diff options
Diffstat (limited to '20128-8.txt')
| -rw-r--r-- | 20128-8.txt | 15648 |
1 files changed, 15648 insertions, 0 deletions
diff --git a/20128-8.txt b/20128-8.txt new file mode 100644 index 0000000..ccc5ffd --- /dev/null +++ b/20128-8.txt @@ -0,0 +1,15648 @@ +The Project Gutenberg EBook of Tolstoi's leven, by Pavel Ivanovich Biroekoff + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Tolstoi's leven + Zijne persoonlijke herinneringen, brieven en aanteekeningen 1828-1863 + +Author: Pavel Ivanovich Biroekoff + +Contributor: Lev Nikolaevich Tolstoj + +Translator: Emma B. van der Wijk + +Release Date: December 18, 2006 [EBook #20128] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK TOLSTOI'S LEVEN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + + Tolstoi's leven + + Zijne persoonlijke herinneringen, brieven en aanteekeningen + + 1828-1863 + + + Bewerkt door + + P. Biroekoff + + Geautoriseerde vertaling naar het Russische handschrift + + Door + + Emma B. van der Wijk + + Met afbeeldingen + + + Amsterdam P. N. van Kampen & Zoon. + + + + + +OPDRACHT. + + +Aan mijne vrouw Paula Nikolajewna wijd ik dit boek, het groote +werk van mijn leven, dat zoo zwaren, moeitevollen arbeid van mij +eischte. Met oprechten dank draag ik het op aan haar, die mij zoo +menigmaal mijn' last verlichtte, en mij uren schonk van ontspanning, +zoo noodig bij 't vervullen van mijn' taak. + +Nooit toch had ik dit boek kunnen schrijven zonder hare +zelfverloochenende en zelfopofferende hulp, waarmee zij mij bijstond +in alle omstandigheden van mijn leven. + +Ik draag mijn arbeid dus op aan mijne vrouw, en aan allen die er, +ongenoemd, aan hebben meegewerkt. + +P. B. + + + + + + +INLEIDING. + + +Met eerbiedigen schroom en overtuigd van mijne geringe krachten, bereid +ik mij voor tot dit mij heilige werk: het schrijven van eene biographie +van den grooten ouden man, van mijn' onderwijzer, van Leo Tolstoi. + +Eenige jaren geleden lag dit plan mij nog zóó ver, dat ik, hoewel +levende in zijne onmiddellijke nabijheid, en terwijl ik uren, ja soms +heele dagen in zijn huis doorbracht, nooit de minste aanteekening +maakte van hetgeen ik daar op kon vangen, zoo min van hem, als van de +hem omringende personen. En nu, om mijne godsdienstige overtuiging +verbannen uit mijn vaderland, ga ik dat groote werk beginnen. Eene +biographie van iemand wordt niet geschreven zonder toestemming van +die persoon zelf en zijne familie; dus wendde ik mij tot gravin Sofie +Andrejewna Tolstaja met verzoek eene biographie van haar echtgenoot +te mogen schrijven. Spoedig daarop ontving ik een mij zeer aangenaam +stemmend gunstig antwoord. Uit haar brief haal ik aan, wat op de zaak +betrekking heeft. + +"Natuurlijk moogt gij gaarne met eene levensbeschrijving beginnen. Zelf +zou Tolstoi u wel willen antwoorden op wat gij hem gaat vragen, +maar dan zult ge u moeten haasten,--bijna toch was aan dit ons allen +zoo dierbare leven een einde gekomen. Gode zij dank is hij nu weer +herstellende en al weer aan den arbeid." + +Om nu Tolstoi zelf niet lastig te vallen en overtuigd, dat hij mij +geene hinderpalen in den weg zou leggen, begon ik dus na ontvangst +van den brief. Na kennis te hebben genomen van de stof en na mij in +'t wezen van het werk te hebben ingedacht, beklaagde ik mij eenerzijds +om den grooten omvang ervan, maar anderzijds heeft diezelfde arbeid +mij langzamerhand zóó meegesleept, mijne belangstelling zóó opgewekt, +en voel ik mij er reeds zoo mee verbonden, dat ik het nu noem: "het +Werk van mijn leven", ongeacht iedere overweging van den uitgever in +mij, welke het ook zij. + +Ik begon dus de stof te bestudeeren, en, onvoorbereid als ik was, +ben ik gaan naslaan welke verklaring de encyclopaedie van Brockhaus +geeft van het woord "biographie". Ik vond daar de volgende definitie: + +"Eene levensbeschrijving noemt men de schildering van een +zekere persoon, die voldoet aan de historische wetenschap. Als +wetenschappelijk werk bepaalt de beschrijving zich niet alleen tot +de uiterlijkheden, maar moet zij er naar streven de geestelijke en +moreele ontwikkeling te schetsen. Als kunstwerk moet zij den grondslag +van het karakter aangeven en in 't algemeen de behandelde persoon in +'t helderste licht plaatsen." + +Deze verklaring bevredigde mij volkomen, zoodat ik een aanvang met +mijn werk kon maken. Het is een verheven arbeid (des te meer, waar +dit een Tolstoi geldt), eene beschrijving te geven van 's menschen +innerlijk, d.w.z. van zijn geestelijk leven, van de ontwikkeling en +de veranderingen die erin plaats grijpen. + +Maar nóg verhevener, nóg rijker is het, aan te toonen volgens welk +algemeen beginsel deze innerlijke ontwikkeling zich voltooide, +hoe karakter en ideeën zich vormden en hervormden. Slaagt men nu +tevens in 't weergeven van de uiterlijke omstandigheden van 't leven, +dienende gedeeltelijk als omlijsting, gedeeltelijk om nog scherper +licht te laten vallen op den mensch, dan kan men zeggen: "mijn arbeid +is geslaagd". + +Deze overwegingen hebben mij gediend als gids bij mijn werk, + +Het is van bijzonder groot gewicht, bij het geven van eene biographie, +dat de behandelde persoon nog leeft, daar iedere tegenspraak die men +ontmoet (door vergelijking met de getuigenissen uit andere bronnen) +misschien kan worden opgehelderd door de persoon zelf, zoodat de +feiten nu gegeven worden in hunne volle waarde. + +De voorbereidende werkzaamheden bestonden in 't verzamelen der stof. + +Deze stof nu splitste ik in vier deelen. + +In de eerste afdeeling bracht ik: + +Auto-biographische aanteekeningen van Leo Tolstoi, zijne brieven +gericht tot verschillende personen, en een uittreksel uit zijn dagboek. + +In de tweede afdeeling: verschillende herinneringen en biographische +schetsjes van menschen, die Tolstoi van zeer nabij kenden, van +zijne bloedverwanten, zijne vrienden, enz., personen dus, die men +ieder op zichzelf kan vertrouwen. Aan deze tweede afdeeling voegde +ik nog toe verschillende officiëele gegevens, als: dienstbrieven, +stadhuispapieren, brieven van schoolbesturen, copie van gerechtelijke +en administratieve zaken, enz. enz. + +In de derde afdeeling nam ik opstellen over Leo Tolstoi op, verkregen +uit andere bronnen, doch ook geschriften van hem zelf. Men moet echter +voorzichtig zijn met het gebruiken hiervan, daar werkelijke feiten +allicht zijn saamgeweven met des kunstenaars phantasie. + +Ten slotte in de vierde afdeeling: + +Kleine artikels, en ook opmerkingen van schrijvers, die niet ons volle +vertrouwen verdienen, maar die toch eene betrekkelijke waarde kunnen +hebben, ter aanvulling daar, waar andere bronnen te kort schoten. De +vermelding van de namen dier schrijvers acht ik overbodig. + +De buitenlandsche literatuur is zeer arm aan biographische gegevens +aangaande Tolstoi, vooral wat betreft zijne eerste levensjaren. Daarom +heb ik deze bronnen niet afzonderlijk vermeld. [1] + +Nadat ik de eerste schrede gedaan had, reeds bij 't schiften van +'t verkregen materiaal, voelde ik dat het noodzakelijk was mij met +Tolstoi zelf in verbinding te stellen, daar ik op vele duistere punten +stootte, die alleen hij kon ophelderen. Ik heb lang overwogen of het +resultaat van den arbeid het zou rechtvaardigen, dat ik hem zooveel +moeite veroorzaakte. Evenwel, wetende dat hij een' kunstenaar nog nooit +geweigerd had eene buste naar hem te modelleeren of een portret van +hem te schilderen, noch den amateur-photografen eene opname te doen +(hoewel het hemzelf geen genoegen verschaft), besloot ook ik hem te +vragen voor mij te willen poseeren, ter verkrijging van zijn beeld +door woord en taal. Ook nu weer ontving ik een gunstig antwoord, +neergelegd in het volgend citaat van den aan mij gerichten brief van +den 2den December 1901: + +"Zeer gaarne zal ik voor u poseeren en de vragen naar volgorde +beantwoorden." + +Een gewichtige dienst bewees mij mijn vriend W. Gr. Tschjerkoff, +door het voor mij openstellen van zijn rijk archief, bevattende +eene persoonlijke correspondentie van Tolstoi en een uittreksel uit +zijn dagboek. + +De onaangename zijde van mijn werk bestond hierin, dat ik, krachtens +eene onhebbelijke verordening uit Rusland verbannen [2], niet in +staat was mij persoonlijk in verbinding te stellen met den man over +wien ik ging schrijven. Ook werd ik daardoor verhinderd te werken +in Russische openbare bibliotheken en archieven. Deze hinderpalen +belemmerden mijn arbeid aanmerkelijk en zij konden, hoewel niet ten +volle, slechts door mij worden overwonnen door de vriendelijkheid van +eenige bezitters van Russische particuliere bibliotheken en de rijk +voorziene Russische afdeeling in 't Britsch Museum. Ik deed daarvoor +wat in mijn vermogen was; zelfs zond ik een smeekschrift aan den +Russischen minister van binnenlandsche zaken, ten einde toestemming +te verkrijgen, om _twee maanden_ in Rusland te mogen doorbrengen, doch +ontving eene onvoorwaardelijke afwijzing. En wat nu mijn werk betreft, +zal de lezer in het eerste deel wetenswaardigheden vinden, die voor +hem beslist nieuw zijn, herinneringen uit Tolstoi's jeugd, van zijne +familie, een groot aantal brieven en een uittreksel uit zijn dagboek. + +Om te doen zien, hoeveel moeite het kostte om Tolstoi over te halen +zijne herinneringen neer te schrijven, laat ik hier een uittreksel +uit mijne correspondentie met hem over dat onderwerp volgen. + +Herhaalde malen schreef ik hem en zijne bloedverwanten om mij eenige +aanteekeningen te zenden over zijne kinderjaren, al waren het maar +door hem gedane mondelinge vertellinkjes. Eindelijk kreeg ik daarop +het volgende antwoord: + +".... Hoe graag ik ook wilde, dacht ik eerst u niet te kunnen +helpen. Ik vreesde de onoprechtheid, eigen aan iedere auto-biographie, +maar nu geloof ik den vorm gevonden te hebben, waarin ik aan uw wensch +kan voldoen, door u de hoofdtrekken te geven der verschillende elkander +opvolgende perioden in mijn leven: die uit mijne kinderjaren, mijne +jongelingsjaren en uit den tijd, toen ik volwassen was. Zoodra ik er +toe in staat zal zijn, zal ik er eenige uren aan wijden, en trachten +het op die wijze te doen." + +In een der volgende brieven schrijft hij mij: + +".... Mijne belofte om eenige van mijne herinneringen voor u op te +teekenen, vreesde ik niet te kunnen nakomen. Ik heb er over nagedacht, +en zag, hoe moeilijk het is Scylla en Charybdis te vermijden, +d.w.z. eenerzijds de klip van den eigenlof, door alleen het goede te +vermelden, en aan den anderen kant de cynische openhartigheid om alles +wat slecht is aan het licht te brengen. Indien ik vertel van al die +laagheid, domheid, verdorvenheid, en dan naar waarheid, oprechter nog +dan Rousseau, dan zal dat een boek of een hoofdstuk worden, dat veel +ergernis zal verwekken. De menschen zullen zeggen: 'Dat is dus de man, +dien velen hoogachten, en zie, hij is een nietswaardige! Och, wij +eenvoudige menschen, wat kunnen wij ons vergissen. Nu, 't is Gods wil.' + +"Maar, zonder scherts, toen ik begon mijn leven ernstig te overdenken +zag ik al de domheid--werkelijke domheid--en laagheid ervan, en ik +dacht bij mij zelf: 'hoe toch zullen andere lieden zijn, als ik, +de veel geprezene, zoo'n dom, laag schepsel ben?' Daarbij komt het +dan nog aan 't licht, dat ik zooveel listiger ben dan de anderen. Dit +alles schrijf ik u niet om u wat mooie woorden te laten lezen, maar +ik heb dat alles werkelijk doorleefd." + +Tolstoi's weifelingen ziende en 't volle gewicht ervan voelende, +besloot ik toch vol te houden en hem, om zoo te zeggen, een begonnen +patroon te geven, waaraan hij verder kon borduren. Daarom stuurde ik +hem het door mij ontworpen plan van zijne biographie. In dat programma +volgde ik het door velen aangenomen systeem van de verdeeling van het +menschelijk leven in zevenjarige tijdperken. Deze verdeeling hoorde ik +van Tolstoi zelf, toen hij, eens met mij pratende, de meening uitte, +dat de zevenjarige perioden in het physisch menschelijk leven (eene +leer, aangenomen door sommige physiologen) telkens in overeenstemming +zijn met een zevenjarig tijdperk van de ontwikkeling van het geestelijk +leven; waaruit voortvloeit, dat iedere zevenjarige periode ook eene +afzonderlijke geestelijke gestalte aanneemt. + +Op bovenbedoelde wijze ingedeeld, krijgen we dus het volgend schema +van Tolstoi's leven: + + + Jaartal. Leeftijd. Inhoud van de perioden. + + 1 1828-1835 Van geboorte-7 jaren Kinderjaren. + 2 1835-1842 Van 7-14 jaren Jongensjaren. + 3 1842-1849 Van 14-21 jaren Jongelingsjaren, leertijd, + universiteit, begin van 't + besturen van zijn landgoed. + 4 1849-1856 Van 21-28 jaren Begin van het schrijven, + dienstjaren, Kaukasus, Donau, + Sebastopol, Petersburg. + 5 1856-1863 Van 28-35 jaren Ontslag, reizen, dood van een + broeder, paedagogie, huwelijk. + 6 1863-1870 Van 35-42 jaren Familieleven, "Oorlog en Vrede", + huishouding. + 7 1870-1877 Van 42-49 jaren Hongersnood te Samarsk, "Anna + Karjenina", hoogtepunt van + literairen roem, familiegeluk + en rijkdom, + 8 1877-1884 Van 49-56 jaren Crisis, biecht, evangelie, + "Waarin ik geloof?" + 9 1884-1891 Van 56-63 jaren Moskou, "Wat moeten wij doen?" + volksliteratuur, bemiddelaar, + verspreiding zijner ideeën + onder de hoogere standen en + het volk, kritieken. +10 1891-1898 Van 63-70 jaren "Honger", "Het koninkrijk Gods + in ons", ketters, vervolging van + de aanhangers der ideeën. +11 1898-1905 Van 70-77 jaren "Opstanding", in den ban gedaan, + ziekte, laatste periode, bezig + met militairisme, volk, + geestelijke en politieke + personen, oorlog revolutionaire + en hervormingsbeweging in + Rusland. + + +Reeds met den eersten oogopslag bemerkt de lezer de afscheiding van +iedere geestelijke periode. + +Het opzenden van dit schema of beginpatroon bleef niet zonder +resultaat. Heel spoedig ontving ik van Tolstoi een' brief, waarin +hij o.a. het volgende schrijft: + +...."Ik kom u zeggen, dat ik u bij mijne levensbeschrijving heel gaarne +wil helpen, en ik zal u de gewichtigste gebeurtenissen meedeelen. Ik +besloot dat ik ertoe mocht overgaan, omdat het misschien interessant +en nuttig voor het menschdom kan zijn, wanneer ik het wijs op al de +verdorvenheid in mijn leven tot aan mijn ontwaken, en zonder valsche +bescheidenheid, al het goede na dien tijd (hoewel de goede voornemens +niet altijd werden uitgevoerd, door gebrek aan wilskracht). In dien +geest wilde ik u dan ook schrijven. + +"Uw programma, met zijn 7-jarige indeeling, zal van nut zijn en zeker +vele gedachten bij mij opwekken. Ik zal ermee beginnen zoodra het +werk dat ik onderhanden heb is afgeloopen." + +Eindelijk, na vier maanden, ontving ik de kostbare bladzijden met +herinneringen, door Tolstoi zelf geschreven en na dien niet meer +gecorrigeerd [3]. Ik haastte mij ze te gebruiken in de biographie, +aan welke zij kleur en gloed zullen verleenen. + +Bij de eerste gelegenheid zond ik Tolstoi 't begin van mijn werk, +met verzoek mij zijn oordeel te zeggen. Daarop ontving ik een brief, +waarin hij o.a. het volgende schrijft: + +"Mijn totale indruk is, dat ge een heel goed gebruik van mijne +aanteekeningen hebt gemaakt. In bijzonderheden treden zal ik niet, +omdat het me zou verleiden veranderingen aan te brengen, hetgeen ik +niet wil doen. + +"Ik laat dus alles aan u over en voeg er slechts dit bij, dat gij in +de biographie, sprekende over mijne jeugd, moet vermelden: + +"_Uit de mij verstrekte en ter verwerking gegeven ongecorrigeerde +gedenkschriften._" + +Ik deel dit mede, om Tolstoi van iedere literaire verantwoordelijkheid +te ontslaan, en ik zal den gecursiveerden zin overal inlasschen waar +dit noodig is. + +En zoo, onder deze opwekkende omstandigheden, begon ik mijn werk. + +Het eerste deel dat het licht zal zien bevat de afstamming van Leo +Tolstoi en 't eerste tijdperk van zijn leven, dus: kinderjaren, +jongelingsjaren en ten slotte zijn huwelijk. + +Het is noodig hier een rustpunt te maken, ten eerste omdat Tolstoi +zelf zijn huwelijk een begin van een nieuw leven noemt en ten tweede +uit een practisch oogpunt, daar de aanteekeningen voor dit eerste +gedeelte reeds voldoende zijn om een geheel boekdeel te vullen. + +In het tweede deel hoop ik te spreken over het toppunt van Tolstoi's +literairen roem, van zijn familiegeluk en rijkdom, en de wedergeboorte +tot een nieuw geestelijk leven. Dit viel ongeveer tusschen de jaren +1863 en 1884, dus tusschen zijn 35ste en 56ste jaar. + +Ten slotte volgt in het derde deel de tegenwoordige episode uit +Tolstoi's leven, die, naar wij hopen, nog in lang niet zal worden +afgesloten. + +Volgens eene juiste opmerking van een of anderen schrijver gelijkt +Tolstoi's leven op een omgekeerde pyramide, die met den top naar +beneden, den voet naar boven, zich meer en meer verbreedt. In diezelfde +verhouding breidt de stof voor Tolstoi's levensbeschrijving zich uit, +gering zijnde in den aanvang, aangroeiende tot het onmetelijke. Ik zal +niet beproeven in deze inleiding eene karakterbeschrijving van Tolstoi +te geven. Reeds lang immers kent de geheele wereld hem als een genie. + +Ik wil hier evenwel een paar feiten noemen, waaruit de lezer zelf +zijne gevolgtrekkingen kan maken. + +Volgens mijne berekening zijn Tolstoi's werken nu reeds overgebracht en +uitgegeven in 45 verschillende talen, zoowel Oostersche als Westersche, +zoowel in die van Noordelijke als van Zuidelijke landen. En immer meer +neemt de uitbreiding toe. Gedurende mijn bijna tienjarig directeurschap +van de _Posrjednik_ verkochten wij jaarlijks gemiddeld drie millioen +brochures, in hoofdzaak verhalen van Tolstoi zelf, en verder artikels +en opstellen van schrijvers die op de een of andere wijze zijne ideeën +verkondigden, en die dikwijls door hemzelf waren aangegeven. + +De _Posrjednik_ bestaat reeds ongeveer 20 jaren. Aangenomen dat het +aantal uitgegeven werken verminderde, kunnen wij toch constateeren, dat +de verkoop van boeken en brochures, meer of minder Tolstoi betreffende, +het ronde cijfer van 50 millioen bedroeg. En de stroom van deze ideeën +stortte zich uit over heel Rusland, alle hinderpalen wegspoelende, +die zoowel door kerkbesturen als door de lauwe, willooze liberalen +werden opgeworpen. + +Het eerste deel van mijn boek is daarom bestemd om aan te toonen, +hoe deze schoone gedachten zich ontwikkelden en vormden. + + +_Onex bij Genève_, Villa Russe. + +_Zwitserland._ + +15 Oct. 1904. P. J. Biroekoff. + + + + + +Ik had het eerste deel van mijn werk reeds geëindigd, toen ik, +als gevolg van de mindere strengheid in Rusland, verlof kreeg +daarheen terug te keeren. Ik maakte hiervan gebruik en werd alzoo +in staat gesteld, de stof voor het eerste deel van de biographie nog +belangrijk te vermeerderen, zoowel doordat ik mij nu met Tolstoi in +onmiddellijke verbinding kon stellen als door de lectuur van zijn +dagboek en aanteekeningen. + +Mijn oprechten dank breng ik aan gravin Sofie Andrejewna Tolstaja, +die mij de gelegenheid verschafte om het door haar verzamelde +materiaal (dat bewaard wordt in het historisch museum te Moskou, +in de "Tolstoi-kamer") te bestudeeren. + +Waarschijnlijk was mijn werk, ware het onder gunstiger omstandigheden +begonnen, beter geslaagd, maar 't is mij onmogelijk terug te keeren om +nog eens op nieuw te beginnen. Ik liet het dus zooals het is, alleen +bracht ik die veranderingen aan, die het noodzakelijk uitvloeisel +waren van de in Rusland verzamelde gegevens. + +Ook de inleiding laat ik onveranderd, daar zij naar waarheid schetst +hoe mijn werk tot stand is gekomen, en ik hoop dat de lezer zal +begrijpen onder welke eigenaardige voorwaarden dit geschiedde. Want +als men schrijft over eene nog levende energieke persoonlijkheid, kan +het laatste woord nog niet gesproken worden. Een slotrede, waarin ik +den man, met zijn nog warm kloppend hart, de zoo wel verdiende hulde +zou willen brengen, kan ik dus niet schrijven. + +Ten slotte noem ik dezen arbeid, met oprecht gemeende bescheidenheid, +slechts _een door mij verzameld materiaal voor het geven van een +levensbeschrijving van Leo Nikolajewitsch Tolstoi_. + +Ik wilde niet langer wachten met het uitgeven van het eerste deel, +in de hoop dat het lezende publiek in mij iemand zal zien, die zeer +dankbaar alle herinneringen, documenten enz., Leo Tolstoi betreffende, +in ontvangst zal nemen. + + +P. B. + +23 Augustus 1905. + + + + + + +Inleiding + +Van Leo Tolstoi bij zijne herinneringen. + + +Mijn vriend P. Biroekoff, die van plan is een levensbeschrijving +van mij het licht te doen zien, vroeg mij om eenige gegevens. Heel +gaarne wilde ik zijn verzoek inwilligen en in gedachten begon ik +reeds met de samenstelling. In den beginne, zonder het te willen, +zonder het zelfs te bemerken, herinnerde ik mij alleen maar het goede +uit mijn leven, terwijl alle slechte, donkere oogenblikken zich +niet scherper vertoonden dan de schaduw op een schilderij. Dieper +echter in mijn leven doordringende, zag ik dat zulk een biographie +een leugen zou zijn, misschien niet in den vollen zin van 't woord, +maar dan toch een leugen als gevolg van het valsche licht, dat ik op +de gebeurtenissen liet vallen, en van de opsomming van al het goede, +gevoegd bij de verzwijging of vergoelijking van al het slechte. Ik +nam mij daarom voor, de waarheid neer te schrijven, en niets wat +slecht in mij is te verbergen, maar schrikte terug voor den indruk, +die zulk een biographie moest maken. Juist in dien tijd werd ik +ziek. In dien gedwongen rusttijd dwaalden mijne gedachten steeds weer +naar mijne herinneringen en deze waren ontzettend. Ik doorleefde alle +gewaarwordingen die Poeschkin beschrijft in zijn gedicht "Herinnering", +waarvan de laatste woorden zijn: "maar de regels van droefheid laten +zich niet uitwisschen", wat ik zou willen veranderen in: "maar de +regels van _schande_ laten zich niet uitwisschen". + +Onder den indruk van het bovenstaande schreef ik in mijn dagboek: + + + +_6 Januari 1903._ + +Ik lijd tegenwoordig hellepijnen. Ik herinner me al het lage van mijn +vroeger leven en die herinneringen laten me niet los en vergiftigen +mij. Gewoonlijk beklaagt men zich, dat de herinnering verdwijnt met den +dood. Welk een geluk, dat het zoo is. Wat zou het een kwelling zijn, +indien ik in het leven hiernamaals de herinnering moest meenemen +aan al het wreede, al het lage wat ik op aarde beging. Want zoo we +ons het goede konden herinneren zouden we het slechte niet kunnen +vergeten. Wat een geluk, dat de herinnering verdwijnt met den dood, +dat er slechts één bewustzijn overblijft, het bewustzijn dat ons wijst +op een vermenging van al het goede en het kwade, alles samenvloeiend +tot de groote onbekende X, tot het positieve of het negatieve, tot +het groote of het kleine. + +Ja het is een groot geluk, dat de herinnering verdwijnt; bleef zij +bestaan, dan zouden wij nooit weer vroolijk kunnen zijn. Nu echter, +door haar vernietiging, zullen we in het andere leven overgaan met +een schoone, reine bladzijde, waarop wederom het goede en het kwade +kan worden neergeschreven. + + + +Het is waar, dat mijn leven niet altijd zoo verdorven was als in den +tijd toen ik ongeveer 20 jaren telde; het is ook waar, dat het niet +voortdurend zoo slecht was, als ik het mij voorstelde in de dagen +mijner ziekte. Ook in dat tijdperk ontwaakte in mij soms de drang naar +het goede, te snel helaas weer verstikt door blinde hartstochten, die +mij naar omlaag trokken. Maar hoe het ook zij, de gedachten, ontkiemd +in de dagen mijner ziekte, toonden mij duidelijk aan, dat mijne +biographie, samengesteld op de wijze zooals men dat gewoonlijk doet, +n.l. met weglating van alle misslagen, verdorvenheid en onreinheid, +een leugen zou zijn, en laat ik haar verschijnen, dan moet zij waarheid +en niets dan waarheid bevatten. Geschreven op deze wijze, kan zij, +hoeveel schande ook over mij brengende, van groot en werkelijk nut +zijn voor den lezer. + +Zoo mij in mijne herinneringen verdiepende en alles beschouwende +uit het gezichtspunt van goed en kwaad, kwam ik tot het besluit mijn +geheele leven in vier tijdperken te verdeelen. + +Ten eerste: De heerlijke, blijde, onschuldige, poëtische periode +mijner kindsheid tot aan mijn 14de jaar. + +Vervolgens de tweede, die vreeslijke 20 jaren, het tijdperk van +mijn groote bandeloosheid, van mijn verlangen naar roem en eer, +en in hoofdzaak van mijne zinnelijke begeerten. Dan de derde, +18-jarige periode, van mijn huwelijk af tot aan mijne geestelijke +wedergeboorte. Van een wereldsch standpunt bezien, kan dit tijdperk +het meest zedelijke worden genoemd. In die achttien jaren toch +leidde ik een ordelijk, geregeld, huiselijk leven, bekommerde mij +niet om de publieke opinie of lasterlijke praatjes, terwijl mijne +geheele belangstelling zich egoïstisch bepaalde tot mijne familie, +de vermeerdering van mijn vermogen en literair succes, en verder tot +allerlei kalme genoegens. En ten slotte de vierde, 20-jarige periode, +waarin ik nu leef, waarin ik ook hoop te sterven, in wier licht ik +de geheele beteekenis begrijp van het leven dat achter mij ligt, +en waaraan ik niets meer wensch te veranderen, behalve die slechte +gewoonten, die mij bij zijn gebleven uit mijn vorige tijdperken. + +De geschiedenis nu van deze vier tijdperken, geheel naar waarheid, +wensch ik te vertellen, zoo God mij kracht en leven schenkt. Ik geloof, +dat zulk een biographie van grooter nut voor het menschdom zal zijn +dan alle fraaie redeneeringen waarmee mijn twaalf deelen gevuld zijn +en waaraan de menschen van onzen tijd zoo'n grooten, onverdienden +lof toezwaaien. + +En nu ga ik beginnen. Ik zal aanvangen met het eerste, vroolijke +tijdperk van mijn kinderjaren, waaraan ik zulke heerlijke herinneringen +heb, en dan (hoeveel schande het ook over mij zal brengen) zal ik +vertellen en niets verzwijgen van die vreeselijke twintig jaren, die +daarop volgen. Dan komt de derde periode, die velen minder belang +in zal boezemen, en ten slotte de laatste, waarin ik ontwaakte tot +de waarheid, en die mij het hoogste levensgeluk en een blijde rust +heeft geschonken, in afwachting van den naderenden dood. + +Om niet in herhalingen te vervallen, herlas ik eens wat ik vroeger +onder den titel _Kinderjaren_ had uitgegeven en betreur het nu, dat dit +boek ooit het licht zag, zoo slecht en, van een letterkundig standpunt, +onwaardig als het geschreven is. Dat kon ook niet anders. Ten eerste, +omdat het niet de geschiedenis bevat van mijn eigen jeugd maar die +mijner vrienden uit dien tijd, en ten tweede, omdat ik toen nog lang +niet zelfstandig was in het vormen van mijn uitdrukkingen en sterk +onder den invloed stond van de twee schrijvers Sterne (_Sentimental +Journey_) en Töpfer (_Bibliothèque de mon Oncle_). Hoofdzakelijk zijn +het de twee laatste deelen, die mij nu niet meer bevallen. Behalve +een verward mengsel van waarheid en fantasie, is het tevens een +onwaar boek, waarin ik iets voorstel als gewichtig en goed, dat ik +in dien tijd noch goed, noch gewichtig vond, n.l. mijne democratische +richting. Ik hoop, dat wat ik nu ga schrijven beter en hoofdzakelijk +nuttiger voor anderen zal zijn. [4] + + + + + + + + +EERSTE DEEL. + +EERSTE HOOFDSTUK. + +DE VOOROUDERS VAN LEO TOLSTOI VAN VADERSZIJDE. [5] + + +De graven van Tolstoi zijn van een oud adellijk geslacht, dat volgens +de genealogen afstamt van den heiligen Indriss, die in 1353 met twee +zonen en een leger van 3000 man naar Tschernigoff trok. Hij liet zich +doopen, ontving den naam Leontii en werd de stamvader van eenige +adellijke families. Zijn achterkleinzoon, Andrei Charjitonowitsch, +verhuisde van Tschernigoff naar Moskou, ontving van grootvorst +Wassilii Tjenni den achternaam Tolstoi, en was de stamvader van +de Tolstoi's. (Volgens den graaflijken stamboom van het geslacht +Tolstoi is Leo Nikolajewitsch een nakomeling van Indriss in den +tweeden graad). [6] + +Een van zijn nakomelingen, Peter Andrejewitsch Tolstoi, diende in 1683 +als Stolnik (een hoveling die het oppertoezicht heeft over de tafel, +enz.) aan het hof en was één van de hoofdleiders van den opstand der +Strelitzen. De val van de Tsarina Sophie dwong Tolstoi zijn bakens te +verzetten en naar de partij van Tsaar Peter over te gaan. Deze hield +hem echter steeds op een afstand en het duurde een langen tijd voor +dat Peter Andrejewitsch het vertrouwen van den Tsaar mocht winnen. + +Daarvan vertelt men het volgende. + +Eens, bij een woest drinkgelag, behaagde het den Tsaar Tolstoi zijn +grooten pruik van het hoofd te rukken. Hij sloeg hem er mee op den +kalen schedel en sprak: "Hoofdje, hoofdje, als jij niet zoo verstandig +waart, dan had men je reeds lang van den romp gescheiden." + +Zelfs de groote militaire verdiensten van Tolstoi, in den tweeden +strijd om Azoff, konden het wantrouwen van den Tsaar niet overwinnen. + +In 1697 zond Tsaar Peter eenige vrijwilligers naar het buitenland in +de leer. Tolstoi, toen reeds een man van rijperen leeftijd, bood aan +er heen te gaan, ter bestudeering van het zeewezen. Tevens stelde +hij zich volkomen op de hoogte van de West-Europeesche cultuur. In +'t eind van 1701 werd Tolstoi benoemd tot gezant te Constantinopel, +een gewichtige maar moeilijke post. Ten tijde van de verwikkelingen +van 1710-1713 zat hij tweemaal op het "slot met de zeven torens" +gevangen. Daarom voeren de graven Tolstoi een wapen waarop dit slot +is afgebeeld. + +In 1717 bewees Tolstoi den Tsaar een grooten dienst, waardoor hij +voor goed bij dezen in de gunst kwam. + +Op korten afstand van Napels, waarheen Tolstoi was gezonden, ligt het +kasteel Sint-Elmo. Daar hield zich in dien tijd de Tsarewitsch Alexei +met zijne vriendin Eufrosyne verborgen. Met behulp van die vrouw +gelukte het Tolstoi, door ruwe bedreigingen en valsche beloften, den +Tsarewitsch te bewegen naar Rusland terug te keeren. Zijn werkzaam +aandeel in het gerechtelijk onderzoek, de zittingen van de geheime +rechtbank en de, op bevel van den Tsaar, heimelijke voltrekking +van het doodvonnis (met medewerking van Roemjantseff, Oeschakoff en +Boetoerlin) bezorgden hem eene belooning. Hij kreeg eenige landgoederen +ten geschenke en werd benoemd tot chef van de geheime kanselarij, +waar juist zeer veel te doen viel wegens oproer en gisting onder +'t volk, veroorzaakt door den dood van den Tsarewitsch Alexei. + +Tolstoi was in dien tijd een van de personen die zich steeds in de +onmiddellijke nabijheid van den Tsaar bevonden, en die het meest door +hem werden vertrouwd. + +Door de zaak met den Tsarewitsch kwam hij ook in nauwere aanraking met +Keizerin Catharina. In vereeniging met Menschikoff werkte hij krachtig +mede aan hare troonsbestijging, waarvoor hij op den kroningsdag +beloond werd met den titel van graaf, en naderhand veel gunsten +bleef genieten. Onder de regeering van Peter II, een' zoon van den +vermoorden Tsarewitsch, was zijn val echter onvermijdelijk. Zonder +dat er met zijn hoogen leeftijd rekening werd gehouden (82 jaar), +werd Peter Tolstoi in het Solowetski-klooster gevangen gezet, waar +hij niet lang daarna, in 1729, overleed. + +Er bestaat nog een dagboek met aanteekeningen van Tolstoi's +buitenlandsche reis van 1697 tot 1699, een karakteristiek staaltje +van den indruk, dien een Rus uit den tijd van Peter den Groote van +West-Europa kreeg. In 1705 stelde hij een geschrift samen, handelende +over de Zwarte Zee. Bovendien zijn van hem twee vertalingen bekend: _De +Metamorphose van Ovidius_ en _De Regeering van den Turkschen Staat_. + +Tolstoi had een zoon, Iwan Petrowitsch, president van de rechtbank, +die tegelijkertijd met hem in de gevangenis werd gezet, waar hij +spoedig na zijn vader overleed. + +Reeds onder de regeering van Elizabeth Petrowna, 26 Maart 1760, werden +de nakomelingen van Peter Tolstoi in hunne graaflijke waardigheid +hersteld en wel in de persoon van zijn kleinzoon Andrei Iwanowitsch, +den overgrootvader van Leo Tolstoi. + +"Van een van mijne tantes hoorde ik van dezen Andrei Iwanowitsch, +die zeer jong met eene vorstin Tschtschetininaja in 't huwelijk trad, +eens het volgende verhaal. + +"Door het een of ander toeval moest de vorstin zonder haar man naar +een bal. Toen ze was weggereden, waarschijnlijk in een koets, waaruit +men de banken had moeten verwijderen opdat het hooge kapsel niet door +het stooten tegen de zoldering zou worden beschadigd, herinnerde de +jonge vorstin (ze was waarschijnlijk 17 jaar) zich plotseling, dat +ze geen afscheid had genomen van haar man. Dadelijk liet ze keeren en +vond thuisgekomen haar gemaal in tranen. Hij weende omdat zij zonder +hem te groeten was weggegaan." [7] + + + +Tolstoi vertelt het volgende van zijn grootvader en grootmoeder +van vaderszijde. + + + +"Mijne grootmoeder Pelageja Nikolajewna was eene dochter van den +blinden vorst Nikolaas Iwan. Gortschakoff. Zij was, zoover ik het mij +kan herinneren, weinig ontwikkeld. Zooals allen in dien tijd sprak +zij beter Fransch dan Russisch, maar dat was dan ook alles wat ze +wist. Zij werd haar geheele leven zeer verwend, eerst door haar vader, +toen door haar man en daarna door haar zoon. + +"Bovendien werd haar, als dochter van den oudste van het geslacht, +de grootste achting bewezen door alle Gortschakoffs, t.w. den gewezen +minister van oorlog, Nikolaas Iwanowitsch, Andrei Iwanowitsch en +de zonen van den vrijdenker Dimitri Petrowitsch, Peter Sergius en +Michael Sebastopolski. + +"Mijn grootvader was ook, voor zoover ik nog weet, een weinig +ontwikkeld man, zwak van karakter, niet slechts vrijgevig maar +zelfs onuitsprekelijk verkwistend, en daarbij veel te goed van +vertrouwen. Op zijn landgoed, gelegen in het district Bjellewskaja +Paljana (niet te verwarren met Jasnaja Paljana) hield men steeds +feesten en drinkgelagen. Bals, comedie, diners en 't maken van kleine +uitstapjes wisselden elkaar af. Grootvader had een grooten hartstocht +voor het spel, hombre en whist, dat hij niet goed kende en waardoor +hij dus groote sommen verloor, daarenboven gaf en leende hij steeds +maar groote sommen uit, waarvan hij nooit iets terug zag. Het einde +van dit alles was, dat het groote landgoed van mijn grootmoeder zoo +met schulden was belast, dat er niets meer overbleef om van te leven, +en grootvader gedwongen was de betrekking van Gouverneur te Kazan aan +te nemen. Door zijn vele relaties viel het hem gemakkelijk dien post +te krijgen. + +"Mijn grootvader was onomkoopbaar en nam slechts het geld dat +hem volgens algemeen gebruik van de pacht toekwam. Hij werd boos +wanneer men trachtte hem heimelijk om te koopen. Maar grootmoeder, +zooals men mij vertelde, nam, zonder dat haar man er iets van wist, +wel geschenken aan. + +"De jongste dochter van grootmoeder, Pelageja, trouwde te Kazan +met Joeschkoff, de oudste, Alexandra, nog te Petersburg, met graaf +Osten Sacken. + +"Na den dood van haar man, die te Kazan overleed, en na het huwelijk +van mijn vader, kwam grootmoeder bij ons te Jasnaja Paljana, en +zooals ze toen was, reeds een oude vrouw, kan ik mij haar nog heel +duidelijk voorstellen. + +"Grootmoeder hield hartstochtelijk veel van mijn vader; wij, haar +kleinkinderen, werden door haar verwend; van de tantes hield zij ook, +maar ik geloof dat zij mijne moeder niet graag mocht lijden, omdat +zij haar niet goed genoeg vond voor vader en--omdat zij jaloersch +op haar was. Voor het personeel behoefde zij niet veeleischend te +zijn, want, wetende dat zij de eerste persoon in huis was, deden +alle bedienden ongevraagd alles wat ze konden om het haar naar +den zin te maken. Gascha, haar kamenier, had echter veel van haar +luimen te lijden en werd geregeld door haar gekweld. Met de woorden: +'jij bent mij de liefste' verlangde zij de onmogelijkste dingen van +haar en plaagde haar op alle manieren. Het opmerkelijkste hierbij is, +dat Gascha Arafa Michaïlowna [8], die ik nog heel goed gekend heb, +alle luimen van grootmoeder overnam en met haar ondergeschikten, +met haar kat, in één woord met allen over wie zij iets te zeggen had, +juist zoo omging als grootmoeder met haar. + +"Van mijne eerste herinneringen aan mijne grootmoeder, tot aan onze +reis naar Moskou en ons leven daar, zijn drie indrukken het levendigst +gebleven. + +"De eerste is, dat grootmoeder, als zij zich wiesch, met een bijzondere +zeep verwonderlijk mooie zeepbellen op haar handen te voorschijn +kon tooveren, die, naar ik toen geloofde, niemand dan zij zoo mooi +kon maken. + +"Men bracht ons expres naar haar toe om er bij te zijn als zij zich +wiesch. Ik herinner mij haar witte koftoschka (lijfje met mouwen), +haar joebka (vrouwenrok), haar witte oude handen met de zeepbellen +en haar bleek, tevreden glimlachend gelaat. + +"De tweede herinnering is deze: Grootmoeder zit in de groene cabriolet +op veeren, waarin wij dikwijls met onzen goeverneur Feodor Iwanowitsch +uit rijden gaan. Zij wordt getrokken niet door paarden maar door de +knechts van mijn vader. Wij gaan uit om noten te schudden, die er +dit jaar zeer overvloedig zijn. + +"Ik herinner me den zwaar beladen noteboom met de krakende, bewegende +takken, hoe Petroeschka en Matjoeschka, de tuinknechts, die de groene +cabriolet, waarin grootmoeder gezeten is, voorttrokken, de takken naar +haar toe bogen, en hoe grootmoeder zelf de heerlijk rijpe vruchten +aftrok en in haar tasch deed; hoe wij zelf de noten plukten, en hoe +Feodor Iwanowitsch ons verbaasde met zijne kracht, door de dikste +takken naar beneden te wringen. Hoe wij zelf noten verzamelden uit +alle macht, en hoe wij toch nog zagen, toen Feodor Iwanowitsch de +takken los liet, die zich langzaam, zich in elkaar verwarrend, weer +oprichtten, dat er vele noten waren blijven hangen. Ik herinner mij hoe +warm het was op die kleine weide, en hoe heerlijk koel in de schaduw, +hoe wij de prikkelende geuren inademden die noten en notebladeren van +zich gaven, hoe kleine meisjes, die bij ons waren, de noten kraakten +en tusschen hun lipjes staken, en hoe wij, onophoudelijk kauwden en +al maar kauwden aan de frissche, blanke, sappige kern. + +"Wij verzamelden de noten in onze zakken, in onzen schoot en in +de groene cabriolet, en grootmoeder nam ze aan en prees ons. Wat +er verder gebeurde, nadat we thuis waren gekomen, daarvan heb ik +niets onthouden. Ik herinner me slechts grootmoeder, den noteboom, +den scherpen geur der bladeren, de knechts, de groene cabriolet, +de zon en dat alles samensmeltende tot eene blijde herinnering. Ik +geloofde dat, even als de zeepbellen slechts op grootmoeders handen +konden zijn, zoo ook de zon, het bosch en de noteboom een geheel +vormden met grootmoeder in haar groene cabriolet op veeren, die +getrokken werd door Petroeschka en Matjoeschka. + +"De herinnering, die het innigst met grootmoeder is saamgeweven, is +die nacht, doorgebracht in grootmoeders slaapkamer: Leo Stepanitsch +(hij was een blinde sprookjesverteller, en reeds oud toen ik hem +leerde kennen), een overblijfsel uit den tijd toen de lijfeigenschap +nog bestond, een lijfeigene van mijn' grootvader. Hij was indertijd +gekocht alleen om sprookjes te vertellen, die hij, dank zij een slechts +blinden eigen bijzonder sterk geheugen, woordelijk kon verhalen nadat +men ze hem een paar maal had voorgelezen. + +"Hij woonde ergens in ons huis en den geheelen dag bleef hij +onzichtbaar tot hij 's avonds in grootmoeders slaapkamer voor den dag +kwam. Grootmoeders slaapkamer was een groot, laag vertrek, waartoe een +klein trapje van een paar treedjes toegang gaf. Leo Stepanitsch zette +zich dan in de breede vensterbank, waar men hem zijn avondeten bracht +dat van de heerentafel kwam. Hier wachtte hij op grootmoeder die, +zonder schroom voor de tegenwoordigheid van den blinden ouden man, +haar nachttoilet in orde kon maken. + +"Op dien dag, toen 't mijn beurt was om bij grootmoeder te overnachten, +zat Leo Stepanitsch met zijn blinde oogen, gekleed in een lange blauwe +jas en een doek om zijn schouders, reeds in de vensterbank bij zijn +avondeten. Ik kan mij niet herinneren of grootmoeder zich uitkleedde +in deze of in een andere kamer, ook niet hoe men mij te bed heeft +gebracht. Ik herinner mij slechts, toen het licht werd uitgedaan +en alleen een lampje bleef branden voor de gouden heiligenbeelden, +grootmoeder, diezelfde wonderbare grootmoeder, die zulke prachtige +zeepbellen kon maken, geheel in 't wit, omhuld met wit, bedekt +met wit, hoog liggend op haar witte kussen, en toen,--van uit de +diepe vensternis--de eentonige, rustige stem van Leo Stepanitsch: +'Beveelt ge, dat ik ga vervolgen?'--'Ja, ga verder.'--'Mijn geliefd +zustertje,' hernam Leo Stepanitsch met zijn langzame oude stem, +'doe ons een van die boeiende verhalen die gij zoo goed weet te +vertellen.' 'Zeer gaarne,' antwoordde Scheherezade, 'ik zou u de +geschiedenis van Prins Kamaralzaman willen vertellen, zoo gij ons +daarvoor uwe toestemming wilt geven.' Nadat zij deze had verkregen +begon de Sultane Scheherezade als volgt: 'Er was eens een Tsaar die +een eenigen zoon had...' en duidelijk woord voor woord vertelde Leo +Stepanitsch de geschiedenis van Prins Kamaralzaman. Ik hoorde noch +begreep wat hij zei, zoo geheel ging ik op in den geheimzinnigen +aanblik van mijne witte grootmoeder, van haar schaduw die zich op +den muur heen en weer bewoog, en van den grijsaard met zijn blinde +oogen, dien ik nu niet zag, maar dien ik mij bewust was, zittende op +de vensterbank, zeggende met zijne langzame stem eenige, naar het +mij toescheen, verheven woorden die weerklonken in deze in schemer +gehulde kamer, slechts verlicht door de trillende vlam eener lamp. + +"Het kan zijn, dat ik dadelijk insliep en mij daarom niets meer +herinner dan dat ik den volgenden morgen, wakker geworden, weer in +verrukking kwam voor de wondermooie zeepbellen op de handen van mijn +grootmoeder." [9]. + + + +De volgende tabel geeft den lezer een overzicht van de jongste +voorouders van Leo Tolstoi. + + +Graven Tolstoi. + + + Peter Andrejewitsch, eerste graaf Tolstoi [† 1729]. + Iwan Petrowitsch [† 1728]. + Andrei Iwanowitsch [† 1803]. + Ilija Andrejewitsch [† 1820] (Gouverneur van Kazan). + + Alexandra, getrouwd met graaf Osten Sacken. + Nikolaas [† 1837]. + Pelageja, getrouwd met W. I. Joeschkoff. + Ilija, stierf kinderloos + Nikolaas, geb. 1823. + Sergius, geb. 1826. + Dimitri, geb. 1827. + Leo, geb. 1828. + Maria, geb. 1830. + + + + +De familie Tolstoi heeft haar vertegenwoordigers in vele standen van +de maatschappij. + +Wij veronderstellen, dat het den lezer zal interesseeren te weten +in welken graad van bloedverwantschap Leo Tolstoi tot eenigen hunner +staat. Wij herinneren hier aan Feodor Petrowitsch Tolstoi, een bekend +kunstenaar en vice-president van de Keizerlijke Kunstacademie, die +een neef was van den vader van den dichter Alex. Const. Tolstoi, +die op zijn beurt weer een achterneef is van Leo Tolstoi. De +gewezen minister Dimitri Andrejewitsch Tolstoi, bekend om zijn +reactionnaire maatregelen, staande in een meer verwijderden graad +van bloedverwantschap tot Tolstoi, stamt af van den algemeenen +stamvader Iwan Petrowitsch Tolstoi, zoon van den eersten graaf +Tolstoi, Peter Andrejewitsch, die evenals zijn vader stierf in het +Solowetski-klooster. + + + + + + +TWEEDE HOOFDSTUK. + +VOOROUDERS VAN LEO TOLSTOI VAN MOEDERSZIJDE. + + +De vorsten Wolkonski klimmen met hun stamboom op tot Rurik. + +Bij het leven van mijn grootvader bestond er nog een in olieverf +geschilderde stamboom van de vorsten Wolkonski. Daarop was de +stamvader, vorst Tschernogorski (als de heilige Michaël) afgebeeld, +met een boom in zijn vuist, wiens vertakkingen de rij van zijn +nakomelingen voorstellen. + +Vorst Iwan Joerjewitsch, het 13de geslacht na Rurik, ontving in het +begin van de 14de eeuw het vorstendom Wolkon, gelegen aan de rivier +de Wolkona, die stroomt in het tegenwoordige gouvernement Kaloeka en +Toela; dit was het stamgoed van de vorsten van Wolkonski. Zijn zoon +Feodor Iwanowitsch viel in den slag bij Mamajeff in 1380. Wij noemen +van Leo Tolstoi's jongste voorouders zijn' overgrootvader, vorst +Sergius Fedorowitsch Wolkonski, om wiens persoon zich de volgende +legende weeft. + +Vorst Sergius Fedorowitsch Wolkonski heeft deelgenomen aan den +zevenjarigen oorlog in den rang van generaal. Zijn vrouw droomde eens, +tijdens dien veldtocht, dat eene stem haar beval een heiligenbeeldje +te laten maken, vertoonende aan de eene zijde Sjiwonosni Istotschnik, +aan den anderen kant Nikolaas Tschoedotwortz, en hem dat te zenden. Zij +zocht daarvoor een plankje uit, gaf bevel het te schilderen en zond +het haren man door bemiddeling van den veldmaarschalk Apraksin. Op +dien zelfden dag bracht een koerier hem het bevel zich op weg te +begeven om den vijand op te zoeken. Vorst Sergius Feodorowitsch +bad God om hulp en stak het beeldje bij zich. Nu gebeurde het dat +een vijandelijke kogel hem trof, juist op de borst, waar hij op het +beeldje afstuitte. Dit beeldje, dat nu nog bewaard wordt door zijn +jongsten zoon, vorst Nikolaas Serghejewitsch, redde hem dus het +leven. Hij stierf 10 Maart 1784. + +Leo Tolstoi, die deze legende natuurlijk kende, bediende zich ervan in +zijn roman _Oorlog en Vrede_, om de godsdienstige gevoelens weer te +geven van vorstin Maria Wolkonskaja, voordat vorst Andreï ten oorlog +trekt. De lezer zal zich herinneren dat Maria haar broeder vraagt, +dit beeldje mee te nemen. Terwijl zij het hem geeft, zegt ze: "Denk +wat je wilt, maar doe het dan voor mij, doe het, ik smeek het je! De +vader van mijn vader, onze grootvader, droeg het in alle oorlogen..." + +Wij zien hier hoe de verbeeldingskracht van den kunstenaar en de +werkelijke historie in elkaar vloeien. Terwijl de laatste aan de +eerste het karakter van waarheid verleent, daar geeft de eerste aan +de laatste dien schijn van het echte leven, die aan alle personen, +voorkomend in _Oorlog en Vrede_, bezieling schenkt, zoodat wij niet +twijfelen aan hun werkelijk bestaan. + +De jongste zoon van Sergius Feodorowitsch, Nikolaas Serghejewitsch, +was Tolstoi's grootvader van moederszijde. Hier volgt hetgeen de +stamboom van hem zegt. + +Nikolaas Serghejewitsch, generaal der infanterie, jongste zoon van +vorst Sergius Feodorowitsch en vorstin Maria Dmitrijewna, geboren +Tschadajewna, werd geboren 30 Maart 1753. In 1780 werd hij opgenomen +in 't gevolg van Keizerin Catharina II te Moghileff, waar hij de +eerste samenkomst van haar met Keizer Joseph II bijwoonde. Later +begeleidde hij de Keizerin naar Taurië. In 1793 werd hij benoemd tot +eersten gezant te Berlijn, bij gelegenheid van het huwelijk van den +kroonprins, den lateren Frederik Willem III. Hij stierf 3 Februari +1821 op het landgoed Jasnaja Paljana, waar hij, zonder het ooit meer +te verlaten, zijne laatste jaren doorbracht, en dat, onder den naam +van Liesig Gor, door zijn kleinzoon in den roman _Oorlog en Vrede_ +onsterfelijk is gemaakt. + +Het lijk van dezen vorst is bijgezet in het Troitzko Serghejewskaja +lawra (een klooster). + +Leo Tolstoi vertelt ons in zijne herinneringen het volgende van zijn' +grootvader. + +"Van mijn' grootvader weet ik, dat hij onder Keizerin Catharina +het hooge ambt van generaal-en-chef bekleedde, doch plotseling werd +ontslagen, omdat hij weigerde te trouwen met Warjenka Engelhardt, +de nicht en tevens geliefde van Potjemkin. Hij antwoordde toen deze +het hem vroeg: 'Hoe kom je op de gedachte, dat ik zou trouwen met uwe +bijzit.' Dat antwoord brak zijne carrière. Behalve dat hij niet werd +bevorderd, verplaatste men hem als veldmaarschalk naar Archangel, +waar hij, geloof ik, bleef tot aan de troonsbestijging van Keizer +Paul. Hij nam ontslag uit den dienst, trouwde met vorstin Catharina +Dmitrijewna Troebjetzkaja en vestigde zich op het landgoed Jasnaja +Paljana, dat hij van zijn' vader had gekregen. + +"Vorstin Catharina Dmitrijewna stierf jong, hem een eenige dochter +nalatende. + +"Hij hield heel veel van deze dochter en bleef tot aan zijn dood, +in 1821, met haar en hare Fransche gezelschapsjuffrouw samenwonen. + +"Men zegt van mijn' grootvader, dat hij een zeer streng landheer +was, hoewel ik nooit van die vreeselijke straffen hoorde gewagen, +zoo algemeen in zwang in die tijden. Ik veronderstel dat er toch +wel gestraft werd en mijn vader sprak ook wel eens minder gunstig +over hem. De boeren echter uit dien tijd hadden zoo grooten eerbied +voor gezag en macht, dat zij, hoe dikwijls er ook naar gevraagd, +zich er niet over uitlieten. Zij roemden grootvader als een goed +landheer, die zorg droeg voor zijne boeren en voor zijne groote, +mooie bezitting. Hij liet huisjes bouwen voor de boerenknechts, +en zorgde dat ze niet slechts goed gevoed maar ook goed gekleed en +vroolijk zouden zijn. Op feestdagen was het voor hen ook feest. Hij +zorgde dan voor schommels en liet hen dansen, enz. + +"Iedere verstandige landheer uit die dagen zorgde voor den welstand der +boeren. Zoo deed ook hij, terwijl zijne hooge positie den Iesprawnik +(de eerste uit het district) met zijne dienaren eerbiedig ontzag +inboezemde, hetgeen zijne boeren weer vrijwaarde voor uitbuiting en +onderdrukking, zoodat het hun steeds beter ging. + +"Waarschijnlijk was hij zeer aesthetisch aangelegd. De huisjes, +door hem gebouwd, waren eenvoudig, gemakkelijk en daarbij zeer mooi, +evenals het door hem aangelegde park vóor het huis. Van muziek scheen +hij zeer veel te houden, want alleen voor zich en zijn vrouw hield hij +er een klein maar goed orkest op na. Ik heb nog den reuzenboom in de +lindenlaan gezien, dien dikken boom, door drie personen nauwelijks te +omspannen, waarom banken en lessenaars voor de muzikanten stonden. Hij +wandelde 's morgens de lindenallée op en neer en luisterde naar de +muziek. Van de jacht hield hij niet, maar wel van bloemen en planten. + +"Het noodlot bracht mijn' grootvader op een eigenaardige wijze weer +samen met diezelfde Warjenka Engelhardt, die zijne carrière had +gebroken. Zij was n.l. getrouwd met vorst Sergius Feodorowitsch +Galitzin, die daarvoor allerlei ambten, orden en gunsten had +ontvangen. Er ontstond zulk eene intieme verhouding tusschen mijn +grootvader en dien zelfden Sergius Feodorowitsch en zijne familie, +dus ook met zijne vrouw, dat mijne moeder, toen ze nog heel jong was, +reeds aan een van de tien zoons van Galitzin werd toegezegd. + +"Verder schonken de beide vorsten elkaar portretten uit hunne galerij, +natuurlijk niet de oorspronkelijke, maar de copieën, geschilderd +door hunne lijfeigenen, waaronder zich schilders bevonden. In +ons huis bevinden zich nog al die portretten, o.a. een van Sergius +Feodorowitsch, met het lint van Andrejew, en van Warwara Wasilewnaja, +ook met eene ridderorde. + +"Het stond echter geschreven dat de twee families niet nauwer met +elkaar zouden worden verbonden. Leo Galitzin, de bruidegom mijner +moeder, stierf nog vóór het huwelijk" [10]. + +Den stamboom der vorsten Wolkonski overziende, valt mijn blik op eene +interessante verschijning, n.l. op Warwara Alexandrowna Wolkonskaja +(eene nicht van Tolstoi's moeder), die heel veel gebeurtenissen ten +zijnen huize heeft bijgewoond. + +Deze vorstin (dochter van vorst Alexander Serghejewitsch, dus een +nicht van den grootvader van Leo Tolstoi); bleef na haar moeders dood +dikwijls geruimen tijd met haar vader bij diens broeder Nikolaas +Serghejewitsch. Hier ontmoette zij verschillende personen, door +Tolstoi beschreven in zijn' roman _Oorlog en Vrede_. + +Tot in hoogen ouderdom bleef de herinnering aan die personen en +gebeurtenissen haar levendig bij. + +Ouder geworden verhuisde zij naar het dichtbij gelegen dorpje +Sogaljewo, eene vroegere bezitting van hare ouders. Daar richtte zij +zich vlak naast de kerk een huisje in, waar zij woonde met een paar +oude, getrouwe vrouwelijke gedienstigen, die haar niet wilden verlaten, +en met wie zij, den roman _Oorlog en Vrede_ lezende en herlezende, +oude herinneringen ophaalde. Bijna door iedereen elders vergeten, +genoot zij de achting en vereering der dorpelingen. + +Aan iemand, die in 1876 toevallig eens bij haar kwam, vertelde zij +met innig genoegen, dat de boeren uit den omtrek, die toch reeds +lang waren verkocht en al in de derde hand waren overgegaan, haar op +haar 90sten verjaardag een zak met meel en een zilveren roebel ten +geschenke hadden gebracht, en van de boerinnen kreeg zij een roebel, +kippen, linnen, enz. Zij vertelde dit niet alleen met een gevoel +van dankbaarheid maar ook van trots, als een bewijs van de goede +herinnering, door haar ouders achtergelaten. + + + +"Ik maakte kennis met die nicht van mijne moeder, dat goede oudje, +toen ik in 't jaar '50 in Moskou woonde. Vermoeid door het drukke +wereldsche leven, dat ik daar leidde, zocht ik haar en haar landgoed +op, en bleef er eenige weken. Zij bestuurde haar huishouding, borduurde +een weinig, en zette mij zuurkool, pastila [11] en twarok [12] voor, +zooals dat gaat op die kleine buitentjes. Onderwijl spraken wij over +den ouden tijd en vertelde ze mij van mijn' grootvader, van mijne +moeder, van de drie kroningen die zij had bijgewoond en schreef ik +mijn' roman _Drie dooden_. Die weken, bij haar doorgebracht, vormen +een van de reinste en mooiste herinneringen van mijn leven" [13]. + +Nu rest ons nog één persoon uit het geslacht der Wolkonski's, die, +hoewel niet in de rechte lijn, toch met Tolstoi verwant is, n.l. vorst +Sergius Grigorjewitsch Wolkonski, een dekabrist. Hij was een achterneef +van Tolstoi's moeder, kleinzoon van Semjon Feodorowitsch Wolkonski +en broeder van vorst Sergius Feodorowitsch van wien wij reeds boven +gesproken hebben. + +Vorst Sergius Feod. Wolkonski werd geboren in 1788. Hij werd lid van +een geheim genootschap, en werd wegens deelneming aan het complot +der Dekabristen naar Oost-Siberië verbannen, waar hij 30 jaren +bleef. De eerste jaren moest hij, steeds geketend, werken bij den +vestingbouw; daarna kreeg hij meer vrijheid, maar bleef steeds onder +politietoezicht. De reis en aankomst van zijne vrouw, vorstin Maria +Nikolajewna, is bezongen in 't bekende gedicht van Njekrasoff. + +Zijn broer Nikolaas Grigorjewitsch nam in 1801, op bevel van Keizer +Alexander I, den naam Rjennin aan. Rjennin was de familienaam van +zijn' grootvader van moederszijde, wiens geslacht was uitgestorven. In +de Keizerlijke oekase kan men lezen, dat de Rjennins het vaderland +steeds zoo roemvol dienden, dat hun naam niet mocht uitsterven, +maar een levende herinnering moest blijven voor den Russischen +adel. Vorst Nikolaas Grigorjewitsch nam deel aan de veldtochten +tegen Napoleon en alle toenmalige vaderlandsche oorlogen. Na den +slag bij Austerlitz kreeg hij de orde van den Heiligen Gregorius +4de klasse. In dien veldslag maakte hij als escadrons-commandant den +beroemden cavallerie-aanval mee, waarbij hij door een kogel aan het +hoofd werd gewond en zijn bewustzijn verloor. De Franschen vonden hem +op het slagveld en brachten hem naar het veldhospitaal. Napoleon, die +dit den volgenden dag hoorde, liet hem bij zich brengen en bood, uit +achting voor zijne dapperheid, niet alleen hem, maar allen officieren +die onder zijn commando stonden de vrijheid aan, op voorwaarde dat +zij gedurende twee jaren niet meer aan den oorlog zouden deelnemen. + +Nikolaas Grigorjewitsch antwoordde, onder dankzegging, dat hij gezworen +had zijn vaderland te dienen tot den laatsten druppel bloeds en daarom +het aanbod moest afslaan. + +Kort daarna teruggekeerd uit de krijgsgevangenschap, werd hij wegens +zijne verwonding uit den dienst ontslagen. + +In de Roeskaja Starina van 1890 komt een brief voor, gericht aan +Mich. Daniljewski, waarin vorst Rjennin uitvoerig deze episode heeft +beschreven. Het eerste gedeelte van het gesprek met Napoleon komt +ook woordelijk voor in den roman _Oorlog en Vrede_. + + + + + + +DERDE HOOFDSTUK. + +DE OUDERS VAN LEO TOLSTOI. + + +Tolstoi houdt zich in dit hoofdstuk geheel aan de chronologische +volgorde, in dien zin, dat hij begint met de vage herinneringen +aan zijne moeder, hoofdzakelijk bestaande in verhalen die vrienden +en bloedverwanten hem van haar deden, om dan over te gaan tot de +gebeurtenissen van latere dagen, betreffende zijn vader en zijne tante, +die hem duidelijk voor den geest staan. + +Om zijn werk de oorsponkelijke gedaante te laten behouden, hebben +wij zoo weinig mogelijk veranderingen in deze opeenvolging gemaakt, +maar alleen het verhaal van zijn' grootvader Wolkonski er uitgelicht, +om het onder het hoofdstuk te plaatsen, dat zijn voorouders van +moederszijde behandelt [14]. + + + +"Mijne moeder kan ik mij in 't geheel niet meer herinneren. Zij +stierf toen ik anderhalf jaar oud was, en daar er door een vreemd +toeval niet één portret van haar meer bestaat, weet ik niet hoe zij +er heeft uitgezien. + +"Gedeeltelijk verheugt mij dit, omdat ik nu alleen haar geestelijk +beeld voor oogen heb. Alles wat ik van haar weet is goed en mooi, +en ik geloof dat men mij niet slechts veel goeds van haar vertelde, +maar dat zij ook waarlijk goed was. Overigens, niet alleen mijn +moeder, maar alle personen die mij in mijne kinderjaren omringden, +van mijn vader af tot aan den koetsier, stel ik mij voor als goede +menschen. Waarschijnlijk was het mijn jong, rein liefhebbend hart, +dat mij in iedereen de goede eigenschappen deed ontdekken, en zeker +is het, dat ik de waarheid meer nabij was, toen alle menschen mij +goed toeschenen, dan toen ik alleen hunne feilen zag. + +"Mijne moeder was niet mooi, maar zeer ontwikkeld voor haar tijd. Zij +kende behalve Russisch, dat zij, in tegenstelling met de toen +heerschende gebrekkige kennis der spraakkunst, zeer goed schreef, +vier talen: Fransch, Duitsch, Engelsch en Italiaansch, moet veel +kunstzin gehad hebben en volgens tijdgenooten, die mij dat zeiden, een +kunstenares zijn geweest in het verhalen van boeiende sprookjes, die +zij dichtte onder 't vertellen. Zij kon--en dat was wel haar schoonste +eigenschap--, hoewel zeer driftig volgens zeggen der bedienden, zich +steeds bedwingen. Het bloed steeg haar dan plotseling naar 't gelaat, +zelfs barstte zij wel eens in tranen uit, maar ruwe woorden zei ze +nooit. Hoe zou zij ook? Die kende zij niet eens. + +"In mijn bezit zijn nog eenige van hare brieven, aan mijn' vader, +aan mijne tante en ook een dagboek, bevattende een verslag van het +doen en laten van Nikoljenka, mijn oudsten broer, die zes jaar was +toen zij stierf en die het meest van allen op haar geleek. Beiden +hadden een eigenschap gemeen, die mij zeer lief is, namelijk hunne +onverschilligheid tegenover alles 'wat de menschen van hen zeiden,' +en de bescheidenheid waarmede zij trachtten hunne goede hoedanigheden +te verbergen. Van mijn' broer, die, zooals Toerghenjeff eens zeer +terecht opmerkte, die gebreken miste, welke een goed schrijver eigen +moeten zijn, heb ik het dikwijls zelf kunnen opmerken, van mijne +moeder kwam ik het te weten uit hare brieven. Zoo herinner ik mij dat +wij eens jaagden in gezelschap van een dommen, slechten jongen man, +den adjudant van den gouverneur, die zich tegenover mij over hem +vroolijk maakte. Mijn broer, die dit bemerkte, glimlachte goedmoedig +en had er zelf pleizier in. + +"Die zelfde trekken vond ik terug in de brieven van mijne moeder. Zij +stond klaarblijkelijk veel hooger dan mijn vader en zijne familie, +behalve een zekere Tatjana Alex. Jergolskaja, eene moreel zeer hoog +staande vrouw, in wier nabijheid ik mijn halve leven doorbracht. + +"Nog een gemeenschappelijke trek van mijne moeder en mijn' broer, +waaruit waarschijnlijk hunne onverschilligheid voor 't oordeel +der menschen voortvloeide, bestond daarin, dat zij nooit iemand +veroordeelden. + +"Dezen karaktertrek van moeder leerde ik kennen uit hare brieven en +hoorde ik vertellen door menschen, die haar goed hebben gekend. Wat +mijn' broer betreft, met wien ik heel lang samen bleef, in hem had +ik dikwijls gelegenheid het op te merken. Kwam het voor, dat hij +iets tegen iemand had, dan gaf hij dat te kennen door fijnen humor +en een lachje. + +"In de _Levensbeschrijving_ van Dmitri Rostowski is een geschiedenis, +die mij altijd bijzonder heeft getroffen. + +"Een oude monnik had eens een heel vreemden droom. Hij zag een anderen +monnik, die, even als zijne broeders, zeer veel gebreken had, niet +slechts in 't paradijs, maar daar zelfs op de allereerste plaats. Op +zijn verbaasde vraag, waarom deze monnik, die toch op aarde lang +niet alles had verzaakt, zulk eene belooning ontving, kreeg hij ten +antwoord: 'hij oordeelde nooit iemand.' + +"Wanneer er zulk eene belooning bestond, dan zouden mijne moeder en +mijn broer die zeker bekomen. + +"Een derde karaktertrek van mijne moeder was haar zin voor waarheid +en eenvoudigheid in hare brieven. + +"In dien tijd was het eene gewoonte om in brieven zeer overdreven +uitdrukkingen te gebruiken, b.v. waren 'onvergelijkelijke, aangebedene, +vreugde van mijn leven, ontschatbare,' en dergelijke meer gekunstelde +dan ware uitdrukkingen zeer gangbare titels onder menschen die elkaar +intiem kenden. + +"Deze gewoonte, hoewel niet zoo overdreven, vind ik ook in de brieven +van mijn' vader. Hij schrijft: '_ma bien douce amie, je ne pense +qu'au bonheur d'être auprès de tot_.' 't Is nog de vraag, of dat +geheel waar was! Mijne moeder schrijft altijd denzelfden aanhef: +'_mon bon ami_', en in een van hare brieven zegt ze ronduit: '_le +temps me parait long sans toi, quoiqu'à dire vrai nous ne jouissons pas +beaucoup de ta société quand tu es ici_', en zij onderteekende altijd: +'_ta devouée Marie_.' + + + +"Mijne moeder bracht hare jeugd gedeeltelijk door in Moskou, +gedeeltelijk buiten bij mijn' grootvader Wolkonski, een verstandig +begaafd en trotsch man. Men heeft mij verteld dat mijn moedertje heel +veel van ons hield en mij '_mon petit Benjamin_' noemde. + +"Ik denk dat de liefde voor haren gestorven bruidegom, juist omdat +zij met den dood eindigde, die poëtische liefde was, waaraan een +meisje zich maar eenmaal in haar leven overgeeft. + + + +"Het huwelijk van mijn vader was het werk van zijne ouders en hare +bloedverwanten. Zij was rijk, niet meer in de eerste jeugd en een +wees. Mijn vader was een vroolijke, schitterende jonge man met een +klinkenden naam, goede relaties, maar het familiegoed was door het +slechte beheer van mijn grootvader zóó met schulden beladen, dat mijn +vader het als erfenis niet aanvaardde. Ik denk dat mijne moeder mijn' +vader lief had als haar echtgenoot, en hoofdzakelijk als vader van hare +kinderen, maar dat ze niet verliefd op hem was. Zij koesterde drie of +vier groote genegenheden. Ten eerste de liefde tot haren gestorven +bruidegom, vervolgens eene hartstochtelijke vriendschap voor eene +zekere melle Enisienne, eene Française, welke vriendschap echter, +zooals ik van de tantes hoorde, met eene ontnuchtering eindigde. Die +melle Enisienne trouwde met vorst Michael Alexander Wolkonski, een' +neef van mijne moeder. + +"Over die vriendschap zegt zij, schrijvende over twee jonge meisjes, +die bij haar in huis zijn: [15] + +"'Ik kan het zeer goed met beiden vinden, met de eene musiceer ik, +lach ik en ben ik uitgelaten of sentimenteel, met de andere spreek ik, +lichtzinnig, kwaad van de wereld; beiden houden dol van mij en ik ben +de vertrouwde van elk van beiden; ik verzoen ze wanneer zij oneenigheid +hebben, want nooit zag men een vriendschap waarbij zoo gekibbeld werd +en van zoo vreemden aard als de hare: 't is eene opeenvolging van +pruilerij en tranen, verzoeningen, beleedigingen, en dan weer hevige +vlagen van vriendschap; kortom ik zie er de overdreven en romantische +vriendschap in weerspiegeld, die gedurende eenige jaren mijn leven +beurtelings heeft opgevroolijkt en verduisterd. Ik zie haar aan met +een onbeschrijfelijke gewaarwording; soms benijd ik haar de illusies, +die ik niet meer heb, maar welker streeling ik ken, en zeg ik ronduit: +"weegt het degelijke en echte geluk van den rijperen leeftijd wel +op tegen de bekorende illusies der jeugd, waarbij de kracht der +verbeelding alles mooi doet schijnen?" En dan weer glimlach ik om +haar kinderachtigheid.' + +"De derde, en misschien de hechtste genegenheid was de liefde voor +mijn oudsten broer Koko. Zij hield een dagboek bij, in 't Russisch +geschreven, waarin zij al diens kleine gebreken opschreef, die ze +hem dan later voorlas. Daaruit spreekt haar innige wensch om alles +te doen wat in haar vermogen was voor de goede opvoeding van haren +Koko, maar tevens is het een bewijs, dat zij niet heel goed wist wat +daarvoor noodig was. + +"Zoo onderhield zij hem er o.a. over, dat hij te teergevoelig was +en weende bij het zien van het lijden van een dier. Naar haar begrip +moest een man hard zijn. + +"Eene andere fout, die zij trachtte te verbeteren, was zijne +verstrooidheid, zoodat hij b.v. inplaats van _bonsoir_ of _bonjour_, +'_je vous remercie_' tegen zijne grootmoeder zeide. + +"Het vierde sterke gevoel was, volgens mijne tantes (en ik hoop dat +het waar is), haar liefde voor mij, waardoor hare genegenheid voor +Koko een weinig verminderde, die, toen ik geboren werd, van mijne +moeder werd weggenomen om onder mannelijke leiding te komen. Mijne +moeder was iemand die liefde moest geven, en deze van den een op den +ander overdroeg. + +"Zoo dus stelde ik mij het innerlijke leven van mijne moeder voor. Zij +scheen mij zoo hoog, zoo rein, zoo bovenaardsch, dat ik mij dikwijls +tot haar wendde in die uren van mijn leven, waarin de verzoeking mij te +sterk dreigde te worden en booze hartstochten mij overweldigden. Dan +riep ik haar geest aan, en bad tot haar, en dat gebed werd dikwijls +verhoord. + +"Het leven van mijne moeder te midden van mijn vaders familie was +volgens hare brieven en naar men vertelde, zeer gelukkig. + +"Vaders familie bestond uit grootmoeder (vaders moeder), haar +dochter, mijne tante, gravin Ilin. Osten-Sacken met haar pleegkind +Paschenka, eene andere tante, ten minste wij noemden haar zoo, +Tatjana Alex. Jergolskaja, die opgevoed was in het huis van mijn' +grootvader, maar verder haar heele leven bij ons heeft gewoond, en +dan nog den gouverneur Feodor Iwan. Rjessel, door mij in mijn boek +_Kinderjaren_ beschreven. + +"Wij waren met ons vijven kinderen: Nikolaas, Sergius, Dmitri, ik en +de jongste, onze zuster Maria, bij wier geboorte moeder stierf. Het +korte negenjarige huwelijksleven van mijne moeder was gelukkig en +goed. De liefde had haar leven gevuld en mooi gemaakt, de liefde van +haar voor ons allen--van ons allen voor haar. + +"Te oordeelen naar hare brieven, leefde zij heel eenzaam. Niemand, +behalve een zeer intieme kennis, Ogarjewitsch, en een bloedverwant +die toevallig eens over den dorpsweg reed en ons wilde opzoeken, +kwam bij ons op Jasnaja Paljana. + +"Mijne moeder gaf haar leven aan haar kinderen, las grootmoeder +'s avond wat voor, nam voor zich zelf meer ernstige lectuur, als +Rousseau's _Emile_, en sprak over het gelezene; zij speelde piano, +gaf een van mijn tantes Italiaansche les, ging wandelen en verzorgde +haar huishouding. In iedere familie komt een tijd, dat er geen +ziekte heerscht of dood en allen rustig voortleven. Zulk een tijd, +geloof ik, beleefde mijne moeder gedurende haar huwelijk. Er werd +niemand ziek, niemand stierf en de verwarde zaken van mijn vader +kwamen weer terecht. Allen waren gezond, welgemoed en prettig onder +elkaar. Vader vroolijkte ons allen op met zijn aardige verhalen. Ik +beleefde dien tijd niet. Toen ik begon te begrijpen, was mijne moeder +reeds gestorven en had de dood zijn' stempel op onze familie gedrukt. + +"Alles wat ik hier verteld heb weet ik uit brieven en door verhalen +van anderen. Nu begin ik te beschrijven wat ik zelf beleefd heb en +waarvan ik zelf nog heugenis heb. Ik zal het niet hebben over die +wazige, vage herinneringen uit mijn prilste jeugd, toen ik nog te +klein was om waarheid van droomen te kunnen onderscheiden. Ik begin +dus met wat mij uit mijne omgeving van die eerste jaren duidelijk voor +den geest staat. De eerste plaats wordt ingenomen door mijn vader, +hoewel hij niet zoo'n grooten invloed op mijn leven uitoefende en ik +niet het meest van hem hield. + +"Mijn vader werd heel jong eenige zoon, daar een jongere broeder door +een val gebrekkig werd en spoedig stierf. In 1812, toen hij zeventien +jaar was, ging hij, ondanks den angst en 't verdriet van zijne ouders, +in dienst. Vorst Nikolaas Iw. Gortschakoff, een bloedverwant van +mijne moeder, was in dien tijd minister van oorlog. Deze had een' +broer Andreï Iw., generaal bij het staande leger, aan wien mijn +vader als adjudant werd toegevoegd. Hij nam deel aan den veldtocht +van 1813/14, werd in het eerste jaar ergens in Duitschland, waar hij +als koerier werd heengezonden, door de Franschen gevangen genomen, en +eerst ontslagen in 1815, toen de onzen in Parijs kwamen. Mijn vader +was op zijn twintigste jaar al niet meer wat men een onschuldigen +jongeling noemt. Reeds vóor zijn intrede in het leger, ongeveer op +zijn zestiende jaar, werd hij door zijne ouders, volgens de begrippen +over gezondheid van die dagen, met een dienstmeisje in aanraking +gebracht. Hieruit werd een zoon geboren, dien men later postiljon +maakte. Zoolang mijn vader leefde paste die zoon goed op, maar na diens +dood kwam hij op verkeerde wegen en wendde zich dikwijls tot ons, zijne +volwassen broers, om hulp. Ik kan mij nog heel goed het vreemde gevoel +herinneren, dat mij bekroop, toen deze tot armoede vervallen oudere +broer, die meer dan een van ons allen op mijn' vader geleek, bij ons +om hulp kwam, en dankbaar was voor iedere 15 roebel, die wij hem gaven. + +"Teleurgesteld door den krijgsdienst nam vader zijn ontslag en +kwam te Kazan, waar mijn grootvader, toen reeds geheel geruïneerd, +gouverneur was. Ook bevond zich daar de zuster van mijn' vader, +die getrouwd was met Joeschkoff. + +"Mijn grootvader stierf al spoedig en mijn vader bleef achter met eene +erfenis, die door de schulden werd overtroffen, en met de zorg voor +zijne aan weelde gewende moeder, zuster en nicht. In dien tijd bracht +men het huwelijk tot stand met mijne moeder en verhuisde hij naar +Jasnaja Paljana. Negen jaren woonden zij daar; toen werd hij weduwnaar, +en van dien tijd af aan begint hij in mijne herinnering te leven. + +"Mijn vader was een middelmatig groote, goed gevormde, sanguinische +man, met een prettig, aantrekkelijk gezicht, waarin een paar altijd +droevige oogen stonden. Hij bracht zijn leven door met het besturen +van zijn landgoed, doch heeft het, naar ik geloof, daarin nooit ver +gebracht. Maar hij had eene voor dien tijd zeer goede eigenschap: +hij was namelijk niet wreed, zelfs zachtmoedig, zoodat ik bij zijn +leven nooit van lichamelijke straffen hoorde. Toch moeten ze bestaan +hebben (immers men kon zich toen nauwelijks voorstellen, dat regeeren +mogelijk was, zonder ze nu en dan toe te passen), maar het gebeurde +zoo zelden, dat wij kinderen er nooit iets van bemerkten. 't Was +dan ook eerst na den dood van mijn' vader, dat ik te weten kwam, +dat die strafoefeningen bij ons werden voltrokken. + +"Wij kinderen keerden eens met onzen onderwijzer van eene wandeling +terug en ontmoetten bij den dorschvloer den dikken opzichter Andreï +Ilin, gevolgd door den hulp-koetsier Koezma Kriwoi, die in dat +oogenblik een eigenaardig treurigen indruk op ons maakte. Koezma Kriwoi +was een getrouwde, niet meer jonge man. Een van ons vroeg waar zij +heen gingen en Andreï Ilin antwoordde rustig: 'naar den dorschvloer, +waar Koezma gestraft moet worden'. Ik kan onmogelijk het gevoel voor +ontzetting beschrijven, dat me aangreep bij 't hooren van die woorden +en het gezicht van dien goeden, treurigen Koezma. Ik vertelde het 's +avonds aan tante Tatjana, die ons opvoedde. Zij haatte de lijfstraffen, +paste ze nooit op ons toe en behoedde, voor zoover haar invloed reikte, +er ook de lijfeigenen voor. Zij was zeer verontwaardigd, toen zij het +hoorde en zei verwijtend: 'Waarom heb je het niet tegengehouden?' Haar +woorden maakten mij nog droeviger. Ik had nooit gedacht dat wij ons +in die zaken konden mengen en nu bleek het, dat ik het had kunnen +doen. Nu echter was het te laat en het ontzettende was gebeurd. + +"Maar, om op mijn vader terug te komen en hoe ik mij zijn leven +voorstel: zijne bezigheden bestonden in het besturen van zijn landgoed +en hoofdzakelijk in het voeren van processen. Procedeeren kwam in dien +tijd over 't algemeen veel voor, maar bij mijn' vader was 't aan de +orde van den dag, omdat hij de verwarde zaken van grootvader nog moest +afwikkelen. Daardoor moest hij veel van huis zijn en bovendien ging +hij dikwijls op jacht. Zijn voornaamste jachtgezelschap bestond uit +zijn' vrienden, den ouden, rijken vrijgezel Kirjejewski, Jaziekoff, +Gljeboff en Isljeneff. Mijn vader deelde in de toenmalige algemeene +gewoonte der landeigenaren, namelijk eene zekere voorliefde voor +een der knechts. Petroeschka en Matjoeschka waren de door hem +uitverkorenen, twee mooie flinke knapen. + +"Thuis zijnde bemoeide vader zich met ons en zijn landgoed en las +hij veel. Hij had een bibliotheek, bestaande uit Fransche klassieken, +historische boeken en natuur-historische werken van Buffon en Cuvier. + +"Tante vertelde mij, dat mijn vader als regel had aangenomen geen +nieuwe werken te koopen, zoolang hij de oude niet had gelezen. Nu, +hij las veel, maar toch kan ik moeielijk aannemen dat hij al die +deelen _Histoire des Croisades_ en _Histoire des Papes_ doorworstelde, +die hij zich aangeschaft had. Voor zoover ik kan nagaan, had hij geen +wetenschappelijke neigingen, doch stond hij op dezelfde hoogte als +alle beschaafde menschen van zijn' tijd. Zooals velen uit den tijd van +Keizer Alexander I en van de veldtochten in 1813, '14, '15, was hij +wel niet wat men tegenwoordig liberaal noemt maar het was eenvoudig +zijn gevoel van eigenwaarde, dat hem verbood een ambt aan te nemen, +zoowel onder Alexander I als onder Nikolaas I. Niet alleen hij zelf, +maar al zijne vrienden waren zoo; ze dienden niemand en lieten +zich zelfs wel eens ongunstig uit over de regeering van Nikolaas +Pawlowitsch. Gedurende mijne kinder- en zelfs mijne jongelingsjaren +hadden wij met niet één ambtenaar intieme betrekkingen aangeknoopt. + +"Ik begreep toen nog niet juist waarom, maar ik had opgemerkt dat mijn +vader zich nooit voor iemand vernederde, noch zijn luidruchtigheid of +zijn vroolijk lachende stem temperde. En om dat gevoel van eigenwaarde +hield ik nog meer van mijn vader en steeg mijne bewondering voor hem. + +"Ik kan hem mij nog voorstellen in zijne werkkamer. Wij kwamen binnen +om hem goeden dag te wenschen of eenvoudig om bij hem te spelen. Hij +zat met zijne pijp in den mond op den leeren divan, haalde ons aan +en soms--en dat was het heerlijkst van al--mochten wij achter zijn +rug op den divan liggen, terwijl hij las of praatte met den dienaar +die tegen den deurpost stond, of met S .L. Jaziekoff, mijn peetoom, +die dikwijls bij ons logeerde. Ik herinner me dat hij met ons +naar beneden ging en daar iets voor ons teekende, dat ons volmaakt +toescheen. Ook weet ik nog, dat hij mij eens mijn lievelingsvers, dat +ik van buiten kende, _Aan de Zee_ van Poeschkin, ('Vaarwel gij vrije +elementen!') of _Napoleon_ ('Het wonderbare lot heeft zich voltrokken, +vergaan is de groote man!') liet opzeggen. Ik herinner mij, hoe hij +had opgemerkt met hoeveel pathos ik die verzen declameerde, hoe hij +naar mij luisterde en nu en dan veelbeteekenend knikte naar den kant +van Jaziekoff. Ik begreep dat hij iets moois vond in mijn lezen en dat +maakte mij heel gelukkig. Ik herinner mij zijne vroolijke scherts en +vertellingen bij middag- en avondeten, en dat grootmoeder, de tantes +en wij kinderen naar hem luisterden en lachten. Ik herinner mij nog de +reis naar de stad en hoe wondermooi hij er uitzag in zijn overjas en +zijn nauwen pantalon. Maar duidelijker dan alles herinner ik mij hem +als hij met de honden ging jagen. Ik zie nog den uittocht. Dikwijls +heb ik later gedacht, dat Poeschkin hem tot voorbeeld nam in zijn +gedicht _Vertrek voor de jacht van Graaf Noelin_. Ik herinner mij +dat wij met hem gingen wandelen, dat de jonge windhonden tegen ons +opsprongen, dolden op de nog niet afgemaaide weiden, waar het hooge +gras hen streelde en prikte, hoe zij rolden en speelden en om ons +heen dartelden, zoodat hunne staarten op en neer dansten, en hoe zij +weer wegvlogen, en hoe mijn vader zich er kostelijk mee vermaakte. + +"Ik herinner mij den dag van het jachtfeest op 1 September. Wij +allen reden op de lineïka [16] naar het dichte bosch, waar een vos +was losgelaten. Ik herinner mij hoe de honden hem najoegen en hem +ergens--wij zagen niet waar--grepen. Ik herinner mij ook nog zeer +duidelijk de kooi van den wolf. Het was juist naast ons huis. Wij +gingen er allen te voet heen. Op een boerenwagen vervoerden ze een +grooten, met touwen gebonden, levend gevangen wolf. Hij lag stil en +wierp nu en dan een loenschen blik maar wie er bij hem kwam. Op eene +open plaats achter onzen tuin trokken zij hem er af, hielden hem met +hooivorken op den grond en maakten zijne touwen los. Hij scheurde en +trok en beet woedend op de ijzers. Men nam de laatste touwen weg en +iemand riep er 'los!' Bevrijd richtte de wolf zich op en stond een +paar seconden stil; men schreeuwde luid, hitste de honden op hem aan, +en wolf, honden, paarden en ruiters vlogen over de velden. De wolf +ontsnapte! Ik herinner mij dat mijn vader iets zeggende en toornig +gesticuleerend naar huis ging. + +"Mijn allermooiste herinnering aan hem is die waar hij, met +grootmoeder, naast haar op den divan zittende, patience speelde. Vader +ging met allen beleefd en aardig om, maar met grootmoeder bijna +hartstochtelijk teeder. Grootmoeder, met haar smal gelaat, het mutsje +met linten op het hoofd, placht op den divan te zitten, de kaarten +schuddende of met haar vingertoppen een snuifje nemende uit de gouden +snuifdoos. Naast den divan, in een' leunstoel, zit Petrowna (de vrouw +van den wapensmid) in haar pelsjakje en spint en stoot steeds met haar +spinrokken tegen den muur, waarin zich reeds een deukje heeft gevormd. + +"Petrowna was ook koopvrouw. Grootmoeder hield om de een of andere +reden heel veel van haar. Zij kwam dikwijls bij ons op bezoek en zat +dan steeds in den leunstoel, naast grootmoeder die op den divan zat. + +"De tantes zitten ook in leuningstoelen en een van haar leest voor. In +een nestje, dat hij zich gemaakt heeft, ook al in een leunstoel, +ligt Milka, mijn vaders gevlekte, dartele lievelingshond, met zijn +mooie zwarte oogen. Wij komen binnen om te groeten en somtijds gaan we +zitten. Grootmoeder en de tantes groeten we altijd met een handkus. Ik +herinner mij, dat eens, midden in 't patience-spel, vader de tantes +een' wenk geeft en, naar den spiegel wijzende, iets fluistert. Wij +allen kijken daarheen. + +"Het was Tichon, de officiant, die, wetende dat vader in 't salon was, +naar diens werkkamer ging en tabak nam uit den lederen tabakszak, die +den vorm heeft van eene bloem met saamgevouwen blaadjes. Mijn vader +ziet hem in dien spiegel en kijkt naar de op de teenen voortsluipende +verschijning. De tantes lachen. Grootmoeder, die eerst niets begrijpt, +het dan bemerkt, glimlacht ook. Ik raak in vervoering over de goedheid +van mijn vader, en bij het weggaan kus ik met groote teederheid zijne +witte hand. Ik hield heel veel van mijn' vader, maar wist niet hoe +groot die liefde was, voordat ik hem door den dood had verloren." [17] + + + +Bovenstaande mededeelingen over zijne ouders zijn door Tolstoi zelf +verschaft. Eenige minder belangrijke feiten en historische documenten +willen wij hier nog bijvoegen. + +Graaf Nikolaas Ilitsch Tolstoi, vader van Leo Tolstoi, werd geboren +in 1797. In het archief van de universiteit te Kazan wordt met het +portocol, inhoudende de inschrijving als student van Leo Tolstoi, +het volgend merkwaardig document bewaard: een attestatie voor den +militairen dienst van zijn vader d.d. 29 Jan. 1825. + +"Brenger dezes, graaf Nikolaas Ilitsch, zoon van Tolstoi (3de), +volgens geboorte-acte 28 jaar, heeft de orde van den heiligen +Wladimir 4de klasse, van adel, heeft geen lijfeigenen, in dienst +van zijne Keizerlijke Hoogheid als kornet in het 3de Irkoetskische +kozakken-regiment, 11 Juni 1812, waaruit hij overging naar het +Irk.-huzaren-regiment, 18 Aug. 1812; bevorderd wegens verdienste tot +1ste luitenant, 27 April 1813; in dat zelfde regiment staf-ritmeester +7 Oct. 1813; bevorderd met den zelfden titel wegens verdienste +naar een kavallerie-regiment, 6 Aug. 1814, vanwaar als majoor naar +het huzaren-regiment van den Prins van Oranje, 11 Dec. 1817. Wegens +ziekte uit den dienst ontslagen met verhooging tot overste, 14 Maart +1819; aangesteld tot hulp-opzichter aan de oorlogsweezen-afdeeling te +Moskou, 15 December 1821. Gedurende zijn diensttijd nam hij deel aan +verschillende veldtochten en woonde meermalen werkelijke gevechten +bij, was in krijgsgevangenschap tot aan de bezetting van Parijs en +voor zijn verdienste in die gevechten, zooals reeds boven gezegd, +beloond met den titel van 1ste luitenant en ritmeester bij den staf, +en kreeg de orde van den heiligen Wladimir met het lint." + +In dat zelfde document zien wij nog, dat graaf N. I. Tolstoi den +dienst verliet wegens huiselijke omstandigheden en overging naar de +oorlogs-weezen-afdeeling, 8 Jan. 1824. + +Na den dienst te hebben verlaten, vestigde graaf N. I. Tolstoi zich +te Jasnaja Paljana. Het echtpaar had toen nog slechts één jongen, +den een-jarigen Nikolaas, geboren in 1823. Daarna vermeerderde de +familie zich zeer snel. 17 Febr. 1826 werd hun zoon Sergius geboren, +23 April 1827 Dmitri en 28 Aug. 1828 hun zoon Leo. + +Het rustige, stille dorpsleven duurde niet lang. In 1830, bij de +geboorte van hunne dochter Maria, stierf gravin Tolstoi, haar man +met vijf kinderen achterlatende. + +Tatjana Alexandrowna Jergolskaja, eene verre bloedverwante, die +groot gebracht was ten huize van Tolstoi's grootvader (reeds vroeger +genoemd), belastte zich met de opvoeding der kinderen. + +In de familie Tolstoi bewaart men nog de herinnering aan eene +interessante episode uit het leven van Tolstoi's vader. + +In 1813, na de blokkade van Erfurt, werd deze met depêches naar +St.-Petersburg gestuurd. Op die tocht, bij het plaatsje Saint-Obie, +werd hij met zijn' oppasser, een' lijfeigene, gevangen genomen. Deze +wist, zonder dat het werd opgemerkt, het geld van zijn' heer in zijne +laars te bewaren. Gedurende drie maanden kleedde hij zich niet uit, +om het geheim niet prijs te geven, en ondanks eene groote wonde aan +zijn voet klaagde hij nooit over pijn. Zijn heer, Nikolaas Ilitsch, +behoefde, dank zij deze opofferende daad, die hij nooit heeft vergeten, +te Parijs geen gebrek te lijden. + +Bij de lezing van deze persoonlijke herinneringen van Tolstoi zal +men begrijpen, dat de personen, als zijne ouders beschreven in zijne +vertelling _Kinderjaren_, niet zijne ouders zijn geweest. + +Voor zoover het ons bekend is beschreef hij daar als zijn' vader +een zekeren Al. Mich. Isljeneff, een' vriend en buurman van zijn +werkelijken vader. Zijne moeder in dat boek is eene verdichte +persoon. Het is niet moeilijk te raden, dat in den roman _Oorlog en +Vrede_ in de personen graaf Nikolaas Ilitsch Rostoff en vorstin Maria +Wolkonski de werkelijke ouders van Tolstoi door hem zijn beschreven. + +Van graaf Ilia Andrejewitsch tot het pleegkind Sonja beantwoordt +bijna ieder lid van de familie Rostoff aan een type, voorkomende in +de familie-kroniek der Tolstoi's. Even duidelijk te herkennen zijn +ook de eigenaars van Liesig Gor. Daarom zal het lezen van dien roman +eene aanvulling zijn voor hetgeen wij weten van de voorouders van +Leo Tolstoi. + + + + + + +TWEEDE DEEL. + +KINDERJAREN, JONGENSJAREN EN JONGELINGSJAREN. + +1828-1851. + + + +VIERDE HOOFDSTUK. + +KINDERJAREN. + + +"Ik ben geboren en bracht mijn kinderjaren door te Jasnaja Paljana." + +Met deze woorden begint Tolstoi ons zijne herinneringen mede te +deelen. Wij achten het niet overbodig, vóór wij verder gaan, iets +naders te vertellen van dit merkwaardige plekje gronds, dat, zooals +wij allen weten, eene wereldberoemdheid heeft verkregen. Welke gasten +heeft Jasnaja Paljana al niet geherbergd! Bewoners van den Maleischen +Archipel, Australiërs, Japanners, Amerikanen, vluchtelingen uit Siberië +en verder tallooze vertegenwoordigers van alle Europeesche landen +kwamen er, gaven het bekendheid en verspreidden tot in de uiterste +hoeken der aarde, de woorden en gedachten van den grooten grijsaard, +die het bewoont. + +Jasnaja Paljana is het stamgoed van de vorsten Wolkonski, gelegen +15 wersten ten zuiden van Toela, bijna op de grens van dat +gouvernement. Dicht bij het landgoed komen drie wegen te samen, +vertegenwoordigende drie verschillende tijdperken. De oude met +gras begroeide Kiefsche weg, de nieuwe Kiefsche chaussée en de +Moskou-spoorbaan. Tolstoi's huis, staande in eene schoone heuvelachtige +streek, die van 't Oosten naar 't Westen door een prachtig bosch in +twee deelen wordt gescheiden, ligt drie en een half uur verwijderd +van het naaste station. Deze landstreek draagt den naam Zasjeka, +die ons wijst op die tijden, toen de Slavische bevolking voor de +invallen van de Krim-Tartaren en andere Mongoolsche volken moest +terugwijken. Om zich tegen die vijandelijke horden te beschermen, +wierp zij versperringen op, gemaakt van boomen, die men eerst moest +omkappen (zasjektj), vandaar de naam Zasjeka. + +Het huis waar Leo Tolstoi werd geboren staat niet meer te Jasnaja +Paljana. Het werd het eerst bewoond door zijn' grootvader, daarna +door zijn' vader, ten slotte verkocht aan een buurman Gorochoff en +verplaatst naar het dorp Dolgom, op 30 wersten afstand van Jasnaja +Paljana. Tolstoi had namelijk omstreeks 1850 veel geld noodig en gaf +daarom een van zijn familieleden last het te verkoopen. 't Groote +heerenhuis, met zijn pilaren en balcons, werd voor eene betrekkelijk +geringe som, 5000 roebel, verkocht. Uit een' brief van Tolstoi aan +zijn' broer blijkt, dat het hem zwaar viel tot den verkoop over te +gaan, maar dat hij het geld noodig had. Het huis staat nu in het +dorpje Dolgom, verlaten met gebroken ruiten. De twee nu bestaande +Jasnaja-Paljanische huizen zijn opgetrokken uit de twee vleugels, +die vroeger naast het groote, thans verkochte, huis stonden. De plek +waar dit vroeger stond is gedeeltelijk met boomen beplant. Verder +wordt er croquet gespeeld, terwijl de overblijvende ruimte gebruikt +wordt om er bij mooi weer 's middags te eten. + +Vóór de huizen bevinden zich tegenwoordig bloemperken, er achter +een groote tuin met vijver en een lindenallée, wier boomen reeds +honderden jaren oud zijn. Het geheel wordt omringd door eene gracht met +wallen. Bij den ingang staan twee witgeverfde baksteenen torens, waar, +volgens zeggen van oude lieden, vroeger eene wacht was geplaatst. Langs +dezen toren bereikt men het huis door eene berkenlaan, het zoogenaamde +"prospekt". + +Achter den ouden tuin bevindt zich nog een boomgaard met vruchtboomen, +die onder Tolstoi's persoonlijke leiding zijn geplant. De geheele +aanplanting, gelegen tegen een' heuvel, wordt door het dichte groen +aan ons oog onttrokken. + +Van de geboorte van Leo Tolstoi weten we helaas geen andere +bijzonderheden, dan die, welke Zagoskin ons heeft verstrekt. + +"In het jaar 1828, den 28sten Augustus, werd graaf N. I. Tolstoi te +Jasnaja Paljana een zoon, Leo, geboren. Hij werd 29 Aug. gedoopt door +den geestelijke Wassiliï Mosjaïski, met den diaken Archip. Iwanowitsch, +den dijatschek Alexander Feodorowitsch en den ponomar Feodor +Grigorjewitsch. De landeigenaar Sjemon J. Jaziekoff en gravin Pelageja +Tolstaja waren peter en meter." + +Dat is alles wat wij van Tolstoi's geboorte vernemen. Van zijn prilste +jeugd weten wij reeds veel interessante bijzonderheden. Zelden kan +een schrijver beschikken over de eerste autobiographische gegevens van +de persoon, die hij wil beschrijven. In zijne _Eerste Herinneringen_ +beschrijft Tolstoi zijne vroegste gewaarwordingen, de vage indrukken +van zijn eerste levensjaar. + +Wij geven deze herinneringen onveranderd, geheel zooals ze zijn +neergeschreven. + + + +"Ziehier mijne vroegste herinneringen, die ik niet in geregelde orde +op elkaar kan laten volgen, omdat ik niet weet, wat eerst of wat later +gebeurde. Van enkele weet ik zelfs niet of zij de werkelijkheid of +slechts droomen weergeven. + + + +"Ik lig vastgebonden. Ik wil mijne armen uitslaan en ik kan +het niet. Ik schreeuw en ween en dat schreeuwen doet mij zelf +onaangenaam aan, maar ik kan het niet laten. Iemand heeft zich +over mij heengebogen, ik herinner me niet wie, en alles is als in +schemering gehuld. Ik herinner mij, dat er twee menschen stonden; +mijne kreten maken indruk op hen, zij maken zich ongerust over mijn +huilen, maar ze maken mijne banden niet los. En dat wilde ik toch +en ik ga nog harder schreien. Zij denken dat het noodig is (dat +wil zeggen, dat ik gebonden blijf), terwijl ik weet dat het niet +zoo behoeft te zijn. Ik wil het hun bewijzen. Ik stoot een gil uit, +waar ik zelf van gruw, maar ik kan het niet laten. Ik voel dat niet +de menschen onrechtvaardig en slecht voor mij zijn, maar het is het +noodlot en ik heb medelijden met mij zelf. Ik weet niet en ik zal +het nooit te weten komen wat dit is geweest. Bonden zij mij vast +toen ik nog een bakerkindje was en wilde ik mijne armen vrij hebben, +of bonden zij mij, toen ik reeds meer dan een jaar was, opdat ik een +uitslag niet zou openkrabben? Verzamelde ik in deze ééne herinnering +meer indrukken, zooals dat veel in droomen geschiedt? Zeker is het, +dat deze de eerste en heftigste gewaarwording in mijn leven is. Het +is niet de herinnering aan mijne kreten, mijne kwellingen, die zich +aan mij opdringt, maar aan de verwikkelingen, de tegenstrijdigheden +van het leven. Ik wilde vrij zijn, niemand zou er door lijden, en ik, +die sterk moest zijn, ben zwak en zij zijn sterk. + +"Een andere, vroolijke indruk. Ik zit in eene tobbe en mij omringt +een nieuwe, aangename geur van een of ander iets, waarmee men +mijn klein lichaampje inwrijft. Waarschijnlijk was het een poeder, +misschien in het water in de tobbe, maar de indruk van het poeder +heeft mij wakker geschud. Voor het eerst zag ik en ging ik houden +van mijn lichaampje met de kleine ribben, werd ik de donkerkleurige +gladde tobbe gewaar, de opgestroopte mouwen van de njanja, het warme +dampende water, het geplas, en vooral het gevoel van de natte randen +van de tobbe, als ik er met mijn handjes aan kom.--Het is vreemd en +angstig te bedenken, dat ik mij, behalve deze twee, niet één indruk +kan herinneren van mijn geboorte tot aan mijn derde jaar; van dien +tijd af, dat men mij voedde aan de borst, mij speende, dat ik begon +te kruipen, te loopen en te spreken. Wanneer toch ontwaakte mijn +bewustzijn? Wanneer begin ik te leven en waarom verheugt het mij, +als ik mij het verleden kan herinneren, en waarom beangstigt het mij +(en met mij vele anderen), mij te verplaatsen in dien toestand van +vergetelheid waarvan geen herinnering blijft die zich door woorden +laat vertolken? Leefde ik dan niet in dien tijd toen ik leerde zien, +hooren, begrijpen, praten, toen ik sliep, toen men mij voedde aan +de borst en ik die kuste, toen ik lachte en mijne moeder vreugde +schonk? Ik leefde en mijn leven was gezegend. Verwierf ik dan niet in +die dagen alles waarmee ik nu leef, en verkreeg ik niet zoo snel zoo +veel, dat in 't geheele verdere leven niet een honderdste gedeelte +daarvan verworven werd? Van den vijfjarigen knaap tot den man, die +ik nu ben,--is slechts een schrede. Van de geboorte tot het vijfde +jaar--een ontzettende afstand. Tusschen de geboorte en de kiem ligt +een afgrond. Tusschen het niet-zijn en de kiem ligt niet slechts een +afgrond maar het mysterie. Ruimte, tijd en oorzaak zijn vormen der +gedachten; ons leven staat daar buiten; en toch is ons geheele leven +een meer en meer volkomen onderwerping aan die vormen en later weer +een vrijmaking er van. + +"Mijne volgende herinneringen hebben betrekking op den tijd, toen ik +reeds vier of vijf jaar was. 't Zijn er nog maar weinige en zij bepalen +zich uitsluitend tot hetgeen binnen de vier muren gebeurde. Tot aan +mijn vijfde jaar bestond de natuur niet voor mij en al wat ik mij +herinner valt voor in de kamer of in mijn bedje. + +"Er bestaan voor mij geen gras, geen bladeren, geen hemel, geen +zon. Het is niet aan te nemen dat men mij nooit bloemen of bladeren +gaf om mee te spelen, dat ik het gras nooit zag, of men mij nooit +beschutte tegen de zon. Toch heb ik tot mijn vijfde of zesde jaar +geen herinnering aan datgene wat wij de natuur noemen. Misschien +ook moet men zich eerst van haar verwijderen om haar te leeren zien, +en ik was immers zelf natuur. + +"De herinnering, die op de tobbe volgt, is die aan 'Jerjemjejewna', +het woord waarmee men ons als kinderen bang maakte. Ik lig in mijn +bedje en ben vroolijk en opgeruimd, zooals altijd. Ik zou mij ook niets +hebben herinnerd, als niet plotseling de njanja, of iemand anders, +die voor mij het leven vertegenwoordigde, iets met een vreemde stem +gezegd had en was weggegaan. Ik word vroolijk en angstig tegelijk. Ik +herinner mij, dat ik niet alleen was, maar dat er nog iemand was +zooals ik. (Waarschijnlijk was het mijn zusje Maschenka, wier bedje +op dezelfde kamer stond.) Ik herinner mij dat er een gordijn om mijn +bedje hangt en mijn zusje en ik, wij verheugen ons en hebben toch ook +angst voor het vreemde, dat er om ons is. Ik verstop mijn hoofd in +het kussen en gluur toch naar de deur en verwacht van dien kant iets +vreemds en prettigs en ben toch angstig. Wij lachen en wij kruipen +weg en wij wachten. En daar komt iemand in een kleed en met een muts +zooals ik nog nooit heb gezien, maar ik voel dat het iemand is, die +zich altijd in onze omgeving bevindt (de njanja of tante, dat weet +ik niet), en die iemand zegt met eene bromstem iets vreeselijks van +stoute kinderen en van Jerjemjejewna. Ik schreeuw van angstig genot, +ik word bang en verheug me dat ik angst heb, en ik wil niet dat zij +die mij angstig maakt weet dat ik haar herken. + +"Wij worden stil en zwijgen, maar gaan dan weer met elkaar fluisteren, +in de hoop Jerjemjejewna nog eens weer te zien verschijnen. + +"In mijn geheugen hangt nog eene herinnering, waarschijnlijk van +lateren datum, want zij is helderder maar toch altijd onbegrijpelijk +voor mij gebleven. De hoofdrol speelt onze Duitsche onderwijzer Feodor +Iwanowitsch. Ik weet heel zeker, dat ik nog niet onder zijn toezicht +stond, dus moet het zijn gebeurd voordat ik vijf jaar was. Het is de +eerste maal dat hij in mijne herinnering voorkomt, en ik moet nog +heel jong geweest zijn, daar ik mij niemand, vader, noch broeder, +noch iemand anders kan voorstellen. Zoo ik één herinnering heb, dan is +'t die aan mijn zusje, en dat komt dan door onzen gemeenschappelijken +angst voor Jerjemjejewna. + +"Met de herinnering aan Feodor Iwanowitsch verbindt zich tevens de +indruk, dat wij eene tweede verdieping op ons huis hebben. Hoe ik +er kwam, of ik er heen liep of dat men mij er heen droeg, dat kan ik +mij niet meer te binnen brengen, maar ik weet dat wij met velen zijn, +wij draaien in een kring en houden elkaar bij de hand. Ik weet ook, +dat er vreemde vrouwen bij zijn en ik denk (waarom weet ik niet), dat +het waschvrouwen zijn. Wij loopen in het rond en springen en huppelen +en Feodor Iwanowitsch springt ook mee en werpt zijn beenen te hoog +in de lucht en maakt te veel leven, en op dat zelfde oogenblik voel +ik, dat wat hij doet niet goed, dat het verdorven is; ik begin hem +plotseling te zien; ik geloof dat ik ging weenen, en--het is uit." + +Hier moeten we een geschiedenis inlasschen van Maria Nikolajewna, +het zusje van Tolstoi. + +"Wij sliepen met ons drieën op één kamer: ik, Lewotschka (Leo) en +Doenjetschka [18]. Wij speelden altijd samen en vormden een heel +afzonderlijk groepje, afgescheiden van de andere broers, die altijd +met hun' gouverneur beneden waren. + +"Het liefst van alles speelden wij 'Milaschka' (lieveling). Een van +ons drieën stelde Milaschka voor, d.w.z. het kind dat door allen +vertroeteld wordt. Men legt het te slapen, voedt het, verpleegt het, +in één woord: houdt er zich voortdurend mee bezig. Milaschka moet +volgens de regelen van het spel zich blijmoedig onderwerpen aan alles +wat men met hem doet en zonder morren zijne rol vervullen. + +"Ik herinner mij eens het verdriet en de ellende toen onze Milaschka +(meestal was dat Leo) door het langdurig schommelen werkelijk in +slaap was gevallen. Volgens het programma had hij moeten huilen, +dan zou men hem medicijnen geven, hem wrijven enz... De slaap echter +maakte plotseling een einde aan ons spel, en bracht ons uit het rijk +der verbeelding tot de werkelijkheid terug". + + + +"Dit is alles wat ik mij herinner tot aan mijn vijfde jaar. Niet mijne +njanja, niet de tantes, geen broers, zuster, vader, kamer of speelgoed, +niets kan ik mij te binnen brengen. Mijne indrukken beginnen vorm +aan te nemen van den tijd af, toen men mij naar beneden bracht bij +Feodor Iwanowitsch en de grootere knapen. Bij mijne verhuizing naar +beneden kreeg ik voor het eerst en daarom des te sterker het besef +van plichtsgevoel, het bewustzijn zijn kruis te moeten dragen, zooals +het den mensch betaamt. Het deed mij verdriet, met mijne gewoonten (de +gewoonten van mijn geheele leven) te moeten breken. Treurig was het, +poëtisch treurig, te moeten scheiden, niet zoo zeer van de menschen, +van mijne zuster, de njanja en tante, als wel van mijn bedje, mijn +gordijntje, mijn kussen, en met angst ging ik naar beneden. Ik deed +mijn best het vroolijke in dit nieuwe leven op te zoeken, ik trachtte +geloof te schenken aan de lieve woorden waarmee Feodor Iwanowitsch +mij tot zich lokte, ik trachtte de verachting niet te zien waarmee de +oudere jongens mij, den jongeren, ontvingen; ik wilde mij opdringen dat +het voor een grooten jongen schande was alleen met meisjes om te gaan, +dat er niets moois was in het leven daarboven bij de njanja, maar--op +mijn borst drukte een zware last en droevig was het mij te moede. Ik +was er van overtuigd, dat ik schier onherroepelijk mijne onschuld en +mijn geluk verloor. Slechts het bewustzijn van mijn plicht te doen, +mijn gevoel van eigenwaarde, hield mij staande. Vele jaren later, +aan een kruisweg gekomen, een nieuw leven beginnend, voelde ik weer +diezelfde gewaarwordingen. Een groote smart vervulde mij om hetgeen +ik onherroepelijk had verloren. Ik kon maar niet gelooven dat het ooit +zou gebeuren! Hoewel men er mij op had voorbereid dat ik naar beneden, +naar de grooteren moest gaan, kreeg ik het gevoel alsof met het jasje, +dat men mij aantrok, de wereld op de bovenverdieping voor mij werd +afgesloten. Nu zag ik voor het eerst andere personen dan die mij tot +nu toe hadden omringd, en voor het eerst eene hoofdpersoon, met wie ik +toch reeds lang was saamgeweest, maar die ik niet had opgemerkt. Dat +was mijne tante Tatjana. Ik herinner mij de flinke, teedere, goede, +barmhartige, niet groote vrouw met haar zwarte haren. Zij kleedde +mij aan en kuste mij, en ik begreep dat zij voelde zooals ik, dat +ook zij het betreurde, het diep betreurde, maar dat het moest. + +"Voor de eerste maal voelde ik, dat het leven geen spel, maar een +moeielijke taak is. Zal ik niet het zelfde voelen als ik eens ga +sterven, en begrijpen, dat ook de dood en het volgend leven geen +spel zijn? + +"_5 Mei 1878._" + +Van deze Tatjana Alexandrowna geeft Tolstoi de volgende interessante +beschrijving: + + + +"Tatjana Alexandrowna Jergolskaja was, na mijn vader en mijne moeder, +de persoon die den meesten invloed op mijn leven heeft uitgeoefend. Zij +was eene verre bloedverwant van mijne grootmoeder van de zijde der +Gortschakoffs. Zij en haar zuster Liza, die later met graaf Peter +Iwanowitsch Tolstoi trouwde, bleven, heel jong nog, als weezen achter. + +"Hun broers werden door de familie aan een of andere betrekking +geholpen. Mijne grootmoeder en de waardige invloedrijke +Tat. Sjem. Skoeratowa namen de beide meisjes tot zich. Het lot +heeft beslist waar zij zouden wonen. Twee biljetten met hare namen +werden onder de heiligenbeelden neergelegd, een gebed werd gedaan en +de biljetten werden getrokken. Zoo gebeurde het, dat Lizanka naar +Tatj. Sjemjojewna ging en de zwarte Tatjana, Tanitschka zooals men +haar bij ons noemde, naar mijne grootmoeder. Zij werd geboren in 1795, +was ongeveer even oud als mijn vader, en werd geheel als mijne tantes +opgevoed. Allen hielden veel van haar, en dat kon ook niet anders bij +haar ferm, energiek en toch zelfopofferend karakter. Het volgende, +dat zij ons eens vertelde en waarbij zij ons een groot litteeken even +onder den elleboog liet zien, geeft een juist beeld van haar. + +"Als kinderen lazen zij eens de geschiedenis van Mucius Scaevola en +begonnen te twisten over de vraag of een van allen hem dat wel na +zou durven doen. 