summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/21878-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '21878-8.txt')
-rw-r--r--21878-8.txt4196
1 files changed, 4196 insertions, 0 deletions
diff --git a/21878-8.txt b/21878-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..3a1187f
--- /dev/null
+++ b/21878-8.txt
@@ -0,0 +1,4196 @@
+Project Gutenberg's De Noordwestelijke Doorvaart, by Roald Amundsen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
+
+
+Title: De Noordwestelijke Doorvaart
+ De Aarde en haar Volken, 1909
+
+Author: Roald Amundsen
+
+Release Date: June 20, 2007 [EBook #21878]
+[Last updated: May 24, 2014]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NOORDWESTELIJKE DOORVAART ***
+
+
+
+
+Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE NOORDWESTELIJKE DOORVAART.
+
+Uit Roald Amundsen's verhaal van zijn pooltocht met de Gjöa van 1906
+tot 1907.
+
+
+
+
+Boven de ontdekkingsreizen, die de poollanden met hun eeuwig ijs tot
+doel hadden, spant zich niet alleen de reine glans, die afstraalt
+van de witte sneeuwvelden, maar ook de weerschijn van heilige
+geestdrift. Als men de expedities voor de vischvangst, waar het
+poolonderzoek overigens veel aan verplicht is, uitzondert, mag men
+gerust aannemen, dat zelfs de vurigste dweper den weg naar het poolland
+nooit heeft ingeslagen in de hoop, daar gouden bergen te vinden. De
+pooltochten zijn ondernomen in den dienst der wetenschap, en ondanks
+allen tegenspoed, waardoor zoovelen ontmoedigd en onverrichterzake
+moesten terugkeeren, zijn de stormloopen op dat onbekende telkens
+herhaald en tot het heden toe worden ze nog hernieuwd.
+
+Er worden bressen geslagen in den ijsmuur, zoodat de pool wereld
+haar geheimen moet ontsluieren, en een groote overwinning behaalde
+Nordenskjöld, toen hij de Noordoostelijke Doorvaart in 1878
+volvoerde. Reeds een menschenleeftijd vroeger hadden John Franklin
+en de Franklinexpedities de zekerheid gebracht, dat zich langs de
+noordkust van het noord-amerikaansche vasteland een strook open water
+bevond; en allerlei andere bressen zijn door stoutmoedige poolvaarders
+geopend; groote offers zijn ervoor gebracht, ook en vooral voor de
+Noordwestelijke Doorvaart.
+
+Geen enkele tragedie van het poolijs heeft de menschen zoo diep
+getroffen als die van John Franklin en de zijnen; maar geen enkele
+heeft ook zoozeer tot hervatting van de poging aangespoord.
+
+Men wist het, er moest een zeeweg wezen noordwaarts om Amerika heen,
+maar men wist niet, of er schepen door konden en nog niemand was ooit
+van het Oosten naar het Westen erdoor gevaren. Die onopgeloste vraag
+liet de gemoederen niet met rust, en zij was nooit uit de gedachten
+van iemand, wiens geest sinds zijn kinderjaren vervuld was geweest
+van het groote drama der Franklinexpeditie.
+
+Zooals de _Vega_ de heele reis van het Westen uit had gemaakt, zoo
+moest een schip van het Oosten uit den tocht langs Noord-Amerika geheel
+afleggen. Aan het kleine schip, de _Gjöa_, was het lot beschoren,
+die taak te mogen vervullen.
+
+Dat had de _Gjöa_ niet gedroomd, toen ze op de Rosendalwerf te
+Hardanger als haringschuit werd gebouwd. Ofschoon er tusschen de
+fjorden veel wordt gedroomd!
+
+En ook de toekomstige kapitein zou het niet hebben durven vermoeden,
+toen de berichten over John Franklin zijn fantazie van acht- of
+negen jarigen knaap gevangen hielden. Ofschoon de knaap wel velerlei
+droomen kon!
+
+De 30ste Mei van het jaar 1889 werd een merkwaardige dag in
+het leven van veel noorsche jongens. In het mijne ten minste is
+hij onvergetelijk. Het was de dag, toen Frithiof Nansen van zijn
+Groenlandsche reis terugkeerde. Op dien zonnigen dag kwam de jonge
+noorsche skilooper den fjord van Christiania binnenglijden, door de
+geheele wereld bewonderd om de moedige daad, die hij had volbracht,
+de overmoedige, de onmogelijk geachte daad! Mei vierde haar mooiste
+lentefeest aan den fjord, de stad vierde mee feest, en het volk liet
+zich niet onbetuigd.... Ik liep op dien dag met een snel kloppend
+hart tusschen de vlaggen en het hoerageroep. Al mijn droomen uit de
+kindsheid waren opnieuw ontwaakt, en voor de eerste maal ging door mijn
+innerste wezen de fluistering: "Als gij nog eens de Noordwestelijke
+Doorvaart zoudt kunnen tot stand brengen!"
+
+Toen kwam het jaar 1893. En Nansen ging weer naar het Noorden.
+
+Het was mij te moede, als moest ik mee!
+
+Maar ik was nog te jong. Mijn moeder smeekte mij, thuis en bij mijn
+studie te blijven. En ik bleef.
+
+Toen stierf mijn moeder. Een tijdlang streed ik den zwaren strijd,
+of ik haar wensch mocht weerstreven; maar het moest; niets kon mijn
+drang naar het verre doel tegenhouden; ik liet de studie varen en
+besloot mij voor te bereiden op het werk van den poolvaarder.
+
+In het jaar 1894 voer ik op de oude _Magdalene_ als lichtmatroos van
+Tönsberg uit op de zeehondenvangst in de IJszee. Dat was mijn eerste
+ontmoeting met het poolijs, en zij beviel mij best. De tijd verliep en
+ik maakte vorderingen. In de jaren 1897 tot 1899 voer ik als stuurman
+met de belgische antarctische expeditie onder leiding van Adrien de
+Gerlache naar de Zuidelijke IJszee. In dien tijd rijpte mijn plan,
+om den droom mijner kindsheid te verwezenlijken en aan de doorvaart
+om het Noord-westen te verbinden de studie van den tegenwoordigen
+toestand der magnetische Noordpool.
+
+Van invloedrijke en wetenschappelijke mannen kreeg ik inlichtingen
+en goeden raad, en eindelijk kwam ook de dag, dat ik mijn plan aan
+Frithiof Nansen mocht voorleggen.
+
+Nansen gaf zijn bijval, maar zelfs daarmee was nog niet alles bereikt,
+want voor een pooltocht is geld, veel geld noodig, en ik bezat niet
+veel. Dat, wat ik mijn eigendom kon noemen, was juist voldoende voor
+een schip en de wetenschappelijke instrumenten. En zoo bleef mij niets
+anders over dan er op uit te gaan, om te trachten belangstelling
+te wekken voor de expeditie bij menschen, die konden helpen. Het
+was een gang door spitsroeden, en ik wou dien niet graag nog eens
+overdoen! Maar de bemoedigende ervaringen waren het talrijkst; aan
+mijn drie broeders had ik veel steun.
+
+Mijn keus van een schip viel op een in Tromsö thuis behoorend jacht,
+de _Gjöa_, dat in 1872 gebouwd was, zooals ik zei, op de werf van
+Rosendal te Hardanger. De eigenaar was de schipper Asbjörn Sexe van
+Haugesund. Nadat het lang op de haringvangst was geweest, voer het
+in de IJszee en had meermalen zijn deugdelijkheid bewezen. In 1901,
+het jaar, waarin ik het schip kocht, liet ik het voor een zomertocht
+in de IJszee uitrusten, deed er een proeftocht mee en in Mei 1902
+werden in Drontheim de nog noodige verbeteringen aangebracht in de
+werkplaats van Isidor Nielsen, waar er vrijwat smeedwerk aan werd
+verricht. Onze kleine motor, die bijzonder licht en practisch was,
+13 P. U., kon door transmissie met alles, wat gedreven kon worden,
+in verbinding worden gebracht. Hij werd ons aller lieveling. Als hij
+niet liep, was het, of een goed vriend afwezig was. Ik kan gerust
+zeggen, dat wij onze gelukkige vaart door de Noordwestpassage aan
+onze uitstekende kleine machine te danken hebben.
+
+In het voorjaar van 1903 legde de _Gjöa_ in de haven van Christiania
+aan, om geproviandeerd te worden en van haar uitrusting voorzien. De
+groote proviandkisten, alle van één model, werden als blokken in een
+bouwdoos verpakt, en alles was zoo prachtig in orde, dat wij aan boord
+van onze kleine _Gjöa_ levensmiddelen en verdere uitrusting voor vijf
+jaren konden innemen. In Mei was het schip tot de afvaart gereed,
+en alle deelnemers aan de expeditie waren bijeen.
+
+Het waren de eerste luitenant Godfred Hansen, geboren in Kopenhagen
+in 1876. Hij was eerste officier der expeditie. Gedurende zijn
+diensttijd bij de deensche marine had hij verscheiden vaarten naar
+IJsland en de Faröer gedaan en hij stelde levendig belang in het
+poolonderzoek. Behalve eerste officier was hij ook onze astronoom,
+geoloog en photograaf.
+
+Dan Antoon Lund, eerste stuurman, geboren te Tromsö in 1864. Hij
+was al aan het varen naar het hooge Noorden gewend, daar hij op een
+walvischvaarder jaren lang harpoenier was geweest.
+
+Verder Peter Ristvedt, geboren te Sandsvär in 1873, die als assistent
+aan de proefvaart van de _Gjöa_ in 1901 deelgenomen had en onze
+meteoroloog en eerste machinist was.
+
+Helmer Hansen, tweede stuurman aan boord, geboren in Vesteralen in
+1870, die al menige reis naar het Noorden had gedaan.
+
+Gustav Juel Wiik, geboren te Horten in 1878. Hij had zijn opleiding
+genoten aan het magnetisch observatorium te Potsdam en was mijn helper
+bij de magnetische waarnemingen; hij was tweede machinist.
+
+Adolf Hendrik Lindström, geboren te Hammerfest in 1865, de kok der
+expeditie. Als kok had hij deelgenomen aan de tweede ontdekkingsreis
+van de Fram.
+
+Eenigen tijd bleven er nog geldzorgen, en eerst in Juni was alles
+in orde en wij konden aan boord van ons scheepje gaan en de vaart
+beginnen, om, als zoovele van onze voorgangers en in hun sporen,
+onze taak in den dienst der menschelijke wetenschap te aanvaarden.
+
+De tijd van wachten was ons allen zwaar gevallen en het was een
+groote verlichting, toen we eindelijk de haven verlieten. Buiten de
+zeven deelnemers waren alleen nog maar mijn drie broeders aan boord,
+die ons den Christianiafjord uit wilden geleiden.
+
+Om zes uur in den morgen bereikten we de haven van Horten, waar wij
+tweehonderd kilo schietkatoen innamen. Springstoffen kunnen bij een
+poolexpeditie van groot nut wezen, en het zou verkeerd zijn, ze niet
+mee te nemen, zelfs als men ze, zooals bij ons het geval was, blijkt
+niet noodig te hebben.
+
+Om elf uur in den voormiddag waren we bij Färder. Het weer was beter
+geworden, en de regen had opgehouden. Toen we de boegseertros los
+wilden maken, brak die van zelf af en bespaarde ons dus moeite, en
+met volle zeilen voer de _Gjöa_ nu vóór den wind naar het Zuiden en
+salueerde met de vlag een laatsten groet aan de vrienden tehuis. Lang
+keken wij de loodsboot na, lang wuifden we met onze mutsen en
+beantwoordden de toegezonden groeten.
+
+Nu eerst waren wij alleen, en de tocht was in allen ernst begonnen.
+
+Daar de _Gjöa_ zeer beladen was, ging het niet snel voorwaarts. Daar
+alles vooruit in orde was gebracht, konden wij terstond onze vaste
+diensten geregeld waarnemen. Wat een heerlijkheid, geen tegenheden,
+geen schuldeischers, geen vervelende ongeluksprofeten, geen spottende
+gezichten... Niemand dan wij zevenen, die daar waren waar ze wilden
+wezen en die in goed vertrouwen en vol hoop de toekomst tegengingen.
+
+De vuurtoren van Lister was het laatste, dat we van het vasteland
+te zien kregen. In de Noordzee kwamen een paar windstooten, die voor
+diegenen van ons, wier zeevastheid nog komen moest, minder aangenaam
+waren. De honden waren nu los gemaakt en liepen vrij rond. Op dagen,
+dat de zee hol stond en het schip slingerde, liepen ze van den
+een naar den ander, als om hun nood te klagen en onze gezichten
+te bestudeeren. De hun toegemeten kost, een gedroogde visch en een
+liter water per dag, is voor hun eetlust lang niet voldoende en ze
+beproefden op alle mogelijke manieren iets extra's te veroveren. Ze
+waren onder elkander oude bekenden en leven in vrede ten minste wat
+de mannelijke leden van het gezelschap betreft; maar bij de beide
+dames Kari en Silla, gaat het niet zoo goed. Kari is de oudste van de
+twee en zij verlangt onvoorwaardelijke gehoorzaamheid van de andere,
+die, daar ze ook al een volwassen dame is, zich daar niet in kan
+schikken. Zij zitten elkaar dus nog al eens in het haar; maar Ola,
+die als hoofd van den troep erkend schijnt, zoekt den strijd zooveel
+mogelijk te verhinderen. Het is een onbetaalbare aanblik, als de
+oude Ola, een hond, zoo verstandig als ik weinig honden heb ontmoet,
+met de beide dameshonden, elk aan een kant van hem, rondspringt en
+een vechtpartij tracht te voorkomen.
+
+Het dagelijksche leven ging al spoedig zijn geregelden gang, en ieder
+van de deelnemers maakte den indruk, alsof hij uitstekend op zijn
+plaats was bij het hem aangewezen werk, zooals ook inderdaad het geval
+was. Wij hebben een republikeinsch bestuur op de _Gjöa_ ingericht;
+er zijn geen strenge wetten, want ik weet zelf, hoe onaangenaam de
+strenge discipline is op de open zee. Men kan uitstekend werk erlangen,
+zonder dat de roede der tucht steeds wordt gezwaaid.
+
+In aansluiting bij mijn eigen ervaring had ik besloten, zooveel
+mogelijk aan boord de vrijheid te handhaven; ieder moest het gevoel
+hebben, dat hij binnen zijn eigen terrein heer en meester was. Daardoor
+ontstaat bij verstandige menschen vanzelf een vrijwillige tucht,
+die veel grooter waarde heeft dan de afgedwongene. Daarbij krijgt
+ieder enkeling het bewustzijn, een mensch te zijn, waar mee gerekend
+wordt als met een denkend wezen, en geen machine die maar wordt
+opgewonden. De arbeidslust wint er altijd bij en daarmee het werk
+ook. Ik zou ieder wel het op de _Gjöa_ ingevoerde stelsel willen
+aanbevelen.
+
+Mijn metgezellen schenen deze opvatting ook zeer te waardeeren, en de
+overtocht met de _Gjöa_ leek meer op een vacantiereis van kameraden
+dan op de voorbereiding op een ernstigen, jarenlangen strijd met
+moeilijkheden.
+
+Den 25sten Juni voeren wij tusschen Fair Isle en de Orkaden den
+Atlantischen Oceaan binnen, en toen had men ons moeten zien! Met volle
+zeilen en een frissche bries ging het pijlsnel westwaarts. Zij danste
+op de golven, onze _Gjöa_, wedijverend in snelheid met de meeuwen!
+
+Tegen het eind van Juli brak er onder de honden een ziekte uit. Het
+leek wel, of hun verstand het eerst werd aangedaan; ze wandelden
+suf op het dek in het rond en zagen en hoorden niets. Het voeder
+smaakte hun niet of ze gebruikten volstrekt niets. Nadat het zoo een
+paar dagen had geduurd, werden de patiënten aan de achterpooten lam
+en sleepten zich maar met moeite voort. Ten slotte volgden stuipen
+en wij moesten ze met een kogel uit hun lijden verlossen. Op deze
+wijze verloren wij twee prachtige dieren, Kari en Jozef, overigens
+tot groote vreugde van Silla, die nu de eenige hen in de korf was.
+
+De vier overgebleven honden begonnen zich intusschen erg te vervelen;
+ledigheid is des duivels oorkussen ook bij dieren. Lurven en Bismarck,
+die tot nu toe zeer gehoorzaam aan Ola waren geweest, begonnen thans
+weerspannig te worden en weigerden gehoorzaamheid. De eerstgenoemde
+hond stookte Bismarck op. Dat was een groote, prachtige hond van
+ongeveer twee jaren met een bek vol mooie tanden; aan Ola's tanden
+had de tijd al geknaagd, al omgaf hem een zekere waardigheid als
+aanvoerder, zoodat de anderen zich wel zouden bedenken, eer ze hem
+aanvielen. Maar Lurven wist er wel raad op. In galop stoof hij op
+Ola af, en Bismarck, die aan een grap dacht, sloot zich bij zijn
+kameraad aan. Dichtbij Ola gekomen, hield Lurven plotseling stil,
+waarop Bismarck, die niet op de list was voorbereid, in den muil van
+Ola liep. Hij werd door den ervaren Ola dan ook toegetakeld.
+
+Wij zagen nu scherp uit naar ijs en op den 9den Juli ontdekten we twee
+smalle strepen, die in zee op en neer golfden; toen wisten wij, dat
+nu spoedig de hoofdmassa van het ijs zich zou vertoonen. En inderdaad
+spoedig hadden wij het pakijs dicht bij ons. In zijn gevolg kwam nevel
+opzetten, de trouwe begeleider van het ijs, die ons gedurende een groot
+deel onzer reis in de arctische wateren gezelschap heeft gehouden.
+
+Den 11den Juli om half drie in den namiddag kregen we land in het
+gezicht, iets ten westen van kaap Farewell aan Groenlands zuidpunt. De
+hooge, verbrokkelde rotskust leverde een prachtigen aanblik op. Het
+leek, alsof het ijs tot vlak aan de kust lag. Gedachtig aan den raad
+van de schotsche walvischvangers Milne en Adams, hield ik mij ver
+van de kust verwijderd, om niet in het ijs vast te raken. Den 13den
+ontmoetten we de eerste ijsbergen, twee eenzame majesteiten. Diegenen
+onder ons, die nog geen van die kolossen hadden gezien, waren er
+opgewonden van, en de kijkers werden vlijtig gebruikt.
+
+Dien dag voeren we een eind tusschen het ijs en schoten vier groote
+zeehonden. Het versche vleesch smaakte ons overheerlijk na al ons
+pemmikan! En Lindström had het druk over rolladen en zult en worst,
+totdat alle bewoners van de _Gjöa_ watertandden. Hij vertelde van
+zijn culinaire triomfen aan boord van de Fram; maar liet ons toch
+niet te lang wachten op zijn daden in het heden.
+
+Ook den volgenden dag werd aan de zeehondenjacht gedaan met het gevolg,
+dat zeven werden buitgemaakt. De harpoenen en messen waren daarbij
+druk in gebruik, en onze vindingrijke machinist had uitgevonden, aan
+de met de transmissie in verbinding staande peilmachine een slijpsteen
+aan te brengen, die het slijpen uitstekend geheel alleen verricht. De
+vaart langs de westkust van Groenland was levendig, en walvisschen
+zagen we dikwijls vóór het schip. IJs zagen wij bijna niet; het was
+door den krachtigen noordenwind naar het Zuiden gedreven.
+
+Wij deden hier voor de eerste maal de ontdekking, dat het kompas
+niet meer betrouwbaar was, een verschijnsel, dat veel voorkomt
+aan die kust door de veel ijzer bevattende bergen. Verder in zee
+kon men dan ook weer goed op het kompas vertrouwen. Op den mooien,
+helderen zomerdag van den 24sten Juli hoorde men eensklaps roepen:
+"Een zeil vooruit!" Alle verrekijkers werden voor den dag gehaald,
+en er werd ijverig gegist. Het zou, besloot de meerderheid, ten slotte
+wel een schip zijn van de deensche handelsvloot.
+
+Daar werd een kijker met een forschen knap ingeschoven, en er klonk
+een luid gelach.
+
+"Heeren," zei luitenant Hansen, "het zijn ijsbergen."
+
+En wij hadden het dek al netjes gemaakt met het oog op mogelijk
+bezoek.....
+
+Dienzelfden dag kregen wij het eiland Disco in het gezicht, hoog
+en vlak van boven en uit de verte best herkenbaar. Maar het was nog
+een lange weg erheen. Om acht uur 's avonds waren we er nog dertig
+zeemijlen vandaan, en eerst om half elf den volgenden voormiddag
+bereikten wij het land. Een rij ijsklippen scheen den toegang tot
+het erachter liggende Godhavn te versperren. Maar al gauw kwam de
+bestuurder der kolonie, Nielsen, met een boot naar buiten, om ons
+welkom te heeten en binnen te loodsen. Zware windstooten kwamen ons
+tegemoet, en wij moesten laveeren, daar de motor het niet alleen kon
+klaarspelen. Des nachts om één uur wierpen wij het anker uit.
+
+Godhavn ligt op een klein, laag eiland, dat van het eiland Disco
+door een zeer smal kanaal is gescheiden. De plaats telde in 1903
+honderd-acht inwoners, en is de zetel van den groenlandschen
+inspecteur. De stad ligt zeer mooi met in het Noorden den hoogen
+Discoberg en in het Zuiden en Westen de zee, die nu en dan vol is
+met machtige ijsbergen.
+
+Wij brachten een bezoek aan de autoriteiten van de plaats, den
+inspecteur en den koloniebestuurder. Reeds in het vorige jaar had
+ik gecorrespondeerd met den heer inspecteur Daugaard-Jensen, en
+hij had beloofd, mij tien sledehonden met al wat er bij behoort,
+te verschaffen. Hij ontving ons met groote vriendelijkheid en kon
+ons mededeelen, dat alles goed en wel was aangekomen, de slede, de
+kajaks, de ski, twintig vaten petroleum enz. De koninklijk deensche
+Groenlandmaatschappij had de goedheid gehad, de geheele uitrusting
+op een harer schepen hierheen te vervoeren.
+
+Ons gezelschap deelde zich in twee partijen, de eene zou de
+noodige waarnemingen doen, en de andere zou aan boord alles
+bezorgen. Luitenant Hansen zorgde voor de astronomische, Wiik voor
+de magnetische waarnemingen. Lund en Hansen zorgden voor alles aan
+boord en maakten het schip gereed voor de verdere reis. Ristvedt ijlde
+heen en weer en kwam handen te kort, om nu eens den astronoom, dan
+weer den magneticus te helpen bij het aflezen van den chronometer;
+nu eens was hij in het scheepsruim, en onderzocht de waterbassins,
+dan weer bij de machines en tapte petroleum af.
+
+Het was een drukke tijd! Maar wat vorderde alles goed! Allen schenen
+bezield door een zelfde gevoel, dat al het werk goed moest gaan,
+opdat we zoo gauw mogelijk klaar waren en verder konden varen.
+
+Lindström verstond het, de heele machinerie te smeren, en wel op zijn
+manier. Hij was overal, handelde met de Eskimo's over een gezouten
+of verschen zalm, over een eidereend of een lomme. En in dezen tijd
+was dus onze spijskaart afwisselend genoeg. Lindström's munten waren
+de half verschimmelde honigkoeken van den bakker uit Christiania,
+en al waren ze ook niet klinkend en zelfs niet lekker, ze bleken
+toch gangbaar. Als een Eskimo op het schip verscheen, om handel te
+drijven, werd Lindström op het dek gehaald; de onderhandelingen werden
+in de Eskimotaal gevoerd en in goed Noordland-Noorsch. De antwoorden
+vielen van beide zijden wel wat omslachtig uit, en de Eskimo's werden
+al bescheidener en angstiger tegenover de vaderlijke, neerbuigende
+manieren van Lindström, die niets ter wereld miste of verlangde.
+
+Wij, die wisten, dat onze lieve kok geen woord van de taal der
+Eskimo's kende, stonden om het paar heen en konden het lachen
+haast niet laten. Als dan de onderhandelingen een poosje hadden
+geduurd, maakt Lindström een teeken van plotseling begrijpen en
+verdween in het scheepsruim. Zelfbewust en vergenoegd keert hij
+terug met onder elken arm een honigkoek. De Eskimo ziet hem met
+groote verbazing aan; hij heeft namelijk voor zijn zalm tabak willen
+hebben. Maar bij de poging, om Lindström zijn vergissing duidelijk
+te maken, stuit hij op een goedmoedige, neerbuigende, vaderlijke
+onontvankelijkheid. Lindström neemt den zalm aan, de man krijgt de
+koeken, en de zaak is beklonken. Het naspel is intusschen nog het
+aardigst, namelijk als Lindström droogweg vertelt, dat hij ieder
+woord van den Eskimo heeft verstaan.
+
+Het aangename verblijf te Godhavn werd verbitterd door de muggen,
+die ons van het begin tot het eind zoo hevig kwelden, dat wij vaak
+onder het werken in de kajuit moesten vluchten, om een poosje rust
+van de kwelgeesten te hebben. Den 31sten Juli waren we klaar. De
+waarnemingen waren gedaan, en de uitrusting was aan boord gebracht. Ik
+had aan ieder van de deelnemers aan de expeditie van onze dikke
+wollen onderkleederen, IJslandbuizen en Nansenkleederen uitgedeeld,
+en dus waren we voorbereid voor het verblijf tusschen het ijs.
+
+Den 6den Augustus waren wij vóór Upernivik, waar zich honderden
+van ijsbergen hadden verzameld. Drijfijs zagen wij nog niet, en
+wij begonnen al te hopen, ongehinderd in de Melvillebaai te zullen
+komen. Den volgenden dag voeren wij op 73 graden 30 minuten N.B.,
+langs Itivdliharsuk, de noordelijkste door beschaafde menschen bewoonde
+plaats. Den 8sten waren we bij het eiland Holms en zouden de vaart door
+de Melvillebaai aanvangen. Dat is de meest gevreesde plek in dit deel
+van den Atlantischen Oceaan, en vele schepen hebben er hun laatste
+reis gedaan; maar de omstandigheden zijn vooral vroeger in het jaar
+zoo bijzonder gevaarlijk. In Juni en Juli, als het ijs losgaat en de
+walvischvaarders noordwaarts gaan, zoo vroeg mogelijk, want dan is men
+het eerst ter plaatse, moeten er dikwijls groote moeilijkheden met het
+ijs worden overwonnen. Het buitenste deel van het ijs in de baai gaat
+het eerst los, het binnenste deel blijft liggen en vormt het land- of
+pakijs. Langs den rand van dit ijs trachten de walvischvangers vooruit
+te komen, en de verstandigen onder hen laten het ook niet los, voor ze
+aan de noordzijde van de baai in open water zijn gekomen. Aan den rand
+van het landijs vormen zich vaak natuurlijke dokken, waar de schepen
+zich in veiligheid kunnen stellen, als het drijfijs aankomt. Wanneer
+er geen natuurlijk dok is, hebben de meeste walvischschepen genoeg
+manschappen, om in betrekkelijk korten tijd zich binnen het ijs
+te werken.
+
+Dan zetten wij koers naar kaap York; alles liet zich zeer gunstig
+aanzien. Geen vast ijs was te herkennen, zoo ver het oog reikte, en de
+Melvillebaai was ook vrij van blokijs en ijsbergen. Om drie uur in den
+namiddag passeerden wij den wegwijzer, die bekend is als des duivels
+duim, een rotspunt, welke zooveel op een opgeheven duim gelijkt,
+dat wij allen in luid lachen uitbarstten. Wij heschen de zeilen en
+lieten den motor met volle kracht werken, want wij moesten zoo snel
+mogelijk door de baai varen. Maar, helaas, zou onze rechtstreeksche
+vaart op kaap York niet van langen duur wezen. Reeds den volgenden
+morgen werden we opgehouden door het pakijs.
+
+In den loop van den nacht had zich vier duim dik nieuw ijs gevormd,
+en wij moesten nu, als zoovelen vóór ons, in den zuren appel bijten
+en zuidwaarts koers zetten. Eerst voeren we toch een eind het ijs
+binnen, om het van naderbij te bekijken. Gladde vlakken en scherpe
+kanten wezen er op, dat het pas kort te voren opgebroken landijs
+was; wij waren dus waarschijnlijk te dicht bij het land gebleven. Nu
+voeren wij verder zuidwaarts voorbij; naar het zuidwesten stak een
+ijstong in zee vooruit; de lucht er boven was donker en duidde op
+open water en achter die ijstong stak er nog een naar voren, maar
+toen wij er tusschen trachtten door te dringen, werd het ijs dichter
+en dwong ons tot den terugtocht. Meer naar buiten was de massa ijs
+veel zwaarder, en het scheen wel, alsof wij ons bevonden op de grens
+tusschen het pas gebroken landijs en het drijfijs. Ik besloot dus,
+hier aanhoudend heen en weer te varen, omdat elke verandering in de
+ijstoestanden hier dadelijk aan den dag zou treden.
+
+En terecht! Omstreeks middernacht werd het ijs zachter, en wij konden
+er zonder bijzondere inspanning doorheen varen. Tegelijk viel een
+dichte, ondoordringbare nevel. Wie den ijsnevel der poolzeeën niet
+heeft gezien, weet niet, wat nevel is. De Londensche nevel is er niets
+bij. Wij konden niet zoo ver zien als de lengte van ons schip. Maar we
+richtten ons in onzen koers naar het kompas, en het ijs maakte beleefd
+plaats voor ons. Zoo kwamen we door de natte brij, waar nu en dan de
+verschijning van een zeehond wat levendigheid bracht. Wij zwelgden in
+versch zeehondenvleesch. Een groot voordeel van de aanwezigheid van
+drijfijs is de overvloed van goed water. Bijna op elke schol staat
+een plas heerlijk drinkwater, en wij konden ons de weelde veroorloven
+van ons in zoet water te baden.
+
+Den 13den Augustus stond ik des morgens om half drie rillend en
+huiverend aan het roer, nadat ik om twee uur de wacht had afgelost. Als
+poolvaarder moest ik het eigenlijk niet bekennen, dat ik het koud
+had, maar het was zoo. Mijn beide wachtkameraden liepen op het dek
+heen en weer en trachtten zich warm te houden, zoo goed het ging. De
+nevel daalde al meer en maakte alles, waarmee hij in aanraking kwam,
+druipnat. Het leven was zoo in den vroegen morgen geen genoegen. De
+afgeloste wacht zat nu beneden bij de kokend heete koffie, die ze
+wel verdiend had na zes uur werkens.
+
+Plotseling drong een lichtschijnsel door den nevel. En als door een
+tooverslag opende zich vóór mij een ver uitzicht in daghelderheid,
+en juist vóór ons, schijnbaar heel dichtbij, lag de woeste omgeving
+van kaap York, ons aandoend als een aanlokkelijk sprookjesland.
+
+Wij schreeuwden allen luid van bewondering en verrukking; de
+vrije wacht liet haar koffie staan en spoedig stonden wij allen te
+zamen in stomme bewondering. Het was zulk een stralende morgen, zoo
+bovennatuurlijk helder, dat het leek, of wij kaap York in een paar uur
+zouden bereiken. En toch was de afstand nog veertig zeemijlen. In het
+Oosten lag de geheele Melvillebaai met heel in de diepte enkele hooge
+rotspunten. Een ondoordringbare ijsmassa vulde de baai, en machtige
+ijsbergen staken hier en daar hun glanzend hoofd op.
