summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/17644-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:51:34 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:51:34 -0700
commitc6541f1051383ab6d55371757c74b301eb3d643a (patch)
treec6c2000e33ff897bc4a00923ce7e25bf6866c6f5 /17644-8.txt
initial commit of ebook 17644HEADmain
Diffstat (limited to '17644-8.txt')
-rw-r--r--17644-8.txt2475
1 files changed, 2475 insertions, 0 deletions
diff --git a/17644-8.txt b/17644-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..4f89990
--- /dev/null
+++ b/17644-8.txt
@@ -0,0 +1,2475 @@
+The Project Gutenberg EBook of Een abel spel van Esmoreit, by Various
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Een abel spel van Esmoreit
+ Sconics sone van Cecilien
+
+Author: Various
+
+Editor: R. J. Spitz
+
+Release Date: January 31, 2006 [EBook #17644]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN ABEL SPEL VAN ESMOREIT ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ ZONNEBLOEM-BOEKJES. No. 2.
+
+ EEN ABEL SPEL VAN ESMOREIT
+
+ SCONICS SONE VAN CECILIEN.
+
+
+ Ingeleid en van aanteekeningen voorzien
+ door
+
+ R.J. SPITZ.
+
+ Leeraar H.B.S. te Apeldoorn.
+
+
+
+ Tweede, herziene druk.
+
+ Uitgegeven door
+ "De Zonnebloem" te Apeldoorn.
+ 1918.
+
+
+
+
+
+Gedrukt ter drukkerij van de firma JOHs. J.C. VAN DER BURGH te
+Deventer.
+
+
+
+
+
+
+
+
+De hier volgende text van de "Esmoreit" is een publicatie volgens
+het handschrift naar Moltzer's lezing.
+
+Het "Abel Spel van Esmoreit, sconincs sone van Cecilien", is een van de
+Middeleeuwsche tooneelstukken, die te vinden zijn in een handschrift,
+dat te Brussel bewaard wordt en vermoedelijk uit het laatste kwart
+van de XIVe eeuw dagteekent. Dit handschrift bevat "abele" spelen,
+d.w.z. kunstige, vernuftige, ernstige spelen, in tegenstelling met de
+kunstlooze "sotternieën" (kluchten), die zich mede in de verzameling
+bevinden en na de opvoering van een abel spel werden vertoond.
+
+Deze abele spelen met de daarbij behoorende sotternieën
+zijn vermoedelijk opgevoerd door rondtrekkende voordragers:
+sprooksprekers. We kunnen met een aan zekerheid grenzende
+waarschijnlijkheid zeggen, dat we hier te doen hebben met een
+afzonderlijke ontwikkeling van dramatische kunst, die staat
+buiten en los van de groote lijnen waarlangs het moderne drama,
+voortgekomen uit het kerkelijk drama van de Middeleeuwen, zich
+heeft ontwikkeld. Het is hier, bij een uitgave die geenerlei
+wetenschappelijk doel beoogt of zoodanige pretentie heeft, niet de
+plaats, om op deze literair-historische strijdvraag nader in te gaan;
+de belangstellende lezer zij verwezen, o.m. naar het helder betoog van
+Dr. J. te Winkel in zijn "Geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde"
+(Deel I, blz. 530-538). [1]
+
+Zooals boven gezegd werd, deze uitgave heeft geenerlei
+wetenschappelijke pretentie; vandaar dan ook dat de aanteekeningen
+bij de text, zich van alle philologische geleerdheid onthouden en
+zich bepalen tot het geven van de noodzakelijke verklaringen.
+
+Wat ons dan bewogen heeft, naast de meerdere voortreffelijke
+wetenschappelijke uitgaven, die er van de Esmoreit bestaan, deze
+publicatie te ondernemen?
+
+Het antwoord zij, dat wij meenden, dat er voor een uitgave in
+smakelijken, prettigen vorm van dit stukje eigenaardige Middeleeuwsche
+cultuur nog wel plaats was. Hoe kunstloos en psychologisch-naïef de
+verwikkeling en personen-teekening ook moge zijn, het stuk heeft met
+z'n prettig- en vlot-klinkende, sappige, kleur- en schakeering-rijke
+dialoog zeker genoeg kunstwaarde om ons modernen te bekoren, hetgeen
+meerdere opvoeringen van de laatste jaren hebben bewezen. Ook
+als cultuur-historisch document heeft het stuk groote waarde;
+al was het maar alleen om te bewijzen hoe veel meer fantazie de
+doorsnêe-Middeleeuwer had, dan wij critische, moderne menschen. Zoo
+zou op een modern schouwburg-publiek het voortdurend wisselen van
+de plaats-van-handeling (Sicilië--Damascus; in de text is de plaats
+telkens door den bewerker aangegeven. [2] heel wat storender werken
+dan het op den Middeleeuwschen toeschouwer zal hebben gedaan.
+
+Nog een enkel woord van toelichting voor den lezer, die niet gewoon
+is Middelnederlandsch te lezen. De teekens _oe_ wordt uitgesproken
+als _oo_, _ae_ als _aa_, _ue_ als _uu_, _ij_ als _ie_; tevens zij er
+op gewezen dat in het Middelnederlandsch werkwoord en voornaamwoord
+veelal nauw verbonden worden. Zoo beteekent bijv. _voerene_, voeren
+hem; _eest_, is het; _salne_, zal hem; waar deze vormen tot groote
+onduidelijkheid aanleiding zouden kunnen geven, zijn ze in de
+aanteekeningen verklaard.
+
+R.J. SPITZ.
+
+Apeldoorn, November 1916.
+
+
+
+BIJ DEN TWEEDEN DRUK.
+
+De text is nog eerst nauwkeurig nagezien en van enkele storende
+fouten gezuiverd. Bij de aanteekeningen is van enkele opmerkingen
+van belangstellende collega's dankbaar gebruik gemaakt.
+
+S.
+
+Apeldoorn, Januari 1918.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+PERSONEN.
+
+
+ De proloog.
+ De koning van Sicilië.
+ De koningin.
+ Esmoreit, hun zoon.
+ Robbrecht, neef van den koning.
+ De koning van Damascus.
+ Damiët, zijn dochter.
+ Meester Platus.
+
+
+
+
+
+De Proloog:
+ God die van der maghet [3] was gheboren,
+ Om dat hi niet en woude laten verloren,
+ Dat hi met sinen handen hadde ghemaect,
+ So woude hi al moeder naect
+ Die doet sterven in rechter trouwen.
+ Nu biddic u, heren ende vrouwen,
+ Dat ghi wilt swighen ende hoeren [4].
+ Het was een coninc hier te voeren [5],
+ In Cecilien was hi gheseten--
+ Verstaet, so moghdi wonder weten [6]--
+ Ende ghecreech een kint bi sijn wijf;
+ Maer bi hem hielt hi enen keitijf [7],
+ Sijns broeder sone, hiet Robbrecht,
+ Die dat conincrike na recht
+ Alte male soude hebben verworven,
+ Hadde die coninc sonder oer [8] ghestorven.
+ Maer nu wert daer een cnecht [9] gheboren,
+ Dies Robbrecht hadde groten toren [10]
+ Ende int herte groten nijt.
+ Nu seldi hier sien in corter tijt,
+ Wat dat den jonghelinc ghesciet,
+ Ende hoe dat hem Robbrecht bracht in swer verdriet.
+ Ende enen Sarrasijn heft vercocht,
+ Ende in groten ellende brocht,
+ Ende oec die moeder, diene [11] droech,
+ Dat si daer na noit en loech
+ in twintich jaren, daer si lach
+ Ende noit soine noch mane en sach:
+ Dat beriet [12] her [13] Robbrecht al.
