diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 01:45:58 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 01:45:58 -0700 |
| commit | 404097b659ddd33212321f9afd6a9d2ef3bc3ed0 (patch) | |
| tree | 04ca2744d90a57873cfaff56f45aa4682c101848 /21800-8.txt | |
Diffstat (limited to '21800-8.txt')
| -rw-r--r-- | 21800-8.txt | 2010 |
1 files changed, 2010 insertions, 0 deletions
diff --git a/21800-8.txt b/21800-8.txt new file mode 100644 index 0000000..4d8df7c --- /dev/null +++ b/21800-8.txt @@ -0,0 +1,2010 @@ +The Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by +Joost van Vondel + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De complete werken van Joost van Vondel + +Author: Joost van Vondel + +Editor: H.J. Allard + +Release Date: June 11, 2007 [EBook #21800] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL *** + + + + +Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + + + + + + + + + DE COMPLETE WERKEN + + VAN + + JOOST VAN VONDEL. + + + + MET EENE VOORREDE + + VAN + + H. J. ALLARD, + + + LEERAAR AAN 'T SEMINARIE TE KUILENBURG. + + + + EERSTE DEEL. + + 's-Hertogenbosch.--Amsterdam. + HENRI BOGAERTS, opvolger van P. N. VERHOEVEN. + + + + 1870. + + + + + + VOORREDE. + + +Geheel Nederland door is het overbekend, hoe verdienstelijk de Heer +HENRI BOGAERTS zich gemaakt heeft ten opzichte der katholieke pers, door +zijne talrijke en goedkoope uitgaven van echt-katholieke of althans +onschadelijke werken. + +Door aankoop in 't bezit geraakt der Vondel-editie, in de jaren 1864 tot +66 bij H. A. M. ROELANTS te _Schiedam_ verschenen, deed hij mij het +heusch verzoek, om eene Voor- en Narede te schrijven tot dat werk, ten +einde het aldus in te leiden bij de katholieke huisgezinnen, waar hij +zich voorgenomen heeft het tegen een uiterst geringen prijs te +verspreiden. + +Dat verzoek heb ik met gretigheid aangenomen. + +Aan alle Nederlanders, maar inzonderheid aan Neêrlands Katholieken moet, +om genoegzaam bekende redenen, de grootste onzer Dichters, de reinste +glorie van ons vaderland, de katholieke _Joost van den Vondel_ bekend en +dierbaar zijn. + +Doch, daartoe is niet voldoende, dat men met zijn naam voor de +buitenlanders brageere--gelijk N. BEETS zich eigenaardig +uitdrukt;--daartoe is niet voldoende, dat men de vaak vernomen +lofspraken, uit den mond van Vondel-kundigen opgevangen, verder naprate +en voortvertelle; daartoe is niet voldoende, dat men eenige +stukken--doorgaans dezelfde--in deze of gene verzameling hebbe gelezen +of zelfs zich in 't geheugen hebbe geprent: daartoe is ook noodzakelijk, +dat men den edelhartigen man, in geheel zijne persoonlijkheid, leere +kennen uit geheel zijn levensloop, en hem, in al zijne +voortreffelijkheid, leere waardeeren uit al zijne werken[1]. + +En wie kent Vondel? Wie kent den koning van den Nederlandschen Zangberg? +Wie kent hem--'t zijn de woorden van een deskundige--in al de waarde +zijner poëzij? Wie heeft de maatgedichten zijner "oorspronkelijke" +snaren in al hun kracht gesmaakt? Wie kent den ganschen omvang zijner +dichtgaaf, in haar heiligen ernst, in haar lachende soms bijtende +scherts, hare oneindige diepte en haar spelenden kinderzin, haar +goddelijken eenvoud, ook bij de stoutste verheffing en de +schrikwekkendste waarheid, haar verkwikkende frischheid, haar +bezielenden gang, den natuurlijken rijkdom harer treffende beelden, en +de zuivere volheid harer keurige kunst? Wie kent haar, in één woord, zoo +als zij gekend moest worden, en zoo als haar te kennen, haar te genieten +is? + +Dit geldt voor allen:--gansch bijzondere redenen gelden voor de +Katholieken. + +Zij alleen zijn volkomen in staat, beter dan hun protestantsche +medechristenen, om een aantal meesterstukken van Vondel te kunnen +begrijpen en smaken. + +Immers Vondel, die in het tijdperk der volle kracht van zijn krachtvol +genie en leven tot den schoot der Moederkerk is wedergekeerd, de +katholieke Vondel heeft met zijn gouden luitstift bijna alles +aangeroerd, wat aan Katholieken vooral, en soms uitsluitend, de hoogste +belangstelling inboezemt en hun bij uitstek dierbaar moet wezen. + +Hij heeft het hoog-rijzende Vaticaan bezongen en de Stad, + + Die door de zorg der Hoofdapostelen bevrijd + Gelijk een steenrots staat, daar 't al op stuit en splijt. + +Hij heeft de graven dier Hoofdapostelen der Roomsche Kerk, en tevens +Petrus' nazaten, de voorzaten van onzen PIUS, in talrijke gedichten +gevierd; hij heeft in eene dramatische Elegie het bloedig uiteinde +betreurd eener gemartelde Majesteit, eener Maria Stuart, die roomsche +bloedgetuige, die katholieke doode, "over welke tranen zullen gestort +worden, zoolang er tranen op aarde zijn"; hij heeft de ijverige +priesters herdacht, die, te midden der felste beproeving, onder onze +katholieke voorvaderen het heilig geloof behielden en aanwakkerden; hij +heeft aan bijna alle katholieke vermaardheden van zijn tijd de hulde +zijner bewondering en hoogschatting gebracht, van de Spaansche +Aartshertogin Isabella-Clara-Eugenia en de Zweedsche Koningin +Christina-Maria-Alexandra, tot de Hoornsche "arme Klarisse" Anna +Bruyningh en het Amsterdamsche Jezuïeten-klopjen Dina Noordijck; hij +heeft aan de "Feniksmaagd", aan de Moeder des Heeren, een aantal schoone +dichtregels gewijd; hij heeft het hoogheilig Altaarsakrament +verheerlijkt in een voortreffelijk leerdicht, dat èn den +wetenschappelijken zin van een godgeleerde, èn den fijnsten kunstsmaak +van een letterkundige, èn het vroom gemoed van den eenvoudigen Christen +gelijkelijk bevredigt; hij heeft de "Heerlijkheden" der Roomsch +Katholieke Kerk bezongen, en in dat gedicht een klemmend betoog geleverd +van haar goddelijken oorsprong, goddelijke wording, goddelijke +uitbreiding; hij heeft "Bespiegelingen" over Gods wezen en Gods +inwendige eigenschappen, over Gods werken naar buiten en Gods +liefdewonderen op aarde, neêrgeschreven, die, ontleend aan den H. Thomas +van Aquino, den grootsten wijsgeer en godgeleerde der Middeleeuwen, ons +Dante Allighieri in herinnering brengen, en ook aan de diepste denkers +een onverdeeld kunstgenot verschaffen; hij heeft eindelijk in tal van +schitterende kleinigheden--'t zij bijschrift, 't zij hekelvers, 't zij +treurzang, 't zij dankdicht, 't zij vreugdelied--schier al het lief en +leed zijner katholieke tijdgenooten bezongen. + +Vooral sinds het dankbaar nageslacht, onder algemeene deelneming en +toejuiching, den grooten Nederlander, in het hem zoo dierbaar Amsterdam, +een standbeeld heeft opgericht, en den Dichterkoning ten troone heeft +verheven, is de Vondel-literatuur--en dat verschijnsel is +verblijdend--ook van katholieke zijde meer en meer beoefend. + +Ik heb hier niet in bijzonderheden te vermelden, wat wij ook in dezen, +aan onzen wakkeren, onzen moedigen, onzen kundigen J. A. ALBERDINGK +THIJM, te danken hebben: eene meer bevoegde hand heeft zich reeds, op +hare wijze, van die taak gekweten en ALBERDINGKS verdiensten op een en +dezelfde lijn geplaatst met die van den grooten Protestantschen +Vondelverklaarder J. V. LENNEP[2]. + +Ondankbaar zou het wezen, de goede diensten te miskennen of te vergeten, +die de Eerw. Heer J. W. BROUWERS ten opzichte van Vondels herstelling en +herleving bewezen heeft. + +Onze hoogstbegaafde dichter, H. J. A. M. SCHAEPMAN, heeft 's lands +oudsten en grootsten Poëet op eene, zijner en Vondel waardige, wijze +bezongen--menig jeugdig hart heeft hij met geestdrift voor onzen +puikdichter vervuld: + + Vondel!--zie de polsen zwellen + Van het warmer kloppend bloed; + In de handen beeft de veder, + Die dien naam hergeven moet; + Vondel!--duizend duizend stemmen + Geven antwoord, zingen 't lied, + Dat den dichter roemt en huldigt + Als monarch op 't kunstgebied. + + Vondel!