diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:51:34 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:51:34 -0700 |
| commit | c6541f1051383ab6d55371757c74b301eb3d643a (patch) | |
| tree | c6c2000e33ff897bc4a00923ce7e25bf6866c6f5 /17644-8.txt | |
Diffstat (limited to '17644-8.txt')
| -rw-r--r-- | 17644-8.txt | 2475 |
1 files changed, 2475 insertions, 0 deletions
diff --git a/17644-8.txt b/17644-8.txt new file mode 100644 index 0000000..4f89990 --- /dev/null +++ b/17644-8.txt @@ -0,0 +1,2475 @@ +The Project Gutenberg EBook of Een abel spel van Esmoreit, by Various + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Een abel spel van Esmoreit + Sconics sone van Cecilien + +Author: Various + +Editor: R. J. Spitz + +Release Date: January 31, 2006 [EBook #17644] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN ABEL SPEL VAN ESMOREIT *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + + ZONNEBLOEM-BOEKJES. No. 2. + + EEN ABEL SPEL VAN ESMOREIT + + SCONICS SONE VAN CECILIEN. + + + Ingeleid en van aanteekeningen voorzien + door + + R.J. SPITZ. + + Leeraar H.B.S. te Apeldoorn. + + + + Tweede, herziene druk. + + Uitgegeven door + "De Zonnebloem" te Apeldoorn. + 1918. + + + + + +Gedrukt ter drukkerij van de firma JOHs. J.C. VAN DER BURGH te +Deventer. + + + + + + + + +De hier volgende text van de "Esmoreit" is een publicatie volgens +het handschrift naar Moltzer's lezing. + +Het "Abel Spel van Esmoreit, sconincs sone van Cecilien", is een van de +Middeleeuwsche tooneelstukken, die te vinden zijn in een handschrift, +dat te Brussel bewaard wordt en vermoedelijk uit het laatste kwart +van de XIVe eeuw dagteekent. Dit handschrift bevat "abele" spelen, +d.w.z. kunstige, vernuftige, ernstige spelen, in tegenstelling met de +kunstlooze "sotternieën" (kluchten), die zich mede in de verzameling +bevinden en na de opvoering van een abel spel werden vertoond. + +Deze abele spelen met de daarbij behoorende sotternieën +zijn vermoedelijk opgevoerd door rondtrekkende voordragers: +sprooksprekers. We kunnen met een aan zekerheid grenzende +waarschijnlijkheid zeggen, dat we hier te doen hebben met een +afzonderlijke ontwikkeling van dramatische kunst, die staat +buiten en los van de groote lijnen waarlangs het moderne drama, +voortgekomen uit het kerkelijk drama van de Middeleeuwen, zich +heeft ontwikkeld. Het is hier, bij een uitgave die geenerlei +wetenschappelijk doel beoogt of zoodanige pretentie heeft, niet de +plaats, om op deze literair-historische strijdvraag nader in te gaan; +de belangstellende lezer zij verwezen, o.m. naar het helder betoog van +Dr. J. te Winkel in zijn "Geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde" +(Deel I, blz. 530-538). [1] + +Zooals boven gezegd werd, deze uitgave heeft geenerlei +wetenschappelijke pretentie; vandaar dan ook dat de aanteekeningen +bij de text, zich van alle philologische geleerdheid onthouden en +zich bepalen tot het geven van de noodzakelijke verklaringen. + +Wat ons dan bewogen heeft, naast de meerdere voortreffelijke +wetenschappelijke uitgaven, die er van de Esmoreit bestaan, deze +publicatie te ondernemen? + +Het antwoord zij, dat wij meenden, dat er voor een uitgave in +smakelijken, prettigen vorm van dit stukje eigenaardige Middeleeuwsche +cultuur nog wel plaats was. Hoe kunstloos en psychologisch-naïef de +verwikkeling en personen-teekening ook moge zijn, het stuk heeft met +z'n prettig- en vlot-klinkende, sappige, kleur- en schakeering-rijke +dialoog zeker genoeg kunstwaarde om ons modernen te bekoren, hetgeen +meerdere opvoeringen van de laatste jaren hebben bewezen. Ook +als cultuur-historisch document heeft het stuk groote waarde; +al was het maar alleen om te bewijzen hoe veel meer fantazie de +doorsnêe-Middeleeuwer had, dan wij critische, moderne menschen. Zoo +zou op een modern schouwburg-publiek het voortdurend wisselen van +de plaats-van-handeling (Sicilië--Damascus; in de text is de plaats +telkens door den bewerker aangegeven. [2] heel wat storender werken +dan het op den Middeleeuwschen toeschouwer zal hebben gedaan. + +Nog een enkel woord van toelichting voor den lezer, die niet gewoon +is Middelnederlandsch te lezen. De teekens _oe_ wordt uitgesproken +als _oo_, _ae_ als _aa_, _ue_ als _uu_, _ij_ als _ie_; tevens zij er +op gewezen dat in het Middelnederlandsch werkwoord en voornaamwoord +veelal nauw verbonden worden. Zoo beteekent bijv. _voerene_, voeren +hem; _eest_, is het; _salne_, zal hem; waar deze vormen tot groote +onduidelijkheid aanleiding zouden kunnen geven, zijn ze in de +aanteekeningen verklaard. + +R.J. SPITZ. + +Apeldoorn, November 1916. + + + +BIJ DEN TWEEDEN DRUK. + +De text is nog eerst nauwkeurig nagezien en van enkele storende +fouten gezuiverd. Bij de aanteekeningen is van enkele opmerkingen +van belangstellende collega's dankbaar gebruik gemaakt. + +S. + +Apeldoorn, Januari 1918. + + + + + + + + + +PERSONEN. + + + De proloog. + De koning van Sicilië. + De koningin. + Esmoreit, hun zoon. + Robbrecht, neef van den koning. + De koning van Damascus. + Damiët, zijn dochter. + Meester Platus. + + + + + +De Proloog: + God die van der maghet [3] was gheboren, + Om dat hi niet en woude laten verloren, + Dat hi met sinen handen hadde ghemaect, + So woude hi al moeder naect + Die doet sterven in rechter trouwen. + Nu biddic u, heren ende vrouwen, + Dat ghi wilt swighen ende hoeren [4]. + Het was een coninc hier te voeren [5], + In Cecilien was hi gheseten-- + Verstaet, so moghdi wonder weten [6]-- + Ende ghecreech een kint bi sijn wijf; + Maer bi hem hielt hi enen keitijf [7], + Sijns broeder sone, hiet Robbrecht, + Die dat conincrike na recht + Alte male soude hebben verworven, + Hadde die coninc sonder oer [8] ghestorven. + Maer nu wert daer een cnecht [9] gheboren, + Dies Robbrecht hadde groten toren [10] + Ende int herte groten nijt. + Nu seldi hier sien in corter tijt, + Wat dat den jonghelinc ghesciet, + Ende hoe dat hem Robbrecht bracht in swer verdriet. + Ende enen Sarrasijn heft vercocht, + Ende in groten ellende brocht, + Ende oec die moeder, diene [11] droech, + Dat si daer na noit en loech + in twintich jaren, daer si lach + Ende noit soine noch mane en sach: + Dat beriet [12] her [13] Robbrecht al. + Nu swijt [14] ende merct hoet [15] beghinnen sal. + +OP SICILIË. + +Robbrecht: + Ay mi! ay mi der leider [16] gheboert, + Die hier nu es comen voert, + Van Esmoreit den neve mijn. + Ic waende wel coninc hebben ghesijn [17] + Als mijn oem hadde ghelaten dlijf [18], + Nu heeft hi al bi sijn wijf + Een kint ghecreghen, die oude viliaert [19]. + O Cecilien, edel bogaert [20], + Edel