+ Nu swijt [14] ende merct hoet [15] beghinnen sal.
+
+OP SICILIË.
+
+Robbrecht:
+ Ay mi! ay mi der leider [16] gheboert,
+ Die hier nu es comen voert,
+ Van Esmoreit den neve mijn.
+ Ic waende wel coninc hebben ghesijn [17]
+ Als mijn oem hadde ghelaten dlijf [18],
+ Nu heeft hi al bi sijn wijf
+ Een kint ghecreghen, die oude viliaert [19].
+ O Cecilien, edel bogaert [20],
+ Edel foreest, [21] edel rijc!
+ Ic moet bliven ewelijc,
+ Edel foreest, van di bastaert [22]:
+ Dies mijn herte alsoe beswaert,
+ Dat mi inbringhen sal de doet;
+ Maer bi den here die mi gheboet [23],
+ Ic sal daer omme pinen [24] nacht ende dach,
+ Hoe ic dat wecht verderven mach;
+ Ic saelt versmoren oft verdrincken:
+ Daar salic nacht ende dach om dincken,
+ Al soudic daer omme liden pijn.
+ Ic sal noch selve de coninc sijn
+ Van Cecilien, den hoghen lande.
+ Ic sal oec pinen om haer scande,
+ Der coninghinne, mijns oems wijf,
+ Dat hi nemmermeer sijn lijf
+ Met haer en sal delen, die wigant [25].
+ Aldus so sal mi bliven dlant,
+ Machic volbringhen dese dinc.
+
+IN DAMASCUS.
+
+Meester:
+ Waer sidi, hoghe gheboren coninc
+ Van Damast [26], gheweldich [27] heer?
+ Mijn herte es mi van rouwen seer [28],
+ Van saken, die ic hebbe ghesien.
+
+De coninc:
+ Platus meester, wat sal gescien,
+ Daer ghi aldus om tachter [29] sijt?
+
+Meester:
+ Her coninc, te nacht, te metten tijt [30]
+ Was ic daer buten opdat velt.
+ Daer sach ic die locht alsoe ghestelt
+ Ende die planeten ant fiermament,
+ Dat in kerstenrijc [31] een kint
+ Gheboren es van hogher weerde,
+ Dat u sal doeden metten sweerde.
+ Her coninc here, ende nemen dlijf,
+ Ende u dochter sal sijn sijn wijf,
+ Ende kerstenheit sal si ontfaen [32].
+
+De coninc:
+ Meester, nu doet mi verstaen,
+ Wanneer soe was dat kint gheboren?
+
+Meester:
+ Te nacht, her coninc, als ghi mocht horen,
+ Soe wort [33] gheboren dat jonghelinc.
+ Syn vader es een hoghe coninc
+ Van Cecilien in kerstenlant.
+
+De coninc:
+ Meester, nu so doet mi bekant,
+ Selen dese saken moeten sijn?
+
+Meester:
+ Jaes, [34] her coninc, bi Apolijn! [35]
+ Ofte en doe [36] cracht van groter hoeden [37]
+ Maer wildi werken na den vroeden
+ Ic sal u enen raet visieren [38]
+ Hoe ende in wat manieren
+ Dat ghi selt bliven in uwen staet;
+ Want enen goeden scarpen raet
+ Waer hier goet toe gheoerdeneert. [39]
+
+De coninc:
+ Ay, nu so benic ghescofeert! [40]
+ Van der saken, die ghi mi telt,
+ Es mijn herte alsoe ontstelt,
+ Dat ic mi niet gheraden en can; [41]
+ Maer ghi sijt soe wisen man,
+ Platus, meester, lieve vrient,
+ Ende hebdi mi langhe met trouwen ghedient,
+ Ende meneghen wisen raet ghegheven,
+ Dat ic in eren altoes ben bleven;
+ Nu biddic u, meester ghetrouwe ende goet,
+ Dat ghi al metter spoet
+ Wilt hulpen vinden enen raet.
+ So dat ic blive in minen staet
+ Ende van den jonghelinc onghequelt,
+ Daer ghi mi dus vele af telt,
+ Dat ic sijns mach wesen vri.
+
+Meester:
+ Her coninc here, soe hoert na mi,
+ Edel baroen, edel wigant:
+ Ghi selt mi gheve alte hant [42]
+ Enen scat met mi te voeren,
+ Ende ic zal in corten uren
+ Daer waert riden onghespaert. [43]
+ Den jonghelinc van hogher aert
+ Sal ic ghecrighen [44] met miere [45] const.
+ Ik bidde Mamette [46] om sine onst, [47]
+ Dat icken [48] ghewinnen moet met eren;
+ Want nemmermeer en menic [49] te keren,
+ Ic salne [50] u bringhen in uwer ghewout. [51]
+ Daer omne seldi mi selver ende gout,
+ Her coninc, gheven in miere ghewelt. [52]
+ Ic salne stelen of copen om ghelt
+ Ofte ghecrighen met enegher list:
+ Aldus hebbic den raet gheghist, [53]
+ Dan sal hi u vri eighen [54] sijn,
+ Hi sal werden een goet payijn, [55]
+ Na onser wet selen wine [56] leren:
+ Aldus soe seldi bliven in eren,
+ Hi sal wenen, [57] dat ghi sijn vader sijt.
+ Nu lichtelijc, [58] het is meer dan tijt.
+ Ic wil gaen varen metter spoet.
+
+Deconinc:
+ Platus meester, desen raet es goet.
+ Gaet henen ende haast u metter vaert,
+ Ic wille dat ghi niet en spaert. [59]
+ Nemt scats ghenoech in uwer ghewelt [60]
+ Metter ghisschen [61] onghetelt,
+ Ende brinct mi den jonghelinc:
+ Dies biddic u boven alle dinc,
+ Ende en spaert daer ane ghenen cost,
+ Want ic hebben soe groten lost, [62]
+ Dat ic den jonghelinc soude beschouwen.
+
+Meester:
+ Her coninc here, in rechter trouwen!
+ Ic sal daer omme pinen dach ende nacht.
+
+OP SICILIË.
+
+Robbrecht:
+ En trouwen! ic hebbe soe langhe ghewacht,
+ Dat ic ghecreghen hebbe mijn begheert.
+ Dese jonghelinc die es soe weert
+ Met minen [63] oem den ouden grisen
+ Ende metter moeder, dien [64] soe prisen,
+ Dat si nie scoender kint en saghen;
+ Dese blisscap sal ic hen verjaghen,
+ Want het gheeft mynder herten pijn,
+ Vermalendijdt moetstu sijn
+ Ende die u oec ter wereld bracht!
+ Want ic nie sent, [65] dach noch nacht,
+ Blisscap int herte en conde ghewinnen.
+ Al souden si beide daer omme ontsinnen,
+ Dijn lijf dat heeftu nu verloren:
+ Ic sal di in enen put versmoren
+ Ofte sterven doen een ergher doet.
+
+Meester:
+ O vrient, dat ware jammer groet:
+ Het dunct mi sijn soe scone kint.
+ Ghi sijt emmer [66] te male [67] ontsint,
+ Dat ghi wilt doden dese jonge gheboert;
+ Maer ghi sijt daer op ghestoert, [68]
+ Dat hoeric wel ane uwe ghelaet. [69]
+ Ic bidde u, vertrect [70] mi uwen staet,
+ Waer omue sidi daer op soe gram?
