summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/21800-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '21800-8.txt')
-rw-r--r--21800-8.txt2010
1 files changed, 2010 insertions, 0 deletions
diff --git a/21800-8.txt b/21800-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..4d8df7c
--- /dev/null
+++ b/21800-8.txt
@@ -0,0 +1,2010 @@
+The Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by
+Joost van Vondel
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De complete werken van Joost van Vondel
+
+Author: Joost van Vondel
+
+Editor: H.J. Allard
+
+Release Date: June 11, 2007 [EBook #21800]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL ***
+
+
+
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ DE COMPLETE WERKEN
+
+ VAN
+
+ JOOST VAN VONDEL.
+
+
+
+ MET EENE VOORREDE
+
+ VAN
+
+ H. J. ALLARD,
+
+
+ LEERAAR AAN 'T SEMINARIE TE KUILENBURG.
+
+
+
+ EERSTE DEEL.
+
+ 's-Hertogenbosch.--Amsterdam.
+ HENRI BOGAERTS, opvolger van P. N. VERHOEVEN.
+
+
+
+ 1870.
+
+
+
+
+
+ VOORREDE.
+
+
+Geheel Nederland door is het overbekend, hoe verdienstelijk de Heer
+HENRI BOGAERTS zich gemaakt heeft ten opzichte der katholieke pers, door
+zijne talrijke en goedkoope uitgaven van echt-katholieke of althans
+onschadelijke werken.
+
+Door aankoop in 't bezit geraakt der Vondel-editie, in de jaren 1864 tot
+66 bij H. A. M. ROELANTS te _Schiedam_ verschenen, deed hij mij het
+heusch verzoek, om eene Voor- en Narede te schrijven tot dat werk, ten
+einde het aldus in te leiden bij de katholieke huisgezinnen, waar hij
+zich voorgenomen heeft het tegen een uiterst geringen prijs te
+verspreiden.
+
+Dat verzoek heb ik met gretigheid aangenomen.
+
+Aan alle Nederlanders, maar inzonderheid aan Neêrlands Katholieken moet,
+om genoegzaam bekende redenen, de grootste onzer Dichters, de reinste
+glorie van ons vaderland, de katholieke _Joost van den Vondel_ bekend en
+dierbaar zijn.
+
+Doch, daartoe is niet voldoende, dat men met zijn naam voor de
+buitenlanders brageere--gelijk N. BEETS zich eigenaardig
+uitdrukt;--daartoe is niet voldoende, dat men de vaak vernomen
+lofspraken, uit den mond van Vondel-kundigen opgevangen, verder naprate
+en voortvertelle; daartoe is niet voldoende, dat men eenige
+stukken--doorgaans dezelfde--in deze of gene verzameling hebbe gelezen
+of zelfs zich in 't geheugen hebbe geprent: daartoe is ook noodzakelijk,
+dat men den edelhartigen man, in geheel zijne persoonlijkheid, leere
+kennen uit geheel zijn levensloop, en hem, in al zijne
+voortreffelijkheid, leere waardeeren uit al zijne werken[1].
+
+En wie kent Vondel? Wie kent den koning van den Nederlandschen Zangberg?
+Wie kent hem--'t zijn de woorden van een deskundige--in al de waarde
+zijner poëzij? Wie heeft de maatgedichten zijner "oorspronkelijke"
+snaren in al hun kracht gesmaakt? Wie kent den ganschen omvang zijner
+dichtgaaf, in haar heiligen ernst, in haar lachende soms bijtende
+scherts, hare oneindige diepte en haar spelenden kinderzin, haar
+goddelijken eenvoud, ook bij de stoutste verheffing en de
+schrikwekkendste waarheid, haar verkwikkende frischheid, haar
+bezielenden gang, den natuurlijken rijkdom harer treffende beelden, en
+de zuivere volheid harer keurige kunst? Wie kent haar, in één woord, zoo
+als zij gekend moest worden, en zoo als haar te kennen, haar te genieten
+is?
+
+Dit geldt voor allen:--gansch bijzondere redenen gelden voor de
+Katholieken.
+
+Zij alleen zijn volkomen in staat, beter dan hun protestantsche
+medechristenen, om een aantal meesterstukken van Vondel te kunnen
+begrijpen en smaken.
+
+Immers Vondel, die in het tijdperk der volle kracht van zijn krachtvol
+genie en leven tot den schoot der Moederkerk is wedergekeerd, de
+katholieke Vondel heeft met zijn gouden luitstift bijna alles
+aangeroerd, wat aan Katholieken vooral, en soms uitsluitend, de hoogste
+belangstelling inboezemt en hun bij uitstek dierbaar moet wezen.
+
+Hij heeft het hoog-rijzende Vaticaan bezongen en de Stad,
+
+ Die door de zorg der Hoofdapostelen bevrijd
+ Gelijk een steenrots staat, daar 't al op stuit en splijt.
+
+Hij heeft de graven dier Hoofdapostelen der Roomsche Kerk, en tevens
+Petrus' nazaten, de voorzaten van onzen PIUS, in talrijke gedichten
+gevierd; hij heeft in eene dramatische Elegie het bloedig uiteinde
+betreurd eener gemartelde Majesteit, eener Maria Stuart, die roomsche
+bloedgetuige, die katholieke doode, "over welke tranen zullen gestort
+worden, zoolang er tranen op aarde zijn"; hij heeft de ijverige
+priesters herdacht, die, te midden der felste beproeving, onder onze
+katholieke voorvaderen het heilig geloof behielden en aanwakkerden; hij
+heeft aan bijna alle katholieke vermaardheden van zijn tijd de hulde
+zijner bewondering en hoogschatting gebracht, van de Spaansche
+Aartshertogin Isabella-Clara-Eugenia en de Zweedsche Koningin
+Christina-Maria-Alexandra, tot de Hoornsche "arme Klarisse" Anna
+Bruyningh en het Amsterdamsche Jezuïeten-klopjen Dina Noordijck; hij
+heeft aan de "Feniksmaagd", aan de Moeder des Heeren, een aantal schoone
+dichtregels gewijd; hij heeft het hoogheilig Altaarsakrament
+verheerlijkt in een voortreffelijk leerdicht, dat èn den
+wetenschappelijken zin van een godgeleerde, èn den fijnsten kunstsmaak
+van een letterkundige, èn het vroom gemoed van den eenvoudigen Christen
+gelijkelijk bevredigt; hij heeft de "Heerlijkheden" der Roomsch
+Katholieke Kerk bezongen, en in dat gedicht een klemmend betoog geleverd
+van haar goddelijken oorsprong, goddelijke wording, goddelijke
+uitbreiding; hij heeft "Bespiegelingen" over Gods wezen en Gods
+inwendige eigenschappen, over Gods werken naar buiten en Gods
+liefdewonderen op aarde, neêrgeschreven, die, ontleend aan den H. Thomas
+van Aquino, den grootsten wijsgeer en godgeleerde der Middeleeuwen, ons
+Dante Allighieri in herinnering brengen, en ook aan de diepste denkers
+een onverdeeld kunstgenot verschaffen; hij heeft eindelijk in tal van
+schitterende kleinigheden--'t zij bijschrift, 't zij hekelvers, 't zij
+treurzang, 't zij dankdicht, 't zij vreugdelied--schier al het lief en
+leed zijner katholieke tijdgenooten bezongen.
+
+Vooral sinds het dankbaar nageslacht, onder algemeene deelneming en
+toejuiching, den grooten Nederlander, in het hem zoo dierbaar Amsterdam,
+een standbeeld heeft opgericht, en den Dichterkoning ten troone heeft
+verheven, is de Vondel-literatuur--en dat verschijnsel is
+verblijdend--ook van katholieke zijde meer en meer beoefend.
+
+Ik heb hier niet in bijzonderheden te vermelden, wat wij ook in dezen,
+aan onzen wakkeren, onzen moedigen, onzen kundigen J. A. ALBERDINGK
+THIJM, te danken hebben: eene meer bevoegde hand heeft zich reeds, op
+hare wijze, van die taak gekweten en ALBERDINGKS verdiensten op een en
+dezelfde lijn geplaatst met die van den grooten Protestantschen
+Vondelverklaarder J. V. LENNEP[2].
+
+Ondankbaar zou het wezen, de goede diensten te miskennen of te vergeten,
+die de Eerw. Heer J. W. BROUWERS ten opzichte van Vondels herstelling en
+herleving bewezen heeft.
+
+Onze hoogstbegaafde dichter, H. J. A. M. SCHAEPMAN, heeft 's lands
+oudsten en grootsten Poëet op eene, zijner en Vondel waardige, wijze
+bezongen--menig jeugdig hart heeft hij met geestdrift voor onzen
+puikdichter vervuld:
+
+ Vondel!--zie de polsen zwellen
+ Van het warmer kloppend bloed;
+ In de handen beeft de veder,
+ Die dien naam hergeven moet;
+ Vondel!--duizend duizend stemmen
+ Geven antwoord, zingen 't lied,
+ Dat den dichter roemt en huldigt
+ Als monarch op 't kunstgebied.
+
+ Vondel!--dichter boven allen,
+ Dichter met uw gansche ziel,
+ Echo van het eeuwig loflied,
+ Dat der englen harp ontviel,
+ Dichter, die in aardsche vormen
+ 't Hemelsch ideaal hergeeft,
+ Waar de mensch, de wareldkoning
+ In verrukking henenstreeft.
+
+De Eerw. Heer G. F. DRABBE heeft voor eenige jaren het inwendig proces
+van Vondels bekeeringsgeschiedenis met zeer veel talent uit de
+schriften, 't karakter en de lotgevallen des grooten mans opgemaakt[3],
+en zijne opvatting en voorstelling daarvan met even veel talent tegen J.
+VAN LENNEP verdedigd[4].
+
+De Katwijksche Leeraar, wijlen P. J. KOETS, heeft eene voortreffelijke
+en belangrijke inleiding geschreven tot het onlangs wederom uitgegeven
+treurspel "Peter en Pauwels"[5], het eerste gedicht van Vondel, na zijn
+openlijken overgang tot de R. K. Kerk in 't licht gegeven, en te
+beschouwen »als het _ex-voto_ van dien overgang, op het roemrijke graf
+der Apostelen neergelegd."
+
+In "de Katholiek"[6] heeft verleden jaar een zeer begaafd Leeraar aan
+het Seminarie Hageveld, onder den titel "een kunstbeeld", zelf een
+verrukkelijk kunststuk geleverd, waarin hij ons de Maagd _Ifis_ schetst
+uit Vondels _Jeftha of offerbelofte_, een treurspel, dat de 72-jarige
+grijsaard, met reeds bevende hand, aan jeugdige schrijvers als een
+toonbeeld heeft toegereikt.
+
+Ongetwijfeld hebben wij binnen kort iets zeer uitmuntends te verwachten
+van den Eerw. Heer J. A. de Rijk, den uitmuntenden spreker en schrijver,
+die ons Vondels »Maria Stuart" heeft toegezegd.