foreest, [21] edel rijc! + Ic moet bliven ewelijc, + Edel foreest, van di bastaert [22]: + Dies mijn herte alsoe beswaert, + Dat mi inbringhen sal de doet; + Maer bi den here die mi gheboet [23], + Ic sal daer omme pinen [24] nacht ende dach, + Hoe ic dat wecht verderven mach; + Ic saelt versmoren oft verdrincken: + Daar salic nacht ende dach om dincken, + Al soudic daer omme liden pijn. + Ic sal noch selve de coninc sijn + Van Cecilien, den hoghen lande. + Ic sal oec pinen om haer scande, + Der coninghinne, mijns oems wijf, + Dat hi nemmermeer sijn lijf + Met haer en sal delen, die wigant [25]. + Aldus so sal mi bliven dlant, + Machic volbringhen dese dinc. + +IN DAMASCUS. + +Meester: + Waer sidi, hoghe gheboren coninc + Van Damast [26], gheweldich [27] heer? + Mijn herte es mi van rouwen seer [28], + Van saken, die ic hebbe ghesien. + +De coninc: + Platus meester, wat sal gescien, + Daer ghi aldus om tachter [29] sijt? + +Meester: + Her coninc, te nacht, te metten tijt [30] + Was ic daer buten opdat velt. + Daer sach ic die locht alsoe ghestelt + Ende die planeten ant fiermament, + Dat in kerstenrijc [31] een kint + Gheboren es van hogher weerde, + Dat u sal doeden metten sweerde. + Her coninc here, ende nemen dlijf, + Ende u dochter sal sijn sijn wijf, + Ende kerstenheit sal si ontfaen [32]. + +De coninc: + Meester, nu doet mi verstaen, + Wanneer soe was dat kint gheboren? + +Meester: + Te nacht, her coninc, als ghi mocht horen, + Soe wort [33] gheboren dat jonghelinc. + Syn vader es een hoghe coninc + Van Cecilien in kerstenlant. + +De coninc: + Meester, nu so doet mi bekant, + Selen dese saken moeten sijn? + +Meester: + Jaes, [34] her coninc, bi Apolijn! [35] + Ofte en doe [36] cracht van groter hoeden [37] + Maer wildi werken na den vroeden + Ic sal u enen raet visieren [38] + Hoe ende in wat manieren + Dat ghi selt bliven in uwen staet; + Want enen goeden scarpen raet + Waer hier goet toe gheoerdeneert. [39] + +De coninc: + Ay, nu so benic ghescofeert! [40] + Van der saken, die ghi mi telt, + Es mijn herte alsoe ontstelt, + Dat ic mi niet gheraden en can; [41] + Maer ghi sijt soe wisen man, + Platus, meester, lieve vrient, + Ende hebdi mi langhe met trouwen ghedient, + Ende meneghen wisen raet ghegheven, + Dat ic in eren altoes ben bleven; + Nu biddic u, meester ghetrouwe ende goet, + Dat ghi al metter spoet + Wilt hulpen vinden enen raet. + So dat ic blive in minen staet + Ende van den jonghelinc onghequelt, + Daer ghi mi dus vele af telt, + Dat ic sijns mach wesen vri. + +Meester: + Her coninc here, soe hoert na mi, + Edel baroen, edel wigant: + Ghi selt mi gheve alte hant [42] + Enen scat met mi te voeren, + Ende ic zal in corten uren + Daer waert riden onghespaert. [43] + Den jonghelinc van hogher aert + Sal ic ghecrighen [44] met miere [45] const. + Ik bidde Mamette [46] om sine onst, [47] + Dat icken [48] ghewinnen moet met eren; + Want nemmermeer en menic [49] te keren, + Ic salne [50] u bringhen in uwer ghewout. [51] + Daer omne seldi mi selver ende gout, + Her coninc, gheven in miere ghewelt. [52] + Ic salne stelen of copen om ghelt + Ofte ghecrighen met enegher list: + Aldus hebbic den raet gheghist, [53] + Dan sal hi u vri eighen [54] sijn, + Hi sal werden een goet payijn, [55] + Na onser wet selen wine [56] leren: + Aldus soe seldi bliven in eren, + Hi sal wenen, [57] dat ghi sijn vader sijt. + Nu lichtelijc, [58] het is meer dan tijt. + Ic wil gaen varen metter spoet. + +Deconinc: + Platus meester, desen raet es goet. + Gaet henen ende haast u metter vaert, + Ic wille dat ghi niet en spaert. [59] + Nemt scats ghenoech in uwer ghewelt [60] + Metter ghisschen [61] onghetelt, + Ende brinct mi den jonghelinc: + Dies biddic u boven alle dinc, + Ende en spaert daer ane ghenen cost, + Want ic hebben soe groten lost, [62] + Dat ic den jonghelinc soude beschouwen. + +Meester: + Her coninc here, in rechter trouwen! + Ic sal daer omme pinen dach ende nacht. + +OP SICILIË. + +Robbrecht: + En trouwen! ic hebbe soe langhe ghewacht, + Dat ic ghecreghen hebbe mijn begheert. + Dese jonghelinc die es soe weert + Met minen [63] oem den ouden grisen + Ende metter moeder, dien [64] soe prisen, + Dat si nie scoender kint en saghen; + Dese blisscap sal ic hen verjaghen, + Want het gheeft mynder herten pijn, + Vermalendijdt moetstu sijn + Ende die u oec ter wereld bracht! + Want ic nie sent, [65] dach noch nacht, + Blisscap int herte en conde ghewinnen. + Al souden si beide daer omme ontsinnen, + Dijn lijf dat heeftu nu verloren: + Ic sal di in enen put versmoren + Ofte sterven doen een ergher doet. + +Meester: + O vrient, dat ware jammer groet: + Het dunct mi sijn soe scone kint. + Ghi sijt emmer [66] te male [67] ontsint, + Dat ghi wilt doden dese jonge gheboert; + Maer ghi sijt daer op ghestoert, [68] + Dat hoeric wel ane uwe ghelaet. [69] + Ic bidde u, vertrect [70] mi uwen staet, + Waer omue sidi daer op soe gram? + +Robbrecht: + Vrient, doen hi ter wereld quam + Ende van siere moeder wert gheboren, + Quam mi in minen slape te voren, + Dat hi mi nemen soude mijn leven: + Dies benic in sorghen [71] bleven, + Dat ic noit sent en conste gheduren, + Ende ic hebbe ghewacht van uren turen, [72] + Ende hebbe ghestolen der moeder sijn, + Ic meine dat ic nu sinen fijn + Doen sal, [73] eer hi mi ontgaet. + +Meester: + Vrient, ic sal u beteren raet + Gheven, wildi na mi hoeren. + Secht mi: wanen [74] es hi gheboren? + Dies biddic u doer [75] Apolijn. + Hi mochte van selker [76] gheboerten sijn, [77] + Ic salne copen alte hande! [78] + Ende voerene met mi uten lande + In heydenesse, [79] des sijt wijs, + In ene stat, het Balderijs, [80] + Die doer Torkien [81] en gheleghen. + +Robbrecht: + Vrient, wildi den jonghen deghen [82] + Copen, ic sal u segghen dan, + Wiene droech; ende diene wan, [83] + Sal ic u segghen alte gader: + Die coninc van Cecilien es sijn vader. + Een wigant hoghe gheboren, + Ende sijn moeder, als ghi moghet hoeren. + Es conincs dochter van Hongherien. + +Meester: + Vrient, es hi van dier partien. [84] + So es die jonghelinc mijn gherief, + Ic salne copen, eest u lief. + Nu sprect op, hoe gheefdine mi? + +Robbrecht: + Vrient, dies moghdi wesen vri. + Om dusent pont van goude ghetelt. + +Meester: + Houdt, [85] vrient, daer es ghelt, + Ende gheeft mi den jonghelinc; + Maer berecht mi ene dinc: + Hoe es sijn name, doet mi bekant. + +Robbrecht: + Esmoreyt het [86] die jonghe wigant, + Al soe es die name sijn. + +Meester: + Soe sal hi ewelijc payijn + Bliven, dies moghdi wesen vroet; + Mamet di mi bewaren moet, + Ende ic vare wech met minen gast. + +Robbrecht: + En trouwen! nu