+
+Toen wij ons eindelijk omwendden, lag de nevel, waar wij plotseling
+uitgeslopen waren, als een dichte muur achter ons.
+
+Dat was een van de wonderen, die men alleen in het rijk van het ijs
+ervaart; ze blijven iemand altijd bij en oefenen zulk een bekoring uit,
+dat men ernaar verlangt ondanks alle ontberingen van een poolreis.
+
+De ijstoestanden zagen er voor ons veelbelovend uit. Wel lag er nog
+een weinig ijs te loefwaarts, maar wij sloegen er geen acht op. Maar
+denzelfden dag tegen den middag sloot zich het ijs aaneen, zoodat
+slechts een zeer smalle strook juist naar het Noorden open bleef. Wij
+waren toen nog 25 zeemijlen van kaap York verwijderd. Het ijs vóór
+ons werd weer zachter, alsof de weg te onzen behoeve geëffend werd,
+en om vijf uur in den namiddag bereikten we den vasten ijsrand van
+kaap York. Wij voeren er een eind langs met koers op kaap Dudley
+Digges. Daar het nu weer mistig werd, legden wij aan het ijs aan,
+om te wachten, tot het zou opklaren. Twee van onze jagers maakten
+van de gelegenheid gebruik, om op vogels te jagen en na een paar uur
+kwamen ze met hun boot terug en met zooveel vogels, dat er genoeg
+was voor een geheelen maaltijd.
+
+Bij het heldere weer van den volgenden morgen zagen wij om ons heen
+alles dicht in het ijs, maar een zeemijl ten zuiden zagen we een groot
+wak, dat we met veel moeite bereikten. Het lag naar het Westen open
+en bracht ons in de ijsvrije zee. De Melvillebaai was overwonnen,
+en we hadden alle reden vergenoegd te zijn. Dit stuk zee had altijd
+als het zwaarste eind der geheele Noordwestelijke Doorvaart mij voor
+den geest gestaan, dat wil zeggen, met een zoo klein schip als het
+onze. En nu waren we er zonder ongelukken door gekomen.
+
+Den 15den Augustus bereikten we om vier uur in den namiddag Dalrymple
+Rock, waar de kapiteins der schotsche walvischvaarders, de heeren Milne
+en Adams, een dépot voor ons hadden laten aanleggen. Dalrymple is naar
+de beschrijvingen licht te herkennen; de rots stijgt in kegelvorm recht
+uit zee op. Wanneer men als wij van het Oosten komt, ziet men eerst
+een ander ervoor gelegen eiland, dat is het eidereendeiland. Daar en
+bij Dalrymple Rock verzamelen de Eskimo's elk jaar een menigte eieren.
+
+"Twee kajaks vooruit!" riep plotseling de man in den mastkorf. In een
+oogwenk waren op eens allen op het dek. Ik liet de machines stilstaan
+en de kajaks werden aan boord genomen. Wij waren zeer nieuwsgierig,
+deze noordgroenlandsche Eskimo's te leeren kennen. Ze zagen er niet
+kwaad uit. Hun kleeding leek ons in het begin wat vreemd; ze waren
+levendig, schreeuwden door elkaar en gesticuleerden met de armen. Zij
+hadden blijkbaar iets heel bijzonders te berichten. Maar wij verstonden
+er geen woord van. Toen vertrok plotseling een van hen den mond tot
+een breeden grijns en bracht uit: "Mylius!"
+
+En daarmee ging ons een licht op. Nu rieden wij, wat hij meende. De
+zoogenaamde Deensche litteraire Groenlandexpeditie onder Mylius
+Erichsen moest in de buurt wezen. Naar wat we van hen wisten, hadden
+wij gedacht, dat ze onder de Eskimo's bij kaap York werkten.
+
+Nauwelijks was de naam uitgesproken, of er klonk van achter een groote
+ijsmassa luid schieten en knallen als in een echten veldslag, en van
+daar kwamen bliksemsnel zes kajaks aangevaren. Een was versierd met
+een kleine noorsche vlag en een andere met een deensche. Dat was in
+waarheid een blijde verrassing!
+
+Weldra hadden we den leider der expeditie en een der deelnemers, den
+heer Knut Rasmussen met vier Eskimo's aan boord. Zij werden vriendelijk
+ontvangen en moesten veel vertellen. Vragen en antwoorden klonken druk
+door elkaar, en het duurde een poos, tot we van weerszijden kalm genoeg
+waren voor een rustig gesprek. Onze grootste zorg was iets van het
+dépôt te hooren, en gelukkig vernamen we, dat het in de beste orde was.
+
+Des avonds om zeven uur bereikten we Dalrymple Rock. Er is geen haven
+op het eilandje; dus lagen we er onbeschut. Ik voer dadelijk met
+Lund aan wal, om het dépôt in oogenschouw te nemen en te beslissen,
+hoe de overbrenging aan boord moest plaats hebben. De heer Mylius
+Erichsen gaf mij een brief van de heeren Milne en Adams, waarin ze
+ons geluk op de reis wenschten. Ik kan hun niet genoeg danken voor
+de zorgvuldigheid, waarmee ze alles hadden beschikt.
+
+De voorraad lag tusschen groote steenen op een vlak weidje en was
+aan alle zijden met prikkeldraad omgeven. Aan den voet der zee lag
+een oude ijsrand, die een eind in zee vooruitstak en dus een soort
+van kade vormde. Wij besloten dus, onzen boom als kraan op die kade
+op te richten en met behulp daarvan de kisten, nadat we ze op sleden
+erheen hadden gebracht, direct in de boot over te brengen. Om geen te
+ver boottransport te hebben, bracht ik de _Gjöa_ zoo dicht mogelijk
+bij den wal en wierp daar het anker uit. Ik geef toe, dat het aan een
+open kust onvoorzichtig was, maar voor ons was er veel mee gemoeid,
+als we vlug klaar konden zijn. Wij zonden dus een boot aan land, om den
+derden deelnemer der expeditie, graaf Moltke, die ziek was, te halen.
+
+Een haastig avondeten was spoedig gebruikt, en om tien uur gingen we
+aan het werk. Luitenant Hansen bleef aan boord, om daar het opzicht
+te houden. Ik nam met den vriendelijken bijstand van onze deensche
+gasten en eenige Eskimo's het werk aan den wal op mij. Hansen zou de
+kisten aanvoeren en Lund ze aan boord tillen. Het dépôt, 105 kisten,
+moest als deklast gestouwd worden. Intusschen werd door Ristvedt en
+Wiik de motor schoongemaakt en gepoetst.
+
+Des morgens om twee uur gunden we ons rust bij een kop koffie, die
+we wel verdiend hadden. De kisten wogen gemiddeld hun honderddertig
+kilogram en waren dus geen kinderspeelgoed. Om half drie kwam tot
+mijn groote vreugde graaf Moltke bij ons. Na de koffie begonnen we
+met nieuwen ijver. Ik kreeg nu steun van vier Eskimo's. Er is zooveel
+over geschreven, dat de Eskimo's lui en onwillig zijn en in het bezit
+van alle slechte eigenschappen, dat ik uitdrukkelijk moet verklaren,
+hoe er niets van dat alles op deze menschen paste. Zij hanteerden
+onze kisten, waaronder er waren van 200 kilogram, met behendigheid en
+zorgvuldigheid, die niet te verbeteren waren. En in plaats van met
+gevloek en gescheld en verwenschingen, die bij beschaafde arbeiders
+altijd de begeleiding van zoo'n werk zijn, begeleidden zij hun
+inspanning met gezang en vroolijkheid.
+
+Toch waren we niet klaar vóór zeven uur 's avonds.
+
+Wij waren nu zwaar beladen. Vóór ons lag een muur van zware, pas
+gevormde ijsbergen, die we ons met alle macht van het lijf moesten
+houden. Groenland werd kleiner en kleiner en we zetten koers naar
+kaap Horsburg, den noordelijken ingang van de Lancastersond. Het
+weer bleef gelukkig stil en helder. Zooals de _Gjöa_ nu beladen was,
+zou ze geen storm kunnen weerstaan. In de Lancastersond hielden wij
+de richting van den noordelijken oever, omdat ik besloten had naar
+Beechey-eiland te varen, om er een reeks magnetische waarnemingen te
+doen. Met uitzondering van weinig ijsbergen was het vaarwater zoo goed
+als ijsvrij. In nevel voeren we tot kaap Warrender. Daar trok hij op,
+en toen we het land konden zien, bleek het zeer te verschillen van
+Groenlands woest en verbrokkeld aanzien. Duidelijk is plateauformatie,
+maar die wordt vaak plotseling afgewisseld met koepelbergen. In den
+nevel, die weldra ons weer omhulde, en met het kompas, dat niet geheel
+betrouwbaar was, voeren we enkele malen verkeerd en eerst na een druk
+heen en weer kruisen bereikten we den 22sten Augustus om negen uur
+des avonds het eiland Beechey en gingen voor anker aan de Erebusbaai.
+
+Wij waren diep onder den indruk van de herinneringen aan de
+Franklinexpeditie, die ons op Beechey-eiland bestormden, waar John
+Franklin's laatste veilige winterhaven was geweest, en waar in opdracht
+van lady Franklin tot aandenken aan haar man en zijn metgezellen
+door Mc. Clintock een marmeren gedenkplaat was neergelegd. Zij lag
+er nog, waar ze in 1858 geplaatst was aan den voet der Belcherzuil,
+die opgericht was ter herinnering aan de Belcherexpeditie. Aan die
+zuil is ook een kleine gedenkplaat aangebracht voor den in de buurt
+verdronken franschen luitenant Bellot. Wij vonden het alles in den
+besten toestand, ook de graven; een enkele omgevallen grafsteen werd
+door ons weer opgericht.
+
+Den 24sten Augustus, om twee uur in den namiddag, voeren wij weg van
+Beechey-eiland, dankbaar voor de gunstige ijstoestanden, die we tot
+nu toe hadden aangetroffen. Het jaar 1903 moest wel een buitengewoon
+gunstig ijsjaar wezen. Bijna zonder eenig bezwaar waren wij in een
+streek doorgedrongen, waar onze voorgangers den zwaarsten strijd
+met storm en ijs hadden moeten voeren. Nu hielden wij koers naar de
+Peelsont, en om negen uur in den avond bevonden we ons tegenover het
+eiland Prescotte, welk eiland een merkpaal werd op onze vaart. De
+kompasnaald weigerde volkomen haar dienst, en wij waren er op
+aangewezen, als onze voorvaderen, de oude Vikingers, te varen naar de
+hemellichamen. Dat is al in een gewoon vaarwater niet gansch veilig;
+maar hier is het veel moeilijker, omdat de hemel twee derden van den
+tijd geheel met een ondoordringbaar neveldek aan het oog onttrokken
+is. Wij voeren intusschen bij helder weer af, en de volgende dag was
+geschikt om de nieuwe navigatiemethode in te studeeren, want we hadden
+afwisselend nevel en helder weder.
+
+Op dek genoot ik van den zonneschijn, zoo vaak hij doorbrak; ik
+hield mij zoo kalm mogelijk, maar ik gevoelde angst, toen wij de
+eilandengroep De la Roquette naderden, tot waar in 1875 Sir Allan Young
+met de Pandora was doorgedrongen, en waar hij op een ondoordringbaren
+ijsmuur was gestooten. Zou de _Gjöa_ gelukkiger zijn?
+
+Ja, zij was het; wij vonden er open water, maagdelijk water, waar
+nog geen europeesch schip in was doorgedrongen. Eerst nu meenden wij
+onze taak recht te hebben aangevangen.
+
+Het volgende twijfelachtige punt was de Bellot-straat. Mc. Clintock had
+er twee jaren gelegen, zonder verder te kunnen komen. Wij vonden er
+alleen een zeer smalle strook verbrokkeld landijs. Een dichte nevel
+lag boven de straat, en toen wij bij kaap Maguire gekomen waren,
+troffen we er een massa zacht ijs. Juist toen we er op los gaan
+wilden, werd de nevel zoo dicht, dat wij als door een zwarten muur
+omsloten waren. Daar wij geen kompas gebruiken konden en de nachten
+al donker werden, zou het gevaarlijk kunnen worden en ik besloot,
+terug te varen. Wij kregen menigen stoot van het ijs, maar alles liep
+goed af, en toen den volgenden morgen het weer opklaarde, konden we
+den motor krachtig laten werken langs de Tasmania-eilanden naar de
+James Ross-straat.
+
+In dat moeilijke vaarwater ging het langzaam verder, toen ik op 22
+Augustus 's avonds bezig was, mijn dagboek bij te schrijven. Daar
+op eens hoor ik een schreeuw; die mij door merg en heen drong. Er
+moest iets bijzonders gebeurd zijn. In een oogwenk waren alle man
+op dek. In den stikdonkeren nacht, die gelukkig volkomen windstil
+was, sloeg een hooge vlam met dikken, verstikkenden rook uit het
+machineruim. Daar moest brand zijn midden tusschen petroleumtanks,
+die tien duizend liter bevatten! Wij allen wisten, wat gebeuren moest,
+als de vaten heet werden; dan vloog de _Gjöa_ met al, wat er in was,
+als een bom in de lucht. Wij liepen als razenden heen en weer. Een
+man sprong naar Wiik beneden in het machineruim, waar deze trouw
+op zijn post gebleven was, om hem te helpen. Allereerst werden onze
+beide steeds klaarstaande brandbluschapparaten gebruikt, en daarna
+schepten we water; wij schepten als om het leven, en in ongeloofelijk
+korten tijd waren we het vuur meester. Een hoop poetskatoen, dat op
+de vaten had gelegen en met petroleum gedrenkt was, had vuur gevat
+en was dadelijk lustig gaan branden.
+
+Langs de kust zetten wij nu onze vaart in zuidelijke richting voort
+tot we in de buurt van Boothia Felix dieper vaarwater kregen. De
+gevaren van zee en wind hielden er het schip vijf dagen vast. Voorbij
+King Williamsland kwam de _Gjöa_ nog; maar toen werd daar, waar de
+Simpsonstraat zich naar het Westen opent, geankerd in een kleine,
+beschutte haven van genoemd eiland, die later den naam van de
+Gjöahaven kreeg.
+
+Daar westwaarts de zee ijsvrij was, lag de route naar de
+Noordwestelijke Doorvaart open voor ons, maar daar we ons tot hoofddoel
+hadden gesteld, over de magnetische pool onderzoekingen in te stellen,
+besloten wij hier ons winterkwartier op te slaan. De herfststormen
+waren nu in vollen ernst begonnen, en het vaarwater was, dat wist ik,
+westwaarts zeer ondiep. Voordat ik mij echter verder in de haven
+waagde, wilde ik er met een boot varen. Naar onze waarnemingen op
+Beechey-eiland lag de magnetische noordpool nog ongeveer op haar oude
+plaats, en daar de Gjöahaven ongeveer negentig zeemijlen van die plek
+verwijderd was, was ze, volgens de mannen der wetenschap voor ons als
+vast station zeer gunstig gelegen. Wanneer wij dus onze observatoria
+wilden bouwen en alles voor de overwintering in gereedheid wilden
+brengen, moesten we ons haasten. Wij hadden ook in de laatste weken
+zwaar gewerkt en hadden behoefte aan een poosje rust. En waarom zouden
+we nog verder westwaarts een haven zoeken, die we mogelijk niet eens
+zouden vinden? Hadden we de voltooiing der Noordwestelijke Doorvaart
+tot ons hoofddoel gehad, dan zou de zaak anders hebben gestaan,
+en niets zou mij van verder varen hebben afgehouden.
+
+Den 13den September 1903 voer ik met Lund en luitenant Hansen de haven
+binnen. De ingang was niet zeer breed; op de smalste plek zouden
+nauwelijks twee schepen elkaar kunnen passeeren. Maar de loodingen
+toonden een bevredigende diepte, gemiddeld zes vadem water. De haven
+zelf was in elk opzicht naar wensch.
+
+Den volgenden dag, Maandag den 14den September, 's morgens om vijf uur
+voeren wij met ons schip tot dicht bij den oever als aan een kade. En
+nu konden we ons werk voor de overwintering aanvangen. Eerst kwam de
+beurt aan alle honden, die per boot aan land werden gebracht. In een
+beschut hol wegje sloegen we palen in het zand, spanden er touwen
+tusschen en bonden er de honden vast. Zij waren natuurlijk hoogst
+beleedigd over deze soort van verbanning, maar voor ons was het
+een gemak, ze op het schip kwijt te zijn, waar ze ons maar in den
+weg liepen.
+
+Daarna richtten we tot hulp bij het lossen een luchtspoorweg in. Ik had
+besloten, alle proviand aan den wal te brengen, om zooveel mogelijk
+ruimte aan boord te hebben; Lindström zou ook ruimte voor al zijn
+keukengereedschap krijgen.
+
+De luchtspoor bestond uit een stalen tros, die van het midden van den
+mast naar de oude strandlijn gespannen werd, ongeveer twintig meter
+achter de tegenwoordige. Wij hadden daar een geschikte opslagplaats
+gevonden voor de kisten. Aan land was de tros vastgemaakt aan het
+werpanker, dat we wel een meter diep in het zand hadden begraven en
+toen nog stevig in den ondergrond hadden gedreven.
+
+Op de tros wandelde een blok heen en weer met een inhaler aan den wal
+en een aan boord. Met behulp van een takel werden de kisten uit het
+scheepsruim geheschen in het blok gehangen, dan losgelaten en dan
+wandelden ze vroolijk naar den wal. Ristvedt en ik namen de kisten
+in ontvangst; de overigen arbeidden allen aan boord. Wij legden de
+kisten op een houtonderlaag; zoodra we een kist aan land hadden,
+sloegen we er den houten deksel af, draaiden de kist om, tilden
+de buitenste houten kist op en nu stond de binnenste blikken kist
+vrij. Bij het opstellen der kisten werd trouw het nommer genoteerd
+met den inhoud, zoodat men altijd gemakkelijk zou kunnen vinden,
+wat men zocht. De ledige houtbakken werden zorgvuldig bewaard, om
+later als bouwmateriaal te worden gebruikt.
+
+Wij werkten van vijf uur in den morgen tot des avonds om acht uur. Den
+achturendag hadden we nog niet, maar hij zou nog komen! Enkele
+voorboden van den winter, regen en sneeuw, kregen we al te voelen,
+maar we hoopten dat de komst van dat jaargetijde zich nog zoo lang
+zou laten wachten tot we klaar waren.
+
+Den 17den tegen den avond waren we met lossen klaar; we bouwden een
+huis van zeildoek over de kisten heen en het geheel deed zich uitnemend
+voor. Om den voorraad tegen vocht te bewaren, groeven we nog een diepe
+sloot om het huis. De springstof werd verder het land in geborgen en
+met een tentje gedekt. Later werden ook onze kleederen en alle dingen,
+die geen vocht konden verdragen, in het proviandhuis overgebracht,
+want dat was het droogste punt van al onze ruimten gebleken.
+
+Toen begon de inrichting aan boord. Eerst werd beneden in het
+scheepsruim alles in orde gemaakt; toen was de keuken aan de beurt,
+die midscheeps lag, zij werd overhoop gehaald en in het ruim weer
+opgesteld. Hier beneden voerde dan Lindström het commando, en hij
+bleef bestuurder van zijn keuken van September 1903 tot Juni 1905.
+
+Om dan voor het begin van den winter nog zooveel mogelijk uit
+te richten, verdeelden we ons gezelschap in twee partijen. Vóór
+alle dingen moesten onze observatoria gebouwd worden en er moest
+versch vleesch voor den winter verkregen worden. Rendieren hadden
+zich tot nu toe maar weinig in onze nabijheid laten zien. Lund en
+Hansen werden daarom met een boot naar het eilandje Eta gezonden,
+dat midden in de Simpsonstraat ligt, en waar, naar ik uit berichten
+wist, de rendieren zich in den herfst in groote troepen vertoonen. Den
+21sten September trokken zij met proviand voor veertien dagen er in
+den vroegen morgen heen.
+
+En wij, anderen, gingen bouwen.
+
+Wiik had den magnetischen meridiaan, in welks richting het huisje
+met de zelfregistreerende instrumenten zou worden gezet, vastgesteld,
+en de buitenomhulling van de proviandkisten die als bouwmateriaal zou
+dienen werd nauwkeurig onderzocht, of er mogelijk ook ijzeren spijkers
+in zaten. Maar de kisten waren alle naar dezelfde maat gemaakt en met
+koperen nagels ineengespijkerd, die geen invloed op de magnetische
+waarnemingen konden uitoefenen.
+
+Als bouwterrein hadden we den heuvelkam gekozen aan den kant der
+Simpsonstraat. Fondament voor de instrumenten vormden aaneengemetselde
+steenen, en dan ging het aan het bouwen. De kisten werden met zand
+gevuld; van binnen en van buiten werd het huis met teer bestreken en
+ten slotte het geheel met zand bezwaard. Rondom het geheel groeven
+we weer een sloot, die het water moest afleiden. Den 26sten was het
+observatorium gereed. Denzelfden dag keerden Lund en Hansen tegen
+den avond van hun jachtuitstapje terug. Ze hadden geluk gehad; hun
+boot was beladen met twintig verslagen rendieren. Reeds ongeveer
+twaalf zeemijlen van de haven verwijderd hadden ze een plek getroffen,
+waar groote troepen rendieren graasden. De dieren waren zeer schuw
+en moeilijk te naderen, zeiden de jagers. Ze hadden daarom een tent
+opgeslagen en hadden verscheiden dagen gejaagd. De plaats was in de
+nabijheid van Booth Point, die ons later zoo vertrouwd zou worden,
+toen we met de Eskimo's en hun kamp hadden kennis gemaakt. Die
+menschen vertelden, dat ze de jagers wel hadden gemerkt, maar zich
+om de geweren niet in de buurt hadden gewaagd.
+
+Den 29sten September begonnen we den bouw van het huis, waarin Ristvedt
+en Wiik zouden wonen. Daarvoor hadden we ongeveer zestig kisten noodig,
+terwijl we voor het andere observatorium veertig hadden gebruikt. Het
+stond op denzelfden heuvelkam als het observatorium; 75 meter verder
+en met uitzicht naar alle kanten.
+
+Ook aan boord was allerlei te doen; er werden dubbele vensters ingezet;
+de petroleumkachels werden geplaatst en de ventilatie werd geregeld. In
+de kajuit maakte men het zich aangenaam, en na voldane dagtaak was het
+een onbeschrijfelijk genot, te kunnen wonen in warme, goed verlichte
+vertrekken en iets goeds te eten te krijgen. Wij strekten ons dan in
+onze kooien met bijzonder welbehagen uit. We moesten erkennen, dat we
+naar alle richtingen zeer bijzonder door het geluk begunstigd waren
+geworden, ook met betrekking tot de levensmiddelen, daar er twintig
+rendieren goed en wel versneden en opgehangen waren. Het was al koud
+genoeg, dat het vleesch niet bederven kon.
+
+Den 29sten werd tot slot het geheele schip met zeildoek overtrokken;
+toen waren we volkomen klaar aan boord en konden wèl voorbereid den
+winter te gemoet zien.
+
+Den eersten October zag alles er wintersch uit. Het door
+den noordoostenwind tegen het schip gestuwde zeewater bevroor
+oogenblikkelijk en bekleedde de _Gjöa_ met een dicht pantser. De
+stuivende sneeuw woei ons in de oogen en verbond zich in het water
+tot een soort van brij, waar de halve haven mee bedekt was. Dat was
+het begin van de ijsvorming, en toen de wind verflauwde, hadden we
+draagkrachtig ijs.
+
+In den nacht was intusschen het schip naar den oever gedreven,
+want onze ankers hadden geen houvast genoeg gehad. Dat was niet erg,
+maar als het ijs in ernst vast werd, kon de _Gjöa_ om den springvloed
+niet op het bij eb blootliggend strand blijven, en zoodra dan ook den
+volgenden dag de wind bedaarde, trokken we het schip naar buiten en
+verankerden het op vijftig meter afstands van het strand. Verder van
+de dierbare proviandtent wilden we niet graag zijn.
+
+Den 3den October hadden we een bruikbaren weg over het ijs naar
+het land.
+
+Wij zagen dat najaar kudde na kudde van rendieren en konden zooveel
+bemachtigen als we wilden. Het ijs vroor denkelijk dat jaar anders
+dicht dan anders, en toen de dieren bij hun gewone overgangsplaats
+van King Williamsland naar het vasteland open water vonden, trokken
+ze de kust langs, om een nieuwe plek voor den overtocht te zoeken.
+
+Er lag nu een dik sneeuwdek, en daar het land eentonig is en
+zonder verheffingen van beteekenis, was het dikwijls moeilijk, de
+goede richting te houden. Eens waren we in twee partijen erop uit
+geweest, om vleesch binnen te rijden, de luitenant en ik, Ristvedt
+en Wiik. Het was al volkomen donker, toen luitenant Hansen en ik
+weer aan boord terugkeerden. Maar de anderen waren nog niet gekomen;
+ze kwamen eerst een paar uur later. Zij waren al mooi op weg geweest,
+de Noordwestelijke Doorvaart op eigen gelegenheid en per hondenslede
+te vinden, want in de duisternis waren ze, zonder het te merken, de
+haven voorbijgegaan en toen in westelijke richting verder gegaan. Toen
+ze ten laatste bespeurden, dat ze verdwaald waren, lieten ze de sleden
+achter en gingen langs het strand naar huis.
+
+In dezen tijd kregen ook de honden, die tot nu toe onder den vrijen
+hemel hadden gekampeerd, hun hondenhuis. Het werd ingewerkt in
+een geweldigen sneeuwhoop. Een van onze booten werd er als dak
+overheen gelegd, en daar stond het mooiste hondehok, dat men zich
+kan voorstellen. Het heele gebouw werd met sneeuwwater overgoten en
+vormde daardoor een vast geheel. Het was in twee deelen verdeeld;
+in de eene helft woonde het oude tweetal van de Fram en in de andere
+de Godhavntroep.
+
+Tegelijk werd voor een belangrijke aangelegenheid gezorgd. In het
+ijs aan stuurboordzijde werd een gat gehouwen en een sneeuwhuis
+werd er overheen gebouwd. Het gat werd den heelen winter door
+opengehouden, opdat men in geval van brand water bij de hand zou
+hebben. De inrichting werd het brandstation genoemd, en Lund werd
+tot chef ervan gekozen. Maar brandweerhoofdman van de _Gjöa_ te zijn,
+was geen zeer benijdenswaardige positie. Elken morgen moest hij naar
+buiten, om voor het openhouden van het gat te zorgen. Als het ijs een
+dikte van bijna vier meter had bereikt, als in onzen eersten winter,
+is dat geen lichte taak.
+
+De nieuwe sneeuw was thans zoo stevig samengebakken, dat ze een
+uitstekend bouwmateriaal opleverde. Ik ging daarom met Lund en Hansen
+het gebouw oprichten, waarin we in den loop van den winter de absolute
+magnetische waarnemingen konden doen. Er werd een van het andere 75
+meter verwijderd gebouwtje gezet in de richting van den magnetischen
+meridiaan. Wij haalden het bouwmateriaal uit een dichtbij zijnd hol
+wegje, waar de sneeuw in groote hoeveelheid hard was saamgebakken. Het
+huis zou acht meter lang, twee meter breed en een meter tachtig hoog
+worden. De blokken werden met de zaag uit de sneeuw gezaagd.
+
+Hoe dicht de sneeuw was, blijkt wel daaruit, dat de blokken gemiddeld
+honderd kilogram wogen. Toen we de laatste rij er boven op legden,
+hadden we drie man noodig, om ze op hun plaats te tillen. Voor het dak
+werd dunne, doorzichtige stof aaneengenaaid en erover getrokken. Op
+die manier kregen we een uitstekend huis voor de absolute magnetische
+waarnemingen.
+
+Daar de koude nu kwam opzetten en al meer voelbaar werd, moesten we
+ook aan onze persoonlijke winteruitrusting denken. Door onze gelukkige
+rendierjachten hadden wij een menigte prachtige vellen gewonnen. Hoe
+men die looien en tot onderkleeding verwerken kon, daarover braken de
+luitenant en ik ons telkens weer het hoofd. Bovenkleeren van rendiervel
+hadden we van huis meegebracht; daarover behoefden we ons geen zorg te
+maken, maar als we zachte, fijne onderkleeren hadden kunnen krijgen,
+zou dat heerlijk zijn geweest. Wij kozen nu alle huiden der jonge
+kalvers uit, sleepten ze in de kajuit en begonnen met ons werk. Geen
+van ons had een flauw vermoeden, hoe wij het aanleggen moesten. Wij
+wisten wel, dat men de vellen moest uitspreiden, om ze te drogen, maar
+of dat bij een zwak of een sterk vuur moest gebeuren, daar wisten we
+niets van. De luitenant keek naar mij en ik naar hem, en wij kwamen
+tot het besluit, dat het goed zou wezen, de vellen onder de zoldering
+uit te spannen. Zooveel vellen als er maar met mogelijkheid plaats
+konden vinden, werden uitgespannen, en weldra leek de kajuit op een
+mengeling van een slagerij en een looierij. Dagelijks bevoelden we
+de huiden, en als wij ze voor droog genoeg hielden, namen we ze
+af en begonnen het werk. Wat gaven we ons een moeite! Wij zouden
+graag resultaten bereiken, en hoe ver we het hadden kunnen brengen,
+is niet te zeggen. Bij gebrek aan iets beters zouden we wel stof
+voor onderkleeren klaar gekregen hebben, al was het dan niet eerste
+qualiteit. Maar als de nood op het hoogst is enz. De hulp kwam nog
+vóór we eraan dachten.
+
+Den 17den October hadden Ristvedt en Wiik hun huis voltooid. Het werd
+dadelijk gedoopt en ontving den naam Magneet. Het muntte niet zoozeer
+uit door zijn aanzien, als wel door zijn ligging, want het stond
+boven op den top van een ongeveer dertig meter hoogen heuvel en had
+een prachtig uitzicht over de geheele Simpsonstraat. Nu kon er niets
+gebeuren, of het werd dadelijk van uit de "Magneet" ontdekt. Mocht
+er visite bij ons komen, ieder moest eerst daar voorbij. Indien een
+beer op het ijs van de baai mocht verdwalen, dadelijk zou hij van
+daar uit worden waargenomen. In het kort de bewoners van het huis de
+Magneet beheerschten den omtrek.
+
+Het huis was evenals het vorige van kisten gebouwd, die met zand werden
+gevuld. Het was wel geen kasteel, maar daarover waren wij het allen
+eens dat zij tweeën er vrijwat beter woonden dan wij aan boord. Het
+huis had maar één kamer, die tegelijk slaap- en werkkamer was. In
+den eenen hoek stond een groot en breed, uit kistenplanken getimmerd
+bed. De beide bewoners hadden ontdekt, dat één bed minder plaats innam
+dan twee, en tevens vonden dat twee in één bed gemakkelijker warm
+te houden waren dan één alleen, en daarin moest men hun wel gelijk
+geven. Alles in aanmerking genomen, was het geheel zeer doelmatig
+ingericht. Onmiddellijk naast het bed stond een tafel met een bank
+aan elken kant. De andere helft van de kamer was zoo verdeeld, dat
+Ristvedt zijn werkbank aan de eene zijde en Wiik zijn werktafel tot
+vastlegging der magnetische krommingen aan de andere had. De grond
+was met planken van kisthout en met rendierenvellen belegd. Het huis
+had ook twee vensters, een met uitzicht op de zee en een, dat naar
+de _Gjöa_ keek.