--dichter boven allen, + Dichter met uw gansche ziel, + Echo van het eeuwig loflied, + Dat der englen harp ontviel, + Dichter, die in aardsche vormen + 't Hemelsch ideaal hergeeft, + Waar de mensch, de wareldkoning + In verrukking henenstreeft. + +De Eerw. Heer G. F. DRABBE heeft voor eenige jaren het inwendig proces +van Vondels bekeeringsgeschiedenis met zeer veel talent uit de +schriften, 't karakter en de lotgevallen des grooten mans opgemaakt[3], +en zijne opvatting en voorstelling daarvan met even veel talent tegen J. +VAN LENNEP verdedigd[4]. + +De Katwijksche Leeraar, wijlen P. J. KOETS, heeft eene voortreffelijke +en belangrijke inleiding geschreven tot het onlangs wederom uitgegeven +treurspel "Peter en Pauwels"[5], het eerste gedicht van Vondel, na zijn +openlijken overgang tot de R. K. Kerk in 't licht gegeven, en te +beschouwen »als het _ex-voto_ van dien overgang, op het roemrijke graf +der Apostelen neergelegd." + +In "de Katholiek"[6] heeft verleden jaar een zeer begaafd Leeraar aan +het Seminarie Hageveld, onder den titel "een kunstbeeld", zelf een +verrukkelijk kunststuk geleverd, waarin hij ons de Maagd _Ifis_ schetst +uit Vondels _Jeftha of offerbelofte_, een treurspel, dat de 72-jarige +grijsaard, met reeds bevende hand, aan jeugdige schrijvers als een +toonbeeld heeft toegereikt. + +Ongetwijfeld hebben wij binnen kort iets zeer uitmuntends te verwachten +van den Eerw. Heer J. A. de Rijk, den uitmuntenden spreker en schrijver, +die ons Vondels »Maria Stuart" heeft toegezegd. + +Eindelijk heb ik zelf, naar best vermogen, getracht het mijne bij te +dragen, om Vondel te populariseeren onder de Katholieken door de uitgave +van _Vondels gedichten op de Sociëteit van Jezus_ (1868); _Vondel en de +Moeder des Heeren_ (1869); _Vondel en de Paus_ (1870), een werkje, dat +mij den apostolischen zegen heeft verworven uit het Vaticaan, waar +Vondel, omstuwd van onze Hoogeerwaarde Bisschoppen, onlangs "als Koning" +zijn intrede heeft gehouden.[7] + +Hebben al die studiën van Katholieken op Vondel en Vondels gedichten +niet geheel hun doel gemist, dan is de tijd daar, om nader en grondiger +kennis te maken met de complete lettervruchten van den man, wiens +levensschets, tot gereeder verklaring zijner geschriften, ik hier in het +kort zal mededeelen. + +VONDEL[8] werd ten jare 1587, op den 17den November, feestdag van +Gregorius den Wonderwerker »zijn geboorte-heilige," uit Nederlandsche +ouders geboren in het Duitsche Keulen; de »trouwe dochter van de +Roomsche Kerk, in wier halve-maan men de zon van Rome kon aanschouwen." +Aan dat Keulen ontleende hij meermalen den naam van _Agrippijner_ en 't +verschafte hem bij het dankbaar nageslacht den eeretitel van +_Agrippijnsche zwaan_. + +Een Antwerpsch hoedenstoffeerder, Joost van den Vondel en Sara Kranen, +de dochter van een insgelijks uit Antwerpen herkomstigen Rederijker, +Peter Kranen--beiden met hunne doopsgezinde familiën uit hun +geboortestad ontweken--schonken hem het eerste levenslicht in een huis +_zur viole_ of _zur Fyolen benennt_, de zevende woning, ter rechterzijde +gelegen, wanneer men uit de keulsche St. Matthijsstraat de _grosze +Witschgasse_[9] inwandelt. Die _viole_ beteekent hier de bloem van dien +naam en helaas! _niet het snaarinstrument_, wat toch zoo passend zou +wezen bij de wieg van den grooten Nederlandschen Zanger. + +Als negenjarige knaap (1596) kwam de toekomstige Dichterkoning met zijne +ouders, en met eene oudere en jongere zuster, Clemensken[10] en +Sara,[11] over Frankfort en Bremen, eerst naar Utrecht, waar hij het +lager schoolonderricht genoot, en in 't volgend jaar naar Amsterdam, +waar de oude Joost in 1597 in 't poorterboek is ingeschreven en de jonge +in 't ouderlijk vak, den kousenhandel, werd opgeleid. Het Vondelgezin +woonde er in de Warmoesstraat, waar _de Trouw_ in den gevel prijkte, en +werd er in 1599 met een tweeden zoon, Willem[12], in 1602 met eene derde +dochter, Catharina[13], gezegend. + +Niemand zal beweeren dat juist de kousennering bijzonder geschikt is, om +de gave der Poëzij gunstig te ontwikkelen, vooral wanneer, gelijk met +Vondel het geval was, de opvoeding niet meer dan burgerlijk geweest +is--doch een genie weet zich, in welke omstandigheden ook, een eigen weg +te banen. Zoo geschiedde het met onzen Dichtervorst. + +Reeds in 1605 trad de jeugdige Vondel met zijn eerste dichtproeve op; 't +was een wansmakelijk bruiloftslied in den gebrekkige trant der +Rederijkers van zijn tijd. Die Rederijkers bezaten destijds te Amsterdam +drie vereenigingen: twee Brabantsche kamers, de _Lavendelbloem_, onder +de zinspreuk »uut levender jonst" en het _Vijgenboomken_, met het devies +»het zoet vergaeren," waarbij een derde eerlang de voornaamste, te +voegen is, de _Eglantieren_, gewoonlijk »de oude Kamer" geheeten of de +kamer »in liefde bloeyende." Aanvankelijk sloot Vondel zich vooral bij +zijne brabantsche landgenooten aan, wat toch niet belette, dat hij +naast de Protestanten Coster, Brederoo, Hooft en de Katholieken Vechters +of Victorijn, Spieghel en Roemer Visscher, lid was van het hollandsch +Rederijkersgilde. Daar oefende hij zich in de Dichtkunst. + +Zijne handelsbelangen leden niet bij zijne blijkbare voorliefde tot de +Poëzij, toen hij op 21-jarigen leeftijd, na den dood zijns vaders +(1608), de kousennering alleen begon te drijven. Want spoedig daarop, in +1610, had hij in Mayken (Maria) de Wolf, zuster van zijn zwager Hans, +eene voortreffelijke echtgenoote gevonden, die de winkelzaken trouw +behartigde, die om »haar vriendschap en gedienstigheên» door den Dichter +hoog wordt geprezen en hem vader maakte van vier kinderen. De oudste +dezer was de uitmuntende en rijkbegaafde Anna (1611), het toekomstig +klopjen, dat eens de grootste troost van den zwaarbeproefden grijsaard +zou uitmaken: op haar volgde (1612) een zoon, die wel den naam des +vaders droeg, maar niet zijne schoone hoedanigheden van hoofd en hart +bezat,--een verkwistende losbol, die wellicht den diepbedroefden vader +den smartkreet ontperste: + + Och! d'ouders telen 't kind en maken 't groot met smart; + De kleine treedt op 't kleed, de groote treedt op 't hart! + +Een tweede zoon, Konstantijntje »'t zalig kijntje" en eene tweede +dochter, Saartje, zoo hartelijk door vader beweend en bezongen, stierven +op zeer jeugdigen leeftijd. + +Het eerste gedicht, dat veler aandacht op zich trok en ook verdiende, +was het _Pascha of de Verlossing der kinderen Israëls_, waarin de +Dichter ten jare 1612 de wording der Republiek bezong, gelijk hij in het +_Lof-Gezang over de wijdberoemde scheepvaart der vereenigde Nederlanden_ +de heerschappij harer vloten over de zeeën verheerlijkte. Na eenige, +vrij ongelukkige, dichtproeven--meestal vertalingen--verscheen in 1620 +het _Hierusalem verwoest_, een drama, dat, hoe gebrekkig ook, de meest +doorslaande bewijzen leverde van hetgeen Vondel eenmaal worden zou. + +Omstreeks dezen tijd, uit een kwijnende ziekte opgestaan, scheen hij een +ander mensch geworde. In de Kerk- en Staatspartijen, die ons volk in +twee groote afdeelingen gescheiden hadden, had Vondel de zijde der +minderheid gekozen. Na het bloedig uiteinde van Oldenbarneveld en de +gevangenneming van zijn vriend Huig de Groot, greep hij naar de +hekelroede, om de verdrukte Arminianen tegen de vervolgzieke Gommaristen +te verdedigen, en in 1625 gaf hij een zijner talrijke meesterstukken in +'t licht, getiteld: _Palamedes of vermoorde onnoozelheid_--eene vrucht +van zijne studie der oudheid (hij had intusschen vlijtig de latijnsche +taal bestudeerd) en van zijn onverzoenlijken wrok tegen het geweld van +Maurits en der grimmige Contra-remonstranten. Heerlijk blonken bij die +gelegenheid zijn moed en overtuiging uit: hij toonde zich waarlijk +ridder zonder vrees. + +Om 't schrijven van bovengenoemd treurspel ter kerkering gezocht door de +gerechtsdienaars, begaf hij zich heimelijk,--zoo luidt het verhaal van +G. Brandt, zijn oudste levensbeschrijver »ten huize van Hans de Wolf, +broeder zyner huisvrouwe, en met zyne zuster, Klementia van den Vondel +getrouwt: maar deze vrienden wilden zich met zyne zaken niet bemoeyen; +hem begraauwende over zyne schryfzucht. Zy verstonden, dat hy zyn huis +behoorde voor te staan, op zyn neering te passen, en al dat schryven en +wryven, dat hem in gevaar bracht, te staaken. Hy zeide: _Ik zal dat volk +de waarheid nog scherper zeggen_, en schreef daar ten huize nog +steekender heekeldichten, die hy echter op zijn zusters aanhouden in 't +vuur smeet, 't welk hem namaals roude."[14] Op 't landgoed Scheibeck bij +de familie Baeck werd hij hartelijker ontvangen; Vondel zou 't nooit +vergeten. + +Slechts de gehechtheid der Amsterdamsche vroedschap aan hare Privilegiën +bewaarde den schuilenden Dichter voor 't verlies zijner vrijheid, en +deed hem ontkomen met eene boete van 300 gulden en eene scherpe +vermaning. Die vermaning baatte luttel; want de verboden _Palamedes_ +werd in weinige jaren dertigmaal herdrukt, en spoedig daarop verschenen +de vinnigste hekelverzen: _de Rommelpot van 't Hanekot_ (1626) ten +gunste van den afgezetten predikant Hanekop en tegen zijne +contra-remonstrantste ambtsbroeders te Amsterdam; _het sprookje van +Reintje de Vos_ (1627) tegen den oud-burgemeester Reinier Pauw; _de +Medaellie van den Gommaristen Kettermeester en Inquisiteur te Dordrecht; +de Roskam; de Harpoen; een otter in 't bolwerk_ tegen Otto Radius (allen +in 1630); en eindelijk het van verontwaardiging gloeiend _Decretum +Horribile_ (1631) tegen de predestinatie-leer van Calvijn.