es mijn herte ontlast + Van dies ic stont in groter sorghen; + Want ewelijc blijft hi verborghen + In heydenesse, dies benic wijs; + Want die stede van Balderijs + Leghet doer Torkien in verren lande. + God die moet hem gheven scande! + Hoe sere hadde hi mi ontstelt! + Nu willic gaen ende doen dit gelt + Heimelijc in miere ghewout, [87] + Want het es al edel gout. + Al en bleve mi nemmermeer + Dlantscap, nochtan waric een heer + Met desen ghelde, dat ic hebbe ontfaen. [88] + Ic hebt na minen wille wel ghedaen, + Want ooc sal mi nu bliven dlant. + +Meester: + Waer sidi, hoghe gheborne wigant, + Van Damast gheweldich coninc? + Nu comt ende siet den jonghelinc, + Die gheboren es van edelen bloede. + +De coninc: + Nu en was mi nie soe wel te moede, + Alst es van desen hoghen prosent. [89] + Ic salne ophouden [90] voor [91] mijn kint; + Mine dochter salicken bevelen. + +Meester: + Wattan! [92] her coninc, ghi selt helen [93] + Voor uwe dochter al gader, + Wie sijn moeder es ende sijn vader: + Dat en seldi haer vertrecken [94] niet, + Want u mochte daer af verdriet + Comen hier namaels over lanc; [95] + Want vrouwen sijn van herten wanc. [96] + Seidi hare sijn hoghe gheslachte, + Ende dan Venus [97] in haer wrachte, [98] + Ende worde minnende den jongen man + Soe mochte si hem segghen dan, + Hoe dat hi ware comen hier; + Want, her coninc, der minnen vier + Mochte in uwer dochter openbaren, + Als hi ware comen te sinen jaren. + Daer omme en secht haer ghene dinc, + Dan dat hi es een vondelinc; + Te min so salder haer gheligghen an. + +De coninc: + Platus, Platus, bi Tervogant [99] + Het dunct mi goet dat ghi mi segt. + Laet ons dit ewelijc ghedect + Sijn, dese sake, voor die dochter mijn + So machics in vreden sijn.-- + + Waer sidi, dochter Damiet? + Comt tot mi onghelet, [100] + Ic moet u spreken, bi Mahoen! [101] + +Damiet: + Vader, dat willic gherne doen. + Nu secht mi wats uw ghebot? + +De coninc: + Damiet, bi minen god, + Anesiet hier desen roeden mont, + Desen jonghelinc, dit es een vont; [102] + Mamet heeften mi verleent. + Ic hoerden daer hi hadde gheweent; + Daer ic in die boegaert wandelen ginc, + Daer vandic desen jonghelinc + Onder enen cederenboem. + Damiet, nu nemes goem, [103] + Ende houtten op [104] als uwen broeder; + Ghi moet sijn suster ende moeder. + Esmoreyt heyt [105] dese jonghen man. + +Damiet: + Vader, here, bi Tervogant + Noit en sach ic scoender kint. + Heeften ons Mamet ghesent, [106] + Dies willic hem danken ende Apolijn; + Ic wil gherne suster ende moeder sijn. + U uutvercoren jonghe figuere! + Du best die scoenste creature, + Die ie met oghen nie [107] ghesach. + Met rechten ic Mamet danken mach. + Dat ic sal hebben enen broeder: + Ic wil gherne sijn suster ende moeder. + O Esmoreyt, wel scoene jonghelinc, + Hoe sere verwondert mi dese dinc, + Dat ghi waert vonden sonder hoede; + Want ghi dunct mi van edelen bloede + Bi [108] de ghewaden, die ghi hebt an + Nu comt met mi, wel scoene man, + Ic sal u als minen broeder doen. + +OP SICILIË. + +De kersten coninc: + Waer sidi, Robberecht, neve coen? + Comt tot mi, ic moet u spreken. + Mi dunct dat mi mijn herte sal breken + Van groten rouwe, die mi gaet an. + +Robbrecht: + Ay oem, hoghe gheboren man, + Waer bi sidi aldus ontstelt? + +De kersten coninc: + Van rouwen benic alsoe ghequelt, + Ic duchte dat mi mijn herte sal scoeren: [109] + Myn scoene kint hebbic verloren, + Esmoreyt den sone mijn! + Ay, ic en mochte niet droever sijn! + Al haddic verloren in dier ghelijc [110] + Mijn goet ende oec mijn conincrijc, + Daer omme en woudic droeven twint, [111] + Haddic behouden mijn scoene kint. + Ay mi! ay mi! den bitteren rouwe + Die ic nu lide ende oec mijn vrouwe!-- + Ic duchte het sal mi costen dlijf, + Ochte [112] mijn vrouwe, dat edel wijf; + Si heeften [113] rouwe int herte soe groet, + Mi dunct, ic ware mi liever doet, + Dan ic soude liden dit torment. [114] + +Robbrecht: + Ay! edel oem, wide bekint, [115] + Nu en wilt u aldus niet mesbaren! + Ic weet wel hoe daer es ghevaren; + Al drijft mijn moeye [116] den rouwe so groet, + Sine heeft daer af ghene noet: + Dat weet ic te voren wel. + Haer herte dat es tuwaert [117] fel [118], + Om dat ghi out sijt van daghen: + Ic hebt haer dicwel hoeren claghen. + Dat si van mi niet en wijst. [119] + Ic duchte, si u noch met hare list, + Her coninc oem, sal nemen dleven. + Si sal u seker noch vergheven. + Dat weet ic te voren wale. + Ic hebbe soe menichwerf haer tale + Gehoert in heimeliker stont, + Nochtan en ghewoeghs [120] nie mijn mont + Meer dan nu te deser ure. + Ic weet wel, si heeft die creatuere + Selve ter doet brocht, + Want si u noit wel en mocht, + Om dat ghi hebt enen grauwen baert. + Si es op ene ander vaert, [121] + Si mint seker enen jonghen man. + +De kersten coninc: + Bi den vader die mi ghewan! + Robbrecht neve, wistic dat, + Haer en soude ghehulpen bede no scat, + Ic en [122] soudse doeden, dat felle wijf! + +Robbrecht: + Oem, daer settic vore mijn lijf, [123] + Dat ic u segghe, en eest niet waer. + Ic hebt gheweten over menech jaer, + Dat si u niet en es van herten vrient. + +De kersten coninc: + O wi! ende waer hebbic dies verdient? + Met rechte ic dat wel claghen mach. + Mi dochte dat ic enen inghel sach, + Als ic anesach haer edel lijf, + Ende es so wreet dat felle wijf? + Seker, neve, dat wondert mi. + Nu gaet henen ende haeltse mi. + Ic moetse emmer [124] spreken hoeren. + +Robbrecht: + Waer sidi, vrouwe hoghe gheboren? + Comt toten coninc minen oem! + Och edel vrouwe, nemt sijns goem, [125] + Want hi staet al buten kere. [126] + +De vrouwe: + Ay her coninc, edel here! + Wie sal ons nu hulpen claghen + Den bitteren rouwe die wi draghen, + Dat wi hebben verloren ons kint? + +De kersten coninc: + Swijt, [127] van gode so moetti sijn ghescint, [128] + Felle pute, [129] quade vrouwe! + Al den druc ende den rouwe + Dat hebbi mi alte male ghedaen, + Dat sal u te quade vergaen; + Want ict algader hebbe vernomen, + Hoe die saken toe sijn comen: + Ghi hebt die moert allene ghewracht, + Mijn scone kint hebbi versmacht: [130] + Dat sal u seker costen dlijf. + Ghi sijt wel dat quaeste wijf. + Die nie [131] ter wereld lijf ontfinc. + +De vrouwe: + Och edel here, edel coninc, + Hoe soudic dat vinden in mijn herte. + Dat ic hem doen soude eneghe smerte, + Die ic te mijnder herten droeeh? + +De kersten coninc: + Swijt, quade vrouwe! hets genoech; + Gesproken, ic en wils nemmeer hoeren; + Ic sal u in enen put versmoren. + Robbrecht, leitse mi ghevaen! [132] + +De vrouwe: + God, die hem ane ene cruce liet slaen, + Die so moet mi nu verdinghen [133] + Ende te