nu was hij blijkbaar
+tevreden. Hij beduidde mij, dat zijn familie buiten op het dek was en
+ik maakte mijn gebrek aan wellevendheid van zooëven weer goed, door
+dadelijk de familie binnen te noodigen. Zij verscheen terstond. De
+vrouw was een groote, donkere verschijning van echt Eskimotype,
+Kokko geheeten, en ongeveer veertig jaar oud. Haar zoon schatte ze
+op tien jaren; hij was een eerste bengel.
+
+Atangala vertelde, dat hij en zijn gezin drie blanken van Chesterfield
+Inlet in de Hudsonsbaai naar de Coppermine hadden begeleid. Dit
+bevestigde dus het bericht van Umiktuallu, ons zes weken geleden
+gebracht. Van de Coppermine had Atangala zich huiswaarts gewend, en
+toen hij hoorde, dat er een schip in Ogchoktu lag, besloot hij ons te
+bezoeken, ofschoon de afstand een paar honderd zeemijlen bedroeg, en
+te onderzoeken of hij ook zaken met ons zou kunnen doen. Hij blufte
+van belang, beweerde dat hij kon schrijven, en op zijn verlangen
+brachten we hem potlood en papier. Zijn bedrevenheid in de edele
+schrijfkunst was niet overweldigend. Met ongeloofelijke inspanning
+bracht hij zijn naam op papier. Hij vertelde, dat hij een paar jaren
+geleden met een amerikaanschen walvischvanger van de Hudsonsbaai
+over land naar Winnipeg was gegaan, en van zijn verblijf aldaar
+kende hij nu alle uitvindingen van den nieuweren tijd, telefonen,
+spoorwegen, electrisch licht en--whisky. Voor de laatste had hij
+groote belangstelling, en hij vroeg er steeds naar. Ik beproefde hem
+uit te leggen, dat de anti-alcoholbeweging het allernieuwste was op
+dat gebied, maar daar wilde hij niets van weten. Ten slotte smeekte
+hij om brandewijn. Maar hij kreeg geen drank. Voor ons was het bericht,
+dat bij Katiktali of kaap Fullerton twee groote schepen lagen, van het
+grootste belang. Mij kwam het terstond in den zin, of wij misschien
+door die beide schepen een postverbinding met de buitenwereld konden
+krijgen. Dus vroeg ik den heer Atangala, of hij bereid was, voor
+postillon te spelen en hij scheen er niet tegen te hebben.
+
+Ieder was nu ijverig in de weer met brieven te schrijven. De post
+zou binnen een paar dagen vertrekken, en men moest zien, gauw klaar
+te komen. Atangala was nog steeds gast aan boord, en hij scheen
+het naar zijn zin te hebben. Maar zijn honden zagen er slecht uit;
+ze leken magere wolven en liepen snuffelend rond. Het was een naar
+gezicht; maar wat konden wij doen? We hadden voor onze eigen honden
+niet genoeg, laat staan voor vreemde.
+
+Den 28sten November was de postslede gereed en trots wind en
+sneeuwstorm vertrokken de postillons om elf uur in den voormiddag. Ik
+had het voor het veiligst gehouden, Talurnakto mee te zenden, want
+ik kende immers Atangala niet; misschien was hij wel een der grootste
+deugnieten.
+
+Het was een dwaas gezicht, hoe Talurnakto zich met de opdracht,
+die hem toevertrouwd was, in zijn schik voelde. De brieven, die
+geadresseerd waren aan de "Schepen bij kaap Fullerton," droeg hij
+in een tasch aan een riem over den schouder. Ik zag wel, dat een
+spotachtig lachje om Atangala's mond speelde, maar begreep eerst later,
+wat dat beduidde. De beide Eskimo's trokken dus weg en waren spoedig
+in een sneeuwwolk uit ons gezicht verdwenen.
+
+Als een expeditie in de wereld van het poolijs zal gelukken, is het een
+eerste vereischte, dat alle leden ten allen tijde volop werk hebben,
+en de plicht van den leider is het, de indeeling van het werk te maken,
+wat echter in lange perioden wel eens moeilijk onafgebroken vol te
+houden is. Ledigheid werkt altijd demoraliseerend, en dat alleen
+is al reden genoeg om op een poolreis niet te veel menschen mee te
+nemen. Enkele menschen kan men altijd wel aan het werk zetten, maar een
+grooter aantal altijd bezig te houden, is bijna onmogelijk. Voor mij
+was het geen moeilijke taak, want mijn kameraden kwamen mij altijd
+halfweg tegemoet. Als ik niet wat uitvond, kwamen ze zelf met hun
+plannen. Lund genoot de hoop van een groot uitvinder te wezen op
+allerlei gebied. Als ik met een denkbeeld bij hem kwam, werd het
+dadelijk uitgevoerd. Alleen moest hij soms, als er smeedwerk moest
+worden verricht, Ristvedt te hulp roepen. Maar als dan ook de smid
+Ristvedt en de architect Lund samenwerkten, was er niets onmogelijk.
+
+Van Godhavn hadden wij een menigte vuurvaste baksteenen meegebracht,
+waarmee wij onze petroleumkachels ommetselen wilden, om de warmte
+langer te kunnen bewaren. Nu had ik al lang over de beste manier om
+van die steenen gebruik te maken nagedacht en wendde mij ten laatste
+met die vraag tot Lund. Wij overlegden en kwamen toen tot de slotsom,
+dat men, in plaats van de oude kachels in te metselen, even goed een
+geheel nieuwe kachel kon maken. Lund nam de plannen en de uitvoering
+op zich. Op denzelfden dag, waarop de post vertrok, verraste hij ons
+met het voltooide werk. Hij had een van onze groote blikken pakkisten
+genomen, die in baksteenen ingemetseld en aan de eene zijde een deur
+erin aangebracht.
+
+Zijn plan was, een van onze groote kooktoestellen, die een verbazende
+hitte verspreidden, door de deur erin te schuiven en daarmee de kachel
+te stoken. Als het toestel dan werd uitgedaan, zou de warmte door de
+steenen nog lang worden vastgehouden. Dat klonk prachtig en met mij
+verheugde zich de luitenant al op de warmte in onze kajuit. Wij keken
+met de grootste belangstelling naar het zetten van de kachel. Toen
+die goed op haar plaats stond, werd het toestel aangestoken en erin
+neergezet.
+
+Luitenant Hansen zat ijverig over allerlei berekeningen, en ik was
+aan mijn eigen werk. Het toestel had nog niet lang gebrand, toen mij
+een eigenaardige, scherpe, doordringende geur in den neus kwam. Snel
+keek ik naar den luitenant, om te zien of hij ook wat merkte; maar
+hij zat onbewegelijk over zijn cijfers gebogen. Ik zei dus niets,
+maar stond op en kleedde mij aan om naar het observatiehuis te gaan
+en hem alleen de verdere proeven met de kachel over te laten. Het
+kon mij niet schelen--maar het stonk afschuwelijk!
+
+"Voor den drommel!" viel de luitenant plotseling uit en wierp zijn
+potlood weg. "Wat is dat hier voor vuiligheid?"
+
+Ik was de deur al uit en liet den luitenant in een dikken,
+verstikkenden walm, waarvan de reuk de herinnering wakker riep aan
+alle honden, zoowel de Godhavnhonden als de Gjöahonden. Het kwam
+namelijk doordat de baksteenen onbeschut buiten hadden gelegen en wel
+op de plek, waar de honden zich graag ophielden. Men kan zich nu wel
+voorstellen, wat de uitwerking moest wezen van ons verwarmingstoestel
+op die steenen!
+
+Toen ik al ver weg was op den weg naar het observatorium, hoorde ik
+een geweldig spektakel aan boord. Ik kon wel raden wat het was. Lund's
+zinrijke kachel werd eruit gesmeten.
+
+Nu hadden wij niets meer dan de herinnering eraan; maar die zat dan
+ook vervloekt lang in de wanden!
+
+Où est la femme?! Zelfs hier in de sneeuwwoestijn moet men vaak
+dezen noodkreet van de menschheid uitstooten, of liever gezegd er de
+oorzaak in zoeken van der menschen misslagen en dwalingen. Umiktuallu,
+die nog altijd op de vischvangst in Navjato was, kwam bij ons aan
+boord, om onze honden voor een paar dagen te leenen. Hij vertelde,
+dat Talurnakto in Navjato de post aan Atangala had gegeven en met
+een Eskimovrouw naar het zuiden was getrokken. Als echtgenoot nommer
+twee namelijk. Dat was echter, zooals ik uitdrukkelijk verklaar, de
+eenige onbetrouwbaarheid, die wij van de Netsjilli-Eskimo's ervoeren.
+
+Umiktuallu zei ook nog, dat een ons bekende jonge vrouw in het kraambed
+gestorven was. Dat was het tweede sterfgeval in den winter.
+
+De Eskimo's stroomden thans in December in grooten getale in onze
+haven binnen. De vischvangst in Navjato en de andere plaatsen was
+geëindigd. Voor zoo ver we hen begrepen, wilden ze nu tot na Kerstmis
+rustig in Ogchoktu blijven. Zeker verleende onze tegenwoordigheid aan
+de plaats een groote bekoring. Een groot aantal van de Eskimo's bedelde
+dadelijk om eten. Er waren lieden onder, die voor zich en de hunnen
+meer dan genoeg wintervoorraad hadden, maar anderen hadden weinig,
+deels uit ongeluk, deels uit luiheid. Voor ons was het volstrekt
+niet aangenaam, al dat bedelvolk bij ons te hebben, en wij moesten
+telkens beslist weigeren, daar we toch niet voor al die menschen
+voedsel hadden.
+
+De meeste Eskimo's bouwden hun hutten in het Sälanddal, en het kamp
+zag er belangrijk genoeg uit.
+
+Wij hadden nu den donkersten tijd van het jaar, waarin de zon den
+geheelen dag onder den horizon blijft. Wij moesten dus aanhoudend licht
+branden. In verband met dien "langen nacht" had ik extra-patentlampen
+meegenomen, waarin de verhitte petroleum als gas brandde, waardoor een
+zeer sterk licht verkregen werd. Maar reeds den eersten winter hadden
+deze lampen vaak niet goed gebrand en veel moeite gegeven. In dezen
+winter gaven ze het geheel op. Lindström, tot wiens departement de
+lampen behoorden, was wanhopend, en hij gaf zich bewonderenswaardig
+veel moeite, om de zaak in orde te brengen. Maar ten laatste
+moest hij zich overwonnen geven, en de geheele voorraad lampen werd
+weggestopt. Ik had een groote fout begaan; in plaats van mij volkomen
+te verlaten op die lampen, had ik toch ook nog eenige gewone lampen
+moeten meenemen.
+
+De verlichtingstoestanden waren dus aan het eind van den winter
+aan boord van de _Gjöa_ ver van schitterend. Een photografeerlamp,
+een kompaslamp en twee lantarens, dat was alles, wat we hadden, en
+daarmee moesten we ons behelpen, zoo goed het ging. Natuurlijk deed
+Lund de eene uitvinding na de andere in zake verlichting, en zijn
+toestellen hadden misschien wel een tentoonstellingsprijs verdiend,
+als ze maar gebrand hadden, maar dat deden ze niet.
+
+Eerst half Januari begon de jacht op zeehonden, en het was hoog tijd
+geworden voor de aanvulling van de voorraden. Ik geloof haast, dat de
+Eskimo's om een of ander oud vooroordeel niet vroeger met die jacht
+beginnen. De maan moest, naar ik meende te begrijpen, een bepaalden
+stand innemen, vóór men met de jacht op zeehonden mocht aanvangen. En
+de maan is hun iets heel heiligs, waarnaar ze ook hun tijd regelen.
+
+Hun bijgeloof zat hun soms leelijk in den weg. Juist in dien tijd
+gebeurde iets karakteristieks in dit opzicht. Een aantal vrouwen waren
+bij ons aan boord geregeld met naaiwerk voor ons bezig. Ze kregen
+er een kleine betaling voor, waar ze zeer mee ingenomen waren. Op
+een dag verklaarden ze eenstemmig, dat ze niet konden werken. Wij
+vroegen naar de reden en vernamen, dat de eerste zeehond gevangen
+was en dat de vrouwen zeehondenvleesch gegeten hadden; dan mochten
+ze buiten haar eigen huis niet het minste werk doen, eer de zon zoo
+en zoo hoog aan den hemel stond. Wij wilden haar het dwaze van deze
+beschouwing duidelijk maken, beloofden haar ook een ruimere betaling,
+ja, smeekten haar, toch voort te maken met het werk, dat voor ons
+noodig was. Maar neen, hier stieten we op een muur, waar we met gewone
+menschelijke bewijsgronden niet konden doorheen dringen. Daar stond
+of God of de duivel op wacht, en tegenover deze verloochenden de
+vrouwen hare anders zoo volgzame en toegefelijke natuur. Alleen de
+oude Navjato was slim genoeg geweest, niet van het zeehondenvleesch
+te eten. En zij zat nu bij ons aan boord, naaide van den morgen tot
+den avond en verwierf ons aller hulde.
+
+Den 11den Januari volbracht ik een volkstelling in de Gjöahaven en de
+omgeving en bevond, dat er achttien familiën met zestig personen waren.
+
+In het midden van Januari 1905 kwam Lindström op een dag met het
+bericht, dat er conserven gestolen waren van onzen voorraad op
+het dek. Wij hadden uit het proviandhuis naar boord gehaald, wat
+we aan levensmiddelen voor den winter noodig hadden, en ze op het
+dek ondergebracht, waar het droog was. Van het begin af was het mij
+duidelijk geweest, wat dat voor een verzoeking was voor de Eskimo's,
+vooral nu, dat ze bijna niets te eten hadden, en ik vond het nog
+een wonder, dat er in al dien tijd niets gebeurd was. De Eskimo's
+gingen immers dagelijks op de _Gjöa_ uit en in; een blikje kan in
+het voorbijgaan gemakkelijk verstopt en in de kleederen geborgen
+worden. Nu ontbraken er dus eenige blikken. Ik riep den Uil en
+Umiktuallu en zei hun, dat hun landslui ons bestolen hadden en dat
+ik volstrekt de schuldigen aangewezen wilde zien.
+
+Zij namen de zaak heel ernstig op; men zag duidelijk, dat ze zich
+in zekeren zin voor hun stam verantwoordelijk voelden. Ze verlieten
+mij, en een paar uren later kwamen ze terug en noemden vier of
+vijf namen van de schuldigen. Het waren alleen Oglugi-Eskimo's;
+van den Netsjillistam had geen enkele zich vergrepen. Ik liet de
+schuldigen halen. Onder hen bevond zich ook Teraiu, evenals zijn
+broeder Tamoktuktu. Ieder van hen had zich een bus toegeëigend. Ik
+hield een donderende toespraak en verbood hun van dat oogenblik af
+den toegang tot het schip. Toen dropen ze druipstaartend af.
+
+Tegen het eind van Januari hadden de Eskimo's meer geluk op de
+zeehondenjacht, die hun in het begin niet goed naar wensch was
+gegaan. Den 1sten Februari gaven allerlei kenteekenen te verstaan,
+dat de stam ging opbreken; de Eskimo's begonnen hunnen voorraden
+naar buiten te brengen op het ijs, en enkele dagen later trokken
+ze werkelijk weg. Wij voelden ons zeer verlicht, toen wij ze kwijt
+waren. Het eeuwige gebedel om levensmiddelen was ons zeer lastig
+geweest.
+
+Nu begonnen voor ons ook de voorbereidingen tot een slede-expeditie,
+die al lang voor het aanstaand voorjaar ontworpen was. Luitenant
+Hansen en Ristvedt wilden met elkander de oostkust van Victorialand
+trachten te bereiken, om van dit land, het eenige dat nog niet
+opgenomen was in den noord-amerikaanschen archipel, een kaart te
+teekenen. Zooals vroeger al verteld is, was voor deze expeditie bij
+kaap Crozier, ongeveer honderd zeemijlen van de Gjöahaven verwijderd,
+een dépôt aangelegd. Onze eerste zorg draaide nu om de honden. Wij
+hadden een uitstekend troepje, maar er waren te weinig. De luitenant
+en Ristvedt deden daarom een uitstapje naar de Eskimo's, die thans
+ongeveer twintig zeemijlen op het ijs buiten woonden, en keerden na
+twee dagen met vier groote honden terug, die ze voor een paar stangen
+ijzer hadden gekregen.
+
+Die honden waren wel erg uitgehongerd en moesten eerst goed gevoed
+worden, vóór wij ze in gebruik konden nemen. Maar toen kwam nog de
+tweede zorg, namelijk het voeder, dat even belangrijk was in dezen
+als de honden zelf. Ons hondevoêr was opgebruikt. Het eenige,
+wat wij nog hadden, was menschenpemmikan, en dat zou het niet
+lang volhouden. Ons pemmikan bestond uit vijftig percent ossenvet
+en vijftig percent gedroogd en gestampt paardenvleesch. Deze beide
+stoffen zijn saamgesmolten en in platen van elk een half kilo geperst,
+zeer gemakkelijk en beknopt in te pakken. De Indianen zijn het, van
+wie men oorspronkelijk het gebruik van dit proviand heeft geleerd,
+en alle poolvaarders moeten hun daar dankbaar voor zijn. Het pemmikan
+smaakt voortreffelijk, neemt weinig plaats in en kan rauw, gebraden
+of gekookt gegeten worden. Vooral is het van groote waarde op een
+slede-expeditie. Wij hadden buitendien ook nog een aantal kisten met
+hondentalg, die nog over waren van de tweede Framexpeditie, en die stof
+bleek zeer bruikbaar. Ook hadden we een massa havergort en havermeel,
+dat ongebruikt lag omdat geen van ons er een bijzondere voorliefde
+voor had. Al die dingen werden aan luitenant Hansen afgestaan, en
+hij ging er proeven mee nemen. Havermeel met hondentalg smaakte de
+honden en bekwam hun goed. En zoo vormde hij porties van elk een half
+kilogram van dat mengsel als dagelijksche maaltijden voor de honden. De
+bereiding had in het groot plaats; het geheele schip leek wel een
+gepatenteerde hondenvoerfabriek onder leiding van den directeur
+Godfried Hansen. Het werk vlotte goed, en weldra was deze heele
+quaestie opgelost. Daarna werd over de verdere uitrusting gesproken
+en alles nagezien. Lund zou voor de sleden zorgen, waar heel wat aan
+te herstellen viel en die van nieuwe schuivers moesten worden voorzien.
+
+Midden in deze toebereidselen kwam het bericht, dat Talurnakto, de
+verdwenen postillon, in Navjato teruggekeerd was en verzocht, weer in
+genade te worden aangenomen. Wij hadden hem niet enkel om zijn vlijt,
+maar ook om zijn goed humeur gemist en vonden zijn misdaad niet grooter
+dan die van zoo menig man, die er met de vrouw van een ander van door
+was gegaan; ja, eigenlijk was er minder misdreven, daar in dit geval
+de geheele familie der vrouw en haar man en kinderen meegegaan waren.
+
+Dus lieten wij hem weten, dat wij hem wilden vergeven en hij zijn
+vroegere betrekking van "meid alleen" weer kon aanvaarden. Op een avond
+in Februari werd mij gemeld, dat Talurnakto gekomen was. Hij waagde
+niet eens, zoo maar bij mij binnen te treden. Ik liet hem halen. Zijn
+uitzicht was, sinds we hem de laatste maal zagen, zeer veranderd. Hij
+had het blijkbaar als minnaar niet gemakkelijk gehad. Zijn rond,
+vergenoegd gezicht was langgerekt geworden en mager, en droeg een
+uitdrukking van diepen weemoed. Hij had zeker niet enkel aangename
+herinneringen aan zijn liefdesavontuur bewaard. Al wat hij bezat,
+zijn mes, en speer, pijp en meer van dien aard, alles was in het
+bezit der geliefde vrouw overgegaan, of de echtgenoot had ze als
+vergoeding voor zijn liberaliteit verlangd. De arme Talurnakto kwam
+volkomen uitgeplunderd van zijn escapade terug.
+
+Den 7den Februari ondernam luitenant Hansen de eerste slede-expeditie
+in het jaar. Hij ging naar Kaa-aak-ka en deed er een menigte
+magnetische waarnemingen. Het was de allervroegste tijd voor eenig
+werk in de open lucht; maar we hadden veel plannen en moesten haast
+maken. Maar koud was het, dat het een aard had! Het is merkwaardig,
+hoe bros en licht breekbaar alle voorwerpen bij zoo strenge koude
+worden. Zoo was onze goede Lund op een dag juist met de sledeschuivers
+bezig; de lat van hickory-hout lag op twee verscheiden voet hooge
+kisten; bij een onhandige beweging liet hij het ding op het dek vallen
+en het sprong in vele stukken. Hickory is toch het taaiste hout van de
+wereld; onze schuivers waren van uitstekend amerikaansch maaksel uit
+Pensecola; maar in deze koude streken is toch esschenhout te verkiezen.
+
+Op een Zaterdagmiddag reed tot onze verbazing onze met vijf honden
+bespannen slede de haven binnen en hield met een mooien zwaai voor
+de _Gjöa_ op, maar er was geen koetsier. Toen kwam kort daarna van
+de "Magneet" het bericht, dat er op het ijs een zwarte stip was te
+zien. En na een poosje kwam Talurnakto hijgend en blazend aanloopen;
+hij was van de slede geworpen, en de honden waren er van door gegaan
+en hadden alleen het huis opgezocht.
+
+Eens kwam de Uil met een anderen Eskimo aan boord en vertelde, dat
+eenige Oglugi-Eskimo's onze proviandtent hadden bestolen; ze brachten
+een ongeopende boterbus mee, die ze hadden opgeraapt. Bij onderzoek
+bleek, dat een vierde kist sledebrood, tien platen pemmikan en de
+bovengenoemde boterbus ontbraken. Als we er niets van vernomen hadden,
+zou de diefstal waarschijnlijk nooit zijn uitgekomen, want de dieven
+hadden alles weer in goede orde gebracht. En ze hadden het niet te
+erg gemaakt. De oude Teraiu en zijn broeder Tamoktuktu hadden aan de
+spits der onderneming gestaan, die in den vroegen morgen haar slag had
+geslagen. De Uil kreeg ter belooning voor zijn eerlijkheid een groote
+bijl, de ander een mes. Toen ze het schip weer verlieten, droeg ik hun
+een groet op voor de dieven en liet hun zeggen, dat zoo een van hen
+het in zijn hoofd mocht halen, zich ooit weer in Ogchoktu te vertoonen,
+dat hij dan op de plaats zou worden doodgeschoten. Op denzelfden avond
+legde Ristvedt een kleine mijn aan bij de deur van het proviandhuis,
+die zoo ingericht werd, dat ze op hetzelfde oogenblik ontplofte als
+de deur openging. Het was een ongevaarlijk ding, maar zou voldoende
+zijn, een nieuwe inbrekerspoging te verhinderen.
+
+In dezen tijd haalden we ook de beide booten binnen, die we in het
+open veld hadden achtergelaten; er was geen schade aan te bespeuren.
+
+Telkens kregen we bezoek van de Eskimo's die ons in Februari hadden
+verlaten, om op de zeehondenjacht te gaan. Wij beantwoordden
+de bezoeken ook te zijner tijd. Van den eerbied, dien wij hun
+inboezemden, kregen we in dien tijd een schitterend bewijs. De
+Itchjuachtorvik-Eskimo's hadden, toen wij in den vorigen winter op weg
+naar de magnetische pool waren en aan de noordkust van Boothia Felix
+een dépôt hadden geplaatst, een slede met proviand gestolen. In dit
+jaar nu kwamen ze en leverden de slede weer in, omdat ze vreesden,
+dat wij hun iets kwaads zouden aandoen. Zij bleven op eerbiedigen
+afstand en zetten de slede bij het kamp der Netsjilli-Eskimo's op
+het ijs neer. Hun angst moet werkelijk zeer groot geweest zijn, als
+ze een zoo kostbaar voorwerp als een slede terugbrachten. De slede
+had wel veel geleden, maar onder Lund's kundige behandeling werd ze
+hersteld en was daarna nog sterker dan te voren.
+
+Niet zelden kwamen de Eskimo's ons 's avonds bezoeken. Ik had dan
+medelijden met hen in die vreeselijke koude en noodigde hen uit,
+bij ons te overnachten. Ze mochten in de kajuit bij den luitenant en
+mij slapen. Wij hadden soms tot dertien slaapgasten aan boord. Zij
+legden zich eenvoudig op den grond en dekten zich met een rendiervel
+toe, dicht aaneengesloten als haringen in een ton. De anderen in
+de voorkajuit weigerden, zulke gasten op te nemen; ze trokken de
+neuzen op en beweerden, dat de gasten een naren reuk achterlieten. Nu
+vond de luitenant evenmin als ik, dat het juist naar eau de Cologne,
+viooltjes of versch gemaaid hooi rook, als de Eskimo's 's avonds hun
+groote kaplaarzen uittrokken; maar wij voelden, dat we met dit offer
+op goedkoope en goede manier de echte gastvrijheid uitoefenden.
+
+In den loop van den winter stichtten luitenant Hansen, Wiik, Ristvedt
+en ik een verbond, welks leden zooveel mogelijk alle voortbrengselen
+van het land zouden proeven. Ristvedt werd tot vereenigingskok
+benoemd, daar Lindström zich liever in zee wilde storten dan zulke
+vuiligheid klaar te maken. Een gebraden vos, waaraan de vereeniging
+zich des avonds te goed deed, had onzen kok aan den rand van den
+waanzin gebracht en hij verklaarde, dat wij de grootste vuiliken
+van de wereld waren. Maar de vereeniging beweerde eenstemmig, dat
+een vossengebraad het fijnste gerecht was, dat ons ooit aan boord
+was voorgezet. Het vleesch der meeste vossen, die hier in menigte
+waren, smaakte ook werkelijk zeer goed, het deed aan hazenvleesch
+denken. Wij beproefden het ook met andere gerechten, als rendiermagen,
+zeehondvinnen en dergelijke.
+
+De winter was nu voorbij, en naar het scheen stond de lente voor de
+deur. Bij het vorige jaar vergeleken, was er een groot onderscheid
+merkbaar. Toen hadden we op het eind van Maart ongeveer 45 graden
+Celsius onder nul gehad, en in dit jaar daarentegen slechts acht
+graden. Dat was een goed voorteeken voor den zomer, die zoo groote
+beteekenis voor ons had.
+
+Al het winterwerk was nu voorbij, en het station weer omgeven door
+een kring van observatoria. Onze reizigers, die met de slede naar
+het Noorden wilden gaan, konden vertrekken zoodra het mooi weer
+werd. Deze slede-expeditie had voor 75 dagen proviand bij zich,
+in de veronderstelling dat het in het vorig jaar bij kaap Crozier
+opgerichte dépôt in orde was; in het tegenovergestelde geval hadden
+ze maar voor 50 dagen proviand bij zich.
+
+Den 2den April 1905 brak de expeditie op. Onder wederzijdsch levendig
+wuiven met de vlaggen gingen ze heen, en, begeleid door onze beste
+en hartelijkste wenschen, wendden ze zich westwaarts naar Victorialand.
+
+Met het vertrek van die expeditie begon naar onze berekening in dit
+jaar het voorjaar. Wel hadden we later nog een geweldigen sneeuwstorm;
+maar de koude van den winter was gebroken en keerde niet terug.
+
+
+
+Er was veel te doen dat voorjaar, want wij zouden opbreken met al ons
+hebben en houden en verder westwaarts trekken. In Juni 1905 werd na
+19 maanden de loop der zelfregistreerende instrumenten veranderd;
+ze moesten stilstaan, na zoo lang te hebben gewerkt onder Wiik's
+leiding. Onze gebouwen werden afgebroken. Alles werd aan boord
+gebracht, wat daar geschikt voor was, en toen werd de _Gjöa_ van onder
+tot boven nieuw geverfd en geölied. Ook al onze booten ondergingen
+een groote schoonmaak. Het kon immers wezen, dat wij dezen zomer
+"menschen" ontmoetten, en dan mocht niemand kunnen zeggen, dat wij,
+Noren, geen hart voor ons schip hadden. Toen was de _Gjöa_ weer net
+zoo frisch en mooi, als den dag waarop ze de werf verliet.
+
+Allen deden mee aan dit werk. Ristvedt en Lund hadden een valreeptrap
+gemaakt van ijzer en hout, een mooie trap, die later zelfs in San
+Francisco opgang maakte. "Niemand mag aan ons zien", zeiden we toen
+in Juni 1905, "dat wij tweemaal overwinterd hebben!"
+
+Wij hadden nu maar te wachten op den terugkeer der
+slede-expeditie. Toen ze na verloop der eerste zeven weken niet
+terug waren, besloot ik daaruit, dat ze het dépôt bij kaap Crozier
+onbeschadigd hadden aangetroffen. Maar ook in dat geval hadden ze
+den 16den Juni er weer moeten wezen. In den laatsten tijd waren veel
+Eskimo's van verre gekomen, maar geen een had wat van de onzen gezien,
+en ik werd langzamerhand een beetje angstig. Sinds de Eskimo's in zoo
+grooten getale er weer waren, hadden wij een nachtwacht aan boord
+ingesteld. Ik drukte de wacht nog ernstig op het hart, goed uit te
+zien en mij dadelijk te wekken, als er iets in het gezicht kwam,
+dat op onze sledevaarders geleek.
+
+De 24ste Juni, Sint Jan, werd ook bij ons een feestdag, want
+des morgens om half zeven kwam Lund, die de wacht had, bij mij
+binnenstormen met den uitroep:
+
+"Daar hebben we ze!"
+
+Ik was dadelijk in mijn kleeren. Het was een heerlijke morgen,
+volkomen windstil met stekenden zonneschijn. Ginds bij de uiterste
+landpunt kwamen onze kameraden in het gezicht. Ik kan bijna niet
+zeggen, hoe blij en verlicht ik mij voelde bij hun aanblik. En de
+behandeling, die de honden nu ondergingen, toonde wel, dat de heeren
+goed op krachten waren. In een wipje was de vlag geheschen, en met haar
+verschenen alle anderen op dek. Dat was een jubel aan boord! Een beter
+ontbijt dan anders werd opgedischt en daarbij hoorden wij terstond
+de gewichtigste gebeurtenissen.
+
+De tocht had zwaar en lichter werk gebracht, maar meestal was de arbeid
+zwaar geweest. Het dépôt van kaap Crozier was door beren volkomen
+vernield; maar toen ze daar waren, hadden ze al vier rendieren
+geschoten. De overvaart naar de Victoriastraat was zeer bezwaarlijk
+geweest. Het ijs was hoog opgetorend, en op sommige dagen waren ze
+niet meer dan twee of drie zeemijlen vooruitgekomen. Om een weinig te
+vorderen, hadden ze buitendien steeds groote omwegen moeten maken. Aan
+den anderen kant van de straat hadden ze een nieuwen Eskimostam
+aangetroffen, de Kiilnermium-Eskimo's van de Copperminerivier,
+die op de zeehondenvangst waren. Terwijl nu deze Eskimo's bijna
+niets hadden, dat van ijzer was, hadden ze veel meer voorwerpen
+van hout dan de Netsjilli's. Veel beter waren o.a. de bogen en de
+sleden. Onze beide reizigers ruilden voor spijkers en kleine messen
+zooveel zeehondenvleesch als ze noodig hadden. Zij bleven bij die
+menschen den nacht over, om een rustdag te hebben, die zoowel voor de
+menschen als voor de honden noodig was na den harden trek door het ijs.
+
+Toen werd de reis langs de onbekende oostkust van Victorialand
+voortgezet. Het land was zoo laag en vlak, dat het over het grootste
+deel der kust niet van de zee was te onderscheiden. Onder het voortgaan
+maakten ze een kaart van de kust. Ook schoten ze geregeld zeehonden,
+rendieren en beren, zoodat ze bijna altijd overvloed van levensmiddelen
+hadden.
+
+Op Vrijdag 26 Mei keerden ze om, nadat ze op het noordelijkste punt
+dat ze bereikt hadden, een wachtpost gebouwd en een reisbericht erin
+neergelegd hadden.
+
+De terugweg ging vlugger, daar ze nu geen opmetingen meer te doen
+hadden. Op dien terugweg werd het door Dr. Rae in de Victoriastraat
+waargenomen land nauwkeurig onderzocht. Het bleek een groep van vele
+kleine eilanden, The Royal Geographical Society-eilanden. Deze werden
+zoo goed mogelijk geographisch opgenomen, wat later van groot belang
+is gebleken voor ons verder doordringen. De Oglugi-zee tusschen
+Amerika, Victorialand en King Williamsland was voor het grootste
+deel met eilanden opgevuld en open, zooals op de oude kaarten is
+aangegeven. Het was goed, dat wij dat wisten voor het geval, dat we
+er in een donkeren nacht door wilden varen.
+
+Op den terugweg naar kaap Crozier hadden de reizigers gelukkig beter
+ijs gevonden, waar ze gemakkelijker op vooruit konden komen. Behalve
+een paar zeere hondenpooten was alles in den besten welstand. De
+reis had 84 dagen geduurd met een proviandvoorraad voor maar vijftig
+dagen. De expeditie had dus een uitstekend gevolg gehad, ja, men kon
+het succes bepaald schitterend noemen, als men aan het vele slechte
+weêr dacht, dat ze hadden gehad en als men in aanmerking neemt welke
+opmetingen ze hadden gedaan en hoeveel tijd ze aan de jacht hadden
+moeten besteden, om zich van de noodige levensmiddelen te voorzien.
+
+Dat alles vernamen we bij het eerste ontbijt. Verder verliep de dag
+in feeststemming.
+
+Tegen het eind van Juni werd het zeer warm, en aan het strand begon
+het ijs te smelten. Als het op deze wijze verder ging, konden we een
+zeer goed ijsjaar verwachten, net als in 1903. Het land was bijna
+van ijs bevrijd, en de muggen plaagden ons geweldig.
+
+Aan boord moesten we ons nu in velerlei opzicht anders inrichten,
+daar Wiik en Ristvedt van het vasteland tot ons waren gekomen. De
+luitenant en ik moesten de kajuit met hen deelen. Daar Wiik aanhoudend
+met de uitwerking van zijn waarnemingen bezig was, kon de kajuit niet
+meer als donkere kamer worden gebruikt. Een donkere kamer moest de
+luitenant echter hebben; de vraag werd van alle kanten bekeken, en
+ten slotte eindigde luitenant Hansen met een donkere kamer, welker
+nadere bestemming ik niet nader wil aanduiden. In den nood leert men
+zich behelpen.
+
+Omdat nu de proviandtent ledig was, en de voorraad aan boord was
+overgebracht, werd ze tot allerlei doeleinden gebezigd. Vooreerst als
+droogkamer voor alle vogelhuiden, die er werden opgehangen en die in
+den aanhoudenden tocht snel droogden. Dan werd de tent als kantoor en
+badhuis gebruikt. Ons klein stoombad werd er neergezet en de ingang
+werd zoo laag gemaakt, dat ieder er zich in kon wasschen. Wij plaatsten
+er ook eenige tafels, waar we onze waarnemingsboeken en magnetische
+krommen konden nazien, vóór ze werden afgesloten.
+
+De Uil, Umiktuallu en Noliein gingen den 2den Juni westwaarts naar
+Kamiglu in de buurt van het eiland Eta, om er te jagen. Ik beloofde
+hun, daar in de Simpsonstraat stil te houden, als wij met de _Gjöa_
+voorbijkwamen, en ik gaf hun een lange staak met een vlag eraan, die
+ze moesten oprichten, opdat we konden zien waar ze waren. Ze zouden
+ons rendierbouten aan boord brengen. Reeds lang had ik Lindström
+een paar dagen vacantie beloofd, die hij wilde besteden aan een
+onderzoek in het geheimzinnige binnenland. De Eskimo's hadden veel
+verteld van een rivier, de Kaa-aaga-angi, daar hoog in het Noorden,
+die vol zalmen moest zijn, en veel familiën waren er nu heen gegaan,
+terwijl er berichten kwamen van grootsche vangsten. Daarheen gingen
+ook Lindström's wenschen.
+
+Eindelijk was op den 4den Juni zijn expeditie gereed tot het
+vertrek. Ze bestond uit hemzelven en Talurnakto als eerste
+officier. Door de anderen was deze expeditie al als de "expeditie
+tot onderzoek van het binnenland van King Williamsland" genoemd. Ik
+beproefde nog het langst mijn ernst te bewaren tegenover de
+tochtgenooten. Lindström had zich immers heusch ten doel gesteld,
+zijn zoölogische verzamelingen te verrijken, en de andere kameraden
+hielden hem teveel voor den gek. Toen de expeditie den 9den Juli
+terugkeerde, werd ze met groote ovaties ontvangen. De buit bestond
+uit veertig eieren en eenige eiderganzen. Het wetenschappelijk rapport
+was kort. Het luidde, dat Kaa-aag-angi een rivier was van de breedte
+van de Nid bij Drontheim, en dat het dier- en plantenleven het rijkst
+was bij het station!
+
+Den 26sten Juli was de haven dezen zomer voor de eerste maal
+ijsvrij. Wij zagen het water in de straat buiten al blauwer worden,
+maar er was nog geen scheur in het ijs te zien. Maar eenige dagen
+later kwam de wind te hulp; het ijs zette zich in beweging en in
+allerlei richtingen verschenen de scheuren. Wij waren nu klaar voor
+de afvaart. Met uitzondering van de meteorologische instrumenten en
+van de honden, die tot het laatst aan land moesten blijven, hadden wij
+alles aan boord. De ruimte was door al onze verzamelingen overvol. In
+twee groote ijzeren kisten waren onze waarnemingen van de laatste twee
+jaar geborgen. Zij waren zoo ingericht, dat ze in het water konden
+drijven en op beide was de naam van het schip te lezen. Daaromheen
+stonden kleine kisten met proviand voor veertien dagen, munitie en
+verdere uitrusting, alles om te worden meegenomen, in geval we het
+schip moesten verlaten. Ieder had er ook zijn zak bij liggen met die
+dingen, die hij in geval van nood het liefst zou willen redden.
+
+Al onze booten en kajaks van zeildoek waren in de beste orde. Wij
+waren erop voorbereid, ons te moeten doorboomen. De wachten waren
+zoo verdeeld, dat één man aan het roer stond, één op den uitkijk en
+één bij de machine. Wij deklieden moesten alle drie op het dek zijn,
+terwijl de vierde mocht slapen. De machinisten wisselden elkaar af op
+de wacht; de kok zou de behulpzame hand reiken, zoo vaak hij weg kon.
+
+Allen zonder uitzondering wisten wij nu, dat er zwaar werk voor
+den boeg was. Maar de eensgezindheid, die al den tijd onder ons had
+geheerscht, bleef en gaf ons allen moed.
+
+Van de Axel-Steenhoogte had men het beste uitzicht naar het Westen over
+de straat, en in de volgende veertien dagen was ik daar dagelijks twee-
+of driemaal. Den 12den Augustus kwam er weer een flinke bries, en als
+wij inderdaad weg wilden, dan moest het nu zijn. Luitenant Hansen,
+Lund en ik waren al vroeg in den morgen op de Steenhoogte. Het ijs,
+dat zich hardnekkig was blijven vasthouden aan King Williamsland en
+westwaarts, was teruggeweken. Nu moest de poging gewaagd worden. De
+aftocht werd op den volgenden morgen om drie uur vastgesteld.
+
+
+
+Den 13den Augustus precies op dat uur draaide de ankerspil lustig op de
+_Gjöa_. Het was geen uitlokkend weêr, dichte nevel met tegenwind. Met
+volle kracht van den motor voeren we de haven uit. De Eskimo's hadden
+zich trots het vroege uur aan het strand verzameld en het laatste
+"Manik-tu-mi" werd ons toegeroepen. Een van hen, Tonnich, had zich
+laten vinden om als achtste reisgezel met ons mee te gaan. Wij
+loodden en peilden ons door de Simpsonstraat naar Boothpoint, waar
+wij moesten ophouden, omdat we niet meer genoeg konden zien of wij
+verder tusschen het ijs door, dat in groote massa's oostwaarts dreef,
+konden doorvaren. We ankerden dus in de lij van een der groote riffen
+vóór de kaap, waar we tegen het drijfijs waren beschut. Af en toe
+verdeelde zich de nevel, en dan zagen we vóór ons de door zeer veel
+ijs omgeven Todd-eilanden. Op den westkant van de eilandengroep konden
+wij open water waarnemen; daar moesten we dus zien te komen.
+
+Om drie uur in den namiddag trok de nevel op en wij kregen een
+overzicht van onzen toestand. Wij waren niet ver van de Todd-eilanden
+verwijderd, die slechts uit drie lage, kleine eilandjes bestaan, maar
+groot genoeg zijn om een massa ijs te verzamelen. Het zag er niet zeer
+hoopvol uit. Tusschen de hoofdmassa ijs en het verste eiland was wel
+een streep open water; maar het was niet te denken, dat die smalle
+geul ver door zou loopen. Het ijs dreef namelijk zeer snel oostwaarts
+en ging waarschijnlijk aan de westzijde der eilanden vast zitten.
+
+Wij moesten daarheen om te onderzoeken. Het weer was wonderschoon
+geworden, stralend helder en bijna windstil. Nadat we de zuidpunt
+van het eiland hadden bereikt, waren we in spanning of werkelijk
+de westzijde met ijs bezet zou wezen. Een geul, die zoo smal was,
+dat ze uit de verte nauwelijks breed genoeg scheen voor een bootje,
+lag open tusschen het ijs en de kust. Nu was er nog de vraag, of ze
+diep genoeg was. Alles hing af van den aard van de kust.
+
+"Ik geloof, dat we er door kunnen!" riep Lund uit den mast. "Ik zie
+wel rotsen op den grond, maar wij kunnen tot vlak bij de kust komen."
+
+Dat was ook volstrekt noodig, als we verder wilden. Gelukkig daalde
+de westkust van het eiland zonder eenig strand loodrecht naar beneden;
+maar de _Gjöa_ zou niet veel duimen breeder hebben moeten zijn, of wij
+waren blijven zitten. En wij stieten allen een zucht van verlichting
+uit, toen we tegen het Westen het open water der zee vóór ons hadden.
+
+Bij Hall Point hadden de luitenant en Hansen op hun boottocht van
+1904 twee geraamten zien liggen. Het waren geraamten van blanken,
+dus van deelnemers aan de Franklinexpeditie. Zij begroeven ze en
+richtten een steenheuvel op, dien wij nu in alle stilte passeerden,
+juist toen de zon onderging, terwijl hemel en aarde overvloeid werden
+door een roodgouden licht; onze kleine triomfeerende _Gjöa_ groette
+eerbiedig haar ongelukkige voorgangers.
+
+Toen ik den volgenden morgen vroeg op dek kwam, waren wij juist voor
+de Douglasbaai. Tonnich, die in deze streek bekend was, noemde ons
+de namen van de verschillende heuvelketens aan land. Hij ontdekte ook
+het kamp van onze Eskimo's. Het lag op den Kamiglu, een kleinen heuvel
+van ongeveer 20 meter hoogte. De tenten staken tegen den horizon af,
+en wij konden ook de staak met de kleine vlag zien.
+
+Daar de nevel nu in groote golven op ons toedrong, richtten we den
+koers recht naar den Kamiglu. Aan den kant van het vasteland was
+de grond zeer ongelijk, en we moesten dus een goed eind uit den
+wal ankeren. De mist hulde het schip geheel in, en om de aandacht
+van de Eskimo's te trekken, lieten wij met korte tusschenpoozen den
+misthoorn klinken.
+
+Reeds na korten tijd bewoog zich een kajak uit den nevel naar voren
+op ons toe, en een vroolijk "Manik-tu-mi" klonk ons tegen. Het was
+Nuleiu, dien spoedig anderen volgden. Zij waren allen zeer blij ons
+weer te zien, en Lund en ik gingen in de dorry om hen naar den wal te
+volgen. De mist hinderde de Eskimo's niet in het minst. Zij lachten ons
+uit, toen wij hen vraagden, of ze bij zulk dik weer den weg wel konden
+vinden en voeren vlug weg. Ofschoon wij drie kwartier moesten roeien,
+kwamen we precies bij hun landingsplaats aan. Om zonder een spoor
+van zonneschijn en bij volstrekte windstilte met zooveel zekerheid
+voorwaarts te komen, moesten deze menschen werkelijk met een zesde
+zintuig begiftigd zijn.
+
+Aan land was de nevel minder dicht. Kamiglu was een naar alle
+kanten steil afdalend schiereiland en alleen door een smal strookje
+land, tusschen lagunen in het Oosten en het Westen, met het land
+verbonden. Op den top hadden onze vrienden hun woningen in zeven tenten
+in een waar arctisch paradijs. In de lagunen beneden haalden ze zich
+zooveel visch, als ze noodig hadden, en rondom de uitgestrekte meren
+in het binnenland weidden groote rendierkudden. De Eskimo's hadden een
+goede jacht gehad en hadden overvloed van vleesch. Maar het meeste lag
+in dépôts buiten op het vrije veld. Zij waren wel dadelijk bereid het
+te halen; maar dat zou ons verscheiden uren hebben opgehouden, daarom
+stelden we ons tevreden met wat in het kamp aanwezig was. Wij liepen
+rond en zeiden onze oude vrienden vaarwel; het zou zeker lang duren,
+eer we elkaar weerzagen. Tegelijk verzamelden wij zooveel gedroogd
+vleesch en zalm als we konden krijgen.
+
+Vóór de tent van Umiktuallu stond een pleegzoon van hem, Maniratcha
+of Manni, zooals wij hem altijd bij verkorting noemden. Hij stond
+te snikken, want hij had zoo graag met ons mee willen gaan, en nu
+hoorde hij, dat Tonnich was aangenomen. Hij was een flinke jongen van
+zeventien jaar, en hij had vroeger al gevraagd, om mee te mogen, zonder
+dat ik er veel op gelet had. Nu stond hij daar, en het speet mij,
+dat de zaak zoo geloopen was, want ik had Manni veel liever gehad dan
+Tonnich. Ik zei dus, dat hij maar eens moest meegaan; dan zou ik zien.
+
+Des morgens om zeven uur begon het op te klaren, en ik hield
+het nu voor het beste, dadelijk aan boord te gaan, om terstond
+te kunnen vertrekken als het goed helder was. In onze boot namen
+wij zes-en-dertig heerlijke rendierbouten mee en een grooten hoop
+gedroogde zalmen. De Uil, Manni en nog twee Eskimo's gingen met ons, en
+buitendien nog vier anderen in hun kajaks. Tegen acht uur waren wij aan
+boord, en de lucht was intusschen bijna geheel opgeklaard. Ik rekende
+met de Eskimo's af en betaalde hen voor vleesch en visch met ammunitie.
+
+Daarop moest het geval Manni met de kameraden worden besproken. Wij
+waren het allen eens, dat we liever Manni hadden dan Tonnich, die
+sedert zijn aankomst aan boord den welverdienden naam van vreetzak
+had gekregen. Daar opeens kwam de jonge heer zelf naar mij toe,
+en ik sprak hem aan:
+
+"Nu, lieve Tonnich, wil je nu werkelijk met ons naar het land der
+Kabluna's reizen?"
+
+Hierop verklaarde hij mij dadelijk met verbluffende openhartigheid,
+dat hij daar al lang geen lust meer in had. Hij kon de blanken niet
+verstaan. Vóór drie dagen wou hij volstrekt mee en nu, na een leventje
+als een prins, was hem de lust vergaan. Ik nam het verrassende bericht
+heel kalm op, want nu was de zaak met Manni in orde. Maar neen, nog
+niet heelemaal. De pleegvader, Umiktuallu, had er nog een woordje
+in mee te spreken, diezelfde aangename pleegvader, die vroeger zijn
+anderen pleegzoon doorstoken had. Hij moest eerst zijn toestemming
+voor de reis van den jongen geven. En die toestemming gaf hij niet
+voor niets. Hij was mee aan boord gekomen en eischte betaling voor den
+knaap. Een vijl en een oud mes bevredigden intusschen zijn verlangens;
+dus de prijs voor den pleegzoon was niet buitensporig.