+
+Eindelijk heb ik zelf, naar best vermogen, getracht het mijne bij te
+dragen, om Vondel te populariseeren onder de Katholieken door de uitgave
+van _Vondels gedichten op de Sociëteit van Jezus_ (1868); _Vondel en de
+Moeder des Heeren_ (1869); _Vondel en de Paus_ (1870), een werkje, dat
+mij den apostolischen zegen heeft verworven uit het Vaticaan, waar
+Vondel, omstuwd van onze Hoogeerwaarde Bisschoppen, onlangs "als Koning"
+zijn intrede heeft gehouden.[7]
+
+Hebben al die studiën van Katholieken op Vondel en Vondels gedichten
+niet geheel hun doel gemist, dan is de tijd daar, om nader en grondiger
+kennis te maken met de complete lettervruchten van den man, wiens
+levensschets, tot gereeder verklaring zijner geschriften, ik hier in het
+kort zal mededeelen.
+
+VONDEL[8] werd ten jare 1587, op den 17den November, feestdag van
+Gregorius den Wonderwerker »zijn geboorte-heilige," uit Nederlandsche
+ouders geboren in het Duitsche Keulen; de »trouwe dochter van de
+Roomsche Kerk, in wier halve-maan men de zon van Rome kon aanschouwen."
+Aan dat Keulen ontleende hij meermalen den naam van _Agrippijner_ en 't
+verschafte hem bij het dankbaar nageslacht den eeretitel van
+_Agrippijnsche zwaan_.
+
+Een Antwerpsch hoedenstoffeerder, Joost van den Vondel en Sara Kranen,
+de dochter van een insgelijks uit Antwerpen herkomstigen Rederijker,
+Peter Kranen--beiden met hunne doopsgezinde familiën uit hun
+geboortestad ontweken--schonken hem het eerste levenslicht in een huis
+_zur viole_ of _zur Fyolen benennt_, de zevende woning, ter rechterzijde
+gelegen, wanneer men uit de keulsche St. Matthijsstraat de _grosze
+Witschgasse_[9] inwandelt. Die _viole_ beteekent hier de bloem van dien
+naam en helaas! _niet het snaarinstrument_, wat toch zoo passend zou
+wezen bij de wieg van den grooten Nederlandschen Zanger.
+
+Als negenjarige knaap (1596) kwam de toekomstige Dichterkoning met zijne
+ouders, en met eene oudere en jongere zuster, Clemensken[10] en
+Sara,[11] over Frankfort en Bremen, eerst naar Utrecht, waar hij het
+lager schoolonderricht genoot, en in 't volgend jaar naar Amsterdam,
+waar de oude Joost in 1597 in 't poorterboek is ingeschreven en de jonge
+in 't ouderlijk vak, den kousenhandel, werd opgeleid. Het Vondelgezin
+woonde er in de Warmoesstraat, waar _de Trouw_ in den gevel prijkte, en
+werd er in 1599 met een tweeden zoon, Willem[12], in 1602 met eene derde
+dochter, Catharina[13], gezegend.
+
+Niemand zal beweeren dat juist de kousennering bijzonder geschikt is, om
+de gave der Poëzij gunstig te ontwikkelen, vooral wanneer, gelijk met
+Vondel het geval was, de opvoeding niet meer dan burgerlijk geweest
+is--doch een genie weet zich, in welke omstandigheden ook, een eigen weg
+te banen. Zoo geschiedde het met onzen Dichtervorst.
+
+Reeds in 1605 trad de jeugdige Vondel met zijn eerste dichtproeve op; 't
+was een wansmakelijk bruiloftslied in den gebrekkige trant der
+Rederijkers van zijn tijd. Die Rederijkers bezaten destijds te Amsterdam
+drie vereenigingen: twee Brabantsche kamers, de _Lavendelbloem_, onder
+de zinspreuk »uut levender jonst" en het _Vijgenboomken_, met het devies
+»het zoet vergaeren," waarbij een derde eerlang de voornaamste, te
+voegen is, de _Eglantieren_, gewoonlijk »de oude Kamer" geheeten of de
+kamer »in liefde bloeyende." Aanvankelijk sloot Vondel zich vooral bij
+zijne brabantsche landgenooten aan, wat toch niet belette, dat hij
+naast de Protestanten Coster, Brederoo, Hooft en de Katholieken Vechters
+of Victorijn, Spieghel en Roemer Visscher, lid was van het hollandsch
+Rederijkersgilde. Daar oefende hij zich in de Dichtkunst.
+
+Zijne handelsbelangen leden niet bij zijne blijkbare voorliefde tot de
+Poëzij, toen hij op 21-jarigen leeftijd, na den dood zijns vaders
+(1608), de kousennering alleen begon te drijven. Want spoedig daarop, in
+1610, had hij in Mayken (Maria) de Wolf, zuster van zijn zwager Hans,
+eene voortreffelijke echtgenoote gevonden, die de winkelzaken trouw
+behartigde, die om »haar vriendschap en gedienstigheên» door den Dichter
+hoog wordt geprezen en hem vader maakte van vier kinderen. De oudste
+dezer was de uitmuntende en rijkbegaafde Anna (1611), het toekomstig
+klopjen, dat eens de grootste troost van den zwaarbeproefden grijsaard
+zou uitmaken: op haar volgde (1612) een zoon, die wel den naam des
+vaders droeg, maar niet zijne schoone hoedanigheden van hoofd en hart
+bezat,--een verkwistende losbol, die wellicht den diepbedroefden vader
+den smartkreet ontperste:
+
+ Och! d'ouders telen 't kind en maken 't groot met smart;
+ De kleine treedt op 't kleed, de groote treedt op 't hart!
+
+Een tweede zoon, Konstantijntje »'t zalig kijntje" en eene tweede
+dochter, Saartje, zoo hartelijk door vader beweend en bezongen, stierven
+op zeer jeugdigen leeftijd.
+
+Het eerste gedicht, dat veler aandacht op zich trok en ook verdiende,
+was het _Pascha of de Verlossing der kinderen Israëls_, waarin de
+Dichter ten jare 1612 de wording der Republiek bezong, gelijk hij in het
+_Lof-Gezang over de wijdberoemde scheepvaart der vereenigde Nederlanden_
+de heerschappij harer vloten over de zeeën verheerlijkte. Na eenige,
+vrij ongelukkige, dichtproeven--meestal vertalingen--verscheen in 1620
+het _Hierusalem verwoest_, een drama, dat, hoe gebrekkig ook, de meest
+doorslaande bewijzen leverde van hetgeen Vondel eenmaal worden zou.
+
+Omstreeks dezen tijd, uit een kwijnende ziekte opgestaan, scheen hij een
+ander mensch geworde. In de Kerk- en Staatspartijen, die ons volk in
+twee groote afdeelingen gescheiden hadden, had Vondel de zijde der
+minderheid gekozen. Na het bloedig uiteinde van Oldenbarneveld en de
+gevangenneming van zijn vriend Huig de Groot, greep hij naar de
+hekelroede, om de verdrukte Arminianen tegen de vervolgzieke Gommaristen
+te verdedigen, en in 1625 gaf hij een zijner talrijke meesterstukken in
+'t licht, getiteld: _Palamedes of vermoorde onnoozelheid_--eene vrucht
+van zijne studie der oudheid (hij had intusschen vlijtig de latijnsche
+taal bestudeerd) en van zijn onverzoenlijken wrok tegen het geweld van
+Maurits en der grimmige Contra-remonstranten. Heerlijk blonken bij die
+gelegenheid zijn moed en overtuiging uit: hij toonde zich waarlijk
+ridder zonder vrees.
+
+Om 't schrijven van bovengenoemd treurspel ter kerkering gezocht door de
+gerechtsdienaars, begaf hij zich heimelijk,--zoo luidt het verhaal van
+G. Brandt, zijn oudste levensbeschrijver »ten huize van Hans de Wolf,
+broeder zyner huisvrouwe, en met zyne zuster, Klementia van den Vondel
+getrouwt: maar deze vrienden wilden zich met zyne zaken niet bemoeyen;
+hem begraauwende over zyne schryfzucht. Zy verstonden, dat hy zyn huis
+behoorde voor te staan, op zyn neering te passen, en al dat schryven en
+wryven, dat hem in gevaar bracht, te staaken. Hy zeide: _Ik zal dat volk
+de waarheid nog scherper zeggen_, en schreef daar ten huize nog
+steekender heekeldichten, die hy echter op zijn zusters aanhouden in 't
+vuur smeet, 't welk hem namaals roude."[14] Op 't landgoed Scheibeck bij
+de familie Baeck werd hij hartelijker ontvangen; Vondel zou 't nooit
+vergeten.
+
+Slechts de gehechtheid der Amsterdamsche vroedschap aan hare Privilegiën
+bewaarde den schuilenden Dichter voor 't verlies zijner vrijheid, en
+deed hem ontkomen met eene boete van 300 gulden en eene scherpe
+vermaning. Die vermaning baatte luttel; want de verboden _Palamedes_
+werd in weinige jaren dertigmaal herdrukt, en spoedig daarop verschenen
+de vinnigste hekelverzen: _de Rommelpot van 't Hanekot_ (1626) ten
+gunste van den afgezetten predikant Hanekop en tegen zijne
+contra-remonstrantste ambtsbroeders te Amsterdam; _het sprookje van
+Reintje de Vos_ (1627) tegen den oud-burgemeester Reinier Pauw; _de
+Medaellie van den Gommaristen Kettermeester en Inquisiteur te Dordrecht;
+de Roskam; de Harpoen; een otter in 't bolwerk_ tegen Otto Radius (allen
+in 1630); en eindelijk het van verontwaardiging gloeiend _Decretum
+Horribile_ (1631) tegen de predestinatie-leer van Calvijn.--Vondel
+scheen onvermoeibaar en onuitputtelijk.
+
+Vijf zangen van een historisch heldendicht: _de tocht van Keizer
+Konstantijn naar Rome_, waren ook reeds afgewerkt, toen helaas! de dood
+hem zijn diepbetreurde echtgenoote in 1635 ontrukte, en den in zijn moed
+geknakten dichter dwong zijne grootsche onderneming te staken. Slechts
+op 75-jarigen leeftijd keerde hij in "Joannes de Boetgezant" tot de
+epische dichtsoort weder.
+
+Algemeenen bijval en groote verdiensten verwierf hij in 1637. Samuel
+Costers Academie, vroeger slechts een houten loods, was destijds in een
+schouwburg herschapen, welke, bij de opening, door Vondel werd ingewijd
+met een overheerlijk treurspel _Gijsbrecht van Aemstel_, eene
+gedramatiseerde navolging van 't tweede boek van Virgilius, waarin hij
+den »ondergangk" van het doorluchtige Amsterdam bezong. Aan de
+omstandigheid, dat de handeling op Kerstnacht wordt voorgesteld, hebben
+wij het hemelsch lied te danken:
+
+ O Kerstnacht schooner dan de dagen.
+
+Het is overbekend dat nog jaarlijks de Gijsbrecht ten tooneele wordt
+gevoerd.
+
+De tijd naderde, waarop een geheele ommekeer in de denkwijze en de
+levensbetrekkingen van den grooten en edelhartigen man zou plaats
+grijpen. In 't gevoelen van Menno Simons opgevoed door zijne
+ouders--ofschoon zijne Roomsch gedoopte moeder wellicht tot de Roomsche
+Kerk is teruggekeerd en daarin gestorven--was hij altijd godsdienstig en
+vroom van gemoed geweest en zelfs diaken der Waterlandsche-Doopsgezinde
+gemeente, eene betrekking nogtans, die hij door ziekte of zwakte
+verhinderd en door de veelvuldige twisten ontstemd, reeds lang had laten
+varen. Eerst meende men in den Oud-diaken eene zekere overhelling, en
+spoedig daarop eene sterke voorliefde tot de R. K. Kerk te bespeuren.