+
+Voor zoo ver ik weet, werden hier voor het eerst in de poolstreken
+kisten als bouwmateriaal gebruikt. Als men iets heeft, waarmee men ze
+kan vullen, zou ik er de voorkeur aan willen geven boven elk ander
+materiaal, heeft men echter geen zand, dan is het er anders mee
+gesteld. Wiik en Ristvedt woonden ongeveer twee jaren in het huis,
+genaamd de Magneet, en ze hadden niet willen ruilen met ons aan boord
+der _Gjöa_. Luitenant Hansen en ik woonden samen in de kajuit; maar
+het was zeer vochtig bij ons, en we moesten den geheelen winter door
+'s avonds groote stukken ijs uit onze kooien slaan. Voorin het schip
+woonden Lund, Hansen en Lindström, en het was daar ook wel vochtig,
+maar toch niet zoo erg als bij ons in de achterkajuit. Den eersten
+winter hadden we het heele schip met sneeuw toegesloten en toen
+daalde de temperatuur in de voorkajuit niet beneden het vriespunt;
+maar in de achterkajuit hadden wij het steeds onder nul graden. In
+den tweeden winter liet ik het schip open liggen, in plaats van het
+met sneeuw te bedekken. Ofschoon deze winter veel zachter was dan de
+eerste, daalde de temperatuur in de voorkajuit bij nacht toch gauw
+onder nul. Toen ik hierop het vaartuig weer liet toedekken, trad na
+korten tijd de oude toestand weer in.
+
+Uranienborg, ons astronomisch observatorium, was het laatste bouwwerk
+in de reeks. Op een voormiddag kwamen wij allen bijeen, om den
+astronoom bij den bouw van een voor hem passend huis te helpen. Hij
+gaf de voorkeur aan den rondbogenstijl, en we bouwden goedsmoeds een
+Eskimohut. Het gebouw werd niet bijzonder prachtvol, maar het kwam
+toch tot stand.
+
+Eens op een morgen, toen we op den heuvel stonden, om ons ontbijt onder
+een vroolijk praatje te verteren, en daarbij als gewoonlijk ook een
+beetje op rendieren loerden, wees een van ons naar het Noorden en zei:
+
+"Daar zijn ze waarachtig al weer!"
+
+En dadelijk werden de toebereidselen tot de jacht gemaakt. Maar
+Hansen bleef kalm naast mij staan en scheen zijn ongewoon scherpe
+oogen buitengewoon in te spannen.
+
+"Nu, Hansen, heb je geen lust vandaag op de rendierenjacht te gaan?"
+
+"O jawel," zei hij, "maar niet op die rendieren daarginds, want die
+loopen op twee beenen."
+
+Na die verbluffende uitspraak liep ik naar mijn verrekijker en richtte
+dien op de vermeende kudde rendieren. En werkelijk daar in de verte
+stonden vijf menschen!
+
+Eskimo's!
+
+Nu hadden wij al steeds wijd en breed over de Eskimo's gepraat, maar
+we hadden het op allerlei gronden voor heel onwaarschijnlijk gehouden,
+dat we met hen zouden samentreffen. We hadden al eind October, en
+dachten dus, dat we er dit jaar niet op behoefden te rekenen en zoo
+waren ze ons geheel door het hoofd gegaan.
+
+En daar waren ze nu!
+
+Alles, wat wij over deze arctische barbaren wisten, drong thans
+plotseling tot ons door. Met de noord-amerikaansche Eskimo's viel
+volstrekt niet te spotten, dat wisten we uit de oude reisbeschrijvingen
+uit deze streken. Uit "Roos en Klutschak" hadden we geleerd, dat het
+Eskimowoord "Teima" de beste groet was, waarmee men hun tegemoet treden
+kon. Het beduidde ongeveer een recht hartelijk: "Goeden dag!" En wij
+hadden ons het woord "Teima!" in alle mogelijke uitspraken ingeprent.
+
+Intusschen viel het ons niet in, ons vertrouwen op dat eene woord
+te laten rusten. Het was stellig noodig de aankomenden dadelijk
+als vijanden te beschouwen, en we ontwierpen ons krijgsplan. Ik zou
+met twee man den vijand tegemoet gaan, en Hansen en Lund gaven zich
+terstond als vrijwilligers aan. De karabijnen werden goed onderzocht en
+op het ijs vóór het schip hield ik een troepenschouw; zelfs de meest
+kritisch gestemde veldheer zou tevreden geweest zijn over houding en
+uitzien van mijn troepen. Ikzelf zette een zoo krijgshaftig mogelijk
+gezicht, richtte mij op en commandeerde: "Voorwaarts marsch!"
+
+Met mijn dapperen dicht achter mij trad ik naar voren en wierp
+daarbij een blik zijwaarts naar het dek, waar de luitenant en de kok
+naast elkaar stonden. Het scheen mij, alsof de monsterende blikken,
+waarmee ze ons aankeken, geen onverdeelde bewondering uitdrukten,
+niet eens den noodigen ernst!
+
+"Goed zoo," dacht ik, "zich vroolijk maken over ons is niet moeilijk,
+als men aan boord veilig en wel is geborgen, terwijl wij ons in het
+onzekere wagen en mogelijk in het open veld den dood in het aangezicht
+moeten zien."
+
+De Eskimo's waren nog ongeveer vijfhonderd meter van ons verwijderd
+en bewogen zich van den heuvel naar beneden op ons schip af. Ik
+marcheerde hun zoo martiaal mogelijk te gemoet en achter mij hoorde ik
+den geregelden pas van mijn manschappen. Op een afstand van ongeveer
+twintig meter maakten de Eskimo's halt. Verscheiden strategische
+mogelijkheden gingen mij door het hoofd; offensieve beweging,
+defensieve, wat zou het zijn? Maar ten slotte vond ik het toch maar
+het best, halt te commandeeren. Ik bestudeerde de tegenpartij. De
+vijanden schenen zeer opgewonden, ze lachten en gesticuleerden zonder
+bepaald krijgshaftige manieren. Maar plotseling stelden ze zich in
+positie en rukten voorwaarts.
+
+"Nu goed!" dacht ik, "beter met eere sterven, dan zich te redden door
+een laffe vlucht." En "Voorwaarts marsch!" commandeerde ik.
+
+Wij rukten voorwaarts, volkomen erop voorbereid, den vijand in
+het volgende oogenblik den boog te zien spannen en op ons te zien
+aanleggen. Maar neen--hij heeft blijkbaar wat anders in den zin. Een
+krijgslist?
+
+Plotseling dook in mijn door de spanning van den verwachten strijd
+opgewonden brein het woord "Teima!" op. En "Teima!" brulde ik den
+vijand, zoo luid ik kon, tegen.
+
+De Eskimo's stonden plotseling stil. Maar nu is onze opwinding
+te groot, nu moet er een beslissing vallen, en we snellen, tot
+den strijd gereed, voorwaarts. Daar klinkt de roep aan mijn oor:
+"Manik-tu-mi! Manik-tu-mi!"
+
+En dat klinkt zoo bekend en van Mc. Clintock herkomstig; het is
+de hoogste en innigste vriendschapsgroet van deze Eskimo's. In een
+oogwenk werpen we de geweren weg en snellen naar onze vrienden:
+
+"Manik-tu-mi! Manik-tu-mi!"
+
+Wij schreeuwen allen door elkander, omhelzen elkaar, kloppen elkaâr
+op de schouders, en ik weet niet aan welken kant de vreugde het
+grootst is.
+
+Onze vrienden verrasten mij grootelijks door hun uitzien. Voor kort
+nog hadden wij de leelijke, platneuzige Eskimo's der noordwestkust
+van Groenland verlaten en hier troffen we een volksstam, waarvan
+enkele mannen bepaald knap waren. Twee van hen geleken Indianen
+en waren als uit een Cooperschen roman geknipt. Forsch van
+gestalte en gespierd waren ze ook. Broederlijk vereend, gingen ze
+naar beneden naar het schip. Klik-klik! hoorde ik des luitenants
+photografietoestel--klik-klik! nog eens en nog eens. Naast hem stond
+Lindström met zijn breedsten lach, en ik kan niet zeggen, dat ik als
+veldheer plechtig genoeg gestemd was.
+
+Onze gasten namen de uitnoodiging, mee aan boord te komen, verheugd
+aan. Op het dek lagen wel honderd verslagen rendieren opgestapeld,
+en de Eskimo's zetten groote oogen op over dien vleeschvoorraad,
+maar zeiden niets. Wij stonden nog bij elkaar te praten en lachen
+en schertsen, toen Lindström mij toefluisterde, of we hun maar iets
+zouden voorzetten. "Zeker," antwoordde ik en verzocht hem, koffie te
+koken en wat hardbrood voor hen te halen. Wij namen de gasten mee in
+het scheepsruim, want in de kajuit wilden we ze liever niet hebben,
+daar we vreesden, dat er ongewenscht gezelschap bij hen zou wezen. De
+noordgroenlandsche Eskimo's zijn ten minste om hun onzindelijkheid
+berucht.
+
+Koffie en brood schenen hun niet recht te smaken; ze lieten merken,
+dat ze wel graag wat te drinken wilden hebben, en toen we hun water
+lieten zien, begonnen hun gezichten te stralen. Ieder van hen dronk
+twee liter water.
+
+Toen zei ik: "Och, Lindström, geef die rendierbout eens, die daar
+ginds ligt." En ik had gelijk; dat was wat anders dan hard brood! Nu
+zagen wij ook, dat ze niet geheel ongewapend waren, zooals eerst
+scheen. Uit de schachten hunner laarzen trokken ze lange messen en in
+ongeloofelijk korten tijd hadden ze het vleesch van drie rendierbouten
+zoo schoon afgekrabd, dat enkel de naakte beenderen overbleven.
+
+Wiik en Ristvedt waren niet bij de aankomst der Eskimo's tegenwoordig
+geweest, en daar ze nog niet verschenen, moesten ze van het gebeurde
+nog niets hebben gemerkt. Toen de gasten eindelijk met hun maaltijd
+gereed waren, gaf ik hun een teeken, mij te volgen en liep vóór hen
+uit naar Villa Magneet. Nergens was iemand te zien; ik klopte aan
+de deur en ging binnen. Ristvedt en Wiik zaten diep over hun boeken
+gebogen. De Eskimo's hielden zich rustig achter mij.
+
+"Is het niet merkwaardig," begon ik, "dat wij in deze afgelegen
+streken gasten hebben gekregen? En nog wel bekende. Sta mij toe,
+dat ik ze even voorstel!"
+
+Beide heeren keken verschrikt op, gingen van hun stoelen opstaan en
+maakten een buiging, en nu traden de Eskimo's naar voren. Er werd
+een algemeen luid gelach aangeheven, en toen begon een gesprek,
+dat daarin bestond, dat de Eskimo's ons op ons verzoek leerden,
+hoe de gebruikelijkste dingen in hun taal werden genoemd.
+
+De Eskimo's bleven den nacht bij ons, en den volgenden morgen
+trokken ze naar huis. Wij hadden intusschen voldoenden tijd gehad,
+hun aan het verstand te brengen, dat wij graag gelooide vellen
+van hen wilden koopen. Toen ze zagen, wat de luitenant en ik aan
+de bewerking der huiden hadden gedaan, maakten ze er ongeveinsd een
+grapje over. Twee dagen later kwamen ze weer terug en brachten eenige
+mooie rendiervellen. Ik besloot nu, hen naar hun woning te vergezellen,
+om te zien, waar en hoe ze leefden; ze hadden ons te verstaan gegeven,
+dat ze op den heenweg niet behoefden te overnachten; dus kon het niet
+bijzonder ver wezen.
+
+Den volgenden voormiddag om half twaalf braken we op. Ik had een slede
+bij mij, waarop mijn slaapzak, eenig voedsel en allerlei voorwerpen
+waren gebonden, die ik wist, dat de Eskimo's op prijs stelden. Met de
+mij aangeboren meerderheid van den Europeaan spande ik mijn gasten
+voor de slede. Ik zelf liep op ski en nu ging het in vollen galop
+voorwaarts naar het Westen. De Eskimo's hadden niets, noch ski,
+noch canadeesche sneeuwschoenen, noch iets, dat er op geleek; maar
+de harde sneeuw droeg ze met gemak. En ik moest mij inspannen, om op
+mijn ski hen bij te houden.
+
+We hadden al den 9den October, en het werd vroeg donker. Ik hield het
+dus voor noodzakelijk, tot haast aan te manen. Toentertijd wist ik nog
+niet, hoe onverschillig een Eskimo is, als hij onderweg is, hetzij bij
+dag of bij nacht, bij helder weêr of in den dichtsten nevel, in storm
+of stil weer, of bij een sneeuwstorm, waarin men zijn eigen neus niet
+kan onderscheiden, hij geeft er niet om. Ik merkte dat eerst later
+bij nadere bekendheid met de menschen. Om half vier beduidden ze mij,
+dat we nu hun kamp naderden. En van den top van een heuvelkam zag ik in
+een beschutten, behagelijken hollen weg eenige lichtjes schemeren. Het
+was al bijna geheel duister. De Eskimo's stieten luide vreugdekreten
+uit en bleken uitermate verheugd bij dien aanblik. De kleine lichtjes
+daar beneden waren ook inderdaad verlokkend en wekten gedachten aan
+warmte en welbehagen, aan spijs en drank, aan alles, wat een zwerver
+in een kouden, ruwen winternacht prettig moet voorkomen.
+
+Toen wij ons verstaanbaar konden maken, gaven mijn begeleiders
+luide schreeuwen, waarbij ik alleen het eene woord, Kabluna, witte
+man, verstaan kon. En de bewoners van het kamp kwamen in troepjes
+naar buiten. Het was een merkwaardig tooneel, dat ik mij nu in de
+herinnering terugroep, en dat ik nooit vergeten zal. Daarginds in
+het verlaten sneeuwland werd ik omringd door een schaar wilden,
+die als dol door elkaar schreeuwden, mij in het gelaat keken, aan
+mijn kleeren trokken en mij streelden. De door de ijsvensters uit de
+hutten dringende lichtschijn kreeg door den verdwijnenden dag en het
+schijnsel in het Westen een flauw donkergroene kleur.
+
+Ik verlangde intusschen naar een warm huis en naar iets om te eten;
+dus ging ik met Attira, die mij het best beviel, in zijn hut. Hij en
+zijn gezin woonden hier met Tamoktuktu en zijn familie samen. Het
+was een groote hut, die haar acht bewoners goed kon bevatten. Kort
+na onze aankomst verzamelden zich de mannelijke leden der kolonie aan
+een feestmaaltijd, die uit rauw rendiervleesch en water bestond. Drie
+geheele rendieren verdwenen zoo snel, als ik een boterham zou hebben
+kunnen gebruiken. De Eskimo's lachten en praatten er onophoudelijk
+bij. Geen vrouwen namen aan de feestelijkheid deel. Toen ik aan de
+mannen trachtte te verklaren, hoe het bij ons ging en aan mevrouw
+Tamoktuktu een stuk vleesch reikte, lachten de Eskimo's mij hartelijk
+uit.
+
+Nadat de mannen eindelijk genoeg hadden, kwam de beurt aan de
+vrouwen. Ze groetten mij met haar Manik-tu-mi als een goed vriend.
+
+Tegen tien uur legde ik mij in mijn slaapzak, die een plaats had
+gekregen op de bank tusschen beide familiën. Ik sliep tot het volkomen
+dag was. Maar toch had ik bij het eerste morgengrauwen al gezien,
+dat de mannen hun bovenlijf ontblootten en een luchtbad namen in de
+morgenlucht. Een frisch plezier, dacht ik, verkneukelde mij in mijn
+warmen zak en sliep door.
+
+In den loop van den voormiddag trok ik op huis aan. Het uit zes hutten
+bestaande Eskimokamp was dicht bij een groot water, dat ze Kaa-aak-ka
+noemden. Zij vertelden mij ook, dat Lund en Hansen er gejaagd hadden.
+
+Den 2den November had het vaste station zijn werk begonnen. Wiik had de
+zelfregistreerende magnetische instrumenten in het gebouwtje voor de
+waarnemingen opgesteld en deed de waarnemingen geheel alleen. Elken
+middag, precies om twaalf uur, verwisselde hij de plaat op de
+registerwals, en dat was lang niet altijd een genoegen. Als men
+bedenkt, dat hij zich bij 60 graden Celsius onder nul door wind en
+sneeuwstorm en vaak door meterhooge sneeuw een weg moest banen, dan
+zal men begrijpen, hoeveel flinkheid en plichtgevoel iemand moest
+hebben, om die taak zoo trouw te vervullen. Negentien maanden lang
+deed Wiik het onafgebroken; dat is een mooi record.
+
+De weerkundige waarnemingen werden driemaal daags gedaan. Wij hadden
+daarbij ook registreerende instrumenten, die den heelen tijd door dag
+en nacht in werking waren. Van dit deel van den dienst was Ristvedt de
+leider. Menigen zwaren strijd had hij te voeren met zijn instrumenten
+in koude en vocht; zijn trouwe en stipte plichtsvervulling mogen wij
+dankbaar erkennen.
+
+Op de _Gjöa_-expeditie als astronoom te fungeeren was geen lichte
+taak. De expeditie had nog de ruimte noch de middelen, om opvouwbare
+huizen mee te nemen, waarin men rustig en behagelijk het goede
+astronomische oogenblik kan afwachten. Hier moesten de waarnemingen
+bij de laagste temperatuur met niets dan een kleinen sneeuwmuur ter
+beschutting tegen wind en sneeuw worden gedaan. Men stelle zich
+zulk een avond voor: veertig graden kou en ijzige bitter scherpe
+sneeuw! Tot tegen den avond is de lucht betrokken geweest, maar dan is
+het plotseling helder geworden, en de hemel is met duizend fonkelende
+sterren bezaaid. "Wat een wondervolle sterrenhemel!" zeggen wij,
+anderen. Maar de arme astronoom moet uit zijn warme kajuit naar
+buiten en naar den overkant achter zijn sneeuwmuur, waar hij uren
+lang staan en al de kwalen van een sterrenkundig waarnemer in de
+poollanden moet doormaken, als daar zijn, stijf gevroren vingers,
+met ijs overtrokken kijkers en allerlei andere rampen.
+
+Voor Lund en Hansen kwam alle arbeid, die het schip betrof. Als
+specialiteit had Lund nog een watergat en Hansen de honden.
+
+Jammer genoeg, kregen de honden weer dezelfde ziekte als op de
+heenreis. Eerst werd Tiras van het Godhavntroepje aangetast en
+stierf. En al vóór Kerstmis hadden we zeven van onze beste honden
+verloren. Ik bedacht te laat, dat het den dieren wel aan vet bij
+het eten ontbreken kon; ze hadden den geheelen tijd alleen mager
+rendiervleesch gehad.
+
+Ja, de honden! Zij eten van alles, dat bleek uit iets, dat ik met
+afschuw waarnam en hier vermelden wil. Overal snuffelden ze rond,
+om buiten de hun geregelde toegewezen porties nog het een of ander op
+te scharrelen. En daar hadden ze ook eens een even onverwachten als
+griezeligen maaltijd. Wij hadden Silla, die in hoogst interessante
+positie was, opgesloten in het kleine uitbouwsel van huize Magneet,
+waar ze haar bevalling zou afwachten. Op een mooien morgen ontvluchtte
+ze echter en sloeg dadelijk de richting naar het schip in. Halfweg
+ontmoette ze al haar cavaliers en allen waren geestdriftig over het
+weerzien hunner dame. Ze omringden haar en geleidden haar verder. Maar
+wat gebeurt? De arme Silla beviel bij verrassing, en haar kroost moest
+zich met een hoopje sneeuw als wieg tevreden stellen. Op een teeken
+van Lurven natuurlijk wierpen zich plotseling alle honden op de jongen;
+ieder hapte naar een en verteerde het ter plaatse. Toen Silla ontdekte,
+dat haar jongen verdwenen waren, stond ze op en ging verder. Maar ze
+werd weer verrast en het laatste jong kwam ter wereld. Om nu de andere
+honden te verhinderen, zich ook hiervan meester te maken, vrat Silla
+het liever zelf in razende haast op. Hoe ongeloofelijk het klinke,
+het is precies zoo gebeurd.
+
+Op den eersten Kerstdag vierden we een dubbel feest. Wiik werd
+dien dag 25 jaar; hij was het jongste lid der expeditie en tevens
+een der vroolijksten van ons allen, vol aardige geschiedenissen en
+anecdoten. In den loop van den voormiddag kwam de oude Eskimo Teraiu
+aan en werd als gelukwenscher vriendelijk opgenomen. Teraiu behoorde
+tot onze oudste Eskimovrienden, een van de vijf, die zich het eerst
+hadden vertoond. Hij zal tusschen vijftig en zestig jaar zijn geweest
+en was een zeer vroolijke snaak. Bij zijn stamgenooten stond hij niet
+al te best aangeschreven, want ze hielden hem zoowat voor een idioot;
+maar dat hij best zijn verstand had, zouden wij later bemerken.
+
+Hij scheen op den jaardag echter niet in feestelijke stemming te
+wezen. Zijn gezicht en zijn gebaren drukten neerslachtigheid uit
+en de tranen stonden hem in de oogen. Hij gesticuleerde en babbelde
+zonder samenhang en jammerde ertusschen. Wij konden niet begrijpen,
+wat hem scheelde. Maar ten slotte gelukte het ons toch met vereende
+pogingen opheldering te krijgen over zijn ellende, en wij vernamen,
+dat het overige deel van de stam verder was getrokken en op de
+schandelijkste wijze Teraiu en zijn gezin had achtergelaten. Die
+zagen nu den verschrikkelijken hongerdood voor oogen, als wij ons
+niet over hen erbarmden en hen gedurende den strengsten wintertijd
+bij hen lieten wonen.
+
+Natuurlijk waren wij diep geroerd door die treurige geschiedenis en
+beloofden hem met vrouw en kinderen bij ons op te nemen. Buitendien
+zei ik, dat ik binnen kort zelf naar Kaa-aak-ka zou gaan om de zaak
+te onderzoeken.
+
+Teraiu en het gezin kwamen al spoedig aan, en op den tweeden Kerstdag
+besloten wij, het uitstapje naar Kaa-aak-ka te volbrengen. Het
+weder was wondermooi, stil en helder. Maar de thermometer wees 24
+graden koude. De luitenant, Lund, Ristvedt en ik maakten ons gereed,
+met Teraiu en zijn familie te vertrekken. Vóór de slede spanden
+we acht honden, maar overigens namen we geen groote voorzorgen in
+zake de uitrusting, daar we immers maar een enkelen nacht wilden
+uitblijven. Ieder had gezorgd voor wat hij noodig had. Over het gladde
+ijs van de straat ging het vliegensvlug voort en na zes uren waren we
+op de plaats onzer bestemming. In het kamp van Kaa-aak-ka zag alles er
+geheel anders uit dan bij ons vorig bezoek; ledig en uitgestorven lagen
+de sneeuwhutten er, zonder menschen of eenig spoor van leven. Alleen
+Teraiu's hut toonde aan, dat er menschen woonden. Kajaggolo zijn vrouw
+bijgenaamd de "oude uil" schoof het sneeuwblok op zij, dat voor den
+ingang der hut lag en ging naar binnen, om vuur aan te maken. Teraiu
+zelf sloeg een gat in het ijs, om water te halen, en wij kozen uit
+de verlaten hutten die, welke ons het zindelijkst leek, en namen er
+voor den nacht bezit van.
+
+Op den dag na onze terugkomst bouwde Teraiu zich een hut aan den
+wal en woonde er tot achter in de maand Maart. In werkelijkheid
+was ik er niet rouwig om, dat we hem hadden opgenomen, daar hij
+en zijn vrouw ons van veel dienst waren. Niettegenstaande zijn
+ouderdom was hij gezond en taai, en zonder eenige vermoeienis te
+toonen, trok hij een slede van den morgen tot den avond. Hij bleek
+vreedzaam en eerlijk, was altijd goed gehumeurd en tot schertsen
+geneigd. Als bouwmeester van sneeuwhutten was hij onvergelijkelijk en
+van grooten dienst. Kajaggolo zijn vrouw, was stellig even oud als
+hij. Haar gezicht leek precies een oud, verschrompeld en verdroogd
+winterappeltje. Ze was ongeveer vijf voet lang en zoo vuil, dat de
+Eskimo's er haar zelf om bespotten. Haar tienjarige zoon, Nutra, was
+net zoo vuil als zijn moeder, maar overigens wel een aardige jongen,
+verstandig en vol dartele invallen. Aan zijn onzindelijkheid had
+zijn moeder de grootste schuld. Als de Eskimo's eenigen tijd bij
+ons waren geweest begonnen ze gewoonlijk ons voorbeeld te volgen,
+waschten zich en hielden zich zoo ongeveer schoon. Maar aan de familie
+Teraiu was in dit opzicht geen zalf te strijken; toen ze vertrokken,
+waren ze nog net zoo vuil als bij hun komst.
+
+Wanneer ik des namiddags in het magnetische observatorium voor
+de absolute waarnemingen was geweest, sprak ik telkens eens met de
+Teraiu's, wier hut ik passeerde. Bij die bezoeken ontving Kajaggolo mij
+soms met een gezang, het verschrikkelijkste, dat men zich voorstellen
+kan, het was niet anders dan woest geschreeuw.
+
+De man en Nutra waren meestal aan boord, nu eens vóór, dan achter,
+overal waren ze welkom. Het liefst zaten ze in de keuken te kijken,
+en ofschoon Lindström de Eskimo's niet uitstaan kon, werd toch zijn
+goed hart hem vaak de baas, en menig lekker hapje vloog naar de
+beide Eskimo's. Teraiu en Nutra gewenden langzamerhand aan ons eten;
+maar Kajaggolo bleef den geheelen tijd bij haar rauw vleesch en de
+rauwe visschen.
+
+Toen Kerstmis en Nieuwjaar voorbij waren, moesten we in ernst aan
+de ontworpen sledevaart denken. De plannen, die we ontworpen hadden,
+waren van allerlei aard, zooals meestal met plannen in deze streken
+het geval is. Eindelijk werd besloten, dat ik mij met een gezel naar
+het magnetisch station zou begeven, en als daar alles goed ging en
+in orde was, zou beproeven, de Leopoldshaven op Northsomerset met de
+post te bereiken.
+
+Een ondersteuningsexpeditie onder leiding van luitenant Hansen en
+met nog één man zou ons helpen, zoolang we dat doelmatig oordeelden.
+
+Alle sleden werden nu voor den dag gehaald en nauwkeurig nagezien,
+om zoo noodig hersteld te worden. Overal werden werkplaatsen
+opgericht. Lund zou de sleden in orde brengen en practische
+proviandkisten timmeren; Hansen, die zeer handig was, deed het
+fijne werk en was ook een meester op de naaimachine. Ristvedt had
+een smidse bij de proviandtent en zijn eigenlijke werkplaats in het
+huis Magneet. Wiik leverde goed werk als reparateur van instrumenten,
+en de luitenant beoefende naast zijn vak van handschoenenmaken ook
+de wetenschap. Zijn talent oude vuisthandschoenen met gaten weer te
+herstellen was buitengewoon.
+
+Zooals bij alle slede-expedities in het poolland werd de vraag van de
+slaapzakken druk besproken. Ons uitstapje met Teraiu naar Kaa-aak-ka
+had ons geleerd, dat er in dat opzicht nog veel te verbeteren was, en
+ieder beijverde zich, om het beste uit te vinden. Onze meegebrachte
+zakken waren te wijd en moesten vrijwat ingenomen worden. Een
+slaapzak moet slechts zoo wijd wezen, dat het vel aan alle zijden
+aan het lichaam sluit. Maar natuurlijk mag hij ook niet spannen. Als
+men erin ligt en nog naar het omhulsel moet zoeken, wordt men nooit
+warm. Het model met een opening van boven en een schuif om den hals
+vond het meest bijval; ik geef er ook de voorkeur aan en kan het
+ieder aanbevelen.
+
+Onze tenten waren genaaid als Eskimotenten en uitstekend waren ze;
+er viel niets aan te verbeteren. Ze konden zelfs bij den hevigsten
+wind door één persoon opgezet worden, en als ze er stonden, werden ze
+nooit omgeblazen. Daarvan legden ze proeven af. Een verbetering werd
+toch nog aangebracht en wel aan de deuren. De afsluiting is al van
+ouds het zwakke punt bij een tent, en dus in het bijzonder daar in
+het Noorden in de koude. Meestal bestaat de sluiting uit een menigte
+haken en touwtjes, waardoor het sluiten een heel werk is, als men
+uit de koude binnenkomt. Ik heb buiten ons eigen systeem geen enkele
+tentdeur gezien, die den sneeuwstorm geheel buiten hield. Daar nu twee
+van ons precies hetzelfde denkbeeld hadden gehad, wil ik geen namen
+noemen, ook omdat de zaak haast al te eenvoudig is, maar is niet het
+geniale meestal het eenvoudigste? Wij naaiden namelijk een zak rondom
+den ingang, sneden daar den bodem uit en kropen daardoor naar buiten
+en naar binnen, terwijl we den zak dan met een touw dichtbonden. Een
+betere tentafsluiting heb ik nog nooit gezien. Gemakkelijk te openen
+en gemakkelijk te sluiten en volkomen dicht. Het veeljarige probleem
+was dus opgelost door een zak.
+
+Bij een proef, die we bij een temperatuur beneden dertig graden vorst
+deden, vonden we het verblijf in de tenten te koud en wij besloten
+toen sneeuwhutten te bouwen, die naar onze ervaring bij de Eskimo's
+veel warmer waren. Het kost wel meer tijd, een sneeuwhut te maken dan
+een tent op te slaan, maar ik vind het van zoo verbazend groot belang,
+dat men na het dagwerk een goeden en behagelijken nacht doorbrengt,
+dat het uur van bouwen wel beloond wordt.
+
+Wij legden ons dus met ijver toe op de sneeuwbouwkunst. Grondstof
+hadden we genoeg, tijd ook en in Teraiu een uitstekenden
+leermeester. Eerst lieten we het bouwen den oude over, terwijl
+we nauwkeurig toekeken. Spoedig bleek het ons, dat het vinden van
+de goede sneeuw een voorwaarde van slagen was. Maar daar behoort
+veel ervaring toe, ja, het gevoel moet iemand, om zoo te zeggen,
+aangeboren zijn. De Eskimo's bedienen zich daarbij van een zeer
+eenvoudig werktuig, dat ze een hervond noemen en dat bestaat uit
+een ongeveer een meter langen, uit rendierhoorn gesneden stok, met
+een handvatsel van rendierhoorn aan het eene einde en een haak van
+een bisambeen aan het andere. Daarbij komt den Eskimo's hun instinkt
+te stade, waarmee ze juist de goede plek uitvinden, waar de kans op
+goede sneeuw aanwezig is. Als ze hun hervond niet bij zich hebben,
+gebruiken ze een mes met een lang heft, dat ze aan een touw op den rug
+hebben hangen. Wij brachten het in het vinden der goede sneeuw niet
+tot groote volkomenheid, maar toch zoo ver, dat het er mee door kon.