+
+Robbrecht:
+ Vrient, doen hi ter wereld quam
+ Ende van siere moeder wert gheboren,
+ Quam mi in minen slape te voren,
+ Dat hi mi nemen soude mijn leven:
+ Dies benic in sorghen [71] bleven,
+ Dat ic noit sent en conste gheduren,
+ Ende ic hebbe ghewacht van uren turen, [72]
+ Ende hebbe ghestolen der moeder sijn,
+ Ic meine dat ic nu sinen fijn
+ Doen sal, [73] eer hi mi ontgaet.
+
+Meester:
+ Vrient, ic sal u beteren raet
+ Gheven, wildi na mi hoeren.
+ Secht mi: wanen [74] es hi gheboren?
+ Dies biddic u doer [75] Apolijn.
+ Hi mochte van selker [76] gheboerten sijn, [77]
+ Ic salne copen alte hande! [78]
+ Ende voerene met mi uten lande
+ In heydenesse, [79] des sijt wijs,
+ In ene stat, het Balderijs, [80]
+ Die doer Torkien [81] en gheleghen.
+
+Robbrecht:
+ Vrient, wildi den jonghen deghen [82]
+ Copen, ic sal u segghen dan,
+ Wiene droech; ende diene wan, [83]
+ Sal ic u segghen alte gader:
+ Die coninc van Cecilien es sijn vader.
+ Een wigant hoghe gheboren,
+ Ende sijn moeder, als ghi moghet hoeren.
+ Es conincs dochter van Hongherien.
+
+Meester:
+ Vrient, es hi van dier partien. [84]
+ So es die jonghelinc mijn gherief,
+ Ic salne copen, eest u lief.
+ Nu sprect op, hoe gheefdine mi?
+
+Robbrecht:
+ Vrient, dies moghdi wesen vri.
+ Om dusent pont van goude ghetelt.
+
+Meester:
+ Houdt, [85] vrient, daer es ghelt,
+ Ende gheeft mi den jonghelinc;
+ Maer berecht mi ene dinc:
+ Hoe es sijn name, doet mi bekant.
+
+Robbrecht:
+ Esmoreyt het [86] die jonghe wigant,
+ Al soe es die name sijn.
+
+Meester:
+ Soe sal hi ewelijc payijn
+ Bliven, dies moghdi wesen vroet;
+ Mamet di mi bewaren moet,
+ Ende ic vare wech met minen gast.
+
+Robbrecht:
+ En trouwen! nu es mijn herte ontlast
+ Van dies ic stont in groter sorghen;
+ Want ewelijc blijft hi verborghen
+ In heydenesse, dies benic wijs;
+ Want die stede van Balderijs
+ Leghet doer Torkien in verren lande.
+ God die moet hem gheven scande!
+ Hoe sere hadde hi mi ontstelt!
+ Nu willic gaen ende doen dit gelt
+ Heimelijc in miere ghewout, [87]
+ Want het es al edel gout.
+ Al en bleve mi nemmermeer
+ Dlantscap, nochtan waric een heer
+ Met desen ghelde, dat ic hebbe ontfaen. [88]
+ Ic hebt na minen wille wel ghedaen,
+ Want ooc sal mi nu bliven dlant.
+
+Meester:
+ Waer sidi, hoghe gheborne wigant,
+ Van Damast gheweldich coninc?
+ Nu comt ende siet den jonghelinc,
+ Die gheboren es van edelen bloede.
+
+De coninc:
+ Nu en was mi nie soe wel te moede,
+ Alst es van desen hoghen prosent. [89]
+ Ic salne ophouden [90] voor [91] mijn kint;
+ Mine dochter salicken bevelen.
+
+Meester:
+ Wattan! [92] her coninc, ghi selt helen [93]
+ Voor uwe dochter al gader,
+ Wie sijn moeder es ende sijn vader:
+ Dat en seldi haer vertrecken [94] niet,
+ Want u mochte daer af verdriet
+ Comen hier namaels over lanc; [95]
+ Want vrouwen sijn van herten wanc. [96]
+ Seidi hare sijn hoghe gheslachte,
+ Ende dan Venus [97] in haer wrachte, [98]
+ Ende worde minnende den jongen man
+ Soe mochte si hem segghen dan,
+ Hoe dat hi ware comen hier;
+ Want, her coninc, der minnen vier
+ Mochte in uwer dochter openbaren,
+ Als hi ware comen te sinen jaren.
+ Daer omme en secht haer ghene dinc,
+ Dan dat hi es een vondelinc;
+ Te min so salder haer gheligghen an.
+
+De coninc:
+ Platus, Platus, bi Tervogant [99]
+ Het dunct mi goet dat ghi mi segt.
+ Laet ons dit ewelijc ghedect
+ Sijn, dese sake, voor die dochter mijn
+ So machics in vreden sijn.--
+
+ Waer sidi, dochter Damiet?
+ Comt tot mi onghelet, [100]
+ Ic moet u spreken, bi Mahoen! [101]
+
+Damiet:
+ Vader, dat willic gherne doen.
+ Nu secht mi wats uw ghebot?
+
+De coninc:
+ Damiet, bi minen god,
+ Anesiet hier desen roeden mont,
+ Desen jonghelinc, dit es een vont; [102]
+ Mamet heeften mi verleent.
+ Ic hoerden daer hi hadde gheweent;
+ Daer ic in die boegaert wandelen ginc,
+ Daer vandic desen jonghelinc
+ Onder enen cederenboem.
+ Damiet, nu nemes goem, [103]
+ Ende houtten op [104] als uwen broeder;
+ Ghi moet sijn suster ende moeder.
+ Esmoreyt heyt [105] dese jonghen man.
+
+Damiet:
+ Vader, here, bi Tervogant
+ Noit en sach ic scoender kint.
+ Heeften ons Mamet ghesent, [106]
+ Dies willic hem danken ende Apolijn;
+ Ic wil gherne suster ende moeder sijn.
+ U uutvercoren jonghe figuere!
+ Du best die scoenste creature,
+ Die ie met oghen nie [107] ghesach.
+ Met rechten ic Mamet danken mach.
+ Dat ic sal hebben enen broeder:
+ Ic wil gherne sijn suster ende moeder.
+ O Esmoreyt, wel scoene jonghelinc,
+ Hoe sere verwondert mi dese dinc,
+ Dat ghi waert vonden sonder hoede;
+ Want ghi dunct mi van edelen bloede
+ Bi [108] de ghewaden, die ghi hebt an
+ Nu comt met mi, wel scoene man,
+ Ic sal u als minen broeder doen.
+
+OP SICILIË.
+
+De kersten coninc:
+ Waer sidi, Robberecht, neve coen?
+ Comt tot mi, ic moet u spreken.
+ Mi dunct dat mi mijn herte sal breken
+ Van groten rouwe, die mi gaet an.
+
+Robbrecht:
+ Ay oem, hoghe gheboren man,
+ Waer bi sidi aldus ontstelt?
+
+De kersten coninc:
+ Van rouwen benic alsoe ghequelt,
+ Ic duchte dat mi mijn herte sal scoeren: [109]
+ Myn scoene kint hebbic verloren,
+ Esmoreyt den sone mijn!
+ Ay, ic en mochte niet droever sijn!
+ Al haddic verloren in dier ghelijc [110]
+ Mijn goet ende oec mijn conincrijc,
+ Daer omme en woudic droeven twint, [111]
+ Haddic behouden mijn scoene kint.