+
+Negen jaren na zijn openlijken overgang tot het Roomsch geloof, getuigde
+de warme Katholiek van zich zelven:
+
+ Mijn jonkheid bond door erref-leer
+ Zich aan één Secte en geene meer,
+ Tot dat me, door een klaarder blijk
+ Van 't Wereldlijk en Kerkelijk,
+ Ontdekt wierd, in een schooner dag,
+ De Perle, die verborgen lag,
+ Waarvoor men' al met winst verliest.
+ Gelukkig die het beste kiest!
+
+De dichter dezer versregelen was een hoog ernstig man, die, wars van
+halve overtuiging, niet plotseling tot dien gewichtigen stap was
+overgegaan. Lang, zeer lang had hij de »verborgen perle" gezocht. Reeds
+in 1621 of 22 had hij, op verzoek van Anna Roemers, _tot lof der kuische
+Martelares Agnes_ met den diepsten eerbied over de relieken der Heiligen
+en hunne jaarlijksche gedachtenisviering gesproken. Of het
+echt-katholieke kunstjuweel _de kruisberg_ tot het jaar 1624 behoort,
+hebben wij hier niet te beslissen, daar een gedicht van 1625 of 26 op
+Paus Urbanus VIII, uit het Latijn zijns broeders vertolkt, nog
+duidelijker eene katholiseerende strekking verraadt en luide genoeg
+datgene huldigt, wat een gruwel moest zijn in het oog van ieder
+Protestant, te weten: het kerkelijke of liever het pauselijk oppergezag
+in het Katholicisme:
+
+ Dees is de groote Sleutelvoogd
+ Van 's Hemels poorte; rust nu, poogt
+ Niet meer te weten: buig uw knien
+ En kus zijn voeten wijd ontzien.
+
+Dat klinkt al vrij roomsch, zelfs ultramontaansch. En was hij niet aan
+'t twijfelen, stelde hij geen redelijk onderzoek naar de waarheid in,
+bestond er geen zielestrijd bij hem, die in 1630 schreef:
+
+ Ziet, onze Joost
+ Die zoekt, maar vindt geen troost?
+
+Of ook, was hij geen geestverwant van den katholiseerenden Huig de
+Groot, toen hij, onder andere, 't volgend vers van hem in 1632
+vertaalde:
+
+ Zie naarstig van onze eeuw terug na de oude jaren!
+
+Eene frissche, geheel katholieke kleur ligt er verspreid over 't
+grafschrift, waarin de katholieke rechtsgeleerde C. G. Plemp, in 1638,
+aldus sprekend door Vondel wordt ingevoerd:
+
+ Doch boven Poezy en snaar
+ Omhelsde ik ijvrig 't Roomsch autaar,
+ En hing, om staat, noch snood genot,
+ Mijn hart aan niemand dan aan God
+ En Jezus' nimmer feilbre stem.
+ Hier rust nu Plemp: ay, bid voor hem!
+
+Een gebed voor de zielen in 't vagevuur!
+
+In 1639 verscheen het treurspel _Maagden_ en G. Brandt legt de gulle
+bekentenis af: »hoe pryswaardig het treurspel der Maagden was ten
+opzicht van de kunst, men vondt er evenwel zaaken in, die veelen
+bedroefden: des Dichters zucht tot de stellingen en gewoonten der
+Roomsche Kerke, en zyne afwyking tot haare dwaalingen, die hy welhaast
+in andere zyne dichtwerken ten volle openbaarde. Men hielt dat hy,
+Gysbrecht van Amstels treurspel dichtende, toen alreede aan 't waggelen
+was."[15]
+
+Brandt en zijn tijdgenooten hadden juist gezien. Het jaar 1640 zal
+Vondel in ernstige overpeinzing hebben doorgebracht, tot dat hij, in
+1641, het voorbeeld zijner beminnelijke Anna volgend, de "verborgen
+Parel" eindelijk meester werd en openlijk tot de Moederkerk
+wederkeerde.--Dat was een keerpunt in zijn leven en dichterlijke
+strekking. Over de beweegredenen en de uiterlijke toedracht dier
+gewichtige gebeurtenis schrijft de Eerw. Heer W. EVERTS: »Vondel had de
+onhoudbaarheid van het beginsel der individueele vrijheid van onderzoek,
+niet slechts uit de onderlinge twisten en tegenstrijdige leerstukken der
+Protestanten, maar vooral uit de inconsequente besluiten der Dordsche
+Synode, ingezien, en daaruit besloten tot de noodzakelijkheid van een
+onfeilbaar leergezag. Daarbij komen, als menschelijke beweegreden, de
+aesthetische aanleg, de echte kunstenaarsziel des dichters, die hem,
+naar de uitdrukking van prof. G. F. Drabbe, _vóór alle redeneering, als
+door louteren natuurdrang_, tot de Katholieke Kerk trok; verder zijn
+omgang, niet alleen met zijne reeds vóór hem Katholiek geworden dochter
+Anna, wier deugdzaam leven en edelmoedig hart hem stichtten aan den
+huislijken haard, maar ook met _Vechters_, _Plemp_, _Tesselschade_ en
+den schranderen pastoor en overste van het Bagijnhof, Leonardus Marius,
+van wien men tot dusverre algemeen geloofd heeft, dat hèm het geluk ten
+deel viel, _Vondel_ in de Moederkerk op te nemen, en die dan ook
+ongetwijfeld, hoe groot het aandeel der P.P. Jezuïeten in dit gewichtig
+werk geweest zij, er veel aan heeft toegebracht."[16]
+
+Deze laatste bijzonderheid is natuurlijk eene bijzaak: ware geen ander
+de hoofdbewerker van Vondels bekeering geweest, waarom zouden we die eer
+niet schenken aan den schranderen pastoor en overste van 't Begijnhof?
+Doch ik geloof dat de kundige schrijver der aangehaalde plaats, hadde
+hij 't groot aandeel van L. Marius op _degelijke_ gronden te bewijzen,
+_ongetwijfeld_ vruchteloozen arbeid zou ondernemen. Ik meen voldingend
+bewezen te hebben[17], dat de Zuid-belgische Jezuïet, Pater Petrus
+Laurens, het nederig werktuig is geweest, door de goddelijke genade
+uitgekozen om den braven en edeldenkenden man in de R. Kerk in te
+lijven.
+
+_Op d' Afbeelding van den Eerwaardigen Petrus Laurentius_, _door
+Holstein_ _gesneeden_, plaatste de katholieke Dichter-glazenmaker Jan
+Vos het volgend bijschrift:[18]
+
+ Dus leeft LAUWRENS, die ons de kruisleer, door zijn leven
+ En lessen, onder 't kruis, op hoop van heil verbreit.
+ Zoo kan hy d' Afgrondt, die de ziel bestormt, doen beeven:
+ Het zaadt van Godt wordt best door leer in 't hart gezeit.
+ Hoe moet men zulk een man, tot loon van deugd versieren?
+ Lauwrens verdient een krans van hemelsche lauwrieren.
+
+»Eens Roomsch geworden" zegt J. van Lennep[19], »was het klaar, dat
+Vondel, als alle bekeerlingen, de meest rechtzinnig gehouden leer
+voorstond, en alzoo veel meer overhelde tot de partij, die men nu gewoon
+is de ultramontaansche te noemen, dan tot hare tegenstanders." De groote
+man telde destijds 54 jaren en had in de kunst het toppunt bereikt,
+waarop hij zich nog 37 jaren lang met nimmer kwijnenden gloed zou
+handhaven. Men herinnere zich het schoone woord van onzen Alberdingk
+Thijm »dat Vondel, die alleen meer poezij in zijn ziel had dan al de
+nederlandsche dichters van zijn tijd.... zijn slechtste vaerzen niet
+heeft geschreven, nadat hij tot den Godsdienst van
+Isabella-Clara-Eugenia was te-rug-gekeerd."[20]
+
+Vondels _ex-voto_, gelijk wij reeds aanmerkten, was het in 1641
+verschenen treurspel _Peter en Pauwels;_ hij viert er de hoofdapostelen
+der Roomsche Kerk en roept zijn tijdgenooten toe:
+
+ ziet, hoe 't al wat haar de kroon benijdt
+ Zijn hart knaagt en vergeefs op diamantsteen bijt.
+
+In het volgend jaar gaf hij de _Brieven der Maagden en Martelaressen_ in
+'t licht, opgedragen aan de Feniksmaagd:
+
+ Gij spant de kroon, o puikkroon aller vrouwen!
+ De loftrompet van uw benijde faam
+ Vult hemel, aarde, en zee met uwen naam--
+ Een naam, waarin wij Kristus' kerken bouwen.
+
+Om niet te gewagen van een aantal gedichten meest van godsdienstigen of
+polemisch-godsdienstigen aard, wijzen wij hier slechts op het _Eeuwgetij
+der H. Stede_ (1645), dat zooveel opspraak en verbolgenheid verwekte bij
+zijne vroegere geloofsgenooten. »Vondel--zoo schrijft Hooft in volstrekt
+geen gloeiende verontwaardiging--heeft een veirs gemaakt op het wonder,
+waar af de Heilige Stee haar naam draagt, ende laat het openbaarlijk
+voor de boekwinkels ten toon hangen, gelijk de voorvechters de messen in
+de luifels steeken, om de oogen der voorbijgangers te tergen, als met
+zeggen: wie 't hart heeft pluike. My deert des mans, die geenes dings
+eerder moede schijnt te worden, dan der ruste. 't Schijnt dat hy noch
+drie hondert guldens in kasse moet hebben, die hem dreigen de keel af te
+byten. Noch weet ik niet, oft hem niet wel dierder mogte komen te staan:
+ende d' een oft d' andre heethersen, by ontyde, de handen aan hem
+schenden, denkende, dat er niet een haan na kraayen zou."
+
+'t Baatte al wederom niet: de onvervaarde en strijdlustige Vondel kende
+geen halfslachtigheid. »Het gedicht op het Eeuwgetijde, en het
+_Kenteeken des Afvals_ waren maar voorloopers geweest, lichte troepen
+uitgezonden om den weg te banen voor een krachtig leger, met voor- en
+middeltocht- en achterhoede, met andere woorden, voor een doorwrocht
+leerdicht, even uitmuntende door zaakrijkheid en fiksche dialektiek, als
+door gloed van poezy en vernuftige gedachten"[21] 't luidde:
+
+ Ik zing van Gods _Altaargeheimenissen_
+ Van d' _Offerspijs_ der heilige offerdisschen
+ Van _Offereere_, en eeuwige _Offerand_.
+
+De tegenschriften en lasterverzen, bij deze gelegenheid verschenen,
+stoorden de kalmte niet van _Joost den Rechtvaardige, levend van de
+snaren en door het geloof_. Want na _de vierbaak van Ignatius Loyole_ en
+_Grotius' Testament_, ontboezemde hij even gerust zijn katholiek hart in
+een treurspel, getiteld _Maria Stuart of Gemartelde Majesteit_ (1646).