+
+Het was helder, en wij zeiden den Uil en onze andere goede vrienden
+van den Netsjillistam hartelijk vaarwel. Het was een heerlijke, warme
+zomerdag met volkomen windstilte. Midden in de Simpsonstraat lag Eta
+als een reus, die ons den weg wilde versperren. Met de allergrootste
+voorzichtigheid voeren we door het zuidelijke vaarwater tusschen
+het eiland en het vasteland, niet breeder dan drie vierde zeemijl
+en vol ondiepten en riffen. Ik geloof, dat dit onze spannendste
+doorvaart was. In het kanaal werd het breeder water al ondieper;
+maar de uitkijk meldde, dat hij dieper water zag, als we maar eens
+over het rif waren. Het peillood was aanhoudend in werking, en het
+roer vloog van de eene zijde naar de andere, alsof het door dicht
+ijs ging, maar ten laatste kwamen we gelukkig de Etasond door.
+
+Nu konden wij ons ook eens met Manni bezighouden, die tot hier toe aan
+zichzelven was overgelaten. Ristvedt, die de namiddagwacht had bij
+de machine, kreeg de opdracht, Manni tot een Kabluna te maken. In
+aanmerking de massa zeep en insectenpoeder, die erbij gebruikt
+werden, moest men wel verwachten, dat Manni schoon werd, en dat was
+hij ook geworden, ofschoon wij hem zijn mooi haar lieten behouden,
+nadat het duchtig gekamd was. Zijn toilet viel wat bont uit, want het
+bestond uit een blauwen tricotkiel, een kniebroek van zeehondenvel,
+witte kousen, de oude verlakte schoenen van den luitenant en op het
+hoofd een oude lichtblauwe badmuts, die ik eens op de een of andere
+badplaats had gekocht. Van het eerste uur af won Manni ons aller hart;
+zijn lach verjoeg elke onaangename stemming, en hijzelf was blijkbaar
+uitstekend bij ons tehuis. Hij was echter ook in een Eskimoparadijs
+beland, een plaats, waar men zooveel mag eten als men maar kan bergen.
+
+In den loop van den avond kwam van het Zuiden wat ijs opzetten;
+de kant van het pakijs liep in noordwestelijke richting en dwong
+ons nu dien weg ook te volgen. Het vaarwater lag vol kleine, met
+ijs omzoomde eilandjes en klippen en voortdurend moesten wij peilen
+vanwege de ondiepten. Wij kropen voorwaarts op dien 15den Augustus,
+tot wij om vijf uur 's avonds buiten in de Victoriastraat waren en de
+moeilijke eilanden achter ons hadden. De straat, waar we door gevaren
+waren, doopten we de Palanderstraat ter herinnering aan den moedigen
+kapitein der Vega. De eilanden ten zuiden ervan kregen den naam
+Nordenskjöld-eilanden, naar den leider der Vega-expeditie. Luitenant
+Hansen's aardrijkskundige opneming van deze eilanden bleek volkomen
+juist.
+
+De Victoriastraat was met ijs opgevuld, dat echter zoo los was,
+dat we er doorheen konden dringen, want onze kleine Gjöa kon flinke
+stooten toedienen. Vóór het eiland Lind lag het ijs zeer dicht, maar
+wij slopen er door een smal geultje doorheen en vonden gelukkig aan
+de andere zijde open water. Toen wij in den morgen de zeilen wilden
+opzetten, brak de gaffel, en om die te herstellen, besloten wij in
+de Cambridgebaai, Collinson's winterhaven, binnen te varen.
+
+Victorialand was vlak en eentonig. Deasestraat is diep genoeg, als
+men zich maar een paar zeemijlen van de kust heeft verwijderd; maar
+van alle landtongen en rotspunten loopen ondiepten in zee.
+
+Den 17den Augustus om vijf uur in den morgen gingen wij op de westkust
+van kaap Colborne voor anker. Dat was een merksteen op onzen weg,
+want nu hadden wij met de _Gjöa_ het tot nu toe nog niet overwonnen
+gedeelte van de Noordwestelijke Doorvaart bevaren. Van nu aan voelden
+wij ons eigenlijk in druk bevaren water. Hier en daar was zelfs een
+diepte op een kaart aangegeven, en vooral werkte geruststellend het
+bewustzijn, dat we nu vóór ons een stuk van de Doorvaart hadden,
+waar reeds een groot schip door was gevaren.
+
+Wij repareerden de gaffel en namen een dag rust, waarna we den
+volgenden morgen om drie uur weer in zee staken, Collinson's
+beschrijving van het vaarwater was ons van grooten dienst; zij bleek
+volkomen juist; de groote eilanden vielen ook nu steil in zee, en
+het water was diep en zuiver.
+
+Het kompas, dat ons op de doorvaart door de Etasond in het geheel
+niet van dienst was geweest, begon nu weer te werken; maar we
+moesten de aanwijzingen natuurlijk met de grootste voorzichtigheid
+opnemen. Den volgenden dag passeerden wij de Richardsoneilanden,
+die nog al plantengroei vertoonden. Toen kwamen de Mileseilanden,
+die naar het Westen zacht afdalen, en het eiland Douglas. Weer
+stelden de ondiepten en eilanden ons veel moeilijkheden in den weg,
+en het was een ontroerende gedachte, dat als wij nu hier moesten
+terugkeeren, de heele onderneming op niets zou uitloopen en het doel,
+dat reeds zoovelen zich te vergeefs gesteld hadden, weer onbereikt
+zou blijven. Ik was dan ook zeer zenuwachtig, kon bijna niet eten en
+was steeds op onaangename verrassingen verdacht.
+
+Maar toen we de Dolphin- en Uyionstraat hadden bereikt, was de laatste
+moeilijke doorgang in de Noordwestelijke Doorvaart achter den rug,
+en onze verlichting was onbeschrijfelijk groot. Nu ging het met korte
+onderbrekingen door nevel of tegenwind gelijkmatig westwaarts. Den
+27sten Augustus, toen om acht uur 's morgens mijn wacht voorbij was
+en ik te bed was gegaan, werd ik, na een poos te hebben geslapen,
+door een druk heen en weer loopen op het dek gewekt. Er was boven
+blijkbaar iets bijzonders aan de hand, en ik ergerde mij, dat ze om
+een zeehond of een ijsbeer zoo'n leven maakten. Maar daar stortte
+luitenant Hansen de kajuit binnen met de onvergetelijke woorden:
+
+"Schip in zicht!"
+
+Dadelijk daarna verdween hij weer en liet mij alleen.
+
+De Noordwestelijke Doorvaart was volbracht! De droom mijner
+kindsheid--op dit oogenblik was hij verwezenlijkt! Een eigenaardig
+gevoel snoerde mij de keel dicht; de tranen kwamen mij in de
+oogen. Schip in zicht! het woord had een magische uitwerking. Op eens
+waren het vaderland en alle vrienden mij zoo nabij, alsof ze de handen
+naar mij uitstrekten. Schip in zicht!
+
+In alle haast kleedde ik mij. Toen ik klaar was, stond ik een oogenblik
+stil voor het portret van Frithiof Nansen. Het was alsof het portret
+levend was geworden, alsof het mij toeknikte. "Ik wist het wel", scheen
+het te zeggen. Ik knikte terug, lachend en gelukkig, en ging aan dek.
+
+Het was een prachtige dag. De wind was een weinig naar het Oosten
+gedraaid, en het ging vlug voorwaarts. De _Gjöa_ scheen te begrijpen,
+dat thans het ergste geleden was; ze was zoo merkwaardig licht in haar
+bewegingen. De beide mastpunten daarginds aan den horizon hielden al
+onze aandacht bezig. Alle mannen waren op dek, en alle verrekijkers
+waren op het ons tegemoetkomende schip gevestigd. Op aller gezicht
+troonde een lach; maar er werd niet veel gesproken. Nu liet een van
+allen den kijker dalen.
+
+"Ik zou wel willen weten..."
+
+En weer werd het instrument voor de oogen gehouden. Een ander liet
+den kijker neer en begon weer: "Ik zou wel willen weten...!"
+
+Toen de romp van het vreemde schip zichtbaar werd, heschen we
+onze noorsche vlag. Langzaam rees ze; alle oogen volgden haar met
+liefkoozende blikken. Ze was verkleurd en had veel geleden, maar zij
+droeg naar litteekenen met eere.
+
+"Ik zou wel eens willen weten wat hij denkt, als hij ons ziet!"
+
+"Hij denkt, dat het een vervloekt mooie vlag is!"
+
+"Hij is waarschijnlijk een Amerikaan."
+
+"Ik zou denken dat het eerder een Engelschman is!"
+
+"Ja, wat wij voor lui zijn, dat ziet hij nu aan de vlag."
+
+"O ja, hij ziet nu, dat wij menschen uit het oude Noorwegen zijn."
+
+De schepen kwamen snel dichter bij elkaar.
+
+"Thans wordt de amerikaansche vlag geheschen!" riep de man op den
+uitkijk, die den grooten verrekijker op het schip had gericht. En ja,
+spoedig zagen we allen de sterrenvlag met de strepen. Hij had onze
+vlag gezien en herkend, dat was duidelijk. De stoom vloog om het schip;
+het had blijkbaar een motor net als wij, en kwam snel vooruit.
+
+Nu was het tijd om zich voor de eerste ontmoeting wat op te
+knappen. Vier van ons zouden aan boord van het andere schip gaan, en
+de vier anderen moesten op de _Gjöa_ blijven. In haast werden onze
+beste kleederen voor den dag gehaald. Enkelen trokken hun deftige,
+vaderlandsche kleeren aan; anderen gaven aan de Eskimodracht de
+voorkeur. Er was een, die laarzen van zeehondenvel voor de gelegenheid
+het meest passend vond, en een ander droeg gewone zeemanslaarzen. Op
+dek werd ook opgeruimd, zoo goed het ging. Van uit zijn mastkorf kon
+de Amerikaan door zijn kijker ons dek geheel overzien. En wij wilden
+een zoo goed mogelijken indruk maken. Wij waren nu zoo dicht bij
+elkander, dat wij van ons dek het geheele schip konden overzien. Het
+was een kleine, zwartgeverfde tweemaster, die een sterken motor moest
+hebben; wij maakten nu ons bootje klaar, lieten de machine bijdraaien
+en maakten onze dorry, onze zeewaardige boot, los. Het was wel geen
+mooie boot, en de kapitein had op het achterbankje met de vlag geen
+bepaald gemakkelijke zitplaats, maar het bootje paste bij ons schip,
+en wij waren immers ook niet op een pleizierreis.
+
+De Amerikaan had zijn machine stop gezet en wachtte ons. Met twee
+man aan de riemen, waren we gauw naast hem. Een eind touw werd ons
+toegeworpen; ik vatte het aan en nu was ik weer in verbinding met de
+beschaving. Zij trad mij wel niet met overweldigende pracht te gemoet,
+want de "Charles Hansson" uit San Francisco zag er niet naar uit,
+alsof er overdreven weelde aan boord zou wezen. Een trap was overbodig,
+daar het schip diep in het water lag. Wij grepen de reeling en kropen
+naar boven. De eerste indruk was eigenaardig. Op het dek was elke
+voetbreed zoo bezet, dat men niet wist, hoe er door te komen. Eskimo
+vrouwen met roode rokken en negers in de bontste kleeren liepen door
+elkander, precies als in een soort van sprookjeswereld. Een oudere
+man met wit haar en baard trad op mij toe. Hij was pas geschoren en
+netjes gekleed, blijkbaar de kapitein.
+
+"Is u kapitein Amundsen?" luidde zijn eerste woord.
+
+Ik was zeer verbaasd, dat men hier aan het eind der wereld iets van
+ons wist en antwoordde bevestigend.
+
+"Is dit het eerste schip, dat u ontmoet?"
+
+Toen ik daarop toestemmend antwoordde, klaarde zijn gezicht op en
+wij drukten elkaar lang en hartelijk de hand.
+
+"Het doet mij buitengewoon veel genoegen, dat ik de eerste ben,
+die u mag welkom heeten na uw volbrachte Noordwestelijke Doorvaart."
+
+Hierop werden wij uiterst vriendelijk in zijn kajuit genoodigd. Het
+was geen groote ruimte, maar toch wel even groot als de kajuit op de
+_Gjöa_. Kapitein James Mc Kenna was een middelgroote, corpulente man
+van tusschen vijftig en zestig jaar. Dat hij een stamgast in de IJszee
+was, kon men wel aan hem zien. Het diepgegroefde, koperroode gezicht
+sprak van koude en slecht weêr. Hij was joviaal en gul en vroeg, of wij
+het een of ander noodig hadden, waarmee hij ons kon helpen. Het eenige,
+wat ons ontbrak, waren berichten uit het vaderland, maar helaas, die
+kon hij ons niet brengen. Hij had wel een paar oude kranten, maar...
+
+"Oude! Ja, voor u! Voor ons zijn ze fonkelnieuw!"
+
+Hij bracht een hoop, en door een merkwaardig toeval viel mijn oog
+het allereerst op een titel, dien ik als versteend aanstaarde.
+
+"Oorlog tusschen Noorwegen en Zweden."
+
+Ik verslond het artikel in haast, maar het gaf slechts weinig
+opheldering. Kapitein Mc Kenna was al lang onderweg en kon ons niets
+naders meedeelen. Wij vraagden aan allen op het schip, of ze er ook
+meer van konden vertellen, maar tevergeefs. En deze onzekerheid was
+pijnlijker dan de totale onwetendheid van te voren. Maar er was niets
+aan te doen; wij moesten geduld oefenen.
+
+Na een zeer goed middagmaal wonnen luitenant Hansen en ik zooveel
+mogelijk inlichtingen in omtrent den verderen weg van hier af. Mc
+Kenna was de senior van de amerikaansche walvischvaardersvloot en
+kende de kust van Noord-Amerika beter dan iemand. Zeer dankbaar waren
+wij voor amerikaansche kaarten van de verdere reis. Ze waren nieuwer
+dan onze eigene en gaven veel bijzonderheden. Met randopmerkingen en
+koersrichtingen van den ouden bevaren zeeman waren ze een ware schat
+voor ons. Wel waren ze al wat versleten en we moesten dus voorzichtig
+ermee omgaan.
+
+Toen vroegen wij naar de ijstoestanden. Of hij geloofde, dat wij
+verder naar het Westen zonder bezwaren vooruit zouden kunnen
+komen. Hij zei, dat hij op de heenreis door het ijs bij het
+Herscheleiland was opgehouden; maar wij zouden zoo laat in het jaar
+wel niet op hinderpalen stooten. En dat Herscheleiland zouden wij
+in elk geval gemakkelijk bereiken. Hij dacht zelf op dat eiland te
+zullen moeten overwinteren, en misschien ontmoetten we elkaar daar
+nog eens weer. Vóór den winter wou hij nu nog naar Banksland op de
+walvischvangst. Tot nu toe had hij geen geluk gehad en nog geen enkel
+dier getroffen. Zijn motor was zeer sterk, en hij zou ons bij zijn
+terugkeer naar Herscheleiland misschien nog wel inhalen. Buitendien
+gaf hij ons alle mogelijke inlichtingen over het ons wachtende
+vaarwater. Een zeer aangenaam bericht was de mededeeling, dat langs
+de geheele kust de grond uit leem bestond, zoodat wij veilig naar het
+lood konden varen. Wij waren daarin niet verwend, en dit verdere deel
+van onze reis kwam ons dan ook bijna als een pleizierreis voor.
+
+Daar de wind bleef aanhouden en ik daarvan gebruik wilde maken, namen
+wij na een paar uur afscheid van onzen beminnelijken gastheer. Bij
+het vertrek schonk hij ons een zak aardappelen en een zak uien. Daar
+het al lang geleden was sedert wij iets dergelijks hadden geproefd,
+nam ik die gift in dank aan.
+
+Aan boord werden wij in groote spanning verwacht. Wij besloten ons
+voorloopig niet bezorgd te maken over het bericht van oorlog tusschen
+de twee volken en de aardappels en uien, waren het middelpunt van
+onze blijdschap.
+
+Toen haalden we onze vlag in en zetten de vaart met volle
+zeilen voort. Mc Kenna voer naar het Oosten, om zijn geluk op de
+walvischvangst te beproeven.
+
+Den volgenden avond passeerden wij de Franklin-baai. Den 30sten
+Augustus waren wij al bij het eiland Bailey en zagen er geen ijs,
+zoodat we den moed vatten, om recht naar het Herscheleiland over
+te steken.
+
+Bij kaap Bathurst zagen wij het dikke, bruine water, dat de rivier
+de Mackenzie naar buiten stoot. Er kwam nu weer ijs opzetten met
+nevel. Er volgde nu nog een zeer moeilijke vaart van eenige dagen. Bij
+kaap Sabine gingen we aan land, om rond te zien. Er breidden zich
+groote, met lang gras begroeide weiden uit en in de dalen groeiden
+hooge struiken. Den volgenden morgen, het was de derde September,
+waren wij zoowat een uur onderweg, toen de man op den uitkijk naar
+beneden riep, dat een boot van het land naar ons toe kwam. Eerst
+meenden wij dat het Eskimo's waren, doch al spoedig zagen we, dat
+het twee blanken en één Eskimo waren.
+
+Wij namen ze aan boord en merkwaardig genoeg, sprak een der mannen
+ons dadelijk in het Noorsch aan. Het was de Noor Christian Sten,
+die tweede stuurman op de schoener _Bonanza_ van San Francisco was
+geweest. De schoener was gelijktijdig met ons van huis weggevaren en
+had even als wij tweemaal in deze streken overwinterd. Het schip was
+door herhaald stooten op het ijs er slecht aan toe, en voor eenige
+dagen had men het bij King Point aan land moeten zetten, omdat het
+anders zou zijn gezonken. Sten woonde nu met een der harpoeniers en
+eenige Eskimo's aan den wal, om de wacht te houden bij de proviand
+en de verdere uitrusting. De kapitein van het schip, kapitein Mogg,
+was met de overige bemanning in booten naar het Herscheleiland gevaren
+en wou van daar met een ander schip zuidwaarts naar San Francisco gaan.
+
+Daar zagen wij al het wrak onder de steil afdalende kaap vóór ons.
+
+Sten zei ons, dat het ijs tot dicht bij King Point reikte en dat wij
+voorloopig niet verder zouden komen. Hij twijfelde overigens niet,
+of het zou nog wel weer losraken. Hij had het zelfs wel beleefd,
+dat het ijs op 9 October nog was los gegaan.
+
+Om twaalf uur op den middag bereikten wij het land en vonden alles,
+zooals Sten het beschreven had. Wij voeren tot bij een groot stuk
+grondijs, dat aan den buitenkant van het wrak lag en maakten er
+de _Gjöa_ aan vast. Hoe weinig vermoedden wij, dat King Point onze
+verblijfplaats voor tien maanden worden zou!
+
+We roeiden aan land, om de _Bonanza_ en Stens kleine kolonie te
+zien. Kapitein Tilton op de _Alexandra_ was de oudste kapitein
+derzelfde reederij, aan wie ook de _Bonanza_ behoorde, en hij had,
+toen hij voor twee dagen voorbijgevaren was, aan Sten de opdracht
+gegeven, ons alle mogelijke hulp te verschaffen. Wij waren wel goed
+voorzien van het noodige; maar bij een zoo vriendelijk aanbod was er
+altijd nog wel het een of ander, dat welkom was. Wij ruilden veel
+conserven met hem, daar wij graag de amerikaansche wilden proeven,
+terwijl Sten naar noorsche verlangde. Ook kregen wij nog veel andere
+kleinigheden, en ik kan niet dankbaar genoeg zijn voor de diensten,
+die Sten en de _Bonanza_ ons bewezen.
+
+Sten had al vele winters aan de noordamerikaansche kust doorgebracht
+en kon ons dus ook veel belangrijks over het land en de bewoners
+vertellen, en, wat van gewicht was, hij kende de hier wonende Eskimo's.
+
+Om dezen tijd had ook Manni zich aan boord thuis leeren voelen. Hij was
+als een Kabluna gekleed, en daar hij een buitengewoon goed jager was,
+had ik hem een geweer gegeven, waar hij zeer trotsch op was en dat
+hij opperbest behandelde. Ik vroeg hem, of hij ons niet liever wilde
+verlaten en aan land gaan, maar hij antwoordde beslist ontkennend. Ik
+nam hem mee naar de Eskimo's, die bij Sten woonden, en zie daar, ze
+konden elkaar verstaan. Het eene of het andere woord verschilde wel,
+maar in het groot beschouwd, was het dezelfde taal. Deze Eskimo's, een
+man en drie vrouwen, waren afkomstig uit de buurt van de Kotzebuesond
+in de nabijheid der Beringstraat en ze waren met de walvischvaarders
+hierheen gekomen. Zij noemden zich Nunatarmiun-Eskimo's. De bewoners
+der kust hier noemden zich Kagmallik-Eskimo's; maar de beschaving had
+reeds een zoo verderfelijken invloed op hen uitgeoefend, dat ze van
+verscheiden honderden familiën al tot op enkele weinige versmolten
+waren. De Kagmallik-Eskimo's waren grooter en knapper menschen dan
+de Nunatarmiun-Eskimo's. Sten wou juist zich op een plateautje aan
+de berghelling een huis bouwen dichtbij het groote proviandhuis
+en al het andere, dat aan land was gebracht. Wij brachten ook een
+bezoek aan boord van de _Bonanza_. Het schip lag aan den oever;
+de voormast was gekapt, maar de groote mast stond nog. Daarvan was
+een tros getrokken naar hetzelfde ijs, waar wij aan vast lagen;
+een andere tros was aan den wal bevestigd. Het ruim was vol water,
+en een menigte leege vaten dreven erin rond.
+
+Met hun toestemming namen wij wat wij noodig hadden, vooral takelwerk,
+blokken, lantaarns en dergelijke. Een klein kacheltje werd ook met
+vreugde ontvangen. Als wij nog een winter moesten blijven, en daar
+begon het wel op te gelijken, zou dat ons goede diensten kunnen
+bewijzen. En ook voor Sten waren wij te rechter tijd gekomen. Hij
+had veel te doen en moest hulp hebben. Die had hij later met gemak
+van de Eskimo's kunnen krijgen; maar het was veel beter voor hem,
+als het werk gedaan was eer er sneeuw lag.
+
+Wij waren niet de eenigen, die naar een verandering in de ijstoestanden
+verlangden. Een groot aantal Eskimo's was met hun booten op weg van
+Herschel-eiland naar de Mackenzie, ongeveer vier zeemijlen westwaarts,
+door het ijs opgehouden. Ze hadden hun booten aan land moeten trekken
+en waren nu tot wachten gedoemd. Van de hoogte op King Point konden
+wij het takelwerk van een schoener in de richting van Key Point
+vijftien zeemijlen westwaarts waarnemen. Dit schip behoorde aan de
+Eskimo's. Zij hadden het ingeruild voor pelswerk en deden er nu mee
+aan walvischvangst. Nu was het aan den grond geloopen, kwam echter
+weer los vóór het vroor, en wendde zich nu naar het Herscheleiland. De
+hier wonende Eskimo's zijn alleen schippers en walvischvangers, de
+Amerikanen nemen geen groote bemanning mee, daar ze hier menschen
+genoeg vinden, die het werk best kunnen doen aan boord.
+
+Ristvedt en Manni waren op de jacht geweest en kwamen met een menigte
+sneeuwhoenders terug. De luitenant en ik deden aan vischvangst en we
+leverden menig lekker vischgerecht voor de keuken. Lund werkte in
+het zweet zijns aangezichts, om de nieuwe gaffel klaar te krijgen,
+eer wij verder voeren. Wiik en Hansen hadden zich op mijn verzoek
+bereid verklaard, Sten bij het bouwen van zijn huis te helpen, dat
+onder dak zou komen, eer er sneeuw viel. De hulp der beide flinke
+werkers was gemakkelijk te krijgen geweest, en ze hadden schik in de
+verandering van arbeid en van spijs.
+
+De dagen verliepen, maar in het ijs speurden wij geen verandering. Wij
+moesten ons met de gedachte vertrouwd maken, hier te overwinteren. De
+vraag was maar, of er ruimte genoeg was. De baai vóór ons was zeer
+ondiep en vol van vaststaande ijsbergen, zoodat er weinig kans was op
+verandering. Sten vertelde, dat hier eenmaal drie walvischvaarders
+hadden overwinterd, maar dat ze in dien tijd geen enkele beweging
+hadden waargenomen. Naar het Oosten was het oeverwater nog open,
+zoodat wij Shingle Point, vijftien zeemijlen verder oostwaarts zouden
+hebben kunnen bereiken, waar een haventje moest wezen, maar dat was
+toch onzeker, en daar wij hier gezelschap en hulp hadden, besloten
+wij te blijven waar we waren.
+
+Elken nacht werd het ijs nu een duim dikker en weldra was ons lot
+ook voor dezen winter bezegeld. Op Zaterdag den 9den September konden
+wij over het ijs loopen, en daarmee moest de derde winter beschouwd
+als te zijn ingegaan.
+
+
+
+Op denzelfden dag, waarop het ijs begaanbaar werd, kregen wij
+ons eerste bezoek. Het was een zendeling, de heer Fraser, die van
+Herscheleiland kwam en naar Fort Mc Pherson wou, het noordelijkste
+station der Hudsonsbaaimaatschappij aan de Mackenzie. Als gids had
+hij een Eskimo, Roksi, geheeten, bij zich. De reizigers waren door het
+ijs opgehouden en woonden nu aan het strand, ongeveer vier zeemijlen
+westwaarts van ons in een tent. Van den heer Fraser hoorden wij, dat
+in de haven van Herschel vijf schepen door het ijs waren ingesloten;
+verder lagen er nog zes andere verder naar het Oosten, ze wisten niet
+waar. Dus waren er nu niet minder dan twaalf schepen hier in het ijs,
+en daarvan waren slechts drie op een overwintering ingericht. Dat
+zag er niet te best uit.
+
+Roksi was een Kagmallik-Eskimo, en daar zijn vader stamhoofd
+was geweest, hield hij zich voor een persoon van gewicht. Zijn
+stamgenooten hadden de leelijke gewoonte, zich in elken hoek van den
+mond een gat in de onderlip te boren en er als sieraad een hoornen
+knoop in te steken. De eenigzins geciviliseerde hadden het sieraad
+weer verwijderd; de gaten trokken dan weer dicht, maar lieten leelijke
+litteekens.
+
+Den 11den September begonnen we met den bouw van ons huis. Wij wilden
+dezen winter van drijfhout twee huizen bouwen, een om erin te wonen
+en een als observatorium en voor de magnetische instrumenten. Het
+woonhuis zou uit twee afdeelingen bestaan, een slaapkamer voor vier
+man en een ruimte, die tegelijk keuken en eetkamer zou wezen. Het
+liefst zouden allen aan land hebben willen wonen. Om de vochtigheid
+aan boord te verminderen, liet ik de geheele keuken aan land brengen.
+
+Onze kok en Sten hadden innige vriendschap gesloten, en daarvan wilden
+wij zooveel mogelijk profiteeren. Sten was namelijk een uitstekend
+kok; in zijn nu voltooid huis had hij een grooten haard, waar de
+heerlijkste gerechten gereed konden worden gemaakt. De luitenant
+en ik wilden met Manni aan boord blijven en het schip bewaken. De
+architect en de smid zorgden voor den bouw van het huis. De vorm van
+een aardhut scheen hun het best; Hansen en Wiik hielpen hen bij het
+werk. Als bouwterrein was het vlakste deel van den heuvel gekozen.
+
+Aan boord richtten de luitenant en ik ons zoo goed mogelijk in. De
+kachel van de _Bonanza_ werd geplaatst en verbreidde al gauw al de
+warmte, die wij de vorige winters ontbeerd hadden. Manni was onze
+"meid alleen".
+
+In dezen tijd kregen wij geregeld bezoek vooral van Eskimo's, die,
+als wij, in het ijs waren opgesloten. Af en toe was ook de zendeling
+erbij. Sten had zijn huis met zoden gedekt, en de Eskimo Kunak was
+met de zijnen getrokken in een door hem gebouwd huis, dat dicht naast
+dat van Sten lag. De winter mocht komen; hij vond de kolonie van King
+Point bereid hem te ontvangen. In het geheel waren er twintig personen,
+die gedurende de eerstvolgende tien maanden op deze plek kampeerden.
+
+Op de _Gjöa_ woonden luitenant Hansen, Manni en ik; in ons huis aan
+wal de andere vijf van ons; vijftig meter verder westwaarts lag Stens
+huis, dat van planken en balken uit de _Bonanza_ was opgetrokken en
+er als een villa uitzag. Het bestond uit twee kamers, waarvan de eene
+bestemd was voor Sten met zijn vrouw Kataksina en zijn dochtertje
+Anni, en de andere voor den harpoenier Jimmi met zijn vrouw. Boven
+was nog een hokje voor den Eskimo Neiu met zijn vrouw.
+
+Wand aan wand met Sten had Kunak zijn huisje gebouwd van slechts
+één kamer met twee bedden, een tafel en een kachel. Het was weinig,
+in aanmerking genomen dat Kunak er woonde met zijn vrouw, zijn oude
+moeder en twee kinderen. Hij kreeg vaak gasten en dan woonden er soms
+tien menschen in het kleine huis.
+
+Er waren in de kolonie ongeveer evenveel honden als menschen.
+
+Al lang had ik het ijs erop aangezien, of het niet spoedig mogelijk
+zou wezen, per slede naar Herscheleiland te komen, omdat ik er naar
+de post onderzoek wilde doen, die van daar in de eerstvolgende dagen
+zou vertrekken. Wij verlangden allen zoo naar berichten van huis. Ik
+had met Sten afgesproken, samen te gaan, daar hij met walvischvaarders
+op Herscheleiland zaken had te doen. De Eskimo's westwaarts van ons
+hadden beloofd, bericht te zenden, zoodra het ijs voor de sleden
+geschikt was, want er loopt daar een rivier in zee uit.
+
+Op Zondag 24 September 1905 kwam een Eskimo voorbij, die naar Herschel
+ging. Als die erheen kon gaan, zou het ons ook gelukken. Den Dinsdag
+daarop vertrokken wij met een slede en een goed span honden. Daar
+wij het loopen nog niet gewend waren, hielden we den eersten dag bij
+Key Point stil, vijftien mijlen van King Point en twintig mijlen van
+Herschel verwijderd. Wij sloegen op het strand een tent op en maakten
+het ons gemakkelijk. Ik had Manni meegenomen, om hem de groote schepen
+en de vele Kabluna te laten zien.
+
+Den volgenden dag om half vijf waren wij in de haven van
+Herscheleiland. Daar deed zich een zeer ongewone aanblik aan ons
+voor, want er lagen vier groote schepen naast elkander en op het
+ijs ertusschen wemelde het van menschen. Onze aankomst wekte groot
+opzien. In een oogenblik waren wij door een dichte menigte omringd;
+er waren Mulatten onder en negers, blanken en gelen. Hun kleeding was
+zeer verschillend; de meeste Eskimo's liepen in Kablunakleeren en de
+meeste Kabluna's in Eskimokleeren. Kabluna's noemen de Eskimo's hier
+alle menschen van een vreemd ras. De negers noemen ze echter "maktok"
+Kabluna, wat zooveel beteekent als "de zwarte blanke".
+
+Ik was de gast van veel kapiteins, sprak met de zendelingen, en had
+het voorrecht een brief van huis te ontvangen, met vreugde begroet,
+al was hij anderhalf jaar oud. Manni had veel pleizier en kreeg
+verscheiden uitnoodigingen bij de Eskimo's. Het leven aan boord van
+die amerikaansche walvischvaarders staat in geen te besten roep,
+en ik hoorde er wonderlijke verhalen over; maar positieve bewijzen
+heb ik niet verkregen. De post zou den 20sten October over Fort Mc
+Person naar Fort Yukon gaan, en daar zou ze wachten en dan voor de
+verschillende kapiteins telegrammen verzenden en terugbrengen.
+
+Met een antwoord voor ons zag het er dus vóór de maand Mei niet best
+uit, want de post wordt over Edmonton naar Fort Mc Pherson gebracht en
+van daar door Indianen naar Herscheleiland overgebracht. Dat duurde te
+lang, en wij vroegen daarom bij de walvischvaarders, of zij er iets
+tegen hadden, als ik de post den 20sten October vergezelde. Met de
+grootste vriendelijkheid werd dit goed gevonden en al wat ik ervoor
+noodig had, werd te mijner beschikking gesteld. Kapitein Mogg van de
+gestrande _Bonanza_ wilde ook met de post verder reizen en trachten,
+San Francisco te bereiken, om dan in het volgend jaar met een nieuw
+schip weer naar de noordelijke breedten te trekken.
+
+Den 29sten September keerden wij naar de _Gjöa_ terug. Zonder veel
+moeite hadden we 's avonds om elf uur ons doel bereikt. Drie weken
+later was mijn uitrusting voor de postreis klaar; ik nam vier honden
+mee en ook Jimmi, om hem een blik in de beschaafde wereld te laten
+slaan.
+
+Na mijn vertrek verliep op de _Gjöa_ de tijd kalm onder het commando
+van luitenant Hansen. Een reeks van jachtexpedities werd ondernomen,
+en nooit keerde men met leege handen terug. Kunak, de Eskimobuurman van
+Sten, werd naar de Mackzenziedelta gezonden, om op elanden te jagen,
+die daar nog in menigte voorkomen. In het begin van Maart ontvingen ze
+de eerste postzending aan boord. Het waren een aantal couranten en een
+telegram, dat ik met de "Royal Northwest Mounted Police," die Dawson
+City den 25sten December verliet, had afgezonden. Door deze couranten
+en door brieven van mij kregen ze nauwkeurige berichten over hetgeen
+er in Noorwegen en in de verdere wereld was voorgevallen en tegelijk
+ontving ieder berichten van de zijnen.
+
+Den 12den Maart was ik terug aan boord met nog meer brieven en
+couranten. Onze derde winter was goed doorstaan. Helaas, dat er op
+het laatst nog iets heel droevigs moest gebeuren. Wiik werd in de
+derde week van Maart onwel; maar niet zóó, dat we aan iets ernstigs
+dachten. Hij had geen eetlust en kreeg den 26sten hevige pijn in
+de zijde. Den volgenden dag moest hij blijven liggen; de pijn in
+de rechterzij hield aan, en ik begon voor borstvliesontsteking te
+vreezen. Eerst behandelden wij hem met koude omslagen, later met
+mosterdpleisters en pappen, en in den nacht op den 28sten schertste
+hij weer met ons en voelde zich beter. Maar in den namiddag namen de
+pijnen toe; er kwam benauwdheid bij, en de pols ging tot honderd-vier
+slagen in de minuut. Wij hadden een electrische leiding tusschen het
+woonhuis en het schip. Den 30sten Maart schreef ik in mijn dagboek:
+"Wiik is veel beter. Temperatuur van morgen 38.8 graden, met kalmen
+pols; eetlust neemt toe en spijsvertering goed."
+
+En toch, dien nacht werd ik door de electrische bel gewekt; Wiik was
+veel erger. Ik schreef aan kapitein Tilton, die een dokter aan boord
+had, dien te zenden en stuurde Jimmi er mee naar Herscheleiland, maar
+eer hij vertrokken was, had onze beste vriend Wiik reeds den laatsten
+adem uitgeblazen. Onzegbaar treurig bleven we dien nacht bij den doode;
+hij was voor ons allen een goed vriend geweest, en door zijn opgewekt
+humeur had hij veel tot de onderlinge aangename verhouding bijgedragen.
+
+Het werk moest ons over de droefheid heen helpen. Lund had den 3den
+April de zwartgeverfde doodkist gereed, waar Wiik in werd gelegd,
+in afwachting, dat de grond zoo ver zou zijn ontdooid, dat we onzen
+vriend konden begraven. Op het toegeschroefde deksel spreidden we de
+noorsche vlag.
+
+Den 2den Mei kwam vroeg in den morgen een Indiaan aan boord met de
+eerste regelmatige post, die over Edmonton en Fort Mc Pherson aan
+de Yukon naar Herschel was gekomen. Luitenant Hansen en ik waren
+de gelukkigen, ieder van ons kreeg een brief, wel oud maar zeer
+welkom. Den 6den keerden de brengers terug, en daar ze terstond naar
+Aljaska gingen, gaven wij hun eenige brieven mee en een telegram, dat,
+naar ik uitdrukkelijk zei, groote haast had. Het was het bericht van
+Wiik's dood, waardoor ik hoopte te verhinderen, dat zijn oude moeder
+van anderen kant de tijding ontving. Maar het telegram is nooit in
+handen van den heer Firth, den directeur op Fort Mc Pherson gekomen.
+
+Mei was een mooie maand, en den 9den konden we onzen vriend
+begraven. Er werd een kruis met een krans op den grafheuvel geplaatst
+en ik sprak een laatste afscheidswoord.
+
+Een der flinkste Eskimo's, Manitchja, bewees ons in dezen tijd den
+dienst, Manni tot zich te nemen, want ondanks al onze moeite om hem
+te winnen, wilde hij weer naar de Eskimo's. Toch duurde die stemming
+niet lang; na een week was hij al terug, en wij namen hem weer in
+genade aan.
+
+Het duurde nog lang, nadat onze toebereidselen klaar waren, eer het ijs
+opbrak; eerst den 10den Juli 1906 ontdekten wij drie walvischvaarders
+in het open water buiten King Point, het was nog onzeker, of het hun
+gelukken zou geheel naar buiten te komen; maar het ging. Nu was ook
+onze tijd gekomen; alles was gereed voor het vertrek. Onze lieve _Gjöa_
+begon het laatste deel van haren tocht. Toen we langs Wiik's graf
+kwamen, lieten we de vlag dalen en zonden hem onzen laatsten groet.
+
+Op Herscheleiland moesten wij nog lang wachten op het verder losgaan
+van het ijs; het eiland had een prachtigen plantengroei, waar King
+Point een ware woestijn bij was, maar de Eskimo's hadden al het
+primitieve verloren, en de jeugd vertoonde duidelijk de sporen van
+een sterke vermenging van rassen. Daar op Herscheleiland ondervonden
+wij het groote leed, dat onze Manni verdronk; hij was alleen in een
+boot aan het eenden jagen, en in het gezicht van de _Gjöa_ stond hij
+in het bootje, toen dat door een windstoot omsloeg.
+
+Hoewel dadelijk een boot uitgezet werd, gelukte het niet zijn lijk
+te vinden, ook niet na herhaalde pogingen in den loop der week
+gedaan. Het was een zwaar verlies voor ons allen; wij hadden hem zoo
+graag naar de beschaafde wereld mede genomen, om te zien wat er van
+hem te maken viel.
+
+Het werd 9 Augustus, eer voor goed de reis naar het Westen werd
+voortgezet, en nog was de vaart vol moeilijkheden in de negen dagen,
+die ons van den 18den scheidden, toen we om Point Barrow, Amerika's
+noord-westpunt voeren. Den 30sten kwam kaap Prins van Wales, de
+oostelijke rots aan den ingang van de Beringstraat in zicht. Wij waren
+dus Aljaska voorbijgevaren, het land, waar ik op mijn voorjaarspostreis
+kennis mee had gemaakt, waar ik veel gastvrijheid had gevonden aan
+de Yukon, in Fort Mc Pherson, Circle City en Eagle City, in welke
+laatste plaats ik twee maanden had doorgebracht.
+
+Bij Point Barrow had ik uit Nome, de uiterste noordwestelijke bewoonde
+plaats aan de Beringstraat, een schrijven gekregen, of wij de gasten
+der stad Nome wilden zijn. De menschen toonden wel, die uitnoodiging
+hartelijk te meenen. De vriendelijkheid, waarmee we daar werden
+opgenomen en de eindelooze geestdrift, waarvan de _Gjöa_ het voorwerp
+was, zullen voor alle tijden tot de aangenaamste herinneringen onzer
+reis blijven behooren.
+
+
+
+Amundsen besluit zijn reisverhaal te Nome. Uit de dagbladen heeft men
+vernomen, dat de leden der expeditie over San Francisco naar Europa
+zijn teruggekeerd. Of de _Gjöa_ in andere handen is overgegaan, en
+in welke, is ons onbekend; Amundsen deelt het niet mee in zijn verhaal.