+ Ay mi! ay mi! den bitteren rouwe
+ Die ic nu lide ende oec mijn vrouwe!--
+ Ic duchte het sal mi costen dlijf,
+ Ochte [112] mijn vrouwe, dat edel wijf;
+ Si heeften [113] rouwe int herte soe groet,
+ Mi dunct, ic ware mi liever doet,
+ Dan ic soude liden dit torment. [114]
+
+Robbrecht:
+ Ay! edel oem, wide bekint, [115]
+ Nu en wilt u aldus niet mesbaren!
+ Ic weet wel hoe daer es ghevaren;
+ Al drijft mijn moeye [116] den rouwe so groet,
+ Sine heeft daer af ghene noet:
+ Dat weet ic te voren wel.
+ Haer herte dat es tuwaert [117] fel [118],
+ Om dat ghi out sijt van daghen:
+ Ic hebt haer dicwel hoeren claghen.
+ Dat si van mi niet en wijst. [119]
+ Ic duchte, si u noch met hare list,
+ Her coninc oem, sal nemen dleven.
+ Si sal u seker noch vergheven.
+ Dat weet ic te voren wale.
+ Ic hebbe soe menichwerf haer tale
+ Gehoert in heimeliker stont,
+ Nochtan en ghewoeghs [120] nie mijn mont
+ Meer dan nu te deser ure.
+ Ic weet wel, si heeft die creatuere
+ Selve ter doet brocht,
+ Want si u noit wel en mocht,
+ Om dat ghi hebt enen grauwen baert.
+ Si es op ene ander vaert, [121]
+ Si mint seker enen jonghen man.
+
+De kersten coninc:
+ Bi den vader die mi ghewan!
+ Robbrecht neve, wistic dat,
+ Haer en soude ghehulpen bede no scat,
+ Ic en [122] soudse doeden, dat felle wijf!
+
+Robbrecht:
+ Oem, daer settic vore mijn lijf, [123]
+ Dat ic u segghe, en eest niet waer.
+ Ic hebt gheweten over menech jaer,
+ Dat si u niet en es van herten vrient.
+
+De kersten coninc:
+ O wi! ende waer hebbic dies verdient?
+ Met rechte ic dat wel claghen mach.
+ Mi dochte dat ic enen inghel sach,
+ Als ic anesach haer edel lijf,
+ Ende es so wreet dat felle wijf?
+ Seker, neve, dat wondert mi.
+ Nu gaet henen ende haeltse mi.
+ Ic moetse emmer [124] spreken hoeren.
+
+Robbrecht:
+ Waer sidi, vrouwe hoghe gheboren?
+ Comt toten coninc minen oem!
+ Och edel vrouwe, nemt sijns goem, [125]
+ Want hi staet al buten kere. [126]
+
+De vrouwe:
+ Ay her coninc, edel here!
+ Wie sal ons nu hulpen claghen
+ Den bitteren rouwe die wi draghen,
+ Dat wi hebben verloren ons kint?
+
+De kersten coninc:
+ Swijt, [127] van gode so moetti sijn ghescint, [128]
+ Felle pute, [129] quade vrouwe!
+ Al den druc ende den rouwe
+ Dat hebbi mi alte male ghedaen,
+ Dat sal u te quade vergaen;
+ Want ict algader hebbe vernomen,
+ Hoe die saken toe sijn comen:
+ Ghi hebt die moert allene ghewracht,
+ Mijn scone kint hebbi versmacht: [130]
+ Dat sal u seker costen dlijf.
+ Ghi sijt wel dat quaeste wijf.
+ Die nie [131] ter wereld lijf ontfinc.
+
+De vrouwe:
+ Och edel here, edel coninc,
+ Hoe soudic dat vinden in mijn herte.
+ Dat ic hem doen soude eneghe smerte,
+ Die ic te mijnder herten droeeh?
+
+De kersten coninc:
+ Swijt, quade vrouwe! hets genoech;
+ Gesproken, ic en wils nemmeer hoeren;
+ Ic sal u in enen put versmoren.
+ Robbrecht, leitse mi ghevaen! [132]
+
+De vrouwe:
+ God, die hem ane ene cruce liet slaen,
+ Die so moet mi nu verdinghen [133]
+ Ende te mijnder onscout [134] bringhen,
+ Want ic hier af niet en weet.
+
+Robbrecht:
+ Seker, vrouwe, hets mi leet.
+
+De vrouwe:
+ Ay God! ontfermt u dit swaer torment,
+ Daer ic in ben, want ic hebbe mijn kint
+ Verloren ende men tijcht mi ane die daet.
+ Ay gheweldich god, daer al an staet, [135]
+ Ghi waert sonder verdiente ende sonder scout [136]
+ Vaste ghenaghelt ane ene hout,
+ Oetmoedech [137] God, met naghelen dri,
+ Ontfermhertich [138] God, nu biddic di.
+ Dat die waerheit nog werde vernomen,
+ Ende ic te mijnder onscout moet comen;
+ Dies biddic u, hemelsche coninghinne!
+ Ay, sal ic nu in minen sinne
+ Bliven, dat sal wonder sijn.
+ Ay god, wie heeft sijn venijn
+ Aldus swaerlike [139] op mi ghescoten?
+ Ay god! uut u so comt gevloten
+ Alle rech; ende alle waerheit;
+ Nu hulpt mi noch te minen besceit, [140]
+ Dat ic onsculdih moet vonden sijn.
+
+IN DAMASCUS.
+
+(Achttien jaren later.)
+
+De jonghelinc:
+ O Tervogant ende Apolijn!
+ Hoe mach mijn suster, dat edel wijf,
+ Ghehebben also reine lijf,
+ Dat si ghenen man en mint,
+ Noch in heydenesse ne genen en kint, [141]
+ Die si woude hebben tot enen man!
+ Bi minen god Tervogan,
+ Si heeft emmer een edel natuere,
+ Ofte si mint ene creatuere
+ Heimelike, daer ic niet af weet;
+ Want si en es emmer niet bereet [142]
+ Tot enegh man die nu leeft.
+ Ic waent, haer Mamet al ingheeft,
+ Dat si heeft so edele aert.
+ Dit es mijnder liever suster bogaert;
+ Hier plecht [143] haar wandelinghe te sijn.
+ Bi minen god Apolijn,
+ Ic wilder mi ooc in vermeiden gaen,
+ Want die vaec [144] comt mi aen;
+ Ic wil hier slapen ende nemen rast. [145]
+
+De jonghe joncvrouwe Damiet:
+ Ay mi! ay mi, hoe groten last
+ Dragic al stille int herte binnen!
+ Ic ben bevaen [146] met sterker minnen,
+ Die ic heimelijc in mijn herte draghe.
+ O Apolijn! ic u dat claghe.
+ Dat mijn herte enen man soe mint,
+ Nochtan dat sijs niet en kint
+ Sijn gheboerte noch sijn geslacht;
+ Maer het doet der minnen cracht,
+ Si heeft mi vast in haren bant.
+ Ay, doene [147] mijn vader vant
+ Ende bracht mi den jonghelinc,
+ Ende gaffen mi als vondelinc,
+ Dat ic soude sijn suster ende moeder:
+ Hi waent dat hi es mijn broeder,
+ Maer hi en bestaet mi twinst; [148]
+ Nochtans hebbickene ghemint
+ Boven alle creatueren;
+ Want hi es edel van natueren
+ Ende oec van enen hoghen moede; [149]
+ Hi es coenlijc [150] van edelen bloede;
+ Al was hi te vondelinghe gheleit,
+ Mijn herte mi van binnen seit
+ Dat hi es hoghe gheboren.