+
+Met een lang mes plaatsten wij vieren, de luitenant, Ristvedt, Hansen
+en ik, ons elken morgen na het ontbijt vóór Teraiu's hut, om den oude
+te wekken. Als we ongeveer om acht uur kwamen, lag de geheele familie
+nog te bed. Dan sprong Teraiu vlug op, sloop in haast in zijn kleeren,
+want de Eskimokleeding is wijd en ruim en laat zich gemakkelijk uit- en
+aantrekken. Den meesten tijd hebben ze noodig voor het aantrekken der
+voetbekleeding. De Eskimo is zeer bezorgd voor zijn voeten, uit vrees
+niet alleen, dat ze bevriezen, maar ook, dat ze gewond zouden worden
+bij het den heelen dag loopen over het ijs en de harde sneeuw. Met
+minder dan vijf lagen aan de voeten stelt hij zich daarom niet
+tevreden. Als dan eindelijk Teraiu zijn bovenanorak had aangetrokken,
+terwijl hij voor zulke korte uitstapjes zijn onderanorak thuis liet,
+gingen we op weg. Wij bouwden om beurten; ieder had zijn bepaalden
+dag. Maar Hansen was in het bouwvak beslist de meest begaafde;
+zijn hutten waren meesterstukken. In de vele kleine holle wegjes,
+die in de haven uitloopen, vonden we al gauw een bouwplaats en goede
+sneeuw in overvloed. Wij hadden meestal anderhalf uur noodig voor een
+voor ons vieren geschikte hut. Na gedanen arbeid kwamen we er samen,
+om de waarde te bepalen. Teraiu was telkens vol geestdrift.
+
+"Mamakpo! mamakpo!" (dat is Uitmuntend! Uitmuntend!) riep hij. Een
+groote vreugde voor hem was iederen keer de belooning, die hem
+wachtte. Hij deed niets zonder betaling. Dit beteekende wel niet veel,
+een stuk ijzer of hout, of wat juist bij de hand was. Hij was altijd
+aan het verzamelen, om te eeniger tijd voor zichzelf een slede te
+kunnen bouwen. Zijn eischen waren niet groot; met een paar planken van
+een meter lengte was hij best tevreden. De familie en haar bezittingen
+beteekenden immers ook niet veel, wat zou hij dan met een groote slede
+doen? Een philosofie, die men zich overal ten voorbeeld kan nemen.
+
+Wiik en ik deden telkens proeven, om ons vast te overtuigen, dat onze
+instrumenten goed in orde waren. Wiik was bestuurder van het vaste,
+absolute observatorium, terwijl ik mij 75 meter verder een eigen nieuw
+observatorium had gebouwd. Door al die gebouwen was langzamerhand een
+aardig dorpje rondom de Gjöa-haven verrezen. Onze waarnemingen vielen
+tot onze groote tevredenheid goed uit en om de instrumenten behoefde ik
+nu niet meer ongerust te wezen. Voor waarnemingen op elke plaats, waar
+ik mij bevond, had ik een zeer kleine theodoliet, die ik van Frithiof
+Nansen had gekregen en die hij mee naar Groenland had gehad. Ook deze
+werd na nauwkeurig onderzoek van den astronoom in orde bevonden.
+
+Toen volgde de belangrijke werkzaamheid, het pakken van onze sleden.
+
+Tijdens het pakken moesten de sleden onder dak wezen. Maar een zoo
+groote hut te bouwen, dat de beide lange sleden erin ondergebracht
+konden worden, hielden we voor onmogelijk. Wij wendden ons tot Teraiu
+om raad, die echter tegenover onze vragen een sluw lachen stelde
+en niets verder zei. Hij strekte beide armen uit en met begeerig
+stralende oogen zei hij:
+
+"Panna angi!", dat is Groot mes. Voor de oprichting van zulk een
+reuzenhut wou hij een groot mes als belooning. En dat werd hem beloofd.
+
+Wij gingen dadelijk aan het werk. Teraiu koos een terrein van
+langwerpigen vorm en opdat de sleden in de nabijheid zouden zijn,
+werd de hut op het ijs, onmiddellijk vóór het schip gebouwd. Zij
+was verbazend groot, en toen het dak erop moest gezet, moest er
+eene heele stelling worden gemaakt. Maar ze bleek toch niet vast
+genoeg en de bewegingen van het ijs waren te vreezen; daarom werd ze
+herbouwd op den wal en bleek nu voldoende, zoodat we konden beginnen
+te pakken. De eene slede kreeg een lading van 350 kilogram en werd
+door Hansen bestuurd en getrokken door de zeven honden, die we nog
+hadden. De tweede had een lading van 270 kilogram en zou door ons
+drie mannen worden voortgetrokken.
+
+Den 28sten Februari legden we de laatste hand aan het werk, en op den
+morgen van den 29sten trokken wij allen met elkaar de sleden tegen
+den heuvelkam op, om dat moeilijk eind al dadelijk achter den rug
+te hebben.
+
+Boven bouwden wij een hoogen sneeuwmuur om de sleden heen en legden
+er zware blokken sneeuw op, om te verhinderen, dat de vossen er een
+bezoek aan brachten. Dan keerden we terug en brachten den laatsten
+avond aan boord door.
+
+Ik zag de reis kalm tegemoet. Wij waren goed uitgerust met goede en
+krachtige kameraden en goede honden. Een grooter aantal honden zou
+wel gewenscht geweest zijn, maar we hoopten ons met het zevental te
+kunnen behelpen.
+
+
+
+Den eersten Maart waren we reisvaardig. De thermometer wees
+min 53 graden Celsius; maar wij waren in den loop van Februari
+zoo aan de koude gewend geraakt, dat ze op ons geen bijzonderen
+indruk meer maakte, en we waren goed gekleed. De eenen in volslagen
+Eskimodracht; de anderen ten halve geciviliseerd. Naar mijne meening
+is de Eskimokleeding in deze streken verre te verkiezen boven onze
+europeesche kleeding. Maar men moet die dan ook goed doorgevoerd
+dragen, of in het geheel niet. Elke halfheid is uit den booze. Wollen
+onderkleeren zuigen al het zweet op en maken de kleederen van vellen,
+die men erover draagt door en door nat. Niets dan rendiervel als
+de Eskimo's en de kleedingstukken zoo wijd en ruim mogelijk, opdat
+tusschen kleeding en lichaam de lucht circuleeren kan, daarbij behoudt
+men in den regel droge kleeren. Moet men zich echter onderweg zoo
+inspannen, dat het pak toch nat wordt, dan zijn de kleeren van vellen
+toch ook nog gemakkelijker te drogen dan de wollen stoffen. Wollen
+kleeren worden ook veel eerder vuil en dan houden ze niet meer
+behoorlijk warm. In dit opzicht houden zich kleeren van huiden,
+zonder gewasschen te worden, bijzonder goed. Een groot voordeel van
+vellen is ook, dat men op hetzelfde oogenblik, dat men ze aantrekt,
+warm en behagelijk voelt. In wollen kleederen moet men zich als een
+gek aanstellen, rennen en draven en Indianendansen uitvoeren, eer
+men behoorlijk warm is. En ten slotte zijn de velkleederen volkomen
+winddicht, wat natuurlijk zeer veel beteekent.
+
+Onze achterblijvende kameraden vergezelden ons tot bij de sleden
+op de heuvels. De honden werden aangespannen--een laatste handdruk,
+en daar gingen we.
+
+Hansen leidde de honden van de eene slede, maar spande zich nu en
+dan ook zelf ervoor. Alle zeven dieren waren nog jong, en ze konden
+den last slechts met moeite vooruit brengen. Luitenant Hansen,
+Ristvedt en ik hadden ons vóór de andere slede gespannen. De
+weg liep zacht omhoog, zoo zacht, dat men het met de oogen bijna
+niet kon zien, maar men voelde het wel. Gedurende het eerste uur
+ging het met frissche krachten snel vooruit, maar daarna werd het
+moeilijk. Hansen vorderde met zijn honden goed. Als hij merkte, dat
+ze trager liepen, greep hij in de teugels, dan meenden de dieren,
+dat er nieuwe hulp was gekomen en trokken weer aan. Ons drieën,
+die de andere slede trokken, ging het minder goed. Het was, alsof
+we haar door woestijnzand moesten trekken. Zelfs thuis in Noorwegen
+weten we, hoe lastig poedersneeuw zijn kan, en bij de erge kou hier
+was het veel lastiger. Middenin hield de slede soms plotseling stil;
+elke kleine ophooping van sneeuw was een beletsel. Eén, twee, drie,
+hallo! Dan komt ze erover. Maar het duurt niet lang, of er volgt een
+nieuwe hoop--weer stilhouden--aantrekken--trekken....
+
+Om drie uur in den namiddag besloten we, ons kamp op te slaan. Het
+begon al te schemeren, en eer we een sneeuwhut klaar konden hebben,
+zou het bepaald heelemaal donker zijn. Nu moesten wij voor het
+eerst op de zoek naar goede sneeuw. Wij bevonden ons midden op een
+groot meer. Nergens was goede sneeuw; hoe vaak we onze messen er
+ook instaken, overal was ze te slap. Naar den oever was het te ver;
+we zouden daar niet meer bij daglicht gekomen zijn, en we konden dus
+niet anders doen dan blijven, waar we waren.
+
+Allereerst lieten wij de honden los. Ze hadden een zwaar werk achter
+zich en hadden vrijheid en rust wel verdiend. De baas onder hen was
+Fix, een ongewoon mooie, witgrijze hond, die het meesterschap over de
+anderen alleen aan zijn gebiedende houding te danken had, niet door
+zijn meerdere kracht. Als het tot een vechtpartij gekomen was, zou
+Fix klop gekregen hebben; maar hij scheen als tot heerschen geboren
+en hij werd gehoorzaamd. Syl was zijn grootvizier, de leelijkste hond
+van den ganschen troep, bruinzwart en met gluiperigen blik. De spitse,
+opstaande ooren, die een poolhond een zoo verstandig uitzicht geven,
+stonden bij Syl scheef en deden hem er dom uitzien. Zoodra het tuig
+was afgenomen, deed Fix, gevolgd door Syl, de ronde bij de honden, en
+ten teeken van onderwerping moest iedere hond zich vóór den heerscher
+Fix op den rug leggen, met alle vier pooten in de lucht. Als een
+treuzelde, schoot Syl als de wind op hem los, en die had zeer scherpe
+tanden. Dan kregen de honden hun eten en we waren vrij van hen en
+konden gaan bouwen.
+
+Wij trokken onze vuisthandschoenen aan, die uitsluitend voor het bouwen
+van sneeuwhutten bestemd waren, om te beletten, dat de sneeuw bij de
+mouwen in liep, want ze hadden lange onderstukken, die vastgebonden
+waren. Ieder met een wel een halven meter lang mes gewapend, begonnen
+we ons werk. De voor dit doel benoemde bouwmeester stak eerst een kring
+op den grond af en langs die lijn maakte hij een vier duim diepe geul,
+die dan de sneeuwblokken van den grondmuur moest dragen. Wij anderen
+sneden blokken, en de bouwmeester zette ze op. Een iglu, zoo noemen
+de Eskimo's hun sneeuwhutten, wordt spiraalvormig, ongeveer als de
+bijenkorven en altijd tegen de zon in gebouwd, dus van rechts naar
+links. De blokken moeten een lengte van twee voeten en een hoogte van
+anderhalven voet hebben en vier duim dik zijn. De grootste moeilijkheid
+is daarin gelegen, het bovenste klaar te krijgen en het dak erop te
+plaatsen. Een rechten muur kan ieder wel bouwen.
+
+Daar de thermometer min 57 graden Celsius wees, werd niemand tot
+luiheid verleid, en het werk schoot goed op. Zoo snel mogelijk ging
+de kok des avonds aan den arbeid, die daarin bestond, niet alleen
+het eten klaar te maken, maar ook de hutten te verwarmen, en als een
+aangename geur van spijzen tot ons doordrong, vlotte het werk buiten
+wondervlug. Het laatste was, alle spleten op te zoeken, waar licht
+door schemerde, om ze goed dicht te stoppen. Dan keken we ook nog
+de sleden na, dat alles stipt vastgebonden was en toegedekt en dat
+vooral tegen de honden, die zeer diefachtig waren. De stumpers hadden
+zich tegen de hut aan, zoo goed het ging, in de sneeuw opgerold en
+als het fel koud was, den snuit onder den staart gestoken.
+
+Was de hut gereed, dan wierpen we een laatsten blik op de wijde
+stilte rondom in de verbleekende groenachtige schemering en de reeds
+fonkelende sterren, en na ons de sneeuw van de kleederen te hebben
+geklopt, kropen wij in de hut. En er was stellig op de wereld dan geen
+gelukkiger gezelschap dan het onze in de warme, behagelijke ruimte
+met het dampend heete eten en de barre sneeuwvlakte met de tintelende
+vorst om ons heen. Na het eten kwamen de tabakspijpen aan de beurt;
+en alleen de gedachte dat we den volgenden morgen ons weer moesten
+inspannen, kon een eind maken aan het genoegelijk samenzijn en deed
+ons in onze slaapzakken kruipen. De vermoeienis deed zich spoedig
+gelden, en weldra toonde de gelijkmatige ademhaling van vier mannen,
+dat ook de menschlievende god, Morpheus, een poolvaarder is.
+
+Des morgens om vijf uur, toen de kok ons wekte, zag alles er veel
+minder vriendelijk uit dan 's avonds, maar een kop dampende chocolade
+verbeterde dan de stemming gauw. Buiten kwamen mij de sterren ongewoon
+groot en schitterend voor; maar het had volgens den minimumthermometer
+dan ook in den nacht 61.7 graden gevroren. Wij hadden er weinig van
+gevoeld, en we konden onze uitrusting prijzen, die ons met onze
+goede sneeuwhut de kou van het lijf had gehouden. Wat voelden we
+haar in de vingertoppen, als we bij het werk de handschoenen moesten
+uittrekken! Dan werden de vingers dadelijk wit en men moest ze dan doen
+herleven, of door de handschoenen gauw weer aan te trekken of nog beter
+door ze op de manier der Eskimo's tegen het bloote lichaam te houden.
+
+De honden lagen nog precies zooals wij ze in den avond hadden verlaten,
+behalve Fix en Syl, die op kattekwaad uit waren. Wij ondervonden
+ook, hoe totaal onmogelijk het was, de honden zoo vast te maken,
+dat ze niet los komen konden. Ze wisten zich altijd los te werken,
+namelijk als ze het volstrekt wilden. Enkele hielden zich steeds
+rustig, maar als er een los was, gingen de anderen aan het huilen,
+prettig was het niet, als men uit zijn slaapzak naar buiten moest,
+om de honden tot rust te brengen.
+
+Toen dien eersten morgen alles in orde was, braken we op. Naar
+de ervaring van den vorigen dag zetten we onder de met nieuwzilver
+beslagen sleden weer houten platen, omdat bij de scherpe kou de sleden
+op hout veel beter liepen. Het beste, wat men eraan doen kan, is er
+een fijn overtrek van ijs op te laten komen, zooals de Eskimo's doen,
+maar daarin hadden wij nog geen ervaring.
+
+De afstandsmeter was op de hondenslede aangebracht; het was een
+oud rad van de tweede Fram expeditie, maar nog in voortreffelijken
+toestand. Trots al onze inspanning scheen echter het rad stil te staan,
+zoo langzaam kwamen we vooruit. Wat onze moeite nog vermeerderde,
+was een fijne, scherpe tegenwind, die iemand de onbedekte deelen van
+het aangezicht bepaald openscheurde. Voortdurend moest de een het
+gezicht van den ander bekijken, en dan vonden we meestal een bevroren
+neus of een spierwitte wang. Dan deden wij wat de Eskimo's doen;
+we trokken een warme hand uit den vuisthandschoen en legden haar
+op de bevroren plaats, tot het bloed er weer circuleerde. Het oude
+huismiddel van de plaats met sneeuw in te wrijven, had ik al lang
+verworpen; de Eskimo's wisten daar ook niets van. Terwijl de infaam
+scherpe wind ons de ijsnaalden bij min 50 graden als zweepslagen in
+het gezicht joeg, schenen de honden daar in het geheel niet onder te
+lijden. Maar de arme dieren plaagden zich erbarmelijk, vooral in de
+eerste morgenuren, waarin ze nog stijf van den vorigen dag waren. Ook
+wij menschen hadden zwaar te trekken. En ik zag in, dat we bij deze
+manier van reizen zeer weinig zouden uitrichten.
+
+Daar er nog op den tweeden, noch op den derden dag in de temperatuur
+eenige verandering kwam, besloot ik na ruggespraak met mijn kameraden
+eenvoudig terug te keeren en zachter weer af te wachten. Op den morgen
+van den derden dag legden we dus een deel van onze voorraden als dépôt
+in de sneeuwhut en sloten de opening goed af. De ligging der hut werd
+nauwkeurig opgenomen; een vlag erop gestoken en geheel gephotografeerd.
+
+Nu richtten we onzen koers weer naar de Gjöahaven. De honden bemerkten
+spoedig, in welke richting het thans voorwaarts ging, en ook wij
+menschen voelden ons zeer verlicht, dat ons nutteloos worstelen aan
+een eind zou komen. En zie daar, de weg, waar we twee en een halven
+dag over hadden gedaan, een eind van tien kilometer, werd nu in vier
+uren afgelegd. Maar nu waren dan ook onze sleden belangrijk lichter.
+
+Om elf uur in den voormiddag verrasten we onze kameraden op de _Gjöa_
+door onze onverwacht spoedige terugkomst.
+
+
+
+Op den 16den Maart ondernamen we een tweeden sledetocht, vonden
+het dépôt in goede orde en trokken verder noordwaarts; wij hadden
+nu een met tien honden bespannen slede bij ons. Het was des morgens
+40 graden onder nul, zeer goed voor ons te verdragen. Terwijl we op
+weg waren naar het eiland Matty, zagen wij in de verte op het ijs
+een zwart punt. Hansen met zijn scherpe oogen verklaarde dadelijk,
+dat het een Eskimo was, die naar ons toekwam. Spoedig doken meer op
+tusschen de ijsschollen, en in een oogenblik hadden we 34 mannen en
+jongens op een afstand van tweehonderd meter voor ons. Zij bleven
+staan en keken naar ons, zonder het voornemen aan den dag te leggen,
+om naderbij te komen. Ik voelde mij nu natuurlijk veel zekerder dan
+bij mijn eerste samentreffen met Eskimo's; mijn kennis van de taal
+had ook veel gewonnen en dus besloot ik, naar hen toe te gaan. Toch
+hadden we onze geweren geladen en Hansen hield er de wacht bij. Toen
+ik zeer dichtbij was, riep ik: "Manik-tu-mi! Manik-tu-mi!"
+
+Als een electrieke schok ging het door de menigte. Een 34voudig
+Manik-tu-mi klonk mij tegemoet. Hansen kwam achter mij aan; de
+vreugde en de geestdrift der Eskimo's waren bepaald roerend. Het
+waren Netsjilli-Eskimo's, die ons ontdekt hadden op hun reis naar hun
+plaatsen van de zeehondenvangst. Ieder had een speer in de hand en een
+hond aan een riem achter zich aan. Buitendien waren ze voorzien van
+groote sneeuwmessen. Ze maakten den indruk van beter en zindelijker
+gekleed te wezen dan onze eerste vrienden, de Ogluli-Eskimo's. Toen
+ik naar hun kamp vroeg, wezen ze oostwaarts tusschen de ijsbergen. Ik
+had grooten lust, deze menschen nader te leeren kennen en zei, dat ik
+graag met hen naar hun kamp wilde gaan. Daarover waren ze uitgelaten
+blij; ze hielpen ons dadelijk de sleden verder trekken, door al hun
+honden ervoor te spannen. Nu hadden we een voorraad honden, dat het
+een aard had!
+
+Na een uur klonk plotseling een luid geschreeuw van de Eskimo's en wij
+zagen tusschen de ijsbergen een menigte hutten van den vorm van een
+hooiberg. Het was het grootste kamp, dat ik nog gezien had, 16 hutten
+te zamen. Het zag er uitgestorven uit. Al spoedig vertoonden zich
+de vrouwen, geen schoonheden, de kleeren met vet en roet besmeerd,
+en grauwe haren uitkomend onder de kap. Bij de eerste kennismaking
+vonden wij de Netsjilli-Eskimo's allen leelijk, maar later oordeelden
+we anders, al bleven we de Ogluli's veel knapper vinden. Ze bouwden
+een prachtige sneeuwhut voor ons, nadat ze gelachen hadden om de
+pogingen, die wijzelven deden. Wij werden zeer bevriend met hen, en
+toen we den volgenden dag verder trokken, vergezelde ons Poieta, een
+jonge broeder van hun hoofd Atikleura. Wij kwamen tot in de nabijheid
+van het eiland Matty, maar het weer was zoo slecht, dat Poieta ons
+afried verder te gaan. We hadden weer een Eskimo-nederzetting van zes
+hutten gevonden, maar dit waren bedelachtige menschen, en toen wij den
+volgenden morgen opbraken, misten we een mes, een zaag en een bijl,
+die we eerst na veel gekijf terugkregen. Een dépôt in de buurt van
+deze menschen aan te leggen, was dus uitgesloten.
+
+Dan keerden wij weer naar de Netsjilli's terug, die op het punt stonden
+naar zuidelijker streken te verhuizen voor de zeehondenvangst. Bij die
+gelegenheid verzocht ik hen, ons naar ons schip te vergezellen. Den
+25sten Maart vertrokken wij allen te zamen en den volgenden dag
+kwamen wij aan boord, maar de Eskimo's moesten eerst nog hun jacht
+volvoeren. Ik had hun de plek van de ligging der _Gjöa_ aangeduid,
+en ze begrepen mij goed en noemden ze evenals de Ogluli's hadden
+gedaan, Ogchjoktu.
+
+De omstandigheden hadden mij ook ditmaal verhinderd, zoo ver te
+komen, als ik graag wou, maar we moesten tevreden wezen, dat we een
+dépôt toch zooveel verder het land in hadden aangelegd. We hadden het
+onder de hoede der Netsjilli's gelaten. Op den dag na onzen terugkeer
+kwamen al onze dertig Eskimovrienden met Ristvedt en den luitenant,
+die hen op het ijs hadden aangetroffen, aan. Het werd druk in onze
+buurt. De Eskimo's bouwden zich een rij hutten in het Lindströmdal,
+een der kleine holle wegen, die van de haven naar boven voerden.
+
+Den voorjaarssledetocht begonnen we in April, vonden het vroegere dépôt
+nog in den besten staat, wat wel pleit voor de betrouwbaarheid der
+Netsjilli-Eskimo's, en deden een reis langs de kust van Boothia Felix,
+sloegen ons noordelijkste kamp op ten zuiden van de Tasmania-eilanden
+en sloegen den 7den Mei den terugweg in. Het doel was nu, ons dépôt
+te halen en er de Victoriahaven mee te bereiken, waar Ross met de
+Victoria had overwinterd en waar een reeks magnetische waarnemingen
+zeer interessant zou zijn; maar tot de uitvoering van dit plan kwam
+het niet. Ik leed aan mijn linkervoet, moest eenige dagen rust nemen
+en ten overvloede was het dépôt dezen keer geplunderd, zoodat we geen
+keus hadden en naar de _Gjöa_ terugkeerden.
+
+Den 5den Juli trokken we er op uit voor een gecombineerde opmetings-
+en magnetische expeditie. Van allerlei kanten kwamen Eskimo's naar
+ons toe en we konden hulp krijgen, zooveel als we wilden. Wij waren
+voor veertien dagen van proviand voorzien en namen de Eskimo's Ugpi
+en Talurnakto mee. De eerste, die de "Uil" bijgenaamd werd, had lang
+zwart haar en een open eerlijk gezicht. Hij was een uitstekend vogel-
+en rendierjager. Hij was ongeveer dertig en was getrouwd met Kabloka,
+een meisje van zeventien jaar. Ze hadden geen kinderen. De moeder van
+den Uil, die bij hen woonde, was Anana, die evenals de heele familie
+beheerscht werd door Umiktuallu, den ouderen broeder van Ugpi. Diens
+vrouw Onaller kon geweldig kijven. Het heftige karakter van Umiktuallu
+bleek bij een gelegenheid, die allertreurigste gevolgen had. Hij had
+drie kinderen en een pleegzoon. Eens toen het zevenjarig jongetje
+het geladen geweer van den wand had genomen en het den pleegzoon
+overreikte, ging het schot af en het kleinste jongetje viel dood
+neer. De oudere bleef verschrikt staan en Umiktuallu, die aan kwam
+loopen stiet zijn pleegzoon in drift en wanhoop zijn mes in het
+hart. In één graf werden de beide knapen begraven en Umiktuallu
+verliet na het gebeurde met zijn gezin het kamp.
+
+Talurnakto, onze andere begeleider; was juist het tegendeel van
+den Uil. Hij ging onder de zijnen door voor een soort van gek; maar
+in werkelijkheid was hij de verstandigste van allemaal. Hij lachte
+steeds en maakte grapjes. Buiten een eenigen broeder had hij in het
+geheel geen familie en hij bekommerde zich om niemand. Dik en kort van
+gestalte, had hij den bijnaam Takichja, dat is die moeilijk loopt. Wij
+werden het eerst op hem opmerkzaam door de taaie volharding, waarmee
+hij telkens weer op de _Gjöa_ verscheen, nadat we hem te verstaan
+hadden gegeven, dat we hem niet konden gebruiken. Maar toen we later
+hoorden, dat hij flink werken kon, behielden we hem maar. Aan den kost
+aan boord gewende hij zich gauw, ja, het eten smaakte hem uitstekend;
+maar zijn manieren waren afschuwelijk. Hij zag er afschrikwekkend uit,
+als hij zijn maal naar binnen werkte. Ook in dit opzicht was de Uil
+een voorbeeld; die zou in gezelschapstoilet in het deftigste milieu op
+zijn plaats zijn geweest; hij gebruikte mes en vork als een gentleman.
+
+Het was heerlijk weêr en onder gezang en scherts kwamen we vlug
+vooruit. Reeds om half 12 hadden we het eilandje bereikt, dat de
+luitenant en Ristvedt in Maart als zoodanig hadden herkend, Achliechtu
+noemden het de Eskimo's. Dadelijk nadat we voet aan wal hadden gezet,
+liepen we toe op een paar plaatsen, die van sneeuw bevrijd waren en
+namen er bezit van, om er de tenten op te slaan. Men moet zelf in
+streken geweest zijn, waar de sneeuw tien maanden aaneen alles bedekt,
+om de geestdrift mee te voelen, die ons vervulde bij den aanblik
+van dien naakten grond. Met het merkwaardig troostrijk bewustzijn,
+te staan op moeder de aarde zelve, stampten we erop rond, en onze
+oogen zwelgden in de weelde van zwarte aarde en groen mos. Het was
+als het weerzien van een vriend, die lang afwezig is geweest.
+
+Dat het er intusschen erg lenteachtig was, kan ik niet zeggen. Maar in
+vergelijking met het doodsche van te voren werkte het ontwakende leven
+verrukkelijk. De weinige kale plekken werden tot drukke middelpunten,
+ook voor gonzende insecten; een bloempje kwam er boven den grond en
+werd met gejuich begroet. Eenden en zwanen trokken onophoudelijk in
+groote troepen boven ons hoofd langs in noordelijke richting. Wij
+schoten een menigte sneeuwhoenders en leidden bij het versche vleesch
+een echt heerenleven. Over het algemeen behooren de dagen op de
+Hovgaard-eilanden tot onze allergelukkigste.
+
+Bij mijn terugkeer vond ik als gewoonlijk aan boord alles in de beste
+orde. Mijn observatietent voor magnetische waarnemingen sloeg ik op
+in Ogchoktu, zoo noemden de Eskimo's onze vestiging. Het ijs in de
+Simpsonstraat buiten begon langzamerhand die licht-blauwgroene kleur
+aan te nemen, die optreedt als het aan de oppervlakte smelt. Nu zou
+het niet lang meer duren, of het zou losraken. De Eskimo's beweerden,
+dat dit elk jaar gebeurde; maar ze gaven mij ook te verstaan, dat de
+zomer van 1903, waarin wij waren aangekomen, een zeer ongewone ijszomer
+was geweest en dat ik niet op een herhaling daarvan zou kunnen hopen.
+
+Intusschen zag het er voor ons zeer goed uit. De lente en de voorzomer
+waren met hun lange avonden heerlijk. Er was één ding, dat ons het
+leven lastig maakte, en dat waren de muggen. Wij moesten vechten met
+die benden als tegen roofzuchtige bandieten. Ze vervolgden ons aan
+boord, en om ten minste des nachts rust van hen te hebben, moesten
+we onze vensters met vliegengaas overtrekken. Sommigen van ons hadden
+van de beten veel hinder, en bij voorbeeld bij den armen Lund zwollen
+ze op, en er kwam ontsteking bij.
+
+De meeste Eskimo's waren nu vertrokken, om hun zomer verblijven op
+te zoeken en er aan vischvangst en rendierjacht te gaan doen. Alleen
+drie gezinnen, die naar King Williamsland noordwaarts wilden bleven
+nog, en dan behielden we den Uil met moeder en vrouw bij ons, alsook
+Talurnakto, daar ze mij zouden vergezellen, als ik, zoodra het open
+water aan den wal met een boot kon worden bevaren, mijn afgebroken
+waarnemingsreis weer zou opvatten.
+
+Verscheiden dagen zochten wij naar de lijken der beide Eskimojongens,
+om te zien op welke wijze ze waren begraven. Ten slotte vonden wij ze
+ook. Elk lijk lag in een eigen graf op de helling en was door kleine
+steenen omgeven. De zoon was zorgvuldig genaaid in rendiervel en men
+had hem zijn boog en pijlen, zijn drinkbeker, zijn vuisthandschoenen
+en zoo voort meegegeven, terwijl de pleegzoon veel onverschilliger was
+behandeld. Zijn hoofd was bijna onbedekt, en hij had niets anders bij
+zich dan een paar oude, afgedragen handschoenen. De insecten waren
+al met hun werk aan hem begonnen, en in den loop van den winter zou
+de vos dat wel komen voltooien. Toen ik de plek in het volgend jaar
+weer bezocht, wemelde het in beide graven van kleine wormen.
+
+Luitenant Hansen gebruikte nu het gunstige jaargetijde, om zijn
+photografieën te ontwikkelen, want thans had hij genoeg van het
+vroeger zoo kostbare water; in een van onze slooten richtte hij zich
+een bekken in met regelmatigen toe- en afvoer, waar hij naar hartelust
+kon plassen en spoelen.
+
+Den eersten Augustus begaf ik mij weer op expeditie rondom het
+station. Het was nu een onderzoekingstocht te water en wel met
+een echte, kleine vloot. Een van onze ijzeren bootjes was het
+vlaggeschip, waarin ikzelf aan het roer zat; Anana en Kabloka zaten
+op de achterbank. Ons aller proviand was ook in die boot; Talurnakto
+roeide een van onze booten van zeildoek, en de Uil zat in zijn eigen
+kajak. De kajaks van de Netsjilli-Eskimo's zijn in vergelijking met
+die van de Eskimo's uit Noord-Groenland plomp en leelijk. Maar de
+Groenlanders zijn ook in veel sterker mate van hun kajaks afhankelijk.
+
+Ons doel was een heuvel, de Helmer-Hansenheuvel, die vijf zeemijlen
+verwijderd was; dus we hadden niet ver te varen. De muggen kwelden
+ons verschrikkelijk, tot wij een eind ver naar buiten waren gekomen;
+toen lieten ze ons met vrede. Toen echter het wêer na den regen van
+den morgen opklaarde en de zon stekend begon te worden, hadden we
+het uitgezochtste muggenweêr. Het half uur gaans van het strand naar
+den wachtpost was een marteling; wij liepen door zwermen muggen, en
+daar wij de handen niet vrij hadden, omdat we beladen waren, konden
+wij ons niet verdedigen; zoodra we den mond open deden, om een woord
+te spreken, hadden we dien vol muggen. Bijna waren we in wanhoop
+omgekeerd, maar we hielden vol, en toen eindelijk de tenten waren
+opgeslagen, vonden we beschutting tegen de millioenen kwelgeesten.