+Wel haalde't hem een vloed van scheldwoorden op den hals en een boete
+van honderd tachtig gulden, waarmede »die paapsche stoutigheid" betaald
+moest worden; maar Vondel bleef het woord getrouw, eens door zijn
+kunstverwant, den Muider Drost, op hem toegepast:
+
+ _Virtutis est domare quae cuncta pavent_
+ Hetgeen, daar alle man voor zwicht,
+ Te temmen, is manhaftheits plicht.
+
+En zoo hebben we Vondel begeleid tot het jaar 1647, toen hij in zijn
+_Geboortezang aan Gregoriu Thaumaturgus_ nogmaals bezong:
+
+ De beste paerle, die zoo diep
+ Begraven lag, bestulpt met aarde,
+ Eer Hij ons tot zijn Waarheid riep,
+ Uit geen verdienste, maar genade.
+ Gelukkig zijn ze, die vóór 't end
+ Met vleesch noch bloed niet gaan te rade,
+ Noch dit vergankelijk element.
+ De melk der voêster, slimme wennis
+ En d' eerste plooi van erref-leer
+ Wordt spa verleerd door beetre kennis,
+ Zoo lang men d' ootmoed nog ontbeer':
+ Die schiet te traag haar eedle wortlen
+ In steen van 't eigenzinnig hart,
+ Hetwelk verhardt in tegensportelen,
+ En bij zijn opzet blijft verward.
+ Geboorteheilig, die in 't midden
+ Der zaligen uw zetel hebt,
+ Volhard voor mij en elk te bidden
+ Bij Hem, die licht uit duister schept!
+
+In de Voorrede van 't volgende deel zullen wij onzen Dichter van den
+Munsterschen vrede tot het jaar 1679 volgen.
+
+Mogen deze vluchtige levenstrekken onzen Dichterkoning welkom doen zijn
+bij Neerlands Katholieken!! want Vondel is de glorie van Nederland, de
+glorie tevens der Katholieke Kerk.
+
+
+H. J. ALLARD, R. K. Pr.
+
+_Seminarie Kuilenburg_, 1ste der Meimaand 1870.
+
+[Voetnoot 1: Hiermede wil ik niet zeggen, dat Vondel _in zijn geheel_,
+aan iedereen, op elken leeftijd, mag in handen gegeven worden. Om zich
+zelven te oefenen in de klassieke talen, heeft Vondel sommige
+voorbeelden ter vertolking uitgekozen, die voor menigeen gevaarlijk
+zouden kunnen zijn. Daarbij heeft zijn argelooze deugd, die nimmer kwaad
+in anderen vermoedde, en zijn echte kunstenaarsziel zich eenige al te
+vrije schilderingen veroorloofd: dat was 't gebrek van zijn tijd.
+Overigens--'t is ook het gevoelen der Eerw. Heeren G. F. Drabbe en J. W.
+Brouwers--overal waar Vondel, volkomen vrij, zijn aangeboren zangdrift
+volgt, "_is hij gewoonlijk, tot stichtens toe, kiesch en zedig_!"]
+
+[Voetnoot 2: E. J. Potgieter, voorrede der _Studiën en schetsen over
+vaderlandsche geschiedenis en letteren_ door R.C. Bakhuysen van den
+Brink.]
+
+[Voetnoot 3: De Katholiek. Dl. LI. blz. 352.]
+
+[Voetnoot 4: t.a.p. Dl. LIII. blz. 20.]
+
+[Voetnoot 5: C. L. van Langenhuyzen. 1869.]
+
+[Voetnoot 6: Dl. LVI. blz. 69.]
+
+[Voetnoot 7: Zie het Pius-Album. blz. 433.]
+
+[Voetnoot 8: Het woord _Vondel_, ook _vonder_ of _vlondel_, beteekent
+eigenlijk een _brugje_. De dichter zelf en zijn tijdgenooten schrijven
+nu eens _Vondel_, _van Vondel_, _van den Vondel_, dan weer _van
+Vondelen_, _van der Vondelen_ of ook wel _Vondelens_, _van Vondelens_.]
+
+[Voetnoot 9: Dus noch de _Weingasse_ van G. Brandt, noch de _Weisgasse_
+van V. Lennep, noch de _Waisenhaus-gasse_ van Mr. H. J. Koenen, noch de
+_Waisengasse_ van Dr. Eelco Verwijs. Zie D. Warande D. IX blz. 86.]
+
+[Voetnoot 10: In 1607 met Hans de Wolf, een te Keulen geboren
+Amsterdamsch passement- en linthandelaar, gehuwd.]
+
+[Voetnoot 11: In April des jaars 1614 gehuwd met Joost Willemz van
+Nyenkerke.]
+
+[Voetnoot 12: Deze, Mr. in de rechten, stierf ongehuwd ten jare 1628 in
+Italië. 't Is niet onwaarschijnlijk dat hij Katholiek is geworden. Zie
+mijn _Vondel en de Paus_ blz. 47 en 48.]
+
+[Voetnoot 13: In Juni des jaars 1621 met Arie Bruyningh gehuwd. Zij werd
+Katholiek met al hare kinderen. Zie: _Vondels gedichten op de Sociëteit
+van Jezus_, in de _Studiën_, eerste jaargang, I. blz. 18.]
+
+[Voetnoot 14: G. Brandt. _Leven van Vondel_.]
+
+[Voetnoot 15: _Leven van Vondel_.]
+
+[Voetnoot 16: _Geschiedenis der Nederlandsche letteren_ II. blz. 51.]
+
+[Voetnoot 17: _Vondels gedichten op de Societeit van Jezus_ blz. 5-6 en
+12-16.]
+
+[Voetnoot 18: _Alle de gedichten van J. Vos_ I. blz. 304.]
+
+[Voetnoot 19: _De werken van Vondel_, XII. blz. 148.]
+
+[Voetnoot 20: _Volks-Alm. voor Neerl. Katholiek_, 1859 blz. 146.]
+
+[Voetnoot 21: J. V. Lennep, _De werken van Vondel_ IV. blz. 451.]
+
+
+
+
+ Schriftuurlijk Bruilofsreferein
+ op het huwelijk van
+ JACOB HAESBAERT
+ met
+ CLARA VAN TONGERLO.
+
+ JUNIJ[1] 1605
+
+
+ Verheugt, o Febi jeugd![2] door dezen zoeten tijd:
+ De Zomer, door zijn deugd, vertoont zijn groene blaâren;
+ 't Gevogelt' zich vervreugt, 't gediert' in 't Bosch verblijdt;
+ 't Veld lacht elk toe verjeugd; vliedt weg alle bezwaren!
+ Droefheid, neemt[3] fluks uw keer! nijd, strijd, wilt henenvaren!
+ Voor u de Bruiloft wijkt, zoo gij daar komt omtrent.
+ Klein, groot, ja wie 't mag zijn, jong' jeugd of grijze haren,
+ Zijt welkom in 't gemeen; weest gegroet hier present,
+ Die om[4] vergad'ren hier, u zoo ootmoedig[5] kent,
+ In liefd' sticht'lijk verheugd, bij een met rein manieren.
+ Dus zeg ik nog: vliedt fluks van hier, gij nijdig tieren!
+ Laat jonst[6] begeerig zijn, gelijk eens Herts bestieren,
+ En d' Haas-baart[7] zijn kracht snel, om loopend d' Hond t' ontwijken,
+ Snakkend naar 't water Claar[7]; 'k en kan 't[8] beter gelijken?
+
+ Geenszins en laat in zang Hymenaeus[9] zijn verhoogd
+ Noch Thalassus[10] geclangh, maar Godes lof voortbringen,
+ Hoe hij overvloed schank[11], en 't water gansch verdroogd,
+ Zonder iemands bedwang, betoond' zoo vreemde dingen,
+ Uit 't water, wijn zeer klaar, als een fontein deed springen,
+ Vervuld' zes kruiken vol, in 't Galilesche land;
+ Te Cana in de Stad, een Bruiloft zonderlingen,
+ 't Eerste teeken Christi, men elk maakte bekand[12].
+ Door zulks ons merk'lijk leert[13], dat in't Huwlijks-verband
+ Alleen men eerlijk hoort te houden goed' geruchten:
+ Den getrouwden hij meest behoeden zal voor schand':
+ Wie hem met lust bemint, en derft[14] voor niemand duchten,
+ Zoo liefd' begeerig haakt, als 't Hert doorsnelt gehuchten
+ En d' Haas-baart zijn kracht snel, om loopend d' Hond t' ontwijken,
+ Snakkend naar 't water Claar; 'k en kan 't beter gelijken.
+
+ Wat Christus, met zijn Bruid, elkeen te kennen geeft,
+ Laat ons, met goed beduid, elkander daarin stichten,
+ Die hij met zoet geluid, zoo vriend'lijk roept beleefd:
+ Komt, overschoone spruit, die mijn hart kan verlichten!
+ Mijn paarl, mijn edelgrein[15], ter weiden komt bedichten!
+ Schoon' bloem en Roos in 't dal, nooit minnaar mijns gelijk,
+ Voor niemand zijt bevreesd, Rein' Duivel wilt niet zwichten,
+ Die uitverkoren zijt! Mijn jonst zonder afwijk,
+ Al laagt gij hier veracht, in 't bloed, op 't veld, in 't slijk,
+ Vertreden van elkeen, nochtans u niet begeven[16],
+ Maar wiesch uw aanschijn schoon, welriekend met praktijk,
+ Balsemd' uw zoeten reuk, boven al waard verheven[17];
+ Als gij schier waart vernield, mijn liefd' vurig gedreven,
+ Als d' Haas-baart zijn kracht snel, om loopend d' Hond t' ontwijken,
+ Snakkend naar 't water Claar; 'k en kan 't beter gelijken.
+
+ Gods kerke de Bruid recht, 't lichaam Christi eenpaar
+ Van Christo, haren echt[18], werd zij zalig naar reden,
+ Zeer lieflijk hij beslecht al haar zaken eerbaar,
+ Mint, naar reden en recht, alleen zijns lichaams leden,
+ Die al ter Bruiloftsfeest lieflijk werden gebeden,
+ Verkoren volk alleen, uit goedaardig geslacht;
+ 't Bruiloftskleed zij ontfaân[19] door dezen Vorst vol vreden,
+ Zijn' Bruid wordt bovenal aldaar waardig geacht,
+ Zittend' in Haar Troon na de genooden wacht[20],
+ In witte zijd' gekleed, met paarlen fraai behangen;
+ Een kroone zij ontvangt, van den Bruid'gom gewracht[21],
+ Een Trouwring, haar bedacht, Zijns geests, heeft zij ontvangen.
+ Hierom spoedt u ter feest, begeerig met verlangen
+ Als d' Haas-baart zijn kracht snel, om loopend d' Hond t' ontwijken,
+ Snakkend naar 't water Claar; 'k en kan 't beter gelijken.
+
+ PRINCE[22].
+
+ Prinsen, de Bruid present, voor al die zijn vergaârd,
+ Laat ons voor 't slot en end, 't geluk haar lieflijk bieden;
+ Dat God zijn zegen wendt, als David ons verklaart,
+ In zijn Psalm maakt bekend, klaarlijk voor alle lieden:
+ Wel, die den Heere vreest! Geluk zal hem geschieden,
+ In al zijn wegen zal[23] verleenen overvloed,
+ Uw wijf zal gelijk zijn den wijnstok, na 't bedieden[24],
+ Die vrucht draagt t' zijner tijd, zij zal ontvangen spoed[25];
+ Aan den Disch, als een kroon, uw kinders lieflijk zoet,
+ Als olijfranken schoon, zult gij ze klaar aanschouwen,
+ Met veel weldaden meer, van God verkrijgen goed:
+ De Heer geev' haar doch kracht, om inliefd' niet te flaauwen,
+ Maar Jonst hen voege t' zaâm, begeerig na vreeds-dauwen,
+ Als d' Haas-baart zijn kracht snel, om loopend d' Hond t' ontwijken,
+ Snakkend naar 't water Claar; 'k en kan 't beter gelijken.