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's De Noordwestelijke Doorvaart, by Roald Amundsen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NOORDWESTELIJKE DOORVAART ***
+
+***** This file should be named 21878-8.txt or 21878-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/1/8/7/21878/
+
+Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/21878-8.zip b/21878-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..3b82eb8
--- /dev/null
+++ b/21878-8.zip
Binary files differ
diff --git a/21878-h.zip b/21878-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..18fdae6
--- /dev/null
+++ b/21878-h.zip
Binary files differ
diff --git a/21878-h/21878-h.htm b/21878-h/21878-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..c948f10
--- /dev/null
+++ b/21878-h/21878-h.htm
@@ -0,0 +1,5325 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2014-05-19T19:00:08Z. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta name="generator" content=
+"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org">
+<title>De Noordwestelijke Doorvaart</title>
+<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=us-ascii">
+<meta name="generator" content=
+"tei2html.xsl, see http://code.google.com/p/tei2html/">
+<meta name="author" content="Roald Amundsen">
+<link rel="coverpage" href="images/new-cover.jpg">
+<link rel="schema.DC" href=
+"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="DC.Creator" content="Roald Amundsen">
+<meta name="DC.Title" content="De Noordwestelijke Doorvaart">
+<meta name="DC.Date" content="2007-06-20">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<meta name="DC.Rights" content=
+"Dit boek is vrij van auteursrechten in de Verenigde Staten. Als u elders woont, controleer dan de wetgeving in uw land voordat u dit boek download.">
+<meta name="DC.Identifier" content=
+"http://www.gutenberg.org/etext/21878">
+<style type="text/css">
+body
+{
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+font-size: 100%;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+/* Titlepage */
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+text-align: center;
+}
+.titlePage .docTitle
+{
+line-height: 3.5em;
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .docTitle .mainTitle
+{
+font-size: 1.8em;
+}
+.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle
+{
+font-size: 1.44em;
+}
+.titlePage .byline
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-size:1.2em;
+line-height:1.72em;
+}
+.titlePage .byline .docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .figure
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.titlePage .docImprint
+{
+margin: 4em 0% 0em 0%;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.72em;
+}
+.titlePage .docImprint .docDate
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+/* End Titlepage */
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+background-color:#FFFEE0;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.correctiontable
+{
+width: 75%;
+}
+.width20
+{
+width: 20%;
+}
+.width40
+{
+width: 40%;
+}
+.indextoc
+{
+text-align: center;
+}
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+.fnarrow
+{
+color: #AAAAAA;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+}
+.apparatusnote
+{
+text-decoration: none;
+}
+table.alignedtext, table.alignedverse
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.alignedtext td
+{
+vertical-align: top;
+width: 50%;
+}
+table.alignedverse
+{
+vertical-align: top;
+}
+table.alignedtext td.first, table.alignedverse td.first
+{
+border-width: 0 0.2px 0 0;
+border-color: gray;
+border-style: solid;
+padding-right: 10px;
+}
+table.alignedtext td.second, table.alignedverse td.second
+{
+padding-left: 10px;
+}
+table.alignedverse td.first, table.alignedverse td.second
+{
+width: 45%;
+}
+table.alignedverse td.linenumbers
+{
+width: 10%;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .h3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h4, .h4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocPart
+{
+margin:1.58em 0%;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+.opener, .address
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline
+{
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl
+{
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+.figure
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+.figAnnotation
+{
+font-size:80%;
+position:relative;
+margin: 0 auto; /* center this */
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft
+{
+float: left;
+}
+.figTop, .figBottom
+{
+}
+.figTopRight, .figBottomRight
+{
+float: right;
+}
+.hangq
+{
+text-indent: -0.32em;
+}
+.hangqq
+{
+text-indent: -0.40em;
+}
+.hangqqq
+{
+text-indent: -0.71em;
+}
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+img
+{
+border-width:0;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+.marginnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+float:left;
+width:2em;
+height:12pt;
+display:block;
+}
+/* Tables */
+tr, td, th
+{
+vertical-align: top;
+}
+td.bottom
+{
+vertical-align: bottom;
+}
+td.label, tr.label td
+{
+font-weight: bold;
+}
+td.unit, tr.unit td
+{
+font-style: italic;
+}
+span.sum
+{
+padding-top: 2px; border-top: solid black 1px;
+}
+/* Table border styles */
+/* Table with borders on the outside and between the table head and data. */
+table.borderOutside
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.borderOutside td
+{
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+}
+table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop
+{
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellHeadBottom
+{
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellBottom
+{
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft
+{
+border-left: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight
+{
+border-right: 2px solid black;
+}
+/* Table with borders on the vertical inside edges. */
+table.verticalBorderInside
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.verticalBorderInside td
+{
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+border-left: 1px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop
+{
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellHeadBottom
+{
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellBottom
+{
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft
+{
+border-left: 0px solid black;
+}
+/* Table with borders on all edges, outer edges somewhat fatter. */
+table.borderAll
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.borderAll td
+{
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+border: 1px solid black;
+}
+table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop
+{
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellHeadBottom
+{
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.borderAll .cellBottom
+{
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft
+{
+border-left: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight
+{
+border-right: 2px solid black;
+}
+/* Special purpose tables: */
+table.intralinear
+{
+display: inline;
+border-collapse: collapse;
+}
+table.intralinear td
+{
+font-size: small;
+text-align: center;
+}
+table.ditto
+{
+display: inline;
+border-collapse: collapse;
+vertical-align: bottom;
+}
+table.ditto tr.s
+{
+height: 0;
+color: white;
+line-height: 0;
+}
+table.ditto tr.s td
+{
+padding: 0px;
+}
+table.ditto tr.d td
+{
+text-align: center;
+line-height: 10pt;
+}
+/* Poetry */
+.lgouter
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */
+}
+.lg
+{
+text-align: left;
+}
+.lg h4, .lgouter h4
+{
+font-weight: normal;
+}
+.lg .linenum, .sp .linenum, .lgouter .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left: 16%;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+p.line
+{
+margin: 0 0% 0 0%;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+color: white;
+}
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+/* Drama */
+.speaker
+{
+font-weight: bold;
+margin-bottom: 0.4em;
+}
+.sp .line
+{
+margin: 0 10%;
+text-align: left;
+}
+/* End Drama */
+/* right aligned page number in table of contents */
+span.tocPageNum, span.flushright
+{
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+}
+table.tocList
+{
+width: 100%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+border-width: 0;
+border-collapse: collapse;
+}
+td.tocPageNum, td.tocDivNum
+{
+text-align: right;
+width: 10%;
+border-width: 0;
+}
+td.tocDivNum
+{
+padding-left: 0;
+padding-right: 0.5em;
+}
+td.tocPageNum
+{
+padding-left: 0.5em;
+padding-right: 0;
+}
+td.tocDivTitle
+{
+width: auto;
+}
+span.corr, span.gap
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+/* Font Styles and Colors */
+.ex
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+.uc
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+.tt
+{
+font-family: monospace;
+}
+.underline
+{
+text-decoration: underline;
+}
+/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */
+.overline, .overtilde
+{
+text-decoration: overline;
+}
+.rm
+{
+font-style: normal;
+}
+.red
+{
+color: red;
+}
+/* End Font Styles and Colors */
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+.aligncenter, div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+h1, h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+h1.label, h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h5, h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+p
+{
+text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0em 0.05em 0 0;
+padding: 0px;
+line-height: 0.8em;
+font-size: 420%;
+vertical-align:super;
+}
+.lg
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote, div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+td.galleryFigure
+{
+text-align: center;
+vertical-align: middle;
+}
+td.galleryCaption
+{
+text-align: center;
+vertical-align: top;
+}
+ul { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+/* External Links */
+.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .seclink
+{
+background-repeat: no-repeat;
+background-position: right center;
+}
+.pglink
+{
+background-image: url(images/book.png);
+padding-right: 18px;
+}
+.catlink
+{
+background-image: url(images/card.png);
+padding-right: 17px;
+}
+.exlink, .wplink, .biblink, .seclink
+{
+background-image: url(images/external.png);
+padding-right: 13px;
+}
+.pglink:hover
+{
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover
+{
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover
+{
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+.titlePage
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum, .stage
+{
+color: #001FA4;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+color: #001FA4;
+font-weight: bold;
+}
+sub, sup
+{
+line-height: 0;
+}
+.pagenum, .linenum
+{
+speak: none;
+}
+</style>
+
+<style type="text/css">
+.xd21e95width
+{
+width:540px;
+}
+.xd21e107width
+{
+width:720px;
+}
+.xd21e111
+{
+background: url(images/ib1909-113.gif) no-repeat top left;
+padding-top: 50px;
+}
+.xd21e111init
+{
+float: left;
+width: 95px;
+height: 90px;
+background: url(images/ib1909-113.gif) no-repeat;
+background-position: 0px -50px;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd21e248width
+{
+width:482px;
+}
+.xd21e263width
+{
+width:475px;
+}
+.xd21e345width
+{
+width:460px;
+}
+.xd21e353width
+{
+width:720px;
+}
+.xd21e418width
+{
+width:502px;
+}
+.xd21e443width
+{
+width:706px;
+}
+.xd21e459width
+{
+width:720px;
+}
+.xd21e551width
+{
+width:658px;
+}
+.xd21e568width
+{
+width:720px;
+}
+.xd21e624width
+{
+width:314px;
+}
+.xd21e646width
+{
+width:720px;
+}
+.xd21e670width
+{
+width:720px;
+}
+.xd21e730width
+{
+width:543px;
+}
+.xd21e745width
+{
+width:303px;
+}
+.xd21e751width
+{
+width:720px;
+}
+.xd21e755
+{
+background: url(images/ib1909-209.gif) no-repeat top left;
+padding-top: 50px;
+}
+.xd21e755init
+{
+float: left;
+width: 95px;
+height: 90px;
+background: url(images/ib1909-209.gif) no-repeat;
+background-position: 0px -50px;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd21e836width
+{
+width:380px;
+}
+.xd21e845width
+{
+width:381px;
+}
+.xd21e882width
+{
+width:720px;
+}
+.xd21e979width
+{
+width:720px;
+}
+.xd21e986width
+{
+width:576px;
+}
+.xd21e995width
+{
+width:720px;
+}
+.xd21e1087width
+{
+width:410px;
+}
+.xd21e1096width
+{
+width:437px;
+}
+.xd21e1136width
+{
+width:660px;
+}
+.xd21e1191width
+{
+width:701px;
+}
+.xd21e1220width
+{
+width:706px;
+}
+.xd21e1241width
+{
+width:720px;
+}
+.xd21e1329width
+{
+width:363px;
+}
+.xd21e1378width
+{
+width:567px;
+}
+.xd21e1415width
+{
+width:720px;
+}
+.xd21e1428width
+{
+width:720px;
+}
+.xd21e1536width
+{
+width:344px;
+}
+.xd21e1551width
+{
+width:319px;
+}
+.xd21e1573width
+{
+width:214px;
+}
+@media handheld
+{
+.xd21e111
+{
+background-image: none;
+padding-top: 0;
+}
+.xd21e111init
+{
+float: none;
+width: auto;
+height: auto;
+background-image: none;
+text-align: right;
+color: inherit;
+font-size: inherit;
+}
+.xd21e755
+{
+background-image: none;
+padding-top: 0;
+}
+.xd21e755init
+{
+float: none;
+width: auto;
+height: auto;
+background-image: none;
+text-align: right;
+color: inherit;
+font-size: inherit;
+}
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's De Noordwestelijke Doorvaart, by Roald Amundsen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
+
+
+Title: De Noordwestelijke Doorvaart
+ De Aarde en haar Volken, 1909
+
+Author: Roald Amundsen
+
+Release Date: June 20, 2007 [EBook #21878]
+[Last updated: May 24, 2014]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NOORDWESTELIJKE DOORVAART ***
+
+
+
+
+Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<div class="front">
+<div class="div1 cover">
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd21e95width"><img src="images/new-cover.jpg" alt=
+"Nieuw ontworpen voorkant." width="540" height="720"></div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e99" href="#xd21e99" name=
+"xd21e99">113</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div class="div1 article">
+<div class="divHead">
+<h2 class="main">De Noordwestelijke Doorvaart.</h2>
+<p class="byline">Uit Roald Amundsen&rsquo;s verhaal van zijn pooltocht
+met de Gj&ouml;a van 1906 tot 1907.</p>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd21e107width"><img src="images/p1909-113.jpg" alt=
+"Op het dek van de Gj&ouml;a." width="720" height="374">
+<p class="figureHead">Op het dek van de Gj&ouml;a.</p>
+</div>
+<p class="xd21e111"><span class="xd21e111init">B</span>oven de
+ontdekkingsreizen, die de poollanden met hun eeuwig ijs tot doel
+hadden, spant zich niet alleen de reine glans, die afstraalt van de
+witte sneeuwvelden, maar ook de weerschijn van heilige geestdrift. Als
+men de expedities voor de vischvangst, waar het poolonderzoek overigens
+veel aan verplicht is, uitzondert, mag men gerust aannemen, dat zelfs
+de vurigste dweper den weg naar het poolland nooit heeft ingeslagen in
+de hoop, daar gouden bergen te vinden. De pooltochten zijn ondernomen
+in den dienst der wetenschap, en ondanks allen tegenspoed, waardoor
+zoovelen ontmoedigd en onverrichterzake moesten terugkeeren, zijn de
+stormloopen op dat onbekende telkens herhaald en tot het heden toe
+worden ze nog hernieuwd.</p>
+<p>Er worden bressen geslagen in den ijsmuur, zoodat de pool wereld
+haar geheimen moet ontsluieren, en een groote overwinning behaalde
+Nordenskj&ouml;ld, toen hij de Noordoostelijke Doorvaart in 1878
+volvoerde. Reeds een menschenleeftijd vroeger hadden John Franklin en
+de Franklinexpedities de zekerheid gebracht, dat zich langs de
+noordkust van het noord-amerikaansche vasteland een strook open water
+bevond; en allerlei andere bressen zijn door stoutmoedige poolvaarders
+geopend; groote offers zijn ervoor gebracht, ook en vooral voor de
+Noordwestelijke Doorvaart.</p>
+<p>Geen enkele tragedie van het poolijs heeft de menschen zoo diep
+getroffen als die van John Franklin en de zijnen; maar geen enkele
+heeft ook zoozeer tot hervatting van de poging aangespoord.</p>
+<p>Men wist het, er moest een zeeweg wezen noordwaarts om Amerika heen,
+maar men wist niet, of er schepen door konden en nog niemand was ooit
+van het Oosten naar het Westen erdoor gevaren. Die onopgeloste vraag
+liet de gemoederen niet met rust, en zij was nooit uit de gedachten van
+iemand, wiens geest sinds zijn kinderjaren vervuld was geweest van het
+groote drama der Franklinexpeditie.</p>
+<p>Zooals de <i>Vega</i> de heele reis van het Westen uit had gemaakt,
+zoo moest een schip van het Oosten uit den tocht langs Noord-Amerika
+geheel afleggen. Aan het kleine schip, de <i>Gj&ouml;a</i>, was het lot
+beschoren, die taak te mogen vervullen.</p>
+<p>Dat had de <i>Gj&ouml;a</i> niet gedroomd, toen ze op de
+Rosendalwerf te Hardanger als haringschuit werd gebouwd. Ofschoon er
+tusschen de fjorden veel wordt gedroomd!</p>
+<p>En ook de toekomstige kapitein zou het niet hebben durven vermoeden,
+toen de berichten over John Franklin zijn fantazie van acht- of negen
+jarigen knaap gevangen hielden. Ofschoon de knaap wel velerlei droomen
+kon!</p>
+<p>De 30ste Mei van het jaar 1889 werd een merkwaardige dag in het
+leven van veel noorsche <span class="pagenum">[<a id="xd21e136" href=
+"#xd21e136" name="xd21e136">114</a>]</span>jongens. In het mijne ten
+minste is hij onvergetelijk. Het was de dag, toen Frithiof Nansen van
+zijn Groenlandsche reis terugkeerde. Op dien zonnigen dag kwam de jonge
+noorsche skilooper den fjord van Christiania binnenglijden, door de
+geheele wereld bewonderd om de moedige daad, die hij had volbracht, de
+overmoedige, de onmogelijk geachte daad! Mei vierde haar mooiste
+lentefeest aan den fjord, de stad vierde mee feest, en het volk liet
+zich niet onbetuigd.... Ik liep op dien dag met een snel kloppend hart
+tusschen de vlaggen en het hoerageroep. Al mijn droomen uit de
+kindsheid waren opnieuw ontwaakt, en voor de eerste maal ging door mijn
+innerste wezen de fluistering: &ldquo;Als gij nog eens de
+Noordwestelijke Doorvaart zoudt kunnen tot stand brengen!&rdquo;</p>
+<p>Toen kwam het jaar 1893. En Nansen ging weer naar het Noorden.</p>
+<p>Het was mij te moede, als moest ik mee!</p>
+<p>Maar ik was nog te jong. Mijn moeder smeekte mij, thuis en bij mijn
+studie te blijven. En ik bleef.</p>
+<p>Toen stierf mijn moeder. Een tijdlang streed ik den zwaren strijd,
+of ik haar wensch mocht weerstreven; maar het moest; niets kon mijn
+drang naar het verre doel tegenhouden; ik liet de studie varen en
+besloot mij voor te bereiden op het werk van den poolvaarder.</p>
+<p>In het jaar 1894 voer ik op de oude <i>Magdalene</i> als
+lichtmatroos van T&ouml;nsberg uit op de zeehondenvangst in de IJszee.
+Dat was mijn eerste ontmoeting met het poolijs, en zij beviel mij best.
+De tijd verliep en ik maakte vorderingen. In de jaren 1897 tot 1899
+voer ik als stuurman met de belgische antarctische expeditie onder
+leiding van Adrien de Gerlache naar de Zuidelijke IJszee. In dien tijd
+rijpte mijn plan, om den droom mijner kindsheid te verwezenlijken en
+aan de doorvaart om het Noord-westen te verbinden de studie van den
+tegenwoordigen toestand der magnetische Noordpool.</p>
+<p>Van invloedrijke en wetenschappelijke mannen kreeg ik inlichtingen
+en goeden raad, en eindelijk kwam ook de dag, dat ik mijn plan aan
+Frithiof Nansen mocht voorleggen.</p>
+<p>Nansen gaf zijn bijval, maar zelfs daarmee was nog niet alles
+bereikt, want voor een pooltocht is geld, veel geld noodig, en ik bezat
+niet veel. Dat, wat ik mijn eigendom kon noemen, was juist voldoende
+voor een schip en de wetenschappelijke instrumenten. En zoo bleef mij
+niets anders over dan er op uit te gaan, om te trachten belangstelling
+te wekken voor de expeditie bij menschen, die konden helpen. Het was
+een gang door spitsroeden, en ik wou dien niet graag nog eens overdoen!
+Maar de bemoedigende ervaringen waren het talrijkst; aan mijn drie
+broeders had ik veel steun.</p>
+<p>Mijn keus van een schip viel op een in Troms&ouml; thuis behoorend
+jacht, de <i>Gj&ouml;a</i>, dat in 1872 gebouwd was, zooals ik zei, op
+de werf van Rosendal te Hardanger. De eigenaar was de schipper
+Asbj&ouml;rn Sexe van Haugesund. Nadat het lang op de haringvangst was
+geweest, voer het in de IJszee en had meermalen zijn deugdelijkheid
+bewezen. In 1901, het jaar, waarin ik het schip kocht, liet ik het voor
+een zomertocht in de IJszee uitrusten, deed er een proeftocht mee en in
+Mei 1902 werden in Drontheim de nog noodige verbeteringen aangebracht
+in de werkplaats van Isidor Nielsen, waar er vrijwat smeedwerk aan werd
+verricht. Onze kleine motor, die bijzonder licht en practisch was, 13
+P. U., kon door transmissie met alles, wat gedreven kon worden, in
+verbinding worden gebracht. Hij werd ons aller lieveling. Als hij niet
+liep, was het, of een goed vriend afwezig was. Ik kan gerust zeggen,
+dat wij onze gelukkige vaart door de Noordwestpassage aan onze
+uitstekende kleine machine te danken hebben.</p>
+<p>In het voorjaar van 1903 legde de <i>Gj&ouml;a</i> in de haven van
+Christiania aan, om geproviandeerd te worden en van haar uitrusting
+voorzien. De groote proviandkisten, alle van &eacute;&eacute;n model,
+werden als blokken in een bouwdoos verpakt, en alles was zoo prachtig
+in orde, dat wij aan boord van onze kleine <i>Gj&ouml;a</i>
+levensmiddelen en verdere uitrusting voor vijf jaren konden innemen. In
+Mei was het schip tot de afvaart gereed, en alle deelnemers aan de
+expeditie waren bijeen.</p>
+<p>Het waren de eerste luitenant Godfred Hansen, geboren in Kopenhagen
+in 1876. Hij was eerste officier der expeditie. Gedurende zijn
+diensttijd bij de deensche marine had hij verscheiden vaarten naar
+IJsland en de Far&ouml;er gedaan en hij stelde levendig belang in het
+poolonderzoek. Behalve eerste officier was hij ook onze astronoom,
+geoloog en photograaf.</p>
+<p>Dan Antoon Lund, eerste stuurman, geboren te Troms&ouml; in 1864.
+Hij was al aan het varen naar het hooge Noorden gewend, daar hij op een
+walvischvaarder jaren lang harpoenier was geweest.</p>
+<p>Verder Peter Ristvedt, geboren te Sandsv&auml;r in 1873, die als
+assistent aan de proefvaart van de <i>Gj&ouml;a</i> in 1901 deelgenomen
+had en onze meteoroloog en eerste machinist was.</p>
+<p>Helmer Hansen, tweede stuurman aan boord, geboren in Vesteralen in
+1870, die al menige reis naar het Noorden had gedaan.</p>
+<p>Gustav Juel Wiik, geboren te Horten in 1878. Hij had zijn opleiding
+genoten aan het magnetisch observatorium te Potsdam en was mijn helper
+bij de magnetische waarnemingen; hij was tweede machinist.</p>
+<p>Adolf Hendrik Lindstr&ouml;m, geboren te Hammerfest in 1865, de kok
+der expeditie. Als kok had hij deelgenomen aan de tweede
+ontdekkingsreis van de Fram.</p>
+<p>Eenigen tijd bleven er nog geldzorgen, en eerst in Juni was alles in
+orde en wij konden aan boord van ons scheepje gaan en de vaart
+beginnen, om, als zoovele van onze voorgangers en in hun sporen, onze
+taak in den dienst der menschelijke wetenschap te aanvaarden.</p>
+<p>De tijd van wachten was ons allen zwaar gevallen en het was een
+groote verlichting, toen we eindelijk de haven verlieten. Buiten de
+zeven deelnemers waren alleen nog maar mijn drie broeders aan boord,
+die ons den Christianiafjord uit wilden geleiden.</p>
+<p>Om zes uur in den morgen bereikten we de haven van Horten, waar wij
+tweehonderd kilo schietkatoen innamen. Springstoffen kunnen bij een
+poolexpeditie van groot nut wezen, en het zou verkeerd zijn, ze niet
+mee te nemen, zelfs als men ze, zooals bij ons het geval was, blijkt
+niet noodig te hebben. <span class="pagenum">[<a id="xd21e191" href=
+"#xd21e191" name="xd21e191">115</a>]</span></p>
+<p>Om elf uur in den voormiddag waren we bij F&auml;rder. Het weer was
+beter geworden, en de regen had opgehouden. Toen we de boegseertros los
+wilden maken, brak die van zelf af en bespaarde ons dus moeite, en met
+volle zeilen voer de <i>Gj&ouml;a</i> nu v&oacute;&oacute;r den wind
+naar het Zuiden en salueerde met de vlag een laatsten groet aan de
+vrienden tehuis. Lang keken wij de loodsboot na, lang wuifden we met
+onze mutsen en beantwoordden de toegezonden groeten.</p>
+<p>Nu eerst waren wij alleen, en de tocht was in allen ernst
+begonnen.</p>
+<p>Daar de <i>Gj&ouml;a</i> zeer beladen was, ging het niet snel
+voorwaarts. Daar alles vooruit in orde was gebracht, konden wij
+terstond onze vaste diensten geregeld waarnemen. Wat een heerlijkheid,
+geen tegenheden, geen schuldeischers, geen vervelende ongeluksprofeten,
+geen spottende gezichten... Niemand dan wij zevenen, die daar waren
+waar ze wilden wezen en die in goed vertrouwen en vol hoop de toekomst
+tegengingen.</p>
+<p>De vuurtoren van Lister was het laatste, dat we van het vasteland te
+zien kregen. In de Noordzee kwamen een paar windstooten, die voor
+diegenen van ons, wier zeevastheid nog komen moest, minder aangenaam
+waren. De honden waren nu los gemaakt en liepen vrij rond. Op dagen,
+dat de zee hol stond en het schip slingerde, liepen ze van den een naar
+den ander, als om hun nood te klagen en onze gezichten te bestudeeren.
+De hun toegemeten kost, een gedroogde visch en een liter water per dag,
+is voor hun eetlust lang niet voldoende en ze beproefden op alle
+mogelijke manieren iets extra&rsquo;s te veroveren. Ze waren onder
+elkander oude bekenden en leven in vrede ten minste wat de mannelijke
+leden van het gezelschap betreft; maar bij de beide dames Kari en
+Silla, gaat het niet zoo goed. Kari is de oudste van de twee en zij
+verlangt onvoorwaardelijke gehoorzaamheid van de andere, die, daar ze
+ook al een volwassen dame is, zich daar niet in kan schikken. Zij
+zitten elkaar dus nog al eens in het haar; maar Ola, die als hoofd van
+den troep erkend schijnt, zoekt den strijd zooveel mogelijk te
+verhinderen. Het is een onbetaalbare aanblik, als de oude Ola, een
+hond, zoo verstandig als ik weinig honden heb ontmoet, met de beide
+dameshonden, elk aan een kant van hem, rondspringt en een vechtpartij
+tracht te voorkomen.</p>
+<p>Het dagelijksche leven ging al spoedig zijn geregelden gang, en
+ieder van de deelnemers maakte den indruk, alsof hij uitstekend op zijn
+plaats was bij het hem aangewezen werk, zooals ook inderdaad het geval
+was. Wij hebben een republikeinsch bestuur op de <i>Gj&ouml;a</i>
+ingericht; er zijn geen strenge wetten, want ik weet zelf, hoe
+onaangenaam de strenge discipline is op de open zee. Men kan uitstekend
+werk erlangen, zonder dat de roede der tucht steeds wordt gezwaaid.</p>
+<p>In aansluiting bij mijn eigen ervaring had ik besloten, zooveel
+mogelijk aan boord de vrijheid te handhaven; ieder moest het gevoel
+hebben, dat hij binnen zijn eigen terrein heer en meester was. Daardoor
+ontstaat bij verstandige menschen vanzelf een vrijwillige tucht, die
+veel grooter waarde heeft dan de afgedwongene. Daarbij krijgt ieder
+enkeling het bewustzijn, een mensch te zijn, waar mee gerekend wordt
+als met een denkend wezen, en geen machine die maar wordt opgewonden.
+De arbeidslust wint er altijd bij en daarmee het werk ook. Ik zou ieder
+wel het op de <i>Gj&ouml;a</i> ingevoerde stelsel willen
+aanbevelen.</p>
+<p>Mijn metgezellen schenen deze opvatting ook zeer te waardeeren, en
+de overtocht met de <i>Gj&ouml;a</i> leek meer op een vacantiereis van
+kameraden dan op de voorbereiding op een ernstigen, jarenlangen strijd
+met moeilijkheden.</p>
+<p>Den 25sten Juni voeren wij tusschen Fair Isle en de Orkaden den
+Atlantischen Oceaan binnen, en toen had men ons moeten zien! Met volle
+zeilen en een frissche bries ging het pijlsnel westwaarts. Zij danste
+op de golven, onze <i>Gj&ouml;a</i>, wedijverend in snelheid met de
+meeuwen!</p>
+<p>Tegen het eind van Juli brak er onder de honden een ziekte uit. Het
+leek wel, of hun verstand het eerst werd aangedaan; ze wandelden suf op
+het dek in het rond en zagen en hoorden niets. Het voeder smaakte hun
+niet of ze gebruikten volstrekt niets. Nadat het zoo een paar dagen had
+geduurd, werden de pati&euml;nten aan de achterpooten lam en sleepten
+zich maar met moeite voort. Ten slotte volgden stuipen en wij moesten
+ze met een kogel uit hun lijden verlossen. Op deze wijze verloren wij
+twee prachtige dieren, Kari en Jozef, overigens tot groote vreugde van
+Silla, die nu de eenige hen in de korf was.</p>
+<p>De vier overgebleven honden begonnen zich intusschen erg te
+vervelen; ledigheid is des duivels oorkussen ook bij dieren. Lurven en
+Bismarck, die tot nu toe zeer gehoorzaam aan Ola waren geweest,
+begonnen thans weerspannig te worden en weigerden gehoorzaamheid. De
+eerstgenoemde hond stookte Bismarck op. Dat was een groote, prachtige
+hond van ongeveer twee jaren met een bek vol mooie tanden; aan
+Ola&rsquo;s tanden had de tijd al geknaagd, al omgaf hem een zekere
+waardigheid als aanvoerder, zoodat de anderen zich wel zouden bedenken,
+eer ze hem aanvielen. Maar Lurven wist er wel raad op. In galop stoof
+hij op Ola af, en Bismarck, die aan een grap dacht, sloot zich bij zijn
+kameraad aan. Dichtbij Ola gekomen, hield Lurven plotseling stil,
+waarop Bismarck, die niet op de list was voorbereid, in den muil van
+Ola liep. Hij werd door den ervaren Ola dan ook toegetakeld.</p>
+<p>Wij zagen nu scherp uit naar ijs en op den 9den Juli ontdekten we
+twee smalle strepen, die in zee op en neer golfden; toen wisten wij,
+dat nu spoedig de hoofdmassa van het ijs zich zou vertoonen. En
+inderdaad spoedig hadden wij het pakijs dicht bij ons. In zijn gevolg
+kwam nevel opzetten, de trouwe begeleider van het ijs, die ons
+gedurende een groot deel onzer reis in de arctische wateren gezelschap
+heeft gehouden.</p>
+<p>Den 11den Juli om half drie in den namiddag kregen we land in het
+gezicht, iets ten westen van kaap Farewell aan Groenlands zuidpunt. De
+hooge, verbrokkelde rotskust leverde een prachtigen aanblik op. Het
+leek, alsof het ijs tot vlak aan de kust lag. Gedachtig aan den raad
+van de schotsche walvischvangers Milne en Adams, hield ik mij ver van
+de kust verwijderd, om niet in het ijs vast te raken. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e235" href="#xd21e235" name=
+"xd21e235">116</a>]</span>Den 13den ontmoetten we de eerste ijsbergen,
+twee eenzame majesteiten. Diegenen onder ons, die nog geen van die
+kolossen hadden gezien, waren er opgewonden van, en de kijkers werden
+vlijtig gebruikt.</p>
+<p>Dien dag voeren we een eind tusschen het ijs en schoten vier groote
+zeehonden. Het versche vleesch smaakte ons overheerlijk na al ons
+pemmikan! En Lindstr&ouml;m had het druk over rolladen en zult en
+worst, totdat alle bewoners van de <i>Gj&ouml;a</i> watertandden. Hij
+vertelde van zijn culinaire triomfen aan boord van de Fram; maar liet
+ons toch niet te lang wachten op zijn daden in het heden.</p>
+<p>Ook den volgenden dag werd aan de zeehondenjacht gedaan met het
+gevolg, dat zeven werden buitgemaakt. De harpoenen en messen waren
+daarbij druk in gebruik, en onze vindingrijke machinist had
+uitgevonden, aan de met de transmissie in verbinding staande
+peilmachine een slijpsteen aan te brengen, die het slijpen uitstekend
+geheel alleen verricht. De vaart langs de westkust van Groenland was
+levendig, en walvisschen zagen we dikwijls v&oacute;&oacute;r het
+schip. IJs zagen wij bijna niet; het was door den krachtigen
+noordenwind naar het Zuiden gedreven.</p>
+<p>Wij deden hier voor de eerste maal de ontdekking, dat het kompas
+niet meer betrouwbaar was, een verschijnsel, dat veel voorkomt aan die
+kust door de veel ijzer bevattende bergen. Verder in zee kon men dan
+ook weer goed op het kompas vertrouwen. Op den mooien, helderen
+zomerdag van den 24sten Juli hoorde men eensklaps roepen: &ldquo;Een
+zeil vooruit!&rdquo; Alle verrekijkers werden voor den dag gehaald, en
+er werd ijverig gegist. Het zou, besloot de meerderheid, ten slotte wel
+een schip zijn van de deensche handelsvloot.</p>
+<div class="figure xd21e248width"><img src="images/p1909-116.jpg" alt=
+"Joviale Eskimo&rsquo;s uit Noord-Groenland." width="482" height="720">
+<p class="figureHead">Joviale Eskimo&rsquo;s uit Noord-Groenland.</p>
+</div>
+<p>Daar werd een kijker met een forschen knap ingeschoven, en er klonk
+een luid gelach.</p>
+<p>&ldquo;Heeren,&rdquo; zei luitenant Hansen, &ldquo;het zijn
+ijsbergen.&rdquo;</p>
+<p>En wij hadden het dek al netjes gemaakt met het oog op mogelijk
+bezoek.....</p>
+<p>Dienzelfden dag kregen wij het eiland Disco in het gezicht, hoog en
+vlak van boven en uit de verte best herkenbaar. Maar het was nog een
+lange weg erheen. Om acht uur &rsquo;s avonds waren we er nog dertig
+zeemijlen vandaan, en eerst om half elf den volgenden voormiddag
+bereikten wij het land. Een rij ijsklippen scheen den toegang tot het
+erachter liggende Godhavn te versperren. Maar al gauw kwam de
+bestuurder der kolonie, Nielsen, met een boot naar buiten, om ons
+welkom te heeten en binnen te loodsen. Zware windstooten kwamen ons
+tegemoet, en wij moesten laveeren, daar de motor het niet alleen kon
+klaarspelen. Des nachts om &eacute;&eacute;n uur wierpen wij het anker
+uit.</p>
+<p>Godhavn ligt op een klein, laag eiland, dat van het eiland Disco
+door een zeer smal kanaal is gescheiden. De plaats telde in 1903
+honderd-acht inwoners, en is de zetel van den groenlandschen
+inspecteur. De stad ligt zeer mooi met in het Noorden den hoogen
+Discoberg en in het Zuiden en Westen de zee, die nu en dan vol is met
+machtige ijsbergen.</p>
+<div class="figure xd21e263width"><img src="images/p1909-117.jpg" alt=
+"Eskimo-schoonheden uit Godhavn." width="475" height="720">
+<p class="figureHead">Eskimo-schoonheden uit Godhavn.</p>
+</div>
+<p>Wij brachten een bezoek aan de autoriteiten van de plaats, den
+inspecteur en den koloniebestuurder. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e269" href="#xd21e269" name="xd21e269">118</a>]</span>Reeds in het
+vorige jaar had ik gecorrespondeerd met den heer inspecteur
+Daugaard-Jensen, en hij had beloofd, mij tien sledehonden met al wat er
+bij behoort, te verschaffen. Hij ontving ons met groote vriendelijkheid
+en kon ons mededeelen, dat alles goed en wel was aangekomen, de slede,
+de kajaks, de ski, twintig vaten petroleum enz. De koninklijk deensche
+Groenlandmaatschappij had de goedheid gehad, de geheele uitrusting op
+een harer schepen hierheen te vervoeren.</p>
+<p>Ons gezelschap deelde zich in twee partijen, de eene zou de noodige
+waarnemingen doen, en de andere zou aan boord alles bezorgen. Luitenant
+Hansen zorgde voor de astronomische, Wiik voor de magnetische
+waarnemingen. Lund en Hansen zorgden voor alles aan boord en maakten
+het schip gereed voor de verdere reis. Ristvedt ijlde heen en weer en
+kwam handen te kort, om nu eens den astronoom, dan weer den magneticus
+te helpen bij het aflezen van den chronometer; nu eens was hij in het
+scheepsruim, en onderzocht de waterbassins, dan weer bij de machines en
+tapte petroleum af.</p>
+<p>Het was een drukke tijd! Maar wat vorderde alles goed! Allen schenen
+bezield door een zelfde gevoel, dat al het werk goed moest gaan, opdat
+we zoo gauw mogelijk klaar waren en verder konden varen.</p>
+<p>Lindstr&ouml;m verstond het, de heele machinerie te smeren, en wel
+op zijn manier. Hij was overal, handelde met de Eskimo&rsquo;s over een
+gezouten of verschen zalm, over een eidereend of een lomme. En in dezen
+tijd was dus onze spijskaart afwisselend genoeg. Lindstr&ouml;m&rsquo;s
+munten waren de half verschimmelde honigkoeken van den bakker uit
+Christiania, en al waren ze ook niet klinkend en zelfs niet lekker, ze
+bleken toch gangbaar. Als een Eskimo op het schip verscheen, om handel
+te drijven, werd Lindstr&ouml;m op het dek gehaald; de onderhandelingen
+werden in de Eskimotaal gevoerd en in goed Noordland-Noorsch. De
+antwoorden vielen van beide zijden wel wat omslachtig uit, en de
+Eskimo&rsquo;s werden al bescheidener en angstiger tegenover de
+vaderlijke, neerbuigende manieren van Lindstr&ouml;m, die niets ter
+wereld miste of verlangde.</p>
+<p>Wij, die wisten, dat onze lieve kok geen woord van de taal der
+Eskimo&rsquo;s kende, stonden om het paar heen en konden het lachen
+haast niet laten. Als dan de onderhandelingen een poosje hadden
+geduurd, maakt Lindstr&ouml;m een teeken van plotseling begrijpen en
+verdween in het scheepsruim. Zelfbewust en vergenoegd keert hij terug
+met onder elken arm een honigkoek. De Eskimo ziet hem met groote
+verbazing aan; hij heeft namelijk voor zijn zalm tabak willen hebben.
+Maar bij de poging, om Lindstr&ouml;m zijn vergissing duidelijk te
+maken, stuit hij op een goedmoedige, neerbuigende, vaderlijke
+onontvankelijkheid. Lindstr&ouml;m neemt den zalm aan, de man krijgt de
+koeken, en de zaak is beklonken. Het naspel is intusschen nog het
+aardigst, namelijk als Lindstr&ouml;m droogweg vertelt, dat hij ieder
+woord van den Eskimo heeft verstaan.</p>
+<p>Het aangename verblijf te Godhavn werd verbitterd door de muggen,
+die ons van het begin tot het eind zoo hevig kwelden, dat wij vaak
+onder het werken in de kajuit moesten vluchten, om een poosje rust van
+de kwelgeesten te hebben. Den 31sten Juli waren we klaar. De
+waarnemingen waren gedaan, en de uitrusting was aan boord gebracht. Ik
+had aan ieder van de deelnemers aan de expeditie van onze dikke wollen
+onderkleederen, IJslandbuizen en Nansenkleederen uitgedeeld, en dus
+waren we voorbereid voor het verblijf tusschen het ijs.</p>
+<p>Den 6den Augustus waren wij v&oacute;&oacute;r Upernivik, waar zich
+honderden van ijsbergen hadden verzameld. Drijfijs zagen wij nog niet,
+en wij begonnen al te hopen, ongehinderd in de Melvillebaai te zullen
+komen. Den volgenden dag voeren wij op 73 graden 30 minuten
+<span class="abbr" title="Noorderbreedte"><abbr title=
+"Noorderbreedte">N.B.</abbr></span>, langs Itivdliharsuk, de
+noordelijkste door beschaafde menschen bewoonde plaats. Den 8sten waren
+we bij het eiland Holms en zouden de vaart door de Melvillebaai
+aanvangen. Dat is de meest gevreesde plek in dit deel van den
+Atlantischen Oceaan, en vele schepen hebben er hun laatste reis gedaan;
+maar de omstandigheden zijn vooral vroeger in het jaar zoo bijzonder
+gevaarlijk. In Juni en Juli, als het ijs losgaat en de walvischvaarders
+noordwaarts gaan, zoo vroeg mogelijk, want dan is men het eerst ter
+plaatse, moeten er dikwijls groote moeilijkheden met het ijs worden
+overwonnen. Het buitenste deel van het ijs in de baai gaat het eerst
+los, het binnenste deel blijft liggen en vormt het land- of pakijs.
+Langs den rand van dit ijs trachten de walvischvangers vooruit te
+komen, en de verstandigen onder hen laten het ook niet los, voor ze aan
+de noordzijde van de baai in open water zijn gekomen. Aan den rand van
+het landijs vormen zich vaak natuurlijke dokken, waar de schepen zich
+in veiligheid kunnen stellen, als het drijfijs aankomt. Wanneer er geen
+natuurlijk dok is, hebben de meeste walvischschepen genoeg manschappen,
+om in betrekkelijk korten tijd zich binnen het ijs te werken.</p>
+<p>Dan zetten wij koers naar kaap York; alles liet zich zeer gunstig
+aanzien. Geen vast ijs was te herkennen, zoo ver het oog reikte, en de
+Melvillebaai was ook vrij van blokijs en ijsbergen. Om drie uur in den
+namiddag passeerden wij den wegwijzer, die bekend is als des duivels
+duim, een rotspunt, welke zooveel op een opgeheven duim gelijkt, dat
+wij allen in luid lachen uitbarstten. Wij heschen de zeilen en lieten
+den motor met volle kracht werken, want wij moesten zoo snel mogelijk
+door de baai varen. Maar, helaas, zou onze rechtstreeksche vaart op
+kaap York niet van langen duur wezen. Reeds den volgenden morgen werden
+we opgehouden door het pakijs.</p>
+<p>In den loop van den nacht had zich vier duim dik nieuw ijs gevormd,
+en wij moesten nu, als zoovelen v&oacute;&oacute;r ons, in den zuren
+appel bijten en zuidwaarts koers zetten. Eerst voeren we toch een eind
+het ijs binnen, om het van naderbij te bekijken. Gladde vlakken en
+scherpe kanten wezen er op, dat het pas kort te voren opgebroken
+landijs was; wij waren dus waarschijnlijk te dicht bij het land
+gebleven. Nu voeren wij verder zuidwaarts voorbij; naar het zuidwesten
+stak een ijstong in zee vooruit; de lucht er boven was donker en duidde
+op open water en achter die ijstong stak er nog een naar voren, maar
+toen wij er tusschen trachtten door te dringen, werd het ijs dichter en
+dwong ons tot den terugtocht. Meer naar buiten was de massa ijs veel
+zwaarder, en het scheen wel, alsof wij ons bevonden op de <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e291" href="#xd21e291" name=
+"xd21e291">119</a>]</span>grens tusschen het pas gebroken landijs en
+het drijfijs. Ik besloot dus, hier aanhoudend heen en weer te varen,
+omdat elke verandering in de ijstoestanden hier dadelijk aan den dag
+zou treden.</p>
+<p>En terecht! Omstreeks middernacht werd het ijs zachter, en wij
+konden er zonder bijzondere inspanning doorheen varen. Tegelijk viel
+een dichte, ondoordringbare nevel. Wie den ijsnevel der poolzee&euml;n
+niet heeft gezien, weet niet, wat nevel is. De Londensche nevel is er
+niets bij. Wij konden niet zoo ver zien als de lengte van ons schip.
+Maar we richtten ons in onzen koers naar het kompas, en het ijs maakte
+beleefd plaats voor ons. Zoo kwamen we door de natte brij, waar nu en
+dan de verschijning van een zeehond wat levendigheid bracht. Wij
+zwelgden in versch zeehondenvleesch. Een groot voordeel van de
+aanwezigheid van drijfijs is de overvloed van goed water. Bijna op elke
+schol staat een plas heerlijk drinkwater, en wij konden ons de weelde
+veroorloven van ons in zoet water te baden.</p>
+<p>Den 13den Augustus stond ik des morgens om half drie rillend en
+huiverend aan het roer, nadat ik om twee uur de wacht had afgelost. Als
+poolvaarder moest ik het eigenlijk niet bekennen, dat ik het koud had,
+maar het was zoo. Mijn beide wachtkameraden liepen op het dek heen en
+weer en trachtten zich warm te houden, zoo goed het ging. De nevel
+daalde al meer en maakte alles, waarmee hij in aanraking kwam,
+druipnat. Het leven was zoo in den vroegen morgen geen genoegen. De
+afgeloste wacht zat nu beneden bij de kokend heete koffie, die ze wel
+verdiend had na zes uur werkens.</p>
+<p>Plotseling drong een lichtschijnsel door den nevel. En als door een
+tooverslag opende zich v&oacute;&oacute;r mij een ver uitzicht in
+daghelderheid, en juist v&oacute;&oacute;r ons, schijnbaar heel
+dichtbij, lag de woeste omgeving van kaap York, ons aandoend als een
+aanlokkelijk sprookjesland.</p>
+<p>Wij schreeuwden allen luid van bewondering en verrukking; de vrije
+wacht liet haar koffie staan en spoedig stonden wij allen te zamen in
+stomme bewondering. Het was zulk een stralende morgen, zoo
+bovennatuurlijk helder, dat het leek, of wij kaap York in een paar uur
+zouden bereiken. En toch was de afstand nog veertig zeemijlen. In het
+Oosten lag de geheele Melvillebaai met heel in de diepte enkele hooge
+rotspunten. Een ondoordringbare ijsmassa vulde de baai, en machtige
+ijsbergen staken hier en daar hun glanzend hoofd op.</p>
+<p>Toen wij ons eindelijk omwendden, lag de nevel, waar wij plotseling
+uitgeslopen waren, als een dichte muur achter ons.</p>
+<p>Dat was een van de wonderen, die men alleen in het rijk van het ijs
+ervaart; ze blijven iemand altijd bij en oefenen zulk een bekoring uit,
+dat men ernaar verlangt ondanks alle ontberingen van een poolreis.</p>
+<p>De ijstoestanden zagen er voor ons veelbelovend uit. Wel lag er nog
+een weinig ijs te loefwaarts, maar wij sloegen er geen acht op. Maar
+denzelfden dag tegen den middag sloot zich het ijs aaneen, zoodat
+slechts een zeer smalle strook juist naar het Noorden open bleef. Wij
+waren toen nog 25 zeemijlen van kaap York verwijderd. Het ijs
+v&oacute;&oacute;r ons werd weer zachter, alsof de weg te onzen behoeve
+ge&euml;ffend werd, en om vijf uur in den namiddag bereikten we den
+vasten ijsrand van kaap York. Wij voeren er een eind langs met koers op
+kaap Dudley Digges. Daar het nu weer mistig werd, legden wij aan het
+ijs aan, om te wachten, tot het zou opklaren. Twee van onze jagers
+maakten van de gelegenheid gebruik, om op vogels te jagen en na een
+paar uur kwamen ze met hun boot terug en met zooveel vogels, dat er
+genoeg was voor een geheelen maaltijd.</p>
+<p>Bij het heldere weer van den volgenden morgen zagen wij om ons heen
+alles dicht in het ijs, maar een zeemijl ten zuiden zagen we een groot
+wak, dat we met veel moeite bereikten. Het lag naar het Westen open en
+bracht ons in de ijsvrije zee. De Melvillebaai was overwonnen, en we
+hadden alle reden vergenoegd te zijn. Dit stuk zee had altijd als het
+zwaarste eind der geheele Noordwestelijke Doorvaart mij voor den geest
+gestaan, dat wil zeggen, met een zoo klein schip als het onze. En nu
+waren we er zonder ongelukken door gekomen.</p>
+<p>Den 15den Augustus bereikten we om vier uur in den namiddag
+Dalrymple Rock, waar de kapiteins der schotsche walvischvaarders, de
+heeren Milne en Adams, een d&eacute;pot voor ons hadden laten
+aanleggen. Dalrymple is naar de beschrijvingen licht te herkennen; de
+rots stijgt in kegelvorm recht uit zee op. Wanneer men als wij van het
+Oosten komt, ziet men eerst een ander ervoor gelegen eiland, dat is het
+eidereendeiland. Daar en bij Dalrymple Rock verzamelen de
+Eskimo&rsquo;s elk jaar een menigte eieren.</p>
+<p>&ldquo;Twee kajaks vooruit!&rdquo; riep plotseling de man in den
+mastkorf. In een oogwenk waren op eens allen op het dek. Ik liet de
+machines stilstaan en de kajaks werden aan boord genomen. Wij waren
+zeer nieuwsgierig, deze noordgroenlandsche Eskimo&rsquo;s te leeren
+kennen. Ze zagen er niet kwaad uit. Hun kleeding leek ons in het begin
+wat vreemd; ze waren levendig, schreeuwden door elkaar en
+gesticuleerden met de armen. Zij hadden blijkbaar iets heel bijzonders
+te berichten. Maar wij verstonden er geen woord van. Toen vertrok
+plotseling een van hen den mond tot een breeden grijns en bracht uit:
+&ldquo;Mylius!&rdquo;</p>
+<p>En daarmee ging ons een licht op. Nu rieden wij, wat hij meende. De
+zoogenaamde Deensche litteraire Groenlandexpeditie onder Mylius
+Erichsen moest in de buurt wezen. Naar wat we van hen wisten, hadden
+wij gedacht, dat ze onder de Eskimo&rsquo;s bij kaap York werkten.</p>
+<p>Nauwelijks was de naam uitgesproken, of er klonk van achter een
+groote ijsmassa luid schieten en knallen als in een echten veldslag, en
+van daar kwamen bliksemsnel zes kajaks aangevaren. Een was versierd met
+een kleine noorsche vlag en een andere met een deensche. Dat was in
+waarheid een blijde verrassing!</p>
+<p>Weldra hadden we den leider der expeditie en een der deelnemers, den
+heer Knut Rasmussen met vier Eskimo&rsquo;s aan boord. Zij werden
+vriendelijk ontvangen en moesten veel vertellen. Vragen en antwoorden
+klonken druk door elkaar, en het duurde een poos, tot we van
+weerszijden kalm genoeg waren voor een rustig gesprek. Onze grootste
+zorg was iets <span class="pagenum">[<a id="xd21e320" href="#xd21e320"
+name="xd21e320">120</a>]</span>van het d&eacute;p&ocirc;t te hooren, en
+gelukkig vernamen we, dat het in de beste orde was.</p>
+<p>Des avonds om zeven uur bereikten we Dalrymple Rock. Er is geen
+haven op het eilandje; dus lagen we er onbeschut. Ik voer dadelijk met
+Lund aan wal, om het <span class="corr" id="xd21e324" title=
+"Bron: d&eacute;pot">d&eacute;p&ocirc;t</span> in oogenschouw te nemen
+en te beslissen, hoe de overbrenging aan boord moest plaats hebben. De
+heer Mylius Erichsen gaf mij een brief van de heeren Milne en Adams,
+waarin ze ons geluk op de reis wenschten. Ik kan hun niet genoeg danken
+voor de zorgvuldigheid, waarmee ze alles hadden beschikt.</p>
+<p>De voorraad lag tusschen groote steenen op een vlak weidje en was
+aan alle zijden met prikkeldraad omgeven. Aan den voet der zee lag een
+oude ijsrand, die een eind in zee vooruitstak en dus een soort van kade
+vormde. Wij besloten dus, onzen boom als kraan op die kade op te
+richten en met behulp daarvan de kisten, nadat we ze op sleden erheen
+hadden gebracht, direct in de boot over te brengen. Om geen te ver
+boottransport te hebben, bracht ik de <i>Gj&ouml;a</i> zoo dicht
+mogelijk bij den wal en wierp daar het anker uit. Ik geef toe, dat het
+aan een open kust onvoorzichtig was, maar voor ons was er veel mee
+gemoeid, als we vlug klaar konden zijn. Wij zonden dus een boot aan
+land, om den derden deelnemer der expeditie, graaf Moltke, die ziek
+was, te halen.</p>
+<p>Een haastig avondeten was spoedig gebruikt, en om tien uur gingen we
+aan het werk. Luitenant Hansen bleef aan boord, om daar het opzicht te
+houden. Ik nam met den vriendelijken bijstand van onze deensche gasten
+en eenige Eskimo&rsquo;s het werk aan den wal op mij. Hansen zou de
+kisten aanvoeren en Lund ze aan boord tillen. Het d&eacute;p&ocirc;t,
+105 kisten, moest als deklast gestouwd worden. Intusschen werd door
+Ristvedt en Wiik de motor schoongemaakt en gepoetst.</p>
+<p>Des morgens om twee uur gunden we ons rust bij een kop koffie, die
+we wel verdiend hadden. De kisten wogen gemiddeld hun honderddertig
+kilogram en waren dus geen kinderspeelgoed. Om half drie kwam tot mijn
+groote vreugde graaf Moltke bij ons. Na de koffie begonnen we met
+nieuwen ijver. Ik kreeg nu steun van vier Eskimo&rsquo;s. Er is zooveel
+over geschreven, dat de Eskimo&rsquo;s lui en onwillig zijn en in het
+bezit van alle slechte eigenschappen, dat ik uitdrukkelijk moet
+verklaren, hoe er niets van dat alles op deze menschen paste. Zij
+hanteerden onze kisten, waaronder er waren van 200 kilogram, met
+behendigheid en zorgvuldigheid, die niet te verbeteren waren. En in
+plaats van met gevloek en gescheld en verwenschingen, die bij
+beschaafde arbeiders altijd de begeleiding van zoo&rsquo;n werk zijn,
+begeleidden zij hun inspanning met gezang en vroolijkheid.</p>
+<p>Toch waren we niet klaar v&oacute;&oacute;r zeven uur &rsquo;s
+avonds.</p>
+<p>Wij waren nu zwaar beladen. V&oacute;&oacute;r ons lag een muur van
+zware, pas gevormde ijsbergen, die we ons met alle macht van het lijf
+moesten houden. Groenland werd kleiner en kleiner en we zetten koers
+naar kaap Horsburg, den noordelijken ingang van de Lancastersond. Het
+weer bleef gelukkig stil en helder. Zooals de <i>Gj&ouml;a</i> nu
+beladen was, zou ze geen storm kunnen weerstaan. In de Lancastersond
+hielden wij de richting van den noordelijken oever, omdat ik besloten
+had naar Beechey-eiland te varen, om er een reeks magnetische
+waarnemingen te doen. Met uitzondering van weinig ijsbergen was het
+vaarwater zoo goed als ijsvrij. In nevel voeren we tot kaap Warrender.
+Daar trok hij op, en toen we het land konden zien, bleek het zeer te
+verschillen van Groenlands woest en verbrokkeld aanzien. Duidelijk is
+plateauformatie, maar die wordt vaak plotseling afgewisseld met
+koepelbergen. In den nevel, die weldra ons weer omhulde, en met het
+kompas, dat niet geheel betrouwbaar was, voeren we enkele malen
+verkeerd en eerst na een druk heen en weer kruisen bereikten we den
+22sten Augustus om negen uur des avonds het eiland Beechey en gingen
+voor anker aan de Erebusbaai.</p>
+<div class="figure xd21e345width"><img src="images/p1909-120.jpg" alt=
+"De monumenten van Beechey-eiland." width="460" height="548">
+<p class="figureHead">De monumenten van Beechey-eiland.</p>
+</div>
+<p>Wij waren diep onder den indruk van de herinneringen aan de
+Franklinexpeditie, die ons op Beechey-eiland bestormden, waar John
+Franklin&rsquo;s laatste veilige winterhaven was geweest, en waar in
+opdracht van lady Franklin tot aandenken aan haar man en zijn
+metgezellen door Mc. Clintock een marmeren gedenkplaat was neergelegd.
+Zij lag er nog, waar ze in 1858 geplaatst was aan den voet der
+Belcherzuil, die opgericht was ter herinnering aan de Belcherexpeditie.
+Aan die zuil is ook een kleine gedenkplaat aangebracht voor den in de
+buurt verdronken franschen luitenant Bellot. Wij vonden het alles in
+den besten toestand, ook de graven; een enkele omgevallen grafsteen
+werd door ons weer opgericht. <span class="pagenum">[<a id="xd21e351"
+href="#xd21e351" name="xd21e351">121</a>]</span></p>
+<div class="figure xd21e353width"><img src="images/p1909-121.jpg" alt=
+"In korten tijd hadden de Eskimo&rsquo;s het vleesch van drie rendierbouten totaal afgekrabd."