+
+Het verblijf op den Hansenheuvel was prettig; het landschap was
+mooi, en men had er een ruim uitzicht. Het open water reikte juist
+tot daar; meer naar het westen kwam het ijs nog tot dicht aan het
+strand. Naar het oosten kon ik over een groote baai juist op Nhchoktu
+kijken; zuidwaarts was het uitzicht vrij op de Simpsonstraat en in
+het Noorden lagen de eindelooze mossteppen van King Williamsland,
+waar, meer landwaarts in, veel meren glinsterden met spiegelend
+oppervlak. Duizenden vogels vlogen heen en weer, en hier en daar
+weidde een eenzaam rendier.
+
+Vanwege de muggen kon ik enkel des morgens en des avonds werken,
+en de vrije tijd, dien ik had, werd besteed aan vriendschappelijk
+verkeer met de Eskimo's, die ik nu best kende. De Uil en Talurnakto
+waren meestal op de rendierjacht, en Kabloka vergezelde hen vaak,
+om te helpen met het vervoer van het geschoten wild. De oude Anana
+daarentegen bleef bij de tenten en haalde alleen nu en dan wat
+heidekruid voor brandstof. Zij hielp mij in de huishouding. Haar
+voornaamste werk was het wasschen van het vleesch, dat de Eskimo's
+zeer ruw behandelden. Zij namen het van de sleden en lieten het
+liggen waar het viel, zoodat het door rendierhaar, modder en kleine
+steenen verontreinigd werd. Anana's schoonmaken bestond nu, helaas,
+dikwijls nergens anders in, dan dat ze het ging aflikken. Ze meende,
+dat het alleen bescheidenheid van mij was, als ik haar trachtte af
+te brengen van die gewoonte.
+
+Als we eens in een vrij uurtje allen bij elkaar waren, noodigde ik
+mijn vrienden bij mij in mijn tent en onthaalde ze op chocolade en hard
+brood. Van alle dranken was chocolade het lekkerste, wat ze kenden. Zij
+grijnsden over het geheele gezicht, als ik het woord chocolade maar
+noemde. Bij zulke tractaties deed ik navraag naar alles en nog wat,
+hun leven en denken betreffende. Van hun taal trachtte ik wat meer te
+leeren. De Uil was een eerste paedagoog; hij vond het merkwaardig,
+als ik graag wou weten hoe dit of dat heette. Maar Talurnakto was
+niet te gebruiken; hij lachte maar en vatte alles op als een grapje.
+
+Van eetgerei was ik niet al te best voorzien, en ik zei, dat ze zich
+er maar zonder moesten behelpen, wat ook heel goed ging. Op een avond,
+toen we bij elkaar zaten aan tafel, kreeg Talurnakto plotseling een
+hevigen jeuk op den rug. Met zijn korte armen kon hij de plek niet
+bereiken, en vlug besloten, greep hij naar mijn lepel, dien ik een
+oogenblik weggelegd had, schoof het instrument bij zijn kleeren in
+op den rug en krabde erop los....
+
+Toen ik met mijn observaties zoowat klaar was, kwamen de luitenant
+en Helmer Hansen met de "dorry", het kleine amerikaansche bootje van
+de soort als in de Hudsonsbaai worden gebruikt en dat zij hadden
+uitgerust voor een lange vaart naar kaap Crozier, de zuidwestpunt
+van King Williamsland. Zij wilden er een dépôt aanleggen voor de
+voor het voorjaar van 1905 ontworpen sledevaart naar de oostkust van
+Victorialand. Tevens wilden ze de smalste plaats van de Simpsonstraat
+tusschen het eiland Eta en het vasteland opmeten met het peillood. Ze
+waren voor een maand voorzien van het noodige en dus zwaar beladen,
+daar ze de voorraden van het dépôt ook bij zich hadden.
+
+De afstand van kaap Crozier tot de Gjöahaven was honderd zeemijlen. Het
+ijs, dat tot hier dicht bij het land kwam, was door een sterken
+Noordenwind zeewaarts gedreven, zoodat ze genoeg open water hadden, om
+vooruit te komen. Zij bleven een nacht over bij ons, om den volgenden
+dag met ons op te breken, daar ik naar Kaa-aak-ka, mijn naaste station,
+wou vertrekken.
+
+Dien namiddag beproefde ik mijn eersten tocht met een kajak. Ik had
+daarvoor een kleinen plas als oefeningsterrein uitgekozen. In het
+begin ging het uitstekend. Maar mijn kameraden, die in de buurt een
+post aanlegden, riepen mij allerlei aardigheden toe, en juist keerde ik
+mij om en wou hun zeggen, dat ik toch maar een voortreffelijken aanleg
+voor het kajakvaren had, toen de kajak met zijn inhoud kantelde. Het
+water was ondiep; ik kon den grond met mijn armen raken, maar het
+bootje was vol water en ikzelf nat tot op de huid. De anderen trokken
+mij aan land, en het was volstrekt geen triomftocht, toen ik naar de
+tent liep, om van kleeding te verwisselen.
+
+Den volgenden morgen ging het met de "dorry" naar het Westen. De
+wind was goed, dus behoefden we niet te roeien. Anana, die op het
+water geen heldin was, gaf er de voorkeur aan, over land te volgen;
+de Uil voer in zijn eigen kajak.
+
+Kaa-aak-ka straalde in volle zomerpracht; een bont tapijt van
+veelkleurige bloemen bedekte alle heuvels. Maar het ijs dreef weer
+naar land en belette het verder doordringen met de dorry. De luitenant
+en Hansen waren dus genoodzaakt ons gezelschap te blijven houden. De
+Eskimo's gingen met goed gevolg op de jacht; zoo kwamen ze op een
+dag thuis met niet minder dan dertien ganzen, die ze met steenen
+hadden doodgeworpen.
+
+Den elfden Augustus was ik met al mijn stations klaar. Ik nam afscheid
+van mijn kameraden, die nog altijd door het ijs werden vastgehouden,
+en sloeg den weg naar Ogchoktu in. De tien zeemijlen werden in drie
+uur roeiend afgelegd, wat een goed stuk werk was, daar we zwaar
+beladen waren en telkens door het ijs werden tegengehouden.
+
+Aan boord werden wij met uitbundige vreugde ontvangen, niet het minst
+omdat we een flinken voorraad rendiervleesch en ganzen meebrachten.
+
+Het was nu stil in de Gjöahaven. Alle Eskimo's hadden ons verlaten,
+en sinds langen tijd waren we voor het eerst weer onder ons. Op
+den zomer is niet veel staat te maken in deze streken; op den 16den
+Augustus begon het te regenen; we hadden nog maar drie graden Celsius
+in de kajuit en moesten dus stoken.
+
+Van onze leege petroleumvaten hadden Lund en Hansen een
+eerste-rangshotel voor de honden gebouwd. Ze huisden er veel
+behagelijker dan in de oude sneeuwhut. Voor het oogenblik waren ze
+alle vastgebonden en lagen in het zand zich gruwelijk te vervelen. Het
+leegloopen beviel hun al na een paar dagen niet meer en ik besloot
+dus een lang gekoesterd plan uit te voeren.
+
+Daar ik mijn waarnemingen op de kust van Boothia Felix in één en
+dezelfde lente had gedaan en toch eenige afwijkingen meende te hebben
+opgemerkt, besloot ik een station zoo ver noordelijk aan te leggen,
+als ik maar op de kust van King Williamsland kon doordringen. Daar
+wilde ik voor een sledetocht in den herfst nu een dépôt aanleggen,
+terwijl het water nog open was. De booten, die te mijner beschikking
+stonden, waren wel niet geschikt voor een langere zeereis; maar als men
+dicht bij den wal bleef, zou het wel gaan. Ik koos een van onze beide
+booten, die Lund in het begin van den zomer van een kiel had voorzien.
+
+De ijstoestanden waren intusschen zeer onaangenaam. Het ijs lag tot
+bij de Betzoldpunt, en eer het zich verlegd had, kon van den tocht geen
+sprake wezen. Den 20sten Augustus verveelde mij echter het wachten en
+ik ging met Talurnakto als eenige geleider op weg, om te zien of men
+aan den anderen kant van de punt misschien verder kon komen. Het was
+windstil, en wij moesten roeien, maar kwamen niet vooruit. Talurnakto
+was aan het roeien met twee riemen niet gewend en kon niet in de maat
+blijven; hij stiet telkens tegen mijn riemen, en deed meer kwaad dan
+goed. Het vlakke bootje draaide zich ieder oogenblik om en wees met
+den neus weer naar huis. Van de Gjöa uit zagen ze ons manoeuvreeren
+en bereidden zich al voor op onze terugkomst. Maar plotseling scheen
+er voor Talurnakto een licht op te gaan, wat dat was, roeien in de
+maat, en hij begon als een ervaren zeeman. Hij zat op de voorste bank,
+ik op het achterplankje. Nu ging het vliegensvlug en weldra waren we
+bij de Betzoldpunt. Hier was het ijs echter ondoordringbaar en het
+bleef verder zoo naar het Oosten langs de geheele kust. Wij brachten
+dus onze lading aan land, trokken de boot aan den oever en keerden
+haar onderste boven. Daarna keerden we te voet terug.
+
+Toen kwam er een lange, vervelende tijd. Elken morgen wandelde ik
+naar de landtong, om de ijstoestanden op te nemen. Maar eerst den
+29sten Augustus scheidde zich bij zeewind het ijs van het land,
+en wij konden weer aan de reis denken. Wij brachten de boot in open
+water en laadden ze. Uit het Noorden woei een flinke bries en in de
+Schwatkabaai ging een hooge zee. Om voldoende diep water te bereiken,
+moesten we, voordat we den koers naar kaap Luigi d'Abruzzi richtten,
+eerst langs het strand tegen den wind in roeien. Dat was hard werk
+van ruim twee uren, waarin we roeiden dat het zweet bij ons neer
+droop. Ten laatste konden we zeil opzetten en zeilden dwars over de
+baai. De golven sloegen onophoudelijk over den rand der boot. Dit was
+Talurnakto's eerste zeiltocht, en ze beviel hem maar matig. Maar wij
+kwamen ten minste zonder ander nadeel, dan dat we druipnat werden,
+over de baai. Wij zeilden om de punt en aan den anderen kant nog een
+eind langs het land naar Abva (Mount Matheson).
+
+Het eerste, waar we nu aan moesten denken, was het drogen van onze
+kleeren. De behandeling van kleeren van vellen eischt de grootste
+voorzichtigheid, opdat er geen scheuren in komen, en de Eskimo is
+daarin met zijn levenslange ervaring een eerste meester. De tent werd
+op een kleine plek mos aan het strand opgeslagen.
+
+Den volgenden morgen om acht uur trokken wij verder; de wind blies
+nog steeds uit het Noorden, en na vele uren roeiens bereikten wij een
+bocht, die zich van het Westen naar het Oosten uitstrekte. Wij deden
+herhaaldelijk pogingen, om erover te komen, maar de golven sloegen
+in de boot en wij moesten, hoe ongaarne ook, het opgeven en aan land
+gaan. Om het windstille weêr te gebruiken, gingen we er den volgenden
+morgen al om half vijf op uit; het ging nu vlug en we waren spoedig aan
+de noordzijde van Abva. Hier reikte het ijs weer tot dichtbij land;
+maar we werkten er ons doorheen, en het was zoo ondiep, dat we met
+de bootshaak ons konden afzetten.
+
+Het land was verlaten en onvruchtbaar, met zand en steenen bedekt,
+en toen wij bij het aanbreken van den avond, de tent wilden opslaan,
+vonden we nergens een plek mos die geschikt was. Dertig meter van
+het strand en ter hoogte van vijftien meter vond ik het skelet van
+een walvisch. Op dit punt stiet ik ook op het eerste stuk drijfhout,
+dat ik op King Williamsland kon ontdekken.
+
+Een treurige aanblik deed zich den volgenden morgen aan ons voor; de
+geheele kust was door het ijs geblokkeerd, en er bleef ons niets anders
+over dan te blijven, waar we waren. Ik gebruikte den tijd, om het land
+in oogenschouw te nemen. Het geheele zuiderstrand was zandig en kaal;
+eerst een paar zeemijlen landwaarts in vertoonde zich weer rendiermos.
+
+Twee dagen en twee nachten moesten we daar blijven liggen, en toen
+we den daarop volgenden morgen verder voeren, was het genoegen niet
+van langen duur. Een paar zeemijlen waren we in de Mc Clintock's
+La Trobebaai vooruit gekomen, toen het ijs ons volkomen den weg
+versperde. Daar lagen we nu op dezelfde plaats tot den 16den
+September en bewaakten het ijs. Het was winderig en het sneeuwde
+en in geen enkele richting was iets te zien. De zomer was voorbij,
+dat was duidelijk.
+
+Op een van die vervelende wachtdagen probeerden we het met de jacht
+en schoten een rendierkoe en haar kalf. Dit jachtgeluk maakte den
+goeden Talurnakto opgewonden van plezier, en hij sprong van het eene
+been op het andere als een klein kind. De boottocht was dus volkomen
+mislukt. Of wij op de plek, waar we nu waren, of in onze eigen
+Gjöahaven een dépôt aanlegden, kwam vrijwel op hetzelfde neer. Wij
+legden dus zooveel, als we dragen konden, ter zijde en metselden het
+overige met steenen toe, stulpten de boot erover heen en begaven ons op
+den terugweg naar Ogchoktu. In rechte lijn hadden we 25 mijlen te gaan,
+maar als we alle hoeken en bochten meerekenden, dan hadden we met de
+boot meer dan 50 zeemijlen afgelegd. Wij hadden drie dagen noodig,
+om geheel in de Schwatkabocht te komen, maar wij moesten vaak heen
+en weer gaan. Hier sloegen wij de tent op en lieten die staan, toen
+we den volgenden morgen naar de Gjöa teruggingen. We wilden later in
+de baai op de rendierjacht gaan en lieten daarom ook onze voorraden
+achter. Het ijs begon vast te worden; maar het was nog niet sterk
+genoeg, om ons te dragen.
+
+In de Gjöahaven was alles monter en gezond. Den 9den September
+waren de luitenant en Hansen van hun lang uitstapje met goed succes
+teruggekeerd. Ze hadden hun doel, kaap Crozier, bereikt en het
+dépôt daar aangelegd. Het smalste deel der Simpsonstraat was nu,
+zoo goed het ging, onderzocht. Het vaarwater tusschen het eiland
+Eta en King Williamsland was zoo vol ondiepten, dat het eigenlijk
+feitelijk afgesloten was. Het zuidelijke vaarwater tusschen Eta
+en het vasteland van Amerika was, zoowel op den heen- als op den
+terugweg met ijs gevuld geweest. Maar die ijsbergen waren zoo groot,
+dat er de zee diep genoeg moest wezen voor ons schip. Kon het ijs
+door die straat heen komen, dan zou de Gjöa met groote voorzichtigheid
+hetzelfde kunnen doen. Dat was een bijzonder belangrijke ontdekking;
+de Noordwestelijke Doorvaart was dus daar niet afgesloten.
+
+Met de jacht zag het er in dezen herfst van 1904 twijfelachtig uit. In
+Ogchjoktu was nog geen grootere rendierkudde gezien; hoogstens hier
+en daar een alleen rondtrekkend dier. Hansen en Lund waren tijdens
+mijn afwezigheid met de dorry op jacht geweest, maar zonder veel
+geluk. Buitendien had hen het ijs verrast, zoodat ze de dorry aan
+land hadden moeten trekken en over land hadden moeten terugkeeren.
+
+We hadden dus nu twee booten in het open veld staan. Om nu voldoende
+voorraden voor den aanstaanden winter te krijgen, besloot ik, zoodra
+het ijs vast genoeg zou zijn, naar alle zijden jachtexpedities uit te
+zenden. De Eskimo's hadden wel beloofd, ons bij hun terugkeer vleesch
+te brengen, en ze zouden, zooals we wisten, met het terugkeeren van
+het ijs komen, maar ik wist niet in hoever ze betrouwbaar waren,
+en durfde mij niet op hen te verlaten.
+
+Wij voerden allerlei verbeteringen aan Villa Magneet uit, volgens
+de ervaringen van den vorigen winter. Het dak werd met zoden aarde
+bedekt, bijna het geheele huis onder zand gezet en een uitstekende
+ventilatie ingericht.
+
+Het bleek, dat de winter zijn intocht kwam doen; de koude nachten,
+de beginnende sneeuwval en de in troepen wegtrekkende vogels waren
+onbedriegelijke teekenen. De zomer was koud en onvriendelijk geweest;
+we hadden haast geen open water voor scheepvaart gehad. Dus moesten
+we onze hoop op beter weêr in het volgend jaar stellen.
+
+In den nacht van den 1sten September vroor alles toe. Onze tweede
+winter was begonnen.
+
+
+
+Op denzelfden dag, waarop het in ernst vroor, verschenen ook de
+Eskimo's weer, en de eerste was onze oude vriend, de Uil, met zijn
+gezin. De laatste weken had hij met eenige andere familiën aan de
+jacht op rendieren en aan de zalmvisscherij gedaan bij Peel Inlet, aan
+de oostkust van King Williamsland. Die familiën hadden hoofdzakelijk
+gevischt en in de beek, die zich in Peel Inlet uitstort, hadden ze
+verbazend veel zalmen buitgemaakt. Over het algemeen is hier in de
+rivieren een rijkdom aan zalm, als wel nergens elders. De Uil had
+ook een groote menigte rendieren gezien en twintig stuks geschoten,
+waar hij ons de bouten van afstond.
+
+Hij vertelde mij, dat hij op den weg naar het Zuiden een Oglugi-Eskimo
+had ontmoet, die Tamoktuktu heette en die met zijn gezin in een
+van ijs gebouwde hut aan den voet van den Wiikheuvel woonde. Daar
+ik nog nooit een hut van ijs gezien had, ging ik den dag daarop op
+weg, om die te bekijken. Met den Uil kwam ik er. De hut was gebouwd
+van acht vierkante ijsblokken van een meter lengte en breedte en
+een halven voet dikte. De kanten waren tegen elkaar gezet en de
+blokken waren samengevoegd met een mengsel van ijs en sneeuw, dat
+een uitstekend bindmiddel is. Rendiervellen vormden het dak. Ik vond
+de heele familie te huis. Pocjarlu, Tamoktuktu's vrouw, zat dik en
+vergenoegd op den achtergrond op een paar huiden. Om haar heen lagen
+beenderen en vischresten verspreid en vóór de hut lagen een menigte
+forellen. Het was te laat in het jaar, om nog visch in orde te maken
+en zoo werden de gevangen visschen alle in bevroren toestand bewaard.
+
+Tamoktuktu was op het punt, op de vischvangst uit te gaan, en ik mocht
+hem vergezellen. Zijn gereedschap bestond uit een kakiva of harpoen en
+een snoer van rendierpeezen, waar eenige kleine, schitterend gepolijste
+stukjes been en blik aan hingen. Zijn oudste zoon ging mee; hij sleepte
+een grooten steen achter zich aan. Vlug gingen we naar het water,
+dat de Ristvedtplas was genoemd en waar de vischvangst zou plaats
+hebben. Spiegelglad en glanzend lag het ijs op het water, en men kon
+elken steen en ieder levend wezen eronder onderscheiden. Tamoktuktu
+koos een geschikte plek, nam zijn zoon den steen af en hakte er een
+gat mee in het ijs. Toen hij er doorheen was, maakte hij de opening
+met zijn mes schoon en hing toen het snoer erin. Dadelijk stroomden de
+kleine forellen toe, om hun nieuwsgierigheid te bevredigen, snuffelden
+aan de vele geheimzinnige voorwerpjes en werden door den oplettenden
+Tamoktuktu vlug gespietst.
+
+Onderwijl was de Uil bij Poojarlu in de hut gebleven; ze hadden met
+elkaar vriendschap gesloten en ik zag duidelijk, dat de Uil iets op
+het hart had. Jawel, hij had aan de schoone beloofd, mij voor haar om
+den inhoud van het laatst geschoten rendier te verzoeken! Ik beloofde
+dien en gaf den Uil vergunning, de maag terstond te halen.
+
+Het wonen in de tent was nu al minder aangenaam geworden. Het
+tentdoek lag vol sneeuw en als er binnen gestookt werd, smolt die
+en maakte alles vochtig. Daarom besloot ik de tent in te bouwen,
+en met medewerking der Eskimo's haalden we uit den naasten plas acht
+ijsplaten van een halven voet dik, elke drie voet breed en evenzoo
+lang. Die zetten we om de tent, metselden ze met een ijsbrij samen en
+dekten het dak met rendiervellen. Het huis was klaar; maar het voldeed
+niet aan de verwachting, want de rijp drong binnen en het was steeds,
+alsof het van het dak sneeuwde. Toen bouwden mij mijn Eskimo's een
+echte winter-iglu. De familie van den Uil en die van Talurnakto woonden
+in een slot van ijs, dat hoog was en ruim en vol jachttrofeeën. Het
+bouwen werd steeds ter hand genomen, als het geen weêr was om te jagen.
+
+Den 2den October keerde ik weer naar de Gjöa terug en liet Ristvedt
+mijn plaats in de tent innemen. Op den terugweg trof ik het spoor
+van een berin met twee jongen, die nog heel klein moesten geweest
+zijn. Zij trokken naar het Zuiden, naar warmer streken. Het was het
+eerste berenspoor, dat wij in de buurt van onze haven zagen.
+
+Toen ik aan boord kwam, was Umiktuallu, de moordenaar van zijn
+pleegzoon, van het amerikaansche vasteland gekomen. Van zijn kajak
+uit had hij 35 rendieren geschoten, en hij beloofde, ons het vleesch
+te brengen, zoodra het ijs goed begaanbaar was. Dat gaf een heerlijke
+aanwinst bij onzen nooit zeer grooten voorraad. Umiktuallu berichtte
+ook, dat groote rendierkudden langs de Todd-eilanden over het ijs
+trokken.
+
+Een nieuwtje hield onze nieuwsgierigheid in die dagen
+gespannen. Umiktuallu had een Kilnermiun-Eskimo, dat is een Eskimo
+van den stam die aan de Coppermine-rivier woont, ontmoet en vernomen,
+dat een Kabluna of blanke in Maart met een Eskimo-gezin een bezoek
+had gebracht aan de Eskimo's van de Coppermine. Later bleek, dat dit
+bericht volkomen met de waarheid overeenstemde, zooals men zal zien.
+
+Nu besloten wij, ons jachtgeluk in het Westen te beproeven, waar
+Umiktuallu de vele rendieren had gezien. Daarom reisden Lund en Hansen
+met Umiktuallu naar het Westen, voorzien van sleden, vijf honden en
+proviand voor veertien dagen.
+
+Van Ristvedt kreeg ik een brief door een Eskimo-koerier, waarin hij
+mij meedeelde, dat hij het kamp verlegd had naar den noordelijksten
+heuvel, waar hij sporen van groote rendieren had ontdekt. Over het
+geheel waren er in dat jaar 1904 veel van die dieren; maar ze hadden de
+ijstoestanden rondom het eiland Eta gunstig gevonden, en dus kwamen ze
+op hun trek niet dicht bij ons. De rendieren waren in dit jaar dik en
+vet in tegenstelling met het vorige jaar. Maar zoo dik als de rendieren
+op Spitsbergen werden ze hier echter niet; doch dat is ook werkelijk
+wonderlijk, hoe de broodmagere rendieren op Spitsbergen in den loop
+van den zomer zich vetmesten en spekkussens krijgen van verscheiden
+duimen dik. Ook sneeuwhoenders trokken thans in groote scharen voorbij
+en wij hielden er zooveel van terug, als we maar konden.
+
+De 15de October was een zeer drukke dag in de haven, want al onze
+jagers en vier Eskimofamilies kwamen tegelijkertijd. Lund en Hansen
+hadden negen rendieren gedood, die ze in een sneeuwhut ingemetseld
+hadden en later aan boord brengen wilden. Het afhalen werd echter
+uitgesteld, en toen wij eindelijk in den winter het vleesch wilden
+halen, was het door de Oglugi-Eskimo's gestolen. De geheele, door ons
+zelven bijeengebrachte, vleeschvoorraad bestond uit twintig rendieren;
+visschen hadden wij in het geheel niet. Maar later voorzagen ons de
+Eskimo's ruim van visch en vleesch. Het waren daarin betrouwbare
+menschen, en als ze beloofd hadden vooraad te brengen, hielden
+ze woord.
+
+Door den terugkeer der Eskimo's kreeg onze haven weer een levendig
+aanzien. In groote troepen kwamen ze meestal des avonds aan boord, om
+ons te begroeten, oude vriendschap te vernieuwen en nieuwe vrienden
+voor te stellen. Monter en vroolijk waren ze altijd, en wij waren
+goede buren samen.
+
+Tot hier toe heeft men altijd gedacht, dat de lucht in de poolstreken
+volkomen zuiver was en vrij van bacillen. Maar daaraan mag voortaan
+wel getwijfeld worden, ten minste wat de streken om King Williamsland
+betreft. Zooveel is zeker, de Eskimo's worden in het najaar door
+een ware verkoudheidsepidemie aangetast. Een paar van hen werden
+zoo hard ziek, dat ik voor longontsteking vreesde. Daar bijna
+ieder van hen de ziekte kreeg, moest er wel aan besmetting worden
+gedacht. Wij op de Gjöa bleven gelukkig vrij, maar wij namen ook onze
+voorzorgsmaatregelen. Tegen het spuwen hadden we een zwaren strijd
+te voeren. In dat opzicht zijn de Eskimo's al zoo erg mogelijk, en nu
+in den tijd van de verkoudheden was het natuurlijk vreeselijk. Onder
+onze leiding werd het wel beter.
+
+Omdat ik graag het groote Eskimokamp, dat er bij Navjato moest
+zijn, wilde leeren kennen, en daar ik ook visschen wilde inruilen,
+ging ik op weg naar het kamp en nam Helmer Hansen mee. Den 23sten
+October vertrokken wij met drie Eskimogezinnen, die denzelfden weg
+gingen. Ter afwisseling gebruikten we ski. Nog was de sneeuw niet
+vast aaneengebakken en de temperatuur was niet beneden 25 graden
+vorst, dus voor een skitocht zeer geschikt. Des avonds om half vijf
+bereikten wij, vijftien zeemijlen van het station verwijderd, den
+top der "Ellinghoogte." Hier vonden wij een oude iglu, die wij den
+naam gaven van "Hotel Ellinghoogte."
+
+Met mijn vriend Poieta en zijn vrouw namen wij vieren de oude iglu
+in bezit, en met de hulp van mevrouw Nalungia was het er spoedig
+licht en warm. Na den maaltijd en een klein praatuurtje gingen we te
+bed. Natuurlijk schreeuwde de zuigeling nu en dan en moest dan tot
+rust gebracht worden; mij hinderde de stoornis, maar Hansen had er
+behagen in, want die nachtelijke kinderkamergebeurtenis herinnerde
+aan het verre thuis en aan zijn Nalungia.
+
+Den volgenden morgen togen we in zuidelijke richting naar de
+Simpsonstraat op weg. Eerst om vier uur hadden wij Navjato bereikt
+en vonden tot onze verbazing in het geheel niet meer dan tien hutten,
+veel minder dan we hadden verwacht. Wij werden door onze oude vrienden,
+die hier kabeljauwen wilden vangen, zeer vriendelijk ontvangen.
+
+Navjato of Novo Terro, zooals de Eskimo's zeggen, heeten de oevers
+van een klein meer, dat eenige zeemijlen ten zuiden van Point
+Richardson ligt. Navjato is niet zeer ver van de Hongerbaai, die
+zoo genoemd wordt, omdat men er geraamten van een groot deel van
+Franklin's gezellen vond, en men neemt aan dat ze hier op den weg
+naar het Zuiden van honger zijn omgekomen. De ironie van het noodlot
+wil, dat juist deze plek zulk een naam draagt, want het is een der
+mooiste en rijkste punten van de noordkust van Amerika. In de lente,
+als het ijs van den oever loslaat, vangt men hier tallooze vette
+zalmen. Iets later komen groote en vele kudden rendieren en blijven
+den geheelen zomer. In den herfst kan men kabeljauwen in ongetelde
+menigten vangen. En juist hier, in dit arctische Eden, moesten die
+koene reizigers uit gebrek aan levensmiddelen ten gronde gaan! Maar ze
+waren hierheen gekomen, toen het vlakke land met sneeuw bedekt was,
+en ze waren doodop van inspanning, uitgeput door ziekte en hadden
+er halt gehouden. Geen enkele afwisseling bood het eentonige, vlakke
+land, overal met sneeuw bedekt; geen levende ziel kwam hun tegemoet,
+om hen terecht te helpen en hulp te verschaffen. En over de geheele
+aarde zal men lang moeten zoeken, eer men een tweede plek vindt,
+zoo verlaten als deze in den winter.
+
+Toen eindelijk de zomer kwam en in den korten tijd van verlossing
+van het juk van den winter millioenen bloemen op de velden gingen
+bloeien, toen alle wateren glinsterden en alle beken kabbelden, toen
+het van vogels wemelde, die met vroolijk gekweel nesten bouwden, en
+de eerste rendierbok aan den rand van de open IJszee opdook, toen
+wees een hoop verbleekte steenen de plaats aan, waar de laatsten
+van Franklin's dappere schaar hun laatsten zucht hadden geslaakt,
+in het laatste bedrijf van dit groote treurspel.
+
+Op deze plek, waar zooveel treurige herinneringen aan verbonden zijn,
+bewogen zich nu de Eskimo's vroolijk en levendig, voordat de lange
+nacht aanbrak, die met zware hand licht en leven in deze streken
+uitbluscht. Ze haalden uit een diepte water van drie of vier vadem
+groote menigten kabeljauwen, en maakten daarbij gebruik van snoeren
+van rendierenpeezen en een krommen spijker. Op den namiddag van mijn
+aankomst werd mij een spartelende kabeljauw vereerd, die dadelijk
+naar den kookpot verhuisde! Na onzen langen, inspannenden marsch
+genoten we onzen verschen kabeljauw met vreugde en dachten aan een
+vaderlandschen fjord in Noorwegen op een mooien zomeravond...
+
+Maar eigenlijk waren we minder hierheen gekomen om kabeljauw te
+eten, dan om kabeljauwen te koopen, en de volgende dagen werden dan
+ook aan de zaken gewijd. Buiten op het witte ijs beproefde ik mijn
+geluk met de vischvangst, maar zonder bijzonder goed resultaat. Wij
+hadden verder een paar onaangename dagen in Navjato. Het was steeds
+nevel en wind en min 25 graden. In het voorjaar en den herfst voelt
+men de koude het meest, zelfs als ze in den winter veel heviger is,
+wat wel samenhangt met de kleeding, die er dan nog niet recht op is
+ingericht. De Eskimo's waren van den morgen tot den avond op de jacht
+en bezig met de vischvangst, vooral voor het verkrijgen van voorraad
+voor den winter.