'Ik zal het doen,' zei Tatjana. 'Je doet het toch +niet,' zei Jaziekoff, mijn peetoom, en hield, ook weer karakteristiek +voor hem, eene liniaal zoo lang in een kaars, tot ze gloeiend was en +rookte. 'Leg die nu tegen je arm,' zei hij. Zij strekte haar blanken +arm uit (de meisjes hadden toen altijd korte mouwen) en Jaziekoff +drukte er de gloeiende liniaal tegen aan. Zij fronste haar wenkbrauwen +maar trok haar arm niet terug, en steunde slechts even toen met de +liniaal het vel van haar arm werd afgetrokken. De ouderen, die de +wonde zagen en vroegen hoe zij daar aan kwam, kregen ten antwoord, +dat zij het zelf gedaan had, omdat ze wilde ondervinden, wat Mucius +Scaevola had gevoeld. + +"Zoo was zij in alles, vlug besloten en zelfopofferend. + +"Haar voorkomen moet zeer innemend geweest zijn, met haar +zwart, dik, krullend haar, donkere oogen en levendige, energieke +trekken. W. M. Joeschkoff, de man van mijne tante Pelageja, een echte +don Juan, zei dikwijls--hij was toen reeds een grijsaard--op een' +toon zooals men van eene vroegere liefde spreekt: 'Toinette, oh, +elle était charmante!' + +"Toen ik haar leerde kennen was zij reeds over de veertig, en ik dacht +er nooit over na of zij mooi was of niet. Ik hield eenvoudig van haar, +ik hield van haar oogen, van haar glimlach, van haar bruine, breede, +kleine hand, met de energieke lijnen. Het is wel aan te nemen, dat zij +vader beminde en vader haar. Toch is zij nooit met hem getrouwd. Niet +in haar jeugd, omdat vader met mijne rijke moeder zou kunnen trouwen, +en later niet, omdat zij de reine, poëtische verhouding niet wilde +bederven die er bestond tusschen haar en vader, en ook tusschen haar +en ons. Onder haar papieren, in haar met kralen bewerkte portefeuille, +bevindt zich het volgende, geschreven in 1836, zes jaren na den dood +van moeder: + +"'16 Aug. 1836. Nikolaas heeft mij heden eene vreemde vraag gedaan, +namelijk om met hem te trouwen, de moeder te worden van zijne kinderen +en hen nooit te verlaten. Het eerste voorstel heb ik geweigerd, het +tweede heb ik aangenomen, en ik zal de belofte nakomen, zoolang als +ik leef.' + +"Dit heeft zij neergeschreven, maar nooit heeft zij er met ons of met +wien ook over gesproken. Na den dood van mijn' vader vervulde zij +de tweede van zijne wenschen. Wij hadden twee echte tantes en eene +grootmoeder. Die hadden allen een grooter recht op ons dan Tatjana, +die wij maar tante noemden en die zoo'n ver verwijderd familielid was, +dat ik nooit kon begrijpen, hoe zij eigenlijk tot ons in betrekking +stond. Het recht der liefde evenwel bezorgde haar de eerste plaats +bij onze opvoeding en wij hebben dat ook steeds gevoeld. + +"Ik hield van haar, hartstochtelijk, overweldigend en teeder. + +"Ik herinner mij, dat ik mij eens in het salon (ik was toen ongeveer +vijf jaar) dicht tegen haar aan vleide. Streelend beroerde zij mijne +hand. Ik greep die hand, kuste haar en begon van teedere liefde tot +haar te weenen. + +"Zij was opgevoed als eene dame van goeden huize, sprak en schreef +beter Fransch dan Russisch, speelde heel goed piano, maar had de +toetsen in geen dertig jaren aangeraakt. Zij begon eerst weer toen ik, +reeds volwassen, het ging leeren. Wij speelden soms wel eens vierhandig +en dan verbaasde zij mij door haar correct, voortreffelijk spel. Zij +was heel goed voor de bedienden, gaf hun nooit booze woorden; de +gedachte aan roede of knoet kon zij niet verdragen, maar toch dacht +zij: 'lijfeigenen zijn lijfeigenen,' en was tegenover hen geheel +de meesteres. Desondanks hielden zij meer van haar dan van één der +anderen. Toen zij stierf en door het dorp werd gedragen, kwamen alle +boeren uit hunne huizen en zeiden de gebeden der stervenden. De +hoofdtrek van haar karakter was liefde. Gaarne had ik gewild, dat +die zich tot één mensch, tot mijn' vader, had bepaald. Haar liefde +echter voor hem straalde af op ons allen. Ons had zij lief om hem, +allen had zij lief door hem, haar heele leven was liefde. + +"Hare groote liefde gaf haar zedelijk recht op ons, maar onze eigen +tantes, vooral Pelageja Ilinischna, toen zij ons naar Kazan bracht, +hadden de uiterlijke rechten. Tatjana voegde zich hier naar en +hare liefde voor ons verminderde er niet door. Zij woonde toen bij +haar zuster Liza A. Tolstoi, maar met haar hart was zij bij ons, +en zoo spoedig mogelijk keerde zij tot ons terug. Het was voor mij +een groot geluk, dat zij den laatsten tijd van haar leven, ongeveer +twintig jaren, bij mij op Jasnaja Paljana doorbracht. Jammer is het, +dat wij ons geluk, vooral zoo'n groot innig geluk, nooit naar waarde +schatten. Ik stelde het op prijs, maar niet volkomen, niet genoeg. Zij +hield er van om op haar kamer verschillende schaaltjes met lekkernijen +te hebben: gedroogde vijgen, dadels, enz. Zij vond het prettig die +dingen te koopen en in de eerste plaats gaf zij ze dan weer aan mij. Ik +zal het nooit vergeten en herinner het mij steeds met gewetenswroeging, +dat ik haar eens geld voor snoeperijen heb geweigerd. Zij zuchtte diep +en zweeg. Ik zat in geldverlegenheid, dat is waar, maar toch kan ik mij +nooit zonder wroeging herinneren, dat ik het haar niet heb toegestaan. + +"Eens--ik was reeds getrouwd en zij begon al te verzwakken--toen ik +bij haar op haar kamer kwam, zeide zij, met afgewend gelaat (maar +ik zag wel, dat zij op het punt stond in tranen uit te barsten): +'Zie eens, mes chers amis, mijne kamer is zoo mooi en gij kunt haar +zoo goed gebruiken. Wanneer ik hier nu sterf,' vervolgde zij met +bevende stem, 'dan zal die herinnering u niet aangenaam zijn. Geef +mij daarom liever eene andere kamer'.--Zoo is zij altijd geweest, +van mijn eerste kinderjaren af, toen ik nog niets kon begrijpen. + +"Haar kamer was zóó ingericht: in den linkerhoek stond eene +chiffonnière met ontelbare kleinigheden die alleen voor haar waarde +hadden; rechts het glazen kastje met heiligenbeelden en het groote +zilveren Christusbeeld; in het midden bevond zich de divan, waarop +zij sliep en daarvoor eene tafel. Naar rechts gaf een deur toegang +tot het vertrek van haar kamenier. + +"Ik heb reeds gezegd, dat tante Tatjana den grootsten invloed op mijn +leven heeft gehad, die in hoofdzaak daarin bestond, dat zij mij, +reeds in mijne jeugd, deed begrijpen hoe heerlijk het is lief te +hebben. Niet met woorden maar door daden leerde zij het mij. Ik zag, +ik voelde, hoe goed het haar was lief te hebben en ik begreep het +geluk er van. Dat was het eerste gevolg van haar invloed op mij. Ten +tweede leerde zij mij de aantrekkelijkheid kennen van een rustig, +ongetrouwd leven, maar daarvan zullen wij te zijner plaatse spreken. + +"Hoewel deze herinnering niet in mijne jeugd thuis behoort, kan ik +toch niet nalaten mijn leven met haar te beschrijven, toen ik nog +als jonggezel op Jasnaja woonde." [19] + + + +Wij hebben in het hoofdstuk over Tolstoi's ouders reeds opgemerkt, +dat zijne vertelling _Kinder-, Jongens- en Jongelingsjaren_ niet als +een auto-biographie kan worden aangemerkt. Die opmerking geldt in +hoofdzaak de uiterlijke omstandigheden, door den auteur medegedeeld +om het geheel aan te vullen. + +Wat de schildering betreft van het inwendige van den kind-held kunnen +wij verklaren, dat op de een of andere wijze al die zielstoestanden +door den auteur zelf zijn beleefd. Wij voelen ons dus gerechtigd onze +biographie er mee aan te vullen. Bovendien weten wij dat eenige typen +uit dat werk naar het leven zijn geteekend. + +Zoo is b.v. de Duitscher Karel Iwanowitsch Mayer niemand anders +dan Feodor Iwanowitsch Rjessel, de Duitsche onderwijzer, die in +werkelijkheid bij de familie Tolstoi heeft gewoond, en dien wij +reeds vroeger vermeld hebben. Tolstoi noemt hem ook in zijne _Eerste +Herinneringen_. Deze man moet ongetwijfeld een grooten invloed gehad +hebben op de geestelijke ontwikkeling van den knaap. Door de bijzondere +liefde, waarmee de auteur van _Kinderjaren_ zijne oprechte, eerlijke, +goedhartige en liefhebbende natuur teekent, mogen wij aannemen dat +deze invloed een goede was. + +Het is dus niet zonder reden, dat Tolstoi de geschiedenis van zijne +jeugd begint met de schildering van dezen persoon. + +Feodor Iwanowitsch stierf te Jasnaja Paljana en werd begraven bij +de kerk. + +Een tweede persoon die in _Kinderjaren_ wordt beschreven is een +Joerodiewi [20]. + +Deze Grischa heeft niet bepaald bestaan, maar is ongetwijfeld +grootendeels naar het leven geteekend. Hij maakte klaarblijkelijk een +diepen indruk op Tolstoi's kinderziel. De volgende roerende woorden +zijn aan hem gewijd. Tolstoi geeft daarin een beschrijving van een +avondgebed van den Joerodiewi. + + + +"Zijne woorden waren onsamenhangend maar treffend. Hij bad voor zijne +weldoeners (zoo noemde hij degenen waar hij wel eens mocht komen), +voor zijne moeder, voor ons, en voor zich zelf. Hij smeekte dat God +hem zijne zware zonden zou vergeven en herhaalde telkens: 'O God, +vergeef ook mijne vijanden!' + +"Zuchtend richtte hij zich op, en steeds dezelfde woorden herhalend, +wierp hij zich ter aarde en richtte zich weer op en lette niet op +de zware kettingen, die met een scherp knarsend geluid tegen den +grond sloegen.... + +".... Lang nog bevond Grischa zich in dezen staat van godsdienstige +geestvervoering en improviseerde gebeden. Hij herhaalde eenige +malen: 'Heer, vergeef mij', telkens met sterkeren, grooteren nadruk, +'Heer, Heer, vergeef mij, leer mij wat ik doen moet', en sprak met +zóóveel uitdrukking, alsof hij dadelijk een antwoord op zijn smeeken +verwachtte. Daarop weerklonk een klaaglijk weenen... Hij bleef liggen, +geknield, vouwde zijne handen op de borst en zweeg. + +"--'Heer, Uw wil geschiede', riep hij plotseling met volle overtuiging, +viel met zijn hoofd op den grond en weende als een kind. + +"Veel water vloeide er sinds dien naar zee, vele herinneringen aan +'t verleden verloren voor mij hunne beteekenis en werden wazige +droombeelden, ook de pelgrim Grischa volbracht reeds lang zijn +laatsten tocht, maar de indruk dien hij bij mij te weeg bracht, het +gevoel dat hij bij mij wakker riep, zal nooit uit mijne herinnering +worden gewischt. + +"O, groote Christen Grischa! Uw geloof was zoo sterk, gij gevoeldet +Gods nabijheid; Uwe liefde was zóó groot, dat de woorden van zelf over +uwe lippen stroomden; Gij toetstet ze niet aan het verstand.... en +welk een grooten lof bracht Gij het Opperwezen! Toen Gij geen woorden +meer vondt, vielt gij weenend ter neer." [21] + + + +Hebben wij niet het volste recht dien man den eersten prediker van het +volksgeloof te noemen, dat geloof, dat Tolstoi's geest overwon, na de +onvruchtbare omzwervingen op het gebied van theologie, filosofie en de +exacte wetenschappen, en dat hij op zijn beurt heeft beschenen met het +licht van zijn verstand, gereinigd en gestaald door strijd en lijden, +de noodzakelijke metgezellen van allen die zoeken naar waarheid. + + + +Een bewijs voor het bovenstaande vinden wij in Tolstoi's herinneringen. + + + +"De simpele Grischa is een verdicht persoon. In ons huis kwamen er +velen van zijns gelijken, en ik ben er mijn' opvoeders dankbaar voor, +dat zij mij leerden, hen met achting te behandelen. + +"Al schuilen er ook onoprechten onder hen, al hebben zij ook zwakke +oogenblikken, toch is hun levenstaak zóó hoog, hoewel praktisch +onuitvoerbaar, dat het mij verheugt, dat ik van mijn kindsheid af, +geheel onbewust, het grootsche van hun streven leerde begrijpen. Zij +ondervinden wat Marcus Aurelius zegt: 'er is niets verheveners, +dan de verachting te verdragen voor zijn goed leven.' + + + +"De lokstem van den roem, die zich verbindt met iedere goede daad, is +zoo verderfelijk voor ons, dat men de verzoeking wel moet meevoelen, +niet slechts om zich aan den lof te willen onttrekken, maar om de +verachting der menschen op zich te laden. + +"Zoo eene Joerodiewaja waren ook Marja Gherasimowna, de peettante van +mijne zuster, en de half waanzinnige Jewdokimoeschka en nog eenigen, +die wel in ons huis kwamen. + +"Wij kinderen hoorden het gebed niet van een Joerodiewi, maar wel +van Akim, een waanzinnigen tuinmansjongen. Hij deed zijn gebed in de +groote zaal van een zomerhuis en het trof mij diep, dat eenvoudige +gebed, tot God gericht als tot een levend mensch. + +"'Gij mijn dokter, gij mijn apotheker,' sprak hij met overtuigend +vertrouwen. Daarop zong hij liederen van het laatste gericht: dat God +de rechtvaardigen van de zondaars scheidde en den laatsten de oogen +volstrooide met geel zand." + + + +In andere, minderwaardige papieren lezen wij van Mimi en haar dochter +Katjenka, "zoo iets van een eerste liefde". Onder den naam Mimi vinden +wij de gouvernante van de buren, onder Katjenka een pleegkind der +familie terug, door Tolstoi beschreven als Doenjetschka Tjemjeschewa. + + + +Van deze Doenjetschka vertelt Tolstoi in zijne herinneringen: + + + +"Behalve de broers en mijne zuster woonde van haar vijfde jaar af +bij ons in Doenjetschka Tjemjeschewa, en ik moet vertellen, wie zij +was en hoe zij bij ons kwam. + +"Onder het aantal bezoekers, die ik mij nog uit mijne jeugd herinner, +bevindt zich o.a. de man van tante Joeschkoff, van wien ik nog +veel zal moeten spreken. Hij had een uiterlijk dat kinderen opvalt, +zwarte snor, bakkebaarden en een bril op zijn neus. Ten tweede, mijn +peetoom S. J. Jaziekoff. Deze had een bijzonder leelijke gestalte, +rook altijd naar tabak, had veel te ruim vel op zijn breed gezicht, +waarmee hij voortdurend de onmogelijkste grimassen trok. + +"Behalve onze twee buren Ogarjeff en Isljenjeff, bezocht ons nog een +verre bloedverwant van de zijde der Gortschakoffs, de rijke vrijgezel +Tjemjeschoff, die heel veel van mijn' vader hield en hem steeds +'broeder' noemde. + +"Hij woonde op veertig wersten afstand van Jasnaja Paljana, in het dorp +Pirogowo, en bracht ons van daar eens varkentjes met krulstaartjes mee, +die op een groot blad in de bediendenkamer werden neergezet. + +"Tjemjeschoff, Pirogowo en de varkentjes zijn in mijne herinnering +één. Bovendien kunnen wij kinderen ons hem nog altijd herinneren, +zooals hij voor de piano zat. Hij speelde een danswijsje (hij kende +er maar één) en wilde dat wij er op zouden dansen. Als wij dan vroegen +wat hij eigenlijk speelde, dan antwoordde hij dat op die muziek alles +kon worden gedanst. Wij vonden het aardig en dansten er op los. + +"Het was op een' winteravond, er was al thee gedronken en wij zouden +spoedig naar bed worden gebracht; onze oogen vielen reeds bijna +toe, toen plotseling iemand met vlugge, onhoorbare schreden uit de +bediendenkamer in het salon trad, waar wij allen in half donker zaten, +omdat er maar twee lampen brandden. Hij liep naar 't midden van de +kamer en viel daar op zijne knieën. De brandende pijp met den langen +steel, die hij in zijn hand hield, stootte op den grond zoodat het +vuur er uitviel, en het gelaat van den knielenden man verlichtte. Die +man was--Tjemjeschoff. Wat hij tegen vader zei, terwijl hij voor +hem neerknielde, herinner ik mij niet en verstond ik ook niet. Later +hoorde ik dat hij zijn onwettig dochtertje Doenjetschka bij zich had, +waarover hij reeds vroeger had gesproken en dat door vader tegelijk +met ons zou worden opgevoed. + + + +"Van dien tijd af kwam Doenjetschka bij ons in huis. Zij had een breed +gezicht, was even oud als ik en had een njanja: Jewpraksija. Deze was +eene rimpelige oude vrouw; ze had een zak onder aan haar kin als van +een kalkoenschen haan, met een balletje er in, dat zij ons liet voelen. + +"Met de verschijning van Doenjetschka kwam er ook een ingewikkeld +contract in ons huis. Tjemjeschoff was zeer rijk. Hij had geen +wettige kinderen. De twee meisjes Doenjetschka en Wjerotschka waren +zijne natuurlijke dochters. De laatste was mismaakt. Haar moeder was +eene gewezen lijfeigene Marfoescha. Tjemjeschoff's erfgenamen waren +zijne zusters. Hij vermaakte haar alles, behalve Pirogowo, waar hij +woonde. Dit wenschte hij mijn vader te verkoopen onder voorwaarde, +dat de prijs van het goed, 300,000 roebel (men zei van Pirogowo, +dat het een goudmijn en veel meer waard was), door vader aan de +twee meisjes zou worden betaald. Om dat nu zoo in te richten was men +het volgende overeengekomen. Tjemjeschoff maakte een koopbrief op, +waarin beschreven stond, dat hij vader het goed verkocht voor 300,000 +roebel. Vader gaf nu drie wissels ieder van 100,000 aan Isljeneff, +Jaziekoff en en Gljeboff. Ingeval van Tjemjescheff's overlijden kwam +het goed aan mijn' vader, die dan de geheele som aan de drie houders +van de wissels moest betalen, welken het weer aan de twee meisjes +zouden uitkeeren. Misschien vergis ik mij met de beschrijving van het +contract, maar ik weet zeker, dat het landgoed na vaders dood aan ons +kwam en dat er drie wissels waren op naam van Isljeneff, Gljeboff +en Jaziekoff. Onze voogd betaalde het geld uit en de twee eersten +gaven het op hun beurt aan de meisjes, maar de derde, Jaziekoff, +eigende het zich toe. Daarover echter later. + +"Doenjetschka woonde dus bij ons, was een lief, eenvoudig, rustig, +maar dom meisje en daarbij een groote huilebalk. Ik herinner mij, +dat ik reeds een weinig Fransch kon lezen en schrijven en dat men +mij opdroeg haar de letters te leeren. In 't begin ging alles goed +(wij waren ongeveer vijf jaar), maar later, waarschijnlijk omdat ze +moe werd, kon zij de letters die ik haar aanwees niet meer noemen. Ik +hield vol, zij begon te weenen, ik ook, en toen er later iemand bij ons +kwam, konden wij niet praten, zoo huilden wij. Ook herinner ik me nog, +dat er eens een pruim van de schaal was verdwenen en men de schuldige +niet kon vinden. Feodor Iwanowitsch zei met een ernstig gelaat, +zonder ons aan te zien, dat het niet zoo erg was dat die pruim was +opgegeten, maar als we de pit hadden ingeslikt, dan zouden we moeten +sterven. Doenjetschka, die den angst niet meer kon verdragen, zei, +dat ze de pit had uitgespogen. + +"Nog herinner ik mij haar vreeselijken tranenvloed, toen eens, onder +'t spelen met mijn broertje Mitjenka, het volgende gebeurde. Het +spel bestond daarin, dat zij elkaar een koperen kettinkje in den +mond spuwden. Nu spoog zij met zoo'n kracht en hij sperde zijn mond +zoo wijd open, dat hij het doorslikte. Doenjetschka weende wanhopig, +totdat de dokter kwam en ons allen gerust stelde. + +"Zij was niet verstandig, maar goed en eenvoudig en daarbij zoo rein, +dat er nooit een andere dan een broederlijke verhouding tusschen ons +heeft bestaan." + + + +De mededeelingen die Tolstoi doet over de bedienden, die hem in zijn +prilste jeugd omringden, zijn schaarsch, maar zeer interessant. Zij +vullen de gegevens aan, reeds beschreven in zijn werk _Kinderjaren_. + +"Onder den naam Natalie Cawischni heb ik in _Kinderjaren_ Praskowa +Isajewna vrij nauwkeurig beschreven. Alles wat ik van haar vertelde is +werkelijkheid. Zij was onze huishoudster en een zeer achtenswaardige +vrouw. + +"Een van de prettigste herinneringen die ik aan haar heb behouden is +wel, dat we na of tusschen de lessen in haar kamertje kwamen om met +haar te praten en naar haar te luisteren. Zij hield waarschijnlijk +van ons om onze heerlijke kinderlijke oprechtheid. 'Praskowa Isajewna, +hoe ging grootvader naar den oorlog? te paard?', vroegen wij om haar +maar aan 't praten te krijgen. 'Hij ging te voet en te paard. Daarvoor +was hij generaal-en-chef', en daarbij opende zij een kast, en nam er +een stukje hars uit dat zij 'Koerjen van Otschakoff' noemde. Volgens +haar had grootvader het uit Otschakoff meegenomen. Zij stak een papier +aan boven het lampje bij de heiligenbeelden, maakte daarmee het hars +aan het branden, dat dan een aangenamen geur verspreidde. + +"In _Kinderjaren_ vertelde ik, dat zij mij eens beleedigde, door +mij een slag met een natten vaatdoek te geven. Zij deed mij nog een +tweede beleediging aan. Tot haar plichten behoorde ook, dat zij, +als het noodig was, ons een lavement zette. Het gebeurde eens op een' +morgen, toen ik al niet meer op de vrouwenafdeeling was, maar onder +toezicht stond van Feodor Iwanowitsch. Wij waren opgestaan, de andere +broers waren al gekleed, maar ik had me verlaat en wilde juist mijn +nachthemd voor mijn kleeren gaan verwisselen, toen Praskowa met haar +instrumenten binnentrad. Deze bestonden uit een in een doek gewikkelde +spuit, waarvan alleen het uiterste gele pijpje te zien was, en een +schoteltje met boomolie, waar zij het pijpje mee bevochtigde. Mij +ziende, dacht zij dat ik degene was, voor wie tante de operatie bestemd +had. In werkelijkheid was het Mitjenka, die toevallig of met opzet, +wel wetende dat hem iets wachtte waar wij geen van allen op gesteld +waren, zich vlug had aangekleed en was weggeloopen. En zonder acht +te slaan op mijn heilige verzekeringen dat ik de persoon niet was, +voerde zij de operatie uit. + +"Ik hield zoo veel van haar, niet alleen om haar eerlijkheid en +toewijding, maar ook omdat zij met het stukje hars van Otschakoff +voor mij een vertegenwoordigster was van die geheimzinnige wereld +uit den tijd van grootvader. + + + +"Anna Iwanowna leefde stil; tweemaal is zij bij ons in huis geweest; +toen heb ik haar gezien. Men zei, dat zij wel honderd jaar was. Zij +had pikzwarte oogen en één tand. Zij was zoo'n oude vrouw waar kinderen +bang voor worden. + +"De bruine Tatjana Filippowna, met haar kleine handjes, was eene jonge +hulp-njanja van Anna Iwanowna, welke laatste ik me bijna niet kan +herinneren, want van het oogenblik af dat ik mij mezelf bewust werd, +zie ik mij steeds met njanja Annoeschka. En daar ik mij mijzelf in dien +tijd bijna niet kan voorstellen, herinner ik me de njanja ook niet. + +"Njanja Tatjana kan ik mij nog voorstellen omdat zij njanja bij mijn +nichtjes werd en later ook bij mijn oudsten zoon. + +"Zij was een van die aandoenlijke wezens uit het volk, die zoo met +hunne pleegkinderen meeleven, dat zij al hun belangstelling op hen +overbrengen, terwijl zij voor haar eigen familie slechts de bron +zijn, waaruit voor deze het geld vloeit om van te leven. Zij hebben +altijd een' man, broer of zoon die een verkwister is, en verkwisters +waren ook de man en zoon van Tatjana Filippowna. Ik herinner mij nog, +dat zij stil en gelaten stierf, juist op de plaats waar ik nu deze +herinneringen zit te schrijven. Haar broer Nikolaas Filippowitsch +was onze koetsier, van wien we niet alleen veel hielden, maar wien +we (dat doen de meeste kinderen van de landheeren) groote achting +toedroegen. Hij had heel zware laarzen, rook altijd heerlijk naar +den stal en had eene vroolijke, welluidende stem. + +"Nu moet ik spreken van Wassiliï Troebjetzki, onzen bottelier. Hij +was een lieve, vriendelijke man, die veel van kinderen dus ook veel +van ons hield, maar het meest van Sergius, bij wien hij later in +dienst kwam en in wiens huis hij ook stierf. Ik herinner mij zijn +goedig gerimpeld gezicht met den vriendelijken scheeven glimlach en +ook dien bijzonderen geur, als hij ons op den arm nam of op een blad +zette (dat was een van onze grootste genoegens: 'ik ook, nu ik!'), +en ons naar den wijnkelder droeg, die voor ons zoo geheimzinnige +plaats met de onderaardsche gang. De duidelijkste herinnering, die ik +aan hem heb, is zijn vertrek naar Schtscherbatschewka, een landgoed +in de nabijheid van Koersk, dat vader geërfd had van Perowska. Dat +vertrek van Wassiliï Troebjetzki viel omstreeks de swjatki [22], +een' tijd dat alle kinderen, en ook eenige van de bedienden, in de +groote zaal 'roebeltje rol' spelen. Van deze swjatki-feesten moet ik +nog vertellen. Alle bedienden ('t waren er veel, wel dertig) hadden +zich verkleed en kwamen in ons huis. Zij vermaakten zich met allerlei +spelen en dansten bij de viool van den ouden Grigoriï, die alleen in +dien tijd bij ons kwam. De gecostumeerden stelden meestal beren met +berenleiders, geiten, Turken en Turkinnen, Tirolers, roovers, boeren +en boerinnen voor. Ik herinner mij, hoe prachtig ik sommige van de +gecostumeerden vond en vooral Mascha, die eene Turkin voorstelde. Soms +verkleedde tante ons ook. Het meest gewenscht vonden wij een' gordel +met steenen, tule en neteldoek met goud bewerkt, en ik vond mijzelf +heel mooi met mijn met kurk geteekende snor. Ik herinner mij dat ik, +in den spiegel ziende naar mijn gezicht met zwarte wenkbrauwen, een +vergenoegd lachje niet terug kon houden, ofschoon ik het ernstige +gezicht van een' Turk moest vertoonen. De gecostumeerden liepen door +alle kamers en voorzagen zich van allerlei versnaperingen. Op een +van die feesten--ik was toen nog heel jong--kwamen alle Isljeneffs, +de vader (de grootvader van mijn vrouw), drie zoons en drie dochters, +verkleed bij ons. In onze oogen waren zij prachtig gecostumeerd. De +japonnen, de laarzen, de bordpapieren gordels, alles was mooi. + +"De Isljeneffs kwamen veertig wersten ver en hadden zich in het dorp +verkleed. Toen zij in de zaal kwamen ging Isljeneff dadelijk naar de +piano en zong met een' stem, die ik me nu nog herinner, een lied dat +hij zelf had gemaakt. + +"Het gedicht luidde als volgt: + + + + Op 't Nieuwe Jaar zijn wij gekomen + En bieden onze wenschen aan, + Als 't u genoegen heeft gegeven, + Gaan wij verheugd hier weer vandaan. + + + +"Het was alles zoo wonderbaarlijk en voor de grooteren waarschijnlijk +wel mooi, maar voor ons kinderen waren de bedienden toch het +allerprachtigst. + +"De feesten werden gevierd in de dagen na Kerstmis en Nieuwjaar en +soms ook nog na Drie-Koningen. Na Nieuwjaar ging het echter niet +meer zoo lustig toe. Zoo was het ook op dien dag toen Wassiliï naar +Schtscherbatschewka ging. Ik herinner mij, dat we in een' kring in de +bijna donkere zaal zaten op stoelen van rood hout met leeren zittingen, +die bij ons thuis gemaakt waren. Wij speelden 'roebeltje rol'. Een van +allen moest den roebel zoeken, dien wij van hand tot hand lieten gaan, +waarbij wij zongen: 'rol roebeltje, rol'. Ik herinner mij, dat een +van de vrouwelijke bedienden met een bijzonder prettige stem telkens +deze woorden herhaalde. Plotseling ging de deur open en Wassiliï, +gelaarsd en gespoord, zonder blad of servies, kwam naar binnen en +liep recht langs den muur naar de studeerkamer. Nu eerst vernam ik, +dat Wassiliï als prikaztschik [23] naar Schtscherbatschjewka ging. Ik +begreep, dat het een bevordering voor hem was. Ik was dus blij voor +Wassiliï, maar tegelijkertijd betreurde ik het, niet slechts dat ik +van hem moest scheiden, dat hij ons niet meer op het blad zou dragen, +maar omdat ik nooit had kunnen begrijpen, nooit had kunnen gelooven, +dat er zoo'n verandering kon plaats grijpen. Het werd mij vreemd, +treurig te moede en de melodie van 'rol roebeltje, rol' deed mij +zacht ontroeren. Toen Wassiliï, met zijn vriendelijken, scheeven +lach, van tante terug kwam, en ons op den schouder kuste, voelde ik +voor de eerste maal den angst voor de onbestendigheid van 't leven +en medelijden en liefde voor den goeden Wassiliï. Toen ik hem later +weer zag (ik weet niet of hij een goede of een slechte prikaztschik +was), vermoedde ik, dat er in hem geen spoor meer was overgebleven +van zijne heilige, broederlijke, menschelijke gevoelens." [24] + +Op eene voor het menschelijk verstand geheimzinnige, onbegrijpelijke +wijze, blijven de indrukken onzer prilste jeugd niet alleen bestaan, +maar evenals het zaad in vruchtbare aarde tot een jonge, frissche plant +wordt, ontwikkelen zich ook in de geheimzinnige diepten onzer ziel onze +herinneringen, om plotseling, na jaren soms, in het licht te treden. + +Zoo waren ook de spelen met de jongere broers als het zaad, waaruit +de herinneringen ontsproten; de herinnering aan den berg Fanfaronoff, +aan de Moerawjeïsche broeders en aan het groene takje, evenals aan +Nikolaas, een anderen broeder, over wiens invloed op Tolstoi's leven +reeds in zijne aanteekeningen is gesproken. + +"Ja, de berg Fanfaronoff vertegenwoordigt een van mijn jongste, liefste +en gewichtigste herinneringen. Onze oudste broer Nikolaas was zes jaar +ouder dan ik. Hij was dus ongeveer tien of elf toen ik vier of vijf +jaar telde, het tijdstip waarop hij ons naar den berg Fanfaronoff +geleidde. Toen wij nog heel jong waren--hoe het zoo kwam weet ik +niet--spraken wij hem aan met 'U'. Hij was een bewonderenswaardige +jongen en werd later een bewonderenswaardig mensch. + +"Toerghenjeff zeide zeer terecht van hem, dat hij al die +gebreken miste, die noodzakelijk zijn voor een' schrijver. De +eigenschappen die hij wel had waren een fijn gevoel voor kunst, een +goedhartige, vroolijke humor en een buitengewone, onuitputtelijke, +verbeeldingskracht, zóó groot, dat hij zonder ophouden en zonder de +gebruikelijke 'en toen's' allerlei sprookjes, spookgeschiedenissen en +humoristische verhaaltjes à la madame Radcliffe kon vertellen, met zulk +een overtuiging, dat men geheel vergat dat hij fantaseerde. Als hij +niet vertelde of las (en lezen deed hij verbazend veel), dan teekende +hij. Bijna altijd waren het duivels met horens en omgekrulde snorren, +die onderling de meest verschillende groepen vormden en zich met de +meest verschillende dingen bezig hielden. Die teekeningen getuigen +ook van zijne groote verbeeldingskracht en humor. + +"Wij broers waren, ik zelf vijf, Mitjenka zes en Serjezja zeven +jaren toen die zelfde Nikolaas ons eens vertelde, dat hij een geheim +wist, waarmee hij, als hij het openbaarde, alle menschen gelukkig kon +maken. Ziekte en verdriet zouden er niet meer zijn, de menschen zouden +niet meer twisten en allen zouden elkander liefhebben en Moerawjeïsche +[25] broeders worden. Waarschijnlijk bedoelde hij 'Moravische +broeders', waarvan hij wel eens gehoord of gelezen had, maar in onze +taal heette het de Moerawjeïsche broeders. Ik herinner mij, dat het +woord 'mier' ons bijzonder goed beviel; wij dachten daarbij aan een' +mierenhoop. Zelfs vonden wij een spel uit, dat daarop betrekking +had. Wij kropen onder een stoel, schoven daar kisten om heen, die we +met lappen hadden behangen, en zaten daar dicht opeengedrongen in het +donker. Ik herinner mij, dat mij dan altijd eene zachte aandoening, +een gevoel van liefde doordrong en ik hield heel veel van dat spel. Van +die mieren-broeders had hij ons dus verteld, maar het groote geheim +van wat men doen moest, opdat alle menschen gelukkig zouden worden, +ziekte noch ongeluk, strijd noch boosheid zouden bestaan, dat, zei hij, +stond geschreven op een groen takje en dat takje lag begraven aan den +rand van een hollen weg, 'starai zakas', op die plaats waar ik (men +moet toch ergens begraven worden) ter herinnering aan Nikolaas ook eens +wensch te rusten. Behalve dat takje was er nog een berg Fanfaronoff, +waar hij ons heen zou brengen, mits wij alle voorwaarden, die hij +ons stelde, vervulden. Die voorwaarden luidden: ten eerste in een +hoek gaan staan en niet aan den witten beer denken. Ik herinner mij, +dat ik in een hoek ging staan en mijn best deed, maar dat het mij +nooit gelukte niet aan dien witten beer te denken. Ten tweede: zoo +te loopen, dat we alleen de spleet tusschen de planken in den vloer +aanraakten, en ten derde mochten wij in een heel jaar niet één haas +zien, hetzij levend, geschoten of gebraden. Natuurlijk mochten wij +niets van ons geheim vertellen. Diegene, die deze voorwaarden en nog +eenige, die Nikolaas ons later zou vertellen, had nageleefd, zou zijne +wenschen, welke het ook waren, vervuld zien. Wij moesten zeggen wat +wij wenschten. Serjezja wenschte zich, dat hij paarden en kippen in was +zou kunnen kneden, en Mitjenka, dat hij groote schilderijen zou kunnen +maken. Ik kon niets anders bedenken, dan den wensch om maar kleine +dingen te kunnen schilderen. Deze heele geschiedenis werd, zooals +dat altijd bij kinderen gaat, heel spoedig vergeten en niemand kwam +bij den berg Fanfaronoff, maar nog herinner ik mij de gewichtigheid, +waarmee Nikolaas ons in zijne geheimen inwijdde, ons ontzag en onze +vrees voor die wonderbare dingen, die hij ons openbaarde. Een zeer +sterken indruk heb ik behouden van de Moerawjeïsche broeders en het +groene takje, dat iedereen gelukkig zou maken. + +"Tegenwoordig begrijp ik dat Nikolaas eens gelezen of gehoord had +van de vrijmetselaars, van hun streven om de menschen gelukkig te +maken en van de geheimzinnige ceremoniën bij het opnemen in hunne +orde. Ook van de Moravische broederschap kwam hem wel eens iets ter +oore, en zijne verbeeldingskracht, bijgestaan door zijne liefde voor +de menschen en voor het goede, weefde alles samen tot het verhaal +waarmee hij ons zoo fopte. + +"Het ideaal der Moerawjeïsche broeders, elkaar lief te hebben en te +steunen (niet slechts onder een paar stoelen met kleeden behangen, +maar nagestreefd door alle menschen op Gods aardbodem) is nog steeds +mijn ideaal. En--zooals ik toen geloofde aan het groene takje, dat alle +ellende kon verdrijven, en de menschen het hoogste heil brengen, zoo +geloof ik ook nu aan het bestaan eener waarheid, die hun geopenbaard +zal worden en hun alles zal geven wat zij belooft." [26] + + + +De herinneringen aan Tolstoi's broer Dmitri zullen wij plaatsen +onder het hoofdstuk over zijne jongelingsjaren. Hier laten we nog +een fragment volgen van de onafgewerkte herinneringen aan zijn broer +Sergius, betrekking hebbende op zijne vroegste kindsheid: + + + + +"Mitjenka en ik waren kameraden, voor Nikolaas gevoelde ik achting, +maar Sergius beminde, aanbad ik. Ik wilde 'hem' zijn. Ik bewonderde +zijne krachtige gestalte, zijn zingen (hij zong altijd), zijne +teekeningen, zijne vroolijkheid en vooral, hoe vreemd het ook klinken +moge, zijn onafhankelijk egoïsme. Ik onderzocht altijd al mijn daden, +luisterde of de menschen goed of kwaad van mij spraken en dat bedierf +mijn leven. Daarom bewonderde ik in anderen juist het tegenovergestelde +daarvan, dat onafhankelijk egoïsme. Daarom had ik Sergius lief. Het +woord, 'liefhebben' zegt niets. Nikoljenka had ik lief, maar Sergius +aanbad ik, en ik zag in hem een heel bijzonder wezen. Ik bewonderde +hem, maar ik begreep hem niet en dat maakte hem voor mij nog veel +aantrekkelijker. + +"Hij stierf dezer dagen en stervende was hij mij nog even +onbegrijpelijk en nog even dierbaar als in de dagen onzer kindsheid. De +laatste jaren, toen hij ouder werd, hield hij meer van mij, hij +waardeerde mijne aanhankelijkheid, was trotsch op mij, trachtte met +mij overeen te stemmen maar kon het niet en hij bleef die hij was: +geheel bijzonder, geheel zich zelf. Hij was mooi, goed gebouwd, +trotsch, maar, meer dan dat alles: hij was tot in den hoogsten graad +oprecht en waarheidlievend. Hij was zooals hij was en trachtte zich +niet mooier noch minder voor te doen. + +"Met Nikolaas wilde ik gaarne samen zijn, met hem praten, met hem +overleggen. Sergius wilde ik slechts navolgen. Toen we nog heel +jong waren begon het reeds. Hij hield kippen en kuikentjes en ik +hield kippen en kuikentjes. Dat waren waarschijnlijk mijn eerste +navorschingen op het gebied van de dierenwereld. Ik herinner mij +nog de verschillende soorten: grijze en bonte kippen, en kippen met +pluimen, en alle kwamen zij naar ons toe, als wij ze riepen om gevoerd +te worden. Den Hollandschen haan mochten wij niet lijden, want die was +niet goed voor de kippen. Sergius had gevraagd, kippen te mogen houden, +en ik vroeg het ook. Sergius teekende, en mij leek het prachtig, op +een groot stuk papier, in verschillende kleuren, kippen en hanen. Ik +deed het ook, maar leelijk. Op dit gebied had ik juist gehoopt mij +te volmaken, door middel van den berg Fanfaronoff. Sergius kwam +eens op de gedachte, toen de ramen weer ingezet waren, de kippen +met lange worstjes, die hij van worst en wittebrood had gemaakt, +door het sleutelgat te voeren en--ik deed hetzelfde" [27]. + + + +Wij laten hier nog een paar losse herinneringen volgen, die ons ook +door Tolstoi zijn verstrekt, maar die, evenals het grootste gedeelte +der herinneringen uit zijn kinderjaren, niet in chronologische +volgorde geplaatst kunnen worden. Toch zou het jammer zijn, ze niet te +plaatsen, daar zij ons helpen het beeld van Leo Tolstoi's kinderjaren +te voltooien. + + + +"Eene herinnering aan eene onbelangrijke gebeurtenis, die een sterken +indruk bij mij naliet. Het staat mij voor als volgt. + +"In onze kinderkamer op de bovenverdieping zit Tjemjeschoff en praat +met Feodor Iwanowitsch. Ik herinner mij niet waarom het gesprek over +de vasten liep, maar Tjemjeschoff, de goedhartige Tjemjeschoff, +zei heel gewoon: 'mijn kok ('t kan ook knecht zijn, dat weet ik +niet meer) kreeg het in zijn hoofd eene vleeschspijs te gaan eten; +ik heb hem weggezonden om soldaat te worden'. Ik heb het onthouden +omdat het toen voor mij zoo vreemd, zoo geheel onbegrijpelijk was. + +"Eene andere gebeurtenis. De erfenis Perowski. Ik herinner mij +een hoog bevrachten wagen, die uit Neroetsch kwam, toen het proces +over de erfenis, dank zij Ilija Mitrofanowitsch, gunstig voor ons +was afgeloopen. Ilija Mitrofanowitsch was een dronkaard. Hij was +reeds een oude man, groot, met lang haar, een gewezen lijfeigene +van Perowska, een groot kenner (zooals dat vroeger meer voorkwam) +van contracten. Hij had het proces gevoerd, het gewonnen, en woonde +daarvoor tot aan zijn dood te Jasnaja Paljana. + +"Nog een indruk. Aankomst van Peter Iwanowitsch Tolstoi, den vader van +Walerian, den man van mijne zuster. Hij kwam in een chambercloak in +de ontvangkamer; wij begrepen niet waarom, maar hoorden later, dat het +was omdat hij in het laatste stadium van tering verkeerde. Een andere +indruk. De aankomst van zijn' broeder Feodor Tolstoi, den bekenden +Amerikaan. Ik herinner mij dat hij in een wagen met postpaarden kwam +aanrijden, naar vader in de studeerkamer ging en zijn eigen hard +Fransch brood vroeg; ander brood at hij niet. Broer Sergius had juist +erge tandpijn. De Amerikaan vroeg wat hem scheelde, en toen hij 't +wist, beweerde hij de pijn door magnetisme te kunnen verdrijven. Hij +ging naar de studeerkamer, sloot de deur, en kwam terug met twee +batisten zakdoeken. Ik herinner mij, dat ze een lila rand hadden. Hij +gaf tante de beide zakdoeken en zei: 'als hij dezen omdoet, dan zal de +pijn weggaan, en dezen, dan gaat hij slapen'. Sergius nam de zakdoeken, +deed ze om en wij hebben den indruk behouden, dat het juist zoo ging +als ons voorspeld was. + +"Ik herinner me hem nog, met zijn mooi gebronsd gezicht. Hij droeg +geen vollen baard, maar wel een dichten grijzen bakkebaard, die tot +aan zijn mondhoeken groeide. Zijn hoofdhaar was grijs en krullend. Ik +zou nog heel veel willen vertellen van dezen ongewonen, verdorven, +maar toch zoo aantrekkelijken man!" + + + +Wij zullen dit hoofdstuk _Kinderjaren_ besluiten met de poëtische +herinnering uit een vroeger uitgegeven werk van Tolstoi. + +"Gelukkige, gelukkige kinderjaren, die nooit meer terugkomen! Wie +zou zich niet verlustigen in hunne herinnering? Mij zijn ze een +bron van het heerlijkst genot, zij verheffen, zij verlichten mijne +ziel.... Na het gebed, in de koesterende dekens, als de ziel zoo licht +is, zoo klaar, zoo blij, begint de fantasie haar werk. Wat schildert +zij? Te grijpen zijn haar beelden niet, maar zij zijn vol van reine +liefde en hoop op rein geluk.--Dan dacht ik aan Karel Iwanowitsch, +den eenigen man van wien ik wist dat hij ongelukkig was, en aan zijn +bitter lot, en mijn medelijden was zoo groot en mijn liefde zoo innig, +dat tranen uit mijne oogen vloeiden en ik bad: 'God, geef hem geluk +en stel mij in staat hem te helpen en zijne smart te verlichten; ik +ben geheel bereid mij voor hem op te offeren'. Dan weer bewonder ik +het liefste porseleinen speelgoed--het haasje of den hond--weggedrukt +in een hoekje van het donzen kussen; hoe heerlijk warm en gemakkelijk +ligt het daar! En nog weer een gebed tot God om geluk en tevredenheid +voor allen, om mooi weer voor de wandeling van morgen; dan keer je +je om en je valt in slaap, zoo rustig en stil, het gelaat nog nat van +tranen. Zullen zij ooit terugkeeren, die frischheid, die zorgeloosheid, +die behoefte aan liefde, dat krachtig geloof, die schatten van onze +kinderjaren? Welke tijd kan beter zijn dan die, waar de twee grootste +deugden, de onschuldige vroolijkheid en de oneindige behoefte aan +liefde de eenige drijfveer zijn van 't leven? Waar zijn die vurige +gebeden? Waar het heerlijkste geschenk, die reine traan van mededoogen? + +"Een engel der vertroosting kwam en wischte met zijn' glimlach onze +tranen af en zachtkens wuivend blies zij droomen in onze onbedorven +kinderziel. + +"Heeft het leven dan zulke diepe sporen in mijn hart gegrift, dat de +zaligheid der tranen voor eeuwig voor mij verloren ging?" + + + + + + +VIJFDE HOOFDSTUK. + +JONGENSJAREN. + + +Toen Tolstoi's jongensjaren begonnen, kwam voor de oudere broers +Nikolaas en Sergius de tijd van ernstige studie. In het jaar 1830 +verhuisde de familie Tolstoi daarom naar Moskou, waar ze gingen wonen +in het huis van Schtscherbatscheff. Dit huis bestaat nog en bevindt +zich tegenover de kerk die den naam draagt Smoljenskaja Bozja Matjer, +in een z.g. hof. + +De winters van 1836 en '37 brachten zij hier door, en ook den zomer +na den dood van hun' vader. + +In dien zomer van 1837 ging Tolstoi's vader eens voor zaken naar +Toela. Op weg naar zijn' vriend Tjemjeschoff werd hij plotseling +door eene duizeling bevangen, wankelde en viel, door eene beroerte +getroffen, dood neer. + +Anderen beweren, omdat er geld ontbrak, en ook papieren die nog +in Moskou op een geheimzinnige wijze door eene vrouw terug werden +gebracht, dat hij door een' bediende zou zijn vergiftigd. + +Zijn lijk werd van Toela naar Jasnaja Paljana gebracht. De begrafenis +werd bijgewoond door zijne zuster Alexandra Ilinitschna en zijn' +oudsten zoon Nikolaas. + +Het is de dood van zijn' vader die wel den diepsten indruk heeft +nagelaten in Tolstoi's kinderherinneringen. Voor het eerst, zegt hij, +ontwaakte in hem de godsdienstige vrees voor het vraagstuk van leven +en dood. Doordat zijn vader niet in huis was gestorven, duurde het +lang eer het tot hem doordrong, en als hij op straat soms bekenden +zag, dan dacht hij, ja, hij wist het bijna zeker, dat hij zijn vader +daar ook bij zou ontmoeten. En dit gevoel van hoop en niet gelooven +in den dood verzachtte zijne smart. + +Na den dood van het hoofd der familie bleven de Tolstoi's dien zomer +in Moskou. Dat was de eerste en misschien ook wel de laatste maal, +dat Leo Tolstoi een' zomer in de stad doorbracht. Een sterken indruk +behield hij van de uitstapjes die er gemaakt werden in wagens bespannen +met vier paarden, niet naast maar voor elkaar, van de mooie omstreken +van Koeznjetzoff en Neskoetschni, en van de afschuwelijke lucht der +fabrieken rondom Moskou, die in dien tijd de omgeving bedierf. + + + +"Grootmoeder was door den dood van haar zoon als gebroken. Altijd +weende zij en 's avonds liet zij dikwijls de deur van de naaste +kamer open en beweerde, dat haar zoon daar was en dat zij met hem +sprak. Soms vroeg zij angstig aan haar dochter: 'Is het waar dat hij +dood is?'--Na negen maanden stierf zij van verdriet." + +De dood van zijne grootmoeder voerde Tolstoi's gedachten, hoewel +hij het zich toen niet bewust was, weer naar het vraagstuk van leven +en dood. + +Zijne grootmoeder heeft lang moeten lijden. Tegen het eind van +haar ziekte kreeg zij waterzucht. Nog kan Tolstoi zich den schrik +herinneren, toen hij bij haar gebracht werd om afscheid te nemen en +zij, geheel in 't wit, op haar bed liggende, zich met moeite naar +haar kleinzoons toekeerde en hun, bijna onbeweeglijk, haar witte hand +toestak, een hand dik opgeloopen als een kussen. + +Maar zooals het altijd bij kinderen gaat, werden de schrik en angst +voor den dood al spoedig verdrongen door kinderlijke spelen en +onbezorgde vroolijkheid. + +Eens op een feestdag kwam, als gewoonlijk, Wladimir Miljoetin, +een jongen van hun leeftijd, bij hen. Deze Wladimir is dezelfde, +die hun later, toen ze op het gymnasium gingen, het ongewone nieuws +verkondigde, dat er geen God bestond. 't Was nog vóor het middageten +en het ging in de kinderkamer vroolijk, ja zelfs wild en ruw toe; +dat wil zeggen Sergius, Dmitri en Leo maakten zoo'n leven; Nikolaas +en Miljoetin, die al verstandiger waren, deden niet mee. De pret +bestond hierin, dat zij papier verbrandden in de schalen van een +servies, die achter een kamerschut stonden. Waarom dat zoo prettig +was, is moeilijk te begrijpen, maar dat ze het buitengewoon plezierig +vonden is zeker. "Plotseling," zoo vertelt Tolstoi, "weerklinken te +midden van deze vroolijkheid, vlugge schreden en de jonge, blonde, +energieke, gespierde, kleine gouverneur St. Thomas (in _Jongensjaren_ +beschreven als St. Jérôme) treedt bleek, met trillende lippen, binnen, +en zonder acht te geven op onze bezigheid, zonder ons te beknorren, +zegt hij 'Votre grand' mère est morte.' + +"Ik herinner mij," gaat Tolstoi voort, "dat wij nieuwe zwarte +jasjes kregen met wit tres gegarneerd. Vreeselijk om te zien waren +de doodgravers die om ons huis drentelden, het brengen van de kist +met glazen deksel, en grootmoeder, zooals zij, hoog op de tafel, in +de kist lag, met strak gelaat, scherpen neus, witte muts, een witten +doek om den hals. Treurig om te zien waren de tranen van de tantes en +Paschenka, maar toch verheugden wij ons over onze nieuwe jasjes met +tres en de medelijdende zorg, waarmee men ons omringde. Ik herinner +mij niet, waarom men ons naar de bijgebouwen bracht gedurende de +begrafenis, maar wèl, hoe prettig ik het vond, naar de gesprekken van +een paar onbekende babbelaarsters te luisteren. 'Arme, arme weezen, +nauwelijks is hun vader gestorven en nu ook nog de grootmoeder!'" + +De Fransche gouverneur, zoo juist genoemd, liet bij Tolstoi eene +herinnering achter van goed en kwaad dooreen gemengd. + +"Ik weet niet meer waarvoor," vertelt Tolstoi, "maar zonder dat +ik het verdiend had, sloot St. Thomas mij eens op en dreigde mij +met de roe. Ik kreeg een razend gevoel van wrok en woede, en kwam +in opstand, niet alleen tegen hem, maar vooral ook tegen de macht, +die men tegen mij kon aanwenden. Misschien is deze gebeurtenis wel de +oorzaak geweest van dien afkeer, dien ik mijn heele leven heb gehad +van iedere machtsuitoefening." + +Desniettemin wijdde St. Thomas al zijn aandacht aan de bijzondere +begaafdheid van zijn kleinen kweekeling. Hij zag waarschijnlijk iets +bijzonders in hem, want eens over Leo Tolstoi sprekende, zei hij: +"Ce petit a une tête, c'est un petit prodige." + +Tengevolge van de wanorde in zaken moesten, na den dood der +grootmoeder, de uitgaven der familie verminderd worden. Daarom trok +een gedeelte van hen, nl. de jongsten, Dmitri, Leo en Maria, met hunne +tante Tatjana weer naar buiten. De onderwijzers wisselden elkaar af. Nu +eens Duitsche gouverneurs, dan weer Russische seminaristen. Gravin +Alexandra Ilinitschna werd tot voogdes over de kinderen benoemd. + +Van deze merkwaardige persoonlijkheid vertelt Tolstoi het volgende. + +"Mijne tante Alexandra Ilinitschna trouwde heel jong te St. Petersburg +met den rijken, uit de Oostzee-provincie stammenden graaf Osten-Sacken. + +"Het scheen eene schitterende partij, maar het huwelijk liep treurig +af voor mijne tante, hoewel misschien de gevolgen van deze verbintenis +een zegen waren voor haar volgend leven. + +"Tante Aline, zooals zij door de familie genoemd werd, moet er, +volgens een portret dat gemaakt is toen zij 16 jaar was, heel +aantrekkelijk hebben uitgezien, met de groote duivenoogen in haar +zacht, blank gelaat. + +"Kort na het huwelijk vertrok graaf Osten-Sacken met zijne jonge +vrouw naar zijn landgoed in de Oostzee-provinciën. Daar openbaarden +zich meer en meer de verschijnselen eener zielsziekte, die zich in den +beginne uitte in eene ongemotiveerde jaloezie. In het eerste jaar van +haar huwelijk, toen zij reeds zwanger was, nam die ziekte zoo toe, dat +er oogenblikken van volslagen krankzinnigheid kwamen. Hij verbeeldde +zich dan, dat hij omringd was door vijanden die hem zijne vrouw wilden +ontnemen, en dat vluchten het eenige redmiddel voor hem was. + +"Eens op een zomermorgen stond hij op, wekte zijne vrouw, en zeide +haar zich klaar te maken voor de vlucht. Hij zou bevel geven in te +spannen om dadelijk weg te rijden. Inderdaad liet hij het rijtuig +voorkomen, zette zijne vrouw er in en gaf order zoo veel mogelijk +spoed te maken. Onderweg nam hij twee pistolen uit een kistje, gaf +er een aan mijne tante en zei haar dat, zoo hun vlucht bekend werd, +hunne vijanden hen zouden achtervolgen. Dat zou hun ondergang zijn, +en er bleef dan niets anders over dan elkaar dood te schieten. Tante, +doodelijk verschrikt, nam het pistool en trachtte haren man tot andere +gedachten te brengen, maar hij luisterde niet eens, keek voortdurend +achterom, of de vervolgers kwamen, en dreef den koetsier tot steeds +grooter spoed aan. Tot hun ongeluk vertoonde zich op een' zijweg van +het dorp, die uitkwam op den grooten weg, een rijtuig. Hij riep uit +dat alles verloren was, gebood haar zich dood te schieten en vuurde +zelf ook op haar. Het schot trof haar in de borst. Hij moet toen zeker +begrepen hebben wat hij had gedaan, en het rijtuig dat hem verschrikt +had zal een anderen kant uit zijn gereden. Hoe het ook zij, hij liet +stil houden, droeg mijne gewonde tante bloedend uit het rijtuig, legde +haar op den weg en joeg verder. Tot haar geluk kwamen er spoedig +eenige boeren voorbij, die haar opnamen en naar den geestelijke +droegen. Deze verbond haar zoo goed mogelijk en liet een' dokter +halen. De wond bevond zich aan de rechterzijde van de borst (tante +heeft mij het litteeken eens laten zien), en was niet gevaarlijk. + +"Toen zij herstellende was, nog steeds zwanger, kwam haar man, en +nadat hij den geestelijke de geschiedenis verteld had, hoe ongelukkig +zij gewond was, vroeg hij haar te mogen zien. + +"Dat wederzien werd vreeselijk. Listig als alle krankzinnigen, +deed hij alsof hij berouw had, en nadat hij vrij lang bij haar had +gezeten en over allerlei onderwerpen had gesproken, maakte hij van +een oogenblik dat zij alleen werden gelaten gebruik om zijn voornemen +uit te voeren. Alsof hij bezorgd was voor hare gezondheid, vroeg hij +of zij haar tong eens wilde uitsteken. Toen zij het deed, greep hij +er naar met de eene hand, met de andere nam hij een scheermes, dat +hij had meegenomen, en wilde haar de tong afsnijden. Zij verweerde +zich wanhopig, wist zich los te rukken, schreeuwde om hulp, menschen +kwamen aangeloopen, grepen hem en voerden hem weg. + +"Van dien tijd af was hij volslagen krankzinnig; hij moest van zijne +vrouw worden verwijderd en naar een gesticht gebracht. + +"Kort na deze gebeurtenissen keerde mijn tante naar haar ouderlijk +huis in Petersburg terug. Daar beviel zij van een dood kindje. Uit +angst voor de gevolgen verzweeg men het haar en gaf haar het kind van +de vrouw van hun kok, dat op dien zelfden dag geboren was. Dat meisje +was Paschenka, die later bij ons woonde en al een groot meisje was +toen zij in mijn' gedachtenkring trad. Ik weet niet wanneer men het +haar vertelde, maar toen ik haar leerde kennen, wist zij al dat zij +geen dochter van mijne tante was. Tante Alexandra bleef eerst bij hare +ouders, kwam toen bij ons, werd na den dood van vader onze voogdes +en stierf toen ik twaalf jaar was in het klooster Optinaja Poestienja. + +"Mijne tante was eene oprecht godsdienstige vrouw. Het liefst hield +zij zich bezig met het lezen van heiligenlevens, of sprak zij met +pelgrims, joerodiewi's, monniken en nonnen. Sommigen van deze lieden +woonden altijd in ons huis, de anderen kwamen ons slechts nu en +dan bezoeken. Maria Gherasimowna, die in haar jeugd, vermomd als +joerodiewi, had rondgetrokken, de peet van mijne zuster Maria, was +een dergenen die altijd bij ons woonden. Zij werd peettante van mijne +zuster, omdat mijn moeder, die na haar vier jongens graag eene dochter +wilde hebben, het haar beloofd had, indien het haar gelukte van God een +meisje af te smeeken. De dochter kwam, zij werd peet en woonde daarna +gedeeltelijk in het vrouwenklooster te Toela, gedeeltelijk bij ons. + +"Tante Alexandra was niet slechts godsdienstig voor het oog der +wereld, hield niet slechts de vastendagen of trachtte in aanraking +te komen met heilige menschen, zooals met den grijsaard Leonid in +Optinaja Poestienja, maar zij leidde ook een oprecht christelijk +leven. Zichzelf ontzegde zij alle weelde, geen' dienst vorderde zij, +maar anderen diende zij zooveel het in haar vermogen stond. Geld had +zij nooit omdat zij alles wat zij bezat weggaf. + + + +"De kamenier Gascha, die na den dood van mijne grootmoeder bij tante +Alexandra kwam, vertelde mij, dat tante, als zij 's morgens naar de +vroegmis ging, op de teenen langs haar heen sloop, om haar niet te +wekken, en al die bezigheden zelf verrichtte, die gewoonlijk eene +kamenier doet. + +"Wat kleeding en voeding betreft was zij nog eenvoudiger dan men +zich kan voorstellen. Hoe onaangenaam het mij ook is, moet ik toch +vertellen dat ik mij herinner, dat tante Alexandra steeds een zure +lucht bij zich had, waarschijnlijk een gevolg van de onreinheid harer +kleeding. En dat was nu die sierlijke, poëtische Aline, met haar +mooie duivenoogen, die Fransche verzen las en overschreef, op de harp +speelde en zeer in trek was op de voornaamste bals! Ik herinner mij, +dat zij altijd even vriendelijk was, zoowel met de voornaamste heeren +en dames als met monniken, pelgrims en nonnen. Haar zwager Joeschkoff +plaagde haar altijd, en zond eens uit Kazan aan haar adres eene groote +kist. In die kist bevond zich weer eene kist, en daarin weer een derde, +en zoo ging het voort, totdat er een klein doosje overbleef, waarin, +gepakt in watten, een kleine porseleinen monnik lag. + +"Ik herinner mij nog hoe hartelijk vader lachte toen hij haar het +poppetje bracht, en het vriendelijk goedige lachje op haar stralend +tevreden gezicht. Haar godsdienst verhief haar geest zoo boven al het +bestaande, dat zij zich nooit boos maakte of treurig werd; immers, +de wereldsche zaken hadden voor haar niet het gewicht dat anderen +er aan hechten. Toen zij onze voogdes werd, zorgde zij voor ons, +maar niet met hart en ziel. Alles moest achterstaan bij den dienst +van den Heer, zooals zij dien dienst begreep." [28] + + + +Zooals boven gezegd is, woonden de jongste kinderen, Dmitri, Leo en +Maria, met hunne tante Tatjana op het land, terwijl de twee oudsten, +Nikolaas en Sergius, met hunne voogdes Alexandra Ilinitschna, te Moskou +waren gebleven. De geheele familie vereenigde zich in den zomer te +Jasnaja Paljana. Zoo vergingen de jaren 1838 en 1839 en naderde 1840, +het jaar van den hongersnood. De oogst was zóó slecht, dat de Tolstoi's +brood moesten koopen voor hunne boeren-lijfeigenen. De gelden daarvoor +werden verkregen door den verkoop van het landgoed Njeroetsch, dat +zij door erfenis hadden verkregen. + +Het rantsoen voor de paarden moest worden verminderd en haver kregen +zij in 't geheel niet meer. Tolstoi herinnert zich nog, dat zij, +kinderen, het zoo jammer vonden voor hun lieve paardjes. Zij gingen +daarom stil naar het land waar de haver stond en, geheel onbewust van +het kwaad dat zij deden, rukten zij die uit den grond, namen handen +vol mee naar huis en voerden er hunne paarden mee. + +In den herfst van 't jaar '40 trok de geheele familie naar Moskou, +waar zij ook den winter van '40/41 doorbrachten; maar 's zomers +begaven zij zich weer naar Jasnaja Paljana. + +In den herfst van dat jaar overleed hunne voogdes, gravin +A. I. Osten-Sacken. Alexandra Ilinitschna stierf in het klooster +Optinaja Poestienja. In den tijd dat zij daar was waren de kinderen +met Tatjana Jergolskaja te Jasnaja Paljana. Toen het bericht kwam, +dat tante Alexandra was overleden, reisde Tatjana er dadelijk heen. Den +tijd, die nu kwam, zouden de kinderen niet licht vergeten. Zij bleven +achter met hun' onderwijzer, Feodor Iwanowitsch, de oude Maria, +die eene halve Joerodiewi was, en een aardigen zwarten hond, waarmee +zij altijd speelden. Zoo werd er eens een hooge troon gemaakt en de +hond er opgezet, die er echter telkens afsprong. Midden in 't spel +begon hij op eens te huilen en kroop onder een' stoel. Het bleek, +dat hij een' poot had gebroken. Hunne vertwijfeling was groot en zij +begonnen allen jammerlijk te weenen. Deze indruk smolt naderhand te +samen met de herinnering aan het eentonige lezen der psalmen door Maria +Gherasimowna en het doodsbericht van hunne tante Alexandra Ilinitschna. + +Pelageja Ilinitschna, getrouwd met den landeigenaar W. J. Joeschkoff, +reisde dadelijk na den dood van hare zuster naar de kinderen op +Jasnaja Paljana. De oudste broer, die toen juist één jaar student was, +ontving haar met de woorden: "Ne nous abandonnez pas, chère tante, +il ne nous reste que vous au monde." Tante, tot tranen geroerd, +besloot zich op te offeren. Wat zij onder dat woord verstond is niet +heel duidelijk, maar zeker is het, dat zij dadelijk weer naar Kazan +terugging, eenige schuiten bestelde en daar alles op laadde wat zij +maar van Jasnaja Paljana weg kon sleepen. Zelfs de bedienden nam +ze mee: den meubelmaker, schoenmaker, slotenmaker, kok, behanger, +enz. Bovendien kregen de jonge Tolstoi's ieder een' lijfeigene, +ongeveer van hun eigen leeftijd, voor hun specialen dienst. + +Wanjoescha, een van deze bedienden, volgde Tolstoi later naar den +Kaukasus en leeft nu nog stil bij zijne dochter te Toela. + +Leo Tolstoi was ongeveer twaalf jaar toen het bovenstaande +voorviel. Het was een leventje op zich zelf. Alles en allen werden +in den herfst op groote wagens gepakt en verhuisden van Toela naar +Kazan. Onderweg werd nu en dan op een weide of in een bosch halt +gemaakt. Dan werden er bessen geplukt, men ging wandelen en baden. + +Het scheiden van tante Tatjana viel heel zwaar. Deze tante leefde +niet op den besten voet met tante Pelageja, en wel omdat de man van +deze laatste in zijne jeugd verliefd was geweest op Tatjana, haar +ten huwelijk had gevraagd en was afgewezen. Tante Palageja kon het +haar nog steeds niet vergeven, dat zij eens de liefde van Joeschkoff +had bezeten. Voor 't oog der wereld echter was de verstandhouding +allerliefst. + +Van Wladimir Joeschkoff zegt men te Kazan, dat hij een ontwikkelde, +verstandige man was, altijd vroolijk, goedhartig en steeds geneigd +tot plagen en schertsen, eene eigenschap die hem tot zijn' dood +toe bijbleef. + +Pelageja stond ook bekend als eene goede, maar niet al te verstandige +vrouw. Zij was zeer godsdienstig en ging na den dood van haar' man naar +het klooster Optinaja Poestienja. Daarna woonde zij eenigen tijd in +het vrouwen-klooster te Toela, kwam vervolgens naar Jasnaja Paljana, +waar zij ziek werd en stierf. + +In den loop van haar lang leven volgde zij streng de voorschriften +van de kerk der rechtgeloovigen. Op haar 80ste jaar evenwel, bij +'t naderen van den dood, werd zij bang en wilde niets hooren van het +ontvangen der Heilige Sacramenten en werd boos op iedereen die er op +aandrong, daar zij niet aan den dood herinnerd wilde worden. + +De Amerikaansche schrijver E. Schyler, die Rusland bereisd +heeft, bezocht Leo Tolstoi in het jaar 1868 en vertelt in zijne +gedenkschriften het volgende van zijne kennismaking met de familie +Joeschkoff. + +Schyler maakte kennis met Joeschkoff te Kazan. "Ik werd +ontvangen," vertelt hij, "in een mooi huis en gaf mijn kaartje +en een' aanbevelingsbrief aan een' bediende, die zich ermee +verwijderde. Terwijl ik wachtte zag ik, dat de nog ongeopende brief +op een' stoel werd gelegd. Eindelijk kwam de generaal binnen, een +reeds oude, maar nog flinke man met een goed, sympathiek gelaat. Hij +noodigde mij uit te gaan zitten, deed hetzelfde en zei na een paar +onverschillige woorden: + +"Ik veronderstel, dat gij mij een' brief hebt meegebracht van mijn' +neef Leo? Waar is die?" + +"Ik denk dat gij er op zit." Hij stond op, vond den brief en reikte +hem mij over met de woorden: + +"Wees zoo goed hem mij voor te lezen; ik ben volslagen blind." + +"Het was een moeilijk geval, want de brief behelsde veel goeds +van mij; maar ik kon er niets aan doen en sloeg toch nog een heel +eindje over. Het spijt mij altijd nog dat ik den ouden heer dien +brief terug heb gegeven. Ik had hem in mijn zak moeten steken om +hem als een aandenken te bewaren. In eene andere kamer stonden twee +piano's. Op een vraag van mij antwoordde de generaal, dat hij vroeger +een groot liefhebber van muziek was geweest. Al zijne kinderen had +hij muziek laten leeren, maar nu hij oud en blind was geworden gingen +zij den geheelen winter naar Petersburg en lieten hem alleen. Ik +overreedde hem mij iets van Mozart en Beethoven uit het hoofd voor +te spelen. Daarop gingen wij naar den tuin en in die twee uren, die +ik bij hem doorbracht, vertelde hij mij veel interessante dingen, +maar dat, wat ik wilde weten, vertelde hij mij niet." + +Op Jasnaja Paljana maakte Schyler ook nog kennis met Pelageja +Joeschkoff. Van haar vertelt hij: + +"Nadat ik Tolstoi 's avonds mijne ontmoeting met Joeschkoff had +verteld, werd ik den nacht daarop om 4 uur wakker door het geluid +van voetstappen in de gang. Mijne deur ging open, en in de meening +dat er iets gebeurd was en de knecht mij kwam wekken, riep ik: +'Wat is er?' De deur ging weer dicht en ik hoorde een stem in het +Fransch zeggen: 'Ah, un homme dans mon lit'. Nogmaals ging de deur +open en een heer met eene kaars in de hand verscheen en vroeg: +'Sergius, ben jij het?'--'Neen,' antwoordde ik, ik ben een gast +hier in huis.' Hij lachte, verontschuldigde zich en ging weg. Ik +had een heel scherp gehoor en zoo hoorde ik hen overleggen, dat +iemand niet in de logeerkamer, maar op den divan zou gaan slapen, +zoolang de familie nog boven was. Ik begreep dadelijk, hoe de vork +in den steel zat. Ik was uitgenoodigd ongeveer een week te blijven +logeeren tot aan de terugkomst van mevrouw Joeschkoff, de tante van +den graaf, en bewoonde nu hare kamer. Zij was vroeger dan het plan +was en onaangemeld teruggekomen en had eene vriendin meegenomen. Daar +de deuren in een Russisch huis bijna nooit 's nachts gesloten zijn, +waren zij binnengekomen zonder te kunnen vermoeden, dat ze een ander +zouden wakker maken. + +"Van Iwan, die mij 's morgens thee kwam brengen, hoorde ik, dat ik +goed had geraden. Ik pakte daarom dadelijk mijn zaken bij elkaar om +dienzelfden dag nog te kunnen vertrekken. Toen ik tegen elf uur beneden +kwam voor de morgenkoffie, vond ik in het salon mevrouw Joeschkoff +geheel alleen, zoodat ik mij zelf moest voorstellen. Waarschijnlijk +had men haar de nachtelijke geschiedenis al opgehelderd, want zij zei +lachend: 'Dus u bent in 't voorjaar in Kazan geweest en u hebt mijn +man gezien, die u verteld heeft dat hij geheel blind is. Ik verzeker +u evenwel dat daar geen woord van waar is. Hij ziet even goed als u +en ik. Dat is een van zijn gewoonten om zich interessant te maken.' + +"Ik antwoordde, dat hij volgens mijn meening wel degelijk blind was, +maar kon haar niet overtuigen. Graaf Tolstoi vertelde mij, dat zij +gescheiden van haar man leefde en, hoewel ze hem in geen twee jaar had +gezien, toch in eene vriendschappelijke verhouding tot hem stond" [29]. + + + +Tolstoi heeft in eenige zijner werken, die, volgens onze meening, +een autobiographisch karakter dragen, den gang van zijne ontwikkeling +als knaap beschreven. + +Eene eigenschap, die veel bij kinderen voorkomt, en blijkbaar bij +Leo Tolstoi zeer sterk was ontwikkeld, was zijne met eigenliefde +verbondene schuchterheid. + +De menschen scheiden dikwijls deze twee eigenschappen van elkaar, +prijzen de eene, laken de andere, en daarbij vormen zij toch samen de +twee zijden van één medaille. Zij zijn even onafscheidelijk als oorzaak +en gevolg. Iemand is schuchter omdat hij eigenliefde bezit, en de +schuchterheid op haar beurt versterkt deze weer. Zulke gevoelens komen +meestal in den beginne voort uit weinig beteekenende oorzaken, b.v. uit +het besef dat ons voorkomen niet zeer aantrekkelijk is. Tolstoi zegt +hierover, zichzelf beschrijvende onder den naam van Nikoljenka: + +"Ik had een vreemd begrip van mooi, ik vond zelfs Karel Iwanowitsch +een van de mooiste mannen van de wereld, maar dat verhinderde niet, +dat ik heel goed wist, dat ik zélf leelijk was. Iedere aanmerking op +mijn uiterlijk kwetste mij daarom ook. + +"Dikwijls had ik oogenblikken van vertwijfeling; ik verbeeldde mij, +dat er geen geluk bestaanbaar was voor iemand met zoo'n breeden neus, +zulke dikke lippen en zulke kleine grijze oogen als ik. Alles wat ik +bezat en alles wat ooit het mijne zou worden had ik willen geven om +mooi te zijn." [30] + +Zoodra de mensch den blik slaat op zich zelf, ontwaken in hem +tegenstrijdige gevoelens. Is hij verstandig en zedelijk ontwikkeld, +dan moet hij zijne tekortkomingen voelen en hieruit weer ontstaat de +drang naar zelfvolmaking zoowel in- als uitwendig. + +Dezen strijd nu van het kind, den knaap en den jongeling heeft Tolstoi +ons geschilderd in de persoon van Nikoljenka Istjeneff, waarmee hij +ons tevens een blik laat slaan in zijn diep, rijk gevoelsleven. + +In een gesprek met een' vriend vertelt Tolstoi dat hij, van knaap +jongeling geworden, geheel onder den invloed stond van zijn' broer +Sergius, dien hij verafgoodde en in alles trachtte na te volgen. In het +einde van zijn jongelingsjaren was het Nikolaas die grooten invloed op +hem uitoefende, en van wien hij wel is waar niet zoo hartstochtelijk, +maar beter hield. + +De liefde die Tolstoi zijn' broeder Sergius toedroeg, heeft tot +materiaal gediend voor de in _Kinderjaren_ voorkomende beschrijving van +een dergelijke verhouding tusschen Nikolenka Istjeneff en Sergius Iwin. + +Hier volgt hetgeen hij ons met zulke heldere kleuren schildert. + +"Hij trok mij onwederstaanbaar aan. Er was een tijd dat ik geen andere +wenschen had, dan hem te zien, en zag ik hem dan was ik gelukkig. Als +ik hem in een paar dagen niet ontmoette werd ik onrustig en treurig. Al +mijn droomen gingen uit naar hem. Wanneer ik ging slapen, dan hoopte ik +van hem te droomen, en ontwaakte ik, dan stond zijn beeld mij dadelijk +weer voor oogen, en zelfs dit beeld liefkoosde ik in gedachten en +aanbad het als een hooger wezen. + +"Over deze groote liefde sprak ik met niemand, daarvoor was zij mij +te heilig. + +"Misschien verveelde het hem, altijd mijn onrustige oogen op zich +gericht te zien; wellicht ook voelde hij eenvoudig geen sympathie +voor mij, maar het is zeker dat hij veel liever met Walodja sprak +en speelde, dan met mij. Hoe het ook zij, ik was tevreden, verlangde +niets meer, vroeg niets meer en was ten allen tijde bereid mij voor +hem op te offeren." [31] + +"Onder den familienaam Iwin beschreef ik de zoontjes van graaf +Poeschkin, van welke juist dezer dagen Alexander is gestorven. Hij +was het, van wien ik in mijne jeugd zoo heel veel heb gehouden. Ons +geliefkoosd spel was: soldaatje spelen." [32] + +De overgang van kind tot knaap schildert Tolstoi ons op de volgende +wijze: "Is het u wel eens gebeurd, lezer, dat gij op een zeker tijdstip +van uw leven plotseling een geheel anderen blik op de dingen kreegt, +alsof alles wat gij tot nu toe gezien hadt, zich aan u vertoonde van +eene u geheel onbekende zijde? Iets dergelijks heb ik ondervonden +gedurende mijne eerste reis. Van dien tijd af reken ik ook, dat mijn +jongensjaren zijn begonnen. + +"Voor het eerst van mijn leven kwam de gedachte bij mij op, dat wij +(d.w.z. onze familie) niet alleen op de wereld waren, dat er nog +andere belangen bestonden dan de onze en dat er menschen leefden, +die niet alleen niets met ons gemeen, maar die zelfs geen besef van +ons bestaan hadden. + +"Natuurlijk heb ik dat alles vroeger ook geweten maar anders, onbewust, +ik voelde het niet." [33] + +Vroeg reeds openbaarden zich bij den knaap de filosofische gedachten, +den weg voorbereidende waarlangs dat groote verstand zich zou +ontwikkelen. + +"Men zal het nauwelijks gelooven," zegt Tolstoi, onder den naam +Nikoljenka, "welke mijne geliefkoosde overpeinzingen waren toen ik een +jongen was, zoo weinig waren zij in overeenstemming met mijn leeftijd +en omstandigheden. Volgens mijne meening echter is juist dit groote +verschil tusschen de omstandigheden van den mensch en den gang zijner +gedachten het grootste bewijs van de juistheid dezer laatste. + +"...Het geluk, zoo dacht ik eens, hangt niet af van de uiterlijke +omstandigheden maar van de wijze waarop wij het beschouwen. Een mensch, +die gewend is aan ongeluk, kan niet ongelukkig zijn, en om mij zelf +van deze waarheid te overtuigen, dwong ik mij, ondanks de heftige pijn, +eene zware dictionnaire vijf minuten in de uitgestrekte hand te houden +of sloeg ik mij met een touw op den blooten rug tot de tranen mij in +de oogen sprongen. + +"Een andermaal bedacht ik plotseling dat de dood mij ieder oogenblik +kon overvallen. Ik begreep niet, dat alle menschen dat niet eerder +hadden ingezien, en nog op andere wijze gelukkig trachtten te worden, +dan door van het oogenblik te genieten. Onder den invloed van die +gedachte verwaarloosde ik mijne lessen en deed een paar dagen niets +anders dan op mijn bed liggend eenige romans lezen en honingkoekjes +eten, die ik voor mijn laatste geld gekocht had. + +"Eens teekende ik met krijt verschillende figuren op het +bord. Plotseling trof mij de gedachte: 'Waarom doet de symmetrie +ons oog zoo aangenaam aan? Wat is eigenlijk symmetrie?' en ik +antwoordde mijzelf: 'dat is iets dat ons is aangeboren'. 'Waarop is +zij gegrond? Is alles in de wereld symmetrisch?' 'Integendeed: dit +is het leven,' en ik teekende op het bord een groot ovaal figuur. 'Na +dit leven gaat de ziel de eeuwigheid in; hier is de eeuwigheid,' en ik +trok eene lijn van het ovale figuur af tot aan het uiterste eind van +het bord. Waarom kan ik nu aan den anderen kant ook niet zoo'n lijn +trekken en hoe is een eeuwigheid bestaanbaar die zich maar naar één +kant uitstrekt? Wij hebben ongetwijfeld reeds bestaan vóór dit leven, +al hebben wij ook de herinnering daaraan verloren." + +"Geen van deze filosofische gedachten," vervolgt Tolstoi, "heeft mij +zoo meegesleept als het scepticisme, dat mij gedurende eenigen tijd +in een toestand heeft gebracht, grenzende aan krankzinnigheid. Ik +verbeeldde mij, dat er behalve ik zelf, niemand en niets op de wereld +bestond, dat voorwerpen geen voorwerpen maar denkbeeldige dingen waren, +die ik slechts zag als ik mijn opmerkzaamheid er op richtte, maar die +weer verdwenen, zoodra er ik niet meer aan dacht. In één woord, ik +deelde de overtuiging van Schelling, dat het niet de voorwerpen zijn +die bestaan, maar onze betrekking tot hen. Er waren oogenblikken dat +ik, half krankzinnig onder den invloed dier gedachten, mij plotseling +omkeerde, in de hoop eene woestijn, het 'néant', te zien dàar waar +ik zelf niet was." [34] + +Het boek _Jongensjaren_ eindigt met de beschrijving van de vriendschap +tusschen Nikoljenka en Njechloedoff [35] en toont ons het ideaal, +dat Tolstoi zijn geheele leven voor oogen heeft gehad en dat hem bij +zal blijven tot aan het einde zijner dagen. + +"Het spreekt van zelf, dat ik onder Njechloedoffs invloed ook +zijne principes was toegedaan, die hierin bestonden dat hij de deugd +verafgoodde en overtuigd was, dat het de bestemming van den mensch is, +steeds meer en meer naar het volmaakte te streven. Het leek ons zoo +gemakkelijk het geheele menschdom te verbeteren en allen te bevrijden +van ongeluk en ellende; zoo eenvoudig ons zélf te verbeteren, deugdzaam +te worden en gelukkig te zijn." [36] + +Het is zeker, dat deze neiging tot abstracte dingen, deze +teruggetrokkenheid en schuchterheid, dit streven naar het ideale, +eigenschappen, die den knaap reeds kenmerkten, den grondslag legden +voor de vorming van de harmonische gedachten van den grootschen +kunstenaar, die de kiem daarvan reeds bij zich droeg in het tijdperk +van zijn jongensjaren. + + + +Leo Tolstoi werd opgevoed in een patriachaal-aristokratischen, op zijne +wijze godsdienstigen, kring. Zijne gevoelige kinderziel nam altijd +op wat hem het mooiste scheen en hij was oprecht godsdienstig. [37] +Maar deze gewoonte-godsdienst vervloog bij de eerste kennismaking +met het geloof der rede. + +In zijn werk _Biecht_ vertelt Tolstoi het volgende van zijne +godsdienstige opvoeding, toen hij nog een jongen was. + +"Ik werd gedoopt en opgevoed in de leer der rechtgeloovigen, maar +toen ik achttien jaar was en mijn tweede studiejaar inging, geloofde +ik reeds niets meer van hetgeen men mij geleerd had. + +"Afgaande op mijne herinneringen heb ik eigenlijk nooit ernstig +geloofd; ik had slechts vertrouwen in hetgeen de grooteren mij +predikten, maar zelfs dat vertrouwen stond niet vast. Ik herinner mij +nog--ik was toen elf jaar--dat op een Zondag Walodjenka M. bij ons kwam +en ons als laatste nieuws een ontdekking, gedaan op het gymnasium, +openbaarde, n.l. dat er geen God bestond en dat alles wat men ons +daaromtrent leeraarde verzinsel was. Dit gebeurde in 1838. + +"Ik weet nog, dat het nieuws mijn oudere broers sterk interesseerde, +dat zij mij ook aan de beraadslagingen lieten deelnemen en dat wij de +conclusie trokken, dat het zeer opmerkelijk en zeer aannemelijk was." + +Wij weten, dat deze rationalistische overwegingen de kern van zijn +geloof niet raakten. Dit bleek bestand te zijn tegen de ruwste +levensstormen en wees hem ten slotte den weg naar de waarheid. + +Het is voor ons niet onbelangrijk eens na te gaan welke schrijvers, +volgens Tolstoi's eigen opgave, invloed op hem hebben uitgeoefend in +zijne jeugd, d.w.z. ongeveer tot zijn 14de jaar. Hier volgt de lijst: + + +Namen der werken: Graad van invloed: + +De geschiedenis van Jozef uit den Bijbel. Buitengewoon groot. +De verhalen van de Duizend-en-één nacht. + (De veertig roovers en Prins Kameralzaman). Groot +De zwarte kip van Pogorjelski. Zeer groot +Russische verhalen: + Dobrinja Ninititsch--Ilija Moeromjetz-- + Aljescha Ispowitsch. Buitengewoon groot +Volkssprookjes. Buitengewoon groot +Het gedicht van Poeschkin: Napoleon. Groot. + + +Nu zullen wij eenige voorvallen aanhalen uit Tolstoi's jongensjaren, +zooals wij die gehoord hebben van hem zelf en van zijne familie. Ook +bezitten wij gegevens uit andere bronnen, die wij aan kritiek +onderworpen en gebruikt hebben voorzoover wij ze geloofwaardig +bevonden. Het is echter onmogelijk, deze verhalen in chronologische +volgorde te plaatsen. + +"Ik herinner mij," vertelde Tolstoi, "dat wij, toen vader nog leefde, +in 't begin van ons verblijf te Moskou, een paar prachtige vurige +paarden hadden. + +"Mitka Kopiloff was onze koetsier en tevens vaders rijknecht. Hij +was een flink ruiter en jager, een uitstekend koetsier en bovenal een +onschatbare voorrijder, want bij onze vurige paarden was een jongen +niet vertrouwd en een oude voorrijder staat niet mooi. Mitka nu bezat +alle eigenschappen die een voorrijder moet hebben en die men zelden +vereenigd ziet. Hij was licht gebouwd, niet te groot en behendig. + +"Eens had vader bevel gegeven de phaëton in te spannen. De +deuren van de poort gingen open en de paarden sprongen wild naar +buiten. Wij hoorden iemand roepen: 'de paarden van den graaf gaan op +hol!' Paschenka viel flauw en tante liep vlug naar grootmoeder om haar +gerust te stellen. Het bleek dat vader nog niet was ingestapt en Mitka, +die de paarden weer meester was geworden, keerde naar den stal terug. + +"Toen wij onze uitgaven moesten verminderen moest Mitka worden +weggedaan. Verschillende rijke kooplieden hadden hem, mooi als hij +er uitzag in zijn zijden buis en fluweelen koetsiersjas, graag voor +een groot loon willen hebben. + +"Nu trof het echter dat Mitka's broer onder dienst moest en zijn oude +vader hem noodig had voor het werk op het land van zijn' heer. Hij ging +naar huis en na verloop van een paar maanden veranderde die kleine, +fatterige Mitka in een grauwen boer, die zaaide en ploegde op het +land van zijn' heer en over 't algemeen het zware boerenleven leidde. + +"En deze omkeer geschiedde zonder morren, in het bewustzijn dat het +zoo moest zijn en niet anders." + +Voorvallen als deze bevorderden nog de liefde en achting, die Tolstoi +van zijn jeugd af aan het volk heeft toegedragen. + + + +De volgende gebeurtenissen hebben, volgens Tolstoi's eigen woorden, +de zaden van ontevredenheid en twijfel in zijne ziel gestrooid, +vooral van twijfel aan de oprechtheid der menschen, der "grooteren", +die hij vroeger onvoorwaardelijk geloofde. + +De kinderen Tolstoi waren, als verre bloedverwanten, gevraagd bij +den kerstboom van de familie Pipoff. Zij hadden toen hun vader +en grootmoeder reeds verloren en leefden onder de hoede van hunne +tante in betrekkelijk armoedige omstandigheden, zoodat zij weinig +aantrekkelijks voor de buitenwereld hadden. + +Hunne nichtjes, de kinderen van vorst Gortschakoff, den toenmaligen +minister van oorlog, waren ook uitgenoodigd, en de Tolstoi's moesten +met bitterheid het onderscheid opmerken, dat er gemaakt werd tusschen +hen en de meer welkome gasten. Zij werden afgescheept met goedkoope +prullen, terwijl de andere kinderen het mooiste en kostbaarste +speelgoed ontvingen. + +Het tweede voorval speelde ook in Moskou, op eene wandeling met +hun Duitschen gouverneur. Bij de kinderen (Leo was ongeveer 10 jaar) +bevond zich het dochtertje van de Fransche gouvernante van hun' buurman +Isljeneff. Het was een mooi, aantrekkelijk meisje. Zoo wandelende op +de Bolschaja Bronnaja, kwamen zij voorbij een poortje van een' tuin +die bij het huis Paljak hoorde. De poort was niet gesloten en half +angstig gingen zij er in, zelf niet wetend hoe het af zou loopen, +maar de tuin leek hun zoo buitengewoon mooi. Er was een vijver met +roeibootjes, vlaggen, bloemen, bruggetjes, kleine paadjes, prieeltjes, +enz. Zij liepen als in een' toovertuin. + +Eindelijk kwamen ze een' heer tegen, die zeide dat hij de eigenaar +was en Attascheff heette. Hij begroette hen vriendelijk en noodigde +hen uit hunne wandeling voort te zetten, liet hen roeien en was in +één woord zoo voorkomend, dat zij begonnen te gelooven, zeer welkome +gasten te zijn. Daarom besloten de kinderen een paar dagen later er +eens weer heen te gaan. + +Toen zij aan het poortje kwamen hield een oude man hen tegen en vroeg +wat zij wilden. Zij noemden hun naam en lieten zich bij den eigenaar +aanmelden. Joezjenka was nu niet bij hen. De man kwam terug met de +boodschap, dat de tuin particulier eigendom was en niet toegankelijk +voor het publiek. Zij gingen treurig weg en in hun jonge zieltjes rees +de vraag, waarom toch het mooie gezichtje van hun vriendinnetje zoo'n +grooten invloed kon hebben op hunne verhouding tot hunne medemenschen. + +Nu volgen eenige schetsjes, die de eigenaardigheid, of liever, de +excentriciteit van Tolstoi's karakter als jongen, in 't licht stellen. + +"Wij zaten eens aan tafel," vertelde mij Tolstoi's zuster. "'t +Was nog in Moskou, bij 't leven van grootmoeder, die zeer streng +was op de etiquette. Allen moesten wij in de kamer zijn voordat zij +verscheen. Wij waren er dan ook allemaal, behalve Leo, die maar niet +kwam. Grootmoeder bemerkte het en vroeg den gouverneur St. Thomas, +of hij ook wist waar Leo was. Deze antwoordde dat hij zeker bij het +toiletmaken op zijne kamer was opgehouden, maar ieder oogenblik +moest komen. Grootmoeder was gerustgesteld, maar onder 't eten +kwam de djadka [38] binnen en fluisterde St. Thomas iets in. Deze +verbleekte, stond op en verliet de kamer. Dat was zoo'n ongewone +inbreuk op onze strenge etiquette, dat wij allen begrepen dat er een +ongeluk moest zijn gebeurd, en daar Leo maar steeds niet verscheen, +moest hij er in zijn betrokken. Angstig zaten wij te wachten en +kregen spoedig de volgende verklaring: Leo--wij wisten niet waarom +(zooals hij nu zegt, alleen maar om iets bijzonders te doen, om +gewichtig te schijnen)--had zich voorgenomen om uit het raam van de +tweede verdieping te springen, en opdat niemand hem daarin zou kunnen +verhinderen, was hij opzettelijk alleen in de kamer achtergebleven, +toen de anderen aan tafel gingen. Hij klom in het open venster van de +bovenverdieping en sprong in den hof. Toen Leo naar beneden stortte, +stonden de kok en de keukenmeid juist voor het raam en begrepen +eerst niet wat er gebeurde; zij stuurden den huisknecht om eens te +gaan zien, en deze, buiten gekomen, zag Leo bewusteloos op den grond +liggen. Gelukkig had hij niets gebroken en alles liep af met een lichte +hersenschudding. De bewusteloosheid ging over in een diepen slaap, +die zestien uren aanhield en waaruit hij geheel gezond ontwaakte. Gij +kunt u onze schrik en ontsteltenis voorstellen bij deze onbezonnen +daad van den kleinen zonderling. + +"Eens haalde hij het in zijn hoofd zijn wenkbrauwen af te scheren, +waardoor hij zijn gezicht, dat toch al ver van mooi was, nog veel +leelijker maakte en waarvan hij naderhand heel veel verdriet heeft +gehad." + +"Een andermaal," vertelt Maria Nikolajewna, "zaten we in een troika +en reden van Pirochoff naar Jasnaja. Er werd even halt gemaakt. Leo +stapte uit en ging te voet verder. Toen wij verder zouden rijden was +Leo nergens te vinden. De koetsier zag in de verte zijn gestalte, +die zich meer en meer verwijderde. Wij reden verder, in de meening dat +hij in zou stappen als wij hem hadden ingehaald. Maar zoo gebeurde het +niet. Bij 't naderen van de troika verhaastte hij zijne schreden, en +toen deze hem op zij was zette hij het op een loopen en wilde blijkbaar +niet instappen. De troika reed heel vlug en hij liep ongeveer drie +wersten zoo hard als hij kon mee, totdat hij ten slotte geen kracht +meer had en het opgaf. Nat van zweet, geheel buiten adem, nam men +hem in de troika op, waar hij doodelijk vermoeid neerviel." + +Tolstoi's echtgenoote, gravin Sophie Andrejewna, heeft dikwijls +gebeurtenissen uit het leven van haar echtgenoot, die zij van hem +zelf of van zijne familie hoorde, opgeschreven en verzameld. Hoewel +tot onzen spijt deze arbeid niet is voleindigd, heeft hij voor ons +toch groote waarde. Met haar welwillende toestemming laten wij hier +eenige uittreksels volgen. + +"Afgaande op de verhalen van eene bejaarde tante en van mijn' +grootvader Iljeneff, die zeer bevriend was met den vader van mijn +man, was de kleine Leo een vreemd, zonderling kind. Hij kon b.v. de +zaal binnen komen en de aanwezigen begroeten met een achterwaartsche +buiging, met zijn hoofd achterover, terwijl zijn voeten over den +grond knarsten. + +"Op de vraag of hij goed geleerd had, kreeg ik zoowel van hem als +van anderen steeds ten antwoord: 'neen'." + +Tolstoi's zwager S. A. Bjers vertelt in zijne herinneringen het +volgende: + +"Volgens tante Pelageja kon men hem, toen hij nog een kind was, gerust +een' bengel noemen; als jongen was hij zeer eigenaardig en haalde de +vreemdste dingen uit, maar was daarbij vroolijk en opgewekt en had +een hart van goud. + +"Mijne tante, die nu overleden is, vertelde mij dat hij, in +_Kinderjaren_ zijne eerste liefde beschrijvende, heeft verzwegen, +dat hij eens het voorwerp van die liefde uit jalouzie van het balkon +heeft gestooten. De bewuste was mijne moeder, die toen negen jaar +oud was en, dank zij de buiteling, een langen tijd gebrekkig moest +loopen. Hij had het gedaan omdat zij niet met hem, maar met een ander +sprak. Later zeide zij dikwijls lachend: 'Je hebt mij zeker van het +balkon gestooten om met mijne dochter te kunnen trouwen.' + +"Zelf vertelde Tolstoi eens in zijn' familiekring en in mijne +tegenwoordigheid, dat hij, toen hij een jaar of zeven was, vurig +wenschte te kunnen vliegen. Hij verbeeldde zich, dat hij het best +zou kunnen door op zijn hurken te gaan zitten en dan met beide armen +zijne knieën te omvatten. Hoe stijver hij vasthield, des te hooger +zou hij kunnen vliegen." + +Verschillende autobiografische vertellingen kunnen wij vinden in +reeds vroeger verschenen boeken. Eenige zeer karakteristieke laten +we hier volgen. + +In de vertelling _Het oude Paard_ verhaalt hij, dat hij en zijne drie +broers verlof hadden gekregen om te gaan rijden. Men gaf hun daarvoor +het oude paard Woronok. Nadat de oudere broers er eerst van genoten +en het arme dier voldoende geplaagd hadden, kreeg hij het. + +"Toen het mijn beurt was," vertelde Tolstoi, "wilde ik mijn broers +eens toonen, hoe goed ik wel kon rijden. Ik spoorde het paard aan, +maar hoe ik mij ook inspande, het wou niet vooruit, en keerde naar den +stal terug. Ik werd boos, sloeg het dier met mijne zweep en schopte +het met mijne voeten in de zijden. Ik deed mijn best om het juist +daar te raken, waar ik wist dat het het meest pijn deed. Mijn zweep +brak ik er bij, toen sloeg ik met den knop. Woronok echter verwikte +niet en wilde niet verder. Toen keerde ik terug en vroeg mijn' djadka +een nieuwe sterke zweep. Maar deze zeide: + +"'Heer, gij hebt genoeg gereden, stijg nu af. Waarom het paard langer +te kwellen?' + +"Beleedigd antwoordde ik: + +"'Ik heb nog in 't geheel niet gereden. Geef mij een nieuwe zweep, +dan zult ge zien, hoe ik zal galoppeeren.' + +"Toen schudde hij zijn hoofd en zei: + +"'Ach, heer, medelijden kent gij niet. Waarom wilt gij het paard tot +spoed aanzetten? Men heeft het gekweld, het kan geen adem meer halen, +het is oud, zoo oud als Pimjen Timofjeïtsch. [39] Als gij op dien +gingt zitten en hem met de zweep zoudt aansporen, zoudt gij dan geen +medelijden hebben?' + +"Ik stelde mij den ouden Pimjen voor en gehoorzaamde den djadka. Ik +steeg af en toen ik zag, hoe het arme paard hijgde en met zijn half +uitgevallen staart heen en weer sloeg, begreep ik hoe slecht het er +aan toe was. Ik kreeg zoo'n medelijden met Woronok, dat ik een kus +op zijn bezweeten nek drukte en hem vergiffenis vroeg, omdat ik hem +zoo had geslagen." + +In _Hoe ik leerde paardrijden_ vertelt Tolstoi, dat hij eens met zijn +broers naar de manege ging om het te leeren. De eerste piqueur, die +zich verbaasde over zijne kleine gestalte, maar zijne vastberadenheid +zag, wilde hem zelf helpen, "Men bracht een klein bruin paardje voor +met korten staart. Het heette Tscherwentschik. De piqueur zei lachend: +'Nu kavalier, stijg maar op.' Ik verheugde mij en werd bang, doch deed +mijn best om dit niet te laten merken. Ik trachtte den stijgbeugel +te pakken, maar kon het niet, want ik was te klein. Toen nam hij +mij op, zette mij op het paard en zei: 'gij zijt niet zwaar, heer, +niet meer dan een paar pond.' Hij hield mij vast, maar daar ik zag +dat mijn broers los reden, wilde ik het niet meer hebben. 'Zijt ge +dan niet bang?' vroeg hij. Ik was het wel, maar zei: 'neen.' + +"Ik was vooral zoo bang omdat Tscherwontschik maar steeds zijne +ooren heen en weer bewoog; ik dacht toen, dat hij boos op mij was. De +piqueur liet mij los met de woorden: 'Nu, pas maar op dat gij er niet +af valt.' In het begin ging het stapvoets, en hield ik mij recht op, +maar het zadel begon zoo glad te worden en ik werd bang dat ik zou +vallen. De piqueur vroeg: 'zit ge reeds vast?'--'Ja,' zei ik.--'Nu, +dan in draf,' en hij klapte met de tong. Tscherwontschik ging in een +drafje over; ik begon op en neer te wippen, maar hield mij goed en +trachtte niet op zij te vallen. De piqueur prees mij: 'ei, zie dien +ruiter eens aan, goed zoo!' en ik was overgelukkig. + +"Op dat moment kwam een vriend van den piqueur en knoopte een gesprek +met hem aan, waardoor hij niet meer op mij lette. Plotseling voelde +ik, dat ik begon te glijden, ik wilde weer recht gaan zitten maar +kon niet. Ik wilde den piqueur roepen maar bedacht, dat het niet +goed zou staan. Ik keek naar hem om en wilde hem toch maar vragen +mij te helpen, maar hij lette niet op mij, hoewel hij riep: 'flink, +flink, kavalier!' Ik hing reeds geheel op één zij en werd bang, maar +schreeuwen wilde ik niet om de schande. Mijn paardje wierp mij nog +ééns omhoog, toen verloor ik mijn evenwicht en viel op den grond. + +"Tscherwontschik bleef staan. De piqueur draaide zich juist om, zag +mij niet meer op het paard en zei: 'daar hebben we het al, mijn ruiter +is gevallen.' Toen ik hem antwoordde, dat ik mij niet bezeerd had, +zeide hij lachend: 'een kinderlichaam geeft mee!' en ik, ik had wel +willen schreien, maar ik vroeg of hij mij weer op het paard wilde +zetten, en ik viel er niet meer af." + + + +En zoo werd het kind een knaap; nadenkend, schuchter, vatbaar +voor indrukken, zijn jonge hartje vol aanhankelijke liefde en toch +inwendig eenzaam, gescheiden van de zijnen door de hooge vlucht zijner +gedachten, die geen weerklank vonden in den kring die hem omringde. + + + + + + +ZESDE HOOFDSTUK. + +JONGELINGSJAREN. + + +Vijf jaren woonde de familie Tolstoi te Kazan. Iederen zomer trokken +zij, vergezeld van Pelageja Ilinitschna, naar Jasnaja Paljana, om +iederen herfst weer naar Kazan terug te keeren. + +Tolstoi bracht de grootste helft van zijne jongelingsjaren door bij +de familie Joeschkoff. + +Zijne oudere broers kwamen in 1841 te Kazan. De oudste, Nikolaas, ging +over van de Moskousche naar de Kazansche universiteit, volgde daar +den tweeden cursus van de tweede afdeeling der filosofische faculteit +en besloot zijne academische loopbaan in 1884. De beide andere broers +volgden den cursus van wat men tegenwoordig de mathematische faculteit +noemt. Deze kwamen aan in 1843 en eindigden hunne studie in 1847. + +Leo Tolstoi koos de Oostersche talen, in de meening dat hij later +in de diplomatie zou gaan. De voorbereiding voor deze studie duurde +van 1842-'44 en was niet gemakkelijk, daar voor het toelatingsexamen +reeds de Arabische en Turksch-Tartaarsche talen werden geëischt, +die in dien tijd aan het eerste gymnasium werden onderwezen. + +Deze moeilijkheden werden door Tolstoi glansrijk overwonnen. + +In het archief te Kazan worden alle stukken, die betrekking hebben +op Tolstoi's komst, verblijf en vertrek aan en van de universiteit, +bewaard. + +Deze documenten komen voor in _Graaf L. N. Tolstoi en zijn studietijd_ +van N. P. Zagoskin. Een van de belangrijkste is een verzoekschrift, +door Tolstoi zelf geschreven, waarin hij toelating vraagt tot de +universiteit. Als gevolg daarvan mocht hij het toelatingsexamen doen, +dat niet gunstig voor hem afliep, zooals blijkt uit het onderstaand +getuigschrift, dat hij na afloop ontving: + + + Godsdienst 4 + Algemeene en Russische + geschiedenis 1 ("Hier wist ik niets van") [40]. + Statistiek en + Aardrijkskunde 1 ("Nog minder. Ik herinner mij nog, + dat mij iets gevraagd werd van + Frankrijk. De voorzitter, Poeschkin, + die veel bij ons aan huis kwam, + wilde mij blijkbaar helpen: 'Nu, + zeg eens, welke zeesteden heeft + Frankrijk?' Ik kon er niet één + noemen" [41]). + Meetkunde 4 + Russische spraakkunst 4 + Logica 4 + Latijnsche taal 2 + Fransche taal 5 + Duitsche taal 5 + Arabisch 5 + Turksch-Tartaarsch 5 + Engelsche taal 4 + + +In zake de opname als student, vinden wij, dat graaf Leo Tolstoi +is geëxamineerd voor de afdeeling Oostersche talen, maar niet is +toegelaten. Aan dit document was toegevoegd: "Papieren teruggeven". + +Dit gebeurde in het voorjaar van 1844. Tolstoi nam zich voor in +den herfst een herexamen aan te vragen in de vakken die onvoldoende +waren gebleken. + +Zoo richtte hij dan in 't begin van Augustus het volgende +verzoekschrift aan den rector der universiteit: + + + Aan Zijne Excellentie den Heer Rector van de Keizerlijke + Universiteit te Kazan, benoemd professor, werkelijke stadsraad + Nikolaas Iwanowitsch Lobatschewski van Leo Nikolajewitsch + graaf Tolstoi. + + _Verzoekschrift._ + + In de maand Mei van dit jaar onderwierp ik mij, met nog andere + leerlingen van het eerste en tweede gymnasium, aan het examen + voor toelating tot de Universiteit te Kazan in de afdeeling + Arabisch-Turksche spraakleer. + + Daar het bij dit onderzoek bleek, dat mijne kennis van de + geschiedenis en statistiek niet voldoende was, zoo vraag ik + Uwe Excellentie eerbiedig heden opnieuw te worden toegelaten + tot het examen in die vakken. Hierbij heb ik de eer de + volgende stukken te voegen: 1e Geboorteakte, gegeven door + het Consistorium te Toela; 2e Copieën van bevestiging van de + adellijke afgevaardigden-vergadering, 3 Augustus 1844. Hetwelk + onderteekent de bovengenoemde + + Graaf Leo N. Tolstoi. + + +In margine, onder dagteekening van 4 Augustus 1844: Toegelaten tot +het aanvullingsexamen. De rector Lobatschewski. + + + +Hoe en wanneer Tolstoi examen deed is niet bekend, maar het is +zeker dat het ditmaal beter ging, want wij lezen aan den voet van +het verzoekschrift: + +Tolstoi toelaten tot de universiteit, als student voor eigen kosten, +in de afdeeling Arabisch-Turksche spraakleer. + +Zoo kwam Leo Tolstoi dus aan de universiteit. Zijn vrijen tijd bracht +hij door ten huize van zijne tante Joeschkoff en in den kring van +hare bekenden. Welken invloed deze omgeving op hem had zullen we +nader aantoonen. + +In Zagoskins werk _Leo Tolstoi en zijn studietijd_ wordt gezegd, +dat de kring waarin Tolstoi verkeerde eene verderfelijke was, die hem +ongetwijfeld instinctief moest afstooten. Eene opmerking van Tolstoi +zelf, bij de lezing van dit handschrift, leert ons het tegendeel: + +"Ik voelde in 't geheel geen afkeer," zegt hij, "en hield veel van +het vroolijke Kazan, waar toen een uitgelezen kring bijeen was." [42] + +Verder drukt Zagoski nog zijne bewondering uit, dat Tolstoi de kracht +bezat weerstand te bieden aan deze verleidingen. Hierbij merkt hij +het volgende op: + +"Integendeel, ik ben heel blij dat ik het begin mijner jongelingsjaren +heb doorgebracht in een kring, waar ik jong kon zijn met de jeugdigen, +mij niet bekommerende om de groote levensvragen, genietende van mijn +niets-doend, weelderig maar niet slecht bestaan." [43] + +Zagoskin geeft deze beschrijving van het eerste studiejaar: + +"De winter van het jaar 1844-'45, toen Tolstoi in zijne kwaliteit van +'jongmensch' zijne intrede in de wereld deed, kenmerkte zich door een +opgewekt gezelschapsleven. Bals, zoowel bij den gouverneur en bij de +eersten der stad, als in het Rodionowskische vrouwen-instituut (die +met groote liefde door E. D. Zagoskin werden voorbereid), dansavondjes, +maskerades in de adellijke club, tooneeluitvoeringen, levende beelden, +concerten enz., eindeloos in aantal, wisselden elkaar af. Als zoon +van goede familie, een' titel voerend, met uitstekende plaatselijke +connecties, kleinzoon van den gewezen gouverneur en een eventueel +echtgenoot in de naaste toekomst, was Leo Tolstoi overal een zeer +gewenschte gast." + +Ouden van dagen kunnen zich zijner nog herinneren op alle bals, +op alle avondjes, bij ieder vroolijk gezelschap, overal dansend, +maar geen dames-dienaar zooals velen van de hem omringende +studenten-aristokratie. Altijd kon men bij hem nog eene zekere +schuchterheid en stijfheid van manieren waarnemen. Hij dwong zich +klaarblijkelijk tot de rol, die hij nu eenmaal moest spelen, en waartoe +de omstandigheden van zijn leven te Kazan hem nolens-volens brachten. + +Natuurlijk had dat vele uitgaan een zeer slechten invloed op zijne +studie, zooals blijkt uit een aan Zagoskin ontleend getuigschrift +van zijn eerste halfjaarlijksch examen, waar hij niet doorkwam: + + + Vorderingen. Vlijt. + Bijbelsche historie 3 2 + Algemeene literatuurgeschiedenis Niet verschenen. + Arabische taal 2 2 + Fransche taal 5 3 + + +Dit niet-slagen bracht geen verandering in Tolstoi's vroolijk +leventje. Hij nam deel aan de feesten die in de vastendagen werden +gegeven, en met zijn' broeder Sergius aan twee liefhebberij-comedies +voor een liefdadig doel. + +Het resultaat van dat alles was, dat Tolstoi niet slaagde voor zijn +overgangs-examen, en nog een jaar aan denzelfden cursus zou moeten +deelnemen. Over dit toch niet ongelukkige examen spreekt Tolstoi op +de volgende wijze: + +"Het eerste jaar werd ik afgewezen voor de bevordering naar het +tweede jaar door den professor in de Russische geschiedenis Iwanoff, +die onaangenaamheden met mijne familie had gehad, hoewel ik niet één +college had gemist en de Russische geschiedenis kende; bovendien +kreeg ik 1 voor het Duitsch, hoewel ik meer van die taal wist dan +een van de studenten van onzen cursus." [44] + +Tolstoi wilde evenwel niet twee jaar denzelfden cursus volgen en +diende een verzoekschrift in om in de rechten over te mogen gaan, +hetgeen hem werd toegestaan. + +Het winterseizoen van 1845 begon weer met de tweedaagsche feesten ter +eere van het verblijf van hertog Maximiliaan Leichtenberg te Kazan, +wien een schitterende ontvangst werd bereid. + +"Ondanks dit vele uitgaan," vertelt Tolstoi, "begon ik mij ernstig +op de studie toe te leggen en dat verschafte mij waarlijk reeds +eenig genoegen. Behalve voor rechtsencyclopaedie en het strafrecht +(ik volgde met zeer veel belangstelling een college van den Duitschen +professor Vogel over de doodstraf), interesseerde ik mij zeer voor +het burgerlijk recht. Ook trok een arbeid, dien professor Meer mij +had opgedragen, n.l.: het vergelijken van Montesquieu's _Esprit des +lois_ met de _Instructies voor een nieuwen code_, van Catharina, +mij bijzonder aan" [45]. + +In Mei 1846 slaagde Tolstoi bij het overgangs-examen. Hij kreeg een +5 voor logica en psychologie; drie 4-en voor rechtsencyclopaedie, +voor het Romeinsche recht en voor het Latijn; vier 3-en voor algemeene +en Russische geschiedenis, theorie der spraakkunst en Duitsche taal +en drie 5-en voor gedrag. 