+ O Esmoreit uutvercoren,
+ Edel ende vroem, scone wigant,
+ Doen u mijn lieven vader vant,
+ Dies es leden [151] bi ghetale
+ Achttien jaer, dat weet ie wale, [152]
+ Hebdi gheweest mijn minnekijn. [153]
+ O uutvoren deghen fijn, [154]
+ Ewelijc blivic in dit verdriet;
+ Want ic en wils u ghewaghen niet;
+ Dadict, [155] mijn vader name mi dlijf.
+
+De jonghelinc:
+ O uutvercoren edel wijf,
+ benic dan een vondelinc?
+ Ic waende mijn here de coninc,
+ Edel wijf, hadde ghesijn mijn vader,
+ Ende ghi mijn suster, dat wendic [156] al gader
+ Ende beide gheweest van enen bloede,
+ Ay! mi es nu alsoe wee te moede!
+ Bi minen gode Tervogan,
+ Ic ben wel die druefste man,
+ Die nie ter werelt lijf ontfinc.
+ Ay mi! benic dan een vondelinc,
+ Op erde nie droever man en waert.
+ Ic waende sijn van hogher aert,
+ Maer mi dunct ic ben een vont.
+ Nu biddic u, edel roede mont,
+ Dat ghi mi al gader segt
+ Van inde toerde [157] ende al ontdect,
+ Hoe dat mi uw vader vant.
+
+De jonghe joncfrou Damiet:
+ O Esmoreit, wel scoene wigant,
+ Nu ben ic wel alsoe droeve als ghi.
+ Ik en wijst [158] niet dat ghi mi waert so bi,
+ Doen ic sprac die droeve tale.
+ O edel wigant, nu nemet wale [159]:
+ Het quam mi uut grooter minnen vloet.
+
+De jonghelinc:
+ O edel wijf, nu maect mi vroet,
+ Hoe die saken comen sijn.
+ Ic plach te segghen "suster mijn",
+ Maer dat moetic nu verkeeren;
+ Enen anderen sanc moetic nu leren,
+ Edel wijf, ende spreken u an
+ Ghelijc enen vremden man.
+ Nochtan so moetic ewelijc bliven
+ U vrient ende ghetrouwe boven alle wiven,
+ Die op der erden sijn gheboren.
+ Och edel wijf, nu laat mi hoeren
+ Ende seght mi, waer ic vonden waert.
+
+De jonghe joncfrou Damiet:
+ Och edel jonghelinc van hogher aert,
+ Na dien dat ghi hebt ghehoert,
+ So willict u vertrecken voert,
+ Waer dat u mijn vader vant:
+ In sinen boegaert, scoene wigant,
+ Daer hi hem verwandelen [160] ghinc.
+
+De jonghelinc:
+ Och edel wijf, berecht mi ene dinc:
+ En hoerdi daer na noit ghewaghen
+ Vrouwe oft joncfrou in horen [161] claghen,
+ Dat iement een kint hadde verloren?
+
+De jonghe joncfrou Damiet:
+ O edel jonghelinc uutvercoren
+ Daer af en hebbic niet ghehoert.
+
+De jonghelinc:
+ Ay! so ben ic van cleinder gheboert.
+ Dat duchtic, oft uut verren lande.
+ Mamet laete mi noch die scande
+ Verwinnen [162] dat ie weten moet [163]
+ Wie mi desen lachter [164] doet,
+ Dat ic te vondelinghe was bracht.
+ Nu en willic nemmer van enen nacht
+ Ten anderen verbeiden, ic [165] en hebbe vernomen [166]
+ Van wat gheslachte dat ic ben comen,
+ Ende wie dat mijn vader si.
+
+De jonghe joncfrou Damiet:
+ O Esmoreit, nu blijft bi mi!
+ Ic bits u in [167] die ere van allen vrouwen.
+ Storve mijn vader, ic soude u trouwen,
+ Edel wigant, tot enen man:
+ Esmoreit, so mogdi dan
+ Sijn van Damast gheweldich here.
+
+De jonghelinc:
+ O edel vrouwe, die onnere [168]
+ En sal u nemmermeer [169] gescien;
+ Dien lachter moet verre van u vlien,
+ Dat ghi sout nemen enen vondelinc.
+ Uw vader es een hoghe coninc,
+ Ende daer toe [170] sidi soe scoene.
+ Ghi moecht met rechten draghen croene,
+ Voer [171] elken man [172] die nu leeft.
+ Mijn herte van groten scaemde beeft,
+ Dat ic al dus hebbe ghevaren. [173]
+
+De jonghe joncfrou Damiet:
+ O Esmoreit, laet u mesbaren!
+ Dies biddic u, edel wigant.
+ Al waest dat u mijn vader vant,
+ Dan [174] werd u nemmermeer verweten.
+ Met groten vrouden [175] onghemeten
+ Selen wi leven, ic ende ghi.
+
+De jonghelinc:
+ O edel wijf, dies moetic mi
+ Ewelijc van u beloven; [176]
+ Maer nemmermeer en willic hoven [177]
+ Met eneghen wive die nu leeft
+ Ofte die de werelt binnen heeft,
+ Ic en sal tierst, [178] bi Tervogan,
+ Den vader kinnen, die mi wan,
+ Ende oec die moeder, die mi droech.
+ O roede mont, ic hebbe ghenoech
+ Hier ghelet [179] ic wille gaen varen.
+
+De jonghe joncfrou Damiet:
+ O wi! nu machic wel mesbaren;
+ Ic blive alle in dit verdriet.
+ Vele spreken en doech [180] emmer niet,
+ Dat so hebbic ondervonden;
+ Vele spreken heeft in meneghen stonden
+ Dicwile beraden [181] toren; [182]
+ Bi vele spreken es die menege verloren,
+ Haddic gheswegen al stillekijn,
+ Soe haddic in vrouden moghen sijn.
+ Bi Esmoreit al mijn leven,
+ Dien ic met spreken hebbe verdreven.
+ Met rechte machic roepen: "olas! [183]
+ O wi, dat ic niet stom en was,
+ Doen ic sprac dit droeve woert."
+
+De jonghelinc:
+ O edel wijf, nu willic voert.
+ Mamet beware u reine lijf!
+ Nu biddic u, wel edel wijf,
+ Groet mi den coninc minen here.
+ Want ic en sal keren nemmermere,
+ Ic en [184] hebbe vonden mijn geslacht
+ Ende ooc den ghenen die mi bracht,
+ Daer ic te vondelinghe was gheleit.
+
+De jonghe joncfrou Damiet:
+ O scoene jonghelinc Esmoreit,
+ Nu biddic u doer oetmoet, [185]
+ Als ghi van uwer saken sijt vroet,
+ Dat ghi dan wederkeert tot mi.
+
+De jonghelinc:
+ O scone joncfrouwe van herten vri, [186]
+ Dan salic laten nemmermeer,
+ Ic en sal met enen corten keer, [187]
+ Edel wijf, tot u comen,
+ Als ic die waerheit hebbe vernomen,
+ Bi minen god Tervogant.
+
+De jonghe joncfrou Damiet:
+ O Esmoreit, nemet desen bant:
+ Hier in soe waerdi ghewonden,
+ Esmoreit, doen ghi waert vonden;
+ Edel jonghelinc, dies gheloeft.
+ Ghi selten [188] winden omtrent [189] u hoeft
+ Ende voerten alsoe openbaer
+ Op aventuere, of iement waer,
+ Die u kinnen mochte daer an,
+ Ende peinst om mi, wel scoene man,
+ Want ic blive in groter sorghen.
+
+OP SICILIË.