--Vondel +scheen onvermoeibaar en onuitputtelijk. + +Vijf zangen van een historisch heldendicht: _de tocht van Keizer +Konstantijn naar Rome_, waren ook reeds afgewerkt, toen helaas! de dood +hem zijn diepbetreurde echtgenoote in 1635 ontrukte, en den in zijn moed +geknakten dichter dwong zijne grootsche onderneming te staken. Slechts +op 75-jarigen leeftijd keerde hij in "Joannes de Boetgezant" tot de +epische dichtsoort weder. + +Algemeenen bijval en groote verdiensten verwierf hij in 1637. Samuel +Costers Academie, vroeger slechts een houten loods, was destijds in een +schouwburg herschapen, welke, bij de opening, door Vondel werd ingewijd +met een overheerlijk treurspel _Gijsbrecht van Aemstel_, eene +gedramatiseerde navolging van 't tweede boek van Virgilius, waarin hij +den »ondergangk" van het doorluchtige Amsterdam bezong. Aan de +omstandigheid, dat de handeling op Kerstnacht wordt voorgesteld, hebben +wij het hemelsch lied te danken: + + O Kerstnacht schooner dan de dagen. + +Het is overbekend dat nog jaarlijks de Gijsbrecht ten tooneele wordt +gevoerd. + +De tijd naderde, waarop een geheele ommekeer in de denkwijze en de +levensbetrekkingen van den grooten en edelhartigen man zou plaats +grijpen. In 't gevoelen van Menno Simons opgevoed door zijne +ouders--ofschoon zijne Roomsch gedoopte moeder wellicht tot de Roomsche +Kerk is teruggekeerd en daarin gestorven--was hij altijd godsdienstig en +vroom van gemoed geweest en zelfs diaken der Waterlandsche-Doopsgezinde +gemeente, eene betrekking nogtans, die hij door ziekte of zwakte +verhinderd en door de veelvuldige twisten ontstemd, reeds lang had laten +varen. Eerst meende men in den Oud-diaken eene zekere overhelling, en +spoedig daarop eene sterke voorliefde tot de R. K. Kerk te bespeuren. + +Negen jaren na zijn openlijken overgang tot het Roomsch geloof, getuigde +de warme Katholiek van zich zelven: + + Mijn jonkheid bond door erref-leer + Zich aan één Secte en geene meer, + Tot dat me, door een klaarder blijk + Van 't Wereldlijk en Kerkelijk, + Ontdekt wierd, in een schooner dag, + De Perle, die verborgen lag, + Waarvoor men' al met winst verliest. + Gelukkig die het beste kiest! + +De dichter dezer versregelen was een hoog ernstig man, die, wars van +halve overtuiging, niet plotseling tot dien gewichtigen stap was +overgegaan. Lang, zeer lang had hij de »verborgen perle" gezocht. Reeds +in 1621 of 22 had hij, op verzoek van Anna Roemers, _tot lof der kuische +Martelares Agnes_ met den diepsten eerbied over de relieken der Heiligen +en hunne jaarlijksche gedachtenisviering gesproken. Of het +echt-katholieke kunstjuweel _de kruisberg_ tot het jaar 1624 behoort, +hebben wij hier niet te beslissen, daar een gedicht van 1625 of 26 op +Paus Urbanus VIII, uit het Latijn zijns broeders vertolkt, nog +duidelijker eene katholiseerende strekking verraadt en luide genoeg +datgene huldigt, wat een gruwel moest zijn in het oog van ieder +Protestant, te weten: het kerkelijke of liever het pauselijk oppergezag +in het Katholicisme: + + Dees is de groote Sleutelvoogd + Van 's Hemels poorte; rust nu, poogt + Niet meer te weten: buig uw knien + En kus zijn voeten wijd ontzien. + +Dat klinkt al vrij roomsch, zelfs ultramontaansch. En was hij niet aan +'t twijfelen, stelde hij geen redelijk onderzoek naar de waarheid in, +bestond er geen zielestrijd bij hem, die in 1630 schreef: + + Ziet, onze Joost + Die zoekt, maar vindt geen troost? + +Of ook, was hij geen geestverwant van den katholiseerenden Huig de +Groot, toen hij, onder andere, 't volgend vers van hem in 1632 +vertaalde: + + Zie naarstig van onze eeuw terug na de oude jaren! + +Eene frissche, geheel katholieke kleur ligt er verspreid over 't +grafschrift, waarin de katholieke rechtsgeleerde C. G. Plemp, in 1638, +aldus sprekend door Vondel wordt ingevoerd: + + Doch boven Poezy en snaar + Omhelsde ik ijvrig 't Roomsch autaar, + En hing, om staat, noch snood genot, + Mijn hart aan niemand dan aan God + En Jezus' nimmer feilbre stem. + Hier rust nu Plemp: ay, bid voor hem! + +Een gebed voor de zielen in 't vagevuur! + +In 1639 verscheen het treurspel _Maagden_ en G. Brandt legt de gulle +bekentenis af: »hoe pryswaardig het treurspel der Maagden was ten +opzicht van de kunst, men vondt er evenwel zaaken in, die veelen +bedroefden: des Dichters zucht tot de stellingen en gewoonten der +Roomsche Kerke, en zyne afwyking tot haare dwaalingen, die hy welhaast +in andere zyne dichtwerken ten volle openbaarde. Men hielt dat hy, +Gysbrecht van Amstels treurspel dichtende, toen alreede aan 't waggelen +was."[15] + +Brandt en zijn tijdgenooten hadden juist gezien. Het jaar 1640 zal +Vondel in ernstige overpeinzing hebben doorgebracht, tot dat hij, in +1641, het voorbeeld zijner beminnelijke Anna volgend, de "verborgen +Parel" eindelijk meester werd en openlijk tot de Moederkerk +wederkeerde.--Dat was een keerpunt in zijn leven en dichterlijke +strekking. Over de beweegredenen en de uiterlijke toedracht dier +gewichtige gebeurtenis schrijft de Eerw. Heer W. EVERTS: »Vondel had de +onhoudbaarheid van het beginsel der individueele vrijheid van onderzoek, +niet slechts uit de onderlinge twisten en tegenstrijdige leerstukken der +Protestanten, maar vooral uit de inconsequente besluiten der Dordsche +Synode, ingezien, en daaruit besloten tot de noodzakelijkheid van een +onfeilbaar leergezag. Daarbij komen, als menschelijke beweegreden, de +aesthetische aanleg, de echte kunstenaarsziel des dichters, die hem, +naar de uitdrukking van prof. G. F. Drabbe, _vóór alle redeneering, als +door louteren natuurdrang_, tot de Katholieke Kerk trok; verder zijn +omgang, niet alleen met zijne reeds vóór hem Katholiek geworden dochter +Anna, wier deugdzaam leven en edelmoedig hart hem stichtten aan den +huislijken haard, maar ook met _Vechters_, _Plemp_, _Tesselschade_ en +den schranderen pastoor en overste van het Bagijnhof, Leonardus Marius, +van wien men tot dusverre algemeen geloofd heeft, dat hèm het geluk ten +deel viel, _Vondel_ in de Moederkerk op te nemen, en die dan ook +ongetwijfeld, hoe groot het aandeel der P.P. Jezuïeten in dit gewichtig +werk geweest zij, er veel aan heeft toegebracht."[16] + +Deze laatste bijzonderheid is natuurlijk eene bijzaak: ware geen ander +de hoofdbewerker van Vondels bekeering geweest, waarom zouden we die eer +niet schenken aan den schranderen pastoor en overste van 't Begijnhof? +Doch ik geloof dat de kundige schrijver der aangehaalde plaats, hadde +hij 't groot aandeel van L. Marius op _degelijke_ gronden te bewijzen, +_ongetwijfeld_ vruchteloozen arbeid zou ondernemen. Ik meen voldingend +bewezen te hebben[17], dat de Zuid-belgische Jezuïet, Pater Petrus +Laurens, het nederig werktuig is geweest, door de goddelijke genade +uitgekozen om den braven en edeldenkenden man in de R. Kerk in te +lijven. + +_Op d' Afbeelding van den Eerwaardigen Petrus Laurentius_, _door +Holstein_ _gesneeden_, plaatste de katholieke Dichter-glazenmaker Jan +Vos het volgend bijschrift:[18] + + Dus leeft LAUWRENS, die ons de kruisleer, door zijn leven + En lessen, onder 't kruis, op hoop van heil verbreit. + Zoo kan hy d' Afgrondt, die de ziel bestormt, doen beeven: + Het zaadt van Godt wordt best door leer in 't hart gezeit. + Hoe moet men zulk een man, tot loon van deugd versieren? + Lauwrens verdient een krans van hemelsche lauwrieren. + +»Eens Roomsch geworden" zegt J. van Lennep[19], »was het klaar, dat +Vondel, als alle bekeerlingen, de meest rechtzinnig gehouden leer +voorstond, en alzoo veel meer overhelde tot de partij, die men nu gewoon +is de ultramontaansche te noemen, dan tot hare tegenstanders." De groote +man telde destijds 54 jaren en had in de kunst het toppunt bereikt, +waarop hij zich nog 37 jaren lang met nimmer kwijnenden gloed zou +handhaven. Men herinnere zich het schoone woord van onzen Alberdingk +Thijm »dat Vondel, die alleen meer poezij in zijn ziel had dan al de +nederlandsche dichters van zijn tijd.... zijn slechtste vaerzen niet +heeft geschreven, nadat hij tot den Godsdienst van +Isabella-Clara-Eugenia was te-rug-gekeerd."