't Gemiddelde cijfer bedroeg 3, en Tolstoi +ging dus over van den eersten naar den tweeden cursus. + +In dat jaar gebeurde het, dat Tolstoi straf kreeg en in den carcer +werd gezet. Deze episode wordt door zijn' vriend Nazarjeff beschreven, +hoewel niet geheel naar waarheid. De gesprekken evenwel zijn geheel +juist weergegeven. Wij zullen de aanteekeningen gebruiken, die Tolstoi +daarbij heeft gemaakt, waardoor natuurlijk alles in het ware licht +komt te staan. + +Leo Tolstoi werd met een vriend opgesloten, niet in het auditorium, +zooals Nazarjeff schrijft, maar werkelijk in den carcer met getraliede +ramen. Hij had een' kandelaar en kaarsen in zijne laarzen verborgen +en zij brachten er één of twee aardige dagen door. + +Wat betreft den koetsier, het paard, den knecht enz., dat is alles +in de verbeelding van Nazarjeff ontstaan. Het gesprek evenwel, door +hem beschreven, is geheel waar. Wij laten het hier volgen. + +"Ik herinner me," zoo begint Nazarjeff, "dat ik _Demon_ van Lermontoff +las. Tolstoi zag een geschiedenisboek van Karamzin naast mij liggen +en begon naar aanleiding daarvan op de geschiedenis af te geven als +het vervelendste en minst nuttige vak dat er bestond. + +"'Historie,' zei hij, en zijne woorden kwamen kort en scherp over zijne +lippen, 'historie is niet anders dan eene verzameling van sprookjes, +waar cijfers en eigennamen kunstig zijn doorheen gewerkt. De dood +van Igor, de slang die Oleg heeft gebeten, wat zijn het anders dan +sprookjes? En voor wie is het noodig te weten dat het tweede huwelijk +van Johan op 21 Augustus 1562 werd voltrokken, en het vierde, met +Anna Alexejewna, in 1517. Van mij echter wordt verlangd dat ik die +dingen weet, en blijf ik in gebreke dan krijg ik een 1. En hoe wordt +de historie geschreven! Alles wordt in een bepaalden vorm gegoten, +door den historicus uitgedacht. De "verschrikkelijke" Tsaar, waarover +professor Iwanoff juist college houdt, wordt na 1560 plotseling van +een deugdzamen, wijzen man, een ontoerekenbare, woedende tyran. Hoe +en waarom, daar moet men niet naar vragen....' Op deze wijze liet +mijn vriend zich uit. Het was mij of ik een stortbad had gekregen, +te meer daar geschiedenis mijn liefste vak is. Daarna gaf Tolstoi +zijne meening over de universiteit en de academische studie te +kennen. 'Tempel der wijsheid!' klonk het telkens smalend van zijne +lippen, en daarbij beschreef hij onze professoren op zulk eene wijze, +dat ik, hoeveel moeite ik ook deed om mij in te houden, het uit +moest schateren van het lachen. 'Wij verwachten,' vervolgde Tolstoi, +'dezen tempel als nuttige, bruikbare menschen te zullen verlaten. En +wat nemen wij mee van de universiteit? Denk daar eens over na en +antwoord me dan oprecht. Wat nemen we mee, als we ieder onzen eigen +weg gaan en naar ons dorp terugkeeren? Waarvoor kunnen wij gebruikt +worden en wie heeft eenig nut van ons?' + +"Onder zulke gesprekken verliep de nacht. Tegen het aanbreken van den +morgen ging de deur open en verscheen de bewaarder, die ons verklaarde, +dat wij vrij waren en naar huis konden gaan. + +"Tolstoi drukte zijne muts diep in de oogen, wikkelde zich in zijn +studentenjas, knikte bij wijze van groet even met zijn hoofd, schimpte +nog eens op den tempel en verdween, vergezeld door zijn' bediende en +den bewaarder. Ik haastte mij ook naar buiten, waar ik nu, zonder mijn' +celgenoot, met volle teugen de frissche morgenlucht inademde. + +"Mijn hoofd was vol gedachten, die voor mij nog geheel onbegrijpelijk +waren, en vol van twijfelingen die ik nooit gevoeld had, maar die +bij mij waren opgewekt door mijn' vriend uit de gevangenis." + +De drie broers Tolstoi, die tot nu toe bij hunne tante Pelageja hadden +gewoond, gingen in 1847 verhuizen, en betrokken kamers in eene woning +die tegenwoordig voor armenhuis dienst doet. Zij hadden vijf kamers +op de bovenste verdieping. + +In Januari 1847 nam Tolstoi nog eens deel aan het halfjaarlijksch +examen, maar trok zich voor een gedeelte terug. Blijkbaar beschouwde +hij het als eene onnoodige formaliteit en liep hij reeds met het plan +rond om de universiteit te verlaten. Spoedig na de Paaschvacantie +zond hij met dat doel een verzoekschrift in, dat wij in zijn geheel +van Zagoskin hebben overgenomen en hier laten volgen. + + + Aan Zijne Excellentie den Heer Rector van de Keizerlijke Kazansche + Universiteit, den werkelijken stadsraad Iwan Michaïlowitsch + Simonoff. + + Van den voor eigen rekening levenden student van den 2den cursus + der rechtsgeleerde faculteit, graaf Leo Nikolajewitsch Tolstoi. + + + _Verzoekschrift._ + + + Wegens geschokte gezondheid en huiselijke omstandigheden niet + langer wenschende den cursus aan de universiteit bij te wonen, + verzoek ik Uwe Excellentie eerbiedig mij af te schrijven als + student en mij mijne papieren mede te doen toekomen. Hetwelk + onderteekent de bovengenoemde + + + 12 April 1847. Graaf Leo Tolstoi. + + + +Ingevolge dit verzoekschrift gaf het bestuur het antwoord: "Tolstoi +ontslaan van de universiteit en hem een getuigschrift uitreiken." + +In het archief van de universiteit bevindt zich nog een duplicaat van +dit getuigschrift, dat voor ons van eenig belang is om de eigenaardige +wijze waarop datgene wat men niet wilde zeggen is omschreven. Hier +volgt de inhoud. + +"Brenger dezes, graaf Leo Nikolajewitsch, zoon van Tolstoi, na het +eerste elementaire onderricht genoten en na het geheele gymnasium +afgeloopen te hebben, werd ingeschreven als student aan de Universiteit +te Kazan voor den cursus van de Arabisch-Turksche talen. Welke +vorderingen hij gemaakt heeft is niet bekend, daar hij niet verscheen +op de jaarlijksche examens, reden waarom hij denzelfden cursus nog een +jaar moest volgen. Met toestemming van het college ging hij over naar +de juridische faculteit, waar hij groote vorderingen maakte: logica en +psychologie--zeer goed;--rechtsencyclopaedie, de geschiedenis van het +Romeinsche recht en Latijn--goed; algemeene en Russische geschiedenis, +theorie der spraakkunst en Duitsch--voldoende; hij ging over naar den +tweeden cursus, doch de vorderingen kunnen niet geconstateerd worden, +daar de examens nog niet zijn afgenomen. Het gedrag van Tolstoi was +gedurende zijn verblijf aan de universiteit uitstekend. Ingevolge +zijn verzoekschrift is hem om gezondheidsredenen verlof gegeven de +akademie te verlaten; reden waarom de bovengenoemde graaf Tolstoi, +zijne studie niet hebbende voleindigd, geen gebruik mag maken van +de rechten van een werkelijken student; volgens artikel 590 van het +Wetboek zal dit getuigschrift bij aanvaarding van een burgerlijk ambt +de vergelijking moeten doorstaan met de papieren van personen die +middelbaar onderwijs genoten hebben, en kan hij in aanmerking komen +voor civiel-ambtenaar 2e klasse. Dit getuigschrift, voorzien van de +vereischte handteekeningen en stempel der Kazansche Universiteit, +gegeven aan graaf Leo Tolstoi. + +"Gedaan op allerhoogst bevel. Op ongezegeld papier." + + + +"Tolstoi," zoo vertelt Zagoskin, "haastte zich uit Kazan weg te komen +en wachtte niet eens het examen van zijne broers Sergius en Dmitri +af. Hij reisde over Moskou naar Jasnaja Paljana. Den dag van zijn +vertrek verzamelde een kleine kring studenten zich ten huize van +de Tolstoi's. Een van dezen, die tot nu toe nog te Kazan woonde, +vertelde mij dat zij zijn afscheid feestelijk vierden en hem een +eindweegs vergezelden, n.l. tot over het riviertje Kazanka, waar zij +hem den laatsten groet brachten." + +Tolstoi liet aan de Kazansche universiteit nog een klein spoor +na. Vorst Dmitri Dm. Obolenski deelde mij onlangs mede, dat op de +bank waar Tolstoi gewoonlijk zat, de naam "graaf L. N. Tolstoi" +gevonden was, die er waarschijnlijk door hem zelf met een mesje of +met den nagel was ingekrast. + +De Duitscher R. Löwenfeld, die eene biographie van Tolstoi heeft +geschreven, vroeg hem eens, toen hij op Jasnaja Paljana vertoefde, +hoe het mogelijk was, dat hij, bij zijn grooten dorst naar wetenschap, +toch de universiteit had verlaten. + +"Juist in mijn' dorst naar wetenschap ligt waarschijnlijk de oorzaak," +antwoordde Tolstoi. "Wat de professoren ons leeraarden boezemde +mij weinig belang in. In den aanvang studeerde ik in de Oostersche +talen, maar maakte weinig vorderingen. Ik studeerde ijverig en las +een oneindig aantal boeken, maar alle in één richting. Wanneer een +vraagstuk mij belang inboezemt, dan bekijk ik het niet van links of van +rechts, maar van alle kanten en tracht het geheel te overzien, om er +een klaar begrip van te krijgen. Zoo was ik ook reeds te Kazan." [46] + +"Er bestonden twee redenen waarom ik de universiteit verliet: Ten +eerste dat mijn broers hadden afgestudeerd en weggingen, en ten tweede, +hoe vreemd het ook moge klinken, mijne studie over de _Instructies_ +en _l' Esprit des Lois_, die mij een nieuw veld voor zelfstandigen +gedachtenarbeid opende en waarbij de universiteit met hare vele +eischen mij hinderde." [47] + + + +De herinneringen van Tolstoi aan zijn' broeder Dmitri zijn verbonden +met eenige belangrijke bijzonderheden van het leven te Kazan. + +"Mitjenka (Dmitri) is een jaar ouder dan ik. Hij heeft groote, strenge, +zwarte oogen. Als knaap kan ik hem mij bijna niet herinneren. Ik weet +slechts uit de verhalen, dat hij als jongen heel grillig was. Men +vertelde mij b.v. dat hij boos werd als de njanja naar hem keek en +ook begon te schreeuwen als zij hem niet aanzag. Mijne moeder had er +veel verdriet van. Wij stonden het dichtst bij elkaar in leeftijd en +ik speelde veel met hem, maar toch hield ik meer van Sergius en van +Nikolaas. Wij gingen goed met elkaar om, en ik kan mij niet herinneren, +dat wij met elkaar vochten. Het zal wel eens zijn voorgekomen, maar +werd dan spoedig weer vergeten. Ik hield van hem met eene eenvoudige, +gelijkmatige, natuurlijke liefde, die om haar eenvoud geen indruk +heeft nagelaten. Ik geloof, of liever, ik ben er van overtuigd, want +ik heb het in mijne jeugd zelf ondervonden, dat de liefde tot de +menschen een natuurlijke toestand van de ziel is, of meer nog eene +natuurlijke betrekking tot alle menschen, en waar dit zoo is daar +bemerkt men haar niet. + +"De herinnering blijft behouden wanneer men niet van iemand houdt of +als men iemand vreest. Zoo was ik bang voor bedelaars, bang voor een +zekeren Wolkonski, die mij altijd kneep; ik geloof niet dat er nog +andere menschen waren, voor wie ik vrees koesterde. Ook blijft de +herinnering als men zeer veel van iemand houdt, zooals ik b.v. hield +van Tatjana Alexandrjewna, van mijne broers Sergius en Nikolaas, van +een zekeren Wassiliï, van de njanja Isajewna en van Paschenka. Van +Mitjenka's eerste jeugd herinner ik mij alleen maar dat hij vroolijk +was. Eerst in Kazan, waar wij heen gingen toen hij 13 jaar oud was, +begon ik zijne eigenaardigheden op te merken. Ik herinner mij, dat hij, +toen wij nog in Moskou waren, niet zoo gauw verliefd was als Sergius +en ik; hij hield niet van dansen, ook niet van militair vertoon (waar +ik later nog van zal spreken) en leerde goed en vlijtig. Ik weet nog, +dat onze leeraar, de student Palonski, eens van ons drieën zeide: +'Sergius wil en kan, Dmitri wil maar kan niet (dat was niet waar), en +Leo wil niet en kan niet.' Ik geloof dat dit laatste geheel waar was. + +"Ik had steeds Sergius als voorbeeld genomen en begon reeds mijne +reinheid te verliezen (dat zal ik ook later vertellen). Met mijn +uiterlijk hield ik mij reeds lang bezig en ik deed mijn best er geheel +_comme il faut_ uit te zien. + +"Mitjenka was heel anders; ik geloof dat hij niet een van die +gebreken had, die jongens op dien leeftijd eigen zijn. Hij was +ernstig, oplettend, rein, vlug besloten en wat hij deed, dat deed +hij met hart en ziel, maar hij was driftig. Toen het eens gebeurde +dat hij dat kettinkje inslikte, maakte hij zich, voor zoover ik het +mij herinneren kan, niet ongerust, terwijl ik nu nog weet hoe angstig +ik was, toen ik een pit van eene Fransche pruim had doorgeslikt, die +mijne tante mij had gegeven, en met hoeveel gewicht ik haar dat ongeluk +ging vertellen. Ik herinner mij nog, dat wij eens als kleine jongens +aan het sleeën waren op een afgelegen steilen heuvel (en wat was het +vroolijk!), toen iemand in plaats van den grooten weg te volgen, met +zijne troika [48] den berg opreed. Sergius en een boerenjongen, die +juist aan 't glijden waren, konden het sleetje niet meer tegenhouden +en geraakten onder de paarden. De kinderen kregen geen letsel en de +troika reed verder. Wij hadden het er druk over, hoe Sergius onder +het bijdehandsche paard was door gekropen en hoe het andere schrikte, +maar Mitjenka (hij was toen negen jaar) ging naar het rijtuig en +schold den voerman uit. Ik herinner mij, dat ik hem bewonderde, +maar dat de woorden die hij zei mij niet zeer bevielen, n.l. dat +het niet veroorloofd was daar te rijden, dat het geen rijweg was en +dat de koetsier verdiende daarvoor in den stal te worden geworpen, +hetgeen met andere woorden wil zeggen: te worden afgeranseld. + +"In Kazan, zooals reeds gezegd is, kwamen zijne bijzondere +eigenschappen meer aan het licht. Hij leerde altijd even goed, maakte +heel gemakkelijk gedichten en heel goede vertalingen van de werken +van Schiller, hoewel hij er niet veel aan deed. Hij dacht steeds bij +zijn werk, en was altijd rustig en ernstig. Eén maal herinner ik mij +echter dat hij de dolste dingen uithaalde; de meisjes vonden het +prachtig en ik werd jaloersch en dacht: 'dat komt zeker omdat hij +anders altijd zoo ernstig is,' en ik nam mij voor ook zoo te worden. + +"Het was een domme inval geweest van tante Pelageja, toen zij ons +ieder een' bediende van onzen eigen leeftijd gaf, Mitjenka kreeg +Wanjoescha (hij leeft nog), dien hij dikwijls slecht behandelde; ik +geloof zelfs dat hij hem wel eens sloeg. Ik zeg 'ik geloof,' omdat +ik het niet zeker weet, maar wèl herinner ik mij nog zijn berouw en +zijn nederig smeeken om vergiffenis. + +"Zoo werd Dmitri ongemerkt grooter, bemoeide zich weinig met de +menschen, en met uitzondering van zijne driftbuien was hij steeds +rustig en ernstig en keek met denkende, strenge, groote, zwarte oogen +de wereld in. Hij was lang, tamelijk mager, niet heel sterk, had +lange armen en een gebogen rug. Hij was een jaar jonger dan Sergius, +studeerde echter tegelijk met hem op en had als vak de meetkunde +gekozen omdat zijn oudere broeder dat ook had gedaan. Hoe hij er +zoo jong toe kwam weet ik niet, maar reeds in 't begin van zijn' +studententijd werd en leefde hij zeer godsdienstig. Dit leven bracht +hem natuurlijk met de kerk in aanraking en, ernstig als hij was, +volgde hij in alles hare voorschriften. Op vastendagen at hij geen +vleeschspijzen, woonde alle diensten bij en stelde zich zelf steeds +de hoogste eischen. + +"Mitjenka bezat ook dien mooien karaktertrek, dien ik bij mijne moeder +vermoedde, bij mijn broer Nikolaas had opgemerkt en dien ik zelf +volkomen miste, n.l. die groote onverschilligheid voor het oordeel +der menschen. Nu zelfs kan ik mij nog niet vrij maken van de gedachte, +wat de menschen wel van mij zullen zeggen. Mitjenka kende dat gevoel +niet. Ik zag op zijn gelaat nooit dat half teruggegehouden lachje, +dat onwillekeurig verschijnt wanneer de menschen ons prijzen. Ik zie +hem nog steeds met zijne ernstige, rustige, treurige, soms booze, +groote, amandelvormige, zwarte oogen. Eerst in Kazan begonnen wij +hem eenige aandacht te schenken, en wel omdat juist in dien tijd, +toen Sergius en ik zooveel waarde aan ons uiterlijk en aan het begrip +van _comme il faut_ hechtten, hij er altijd even slordig uitzag, +waarover wij hem dikwijls onderhielden. Hij kon niet dansen en wilde +het ook niet leeren. Als student kwam hij niet in gezelschappen, +droeg altijd zijn studentenjas met een smal dasje, en van zijne jeugd +af had hij het dwaze aanwensel steeds met zijn hals te draaien alsof +hij te nauwe dassen droeg. + +"Op godsdienstig gebied begonnen zijne eigenaardigheden daarmee, dat +hij voor het heilige avondmaal niet naar de moderne universiteitskerk +ging, maar naar de kazemat-kerk. Wij woonden tegenover het +tuchthuis. Daar was een zeer strenge en godsdienstige priester aan +verbonden, die in den tijd der vasten alle evangelies voorlas alsof men +die nog nooit had gehoord, zoodat de diensten natuurlijk ontzettend +lang duurden. Mitjenka hield het uit en maakte kennis met dezen +pope. De kerk in het tuchthuis was zóó ingericht dat de gevangenen +achter een glaswand stonden, waarin deuren waren aangebracht. Eens +wilde een van de gevangenen den kerkdienaar eene kaars of geld voor +eene kaars geven. Niemand van de in de kerk aanwezigen wilde zich +met deze boodschap belasten, maar Mitjenka met zijn ernstig gezicht +nam het op zich. Het bleek naderhand, dat dit verboden was en men +onderhield hem er over, maar hij vond het goed en deed het bij +voorkomende gelegenheden weer. Wij, hoofdzakelijk Sergius, hadden +aristokratische kennissen, Mitjenka daarentegen koos uit allen den +beklagenswaardigen armen student Poloebojarinoff, dien een vriend +van ons Poloebjezabjedoff ('half zonder middageten') noemde. Wij +domme jongens vonden dat heel grappig en lachten Mitjenka uit. Deze +Poloebojarinoff was zijn eenige vriend en met hem werkte hij voor het +examen. Wij woonden toen op den hoek van het plein Arskoje, in het +huis van Kisiljeff, op de bovenste verdieping. Vóór had Mitjenka zijne +kamer, daarachter Sergius en ik. Wij beiden hielden er van onze kamer +mooi te maken en wij kregen daarvoor allerlei kleinigheden. Mitjenka +hield er niet van en vroeg van de voorwerpen uit ons ouderlijk huis +alleen maar de mineralen. Hij verdeelde ze in groepen, schreef er de +namen bij en bewaarde ze in eene doos met glazen deksel. + +"Onze vrienden, die zagen dat wij, broers, en ook onze tante met eene +zekere minachting op Mitjenka en zijne eenvoudige neigingen neerzagen, +namen dat natuurlijk van ons over. Een van hen, de ingenieur Es., +zag eens, door Mitjenka's kamer gaande om bij ons te komen, diens +mineralen en vroeg hem iets; Mitjenka gaf nauwelijks antwoord. Es., +een onsympathiek, aanstellerig jongmensch, schoof en schudde de +doos, waarop Mitjenka hem verzocht dat te laten. Hij liet het niet, +bespotte hem en lachte hem uit, en noemde hem, waarom weet ik niet, +Noach. Mitjenka werd driftig en sloeg hem met zijne groote hand in +'t gezicht. Es. liep naar onze kamer, achtervolgd door Mitjenka, die, +toen wij hem buitensloten, woedend dreigde Es. te zullen afranselen, +als hij de deur uitkwam. Ik weet niet hoe het zou zijn afgeloopen +als wij hem niet, op zijn verzoek, heimelijk, half kruipend over den +stoffigen zolder, hadden laten ontsnappen. + +"Zoo was Mitjenka als hij driftig was, maar als men hem niet plaagde +was hij geheel anders. + +"Onze familie had om de eene of andere reden een meisje aangenomen. Zij +was een vreemd, beklagenswaardig schepsel en heette Ljoebow +Serghejewna. Zij was eene onwettige dochter van Protasoff. Hoe zij bij +ons kwam weet ik niet. Ik hoorde dat het uit medelijden was en dat men +haar zelfs aan Feodor Iwanowitsch had willen uithuwelijken, maar daar +is niets van gekomen. Zij moet steeds bij ons gewoond hebben, doch daar +weet ik niets meer van, wèl dat tante Pelageja haar mee nam naar Kazan, +waar ik haar leerde kennen. Het was een ongelukkig meisje. Zij had +haar eigen kamer, waar zij ook werd bediend. Toen ik haar voor 't eerst +zag, was zij niet slechts beklagenswaardig maar afkeerwekkend. Ik weet +niet welke ziekte zij had, maar haar gezicht was altijd opgezet, als +door bijen gestoken; de oogen keken uit een paar dikke, gladde kussens +zonder wenkbrauwen; geel, opgezet en glimmend waren ook wangen, neus, +lippen en mond. Zij sprak moeielijk, waarschijnlijk omdat haar mond +inwendig ook was opgezwollen. In den zomer zaten er altijd vliegen op +haar gezicht, hetgeen zij niet scheen te voelen; vreeselijk om aan te +zien! Haar haar was zwart, maar zoo dun, dat het haren schedel niet +bedekte. Joeschkoff, de man van mijne tante, die niet altijd even +kiesch was, kon zijn' afschuw voor haar niet verbergen. Altijd had +zij eene benauwde lucht bij zich, die ook op haar kamer hing, waar +nooit een raam openstond. En deze Ljoebow Serghejewna koos Mitjenka +zich tot vriendin. Hij ging naar haar toe, sprak met haar, luisterde +naar haar, wandelde met haar en las haar voor, en wij, stompzinnig als +wij waren, lachten om die vriendschap. Mitjenka echter stond zóó hoog, +bekommerde zich zóó weinig om het oordeel der menschen, dat het hem +niet eens de moeite waard was om met een enkel woord uit te leggen, +dat hij het deed omdat hij het goed vond. Hij dééd het eenvoudig, +en niet voor een paar dagen, bij wijze van gril, maar al den tijd +dien wij in Kazan doorbrachten. + +"Hoe duidelijk is het mij thans, dat de dood Mitjenka niet kon +vernietigen, dat hij reeds was voor ik hem leerde kennen, vroeger +dan hij werd geboren, en dat hij voortleeft na zijn' dood." + + + +Voor zoover het ons mogelijk is, zullen wij nu een' blik slaan op het +innerlijk leven van Tolstoi, zooals hij was in zijne jongelingsjaren. + +Het kritieke punt in het leven van den man zijn zijne jongelingsjaren, +het tijdperk waarin van alle kanten de onbekende hartstochten hem +bestormen. Reeds voor den alledaagschen mensch is dit de tijd van +heftig voelen, van het zoeken naar idealen, de periode van droomen +en verwachtingen, van wenschen die nooit vervuld zullen worden. Dus +kunnen wij ons voorstellen hoe zwaar de inwendige strijd moest zijn +voor een' man als Tolstoi, met zijn zoo voor alle indrukken vatbare +natuur. Hoe hoog die geest, gedragen door zijne fantasieën, zich +kon verheffen boven deze aarde, maar ook hoe diep zij zinken kon, +omlaag getrokken door zijne dierlijke instincten. + +Eene beschrijving van dezen inwendigen strijd geeft Tolstoi ons in +zijne werken _Biecht_ en _Jongelingsjaren_. + +De gedachten, in het eerste werk uitgesproken door Nikoljenka +Irtjenjeff, hebben zonder twijfel auto-biografische waarde. In +_Jongelingsjaren_ zijn deze uitingen min of meer geïdealiseerd. Eenige +van de belangrijkste ideeën laten wij hier volgen. + +"Ik zeide reeds, dat mijne vriendschap voor Dmitri mij een nieuwen blik +op het leven gaf en mij leerde dat de taak der menschen hierin moet +bestaan: steeds te streven naar het goede, naar het volmaakte. Eene +taak die ons niet moeielijk en zeer goed uitvoerbaar scheen. + +"Er kwam een tijd, waarin die gedachten zóó heftig op mij instormden, +dat ik plotseling begreep hoe lang ik reeds tevergeefs had geleefd. Van +dat oogenblik af aan nam ik mij heilig voor die goede voornemens +nooit meer te laten varen. Dat was, reken ik, het begin van mijn' +jongelingstijd. + +"Ik was toen ongeveer zestien jaar. Nog steeds moest ik les nemen en +gedwongen, tegen mijn' zin, werd ik klaar gemaakt voor de universiteit. + +"In dezen tijd van mijn leven namen mijne droomen de volgende vier +gestalten aan: ten eerste, de liefde tot 'haar', de vrouw mijner +fantasieën, van wie ik droomde en die ik ieder oogenblik verwachtte +te zullen ontmoeten. + +"Ten tweede, de liefde tot de liefde. Ik wenschte dat iedereen mij +kende, dat allen mij liefhadden, dat ik slechts mijn naam behoefde te +noemen, opdat iedereen zou zijn getroffen, en dat allen mij omringden +en mij ergens dankbaar voor waren. + +"Ten derde, de hoop op een groot, eervol geluk; en dat gevoel was +zóó heftig, dat het bijna tot waanzin overging. + +"Ten vierde, en dat was wel de sterkste aandoening, de groote afkeer +van mijzelf en diep berouw, maar een berouw dat zich paarde aan +de hoop op geluk en mij niet droevig stemde. Ik genoot zelfs van +den terugblik en trachtte hetgeen achter mij lag nog slechter te +zien dan het geweest was. Hoe donkerder toch de herinnering aan het +verleden, des te reiner en lichter deed zich het heden voor, in des +te schitterender kleuren bloeide de toekomst voor mij op. Die stem +van het berouw en die hartstochtelijke wensch naar volmaking waren +de overheerschende gevoelens in dat tijdperk mijner ontwikkeling en +deden mij mij zelf, de menschen en Gods aarde in een geheel nieuw +licht aanschouwen. Gezegende, vertroostende stem, die zooveel malen in +dien bangen, treurigen tijd, toen mijne ziel werd overwonnen door 's +levens leugen en ontucht, zich plotseling moedig keerde tegen iedere +onwaarheid, waarschuwend tegen het verleden, wijzend op het lichte +heden, mij belovend het schoone, het geluk in de toekomst! Gezegende, +vertroostende stem, kan het zijn dat gij ooit zult verstommen?" + +Wij weten, dat die stem, gelukkig voor hem en gelukkig voor ons, nog +nooit heeft gezwegen; nog steeds roept zij ook ons naar het oneindig, +lichtend ideaal. + +Deze fantasieën wijzen ons op dat idealistisch naturalisme, dat den +grondslag vormt van het grootste gedeelte zijner werken. + +"Hooger en hooger, lichter en lichter stond de maan aan den hemel, +glanzend glinsterde de vijver, helderder en helderder werd het, +zwarter en zwarter de schaduw, waziger en waziger de lucht. Luisterende +en starende voelde ik, dat 'zij', met hare blanke armen en vurige +omhelzingen, nog zoo ver bleef, nog zoo ver van 't geluk, en mijn +liefde tot haar nog zoo ver van de gelukzaligheid; en hoe langer ik +staarde naar de klimmende, glanzende maan, des te hooger en hooger, +reiner en reiner, dichter en dichter bij Hem, bij de bron van alle +schoonheid en geluk, scheen mij de ware schoonheid, en de tranen +van onbewust verlangen en tevens van blijde ontroering welden op in +mijne oogen. + +"En ik was geheel alleen, en het scheen dat de geheimzinnig +grootsche natuur de maan geheel in zich opnam, die, ergens hoog +aan den bleek-blauwen hemel staande, met haar licht het gansche +heelal overstroomde; en mij, nietigen worm, reeds bezoedeld door de +kleinste en laagste menschelijke hartstochten, maar doordrongen van +de onmetelijke kracht der liefde,--mij kwam het voor, alsof ik één +werd met de maan en het licht in de natuur." + +Het is niet onbelangrijk voor ons, de namen te zien der schrijvers, +die invloed hebben uitgeoefend op Leo Tolstoi in zijne jongelingsjaren: + + +Namen der werken: Graad van invloed: + +_Het Evangelie van Mattheüs, _De Bergrede Buitengewoon groot. +Sterne, _Sentimental Journey_ Zeer groot. +Rousseau, _Confessions_, _Emile_ Buitengewoon groot. +Rousseau, _La nouvelle Héloïse_ Zeer groot. +Poeschkin, _Jewgheniï_, _Anjekin_ Zeer groot. +Schiller, _Die Räuber_ Zeer groot. +Gogol, _Schinel_, _Iw. Iw._ en _Iw. Nik._ Groot. +Gogol, _Njewski Prospekt_, _Wi_, _Doode Zielen_ Zeer groot. +Toerghenjeff, _Aanteekeningen van een Jager_ Zeer groot. +Droezjinin, _Paulina Saks_ Zeer groot. +Grigorowitsch, _Anton Gorjemika_ Zeer groot. +Dickens, _David Copperfield_ Buitengewoon groot. +Ljermontoff, _Helden van onzen tijd_, _Taman_ Zeer groot. +Prescott, _History of the conquest of Mexico_ Groot. + + +Naast de werken van deze schrijvers oefenden Tolstoi's +levensomstandigheden een grooten invloed op hem uit en wel voornamelijk +het begrip van _comme il faut_. + +In zijn _Jongelingsjaren_ wijdt hij daaraan een geheel hoofdstuk. Wij +laten het voornaamste volgen. + +"Ik voel mij verplicht," zegt Tolstoi, "een geheel hoofdstuk te wijden +aan dit meest leugenachtige en schadelijke van alle begrippen, mij +bijgebracht door opvoeding en omgeving. + +"In den tijd, waarvan ik schrijf, verdeelde ik de menschen bij voorkeur +in lieden, die ik _comme il faut_ of niet _comme il faut_ noemde. Deze +tweede soort onderscheidde ik nog eens in menschen _comme il faut_ +op hunne wijze en in plebs. De lieden _comme il faut_ achtte ik en +keurde ik waardig om mee om te gaan; de tweede soort haatte ik, maar +ik deed alsof ik op hen neerzag; de derde soort bestond niet voor mij, +die verachtte ik volkomen. Iemand, dien ik _comme il faut_ noemde, +moest in de eerste plaats het Fransch volkomen machtig zijn en met +zuiver accent spreken. Eene slechte uitspraak wekte dadelijk een +gevoel van tegenzin in mij op. 'Waarom wilt ge spreken zooals wij, +als ge het toch niet kunt?' dacht ik dan, inwendig spottend. + +"Een tweede voorwaarde om _comme il faut_ te zijn waren lange, goed +verzorgde, schoone nagels; de derde, goed te kunnen buigen, dansen +en converseeren, en de vierde, dat was de gewichtigste, het ten toon +spreiden van eene groote onverschilligheid voor alle dingen en eene +voortdurende betuiging van geringschattende verveling. + +"'t Is vreeselijk wanneer ik bedenk, hoeveel kostbaren tijd ik op +zestienjarigen leeftijd, moeite doende om mij die eigenschappen te +verwerven, verbeuzelde. + +"Maar niet die gouden tijd, dien ik verloor om geheel te kunnen voldoen +aan de eischen, die het _comme il faut_ mij stelde en waardoor ik +geen tijd meer overhield voor ernstige studie, ook niet de minachting +waarmee ik neerzag op negen tienden der menschen, evenmin mijne +blindheid voor het schoone dat buiten den kring van het _comme il faut_ +stond, dat alles was nog niet het ergste kwaad, waartoe deze opvatting +mij bracht. Veel erger was het, dat ik mij verbeeldde, dat _comme +il faut_ eene positie aanduidde in de maatschappij; dat een mensch +_comme il faut_ zich geen moeite behoefde te geven om ambtenaar, +wagenmaker, soldaat of geleerde te worden, dat hij, zoo hij aan +dien eisch kon voldoen, volkomen aan zijne bestemming beantwoordde, +ja zelfs ver boven het grootste gedeelte van het menschdom stond. + +"Op een zekeren tijd van ons leven, na 't begaan van menige +onbezonnenheid, komt toch bijna voor ieder mensch het oogenblik +dat hij zich gedrongen voelt zich te wijden aan een' werkkring in de +maatschappij, maar bij den man _comme il faut_ ziet men dat zelden. Ik +ken en kende heel veel reeds bejaarde, trotsche, zelfbewuste menschen, +die op de vraag (gesteld dat ons die in de wereld hiernamaals gedaan +werd): 'wat zijt gij? en wat deedt gij?', niet anders zouden kunnen +antwoorden dan: 'Je fus un homme très comme il faut.' + +"Dat lot wachtte ook mij." [49] + +Zooals reeds gezegd is in het gesprek met den Duitscher Löwenfeld, +boezemde de akademische studie Tolstoi heel weinig belang in, maar +voelde hij den lust in zich opkomen tot zelfstandigen arbeid, hiertoe +opgewekt door de vergelijking van de beide werken: _l'Esprit des Lois_ +van Montesquieu en de _Instructies_ van Catharina. + +Tolstoi's dagboek, dateerende uit dien tijd, staat vol aanteekeningen +en opmerkingen over dien arbeid en daarnaast schreef hij een zee +van gedachten neer, alsof zijn verstand tot nu toe had geslapen en, +plotseling wakker geworden, zich met alles ging bezighouden. + +In Maart van het jaar 1847 lag Tolstoi wegens de een of andere ziekte +in de kliniek te Kazan. Zijne gedwongen ledigheid en afzondering +brachten hem tot nadenken en hij stelde zich de vraag, wat de +eigenlijke beteekenis was van het verstand. Onze kring maakt slechts +een deel uit van de wereld. Het verstand moet zich dus toetsen aan +de _geheele_ wereld, moet de algemeene wetten erkennen en dan kan +het onafhankelijk worden van dat onderdeel, van dien kring. + +Deze opmerking bewijst ons, dat de 18-jarige jonge man reeds de kiem +bij zich droeg van het latere anarchisme. + +Toen Tolstoi in zich dien drang naar wetenschap bemerkte, legde hij +zich, angstig dat hij zich in de theorie zou verliezen, dadelijk de +vraag voor, hoe hij de theorie in dienst kon stellen van de praktijk, +doch was zich tevens bewust dat hij in hoofdzaak moest trachten zich +zelf in overeenstemming te brengen met het zedelijk ideaal. + +Zoo schrijft hij o.a. in Maart 1847 in zijn dagboek: "Ik ben veel +veranderd, maar heb dien graad van volmaking nog niet bereikt, dien +ik hoop te verkrijgen. Ik vervul niet wat ik mij heb voorgeschreven +en wat ik ten uitvoer breng, dat doe ik niet goed; ik span mij niet +genoeg in. Daarom schrijf ik mij nu eenige levensregels voor, die mij, +zoo ik ze ga naleven, heel veel kunnen helpen. + + + + I. Voleindig wat gij begint, hoeveel moeite het u ook kost. + II. Wat gij doet, doe dat goed. + III. Zoo gij iets hebt vergeten, haal het dan niet uit de boeken, + maar tracht het zelf uit te vinden. + IV. Laat uw verstand steeds werkzaam zijn zoo veel het kan. + V. Lees en denk steeds hardop. + VI. Durf den menschen, zoo zij u hinderen, te zeggen dat zij + u hinderen; geef eerst een' wenk, en zoo zij het niet begrijpen, + verontschuldig u dan, maar zeg het." + + + +Door de bestudeering der werken van Montesquieu en Catharina kwam +hij tot de gevolgtrekking, dat in het laatste twee hoofdideeën op den +voorgrond treden, d.w.z. de revolutionaire ideeën van het toenmalige +Europa en het despotisme en de eerzucht van haar zelf; de laatste +treedt het meest naar voren. De republikeinsche ideeën heeft zij +ontleend aan Montesquieu. Resumeerende kwam hij tot het resultaat, dat +de _Instructies_ Catharina meer roem dan Rusland nut hebben gebracht. + +Nadat hij besloten had de universiteit te verlaten en op het land te +gaan leven, deed hij zich zelf de belofte zich verder te bekwamen +in de Engelsche en Latijnsche taal en in het Romeinsche recht, +waarschijnlijk voelende dat hij het daarin nog niet ver had gebracht. + +Hoe meer de tijd van zijn vertrek naderde, des te meer breidden +zijn plannen en fantasieën zich uit en zoo schreef hij ten slotte 17 +April 1847 in zijn dagboek: "Er moet eene verandering in mijn leven +komen, maar dat moet niet eene uitwendige maar eene inwendige, eene +zielsverandering zijn", en verder: + +"Het geheele leven is een bewust streven naar eene algeheele +ontwikkeling van het bestaande. + +"Het doel van mijn tweejarig dorpsleven is: 1. de studie van de +rechtswetenschappen voor zoover noodig, voor het eindexamen van +de universiteit; 2. de studie van de praktische en gedeeltelijk +van de theoretische geneeskunde; 3. de studie der talen: Fransch, +Russisch, Engelsch, Italiaansch, Duitsch en Latijn; 4. de studie der +landhuishoudkunde, zoowel praktisch als theoretisch; 5. de studie +der geschiedenis, aardrijkskunde en statistiek; 6. de studie der +mathesis voor zoover die op het gymnasium verlangd wordt; 7. het +schrijven van eene dissertatie; 8. trachten naar den hoogsten graad +van volmaking in muziek en schilderkunst; 9. levensregels schrijven; +10. het verkrijgen van eenige bedrevenheid in de natuurwetenschappen; +11. geschriften samenstellen betreffende alles wat ik zal leeren." + +De twee jaren, die Tolstoi dus in zijn dorpje doorbracht, waren gevuld +met het najagen dezer idealen en een voortdurenden strijd met zich +zelf om de volmaking te bereiken. + +Met eene onnavolgbare oprechtheid wijst hij zich zelf op iedere +afwijking van deze levensregels, op iederen terugval, en van voren af +aan begint dan weer de strijd. De verhouding tot de vrouw verontrustte +hem toen reeds en hij geeft zich zelf den volgenden raad: + +"Beschouw de aanwezigheid der vrouw in de samenleving als een +noodzakelijk kwaad en vermijd haar zoo mogelijk. + +"Immers, hoe komen wij aan den wellust, de weekelijkheid, +de lichtzinnigheid en die vele andere gebreken, zoo niet door +haar. Aan wie de schuld dat wij de aangeboren neigingen verliezen, +zooals onze vastberadenheid, onze kracht, onze bedachtzaamheid, onze +waarheidsliefde en andere deugden, zoo niet aan haar. De vrouw is +gevoeliger voor indrukken dan de man en daarom was zij in de tijden +toen de deugd nog bestond beter dan wij, maar nu, in onze verdorven +eeuw, is zij slechter." + +Ook hier zien wij in beginsel zijne latere begrippen. + +In dezen tijd deed Tolstoi de eerste schrede op 't gebied der +filosofie, beginnende met een kommentaar te geven bij het _Discours_ +van Rousseau. + +Verder bestaat nog van hem _Het doel der Filosofie_, geschreven in +1846-47, dus toen hij 18 jaar was. + +Deze filosofie zegt het volgende: + +"De mensch streeft, dus de mensch is werkzaam. Waarheen voert +deze arbeid en hoe maken wij hem zelfstandig? Dit is het doel der +filosofie in hare ware beteekenis, dus met andere woorden: filosofie +is levenskunst". + +Behalve deze bestaan er nog losse gedachten als: _Bespiegelingen +over het leven hiernamaals_; _Definitie van tijd, ruimte en getal_; +_Methodes_; _Indeeling der filosofie_, enz. + +De volgende gebeurtenis, verteld door Gravin Tolstoi, heeft ook +betrekking op dezen tijd. + +"In zijn' studententijd stelde Tolstoi zich eens de vraag: 'Wat is +eigenlijk symmetrie?' en schreef daarover een filosofisch artikel. Dit +lag toevallig op een stoel in zijne kamer toen een zekere Schoewaloff, +een vriend der beide broers Tolstoi, met wijnflesschen in zijn zakken +binnenkwam, om die gezamenlijk te ledigen. Toevallig zag hij het +opstel en las het door. Het interesseerde hem en hij vroeg Tolstoi, +waaruit hij het had overgeschreven. Schuchter antwoordde deze, dat +het zijn eigen werk was. Schoewaloff begon te lachen en zeide dat het +niet waar was en niet waar kon zijn. Het ging veel te diep en was te +veel doordacht voor iemand van zijn' leeftijd. Hij ging weg zonder +te willen gelooven dat Tolstoi de schrijver was." + +Ook dit kleine voorval wijst ons op Tolstoi's buitengewone +ontwikkeling, die hem ver boven zijn' kring verhief. + +_Biecht_ van Tolstoi leert ons hoe hij dacht over geloof en godsdienst. + +"Ik herinner mij," zegt hij, "dat, toen bij mijn ouderen broer Dmitri +plotseling de behoefte aan een godsdienstig leven ontwaakte en hij +geregeld naar de kerk ging, de vasten hield, en een rein zedelijk leven +ging leiden, zelfs de volwassenen hem daarom uitlachten, hem plaagden +en hem Noach noemden. Ik weet nog dat Moesin Poeschkin, de toenmalige +rector der universiteit, ons op een dansavondje verzocht en Dmitri, +die bedankt had, lachend toevoegde dat David wel gedanst had voor de +arke des verbonds. Ik begreep die scherts en maakte de gevolgtrekking, +dat het noodig was zijn cathechismus te leeren, eveneens naar de kerk +te gaan, maar tevens dat men die zaken niet al te ernstig behoefde +op te nemen. Ik was nog heel jong toen ik Voltaire reeds las, en ik +herinner mij nog dat diens bijtende spot mij niet alleen niet hinderde +maar mij zelfs vermaakte. + +"Mijn afval van het geloof ging op dezelfde wijze in zijn werk +als dat gebeurde, en ook thans nog gebeurt, bij alle menschen van +onze ontwikkeling. Het gaat, dunkt mij, in de meeste gevallen zoo: +de menschen leven, zooals allen leven, naar een vast grondbeginsel, +dat niets gemeen heeft met hetgeen het geloof ons leert, maar zich +in de meeste gevallen daar juist tegenover stelt. Deze leer van het +geloof grijpt niet in in ons leven; in onze betrekkingen met andere +menschen komt het niet voor dat wij met haar in botsing komen en wat +ons eigen leven aangaat, behoeven we in 't geheel geen rekening met +haar te houden. De geloofsleer slaat op iets, daar ergens ver van het +werkelijke leven en los daarvan. Komen wij met haar in aanraking dan +is dat oppervlakkig en beroert het niet ons innerlijk leven. + +"Men kon vroeger, evenmin als nu, uit het doen en laten der menschen +opmaken of zij geloovig zijn of niet. Zoo er onderscheid bestaat +tusschen hen die beweren rechtgeloovig te zijn en degenen, die dit +ontkennen, dan pleit dat nog niet ten gunste van de eersten. + +"Want zoowel nu als vroeger ontmoet men onder degenen die zoo openlijk +verklaren dat zij rechtgeloovig zijn, zeer vele stompzinnige, harde, +met zich zelf ingenomen menschen, terwijl men verstand, eerlijkheid, +goedhartigheid, waarheidsliefde en zedelijkheid grootendeels bij hen +vindt, die zich zelf ongeloovigen noemen. + +"Op school wordt de cathechismus onderwezen en stuurt men de +leerlingen naar de kerk; van den ambtenaar verlangt men een bewijs +dat hij gecommuniceerd heeft. De mensch echter uit onzen kring, die +niet meer studeert en niet in keizerlijken dienst is, kan thans, en +vroeger was dit nog sterker, tien jaren en nog langer leven zonder +dat hij er zich rekenschap van geeft dat hij in eene Christelijke +maatschappij verkeert, en toch noemt hij zich een belijder van de +Christelijke leer der rechtgeloovigen. + +"Het geloof, gegrond op uiterlijkheden en slechts op gezag door ons +aangenomen, verdwijnt onder den invloed van de wetenschap en van het +leven, die zich er tegenover stellen, en het gebeurt dat de mensch +zich verbeeldt nog zeer geloovig te zijn, terwijl in hem geen spoor van +dat geloof meer is achtergebleven, dat hem in zijn jeugd werd geleerd. + +"De godsdienst, mij in mijn jeugd onderwezen, verdween bij mij op +dezelfde wijze als bij anderen, alleen met dit onderscheid dat ik +reeds op mijn 15de jaar begon filosofische werken te lezen, zoodat +mijn afval van het geloof reeds heel vroeg en bewust geschiedde. Op +mijn 16de jaar ging ik uit eigen beweging niet meer naar de kerk, +bad ik niet meer en hield ik mij niet aan de vasten. + +"Ik geloofde niet hetgeen men mij in mijn jeugd geleerd had, maar +ik geloofde wel ergens in; waarin echter, dat had ik niet kunnen +zeggen. Ik geloofde in God of liever ik verloochende Hem niet, maar +welken God, dat had ik ook niet kunnen zeggen. Den Christus en zijne +leer verloochende ik evenmin, maar waarin die leer bestond had ik +ook niet kunnen verklaren. + +"Nu, dien tijd in mijn geheugen terugroepende, zie ik klaar, dat +mijn geloof die kracht was die, behalve mijne dierlijke instincten, +mijn leven heeft bestuurd. + +"Mijn eenig, mijn oprecht geloof in dien tijd was mijn vertrouwen +in de volmaking. Maar waarin die bestond en welk doel zij had, +ook dat had ik niet kunnen zeggen. Ik trachtte een vasten wil te +verkrijgen, ik schreef mij levensregels voor, die ik wilde volgen; +ook lichamelijk deed ik mijn best mij te volmaken door allerlei +gymnastische oefeningen, en ik legde mij ontberingen op om te leeren +dulden en lijden. + +"Dat alles noemde ik volmaking. Bovenaan stond natuurlijk de zedelijke +volmaking, die weldra in eene algeheele overging. Ik wilde beter +zijn, niet alleen voor mij zelf en voor God, maar ook voor 't oog der +menschen. En al heel spoedig ging dit streven over in den wensch om +sterker, krachtiger te zijn dan anderen, d.w.z. beroemder, machtiger, +rijker." + +Dan volgt Tolstoi's diep berouw, dat ons al zijne zonden aantoont, +maar ons tevens wijst op de verdorvenheid in eigen ziel, die misschien +niet zoo'n groote afmeting aannam, maar die ook niet zoo oprecht +werd beleden. + +"Eens zal ik de treffende en leerzame geschiedenis van de tien jaren +van mijn jongelingschap vertellen. Ik denk dat velen, velen hetzelfde +hebben ondervonden. + +"Met hart en ziel wenschte ik goed te zijn; maar ik was jong, +hartstochtelijk, en ik stond alleen, geheel alleen, toen ik het +goede zocht. + +"Telkens als ik trachtte te spreken over mijn' zielewensch om moreel +goed te zijn, ontmoette ik spot en verachting, maar nauwlijks gaf ik +mij over aan lage hartstochten, of men prees mij en dreef mij verder +in die richting. + +"Eerzucht, machtsbegeerte, baatzucht, wellust, trots, toorn en +wraakzucht, alles werd geprezen. + +"Toen ik mij overgaf aan die hartstochten, voelde ik, dat ik werd +als de volwassenen, dat men over mij tevreden was. Mijne goede tante, +het reinste wezen dat er bestond, met wie ik toen samenwoonde, zeide +dikwijls tegen mij, dat zij niets liever zou wenschen, dan dat ik +eene liaison aanknoopte met eene getrouwde vrouw, 'want,' zeide zij, +'rien ne forme un jeune homme comme une liaison avec une femme comme +il faut'. Zij wenschte mij nog meer toe, n.l. dat ik adjudant zou +worden en dan liefst van den Keizer; verder dat ik een rijke vrouw zou +trouwen en, als gevolg van dat huwelijk, zooveel mogelijk lijfeigenen +zou houden. + +"Ik kan niet zonder schrik, afschuw en hartzeer aan die jaren +terugdenken. Ik doodde menschen in den oorlog, ik duelleerde om +te dooden, ik verspeelde veel geld, ik verbruikte hetgeen de boeren +zwoegend voortbrachten, terwijl ik hen zwaar liet straffen; ik bedroog +en gaf mij over aan ontucht, leugen, diefstal, echtbreuk van allerlei +aard, dronkenschap, gewelddadigheid, moord... er was geen ondeugd, +waaraan ik mij niet overgaf, en daarvoor prees men mij en noemde mij, +zooals men nu ook nog zou doen, een betrekkelijk zedelijk mensch. + +"Zoo leefde ik tien jaren." [50] + +In 't begin van die stormachtige tienjarige periode woonde Tolstoi +op het land. + +Hij trachtte in die jaren eene nieuwe richting in te slaan in de +landhuishoudkunde, en dat wel in hoofdzaak, door de verhouding tot +de lijfeigenen beter te regelen en hun lot te verlichten. Deze proef +mislukte totaal, hetgeen wij vinden beschreven in zijn werk _Één morgen +landheer_, dat een sterk autobiografisch karakter draagt. Wij laten +daaruit een' brief volgen van vorst Njechljoedoff aan zijne tante: + + +"Lieve Tante! + +"Ik heb een besluit genomen, dat over heel mijn verder leven zal +beslissen. Ik heb de universiteit verlaten om mij aan het landleven +te gaan wijden, daar ik voel daarvoor te zijn geboren. In 's hemels +naam, lieve tante, lach mij niet uit! Gij zult zeggen, dat ik nog +zoo jong ben, en misschien hebt gij gelijk en ben ik nog een knaap, +hetgeen evenwel niet verhindert, dat ik den drang in mij voel goed +te willen doen en van het goede te houden. Zooals ik u reeds schreef +vond ik alles in de grootste wanorde. Bij de regeling der zaken +kwam ik tot de ontdekking, dat het grootste kwaad schuilt in den +beklagenswaardigen, armzaligen toestand, waarin de boeren verkeeren, +een toestand die slechts met de grootste moeite en het grootste +geduld is te verbeteren. Zoo gij maar eens twee van mijne boeren +kondt zien en het leven dat zij met hunne familie leiden, dan zou +dat u een betere verklaring van mijn voornemen geven, dan alles wat +ik u kan vertellen. Is het niet mijn dure en heilige plicht zóó voor +deze zevenhonderd menschen te zorgen, dat ik mij eens voor God zal +kunnen verantwoorden? Is het geen schande hen over te laten aan de +willekeur van den ruwen starost [51] en zijne handlangers? + +"Waarom zou ik in eene andere sfeer de gelegenheid zoeken nuttig te +zijn en goed te doen, terwijl een edele, hooge plicht mij roept? Ik +ben mij bewust een goede landheer te kunnen worden, daar men, om dat +te zijn, zooals ik dat opvat, geen candidaatsdiploma of ambt noodig +heeft dat gij zoo wenschelijk voor mij vindt. Lieve tante, maak voor +mij geen eerzuchtige plannen, berust bij de gedachte, dat ik mijn +eigen, maar een goeden weg volg, die mij, dat voel ik, naar het geluk +zal voeren. Ik heb veel nagedacht over mijne toekomstige plichten, +mij zelf levensregels voorgeschreven en, zoo God mij leven en kracht +schenkt, dan zal ik mijne voornemens ten uitvoer brengen." [52] + + +Al heeft Tolstoi in werkelijkheid dezen brief niet geschreven, dan +zijn het toch dergelijke gedachten, die zijne jonge ziel bestormden +en richting gaven aan zijn leven. + +Zooals wij weten, leden zijne plannen schipbreuk. En dat kon niet +anders. Zijne oprechtheid kon het niet dulden, dat hij daar stond +als de weldoener van zijne lijfeigenen, d.w.z. van deze tot aan +het uiterste verwaarloosde lieden. Deze tegenstelling kon hij niet +verdragen, en een hard en streng mensch worden (zooals zijne tante hem +in den brief, waarmee zij hem antwoordde, ried) was hem ook onmogelijk, +zoodat hij de eerste gelegenheid de beste aangreep om verandering in +zijn leven te brengen. + +Tolstoi bracht den zomer door op Jasnaja Paljana. In den herfst +ging hij naar Petersburg en deed daar in 't begin van 't jaar 1848 +zijn candidaats-examen. "In '48," zoo vertelt hij in een opstel +over opvoeding, "deed ik candidaats-examen aan de akademie te +St.-Petersburg. Ik wist niets in den letterlijken zin van 't woord en +was eerst eenige weken van te voren met de voorbereiding begonnen. Ik +sliep 's nachts niet en werd candidaat in het crimineel en burgerlijk +recht, na eene voorbereiding van hoogstens een paar weken." [53] + +Löwenfeld laat Tolstoi het volgende van deze gebeurtenis vertellen: + +"Ik vond het heel prettig op het land met tante Tatjana. maar een +onbestemde dorst naar wetenschap maakte zich weer van mij meester. Het +was in 1848; ik was nog in 't geheel niet besloten wat ik zou doen. In +St.-Petersburg stonden twee wegen voor mij open, n.l. bij 't leger gaan +en den Hongaarschen veldtocht mee maken, of mijne studiën voltooien +om naderhand ambtenaar te worden. De drang naar wetenschap was +echter sterker dan mijne eerzucht en zoo nam ik de studie dan weer +op. Ik deed zelfs twee examens, in de rechten, maar toen vervlogen +al mijne voornemens weer. De lente kwam, en met haar de lokstem van +het landleven, die mij naar ons landgoed terugriep." [54] + +Tolstoi's leven te St.-Petersburg kunnen wij het best beoordeelen uit +de brieven aan zijn' broer Sergius, waarvan wij hier de belangrijkste +laten volgen. + +13 Februari 1848 schreef hij: + +"Ik schrijf je dezen brief uit St. Petersburg, waar ik van plan ben +eeuwig te blijven. Ik ben voornemens hier mijn examen te doen en dan +ambtenaar te worden; als ik niet slaag (en alles kan gebeuren), dan zal +ik eene lagere betrekking aannemen. Ik ken heel veel ambtenaren tweede +klasse, die niet slechter zijn dan gij, die tot de eerste behoort. Het +leven te St.-Petersburg heeft een grooten en goeden invloed op mij; +ik raak hier gewend aan den arbeid en zonder dat ik het zelf heb +gewild, is mijne dagverdeeling veranderd. Men kan hier niet niets doen, +iedereen heeft zijne bezigheden. Allen werken, men vindt hier niemand +die een leven van ledigheid leidt, en alleen kunt ge dat ook niet. + +"Ik weet wel, dat je het toch niet gelooft, dat ik veranderd ben, en +dat je zegt: 'dat is nu al wel de twintigste maal, dat jij van plan +verandert, van jou komt nooit wat terecht, jij bent een praatjesmaker'; +maar neen, ik ben nu heel anders veranderd dan vroeger. Toen zei ik: +'kom, laat ik eens veranderen'. Maar nu zie ik, dat ik veranderd ben +en ik zeg: 'ik _ben_ veranderd'. + +"'t Voornaamste is, dat ik nu ten volle overtuigd ben, dat theorie +en filosofie niets zijn voor het leven; men moet positief leven, +d.w.z. een praktisch mensch zijn. Het is eene groote stap, en eene +verandering zooals er bij mij nog niet heeft plaats gegrepen. + +"Wanneer men jong is en wil leven, dan is St.-Petersburg de eenige +plaats. Hoeveel richtingen kan men niet uit, en iedereen kan hier +bevredigd worden; alles kan zich hier ontwikkelen en gemakkelijk, +zonder eenige moeite. Wat het leven aangaat, dat is voor een ongetrouwd +man niet duur; zelfs goedkooper dan in Moskou, behalve de woning. Groet +al de onzen van mij en zeg hun, dat ik misschien, misschien ook niet, +van den zomer bij hen kom; ik ben van plan dan vrij te nemen en de +omstreken van Petersburg eens te gaan bekijken, en ook Helsingfors +en Reval. + +"Schrijf mij toch eens, in 's hemelsnaam; ik zou graag willen weten, +hoe gij en de anderen dit nieuws opnemen, en vraag hun mij ook eens +te schrijven. Ik durf het zelf niet te doen, omdat ik zoo lang niets +van mij heb laten hooren en ik nu vrees, dat ze boos op mij zijn. Ik +voel me vooral bezwaard tegenover tante Tatjana; vraag haar voor mij +om vergiffenis." + +Maar och, deze heilige voornemens zouden niet verwezenlijkt worden. Het +moet Tolstoi vreemd hebben aangedaan neer te schrijven dat zijn +broeder hem een praatjesmaker noemde, hetgeen hij bovendien zelf moest +toegeven, zooals blijkt uit den brief van 1 Mei 1848 aan zijn' broeder: + +"Sergius, het is mij alsof ik je hoor zeggen, dat ik een praatjesmaker +ben, en dan spreek je de waarheid. Ziehier wat ik tot stand heb +gebracht. Ik reisde zonder eenige aanleiding naar Petersburg +en deed daar niets anders dan leven, geld uitgeven en schulden +maken. Dom! Onbeschrijflijk dom! Je kunt niet begrijpen hoe het mij +kwelt. Vooral de _schulden_, die ik moet betalen en _liefst zoo spoedig +mogelijk_, want doe ik het niet, dan verlies ik met het geld ook nog +mijne goede reputatie. Tegen den eersten betaaldag heb ik 3500 roebel +noodig: 1200 voor den voogdijraad, 1600 om mijne schulden te betalen +en 700 voor levensonderhoud. Ik vrees, dat gij ach en wee zult roepen, +maar wat moet ik doen? Iedereen kan een domheid begaan. Nu moet ik +voor mijne vrijheid en mijne filosofie boeten. Wees barmhartig en +help mij uit mijne valsche en ellendige positie; ik zit zonder een +kopjéke en vol schulden. + +"Je weet waarschijnlijk, dat ons heele leger op marsch gaat en dat +een gedeelte (twee corpsen) al over de grenzen is, men zegt reeds +_in_ Weenen. + +"Eerst wilde ik mijn examen doen; ik heb er reeds twee afgelegd; +maar nu ben ik van plan veranderd en ik zal als Junker [55] dienst +nemen bij de garde-cavallerie. Het valt mij moeilijk je dit alles te +schrijven, omdat ik weet, dat je van mij houdt en mijne domheid en +mijne onstandvastigheid je verdriet doen. Onder 't schrijven van dezen +brief stond ik eenige malen op en werd rood van schaamte. Jij zult het +zelfde doen onder 't lezen, maar wat is er aan te doen! Het gebeurde +kan men niet ongedaan maken en de toekomst zal van mij afhangen. God +geve dat ik nog eens een ordentelijk mensch zal worden; ik zal er +mijn best voor doen; het meest verwacht ik van den dienst, hij zal +me aan een praktisch leven gewennen en ik moet, of ik wil of niet, +dienen tot ik officier ben. Als het geluk wil dat het garde-regiment +mee optrekt, dan kan de bevordering sneller gaan, en behoeft het +geen twee jaren te duren. Het vertrek zal dan zijn einde Mei. Op +'t oogenblik kan ik niets doen, ten eerste omdat ik geen geld heb, +dat ik op 't oogenblik best kan gebruiken (zelfs veel), en ten tweede +ontbreken mij eenige papieren, die te Jasnaja zijn; geef even order, +ze mij te sturen en liefst zoo spoedig mogelijk. Wees niet boos op +mij, bid ik je,--ik voel zelf maar al te goed, hoe weinig ik waard +ben,--en doe zoo spoedig mogelijk wat ik je gevraagd heb. + +"Vaarwel. Laat tante dezen brief niet lezen, ik wil haar geen +verdriet doen." + +Ook deze plannen werden spoedig weer opgegeven. In een van de volgende +brieven aan zijn' broer schrijft Tolstoi: + +"In mijn laatsten brief schreef ik je veel domheden, waarvan wel +de voornaamste is, dat ik van plan was dienst te nemen bij het +garde-regiment. Ik heb dat plan laten varen, behalve voor het geval +ik niet voor mijn examen mocht slagen, of de oorlog ernstig wordt." + +Waarschijnlijk vond hij den oorlog niet ernstig genoeg, want onder +dienst ging hij niet. + +Met het voorjaar keerde hij weer naar Jasnaja Paljana terug, vergezeld +van een zekeren Rudolf, een aan den drank verslaafden, talentvollen +Duitschen musicus, met wien hij bij zijn vrienden Pjerfiljeff kennis +had gemaakt. Hartstochtelijk wierp hij zich nu op de muziek. + +Tot aan zijn vertrek naar den Kaukasus in 1851 verdeelde Tolstoi zijn +tijd tusschen Moskou en Jasnaja Paljana. + +Dit is het tijdperk van ascetisme, gevolgd door eene avontuurlijke +periode van jacht, spel en uitgaan. + +In deze drie jaren heeft hij alles doorgemaakt wat een krachtige, +begaafde, hartstochtelijke jonge man doorleven kan. + +Tolstoi hield in deze jaren zijn dagboek niet bij. Hij had er geen +tijd voor. In de laatste helft van 1850 komt hij weer tot inkeer, +en vol berouw en zelfverwijt neemt hij zich voor zijne herinneringen +neer te schrijven van deze drie doelloos doorgebrachte jaren van zijn +leven. Daar hij den lust in zich voelde opkomen om een geregeld leven +te gaan leiden, schreef hij zichzelf eene dagverdeeling voor: zijn +landgoed besturen, baden, dagboek, muziek, eten, uitrusten, lezen, +baden, landgoed besturen. + +Het spreekt van zelf dat deze regels ook weer niet werden nageleefd +en uit zijn dagboek blijkt, dat hij niet over zich zelf tevreden was. + +Deze strijd om zich zelf te overwinnen duurde maanden lang; +herhaaldelijk maakten de booze hartstochten zich weder meester van hem. + +Zooals de verdrinkende naar een' stroohalm grijpt, zoo zocht hij +steun bij verschillende gevoelens, die hem van den ondergang konden +redden. Daar is b.v. zijne eigenliefde. "De menschen, die volgens +mijne meening moreel lager staan dan ik, doen slechte dingen nog +beter dan ik," schreef hij eens in zijn dagboek. Hierdoor begonnen +die slechte dingen hem tegen te staan en hij deed ze niet meer. + +Ook het rustige landleven hielp hem dikwijls zijne hartstochten +te overwinnen. + +'t Is opmerkelijk, dat de edele trekken van Tolstoi's karakter zelfs +uitkwamen bij zulke lage dingen als b.v. het kaartspel. Dit was +waarschijnlijk één van zijn heftigste hartstochten, doch hij hield +zich stipt aan den regel: "alleen met rijke menschen te spelen", +opdat het verlies den speler geene materieele schade zou doen lijden. + + + +Tolstoi verloor dikwijls de heerschappij over zich zelf, wat hem tot +vertwijfeling bracht, maar telkens vatte hij weer moed en zoo lezen +wij in zijn dagboek: + +"Ik leef, misschien met eene kleine uitzondering, geheel als het +vee. Bijna al mijn bezigheden heb ik laten varen en mijn geestelijk +peil daalt." + +Hij heeft er zelfs over gedacht, omdat hij in geldverlegenheid zat, +zich met eene handelsonderneming, n.l. met een poststation te Toela, +in te laten. Tot zijn geluk is er niets van gekomen, hetgeen hem +veel onaangenaams heeft bespaard, wat onvermijdelijk zou geweest +zijn bij zijne ongeschiktheid voor die bezigheid. Eens schreef hij, +onder den indruk van zijn mislukt leven, in zijn dagboek: + +"De oorzaken van mijne mislukking zijn: 1 besluiteloosheid, +d.w.z. gebrek aan energie, 2 zelfbedrog, 3 overijling, 4 valsche +schaamte, 5 slechte neigingen, 6 verwardheid, 7 zucht tot navolging, +8 onstandvastigheid, 9 onnadenkendheid." + + + +Den winter van '50/51 bracht Tolstoi grootendeels te Moskou door, van +waar hij zijne tante Tatjana dikwijls schreef over de bijzonderheden +van zijn leven, de inrichting van zijne kamer, in één woord, over de +uiterlijkheden van zijn bestaan. + +"Mijne woning bestaat uit vier kamers: eene eetkamer, waar reeds een +piano staat die ik heb gehuurd; een salon, gemeubileerd met een paar +divans, notenhouten tafel en stoelen, met rood laken bekleed, en verder +vier groote spiegels; een werkkamer, waar mijn schrijfbureau staat, +een divan (die mij de dagen in 't geheugen roept, toen wij over dit +meubelstuk disputeerden); eene slaapkamer, groot genoeg om tevens +voor kleedkamer te dienen, en dan nog een kleine anti-chambre. + +"Ik dineer thuis met 'kool en brij,' [56] waarmee ik uitstekend +tevreden ben. Wanneer ik nu nog onze confituren en naliwka [57] had, +dan zou ik mij kunnen verbeelden thuis te zijn. + +"Ik heb eene slede gekocht voor 40 roebel, een zoogenaamden konschewni, +die op 't oogenblik zeer en vogue is; Sergius zal wel weten wat het +is. Met het tuig, dat ik ook gekocht heb, ziet alles er zeer elegant +uit." [58] + +Uit den volgenden brief blijkt, dat zijne tante zeer bezorgd is +over zijne vrienden en tracht hem van slecht gezelschap verwijderd +te houden. + +"Waarom zijt ge toch zoo bevooroordeeld tegenover Isljenjeff? Is +het om mij tegen hem in te nemen? Dat is overbodig, want hij is niet +in Moskou. + +"Al het slechte, dat gij van het spel zegt, is volkomen waar. Ik +denk er dikwijls aan en ik geloof dat ik het zal nalaten. Ik zeg +'ik geloof,' maar hoop spoedig zeker te kunnen zeggen dat ik het niet +meer doe. + +"Uw oordeel over de samenleving is zeer juist, evenals alles wat gij +in uwe brieven zegt; primo, omdat gij schrijft als Mme de Sévigné, +secundo, omdat ik, zooals altijd, niet kan disputeeren. Gij zegt ook +veel goeds van mij. Ik ben overtuigd, dat die loftuitingen evenveel +goed als kwaad doen. Goed, omdat ik mijn best zal doen die goede +hoedanigheden te behouden, die gij in mij prijst, en kwaad omdat +het mijne eigenliefde bevordert. Ik ben echter zeker, dat uw lof mij +slechts beter zal maken--natuurlijk voor zoover ik hem verdien--omdat +hij in de pen wordt gegeven door eene oprechte vriendschap. Gedurende +mijn verblijf in Moskou meen ik dien reeds te hebben verdiend; ik +ben over mijzelf tevreden." + +Tolstoi keerde terug naar Jasnaja Paljana, om daarna in 1851 weer naar +Moskou te reizen. In zijn dagboek schrijft hij, dat het doel van die +reis drieledig was: het spel, een huwelijk en een sollicitatie naar +eene betrekking. Alles mislukte. Hij speelde niet, omdat hij er een' +tegenzin in kreeg. Van het huwelijk kwam niets, omdat de drie factoren, +die hij daarvoor noodig achtte, liefde, praktisch overleg of toeval, +ontbraken. De betrekking kreeg hij niet omdat hij niet in 't bezit +was van eenige noodige papieren. + +Tijdens dit oponthoud in Moskou schreef hij zijne tante den volgenden +brief: + +"De auteur van een boek, dat ik onlangs las, beweert daarin, +dat de nadering van de lente van invloed is op het moreel der +menschen. Tegelijk met de natuur is het ons of wij opnieuw geboren +worden. Men betreurt het verleden, den slecht gebruikten tijd, +men heeft berouw over zijne zwakheid en de toekomst doemt helder +op. Men wordt beter, moreel beter. Wat mij betreft is dat volkomen +waar. Sedert ik een onafhankelijk bestaan begon te leiden, vond de +lente mij altijd in de beste conditie. Zoo bleef ik dan langer of +korter tijd; dan kwam de winter, die altijd een steen des aanstoots +voor mij is geweest. Wanneer ik de verschillende winters herdenk, +dan is de laatste zeker wel de aangenaamste en de verstandigste, dien +ik beleefd heb. Ik heb me geamuseerd, kwam in gezelschap, heb aardige +herinneringen behouden en met dat al mijne financiën niet in wanorde, +weliswaar ook niet in orde gebracht." + +De volgende brief, naar aanleiding van de terugkomst van zijn' broer +Nikolaas uit den Kaukasus, luidt: + +"De aankomst van Nikolaas was eene aangename verrassing voor mij, +omdat ik reeds bijna de hoop had opgegeven hem nog bij mij te zien. Ik +was zoo blij hem te zien, dat ik mijne plichten, of liever gezegd, +mijne gewoonten er bijna om had verwaarloosd. + +"Nu ben ik weer alleen, en alleen in den waren zin van 't woord; ik ga +nergens heen en ontvang niemand. Ik maak plannen voor de lente en den +zomer; keurt gij ze goed? Einde Mei kom ik naar Jasnaja, blijf daar +een maand of wat, zal mijn best doen Nikolaas daar zoo lang mogelijk +vast te houden, en dan eene reis met hem maken door den Kaukasus." [59] + + + +Plotseling, te midden van zijne stormachtige wereldsche +genietingen, als spel, wellust, enz., kwam het tijdperk van boete +en godsdienstzin. IJverig vervulde hij zijne kerkelijke plichten, +hield de vasten en maakte zelfs preeken, die natuurlijk ongelezen +bleven. In dezen tijd begon de kunstenaar-auteur zich te openbaren. + +Reeds in 1850 dacht hij er over een werk over zijn "vie de Bohême" +te schrijven. Eene andere gedachte was bij hem wakker geroepen door +het lezen van Sterne's _Sentimental Journey_, n.l. iets dergelijks +te schrijven. + +Eens zat hij voor het venster en keek naar alles wat op straat voorbij +ging: "daar loopt een wachter, wat zou hij voor iemand zijn, en wat +voor een leven zou hij leiden? Daar gaat een wagen, wie zou er in +zitten, waar zou hij heenrijden, waar denkt hij aan? Wie zouden er +in dat huis wonen en hoe zou hun innerlijk leven zijn?... + +"Wat zou het interessant zijn, dit alles neer te schrijven en welk +een belangwekkend boek zou het niet worden!" + +Tolstoi's plotselinge afreis naar den Kaukasus maakte wederom een einde +aan deze aan afwisseling rijke, gevaarlijke periode van zijn leven. + + + + + + +DERDE DEEL. + +KRIJGSDIENST. + + + +ZEVENDE HOOFDSTUK. + +KAUKASUS. + + +Tolstoi's mislukte pogingen op landhuishoudkundig gebied, de +onmogelijkheid om in de gewenschte verhouding tot zijne lijfeigenen te +komen, zijn hartstochtelijk, gevaarlijk, in alle opzichten verwilderd +leven, brachten hem eindelijk tot het besef, dat het zoo niet blijven +kon. Zijn leven was zóó verward, hij zelf was zóó gezonken, dat +hij alles wel aan wilde grijpen om het te veranderen. Zijn zwager, +toen nog de verloofde van zijne zuster, moest vóór zijn huwelijk nog +eenige zaken in Siberië regelen. Hij had afscheid genomen en was reeds +onderweg, toen plotseling Tolstoi bij hem in den reiswagen sprong, +en wij gelooven dat het alleen aan de omstandigheid dat hij muts en +pels vergeten had te danken is, dat hij niet met zijn' zwager meeging. + +Eindelijk gebeurde er iets, dat hem in de gelegenheid stelde een ander +leven te beginnen. Zijn oudste broer Nikolaas, die als officier in +'t leger diende, was met verlof uit den Kaukasus overgekomen. Tolstoi +nam het besluit, en volvoerde dat ook, om met hem terug te keeren. + +Den 20en April 1851 vertrokken zij van Jasjana Paljana naar Moskou, +waar zij eenige weken vertoefden, en vanwaar hij den volgenden brief +schreef: + + + +"Ik heb op de promenade van Sakolnik gewandeld, maar het was zulk +een afschuwelijk weer, dat ik tot mijne spijt niet ééne dame uit +onzen kring heb gezien. Gij beweert altijd, dat ik iemand ben die van +proefnemingen houdt. Nu, ik heb me onder 't plebs begeven, waar de +Zigeuners hunne tenten opslaan. Gij kunt u levendig voorstellen welk +een' strijd ik daar moest strijden, maar ik ben overwinnaar gebleven, +d.w.z. ik heb de vroolijke afstammelingen van de doorluchtige Pharao's +niets dan mijn' zegen achtergelaten. Nikolaas vindt, dat ik een zeer +aangename reisgenoot ben; alleen ergert hij zich dat ik, zooals hij +zich uitdrukt, twaalf maal per dag mijn linnen verwissel. Ik vind +hem ook aangenaam op reis, alleen niet zindelijk genoeg. Ik weet niet +wie van ons beiden gelijk heeft." [60] + +Van Moskou gingen zij naar Kazan, waar zij Joeschkoff, den man van +hunne tante Pelageja, en ook nog eene vriendin van deze laatste, de +origineele, verstandige Zagoskina, de directrice van het Kazansche +vrouwen-instituut, opzochten. + +Bij deze Zagoskina kwamen zeer veel jongelui _comme il faut_ +aan huis, o.a. de procureur Ogolin, met wien Tolstoi eene bijna +vriendschappelijke betrekking aanknoopte. Samen gingen zij Joeschkoff +op zijn landgoed een bezoek brengen, waarbij zich het volgende +vermakelijke incident voordeed: + +"Gij kunt u nauwelijks," zoo vertelt Tolstoi, "de verbazing voorstellen +van mijn' oom, toen hij Ogolin, den altijd keurigen, correcten, +in uniform met kruis en lint gekleeden Ogolin onder de volgende +omstandigheden bij zich zag. Wij waren voorgereden, en terwijl +de knecht ons aandiende stelde ik Ogolin voor eens te probeeren, +wie het vlugst in een der tegenover het huis staande berkeboomen kon +klimmen. Het duurde lang voordat mijn oom, die daar juist op aan kwam, +van zijne verbazing was bekomen." + +Volgens Tolstoi's eigen woorden was in dien tijd zijn oordeel over +menschen en dingen nog zeer oppervlakkig en lichtzinnig, hetgeen zijn +broer Nikolaas hem zoo nu en dan liet voelen. Zoo kwamen zij eens op +eene wandeling een rijtuig tegen waarin een heer zat, die met zijne +beide ongehandschoende handen op zijn stok leunde. + +"Wat een poen," zei Tolstoi. + +"Waarom?" vroeg Nikolaas. + +"Hij heeft niet eens handschoenen aan!" + +"En denk je dat hij daarom een poen is?", antwoordde +Nikolaas met zijn fijn, nauwelijks zichtbaar glimlachje. + +Nikolaas dacht en handelde geheel anders dan andere menschen, en deed +eenvoudig wat hij goed oordeelde. Zoo kwam hij op het denkbeeld niet de +gewone reisroute te volgen, maar te paard tot Saratoff te gaan, vandaar +per schuit langs de Wolga naar Astrakan, en dan met de postkoets naar +de plaats hunner bestemming. Zoo geschiedde het. In Saratoff namen +zij eene schuit, laadden daar den reiswagen op, en met behulp van een' +loods en twee roeiers zakten zij, soms zeilende, soms drijvende, dan +weer roeiende, den stroom af. Na eene reis van een paar weken bereikten +zij Astrakan, vanwaar Tolstoi zijne tante den volgenden brief stuurde: + +"Wij zijn nu in Astrakan en hebben nog wel een 400 K.M. voor +den boeg. In Kazan heb ik het zoo prettig mogelijk gehad. Tot aan +Saratoff was de reis onaangenaam, maar als vergoeding kregen wij het +poëtische boottochtje tot Astrakan, bekoorlijk door de afwisseling en +de eigenaardige manier van reizen. Gisteren heb ik Maria een langen +brief over mijn verblijf te Kazan geschreven. Om niet in herhalingen +te vervallen, vertel ik er u niets van. Tot nu toe bevalt de reis +me heel goed. Ik heb veel in mijn hoofd om over na te denken en de +afwisseling op zich zelf is mij reeds aangenaam. In Moskou heb ik me +geabonneerd, zoodat ik overvloed van lectuur heb. Ik lees veel, zelfs +in den reiswagen. Verder draagt het gezelschap van Nikolaas, zooals +ge wel kunt denken, veel tot mijn genoegen bij. Met mijne gedachten +ben ik steeds bij u allen, en soms maak ik me er een verwijt van, het +leven, dat uwe liefde mij zoo aangenaam maakte, te hebben verlaten; +gelukkig is het maar tijdelijk en het weerzien zal des te prettiger +zijn. Zoo ik meer tijd had gehad zou ik Sergius ook hebben geschreven; +daar wacht ik nu liever mee, tot ik ter plaatse en meer op mijn gemak +ben. Groet hem van mij en zeg hem, dat het mij zeer spijt dat er in +den laatsten tijd eene verkoeling tusschen ons is ontstaan, waarvan +alleen ik de schuld draag." [61] + + + +Om den lezer een duidelijk begrip te geven van Tolstoi's leven in, +en van zijne vertellingen over den Kaukasus, laten wij hier met een +paar woorden volgen, wat onder den Kaukasus moet worden verstaan. + +Het Russische rijk had zich inwendig versterkt, om in staat te zijn +de Tartaarsche bevolking te beoorlogen. De Russen begonnen met de +Tartaren naar het Zuid-Oosten terug te dringen en stootten, na het +Kazansche en Astrakansche rijk te hebben overwonnen, op de wilde +bergbewoners van het noordelijke deel van den Kaukasus. In het begin +der 19de eeuw werd ter hunner bestrijding op den linkeroever van de +Tjerek en op den rechter van de Koeban eene geheele linie kozakken +gestationeerd. Het meer zuidelijk gelegen Groezintische rijk, dat tot +nu toe onafhankelijk was geweest, onder een eigen vorst, Gherakli II, +werd door de Russen overwonnen. Om politieke redenen was het gewenscht +de bergbewoners, zich ophoudende tusschen Groezië en Rusland, aan +het Russisch gezag te onderwerpen, waardoor een strijd ontbrandde, +die meer dan 50 jaren duurde. De Russen, gelegerd op de oevers van +de Tjerek en de Koeban, schoven langzaam op naar de bergen, maar +grootendeels beperkte de strijd zich tot plotselinge overrompelingen +van de woonplaatsen der bergbewoners. Het vee werd meegenomen, de +weiden vertrapt, zooveel mogelijk gevangenen werden gemaakt en dan +trokken de Russen weer terug naar hun stanitza [62]. De bergbewoners +van hun' kant lieten zich ook niet onbetuigd: zij vervolgden den +vijand en brachten hem groote verliezen toe. Zij verborgen zich achter +wallen, in bosschen en spelonken van 't gebergte, kwamen dan op het +onverwachtst te voorschijn en drongen zelfs door in de stanitza, waar +zij een groote slachting aanrichtten en veel gevangenen maakten, +mannen zoowel als vrouwen. Er kwamen oogenblikken dat de strijd +verflauwde, om daarna echter weer des te verwoeder los te breken onder +den invloed van eenige fanatieke leiders, die de bergbewoners, onder +voorwendsel dat zij een heiligen strijd tegen ongeloovigen streden, +steeds opnieuw tot den oorlog aanvuurden. De allergrootste verliezen +werden den Russen toegebracht door de Tschetschenskische bevolking, +die zich ophield in de boschrijke vlakten gelegen aan de zijrivieren +van de Tjerek en in de woeste bergen van Itschkerië. + +De aanvallen van den kant der Russen waren heftiger of zwakker, +naarmate hunne aanvoerders meer of minder krachtige persoonlijkheden +waren. + +In 1856 namen de zaken een anderen keer, door het optreden van den +stadhouder van den Kaukasus, vorst Barjatjinski, die zeer veel invloed +had op Keizer Alexander II. Hij verzamelde een leger van 200.000 man +(meer dan daar ooit te zamen was geweest) en liet een groot gedeelte +er van optrekken tegen Tschetschna, Itschkerië en Daghestan, streken +die in handen waren van den bekenden Schamil. Deze Schamil, die door +de bergbewoners om zijn moed, geestkracht en vastberadenheid als een +god werd aangebeden, moest het onderspit delven voor de voor niets +terugwijkende overmacht van het Russische leger onder Jewdokimoff. In +het jaar 1857 viel Schamils residentie, en in 1859 moest hij zelf +zich met zijne nieuwe vesting Daghestanskaja aan vorst Barjatjinski +overgeven. + + + +In 1850 werd bovengenoemde vorst opperbevelhebber van den linkervleugel +van het Kaukasische leger. + +De aankomst van Leo Tolstoi in den Kaukasus, viel voor in dezen tijd +en daarop hebben ook de verhalen _De Overrompeling_, _De Kozakken_ +en andere betrekking. + +De beide broers reisden van Astrakan in eene postkoets over Kizljar +naar Starogladowskaja, de plaats hunner bestemming, waar Tolstoi, +die als particulier persoon in den Kaukasus aankwam, bij zijn' +broeder ging inwonen. + +De eerste indruk, dien hij van den Kaukasus kreeg, was niet +schitterend. Spoedig na aankomst schreef hij zijne tante: + +"Einde Mei ben ik hier in het kamp aangekomen. Ik heb nu van nabij het +leven gezien dat Nikolaas leidt en kennis gemaakt met de officieren van +zijn' kring. Dat leven trekt mij niet erg aan, evenmin als het land, +dat ik me heel mooi had voorgesteld en het absoluut niet is. Daar +de stanitza op een laag terrein ligt, hebben we in 't geheel geen +uitzicht; het logies is slecht en ontbloot van alle comfort. + +"Wat de officieren betreft, die zijn, zooals ge u kunt voorstellen, +menschen zonder opvoeding maar dapper, en zij houden over 't algemeen +heel veel van Nikolaas. + +"Alexejeff, zijn chef, is een klein, rossig, goedig mannetje met +snor en bakkebaarden en een doordringende stem; hij herinnert even +aan A. S. Wolkoff, maar is niet zoo'n huichelaar. De jonge officier +W.... is een kind, maar een goed kind, die aan Petroescha doet +denken. Dan Bjelkowski, een oude kapitein der Kozakken uit den Oeral, +een eenvoudige man, maar een dapper en braaf soldaat. Ik wil u wel +eerlijk bekennen, dat er in 't begin heel veel was in dit gezelschap +dat mij niet aangenaam aandeed; nu ben ik er echter aan gewend, +maar ik zal toch nooit intiem met die heeren worden. + +"Ik heb het middel gevonden--daarvoor behoef ik slechts Nikolaas' +voorbeeld te volgen--om noch te veel op een afstand, noch te familiaar +met hen om te gaan." [63] + +In Starogladowskaja bleef Tolstoi niet lang, daar hij zijn' broer +vergezelde, die ter dekking van de gewonden naar Stari-Joert werd +gezonden, waar juist een warm-waterbron was ontdekt. Volgens Tolstoi's +verhalen is Stari-Joert een bijzonder mooi gelegen plaatsje, met +ongeveer 1500 inwoners. Even hooger bevindt zich de staalbron, die, +naar men gelooft, nog meer geneeskracht heeft dan de Pjatigorkische +bronnen. De temperatuur van het water is zóó hoog, dat, toen de hond +van Nikolaas Tolstoi er eens in viel, hij zulke hevige brandwonden +kreeg dat hij er aan stierf. + +De bron verdeelt zich in eene menigte kleine beekjes, zóó ondiep +dat men ze gemakkelijk kan afdammen. De inwoners gebruiken ze als +drijfkracht voor hunne molens. + +De volgende brief, door Tolstoi aan zijne tante geschreven, zal ons +daar meer van vertellen. + +"Nikolaas moest een week na aankomst weer verder, en ik ben met hem +meegegaan. We zijn nu sedert drie weken hier, en wonen in eene tent, +wat mij, daar het weer heel mooi is en ik reeds begin te gewennen, heel +goed bevalt. Men heeft hier prachtige vergezichten van de bron uit. + +"'t Is een enorme, steenachtige berg; sommige rotsen liggen, een +soort van grot vormend, los op elkaar, andere weer blijven op groote +hoogte hangen. Zij zijn los gescheurd door den stroom warm water, +die steeds met veel geraas neerstort. Een witte damp, die uit het +warme water opstijgt, omringt voortdurend het hoogere gedeelte van den +berg. Het water is zoo warm dat een ei in drie minuten gekookt is. Een +schilderachtig effect maken drie eigenaardig geconstrueerde molens die, +in 't midden van het ravijn, in den hoofdstroom staan. De vrouwen van +de Tartaren loopen den geheelen dag af en aan om daar hunne kleeren +te wasschen. Verbeeld u, zij wasschen met hunne voeten. Het lijkt +precies een groote mierenhoop. De vrouwen zijn over 't algemeen +mooi en goed gebouwd; hare Oostersche kleeding is armoedig maar +sierlijk. De schilderachtige groepjes van deze vrouwen, gevoegd bij +de wilde schoonheid van de natuur, levert werkelijk een prachtigen +aanblik op. Soms zit ik uren het landschap te bewonderen. Boven op +den berg is het uitzicht nog mooier en weer geheel anders, maar--ik +vrees dat ik u met mijne beschrijvingen ga vervelen. + +"Ik vind het heel aangenaam dat ik bij de bronnen ben en profiteer er +van, neem staalbaden en heb nu geen pijn meer in mijne voeten. Steeds +had ik last van rheumatiek en ik geloof dat ik met ons watertochtje nog +meer kou heb gevat. Zelden heb ik me zoo goed gevoeld als tegenwoordig +en ondanks de groote hitte neem ik veel beweging. + +"Er zijn hier veel officieren, van 't zelfde soort als die ik u +vroeger heb beschreven. Ik ken ze allen en sta op den zelfden voet +met hen als met de anderen." [64] + + + +Van uit Stari-Joert nam Tolstoi als vrijwilliger deel aan de +strooptochten die tegen de bergbewoners werden ondernomen. Deze tijd +schonk hem oogenblikken van poëtische verrukking; daarvan lezen wij +in zijn dagboek: + + + +Stari-Joert, 11 Juni 1851. + +"Gisteren nacht heb ik geen oog dicht gedaan. Nadat ik mijn dagboek had +bijgewerkt, deed ik mijn gebed. Het is mij niet mogelijk het zalige +gevoel te beschrijven dat mij daarbij doortrilde. Ik begon met het +Onze Vader en de andere gebeden, die ik gewoonlijk zeg, doch bleef +daarna nog lang in gepeins verzonken. Indien men het gebed als een +verzoek of eene dankzegging beschouwt, dan bad ik niet. Ik verlangde +iets onzegbaar hoogs en verhevens, maar uiten kon ik het niet, hoewel +het mij zelf heel duidelijk was wat ik wenschte; ik wilde gelijk +worden aan een bovenaardsch wezen en smeekte God mij mijne zonden +te vergeven; neen, dat vroeg ik niet, want ik voelde dat, waar mij +deze zalige oogenblikken geschonken werden, mijne zonden reeds waren +vergeven. Ik bad en tevens voelde ik dat ik niet behoefde te bidden, +dat ik er niet toe in staat was en dat ik het niet kon. Ik dankte +God, maar zwijgend, niet met woorden. Mijn ziel was één gebed, één +dankzegging. Het gevoel van angst was geheel verdwenen. Geen Geloof, +geen Hoop, geen Liefde maakte zich los van dit alles overheerschende +gevoel. Stil,--dit was het gevoel, dat mij gisterenavond beheerschte: +het was de liefde tot God, de liefde die alles wat goed is in zich +heeft, die alles wat slecht is van zich verwijdert. Hoe vreeselijk was +het mij te blikken naar die lage, slechte zijde van het leven, en hoe +onbegrijpelijk dat ik mij ooit door haar liet meesleepen! Hoe innig +bad ik God, mij in zijne hoede te nemen. Ik voelde mij los worden van +de aarde, ik was ... maar neen, het aardsche, het lage herkreeg reeds +weer zijn macht over mij, en nauwelijks was er een uur verloopen of, +bijna zoo duidelijk alsof ik haar hoorde, lokte de stem van het lage, +de stem van de ijdelheid mij; ik wist waar die stem vandaan kwam, +ik wist dat zij mijne zaligheid zou verwoesten, dat ik zou strijden, +maar dat zij zou overwinnen. Ik sliep in en droomde van macht en van +vrouwen; maar ik had geen schuld, ik kon niet anders. + +"De eeuwige zaligheid is hier op aarde niet te bereiken. Wij moeten +lijden. Waarom? Ik weet het niet. En hoe durf ik zelfs zeggen: +ik weet het niet. Hoe waagde ik het te denken dat ik de wegen +der Voorzienigheid zou kunnen doorgronden. Zij is de bron van het +verstand, en het verstand wil haar begrijpen.... Het verstand verdwaalt +langs de afgronden van deze wijsheid en het gevoel vreest haar te +beleedigen. Ik dank God voor dat oogenblik van zaligheid, waarin +hij mij mijne grootheid en mijne kleinheid liet aanschouwen. Ik wil +bidden maar ik kan niet. Ik wil begrijpen maar ik kan het niet. Heer, +in Uwe handen beveel ik mijne ziel! + +"Waarom heb ik dit alles neergeschreven? + +"Hoe laag bij den grond, hoe zinneloos heb ik mijne gedachten +uitgedrukt, en zij waren toch zoo hoog!" + +Deze vlagen van religieuse verrukking veranderden dikwijls in angst +en apathie. Den 2den Juni, nog steeds in Stari-Joert, schreef hij in +zijn dagboek: + +"Nu denk ik, wanneer ik mij al die droevige oogenblikken uit mijn leven +te binnen breng, die mij als lood terneer drukken ... maar neen, er is +reeds te weinig vreugde in het leven, veel te gemakkelijk te bereiken +stelt de mensch zich het geluk voor, veel te vaak--en waarom?--slaat +ons het noodlot, weerklinkt smartelijk in ons de gevoeligste snaar, +dan dat wij het leven nog lief konden hebben; en daarbij, er ligt iets +zoets, iets verhevens in de onverschilligheid tegenover het leven, +en ik geniet van die gevoelens. Hoe sterk voel ik mij tegenover de +vaste overtuiging, dat ons niets meer wacht dan de dood; en dadelijk +daarna herinner ik mij met blijdschap, dat mijn paard mij wacht, dat +ik naar Tscherkesk zal rijden, de vrouwen zal naloopen, en het maakt +me wanhopig, dat de eene punt van mijn snor hooger reikt dan de andere, +en twee volle uren sta ik voor den spiegel om dit te veranderen." + + + +Tolstoi veranderde verschillende malen van verblijfplaats, omdat +zijn broer Nikolaas, wiens standplaats eigenlijk Starogladowskaja +was, dikwijls naar Stari-Joert werd gezonden en hij hem dan steeds +vergezelde. + +Door het feit, dat de schilderachtige beschrijvingen in Tolstoi's +eerste werken alle op Stari-Joert betrekking hebben, heeft dit +plaatsje eene historische vermaardheid verkregen. De prachtige natuur +van het noordelijk gedeelte van den Kaukasus, de bergen, de Tjerek, +de onverschrokkenheid van de Kozakken, hunne primitieve leefwijze, +alles werkte mee om zijn genie, steeds strijdende voor het ideaal der +waarheid, den weg te wijzen. In zijn werk _De Kozakken_ beschrijft +Tolstoi den overweldigenden indruk, dien de grootsche natuur op +hem maakte. + +"Het was een klare, heldere morgen. Plotseling zag Oljenin, zooals +hij eerst meende op nauwelijks twintig schreden afstand, de omtrekken +van iets overweldigend groots, smetteloos wit, zich vaag, in grillige +lijnen afteekenend tegen den ver verwijderden hemel. Maar toen hij +begreep dat er een groote afstand was tusschen hem en de bergen en +hij doordrongen werd van hun onuitsprekelijke schoonheid, toen was +het hem alsof hij droomde. Hij stond op om geheel wakker te worden, +en zie--de bergen bleven. + +"'Wat, wat is dat?' vroeg hij zijn' begeleider. + +"'Natuurlijk bergen,' antwoordde de drijver. + +"'Ik heb er ook reeds lang naar gekeken,' zei Wanjoescha. 'Wat zijn +ze mooi! Thuis zouden zij het niet kunnen gelooven.' + +"Steeds verder en verder scheen de bergketen, waarvan de toppen door +de morgenzon zacht rose werden getint, bij de snelle nadering van de +troika terug te wijken. Eerst was het bewondering, toen verrukking +die Oljenin aangreep op het gezicht van deze sneeuwbergen. En turende +naar de blanke toppen der bergen, oprijzende uit de steppen, begon +hij te begrijpen, werd hij geheel doordrongen van hunne grootsche +schoonheid. En alles wat hij zag op den weg en alles wat hij dacht +zag hij in het licht van die verheven bergen. Zij verdreven alles uit +zijne herinnering, zijne dwalingen, zijne droomen, zijne schande en +zijn berouw, alles was als weggevaagd. 'Heden begint gij te leven,' +fluisterde eene geheimzinnige stem. En de weg en de kronkelende +Tjerek en het kamp en het volk, alles kreeg een ander aanzien. Naar +den hemel ziende zag hij de bergen. Hij keek naar zich zelf, hij +keek naar Wanjoescha en dacht aan de bergen. Twee Kozakken op vlugge +paardjes reden over den weg, maar de bergen.... Een lichte damp steeg +op naar den hemel, de zon kwam op en begroette de bloemen langs den +oever van de Tjerek, maar de bergen.... Uit het kamp kwam eene vrouw, +zij was jong en schoon, maar de bergen.... De Abreken zwierven door +de steppen, maar hij vreesde hen niet: hij was jong, hij was moedig, +goed gewapend en hij droomde van de bergen." + + + +In Augustus vinden wij Tolstoi weder in Starogladowskaja. + +Door de lezing van het boek _De Kozakken_, dat een sterk +autobiografisch karakter draagt, kunnen wij ons een juist denkbeeld +vormen van de wijze waarop Tolstoi zijn tijd in de stanitza +doorbracht. Zijne verhouding tot de Kozakken, zijne bewondering voor de +grootsche natuur, de jacht en zijn zielestrijd, die hem nooit verliet, +dat alles vinden wij in dit werk beschreven. + +Een klein fragment laten wij hier volgen. + +Oljenin, zittende in het groene bosch, komt op de volgende gedachte: + +"Waarom ben ik nu gelukkig en waarvoor heb ik vroeger geleefd? Wat +eischte ik veel voor mij zelf en wat heb ik gewonnen? Niets dan zorg, +niets dan verdriet. En zie, ik heb niets noodig om gelukkig te zijn. + +"Plotseling was het alsof er een nieuw licht voor hem opging. Het +geluk, peinsde hij verder, bestaat klaarblijkelijk daarin, om voor +anderen te leven. In iederen mensch bestaat de drang naar geluk, +dat is een natuurlijke wensch. Wanneer hij het op eene egoïstische +wijze gaat zoeken, d.w.z. wanneer hij voor zichzelf rijkdom, +macht of liefde vraagt, dan zal het gebeuren, dat zijne wenschen +onbevredigd blijven, want dat zijn geen natuurlijke maar onwettige +begeerten en het verlangen naar zulk een geluk heeft geen recht van +bestaan. Welke wenschen kunnen verwezenlijkt worden? Welke? De liefde +en de zelfopoffering. + +"Deze, naar hij meende, nieuwe ontdekking maakte hem zoo gelukkig, +dat hij plotseling opsprong en rondziende dacht: Voor wien kan ik mij +opofferen, wien kan ik goed doen, wien liefhebben? Ik heb immers niets +noodig voor mij zelf; waarom dus niet voor anderen te leven?" [65] + + + +De stem der liefde vond toen reeds weerklank in de ziel van den +jongeling, die nog nauwelijks zijne intrede in de wereld had +gedaan. Maar ook de uiterlijke omstandigheden kregen macht over +dezen jongen, krachtigen man en sleepten hem mee op de wegen waar +het dierlijk instinct ons voert. + +Het spreekt van zelf, dat het leven in de stanitza niet voorbij +ging zonder dat Tolstoi, jong en hartstochtelijk als hij was, een' +roman beleefde. Hij vatte eene groote liefde op voor eene jonge +Kozatschka. [66] De geschiedenis van deze liefde is in het werk _De +Kozakken_ beschreven, maar nog duidelijker beeld kunnen wij er ons van +vormen uit een' brief, dien hij aan een' vriend in Moskou schreef. In +dezen brief zien wij Tolstoi's groote liefde voor de natuur, zijn' +wensch om zich met haar te vereenzelvigen, en zijn verdriet als hij tot +de erkenning komt, dat het niet mogelijk is; dat zijne ontwikkeling +het verhindert; dat hij zich reeds zoover van haar heeft verwijderd, +dat zich een afgrond heeft gevormd, die nooit meer is te dempen. + +"O, hoe beklaag ik je! Je hebt geen begrip van zulk een geluk en +wat het leven is! Eerst moet je het leeren kennen in zijne volle +schoonheid. Eerst moest je zien wat ik dagelijks voor mij zie: +de eeuwige, ongerepte sneeuwbergen en de vrouw in haar verheven +schoonheid,--zoo schoon als de eerste vrouw in 't Paradijs moet zijn +geweest,--en dán zal het je duidelijk worden wie van ons te gronde +zal gaan, wie in de waarheid en wie in den leugen leeft, jij of ik! O, +hoe beklaag ik je in je waan! + +"Als ik mij zelf terug denk, in plaats van met mijn huisje, mijn +bosch en mijne liefde, in de salons gevuld met vrouwen met opgemaakte +valsche haren, onnatuurlijke spraak, slechte en misvormde gestalten, +leege salonpraatjes die moeten doorgaan voor een gesprek, dan walg ik +van dat alles. Wanneer ik mij die onbeteekenende gezichten voorstel, +die rijke jonge meisjes, rondloopende alsof zij zeggen willen: 'kom +maar bij me, al ben ik ook rijk, gij kunt me krijgen', het hier +hangen en daar leunen, die onbeschaamde koppelarij, die eeuwige +babbelpraatjes, die gekunsteldheid, de etiquette die voorschrijft +wien men een hand moet geven, voor wien men moet buigen, met wien +men een gesprek moet aanknoopen, en ten slotte die allesbeheerschende +verveling, die overgaat van geslacht op geslacht, en dat alles in de +overtuiging dat dát noodzakelijk is! + +"Begrijp en geloof. Begrijp wat waarheid en schoonheid is, dan zal +alles wat gij voor geluk houdt, alles wat gij wenscht, voor mij, +zoowel als voor u, vervliegen als kaf voor den wind. Het geluk is: +leven met de natuur, haar zien, haar voelen. 'Hij zal nog eens eene +Kozatschka huwen, en geheel voor de maatschappij verloren gaan,' +hoor ik de menschen reeds medelijdend zeggen. + +"En ik, ik heb maar één wensch, geheel te gronde te gaan, zooals gij +dat begrijpt, en eene eenvoudige Kozatschka te huwen, maar ik heb er +geen moed toe, want het geluk zou te groot zijn. + +"Drie maanden zijn verloopen sedert ik voor het eerst Mariana zag. Nog +kleefden mij alle vooroordeelen aan, die ik had meegebracht uit den +kring dien ik juist had verlaten. Nooit had ik kunnen denken, dat +ik voor deze vrouw liefde zou gevoelen! Ik bewonderde haar zooals +ik de natuur, de bergen bewonderde, en ik kon niet anders, want haar +schoonheid is aan hen gelijk. + +"Later, toen het mij duidelijk werd dat ik haar schoonheid niet +meer kon ontberen, vroeg ik mij af of ik haar lief had, maar ik +antwoordde ontkennend. Wat ik voelde kwam niet voort uit verveling, +noch uit den wensch om te trouwen; het was geen platonische en geen +zinnelijke liefde. + +"Ik moest haar zien, haar hooren, haar in mijne nabijheid weten; +ik was niet wat men gelukkig noemt, maar ik was rustig. + +"Na een' avond, dien ik in haar gezelschap had doorgebracht, nadat +ik hare aanraking gevoeld had, begreep ik dat tusschen mij en die +vrouw een band werd geweven, waartegen niet viel te strijden. + +"Toch heb ik mij verzet. Ik hield mij voor: kunt ge dan eene vrouw +liefhebben, die nooit uw innerlijk leven zal kunnen begrijpen; kunt +ge haar dan liefhebben, alleen om haar schoonheid, eenvoudig als een +vrouwelijk beeld? Maar ik hield reeds van haar, hoewel ik het mij +zelf niet wilde bekennen. + +"Na dat feestje, waarop ik voor 't eerst met haar sprak, kwam er +eene verandering in onze verhouding. Vroeger beschouwde ik haar +als een vreemd, verheven voortbrengsel der natuur; nu werd zij een +mensch voor mij. Ik begon haar gezelschap te zoeken, sprak met haar, +bezocht haar vader soms op het werk en bracht geheele avonden in +haren familiekring door. + +"En toen ik haar nader trad, bleef zij toch voor mij even rein, +gesloten en verheven. Zij antwoordde mij steeds even rustig, uit de +hoogte en kalm. Soms was zij vriendelijk, maar meestal drukte iedere +blik, iedere beweging onverschilligheid uit, doch niet minachtend, +altijd betooverend. Met een geveinsd lachje, maar met een inwendig +hartstochtelijk verlangen, sprak ik met haar over onverschillige +dingen en trachtte haar iederen dag nader te komen. Zij merkte dat ik +huichelde, maar zag mij steeds eenvoudig en recht in de oogen. Ik kon +het niet langer verdragen. Liegen wilde ik niet voor haar, ik wilde +alles uitspreken wat ik voelde. Wij waren in den tuin. Ik was zeer +opgewonden en verklaarde haar mijne liefde, met woorden waarvoor ik +mij nu nog schaam, want zij stond zooveel hooger dan deze woorden, +waarmee ik haar mijne liefde te kennen gaf. Toen zweeg ik, maar van +dien dag af werd mijne positie onverdraaglijk. + +"Ik wilde mij niet voor haar vernederen en op den zelfden voet als +vroeger met haar omgaan, en ik voelde dat ik niet in staat was gewoon +met haar te zijn. Wanhopig vroeg ik mij af wat ik doen moest. + +"In mijne droomen zag ik haar als mijne geliefde, als mijne vrouw, +en beide gedachten stootte ik vol afschuw van mij. De gedachte haar +als eene deern te beschouwen was verschrikkelijk, stond gelijk met +een moord, en haar tot eene barinja [67] te maken nog erger. + +"Als ik een Kozak kon worden als Loekaschka, paarden stelen, tschichir +[68] drinken, lustig zingen, menschen dooden en 's nachts dronken door +het venster in haar kamer klimmen, zonder te bedenken wie ik ben en wat +ik wil--dan konden wij elkaar begrijpen en dan kon ik gelukkig zijn!" + +Maar als Loekaschka worden kon hij niet en dus was dat geluk niet +voor hem weggelegd. + +In September schreef hij zijne tante een' brief, waaruit reeds +duidelijk de toekomstige schrijver te herkennen is. + +Hier treft ons vooral de doordachte wijze waarop hij zich weet uit te +drukken. Waarschijnlijk bestormden hem toen reeds tal van gedachten +en deed hij zorgvuldig eene keuze voordat hij ze aan het papier +toevertrouwde. Op de volgende wijze drukt hij zijne gevoelens uit: + +"Gij hebt mij verschillende malen verteld, dat gij uwe brieven nooit +in klad schrijft. Ik heb uw voorbeeld gevolgd, maar ben er niet wel +bij gevaren, want dikwijls overkomt het mij, dat ik bij overlezing +alles weer verscheur. Dat gebeurt niet uit valsche schaamte, want +eene spelfout, een klad of een verdraaide zin hinderen mij niet, +maar omdat ik het nog niet zoo ver heb gebracht, mijne pen en mijne +gedachten de juiste richting te geven. [69] + +"Juist heb ik een' brief verscheurd, omdat ik veel dingen gezegd had, +die ik had willen zwijgen, en omgekeerd. Gij denkt misschien dat ik +me nu anders toon dan ik ben en zult zeggen, dat dit niet goed is +tegenover menschen waarvan wij houden en die wederkeerig veel om ons +geven. Ik moet dat toestemmen, maar stem gij dan ook toe, dat wij wel +alles aan een' persoon die ons onverschillig is, vertellen, maar dat +wij voor iemand, waar we veel van houden, vaak sommige dingen zouden +willen verzwijgen." + + + +In 't bewustzijn van zijne jonge kracht ontwaakte in hem de drang om +die te gebruiken, zoodat hij besloot in gezelschap van zijn' vriend +Jepischka (in _De Kozakken_ beschreven onder den naam Jeroschka) +eene reis te gaan maken. Die reis nu leverde zeer veel gevaren op, +omdat zij ieder oogenblik de kans liepen door de wilde bergbewoners +te worden overvallen. + +Goed en wel weer teruggekomen ontmoette hij een familielid, een +zekeren Ilija Tolstoi, die hem vroeg hem te vergezellen. Door dezen +Ilija Tolstoi werd hij voorgesteld aan den opperbevelhebber, vorst +Barjatjinski, met wien hij eenigszins op vertrouwelijken voet kwam en +die hem zijne goedkeuring te kennen gaf over de ferme, flinke wijze +waarop hij aan de gevechten deel nam. Tevens gaf hij hem den raad +een verzoekschrift in te dienen om in het leger te worden opgenomen, +daar hij nog steeds als volontair dienst deed. + +De vleiende woorden van den vorst en het aandringen zijner familie +deden Tolstoi besluiten dien raad op te volgen. + +De maanden Augustus en September bracht hij door in +Starogladowskaja. In September ging hij met zijn' broer Nikolaas naar +Tiflis. Deze vertrok echter na korten tijd, maar Tolstoi bleef er om +zijn examen te doen en daarna in dienst te treden. Uit Tiflis schreef +hij zijne tante: + +"Wij zijn inderdaad den 25en vertrokken en na eene reis van zeven +dagen, gedeeltelijk vervelend, omdat er op de wisselstations steeds +gebrek aan paarden was, gedeeltelijk aangenaam door de schoonheid +van het landschap, kwamen wij den 1en van deze maand op de plaats +onzer bestemming. + +"Tiflis is een zeer beschaafde stad, die haar best doet P.... na +te apen en daar vrij goed in slaagt. Men vindt er een uitgelezen, +tamelijk uitgebreiden gezelschapskring, een Russisch tooneelgezelschap +en eene Italiaansche opera, waarvan ik zooveel profiteer als mijne +armzalige middelen mij toelaten. Ik heb mijn' intrek genomen in het +Duitsche kwartier; het is wel is waar eene voorstad, maar heeft voor +mij een dubbel voordeel. Ten eerste is het er mooi; rondom zijn tuinen +en wijnaanplantingen, zoodat men zich kan verbeelden buiten te zijn +('t is nog heerlijk weer; tot nu toe hebben we nog geen sneeuw of ijs +gezien). Ten tweede betaal ik voor twee vrij zindelijke kamers vijf +roebel per maand, terwijl ik voor eene dergelijke woning in de stad +minstens veertig zou moeten geven; bovendien kan ik me gratis in het +Duitsch spreken oefenen. Verder heb ik mijne boeken, mijne bezigheden +en nog vrijen tijd, daar niemand mij komt storen, zoodat ik mij, +alles bij elkaar genomen, niet verveel. Gij herinnert u nog wel, +lieve tante, dat gij mij eens den raad hebt gegeven romans te gaan +schrijven. Nu, ik heb dien opgevolgd en ben nu met een literairen +arbeid begonnen. Ik weet niet of mijn werk ooit het licht zal zien, +maar het houdt mij in ieder geval aangenaam bezig." [70] + +Belangwekkend in dezen brief is, dat wij eruit zien hoe eenvoudig zich +dat groote, zich nog onbewuste talent ontwikkelde. In dezen tijd werd +Tolstoi ziek. Het duurde eenige maanden voordat hij geheel hersteld +was. Die gedwongen rust gebruikte hij voor het schrijven van zijn +eerste werk en om zijne aanstelling in het leger te verkrijgen, hetgeen +veel bezwaren opleverde, daar zijne papieren niet geheel in orde waren. + +De volgende brief, geschreven 23 December 1851, aan zijn' broer +Sergius, geeft ons nog eenige bijzonderheden uit Tolstoi's leven te +Tiflis en in de stanitza. + +"Juist vandaag kreeg ik eindelijk de lang gewenschte aanstelling. Ik +kom bij de 4de batterij te staan en zal het genoegen hebben front +te mogen maken en met mijne oogen de voorbij rijdende officieren en +generaals te volgen. Ja, zelfs vandaag, toen ik ging wandelen in mijn +pelsjas en met mijn slappen hoed op (voor dien hoed heb ik hier nog +al 10 roebel betaald), wilde ik, zonder aan de deftigheid van dit +kleedingstuk te denken, gewend als ik reeds was om me spoedig in +de grijze schinel te zien, mijn slappen hoed afrukken en op straat +gooien. Als mijne wenschen in vervulling gaan, dan reis ik reeds +den eersten dag van mijn in-dienst-treding naar Starogladowskaja, +en ga dan dadelijk op marsch. Ik kleed me dan in een schaapspels, +en zal met hart en ziel en met behulp van de kanonnen meewerken aan +de uitroeiing van die roofzuchtige, lastige Aziatische bevolking. + +"Uit dit schrijven zie je dat ik op 't oogenblik in Tiflis ben. Ik +kwam hier 9 November aan, zoodat ik nog een enkelen keer met de +honden die ik in Starogladowskaja heb gekocht op jacht kon gaan. Het +jagen hier, d.w.z. in de stanitza, is heerlijk. Weiden, moerassen, +waar eene menigte grijze hazen zitten, en eilanden, niet met bosschen, +maar met een soort riet beplant, waar zich veel vossen ophouden. Negen +malen ben ik met mijne twee honden, waarvan de eene goed, de andere +slecht is, op jacht geweest, op 15 werst afstand van de stanitza, en +legde twee vossen en zestig hazen neer. Zoodra ik weer daarginds ben, +ga ik eens op geiten jagen. + +"Ik heb ook eenige malen aan eene jacht met de buks op wilde zwijnen +en herten deelgenomen, maar heb niets onder schot gekregen. Deze wijze +van jagen is op zich zelf wel aardig, maar voor dengene die gewend is +met honden te jagen is het niets. 't Gaat er juist mee als met iemand +die altijd Turksche tabak rookt; die houdt niet meer van Schoekoff, +hoewel het altijd nog de vraag is, welke de beste is. + +"Ik ken je zwak, n.l. dat je graag wilt weten hoe het hier is, +wie mijn kennissen zijn en hoe ik met hen sta. 