mijnder onscout [134] bringhen, + Want ic hier af niet en weet. + +Robbrecht: + Seker, vrouwe, hets mi leet. + +De vrouwe: + Ay God! ontfermt u dit swaer torment, + Daer ic in ben, want ic hebbe mijn kint + Verloren ende men tijcht mi ane die daet. + Ay gheweldich god, daer al an staet, [135] + Ghi waert sonder verdiente ende sonder scout [136] + Vaste ghenaghelt ane ene hout, + Oetmoedech [137] God, met naghelen dri, + Ontfermhertich [138] God, nu biddic di. + Dat die waerheit nog werde vernomen, + Ende ic te mijnder onscout moet comen; + Dies biddic u, hemelsche coninghinne! + Ay, sal ic nu in minen sinne + Bliven, dat sal wonder sijn. + Ay god, wie heeft sijn venijn + Aldus swaerlike [139] op mi ghescoten? + Ay god! uut u so comt gevloten + Alle rech; ende alle waerheit; + Nu hulpt mi noch te minen besceit, [140] + Dat ic onsculdih moet vonden sijn. + +IN DAMASCUS. + +(Achttien jaren later.) + +De jonghelinc: + O Tervogant ende Apolijn! + Hoe mach mijn suster, dat edel wijf, + Ghehebben also reine lijf, + Dat si ghenen man en mint, + Noch in heydenesse ne genen en kint, [141] + Die si woude hebben tot enen man! + Bi minen god Tervogan, + Si heeft emmer een edel natuere, + Ofte si mint ene creatuere + Heimelike, daer ic niet af weet; + Want si en es emmer niet bereet [142] + Tot enegh man die nu leeft. + Ic waent, haer Mamet al ingheeft, + Dat si heeft so edele aert. + Dit es mijnder liever suster bogaert; + Hier plecht [143] haar wandelinghe te sijn. + Bi minen god Apolijn, + Ic wilder mi ooc in vermeiden gaen, + Want die vaec [144] comt mi aen; + Ic wil hier slapen ende nemen rast. [145] + +De jonghe joncvrouwe Damiet: + Ay mi! ay mi, hoe groten last + Dragic al stille int herte binnen! + Ic ben bevaen [146] met sterker minnen, + Die ic heimelijc in mijn herte draghe. + O Apolijn! ic u dat claghe. + Dat mijn herte enen man soe mint, + Nochtan dat sijs niet en kint + Sijn gheboerte noch sijn geslacht; + Maer het doet der minnen cracht, + Si heeft mi vast in haren bant. + Ay, doene [147] mijn vader vant + Ende bracht mi den jonghelinc, + Ende gaffen mi als vondelinc, + Dat ic soude sijn suster ende moeder: + Hi waent dat hi es mijn broeder, + Maer hi en bestaet mi twinst; [148] + Nochtans hebbickene ghemint + Boven alle creatueren; + Want hi es edel van natueren + Ende oec van enen hoghen moede; [149] + Hi es coenlijc [150] van edelen bloede; + Al was hi te vondelinghe gheleit, + Mijn herte mi van binnen seit + Dat hi es hoghe gheboren. + O Esmoreit uutvercoren, + Edel ende vroem, scone wigant, + Doen u mijn lieven vader vant, + Dies es leden [151] bi ghetale + Achttien jaer, dat weet ie wale, [152] + Hebdi gheweest mijn minnekijn. [153] + O uutvoren deghen fijn, [154] + Ewelijc blivic in dit verdriet; + Want ic en wils u ghewaghen niet; + Dadict, [155] mijn vader name mi dlijf. + +De jonghelinc: + O uutvercoren edel wijf, + benic dan een vondelinc? + Ic waende mijn here de coninc, + Edel wijf, hadde ghesijn mijn vader, + Ende ghi mijn suster, dat wendic [156] al gader + Ende beide gheweest van enen bloede, + Ay! mi es nu alsoe wee te moede! + Bi minen gode Tervogan, + Ic ben wel die druefste man, + Die nie ter werelt lijf ontfinc. + Ay mi! benic dan een vondelinc, + Op erde nie droever man en waert. + Ic waende sijn van hogher aert, + Maer mi dunct ic ben een vont. + Nu biddic u, edel roede mont, + Dat ghi mi al gader segt + Van inde toerde [157] ende al ontdect, + Hoe dat mi uw vader vant. + +De jonghe joncfrou Damiet: + O Esmoreit, wel scoene wigant, + Nu ben ic wel alsoe droeve als ghi. + Ik en wijst [158] niet dat ghi mi waert so bi, + Doen ic sprac die droeve tale. + O edel wigant, nu nemet wale [159]: + Het quam mi uut grooter minnen vloet. + +De jonghelinc: + O edel wijf, nu maect mi vroet, + Hoe die saken comen sijn. + Ic plach te segghen "suster mijn", + Maer dat moetic nu verkeeren; + Enen anderen sanc moetic nu leren, + Edel wijf, ende spreken u an + Ghelijc enen vremden man. + Nochtan so moetic ewelijc bliven + U vrient ende ghetrouwe boven alle wiven, + Die op der erden sijn gheboren. + Och edel wijf, nu laat mi hoeren + Ende seght mi, waer ic vonden waert. + +De jonghe joncfrou Damiet: + Och edel jonghelinc van hogher aert, + Na dien dat ghi hebt ghehoert, + So willict u vertrecken voert, + Waer dat u mijn vader vant: + In sinen boegaert, scoene wigant, + Daer hi hem verwandelen [160] ghinc. + +De jonghelinc: + Och edel wijf, berecht mi ene dinc: + En hoerdi daer na noit ghewaghen + Vrouwe oft joncfrou in horen [161] claghen, + Dat iement een kint hadde verloren? + +De jonghe joncfrou Damiet: + O edel jonghelinc uutvercoren + Daer af en hebbic niet ghehoert. + +De jonghelinc: + Ay! so ben ic van cleinder gheboert. + Dat duchtic, oft uut verren lande. + Mamet laete mi noch die scande + Verwinnen [162] dat ie weten moet [163] + Wie mi desen lachter [164] doet, + Dat ic te vondelinghe was bracht. + Nu en willic nemmer van enen nacht + Ten anderen verbeiden, ic [165] en hebbe vernomen [166] + Van wat gheslachte dat ic ben comen, + Ende wie dat mijn vader si. + +De jonghe joncfrou Damiet: + O Esmoreit, nu blijft bi mi! + Ic bits u in [167] die ere van allen vrouwen. + Storve mijn vader, ic soude u trouwen, + Edel wigant, tot enen man: + Esmoreit, so mogdi dan + Sijn van Damast gheweldich here. + +De jonghelinc: + O edel vrouwe, die onnere [168] + En sal u nemmermeer [169] gescien; + Dien lachter moet verre van u vlien, + Dat ghi sout nemen enen vondelinc. + Uw vader es een hoghe coninc, + Ende daer toe [170] sidi soe scoene. + Ghi moecht met rechten draghen croene, + Voer [171] elken man [172] die nu leeft. + Mijn herte van groten scaemde beeft, + Dat ic al dus hebbe ghevaren. [173] + +De jonghe joncfrou Damiet: + O Esmoreit, laet u mesbaren! + Dies biddic u, edel wigant. + Al waest dat u mijn vader vant, + Dan [174] werd u nemmermeer verweten. + Met groten vrouden [175] onghemeten + Selen wi leven, ic ende ghi. + +De jonghelinc: + O edel wijf, dies moetic mi + Ewelijc van u beloven; [176] + Maer nemmermeer en willic hoven [177] + Met eneghen wive die nu leeft + Ofte die de werelt binnen heeft, + Ic en sal tierst, [178] bi Tervogan, + Den vader kinnen, die mi wan, + Ende oec die moeder, die mi droech. + O roede mont, ic hebbe ghenoech + Hier ghelet [179] ic wille gaen varen. + +De jonghe joncfrou Damiet: + O wi! nu machic wel mesbaren; + Ic blive alle in dit verdriet. + Vele spreken en doech [180] emmer niet, + Dat so hebbic ondervonden; + Vele spreken heeft in meneghen stonden + Dicwile beraden [181] toren; [182] + Bi vele spreken es die menege verloren, + Haddic gheswegen