[20] + +Vondels _ex-voto_, gelijk wij reeds aanmerkten, was het in 1641 +verschenen treurspel _Peter en Pauwels;_ hij viert er de hoofdapostelen +der Roomsche Kerk en roept zijn tijdgenooten toe: + + ziet, hoe 't al wat haar de kroon benijdt + Zijn hart knaagt en vergeefs op diamantsteen bijt. + +In het volgend jaar gaf hij de _Brieven der Maagden en Martelaressen_ in +'t licht, opgedragen aan de Feniksmaagd: + + Gij spant de kroon, o puikkroon aller vrouwen! + De loftrompet van uw benijde faam + Vult hemel, aarde, en zee met uwen naam-- + Een naam, waarin wij Kristus' kerken bouwen. + +Om niet te gewagen van een aantal gedichten meest van godsdienstigen of +polemisch-godsdienstigen aard, wijzen wij hier slechts op het _Eeuwgetij +der H. Stede_ (1645), dat zooveel opspraak en verbolgenheid verwekte bij +zijne vroegere geloofsgenooten. »Vondel--zoo schrijft Hooft in volstrekt +geen gloeiende verontwaardiging--heeft een veirs gemaakt op het wonder, +waar af de Heilige Stee haar naam draagt, ende laat het openbaarlijk +voor de boekwinkels ten toon hangen, gelijk de voorvechters de messen in +de luifels steeken, om de oogen der voorbijgangers te tergen, als met +zeggen: wie 't hart heeft pluike. My deert des mans, die geenes dings +eerder moede schijnt te worden, dan der ruste. 't Schijnt dat hy noch +drie hondert guldens in kasse moet hebben, die hem dreigen de keel af te +byten. Noch weet ik niet, oft hem niet wel dierder mogte komen te staan: +ende d' een oft d' andre heethersen, by ontyde, de handen aan hem +schenden, denkende, dat er niet een haan na kraayen zou." + +'t Baatte al wederom niet: de onvervaarde en strijdlustige Vondel kende +geen halfslachtigheid. »Het gedicht op het Eeuwgetijde, en het +_Kenteeken des Afvals_ waren maar voorloopers geweest, lichte troepen +uitgezonden om den weg te banen voor een krachtig leger, met voor- en +middeltocht- en achterhoede, met andere woorden, voor een doorwrocht +leerdicht, even uitmuntende door zaakrijkheid en fiksche dialektiek, als +door gloed van poezy en vernuftige gedachten"[21] 't luidde: + + Ik zing van Gods _Altaargeheimenissen_ + Van d' _Offerspijs_ der heilige offerdisschen + Van _Offereere_, en eeuwige _Offerand_. + +De tegenschriften en lasterverzen, bij deze gelegenheid verschenen, +stoorden de kalmte niet van _Joost den Rechtvaardige, levend van de +snaren en door het geloof_. Want na _de vierbaak van Ignatius Loyole_ en +_Grotius' Testament_, ontboezemde hij even gerust zijn katholiek hart in +een treurspel, getiteld _Maria Stuart of Gemartelde Majesteit_ (1646). +Wel haalde't hem een vloed van scheldwoorden op den hals en een boete +van honderd tachtig gulden, waarmede »die paapsche stoutigheid" betaald +moest worden; maar Vondel bleef het woord getrouw, eens door zijn +kunstverwant, den Muider Drost, op hem toegepast: + + _Virtutis est domare quae cuncta pavent_ + Hetgeen, daar alle man voor zwicht, + Te temmen, is manhaftheits plicht. + +En zoo hebben we Vondel begeleid tot het jaar 1647, toen hij in zijn +_Geboortezang aan Gregoriu Thaumaturgus_ nogmaals bezong: + + De beste paerle, die zoo diep + Begraven lag, bestulpt met aarde, + Eer Hij ons tot zijn Waarheid riep, + Uit geen verdienste, maar genade. + Gelukkig zijn ze, die vóór 't end + Met vleesch noch bloed niet gaan te rade, + Noch dit vergankelijk element. + De melk der voêster, slimme wennis + En d' eerste plooi van erref-leer + Wordt spa verleerd door beetre kennis, + Zoo lang men d' ootmoed nog ontbeer': + Die schiet te traag haar eedle wortlen + In steen van 't eigenzinnig hart, + Hetwelk verhardt in tegensportelen, + En bij zijn opzet blijft verward. + Geboorteheilig, die in 't midden + Der zaligen uw zetel hebt, + Volhard voor mij en elk te bidden + Bij Hem, die licht uit duister schept! + +In de Voorrede van 't volgende deel zullen wij onzen Dichter van den +Munsterschen vrede tot het jaar 1679 volgen. + +Mogen deze vluchtige levenstrekken onzen Dichterkoning welkom doen zijn +bij Neerlands Katholieken!! want Vondel is de glorie van Nederland, de +glorie tevens der Katholieke Kerk. + + +H. J. ALLARD, R. K. Pr. + +_Seminarie Kuilenburg_, 1ste der Meimaand 1870. + +[Voetnoot 1: Hiermede wil ik niet zeggen, dat Vondel _in zijn geheel_, +aan iedereen, op elken leeftijd, mag in handen gegeven worden. Om zich +zelven te oefenen in de klassieke talen, heeft Vondel sommige +voorbeelden ter vertolking uitgekozen, die voor menigeen gevaarlijk +zouden kunnen zijn. Daarbij heeft zijn argelooze deugd, die nimmer kwaad +in anderen vermoedde, en zijn echte kunstenaarsziel zich eenige al te +vrije schilderingen veroorloofd: dat was 't gebrek van zijn tijd. +Overigens--'t is ook het gevoelen der Eerw. Heeren G. F. Drabbe en J. W. +Brouwers--overal waar Vondel, volkomen vrij, zijn aangeboren zangdrift +volgt, "_is hij gewoonlijk, tot stichtens toe, kiesch en zedig_!"] + +[Voetnoot 2: E. J. Potgieter, voorrede der _Studiën en schetsen over +vaderlandsche geschiedenis en letteren_ door R.C. Bakhuysen van den +Brink.] + +[Voetnoot 3: De Katholiek. Dl. LI. blz. 352.] + +[Voetnoot 4: t.a.p. Dl. LIII. blz. 20.] + +[Voetnoot 5: C. L. van Langenhuyzen. 1869.] + +[Voetnoot 6: Dl. LVI. blz. 69.] + +[Voetnoot 7: Zie het Pius-Album. blz. 433.] + +[Voetnoot 8: Het woord _Vondel_, ook _vonder_ of _vlondel_, beteekent +eigenlijk een _brugje_. De dichter zelf en zijn tijdgenooten schrijven +nu eens _Vondel_, _van Vondel_, _van den Vondel_, dan weer _van +Vondelen_, _van der Vondelen_ of ook wel _Vondelens_, _van Vondelens_.] + +[Voetnoot 9: Dus noch de _Weingasse_ van G. Brandt, noch de _Weisgasse_ +van V. Lennep, noch de _Waisenhaus-gasse_ van Mr. H. J. Koenen, noch de +_Waisengasse_ van Dr. Eelco Verwijs. Zie D. Warande D. IX blz. 86.] + +[Voetnoot 10: In 1607 met Hans de Wolf, een te Keulen geboren +Amsterdamsch passement- en linthandelaar, gehuwd.] + +[Voetnoot 11: In April des jaars 1614 gehuwd met Joost Willemz van +Nyenkerke.] + +[Voetnoot 12: Deze, Mr. in de rechten, stierf ongehuwd ten jare 1628 in +Italië. 't Is niet onwaarschijnlijk dat hij Katholiek is geworden. Zie +mijn _Vondel en de Paus_ blz. 47 en 48.] + +[Voetnoot 13: In Juni des jaars 1621 met Arie Bruyningh gehuwd. Zij werd +Katholiek met al hare kinderen. Zie: _Vondels gedichten op de Sociëteit +van Jezus_, in de _Studiën_, eerste jaargang, I. blz. 18.] + +[Voetnoot 14: G. Brandt. _Leven van Vondel_.] + +[Voetnoot 15: _Leven van Vondel_.] + +[Voetnoot 16: _Geschiedenis der Nederlandsche letteren_ II. blz. 51.] + +[Voetnoot 17: _Vondels gedichten op de Societeit van Jezus_ blz. 5-6 en +12-16.] + +[Voetnoot 18: _Alle de gedichten van J. Vos_ I. blz. 304.] + +[Voetnoot 19: _De werken van Vondel_, XII. blz. 148.] + +[Voetnoot 20: _Volks-Alm. voor Neerl. Katholiek_, 1859 blz. 146.] + +[Voetnoot 21: J. V. Lennep, _De werken van Vondel_ IV. blz. 451.] + + + + + Schriftuurlijk Bruilofsreferein + op het huwelijk van + JACOB HAESBAERT + met + CLARA VAN TONGERLO. + + JUNIJ[1] 1605 + + + Verheugt, o Febi jeugd![2] door dezen zoeten tijd: + De Zomer, door zijn deugd, vertoont zijn groene blaâren; + 't Gevogelt' zich vervreugt, 't gediert' in 't Bosch verblijdt; + 't Veld lacht elk toe verjeugd; vliedt weg alle bezwaren! + Droefheid, neemt[3] fluks uw keer! nijd, strijd, wilt henenvaren! + Voor u de Bruiloft wijkt, zoo gij daar komt omtrent. + Klein, groot, ja wie 't mag zijn, jong' jeugd of grijze haren, + Zijt welkom in 't gemeen; weest gegroet hier present, + Die om[4] vergad'ren hier, u zoo ootmoedig[5] kent, + In liefd' sticht'lijk verheugd, bij een met rein manieren. + Dus zeg ik nog: vliedt fluks van hier, gij nijdig tieren! + Laat jonst[6] begeerig zijn, gelijk eens Herts bestieren, + En d' Haas-baart[7] zijn kracht snel, om loopend d' Hond t' ontwijken, + Snakkend naar 't water Claar[7]; 'k en kan 't[8] beter gelijken? + + Geenszins en laat in zang Hymenaeus[9] zijn verhoogd + Noch Thalassus[10] geclangh, maar Godes lof voortbringen, + Hoe hij overvloed schank[11], en 't water gansch verdroogd, + Zonder iemands bedwang, betoond' zoo vreemde dingen, + Uit 't water, wijn zeer klaar, als een fontein deed springen, + Vervuld' zes kruiken vol, in 't Galilesche land; + Te Cana in de Stad, een Bruiloft zonderlingen, + 't Eerste teeken Christi, men elk maakte bekand[12]. + Door zulks ons merk'lijk leert[13], dat in't Huwlijks-verband + Alleen men eerlijk hoort te houden goed' geruchten: + Den getrouwden hij meest behoeden zal voor schand': + Wie hem met lust bemint, en derft[14] voor niemand duchten, + Zoo liefd' begeerig haakt, als 't Hert doorsnelt gehuchten + En d' Haas-baart zijn kracht snel, om loopend d' Hond t' ontwijken, + Snakkend naar 't water Claar; 'k en kan 't beter gelijken. + + Wat Christus, met zijn Bruid, elkeen te kennen geeft, + Laat ons, met goed beduid, elkander daarin stichten, + Die hij met zoet geluid, zoo vriend'lijk roept beleefd: + Komt, overschoone spruit, die mijn hart kan verlichten! + Mijn paarl, mijn edelgrein[15], ter weiden komt bedichten! + Schoon' bloem en Roos in 't dal, nooit minnaar mijns gelijk, + Voor niemand zijt bevreesd, Rein' Duivel wilt niet zwichten, + Die