't Is overigens +iets, dat mij hier heel weinig bezig houdt, maar ik zal je zooveel +mogelijk tevreden stellen. Er zijn hier niet veel officieren; bij +gevolg ken ik ze allen, hoewel zeer oppervlakkig. Ik sta met allen +op een' goeden voet, een gevolg van de wodka, wijn en zakoeska [71], +die Nikolaas en ik altijd voor de bezoekers gereed houden. Aan deze +zelfde omstandigheid dankte ik ook mijne opname onder de officieren in +Stari-Joert. Hoewel er heel geschikte lui onder de officieren zijn, +wil ik, daar ik buitendien belangrijke bezigheden heb, niet intiem +met hen worden. De onderbevelhebber Alexejeff, de commandant van de +batterij waarbij ik sta, is een goed, maar ijdel mensch. Laatst had +ik hem noodig, en ik moet bekennen, dat ik toen op die eigenschap +gespekuleerd heb en hem een beetje honing om den mond heb gesmeerd. Ik +deed het echter ongaarne, dat verzeker ik je. Wanneer ge met ijdele +menschen omgaat, dan wordt ge het zelf ook. + +"Hier in Tiflis heb ik drie kennissen; meer tot nu toe nog niet, ten +eerste omdat ik het niet wensch en ten tweede omdat de gelegenheid +tot verdere kennismaking zich niet heeft voorgedaan. De eerste +is Bagration, een Petersburger, de tweede vorst Barjatjinski, +onder wiens commando ik de strooptochten heb meegemaakt. Ik heb +daarna met Ilija Tolstoi, dien ik hier ook ontmoette, een' dag bij +hem doorgebracht. Van deze vriendschap beleef ik niet veel plezier, +want je zult wel begrijpen, in welk eene verhouding een Junker tot een +generaal kan staan. De derde is een gedegradeerde apothekersbediende, +een vermakelijk type. Ik veronderstel dat vorst Barjatjinski nooit had +gedacht op één lijn met een hulp-apotheker te worden geplaatst en dat +is hier toch het geval. Nikolaas is hier zeer gezien, zoowel bij zijne +meerderen als bij zijne officieren-collega's; iedereen heeft achting +voor hem en houdt van hem, en daarbij geniet hij de reputatie van +een dapper officier te zijn. Ik houd meer van hem dan van mij zelf, +ben gelukkig in zijne nabijheid en verveel mij zonder hem. + +"Als je wilt pronken met berichten uit den Kaukasus, dan kun je +vertellen, dat Chadzji-Moerat, de eerste persoon na Schamil, zich +aan de Russen heeft overgegeven. Hij was de dapperste van allen, maar +heeft nu eene laagheid begaan. Verder kun je nog met trots vertellen, +dat vandaag de bekende, dappere, verstandige generaal Sljeppoff is +gestorven; of hij er verdriet van heeft, dat zou ik je niet kunnen +zeggen." + +Den 6en Januari schreef Tolstoi, steeds nog uit Tiflis, zijne tante +een' brief, waaruit de groote aanhankelijkheid en liefde sprak die +hij haar toedroeg. + +"Uw' brief van den 24en November heb ik zoo juist ontvangen en als +naar gewoonte zal ik dien per omgaande beantwoorden. De vorige maal +vertelde ik u, dat uwe woorden mij hadden doen weenen en ik schreef +die zwakheid aan mijne ziekte toe. Ik vergiste mij. Al uwe brieven +hebben sedert eenigen tijd diezelfde uitwerking op mij. Gij weet +het wel, mijne tranen zaten altijd hoog. Eerst schaamde ik mij voor +deze zwakheid, maar de tranen die ik stort, denkend aan u en aan uwe +liefde voor ons, laat ik vloeien zonder de minste valsche schaamte. Uw +brief is zoo vol droevige gedachten, dat hij mij ook treurig heeft +gestemd. Gij hebt mij steeds goeden raad gegeven, waarnaar ik helaas +maar zelden heb geluisterd. Ik zou mijn heele leven willen handelen +volgens uwe aanwijzingen. Mag ik u nu den indruk, dien uw brief op +mij gemaakt heeft, en de gedachten, die tijdens de lezing bij mij +oprezen, mededeelen? + +"Vergeef mij, ter wille van de groote liefde die ik u toedraag, indien +ik te openhartig met u spreek. Gij zegt, dat het nu uwe beurt is ons +te verlaten, om weder vereenigd te worden met hen, die gij zoo zeer +hebt liefgehad. Gij zegt, dat uw leven zoo troosteloos eenzaam is, +dat gij God hebt gesmeekt er een einde aan te maken. Vergeef mij, +lieve tante, maar ik geloof dat gij met zoo te spreken God en ook hen, +die u zoo hartelijk liefhebben, beleedigt. Gij vraagt God om den dood, +dus om het grootste ongeluk dat mij kan treffen. Dit zijn geen ijdele +klanken, maar God is mijn getuige, dat de dood van u of van Nikolaas, +de beide wezens die ik meer liefheb dan mij zelf, voor mij de grootste +ramp zou zijn, die mij kon overkomen. Wat zou mij overblijven, zoo +God uw' wensch vervulde! Voor wie zou ik trachten mij te verbeteren, +mij goede eigenschappen te verwerven en mijn best doen eene goede +reputatie te verkrijgen? Wanneer ik plannen maak voor mijn toekomstig +geluk, dan doe ik dat steeds met de gedachte, dat gij daarvan ook zult +genieten. Wanneer ik eene goede daad verricht, dan ben ik tevreden +over mij zelf, omdat ik weet, dat gij over mij tevreden zoudt zijn, en +handel ik niet goed, dan is mijn grootste vrees u verdriet te doen. Uwe +liefde is alles voor mij en gij vraagt God ons te willen scheiden! Ik +kan het gevoel niet beschrijven dat ik u toedraag, geen woorden kunnen +het uitdrukken; ik vrees dat gij zult denken dat ik overdrijf, en +toch ween ik heete tranen terwijl ik u dit schrijf. De gedachte aan +die vreeselijke scheiding heeft mij geleerd welk eene vriendin ik in +u bezit en hoeveel ik van u houd. Maar ik ben immers niet de eenige +die u zoo genegen is, en gij, gij vraagt God te mogen sterven! Gij +zegt dat gij zoo eenzaam zijt door onze scheiding! Maar als gij in +mijne liefde gelooft, zal dat een tegenwicht zijn voor uw verdriet. + +"Wat mij betreft, ik zal nooit eenzaam zijn, zoolang ik mij bewust +ben van uwe warme genegenheid voor mij. + +"Terwijl ik deze woorden schrijf weet ik dat het geen goede +gewaarwording is, die ze mij in de pen geeft: ik gevoel mij gestreeld +door uw verdriet." [72] + + + +In denzelfden brief vertelt Tolstoi nog eene belangrijke gebeurtenis, +belangwekkend ook uit een psychologisch oogpunt. + +"Vandaag is mij iets gebeurd, dat mij in God zou doen gelooven, +zoo ik niet reeds sedert geruimen tijd een vast geloof bezat. + +"Van den zomer, in Stari-Joert, deden de officieren niet anders dan +spelen en dan nog tamelijk grof. In het kamp is men gedwongen elkaar +dikwijls te ontmoeten en heel vaak ben ik bij het spel tegenwoordig +geweest. Ondanks hun aandringen ben ik een maand lang standvastig +gebleven, maar eens, bij wijze van grap, heb ik eene kleinigheid +gewaagd. Ik verloor, zette opnieuw in, en verloor opnieuw; het geluk +was tegen mij. De hartstocht voor het spel leefde weer bij mij op en +in twee dagen verloor ik niet alleen al mijn geld, maar ook dat van +Nikolaas (hij gaf mij ongeveer 250 roebel); bovendien nog 500 roebel, +waarvoor ik een' wissel geteekend heb die in Januari betaald moet +worden. Ik moet u nog vertellen dat dicht bij ons kamp een huisje +staat, dat bewoond wordt door Tschetschenzen. Een van hen, Sado, +kwam in het kamp en nam deel aan 't spel, maar daar hij schrijven +noch rekenen kon--reden waarom ik nooit met Sado wilde spelen--waren +er schurken die hem bedrogen. Ik heb hem aangeraden zich daar niet +meer aan bloot te stellen, terwijl ik hem aanbood per procuratie +voor hem eene kans te wagen. Hij was me heel dankbaar en heeft mij +eene beurs gegeven; daar bij zijn' stam de gewoonte bestaat elkaar +wederzijds iets te schenken, heb ik hem voor 8 roebel een prul van +een geweer gekocht. Nu moet gij nog weten dat om 'koenjak', dat wil +zeggen vrienden, te worden men elkaar niet alleen geschenken moet geven +maar ook het middagmaal bij elkaar moet gebruiken. Daarna wordt men, +volgens een oud gebruik van dat volk (dat bijna geheel is verdwenen), +vrienden op leven en dood, hetgeen wil zeggen, dat als ik hem vraag +om zijn vrouw, zijn geld, zijn wapens of het kostbaarste wat hij op +de wereld bezit, hij mij dat moet afstaan, terwijl ik hem natuurlijk +evenmin iets mag weigeren. Sado heeft mij gevraagd eens bij hem te +willen komen en ik ben er heen gegaan. Na mij op hunne wijze onthaald +te hebben, stelde hij mij voor, het mooiste uit te zoeken wat hij +in zijn huis had: zijne wapens, zijn paard ... in één woord wat ik +verlangde. Ik wilde het minst kostbare nemen en koos een paardentoom +met zilveren beslag, maar hij zeide dat ik hem beleedigde en drong +mij een sabel op, die minstens 100 roebel waard is. + +"Zijn vader is een rijk man, maar heeft zijn geld begraven en geeft +geen cent aan zijn' zoon, die daarom, als hij geld wil hebben, van +den vijand een paard of eene koe gaat stelen. Hij zet soms twintig +maal zijn leven op het spel om iets te stelen, dat nog geen tien +roebel waard is. Hij steelt niet uit hebzucht maar om den naam. De +grootste dief is bij hen zeer in aanzien, en ontvangt den eerenaam +'malodjetz.' [73] Soms is Sado in 't bezit van 1000 roebel, dan weer +heeft hij geen cent. Eens gaf ik hem, na hem bezocht te hebben, het +zilveren horloge van Nikolaas, en nu zijn we de grootste vrienden van +de wereld. Meermalen heeft hij mij zijne toewijding getoond, door +zich voor mij aan verschillende gevaren bloot te stellen, hetgeen +voor hem echter niet veel te beteekenen heeft, daar hij eraan gewend +is en het als een genoegen beschouwt. + +"Toen ik uit Stari-Joert vertrokken was, kwam hij iederen dag bij +Nikolaas, zeggende niet te weten wat hij zonder mij moest beginnen, +daar hij zich doodelijk verveelde. Ik had Nikolaas geschreven, dat +mijn paard ziek was geworden, en hem tevens gevraagd in Stari-Joert +een ander voor mij te koopen. Sado kwam het te weten en wist niet +beter te doen dan dadelijk naar mij toe te komen om mij zijn paard +te brengen, dat ik tegen wil en dank moest aannemen. + +"Na de domheid, die ik in Stari-Joert beging, heb ik geen kaart meer +aangeraakt en hing ik voortdurend den zedemeester uit tegenover Sado, +die ook een hartstochtelijk speler is, en hoewel hij er niets van kent, +steeds geluk heeft. Gisteren avond heb ik mij met mijne geldelijke +omstandigheden en mijne schulden bezig gehouden. Ik dacht er over na, +hoe ik het aan moest leggen ze te betalen, en kwam tot het besluit +dat, zoo ik niet te veel geld uitgeef, al mijne schulden mij niet +in verlegenheid zullen brengen en langzamerhand, in twee of drie +jaar, kunnen worden afgedaan; maar de som, die ik deze maand moet +betalen, bracht mij tot wanhoop. Het was me onmogelijk te betalen +en zij veroorzaakte mij meer zorgen dan vroeger de vierduizend, die +ik Ogoreff schuldig was. Toen ik mijn avondgebed deed smeekte ik God +dringend mij uit deze netelige positie te redden. 'Hoe zal ik die zaak +tot een goed eind brengen?' dacht ik bij 't naar bed gaan. 'Er kan +niets gebeuren dat mij in staat stelt die schuld af te doen.' Ik stelde +mij reeds alle onaangenaamheden voor, die ik zou moeten verduren: dat +men den wissel zou presenteeren, dat men mij van regeeringswege ter +verantwoording zou roepen, waarom ik niet betaalde enz. enz. 'Heer, +help mij,' bad ik, en sliep in. + +"Den volgenden morgen kreeg ik een' brief van Nikolaas (de uwe was +er bij ingesloten) waarin hij mij schreef: + +"'Zoo juist is Sado bij mij geweest. Hij heeft de wissels die jij hebt +onderteekend terug gewonnen en bracht ze mij. Hij was zoo overgelukkig +en vroeg zóó dikwijls: 'wat denk je, zal je broeder blij zijn?' dat +ik hem daarom lief heb gekregen. Die jonge man heeft een oprechte +genegenheid voor je opgevat!' + +"Is het geen wonder dat mijn gebed reeds den volgenden morgen verhoord +werd; d.w.z., is er iets dat meer verwondering kan baren dan Gods +goedheid tegenover een wezen dat het zoo weinig verdient als ik? En is +het geen sprekend bewijs voor Sado's hartelijke toegenegenheid? Hij +weet dat ik een' broer heb die heel veel van paarden houdt; toen +ik hem beloofde, hem mee naar Rusland te nemen, zei hij, dat hij +het beste paard zou stelen dat er in de bergen te vinden was om het +Sergius mee te brengen, al moest het hem honderdmaal het leven kosten. + +"Wilt gij zoo goed zijn, als het niet te duur is, in Toela een' +revolver en eene muziekdoos te laten koopen en mij die te zenden? + +"Dat zijn dingen, die Sado heel veel genoegen zullen verschaffen." [74] + +Het bovenstaande is belangrijk voor ons, omdat het ons in de +gelegenheid stelt Tolstoi's geestelijke ontwikkeling op den voet +te volgen, van zijn naief vertrouwen op een' God, die zich met zijn +kaartspel, met zijn dagelijksche bezigheden bemoeit, tot aan zijne +tegenwoordige, geheel vrije opvatting van het geloof. + +Eindelijk keerde Tolstoi, na zijne dienstzaken te hebben geregeld, +naar Starogladowskaja terug. Onderweg schreef hij van uit de stanitza +Mozdok een langen brief aan zijne tante, als altijd vol betuigingen +van zijne groote liefde voor haar en tevens met droomen en plannen +voor toekomstig, eenvoudig huiselijk geluk. + +"Ik zal trachten u de gedachten mede te deelen die bij mij opkwamen, +want zij betreffen ook u. Ik ben inwendig veel veranderd; dat +gebeurde mij reeds dikwijls, en zal, naar ik vermoed, wel het lot +van iedereen zijn. Hoe langer men leeft des te meer verandert men; +gij die ondervinding hebt opgedaan, kunt mij zeggen of dit waar +is. Ik denk dat onze gebreken en onze deugden--de grondslag van ons +karakter--steeds gelijk blijven, maar onze blik op het leven en het +geluk verandert met de jaren. Een jaar geleden zocht ik het geluk +in vermaak, in beweging; tegenwoordig integendeel komt de moreele, +zoowel als de physieke, rust mij het meest gewenscht voor. Maar die +rust stel ik mij voor zonder verveling, gevuld met de stille genoegens +van liefde en vriendschap; dat schijnt mij het toppunt van geluk. Men +geniet echter eerst van deze rust nadat men zich vermoeid heeft, +en van de liefde als men haar heeft moeten ontberen. Sedert eenigen +tijd ben ik van beide beroofd en daarom verlang ik er zoo naar. Ik +moet ze nog langer ontberen; voor hoe lang, dat weet God! Ik zou niet +kunnen zeggen waarom, maar ik weet dat het moet. De godsdienst en +de ondervinding, die ik in mijn leven (hoe kort ook) heb opgedaan, +hebben mij geleerd dat het leven eene beproeving is. Voor mij is het +meer: het is bovendien de boetedoening voor mijne tekortkomingen. + +"Ik geloof, dat het schijnbaar zoo lichtvaardig opgekomen denkbeeld +om naar den Kaukasus te gaan, mij door God is ingegeven. Het is Gods +hand die mij leidt, waarvoor ik oneindig dankbaar ben. Ik voel, dat ik +hier beter ben geworden (wat niet veel wil zeggen, want ik ben heel +slecht geweest), en ik ben er vast van overtuigd dat alles wat mij +kan overkomen slechts tot mijn bestwil zal zijn, omdat God het zoo +heeft beschikt. Hoewel het misschien eene vermetele gedachte is, ben +ik er toch stellig van overtuigd. Daarom draag ik de vermoeienissen +en de physieke ontberingen waarvan ik spreek (het zijn eigenlijk +geen physieke ontberingen; een jonge gezonde man van 23 jaren kent +die niet) zonder ze te voelen, eerder met een soort genot, denkende +aan het geluk, dat mij wacht. + +"Dat geluk stel ik mij op de volgende wijze voor. + +"Ik bevind mij na een onbepaald aantal jaren--ik ben dan niet jong +meer, maar ook nog niet oud--te Jasnaja Paljana. Mijne zaken zijn in +orde, ik heb geen zorgen en behoef mij niet te kwellen. Gij woont ook +te Jasnaja Paljana. Gij zijt een beetje ouder geworden, maar ziet er +nog goed uit en gevoelt u ook wel. Wij leiden een leven zooals vroeger, +ik werk 's morgens, en den geheelen dag zijn wij bij elkaar. Dan gaan +wij dineeren. 's Avonds lees ik u iets voor, dat u niet verveelt; dan +praten we, ik vertel u van mijn leven in den Kaukasus, gij spreekt van +uwe herinneringen, van mijn' vader en mijne moeder; gij doet mij de +'griezelige verhalen' waarnaar wij vroeger met verschrikte oogen en +open monden luisterden. Wij herdenken de personen, die ons dierbaar +waren en die niet meer zijn; gij weent, mijne tranen vermengen zich +met de uwe, maar bitter zijn zij niet. Wij spreken over de broers, die +ons nu en dan komen bezoeken, en over onze lieve Maria, die met hare +kinderen ieder jaar eenige maanden op Jasnaja, dat haar zoo dierbaar +is, komt doorbrengen. Wij zullen geen kennissen hebben en niemand +zal ons met beuzelpraat vervelen. Het is een schoone droom, maar +het is nog niet eens alles wat ik waag te droomen. Ik ben getrouwd, +ik heb eene zachte, goede, liefderijke vrouw; haar liefde voor u +is even groot als de mijne. Wij hebben kinderen die u grootmoeder +noemen. Gij bewoont boven in het groote huis grootmoeders vroegere +kamers. Het huis is nog juist zoo als in den tijd van papa, en wij +zullen hetzelfde leven leiden; alleen de rollen zijn verwisseld. Gij +krijgt de rol van grootmoeder, maar gij vervult haar nog beter; +ik die van papa, hoewel ik vrees haar nooit waardig te zullen zijn; +mijne vrouw die van mama, de kinderen de onze. Maria krijgt de rol +van de twee tantes, behalve de rampen die haar troffen, en zelfs +Gascha speelt voor Praskowija Ilinischna.--Maar er ontbreekt ons +één persoon, die de rol op zich kan nemen die gij vroeger in onze +familie gespeeld hebt; nooit zullen we iemand vinden zóó goed, zóó +beminnelijk als gij. Gij hebt geen opvolgster. Dan zullen er nog nieuwe +acteurs van tijd tot tijd ten tooneele verschijnen: de drie broers, +vooral Nikolaas, een oude vrijer, kaalhoofdig, niet meer in dienst, +en altijd even goed en edel. Ik stel mij voor hoe hij zal zijn als +hij oud is, hoe hij de kinderen sprookjes zal vertellen, hoe zij op +zijne knieën zullen klimmen, hoe hij met hen zal spelen, hoe mijne +vrouw haar best zal doen om zijn lievelingsgerecht klaar te maken, hoe +wij herinneringen zullen ophalen aan lang vervlogen dagen, hoe gij op +uwe gewone plaats zult zitten en met genoegen naar ons zult luisteren; +hoe gij ons, dan reeds op leeftijd, met onze kindernamen--Ljewotschka, +Nikoljenka--zult aanspreken, en hoe gij ons zult berispen, mij omdat +ik met mijne vingers eet en hem omdat zijne handen niet schoon zijn. + +"Wanneer ik keizer van Rusland was, of als men mij Peru zou willen +schenken, in één woord indien er eene toovergodin kwam, die mij +toestond een' wensch te doen, dan zou ik niets anders vragen, dan dezen +droom werkelijkheid te laten worden. Ik weet het wel dat gij er niet +van houdt den tijd vooruit te loopen, maar wat steekt er voor kwaad +in? En het schenkt mij zoo'n groot genoegen. Ik vrees dat ik egoïstisch +ben geweest en uw deel van 't geluk te klein heb gemaakt. Ook dat de +smart zoo diepe sporen in uw hart heeft achtergelaten, dat gij niet +meer ten volle van de toekomst kunt genieten. + +"Zeg, lieve tante, zoudt gij niet gelukkig zijn? Het kan alles +nog eens werkelijkheid worden en de hoop is zoo zoet. Mijne tranen +beginnen weer te vloeien. Waarom toch is dit steeds zoo als ik aan +u denk? Het zijn tranen van geluk die in mijn oogen dringen omdat +ik u mag liefhebben. Al trof het grootste ongeluk mij ook, volkomen +ongelukkig zou ik niet zijn, zoolang gij nog in leven zijt. Herinnert +gij u het afscheid nog bij de kleine kapel van Uwerskaja, toen wij +naar Kazan verhuisden? Toen, als door een ingeving, op het laatste +oogenblik, begreep ik wat gij voor ons geweest waart, en hoewel ik +nog een kind was, hebben mijne tranen en een paar gestamelde woorden +u kenbaar gemaakt wat er in mij omging. Ik heb steeds van u gehouden, +maar het gevoel dat mij bij de kleine kapel doordrong en mij ook nu +beheerscht is geheel iets anders, het is sterker en hooger. + +"Nu moet ik u iets bekennen waarvoor ik mij diep schaam, maar ik moet +het u vertellen om mijn geweten te ontlasten. Vroeger, bij 't lezen +van uwe brieven, dacht ik dat gij overdreeft in uwe uitingen van +genegenheid voor mij, maar nu, terwijl ik ze herlees, begrijp ik uwe +onbegrensde liefde en uwe verheven ziel. Ik ben er van overtuigd dat +iedereen behalve gij, die de laatste twee brieven zou lezen, ook mij +van overdrijving zou beschuldigen. Van u vrees ik dat oordeel niet; gij +kent mij te goed en weet dat mijne gevoeligheid misschien mijn eenige +goede hoedanigheid is. Aan haar dank ik de schoonste oogenblikken van +mijn leven. Maar in ieder geval is dit de laatste brief, waarin ik +mij veroorloof mij zoo overdreven uit te drukken,--overdreven voor +onverschilligen, maar niet voor u. + +"Sedert mijne reis en mijn verblijf in Tiflis is er geene verandering +in mijne leefwijze gekomen. Ik tracht zoo weinig mogelijk kennissen +te krijgen en word niet intiem met degenen die ik heb. Men heeft zich +reeds aan mijne manieren gewend; niemand maakt het mij meer lastig +en ik ben zeker dat men mij een' zonderling en een' trotschaard noemt. + +"Het is echter geen trots, het is geheel van zelf gekomen. Door mijne +opvoeding, mijn voelen en denken verschil ik zooveel van de anderen, +dat ik onmogelijk met genoegen in hun gezelschap kan zijn. Nikolaas +verstaat de kunst, ondanks het groote onderscheid dat er tusschen hem +en die heeren bestaat, zich met hen te amuseeren en zich bovendien nog +bemind te maken. Het is waar dat mijne wijze van leven niet geschikt is +om plezier te maken, maar daar denk ik ook sinds lang niet meer aan. Ik +begin nu smaak te krijgen in het lezen van geschiedkundige werken; +dit was steeds een punt van verschil tusschen u en mij, maar nu ben ik +het geheel met u eens. Mijn letterkundige arbeid gaat ook een gangetje, +maar voorloopig denk ik er nog niet aan iets te laten drukken. + +"Ik heb een geschrift, dat ik lang geleden ben begonnen, reeds +driemaal omgewerkt en ik zal het, om het naar mijn' zin te krijgen, +nog eens voor de vierde maal veranderen. + +"Misschien gaat het er mee als met het werk van Penelope; daarom zal +ik er echter geen' tegenzin in krijgen: ik schrijf voor mijn nut en +genoegen en niet uit eerzucht. Hoewel ik er dus ver van af ben mij +te amuseeren, verveel ik mij ook niet. Ten eerste heb ik bezigheid, +maar bovendien smaak ik een genot, veel beter en verhevener dan het +gezelschapsleven mij ooit had kunnen schenken: ik leef in vrede met +mijn geweten, ik begin mij zelf te kennen en goede en edele gevoelens +ontwaken in mij. + +"Er was een tijd dat ik trotsch was op mijn verstand, mijne positie +in de wereld en mijn' naam, maar tegenwoordig weet en voel ik, dat, +zoo er iets goeds in mij is en zoo er iets bestaat waarvoor ik de +Voorzienigheid dankbaar moet zijn, het hierin bestaat, dat Zij mij een +goed hart heeft geschonken en mij gevoelig maakte voor de liefde. Aan +haar alleen dank ik de heerlijkste oogenblikken van mijn leven, +die ik hier dikwijls geniet, ondanks alle afwezigheid van vermaak en +gezelschap. Ik ben niet slechts tevreden, ik ben dikwijls gelukkig." + + + +Na in Februari te hebben deelgenomen aan een' veldtocht, waarbij hij in +rang werd verhoogd, keerde Tolstoi in Maart weer naar Starogladowskaja +terug. + +In dezen tijd kwam hij tot het besef dat er drie hartstochten waren +die zich steeds tusschen hem en de verwezenlijking van zijn ideaal +plaatsten: het spel, de wellust en de eerzucht waren zijne grootste +vijanden. In zijn dagboek schreef hij: + + + + 1. "De hartstocht voor het spel is een baatzuchtige hartstocht, die + langzaam tot een gewoonte aangroeit. Hiertegen kan men strijden. + 2. "De wellust is eene physieke, eene lichamelijke behoefte, die + door de verbeelding wordt opgezweept en sterker wordt wanneer men + haar wil beheerschen. Het is zeer moeilijk hem te bestrijden. Het + beste middel is arbeid en inspanning. + 3. "De eerzucht is een hartstocht, die minder schadelijk is voor + een ander dan voor ons zelf." + + + +Verder lezen wij de volgende bespiegeling: + +"Sedert eenigen tijd kwelt mij het berouw over het verloren gaan van de +beste jaren van mijn leven. En van dat oogenblik af aan heb ik gevoeld, +iets goeds tot stand te kunnen brengen. Het zou belangwekkend zijn, +de geschiedenis van mijne moreele ontwikkeling neer te schrijven, +maar niet alleen ontbreken mij daarvoor de woorden, zelfs mijne +gedachten reiken niet zoo ver. + +"De grootsche gedachte kent geen perken, maar voor iederen schrijver +komt een grens, die hij niet kan overschrijden. Er is iets in mij, dat +mij zegt, dat ik voor iets anders ben geboren dan de groote menigte." + +Deze woorden zijn de eerste vage aanwijzingen dat Tolstoi zich van zijn +kunnen bewust werd. Ik moet hier opmerken dat zij zijn neergeschreven +vóór de voltooiing van zijn _Kinderjaren_, dus voordat hij wist dat +zijn werk zoo goed geslaagd was. In dien tijd openbaarde zich in hem +de geheimzinnige kracht, die hem verhief tot een der verheven dragers +van het zedelijke ideaal der menschheid. + +In Mei kreeg hij verlof en reisde hij naar de bronnen van Pjatigorsk +om genezing te zoeken voor de rheumatiek die hem voortdurend +plaagde. Vandaar schreef hij een' brief aan zijne tante, waarin hij +zijn innigste zieleleven bloot legde en waaruit ons tevens blijkt, +dat hij onophoudelijk werkte aan zijne innerlijke volmaking. + +In een' brief aan zijn broer Sergius geeft hij eene karakteristieke +schets van het leven te Pjatigorsk. + +"Wat zal ik je van mijn leven vertellen? Ik heb reeds drie brieven +geschreven en in iederen brief hetzelfde. Ik zou je wel graag +mijn innerlijk leven beschrijven maar dat is even moeilijk als een +vreemdeling aan het verstand te brengen hoe Toela er uitziet, iets +dat wij helaas maar al te goed weten. Pjatigorsk heeft iets van Toela, +maar is toch weer anders, het is in den Kaukasus. Het familieleven en +de publieke plaatsen spelen hier de hoofdrol. De conversatie bestaat +hier uit de zoogenaamde landeigenaren (een naam die men hier allen +nieuwelingen geeft), die met verachting op de beschaving der anderen +neerzien, en uit de heeren officieren, die het uitgaan hier als de +hoogste zaligheid beschouwen. Een van hen, hij staat bij onze batterij, +kwam mij laatst bezoeken. Je hadt zijne verrukking en opgewondenheid +eens moeten zien, toen wij naar de stad reden. Van te voren had hij al +veel verteld van 't genot dat ons te wachten stond: het flaneeren over +den boulevard waar een muziekkorps speelde, en dan het gaan naar den +confiseur, waar iedereen kwam en waar men verbazend gemakkelijk kennis +aanknoopte, zelfs met families. Schouwburg, gezellige samenkomsten, +ieder jaar trouwpartijen, duels... in één woord op en top 't Parijsche +leven. Nauwelijks waren we dan ook aangekomen of mijn officier ging, +gekleed in nauwsluitenden pantalon, met épauletten op zijn schouders +en rinkelende sporen aan zijn laarzen, onder de tonen der muziek +wandelen op den boulevard. Vervolgens ging het naar den confiseur, +den schouwburg enz. Maar voor zoover mij bekend is, bestond na eene +geheele maand zijn kring van kennissen niet uit huwbare dochters van +rijke landeigenaren of uit talrijke familie's, die hare deuren voor +hem openzetten, maar werd hij slechts in één huis ontvangen, en dan +nog in een huis waar twee families in één kamer wonen en waar thee +met klontjes wordt gedronken. Bovendien gaf deze officier in één maand +twintig roebel uit voor port en bonbons en kocht hij zich een bronzen +spiegel voor tafelversiering. Nu loopt hij in eene oude overjas, +zonder épauletten, drinkt staalwater zooveel hij maar kan, alsof hij +werkelijk de kuur meemaakt, en verwondert zich dat hij, hoewel hij +toch iederen dag ging wandelen op den boulevard, den confiseur bezocht +en geen geld spaarde voor rijtuigen, handschoenen, enz., maar niet in +kennis is gekomen met de pic-nics en bals arrangeerende aristokratie. + +"Bijna alle officieren die hier heen komen ondergaan hetzelfde lot; +zij doen alsof zij waarlijk voor de bronnen hier zijn, loopen moeilijk, +dragen verbanden, drinken veel en vertellen wonderlijke geschiedenissen +van de Tscherkessen. Teruggekeerd in het regiment zullen ze vertellen, +dat zij in de beste gezelschappen toegang hadden, en ieder seizoen +komen de menschen van alle kanten om zich hier te vermaken." + +Zooals blijkt uit een' brief aan zijne tante schreef Tolstoi +zijne vertelling _Kinderjaren_ gedeeltelijk te Pjatigorsk. Zijn +gemoedstoestand bleef steeds dezelfde en altijd nog had hij een zwaren +strijd met zich zelf te voeren. + +Den 29en Juni schreef hij in zijn dagboek de volgende gedachten +neer die ons eene wereldbeschouwing doen kennen, waarmede zijne +tegenwoordige ideeën nog geheel overeenstemmen. + +"De stem van het geweten is onze beste en vertrouwbaarste gids, maar +hoe kunnen wij haar van de andere stemmen onderscheiden? De stem der +eerzucht laat zich even luid hooren. + +"De mensch, die slechts zijn eigen geluk zoekt, is slecht; degene die +zich richt naar de meening van anderen is zwak; hij die het geluk +van anderen beoogt is deugdzaam; maar die zijn geluk zoekt in God +is groot." + +Ook deze gedachte vinden wij terug in al zijne werken van den +lateren tijd: + +"Hoog staat de gerechtigheid, waarnaar iedereen moet streven; hooger +het streven naar de volmaking, al het lagere is zonde." + +Tolstoi beëindigde den 2en Juni zijn werk _Kinderjaren_ en zond het +aan den _Sawremjennik_. [75] Hij schreef onder de initialen L. N. T. en +de redactie wist langen tijd niet wie zich daarachter verschool. + +In Pjatigorsk was Tolstoi eenigen tijd te zamen met zijne zuster Maria, +die ook genezing voor hare rheumatiek kwam zoeken. Volgens haar deed +hij in die dagen veel aan spiritisme en den tafeldans, soms zelfs op +den boulevard, waarheen hij dan een tafeltje uit een café liet brengen. + +Tolstoi vertrok den 5en Augustus uit Pjatigorsk en keerde naar de +stanitza terug. + +Onderweg schreef hij die belangwekkende gedachte neer die nu nog den +grondslag van zijne wereldbeschouwing vormt: + +"De toekomst houdt ons meer bezig dan de werkelijkheid. Deze neiging +is goed wanneer wij aan ons leven hiernamaals denken. Wijsheid is +het in het heden te leven en zijn' plicht te doen." + +Den 7en Augustus, terug in Starogladowskaja, schreef hij, meegesleept +door het patriarchale, eenvoudige leven der Kozakken, dat hem lief +en tot eene gewoonte was geworden, in zijn dagboek: + +"De eenvoud is de deugd, die ik mij wensch eigen te maken boven +alle andere." + +Eindelijk, den 28en Augustus, kwam het lang verwachte antwoord van +de redactie van den _Sawremjennik_. + +"Met dezen brief was ik kinderlijk blij," schreef Tolstoi in zijn +dagboek. + +Hier volgt de inhoud van Njekrasoffs schrijven: + + + +"Geachte Heer! + +"Ik heb uw handschrift _Kinderjaren_ ontvangen. Het is zóó belangrijk +dat ik het zal laten drukken. Daar ik niet weet, hoe het vervolg zal +zijn, kan ik nog niet beslist mijne meening zeggen, maar ik geloof, +dat de schrijver talent heeft. In ieder geval verleenen de eenvoud +en het natuurlijke der schildering aan het boek eene waarde, die men +het niet kan ontnemen. + +"Als in het tweede gedeelte (hetgeen zich wel laat aanzien) een +weinig meer leven en beweging komt, dan belooft het een goede roman +te worden. Ik verzoek u mij het vervolg te zenden. Uw roman zoowel +als uw talent interesseeren mij. Nog zou ik u den raad willen geven +niet onder initialen te schrijven, maar het werk onder uw' eigen naam +te laten verschijnen, ten minste zoo gij niet een toevallige gast in +de literatuur zijt. Ik verwacht hierop antwoord. + +"Aanvaard de betuiging van mijne oprechte hoogachting. + + +"N. Njekrasoff." + + + + + +Op dezen brief volgde een tweede, d.d. 5 September 1852. + + + +"Geachte Heer! + + +"Ik schreef u reeds over uw boek, maar nu reken ik het mijn plicht +er nog eens op terug te komen. Ik liet het plaatsen in No. IX van +den _Sawremjennik_ en bij oplettende lezing van de drukproef bevond +ik dat het veel beter was dan ik aanvankelijk bij de lezing van het +handschrift had gedacht. Ik kan nu beslist zeggen, dat de schrijver +talent heeft. De zekerheid daarvan is, geloof ik, voor u, als +beginneling, op 't oogenblik van het grootste gewicht. Hedenavond +verschijnt uw werk te Petersburg; ik zal u een nommer van den +_Sawremjennik_ sturen, maar waarschijnlijk eerst over een week of +drie. Wij hebben er iets, heel weinig, uit laten vervallen en niets +bijgevoegd. Spoedig zal ik u nader berichten, maar vandaag heb ik +geen tijd. In afwachting van uw antwoord verzoek ik u, indien gij +het vervolg gereed hebt, het mij te zenden. + + +"N. Njekrasoff. + + +"Hoewel ik den naam van den auteur vermoed, vraag ik u dringend mij +dien te willen noemen. Volgens voorschrift van de censuur moet ik +dien weten." + +Dezen brief kritiseert Tolstoi op de volgende wijze in zijn dagboek: + +"3 September. Ik ontving een brief van Njekrasoff. Lof--maar geen +geld." + +Geld nu had hij dringend noodig en hij had verwacht het voor zijn +eerste werk te krijgen. Waarschijnlijk correspondeerde hij er met +Njekrasoff over, want hij kreeg een derden brief van den volgenden +inhoud: + + + +"St.-P. 30 Oct. 1852. + + +"Geachte Heer! + + +"Ik moet u om verontschuldiging vragen, dat ik u zoolang op antwoord +heb laten wachten, maar ik heb het zeer druk. Om de volgende reden heb +ik in mijn vorig schrijven over het honorarium gezwegen: het is bij +de voornaamste uitgevers gebruik de eerste proeve van een jong talent +niet te honoreeren, daar het tijdschrift hem de gelegenheid geeft het +publiek met zijn werk te laten kennismaken. Daaraan hebben allen, die +hun eersten literairen arbeid in den _Sawremjennik_ geplaatst zagen, +zich moeten onderwerpen, b.v. Gontscharoff, Droezjinin, Awdjejew, en +anderen. Panajeff en ik hebben ons in onzen tijd daar ook in moeten +schikken. Voor het vervolg bied ik u eene betaling aan, zoo hoog als +slechts de beste van onze bellettristen (en dan nog zeer weinige) +genieten, d.w.z. vijftig roebel voor iedere gedrukte bladzijde. + +"Ik heb met schrijven gewacht, omdat ik niet alleen op mijn eigen +indruk wilde afgaan, maar eerst het oordeel van 't publiek wilde +vernemen; dit nu luidt zoo gunstig mogelijk en het verheugt mij zeer +dat ik mij niet vergist heb; gaarne dus doe ik u bovengenoemd voorstel. + +"Laat mij dus daarop uw antwoord weten; in ieder geval zullen wij +het er wel over eens worden. Daar uw werk succes heeft gehad, zal +het ons zeer aangenaam zijn zoo spoedig mogelijk weer iets van uwe +hand te plaatsen. Wees zoo goed te zenden wat gij klaar hebt. Ik had +u het 9de nummer van den _Sawremjennik_ willen sturen, maar het was +helaas uitverkocht; zoo gij het wenscht kan ik u een exemplaar van +den misdruk sturen. + +"Nogmaals verzoek ik u dringend een roman of eene vertelling te +sturen. In afwachting van uw antwoord verblijf ik + + +"Uw Dw. Dr., N. Njekrasoff. + + + + +"P.S. Wij zijn verplicht den naam te kennen van den schrijver, wiens +werken wij drukken; wil ons dien dus even melden. Desverlangd zal +niemand behalve de redactie hem weten." + + + + + +Op zijne gewone bescheiden wijze brengt Tolstoi zijne tante Tatjana +op de hoogte van bovenvermelde gebeurtenissen. + +"Van de baden teruggekeerd heb ik, dank zij de manoeuvres, eene vrij +vervelende maand doorgebracht. Marcheeren en schieten met kanonnen is +niet zeer aangenaam, vooral omdat het mijne leefwijze geheel in de war +bracht. Gelukkig heeft het niet lang geduurd en gaat alles weer zijn +gewonen gang; ik jaag dus, schrijf, lees, en praat met Nikolaas. De +jacht met het geweer begint nu meer in mijn' smaak te vallen, en daar +ik vrij goed schiet, besteed ik er iederen dag eenige uren aan. In +Rusland kan men zich geen denkbeeld maken van 't vele en goede wild, +dat men hier vindt. Op 100 pas afstand ziet men soms faisanten en +in den tijd van een half uurtje schiet ik er wel eens drie. Behalve +het genoegen dat het mij verschaft is de beweging ook heel goed voor +mijne gezondheid, die ondanks de bronnen te wenschen overlaat. Ik ben +niet bepaald ziek, maar heb heel veel last van kou vatten. Nu is het +keelpijn, dan weer tandpijn die eeuwig aanhoudt, of rheumatiek, in één +woord, twee dagen van de week moet ik zeker mijn kamer houden. Nu moet +gij niet denken, dat ik iets voor u verberg; mijn gestel is, zooals +het altijd geweest is, sterk maar gevoelig. Het volgende jaar denk +ik weer naar de baden te trekken. Al ben ik niet geheel genezen, goed +heeft het mij toch gedaan. Alle onaangenaams heeft toch ook zijn goede +zijde. Wanneer ik ongesteld ben, dan werk ik des te geregelder aan een +nieuwen roman, waarmee ik reeds ben begonnen. De eerste, dien ik naar +Petersburg heb gestuurd, is onder den naam _Kinderjaren_ opgenomen +in het Septembernummer van den _Sawremjennik_ (1852). Ik heb het +onderteekend met de letters A. N. T. en niemand behalve Nikolaas weet +wie de schrijver is. En ik zou ook niet willen dat men het wist." [76] + +Tolstoi's zuster, Maria Nikolajewna, vertelde mij van den indruk dien +zijn werk op de familie en kennissen heeft gemaakt. De familie woonde +op een landgoed dicht bij het buiten van Toerghenjeff, die dikwijls +bij hen kwam. Eens bracht hij het bewuste nommer van den _Sawremjennik_ +mee, sprak vol lof over het werk en den onbekenden schrijver en begon +het voor te lezen. Vol verbazing luisterde Maria Nikolajewna naar het +verhaal van de gebeurtenissen, die in haar eigen familie hadden plaats +gegrepen. Zij kon maar niet begrijpen wie de intieme bijzonderheden +uit hun leven zoo nauwkeurig kon weten. Het kwam geen seconde bij +haar op, dat hun Ljewotschka (Leo) de schrijver kon zijn; wel had zij +eenig vermoeden op Nikolaas, die in zijne jeugd een weinig aanleg voor +literairen arbeid had vertoond en een uitstekend sprookjesverteller +was. Klaarblijkelijk had tante Tatjana het haar toevertrouwde geheim +goed weten te bewaren en werd het eerst door Tolstoi zelf na zijne +terugkomst uit den Kaukasus geopenbaard. + +Te oordeelen naar den brief van Njekrasoff, was het verschijnen +van Tolstoi's eerste pennevrucht eene gebeurtenis in de Russische +letterkundige wereld. + +Golowatschewa Panajewa beschrijft in hare _Herinneringen_ den indruk, +dien het boek op het publiek en op de toenmalige schrijvers maakte. + +"Het publiek was eenstemmig in zijn lof voor den nieuwen auteur en +interesseerde zich er sterk voor, wie het toch wel zou zijn. In den +letterkundigen kring betoonde men zich onverschillig, behalve Panajeff, +die zóó in verrukking kwam over _Kinderjaren_, dat hij een' van zijne +vrienden er iederen avond een paar bladzijden uit voorlas. Toerghenjeff +plaagde hem daarmee en beweerde, dat de kennissen Panajeff op het +Prospekt uit den weg gingen, uit angst dat hij hun daar zelfs eene +voordracht zou houden uit het nieuwe boek, dat hij van buiten had +geleerd." + +Het duurde eenigen tijd voordat de kritiek zich met Tolstoi ging +bemoeien. + +Eerst in 1854, toen zijn tweede werk: _Jongensjaren_ verscheen, +gaf Zjeljinski in de _Atjetschestwjennija Zapiski_ eene nauwkeurige +beoordeeling van de beide werken. + +Hier volgt het korte maar waardeerende artikel: + +"_Kinderjaren_, als eene aaneenschakeling van vrije dichterlijke +voorstellingen, gaf den schrijver gelegenheid het heele landleven +van zijn dichterlijk standpunt te beschouwen. + +"Hij koos uit dat leven alles wat indruk maakt op de kinderlijke +verbeeldingskracht en op het kinderlijke verstand. Het talent nu +van den schrijver is zóó groot, dat hij dit leven weet te schilderen +zooals een knaap het ziet. Alles wat hem omringt, d.w.z. voor zoover +het indruk maakt op een kind, komt in het boek voor, en daardoor +staan alle hoofdstukken op zichzelf, verbonden door één draad die +door 't geheele werk loopt, n.l. door de wereldbeschouwing van den +knaap. Het groote talent van den schrijver blijkt ook nog uit het +volgende. Het moet zeer moeilijk zijn om, schrijvende onder den invloed +van kinderlijke indrukken, ook aan de niet kinderlijke gedachte een +plaatsje in te ruimen, en dat is den auteur zoo volkomen gelukt, dat +men na lezing van het boek alle personen voor zich ziet: den vader, +de moeder, de njanja, den gouverneur, in één woord de geheele familie, +en dan nog in het meest poëtische licht." + +Naarmate de kring der lezers van den _Sawremjennik_ grooter werd, +groeide ook de belangstelling die het publiek den talentvollen, +nog steeds onbekenden auteur betoonde. Dostajewski b.v. bevond zich +in Siberië, toen de nommers, waarin Tolstoi's vertellingen waren +opgenomen, hem bereikten. Zij maakten zulk een diepen indruk op hem, +dat hij een' zijner kennissen verzocht, hem toch vooral den naam te +schrijven van dien geheimzinnigen L. N. T. + +Maar die geheimzinnige L. N. T. wenschte zich nog niet bekend te +maken en stond als iemand die er niets mee te maken had tegenover +zijn succes. + +Zelfs tegen zijn' broer Nikolaas en een' vriend heeft Tolstoi langen +tijd gezwegen. + +"Mijn broer Leo," zoo schrijft gravin Sophie Tolstoi in hare +aanteekeningen, "vertelde mij eens dat hij in den Kaukasus een nummer +van de _Atjetschestwjennija Zapiski_ ontving, waarin den onbekenden +auteur van _Kinderjaren_ groote lof werd toegezwaaid. 'Ik lag,' +vertelde hij, 'op de houten bank in mijne hut; Nikolaas en Ogolin +waren bij mij toen het blad kwam. Ik begon te lezen en werd bijna +dronken van vreugde, terwijl de tranen van verrukking mij in de oogen +kwamen, en dacht: "niemand, zelfs niet zij die daar bij mij zijn, +weet dat ik het ben die zoo wordt geprezen."'" + +In October van dat zelfde jaar, hij bevond zich toen te +Starogladowskaja, rijpte bij Tolstoi het plan een nieuwen roman, +_De Russische Landeigenaar_, te gaan schrijven, waarvan de inhoud +ongeveer op het volgende neer zou komen. De held van het verhaal +zoekt eerst de verwezenlijking van zijn ideaal in het leven op het +land. Als hij het daar niet vindt, zoekt hij het in het familieleven, +om dan plotseling tot de overtuiging te komen, dat men, om gelukkig +te zijn, steeds het geluk van anderen voor oogen moet hebben. Deze +roman heeft helaas nooit het licht gezien, maar de gedachte vinden +wij in veel van zijne latere werken terug. + +Tolstoi was, ondanks zijne aanzienlijke geboorte, niet gelukkig in +zijn militaire loopbaan. Hij begon naar het einde te verlangen en +wachtte slechts op zijne bevordering tot officier om zijn ontslag te +nemen. Die bevordering kwam maar niet. Toen hij in dienst ging had +hij gehoopt in anderhalf jaar officier te kunnen zijn, en daar kreeg +hij in October, na bijna een jaar gediend te hebben, een schrijven +waarin hem werd meegedeeld, dat hij om officier te worden nog drie +jaren zou moeten wachten. De oorzaak, dat hij niet bevorderd werd, +lag hierin, dat zijne papieren niet in orde waren. + +In de aanteekeningen van gravin Tolstoi vinden we daaromtrent het +volgende vermeld. + +"De bevordering van Leo Tolstoi tot officier en zijn geheele +diensttijd kenmerkten zich door groote moeilijkheden en ging met +vele teleurstellingen gepaard. Vóór zijn vertrek naar den Kaukasus +woonde hij met zijne tante Tatjana op Jasnaja Paljana. Hij was heel +veel samen met zijn' broer Sergius, die zich in dien tijd sterk +aangetrokken voelde tot de Zigeuners, hun leven en hun' zang. Zij +kwamen zelfs naar Jasnaja Paljana, zongen hunne liederen en benevelden +het verstand der beide broeders. Toen Leo Tolstoi inzag, dat hij onder +dezen invloed de domste dingen zou gaan doen, nam hij, zonder iemand +te raadplegen en zonder zich om de noodige papieren te bekommeren, +plotseling het besluit naar den Kaukasus te gaan." + +Deze zorgeloosheid, of liever de minachting die hij had voor alles wat +papieren heette, heeft hem heel wat onaangename oogenblikken bezorgd. + +Steeds wachtende op zijne bevordering schreef hij ten slotte een' +brief aan zijne tante Pelageja, die met de hulp van een hooggeplaatst +ambtenaar zijne benoeming bewerkstelligde. + +Den 24en December van het zelfde jaar voltooide Tolstoi zijne +vertelling _De Overrompeling_, die hij weer naar den _Sawremjennik_ +stuurde. + +In het jaar 1853 nam de batterij waarbij Tolstoi was ingedeeld deel +aan den veldtocht tegen Schamil. Bovendien kwam hij den 18en Februari +van dat zelfde jaar nog in het vuur, waarbij hij aan een groot gevaar +ontsnapte. Bij het richten van een kanon ontplofte eene vijandelijke +granaat in zijne onmiddellijke nabijheid, vernielde het affuit, +maar liet Tolstoi gelukkig geheel ongedeerd. + +Den eersten April keerde hij met zijn regiment weer naar +Starogladowskaja terug. + +Reeds bij zijne eerste schrede op het gebied der literaire werkzaamheid +kwam Tolstoi in botsing met den halsstarrig standhoudenden, niet te +verwrikken hinderpaal, die nu reeds twee eeuwen de vrije ontwikkeling +van de Russische gedachte en van de Russische kunst tegenhoudt, +met de zich zoo noemende censuur. + +In een' brief aan zijn' broer Sergius schrijft hij hierover: + +"Ik heb haast, neem het dus niet kwalijk zoo de brief kort en verward +wordt. _Kinderjaren_ is geheel bedorven en _De Overrompeling_ is ook +mishandeld door de censuur. Al hetgeen er goed in was is geschrapt +of verminkt. + +"Ik heb mijn ontslag ingediend en hoop na eenigen tijd, d.w.z. na +ongeveer anderhalve maand, als een vrij man naar Pjatigorsk en vandaar +naar Rusland te reizen." + +Dit ontslag nemen ging echter niet zoo gemakkelijk. In hetzelfde +jaar 1853 was Tolstoi nog eens aan een groot gevaar blootgesteld en +ontsnapte hij zelfs ternauwernood aan de gevangenschap. + +Paltoratzki vertelt van die gebeurtenissen: + +"Den 13en Juni 1853 bracht ik een convooi naar Groznaja. Wij waren +reeds eenigen tijd op weg, toen ik plotseling op eene hoogte een' troep +van ongeveer vijfentwintig vijandelijke Tschetschentzen ontdekte, die +als een wervelwind van een heuvel naar beneden renden. Ik haastte mij +naar het hoofd van de kolonne, een salvo van vijandelijke geweerschoten +liet zich reeds hooren en ook mijne manschappen hadden reeds den +vinger aan den trekker. + +"'Halt, schiet niet, de onzen zijn er bij!' riep ik plotseling uit al +mijn kracht, en gelukkig kon ik het vuren nog voorkomen. Nauwelijks +had ik den tijd gehad een gedeelte van den troep bevel te geven +er in stormpas op in te gaan, toen ik de Tschetschentzen reeds +weer in de steppen zag verdwijnen, waarop wij hun een paar schoten +nazonden. Op dat oogenblik kwam baron Rozen, wit als een doode, in +razende vaart op ons toe rijden, direct gevolgd door een paard zonder +berijder. Aan het zadel zagen we dat het een' artillerie-officier +toebehoorde. Even daarna verscheen van achter de struiken langs +den weg Schtscherbatschjeff, de eigenaar van het paard. Hij was een +bijzonder knappe, sterke jonge man, die eerst sedert een paar maanden +de krijgsschool had verlaten. Langzaam maar met vaste schreden kwam +hij naar ons toe, rechtop, zonder geluid te geven, zoodat wij eerst +geen vermoeden hadden hoe zwaar gewond de arme jongen was. Het bloed +stroomde letterlijk uit zijne wonden. + +"Bij de kolonne bevond zich geen dokter, zoodat de barbiers voorloopig +hulp moesten verleenen en een van hen legde handig en vlug het +eerste verband. Onderwijl had baron Rozen zich een weinig hersteld +en vertelde, dat hij met nog vier anderen vooruit was gereden. Toen +zij werden overvallen waren graaf Tolstoi, Paul Paltoratzki (een neef +van den schrijver) en de tartaar Sado doorgerend, waarschijnlijk in +de hoop Groznaja te bereiken, terwijl hij en Schtscherbatschjeff hun +paarden hadden gewend en spoorslags waren teruggereden. + +"'Uwe Hoogheid,' onderbrak hier een soldaat, die boven op een hooiwagen +lag, het verhaal, 'daarginder op den weg ligt nog iemand en ik geloof +dat hij zich beweegt.' + +"'Voorwaarts, looppas!' beval ik, en zelf stormde ik reeds weg. Op +vijftig schreden afstand lag een dood paard en daaronder mijn neef +Paul. Vreeselijk kermend smeekte hij wanhopig hem van het doode dier te +bevrijden. Ik sprong van het paard, wierp een' Kozak de teugels toe, +en met bovenmenschelijke kracht trok ik met één greep het doode dier +op zij en bevrijdde den armen lijder, die daar vreeselijk verminkt +neerlag. + +"Zijne wonden waren hem met een' sabel toegebracht. Hij had drie +sneden over zijn hoofd, zijn schouder was geheel gekerfd en vaneen +gereten. Ik liet de geheele kolonne aanrukken, begon zelf reeds het +eerste verband te leggen en gaf bevel eene draagbaar gereed te maken. + +"Dit alles had zich in een paar minuten afgespeeld en wij +hadden nauwelijks den tijd gehad onze gewonden te verbinden, +toen ook reeds een kleine afdeeling kavallerie uit Groznaja, kwam +aanrennen. De opperbevelhebber, in de meening dat de troep in de +beste orde opmarcheerde en dat de Tschetschentzen zich reeds hadden +teruggetrokken, vond het niet noodig hen te vervolgen en zond de +naderende kolonne slechts een paar ruiters te gemoet. Met vereende +krachten werd eene draagbaar gemaakt, met soldatenjassen bedekt, de +gewonden werden zoo voorzichtig mogelijk erop gelegd en verder ging het +weer naar Groznaja, dat wij reeds tot op korten afstand waren genaderd. + +"De ruiters brachten de goede tijding mee dat graaf Tolstoi en de +Tartaar Sado aan de vervolging waren ontkomen en ongedeerd de vesting +hadden bereikt. + +"Het vijftal, dat ter nauwernood aan den dood was ontsnapt, wilde vóór +de kolonne te Groznaja zijn en was daarom vooruitgereden, iets dat, +ondanks streng verbod, in den Kaukasus maar al te dikwijls voorkwam. + +"Onze vijf jongelui nu besloten, toen zij een honderd schreden +vooruit waren, zich, met het oog op de veiligheid, in twee groepen +te verdeden. Graaf Tolstoi en Sado zouden bovenlangs gaan, de drie +anderen den lagen weg houden. + +"Nauwelijks boven gekomen zagen zij plotseling uit een bosch de +Tschetschentzen recht op zich aanstormen. Tolstoi schreeuwde zijne +kameraden nog toe, dat de vijand er aankwam, en daar zij zelfs geen +tijd meer hadden terug te keeren, vlogen zij zoo snel hun paarden +loopen wilden den weg op naar de vesting. De anderen, die beneden +waren gebleven, geloofden het eerst niet en verloren daardoor eenige +kostbare minuten. Toen de Tschetschentzen (waarvan er zich zeven +hadden afgescheiden om Tolstoi en Sado te vervolgen) verschenen, wierp +baron Rozen snel als de gedachte zijn paard om en stormde terug naar +de kolonne, die hij ook ongedeerd bereikte. Schtscherbatscheff rende +hem achterna, maar zijn paard was niet zoo vlug, de vijand haalde hem +in, verwondde hem en sloeg hem van het paard, maar toch gelukte het +hem nog te voet de kolonne te bereiken. Het slechtst van allen was +Paul er aan toe. Hij wilde instinctief vooruit naar Groznaja, maar +bedacht zich dat zijn jong paard hem er niet zou brengen. Hij keerde +dus terug, stootte op den vijand en trachtte nog (hij verloor geheel +zijne zelfbeheersching, zooals hij zelf bekende) zich met getrokken +sabel een weg te banen, dwars door den vijand heen. Maar een van de +bergbewoners, een uitstekend schutter, liet hem tot op eenige passen +naderen, en mikte toen op zijn paard, dat dadelijk dood neerviel en +boven op zijn berijder kwam te liggen. De Tschetschentz trok Paul +de sabel met zilveren gevest uit de hand en wilde hem ook de scheede +afrukken toen hij moest vluchten voor de nadering der troepen, maar +niet voordat hij Paul een' sabelhouw had gegeven. Dit voorbeeld volgden +nog zes anderen, en zoo vonden wij hem, bloedend uit zeven wonden, +onder het doode paard." + +In de _Herinneringen_ van S. A. Bjers lezen wij van deze gebeurtenis +het volgende: + +"De goedgezinde Tschetschentz Sado en Tolstoi waren groote +vrienden. Sado had een jong paard gekocht, dat hij, na het eenigen +tijd te hebben bereden, Tolstoi eens liet probeeren, terwijl hij zelf +diens telganger, die niet zoo goed kon galoppeeren, besteeg. Dit was +juist gebeurd toen de Tschetschentzen hen overvielen. Tolstoi, die de +kans had op het vlugge paard te ontsnappen, liet zijn vriend niet in +den steek. Sado ging, als alle bergbewoners, nooit uit zonder buks, +maar die was nu helaas niet geladen. Toch richtte hij haar op de +vervolgers, in de hoop hun vrees aan te jagen. Dezen, van hun' kant, +schoten ook niet omdat zij hen levend gevangen wilden nemen, om zich +op Sado, een' afvallige, te kunnen wreken. Deze omstandigheid redde +hun het leven. In de nabijheid van Groznaja kreeg een schildwacht +hen in 't oog, en op diens alarm kwam er hulp opdagen, waardoor de +vijand gedwongen werd de vervolging te staken." + +Deze gebeurtenis heeft de stof geleverd voor Tolstoi's vertelling +_De Kaukasische Gevangene_. + +Ondanks het woeste krijgsmansleven en het feit dat er nog oogenblikken +kwamen waarin Tolstoi zich geheel aan genot en spel overgaf, ging +zijne geestesontwikkeling met reuzenschreden vooruit. + +Korten tijd na de bovenbeschreven episode schreef hij de volgende +gedachten neer: + + + +"Wees oprecht, zelfs al moet gij scherp zijn, maar vrees niet +kinderlijk openhartig waar dit niet vereischt wordt." + +"Onthoud u van wijn en vrouwen." + +"Het genot duurt zoo kort--het berouw zoo lang." + +"Doe het werk dat gij verricht nooit ten halve. Tracht u bij iedere +sterke aandoening te beheerschen en zoo gij u iets hebt voorgenomen, +breng het ten uitvoer, zelfs als het niet goed is." + + + +Tolstoi reisde in Juni van 't jaar '53 weer naar Pjatigorsk, bleef daar +tot October en kwam weer in Starogladowskaja terug. Klaarblijkelijk +begon de dienst hem danig te vervelen en ongeduldig verlangde hij naar +eene verandering in zijn leven. Onder den indruk daarvan schreef hij +uit Pjatigorsk aan zijn' broer: + +"Ik heb je, geloof ik, reeds geschreven dat ik mijn ontslag heb +aangevraagd. Of ik het krijg en wanneer, vooral met het oog op den +oorlog met Turkije, mag de hemel weten. Ik maak er mij erg ongerust +over, want ik vrees--in den dienst is alles mogelijk--dat ik weer +naar Starogladowskaja zal moeten gaan, en ik had mij reeds geheel +aan de gedachte gewend, spoedig naar ons dorp terug te keeren." + +Dezelfde stemming spreekt uit een' brief geschreven te Starogladowskaja +in December 1853: + +"Ik bid je, maak zoo spoedig mogelijk werk van mijne papieren. 't Is +noodzakelijk. God alleen weet wanneer ik terug zal keeren! 't Is nu +bijna een jaar dat ik niets liever zou wenschen dan de sabel in de +scheede te steken, maar ik kan het niet. Nu ik evenwel toch gedwongen +ben aan den oorlog deel te nemen, wil ik nog liever naar Turkije gaan +dan hier blijven, hetgeen ik dan ook vorst Sergius Dmitrijewitsch +gevraagd heb. Hij heeft het zijn' broeder reeds geschreven, maar of +er iets van komt weet hij niet. + +"In ieder geval hoop ik, dat er tegen Nieuwjaar verandering in +mijn leven zal komen, want ik moet bekennen dat het mij ontzettend +begint te vervelen. Domme officieren, domme gesprekken en anders +niets. Als ik nog maar één mensch had met wien ik vertrouwelijk kon +spreken. Toerghenjeff had gelijk toen hij beweerde, dat het niet goed +is eenzaam te zijn; men voelt dat men achteruit gaat. + +"Hoewel Nikolaas, de hemel mag weten waarom, de goede honden heeft +meegenomen (Jepischka en ik schelden hem er in gedachten dikwijls +om uit) ga ik iederen dag, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, +met een' anderen hond op de jacht. En dat is mijn eenige genoegen, +of liever, geen genoegen maar een verdoovingsmiddel. Je draaft heen +en weer, je krijgt honger, je wordt moe en de dag is voorbij. Als er +gelegenheid toe is, of als gij zelf naar Moskou gaat, koop mij dan +_David Copperfield_ van Dickens in het Engelsch en stuur het mij met +mijn Engelsch woordenboek dat in mijn boekenkast staat." + +In dezen tijd schreef Tolstoi _Jongensjaren_, dat hij ook weer naar +den _Sawremjennik_ stuurde, maar met een ontevreden gevoel van te +haastig te hebben gewerkt. Ook hield hij zich onledig met het lezen +van eene biografie van Schiller. + +Teruggekeerd van een kort reisje naar Chasaf-Joert schreef hij in +zijn dagboek: + +"Alle gebeden die ik vroeger tot God richtte heb ik vervangen door het +eene 'Onze Vader.' Alles wat ik Hem wil vragen wordt het waardigst +uitgedrukt door de woorden: 'Heer, Uw wil geschiede, zooals in den +hemel alzoo ook op aarde.'" + +In de aanteekeningen van gravin Tolstoi vonden we nog eene gebeurtenis +uit zijn leven in den Kaukasus beschreven, n.l. hoe het kwam dat het +kruis van St. George hem ontging. + +"Tolstoi was, zooals de lezer weet, reeds eenige malen in 't gevecht +geweest en hij hoopte vurig nog eens het kruis van St. George te +ontvangen. Zijn commandant was zeer met hem ingenomen; er bestond dus +wel kans dat die droom verwezenlijkt zou worden. Nadat er eens weer +een gevecht had plaats gevonden, werden er eenige kruisen gestuurd, +die den volgenden dag zouden worden uitgereikt. Nu gebeurde het dat +Tolstoi den avond van te voren dienst moest doen op het eiland waar +de kanonnen stonden. Ongelukkig voor hem liet hij zich tot een partij +schaak overhalen, en zooals hij zich door alles liet meesleepen ging +het ook nu: hij bleef tot midden in den nacht bij het spel en ging +niet op wacht. De dienstdoende officier, die hem niet op zijn post +vond, onderhield hem streng over zijn verzuim en stuurde hem in arrest. + +"Den volgenden dag werden, terwijl de muziek speelde, de kruisen +uitgereikt. Tolstoi wist, dat hij er ook een zou hebben gekregen, +en daar zat hij nu in arrest en kwam bijna tot vertwijfeling." + +Nog eenmaal heeft hij eene kans gehad het kruis te verkrijgen, doch +dit liep, hoewel meer eervol, ook op niets uit. + +De overste Alexejeff wendde zich even vóor de uitreiking der kruisen +met de volgende woorden tot Tolstoi: "Gij weet, dat het kruis van +St. George voornamelijk aan oude soldaten wordt uitgereikt, die dan +tevens recht krijgen op een levenslang pensioen, dat evenveel bedraagt +als hun salaris. Ook wordt het kruis uitgereikt aan jonge mannen, +die door hun chefs geprotegeerd worden. Hoe meer dit laatste geval +zich voordoet, des te meer wordt het onthouden aan oude soldaten, +die het verdienden te ontvangen. Zoo gij het verlangt, zal ik u het +kruis geven, maar zoo gij er afstand van doet, dan is hier een oude, +waardige soldaat, die het verdiend heeft en voor wien het tevens een +middel van bestaan is." Natuurlijk wenschte Tolstoi, hoewel hij er +zeer naar verlangd had, het kruis nu niet meer te ontvangen, en eene +andere gelegenheid om het te verdienen deed zich niet meer voor. + +Nu laten wij nog eenige bladzijden uit de _Herinneringen_ van den +officier Janzjoel volgen, die in 1871 in Starogladowskaja gedetacheerd +was, waar hij nog versche sporen vond van Tolstoi's verblijf aldaar. + +"In 1871 werd ik als officier naar Starogladowskaja gezonden en kwam +bij dezelfde batterij te staan, waar ook graaf Leo Tolstoi gediend +had. In de twee jaren, die ik daar gewoond heb, had ik de gelegenheid +het plaatsje goed te leeren kennen, de typische vriendelijke huisjes, +de moedige Kozakken, het kommandantshuis met de hooge, oude populieren, +alles door Tolstoi beschreven in zijne vertelling _De Kozakken_. In +mijn' tijd was de herinnering aan Leo Nikolajewitsch, zooals hij +daar genoemd werd, nog levendig gebleven. Men wees mij o.a. de nu +oude Mariana, de heldin van zijn verhaal, en eenige oude Kozakken, +die Tolstoi persoonlijk gekend hadden en met wie hij dikwijls op de +faisanten- en wilde-zwijnenjacht was geweest. Een van deze jagers +ging in 1880 te paard naar Jasnaja Paljana, om hem nog eens weer te +zien. Ook trof ik er nog een zekeren kapitein Troloff (sinds dien +overleden) die Tolstoi heel goed gekend had en zich nog de boeiende +wijze van vertellen herinnerde, waarmee hij iedereen meesleepte." + +Janzjoel geeft ook nog eene karakteristieke beschrijving van Tolstoi's +bataillons-commandant. Nikita Petrowitsch Alexejeff, de batterij +commandant van graaf Leo Tolstoi, werd om zijne goedhartigheid door +iedereen geacht en bemind. Hij bezat maar één oor (het andere had een +paard hem afgebeten), had aan de universiteit gestudeerd en was zeer +godsdienstig, zoodat hij uren lang geknield in de kerk kon liggen +met zijn hoofd ter aarde gebogen. + +Hij kon het nooit rustig aanzien dat de officieren wodka dronken +en vooral niet als het jongelui waren. Volgens de gebruiken van den +goeden ouden tijd aten zij iederen dag bij hun' commandant aan tafel +en dan deed Leo Tolstoi dikwijls, echt kwajongensachtig, alsof hij +wodka dronk. Nikita Petrowitsch raadde hem dan telkens ernstig aan +dat wodka drinken te laten en liever, zooals hij, bonbons te eten. + +De beschrijving van Tolstoi's leven in den Kaukasus zou niet volledig +zijn, wanneer wij nog niet even herinnerden aan twee goede kameraden +van hem, de honden Boelka en Milton, die hij beschreven heeft in +_Boekjes om te lezen_, een verhaal dat ieder Russisch schoolkind kent. + + + +Eindelijk, na lang wachten, kreeg Tolstoi zijne aanstelling tot +officier. Den 18en Januari 1854 deed hij het officiersexamen, hetgeen +in die dagen maar bloot een vorm was, en maakte hij zich voor zijn +vertrek gereed. + +Reeds den 19en Januari bereikte hij de Russische grens en kwam, na een +reis van ongeveer twee weken, te Jasnaja Paljana aan. Onderweg werd +hij door een heftigen sneeuwstorm overvallen, die hem waarschijnlijk +tot stof heeft gediend voor een zijner vertellingen. + +Den korten tijd dien hij in Rusland bleef bracht hij door bij zijne +broers, zijne tante en zijn' vriend Pjerfiljeff. + +Zijne overplaatsing in het leger dat naar den Donau werd gezonden +wachtte hem reeds; spoedig moest hij dus weer vertrekken en zoo vinden +wij hem den 14 Maart 1854 te Boecharest. + +Als gepast slot van dit hoofdstuk laten wij nog Tolstoi's tegenwoordige +meening volgen over zijn leven in den Kaukasus. Met groot genoegen +denkt hij steeds aan dien tijd terug en noemt dien, ondanks de +vele afdwalingen van zijn toen nog vaag gevoeld ideaal, een der +beste tijdperken van zijn leven. Zijn latere diensttijd heeft hem, +naar hij meent, vooral wat zijne letterkundige werkzaamheid betreft, +naar omlaag getrokken. + +Eerst nadat hij in zijn dorp was teruggekeerd en toen hij al zijne +krachten inspande om verbetering te brengen in het onderwijs aan +het dorpskind, kon zijn geest zich weer verheffen en voelde hij zich +als herboren. + + + + +ACHTSTE HOOFDSTUK. + +DE DONAU EN SEWASTOPOL. + + +Voordat ik met het verhaal van dit tijdvak begin, acht ik het noodig +eenige woorden over den loop der politieke gebeurtenissen te zeggen, +in verband waarmede ook de veranderingen in het leven van Leo Tolstoi +plaats vonden. + +De laatste jaren Van Keizer Nikolaas' regeering zijn gekomen. De +machtsinspanning heeft haar hoogsten trap bereikt, en de druk van +het volk en de hoogere klassen der maatschappij heeft reeds een +krachtig protest tegen een en ander verwekt. Zooals altijd, stort de +overheid, die instinctmatig het haar dreigende gevaar gevoelt, zich +in buitenlandsche avonturen, terwijl zij de opgehoopte volkskracht +ontlaadt in de bloedige slachting van eene gehoorzame kudde soldaten, +wier eenige opvoeding hierin bestaat, dat zij de steun van het gezag +kunnen en willen zijn in de moeilijke uren van zijn misdadig leven. Ook +het volk en de hoogere klassen storten zich in zulke slachtingen, +evenals een mensch die verdriet heeft in elken walgelijken roes +stilling zoekt voor zijne kwelling. + +Zoo verklaart dan Rusland, door de tyrannie van Nikolaas I ondermijnd +en zedelijk bedorven, op 4 November 1853 Turkije den oorlog. Den +eersten tijd zijn de Russische troepen voorspoedig; zij overschrijden +de Turksche grenzen, bezetten Moldavië, en de Zwarte-Zee-vloot, +onder bevel van den vermaarden Nachimoff, vernietigt de Turksche +scheepsmacht bij Sinope. + +Dan mengen de Europeesche machten--Engeland en Frankrijk--zich in dien +krijg, waarmede tegelijk de bekende Krim-oorlog een' aanvang neemt, +die met de heldhaftige verdediging van Sewastopol, zonder voorbeeld +in de geschiedenis, besloten wordt. En zooals steeds in dergelijke +gevallen, houdt het gemoedsleven in de harten der betere menschen, +zoowel bij het volk als bij de hoogere standen, gelijken tred met de +luidruchtige openbaringen van het leven daarbuiten; openbaart zich +in het vormen van nieuwe idealen, en uit zich onvermijdelijk--zij +het ook zwak--in liberale maatschappijke hervormingen. Die beide +verschijnselen: de ontlading der volkskracht in heldendaden, en het +zich verheffen van den volksgeest in de onthulling van nieuwe idealen, +hebben ook op Tolstoi's letterkundigen arbeid uit dien tijd hun' +stempel gedrukt. + +En daar deze twee belangwekkende verschijnselen onmiddellijk met +elkander in tweestrijd kwamen, nam die arbeid den vorm aan eener +hooge tragische poëzie, waardoor zijne Sewastopol'sche verhalen +zich kenmerken. + +Toen Tolstoi, naar wij boven hebben meegedeeld, zijne bloedverwanten +bezocht had, ging hij het eerst naar het Donau-leger. + +Na aankomst te Boecharest schreef hij zijne tante Tatjana een' +brief in den vorm van een dagboek, in drie gedeelten, met eene korte +beschrijving der reis en den eersten indruk bij de aankomst. + +13 Maart. "Van Koersk heb ik bijna 2000 wersten afgelegd in plaats +van 1000, zooals ik dacht, en ben over Poltawa, Balta, Kischineff, +en niet over Kieff gegaan, hetgeen een omweg zou geweest zijn. Tot +aan het gouvernement Cherson had ik eene uitmuntende slede; maar +daar was ik genoodzaakt haar achter te laten, en 1000 werst in een' +wagen af te leggen, langs een afschuwelijken weg tot aan de grens en +van de grens tot Boecharest. Die weg is onmogelijk te beschrijven; men +moet er van genoten hebben, om te begrijpen hoe pleizierig het is 1000 +werst af te leggen in een wagen, kleiner en slechter dan die, waarin +men bij ons den mest vervoert. Ik verstond geen woord Moldavisch, +vond niemand die Russisch verstond, en betaalde daarenboven voor +acht paarden in plaats van voor twee. Ofschoon mijne reis slechts 9 +dagen geduurd heeft, heb ik meer dan 200 roebels uitgegeven, en ben +ik bijna ziek van vermoeienis aangekomen." + +17 Maart. "Vorst Gortschakoff was niet hier. Gisteren kwam hij en ben +ik bij hem geweest. Hij heeft mij beter ontvangen dan ik dacht--alsof +ik een bloedverwant was. Hij heeft mij omhelsd, mij uitgenoodigd om +dagelijks bij hem te komen eten, en wil mij bij zich houden; maar +dit is nog niet uitgemaakt. + +"Vergeef mij, beste tante, dat ik u zoo weinig schrijf; ik ben +nog niet geheel op mijn verhaal. De groote en fraaie stad, al die +voorstellingen, de Italiaansche opera, de Fransche schouwburg, de +twee jonge Gortschakoff's, die zeer flinke jongelieden zijn,--dat +alles maakt, dat ik geen twee uren thuis ben gebleven en niet aan +mijne bezigheden gedacht heb." + +22 Maart. "Gisteren heb ik gehoord, dat ik niet bij den vorst blijf, +maar naar Oltenitza ga, om mij bij mijne batterij te voegen." + + + +Eenigen tijd later schreef hij opnieuw, in eene andere stemming: + +"Terwijl men denkt, dat ik aan alle gevaren van den oorlog blootgesteld +ben, heb ik nog geen Turksch kruit geroken, en zit ik rustig te +Boecharest, doe wandelingen, maak muziek en eet porties ijs. Werkelijk +ben ik al dien tijd te Boecharest gebleven (behalve twee weken, die +ik te Oltenitza heb doorgebracht, waar ik bij eene batterij geplaatst +was, en één week, die ik aan strooptochten door Moldavië, Walachije +en Bessarabië besteed heb, op last van generaal Sersjpoetowski, aan +wien ik tegenwoordig voor speciale diensten ben toegevoegd), en om +u de gulle waarheid te zeggen, staat deze eenigszins losse, geheel +werkelooze en zeer kostbare leefwijze mij bijster tegen. Eerst was +het de dienst, die mij hier terughield; maar nu ben ik er bijna drie +weken geweest ten gevolge van eene koorts, die ik op reis heb opgedaan, +doch waarvan ik, Gode zij dank, voor het oogenblik voldoende hersteld +ben om binnen 2 of 3 dagen naar mijn' generaal te gaan, die in het +kamp bij Silistria is. Van mijn' generaal gesproken: deze ziet er uit +als een zeer dapper man, en schijnt, hoewel wij elkander zeer weinig +kennen, mij wel genegen te zijn. Ook is het aangenaam, dat zijn staf +meerendeels uit zeer gedistingeerde jongelieden bestaat. De twee zoons +van prins Sergius, die ik hier ontmoet heb, zijn flinke jongens; vooral +de jongste, die, al heeft hij het kruit niet uitgevonden, een zeer edel +karakter en een uitmuntend hart bezit. Ik mag hem zeer graag lijden." + + + +Vervolgens citeeren wij een' brief, die, ofschoon uit Sewastopol +geschreven, betrekking heeft op de gebeurtenissen aan den Donau. Zooals +de lezer zien zal, is deze brief door Tolstoi eerst aan zijne tante +Tatjana gericht, en dan aan zijn' broeder Nikolaas. Naar onze meening +moest deze brief eene bladzijde vormen in de geschiedenis van Rusland. + +"Ik zal u dan over het verledene spreken, over mijne herinneringen +uit Silistria. Ik heb er zooveel belangwekkende, dichterlijke en +treffende dingen gezien, dat de tijd, dien ik er heb doorgebracht, +nooit uit mijn geheugen zal gaan. Ons kamp was aan gene zijde van +den Donau, namelijk aan den rechter oever opgeslagen, op een zeer +hoog terrein te midden van prachtige tuinen, toebehoorende aan +Moestafa Pasha, den gouverneur van Silistria. Het uitzicht van die +plek was niet alleen prachtig, maar voor ons allen van het hoogste +gewicht. Zonder te spreken van den Donau, zijne eilanden en oevers, +die gedeeltelijk door ons, gedeeltelijk door de Turken bezet waren, +zag men de stad, de vesting en de kleine forten van Silistria als een +schilderij voor zich liggen. Men hoorde het kanon- en geweervuur, dat +dag noch nacht ophield; en met een' verrekijker kon men de Turksche +soldaten onderscheiden. Ofschoon het een zonderling genoegen is +menschen elkander te zien dooden, begaf ik mij toch elken ochtend +en avond naar mijn post en bleef daar uren kijken. En ik was niet +de eenige die dat deed. Het schouwspel was werkelijk mooi, vooral +des nachts. Gedurende den nacht gingen mijne soldaten gewoonlijk +aan de loopgraven werken, en wierpen de Turken zich op hen, om dit +te beletten. Dan moest men dat geweervuur eens zien en hooren! Den +eersten nacht, dien ik in het kamp doorbracht, heeft dat vreeselijke +rumoer mij wakker gemaakt en verschrikt; ik meende dat men ten aanval +ging, en zette mijn paard in vollen galop; maar zij, die reeds eenigen +tijd in het kamp hadden vertoefd, zeiden mij, dat ik mij kalm moest +houden: dat dit kanon- en geweervuur een gewoon verschijnsel was, +hetwelk men schertsenderwijze 'Allah' noemde. Toen ging ik weer +liggen; maar wijl ik toch niet kon slapen, vermaakte ik mij door, +met een horloge in de hand, de kanonschoten te tellen, die ik hoorde; +en zoo heb ik er 110 in den tijd van eene minuut geteld. Toch zag dit +alles er van nabij niet zoo schrikwekkend uit, als het wel lijkt. Des +nachts, wanneer men toch niets ziet, was het eenvoudig de quaestie +wie het meeste kruit zou verspillen; en met die duizenden kanonnen +doodde men hoogstens een dertigtal manschappen aan weerszijden. + +"Gij zult mij wel toestaan, beste tante, dat ik in dezen brief +het woord richt tot Nikolaas; want nu ik eenmaal begonnen ben met +bijzonderheden uit den oorlog te vertellen, wenschte ik wel voort te +gaan en aan een' man te schrijven, die mij begrijpt en u opheldering +kan geven over hetgeen u onduidelijk toeschijnt. + +"Dat was dus een gewoon dagelijksch schouwspel voor ons, en waarin ook +ik mijn deel had, als men mij niet met orders naar de loopgraven zond; +maar wij hadden ook buitengewone tooneelen, zooals bijv. den avond vóór +de bestorming, toen men onder een der vijandelijke bastions eene mijn +met 240 poed kruit heeft laten springen. [77] Op den morgen van dien +dag was de vorst met zijn geheele staf (daar de generaal, bij wien +ik was, er ook toe behoort, ben ik er óók geweest) in de loopgraven +geweest, om de noodige schikkingen te treffen voor de bestorming van +den volgenden dag. Het plan der bestorming (dat te uitvoerig is om het +u hier te vertellen) was zóó goed gemaakt, alles was zóó wel voorzien, +dat niemand aan den uitslag twijfelde. Wat dit betreft, moet ik u nog +zeggen, dat ik bewondering voor den vorst begon te gevoelen. Trouwens, +men moet eens onder officieren en soldaten over hem hooren spreken; +niet alleen heb ik nooit kwaad van hem hooren zeggen, maar in 't +algemeen aanbidt men hem. Dien morgen heb ik hem voor het eerst in +'t vuur gezien. + +"Men moet hem zien, die ietwat belachelijke figuur, met zijn hooge +gestalte, de handen op den rug, de pet naar achteren, een' bril +op den neus en met een toon van spreken als van een kalkoenschen +haan! Het is hem aan te zien, dat de algemeene loop van zaken hem +zoozeer bezig houdt, dat kogels en bommen voor hem niet meer bestaan; +hij stelt zich zoo gewoon aan het gevaar bloot, dat men zou zeggen +dat hij er geen begrip van heeft, en dat men onwillekeurig meer voor +hem bevreesd is, dan voor zichzelf. En hoe helder en juist geeft hij +daarbij zijne bevelen, terwijl hij altijd minzaam is tegen elk! Hij +is een groot man, dat wil zeggen een bekwaam en eerlijk man, zooals +ik dit woord opvat: een man, die zijn geheele leven aan den dienst +van zijn land heeft gewijd--niet uit eerzucht, maar uit plicht! + +"Ik zal u een staaltje van hem vertellen, hetwelk verband houdt met de +geschiedenis der bestorming, die ik zoo even begon te vertellen. Op +den namiddag van denzelfden dag heeft men de mijn doen springen en +hebben bijna 600 stukken geschut het fort beschoten, dat men wilde +nemen. Den ganschen nacht is dit bombardement voortgezet; het was een +dier vuurgevechten, een dier emotiën welke men nimmer vergeet. Des +avonds is de vorst opnieuw in de loopgraven gekomen, en heeft zich +hier te midden van het kanongebulder te slapen gelegd, om zelf de +bestorming te leiden, welke dien nacht te 3 uren zou beginnen. Wij +waren er allen; en zooals steeds aan den vooravond van een' slag, +nam elk den schijn aan alsof hij aan den volgenden dag als aan een +gewonen dacht. Toch ben ik er in den grond van mijn hart zeker van, +dat allen bij de gedachte aan de bestorming eene zekere beklemming +voelden, en niet eene lichte, maar eene hevige. + +"Zooals je weet, Nikolaas, is de tijd die aan een gevecht voorafgaat +de meest onaangename; hij is de eenige waarin men tijd heeft om vrees +te koesteren; en vrees is een der onaangenaamste gewaarwordingen. Tegen +den morgen nam de vrees af, hoe meer het oogenblik naderde; en toen wij +allen tegen 3 uren op het afsteken van den bundel vuurpijlen wachtten, +dat het sein tot den aanval zou wezen, was ik zóó wel gestemd, alsof +men mij was komen zeggen, dat de bestorming niet zou plaats hebben, +wat mij zeer gespeten zou hebben.... En zie: juist een uur vóór het +oogenblik der bestorming komt een adjudant van den maarschalk met +bevel het beleg van Silistria op te breken! + +"Zonder vrees van mij te bedriegen, durf ik zeggen, dat deze +tijding door allen--soldaten, officieren en generaals--als eene +ware Jobstijding werd ontvangen: te meer, omdat men van spionnen +uit Silistria, die ons dikwijls in handen vielen en met wie ik +zelf menigmaal gelegenheid had te spreken, gehoord had, dat na de +verovering van dit fort (waaraan niemand twijfelde), Silistria het +geen 2 of 3 dagen meer zou kunnen houden. Maar zoo er iemand door +deze tijding getroffen moest worden, dan was het zeker de vorst, +die gedurende den geheelen veldtocht alles ten beste beschikt had, +en nu te midden van den strijd den maarschalk zag komen om de zaken +te bederven, en tegenbevel ontving op het oogenblik dat hij eene +bestorming zou beginnen, die hij als de eenige kans beschouwde om +onze tegenspoeden goed te maken. Toch heeft de vorst, zoo vatbaar +voor indrukken, geen oogenblik van slechte luim gehad; integendeel, +hij was verheugd de slachting te kunnen vermijden, waarvan hij alle +verantwoordelijkheid moest dragen; en zoolang de terugtocht duurde, +dien hij zelf geleid heeft, wijl hij met den laatsten soldaat over +de rivier wilde trekken, en die in opmerkelijke orde en juistheid +volbracht werd,--is hij opgeruimder geweest dan ooit te voren. Tot +die goede luim droeg niet weinig bij de uittocht van bijna 9000 +Bulgaarsche gezinnen, die wij medenamen, gedachtig aan de wreedheid +der Turken, waaraan ik, trots mijne ongeloovigheid op dit punt, wel +genoodzaakt werd te gaan gelooven. Zoodra wij de verschillende door +ons bezette Bulgaarsche dorpen verlaten hadden, kwamen de Turken er +terug en joegen allen die zij er vonden over de kling, behalve de +vrouwen die nog jong genoeg waren om voor een' harem te dienen. Zoo +was o.a. een dorp, waarheen ik mij uit het kamp begeven had om melk +en vruchten te halen, op deze wijze uitgemoord. + +"Niet zoodra had de vorst den Bulgaren doen weten, dat allen die +het wilden met het leger over den Donau konden trekken en Russische +onderdanen worden, of het geheele land kwam in opschudding, en allen +togen met vrouwen, kinderen, paarden en vee naar de brug. Daar het +echter onmogelijk was om allen mee te nemen, was de vorst genoodzaakt +de laatst aangekomenen af te wijzen. En men had eens moeten zien, +hoezeer hem dit hinderde! Hij ontving alle deputatiën, welke deze arme +lieden hem zonden, sprak met ieder, trachtte hun het onmogelijke van +de zaak onder het oog te brengen, en stelde hun voor om zonder wagens +en zonder vee den overtocht te doen. Zelfs nam hij op zich om voor +hun onderhoud te zorgen totdat zij in Rusland waren gekomen, betaalde +uit eigen middelen particuliere vaartuigen om hen te vervoeren--in +één woord: hij deed al zijn best om de menschen goed te doen. + +"Ja, beste tante, ik wenschte wel dat uwe profetie bewaarheid +werd. Waar ik het meest naar streef is, adjudant te worden van een man +als hij, dien ik in den grond van mijn hart liefheb en acht. Vaarwel, +beste en goede tante, ik kus u de hand." [78] + + + +Te midden van die hevige en nieuwe gemoedsbewegingen, liet Tolstoi ook +zijn voortdurenden arbeid--den innerlijken arbeid aan zichzelf--niet +rusten. Die arbeid weerspiegelt zich in de gedenkschriften uit zijn +dagboek. + +7 Juli. "Bescheidenheid bezit ik niet! Ziedaar mijn groot gebrek. Wat +ben ik eigenlijk? Een van de vier zoons van een gepensionneerd +luitenant-kolonel, die, op 7-jarigen leeftijd ouderloos geworden, +onder voogdijschap van vrouwen en vreemden kwam; die geen wereldsche +en geen wetenschappelijke opleiding ontving, en ten speelbal van +zijne 17 jaren de wereld inging. Iemand zonder groot fortuin, zonder +eenige maatschappelijke positie en, voornamelijk, zonder beginselen; +die al zijne zaken in de war stuurde en de beste jaren zijns levens +doelloos en zonder genot doorbracht; iemand, ten slotte, die zich naar +den Kaukasus verbande, om zijne schulden en vooral zijne gewoonten te +ontloopen; doch na twist te hebben gezocht om zekere betrekkingen, +die tusschen zijn vader en den legercommandant bestaan hadden, op +26-jarigen leeftijd vandaar als vaandrig naar het Donau-leger ging, +met bijna geen andere middelen dan zijn salaris, daar hij het geld, +dat hij bezat, voor het betalen van achterstallige schulden moest +besteden. Iemand zonder protectie, zonder wereldkennis, zonder kennis +van den dienst, zonder practischen aanleg--maar met eene kolossale +eigenliefde! Ja, zoo is mijn maatschappelijke toestand! Laat ons nu +eens zien, hoe mijn persoon is. + +"Ik ben leelijk, onhandig, onzindelijk, en zonder maatschappelijke +vormen. Ik ben prikkelbaar, lastig voor anderen, onbescheiden, +onverdraagzaam en schuchter als een kind. Bijna ben ik een droomer. Wat +ik weet, heb ik slordig geleerd, op eigen houtje, in mijn vrijen +tijd, zonder verband, zonder zin en dan nog zoo weinig! Ik ben niet +ingetogen, besluiteloos, onbestendig, dom, ijdel en opvliegend, evenals +alle karakterlooze lieden. Ook heb ik geen moed, leid geen ordelijk +leven en ben zóó traag, dat nietsdoen eene bijna onoverwinnelijke +gewoonte voor mij geworden is. + +"Ik heb verstand; maar nog nooit is mijn verstand grondig in iets +beproefd geworden. Praktisch verstand en verstand van wereldsche +dingen of van zaken heb ik niet. + +"Ik ben oprecht, dat wil zeggen: ik bemin het goede en heb mij die +zucht tot eene gewoonte gemaakt. En wijk ik daar somtijds van af, +dan ben ik ontevreden over mijzelf en keer er met blijdschap toe +terug. Maar er is iets, waarvan ik meer houd dan het goede--namelijk +de roem. Ik ben zoo eerzuchtig en aan dien hartstocht is zoo weinig +voldaan, dat ik dikwijls vrees in staat te zullen zijn om tusschen +eerzucht en deugd de eerste te kiezen, indien ik eens voor die keus +gesteld werd. + +"Ja, ik ben niet bescheiden; vandaar dat ik trotsch op mijzelf, +maar schuchter en verlegen in de wereld ben." + + + +Soms werd hij door een dichterlijken geest bezield en schetste dan +tafereeltjes, waarin ware kunst schuilt. + +Wegens dienstzaken toefde hij eens in een klein Roemeensch stadje, +waar hij op een avond in eene wonderlijke gemoedsstemming kwam, +die zich in dezen vorm uitte: + +"Na het middagmaal ging ik op de ellebogen over het balkon leunen, +en keek met welgevallen naar mijne lantaarn die zoo kranig onder den +boom brandde. Vandaag waren er eenige donderwolken komen opzetten, +die zich boven de aarde ontlast hadden, terwijl één groote wolk het +geheele zuiderdeel des hemels bleef bedekken. Wat was het toen frisch +en aangenaam in de lucht! Het aardige dochtertje van mijn' hospes lag +ook, evenals ik, op de ellebogen in het venster. Op straat ging een +draaiorgel voorbij; en toen nu de tonen van de lustige, ouderwetsche +wals zich meer en meer verwijderden en eindelijk wegstierven, +zuchtte het meisje uit het diepst van haar hart, richtte zich op en +verliet ijlings het venster. Het was mij zoo droef en toch zoo wel +te moede, dat ik onwillekeurig glimlachte: en nog lang keek ik naar +mijne lantaarn, waarvan het licht soms wegschool achter de takken, +die de wind bewoog, keek naar den boom, de schutting, den hemel--en +dit alles was mij nog liever dan eerst." + + + +De vruchtelooze Donau-campagne, de terugtocht van het leger, het +vervelende stafleven--dit alles bevredigde Tolstoi niet; hij zocht +meer spannenden arbeid, sterkere emotiën, en vroeg om overplaatsing +naar het Krimleger. + +Den 20en Juli, na den terugtocht van Silistria, vertrok hij naar de +Krim. Zijn weg liep over de steden Tekoetschi, Berlad, Jassy, Cherson, +Odessa, Sewastopol, waar hij den 7den November 1854 aankwam. Onderweg +werd hij ziek en kwam hij in het hospitaal, hetgeen zulk eene lange +reis verklaarbaar maakt. + +Bij aankomst te Sewastopol werd hij ingedeeld bij de 3de lichte +batterij der 14de brigade artillerie. + +Hier ontving hij zulk eene menigte nieuwe indrukken, dat hij er niet +zoo spoedig in thuis kon raken; en twee weken later, op 20 November, +schreef hij eindelijk aan zijn' broeder Sergius: + + + +"Beste broeder Sergius! + +"God weet hoe schuldig ik jegens u allen ben sedert het oogenblik van +mijn vertrek; en hoe dit gekomen is, weet ik zelf niet; deels door +het onbestendige leven, mijne vervelende positie, de inkwartiering; +deels door den oorlog of andere belemmerende oorzaken, enz. enz. Maar +de voornaamste reden is het leven met zijne verstrooiingen en rijkdom +van indrukken. Ik heb dit jaar zooveel nieuwe dingen geleerd, zooveel +nieuwe ervaringen en zielsindrukken opgedaan, dat ik waarlijk niet +weet wat het eerst te zullen beschrijven; ook zou ik het niet kunnen +zooals ik wel wilde. Aan tante schreef ik over Silistria, maar jou +en Nikolaas zal ik zoo niet schrijven. Wèl wenschte ik u de dingen +zóó te vertellen, dat gij mij begreept, gelijk ik wil. Silistria +heeft nu afgedaan, en Sewastopol komt aan de beurt. Ik denk dat gij +dit wel met dezelfde angstige spanning zult lezen, als ik zelf het +vier dagen geleden heb doorleefd. Hoe zal ik je alles vertellen, +wat ik daar zag, waar ik geweest ben, wat ik deed, wat de Fransche +en Engelsche gewonden en gevangenen zeggen, wat deze menschen geleden +hebben, en welke helden onze vijanden zijn! Ik zal dit alles later in +Jasnaja of in Pirogoff vertellen; en veel zult ge door de pers van mij +te weten komen. Op welke manier, dat zal ik later zeggen; nu zal ik +alleen een begrip geven van den stand van onze zaken te Sewastopol. De +stad is aan één zijde belegerd, nl. aan de zuidzijde, waar wij geen +versterkingen hadden toen de vijand haar naderde. Thans hebben wij +aan dien kant 500 kanonnen van groot kaliber en eenige reeksen aarden +versterkingen, die beslist onneembaar zijn. Ik heb eene week lang +in de vesting doorgebracht en in dien doolhof van batterijen als in +een bosch rondgezworven. De vijand is op één plek in drie weken tijds +160 meter genaderd, en komt niet verder; bij de minste voorwaartsche +beweging wordt hij met eene hagelbui van granaten begroet. + +"De geest onzer troepen gaat alle beschrijving te boven. In de dagen +van het oude Griekenland was er zulk een heldenmoed niet. Toen +Korniloff voorbij de troepen reed, zeide hij niet: 'Houdt jelui +goed, jongens!', maar: 'Jongens, weet jelui te sterven, als het +moet?'--En donderend klonk het antwoord: 'Wij zullen sterven, +Excellentie! Hoera!'--En dit was geen effectbejag, want op ieders +gelaat was te zien, dat het geen scherts maar ernst was, en reeds +hebben 22,000 man hunne belofte vervuld! + +"Een gewonde soldaat, die bijna stervende was, vertelde mij met +tranen in de oogen, dat zij den 24en Nov. eene Fransche batterij +genomen hadden, maar dat men hun geen versterking had gezonden.--Eene +compagnie zeesoldaten sloeg bijna aan 't muiten, omdat men hen bij +eene batterij wilde aflossen, waar zij 30 dagen onder den bommenregen +hadden gestaan. De soldaten rukten de lonten uit de bommen. Vrouwen +droegen water naar de bastions. Reeds tellen wij vele dooden en +gewonden. Priesters loopen met het kruis op de bastions, en zeggen +te midden van het vuur gebeden op. Bij één brigade, de 24ste, waren +160 gewonden die het front niet wilden verlaten. + +"Wonderlijke tijd! Overigens hebben wij het thans, na den 24en, +wat rustiger gekregen, en is het heerlijk in Sewastopol geworden. De +vijand vuurt bijna niet, en allen zijn overtuigd dat hij de stad niet +zal nemen. Werkelijk is dit onmogelijk. Omtrent 's vijands plannen +bestaan hier drie meeningen: òf hij zal eene bestorming doen; òf hij +zal ons bij verrassing trachten te nemen; òf hij zal zich versterken +en overwinteren. Het eerste is minder, maar het tweede het meest +waarschijnlijk. Ik heb geen enkele maal het geluk gehad in gevecht +te komen; maar ik dank God, dat ik deze mannen gezien heb en dezen +schoonen tijd medeleef. + +"Het bombardement van den 5en dezer zal het schitterendste en +beroemdste feit zijn, niet alleen in de Russische, maar ook in de +wereldgeschiedenis. Meer dan 1500 kanonnen hebben twee dagen lang de +stad beschoten, zonder een enkele van onze 200 batterijen tot zwijgen +te brengen, laat staan de vesting tot overgave te dwingen. Zoo men +al in Rusland, naar het mij voorkomt, ongunstig over deze campagne +denkt, de nakomelingschap zal haar boven alle andere stellen. Vergeet +niet, dat wij bij gelijke, ja zelfs bij mindere krachten, alleen met +ouderwetsche wapenen en met de slechtste troepen uit het Russische +leger (zooals het 6de corps) strijden tegen een talrijken vijand, +die eene vloot met 3000 vuurmonden bezit, die uitstekend gewapend is +met karabijnen en zijne beste troepen in het vuur heeft. Nu spreek +ik nog niet eens van het betere gehalte zijner generaals. + +"Alleen _ons_ leger kan onder zulke omstandigheden pal staan +en overwinnen; want dàt wij overwinnen zullen, daar ben ik van +overtuigd. Men moet die Fransche en Engelsche gevangenen eens zien: +allen jonge mannen, en physiek zoowel als moreel kloek en dapper. De +Kozakken zeggen zelfs, dat het jammer is er op in te hakken. Daar +moet men onze helden eens naast zien staan, vooral zoo'n kleinen, +smerigen, gerimpelden! + +"Nu zal ik gaan vertellen op welke wijze je van mij in de pers van +de heldendaden dier _smerige, gerimpelde_ helden lezen zult. Onder +het personeel onzer artillerie dat, zooals ik je, geloof ik, +geschreven heb, uit zeer flinke en knappe lieden bestaat, is het +denkbeeld ontstaan om een tijdschrift over den oorlog uit te geven, +met het doel den goeden geest onder de troepen te bewaren: en wel +een goedkoop (3 roebel) en populair blad, opdat de soldaten het +lezen kunnen. Wij hebben een plan voor dit blad opgesteld en het den +vorst aangeboden. Deze was met het denkbeeld zeer ingenomen, en heeft +het plan met een proefnummer, dat wij tegelijk hadden saamgesteld, +aan het besluit des Keizers onderworpen. De kosten van uitgaaf +zullen Stolipin en ik voorschieten. Ik ben tot redacteur gekozen, +tegelijk met zekeren heer Konstantinoff, die den _Kaukasus_ heeft +uitgegeven en op dit punt een man van ondervinding is. In het blad +zullen beschrijvingen van veldslagen worden opgenomen, maar geen +droge en leugenachtige, zooals in andere bladen. Daden van moed, +levensbeschrijvingen en necrologieën van kloeke mannen, vooral van +minderen, krijgsverhalen, soldaten-liederen, populaire bijdragen over +ingenieurs- en artilleriewetenschap, enz. De zaak staat mij zeer aan: +ten eerste houd ik van zulke bezigheid, en ten tweede hoop ik, dat +het blad nut zal stichten en niet geheel verwerpelijk zal zijn. + +"Dit alles is nog maar onderstelling, zoolang wij het antwoord van den +Keizer niet weten; maar ik vrees er voor, dat wil ik bekennen. In +het proefnummer, dat naar Petersburg is gezonden, zijn wij zoo +onvoorzichtig geweest twee artikels te plaatsen--een van mij en het +tweede van Rostoftseff--die niet geheel _orthodox_ zijn. Voor deze +zaak heb ik 1500 roebel noodig, die ik Walerian verzocht heb mij toe te +zenden. Nu ik er jou iets van verklapt heb, kan je het hem overbrengen. + +"Ik ben, Goddank, gezond, en heb een vroolijk, aangenaam leven, sedert +ik over de grenzen ben getrokken. In 't algemeen laat mijn verblijf +bij het leger zich in twee perioden verdeelen: eene vervelende vóór +de grens (want ik was toen ziek, arm en alleen), en eene aangename +binnen de grens, want nu ben ik gezond, heb goede vrienden, maar ben +nog arm, wijl het geld hier wegvliegt. + +"Ik zal tante niet schrijven, doch wil eens beproeven of zij mij +er toe aanspoort. Wat mij ongerust maakt, is dat ik vier jaar lang +zonder vrouwelijk gezelschap leef; zoodoende kan ik geheel verharden +en ongeschikt worden voor het familieleven, dat mij zoo dierbaar is. + +"Vaarwel! God weet, wanneer wij elkander weerzien; tenzij dat jij +en Nikolaas er aan denken mochten eens een verren jachttocht te +ondernemen, en van uit Tamboff een uitstapje naar het hoofdkwartier +te doen." + + + +Ik heb dezen merkwaardigen brief in zijn geheel geciteerd. Er blijkt +uit, hoe jong van hart Tolstoi destijds was, hoe vatbaar om zich te +laten meesleepen, en hoe dit laatste hem voor een deel belette eene +duidelijke voorstelling te krijgen van al wat om hem heen gebeurde. Des +te sterker, daarentegen, kwamen op dien achtergrond de flikkeringen +uit van een klaar bewustzijn en eene profetische bezieling. + +Blijkbaar was Tolstoi's gemoed, ondanks de sterke indrukken van buiten, +niet geheel daarvan vervuld. In de eenzaamheid, bij het schrijven van +zijn dagboek, mogelijk achter de blindeering van het 4de bataillon, +bleef hij dezelfde naar idealen zoekende en strevende mensch, die +hij altijd geweest is en nòg is. + +Zijne gemoedsstemming in die dagen uitte zich in dezen dichterlijken +vorm: + + + + "Wanneer zal ik toch eindelijk niet langer + Mijn leven zonder doel en hartstocht slijten: + Eene diepe wonde in 't harte gevoelen, + En het middel niet kennen om haar te genezen? + Wie sloeg deze wonde? God slechts weet het! + Maar van mijne geboorte pijnigt mij + Een bitter besef van mijne nietigheid, + Een kwellend verdriet en twijfel." + + + +Den 23sten November vertrok hij naar Simferopol. + +Op 6 Januari 1855 schreef hij zijne tante Tatjana een geruststellenden +Franschen brief: + +"Ik heb aan de twee bloedige veldslagen, die in de Krim hebben plaats +gehad, geen deel genomen, maar ben terstond na dien van den 24sten +in Sewastopol gekomen en daar eene maand gebleven. Om den winter, +die vooral nu buitengewoon streng is, wordt in het open veld niet +meer gevochten; maar het beleg duurt voort. Hoe de afloop van +dezen veldtocht zal zijn weet God alleen: maar in elk geval moet +de Krim-campagne op de eene of andere wijze binnen 3 of 4 maanden +eindigen. Doch helaas, het einde van de Krim-campagne beteekent niet +het einde van den oorlog, die integendeel nog zeer lang zal duren. + +"Naar ik meen, heb ik in mijne brieven aan Sergius en Walerian +gesproken over eene bezigheid, waarop ik het oog had en die mij +zeer toelachte. Nu de zaak beslist is, kan ik het zeggen. Ik was +voornemens een militair tijdschrift op te richten. Dit plan, waaraan +ik met medewerking van vele uitstekende mannen gewerkt heb, werd +door den vorst goedgekeurd en aan Zijne Majesteit ter beoordeeling +gezonden. Maar wijl men in ons land tegen alles intrigeert, zijn er +lieden geweest die de concurrentie van dit blad duchtten; misschien +ook dat het plan niet met de inzichten der regeering strookte--om +kort te gaan: de Keizer heeft geweigerd. + +"Ik beken u: deze nederlaag heeft mij oneindig veel verdriet gedaan en +mijne plannen zeer veranderd. Indien God wil dat de Krim-campagne goed +afloopt, en als ik geen plaatsing krijg die mij voldoet; als Rusland +daarenboven niet langer in oorlog is, zal ik het leger verlaten om +naar de militaire academie in Petersburg te gaan. Ik heb dit besluit +om deze redenen genomen: + + + +"1º. Omdat ik de letterkunde niet zou willen laten varen, waarmee ik +mij in dit kampleven onmogelijk kan bezighouden. + +"2º. Omdat ik, naar het schijnt, eerzuchtig begin te worden, namelijk +in dien zin, dat ik goed zou willen doen; maar daarvoor moet men meer +dan tweede luitenant zijn. + +"3º. Om u allen en al mijne vrienden weer te zien. Nikolaas schrijft +mij, dat Toerghenjeff met Maria heeft kennis gemaakt; dat verheugt +mij. Indien gij hem eens thuis ziet, zeg hem dan, dat, ofschoon ik hem +slechts bij geschrifte ken, ik hem tal van dingen te vertellen heb." + + + +De onmiddellijk daarop volgende periode van zijn leven schetst Tolstoi +zeer mooi in een' brief aan zijn' broeder, geschreven in Mei 1855, +waarin hij een chronologisch overzicht geeft van de feiten uit zijn +krijgsmansleven gedurende den winter van 1854 op 1855. + +"Ofschoon je stellig van de onzen gehoord zult hebben, waar ik geweest +ben en wat ik gedaan heb, zal ik je mijne avonturen van Kischineff af +op nieuw vertellen, te meer, omdat het misschien interessant voor je +zal zijn, _hoe_ ik ze vertel; en daar mijn lot altijd op de eene of +andere wijze verandert, zul je dus vernemen, aan welke wisselingen ik +heb blootgestaan. Van Kischineff uit solliciteerde ik op 1 November +naar de Krim, deels om den oorlog te zien, deels om mij aan den staf +van Serzjpoetowski te onttrekken, die mij niet aanstond, maar het +meest uit vaderlandsliefde, die--ik beken het--destijds sterk in mij +gloeide. Ik solliciteerde niet naar eene bepaalde plaats, doch liet +het aan de superieuren over om mijn lot te bepalen. + +"In de Krim werd ik geplaatst bij eene batterij in Sewastopol, waar ik +eene maand zeer aangenaam heb doorgebracht in een club van eenvoudige, +goede kameraden, die zich in den oorlog en in het gevaar bijzonder +onderscheidden. In December zond men onze batterij naar Simferopol, +waar ik 1 1/2 maand in het geriefelijke huis van een' landeigenaar +woonde, met jonge dames danste en piano speelde, en met een gezelschap +ambtenaren wilde geiten jaagde op den Tschatir-Dagh. + +"In Januari was er opnieuw verwisseling van officieren en werd ik +overgeplaatst bij eene batterij, welke op 10 werst van Sewastopol +aan den Belbek geposteerd was. Daar heb ik kennis gemaakt met de +ellendigste club officieren van de batterij; de commandant was +een goed, maar onbeschaafd man, en de barakken waren koud en zonder +gerief. Geen enkel boek, geen enkel mensch met wien ik praten kon. Hier +ontving ik de 1500 roebel voor het dagblad, dat reeds geweigerd was, +doch verloor 2500 roebel met spelen en bewees daarmee aan de geheele +wereld, dat ik nog steeds een onbeduidende kwajongen was; want al kon +het bovenstaande als verzachtende omstandigheden gelden, zoo was het +toch schandelijk. + +"In Maart werd het warmer en kwam Brenewski, een aangenaam en +voortreffelijk mensch, bij de batterij; ik begon meer op mijn +verhaal te komen, toen onze batterij op 1 April, te midden van +het bombardement, naar Sewastopol vertrok, waar ik geheel op dreef +kwam. Het is waar, dat ik hier in ernstig gevaar verkeerde--want om +de 4 dagen had ik achtmaal wachtdienst bij de batterij van het 4de +bastion--maar het was hier tot 15 Mei prachtig lenteweder. Overvloed +van menschen en indrukken, alle gemakken des levens en een gezellig +clubje kameraden _comme il faut_--dat alles was oorzaak, dat die +anderhalve maand een mijner aangenaamste herinneringen zal blijven. + +"Den 15den Mei viel het Gortschakoff of den commandant der artillerie +in, mij met de vorming en het commando over eene berg-compagnie aan +den Belbek te belasten, welke op 20 werst van Sewastopol gelegen +is. Tot nu toe ben ik in vele opzichten daarover zeer tevreden +geweest. Ziehier de algemeene beschrijving; in een volgenden brief +zal ik meer bijzonderheden over het tegenwoordige schrijven." + + + +Wij kunnen aan deze korte beschrijving toevoegen, dat de schertsende +toon van den brief niet in overeenstemming is met de ideeën en +gevoelens, welke Tolstoi destijds vervulden. + +In zijn dagboek, dato 5 Maart 1855, staat de volgende profetie over +zichzelf geschreven: + +"Een gesprek over de Godheid en het geloof heeft mij op een +groot, machtig denkbeeld gebracht, en ik voel mij in staat aan de +verwezenlijking daarvan mijn leven te wijden. Dit denkbeeld is de +grondlegging van een nieuwen godsdienst, in overeenstemming met de +ontwikkeling van het menschdom: den godsdienst van Christus, maar +gezuiverd van dogma en mysticisme: een praktischen godsdienst, die geen +gelukzaligheid belooft in de toekomst, maar gelukzaligheid geeft op +aarde. Ik zie wel in, dat dit denkbeeld alleen ten uitvoer kan worden +gebracht door geslachten, die bewust aan dit doel arbeiden. Het eene +geslacht zal het aan het volgende vermaken, en den een of anderen tijd +zal fantasie of gezond verstand het ten uitvoer brengen. _Bewust_ +handelen in samenwerking met lieden van godsdienst--ziedaar de +grondslag van de gedachte, die mij, hoop ik, zal blijven medesleepen." + + + +Het is wel duidelijk, dat een man, die 50 jaar geleden deze regelen +neerschreef en sedert met zulk eene kracht en volharding den grond +is blijven leggen om dit denkbeeld te verwezenlijken,--dat zulk een +man niet bij de artillerie thuis behoort. + +Hij had daarvan een vaag besef, en in zijne gedenkschriften duikt +van tijd tot tijd het bewustzijn op, dat hij niet geschapen is voor +de militaire loopbaan, maar voor de letterkunde. + +Hij heeft dan ook al dien tijd zijn letterkundigen arbeid niet +laten varen. + +Reeds op weg van Roemenië naar Sewastopol voltooide hij: _Het +houthakken_. Later, in Sewastopol, begon hij aan _Jongelingsjaren_ +en schreef hij de _Verhalen van Sewastopol_. + +Van 11 tot 14 April was hij op het 4de bastion. Het besef van gevaar +voerde zijne ziel omhoog, en hij wendde zich tot God met dit gebed: +"God, ik dank U voor Uwe voortdurende bescherming. Hoe juist leidt Gij +mij naar het goede. En welk een nietig schepsel zou ik zijn, indien +Gij mij verliet. Verlaat mij niet, o God; geef mij Uw' zegen op mijn' +weg, en bevredig mijne nietige wenschen niet, opdat ik bereike het +eeuwige en grootsche, onbekende, maar mij toch bewuste levensdoel." + +Den 4den Augustus 1855 nam Tolstoi, schoon indirect, deel aan den +slag bij de Tschernaja. Hij haastte zich zijne bloedverwanten gerust +te stellen, en in een' brief aan zijn' broeder van 7 Augustus 1855 +schreef hij, onder andere: + +"Ik schrijf je eenige regels, om je omtrent mij gerust te stellen +naar aanleiding van den slag van den 4den, waarin ik ongedeerd ben +gebleven; ik heb trouwens niets gedaan, omdat mijn berggeschut niet +behoefde te vuren." + +Zooals blijkt uit eene briefwisseling tusschen Tolstoi en Njekrassoff +volgde de graaf tegelijk den loop der Russische letterkunde, en +steunde hij ijverig de redactie van den _Sawremjennik_, waarvoor +hij te Sewastopol een clubje medewerkers had gevonden. Hij schrijft +Njekrassoff het volgende: + + +"Waarde heer Nikolaas Alexejewitsch! + +"Gij zult mijne belofte voor een stuk: _Sewastopol in December_ +en een artikel van Stolipin wel reeds ontvangen hebben. Hier zijn +zij. Ondanks de overhaaste, slordige spelling van dit manuscript, moet +gij uw best doen het te corrigeeren, zal het zonder doorhalingen van +de censuur, welke de schrijver met alle macht heeft pogen te vermijden, +gedrukt worden. Gij zult het wel met mij eens zijn, hoop ik, dat zulke +verhandelingen over krijgszaken in ons land, helaas, maar zelden of +nooit gedrukt worden. Misschien wordt met denzelfden koerier eene +bijdrage van Sacken verzonden, waarvan ik niets zeg, en die gij, +hoop ik, ook zult drukken. De verbeteringen in Stolipin's artikel +zijn door Chroeljeff met zwarten inkt en met de linkerhand gedaan, +omdat zijne rechter gewond is. Stolipin verzoekt die in noten onder +of naast den tekst te plaatsen. Wees zoo goed om zoowel mijn als +Stolipin's artikel, indien het kan, in de Juni-aflevering te zetten. + +"Nu hebben wij ons allen aaneengesloten, en begint de letterkundige +vereeniging van het mislukte tijdschrift zich te organiseeren. Zooals +ik u schreef, zult gij maandelijks 2, 3 of 4 bijdragen van actueelen +inhoud over den oorlog van mij ontvangen. De twee beste medewerkers, +Bakoenin en Rostoftseff, zijn nog niet met hunne opstellen gereed. + +"Wees zoo goed mij te antwoorden en in 't algemeen uwe brieven mee +te geven aan dezen koerier, adjudant van Gortschakoff, of aan de +volgenden, die voortdurend tusschen u en hier heen en weer rennen." + +Den 15en Juni ontving hij te Bachtschisarai een' brief van Panajeff en +de aflevering van den _Sawremjennik_, waarin het verhaal _Sewastopol +in December_ gedrukt stond. Uit den brief vernam hij, dat Keizer +Alexander II zijn verhaal gelezen had. + +Blijkbaar had dit verhaal grooten indruk op den Keizer gemaakt, +daar hij last gaf het in 't Fransch te vertalen. In Juni voltooide +Tolstoi _Het houthakken_, dat hij naar den _Sawremjennik_ stuurde, +en in Juli een nieuw verhaal, _Sewastopol in Mei_, dat eveneens naar +de redactie werd gezonden. + +Met dit verhaal had het volgende plaats, zooals Panajeff in zijn' +brief aan Tolstoi dezen mededeelt. + +"In mijn' brief aan u, welke u door tusschenkomst van Stolipin gewerd, +schreef ik u, dat uwe bijdrage met onbeteekenende veranderingen door +de Censuur was doorgelaten, en verzocht ik u mij niet kwalijk te +nemen, dat aan het slot eenige woorden moesten worden toegevoegd, +ter verzachting van de uitdrukking.... Het opstel _Een nacht in +Sewastopol_ [79] was reeds in 3000 exemplaren geheel gedrukt, toen de +Censuur het eensklaps van de drukkerij opvroeg en de uitgaaf van het +nummer tegenhield. Dientengevolge verscheen de Augustus-aflevering +in Petersburg eerst op 16 Augustus. Tijdens mijne afwezigheid uit +Petersburg (ik was voor eenige dagen op reis naar Moskou) bood zij +het toen ter lezing aan den president van het censuur-comité, den u +uit Kazan bekenden Poeschkin. Indien gij Poeschkin kent, kunt gij u +gedeeltelijk voorstellen, wat toen volgde. Hij werd woedend, viel de +Censuur aan en toen mij, dat ik zulke opstellen aan de Censuur aanbood, +en maakte het eigenhandig over. Inmiddels keerde ik naar Petersburg +terug, zag die verandering en schrok. Ik had de verhandeling in 't +geheel niet willen drukken, maar Poeschkin legde mij de zaak uit, +zeggende dat ik _verplicht_ was haar te drukken zooals zij was +overgemaakt. Er was niets aan te doen, en uwe verminkte bijdrage +verschijnt nu in de September-aflevering, doch zonder de letters +L. N. T., die ik er later niet meer onder zag. Toch was het opstel +zóó goed, dat ik het, zelfs na de totale omwerking door de Censuur, +aan Miljoekoff, Krasnokoetski en anderen ter lezing heb gegeven. Het +bevalt iedereen, en Miljoekoff schreef mij, dat het jammer zou zijn +indien ik den lezers dit opstel onthield en het (zelfs in dezen vorm) +niet liet drukken. + +"Wijt het in elk geval niet aan mij, dat uwe verhandeling in dezen +vorm gedrukt is. Ik werd genoodzaakt het te doen. Indien God wil +dat wij elkander eens ontmoeten (wat ik zeer wensch), zal ik u deze +geschiedenis nader verklaren. Nu slechts een paar woorden over +den indruk, dien uw verhaal _(Een nacht in Sewastopol)_ in zijn +oorspronkelijken vorm op ons te weeg brengt, en in 't algemeen op +ieder, dien ik het voorlees.... Van censuur is hier geen sprake. + +"Ieder vindt dit verhaal krachtiger dan het eerste, zoowel in toon +en diepte van onderzoek der gemoedsbewegingen en aandoeningen bij +menschen, die steeds den dood voor oogen hebben,--als in de juistheid, +waarmee de typen van officieren zijn weergegeven, hun omgang met de +aristokraten en hunne verhouding onderling; in één woord: alles is +voortreffelijk en meesterlijk geschetst. Maar het geheel is zóózeer +met bitterheid vervuld, alles is zóó scherp en giftig, wreed en +troosteloos, dat de indruk op heden, nu de plaats der handeling +van het verhaal bijna een heiligdom is, pijnlijk is voor menschen, +die er ver van af zijn; het verhaal zou zelfs een zeer onaangenamen +indruk kunnen maken. + +"_Het houthakken_, met een opdracht aan Toerghenjeff, verschijnt +ook in September. Tusschen twee haakjes: Toerghenjeff verzoekt mij +dringend u zeer voor de herinnering aan en de attentie jegens hem te +bedanken.... Ook in dit verhaal, dat drie censuren ondergaan heeft: +1º. in den Kaukasus (censor de staatssecretaris Boetkoff), 2º. de +militaire (generaal-majoor Stephen), en 3º. onze burgerlijke (mijne +censuur en die van Poeschkin)--zijn helaas de typen van officieren +en meer andere dingen geschrapt." + +In September schreef Njekrassoff aan Tolstoi: + + + +"St.