+
+ LIEFDE VERWINNET AL.
+
+
+[Voetnoot 1: Eigenlijk de tweede naamval van 't Lat. _Junius_ (even als
+_Julius_, _Augustus_, enz.), en dus zonder voorafgaand dagcijfer minder
+juist gebezigd. De ij staat (gelijk steeds in dezen tijd) voor ii, en
+zou thans dus best door een y vervangen worden, sedert de ij als _ei_
+uitgesproken wordt, en dus in dezen slechts tot wanspraak (Junei,
+Ju-lei, enz.) verleidt.]
+
+[Voetnoot 2: _Verheugt_ u, zonen van den dichtgod.]
+
+[Voetnoot 3: Thans, minder juist, _neem_; daar, sedert het verdringen
+van 't tweeden persoons voorn. w. (_du_) door 't meerv. (_gij_),
+natuurlijk ook het werkw. in 't meerv. diende te staan. Wij zullen dit
+daarom ook in deze uitgave steeds behouden.]
+
+[Voetnoot 4: Thans _om te_, dat eigenlijk tweemaal 'tzelfde uitdrukt.]
+
+[Voetnoot 5: _Minzaam_.]
+
+[Voetnoot 6: _Gunst_.]
+
+[Voetnoot 7: Zinspeling op de namen van bruidegom en bruid, naar den
+smaak des tijds, die echter (gelijk meer) tot gedwongenheid aanleiding
+geeft. Versta: Laat gunst zich genegen toonen, gelijk een hert naar 't
+klare water snakt, en de haas zijn snelheid toont, om de honden te
+ontkomen.]
+
+[Voetnoot 8: _Ik kan het niet_;--_en_ (niet met het verbindend _en_,
+eig. _ende_, te verwarren) staat met het Fransche _ne_ gelijk, en had
+dan (even als dit _pas_) gewoonlijk _niet_ bij zich, maar heeft dit
+allengs geheel zijn plaats geruimd. Verg. ook in den volg. regel _en
+laat_.]
+
+[Voetnoot 9: De (Grieksche) huwelijksgod.]
+
+[Voetnoot 10: De Gr. bruiloftsgod.]
+
+[Voetnoot 11: Thans _schonk_.]
+
+[Voetnoot 12: Voor _bekend_.]
+
+[Voetnoot 13: _leert_ hij nam. Kristus.]
+
+[Voetnoot 14: _behoeft_.]
+
+[Voetnoot 15: _edelgesteente_.]
+
+[Voetnoot 16: Versta: _begeven zou_.]
+
+[Voetnoot 17: _waardig_, _verheven te worden boven alles_.]
+
+[Voetnoot 18: _echtgenoot_.]
+
+[Voetnoot 19: Thans _ontvangen_; welke verlengde vorm allengs den
+oorspronkelijken _ontva-en_ geheel verdrongen heeft.]
+
+[Voetnoot 20: Versta: _wacht zij_.]
+
+[Voetnoot 21: Voor _gewrocht_.]
+
+[Voetnoot 22: Naar den Rederijkerstrant, waarin dit geheele--meer
+gekunstelde dan kunstrijke--Referein gerijmd is, wordt in 't slotcouplet
+de _Prins_ der Kamer aangesproken.]
+
+[Voetnoot 23: Nam. de Heer.]
+
+[Voetnoot 24: Naar de beteekenis (van den bedoelden bijbeltext).]
+
+[Voetnoot 25: Voor _voorspoed_.]
+
+
+
+
+
+ Nieuwjaarslied,
+ A°. 1607.
+
+ gesteld op den toon van den 2den Psalm.
+
+
+ De Dood, zeer snood, d'[1] Aarde haar pijlen bood,
+ D' Ondeugd verheugd was met haar Helsche scharen,
+ Deugd vlood door nood, durfd' haar[2] niet geven bloot,
+ Haar vreugd, verjeugd, veranderd' in bezwaren,
+ Omdat, het pad der Waarheid, werd bestreden;
+ De Trouw, met rouw, zeer deerlijk was verplet;
+ Liefd's schat, Gods stad, de vrucht in 't lustig Eden--
+ Een vrouw, (te flaauw, helaas!) elk waas besmet.
+
+ Maar 't Licht, 't Gezicht der Blinden, die 't al sticht,
+ Bekleedt met vreed' een spruit wiens TROUW MOET BLIJKEN[3],
+ Wiens plicht opricht elks Heil, met Liefdes schicht,
+ Bestreed het wreed' geslacht, 's vijands praktijken:
+ D' Ootmoed hem voedt, in Davids stad onrustig:
+ Een kroon, zeer schoon, hij biedt, van God gewracht:
+ Doet boet, met spoed, voor deez' Ziel-Rust wellustig:
+ Gods Zoon, tot loon, 't Leven uit Sion bracht.
+
+ Dit Lam, Gods stam, 't welk Satans macht benam,
+ Zijn' bruid, de spruit, die zijn hart heeft ontstolen,
+ Waarnam, en kwam tot haar, der Jonsten vlam,
+ Om uit 't besluit der feest[4] niet meer te dolen.
+ Haar deel, 't Juweel, 't nieuw Paradijs verheven,
+ Schonk haar, 't Nieuw-Jaar, Christus d' Opperste pand;
+ Een eêl prieel, Gods Geest, der Eng'len leven,
+ Alwaar dit paar[5] des levens Boom herplant.
+
+ Het kind bemint[6] de Liefd', die 't kwaad verwint,
+ Elk noodt, minioot[7]: kiest mijn eenvuldig[8] wezen;
+ Die blind gezind, u tot 's Doods vruchten bindt,
+ Ontbloot[9] devoot, uw eigen wil misprezen,
+ En tracht, bedacht, om[10] zuiveren inwendig
+ Uw Hart, verward, bevlekt, van 't Aardsch gekwel;
+ Verwacht d' Eendracht, na dit Leven ellendig;
+ Gij werdt van smert vrij, door Emanuël.
+
+ PRINSE.
+
+ Verlaat dan 't kwaad, gij Prinsen metter daad
+ Ontziet verdriet noch kruis om[10] zijn herboren,
+ Al staat vleesch-raad, en[11] poogt naar 's wer'lds onmaat,
+ Rust niet, maar vliedt naar Bethlehem verkoren,
+ Beschreidt uw leid[12], zoo komt u mild te baten,
+ 't Kind klein, 't welk pleyn[13] u heerschen[14] moet vooral;
+ Want scheidt Goedheid van u (door 's Deugds verlaten)
+ Deez' rein' Fontein uw Hart niet zuiv'ren zal.
+
+ LIEFDE VERWINNET AL.
+
+[Voetnoot 1: Daar men in Vondels tijd nog niet gewoon was, de stomme
+slot-e met den volgenden klinker te laten samensmelten, was deze
+afkorting van 't lidwoord (thans alleen voor _den_ in zwang) noodig.
+Verg. ook in den volg. regel _D' ondeugd_, en later _D' ootmoed_.]
+
+[Voetnoot 2: Thans _zich_.]
+
+[Voetnoot 3: Naam der rederijkers-kamer, in welke Vondel dit lied dichtte.]
+
+[Voetnoot 4: _Buiten den kring van 't feest_; dit laatste woord (naar
+den aard van 't lat. _festa_) oudtijds vrouwelijk, verscherpte alras,
+door de werking der f, de voorafgaande d, en werd daardoor allengs als
+onzijdig beschouwd. Evenzoo _venster_ (beter _fenster_) voor 't lat.
+_fenestra_.]
+
+[Voetnoot 5: Kristus en zijn kruis.]
+
+[Voetnoot 6: _Het beminde kind_, nam. de Liefde.]
+
+[Voetnoot 7: _Minzaam_, _liefelijk_.]
+
+[Voetnoot 8: _Eenvoudig_.]
+
+[Voetnoot 9: _Verzaakt_.]
+
+[Voetnoot 10: Thans _om te_; verg. vroeger.]
+
+[Voetnoot 11: _niet_.]
+
+[Voetnoot 12: Voor _leed_.]
+
+[Voetnoot 13: _Volkomen_.]
+
+[Voetnoot 14: Voor _beheerschen_.]
+
+
+
+
+ De Jacht van Cupido.
+
+
+ In het zoetste van den tijd,
+ Als Zefyrus Flora vrijdt[1],
+ Als Febus[2], met helder stralen,
+ Taurus[3] snel ging achterhalen,
+ Kwam Cupido, Venus' zoon,
+ 's Morgens tot zijn moeders troon,
+ Eer Titons bruid[4], met verlangen,
+ Vertoont haar bloeyende wangen.
+ Venus lag in ruste zoet,
+ Die door Lethes[5] werd gevoed;
+ Cupido, met heuscher spraken[6],
+ Onverziens haar deed ontwaken:
+ "Moeder! (riep hij) slaapt gij zacht?
+ 'k Neem oorlof, ik ga ter jacht."
+ Zij ontsprong[7], en goedertierig
+ Schoof op haar gordijntjens cierig[8]:
+ "Wel (sprak zij), mijn zone waard[9]!
+ Aanvangt[10] gij uwe dagvaart?
+ Ik wensch, uw kracht zoo vermeere,
+ Dat niemand uw pijlen keere;
+ Keert in tijds tot mijn paleis,
+ Fortuin bejongstig' uw reis!"
+ Fluks heeft zich Cupido waardig
+ Tot de jacht snel gemaakt vaardig;
+ Niet, als Adonis, beangst[11]
+ Om der wilder[12] dieren vangst,
+ Maar om hemel en aard' tranig[13]
+ Zich te maken onderdanig.
+ Hij streelde zijn haar verguld,
+ Zijnen koker hij vervuld'
+ Met zijn pijlen, t'wreed bezuren[14],
+ Doch verscheiden van naturen,
+ Waarmeê hij, zonder geschil,
+ De minnaars pijnt naar zijn wil;
+ Hij ontsloeg[15] zijn wakkre vlerken,
+ Om zijn krachten te doen werken;
+ Eer hij toegemaakt[16] vol jonst
+ Was, door der Chariten[17] konst
+ Zag hij 's werelds lamp[18] verschijnen,
+ Nu hij tot de reis ging pijnen[19].
+ Aura[20] en Zefyrus beid'
+ Speurend, dat hij was bereid,
+ Als voorboden gingen zwieren,
+ Beekskens, blaadren deden beven;
+ Cupido haar volgde snel,
+ Om spelen 't gewoonlijk spel.