+
+De jonghelinc:
+ Mijn god, die niet en es verborghen,
+ Die moet nu mijn troester sijn!
+ O Mamet ende Appolijn,
+ Mahoen ende Tervogan,
+ Dese scoene wapen die hier staen an, [190]
+ Mochten si toe behoren mi,
+ Soe waer ic int herte wel vri [191]
+ Dat ic ware van edelen bloede.
+ Mi es emmer [192] also te moede,
+ Om dat ic lach daer in ghewonden,
+ Doen ic te vondelinghe was vonden;
+ Ic bender seker af [193] gheboren:
+ Mijn herte seghet mi te voren,
+ Want ic daer in ghewonden lach.
+ Ic nemmermeer vroude ghewinnen en mach.
+ Ic en [194] hebbe vonden mijn gheslachte,
+ Ende die mi oec te vondelinghe brachte.
+ Ic souts hem danken, [195] bi Apolijn!
+ Ay! mochtic noch vader ende moeder mijn
+ Scouwen, so waer mi therte verclaert;
+ Ende waren si dan van hogher aert.
+ So waer ic te male [196] van sorgen vri,
+
+Sine moeder:
+ O edel jonghelinc, nu comt tot mi
+ Ende sprect tegen mi een woert,
+ Want ic hebbe u van verre ghehoert
+ Jammerlijc claghen u verdriet.
+
+De jonghelinc:
+ O scoene vrouwe, wats u ghesciet,
+ Dat ghi aldus lict [197] in dit prisoen? [198]
+
+Sine moeder:
+ O edel jonghelinc van herten coen,
+ Aldus moetic liggen ghevaen,
+ Nochtan en hebbic niet mesdaen,
+ Want mi verraderen [199] al [200] doet.
+ O scoene kint, nu maect mi vroet,
+ Hoe sidi comen in dit lant.
+ Ende wie gaf u dien bant?
+ Berecht mi dat, wel scoene jonchere.
+
+De jonghelinc:
+ Bi Mamet minen here.
+ Vrouwe, dan [201] sal ic u weigheren niet.
+ Wi mochen mallec anderen ons verdriet
+ Claghen, want ghi sijt ghevaen;
+ Ende groet verdriet es mi ghedaen;
+ Want ic te vondelinghe was gheleit,
+ Ende desen bant in gherechter waerheit
+ Daer so lach ic in ghewonden,
+ Lieve vrouwe, doen ic was vonden,
+ Ende voeren [202] aldus openbaer.
+ Op aventuere, of iement waer,
+ Die mi kinnen mochte daer an.
+
+Sine moeder:
+ Nu seght mi, wel scone man,
+ Wetti iet, waer ghi vonden waert?
+
+De jonghelinc:
+ O lieve vrouwe, in enen bogaert
+ Te Damast in ware dinc, [203]
+ Daer so vant mi di coninc,
+ Di mi op ghehouden heeft.
+
+ Ay god, die alle doeghden [204] gheeft,
+ Die moet sijn ghebenedijt!
+ Van herten benic nu verblijdt
+ Dat ic gheleeft hebbe den dach,
+ Dat ic mijn kint anescouwen mach.
+ Mijn herten mochte wel van vrouden [205] breken:
+ Ic sie mijn kint ende ic hoert spreken,
+ Daer ic om lide dit swaer tormint.
+ Sijt wille come, wel lieve kint!
+ Esmoreit, ic ben u moeder
+ Ende ghi mijn kint, dies sijt vroeder; [206]
+ Want ic maecte metter hant.
+ Esmoreit, selve dien bant:
+ Daerin so haddic u ghewonden,
+ Esmoreit, doen ghi waert vonden
+ Ende ghi mi ghenomen waert.
+
+De jonghelinc:
+ O lieve moeder, segt mi ter vaert, [207]
+ Hoe heet die vader, die mi wan?
+
+Sine moeder:
+ Dats van Cecilien die hoghe man
+ Es u vader, scoene jonghelinc,
+ Ende van Hongherien die coninc
+ Es die lieve vader mijn:
+ Ghi en mocht niet hogher gheboren sijn
+ Int Kerstenrijc verre noch bi. [208]
+
+De jonghelinc:
+ O lieve moeder, nu segt mi,
+ Waer omme lighdi aldus ghevaen?
+
+Sine moeder:
+ O lieve kint, dat heeft ghedaen
+ Een verrader valsch ende quaet,
+ Die uwen vader gaf den raet, [209]
+ Dat ic u selven hadde versmoert.
+
+De jonghelinc:
+ O wi der jammerliker moert!
+ Die dat mijn vader den coninc riet,
+ Bracht mi oec in dit verdriet,
+ Dat ic te vondelinghe was gheleit,
+ Ay, ende of ic die waerheit
+ Wijste, wie dat hadde ghedaen,
+ Die doot soude hi daer omme ontfaen,
+ Bi minen god Apolijn!
+ Ay! lieve moeder mijn,
+ Nu en willic langher beiden [210] niet,
+ Ic wil u corten dit verdriet,
+ Aen minen vader den hoghen baroen, [211]
+ Dat hi u bringhe uut desen prisoen,
+ Dat sal mine ierste bede sijn.
+ Danc hebbe Mamet ende Apolijn.
+ Ende die sceppere di mi ghewrachte, [212]
+ Dat ie hebbe vonden mijn gheslachte
+ Ende ooc die moeder, die mi droech.
+ Mijn herte met rechte in vrouden loech,
+ Doen ic anesach die moeder mijn.
+
+Sine moeder:
+ Oetmoedech [213] god, nu moetti sijn
+ Gheloeft, ghedanct in allen stonden:
+ Mijn lieve kint hebbic nu vonden,
+ Di mi nu verloesten [214] zal,
+ Want die vroude es sonder ghetal, [215]
+ Die nu mijn herte van binnen drijft.
+
+Robbrecht:
+ O wi enen dief, die men ontlijft,
+ En mochte niet so droeve ghesijn.
+ Als ic nu ben int herte mijn,
+ Want ik duchte grote scanden.
+ Haddickenes [216] doet met minen handen,
+ Doen ickenne vercocht, soe waer hi doot.
+ Ay! ic hebbe den anxt soe groet,
+ Dat mi daer af sal comen toren,
+ Want comet uut, ic ben verloren.
+ Dat icken vercochte den Sarrasijn.
+
+De kersten coninc:
+ Gaet henen, Robberecht neve mijn,
+ Tot mijnder vrouwen der coninghinnen,
+ Die ic ewelijc met herten moet minnen.
+ Ende ooc bliven onderdaen,
+ Want icxse ghehouden hebbe ghevaen
+ Sonder verdiente ende buten scout;
+ Dat rout mijnder herten menichfout,
+ Dat ic haer hebbe gheweest so wreet.
+ Gaet henen ende haeltse mi ghereet, [217]
+ Ende laetse haer scoene kint anscouwen.
+
+Robbrecht:
+ Her coninc here, in rechter trouwen.
+ Dat willic al te [218] gherne doen.
+
+ Comt edel vrouwe uut desen prisoen
+ Daer ghi dus langhe in hebt gheleghen;
+ Ghi selt anesien den jonghen deghen,
+ Esmoreit den jonghelinc.
+ Mijn herte van binnen vroude ontfinc,
+ Doen ic anesach den scoenen wigant.