-Petersburg. + + +"Waarde heer Tolstoi! + + +"Half Augustus kwam ik te Petersburg, onder voor den _Sawremjennik_ +zeer ongunstige omstandigheden. De ergerlijke wijze, waarop uwe +bijdrage verminkt is geworden, [80] heeft mijn bloed in opstand +gebracht. Tot heden kan ik er niet zonder ergernis en woede aan +denken. Toch is uw werk niet geheel verloren, en zal het steeds +getuigen van eene kracht, die hare vatbaarheid voor zulke diepe en +nuchtere waarheid heeft behouden, onder omstandigheden waarin menigeen +haar zou verliezen. Ik zal niet zeggen hoe hoog ik deze verhandeling +stel, en wat de algemeene richting is van uw talent, maar alleen +waarin dit nieuw en krachtig is. En juist dit is het, wat de Russische +samenleving tegenwoordig behoeft: waarheid, de waarheid, waarvan sedert +Gogol's dood zoo weinig in de Russische literatuur is overgebleven. + +"Deze waarheid in den vorm, waarin gij haar in onze letterkunde +inleidt, is bij ons iets geheel nieuws. Ik ken tegenwoordig geen +auteur, die zooveel liefde en warme sympathie afdwingt als degeen aan +wien ik schrijf. Alleen vrees ik, dat de tijd en de afschuwelijke +werkelijkheid, de doove en stomme omgeving met u hetzelfde zullen +doen, als met de meesten onzer: dat zij uwe energie zullen dooden, +die geen schrijver kan missen, althans geen schrijver zooals Rusland +thans behoeft. + +"Gij zijt jong; er zullen eenige veranderingen komen, die--willen +wij hopen--goed zullen eindigen; en mogelijk ligt eene schitterende +loopbaan vóór u. Uw begin is van dien aard, dat gij de voorzichtigste +lieden noopt zich in hunne verwachtingen zeer ver te laten meesleepen. + +"Doch ik dwaal van het doel van mijn schrijven af. Ik zal u niet +troosten met de verzekering, dat velen ook de gedrukte fragmenten +uwer verhandeling uitstekend vinden; voor lieden, die haar in den +tegenwoordigen vorm kennen, is zij niet meer dan eene verzameling +woorden zonder zin en innerlijke beteekenis. Maar, er is niets aan +te doen. Ik zeg alleen, dat het opstel niet gedrukt zou zijn, indien +dit niet noodzakelijk was geweest. Uw naam staat er echter niet onder. + +"_Het houthakken_ liep vlot van stapel, ofschoon ook hieruit eenige +kostbare regels zijn weggevallen. Mijne meening over dit onderwerp is +deze: wat vorm betreft, doet het denken aan Toerghenjeff, doch daarmee +houdt ook de vergelijking op; al het overige behoort u, en zou door +niemand geschreven kunnen zijn, behalve door u. In deze schets staan +eene menigte wonderlijk juiste opmerkingen, en het geheel is nieuw, +interessant en waar. Versmaad dergelijke schetsen niet; van den +soldaat heeft onze literatuur tot heden niet anders dan platheden +gezegd. Ge zijt eerst aan het begin, en onverschillig in welken vorm +gij datgene bekend maakt, wat ge van dit onderwerp weet,--alles zal +ten hoogste interessant en nuttig zijn. + +"Panajeff heeft mij uw' brief ter hand gesteld, waarin gij ons de +spoedige toezending van _Jongelingsjaren_ belooft. Wees zoo goed het +te zenden. Afgescheiden van het tijdschrift, stel ik persoonlijk +belang in de voortzetting van uw' eersten arbeid. Wij zullen +voor _Jongelingsjaren_ eene plaats reserveeren in de 10de of 11de +aflevering, naar gelang van den tijd dat het ontvangen wordt. + +"Het geld zal u dezer dagen gezonden worden. Des winters woon ik te +Petersburg, en het zal mij aangenaam zijn, zoo u mij bij gelegenheid +eenige regelen wilt schrijven. + +"Ontvang de verzekering van mijne oprechte hoogachting. + + +"N. Njekrassoff." + + + +Zooals van zelf spreekt, bracht Tolstoi zijn' tijd niet in hoofdzaak +met letterkundige bezigheden door. Hij leidde het gewone leven van +een' officier en was, volgens getuigenis zijner tijdgenooten en +wapenbroeders, een goed kameraad. + +In de gedenkschriften van Nazarjeff komt een verhaal voor van een +van Tolstoi's vroegere makkers, die met zichtbaar welgevallen aan +hem en aan den tijd terugdenkt, dien zij bij dezelfde batterij +hadden doorgebracht. Hij had zich zelfs in een der helden uit de +Sewastopol'sche verhalen herkend. + +"Zoo bezielde Tolstoi," verhaalt de grijsaard met een vergenoegden +glimlach, "in de moeilijke tijden van het krijgsmansleven allen en +ieder door zijne vertellingen en in haast saamgestelde verzen. Hij was +in den vollen zin des woords de ziel der batterij. Zoolang Tolstoi bij +ons was, vloog de tijd voorbij en was er geen einde aan de algemeene +vroolijkheid; doch nauwelijks was de graaf weg en naar Simferopol +gegaan, of allen lieten het hoofd hangen. Zoo verliepen er een dag of +twee, drie.... Eindelijk kwam hij terug.... precies als de verloren +zoon: droefgeestig, vermagerd, misnoegd op zichzelf.... Hij nam mij +terzijde, en begon kort daarna te biechten. Alles vertelde hij: +zijn dolle uitgaan, zijn spelen, waar hij zijne dagen en nachten +had doorgebracht, en--men zal het nauwelijks gelooven--daarbij had +hij berouw en pijnigde hij zich als een werkelijk zondaar. Het was +zelfs treurig hem aan te zien--zoo gebroken was hij. Was hij dezelfde +man van vroeger? In één woord: het was zonderling en voor mij totaal +onbegrijpelijk. Aan den anderen kant was hij een zeldzaam kameraad, een +zeer oprechte ziel; en het zou mij onmogelijk zijn hem te vergeten." + +Tolstoi's gedrag als een dapper officier, en zijne relatiën met +de hoogere kringen hadden hem eene voorspoedige militaire loopbaan +kunnen verzekeren. Daartoe werkte ook mede het in druk verschijnen van +zijne _Sewastopol'sche schetsen_, welke de aandacht trokken van Keizer +Nikolaas en Keizerin Alexandra Fedorowna. Men zegt, dat laatstgenoemde +schreide, toen zij het eerste verhaal las. Maar diezelfde letterkundige +gave heeft ook dien voorspoed belemmerd; want de _Sewastopol'sche +liederen_ waren een hinderpaal voor eene schitterende carrière. + +Een dergenen, die aan de samenstelling van deze liederen hadden +deelgenomen, deelt, als persoonlijke getuige, het volgende mede. + +Gedurende den Krim-oorlog vereenigden zich dikwijls, ja bijna alle +avonden, de leden van den staf der artillerie en eenige andere +officieren bij het hoofd van dien staf, Krizjanowski. + +Gewoonlijk ging luitenant-kolonel Baljoezek voor de piano zitten; +de andere stonden er in een kring omheen, en men improviseerde +liederen. Elk droeg zijn woord en gedachte bij; ook graaf Tolstoi, +maar niet altijd. Daarom kan gezegd worden, dat deze improvisatiën +een algemeen karakter droegen, hetwelk de stemming der militaire +clubs weergaf. + +Als men aan de omstandigheden denkt, waaronder deze liedjes gemaakt +werden: al die verschrikkingen van den dood, het kermen der gewonden, +die stroomen bloed, de branden en moorden, waarvan de dampkring te +Sewastopol als bezwangerd was--dan moet men zich over die geestkracht +verwonderen, welke ruimte liet voor gemoedelijke grappen over +supérieuren, onder het voortdurende gevaar van dood of verwonding! + +Intusschen verwierf Tolstoi in den kring der Petersburger +letterkundigen meer en meer bekendheid. Een' zijner scherpste critici, +Toerghenjeff, had hij overwonnen. De lezers zullen zich uit een +vorig hoofdstuk mevrouw Golowatschewa Panajewa herinneren, en hoe +Toerghenjeff Panajeff om zijne geestdrift wat voor den gek hield. + +In het jaar 1854 schrijft hij o.a. uit Spasskoje aan E. Ja. Kolbasin, +een der medewerkers van den _Sawremjennik_: + +"Zeer verheugd ben ik over het succes van _Jongensjaren_. God geve, +dat Tolstoi in leven blijve, want, naar ik hoop, zal hij ons allen +nog verbazen; hij is een genie van den eersten rang. Ik heb hier +met zijne zuster kennis gemaakt, eene zeer lieve, sympathieke vrouw, +die ook met een' graaf Tolstoi gehuwd is." [81] + +Reeds bij het verschijnen der Sewastopol'sche verhalen geraakte +Toerghenjeff in verrukking, en in een' brief aan Panajeff uit hij +die op de volgende wijze: + +"Tolstoi's bijdrage over Sewastopol is een wonder! Bij het lezen er +van werd ik tot schreiens toe bewogen, en riep ik: hoera! Ik ben zeer +geneigd hem mijn nieuw verhaal op te dragen. De aankondiging over den +_Sawremjennik_ heb ik in de _Moskousche Courant_ gelezen. De hemel +geve, dat gij uwe beloften kunt houden, namelijk, dat de bijdragen +worden toegelaten, dat Tolstoi niet gedood worde, enz. Dit zal voor u +eene heele steun zijn. Tolstoi's opstellen hebben hier een algemeenen +bijval verworven.... + +"Spasskoje, 10 Juni 1855." + +In 't algemeen stond Tolstoi reeds na het verschijnen der +Sewastopol'sche verhalen op de hoogte der schrijvers van den eersten +rang. Eene belangwekkende uitspraak van Pissemski over deze verhalen +wordt door A. F. Koni in de levensbeschrijving van I. F. Gorboenoff +aangehaald: + +"Omstreeks dien tijd," zegt hij "sprak Pissemski, die toen dat +belangrijke werk _Duizend zielen_ had geschreven, met Gorboenoff +over _een in zijn opkomst zijnden grooten Russischen schrijver_, +naar aanleiding der _Sewastopol'-sche verhalen_, waarvan hij juist +eenige fragmenten had hooren voordragen. _Dit officiertje zal ons +allen verdringen, zooals men eene pen wegwerpt...._" + +Na de overgave van Sewastopol werd Tolstoi als koerier naar Petersburg +gezonden. + +Vóór zijn vertrek uit Sewastopol moest Tolstoi zijne literaire +krachten wijden aan de samenstelling van een rapport over den laatsten +veldslag. In zijne bijdrage _Eenige woorden naar aanleiding van Oorlog +en Vrede_, maakte de schrijver van dit rapport aldus melding: + +"Na het verlies van Sewastopol zond de artillerie-commandant +Krizjanowski mij de rapporten der artillerie-officieren van alle +bastions, en verzocht mij uit al die meer dan 20 rapporten, er +één samen te stellen. Het spijt mij, dat ik die rapporten niet +overgeschreven heb. Zij waren het beste voorbeeld van die naïeve, +onvermijdelijke krijgsleugens, waaruit zulke beschrijvingen worden +saamgesteld. Ik veronderstel, dat vele mijner kameraden, die toen +deze rapporten hebben opgemaakt, bij het lezen van deze regelen zullen +lachen bij de herinnering, dat zij op last van superieuren over dingen +schreven, welke zij niet weten konden." + +Zoolang Tolstoi in krijgsdienst was, leidde zijn liefde voor de +rechtvaardigheid menigmaal tot botsingen met zijne superieuren en +wapenbroeders. + +Volgens de toenmalige gewoonte mochten de sectie-commandanten, +en daaronder ook de batterij-commandant, bij het ontvangen van de +rijksgelden voor het onderhoud der batterij al wat zij bespaarden voor +zich behouden. Dit vormde voor de meeste commandanten vrij aardige +inkomsten, maar leidde natuurlijk tot vele misbruiken. + +Als Tolstoi bij het opmaken der rekeningen een overschot in geld +ontdekte, boekte hij dit op de ontvangst, d.w.z. hij weigerde +het. Natuurlijk wekte deze handelwijze het misnoegen der andere +commandanten. Generaal Krizjanowski liet hem roepen en gaf hem daarover +eene berisping. + +Dit laatste bericht ons N. A. Kriloff, die in 1856 bij de batterij +was overgeplaatst, welke Tolstoi kort te voren verlaten had, in zijn +_Gedenkschriften:_ + +"Bij de brigade had hij de herinnering achtergelaten van een goed +ruiter, een opgeruimd man en van een athleet. Zoo ging hij b.v. op den +grond liggen, liet een' man van ruim 80 kilo op zijn handen staan, +strekte deze uit, en hief den man omhoog. Op den stok was niemand +tegen hem opgewassen. Ook heeft hij vele anecdoten achtergelaten, die +hij meesterlijk vertelde.... Men heeft den graaf er van beschuldigd, +dat hij den officieren voorpredikte om, als een officierspaard niet +had opgegeten wat er volgens de lijst voor uitgetrokken was, zelfs +dan de overgeschoten fourage-gelden weer in de kas te storten." + +In Petersburg wachtte Tolstoi een geheel ander leven, waaraan hij +zich dan ook met al de jeugdige veerkracht die hem eigen was, wijdde. + + + + + +NEGENDE HOOFDSTUK. + +ST.-PETERSBURG. + + +Als koerier naar Petersburg gezonden, werd Tolstoi bij eene +veldbatterij geplaatst, onder bevel van generaal Konstantinoff, +en keerde niet weer naar het leger terug. + +Bij zijne aankomst te Petersburg op 21 November 1855 bezocht hij +onmiddellijk den letterkundigen kring van den _Sawremjennik_ en werd +hier met open armen ontvangen. + +Tolstoi doet ons een verhaal van dien tijd in zijne _Biecht_ dat +aldus luidt: + +"Destijds begon ik te schrijven uit ijdelheid, eigenbelang en +trots. In mijne geschriften deed ik hetzelfde, als in het leven. Om +naam en geld te krijgen, ter wille waarvan ik schreef, moest ik het +goede bemantelen en het kwade bekend maken; en dat hèb ik gedaan. Hoe +dikwijls heb ik op listige wijze, in den vorm van onverschilligheid +en zelfs van lichte spotzucht, in mijne geschriften die neigingen +tot het goede verborgen, welke den zin mijns levens vormden. En dit +heb ik bereikt: men heeft mij geprezen. + +"Op den leeftijd van 27 jaren kwam ik, na afloop van den oorlog, +te Petersburg met schrijvers tezamen. Men ontving mij als een der +hunnen en vleide mij." + +Natuurlijk werd Tolstoi, 20 jaren na het schrijven van deze regelen, +door andere gevoelens bestormd; maar de kiemen van het scepticisme, +van dit wreede, onmeedoogende zelfonderzoek hebben zich reeds _toen_ +geopenbaard en zijne collega's verbaasd. + +De _Sawremjennik_ was een tijdschrift, opgericht door A. N. Poeschkin +en Pletnjeff. Het eerste nummer er van verscheen in 1836; na +Poeschkin's dood zette Pletnjeff, van 1838 tot 1846, de uitgaaf +voort; maar hierna zweeg het blad geheel. In 1847 werd het recht +van uitgaaf verkregen door I. I. Panajeff en N. A. Njekrassoff, die, +in vereeniging met den bekenden criticus Belinski, weldra de beste +litteraire krachten tot medewerking aan het blad wisten te bewegen; +en tot het jaar 1866, toen het op last der autoriteiten geschorst +werd, is het blad het vooruitstrevende hoofdorgaan geweest op het +gebied van fraaie letteren en kritiek. + +Bij Tolstoi's komst te Petersburg bestond de meer intieme kring +van den _Sawremjennik_ uit letterkundigen, die in de twee in dit +werk voorkomende groepen worden voorgesteld, te weten: Panajeff, +Njekrassoff, Toerghenjeff, Tolstoi, Droezjinin, Ostrowski, +Gontscharoff, Grigorowitsch en Sollogoeb. Van hen die niet in deze +groepen figureeren, kunnen genoemd worden: W. P. Botkin, Fet en +anderen. + +De hoofdmedewerkers van den _Sawremjennik_ waren, wat de deelneming +aan het tijdschrift en de verdeeling van het honorarium betrof, door +zekere _artél_-verplichtingen [82] gebonden. Dikwijls bezwaarden +die verplichtingen de deelnemers en waren dan oorzaak van allerlei +onaangename conflicten in den letterkundigen kring. Uitgevers en +redacteuren van andere tijdschriften vroegen vermaarde schrijvers +om letterkundige bijdragen, waardoor de administratie van den +_Sawremjennik_ zich gekrenkt voelde, en wederkeerig. De Duitsche +schrijver Löwenfeld deelt van een dezer conflicten het volgende mede: + +"Tusschen Toerghenjeff en Katkoff was een twist ontstaan, waarin +ook Tolstoi gemengd werd--zij het dan voor een deel door eigen +schuld. Toerghenjeff was eerst de vlijtige medewerker van Katkoff +geweest, en voor laatstgenoemde was het natuurlijk onaangenaam zulk +een uitstekenden schrijver te verliezen. Hij droeg zijn broeder op de +beide jonge auteurs dagelijks te bezoeken, en hun om bijdragen voor +zijn tijdschrift te vragen. Toerghenjeff, die eindelooze aanvragen +moede, beloofde op zekeren dag iets voor Katkoff te zullen meegeven, +doch kon deze belofte niet nakomen. Katkoff ontstak in hevige woede +en begon Toerghenjeff openlijk te beleedigen, zich beklagende, dat +Toerghenjeff eenmaal beloofd had aan zijn blad te zullen medewerken, +en bijgevolg niet het recht had om zijne pennevruchten uitsluitend +aan den _Sawremjennik_ te geven. Aan den anderen kant had hij, als +lid van de artél _Sawremjennik_, niet het recht te beloven, dat hij +voor Katkoff's tijdschrift zou werken. Zijn zachte, toegevende aard +had hem ditmaal een slechten dienst bewezen. + +"Tolstoi nam het voor zijn' vriend op. Hij schreef Katkoff een langen +brief om Toerghenjeff te rechtvaardigen.--'De zachtmoedigheid van +Toerghenjeff, zijne minzaamheid,' schreef Tolstoi, 'hadden hem +bewogen aan twee kanten beloften te doen.' Hij verzocht Katkoff +dezen verweerbrief openbaar te maken. Katkoff stemde toe, maar onder +voorwaarde dat ook zijn antwoord zou worden gepubliceerd, en zond +Tolstoi het ontwerp van zijn' brief. De inhoud van dit antwoord was +echter van dien aard, dat Tolstoi er de voorkeur aan gaf zich aan de +inmenging te onttrekken." [83] + +De artél van den _Sawremjennik_ hield niet lang stand en ging in eene +gewone tijdschrift-organisatie over. + +Tolstoi heeft Belinski niet bij den _Sawremjennik_ ontmoet. Naar men +weet, was Belinski in 1848 gestorven, na zich voor de instandhouding +van het tijdschrift veel moeite te hebben gegeven. Zijn enthousiasme +had dit stervende blad met nieuw leven bezield en het bestaan er van +voor langen tijd verzekerd. Op Tolstoi is echter een rechtstreeksche +invloed van Belinski niet merkbaar geweest. + +Eenerzijds lag de oorzaak hierin, dat zij menschen waren van +verschillende tijdperken. Belinski was in den waren zin des woords +een man uit den tijd van '40; en Tolstoi, die eerst in de jaren +na '50 de letterkundige loopbaan betrad, vond slechts volgers van +Belinski, die de aantrekkingskracht van hun' voorganger misten. Aan +den anderen kant was de sfeer, waarin Tolstoi was groot gebracht, niet +gunstig voor zijne aanraking met de letterkundige _onadellijken_, +gelijk zij zich zelven noemden. Hij hield zich bij den kring van +personen die hem meer in opvoeding nabij kwamen, en zelfs onder +dezen was hij altijd afgescheiden, onafhankelijk,--iemand die wel +de meeste tegenstanders influënceerde, doch weinig vatbaar was voor +invloed van buiten. Men kan ook eene veel diepere, eene principiëele +oorzaak aanwijzen. Ofschoon zich in de jaren na '50 bij Tolstoi nog +geen bepaalde wereldbeschouwing gevormd had, heeft de richting van +den _Sawremjennik_ hem toch nooit aangetrokken. Eindelijk hebben, +volgens Tolstoi's eigen bekentenis, genieën op het gebied der fraaie +letteren altijd meer invloed op zijn letterkundigen arbeid gehad, +dan genieën op het gebied der journalistiek. + +Op wijsgeerig gebied ondervond hij in zijne jeugd den meesten invloed +van de zijde van Rousseau. + +In een gesprek over de Fransche literatuur met den Parijschen +hoogleeraar Boyer, die hem in de lente van het jaar 1901 een bezoek +bracht, drukte Tolstoi zich over zijne beide leermeesters, Rousseau +en Stendhal, uit als volgt: + +"Tegenover Rousseau is men onbillijk geweest; de grootheid van +zijne idee is niet erkend, en op alle mogelijke wijzen heeft men +hem belasterd. Ik heb den geheelen Rousseau gelezen: alle 20 deelen, +waaronder het _Woordenboek der Muziek_. Hij heeft mij in verrukking +gebracht--meer nog, ik heb hem vergood. Toen ik 15 jaar oud was, droeg +ik in stede van een kruis op de borst, een medaillon om den hals met +zijn portret. Vele bladzijden uit zijne werken staan zóó diep in mijne +ziel gegrift, dat het mij toeschijnt of ik ze zelf geschreven heb. + +"Wat Stendhal betreft," ging Tolstoi voort, "van hem zal ik alleen +spreken, als van den schrijver van _La Chartreuse de Parme_ en +_Rouge et Noir_. Dit zijn twee groote, onnavolgbare voortbrengselen +der fraaie letteren. Aan Stendhal ben ik meer verschuldigd, dan aan +iemand anders. Hij heeft mij den oorlog leeren begrijpen. Lees eens in +_La Chartreuse de Parme_ het verhaal van den slag bij Waterloo! Wie +heeft, vóór hem, den oorlog zóó beschreven: namelijk zoo, als hij in +werkelijkheid is? Denk aan Fabricius, die over het slagveld rijdt, en +er _niets_ van begrijpt! Later heeft mijn broeder, die vóór mij in den +Kaukasus gediend heeft, mij de juistheid van Stendhal's beschrijvingen +bevestigd. Hij hield veel van den oorlog, maar behoorde niet tot hen, +die gelooven aan de brug van Arcola. 'Dit alles is fraaiigheid,' +zeide hij mij, 'maar in den oorlog bestaat geen fraaiigheid'. Spoedig +daarna viel het mij in de Krim gemakkelijk dit alles met eigen oogen +te zien. Doch ik herhaal u: al wat ik van den oorlog weet, heb ik te +voren reeds van Stendhal geleerd." [84] + +Laat ons nog de titels van de letterkundige producten noemen, welke +in de reeds gedeeltelijk door ons opgenomen lijst voorkomen en op +het nu omschreven tijdvak betrekking hebben. + +In het tijdvak van zijn 20ste tot zijn 25ste levensjaar hebben de +volgende geschriften den grootsten invloed op Tolstoi gehad: + + + Titels der geschriften. Graad van invloed. + + Goethe, _Hermann und Dorothea_ Zeer groot. + V. Hugo, _Notre-Dame de Paris_ Zeer groot. + Tjoetscheff, _Gedichten_ Groot. + Koltzoff, _Gedichten_ Groot. + Fet, _Gedichten_ Groot. + Plato (Vertaling van Cousin). _Phaedo_ en + _Symposion_ Zeer groot. + _De Odyssea_ en _de Ilias_, in 't Russisch + gelezen Zeer groot. + + +Hierdoor krijgen wij een min of meer volledig beeld van Tolstoi's +letterkundige opvoeding. + +In den kring der Petersburgsche letterkundigen bracht Tolstoi zijne +krachtige, aesthetische, aantrekkelijke natuur en zijn onbuigzaam, +vaak twistziek karakter mede, en verwekte een' storm in dat kalme, +bezadigde gezelschap. + +Ziehier hoe Fet in zijne _Herinneringen_ Tolstoi's verschijnen in +Petersburg vertelt: + +"Toerghenjefif stond zeer vroeg op en dronk (op zijn Petersburgsch) +zeer vroeg thee. In den korten tijd dat ik in de hoofdstad was, kwam +ik dagelijks tegen 10 uren bij hem, om in onzen vrijen tijd wat te +praten. Toen Zachar, Toerghenjeff's huisknecht, den tweeden dag de +deur der voorkamer voor mij opende, zag ik in een' hoek eene korte +sabel met het Sint-Anna-lint. + +"'Wat is dat voor eene sabel?' vroeg ik, tegelijk naar de deur van +het salon gaande. + +"'Wees zoo goed en kom hierheen,' fluisterde Zachar, terwijl hij +links naar de gang wees. 'Die korte sabel is van graaf Tolstoi, die +heden nacht in het salon is blijven slapen. Iwan Serghejewitsch zit +op het oogenblik in zijn kabinet thee te drinken.' + +"In het uur dat ik bij Toerghenjeff doorbracht, spraken wij +fluisterend, uit vrees den graaf wakker te maken, die achter de +deur sliep. + +"'Dat gaat maar steeds zoo door,' zeide Toerghenjeff glimlachend. 'Van +zijne batterij uit Sewastopol teruggekeerd, is hij bij mij afgestapt +en geheel uit den band gesprongen. Drinkgelagen, uitgaan, den geheelen +nacht kaarten, en dan tot twee uur des namiddags slapen. Eerst trachtte +ik hem daarvan terug te houden, maar nu heb ik het opgegeven.' + +"Gedurende dit bezoek maakte ik ook met Tolstoi kennis, maar deze +kennismaking was geheel vormelijk, daar ik tot dien tijd nog geen +enkelen regel van hem gelezen en zelfs zijn' naam als letterkundige +nooit gehoord had, ofschoon Toerghenjeff over zijne verhalen uit +_Kinderjaren_ gesproken had. Maar van het eerste oogenblik af bespeurde +ik bij den jongen Tolstoi een onwillekeurig verzet tegen al wat op het +gebied der meeningen algemeen gebruikelijk is. In dien korten tijd zag +ik hem slechts een enkelen avond bij Njekrassoff, in onzen kring van +celibataire letterkundigen, en was ik hier getuige van een voorval, +waarbij Toerghenjeff, kokend en buiten adem door zijn dispuut, over +de schijnbaar ingetogen, maar des te bijtender uitdrukkingen van +Tolstoi haast wanhopig werd. + +"'Ik kan niet erkennen,' zeide Tolstoi, 'dat ge overtuigd zijt van +hetgeen ge daar zegt. Als ik met een dolk of sabel aan de deur ga +staan en zeg: "Zoolang ik leef, komt hier niemand binnen!", dan is +dat mijne overtuiging. Maar gij tracht het wezen uwer ideeën tegenover +elkaar te verbergen, en noemt dat "overtuiging".' + +"'Waarom komt ge dan bij ons?' sprak Toerghenjeff, ademloos en met +eene stem, die in een fijnen, valschen diskant overging (bij heftige +twisten was dit steeds het geval). 'Hier is uw vaandel niet. Ga naar +prinses B-i-b-i.' + +"'Waarom mij hier te vragen, waar ik heen zal gaan! Ook de onnutte +gesprekken over mijn komen hier en daar zullen niet in overtuiging +veranderen!' + +"Nu ik deze geenszins op zichzelf staande botsing tusschen Tolstoi en +Toerghenjeff, waarvan ik destijds getuige was, in herinnering breng, +kan ik niet nalaten te zeggen, dat, ofschoon ik begreep dat er hier +van politieke overtuiging sprake was, deze quaestie mij zoo weinig +interesseerde, dat ik niet trachtte dieper in den aard er van door +te dringen. Ik ga verder. Op gezag van allen, die ik in onzen kring +gehoord heb, vermoed ik dat Tolstoi gelijk had, en dat, indien personen +die zich door de tegenwoordige orde van zaken bezwaard gevoelen, +genoodzaakt werden hun ideaal uit te spreken, zij in de grootste +verlegenheid zouden verkeeren hoe hunne wenschen te formuleeren. + +"Wie onzer kende destijds niet dien vroolijken metgezel, dien makker +in allerlei guitenstreken en meester in het vertellen van grappige +anecdoten: Dmitri Wasiljewitsch Grigorowitsch, zoo geroemd om zijne +verhalen en romans? Ziehier wat onder anderen deze Grigorowitsch +mij gezegd heeft van de botsing tusschen Tolstoi en Toerghenjeff, +ten huize van Njekrassoff. + +"'Waarde vriend', sprak hij, stikkend en met tranen in de oogen +van het lachen, terwijl hij over mijn schouder keek, 'gij kunt +u niet voorstellen, welke scènes hier al geweest zijn. Ach, mijn +hemel! Toerghenjeff krijscht, knijpt met de hand zijn keel toe en +fluistert met de oogen eener stervende gazelle: "Ik kan niet meer! Ik +heb bronchitis!" Vervolgens gaat hij met reusachtige stappen de drie +kamers op en neer loopen--"Bronchitis!" bromt Tolstoi onmiddellijk +daarop "bronchitis is eene denkbeeldige ziekte. Bronchitis stamt +af van brons, en brons is een metaal!"--Natuurlijk verkeert de +gastheer Njekrassoff in angst: hij vreest zoowel Toerghenjeff als +Tolstoi te moeten missen, in wien hij een kapitalen steun voor den +_Sawremjennik_ heeft ontdekt. Hij moet laveeren. Wij zijn allen in +opgewonden stemming en weten niet wat te zeggen. Tolstoi ligt met een +opgezet gelaat op een marokijnlederen sofa in de middelste kamer, +terwijl Toerghenjefif, met de panden van zijn korte jas op zijde +geslagen en de handen in de zakken, voortdurend de drie kamers op +en neer loopt. Om onheilen te voorkomen, ga ik naar de sofa en zeg: +"Beste vriend Tolstoi, wind u niet op! Ge weet niet hoezeer hij u +waardeert en hoe hij u lijden mag!"' + +"'Ik kan niet dulden,' zegt Tolstoi met trillende neusvleugels, 'dat +hij mij ergert! Zie eens, hoe hij daar opzettelijk voor mij heen en +weer loopt en met zijne democratische heupen draait.'" [85] + + + +De zoo even genoemde Grigorowitsch verhaalt in zijne _Letterkundige +Herinneringen_ van eene dergelijke episode uit den tijd van Tolstoi's +eerste kennismaking met de Petersburgsche letterkundigen. + +"Bij mijn' terugkeer uit Marjinski, te Petersburg ontmoette ik graaf +Leo Tolstoi; mijne kennismaking met hem was echter reeds te Moskou +bij de Soeschkoff's begonnen, toen hij de militaire tenue droeg. Hij +woonde te Petersburg in de Officiers-straat, op de onderste étage van +een niet groot huis, juist tegenover de kamer van den letterkundige +M. L. Michaïloff. Hij scheen dezen niet te kennen. + +"Van den eersten dag af had Petersburg niet alleen niets aantrekkelijks +voor hem, maar het geheele leven aldaar werkte merkbaar ontstemmend +op hem. + +"Toen ik op den dag van mijn bezoek van hem vernam, dat hij dien middag +bij de redactie van den _Sawremjennik_ te eten was gevraagd, en dat hij +daar niemand van nabij kende, niettegenstaande hij reeds bijdragen aan +het blad geleverd had, besloot ik met hem mee te gaan. Onderweg achtte +ik het noodig hem te waarschuwen, dat hij daar enkele quaestiën niet +moest aanroeren en zich vooral onthouden van aanvallen op George Sand, +van wie hij (Tolstoi) zeer afkeerig was, terwijl destijds vele leden +der redactie integendeel met haar dweepten. Het middagmaal verliep in +goede orde; Tolstoi was tamelijk stil, doch op het eind hield hij zich +niet in. Toen hij een nieuwen roman van George Sand hoorde prijzen, +verklaarde hij beslist haar te haten, er bijvoegende dat de heldinnen +harer romans, zoo die in werkelijkheid bestonden, op den schandwagen +gebonden, en te pronk door de straten van Petersburg geleid moesten +worden. Reeds in die dagen vormde zich bij hem die eigenaardige meening +omtrent de de vrouwen en de vrouwen-quaestie, welke zich later op +zoo klare wijze in den roman _Anna Karjenina_ heeft uitgesproken. + +"De scène bij de redactie heeft mogelijk zijne verbittering opgewekt +tegen al wat Petersburgsch was,--maar nog het meest zijne zucht tot +tegenspraak. Welke meening de persoon, tot wien hij sprak, ook uitte, +en hoe gezagvoller die persoon hem toescheen, des te heftiger prikkelde +hem dit om het tegenovergestelde te zeggen en over woorden te gaan +strijden. Zag men hoe hij luisterde, hoe doordringend hij den ander +uit de grijze, diep verborgen oogen aankeek, en hoe spottend zich +zijne lippen krulden, dan had men kunnen denken dat hij reeds vooraf, +zoo niet een rechtstreeksch antwoord, dan toch eene meening overdacht, +die door hare onverwachtheid moest overbluffen, en dadelijk uit het +veld slaan. + +"Zoo kwam Tolstoi mij in zijne jongelingsjaren voor. In disputen ging +hij soms tot uitersten over. Eens bevond ik mij in eene aangrenzende +kamer, toen er tusschen hem en Toerghenjeff een twist ontstond. Daar ik +hoorde schreeuwen, ging ik naar de twistenden toe. Toerghenjeff stapte +van den eenen hoek naar den anderen, en vertoonde alle teekenen van de +hevigste opwinding; hij maakte van de open deur gebruik en verdween +onmiddellijk. Tolstoi lag op de sofa; maar ook zijne opwinding was +zoo groot, dat het niet weinig moeite kostte hem te kalmeeren en +naar huis te brengen. Het onderwerp van den twist is mij tot heden +onbekend gebleven." [86] + +Tolstoi's geest van tegenspraak blijkt nog uit het volgende voorval, +dat in de herinneringen van G. P. Danilewski verhaald wordt. + +"Ik heb met Tolstoi kennis gemaakt tegen het jaar 1860, in het +gezin van een bekenden beeldhouwer. De schrijver der Sewastopol'sche +verhalen was toen juist in Petersburg gekomen, en was een jong, flink +gebouwd artillerie-officier. Zijn zeer gelijkend portret uit dien +tijd komt voor in de bekende photographische groep van Lewitski, +waar hij tegelijk met Toerghenjeff, Gontscharoff, Grigorowitsch, +Ostrowski en Droezjinin wordt voorgesteld. Naar ik mij herinner, +kwam graaf Tolstoi toen juist het salon der gastvrouw binnen op het +oogenblik, dat een nieuw werk van Herzen [87] werd voorgelezen. Hij +ging stil achter den stoel van den lezer staan, wachtte tot deze +geëindigd had, en viel toen eerst zacht en ingetogen, maar vervolgens +zoo heftig en driest over Herzen uit, en over de algemeene geestdrift +die zijne werken destijds verwekten, sprak met zulk eene oprechtheid +en betoogkracht, dat ik in het vervolg geen werk van Herzen in dit +gezin meer heb aangetroffen." [88] + +Wij weten, dat Tolstoi in lateren tijd omtrent Herzen van meening +veranderd is, en zullen te gelegener tijd daarvan spreken. + +E. Garschin verhaalt in zijne _Herinneringen aan Toerghenjeff_ +de volgende belangwekkende meening van dezen auteur over Tolstoi, +die ons reeds vroegtijdig het element van oneenigheid doet zien, +dat hunne verstandhouding bijna tot een noodlottig einde voerde. + +"Bij Tolstoi," verhaalde Toerghenjeff, "openbaarde zich al vroeg de +trek, die later ten grondslag lag aan zijne geheele vrij duistere +levensbeschouwing, welke in de eerste plaats hemzelven heeft +gekweld. Hij geloofde nooit aan de oprechtheid der menschen. Elke +gemoedsbeweging scheen hem valsch, en hij had de gewoonte iemand met +zijne doordringenden blik als 't ware te doorboren, wanneer het hem +toescheen dat die persoon huichelde of onoprecht was. Toerghenjeff +zeide mij, dat hij nooit in zijn leven iets pijnlijkers gevoeld had +dan dien uitvorschenden blik, die, gevoegd bij twee of drie woorden +die een giftige opmerking inhielden, wel geschikt was om ieder mensch +met geringe zelfbeheersching tot razernij te brengen. Als voorwerp +van zijne onderzoekingen koos graaf Tolstoi onder anderen (en bijna +uitsluitend) zijn' vriend Toerghenjeff. De bekende zelfbeheersching +van dezen schrijver en zijne gelijkmoedigheid in dat levenstijdperk, +toen zijn letterkundige arbeid op schitterende wijze ontbloeide, +schonken Tolstoi geen rust; en het scheen wel of deze zich ten doel +stelde den kalmen, goedhartigen man, die met overtuiging zijn werk +ten uitvoer bracht, buiten zichzelven te brengen van drift. Maar +tevens was het ongelukkig, dat Tolstoi dit volstrekt niet geloofde, +en dat in zijn oog menschen die wij als goed beschouwen, het goede +huichelen of die eigenschap voorwenden: dat zij overtuiging veinzen +in het belang van quaestiën, waarin zij betrokken zijn. + +"Toerghenjeff begreep duidelijk op welk standpunt Tolstoi zich +tegenover hem plaatste, doch wilde zijn karakter tot elken prijs +handhaven en zijne zelfbeheersching bewaren. Hij begon Tolstoi te +ontwijken, vertrok opzettelijk naar Moskou en vervolgens naar zijn +buitenverblijf; maar Tolstoi volgde hem op den voet, _evenals eene +verliefde vrouw_, gelijk Toerghenjeff zich uitdrukte, toen hij deze +geheele geschiedenis verhaalde." [89] + +Uit al deze aanwijzingen over de wederzijdsche verhouding der +twee schrijvers kunnen wij zien, dat eene werkelijke geestelijke +verwantschap tusschen hen onmogelijk was. Maar de vloed van den +bevrijdingsstroom voerde beiden in dezelfde richting, en volgens hun +werk beschouwden zij zich als kameraden. Daarenboven werden zij door de +omstandigheid dat zij tot de hoogere, gepriviligeerde klasse behoorden, +door hunne opvoeding en het overwicht hunner talenten te midden van +hun' schrijverskring onwillekeurig en voor den uiterlijken vorm tot +elkander gebracht. Maar, zooals de lezers uit het volgende verhaal +zullen zien, niet zoodra poogden zij deze kameraadschappelijke grens +te overschrijden, of er ontstond eene botsing, die hunne carrière +somtijds in gevaar bracht. De waarheid eischt hier te vermelden, dat +zij tegen elkander en tegenover derden rond voor hunne uiteenloopende +karakters uitkwamen en--wat nog loffelijker is--dat zij zich veel +zedelijk geweld aandeden om, zij het geen vriendschappelijke, dan +toch goede betrekkingen te onderhouden, die op wederzijdsche achting +berustten. En in dit opzicht kunnen zij een leerzaam voorbeeld geven +aan latere geslachten. + +Ziehier nog een verhaal van Golowatschewa Panajewa, die getuige was +van de eerste kennismaking van Toerghenjeff met Tolstoi, welk verhaal +de zooeven uitgesproken meening bevestigt: + +"Ik moet eenige schreden in mijn verhaal teruggaan en spreken over +graaf Tolstoi's verschijning in den kring van den _Sawremjennik_. Hij +was toen nog officier en de eenige medewerker van genoemd blad, +die de uniform droeg. Zijn letterkundig talent was zoozeer aan +'t licht gekomen, dat alle corypheeën der letterkunde hem als hun +gelijke moesten erkennen. De graaf behoorde overigens niet tot de +beschroomde lieden, maar was zich de macht van zijn talent bewust, en +gedroeg zich dus, gelijk mij toen bleek, zelfs met zekere vrijmoedige +ongedwongenheid. + +"Wanneer de letterkundigen bij ons vergaderd waren, mengde ik mij +nooit in hunne gesprekken, maar luisterde zwijgend toe en sloeg +allen gade. Vooral interesseerde het mij Toerghenjeff en Tolstoi te +volgen, als dezen elkander ontmoetten, disputeerden of wederzijdsche +opmerkingen maakten, daar beide mannen zeer schrander en gevat waren. + +"Tolstoi's meening over Toerghenjeff heb ik nooit gehoord, en in 't +algemeen sprak hij over geen enkelen letterkundige zijne meening uit, +vooral niet wanneer ik er bij was. Daarentegen had Toerghenjeff er +behoefte aan over elk zijne opmerkingen te zeggen. + +"Niet zoodra had Toerghenjeff met Tolstoi kennis gemaakt, of hij +zeide van hem: + +"'Geen enkel woord, geen enkele beweging is natuurlijk bij hem. Hij +poseert zich altijd voor ons; en ik kan maar niet verklaren, hoe +een schrander man, als hij, zoo dom trotsch kan zijn op een mager +graafschap.' + +"'Ik heb dit bij Tolstoi niet opgemerkt,' zeide Panajeff. + +"'Nu, dan merk je niet veel op,' antwoordde Toerghenjeff, + +"Eenigen tijd later vond Toerghenjeff dat Tolstoi zich eenigszins op +zijn Don Juan'schap liet voorstaan. Tolstoi had namelijk op zekeren dag +eenige interessante voorvallen uit zijn krijgsmansleven verhaald. Toen +Toerghenjeff die gehoord had, zeide hij: + +"'Al kookt men een Russischen officier drie dagen in de wasch, toch +kookt men er den jonkers-overmoed niet uit, en met welk vernis van +beschaving zulk personage ook gepolitoerd wordt, toch schemert zijne +brutaliteit er doorheen.' + +"En Toerghenjeff begon elken volzin van Tolstoi, den toon zijner +stem, de uitdrukking van zijn gezicht te critiseeren, en eindigde +met de woorden: + +"'Geloof mij, dit alles is brutaliteit, en spruit slechts voort uit +den wensch om eene onderscheiding te krijgen.' + +"'Wil ik je eens wat zeggen, Toerghenjeff,' merkte Panajeff op. 'Indien +ik je niet zoo goed kende, zou ik bij het hooren van al je uitvallen +over Tolstoi denken, dat je hem benijdt.' + +"'Waarom zou ik hem kunnen benijden? Zeg eens, waarom?' riep +Toerghenjeff uit. + +"'Inderdaad, eigenlijk om niets, want jouw talent evenaart het +zijne... maar toch kan men denken...' + +"Toerghenjeff begon te lachen en sprak met zeker medelijden in +zijn stem: + +"'Panajeff, je bent een goed opmerker bij het kaartspel, doch ik +raad je geen opmerkingen te willen maken over dingen, die buiten dat +gebied staan.' + +"Panajeff voelde zich gekrenkt. + +"'Ik heb je die opmerking gemaakt in je eigen belang,' zeide hij en +ging heen. + +"Toerghenjeff's opgewondenheid duurde voort, en wrevelig zeide hij: + +"'Alleen in het brein van iemand als Panajeff kan het ongerijmde +denkbeeld opkomen, dat ik Tolstoi kan benijden. Misschien om zijn +graafschap?' + +"Al dien tijd had Njekrassoff weinig gezegd, omdat eene keelziekte +hem geheel terneer drukte. Alleen merkte hij tegen Toerghenjeff op: + +"'Denk eens goed na over hetgeen je Panajeff hebt believen te +zeggen. Eigenlijk zou men jou van zulk eene ongerijmdheid kunnen +beschuldigen.'" [90] + +Als eerlijk, waarheidlievend man, heeft Toerghenjeff zijn' eerbied +voor Tolstoi's talent meermalen in 't openbaar betuigd, en in een +gesprek met een Franschen uitgever bezigde hij zelfs de uitdrukking +van Johannes den Dooper, die tot Christus zeide: "Ik ben niet waardig +Uwe schoenriemen te binden." Niettemin is hunne verhouding nooit +hartelijk of intiem geweest. + +Alleen toen hij, op zijn sterfbed liggend, [91] in zijn laatsten +brief graaf Tolstoi met aandoening en warmte verzocht om tot den +letterkundigen arbeid terug te keeren, gaf hij hem een naam, die nog +geen enkel Russisch schrijver hem had toegevoegd: den naam van _een +groot Russisch schrijver_. En die beroemde naam zal voortleven tot +in het verre nageslacht! + +Om den lezer een denkbeeld te geven van de verstandhouding, die +tusschen Tolstoi en Toerghenjeff in de eerste dagen hunner kennismaking +bestaan heeft, zullen wij in ons verhaal wat vooruit moeten loopen en +enkele brieven citeeren, welke Toerghenjeff in dat jaar aan Tolstoi +geschreven heeft. + + + +"Aan N. L. Tolstoi. Parijs, 16 November 1856. + + +"Amice Tolstoi! + + +"Uw brief van 15 October heeft eene geheele maand noodig gehad om +mij te bereiken, want ik ontving hem eerst gisteren. Ik heb goed +nagedacht over hetgeen gij mij hebt geschreven--en het komt mij voor, +dat ge ongelijk hadt. Ik kan namelijk niet geheel oprecht tegen u zijn, +omdat ik niet geheel vrijmoedig kan wezen. Naar ik geloof, hebben wij +onbeholpen en te onpas kennis gemaakt, en als wij elkander weerzien, +zal de zaak veel lichter en vlotter gaan.... Ik gevoel, dat ik u als +mensch mag lijden (als schrijver, daarover spreek ik niet); maar veel +heeft mij in u teleurgesteld, en ten slotte vind ik het beter mij wat +van u te verwijderen. Bij onze samenkomst zullen wij weer trachten +hand aan hand te gaan: misschien lukt het beter; hoe vreemd het ook +moge klinken, op een' afstand verlangt mijn hart naar u, als naar +een' broeder, en voel ik zelfs genegenheid voor u. In één woord: +ik mag u lijden, dat staat vast; misschien zal hieruit mettertijd +nog alle goeds voortkomen. + +"Ik heb van uwe ziekte gehoord, en dit heeft mij bedroefd; nu moest gij +alle herinneringen daaraan uit uw hoofd zetten. Gij zijt zwaarmoedig +en denkt aan tering; maar geloof mij, die hebt ge niet. + +"Het spijt mij zeer van uwe zuster. Wie zou gezond moeten zijn, als +zij het niet is? Daarmee wil ik zeggen dat, indien iemand verdient +gezond te wezen, het uwe zuster is; en in stede daarvan, staat zij +zooveel pijnen uit. Het zou gelukkig zijn, indien de kuur te Moskou +haar hielp! Waarom schrijft ge uw' broeder niet om thuis te komen? Wat +heeft hij er aan om in den Kaukasus te zitten? Wil hij soms een groot +krijgsman worden? Mijn oom berichtte mij, dat gij reeds allen naar +Moskou waart gegaan; en daarom stuur ik ook dezen brief naar Moskou, +aan het adres van Botkin.... + +"De Fransche oppervlakkigheid staat mij al evenzeer tegen als u; en +nooit is Parijs mij zoo prozaïsch voorgekomen. Ik heb het op andere +tijden gezien, en durf zeggen dat het mij toen beter beviel. Wat +mij hier houdt, is eene oude, onverbreekbare band met eene Fransche +familie, en mijn dochtertje waaraan ik zeer gehecht ben; zij is een +lief en schrander meisje. Ware dit niet het geval, dan zou ik reeds +lang naar Njekrassoff in Rome gegaan zijn. Ik heb twee brieven van +hem uit Rome ontvangen. Hij verveelt zich daar eenigszins, en dat is +begrijpelijk. In Rome is alles grootsch, maar het omringt hem slechts: +hij leeft er niet in, en zich lang te vergenoegen met de enkele +oogenblikken van begrijpen en bewonderen is onmogelijk. Overigens +gevoelt hij er meer verlichting dan te Petersburg, en zijne gezondheid +is beterende. Fet is daar op het oogenblik bij hem; hij heeft +eenige gracieuze verzen geschreven en uitvoerige reisherinneringen, +waarin veel kinderlijks, maar ook veel verstandige en degelijke taal +staat. En welk eene treffend naïeve oprechtheid in het schetsen van +zijne indrukken! Hij is, zooals ge hem terecht noemt, een best mensch! + +"Ge hebt het eerste deel van _Jongelingsjaren_ voltooid. Mooi +zoo! Hoe jammer, dat ik het niet hooren kan. Zoo ge niet van den +rechten weg afdwaalt (en ik geloof, dat er geen reden bestaat om dit +te onderstellen) zult ge het zeer ver brengen. Ik wensch u gezondheid, +energie--en vrijheid, vrijheid van geest. + +"Wat mijn' _Faust_ betreft, ik denk niet dat die u zeer bevallen +zal. Mijn werk kon u bevallen--en mogelijk heeft het eenigen invloed +op u gehad--slechts zoolang tot gij zelfstandig waart geworden. Nu +zult ge er niets uit leeren, alleen verschil in manieren, en gebreken +en verzuimen zien. Aan u de taak om den mensch, zijn hart, en de +werkelijk groote schrijvers te leeren kennen. Ik ben een schrijver +van den overgangstijd, en deug slechts voor menschen die zich in een +overgangs-toestand bevinden. Nu, vaarwel en houd je goed! Schrijf +mij eens. Mijn adres is tegenwoordig Rue de Rivoli no. 206. + +"Ik dank uwe zuster voor de paar toegevoegde woorden. Groet haar en +haar echtgenoot. Dank Warenka, dat zij mij niet vergeet. + +"Gaarne zou ik u iets van de auteurs hier vertellen, maar dan op een +anderen keer. Ik druk u stevig de hand. + +"Ik zal dezen brief niet frankeeren, doe gij ook zoo." [92] + + + + +Den 8sten December 1856 schreef hij aan Tolstoi: + + + + +"Waarde Tolstoi! + + +"Gisterenavond voerde mijn goede genius mij langs het postkantoor, en +kwam het in 't voorbijgaan bij mij op te vragen, of er soms een brief +_poste restante_ voor mij was,--ofschoon, volgens mijne berekening, al +mijne vrienden reeds lang mijn adres te Parijs moeten kennen. Zoo vond +ik uw' brief, waarin ge mij over mijn' _Faust_ spreekt. Ge zult licht +begrijpen, hoe aangenaam het mij was dit te lezen. Uwe sympathie heeft +mij oprecht en innig verheugd. Maar bovendien lag er in uw brief iets +zachts en openhartigs, een zweem van vriendschappelijke kalmte. Nu is +het mijn plicht u de hand te reiken over den afgrond heen, die sedert +lang tot eene nauw merkbare kloof is geworden; doch daar zelfs dát +woord te veel zegt moeten wij er maar niet meer over spreken. + +"Ik vrees u over eene omstandigheid te spreken, die terloops door u +is aangeroerd. Zulke delicate zaken kunnen door woorden verwelken, +zoolang zij niet rijp zijn; maar zijn zij rijp, dan laten zij zich +niet met een' hamer verbrijzelen. God geve, dat alles gelukkig en +naar behooren geschikt wordt; het kan u dan dat vaste geestelijke +arbeidsveld verschaffen, waaraan ge behoefte hadt toen ik u leerde +kennen. Ik zie nu, dat gij het zeer met Droezjinin eens zijt, en +onder zijn' invloed staat. Dat is goed; maar zorg dan, dat ge niet te +veel van hem aanneemt. Toen ik op uwen leeftijd was, hadden alleen +enthousiaste naturen invloed op mij; doch gij zijt een ander mensch +dan ik, en mogelijk is er nu een andere tijd aangebroken. + +"Met ongeduld verbeid ik de toezending van de _Leesbibliotheek_, +en ik wil gaarne de verhandeling van Belinski lezen, hoewel zij mij +vermoedelijk weinig genot zal verschaffen. Dat de _Sawremjennik_ in +slechte handen is, valt niet te betwijfelen. In den beginne schreef +Panajeff mij meermalen, verzekerde mij dat hij niet 'lichtvaardig' +zou handelen, en onderstreepte zelfs dit woord; maar nu is hij stil +geworden en zwijgt als een kind dat voor de tafel zit en zijn broekje +heeft bevuild. Ik heb Njekrassoff te Rome uitvoerig over alles +geschreven en het kan zeer wel gebeuren dat dit hem noopt vroeger +terug te keeren dan hij vermoed had. Schrijf mij eens, in welk nommer +van den _Sawremjennik_ uw verhaal _Jongelingsjaren_ voorkomt, en meld +mij bij gelegenheid uw definitieven indruk betreffende _King Lear_, +dat gij waarschijnlijk gelezen zult hebben, al was het maar ter wille +van Droezjinin." [93] + + + +Wij hebben geen zekere aanwijzingen, welke meening Tolstoi had over +Droezjinin's vertaling van _King Lear_, maar in een' brief, dien wij +hieronder citeeren, van Botkin aan Droezjinin, kan men zien, dat de +vertaling Tolstoi beviel: + +"Welk succes uw _Koning Lear_ ook moge hebben," schrijft Botkin, +"voor mij is de vertaling ongetwijfeld geslaagd. Maar hoezeer is +mijne blijdschap toegenomen, nu deze innerlijke overtuiging door +de werkelijkheid bevestigd wordt. Denk aan Tolstoi's bekenden +afkeer van Shakespeare, waartegen Toerghenjeff zoo te velde is +getrokken! Wel moet ik eerlijk erkennen, overtuigd te zijn geweest, +dat die antipathie bij de eerste de beste gelegenheid zou verdwijnen; +maar het doet mij genoegen, dat uwe uitstekende vertaling zelf die +gelegenheid verschaft." + +Het komt ons intusschen voor, dat Botkin's blijdschap te overijld was, +daar Tolstoi nog lang zijn' afkeer van Shakespeare behouden heeft. Maar +over dit feit zullen wij in een der volgende hoofdstukken spreken. + +In December schreef Toerghenjeff uit Parijs aan Droezjinin onder +andere: + +"Men zegt, dat gij en Tolstoi zeer harmoniëert, en dat hij zeer +vriendelijk en openhartig is geworden. Als die jonge wijn eens uitgist, +zal er een vocht uit ontstaan, den goden waardig. Hoe staat het toch +met zijn _Jongelingsjaren_, dat u ter beoordeeling is gezonden?" [94] + +Het handschrift was werkelijk aan Droezjinin gezonden. Hij las het +geheel door en antwoordde met den volgenden interessanten brief: + +"Over _Jongelingsjaren_ dient men een twintigtal bladzijden te +schrijven. Ik heb het met ergernis, met uitroepen en verwenschingen +gelezen--niet wegens de letterkundige waarde er van, maar om het +handschrift. Die vermenging van twee handen, eene bekende en eene +onbekende, leidden mijne aandacht af en beletten de geregelde +lectuur. Het was of twee stemmen in mijn oor schreeuwden en mij +opzettelijk afleidden, waardoor, naar ik weet, de indruk niet geheel +tot zijn recht kwam. Toch zal ik u zoo goed mogelijk mijn oordeel +zeggen. Uwe taak is ontzettend geweest, en ge hebt die zeer goed +volbracht. Niet een van de hedendaagsche schrijvers had dat bruisende +en onzinnige tijdperk der jeugd zoo breed kunnen opvatten en schetsen, +als gij. Aan ontwikkelde personen verschaft _Jongelingsjaren_ een groot +genot; en zoo iemand u zegt, dat dit werk slechter is dan _Kinderjaren_ +en _Jongensjaren_, kunt ge hem in 't gezicht spuwen. Er ligt een schat +van poëzie in uw werk; al de eerste hoofdstukken zijn voortreffelijk; +alleen is de inleiding droog, tot aan de beschrijving van de lente +en het wegnemen van de ramen. Verder zijn uitstekend: de aankomst +buiten, voorafgegaan door de beschrijving der familie Nechljoedoff, +de verklaring van den vader vóór het sluiten van het huwelijk, en +de hoofdstukken: _Nieuwe Kameraden_ en _Ik ben gezakt_. Uit vele +bladzijden komt de poëzie van het oude Moskou u tegemoet, waarop nog +door niemand behoorlijk acht is geslagen. De koetsier van baron Z. is +bewonderenswaardig (ik spreek altijd van het standpunt van lieden, +die het onderwerp begrijpen). Eenige hoofdstukken zijn droog en +lang, bij voorbeeld alle onderhandelingen met Dmitri Nechljoedoff, +de beschrijving van zijne verhouding tot Warenka, en dat waarin over +het begrip huiselijkheid gesproken wordt. Ook is te lang het feestje +bij Jar en het voorafgaande bezoek van den graaf met Iljenka. De +rekrutentijd van Semjonoff is niet geschikt voor de censuur. + +"Voor de bespiegelende gedeelten behoeft gij niet bang te zijn: +zij zijn alle verstandig en origineel. Gij bezit neiging tot eene +buitengewone fijnheid van onderzoek, die tot een groot gebrek kan +aangroeien. Soms drijft uwe zucht naar onderzoek tot het bezigen van +uitdrukkingen of vergelijkingen, die in het dagelijksch leven vreemd +en onverstaanbaar klinken. Die neiging moet gij bedwingen, doch haar +om niets ter wereld geheel verstikken. Al uw werk in dit genre moet +boven uwe analyse staan. Elk uwer gebreken heeft zijn deel van kracht +en schoonheid; bijna elke uwer aantrekkelijke eigenschappen sluit de +kiemen van gebreken in zich. + +"Geheel hetzelfde kan men van uw' stijl zeggen. Gij zijt zeer +ongeletterd; nu eens is uwe ongeschooldheid die van een nieuwen leider +en van een forschen dichter, die de taal steeds naar zijne versmaat +omwerkt, dan weer die van een' officier, die ergens achter eene +blindeering aan een' makker schrijft. Met zekerheid kan men zeggen, +dat alle bladzijden die gij met liefde geschreven hebt, uitstekend +zijn; maar nauwelijks koelt ge af, of uw stijl wordt verward, en +helsche zinswendingen komen te voorschijn. Daarom ware het noodig, +dat stukken die zonder vuur geschreven zijn, werden nagezien en +verbeterd. Hier en daar heb ik getracht ze te verbeteren of wilde ze +eenvoudig schrappen, maar dit werk kunt en moet gij zelf doen. De +hoofdzaak is echter, dat ge lange zinnen vermijdt. Splits ze in +tweeën en in drieën, en wees niet zuinig met de punten.... Handel +met zinsdeelen zonder plichtplegingen, en schrap de woorden _dat, +die_ en _dit_ bij tientallen. Stuit ge op moeielijkheden, neem dan +den zin en stel u voor, dat ge dien in vloeiende conversatie-taal +aan iemand wilt vertellen. + +"Het is tijd om te eindigen; en toch zou ik u nog zeer veel moeten +zeggen. Aan een groot aantal onontwikkelde lezers zal _Jongelingsjaren_ +veel minder bevallen dan _Kinderjaren_ en _Jongensjaren_. Voor deze +beide geschriften pleiten hun geringe omvang en eenige episoden in den +trant van het verhaal _Karl Iwanowitsch_. De oppervlakkigste mensch +bewaart nog eenige herinneringen uit zijne kinderjaren, en verheugt +zich als men hem de poëzie er van verklaart; maar de periode der jeugd +(die woelige, onzinnige jongelingstijd, zoo rijk aan teleurstellingen +en vernederingen, die gij ons onthult) verbergt zich gewoonlijk in +de ziel, verduistert en wordt vergeten. + +"Uw werk kan door een zeer langen arbeid, met twee of drie +onderhoudende episoden, enz. voor een groot aantal lezers begrijpelijk +worden gemaakt; maar bijna niemand is in staat het volkomen naar den +smaak van het groote publiek te maken. + +"Opzet en wezen zullen uw werk _Jongelingsjaren_ tot een gastronomisch +brokje maken alleen voor zulke personen, die denken en gevoel hebben +voor poëzie. + +"Meld mij of ik het manuscript aan u moet zenden of aan Panajeff ter +hand stellen. Gij hebt er geen grooten stap mee gedaan in de eene of +andere richting, maar getoond wat er in u zit en wat er nog van u te +verwachten is." + + + +Reeds het feit, dat Droezjinin zóó aan Tolstoi kon schrijven, bewijst +dat er werkelijk intieme betrekkingen tusschen hen bestaan hebben, +en dat Droezjinin grooten invloed op Tolstoi heeft gehad. + +Tolstoi's verblijf te Petersburg van November tot Mei werd, wegens +familie-omstandigheden, door eene kortstondige reis naar Orel +afgebroken. + +Den 2den Februari kreeg hij bericht, dat zijn broeder Dmitri was +overleden. Deze persoon wordt door Tolstoi duidelijk omschreven in +zijne herinneringen, die door ons in het hoofdstuk _Jongelingsjaren_ +zijn medegedeeld. Hier halen wij slechts het tweede gedeelte dezer +herinneringen aan, welke betrekking hebben op zijn volgend leven, +zijne ziekte en dood. + +"Toen wij tot eene deeling kwamen, gaf men mij, volgens gebruik, +het landgoed Jasnaja Paljana, waarop wij woonden. Sergius kreeg +Pirogoff, omdat hij een liefhebber van paarden was en Pirogoff eene +stoeterij bezat; hij had dit ook gewenscht. Dmitri en Nikolaas gaf +men de twee overige bezittingen: laatstgenoemden Nikolskoje, den +eersten het landgoed Schtscherbatschefka, in Koersk gelegen en ons +door Perowska vermaakt. + +"Ik bezit thans een memorandum van Dmitri, waaruit blijkt hoe +hij over de lijfeigenschap dacht. Het begrip, dat zoo iets niet +geoorloofd was en men hen moest vrijlaten, bestond, bij ons omstreeks +'40 in het geheel niet. Het bezit van lijfeigenen door erfenis was +eene onvermijdelijke conditie, en al wat men doen kon om de slechte +gevolgen er van te voorkomen was, dat men niet alleen zorgde voor den +stoffelijken, maar ook voor den zedelijken toestand der boeren. En +in dien zin was ook het memorandum van Dmitri zeer ernstig, naïef en +oprecht geschreven. + +"Nog geen twintig jaren oud (na afloop van zijn studie) nam hij, +in de meening dat dit zoo behoorde, de verplichting op zich om het +zedelijke leven van honderden boerengezinnen te leiden; en dit deed +hij door bedreiging met en de werkelijke toepassing van straffen, +omdat dit bij Gogol, in een brief aan een grondbezitter, geschreven +stond. Naar ik mij herinner, had Dmitri deze brieven gelezen, doordien +een gevangenis-priester hem er op gewezen had. Zoo begon mijn broeder +dan zijne plichten als grondbezitter te vervullen; doch behalve die +van den landeigenaar tegenover zijne lijfeigenen, bestond in die dagen +nog een andere plicht, waarvan de niet-nakoming ondenkbaar scheen: +dat was de krijgs- of civiele staatsdienst. + +"Toen Dmitri zijne studie geëindigd had, besloot hij in civielen dienst +te gaan. Om nu te weten, welken dienst hij zou kiezen, kocht hij een +adresboek, keek alle takken van den civielen dienst na, kwam tot de +slotsom dat de rechtspleging van het meeste gewicht was--en koos de +laatste. Hij vertrok naar Petersburg en ging bij den staats-secretaris +der 2de Afdeeling op audiëntie. + +"Ik stel mij de verbazing van Tanjejeff voor, toen hij onder de +sollicitanten verschijnen zag een langen, eenigszins gebochelden +en slordig gekleeden man (Dmitri kleedde zich altijd zoo, om zijne +figuur te verbergen), met rustige, heldere oogen, die, op zijne vraag +wat hij wilde, ten antwoord gaf, dat hij een Russisch edelman was, +die de studie achter den rug had, en, het vaderland nuttig willende +zijn, de wetgeving tot zijn arbeidsveld gekozen had. + +"'Uw naam?' + +"'Graaf Tolstoi.' + +"'Heeft u nooit gediend?' + +"'Ik heb pas mijne studie achter den rug, en wensch alleen nuttig +te zijn.' + +"'Welke betrekking wil u hebben?' + +"'Dat is mij onverschillig, mits het er eene is waar ik nuttig +kan zijn.' + +"Zijn ernst en oprechtheid troffen Tanjejeff zoozeer, dat hij Dmitri +naar de 2de Afdeeling bracht en ter beschikking van den ambtenaar +stelde. + +"Mogelijk heeft de verhouding der ambtenaren tot hem, en vooral hunne +wijze van werken Dmitri niet aangestaan; zooveel is zeker: hij is +niet in de 2de Afdeeling gebleven. Te Petersburg had mijn broeder +geen enkelen bekende, behalve den rechtsgeleerde D. A. Obolenski, die +gedurende ons verblijf te Kazan daar advocaat was. Dezen Obolenski +ging Dmitri op zijne buitenplaats bezoeken. De rechtsgeleerde heeft +mij dat half lachend verhaald. + +"Obolenski was een man met aristocratische manieren, voorkomend doch +eerzuchtig. Hij vertelde mij, dat op zekeren dag, toen hij gasten had +(waarschijnlijk uit den hoogen kring waarin Obolenski zich steeds +bewoog), Dmitri met eene muts op en een Nankin'schen paletot aan door +den tuin naar hem toe kwam. 'Eerst kende ik hem niet; maar toen ik wist +wie hij was, poogde ik hem op zijn gemak te zetten, stelde hem aan de +gasten voor en verzocht hem zijn jas uit te trekken. Het bleek echter, +dat hij geen andere jas daaronder droeg. Dat vond hij overbodig. Hij +ging zitten en wendde zich, zonder zich aan de tegenwoordigheid der +gasten te storen, tot Obolenski met dezelfde vraag, als tot Tanjejeff: +"Waar kan ik het best dienen, om nuttig te zijn?"' + +"Obolenski, met zijne eigen inzichten van den dienst, die voor +hem slechts het middel was om zijne eerzucht te bevredigen, had +waarschijnlijk nooit zulk eene vraag te beantwoorden gehad. Doch met +den hem eigen tact, gevoegd bij eene oprechte goedhartigheid, noemde +hij verschillende postjes op en bood zijne diensten aan. Blijkbaar +is Dmitri noch over Obolenski, noch over Tanjejeff voldaan geweest; +althans hij verliet Petersburg, zonder hier gediend te hebben. Hij +keerde naar zijn landgoed terug, schijnt in Soedzj een adellijk ambt +aanvaard, en zich met oeconomische, vooral boeren-aangelegenheden te +hebben beziggehouden. + +"Nadat mijn broeder en ik de universiteit verlaten hadden, heb ik hem +uit 't oog verloren. Maar ik weet, dat hij hetzelfde strenge, ingetogen +leven geleid heeft tot zijn 26ste jaar: niet hield van rooken, van +wijn en vooral niet van vrouwen, hetgeen in die dagen eene groote +zeldzaamheid was. Ook weet ik, dat hij samenkomsten had met monnikken +en pelgrims, en veel omgang hield met een zeer origineelen man, die +bij mijn' voogd Woijekoff woonde en wiens afkomst niemand kende. Men +noemde hem 'Vader Lukas.' Hij liep in een korten priesterrok, was zeer +mismaakt (klein van gestalte, scheef en monsterachtig leelijk), maar +zeer zindelijk en buitengewoon sterk. Als hij iemand de hand drukte, +was het of hij die met eene nijptang greep; en altijd sprak hij op +een gewichtigen en raadselachtigen toon. Hij woonde bij de molen +van Woijekoff, waar hij een huisje gebouwd en een bijzonder fraaien +bloemtuin aangelegd had. Met dezen Vader Lukas ging mijn broeder +om. Naar ik gehoord heb, had hij nog kennis aan een grijsaard van +den zeer ouden stempel: een spaarzamen grondbezitter en een buurman +van Samoiloff. + +"Ik geloof, dat ik reeds in den Kaukasus was, toen er in Dmitri een +buitengewone omkeer plaats had. Plotseling begon hij te drinken, +te rooken, geld te verspillen en de vrouwen na te loopen. Hoe +dat zoo gebeurd is, weet ik niet, want destijds heb ik hem niet +gezien. Alleen weet ik, dat zijn verleider was een naar het uiterlijk +zeer aantrekkelijk, maar zedelijk diep gezonken man, de jongste zoon +van Isljeneff. Over hem zal ik later schrijven, zoo ik gelegenheid +heb. Ook onder deze omstandigheden was mijn broeder dezelfde +ernstige, godsdienstige man, die hij in alles geweest is. Maria, +de geprostitueerde vrouw, die hij het eerst leerde kennen, kocht +hij vrij en nam haar bij zich in huis. Overigens heeft dit leven +echter niet lang geduurd. Ik geloof, dat niet zoozeer het slechte, +ongezonde bestaan, dat hij eenige maanden lang te Moskou gevoerd +heeft, als wel de innerlijke strijd, de verwijten van zijn geweten +dit krachtige organisme zoo spoedig hebben verwoest. + +"Hij kreeg de tering, ging naar buiten, liet zich in verschillende +steden behandelen, en kwam ziek te liggen in Orel, waar ik hem +het laatst gezien heb, na het beleg van Sewastopol. Zijn aanblik +was vreeselijk: de reusachtige handen waren krampachtig om de +beide ellebogen geslagen, het aangezicht was geheel verteerd; +alleen de oogen waren nog even schoon en ernstig, maar blikten nu +uitvorschend. Hij hoestte en spuwde zonder ophouden, en wilde niet +sterven--wilde niet gelooven, dat hij zou sterven. De pokdalige, +door hem losgekochte Maria stond met een doek om het hoofd bij hem en +paste hem op. Op zijn verlangen werd er een wonderdoend heiligenbeeld +bij hem gebracht. Ik herinner mij de uitdrukking van zijn gelaat, +toen hij tot dit beeld bad. + +"In dien tijd was mijn gedrag afschuwelijk, monsterachtig. Uit +Petersburg, waar ik een wereldsch leven leidde, ijdel en roemzuchtig, +kwam ik bij mijn zieken broeder in Orel. Ik had medelijden met hem, +maar niet diep. In Orel maakte ik rechtsomkeert, ging heen... en +eenige dagen later stierf hij. + +"Inderdaad schandelijk! Wat ik bij zijn' dood het meest betreurd heb, +was, dat deze mij verhinderde de tooneeluitvoeringen aan het Hof +bij te wonen, die toen georganiseerd werden en waar ik bij genoodigd +was...." [95] + + + +Den eersten Maart werd de vrede gesloten, en deze gebeurtenis maakte +het voor Tolstoi gemakkelijker om verlof te krijgen. + +Van zijne letterkundige geschriften voltooide hij dien winter _De +Sneeuwstorm_, _De twee Huzaren_, _Eene ontmoeting in het Detachement_ +en _Een morgen van een' landheer_. Tolstoi moest zijne werken over +drie tijdschriften verdeelen; zoo zijn de eerste twee verhalen nog +in den _Sawremjennik_ gedrukt, het derde in _De Leesbibliotheek_, +en het vierde in de _Nationale Gedenkschriften_. + +In dien tijd schreef Tolstoi onder andere aan zijne tante Tatjana: + +"Ik heb mijn verhaal _De twee Huzaren_ voltooid, maar ben nog niet +aan een nieuw begonnen. Nu Toerghenjeff vertrokken is, gevoel ik dat +ik hem zeer mocht lijden, niettegenstaande dat wij altijd aan het +twisten waren. Zoodoende verveel ik mij verschrikkelijk...." + +Uit dezen brief blijkt, dat Tolstoi's gezindheid jegens Toerghenjeff +aan gestadige veranderingen onderhevig was. + +Het Petersburgsche leven schijnt Tolstoi niet voldaan te +hebben. Spoedig na zijne aankomst begon hij stappen te doen voor zijn +ontslag uit den dienst en aanstalten te maken tot eene buitenlandsche +reis. + +In een' brief aan zijn' broeder Sergius van 25 Maart 1856 schrijft hij, +onder andere: + +"Ik ga voor 8 maanden het land uit; als men mij ontslag geeft, +ga ik heen. Ik heb er Nikolaas over geschreven en hem verzocht +om mee te gaan. Indien wij met ons drieën konden gaan, zou dat +uitstekend wezen. Als elk 1000 roeb. meeneemt, zouden wij een mooi +reisje kunnen doen.--Schrijf mij eens, hoe is je mijn _Sneeuwstorm_ +bevallen? In allen ernst, ik ben er niet over tevreden. Nu zou +ik nog wel meer willen schrijven, maar stellig nooit meer in dit +verwenschte Petersburg. Hetzij men mij al dan niet verlof geeft om +naar het buitenland te gaan, heb ik toch plan om in April ontslag te +vragen en buiten te gaan wonen." + +Den 12den Mei, toen hij zich nog te Petersburg bevond, schreef hij +in zijn dagboek: + +"Een krachtig middel om tot het ware geluk te geraken in 't leven, +bestaat hierin, dat men, gelijk eene spin, naar alle kanten een net +om zich heen spant,--doch een net van liefde, waarin men vasthoudt +allen, die er in geraken: èn ouderen van dagen èn jongeren, èn vriend +èn vijand." + +Wij hebben reden te gelooven, dat de omstandigheden bij den +_Sawremjennik_, zoo op stoffelijk als letterkundig gebied, de +hoofdmedewerkers van het tijdschrift weinig hebben bevredigd. De +oorzaak daarvan moet voornamelijk worden gezocht in het individueele +verschil van overtuiging, inzichten, gewoonten en opvoeding, die +steeds belemmerend zijn voor eene algemeene zaak, door intelligente +personen op touw gezet. In elken intellectueelen kring ontstaat zeer +spoedig eene verdeeling in groepen; die verhouding, eerst geduld, +verandert weldra in onverschilligheid; daarna ontstaat mededinging, +die ten slotte overslaat tot openbare vijandschap. Zoo ging het ook +met den _Sawremjennik_. + +Reeds in het jaar 1856 rees bij enkele medewerkers het denkbeeld +van eene scheiding en het oprichten van een nieuw tijdschrift. Dit +blijkt uit een brief van Droezjinin aan Tolstoi, waarin hij onder +andere schrijft: + +"Gretig maak ik van deze toenemende energie gebruik en haast mij +u over eene zaak te spreken, waarover wij het bij onze laatste +samenkomst gehad hebben en die op het oogenblik vele onzer collega's +te Petersburg bezighoudt. De behoefte aan een zuiver letterkundig +tijdschrift met kritiek, dat aan alle polemiek en schandalen van +den tegenwoordigen tijd krachtig het hoofd biedt, wordt in sterke +mate gevoeld. Reeds hebben Gontscharoff, Jermin, Annenkoff, Maikoff, +Michailoff, Awdjejeff en vele anderen dit denkbeeld met grooten bijval +begroet. Indien gij, Ostrowski, Toerghenjeff en mogelijk ook onze +beschroomde Grigorowitsch (ofschoon deze ook wel gemist kan worden) +zich bij deze club aansluiten, kan met zekerheid gezegd worden, dat het +heele gebied der fraaie letteren eindelijk in één tijdschrift vereenigd +is. Van welken aard dit orgaan zal zijn: een nieuw tijdschrift of eene +leesbibliotheek, die door het genootschap in pacht zal worden genomen, +verzoek ik u eens te overwegen en dan uw voorstel mee te deelen. Hier +is de meerderheid geneigd tot eene pacht, en de uitgever bereid tot +een matigen prijs. Van mijn' kant spreek ik vóór noch tegen deze zaak, +maar stel mij geheel ten dienste van een zuiver letterkundig blad, +op welke grondslagen het ook mocht worden opgericht. + +"Voor het geleerde of wetenschappelijke gedeelte kunnen als ijverige +medewerkers of eenvoudig als leden genoemd worden de professoren: +Gorloff, Oestrjaloff, Blagoweschtschenski, Berezin, Zernin en +de tegenwoordige medewerkers (ik noem slechts de begaafdsten): +Lawroff, Lchowski, Kenjewitsch, Wodowozoff en Doemnin. Toerghenjeff +zal, ofschoon men als medewerker niet vast op hem rekenen kan, een +voortreffelijk man zijn om zijn' ijver, zijne veelzijdige kennis en in +'t algemeen om zijne plaats in de letterkunde. Doch voor 't oogenblik +geen bijzonderheden; de hoofdzaak is, dat er algemeene instemming +zij en de fundamenteele punten worden vastgesteld. + +"Naar de belangstelling te oordeelen, die gij voor elke zaak aan den +dag legt, reken ik er op van u te vernemen, hoe gij over dit plan +denkt. Onder andere, doe ik u het volgende verzoek: daar ik toch +bij mijne tegenwoordige bezigheden blijf, en de oprichting van een +nieuw tijdschrift nog lang kan duren, vraag ik u inmiddels verlof +om u onder het getal medewerkers van _De Leesbibliotheek_ te mogen +opnemen. Beschik niet over uwe bijdragen, zonder dat gij tegen den +herfst er ook eene voor mij hebt overgelaten--naar uwe eigen keuze +en op de voorwaarden die gij goedvindt. Ik zal er u echter niet om +lastig vallen, daar ik weet dat gij, ook zonder mijn verzoek, alles +voor mij doen zult wat van uw' wil afhankelijk is. + +"Schrijf mij eenige woorden over al deze dingen en in 't algemeen over +uw tegenwoordig leven, uwe plannen en over de gezondheid van Maria +Nikolajewna, aan wie gij mijne beleefde en hartelijke groete moet +overbrengen. Meld mij ook uw adres. Over het nieuwe tijdschrift moeten +wij noodzakelijk correspondeeren; anders vrees ik dat de krachten, +waarvan wij nu juist voor een nieuwe uitgaaf genoeg hebben, opnieuw +versnipperd zullen worden. Het is onverschillig op welken grondslag +de onderneming wordt ontworpen, zoo wij er maar allen in betrokken +zijn. Tracht dus, nu gij Toerghenjeff dezen zomer dikwijls zien zult, +invloed op hem te krijgen en dezen vriendelijken, maar wankelmoedigen +man voor dit algemeene doel te winnen. Te oordeelen naar al wat hij +mij honderdmaal gezegd heeft, moet de gedachte aan zulk een blad +hem wel eens bezighouden; maar op zijne woorden valt zoo weinig +staat te maken! Laat hij eens bedenken, tot welk ellendig peil onze +tijdschriften door versnippering van krachten gedaald zijn; alleen +de _Russische Bode_ heeft zich goed gehouden, maar hij viel bij de +afscheiding van het _Athenaeum_, dat op zijne beurt verflauwd is. + +"Over Petersburg valt niets te zeggen." + + + +Den 17den Mei vertrok Tolstoi naar Moskou. + +Op 26 Mei bracht hij een dag door in het gezin van Dr. Behrs, +die gehuwd was met mej. Isljenewa, eene vriendin uit Tolstoi's +kinderjaren, en toen een landgoed te Pokrowski niet ver van Moskou +bewoonde. In Tolstoi's dagboek staat deze korte frase over dit bezoek: +"De kinderen wachtten ons op; welke lieve, vroolijke meisjes!"--Een +van deze meisjes werd zes jaren later zijne vrouw. + +Daarna vervolgde hij zijne reis en kwam den 28sten Mei in Jasnaja +Paljana. + +Den volgenden dag schreef hij zijn' broeder Sergius een' brief, +waarin hij, onder andere, het volgende zegt: + +"In Moskou heb ik 10 dagen bijzonder aangenaam doorgebracht zonder +champagne of zigeuners, maar eenigszins verliefd--waarover ik je +later zal schrijven." + +Na zijne aankomst in Jasnaja bracht hij bezoeken bij zijne zuster +Maria Nikolajewna, Toerghenjeff en anderen. + +In de twee volgende brieven aan zijn' broeder bespeuren wij, dat +Tolstoi op het einde van den zomer door een ernstige ziekte werd +aangetast. In het begin van September 1856 schrijft hij: + +"Eerst heden, Maandagavond te 9 uren, kan ik je een goed antwoord +geven. Mijn toestand was gaandeweg verergerd; twee doctoren zijn er +bij geweest, men heeft nog veertig bloedzuigers gezet; daarop ben +ik dadelijk in slaap gevallen, en toen ik ontwaakte gevoelde ik mij +veel beter. Eerder dan over een dag of vijf, zes, zal ik echter niet +kunnen reizen. Tot weerziens dus. Meld mij s.v.p. wanneer je gaat, +en of er groote verzuimen in je huishoudelijk bestuur aanwezig +zijn. Verlaat de plaats niet voordat ik er ben. Morgen zal ik je +misschien de honden sturen." + + + +In een' brief van 15 September meldt hij: + + + +"Beste broeder Sergius! + + +"Mijne gezondheid is nog niet verbeterd. Ziek ben ik niet, er is +ook geen ontsteking, maar ik heb een drukkend gevoel op de borst, +steken in de zijde, en tegen den avond heb ik pijn. Misschien zal +het langzamerhand van zelf verdwijnen: toch zal ik niet spoedig naar +Koersk gaan. Zoo het over een week of twee niet beter is, zal ik er in +'t geheel niet heen gaan, maar in Moskou komen." + +Spoedig keerde hij weer naar Petersburg terug, en schreef vandaar op +10 November 1856: + +"Neem mij niet kwalijk, beste broeder Sergius, dat ik zoo weinig +schrijf Ik heb geen tijd gehad. Sedert mijn vertrek heb ik niets dan +tegenspoed ondervonden, en hier heb ik niemand dien ik mag lijden. Men +zegt, dat ik in de _Nationale Gedenkschriften_ om mijne verhalen over +den oorlog ben doorgehaald. Ik heb dat nog niet gelezen, maar--en +dit is hoofdzaak--Konstantinoff heeft mij dadelijk na mijne aankomst +verteld, dat grootvorst Michaël, toen hij vernam dat ik een gedicht zou +maken, er zeer over ontstemd was dat ik pogingen deed om de soldaten te +onderrichten. Dat is afschuwelijk! Ik heb den commandant van den staf +de zaak uitgelegd. Het is nog maar een geluk, dat mijne gezondheid goed +is, en dat Schipoelinski gezegd heeft, dat mijne borst beterende is." + +Op 26 November 1856 verliet Tolstoi den krijgsdienst. Het is hier de +plaats om eene goede daad te vermelden, die hij op het einde van zijn' +diensttijd verricht heeft. + +De staf-commandant Korenitzki, onder wien Tolstoi gediend had, had na +afloop van den oorlog voor een krijgsraad behooren terecht te staan, +maar dank zij den invloed en de bemoeiingen van graaf Tolstoi bleef +hij daarvan verschoond. + +Van het oogenblik dat Tolstoi den dienst vaarwel zegt, breekt een +nieuw levenstijdperk voor hem aan: het letterkundig-maatschappelijke, +waarbij het streven naar persoonlijk geluk zich baan breekt. + +Ondanks de scherpe beoordeelingen en de miskenning van den kant +der autoriteiten, was Tolstoi toch een gewenschte gast en een +voortreffelijk lid van het letterkundig gezelschap, den _Sawremjennik_. + +Deze omgeving was echter op verre na niet geschikt om Tolstoi te +bevredigen. En dat kon ook niet anders. Men moet de herinneringen +der letterkundigen van dien tijd lezen, bijv. Herzen, Panajeff, +Fet en anderen van de meest verschillende richtingen, om tot zeer +treurige gevolgtrekkingen te komen wat de zedelijke zwakheid dezer +lieden betreft, die zich inbeeldden leiders van het menschdom +te zijn. Denk aan de maaltijden van Njekrassoff, de drinkgelagen +van Herzen, Ketscher en Ogarjeff, den verfijnden smaak van een' +Toerghenjeff! Al die vriendschappelijke samenkomsten waren toen +ondenkbaar zonder champagne, hartstocht, kaartspel en dergelijke. En +ergerlijk waren de luiheid en de nietswaardige belangen dezer lieden, +die al het kwade dier slemppartijen niet zagen, vermengd als zij +waren met het prediken over volksliefde en allerlei denkbeelden van +vooruitgang. Te midden van deze onbeschaamdheid, die mogelijk in een +anderen vorm nog tot heden voortbestaat, heeft nog slechts één enkele +overtuigende en geeselende stem geklonken van een' man, wiens ziel +dit zelfbedrog niet dulden kon. Dat was de stem van Leo Tolstoi! + +In zijn werk _Biecht_ hangt hij een levendig tafereel op van de zeden +der letterkundige wereld in dien tijd, dat is omstreeks het jaar +'60. Ziehier zijne woorden: + +"Ik heb nog geen overzicht gegeven van de wijze, waarop ik de +levensbeschouwingen der personen met wie ik tezamen kwam tot de mijne +maakte, en hoe zij al mijne vroegere pogingen om beter te worden geheel +deden mislukken. Deze beschouwingen vormden den theoretischen grondslag +voor het zedenbederf van mijn leven, waardoor dit verontschuldigd werd. + +"De levensbeschouwingen van die personen--mijne collega's +letterkundigen--bestonden hierin, dat het leven zich in 't algemeen +ontwikkelt, dat wij, de mannen der gedachte, het hoofdaandeel in +die ontwikkeling hebben, en dat onder die mannen der gedachte wij, +bellettristen en dichters, den meesten invloed hebben. Onze roeping is: +de menschen te onderrichten. Maar om de vraag te vermijden: 'wat weet +men en wie moet men onderrichten?', werd in die theorie verklaard, +dat zulke kennis ook niet noodzakelijk is, en dat bellettristen en +dichters _onbewust_ onderrichten. Ik ging door voor een uitstekend +bellettrist en dichter, en daarom was het zeer natuurlijk, dat ik +die theorie tot de mijne maakte. Ik, een bellettrist en dichter, +schreef en onderrichtte--ik wist zelf niet wat. Men gaf er mij geld +voor, ik had uitstekende spijzen, eene positie, vrouwen, gezelschap; +ik had naam. Bijgevolg moest hetgeen ik onderwees wel zeer goed zijn. + +"Dat geloof in de beteekenis der poëzie en in de ontwikkeling van het +leven was een werkelijk geloof; en ik was een der priesters er van. Het +bewustzijn priester te zijn was zeer aangenaam en voordeelig. En vrij +lang heb ik in dat geloof geleefd, zonder aan de waarheid er van te +twijfelen. Maar in het tweede, en vooral in het derde jaar van dit +leven begon ik aan de onfeilbaarheid van dat geloof te twijfelen, +en ging ik het onderzoeken. De eerste aanleiding tot twijfel was, +dat ik begon op te merken, dat de priesters het niet allen samen eens +waren. Enkelen zeiden: '_wij_ zijn de beste en nuttigste leermeesters; +_wij_ leeren wat noodig is, en wat anderen leeren is onjuist.'--Anderen +zeiden: 'neen, _wij_ zijn de ware, en gij onderwijst niet juist.'--En +zij disputeerden, twistten, scholden, bedrogen elkander, en misdroegen +zich. + +"Daarenboven waren er velen onder ons, die er zich niet om bekommerden +wie gelijk of wie ongelijk had, en eenvoudig door middel van onzen +arbeid hun baatzuchtig doel bereikten. Dat alles bewoog mij aan de +waarheid van ons geloof te gaan twijfelen. + +"Meer nog: toen ik eenmaal aan de waarheid van het geloof eens +schrijvers twijfelde, begon ik eens de priesters van dat geloof +met meer aandacht gade te slaan, en overtuigde mij toen, dat bijna +allen--de schrijvers--onzedelijke lieden waren, voor het meerendeel +slecht en met een nietswaardig karakter. Dat zij veel lager stonden +dan de personen, die ik in mijn vroeger ongeregeld krijgsmansleven +had ontmoet, maar dat zij zelfvertrouwen hadden en evenzoo over +zich zelven tevreden waren, als volslagen heilige personen of als +zoodanigen, die niet weten wat heiligheid is. Die lieden walgden mij, +en ik begreep dat dit geloof bedrog was. + +"Maar zonderling is het dat, ofschoon ik dit leugenachtige geloof +spoedig begreep en er mij aan onttrok, ik mij niet onttrok aan +de positie, die mij door deze lieden gegeven was: de positie van +bellettrist, van dichter en leeraar. Op naïeve wijze verbeeldde +ik mij, als dichter en bellettrist iedereen te kunnen onderwijzen, +ofschoon ik zelf niet wist wie ik onderwees. En zoo heb ik gehandeld. + +"Uit den omgang met die personen ontwikkelde zich bij mij eene nieuwe +ondeugd,--een trots, die overging in de ziekelijke, krankzinnige +overtuiging dat ik geroepen was te onderwijzen, zonder te weten +wat." [96] + + + +Niettemin werd Tolstoi, door zijn verkeer in den kring dier personen, +van hunne belangen doordrongen en is hij een der werkzaamste deelnemers +geweest aan hunne kameraadschappelijke ondernemingen. Zoo is een +der belangrijkste letterkundige instellingen: _Het Genootschap tot +ondersteuning van Letterkundigen en Geleerden_, het zoogenaamde _Fonds +voor Letterkundigen_, veel aan hem verplicht geweest. Gewoonlijk +wordt Droezjinin als de stichter van dit fonds beschouwd, maar in +het dagboek van Tolstoi vinden wij de volgende aanteekening: + + +"3 Januari 1857. + +"Ik heb bij Droezjinin het ontwerp van het fonds opgesteld." + + +Tolstoi kan dus met het volste recht tot de stichters van dit fonds +gerekend worden. + +Ongeveer in dezen tijd moet Tolstoi op meer grondige wijze hebben +kennis gemaakt met de geschriften van Poeschkin, die hem zeer +aantrokken. + +Uit zijne verhalen blijkt, dat hij Poeschkin, na diens gedicht _De +Zigeuners_ in de Fransche vertaling van Mérimée gelezen te hebben, +hoog waardeerde. Het lezen van dit gedicht, door den vertaler in +proza weergegeven, openbaarde Tolstoi al de kracht van Poeschkin's +dichterlijk talent. + +In zijn dagboek van 4 Januari 1857 vinden wij de volgende aanteekening: + +"Ik heb bij Botkin gedineerd, in gezelschap van Panajeff, die mij +Poeschkin heeft voorgelezen. Daarop begaf ik mij naar Botkin's kamer, +schreef een brief aan Toerghenjeff, ging op de sofa zitten en begon +luid te weenen; het waren tranen zonder reden ... dichtertranen, +die mij zalig stemden. Al dien tijd voelde ik mij bepaald gelukkig, +en was ik in een' roes van 'snellen zedelijken vooruitgang'." + +Die "snelle zedelijke vooruitgang" was oorzaak, dat Tolstoi zich niet +lang met dit gezelschap en dezen werkkring kon tevreden stellen; +en gretig zocht hij naar een middel om er uit te geraken. En +daar een bewegelijke geest ook in zijne uiterlijke handelingen +steeds onrust laat blijken, zoo legde ook Tolstoi eene rustelooze +werkzaamheid aan den dag, eene energie, waarvan een der uitingen +was zijne buitenlandsche reis, die blijkbaar zonder bepaald doel is +ondernomen. Ziehier wat hij daarvan in zijne _Biecht_ zegt, met de +hem eigen oprechtheid zichzelf en zijne omgeving beoordeelende: + +"Zoo heb ik nog zes jaren, tot aan mijn huwelijk, aan dit onverstandige +leven besteed. In dien tijd ging ik buitenslands. Het leven in Europa +en mijne nadere kennismaking met vermaarde en geleerde Europeesche +personen versterkten mij meer en meer in het geloof van volmaking in +'t algemeen, waarin ik leefde, omdat ik ook bij hen datzelfde geloof +vond. Dit geloof nam bij mij den gewonen vorm aan, dien het bij de +meeste beschaafde lieden van mijn' tijd bezit, en werd door het woord +_vooruitgang_ uitgedrukt. Het kwam mij toen voor, dat er in dat woord +eene zekere beteekenis lag. Ik begreep toen nog niet dat ik, gekweld, +als ieder levend wezen, door de vraag: 'hoe leef ik het best?', +en daarop antwoordende: 'leef overeenkomstig den vooruitgang', +een antwoord gaf volkomen gelijk aan dat van iemand, die in eene +boot gezeten, ten spel aan wind en golven, op de eenige vraag die +hij zich stellen kan: 'waar moet ik heenvaren?', eenvoudig zegt: +'ik zal wel ergens belanden.'" + + + +Niet voordat deze buitenlandsche reis achter den rug was, zou Tolstoi +de schatting betalen voor zijn zoeken naar persoonlijk huiselijk geluk. + + + + +TIENDE HOOFDSTUK. + +ROMAN. + + +In dit hoofdstuk zullen wij een van de gewichtigste perioden uit +Tolstoi's leven behandelen, n.l. de geschiedenis van zijne eerste +ernstige trouwplannen, die, hoewel zij niet tot een huwelijk leidden, +toch een' grooten invloed hebben uitgeoefend op zijn volgend leven. + +In den loop van deze gebeurtenissen traden eenige van Tolstoi's +karaktertrekken sterk op den voorgrond: zijne hartstochtelijke, +gevoelige natuur, de groote kracht van zijn verstand, die zijne +hartstochten weet te beteugelen, en dan zijne oprechte, hoogstaande +geest, die zich uit, zoowel in het najagen zijner hooge idealen als +in het gewone dagelijksche leven. + +Reeds eenige malen had Tolstoi gemeend eene vrouw lief te hebben, maar +na korten tijd bleek het steeds de ware liefde niet te zijn; zelfs de +oprechte genegenheid, die hij in zijne jeugd Sonitschka Kaloschinaja +had toegedragen, kon op dien naam geen aanspraak maken. De tweede was +eene studentenliefde, die echter hoofdzakelijk in zijne verbeelding +bestond. De Kozatschka in de stanitza was daarop, zooals wij weten, +het voorwerp zijner vereering. Toen weer maakte eene dame uit de +groote wereld zijne bewondering gaande, hoewel het voor haar zelf +waarschijnlijk een geheim is gebleven; Tolstoi toch was in zulke +aangelegenheden altijd zeer schuchter. + +Wij herinneren ons, dat Tolstoi zich in een' brief aan zijn' broer, +geschreven in Sewastopol, beklaagde zoo weinig met dames in aanraking +te komen, waardoor hij vreesde zijn' zin voor het familieleven voorgoed +te verliezen. + +Nadat hij uit den oorlog was terug gekeerd, begon hij ernstig aan +trouwen te denken. Tijdens zijn oponthoud in Moskou werd zijne aandacht +getrokken door mejuffrouw Valérie, de dochter van een' naburigen +landeigenaar, een lief meisje, en--het begin van den roman liet niet +lang op zich wachten. Zooals reeds boven is gezegd, is het niet tot +een huwelijk gekomen, maar toch is de verhouding van dien aard geweest, +dat familie en kennissen hen reeds als een verloofd paar beschouwden. + +De correspondentie, die tusschen de beide jonge menschen gevoerd is, +kan niet openbaar worden gemaakt en hier wordt dus slechts een kort +overzicht van den inhoud hunner brieven gegeven. + +Den eersten brief schreef Tolstoi naar Moskou, waar de heldin zijner +droomen logeerde bij hare tante, die een zeer mondain leven leidde. De +familie bestond verder nog uit hare drie nichtjes en eene Fransche +gezelschapsdame, Mlle Vorgani. Gewoonlijk woonden zij 's zomers op +haar landgoed Soedakoff in de nabijheid van Jasnaja Paljana, maar +dit jaar waren zij reeds in Augustus naar Moskou vertrokken om de +kroning van Alexander II bij te wonen, die 26 Augustus 1856 plaats had. + +De jonge dame amuseerde zich uitstekend bij de kroningsfeesten +en uitte haar verrukking in een' opgewonden brief, dien zij aan +Tolstoi's tante schreef. De inhoud van dezen brief deed bij Tolstoi +den eersten twijfel ontwaken aan de bestendigheid van hun toekomstig +geluk. Daar hij werkelijk eene ernstige genegenheid voor het meisje +had opgevat en haar reeds als zijne aanstaande vrouw beschouwde, +was het hem een behoefte haar in te wijden in de hooge idealen, +waarvan hij steeds droomde. + +Hierop volgde de voor hem grievende teleurstelling dat hij op dit +punt niet door haar begrepen werd en zelfs stootte op een groote +lichtzinnigheid tegenover de meest ernstige levensvragen. Tolstoi +gaf echter den moed niet op, en, rekenende op haar jeugd en hare +voor indrukken vatbare natuur, deed hij zijn uiterste best om haar +een anderen blik zoowel op het tegenwoordige als op het toekomstige +leven te geven. Al zijne brieven ademden dan ook eene groote zorg +voor haar zieleleven en waren gevuld met raadgevingen op allerlei +gebied. Soms sloeg hij, teleurgesteld door haar niet begrijpen, +een bitteren, sarcastischen toon aan, dan weer sprak hij zorgzaam, +zooals een vader spreekt tot zijn kind. Als antwoord op het opgewonden +schrijven over de kroningsfeesten schreef hij haar een brief, waarin +hij al zijne verachting neerlegde voor hare, volgens zijne begrippen, +laag staande amusementen. Hij lachte schamper om haar genoegens, +haar bals, haar cavaliers, en eindigde met een opgeschroefden zin, +alsof hij haar vrienden wilde nadoen. Het antwoord op dezen brief liet +lang op zich wachten. Tolstoi werd onrustig, hij schreef weer, maar +nu op een anderen toon, vroeg om vergiffenis en werd weer in genade +aangenomen. Na de feesten keerde de familie naar Soedakoff terug en +de verhouding tusschen de jongelui werd hoe langer hoe inniger. + +Al heel spoedig echter kwam er weer verandering in den toestand. Of +hij reeds voelde dat zijne liefde voor haar niet groot genoeg was of +dat het zijne sceptische neigingen waren die weer den twijfel bij hem +wakker riepen, zeker is het dat hij, zich en haar voor de gevolgen +eener ondoordachte handeling willende behoeden, het besluit nam hunne +liefde op de proef te stellen. Hij vertrok daarom voor onbepaalden +tijd naar St.-Petersburg en schreef zijne aanstaande bruid een' brief, +waaruit bleek, dat bij hem van hartstochtelijk verliefd zijn geen +sprake was. De brief was vol diepgaande gedachten over de beteekenis +van de genegenheid tusschen man en vrouw, den ernst van hun voornemen +en de noodzakelijkheid van deze proefneming. + +Natuurlijk viel dit in 't geheel niet in den smaak van het jonge +meisje, maar zij onderwierp zich aan het besluit en de briefwisseling +werd voortgezet. + +Toen Tolstoi een korten tijd in St.-Petersburg was, vertelde iemand, +wiens waarheidsliefde hij niet in twijfel kon trekken, hem, dat zijne +uitverkorene zich niet alleen door een' muziekonderwijzer het hof had +laten maken, maar dat zij diens liefde zelfs had beantwoord. Dat was +gebeurd tijdens die ongelukkige feesten. Blijkbaar had zij nu een eind +gemaakt aan de verhouding, maar het feit alleen dat zij zoo lichtzinnig +kon handelen, was een zware slag voor Tolstoi. Onder den indruk +hiervan schreef hij haar een brief vol bittere verwijten, dien hij +echter niet wegstuurde, maar haar wilde laten lezen, zoodra zij weer +bij elkaar zouden zijn. Het blijkt echter dat Tolstoi nog meer feiten +gewaar werd betreffende hare verhouding tot den muziekonderwijzer, +die hem dwongen haar daarover te schrijven. Het stond nu reeds bij +hem vast, dat hij alle banden met haar wilde verbreken, maar om dit +minder smartelijk te doen zijn wilde hij het aan den tijd overlaten. + +Een dag echter nadat hij den brief verzonden had, berouwde het hem +reeds weer, en dadelijk daarop schreef hij een anderen, op een meer +verzoenenden toon. Hierop kwam geen antwoord, en waarschijnlijk +denkende: "geen tijding, goede tijding" ging hij maar met schrijven +voort. Evenals vroeger behelsden deze brieven weer meer goede +raadgevingen aan eene leerlinge dan woorden van liefde voor eene +aanstaande bruid. Hij schreef over hunne mogelijke toekomstige +verbintenis, over hun leven, hunne bezigheden, hunne omgeving, hun +kennissenkring en dagverdeeling en met ieder woord trachtte hij hare +belangstelling op te wekken voor de ernstige zijde van het leven. + +Er kwam geen antwoord op dezen brief, en langen tijd liet zij niet van +zich hooren. Plotseling echter kwamen er eenige brieven na elkaar en +werd de band tusschen hen beiden weer nauwer aangehaald. Hij bracht +haar op de hoogte van zijne litteraire plannen, beschreef haar zijn +leven te St.-Petersburg en ontvouwde haar wederom zijne hooge idealen +ten opzichte van het familieleven. + +Doch ook deze opflikkering van hunne liefde doofde weer spoedig uit. In +de volgende brieven begon reeds weer de twijfel te spreken en zij +kregen, ondanks de vriendelijke woorden, iets zeer gedwongens. Het +spreekt van zelf dat het meisje dit al spoedig moest voelen, en +onwillekeurig begon hare genegenheid voor hem ook te verminderen, +zoodat een gevoel van vriendschap de liefde begon te vervangen. + +In December reisde Tolstoi naar Moskou en van daar schreef hij zijn +tante een' brief, waarin hij haar om raad vroeg in deze moeilijke +kwestie. + +"Gij hebt mij over V. geschreven op den toon waarop gij altijd +over haar spreekt en ik zal u antwoorden zooals ik het ook altijd +doe. Nauwelijks eene week, nadat ik haar voor 't eerst gezien had, +meende ik verliefd op haar te zijn, iets dat heel gemakkelijk gaat +bij mijne groote verbeeldingskracht. Ik zou het heel aangenaam vinden +nu ook nog te kunnen zeggen dat ik haar liefheb, maar sedert ik weer +aan 't werk ben gegaan, weet ik heel zeker, dat het niet zoo is. Het +eenige wat ik voor haar voel is dankbaarheid voor de liefde die zij +mij toedraagt, en van alle meisjes, die ik ooit gekend heb, zou zij, +geloof ik, nog de beste vrouw voor mij zijn. Nu zou ik graag van u +willen hooren of ik mij daarin vergis of niet. Ik wend mij met die +vraag tot u, omdat gij ons beiden kent en omdat gij veel van mij houdt, +en menschen die veel van ons houden vergissen zich niet. 't Is waar, +ik heb mij tijdens onze scheiding niet goed op de proef gesteld. Sedert +ik ben weggegaan ben ik bijna niet met dames in aanraking geweest, +heb ik meer een eenzaam dan een gezellig leven geleid, en desondanks +kwamen er toch oogenblikken, dat ik berouw had, mij ook maar eenigszins +met haar te hebben verbonden. Toch, wanneer ik er vast van overtuigd +was, dat zij een standvastig karakter had en mij altijd zou blijven +liefhebben, niet zooals nu, maar meer dan iemand anders, dan zou ik +er geen oogenblik aan denken niet met haar te trouwen. Ik ben er van +overtuigd dat mijne liefde dan ook grooter zou worden en ik haar tot +eene goede vrouw zou kunnen vormen." + +In dezen tijd ging de bewuste jonge dame naar Petersburg om er het +winterseizoen mee te maken, hetgeen reeds lang een hartewensch van +haar was geweest. Tolstoi schreef haar geregeld, maar de toon der +brieven werd reeds weer koeler en koeler. + +Die afgemeten toon in de brieven ontging haar natuurlijk niet. Zij +antwoordde hem met zachte verwijten en lieve woordjes, die een tijdlang +hunne uitwerking op hem niet misten. Maar over het begrip van liefde, +dat hij wederzijdsche opvoeding noemde, konden zij het toch niet eens +worden. De briefwisseling verflauwde. Hunne verhouding veranderde +langzamerhand, zij wisselden nog een enkelen brief, maar het eind van +alles was, dat zij hem verbood haar langer te schrijven. Hij echter +stoorde zich niet aan dit verbod en schreef haar een roerenden brief, +waarin hij haar, zonder zich zelf te vernederen, om vergeving vroeg +voor het verdriet dat hij haar had aangedaan. Tevens deelde hij haar +mee dat hij naar 't buitenland ging en gaf haar zijn adres in Parijs, +met het verzoek om de correspondentie niet geheel af te breken. + +Een paar dagen vóór zijn vertrek schreef Tolstoi uit Moskou aan zijne +tante Tatjana: + + + +"Lieve Tante! + +"Ik heb mijn' pas ontvangen en blijf nu in Moskou om eenige dagen +bij Maria door te brengen. Daarna wilde ik naar Jasnaja Paljana gaan +om mijne zaken te regelen en afscheid van u te nemen, maar ik ben, +vooral op aanraden van Maria, van plan veranderd. Ik denk hier nu +eenige weken te blijven om dan over Warschau regelrecht naar Parijs +te gaan. Gij begrijpt wel, lieve tante, waarom ik nu liever niet naar +Jasnaja, of beter gezegd, niet naar Soedakoff wil gaan. Ik heb mij +tegenover V. niet goed gedragen, maar zoo ik haar nu weer trachtte +te ontmoeten zou ik nog slechter doen. Zij is mij, zooals ik u reeds +eens heb geschreven, vrijwel onverschillig en ik wil ons beiden niet +bedriegen, hetgeen misschien zou gebeuren indien ik haar weer zou zien. + +"Gij zult u nog wel herinneren, lieve tante, hoe gij mij hebt +uitgelachen toen ik u vertelde, dat ik naar St.