uitverkoren zijt! Mijn jonst zonder afwijk, + Al laagt gij hier veracht, in 't bloed, op 't veld, in 't slijk, + Vertreden van elkeen, nochtans u niet begeven[16], + Maar wiesch uw aanschijn schoon, welriekend met praktijk, + Balsemd' uw zoeten reuk, boven al waard verheven[17]; + Als gij schier waart vernield, mijn liefd' vurig gedreven, + Als d' Haas-baart zijn kracht snel, om loopend d' Hond t' ontwijken, + Snakkend naar 't water Claar; 'k en kan 't beter gelijken. + + Gods kerke de Bruid recht, 't lichaam Christi eenpaar + Van Christo, haren echt[18], werd zij zalig naar reden, + Zeer lieflijk hij beslecht al haar zaken eerbaar, + Mint, naar reden en recht, alleen zijns lichaams leden, + Die al ter Bruiloftsfeest lieflijk werden gebeden, + Verkoren volk alleen, uit goedaardig geslacht; + 't Bruiloftskleed zij ontfaân[19] door dezen Vorst vol vreden, + Zijn' Bruid wordt bovenal aldaar waardig geacht, + Zittend' in Haar Troon na de genooden wacht[20], + In witte zijd' gekleed, met paarlen fraai behangen; + Een kroone zij ontvangt, van den Bruid'gom gewracht[21], + Een Trouwring, haar bedacht, Zijns geests, heeft zij ontvangen. + Hierom spoedt u ter feest, begeerig met verlangen + Als d' Haas-baart zijn kracht snel, om loopend d' Hond t' ontwijken, + Snakkend naar 't water Claar; 'k en kan 't beter gelijken. + + PRINCE[22]. + + Prinsen, de Bruid present, voor al die zijn vergaârd, + Laat ons voor 't slot en end, 't geluk haar lieflijk bieden; + Dat God zijn zegen wendt, als David ons verklaart, + In zijn Psalm maakt bekend, klaarlijk voor alle lieden: + Wel, die den Heere vreest! Geluk zal hem geschieden, + In al zijn wegen zal[23] verleenen overvloed, + Uw wijf zal gelijk zijn den wijnstok, na 't bedieden[24], + Die vrucht draagt t' zijner tijd, zij zal ontvangen spoed[25]; + Aan den Disch, als een kroon, uw kinders lieflijk zoet, + Als olijfranken schoon, zult gij ze klaar aanschouwen, + Met veel weldaden meer, van God verkrijgen goed: + De Heer geev' haar doch kracht, om inliefd' niet te flaauwen, + Maar Jonst hen voege t' zaâm, begeerig na vreeds-dauwen, + Als d' Haas-baart zijn kracht snel, om loopend d' Hond t' ontwijken, + Snakkend naar 't water Claar; 'k en kan 't beter gelijken. + + LIEFDE VERWINNET AL. + + +[Voetnoot 1: Eigenlijk de tweede naamval van 't Lat. _Junius_ (even als +_Julius_, _Augustus_, enz.), en dus zonder voorafgaand dagcijfer minder +juist gebezigd. De ij staat (gelijk steeds in dezen tijd) voor ii, en +zou thans dus best door een y vervangen worden, sedert de ij als _ei_ +uitgesproken wordt, en dus in dezen slechts tot wanspraak (Junei, +Ju-lei, enz.) verleidt.] + +[Voetnoot 2: _Verheugt_ u, zonen van den dichtgod.] + +[Voetnoot 3: Thans, minder juist, _neem_; daar, sedert het verdringen +van 't tweeden persoons voorn. w. (_du_) door 't meerv. (_gij_), +natuurlijk ook het werkw. in 't meerv. diende te staan. Wij zullen dit +daarom ook in deze uitgave steeds behouden.] + +[Voetnoot 4: Thans _om te_, dat eigenlijk tweemaal 'tzelfde uitdrukt.] + +[Voetnoot 5: _Minzaam_.] + +[Voetnoot 6: _Gunst_.] + +[Voetnoot 7: Zinspeling op de namen van bruidegom en bruid, naar den +smaak des tijds, die echter (gelijk meer) tot gedwongenheid aanleiding +geeft. Versta: Laat gunst zich genegen toonen, gelijk een hert naar 't +klare water snakt, en de haas zijn snelheid toont, om de honden te +ontkomen.] + +[Voetnoot 8: _Ik kan het niet_;--_en_ (niet met het verbindend _en_, +eig. _ende_, te verwarren) staat met het Fransche _ne_ gelijk, en had +dan (even als dit _pas_) gewoonlijk _niet_ bij zich, maar heeft dit +allengs geheel zijn plaats geruimd. Verg. ook in den volg. regel _en +laat_.] + +[Voetnoot 9: De (Grieksche) huwelijksgod.] + +[Voetnoot 10: De Gr. bruiloftsgod.] + +[Voetnoot 11: Thans _schonk_.] + +[Voetnoot 12: Voor _bekend_.] + +[Voetnoot 13: _leert_ hij nam. Kristus.] + +[Voetnoot 14: _behoeft_.] + +[Voetnoot 15: _edelgesteente_.] + +[Voetnoot 16: Versta: _begeven zou_.] + +[Voetnoot 17: _waardig_, _verheven te worden boven alles_.] + +[Voetnoot 18: _echtgenoot_.] + +[Voetnoot 19: Thans _ontvangen_; welke verlengde vorm allengs den +oorspronkelijken _ontva-en_ geheel verdrongen heeft.] + +[Voetnoot 20: Versta: _wacht zij_.] + +[Voetnoot 21: Voor _gewrocht_.] + +[Voetnoot 22: Naar den Rederijkerstrant, waarin dit geheele--meer +gekunstelde dan kunstrijke--Referein gerijmd is, wordt in 't slotcouplet +de _Prins_ der Kamer aangesproken.] + +[Voetnoot 23: Nam. de Heer.] + +[Voetnoot 24: Naar de beteekenis (van den bedoelden bijbeltext).] + +[Voetnoot 25: Voor _voorspoed_.] + + + + + + Nieuwjaarslied, + A°. 1607. + + gesteld op den toon van den 2den Psalm. + + + De Dood, zeer snood, d'[1] Aarde haar pijlen bood, + D' Ondeugd verheugd was met haar Helsche scharen, + Deugd vlood door nood, durfd' haar[2] niet geven bloot, + Haar vreugd, verjeugd, veranderd' in bezwaren, + Omdat, het pad der Waarheid, werd bestreden; + De Trouw, met rouw, zeer deerlijk was verplet; + Liefd's schat, Gods stad, de vrucht in 't lustig Eden-- + Een vrouw, (te flaauw, helaas!) elk waas besmet. + + Maar 't Licht, 't Gezicht der Blinden, die 't al sticht, + Bekleedt met vreed' een spruit wiens TROUW MOET BLIJKEN[3], + Wiens plicht opricht elks Heil, met Liefdes schicht, + Bestreed het wreed' geslacht, 's vijands praktijken: + D' Ootmoed hem voedt, in Davids stad onrustig: + Een kroon, zeer schoon, hij biedt, van God gewracht: + Doet boet, met spoed, voor deez' Ziel-Rust wellustig: + Gods Zoon, tot loon, 't Leven uit Sion bracht. + + Dit Lam, Gods stam, 't welk Satans macht benam, + Zijn' bruid, de spruit, die zijn hart heeft ontstolen, + Waarnam, en kwam tot haar, der Jonsten vlam, + Om uit 't besluit der feest[4] niet meer te dolen. + Haar deel, 't Juweel, 't nieuw Paradijs verheven, + Schonk haar, 't Nieuw-Jaar, Christus d' Opperste pand; + Een eêl prieel, Gods Geest, der Eng'len leven, + Alwaar dit paar[5] des levens Boom herplant. + + Het kind bemint[6] de Liefd', die 't kwaad verwint, + Elk noodt, minioot[7]: kiest mijn eenvuldig[8] wezen; + Die blind gezind, u tot 's Doods vruchten bindt, + Ontbloot[9] devoot, uw eigen wil misprezen, + En tracht, bedacht, om[10] zuiveren inwendig + Uw Hart, verward, bevlekt, van 't Aardsch gekwel; + Verwacht d' Eendracht, na dit Leven ellendig; + Gij werdt van smert vrij, door Emanuël. + + PRINSE. + + Verlaat dan 't kwaad, gij Prinsen metter daad + Ontziet verdriet noch kruis om[10] zijn herboren, + Al staat vleesch-raad, en[11] poogt naar 's wer'lds onmaat, + Rust niet, maar vliedt naar Bethlehem verkoren, + Beschreidt uw leid[12], zoo komt u mild te baten, + 't Kind klein, 't welk pleyn[13] u heerschen[14] moet vooral; + Want scheidt Goedheid van u (door 's Deugds verlaten) + Deez' rein' Fontein uw Hart niet zuiv'ren zal. + + LIEFDE VERWINNET AL. + +[Voetnoot 1: Daar men in Vondels tijd nog niet gewoon was, de stomme +slot-e met den volgenden klinker te laten samensmelten, was deze +afkorting van 't lidwoord (thans alleen voor _den_ in zwang) noodig. +Verg. ook in den volg. regel _D' ondeugd_, en later _D' ootmoed_.] + +[Voetnoot 2: Thans _zich_.] + +[Voetnoot 3: Naam der rederijkers-kamer, in welke Vondel dit lied dichtte.] + +[Voetnoot 4: _Buiten den kring van 't feest_; dit laatste woord (naar +den aard van 't lat. _festa_) oudtijds vrouwelijk, verscherpte alras, +door de werking der f, de voorafgaande d, en werd daardoor allengs als +onzijdig beschouwd. Evenzoo _venster_ (beter _fenster_) voor 't lat. +_fenestra_.] + +[Voetnoot 5: Kristus en zijn kruis.] + +[Voetnoot 6: _Het beminde kind_, nam. de Liefde.] + +[Voetnoot 7: _Minzaam_, _liefelijk_.] + +[Voetnoot 8: _Eenvoudig_.] + +[Voetnoot 9: _Verzaakt_.] + +[Voetnoot 10: Thans _om te_; verg. vroeger.] + +[Voetnoot 11: _niet_.] + +[Voetnoot 12: Voor _leed_.] + +[Voetnoot 13: _Volkomen_.] + +[Voetnoot 14: Voor _beheerschen_.] + + + + + De Jacht van Cupido. + + + In het zoetste van den tijd, + Als Zefyrus Flora vrijdt[1], + Als Febus[2], met helder stralen, + Taurus[3] snel ging achterhalen, + Kwam Cupido, Venus' zoon, + 's Morgens tot zijn moeders troon, + Eer Titons bruid[4], met verlangen, + Vertoont haar bloeyende wangen. + Venus lag in ruste zoet, + Die door Lethes[5] werd gevoed; + Cupido, met heuscher spraken[6], + Onverziens haar deed ontwaken: + "Moeder! (riep hij) slaapt gij zacht? + 'k Neem oorlof, ik ga ter jacht." + Zij ontsprong[7], en goedertierig + Schoof op haar gordijntjens cierig[8]: + "Wel (sprak zij), mijn zone waard[9]! + Aanvangt[10] gij uwe dagvaart? + Ik wensch, uw kracht zoo vermeere, + Dat niemand uw pijlen keere; + Keert in tijds tot mijn