+
+De kersten coninc:
+ O edele vrouwe, gheeft mi u hant,
+ Ende wilt mi desen mesdaet vergheven,
+ Want ewelijc al mijn leven
+ Soe willic u dienere [219] sijn,
+ Want die scouden [220] die sijn mijn;
+ Dat hebbic nu wel vernomen;
+ Want Esmoreit ons kint es comen,
+ Een scoen vol wassen jonghelinc,
+ Ic bidde u om gode, die ontfinc
+ Die doot van minnen [221], vergevet mi.
+
+De vrouwe:
+ O edel here van herten vri,
+ Ic wils u al te [222] gherne vergheven,
+ Want alle minen druc es achterbleven [223]
+ Ende al mijn toren ende al mijn leit. [224]
+ Waer es mijn lieve kint Esmoreit?
+ Roepten mi voort ende laetten mi sien.
+
+Robbrecht:
+ Och edel vrouwe, dat sal u ghescien.
+ Waer sidi, Esmoreyt, neve mijn?
+
+De jonghelinc:
+ Ic ben hier, bi Apolijn.
+ O! Mamet ende Mahoen,
+ Lieve vader, hoghe baroen,
+ Die [225] moet u gheven goeden dach,
+ Ende oec mijnder moeder die ic noit en sach
+ Meer [226] dan nu te deser tijt!
+ Ic ben al mijnder droefheit quijt,
+ Die ic in mijn herte ontfinc.
+ Doen ic vernam dat ic een vondelinc
+ Was, doen waert ic die droefste man,
+ Die nie ter werelt lijf ghewan,
+ Maer het is mi ten beste al vergaen.
+
+De kerstenconinc, sijn vader:
+ O Esmoreit, doet mi nu verstaen
+ Ende segt mi, waer hebdi ghewoent?
+
+De jonghelinc:
+ Met eenen coninc die es ghecroent
+ Te Damast, her vader mijn.
+ Hi es een edel Sarrasijn,
+ Die vant mi in sinen bogaert,
+ Ende hi heeft een dochter van hoger [227] aert,
+ Di mi soe blidelijc ontfinc:
+ Doen mi haer vader die coninc
+ Vant, doen wert si mijn moeder,
+ Ende hielt mi op als haren broeder,
+ Daer icxse [228] ewelijc om minnen moet.
+ Die heeft mi al ghemaect vroet.
+ Hoe dat mi haer vader vant,
+ Ende dat ie lach in desen bant,
+ Doen haer vader mi haer brachte.
+
+De vrouwe:
+ Dits die bant die ic selve wrachte,
+ Esmoreit, wel scone man.
+ Ic setter uws vader wapen an,
+ Men macht noch sien in drie paertien, [229]
+ Ende ooc die wapen van Hongherien,
+ Omdat ghi daer uut sijt geboren;
+ Soe haddic u soe uutvercoren,
+ Dat icken maecte tuwer eren,
+ Dat mi ter droefheit moeste verkeren.
+ Esmoreit, doen ic u verloes. [230]
+ Ic bidde gode, die zijn cruce coes, [231]
+ Dat hijt hem te recht wille vergheven,
+ Die mi anedede dat bitter leven
+ Daer ic so langhe in hebbe ghesijn.
+
+De jonghelinc:
+ O lieve moeder, bi Apolijn!
+ En was nie [232] ondaet [233] noch moert
+ Si en [234] moeten comen voert, [235]
+ Ende indinde [236] werden si gheloent.
+
+Robbrecht:
+ Bi den here die was ghecroent
+ Met eenre croenen van dorijn, [237]
+ Esmoreit neve mijn,
+ Wistict wie dat hadde ghedaen,
+ Die doot soude hi daer omme ontfaen,
+ Ofte hi ontsonce mi in die eerde; [238]
+ Ic soudene seker met minen sweerde
+ Doeden ofte nemen dlijf.
+ Ay mi! oft ic den keytijf
+ Wiste die u den lachter dede,
+ Hi en soude mi niet in kerstenhede [239]
+ Ontsitten, [240] hi ware seker doot.
+
+De vrouwe:
+ Nu willen wi leven in vrouden groet
+ Ende alle droefheit willen wi vergheten,
+ Want met vrouden onghemeten
+ Soe es mijn herte nu bevaen.
+
+De coninc:
+ Esmoreit sone, nu laet ons gaen
+ Ende laet ons met vrouden sijn.
+ Maer Mamet ende Apolyn
+ Die so moetti nu vertien, [241]
+ Ende gheloven ane Marien
+ Ende ane God den oversten vader,
+ Die ons ghemaect heeft alle gader,
+ Ende al dat in die wereld leeft
+ Met sijnre const ghemaect heeft:
+ Die sonne ende mane, dach ende nacht
+ Heeft hi ghemaect met siere cracht
+ Ende oec hemel ende ertrijc
+ Ende loef ende gras in dier ghelijc [242]
+ Daer soe moeti gheloven an.
+
+De jonghelinc:
+ Vader here, so biddic hem dan
+ Den oversten god van den troene, [243]
+ Dat hi Damiet die scoene
+ Beware boven al dat leeft,
+ Want si mi op ghehouden heeft:
+ Daer omme eest recht dat icse minne
+ Van Damast die jonge coninghinne,
+ Damiet dat edel wijf,
+ Ay God, bewaert haer reine lijf!
+ Want si es nojael [244] ende goet;
+ Met rechte dat icse minnen moet
+ Boven alle die leven op eertrijc.
+ En dadicx niet, so haddic onghelijc,
+ Want si es mi van herten vrient.
+
+Robbrecht:
+ Esmoreit neve, dats goet verdient. [245]
+ Nu willen wi alle droefheit vergheten;
+ Met bliden moede willen wi gaen eten,
+ Want die tafel es bereit.
+
+IN DAMASCUS.
+
+De jonghe joncfrou Damiet:
+ Ay! ende waer mach Esmoreit
+ Merren, [246] dat hi niet en comt?
+ Ic duchte hi es verdoemt [247]
+ Ochte ghestorven quader doot,
+ Ofte hi es in vrouden groet,
+ Dat hi mi dus heeft vergheten.
+ Ic sel nochtans die waerheit weten,
+ Hoe die saken met hem staen,
+ Al soudic daer om die werelt doer gaen.
+ Waer sidi, Platus, meester vroet?
+
+De meester:
+ Edel vrouwe, ghetrouwe ende goet;
+ Tot uwen dienste ben ic bereit.
+
+De jonghe joncfrou Damiet:
+ Meester, nu willic Esmoreit,
+ Gaen soeken van lande te lande.
+ Al soudic daer omme liden scande
+ Ende honglier ende dorst ende jeghenspoet, [248]
+ Het es ene dinc dat wesen moet:
+ Gherechte minne dwinct mi daer tu.
+ Lieve meester, nu biddic u,
+ Dat ghijs mi niet af en gaet, [249]
+ Ghi en blijft bi mi ende gheeft mi raet,
+ Hoe dat wine vinden moghen.
+
+De meester:
+ Vrouwe, nu sijt in goeden hoghen! [250]
+ Na dien dat ghijs begheert
+ Ende ghi den jonghelinc hebdt soe weert, [251]
+ So willen wi soeken den hoeghen [252] man.
+
+De jonghe joncfrou Damiet:
+ Platus meester, ga wi dan,
+ Ghelijc of wi waren pilgherijm. [253]
+
+OP SICILIË.
+
+De jonghe joncfrou Damiet:
+ Ay! en sal hier iement sijn
+ Die ons beiden iet sai gheven:
+ Twe pilgherijms die sijn verdreven
+ Ende van den roevers af gheset?
+
+De jonghelinc:
+ Ay! daer hoeric Damiet
+ Spreken; hoerdicse niet?