+
+Toen wij na eenige dagen Navjato verlieten, waren onze sleden hoog
+beladen met visch. Verscheiden Eskimo's vergezelden ons op den
+terugweg, en onder hen was onze oudste en beste vriend Teraiu. Hij
+had ons uitstapje naar Kaa-aak-ka niet vergeten, en kwam nu bij zijn
+zware verkoudheid, om een middel ertegen, bij ons. Onderweg hoestte
+hij erg en spuwde ook bloed. De oude Auva zat, toen we vertrokken,
+bij het vuur en leed aan een ernstig maaglijden; ze stierf een paar
+dagen later.
+
+Op een der Todd-eilanden brachten wij den eersten nacht door in een
+oude sneeuwhut. Ook op deze eilanden had men eenige geraamten en
+andere sporen van de Franklin-expeditie gevonden. Teraiu vertelde,
+dat hij indertijd al van de blanke mannen, die hierheen gekomen waren,
+had hooren vertellen. Op het eiland, waar we overnachtten, liet hij
+mij een groot, plat rotsblok zien, dat ter herinnering aan de dooden
+was opgericht. De Eskimo's noemen dit eiland Keuna.
+
+Toen wij met een groote slede vol versche, bevroren kabeljauwen
+aankwamen, werden we natuurlijk met geestdrift ontvangen!
+
+Naar de ervaringen van den vorigen winter hadden wij ons gericht voor
+de verbeteringen op de _Gjöa_. Het winterdak over het schip heen was
+nu beter in orde, en we maakten er een bewegelijke deur in, waardoor
+wij als in een huis uit en in konden gaan. Dat had ook nog een ander
+voordeel; wij konden ons nu de Eskimo's beter van het lijf houden,
+wat soms zeer noodig was. Des avonds sloot en grendelde luitenant
+Hansen de deur, en wij zaten dan veilig binnen, als in een vesting. We
+richtten ook een bad in en hadden al gauw beneden in het ruim ons
+eigen stoombad. De luitenant en ik maakten er in dezen winter druk
+gebruik van; het werkte uitstekend en werd voor ons al gauw bij het
+leven in de enge ruimte en in de zware kleeding onontbeerlijk. Een
+kleedkamer konden wij ook niet ontberen, maar we gebruikten er een
+omgekeerde boterton voor. Wat lastig was, dat was de koude douche,
+die wij iederen keer kregen door den rijm, dien de bevroren damp
+vormde en die dan smolt en op ons neerdroop.
+
+Luitenant Hansen was vol geestdrift voor het bad en maakte er
+electrisch licht bij, drie lampen wel! Ja, hij ging nog verder en
+richtte ook op het dek electrische leidingen in. Men zat dan recht
+genoegelijk in de kajuit, drukte op een knopje, en--ja, dan moest het
+licht wezen. Maar het werd niet licht. De eenige fout in de leidingen
+van luitenant Hansen was, dat ze geen licht verschaften. Wij moesten
+weer in donker baden. Maar men moet niet meenen, dat de luitenant een
+slecht electrotechnicus was. O neen! Maar zelfs de beste electrische
+ingenieur kan niet uit niets, uit zeer ongeschikt materiaal iets
+zóó maken, dat hij maar heeft te zeggen: "Het zij licht!" Wij waren
+anders vaak genoeg trotsch op wat we met onze weinige hulpmiddelen
+uitrichtten.
+
+Een vraag, die wij ons nu en dan stelden, was deze, hoe wij ons
+in geval van nood tegen de Eskimo's konden verdedigen, ingeval ze
+wat in het schild voerden. Er was nu een groote menigte rondom
+ons verzameld, en als zij nu eens een slechte jacht hadden, hoe
+gemakkelijk konden ze dan onze proviandtent openbreken. Wij moesten
+hun dus behoorlijk respect inboezemen, en eindelijk werd het middel
+daartoe gevonden. Onder een sneeuwhut, op vrij grooten afstand van
+de _Gjöa_, werd een mijn gegraven, die verbonden werd met het schip
+door een onder de sneeuw verborgen leiding.
+
+Toen dat gebeurd was, lieten wij de Eskimo's samenkomen aan boord. Ik
+hield voor hen een voordracht over de macht van den blanken man;
+zei, dat wij van een grooten afstand uit verdelging konden brengen
+en over het algemeen de wonderlijkste dingen tot stand brengen. Dus
+was het voor hen van groot belang, dat ze zich fatsoenlijk hielden,
+omdat ze anders zich den toorn der Kabluna's of blanke menschen op
+den hals haalden. Als zij daarginds aan den wal booze dingen zouden
+willen uitrichten, bij voorbeeld bij die sneeuwhut daar in de verte,
+dan zouden wij rustig en wel aan boord blijven en enkel maar zóó
+doen.... Met een vreeselijk geknal vloog de sneeuwhut in de lucht,
+en een sneeuwwolk stoof omhoog.
+
+Dat was volkomen genoeg! Meer was er voor langen tijd niet noodig.
+
+Op Zondag 20 September zaten wij juist aan het tweede ontbijt, toen
+tot onze groote verbazing ons een geheel vreemde Eskimo een bezoek
+bracht. Reeds de manier, waarop hij binnentrad, wees erop, dat onze
+gast zich in de "wereld" had bewogen. Zijn kleeding verschilde van die
+van den Netsjillistam. Onze verwondering verminderde niet, toen de man
+in een, zoo al niet juist, toch volkomen verstaanbaar Engelsch zei:
+"Give me 'moke!"
+
+Wij gaven hem tabak en een pijp, en hij stopte die op sierlijke
+manier. Toen stelde hij zich voor:
+
+"Mister Atangala!"
+
+Het begon interessant te worden! Ik bekeek hem oplettend en wachtte
+wat nu zou volgen. Maar hij wekte mij uit mijn gepeins en deed
+mij verstaan, dat nu van mij de volgende stap werd verwacht, door
+te zeggen:
+
+"Mag ik vragen, Mijnheer, hoe uw naam is?"
+
+Ik kreeg een kleur om mijn gebrek aan wellevendheid, boog en noemde
+mijn naam. De voorstelling was afgeloopen, en nu was hij blijkbaar
+tevreden. Hij beduidde mij, dat zijn familie buiten op het dek was en
+ik maakte mijn gebrek aan wellevendheid van zooëven weer goed, door
+dadelijk de familie binnen te noodigen. Zij verscheen terstond. De
+vrouw was een groote, donkere verschijning van echt Eskimotype,
+Kokko geheeten, en ongeveer veertig jaar oud. Haar zoon schatte ze
+op tien jaren; hij was een eerste bengel.
+
+Atangala vertelde, dat hij en zijn gezin drie blanken van Chesterfield
+Inlet in de Hudsonsbaai naar de Coppermine hadden begeleid. Dit
+bevestigde dus het bericht van Umiktuallu, ons zes weken geleden
+gebracht. Van de Coppermine had Atangala zich huiswaarts gewend, en
+toen hij hoorde, dat er een schip in Ogchoktu lag, besloot hij ons te
+bezoeken, ofschoon de afstand een paar honderd zeemijlen bedroeg, en
+te onderzoeken of hij ook zaken met ons zou kunnen doen. Hij blufte
+van belang, beweerde dat hij kon schrijven, en op zijn verlangen
+brachten we hem potlood en papier. Zijn bedrevenheid in de edele
+schrijfkunst was niet overweldigend. Met ongeloofelijke inspanning
+bracht hij zijn naam op papier. Hij vertelde, dat hij een paar jaren
+geleden met een amerikaanschen walvischvanger van de Hudsonsbaai
+over land naar Winnipeg was gegaan, en van zijn verblijf aldaar
+kende hij nu alle uitvindingen van den nieuweren tijd, telefonen,
+spoorwegen, electrisch licht en--whisky. Voor de laatste had hij
+groote belangstelling, en hij vroeg er steeds naar. Ik beproefde hem
+uit te leggen, dat de anti-alcoholbeweging het allernieuwste was op
+dat gebied, maar daar wilde hij niets van weten. Ten slotte smeekte
+hij om brandewijn. Maar hij kreeg geen drank. Voor ons was het bericht,
+dat bij Katiktali of kaap Fullerton twee groote schepen lagen, van het
+grootste belang. Mij kwam het terstond in den zin, of wij misschien
+door die beide schepen een postverbinding met de buitenwereld konden
+krijgen. Dus vroeg ik den heer Atangala, of hij bereid was, voor
+postillon te spelen en hij scheen er niet tegen te hebben.
+
+Ieder was nu ijverig in de weer met brieven te schrijven. De post
+zou binnen een paar dagen vertrekken, en men moest zien, gauw klaar
+te komen. Atangala was nog steeds gast aan boord, en hij scheen
+het naar zijn zin te hebben. Maar zijn honden zagen er slecht uit;
+ze leken magere wolven en liepen snuffelend rond. Het was een naar
+gezicht; maar wat konden wij doen? We hadden voor onze eigen honden
+niet genoeg, laat staan voor vreemde.
+
+Den 28sten November was de postslede gereed en trots wind en
+sneeuwstorm vertrokken de postillons om elf uur in den voormiddag. Ik
+had het voor het veiligst gehouden, Talurnakto mee te zenden, want
+ik kende immers Atangala niet; misschien was hij wel een der grootste
+deugnieten.
+
+Het was een dwaas gezicht, hoe Talurnakto zich met de opdracht,
+die hem toevertrouwd was, in zijn schik voelde. De brieven, die
+geadresseerd waren aan de "Schepen bij kaap Fullerton," droeg hij
+in een tasch aan een riem over den schouder. Ik zag wel, dat een
+spotachtig lachje om Atangala's mond speelde, maar begreep eerst later,
+wat dat beduidde. De beide Eskimo's trokken dus weg en waren spoedig
+in een sneeuwwolk uit ons gezicht verdwenen.
+
+Als een expeditie in de wereld van het poolijs zal gelukken, is het een
+eerste vereischte, dat alle leden ten allen tijde volop werk hebben,
+en de plicht van den leider is het, de indeeling van het werk te maken,
+wat echter in lange perioden wel eens moeilijk onafgebroken vol te
+houden is. Ledigheid werkt altijd demoraliseerend, en dat alleen
+is al reden genoeg om op een poolreis niet te veel menschen mee te
+nemen. Enkele menschen kan men altijd wel aan het werk zetten, maar een
+grooter aantal altijd bezig te houden, is bijna onmogelijk. Voor mij
+was het geen moeilijke taak, want mijn kameraden kwamen mij altijd
+halfweg tegemoet. Als ik niet wat uitvond, kwamen ze zelf met hun
+plannen. Lund genoot de hoop van een groot uitvinder te wezen op
+allerlei gebied. Als ik met een denkbeeld bij hem kwam, werd het
+dadelijk uitgevoerd. Alleen moest hij soms, als er smeedwerk moest
+worden verricht, Ristvedt te hulp roepen. Maar als dan ook de smid
+Ristvedt en de architect Lund samenwerkten, was er niets onmogelijk.
+
+Van Godhavn hadden wij een menigte vuurvaste baksteenen meegebracht,
+waarmee wij onze petroleumkachels ommetselen wilden, om de warmte
+langer te kunnen bewaren. Nu had ik al lang over de beste manier om
+van die steenen gebruik te maken nagedacht en wendde mij ten laatste
+met die vraag tot Lund. Wij overlegden en kwamen toen tot de slotsom,
+dat men, in plaats van de oude kachels in te metselen, even goed een
+geheel nieuwe kachel kon maken. Lund nam de plannen en de uitvoering
+op zich. Op denzelfden dag, waarop de post vertrok, verraste hij ons
+met het voltooide werk. Hij had een van onze groote blikken pakkisten
+genomen, die in baksteenen ingemetseld en aan de eene zijde een deur
+erin aangebracht.
+
+Zijn plan was, een van onze groote kooktoestellen, die een verbazende
+hitte verspreidden, door de deur erin te schuiven en daarmee de kachel
+te stoken. Als het toestel dan werd uitgedaan, zou de warmte door de
+steenen nog lang worden vastgehouden. Dat klonk prachtig en met mij
+verheugde zich de luitenant al op de warmte in onze kajuit. Wij keken
+met de grootste belangstelling naar het zetten van de kachel. Toen
+die goed op haar plaats stond, werd het toestel aangestoken en erin
+neergezet.
+
+Luitenant Hansen zat ijverig over allerlei berekeningen, en ik was
+aan mijn eigen werk. Het toestel had nog niet lang gebrand, toen mij
+een eigenaardige, scherpe, doordringende geur in den neus kwam. Snel
+keek ik naar den luitenant, om te zien of hij ook wat merkte; maar
+hij zat onbewegelijk over zijn cijfers gebogen. Ik zei dus niets,
+maar stond op en kleedde mij aan om naar het observatiehuis te gaan
+en hem alleen de verdere proeven met de kachel over te laten. Het
+kon mij niet schelen--maar het stonk afschuwelijk!
+
+"Voor den drommel!" viel de luitenant plotseling uit en wierp zijn
+potlood weg. "Wat is dat hier voor vuiligheid?"
+
+Ik was de deur al uit en liet den luitenant in een dikken,
+verstikkenden walm, waarvan de reuk de herinnering wakker riep aan
+alle honden, zoowel de Godhavnhonden als de Gjöahonden. Het kwam
+namelijk doordat de baksteenen onbeschut buiten hadden gelegen en wel
+op de plek, waar de honden zich graag ophielden. Men kan zich nu wel
+voorstellen, wat de uitwerking moest wezen van ons verwarmingstoestel
+op die steenen!
+
+Toen ik al ver weg was op den weg naar het observatorium, hoorde ik
+een geweldig spektakel aan boord. Ik kon wel raden wat het was. Lund's
+zinrijke kachel werd eruit gesmeten.
+
+Nu hadden wij niets meer dan de herinnering eraan; maar die zat dan
+ook vervloekt lang in de wanden!
+
+Où est la femme?! Zelfs hier in de sneeuwwoestijn moet men vaak
+dezen noodkreet van de menschheid uitstooten, of liever gezegd er de
+oorzaak in zoeken van der menschen misslagen en dwalingen. Umiktuallu,
+die nog altijd op de vischvangst in Navjato was, kwam bij ons aan
+boord, om onze honden voor een paar dagen te leenen. Hij vertelde,
+dat Talurnakto in Navjato de post aan Atangala had gegeven en met
+een Eskimovrouw naar het zuiden was getrokken. Als echtgenoot nommer
+twee namelijk. Dat was echter, zooals ik uitdrukkelijk verklaar, de
+eenige onbetrouwbaarheid, die wij van de Netsjilli-Eskimo's ervoeren.
+
+Umiktuallu zei ook nog, dat een ons bekende jonge vrouw in het kraambed
+gestorven was. Dat was het tweede sterfgeval in den winter.
+
+De Eskimo's stroomden thans in December in grooten getale in onze
+haven binnen. De vischvangst in Navjato en de andere plaatsen was
+geëindigd. Voor zoo ver we hen begrepen, wilden ze nu tot na Kerstmis
+rustig in Ogchoktu blijven. Zeker verleende onze tegenwoordigheid aan
+de plaats een groote bekoring. Een groot aantal van de Eskimo's bedelde
+dadelijk om eten. Er waren lieden onder, die voor zich en de hunnen
+meer dan genoeg wintervoorraad hadden, maar anderen hadden weinig,
+deels uit ongeluk, deels uit luiheid. Voor ons was het volstrekt
+niet aangenaam, al dat bedelvolk bij ons te hebben, en wij moesten
+telkens beslist weigeren, daar we toch niet voor al die menschen
+voedsel hadden.
+
+De meeste Eskimo's bouwden hun hutten in het Sälanddal, en het kamp
+zag er belangrijk genoeg uit.
+
+Wij hadden nu den donkersten tijd van het jaar, waarin de zon den
+geheelen dag onder den horizon blijft. Wij moesten dus aanhoudend licht
+branden. In verband met dien "langen nacht" had ik extra-patentlampen
+meegenomen, waarin de verhitte petroleum als gas brandde, waardoor een
+zeer sterk licht verkregen werd. Maar reeds den eersten winter hadden
+deze lampen vaak niet goed gebrand en veel moeite gegeven. In dezen
+winter gaven ze het geheel op. Lindström, tot wiens departement de
+lampen behoorden, was wanhopend, en hij gaf zich bewonderenswaardig
+veel moeite, om de zaak in orde te brengen. Maar ten laatste
+moest hij zich overwonnen geven, en de geheele voorraad lampen werd
+weggestopt. Ik had een groote fout begaan; in plaats van mij volkomen
+te verlaten op die lampen, had ik toch ook nog eenige gewone lampen
+moeten meenemen.
+
+De verlichtingstoestanden waren dus aan het eind van den winter
+aan boord van de _Gjöa_ ver van schitterend. Een photografeerlamp,
+een kompaslamp en twee lantarens, dat was alles, wat we hadden, en
+daarmee moesten we ons behelpen, zoo goed het ging. Natuurlijk deed
+Lund de eene uitvinding na de andere in zake verlichting, en zijn
+toestellen hadden misschien wel een tentoonstellingsprijs verdiend,
+als ze maar gebrand hadden, maar dat deden ze niet.
+
+Eerst half Januari begon de jacht op zeehonden, en het was hoog tijd
+geworden voor de aanvulling van de voorraden. Ik geloof haast, dat de
+Eskimo's om een of ander oud vooroordeel niet vroeger met die jacht
+beginnen. De maan moest, naar ik meende te begrijpen, een bepaalden
+stand innemen, vóór men met de jacht op zeehonden mocht aanvangen. En
+de maan is hun iets heel heiligs, waarnaar ze ook hun tijd regelen.
+
+Hun bijgeloof zat hun soms leelijk in den weg. Juist in dien tijd
+gebeurde iets karakteristieks in dit opzicht. Een aantal vrouwen waren
+bij ons aan boord geregeld met naaiwerk voor ons bezig. Ze kregen
+er een kleine betaling voor, waar ze zeer mee ingenomen waren. Op
+een dag verklaarden ze eenstemmig, dat ze niet konden werken. Wij
+vroegen naar de reden en vernamen, dat de eerste zeehond gevangen
+was en dat de vrouwen zeehondenvleesch gegeten hadden; dan mochten
+ze buiten haar eigen huis niet het minste werk doen, eer de zon zoo
+en zoo hoog aan den hemel stond. Wij wilden haar het dwaze van deze
+beschouwing duidelijk maken, beloofden haar ook een ruimere betaling,
+ja, smeekten haar, toch voort te maken met het werk, dat voor ons
+noodig was. Maar neen, hier stieten we op een muur, waar we met gewone
+menschelijke bewijsgronden niet konden doorheen dringen. Daar stond
+of God of de duivel op wacht, en tegenover deze verloochenden de
+vrouwen hare anders zoo volgzame en toegefelijke natuur. Alleen de
+oude Navjato was slim genoeg geweest, niet van het zeehondenvleesch
+te eten. En zij zat nu bij ons aan boord, naaide van den morgen tot
+den avond en verwierf ons aller hulde.
+
+Den 11den Januari volbracht ik een volkstelling in de Gjöahaven en de
+omgeving en bevond, dat er achttien familiën met zestig personen waren.
+
+In het midden van Januari 1905 kwam Lindström op een dag met het
+bericht, dat er conserven gestolen waren van onzen voorraad op
+het dek. Wij hadden uit het proviandhuis naar boord gehaald, wat
+we aan levensmiddelen voor den winter noodig hadden, en ze op het
+dek ondergebracht, waar het droog was. Van het begin af was het mij
+duidelijk geweest, wat dat voor een verzoeking was voor de Eskimo's,
+vooral nu, dat ze bijna niets te eten hadden, en ik vond het nog
+een wonder, dat er in al dien tijd niets gebeurd was. De Eskimo's
+gingen immers dagelijks op de _Gjöa_ uit en in; een blikje kan in
+het voorbijgaan gemakkelijk verstopt en in de kleederen geborgen
+worden. Nu ontbraken er dus eenige blikken. Ik riep den Uil en
+Umiktuallu en zei hun, dat hun landslui ons bestolen hadden en dat
+ik volstrekt de schuldigen aangewezen wilde zien.
+
+Zij namen de zaak heel ernstig op; men zag duidelijk, dat ze zich
+in zekeren zin voor hun stam verantwoordelijk voelden. Ze verlieten
+mij, en een paar uren later kwamen ze terug en noemden vier of
+vijf namen van de schuldigen. Het waren alleen Oglugi-Eskimo's;
+van den Netsjillistam had geen enkele zich vergrepen. Ik liet de
+schuldigen halen. Onder hen bevond zich ook Teraiu, evenals zijn
+broeder Tamoktuktu. Ieder van hen had zich een bus toegeëigend. Ik
+hield een donderende toespraak en verbood hun van dat oogenblik af
+den toegang tot het schip. Toen dropen ze druipstaartend af.
+
+Tegen het eind van Januari hadden de Eskimo's meer geluk op de
+zeehondenjacht, die hun in het begin niet goed naar wensch was
+gegaan. Den 1sten Februari gaven allerlei kenteekenen te verstaan,
+dat de stam ging opbreken; de Eskimo's begonnen hunnen voorraden
+naar buiten te brengen op het ijs, en enkele dagen later trokken
+ze werkelijk weg. Wij voelden ons zeer verlicht, toen wij ze kwijt
+waren. Het eeuwige gebedel om levensmiddelen was ons zeer lastig
+geweest.
+
+Nu begonnen voor ons ook de voorbereidingen tot een slede-expeditie,
+die al lang voor het aanstaand voorjaar ontworpen was. Luitenant
+Hansen en Ristvedt wilden met elkander de oostkust van Victorialand
+trachten te bereiken, om van dit land, het eenige dat nog niet
+opgenomen was in den noord-amerikaanschen archipel, een kaart te
+teekenen. Zooals vroeger al verteld is, was voor deze expeditie bij
+kaap Crozier, ongeveer honderd zeemijlen van de Gjöahaven verwijderd,
+een dépôt aangelegd. Onze eerste zorg draaide nu om de honden. Wij
+hadden een uitstekend troepje, maar er waren te weinig. De luitenant
+en Ristvedt deden daarom een uitstapje naar de Eskimo's, die thans
+ongeveer twintig zeemijlen op het ijs buiten woonden, en keerden na
+twee dagen met vier groote honden terug, die ze voor een paar stangen
+ijzer hadden gekregen.
+
+Die honden waren wel erg uitgehongerd en moesten eerst goed gevoed
+worden, vóór wij ze in gebruik konden nemen. Maar toen kwam nog de
+tweede zorg, namelijk het voeder, dat even belangrijk was in dezen
+als de honden zelf. Ons hondevoêr was opgebruikt. Het eenige,
+wat wij nog hadden, was menschenpemmikan, en dat zou het niet
+lang volhouden. Ons pemmikan bestond uit vijftig percent ossenvet
+en vijftig percent gedroogd en gestampt paardenvleesch. Deze beide
+stoffen zijn saamgesmolten en in platen van elk een half kilo geperst,
+zeer gemakkelijk en beknopt in te pakken. De Indianen zijn het, van
+wie men oorspronkelijk het gebruik van dit proviand heeft geleerd,
+en alle poolvaarders moeten hun daar dankbaar voor zijn. Het pemmikan
+smaakt voortreffelijk, neemt weinig plaats in en kan rauw, gebraden
+of gekookt gegeten worden. Vooral is het van groote waarde op een
+slede-expeditie. Wij hadden buitendien ook nog een aantal kisten met
+hondentalg, die nog over waren van de tweede Framexpeditie, en die stof
+bleek zeer bruikbaar. Ook hadden we een massa havergort en havermeel,
+dat ongebruikt lag omdat geen van ons er een bijzondere voorliefde
+voor had. Al die dingen werden aan luitenant Hansen afgestaan, en
+hij ging er proeven mee nemen. Havermeel met hondentalg smaakte de
+honden en bekwam hun goed. En zoo vormde hij porties van elk een half
+kilogram van dat mengsel als dagelijksche maaltijden voor de honden. De
+bereiding had in het groot plaats; het geheele schip leek wel een
+gepatenteerde hondenvoerfabriek onder leiding van den directeur
+Godfried Hansen. Het werk vlotte goed, en weldra was deze heele
+quaestie opgelost. Daarna werd over de verdere uitrusting gesproken
+en alles nagezien. Lund zou voor de sleden zorgen, waar heel wat aan
+te herstellen viel en die van nieuwe schuivers moesten worden voorzien.
+
+Midden in deze toebereidselen kwam het bericht, dat Talurnakto, de
+verdwenen postillon, in Navjato teruggekeerd was en verzocht, weer in
+genade te worden aangenomen. Wij hadden hem niet enkel om zijn vlijt,
+maar ook om zijn goed humeur gemist en vonden zijn misdaad niet grooter
+dan die van zoo menig man, die er met de vrouw van een ander van door
+was gegaan; ja, eigenlijk was er minder misdreven, daar in dit geval
+de geheele familie der vrouw en haar man en kinderen meegegaan waren.
+
+Dus lieten wij hem weten, dat wij hem wilden vergeven en hij zijn
+vroegere betrekking van "meid alleen" weer kon aanvaarden. Op een avond
+in Februari werd mij gemeld, dat Talurnakto gekomen was. Hij waagde
+niet eens, zoo maar bij mij binnen te treden. Ik liet hem halen. Zijn
+uitzicht was, sinds we hem de laatste maal zagen, zeer veranderd. Hij
+had het blijkbaar als minnaar niet gemakkelijk gehad. Zijn rond,
+vergenoegd gezicht was langgerekt geworden en mager, en droeg een
+uitdrukking van diepen weemoed. Hij had zeker niet enkel aangename
+herinneringen aan zijn liefdesavontuur bewaard. Al wat hij bezat,
+zijn mes, en speer, pijp en meer van dien aard, alles was in het
+bezit der geliefde vrouw overgegaan, of de echtgenoot had ze als
+vergoeding voor zijn liberaliteit verlangd. De arme Talurnakto kwam
+volkomen uitgeplunderd van zijn escapade terug.
+
+Den 7den Februari ondernam luitenant Hansen de eerste slede-expeditie
+in het jaar. Hij ging naar Kaa-aak-ka en deed er een menigte
+magnetische waarnemingen. Het was de allervroegste tijd voor eenig
+werk in de open lucht; maar we hadden veel plannen en moesten haast
+maken. Maar koud was het, dat het een aard had! Het is merkwaardig,
+hoe bros en licht breekbaar alle voorwerpen bij zoo strenge koude
+worden. Zoo was onze goede Lund op een dag juist met de sledeschuivers
+bezig; de lat van hickory-hout lag op twee verscheiden voet hooge
+kisten; bij een onhandige beweging liet hij het ding op het dek vallen
+en het sprong in vele stukken. Hickory is toch het taaiste hout van de
+wereld; onze schuivers waren van uitstekend amerikaansch maaksel uit
+Pensecola; maar in deze koude streken is toch esschenhout te verkiezen.
+
+Op een Zaterdagmiddag reed tot onze verbazing onze met vijf honden
+bespannen slede de haven binnen en hield met een mooien zwaai voor
+de _Gjöa_ op, maar er was geen koetsier. Toen kwam kort daarna van
+de "Magneet" het bericht, dat er op het ijs een zwarte stip was te
+zien. En na een poosje kwam Talurnakto hijgend en blazend aanloopen;
+hij was van de slede geworpen, en de honden waren er van door gegaan
+en hadden alleen het huis opgezocht.
+
+Eens kwam de Uil met een anderen Eskimo aan boord en vertelde, dat
+eenige Oglugi-Eskimo's onze proviandtent hadden bestolen; ze brachten
+een ongeopende boterbus mee, die ze hadden opgeraapt. Bij onderzoek
+bleek, dat een vierde kist sledebrood, tien platen pemmikan en de
+bovengenoemde boterbus ontbraken. Als we er niets van vernomen hadden,
+zou de diefstal waarschijnlijk nooit zijn uitgekomen, want de dieven
+hadden alles weer in goede orde gebracht. En ze hadden het niet te
+erg gemaakt. De oude Teraiu en zijn broeder Tamoktuktu hadden aan de
+spits der onderneming gestaan, die in den vroegen morgen haar slag had
+geslagen. De Uil kreeg ter belooning voor zijn eerlijkheid een groote
+bijl, de ander een mes. Toen ze het schip weer verlieten, droeg ik hun
+een groet op voor de dieven en liet hun zeggen, dat zoo een van hen
+het in zijn hoofd mocht halen, zich ooit weer in Ogchoktu te vertoonen,
+dat hij dan op de plaats zou worden doodgeschoten. Op denzelfden avond
+legde Ristvedt een kleine mijn aan bij de deur van het proviandhuis,
+die zoo ingericht werd, dat ze op hetzelfde oogenblik ontplofte als
+de deur openging. Het was een ongevaarlijk ding, maar zou voldoende
+zijn, een nieuwe inbrekerspoging te verhinderen.
+
+In dezen tijd haalden we ook de beide booten binnen, die we in het
+open veld hadden achtergelaten; er was geen schade aan te bespeuren.
+
+Telkens kregen we bezoek van de Eskimo's die ons in Februari hadden
+verlaten, om op de zeehondenjacht te gaan. Wij beantwoordden
+de bezoeken ook te zijner tijd. Van den eerbied, dien wij hun
+inboezemden, kregen we in dien tijd een schitterend bewijs. De
+Itchjuachtorvik-Eskimo's hadden, toen wij in den vorigen winter op weg
+naar de magnetische pool waren en aan de noordkust van Boothia Felix
+een dépôt hadden geplaatst, een slede met proviand gestolen. In dit
+jaar nu kwamen ze en leverden de slede weer in, omdat ze vreesden,
+dat wij hun iets kwaads zouden aandoen. Zij bleven op eerbiedigen
+afstand en zetten de slede bij het kamp der Netsjilli-Eskimo's op
+het ijs neer. Hun angst moet werkelijk zeer groot geweest zijn, als
+ze een zoo kostbaar voorwerp als een slede terugbrachten. De slede
+had wel veel geleden, maar onder Lund's kundige behandeling werd ze
+hersteld en was daarna nog sterker dan te voren.
+
+Niet zelden kwamen de Eskimo's ons 's avonds bezoeken. Ik had dan
+medelijden met hen in die vreeselijke koude en noodigde hen uit,
+bij ons te overnachten. Ze mochten in de kajuit bij den luitenant en
+mij slapen. Wij hadden soms tot dertien slaapgasten aan boord. Zij
+legden zich eenvoudig op den grond en dekten zich met een rendiervel
+toe, dicht aaneengesloten als haringen in een ton. De anderen in
+de voorkajuit weigerden, zulke gasten op te nemen; ze trokken de
+neuzen op en beweerden, dat de gasten een naren reuk achterlieten. Nu
+vond de luitenant evenmin als ik, dat het juist naar eau de Cologne,
+viooltjes of versch gemaaid hooi rook, als de Eskimo's 's avonds hun
+groote kaplaarzen uittrokken; maar wij voelden, dat we met dit offer
+op goedkoope en goede manier de echte gastvrijheid uitoefenden.
+
+In den loop van den winter stichtten luitenant Hansen, Wiik, Ristvedt
+en ik een verbond, welks leden zooveel mogelijk alle voortbrengselen
+van het land zouden proeven. Ristvedt werd tot vereenigingskok
+benoemd, daar Lindström zich liever in zee wilde storten dan zulke
+vuiligheid klaar te maken. Een gebraden vos, waaraan de vereeniging
+zich des avonds te goed deed, had onzen kok aan den rand van den
+waanzin gebracht en hij verklaarde, dat wij de grootste vuiliken
+van de wereld waren. Maar de vereeniging beweerde eenstemmig, dat
+een vossengebraad het fijnste gerecht was, dat ons ooit aan boord
+was voorgezet. Het vleesch der meeste vossen, die hier in menigte
+waren, smaakte ook werkelijk zeer goed, het deed aan hazenvleesch
+denken. Wij beproefden het ook met andere gerechten, als rendiermagen,
+zeehondvinnen en dergelijke.