al stillekijn, + Soe haddic in vrouden moghen sijn. + Bi Esmoreit al mijn leven, + Dien ic met spreken hebbe verdreven. + Met rechte machic roepen: "olas! [183] + O wi, dat ic niet stom en was, + Doen ic sprac dit droeve woert." + +De jonghelinc: + O edel wijf, nu willic voert. + Mamet beware u reine lijf! + Nu biddic u, wel edel wijf, + Groet mi den coninc minen here. + Want ic en sal keren nemmermere, + Ic en [184] hebbe vonden mijn geslacht + Ende ooc den ghenen die mi bracht, + Daer ic te vondelinghe was gheleit. + +De jonghe joncfrou Damiet: + O scoene jonghelinc Esmoreit, + Nu biddic u doer oetmoet, [185] + Als ghi van uwer saken sijt vroet, + Dat ghi dan wederkeert tot mi. + +De jonghelinc: + O scone joncfrouwe van herten vri, [186] + Dan salic laten nemmermeer, + Ic en sal met enen corten keer, [187] + Edel wijf, tot u comen, + Als ic die waerheit hebbe vernomen, + Bi minen god Tervogant. + +De jonghe joncfrou Damiet: + O Esmoreit, nemet desen bant: + Hier in soe waerdi ghewonden, + Esmoreit, doen ghi waert vonden; + Edel jonghelinc, dies gheloeft. + Ghi selten [188] winden omtrent [189] u hoeft + Ende voerten alsoe openbaer + Op aventuere, of iement waer, + Die u kinnen mochte daer an, + Ende peinst om mi, wel scoene man, + Want ic blive in groter sorghen. + +OP SICILIË. + +De jonghelinc: + Mijn god, die niet en es verborghen, + Die moet nu mijn troester sijn! + O Mamet ende Appolijn, + Mahoen ende Tervogan, + Dese scoene wapen die hier staen an, [190] + Mochten si toe behoren mi, + Soe waer ic int herte wel vri [191] + Dat ic ware van edelen bloede. + Mi es emmer [192] also te moede, + Om dat ic lach daer in ghewonden, + Doen ic te vondelinghe was vonden; + Ic bender seker af [193] gheboren: + Mijn herte seghet mi te voren, + Want ic daer in ghewonden lach. + Ic nemmermeer vroude ghewinnen en mach. + Ic en [194] hebbe vonden mijn gheslachte, + Ende die mi oec te vondelinghe brachte. + Ic souts hem danken, [195] bi Apolijn! + Ay! mochtic noch vader ende moeder mijn + Scouwen, so waer mi therte verclaert; + Ende waren si dan van hogher aert. + So waer ic te male [196] van sorgen vri, + +Sine moeder: + O edel jonghelinc, nu comt tot mi + Ende sprect tegen mi een woert, + Want ic hebbe u van verre ghehoert + Jammerlijc claghen u verdriet. + +De jonghelinc: + O scoene vrouwe, wats u ghesciet, + Dat ghi aldus lict [197] in dit prisoen? [198] + +Sine moeder: + O edel jonghelinc van herten coen, + Aldus moetic liggen ghevaen, + Nochtan en hebbic niet mesdaen, + Want mi verraderen [199] al [200] doet. + O scoene kint, nu maect mi vroet, + Hoe sidi comen in dit lant. + Ende wie gaf u dien bant? + Berecht mi dat, wel scoene jonchere. + +De jonghelinc: + Bi Mamet minen here. + Vrouwe, dan [201] sal ic u weigheren niet. + Wi mochen mallec anderen ons verdriet + Claghen, want ghi sijt ghevaen; + Ende groet verdriet es mi ghedaen; + Want ic te vondelinghe was gheleit, + Ende desen bant in gherechter waerheit + Daer so lach ic in ghewonden, + Lieve vrouwe, doen ic was vonden, + Ende voeren [202] aldus openbaer. + Op aventuere, of iement waer, + Die mi kinnen mochte daer an. + +Sine moeder: + Nu seght mi, wel scone man, + Wetti iet, waer ghi vonden waert? + +De jonghelinc: + O lieve vrouwe, in enen bogaert + Te Damast in ware dinc, [203] + Daer so vant mi di coninc, + Di mi op ghehouden heeft. + + Ay god, die alle doeghden [204] gheeft, + Die moet sijn ghebenedijt! + Van herten benic nu verblijdt + Dat ic gheleeft hebbe den dach, + Dat ic mijn kint anescouwen mach. + Mijn herten mochte wel van vrouden [205] breken: + Ic sie mijn kint ende ic hoert spreken, + Daer ic om lide dit swaer tormint. + Sijt wille come, wel lieve kint! + Esmoreit, ic ben u moeder + Ende ghi mijn kint, dies sijt vroeder; [206] + Want ic maecte metter hant. + Esmoreit, selve dien bant: + Daerin so haddic u ghewonden, + Esmoreit, doen ghi waert vonden + Ende ghi mi ghenomen waert. + +De jonghelinc: + O lieve moeder, segt mi ter vaert, [207] + Hoe heet die vader, die mi wan? + +Sine moeder: + Dats van Cecilien die hoghe man + Es u vader, scoene jonghelinc, + Ende van Hongherien die coninc + Es die lieve vader mijn: + Ghi en mocht niet hogher gheboren sijn + Int Kerstenrijc verre noch bi. [208] + +De jonghelinc: + O lieve moeder, nu segt mi, + Waer omme lighdi aldus ghevaen? + +Sine moeder: + O lieve kint, dat heeft ghedaen + Een verrader valsch ende quaet, + Die uwen vader gaf den raet, [209] + Dat ic u selven hadde versmoert. + +De jonghelinc: + O wi der jammerliker moert! + Die dat mijn vader den coninc riet, + Bracht mi oec in dit verdriet, + Dat ic te vondelinghe was gheleit, + Ay, ende of ic die waerheit + Wijste, wie dat hadde ghedaen, + Die doot soude hi daer omme ontfaen, + Bi minen god Apolijn! + Ay! lieve moeder mijn, + Nu en willic langher beiden [210] niet, + Ic wil u corten dit verdriet, + Aen minen vader den hoghen baroen, [211] + Dat hi u bringhe uut desen prisoen, + Dat sal mine ierste bede sijn. + Danc hebbe Mamet ende Apolijn. + Ende die sceppere di mi ghewrachte, [212] + Dat ie hebbe vonden mijn gheslachte + Ende ooc die moeder, die mi droech. + Mijn herte met rechte in vrouden loech, + Doen ic anesach die moeder mijn. + +Sine moeder: + Oetmoedech [213] god, nu moetti sijn + Gheloeft, ghedanct in allen stonden: + Mijn lieve kint hebbic nu vonden, + Di mi nu verloesten [214] zal, + Want die vroude es sonder ghetal, [215] + Die nu mijn herte van binnen drijft. + +Robbrecht: + O wi enen dief, die men ontlijft, + En mochte niet so droeve ghesijn. + Als ic nu ben int herte mijn, + Want ik duchte grote scanden. + Haddickenes [216] doet met minen handen, + Doen ickenne vercocht, soe waer hi doot. + Ay! ic hebbe den anxt soe groet, + Dat mi daer af sal comen toren, + Want comet uut, ic ben verloren. + Dat icken vercochte den Sarrasijn. + +De kersten coninc: + Gaet henen, Robberecht neve mijn, + Tot mijnder vrouwen der coninghinnen, + Die ic ewelijc met herten moet minnen. + Ende ooc bliven onderdaen, + Want icxse ghehouden hebbe ghevaen + Sonder verdiente ende buten scout; + Dat rout mijnder herten menichfout, + Dat ic haer hebbe gheweest so wreet. + Gaet henen ende haeltse mi ghereet, [217] + Ende laetse haer scoene kint anscouwen. + +Robbrecht: + Her coninc here, in rechter trouwen. + Dat willic al te [218] gherne doen. + + Comt edel vrouwe uut desen prisoen + Daer ghi dus langhe in hebt gheleghen; + Ghi selt anesien den jonghen deghen, + Esmoreit den jonghelinc. + Mijn herte van binnen vroude ontfinc, + Doen ic anesach den scoenen wigant. + +De kersten coninc: + O edele vrouwe, gheeft mi u hant, + Ende