+width="720" height="398">
+<p class="figureHead">In korten tijd hadden de Eskimo&rsquo;s het
+vleesch van drie rendierbouten totaal afgekrabd.</p>
+</div>
+<p>Den 24sten Augustus, om twee uur in den namiddag, voeren wij weg van
+Beechey-eiland, dankbaar voor de gunstige ijstoestanden, die we tot nu
+toe hadden aangetroffen. Het jaar 1903 moest wel een buitengewoon
+gunstig ijsjaar wezen. Bijna zonder eenig bezwaar waren wij in een
+streek doorgedrongen, waar onze voorgangers den zwaarsten strijd met
+storm en ijs hadden moeten voeren. Nu hielden wij koers naar de
+Peelsont, en om negen uur in den avond bevonden we ons tegenover het
+eiland Prescotte, welk eiland een merkpaal werd op onze vaart. De
+kompasnaald weigerde volkomen haar dienst, en wij waren er op
+aangewezen, als onze voorvaderen, de oude Vikingers, te varen naar de
+hemellichamen. Dat is al in een gewoon vaarwater niet gansch veilig;
+maar hier is het veel moeilijker, omdat de hemel twee derden van den
+tijd geheel met een ondoordringbaar neveldek aan het oog onttrokken is.
+Wij voeren intusschen bij helder weer af, en de volgende dag was
+geschikt om de nieuwe navigatiemethode in te studeeren, want we hadden
+afwisselend nevel en helder weder.</p>
+<p>Op dek genoot ik van den zonneschijn, zoo vaak hij doorbrak; ik
+hield mij zoo kalm mogelijk, maar ik gevoelde angst, toen wij de
+eilandengroep De la Roquette naderden, tot waar in 1875 Sir Allan Young
+met de Pandora was doorgedrongen, en waar hij op een ondoordringbaren
+ijsmuur was gestooten. Zou de <i>Gj&ouml;a</i> gelukkiger zijn?</p>
+<p>Ja, zij was het; wij vonden er open water, maagdelijk water, waar
+nog geen europeesch schip in was doorgedrongen. Eerst nu meenden wij
+onze taak recht te hebben aangevangen.</p>
+<p>Het volgende twijfelachtige punt was de Bellot-straat. Mc. Clintock
+had er twee jaren gelegen, zonder verder te kunnen komen. Wij vonden er
+alleen een zeer smalle strook verbrokkeld landijs. Een dichte nevel lag
+boven de straat, en toen wij bij kaap Maguire gekomen waren, troffen we
+er een massa zacht ijs. Juist toen we er op los gaan wilden, werd de
+nevel zoo dicht, dat wij als door een zwarten muur omsloten waren. Daar
+wij geen kompas gebruiken konden en de nachten al donker werden, zou
+het gevaarlijk kunnen worden en ik besloot, terug te varen. Wij kregen
+menigen stoot van het ijs, maar alles liep goed af, en toen den
+volgenden morgen het weer opklaarde, konden we den motor krachtig laten
+werken langs de Tasmania-eilanden naar de James Ross-straat.</p>
+<p>In dat moeilijke vaarwater ging het langzaam verder, toen ik op 22
+Augustus &rsquo;s avonds bezig was, mijn dagboek bij te schrijven. Daar
+op eens hoor ik een schreeuw; die mij door merg en heen drong. Er moest
+iets bijzonders gebeurd zijn. In een oogwenk waren alle man op dek. In
+den stikdonkeren nacht, die gelukkig volkomen windstil was, sloeg een
+hooge vlam met dikken, verstikkenden rook uit het machineruim. Daar
+moest brand zijn midden tusschen petroleumtanks, die tien duizend liter
+bevatten! Wij allen wisten, wat gebeuren moest, als de vaten heet
+werden; dan vloog de <i>Gj&ouml;a</i> met al, wat er in was, als een
+bom in de lucht. Wij liepen als razenden heen en weer. Een man sprong
+naar Wiik beneden in het machineruim, waar deze trouw op zijn post
+gebleven was, om hem te helpen. Allereerst werden onze beide steeds
+klaarstaande brandbluschapparaten gebruikt, en daarna schepten we
+water; wij schepten als om het leven, en in ongeloofelijk korten tijd
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e373" href="#xd21e373" name=
+"xd21e373">122</a>]</span>waren we het vuur meester. Een hoop
+poetskatoen, dat op de vaten had gelegen en met petroleum gedrenkt was,
+had vuur gevat en was dadelijk lustig gaan branden.</p>
+<p>Langs de kust zetten wij nu onze vaart in zuidelijke richting voort
+tot we in de buurt van Boothia Felix dieper vaarwater kregen. De
+gevaren van zee en wind hielden er het schip vijf dagen vast. Voorbij
+King Williamsland kwam de <i>Gj&ouml;a</i> nog; maar toen werd daar,
+waar de Simpsonstraat zich naar het Westen opent, geankerd in een
+kleine, beschutte haven van genoemd eiland, die later den naam van de
+Gj&ouml;ahaven kreeg.</p>
+<p>Daar westwaarts de zee ijsvrij was, lag de route naar de
+Noordwestelijke Doorvaart open voor ons, maar daar we ons tot hoofddoel
+hadden gesteld, over de magnetische pool onderzoekingen in te stellen,
+besloten wij hier ons winterkwartier op te slaan. De herfststormen
+waren nu in vollen ernst begonnen, en het vaarwater was, dat wist ik,
+westwaarts zeer ondiep. Voordat ik mij echter verder in de haven
+waagde, wilde ik er met een boot varen. Naar onze waarnemingen op
+Beechey-eiland lag de magnetische noordpool nog ongeveer op haar oude
+plaats, en daar de Gj&ouml;ahaven ongeveer negentig zeemijlen van die
+plek verwijderd was, was ze, volgens de mannen der wetenschap voor ons
+als vast station zeer gunstig gelegen. Wanneer wij dus onze
+observatoria wilden bouwen en alles voor de overwintering in gereedheid
+wilden brengen, moesten we ons haasten. Wij hadden ook in de laatste
+weken zwaar gewerkt en hadden behoefte aan een poosje rust. En waarom
+zouden we nog verder westwaarts een haven zoeken, die we mogelijk niet
+eens zouden vinden? Hadden we de voltooiing der Noordwestelijke
+Doorvaart tot ons hoofddoel gehad, dan zou de zaak anders hebben
+gestaan, en niets zou mij van verder varen hebben afgehouden.</p>
+<p>Den 13den September 1903 voer ik met Lund en luitenant Hansen de
+haven binnen. De ingang was niet zeer breed; op de smalste plek zouden
+nauwelijks twee schepen elkaar kunnen passeeren. Maar de loodingen
+toonden een bevredigende diepte, gemiddeld zes vadem water. De haven
+zelf was in elk opzicht naar wensch.</p>
+<p>Den volgenden dag, Maandag den 14den September, &rsquo;s morgens om
+vijf uur voeren wij met ons schip tot dicht bij den oever als aan een
+kade. En nu konden we ons werk voor de overwintering aanvangen. Eerst
+kwam de beurt aan alle honden, die per boot aan land werden gebracht.
+In een beschut hol wegje sloegen we palen in het zand, spanden er
+touwen tusschen en bonden er de honden vast. Zij waren natuurlijk
+hoogst beleedigd over deze soort van verbanning, maar voor ons was het
+een gemak, ze op het schip kwijt te zijn, waar ze ons maar in den weg
+liepen.</p>
+<p>Daarna richtten we tot hulp bij het lossen een luchtspoorweg in. Ik
+had besloten, alle proviand aan den wal te brengen, om zooveel mogelijk
+ruimte aan boord te hebben; Lindstr&ouml;m zou ook ruimte voor al zijn
+keukengereedschap krijgen.</p>
+<p>De luchtspoor bestond uit een stalen tros, die van het midden van
+den mast naar de oude strandlijn gespannen werd, ongeveer twintig meter
+achter de tegenwoordige. Wij hadden daar een geschikte opslagplaats
+gevonden voor de kisten. Aan land was de tros vastgemaakt aan het
+werpanker, dat we wel een meter diep in het zand hadden begraven en
+toen nog stevig in den ondergrond hadden gedreven.</p>
+<p>Op de tros wandelde een blok heen en weer met een inhaler aan den
+wal en een aan boord. Met behulp van een takel werden de kisten uit het
+scheepsruim geheschen in het blok gehangen, dan losgelaten en dan
+wandelden ze vroolijk naar den wal. Ristvedt en ik namen de kisten in
+ontvangst; de overigen <span class="corr" id="xd21e393" title=
+"Bron: arbeiden">arbeidden</span> allen aan boord. Wij legden de kisten
+op een houtonderlaag; zoodra we een kist aan land hadden, sloegen we er
+den houten deksel af, draaiden de kist om, tilden de buitenste houten
+kist op en nu stond de binnenste blikken kist vrij. Bij het opstellen
+der kisten werd trouw het nommer genoteerd met den inhoud, zoodat men
+altijd gemakkelijk zou kunnen vinden, wat men zocht. De ledige
+houtbakken werden zorgvuldig bewaard, om later als bouwmateriaal te
+worden gebruikt.</p>
+<p>Wij werkten van vijf uur in den morgen tot des avonds om acht uur.
+Den achturendag hadden we nog niet, maar hij zou nog komen! Enkele
+voorboden van den winter, regen en sneeuw, kregen we al te voelen, maar
+we hoopten dat de komst van dat jaargetijde zich nog zoo lang zou laten
+wachten tot we klaar waren.</p>
+<p>Den 17den tegen den avond waren we met lossen klaar; we bouwden een
+huis van zeildoek over de kisten heen en het geheel deed zich uitnemend
+voor. Om den voorraad tegen vocht te bewaren, groeven we nog een diepe
+sloot om het huis. De springstof werd verder het land in geborgen en
+met een tentje gedekt. Later werden ook onze kleederen en alle dingen,
+die geen vocht konden verdragen, in het proviandhuis overgebracht, want
+dat was het droogste punt van al onze ruimten gebleken.</p>
+<p>Toen begon de inrichting aan boord. Eerst werd beneden in het
+scheepsruim alles in orde gemaakt; toen was de keuken aan de beurt, die
+midscheeps lag, zij werd overhoop gehaald en in het ruim weer
+opgesteld. Hier beneden voerde dan Lindstr&ouml;m het commando, en hij
+bleef bestuurder van zijn keuken van September 1903 tot Juni 1905.</p>
+<p>Om dan voor het begin van den winter nog zooveel mogelijk uit te
+richten, verdeelden we ons gezelschap in twee partijen.
+V&oacute;&oacute;r alle dingen moesten onze observatoria gebouwd worden
+en er moest versch vleesch voor den winter verkregen worden. Rendieren
+hadden zich tot nu toe maar weinig in onze nabijheid laten zien. Lund
+en Hansen werden daarom met een boot naar het eilandje Eta gezonden,
+dat midden in de Simpsonstraat ligt, en waar, naar ik uit berichten
+wist, de rendieren zich in den herfst in groote troepen vertoonen. Den
+21sten September trokken zij met proviand voor veertien dagen er in den
+vroegen morgen heen.</p>
+<p>En wij, anderen, gingen bouwen.</p>
+<p>Wiik had den magnetischen meridiaan, in welks richting het huisje
+met de zelfregistreerende instrumenten zou worden gezet, vastgesteld,
+en de buitenomhulling van de proviandkisten die als bouwmateriaal zou
+dienen werd nauwkeurig onderzocht, of er <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e409" href="#xd21e409" name="xd21e409">123</a>]</span>mogelijk ook
+ijzeren spijkers in zaten. Maar de kisten waren alle naar dezelfde maat
+gemaakt en met koperen nagels ineengespijkerd, die geen invloed op de
+magnetische waarnemingen konden uitoefenen.</p>
+<p>Als bouwterrein hadden we den heuvelkam gekozen aan den kant der
+Simpsonstraat. Fondament voor de instrumenten vormden aaneengemetselde
+steenen, en dan ging het aan het bouwen. De kisten werden met zand
+gevuld; van binnen en van buiten werd het huis met teer bestreken en
+ten slotte het geheel met zand bezwaard. Rondom het geheel groeven we
+weer een sloot, die het water moest afleiden. Den 26sten was het
+observatorium gereed. Denzelfden dag keerden Lund en Hansen tegen den
+avond van hun jachtuitstapje terug. Ze hadden geluk gehad; hun boot was
+beladen met twintig verslagen rendieren. Reeds ongeveer twaalf
+zeemijlen van de haven verwijderd hadden ze een plek getroffen, waar
+groote troepen rendieren graasden. De dieren waren zeer schuw en
+moeilijk te naderen, zeiden de jagers. Ze hadden daarom een tent
+opgeslagen en hadden verscheiden dagen gejaagd. De plaats was in de
+nabijheid van Booth Point, die ons later zoo vertrouwd zou worden, toen
+we met de Eskimo&rsquo;s en hun kamp hadden kennis gemaakt. Die
+menschen vertelden, dat ze de jagers wel hadden gemerkt, maar zich om
+de geweren niet in de buurt hadden gewaagd.</p>
+<p>Den 29sten September begonnen we den bouw van het huis, waarin
+Ristvedt en Wiik zouden wonen. Daarvoor hadden we ongeveer zestig
+kisten noodig, terwijl we voor het andere observatorium veertig hadden
+gebruikt. Het stond op denzelfden heuvelkam als het observatorium; 75
+meter verder en met uitzicht naar alle kanten.</p>
+<p>Ook aan boord was allerlei te doen; er werden dubbele vensters
+ingezet; de petroleumkachels werden geplaatst en de ventilatie werd
+geregeld. In de kajuit maakte men het zich aangenaam, en na voldane
+dagtaak was het een onbeschrijfelijk genot, te kunnen wonen in warme,
+goed verlichte vertrekken en iets goeds te eten te krijgen. Wij
+strekten ons dan in onze kooien met bijzonder welbehagen uit. We
+moesten erkennen, dat we naar alle richtingen zeer bijzonder door het
+geluk begunstigd waren geworden, ook met betrekking tot de
+levensmiddelen, daar er twintig rendieren goed en wel versneden en
+opgehangen waren. Het was al koud genoeg, dat het vleesch niet bederven
+kon.</p>
+<div class="figure xd21e418width"><img src="images/p1909-123.jpg" alt=
+"De kisten worden op het land opgeslagen." width="502" height="720">
+<p class="figureHead">De kisten worden op het land opgeslagen.</p>
+</div>
+<p>Den 29sten werd tot slot het geheele schip met zeildoek overtrokken;
+toen waren we volkomen klaar aan boord en konden w&egrave;l voorbereid
+den winter te gemoet zien.</p>
+<p>Den eersten October zag alles er wintersch uit. Het door den
+noordoostenwind tegen het schip gestuwde zeewater bevroor
+oogenblikkelijk en bekleedde de <i>Gj&ouml;a</i> met een dicht pantser.
+De stuivende sneeuw woei ons in de oogen en verbond zich in het water
+tot een soort van brij, waar de halve haven mee bedekt was. Dat was het
+begin van de ijsvorming, en toen de wind verflauwde, hadden we
+draagkrachtig ijs.</p>
+<p>In den nacht was intusschen het schip naar den oever gedreven, want
+onze ankers hadden geen houvast genoeg gehad. Dat was niet erg, maar
+als het ijs in ernst vast werd, kon de <i>Gj&ouml;a</i> om den
+springvloed niet op het bij eb blootliggend strand blijven, en zoodra
+dan ook den volgenden dag de wind bedaarde, trokken we het schip naar
+buiten en verankerden het op vijftig meter afstands van het strand.
+Verder van de dierbare proviandtent wilden we niet graag zijn.</p>
+<p>Den 3den October hadden we een bruikbaren weg over het ijs naar het
+land.</p>
+<p>Wij zagen dat najaar kudde na kudde van rendieren en konden zooveel
+bemachtigen als we wilden. Het ijs vroor denkelijk dat jaar anders
+dicht dan anders, en toen de dieren bij hun gewone overgangsplaats van
+King Williamsland naar het vasteland open water vonden, trokken ze de
+kust langs, om een nieuwe plek voor den overtocht te zoeken.
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e438" href="#xd21e438" name=
+"xd21e438">124</a>]</span></p>
+<p>Er lag nu een dik sneeuwdek, en daar het land eentonig is en zonder
+verheffingen van beteekenis, was het dikwijls moeilijk, de goede
+richting te houden. Eens waren we in twee partijen erop uit geweest, om
+vleesch binnen te rijden, de luitenant en ik, Ristvedt en Wiik. Het was
+al volkomen donker, toen luitenant Hansen en ik weer aan boord
+terugkeerden. Maar de anderen waren nog niet gekomen; ze kwamen eerst
+een paar uur later. Zij waren al mooi op weg geweest, de
+Noordwestelijke Doorvaart op eigen gelegenheid en per hondenslede te
+vinden, want in de duisternis waren ze, zonder het te merken, de haven
+voorbijgegaan en toen in westelijke richting verder gegaan. Toen ze ten
+laatste bespeurden, dat ze verdwaald waren, lieten ze de sleden achter
+en gingen langs het strand naar huis.</p>
+<div class="figure xd21e443width"><img src="images/p1909-124.jpg" alt=
+"De Villa Magneet bestaat uit slechts &eacute;&eacute;n vertrek."
+width="706" height="543">
+<p class="figureHead">De Villa Magneet bestaat uit slechts
+&eacute;&eacute;n vertrek.</p>
+</div>
+<p>In dezen tijd kregen ook de honden, die tot nu toe onder den vrijen
+hemel hadden gekampeerd, hun hondenhuis. Het werd ingewerkt in een
+geweldigen sneeuwhoop. Een van onze booten werd er als dak overheen
+gelegd, en daar stond het mooiste hondehok, dat men zich kan
+voorstellen. Het heele gebouw werd met sneeuwwater overgoten en vormde
+daardoor een vast geheel. Het was in twee deelen verdeeld; in de eene
+helft woonde het oude tweetal van de Fram en in de andere de
+Godhavntroep.</p>
+<p>Tegelijk werd voor een belangrijke aangelegenheid gezorgd. In het
+ijs aan stuurboordzijde werd een gat gehouwen en een sneeuwhuis werd er
+overheen gebouwd. Het gat werd den heelen winter door opengehouden,
+opdat men in geval van brand water bij de hand zou hebben. De
+inrichting werd het brandstation genoemd, en Lund werd tot chef ervan
+gekozen. Maar brandweerhoofdman van de <i>Gj&ouml;a</i> te zijn, was
+geen zeer benijdenswaardige positie. Elken morgen moest hij naar
+buiten, om voor het openhouden van het gat te zorgen. Als het ijs een
+dikte van bijna vier meter had bereikt, als in onzen eersten winter, is
+dat geen lichte taak.</p>
+<p>De nieuwe sneeuw was thans zoo stevig samengebakken, dat ze een
+uitstekend bouwmateriaal opleverde. Ik ging daarom met Lund en Hansen
+het gebouw oprichten, waarin we in den loop van den winter de absolute
+magnetische waarnemingen konden doen. Er werd een van het andere 75
+meter verwijderd gebouwtje gezet in de richting van den magnetischen
+meridiaan. Wij haalden het bouwmateriaal uit een dichtbij zijnd hol
+wegje, waar de sneeuw in groote hoeveelheid hard was saamgebakken. Het
+huis zou acht meter lang, twee meter breed en een meter tachtig hoog
+worden. De blokken werden met de zaag uit de sneeuw gezaagd.</p>
+<p>Hoe dicht de sneeuw was, blijkt wel daaruit, dat de blokken
+gemiddeld honderd kilogram wogen. Toen we de laatste rij er boven op
+legden, hadden we drie man noodig, om ze op hun plaats te tillen. Voor
+het dak werd dunne, doorzichtige stof aaneengenaaid en erover
+getrokken. Op die manier kregen we een uitstekend huis voor de absolute
+magnetische waarnemingen.</p>
+<div class="figure xd21e459width"><img src="images/p1909-125.jpg" alt=
+"Onze smidse te Port-Gj&ouml;a." width="720" height="474">
+<p class="figureHead">Onze smidse te Port-Gj&ouml;a.</p>
+</div>
+<p>Daar de koude nu kwam opzetten en al meer voelbaar werd, moesten we
+ook aan onze persoonlijke winteruitrusting denken. Door onze gelukkige
+rendierjachten hadden wij een menigte prachtige vellen gewonnen. Hoe
+men die looien en tot onderkleeding verwerken kon, daarover braken de
+luitenant en ik ons telkens weer het hoofd. Bovenkleeren van rendiervel
+hadden we van huis meegebracht; daarover behoefden we ons geen zorg te
+maken, maar als we zachte, fijne onderkleeren hadden kunnen krijgen,
+zou dat heerlijk zijn geweest. Wij kozen nu alle huiden der jonge
+kalvers uit, sleepten ze in de kajuit en begonnen met ons werk. Geen
+van ons had een flauw vermoeden, hoe wij het aanleggen moesten. Wij
+wisten wel, dat men de vellen moest uitspreiden, om ze te drogen, maar
+of dat bij een zwak of een sterk vuur moest gebeuren, daar wisten we
+niets van. De luitenant keek naar mij en ik naar hem, en wij kwamen tot
+het besluit, dat het <span class="pagenum">[<a id="xd21e465" href=
+"#xd21e465" name="xd21e465">126</a>]</span>goed zou wezen, de vellen
+onder de zoldering uit te spannen. Zooveel vellen als er maar met
+mogelijkheid plaats konden vinden, werden uitgespannen, en weldra leek
+de kajuit op een mengeling van een slagerij en een looierij. Dagelijks
+bevoelden we de huiden, en als wij ze voor droog genoeg hielden, namen
+we ze af en begonnen het werk. Wat gaven we ons een moeite! Wij zouden
+graag resultaten bereiken, en hoe ver we het hadden kunnen brengen, is
+niet te zeggen. Bij gebrek aan iets beters zouden we wel stof voor
+onderkleeren klaar gekregen hebben, al was het dan niet eerste
+qualiteit. Maar als de nood op het hoogst is enz. De hulp kwam nog
+v&oacute;&oacute;r we eraan dachten.</p>
+<p>Den 17den October hadden Ristvedt en Wiik hun huis voltooid. Het
+werd dadelijk gedoopt en ontving den naam Magneet. Het muntte niet
+zoozeer uit door zijn aanzien, als wel door zijn ligging, want het
+stond boven op den top van een ongeveer dertig meter hoogen heuvel en
+had een prachtig uitzicht over de geheele Simpsonstraat. Nu kon er
+niets gebeuren, of het werd dadelijk van uit de &ldquo;Magneet&rdquo;
+ontdekt. Mocht er visite bij ons komen, ieder moest eerst daar voorbij.
+Indien een beer op het ijs van de baai mocht verdwalen, dadelijk zou
+hij van daar uit worden waargenomen. In het kort de bewoners van het
+huis de Magneet beheerschten den omtrek.</p>
+<p>Het huis was evenals het vorige van kisten gebouwd, die met zand
+werden gevuld. Het was wel geen kasteel, maar daarover waren wij het
+allen eens dat zij twee&euml;n er vrijwat beter woonden dan wij aan
+boord. Het huis had maar &eacute;&eacute;n kamer, die tegelijk slaap-
+en werkkamer was. In den eenen hoek stond een groot en breed, uit
+kistenplanken getimmerd bed. De beide bewoners hadden ontdekt, dat
+&eacute;&eacute;n bed minder plaats innam dan twee, en tevens vonden
+dat twee in &eacute;&eacute;n bed gemakkelijker warm te houden waren
+dan &eacute;&eacute;n alleen, en daarin moest men hun wel gelijk geven.
+Alles in aanmerking genomen, was het geheel zeer doelmatig ingericht.
+Onmiddellijk naast het bed stond een tafel met een bank aan elken kant.
+De andere helft van de kamer was zoo verdeeld, dat Ristvedt zijn
+werkbank aan de eene zijde en Wiik zijn werktafel tot vastlegging der
+magnetische krommingen aan de andere had. De grond was met planken van
+kisthout en met rendierenvellen belegd. Het huis had ook twee vensters,
+een met uitzicht op de zee en een, dat naar de <i>Gj&ouml;a</i>
+keek.</p>
+<p>Voor zoo ver ik weet, werden hier voor het eerst in de poolstreken
+kisten als bouwmateriaal gebruikt. Als men iets heeft, waarmee men ze
+kan vullen, zou ik er de voorkeur aan willen geven boven elk ander
+materiaal, heeft men echter geen zand, dan is het er anders mee
+gesteld. Wiik en Ristvedt woonden ongeveer twee jaren in het huis,
+genaamd de Magneet, en ze hadden niet willen ruilen met ons aan boord
+der <i>Gj&ouml;a</i>. Luitenant Hansen en ik woonden samen in de
+kajuit; maar het was zeer vochtig bij ons, en we moesten den geheelen
+winter door &rsquo;s avonds groote stukken ijs uit onze kooien slaan.
+Voorin het schip woonden Lund, Hansen en Lindstr&ouml;m, en het was
+daar ook wel vochtig, maar toch niet zoo erg als bij ons in de
+achterkajuit. Den eersten winter hadden we het heele schip met sneeuw
+toegesloten en toen daalde de temperatuur in de voorkajuit niet beneden
+het vriespunt; maar in de achterkajuit hadden wij het steeds onder nul
+graden. In den tweeden winter liet ik het schip open liggen, in plaats
+van het met sneeuw te bedekken. Ofschoon deze winter veel zachter was
+dan de eerste, daalde de temperatuur in de voorkajuit bij nacht toch
+gauw onder nul. Toen ik hierop het vaartuig weer liet toedekken, trad
+na korten tijd de oude toestand weer in.</p>
+<p>Uranienborg, ons astronomisch observatorium, was het laatste
+bouwwerk in de reeks. Op een voormiddag kwamen wij allen bijeen, om den
+astronoom bij den bouw van een voor hem passend huis te helpen. Hij gaf
+de voorkeur aan den rondbogenstijl, en we bouwden goedsmoeds een
+Eskimohut. Het gebouw werd niet bijzonder prachtvol, maar het kwam toch
+tot stand.</p>
+<p>Eens op een morgen, toen we op den heuvel stonden, om ons ontbijt
+onder een vroolijk praatje te verteren, en daarbij als gewoonlijk ook
+een beetje op rendieren loerden, wees een van ons naar het Noorden en
+zei:</p>
+<p>&ldquo;Daar zijn ze waarachtig al weer!&rdquo;</p>
+<p>En dadelijk werden de toebereidselen tot de jacht gemaakt. Maar
+Hansen bleef kalm naast mij staan en scheen zijn ongewoon scherpe oogen
+buitengewoon in te spannen.</p>
+<p>&ldquo;Nu, Hansen, heb je geen lust vandaag op de rendierenjacht te
+gaan?&rdquo;</p>
+<p>&ldquo;O jawel,&rdquo; zei hij, &ldquo;maar niet op die rendieren
+daarginds, want die loopen op twee beenen.&rdquo;</p>
+<p>Na die verbluffende uitspraak liep ik naar mijn verrekijker en
+richtte dien op de vermeende kudde rendieren. En werkelijk daar in de
+verte stonden vijf menschen!</p>
+<p>Eskimo&rsquo;s!</p>
+<p>Nu hadden wij al steeds wijd en breed over de Eskimo&rsquo;s
+gepraat, maar we hadden het op allerlei gronden voor heel
+onwaarschijnlijk gehouden, dat we met hen zouden samentreffen. We
+hadden al eind October, en dachten dus, dat we er dit jaar niet op
+behoefden te rekenen en zoo waren ze ons geheel door het hoofd
+gegaan.</p>
+<p>En daar waren ze nu!</p>
+<p>Alles, wat wij over deze arctische barbaren wisten, drong thans
+plotseling tot ons door. Met de noord-amerikaansche Eskimo&rsquo;s viel
+volstrekt niet te spotten, dat wisten we uit de oude reisbeschrijvingen
+uit deze streken. Uit &ldquo;Roos en Klutschak&rdquo; hadden we
+geleerd, dat het Eskimowoord &ldquo;Teima&rdquo; de beste groet was,
+waarmee men hun tegemoet treden kon. Het beduidde ongeveer een recht
+hartelijk: &ldquo;Goeden dag!&rdquo; En wij hadden ons het woord
+&ldquo;Teima!&rdquo; in alle mogelijke uitspraken ingeprent.</p>
+<p>Intusschen viel het ons niet in, ons vertrouwen op dat eene woord te
+laten rusten. Het was stellig noodig de aankomenden dadelijk als
+vijanden te beschouwen, en we ontwierpen ons krijgsplan. Ik zou met
+twee man den vijand tegemoet gaan, en Hansen en Lund gaven zich
+terstond als vrijwilligers aan. De karabijnen werden goed onderzocht en
+op het ijs v&oacute;&oacute;r het schip hield ik een troepenschouw;
+zelfs de <span class="pagenum">[<a id="xd21e504" href="#xd21e504" name=
+"xd21e504">127</a>]</span>meest kritisch gestemde veldheer zou tevreden
+geweest zijn over houding en uitzien van mijn troepen. Ikzelf zette een
+zoo krijgshaftig mogelijk gezicht, richtte mij op en commandeerde:
+&ldquo;Voorwaarts marsch!&rdquo;</p>
+<p>Met mijn dapperen dicht achter mij trad ik naar voren en wierp
+daarbij een blik zijwaarts naar het dek, waar de luitenant en de kok
+naast elkaar stonden. Het scheen mij, alsof de monsterende blikken,
+waarmee ze ons aankeken, geen onverdeelde bewondering uitdrukten, niet
+eens den noodigen ernst!</p>
+<p>&ldquo;Goed zoo,&rdquo; dacht ik, &ldquo;zich vroolijk maken over
+ons is niet moeilijk, als men aan boord veilig en wel is geborgen,
+terwijl wij ons in het onzekere wagen en mogelijk in het open veld den
+dood in het aangezicht moeten zien.&rdquo;</p>
+<p>De Eskimo&rsquo;s waren nog ongeveer vijfhonderd meter van ons
+verwijderd en bewogen zich van den heuvel naar beneden op ons schip af.
+Ik marcheerde hun zoo martiaal mogelijk te gemoet en achter mij hoorde
+ik den geregelden pas van mijn manschappen. Op een afstand van ongeveer
+twintig meter maakten de Eskimo&rsquo;s halt. Verscheiden strategische
+mogelijkheden gingen mij door het hoofd; offensieve beweging,
+defensieve, wat zou het zijn? Maar ten slotte vond ik het toch maar het
+best, halt te commandeeren. Ik bestudeerde de tegenpartij. De vijanden
+schenen zeer opgewonden, ze lachten en gesticuleerden zonder bepaald
+krijgshaftige manieren. Maar plotseling stelden ze zich in positie en
+rukten voorwaarts.</p>
+<p>&ldquo;Nu goed!&rdquo; dacht ik, &ldquo;beter met eere sterven, dan
+zich te redden door een laffe vlucht.&rdquo; En &ldquo;Voorwaarts
+marsch!&rdquo; commandeerde ik.</p>
+<p>Wij rukten voorwaarts, volkomen erop voorbereid, den vijand in het
+volgende oogenblik den boog te zien spannen en op ons te zien
+aanleggen. Maar neen&mdash;hij heeft blijkbaar wat anders in den zin.
+Een krijgslist?</p>
+<p>Plotseling dook in mijn door de spanning van den verwachten strijd
+opgewonden brein het woord &ldquo;Teima!&rdquo; op. En
+&ldquo;Teima!&rdquo; brulde ik den vijand, zoo luid ik kon, tegen.</p>
+<p>De Eskimo&rsquo;s stonden plotseling stil. Maar nu is onze opwinding
+te groot, nu moet er een beslissing vallen, en we snellen, tot den
+strijd gereed, voorwaarts. Daar klinkt de roep aan mijn oor:
+&ldquo;Manik-tu-mi! Manik-tu-mi!&rdquo;</p>
+<p>En dat klinkt zoo bekend en van Mc. Clintock herkomstig; het is de
+hoogste en innigste vriendschapsgroet van deze Eskimo&rsquo;s. In een
+oogwenk werpen we de geweren weg en snellen naar onze vrienden:</p>
+<p>&ldquo;Manik-tu-mi! Manik-tu-mi!&rdquo;</p>
+<p>Wij schreeuwen allen door elkander, omhelzen elkaar, kloppen
+elka&acirc;r op de schouders, en ik weet niet aan welken kant de
+vreugde het grootst is.</p>
+<p>Onze vrienden verrasten mij grootelijks door hun uitzien. Voor kort
+nog hadden wij de leelijke, platneuzige Eskimo&rsquo;s der
+noordwestkust van Groenland verlaten en hier troffen we een volksstam,
+waarvan enkele mannen bepaald knap waren. Twee van hen geleken Indianen
+en waren als uit een Cooperschen roman geknipt. Forsch van gestalte en
+gespierd waren ze ook. Broederlijk vereend, gingen ze naar beneden naar
+het schip. Klik-klik! hoorde ik des luitenants
+photografietoestel&mdash;klik-klik! nog eens en nog eens. Naast hem
+stond Lindstr&ouml;m met zijn breedsten lach, en ik kan niet zeggen,
+dat ik als veldheer plechtig genoeg gestemd was.</p>
+<p>Onze gasten namen de uitnoodiging, mee aan boord te komen, verheugd
+aan. Op het dek lagen wel honderd verslagen rendieren opgestapeld, en
+de Eskimo&rsquo;s zetten groote oogen op over dien vleeschvoorraad,
+maar zeiden niets. Wij stonden nog bij elkaar te praten en lachen en
+schertsen, toen Lindstr&ouml;m mij toefluisterde, of we hun maar iets
+zouden voorzetten. &ldquo;Zeker,&rdquo; antwoordde ik en verzocht hem,
+koffie te koken en wat hardbrood voor hen te halen. Wij namen de gasten
+mee in het scheepsruim, want in de kajuit wilden we ze liever niet
+hebben, daar we vreesden, dat er ongewenscht gezelschap bij hen zou
+wezen. De noordgroenlandsche Eskimo&rsquo;s zijn ten minste om hun
+onzindelijkheid berucht.</p>
+<p>Koffie en brood schenen hun niet recht te smaken; ze lieten merken,
+dat ze wel graag wat te drinken wilden hebben, en toen we hun water
+lieten zien, begonnen hun gezichten te stralen. Ieder van hen dronk
+twee liter water.</p>
+<p>Toen zei ik: &ldquo;Och, Lindstr&ouml;m, geef die rendierbout eens,
+die daar ginds ligt.&rdquo; En ik had gelijk; dat was wat anders dan
+hard brood! Nu zagen wij ook, dat ze niet geheel ongewapend waren,
+zooals eerst scheen. Uit de schachten hunner laarzen trokken ze lange
+messen en in ongeloofelijk korten tijd hadden ze het vleesch van drie
+rendierbouten zoo schoon afgekrabd, dat enkel de naakte beenderen
+overbleven.</p>
+<p>Wiik en Ristvedt waren niet bij de aankomst der Eskimo&rsquo;s
+tegenwoordig geweest, en daar ze nog niet verschenen, moesten ze van
+het gebeurde nog niets hebben gemerkt. Toen de gasten eindelijk met hun
+maaltijd gereed waren, gaf ik hun een teeken, mij te volgen en liep
+v&oacute;&oacute;r hen uit naar Villa Magneet. Nergens was iemand te
+zien; ik klopte aan de deur en ging binnen. Ristvedt en Wiik zaten diep
+over hun boeken gebogen. De Eskimo&rsquo;s hielden zich rustig achter
+mij.</p>
+<p>&ldquo;Is het niet merkwaardig,&rdquo; begon ik, &ldquo;dat wij in
+deze afgelegen streken gasten hebben gekregen? En nog wel bekende. Sta
+mij toe, dat ik ze even voorstel!&rdquo;</p>
+<p>Beide heeren keken verschrikt op, gingen van hun stoelen opstaan en
+maakten een buiging, en nu traden de Eskimo&rsquo;s naar voren. Er werd
+een algemeen luid gelach aangeheven, en toen begon een gesprek, dat
+daarin bestond, dat de Eskimo&rsquo;s ons op ons verzoek leerden, hoe
+de gebruikelijkste dingen in hun taal werden genoemd.</p>
+<p>De Eskimo&rsquo;s bleven den nacht bij ons, en den volgenden morgen
+trokken ze naar huis. Wij hadden intusschen voldoenden tijd gehad, hun
+aan het verstand te brengen, dat wij graag gelooide vellen van hen
+wilden koopen. Toen ze zagen, wat de luitenant en ik aan de bewerking
+der huiden hadden gedaan, maakten ze er ongeveinsd een grapje over.
+Twee dagen later kwamen ze weer terug en brachten eenige mooie
+rendiervellen. Ik besloot nu, hen naar hun woning te vergezellen, om te
+zien, waar en hoe ze <span class="pagenum">[<a id="xd21e544" href=
+"#xd21e544" name="xd21e544">128</a>]</span>leefden; ze hadden ons te
+verstaan gegeven, dat ze op den heenweg niet behoefden te overnachten;
+dus kon het niet bijzonder ver wezen.</p>
+<p>Den volgenden voormiddag om half twaalf braken we op. Ik had een
+slede bij mij, waarop mijn slaapzak, eenig voedsel en allerlei
+voorwerpen waren gebonden, die ik wist, dat de Eskimo&rsquo;s op prijs
+stelden. Met de mij aangeboren meerderheid van den Europeaan spande ik
+mijn gasten voor de slede. Ik zelf liep op ski en nu ging het in vollen
+galop voorwaarts naar het Westen. De Eskimo&rsquo;s hadden niets, noch
+ski, noch canadeesche sneeuwschoenen, noch iets, dat er op geleek; maar
+de harde sneeuw droeg ze met gemak. En ik moest mij inspannen, om op
+mijn ski hen bij te houden.</p>
+<p>We hadden al den 9den October, en het werd vroeg donker. Ik hield
+het dus voor noodzakelijk, tot haast aan te manen. Toentertijd wist ik
+nog niet, hoe onverschillig een Eskimo is, als hij onderweg is, hetzij
+bij dag of bij nacht, bij helder we&ecirc;r of in den dichtsten nevel,
+in storm of stil weer, of bij een sneeuwstorm, waarin men zijn eigen
+neus niet kan onderscheiden, hij geeft er niet om. Ik merkte dat eerst
+later bij nadere bekendheid met de menschen. Om half vier beduidden ze
+mij, dat we nu hun kamp naderden. En van den top van een heuvelkam zag
+ik in een beschutten, behagelijken hollen weg eenige lichtjes
+schemeren. Het was al bijna geheel duister. De Eskimo&rsquo;s stieten
+luide vreugdekreten uit en bleken uitermate verheugd bij dien aanblik.
+De kleine lichtjes daar beneden waren ook inderdaad verlokkend en
+wekten gedachten aan warmte en welbehagen, aan spijs en drank, aan
+alles, wat een zwerver in een kouden, ruwen winternacht prettig moet
+voorkomen.</p>
+<div class="figure xd21e551width"><img src="images/p1909-128.jpg" alt=
+"Het observatorium voor magnetische waarnemingen." width="658" height=
+"399">
+<p class="figureHead">Het observatorium voor magnetische
+waarnemingen.</p>
+</div>
+<p>Toen wij ons verstaanbaar konden maken, gaven mijn begeleiders luide
+schreeuwen, waarbij ik alleen het eene woord, Kabluna, witte man,
+verstaan kon. En de bewoners van het kamp kwamen in troepjes naar
+buiten. Het was een merkwaardig tooneel, dat ik mij nu in de
+herinnering terugroep, en dat ik nooit vergeten zal. Daarginds in het
+verlaten sneeuwland werd ik omringd door een schaar wilden, die als dol
+door elkaar schreeuwden, mij in het gelaat keken, aan mijn kleeren
+trokken en mij streelden. De door de ijsvensters uit de hutten
+dringende lichtschijn kreeg door den verdwijnenden dag en het schijnsel
+in het Westen een flauw donkergroene kleur.</p>
+<p>Ik verlangde intusschen naar een warm huis en naar iets om te eten;
+dus ging ik met Attira, die mij het best beviel, in zijn hut. Hij en
+zijn gezin woonden hier met Tamoktuktu en zijn familie samen. Het was
+een groote hut, die haar acht bewoners goed kon bevatten. Kort na onze
+aankomst verzamelden zich de mannelijke leden der kolonie aan een
+feestmaaltijd, die uit rauw rendiervleesch en water bestond. Drie
+geheele rendieren verdwenen zoo snel, als ik een boterham zou hebben
+kunnen gebruiken. De Eskimo&rsquo;s lachten en praatten er
+onophoudelijk bij. Geen vrouwen namen aan de feestelijkheid deel. Toen
+ik aan de mannen trachtte te verklaren, hoe het bij ons ging en aan
+mevrouw Tamoktuktu een stuk vleesch reikte, lachten de Eskimo&rsquo;s
+mij hartelijk uit.</p>
+<p>Nadat de mannen eindelijk genoeg hadden, kwam de beurt aan de
+vrouwen. Ze groetten mij met haar Manik-tu-mi als een goed vriend.</p>
+<p>Tegen tien uur legde ik mij in mijn slaapzak, die een plaats had
+gekregen op de bank tusschen beide famili&euml;n. Ik sliep tot het
+volkomen dag was. Maar toch had ik bij het eerste morgengrauwen al
+gezien, dat de mannen hun bovenlijf ontblootten en een luchtbad namen
+in de morgenlucht. Een frisch plezier, dacht ik, verkneukelde mij in
+mijn warmen zak en sliep door.</p>
+<p>In den loop van den voormiddag trok ik op huis aan. Het uit zes
+hutten bestaande Eskimokamp was dicht bij een groot water, dat ze
+Kaa-aak-ka noemden. Zij vertelden mij ook, dat Lund en Hansen er
+gejaagd hadden. <span class="pagenum">[<a id="xd21e566" href=
+"#xd21e566" name="xd21e566">129</a>]</span></p>
+<div class="figure xd21e568width"><img src="images/p1909-129.jpg" alt=
+"De eerste sledetocht gaat wanhopig langzaam." width="720" height=
+"351">
+<p class="figureHead">De eerste sledetocht gaat wanhopig langzaam.</p>
+</div>
+<p>Den 2den November had het vaste station zijn werk begonnen. Wiik had
+de zelfregistreerende magnetische instrumenten in het gebouwtje voor de
+waarnemingen opgesteld en deed de waarnemingen geheel alleen. Elken
+middag, precies om twaalf uur, verwisselde hij de plaat op de
+registerwals, en dat was lang niet altijd een genoegen. Als men
+bedenkt, dat hij zich bij 60 graden Celsius onder nul door wind en
+sneeuwstorm en vaak door meterhooge sneeuw een weg moest banen, dan zal
+men begrijpen, hoeveel flinkheid en plichtgevoel iemand moest hebben,
+om die taak zoo trouw te vervullen. Negentien maanden lang deed Wiik
+het onafgebroken; dat is een mooi record.</p>
+<p>De weerkundige waarnemingen werden driemaal daags gedaan. Wij hadden
+daarbij ook registreerende instrumenten, die den heelen tijd door dag
+en nacht in werking waren. Van dit deel van den dienst was Ristvedt de
+leider. Menigen zwaren strijd had hij te voeren met zijn instrumenten
+in koude en vocht; zijn trouwe en stipte plichtsvervulling mogen wij
+dankbaar erkennen.</p>
+<p>Op de <i>Gj&ouml;a</i>-expeditie als astronoom te fungeeren was geen
+lichte taak. De expeditie had nog de ruimte noch de middelen, om
+opvouwbare huizen mee te nemen, waarin men rustig en behagelijk het
+goede astronomische oogenblik kan afwachten. Hier moesten de
+waarnemingen bij de laagste temperatuur met niets dan een kleinen
+sneeuwmuur ter beschutting tegen wind en sneeuw worden gedaan. Men
+stelle zich zulk een avond voor: veertig graden kou en ijzige bitter
+scherpe sneeuw! Tot tegen den avond is de lucht betrokken geweest, maar
+dan is het plotseling helder geworden, en de hemel is met duizend
+fonkelende sterren bezaaid. &ldquo;Wat een wondervolle
+sterrenhemel!&rdquo; zeggen wij, anderen. Maar de arme astronoom moet
+uit zijn warme kajuit naar buiten en naar den overkant achter zijn
+sneeuwmuur, waar hij uren lang staan en al de kwalen van een
+sterrenkundig waarnemer in de poollanden moet doormaken, als daar zijn,
+stijf gevroren vingers, met ijs overtrokken kijkers en allerlei andere
+rampen.</p>
+<p>Voor Lund en Hansen kwam alle arbeid, die het schip betrof. Als
+specialiteit had Lund nog een watergat en Hansen de honden.</p>
+<p>Jammer genoeg, kregen de honden weer dezelfde ziekte als op de
+heenreis. Eerst werd Tiras van het Godhavntroepje aangetast en stierf.
+En al v&oacute;&oacute;r Kerstmis hadden we zeven van onze beste honden
+verloren. Ik bedacht te laat, dat het den dieren wel aan vet bij het
+eten ontbreken kon; ze hadden den geheelen tijd alleen mager
+rendiervleesch gehad.</p>
+<p>Ja, de honden! Zij eten van alles, dat bleek uit iets, dat ik met
+afschuw waarnam en hier vermelden wil. Overal snuffelden ze rond, om
+buiten de hun geregelde toegewezen porties nog het een of ander op te
+scharrelen. En daar hadden ze ook eens een even onverwachten als
+griezeligen maaltijd. Wij hadden Silla, die in hoogst interessante
+positie was, opgesloten in het kleine uitbouwsel van huize Magneet,
+waar ze haar bevalling zou afwachten. Op een mooien morgen ontvluchtte
+ze echter en sloeg dadelijk de richting naar het schip in. Halfweg
+ontmoette ze al haar cavaliers en allen waren geestdriftig over het
+weerzien hunner dame. Ze omringden haar en geleidden haar verder. Maar
+wat gebeurt? De arme Silla beviel bij verrassing, en haar kroost moest
+zich met een hoopje sneeuw als wieg tevreden stellen. Op een teeken van
+Lurven natuurlijk wierpen zich plotseling alle honden op de jongen;
+ieder hapte naar een en verteerde het ter plaatse. Toen Silla ontdekte,
+dat haar jongen verdwenen waren, stond ze op en ging verder. Maar ze
+werd weer verrast en het laatste jong kwam ter wereld. Om nu de andere
+honden te verhinderen, zich ook hiervan meester te maken, vrat Silla
+het liever zelf in razende haast op. Hoe ongeloofelijk het klinke, het
+is precies zoo gebeurd. <span class="pagenum">[<a id="xd21e587" href=
+"#xd21e587" name="xd21e587">130</a>]</span></p>
+<p>Op den eersten Kerstdag vierden we een dubbel feest. Wiik werd dien
+dag 25 jaar; hij was het jongste lid der expeditie en tevens een der
+vroolijksten van ons allen, vol aardige geschiedenissen en anecdoten.