-Petersburg ging om +mij zelf op de proef te stellen; toch dank ik het daaraan alleen dat +ik ons beiden niet ongelukkig heb gemaakt. Geloof toch niet, dat ik +uit onstandvastigheid of uit ontrouw heb gehandeld; er was in die +twee maanden niemand die ik liever had dan haar. Het is mij eenvoudig +duidelijk geworden, dat ik mij vergist heb, dat ik nooit ware liefde +voor haar gevoeld heb en ook nooit voor haar zal voelen. Het eenige +wat mij spijt is, dat ik haar niet goed behandeld heb en dat ik +geen afscheid van u kan nemen. In Juli denk ik in Rusland terug te +komen. Wanneer gij er op gesteld zijt, kom ik toch nog naar Jasnaja +Paljana om u vaarwel te zeggen. In Moskou verwacht ik hierop uw +antwoord." [97] + +Tolstoi ging werkelijk op reis en ontving in Parijs een schrijven +van zijn vroegere verloofde. Hij schreef haar ook nog een laatsten +vriendschappelijken brief, waarin hij van hunne liefde sprak als eene +vergissing, die nu achter hen lag. Hij dankte haar nogmaals voor hare +vriendschap en wenschte haar verder alle mogelijke geluk. + +Tante Tatjana was niet tevreden met den afloop van dezen roman. Zij +wenschte reeds lang haar' neef getrouwd te zien en hoopte voor hem +op een gelukkig huiselijk leven onder hare beschermende vleugels. Zij +verweet hem zijne onstandvastigheid en zeide zelfs dat hij zich niet +fair tegenover het jonge meisje gedragen had, met haar zoo lang iets +voor te spiegelen, dat nooit verwezenlijkt zou worden. + +Daarop antwoordde Tolstoi: + + + +"Lieve Tante! + +"Ik zie uit uwen brief, dat wij elkaar niet goed begrijpen. Hoewel +ik toegeef, dat mijne inconsequentie niet goed was en dat de zaak een +anderen loop had kunnen nemen, geloof ik toch als fatsoenlijk man te +hebben gehandeld. Ik heb voortdurend gezegd, dat het gevoel dat ik +haar toedroeg geen liefde was en dat ik mij zelf op de proef wilde +stellen. De uitslag heeft bewezen, dat ik mij vergist had en ik heb +het V. zoo ernstig mogelijk geschreven. Onze verhouding is bovendien +zoo rein geweest, dat de herinnering, zoo zij mocht gaan trouwen, haar +nooit pijnlijk kan zijn. Ik heb haar daarom ook geschreven, dat ik +graag zou willen, dat wij in correspondentie bleven. Ik zie niet in, +waarom een jonge man niet in eene vriendschappelijke verhouding tot +een jong meisje kan staan, zonder juist verliefd op haar te worden +en met haar te trouwen. Vriendschap en belangstelling zal ik steeds +voor haar blijven voelen. + +"Mlle Vorgani, die mij zoo'n bespottelijken brief heeft geschreven, +zou beter doen zoo zij zich eens wilde herinneren hoe zij zich +ten opzichte van V. en mij heeft gedragen. Toen ik mijn best deed +haar zoo min mogelijk te bezoeken, drong zij er steeds op aan dat +ik meer zou komen, en deed wat zij kon om ons nader tot elkaar te +brengen. Ik begrijp, dat het haar spijt, dat iets hetgeen zij zoo +zeer gewenscht had mislukt is, maar dat is nog geen reden om een jong +mensch die zijn best heeft gedaan zoo goed mogelijk te handelen, die +zich opofferingen getroost heeft uit angst een ander in het ongeluk +te storten, te schrijven dat hij een ploert is en te zorgen, dat de +geheele wereld hetzelfde gaat gelooven. Ik weet zeker dat heel Toela +ervan overtuigd is, dat ik het grootste monster ben dat er bestaat." + +Eenigen tijd daarna hoorde Tolstoi van zijne tante, dat de zuster van +zijne vroegere aanstaande spoedig in het huwelijk zou treden. Naar +aanleiding daarvan schreef hij: + +"Wat Valérie betreft, ik heb nooit ware liefde voor haar gevoeld, +maar ik heb mij laten meesleepen door een onwaardig genot, dat ik nog +nooit ondervonden had, nl. liefde in te boezemen. Mijne verwijdering +van haar heeft mij doen begrijpen, dat ik geen verlangen had haar weer +te zien en nog minder om met haar te trouwen. Ik schrikte als ik aan +de plichten dacht, die ik tegenover haar te vervullen had zonder haar +lief te hebben, en daarom ben ik nog eerder weggegaan dan ik gedacht +had. Ik heb verkeerd gehandeld, ik heb God om vergeving gevraagd, +en doe dat ook allen die ik verdriet heb gedaan; maar niemand en +niets kan mij bewegen nog eens weer van voren af aan te beginnen. + +"Olga wensch ik heel veel geluk in haar huwelijk, maar ik verzeker u, +lieve tante, dat niets mij zooveel genoegen zou doen als het bericht +van Valérie's huwelijk met een' man dien zij liefheeft en die haar +waardig is. Want, hoewel ik geen spoor van liefde voor haar voel, +vind ik haar toch een aardige, respectabele jonge dame." + + + +En zoo eindigde dus deze korte roman. Tolstoi heeft de episode uit zijn +leven weergegeven in zijn' roman _Familiegeluk_. Vergelijkenderwijze +kunnen we zeggen, dat hetgeen in het werkelijke leven had kunnen +gebeuren, in dat boek tot werkelijkheid is geworden. De doorleefde +roman was het begin, of beter gezegd, de proloog van de geschrevene, +die door Tolstoi's rijke fantasie tot een kunstwerk is geworden. + + + +Toen het gebouw zijner schoone toekomstdroomen ineen was gestort, +wijdde Tolstoi zich met verdubbelden ijver aan zijne letterkundige +en maatschappelijke werkzaamheden. + + + + +ELFDE HOOFDSTUK. + +EERSTE BUITENLANDSCHE REIS. HET LEVEN TE MOSKOU. BERENJACHT. + + +Den 29sten Januari uit Moskou vertrokken, ging Tolstoi per +postdiligence naar Warschau, en van Warschau per spoor naar Parijs, +waar hij 21 Februari (nieuwe stijl) aankwam. + +Hier werd hij opgewacht door Toerghenjeff, die 23 Januari reeds aan +Droezjinin geschreven had: + +"Tolstoi schrijft mij, dat hij aanstalten maakt om hierheen te +komen, en in de lente van hier naar Italië te gaan; zeg hem, dat hij +zich haaste, indien hij mij treffen wil. Overigens zal ik hem zelf +schrijven. Uit zijne brieven zie ik, dat er zeer heilzame veranderingen +in hem hebben plaatsgegrepen, en ik verheug mij daarover 'evenals +eene oude kindermeid.' Ik heb zijn verhaal _Een Morgen van een' +Landheer_ gelezen, dat mij om zijne oprechtheid en bijna volkomen +vrije beschouwingswijze uitstekend bevallen is. Ik zeg 'bijna', +omdat in den vorm waarin hij zich de vraag gesteld heeft (wellicht +zonder dat hij het zelf weet), nog eenig vooroordeel opgesloten +ligt. De voornaamste indruk van dit verhaal (ik spreek niet van den +indruk dien het als letterkundig product maakt) bestaat hierin dat, +zoolang de lijfeigenschap bestaan zal, er geen mogelijkheid is op +wederzijdsche toenadering en verstandhouding, ook al was men op de +onbaatzuchtigste en eerlijkste manier daartoe bereid. En deze indruk +is goed en juist. Maar behalve dezen krijgt men nog een tweeden, +zijdelingschen indruk, namelijk dat het beschaven van den boer, +het verbeteren van zijn bestaan in 't algemeen tot niets leidt. En +deze indruk is onaangenaam. Het meesterschap over de taal in deze +vertelling is echter bijzonder groot." [98] + + + +Kort na zijne ontmoeting met Tolstoi, schrijft Toerghenjeff aan +Polonski: + +"Tolstoi is hier. Er heeft eene verandering ten goede en van zeer +groote beteekenis met hem plaats gevonden. Deze man zal het ver +brengen en een diep spoor nalaten." + +In een brief aan Kalbasin, gedateerd Parijs 8 Maart, zegt Toerghenjeff: + +"Ik zie Tolstoi hier dikwijls, en ontving van Njekrassoff dezer dagen +een brief uit Rome. + +"Met Tolstoi zal ik toch op den duur niet samen kunnen gaan; onze +opvattingen loopen te zeer uiteen."1 + +Ziehier eene uitspraak van Tolstoi uit denzelfden tijd over +Toerghenjeff en diens vriendin, Madame Viardot, welke uitspraak door +Botkin in een' brief van 8 Maart 1857 aan Droezjinin vermeld wordt: + +... Tolstoi schrijft over zijn bezoek aan hem het volgende: + +"Beiden dwalen, om zoo te zeggen, in het duister rond, zijn verdrietig, +beklagen zich over het leven, voeren niets uit, en schijnen elk +voor zich onder den last hunner wederzijdsche verhouding gebukt te +gaan. Toerghenjeff schrijft dat Njekrassoff plotseling aanstalten +heeft gemaakt om op nieuw naar Rome te gaan. De brief van Tolstoi +beslaat in 't geheel slechts ééne bladzijde, maar is vol moed en +opgewektheid. Duitschland heeft hem zeer veel belang ingeboezemd, +en later wil hij het meer van nabij leeren kennen. Over eene maand +gaat hij naar Rome." [99] + +Uit deze geheele correspondentie blijkt, dat de verhouding tusschen +Tolstoi en Toerghenjeff altijd van onzekeren aard is geweest; ondanks +alle pogingen, zijn zij nooit intiem met elkander kunnen worden. + +In de maand Maart deden Tolstoi en Toerghenjeff een uitstapje naar +Dijon, waar zij eenige dagen doorbrachten. In dien tijd schreef +Tolstoi zijn verhaal over den muzikus Albert. Daarna keerden beiden +naar Parijs terug, waar Tolstoi, gelijk hij in zijn _Biecht_ verhaalt, +eene doodstraf zag voltrekken, hetgeen een onuitwischbaren indruk +op hem maakte. In zijn dagboek beschrijft hij dien indruk in korte +trekken aldus: + +6 Februari 1857. "Ik stond te 7 uren in den morgen op en ging naar +eene executie kijken. Een dikke, blanke, gezonde hals en borst, +een mond die het Evangelie kuste--en toen de dood. Hoe onzinnig! De +indruk was diep. Ik ben geen politikus. Moraal en kunst. Ik weet, +ik heb lief en ik kan.... De guillotine heeft mij langen tijd uit +den slaap gehouden en tot nadenken gebracht." + +Ziehier wat hij daarover in _Biecht_ schrijft: + +"Gedurende mijn verblijf te Parijs heeft het zien van de doodstraf +mij de onstandvastigheid van mijn bijgeloof aan den _Vooruitgang_ +geopenbaard. Toen ik het hoofd van den romp zag scheiden en in een +kist hoorde ploffen, begreep ik--niet met het verstand, doch met +mijn geheele wezen--dat geen enkele gezonde, beredeneerde theorie van +werkelijken _vooruitgang_ zulk eene handeling kon rechtvaardigen. Ook +al hadden alle menschen ter wereld, van de schepping af tot heden, +volgens welke theorie dan ook gevonden, dat zoo iets noodig was, weet +ik toch dat het _niet_ noodig, dat het slecht is, en dat mijn hart, +juister dan de menschen en juister dan de _vooruitgang_, oordeelt +dat het dwaling is." + +De reis naar Rome stelde Tolstoi tot den herfst uit; maar in de lente +ging hij uit Parijs rechtstreeks naar Genève, vanwaar hij zijne tante +onder anderen schrijft: + +"Ik heb anderhalve maand te Parijs doorgebracht, en wel zoo aangenaam, +dat ik dagelijks tot mij zelven gezegd heb goed gedaan te hebben +door in den vreemde te gaan. In gezelschappen en in de letterkundige +wereld ben ik weinig geweest; ook cafés en publieke bals heb ik niet +dikwijls bezocht; maar desondanks heb ik hier zooveel nieuwe en voor +mij interessante dingen leeren kennen, dat ik elken dag bij het naar +bed gaan tot mij zelven zei: hoe jammer dat de dag zoo schielijk +voorbijgaat; ik heb zelfs geen tijd gehad tot werken, zooals ik van +plan was. + +"De arme Toerghenjeff is physiek zeer ziek, en zedelijk nog meer. Zijne +ongelukkige _liaison_ met Madame Viardot en hare dochter houdt hem +terug in een klimaat dat schadelijk voor hem is. Het is treurig om +aan te zien. Ik had nooit gedacht dat hij zóó kon liefhebben." + +Uit Génève deed Tolstoi een uitstapje naar Piémont, in gezelschap +van Botkin en Droezjinin, die er ook gekomen waren, en bleef toen +eenigen tijd aan het meer van Genève, te Clarens, vanwaar hij zijne +tante een opgeruimden brief schreef: + + + +"Clarens, 18 Mei 1857. + + +"Ik heb uw' brief ontvangen, beste tante, die mij, zooals u uit +mijn laatsten brief gebleken zal zijn, in de omstreken van Genève +bereikt heeft--in hetzelfde dorp Clarens, waar de Julie van Rousseau +gewoond heeft.... Ik zal niet trachten u de schoonheid van dit land +te schilderen, vooral nu alles in blad en bloem staat; alleen wil ik +u zeggen, dat het letterlijk onmogelijk is om van dit meer en deze +oevers te scheiden, en dat ik het grootste deel van mijn' tijd met +zien en bewonderen doorbreng, hetzij ik wandel of eenvoudig voor het +venster van mijne kamer zit. Voortdurend wensch ik mij geluk, dat ik +op het denkbeeld kwam Parijs te verlaten en hier de lente te gaan +doorbrengen, hoewel ik daardoor van uw' kant het verwijt verdiend +heb onstandvastig te zijn. Waarlijk, ik ben gelukkig en begin de +voordeelen te gevoelen van met een helm te zijn geboren. + +"Er is hier een charmant gezelschap Russen, waartoe de Poeschtschin's, +de Karamzin's en de Meschtscherski's behooren, die mij allen (de hemel +weet waarom!) mogen lijden. Ik gevoel dit; in de maand die ik hier heb +doorgebracht bevalt het mij zoo goed en heb ik het zoo naar mijn zin, +dat ik met leedwezen aan mijn vertrek denk." [100] + + + +Behalve deze vrienden woonde toen in den omtrek van Genève, aan den +oever van het meer, in het plaatsje Beaucage eene vriendin van Tolstoi, +met name Alexandra Andrejewna Tolstoi, hofdame bij de grootvorstin +Maria Nikolajewna, die daar een zoon van graaf Stroganoff ter wereld +had gebracht. Het bezoeken van deze dames verschafte Tolstoi zeer +veel genoegen. + +Nadat hij omstreeks twee maanden in Clarens had doorgebracht, +besloot hij zijne reis te voet voort te zetten. Hij had daar met eene +Russische familie kennis gemaakt, waartoe een jongen van omtrent 10 +jaar, Sascha, behoorde, dien hij uitnoodigde om mee het gebergte in +te gaan. Aanvankelijk was hun doel om over den Col de Jaman Freiburg +te bereiken; maar toen zij dezen pas waren overgetrokken, veranderden +zij van besluit en sloegen den weg naar Chateau d'Oex in, vanwaar +zij per post-diligence naar Thun reden. + +In de onuitgegeven manuscripten van Tolstoi zijn reis-aanteekeningen +van dezen tocht bewaard gebleven. Daaraan ontleenen wij eenige +beschrijvingen van Zwitsersche natuurtafereelen. + +Eerst voer Tolstoi per stoomboot van Clarens naar Montreux. + + + +"15/27 Mei 1857. + +"Het weder was helder. Het hemelsblauwe Meer van Genève, met zijne +witte en zwarte stippen van zeilen en booten, lag daar blinkend aan +drie zijden voor ons. Rondom Genève en ver weg over het blauwe meer +hing eene trillende, donkere, warme lucht; op den tegenoverliggenden +oever verhieven zich de steile bergen van Savoye met hunne witte +huisjes aan den voet, en eene gespleten rots, die de gedaante had +eener reusachtige witte vrouw in een oud gewaad. Links, juist boven +eene reeks van aangrenzende geel-roode wijngaarden, zag men, in een +donkergroen bosch van oofttuinen, Montreux met zijne bevallige kerk, +die aan de zachte glooiing van den berg hing. Aan den oever lag +Ville Neuve met zijn krans van huizen, die helder in de middagzon +blonken, de geheimzinnige kloof Salais, met de op elkander gestapelde +bergen; het witte, ongastvrije Chillon, vlak boven het water, en het +veelbezongen eilandje, dat droomerig maar toch schilderachtig tegenover +Ville Neuve verrijst. Het meer rimpelde, de zon straalde recht boven +zijne hemelsblauwe oppervlakte, en de over het meer verspreide zeilen +lagen roerloos stil. + +"Verwonderlijk! Ik had twee maanden in Clarens doorgebracht, maar +telkens als ik des morgens, of in 't bijzonder bij het vallen van +den avond, na het eten, de blinden van het venster opende, waarover +reeds eene schaduw gleed, en mijn' blik liet glijden over het meer +met de blauwe bergen in 't verschiet, die er zich in spiegelden, dan +verblindde mij die schoonheid en was ik plotseling onder den indruk +harer verbijsterende macht. Eensklaps ontwaakte dan in mij eene zucht +naar liefde, ja, ik gevoelde liefde voor mij zelven, betreurde het +verleden, hoopte op de toekomst en begroette het leven met vreugde, +wenschte lang, zeer lang te leven, en beschouwde het denkbeeld van +den dood als eene kinderachtige, dichterlijke vrees. Somtijds, als +ik, alleen in het belommerde tuintje gezeten, onafgebroken naar die +oevers en dat meer staarde, gevoelde ik zelfs een zekeren physieken +indruk, alsof die machtige schoonheid door het oog zich in mijne +ziel uitstortte." + + + +Het volgende verplaatst ons in de bergen: + + + +"...Boven ons zongen woudvogels, die zich niet boven het meer, +de dennenbosschen en de bewoonde streken laten hooren. Onze tocht +was zoo verrukkelijk, dat het ons speet slechts kort te kunnen +toeven. Plotseling woei ons een ongewoon heerlijke, een echte lentegeur +tegemoet. Sascha snelde het bosch in en plukte kersebloemens af, +doch deze gaven bijna geen geur. Aan weerszijden zag men groene +boomen en struiken zonder bloemen. De zachte, welriekende geur werd +al sterker en sterker. Nadat wij een honderd schreden geloopen hadden, +opende zich het struikgewas aan de rechterhand en vertoonde zich eene +uitgestrekte, glooiende, lichtgroene vlakte, met eenige hier en daar +verspreide huisjes, voor onze oogen. + +"Sascha snelde het veld in, plukte met beide handen witte narcissen +en bracht mij een kolossalen ruiker, die een onverdragelijken +geur verspreidde. Maar dit was den knaap nog niet genoeg: met de +vernielzucht, kinderen eigen, draafde hij nogmaals het veld in, en +trok een aantal prachtige, jonge zonnebloemen af, die bijzonder naar +zijn' zin waren...." + +In Les Avants bleven zij overnachten. Na de bestijging van een' berg, +schrijft Tolstoi de volgende gedachten neer: + + + +"16/28 Mei 1857. + + +"Terecht had men mij gezegd dat, hoe hooger men komt in 't gebergte, +hoe gemakkelijker het loopen wordt. Wij hadden reeds een uur geloopen +en voelden geen van tweeën het gewicht onzer rug-zakken, zelfs geen +vermoeienis. Ofschoon wij nog geen zon zagen, wierp zij toch hare +stralen rakelings over eenige rotsen en pijnboomen aan den horizon, +op de hoogten tegenover ons. Omlaag hoorde men het doffe bruisen +der bergstroomen; rondom ons vloeide slechts wat sneeuwwater, en +bij eene kromming van den weg zagen wij op nieuw het meer met Valès +op ontzettende diepte voor ons liggen. Aan den voet der Savooische +bergen was het water geheel blauw, evenals het meer, maar donkerder; +doch verder op, waar het door de zon beschenen werd, had het een +volmaakt lichtroode tint. De besneeuwde bergen werden talrijker; +zij schenen hooger en meer afwisselend in vorm. De zeilen en booten +lieten zich als nauw merkbare stippen op het meer zien. Het was mooi, +zelfs verrassend mooi, maar niet wat ik natuurschoon noem. + +"....Ik houd niet van die zoogenaamde grootsche en merkwaardige +gezichten, die voor mij iets kouds hebben. Wat ik liefheb is de +natuur als zij mij aan alle kanten omgeeft en zich daarna ontrolt +in een eindeloos verschiet. Ik heb haar lief als mij aan alle zijden +eene warme lucht omringt, en die lucht al golvend zich uitstrekt in de +onbegrensde verte; als dezelfde sappige grashalmen, die ik druk wanneer +ik er op zit, de onafzienbare weiden met een kleed van groen bedekken; +als dezelfde bladeren, die, door den wind bewogen, hunne schaduw over +mijn aangezicht laten glijden, den donkergroenen omtrek van een ver +afzijnd woud verraden; als dezelfde lucht, die mij doet ademen, het +donkerblauwe gewelf van den oneindigen hemel vormt; als ik niet de +eenige ben die jubelt en zich verblijdt in de natuur; als duizenden +insecten rondom mij gonzen en zwermen, het vee in troepjes dartelt, +en overal in 't rond de vogels zingen.... + +"Hier stond ik voor eene naakte, koude, ledige, grauwe vlakte, met +geen ander tooisel dan de krippen zoom van het verschiet. Maar dit +alles lag zoo ver, dat ik het ware natuurgenot niet smaakte, dat ik +mij geen deel gevoelde van dit gansche grenzenlooze en overschoone +tafereel. Ik behoorde niet tot dat verschiet...." + + + +Zijne reis voortzettende, kwam Tolstoi in Lucern, vanwaar hij zijne +tante het volgende schrijft: + + + +"Lucern, 6 Juli 1857. + +"Ik meen u geschreven te hebben, beste tante, dat ik uit Clarens +vertrokken ben met het doel om eene vrij groote reis te ondernemen +door het noorden van Zwitserland, langs den Rijn, en verder door +Holland naar Engeland. Van daar denk ik op nieuw naar Frankrijk en +Parijs te gaan, om dan in de maand Augustus eenigen tijd in Rome +en Napels door te brengen. Indien ik tegen zeereizen bestand ben, +hetgeen blijken zal wanneer ik van den Haag naar Londen ga, denk ik +over de Middellandsche Zee, Konstantinopel, de Zwarte Zee en Odessa +terug te keeren. Maar dit zijn slechts plannen, die ik wegens mijne +wispelturigheid, welke u mij terecht verwijt, beste tante, misschien +niet zal verwezenlijken. Ik ben te Lucern aangekomen. Dit is eene +stad in het noorden van Zwitserland, niet ver van den Rijn; ik heb +mijne reis wat vertraagd, om eenige dagen in dit bekoorlijke stadje +door te brengen. Ik ben weer geheel alleen, en wil u wel bekennen, +dat de eenzaamheid mij zeer dikwijls bezwaart; want bij de kennissen, +die men in hôtels en onder weg in den trein maakt, moet men zijne +toevlucht niet gaan zoeken. Deze afzondering heeft echter ook de +goede zijde, dat zij mij tot den arbeid drijft. Ik werk een weinig, +maar het gaat slecht, zooals des zomers meest het geval is..." [101] + + + +Gedurende Tolstoi's verblijf te Lucern viel er iets voor, dat door +hem in de _Gedenkschriften van prins Nechljoedoff_ verteld wordt. Dit +verhaal staat met het jaartal '57 gemerkt, en moet dus op deze reis +betrekking hebben. + +In deze episode wisselt, naar men weet, de schoone beschrijving +der Zwitsersche natuur af met eene uiting van misnoegen over het +bederven van de natuur-harmonie ten believe van rijke toeristen, +meerendeels Engelschen. + +De tegenstelling tusschen de doodsche _convenance_ aan de table d'hôte +en de wilde, maar boeiende, levendige schoonheid van het meer treft +den schrijver. En dit gevoel wordt sterker, als hij een' straatzanger +hoort, die zijn lied met de gitaar begeleidt. Dit lied trok als met +een' tooverslag mijne geheele aandacht, en stemde mijne ziel in een' +toon van onuitsprekelijke harmonie. + +Alle verwarde, onwillekeurige indrukken des levens kregen plotseling +voor mij beteekenis en bekoring. In mijn gemoed ontlook als 't ware +eene frissche, welriekende bloem, en de mij tot op dit oogenblik +neerdrukkende vermoeienis, verstrooidheid en onverschilligheid werden +als weggevaagd en maakten plaats voor een' drang naar liefde, voor eene +hoopvolle stemming en voor eene niet te verklaren levensvreugde. En het +was mij of eene innerlijke stem mij zeide: "Wat kan men nog wenschen, +wat nog verlangen? Hier is zij, de schoonheid, de poëzie, die u aan +alle kanten omringt. Dat wij haar inademen met ruime, volle teugen, +haar genieten met al onze krachten! Wat behoeven wij nog meer? Al +die zaligheid is ons!..." + + + +En andermaal omfloersen de doodsche, vormelijke Engelschen die +wondervolle bloem der poëzie met een zwarten sluier.... + +De zanger had zijn lied geëindigd, nam zijn hoed in de hand en hield +dien voor de vensters van het rijke hôtel, waarvan het balkon met +een drom van elegant gekleede toehoorders gevuld was. Doch niemand +gaf hem iets.... + +Door de steenen gevoelloosheid van deze lieden getroffen, snelt Tolstoi +naar den muzikant en noodigt hem uit in het hôtel eene flesch wijn +te komen drinken. Zijne tartende houding gaf aanstoot, maar dat wil +hij juist; hij wil de zelfgenoegzaamheid der rijken kwetsen, wil zijn +misnoegen over hunne gevoelloosheid laten blijken. Men liet het voorval +bijna onopgemerkt voorbijgaan, maar in den schrijver blijft een gevoel +van bitterheid over het onrecht dier menschen en hunne onvatbaarheid +om het hoogere geluk te begrijpen, even eenvoudig als menschelijk, +en het harmonisch verband daarvan met de natuur. In die stemming +spreekt hij de toeschouwers met de volgende overredende woorden toe: + +"Gij, kinderen van een vrij, humaan volk, gij Christenen--gij +_menschen_! waarom hebt gij het weldadige genot, dat u een ongelukkig +smeekend man verschafte, met koelheid en spot beantwoord? Maar +neen... in uw vaderland zijn toevluchtshuizen voor armen. Er moesten +ook geen armen zijn, er moest geen gevoel van medelijden zijn, +waarop de armoede steunt! Doch deze man heeft zich moeite gegeven +om u genoegen te doen, heeft u gebeden hem iets van uw' overvloed +te geven voor zijn werk, waarvan gij genoten hebt. En van uwe +hooge praalvertrekken zaagt gij hem aan met een kouden glimlach, +als ware hij een curiositeit; en onder u honderden gelukkigen en +rijken was niet één persoon te vinden, die hem iets toewierp voor +zijne moeite! Beschaamd is hij toen heengegaan, gevolgd door de domme +menigte, die niet _u_ maar _hem_ uitjouwde, omdat _gij_ hardvochtig, +koud en gewetenloos zijt. Men heeft _hem_ gehoond, omdat _gij_ hem +het genot hebt ontstolen, dat hij u verschafte! + +"_Den 7den_ Juli 1857 zong te Lucern voor het hôtel Schweizerhof, +waarin de rijkste lieden logeeren, een reizend liedjeszanger een +half uur lang liederen, en speelde daarbij op de gitaar. Omtrent +tweehonderd personen hoorden hem aan. De zanger smeekte allen tot +driemaal toe hem iets te geven. Maar geen van deze lieden gaf hem +iets en velen lachten hem uit. + +"Dit is geen verzinsel, doch een beslist feit, dat elk die wil bij de +tegenwoordige gasten van het _Schweizerhof_ kan onderzoeken, terwijl +men uit de dagbladen kan te weten komen wie de vreemdelingen waren, +die er den 7den Juli logeerden. + +"Ziedaar eene gebeurtenis, welke de geschiedschrijvers van onzen tijd +met vlammende, onuitwischbare letteren moesten opteekenen!" + + + +En aan zijne borst ontsnapt een kreet van verbazing over het +onbegrijpelijke in dien heelen chaotischen samenhang van feiten, +voortvloeiende uit de menschelijke verhoudingen met hunne oppervlakkige +gevoelens, gesteld tegenover de machtige natuur met hare harmonische +grootheid. In pathetischen, dichterlijken vorm drukt de schrijver +zijne gemoedsstemming uit en eindigt het verhaal aldus: + +"Een ongelukkig, deerniswaardig schepsel is de mensch met zijne +behoefte aan nauwkeurige definities, en dobberend op die steeds +bewogen, grenzenlooze zee van goed en kwaad, van feiten, beschouwingen +en tegenstrijdigheden. Sinds eeuwen kwellen en spannen de menschen +zich in, om het goede aan den eenen, het kwade aan den anderen +kant te schuiven. Eeuwen zullen voorbijgaan, doch waar en wat het +onpartijdige verstand ook legge in de weegschaal van het goede en +kwade, de balans zal niet doorslaan en aan elken kant evenveel goed +als kwaad bevatten. Dat de mensch toch eens leere niet zoo spoedig en +beslist te oordeelen en te denken; mocht hij eens leeren geen antwoord +te geven op vragen, welke hem alleen gegeven zijn om altijd vragen te +blijven! Begreep hij maar, dat elke gedachte tegelijk valsch en juist +is. Valsch is zij om hare eenzijdigheid en doordien de mensch in de +onmogelijkheid is om de geheele waarheid te begrijpen; en juist, omdat +elke gedachte uiting geeft aan ééne zijde van het menschelijk streven. + +"Dien steeds bewogen, grenzenloozen, eeuwig wisselenden chaos van +goed en kwaad heeft de mensch in afdeelingen gesplitst; hij heeft +denkbeeldige lijnen over die zee getrokken en wacht of ook de zee +zich zal verdeelen. Alsof er van een ander standpunt, op een ander +vlak, geen millioenen andere verdeelingen te maken zijn! 't Is waar: +het zijn de eeuwen welke die nieuwe verdeelingen maken; maar ook de +eeuwen zijn bij millioenen voorbij gegaan, en andere zullen volgen! + +"Beschaving is iets goeds, barbaarschheid iets kwaads; vrijheid +iets goeds, slavernij iets kwaads. Zulke denkbeeldige kennis +dooft in de menschelijke natuur hare instinctmatige, heiligste en +allereerste behoefte aan het goede. Wie zal mij zeggen wat vrijheid +of dwingelandij, wat beschaving of barbaarschheid is? Waar zijn de +grenzen van het een en van het ander? In wiens ziel is een maatstaf +voor goed en kwaad, nauwkeurig genoeg voor het meten van samengestelde, +ontastbare feiten? Wiens verstand is groot genoeg om alle feiten uit +het verleden te begrijpen en te wegen? Waarom zie ik van het eene +meer dan van het ander, indien het standpunt, waarop ik sta, niet de +oorzaak is? En wie is in staat, zij het slechts voor een oogenblik, +zijn' geest zóó geheel van 't leven los te maken, dat hij onafhankelijk +op dat leven neerziet....? + +"Wij hebben één, slechts één onfeilbaren gids en leidsman, een Geest, +alomtegenwoordig, Die ons allen tezamen en elk in 't bijzonder +doordringt, Die in ieder een streven wekt om te doen wat noodig +is! Dezelfde Geest, Die een' boom doet groeien in de zon, eene +bloem zaden doet geven in den herfst, noopt ons menschen nader tot +elkaar te komen, zonder dat wij er van bewust zijn. En die eenige +onfeilbare Heilige Geest spreekt luider dan onze woelige kreten van +ontwikkeling en beschaving! Wie is meer _mensch_ of meer _barbaar_: +de _lord_, die bij het zien van de versleten kleeren van den zanger +verontwaardigd van zijne tafel wegloopt, den arme voor zijne moeite +niet het millioenste deel van zijn vermogen geeft, en dan, verzadigd, +in een licht, geriefelijk vertrek kalm gaat zitten nadenken over de +gebeurtenissen in China, waarbij hij de aldaar gepleegde moorden +rechtvaardig vindt? Of de _nederige zanger_, die, op gevaar van +gevangenisstraf, met een franc op zak, twintig jaar lang en zonder +iemand te schaden over bergen en door dalen trekt, de menschen +met zijn gezang en snarenspel opvroolijkend.... en thans, gehoond, +bespot, ja bijna weggejaagd, vermoeid, beschaamd en hongerig, zich +mogelijk ergens op een hoop vuil stroo te slapen heeft gelegd....? Neen +(zeide ik onwillekeurig tot mijzelf), men heeft ongelijk dien zanger +te beklagen en de welvaart van den lord te benijden. Wie zal het +innerlijke geluk durven schatten, dat in de ziel van elk dezer menschen +verborgen ligt? De zanger zit misschien nu ergens op een bemodderde +stoep, aanschouwt den hemel met zijn blinkend maan- en sterrenlicht, +en zingt blijmoedig in den stillen, geurenden nacht: in _zijne_ ziel +is geen verwijt, geen boosheid of berouw! Maar wie zal weten wat nu +omgaat in de ziel van al die rijken achter gindsche hooge muren? Wie +zal weten, of die allen even zoete, zorgelooze levensvreugde en +vrede met de wereld hebben, als er huist in 't hart van dien armen, +nederigen, gehoonden zanger....? + +"O, hoe oneindig groot is de goedheid en wijsheid van Hem, +Die al die tegenstrijdigheden in 't aanschijn riep en liet +voortbestaan! Tegenstrijdigheden? Zoo komen zij ons, nietigen wormen, +voor, die driest en misdadig in Zijne wetten en besluiten pogen door +te dringen. Vol liefde ziet Hij van Zijne stralende, onbereikbare +hoogten op ons neder en verbergt Zich in de eindelooze harmonie, +waarin wij met al onze tegenstrijdigheden ons rusteloos bewegen. In +uwen trots, o sterveling, denkt gij u aan de algemeene wetten te +onttrekken! Neen,... ook gij, met uw nietswaardigen, laffen onwil tegen +de armen--ook gij hebt aan den harmonischen eisch van het eeuwige en +oneindige beantwoord...." + + + +Van Lucern vervolgde Tolstoi zijne reis, eerst langs den Rijn naar +Schaffhausen, Baden en Stuttgart, en vervolgens naar Berlijn. + +Den 8sten Augustus was hij reeds in Stettin, en van daar kwam hij +per stoomschip op 30 Juli/11 Augustus te St.-Petersburg. + +In Petersburg vertoefde hij eene week, bezocht het gezelschap van +den _Sawremjennik_, vertoefde bij Njekrassoff en las dezen onder +andere zijn verhaal _Lucern_ voor, dat in de September-aflevering, +jaargang 1857, van den _Sawremjennik_ gedrukt werd. Den 6den Augustus +vertrok hij naar Moskou en daarna reisde hij bijna zonder ophouden +door naar Toela. + +Na zijne aankomst in Jasnaja Paljana verdiepte hij zich weer geheel +in het beheer zijner goederen. + +In zijn dagboek uit dien tijd vinden wij, onder andere, de volgende +aanteekeningen: + +"Ziehier hoe ik mijne werkzaamheden heb ingedeeld: de hoofdzaak is +letterkundige arbeid, dan familieplichten, vervolgens het bestuur +mijner goederen, dat ik echter zooveel mogelijk in handen van +den starosta moet laten; ik wil het werk verlichten, het landgoed +verbeteren, de uitgaven tot 2000 roebel bezuinigen, en de rest voor +de boeren gebruiken. Mijn groot struikelblok is de ijdelheid van het +liberalisme. En zoo leef ik,--doe dagelijks eene goede daad--en dat +is genoeg!" + + + +Korten tijd later schreef hij: + +"Zelfverloochening bestaat niet hierin, dat men zich onthoudt wat men +begeert, maar dat men ijvert, zijn verstand en zijn vernuft gebruikt +om zich zelf te geven." + +De maand Augustus wijdde hij aan lectuur; hij las twee merkwaardige +boeken: _De Ilias_ en _Het Nieuwe Testament_. Beide maakten een diepen +indruk op hem: + +"Ik heb de verrukkelijke _Ilias_ tot het einde toe gelezen...", +zoo drukte hij zich uit; en de schoonheid dezer twee boeken doet hem +bejammeren, dat er tusschen beide geen verband is. + +"Hoe kon Homerus niet weten, dat het goede zetelt in de liefde," +roept hij uit, terwijl hij in gedachten beide boeken vergelijkt. "Er +is geen betere uitlegging dan de Openbaring." + + + +Half October verhuisden Tolstoi, zijn oudste broeder Nikolaas en +zijne zuster Maria naar Moskou. Uit zijn dagboek zien wij, dat hij +daar reeds den 17den October was. Den 22sten vertrok hij voor eenige +dagen naar Petersburg. + +Tolstoi's verhaal _Lucern_ (uit de _Gedenkschriften van +prins Nechljoedoff_), dat, zooals wij boven zeiden, in de +September-aflevering van den _Sawremjennik_ opgenomen is, werd door +de kritiek niet begrepen en bleef bijna onopgemerkt. + +Het zwijgen der kritici levert een rechtstreeksch en klaar bewijs +van hunne eenzijdigheid, bekrompenheid en kortzichtigheid. Volgens +eene opmerking van Zelinski, die een' bundel kritische verhandelingen +over Tolstoi heeft uitgegeven, vond hij, ondanks alle moeite, in de +periode 1857-1861 geen afzonderlijke kritische verhandelingen of +recensiën over Tolstoi's geschriften, niettegenstaande in de jaren +vóór en in dit tijdperk werken als: _Jongelingsjaren_, _Lucern_, +_Albert_, _De drie Dooden_, _Familiegeluk_ in druk verschenen. + +Deze onverschilligheid der kritici was Tolstoi niet ontgaan; en na +zijne reis naar Petersburg, in October 1857, schreef hij in zijn +dagboek: + +"Petersburg heeft mij eerst gekrenkt en daarna gerechtvaardigd. Mijne +reputatie was gevallen of bijna dood, en innerlijk heeft mij dit zeer +bedroefd; maar nu ben ik gerust en weet ik, dat ik iets te zeggen +heb en het vermogen bezit om met kracht te spreken. Zeg voortaan maar +wat gij wilt, publiek! Ik zal toch volgens mijn geweten werken, alle +krachten inspannen, en dan.... dan mogen zij op het altaar spuwen!" + + + +Op 30 October keerde Tolstoi naar Moskou terug. Gedurende zijn verblijf +daar bezocht hij dikwijls Fet, die in zijne _Herinneringen_ daarvan +het volgende verhaalt. + +"Op zekeren avond, onder de thee, kwam Tolstoi onverwacht bij +ons en deelde mede, dat zijne familie, namelijk hij, zijn oudste +broeder Nikolaas en zijne zuster, gravin Maria Nikolajewna, +tezamen gemeubileerde kamers gehuurd hadden bij Warghin in de +Pjatnitzkaja-straat. Weldra kwamen wij met elkander in kennis. + +"Ik herinner mij niet, onder welke omstandigheden de gebroeders +Tolstoi, Leo en Nikolaas, met S. S. Gromeka hebben kennis gemaakt; +waarschijnlijk is het bij ons in huis gebeurd. Zeer spoedig waren +alle drie met elkander op goeden voet, daar zij hartstochtelijke +jagers bleken te zijn." [102] + + + +Tolstoi's leven te Moskou heeft zich in die jaren (omstreeks '50) +door niets bijzonders gekenmerkt. Zijne physieke natuur was toen in +hare volle kracht en activiteit, en drong hem tot gymnastische spelen +en wereldsche genoegens. + +Fet verhaalt dat er nu en dan 's avonds duetten bij hem werden +georganiseerd, waarbij gravin Maria Tolstoi, eene pianiste en +liefhebster van muziek, tegenwoordig was--somtijds vergezeld door +hare twee broeders Leo en Nikolaas, of alleen door Nikolaas, die dan +de afwezigheid van onzen schrijver verontschuldigde met te zeggen: + +"Leo is weer met rok en witte das naar een bal gegaan." + +In het volgende uittreksel uit de _Herinneringen_ van Fet wordt van +eene dergelijke tijdpasseering gewag gemaakt: + +"I. P. Borisoff, een niet alledaagsch man, die Tolstoi reeds in den +Kaukasus gezien had, kwam reeds bij de eerste ontmoeting met hem, te +mijnen huize, onder den onwederstaanbaren invloed van zijn genie. Maar +in die dagen viel Tolstoi's pronkzucht sterk in het oog, en toen nu +Borisoff hem op zekeren dag in een nieuwe pelsjas met kraag van grijs +berenbont, met glimmenden hoed, die op één oor stond en waaronder de +blonde krullende haren golfden, en met een model-rotting in de hand +uit wandelen zag gaan, maakte hij een versje op hem: + + + "Hij leunt op zijn stokje, + En pronkt met zijn glimmenden hoed." + + +"Destijds waren onder de aristocratische jeugd gymnastische +oefeningen in de mode, waaronder vooral het springen over een houten +paard. Gebeurde het dat men Tolstoi te twee ure in den namiddag wilde +spreken, dan was men genoodzaakt naar den tuin der gymnastiekschool +op de Balschaja Dmitroffska te gaan. Daar zag men hem, in tricot +gekleed, met opgewektheid alle krachten inspannen om over het +paard te springen, zonder den lederen, met haar opgevulden kegel +aan te raken, die op den rug was geplaatst. Het verwondert ons niet +dat de bewegelijke, energieke natuur van den 29-jarigen schrijver +zulke inspannende oefeningen noodig had; maar vrij zonderling was het +bejaarde mannen met kale hoofden en dikke buiken met de jongelieden te +zien meedoen. Een jonge, doch gehuwde man, die in een rose tricot-pak +zijn beurt afwachtte, kwam bij elken aanloop met de borst tegen het +kruis van het paard terecht, en ging dan bedaard ter zijde, om voor +den volgenden plaats te maken." [103] + +In het begin van Januari 1858 kwam gravin Alexandra Andrejewna Tolstoi, +eene vriendin uit Tolstoi's jeugd, Moskou bezoeken. Tolstoi bracht +haar met den Nikolajeff-spoorweg naar Klin en reisde van hier naar +prinses Wolkonskaja, van wie wij reeds in het hoofdstuk over Tolstoi's +voorouders van moederszijde melding hebben gemaakt. Deze prinses was +eene nicht van Tolstoi's moeder, had uit plichtsgevoel bij haar op +Jasnaja Paljana gewoond, en kon onzen schrijver veel belangrijks over +zijn vader en moeder vertellen. + +Tolstoi heeft de aangenaamste herinneringen aan dit bezoek bewaard, +en in den tijd dien hij bij haar doorbracht zijn verhaal _De drie +Dooden_ geschreven. + +Blijkbaar begon het denkbeeld van den dood hem ernstig te verontrusten, +en gelijk steeds het geval was, lag de mogelijke oplossing van dit +nieuwe probleem voor hem in de harmonie van het verstand met de +natuur. Deze zienswijze afvallen beteekende onuitsprekelijk lijden; +haar volgen, daarentegen, altijddurend heil, waarmede ook de angel +des doods zou verdwijnen. + +In Februari keerde hij naar Jasnaja Paljana terug. Daarop ging +hij opnieuw naar Moskou en vandaar in Maart voor twee weken naar +Petersburg. In April was hij in Jasnaja terug, waar hij den geheelen +zomer doorbracht. In deze periode besteedde Tolstoi ook veel tijd aan +muziek, en richtte hij zelfs, met medewerking van Botkin, Perfiljeff, +Mortje en anderen in Moskou, een muziekgezelschap op. Mevrouw +Kirjejeffskaja stelde haar salon beschikbaar voor de concerten. Uit +dit gezelschap heeft zich het Moskousche Conservatorium gevormd. In +ditzelfde jaar kwam onze schrijver te Moskou in nauwe aanraking met +het gezin van den reeds bejaarden S. T. Aksakoff. + +De lente oefende op Tolstoi eene prikkelende werking uit. Deze +opwelling van energie wordt door hem in een' brief aan zijne tante, +gravin A. A. Tolstoi, in dat jaar 1858 geschreven, goed weergegeven: + + + +"Grootmoedertje! [104] Lente... + +"Heerlijk is het leven hier op aarde voor goede menschen; zelfs voor +iemand als ik is het hier goed te zijn. In de natuur, in de lucht, +in alles ligt hoop, toekomst, eene verrukkelijke, bekoorlijke +toekomst.... Soms dwaalt men, als men denkt dat alleen de natuur +eene gelukkige herleving wacht; die vreugde wacht ook ons. In zulk +een toestand ben ik thans, en met de mij eigene zelfzucht haast ik +mij u over dingen te schrijven, die alleen voor mij van belang zijn. + +"De invloed der lente op mij is van dien aard, dat ik in mijne +overmaat van illusiën mij soms verbeeld eene plant te zijn, die, nu +met andere ontloken, bestemd is om rustig en tevreden op de wereld +te blijven groeien. Onder deze indrukken en in dit jaargetijde heeft +eene verandering, eene loutering, eene omkeering in mij plaats, +zooals iemand die deze gewaarwording niet heeft ondervonden, zich +niet kan voorstellen. De oude mensch is verdwenen. Alle wereldsche +verlangens, alle traagheid, alle zelfzucht, alle ondeugden, alle +onzinnige, onklare begrippen, alle medelijden, ja zelfs het berouw, +zijn verdwenen, en hebben plaats gemaakt voor eene ongewone bloem, +die hare bladeren ontplooit en tegelijk met de lente groeit...." + + + +Het slot van dezen langen, interessanten brief, dien wij hier +gedeeltelijk aanhalen, luidt: + +"Vaarwel, beste tante, wees niet boos op mij om de dwaasheden die +ik u geschreven heb, en antwoord mij met een verstandig woordje, +dat gekruid is met goedheid, met Christelijke goedheid. Ik had er u +al lang opmerkzaam op willen maken, dat het voor u gemakkelijker is +in het Fransch te schrijven, terwijl ik de gedachten eener vrouw in +het Fransch beter begrijp." [105] + +In de lente van dat zelfde jaar kwamen Fet en zijne vrouw, op hunne +doorreis van Moskou naar hun landgoed, Tolstoi in Jasnaja Paljana +bezoeken. + +In zijne _Herinneringen_ geeft Fet een verhaal van dit bezoek, +en schetst tegelijkertijd op interessante wijze Tolstoi's tante en +opvoedster, Tatjana Alexandrowna Jergalskaja. + +"Nadat wij eene warme en ruime matten kibitka hadden gekocht, waarvoor +een paar flinke postpaarden werden gespannen, gingen wij met een +kamermeisje (waaraan Tolstoi den verdichten naam Maria gegeven heeft) +[106] naar Mtzensk. Van een' spoorweg was destijds nog geen sprake, +maar van de langs den weg geplaatste telegraafpalen zei het volk, +dat men daarover een draad zou spannen en er den wil uit Petersburg +langs zou zenden. + +"Voor dien tijd waren wij al zóó eigen met graaf Tolstoi geworden, +dat ik het als een groot verzuim zou hebben beschouwd niet een dagje +bij hem op Jasnaja Paljana te gaan uitrusten. Daar werden mijne +vrouw en ik voorgesteld aan eene charmante oude dame, Tolstoi's tante +Tatjana Alexandrowna Jergalskaja, die ons met die goede, ouderwetsche +vriendelijkheid ontving, welke het verblijf in een vreemd huis zoo +aangenaam en aantrekkelijk maakt. Tatjana Alexandrowna verdiepte zich +niet in herinneringen aan lang vervlogen tijden, maar leefde geheel +met hare tegenwoordige omgeving mee. + +"Zij vertelde dat eenige dagen te voren Sergius Tolstoi uit Pirogoff +bij hen geweest was, dat Nikolaas nog altijd met 'Marietje' in Moskou +vertoefde, maar dat Leo's vriend D... er onlangs geweest was, en +over de zenuwziekte van zijne vrouw geklaagd had.... In moeilijke +quaestiën wendde tante zich altijd tot haar neef Leo, en legde zij +zich ten slotte bij zijne meening neder. Op zekeren herfstdag reden +beiden eens naar Toela, toen tante, die aandachtig uit het raampje +van het rijtuig had gekeken, plotseling de vraag deed: + +"'_Mon cher Léon_, zeg mij eens, hoe schrijft men brieven met de +telegraaf?' + +"'Toen heb ik,' verhaalde Tolstoi, 'mijne tante zoo eenvoudig mogelijk +de werking van een telegraaftoestel uitgelegd,' na afloop waarvan +zij had uitgeroepen: '_Oui, oui, je comprends, mon cher_.' + +"Ruim een half uur had tante hare oogen langs den draad laten dwalen, +toen zij eindelijk verwonderd zeide: + +"'_Mon cher Léon_, hoe zit dat nu? Een half uur lang heb ik geen +enkelen brief langs de telegraaf zien vliegen.' + +"'Somtijds,' zoo verhaalde Tolstoi ons, 'zit ik hier met tante eene +maand lang, zonder bloedverwanten of kennissen te zien, totdat zij +opeens, bij het opscheppen van de soep bij voorbeeld, met een opgewekt +gezicht uitroept: + +"'_Mais savez-vous, mon cher Léon, on dit...._'" + + + +Wij zullen hier het tweede gedeelte van Tolstoi's herinneringen +aanhalen, welke op die merkwaardige vrouw, Tatjana Alexandrowna, die +zulk een grooten invloed op onzen schrijver heeft gehad, betrekking +hebben. + +"Als ik aan de herfst- en lange winteravonden denk, gevoel ik dat +die avonden vol zoete herinneringen voor mij zijn gebleven. Aan die +avonden ben ik mijne beste gedachten, mijne beste gemoedsbewegingen +verschuldigd. In een leuningstoel gezeten las ik, dacht, luisterde +soms naar de gesprekken mijner tante met Natalie Petrowna of met het +altijd goede en vriendelijke kamermeisje Loenetschka, wisselde eenige +woorden met haar, en ging dan weer zitten lezen en denken. Die trouwe +leuningstoel staat nu nog bij mij, maar is niet meer dezelfde; ook +de sofa is veranderd waarop de goede oude Natalie Petrowna sliep, +die bij mijne tante inwoonde, niet voor hulp, maar omdat zij geen +onderkomen had. Tusschen de vensters, onder den spiegel stond de +schrijftafel mijner tante, met potjes en schaaltjes die gevuld waren +met zoetigheden, als honigkoeken en dadels, waarop zij mij van tijd +tot tijd trakteerde. Bij het venster stonden twee leuningstoelen, +en rechts van de deur een geborduurde ruststoel, waarop zij gaarne +had dat ik des avonds ging zitten. + +"De groote bekoring van dit leven school in de afwezigheid van alle +stoffelijke zorg, in de goede, duurzame verstandhouding tusschen alle +personen van het gezin, welke door niets werd gestoord, en in het +kalme, onbewuste voorbijgaan van den tijd. Toen had ik kunnen zeggen: +'Wer darauf sitzt, der ist glücklich, und der glückliche bin ich.' + +"En werkelijk, ik was naar waarheid gelukkig als ik in dien stoel +zat. Na een slecht leven in Toela, met kaartspel, zigeuners, jagen, +dwaze pronkzucht en dergelijke, keerde ik huiswaarts en ging naar +mijne tante. Volgens oud gebruik kusten wij elkaar de hand--ik hare +fraaie, welgevormde, zij mijne onbehouwen, grove hand--en heetten +elkander (ook weer volgens oud gebruik) in 't Fransch welkom. Daarna +schertste ik eenige oogenblikken met Natalie Petrowna, en ging in den +gemakkelijken stoel zitten. Mijne tante wist alles wat ik gedaan had, +had er verdriet van, doch met de haar eigen minzaamheid en liefde +verweet zij het mij nooit. + +"Ik ging op mijn stoel zitten lezen, denken, en luisterde naar hare +gesprekken met Natalie Petrowna. Nu eens herdachten zij den ouden +tijd of speelden een partijtje _patience_, dan weer wezen zij elkaar +op voorteekenen of schertsten over het een en ander, en dan lachten +de beide oudjes (vooral tante) met een grappig, kinderlijk lachje, +dat ik dadelijk onder het lezen hoorde. Ik begon te vertellen dat de +vrouw van een mijner kennissen haren man ontrouw was geworden, en zeide +dat die man blij moest zijn van haar verlost te wezen. Daarop trok +tante, die juist met Natalie er over sprak, dat een dief aan de kaars +'gasten' beteekende, plotseling de wenkbrauwen samen en zeide, dat +hare overtuiging steeds geweest was, dat de man zoo iets niet mag laten +blijken, daar hij dan zijne vrouw geheel in het ongeluk stort. Hierna +vertelde zij mij een treurig geval onder het dienstpersoneel, dat +Loenetschka haar had meegedeeld. Na afloop daarvan las zij een' +brief voor van mijne zuster Maria, die zij evenveel, zoo niet meer, +liefhad als mij en sprak over het leed dat haar man, een eigen neef +van tante, Maria had aangedaan: welk feit zij niet veroordeelde of +gispte, doch betreurde. Eindelijk ging ik weer lezen, terwijl tante, +in herinneringen verdiept, hare snuisterijen doorsnuffelde. + +"Hare voornaamste eigenschap, die onwillekeurig op mij is overgegaan, +was hare verwonderlijke, algemeene goedheid jegens allen zonder +onderscheid. Trots alle moeite kan ik mij uit mijn geheele leven geen +geval herinneren, dat zij boos werd, een hard woord zeide of iemand +veroordeelde, hekelde of berispte. Zij sprak goed over mijne andere +tante, die haar bitter gegriefd had door ons van haar weg te nemen, +en veroordeelde ook den man mijner zuster niet, die zich zeer slecht +tegen Maria had gedragen. Zij was grootgebracht in het begrip dat er +heeren en dienaren zijn, maar gebruikte hare heerschappij alleen om +de menschen te dienen. Nooit heeft zij mij rechtstreeks mijn slecht +leven verweten, ofschoon zij er verdriet van heeft gehad. Mijn broeder +Sergius, dien zij ook hartelijk liefhad, heeft zij er evenmin een +verwijt van gemaakt dat hij omgang hield met een Zigeunermeisje. De +eenige zweem van boosheid op hem was, dat zij, als Sergius er in lang +niet geweest was, zeide: 'Waar blijft onze Sergius toch?' terwijl +zij hem anders meer vriendelijk 'Serjoscha' noemde. Nooit leerde +zij met woorden hoe men leven moest, en zij hield ook niet van +zedepreeken. Haar geheele zedelijke arbeid was de verbetering van +haar eigen innerlijk; het uiterlijke gaf slechts daden te zien, of +liever--want daden waren er niet--een geheel leven van rustige kalmte, +zachtmoedigheid en stille, onopgemerkte liefde voor anderen. + +"Innerlijk verrichtte zij een werk van liefde, en daarom was zij steeds +rustig en kalm. Deze beide eigenschappen van liefde en bedaardheid +werkten onmerkbaar aanstekelijk op anderen, en gaven aan den omgang +met haar eene eigenaardige bekoring. + +"De omstandigheid dat ik geen enkel geval ken, waarin zij iemand +beleedigd heeft, is oorzaak dat ik ook niemand ken, die haar niet +mocht lijden. Nooit sprak zij over zich zelve, nooit over godsdienst: +hoe men gelooven moest, wat haar eigen geloof was en hoe zij bad. Zij +geloofde in waarheid aan alles, maar verwierp alléén het dogma der +eeuwige kwellingen, 'want,' zeide zij: '_Dieu, qui est la bonté-même, +ne peut pas vouloir nos souffrances_." + +"Behalve bij Te Deum's en zielmissen heb ik nooit gezien hoe zij +bad. Alleen kon ik uit de ongewone minzaamheid, waarmee zij mij +somtijds toesprak, als ik haar 's avonds laat nog iets moest zeggen, +nadat ik reeds goeden nacht gewenscht had, opmaken, dat ik de goede +ziel bij het bidden gestoord had. + +"'Kom binnen, kom binnen,' placht zij dan te zeggen. 'Juist heb ik +tegen Natalie Pretowna gezegd, dat Nikolaas nog wel bij ons zou komen.' + +"Dikwijls noemde tante mij bij mijn' vadersnaam en dat deed mij +aangenaam aan, wijl het bewees dat de voorstelling, die zij zich van +mijn' vader en mij gemaakt had, één was wat hare liefde voor beiden +betrof. Op dit late uur was tante reeds in nachtoilet. Zij had een +doek om hare schouders geslagen en hare kleine voetjes staken in +pantoffels. In een dergelijk négligé vertoonde zich ook Natalie +Petrowna. + +"'Ga zitten, ga zitten,' zei tante dan, als zij zag dat ik nog +geen lust had te gaan slapen, of dat de eenzaamheid mij drukte. De +herinnering aan die ongedwongen, late avondbezoeken is mij nog +steeds lief. + +"Dan gebeurde het, dat Natalie Petrowna of ik iets grappigs zeiden, +zoodat tante begon te lachen, waarmede Natalie Petrowna dadelijk +instemde. En de beide oudjes lachten nog lang, soms zonder dat +zij wisten waarom. Zij lachten als kinderen, omdat zij iedereen +liefhadden en het hun goed was. Het was niet slechts die goedhartige +liefde jegens mij, die mij verblijdde, maar ook die sfeer van liefde +jegens allen, voor de aanwezigen en de afwezigen, voor de levenden +en de afgestorvenen, en zelfs voor de dieren. + +"Komt de tijd dat ik een overzicht van mijn leven moet geven, dan +zal ik meer van haar vertellen. Nu zal ik alleen van de stemming +onder het volk--de boeren van Jasnaja Paljana--jegens haar spreken, +die zich bij gelegenheid van hare begrafenis uitte. Toen wij tante +door het dorp droegen, was er geen enkele van de 60 boerenwoningen, +waar de bewoners niet naar buiten kwamen met het verzoek den stoet een +oogenblik stil te doen staan en om de gebeden voor de afgestorvenen +voor haar te bidden.--'Zij was eene brave barina [107], die niemand +kwaad gedaan heeft,' zeiden allen. En daarom had men haar hartelijk +lief. Lao Tsz' heeft gezegd, dat de waarde der dingen ligt in hetgeen +zij _niet_ bezitten. Dit was ook op haar leven van toepassing, waarvan +de waarde voornamelijk bestond in de afwezigheid van al wat slecht +is. Inderdaad, in het leven van tante Tatjana Alexandrowna lag niets +slechts. Dit laat zich zoo gemakkelijk zeggen, maar zoo moeielijk +verwezenlijken! Ik heb ook maar één mensch gekend die zóó was! + +"Kalm is zij gestorven. Allengs sluimerde zij in en stierf, volgens +haar wensch, niet in de kamer waar zij gehuisd had, om daar geen +treurige herinneringen voor ons achter te laten. + +"Zij is heengegaan, bijna zonder iemand herkend te hebben. Mij heeft +zij tot op het laatste oogenblik gekend, met een lachje op de lippen, +dat haar gelaat deed stralen. Soms bewoog zij de lippen en poogde +den naam Nikolaas uit te spreken, mij kort voor haar dood geheel +vereenzelvigende met hem dien zij haar leven lang had liefgehad. + +"En die goede vrouw heb ik nog dat kleine genoegen geweigerd, +dat haar de dadels en de chocolade verschaften, welke zij vroeg, +minder voor zich zelve, dan om mij te trakteeren; ook heb ik haar +de gelegenheid ontnomen nog wat geld te geven aan elk, die er haar +om vroeg. Ik kan daar niet aan denken zonder een kwellend verwijt +van mijn geweten. Lieve, beste tante, vergeef mij! Hadde ik in +mijne jeugd maar het goede gekend, en op mijn ouden dag het goede +kunnen doen,--ik bedoel niet het goede, dat ik mij in mijne jeugd +heb onthouden, maar het goede dat ik anderen onthield,--dan had ik +hun die reeds ten grave zijn gedaald het kwade niet gedaan!" [108] + + + +Ofschoon Tolstoi den zomer van het jaar 1858 niet geheel te Jasnaja +Paljana doorbracht, maar voor eene poos naar Moskou ging, stelde hij +meer en meer belang in het leven der boeren en deed hij pogingen om +hun nader te komen. + +Fet haalt in zijne _Herinneringen_ een verhaal aan van Leo's broeder, +dat op dien tijd betrekking heeft en met den fijnen humor, Nikolaas +eigen, geschreven is. + +"Toen wij naar Leo Tolstoi vroegen, vertelde de graaf met zichtbaar +welgevallen het volgende van zijn geliefden broeder: + +"'Leo,' zoo sprak hij, 'tracht zich met ijver aan de landelijke +leefwijze en bezigheden te gewennen, waarmee hij, evenals wij allen, +tot heden maar oppervlakkig bekend was. Ik weet echter niet, wat er +van die pogingen terecht moet komen. Leo wil alles tegelijk doen, +zonder iets van zijn ander werk te laten varen, zelfs de gymnastiek +niet. Voor het venster van zijne studeerkamer heeft hij een rekstok +laten maken. Natuurlijk heeft hij gelijk, dat hij zich losmaakt van +de vooroordeelen, waartegen hij zoo te velde trekt. De gymnastiek +zit zijn werkzaamheden niet in den weg, maar de dorpsschout ziet de +zaak toch eenigszins anders in.--"Men komt," zegt hij, "bij den barin +om een order te vernemen, maar de barin heeft zijn eene knie om den +rekstok geslagen, hangt, in een rood buis, met het hoofd omlaag en +zwaait heen en weer; zijne haren hangen neder en zwieren mee, zijn +gezicht is bloedrood. Ik geef het iemand te doen om onder die kunsten +orders van hem aan te hooren, en hem in 't gezicht te zien!"' + +"Leo heeft er schik in, als hij ziet hoe de arbeider Joefan met +buitenwaarts gebogen armen aan het ploegen is. Joefan is voor hem +het type van een krachtigen boerenarbeider, in den geest van Mikoela +Seljaninowitsch. Dan slaat hij zelf de handen aan den ploeg, buigt +de armen ook buitenwaarts en doet Joefan na." [109] + + + +Nadat Tolstoi zich in den zomer met zijn landgoed had bezig gehouden, +zien wij dat hij zich ook met maatschappelijke zaken inliet. + +Tegen den herfst van het jaar 1858 had in Toela eene bijeenkomst plaats +van den adel uit het geheele gouvernement, met het doel afgevaardigden +te kiezen in het Comité van het Gouvernement Toela tot verbetering van +het bestaan der boeren. Op deze vergadering deden 105 edelen, op grond +van het verkiezingsreglement voor den adel, hetwelk hun toestaat hunne +meening over de plaatselijke nooden en behoeften van hun gouvernement +voor te dragen, den Maarschalk van Toela het volgende voorstel, ten +einde het aan het oordeel van het Gouvernements-Comité te onderwerpen: + +"Zoowel ter verbetering van het bestaan der boeren, als tot waarborg +van den eigendom der grondbezitters en tot zekerheid van beide +partijen, achten wij, ondergeteekenden, het noodig den boeren niet +anders de vrijheid te geven, dan onder toewijzing van eene zekere +hoeveelheid land in erfelijk bezit. Voorts, dat de grondbezitters voor +het door hen afgestane land volledige en eerlijke schadeloosstelling +in geld ontvangen, volgens nader te bepalen financiëelen maatstaf, +die geenerlei gedwongen betrekkingen tusschen de boeren en de +grondbezitters na zich sleept,--welke betrekkingen de adel noodig acht +af te breken." (Volgen de handteekeningen der 105 Toela'sche edelen, +waaronder ook voorkomt die van graaf Leo Tolstoi, grondbezitter in +het district Krapifka.) [110] + + + +In December 1858 had Tolstoi op jacht een avontuur, dat hem bijna +het leven gekost had. Ziehier wat Fet daarvan verhaalt. [111] + +"Gromeka schreef den 15den December 1858: + +"'Overeenkomstig uw verzoek, haast ik mij u mee te deelen, waarde +Afanasius Afanasijewitsch, dat ik dezer dagen, van omstreeks 18 tot +20 dezer, op de berenjacht ga. Zeg aan Tolstoi, dat ik eene berin +met twee éénjarige jongen heb gekocht en of, zoo hij lust heeft aan +onze jacht deel te nemen, hij zoo goed wil zijn, tegen 18 of 19 dezer +rechtstreeks bij mij in Wolotschok te komen. Hij behoeft volstrekt +geen plichtplegingen te maken; ik zal hem met open armen ontvangen, +en er zal eene kamer voor hem in orde worden gebracht. Indien hij +niet komt, verzoek ik u mij tegen dien tijd bericht te willen zenden. + +"'Ik vermoed dat de jacht den 19den zal plaats hebben. Het zal dan +het best en zelfs noodig zijn den 18den hier te wezen. + +"'Wil Tolstoi de jacht tot den 21sten uitstellen, meld mij dit dan; +maar langer kunnen wij niet wachten.'" + + + +Om aan deze woorden nog meer kracht bij te zetten, kwam de bekende +berendrijver Ostaschkoff Tolstoi bezoeken. Zijne verschijning onder +de jagers kan het best vergeleken worden bij het dompelen van een +gloeiend ijzer in water. Allen werden opgewonden en luidruchtig. Daar +elken jager op de berenjacht de raad gegeven was twee geweren mee te +nemen, had Tolstoi mij mijn Duitsch tweeloops-geweer gevraagd, dat +voor hagel bestemd was. Op den afgesproken dag begaven onze jagers +(Leo zelf, benevens zijn broeder Nikolaas) zich naar het station van +den Nikolajeff-spoorweg. Ter wille van de nauwkeurigheid zal ik hier +woordelijk weergeven wat ik van Tolstoi zelf, en van de vrienden die +hem op de jacht vergezelden, vernomen heb. + +"Toen de jagers, elk met twee geladen geweren gewapend, langs de open +woudvlakte geposteerd waren, die door holle wegen als een schaakbord +in vakken verdeeld was, werd hun de raad gegeven, de hooge sneeuw, +die hen omringde, in een wijden kring vast te stampen, om zoodoende +de meest mogelijke vrijheid van beweging te verkrijgen. Maar Leo, +die bijna tot zijn middel in de sneeuw stond, achtte dien maatregel +overbodig, omdat het doel toch was den beer te schieten en niet met +hem te worstelen. Met dit oogmerk bepaalde de graaf zich er toe zijn +geladen geweer tegen den stam van een boom te zetten, om, zoodra hij +hieruit twee schoten gelost zou hebben, het weg te werpen en dan mijn +Duitsch tweeloops te grijpen. + +"De reusachtige, door Ostaschkoff uit haar hol opgejaagde berin liet +niet lang op zich wachten, en draafde, langs een der holle wegen die +de woudvlakte kruisten, naar de ruimte waar de jagers stonden. Het +toeval wilde dat deze holle weg uitkwam op dien, welke het dichtst +gelegen was rechts van de plek waar Tolstoi op post stond, zoodat +de graaf de nadering der berin niet kon opmerken. Mogelijk had het +dier den jager, op wien het toesnelde, al vooraf geroken, althans het +stormde eensklaps uit den tegenover liggenden hollen weg, verscheen +onverwacht op de vlakte, op zeer korten afstand van Tolstoi, en draafde +regelrecht op hem aan. Kalm legde de graaf aan, trok af, doch raakte +het dier waarschijnlijk niet, want nog vóór de rook was weggetrokken, +zag hij eene reusachtige, donkere massa voor zich, waarop hij bijna +_à bout portant_ losbrandde. De kogel vloog het dier in den bek en +bleef tusschen de tanden steken. + +"Doordien de graaf verzuimd had de omringende sneeuw vast te treden, +kon hij zich niet zijwaarts wenden en evenmin mijn geweer grijpen, +daar hij plotseling een hevigen stoot tegen de borst kreeg, die hem +ruggelings in de mulle sneeuw deed tuimelen. In volle vaart stormde +de berin over hem heen. 'Nu ben ik verloren,' dacht de graaf. 'Ik +heb misgeschoten en kan niet voor de derde maal vuur geven.' Maar op +hetzelfde oogenblik zag hij eene donkere massa boven zijn hoofd. Het +was de berin, die na haren sprong onmiddellijk rechtsomkeert had +gemaakt, en den schedel van den jager, dien zij door een stoot omver +had geworpen, trachtte stuk te bijten. Daar Tolstoi weerloos op zijn +rug in de diepe sneeuw lag, kon hij slechts passieven weerstand +bieden. Het eenige wat hij dan ook deed, was het hoofd zoo diep +mogelijk tusschen de schouders te trekken en zijne harige muts voor den +muil van het dier te houden. Dank zij deze instinktmatige handeling, +beet het dier tweemaal mis en gaf hem slechts een geduchten knauw, +doordien het met de boventanden zijne wang onder het linkeroog +openscheurde, en met de ondertanden de geheele linkerhelft van de +schedelhuid aftrok. + +"Op dit hachelijke oogenblik snelde Ostaschkoff, die met eene korte +ijzeren staaf in de hand voortdurend in de nabijheid was gebleven, met +opgeheven armen en onder het gewone geroep van: 'Scheer je weg! Scheer +je weg!' op de berin toe. Nauwelijks had het dier dien uitroep gehoord, +of het pakte in allerijl zijne biezen, om, zooals men denken kan, +den volgenden dag toch gegrepen en afgemaakt te worden. + +"Toen men Tolstoi op de been geholpen en zijn half ontveld en hevig +bloedend gezicht behoorlijk verbonden had, waren zijne eerste woorden: +'Wat zal Fet daar wel van zeggen!' + +"Ook nu nog ben ik trotsch op deze woorden." [112] + + + +Toen Tolstoi van dit ongeval eenigszins hersteld was, haastte hij +zich zijne tante het voorgevallene mee te deelen. + +"In de eerste plaats groet ik u hartelijk; ten tweede haast ik mij u +zelf van mijn ongeval in kennis te stellen, uit vrees dat u het anders +met de noodige bijvoegingen uit den mond van anderen zult hooren. + +"Nikolaas en ik zijn op de berenjacht geweest. Den 20sten heb ik een' +beer gedood; den 22sten zijn wij nogmaals op weg gegaan en is mij een' +buitengewoon ongeval overkomen. Onverwacht wierp eene berin zich op +mij; op zes pas afstands brandde ik mijn geweer los, doch ik miste bij +het eerste schot. Bij het tweede trof ik haar doodelijk in den muil; +niettemin sprong het dier op mij toe, gaf mij een' stoot, zoodat ik +neertuimelde, en, terwijl de anderen toesnelden, beet het mij tweemaal: +eens op het voorhoofd, de tweede maal onder het oog. Gelukkig heeft dit +alles slechts 10 of 15 seconden geduurd. De berin ging op de vlucht, +en ik werd op de been geholpen, met eene kleine wond, die mij niet +mismaakt en zelfs geen pijn veroorzaakt. Noch het schedelbeen, noch +het oog zijn beschadigd, zoodat ik er met een klein litteeken op het +voorhoofd ben afgekomen. Ik ben op het oogenblik te Moskou en voel +mij volmaakt gezond. Ik schrijf u de zuivere waarheid, zonder iets +te verbergen, opdat u zich niet ongerust zult maken. Nu is alles +voorbij en rest mij nog God te danken, die mij op zoo buitengewone +wijze gered heeft." [113] + + + +Dit avontuur diende Tolstoi als thema voor zijn verhaal: _Een jacht +die nog erger is dan gevangenschap_, dat in de _Leesboekjes_ werd +opgenomen. In dit verhaal staan tal van merkwaardige bijzonderheden, +die door Fet zijn weggelaten; maar wijl het in dien vorm zeer moeielijk +is het zakelijke gedeelte der vertelling te onderscheiden van wat +er door de fantasie is bijgevoegd, hebben wij aan de _Herinneringen_ +van Tolstoi's vriend en aan zijn eigen brief aan tante Tatjana, die +meer aan ons doel beantwoordden, de voorkeur gegeven boven het door +hem geschreven verhaal. + +De eerste maanden van het jaar 1859 bracht Tolstoi in Moskou door; maar +in April ging hij naar Petersburg, waar hij tien dagen in gezelschap +van zijne vriendin A. A. Tolstaja doorbracht. Van deze reis zijn hem +de aangenaamste herinneringen bijgebleven. + +Op het einde van April ging hij weer naar Jasnaja Paljana, waar hij +den geheelen zomer bleef. + +Gedurende dien zomer bezocht Tolstoi Toerghenjeff op zijne villa +Spasskoje. + +Hoewel beide mannen elkander steeds met wederzijdsche achting +behandelden, was de verhouding toch nog steeds koel. + +Niettemin had dit bezoek een gunstig en aangenaam verloop. Op 9 +October van hetzelfde jaar liet Toerghenjeff in een brief aan Fet +zich aldus uit: + +"Onze dames zenden u hare beste groeten. Van Tolstoi heb ik een +aangenaam bezoek gehad, en vriendschappelijk zijn wij gescheiden. Mij +dunkt dat er tusschen ons geen misverstand kan bestaan, daar wij +elkander duidelijk begrijpen en inzien, dat een intiem samengaan voor +ons onmogelijk is. Wij zijn van te verschillende klei gemaakt." + + + +In Augustus reisde Tolstoi andermaal naar Moskou, waar hij den herfst +doorbracht. + +Het jaar 1860 ging hij in onrustige stemming tegemoet. + +Het beheer van het goed, de druk van het eenzelvige leven, allerlei +twijfel en pessimistische gevoelens bestormden zijn gemoed. + +Niettemin vond hij in den winter van 1859 op 1860 uitspanning en +opbeuring in zijne scholen. In _Biecht_ schrijft hij over dien tijd +het volgende. + +"Na mijn' terugkeer uit het buitenland vestigde ik mij op het land en +kwam op het denkbeeld mij met de boerenscholen bezig te houden. Deze +taak was bijzonder naar mijn' zin, wijl er niet dat leugenachtige +in lag opgesloten, dat mij duidelijk was geworden en reeds bij +het letterkundig onderwijs mijne aandacht had getrokken. Ook hier +werkte ik in naam van den _vooruitgang_, maar nam tegenover dezen +reeds het standpunt van den kritikus in. Ik zeide tot mijzelf, dat de +_vooruitgang_ in enkele gevallen verkeerde resultaten had opgeleverd, +en dat men zich eigenlijk tot de allereenvoudigste lieden, tot de +boerenkinderen moet wenden en het geheel aan hunne vrije keus overlaten +den weg van vooruitgang te kiezen, dien zij wenschen. In werkelijkheid +draaide ik steeds om dezelfde onoplosbare quaestie heen, hierin +bestaande, dat ik niet wist wat ik onderwees. In de hoogere sferen +van letterkundigen arbeid had ik begrepen, dat men niet onderwijzen +kan, zoo men niet weet wat men onderwijst, omdat ik gezien had, dat +allen verschillend onderwijzen en bij hunne onderlinge twisten hunne +onwetendheid voor zich zelven verbergen. Hier, in het geval van de +boerenkinderen, dacht ik dat deze moeilijkheid te vermijden zou zijn, +door aan de kinderen over te laten te leeren wat zij wilden. Nu vind +ik het komisch, als ik er aan denk welke kunstgrepen ik gebruikt heb +om mijn wensch--het onderwijzen--te vervullen, ofschoon ik in den +grond van mijn hart overtuigd was, dat ik niet kon onderwijzen wat +noodig was, daar ik niet wist wat ik daaronder moest verstaan." + + + +Dit bestendige gevoel van ontevredenheid over zich zelf, dit zoeken +naar de reden van het bestaan, was steeds de werkende kracht, welke +hem onweerstaanbaar voortdreef op den weg van zedelijken vooruitgang. + + + +In Februari 1859 werd Tolstoi gekozen als lid van het _Moskousche +Genootschap van Vrienden der Russische Letterkunde_. + +Den 4den Februari 1859 had, onder praesidium van A. S. Chomjakoff, +eene vergadering van dit genootschap plaats, waarop van de nieuw +gekozen leden ook graaf Tolstoi tegenwoordig was, die, volgens +de gebruiken van dit Genootschap, eene intreêrede hield, waarin +hij, zooals in het protocol van het Genootschap gezegd wordt, "de +quaestie besprak van de voorkeur van het bellettristisch element in +de letterkunde boven al hare andere richtingen." Tot ons leedwezen +hebben wij deze redevoering niet onder de oogen kunnen krijgen. In +de verslagen van het genootschap luidt het, dat aanvankelijk besloten +was deze redevoering in de werken van het genootschap af te drukken; +doch later besloot men, aangezien de uitgaaf van deze werken niet +plaats vond, de redevoering aan den schrijver terug te zenden, bij +wien zij vermoedelijk onder oude papieren verloren is geraakt. + +Wij kunnen ons eenige voorstelling van die redevoering maken, zoo +wij de loffelijke toespraak lezen, waarmede A. S. Chomjakoff haar +beantwoordde en die wij hier in haar geheel laten volgen. + +"Het _Moskousche Genootschap van Vrienden der Russische Letterkunde_, +dat u, Graaf Leo Tolstoi, onder het getal zijner werkzame leden +heeft opgenomen, heet u met blijdschap welkom als medewerker op +het gebied der zuivere bellettrie. Deze zuiver litteraire richting +verdedigt gij in uwe redevoering, en stelt haar hoog boven alle +andere tijdelijke en toevallige richtingen van letterkundigen +arbeid. Zonderling zou het zijn, indien het Genootschap daarin +niet met u sympathiseerde. Veroorloof mij, intusschen, te zeggen, +dat de billijkheid der meening, welke door u met zooveel talent is +uitgesproken, geenszins de rechten van het tijdelijke en toevallige +op het gebied der taal te niet doet. Datgene wat altijd schoon +en onveranderlijk is, als de grondwetten der ziel zelve, neemt, +en moet ongetwijfeld innemen, de eerste plaats in de gedachten, de +drijfveeren en dus ook in het gesproken woord der menschen. Dit en +alléén dit wordt van geslacht op geslacht, van het eene volk op het +andere overgedragen, als een kostbaar erfdeel dat steeds vermeerdert +en nooit in vergetelheid geraakt. + +"Maar aan den anderen kant bestaat er, zooals ik reeds de eer +had te zeggen, in de natuur van den mensch, zoowel als in die +der maatschappij, eene duurzame behoefte aan overtuiging. De +geschiedenis wijst op tal van belangrijke momenten, waarin die +overtuiging bijzondere, onomstootelijke rechten verkrijgt en +niet meerdere juistheid en scherpte in de maatschappelijke taal +doordringt. Het toevallige en het tijdelijke in den historischen +gang van het volksleven krijgt de beteekenis van het algemeene, +het universeel menschelijke, omdat alle geslachten, alle volken de +ziekelijke verzuchtingen en bekentenissen van een of ander geslacht +of volk kunnen begrijpen en dat ook werkelijk doen. De rechten der +bellettrie, die dienares van eeuwige schoonheid, vernietigen niet de +rechten der overtuigende of bewijsvoerende letterkunde, welke steeds de +maatschappelijke onvolmaaktheid vergezelt en soms heilzaam blijkt voor +de maatschappelijke wonden. In de onverstoorde waarheid en harmonie +der ziel ligt een oneindige schoonheid; maar ook in de boete, in het +berouw, dat de waarheid hooghoudt en den mensch of de maatschappij +naar zedelijke volmaaktheid drijft, ligt ware, verhevene schoonheid. + +"Sta mij toe hier bij te voegen, dat ik de meening van den, naar het +mij voorkomt, eenzijdigen Duitschen aestheticus niet kan deelen. Wel +is de kunst, de bellettrie, geheel vrij en vindt zij rechtvaardiging +en doel in zich zelve, maar de vrijheid der kunst, als abstract +begrip, staat in geenerlei betrekking tot het innerlijke leven van den +kunstenaar. De kunstenaar is geen theorie, geen gebied van gedachten en +gedachtenarbeid: hij is een mensch, steeds een mensch van zijn tijd, +gewoonlijk de beste vertegenwoordiger er van, die hem met zijn' geest +en met zijne rijpe of ontluikende neigingen doordringt. Wegens zijne +ontvankelijkheid voor indrukken, zonder welke hij geen kunstenaar zou +kunnen zijn, neemt hij--meer dan andere menschen--alle ziekelijke en +ook blijmoedige aandoeningen der maatschappij waarin hij geboren is, +in zich op. Doordien hij zich steeds aan het ware en schoone wijdt, +weerspiegelt hij onwillekeurig door een woord, door den zin eener +gedachte of voorstelling het actueele in zijn mengsel van waarheid, +die eene reine ziel verblijdt, en van leugen, die de harmonische rust +der ziel verstoort. + +"Zoo vloeien de twee gebieden, de twee afdeelingen der letterkunde, +waarvan wij spraken, ineen; zoo wordt een schrijver, een dienaar van +de zuivere kunst, somtijds bewijsvoerder, zonder dat hij het zelf weet, +zonder zijn eigen wil en soms ook tegen zijn' wil. Ik neem de vrijheid +u zelf, graaf Tolstoi, als voorbeeld te nemen. Gij volgt getrouw +en standvastig een bewusten en bepaalden weg; maar zijt gij wel zoo +geheel vreemd aan die richting, welke met den naam van overtuigende +of bewijsvoerende letterkunde bestempeld wordt? Hebt gij niet eens +in uw leven in het beeld van een teringachtigen boer, die te midden +van een aantal kameraden, blijkbaar onverschillig voor zijn lijden, +op zijne kachel sterft, de eene of andere maatschappelijke ziekte, +de eene of andere ondeugd aangewezen? Hebt gij, bij het beschrijven +van dien dood, geen leed gehad over die harde gevoelloosheid van +goede, maar niet ontwaakte menschenzielen?... Ja--ook gij waart +en zult onwillekeurig zijn: bewijsvoerder, beschuldiger! Ga met +God op den wonderschoonen weg voort, dien gij u hebt gekozen. Ga +voort met hetzelfde gunstige gevolg, waarmee ge tot heden bekroond +zijt geworden,--of met nog glansrijker, want uwe gave is niet van +voorbijgaanden aard, en niet spoedig uitgeput. Maar geloof vrij, dat +in de letterkunde het eeuwige en artistieke steeds het tijdelijke en +vergankelijke in zich opneemt, het vervormt en veredelt, en dat alle +verschillende loten der menschelijke taal zonder ophouden samengroeien +tot een enkel harmonisch geheel." + + + +Chomjakoff's voorspelling werd verwezenlijkt. Zonder nog te spreken van +de beschuldigende elementen in alle geschriften der eerste periode, +kwam Tolstoi 20 jaren later met zijne _Biecht_ en daarna met de +aanwijzing van het kwade der tegenwoordige maatschappij voor den +dag. En aan deze taak heeft hij zijne machtige kunstenaarsgaven gewijd. + + + + +TWAALFDE HOOFDSTUK. + +TOLSTOI'S TWEEDE BUITENLANDSCHE REIS. + + +In Februari van het jaar 1860 wendde Fet zich schriftelijk tot +Tolstoi om hem raad te vragen in zake den aankoop van een stuk grond +en om inlichtingen den landbouw betreffende. Tolstoi antwoordde +hem uitvoerig, juichte zijn plan zeer toe, beloofde hem te zullen +helpen en wees hem verschillende stukken grond aan. In dezen voor +ons onbelangrijken zakenbrief, maakt hij tevens eenige opmerkingen +over een paar werken van Toerghenjeff en Ostrowski. + +"Ik heb _Aan den Vooravond_ gelezen. Ziehier mijn oordeel. Verhalen +schrijven is over 't algemeen nutteloos, maar vooral als het geschiedt +door menschen, die pessimistisch zijn en niet goed weten wat zij +in 't leven willen. Overigens is _Aan den Vooravond_ veel beter +dan _Het adellijk Nest_. In het eerste zijn de met den geest van +tegenspraak bezielde personen, de vader, de kunstenaar, uitstekend +geteekend. De overige personen zijn geen typen, zelfs hun denken en +hunne omstandigheden zijn niet typisch, hoogstens dood-alledaagsch. Dat +is overigens altijd eene fout van Toerghenjeff. Het meisje is van 't +begin af aan slecht geteekend: 'Ach, hoe bemin ik je.... Zij had lange +wimpers....' Het heeft mij altijd verwonderd, dat Toerghenjeff met +zijn groot verstand en dichterlijk gevoel zich niet van banaliteiten, +die er soms zelfs zijn bijgesleept, kan onthouden. Het meest treft +men die banaliteit aan bij zijne oppositie-menschen; hierin herinnert +hij aan Gogol. Hij neemt geen aandeel in het lot van deze lieden, +maar teekent hen als misgeboorten, waarvoor hij geen medelijden voelt +en die hij bovendien nog beschimpt. Dat is te veel in tegenspraak met +den toon en de gedachten, die Toerghenjeff overigens kenmerken. Dat +was goed bij de ouderwetsche litteratuur en bij Gogol, waar ik nog +bij moet voegen dat, indien men zijne onbeduidende personen niet kan +beklagen, men hen moet uitschelden om een onzinnige reden, b.v. omdat +het vandaag niet warm is, of uitlachen omdat zij buikpijn hebben; +maar niet zooals de zwaarmoedige Toerghenjeff het doet. Men mag in +'t algemeen niet zulke verhalen schrijven, zelfs niet als men zeker +is van succes. + +"_Onweder_ van Ostrowski is volgens mijne meening een treurig werk, +maar zal succes hebben. Ostrowski noch Toerghenjeff hebben schuld +aan hun succes, maar de tijd waarin zij leven. Er zal nu geen mensch +meer opstaan die in dat opzicht Boelgarin zal evenaren, maar daarom +zal niemand de liefhebbers van het antieke, waartoe ook ik behoor, +verhinderen om met ernst gedichten en verhalen te lezen en ze ernstig +te bespreken. Toch hebben wij tegenwoordig iets anders noodig. Ons +behoeft men niet meer te onderwijzen maar wij moeten Marfoetka en +Taraska [114], iets, al is het maar weinig, meedeelen van hetgeen +wij weten. En nu, leef wel!" + +Leo Tolstoi heeft inderdaad beslist, dat de mensch, die gezegend is +met verstand en zich verrijkt heeft met wetenschap, in de eerste plaats +verplicht is diegenen ervan te doen genieten, die dat ontberen. Daarom +ook wijdt hij zijne vrije uren aan de volksschool. + +Op die wijze verliep de winter van 1859-'60. Ook las Tolstoi veel +ernstige boeken, die hem op de volgende gedachten brachten. + +7 Februari. "Ik las over de degeneratie van het menschelijk verstand +en van den hoogsten graad zijner ontwikkeling. Geheel machinaal gingen +mijne gedachten naar het gebed.--Bidden.--Tot wien? Wat is het voor +een God, dien men zich zoo duidelijk kan voorstellen, dat men hem +kan vragen zich met ons in verbinding te stellen. Als ik mij God zoo +voorstel, dan verliest Hij voor mij al het verhevene. + +"De God, dien men iets kan vragen, dien men kan dienen, is eene +uiting van zwakheid van het verstand. Daarom is Hij God omdat ik mij +Zijn wezen niet kan voorstellen. Neen, Hij is geen wezen; Hij is wet +en kracht. + +"Moge deze bladzijde een monument blijven voor mijn vertrouwen in de +kracht van 't verstand." + +Vervolgens las hij: _Vertellingen_ van Auerbach, _Reineke Fuchs_ +van Goethe. Ongeveer in dien tijd schreef hij: + +"Het is een vreemde godsdienst, die godsdienst van mij en van +onzen tijd, het is de godsdienst van den vooruitgang. Men heeft +eens den mensch gezegd, dat vooruitgang goed is. Zij is slechts eene +afwezigheid van geloof, gepaard aan den drang naar een bewust werken, +dat minder zwaar wordt door het geloof. De mensch heeft een drijfkracht +noodig. Zoo is het." + +Deze gedachte kwam, zooals wij later zullen zien, tot hare volle +ontwikkeling in zijne paedagogische werken en ook in de zelfontleding +van zijn _Biecht_. + +De vrienden volgden met belangstelling Tolstoi's litteraire loopbaan +en hadden een vriendelijke toegevendheid voor zijne "dwaasheden en +zonderlingheden", zooals zij het noemden, terwijl zij grootendeels +zijne diepgaande, innige gedachten niet begrepen. + +Zoo schreef o.a. Botkin 6 Maart 1860 aan Fet: + +"Uit een' brief van Toerghenjeff zag ik met genoegen, dat Tolstoi zich +weer met zijn' roman uit den Kaukasus bezig houdt. Hoeveel dwaasheden +hij ook doet, ik zal toch steeds zeggen, dat hij iemand is met groot +talent, en iedere dwaasheid van hem heeft voor mij meer waarde, +dan de verstandigste daden van vele anderen." + +In een' brief van Toerghenjeff aan Fet lezen wij: + +"En Leo Tolstoi gaat voort met zijne eigenaardigheden; dat is hem +zeker aangeboren. Wanneer zal hij eens ophouden in de lucht te zweven +en vasten bodem onder zijne voeten voelen." + +In den winter van 1860 bracht het echtpaar Fet een bezoek op Jasnaja +Paljana, dat zij moesten passeeren als zij van hun landgoed naar de +stad gingen. + +Van dit bezoek geeft Fet ons de volgende korte aanteekening: + +"Natuurlijk ontzegden wij ons het genoegen niet een paar dagen op +Jasnaja te blijven, waar wij tot onze groote vreugde ook Nikolaas +Tolstoi, een' hoogst sympathieken, verstandigen man, aantroffen. Wat +hebben wij niet een plannen gesmeed in die paar dagen, dat ik met +hem samen was! Niemand van ons dacht er aan, dat geen van die plannen +verwezenlijkt zou kunnen worden." + +Verder vertelt Fet van een bezoek, dat Nikolaas hem bracht: + +"In 't begin van Mei kwam Nikolaas Tolstoi ons eens opzoeken. Zijne +zuster had hem aangeraden met de broers in 't buitenland genezing +te gaan zoeken voor zijn hardnekkigen hoest. Hij zelf nam niet de +minste notitie van zijne zwakke gezondheid, maar zijne magerheid, +zijne bleeke gelaatskleur en vooral de driftbuien, teringlijders +zoo eigen, wezen, ondanks zijne opgeruimdheid en zijn prettigen, +vroolijken lach, op de aanwezigheid van die ziekte. Ik weet nog hoe +boos hij zijne hand terug trok, toen de koetsier die wilde grijpen +om haar te kussen. Den man zelf deed hij geen verwijten, maar toen +wij naar de paarden gingen kijken, zeide hij tegen Borisoff en mij: +'Hoe komt die ezel er bij mij plotseling de hand te willen kussen; +dat is nog nooit gebeurd.'" + +Wij achten het niet overbodig, hier de karakterschets te laten volgen, +die Fet van dezen broeder heeft gegeven. + +"Graaf Nikolaas Tolstoi kwam bijna iederen avond bij ons en bracht dan +eene prettige gezelligheid mee, die zich niet met een paar woorden +laat beschrijven. Hij droeg toen nog altijd zijn uniform. Men +behoefde zijne magere handen, zijne groote verstandige oogen en +zijne ingevallen wangen maar aan te zien om te weten, dat deze goede, +geestige man eens het slachtoffer zou worden van de onverbiddelijke +tering. Het is jammer, dat deze buitengewone persoonlijkheid, die door +al zijne kennissen werd verafgood, in den Kaukasus de in het leger zeer +verspreide gewoonte had aangenomen van veel te drinken. Men zegt het +althans, maar ik, die in den korten tijd dat ik hem kende, dikwijls +met hem op jacht ging, waar hij natuurlijk veel meer gelegenheid had +tot drinken dan op een familieavondje, kan verklaren nooit een spoor +van dronkenschap bij hem te hebben waargenomen. + +"Hij zat altijd in een' leuningstoel, dien wij bij de tafel hadden +geschoven, en dronk een paar kopjes thee met een weinig cognac. Men +moest hem, bescheiden als hij was, meestal aan het praten brengen, +maar was hij eenmaal begonnen, dan bracht hij in het gesprek al dien +fijnen humor, waarover hij zoo rijkelijk kon beschikken. Hij hield +heel veel van zijn jongsten broer Leo, maar kon toch niet nalaten +diens aristokratische manieren te bespotten. Schijn kon hij steeds van +waarheid onderscheiden en met dezelfde ironie ontleedde hij de hoogste +zoowel als de laagste Kaukasische kringen. Ook oompje Jepischka, +de bekende jager en oud-geloovige (in _de Kozakken_ voorkomende +onder den naam van Jeroschka), werd door hem gezien en begrepen, +zooals alleen een kunstenaar dat kan." + +Nikolaas Nikolajewitsch schreef weinig. _Herinneringen van een Jager_ +is het eenige verhaal dat tot ons is gekomen. Het werd indertijd +opgenomen in den _Sawremjennik_. + +Garschin geeft in zijne _Herinneringen aan Toerghenjeff_ diens meening +over Nikolaas Tolstoi: + +"De lijdzaamheid, die Leo Tolstoi in theorie ontwikkelde, vinden wij +geheel terug in het wezen van zijn' broer Nikolaas. + +"Zijne woning was zoo bescheiden mogelijk, bijna een hutje, ergens +in een afgelegen wijk van Moskou, en alles wat hij bezat deelde hij +met de armen. Hij was een bijzonder aardig prater en verteller, maar +schrijven was hem eene bijna physieke onmogelijkheid. Het opstellen van +een' brief kostte hem evenveel moeite als den eenvoudigsten werkman, +wiens ruwe, verwerkte vingers de pen niet kunnen vasthouden." + +Tot groote, maar korte vreugde van al zijne vrienden besloot Nikolaas +Tolstoi eindelijk naar het buitenland te gaan. + +Toerghenjeff, die bijzonder veel van hem hield en die zich zeer +ongerust maakte over zijne gezondheid, schreef naar aanleiding daarvan +uit Soden aan Fet: + +"Hetgeen gij mij van Nikolaas' gezondheid schreeft, heeft mij zeer +getroffen. Kan het waar zijn dat die brave, lieve man zou moeten +sterven. Waarom heeft hij niet eerder zijne traagheid overwonnen om +in 't buitenland genezing te zoeken? Hij ging toch ook wel naar den +Kaukasus in een reiswagen en de duivel mag weten in welke voertuigen +nog meer. Kwam hij maar naar Soden! Hier ontmoet ge bij iederen stap +borstlijders. Ik spreek met u op een afstand van duizenden wersten, +alsof mijne woorden zouden kunnen helpen.... Als Nikolaas nog niet +vertrokken is, dan zal hij het nooit doen... En zoo slaat ons allen +het noodlot." + +In het postscriptum schrijft hij nog eens: + +"Zoo Nikolaas nog niet vertrokken is, pak hem dan in zijn kraag en +sleep hem over de grenzen. De lucht is hier zoo zacht als gij het in +Rusland nergens vindt." + +Tolstoi maakte zich natuurlijk ook zeer ongerust over de ziekte +van zijn' broer. De volgende brief aan Fet, in dien tijd geschreven, +spreekt van die bezorgdheid en ook vinden wij daar eenige raadgevingen +op landhuishoudkundig gebied: + +"...Wanneer ik geheel geloof had kunnen schenken aan uw' brief zou ik +er niet trotsch op geweest zijn, maar had hij mij verdriet gedaan. Gij +zijt een schrijver en blijft een schrijver. Gave God, dat wij allen +konden schrijven zooals gij! Maar dat gij een stuk grond wilt koopen +en daar wilt gaan werken als een mier, dat is eene prachtige gedachte, +die gij ook ten uitvoer moet brengen en dan beter dan ik. Gij moet +het doen omdat gij een goed mensch zijt, met een helderen blik op +het leven. Overigens ben ik op het oogenblik niet de persoon om u op +een' meesterachtigen toon mijne goedkeuring te schenken. Ik leef in +tweestrijd met mijzelf. Mijne werkzaamheden op mijn landgoed drukken +mij en ik ben niet met hart en ziel bij het 'Joefanstwo.' [115] Verder +nemen huiselijke zorgen, de ziekte van Nikolaas, van wien ik sedert +hij in het buitenland vertoeft niets gehoord heb, en het vertrek van +mijne zuster mij geheel in beslag. Mijn ongetrouwd leven, het gemis van +eene vrouw en de vrees dat het te laat is om dat te herstellen hinderen +mij ook. Het gaat tegenwoordig in 't algemeen niet goed naar mijn zin. + +"Daar mijne zuster hulp noodig heeft en ook omdat ik naar +Nikolaas verlang zal ik morgen werk maken van een' buitenlandschen +pas. Misschien reis ik met haar mee. Ik doe het zeker als ik geene of +slechte berichten van hem krijg. Wat zou ik je nog graag eens willen +zien vóor ik vertrek! Ik had je nog zooveel te vragen en te vertellen, +maar--dat is nu niet mogelijk. Wanneer deze brief vroeg genoeg aankomt +zult gij er uit zien dat wij Donderdag, uiterlijk Vrijdag op reis +gaan. En nu over uwe plannen. De prijs, dien men u genoemd heeft, is +niet te hoog en als de plaats u aanstaat, dan moest gij den grond maar +koopen. Maar waarom zoo veel? Ik weet uit eigen ondervinding dat, zoo +gij er voordeel van wilt trekken, gij niet meer dan 60 desjatin moet +hebben, d.w.z. vier stukken land ieder van 10 à 15 desjatin. [116] +Sla dezen raad niet in den wind. Het zijn geen losse praatjes, waar +ik mee aankom, ik heb zelf leergeld betaald. Wie het u anders gaat +vertellen, die liegt of hij weet het niet. Ook nu reeds zult gij al +uwe krachten moeten inspannen, maar uwe moeite zal beloond worden. Het +is de aangenaamste bezigheid die er bestaat, d.w.z. wanneer het land +niet te groot is, want in dat geval moet gij werken als een postpaard +en bereikt niets. Ik heb geen woorden genoeg om mijne spijt uit te +drukken, dat ik niet eerder heb geschreven. Gij waart dan zeker nog +bij ons gekomen. En nu vaarwel! Doe mijne hartelijk groeten aan Maria +Petrowna en aan Borisoff." + + + +De litteraire werkkracht van Tolstoi, en ook van Fet, begon in dezen +tijd te verslappen. Tolstoi gaf zich over aan innerlijke beschouwingen +en er ontstond een stilstand in zijn werk. Maar nu schreef Droezjinin +elk der beide vrienden een' overtuigenden brief om den lust tot +schrijven weer bij hen op te wekken. Belangrijk vooral is die aan +Tolstoi: + +"Ik haast mij u te antwoorden op uw schrijven en ook, zooals gij +waarschijnlijk wel zult raden, op hetgeen gij mij meedeelt over +uwen litterairen arbeid. Bij iederen schrijver komen oogenblikken +van twijfel en ontevredenheid, maar hoe sterk, hoe gewettigd die +ook mogen zijn, niemand nog heeft daarom het schrijven voor goed +opgegeven. Bij alles wat gij doet, het zij goed of kwaad, hebt gij +steeds eene groote vasthoudendheid getoond; daarom moet gij meer dan +iemand anders nadenken voordat gij het werk neerlegt. + +"Bedenk toch, na poëzie en na hersenarbeid is alle andere bezigheid +niets. _Qui a bu veut boire._ U op dertigjarigen leeftijd van uwen +litterairen arbeid terug te willen trekken staat gelijk met het +verlies van de helft der belangstelling die gij voor 't leven gevoelt. + +"Maar--dat is nog niet alles. Op ons allen rust de verantwoordelijkheid +voor goede litteratuur te zorgen, iets waaraan het Russische +publiek zoo zeer behoefte heeft. De Engelschman en de Amerikaan +kunnen terecht lachen omdat in Rusland eene vertelling van honderd +bladzijden (waarmee een landeigenaar, met een goed van 2000 zielen, +zich maanden heeft bezig gehouden), door het publiek verslonden wordt +en een' geheelen dag het onderwerp van gesprek vormt. Wat men in het +buitenland dilettantisme noemt, wordt bij ons reeds als iets bijzonders +beschouwd. Bij ons is het zoo. Eene vertelling wordt gelezen om zich er +mee te amuseeren. Deze laagste soort van kunstuiting kan twee bronnen +hebben: òf zij is geschreven door iemand die ons niets te vertellen +heeft, òf zij is de stem van den eenigen vooruitstrevenden man in +het Tsarenrijk. Wij b.v. kennen de zwakke zijde van Toerghenjeff, +maar met dat al ligt er nog eene zee tusschen zijne niets beduidende +vertellingen en de beste romans van Eugénie Toer met haar half +talent. Het Russische publiek, dat zich door een eigenaardig gevoel +laat leiden, kiest zich vier of vijf schrijvers als leidslieden en +wenscht verder niets te weten. Gij zijt door uw talent, door uwe +schitterende geestesgaven en door een' samenloop van omstandigheden +een gunsteling van het publiek geworden. U aan den arbeid onttrekken +moogt gij dus niet; integendeel, gij moet werken met al de kracht die +in u is. En nu is er nog iets: gij zijt lid van den zooveel mogelijk +eerlijken, invloedrijken, onafhankelijken kring, die reeds sedert +tien jaren (ondanks de fouten die misschien haar leden aankleven) +het vaandel hoog houdt van liberalisme en vooruitgang, en onder den +druk der vervolging den smaad draagt, zonder ooit eene laagheid te +hebben begaan. De kring is, ondanks de geringe tegemoetkoming, de +weinige beschaving van het publiek en het neerzien op de litteratuur in +'t algemeen, een moreele kracht geworden. 't Is waar, hij heeft ook +middelmatige, onbeduidende leden, maar in verbinding met de anderen +presteeren die toch ook iets en zijn zij niet geheel nutteloos. In +dien kring nu zijt gij, hoewel gij nog slechts kort lid zijt, één +dergenen die zich eene stem hebben verworven, hetgeen b.v. Ostrowski +met zijn groot talent, en die moreel even hoog staat als gij, niet is +gelukt. Eene verklaring hiervoor te zoeken zou ons te ver voeren en ook +niets aan de zaak afdoen. Indien gij u nu uit dien kring terugtrekt, +een leven van nietsdoen gaat lijden, dan zult gij u ten eerste vervelen +en ten tweede geene rol meer spelen op het wereldtooneel. + +"En nu breek ik af omdat mijn papier vol is. Wanneer mijne gedachte +tot u spreekt, dan zult gij haar zelf uitwerken en ontwikkelen." + +Tot Fet wendde hij zich met denzelfden vriendelijken raad. + + + +"Waarde en hooggeachte Afanasie Afanasjewitsch! + +"Uwe mededeeling dat gij niets meer schrijven wilt of laten drukken +beantwoord ik op dezelfde wijze als ik het Tolstoi gedaan heb. Indien +gij niets goeds te schrijven hebt, blijf dan bij uw voornemen, doch +zoo gij den drang tot schrijven voelt, zal een ander u daartoe niet +behoeven aan te zetten. + +"Het is niet mogelijk, al heeft men duizend eeden gezworen, goede +gedichten of goede boeken voor zich te houden, en daarom moest gij het +ook maar niet probeeren. De beide laatste jaren was het u en Tolstoi +onmogelijk iets te scheppen, en gij hebt beiden goed gedaan een' tijd +lang te rusten. Zoodra echter uw geest zal ontwaken, zult gij, zoowel +als Tolstoi, u weer willen uiten. Doe daarom geen gelofte, vooral +niet omdat niemand er u naar vraagt. Het eenige, dat ik niet goed vind +in uw besluit, is dat gij en Tolstoi, zoo ik mij niet vergis, u boos +hebt gemaakt, hetzij op het publiek hetzij op de litteratuur. Wanneer +iedere schrijver beleedigd zou zijn door eene zekere koelheid of door +een schimpartikel, dan zou niemand meer schrijven behalve misschien +Toerghenjeff, die nu eenmaal de kunst verstaat een allemansvriend te +zijn. Wanneer men in de letterkundige wereld met slijk gooit, dan +is dat volgens mijne meening ongeveer hetzelfde, als dat het paard +dat gij berijdt iets onbehoorlijks doet, terwijl uw hoofd vervuld is +van poëtische gedachten. Hier kan ik nog bijvoegen, dat men mij heeft +uitgescholden zooveel als ik maar kon verlangen, en het heeft mij nog +niet eens mijn' eetlust bedorven. Integendeel, ik vond het een groot +genoegen mij schrap te zetten, en ik zal natuurlijk steeds doorgaan met +schrijven, totdat ik gezegd heb wat ik vind dat gezegd moet worden." + +Met zijne veronderstelling, dat het stilzwijgen der beide vrienden aan +een zekere koelheid van het publiek moest worden toegeschreven, heeft +Droezjinin zich echter vergist. Al heeft die koelheid misschien ook +bestaan, de reden van hunne werkeloosheid lag toch ergens anders. Het +was, dat beiden voelden dat er geen geestelijke band bestond tusschen +den schrijver en de lezers. De schrijvers wisten niet wat zij moesten +schrijven en het publiek, vertegenwoordigd in de persoon van den +kritikus, niet wat het van hen kon verwachten. + +Deze rusttijd hield aan, totdat eene plotselinge gebeurtenis een +heftigen indruk maakte op hun gevoel of hun verstand en hen weer aan +den arbeid riep. + +Keeren wij nu tot de ziekte van Nikolaas Tolstoi terug. Op weg naar +het buitenland schreef deze uit St.-Petersburg aan zijn' vriend Fet: + + + +"Lieve vrienden Afanasie Afanasjewitsch en Iwan Petrowitsch! + +"Ik kom mijne belofte nog vlugger na dan was afgesproken. Ik +wilde u uit het buitenland schrijven en nu doe ik het reeds uit +St.-Petersburg. Wij vertrekken morgen, d.w.z. Zaterdag. Ik heb dokter +Z.... geconsulteerd. Hij is een Petersburger en geen Berlijner, +zooals ik uit den brief van Toerghenjeff had opgemaakt. Hij stuurde +mij naar de badplaats waar Toerghenjeff zich tegenwoordig ook bevindt, +nl. Soden. Mijn volgend adres is Frankfurt am Main." + +Fet ontving den tweeden brief uit Soden. + +"Ik heb niet eerst op antwoord gewacht, maar wil u even melden, dat +ik goed en wel in Soden ben aangekomen. Men heeft echter bij mijne +aankomst geen kanonschoten gelost. Wij troffen hier Toerghenjeff, +die leeft en gezond is, zelfs zóó gezond, dat hij zelf verklaart +'geheel gezond' te zijn. Hij vond hier eene Duitsche jonge dame, die +hij het hof maakt. Wij (dit is voor Iwan Petrowitsch bestemd) hadden +ons voorgenomen te gaan schaken, maar tot nu toe is er nog niets van +gekomen. Hij denkt aan zijne Duitsche en ik aan mijn herstel. Want +nu ik dezen herfst opoffer, wil ik den volgenden kranig voor den dag +komen. Soden is een heerlijk plekje. Ik ben hier nog niet eens eene +week en voel mij reeds veel beter. Wij, Sergius en ik, bewonen drie +kamers voor twintig gulden in de week; table d'hôte à één gulden, +wijn is verboden. Een eenvoudig plaatsje dus, zooals ge ziet, +maar mij bevalt het heel goed. Voor mijn venster staat een heel +gewone boom, maar in de takken zit iederen avond een vogeltje te +zingen. Dat herinnert mij aan het huisje in Nowosjelka. Doe mijne +groeten aan Maria Petrowna; houdt u goed, lieve vrienden, en schrijft +mij dikwijls. Ik denk lang in Soden te blijven, minstens een week +of zes. Op weg hierheen heb ik niet geschreven omdat ik den geheelen +dag ziek was. Nogmaals vaarwel!" + +Leo Tolstoi schreef reeds 28 Juni 1860 uit Moskou aan Fet, dat +hij had besloten zijne zuster naar het buitenland te begeleiden, +en vroeg hem in verband met deze reis eenige huishoudelijke zaken +(naar de paarden zien, enz.) voor hem te willen regelen. + +Den 3den Juni vertrok hij met zijne zuster Maria Nikolajewna en hare +kinderen per stoomboot uit Petersburg naar Stettin en vervolgens +naar Berlijn. + +De ziekte van zijn' broer was niet bepaald de aanleiding voor Tolstoi's +reis, maar heeft die slechts verhaast. Reeds lang was hij van plan +zich in Europa op de hoogte te gaan stellen van hetgeen men daar voor +de volksopvoeding deed. + +"Nadat ik mij een jaar met de scholen had bezig gehouden," zegt +Tolstoi in zijne _Biecht_, "vertrok ik voor de tweede maal naar het +buitenland, om te leeren hoe ik het aan moest leggen anderen iets te +leeren, terwijl ik zelf niets wist." + +Of zijn arbeid vruchten zou dragen, kon hij eerst na twintig jaren +beoordeelen, maar op het oogenblik wierp hij zich met hart en ziel +op de studie. + +De ziekte en naderhand de dood van zijn' broer brachten geene +verandering in zijne plannen, maar deelden zijne reis in twee +helften. Wij zullen trachten een geregeld overzicht te geven van +zijne werkzaamheden. [117] + +Tolstoi kwam dus met zijne zuster in Berlijn, waar hij eenige dagen +bleef, terwijl zij doorging naar Soden. + +Hier bezocht hij de universiteit, waar hij eenige college's over +geschiedenis, natuurkunde en physiologie bijwoonde en een' avondcursus +volgde in een "Handwerkerverein." De populaire voordracht, gehouden +door een' beroemden professor, interesseerde hem in hooge mate en +vooral de daarmede verbonden debatten wekten zijne belangstelling +op. Deze wijze van volksopvoeding was voor Tolstoi iets geheel +nieuws. Hij was zeer verbaasd over de vlugheid en vrijheid van +gedachtenwisseling tusschen een van de voornaamste vertegenwoordigers +der wetenschap en het volk. + +Sedert dien tijd zijn er reeds meer dan veertig jaren verloopen, en +nog steeds greep Rusland dit eenvoudige middel om het volk op te voeden +niet aan. Nog steeds maakt de geestelijke zoowel als de staatscensuur +de toepassing van deze eenvoudige wijze van volksopvoeding onmogelijk. + +Ten slotte bezocht Tolstoi nog de gevangenis in de wijk Moabit, +waar juist een nieuw strafsysteem, de eenzame opsluiting, was +ingevoerd. Deze wijze van straffen maakte natuurlijk geen' gunstigen +indruk op Tolstoi. + +Den 14den April vertrok hij uit Berlijn, bleef één dag in Leipzig, +waar hij een school bezocht, om vervolgens door de Sachsische Schweiz, +die hij bijzonder mooi vond, naar Dresden te reizen. Hier maakte hij +kennis met Auerbach, den schrijver van vele bekende volksverhalen. + +De Amerikaansche schrijver Schyler vertelt in zijne _Herinneringen +aan Graaf L. N. Tolstoi_ het volgende van deze ontmoeting. + +"Ik herinner mij dat ik, Tolstoi eens met het in orde brengen van +zijne bibliotheek helpende, opmerkte dat de volledige verzameling +der werken van Auerbach eene eerste plaats op eene eerste plank had +gekregen. Tolstoi gaf mij de twee deelen van _Ein neues Leben_, om +ze, als ik naar bed ging, eens door te lezen. 