paleis, + Fortuin bejongstig' uw reis!" + Fluks heeft zich Cupido waardig + Tot de jacht snel gemaakt vaardig; + Niet, als Adonis, beangst[11] + Om der wilder[12] dieren vangst, + Maar om hemel en aard' tranig[13] + Zich te maken onderdanig. + Hij streelde zijn haar verguld, + Zijnen koker hij vervuld' + Met zijn pijlen, t'wreed bezuren[14], + Doch verscheiden van naturen, + Waarmeê hij, zonder geschil, + De minnaars pijnt naar zijn wil; + Hij ontsloeg[15] zijn wakkre vlerken, + Om zijn krachten te doen werken; + Eer hij toegemaakt[16] vol jonst + Was, door der Chariten[17] konst + Zag hij 's werelds lamp[18] verschijnen, + Nu hij tot de reis ging pijnen[19]. + Aura[20] en Zefyrus beid' + Speurend, dat hij was bereid, + Als voorboden gingen zwieren, + Beekskens, blaadren deden beven; + Cupido haar volgde snel, + Om spelen 't gewoonlijk spel. + Beiden, menschen ende Goden, + Haast vernamen, door dees boden, + Wat kwale hen overviel, + Tot beroering van hun ziel; + Maar eer zij konden ontvluchten + Dezen schutter, 't pijnlijk zuchten, + Werden zij, in korter[21] stond, + Van zijn pijlen wreed doorwond; + Gelijk 't nachtegaaltjen jeugdig, + 't Welk, in 't kwinkeleeren vreugdig, + Onverziens zich vindt bezet + In des vooglaars listig net, + Alzoo dees vrijen, in orden[22], + Moesten Liefdes slaven worden; + Jupiter[23], uit den Olimp, + Die voormaals, met spot en schimp, + Dezen jager ging begekken, + Moest nu Liefdes keten trekken; + Apollo, en Pluto rijk[24], + Mercurius, vol praktijk[25], + 't Moest al onder zijn juk buigen: + Mars moest Venus borsten zuigen, + Niet de rechter borst vol wijn, + Maar de slinke vol venijn; + Lyaeus[26], voor zijn zoete druiven, + Moest van Liefdes spijze kluiven; + 't Kind hield d' overhand in 't perk[27] + Over menschen, Goden sterk, + Ving en schoot stadig vol kwalen, + 't Waar te lange om verhalen; + En, gelijk 't vermoeide hert, + 't Welk in strikken is verward, + En 's jagers list is beproevig[28], + Schreyet bittre tranen droevig, + Alzoo ook met tranen elk + Moest vervullen Venus' kelk; + Deze schutter, naar zijn wenschen, + Trefte[29] Goden ende menschen. + Den tijd, die (steeds onvermoeid) + Gedurig voortvaart en spoeit, + Liet Hesperus[30] zien, terwijlen + Cupido verschoot zijn pijlen; + D'avond dekte 's werelds oog, + 't Weeldrig kind van Pafos vloog, + Om zijn moeder te verzellen, + En zijn avontuur vertellen; + Als Venus haar kind vernam, + Zij hem in haar armen nam. + +[Voetnoot 1: Als 't Westewindjen met de bloemen koost.] + +[Voetnoot 2: De Grieksche Zonnegod.] + +[Voetnoot 3: De Grieksch-Latijnsche naam van 't sterrebeeld de Stier.] + +[Voetnoot 4: Aurora,'t morgenrood.] + +[Voetnoot 5: de vergetelheid.] + +[Voetnoot 6: _met heusche taal_.] + +[Voetnoot 7: _Sprong op_.] + +[Voetnoot 8: Anders _sierlijk_, _fraai_.] + +[Voetnoot 9: Thans _mijn waarde zoon_.] + +[Voetnoot 10: Thans _vangt aan_.] + +[Voetnoot 11: _bezorgd_, _er op uit om_, _begeerig, belust_; 't laatste +ware dan ook wel zoo juist geweest, en 't eerste waarschijnlijk alleen +om het rijm gekozen.] + +[Voetnoot 12: Naar den weggeslonken verbuigingsvorm; thans _wilde_.] + +[Voetnoot 13: _in tranen_.] + +[Voetnoot 14: _Tot wreede kwelling_.] + +[Voetnoot 15: _Sloeg open_, _ontvouwde_.] + +[Voetnoot 16: _klaargemaakt_.] + +[Voetnoot 17: De drie _Graciën_, _Bevalligheden_.] + +[Voetnoot 18: _De zon_.] + +[Voetnoot 19: _Voor zich op reis ging begeven_.] + +[Voetnoot 20: _zacht windjen_.] + +[Voetnoot 21: Thans (bij weggeslonken verbuigingsvorm) _korte_.] + +[Voetnoot 22: _Naar den rij af_.] + +[Voetnoot 23: De Grieksch-Latijnsche hoofdgod, die op den Olymp zetelde]. + +[Voetnoot 24: Uit dit bijv. naamw. zou men een verwarring van den God +des rijkdoms (Plutus) met dien der onderwereld (Pluto) vermoeden.] + +[Voetnoot 25: _vol sluwheid_ (als de God van handel en dieven).] + +[Voetnoot 26: Bacchus.] + +[Voetnoot 27: _strijdperk_.] + +[Voetnoot 28: _beproeft_, _ondervindt_.] + +[Voetnoot 29: Verkeerdelijk voor trof.] + +[Voetnoot 30: De avondster.] + + + + + + Dedicatie + AAN DE JONKVROUWEN + VAN FRIESLAND EN OVERIJSEL[1]. + + + Als Venus goedertier[2] de liefd' ter werelt bracht, + Werd Jupiter beroerd, die terstond alle Goden + In 's Hemels hoogste zaal liet dagen door zijn boden, + Die aan dit kinds gedaant'[3] oordeelden, met voordacht, + Dat hij de menschen zoû beroeren met tweedracht; + Dies zij bestemden[4] al dit dartel kind te dooden. + Venus dit haast[5] vernam, is met haar kind gevloden. + En bracht het om te voên bij u, o zoet geslacht!-- + Dit kind hebdy[6] gevoed, geleerd, en bovendien + Met boog en pijlen straf gewapend en voorzien; + Het treft (naar uwen wil) ons met zijn scherpe stralen[7], + Dat wij, als zwanen droef, vóór onzen ondergang, + Met een treurig geluid u bieden ons gezang;-- + Jonkvrouwen! uw gezicht laat minlijk daarop dalen! + +[Voetnoot 1: Onder dezen titel kwam dit klinkdicht in _Den Witten +verbeterden Lusthoff_ (Amsterdam bij Dirk Pietersz, in de Witte Persse, +1607) het eerst voor, en schijnt (naar Van Lenneps opmerking) uit een +handelsreis van den jongen Vondel naar beide provinciën geboren. Later +gaf hij het, onder zijne _Oude Rijmen_, met het opschrift _Aan de +Jonkvrouwen van Nederland_ uit.] + +[Voetnoot 2: Thans de goede Venus.] + +[Voetnoot 3: Uit de gestaltenis van dit kind wijselijk opgemaakt.] + +[Voetnoot 4: _Bepaalden_; verg. over dit woord de juiste opmerkingen van +Mr. A. Bogaers in den _Taalgids_ IV, 1.] + +[Voetnoot 5: _ras, spoedig._] + +[Voetnoot 6: Saamgetrokken uit _hebt gij_ (of eig. gy.)] + +[Voetnoot 7: _pijlen._] + + + + + Oorlof-Lied.[1] + + (Op den toon: de rein liefde vierig.) + + + D'wijl Saturnus vluchtig, Die ons heeft vergaârd[2], + Ons nu scheiden zuchtig[3] Doet, geheel bezwaard, + Neem ik met verlangen Oorlof aan u, mijnen lust, + G'hebt mijn hart bevangen, Ik versmacht naar pijnen-rust[4]. + + Doch hoewel wij scheiden, Met droefheid en pijn, + Ja, met tranig schreiden[5], Zal uw zoet aanschijn, + 't Welk mij heeft verwonnen Door Cupido's schichten fel, + Mij verheugen konnen, En mijn hart verlichten wel. + + Ja, mijn liefde krachtig, Die ik t'uwaarts draag, + Als Piram[6] eendrachtig, Blijft u trouwe[7] staâg; + Dit zal ik doen blijken, Als die liefd' bestrijdet mij, + 'k Zal geenszins bezwijken voor den dood; belijdet[8] mij. + + Nooit minnaar gestadig Als ik, dijnen[9] knecht, + Mijn[10] Hero weldadigh! Die uw haren vlecht + Als Diana cierig; Mij van gelijken gerieft[11], + Groeit in liefd vierig! Troost mij laat blijken de liefd'! + + Stort dijne gebeden, Als ik ben op reis, + Opdat ik met vreden Keer in dijn paleis; + Bid Neptunus jonstig, Dat hij zij behoedig mij, + En Aeool mij jonstig, Door Zefyr, voorspoedig zij. + + Trouw als Penelope Mij, Ulysses, wacht! + Ik stel al mijn hope Op u, dag en nacht; + Als Océaan woedig Het gantsche schip deyen doet, + Door golven onspoedig, Zal ik aan dij peizen vroed. + + Lijdzaam wilt verwachten Mijn weêrkomst verheugd, + Met wankel gedachten Maakt geen ongeneugt'; + Geen Paris lichtvaardig, Ben ik, zoo gij merken moogt, + Oënone waardig! mij een vreugds versterken toogt[12]. + + Mijn Tempe verheven, Daar ik in vermei! + Mijn vreugd en mijn leven, Wiens troost ik verbeî! + Wie kan mij aftrekken Van uw lieflijk wezen zoet, + Gij kunt mij verwekken Door uw deugd geprezen goed. + + Cyrce's tooverkruiden[13] Hoef ik zoeken niet, + In 't Noorden of Zuiden, Met pijn en verdriet; + Gelijk Glaucus zwaarlijk[14] Om Scylla veel pijnen leed, + Gij troost mij eenpaarlijk[15] Zijt mijn medicijnen reed! + + Oorlof, mijn Princesse! Waardig om bespien, + Voor de laatste lesse[16], Tot een wederzien, + Als mijn kwaal zal blusschen Uw bijwezen vreugdig tier; + Met een treurig kussen, Oorlof! gij, schoon jeugdig dier[17]! + +[Voetnoot 1: _Afscheidslied._] + +[Voetnoot 2: _Samenbracht._] + +[Voetnoot 3: _zuchtend._] + +[Voetnoot 4: Verpoozing van leed.] + +[Voetnoot 5: Voor _schreyen_.] + +[Voetnoot 6: _Piramus_, de bekende minnaar van Thisbe.] + +[Voetnoot 7: _getrouw._] + +[Voetnoot 8: _bekent het_.] + +[Voetnoot 9: Thans _uwen_ of liever _uw_.] + +[Voetnoot 10: Zoo zal men wel lezen moeten voor het onverstaanbare +_Min_.] + +[Voetnoot 11: Zoo lees ik voor _geriefd'_, dat geen zin geeft, en +wellicht alleen voor 't rijm op _liefd'_ zoo gespeld werd.] + +[Voetnoot 12: _toont_, _schenkt_.] + +[Voetnoot 13: Zoo werd reeds door Mr. van Lennep voor _Toonderkruiden_ +gelezen.] + +[Voetnoot 14: moeitevol.] + +[Voetnoot 15: _gelijkerwijs_.] + +[Voetnoot 16: _maal_, _keer_.] + +[Voetnoot 17: _meisjen_.] + + + + + Op het Twaalfjarig Bestand der Nederlanden + + + De Hemel, krijgens zat, erbarmt zich onzer kwalen, + Kastiljen wordt beweegd[1] den Vrede ons aan te biên; + De Staten leenen 't oor, dies wij verwonderd zien + Het Vredemakend volk[2] genaken onze palen. + Na onderling gesprek, opschorsing, en lang dralen, + Vergunt men hun 't Bestand voor jaren twee en tien: + Op hope, of metter tijd een Vrede-zon misschien + De Nederlanden mocht geduriglijk bestralen. + + Nassau ontwapent zich, om ruste te verwerven, + Steekt op zijn dreigend staal, geschaard van 't veel doorkerven, + En 't Bondig Land[3] geniet de vruchten van zijn zweet. + + Van vreugde golven vuurs ten Hemel opwaarts varen, + Men offert lof en dank den Heere der Heerscharen, + Die nu in lout're vreugd doet eindigen ons leed. + +[Voetnoot 1: Thans minder juist _bewogen_.] + +[Voetnoot 2: De gevolmachtigde onderhandelaars.] + +[Voetnoot 3: De verbonden of Vereenigde Nederlanden.] + + + + + UITVAART EN TREURDICHT + van + HENRICUS DE GROOTE, + Koning van Frankrijk en Navarre.