+ Beiden, menschen ende Goden,
+ Haast vernamen, door dees boden,
+ Wat kwale hen overviel,
+ Tot beroering van hun ziel;
+ Maar eer zij konden ontvluchten
+ Dezen schutter, 't pijnlijk zuchten,
+ Werden zij, in korter[21] stond,
+ Van zijn pijlen wreed doorwond;
+ Gelijk 't nachtegaaltjen jeugdig,
+ 't Welk, in 't kwinkeleeren vreugdig,
+ Onverziens zich vindt bezet
+ In des vooglaars listig net,
+ Alzoo dees vrijen, in orden[22],
+ Moesten Liefdes slaven worden;
+ Jupiter[23], uit den Olimp,
+ Die voormaals, met spot en schimp,
+ Dezen jager ging begekken,
+ Moest nu Liefdes keten trekken;
+ Apollo, en Pluto rijk[24],
+ Mercurius, vol praktijk[25],
+ 't Moest al onder zijn juk buigen:
+ Mars moest Venus borsten zuigen,
+ Niet de rechter borst vol wijn,
+ Maar de slinke vol venijn;
+ Lyaeus[26], voor zijn zoete druiven,
+ Moest van Liefdes spijze kluiven;
+ 't Kind hield d' overhand in 't perk[27]
+ Over menschen, Goden sterk,
+ Ving en schoot stadig vol kwalen,
+ 't Waar te lange om verhalen;
+ En, gelijk 't vermoeide hert,
+ 't Welk in strikken is verward,
+ En 's jagers list is beproevig[28],
+ Schreyet bittre tranen droevig,
+ Alzoo ook met tranen elk
+ Moest vervullen Venus' kelk;
+ Deze schutter, naar zijn wenschen,
+ Trefte[29] Goden ende menschen.
+ Den tijd, die (steeds onvermoeid)
+ Gedurig voortvaart en spoeit,
+ Liet Hesperus[30] zien, terwijlen
+ Cupido verschoot zijn pijlen;
+ D'avond dekte 's werelds oog,
+ 't Weeldrig kind van Pafos vloog,
+ Om zijn moeder te verzellen,
+ En zijn avontuur vertellen;
+ Als Venus haar kind vernam,
+ Zij hem in haar armen nam.
+
+[Voetnoot 1: Als 't Westewindjen met de bloemen koost.]
+
+[Voetnoot 2: De Grieksche Zonnegod.]
+
+[Voetnoot 3: De Grieksch-Latijnsche naam van 't sterrebeeld de Stier.]
+
+[Voetnoot 4: Aurora,'t morgenrood.]
+
+[Voetnoot 5: de vergetelheid.]
+
+[Voetnoot 6: _met heusche taal_.]
+
+[Voetnoot 7: _Sprong op_.]
+
+[Voetnoot 8: Anders _sierlijk_, _fraai_.]
+
+[Voetnoot 9: Thans _mijn waarde zoon_.]
+
+[Voetnoot 10: Thans _vangt aan_.]
+
+[Voetnoot 11: _bezorgd_, _er op uit om_, _begeerig, belust_; 't laatste
+ware dan ook wel zoo juist geweest, en 't eerste waarschijnlijk alleen
+om het rijm gekozen.]
+
+[Voetnoot 12: Naar den weggeslonken verbuigingsvorm; thans _wilde_.]
+
+[Voetnoot 13: _in tranen_.]
+
+[Voetnoot 14: _Tot wreede kwelling_.]
+
+[Voetnoot 15: _Sloeg open_, _ontvouwde_.]
+
+[Voetnoot 16: _klaargemaakt_.]
+
+[Voetnoot 17: De drie _Graciën_, _Bevalligheden_.]
+
+[Voetnoot 18: _De zon_.]
+
+[Voetnoot 19: _Voor zich op reis ging begeven_.]
+
+[Voetnoot 20: _zacht windjen_.]
+
+[Voetnoot 21: Thans (bij weggeslonken verbuigingsvorm) _korte_.]
+
+[Voetnoot 22: _Naar den rij af_.]
+
+[Voetnoot 23: De Grieksch-Latijnsche hoofdgod, die op den Olymp zetelde].
+
+[Voetnoot 24: Uit dit bijv. naamw. zou men een verwarring van den God
+des rijkdoms (Plutus) met dien der onderwereld (Pluto) vermoeden.]
+
+[Voetnoot 25: _vol sluwheid_ (als de God van handel en dieven).]
+
+[Voetnoot 26: Bacchus.]
+
+[Voetnoot 27: _strijdperk_.]
+
+[Voetnoot 28: _beproeft_, _ondervindt_.]
+
+[Voetnoot 29: Verkeerdelijk voor trof.]
+
+[Voetnoot 30: De avondster.]
+
+
+
+
+
+ Dedicatie
+ AAN DE JONKVROUWEN
+ VAN FRIESLAND EN OVERIJSEL[1].
+
+
+ Als Venus goedertier[2] de liefd' ter werelt bracht,
+ Werd Jupiter beroerd, die terstond alle Goden
+ In 's Hemels hoogste zaal liet dagen door zijn boden,
+ Die aan dit kinds gedaant'[3] oordeelden, met voordacht,
+ Dat hij de menschen zoû beroeren met tweedracht;
+ Dies zij bestemden[4] al dit dartel kind te dooden.
+ Venus dit haast[5] vernam, is met haar kind gevloden.
+ En bracht het om te voên bij u, o zoet geslacht!--
+ Dit kind hebdy[6] gevoed, geleerd, en bovendien
+ Met boog en pijlen straf gewapend en voorzien;
+ Het treft (naar uwen wil) ons met zijn scherpe stralen[7],
+ Dat wij, als zwanen droef, vóór onzen ondergang,
+ Met een treurig geluid u bieden ons gezang;--
+ Jonkvrouwen! uw gezicht laat minlijk daarop dalen!
+
+[Voetnoot 1: Onder dezen titel kwam dit klinkdicht in _Den Witten
+verbeterden Lusthoff_ (Amsterdam bij Dirk Pietersz, in de Witte Persse,
+1607) het eerst voor, en schijnt (naar Van Lenneps opmerking) uit een
+handelsreis van den jongen Vondel naar beide provinciën geboren. Later
+gaf hij het, onder zijne _Oude Rijmen_, met het opschrift _Aan de
+Jonkvrouwen van Nederland_ uit.]
+
+[Voetnoot 2: Thans de goede Venus.]
+
+[Voetnoot 3: Uit de gestaltenis van dit kind wijselijk opgemaakt.]
+
+[Voetnoot 4: _Bepaalden_; verg. over dit woord de juiste opmerkingen van
+Mr. A. Bogaers in den _Taalgids_ IV, 1.]
+
+[Voetnoot 5: _ras, spoedig._]
+
+[Voetnoot 6: Saamgetrokken uit _hebt gij_ (of eig. gy.)]
+
+[Voetnoot 7: _pijlen._]
+
+
+
+
+ Oorlof-Lied.[1]
+
+ (Op den toon: de rein liefde vierig.)
+
+
+ D'wijl Saturnus vluchtig, Die ons heeft vergaârd[2],
+ Ons nu scheiden zuchtig[3] Doet, geheel bezwaard,
+ Neem ik met verlangen Oorlof aan u, mijnen lust,
+ G'hebt mijn hart bevangen, Ik versmacht naar pijnen-rust[4].
+
+ Doch hoewel wij scheiden, Met droefheid en pijn,
+ Ja, met tranig schreiden[5], Zal uw zoet aanschijn,
+ 't Welk mij heeft verwonnen Door Cupido's schichten fel,
+ Mij verheugen konnen, En mijn hart verlichten wel.
+
+ Ja, mijn liefde krachtig, Die ik t'uwaarts draag,
+ Als Piram[6] eendrachtig, Blijft u trouwe[7] staâg;
+ Dit zal ik doen blijken, Als die liefd' bestrijdet mij,
+ 'k Zal geenszins bezwijken voor den dood; belijdet[8] mij.
+
+ Nooit minnaar gestadig Als ik, dijnen[9] knecht,
+ Mijn[10] Hero weldadigh! Die uw haren vlecht
+ Als Diana cierig; Mij van gelijken gerieft[11],
+ Groeit in liefd vierig! Troost mij laat blijken de liefd'!
+
+ Stort dijne gebeden, Als ik ben op reis,
+ Opdat ik met vreden Keer in dijn paleis;
+ Bid Neptunus jonstig, Dat hij zij behoedig mij,
+ En Aeool mij jonstig, Door Zefyr, voorspoedig zij.
+
+ Trouw als Penelope Mij, Ulysses, wacht!
+ Ik stel al mijn hope Op u, dag en nacht;
+ Als Océaan woedig Het gantsche schip deyen doet,
+ Door golven onspoedig, Zal ik aan dij peizen vroed.
+
+ Lijdzaam wilt verwachten Mijn weêrkomst verheugd,
+ Met wankel gedachten Maakt geen ongeneugt';
+ Geen Paris lichtvaardig, Ben ik, zoo gij merken moogt,
+ Oënone waardig! mij een vreugds versterken toogt[12].
+
+ Mijn Tempe verheven, Daar ik in vermei!
+ Mijn vreugd en mijn leven, Wiens troost ik verbeî!
+ Wie kan mij aftrekken Van uw lieflijk wezen zoet,
+ Gij kunt mij verwekken Door uw deugd geprezen goed.
+
+ Cyrce's tooverkruiden[13] Hoef ik zoeken niet,
+ In 't Noorden of Zuiden, Met pijn en verdriet;
+ Gelijk Glaucus zwaarlijk[14] Om Scylla veel pijnen leed,
+ Gij troost mij eenpaarlijk[15] Zijt mijn medicijnen reed!
+
+ Oorlof, mijn Princesse! Waardig om bespien,
+ Voor de laatste lesse[16], Tot een wederzien,
+ Als mijn kwaal zal blusschen Uw bijwezen vreugdig tier;
+ Met een treurig kussen, Oorlof! gij, schoon jeugdig dier[17]!
+
+[Voetnoot 1: _Afscheidslied._]
+
+[Voetnoot 2: _Samenbracht._]
+
+[Voetnoot 3: _zuchtend._]
+
+[Voetnoot 4: Verpoozing van leed.]
+
+[Voetnoot 5: Voor _schreyen_.]
+
+[Voetnoot 6: _Piramus_, de bekende minnaar van Thisbe.]
+
+[Voetnoot 7: _getrouw._]
+
+[Voetnoot 8: _bekent het_.]
+
+[Voetnoot 9: Thans _uwen_ of liever _uw_.]
+
+[Voetnoot 10: Zoo zal men wel lezen moeten voor het onverstaanbare
+_Min_.]
+
+[Voetnoot 11: Zoo lees ik voor _geriefd'_, dat geen zin geeft, en
+wellicht alleen voor 't rijm op _liefd'_ zoo gespeld werd.]
+
+[Voetnoot 12: _toont_, _schenkt_.]
+
+[Voetnoot 13: Zoo werd reeds door Mr. van Lennep voor _Toonderkruiden_
+gelezen.]
+
+[Voetnoot 14: moeitevol.]
+
+[Voetnoot 15: _gelijkerwijs_.]
+
+[Voetnoot 16: _maal_, _keer_.]
+
+[Voetnoot 17: _meisjen_.]
+
+
+
+
+ Op het Twaalfjarig Bestand der Nederlanden
+
+
+ De Hemel, krijgens zat, erbarmt zich onzer kwalen,
+ Kastiljen wordt beweegd[1] den Vrede ons aan te biên;
+ De Staten leenen 't oor, dies wij verwonderd zien
+ Het Vredemakend volk[2] genaken onze palen.