+In den loop van den voormiddag kwam de oude Eskimo Teraiu aan en werd
+als gelukwenscher vriendelijk opgenomen. Teraiu behoorde tot onze
+oudste Eskimovrienden, een van de vijf, die zich het eerst hadden
+vertoond. Hij zal tusschen vijftig en zestig jaar zijn geweest en was
+een zeer vroolijke snaak. Bij zijn stamgenooten stond hij niet al te
+best aangeschreven, want ze hielden hem zoowat voor een idioot; maar
+dat hij best zijn verstand had, zouden wij later bemerken.</p>
+<p>Hij scheen op den jaardag echter niet in feestelijke stemming te
+wezen. Zijn gezicht en zijn gebaren drukten neerslachtigheid uit en de
+tranen stonden hem in de oogen. Hij gesticuleerde en babbelde zonder
+samenhang en jammerde ertusschen. Wij konden niet begrijpen, wat hem
+scheelde. Maar ten slotte gelukte het ons toch met vereende pogingen
+opheldering te krijgen over zijn ellende, en wij vernamen, dat het
+overige deel van de stam verder was getrokken en op de schandelijkste
+wijze Teraiu en zijn gezin had achtergelaten. Die zagen nu den
+verschrikkelijken hongerdood voor oogen, als wij ons niet over hen
+erbarmden en hen gedurende den strengsten wintertijd bij hen lieten
+wonen.</p>
+<p>Natuurlijk waren wij diep geroerd door die treurige geschiedenis en
+beloofden hem met vrouw en kinderen bij ons op te nemen. Buitendien zei
+ik, dat ik binnen kort zelf naar Kaa-aak-ka zou gaan om de zaak te
+onderzoeken.</p>
+<p>Teraiu en het gezin kwamen al spoedig aan, en op den tweeden
+Kerstdag besloten wij, het uitstapje naar Kaa-aak-ka te volbrengen. Het
+weder was wondermooi, stil en helder. Maar de thermometer wees 24
+graden koude. De luitenant, Lund, Ristvedt en ik maakten ons gereed,
+met Teraiu en zijn familie te vertrekken. V&oacute;&oacute;r de slede
+spanden we acht honden, maar overigens namen we geen groote voorzorgen
+in zake de uitrusting, daar we immers maar een enkelen nacht wilden
+uitblijven. Ieder had gezorgd voor wat hij noodig had. Over het gladde
+ijs van de straat ging het vliegensvlug voort en na zes uren waren we
+op de plaats onzer bestemming. In het kamp van Kaa-aak-ka zag alles er
+geheel anders uit dan bij ons vorig bezoek; ledig en uitgestorven lagen
+de sneeuwhutten er, zonder menschen of eenig spoor van leven. Alleen
+Teraiu&rsquo;s hut toonde aan, dat er menschen woonden. Kajaggolo zijn
+vrouw bijgenaamd de &ldquo;oude uil&rdquo; schoof het sneeuwblok op
+zij, dat voor den ingang der hut lag en ging naar binnen, om vuur aan
+te maken. Teraiu zelf sloeg een gat in het ijs, om water te halen, en
+wij kozen uit de verlaten hutten die, welke ons het zindelijkst leek,
+en namen er voor den nacht bezit van.</p>
+<p>Op den dag na onze terugkomst bouwde Teraiu zich een hut aan den wal
+en woonde er tot achter in de maand Maart. In werkelijkheid was ik er
+niet rouwig om, dat we hem hadden opgenomen, daar hij en zijn vrouw ons
+van veel dienst waren. Niettegenstaande zijn ouderdom was hij gezond en
+taai, en zonder eenige vermoeienis te toonen, trok hij een slede van
+den morgen tot den avond. Hij bleek vreedzaam en eerlijk, was altijd
+goed gehumeurd en tot schertsen geneigd. Als bouwmeester van
+sneeuwhutten was hij onvergelijkelijk en van grooten dienst. Kajaggolo
+zijn vrouw, was stellig even oud als hij. Haar gezicht leek precies een
+oud, verschrompeld en verdroogd winterappeltje. Ze was ongeveer vijf
+voet lang en zoo vuil, dat de Eskimo&rsquo;s er haar zelf om bespotten.
+Haar tienjarige zoon, Nutra, was net zoo vuil als zijn moeder, maar
+overigens wel een aardige jongen, verstandig en vol dartele invallen.
+Aan zijn onzindelijkheid had zijn moeder de grootste schuld. Als de
+Eskimo&rsquo;s eenigen tijd bij ons waren geweest begonnen ze
+gewoonlijk ons voorbeeld te volgen, waschten zich en hielden zich zoo
+ongeveer schoon. Maar aan de familie Teraiu was in dit opzicht geen
+zalf te strijken; toen ze vertrokken, waren ze nog net zoo vuil als bij
+hun komst.</p>
+<p>Wanneer ik des namiddags in het magnetische observatorium voor de
+absolute waarnemingen was geweest, sprak ik telkens eens met de
+Teraiu&rsquo;s, wier hut ik passeerde. Bij die bezoeken ontving
+Kajaggolo mij soms met een gezang, het verschrikkelijkste, dat men zich
+voorstellen kan, het was niet anders dan woest geschreeuw.</p>
+<p>De man en Nutra waren meestal aan boord, nu eens v&oacute;&oacute;r,
+dan achter, overal waren ze welkom. Het liefst zaten ze in de keuken te
+kijken, en ofschoon Lindstr&ouml;m de Eskimo&rsquo;s niet uitstaan kon,
+werd toch zijn goed hart hem vaak de baas, en menig lekker hapje vloog
+naar de beide Eskimo&rsquo;s. Teraiu en Nutra gewenden langzamerhand
+aan ons eten; maar Kajaggolo bleef den geheelen tijd bij haar rauw
+vleesch en de rauwe visschen.</p>
+<p>Toen Kerstmis en Nieuwjaar voorbij waren, moesten we in ernst aan de
+ontworpen sledevaart denken. De plannen, die we ontworpen hadden, waren
+van allerlei aard, zooals meestal met plannen in deze streken het geval
+is. Eindelijk werd besloten, dat ik mij met een gezel naar het
+magnetisch station zou begeven, en als daar alles goed ging en in orde
+was, zou beproeven, de Leopoldshaven op Northsomerset met de post te
+bereiken.</p>
+<p>Een ondersteuningsexpeditie onder leiding van luitenant Hansen en
+met nog &eacute;&eacute;n man zou ons helpen, zoolang we dat doelmatig
+oordeelden.</p>
+<p>Alle sleden werden nu voor den dag gehaald en nauwkeurig nagezien,
+om zoo noodig hersteld te worden. Overal werden werkplaatsen opgericht.
+Lund zou de sleden in orde brengen en practische proviandkisten
+timmeren; Hansen, die zeer handig was, deed het fijne werk en was ook
+een meester op de naaimachine. Ristvedt had een smidse bij de
+proviandtent en zijn eigenlijke werkplaats in het huis Magneet. Wiik
+leverde goed werk als reparateur van instrumenten, en de luitenant
+beoefende naast zijn vak van handschoenenmaken ook de wetenschap. Zijn
+talent oude vuisthandschoenen met gaten weer te herstellen was
+buitengewoon.</p>
+<p>Zooals bij alle slede-expedities in het poolland werd de vraag van
+de slaapzakken druk besproken. Ons uitstapje met Teraiu naar Kaa-aak-ka
+had ons geleerd, dat er in dat opzicht nog veel te verbeteren was, en
+ieder beijverde zich, om het beste uit te <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e611" href="#xd21e611" name="xd21e611">131</a>]</span>vinden. Onze
+meegebrachte zakken waren te wijd en moesten vrijwat ingenomen worden.
+Een slaapzak moet slechts zoo wijd wezen, dat het vel aan alle zijden
+aan het lichaam sluit. Maar natuurlijk mag hij ook niet spannen. Als
+men erin ligt en nog naar het omhulsel moet zoeken, wordt men nooit
+warm. Het model met een opening van boven en een schuif om den hals
+vond het meest bijval; ik geef er ook de voorkeur aan en kan het ieder
+aanbevelen.</p>
+<p>Onze tenten waren genaaid als Eskimotenten en uitstekend waren ze;
+er viel niets aan te verbeteren. Ze konden zelfs bij den hevigsten wind
+door &eacute;&eacute;n persoon opgezet worden, en als ze er stonden,
+werden ze nooit omgeblazen. Daarvan legden ze proeven af. Een
+verbetering werd toch nog aangebracht en wel aan de deuren. De
+afsluiting is al van ouds het zwakke punt bij een tent, en dus in het
+bijzonder daar in het Noorden in de koude. Meestal bestaat de sluiting
+uit een menigte haken en touwtjes, waardoor het sluiten een heel werk
+is, als men uit de koude binnenkomt. Ik heb buiten ons eigen systeem
+geen enkele tentdeur gezien, die den sneeuwstorm geheel buiten hield.
+Daar nu twee van ons precies hetzelfde denkbeeld hadden gehad, wil ik
+geen namen noemen, ook omdat de zaak haast al te eenvoudig is, maar is
+niet het geniale meestal het eenvoudigste? Wij naaiden namelijk een zak
+rondom den ingang, sneden daar den bodem uit en kropen daardoor naar
+buiten en naar binnen, terwijl we den zak dan met een touw dichtbonden.
+Een betere tentafsluiting heb ik nog nooit gezien. Gemakkelijk te
+openen en gemakkelijk te sluiten en volkomen dicht. Het veeljarige
+probleem was dus opgelost door een zak.</p>
+<p>Bij een proef, die we bij een temperatuur beneden dertig graden
+vorst deden, vonden we het verblijf in de tenten te koud en wij
+besloten toen sneeuwhutten te bouwen, die naar onze ervaring bij de
+Eskimo&rsquo;s veel warmer waren. Het kost wel meer tijd, een sneeuwhut
+te maken dan een tent op te slaan, maar ik vind het van zoo verbazend
+groot belang, dat men na het dagwerk een goeden en behagelijken nacht
+doorbrengt, dat het uur van bouwen wel beloond wordt.</p>
+<p>Wij <span class="corr" id="xd21e620" title=
+"Bron: leggen">legden</span> ons dus met ijver toe op de
+sneeuwbouwkunst. Grondstof hadden we genoeg, tijd ook en in Teraiu een
+uitstekenden leermeester. Eerst lieten we het bouwen den oude over,
+terwijl we nauwkeurig toekeken. Spoedig bleek het ons, dat het vinden
+van de goede sneeuw een voorwaarde van slagen was. Maar daar behoort
+veel ervaring toe, ja, het gevoel moet iemand, om zoo te zeggen,
+aangeboren zijn. De Eskimo&rsquo;s bedienen zich daarbij van een zeer
+eenvoudig werktuig, dat ze een hervond noemen en dat bestaat uit een
+ongeveer een meter langen, uit rendierhoorn gesneden stok, met een
+handvatsel van rendierhoorn aan het eene einde en een haak van een
+bisambeen aan het andere. Daarbij komt den Eskimo&rsquo;s hun instinkt
+te stade, waarmee ze juist de goede plek uitvinden, waar de kans op
+goede sneeuw aanwezig is. Als ze hun hervond niet bij zich hebben,
+gebruiken ze een mes met een lang heft, dat ze aan een touw op den rug
+hebben hangen. Wij brachten het in het vinden der goede sneeuw niet tot
+groote volkomenheid, maar toch zoo ver, dat het er mee door kon.</p>
+<div class="figure floatLeft xd21e624width"><img src=
+"images/p1909-131.jpg" alt="Eskimo vrouw met kind." width="314" height=
+"401">
+<p class="figureHead">Eskimo vrouw met kind.</p>
+</div>
+<p>Met een lang mes plaatsten wij vieren, de luitenant, Ristvedt,
+Hansen en ik, ons elken morgen na het ontbijt v&oacute;&oacute;r
+Teraiu&rsquo;s hut, om den oude te wekken. Als we ongeveer om acht uur
+kwamen, lag de geheele familie nog te bed. Dan sprong Teraiu vlug op,
+sloop in haast in zijn kleeren, want de Eskimokleeding is wijd en ruim
+en laat zich gemakkelijk uit- en aantrekken. Den meesten tijd hebben ze
+noodig voor het aantrekken der voetbekleeding. De Eskimo is zeer
+bezorgd voor zijn voeten, uit vrees niet alleen, dat ze bevriezen, maar
+ook, dat ze gewond zouden worden bij het den heelen dag loopen over het
+ijs en de harde sneeuw. Met minder dan vijf lagen aan de voeten stelt
+hij zich daarom niet tevreden. Als dan eindelijk Teraiu zijn
+bovenanorak had aangetrokken, terwijl hij voor zulke korte uitstapjes
+zijn onderanorak thuis liet, gingen we op weg. Wij bouwden om beurten;
+ieder had zijn bepaalden dag. Maar Hansen was in het bouwvak beslist de
+meest begaafde; zijn hutten waren meesterstukken. In de vele kleine
+holle wegjes, die in de haven uitloopen, vonden we al gauw een
+bouwplaats en goede sneeuw in overvloed. Wij hadden meestal anderhalf
+uur noodig voor een voor ons vieren geschikte hut. Na gedanen arbeid
+kwamen we er samen, om de waarde te bepalen. Teraiu was telkens vol
+<span class="corr" id="xd21e630" title=
+"Bron: geesdrift">geestdrift</span>.</p>
+<p>&ldquo;Mamakpo! mamakpo!&rdquo; (dat is Uitmuntend! Uitmuntend!)
+riep hij. Een groote vreugde voor hem was iederen keer de belooning,
+die hem wachtte. Hij deed niets zonder betaling. Dit beteekende wel
+niet veel, een stuk ijzer of hout, of wat juist bij de hand was. Hij
+was altijd aan het verzamelen, om te eeniger tijd voor zichzelf een
+slede te kunnen bouwen. Zijn eischen waren niet groot; met een paar
+planken van een meter lengte was hij best tevreden. De familie en haar
+bezittingen beteekenden immers ook niet veel, wat zou hij dan met een
+groote slede doen? Een philosofie, die men zich overal ten voorbeeld
+kan nemen.</p>
+<p>Wiik en ik deden telkens proeven, om ons vast te overtuigen, dat
+onze instrumenten goed in orde waren. Wiik was bestuurder van het
+vaste, absolute observatorium, terwijl ik mij 75 meter verder een eigen
+nieuw observatorium had gebouwd. Door al die gebouwen was langzamerhand
+een aardig dorpje <span class="pagenum">[<a id="xd21e637" href=
+"#xd21e637" name="xd21e637">132</a>]</span>rondom de Gj&ouml;a-haven
+verrezen. Onze waarnemingen vielen tot onze groote tevredenheid goed
+uit en om de instrumenten behoefde ik nu niet meer ongerust te wezen.
+Voor waarnemingen op elke plaats, waar ik mij bevond, had ik een zeer
+kleine theodoliet, die ik van Frithiof Nansen had gekregen en die hij
+mee naar Groenland had gehad. Ook deze werd na nauwkeurig onderzoek van
+den astronoom in orde bevonden.</p>
+<p>Toen volgde de belangrijke werkzaamheid, het pakken van onze
+sleden.</p>
+<p>Tijdens het pakken moesten de sleden onder dak wezen. Maar een zoo
+groote hut te bouwen, dat de beide lange sleden erin ondergebracht
+konden worden, hielden we voor onmogelijk. Wij wendden ons tot Teraiu
+om raad, die echter tegenover onze vragen een sluw lachen stelde en
+niets verder zei. Hij strekte beide armen uit en met begeerig stralende
+oogen zei hij:</p>
+<p>&ldquo;Panna angi!&rdquo;, dat is Groot mes. Voor de oprichting van
+zulk een reuzenhut wou hij een groot mes als belooning. En dat werd hem
+beloofd.</p>
+<div class="figure xd21e646width"><img src="images/p1909-132.jpg" alt=
+"De leden der expeditie in wintercostuum, van voren." width="720"
+height="349">
+<p class="figureHead">De leden der expeditie in wintercostuum, van
+voren.</p>
+</div>
+<p>Wij gingen dadelijk aan het werk. Teraiu koos een terrein van
+langwerpigen vorm en opdat de sleden in de nabijheid zouden zijn, werd
+de hut op het ijs, onmiddellijk v&oacute;&oacute;r het schip gebouwd.
+Zij was verbazend groot, en toen het dak erop moest gezet, moest er
+eene heele stelling worden gemaakt. Maar ze bleek toch niet vast genoeg
+en de bewegingen van het ijs waren te vreezen; daarom werd ze herbouwd
+op den wal en bleek nu voldoende, zoodat we konden beginnen te pakken.
+De eene slede kreeg een lading van 350 kilogram en werd door Hansen
+bestuurd en getrokken door de zeven honden, die we nog hadden. De
+tweede had een lading van 270 kilogram en zou door ons drie mannen
+worden voortgetrokken.</p>
+<p>Den 28sten Februari legden we de laatste hand aan het werk, en op
+den morgen van den 29sten trokken wij allen met elkaar de sleden tegen
+den heuvelkam op, om dat moeilijk eind al dadelijk achter den rug te
+hebben.</p>
+<p>Boven bouwden wij een hoogen sneeuwmuur om de sleden heen en legden
+er zware blokken sneeuw op, om te verhinderen, dat de vossen er een
+bezoek aan brachten. Dan keerden we terug en brachten den laatsten
+avond aan boord door.</p>
+<p>Ik zag de reis kalm tegemoet. Wij waren goed uitgerust met goede en
+krachtige kameraden en goede honden. Een grooter aantal honden zou wel
+gewenscht geweest zijn, maar we hoopten ons met het zevental te kunnen
+behelpen.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Den eersten Maart waren we reisvaardig. De thermometer wees min 53
+graden Celsius; maar wij waren in den loop van Februari zoo aan de
+koude gewend geraakt, dat ze op ons geen bijzonderen indruk meer
+maakte, en we waren goed gekleed. De eenen in volslagen Eskimodracht;
+de anderen ten halve geciviliseerd. Naar mijne meening is de
+Eskimokleeding in deze streken verre te verkiezen boven onze
+europeesche kleeding. Maar men moet die dan ook goed doorgevoerd
+dragen, of in het geheel niet. Elke halfheid is uit den booze. Wollen
+onderkleeren zuigen al het zweet op en maken de kleederen van vellen,
+die men erover draagt door en door nat. Niets dan rendiervel als de
+Eskimo&rsquo;s en de kleedingstukken zoo wijd en ruim mogelijk, opdat
+tusschen kleeding en lichaam de lucht circuleeren kan, daarbij behoudt
+men in den regel droge kleeren. Moet men zich echter onderweg zoo
+inspannen, dat het pak toch nat wordt, dan zijn de kleeren van vellen
+toch ook nog gemakkelijker te drogen dan de wollen stoffen. Wollen
+kleeren worden ook veel eerder vuil en dan houden ze niet meer
+behoorlijk warm. In dit opzicht houden zich kleeren van huiden, zonder
+gewasschen te worden, bijzonder goed. Een groot voordeel van vellen is
+ook, dat men op hetzelfde oogenblik, dat men ze aantrekt, warm en
+behagelijk voelt. In wollen kleederen moet men zich als een gek
+aanstellen, <span class="pagenum">[<a id="xd21e663" href="#xd21e663"
+name="xd21e663">133</a>]</span>rennen en draven en Indianendansen
+uitvoeren, eer men behoorlijk warm is. En ten slotte zijn de
+velkleederen volkomen winddicht, wat natuurlijk zeer veel
+beteekent.</p>
+<p>Onze achterblijvende kameraden vergezelden ons tot bij de sleden op
+de heuvels. De honden werden aangespannen&mdash;een laatste handdruk,
+en daar gingen we.</p>
+<p>Hansen leidde de honden van de eene slede, maar spande zich nu en
+dan ook zelf ervoor. Alle zeven dieren waren nog jong, en ze konden den
+last slechts met moeite vooruit brengen. Luitenant Hansen, Ristvedt en
+ik hadden ons v&oacute;&oacute;r de andere slede gespannen. De weg liep
+zacht omhoog, zoo zacht, dat men het met de oogen bijna niet kon zien,
+maar men voelde het wel. Gedurende het eerste uur ging het met frissche
+krachten snel vooruit, maar daarna werd het moeilijk. Hansen vorderde
+met zijn honden goed. Als hij merkte, dat ze trager liepen, greep hij
+in de teugels, dan meenden de dieren, dat er nieuwe hulp was gekomen en
+trokken weer aan. Ons drie&euml;n, die de andere slede trokken, ging
+het minder goed. Het was, alsof we haar door woestijnzand moesten
+trekken. Zelfs thuis in Noorwegen weten we, hoe lastig poedersneeuw
+zijn kan, en bij de erge kou hier was het veel lastiger. Middenin hield
+de slede soms plotseling stil; elke kleine ophooping van sneeuw was een
+beletsel. E&eacute;n, twee, drie, hallo! Dan komt ze erover. Maar het
+duurt niet lang, of er volgt een nieuwe hoop&mdash;weer
+stilhouden&mdash;aantrekken&mdash;trekken....</p>
+<div class="figure xd21e670width"><img src="images/p1909-133.jpg" alt=
+"De leden der expeditie in wintercostuum, van achteren." width="720"
+height="350">
+<p class="figureHead">De leden der expeditie in wintercostuum, van
+achteren.</p>
+</div>
+<p>Om drie uur in den namiddag besloten we, ons kamp op te slaan. Het
+begon al te schemeren, en eer we een sneeuwhut klaar konden hebben, zou
+het bepaald heelemaal donker zijn. Nu moesten wij voor het eerst op de
+zoek naar goede sneeuw. Wij bevonden ons midden op een groot meer.
+Nergens was goede sneeuw; hoe vaak we onze messen er ook instaken,
+overal was ze te slap. Naar den oever was het te ver; we zouden daar
+niet meer bij daglicht gekomen zijn, en we konden dus niet anders doen
+dan blijven, waar we waren.</p>
+<p>Allereerst lieten wij de honden los. Ze hadden een zwaar werk achter
+zich en hadden vrijheid en rust wel verdiend. De baas onder hen was
+Fix, een ongewoon mooie, witgrijze hond, die het meesterschap over de
+anderen alleen aan zijn gebiedende houding te danken had, niet door
+zijn meerdere kracht. Als het tot een vechtpartij gekomen was, zou Fix
+klop gekregen hebben; maar hij scheen als tot heerschen geboren en hij
+werd gehoorzaamd. Syl was zijn grootvizier, de leelijkste hond van den
+ganschen troep, bruinzwart en met gluiperigen blik. De spitse,
+opstaande ooren, die een poolhond een zoo verstandig uitzicht geven,
+stonden bij Syl scheef en deden hem er dom uitzien. Zoodra het tuig was
+afgenomen, deed Fix, gevolgd door Syl, de ronde bij de honden, en ten
+teeken van onderwerping moest iedere hond zich v&oacute;&oacute;r den
+heerscher Fix op den rug leggen, met alle vier pooten in de lucht. Als
+een treuzelde, schoot Syl als de wind op hem los, en die had zeer
+scherpe tanden. Dan kregen de honden hun eten en we waren vrij van hen
+en konden gaan bouwen.</p>
+<p>Wij trokken onze vuisthandschoenen aan, die uitsluitend voor het
+bouwen van sneeuwhutten bestemd waren, om te beletten, dat de sneeuw
+bij de mouwen in liep, want ze hadden lange onderstukken, die
+vastgebonden waren. Ieder met een wel een halven meter lang mes
+gewapend, begonnen we ons werk. De voor dit doel benoemde bouwmeester
+stak eerst een kring op den grond af en langs die lijn maakte hij een
+vier duim diepe geul, die dan de sneeuwblokken van den grondmuur moest
+dragen. Wij anderen sneden blokken, en de bouwmeester zette ze op. Een
+iglu, zoo noemen de Eskimo&rsquo;s hun sneeuwhutten, wordt
+spiraalvormig, ongeveer als de bijenkorven en altijd tegen de zon in
+gebouwd, dus van rechts naar links. De blokken moeten een lengte van
+twee voeten en een hoogte van anderhalven voet hebben en vier duim dik
+zijn. De grootste moeilijkheid is daarin gelegen, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e680" href="#xd21e680" name=
+"xd21e680">134</a>]</span>het bovenste klaar te krijgen en het dak erop
+te plaatsen. Een rechten muur kan ieder wel bouwen.</p>
+<p>Daar de thermometer min 57 graden Celsius wees, werd niemand tot
+luiheid verleid, en het werk schoot goed op. Zoo snel mogelijk ging de
+kok des avonds aan den arbeid, die daarin bestond, niet alleen het eten
+klaar te maken, maar ook de hutten te verwarmen, en als een aangename
+geur van spijzen tot ons doordrong, vlotte het werk buiten wondervlug.
+Het laatste was, alle spleten op te zoeken, waar licht door schemerde,
+om ze goed dicht te stoppen. Dan keken we ook nog de sleden na, dat
+alles stipt vastgebonden was en toegedekt en dat vooral tegen de
+honden, die zeer diefachtig waren. De stumpers hadden zich tegen de hut
+aan, zoo goed het ging, in de sneeuw opgerold en als het fel koud was,
+den snuit onder den staart gestoken.</p>
+<p>Was de hut gereed, dan wierpen we een laatsten blik op de wijde
+stilte rondom in de verbleekende groenachtige schemering en de reeds
+fonkelende sterren, en na ons de sneeuw van de kleederen te hebben
+geklopt, kropen wij in de hut. En er was stellig op de wereld dan geen
+gelukkiger gezelschap dan het onze in de warme, behagelijke ruimte met
+het dampend heete eten en de barre sneeuwvlakte met de tintelende vorst
+om ons heen. Na het eten kwamen de tabakspijpen aan de beurt; en alleen
+de gedachte dat we den volgenden morgen ons weer moesten inspannen, kon
+een eind maken aan het genoegelijk samenzijn en deed ons in onze
+slaapzakken kruipen. De vermoeienis deed zich spoedig gelden, en weldra
+toonde de gelijkmatige ademhaling van vier mannen, dat ook de
+menschlievende god, Morpheus, een poolvaarder is.</p>
+<p>Des morgens om vijf uur, toen de kok ons wekte, zag alles er veel
+minder vriendelijk uit dan &rsquo;s avonds, maar een kop dampende
+chocolade verbeterde dan de stemming gauw. Buiten kwamen mij de sterren
+ongewoon groot en schitterend voor; maar het had volgens den
+minimumthermometer dan ook in den nacht 61.7 graden gevroren. Wij
+hadden er weinig van gevoeld, en we konden onze uitrusting prijzen, die
+ons met onze goede sneeuwhut de kou van het lijf had gehouden. Wat
+voelden we haar in de vingertoppen, als we bij het werk de handschoenen
+moesten uittrekken! Dan werden de vingers dadelijk wit en men moest ze
+dan doen herleven, of door de handschoenen gauw weer aan te trekken of
+nog beter door ze op de manier der Eskimo&rsquo;s tegen het bloote
+lichaam te houden.</p>
+<p>De honden lagen nog precies zooals wij ze in den avond hadden
+verlaten, behalve Fix en Syl, die op kattekwaad uit waren. Wij
+ondervonden ook, hoe totaal onmogelijk het was, de honden zoo vast te
+maken, dat ze niet los komen konden. Ze wisten zich altijd los te
+werken, namelijk als ze het volstrekt wilden. Enkele hielden zich
+steeds rustig, maar als er een los was, gingen de anderen aan het
+huilen, prettig was het niet, als men uit zijn slaapzak naar buiten
+moest, om de honden tot rust te brengen.</p>
+<p>Toen dien eersten morgen alles in orde was, braken we op. Naar de
+ervaring van den vorigen dag zetten we onder de met nieuwzilver
+beslagen sleden weer houten platen, omdat bij de scherpe kou de sleden
+op hout veel beter liepen. Het beste, wat men eraan doen kan, is er een
+fijn overtrek van ijs op te laten komen, zooals de Eskimo&rsquo;s doen,
+maar daarin hadden wij nog geen ervaring.</p>
+<p>De afstandsmeter was op de hondenslede aangebracht; het was een oud
+rad van de tweede Fram expeditie, maar nog in voortreffelijken
+toestand. Trots al onze inspanning scheen echter het rad stil te staan,
+zoo langzaam kwamen we vooruit. Wat onze moeite nog vermeerderde, was
+een fijne, scherpe tegenwind, die iemand de onbedekte deelen van het
+aangezicht bepaald openscheurde. Voortdurend moest de een het gezicht
+van den ander bekijken, en dan vonden we meestal een bevroren neus of
+een spierwitte wang. Dan deden wij wat de Eskimo&rsquo;s doen; we
+trokken een warme hand uit den vuisthandschoen en legden haar op de
+bevroren plaats, tot het bloed er weer circuleerde. Het oude huismiddel
+van de plaats met sneeuw in te wrijven, had ik al lang verworpen; de
+Eskimo&rsquo;s wisten daar ook niets van. Terwijl de infaam scherpe
+wind ons de ijsnaalden bij min 50 graden als zweepslagen in het gezicht
+joeg, schenen de honden daar in het geheel niet onder te lijden. Maar
+de arme dieren plaagden zich erbarmelijk, vooral in de eerste
+morgenuren, waarin ze nog stijf van den vorigen dag waren. Ook wij
+menschen hadden zwaar te trekken. En ik zag in, dat we bij deze manier
+van reizen zeer weinig zouden uitrichten.</p>
+<p>Daar er nog op den tweeden, noch op den derden dag in de temperatuur
+eenige verandering kwam, besloot ik na ruggespraak met mijn kameraden
+eenvoudig terug te keeren en zachter weer af te wachten. Op den morgen
+van den derden dag legden we dus een deel van onze voorraden als
+d&eacute;p&ocirc;t in de sneeuwhut en sloten de opening goed af. De
+ligging der hut werd nauwkeurig opgenomen; een vlag erop gestoken en
+geheel gephotografeerd.</p>
+<p>Nu richtten we onzen koers weer naar de Gj&ouml;ahaven. De honden
+bemerkten spoedig, in welke richting het thans voorwaarts ging, en ook
+wij menschen voelden ons zeer verlicht, dat ons nutteloos worstelen aan
+een eind zou komen. En zie daar, de weg, waar we twee en een halven dag
+over hadden gedaan, een eind van tien kilometer, werd nu in vier uren
+afgelegd. Maar nu waren dan ook onze sleden belangrijk lichter.</p>
+<p>Om elf uur in den voormiddag verrasten we onze kameraden op de
+<i>Gj&ouml;a</i> door onze onverwacht spoedige terugkomst.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Op den 16den Maart ondernamen we een tweeden sledetocht, vonden het
+d&eacute;p&ocirc;t in goede orde en trokken verder noordwaarts; wij
+hadden nu een met tien honden bespannen slede bij ons. Het was des
+morgens 40 graden onder nul, zeer goed voor ons te verdragen. Terwijl
+we op weg waren naar het eiland Matty, zagen wij in de verte op het ijs
+een zwart punt. Hansen met zijn scherpe oogen verklaarde dadelijk, dat
+het een Eskimo was, die naar ons toekwam. Spoedig doken meer op
+tusschen de ijsschollen, en in een oogenblik hadden we 34 mannen en
+jongens op een afstand van tweehonderd meter voor ons. Zij bleven staan
+en keken naar ons, zonder het voornemen <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e708" href="#xd21e708" name="xd21e708">135</a>]</span>aan den dag
+te leggen, om naderbij te komen. Ik voelde mij nu natuurlijk veel
+zekerder dan bij mijn eerste samentreffen met Eskimo&rsquo;s; mijn
+kennis van de taal had ook veel gewonnen en dus besloot ik, naar hen
+toe te gaan. Toch hadden we onze geweren geladen en Hansen hield er de
+wacht bij. Toen ik zeer dichtbij was, riep ik: &ldquo;Manik-tu-mi!
+Manik-tu-mi!&rdquo;</p>
+<p>Als een electrieke schok ging het door de menigte. Een 34voudig
+Manik-tu-mi klonk mij tegemoet. Hansen kwam achter mij aan; de vreugde
+en de geestdrift der Eskimo&rsquo;s waren bepaald roerend. Het waren
+Netsjilli-Eskimo&rsquo;s, die ons ontdekt hadden op hun reis naar hun
+plaatsen van de zeehondenvangst. Ieder had een speer in de hand en een
+hond aan een riem achter zich aan. Buitendien waren ze voorzien van
+groote sneeuwmessen. Ze maakten den indruk van beter en zindelijker
+gekleed te wezen dan onze eerste vrienden, de Ogluli-Eskimo&rsquo;s.
+Toen ik naar hun kamp vroeg, wezen ze oostwaarts tusschen de ijsbergen.
+Ik had grooten lust, deze menschen nader te leeren kennen en zei, dat
+ik graag met hen naar hun kamp wilde gaan. Daarover waren ze uitgelaten
+blij; ze hielpen ons dadelijk de sleden verder trekken, door al hun
+honden ervoor te spannen. Nu hadden we een voorraad honden, dat het een
+aard had!</p>
+<p>Na een uur klonk plotseling een luid geschreeuw van de
+Eskimo&rsquo;s en wij zagen tusschen de ijsbergen een menigte hutten
+van den vorm van een hooiberg. Het was het grootste kamp, dat ik nog
+gezien had, 16 hutten te zamen. Het zag er uitgestorven uit. Al spoedig
+vertoonden zich de vrouwen, geen schoonheden, de kleeren met vet en
+roet besmeerd, en grauwe haren uitkomend onder de kap. Bij de eerste
+kennismaking vonden wij de Netsjilli-Eskimo&rsquo;s allen leelijk, maar
+later oordeelden we anders, al bleven we de Ogluli&rsquo;s veel knapper
+vinden. Ze bouwden een prachtige sneeuwhut voor ons, nadat ze gelachen
+hadden om de pogingen, die wijzelven deden. Wij werden zeer bevriend
+met hen, en toen we den volgenden dag verder trokken, vergezelde ons
+Poieta, een jonge broeder van hun hoofd Atikleura. Wij kwamen tot in de
+nabijheid van het eiland Matty, maar het weer was zoo slecht, dat
+Poieta ons afried verder te gaan. We hadden weer een
+Eskimo-nederzetting van zes hutten gevonden, maar dit waren
+bedelachtige menschen, en toen wij den volgenden morgen opbraken,
+misten we een mes, een zaag en een bijl, die we eerst na veel gekijf
+terugkregen. Een d&eacute;p&ocirc;t in de buurt van deze menschen aan
+te leggen, was dus uitgesloten.</p>
+<p>Dan keerden wij weer naar de Netsjilli&rsquo;s terug, die op het
+punt stonden naar zuidelijker streken te verhuizen voor de
+zeehondenvangst. Bij die gelegenheid verzocht ik hen, ons naar ons
+schip te vergezellen. Den 25sten Maart vertrokken wij allen te zamen en
+den volgenden dag kwamen wij aan boord, maar de Eskimo&rsquo;s moesten
+eerst nog hun jacht volvoeren. Ik had hun de plek van de ligging der
+<i>Gj&ouml;a</i> aangeduid, en ze begrepen mij goed en noemden ze
+evenals de Ogluli&rsquo;s hadden gedaan, Ogchjoktu.</p>
+<p>De omstandigheden hadden mij ook ditmaal verhinderd, zoo ver te
+komen, als ik graag wou, maar we moesten tevreden wezen, dat we een
+d&eacute;p&ocirc;t toch zooveel verder het land in hadden aangelegd. We
+hadden het onder de hoede der Netsjilli&rsquo;s gelaten. Op den dag na
+onzen terugkeer kwamen al onze dertig Eskimovrienden met Ristvedt en
+den luitenant, die hen op het ijs hadden aangetroffen, aan. Het werd
+druk in onze buurt. De Eskimo&rsquo;s bouwden zich een rij hutten in
+het Lindstr&ouml;mdal, een der kleine holle wegen, die van de haven
+naar boven voerden.</p>
+<p>Den voorjaarssledetocht begonnen we in April, vonden het vroegere
+d&eacute;p&ocirc;t nog in den besten staat, wat wel pleit voor de
+betrouwbaarheid der Netsjilli-Eskimo&rsquo;s, en deden een reis langs
+de kust van Boothia Felix, sloegen ons noordelijkste kamp op ten zuiden
+van de Tasmania-eilanden en sloegen den 7den Mei den terugweg in. Het
+doel was nu, ons d&eacute;p&ocirc;t te halen en er de Victoriahaven mee
+te bereiken, waar Ross met de Victoria had overwinterd en waar een
+reeks magnetische waarnemingen zeer interessant zou zijn; maar tot de
+uitvoering van dit plan kwam het niet. Ik leed aan mijn linkervoet,
+moest eenige dagen rust nemen en ten overvloede was het
+d&eacute;p&ocirc;t dezen keer geplunderd, zoodat we geen keus hadden en
+naar de <i>Gj&ouml;a</i> terugkeerden.</p>
+<p>Den 5den Juli trokken we er op uit voor een gecombineerde opmetings-
+en magnetische expeditie. Van allerlei kanten kwamen Eskimo&rsquo;s
+naar ons toe en we konden hulp krijgen, zooveel als we wilden. Wij
+waren voor veertien dagen van proviand voorzien en namen de
+Eskimo&rsquo;s Ugpi en Talurnakto mee. De eerste, die de
+&ldquo;Uil&rdquo; bijgenaamd werd, had lang zwart haar en een open
+eerlijk gezicht. Hij was een uitstekend vogel- en rendierjager. Hij was
+ongeveer dertig en was getrouwd met Kabloka, een meisje van zeventien
+jaar. Ze hadden geen kinderen. De moeder van den Uil, die bij hen
+woonde, was Anana, die evenals de heele familie beheerscht werd door
+Umiktuallu, den ouderen broeder van Ugpi. Diens vrouw Onaller kon
+geweldig kijven. Het heftige karakter van Umiktuallu bleek bij een
+gelegenheid, die allertreurigste gevolgen had. Hij had drie kinderen en
+een pleegzoon. Eens toen het zevenjarig jongetje het geladen geweer van
+den wand had genomen en het den pleegzoon overreikte, ging het schot af
+en het kleinste jongetje viel dood neer. De oudere bleef verschrikt
+staan en Umiktuallu, die aan kwam loopen stiet zijn pleegzoon in drift
+en wanhoop zijn mes in het hart. In &eacute;&eacute;n graf werden de
+beide knapen begraven en Umiktuallu verliet na het gebeurde met zijn
+gezin het kamp.</p>
+<div class="figure floatRight xd21e730width"><img src=
+"images/p1909-136.jpg" alt="Een beaut&eacute; van Port-Gj&ouml;a."
+width="543" height="698">
+<p class="figureHead">Een beaut&eacute; van Port-Gj&ouml;a.</p>
+</div>
+<p>Talurnakto, onze andere begeleider; was juist het tegendeel van den
+Uil. Hij ging onder de zijnen door voor een soort van gek; maar in
+werkelijkheid was hij de verstandigste van allemaal. Hij lachte steeds
+en maakte grapjes. Buiten een eenigen broeder had hij in het geheel
+geen familie en hij bekommerde zich om niemand. Dik en kort van
+gestalte, had hij den bijnaam Takichja, dat is die moeilijk loopt. Wij
+werden het eerst op hem opmerkzaam door de taaie volharding, waarmee
+hij telkens weer op de <i>Gj&ouml;a</i> verscheen, nadat we hem te
+verstaan hadden gegeven, dat we hem niet konden gebruiken. Maar toen we
+later hoorden, dat hij flink werken kon, behielden <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e739" href="#xd21e739" name=
+"xd21e739">136</a>]</span>we hem maar. Aan den kost aan boord gewende
+hij zich gauw, ja, het eten smaakte hem uitstekend; maar zijn manieren
+waren afschuwelijk. Hij zag er afschrikwekkend uit, als hij zijn maal
+naar binnen werkte. Ook in dit opzicht was de Uil een voorbeeld; die
+zou in gezelschapstoilet in het deftigste milieu op zijn plaats zijn
+geweest; hij gebruikte mes en vork als een gentleman.</p>
+<p>Het was heerlijk we&ecirc;r en onder gezang en scherts kwamen we
+vlug vooruit. Reeds om half 12 hadden we het eilandje bereikt, dat de
+luitenant en Ristvedt in Maart als zoodanig hadden herkend, Achliechtu
+noemden het de Eskimo&rsquo;s. Dadelijk nadat we voet aan wal hadden
+gezet, liepen we toe op een paar plaatsen, die van sneeuw bevrijd waren
+en namen er bezit van, om er de tenten op te slaan. Men moet zelf in
+streken geweest zijn, waar de sneeuw tien maanden aaneen alles bedekt,
+om de geestdrift mee te voelen, die ons vervulde bij den aanblik van
+dien naakten grond. Met het merkwaardig troostrijk bewustzijn, te staan
+op moeder de aarde zelve, stampten we erop rond, en onze oogen zwelgden
+in de weelde van zwarte aarde en groen mos. Het was als het weerzien
+van een vriend, die lang afwezig is geweest.</p>
+<p>Dat het er intusschen erg lenteachtig was, kan ik niet zeggen. Maar
+in vergelijking met het doodsche van te voren werkte het ontwakende
+leven verrukkelijk. De weinige kale plekken werden tot drukke
+middelpunten, ook voor gonzende insecten; een bloempje kwam er boven
+den grond en werd met gejuich begroet. Eenden en zwanen trokken
+onophoudelijk in groote troepen boven ons hoofd langs in noordelijke
+richting. Wij schoten een menigte sneeuwhoenders en leidden bij het
+versche vleesch een echt heerenleven. Over het algemeen behooren de
+dagen op de Hovgaard-eilanden tot onze allergelukkigste.</p>
+<div class="figure xd21e745width"><img src="images/o1909-136.gif" alt=
+"Ornament." width="303" height="17"></div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e749" href="#xd21e749" name=
+"xd21e749">209</a>]</span></p>
+<div class="figure xd21e751width"><img src="images/p1909-209.jpg" alt=
+"Familietooneel in een Eskimohut." width="720" height="397">
+<p class="figureHead">Familietooneel in een Eskimohut.</p>
+</div>
+<p class="xd21e755"><span class="xd21e755init">B</span>ij mijn
+terugkeer vond ik als gewoonlijk aan boord alles in de beste orde. Mijn
+observatietent voor magnetische waarnemingen sloeg ik op in Ogchoktu,
+zoo noemden de Eskimo&rsquo;s onze vestiging. Het ijs in de
+Simpsonstraat buiten begon langzamerhand die licht-blauwgroene kleur
+aan te nemen, die optreedt als het aan de oppervlakte smelt. Nu zou het
+niet lang meer duren, of het zou losraken. De Eskimo&rsquo;s beweerden,
+dat dit elk jaar gebeurde; maar ze gaven mij ook te verstaan, dat de
+zomer van 1903, waarin wij waren aangekomen, een zeer ongewone ijszomer
+was geweest en dat ik niet op een herhaling daarvan zou kunnen
+hopen.</p>
+<p>Intusschen zag het er voor ons zeer goed uit. De lente en de
+voorzomer waren met hun lange avonden heerlijk. Er was
+&eacute;&eacute;n ding, dat ons het leven lastig maakte, en dat waren
+de muggen. Wij moesten vechten met die benden als tegen roofzuchtige
+bandieten. Ze vervolgden ons aan boord, en om ten minste des nachts
+rust van hen te hebben, moesten we onze vensters met vliegengaas
+overtrekken. Sommigen van ons hadden van de beten veel hinder, en bij
+voorbeeld bij den armen Lund zwollen ze op, en er kwam ontsteking
+bij.</p>
+<p>De meeste Eskimo&rsquo;s waren nu vertrokken, om hun zomer
+verblijven op te zoeken en er aan vischvangst en rendierjacht te gaan
+doen. Alleen drie gezinnen, die naar King Williamsland noordwaarts
+wilden bleven nog, en dan behielden we den Uil met moeder en vrouw bij
+ons, alsook Talurnakto, daar ze mij zouden vergezellen, als ik, zoodra
+het open water aan den wal met een boot kon worden bevaren, mijn
+afgebroken waarnemingsreis weer zou opvatten.</p>
+<p>Verscheiden dagen zochten wij naar de lijken der beide
+Eskimojongens, om te zien op welke wijze ze waren begraven. Ten slotte
+vonden wij ze ook. Elk lijk lag in een eigen graf op de helling en was
+door kleine steenen omgeven. De zoon was zorgvuldig genaaid in
+rendiervel en men had hem zijn boog en pijlen, zijn drinkbeker, zijn
+vuisthandschoenen en zoo voort meegegeven, terwijl de pleegzoon veel
+onverschilliger was behandeld. Zijn hoofd was bijna onbedekt, en hij
+had niets anders bij zich dan een paar oude, afgedragen handschoenen.
+De insecten waren al met hun werk aan hem begonnen, en in den loop van
+den winter zou de vos dat wel komen voltooien. Toen ik de plek in het
+volgend jaar weer bezocht, wemelde het in beide graven van kleine
+wormen.</p>
+<p>Luitenant Hansen gebruikte nu het gunstige jaargetijde, om zijn
+photografie&euml;n te ontwikkelen, want thans had hij genoeg van het
+vroeger zoo kostbare water; in een van onze slooten richtte hij zich
+een bekken in met regelmatigen toe- en afvoer, waar hij naar hartelust
+kon plassen en spoelen.</p>
+<p>Den eersten Augustus begaf ik mij weer op expeditie <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e768" href="#xd21e768" name=
+"xd21e768">210</a>]</span>rondom het station. Het was nu een
+onderzoekingstocht te water en wel met een echte, kleine vloot. Een van
+onze ijzeren bootjes was het vlaggeschip, waarin ikzelf aan het roer
+zat; Anana en Kabloka zaten op de achterbank. Ons aller proviand was
+ook in die boot; Talurnakto roeide een van onze booten van zeildoek, en
+de Uil zat in zijn eigen kajak. De kajaks van de
+Netsjilli-Eskimo&rsquo;s zijn in vergelijking met die van de
+Eskimo&rsquo;s uit Noord-Groenland plomp en leelijk. Maar de
+Groenlanders zijn ook in veel sterker mate van hun kajaks
+afhankelijk.</p>
+<p>Ons doel was een heuvel, de Helmer-Hansenheuvel, die vijf zeemijlen
+verwijderd was; dus we hadden niet ver te varen. De muggen kwelden ons
+verschrikkelijk, tot wij een eind ver naar buiten waren gekomen; toen
+lieten ze ons met vrede. Toen echter het w&ecirc;er na den regen van
+den morgen opklaarde en de zon stekend begon te worden, hadden we het
+uitgezochtste muggenwe&ecirc;r. Het half uur gaans van het strand naar
+den wachtpost was een marteling; wij liepen door zwermen muggen, en
+daar wij de handen niet vrij hadden, omdat we beladen waren, konden wij
+ons niet verdedigen; zoodra we den mond open deden, om een woord te
+spreken, hadden we dien vol muggen. Bijna waren we in wanhoop
+omgekeerd, maar we hielden vol, en toen eindelijk de tenten waren
+opgeslagen, vonden we beschutting tegen de millioenen kwelgeesten.</p>
+<p>Het verblijf op den Hansenheuvel was prettig; het landschap was
+mooi, en men had er een ruim uitzicht. Het open water reikte juist tot
+daar; meer naar het westen kwam het ijs nog tot dicht aan het strand.
+Naar het oosten kon ik over een groote baai juist op Nhchoktu kijken;
+zuidwaarts was het uitzicht vrij op de Simpsonstraat en in het Noorden
+lagen de eindelooze mossteppen van King Williamsland, waar, meer
+landwaarts in, veel meren glinsterden met spiegelend oppervlak.
+Duizenden vogels vlogen heen en weer, en hier en daar weidde een
+eenzaam rendier.</p>
+<p>Vanwege de muggen kon ik enkel des morgens en des avonds werken, en
+de vrije tijd, dien ik had, werd besteed <span class="corr" id=
+"xd21e776" title="Bron: aau">aan</span> vriendschappelijk verkeer met
+de Eskimo&rsquo;s, die ik nu best kende. De Uil en Talurnakto waren
+meestal op de rendierjacht, en Kabloka vergezelde hen vaak, om te
+helpen met het vervoer van het geschoten wild. De oude Anana
+daarentegen bleef bij de tenten en haalde alleen nu en dan wat
+heidekruid voor brandstof. Zij hielp mij in de huishouding. Haar
+voornaamste werk was het wasschen van het vleesch, dat de
+Eskimo&rsquo;s zeer ruw behandelden. Zij namen het van de sleden en
+lieten het liggen waar het viel, zoodat het door rendierhaar, modder en
+kleine steenen verontreinigd werd. Anana&rsquo;s schoonmaken bestond
+nu, helaas, dikwijls nergens anders in, dan dat ze het ging aflikken.