wilt mi desen mesdaet vergheven, + Want ewelijc al mijn leven + Soe willic u dienere [219] sijn, + Want die scouden [220] die sijn mijn; + Dat hebbic nu wel vernomen; + Want Esmoreit ons kint es comen, + Een scoen vol wassen jonghelinc, + Ic bidde u om gode, die ontfinc + Die doot van minnen [221], vergevet mi. + +De vrouwe: + O edel here van herten vri, + Ic wils u al te [222] gherne vergheven, + Want alle minen druc es achterbleven [223] + Ende al mijn toren ende al mijn leit. [224] + Waer es mijn lieve kint Esmoreit? + Roepten mi voort ende laetten mi sien. + +Robbrecht: + Och edel vrouwe, dat sal u ghescien. + Waer sidi, Esmoreyt, neve mijn? + +De jonghelinc: + Ic ben hier, bi Apolijn. + O! Mamet ende Mahoen, + Lieve vader, hoghe baroen, + Die [225] moet u gheven goeden dach, + Ende oec mijnder moeder die ic noit en sach + Meer [226] dan nu te deser tijt! + Ic ben al mijnder droefheit quijt, + Die ic in mijn herte ontfinc. + Doen ic vernam dat ic een vondelinc + Was, doen waert ic die droefste man, + Die nie ter werelt lijf ghewan, + Maer het is mi ten beste al vergaen. + +De kerstenconinc, sijn vader: + O Esmoreit, doet mi nu verstaen + Ende segt mi, waer hebdi ghewoent? + +De jonghelinc: + Met eenen coninc die es ghecroent + Te Damast, her vader mijn. + Hi es een edel Sarrasijn, + Die vant mi in sinen bogaert, + Ende hi heeft een dochter van hoger [227] aert, + Di mi soe blidelijc ontfinc: + Doen mi haer vader die coninc + Vant, doen wert si mijn moeder, + Ende hielt mi op als haren broeder, + Daer icxse [228] ewelijc om minnen moet. + Die heeft mi al ghemaect vroet. + Hoe dat mi haer vader vant, + Ende dat ie lach in desen bant, + Doen haer vader mi haer brachte. + +De vrouwe: + Dits die bant die ic selve wrachte, + Esmoreit, wel scone man. + Ic setter uws vader wapen an, + Men macht noch sien in drie paertien, [229] + Ende ooc die wapen van Hongherien, + Omdat ghi daer uut sijt geboren; + Soe haddic u soe uutvercoren, + Dat icken maecte tuwer eren, + Dat mi ter droefheit moeste verkeren. + Esmoreit, doen ic u verloes. [230] + Ic bidde gode, die zijn cruce coes, [231] + Dat hijt hem te recht wille vergheven, + Die mi anedede dat bitter leven + Daer ic so langhe in hebbe ghesijn. + +De jonghelinc: + O lieve moeder, bi Apolijn! + En was nie [232] ondaet [233] noch moert + Si en [234] moeten comen voert, [235] + Ende indinde [236] werden si gheloent. + +Robbrecht: + Bi den here die was ghecroent + Met eenre croenen van dorijn, [237] + Esmoreit neve mijn, + Wistict wie dat hadde ghedaen, + Die doot soude hi daer omme ontfaen, + Ofte hi ontsonce mi in die eerde; [238] + Ic soudene seker met minen sweerde + Doeden ofte nemen dlijf. + Ay mi! oft ic den keytijf + Wiste die u den lachter dede, + Hi en soude mi niet in kerstenhede [239] + Ontsitten, [240] hi ware seker doot. + +De vrouwe: + Nu willen wi leven in vrouden groet + Ende alle droefheit willen wi vergheten, + Want met vrouden onghemeten + Soe es mijn herte nu bevaen. + +De coninc: + Esmoreit sone, nu laet ons gaen + Ende laet ons met vrouden sijn. + Maer Mamet ende Apolyn + Die so moetti nu vertien, [241] + Ende gheloven ane Marien + Ende ane God den oversten vader, + Die ons ghemaect heeft alle gader, + Ende al dat in die wereld leeft + Met sijnre const ghemaect heeft: + Die sonne ende mane, dach ende nacht + Heeft hi ghemaect met siere cracht + Ende oec hemel ende ertrijc + Ende loef ende gras in dier ghelijc [242] + Daer soe moeti gheloven an. + +De jonghelinc: + Vader here, so biddic hem dan + Den oversten god van den troene, [243] + Dat hi Damiet die scoene + Beware boven al dat leeft, + Want si mi op ghehouden heeft: + Daer omme eest recht dat icse minne + Van Damast die jonge coninghinne, + Damiet dat edel wijf, + Ay God, bewaert haer reine lijf! + Want si es nojael [244] ende goet; + Met rechte dat icse minnen moet + Boven alle die leven op eertrijc. + En dadicx niet, so haddic onghelijc, + Want si es mi van herten vrient. + +Robbrecht: + Esmoreit neve, dats goet verdient. [245] + Nu willen wi alle droefheit vergheten; + Met bliden moede willen wi gaen eten, + Want die tafel es bereit. + +IN DAMASCUS. + +De jonghe joncfrou Damiet: + Ay! ende waer mach Esmoreit + Merren, [246] dat hi niet en comt? + Ic duchte hi es verdoemt [247] + Ochte ghestorven quader doot, + Ofte hi es in vrouden groet, + Dat hi mi dus heeft vergheten. + Ic sel nochtans die waerheit weten, + Hoe die saken met hem staen, + Al soudic daer om die werelt doer gaen. + Waer sidi, Platus, meester vroet? + +De meester: + Edel vrouwe, ghetrouwe ende goet; + Tot uwen dienste ben ic bereit. + +De jonghe joncfrou Damiet: + Meester, nu willic Esmoreit, + Gaen soeken van lande te lande. + Al soudic daer omme liden scande + Ende honglier ende dorst ende jeghenspoet, [248] + Het es ene dinc dat wesen moet: + Gherechte minne dwinct mi daer tu. + Lieve meester, nu biddic u, + Dat ghijs mi niet af en gaet, [249] + Ghi en blijft bi mi ende gheeft mi raet, + Hoe dat wine vinden moghen. + +De meester: + Vrouwe, nu sijt in goeden hoghen! [250] + Na dien dat ghijs begheert + Ende ghi den jonghelinc hebdt soe weert, [251] + So willen wi soeken den hoeghen [252] man. + +De jonghe joncfrou Damiet: + Platus meester, ga wi dan, + Ghelijc of wi waren pilgherijm. [253] + +OP SICILIË. + +De jonghe joncfrou Damiet: + Ay! en sal hier iement sijn + Die ons beiden iet sai gheven: + Twe pilgherijms die sijn verdreven + Ende van den roevers af gheset? + +De jonghelinc: + Ay! daer hoeric Damiet + Spreken; hoerdicse niet? + O weerde maghet sente Marie, + Ende hoe ghelijc so sprect si hare, + Damiet der scoender care, [254] + Van Damast die scoene coninghinne, + Die ic boven alle vrouwen minne, + Die op der eerden sijn gheboren. + Nu sprect op ende laet mi hoeren, + Ghi sprect haer boven maten ghelijc. + +De jonghe joncfrou Damiet: + Waer ic te Damast int conincrijc, + Esmoreit wel scoene man, + Soe soudic haer bat [255] gheliken dan; + Maer nu sta ic als een pilgherijm. + +De jonghelinc: + O Damiet, vrouwe mijn, + Ende sidi dit, wel edel wijf? + Mijn herte, mijn ziele ende mijn lijf + Met rechten in vrouden leven mach, + Want ic niet liever gast en sach. + Die noit [256] op eertrike was gheboren. + Och edel wijf, nu laet mi hoeren, + Hoe sidi comen in dit lant? + +De jonghe joncfrou Damiet: + O Esmoreit, wel scoene wigant + Mi dochte ic hadde u gherne ghesien, + Maer en mochte mi niet gescien, + Ic en [257] moeste daer omme liden pijn. [258] + Doen maectic mi als een pilgherijm, + Ende come aldus ghedoelt doert dlant, + Ende nam Platus metter [259] hant, + Dat hi soude mijn behoeder