'Aan dezen schrijver,' +voegde hij erbij, 'heb ik het te danken, dat ik scholen voor mijne +boeren heb opgericht en dat mijne belangstelling is opgewekt voor +hunne ontwikkeling. Toen ik voor de tweede maal in Europa kwam en +Auerbach een bezoek bracht kenden wij elkaar nog niet. "Ik ben Eugen +Baumann," (de held uit een zijner verhalen) zeide ik en haastte mij, +toen ik zag dat hij min of meer verlegen werd, er bij te voegen: +"niet van naam maar in karakter." Daarop vertelde ik hem wie ik was, +dat zijne werken mij tot nadenken hadden gebracht, en welk een goeden +invloed zij op mij hadden uitgeoefend. + +"Het toeval," zoo vertelt Schyler verder, "voerde mij het volgend jaar +naar Berlijn, waar ik in het gastvrije huis van den Amerikaanschen +gezant Bancroft het genoegen had Auerbach te ontmoeten. Eens kwam +het gesprek op Rusland en daardoor ook op Tolstoi, en herinnerde ik +hem aan dat voorval. + +"'Ja,' zeide hij, 'ik weet nog heel goed hoe ik schrok, toen die +vreemd uitziende heer mij zeide, dat hij Eugen Baumann was. Ik was +n.l. bang dat hij mij van laster kwam beschuldigen.'" + +De Saksische scholen konden Tolstoi niet bevredigen. Den 19den Juli +vertrok hij naar Kissingen, zoodat hij langzamerhand ook dichter bij +zijn broer kwam. Onderweg las hij veel, o.a. ook over de geschiedenis +der paedagogie. + +Den 5den Augustus 1860 schreef Tolstoi uit Kissingen aan zijne tante: + + + +"Ik heb u zoolang niet geschreven, lieve tante, omdat ik u niet alleen +tijding van mijzelf wilde doen toekomen, maar ook van al de onzen. Ik +wacht nu echter al tien dagen tevergeefs op bericht van hen. Maria +en ik zijn in den besten welstand te Berlijn aangekomen en maar één +dag zeeziek geweest. + +"In Berlijn ben ik met Maria en Warenka naar den bekenden dokter Traube +geweest. Hij vond Maria volmaakt gezond en stuurde haar alleen voor +haar' arm naar Soden. Warenka moet de zeebaden gebruiken, maar hart +en longen zijn niet aangedaan. Voor mij oordeelt hij Kissingen het +geschiktst. In Berlijn kreeg ik eene vreeselijke kiespijn, zoodat +Maria eerst vier dagen later naar Soden vertrok. Wij ontvingen een' +brief van de broers, waarin Nikolaas schreef dat het _schijnt_ dat zijn +verblijf in Soden hem goed doet. Dát is alles wat ik van hem weet. In +Berlijn heb ik tien aangename en nuttige dagen doorgebracht, maar de +tandpijn heeft mij er vier bedorven. Voorzoover ik het beoordeelen kan +na een verblijf van negen dagen, schijnt Kissingen goed te zijn voor +mijne migraine. Ik heb hier Auerbach met zijne vreemde oogen ontmoet, +wat ik heel prettig vond, en ook zijne vrouw met haar krijschende +stem, hetgeen mij minder verheugde. Mijn adres is: Kissingen +(Bavière). Ik hoop dat gij mij spoedig zult antwoorden. Vaarwel, ik +kus uw handje. Zeg s.v.p. aan den opzichter, dat hij goed voor alles +moet zorgen en schrijf mij eens over 't werk, den oogst, de paarden, +en of er zieken zijn. Laat de onderwijzer mij op de hoogte houden van +de schoolzaken, hoeveel kinderen er komen en of ze goed leeren. Ik +kom ongetwijfeld tegen den herfst terug en ben van plan mij nog meer +dan vroeger met het onderwijs bezig te houden. De goede reputatie +van de school mag dus, nu ik er niet bij ben, niet verloren gaan, +en er moeten zooveel mogelijk leerlingen worden aangenomen." + +Ook in Kissingen las Tolstoi zeer veel: op natuurkundig gebied Bacon, +op godsdienstig Luther, terwijl Riehl's werken hem tot gids strekten +bij de studie der staatswetenschap. Waarschijnlijk heeft hij zich ook +met Herzen bezig gehouden, want in zijn dagboek vinden wij de in dien +tijd neergeschreven aanteekening: + +"Herzen: geen helder verstand, eene ziekelijke eigenliefde, maar +zijne goedheid, breede opvatting en elegante stijl zijn Russisch." + +In Kissingen maakte Tolstoi kennis met den Duitschen socioloog +Jul. Fröbel, den schrijver van _Theorie der Politiek_, en met diens +oom, den paedagoog Fröbel, den stichter van de kindertuinen. + +Fröbel was vol bewondering voor Tolstoi's scherpen blik en opvattingen, +die geheel nieuw voor hem waren en volkomen in tegenspraak met zijn +systeem. + +"Ruslands vooruitgang is slechts mogelijk," verklaarde Tolstoi, +"wanneer de volksontwikkeling daarvan den grondslag vormt. Die +volksontwikkeling heeft bij ons meer kans van slagen dan bij u in +Duitschland, omdat het Russische volk nog geheel onbedorven is, +terwijl men het Duitsche volk kan vergelijken met een' knaap, die +eenige jaren eene verkeerde opvoeding heeft ontvangen." + +De volksontwikkeling moet volgens Tolstoi's meening niet verplicht +zijn. Zal zij vruchten dragen, dan moet de drang naar weten zich zelf +openbaren, zooals b.v. de honger zich zelf openbaart. + +Het grondbezit der boeren was een onderwerp dat hem ook zeer veel +belang inboezemde; in hunne onderlinge samenwerking (het artèl) zag hij +het beeld van den toekomststaat. Fröbel kon dikwijls een glimlach niet +weerhouden als Tolstoi zijne meening uitte over het Duitsche volk. Dat +hij b.v. in niet één boerenwoning de mooie _Dorpsvertellingen_ van +Auerbach, noch de werken van Hebel had gevonden, bracht hem buiten +zichzelf van verbazing. "Bij ons," zeide hij dan, "zouden de boeren +tot tranen geroerd worden door zulke boeken." + +De indrukken, ontvangen door den omgang met Auerbach en Fröbel, +versterkten hem nog in zijn voornemen om de plannen, die hem +voor den geest zweefden, ten uitvoer te brengen. Fröbel vestigde +Tolstoi's aandacht op de werken van Riehl, wiens denkbeelden zeer +veel met de zijne overeenstemden; ijverig wijdde hij zich daarop aan +de bestudeering van Riehl's _Natuurlijke Historie van het Volk_, +als zijnde de grondslag van de Duitsche sociale politiek. Ook de +geschriften van den paedagoog Fröbel werkte hij grondig door. Tijdens +zijn verblijf in Kissingen maakte Tolstoi, daartoe aangelokt door de +schoone natuur en de vele geschiedkundige herinneringen, verschillende +grootere of kleinere uitstapjes in den omtrek. Hij ging naar den Harz, +vertoefde eenige dagen in Thüringen, en van uit Eisenach bracht hij +een bezoek aan den Wartburg. + +Tolstoi voelde zeer veel belangstelling voor Luther, den grooten +Duitschen hervormer, die, brekende met de traditie, zijn zwaren +strijd op den Wartburg heeft gestreden. Hij bezocht de kamer waar +Luther gewoond heeft, en waar, voor het eerst, de woorden uit den +Bijbel in de Duitsche taal werden neergeschreven. + +"Luther is groot," schreef Tolstoi na dat bezoek in zijn dagboek. + + + +Nikolaas Nikolajewitsch Tolstoi bevond zich, zooals wij weten, nog +steeds in Soden. Den 19den Juli schreef hij aan zijn' vriend Fet: + +"Ik had u reeds eerder willen schrijven, lieve vriend, maar ik +wilde u bericht zenden van de geheele Tolstoi-kolonie, hetgeen +om de volgende reden echter niet kan geschieden: mijne zuster is +met de kinderen naar Soden gekomen, waar zij een poosje voor hunne +gezondheid blijven, maar oompje Leo zit in Kissingen, dat hier een +uur of vijf vandaan ligt, en komt maar niet hierheen, zoodat ik hem +nog niet heb gezien. Ik heb Sergius, die op zijne terugreis naar +Rusland Kissingen heeft aangedaan, uw' brief meegegeven. Hij zal +wel spoedig bij u zijn en u alle bijzonderheden vertellen. Vergeef +het mij, beste Afanasie Afanasjewitsch, dat ik uw' brief aan mijn' +broer heb gelezen. Er stond veel waars in, maar alleen daar waar +gij in 't algemeen spreekt. Hetgeen gij van u zelf zegt is niet +waar. Men kan zich zelf en zijn' kring niet beoordeelen, en daarbij +ontbreekt het u aan praktijk. Verdiep u minder in theorieën, word +practisch en dan ben ik overtuigd dat uwe laksheid zal verdwijnen +en gij nog eens een werk zult schrijven, dat Toerghenjeff en ik +en nog een paar anderen met genoegen zullen lezen. En de rest van +'t menschdom draait gij den rug toe. Weet gij waarom ik zooveel +van u houd, Afanasie Afanasjewitsch? Omdat gij zoo oprecht zijt en +nooit holle frasen gebruikt, zooals b.v. onze dierbare en hooggeachte +vriend Toerghenjeff. Toch is het mij heel eenzaam geworden sedert hij +niet meer hier is, afgezien nog van het feit, dat de schaakclub is +ontbonden. Zelfs mijn eetlust wordt minder sedert ik zijne gezonde, +gezette gestalte niet meer tegenover mij zie en ik niet meer verplicht +ben hem telkens het vleesch bij de worteltjes of de worteltjes bij het +vleesch aan te reiken. Wij hebben het dikwijls over u gehad, vooral +den laatsten tijd: 'Nu maakt Fet zich gereed om op reis te gaan, +nu komt Fet,' enz. enz.... Toerghenjeff heeft zich een zwarten hond +gekocht, een halfbloed panter. Ik drink geen bronwater meer en heb +mij voorgenomen veel uitstapjes te maken. Mijn hoofdkwartier echter +blijft Soden en het adres onveranderd." + +Van Nikolaas Tolstoi bleef ons zoo weinig litteraire arbeid, dat +wij hier de enkele brieven laten volgen, die hij wisselde met zijne +familie en met Dmitri Alexejewitsch Djakoff. Hoewel zij niet zeer +belangrijk zijn, geven zij ons toch een' indruk van zijn vriendelijk, +goedhartig karakter. + +Uit Soden schreef hij de familie Djakoff twee brieven. + +"Hebt ge mijn' brief uit St.-Petersburg ontvangen, beste vriend? Zoo +ja, dan moet gij u schamen, dat gij er nog niet op hebt geantwoord. Ik +hoop dat al de uwen gezond zijn, en schrijf mij nu in 's hemelsnaam +of Darja Alexandrowna [118] ook naar het buitenland gaat. Waarheen +en wanneer zij ook gaat, als ik het maar weet, dan reis ik haar +dadelijk tegemoet. Bronwater drink ik niet meer, ik houd nu alleen +maar rust. Mijne zuster is ook hier en denkt een week of vier te +blijven. Mijn adres is: Soden, près de Francfort sur le Main, maison +'Landlust'. + +"Met mijne gezondheid gaat het vooruit, hoewel ik nog niet geheel +beter ben; waarschijnlijk kunnen wij hetzelfde van uw landgoed +zeggen. Schrijf mij nu eens heel spoedig hoe het gaat, welke plannen +gij hebt, enz. enz.... Leo is in Kissingen, Sergius is bij mij in +Soden geweest, maar heeft al zijn geld verspeeld en is reeds weer +naar Rusland terug. Waarschijnlijk is hij nu bij u. + +"Geheel de uwe, Graaf N. Tolstoi." + + + +"19 Juli. (Nieuwe stijl.) + + +"Ik weet niet, Darja Alexandrowna, hoe ik u zal danken voor uw +schrijven; gij hebt uwen buurman dus nog niet vergeten. Hoe gaat het +met uwe gezondheid en hoe maakt Maschi het? Ik hoop dat wij elkaar van +'t jaar nog zullen zien, en ik denk daaraan met groot genoegen. Gij +hebt slechts te schrijven wanneer gij naar het buitenland gaat, +waar gij u bevindt, en ik zal er zijn. Mijne zuster is ook in Soden +en draagt mij op u te groeten. Wij schelden den geheelen dag op het +weer--zomer is het hier niet geweest. Er is veel koude, regen en wind, +en dat niet alleen in Soden maar in heel Europa. Laat u dat echter +niet afschrikken. Kom maar en breng mooi weer mee. + +"Met de meeste hoogachting verblijf ik + + +"Uw u toegenegen Graaf N. Tolstoi." + + + + +En aan zijn' vriend: + +"Ik vrees, mijn beste Dmitri, dat deze brief u niet zal bereiken; zoo +gij hem wel ontvangt, meld mij dan per omgaande, waar gij heen gaat +en vooral, waar gij den herfst zult doorbrengen. Mijn adres blijft +nog steeds Soden, omdat ik zelf niet weet waar ik heen zal gaan. De +doktoren hebben mij druiven en een zacht klimaat voorgeschreven, +twee dingen die dit jaar in Europa niet te vinden zijn. Mijne zuster +laat u groeten. + +"Geheel de uwe N. Tolstoi." + + + +Nikolaas Tolstoi had eenige aangename weken met zijne zuster en hare +kinderen in Soden doorgebracht, maar zijne gezondheid liet nog veel +te wenschen over. De doktoren rieden hem eenstemmig een verblijf in +Italië aan. + +Sergius Tolstoi was den 6den Augustus weer naar Rusland +teruggekeerd. Natuurlijk maakte hij van de gelegenheid gebruik zijn' +broer Leo in Kissingen op te zoeken, om hem tevens op de hoogte te +brengen van den slechten staat der gezondheid van hun' broeder. Drie +dagen later, juist op den dag dat Sergius weer vertrok, kwam Nikolaas +zelf naar Kissingen. Gravin Tolstoi met de kinderen waren nog in +Soden gebleven, waar Nikolaas zich spoedig weer bij hen voegde. + +Leo Tolstoi ging nog voor eenigen tijd naar den Harz, waar hij van +de heerlijke natuur genoot en ook veel tijd aan lezen besteedde. + +Eindelijk, 26 Augustus, kwam hij in Soden, waar alles reeds voor +de afreis gereed was, en den 29sten Augustus gingen de beide broers +naar Frankfort. + +Waarschijnlijk had Tolstoi's sterke individualiteit haar stempel +gedrukt op zijne geheele persoonlijkheid. In Dresden immers maakte hij +Auerbach aan 't schrikken, en in Frankfort gebeurde iets dergelijks. + +Gravin Tolstoi vertelt ons daarvan: + +"Wij waren in Frankfort en Prins Alexander van Hessen met zijne gemalin +brachten mij een bezoek. Plotseling ging de deur open en Leo, in een +allervreemdst kostuum, dat herinnerde aan een' Spaanschen roover op +een plaatje, verscheen op den drempel. Ik was stom van verbazing. Hij +was blijkbaar niet zeer ingenomen met mijne gasten, want hij verdween +zoo spoedig mogelijk. + +"'Qui est donc se singulier personnage?' vroegen mijne gasten. + +"'Mais c'est Léon Tolstoy.' + +"'Ah, mon Dieu, pourquoi ne l'avez-vous pas nommé. Après avoir lu +ses admirables écrits, nous mourrions d'envie de le voir.'" + +Op advies van den dokter vertrok de geheele familie Tolstoi naar +Hyères, een plaatsje aan de Middellandsche Zee. + +Nikolaas vond hier helaas ook geen baat en heeft er maar heel kort +mogen wonen. + +Een paar dagen na hunne aankomst schreef Tolstoi een' brief aan zijne +tante Tatjana, waaruit blijkt dat zij nog niet alle hoop op herstel +hadden opgegeven: + +"De gezondheid van Nikolaas blijft nog steeds dezelfde, maar nu wij +hier zijn hopen wij op beterschap, omdat zijne levenswijze in Soden, +de reis en het gure weer hem meer kwaad dan goed hebben gedaan. De +drie dagen die wij hier zijn hebben wij prachtig weer gehad, en men +zegt dat het hier altijd zoo is. Maria heeft kennis gemaakt met eene +prinses Galizina, die hier al negen jaren woont. Toen zij hier kwam +was zij er veel slechter aan toe dan Nikolaas, en nu is zij eene +volkomen gezonde, sterke vrouw." [119] + +Met de gezondheid van Nikolaas ging het echter meer en meer +achteruit. Hij schreef eenige dagen vóor zijn' dood nog een' brief +naar Parijs, aan zijn' vriend Djakoff, waarin hij zelf de opmerking +maakt, dat zijne krachten hem verlaten. Ook was het reeds merkbaar +dat zijne hand hare vastheid had verloren. + +"Ik schrijf je een paar woorden om je te laten weten waar ik ben. Mijne +zuster en ik zullen den winter in Hyères blijven. Mijn en ook Leo's +adres is: Mme Sénéquier, Rue du Midi. Naar Parijs gaan kan ik helaas +niet meer. De reis is mij te vermoeiend, ik ben heel zwak. Schrijf mij, +zoodra gij zijt aangekomen en dezen brief hebt gelezen, waar gij zijt, +wat gij doet, enz. Nu het niet mogelijk is elkaar te zien moeten wij +elkaar maar schrijven. + +"Geheel de uwe N. Tolstoi." + + + +Nikolaas Tolstoi stierf den 20 September 1860. + +Leo Tolstoi deelde zijne tante Tatjana in de volgende bewoordingen +het sterfgeval mede. + +"Waarde Tante! + +"De zwarte rand om mijn brief zal u reeds alles gezegd +hebben. Vanmorgen om negen uur is gebeurd hetgeen ik nu reeds twee +weken ieder oogenblik verwachtte. Gisteren was het voor de eerste +maal dat ik hem met het aankleeden mocht helpen. Vanmorgen voor 't +eerst werd hij bepaald bedlegerig en vroeg om een' verpleger. Zijn +bewustzijn heeft hij niet verloren. Een kwartier vóor zijn dood dronk +hij nog een glas melk en zeide, dat hij zich beter gevoelde. Gisteren +maakte hij nog grappen en toonde hij nog belangstelling voor mijne +opvoedingsplannen. Zeer kort voor zijn' dood fluisterde hij eenige +malen: 'mijn God, mijn God.' Ik geloof, dat hij zich zijn' toestand +wel bewust was, maar hij wilde ons en zich zelf misleiden. Maria, +die een paar wersten hier vandaan woont, was eenige uren van te voren +weggegaan. Zij had het einde niet zoo spoedig verwacht. Ik heb hem +juist de oogen toegedrukt. Spoedig zal ik bij u zijn en u alles +vertellen... Vorstin Galizina heeft zich belast met de zorg voor +de begrafenis, die hier zal plaats hebben. Vaarwel, lieve tante, +troosten kan ik u niet. 't Is Gods wil! Ik schrijf Sergius nu niet; +hij is waarschijnlijk op de jacht en gij alleen weet waar hij zich +bevindt. Wees dus zoo goed het hem mede te deelen of hem dezen brief +te sturen." + +Den dag na de begrafenis schreef hij zijn' broeder Sergius: + +"Je hebt zeker het bericht van Nikolaas' dood ontvangen. Het spijt +mij voor je dat je niet hier waart. Hoe zwaar de slag ook is, het +doet mij toch goed dat het in mijne tegenwoordigheid gebeurd is, +en dat het sterfgeval mij heeft getroffen zooals het mij treffen +moest. Niet zooals met Dmitri, wiens doodsbericht mij bereikte toen +ik in 't geheel niet om hem dacht. Het waren onze jeugdherinneringen +zoowel als onze bloedverwantschap die ons verbonden. Nu hebben wij een +vriend verloren, dien wij meer liefhadden en achtten dan iemand op de +wereld. Het is mij eene vreeselijke gedachte, dat ik de laatste tijden +het egoïstische verlangen had: hoe eerder het afloopt hoe beter. Om +mij maar geen last te veroorzaken, deed hij, ijverig en sterk van +karakter als hij was, nog alles zelf. Den dag vóor zijn dood kleedde +en wiesch hij zich nog zonder hulp, en toen ik 's morgens bij hem kwam +zat hij reeds geheel gekleed in een' leuningstoel. Eerst negen uren +vóor zijn' dood kon hij niet meer tegen de ziekte strijden, en vroeg +hij mij hem bij het uitkleeden te helpen. Vroeger had ik mijne hulp +niet aangeboden, omdat hij er niet van hield geholpen te worden. Nu +voegde hij zich. Den geheelen dag was hij zacht gestemd, klaagde niet +en prees iedereen. Tot mij zeide hij: 'dank je, mijn vriend.' Jij +kunt begrijpen wat dat woord mij zegt. Ik vertelde hem, dat ik hem 's +morgens had hooren hoesten, maar dat ik niet naar hem toe was gegaan, +om hem niet te hinderen. 'Integendeel, het zou mij getroost hebben.' + +"Wat heeft hij geleden; maar geuit heeft hij het voor het eerst een +paar dagen vóor zijn' dood. 'Vreeselijk, die slapelooze nachten! Tegen +den morgen stik ik bijna van het hoesten. En zoo nog eenige nachten +te moeten lijden!' Nooit heeft hij gezegd dat hij den dood voelde +naderen; hij heeft het echter slechts niet uitgesproken. Op zijn' +sterfdag bestelde hij nog een' nieuwen chambercloak, maar toen ik +hem vertelde dat, indien hij niet beter was, Maria en ik niet naar +Zwitserland zouden gaan, antwoordde hij: 'denk je dan werkelijk dat +ik beter wordt?' De toon waarop dit gezegd werd, deed mij begrijpen, +dat hij zijn' toestand begreep, maar het voor ons niet wilde weten. 's +Morgens wist ik wat ons wachtte, en ik bleef steeds bij hem. Hij +stierf, ten minste schijnbaar, heel kalm. De ademhaling werd langzamer +en langzamer en hield eindelijk geheel op. Den volgenden morgen ben ik +nog eens naar hem toe gegaan. Ik was bang dat hij veranderd zou zijn +en er nog vreeselijker zou uitzien dan tijdens zijne ziekte. Je kunt +je echter niet voorstellen hoe mooi hij daar lag, met die blijmoedige, +vredige uitdrukking op zijn gelaat. + +"Gisteren is hij hier begraven. Ik heb er eerst over gedacht +hem te vervoeren en jou te telegrafeeren, maar ben toen van plan +veranderd. Het geeft niet, de wonden nog verder open te rijten. Het +spijt mij dat de doodstijding je midden in je jachtvermaak heeft +bereikt. Het bericht kon je bij al die afleiding onmogelijk zoo +treffen als ons. En toch is het zoo goed voor een mensch! Ik ondervind +nu de waarheid van hetgeen men mij eens gezegd heeft, n.l. dat men +zelf den dood gemakkelijker onder de oogen ziet, indien men iemand +heeft verloren die zooveel voor ons is geweest als hij voor ons +was. Jouw brief kwam juist toen de mis voor hem werd opgedragen. Nu +kan je nooit meer met hem op jacht gaan! Een paar dagen vóor zijn' +dood bespraken wij nog zijne aanteekeningen over de jacht en las hij +ze mij voor. Hij sprak ook veel over jou en zeide dat God jou alles +geschonken had, wat een mensch gelukkig kan maken, maar dat je zelf +je leven bederft. Dadelijk, den tweeden dag, heb ik een afgietsel van +zijn gelaat en een portret van hem laten maken. Het portret is niet +goed gelukt, maar het masker geeft zijne edele trekken geheel weer." + +De dood van zijn broer Nikolaas maakte een' diepen indruk op Tolstoi, +deed hem een tijdlang alle belangstelling in het leven verliezen en +bracht zijn geloof in het goede aan het wankelen. + +In zijn dagboek vinden wij de volgende aanteekeningen: + +"13 October 1860. 't Is nu bijna een maand geleden dat Nikolaas is +gestorven en sedert dien tijd heb ik alle belangstelling in het +leven verloren. Weer een vraag: Waarom? Ook ik sta mogelijk niet +meer ver van den weg daarheen! Waarheen? Nergens heen. Ik tracht te +schrijven; ik wil er mijzelf toe dwingen, maar het gaat niet, omdat +ik het werk niet die waarde kan toekennen, die men het moet toekennen +om er kracht en geduld voor te hebben. Tijdens de begrafenis kwam +de gedachte bij mij op een materialistisch evangelie te schrijven: +het leven van Christus--den materialist." + +Nadat de eerste, heftigste smart eenigszins bedaard was, schreef +Tolstoi aan zijn' vriend Fet: + +"Ik veronderstel dat ge reeds weet wat hier gebeurd is. Den 20sten +September stierf Nikolaas letterlijk in mijne armen. Niets in mijn +leven heeft zoo'n sterken indruk op mij gemaakt. Het is waar dat +hij altijd zeide, dat er niets erger is dan de dood. En wat doet het +goed te denken dat de dood toch het eind is van alles en dat er niets +erger is dan het leven. Waarom zou men zich nog moeite geven als er +voor iemand als Nikolaas Nikolajewitsch Tolstoi niets overblijft? Hij +heeft nooit gezegd dat hij de nadering van den dood voelde, maar ik +weet dat hij den afstand kende, die hem er van scheidde. + +"Eenige oogenblikken vóordat hij stierf schrikte hij plotseling uit +eene sluimering wakker en fluisterde ontzet: 'Maar wat is het dan +toch?' Toen zag hij den dood, den overgang in het niet. En als hij +niets kon vinden, waaraan zal ik mij dan vastgrijpen, wat zal ik dan +vinden? Nog minder. En ik, noch iemand anders, zal zooals hij tot +aan het laatste oogenblik met den dood strijden. Tot aan de laatste +minuut deed hij alles zelf, trachtte zich bezig te houden, schreef, +vroeg mij naar mijn werk en gaf mij raad. + +"Maar hij deed dat alles, geloof ik, niet uit een innerlijken aandrang, +maar uit principe. Hij bleef zich zelf tot aan het einde. Den avond +van te voren ging hij naar zijne slaapkamer en viel daar, door +zwakte overmand, bij 't open raam op zijn bed neer. Toen ik bij hem +kwam zeide hij met tranen in de oogen, dat hij daar zoo heerlijk een +uurtje had gelegen. 'Uit stof zijt gij geboren en tot stof zult gij +wederkeeren.' Eén vage hoop rest ons nog, dat wij daar in de natuur, +waarvan wij een deel zullen uitmaken, iets zullen vinden. + +"Allen die zijne laatste minuten bijwoonden zeiden: 'hoe heerlijk, +rustig en zacht is hij ingeslapen.' Maar ik weet hoe vreeselijk +hij heeft geleden, want niets van hetgeen er in hem omging ontging +aan mijn' blik. Duizendmaal heb ik tegen mij zelf gezegd: laat de +dooden de dooden begraven, maar men moet toch altijd zijne krachten +gebruiken. Men kan een' stem niet zeggen: val omhoog, terwijl alles +hem omlaag trekt, niet lachen om een scherts die geen scherts is, +niet eten wanneer men geen honger heeft. Waarom zou men zich inspannen, +daar morgen de doodstrijd kan beginnen, de dood met zijn afschuwelijke +leugen en zelfbedrog ons kan verrassen en wij kunnen overgaan in +het niet?! + +"Een misplaatste grap! 'Wees nuttig, wees deugdzaam, wees gelukkig +in het leven,' zeggen de menschen tegen elkaar; 'gij en het geluk +en de deugd en het nuttig zijn, alles bestaat in de waarheid.' En de +waarheid, die ik in de dertig jaren die ik leefde heb leeren kennen, +is, dat onze toestand ontzettend is. + +"'Neem het leven zooals het is, gij brengt u zelf in dezen toestand.' + +"Wel zeker, ik neem het leven zooals het is! + +"Nauwelijks heeft de mensch den hoogsten trap van zijne ontwikkeling +bereikt of hij ziet duidelijk dat alles ijdel, dat alles bedrog +is, en dat de waarheid, die hij toch boven alles lief had, iets +vreeselijks is. Als gij die waarheid recht in 't gezicht ziet, dan +zult gij ook opschrikken en als mijn broeder zeggen: 'Maar wat is +het dan toch?' Het spreekt van zelf dat, zoolang wij nog den wensch +koesteren de waarheid te leeren kennen en de waarheid te spreken, +wij ons daartoe zullen inspannen. Dat is alles wat mij nog overbleef +van mijne zedelijke wereld; verder gaan mijne wenschen niet. Daarnaar +alleen wil ik streven, maar niet in den vorm van uwe kunst. De kunst +is leugen en ik houd zelfs niet van een schoonen leugen. + +"Dezen winter blijf ik hier; men moet toch ergens zijn. Schrijf mij +eens spoedig. Ik houd evenveel van je als mijn broer, die tot aan +zijne laatste oogenblikken aan je heeft gedacht, van je hield. + +"L. Tolstoi." + + + +De indruk, dien de dood der duizenden, die hij onder de muren van +Sewastopol had zien vallen, op Tolstoi had gemaakt, was niet zoo +groot als die van dit ééne sterfgeval, den dood van zijn liefsten +broeder. Toen zag hij met een physiek, nu met zijn geestesoog. Hij +zag--en stond ontzet. Oprecht als hij was, trachtte hij zich zijne +onmacht tegenover de macht van den dood niet te ontveinzen. En deze +oprechtheid redde hem. Van dat oogenblik af, kan men zeggen, verliet de +gedachte aan den dood hem niet meer en in den zielestrijd, die daarmee +onvoorwaardelijk gepaard gaat, bleef hij overwinnaar. Na verloop van +eenige maanden schreef hij naar aanleiding van een nieuw sterfgeval: + +"Na een smartelijk lijden stierf een jongen van dertien jaren aan de +tering. Waarom? Het geloof aan de vergelding is de eenige oplossing van +die vraag. Als zij niet bestaat, dan is er ook geene ongerechtigheid, +wordt de gerechtigheid geheel overbodig en is de behoefte daaraan +bijgeloof. + +"De gerechtigheid is eene levensvoorwaarde tusschen de menschen +onderling, die zij ook zoeken in hunne betrekking tot de wereld. Zonder +het leven hiernamaals is zij geheel ondenkbaar. Gelijkvormigheid +is de eenige onveranderlijke natuurwet, zullen de natuurkundigen +zeggen. In verschillende uitingen van den menschelijken geest, in de +liefde, in de poëzie, in de schoonste openbaringen vinden wij haar +niet. Dat alles heeft bestaan en is gestorven, dikwijls zonder dat +het te voorschijn trad. De natuur schrijdt haar doel ver voorbij, +door het menschdom de behoefte aan liefde en poëzie te schenken, +als haar eenige wet gelijkvormigheid is." + +Na verloop van zeven-en-twintig jaren schreef hij het boek _Over +het leven_, dat eindigt met de woorden: "Het leven van den mensch is +een streven naar de gelukzaligheid; waarnaar hij streefde, dat werd +hem gegeven; evenmin als de gelukzaligheid den mensch tot onheil kan +strekken, evenmin kan het leven het einde zijn." + + + +Sergius Plaksin geeft ons nog eenige bijzonderheden van Tolstoi's leven +te Hyères, in den familiekring van zijne zuster. Plaksin zelf was in +dien tijd nog een kleine jongen, die met zijne moeder in hetzelfde +pension woonde als de familie Tolstoi. + +"Tijdens zijn verblijf te Hyères bracht Tolstoi dikwijls geheele dagen +bij zijne zuster door. Zelf onvermoeid in het wandelen, leerde hij het +ons. Altijd vond hij nieuwe plekjes en nieuwe wandelingen. Nu eens +gingen wij de zoutmijnen bekijken op het schiereiland Porquerolles, +dan beklommen wij den berg, waar eene kapel voor de Heilige Maagd +was opgericht, of we bezochten eene ruïne, om de eene of andere reden +'Trou des Fées' genaamd. + +"Onderweg vertelde Tolstoi ons allerlei sprookjes: van het gouden +paard, of van den reuzenboom, in wiens takken gezeten men alle steden +en zeeën van de geheele wereld kan zien. Hij wist dat ik geen sterke +borst had en droeg mij daarom dikwijls heele einden op zijn' schouder. + +"Na het middageten vertelde Tolstoi onzen goedhartigen huisheer en zijn +gezin de alleronmogelijkste dingen van Rusland, zoodat zij niet wisten +wat zij er van moesten gelooven, totdat mijne moeder of gravin Tolstoi +erbij kwam, die hun dan uitlegde wat waarheid en wat fantasie was. + +"Dadelijk na het diner kwamen wij bij elkaar, om op het terras naar het +weer te gaan kijken of in de groote zaal te gaan spelen. Op de tonen +van slechte pianomuziek voerden wij dan een ballet of eene opera uit, +zonder medelijden te hebben met onze toeschouwers: onze moeders, Leo +Tolstoi en mijne gouvernante Liza. Ballet en dans werden afgewisseld +door gymnastische oefeningen, waarin Tolstoi, die er altijd sterk op +aandrong de spieren te oefenen, ons voorging. Hij strekte zich dan +in zijne volle lengte op den grond uit, beval ons hetzelfde te doen, +en dan moesten wij ons oprichten zonder onze armen te gebruiken. Ook +hing hij tusschen de deurposten wel eens ringen voor ons op, waaraan +hij dan tot onze groote vreugde zelf ook werkte. + +"Het gebeurde wel eens dat wij zooveel leven maakten, dat de moeders +Tolstoi vroegen ons wat rustiger bezig te houden. Wij moesten dan om +de tafel gaan zitten, met pen en inkt voor ons. + +"'Luister nu goed,' zeide Tolstoi, 'ik zal jelui les geven.' + +"'Waarin?' vroeg Liza, het toenmalige voorwerp mijner liefde. + +"Tolstoi vervolgde zonder zijn nichtje een antwoord waardig te keuren: + +"'Schrijf nu.' + +"'Maar oompje, wat moeten wij schrijven?' hield Liza aan. + +"'Luister dan, ik zal je een onderwerp opgeven.' + +"'Wat opgeven?' kon Liza niet nalaten te zeggen. + +"'Een onderwerp,' vervolgde Tolstoi gewichtig. 'Schrijf nu: "Waardoor +onderscheidt Rusland zich van andere landen?"' + +"'Begin nu, maar pas op, niet naschrijven hoor!' + +"En wij begonnen. + +"De regels die Kolja schreef liepen alle, hoe schuin hij zijn hoofd +ook hield en hoe diep hij ook zuchtte, kris en kras over 't papier. Een +transparent gebruiken mochten wij niet, dat was maar verwennen, zeide +Tolstoi. Terwijl wij dus onze gedachten aan het papier toevertrouwden +en de beide moeders een of anderen nieuwen roman lazen, liep Tolstoi +met groote schreden de kamer op en neer, totdat eindelijk de nerveuse +gravin uitriep: + +"'Wat heb je toch, Leo? Je loopt als een ijsbeer heen en weer. Ga +toch zitten.' + +"Na verloop van een half uur ongeveer waren onze opstellen klaar, en +Tolstoi nam eerst het mijne, maar de regels waren in elkaar geloopen +en daarom gaf hij het mij terug en moest ik het zelf voorlezen. En ik +begon met luider stemme te vertellen, dat Rusland zich daardoor van +andere landen onderscheidde, dat men in de vastendagen pannekoeken at, +uitstapjes naar de bergen maakte en op Paschen eieren kleurde. + +"'Kranig,' zeide Tolstoi, die nu het handschrift van Kolja nam, +waarin Rusland zich door sneeuw,--en dat van Liza, waarin het zich +door de troika van de overige gedeelten der wereld onderscheidde. Wara, +de oudste van ons, had de uitvoerigste beschrijving gegeven. + +"'s Avonds leerde Tolstoi ons teekenen, waarvoor hij de ingrediënten +uit Marseille, waar hij dikwijls heenging, meenam. + +"Geheele dagen bracht hij met ons door; hij speelde met ons, +onderwees ons, en als er soms verschil was ontstaan trad hij als +scheidsrechter op." + +Nu laten wij nog de korte beschrijving, ons verstrekt door gravin +Tolstoi, volgen van eene soirée, waar Tolstoi ook tegenwoordig was. + +"Na den dood van Nikolaas woonden wij te Hyères. Leo had toen al naam +gemaakt en de Russische kring gaf zich veel moeite om met hem in kennis +te komen. Eens waren wij gevraagd bij vorstin Doedoekowa-Korsakowa, +waar een voornaam gezelschap bijeen was. De clou van den avond zou +de aanwezigheid van Tolstoi zijn, maar hij liet, helaas, heel lang +op zich wachten. De gasten begonnen reeds te wanhopen en de gastvrouw +beklaagde zich al in stilte over hare soirée manquée, toen eindelijk +nog graaf Tolstoi werd aangediend. Alles leefde op, maar hoe groot +was aller verbazing, toen hij binnen kwam, gekleed in een gewoon +wandelcostuum en op klompen. + +"Hij was juist van eene lange wandeling teruggekeerd, niet naar huis +gegaan, en begon dadelijk een levendig betoog te houden over het +voordeel van klompen boven laarzen, terwijl hij iedereen aanried zijn +voorbeeld te volgen. + +"Men vergaf hem in dien tijd ook reeds alles en het werd nog een heel +gezellige avond. Tolstoi was zeer opgewekt; er werd gezongen en op +algemeen verlangen nam hij de begeleiding op zich." + + + +Tot begin December bleef hij in Hyères, reisde toen over Marseille +naar Genève, waar hij zijne zuster met de kinderen achterliet om zelf +eene reis door Italië te gaan maken. Achtereenvolgens bezocht hij Pisa, +Livorno, Florence, Rome en Napels. + +Gedurende zijne buitenlandsche reis vertoefde Tolstoi eenige malen +te Marseille, welke groote handelsstad hem blijkbaar sterk aantrok +en interesseerde. + +In een van zijne opstellen over paedagogie geeft hij de volgende +beschrijving van zijn verblijf te Marseille. + +"Het vorige jaar bevond ik mij te Marseille, waar ik alle inrichtingen +van onderwijs voor de arbeidende klasse bezocht. De zucht tot leeren +bij de bevolking is zoo groot, dat bijna alle kinderen drie, vier, +vijf en zes jaar naar school gaan. Het leerplan bevat de volgende +vakken: bijbelsche en algemeene geschiedenis, het van buiten leeren van +den cathechismus, de vier hoofdbewerkingen der rekenkunde, Fransche +orthographie en boekhouden; waarom dit laatste op het programma stond +heb ik nooit begrepen en heeft ook geen der leeraren mij kunnen +uitleggen. Het eenige dat ik wel begreep, nadat ik de boeken der +leerlingen, die den cursus hadden afgeloopen, had gezien, is, dat zij +nog geen drie regels van de rekenkunde kenden, dat zij machinaal wat +met getallen leerden werken en op dezelfde wijze 'tenue des livres' +hadden geleerd. Het is onnoodig te zeggen dat boekhouden, zooals het +in Duitschland en Engeland wordt onderwezen, alleen reeds vier uren +voor de verklaring vereischt voor een' leerling die de vier regelen +der rekenkunde machtig is. + +"Niet één der kinderen, die deze scholen bezochten, kon zelfstandig +eene som oplossen, d.w.z. de eenvoudigste optelling of aftrekking +maken. Wat zij echter uit het hoofd hadden kunnen leeren, deden zij +vlug en goed. + +"Op eene vraag uit de Fransche geschiedenis, die zij juist van buiten +hadden geleerd, wisten zij goed te antwoorden; maar toen ik hun iets +vroeg waarop zij zich niet hadden voorbereid, kreeg ik ten antwoord +dat Hendrik IV door Julius Caesar was vermoord." + +"... In Marseille bezocht ik ook nog eene gewone en eene kloosterschool +voor volwassenen. Die scholen werden door een duizend leerlingen +bezocht (twee honderd mannen), terwijl de stad 250,000 inwoners +telt. Het onderricht werd hier op dezelfde wijze gegeven: mechanisch +lezen, waarvoor reeds een jaar of langer gebruikt werd, boekhouden +zonder kennis der rekenkunde, geloofsleer enz. + +"Daarna bezocht ik eene bewaarschool, waar kinderen van vier jaren +als soldaatjes marcheerden, op commando in de handjes klapten en +met bevende stemmetjes hymnen zongen ter eere van God en van hunne +weldoeners. + +"Resumeerende kwam ik tot de conclusie, dat het onderwijs in Marseille +bijzonder slecht is. Wanneer er eens een wonder kon gebeuren en men +de menschen kon gade slaan in die inrichtingen voor onderwijs, zonder +hen op straat, op hun werk, in de café's of in hun huizen te zien, +dan zou ons oordeel zijn, dat het volk onwetend, ruw, huichelachtig en +vol vooroordeelen is, kortom, een volk bijna zonder beschaving. Geeft +men zich echter de moeite om zich met de menschen in verbinding +te stellen en met hen te praten, dan komt men tot de overtuiging, +dat het Fransche volk bijna is zooals het meent te zijn; vlug van +begrip, verstandig, vrijgevig, nadenkend en werkelijk beschaafd. Let +eens op een' dertigjarigen werkman uit eene stad. Hij schrijft een +brief zonder de fouten welke hij er op school in maakt, soms zelfs +heelemaal goed. Hij is op de hoogte van de politiek en bijgevolg +ook van aardrijkskunde en de nieuwste geschiedenis; hij weet iets +van litteratuur en heeft eenig begrip van natuurkunde. Heel dikwijls +kan hij een weinig teekenen, en van wiskunde weet hij zooveel als hij +voor zijn beroep noodig heeft. Hoe nu heeft hij dit alles verkregen? + +"Het antwoord op die vraag vond ik vanzelf, toen ik na mijn +schoolbezoek eens op straat in de café's, de café-chantants, de +museums, de werkplaatsen, bij de havens en in de boekwinkels begon +rond te zien. Dezelfde jongen, die mij had verteld dat Hendrik IV +door Julius Caesar vermoord was, kende heel goed de geschiedenis van +_De drie Musketiers_ en van _De Graaf de Monte-Christo_. In Marseille +vond ik acht-en-twintig goedkoope geïllustreerde tijdschriften van 5 +à 10 centimes. Onder eene bevolking van 250,000 inwoners waren 30,000 +exemplaren verspreid. Wanneer wij dus aannemen, dat tien menschen één +nommer lezen of hooren voorlezen, dan worden zij nog door iedereen +gelezen. Dan hebben wij nog de museums, de publieke bibliotheken, de +schouwburgen, de café's, twee groote café-chantants, waar iedereen +tegen betaling van 50 centimes toegang heeft, en die dagelijks +gemiddeld door 25,000 menschen bezocht worden, om nog niet eens van de +kleine inrichtingen te spreken. In al die café's worden tooneelstukken +opgevoerd, verzen gedeclameerd enz. enz. Ruw berekend ontvangt een +vijfde gedeelte van de bevolking dagelijks dus onderwijs op de wijze +zooals de Grieken en de Romeinen het in hunne amphiteaters ontvingen. + +"Of die opvoeding goed of slecht is, dat is eene andere vraag. Wij +zien echter dat de onbewuste opvoeding sterker is dan de gedwongene, +die geheel door haar verdrongen en op den achtergrond geschoven wordt. + +"Het eenige wat den leerlingen bijbleef van hun vijf- of zesjarig +onderricht bestond hierin, dat zij in staat waren eenige letters +naast elkaar te zetten en er woorden van te vormen." + + + +In Januari van 't jaar 1861 bevond Tolstoi zich weer te Parijs, +waar hij als naar gewoonte het leven op straat met groote aandacht +gadesloeg. + +"Toen ik in Parijs was," zeide Tolstoi eens tegen Schyler, "zat +ik soms heele dagen boven op de omnibussen, mij vermakende met de +beschouwing van het publiek, en ik kan u de verzekering geven, dat +ik bijna in iedere persoon een type van Paul de Kock herkende." + +Dat de werken van dien auteur onzedelijk zouden zijn heeft Tolstoi +steeds tegengesproken. + +"Van de geheele Fransche litteratuur stel ik de boeken van Alexandre +Dumas en Paul de Kock het hoogste," vervolgde Tolstoi zijn gesprek +met Schyler, en op diens verwonderden blik sprak hij verder: + +"Neen, kom mij niet met dien onzin aan, dat Paul de Kock onzedelijk +is. Naar Engelsche begrippen is hij misschien een weinig 'leste et +Gaulois', zooals de Franschen het uitdrukken, maar onzedelijk is +hij niet. Wat hij ook zegt, en al veroorlooft hij zich hier en daar +eene gewaagde scherts, zijne richting blijft volkomen zedelijk. Hij +is de Fransche Dickens. Zijne personen zijn naar het leven geteekend +en geheel afgewerkt. + +"En wat Dumas betreft, ieder romanschrijver moest hem van buiten +kennen. Ik lees en herlees zijne werken. De intrige is altijd mooi, +maar hoofdzakelijk legt hij er zich op toe om een goed verband en +eene goede oplossing te verkrijgen." + +Te Parijs kwam Tolstoi in aanraking met Toerghenjeff, waardoor eene +eenigszins nauwere betrekking tusschen die beide schrijvers ontstond. + +Vandaar reisde hij naar Londen, waar hij bijna iederen dag met Herzen +samen kwam. Hij behandelde met hem vele gewichtige vragen van den +dag, maar van deze gesprekken kunnen wij helaas niets weergeven, +daar noch Herzen, noch Tolstoi er aanteekeningen van hebben gemaakt. + +In de _Herinneringen van Toetschkowaja Ogarjewaja_ vinden wij nog +een paar woorden, die betrekking hebben op deze samenkomsten. + +"Tolstoi, de schrijver van _Kinder-, Jongens-_ en _Jongelingsjaren_, +boeken die eene groote beroering te weeg brachten in de lezende wereld, +bracht dikwijls een bezoek bij Herzen. Deze was daar zeer mee ingenomen +en bewonderde vooral de vrijheid, waarmede hij zijne diepste, innigste +gevoelens neerschreef en ook mondeling uitte. Wat zijne filosofie +betreft, die vond Herzen dikwijls zwak, onduidelijk en nietsbewijzend." + +Eene dochter van Herzen, die echter slechts eene vage voorstelling +van deze samenkomsten heeft, verschafte ons nog de volgende kleine +aanteekening. + +"Als klein meisje las en bewonderde ik de werken van Tolstoi. Eens +van vader hoorende, dat deze schrijver ons een bezoek zou brengen, +vroeg ik vergunning daarbij tegenwoordig te zijn. Om niet opgemerkt te +worden ging ik op het vastgestelde uur in mijns vaders studeerkamer, +in het uiterste hoekje zitten, en spoedig daarop werd Tolstoi +aangediend. Met kloppend hart zat ik te wachten, maar hoe groot was +mijne teleurstelling toen daar een naar de laatste Engelsche mode +gekleede heer binnenkwam, die dadelijk met mijn' vader een levendig +gesprek begon over de laatste hanengevechten en bokspartijen die hij +in Londen had bijgewoond. In dit eenige onderhoud dat ik bijwoonde +gelukte het mij niet ééne enkele diepe gedachte op te vangen." + +Men kan echter gerust aannemen, dat de gesprekken van deze twee +groote Russische schrijvers zich niet bepaalden tot een praatje over +sport. Bij het afscheid gaf Herzen zijn' vriend eene introductie mee +voor Proudhon. + +In Engeland, evenals elders, bezocht Tolstoi verschillende scholen. Ook +luisterde hij in het parlement naar eene rede van Palmerston, die +ruim drie uren duurde. + +In Londen ontving Tolstoi het bericht, dat hij tot vrede- en +scheidsrechter was benoemd, en den 19en Februari 1861, den dag +van de opheffing der lijfeigenschap, besloot Tolstoi naar Rusland +terug te keeren. Hij reisde over Brussel, waar hij Proudhon een +bezoek bracht. Deze energieke, uit het volk geboren, zelfstandige +denker maakte een' diepen indruk op Tolstoi. Waarschijnlijk +is deze kennismaking ook van invloed geweest op zijne veranderde +wereldbeschouwing. Eens met mij over Proudhon sprekende, zeide Tolstoi: +hij schijnt mij een energieke man, en heeft, zooals men dat noemt, +"le courage de son opinion." + +Proudhon's bekend aphorisme: "la propriété c'est le vol" zou als +epigram boven de meeste van Tolstoi's economische werken geplaatst +kunnen worden. + +In Brussel bracht Tolstoi ook nog een bezoek aan den ouden, grijzen +Poolschen historicus Lelewel, die daar in groote armoede leefde. Hier +ook schreef hij het begin der vertelling _Polipoeschka_. + +Eindelijk, den 13en April, vertrok Tolstoi uit Brussel om over Berlijn +naar zijn vaderland terug te reizen. + +De eerste stad die hij in Duitschland aandeed was Weimar, waar hij +de gast was van den Russischen gezant, die hem in kennis bracht met +den hofmaarschalk, welke, op zijne beurt, hem voorstelde aan den +Groothertog Karel Alexander. + +Door bemiddeling van den gezant kreeg Tolstoi verlof het huis van +Goethe, dat in dien tijd nog niet voor 't publiek geopend was, +te bezichtigen. Veel meer belangstelling toonde hij echter voor de +Fröbel-scholen en -tuinen, die toenmaals onder directie stonden van +Mina Schelhorn, eene persoonlijke leerlinge van Fröbel. Met groote +bereidwilligheid vertelde zij den vriendelijken Russischen graaf alles +wat hij van haren werkkring en hare kinderen wenschte te vernemen. + +Onlangs schreef Dr. von Bode in het paedagogisch tijdschrift _Der +Säemann_ een belangrijk artikel, getiteld _Tolstoi te Weimar_, waarin +hij o.a. het gesprek weergeeft, gevoerd tusschen den nu reeds overleden +Julius Schlentzer en Tolstoi, bij diens bezoek aan Schlentzer's school. + +"Het was de Vrijdag na Paschen. Ik wilde juist in de 2de klasse met +de les beginnen, toen de deur openging, en een seminarist met eene +hoofdbuiging meldde: 'Hier is iemand die u wenscht te spreken.' + +"Hij had een' heer bij zich, die zich niet voorstelde en die ik voor +een' Duitscher hield, omdat hij even zuiver Duitsch sprak als wij. + +"'Welke les gaat gij geven?' vroeg hij. + +"'Eerst geschiedenis en dan Duitsch,' antwoordde ik. + +"'Heel goed; ik heb reeds verschillende scholen in Zuid-Duitschland, +Frankrijk en Engeland bezocht, en wilde nu gaarne met de Noord-Duitsche +kennis maken. Hoeveel klassen heeft uwe school?' + +"'Zeven; dit is de tweede. Ik ken echter mijne leerlingen nog niet, +omdat ik pas met hen ben begonnen en kan dus waarschijnlijk uwe +nieuwsgierigheid niet bevredigen.' + +"'Dat is mij precies gelijk. Hoofdzaak voor mij zijn het leerplan en +de methode. Vertel mij, als gij wilt, eens volgens welke methode gij +geschiedenis onderwijst.' + +"'Ik heb zelf een plan ontworpen.' Toen ik dat nu den vreemden leeraar +in de geschiedenis, waarvoor ik hem hield, ging verklaren, nam deze +een notitieboekje uit zijn' zak, waarin hij ijverig aanteekeningen +maakte. Plotseling zeide hij: + +"'Het komt mij voor dat in dit zoo goed doordachte plan de +vaderlandsche geschiedenis ontbreekt.' + +"'Neen, die is niet vergeten, maar daarmee beginnen wij pas in de +volgende klasse.' + +"Het werd tijd voor de les, en ik begon te vertellen van de +verschillende trappen van beschaving. De vreemdeling ging stil door met +het maken van zijne aanteekeningen, en vroeg toen de les geëindigd was: +'Wat nu?' + +"'Duitsch. Ik wilde, eerlijk gesproken, de kinderen laten lezen, maar +als gij iets anders liever hebt, dan zal ik het gaarne veranderen.' + +"'Dat zou mij zeer aangenaam zijn. Weet gij, ik heb er veel +over nagedacht hoe men de vrije gedachte van de kinderen kan +ontwikkelen.' (In het Duitsch zeide hij letterlijk: de gedachte +'flüssig machen,' eene uitdrukking die ik nooit zal vergeten.) Ik +deed mijn best om aan zijn' wensch te voldoen. + +"Ik noemde een onderwerp, en daarover moesten de kinderen een opstel +maken. De vreemdeling stelde hier veel belang in, liep tusschen +de banken door, nam beurtelings de schriften van de kinderen en +las wat zij hadden neergeschreven. Ik bleef op mijne plaats, om de +leerlingen niet af te leiden. Toen de opstellen bijna klaar waren, +vroeg mijn gast: + +"'Mag ik nu het werk meenemen? Ik stel er heel veel belang in.' + +"Dat is toch al te erg, dacht ik, maar antwoordde beleefd, dat +het onmogelijk ging, daar de kinderen hunne schriften zelf moesten +bekostigen; dat de Weimarsche bevolking arm was en de ouders boos +zouden worden, zoo men hen verplichtte nieuwe te koopen. + +"'Dat is te verhelpen,' zeide hij, en ging weg. + +"Ik wist niet hoe ik het had, en stuurde een kind naar mijn' vriend, +den directeur van het seminarium, met de boodschap dat hij eens moest +komen, omdat er bij ons iets heel ongewoons voorviel. Mijn vriend kwam. + +"'Nu heb je mij een koopje bezorgd,' zeide ik, 'mij zoo'n zonderling +te sturen, die de schriften der kinderen mee wil nemen.' + +"'Ik heb niemand gestuurd,' antwoordde hij. + +"'Maar gij zijt toch de directeur van het seminarium, en een +seminarist heeft hem immers gebracht.' Toen herinnerde hij zich, +dat er in zijne afwezigheid een hooggeplaatst ambtenaar bij zijne +vrouw was geweest, die haar verzocht had er zorg voor te dragen dat +men den hem vergezellenden heer alle door hem gewenschte inlichtingen +zou verschaffen. + +"Terwijl wij zoo het geval bespraken, keerde de vreemdeling terug met +zijn' arm vol schriften, die hij in den eersten den besten winkel had +gekocht. Daar de beide heeren gelijktijdig bij mij waren, moest ik +hen wel aan elkaar voorstellen, en wisselden zij dus de gebruikelijke +plichtplegingen. + +"'Monhaupt, directeur van het gymnasium.' + +"'Graaf Tolstoi uit Rusland.' + +"Hij was dus een graaf en geen leeraar! en een Rus. En hij sprak +Duitsch als een geboren Duitscher. + +"De kinderen kregen bevel hunne opstellen over te schrijven in +de schriften, welke graaf Tolstoi had meegebracht. Hij verzamelde +ze zorgvuldig, rolde ze op en gaf ze aan een' bediende, die bij de +deur op hem wachtte. Van mij ging hij met den directeur naar Trebst, +een leeraar aan de Hoogere Burger-School, dien hij vroeger eens in +Rusland had leeren kennen." + +Dr. von Bode eindigt zijn artikel met de volgende woorden, gewijd +aan den ouden onderwijzer: + +"Nu moet ik nog een paar woorden zeggen van den ouden Schlentzer. Hij +stierf in 1905 op bijna 93-jarigen leeftijd. Voor mij was hij een +zeer merkwaardig mensch, omdat hij de twee mannen gekend heeft aan +wier boeken ik het beste deel van hetgeen ik weet heb ontleend. Hij +heeft Goethe en Tolstoi gekend. Eens heeft Schlentzer met Goethe +gesproken. Hij was in 1828 gymnasiast te Weimar en woonde met een' +schoolkameraad bij Eckermann, op een paar schreden afstand van het +huis van Goethe. De beide jongens zagen hem dikwijls voor het raam +zitten, en daar zij hem zoo graag eens van dichtbij wilden zien en +met hem wilden praten, vroegen zij Eckermann of die hun daartoe niet +eens in de gelegenheid kon stellen. + +"En zoo gebeurde het, dat Eckermann hen op een' zomermorgen door +een poortje Goethe's tuin binnen liet gaan, waar de dichter liep +te wandelen. Toen hij de gymnasiasten zag, ging hij naar hen toe, +vroeg wie zij waren, wat zij wilden worden, en gaf hun den raad flink +te studeeren. + +"Er was niets merkwaardigs in dit gesprek, maar Schlentzer, dien toch +in zijn leven, als onderwijzer en als mensch, veel eer te beurt viel, +verzekerde mij dat niets hem zooveel genoegen had gedaan als dat +korte gesprek met zijn' beroemden tijdgenoot." + +Van Weimar ging Tolstoi naar Gotha, waar hij de groote +Fröbelkindertuinen bezocht en kennis maakte met de eerste +paedagogen. In Jena kwam hij in aanraking met den jongen mathemathicus +Keller, dien hij overreedde mee naar Rusland te gaan, om hem bij de +uitvoering zijner opvoedingsplannen te helpen. Tolstoi hield zich ook +nog eenige dagen te Dresden op, waar hij Auerbach weer ontmoette. In +zijn dagboek vinden wij de volgende korte aanteekening: + +"21 April, Dresden. Auerbach is een prachtmensch. _Ein Licht, nur +eingefangen._ Zijne vertellingen zijn _Over den eersten indruk der +Natuur, Versöhnung, Abend_ e.a. Over het Christendom schrijft hij +als over de hoogste uiting van den menschelijken geest. Hij zegt +uitstekend verzen. Muziek vindt hij _ein pflichtloser Genuss_, +dat volgens zijne meening tot zedenbederf leidt. Eene vertelling: +_Schätzkästlein_. Hij is 49 jaren, oprecht, jong van hart en geloovig; +twijfel kent hij niet." + +Uit Dresden schrijft Tolstoi zijne tante Tatjana: + +"Ik ben goed in orde en brand van verlangen naar Rusland terug te +keeren. Nu ik echter eenmaal in Europa ben en niet weet wanneer ik er +weer zal komen, wil ik, dat zult gij wel begrijpen, zooveel mogelijk +nut van mijne reis trekken. Nu, op dat punt kan ik tevreden zijn. Ik +neem zoo'n groote hoeveelheid indrukken en kennis mee, dat het een' +heelen tijd zal duren, voor ik alles in mijn hoofd geregeld heb. Ik +denk tot den 21sten in Dresden te blijven en reken er vast op met +Paschen in Jasnaja Paljana te zijn. Als de scheepvaart den 25sten +nog niet geopend is, ga ik over Warschau naar Petersburg, waar ik +moet zijn om vergunning te krijgen voor eene krant, die ik op mijn +school te Jasnaja wil redigeeren. Ik breng een jongen Duitscher mee; +hij is leeraar aan de universiteit, beschaafd en ontwikkeld, maar +nog zeer jong en onervaren." [120] + +Den 22sten April bevond Tolstoi zich te Berlijn, waar hij ook kennis +maakte met den zoon van den beroemden paedagoog Diesterweg, directeur +van het seminarium. Hij had zich voorgesteld een verlicht mensch te +zien, zonder vooroordeelen, die zich in zijn' veeljarige loopbaan +een zelfstandig oordeel had gevormd, en hij vond (dit zijn zijne +eigen woorden) een kouden, harteloozen pedant, die meende volgens +vastgestelde regels kinderzielen te kunnen vormen. + +De vraag of er verschil bestaat tusschen de begrippen: opvoeding, +beschaving en onderricht, was voornamelijk het onderwerp van hun +gesprek. + +"Diesterweg lachte spottend wanneer iemand beweerde, dat er inderdaad +verschil bestond; volgens zijne begrippen waren deze drie één. En +ondertusschen spraken wij èn over opvoeding, èn over beschaving, +èn over onderwijs, en wij begrepen elkaar heel goed." + +Later zullen wij zien, dat niet alleen deze paedagoog, maar de geheele +methode, die hij in West-Europa had zien toepassen, Tolstoi niet kon +bevredigen. Dat hij in zijne scholen proeven nam met het door hem +in Frankrijk, Engeland en Duitschland verzameld materiaal geschiedde +alleen met het doel om eene zelfstandige methode te verkrijgen. + +Na eene afwezigheid van negen maanden, kwam Tolstoi eindelijk den +23sten April 1861 in Rusland terug. + +Het is wel te begrijpen, dat de zware Duitsche wetenschap Tolstoi +niet kon bevredigen, hetgeen hem evenwel niet had weerhouden zich +er met zijn bekend enthousiasme op te werpen, alles bestudeerende, +in de praktijk zoowel als in de theorie. + +Het resultaat van die studie was, dat Tolstoi, de toewijding en den +ernst van den onderwijzer waardeerende, de methode afkeurde. + +Het kwaad (dat volgens zijne meening de geheele Europeesche wetenschap +aankleeft) school zijns inziens hoofdzakelijk in het volgende: "Het +hoofddoel van de vertegenwoordigers der wetenschap is het streven +naar eene goede positie, waaraan veel vrije tijd verbonden is, +om dien dan in het beste geval in dienst te stellen van het volk, +dat echter in dien zelfden tijd reeds zooveel heeft moeten lijden, +dat eene toenadering van weerskanten onmogelijk is geworden. En het +volk, gegriefd, stil lijdend, trekt zich terug van zijne helpers, die +het niet begrijpen, het onwetend beleedigen en hoogstens lapmiddelen +hebben voor zijne physieke en moreele wonden." + +In hoeverre Tolstoi der paedagogie eene andere richting heeft gegeven, +zullen wij in een later hoofdstuk behandelen. + + + + +DERTIENDE HOOFDSTUK. + +TOLSTOI EN TOERGHENJEFF.--VREDERECHTER. + + +Zooals reeds in het vorige hoofdstuk is gezegd, reisde Tolstoi van +Berlijn naar St.-Petersburg. Begin Mei vertrok hij naar Moskou en +spoedig daarna kwam hij terug in Jasnaja Paljana. + +Rusland vierde feest bij den aanvang van het nieuwe tijdperk, de +afschaffing van de lijfeigenschap. + +Alles wat het bezat aan intellectueele en vooruitstrevende personen +nam deel aan de ingrijpende gebeurtenissen, en een van de eersten +was natuurlijk Leo Tolstoi. + +Door het werkzaam aandeel, dat hij nam in alle takken van het +maatschappelijk leven, werd zijn bestaan zoo veelzijdig, dat wij +gedwongen zijn de door ons aangenomen chronologische volgorde te +verlaten en over te gaan tot een overzicht van zijne werkzaamheden, +die, hoe verschillend ook van aard, in zekeren zin toch steeds voeling +hielden met zijn particulier en familieleven. + +Zijne bezigheden in de maatschappij, waarop wij later zullen +terugkomen, waren tweeërlei: de administratieve werkkring van scheids- +en vrederechter en zijne bemoeiingen met de volksschool, benevens +het schrijven zijner paedagogische opstellen. + +Voor wij tot de behandeling van bovengenoemde werkzaamheden overgaan, +moeten wij ons nog eenige oogenblikken met den particulier Tolstoi +bezighouden. + +Tolstoi had zich voorgenomen op de terugreis zijne beide buren Fet +en Toerghenjeff op te zoeken. Naar aanleiding daarvan ontspon zich +de volgende correspondentie tusschen de beide laatsten: + + + +"Fetti carissime! + + +"Hierbij ingesloten zend ik u een briefje van Tolstoi, dien ik juist +heb geschreven, dat hij beslist in 't begin van de volgende week +moet komen. Gezamenlijk doen wij dan een' inval in uw Stjepanowska, +nu de nachtegalen nog zingen en de lente lacht met haren liefsten +glimlach. Ik hoop dat hij mijne roepstem zal volgen en spoedig hier +zal zijn. In ieder geval kunt gij mij in 't eind van de volgende week +verwachten. Houd u verder goed, wind u niet op, denk aan de woorden +van Goethe: 'Ohne Hast, ohne Rast', en werp onderwijl nog eens een' +enkelen blik naar uwe verlaten muze." + + + +Ingesloten was het volgende briefje van Tolstoi: + + + +"Lieve vriend Afanasie Afanasjewitsch! + +"In gedachten omhels ik u hartelijk voor uwen brief, voor uwe +vriendschap, en daarvoor dat gij 'Fet' zijt. Toerghenjeff te ontmoeten +vind ik aangenaam, maar u weer te zien verheugt mij tienmaal meer. Hoe +lang is 't niet geleden dat wij elkaar gesproken hebben, en wat is +er in dien tijd al niet gebeurd! Het doet mij toch zoo veel genoegen, +dat gij u aan 't landleven hebt gewijd, en ik ben er trotsch op, dat +ik daar ook een weinig toe heb meegewerkt. Maar ben ik eigenlijk de +persoon om u raad te geven? Een vriend is goed, maar hij kan sterven, +weggaan; men kan hem uit het oog verliezen. De natuur echter, waarmee +wij ons voor immer hebben verbonden, hetzij dan door eene koopacte, +of wel door geboorte en erfenis, is beter. Zij is koud, ongevoelig, +veeleischend, maar daarbij blijft zij ons trouw tot aan den dood, +en als wij sterven gaan wij in haar over. Ik daarentegen heb mij van +haar afgekeerd, mij wachten andere bezigheden; maar indien ik niet +wist dat zij om mij heen is, dat ik mij maar behoef om te wenden om +haar te grijpen, dan zou mijn leven treurig zijn. God schenke u zijn' +zegen, opdat gij vreugde moogt beleven van uw Stjepanowka! Dat gij +schrijft en zult schrijven, daaraan twijfel ik niet. Ik druk uwe +vrouw de hand; zeg haar dat zij mij niet moet vergeten. Het zou al +heel ongelukkig moeten loopen, zoo ik dezen zomer niet bij u kwam; +wanneer echter, dat weet ik niet." + +"Ondanks de vriendelijke belofte," schrijft Fet, "was de verschijning +van een rijtuig, dat vlug nader kwam en weldra voor het huis +stilhield, eene groote verrassing voor ons en met vreugde begroetten +wij Toerghenjeff en Tolstoi. Het is niet te verwonderen dat de aanblik +van het landgoed, armoedig als het er toen nog uitzag, Toerghenjeff +de woorden ontlokte: 'Wij keken en keken en konden uw huis maar +niet ontdekken. Eindelijk zagen wij een' vetten pannekoek om een' +wijsvinger, en ziedaar Stjepanowska!' + +"Terwijl de gasten uitrustten en de gastvrouw de twee uren, die haar +nog restten vóór het middagmaal, gebruikte om alles een feestelijk +aanzien te geven, onderhielden wij ons zóó levendig als dat slechts +mogelijk is tusschen menschen, die nog niet levensmoe zijn...." + +Een betreurenswaardig feit maakte aan dit samenzijn een ontijdig einde; +er brak n.l. een twist uit tusschen Toerghenjeff en Tolstoi. Deze +gebeurtenis is tamelijk juist door Fet in zijne _Herinneringen_ +weergegeven; wij laten de beschrijving hier volgen, aangevuld en zoo +noodig verbeterd, met gebruikmaking van ander vertrouwbaar materiaal. + +"'s-Morgens, op onzen gewonen tijd," zoo vertelt Fet, "d.w.z. om acht +uur, kwamen onze gasten in de eetkamer, waar mijne vrouw, gezeten aan +'t eene eind van de tafel, achter den samowar, en ik aan 't andere, +hen reeds opwachtten. Toerghenjeff zat rechts, Tolstoi links van mijne +vrouw, die, wetende, dat haar rechterbuurman groote waarde hechtte +aan de opvoeding zijner dochter, dezen vroeg of hij met de nieuwe +Engelsche gouvernante tevreden was. Hij putte zich uit in lofredenen +en vertelde o.a., dat zij met echt Engelsche nauwgezetheid hem eene +som gelds had gevraagd, die zijne dochter uitsluitend moest aanwenden +voor liefdadige doeleinden. + +"'En nu," vervolgde Toerghenjeff, "verlangt de gouvernante dat mijne +dochter de oude kleedingstukken van arme menschen eigenhandig verstelt +en zelf aan de eigenaars terug brengt.' + +"'En vindt gij dat goed?' vroeg Tolstoi. + +"'Zeker, dat leert haar weldadig zijn en brengt haar in aanraking +met de behoeftigen.' + +"'En ik vind, dat een jong, mooi-aangekleed meisje, dat daar met een +vuil, slecht-riekend kleedingstuk op haar schoot zit, comedie speelt.' + +"'Ik verzoek u, dat niet te herhalen,' stoof Toerghenjeff op, trillend +van woede. + +"'Waarom zou ik mijne meening niet zeggen?' antwoordde Tolstoi. + +"'Gij wilt dus zeggen, dat ik mijne dochter eene slechte opvoeding +geef?' + +"Tolstoi antwoordde hierop, dat hij eenvoudig uitte wat hij dacht en +geen persoonlijkheden bedoelde." + +Voordat Fet den tijd had tusschen beiden te komen, zeide Toerghenjeff, +wit van drift: "En als je dat wilt zeggen, dan zal ik je een slag +in je gezicht geven." Bij die woorden vloog hij met de handen aan +zijn hoofd de kamer uit. Een oogenblik daarna keerde hij terug, en, +zich tot mevrouw Fet wendende, zeide hij: "Vergeef mij om Gods wil +mijn onbehoorlijk gedrag, waarvan ik diep berouw heb." Daarop verliet +hij de kamer weer. + +Kort daarna vertrokken de gasten. + +Tolstoi schreef van het station Nowosjelok een' brief aan Toerghenjeff +die een eisch tot genoegdoening behelsde; daarop reisde hij verder +naar Bogoeslaff, een station dat halfweg het landgoed van Fet en +Nikolski, eene bezitting van de Tolstoi's, ligt. Vandaar liet hij +pistolen halen, en daar er nog geen antwoord op zijn schrijven +was gekomen stuurde hij Toerghenjeff een' tweeden brief die eene +formeele uitdaging bevatte. Tevens gaf hij den wensch te kennen, niet +te duelleeren zooals schrijvers dat gewoonlijk doen, d.w.z. dat twee +schrijvers een' derden en ook pistolen meenemen, en dat alles eindigt +met champagne, maar dat hij een ernstig duel verlangde. Daarom verzocht +hij Toerghenjeff gewapend in het bosch van Bogoeslaff te komen. + +Tolstoi ging niet slapen, maar bleef den geheelen nacht +wachten. Eindelijk kwam er antwoord op den eersten brief. Toerghenjeff +schreef: + + + +"Geachte Heer Leo Nikolajewitsch! + +"In antwoord op uwen brief kan ik slechts herhalen, wat ik mij reeds +bij Fet verplicht achtte te zeggen. Meegesleept door een onwillekeurig +vijandig gevoel ('t is hier niet de plaats dit nader te omschrijven), +beleedigde ik u zonder eenige aanleiding uwerzijds, en vroeg u daarna +om verschooning. Hetgeen vanmorgen gebeurd is toont duidelijk aan, +dat iedere toenadering tusschen twee zulke tegenstrijdige naturen als +de onze tot niets kan lijden. Ik doe des te liever de schuld af, die ik +mij tegenover u bewust ben, omdat deze brief waarschijnlijk het laatste +levensteeken zal zijn, dat tusschen ons gewisseld wordt. Van ganscher +harte hoop ik dat dit schrijven u moge bevredigen, en ik verklaar u van +te voren mijne instemming met het gebruik dat gij er van wilt maken. + +"Met de meeste hoogachting heb ik, geachte heer, de eer te zijn + + +"27 Mei 1861, Spasskoje. + +"Uw dw. dn. +Iwan Toerghenjeff." + + + +Hierbij was het volgend bijschrift: + +"10 1/2 uur 's-nachts. + +"Iwan Petrowitsch brengt mij daar juist mijn' brief terug die, door de +domheid van mijn' bediende, te Nowosjelok in plaats van te Bogoeslaff +is bezorgd. Wil deze nalatigheid verontschuldigen. Ik hoop dat nu +mijn bode u nog te Bogoeslaff zal treffen." + +Waarschijnlijk dienzelfden dag nog schreef Tolstoi aan Fet: + +"Ik kon mij niet weerhouden den brief van den heer Toerghenjeff (een +antwoord op mijn' brief) te lezen. Ik wensch u in uwe verhouding tot +dien heer het allerbeste, maar ik veracht hem en heb hem dat ook +geschreven; daarmee is alles tusschen ons uit, behalve natuurlijk +indien hij genoegdoening vordert. Hoewel ik uiterlijk kalm was stormde +het in mij en verlangde ik eene betere verontschuldiging van dien heer, +hetgeen ik hem in mijn' brief van Nowosjelok heb geschreven. Hier +is zijn antwoord, waarmee ik genoegen neem, hetgeen ik hem ook te +kennen heb gegeven, onder bijvoeging, dat de reden waarom ik zijne +verontschuldiging aanneem niet ligt in onze tegenstrijdige naturen, +maar in eene oorzaak die hij zelf begrijpen kan. Bovendien zond ik +tengevolge van het oponthoud een tweeden scherpen brief, waarin ik hem +uitdaagde, maar waarop ik geen antwoord ontving. Indien het nog komt, +zal ik den brief ongeopend terugzenden. En dit is nu het einde van +deze treurige geschiedenis, waaraan gij, zoo zij over uwen drempel +mocht gaan, het bovenstaande moet toevoegen. + +"L. Tolstoi." + +Op de uitdaging antwoordde Toerghenjeff het volgende: + +"Uw bediende zegt, dat hij op antwoord moet wachten, maar ik +zou niet weten wat ik aan mijn eerste schrijven nog zou kunnen +toevoegen. Misschien dit, dat ik u het volste recht toeken mij uit +te dagen. Gij hebt er de voorkeur aan gegeven mijne uitgesproken +en herhaalde verontschuldigingen aan te nemen. Gij hebt het zoo +gewild. Ik geef u de oprechte verzekering, dat ik mij gaarne aan uw +schot zou hebben blootgesteld, om daardoor mijne inderdaad zinnelooze +woorden uit te wisschen. Hetgeen ik tegen u gezegd heb wijkt zoo af +van mijne gewone wijze van doen, dat ik het slechts kan toeschrijven +aan een gevoel van verbittering, dat ontstaan is door onze geheel +tegenstrijdige inzichten. Dit is geene verontschuldiging; ik wil mij +niet rechtvaardigen; het is slechts eene verklaring. En daarom moeten +onze wegen zich scheiden. Dergelijke gebeurtenissen laten zich niet +uitwisschen, maar ik acht het mijn plicht, nogmaals te herhalen, dat +gij in deze zaak gelijk en ik schuld heb. Ik voeg hier nog bij dat +in dit geval het zwaartepunt niet ligt in den moed dien ik u al of +niet wil toonen, maar in de bekentenis dat gij zoowel het recht hebt +mij uit te dagen (natuurlijk in den aangenomen vorm, met secondanten) +als om mij te vergeven. Gij hebt gekozen wat gij goed vondt, en mij +past het mij naar uw besluit te voegen. + +"Wederom verzoek ik u de betuiging mijner oprechte hoogachting te +aanvaarden. + +"Iw. Toerghenjeff." + + + +Waarschijnlijk stelde Fet pogingen in het werk, zijne beide vrienden +te verzoenen, want in zijne _Herinneringen_ schrijft hij: + +"Tolstoi zond mij het volgende briefje: + +"'Toerghenjeff...., hetgeen ik u verzoek hem even nauwkeurig over te +brengen als gij mij zijne welwillende meening mededeeldet, hoewel ik +u uitdrukkelijk verzocht had niet meer over hem te spreken. + +"'Graaf L. Tolstoi.' + + + +"'Ik verzoek u mij niet meer te schrijven, daar ik uwe zoomin als +zijne brieven zal openen.'" + + + +"Ik behoef wel niet te zeggen," vervolgt Fet, "dat ik mijn uiterste +best deed om deze kwestie, die helaas in mijn huis begonnen was, +tot een goed einde te brengen. + +"Ik herinner mij nog in welk een onbeschrijflijk ironische woede +Nikolaas Nikolajewitsch Toerghenjeff geraakte, toen hij van 't geval +hoorde. 'Welk eene dwaasheid,' riep hij uit, 'te verlangen, dat +iedereen zal denken zooals wij zelf! Maar zijt gij eenmaal begonnen, +zet dan de zaak ook door tot aan het einde, met het pistool in de +hand.' Zoo sprak hij tot mij; wat hij tegen Iwan Toerghenjeff heeft +gezegd, is mij niet bekend. + +"Het slot van de zaak was, dat het tot een formeele breuk kwam +tusschen Tolstoi en mij, en tot op dit oogenblik weet ik nog niet, +of onze verhouding weer vriendschappelijk is geworden." + +"Eenigen tijd later," vertelt gravin Tolstoi, "gebeurde het, dat +Tolstoi in eene van die verheven gemoedsstemmingen geraakte, die men +nu en dan bij hem kon waarnemen. Hij was dan verdraagzaam, liefdevol +en vervuld van de begeerte om naar het goede en het allerhoogste te +streven. Als hij in dien toestand verkeerde, kon hij het niet verdragen +een' vijand te hebben. En daarom zond hij den 25sten September aan +Toerghenjeff een' brief, waarin hij zijne spijt uitdrukte dat hunne +verhouding vijandig was. Hij schreef: + +"'Zoo ik u beleedigd heb, vergeef het mij dan, het is mij eene oneindig +treurige gedachte te weten dat ik een vijand heb.'" + +Dit schrijven werd naar den boekhandel van Dawidoff gestuurd, waarmee +Toerghenjeff in relatie stond. Om de eene of andere reden werd de brief +niet dadelijk doorgestuurd en nu gebeurde het, dat juist in dien tijd +Toerghenjeff een onaangenaam gerucht ter oore kwam, waarvan hij Fet +in den volgenden brief mededeeling deed. + + +"Parijs, 8 November. + +"....En nu nog een woord over die ongelukkige historie met Tolstoi. Ik +reisde over Petersburg en hoorde van 'vertrouwbare personen' (o, +die vertrouwbare personen!) dat eene copie van mijn laatsten brief +(waarin hij mij zijne verachting te kennen geeft) in Moskou door +hem zelf zou zijn verspreid. Het maakte mij razend, en ik heb hem +eene uitdaging gezonden om, zoodra ik weer in Rusland zal zijn, +met hem te duelleeren. Tolstoi antwoordde dat het verspreiden van +dien brief een praatje is en voegde er bij dat, hoewel ik hem had +beleedigd, hij mij om verontschuldiging verzocht, en dat hij van het +duel afzag. Natuurlijk moet ik er nu ook genoegen mee nemen, maar nu +vraag ik u hem te willen mededeelen (hij schreef mij immers vroeger dat +hij ieder bericht van mij aan hem als eene beleediging zou opnemen), +dat ik zelf afstand doe van het recht om met hem te duelleeren, en +dat ik hoop dat deze gebeurtenis nu voor goed begraven is. Zijn' brief +met verontschuldigingen heb ik vernietigd en den anderen, dien hij mij +door Dawidoff had gestuurd, heb ik niet ontvangen. En daarmee basta." + +In Tolstoi's dagboek vinden wij over deze zaak: + +"October. Gisteren ontving ik een' brief van Toerghenjeff, waarin +hij mij beschuldigt hem voor een' lafaard te hebben uitgemaakt en +copieën van zijne brieven te hebben verspreid. Ik heb hem geschreven +dat dit praatjes zijn en zond hem bovendien den volgenden brief: +'Gij hebt mijn optreden eerloos genoemd; vroeger hebt gij mij in +het gezicht willen slaan, en ik erken dat ik schuld heb, vraag u om +verschooning en wensch niet meer te duelleeren.'" + +Gravin Tolstoi schrijft in hare aanteekeningen, dat deze brief werd +geschreven met de gedachte, dat zoo Toerghenjeff zich niet persoonlijk +kon wreken, en toch tegenover het publiek in zijne eer hersteld moest +worden, hij dezen brief kon gebruiken. Tolstoi stond boven dergelijke +zaken, en het oordeel der menschen verachtte hij. Toerghenjeff toonde +zich nu klein, en antwoordde dat hij zich voldaan achtte. + +Den 7den Januari schreef Toerghenjeff nogmaals aan Fet: + +"....En nu ter zake. Hebt gij Tolstoi gezien? Eerst heden ontving ik +den brief, dien gij mij in September door bemiddeling van Dawidoff +stuurdet. (Wat zijn die Russische zakenmenschen accuraat!) Hierin +schrijft hij dat hij mij heeft willen beleedigen en biedt hij mij +zijne verontschuldiging aan. En in dien zelfden tijd stuurde ik hem, +opgewonden door 't gepraat van anderen, eene uitdaging voor een duel. + +"Uit een en ander maak ik de gevolgtrekking dat onze gesternten zich +in tegengestelde richtingen bewegen, en daarom is het beter, zooals +hij zelf ook inziet, eene ontmoeting te vermijden. Maar gij kunt hem +schrijven, of zeggen, dat ik hem, wanneer wij ver van elkaar zijn, +acht en liefheb, en met belangstelling zijne loopbaan volg, maar dat +dit alles verandert zoodra wij bij elkaar zijn. Wat kan men daaraan +doen! Wij moeten maar denken dat wij ieder op een verschillende +planeet of in eene andere eeuw leven." + +Waarschijnlijk heeft Fet er met Tolstoi over gesproken en daardoor +opnieuw diens misnoegen opgewekt, hetgeen hij aan Toerghenjeff heeft +geschreven, waarop deze den volgenden brief zond. + + + +"Januari 1862. + +"Waarde Afanasie Afanasjewitsch! + +"Allereerst vraag ik u excuus voor al de onaangenaamheden, die mijn +brief u bezorgd heeft. Mijne eenige verontschuldiging is, dat ik +niet had voorzien dat Tolstoi de zaak zoo op zou nemen, maar dat +ik integendeel had gedacht haar tot een goed einde te brengen. Het +schijnt echter beter het geval geheel te laten rusten. Nogmaals, +vergeef mij wat ik onwillekeurig misdeed." + +En hiermede eindigen wij de beschrijving van deze ongelukkige +gebeurtenis, die plotseling eene scheiding veroorzaakte tusschen twee +groote mannen, doch waaruit misschien later eene zuiverder verhouding +zou ontstaan. + +Wij kunnen hier nog bij voegen dat de wijze, waarop Garschin dezen +twist in het Januari-nummer van den Historischen Bode beschreven heeft, +niet juist is. Waarschijnlijk heeft hij niet uit zuivere bronnen geput. + + + +In de jaren 1861 en '62 bekleedde Tolstoi het ambt van vrede- en +scheidsrechter in een deel van het district Krapiwenski. + +De roep, die van hem uitging, dat hij zijne boeren niet uitzoog +en uitmergelde, was bijna een hinderpaal geworden voor zijne +bevestiging in bovengenoemd ambt. Hierover ontspon zich eene uitvoerige +correspondentie, waarvan wij slechts de belangrijkste stukken laten +volgen. + +De gouvernements-adelmaarschalk beklaagde zich o.a. bij den minister +van binnenlandsche zaken over den gouverneur van Toela, die Tolstoi tot +vrede- en scheidsrechter had benoemd. Hij wees er op, dat de geringe +overeenstemming tusschen Tolstoi en den overigen adel van Toela, +in zake landhuishoudkunde, aanleiding kon geven tot ongewenschte +botsingen tusschen de leden van het lichaam waar Tolstoi nu deel van +uitmaakte. Daarbij zou de benoeming zijn geschied met verwaarloozing +van eenige daaraan verbonden formaliteiten. + +De minister antwoordde daarop, dat de zaak waarschijnlijk op een +misverstand berustte en onderzocht zou worden. + +Op eene aan hem gerichte vraag antwoordde luitenant-generaal Daragan, +de gouverneur van Toela, in een confidentiëel schrijven, o.a. het +volgende: + +"Ik ken graaf Tolstoi persoonlijk als een beschaafd, ontwikkeld mensch, +die zeer veel voor de bewuste zaak voelt. Daarbij hebben verschillende +landeigenaren uit dit district mij hun' wensch te kennen gegeven, +graaf Tolstoi als scheidsrechter benoemd te zien, zoodat er voor +mij geen reden bestaat hem door een ander, mij onbekend, persoon te +vervangen. Ook heeft de voorganger van Uwe Excellentie, onder vele +andere invloedrijke personen, mijne aandacht op hem gevestigd." + +Zoo bleef Tolstoi dus in zijn ambt gehandhaafd en uit de stukken, +die ons zijn geworden, blijkt, dat hij met al de kracht die in hem +was trachtte het volk te vrijwaren voor de groote willekeur der +landeigenaren en politie-ambtenaren, zoodat de vrees van den adel +voor zijne benoeming niet ongegrond bleek te zijn. + +Wij zullen hier eenige voorbeelden van zijne werkzaamheid laten volgen. + +Eene landeigenares, eene zekere Artjoechowa, beklaagde zich dat een +gewezen stalknecht van haar was weggegaan, omdat hij volgens zijne +verklaring "een volkomen vrij man" was. + +Tolstoi antwoordde hierop: + +"Mark kan volgens mijne uitspraak met zijne vrouw gaan waarheen hij +wil. Beleefd verzoek ik u nog het volgende: hem schadevergoeding te +geven voor de diensten, die gij gedurende drie maanden wederrechtelijk +van hem genoten hebt, alsook voor de slagen zijne vrouw toegebracht, +hetgeen nog meer tegen de wet is. Indien gij geen genoegen neemt met +mijn besluit, dan hebt gij het recht in beroep te gaan bij het vrede- +en bij het gouvernements-gerecht. Ik zal in deze zaak geen verdere +verklaringen meer geven. + +"Met de meeste hoogachting heb ik de eer te zijn + +"Uw onderdanige dienaar Graaf L. Tolstoi." + +De eischeres teekende protest aan en de overige leden van het +vredegerecht, die tegenstanders van Tolstoi waren, stelden hem, zooals +in vele andere gevallen, in het ongelijk. Daarop ging de zaak naar +de tweede instantie, die zich nu--en dit geschiedde meermalen--met +Tolstoi's uitspraak vereenigde. + +Zoo werd Mark dus vrij verklaard en zijne vrouw kreeg eene +schadeloosstelling voor de haar toegebrachte slagen. + + + +Zijne volgende uitspraak gold een' strijd over het afgrazen van +eene weide. + +Eenige boeren, die bij een' landeigenaar aan 't ploegen waren, hadden +in het schaftuur hunne paarden op diens weide laten grazen. Hij ging +zich daarover bij Tolstoi beklagen. Deze ried hem aan de boeren niet +te vervolgen, waarschijnlijk in de hoop dat eene betere verhouding +tusschen dien landeigenaar en de boeren daarvan het gevolg zou +zijn. De aanklager wilde hier niets van hooren, maar eischte eene +schadevergoeding van tachtig roebel. + +De wijze waarop Tolstoi deze zaak behandelde bevredigde den +landeigenaar niet, en hij beklaagde zich bij het gerecht. + +"...Graaf Tolstoi," schreef hij, "verscheen met drie boeren, +die als deskundigen moesten optreden, in de bewuste weide. De +boeren gaven als hun oordeel te kennen, dat er drie desjatin waren +afgeweid, vertegenwoordigende eene waarde van dertig roebel. Graaf +Tolstoi was het met deze uitspraak niet eens en schatte de schade +op vijftien roebel. De deskundigen spraken den graaf niet tegen, +en zoo werden de boeren dus tot eene schadeloosstelling van vijftien +roebel veroordeeld." + +De landeigenaar, die deze uitspraak niet in overeenstemming met de +wet vond, voegde hier nog aan toe: + +"Ik ben overtuigd dat het vredegerecht, steeds geneigd het lot van +de boeren te verbeteren, niet zal dulden dat deze verbeteringen +zullen geschieden langs den weg, door den vrederechter graaf Tolstoi +aangewezen." + +Derhalve ter verantwoording geroepen, antwoordde Tolstoi, dat hij op +grond van artikel 29, 31 en 32 van de wet tot regeling van de zaken +der boeren, het niet noodig oordeelde eenige opheldering te geven. De +zaak ging verder naar het gouvernements-gerecht en werd teruggezonden +zonder eenige schriftelijke verklaring, met de kantteekening "accoord", +zoodat de beslissing wederom ten gunste van Tolstoi uitviel. + +Het volgende voorval toont, hoe weinig eerzuchtig Tolstoi in zijne +betrekking was. Steeds streefde hij er naar zoo rechtvaardig mogelijk +te handelen, en mocht hij zich al eens vergissen, dan erkende hij +dit volmondig. + +Een grondeigenares had zich beklaagd dat Tolstoi aan een van hare +knechts wederrechtelijk een' pas had uitgereikt. Toen bij het onderzoek +bleek dat hare aanklacht gegrond was, erkende hij eene fout te hebben +begaan en bood aan haar schadevergoeding te geven. + +Hoewel Tolstoi altijd opkwam voor hunne rechten had hij dikwijls zeer +veel last met de boeren, die, na de opheffing van de lijfeigenschap, +hardnekkig hunne vroegere voorrechten trachtten te behouden. + +Tusschen den landeigenaar Osipowitsch en zijne gewezen lijfeigenen +was het volgende geschil ontstaan. Een gedeelte van het dorp was door +brand vernield en nu wilde de landheer den boeren niet toestaan hunne +hutten weer op dezelfde plaats op te bouwen; bovendien onthield hij +hun het noodige materiaal en den vereischten vrijen tijd. + +Tolstoi vond eenerzijds de eischen der boeren wettig, maar aan +den anderen kant zag hij dat de omstandigheden van den kleinen +grondeigenaar zóó waren, dat hij er onmogelijk aan kon voldoen. Hij +wendde zich nu tot den adel met een verzoek om hulp voor den +collega-landheer, wiens zaken zoo achteruit waren gegaan, of voor +diens boeren. Maar zijn verzoek werd afgewezen en men begon de boeren +te dwingen de eischen van den landheer in te willigen. + +De zaak werd van de eene instantie naar de andere verwezen en kwam +maar niet tot een eind. Tolstoi zag in, dat het niet gunstig voor de +boeren zou afloopen, en teekende daarom nogmaals protest aan. Maar +dit bracht geen verandering in de behandeling der zaak, en toen hij +begreep dat door de leden van het gerecht met opzet een verkeerde +weg werd ingeslagen en dat hij niet krachtig genoeg was dit tegen +te gaan, verliet hij bij wijze van protest de vergadering, zonder +de behandelde stukken te onderteekenen. Wegens deze handelwijze werd +eene aanklacht ingediend bij het gouvernementsgerecht, waarop echter +geen acht werd geslagen. + +Over 't algemeen trachtten de landeigenaren hun' boeren zoo weinig +mogelijk grond te geven en hen met de slechtste stukken af te +schepen. Wanneer Tolstoi een dergelijk streven opmerkte, kwam hij +tusschen beiden en zorgde dat er verandering in kwam. + +Het spreekt van zelf dat de sympathie, die Tolstoi den boeren toedroeg, +den landeigenaren een doorn in het oog was. Zij beschuldigden hem +dat hij tweedracht zaaide; dat hij de patriarchale verhouding, +die er steeds tusschen den landheer en de boeren had bestaan, +verstoorde, waardoor de boeren tot onwettige handelingen kwamen; +zij beklaagden zich dat zelfs de leden van het boeren-bestuur, om +Tolstoi te gerieven, hunne plichten verzaakten, zoodat er anarchie +in het dorp heerschte en onregelmatigheden, als diefstal, willekeur +en verregaande onafhankelijkheid, welig tierden. + +Hoe beter de verhouding met de boeren werd, des te onaangenamer werd +die met den adel en de overige landeigenaren, zoodat Tolstoi's positie +steeds moeilijker en ten slotte onhoudbaar werd. In Juni 1861 schreef +hij in zijn dagboek: + +"Mijn ambt van vrederechter heeft mij weinig materiaal geleverd, mij +in onmin gebracht met alle landeigenaren en mijne gezondheid verwoest." + +Nog eenige maanden bleef Tolstoi op zijn post, maar in Februari 1862 +besloot hij zijn ontslag te nemen. + +De aanvraag hiertoe omkleedde hij met alle redenen die hem tot deze +daad noopten, wijzende op de systematische tegenwerking die hij +steeds had ondervonden, en zelfs revisie vragende van enkele tegen +zijn advies in genomen besluiten. Tevens verzocht hij verlof zijn +ambt voorloopig aan den oudsten kandidaat te mogen overdragen. + +Een' tijd lang bleef Tolstoi nog in functie, maar den 30sten April +droeg hij, wegens zijne geschokte gezondheid, zijn ambt tijdelijk aan +een' ander over. Eindelijk, 26 Mei, kwam bericht bij den gouverneur van +Toela, dat het verzoek werd ingewilligd en hij om gezondheidsredenen +was ontslagen. + +De volgende schets, ontleend aan Löwenfeld, toont ons duidelijk hoe +onrechtvaardig Tolstoi werd beschuldigd de boeren te bevoordeelen +ten koste van de landeigenaren. + +"Een jonge Duitscher, in betrekking bij een' landeigenaar in Toela, +moest voor zaken van zijn' patroon Tolstoi op Jasnaja Paljana +bezoeken. Er was een verschil gerezen over een stuk grond tusschen +den landheer en zijne boeren, en in zijne kwaliteit van scheidsrechter +moest Tolstoi uitspraak doen in deze zaak. + +"Om een oordeel te kunnen vellen moest hij den grond zelf in +oogenschouw nemen, en daarom begaf hij zich, vergezeld van een' +twaalfjarigen boerenjongen, dien hij zijn kleinen landmeter noemde, +naar de aangeduide plaats. Hier ontving hij de boerendeputatie, +bestaande uit drie personen, die hunne belangen kwamen bepleiten. + +"'Nu kinderen, wat wenscht ge?' vroeg graaf Tolstoi. De afgevaardigden +legden hem uit, dat zij een ander stuk grond wenschten te ontvangen +dan hun was toegewezen. + +"'Het spijt mij zeer, dat ik uw verzoek niet kan inwilligen,' zeide +graaf Tolstoi, 'want als ik het toestond dan zou ik uwen landheer +zeer benadeelen,' en daarop begon hij hun de redenen zijner weigering +duidelijk uiteen te zetten. + +"'Och, doe maar iets voor ons,' vroegen de boeren. + +"'Neen, ik kan niets voor u doen,' herhaalde graaf Tolstoi. + +"Alsof zij niets gehoord hadden, herhaalden de boeren, die met +eerbiedig gebogen hoofd voor hem stonden: 'och, doe iets voor ons, +vadertje, doe iets voor ons.' + +"'Wanneer gij wilt, vadertje,' begon opnieuw de woordvoerder, +'dan kunt gij wel iets voor ons doen,' en de overige leden van de +deputatie knikten bij wijze van instemming met hun hoofd. + +"Graaf Tolstoi bekruiste zich en zeide: 'Bij Gods rechtvaardigheid +zweer ik u, dat ik u niet kan helpen.' En toen de boeren maar +door zeurden: 'Och vadertje, doe iets voor ons, doe iets voor ons, +vadertje', wendde hij zich driftig tot den jongen Duitscher, die +ook aanwezig was en zeide: 'Misschien kon Amfion nog vlugger bergen +en bosschen verzetten dan wij dezen boeren iets aan het verstand +kunnen brengen.' + +"Bij de voortzetting van het gesprek, dat nog wel een uur duurde, +verloor graaf Tolstoi geen oogenblik zijn geduld en bleef hij steeds +welwillend. De halsstarrigheid van de boeren ontlokte hem niet één +ruw woord." + + + +Vorst Dmitri Dmitrijewitsch Obolenski vertelt ons nog eene herinnering +van een feestdiner, waarbij Tolstoi zijn buurman was. + +"Bij gelegenheid van eene verkiezing werd den leden van het +scheidsgerecht een feestdiner aangeboden. + +"Dat diner zal ik niet licht vergeten. Na afloop bleven eenige +landeigenaren, waaronder natuurlijk ook ik, nog een oogenblikje +napraten. Toevallig kwam ik naast Tolstoi te zitten, met wien ik +toen al heel goed bekend was. Er werden eenige toasten uitgebracht; +de eerste, die met groot enthousiasme werd ontvangen, gold den 'Tsaar, +den Bevrijder'. + +"'Ik drink dien toast met zeer veel genoegen,' zeide Tolstoi, 'want +alleen aan hem hebben wij de emancipatie te danken...' + +"In het jaar van de afschaffing der lijfeigenschap (vervolgt Obolenski) +stichtte Leo Tolstoi eenige scholen in Jasnaja Paljana, waarvoor ik mij +zeer interesseerde. Ik bezocht hem dikwijls en in den herfst gingen +wij veel samen jagen. Wie zou nu in den vluggen jager, voor wien +geen sloot te breed was, met wien ik dagen achtereen op jacht ging, +den diepzinnigen filosoof herkennen! Aangenamer gezelschap kan men +zich moeielijk denken. Een goed vrederechter vind ik hem echter niet, +daarvoor was hij veel te verstrooid. Als den dag van gisteren herinner +ik mij nog het eerste protocol dat hij indiende. Het onderschrift +luidde letterlijk: + +"'Dit protocol zal op verzoek van een' zekeren die-en-die, niet +kunnende schrijven, door een' zekeren stalknecht zoo-en-zoo worden +onderteekend.' Alle namen waren vergeten. Zooals graaf Tolstoi het +gedicteerd had, had de knecht het opgeschreven zonder één naam in +te vullen, en zoo werd het, zonder te zijn doorgelezen, door Tolstoi +onderteekend en doorgezonden naar het gouvernements-gerecht. + +"Ik hoorde deze geschiedenis van mijn' oom, die als lid van +bovengenoemd lichaam het protocol had ontvangen." + +Tolstoi onderscheidde zich niet door kanselarijarbeid, maar hij +was, wat zijn hart en verstand betreft, uitstekend berekend voor +het ambt van scheidsrechter, en als zoodanig heeft hij ook goede +herinneringen achtergelaten. In zijne paedagogische loopbaan, waarop +wij in het volgende hoofdstuk zullen terugkomen, was hij, ondanks +eenige tegenspoeden, zeer gelukkig. + + + + +VEERTIENDE HOOFDSTUK. + +TOLSTOI'S PAEDAGOGISCHE WERKZAAMHEDEN.--DE OPRICHTING VAN +SCHOLEN.--THEORIEËN. + + +Reeds eenige malen had Tolstoi zich met paedagogischen arbeid bezig +gehouden. In het jaar 1849, teruggekeerd uit St.-Petersburg, stichtte +hij eene volkschool te Jasnaja Paljana en voerde eenige verbeteringen +in, in de hoop daardoor het volk nader te komen. Wij weten dat deze +eerste proefneming met eene mislukking eindigde. Bij zijn vertrek +naar den Kaukasus werd de school natuurlijk gesloten, doch zij werd +weer geopend na zijn eerste buitenlandsche reis. + +Tolstoi was zich zijn gebrek aan theoretische kennis volkomen bewust, +en haastte zich dit tekort aan te vullen op de door ons in het vorige +hoofdstuk beschreven wijze. Na zijn' terugkeer uit het buitenland +voelde hij zich krachtig genoeg om eene nieuwe proef te wagen. Wederom +ging hij zich wijden aan het volksonderwijs en bracht dat tot eene +nog ongekende hoogte. + +In een van zijne artikelen over paedagogie heeft hij over zijne +proefnemingen en voorbereidingen in zake schoolarbeid het volgende +gezegd. + +"Toen ik, nu ongeveer vijftien jaar geleden, zonder eenige +voorbereiding, zoo min practisch als theoretisch, alleen bezield met +den innigen wensch een goed onderwijzer in mijne school te zijn, +mij voor het eerst ging wijden aan het volksonderwijs, stootte +ik dadelijk op de twee vragen: 'wat moet ik onderwijzen?' en 'hoe +moet ik onderwijzen?' De meeningen van de verschillende personen +die belang stellen in volksontwikkeling, loopen hierover, thans +zoowel als vroeger, zeer uiteen. Sommigen antwoorden op de vraag +'wat moet ik onderwijzen?' dat, behalve het lezen en schrijven, de +natuurwetenschappen voor eerstbeginnenden zeer nuttig zijn; anderen +weer oordeelen deze geheel overbodig, ja zelfs schadelijk. De een geeft +de voorkeur aan aardrijkskunde en geschiedenis, de ander ontkent de +noodzakelijkheid daarvan, een derde pleit voor de oude Slavische taal, +spraakkunst en godsdienstonderwijs, en nummer vier acht ook dit niet +goed, maar is voor algemeene ontwikkeling. + +"Over de vraag: 'hoe moet ik onderwijzen?' liepen vroeger, en loopen +ook nu nog, de meeningen nog meer uiteen, en de verschillende wijzen +waarop schrijven, lezen en rekenen worden onderwezen zijn ook nu, +evenals vroeger, in tegenspraak met elkaar. + +"Toen ik in de Russische litteratuur geen bevredigend antwoord op +deze vragen vond, wendde ik mij tot de Europeesche. Ik las alles wat +er over paedagogie geschreven was, richtte mij tot de beroemdste +vertegenwoordigers van deze wetenschap in Europa en vond niet +alleen geen antwoord op mijne vraag, maar kwam tot de overtuiging, +dat in de paedagogie als wetenschap eene dergelijke vraag niet eens +bestond; dat iedere paedagoog, voorstander van eene zekere school, +onvoorwaardelijk geloofde in de juistheid van zijne methode. Kritiek +daarop uit te oefenen zou een nuttelooze arbeid zijn geweest. En +daarbij, waarschijnlijk omdat ik mij aan de opvoeding van 't volk ging +wijden zonder eenige voorbereidende studie, zonder er in de verste +verte begrip van te hebben hoe ik moest onderwijzen, maar zelf in de +dompige dorpsschool begon te schoolmeesteren, vestigde zich bij mij de +overtuiging dat er een kriterium moest zijn volgens hetwelk de vraag +kon worden opgelost: 'hoe en wat moet men onderwijzen: het psalmboek +van buiten leeren of de grondbeginselen der natuurkunde? Het alfabet +onderwijzen volgens de Duitsche- of volgens de oud-Slavische methode?' + +"Ik werd bij de oplossing van deze vraag geholpen door een weinig +paedagogisch talent en doordat de zaak mij zoo zeer ter harte +ging. Toen ik in onmiddellijke aanraking kwam met de veertig kleine +boertjes, die mijn school bezochten (ik noem hen kleine boeren +omdat zij alle karaktertrekken, zooals vlug begrip, praktischen zin, +vroolijkheid, eenvoud en afwezigheid van alle valschheid aan den dag +legden, die den Russischen boer eigen zijn), en zag hoe ontvankelijk +zij waren voor de wetenschappen die zij noodig hadden, begreep ik +tevens dat de oude kerkelijke methode van onderwijzen een verouderd +standpunt was, dat niet meer voor hen deugde. Ik beproefde het op eene +andere manier, en daar ik afkeerig ben van allen dwang, zette ik nooit +door zoodra ik bemerkte dat de leerstof niet goed werd verwerkt. Deze +proefnemingen bewezen mij, en ook den onderwijzers die volgens mijne +vrije methode op de andere scholen te Jasnaja Paljana les gaven, +dat bijna alles wat men in de paedagogische wereld over schoolzaken +schrijft, geheel in strijd is met de werkelijkheid; dat er onder +de aangenomen leervakken veel is, b.v. natuurkundige wetenschappen, +aanschouwelijk onderwijs en andere, dat den leerlingen afkeer en spot +inboezemt en dat zij niet kunnen verwerken. Toen begonnen wij naar +leerstof te zoeken die gemakkelijk door de kinderen werd begrepen, +en zoo vormde ik dus mijne eigene methode, die echter nog op één lijn +stond met alle andere, terwijl de vraag waarom zij beter was ook nog +onopgelost bleef. + +"....In dien tijd werden mijne paedagogische geschriften nog met +de grootste onverschilligheid ontvangen. Men viel hier en daar +over eene kleinigheid, maar voor het vraagstuk zelf interesseerde +men zich blijkbaar niet. Ik was toen nog jong en die koelheid deed +mij veel verdriet. Ik begreep niet dat ik met mijne vraag 'hoe en +wat moeten wij onderwijzen?' gelijk was aan den man, die in eene +vergadering van Turksche pasha's, beraadslagende over het vraagstuk: +'hoe kunnen wij de meeste belasting innen?' ten antwoord gaf: 'mijne +heeren, om te weten van wien en hoeveel belasting gij kunt eischen, +moet gij eerst eene oplossing vinden voor de vraag: "waarop berust +het recht, dat wij belasting eischen?"' + +"Waarschijnlijk hebben de pasha's met een minachtend voorbijgaan van +deze ongepaste vraag hunne beraadslagingen voortgezet." [121] + +Uit Tolstoi's brieven hebben wij gezien, hoe hij ook gedurende zijn +verblijf in het buitenland vervuld was van zijne scholen. + +Met groote regelmatigheid wijdde Tolstoi zich, na zijne terugkomst in +het voorjaar van 1861, aan de taak, die hij zich zelf had opgelegd, +en in 1862 kon hij met tevredenheid constateeren, dat er op eene +bevolking van 10,000 zielen, behalve de kerkelijke, reeds 14 nieuwe +scholen verrezen waren. Ook in de omliggende districten nam het aantal +scholen snel toe. + +...."De betaling voor deze scholen geschiedde eenvoudig volgens +eene mondelinge afspraak met de ouders of met het bestuur van de +boerenvereeniging. Iedereen zal moeten toestemmen, dat een dergelijke +betrekking wel de meest gewenschte kan zijn die er tusschen onderwijzer +eenerzijds en ouders of boeren anderzijds kan bestaan." + +In een van Tolstoi's paedagogische artikelen geeft hij eene zeer +uitvoerige beschrijving van de oprichting zijner scholen. + +"De school wordt gehouden in een steenen huis van twee verdiepingen. Er +zijn twee schoolvertrekken, eene werkkamer en twee kamers voor de +onderwijzers. Boven de stoep hangt onder een afdakje eene bel, en in +de gang bevinden zich gymnastiek-toestellen. In de gang, die men het, +even als de trappen, steeds kan aanzien dat zij veel beloopen wordt, +hangt ook eene werklijst. Om acht uur stuurt de onderwijzer een' +jongen, die gewoonlijk bij hem overnacht, naar beneden om te luiden. + +"In het dorp is men reeds lang wakker, en een half uur nadat de bel +weerklonken heeft doemen uit nevel en mist kleine figuurtjes op, +die gezamenlijk, in clubjes van twee of drie, maar ook alleen, zich +schoolwaarts spoeden. De leerlingen hebben sedert lang niet meer de +behoefte om steeds als een kudde te zamen te loopen. Ook is het niet +meer noodig hen op te wachten en hun toe te roepen: 'kom kinderen, _na_ +school'! Zij weten reeds dat men zegt _naar_ school; zij weten reeds +veel meer en, vreemd, als gevolg daarvan schuwen zij de eenzaamheid +niet meer. + +"Niet slechts in zijne handen draagt de knaap niets mee, ook zijn +hoofd is niet bezwaard. Het is voor hem geen verplichting, de lessen +die hij gisteren gehad heeft, vandaag van buiten te kennen. Hij heeft +geen angst voor de les die hem wacht. Hij komt, zoo als hij is, met +zijn ontvankelijk gemoed, overtuigd dat het heden even prettig in +school zal zijn als gisteren. Hij denkt niet aan zijne klasse voordat +de school begonnen is. Nooit wordt het den kinderen verweten, zoo +zij verzuimen, en als gevolg daarvan mist er nooit iemand, behalve +misschien de grootste jongens, die in den drukken tijd vader moeten +helpen, maar die ook dan nog dikwijls, hijgend van vermoeidheid, +naar school komen. Is de onderwijzer nog niet aanwezig, dan wachten +zij op de stoep, spelen of maken een glijbaantje. Als het te koud is +gaan zij naar binnen en lezen of praten wat totdat de les begint. De +jongens en de meisjes bemoeien zich niet met elkaar, en zoo het al +geschiedt, dan nooit met één afzonderlijk. + +"'Hei meiskes, waarom maken jelui geen glijbaantje?' 'Zie eens hoe +bevroren de meisjes er uitzien,' of 'meisjes, durf jelui met je allen +mij alleen wel aan?' Slecht één tienjarig meisje, met een bijzonder +helder verstand, wordt door de jongens hunne opmerkzaamheid waardig +gekeurd. Met deze ééne gaan zij om als met een' jongen, alleen +misschien een weinig beleefder en ingetogener." + +In 1862 richtte Tolstoi het tijdschrift _Jasnaja Paljana_ op, waarin +verschillende opstellen voorkwamen over de theorieën, die op zijne +eigenaardige scholen in praktijk werden gebracht. + +Wij zullen trachten een beknopt overzicht te geven van deze theorieën, +door Tolstoi in de vier volgende rubrieken ingedeeld: + +1. Over de volksbeschaving. 2. Over de methodes om lezen en schrijven +te leeren. 3. Opvoeding en beschaving. 