+Ze meende, dat het alleen bescheidenheid van mij was, als ik haar
+trachtte af te brengen van die gewoonte.</p>
+<p>Als we eens in een vrij uurtje allen bij elkaar waren, noodigde ik
+mijn vrienden bij mij in mijn tent en onthaalde ze op chocolade en hard
+brood. Van alle dranken was chocolade het lekkerste, wat ze kenden. Zij
+grijnsden over het geheele gezicht, als ik het woord chocolade maar
+noemde. Bij zulke tractaties deed ik navraag naar alles en nog wat, hun
+leven en denken betreffende. Van hun taal trachtte ik wat meer te
+leeren. De Uil was een eerste paedagoog; hij vond het merkwaardig, als
+ik graag wou weten hoe dit of dat heette. Maar Talurnakto was niet te
+gebruiken; hij lachte maar en vatte alles op als een grapje.</p>
+<p>Van eetgerei was ik niet al te best voorzien, en ik zei, dat ze zich
+er maar zonder moesten behelpen, wat ook heel goed ging. Op een avond,
+toen we bij elkaar zaten aan tafel, kreeg Talurnakto plotseling een
+hevigen jeuk op den rug. Met zijn korte armen kon hij de plek niet
+bereiken, en vlug besloten, greep hij naar mijn lepel, dien ik een
+oogenblik weggelegd had, schoof het instrument bij zijn kleeren in op
+den rug en krabde erop los....</p>
+<p>Toen ik met mijn observaties zoowat klaar was, kwamen de luitenant
+en Helmer Hansen met de &ldquo;dorry&rdquo;, het kleine amerikaansche
+bootje van de soort als in de Hudsonsbaai worden gebruikt en dat zij
+hadden uitgerust voor een lange vaart naar kaap Crozier, de
+zuidwestpunt van King Williamsland. Zij wilden er een
+d&eacute;p&ocirc;t aanleggen voor de voor het voorjaar van 1905
+ontworpen sledevaart naar de oostkust van Victorialand. Tevens wilden
+ze de smalste plaats van de Simpsonstraat tusschen het eiland Eta en
+het vasteland opmeten met het peillood. Ze waren voor een maand
+voorzien van het noodige en dus zwaar beladen, daar ze de voorraden van
+het d&eacute;p&ocirc;t ook bij zich hadden.</p>
+<p>De afstand van kaap Crozier tot de Gj&ouml;ahaven was honderd
+zeemijlen. Het ijs, dat tot hier dicht bij het land kwam, was door een
+sterken Noordenwind zeewaarts gedreven, zoodat ze genoeg open water
+hadden, om vooruit te komen. Zij bleven een nacht over bij ons, om den
+volgenden dag met ons op te breken, daar ik naar Kaa-aak-ka, mijn
+naaste station, wou vertrekken.</p>
+<p>Dien namiddag beproefde ik mijn eersten tocht met een kajak. Ik had
+daarvoor een kleinen plas als oefeningsterrein uitgekozen. In het begin
+ging het uitstekend. Maar mijn kameraden, die in de buurt een post
+aanlegden, riepen mij allerlei aardigheden toe, en juist keerde ik mij
+om en wou hun zeggen, dat ik toch maar een voortreffelijken aanleg voor
+het kajakvaren had, toen de kajak met zijn inhoud kantelde. Het water
+was ondiep; ik kon den grond met mijn armen raken, maar het bootje was
+vol water en ikzelf nat tot op de huid. De anderen trokken mij aan
+land, en het was volstrekt geen triomftocht, toen ik naar de tent liep,
+om van kleeding te verwisselen.</p>
+<p>Den volgenden morgen ging het met de &ldquo;dorry&rdquo; naar het
+Westen. De wind was goed, dus behoefden we niet te roeien. Anana, die
+op het water geen heldin was, gaf er de voorkeur aan, over land te
+volgen; de Uil voer in zijn eigen kajak.</p>
+<p>Kaa-aak-ka straalde in volle zomerpracht; een bont tapijt van
+veelkleurige bloemen bedekte alle heuvels. Maar het ijs dreef weer naar
+land en belette het verder doordringen met de dorry. De luitenant en
+Hansen waren dus genoodzaakt ons gezelschap te blijven houden. De
+Eskimo&rsquo;s gingen met goed gevolg op de jacht; zoo kwamen ze op een
+dag <span class="pagenum">[<a id="xd21e794" href="#xd21e794" name=
+"xd21e794">211</a>]</span>thuis met niet minder dan dertien ganzen, die
+ze met steenen hadden doodgeworpen.</p>
+<p>Den elfden Augustus was ik met al mijn stations klaar. Ik nam
+afscheid van mijn kameraden, die nog altijd door het ijs werden
+vastgehouden, en sloeg den weg naar Ogchoktu in. De tien zeemijlen
+werden in drie uur roeiend afgelegd, wat een goed stuk werk was, daar
+we zwaar beladen waren en telkens door het ijs werden
+tegengehouden.</p>
+<p>Aan boord werden wij met uitbundige vreugde ontvangen, niet het
+minst omdat we een flinken voorraad rendiervleesch en ganzen
+meebrachten.</p>
+<p>Het was nu stil in de Gj&ouml;ahaven. Alle Eskimo&rsquo;s hadden ons
+verlaten, en sinds langen tijd waren we voor het eerst weer onder ons.
+Op den zomer is niet veel staat te maken in deze streken; op den
+16<sup>den</sup> Augustus begon het te regenen; we hadden nog maar drie
+graden Celsius in de kajuit en moesten dus stoken.</p>
+<p>Van onze leege petroleumvaten hadden Lund en Hansen een
+eerste-rangshotel voor de honden gebouwd. Ze huisden er veel
+behagelijker dan in de oude sneeuwhut. Voor het oogenblik waren ze alle
+vastgebonden en lagen in het zand zich gruwelijk te vervelen. Het
+leegloopen beviel hun al na een paar dagen niet meer en ik besloot dus
+een lang gekoesterd plan uit te voeren.</p>
+<p>Daar ik mijn waarnemingen op de kust van Boothia Felix in
+&eacute;&eacute;n en dezelfde lente had gedaan en toch eenige
+afwijkingen meende te hebben opgemerkt, besloot ik een station zoo ver
+noordelijk aan te leggen, als ik maar op de kust van King Williamsland
+kon doordringen. Daar wilde ik voor een sledetocht in den herfst nu een
+d&eacute;p&ocirc;t aanleggen, terwijl het water nog open was. De
+booten, die te mijner beschikking stonden, waren wel niet geschikt voor
+een langere zeereis; maar als men dicht bij den wal bleef, zou het wel
+gaan. Ik koos een van onze beide booten, die Lund in het begin van den
+zomer van een kiel had voorzien.</p>
+<p>De ijstoestanden waren intusschen zeer onaangenaam. Het ijs lag tot
+bij de Betzoldpunt, en eer het zich verlegd had, kon van den tocht geen
+sprake wezen. Den 20<sup>sten</sup> Augustus verveelde mij echter het
+wachten en ik ging met Talurnakto als eenige geleider op weg, om te
+zien of men aan den anderen kant van de punt misschien verder kon
+komen. Het was windstil, en wij moesten roeien, maar kwamen niet
+vooruit. Talurnakto was aan het roeien met twee riemen niet gewend en
+kon niet in de maat blijven; hij stiet telkens tegen mijn riemen, en
+deed meer kwaad dan goed. Het vlakke bootje draaide zich ieder
+oogenblik om en wees met den neus weer naar huis. Van de Gj&ouml;a uit
+zagen ze ons manoeuvreeren en bereidden zich al voor op onze
+terugkomst. Maar plotseling scheen er voor Talurnakto een licht op te
+gaan, wat dat was, roeien in de maat, en hij begon als een ervaren
+zeeman. Hij zat op de voorste bank, ik op het achterplankje. Nu ging
+het vliegensvlug en weldra waren we bij de Betzoldpunt. Hier was het
+ijs echter ondoordringbaar en het bleef verder zoo naar het Oosten
+langs de geheele kust. Wij brachten dus onze lading aan land, trokken
+de boot aan den oever en keerden haar onderste boven. Daarna keerden we
+te voet terug.</p>
+<p>Toen kwam er een lange, vervelende tijd. Elken morgen wandelde ik
+naar de landtong, om de ijstoestanden op te nemen. Maar eerst den
+29<sup>sten</sup> Augustus scheidde zich bij zeewind het ijs van het
+land, en wij konden weer aan de reis denken. Wij brachten de boot in
+open water en laadden ze. Uit het Noorden woei een flinke bries en in
+de Schwatkabaai ging een hooge zee. Om voldoende diep water te
+bereiken, moesten we, voordat we den koers naar kaap Luigi
+d&rsquo;Abruzzi richtten, eerst langs het strand tegen den wind in
+roeien. Dat was hard werk van ruim twee uren, waarin we roeiden dat het
+zweet bij ons neer droop. Ten laatste konden we zeil opzetten en
+zeilden dwars over de baai. De golven sloegen onophoudelijk over den
+rand der boot. Dit was Talurnakto&rsquo;s eerste zeiltocht, en ze
+beviel hem maar matig. Maar wij kwamen ten minste zonder ander nadeel,
+dan dat we druipnat werden, over de baai. Wij zeilden om de punt en aan
+den anderen kant nog een eind langs het land naar Abva (Mount
+Matheson).</p>
+<p>Het eerste, waar we nu aan moesten denken, was het drogen van onze
+kleeren. De behandeling van kleeren van vellen eischt de grootste
+voorzichtigheid, opdat er geen scheuren in komen, en de Eskimo is
+daarin met zijn levenslange ervaring een eerste meester. De tent werd
+op een kleine plek mos aan het strand opgeslagen.</p>
+<p>Den volgenden morgen om acht uur trokken wij verder; de wind blies
+nog steeds uit het Noorden, en na vele uren roeiens bereikten wij een
+bocht, die zich van het Westen naar het Oosten uitstrekte. Wij deden
+herhaaldelijk pogingen, om erover te komen, maar de golven sloegen in
+de boot en wij moesten, hoe ongaarne ook, het opgeven en aan land gaan.
+Om het windstille we&ecirc;r te gebruiken, gingen we er den volgenden
+morgen al om half vijf op uit; het ging nu vlug en we waren spoedig aan
+de noordzijde van Abva. Hier reikte het ijs weer tot dichtbij land;
+maar we werkten er ons doorheen, en het was zoo ondiep, dat we met de
+bootshaak ons konden afzetten.</p>
+<p>Het land was verlaten en onvruchtbaar, met zand en steenen bedekt,
+en toen wij bij het aanbreken van den avond, de tent wilden opslaan,
+vonden we nergens een plek mos die geschikt was. Dertig meter van het
+strand en ter hoogte van vijftien meter vond ik het skelet van een
+walvisch. Op dit punt stiet ik ook op het eerste stuk drijfhout, dat ik
+op King Williamsland kon ontdekken.</p>
+<p>Een treurige aanblik deed zich den volgenden morgen aan ons voor; de
+geheele kust was door het ijs geblokkeerd, en er bleef ons niets anders
+over dan te blijven, waar we waren. Ik gebruikte den tijd, om het land
+in oogenschouw te nemen. Het geheele zuiderstrand was zandig en kaal;
+eerst een paar zeemijlen landwaarts in vertoonde zich weer
+rendiermos.</p>
+<p>Twee dagen en twee nachten moesten we daar blijven liggen, en toen
+we den daarop volgenden morgen verder voeren, was het genoegen niet van
+langen duur. Een paar zeemijlen waren we in de Mc Clintock&rsquo;s La
+Trobebaai vooruit gekomen, toen het ijs ons volkomen den weg versperde.
+Daar lagen we nu op dezelfde plaats tot den 16<sup>den</sup> September
+en <span class="pagenum">[<a id="xd21e833" href="#xd21e833" name=
+"xd21e833">212</a>]</span>bewaakten het ijs. Het was winderig en het
+sneeuwde en in geen enkele richting was iets te zien. De zomer was
+voorbij, dat was duidelijk.</p>
+<div class="figure floatLeft xd21e836width"><img src=
+"images/p1909-212-1.jpg" alt=
+"Gesloten kindergraf der Netsjilli-Eskimo&rsquo;s" width="380" height=
+"348">
+<p class="figureHead">Gesloten kindergraf der <span class="corr" id=
+"xd21e839" title=
+"Bron: Netsjili-Eskimo&rsquo;s">Netsjilli-Eskimo&rsquo;s</span></p>
+</div>
+<p>Op een van die vervelende wachtdagen probeerden we het met de jacht
+en schoten een rendierkoe en haar kalf. Dit jachtgeluk maakte den
+goeden Talurnakto opgewonden van plezier, en hij sprong van het eene
+been op het andere als een klein kind. De boottocht was dus volkomen
+mislukt. Of wij op de plek, waar we nu waren, of in onze eigen
+Gj&ouml;ahaven een d&eacute;p&ocirc;t aanlegden, kwam vrijwel op
+hetzelfde neer. Wij legden dus zooveel, als we dragen konden, ter zijde
+en metselden het overige met steenen toe, stulpten de boot erover heen
+en begaven ons op den terugweg naar Ogchoktu. In rechte lijn hadden we
+25 mijlen te gaan, maar als we alle hoeken en bochten meerekenden, dan
+hadden we met de boot meer dan 50 zeemijlen afgelegd. Wij hadden drie
+dagen noodig, om geheel in de Schwatkabocht te komen, maar wij moesten
+vaak heen en weer gaan. Hier sloegen wij de tent op en lieten die
+staan, toen we den volgenden morgen naar de Gj&ouml;a teruggingen. We
+wilden later in de baai op de rendierjacht gaan en lieten daarom ook
+onze voorraden achter. Het ijs begon vast te worden; maar het was nog
+niet sterk genoeg, om ons te dragen.</p>
+<div class="figure floatRight xd21e845width"><img src=
+"images/p1909-212-2.jpg" alt=
+"Geopend kindergraf der Netsjilli-Eskimo&rsquo;s." width="381" height=
+"379">
+<p class="figureHead">Geopend kindergraf der <span class="corr" id=
+"xd21e848" title=
+"Bron: Netsjili-Eskimo&rsquo;s">Netsjilli-Eskimo&rsquo;s</span>.</p>
+</div>
+<p>In de Gj&ouml;ahaven was alles monter en gezond. Den 9<sup>den</sup>
+September waren de luitenant en Hansen van hun lang uitstapje met goed
+succes teruggekeerd. Ze hadden hun doel, kaap Crozier, bereikt en het
+d&eacute;p&ocirc;t daar aangelegd. Het smalste deel der Simpsonstraat
+was nu, zoo goed het ging, onderzocht. Het vaarwater tusschen het
+eiland Eta en King Williamsland was zoo vol ondiepten, dat het
+eigenlijk feitelijk afgesloten was. Het zuidelijke vaarwater tusschen
+Eta en het vasteland van Amerika was, zoowel op den heen- als op den
+terugweg met ijs gevuld geweest. Maar die ijsbergen waren zoo groot,
+dat er de zee diep genoeg moest wezen voor ons schip. Kon het ijs door
+die straat heen komen, dan zou de Gj&ouml;a met groote voorzichtigheid
+hetzelfde kunnen doen. Dat was een bijzonder belangrijke ontdekking; de
+Noordwestelijke Doorvaart was dus daar niet afgesloten.</p>
+<p>Met de jacht zag het er in dezen herfst van 1904 twijfelachtig uit.
+In Ogchjoktu was nog geen grootere rendierkudde gezien; hoogstens hier
+en daar een alleen rondtrekkend dier. Hansen en Lund waren tijdens mijn
+afwezigheid met de dorry op jacht geweest, maar zonder veel geluk.
+Buitendien had hen het ijs verrast, zoodat ze de dorry aan land hadden
+moeten trekken en over land hadden moeten terugkeeren.</p>
+<p>We hadden dus nu twee booten in het open veld staan. Om nu voldoende
+voorraden voor den aanstaanden winter te krijgen, besloot ik, zoodra
+het ijs vast genoeg zou zijn, naar alle zijden jachtexpedities uit te
+zenden. De Eskimo&rsquo;s hadden wel beloofd, ons bij hun terugkeer
+vleesch te brengen, en ze zouden, zooals we wisten, met het terugkeeren
+van het ijs komen, maar ik wist niet in hoever ze betrouwbaar waren, en
+durfde mij niet op hen te verlaten.</p>
+<p>Wij voerden allerlei verbeteringen aan Villa Magneet uit, volgens de
+ervaringen van den vorigen winter. Het dak werd met zoden aarde bedekt,
+bijna het geheele huis onder zand gezet en een uitstekende ventilatie
+ingericht.</p>
+<p>Het bleek, dat de winter zijn intocht kwam doen; de koude nachten,
+de beginnende sneeuwval en de in troepen wegtrekkende vogels waren
+onbedriegelijke teekenen. De zomer was koud en onvriendelijk geweest;
+we hadden haast geen open water voor scheepvaart gehad. Dus moesten we
+onze hoop op beter we&ecirc;r in het volgend jaar stellen.</p>
+<p>In den nacht van den 1<sup>sten</sup> September vroor alles toe.
+Onze tweede winter was begonnen.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Op denzelfden dag, waarop het in ernst vroor, verschenen ook de
+Eskimo&rsquo;s weer, en de eerste was onze oude vriend, de Uil, met
+zijn gezin. De laatste weken had hij met eenige andere famili&euml;n
+aan de jacht op rendieren en aan de zalmvisscherij gedaan bij Peel
+Inlet, aan de oostkust van King Williamsland. Die famili&euml;n hadden
+hoofdzakelijk gevischt en in de beek, die zich in Peel Inlet uitstort,
+hadden ze verbazend veel zalmen buitgemaakt. Over het algemeen is hier
+in de rivieren een rijkdom aan zalm, als wel nergens elders. De Uil had
+ook een groote menigte rendieren gezien en twintig stuks geschoten,
+waar hij ons de bouten van afstond.</p>
+<p>Hij vertelde mij, dat hij op den weg naar het Zuiden een
+Oglugi-Eskimo had ontmoet, die Tamoktuktu heette en die met zijn gezin
+in een van ijs gebouwde <span class="pagenum">[<a id="xd21e877" href=
+"#xd21e877" name="xd21e877">213</a>]</span>hut aan den voet van den
+Wiikheuvel woonde. Daar ik nog nooit een hut van ijs gezien had, ging
+ik den dag daarop op weg, om die te bekijken. Met den Uil kwam ik er.
+De hut was gebouwd van acht vierkante ijsblokken van een meter lengte
+en breedte en een halven voet dikte. De kanten waren tegen elkaar gezet
+en de blokken waren samengevoegd met een mengsel van ijs en sneeuw, dat
+een uitstekend bindmiddel is. Rendiervellen vormden het dak. Ik vond de
+heele familie te huis. Pocjarlu, Tamoktuktu&rsquo;s vrouw, zat dik en
+vergenoegd op den achtergrond op een paar huiden. Om haar heen lagen
+beenderen en vischresten verspreid en v&oacute;&oacute;r de hut lagen
+een menigte forellen. Het was te laat in het jaar, om nog visch in orde
+te maken en zoo werden de gevangen visschen alle in bevroren toestand
+bewaard.</p>
+<p>Tamoktuktu was op het punt, op de vischvangst uit te gaan, en ik
+mocht hem vergezellen. Zijn gereedschap bestond uit een kakiva of
+harpoen en een snoer van rendierpeezen, waar eenige kleine, schitterend
+gepolijste stukjes been en blik aan hingen. Zijn oudste zoon ging mee;
+hij sleepte een grooten steen achter zich aan. Vlug gingen we naar het
+water, dat de Ristvedtplas was genoemd en waar de vischvangst zou
+plaats hebben. Spiegelglad en glanzend lag het ijs op het water, en men
+kon elken steen en ieder levend wezen eronder onderscheiden. Tamoktuktu
+koos een geschikte plek, nam zijn zoon den steen af en hakte er een gat
+mee in het ijs. Toen hij er doorheen was, maakte hij de opening met
+zijn mes schoon en hing toen het snoer erin. Dadelijk stroomden de
+kleine forellen toe, om hun nieuwsgierigheid te bevredigen, snuffelden
+aan de vele geheimzinnige voorwerpjes en werden door den oplettenden
+Tamoktuktu vlug gespietst.</p>
+<div class="figure xd21e882width"><img src="images/p1909-213.jpg" alt=
+"Kampement van Netsjilli-Eskimo&rsquo;s op King Williamsland." width=
+"720" height="437">
+<p class="figureHead">Kampement van <span class="corr" id="xd21e885"
+title="Bron: Netsjili-Eskimo&rsquo;s">Netsjilli-Eskimo&rsquo;s</span>
+op King Williamsland.</p>
+</div>
+<p>Onderwijl was de Uil bij Poojarlu in de hut gebleven; ze hadden met
+elkaar vriendschap gesloten en ik zag duidelijk, dat de Uil iets op het
+hart had. Jawel, hij had aan de schoone beloofd, mij voor haar om den
+inhoud van het laatst geschoten rendier te verzoeken! Ik beloofde dien
+en gaf den Uil vergunning, de maag terstond te halen.</p>
+<p>Het wonen in de tent was nu al minder aangenaam geworden. Het
+tentdoek lag vol sneeuw en als er binnen gestookt werd, smolt die en
+maakte alles vochtig. Daarom besloot ik de tent in te bouwen, en met
+medewerking der Eskimo&rsquo;s haalden we uit den naasten plas acht
+ijsplaten van een halven voet dik, elke drie voet breed en evenzoo
+lang. Die zetten we om de tent, metselden ze met een ijsbrij samen en
+dekten het dak met rendiervellen. Het huis was klaar; maar het voldeed
+niet aan de verwachting, want de rijp drong binnen en het was steeds,
+alsof het van het dak sneeuwde. Toen bouwden mij mijn Eskimo&rsquo;s
+een echte winter-iglu. De familie van den Uil en die van Talurnakto
+woonden in een slot van ijs, dat hoog was en ruim en vol
+jachttrofee&euml;n. Het bouwen werd steeds ter hand genomen, als het
+geen we&ecirc;r was om te jagen.</p>
+<p>Den 2<sup>den</sup> October keerde ik weer naar de Gj&ouml;a terug
+en liet Ristvedt mijn plaats in de tent innemen. Op den terugweg trof
+ik het spoor van een berin met twee jongen, die nog heel klein moesten
+geweest zijn. Zij trokken naar het Zuiden, naar warmer streken. Het was
+het eerste berenspoor, dat wij in de buurt van onze haven zagen.</p>
+<p>Toen ik aan boord kwam, was Umiktuallu, de moordenaar van zijn
+pleegzoon, van het amerikaansche vasteland gekomen. Van zijn kajak uit
+had hij 35 rendieren geschoten, en hij beloofde, ons het vleesch te
+brengen, zoodra het ijs goed begaanbaar was. Dat gaf een heerlijke
+aanwinst bij onzen nooit <span class="pagenum">[<a id="xd21e900" href=
+"#xd21e900" name="xd21e900">214</a>]</span>zeer grooten voorraad.
+Umiktuallu berichtte ook, dat groote rendierkudden langs de
+Todd-eilanden over het ijs trokken.</p>
+<p>Een nieuwtje hield onze nieuwsgierigheid in die dagen gespannen.
+Umiktuallu had een Kilnermiun-Eskimo, dat is een Eskimo van den stam
+die aan de Coppermine-rivier woont, ontmoet en vernomen, dat een
+<span class="corr" id="xd21e905" title="Bron: Kabluma">Kabluna</span>
+of blanke in Maart met een Eskimo-gezin een bezoek had gebracht aan de
+Eskimo&rsquo;s van de Coppermine. Later bleek, dat dit bericht volkomen
+met de waarheid overeenstemde, zooals men zal zien.</p>
+<p>Nu besloten wij, ons jachtgeluk in het Westen te beproeven, waar
+Umiktuallu de vele rendieren had gezien. Daarom reisden Lund en Hansen
+met Umiktuallu naar het Westen, voorzien van sleden, vijf honden en
+proviand voor veertien dagen.</p>
+<p>Van Ristvedt kreeg ik een brief door een Eskimo-koerier, waarin hij
+mij meedeelde, dat hij het kamp verlegd had naar den noordelijksten
+heuvel, waar hij sporen van groote rendieren had ontdekt. Over het
+geheel waren er in dat jaar 1904 veel van die dieren; maar ze hadden de
+ijstoestanden rondom het eiland Eta gunstig gevonden, en dus kwamen ze
+op hun trek niet dicht bij ons. De rendieren waren in dit jaar dik en
+vet in tegenstelling met het vorige jaar. Maar zoo dik als de rendieren
+op Spitsbergen werden ze hier echter niet; doch dat is ook werkelijk
+wonderlijk, hoe de broodmagere rendieren op Spitsbergen in den loop van
+den zomer zich vetmesten en spekkussens krijgen van verscheiden duimen
+dik. Ook sneeuwhoenders trokken thans in groote scharen voorbij en wij
+hielden er zooveel van terug, als we maar konden.</p>
+<p>De 15<sup>de</sup> October was een zeer drukke dag in de haven, want
+al onze jagers en vier Eskimofamilies kwamen tegelijkertijd. Lund en
+Hansen hadden negen rendieren gedood, die ze in een sneeuwhut
+ingemetseld hadden en later aan boord brengen wilden. Het afhalen werd
+echter uitgesteld, en toen wij eindelijk in den winter het vleesch
+wilden halen, was het door de Oglugi-Eskimo&rsquo;s gestolen. De
+geheele, door ons zelven bijeengebrachte, vleeschvoorraad bestond uit
+twintig rendieren; visschen hadden wij in het geheel niet. Maar later
+voorzagen ons de Eskimo&rsquo;s ruim van visch en vleesch. Het waren
+daarin betrouwbare menschen, en als ze beloofd hadden vooraad te
+brengen, hielden ze woord.</p>
+<p>Door den terugkeer der Eskimo&rsquo;s kreeg onze haven weer een
+levendig aanzien. In groote troepen kwamen ze meestal des avonds aan
+boord, om ons te begroeten, oude vriendschap te vernieuwen en nieuwe
+vrienden voor te stellen. Monter en vroolijk waren ze altijd, en wij
+waren goede buren samen.</p>
+<p>Tot hier toe heeft men altijd gedacht, dat de lucht in de
+poolstreken volkomen zuiver was en vrij van bacillen. Maar daaraan mag
+voortaan wel getwijfeld worden, ten minste wat de streken om King
+Williamsland betreft. Zooveel is zeker, de Eskimo&rsquo;s worden in het
+najaar door een ware verkoudheidsepidemie aangetast. Een paar van hen
+werden zoo hard ziek, dat ik voor longontsteking vreesde. Daar bijna
+ieder van hen de ziekte kreeg, moest er wel aan besmetting worden
+gedacht. Wij op de Gj&ouml;a bleven gelukkig vrij, maar wij namen ook
+onze voorzorgsmaatregelen. Tegen het spuwen hadden we een zwaren strijd
+te voeren. In dat opzicht zijn de Eskimo&rsquo;s al zoo erg mogelijk,
+en nu in den tijd van de verkoudheden was het natuurlijk vreeselijk.
+Onder onze leiding werd het wel beter.</p>
+<p>Omdat ik graag het groote Eskimokamp, dat er bij Navjato moest zijn,
+wilde leeren kennen, en daar ik ook visschen wilde inruilen, ging ik op
+weg naar het kamp en nam Helmer Hansen mee. Den 23<sup>sten</sup>
+October vertrokken wij met drie Eskimogezinnen, die denzelfden weg
+gingen. Ter afwisseling gebruikten we ski. Nog was de sneeuw niet vast
+aaneengebakken en de temperatuur was niet beneden 25 graden vorst, dus
+voor een skitocht zeer geschikt. Des avonds om half vijf bereikten wij,
+vijftien zeemijlen van het station verwijderd, den top der
+&ldquo;Ellinghoogte.&rdquo; Hier vonden wij een oude iglu, die wij den
+naam gaven van &ldquo;Hotel Ellinghoogte.&rdquo;</p>
+<p>Met mijn vriend Poieta en zijn vrouw namen wij vieren de oude iglu
+in bezit, en met de hulp van mevrouw Nalungia was het er spoedig licht
+en warm. Na den maaltijd en een klein praatuurtje gingen we te bed.
+Natuurlijk schreeuwde de zuigeling nu en dan en moest dan tot rust
+gebracht worden; mij hinderde de stoornis, maar Hansen had er behagen
+in, want die nachtelijke kinderkamergebeurtenis herinnerde aan het
+verre thuis en aan zijn Nalungia.</p>
+<p>Den volgenden morgen togen we in zuidelijke richting naar de
+Simpsonstraat op weg. Eerst om vier uur hadden wij Navjato bereikt en
+vonden tot onze verbazing in het geheel niet meer dan tien hutten, veel
+minder dan we hadden verwacht. Wij werden door onze oude vrienden, die
+hier kabeljauwen wilden vangen, zeer vriendelijk ontvangen.</p>
+<p>Navjato of Novo Terro, zooals de Eskimo&rsquo;s zeggen, heeten de
+oevers van een klein meer, dat eenige zeemijlen ten zuiden van Point
+Richardson ligt. Navjato is niet zeer ver van de Hongerbaai, die zoo
+genoemd wordt, omdat men er geraamten van een groot deel van
+Franklin&rsquo;s gezellen vond, en men neemt aan dat ze hier op den weg
+naar het Zuiden van honger zijn omgekomen. De ironie van het noodlot
+wil, dat juist deze plek zulk een naam draagt, want het is een der
+mooiste en rijkste punten van de noordkust van Amerika. In de lente,
+als het ijs van den oever loslaat, vangt men hier tallooze vette
+zalmen. Iets later komen groote en vele kudden rendieren en blijven den
+geheelen zomer. In den herfst kan men kabeljauwen in ongetelde menigten
+vangen. En juist hier, in dit arctische Eden, moesten die koene
+reizigers uit gebrek aan levensmiddelen ten gronde gaan! Maar ze waren
+hierheen gekomen, toen het vlakke land met sneeuw bedekt was, en ze
+waren doodop van inspanning, uitgeput door ziekte en hadden er halt
+gehouden. Geen enkele afwisseling bood het eentonige, vlakke land,
+overal met sneeuw bedekt; geen levende ziel kwam hun tegemoet, om hen
+terecht te helpen en hulp te verschaffen. En over de geheele aarde zal
+men lang moeten zoeken, eer men een tweede plek vindt, zoo verlaten als
+deze in den winter.</p>
+<p>Toen eindelijk de zomer kwam en in den korten tijd van verlossing
+van het juk van den winter millioenen bloemen op de velden gingen
+bloeien, <span class="pagenum">[<a id="xd21e934" href="#xd21e934" name=
+"xd21e934">215</a>]</span>toen alle wateren glinsterden en alle beken
+kabbelden, toen het van vogels wemelde, die met vroolijk gekweel nesten
+bouwden, en de eerste rendierbok aan den rand van de open IJszee
+opdook, toen wees een hoop verbleekte steenen de plaats aan, waar de
+laatsten van Franklin&rsquo;s dappere schaar hun laatsten zucht hadden
+geslaakt, in het laatste bedrijf van dit groote treurspel.</p>
+<p>Op deze plek, waar zooveel treurige herinneringen aan verbonden
+zijn, bewogen zich nu de Eskimo&rsquo;s vroolijk en levendig, voordat
+de lange nacht aanbrak, die met zware hand licht en leven in deze
+streken uitbluscht. Ze haalden uit een diepte water van drie of vier
+vadem groote menigten kabeljauwen, en maakten daarbij gebruik van
+snoeren van rendierenpeezen en een krommen spijker. Op den namiddag van
+mijn aankomst werd mij een spartelende kabeljauw vereerd, die dadelijk
+naar den kookpot verhuisde! Na onzen langen, inspannenden marsch
+genoten we onzen verschen kabeljauw met vreugde en dachten aan een
+vaderlandschen fjord in Noorwegen op een mooien zomeravond...</p>
+<p>Maar eigenlijk waren we minder hierheen gekomen om kabeljauw te
+eten, dan om kabeljauwen te koopen, en de volgende dagen werden dan ook
+aan de zaken gewijd. Buiten op het witte ijs beproefde ik mijn geluk
+met de vischvangst, maar zonder bijzonder goed resultaat. Wij hadden
+verder een paar onaangename dagen in Navjato. Het was steeds nevel en
+wind en min 25 graden. In het voorjaar en den herfst voelt men de koude
+het meest, zelfs als ze in den winter veel heviger is, wat wel
+samenhangt met de kleeding, die er dan nog niet recht op is ingericht.
+De Eskimo&rsquo;s waren van den morgen tot den avond op de jacht en
+bezig met de vischvangst, vooral voor het verkrijgen van voorraad voor
+den winter.</p>
+<p>Toen wij na eenige dagen Navjato verlieten, waren onze sleden hoog
+beladen met visch. Verscheiden Eskimo&rsquo;s vergezelden ons op den
+terugweg, en onder hen was onze oudste en beste vriend Teraiu. Hij had
+ons uitstapje naar Kaa-aak-ka niet vergeten, en kwam nu bij zijn zware
+verkoudheid, om een middel ertegen, bij ons. Onderweg hoestte hij erg
+en spuwde ook bloed. De oude Auva zat, toen we vertrokken, bij het vuur
+en leed aan een ernstig maaglijden; ze stierf een paar dagen later.</p>
+<p>Op een der Todd-eilanden brachten wij den eersten nacht door in een
+oude sneeuwhut. Ook op deze eilanden had men eenige geraamten en andere
+sporen van de Franklin-expeditie gevonden. Teraiu vertelde, dat hij
+indertijd al van de blanke mannen, die hierheen gekomen waren, had
+hooren vertellen. Op het eiland, waar we overnachtten, liet hij mij een
+groot, plat rotsblok zien, dat ter herinnering aan de dooden was
+opgericht. De Eskimo&rsquo;s noemen dit eiland Keuna.</p>
+<p>Toen wij met een groote slede vol versche, bevroren kabeljauwen
+aankwamen, werden we natuurlijk met geestdrift ontvangen!</p>
+<p>Naar de ervaringen van den vorigen winter hadden wij ons gericht
+voor de verbeteringen op de <i>Gj&ouml;a</i>. Het winterdak over het
+schip heen was nu beter in orde, en we maakten er een bewegelijke deur
+in, waardoor wij als in een huis uit en in konden gaan. Dat had ook nog
+een ander voordeel; wij konden ons nu de Eskimo&rsquo;s beter van het
+lijf houden, wat soms zeer noodig was. Des avonds sloot en grendelde
+luitenant Hansen de deur, en wij zaten dan veilig binnen, als in een
+vesting. We richtten ook een bad in en hadden al gauw beneden in het
+ruim ons eigen stoombad. De luitenant en ik maakten er in dezen winter
+druk gebruik van; het werkte uitstekend en werd voor ons al gauw bij
+het leven in de enge ruimte en in de zware kleeding onontbeerlijk. Een
+kleedkamer konden wij ook niet ontberen, maar we gebruikten er een
+omgekeerde boterton voor. Wat lastig was, dat was de koude douche, die
+wij iederen keer kregen door den rijm, dien de bevroren damp vormde en
+die dan smolt en op ons neerdroop.</p>
+<p>Luitenant Hansen was vol geestdrift voor het bad en maakte er
+electrisch licht bij, drie lampen wel! Ja, hij ging nog verder en
+richtte ook op het dek electrische leidingen in. Men zat dan recht
+genoegelijk in de kajuit, drukte op een knopje, en&mdash;ja, dan moest
+het licht wezen. Maar het werd niet licht. De eenige fout in de
+leidingen van luitenant Hansen was, dat ze geen licht verschaften. Wij
+moesten weer in donker baden. Maar men moet niet meenen, dat de
+luitenant een slecht electrotechnicus was. O neen! Maar zelfs de beste
+electrische ingenieur kan niet uit niets, uit zeer ongeschikt materiaal
+iets z&oacute;&oacute; maken, dat hij maar heeft te zeggen: &ldquo;Het
+zij licht!&rdquo; Wij waren anders vaak genoeg trotsch op wat we met
+onze weinige hulpmiddelen uitrichtten.</p>
+<p>Een vraag, die wij ons nu en dan stelden, was deze, hoe wij ons in
+geval van nood tegen de Eskimo&rsquo;s konden verdedigen, ingeval ze
+wat in het schild voerden. Er was nu een groote menigte rondom ons
+verzameld, en als zij nu eens een slechte jacht hadden, hoe gemakkelijk
+konden ze dan onze proviandtent openbreken. Wij moesten hun dus
+behoorlijk respect inboezemen, en eindelijk werd het middel daartoe
+gevonden. Onder een sneeuwhut, op vrij grooten afstand van de
+<i>Gj&ouml;a</i>, werd een mijn gegraven, die verbonden werd met het
+schip door een onder de sneeuw verborgen leiding.</p>
+<p>Toen dat gebeurd was, lieten wij de Eskimo&rsquo;s samenkomen aan
+boord. Ik hield voor hen een voordracht over de macht van den blanken
+man; zei, dat wij van een grooten afstand uit verdelging konden brengen
+en over het algemeen de wonderlijkste dingen tot stand brengen. Dus was
+het voor hen van groot belang, dat ze zich fatsoenlijk hielden, omdat
+ze anders zich den toorn der Kabluna&rsquo;s of blanke menschen op den
+hals haalden. Als zij daarginds aan den wal booze dingen zouden willen
+uitrichten, bij voorbeeld bij die sneeuwhut daar in de verte, dan
+zouden wij rustig en wel aan boord blijven en enkel maar
+z&oacute;&oacute; doen.... Met een vreeselijk geknal vloog de sneeuwhut
+in de lucht, en een sneeuwwolk stoof omhoog.</p>
+<p>Dat was volkomen genoeg! Meer was er voor langen tijd niet
+noodig.</p>
+<p>Op Zondag 20 September zaten wij juist aan het tweede ontbijt, toen
+tot onze groote verbazing ons een geheel vreemde Eskimo een bezoek
+bracht. Reeds de manier, waarop hij binnentrad, wees erop, dat
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e965" href="#xd21e965" name=
+"xd21e965">216</a>]</span>onze gast zich in de &ldquo;wereld&rdquo; had
+bewogen. Zijn kleeding verschilde van die van den Netsjillistam. Onze
+verwondering verminderde niet, toen de man in een, zoo al niet juist,
+toch volkomen verstaanbaar Engelsch zei: &ldquo;Give me
+&rsquo;moke!&rdquo;</p>
+<p>Wij gaven hem tabak en een pijp, en hij stopte die op sierlijke
+manier. Toen stelde hij zich voor:</p>
+<p>&ldquo;Mister Atangala!&rdquo;</p>
+<p>Het begon interessant te worden! Ik bekeek hem oplettend en wachtte
+wat nu zou volgen. Maar hij wekte mij uit mijn gepeins en deed mij
+verstaan, dat nu van mij de volgende stap werd verwacht, door te
+zeggen:</p>
+<p>&ldquo;Mag ik vragen, Mijnheer, hoe uw naam is?&rdquo;</p>
+<p>Ik kreeg een kleur om mijn gebrek aan wellevendheid, boog en noemde
+mijn naam. De voorstelling was afgeloopen, en nu was hij blijkbaar
+tevreden. Hij beduidde mij, dat zijn familie buiten op het dek was en
+ik maakte mijn gebrek aan wellevendheid van zoo&euml;ven weer goed,
+door dadelijk de familie binnen te noodigen. Zij verscheen terstond. De
+vrouw was een groote, donkere verschijning van echt Eskimotype, Kokko
+geheeten, en ongeveer veertig jaar oud. Haar zoon schatte ze op tien
+jaren; hij was een eerste bengel.</p>
+<div class="figure xd21e979width"><img src="images/p1909-216-1.jpg"
+alt="Vertrek van een excursie per kajak." width="720" height="205">
+<p class="figureHead">Vertrek van een excursie per kajak.</p>
+</div>
+<p>Atangala vertelde, dat hij en zijn gezin drie blanken van
+Chesterfield Inlet in de Hudsonsbaai naar de Coppermine hadden
+begeleid. Dit bevestigde dus het bericht van Umiktuallu, ons zes weken
+geleden gebracht. Van de Coppermine had Atangala zich huiswaarts
+gewend, en toen hij hoorde, dat er een schip in Ogchoktu lag, besloot
+hij ons te bezoeken, ofschoon de afstand een paar honderd zeemijlen
+bedroeg, en te onderzoeken of hij ook zaken met ons zou kunnen doen.
+Hij blufte van belang, beweerde dat hij kon schrijven, en op zijn
+verlangen brachten we hem potlood en papier. Zijn bedrevenheid in de
+edele schrijfkunst was niet overweldigend. Met ongeloofelijke
+inspanning bracht hij zijn naam op papier. Hij vertelde, dat hij een
+paar jaren geleden met een amerikaanschen walvischvanger van de
+Hudsonsbaai over land naar Winnipeg was gegaan, en van zijn verblijf
+aldaar kende hij nu alle uitvindingen van den nieuweren tijd,
+telefonen, spoorwegen, electrisch licht en&mdash;whisky. Voor de
+laatste had hij groote belangstelling, en hij vroeg er steeds naar. Ik
+beproefde hem uit te leggen, dat de anti-alcoholbeweging het
+allernieuwste was op dat gebied, maar daar wilde hij niets van weten.
+Ten slotte smeekte hij om brandewijn. Maar hij kreeg geen drank. Voor
+ons was het bericht, dat bij Katiktali of kaap Fullerton twee groote
+schepen lagen, van het grootste belang. Mij kwam het terstond in den
+zin, of wij misschien door die beide schepen een postverbinding met de
+buitenwereld konden krijgen. Dus vroeg ik den heer Atangala, of hij
+bereid was, voor postillon te spelen en hij scheen er niet tegen te
+hebben.</p>
+<div class="figure xd21e986width"><img src="images/p1909-216-2.jpg"
+alt="De Gj&ouml;a in het ijs te Port-Gj&ouml;a." width="576" height=
+"573">
+<p class="figureHead">De <i>Gj&ouml;a</i> in het ijs te
+Port-Gj&ouml;a.</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e993" href="#xd21e993" name=
+"xd21e993">217</a>]</span></p>
+<div class="figure xd21e995width"><img src="images/p1909-217.jpg" alt=
+"Op de zalmvangst." width="720" height="353">
+<p class="figureHead">Op de zalmvangst.</p>
+</div>
+<p>Ieder was nu ijverig in de weer met brieven te schrijven. De post
+zou binnen een paar dagen vertrekken, en men moest zien, gauw klaar te
+komen. Atangala was nog steeds gast aan boord, en hij scheen het naar
+zijn zin te hebben. Maar zijn honden zagen er slecht uit; ze leken
+magere wolven en liepen snuffelend rond. Het was een naar gezicht; maar
+wat konden wij doen? We hadden voor onze eigen honden niet genoeg, laat
+staan voor vreemde.</p>
+<p>Den 28<sup>sten</sup> November was de postslede gereed en trots wind
+en sneeuwstorm vertrokken de postillons om elf uur in den voormiddag.
+Ik had het voor het veiligst gehouden, Talurnakto mee te zenden, want
+ik kende immers Atangala niet; misschien was hij wel een der grootste
+deugnieten.</p>
+<p>Het was een dwaas gezicht, hoe Talurnakto zich met de opdracht, die
+hem toevertrouwd was, in zijn schik voelde. De brieven, die
+geadresseerd waren aan de &ldquo;Schepen bij kaap Fullerton,&rdquo;
+droeg hij in een tasch aan een riem over den schouder. Ik zag wel, dat
+een spotachtig lachje om Atangala&rsquo;s mond speelde, maar begreep
+eerst later, wat dat beduidde. De beide Eskimo&rsquo;s trokken dus weg
+en waren spoedig in een sneeuwwolk uit ons gezicht verdwenen.</p>
+<p>Als een expeditie in de wereld van het poolijs zal gelukken, is het
+een eerste vereischte, dat alle leden ten allen tijde volop werk
+hebben, en de plicht van den leider is het, de indeeling van het werk
+te maken, wat echter in lange perioden wel eens moeilijk onafgebroken
+vol te houden is. Ledigheid werkt altijd demoraliseerend, en dat alleen
+is al reden genoeg om op een poolreis niet te veel menschen mee te
+nemen. Enkele menschen kan men altijd wel aan het werk zetten, maar een
+grooter aantal altijd bezig te houden, is bijna onmogelijk. Voor mij
+was het geen moeilijke taak, want mijn kameraden kwamen mij altijd
+halfweg tegemoet. Als ik niet wat uitvond, kwamen ze zelf met hun
+plannen. Lund genoot de hoop van een groot uitvinder te wezen op
+allerlei gebied. Als ik met een denkbeeld bij hem kwam, werd het
+dadelijk uitgevoerd. Alleen moest hij soms, als er smeedwerk moest
+worden verricht, Ristvedt te hulp roepen. Maar als dan ook de smid
+Ristvedt en de architect Lund samenwerkten, was er niets
+onmogelijk.</p>
+<p>Van Godhavn hadden wij een menigte vuurvaste baksteenen meegebracht,
+waarmee wij onze petroleumkachels ommetselen wilden, om de warmte
+langer te kunnen bewaren. Nu had ik al lang over de beste manier om van
+die steenen gebruik te maken nagedacht en wendde mij ten laatste met
+die vraag tot Lund. Wij overlegden en kwamen toen tot de slotsom, dat
+men, in plaats van de oude kachels in te metselen, even goed een geheel
+nieuwe kachel kon maken. Lund nam de plannen en de uitvoering op zich.
+Op denzelfden dag, waarop de post vertrok, verraste hij ons met het
+voltooide werk. Hij had een van onze groote blikken pakkisten genomen,
+die in baksteenen ingemetseld en aan de eene zijde een deur erin
+aangebracht.</p>
+<p>Zijn plan was, een van onze groote kooktoestellen, die een
+verbazende hitte verspreidden, door de deur erin te schuiven en daarmee
+de kachel te stoken. Als het toestel dan werd uitgedaan, zou de warmte
+door de steenen nog lang worden vastgehouden. Dat klonk prachtig en met
+mij verheugde zich de luitenant al op de warmte in onze kajuit. Wij
+keken met de grootste belangstelling naar het zetten van de kachel.
+Toen die goed op haar plaats stond, werd het toestel aangestoken en
+erin neergezet.</p>
+<p>Luitenant Hansen zat ijverig over allerlei berekeningen, en ik was
+aan mijn eigen werk. Het toestel had nog niet lang gebrand, toen mij
+een eigenaardige, scherpe, doordringende geur in den neus kwam. Snel
+keek ik naar den luitenant, om te zien of hij ook wat merkte; maar hij
+zat onbewegelijk over zijn cijfers gebogen. Ik zei dus niets, maar
+stond op en kleedde mij aan om naar het observatiehuis te gaan en hem
+alleen de verdere proeven met de kachel over <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1017" href="#xd21e1017" name=
+"xd21e1017">218</a>]</span>te laten. Het kon mij niet
+schelen&mdash;maar het stonk afschuwelijk!</p>
+<p>&ldquo;Voor den drommel!&rdquo; viel de luitenant plotseling uit en
+wierp zijn potlood weg. &ldquo;Wat is dat hier voor
+vuiligheid?&rdquo;</p>
+<p>Ik was de deur al uit en liet den luitenant in een dikken,
+verstikkenden walm, waarvan de reuk de herinnering wakker riep aan alle
+honden, zoowel de Godhavnhonden als de Gj&ouml;ahonden. Het kwam
+namelijk doordat de baksteenen onbeschut buiten hadden gelegen en wel
+op de plek, waar de honden zich graag ophielden. Men kan zich nu wel
+voorstellen, wat de uitwerking moest wezen van ons verwarmingstoestel
+op die steenen!</p>
+<p>Toen ik al ver weg was op den weg naar het observatorium, hoorde ik
+een geweldig spektakel aan boord. Ik kon wel raden wat het was.