+
+De winter was nu voorbij, en naar het scheen stond de lente voor de
+deur. Bij het vorige jaar vergeleken, was er een groot onderscheid
+merkbaar. Toen hadden we op het eind van Maart ongeveer 45 graden
+Celsius onder nul gehad, en in dit jaar daarentegen slechts acht
+graden. Dat was een goed voorteeken voor den zomer, die zoo groote
+beteekenis voor ons had.
+
+Al het winterwerk was nu voorbij, en het station weer omgeven door
+een kring van observatoria. Onze reizigers, die met de slede naar
+het Noorden wilden gaan, konden vertrekken zoodra het mooi weer
+werd. Deze slede-expeditie had voor 75 dagen proviand bij zich,
+in de veronderstelling dat het in het vorig jaar bij kaap Crozier
+opgerichte dépôt in orde was; in het tegenovergestelde geval hadden
+ze maar voor 50 dagen proviand bij zich.
+
+Den 2den April 1905 brak de expeditie op. Onder wederzijdsch levendig
+wuiven met de vlaggen gingen ze heen, en, begeleid door onze beste
+en hartelijkste wenschen, wendden ze zich westwaarts naar Victorialand.
+
+Met het vertrek van die expeditie begon naar onze berekening in dit
+jaar het voorjaar. Wel hadden we later nog een geweldigen sneeuwstorm;
+maar de koude van den winter was gebroken en keerde niet terug.
+
+
+
+Er was veel te doen dat voorjaar, want wij zouden opbreken met al ons
+hebben en houden en verder westwaarts trekken. In Juni 1905 werd na
+19 maanden de loop der zelfregistreerende instrumenten veranderd;
+ze moesten stilstaan, na zoo lang te hebben gewerkt onder Wiik's
+leiding. Onze gebouwen werden afgebroken. Alles werd aan boord
+gebracht, wat daar geschikt voor was, en toen werd de _Gjöa_ van onder
+tot boven nieuw geverfd en geölied. Ook al onze booten ondergingen
+een groote schoonmaak. Het kon immers wezen, dat wij dezen zomer
+"menschen" ontmoetten, en dan mocht niemand kunnen zeggen, dat wij,
+Noren, geen hart voor ons schip hadden. Toen was de _Gjöa_ weer net
+zoo frisch en mooi, als den dag waarop ze de werf verliet.
+
+Allen deden mee aan dit werk. Ristvedt en Lund hadden een valreeptrap
+gemaakt van ijzer en hout, een mooie trap, die later zelfs in San
+Francisco opgang maakte. "Niemand mag aan ons zien", zeiden we toen
+in Juni 1905, "dat wij tweemaal overwinterd hebben!"
+
+Wij hadden nu maar te wachten op den terugkeer der
+slede-expeditie. Toen ze na verloop der eerste zeven weken niet
+terug waren, besloot ik daaruit, dat ze het dépôt bij kaap Crozier
+onbeschadigd hadden aangetroffen. Maar ook in dat geval hadden ze
+den 16den Juni er weer moeten wezen. In den laatsten tijd waren veel
+Eskimo's van verre gekomen, maar geen een had wat van de onzen gezien,
+en ik werd langzamerhand een beetje angstig. Sinds de Eskimo's in zoo
+grooten getale er weer waren, hadden wij een nachtwacht aan boord
+ingesteld. Ik drukte de wacht nog ernstig op het hart, goed uit te
+zien en mij dadelijk te wekken, als er iets in het gezicht kwam,
+dat op onze sledevaarders geleek.
+
+De 24ste Juni, Sint Jan, werd ook bij ons een feestdag, want
+des morgens om half zeven kwam Lund, die de wacht had, bij mij
+binnenstormen met den uitroep:
+
+"Daar hebben we ze!"
+
+Ik was dadelijk in mijn kleeren. Het was een heerlijke morgen,
+volkomen windstil met stekenden zonneschijn. Ginds bij de uiterste
+landpunt kwamen onze kameraden in het gezicht. Ik kan bijna niet
+zeggen, hoe blij en verlicht ik mij voelde bij hun aanblik. En de
+behandeling, die de honden nu ondergingen, toonde wel, dat de heeren
+goed op krachten waren. In een wipje was de vlag geheschen, en met haar
+verschenen alle anderen op dek. Dat was een jubel aan boord! Een beter
+ontbijt dan anders werd opgedischt en daarbij hoorden wij terstond
+de gewichtigste gebeurtenissen.
+
+De tocht had zwaar en lichter werk gebracht, maar meestal was de arbeid
+zwaar geweest. Het dépôt van kaap Crozier was door beren volkomen
+vernield; maar toen ze daar waren, hadden ze al vier rendieren
+geschoten. De overvaart naar de Victoriastraat was zeer bezwaarlijk
+geweest. Het ijs was hoog opgetorend, en op sommige dagen waren ze
+niet meer dan twee of drie zeemijlen vooruitgekomen. Om een weinig te
+vorderen, hadden ze buitendien steeds groote omwegen moeten maken. Aan
+den anderen kant van de straat hadden ze een nieuwen Eskimostam
+aangetroffen, de Kiilnermium-Eskimo's van de Copperminerivier,
+die op de zeehondenvangst waren. Terwijl nu deze Eskimo's bijna
+niets hadden, dat van ijzer was, hadden ze veel meer voorwerpen
+van hout dan de Netsjilli's. Veel beter waren o.a. de bogen en de
+sleden. Onze beide reizigers ruilden voor spijkers en kleine messen
+zooveel zeehondenvleesch als ze noodig hadden. Zij bleven bij die
+menschen den nacht over, om een rustdag te hebben, die zoowel voor de
+menschen als voor de honden noodig was na den harden trek door het ijs.
+
+Toen werd de reis langs de onbekende oostkust van Victorialand
+voortgezet. Het land was zoo laag en vlak, dat het over het grootste
+deel der kust niet van de zee was te onderscheiden. Onder het voortgaan
+maakten ze een kaart van de kust. Ook schoten ze geregeld zeehonden,
+rendieren en beren, zoodat ze bijna altijd overvloed van levensmiddelen
+hadden.
+
+Op Vrijdag 26 Mei keerden ze om, nadat ze op het noordelijkste punt
+dat ze bereikt hadden, een wachtpost gebouwd en een reisbericht erin
+neergelegd hadden.
+
+De terugweg ging vlugger, daar ze nu geen opmetingen meer te doen
+hadden. Op dien terugweg werd het door Dr. Rae in de Victoriastraat
+waargenomen land nauwkeurig onderzocht. Het bleek een groep van vele
+kleine eilanden, The Royal Geographical Society-eilanden. Deze werden
+zoo goed mogelijk geographisch opgenomen, wat later van groot belang
+is gebleken voor ons verder doordringen. De Oglugi-zee tusschen
+Amerika, Victorialand en King Williamsland was voor het grootste
+deel met eilanden opgevuld en open, zooals op de oude kaarten is
+aangegeven. Het was goed, dat wij dat wisten voor het geval, dat we
+er in een donkeren nacht door wilden varen.
+
+Op den terugweg naar kaap Crozier hadden de reizigers gelukkig beter
+ijs gevonden, waar ze gemakkelijker op vooruit konden komen. Behalve
+een paar zeere hondenpooten was alles in den besten welstand. De
+reis had 84 dagen geduurd met een proviandvoorraad voor maar vijftig
+dagen. De expeditie had dus een uitstekend gevolg gehad, ja, men kon
+het succes bepaald schitterend noemen, als men aan het vele slechte
+weêr dacht, dat ze hadden gehad en als men in aanmerking neemt welke
+opmetingen ze hadden gedaan en hoeveel tijd ze aan de jacht hadden
+moeten besteden, om zich van de noodige levensmiddelen te voorzien.
+
+Dat alles vernamen we bij het eerste ontbijt. Verder verliep de dag
+in feeststemming.
+
+Tegen het eind van Juni werd het zeer warm, en aan het strand begon
+het ijs te smelten. Als het op deze wijze verder ging, konden we een
+zeer goed ijsjaar verwachten, net als in 1903. Het land was bijna
+van ijs bevrijd, en de muggen plaagden ons geweldig.
+
+Aan boord moesten we ons nu in velerlei opzicht anders inrichten,
+daar Wiik en Ristvedt van het vasteland tot ons waren gekomen. De
+luitenant en ik moesten de kajuit met hen deelen. Daar Wiik aanhoudend
+met de uitwerking van zijn waarnemingen bezig was, kon de kajuit niet
+meer als donkere kamer worden gebruikt. Een donkere kamer moest de
+luitenant echter hebben; de vraag werd van alle kanten bekeken, en
+ten slotte eindigde luitenant Hansen met een donkere kamer, welker
+nadere bestemming ik niet nader wil aanduiden. In den nood leert men
+zich behelpen.
+
+Omdat nu de proviandtent ledig was, en de voorraad aan boord was
+overgebracht, werd ze tot allerlei doeleinden gebezigd. Vooreerst als
+droogkamer voor alle vogelhuiden, die er werden opgehangen en die in
+den aanhoudenden tocht snel droogden. Dan werd de tent als kantoor en
+badhuis gebruikt. Ons klein stoombad werd er neergezet en de ingang
+werd zoo laag gemaakt, dat ieder er zich in kon wasschen. Wij plaatsten
+er ook eenige tafels, waar we onze waarnemingsboeken en magnetische
+krommen konden nazien, vóór ze werden afgesloten.
+
+De Uil, Umiktuallu en Noliein gingen den 2den Juni westwaarts naar
+Kamiglu in de buurt van het eiland Eta, om er te jagen. Ik beloofde
+hun, daar in de Simpsonstraat stil te houden, als wij met de _Gjöa_
+voorbijkwamen, en ik gaf hun een lange staak met een vlag eraan, die
+ze moesten oprichten, opdat we konden zien waar ze waren. Ze zouden
+ons rendierbouten aan boord brengen. Reeds lang had ik Lindström
+een paar dagen vacantie beloofd, die hij wilde besteden aan een
+onderzoek in het geheimzinnige binnenland. De Eskimo's hadden veel
+verteld van een rivier, de Kaa-aaga-angi, daar hoog in het Noorden,
+die vol zalmen moest zijn, en veel familiën waren er nu heen gegaan,
+terwijl er berichten kwamen van grootsche vangsten. Daarheen gingen
+ook Lindström's wenschen.
+
+Eindelijk was op den 4den Juni zijn expeditie gereed tot het
+vertrek. Ze bestond uit hemzelven en Talurnakto als eerste
+officier. Door de anderen was deze expeditie al als de "expeditie
+tot onderzoek van het binnenland van King Williamsland" genoemd. Ik
+beproefde nog het langst mijn ernst te bewaren tegenover de
+tochtgenooten. Lindström had zich immers heusch ten doel gesteld,
+zijn zoölogische verzamelingen te verrijken, en de andere kameraden
+hielden hem teveel voor den gek. Toen de expeditie den 9den Juli
+terugkeerde, werd ze met groote ovaties ontvangen. De buit bestond
+uit veertig eieren en eenige eiderganzen. Het wetenschappelijk rapport
+was kort. Het luidde, dat Kaa-aag-angi een rivier was van de breedte
+van de Nid bij Drontheim, en dat het dier- en plantenleven het rijkst
+was bij het station!
+
+Den 26sten Juli was de haven dezen zomer voor de eerste maal
+ijsvrij. Wij zagen het water in de straat buiten al blauwer worden,
+maar er was nog geen scheur in het ijs te zien. Maar eenige dagen
+later kwam de wind te hulp; het ijs zette zich in beweging en in
+allerlei richtingen verschenen de scheuren. Wij waren nu klaar voor
+de afvaart. Met uitzondering van de meteorologische instrumenten en
+van de honden, die tot het laatst aan land moesten blijven, hadden wij
+alles aan boord. De ruimte was door al onze verzamelingen overvol. In
+twee groote ijzeren kisten waren onze waarnemingen van de laatste twee
+jaar geborgen. Zij waren zoo ingericht, dat ze in het water konden
+drijven en op beide was de naam van het schip te lezen. Daaromheen
+stonden kleine kisten met proviand voor veertien dagen, munitie en
+verdere uitrusting, alles om te worden meegenomen, in geval we het
+schip moesten verlaten. Ieder had er ook zijn zak bij liggen met die
+dingen, die hij in geval van nood het liefst zou willen redden.
+
+Al onze booten en kajaks van zeildoek waren in de beste orde. Wij
+waren erop voorbereid, ons te moeten doorboomen. De wachten waren
+zoo verdeeld, dat één man aan het roer stond, één op den uitkijk en
+één bij de machine. Wij deklieden moesten alle drie op het dek zijn,
+terwijl de vierde mocht slapen. De machinisten wisselden elkaar af op
+de wacht; de kok zou de behulpzame hand reiken, zoo vaak hij weg kon.
+
+Allen zonder uitzondering wisten wij nu, dat er zwaar werk voor
+den boeg was. Maar de eensgezindheid, die al den tijd onder ons had
+geheerscht, bleef en gaf ons allen moed.
+
+Van de Axel-Steenhoogte had men het beste uitzicht naar het Westen over
+de straat, en in de volgende veertien dagen was ik daar dagelijks twee-
+of driemaal. Den 12den Augustus kwam er weer een flinke bries, en als
+wij inderdaad weg wilden, dan moest het nu zijn. Luitenant Hansen,
+Lund en ik waren al vroeg in den morgen op de Steenhoogte. Het ijs,
+dat zich hardnekkig was blijven vasthouden aan King Williamsland en
+westwaarts, was teruggeweken. Nu moest de poging gewaagd worden. De
+aftocht werd op den volgenden morgen om drie uur vastgesteld.
+
+
+
+Den 13den Augustus precies op dat uur draaide de ankerspil lustig op de
+_Gjöa_. Het was geen uitlokkend weêr, dichte nevel met tegenwind. Met
+volle kracht van den motor voeren we de haven uit. De Eskimo's hadden
+zich trots het vroege uur aan het strand verzameld en het laatste
+"Manik-tu-mi" werd ons toegeroepen. Een van hen, Tonnich, had zich
+laten vinden om als achtste reisgezel met ons mee te gaan. Wij
+loodden en peilden ons door de Simpsonstraat naar Boothpoint, waar
+wij moesten ophouden, omdat we niet meer genoeg konden zien of wij
+verder tusschen het ijs door, dat in groote massa's oostwaarts dreef,
+konden doorvaren. We ankerden dus in de lij van een der groote riffen
+vóór de kaap, waar we tegen het drijfijs waren beschut. Af en toe
+verdeelde zich de nevel, en dan zagen we vóór ons de door zeer veel
+ijs omgeven Todd-eilanden. Op den westkant van de eilandengroep konden
+wij open water waarnemen; daar moesten we dus zien te komen.
+
+Om drie uur in den namiddag trok de nevel op en wij kregen een
+overzicht van onzen toestand. Wij waren niet ver van de Todd-eilanden
+verwijderd, die slechts uit drie lage, kleine eilandjes bestaan, maar
+groot genoeg zijn om een massa ijs te verzamelen. Het zag er niet zeer
+hoopvol uit. Tusschen de hoofdmassa ijs en het verste eiland was wel
+een streep open water; maar het was niet te denken, dat die smalle
+geul ver door zou loopen. Het ijs dreef namelijk zeer snel oostwaarts
+en ging waarschijnlijk aan de westzijde der eilanden vast zitten.
+
+Wij moesten daarheen om te onderzoeken. Het weer was wonderschoon
+geworden, stralend helder en bijna windstil. Nadat we de zuidpunt
+van het eiland hadden bereikt, waren we in spanning of werkelijk
+de westzijde met ijs bezet zou wezen. Een geul, die zoo smal was,
+dat ze uit de verte nauwelijks breed genoeg scheen voor een bootje,
+lag open tusschen het ijs en de kust. Nu was er nog de vraag, of ze
+diep genoeg was. Alles hing af van den aard van de kust.
+
+"Ik geloof, dat we er door kunnen!" riep Lund uit den mast. "Ik zie
+wel rotsen op den grond, maar wij kunnen tot vlak bij de kust komen."
+
+Dat was ook volstrekt noodig, als we verder wilden. Gelukkig daalde
+de westkust van het eiland zonder eenig strand loodrecht naar beneden;
+maar de _Gjöa_ zou niet veel duimen breeder hebben moeten zijn, of wij
+waren blijven zitten. En wij stieten allen een zucht van verlichting
+uit, toen we tegen het Westen het open water der zee vóór ons hadden.
+
+Bij Hall Point hadden de luitenant en Hansen op hun boottocht van
+1904 twee geraamten zien liggen. Het waren geraamten van blanken,
+dus van deelnemers aan de Franklinexpeditie. Zij begroeven ze en
+richtten een steenheuvel op, dien wij nu in alle stilte passeerden,
+juist toen de zon onderging, terwijl hemel en aarde overvloeid werden
+door een roodgouden licht; onze kleine triomfeerende _Gjöa_ groette
+eerbiedig haar ongelukkige voorgangers.
+
+Toen ik den volgenden morgen vroeg op dek kwam, waren wij juist voor
+de Douglasbaai. Tonnich, die in deze streek bekend was, noemde ons
+de namen van de verschillende heuvelketens aan land. Hij ontdekte ook
+het kamp van onze Eskimo's. Het lag op den Kamiglu, een kleinen heuvel
+van ongeveer 20 meter hoogte. De tenten staken tegen den horizon af,
+en wij konden ook de staak met de kleine vlag zien.
+
+Daar de nevel nu in groote golven op ons toedrong, richtten we den
+koers recht naar den Kamiglu. Aan den kant van het vasteland was
+de grond zeer ongelijk, en we moesten dus een goed eind uit den
+wal ankeren. De mist hulde het schip geheel in, en om de aandacht
+van de Eskimo's te trekken, lieten wij met korte tusschenpoozen den
+misthoorn klinken.
+
+Reeds na korten tijd bewoog zich een kajak uit den nevel naar voren
+op ons toe, en een vroolijk "Manik-tu-mi" klonk ons tegen. Het was
+Nuleiu, dien spoedig anderen volgden. Zij waren allen zeer blij ons
+weer te zien, en Lund en ik gingen in de dorry om hen naar den wal te
+volgen. De mist hinderde de Eskimo's niet in het minst. Zij lachten ons
+uit, toen wij hen vraagden, of ze bij zulk dik weer den weg wel konden
+vinden en voeren vlug weg. Ofschoon wij drie kwartier moesten roeien,
+kwamen we precies bij hun landingsplaats aan. Om zonder een spoor
+van zonneschijn en bij volstrekte windstilte met zooveel zekerheid
+voorwaarts te komen, moesten deze menschen werkelijk met een zesde
+zintuig begiftigd zijn.
+
+Aan land was de nevel minder dicht. Kamiglu was een naar alle
+kanten steil afdalend schiereiland en alleen door een smal strookje
+land, tusschen lagunen in het Oosten en het Westen, met het land
+verbonden. Op den top hadden onze vrienden hun woningen in zeven tenten
+in een waar arctisch paradijs. In de lagunen beneden haalden ze zich
+zooveel visch, als ze noodig hadden, en rondom de uitgestrekte meren
+in het binnenland weidden groote rendierkudden. De Eskimo's hadden een
+goede jacht gehad en hadden overvloed van vleesch. Maar het meeste lag
+in dépôts buiten op het vrije veld. Zij waren wel dadelijk bereid het
+te halen; maar dat zou ons verscheiden uren hebben opgehouden, daarom
+stelden we ons tevreden met wat in het kamp aanwezig was. Wij liepen
+rond en zeiden onze oude vrienden vaarwel; het zou zeker lang duren,
+eer we elkaar weerzagen. Tegelijk verzamelden wij zooveel gedroogd
+vleesch en zalm als we konden krijgen.
+
+Vóór de tent van Umiktuallu stond een pleegzoon van hem, Maniratcha
+of Manni, zooals wij hem altijd bij verkorting noemden. Hij stond
+te snikken, want hij had zoo graag met ons mee willen gaan, en nu
+hoorde hij, dat Tonnich was aangenomen. Hij was een flinke jongen van
+zeventien jaar, en hij had vroeger al gevraagd, om mee te mogen, zonder
+dat ik er veel op gelet had. Nu stond hij daar, en het speet mij,
+dat de zaak zoo geloopen was, want ik had Manni veel liever gehad dan
+Tonnich. Ik zei dus, dat hij maar eens moest meegaan; dan zou ik zien.
+
+Des morgens om zeven uur begon het op te klaren, en ik hield
+het nu voor het beste, dadelijk aan boord te gaan, om terstond
+te kunnen vertrekken als het goed helder was. In onze boot namen
+wij zes-en-dertig heerlijke rendierbouten mee en een grooten hoop
+gedroogde zalmen. De Uil, Manni en nog twee Eskimo's gingen met ons, en
+buitendien nog vier anderen in hun kajaks. Tegen acht uur waren wij aan
+boord, en de lucht was intusschen bijna geheel opgeklaard. Ik rekende
+met de Eskimo's af en betaalde hen voor vleesch en visch met ammunitie.
+
+Daarop moest het geval Manni met de kameraden worden besproken. Wij
+waren het allen eens, dat we liever Manni hadden dan Tonnich, die
+sedert zijn aankomst aan boord den welverdienden naam van vreetzak
+had gekregen. Daar opeens kwam de jonge heer zelf naar mij toe,
+en ik sprak hem aan:
+
+"Nu, lieve Tonnich, wil je nu werkelijk met ons naar het land der
+Kabluna's reizen?"
+
+Hierop verklaarde hij mij dadelijk met verbluffende openhartigheid,
+dat hij daar al lang geen lust meer in had. Hij kon de blanken niet
+verstaan. Vóór drie dagen wou hij volstrekt mee en nu, na een leventje
+als een prins, was hem de lust vergaan. Ik nam het verrassende bericht
+heel kalm op, want nu was de zaak met Manni in orde. Maar neen, nog
+niet heelemaal. De pleegvader, Umiktuallu, had er nog een woordje
+in mee te spreken, diezelfde aangename pleegvader, die vroeger zijn
+anderen pleegzoon doorstoken had. Hij moest eerst zijn toestemming
+voor de reis van den jongen geven. En die toestemming gaf hij niet
+voor niets. Hij was mee aan boord gekomen en eischte betaling voor den
+knaap. Een vijl en een oud mes bevredigden intusschen zijn verlangens;
+dus de prijs voor den pleegzoon was niet buitensporig.
+
+Het was helder, en wij zeiden den Uil en onze andere goede vrienden
+van den Netsjillistam hartelijk vaarwel. Het was een heerlijke, warme
+zomerdag met volkomen windstilte. Midden in de Simpsonstraat lag Eta
+als een reus, die ons den weg wilde versperren. Met de allergrootste
+voorzichtigheid voeren we door het zuidelijke vaarwater tusschen
+het eiland en het vasteland, niet breeder dan drie vierde zeemijl
+en vol ondiepten en riffen. Ik geloof, dat dit onze spannendste
+doorvaart was. In het kanaal werd het breeder water al ondieper;
+maar de uitkijk meldde, dat hij dieper water zag, als we maar eens
+over het rif waren. Het peillood was aanhoudend in werking, en het
+roer vloog van de eene zijde naar de andere, alsof het door dicht
+ijs ging, maar ten laatste kwamen we gelukkig de Etasond door.
+
+Nu konden wij ons ook eens met Manni bezighouden, die tot hier toe aan
+zichzelven was overgelaten. Ristvedt, die de namiddagwacht had bij
+de machine, kreeg de opdracht, Manni tot een Kabluna te maken. In
+aanmerking de massa zeep en insectenpoeder, die erbij gebruikt
+werden, moest men wel verwachten, dat Manni schoon werd, en dat was
+hij ook geworden, ofschoon wij hem zijn mooi haar lieten behouden,
+nadat het duchtig gekamd was. Zijn toilet viel wat bont uit, want het
+bestond uit een blauwen tricotkiel, een kniebroek van zeehondenvel,
+witte kousen, de oude verlakte schoenen van den luitenant en op het
+hoofd een oude lichtblauwe badmuts, die ik eens op de een of andere
+badplaats had gekocht. Van het eerste uur af won Manni ons aller hart;
+zijn lach verjoeg elke onaangename stemming, en hijzelf was blijkbaar
+uitstekend bij ons tehuis. Hij was echter ook in een Eskimoparadijs
+beland, een plaats, waar men zooveel mag eten als men maar kan bergen.
+
+In den loop van den avond kwam van het Zuiden wat ijs opzetten;
+de kant van het pakijs liep in noordwestelijke richting en dwong
+ons nu dien weg ook te volgen. Het vaarwater lag vol kleine, met
+ijs omzoomde eilandjes en klippen en voortdurend moesten wij peilen
+vanwege de ondiepten. Wij kropen voorwaarts op dien 15den Augustus,
+tot wij om vijf uur 's avonds buiten in de Victoriastraat waren en de
+moeilijke eilanden achter ons hadden. De straat, waar we door gevaren
+waren, doopten we de Palanderstraat ter herinnering aan den moedigen
+kapitein der Vega. De eilanden ten zuiden ervan kregen den naam
+Nordenskjöld-eilanden, naar den leider der Vega-expeditie. Luitenant
+Hansen's aardrijkskundige opneming van deze eilanden bleek volkomen
+juist.
+
+De Victoriastraat was met ijs opgevuld, dat echter zoo los was,
+dat we er doorheen konden dringen, want onze kleine Gjöa kon flinke
+stooten toedienen. Vóór het eiland Lind lag het ijs zeer dicht, maar
+wij slopen er door een smal geultje doorheen en vonden gelukkig aan
+de andere zijde open water. Toen wij in den morgen de zeilen wilden
+opzetten, brak de gaffel, en om die te herstellen, besloten wij in
+de Cambridgebaai, Collinson's winterhaven, binnen te varen.
+
+Victorialand was vlak en eentonig. Deasestraat is diep genoeg, als
+men zich maar een paar zeemijlen van de kust heeft verwijderd; maar
+van alle landtongen en rotspunten loopen ondiepten in zee.
+
+Den 17den Augustus om vijf uur in den morgen gingen wij op de westkust
+van kaap Colborne voor anker. Dat was een merksteen op onzen weg,
+want nu hadden wij met de _Gjöa_ het tot nu toe nog niet overwonnen
+gedeelte van de Noordwestelijke Doorvaart bevaren. Van nu aan voelden
+wij ons eigenlijk in druk bevaren water. Hier en daar was zelfs een
+diepte op een kaart aangegeven, en vooral werkte geruststellend het
+bewustzijn, dat we nu vóór ons een stuk van de Doorvaart hadden,
+waar reeds een groot schip door was gevaren.
+
+Wij repareerden de gaffel en namen een dag rust, waarna we den
+volgenden morgen om drie uur weer in zee staken, Collinson's
+beschrijving van het vaarwater was ons van grooten dienst; zij bleek
+volkomen juist; de groote eilanden vielen ook nu steil in zee, en
+het water was diep en zuiver.
+
+Het kompas, dat ons op de doorvaart door de Etasond in het geheel
+niet van dienst was geweest, begon nu weer te werken; maar we
+moesten de aanwijzingen natuurlijk met de grootste voorzichtigheid
+opnemen. Den volgenden dag passeerden wij de Richardsoneilanden,
+die nog al plantengroei vertoonden. Toen kwamen de Mileseilanden,
+die naar het Westen zacht afdalen, en het eiland Douglas. Weer
+stelden de ondiepten en eilanden ons veel moeilijkheden in den weg,
+en het was een ontroerende gedachte, dat als wij nu hier moesten
+terugkeeren, de heele onderneming op niets zou uitloopen en het doel,
+dat reeds zoovelen zich te vergeefs gesteld hadden, weer onbereikt
+zou blijven. Ik was dan ook zeer zenuwachtig, kon bijna niet eten en
+was steeds op onaangename verrassingen verdacht.
+
+Maar toen we de Dolphin- en Uyionstraat hadden bereikt, was de laatste
+moeilijke doorgang in de Noordwestelijke Doorvaart achter den rug,
+en onze verlichting was onbeschrijfelijk groot. Nu ging het met korte
+onderbrekingen door nevel of tegenwind gelijkmatig westwaarts. Den
+27sten Augustus, toen om acht uur 's morgens mijn wacht voorbij was
+en ik te bed was gegaan, werd ik, na een poos te hebben geslapen,
+door een druk heen en weer loopen op het dek gewekt. Er was boven
+blijkbaar iets bijzonders aan de hand, en ik ergerde mij, dat ze om
+een zeehond of een ijsbeer zoo'n leven maakten. Maar daar stortte
+luitenant Hansen de kajuit binnen met de onvergetelijke woorden:
+
+"Schip in zicht!"
+
+Dadelijk daarna verdween hij weer en liet mij alleen.
+
+De Noordwestelijke Doorvaart was volbracht! De droom mijner
+kindsheid--op dit oogenblik was hij verwezenlijkt! Een eigenaardig
+gevoel snoerde mij de keel dicht; de tranen kwamen mij in de
+oogen. Schip in zicht! het woord had een magische uitwerking. Op eens
+waren het vaderland en alle vrienden mij zoo nabij, alsof ze de handen
+naar mij uitstrekten. Schip in zicht!
+
+In alle haast kleedde ik mij. Toen ik klaar was, stond ik een oogenblik
+stil voor het portret van Frithiof Nansen. Het was alsof het portret
+levend was geworden, alsof het mij toeknikte. "Ik wist het wel", scheen
+het te zeggen. Ik knikte terug, lachend en gelukkig, en ging aan dek.
+
+Het was een prachtige dag. De wind was een weinig naar het Oosten
+gedraaid, en het ging vlug voorwaarts. De _Gjöa_ scheen te begrijpen,
+dat thans het ergste geleden was; ze was zoo merkwaardig licht in haar
+bewegingen. De beide mastpunten daarginds aan den horizon hielden al
+onze aandacht bezig. Alle mannen waren op dek, en alle verrekijkers
+waren op het ons tegemoetkomende schip gevestigd. Op aller gezicht
+troonde een lach; maar er werd niet veel gesproken. Nu liet een van
+allen den kijker dalen.
+
+"Ik zou wel willen weten..."
+
+En weer werd het instrument voor de oogen gehouden. Een ander liet
+den kijker neer en begon weer: "Ik zou wel willen weten...!"
+
+Toen de romp van het vreemde schip zichtbaar werd, heschen we
+onze noorsche vlag. Langzaam rees ze; alle oogen volgden haar met
+liefkoozende blikken. Ze was verkleurd en had veel geleden, maar zij
+droeg naar litteekenen met eere.
+
+"Ik zou wel eens willen weten wat hij denkt, als hij ons ziet!"
+
+"Hij denkt, dat het een vervloekt mooie vlag is!"
+
+"Hij is waarschijnlijk een Amerikaan."
+
+"Ik zou denken dat het eerder een Engelschman is!"
+
+"Ja, wat wij voor lui zijn, dat ziet hij nu aan de vlag."
+
+"O ja, hij ziet nu, dat wij menschen uit het oude Noorwegen zijn."
+
+De schepen kwamen snel dichter bij elkaar.
+
+"Thans wordt de amerikaansche vlag geheschen!" riep de man op den
+uitkijk, die den grooten verrekijker op het schip had gericht. En ja,
+spoedig zagen we allen de sterrenvlag met de strepen. Hij had onze
+vlag gezien en herkend, dat was duidelijk. De stoom vloog om het schip;
+het had blijkbaar een motor net als wij, en kwam snel vooruit.