4. Verdere ontwikkeling der +beschaving. + +"De volksbeschaving," zoo begint Tolstoi één van zijne eerste +artikelen, "was en is voor mij altijd een onbegrijpelijk iets +geweest. Het volk wil leeren en ieder afzonderlijk streeft onbewust +naar ontwikkeling. De meer ontwikkelde klasse, de hoogere standen, +evenals de regeering, streven er naar den minder bedeelden hunne kennis +mede te deelen. Beide partijen zouden door die overeenstemming gebaat +moeten zijn, maar het tegendeel is waar. Het volk verzet zich met +alle kracht tegen de hulp, die de regeering en de hoogere standen, +de vertegenwoordigers dus der meer ontwikkelde klasse, hun bieden, +zoodat de inspanning der laatsten vruchteloos is. + +"Een van de redenen van dezen afkeer ligt in de wet op het lager +onderwijs, dat in Europa grootendeels verplicht is geworden, d.w.z. dat +men het volk dwingt lezen en schrijven te leeren, eene wet die men +helaas bij ons in Rusland ook tracht in te voeren. + +"Waar dwang wordt uitgeoefend ontwikkelt zich ook verzet. + +"Waarom bestaat er bij het volk verzet, terwijl het om beschaving +vraagt, zelf zich tracht te ontwikkelen en de opvoeding voor heilzaam +houdt? + +"Men moet zich bij eene dergelijke botsing afvragen: 'wat is meer +gewettigd, verzet of medewerking?' + +"De oplossing van dit vraagstuk is altijd ten gunste van den dwang +uitgevallen, maar om te dwingen moet men toch goede gronden kunnen +aanvoeren. En waar zijn die?" Hierop geeft Tolstoi het volgende +antwoord: + +"Die gronden kunnen gevonden worden in: religie, filosofie, ervaring +en historie," hetgeen hij op de volgende wijze toelicht: + +"In den tegenwoordigen tijd, nu de _godsdienst_ slechts zoo'n gering +deel uitmaakt van onze beschaving, kan hij voor het jonge geslacht +niet als dwangmiddel worden gebruikt. + +"_Filosofische_ argumenten kunnen ook niet als zoodanig worden +aangemerkt. Alle filosofen, van Plato tot Kant, richten hun streven op +één punt: de school te bevrijden van haar hinderlijken, historischen +teugel, en in plaats daarvan datgene te vinden wat de mensch noodig +heeft. De meer of minder goede resultaten van dit streven vormen +den grondslag van hunne leer. Luther bracht den mensch er toe de +Heilige Schrift in hare oorspronkelijke gedaante, zonder commentaar, +te lezen. Bacon raadt aan, de natuur in de natuur te bestudeeren en de +wijsheid niet uit de boeken van Aristoteles te halen. Rousseau wil het +leven, zooals hij het begrijpt, door het leven leeren kennen en niet +afgaan op verouderde proefnemingen. Iedere schrede die de filosofie +voorwaarts doet, heeft ten doel op paedagogisch gebied de school te +bevrijden van die theorieën over het onderwijs, die men vroeger voor +de jeugd in toepassing bracht, en de aandacht op datgene te vestigen +wat het opkomende geslacht noodig heeft. + +"Deze algemeene, doch zich zelf tegensprekende gedachte loopt door +de geheele filosofie; algemeen, omdat allen meer vrijheid voor de +school verlangen; zich zelf tegensprekend, omdat ieder paedagoog +de wet stelt die op zijne eigen theorie is gegrond, en daarmee een +hinderpaal is voor de vrijheid. + +"De _ervaring_ op opvoedkundig gebied kan ons nog minder doen gelooven +in de noodzakelijkheid van den paedagogischen dwang. Behalve dat het +op zich zelf eene jammerlijke proefneming is, dat de school het kind +verwart, zijne geestesgaven verminkt, het in den besten tijd zijner +ontwikkeling aan zijn' familiekring ontrukt, het zijn levenslust +ontneemt en het maakt tot een gekweld, verschrompeld wezen, met eene +uitdrukking van vermoeidheid, angst en verveling, werktuigelijk +vreemde woorden uit een hem vreemde taal nazeggende,--behalve dat +alles verkrijgt men geen resultaat, omdat het gebrek aan vrijheid +elke mogelijkheid aan een' goeden uitslag te niet moet doen. + +"De school moest het middel zijn voor de ontwikkeling en tevens +de toetssteen voor het jonge geslacht om steeds beteren uitslag te +verkrijgen. Slechts dan, als proefneming den grondslag der school +vormt, als deze beschouwd wordt als een paedagogisch laboratorium, +slechts in dat geval blijft de school niet ten achter bij den +algemeenen vooruitgang en dan kan alleen die proefneming een hechten +grondslag leggen voor wetenschappelijke ontwikkeling. + +"De _historische_ gronden zijn niet minder wankel. De vooruitgang in +het leven, de techniek, de wetenschap gaan vlugger dan de vooruitgang +op school; deze blijft dus meer en meer terug en wordt daarom slechter +en slechter." + +Op de bewering, dat de scholen goed zijn omdat zij bestaan en +altijd bestaan hebben, antwoordde Tolstoi met de beschrijving +zijner persoonlijke ervaring, opgedaan in Marseille, Parijs en +andere West-Europeesche steden, die hem de overtuiging schonk, +dat het grootste deel der volksontwikkeling niet in de scholen wordt +verkregen maar in het leven, dat de kennis op straat, in vergaderingen, +tentoonstellingen en uit de boeken opgedaan de schoolgeleerdheid +verre te boven gaat. + +Ten slotte wendt Tolstoi zich met de volgende opmerking speciaal tot +de Russische paedagogen. "Aangenomen, dat de Duitsche school, ondanks +de fouten die haar aankleven, als historische proefneming is aan te +bevelen, welke reden hebben wij, Russen, dan nog om eene volksschool +te verdedigen, die wij niet hebben. Op welken historischen grond +kunnen wij verdedigen dat onze scholen op dezelfde leest geschoeid +moeten zijn als de West-Europeesche? + +"Wat moeten wij, Russen, in de naaste toekomst doen? Zullen wij +overeenkomen als grondslag de meening der Fransche, Engelsche, +Duitsche of Noord-Amerikaansche paedagogen over te nemen? Of zullen +wij ons verdiepen in filosofie en psychologie om uit te vinden wat +noodig is voor de ontwikkeling van den menschelijken geest en voor +het opkomende geslacht, om dit naar ons begrip tot goede menschen te +vormen? Of wel, moeten wij van de historische ondervinding gebruik +maken, niet in den zin van het navolgen der oude gebruiken, maar zooals +de geschiedenis van het menschelijk lijden ons dat geleerd heeft, en +moeten wij eerlijk en oprecht erkennen, dat wij niet weten en niet +kunnen weten wat de toekomstige geslachten noodig hebben, maar dat +wij verplicht zijn deze behoeften te leeren kennen? Wij moeten niet +het onontwikkelde volk verwijten, dat het onze ontwikkeling niet aan +wil nemen, maar ons gebrek aan kennis en onzen trots, dat wij het +naar ons beeld willen vervormen. + +"Laten wij toch het verzet van het volk tegen onze ontwikkeling niet +beschouwen als een der paedagogie vijandig element, maar integendeel +als eene uiting van goeden wil, die onzen arbeid moet leiden. Erkennen +wij ten slotte die wet, die zoo duidelijk spreekt uit de historie +der paedagogie en der ontwikkeling, dat, opdat de onderwijzer wete +wat goed en wat slecht is, de leerling de volle vrijheid moet hebben +zijne ontevredenheid te uiten, of minstens zich af te kunnen wenden +van de ontwikkeling, die hem instinctief niet bevredigt; erkennen +wij dat het kriterium enkel en alleen is--de vrijheid." + +Het slot van dit artikel luidt: + +"Wij weten dat slechts enkelen zich door onze bewijzen zullen +laten overtuigen. Wij weten dat onze overtuiging hierop berust, +dat de eenige methode voor beschaving in proefnemingen bestaat, +dat het eenige kriterium de vrijheid is. Voor den een is deze +bewering doodalledaagsch, voor den ander eene onduidelijke, abstracte +redeneering, voor een' derde eene fantasie en eene onmogelijkheid. Wij +zouden ons niet veroorloofd hebben de rust der paedagogen-theoretici +te verstoren, en eene overtuiging te uiten die in tegenspraak is met +de geheele wereld, indien wij ons wilden bepalen tot de uitgave dezer +artikelen. Wij gevoelen echter dat wij in staat zijn om schrede voor +schrede en feit voor feit de uitvoerbaarheid en de wettigheid van +onze stoute overtuigingen te bewijzen, en aan dat doel alleen wijden +wij het tijdschrift _Jasnaja Paljana_." + +In het eerste nummer van dit orgaan richt Tolstoi zich op de volgende +wijze tot het publiek: + + + +"Aan het publiek. + +"Bij de betreding van dit voor mij nieuwe gebied word ik angstig +voor mij zelf, zoowel als voor de denkbeelden aan welker voltooiing +ik jarenlang gewerkt heb en die ik voor juist houd. Ik ben reeds van +te voren overtuigd dat vele van deze denkbeelden later zullen blijken +dwalingen te zijn. Hoeveel moeite ik mij ook gaf, het onderwerp in zijn +geheel te bestudeeren, zoo beschouwde ik het toch onwillekeurig van één +zijde. Ik hoop dat mijne ideeën tegenspraak zullen uitlokken. Alle +meeningen geef ik met genoegen eene plaats in mijn blad. Één +ding slechts zou ik vreezen, n.l. dat het meeningsverschil ons +verbitterde en de beschouwingen over het ons zoo dierbare onderwerp, +de volksbeschaving, in spot, personenstrijd of journalistieke polemiek +zouden kunnen ontaarden. Ik zeg niet dat spot en persoonlijkheden +mij niet kunnen deren, dat ik meen daar boven te staan. Integendeel, +ik erken dat ik bevreesd ben voor mij zelf, zoowel als voor de zaak; +ik vrees dat ik mij dan ook zou laten meesleepen door persoonlijke +polemiek, in plaats van mij rustig en onvermoeid aan mijn werk +te wijden. + +"En daarom verzoek ik al mijne toekomstige tegenstanders, hunne meening +op eene zoodanige wijze te uiten, dat ik eene verklaring kan geven en +mijne bewijzen kan overleggen wanneer het meeningsverschil voortkomt +uit een misverstand, en mijne instemming kan betuigen dáár waar mij +bewezen wordt dat mijn inzicht niet juist is. + +"Graaf L. Tolstoi." + + + +In ieder nummer van het tijdschrift _Jasnaja Paljana_ werden opgenomen: +een of twee opstellen over de theorie der paedagogie; een overzicht +van de werkzaamheden der scholen, die onder Tolstoi's leiding +stonden; bibliografie; eene beschrijving van de schoolbibliotheek, +en--eene berekening van de uitgaven. Het bijblad bevatte grootendeels +bellettristische lectuur. De spreuk: "Glaubst zu schieben und wirst +geschoben," stond als motto aan het hoofd van het blad. + +Het tijdschrift is eene bibliografische zeldzaamheid geworden. Behalve +Tolstoi's hoofdartikelen (opgenomen in deel IV van zijne verzamelde +werken), bevatte het blad verschillende losse op- en aanmerkingen, +beschrijvingen enz., die zeer belangrijk zijn voor den onderwijzer, +voor den theoretikus zoowel als voor den praktikus. + +In een opstel over de methode om lezen en schrijven te leeren, zet +hij als zijne meening voorop, dat het lezen en schrijven niet de +eerste trap der beschaving is maar slechts een der hulpmiddelen. En +iets dat niet de eerste plaats inneemt is ook niet de hoofdzaak. + +"Wanneer wij den eersten trap der beschaving willen vinden, waarom +zoeken wij dien dan in het lezen en schrijven en waarom niet +veel dieper? Waarom stil blijven staan bij één van de talrijke +hulpbronnen dezer beschaving en daarin de alfa en de omega zien, +terwijl het slechts een toevallig, weinig beteekenend middel is om +haar te verkrijgen? + +"Het begrip 'beschaving' valt niet samen met het begrip 'lezen en +schrijven'. + +"Wij zien menschen die zeer goed op de hoogte zijn van de hoofdzaken +der astronomie en wat daarop betrekking heeft, terwijl zij niet kunnen +lezen of schrijven. Men ziet eenvoudig door het leven gevormde lieden +bekwaam voor hun vak, met groote kennis en degelijk oordeel, die niet +kunnen lezen en schrijven, en daarentegen personen die dit wel kunnen +en ten gevolge hiervan geen nieuwe kundigheden hebben verworven." + +Om te bewijzen dat de kennis van lezen en schrijven niet behoort tot +de dagelijksche behoeften van het volk, verwijst Tolstoi ons naar den +historischen gang van de ontwikkeling der inrichtingen van onderwijs. + +"Eerst ontstonden niet de lagere, maar de hoogere scholen: eerst de +kloosterscholen, toen de middelbare, daarna de volksscholen. Het lezen +en schrijven is de laagste trap van ontwikkeling in deze georganiseerde +hiërarchie van de opleiding, of de eerste trap als men begint bij +het einde. En daarom beantwoordt de laagste school slechts aan de +eischen die de hoogste aangeeft. Er is echter nog een ander standpunt +van waaruit gezien de volkschool eene zelfstandige inrichting is, niet +verplicht de gebreken der hoogere scholen te dragen, een onafhankelijk +doel hebbende, een doel genaamd: 'de volksbeschaving.' + +"De school voor lezen en schrijven is voor het volk als een werkplaats +en voldoet aan zijn begrensde behoeften; daarom is lezen en schrijven +voor dat volk een zeker soort van handwerk of kunst." + +Nadat Tolstoi ons de beteekenis van het lezen en schrijven, en de +plaats die het in het volksleven inneemt, heeft aangewezen, gaat +hij over tot de beschouwing van de verschillende methodes van dit +onderwijs. + +De deugden en de gebreken van verschillende andere methodes +ontledende, alleen even stilstaande bij de pedante Duitsche +Lautier-Anschauungs-Unterrichtsmethode, komt Tolstoi tot het besluit, +dat alle methodes goed en slecht zijn; dat de kunstvaardigheid en het +talent van den onderwijzer den grondslag vormen van iedere methode, +en ten slotte wendt hij zich met de volgende raadgevingen tot den +onderwijzer: + +"Iedere onderwijzer in het lezen en schrijven moet één methode, +die voor het volk begrijpelijk is, goed kennen en daarmee proeven +nemen; hij moet verschillende methodes kennen, en die beschouwen als +hulpmiddel; het niet begrijpen van den leerling moet hij niet aan +dezen wijten, maar aan een gebrek in de methode, en hij moet dan +trachten eene andere manier van onderwijzen uit te vinden. Iedere +onderwijzer moet weten, dat iedere gekozen methode slechts eene +trede is, die men moet gebruiken om hooger te komen; moet weten, +dat, zoo hij dit verzuimt, een ander het doen zal; hij moet weten, +dat het geven van onderwijs eene kunst is die steeds hooger opgevoerd +kan worden en waarvan het einde en de volmaking niet zijn te bereiken." + +Nog vollediger en duidelijker ontwikkelde Tolstoi zijne denkbeelden +over paedagogie in zijn geschrift: _Opvoeding en Beschaving_. + +In de eerste plaats constateert hij het feit, dat deze twee begrippen +door het grootste deel der Russische en Europeesche paedagogen niet +van elkaar worden onderscheiden. Daarop tracht hij het verschil +aan te toonen en laat eene definitie volgen van de drie volgende +hoofdbegrippen: beschaving, opvoeding en onderricht. + +"_Beschaving_ in den ruimen zin van 't woord is, volgens onze +overtuiging, eene samenvoeging van de invloeden die den mensch +ontwikkelen, hem eene ruimere wereldbeschouwing geven en hem nieuwe +kennis schenken. De kinderspelen, het verdriet, de ouderlijke +bestraffingen, boeken, het leeren (gedwongen of vrij), de kunst, +de wetenschap, het leven, alles geeft beschaving. + +"_Opvoeding_ is de inwerking van den eenen mensch op den anderen, met +het doel hem de algemeen aangenomen zeden en gebruiken te doen kennen. + +"_Onderricht_ is eene overgave van kennis van den eenen mensch aan den +anderen (men kan onderwijs geven in het schaakspel, in geschiedenis, +in het laarzenmaken). Het leeren is eene schaduw van het onderricht, +is de inwerking van den eenen mensch op den anderen, met het doel +den leerling zekere physieke gewoonten te doen aannemen: het leeren +zingen, timmeren, dansen, roeien en uit het hoofd iets opzeggen. Het +onderricht en het leeren zijn middelen om te beschaven, zoo zij vrij +zijn, en middelen om op te voeden, zoo het leeren gedwongen en het +onderricht exclusief is, d.w.z. als de opvoeder slechts die vakken +onderwijst, die hij noodig acht. + +"Opvoeding is gedwongen, beschaving is vrij. En van waar komt het +recht tot dien dwang? + +"Dwang bij de opvoeding kan niet bestaan. Ik erken dien niet en hij +wordt, werd en zal niet erkend worden door het geheele jonge geslacht, +dat steeds en overal zich tegen gedwongen opvoeding zal verzetten." + +Welke zijn de oorzaken van dezen dwang, dien het menschdom niet wil +erkennen? Op deze vraag geeft Tolstoi het volgende antwoord: + +"Daar reeds sedert eeuwen abnormale verschijnselen, als dwang in +de opvoeding en de beschaving, bestaan, moeten de oorzaken in de +menschelijke natuur zijn vastgeworteld. Ik zie die oorzaken: 1. in +het familieleven, 2. in de religie, 3. in den staat, 4. in de hoogere +standen en bij ons in Rusland in de bekrompenheid van onze ambtenaren +en onzen adel." + +Zonder den drie eersten oorzaken recht van bestaan toe te kennen, zegt +Tolstoi, dat hij ze toch begrijpen kan. "Het is moeielijk de ouders +te verhinderen, dat zij trachten hunne kinderen op te voeden zooals +zij zelf zijn opgevoed; het is moeielijk voor den geloovigen mensch +zijn streven niet daarop te richten, dat het kind in datzelfde geloof +opgroeit, en ten slotte is het moeielijk van de regeering te verlangen +dat zij niet zou zorgen voor de vorming van de noodige ambtenaren." + +Maar welk recht heeft de bevoorrechte liberale klasse het volk, dat +haar vreemd is, op te voeden volgens eigen model? Dat kan slechts +verklaard worden door het bestaan van een grof-egoïstisch misverstand. + +Waardoor ontstaat dit misverstand? + +"Ik denk," zegt Tolstoi, "doordat wij de stem niet hooren die ons +roept, en wij hooren die niet omdat zij niet spreekt uit boeken, noch +van den katheder. Het is de machtige stem van het volk, waarnaar wij +moeten luisteren." + +En dan treedt hij in beschouwingen over het uitgangspunt van dezen +opvoedingsdwang, d.w.z. van de inrichtingen voor onderwijs, van de +hoogste tot de laagste, en hij vindt bij haar geen troost voor de +toekomst. Onze universiteiten onderwerpt hij aan eene bijzondere +kritiek. + +Hoewel Tolstoi den beschavenden invloed van de universiteit niet +geheel versmaadt, zegt hij toch: + +"Ik erken het recht van eene universiteit, als deze beantwoordt +aan haar naam en aan haar grondbeginsel, n.l. lieden tot elkaar te +brengen om elkaar wederzijds te beschaven. Zulke universiteiten, +die wij officiëel niet kennen, bestaan en ontstaan in verschillende +hoekjes van Rusland: in de universiteiten zelf, in de kringen der +studenten. Hier komen menschen bij elkaar, men leest, spreekt met +elkaar, en ten slotte regelt men de samenkomsten en de onderwerpen +van gesprek. Dat is de ware universiteit. Onze hoogescholen zijn, +ondanks den ijdelen klank harer liberale inrichting, instellingen +die zich nergens door onderscheiden van de inrichtingen van onderwijs +voor vrouwen en van de cadettenscholen. + +"Behalve alle afwezigheid van vrijheid en zelfstandigheid is hare +grootste fout dat zij buiten het leven staan. + +"Zie, hoe de zoon van den landman leert landman, de zoon van +den kerkdienaar, kerkdienaar, de zoon van den herder, herder te +worden. Reeds van zijne jeugd af aan stelt hij zich op het juiste +standpunt tegenover de menschen, de natuur en het leven. Reeds in +zijne jeugd leert hij werkende, leert hij aldus te zorgen voor de +materiëele zijde van het leven, d.w.z. zich zijn dagelijksch brood, +kleeding en huisvesting te verschaffen. + +"Zie nu naar den student, ontrukt aan zijne familie, heengeworpen +in eene vreemde stad, waar van alle kanten de verleiding lokt, +zonder middel van bestaan (want hetgeen hij van zijne ouders +krijgt reikt slechts voor het allernoodigste en wordt nog voor zijn +genoegen uitgegeven), in een' vriendenkring, die hem versterkt in +zijne fouten, zonder leiding, zonder doel, ontrukt aan het oude +leven en niet geschikt voor het nieuwe; ziedaar, op eene kleine +uitzondering na, de omstandigheden van den student. Zij worden +onvermijdelijk òf ambtenaren, alleen ten gerieve van de regeering, òf +ambtenaar-professoren, ambtenaar-letterkundigen, alleen ten gerieve van +de hoogere standen; òf menschen zonder levensdoel, ontrukt aan hunne +vroegere omgeving, met eene bedorven jeugd, geen plaats vindende in +het leven, de zoogenaamde jongelui met eene akademische opleiding, +de meer ontwikkelden, doch met een anderen naam, de opgewonden, +ziekelijke liberalen. + +"De universiteit is de voornaamste van onze opvoedingsinrichtingen. Zij +meent de grootste rechten te hebben in zake opvoeding, en de +verkregen resultaten leveren ons het bewijs van de onwettigheid en het +onbestaanbare van haar opvoedingssysteem. Slechts van het gezichtspunt +der hoogere standen kan men genoegen nemen met de vruchten die zij +oplevert. De universiteit vormt geen lieden die noodig zijn voor het +geheele menschdom, doch alleen personen die onontbeerlijk zijn voor +de bedorven hoogere kringen der maatschappij." + +Tolstoi heeft op deze radikale stellingen eenige tegenspraak verwacht +van menschen die het nieuwe schuwen, en sluit daarom zijn artikel +met het volgende antwoord: + +"Maar wat moeten wij doen? Moeten wij dan werkelijk geene lagere +scholen, geen gymnasium, geen colleges over het Romeinsche recht +hebben? 'Wat moet er dan van het menschdom worden?' hoor ik vragen; +'dat alles zal er dus niet zijn, indien de leerling het zelf niet +verlangt en gij zult hen niet tot goede menschen kunnen vormen. Maar +kinderen, weten toch niet altijd, wat zij noodig hebben; kinderen +vergissen zich enz.' Ik laat mij niet in met een dergelijken strijd; +die zou ons leiden tot de vraag: staat in dezen de menschelijke +natuur boven het menschelijk oordeel? Dat weet ik niet en op dat +standpunt plaats ik mij niet. Ik beweer slechts, dat, als wij +inderdaad kunnen weten wat wij moeten onderwijzen, niemand mij kan +verhinderen onzen Russischen kinderen de Fransche taal te leeren, +de middeleeuwsche genealogie en zelfs de kunst om te stelen. En ik +zal dit alles bewijzen, precies zooals gij het hebt bewezen. 'Dus +moet er geen gymnasium en geen Latijnsche taal zijn? Wat moeten wij +dan wel doen?' hoor ik weder. + +"Maak u niet bezorgd. Latijn en rhetorica zullen blijven, nog +honderden van jaren, en zij zullen er zijn slechts daarom, omdat +het geneesmiddel gekocht is en men het moet innemen, zooals een +zieke zegt. Over nauwelijks honderd jaren zal mijne gedachte, die +ik misschien onklaar en onduidelijk weergeef, algemeen eigendom zijn +geworden. Na nauwelijks honderd jaren zullen zij zijn verdwenen, al +deze inrichtingen: de lagere scholen, de gymnasia en de universiteiten, +en zullen er vrije instellingen verrijzen, gegrond op de vrijheid +van het leerende geslacht." + + + +Natuurlijk werden deze vermetele gedachten niet aangenomen door de +paedagogen, die omstreeks 1860 de opvoeders waren van de hoogere, +zoowel als van de lagere standen. De beleedigde wetenschap heeft deze +denkbeelden zelfs geen tegenspraak waardig gekeurd. In de _Verzamelde +Kritieken over Tolstoi_ van Zelinski, die met zorg zijn samengesteld, +vinden wij slechts twee ernstige opstellen gewijd aan het tijdschrift +_Jasnaja Paljana_ en aan Tolstoi's school. Deze kritieken werden +in 1862 opgenomen in den _Sawremjennik_. Op een van deze kritieken, +geschreven door Markoff, heeft Tolstoi in zijn blad geantwoord onder +het opschrift: "Vooruitgang en verdere ontwikkeling der beschaving." + +Markoff zegt o.a. in zijne kritiek, dat een paedagogische dwang +gerechtvaardigd is, dat hij dus de vrije ontwikkeling een recht van +bestaan toekent en dat hij de tegenwoordige systemen van opvoeding +bevredigend acht. De praktijk in de scholen te Jasnaja Paljana, welke +door den schrijver ten zeerste worden bewonderd, is volgens zijne +meening in tegenspraak met de theorieën van hunnen stichter en leider. + +Tolstoi herhaalt in zijn antwoord aan Markoff wat hij reeds vroeger +heeft gezegd en komt tot de gevolgtrekking, dat zij in hoofdzaak +daarom niet overeenstemmen, omdat Markoff aan den vooruitgang gelooft +en hij niet. + +Zijn ongeloof aan den vooruitgang verklaart Tolstoi op de volgende +wijze: + +"Door de geheele menschheid (zegt een historikus die aan vooruitgaan +gelooft) gaat sedert onheugelijke tijden een proces van vooruitgang, +en hij voert als bewijsgrond hiervoor aan: Engeland in 1685 vergeleken +bij het Engeland van den tegenwoordigen tijd. Doch, zelfs indien men +kan bewijzen dat de gesteldheid van Rusland, Frankrijk en Italië in +den tegenwoordigen tijd gunstiger is dan die van het vroegere Rome, +Griekenland en Karthago, dan verbaast mij toch steeds de volgende +onbegrijpelijke omstandigheid. Men neemt een wet aan voor de geheele +menschheid, terwijl men slechts eene vergelijking maakt tusschen kleine +onderdeelen. Men zegt: 'vooruitgang is eene algemeene wet voor de +geheele menschheid', maar slaat daarbij geen acht op Azië, Amerika, +Afrika, en Australië, op millioenen menschen. Wij bemerken de wet +van vooruitgang in het hertogdom Hohenzollern-Sigmaringen, met eene +bevolking van 2000 zielen; wij weten dat China met zijn 200 millioen +inwoners onze geheele theorie van den vooruitgang verwerpt, en toch +twijfelen wij er geen oogenblik aan, dat de vooruitgang eene algemeene +wet is voor de menschheid; dat wij, die daaraan gelooven, gelijk, +en zij die het ontkennen, ongelijk hebben, en wij gaan met geweren en +kanonnen naar de Chineezen om hun het begrip van den vooruitgang te +brengen. Het gezonde verstand zegt mij, dat, zoo het grootste gedeelte +van het menschdom, het zoogenaamde Oosten, de wet van den vooruitgang +niet erkent, maar haar integendeel verwerpt, die wet niet bestaat +voor de geheele menschheid, maar dat er slechts een geloof in den +vooruitgang bestaat bij een zeker gedeelte der menschen. Ik, evenals +alle menschen, die vrij zijn van het bijgeloof in den vooruitgang, +zie slechts dat het menschdom bestaat en dat de herinneringen aan +het verleden evenveel worden vergroot, als zij verloren zijn gegaan, +dat het werk van vorige geslachten dikwijls den grondslag vormt +van nieuwen arbeid maar ook dikwijls een hinderpaal daarvoor is, +dat de welstand der menschen hier in een enkel opzicht grooter, +daar in een ander opzicht kleiner wordt. Hoe gaarne ik het ook zou +wenschen, ik kan geen wet vinden voor het menschdom in het algemeen +en ik ben van oordeel, dat men de geschiedenis even gemakkelijk aan +het begrip van den voor- als van den achteruitgang kan onderwerpen, +of aan iedere andere historische fantasie. Ik ga verder. Ik zie de +noodzakelijkheid niet in, afgezien van de onuitvoerbaarheid van het +plan, algemeene wetten in de geschiedenis te gaan zoeken. De algemeene, +eeuwige wet is neergeschreven in de ziel van iederen mensch. De wet +van den vooruitgang of der volmaking is ook neergelegd in de ziel van +den mensch, en slechts als gevolg van eene begripsverwarring zoekt men +haar in de geschiedenis. Wanneer die wet individueel gedacht wordt, +wordt zij vruchtdragend; in de geschiedenis overgebracht wordt zij +een leeg begrip, een ijdele klank, leidende tot abstracte redeneering, +ieder fatalisme rechtvaardigend. + +"De vooruitgang van de menschheid in 't algemeen is een niet bewezen +en niet bestaand feit voor alle Oostersche volken; daarom is de +bewering dat de vooruitgang eene wet is voor de geheele menschheid +even ongegrond, als de verzekering dat alle menschen blond zijn, +behalve degenen die donker zijn." [122] + +De theorieën, neergeschreven in dit hoofdstuk, zijn ontleend aan een +uitvoerig opstel over dit onderwerp, dat wij niet in zijn geheel hebben +aangehaald, omdat het ons hier te ver zou voeren. Vóor wij echter van +dit onderwerp afstappen, laten wij nog een uittreksel volgen van een +artikel, getiteld: _Ontwerp voor een algemeen plan tot stichting van +volksscholen_, waarin Tolstoi eene geestige kritiek levert op een in +1862 van regeeringswege uitgekomen reglement op schoolzaken. + +Deze kritische beschouwing kan men samenvatten in de volgende +uitspraken. + +"In de grondgedachte van het reglement ligt het Amerikaansche +systeem, het volk te verplichten schoolbelasting te betalen, terwijl +de regeering de zorg voor de instandhouding der school op zich +neemt. Dezelfde regeling evenwel kan goed zijn in eene demokratische +republiek en slecht in een despotisch bestuurd keizerrijk, waar de wet, +die 'den wil van het volk' uitdrukt, veranderd is in eene uitoefening +van ruwen dwang. + +"De onuitvoerbaarheid van dit reglement ligt hierin, dat de ontwerpers +bij eene volkomen afwezigheid van kennis van het Russische volksleven, +het plan niet in overeenstemming hebben gebracht met de behoeften +van het volk. + +"De reglementeering van de volksontwikkeling, neergelegd in deze +verordening, is eene rem voor de reeds bestaande, zich uitbreidende +vrijheid der volksontwikkeling." + + + +Aan het slot van dit vluchtig overzicht van Tolstoi's paedagogische +theorieën geven wij als onze meening, die lijnrecht staat tegenover +Markoff's uitspraak, dat de praktijk in de scholen te Jasnaja Paljana +niet in tegenspraak is met deze theorieën, maar zich integendeel +onmiddellijk daarbij aansluit. + +De beschrijving, die Tolstoi geeft van zijne scholen te Jasnaja +Paljana, laten wij hier als auto-biografisch materiaal volgen. + + + + +VIJFTIENDE HOOFDSTUK. + +DE PRAKTIJK IN DE SCHOLEN TE JASNAJA PALJANA. + + +In zijne paedagogische opstellen schildert Leo Tolstoi ons eenige +tafereeltjes uit het schoolleven, waaraan hij zich zoo met hart en ziel +heeft gewijd, niet als een pedante schoolmeester, die onderwerping +verlangt, maar als een groot kind, zich geheel gevende, meevoelende +met zijne schoolkameraden, die hij tevens laat deelen in zijne rijke +geestesgaven. + +Wanneer wij de volgende kleine schetsjes te zamen voegen dan verrijst +de reusachtige, geniale figuur van dezen paedagoog in al zijne +grootheid voor ons geestesoog. + + + +I. Avondwandeling. + + +Het is niet koud--een winteravond zonder maanlicht; de hemel is bedekt +met grauwe wolken. Bij het kruis blijven wij staan; de oudste jongens, +die reeds drie jaren op school gaan, blijven bij mij en vragen of ik +hen nog een eindweegs wil vergezellen. De jongeren zijn begonnen met +een nieuwen onderwijzer, en staan met mij nog niet op dien voet van +vertrouwen als de ouderen. + +"Nu, laten wij dan naar het Zakaz gaan," (een boschje dat een +200 schreden van de laatste huizen verwijderd ligt) opperde een +van hen. Het sterkst van allen drong Fedjka er op aan. Hij is +een jongen van een jaar of tien, met eene zachte, ontvankelijke, +poëtische natuur. Ik geloof dat het aanwezig zijn van gevaar een van +de hoofdvoorwaarden voor zijn genoegen was. Hij wist dat er in het +boschje wolven waren en daarom wilde hij er heen. De andere jongens +ondersteunden zijn verzoek, en met ons vieren gingen wij naar het +bosch. Een van hen, ik zal hem Sjomka noemen, een physiek zoowel als +moreel gezonde jongen van twaalf jaar, liep zingend en jodelend voor +ons uit. + +Naast mij liep Pronka,--de zoon van arme ouders,--een bescheiden, +bijzonder verstandige, ziekelijke jongen, ziekelijk waarschijnlijk +door gebrek aan voedsel. Fedjka liep tusschen mij en Sjomka en +sprak voortdurend. Met eene weeke stem vertelde hij, dat hij hier +'s zomers de paarden liet grazen, zeide dat er niets angstigs was en +vroeg daarbij: "en als er eens een komt?" onvoorwaardelijk verlangende +dat ik hierop iets zou antwoorden. + +Wij gingen niet midden door het bosch--dat zou te gevaarlijk +zijn geweest--maar ook aan den zoom werd het reeds donker. De +weg was bijna niet meer te onderscheiden, de lichten van het dorp +verdwenen. Sjomka bleef luisterend staan. "Zeg, jongens, wat is +dat?" zeide hij plotseling. Wij zwegen, maar hoorden niets. Toch kwam +de angst even boven: "maar wat zouden wij doen als hij er eens uitkwam +... op ons aanvloog?" vroeg Fedjka. Wij spraken over de roovers in den +Kaukasus. Zij herinnerden zich nog de Kaukasische geschiedenissen, die +ik hun lang geleden eens verhaald had, en ik begon weer te vertellen +van de Abreks, van de Kozakken en van Chadzji-Moerad. Met groote passen +liep Sjomka voor ons uit, zijn stevige rug steeds in gelijkmatige +schommeling. Pronka trachtte ook naast mij te komen, maar Fedjka +stootte hem op zij, en Pronka die, waarschijnlijk door zijne armoede, +iedereen gehoorzaamde, kwam slechts bij de spannendste passages naar +voren, hoewel hij dan tot aan zijne knieën door de sneeuw moest waden. + +Iedereen, die de boerenkinderen maar een weinig kent, zal hebben +opgemerkt dat zij niet aan liefkozingen gewend zijn en ze ook niet +dulden, geen zacht woord, geen kus, geen streelende aanraking van +de hand, niets. Daarom was ik ook heel verbaasd toen Fedjka bij het +angstigste gedeelte in het verhaal plotseling eerst mijn' arm streelde +en daarop met zijn volle hand twee van mijne vingers omklemde, die +hij niet weer losliet. Als ik maar even zweeg, drong hij mij verder +te vertellen, en dat op zoo'n smeekenden, bewogen toon, dat men hem +zijn verzoek niet kon weigeren. "Zeg, loop mij niet voor de voeten," +zeide hij plotseling boos tegen Pronka, die voor ons uit liep. Hij +was geheel in vervoering, hij vond het griezelig heerlijk, hield +mijne hand vast, en niemand moest het wagen zijn genot te verstoren. + +"Nu, en toen, en toen? O, wat is dat mooi!" + +Wij waren langs het bosch geloopen en kwamen nu aan het andere gedeelte +van het dorp. "Laten wij nog een eindje wandelen," vroegen alle drie, +toen wij de lichten van het dorp zagen,--"nog een eindje." Wij liepen +verder over den mullen, slechten rijweg, waar onze voeten soms diep +in wegzonken. Eene wazige duisternis omringde ons, de wereld als +het ware voor ons afsluitend. De wolken hingen laag, alsof men ze +op ons neerwierp; eindeloos ver deinde de witte schemer, waaruit wij +alleen opdoemden, onze voeten knarsend over de sneeuw. De wind deed +de toppen der kale boomen zwiepen, maar wij werden beschut door het +boschje. Ik eindigde mijn verhaal op het punt, waar de ingesloten Abrek +een lied aanheft en zich in zijn dolk werpt. Allen zwegen. "Waarom +begon hij te zingen, toen hij was ingesloten?" vroeg Sjomka. "Dat +heeft men je toch reeds gezegd; hij wilde sterven!", antwoordde +Fedjka verontwaardigd. "Ik denk, dat hij een gebed zong," beweerde +Pronka. De anderen stemden hiermee in. Wij bleven aan het uiterste +einde van het dorp, bij de heg achter de schuren staan. Sjomka nam +een rijs van den grond en sloeg er mee tegen den bevroren stam van +eene linde. Ritselend viel de rijp van de takken; dat was het eenige +geluid dat zich liet hooren. + +"Leo Nikolajewitsch," vroeg Fedjka, (ik dacht, dat hij weer iets van +een verhaal zou vragen) "waarom leert men zingen? Ik heb er dikwijls +over nagedacht, werkelijk, waarom zingt men?".... + +....Het geeft mij eene vreemde aandoening, alles te herhalen wat wij +toen besproken hebben, maar het komt mij voor dat al onze gesprekken +nuttig waren en liepen over plastische en moreele schoonheid. + + +Den schrijver van deze biographie viel onlangs een zeldzaam geluk te +beurt. Evenals Fedjka, die Tolstoi's hand vasthield en in verrukking +kwam, wandelde ook ik verschillende malen met hem door dat zelfde +boschje. Luisterende naar zijne verhalen kreeg ik een gevoel, dat ik +niet beter kan weergeven dan met Fedjka's woorden: + +"Nu, en toen, en toen? O, wat is dat mooi!" + + + +II. De Opstellenles. + + +Den vorigen winter las ik eens in het spreekwoordenboek van Snegireff +en ik nam het mee naar school. Wij zouden dat uur de Russische taal +behandelen. + +"Nu jongens, schrijf eens iets over een spreekwoord," zei ik. + +De beste leerlingen, Fedjka, Sjomka en een paar anderen, spitsten +hunne ooren. + +"Wat voor een spreekwoord, wat zegt gij toch?" klonk de weervraag. + +Ik opende het boek: "Met den lepel voedt gij hem en met den steel +steekt gij hem de oogen uit." + +"Zóó stel ik het mij voor," zeide ik: "een boer heeft een armen stakker +in huis genomen, daarna krijgt hij berouw van zijne goedheid en komt +dus in de omstandigheid waarvan het spreekwoord zegt: 'eerst voedt gij +hem met den lepel en dan steekt gij hem met den steel de oogen uit.'" + +"Wat kan men daarvan schrijven?" zei Fedjka, en de anderen luisterden +opmerkzaam; maar plotseling haalden zij hunne schouders op, en +overtuigd dat het werk hunne krachten te boven ging, hervatten zij +hunne vroegere bezigheden. + +"Schrijf zelf eens wat," zei een van hen tegen mij. + +Daar waren allen het mee eens; ik nam pen en papier en begon te +schrijven. + +"Nu," zei ik, "wie het 't beste kan, jelui of ik!" + +Ik begon de vertelling te schrijven, die in het 4de nummer van de +_Jasnaja Paljana_ is opgenomen. + +Iedere onbevooroordeelde lezer, die gevoel heeft voor kunst en voor +het volksleven, zal de eerste, door mij geschreven bladzijde, onwaar +en gekunsteld als zij is, van de volgende, die door de leerlingen +werden opgesteld, kunnen onderscheiden als een vlieg in de melk. + +Fedjka keek telkens op van zijn schrift, en toen hij mijn' blik +ontmoette, gaf hij mij een knipoogje en zeide met een lachje: "Schrijf +nu, schrijf nu, of ik zal je!" Men kon zien dat het hem interesseerde +hoe groote menschen schreven. Nadat hij zijn schrijfwerk vlugger en +slechter dan gewoonlijk had afgemaakt, klom hij op de leuning van mijn' +stoel en begon over mijn' schouder kijkend te lezen. De anderen kwamen +nu ook bij ons staan, en ik begon hun voor te lezen wat ik geschreven +had. Het viel niet in hun' smaak; niemand prees mij. Ik schaamde mij +een weinig en om mijne gekwetste schrijvers-eigenliefde te bevredigen +begon ik hun te vertellen, hoe het vervolg zou zijn. Ik liet mij geheel +door mijn verhaal meesleepen, begon hier en daar te verbeteren, en +de kinderen hielpen mij daarbij. De een zei: "die grijsaard moet een +toovenaar worden." "Neen," zei een ander, "geen toovenaar; een gewoon +soldaat." "Neen, laat het liever een dief zijn!" "Neen, dat zou niet +bij het spreekwoord passen," en zoo spraken zij allen door elkaar. + +De kinderen betoonden eenstemmig de grootste belangstelling. Het +was voor hen iets geheel nieuws, het bijwonen van het ontstaan +eener vertelling en daar deel aan te nemen. Zij gingen er in op en +lieten zich er geheel door meesleepen. Hun oordeel was grootendeels +gelijkluidend en juist, zoowel wat betreft den geheelen opzet van het +verhaal als de onderdeelen en de karakteristiek der personen. Bijna +allen namen deel aan het schrijven, maar het meest traden Sjomka +en Fedjka op den voorgrond. De vastberaden Sjomka, met zijn gevoel +voor juiste schildering, en Fedjka, met zijne waarlijk poëtische +voorstellingen, die elkaar snel en onophoudelijk opvolgden. + +Hunne opmerkingen waren zoo weinig toevallig, in zoo hooge mate +doordacht en overwogen, dat ik hun meer dan eens gelijk moest geven +als wij het niet eens waren geweest. Bij mij stond het vast dat het +verhaal zóó moest worden, dat het eenvoudig eene juiste verklaring +voor het spreekwoord gaf; de kinderen daarentegen verlangden slechts +ware voorstellingen. + +Ik wilde b.v. dat de boer, nadat hij den grijsaard in huis had genomen, +zelf berouw zou krijgen over zijn goedheid,--zij vonden dat onmogelijk +en schiepen eene booze boerin. Ik zei: "de boer heeft eerst medelijden +met den ouden man en dàn met zijn brood." Fedjka antwoordde, dat zoo +iets ongerijmd zou zijn, en zeide: "de boer wilde van 't begin af +aan niet naar de oude boerin luisteren en later ook niet toegeven." + +"Wat denkt gij dat het voor een soort van man is?" vroeg ik. + +"Hij is net oom Timofeï," zeide Fedjka met een lachje, "ook zoo'n +kort baardje, hij gaat naar de kerk en houdt bijen." + +"Hij is goedig maar driftig," zei ik. + +"Ja," zeide Fedjka; "die zou de boerin zeker niet hebben gehoorzaamd." + +Van het oogenblik af aan, dat men den ouden man in de hut had gedragen, +begon een levendige arbeid. Nu ondervonden de kinderen blijkbaar +voor het eerst het blijde gevoel van met het woord hunne gedachten +zuiver weer te kunnen geven. Vooral bij Sjomka was dit duidelijk +merkbaar. Onophoudelijk maakte hij de meest juiste opmerkingen. Het +eenige wat men er tegen kon hebben was, dat zij slechts het oogenblik +schetsten, zonder verband te houden met het verhaal. Ik had geen tijd +om alles zoo gauw op te schrijven en verzocht hun even te wachten en +goed te onthouden wat zij gezegd hadden. Het scheen of Sjomka alles wat +hij beschreef voor oogen zag: de stijve bevroren laarzen, de modder +die er afsijpelde toen zij begonnen te ontdooien, en hoe zij bros +werden als beschuiten toen de boerin ze op de kachel zette. Fedjka +daarentegen zag slechts de onderdeelen, die hetzelfde gevoel in hem +wakker riepen als dat de personen hem inboezemden. Hij zag de sneeuw +tusschen de lompen van den grijsaard, begreep het gevoel van medelijden +waarmee de boer zei: "mijn God, wat ziet hij er uit!" Fedjka stelde +zelf de personen uit de vertelling voor: hoe de boer sprak, met zijne +armen gestikuleerde en met zijn hoofd schudde. Hij zag de halfvergane +jas en het gescheurde hemd, waar het magere lichaam, vochtig van +de sneeuw, doorheen schemerde. Hij fantaseerde eene boerin, die, +op bevel van haren man, den grijsaard brommig de laarzen uittrok, +en hij hoorde diens klagende zucht toen hij murmelde: "zachtjes, +zachtjes, moedertje, mijne voeten zijn vol wonden." + +Sjomka had hoofdzakelijk objectieve beelden noodig: de schoenen, +den grijsaard, de boerin, bijna zonder onderling verband. Bij Fedjka +waren het gevoelens van medelijden, waarvan hij zelf geheel was +doordrongen. Hij liep de geschiedenis vooruit en sprak er van, hoe men +den grijsaard zou voeden, hoe hij 's nachts zou neervallen, hoe men +naderhand in het veld den jongens lezen en schrijven zou leeren, zoodat +ik hem moest vragen zich niet zoo te haasten en goed te onthouden wat +hij gezegd had. De tranen drongen hem bijna in de oogen, onrustig kneep +hij zijne magere, bruine handen samen. Hij werd boos op mij en stootte +onophoudelijk uit: "staat het er, staat het er?" Despotisch toornig +gedroeg hij zich tegenover de anderen; hij wilde spreken, hij alleen, +en niet spreken zooals men praat, maar zooals men schrijft, d.w.z. met +het woord zuiver zijne gevoelens weergeven. Hij duldde zelfs niet, +dat ik eene verandering in zijne woordschikking maakte. Als hij zei: +"in mijne beenen zijn wonden," dan mocht men niet zeggen: "er zijn +wonden in mijne beenen." Zijne ziel was op dat oogenblik week en +verteederd door een gevoel van liefde. Hij zag met een kunstenaarsoog, +en stootte alles van zich dat niet beantwoordde aan het begrip van +eeuwige schoonheid en harmonie. Zoodra dan ook Sjomka een onjuist +beeld gebruikte, niet in overeenstemming met het overige, werd Fedjka +boos en zei: "Och jij, wil jij ook meepraten!" + +Nauwelijks had ik iets gekunstelds, iets onwaars bij het verhaal +willen voegen of hij zeide driftig dat het niet noodig was. Ik stelde +voor het uiterlijk van den boer te beschrijven, en dat vond hij goed; +maar op mijn' voorslag om er ook in te zetten, wat de boer zou doen als +de vrouw naar haren peet liep, vormde zich bij hem de tegengedachte: +"als dat eens bij den overleden Sawoska gebeurd was, die had haar wel +bij de haren getrokken!" En dat zei hij zóó ernstig, zóó meewarig, +dat de kinderen in lachen uitbarstten. + +Het hoofdvereischte voor alle kunst, het gevoel voor verhouding, +was sterk bij Fedjka ontwikkeld. Al het overbodige dat de jongens in +het midden brachten, hinderde hem. + +Hij trad zóó despotisch op en leidde zóó heerschzuchtig de wording +van het verhaal, dat het de anderen verveelde, die daarom spoedig naar +huis gingen; alleen Sjomka, hoewel hij anders werkte, gaf geen kamp. + +Wij schreven van zeven tot elf. Zij voelden geen koude of vermoeienis +en werden nog boos op mij toen ik ophield. Toen begonnen zij zelf te +schrijven, maar dat gaven zij spoedig op; het ging niet. Plotseling +vroeg Fedjka mij hoe ik heette. Wij begonnen te lachen omdat hij dat +niet wist. + +"Ik weet wel," zeide hij, "hoe gij heet, maar hoe is uw familienaam? Er +wonen hier Fokanitscheffs, Zjabreffs en Jermilins." Ik zeide het +hem. "En zullen wij het laten drukken?" vroeg hij. "Ja." "Dan moet +er op staan: door Makaroff, Morozoff en Tolstoi." + +Fedjka bleef lang zeer opgewonden en kon dien nacht den slaap niet +vatten. Ook ik was den geheelen avond zeer bewogen en lang behield +ik een gevoel van vreugde, van angst en bijna van berouw. Ik voelde +dat op dezen dag zich voor hem eene nieuwe wereld had geopend, eene +wereld van vreugde en van lijden,--de wereld der kunst. Het scheen +mij toe, dat ik iets gezien had dat niemand het recht heeft te zien, +het ontluiken van de geheimzinnige bloem der poëzie. Het was mij blij +en angstig te moede, evenals den schatgraver, die het wonderbloempje +wilde vinden; blij, omdat ik plotseling, geheel onverwacht, datgene +gevonden had, waarnaar ik twee jaren ijverig had gezocht,--de kunst om +te onderwijzen, de gedachten uit te drukken; angstig, omdat die kunst +nieuwe behoeften, eene geheele wereld van verlangens zou opwekken, +die, zooals ik toen meende, niet in overeenstemming waren met den +kring waarin mijne leerlingen leefden. + +....Ik eindigde de les omdat ik zeer bewogen was. + +"Wat scheelt u, waarom zijt gij zoo bleek, gij zijt toch niet ziek?", +vroeg mijn kameraad mij. Ik heb inderdaad slechts twee- of driemaal +in mijn leven zoo'n heftige aandoening gevoeld als op dien avond, en +lang heb ik er mij geen rekenschap van kunnen geven wat ik eigenlijk +voelde. Ik had eene vage gewaarwording, dat ik misdadig een blik had +geworpen op een geheimzinnigen arbeid, die verborgen moest blijven +voor het sterflijk oog. Het was mij, alsof ik bederf gezaaid had in +de pas ontwaakte ziel van dien boerenjongen. + +....Vaag voelde ik berouw als over heiligschennis, en daarbij was het +mij zoo wel te moede, zoo blij, zooals het den mensch moet zijn die +iets aanschouwt dat nog geen sterfelijk wezen vóór hem heeft gezien. + + + +III. De eerste Geschiedenisles. + + +Ik was van plan in de eerste les uit te leggen, waardoor Rusland +zich van de andere landen onderscheidt, waaraan het grenst, en hoe +het geregeerd wordt. Ik wilde vertellen wie op het oogenblik regeerde +en wanneer de Tsaar den troon had bestegen. + +De onderwijzer. "Waar wonen wij, in welk land?" + +Een leerling. "In Jasnaja Paljana." + +Een andere leerling. "Op het veld." + +De onderwijzer. "Ja, maar in welk land liggen Jasnaja Paljana en het +gouvernement Toela?" + +Een leerling. "Het gouvernement Toela ligt zeventien wersten van ons +vandaan en daar ligt het gouvernement." + +De onderwijzer. "Neen, dat is de hoofdstad van het gouvernement, +maar het gouvernement is iets anders. Nu, in welk land?" + +Een leerling (die vroeger iets van aardrijkskunde gehoord heeft). "De +aarde is rond als een bal." + +Door middel van te vragen in welk land een hun bekende Duitscher +vroeger leefde, en waar zij zouden belanden indien zij maar steeds +in dezelfde richting reden, kwamen de leerlingen op het antwoord, +dat zij in Rusland woonden. Sommigen antwoordden eenstemmig, toen ik +vroeg waar zij zouden belanden indien zij in ééne richting doorreisden: +"men komt nergens." Anderen zeiden: "aan het einde der wereld." + +De onderwijzer (een antwoord van een' leerling herhalende): "Gij zegt, +dat ge in een ander land komt. Waar eindigt Rusland en waar begint +dat andere land?" + +Een leerling. "Daar waar de Duitschers beginnen." + +De onderwijzer. "Maar, als gij in Toela Gustaf Iwanowitsch of Karl +Fedorowitsch tegenkomt, zult gij zeggen dat daar de Duitschers +beginnen. Is het daar dus een ander land?" + +Een leerling. "Neen, waar het vol Duitschers is." + +De onderwijzer. "Neen, ook in Rusland zijn plaatsen waar het vol +Duitschers is, waar b.v. Iwan Fomitsch vandaan komt, en dat land heet +ook Rusland. Waarom is dat zoo?" + +Zwijgen. + +De onderwijzer. "Omdat zij met de Russen onder één wet leven." + +Een leerling. "Hoe één wet? De Duitschers gaan niet naar onze kerk +en eten vleesch in de vasten." + +De onderwijzer. "Neen, niet die wet, maar zij dienen denzelfden Tsaar?" + +Een leerling (de scepticus Sjomka). "Vreemd!... Waarom hebben zij +eene andere wet en dienen onzen Tsaar?" + +De onderwijzer gevoelt de noodzakelijkheid te verklaren wat eene wet +is en vraagt: "Wat beteekent gehoorzamen aan de wet, en staan onder +één wet?" + +Eene leerlinge. "De wet erkennen beteekent trouwen." + +De leerlingen kijken den onderwijzer vragend aan: "Is dat zoo?" + +De onderwijzer begint uit te leggen, dat de wet zegt dat men, als +men steelt of moordt, in de gevangenis komt en gestraft wordt. + +De scepticus Sjomka vraagt: "En is die wet niet bij de Duitschers?" + +De onderwijzer. "De wet beteekent ook nog dat wij adellijken, boeren, +kooplieden, geestelijken hebben." (Het woord "geestelijken" wekt even +iets van niet-begrijpen.) + +De scepticus Sjomka: "En dat heeft men daar niet?" + +De onderwijzer. "In veel landen is het wel, in andere weer niet. Wij +hebben een' Russischen Tsaar en in de Duitsche landen is een Duitsche +Tsaar." + +Dit antwoord bevredigt alle scholieren, zelfs den scepticus Sjomka. + +De onderwijzer, die het noodig oordeelt de kinderen de +verschillende standen te verklaren, vraagt welke standen zij +kennen. De leerlingen beginnen op te noemen: "de adel, de boeren, +de popen, de soldaten"--"En?" vraagt de onderwijzer.--"De knechts, +de samowarmakers." + +De onderwijzer vraagt welk verschil er tusschen hen bestaat. + +Een leerling. "De boeren oogsten, de knechts dienen de heeren, +de soldaten dienen, de kooplieden handelen, de samowarmakers maken +samowars, de popen dragen de mis op, de adel doet niets." + +In die volgorde en met die zwarigheden zochten wij naar verklaringen +van de begrippen: stand, grenzen, enz. + +De les duurt twee uren. De onderwijzer gelooft, dat de kinderen veel +zullen onthouden van hetgeen zij gehoord hebben, en op dezelfde wijze +geeft hij de volgende les. Maar later komt hij tot de overtuiging, +dat de methode niet goed en alles wat hij deed onzinnig was. + + + +IV. De tweede Geschiedenisles. + + +De herinnering aan deze les is ons het geheele leven bijgebleven. Wij +hadden de kinderen reeds lang beloofd, dat ik van het einde, en +de andere onderwijzer van het begin der geschiedenis zou vertellen +en zoo zouden wij bij elkaar komen. Ik kwam in de klasse waar les +werd gegeven in de Russische geschiedenis. Er werd verteld van +Swatosloff. 't Verveelde hen! Op de hoogste bank zaten, als naar +gewoonte, drie boerinnetjes met hare hoofddoeken om. Eén was in +slaap gevallen. Mischka stootte mij aan en zei: "kijk eens naar onze +koekoeken, ééntje is in slaap gevallen." En zij geleken inderdaad op +koekoeken. "Vertel ons liever van het einde," zeide een van de jongens, +en allen stonden op. + +Ik ging zitten en begon te vertellen. Zooals altijd, was er even een +gestommel en geschuifel van voeten. Een ging er op, een ander onder +eene tafel zitten. Een derde klom op eene bank, numero vier kroop +er onder, en de overigen leunden en hingen op elkaars knieën en +schouders. 't Werd stil, en ik begon te vertellen van Alexander I, +van de Fransche revolutie, van de overwinningen van Napoleon, van +zijne heerschappij en van den oorlog, die met den vrede van Tilsit +eindigde. Zoodra het verhaal Rusland betrof toonden de kinderen van +alle kanten levendige belangstelling. + +"Wat, wil hij ons ook overheerschen?" "Wees maar niet bang, Alexander +zal hem wel leeren," zeide een van allen, die iets van Alexander +gehoord had. Ik moest hen echter teleur stellen, zoover kwamen wij +nog niet. Zij waren zeer beleedigd dat men de zuster van den Tsaar +met Napoleon had willen laten trouwen, en dat Alexander met hem, +als met een' gelijke, op een vlot had staan praten. "Wacht maar," +zei Fedjka met eene dreigende stem. "Nu, nu, vertel verder, vertel +verder!" Dat Alexander niet toegaf en Napoleon den oorlog verklaarde +was allen naar den zin. Toen Napoleon met zijn leger, bestaande uit +twaalf verschillende nationaliteiten, Duitschland en Polen in beweging +bracht, heerschte er een ademloos zwijgen. + +Mijn vriend, de Duitscher, bevond zich in het vertrek. "Gij, gij +trekt ook op ons aan," zeide Fedjka (de beste verteller). + +"Wees toch stil!" riepen de anderen. + +De kinderen vonden het terugtrekken van de troepen zóó vreeselijk, +dat zij van alle kanten om opheldering vroegen, en Koetoezoff en +Barclay beschimpten. "Min van Koetoezoff!" "Wacht maar," zeide een +ander. "Waarom heeft hij zich overgegeven?" vroeg een derde. + +Toen wij aan den slag bij Borodino kwamen, en ik ten slotte vertelde, +dat wij het toch niet gewonnen hadden, kreeg ik medelijden met de +kinderen. Het was alsof ik hun een zwaren slag toebracht. + +"En al hebben wij het dan niet gewonnen, zij toch ook niet." + +Toen Napoleon Moskou binnentrok, waar alles voor hem boog en hij +de sleutels kreeg, werd het rumoerig door hunne betuigingen van +afkeer. De brand van Moskou droeg natuurlijk hunne goedkeuring weg, +en ten slotte de vreugde toen de Franschen terug moesten trekken! + +"Zoodra Napoleon Moskou verliet, viel Koetoezoff op hem aan en sloeg +er op in." "Hakte er op in," verbeterde Fedjka, die met eene kleur +van opwinding tegenover mij zat, en krampachtig (dat was zoo zijne +gewoonte) aan zijne vuile vingers trok. Nauwelijks had hij dat woord +gezegd, of een "ach" van verrukking klonk van alle kanten door het +vertrek. Een van de kleintjes riep: "Zoo is het beter, dat zijn andere +sleutels," enz. enz. + +Ik vertelde verder hoe wij de Franschen verdreven hebben. Het speet +hun te hooren, dat er iemand, wien het zijn ontslag heeft gekost, +te laat aan de Beresina was gekomen. Fedjka riep zelfs uit: "ik zou +hem hebben dood geschoten; waarom kwam hij te laat?" + +Met de bevroren Franschen kregen de kinderen medelijden. Toen wij de +grens overschreden, en de Duitschers, die vroeger tegen ons waren, +zich aan onze zijde schaarden, dacht een van de jongens op eens aan den +Duitscher, die zich in 't vertrek bevond. "Zoo zijt gij! Eerst trekt +gij tegen ons op, en als gij geen kracht meer hebt, dan zijt gij vóór +ons!" en plotseling stonden allen op en jouwden den Duitscher uit, +zoodat men het buiten kon hooren. + +Nadat zij weer rustig waren geworden ging ik verder. Ik vertelde dat +wij Napoleon tot Parijs achtervolgden, den waren koning op den troon +hielpen, feestvierden en drinkgelagen aanrichtten, maar de herinnering +aan den Krimoorlog bedierf alles. + +"Wacht maar," zeide Fedjka, en dreigde met zijn vuist; "laat ik maar +eens groot zijn; ik zal ze!" "Als wij de redoute van Schewardinski +en den heuvel van Malakoff eens onder handen kregen, wij zouden ze +wel terugnemen." + +Het was reeds laat toen ik eindigde. Gewoonlijk sliepen de kinderen +om dien tijd. Nu sliep niemand. Zelfs de koekoeken hadden de oogen +wijd open. Tot mijne groote verbazing kroop, toen ik opstond, Taraska +onder mijn stoel vandaan en keek mij levendig en ernstig aan. + +"Hoe kom jij hier?" + +"Hij zat er al van 't begin af aan." + +Men behoefde hem niet te vragen of hij het verhaal begrepen had, +men behoefde hem slechts aan te zien. + +"Ik zal het thuis vertellen."--"Ik ook."--"Ik ook." + +"Wat ga je vertellen?" vroeg ik. + +"Ik?"--hij dacht een oogenblik na,--"alles zal ik vertellen." + +"Komt er nog meer?" + +"Neen", en allen stormden de trappen af. De een beloofde de Franschen +wel te zullen krijgen; een ander schimpte op de Duitschers, of +herhaalde dat Koetoezoff _er op in hakte_. + +"Sie haben ganz Russisch erzählt," zeide de Duitscher, die door de +kinderen was uitgejouwd, tegen mij. "Gij moest eens hooren, hoe men +die geschiedenis bij ons vertelt. Sie haben nichts gesagt von den +Deutschen Freiheitskämpfen." + +Ik was het geheel met hem eens, dat mijn verhaaal geen geschiedenis +was, maar een sprookje, dat het patriottisch gevoel opwekte. + +En dat was dus onderricht in de geschiedenis; en deze proef was nog +meer mislukt dan de eerste. [123] + + + +Voor de volledigheid van het paedagogisch overzicht zullen wij hier +Tolstoi's meening over muziekonderricht laten volgen. + +"Uit de weinige proefnemingen, die ik op het gebied der muziek heb +genomen, heb ik onderstaande gevolgtrekkingen gemaakt. + +"1. dat de methode om noten met cijfers te schrijven de gemakkelijkste +methode is. + +"2. dat het leeren van maat, afgescheiden van de noten, de +gemakkelijkste methode is. + +"3. opdat de muziek een spoor zal nalaten, en gaarne zal worden +aangenomen, is het noodzakelijk van het begin af aan kunst te leeren +en niet het kunnen zingen en spelen. Men kan jonge dames de oefeningen +van Burgmüller laten spelen, maar volkskinderen leeren liever niet +dan mechanisch. + +"4. dat niets zoo slecht is bij het onderricht in muziek, als het +uitvoeren van koren op examens en in kerken. + +"5. Het doel van het muziek-onderricht aan het volk moet slechts +bestaan in het geven van een algemeen begrip van de kennis der muziek, +maar niet in het aanleeren van den niet juisten smaak, die in ons +ontwikkeld is." + +Het teekenen nam op de scholen te Jasnaja Paljana ook eene groote +plaats in, maar daar Tolstoi zelf hiervan niet genoeg op de hoogte was, +liet hij het aan zijn' collega over. + +De drukke werkzaamheden, verbonden met het ambt van vrederechter, +en ook zijne bemoeiingen met de scholen, hadden Tolstoi's gezondheid +zeer geschokt, en daar hij voor tering vreesde, besloot hij eene +koemieskuur [124] te gaan doen. + +Hij nam zijn' bediende Alexeï en twee van zijne leerlingen mee, +en ging half Mei op reis naar Samara. + +Uit Moskou schreef hij aan zijne tante Tatjana, dat zij allen goed +gezond waren en gaf haar eenige aanwijzingen en opdrachten voor +de school. + +De reizigers namen den trein tot Twer en gingen toen over op eene +stoomboot om de Wolga af te zakken tot aan Samara. Waarschijnlijk +kwam Tolstoi op de boot ook in die blijde stemming, waardoor iedere +reiziger wordt aangegrepen, die de Wolga bevaart. De breede rivier in +haren voorjaarstooi, het gelijkmatig ruischen van de stoomboot door +het water, de heerlijke lentenacht, de sterrenhemel weerspiegelend +in den stroom en de lichten langs de oevers en op de booten treffen +ons diep, terwijl de bonte schaar van arbeiders, pelgrims, Tartaren, +monniken en andere passagiers, ondanks het verschil in type, stand, +nationaliteit en geloof, aan het geheel een typisch groot-Russischen +stempel geeft. + +Misschien zijn het de historische herinneringen, verbonden aan de Wolga +en de daarlangs liggende plaatsen, die ons in die onbeschrijfelijke +blijde stemming brengen, welke zoo vele gedachten en fantasieën +doet ontwaken. + +Waarschijnlijk voelde ook Tolstoi deze gewaarwording, want den 20sten +Mei schreef hij in zijn dagboek: + +"Op de stoomboot. Het is mij of ik opnieuw geboren ben, tot nieuw +leven en tot nieuwe kennis. De gedachte aan de ongerijmdheid van den +vooruitgang vervolgt mij. Met wijzen en dommen, met jongen en ouden +spreek ik over niets anders." + +Op weg naar Samara hield Tolstoi zich eenigen tijd op te Kazan, +waar hij o.a. Wladimir Iwanowitsch Joeschkoff opzocht. + +Uit Samara schreef hij aan zijne tante: + +"Vandaag vertrek ik uit Samara naar Karalik, dat 130 wersten verder +ligt. Mijn adres te Samara is: 'Joeri Feodorowitsch Samarin, te +overhandigen aan L. N. Tolstoi.' Ik heb eene heerlijke reis gehad +en de plaats bevalt mij uitstekend. Met mijne gezondheid gaat het +beter, d.w.z. ik hoest minder. Alexeï en de kinderen maken het goed, +hetgeen gij hun' ouders kunt mededeelen. Schrijf mij toch eens iets +van Sergius of laat hij het zelf doen. Groet al mijn lieve kameraden +van mij, en zeg hun, dat zij mij eens moeten berichten, wat zij zoo +al doen. Wladimir Iwan Joeschkoff is nog een kraan van een man. Als +ik ter plaatse ben zal ik u uitvoeriger schrijven. Ik kus u de hand." + +Den 28 Juni 1862 schreef hij: + +"Nu ben ik reeds eene geheele maand zonder eenig bericht van u en +van huis. Wees zoo goed mij toch eens van alles te schrijven, van +de familie, van de studenten enz. Alexeï en ik gaan goed vooruit, +vooral hij, maar wij hoesten een weinig, ook vooral hij. Wij wonen +in eene kibitka; [125] het weer is heel mooi. Ik vond hier een' +vriend, Stolipin, hij is ataman in Oeralsk. Ik ben er heen gereisd +en nam vandaar een' schrijver mee terug, maar ik dikteer en schrijf +weinig. Mijne luiheid wijkt langzamerhand voor de koemies. Over een +paar weken denk ik van hier te vertrekken, en den 20sten Juli weer +thuis te zijn. Dat ik in dit verlaten nest geen brieven van huis krijg +en dat mijn tijdschrift is blijven liggen, hindert mij zeer. Ik kus u +de hand. Wees zoo goed mij alles te schrijven van Sergius, Maschinka +en van de studenten, die ik laat groeten." + +En nu viel er, juist in den tijd dat Tolstoi van huis was, in +de scholen te Jasnaja Paljana iets voor, dat niemand had kunnen +verwachten. + +Het is zeer wel te begrijpen dat de machtige prediking, met het woord +zoowel als met de daad, de aandacht van de overheid moest trekken, +en dat men de _Jasnaja Paljana_ ging beschouwen als eene bron van +misdadige propaganda. En het kwam zoover, dat in den zomer van 1862 +de gendarmes plotseling eene huiszoeking instelden. + +Eene beschrijving hiervan vinden wij in de _Gedenkschriften_ van +Eug. Markoff. + +"Wij kunnen," zegt Markoff, "die karakteristieke gebeurtenis, +die slechts weinigen bekend is, maar die de aanleiding was dat +Tolstoi zijne paedagogische werkzaamheden tijdelijk opgaf, niet met +stilzwijgen voorbijgaan. Het spreekt van zelf dat Tolstoi, die in +zijne kwaliteit van vrederechter steeds voor de boeren ijverde, de +groote landeigenaren zeer tegen zich in 't harnas had gejaagd. Hij +ontving dreigbrieven van allerlei aard, men wilde met hem duelleeren, +hem afranselen, en maakte ten slotte het gerecht op hem opmerkzaam. + +"Toevallig verschenen in denzelfden tijd, toen de _Jasnaja Paljana_ +uitkwam, te St.-Petersburg geheimzinnige proclamaties van de +republikeinsche partij, en de politie begon ijverig te zoeken naar de +plaats waar zij gedrukt werden. Iemand van de plaatselijke overheid +uit Tolstoi's buurt, die hem vijandig gezind was, kwam op den snuggeren +inval, dat die geheimzinnige geschriften nergens anders vandaan kwamen, +dan uit dezelfde drukkerij waar het tijdschrift _Jasnaja Paljana_ +gedrukt werd; niet in eene stad, zooals alle eerlijke menschen het +doen, maar in een dorp. En daarbij vergaten zij op te merken, dat op +het blad met groote letters te lezen stond, dat het niet in het dorp +maar op een van de eerste drukkerijen te Moskou, bij M. M. Katkoff, +werd gedrukt. + +"Toch veroorzaakte deze aanklacht een geduchten storm. + +"In Tolstoi's afwezigheid werd het landgoed bestuurd door zijne reeds +bejaarde tante, bijgestaan door zijne zuster Maria, die er met hare +kinderen gelogeerd was. + +"Mijn vriend Auerbach en ik brachten dien zomer op mijn landgoed door, +dat op vijf wersten afstand van Jasnaja Paljana ligt. Eens op een' +morgen kwam er plotseling heel vroeg een ruiter, die ons verzocht, +voor gewichtige zaken zoo spoedig mogelijk naar Jasnaja te willen +komen. Wij lieten oogenblikkelijk inspannen en joegen er heen. Daar +aangekomen zagen wij eene formeele overrompeling. Postkoetsen met +bellen, tweespannen uit den omtrek, overheidspersonen en bovendien +nog gendarmes. + +"De chef der gendarmes, als hoofd van deze gewichtige expeditie, had +tot groote ontsteltenis van de menschen uit het dorp, met veel leven en +vertoon, een' inval gedaan in Tolstoi's vredige woning. Ternauwernood +wilde men ons naar binnen laten gaan. De dames waren bijna buiten +zich zelven van schrik. Overal waren posten uitgezet, alles was +ondersteboven gekeerd, latafels, kasten, commodes, kisten en koffers +door elkaar geworpen. In de stallen werden de vloeren opgebroken. Met +een net zocht men in de vijvers van het park naar de misdadige +drukpers, terwijl men natuurlijk niets anders dan een onschuldig +vischje ving. + +"Het spreekt van zelf dat men de ongelukkige scholen het allereerst +had doorzocht en er alles door elkaar had geworpen. Toen daar +niets werd gevonden, trok de geheele levenmakende bruiloftsstoet met +klingelende klokjes naar de andere zeventien scholen van het distrikt, +waar alles eveneens ondersteboven werd gekeerd; boeken en schriften +werden meegenomen, de onderwijzers en bewoners gearresteerd. Het +is licht te begrijpen dat zich in de dompige hoofden der boeren de +onzinnigste voorstellingen vormden." + +Obolenski vertelt van deze gebeurtenis nog eenige belangrijke +bijzonderheden. "De scholen te Jasnaja Paljana gingen prachtig, +maar daar het onderwijs door studenten werd gegeven, werden zij door +de overheid niet welwillend gadegeslagen, en nam men aan, dat er te +Jasnaja Paljana politieke ongerechtigheden gebeurden. Er verscheen +zelfs een politie-officier, die natuurlijk niets vond, omdat er niets +was. Slechts in één van de kamers van het huis, die tot school was +ingericht, ontdekte zijn scherpziend oog een fotografietoestel. In 1862 +was dit nog een zeldzaam iets, vooral in de provincie en de dorpen. + +"'Wat is dat?' vroeg de officier gestreng. 'Van wien wordt hier +eene opname gemaakt?' De studenten waren natuurlijk zeer ontevreden +over dit ongewenschte bezoek en een spotvogel antwoordde vlug: 'Van +Herzen, naar de natuur.' 'Wat, Herzen?' vroeg de officier ... maar +het algemeen gelach bewees hem, dat hij voor den mal werd gehouden, +en op zijne lippen bijtend ging hij heen." + +In zijne _Herinneringen aan Gravin A. A. Tolstoi_ vertelt Z. Jakoenin +nog het volgende: + +"....Toen Tolstoi deze beleedigende gebeurtenissen had vernomen, zeide +hij: 'Ik zeg voortdurend tegen mij zelf: gelukkig dat ik niet thuis +was, want als ik geweest was zooals ik nu ben, dan had ik stellig +een moord begaan.' + +"Die heftige woorden, die Tolstoi 42 jaren geleden uitte, zijn zeer +verklaarbaar, als men zich slechts even eene voorstelling maakt van +alle beleedigingen, die zijne naaste familie, zijne tante en zijne +zuster werden aangedaan. Men kan het zelf beoordeelen, wanneer men +weet dat een van de gendarmes Tolstoi's zuster geen verlof wilde +geven om van de studeerkamer naar de ontvangkamer te gaan, voordat +hij in hare aanwezigheid en in het bijzijn van de andere gendarmes +alle intieme brieven had voorgelezen, van welke wij reeds melding +hebben gemaakt, benevens Tolstoi's dagboek en alles wat hij sedert +zijn zestiende jaar had bewaard.... + +"De heer van Jasnaja Paljana wilde de hem aangedane beleediging, +waartoe hij nooit aanleiding had gegeven en die hem bovendien +gedwongen had zijne kuur te onderbreken, niet zonder protest voorbij +laten gaan. Hij wendde zich, dadelijk nadat hij het bericht van de +plundering had ontvangen, tot de nu overleden gravin A. A. Tolstoi, +met het verzoek het gebeurde aan personen mede te willen deelen, die +invloed hadden, hem goed kenden en op wier verdediging hij rekenen +kon. Tolstoi verlangde niet, dat degenen die hem zoo zwaar beleedigd +hadden, gestraft zouden worden, maar hij vroeg slechts herstel van +zijn goeden naam tegenover de boeren uit den omtrek, en een' waarborg +dat eene herhaling van deze gebeurtenis niet meer zou kunnen voorkomen. + +"'Deze zaak laten rusten _kan_ en wil ik niet,' schreef Tolstoi. 'Mijn +werkkring, die mij geluk en rust gaf, is verwoest. Tante is door den +schrik zoo ziek geworden, dat zij het waarschijnlijk niet te boven +zal komen. De boeren beschouwen mij niet meer als een eerlijk mensch +(zooals ik toch in den loop der jaren verdiend heb genoemd te worden), +maar als een' misdadiger, een' brandstichter of een valschen munter, +die het slechts aan zijne slimheid te danken heeft dat hij nog vrij +rondloopt....' + +"'Nu broeder, jij bent er ingevlogen.... Jij moet nog met praatjes van +eerlijkheid en gerechtigheid aankomen; bijna draag je zelf ketenen.' + +"En de landeigenaren! Die juichen van verrukking. Wees zoo goed, als +gij met Perowski, Alex. Tolstoi, of met wien gij wilt, gesproken hebt, +mij zoo spoedig mogelijk te laten weten, wat ik moet schrijven en +hoe ik den Tsaar een' brief kan doen toekomen. Een andere weg staat +niet voor mij open. Openlijk als de beleediging was, moet ook de +genoegdoening zijn (de zaak op eene andere wijze in 't reine te brengen +is niet mogelijk), of ik ga naar het buitenland, waar ik ernstig over +denk. Naar Herzen ga ik niet. Herzen is Herzen en ik ben Tolstoi. Ik +wil het niet in 't geheim doen, maar openlijk verklaren dat ik mijn +landgoed verkoop om Rusland te verlaten, waar wij het eene oogenblik +niet weten wat ons het anderen zal overkomen." + +Aan het slot van dezen langen brief schrijft Tolstoi nog, dat de chef +der gendarmes met eene voortzetting van het onderzoek gedreigd had, +totdat men gevonden zou hebben wat verborgen was. Tolstoi voegt +hieraan toe: "Ik heb pistolen in mijne kamer en wacht af hoe dit +alles zal eindigen...." + +Ik herinner mij, dat Tolstoi mij vertelde, hoe zeer deze inmenging +van de politie in zijne zaken hem had beleedigd, te meer omdat het +in zijne afwezigheid geschied was. Hij besloot daarom zijn beklag in +te dienen, en bij de aankomst van Keizer Alexander II in Moskou was +Tolstoi in de gelegenheid den Tsaar persoonlijk een smeekschrift aan +te bieden, een verzoek inhoudende om in zijne eer te worden hersteld. + +De Tsaar nam het verzoekschrift aan en zond een' adjudant naar Tolstoi +om hem eene verontschuldiging voor het gebeurde aan te bieden. + +De overheidspersonen echter waren nog niet gerust gesteld en zoo +ontspon zich in den herfst van hetzelfde jaar eene eigenaardige +correspondentie tusschen den minister van binnenlandsche zaken en den +minster van volksontwikkeling over het tijdschrift _Jasnaja Paljana_. + +De aanhalingen die wij hier laten volgen zijn ontleend aan de +_Herinneringen_ van Oesoff. + +De minister van binnenlandsche zaken schreef den 3en October 1862 +aan den minister van volkontwikkeling: + +"De aandachtige lezing van het tijdschrift _Jasnaja Paljana_, +uitgegeven door graaf L. N. Tolstoi, gaf mij de overtuiging, dat dit +tijdschrift eene geheel nieuwe methode van onderwijs predikt voor de +volksscholen, en ideeën verkondigt, die zich door hunne richting als +schadelijk doen kennen. Zonder in nadere bijzonderheden te treden +of u dergelijke uitdrukkingen of artikelen aan te wijzen (hetgeen +evenwel geen moeielijkheid zou opleveren), oordeel ik het noodig Uwe +Excellentie opmerkzaam te maken op de algemeene richting en geest +van dit blad, die de grondslagen van geloof en moraliteit trachten +te ondermijnen. + +"De uitgave van bovengenoemd blad, wanneer het in deze richting blijft +voortgaan, moet volgens mijne meening des te meer als schadelijk worden +aangemerkt, omdat de uitgever, die een bijzonder groot litterair +talent heeft, niet verdacht kan worden van slechte bedoelingen of +van gewetenloosheid. Het kwaad schuilt hier in de onwaarheid en +de excentriciteit van zijne overtuiging, die in zulk een schoonen +vorm gegoten wordt, dat jonge, onervaren paedagogen zich er heel +gemakkelijk door zullen laten meesleepen, terwijl bovendien de zaak +der volksontwikkeling in eene verkeerde richting wordt gedreven. Ik +heb daarom de eer Uwe Excellentie te verzoeken de opmerkzaamheid van +den censor op dit tijdschrift te willen vestigen." + +Nadat de minister van volksontwikkeling deze missive had ontvangen, +gaf hij bevel alle reeds verschenen nummers van de _Jasnaja Paljana_ +aan een ernstig onderzoek te onderwerpen. Daarna schreef hij den +minister van binnenlandsche zaken, dat hij in de richting van het +bewuste tijdschrift niets gevaarlijks had kunnen ontdekken; dat het +echter uitspraken op opvoedkundig gebied bevatte, die aan de kritiek +van bevoegde paedagogen moesten worden onderworpen, maar in geen +geval aan het verbod van den censor. + +"In 't algemeen," schreef de minister verder, "moet ik zeggen, dat de +werkzaamheden van graaf Tolstoi op paedagogisch gebied volle achting +verdienen, en het ministerie van volksontwikkeling verplicht is hem +te helpen en te ondersteunen, hoewel het niet overeenstemt met al +zijne denkbeelden, waarvan trouwens graaf Tolstoi waarschijnlijk bij +eene veelzijdige beschouwing ook zelf terug zal komen." + +Maar het liberale ministerie van volksontwikkeling heeft zich +vergist.--Tolstoi heeft zijne denkbeelden niet opgegeven, hoewel +aanvallen als de boven beschrevene de verdere ontwikkeling van de +scholen te Jasnaja Paljana zeer hebben belemmerd. + + + + +ZESTIENDE HOOFDSTUK. + +HUWELIJK. TOLSTOI'S WERKEN IN DEZEN TIJD. + + +Ondanks het zichtbare succes kon de uitslag zijner werkzaamheden op +paedagogisch gebied Tolstoi niet bevredigen. Ondanks de grootschheid +van het zoo kunstig opgetrokken gebouw was hij niet zeker van +de hechtheid der fundamenten. Integendeel, hij wist dat zij niet +vertrouwbaar of in 't geheel niet aanwezig waren, en zijn steeds +analyseerend verstand liet hem niet toe zich daarbij neer te leggen. + +De beschrijving van die ontevredenheid met zich zelf, voorkomende in +zijne _Biecht_, heeft betrekking op dit tijdperk van zijn leven. + +"...Het scheen mij toe, dat ik dat alles in het buitenland geleerd had, +en gewapend met al die wijsheid keerde ik in het jaar van de opheffing +der lijfeigenschap naar Rusland terug. Ik aanvaardde het ambt van +vrederechter en begon tevens te onderwijzen: het onontwikkelde volk in +de scholen, het beschaafde publiek door middel van mijn tijdschrift, +dat ik toen ging uitgeven. + +"Alles scheen goed te gaan, maar ik voelde dat ik niet geheel +geestelijk gezond was en dat het zoo niet lang zou kunnen duren. Ik +zou misschien reeds toen tot die wanhoop zijn vervallen, die mij +vijftien jaren later aangreep, indien er nog niet ééne zijde van 't +leven was geweest, die ik nog niet kende en die mij redding beloofde: +dat was het familieleven. + +"Gedurende een jaar sprak ik recht en hield ik mij bezig met de scholen +en de journalistiek. Spoedig echter overwerkte ik mij. Zoo zwaar werd +mij de strijd als vrederechter, zoo vaag scheen mij mijne werkzaamheid +in de scholen, zoo heftig werd mijn afkeer van de journalistiek, +waar ik steeds naar uitvluchten moest zoeken, omdat ik wenschte te +onderwijzen en tegelijk te verbergen dat ik niet wist wàt,--zóó +ondragelijk werd mij dat alles, dat ik ziek werd, meer zielsziek +dan lichamelijk. Toen maakte ik mij van alles los en vertrok naar de +steppen, naar de Baschkirs, om reine lucht in te ademen, koemies te +drinken en te leven op dezelfde wijze als de dieren. + +"Na mijn' terugkeer trad ik in het huwelijk." + +De volgende gebeurtenis had ook in dit tijdperk van Tolstoi's leven +plaats. + +In 't begin van 1862 verloor Tolstoi, die zich nog dikwijls door den +hartstocht voor het spel liet meesleepen, bij het biljarten duizend +roebel aan den bekenden publicist Katkoff, den uitgever van een te +Moskou verschijnend blad. + +Niet in staat zijne schuld af te doen, gaf hij zijne vertelling _De +Kozakken_ in betaling. + +Het nog niet geheel voltooide verhaal zag in Januari 1863 het licht; +tengevolge van ermee verbonden onaangename herinneringen heeft Tolstoi +het nooit afgemaakt. + +Toerghenjeff gaf Fet eene beschrijving van de gebeurtenis in de +volgende bewoordingen: + +"Tolstoi heeft aan Botkin geschreven, dat hij in Moskou veel geld +verspeelde en duizend roebel van Katkoff leende, waarvoor hij zijn' +roman uit den Kaukasus in betaling gaf. God geve dat hij, al is het dan +ook langs dien weg, tot zijne eigenlijke bezigheden terugkeert. Zijne +vertellingen _Kinder-, Jongens- en Jongelingsjaren_ zijn in 't Engelsch +vertaald en vallen, naar ik hoor, zeer in den smaak. Ik heb een' +kennis van mij gevraagd een artikel daarover in de _Revue des deux +Mondes_ te plaatsen." + +Tolstoi was in die dagen veel aan huis bij dokter Bers, in wiens +familie hij binnen korten tijd zou worden opgenomen. + +"Wij waren nog heel jonge meisjes," vertelde gravin Tolstoi aan +Löwenfeld, "toen Tolstoi reeds bij ons aan huis kwam. Hij was +reeds een bekend schrijver en leidde in Moskou een vroolijk, lustig +leventje. Eens kwam hij opgewekt bij ons en vertelde verheugd, dat +hij juist zijn verhaal _De Kozakken_ voor duizend roebel aan Katkoff +had verkocht. Wij vonden het een' lagen prijs. Toen bekende hij ons, +dat hij tot den verkoop gedwongen was. Den vorigen avond had hij met +biljarten juist die som verspeeld, en het was eene eerezaak die schuld +dadelijk te vereffenen. Die mededeeling ontroerde ons meisjes zóó, +dat wij in tranen uitbarstten. Tolstoi had zich voorgenomen een vervolg +op _De Kozakken_ te schrijven, maar daar is nooit iets van gekomen." + +In dien zelfden tijd kwamen Tolstoi en Fet, tusschen wie door den +twist met Toerghenjeff eene verwijdering was ontstaan, elkaar ook +weer nader. Over die toenadering schrijft Fet: + +"Hoewel mijn geheugen anders zoo nauwkeurig alle gewichtige +gebeurtenissen uit mijn leven, ja zelfs een enkel woord, bewaart, +kan ik mij toch de omstandigheden die er toe hebben bijgedragen om +mijne vriendschappelijke verhouding met Tolstoi weer te herstellen, +niet te binnen brengen, hetgeen voor mij het bewijs is dat zijne +boosheid het best vergeleken kan worden met hagel in Juni, die van +zelf smelt. Ik veronderstel echter dat de zaak niet zonder hulp van +Borisoff in 't reine is gekomen. + +"Hoe het ook zij, Tolstoi verscheen weer binnen onzen gezichtskring, +en met de hem eigen geestdrift begon hij mij te vertellen van zijne +bezoeken bij dokter Bers en diens familie. + +"Bij mijn bezoek aan de familie Bers, waar Tolstoi mij volgens zijne +belofte geïntroduceerd had, maakte ik kennis met een beminnelijken, +aristokratischen, hoffelijken ouden heer, en eene mooie, statige +brunette, zijne vrouw, die blijkbaar het hoofd in huis was. Van eene +beschrijving van de drie aantrekkelijke mooie meisjes, waarvan de +jongste een schoone altstem bezat, zal ik mij onthouden. Alle drie +bezaten, ondanks de nauwlettende zorg der moeder en hare onmiskenbare +bescheidenheid, dat zekere iets dat de Franschen 'du chien' noemen." + +In een aan ons gericht particulier schrijven van Tolstoi's +schoonzuster lezen wij over zijne verhouding tot de familie Bers en +den geleidelijken overgang tot zijn huwelijk: + +"Tolstoi's betrekking tot onze familie dateert reeds van +vroeger. Grootvader Isljeneff en de vader van Leo Tolstoi waren buren +en vrienden. De families kwamen veel bij elkaar, en mijne moeder en +Tolstoi noemden elkaar, toen zij nog kinderen waren, jij en jou. Toen +Tolstoi zijn ontslag uit den dienst had genomen, kwam hij dikwijls +bij ons. Mijne moeder, destijds reeds getrouwd, was eene vriendin van +Maria Nikolajewna, Tolstoi's zuster, en bij deze Maria Nikolajewna +ontmoette ik, toen nog een kind, hem heel dikwijls. Hij speelde +allerlei spelletjes met zijne nichtjes en mij. Ik was toen tien jaar +en kan er mij niet veel meer van herinneren. In het jaar van zijn +huwelijk was hij van eene buitenlandsche reis teruggekeerd. Hij was +gedurende eenige jaren niet bij ons geweest en zag bij zijn eerste +bezoek, op ons buiten Pakrowskoje (in de nabijheid van Moskou), +mijne twee oudere zusters als volwassen jonge dames terug. Uit het +buitenland had Tolstoi een' leeraar, een zekeren Keller, meegenomen en +in Moskou engageerde hij nog andere onderwijzers voor zijne scholen, +waaraan hij zich met hart en ziel wijdde. Wij maakten dikwijls groote +wandelingen met hem. Hij leefde geheel met ons mee en onze verhouding +werd zeer intiem. + +"In Augustus vertrokken mijne moeder, mijne twee zusters en ik +voor twee weken naar het landgoed van mijn' grootvader, dat in het +gouvernement Toela ligt. Tolstoi reisde met ons mee. Wij passeerden +Jasnaja Paljana, waar hij met zijne tante Tatjana, zijn' broer +Sergius en zijne zuster Maria Nikolajewna woonde. Bij die gelegenheid +bracht mijne moeder daar een bezoek. Den volgenden dag werd er een +pic-nic gehouden met de families Auerbach en Markoff, in het boschje +Zasjek. Men was daar bezig een' hooiberg te maken, waar wij bovenop +klommen. Tolstoi volgde ons ook naar het landgoed van mijn' grootvader, +en daar kwam het aan de ombertafel tot eene verklaring, op dezelfde +wijze als dat in Anna Karjenina wordt beschreven, n.l. door middel van +de beginletters van de woorden. In September keerden wij naar Moskou +terug, waarheen Tolstoi ons volgde, en den 17den September verscheen +in Moskou de aankondiging van hun huwelijk. Gedurende zijn geheele +verblijf te Moskou was hij opgewekt, vroolijk en tintelend van geest. + +"Hij bracht ons muziek mee, wij studeerden Cherubini en anderen, hij +accompagneerde mij iederen dag, noemde mij Mme Viardot en verzocht +mij steeds voor hem te zingen." + +Nu laten wij 't verhaal van deze gebeurtenissen volgen, zooals gravin +Tolstoi het aan Löwenfeld vertelde, hier en daar verbeterd en aangevuld +met kleine opmerkingen, die wij van haar zelf mochten vernemen. + +"De graaf was in dien tijd een geregelde gast in ons huis. Wij dachten +dat hij zich sterk interesseerde voor mijne oudste zuster, mijn vader +vooral, tot aan het oogenblik dat hij om mijne hand kwam vragen. Dat +gebeurde in 1862. In Augustus gingen wij over Jasnaja voor eenige +weken naar onzen grootvader. Moeder wilde de zuster van den graaf een +bezoek brengen, en daarom bleven wij, mijne moeder, wij, drie zusters, +en mijn jongste broer, eenige dagen te Jasnaja Paljana logeeren. Het +wekte niemands verwondering, dat de graaf bijzonder vriendelijk voor +ons was; wij kenden elkaar immers, zooals ik u reeds vroeger verteld +heb, al heel lang en hij stond altijd op een zeer vriendschappelijken +voet met ons. Het landgoed van mijn' grootvader, of juister gezegd, +van mijne grootmoeder (want zijn eigen vermogen heeft hij verspeeld) +lag op 50 wersten afstand van Jasnaja Paljana. Eenige dagen na onze +aankomst verscheen ook Leo Tolstoi, en in 't kort gezegd, daar werd +eene dergelijke scène afgespeeld, als in Anna Karjenina is beschreven, +n.l. waar Lewin eene liefdesverklaring met de beginletters van de +woorden op eene tafel schrijft en Kitty hem dadelijk begrijpt. En +sedert dien tijd," vervolgde gravin Tolstoi met een lachje, waaruit +bleek, dat zij zich deze gebeurtenis met genoegen herinnerde, "sedert +dien tijd heb ik nooit begrepen, hoe ik toen toch de beteekenis van +die letters heb geraden. Het moet wel waar zijn, dat gelijkgestemde +zielen klinken in denzelfden toon, evenals gelijkgestemde snaren." + +De zinnen, gewisseld tusschen Leo Tolstoi en Sophia Andrejewna, +luidden: + +"I. u. f. h. e. m. t. o. v. m. e. u. z. L. H. g. e. T. h. o. + +"In uwe familie heerscht een misverstand ten opzichte van mij en uwe +zuster Lisa. Helder gij en Tanischka het op." + +Sophia Andrejewna verstond dien zin en gaf een teeken van begrijpen. + +Toen schreef hij nog eens: + +"U. j. e. u. r. o. g. h. m. h. a. t. d. a. m. o. e. d. v. m. g. g. +b. i. + +"Uwe jeugd en uw recht op geluk herinneren mij heden al te duidelijk +aan mijn' ouderdom en dat voor mij geen geluk bestaanbaar is." + +Meer woorden werden er tusschen hen niet gewisseld, maar het was +voldoende, zij begrepen elkaar. + +De familie Bers was dus weer naar haar buitengoed teruggekeerd, en +Tolstoi was hen gevolgd. Hij woonde in Moskou, zij op hun buiten, waar +zij reeds twintig jaren lang iederen zomer gingen doorbrengen. Tolstoi +was er nu een dagelijksche gast; allen waren er van overtuigd, dat +hij wenschte binnen korten tijd met de oudste dochter te trouwen, en +daar gaf hij den 17den September Sophia Andrejewna op haren verjaardag +een' brief, waarin hij haar ten huwelijk vroeg. Natuurlijk ontmoette +hij bij haar slechts blijde instemming, maar de oude vader was er +niet mee ingenomen. Hij wilde niet breken met de traditie, en de +jongste dochter vóor de oudste laten gaan. Eerst weigerde hij zijne +toestemming, maar ten slotte moest hij zwichten voor de standvastigheid +van zijne dochter zoowel als van Tolstoi. In Tolstoi's dagboek vinden +wij de volgende aanteekeningen over die gebeurtenissen. + +Den 2 Augustus schreef hij, na een bezoek te hebben gebracht bij de +familie Bers: + +"Ik vrees voor mij zelf. Als dit ook eens weer het verlangen naar +liefde is en niet de ware liefde! Ik tracht alleen op de zwakke zijde +van haar karakter te letten en toch heb ik haar lief." + +In dienzelfden tijd besefte hij ten volle hoe eenzaam hij in 't +leven stond. + +"Ik voelde mij geheel gezond toen ik opstond, mijn hoofd was bijzonder +helder, het schrijven ging goed, maar de inhoud was arm. Daarna +bekroop mij zoo'n weemoedige stemming, als ik in lang niet gevoeld +had. Ik heb geen vrienden, niemand. Ik ben geheel alleen. Ik had +vrienden toen ik den Mammon diende, niemand nu ik de waarheid dien." + +Daarna schreef hij: + +"Ik ging te voet naar Pakrowskoje, naar de familie Bers. Rustig, +aangenaam. Sonja gaf mij eene vertelling te lezen. Welk eene +energie van waarheid en van eenvoud. Haar peinigt de onzekerheid. Ik +las alles zonder hevige gemoedsaandoeningen, zonder teekenen van +afgunst of ijverzucht. Het bijzonder onaantrekkelijke uiterlijk en +het onbestendige oordeel waren goed geteekend. Ik werd rustig; dat +alles heeft op mij geen betrekking." + +De vertelling is helaas niet tot ons gekomen, maar door de schrijfster +zelve vernietigd. + +Den 28sten Augustus, toen hij dus 34 jaar werd, voelde Tolstoi, +zooals uit zijne aanteekeningen blijkt, weer twijfel, zelfverwijt en +strijd. Hij schreef: + +"In de gewone treurige stemming stond ik op. Heerlijke rust-brengende +nacht. Jij met je leelijk gezicht, denk niet aan trouwen. Gij zijt +voor iets anders bestemd, al wildet gij er veel voor geven indien +dat niet zoo ware." + +Maar de drang naar huiselijk geluk werd bij hem steeds sterker, +en zijn verlangen naar liefde ging ten slotte over in eene ware +hartstochtelijke liefde, die geen hinderpalen kende. En ondanks dien +grooten hartstocht toonde Tolstoi ook hier weer zijne eerlijkheid en +liefde voor de waarheid. Nadat hij reeds het jawoord had ontvangen, +gaf hij zijne bruid zijn dagboek, waarin hij zijn leven bloot legt en +waarin geheel naar waarheid al de misstappen, in zijne jeugd begaan, +zijn vallen en zijn zielestrijd, zijn beschreven. + +Het lezen van het dagboek was een zware slag voor het jonge meisje, +dat in haren held het ideaal van deugd had gezien. Haar lijden was +groot en haar strijd zóó zwaar, dat er oogenblikken van twijfel kwamen +en zij er toe overhelde om alle banden met hem te verbreken. Maar +de liefde overwon den twijfel, en toen zij in lange, slapelooze +nachten haar lijden had uitgeweend, gaf zij hem het boek terug, met +een' blik waaruit hare vergiffenis en hare sterke, reeds gestaalde +liefde spraken. + +Het huwelijk werd den 13den September voltrokken, eene week dus na de +officiëele aankondiging van hunne verloving. De huwelijksplechtigheid +had plaats in het Kremlin, in de hofkerk. Daarna vertrokken zij per +rijtuig naar Jasnaja Paljana, waar zij door hun' broeder Sergius en +tante Tatjana werden opgewacht. + +De broer van gravin Tolstoi, S. A. Bers, geeft de volgende +karakterschets van zijne zuster: + +"Mijn overleden vader was tegen alle inrichtingen van onderwijs +voor vrouwen; daarom ontving Tolstoi's vrouw hare opvoeding thuis, +maar zij deed toch een examen en verwierf een diploma, dat haar het +recht gaf tot het geven van huisonderwijs. Als jong meisje hield zij +haar dagboek bij, trachtte verhalen te schrijven en vertoonde eenigen +aanleg voor schilderen." + +Tolstoi schreef korten tijd na zijn huwelijk aan Fet: + +"Fetoeschka, oompje, lieve vriend Afanasie Afanasjewitsch! + +"Ik ben twee weken getrouwd en zoo gelukkig; ik ben een ander, een +geheel nieuw mensch. Wanneer zal ik je zien? Bedenk, dat ik je zeer, +zeer waardeer, en tusschen ons is zooveel onvergetelijks, Nikoljenka +en nog zooveel meer. Kom eens hier heen om kennis met mij te maken. Ik +kus Maria Petrowna de hand. Vaarwel, lieve vriend, in gedachten omhels +ik je hartelijk." + +Na zijn huwelijk ging Tolstoi's leven in geheel nieuwe onbekende banen, +die hem redding beloofden, zooals hij in zijne _Biecht_ zegt. Wij +zullen zien in hoeverre Tolstoi's verwachtingen zijn bewaarheid. De +zucht tot analyseeren verliet hem ook nu, in deze veilige haven, niet +en verwoestte ook deze illusie. Maar zijn verheven _verstand_ verhief +hem tot de hoogste hoogten. Wij hopen, voor zoover het mogelijk is, +een' blik te slaan op dat geheimzinnig proces van zijn zieleleven, +om daarvan in een volgend deel eene beschrijving te geven. + +In dit tijdperk van zijn leven schreef Tolstoi, behalve de reeds +genoemde, nog de volgende werken: + +_De Sneeuwstorm, Aanteekeningen van een' Marqueur, Twee huzaren, +Polikoeschka_ en _Familiegeluk_. + +In _De Sneeuwstorm_ geeft hij eene beschrijving van een +winterlandschap. Bij de lezing ziet men niet slechts den sneeuwstorm, +den onder de sneeuw bedolven weg, den verdwaalden vrachtrijder met +zijne troika, maar men hoort zelfs ieder geluid en men voelt langzaam +het leven in zich verstijven. + +In de _Aanteekeningen van een' Marqueur_ schildert Tolstoi ons hoe +eene reine, teere ziel ten onder gaat te midden van het zedenbederf +eener groote stad. + +In _De twee Huzaren_ worden twee geslachten tegenover elkaar gesteld; +het oude, vol levenslust, te veel misschien zich overgevend aan genot, +maar een geslacht uit één stuk, oprecht en daarom vol levenskracht en +harmonie; en daarnaast het jonge geslacht, gedemoraliseerd in zijne +ingetogenheid, berekening en huichelarij. De natuurlijke harmonie is +verbroken, maar de bewuste harmonie nog niet gevonden, en in de ziel, +bedorven door de zonde, weerklinkt een vreemde dissonant. + +_Familiegeluk_ is een kalm, gracieus verhaal van liefde, eene +weerspiegeling van den door den schrijver beleefden roman. + +_Polikoeschka_ is eene tragedie uit de lijfeigenschap. In deze +vertelling leeren wij het zieleleven kennen van een' boer, die onder +een grof omhulsel het meest teere karakter verbergt, dat echter te niet +gaat bij de aanraking van het ontaarde, leugenachtige "barstwo." [126] + +De kritiek van die jaren bemoeide zich heel weinig met deze +merkwaardige werken. De kritici zochten een algemeenen vorm, +passende in hun milieu, en waren niet toegankelijk voor de hoog +moreele schoonheid, die uit iedere bladzijde van deze werken sprak. + +Het zwijgen der kritici bracht één hunner er toe een artikel te +schrijven met het opschrift: _Graaf Leo Tolstoi en zijne werken; +eene verschijning in de hedendaagsche litteratuur, over 't hoofd +gezien door onze kritici._ + +Wij achten het hier de plaats niet, om ons te verdiepen in eene +kritiek over genoemde werken, die wij slechts hebben aangehaald als +overtuigende bewijzen van de onvermoeide werkkracht en het scheppende +talent van Leo Tolstoi. + + + + +BESLUIT. + + +In deze vluchtige beschrijving is het halve leven van Leo Tolstoi +aan uw oog voorbijgetrokken. + +Opdat eene onbekwame hand de origineele gedachten en getuigenissen +niet zou verminken, hebben wij getracht, overal waar het slechts +mogelijk was, het woord te geven aan Tolstoi, aan zijne bloedverwanten, +vrienden en bekenden, terwijl wij ons bepaald hebben tot de taak die +interessante beelden aan te wijzen. + +Ondanks het onafgewerkte materiaal gelooven wij toch dat de lezer zich +een duidelijk beeld kan vormen van Leo Tolstoi's karakter gedurende +deze helft van zijn leven. Ten slotte wenschen wij nog de aandacht te +vestigen op eenige van zijne in het oog loopende karaktertrekken, die, +naar onze meening, de aanleiding waren voor zijne verdere ontwikkeling. + +Wij noemen in de eerste plaats de ongewone hartstochtelijkheid, +waarmee Tolstoi zich wijdde aan iedere zaak die zijne opmerkzaamheid +trok. Wat het ook was, jacht, kaartspel, muziek, lektuur, paedagogie +of landhuishoudkunde, hij drong geheel door in het wezen der dingen, +en de indrukken die zij in zijne kunstenaarsziel achterlieten verwerkte +hij en legde hij neer in zijne boeiende geschriften, die als 't ware +gedrenkt zijn met moreele en philosophische gedachten. + +Met denzelfden hartstocht wijdde hij zich aan het zoeken naar waarheid, +het doel van 't menschelijk leven, en met dezelfde kracht van zijn +genie verwerkte hij ook die denkbeelden en schonk daarna der wereld +het verkregen resultaat, gegoten in een schoonen vorm. + +Een bijzondere trek van zijn karakter is de liefde tot oprechtheid, +die hem vaak in moeielijkheden heeft gebracht, maar die hem ten slotte +leidde tot dien God van waarheid, Dien hij steeds diende, hoewel +hij soms, onbewust voor zich zelf, Zijn beeld verduisterde onder den +invloed van zijne wisselende gemoedsstemmingen en levensomstandigheden. + +En dan treft ons nog een andere kenmerkende karaktertrek: de liefde +voor het goede, de voortdurende drang tot volmaking, met het doel het +goede te verbreiden, zijn ijver om ook anderen het goede te leeren +en hun de schoonheid ervan aan te toonen. + +Die drie karaktertrekken, gevoegd bij zijne aangeboren talenten, +geven ons eene afdoende verklaring voor den door Tolstoi verkregen +wereldinvloed. + +Wanneer wij een' blik slaan op de eerste helft van Tolstoi's leven, dan +bemerken wij nóg eene sterk sprekende eigenschap, n.l. de voortdurende +ontevredenheid met zich zelf, zijn' litterairen arbeid en zijne +overige werkzaamheden. Die ontevredenheid werd nog aangewakkerd +door eene voortdurende zelfontleding, die steeds zijne schoonste +illusies verwoestte, en niet voortsproot uit een ziekelijk verdriet +zonder reden, maar waaraan diepe, reëele oorzaken ten grondslag +lagen. Ondanks Tolstoi's groote gaven en bijzonder ontwikkelden geest +gelukte het hem niet een vasten grondslag, eene synthese, te vinden +voor al de ideeën, die hem bestormden. Dikwijls kwam hij de oplossing +van de groote vraag zeer nabij, zonder haar echter te kunnen grijpen, +hetgeen hem dan telkens ontzettend deed lijden. + +Die twijfel, dat vruchteloos zoeken naar eene (zooals de mathematikus +zegt) absoluut afdoende oplossing, geeft ons de verklaring van alle +tegenstrijdigheden in zijn oordeel en zijne zelfbeoordeeling. + +In het volgende deel hopen wij eene beschrijving te geven van de +gebeurtenissen, die hem naar dat tijdperk van zijn leven voerden, +waarin de dorst naar waarheid en de wanhoop haar niet te kunnen vinden +het toppunt hadden bereikt; gebeurtenissen, die hem onvermijdelijk +moesten brengen tot de eenig-mogelijke oplossing, tot het eenige +richtsnoer in 't leven en bij zijn' arbeid, tot: _de religie_. + + + + + + + + +INHOUD. + + + Opdracht + Inleiding + Inleiding van Leo Tolstoi bij zijne herinneringen + I. De Voorouders van Leo Tolstoi van vaderszijde + II. Voorouders van Leo Tolstoi van moederszijde + III. De Ouders van Leo Tolstoi + IV. Kinderjaren + V. Jongensjaren + VI. Jongelingsjaren + VII. Kaukasus +VIII. De Donau en Sewastopol + IX. St.-Petersburg + X. Roman + XI. Eerste buitenlandsche reis. Het leven te Moskou. Berenjacht + XII. Tolstoi's Tweede buitenlandsche reis +XIII. Tolstoi en Toerghenjeff. Vrederechter + XIV. Tolstoi's paedagogische werkzaamheden. De oprichting van + scholen. Theorieën + XV. De praktijk in de scholen te Jasnaja Paljana + XVI. Huwelijk. Tolstoi's werken in dezen tijd + Besluit + + + + + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] De schrijver geeft hier een lijst zijner bronnen, die echter +niet is opgenomen, daar wat als zoodanig genoemd wordt toch voor +Nederlandsche lezers onbereikbaar is. + +[2] Zie aanhangsel aan 't einde der inleiding. + +[3] Oorspronkelijk staat hier de in 't Hollandsch slechts door +omschrijving te vertalen uitdrukking: tschjorno = zwarte, dus +niet-gezuiverde, in 't klad neergeworpen arbeid. + +[4] Uit de mij verschafte ongecorrigeerde aanteekeningen van Tolstoi. + +[5] Wanneer ik gebruik maak van de woorden van Tolstoi uit zijne +mij verstrekte "herinneringen", dan zal dat door aanhalingsteekens +worden aangegeven. + +[6] Volgens familiegegevens stamt het geslacht Tolstoi af van +een Duitscher Dick (in 't Russisch = Tolstoi). Hoewel dit niet +in overeenstemming is met de stamboeken, is het zeer wel mogelijk +dat deze twee variaties toch één bron hebben. Het kan zijn dat het +geslacht Andrei Charjitonowitsch nog de Duitsche taal gebruikte, +dat het den achternaam Dick kreeg, en dezen naam eenvoudig in 't +Russisch vertaalde. + +P. B. + +[7] Toegevoegd door Tolstoi bij de nalezing van 't handschrift. + +[8] Deze Gascha stierf eenige jaren geleden op het landgoed van +Tolstoi, waar zij nog langen tijd rustig gewoond heeft. + +P. B. + +[9] Uit de ongecorrigeerde aanteekeningen van Leo Tolstoi. + +[10] Uit de mij verstrekte ongecorrigeerde aanteekeningen van Leo +Tolstoi. + +[11] Dikke gelei, die men in stukken gesneden voordient. + +[12] Een soort kaas, die niet gesneden maar gesmeerd wordt. + +[13] Ingelascht door Tolstoi bij lezing van mijn handschrift. + +[14] Dat Tolstoi's herinneringen door den schrijver ongecorrigeerd en +vooral ongeordend in 't licht zijn gegeven (zie de Inleiding) zal de +lezer al heel spoedig bemerken. Wij hebben 't onzen plicht geacht, +zij het ook aarzelend, het oorspronkelijke zoo nauwkeurig mogelijk +te volgen, zoowel wat stijl als volgorde betreft. + +[15] Deze brief is in 't handschrift in het Fransch aangehaald. + +[16] Een lange wagen met de zitplaatsen in de lengte. + +[17] Uit de ongecorrigeerde aanteekeningen van Tolstoi. + +[18] Een pleegkind (zie volgend hoofdstuk). + +[19] Uit Tolstoi's ongecorrigeerde aanteekeningen. + +[20] Een onnoozele. + +[21] Uit de verzamelde werken van Tolstoi. + +[22] De tijd van Kerstmis tot aan Drie-Koningen. + +[23] Prikaztschik kan verschillende beteekenissen hebben, maar wijst +altijd op eene betrekking in den handel. Het handschrift geeft geen +verdere aanwijzing. + +[24] Uit de ongecorrigeerde aanteekeningen van Leo Tolstoi. + +[25] Moerawjeï = mier. + +[26] Uit de ongeconigeerde aanteekeningen van L. Tolstoi. + +[27] Uit de ongecorrigeerde aanteekeningen van L. Tolstoi. + +[28] Uit de ongecorrigeerde aanteekeningen van L. Tolstoi. + +[29] Eug. Schyler. _Herinneringen aan Tolstoi_. + +[30] Uit de volledige verzameling van de werken van L. Tolstoi. + +[31] Uit de volledige verzameling der werken van Tolstoi. + +[32] Ingevoegd door Tolstoi bij lezing van het handschrift. + +[33] Volledige verzameling van de werken van L. Tolstoi. + +[34] Uit de volledige verzameling van de werken van L. Tolstoi. + +[35] Het materiaal hiervoor verschafte mij de vriendschap met Djakoff +in mijn eerste studiejaar. Noot van L. Tolstoi. + +[36] Volledige werken van L. Tolstoi. + +[37] Toelichtingen hieromtrent vindt men in zijn werk _Kinderjaren_. + +[38] Een oppasser voor kinderen. + +[39] Een 90-jarige grijsaard, die op het goed woonde. + +[40] Noot van L. Tolstoi. Ingelascht bij de lezing van dit handschrift. + +[41] Idem. + +[42] + +[43] Noot van Tolstoi, ingelascht bij de lezing van dit handschrift. + +[44] Uit de volledige verzameling van de werken van Tolstoi, dl. IV. + +[45] Ingelascht door Tolstoi bij lezing van het handschrift. + +[46] R. Löwenfeld, Gesprache mit und über Tolstoi. + +[47] Ingelascht door Tolstoi bij lezing van het handschrift. + +[48] Een driespan. + +[49] Volledige verzameling der werken van L. Tolstoi, Dl. I. + +[50] _Biecht_ (door Biroekoff fragmentarisch overgenomen). + +[51] De machtigste in het dorp. + +[52] Uit de volledige verzameling der werken van L. Tolstoi, Dl. II. + +[53] Uit de volledige verzameling der werken van L. Tolstoi, Dl. IV. + +[54] R. Löwenfeld, Gesprache mit und über Tolstoi. + +[55] Ongeveer cadet. + +[56] Woorden uit het Russische soldatenliedje: "Kool en brij is +ons voedsel." + +[57] Eene soort limonade. + +[58] In het handschrift is deze brief in 't Fransch aangehaald. + +[59] In het handschrift in 't Fransch. + +[60] In het handschrift is deze brief in het Fransch aangehaald. + +[61] In 't handschrift wordt deze brief in 't Fransch aangehaald. + +[62] Kamp. + +[63] Deze brief is in 't handschrift in 't Fransch aangehaald. + +[64] In het handschrift is deze brief in het Fransch aangehaald. + +[65] Uit de volledige verzameling der werken van L. Tolstoi, Dl. II. + +[66] Kozakken-meisje. + +[67] De vrouw van een barin = heer. + +[68] Jonge wijn. + +[69] In het handschrift is deze brief in 't Fransch aangehaald. + +[70] In het handschrift is deze brief in het Fransch aangehaald. + +[71] Eene lichte spijs, die altijd na gebruik van drank wordt gegeten. + +[72] In het handschrift in het Fransch aangehaald. + +[73] Iemand die alles durft en alles kan. + +[74] In het handschrift is deze brief in het Fransch aangehaald. + +[75] Het tijdschrift _De Tijdgenoot_. + +[76] In het handschrift is deze brief in het Fransch aangehaald. + +[77] Een poed is 16 kilo, 379 gram. + +[78] Al deze brieven zijn in het handschrift in het Fransch aangehaald. + +[79] Zoo heette toen het verhaal _Sewastopol in Mei_. + +[80] Blijkbaar is hier sprake van Tolstoi's verhaal _Sewastopol in +Mei 1855_. + +[81] Eerste bundel geschriften van J. S. Toerghenjeff. + +[82] Eene _Artél_ is een genootschap van soldaten, arbeiders, +handwerkslieden, enz., die eene gemeenschappelijke tafel, dikwijls +ook eene gemeenschappelijke kas hebben, en meestal samenwonen. In de +groote steden bestaan artélen met gecompliceerde organisaties, groote +kapitalen en vèrstrekkende macht, waarbij het genootschap solidair borg +blijft en waakt voor de belangen van elk zijner leden. Zoo bijv. de +beurs-artélen te Petersburg en Moskou, die de geheele koopmanschap +met hoogere en lagere beambten omvatten. + +[83] R. Löwenfeld, _Graaf L. N. Tolstoi._ + +[84] Paul Boyer, _Le Temps_, 28 Aug. 1901. + +[85] A. Fet. _Mijne herinneringen_, Deel 1, Bladz. 105. + +[86] De volledige werken van D. W. Grigorowitsch, Deel XII. + +[87] Alexander Iwanowitsch Herzen (1812-1870) was de natuurlijke +zoon van een rijken edelman Jakofleff en ontleende zijn' naam aan +_Herzens-kind_. Zijne moeder was eene Duitsche: Luise Haag. + +[88] G. P. Danilewski, _Reis naar Jasnaja Paljana_, in de +Geschiedkundige Mededeelingen van Maart 1886. + +[89] E. Garschin. _Herinneringen aan I. S. Toerghenjeff_, in de +Geschiedkundige Mededeelingen, November 1883. + +[90] _Herinneringen_ van A. Golowatschewa Panajewa. + +[91] Toerghenjeff stierf in 1883. + +[92] Eerste verzameling brieven van Toerghenjeff, Bladz. 27. + +[93] Eerste verzameling brieven van I. S. Toerghenjeff, Blz. 33. + +[94] Eerste verzameling brieven van Toerghenjeff, Blz. 32. + +[95] Uit de gedenkschriften van Tolstoi. + +[96] _Biecht_. + +[97] In het handschrift is deze brief in het Fransch aangehaald. + +[98] Eerste verzameling brieven van I. S. Toerghenjeff. + +[99] Uit de Papieren van Droezjinin. Petersburg, 1884. + +[100] De eerste van deze twee brieven aan zijne tante was geheel, +de tweede gedeeltelijk in het Fransch geschreven. + +[101] Deze brief was in 't Fransch geschreven. + +[102] A. Fet. _Mijne Herinneringen_ 1848-1889. + +[103] A. Fet, _Mijne Herinneringen_ 1848-1889. + +[104] Tolstoi noemde zijne tante, de onlangs overleden gravin +A. A. Tolstaja, schertsenderwijze "Grootmoedertje". + +[105] Iw. Zacharjin (Jakoenin). Herinneringen aan gravin +A. A. Tolstoi. _Europeesche Bode_, Jan. 1904. + +[106] Zie zijn _Familiegeluk_. + +[107] Barina is de vrouwelijke vorm van barin = heer. + +[108] Uit de gedenkschriften van Tolstoi. + +[109] A. Fet, _Mijne Herinneringen_, Blz. 237. + +[110] _Sawremjennik_ 1858, Deel 72, Bladz. 300. + +[111] In Fet's _Herinneringen_ is dit avontuur abusievelijk opgegeven +als in Januari 1858 te hebben plaats gehad. + +[112] A. Fet, _Mijne Herinneringen_. + +[113] in het handschrift in het Fransch. + +[114] Het volk. + +[115] Joefan was een bijzonder flinke knecht, en daarnaar noemde +Tolstoi den zwaren grondarbeid: "Joefanstwo". + +[116] 1 desjatin = 4800 M2. + +[117] De interessante bijzonderheden van deze reis ontleenen wij +aan R. Löwenfeld: _Graaf L. N. Tolstoi, zijn leven en zijn werken_, +en brachten zoo noodig eenige verbeteringen aan met gebruikmaking +van brieven, door Tolstoi aan zijne bloedverwanten geschreven. + +[118] De vrouw van Djakoff. + +[119] In het handschrift is deze brief in het Fransch aangehaald. + +[120] In het handschrift in het Fransch aangehaald. + +[121] L. N. Tolstoi, _Volksontwikkeling_. + +[122] L. Tolstoi. _Verzamelde werken_, deel IV. + +[123] Deze aanhalingen zijn genomen uit L. Tolstoi's _Verzamelde +Werken_, deel IV. + +[124] Koemies is een drank, die bereid wordt uit de melk van een zeker +soort paarden, en in Rusland heilzaam wordt geacht voor borstlijders. + +[125] Een Russische wagen; in Bokhara ook: eene tent. + +[126] Barstwo--overheersching van den barin (heer). + + + + + + +End of Project Gutenberg's Tolstoi's leven, by Pavel Ivanovich Biroekoff + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK TOLSTOI'S LEVEN *** + +***** This file should be named 20128-8.txt or 20128-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/0/1/2/20128/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