[1] + + + Welaan, mijn Zang-Godin! 't is tijd, dat wij aanvangen + Te stellen op 't Tooneel, al zijn wij plomp en grof, + Het droevig Treurspel van 't Parisiaansche Hof, + Waarom de tranen nog bepaarlen onze wangen. + Gij wereld-Goden, o! die op uw groote kroonen, + Op uw Rijks-staven en verheven zetels pocht, + Wiens wortels in de Hel, wiens spitsen in de Locht[2] + Zich bergen, komt nu hier! komt hier, ik zal u toonen + Dit heerlijk schouwtooneel: komt, doet uw oogen open, + 't Zij of gij heerscht, daar ons met zijn gespiegeld licht + De Morgen-wekker[3] roept, 't zij of gij hebt gesticht + Uw troonen, daar den dag ons afpunt[4] gaat ontloopen. + Ziet, in dit tafereel, van uwe heerlijkheden + Den wankelbaren stand; ziet, hoe eens Konings roem + En blijdschap eer verwelkt dan een versierde bloem, + Die 's morgens vrolijk bloost, en 's avonds ligt vertreden. + Schouwt's tijds getuimel aan, die[5] als een gramme Leeuwe + Uw vluchtig leven scheurt, en hier in 't aardsch gewoel + Den Vader rukt in 't graf, den Zoon stelt op den stoel, + En wendt zoo stadig 't glas van Koning, Staat, en Eeuwe. + Zijn hooge Majesteit, de Kristelijkste Koning[6] + Zich nu gezegend vond, en Frankrijk in 't gemeen + Riep: tot verzeekring van dees' Monarchie, alleen + Ontbreekt onz' Koningin[7] de Koninklijke krooning. + De krooninge, wiens glans van 't Oosten tot het Westen + Gelijk de bliksem licht, en onzen Dolfijn[8] voedt + Zoo mann'lijk tot de Kroon, als wel zijn Edel bloed + Rechtvaardig' erfgenaam hem tuigt, en kan bevesten. + Dus rees tot Sint Denijs[9] den blijden dag besloten, + Tot Medicis[7] triumf, waar voor de schoone Mei + Haar bloemen allesins op 't aardrijk, als een sprei, + Had verwig uitgespreid, en rijkelijk gegoten. + De vuur'ge Zonne-kloot (die met een heet gebluister[10] + Naar 't Tweelings teeken liep) heeft zich van spijt gebergd[11], + En, van zoo veel gesteente en dierbaar goud getergd, + Verloor zijn heerlijkheid, en zijner stralen luister. + Wat pratter[12] pronkerij! wat zeldzaam' levereyen + Vertoonen zich alhier! hoe blinkt hier menigvoud + Den aardschen Hemel! ô, hoe ruischt en kraakt hier 't goud + Der kleedingen, waarin zich Zephyr komt vermeyen! + 't Is Salomonis Eeuw, 't zijn d' Idumeesche stranden, + De Paarlen zijn gemeen, en 't Goud hier ongeacht; + Hier heeft Natuur en Kunst om 't kunstigste gewracht, + Zij off'ren samen hier de werken hunder[13] handen. + Maar wie in al 't gedrang zoo heerlijken van verre + Doch bovenal uitmunt, o, 't is de Koningin! + Henrici schoone Bruid, de sterflijke Godin, + Die men de Kroon opstelt[14] van Frankrijk en Navarre. + Die, met haar witte hand en vingeren ompeerelt[15] + Den Scepter Galliae, eenstemmig algelijk + Men Koninginne kroont van 't Fransche Koningrijk, + En wettelijk omdrukt[16] voor God en al de wereld. + Ai! ziet, wat grooter vreugd en vrolijkheid der Franschen + Gemoeden[17] rêe bevangt, nu met een luide stem + Des Hemels Echo roept: veel heils de Diadem, + Die op Maria's hoofd weêrlicht met helder glansen! + Leef lang, o Koningin! die door uw kinder-baren + Ons gelukzalig maakt, uit wier vruchtbaren schoot + De Dolfijn is verwekt, die na zijns Vaders dood + Den sleutel van dit Rijk zal houden en bewaren. + Ter goeder tijd en uur, Princesse! gij Florencen + Tot onzer baten liet, en braakt de blaauwe zee + Haar golven met de kiel uws vlottigs Schips in twee, + En landen[18] spoedig als een Venus aan onz' grenzen. + Dus eindigt deze Feest. _Vive!_ _o Vive la Reine!_ + De naklank al den nacht vast wederschalt verheugd, + Denijs[19] onwetens is op 't hoogste van zijn vreugd', + Met dat zich Febus weêr komt spieg'len in de Seine. + De Koning vindt Parijs met vrolijkheid bevangen, + En overgeven heel; hij ziet, naar zijnen lust, + Hoe vlijtig ieder zich siert, wapent, en toerust, + Om 's volgenden Sabbats[20] zijn' Koningin te ontvangen. + Henricus, die de deugd en 't heilig Evangelie + Zoo vuriglijk beschermt, helaas! denkt luttel, ach! + Dat met de Zon alreê gerezen is de dag, + Waarin zijn leven zal verwelken als een Lelie. + Als hij na middag doet den Koetsier zijnen wagen + Voorthalen met 't gespan, terwijl, aan 's Hemels glas, + De Zonne wederom gaat vallen in het gras, + Zoo heeft de klok zijns tijds de laatste uur geslagen. + Hij klimt ontijdelijk in zijn gewielde Koetse, + Om, volgens zijnen aard, in 't Heldisch Arsenaal + Zich spieglen in 't azuur van 't Oorlogs wapen-staal, + Daar van zijn vromigheid[21] blijkt de beproefde toetse. + Waar is de dapp're schild, daar zijn verwonnen Steden + Men in gebliksemd ziet? daar hij met 't bloedig zwaard, + Met roode sluyers, en veel krijgs-roof kwam te paard, + Zelfs uit den slag Ivry[22] triumfelijk gereden; + Daar 't bloed liep van zijn arm met karmozijnen stralen, + Daar hij stak in de lucht de bloedige Trofeên, + Waar met[23] de Ligue in 't vlak bestoven veld verscheen, + En meende van zijn hoofd de groote kroon te halen. + De blazers[24] liggen hier, daar zijn rebelle Gallen + Eer met gedwongen zijn tot onderdanigheid, + Waar met de dolle Mars ter neder is geleid, + Waar met beschoten zijn zoo veel versteende wallen. + Maar och! hij rijdt al voorts; lijf-wachters! wilt u schamen, + Dat gij zoo traaglijk volgt; 't is tijd om toe te zien, + Gij laat hem in zijn koets met weinige Edel-liên + Zijn einde vinden, en zijn duister tombe samen. + De Voerman, die hier stuurt de breidels en de toomen, + Den Stuurder recht gelijkt, die met 't gevlerkte schip + Loopt op een blinde klip, op een verrader-klip, + Op een gedoken Roots[25] in d' Oceaansche stroomen. + De Rossen doen 't gebit van hare breidels schuimen, + En weig'ren lui en traag te trekken hunnen last, + De toom die hun[26] bedwingt, de geesel-zweep die klast[27], + Doet hun het laatste pad van 's Konings rid opruimen. + 't Plaveisel van de straat, d' oneffen harde steenen, + De Koetse weren wil in haren kwaden tocht: + Des Hemels oog verdompt[28], zijn fakkel in de locht, + De blaauwe Hemel zich ontluistert al met eenen. + Gelijk men menigmaal de teekens en voorboden + Van 't aanstaande onweêr ziet, als over 's werelds kruin + Zich donder, bliksem, wind wroegt[29], dampig, mistig bruin, + Als Juno[30] krijgen zal met haren God der Goden; + Zoo ziet men hier alreê bewegelijk voorloopen + De bonte Regen-boog, der zwarte wolken val, + Die Frankrijks Horizont, met 't schreyende kristal + Van een stort-regen, zal in droeve tranen doopen. + François[31] (o, geen François, maar overgeven Moorder!) + Den wagen heeft in 't oog, welk bij Sint Innocent + Een Karre en Koetse[32] ontmoet, die met hun wielen, blend[33] + Weêrhouden 's Konings Koets, dat achterwaarts noch voorder + Geen van hun allen mag; 't zij dat de raders haken + In d' een en d' anders As, of 't zij elkanders rad + Malkanderen in 't spoor van eenen wagen-pad + Weêrhouden, en soo t' zaâm aan 't stille staan geraken. + De booswicht hierop loert, en ziet zijn zake schoone, + Dies wapent Satan hem: hij rukt uit zijne scheê + 't Geblinddoekt hand-staal[34] daar hij met (o schriklijk wee!) + Bourbon[35] twee wonden geeft, aldaar hij zit ten toone: + Beide in zijn linkerzijd', vervloekte Moorder-stukken! + D' een naar de schouder toe, niet dieper is gepriemd, + Dan recht door 't vliezig vel, en d' ander, al gevliemd[36], + Van 's Konings edel hart gaat d' ader diep doordrukken. + Beneên de zesde rib 't gepunte moord-mes krachtig + In 's Konings lichaam dringt, zoodat het met zijn spits + Den hollen[37] ader treft; o doodelijke flits! + De wereldsche Monarch zinkt in zijn koetse onmachtig. + Gelijk op Helicon[38] uitbortelende d' ader + Des Bergs ten Hemel sprong, toen met 't