+
+Nu was het tijd om zich voor de eerste ontmoeting wat op te
+knappen. Vier van ons zouden aan boord van het andere schip gaan, en
+de vier anderen moesten op de _Gjöa_ blijven. In haast werden onze
+beste kleederen voor den dag gehaald. Enkelen trokken hun deftige,
+vaderlandsche kleeren aan; anderen gaven aan de Eskimodracht de
+voorkeur. Er was een, die laarzen van zeehondenvel voor de gelegenheid
+het meest passend vond, en een ander droeg gewone zeemanslaarzen. Op
+dek werd ook opgeruimd, zoo goed het ging. Van uit zijn mastkorf kon
+de Amerikaan door zijn kijker ons dek geheel overzien. En wij wilden
+een zoo goed mogelijken indruk maken. Wij waren nu zoo dicht bij
+elkander, dat wij van ons dek het geheele schip konden overzien. Het
+was een kleine, zwartgeverfde tweemaster, die een sterken motor moest
+hebben; wij maakten nu ons bootje klaar, lieten de machine bijdraaien
+en maakten onze dorry, onze zeewaardige boot, los. Het was wel geen
+mooie boot, en de kapitein had op het achterbankje met de vlag geen
+bepaald gemakkelijke zitplaats, maar het bootje paste bij ons schip,
+en wij waren immers ook niet op een pleizierreis.
+
+De Amerikaan had zijn machine stop gezet en wachtte ons. Met twee
+man aan de riemen, waren we gauw naast hem. Een eind touw werd ons
+toegeworpen; ik vatte het aan en nu was ik weer in verbinding met de
+beschaving. Zij trad mij wel niet met overweldigende pracht te gemoet,
+want de "Charles Hansson" uit San Francisco zag er niet naar uit,
+alsof er overdreven weelde aan boord zou wezen. Een trap was overbodig,
+daar het schip diep in het water lag. Wij grepen de reeling en kropen
+naar boven. De eerste indruk was eigenaardig. Op het dek was elke
+voetbreed zoo bezet, dat men niet wist, hoe er door te komen. Eskimo
+vrouwen met roode rokken en negers in de bontste kleeren liepen door
+elkander, precies als in een soort van sprookjeswereld. Een oudere
+man met wit haar en baard trad op mij toe. Hij was pas geschoren en
+netjes gekleed, blijkbaar de kapitein.
+
+"Is u kapitein Amundsen?" luidde zijn eerste woord.
+
+Ik was zeer verbaasd, dat men hier aan het eind der wereld iets van
+ons wist en antwoordde bevestigend.
+
+"Is dit het eerste schip, dat u ontmoet?"
+
+Toen ik daarop toestemmend antwoordde, klaarde zijn gezicht op en
+wij drukten elkaar lang en hartelijk de hand.
+
+"Het doet mij buitengewoon veel genoegen, dat ik de eerste ben,
+die u mag welkom heeten na uw volbrachte Noordwestelijke Doorvaart."
+
+Hierop werden wij uiterst vriendelijk in zijn kajuit genoodigd. Het
+was geen groote ruimte, maar toch wel even groot als de kajuit op de
+_Gjöa_. Kapitein James Mc Kenna was een middelgroote, corpulente man
+van tusschen vijftig en zestig jaar. Dat hij een stamgast in de IJszee
+was, kon men wel aan hem zien. Het diepgegroefde, koperroode gezicht
+sprak van koude en slecht weêr. Hij was joviaal en gul en vroeg, of wij
+het een of ander noodig hadden, waarmee hij ons kon helpen. Het eenige,
+wat ons ontbrak, waren berichten uit het vaderland, maar helaas, die
+kon hij ons niet brengen. Hij had wel een paar oude kranten, maar...
+
+"Oude! Ja, voor u! Voor ons zijn ze fonkelnieuw!"
+
+Hij bracht een hoop, en door een merkwaardig toeval viel mijn oog
+het allereerst op een titel, dien ik als versteend aanstaarde.
+
+"Oorlog tusschen Noorwegen en Zweden."
+
+Ik verslond het artikel in haast, maar het gaf slechts weinig
+opheldering. Kapitein Mc Kenna was al lang onderweg en kon ons niets
+naders meedeelen. Wij vraagden aan allen op het schip, of ze er ook
+meer van konden vertellen, maar tevergeefs. En deze onzekerheid was
+pijnlijker dan de totale onwetendheid van te voren. Maar er was niets
+aan te doen; wij moesten geduld oefenen.
+
+Na een zeer goed middagmaal wonnen luitenant Hansen en ik zooveel
+mogelijk inlichtingen in omtrent den verderen weg van hier af. Mc
+Kenna was de senior van de amerikaansche walvischvaardersvloot en
+kende de kust van Noord-Amerika beter dan iemand. Zeer dankbaar waren
+wij voor amerikaansche kaarten van de verdere reis. Ze waren nieuwer
+dan onze eigene en gaven veel bijzonderheden. Met randopmerkingen en
+koersrichtingen van den ouden bevaren zeeman waren ze een ware schat
+voor ons. Wel waren ze al wat versleten en we moesten dus voorzichtig
+ermee omgaan.
+
+Toen vroegen wij naar de ijstoestanden. Of hij geloofde, dat wij
+verder naar het Westen zonder bezwaren vooruit zouden kunnen
+komen. Hij zei, dat hij op de heenreis door het ijs bij het
+Herscheleiland was opgehouden; maar wij zouden zoo laat in het jaar
+wel niet op hinderpalen stooten. En dat Herscheleiland zouden wij
+in elk geval gemakkelijk bereiken. Hij dacht zelf op dat eiland te
+zullen moeten overwinteren, en misschien ontmoetten we elkaar daar
+nog eens weer. Vóór den winter wou hij nu nog naar Banksland op de
+walvischvangst. Tot nu toe had hij geen geluk gehad en nog geen enkel
+dier getroffen. Zijn motor was zeer sterk, en hij zou ons bij zijn
+terugkeer naar Herscheleiland misschien nog wel inhalen. Buitendien
+gaf hij ons alle mogelijke inlichtingen over het ons wachtende
+vaarwater. Een zeer aangenaam bericht was de mededeeling, dat langs
+de geheele kust de grond uit leem bestond, zoodat wij veilig naar het
+lood konden varen. Wij waren daarin niet verwend, en dit verdere deel
+van onze reis kwam ons dan ook bijna als een pleizierreis voor.
+
+Daar de wind bleef aanhouden en ik daarvan gebruik wilde maken, namen
+wij na een paar uur afscheid van onzen beminnelijken gastheer. Bij
+het vertrek schonk hij ons een zak aardappelen en een zak uien. Daar
+het al lang geleden was sedert wij iets dergelijks hadden geproefd,
+nam ik die gift in dank aan.
+
+Aan boord werden wij in groote spanning verwacht. Wij besloten ons
+voorloopig niet bezorgd te maken over het bericht van oorlog tusschen
+de twee volken en de aardappels en uien, waren het middelpunt van
+onze blijdschap.
+
+Toen haalden we onze vlag in en zetten de vaart met volle
+zeilen voort. Mc Kenna voer naar het Oosten, om zijn geluk op de
+walvischvangst te beproeven.
+
+Den volgenden avond passeerden wij de Franklin-baai. Den 30sten
+Augustus waren wij al bij het eiland Bailey en zagen er geen ijs,
+zoodat we den moed vatten, om recht naar het Herscheleiland over
+te steken.
+
+Bij kaap Bathurst zagen wij het dikke, bruine water, dat de rivier
+de Mackenzie naar buiten stoot. Er kwam nu weer ijs opzetten met
+nevel. Er volgde nu nog een zeer moeilijke vaart van eenige dagen. Bij
+kaap Sabine gingen we aan land, om rond te zien. Er breidden zich
+groote, met lang gras begroeide weiden uit en in de dalen groeiden
+hooge struiken. Den volgenden morgen, het was de derde September,
+waren wij zoowat een uur onderweg, toen de man op den uitkijk naar
+beneden riep, dat een boot van het land naar ons toe kwam. Eerst
+meenden wij dat het Eskimo's waren, doch al spoedig zagen we, dat
+het twee blanken en één Eskimo waren.
+
+Wij namen ze aan boord en merkwaardig genoeg, sprak een der mannen
+ons dadelijk in het Noorsch aan. Het was de Noor Christian Sten,
+die tweede stuurman op de schoener _Bonanza_ van San Francisco was
+geweest. De schoener was gelijktijdig met ons van huis weggevaren en
+had even als wij tweemaal in deze streken overwinterd. Het schip was
+door herhaald stooten op het ijs er slecht aan toe, en voor eenige
+dagen had men het bij King Point aan land moeten zetten, omdat het
+anders zou zijn gezonken. Sten woonde nu met een der harpoeniers en
+eenige Eskimo's aan den wal, om de wacht te houden bij de proviand
+en de verdere uitrusting. De kapitein van het schip, kapitein Mogg,
+was met de overige bemanning in booten naar het Herscheleiland gevaren
+en wou van daar met een ander schip zuidwaarts naar San Francisco gaan.
+
+Daar zagen wij al het wrak onder de steil afdalende kaap vóór ons.
+
+Sten zei ons, dat het ijs tot dicht bij King Point reikte en dat wij
+voorloopig niet verder zouden komen. Hij twijfelde overigens niet,
+of het zou nog wel weer losraken. Hij had het zelfs wel beleefd,
+dat het ijs op 9 October nog was los gegaan.
+
+Om twaalf uur op den middag bereikten wij het land en vonden alles,
+zooals Sten het beschreven had. Wij voeren tot bij een groot stuk
+grondijs, dat aan den buitenkant van het wrak lag en maakten er
+de _Gjöa_ aan vast. Hoe weinig vermoedden wij, dat King Point onze
+verblijfplaats voor tien maanden worden zou!
+
+We roeiden aan land, om de _Bonanza_ en Stens kleine kolonie te
+zien. Kapitein Tilton op de _Alexandra_ was de oudste kapitein
+derzelfde reederij, aan wie ook de _Bonanza_ behoorde, en hij had,
+toen hij voor twee dagen voorbijgevaren was, aan Sten de opdracht
+gegeven, ons alle mogelijke hulp te verschaffen. Wij waren wel goed
+voorzien van het noodige; maar bij een zoo vriendelijk aanbod was er
+altijd nog wel het een of ander, dat welkom was. Wij ruilden veel
+conserven met hem, daar wij graag de amerikaansche wilden proeven,
+terwijl Sten naar noorsche verlangde. Ook kregen wij nog veel andere
+kleinigheden, en ik kan niet dankbaar genoeg zijn voor de diensten,
+die Sten en de _Bonanza_ ons bewezen.
+
+Sten had al vele winters aan de noordamerikaansche kust doorgebracht
+en kon ons dus ook veel belangrijks over het land en de bewoners
+vertellen, en, wat van gewicht was, hij kende de hier wonende Eskimo's.
+
+Om dezen tijd had ook Manni zich aan boord thuis leeren voelen. Hij was
+als een Kabluna gekleed, en daar hij een buitengewoon goed jager was,
+had ik hem een geweer gegeven, waar hij zeer trotsch op was en dat
+hij opperbest behandelde. Ik vroeg hem, of hij ons niet liever wilde
+verlaten en aan land gaan, maar hij antwoordde beslist ontkennend. Ik
+nam hem mee naar de Eskimo's, die bij Sten woonden, en zie daar, ze
+konden elkaar verstaan. Het eene of het andere woord verschilde wel,
+maar in het groot beschouwd, was het dezelfde taal. Deze Eskimo's, een
+man en drie vrouwen, waren afkomstig uit de buurt van de Kotzebuesond
+in de nabijheid der Beringstraat en ze waren met de walvischvaarders
+hierheen gekomen. Zij noemden zich Nunatarmiun-Eskimo's. De bewoners
+der kust hier noemden zich Kagmallik-Eskimo's; maar de beschaving had
+reeds een zoo verderfelijken invloed op hen uitgeoefend, dat ze van
+verscheiden honderden familiën al tot op enkele weinige versmolten
+waren. De Kagmallik-Eskimo's waren grooter en knapper menschen dan
+de Nunatarmiun-Eskimo's. Sten wou juist zich op een plateautje aan
+de berghelling een huis bouwen dichtbij het groote proviandhuis
+en al het andere, dat aan land was gebracht. Wij brachten ook een
+bezoek aan boord van de _Bonanza_. Het schip lag aan den oever;
+de voormast was gekapt, maar de groote mast stond nog. Daarvan was
+een tros getrokken naar hetzelfde ijs, waar wij aan vast lagen;
+een andere tros was aan den wal bevestigd. Het ruim was vol water,
+en een menigte leege vaten dreven erin rond.
+
+Met hun toestemming namen wij wat wij noodig hadden, vooral takelwerk,
+blokken, lantaarns en dergelijke. Een klein kacheltje werd ook met
+vreugde ontvangen. Als wij nog een winter moesten blijven, en daar
+begon het wel op te gelijken, zou dat ons goede diensten kunnen
+bewijzen. En ook voor Sten waren wij te rechter tijd gekomen. Hij
+had veel te doen en moest hulp hebben. Die had hij later met gemak
+van de Eskimo's kunnen krijgen; maar het was veel beter voor hem,
+als het werk gedaan was eer er sneeuw lag.
+
+Wij waren niet de eenigen, die naar een verandering in de ijstoestanden
+verlangden. Een groot aantal Eskimo's was met hun booten op weg van
+Herschel-eiland naar de Mackenzie, ongeveer vier zeemijlen westwaarts,
+door het ijs opgehouden. Ze hadden hun booten aan land moeten trekken
+en waren nu tot wachten gedoemd. Van de hoogte op King Point konden
+wij het takelwerk van een schoener in de richting van Key Point
+vijftien zeemijlen westwaarts waarnemen. Dit schip behoorde aan de
+Eskimo's. Zij hadden het ingeruild voor pelswerk en deden er nu mee
+aan walvischvangst. Nu was het aan den grond geloopen, kwam echter
+weer los vóór het vroor, en wendde zich nu naar het Herscheleiland. De
+hier wonende Eskimo's zijn alleen schippers en walvischvangers, de
+Amerikanen nemen geen groote bemanning mee, daar ze hier menschen
+genoeg vinden, die het werk best kunnen doen aan boord.
+
+Ristvedt en Manni waren op de jacht geweest en kwamen met een menigte
+sneeuwhoenders terug. De luitenant en ik deden aan vischvangst en we
+leverden menig lekker vischgerecht voor de keuken. Lund werkte in
+het zweet zijns aangezichts, om de nieuwe gaffel klaar te krijgen,
+eer wij verder voeren. Wiik en Hansen hadden zich op mijn verzoek
+bereid verklaard, Sten bij het bouwen van zijn huis te helpen, dat
+onder dak zou komen, eer er sneeuw viel. De hulp der beide flinke
+werkers was gemakkelijk te krijgen geweest, en ze hadden schik in de
+verandering van arbeid en van spijs.
+
+De dagen verliepen, maar in het ijs speurden wij geen verandering. Wij
+moesten ons met de gedachte vertrouwd maken, hier te overwinteren. De
+vraag was maar, of er ruimte genoeg was. De baai vóór ons was zeer
+ondiep en vol van vaststaande ijsbergen, zoodat er weinig kans was op
+verandering. Sten vertelde, dat hier eenmaal drie walvischvaarders
+hadden overwinterd, maar dat ze in dien tijd geen enkele beweging
+hadden waargenomen. Naar het Oosten was het oeverwater nog open,
+zoodat wij Shingle Point, vijftien zeemijlen verder oostwaarts zouden
+hebben kunnen bereiken, waar een haventje moest wezen, maar dat was
+toch onzeker, en daar wij hier gezelschap en hulp hadden, besloten
+wij te blijven waar we waren.
+
+Elken nacht werd het ijs nu een duim dikker en weldra was ons lot
+ook voor dezen winter bezegeld. Op Zaterdag den 9den September konden
+wij over het ijs loopen, en daarmee moest de derde winter beschouwd
+als te zijn ingegaan.
+
+
+
+Op denzelfden dag, waarop het ijs begaanbaar werd, kregen wij
+ons eerste bezoek. Het was een zendeling, de heer Fraser, die van
+Herscheleiland kwam en naar Fort Mc Pherson wou, het noordelijkste
+station der Hudsonsbaaimaatschappij aan de Mackenzie. Als gids had
+hij een Eskimo, Roksi, geheeten, bij zich. De reizigers waren door het
+ijs opgehouden en woonden nu aan het strand, ongeveer vier zeemijlen
+westwaarts van ons in een tent. Van den heer Fraser hoorden wij, dat
+in de haven van Herschel vijf schepen door het ijs waren ingesloten;
+verder lagen er nog zes andere verder naar het Oosten, ze wisten niet
+waar. Dus waren er nu niet minder dan twaalf schepen hier in het ijs,
+en daarvan waren slechts drie op een overwintering ingericht. Dat
+zag er niet te best uit.
+
+Roksi was een Kagmallik-Eskimo, en daar zijn vader stamhoofd
+was geweest, hield hij zich voor een persoon van gewicht. Zijn
+stamgenooten hadden de leelijke gewoonte, zich in elken hoek van den
+mond een gat in de onderlip te boren en er als sieraad een hoornen
+knoop in te steken. De eenigzins geciviliseerde hadden het sieraad
+weer verwijderd; de gaten trokken dan weer dicht, maar lieten leelijke
+litteekens.
+
+Den 11den September begonnen we met den bouw van ons huis. Wij wilden
+dezen winter van drijfhout twee huizen bouwen, een om erin te wonen
+en een als observatorium en voor de magnetische instrumenten. Het
+woonhuis zou uit twee afdeelingen bestaan, een slaapkamer voor vier
+man en een ruimte, die tegelijk keuken en eetkamer zou wezen. Het
+liefst zouden allen aan land hebben willen wonen. Om de vochtigheid
+aan boord te verminderen, liet ik de geheele keuken aan land brengen.
+
+Onze kok en Sten hadden innige vriendschap gesloten, en daarvan wilden
+wij zooveel mogelijk profiteeren. Sten was namelijk een uitstekend
+kok; in zijn nu voltooid huis had hij een grooten haard, waar de
+heerlijkste gerechten gereed konden worden gemaakt. De luitenant
+en ik wilden met Manni aan boord blijven en het schip bewaken. De
+architect en de smid zorgden voor den bouw van het huis. De vorm van
+een aardhut scheen hun het best; Hansen en Wiik hielpen hen bij het
+werk. Als bouwterrein was het vlakste deel van den heuvel gekozen.
+
+Aan boord richtten de luitenant en ik ons zoo goed mogelijk in. De
+kachel van de _Bonanza_ werd geplaatst en verbreidde al gauw al de
+warmte, die wij de vorige winters ontbeerd hadden. Manni was onze
+"meid alleen".
+
+In dezen tijd kregen wij geregeld bezoek vooral van Eskimo's, die,
+als wij, in het ijs waren opgesloten. Af en toe was ook de zendeling
+erbij. Sten had zijn huis met zoden gedekt, en de Eskimo Kunak was
+met de zijnen getrokken in een door hem gebouwd huis, dat dicht naast
+dat van Sten lag. De winter mocht komen; hij vond de kolonie van King
+Point bereid hem te ontvangen. In het geheel waren er twintig personen,
+die gedurende de eerstvolgende tien maanden op deze plek kampeerden.
+
+Op de _Gjöa_ woonden luitenant Hansen, Manni en ik; in ons huis aan
+wal de andere vijf van ons; vijftig meter verder westwaarts lag Stens
+huis, dat van planken en balken uit de _Bonanza_ was opgetrokken en
+er als een villa uitzag. Het bestond uit twee kamers, waarvan de eene
+bestemd was voor Sten met zijn vrouw Kataksina en zijn dochtertje
+Anni, en de andere voor den harpoenier Jimmi met zijn vrouw. Boven
+was nog een hokje voor den Eskimo Neiu met zijn vrouw.
+
+Wand aan wand met Sten had Kunak zijn huisje gebouwd van slechts
+één kamer met twee bedden, een tafel en een kachel. Het was weinig,
+in aanmerking genomen dat Kunak er woonde met zijn vrouw, zijn oude
+moeder en twee kinderen. Hij kreeg vaak gasten en dan woonden er soms
+tien menschen in het kleine huis.
+
+Er waren in de kolonie ongeveer evenveel honden als menschen.
+
+Al lang had ik het ijs erop aangezien, of het niet spoedig mogelijk
+zou wezen, per slede naar Herscheleiland te komen, omdat ik er naar
+de post onderzoek wilde doen, die van daar in de eerstvolgende dagen
+zou vertrekken. Wij verlangden allen zoo naar berichten van huis. Ik
+had met Sten afgesproken, samen te gaan, daar hij met walvischvaarders
+op Herscheleiland zaken had te doen. De Eskimo's westwaarts van ons
+hadden beloofd, bericht te zenden, zoodra het ijs voor de sleden
+geschikt was, want er loopt daar een rivier in zee uit.
+
+Op Zondag 24 September 1905 kwam een Eskimo voorbij, die naar Herschel
+ging. Als die erheen kon gaan, zou het ons ook gelukken. Den Dinsdag
+daarop vertrokken wij met een slede en een goed span honden. Daar
+wij het loopen nog niet gewend waren, hielden we den eersten dag bij
+Key Point stil, vijftien mijlen van King Point en twintig mijlen van
+Herschel verwijderd. Wij sloegen op het strand een tent op en maakten
+het ons gemakkelijk. Ik had Manni meegenomen, om hem de groote schepen
+en de vele Kabluna te laten zien.
+
+Den volgenden dag om half vijf waren wij in de haven van
+Herscheleiland. Daar deed zich een zeer ongewone aanblik aan ons
+voor, want er lagen vier groote schepen naast elkander en op het
+ijs ertusschen wemelde het van menschen. Onze aankomst wekte groot
+opzien. In een oogenblik waren wij door een dichte menigte omringd;
+er waren Mulatten onder en negers, blanken en gelen. Hun kleeding was
+zeer verschillend; de meeste Eskimo's liepen in Kablunakleeren en de
+meeste Kabluna's in Eskimokleeren. Kabluna's noemen de Eskimo's hier
+alle menschen van een vreemd ras. De negers noemen ze echter "maktok"
+Kabluna, wat zooveel beteekent als "de zwarte blanke".
+
+Ik was de gast van veel kapiteins, sprak met de zendelingen, en had
+het voorrecht een brief van huis te ontvangen, met vreugde begroet,
+al was hij anderhalf jaar oud. Manni had veel pleizier en kreeg
+verscheiden uitnoodigingen bij de Eskimo's. Het leven aan boord van
+die amerikaansche walvischvaarders staat in geen te besten roep,
+en ik hoorde er wonderlijke verhalen over; maar positieve bewijzen
+heb ik niet verkregen. De post zou den 20sten October over Fort Mc
+Person naar Fort Yukon gaan, en daar zou ze wachten en dan voor de
+verschillende kapiteins telegrammen verzenden en terugbrengen.
+
+Met een antwoord voor ons zag het er dus vóór de maand Mei niet best
+uit, want de post wordt over Edmonton naar Fort Mc Pherson gebracht en
+van daar door Indianen naar Herscheleiland overgebracht. Dat duurde te
+lang, en wij vroegen daarom bij de walvischvaarders, of zij er iets
+tegen hadden, als ik de post den 20sten October vergezelde. Met de
+grootste vriendelijkheid werd dit goed gevonden en al wat ik ervoor
+noodig had, werd te mijner beschikking gesteld. Kapitein Mogg van de
+gestrande _Bonanza_ wilde ook met de post verder reizen en trachten,
+San Francisco te bereiken, om dan in het volgend jaar met een nieuw
+schip weer naar de noordelijke breedten te trekken.
+
+Den 29sten September keerden wij naar de _Gjöa_ terug. Zonder veel
+moeite hadden we 's avonds om elf uur ons doel bereikt. Drie weken
+later was mijn uitrusting voor de postreis klaar; ik nam vier honden
+mee en ook Jimmi, om hem een blik in de beschaafde wereld te laten
+slaan.
+
+Na mijn vertrek verliep op de _Gjöa_ de tijd kalm onder het commando
+van luitenant Hansen. Een reeks van jachtexpedities werd ondernomen,
+en nooit keerde men met leege handen terug. Kunak, de Eskimobuurman van
+Sten, werd naar de Mackzenziedelta gezonden, om op elanden te jagen,
+die daar nog in menigte voorkomen. In het begin van Maart ontvingen ze
+de eerste postzending aan boord. Het waren een aantal couranten en een
+telegram, dat ik met de "Royal Northwest Mounted Police," die Dawson
+City den 25sten December verliet, had afgezonden. Door deze couranten
+en door brieven van mij kregen ze nauwkeurige berichten over hetgeen
+er in Noorwegen en in de verdere wereld was voorgevallen en tegelijk
+ontving ieder berichten van de zijnen.
+
+Den 12den Maart was ik terug aan boord met nog meer brieven en
+couranten. Onze derde winter was goed doorstaan. Helaas, dat er op
+het laatst nog iets heel droevigs moest gebeuren. Wiik werd in de
+derde week van Maart onwel; maar niet zóó, dat we aan iets ernstigs
+dachten. Hij had geen eetlust en kreeg den 26sten hevige pijn in
+de zijde. Den volgenden dag moest hij blijven liggen; de pijn in
+de rechterzij hield aan, en ik begon voor borstvliesontsteking te
+vreezen. Eerst behandelden wij hem met koude omslagen, later met
+mosterdpleisters en pappen, en in den nacht op den 28sten schertste
+hij weer met ons en voelde zich beter. Maar in den namiddag namen de
+pijnen toe; er kwam benauwdheid bij, en de pols ging tot honderd-vier
+slagen in de minuut. Wij hadden een electrische leiding tusschen het
+woonhuis en het schip. Den 30sten Maart schreef ik in mijn dagboek:
+"Wiik is veel beter. Temperatuur van morgen 38.8 graden, met kalmen
+pols; eetlust neemt toe en spijsvertering goed."
+
+En toch, dien nacht werd ik door de electrische bel gewekt; Wiik was
+veel erger. Ik schreef aan kapitein Tilton, die een dokter aan boord
+had, dien te zenden en stuurde Jimmi er mee naar Herscheleiland, maar
+eer hij vertrokken was, had onze beste vriend Wiik reeds den laatsten
+adem uitgeblazen. Onzegbaar treurig bleven we dien nacht bij den doode;
+hij was voor ons allen een goed vriend geweest, en door zijn opgewekt
+humeur had hij veel tot de onderlinge aangename verhouding bijgedragen.
+
+Het werk moest ons over de droefheid heen helpen. Lund had den 3den
+April de zwartgeverfde doodkist gereed, waar Wiik in werd gelegd,
+in afwachting, dat de grond zoo ver zou zijn ontdooid, dat we onzen
+vriend konden begraven. Op het toegeschroefde deksel spreidden we de
+noorsche vlag.
+
+Den 2den Mei kwam vroeg in den morgen een Indiaan aan boord met de
+eerste regelmatige post, die over Edmonton en Fort Mc Pherson aan
+de Yukon naar Herschel was gekomen. Luitenant Hansen en ik waren
+de gelukkigen, ieder van ons kreeg een brief, wel oud maar zeer
+welkom. Den 6den keerden de brengers terug, en daar ze terstond naar
+Aljaska gingen, gaven wij hun eenige brieven mee en een telegram, dat,
+naar ik uitdrukkelijk zei, groote haast had. Het was het bericht van
+Wiik's dood, waardoor ik hoopte te verhinderen, dat zijn oude moeder
+van anderen kant de tijding ontving. Maar het telegram is nooit in
+handen van den heer Firth, den directeur op Fort Mc Pherson gekomen.
+
+Mei was een mooie maand, en den 9den konden we onzen vriend
+begraven. Er werd een kruis met een krans op den grafheuvel geplaatst
+en ik sprak een laatste afscheidswoord.
+
+Een der flinkste Eskimo's, Manitchja, bewees ons in dezen tijd den
+dienst, Manni tot zich te nemen, want ondanks al onze moeite om hem
+te winnen, wilde hij weer naar de Eskimo's. Toch duurde die stemming
+niet lang; na een week was hij al terug, en wij namen hem weer in
+genade aan.
+
+Het duurde nog lang, nadat onze toebereidselen klaar waren, eer het ijs
+opbrak; eerst den 10den Juli 1906 ontdekten wij drie walvischvaarders
+in het open water buiten King Point, het was nog onzeker, of het hun
+gelukken zou geheel naar buiten te komen; maar het ging. Nu was ook
+onze tijd gekomen; alles was gereed voor het vertrek. Onze lieve _Gjöa_
+begon het laatste deel van haren tocht. Toen we langs Wiik's graf
+kwamen, lieten we de vlag dalen en zonden hem onzen laatsten groet.
+
+Op Herscheleiland moesten wij nog lang wachten op het verder losgaan
+van het ijs; het eiland had een prachtigen plantengroei, waar King
+Point een ware woestijn bij was, maar de Eskimo's hadden al het
+primitieve verloren, en de jeugd vertoonde duidelijk de sporen van
+een sterke vermenging van rassen. Daar op Herscheleiland ondervonden
+wij het groote leed, dat onze Manni verdronk; hij was alleen in een
+boot aan het eenden jagen, en in het gezicht van de _Gjöa_ stond hij
+in het bootje, toen dat door een windstoot omsloeg.
+
+Hoewel dadelijk een boot uitgezet werd, gelukte het niet zijn lijk
+te vinden, ook niet na herhaalde pogingen in den loop der week
+gedaan. Het was een zwaar verlies voor ons allen; wij hadden hem zoo
+graag naar de beschaafde wereld mede genomen, om te zien wat er van
+hem te maken viel.
+
+Het werd 9 Augustus, eer voor goed de reis naar het Westen werd
+voortgezet, en nog was de vaart vol moeilijkheden in de negen dagen,
+die ons van den 18den scheidden, toen we om Point Barrow, Amerika's
+noord-westpunt voeren. Den 30sten kwam kaap Prins van Wales, de
+oostelijke rots aan den ingang van de Beringstraat in zicht. Wij waren
+dus Aljaska voorbijgevaren, het land, waar ik op mijn voorjaarspostreis
+kennis mee had gemaakt, waar ik veel gastvrijheid had gevonden aan
+de Yukon, in Fort Mc Pherson, Circle City en Eagle City, in welke
+laatste plaats ik twee maanden had doorgebracht.
+
+Bij Point Barrow had ik uit Nome, de uiterste noordwestelijke bewoonde
+plaats aan de Beringstraat, een schrijven gekregen, of wij de gasten
+der stad Nome wilden zijn. De menschen toonden wel, die uitnoodiging
+hartelijk te meenen. De vriendelijkheid, waarmee we daar werden
+opgenomen en de eindelooze geestdrift, waarvan de _Gjöa_ het voorwerp
+was, zullen voor alle tijden tot de aangenaamste herinneringen onzer
+reis blijven behooren.
+
+
+
+Amundsen besluit zijn reisverhaal te Nome. Uit de dagbladen heeft men
+vernomen, dat de leden der expeditie over San Francisco naar Europa
+zijn teruggekeerd. Of de _Gjöa_ in andere handen is overgegaan, en
+in welke, is ons onbekend; Amundsen deelt het niet mee in zijn verhaal.
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's De Noordwestelijke Doorvaart, by Roald Amundsen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NOORDWESTELIJKE DOORVAART ***
+
+***** This file should be named 21878-8.txt or 21878-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/1/8/7/21878/
+
+Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.