+ Na onderling gesprek, opschorsing, en lang dralen,
+ Vergunt men hun 't Bestand voor jaren twee en tien:
+ Op hope, of metter tijd een Vrede-zon misschien
+ De Nederlanden mocht geduriglijk bestralen.
+
+ Nassau ontwapent zich, om ruste te verwerven,
+ Steekt op zijn dreigend staal, geschaard van 't veel doorkerven,
+ En 't Bondig Land[3] geniet de vruchten van zijn zweet.
+
+ Van vreugde golven vuurs ten Hemel opwaarts varen,
+ Men offert lof en dank den Heere der Heerscharen,
+ Die nu in lout're vreugd doet eindigen ons leed.
+
+[Voetnoot 1: Thans minder juist _bewogen_.]
+
+[Voetnoot 2: De gevolmachtigde onderhandelaars.]
+
+[Voetnoot 3: De verbonden of Vereenigde Nederlanden.]
+
+
+
+
+ UITVAART EN TREURDICHT
+ van
+ HENRICUS DE GROOTE,
+ Koning van Frankrijk en Navarre.[1]
+
+
+ Welaan, mijn Zang-Godin! 't is tijd, dat wij aanvangen
+ Te stellen op 't Tooneel, al zijn wij plomp en grof,
+ Het droevig Treurspel van 't Parisiaansche Hof,
+ Waarom de tranen nog bepaarlen onze wangen.
+ Gij wereld-Goden, o! die op uw groote kroonen,
+ Op uw Rijks-staven en verheven zetels pocht,
+ Wiens wortels in de Hel, wiens spitsen in de Locht[2]
+ Zich bergen, komt nu hier! komt hier, ik zal u toonen
+ Dit heerlijk schouwtooneel: komt, doet uw oogen open,
+ 't Zij of gij heerscht, daar ons met zijn gespiegeld licht
+ De Morgen-wekker[3] roept, 't zij of gij hebt gesticht
+ Uw troonen, daar den dag ons afpunt[4] gaat ontloopen.
+ Ziet, in dit tafereel, van uwe heerlijkheden
+ Den wankelbaren stand; ziet, hoe eens Konings roem
+ En blijdschap eer verwelkt dan een versierde bloem,
+ Die 's morgens vrolijk bloost, en 's avonds ligt vertreden.
+ Schouwt's tijds getuimel aan, die[5] als een gramme Leeuwe
+ Uw vluchtig leven scheurt, en hier in 't aardsch gewoel
+ Den Vader rukt in 't graf, den Zoon stelt op den stoel,
+ En wendt zoo stadig 't glas van Koning, Staat, en Eeuwe.
+ Zijn hooge Majesteit, de Kristelijkste Koning[6]
+ Zich nu gezegend vond, en Frankrijk in 't gemeen
+ Riep: tot verzeekring van dees' Monarchie, alleen
+ Ontbreekt onz' Koningin[7] de Koninklijke krooning.
+ De krooninge, wiens glans van 't Oosten tot het Westen
+ Gelijk de bliksem licht, en onzen Dolfijn[8] voedt
+ Zoo mann'lijk tot de Kroon, als wel zijn Edel bloed
+ Rechtvaardig' erfgenaam hem tuigt, en kan bevesten.
+ Dus rees tot Sint Denijs[9] den blijden dag besloten,
+ Tot Medicis[7] triumf, waar voor de schoone Mei
+ Haar bloemen allesins op 't aardrijk, als een sprei,
+ Had verwig uitgespreid, en rijkelijk gegoten.
+ De vuur'ge Zonne-kloot (die met een heet gebluister[10]
+ Naar 't Tweelings teeken liep) heeft zich van spijt gebergd[11],
+ En, van zoo veel gesteente en dierbaar goud getergd,
+ Verloor zijn heerlijkheid, en zijner stralen luister.
+ Wat pratter[12] pronkerij! wat zeldzaam' levereyen
+ Vertoonen zich alhier! hoe blinkt hier menigvoud
+ Den aardschen Hemel! ô, hoe ruischt en kraakt hier 't goud
+ Der kleedingen, waarin zich Zephyr komt vermeyen!
+ 't Is Salomonis Eeuw, 't zijn d' Idumeesche stranden,
+ De Paarlen zijn gemeen, en 't Goud hier ongeacht;
+ Hier heeft Natuur en Kunst om 't kunstigste gewracht,
+ Zij off'ren samen hier de werken hunder[13] handen.
+ Maar wie in al 't gedrang zoo heerlijken van verre
+ Doch bovenal uitmunt, o, 't is de Koningin!
+ Henrici schoone Bruid, de sterflijke Godin,
+ Die men de Kroon opstelt[14] van Frankrijk en Navarre.
+ Die, met haar witte hand en vingeren ompeerelt[15]
+ Den Scepter Galliae, eenstemmig algelijk
+ Men Koninginne kroont van 't Fransche Koningrijk,
+ En wettelijk omdrukt[16] voor God en al de wereld.
+ Ai! ziet, wat grooter vreugd en vrolijkheid der Franschen
+ Gemoeden[17] rêe bevangt, nu met een luide stem
+ Des Hemels Echo roept: veel heils de Diadem,
+ Die op Maria's hoofd weêrlicht met helder glansen!
+ Leef lang, o Koningin! die door uw kinder-baren
+ Ons gelukzalig maakt, uit wier vruchtbaren schoot
+ De Dolfijn is verwekt, die na zijns Vaders dood
+ Den sleutel van dit Rijk zal houden en bewaren.
+ Ter goeder tijd en uur, Princesse! gij Florencen
+ Tot onzer baten liet, en braakt de blaauwe zee
+ Haar golven met de kiel uws vlottigs Schips in twee,
+ En landen[18] spoedig als een Venus aan onz' grenzen.
+ Dus eindigt deze Feest. _Vive!_ _o Vive la Reine!_
+ De naklank al den nacht vast wederschalt verheugd,
+ Denijs[19] onwetens is op 't hoogste van zijn vreugd',
+ Met dat zich Febus weêr komt spieg'len in de Seine.
+ De Koning vindt Parijs met vrolijkheid bevangen,
+ En overgeven heel; hij ziet, naar zijnen lust,
+ Hoe vlijtig ieder zich siert, wapent, en toerust,
+ Om 's volgenden Sabbats[20] zijn' Koningin te ontvangen.
+ Henricus, die de deugd en 't heilig Evangelie
+ Zoo vuriglijk beschermt, helaas! denkt luttel, ach!
+ Dat met de Zon alreê gerezen is de dag,
+ Waarin zijn leven zal verwelken als een Lelie.
+ Als hij na middag doet den Koetsier zijnen wagen
+ Voorthalen met 't gespan, terwijl, aan 's Hemels glas,
+ De Zonne wederom gaat vallen in het gras,
+ Zoo heeft de klok zijns tijds de laatste uur geslagen.
+ Hij klimt ontijdelijk in zijn gewielde Koetse,
+ Om, volgens zijnen aard, in 't Heldisch Arsenaal
+ Zich spieglen in 't azuur van 't Oorlogs wapen-staal,
+ Daar van zijn vromigheid[21] blijkt de beproefde toetse.
+ Waar is de dapp're schild, daar zijn verwonnen Steden
+ Men in gebliksemd ziet? daar hij met 't bloedig zwaard,
+ Met roode sluyers, en veel krijgs-roof kwam te paard,
+ Zelfs uit den slag Ivry[22] triumfelijk gereden;
+ Daar 't bloed liep van zijn arm met karmozijnen stralen,
+ Daar hij stak in de lucht de bloedige Trofeên,
+ Waar met[23] de Ligue in 't vlak bestoven veld verscheen,
+ En meende van zijn hoofd de groote kroon te halen.
+ De blazers[24] liggen hier, daar zijn rebelle Gallen
+ Eer met gedwongen zijn tot onderdanigheid,
+ Waar met de dolle Mars ter neder is geleid,
+ Waar met beschoten zijn zoo veel versteende wallen.
+ Maar och! hij rijdt al voorts; lijf-wachters! wilt u schamen,
+ Dat gij zoo traaglijk volgt; 't is tijd om toe te zien,
+ Gij laat hem in zijn koets met weinige Edel-liên
+ Zijn einde vinden, en zijn duister tombe samen.
+ De Voerman, die hier stuurt de breidels en de toomen,
+ Den Stuurder recht gelijkt, die met 't gevlerkte schip
+ Loopt op een blinde klip, op een verrader-klip,
+ Op een gedoken Roots[25] in d' Oceaansche stroomen.
+ De Rossen doen 't gebit van hare breidels schuimen,
+ En weig'ren lui en traag te trekken hunnen last,
+ De toom die hun[26] bedwingt, de geesel-zweep die klast[27],
+ Doet hun het laatste pad van 's Konings rid opruimen.
+ 't Plaveisel van de straat, d' oneffen harde steenen,
+ De Koetse weren wil in haren kwaden tocht:
+ Des Hemels oog verdompt[28], zijn fakkel in de locht,
+ De blaauwe Hemel zich ontluistert al met eenen.
+ Gelijk men menigmaal de teekens en voorboden
+ Van 't aanstaande onweêr ziet, als over 's werelds kruin
+ Zich donder, bliksem, wind wroegt[29], dampig, mistig bruin,
+ Als Juno[30] krijgen zal met haren God der Goden;
+ Zoo ziet men hier alreê bewegelijk voorloopen
+ De bonte Regen-boog, der zwarte wolken val,
+ Die Frankrijks Horizont, met 't schreyende kristal
+ Van een stort-regen, zal in droeve tranen doopen.
+ François[31] (o, geen François, maar overgeven Moorder!)
+ Den wagen heeft in 't oog, welk bij Sint Innocent
+ Een Karre en Koetse[32] ontmoet, die met hun wielen, blend[33]
+ Weêrhouden 's Konings Koets, dat achterwaarts noch voorder
+ Geen van hun allen mag; 't zij dat de raders haken
+ In d' een en d' anders As, of 't zij elkanders rad
+ Malkanderen in 't spoor van eenen wagen-pad
+ Weêrhouden, en soo t' zaâm aan 't stille staan geraken.
+ De booswicht hierop loert, en ziet zijn zake schoone,
+ Dies wapent Satan hem: hij rukt uit zijne scheê
+ 't Geblinddoekt hand-staal[34] daar hij met (o schriklijk wee!)
+ Bourbon[35] twee wonden geeft, aldaar hij zit ten toone:
+ Beide in zijn linkerzijd', vervloekte Moorder-stukken!
+ D' een naar de schouder toe, niet dieper is gepriemd,
+ Dan recht door 't vliezig vel, en d' ander, al gevliemd[36],
+ Van 's Konings edel hart gaat d' ader diep doordrukken.
+ Beneên de zesde rib 't gepunte moord-mes krachtig
+ In 's Konings lichaam dringt, zoodat het met zijn spits
+ Den hollen[37] ader treft; o doodelijke flits!
+ De wereldsche Monarch zinkt in zijn koetse onmachtig.
+ Gelijk op Helicon[38] uitbortelende d' ader
+ Des Bergs ten Hemel sprong, toen met 't hoef-ijzer straf
+ Perseï lichten Hengst haar sloeg en oorsprong gaf,
+ Zoo spuit ook alsins 't bloed van dezen Franschen Vader;
+ Zijn Edelliên verbaasd, om 't edel bloed te stelpen,
+ Fluks wenden naar 't Paleis de Koninklijke koets,
+ Die stroomig overliep van een riviere bloeds:
+ Men riep, men kreesch om hulp; helaas! het mocht niet helpen.