sijn. + +De jonghelinc: + Waer sidi, lieve vader mijn? + Comt tot hie [260], ghi moetse scouwen, + Die vol minnen ende vol trouwen + Haer herte tote miwaert draecht. + Het es recht dat si mi behaecht: + Sie heeft soe vele doer mi [261] ghedaen. + +De coninc: + Soe willicse met blider herten ontfaen. + Sijt wille come, Damiete wel scoene! + Ghi selt in Cecilien croene + Draghen boven al die leven. + Ic salse minen sone opgheven, [262] + Ende ghi selt seker werden sijn wijf; + Want ic hebbe soe ouden lijf, + Dat icse [263] nemmeer ghedragen en can. + +Robbrecht: + Her coninc oem, bi sente Jan! + Esmoreit hi es wel weert, + Hi wert een ridder wide vermeert + Ende die de wapene wel hantiert: + Desen raet [264] dunct mi goet ghevisiert, [265] + Dat hi die crone van u ontfa [266] + Damiet, nu comt hier na, [267] + Ghi selt werden jonghe coninghinne. + +De meester: + Hulpt Mamet! dat ic niet uut minen sinne + En come, dat verwondert mi. + O Esmoreit, edel ridder vri, + Die man brachte u in al dit verdriet. + Wat hi u secht, hine meines niet, + Hi hevet tuweert [268] al valschen gront. [269] + Ic cochte u jeghen hem om dusent pont + Van finen goude, die ic hem gaf. + +De jonghelinc: + Meester, nu secht mi daer af, + Hoe die saken geleghen sijn. + +De meester: + O Esmoreit, bi Apolijn, + Dies es leden [270] achtien jaer, + Dat ic quam ghereden daer, + Esmoreit, op die selve stede. + Nu hoert, wat die keitijf dede: + Daer soude hi u seker hebben versmoert, + Hi sprac tot u soe felle woert, + Dat ghi hem sijn rike sout ondergaen. [271] + Ghi moeste hem emmer [272] iet bestaen, + Dat hoerdic wel an sijn ghelaet. [273] + +De jonghelinc: + Meester, vertrect [274] mi alden staet, + Dies biddic u uter maten sere, + Want ic sta al buten kere, [275] + Dat ic die waarheit niet en weet, + Die mijnre moeder dat groete leet + Ende mi dien lachter mocht anedoen. + +De meester: + O Esmoreit, bi Mahoen, + Het heeft ghedaen die selve man. + Bi minen god Tervogan, + Hi soude u hebben ghenomen dlijf, + Want hi vermaets hem, [276] die keitijf; + Ic hoeret ende sprac hem aen + Ende seide hem, het ware quaet ghedaen. + Want hi soude doden den jonghen vooght [277] + Alsoe dat ic u jeghen hem cocht + Om dusent pont van goude roet + +De jonghelinc: + Bi den Here di mi gheboet. [278] + Die ondaet sal ghewroken sijn, + Eer ic sal eten of drincken wijn, + Nu moeti uwen indach [279] doen! + Waer sidi vader, hoghe baroen, + Ende Robberecht die moerdenaer? + +Robbrecht: + Bi den here, dan [280] es niet waer! + Esmoreit, neve mijn, + Ic hebbe oit [281] goet ende ghetrouwe ghesijn, + Ic was noit moerdenaer no [282] verrader. + +De jonghelinc: + Swijt, pute soene [283]! het es noch quader + Die ondaet di ghi hebdt ghewracht. + Hoe quam dat nie [284] in u ghedacht + Te vercopen uwes selfs gheboren bloet, + Ende maket minen vader vroet, [285] + Dat mijn moeder hadde ghedaen? + +Robbrecht: + Daer willic in een crijt [286] voer gaen, + Esmoreit, wel coene wigant, + Es hier enich man int dlant, + Di mi dat wil tien an. [287] + +De meester: + Swijt al stille, quaet tiran! [288] + Ghi soutten hebben doot ghesteken, + En haddi mi niet hoeren spreken, + Daer ic ten aenganghe [289] quam ghereden. + Ic en was nie soe wel te vreden, + Als dat icken jeghen u cochte om gelt. + Ic gaeft u al onghetelt + In een foertsier, [290] was yvorijn; [291] + Noch soude ment vinden in uwe scrijn: + Daer willic onder setten [292] mijn lijf. + +De jonghelinc: + Ay mi, Robberecht, fel keitijf: + Met rechte ic u wel haten mach. + Ghi selt nu hebben uwen doemsdach: [293] + Al die werelt en holpe u niet. + +Robbrecht hanct men hier. + +De jonghelinc noch: + Aldus eest menichwerf ghesciet: + Quade werken comen te quaden loene; + Maer reine herten spannen croene, + Die vol doeghden sijn ende vol trouwen. + Daer omme radic, heren ende vrouwen. + Dat ghi u herte in doeghden stelt, + So wordi in dinde [294] met gode verseilt [295] + Daer boven in den hoghen troene, + Daer die ingelen singhen scoene: + Dies onne [296] ons die hemelsche vader! + Nu seght Amen alle gader. + +AMEN. + +De meester: + God, die neme ons allen in hoede. + Nu hoert, ghi wise ende ghi vroede, + Hier soe moghdi merken ende verstaen, + Hoe Esmoreit ene wrake heeft ghedaen + Over Robbrecht sinen neve al hier te stede. + + Elc blive sittene in sinen vrede, [297] + Niemen en wille thuusweert gaen: + Ene sotheit [298] sal men u spelen gaen, + Die cort sal sijn, doe ic u weten. + Wie honger heeft, hi mach gaen eten, + Ende gaet alle dien graet [299] neder. + Ghenoeghet u, so comt alle mergen weder. + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Haarlem 1887. + +[2] Bij de oorspronkelijke opvoeringen was het tooneel +hoogstwaarschijnlijk in twee helften verdeeld. + +[3] maagd + +[4] hooren + +[5] te voren + +[6] dan kunt ge een wonderlijke zaak vernemen + +[7] schurk + +[8] oer = oor = erfgenaam + +[9] jongen + +[10] verdriet + +[11] die hem + +[12] bewerkte + +[13] heer + +[14] zwijgt + +[15] hoe het + +[16] verwenscht + +[17] geweest + +[18] het leven + +[19] grysaard + +[20] lusthof + +[21] woud, boschrijk land + +[22] Bastaert bliven = verstoken blijven (eig. als een bastaard) + +[23] schiep + +[24] moeite doen + +[25] held, strijder, voornaam persoon + +[26] Damascus + +[27] machtig + +[28] doet mij pijn van verdriet + +[29] neerslachtig + +[30] op den tijd van de metten = vroegdienst in de Katholieke kerk +tegen den ochtend. Let op dat een Mohammedaan over de "metten" spreekt! + +[31] kersten = christen + +[32] tot het Christendom overgaan. + +[33] werd + +[34] Zoo is het + +[35] in de middelned. literatuur in het algemeen benaming voor een +heidensche godheid; van het verschil tusschen Mohammedanen en Heidenen +waren de Middeleeuwers niet wel bewust + +[36] Indien niet wordt gedaan + +[37] voorzorg, behoedzaamheid + +[38] bedenken + +[39] goed van pas + +[40] verbijsterd + +[41] dat ik niet weet wat te doen + +[42] onmiddellijk + +[43] onverwijld + +[44] in handen krijgen + +[45] mijn + +[46] Mohammed, hier een Saraceensche afgod + +[47] gunst + +[48] ik hem + +[49] meen ik + +[50] of ik zal + +[51] macht + +[52] te mijner beschikking + +[53] bedacht + +[54] eigendom + +[55] heiden + +[56] wij hem + +[57] wanen + +[58] vlug + +[59] draalt + +[60] met u mee, in uw bezit + +[61] deze plaats is niet duidelijk: wellicht beteekent het "op de gis" +"in het wilde weg" + +[62] lust + +[63] dierbaar aan + +[64] die hem + +[65] sedert + +[66] stellig + +[67] volkomen + +[68] vertoornd + +[69] wyze van doen + +[70] vertel + +[71] vrees + +[72] voortdurend + +[73] hem dooden + +[74] vanwaar + +[75] ter wille van + +[76] zoodanige + +[77] voor 't verband hier bij te denken: "dat" + +[78] onmiddellijk + +[79] het land der heidenen + +[80] die Balderijs heet, d.i. vermoedelijk Bassora, Z.O. van Bagdad + +[81] Turkije + +[82] ridder + +[83] gewon + +[84] geslacht + +[85] ziedaar + +[86] heet + +[87] bezit + +[88] ontvangen + +[89] geschenk + +[90] opvoeden + +[91] als + +[92] welnu + +[93] verbergen + +[94] vertellen + +[95] na langen tijd + +[96] onstandvastig, hier ongeveer in de beteekenis van: "er is geen +peil op ze te trekken" + +[97] let op "Venus" in de mond van den Saraceen + +[98] aan 't werk ging + +[99] Naar Middeleeuwsche meening een Saraceensche afgod. De naam is +misschien een verbastering van een Grieksche en Latijnsche bijnaam +van Hermes (Mercurius) + +[100] onmiddelijk + +[101] Mohammed (zie bij Mamet vs. 114) + +[102] vondeling + +[103] let op, draag zorg + +[104] voed hem op + +[105] heet + +[106] gezonden + +[107] ooit + +[108] door + +[109] scheuren, breken + +[110] op deze wijze + +[111] geen zier + +[112] of + +[113] heeft den + +[114] kwelling + +[115] vermaard + +[116] tante + +[117] ten opzichte van u + +[118] boosaardig + +[119] = dat ze niet wist dat ik in de nabijheid was + +[120] gewaagde ervan + +[121] zij is op een anderen weg + +[122] ik zou toch + +[123] leven + +[124] in elk geval, volstrekt + +[125] zie vs. 270 + +[126] buiten zichzelf + +[127] zwijg + +[128] verdorven, gestraft + +[129] vrouw van slechten levenswandel + +[130] vermoord + +[131] ooit + +[132] gevangen + +[133] voor mij optreden, vrijpleiten + +[134] onschuld + +[135] zonder wien niets geschiedt + +[136] onverdiend en onschuldig + +[137] genadig + +[138] barmhartig + +[139] boosaardig + +[140] doe mij recht verkrijgen + +[141] kent + +[142] bereid + +[143] pleegt + +[144] slaap + +[145] rust + +[146] bevangen + +[147] toen hem + +[148] in het geheel niet + +[149] hij heeft een fiere, edele, inborst + +[150] dit woord is hier niet zeer begrijpelijk. Moltzer wil er +"kenlijk" voor in de plaats lezen + +[151] geleden + +[152] wel + +[153] liefste + +[154] schoon + +[155] Deed ik het + +[156] waande ik + +[157] van begin tot einde + +[158] wist + +[159] houd het ten goede + +[160] wandelen + +[161] haar, bezitt. voornaamwoord + +[162] te boven komen + +[163] moge + +[164] schande + +[165] of ik... + +[166] onderzoek gedaan + +[167] bij + +[168] oneer + +[169] nooit + +[170] bovendien + +[171] meer dan + +[172] mensch + +[173] gehandeld + +[174] = dat en = dat... niet + +[175] vreugde + +[176] daarvoor moet ik u eeuwig prijzen + +[177] eigenl. zich verheugen, feestvieren; hier behagen scheppen in + +[178] eerst + +[179] gedraald + +[180] deugt + +[181] teweeggebracht + +[182] verdriet + +[183] helaas! + +[184] Of ik.... + +[185] ter wille van (uw) genade = goedheid + +[186] edel + +[187] spoedig + +[188] zult hem + +[189] rondom + +[190] op de "bant" + +[191] verheugd + +[192] bepaald + +[193] "van edelen bloede" + +[194] wanneer ik niet heb... + +[195] zou het hem betaald zetten + +[196] geheel en al + +[197] ligt + +[198] gevangenis + +[199] volgens het handschr. Waarschijnlijk moet er staan: verraderie + +[200] dit alles + +[201] dat en + +[202] draag hem + +[203] stoplap voor 't rijm = voorwaar + +[204] deugd, hier meer in de beteekenis van weldaad + +[205] vreugde + +[206] weet dit + +[207] terstond + +[208] dichtbij + +[209] op het idee bracht + +[210] dralen, toeven + +[211] hier in 't algemeen: edelman + +[212] schiep + +[213] genadig + +[214] verlossen + +[215] want de vreugde is eindeloos groot + +[216] had ik hem + +[217] onmiddellijk + +[218] zeer + +[219] dienaar + +[220] schulden + +[221] uit liefde + +[222] zeer + +[223] verdwenen + +[224] leed + +[225] Mamet (= Mahoen), zie vs. 114 + +[226] eerder + +[227] edele + +[228] ik ze + +[229] kwartieren + +[230] verloor + +[231] die aan het kruis wilde sterven + +[232] nooit kwam voor ... + +[233] misdaad + +[234] of ze + +[235] aan het licht komen + +[236] in 't eind + +[237] doornenkroon + +[238] of hij moest mij ontgaan doordat hij in de aarde wegzonk + +[239] in het gebied der christenen + +[240] ontkomen + +[241] laten varen + +[242] eveneens + +[243] hemel + +[244] kuisch, edel + +[245] dat is zooals het behoort, niet meer dan billijk + +[246] toeven + +[247] verloren + +[248] tegenspoed + +[249] verlaat + +[250] in goeden hoghen = verheugd + +[251] den jongeling zoo bemint + +[252] edel + +[253] pelgrim + +[254] lieve, geliefde + +[255] beter + +[256] ooit + +[257] of ik moest.... + +[258] moeite + +[259] bij de + +[260] hier + +[261] om mijnentwil + +[262] overgeven + +[263] d. i. de kroon + +[264] hier = plan + +[265] bedacht + +[266] ontvangen + +[267] hierheen + +[268] ten opzichte van + +[269] nl. van het hart + +[270] geleden + +[271] afhandig maken + +[272] bepaald + +[273] manier van doen, van spreken + +[274] vertelt + +[275] buiten mij zelf + +[276] durfde + +[277] heer + +[278] schiep + +[279] d.i. endedach = sterfdag + +[280] dat en + +[281] altijd + +[282] noch + +[283] zie vs. 363; de heele uitdrukking = schurk + +[284] ooit + +[285] wijsmaken + +[286] strijdperk (voor een tweegevecht als godsoordeel) + +[287] aantijgen, beschuldigen + +[288] hier: booswicht + +[289] juist van pas, onverwacht + +[290] kist + +[291] van ivoor + +[292] verwedden + +[293] dag des oordeels, hier sterfdag; + +[294] in het einde, d.i. bij uw dood + +[295] d.i. verselt (vergezeld) = vereenigd + +[296] gunne, verleene + +[297] op zijn gemak + +[298] klucht; na een "abel spel" werd een "sotternie" = een klucht, +vertoond + +[299] trap + + + + + + + + + + In de serie Uitgaven van + + KLASSIEKE NEDERLANDSCHE LETTERKUNDE + + zijn op gelijke wijze als dit boekje uitgegeven: + + BEATRIJS + + Het middelneerlandsche gedicht in proza naverteld. + + LANSELOET ENDE SANDERIJN + (Lanseloet van Denemerken.) + + Middeleeuwsch tooneelspel in den oorspronkelijken tekst, met inleiding + en verklarende aanteekeningen. + + UIT HOOFT's LYRIEK + + Bloemlezing met inleiding over den dichter en aanteekeningen. + + De uitgave van deze boekjes is verzorgd door R. J. SPITZ + + Leeraar in de Nederlandsche Taal- en Letterkunde aan de Hoogere + Burgerschool te Apeldoorn. + + Prijs f0.60 per stuk. + + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Een abel spel van Esmoreit, by Various + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN ABEL SPEL VAN ESMOREIT *** + +***** This file should be named 17644-8.txt or 17644-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/1/7/6/4/17644/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