+Lund&rsquo;s zinrijke kachel werd eruit gesmeten.</p>
+<p>Nu hadden wij niets meer dan de herinnering eraan; maar die zat dan
+ook vervloekt lang in de wanden!</p>
+<p><span lang="fr">O&ugrave; est la femme?!</span> Zelfs hier in de
+sneeuwwoestijn moet men vaak dezen noodkreet van de menschheid
+uitstooten, of liever gezegd er de oorzaak in zoeken van der menschen
+misslagen en dwalingen. Umiktuallu, die nog altijd op de vischvangst in
+Navjato was, kwam bij ons aan boord, om onze honden voor een paar dagen
+te leenen. Hij vertelde, dat Talurnakto in Navjato de post aan Atangala
+had gegeven en met een Eskimovrouw naar het zuiden was getrokken. Als
+echtgenoot nommer twee namelijk. Dat was echter, zooals ik
+uitdrukkelijk verklaar, de eenige onbetrouwbaarheid, die wij van de
+<span class="corr" id="xd21e1031" title=
+"Bron: Nestjilli-Eskimo&rsquo;s">Netsjilli-Eskimo&rsquo;s</span>
+ervoeren.</p>
+<p>Umiktuallu zei ook nog, dat een ons bekende jonge vrouw in het
+kraambed gestorven was. Dat was het tweede sterfgeval in den
+winter.</p>
+<p>De Eskimo&rsquo;s stroomden thans in December in grooten getale in
+onze haven binnen. De vischvangst in Navjato en de andere plaatsen was
+ge&euml;indigd. Voor zoo ver we hen begrepen, wilden ze nu tot na
+Kerstmis rustig in Ogchoktu blijven. Zeker verleende onze
+tegenwoordigheid aan de plaats een groote bekoring. Een groot aantal
+van de Eskimo&rsquo;s bedelde dadelijk om eten. Er waren lieden onder,
+die voor zich en de hunnen meer dan genoeg wintervoorraad hadden, maar
+anderen hadden weinig, deels uit ongeluk, deels uit luiheid. Voor ons
+was het volstrekt niet aangenaam, al dat bedelvolk bij ons te hebben,
+en wij moesten telkens beslist weigeren, daar we toch niet voor al die
+menschen voedsel hadden.</p>
+<p>De meeste Eskimo&rsquo;s bouwden hun hutten in het S&auml;landdal,
+en het kamp zag er belangrijk genoeg uit.</p>
+<p>Wij hadden nu den donkersten tijd van het jaar, waarin de zon den
+geheelen dag onder den horizon blijft. Wij moesten dus aanhoudend licht
+branden. In verband met dien &ldquo;langen nacht&rdquo; had ik
+extra-patentlampen meegenomen, waarin de verhitte petroleum als gas
+brandde, waardoor een zeer sterk licht verkregen werd. Maar reeds den
+eersten winter hadden deze lampen vaak niet goed gebrand en veel moeite
+gegeven. In dezen winter gaven ze het geheel op. Lindstr&ouml;m, tot
+wiens departement de lampen behoorden, was wanhopend, en hij gaf zich
+bewonderenswaardig veel moeite, om de zaak in orde te brengen. Maar ten
+laatste moest hij zich overwonnen geven, en de geheele voorraad lampen
+werd weggestopt. Ik had een groote fout begaan; in plaats van mij
+volkomen te verlaten op die lampen, had ik toch ook nog eenige gewone
+lampen moeten meenemen.</p>
+<p>De verlichtingstoestanden waren dus aan het eind van den winter aan
+boord van de <i>Gj&ouml;a</i> ver van schitterend. Een
+photografeerlamp, een kompaslamp en twee lantarens, dat was alles, wat
+we hadden, en daarmee moesten we ons behelpen, zoo goed het ging.
+Natuurlijk deed Lund de eene uitvinding na de andere in zake
+verlichting, en zijn toestellen hadden misschien wel een
+tentoonstellingsprijs verdiend, als ze maar gebrand hadden, maar dat
+deden ze niet.</p>
+<p>Eerst half Januari begon de jacht op zeehonden, en het was hoog tijd
+geworden voor de aanvulling van de voorraden. Ik geloof haast, dat de
+Eskimo&rsquo;s om een of ander oud vooroordeel niet vroeger met die
+jacht beginnen. De maan moest, naar ik meende te begrijpen, een
+bepaalden stand innemen, v&oacute;&oacute;r men met de jacht op
+zeehonden mocht aanvangen. En de maan is hun iets heel heiligs,
+waarnaar ze ook hun tijd regelen.</p>
+<p>Hun bijgeloof zat hun soms leelijk in den weg. Juist in dien tijd
+gebeurde iets karakteristieks in dit opzicht. Een aantal vrouwen waren
+bij ons aan boord geregeld met naaiwerk voor ons bezig. Ze kregen er
+een kleine betaling voor, waar ze zeer mee ingenomen waren. Op een dag
+verklaarden ze eenstemmig, dat ze niet konden werken. Wij vroegen naar
+de reden en vernamen, dat de eerste zeehond gevangen was en dat de
+vrouwen zeehondenvleesch gegeten hadden; dan mochten ze buiten haar
+eigen huis niet het minste werk doen, eer de zon zoo en zoo hoog aan
+den hemel stond. Wij wilden haar het dwaze van deze beschouwing
+duidelijk maken, beloofden haar ook een ruimere betaling, ja, smeekten
+haar, toch voort te maken met het werk, dat voor ons noodig was. Maar
+neen, hier stieten we op een muur, waar we met gewone menschelijke
+bewijsgronden niet konden doorheen dringen. Daar stond of God of de
+duivel op wacht, en tegenover deze verloochenden de vrouwen hare anders
+zoo volgzame en toegefelijke natuur. Alleen de oude Navjato was slim
+genoeg geweest, niet van het zeehondenvleesch te eten. En zij zat nu
+bij ons aan boord, naaide van den morgen tot den avond en verwierf ons
+aller hulde.</p>
+<p>Den 11den Januari volbracht ik een volkstelling in de Gj&ouml;ahaven
+en de omgeving en bevond, dat er achttien famili&euml;n met zestig
+personen waren.</p>
+<p>In het midden van Januari 1905 kwam Lindstr&ouml;m op een dag met
+het bericht, dat er conserven gestolen waren van onzen voorraad op het
+dek. Wij hadden uit het proviandhuis naar boord gehaald, wat we aan
+levensmiddelen voor den winter noodig hadden, en ze op het dek
+ondergebracht, waar het droog was. Van het begin af was het mij
+duidelijk geweest, wat dat voor een verzoeking was voor de
+Eskimo&rsquo;s, vooral nu, dat ze bijna niets te eten hadden, en ik
+vond het nog een wonder, dat er in al dien tijd niets gebeurd was. De
+Eskimo&rsquo;s gingen immers dagelijks <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1056" href="#xd21e1056" name="xd21e1056">219</a>]</span>op de
+<i>Gj&ouml;a</i> uit en in; een blikje kan in het voorbijgaan
+gemakkelijk verstopt en in de kleederen geborgen worden. Nu ontbraken
+er dus eenige blikken. Ik riep den Uil en Umiktuallu en zei hun, dat
+hun landslui ons bestolen hadden en dat ik volstrekt de schuldigen
+aangewezen wilde zien.</p>
+<p>Zij namen de zaak heel ernstig op; men zag duidelijk, dat ze zich in
+zekeren zin voor hun stam verantwoordelijk voelden. Ze verlieten mij,
+en een paar uren later kwamen ze terug en noemden vier of vijf namen
+van de schuldigen. Het waren alleen Oglugi-Eskimo&rsquo;s; van den
+Netsjillistam had geen enkele zich vergrepen. Ik liet de schuldigen
+halen. Onder hen bevond zich ook Teraiu, evenals zijn broeder
+Tamoktuktu. Ieder van hen had zich een bus toege&euml;igend. Ik hield
+een donderende toespraak en verbood hun van dat oogenblik af den
+toegang tot het schip. Toen dropen ze druipstaartend af.</p>
+<p>Tegen het eind van Januari hadden de Eskimo&rsquo;s meer geluk op de
+zeehondenjacht, die hun in het begin niet goed naar wensch was gegaan.
+Den 1sten Februari gaven allerlei kenteekenen te verstaan, dat de stam
+ging opbreken; de Eskimo&rsquo;s begonnen hunnen voorraden naar buiten
+te brengen op het ijs, en enkele dagen later trokken ze werkelijk weg.
+Wij voelden ons zeer verlicht, toen wij ze kwijt waren. Het eeuwige
+gebedel om levensmiddelen was ons zeer lastig geweest.</p>
+<p>Nu begonnen voor ons ook de voorbereidingen tot een slede-expeditie,
+die al lang voor het aanstaand voorjaar ontworpen was. Luitenant Hansen
+en Ristvedt wilden met elkander de oostkust van Victorialand trachten
+te bereiken, om van dit land, het eenige dat nog niet opgenomen was in
+den noord-amerikaanschen archipel, een kaart te teekenen. Zooals
+vroeger al verteld is, was voor deze expeditie bij kaap Crozier,
+ongeveer honderd zeemijlen van de Gj&ouml;ahaven verwijderd, een
+d&eacute;p&ocirc;t aangelegd. Onze eerste zorg draaide nu om de honden.
+Wij hadden een uitstekend troepje, maar er waren te weinig. De
+luitenant en Ristvedt deden daarom een uitstapje naar de
+Eskimo&rsquo;s, die thans ongeveer twintig zeemijlen op het ijs buiten
+woonden, en keerden na twee dagen met vier groote honden terug, die ze
+voor een paar stangen ijzer hadden gekregen.</p>
+<p>Die honden waren wel erg uitgehongerd en moesten eerst goed gevoed
+worden, v&oacute;&oacute;r wij ze in gebruik konden nemen. Maar toen
+kwam nog de tweede zorg, namelijk het voeder, dat even belangrijk was
+in dezen als de honden zelf. Ons hondevo&ecirc;r was opgebruikt. Het
+eenige, wat wij nog hadden, was menschenpemmikan, en dat zou het niet
+lang volhouden. Ons pemmikan bestond uit vijftig percent ossenvet en
+vijftig percent gedroogd en gestampt paardenvleesch. Deze beide stoffen
+zijn saamgesmolten en in platen van elk een half kilo geperst, zeer
+gemakkelijk en beknopt in te pakken. De Indianen zijn het, van wie men
+oorspronkelijk het gebruik van dit proviand heeft geleerd, en alle
+poolvaarders moeten hun daar dankbaar voor zijn. Het pemmikan smaakt
+voortreffelijk, neemt weinig plaats in en kan rauw, gebraden of gekookt
+gegeten worden. Vooral is het van groote waarde op een slede-expeditie.
+Wij hadden buitendien ook nog een aantal kisten met hondentalg, die nog
+over waren van de tweede Framexpeditie, en die stof bleek zeer
+bruikbaar. Ook hadden we een massa havergort en havermeel, dat
+ongebruikt lag omdat geen van ons er een bijzondere voorliefde voor
+had. Al die dingen werden aan luitenant Hansen afgestaan, en hij ging
+er proeven mee nemen. Havermeel met hondentalg smaakte de honden en
+bekwam hun goed. En zoo vormde hij porties van elk een half kilogram
+van dat mengsel als dagelijksche maaltijden voor de honden. De
+bereiding had in het groot plaats; het geheele schip leek wel een
+gepatenteerde hondenvoerfabriek onder leiding van den directeur
+Godfried Hansen. Het werk vlotte goed, en weldra was deze heele
+quaestie opgelost. Daarna werd over de verdere uitrusting gesproken en
+alles nagezien. Lund zou voor de sleden zorgen, waar heel wat aan te
+herstellen viel en die van nieuwe schuivers moesten worden
+voorzien.</p>
+<p>Midden in deze toebereidselen kwam het bericht, dat Talurnakto, de
+verdwenen postillon, in Navjato teruggekeerd was en verzocht, weer in
+genade te worden aangenomen. Wij hadden hem niet enkel om zijn vlijt,
+maar ook om zijn goed humeur gemist en vonden zijn misdaad niet grooter
+dan die van zoo menig man, die er met de vrouw van een ander van door
+was gegaan; ja, eigenlijk was er minder misdreven, daar in dit geval de
+geheele familie der vrouw en haar man en kinderen meegegaan waren.</p>
+<p>Dus lieten wij hem weten, dat wij hem wilden vergeven en hij zijn
+vroegere betrekking van &ldquo;meid alleen&rdquo; weer kon aanvaarden.
+Op een avond in Februari werd mij gemeld, dat Talurnakto gekomen was.
+Hij waagde niet eens, zoo maar bij mij binnen te treden. Ik liet hem
+halen. Zijn uitzicht was, sinds we hem de laatste maal zagen, zeer
+veranderd. Hij had het blijkbaar als minnaar niet gemakkelijk gehad.
+Zijn rond, vergenoegd gezicht was langgerekt geworden en mager, en
+droeg een uitdrukking van diepen weemoed. Hij had zeker niet enkel
+aangename herinneringen aan zijn liefdesavontuur bewaard. Al wat hij
+bezat, zijn mes, en speer, pijp en meer van dien aard, alles was in het
+bezit der geliefde vrouw overgegaan, of de echtgenoot had ze als
+vergoeding voor zijn liberaliteit verlangd. De arme Talurnakto kwam
+volkomen uitgeplunderd van zijn escapade terug.</p>
+<p>Den 7<sup>den</sup> Februari ondernam luitenant Hansen de eerste
+slede-expeditie in het jaar. Hij ging naar Kaa-aak-ka en deed er een
+menigte magnetische waarnemingen. Het was de allervroegste tijd voor
+eenig werk in de open lucht; maar we hadden veel plannen en moesten
+haast maken. Maar koud was het, dat het een aard had! Het is
+merkwaardig, hoe bros en licht breekbaar alle voorwerpen bij zoo
+strenge koude worden. Zoo was onze goede Lund op een dag juist met de
+sledeschuivers bezig; de lat van hickory-hout lag op twee verscheiden
+voet hooge kisten; bij een onhandige beweging liet hij het ding op het
+dek vallen en het sprong in vele stukken. Hickory is toch het taaiste
+hout van de wereld; onze schuivers waren van uitstekend amerikaansch
+maaksel uit Pensecola; maar in deze koude streken is toch esschenhout
+te verkiezen.</p>
+<p>Op een Zaterdagmiddag reed tot onze verbazing onze met vijf honden
+bespannen slede de haven binnen en hield met een mooien zwaai voor de
+<i>Gj&ouml;a</i> op, <span class="pagenum">[<a id="xd21e1084" href=
+"#xd21e1084" name="xd21e1084">220</a>]</span>maar er was geen koetsier.
+Toen kwam kort daarna van de &ldquo;Magneet&rdquo; het bericht, dat er
+op het ijs een zwarte stip was te zien. En na een poosje kwam
+Talurnakto hijgend en blazend aanloopen; hij was van de slede geworpen,
+en de honden waren er van door gegaan en hadden alleen het huis
+opgezocht.</p>
+<div class="figure floatLeft xd21e1087width"><img src=
+"images/p1909-220-1.jpg" alt="Een getatoe&euml;erd Eskimobeen." width=
+"410" height="335">
+<p class="figureHead">Een getatoe&euml;erd Eskimobeen.</p>
+</div>
+<p>Eens kwam de Uil met een anderen Eskimo aan boord en vertelde, dat
+eenige Oglugi-Eskimo&rsquo;s onze proviandtent hadden bestolen; ze
+brachten een ongeopende boterbus mee, die ze hadden opgeraapt. Bij
+onderzoek bleek, dat een vierde kist sledebrood, tien platen pemmikan
+en de bovengenoemde boterbus ontbraken. Als we er niets van vernomen
+hadden, zou de diefstal waarschijnlijk nooit zijn uitgekomen, want de
+dieven hadden alles weer in goede orde gebracht. En ze hadden het niet
+te erg gemaakt. De oude Teraiu en zijn broeder Tamoktuktu hadden aan de
+spits der onderneming gestaan, die in den vroegen morgen haar slag had
+geslagen. De Uil kreeg ter belooning voor zijn eerlijkheid een groote
+bijl, de ander een mes. Toen ze het schip weer verlieten, droeg ik hun
+een groet op voor de dieven en liet hun zeggen, dat zoo een van hen het
+in zijn hoofd mocht halen, zich ooit weer in Ogchoktu te vertoonen, dat
+hij dan op de plaats zou worden doodgeschoten. Op denzelfden avond
+legde Ristvedt een kleine mijn aan bij de deur van het proviandhuis,
+die zoo ingericht werd, dat ze op hetzelfde oogenblik ontplofte als de
+deur openging. Het was een ongevaarlijk ding, maar zou voldoende zijn,
+een nieuwe inbrekerspoging te verhinderen.</p>
+<p>In dezen tijd haalden we ook de beide booten binnen, die we in het
+open veld hadden achtergelaten; er was geen schade aan te
+bespeuren.</p>
+<div class="figure floatRight xd21e1096width"><img src=
+"images/p1909-220-2.jpg" alt="Een getatoe&euml;erde Eskimoarm." width=
+"437" height="349">
+<p class="figureHead">Een getatoe&euml;erde Eskimoarm.</p>
+</div>
+<p>Telkens kregen we bezoek van de Eskimo&rsquo;s die ons in Februari
+hadden verlaten, om op de zeehondenjacht te gaan. Wij beantwoordden de
+bezoeken ook te zijner tijd. Van den eerbied, dien wij hun inboezemden,
+kregen we in dien tijd een schitterend bewijs. De
+Itchjuachtorvik-Eskimo&rsquo;s hadden, toen wij in den vorigen winter
+op weg naar de magnetische pool waren en aan de noordkust van Boothia
+Felix een d&eacute;p&ocirc;t hadden geplaatst, een slede met proviand
+gestolen. In dit jaar nu kwamen ze en leverden de slede weer in, omdat
+ze vreesden, dat wij hun iets kwaads zouden aandoen. Zij bleven op
+eerbiedigen afstand en zetten de slede bij het kamp der
+Netsjilli-Eskimo&rsquo;s op het ijs neer. Hun angst moet werkelijk zeer
+groot geweest zijn, als ze een zoo kostbaar voorwerp als een slede
+terugbrachten. De slede had wel veel geleden, maar onder Lund&rsquo;s
+kundige behandeling werd ze hersteld en was daarna nog sterker dan te
+voren.</p>
+<p>Niet zelden kwamen de Eskimo&rsquo;s ons &rsquo;s avonds bezoeken.
+Ik had dan medelijden met hen in die vreeselijke koude en noodigde hen
+uit, bij ons te overnachten. Ze mochten in de kajuit bij den luitenant
+en mij slapen. Wij hadden soms tot dertien slaapgasten aan boord. Zij
+legden zich eenvoudig op den grond en dekten zich met een rendiervel
+toe, dicht aaneengesloten als haringen in een ton. De anderen in de
+voorkajuit weigerden, zulke gasten op te nemen; ze trokken de neuzen op
+en beweerden, dat de gasten een naren reuk achterlieten. Nu vond de
+luitenant evenmin als ik, dat het juist naar eau de Cologne, viooltjes
+of versch gemaaid hooi rook, als de Eskimo&rsquo;s &rsquo;s avonds hun
+groote kaplaarzen uittrokken; maar wij voelden, dat we met dit offer op
+goedkoope en goede manier de echte gastvrijheid uitoefenden.</p>
+<p>In den loop van den winter stichtten luitenant Hansen, Wiik,
+Ristvedt en ik een verbond, welks leden zooveel mogelijk alle
+voortbrengselen van het land zouden proeven. Ristvedt werd tot
+vereenigingskok benoemd, daar Lindstr&ouml;m zich liever in zee wilde
+storten dan zulke vuiligheid klaar te maken. Een gebraden vos, waaraan
+de vereeniging zich des avonds te goed deed, had onzen kok aan den rand
+van den waanzin gebracht en hij verklaarde, dat wij de grootste
+vuiliken van de wereld waren. Maar de vereeniging beweerde eenstemmig,
+dat een vossengebraad het fijnste gerecht was, dat ons ooit aan boord
+was voorgezet. Het vleesch der meeste vossen, die hier in menigte
+waren, smaakte ook werkelijk zeer goed, het deed aan hazenvleesch
+denken. Wij beproefden het ook met andere gerechten, als rendiermagen,
+zeehondvinnen en dergelijke.</p>
+<p>De winter was nu voorbij, en naar het scheen stond de lente voor de
+deur. Bij het vorige jaar vergeleken, was er een groot onderscheid
+merkbaar. Toen hadden we op het eind van Maart ongeveer 45 graden
+Celsius <span class="pagenum">[<a id="xd21e1109" href="#xd21e1109"
+name="xd21e1109">221</a>]</span>onder nul gehad, en in dit jaar
+daarentegen slechts acht graden. Dat was een goed voorteeken voor den
+zomer, die zoo groote beteekenis voor ons had.</p>
+<p>Al het winterwerk was nu voorbij, en het station weer omgeven door
+een kring van observatoria. Onze reizigers, die met de slede naar het
+Noorden wilden gaan, konden vertrekken zoodra het mooi weer werd. Deze
+slede-expeditie had voor 75 dagen proviand bij zich, in de
+veronderstelling dat het in het vorig jaar bij kaap Crozier opgerichte
+d&eacute;p&ocirc;t in orde was; in het tegenovergestelde geval hadden
+ze maar voor 50 dagen proviand bij zich.</p>
+<p>Den 2<sup>den</sup> April 1905 brak de expeditie op. Onder
+wederzijdsch levendig wuiven met de vlaggen gingen ze heen, en,
+begeleid door onze beste en hartelijkste wenschen, wendden ze zich
+westwaarts naar Victorialand.</p>
+<p>Met het vertrek van die expeditie begon naar onze berekening in dit
+jaar het voorjaar. Wel hadden we later nog een geweldigen sneeuwstorm;
+maar de koude van den winter was gebroken en keerde niet terug.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Er was veel te doen dat voorjaar, want wij zouden opbreken met al
+ons hebben en houden en verder westwaarts trekken. In Juni 1905 werd na
+19 maanden de loop der zelfregistreerende instrumenten veranderd; ze
+moesten stilstaan, na zoo lang te hebben gewerkt onder Wiik&rsquo;s
+leiding. Onze gebouwen werden afgebroken. Alles werd aan boord
+gebracht, wat daar geschikt voor was, en toen werd de <i>Gj&ouml;a</i>
+van onder tot boven nieuw geverfd en ge&ouml;lied. Ook al onze booten
+ondergingen een groote schoonmaak. Het kon immers wezen, dat wij dezen
+zomer &ldquo;menschen&rdquo; ontmoetten, en dan mocht niemand kunnen
+zeggen, dat wij, Noren, geen hart voor ons schip hadden. Toen was de
+<i>Gj&ouml;a</i> weer net zoo frisch en mooi, als den dag waarop ze de
+werf verliet.</p>
+<p>Allen deden mee aan dit werk. Ristvedt en Lund hadden een
+valreeptrap gemaakt van ijzer en hout, een mooie trap, die later zelfs
+in San Francisco opgang maakte. &ldquo;Niemand mag aan ons zien&rdquo;,
+zeiden we toen in Juni 1905, <span class="corr" id="xd21e1132" title=
+"Niet in bron">&ldquo;</span>dat wij tweemaal overwinterd
+hebben!&rdquo;</p>
+<div class="figure xd21e1136width"><img src="images/p1909-221.jpg" alt=
+"Een Eskimofamilie op jacht." width="660" height="720">
+<p class="figureHead">Een Eskimofamilie op jacht.</p>
+</div>
+<p>Wij hadden nu maar te wachten op den terugkeer der slede-expeditie.
+Toen ze na verloop der eerste zeven weken niet terug waren, besloot ik
+daaruit, dat ze het d&eacute;p&ocirc;t bij kaap Crozier onbeschadigd
+hadden aangetroffen. Maar ook in dat geval hadden ze den 16den Juni er
+weer moeten wezen. In den laatsten tijd waren veel Eskimo&rsquo;s van
+verre gekomen, maar geen een had wat van de onzen gezien, en ik werd
+langzamerhand een beetje angstig. Sinds de Eskimo&rsquo;s in zoo
+grooten getale er weer waren, hadden wij een nachtwacht aan boord
+ingesteld. Ik drukte de wacht nog ernstig op het hart, goed uit te zien
+en mij dadelijk te wekken, als er iets in het gezicht kwam, dat op onze
+sledevaarders geleek.</p>
+<p>De 24ste Juni, Sint Jan, werd ook bij ons een feestdag, want des
+morgens om half zeven kwam Lund, die de wacht had, bij mij
+binnenstormen met den uitroep:</p>
+<p>&ldquo;Daar hebben we ze!&rdquo;</p>
+<p>Ik was dadelijk in mijn kleeren. Het was een heerlijke morgen,
+volkomen windstil met stekenden <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1149" href="#xd21e1149" name=
+"xd21e1149">222</a>]</span>zonneschijn. Ginds bij de uiterste landpunt
+kwamen onze kameraden in het gezicht. Ik kan bijna niet zeggen, hoe
+blij en verlicht ik mij voelde bij hun aanblik. En de behandeling, die
+de honden nu ondergingen, toonde wel, dat de heeren goed op krachten
+waren. In een wipje was de vlag geheschen, en met haar verschenen alle
+anderen op dek. Dat was een jubel aan boord! Een beter ontbijt dan
+anders werd opgedischt en daarbij hoorden wij terstond de gewichtigste
+gebeurtenissen.</p>
+<p>De tocht had zwaar en lichter werk gebracht, maar meestal was de
+arbeid zwaar geweest. Het d&eacute;p&ocirc;t van kaap Crozier was door
+beren volkomen vernield; maar toen ze daar waren, hadden ze al vier
+rendieren geschoten. De overvaart naar de Victoriastraat was zeer
+bezwaarlijk geweest. Het ijs was hoog opgetorend, en op sommige dagen
+waren ze niet meer dan twee of drie zeemijlen vooruitgekomen. Om een
+weinig te vorderen, hadden ze buitendien steeds groote omwegen moeten
+maken. Aan den anderen kant van de straat hadden ze een nieuwen
+Eskimostam aangetroffen, de Kiilnermium-Eskimo&rsquo;s van de
+Copperminerivier, die op de zeehondenvangst waren. Terwijl nu deze
+Eskimo&rsquo;s bijna niets hadden, dat van ijzer was, hadden ze veel
+meer voorwerpen van hout dan de Netsjilli&rsquo;s. Veel beter waren
+o.a. de bogen en de sleden. Onze beide reizigers ruilden voor spijkers
+en kleine messen zooveel zeehondenvleesch als ze noodig hadden. Zij
+bleven bij die menschen den nacht over, om een rustdag te hebben, die
+zoowel voor de menschen als voor de honden noodig was na den harden
+trek door het ijs.</p>
+<p>Toen werd de reis langs de onbekende oostkust van Victorialand
+voortgezet. Het land was zoo laag en vlak, dat het over het grootste
+deel der kust niet van de zee was te onderscheiden. Onder het voortgaan
+maakten ze een kaart van de kust. Ook schoten ze geregeld zeehonden,
+rendieren en beren, zoodat ze bijna altijd overvloed van levensmiddelen
+hadden.</p>
+<p>Op Vrijdag 26 Mei keerden ze om, nadat ze op het noordelijkste punt
+dat ze bereikt hadden, een wachtpost gebouwd en een reisbericht erin
+neergelegd hadden.</p>
+<p>De terugweg ging vlugger, daar ze nu geen opmetingen meer te doen
+hadden. Op dien terugweg werd het door Dr. Rae in de Victoriastraat
+waargenomen land nauwkeurig onderzocht. Het bleek een groep van vele
+kleine eilanden, The Royal Geographical Society-eilanden. Deze werden
+zoo goed mogelijk geographisch opgenomen, wat later van groot belang is
+gebleken voor ons verder doordringen. De Oglugi-zee tusschen Amerika,
+Victorialand en King Williamsland was voor het grootste deel met
+eilanden opgevuld en open, zooals op de oude kaarten is aangegeven. Het
+was goed, dat wij dat wisten voor het geval, dat we er in een donkeren
+nacht door wilden varen.</p>
+<p>Op den terugweg naar kaap Crozier hadden de reizigers gelukkig beter
+ijs gevonden, waar ze gemakkelijker op vooruit konden komen. Behalve
+een paar zeere hondenpooten was alles in den besten welstand. De reis
+had 84 dagen geduurd met een proviandvoorraad voor maar vijftig dagen.
+De expeditie had dus een uitstekend gevolg gehad, ja, men kon het
+succes bepaald schitterend noemen, als men aan het vele slechte
+we&ecirc;r dacht, dat ze hadden gehad en als men in aanmerking neemt
+welke opmetingen ze hadden gedaan en hoeveel tijd ze aan de jacht
+hadden moeten besteden, om zich van de noodige levensmiddelen te
+voorzien.</p>
+<p>Dat alles vernamen we bij het eerste ontbijt. Verder verliep de dag
+in feeststemming.</p>
+<p>Tegen het eind van Juni werd het zeer warm, en aan het strand begon
+het ijs te smelten. Als het op deze wijze verder ging, konden we een
+zeer goed ijsjaar verwachten, net als in 1903. Het land was bijna van
+ijs bevrijd, en de muggen plaagden ons geweldig.</p>
+<p>Aan boord moesten we ons nu in velerlei opzicht anders inrichten,
+daar Wiik en Ristvedt van het vasteland tot ons waren gekomen. De
+luitenant en ik moesten de kajuit met hen deelen. Daar Wiik aanhoudend
+met de uitwerking van zijn waarnemingen bezig was, kon de kajuit niet
+meer als donkere kamer worden gebruikt. Een donkere kamer moest de
+luitenant echter hebben; de vraag werd van alle kanten bekeken, en ten
+slotte eindigde luitenant Hansen met een donkere kamer, welker nadere
+bestemming ik niet nader wil aanduiden. In den nood leert men zich
+behelpen.</p>
+<p>Omdat nu de proviandtent ledig was, en de voorraad aan boord was
+overgebracht, werd ze tot allerlei doeleinden gebezigd. Vooreerst als
+droogkamer voor alle vogelhuiden, die er werden opgehangen en die in
+den aanhoudenden tocht snel droogden. Dan werd de tent als kantoor en
+badhuis gebruikt. Ons klein stoombad werd er neergezet en de ingang
+werd zoo laag gemaakt, dat ieder er zich in kon wasschen. Wij plaatsten
+er ook eenige tafels, waar we onze waarnemingsboeken en magnetische
+krommen konden nazien, v&oacute;&oacute;r ze werden afgesloten.</p>
+<p>De Uil, Umiktuallu en Noliein gingen den 2den Juni westwaarts naar
+Kamiglu in de buurt van het eiland Eta, om er te jagen. Ik beloofde
+hun, daar in de Simpsonstraat stil te houden, als wij met de
+<i>Gj&ouml;a</i> voorbijkwamen, en ik gaf hun een lange staak met een
+vlag eraan, die ze moesten oprichten, opdat we konden zien waar ze
+waren. Ze zouden ons rendierbouten aan boord brengen. Reeds lang had ik
+Lindstr&ouml;m een paar dagen vacantie beloofd, die hij wilde besteden
+aan een onderzoek in het geheimzinnige binnenland. De Eskimo&rsquo;s
+hadden veel verteld van een rivier, de Kaa-aaga-angi, daar hoog in het
+Noorden, die vol zalmen moest zijn, en veel famili&euml;n waren er nu
+heen gegaan, terwijl er berichten kwamen van grootsche vangsten.
+Daarheen gingen ook Lindstr&ouml;m&rsquo;s wenschen.</p>
+<p>Eindelijk was op den 4den Juni zijn expeditie gereed tot het
+vertrek. Ze bestond uit hemzelven en Talurnakto als eerste officier.
+Door de anderen was deze expeditie al als de &ldquo;expeditie tot
+onderzoek van het binnenland van King Williamsland&rdquo; genoemd. Ik
+beproefde nog het langst mijn ernst te bewaren tegenover de
+tochtgenooten. Lindstr&ouml;m had zich immers heusch ten doel gesteld,
+zijn zo&ouml;logische verzamelingen te verrijken, en de andere
+kameraden hielden hem teveel voor den gek. Toen de expeditie den
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1177" href="#xd21e1177" name=
+"xd21e1177">223</a>]</span>9den Juli terugkeerde, werd ze met groote
+ovaties ontvangen. De buit bestond uit veertig eieren en eenige
+eiderganzen. Het wetenschappelijk rapport was kort. Het luidde, dat
+Kaa-aag-angi een rivier was van de breedte van de Nid bij Drontheim, en
+dat het dier- en plantenleven het rijkst was bij het station!</p>
+<p>Den 26sten Juli was de haven dezen zomer voor de eerste maal
+ijsvrij. Wij zagen het water in de straat buiten al blauwer worden,
+maar er was nog geen scheur in het ijs te zien. Maar eenige dagen later
+kwam de wind te hulp; het <span class="corr" id="xd21e1181" title=
+"Bron: ijszette">ijs zette</span> zich in beweging en in allerlei
+richtingen verschenen de scheuren. Wij waren nu klaar voor de afvaart.
+Met uitzondering van de meteorologische instrumenten en van de honden,
+die tot het laatst aan land moesten blijven, hadden wij alles aan
+boord. De ruimte was door al onze verzamelingen overvol. In twee groote
+ijzeren kisten waren onze waarnemingen van de laatste twee jaar
+geborgen. Zij waren zoo ingericht, dat ze in het water konden drijven
+en op beide was de naam van het schip te lezen. Daaromheen stonden
+kleine kisten met proviand voor veertien dagen, munitie en verdere
+uitrusting, alles om te worden meegenomen, in geval we het schip
+moesten verlaten. Ieder had er ook zijn zak bij liggen met die dingen,
+die hij in geval van nood het liefst zou willen redden.</p>
+<p>Al onze booten en kajaks van zeildoek waren in de beste orde. Wij
+waren erop voorbereid, ons te moeten doorboomen. De wachten waren zoo
+verdeeld, dat &eacute;&eacute;n man aan het roer stond,
+&eacute;&eacute;n op den uitkijk en &eacute;&eacute;n bij de machine.
+Wij deklieden moesten alle drie op het dek zijn, terwijl de vierde
+mocht slapen. De machinisten wisselden elkaar af op de wacht; de kok
+zou de behulpzame hand reiken, zoo vaak hij weg kon.</p>
+<p>Allen zonder uitzondering wisten wij nu, dat er zwaar werk voor den
+boeg was. Maar de eensgezindheid, die al den tijd onder ons had
+geheerscht, bleef en gaf ons allen moed.</p>
+<p>Van de Axel-Steenhoogte had men het beste uitzicht naar het Westen
+over de straat, en in de volgende veertien dagen was ik daar dagelijks
+twee- of driemaal. Den 12den Augustus kwam er weer een flinke bries, en
+als wij inderdaad weg wilden, dan moest het nu zijn. Luitenant Hansen,
+Lund en ik waren al vroeg in den morgen op de Steenhoogte. Het ijs, dat
+zich hardnekkig was blijven vasthouden aan King Williamsland en
+westwaarts, was teruggeweken. Nu moest de poging gewaagd worden. De
+aftocht werd op den volgenden morgen om drie uur vastgesteld.</p>
+<div class="figure xd21e1191width"><img src="images/p1909-223.jpg" alt=
+"Een zomeravond op het dek van de Gj&ouml;a." width="701" height="541">
+<p class="figureHead">Een zomeravond op het dek van de
+<i>Gj&ouml;a</i>.</p>
+</div>
+<hr class="tb">
+<p>Den 13den Augustus precies op dat uur draaide de ankerspil lustig op
+de <i>Gj&ouml;a</i>. Het was geen uitlokkend we&ecirc;r, dichte nevel
+met tegenwind. Met volle kracht van den motor voeren we de haven uit.
+De Eskimo&rsquo;s hadden zich trots het vroege uur aan het strand
+verzameld en het laatste &ldquo;Manik-tu-mi&rdquo; werd ons
+toegeroepen. Een van hen, Tonnich, had zich laten vinden om als achtste
+reisgezel met ons mee te gaan. Wij loodden en peilden ons door de
+Simpsonstraat naar Boothpoint, waar wij moesten ophouden, omdat we niet
+meer genoeg konden zien of wij verder tusschen het ijs door, dat in
+groote massa&rsquo;s oostwaarts dreef, konden doorvaren. We ankerden
+dus in de lij van een der groote riffen v&oacute;&oacute;r de kaap,
+waar we tegen het drijfijs waren beschut. Af en toe verdeelde zich de
+nevel, en dan zagen we v&oacute;&oacute;r ons de door zeer veel ijs
+omgeven Todd-eilanden. Op den westkant van de eilandengroep konden wij
+open water waarnemen; daar moesten we dus zien te komen.</p>
+<p>Om drie uur in den namiddag trok de nevel op en wij kregen een
+overzicht van onzen toestand. Wij waren niet ver van de Todd-eilanden
+verwijderd, die slechts uit drie lage, kleine eilandjes bestaan, maar
+groot genoeg zijn om een massa ijs te verzamelen. Het zag er niet zeer
+hoopvol uit. Tusschen de hoofdmassa ijs en het verste eiland was wel
+een streep open water; maar het was niet te denken, dat die
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1207" href="#xd21e1207" name=
+"xd21e1207">224</a>]</span>smalle geul ver door zou loopen. Het ijs
+dreef namelijk zeer snel oostwaarts en ging waarschijnlijk aan de
+westzijde der eilanden vast zitten.</p>
+<p>Wij moesten daarheen om te onderzoeken. Het weer was wonderschoon
+geworden, stralend helder en bijna windstil. Nadat we de zuidpunt van
+het eiland hadden bereikt, waren we in spanning of werkelijk de
+westzijde met ijs bezet zou wezen. Een geul, die zoo smal was, dat ze
+uit de verte nauwelijks breed genoeg scheen voor een bootje, lag open
+tusschen het ijs en de kust. Nu was er nog de vraag, of ze diep genoeg
+was. Alles hing af van den aard van de kust.</p>
+<p>&ldquo;Ik geloof, dat we er door kunnen!&rdquo; riep Lund uit den
+mast. &ldquo;Ik zie wel rotsen op den grond, maar wij kunnen tot vlak
+bij de kust komen.&rdquo;</p>
+<p>Dat was ook volstrekt noodig, als we verder wilden. Gelukkig daalde
+de westkust van het eiland zonder eenig strand loodrecht naar beneden;
+maar de <i>Gj&ouml;a</i> zou niet veel duimen breeder hebben moeten
+zijn, of wij waren blijven zitten. En wij stieten allen een zucht van
+verlichting uit, toen we tegen het Westen het open water der zee
+v&oacute;&oacute;r ons hadden.</p>
+<div class="figure xd21e1220width"><img src="images/p1909-224.jpg" alt=
+"Groot diner aan boord." width="706" height="516">
+<p class="figureHead">Groot diner aan boord.</p>
+<p class="first">Roald Amundsen.&mdash;Helmer Hansen.&mdash;Peter
+Ristvedt.</p>
+</div>
+<p>Bij Hall Point hadden de luitenant en Hansen op hun boottocht van
+1904 twee geraamten zien liggen. Het waren geraamten van blanken, dus
+van deelnemers aan de Franklinexpeditie. Zij begroeven ze en richtten
+een steenheuvel op, dien wij nu in alle stilte passeerden, juist toen
+de zon onderging, terwijl hemel en aarde overvloeid werden door een
+roodgouden licht; onze kleine triomfeerende <i>Gj&ouml;a</i> groette
+eerbiedig haar ongelukkige voorgangers.</p>
+<p>Toen ik den volgenden morgen vroeg op dek kwam, waren wij juist voor
+de Douglasbaai. Tonnich, die in deze streek bekend was, noemde ons de
+namen van de verschillende heuvelketens aan land. Hij ontdekte ook het
+kamp van onze Eskimo&rsquo;s. Het lag op den Kamiglu, een kleinen
+heuvel van ongeveer 20 meter hoogte. De tenten staken tegen den horizon
+af, en wij konden ook de staak met de kleine vlag zien.</p>
+<p>Daar de nevel nu in groote golven op ons toedrong, richtten we den
+koers recht naar den Kamiglu. Aan den kant van het vasteland was de
+grond zeer ongelijk, en we moesten dus een goed eind uit den wal
+ankeren. De mist hulde het schip geheel in, en om de aandacht van de
+Eskimo&rsquo;s te trekken, lieten wij met korte tusschenpoozen den
+misthoorn klinken.</p>
+<p>Reeds na korten tijd bewoog zich een kajak uit den nevel naar voren
+op ons toe, en een vroolijk &ldquo;Manik-tu-mi&rdquo; klonk ons tegen.
+Het was Nuleiu, dien spoedig anderen volgden. Zij waren allen zeer blij
+ons weer te zien, en Lund en ik gingen in de dorry om hen naar den wal
+te volgen. De mist hinderde de Eskimo&rsquo;s niet in het minst. Zij
+lachten ons uit, toen wij hen vraagden, of ze bij zulk dik weer den weg
+wel konden vinden en voeren vlug weg. Ofschoon wij drie kwartier
+moesten roeien, kwamen we precies bij hun landingsplaats aan. Om zonder
+een spoor van zonneschijn en bij volstrekte windstilte met zooveel
+zekerheid voorwaarts te komen, moesten deze menschen werkelijk met een
+zesde zintuig begiftigd zijn.</p>
+<p>Aan land was de nevel minder dicht. Kamiglu was een naar alle kanten
+steil afdalend schiereiland en alleen door een smal strookje land,
+tusschen lagunen in het Oosten en het Westen, met het land verbonden.
+Op den top hadden onze vrienden hun woningen in zeven tenten in een
+waar arctisch paradijs. In de lagunen beneden haalden ze zich zooveel
+visch, als ze noodig hadden, en rondom de uitgestrekte meren in het
+binnenland weidden groote rendierkudden. De Eskimo&rsquo;s hadden een
+goede jacht gehad en hadden overvloed van vleesch. Maar het meeste lag
+in d&eacute;p&ocirc;ts buiten op het vrije veld. Zij waren wel dadelijk
+bereid het te halen; maar dat zou ons verscheiden uren hebben
+opgehouden, daarom stelden we ons tevreden met wat in het kamp aanwezig
+was. Wij liepen rond en zeiden onze oude vrienden vaarwel; het zou
+zeker lang duren, eer we elkaar weerzagen. Tegelijk verzamelden wij
+zooveel gedroogd vleesch en zalm als we konden krijgen. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1239" href="#xd21e1239" name=
+"xd21e1239">225</a>]</span></p>
+<div class="figure xd21e1241width"><img src="images/p1909-225.jpg" alt=
+"Ons kamp te King-Point." width="720" height="418">
+<p class="figureHead">Ons kamp te King-Point.</p>
+</div>
+<p>V&oacute;&oacute;r de tent van Umiktuallu stond een pleegzoon van
+hem, Maniratcha of Manni, zooals wij hem altijd bij verkorting noemden.
+Hij stond te snikken, want hij had zoo graag met ons mee willen gaan,
+en nu hoorde hij, dat Tonnich was aangenomen. Hij was een flinke jongen
+van zeventien jaar, en hij had vroeger al gevraagd, om mee te mogen,
+zonder dat ik er veel op gelet had. Nu stond hij daar, en het speet
+mij, dat de zaak zoo geloopen was, want ik had Manni veel liever gehad
+dan Tonnich. Ik zei dus, dat hij maar eens moest meegaan; dan zou ik
+zien.</p>
+<p>Des morgens om zeven uur begon het op te klaren, en ik hield het nu
+voor het beste, dadelijk aan boord te gaan, om terstond te kunnen
+vertrekken als het goed helder was. In onze boot namen wij
+zes-en-dertig heerlijke rendierbouten mee en een grooten hoop gedroogde
+zalmen. De Uil, Manni en nog twee Eskimo&rsquo;s gingen met ons, en
+buitendien nog vier anderen in hun kajaks. Tegen acht uur waren wij aan
+boord, en de lucht was intusschen bijna geheel opgeklaard. Ik rekende
+met de Eskimo&rsquo;s af en betaalde hen voor vleesch en visch met
+ammunitie.</p>
+<p>Daarop moest het geval Manni met de kameraden worden besproken. Wij
+waren het allen eens, dat we liever Manni hadden dan Tonnich, die
+sedert zijn aankomst aan boord den welverdienden naam van vreetzak had
+gekregen. Daar opeens kwam de jonge heer zelf naar mij toe, en ik sprak
+hem aan:</p>
+<p>&ldquo;Nu, lieve Tonnich, wil je nu werkelijk met ons naar het land
+der Kabluna&rsquo;s reizen?&rdquo;</p>
+<p>Hierop verklaarde hij mij dadelijk met verbluffende openhartigheid,
+dat hij daar al lang geen lust meer in had. Hij kon de blanken niet
+verstaan. V&oacute;&oacute;r drie dagen wou hij volstrekt mee en nu, na
+een leventje als een prins, was hem de lust vergaan. Ik nam het
+verrassende bericht heel kalm op, want nu was de zaak met Manni in
+orde. Maar neen, nog niet heelemaal. De pleegvader, Umiktuallu, had er
+nog een woordje in mee te spreken, diezelfde aangename pleegvader, die
+vroeger zijn anderen pleegzoon doorstoken had. Hij moest eerst zijn
+toestemming voor de reis van den jongen geven. En die toestemming gaf
+hij niet voor niets. Hij was mee aan boord gekomen en eischte betaling
+voor den knaap. Een vijl en een oud mes bevredigden intusschen zijn
+verlangens; dus de prijs voor den pleegzoon was niet buitensporig.</p>
+<p>Het was helder, en wij zeiden den Uil en onze andere goede vrienden
+van den Netsjillistam hartelijk vaarwel. Het was een heerlijke, warme
+zomerdag met volkomen windstilte. Midden in de Simpsonstraat lag Eta
+als een reus, die ons den weg wilde versperren. Met de allergrootste
+voorzichtigheid voeren we door het zuidelijke vaarwater tusschen het
+eiland en het vasteland, niet breeder dan drie vierde zeemijl en vol
+ondiepten en riffen. Ik geloof, dat dit onze spannendste doorvaart was.
+In het kanaal werd het breeder water al ondieper; maar de uitkijk
+meldde, dat hij dieper water zag, als we maar eens over het rif waren.
+Het peillood was aanhoudend in werking, en het roer vloog van de eene
+zijde naar de andere, alsof het door dicht ijs ging, maar ten laatste
+kwamen we gelukkig de Etasond door.</p>
+<p>Nu konden wij ons ook eens met Manni bezighouden, die tot hier toe
+aan zichzelven was overgelaten. Ristvedt, die de namiddagwacht had bij
+de machine, kreeg de opdracht, Manni tot een Kabluna te maken. In
+aanmerking de massa zeep en insectenpoeder, die erbij gebruikt werden,
+moest men wel verwachten, dat Manni schoon werd, en dat was hij ook
+geworden, <span class="pagenum">[<a id="xd21e1260" href="#xd21e1260"
+name="xd21e1260">226</a>]</span>ofschoon wij hem zijn mooi haar lieten
+behouden, nadat het duchtig gekamd was. Zijn toilet viel wat bont uit,
+want het bestond uit een blauwen tricotkiel, een kniebroek van
+zeehondenvel, witte kousen, de oude verlakte schoenen van den luitenant
+en op het hoofd een oude lichtblauwe badmuts, die ik eens op de een of
+andere badplaats had gekocht. Van het eerste uur af won Manni ons aller
+hart; zijn lach verjoeg elke onaangename stemming, en hijzelf was
+blijkbaar uitstekend bij ons tehuis. Hij was echter ook in een
+Eskimoparadijs beland, een plaats, waar men zooveel mag eten als men
+maar kan bergen.</p>
+<p>In den loop van den avond kwam van het Zuiden wat ijs opzetten; de
+kant van het pakijs liep in noordwestelijke richting en dwong ons nu
+dien weg ook te volgen. Het vaarwater lag vol kleine, met ijs omzoomde
+eilandjes en klippen en voortdurend moesten wij peilen vanwege de
+ondiepten. Wij kropen voorwaarts op dien 15<sup>den</sup> Augustus, tot
+wij om vijf uur &rsquo;s avonds buiten in de Victoriastraat waren en de
+moeilijke eilanden achter ons hadden. De straat, waar we door gevaren
+waren, doopten we de Palanderstraat ter herinnering aan den moedigen
+kapitein der Vega. De eilanden ten zuiden ervan kregen den naam
+Nordenskj&ouml;ld-eilanden, naar den leider der Vega-expeditie.
+Luitenant Hansen&rsquo;s aardrijkskundige opneming van deze eilanden
+bleek volkomen juist.</p>
+<p>De Victoriastraat was met ijs opgevuld, dat echter zoo los was, dat
+we er doorheen konden dringen, want onze kleine Gj&ouml;a kon flinke
+stooten toedienen. V&oacute;&oacute;r het eiland Lind lag het ijs zeer
+dicht, maar wij slopen er door een smal geultje doorheen en vonden
+gelukkig aan de andere zijde open water. Toen wij in den morgen de
+zeilen wilden opzetten, brak de gaffel, en om die te herstellen,
+besloten wij in de Cambridgebaai, Collinson&rsquo;s winterhaven, binnen
+te varen.</p>
+<p>Victorialand was vlak en eentonig. Deasestraat is diep genoeg, als
+men zich maar een paar zeemijlen van de kust heeft verwijderd; maar van
+alle landtongen en rotspunten loopen ondiepten in zee.</p>
+<p>Den 17<sup>den</sup> Augustus om vijf uur in den morgen gingen wij
+op de westkust van kaap Colborne voor anker. Dat was een merksteen op
+onzen weg, want nu hadden wij met de <i>Gj&ouml;a</i> het tot nu toe
+nog niet overwonnen gedeelte van de Noordwestelijke Doorvaart bevaren.