+ Van alle kanten 't volk de straten kwam vervullen,
+ En bootsen[39] 't baar-gedrang van een vergramde Zee:
+ D' een, om den moordenaar te scheuren fluks in twee,
+ Men als een Leeuwe zag van toorne en gramschap brullen;
+ D' een loopt naar 't groot Paleis, en d' ander, met veel scharen,
+ Zich op de wallen geeft; d' een spoedt zich vlug en rad,
+ Om 't Capitolium van dees beroemde stad,
+ En d' ander om Loys, den Dolfijn, te bewaren.
+ Dus ondertusschen raakt de Koning in de Louvre,
+ Alwaar zijn bleek gelaat naar 't leven vast de dood
+ Afschildert, en betuigt den sterfelijken nood,
+ En star-oogt Hemelwaarts naar aller vromen oevre[40].
+ Zijn handen vlecht hij t'zaâm naar den gesternden Troone
+ En roept helaas! (zoo 't schijnt) den hoogsten Koning aan:
+ Wil tot een Offerande, o Heer! mijn Ziel ontfaan,
+ Als 't Lichaam zal ontlast zijn van deez' aardsche Kroone.
+ Driemalen schijnt hij nog adieu te roepen t' elken[41]:
+ Adieu, mijn Koningin, mijn Kinders, en mijn Hof!
+ Mijn leven nu verscheidt uit 's Lichaams brooze stof,
+ Onsterflijk zij mijn Ziel, 's Geest's hutte moet verwelken.
+ Daar werd zijn lijk beschreid met heet beweegde tranen,
+ De droefheid overvloeit tot 's Hemels hoog gebouw,
+ 't Geluid ten wolken klimt; daar kleedt zich in den rouw
+ De Choor des Parlements[42], met al zijn onderdanen.
+ De duizend-tongsche Faam zij uw gerucht bevolen,
+ Beklaaglijke Monarch! aldus de Peleaan[43],
+ Met Cesar de Romein dy[44] lange is voorgegaan,
+ Doch huns naams Echo speelt nog heden in de polen[45].
+ Jaar-maanden zeventien, en elf Olympiaden[46]
+ Afgunstig heeft de tijd uw dagen afgemaaid,
+ En eindelijke 't wiel van dynen[47] loop gedraaid,
+ Na dat men heeft gezien de bliksems van uw daden:
+ Na dat men den Olijf heeft vredelijk zien bloeyen
+ Sinds gij den Traciër[48] hebt zijn wapenen beroofd,
+ En, onder 't lief ontzag van uw gelauwerd hoofd,
+ Navarre en Frankrijk tot één Ligchaam laten groeyen:
+ Nu slaapt, Henrice! slaapt; nu rust op der gedachten
+ Verheven Altaar-plat, na zoo veel Wapen-strijds:
+ Vermeluwt[49] dijn Colos door 't oud verloop des tijds,
+ Of wischt men't grafschrift uit van mijn geveêrde schachten,
+ Uw vliegende gerucht kan tijd noch eeuw verrassen:
+ De Fenix beeldt dit af, die eindelijken[50] spijst
+ 't Vuur met zijn sterflijkheid[51] waar uit de jonge rijst:
+ Zoo ziet men weêr verwekt den Dolfijn uit uw asschen.
+ O, snoode Ravaillac! God zal hier namaals eischen
+ Van u (die Jean Castel, La Barre, en Biron volgt
+ Welk Acherontis poel en Styx[52] heeft op gegolgd[53])
+ Het duur vergoten bloed met een gekromde zeisen.
+ Helaas! gij moordt uw ziele in droefheid en ellenden,
+ Met 's Konings sterflijk lijf te maayen in het graf,
+ En moet hier evenwel, door d' allerwreedste straf,
+ Treurspelig dijnen tijd met 's Konings eind' volenden.
+ [Hoe lange zuldy[54] nog den hoogsten rechter tergen,
+ Gij, Babylonsche hoer! die in de wereld zaait
+ 't Vermaledijde zaad, waarvan men eindlijk maait
+ Dees vruchten; o, de val genaakt uw zeven bergen!
+ De waarheid schuift alsins de breê gordijnen open,
+ Waarachter gij boeleert met dijnen Helschen boel!--
+ Afgodisch knielt niet meer voor haren stoel,
+ Doet eens uw oogen op, gij, vorsten van Europen!
+ Ziet, hoe zij hare schaamt', met een onnut geweven
+ En ijdel spinneweb, nog te bedekken tracht,
+ Wat monster zij in 't licht der zonne heeft gebracht,
+ En hoe heur beelde Krist gelijkt als dood en leven!
+ D'onvastigheid aanschouwt van hare kerkpilaren,
+ Welk dreigen al van zelf te vallen onder voet,
+ Haar Evangelie-boek, bezegeld met het bloed
+ Des moorders, welk zij noemt haar heilge martelaren!][55]
+ De Hemel zij geloofd, die met zijn goedheids-vlerken
+ Heeft Frankrijk overschaâuwd, en met genade omarmd,
+ Die in zoo grooten storm den Dolfijn heeft beschermd
+ Met d'Eed'le Koningin; nu prijst Gods wonderwerken!
+ Veel heils en veel geluks, o schoone Morgen-sterre!
+ Die over Frankrijk licht, en in uw Vaders plaats
+ Met dijn Vrouw-Moeder heerscht, met zoo veel wijzen raads:
+ Io! Io! de Kroon van Frankrijk en Navarre!
+ Dolfijn (niet meer Dolfijn, maar Koninklijke Lelie[56],)
+ Loys! die stadig moet vertreden zien den kop
+ Zijns vijands, en alsins 't veldteeken richten op,
+ De roode Standaart-Vaan van 't dobbel[57] Evangelie!--
+ Tot eenen Gyges[58] groeit; dat, door uw kloek bestieren,
+ Des Ibers jalouzie[59] dy nimmer achterhaalt;
+ Als[60] 't Pyreneesch gebergt' dijn Rijk van Spanje paalt[61],
+ Schut zijn afgunstigheid ook zoo van uw frontieren!
+
+ I. V. VONDELEN.
+
+[Voetnoot 1: Die, gelijk men weet, den 15en Mei 1610, door Ravaillac
+vermoord was.]
+
+[Voetnoot 2: Voor _lucht_.]
+
+[Voetnoot 3: Nam. de _Zon_.]
+
+[Voetnoot 4: _gezichtspunt_.]
+
+[Voetnoot 5: Nam. de tijd.]
+
+[Voetnoot 6: Naar de bekende Fransche koningstitel van _Allerkristelijke
+Majesteit_.]
+
+[Voetnoot 7: Hendriks tweede gade, Maria de Medicis.]
+
+[Voetnoot 8: De welbekende naam van den Franschen kroonprins.]
+
+[Voetnoot 9: De koninklijke begrafenis-abdij.]
+
+[Voetnoot 10: _Geblaak_ (verg. 't Eng. _to blister_).]
+
+[Voetnoot 11: Thans _geborgen_.]
+
+[Voetnoot 12: _trotscher_.]
+
+[Voetnoot 13: voor _hunner_ (_harer_).]
+
+[Voetnoot 14: voor _opzet_.]
+
+[Voetnoot 15: Vleyend voor _omvat_.]
+
+[Voetnoot 16: Voor _omspant_ (met de kroon nam.).]
+
+[Voetnoot 17: Thans _gemoederen_, met verlengden meervoudvorm.]
+
+[Voetnoot 18: Thans _landdet_.]
+
+[Voetnoot 19: Frankrijks beschermheilige; verg. [24].]
+
+[Voetnoot 20: _op den volg. zondag_.]
+
+[Voetnoot 21: _Wakkerheid_, _kloekheid_, naar de oorspronkelijke
+beteekenis van 't woord.]
+
+[Voetnoot 22: Door Hendrik op de Ligue gewonnen.]
+
+[Voetnoot 23: Thans _waarmeê_; verg. ook drie regels later.]
+
+[Voetnoot 24: De vuurwapenen.]
+
+[Voetnoot 25: Voor _rotse_, thans _rots_.]
+
+[Voetnoot 26: Thans _hen_.]
+
+[Voetnoot 27: _kletst_.]
+
+[Voetnoot 28: _dooft_.]
+
+[Voetnoot 29: Voor _wringt_.]
+
+[Voetnoot 30: Mythologische vergelijking naar den wansmaak der eeuw.]
+
+[Voetnoot 31: Klankspeling op den voor- en volksnaam van den moordenaar
+(_Frans_ en _Fransch_).]
+
+[Voetnoot 32: Eig. twee vrachtwagens.]
+
+[Voetnoot 33: Voor _blind_.]
+
+[Voetnoot 34: _De verholen dolk_.]
+
+[Voetnoot 35: Hendriks stamnaam.]
+
+[Voetnoot 36: Thans _golvend_, _doorsnijdend_.]
+
+[Voetnoot 37: De zoogenoemde _vena cava_, door welke 't bloed naar 't
+hart vloeit]
+
+[Voetnoot 38: De welbekende Grieksche zangberg, op welken, naar de
+overlevering, door den hoefslag van Perseus' paard de zangbron (of
+_Hippokrene_) ontsprong.]
+
+[Voetnoot 39: Thans _nabootsen_.]
+
+[Voetnoot 40: Voor _oever_, _boord_.]
+
+[Voetnoot 41: Thans _telkens_.]
+
+[Voetnoot 42: Het bekende hooge Fransche staatslichaam van vóór 1789.]
+
+[Voetnoot 43: Achilles (de zoon van Peleus).]
+
+[Voetnoot 44: Derde en vierde naamval van 't verouderde voorn. w. van
+den tweeden persoon (du).]
+
+[Voetnoot 45: Versta: tusschen de polen, d. i. in de wereld.]
+
+[Voetnoot 46: Wansmakelijke en onjuiste vermenging der Grieksche en
+latere jaartelling voor 56 j. en 5 m.]
+
+[Voetnoot 47: Thans uwen; verg. den vorigen regel.]
+
+[Voetnoot 48: Den Turk, als bewoner van 't vroegere Thraciën.]
+
+[Voetnoot 49: _Vermolmt._]
+
+[Voetnoot 50: Thans, met onverbogen vorm, _eindelijk_.]
+
+[Voetnoot 51: Voor _lichaam_.]
+
+[Voetnoot 52: _Ach. en Styx_ de bekende wateren der onderwereld.]
+
+[Voetnoot 53: _Uitgegolpt._]
+
+[Voetnoot 54: Saamgetrokken, _voor zult gij_.]
+
+[Voetnoot 55: De toespraak tot Rome, in de 16 voorafgaande regels
+vervat, wordt slechts in sommige uitgaven gevonden, en is wellicht niet
+van Vondel.]
+
+[Voetnoot 56: Niet meer kroonprins, maar koning.]
+
+[Voetnoot 57: Het O. en N. Verbond.]
+
+[Voetnoot 58: Lees _Gigas d. i. reus_.]
+
+[Voetnoot 59: Spanjes naijver.]
+
+[Voetnoot 60: _gelijk_.]
+
+[Voetnoot 61: Voor _scheidt_.]
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by
+Joost van Vondel
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL ***
+
+***** This file should be named 21800-8.txt or 21800-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/1/8/0/21800/
+
+Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.