hoef-ijzer straf + Perseï lichten Hengst haar sloeg en oorsprong gaf, + Zoo spuit ook alsins 't bloed van dezen Franschen Vader; + Zijn Edelliên verbaasd, om 't edel bloed te stelpen, + Fluks wenden naar 't Paleis de Koninklijke koets, + Die stroomig overliep van een riviere bloeds: + Men riep, men kreesch om hulp; helaas! het mocht niet helpen. + Van alle kanten 't volk de straten kwam vervullen, + En bootsen[39] 't baar-gedrang van een vergramde Zee: + D' een, om den moordenaar te scheuren fluks in twee, + Men als een Leeuwe zag van toorne en gramschap brullen; + D' een loopt naar 't groot Paleis, en d' ander, met veel scharen, + Zich op de wallen geeft; d' een spoedt zich vlug en rad, + Om 't Capitolium van dees beroemde stad, + En d' ander om Loys, den Dolfijn, te bewaren. + Dus ondertusschen raakt de Koning in de Louvre, + Alwaar zijn bleek gelaat naar 't leven vast de dood + Afschildert, en betuigt den sterfelijken nood, + En star-oogt Hemelwaarts naar aller vromen oevre[40]. + Zijn handen vlecht hij t'zaâm naar den gesternden Troone + En roept helaas! (zoo 't schijnt) den hoogsten Koning aan: + Wil tot een Offerande, o Heer! mijn Ziel ontfaan, + Als 't Lichaam zal ontlast zijn van deez' aardsche Kroone. + Driemalen schijnt hij nog adieu te roepen t' elken[41]: + Adieu, mijn Koningin, mijn Kinders, en mijn Hof! + Mijn leven nu verscheidt uit 's Lichaams brooze stof, + Onsterflijk zij mijn Ziel, 's Geest's hutte moet verwelken. + Daar werd zijn lijk beschreid met heet beweegde tranen, + De droefheid overvloeit tot 's Hemels hoog gebouw, + 't Geluid ten wolken klimt; daar kleedt zich in den rouw + De Choor des Parlements[42], met al zijn onderdanen. + De duizend-tongsche Faam zij uw gerucht bevolen, + Beklaaglijke Monarch! aldus de Peleaan[43], + Met Cesar de Romein dy[44] lange is voorgegaan, + Doch huns naams Echo speelt nog heden in de polen[45]. + Jaar-maanden zeventien, en elf Olympiaden[46] + Afgunstig heeft de tijd uw dagen afgemaaid, + En eindelijke 't wiel van dynen[47] loop gedraaid, + Na dat men heeft gezien de bliksems van uw daden: + Na dat men den Olijf heeft vredelijk zien bloeyen + Sinds gij den Traciër[48] hebt zijn wapenen beroofd, + En, onder 't lief ontzag van uw gelauwerd hoofd, + Navarre en Frankrijk tot één Ligchaam laten groeyen: + Nu slaapt, Henrice! slaapt; nu rust op der gedachten + Verheven Altaar-plat, na zoo veel Wapen-strijds: + Vermeluwt[49] dijn Colos door 't oud verloop des tijds, + Of wischt men't grafschrift uit van mijn geveêrde schachten, + Uw vliegende gerucht kan tijd noch eeuw verrassen: + De Fenix beeldt dit af, die eindelijken[50] spijst + 't Vuur met zijn sterflijkheid[51] waar uit de jonge rijst: + Zoo ziet men weêr verwekt den Dolfijn uit uw asschen. + O, snoode Ravaillac! God zal hier namaals eischen + Van u (die Jean Castel, La Barre, en Biron volgt + Welk Acherontis poel en Styx[52] heeft op gegolgd[53]) + Het duur vergoten bloed met een gekromde zeisen. + Helaas! gij moordt uw ziele in droefheid en ellenden, + Met 's Konings sterflijk lijf te maayen in het graf, + En moet hier evenwel, door d' allerwreedste straf, + Treurspelig dijnen tijd met 's Konings eind' volenden. + [Hoe lange zuldy[54] nog den hoogsten rechter tergen, + Gij, Babylonsche hoer! die in de wereld zaait + 't Vermaledijde zaad, waarvan men eindlijk maait + Dees vruchten; o, de val genaakt uw zeven bergen! + De waarheid schuift alsins de breê gordijnen open, + Waarachter gij boeleert met dijnen Helschen boel!-- + Afgodisch knielt niet meer voor haren stoel, + Doet eens uw oogen op, gij, vorsten van Europen! + Ziet, hoe zij hare schaamt', met een onnut geweven + En ijdel spinneweb, nog te bedekken tracht, + Wat monster zij in 't licht der zonne heeft gebracht, + En hoe heur beelde Krist gelijkt als dood en leven! + D'onvastigheid aanschouwt van hare kerkpilaren, + Welk dreigen al van zelf te vallen onder voet, + Haar Evangelie-boek, bezegeld met het bloed + Des moorders, welk zij noemt haar heilge martelaren!][55] + De Hemel zij geloofd, die met zijn goedheids-vlerken + Heeft Frankrijk overschaâuwd, en met genade omarmd, + Die in zoo grooten storm den Dolfijn heeft beschermd + Met d'Eed'le Koningin; nu prijst Gods wonderwerken! + Veel heils en veel geluks, o schoone Morgen-sterre! + Die over Frankrijk licht, en in uw Vaders plaats + Met dijn Vrouw-Moeder heerscht, met zoo veel wijzen raads: + Io! Io! de Kroon van Frankrijk en Navarre! + Dolfijn (niet meer Dolfijn, maar Koninklijke Lelie[56],) + Loys! die stadig moet vertreden zien den kop + Zijns vijands, en alsins 't veldteeken richten op, + De roode Standaart-Vaan van 't dobbel[57] Evangelie!-- + Tot eenen Gyges[58] groeit; dat, door uw kloek bestieren, + Des Ibers jalouzie[59] dy nimmer achterhaalt; + Als[60] 't Pyreneesch gebergt' dijn Rijk van Spanje paalt[61], + Schut zijn afgunstigheid ook zoo van uw frontieren! + + I. V. VONDELEN. + +[Voetnoot 1: Die, gelijk men weet, den 15en Mei 1610, door Ravaillac +vermoord was.] + +[Voetnoot 2: Voor _lucht_.] + +[Voetnoot 3: Nam. de _Zon_.] + +[Voetnoot 4: _gezichtspunt_.] + +[Voetnoot 5: Nam. de tijd.] + +[Voetnoot 6: Naar de bekende Fransche koningstitel van _Allerkristelijke +Majesteit_.] + +[Voetnoot 7: Hendriks tweede gade, Maria de Medicis.] + +[Voetnoot 8: De welbekende naam van den Franschen kroonprins.] + +[Voetnoot 9: De koninklijke begrafenis-abdij.] + +[Voetnoot 10: _Geblaak_ (verg. 't Eng. _to blister_).] + +[Voetnoot 11: Thans _geborgen_.] + +[Voetnoot 12: _trotscher_.] + +[Voetnoot 13: voor _hunner_ (_harer_).] + +[Voetnoot 14: voor _opzet_.] + +[Voetnoot 15: Vleyend voor _omvat_.] + +[Voetnoot 16: Voor _omspant_ (met de kroon nam.).] + +[Voetnoot 17: Thans _gemoederen_, met verlengden meervoudvorm.] + +[Voetnoot 18: Thans _landdet_.] + +[Voetnoot 19: Frankrijks beschermheilige; verg. [24].] + +[Voetnoot 20: _op den volg. zondag_.] + +[Voetnoot 21: _Wakkerheid_, _kloekheid_, naar de oorspronkelijke +beteekenis van 't woord.] + +[Voetnoot 22: Door Hendrik op de Ligue gewonnen.] + +[Voetnoot 23: Thans _waarmeê_; verg. ook drie regels later.] + +[Voetnoot 24: De vuurwapenen.] + +[Voetnoot 25: Voor _rotse_, thans _rots_.] + +[Voetnoot 26: Thans _hen_.] + +[Voetnoot 27: _kletst_.] + +[Voetnoot 28: _dooft_.] + +[Voetnoot 29: Voor _wringt_.] + +[Voetnoot 30: Mythologische vergelijking naar den wansmaak der eeuw.] + +[Voetnoot 31: Klankspeling op den voor- en volksnaam van den moordenaar +(_Frans_ en _Fransch_).] + +[Voetnoot 32: Eig. twee vrachtwagens.] + +[Voetnoot 33: Voor _blind_.] + +[Voetnoot 34: _De verholen dolk_.] + +[Voetnoot 35: Hendriks stamnaam.] + +[Voetnoot 36: Thans _golvend_, _doorsnijdend_.] + +[Voetnoot 37: De zoogenoemde _vena cava_, door welke 't bloed naar 't +hart vloeit] + +[Voetnoot 38: De welbekende Grieksche zangberg, op welken, naar de +overlevering, door den hoefslag van Perseus' paard de zangbron (of +_Hippokrene_) ontsprong.] + +[Voetnoot 39: Thans _nabootsen_.] + +[Voetnoot 40: Voor _oever_, _boord_.] + +[Voetnoot 41: Thans _telkens_.] + +[Voetnoot 42: Het bekende hooge Fransche staatslichaam van vóór 1789.] + +[Voetnoot 43: Achilles (de zoon van Peleus).] + +[Voetnoot 44: Derde en vierde naamval van 't verouderde voorn. w. van +den tweeden persoon (du).] + +[Voetnoot 45: Versta: tusschen de polen, d. i. in de wereld.] + +[Voetnoot 46: Wansmakelijke en onjuiste vermenging der Grieksche en +latere jaartelling voor 56 j. en 5 m.] + +[Voetnoot 47: Thans uwen; verg. den vorigen regel.] + +[Voetnoot 48: Den Turk, als bewoner van 't vroegere Thraciën.] + +[Voetnoot 49: _Vermolmt._] + +[Voetnoot 50: Thans, met onverbogen vorm, _eindelijk_.] + +[Voetnoot 51: Voor _lichaam_.] + +[Voetnoot 52: _Ach. en Styx_ de bekende wateren der onderwereld.] + +[Voetnoot 53: _Uitgegolpt._] + +[Voetnoot 54: Saamgetrokken, _voor zult gij_.] + +[Voetnoot 55: De toespraak tot Rome, in de 16 voorafgaande regels +vervat, wordt slechts in sommige uitgaven gevonden, en is wellicht niet +van Vondel.] + +[Voetnoot 56: Niet meer kroonprins, maar koning.] + +[Voetnoot 57: Het O. en N. Verbond.] + +[Voetnoot 58: Lees _Gigas d. i. reus_.] + +[Voetnoot 59: Spanjes naijver.] + +[Voetnoot 60: _gelijk_.] + +[Voetnoot 61: Voor _scheidt_.] + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De complete werken van Joost van Vondel, by +Joost van Vondel + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WERKEN VAN JOOST VAN VONDEL *** + +***** This file should be named 21800-8.txt or 21800-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/1/8/0/21800/ + +Produced by Frank van Drogen and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