+Van nu aan voelden wij ons eigenlijk in druk bevaren water. Hier en
+daar was zelfs een diepte op een kaart aangegeven, en vooral werkte
+geruststellend het bewustzijn, dat we nu v&oacute;&oacute;r ons een
+stuk van de Doorvaart hadden, waar reeds een groot schip door was
+gevaren.</p>
+<p>Wij repareerden de gaffel en namen een dag rust, waarna we den
+volgenden morgen om drie uur weer in zee staken, Collinson&rsquo;s
+beschrijving van het vaarwater was ons van grooten dienst; zij bleek
+volkomen juist; de groote eilanden vielen ook nu steil in zee, en het
+water was diep en zuiver.</p>
+<p>Het kompas, dat ons op de doorvaart door de Etasond in het geheel
+niet van dienst was geweest, begon nu weer te werken; maar we moesten
+de aanwijzingen natuurlijk met de grootste voorzichtigheid opnemen. Den
+volgenden dag passeerden wij de Richardsoneilanden, die nog al
+plantengroei vertoonden. Toen kwamen de Mileseilanden, die naar het
+Westen zacht afdalen, en het eiland Douglas. Weer stelden de ondiepten
+en eilanden ons veel moeilijkheden in den weg, en het was een
+ontroerende gedachte, dat als wij nu hier moesten terugkeeren, de heele
+onderneming op niets zou uitloopen en het doel, dat reeds zoovelen zich
+te vergeefs gesteld hadden, weer onbereikt zou blijven. Ik was dan ook
+zeer zenuwachtig, kon bijna niet eten en was steeds op onaangename
+verrassingen verdacht.</p>
+<p>Maar toen we de Dolphin- en Uyionstraat hadden bereikt, was de
+laatste moeilijke doorgang in de Noordwestelijke Doorvaart achter den
+rug, en onze verlichting was onbeschrijfelijk groot. Nu ging het met
+korte onderbrekingen door nevel of tegenwind gelijkmatig westwaarts.
+Den 27sten Augustus, toen om acht uur &rsquo;s morgens mijn wacht
+voorbij was en ik te bed was gegaan, werd ik, na een poos te hebben
+geslapen, door een druk heen en weer loopen op het dek gewekt. Er was
+boven blijkbaar iets bijzonders aan de hand, en ik ergerde mij, dat ze
+om een zeehond of een ijsbeer zoo&rsquo;n leven maakten. Maar daar
+stortte luitenant Hansen de kajuit binnen met de onvergetelijke
+woorden:</p>
+<p>&ldquo;Schip in zicht!&rdquo;</p>
+<p>Dadelijk daarna verdween hij weer en liet mij alleen.</p>
+<p>De Noordwestelijke Doorvaart was volbracht! De droom mijner
+kindsheid&mdash;op dit oogenblik was hij verwezenlijkt! Een eigenaardig
+gevoel snoerde mij de keel dicht; de tranen kwamen mij in de oogen.
+Schip in zicht! het woord had een magische uitwerking. Op eens waren
+het vaderland en alle vrienden mij zoo nabij, alsof ze de handen naar
+mij uitstrekten. Schip in zicht!</p>
+<p>In alle haast kleedde ik mij. Toen ik klaar was, stond ik een
+oogenblik stil voor het portret van Frithiof Nansen. Het was alsof het
+portret levend was geworden, alsof het mij toeknikte. &ldquo;Ik wist
+het wel&rdquo;, scheen het te zeggen. Ik knikte terug, lachend en
+gelukkig, en ging aan dek.</p>
+<p>Het was een prachtige dag. De wind was een weinig naar het Oosten
+gedraaid, en het ging vlug voorwaarts. De <i>Gj&ouml;a</i> scheen te
+begrijpen, dat thans het ergste geleden was; ze was zoo merkwaardig
+licht in haar bewegingen. De beide mastpunten daarginds aan den horizon
+hielden al onze aandacht bezig. Alle mannen waren op dek, en alle
+verrekijkers waren op het ons tegemoetkomende schip gevestigd. Op aller
+gezicht troonde een lach; maar er werd niet veel gesproken. Nu liet een
+van allen den kijker dalen.</p>
+<p>&ldquo;Ik zou wel willen weten...&rdquo;</p>
+<p>En weer werd het instrument voor de oogen gehouden. Een ander liet
+den kijker neer en begon weer: &ldquo;Ik zou wel willen
+weten...!&rdquo;</p>
+<p>Toen de romp van het vreemde schip zichtbaar werd, heschen we onze
+noorsche vlag. Langzaam rees ze; alle oogen volgden haar met
+liefkoozende blikken. Ze was verkleurd en had veel geleden, maar zij
+droeg naar litteekenen met eere.</p>
+<p>&ldquo;Ik zou wel eens willen weten wat hij denkt, als hij ons
+ziet!&rdquo;</p>
+<p>&ldquo;Hij denkt, dat het een vervloekt mooie vlag is!&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1309" href="#xd21e1309" name=
+"xd21e1309">227</a>]</span></p>
+<p>&ldquo;Hij is waarschijnlijk een Amerikaan.&rdquo;</p>
+<p>&ldquo;Ik zou denken dat het eerder een Engelschman is!&rdquo;</p>
+<p>&ldquo;Ja, wat wij voor lui zijn, dat ziet hij nu aan de
+vlag.&rdquo;</p>
+<p>&ldquo;O ja, hij ziet nu, dat wij menschen uit het oude Noorwegen
+zijn.&rdquo;</p>
+<p>De schepen kwamen snel dichter bij elkaar.</p>
+<p>&ldquo;Thans wordt de amerikaansche vlag geheschen!&rdquo; riep de
+man op den uitkijk, die den grooten verrekijker op het schip had
+gericht. En ja, spoedig zagen we allen de sterrenvlag met de strepen.
+Hij had onze vlag gezien en herkend, dat was duidelijk. De stoom vloog
+om het schip; het had blijkbaar een motor net als wij, en kwam snel
+vooruit.</p>
+<p>Nu was het tijd om zich voor de eerste ontmoeting wat op te knappen.
+Vier van ons zouden aan boord van het andere schip gaan, en de vier
+anderen moesten op de <i>Gj&ouml;a</i> blijven. In haast werden onze
+beste kleederen voor den dag gehaald. Enkelen trokken hun deftige,
+vaderlandsche kleeren aan; anderen gaven aan de Eskimodracht de
+voorkeur. Er was een, die laarzen van zeehondenvel voor de gelegenheid
+het meest passend vond, en een ander droeg gewone zeemanslaarzen. Op
+dek werd ook opgeruimd, zoo goed het ging. Van uit zijn mastkorf kon de
+Amerikaan door zijn kijker ons dek geheel overzien. En wij wilden een
+zoo goed mogelijken indruk maken. Wij waren nu zoo dicht bij elkander,
+dat wij van ons dek het geheele schip konden overzien. Het was een
+kleine, zwartgeverfde tweemaster, die een sterken motor moest hebben;
+wij maakten nu ons bootje klaar, lieten de machine bijdraaien en
+maakten onze dorry, onze zeewaardige boot, los. Het was wel geen mooie
+boot, en de kapitein had op het achterbankje met de vlag geen bepaald
+gemakkelijke zitplaats, maar het bootje paste bij ons schip, en wij
+waren immers ook niet op een pleizierreis.</p>
+<div class="figure floatRight xd21e1329width"><img src=
+"images/p1909-227.jpg" alt="Onze trouwe knecht Manni." width="363"
+height="597">
+<p class="figureHead">Onze trouwe knecht Manni.</p>
+</div>
+<p>De Amerikaan had zijn machine stop gezet en wachtte ons. Met twee
+man aan de riemen, waren we gauw naast hem. Een eind touw werd ons
+toegeworpen; ik vatte het aan en nu was ik weer in verbinding met de
+beschaving. Zij trad mij wel niet met overweldigende pracht te gemoet,
+want de &ldquo;Charles Hansson&rdquo; uit San Francisco zag er niet
+naar uit, alsof er overdreven weelde aan boord zou wezen. Een trap was
+overbodig, daar het schip diep in het water lag. Wij grepen de reeling
+en kropen naar boven. De eerste indruk was eigenaardig. Op het dek was
+elke voetbreed zoo bezet, dat men niet wist, hoe er door te komen.
+Eskimo vrouwen met roode rokken en negers in de bontste kleeren liepen
+door elkander, precies als in een soort van sprookjeswereld. Een oudere
+man met wit haar en baard trad op mij toe. Hij was pas geschoren en
+netjes gekleed, blijkbaar de kapitein.</p>
+<p>&ldquo;Is u kapitein Amundsen?&rdquo; luidde zijn eerste woord.</p>
+<p>Ik was zeer verbaasd, dat men hier aan het eind der wereld iets van
+ons wist en antwoordde bevestigend.</p>
+<p>&ldquo;Is dit het eerste schip, dat u ontmoet?&rdquo;</p>
+<p>Toen ik daarop toestemmend antwoordde, klaarde zijn gezicht op en
+wij drukten elkaar lang en hartelijk de hand.</p>
+<p>&ldquo;Het doet mij buitengewoon veel genoegen, dat ik de eerste
+ben, die u mag welkom heeten na uw volbrachte Noordwestelijke
+Doorvaart.&rdquo;</p>
+<p>Hierop werden wij uiterst vriendelijk in zijn kajuit genoodigd. Het
+was geen groote ruimte, maar toch wel even groot als de kajuit op de
+<i>Gj&ouml;a</i>. Kapitein James Mc Kenna was een middelgroote,
+corpulente man van tusschen vijftig en zestig jaar. Dat hij een
+stamgast in de IJszee was, kon men wel aan hem zien. Het diepgegroefde,
+koperroode gezicht sprak van koude en slecht we&ecirc;r. Hij was
+joviaal en gul en vroeg, of wij het een of ander noodig hadden, waarmee
+hij ons kon helpen. Het eenige, wat ons ontbrak, waren berichten uit
+het vaderland, maar helaas, die kon hij ons niet brengen. Hij had wel
+een paar oude kranten, maar...</p>
+<p>&ldquo;Oude! Ja, voor u! Voor ons zijn ze fonkelnieuw!&rdquo;</p>
+<p>Hij bracht een hoop, en door een merkwaardig toeval viel mijn oog
+het allereerst op een titel, dien ik als versteend aanstaarde.</p>
+<p>&ldquo;Oorlog tusschen Noorwegen en Zweden.&rdquo;</p>
+<p>Ik verslond het artikel in haast, maar het gaf slechts weinig
+opheldering. Kapitein Mc Kenna was al lang onderweg en kon ons niets
+naders meedeelen. Wij vraagden aan allen op het schip, of ze er ook
+meer van konden vertellen, maar tevergeefs. En deze onzekerheid was
+pijnlijker dan de totale onwetendheid van te voren. Maar er was niets
+aan te doen; wij moesten geduld oefenen.</p>
+<p>Na een zeer goed middagmaal wonnen luitenant Hansen en ik zooveel
+mogelijk inlichtingen in omtrent den verderen weg van hier af. Mc Kenna
+was de senior van de amerikaansche walvischvaardersvloot en kende de
+kust van Noord-Amerika beter dan iemand. Zeer dankbaar waren wij voor
+amerikaansche kaarten van de verdere reis. Ze waren nieuwer dan
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1361" href="#xd21e1361" name=
+"xd21e1361">228</a>]</span>onze eigene en gaven veel bijzonderheden.
+Met randopmerkingen en koersrichtingen van den ouden bevaren zeeman
+waren ze een ware schat voor ons. Wel waren ze al wat versleten en we
+moesten dus voorzichtig ermee omgaan.</p>
+<p>Toen vroegen wij naar de ijstoestanden. Of hij geloofde, dat wij
+verder naar het Westen zonder bezwaren vooruit zouden kunnen komen. Hij
+zei, dat hij op de heenreis door het ijs bij het Herscheleiland was
+opgehouden; maar wij zouden zoo laat in het jaar wel niet op
+hinderpalen stooten. En dat Herscheleiland zouden wij in elk geval
+gemakkelijk bereiken. Hij dacht zelf op dat eiland te zullen moeten
+overwinteren, en misschien ontmoetten we elkaar daar nog eens weer.
+V&oacute;&oacute;r den winter wou hij nu nog naar Banksland op de
+walvischvangst. Tot nu toe had hij geen geluk gehad en nog geen enkel
+dier getroffen. Zijn motor was zeer sterk, en hij zou ons bij zijn
+terugkeer naar Herscheleiland misschien nog wel inhalen. Buitendien gaf
+hij ons alle mogelijke inlichtingen over het ons wachtende vaarwater.
+Een zeer aangenaam bericht was de mededeeling, dat langs de geheele
+kust de grond uit leem bestond, zoodat wij veilig naar het lood konden
+varen. Wij waren daarin niet verwend, en dit verdere deel van onze reis
+kwam ons dan ook bijna als een pleizierreis voor.</p>
+<p>Daar de wind bleef aanhouden en ik daarvan gebruik wilde maken,
+namen wij na een paar uur afscheid van onzen beminnelijken gastheer.
+Bij het vertrek schonk hij ons een zak aardappelen en een zak uien.
+Daar het al lang geleden was sedert wij iets dergelijks hadden
+geproefd, nam ik die gift in dank aan.</p>
+<p>Aan boord werden wij in groote spanning verwacht. Wij besloten ons
+voorloopig niet bezorgd te maken over het bericht van oorlog tusschen
+de twee volken en de aardappels en uien, waren het middelpunt van onze
+blijdschap.</p>
+<p>Toen haalden we onze vlag in en zetten de vaart met volle zeilen
+voort. Mc Kenna voer naar het Oosten, om zijn geluk op de
+walvischvangst te beproeven.</p>
+<p>Den volgenden avond passeerden wij de Franklin-baai. Den
+30<sup>sten</sup> Augustus waren wij al bij het eiland Bailey en zagen
+er geen ijs, zoodat we den moed vatten, om recht naar het
+Herscheleiland over te steken.</p>
+<div class="figure xd21e1378width"><img src="images/p1909-228.jpg" alt=
+"Sten en een Kagmallik-Eskimo met beenen knoopjes in de hoeken der lippen."
+width="567" height="454">
+<p class="figureHead">Sten en een Kagmallik-Eskimo met beenen knoopjes
+in de hoeken der lippen.</p>
+</div>
+<p>Bij kaap Bathurst zagen wij het dikke, bruine water, dat de rivier
+de Mackenzie naar buiten stoot. Er kwam nu weer ijs opzetten met nevel.
+Er volgde nu nog een zeer moeilijke vaart van eenige dagen. Bij kaap
+Sabine gingen we aan land, om rond te zien. Er breidden zich groote,
+met lang gras begroeide weiden uit en in de dalen groeiden hooge
+struiken. Den volgenden morgen, het was de derde September, waren wij
+zoowat een uur onderweg, toen de man op den uitkijk naar beneden riep,
+dat een boot van het land naar ons toe kwam. Eerst meenden wij dat het
+Eskimo&rsquo;s waren, doch al spoedig zagen we, dat het twee blanken en
+&eacute;&eacute;n Eskimo waren.</p>
+<p>Wij namen ze aan boord en merkwaardig genoeg, sprak een der mannen
+ons dadelijk in het Noorsch aan. Het was de Noor Christian Sten, die
+tweede stuurman op de schoener <i>Bonanza</i> van San Francisco was
+geweest. De schoener was gelijktijdig met ons van huis weggevaren en
+had even als wij tweemaal in deze streken overwinterd. Het schip was
+door herhaald stooten op het ijs er slecht aan toe, en voor eenige
+dagen had men het bij King Point aan land moeten zetten, omdat het
+anders zou zijn gezonken. Sten woonde nu met een der harpoeniers en
+eenige Eskimo&rsquo;s aan den wal, om de wacht te houden bij de
+proviand en de verdere uitrusting. De kapitein van het schip, kapitein
+Mogg, was met de overige bemanning in booten naar het Herscheleiland
+gevaren en wou van daar met een ander schip zuidwaarts naar San
+Francisco gaan.</p>
+<p>Daar zagen wij al het wrak onder de steil afdalende kaap
+v&oacute;&oacute;r ons.</p>
+<p>Sten zei ons, dat het ijs tot dicht bij King Point reikte en dat wij
+voorloopig niet verder zouden komen. Hij twijfelde overigens niet, of
+het zou nog wel weer losraken. Hij had het zelfs wel beleefd, dat het
+ijs op 9 October nog was los gegaan.</p>
+<p>Om twaalf uur op den middag bereikten wij het land en vonden alles,
+zooals Sten het beschreven had. Wij voeren tot bij een groot stuk
+grondijs, dat aan den buitenkant van het wrak lag en maakten er de
+<i>Gj&ouml;a</i> aan vast. Hoe weinig vermoedden wij, dat King Point
+onze verblijfplaats voor tien maanden worden zou!</p>
+<p>We roeiden aan land, om de <i>Bonanza</i> en Stens kleine kolonie te
+zien. Kapitein Tilton op de <i>Alexandra</i> <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1406" href="#xd21e1406" name=
+"xd21e1406">229</a>]</span>was de oudste kapitein derzelfde reederij,
+aan wie ook de <i>Bonanza</i> behoorde, en hij had, toen hij voor twee
+dagen voorbijgevaren was, aan Sten de opdracht gegeven, ons alle
+mogelijke hulp te verschaffen. Wij waren wel goed voorzien van het
+noodige; maar bij een zoo vriendelijk aanbod was er altijd nog wel het
+een of ander, dat welkom was. Wij ruilden veel conserven met hem, daar
+wij graag de amerikaansche wilden proeven, terwijl Sten naar noorsche
+verlangde. Ook kregen wij nog veel andere kleinigheden, en ik kan niet
+dankbaar genoeg zijn voor de diensten, die Sten en de <i>Bonanza</i>
+ons bewezen.</p>
+<div class="figure xd21e1415width"><img src="images/p1909-229-1.jpg"
+alt=
+"Amerikaansche walvischvaarders, ingevroren hij het Herschel-eiland."
+width="720" height="206">
+<p class="figureHead">Amerikaansche walvischvaarders, ingevroren hij
+het Herschel-eiland.</p>
+</div>
+<p>Sten had al vele winters aan de noordamerikaansche kust doorgebracht
+en kon ons dus ook veel belangrijks over het land en de bewoners
+vertellen, en, wat van gewicht was, hij kende de hier wonende
+Eskimo&rsquo;s.</p>
+<p>Om dezen tijd had ook Manni zich aan boord thuis leeren voelen. Hij
+was als een Kabluna gekleed, en daar hij een buitengewoon goed jager
+was, had ik hem een geweer gegeven, waar hij zeer trotsch op was en dat
+hij opperbest behandelde. Ik vroeg hem, of hij ons niet liever wilde
+verlaten en aan land gaan, maar hij antwoordde beslist ontkennend. Ik
+nam hem mee naar de Eskimo&rsquo;s, die bij Sten woonden, en zie daar,
+ze konden elkaar verstaan. Het eene of het andere woord verschilde wel,
+maar in het groot beschouwd, was het dezelfde taal. Deze
+Eskimo&rsquo;s, een man en drie vrouwen, waren afkomstig uit de buurt
+van de Kotzebuesond in de nabijheid der Beringstraat en ze waren met de
+walvischvaarders hierheen gekomen. Zij noemden zich
+Nunatarmiun-Eskimo&rsquo;s. De bewoners der kust hier noemden zich
+Kagmallik-Eskimo&rsquo;s; maar de beschaving had reeds een zoo
+verderfelijken invloed op hen uitgeoefend, dat ze van verscheiden
+honderden famili&euml;n al tot op enkele weinige versmolten waren. De
+Kagmallik-Eskimo&rsquo;s waren grooter en knapper menschen dan de
+Nunatarmiun-Eskimo&rsquo;s. Sten wou juist zich op een plateautje aan
+de berghelling een huis bouwen dichtbij het groote proviandhuis en al
+het andere, dat aan land was gebracht. Wij brachten ook een bezoek aan
+boord van de <i>Bonanza</i>. Het schip lag aan den oever; de voormast
+was gekapt, maar de groote mast stond nog. Daarvan was een tros
+getrokken naar hetzelfde ijs, waar wij aan vast lagen; een andere tros
+was aan den wal bevestigd. Het ruim was vol water, en een menigte leege
+vaten dreven erin rond.</p>
+<div class="figure xd21e1428width"><img src="images/p1909-229-2.jpg"
+alt="Leven en verkeer op het Herschel-eiland." width="720" height=
+"210">
+<p class="figureHead">Leven en verkeer op het Herschel-eiland.</p>
+</div>
+<p>Met hun toestemming namen wij wat wij noodig hadden, vooral
+takelwerk, blokken, lantaarns en dergelijke. Een klein kacheltje werd
+ook met vreugde ontvangen. Als wij nog een winter moesten blijven, en
+daar begon het wel op te gelijken, zou dat ons goede diensten kunnen
+bewijzen. En ook voor Sten waren wij te rechter tijd gekomen. Hij had
+veel te doen en moest hulp hebben. Die had hij later met gemak van de
+Eskimo&rsquo;s kunnen krijgen; maar het was veel beter voor hem, als
+het werk gedaan was eer er sneeuw lag.</p>
+<p>Wij waren niet de eenigen, die naar een verandering in de
+ijstoestanden verlangden. Een groot aantal Eskimo&rsquo;s was met hun
+booten op weg van Herschel-eiland naar de Mackenzie, ongeveer vier
+zeemijlen westwaarts, door het ijs opgehouden. Ze hadden hun
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1436" href="#xd21e1436" name=
+"xd21e1436">230</a>]</span>booten aan land moeten trekken en waren nu
+tot wachten gedoemd. Van de hoogte op King Point konden wij het
+takelwerk van een schoener in de richting van Key Point vijftien
+zeemijlen westwaarts waarnemen. Dit schip behoorde aan de
+Eskimo&rsquo;s. Zij hadden het ingeruild voor pelswerk en deden er nu
+mee aan walvischvangst. Nu was het aan den grond geloopen, kwam echter
+weer los v&oacute;&oacute;r het vroor, en wendde zich nu naar het
+Herscheleiland. De hier wonende Eskimo&rsquo;s zijn alleen schippers en
+walvischvangers, de Amerikanen nemen geen groote bemanning mee, daar ze
+hier menschen genoeg vinden, die het werk best kunnen doen aan
+boord.</p>
+<p>Ristvedt en Manni waren op de jacht geweest en kwamen met een
+menigte sneeuwhoenders terug. De luitenant en ik deden aan vischvangst
+en we leverden menig lekker vischgerecht voor de keuken. Lund werkte in
+het zweet zijns aangezichts, om de nieuwe gaffel klaar te krijgen, eer
+wij verder voeren. Wiik en Hansen hadden zich op mijn verzoek bereid
+verklaard, Sten bij het bouwen van zijn huis te helpen, dat onder dak
+zou komen, eer er sneeuw viel. De hulp der beide flinke werkers was
+gemakkelijk te krijgen geweest, en ze hadden schik in de verandering
+van arbeid en van spijs.</p>
+<p>De dagen verliepen, maar in het ijs speurden wij geen verandering.
+Wij moesten ons met de gedachte vertrouwd maken, hier te overwinteren.
+De vraag was maar, of er ruimte genoeg was. De baai v&oacute;&oacute;r
+ons was zeer ondiep en vol van vaststaande ijsbergen, zoodat er weinig
+kans was op verandering. Sten vertelde, dat hier eenmaal drie
+walvischvaarders hadden overwinterd, maar dat ze in dien tijd geen
+enkele beweging hadden waargenomen. Naar het Oosten was het oeverwater
+nog open, zoodat wij Shingle Point, vijftien zeemijlen verder
+oostwaarts zouden hebben kunnen bereiken, waar een haventje moest
+wezen, maar dat was toch onzeker, en daar wij hier gezelschap en hulp
+hadden, besloten wij te blijven waar we waren.</p>
+<p>Elken nacht werd het ijs nu een duim dikker en weldra was ons lot
+ook voor dezen winter bezegeld. Op Zaterdag den 9den September konden
+wij over het ijs loopen, en daarmee moest de derde winter beschouwd als
+te zijn ingegaan.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Op denzelfden dag, waarop het ijs begaanbaar werd, kregen wij ons
+eerste bezoek. Het was een zendeling, de heer Fraser, die van
+Herscheleiland kwam en naar Fort Mc Pherson wou, het noordelijkste
+station der Hudsonsbaaimaatschappij aan de Mackenzie. Als gids had hij
+een Eskimo, Roksi, geheeten, bij zich. De reizigers waren door het ijs
+opgehouden en woonden nu aan het strand, ongeveer vier zeemijlen
+westwaarts van ons in een tent. Van den heer Fraser hoorden wij, dat in
+de haven van Herschel vijf schepen door het ijs waren ingesloten;
+verder lagen er nog zes andere verder naar het Oosten, ze wisten niet
+waar. Dus waren er nu niet minder dan twaalf schepen hier in het ijs,
+en daarvan waren slechts drie op een overwintering ingericht. Dat zag
+er niet te best uit.</p>
+<p>Roksi was een Kagmallik-Eskimo, en daar zijn vader stamhoofd was
+geweest, hield hij zich voor een persoon van gewicht. Zijn stamgenooten
+hadden de leelijke gewoonte, zich in elken hoek van den mond een gat in
+de onderlip te boren en er als sieraad een hoornen knoop in te steken.
+De eenigzins geciviliseerde hadden het sieraad weer verwijderd; de
+gaten trokken dan weer dicht, maar lieten leelijke litteekens.</p>
+<p>Den 11den September begonnen we met den bouw van ons huis. Wij
+wilden dezen winter van drijfhout twee huizen bouwen, een om erin te
+wonen en een als observatorium en voor de magnetische instrumenten. Het
+woonhuis zou uit twee afdeelingen bestaan, een slaapkamer voor vier man
+en een ruimte, die tegelijk keuken en eetkamer zou wezen. Het liefst
+zouden allen aan land hebben willen wonen. Om de vochtigheid aan boord
+te verminderen, liet ik de geheele keuken aan land brengen.</p>
+<p>Onze kok en Sten hadden innige vriendschap gesloten, en daarvan
+wilden wij zooveel mogelijk profiteeren. Sten was namelijk een
+uitstekend kok; in zijn nu voltooid huis had hij een grooten haard,
+waar de heerlijkste gerechten gereed konden worden gemaakt. De
+luitenant en ik wilden met Manni aan boord blijven en het schip
+bewaken. De architect en de smid zorgden voor den bouw van het huis. De
+vorm van een aardhut scheen hun het best; Hansen en Wiik hielpen hen
+bij het werk. Als bouwterrein was het vlakste deel van den heuvel
+gekozen.</p>
+<p>Aan boord richtten de luitenant en ik ons zoo goed mogelijk in. De
+kachel van de <i>Bonanza</i> werd geplaatst en verbreidde al gauw al de
+warmte, die wij de vorige winters ontbeerd hadden. Manni was onze
+&ldquo;meid alleen&rdquo;.</p>
+<p>In dezen tijd kregen wij geregeld bezoek vooral van Eskimo&rsquo;s,
+die, als wij, in het ijs waren opgesloten. Af en toe was ook de
+zendeling erbij. Sten had zijn huis met zoden gedekt, en de Eskimo
+Kunak was met de zijnen getrokken in een door hem gebouwd huis, dat
+dicht naast dat van Sten lag. De winter mocht komen; hij vond de
+kolonie van King Point bereid hem te ontvangen. In het geheel waren er
+twintig personen, die gedurende de eerstvolgende tien maanden op deze
+plek kampeerden.</p>
+<p>Op de <i>Gj&ouml;a</i> woonden luitenant Hansen, Manni en ik; in ons
+huis aan wal de andere vijf van ons; vijftig meter verder westwaarts
+lag Stens huis, dat van planken en balken uit de <i>Bonanza</i> was
+opgetrokken en er als een villa uitzag. Het bestond uit twee kamers,
+waarvan de eene bestemd was voor Sten met zijn vrouw Kataksina en zijn
+dochtertje Anni, en de andere voor den harpoenier Jimmi met zijn vrouw.
+Boven was nog een hokje voor den Eskimo Neiu met zijn vrouw.</p>
+<p>Wand aan wand met Sten had Kunak zijn huisje gebouwd van slechts
+&eacute;&eacute;n kamer met twee bedden, een tafel en een kachel. Het
+was weinig, in aanmerking genomen dat Kunak er woonde met zijn vrouw,
+zijn oude moeder en twee kinderen. Hij kreeg vaak gasten en dan woonden
+er soms tien menschen in het kleine huis.</p>
+<p>Er waren in de kolonie ongeveer evenveel honden als menschen.</p>
+<p>Al lang had ik het ijs erop aangezien, of het niet spoedig mogelijk
+zou wezen, per slede naar <span class="pagenum">[<a id="xd21e1476"
+href="#xd21e1476" name="xd21e1476">231</a>]</span>Herscheleiland te
+komen, omdat ik er naar de post onderzoek wilde doen, die van daar in
+de eerstvolgende dagen zou vertrekken. Wij verlangden allen zoo naar
+berichten van huis. Ik had met Sten afgesproken, samen te gaan, daar
+hij met walvischvaarders op Herscheleiland zaken had te doen. De
+Eskimo&rsquo;s westwaarts van ons hadden beloofd, bericht te zenden,
+zoodra het ijs voor de sleden geschikt was, want er loopt daar een
+rivier in zee uit.</p>
+<p>Op Zondag 24 September 1905 kwam een Eskimo voorbij, die naar
+Herschel ging. Als die erheen kon gaan, zou het ons ook gelukken. Den
+Dinsdag daarop vertrokken wij met een slede en een goed span honden.
+Daar wij het loopen nog niet gewend waren, hielden we den eersten dag
+bij Key Point stil, vijftien mijlen van King Point en twintig mijlen
+van Herschel verwijderd. Wij sloegen op het strand een tent op en
+maakten het ons gemakkelijk. Ik had Manni meegenomen, om hem de groote
+schepen en de vele Kabluna te laten zien.</p>
+<p>Den volgenden dag om half vijf waren wij in de haven van
+Herscheleiland. Daar deed zich een zeer ongewone aanblik aan ons voor,
+want er lagen vier groote schepen naast elkander en op het ijs
+ertusschen wemelde het van menschen. Onze aankomst wekte groot opzien.
+In een oogenblik waren wij door een dichte menigte omringd; er waren
+Mulatten onder en negers, blanken en gelen. Hun kleeding was zeer
+verschillend; de meeste Eskimo&rsquo;s liepen in Kablunakleeren en de
+meeste Kabluna&rsquo;s in Eskimokleeren. Kabluna&rsquo;s noemen de
+Eskimo&rsquo;s hier alle menschen van een vreemd ras. De negers noemen
+ze echter &ldquo;maktok&rdquo; Kabluna, wat zooveel beteekent als
+&ldquo;de zwarte blanke&rdquo;.</p>
+<p>Ik was de gast van veel kapiteins, sprak met de zendelingen, en had
+het voorrecht een brief van huis te ontvangen, met vreugde begroet, al
+was hij anderhalf jaar oud. Manni had veel pleizier en kreeg
+verscheiden uitnoodigingen bij de Eskimo&rsquo;s. Het leven aan boord
+van die amerikaansche walvischvaarders staat in geen te besten roep, en
+ik hoorde er wonderlijke verhalen over; maar positieve bewijzen heb ik
+niet verkregen. De post zou den 20sten October over Fort Mc Person naar
+Fort Yukon gaan, en daar zou ze wachten en dan voor de verschillende
+kapiteins telegrammen verzenden en terugbrengen.</p>
+<p>Met een antwoord voor ons zag het er dus v&oacute;&oacute;r de maand
+Mei niet best uit, want de post wordt over Edmonton naar Fort Mc
+Pherson gebracht en van daar door Indianen naar Herscheleiland
+overgebracht. Dat duurde te lang, en wij vroegen daarom bij de
+walvischvaarders, of zij er iets tegen hadden, als ik de post den
+20<sup>sten</sup> October vergezelde. Met de grootste vriendelijkheid
+werd dit goed gevonden en al wat ik ervoor noodig had, werd te mijner
+beschikking gesteld. Kapitein Mogg van de gestrande <i>Bonanza</i>
+wilde ook met de post verder reizen en trachten, San Francisco te
+bereiken, om dan in het volgend jaar met een nieuw schip weer naar de
+noordelijke breedten te trekken.</p>
+<p>Den 29<sup>sten</sup> September keerden wij naar de <i>Gj&ouml;a</i>
+terug. Zonder veel moeite hadden we &rsquo;s avonds om elf uur ons doel
+bereikt. Drie weken later was mijn uitrusting voor de postreis klaar;
+ik nam vier honden mee en ook Jimmi, om hem een blik in de beschaafde
+wereld te laten slaan.</p>
+<p>Na mijn vertrek verliep op de <i>Gj&ouml;a</i> de tijd kalm onder
+het commando van luitenant Hansen. Een reeks van jachtexpedities werd
+ondernomen, en nooit keerde men met leege handen terug. Kunak, de
+Eskimobuurman van Sten, werd naar de Mackzenziedelta gezonden, om op
+elanden te jagen, die daar nog in menigte voorkomen. In het begin van
+Maart ontvingen ze de eerste postzending aan boord. Het waren een
+aantal couranten en een telegram, dat ik met de &ldquo;Royal Northwest
+Mounted Police,&rdquo; die Dawson City den 25<sup>sten</sup> December
+verliet, had afgezonden. Door deze couranten en door brieven van mij
+kregen ze nauwkeurige berichten over hetgeen er in Noorwegen en in de
+verdere wereld was voorgevallen en tegelijk ontving ieder berichten van
+de zijnen.</p>
+<p>Den 12<sup>den</sup> Maart was ik terug aan boord met nog meer
+brieven en couranten. Onze derde winter was goed doorstaan. Helaas, dat
+er op het laatst nog iets heel droevigs moest gebeuren. Wiik werd in de
+derde week van Maart onwel; maar niet z&oacute;&oacute;, dat we aan
+iets ernstigs dachten. Hij had geen eetlust en kreeg den
+26<sup>sten</sup> hevige pijn in de zijde. Den volgenden dag moest hij
+blijven liggen; de pijn in de rechterzij hield aan, en ik begon voor
+borstvliesontsteking te vreezen. Eerst behandelden wij hem met koude
+omslagen, later met mosterdpleisters en pappen, en in den nacht op den
+28<sup>sten</sup> schertste hij weer met ons en voelde zich beter. Maar
+in den namiddag namen de pijnen toe; er kwam benauwdheid bij, en de
+pols ging tot honderd-vier slagen in de minuut. Wij hadden een
+electrische leiding tusschen het woonhuis en het schip. Den
+30<sup>sten</sup> Maart schreef ik in mijn dagboek: &ldquo;Wiik is veel
+beter. Temperatuur van morgen 38.8 graden, met kalmen pols; eetlust
+neemt toe en spijsvertering goed.&rdquo;</p>
+<p>En toch, dien nacht werd ik door de electrische bel gewekt; Wiik was
+veel erger. Ik schreef aan kapitein Tilton, die een dokter aan boord
+had, dien te zenden en stuurde Jimmi er mee naar Herscheleiland, maar
+eer hij vertrokken was, had onze beste vriend Wiik reeds den laatsten
+adem uitgeblazen. Onzegbaar treurig bleven we dien nacht bij den doode;
+hij was voor ons allen een goed vriend geweest, en door zijn opgewekt
+humeur had hij veel tot de onderlinge aangename verhouding
+bijgedragen.</p>
+<p>Het werk moest ons over de droefheid heen helpen. Lund had den 3den
+April de zwartgeverfde doodkist gereed, waar Wiik in werd gelegd, in
+afwachting, dat de grond zoo ver zou zijn ontdooid, dat we onzen vriend
+konden begraven. Op het toegeschroefde deksel spreidden we de noorsche
+vlag.</p>
+<p>Den 2den Mei kwam vroeg in den morgen een Indiaan aan boord met de
+eerste regelmatige post, die over Edmonton en Fort Mc Pherson aan de
+Yukon naar Herschel was gekomen. Luitenant Hansen en ik waren de
+gelukkigen, ieder van ons kreeg een brief, wel oud maar zeer welkom.
+Den 6den keerden de brengers terug, en daar ze terstond naar Aljaska
+gingen, gaven wij hun eenige brieven mee en een telegram, dat, naar ik
+uitdrukkelijk zei, groote haast had. Het was het bericht van
+Wiik&rsquo;s dood, waardoor ik hoopte te verhinderen, dat zijn
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1529" href="#xd21e1529" name=
+"xd21e1529">232</a>]</span>oude moeder van anderen kant de tijding
+ontving. Maar het telegram is nooit in handen van den heer Firth, den
+directeur op Fort Mc Pherson gekomen.</p>
+<p>Mei was een mooie maand, en den 9den konden we onzen vriend
+begraven. Er werd een kruis met een krans op den grafheuvel geplaatst
+en ik sprak een laatste afscheidswoord.</p>
+<p>Een der flinkste Eskimo&rsquo;s, Manitchja, bewees ons in dezen tijd
+den dienst, Manni tot zich te nemen, want ondanks al onze moeite om hem
+te winnen, wilde hij weer naar de Eskimo&rsquo;s. Toch duurde die
+stemming niet lang; na een week was hij al terug, en wij namen hem weer
+in genade aan.</p>
+<div class="figure floatLeft xd21e1536width"><img src=
+"images/p1909-232-1.jpg" alt="Wiik in winterkostuum." width="344"
+height="685">
+<p class="figureHead">Wiik in winterkostuum.</p>
+</div>
+<p>Het duurde nog lang, nadat onze toebereidselen klaar waren, eer het
+ijs opbrak; eerst den 10den Juli 1906 ontdekten wij drie
+walvischvaarders in het open water buiten King Point, het was nog
+onzeker, of het hun gelukken zou geheel naar buiten te komen; maar het
+ging. Nu was ook onze tijd gekomen; alles was gereed voor het vertrek.
+Onze lieve <i>Gj&ouml;a</i> begon het laatste deel van haren tocht.
+Toen we langs Wiik&rsquo;s graf kwamen, lieten we de vlag dalen en
+zonden hem onzen laatsten groet.</p>
+<p>Op Herscheleiland moesten wij nog lang wachten op het verder losgaan
+van het ijs; het eiland had een prachtigen plantengroei, waar King
+Point een ware woestijn bij was, maar de Eskimo&rsquo;s hadden al het
+primitieve verloren, en de jeugd vertoonde duidelijk de sporen van een
+sterke vermenging van rassen. Daar op Herscheleiland ondervonden wij
+het groote leed, dat onze Manni verdronk; hij was alleen in een boot
+aan het eenden jagen, en in het gezicht van de <i>Gj&ouml;a</i> stond
+hij in het bootje, toen dat door een windstoot omsloeg.</p>
+<div class="figure floatRight xd21e1551width"><img src=
+"images/p1909-232-2.jpg" alt="Het graf van Wiik." width="319" height=
+"459">
+<p class="figureHead">Het graf van Wiik.</p>
+</div>
+<p>Hoewel dadelijk een boot uitgezet werd, gelukte het niet zijn lijk
+te vinden, ook niet na herhaalde pogingen in den loop der week gedaan.
+Het was een zwaar verlies voor ons allen; wij hadden hem zoo graag naar
+de beschaafde wereld mede genomen, om te zien wat er van hem te maken
+viel.</p>
+<p>Het werd 9 Augustus, eer voor goed de reis naar het Westen werd
+voortgezet, en nog was de vaart vol moeilijkheden in de negen dagen,
+die ons van den 18den scheidden, toen we om Point Barrow,
+Amerika&rsquo;s noord-westpunt voeren. Den 30sten kwam kaap Prins van
+Wales, de oostelijke rots aan den ingang van de Beringstraat in zicht.
+Wij waren dus Aljaska voorbijgevaren, het land, waar ik op mijn
+voorjaarspostreis kennis mee had gemaakt, waar ik veel gastvrijheid had
+gevonden aan de Yukon, in Fort Mc Pherson, Circle City en Eagle City,
+in welke laatste plaats ik twee maanden had doorgebracht.</p>
+<p>Bij Point Barrow had ik uit Nome, de uiterste noordwestelijke
+bewoonde plaats aan de Beringstraat, een schrijven gekregen, of wij de
+gasten der stad Nome wilden zijn. De menschen toonden wel, die
+uitnoodiging hartelijk te meenen. De vriendelijkheid, waarmee we daar
+werden opgenomen en de eindelooze geestdrift, waarvan de
+<i>Gj&ouml;a</i> het voorwerp was, zullen voor alle tijden tot de
+aangenaamste herinneringen onzer reis blijven behooren.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Amundsen besluit zijn reisverhaal te Nome. Uit de dagbladen heeft
+men vernomen, dat de leden der expeditie over San Francisco naar Europa
+zijn teruggekeerd. Of de <i>Gj&ouml;a</i> in andere handen is
+overgegaan, en in welke, is ons onbekend; Amundsen deelt het niet mee
+in zijn verhaal.</p>
+<div class="figure xd21e1573width"><img src="images/o1909-232.gif" alt=
+"Ornament." width="214" height="11"></div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="transcribernote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
+<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen
+overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
+<a class="exlink xd21e32" title="Externe link" href=
+"http://www.gutenberg.org/license" rel="license">Project Gutenberg
+Licentie</a> bij dit eBoek of on-line op <a class="exlink xd21e32"
+title="Externe link" href=
+"http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line
+gedistribueerd correctieteam op <a class="exlink xd21e32" title=
+"Externe link" href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
+<p lang="en">This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost
+and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it
+away or re-use it under the terms of the <a class="exlink xd21e32"
+title="Externe link" href="http://www.gutenberg.org/license" rel=
+"license">Project Gutenberg License</a> included with this eBook or
+online at <a class="exlink xd21e32" title="Externe link" href=
+"http://www.gutenberg.org/" rel="home">www.gutenberg.org</a>.</p>
+<p lang="en">This eBook is produced by Jeroen Hellingman and the Online
+Distributed Proofreading Team at <a class="exlink xd21e32" title=
+"Externe link" href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
+<p>Project Gutenberg catalogus pagina: <a class="pglink" href=
+"http://www.gutenberg.org/ebooks/21878">21878</a>.</p>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p class="first">Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen
+poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in
+het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd
+met het corr-element.</p>
+<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen
+gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met &ldquo;. Geneste
+dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele
+aanhalingstekens.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2007-06-15 Begonnen.</li>
+<li>2014-05-18 Nieuwe voorkant ontworpen.</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
+<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
+dat deze links voor u niet werken.</p>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table class="correctiontable" summary=
+"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e324">120</a></td>
+<td class="width40 bottom">d&eacute;pot</td>
+<td class="width40 bottom">d&eacute;p&ocirc;t</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e393">122</a></td>
+<td class="width40 bottom">arbeiden</td>
+<td class="width40 bottom">arbeidden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e620">131</a></td>
+<td class="width40 bottom">leggen</td>
+<td class="width40 bottom">legden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e630">131</a></td>
+<td class="width40 bottom">geesdrift</td>
+<td class="width40 bottom">geestdrift</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e776">210</a></td>
+<td class="width40 bottom">aau</td>
+<td class="width40 bottom">aan</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e839">212</a>,
+<a class="pageref" href="#xd21e848">212</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd21e885">213</a></td>
+<td class="width40 bottom">Netsjili-Eskimo&rsquo;s</td>
+<td class="width40 bottom">Netsjilli-Eskimo&rsquo;s</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e905">214</a></td>
+<td class="width40 bottom">Kabluma</td>
+<td class="width40 bottom">Kabluna</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1031">218</a></td>
+<td class="width40 bottom">Nestjilli-Eskimo&rsquo;s</td>
+<td class="width40 bottom">Netsjilli-Eskimo&rsquo;s</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1132">221</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">&ldquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1181">223</a></td>
+<td class="width40 bottom">ijszette</td>
+<td class="width40 bottom">ijs zette</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's De Noordwestelijke Doorvaart, by Roald Amundsen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NOORDWESTELIJKE DOORVAART ***
+
+***** This file should be named 21878-h.htm or 21878-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/1/8/7/21878/
+
+Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/21878-h/images/book.png b/21878-h/images/book.png
new file mode 100644
index 0000000..963d165
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/book.png
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/card.png b/21878-h/images/card.png
new file mode 100644
index 0000000..1ffbe1a
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/card.png
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/external.png b/21878-h/images/external.png
new file mode 100644
index 0000000..ba4f205
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/external.png
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/ib1909-113.gif b/21878-h/images/ib1909-113.gif
new file mode 100644
index 0000000..27960b3
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/ib1909-113.gif
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/ib1909-209.gif b/21878-h/images/ib1909-209.gif
new file mode 100644
index 0000000..2b2fb9a
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/ib1909-209.gif
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/new-cover-tn.jpg b/21878-h/images/new-cover-tn.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5d95f1a
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/new-cover-tn.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/new-cover.jpg b/21878-h/images/new-cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6e8a102
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/new-cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/o1909-136.gif b/21878-h/images/o1909-136.gif
new file mode 100644
index 0000000..02bda47
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/o1909-136.gif
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/o1909-232.gif b/21878-h/images/o1909-232.gif
new file mode 100644
index 0000000..90d1395
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/o1909-232.gif
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-113.jpg b/21878-h/images/p1909-113.jpg
new file mode 100644
index 0000000..107f2c6
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-113.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-116.jpg b/21878-h/images/p1909-116.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5997a28
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-116.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-117.jpg b/21878-h/images/p1909-117.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ea7b816
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-117.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-120.jpg b/21878-h/images/p1909-120.jpg
new file mode 100644
index 0000000..33de358
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-120.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-121.jpg b/21878-h/images/p1909-121.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2a34210
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-121.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-123.jpg b/21878-h/images/p1909-123.jpg
new file mode 100644
index 0000000..eebe4d1
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-123.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-124.jpg b/21878-h/images/p1909-124.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3dcace6
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-124.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-125.jpg b/21878-h/images/p1909-125.jpg
new file mode 100644
index 0000000..680b57d
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-125.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-128.jpg b/21878-h/images/p1909-128.jpg
new file mode 100644
index 0000000..22eb97c
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-128.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-129.jpg b/21878-h/images/p1909-129.jpg
new file mode 100644
index 0000000..fc435c9
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-129.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-131.jpg b/21878-h/images/p1909-131.jpg
new file mode 100644
index 0000000..757beca
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-131.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-132.jpg b/21878-h/images/p1909-132.jpg
new file mode 100644
index 0000000..710b107
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-132.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-133.jpg b/21878-h/images/p1909-133.jpg
new file mode 100644
index 0000000..037214d
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-133.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-136.jpg b/21878-h/images/p1909-136.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7fd80a4
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-136.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-209.jpg b/21878-h/images/p1909-209.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5a6216a
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-209.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-212-1.jpg b/21878-h/images/p1909-212-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2576d1f
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-212-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-212-2.jpg b/21878-h/images/p1909-212-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..02b6f5c
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-212-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-213.jpg b/21878-h/images/p1909-213.jpg
new file mode 100644
index 0000000..065556b
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-213.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-216-1.jpg b/21878-h/images/p1909-216-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d1cb842
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-216-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-216-2.jpg b/21878-h/images/p1909-216-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d11ecf9
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-216-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-217.jpg b/21878-h/images/p1909-217.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6ebc974
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-217.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-220-1.jpg b/21878-h/images/p1909-220-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..47830fd
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-220-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-220-2.jpg b/21878-h/images/p1909-220-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7de4f91
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-220-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-221.jpg b/21878-h/images/p1909-221.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b6e2576
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-221.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-223.jpg b/21878-h/images/p1909-223.jpg
new file mode 100644
index 0000000..69b3c07
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-223.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-224.jpg b/21878-h/images/p1909-224.jpg
new file mode 100644
index 0000000..796dfd5
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-224.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-225.jpg b/21878-h/images/p1909-225.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2d3b34b
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-225.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-227.jpg b/21878-h/images/p1909-227.jpg
new file mode 100644
index 0000000..75bca4f
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-227.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-228.jpg b/21878-h/images/p1909-228.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6157e36
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-228.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-229-1.jpg b/21878-h/images/p1909-229-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5bb24c4
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-229-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-229-2.jpg b/21878-h/images/p1909-229-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2d8521b
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-229-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-232-1.jpg b/21878-h/images/p1909-232-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..01bc540
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-232-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/21878-h/images/p1909-232-2.jpg b/21878-h/images/p1909-232-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..908834a
--- /dev/null
+++ b/21878-h/images/p1909-232-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..4d815fb
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #21878 (https://www.gutenberg.org/ebooks/21878)