+ O weerde maghet sente Marie,
+ Ende hoe ghelijc so sprect si hare,
+ Damiet der scoender care, [254]
+ Van Damast die scoene coninghinne,
+ Die ic boven alle vrouwen minne,
+ Die op der eerden sijn gheboren.
+ Nu sprect op ende laet mi hoeren,
+ Ghi sprect haer boven maten ghelijc.
+
+De jonghe joncfrou Damiet:
+ Waer ic te Damast int conincrijc,
+ Esmoreit wel scoene man,
+ Soe soudic haer bat [255] gheliken dan;
+ Maer nu sta ic als een pilgherijm.
+
+De jonghelinc:
+ O Damiet, vrouwe mijn,
+ Ende sidi dit, wel edel wijf?
+ Mijn herte, mijn ziele ende mijn lijf
+ Met rechten in vrouden leven mach,
+ Want ic niet liever gast en sach.
+ Die noit [256] op eertrike was gheboren.
+ Och edel wijf, nu laet mi hoeren,
+ Hoe sidi comen in dit lant?
+
+De jonghe joncfrou Damiet:
+ O Esmoreit, wel scoene wigant
+ Mi dochte ic hadde u gherne ghesien,
+ Maer en mochte mi niet gescien,
+ Ic en [257] moeste daer omme liden pijn. [258]
+ Doen maectic mi als een pilgherijm,
+ Ende come aldus ghedoelt doert dlant,
+ Ende nam Platus metter [259] hant,
+ Dat hi soude mijn behoeder sijn.
+
+De jonghelinc:
+ Waer sidi, lieve vader mijn?
+ Comt tot hie [260], ghi moetse scouwen,
+ Die vol minnen ende vol trouwen
+ Haer herte tote miwaert draecht.
+ Het es recht dat si mi behaecht:
+ Sie heeft soe vele doer mi [261] ghedaen.
+
+De coninc:
+ Soe willicse met blider herten ontfaen.
+ Sijt wille come, Damiete wel scoene!
+ Ghi selt in Cecilien croene
+ Draghen boven al die leven.
+ Ic salse minen sone opgheven, [262]
+ Ende ghi selt seker werden sijn wijf;
+ Want ic hebbe soe ouden lijf,
+ Dat icse [263] nemmeer ghedragen en can.
+
+Robbrecht:
+ Her coninc oem, bi sente Jan!
+ Esmoreit hi es wel weert,
+ Hi wert een ridder wide vermeert
+ Ende die de wapene wel hantiert:
+ Desen raet [264] dunct mi goet ghevisiert, [265]
+ Dat hi die crone van u ontfa [266]
+ Damiet, nu comt hier na, [267]
+ Ghi selt werden jonghe coninghinne.
+
+De meester:
+ Hulpt Mamet! dat ic niet uut minen sinne
+ En come, dat verwondert mi.
+ O Esmoreit, edel ridder vri,
+ Die man brachte u in al dit verdriet.
+ Wat hi u secht, hine meines niet,
+ Hi hevet tuweert [268] al valschen gront. [269]
+ Ic cochte u jeghen hem om dusent pont
+ Van finen goude, die ic hem gaf.
+
+De jonghelinc:
+ Meester, nu secht mi daer af,
+ Hoe die saken geleghen sijn.
+
+De meester:
+ O Esmoreit, bi Apolijn,
+ Dies es leden [270] achtien jaer,
+ Dat ic quam ghereden daer,
+ Esmoreit, op die selve stede.
+ Nu hoert, wat die keitijf dede:
+ Daer soude hi u seker hebben versmoert,
+ Hi sprac tot u soe felle woert,
+ Dat ghi hem sijn rike sout ondergaen. [271]
+ Ghi moeste hem emmer [272] iet bestaen,
+ Dat hoerdic wel an sijn ghelaet. [273]
+
+De jonghelinc:
+ Meester, vertrect [274] mi alden staet,
+ Dies biddic u uter maten sere,
+ Want ic sta al buten kere, [275]
+ Dat ic die waarheit niet en weet,
+ Die mijnre moeder dat groete leet
+ Ende mi dien lachter mocht anedoen.
+
+De meester:
+ O Esmoreit, bi Mahoen,
+ Het heeft ghedaen die selve man.
+ Bi minen god Tervogan,
+ Hi soude u hebben ghenomen dlijf,
+ Want hi vermaets hem, [276] die keitijf;
+ Ic hoeret ende sprac hem aen
+ Ende seide hem, het ware quaet ghedaen.
+ Want hi soude doden den jonghen vooght [277]
+ Alsoe dat ic u jeghen hem cocht
+ Om dusent pont van goude roet
+
+De jonghelinc:
+ Bi den Here di mi gheboet. [278]
+ Die ondaet sal ghewroken sijn,
+ Eer ic sal eten of drincken wijn,
+ Nu moeti uwen indach [279] doen!
+ Waer sidi vader, hoghe baroen,
+ Ende Robberecht die moerdenaer?
+
+Robbrecht:
+ Bi den here, dan [280] es niet waer!
+ Esmoreit, neve mijn,
+ Ic hebbe oit [281] goet ende ghetrouwe ghesijn,
+ Ic was noit moerdenaer no [282] verrader.
+
+De jonghelinc:
+ Swijt, pute soene [283]! het es noch quader
+ Die ondaet di ghi hebdt ghewracht.
+ Hoe quam dat nie [284] in u ghedacht
+ Te vercopen uwes selfs gheboren bloet,
+ Ende maket minen vader vroet, [285]
+ Dat mijn moeder hadde ghedaen?
+
+Robbrecht:
+ Daer willic in een crijt [286] voer gaen,
+ Esmoreit, wel coene wigant,
+ Es hier enich man int dlant,
+ Di mi dat wil tien an. [287]
+
+De meester:
+ Swijt al stille, quaet tiran! [288]
+ Ghi soutten hebben doot ghesteken,
+ En haddi mi niet hoeren spreken,
+ Daer ic ten aenganghe [289] quam ghereden.
+ Ic en was nie soe wel te vreden,
+ Als dat icken jeghen u cochte om gelt.
+ Ic gaeft u al onghetelt
+ In een foertsier, [290] was yvorijn; [291]
+ Noch soude ment vinden in uwe scrijn:
+ Daer willic onder setten [292] mijn lijf.
+
+De jonghelinc:
+ Ay mi, Robberecht, fel keitijf:
+ Met rechte ic u wel haten mach.
+ Ghi selt nu hebben uwen doemsdach: [293]
+ Al die werelt en holpe u niet.
+
+Robbrecht hanct men hier.
+
+De jonghelinc noch:
+ Aldus eest menichwerf ghesciet:
+ Quade werken comen te quaden loene;
+ Maer reine herten spannen croene,
+ Die vol doeghden sijn ende vol trouwen.
+ Daer omme radic, heren ende vrouwen.
+ Dat ghi u herte in doeghden stelt,
+ So wordi in dinde [294] met gode verseilt [295]
+ Daer boven in den hoghen troene,
+ Daer die ingelen singhen scoene:
+ Dies onne [296] ons die hemelsche vader!
+ Nu seght Amen alle gader.
+
+AMEN.
+
+De meester:
+ God, die neme ons allen in hoede.
+ Nu hoert, ghi wise ende ghi vroede,
+ Hier soe moghdi merken ende verstaen,
+ Hoe Esmoreit ene wrake heeft ghedaen
+ Over Robbrecht sinen neve al hier te stede.
+
+ Elc blive sittene in sinen vrede, [297]
+ Niemen en wille thuusweert gaen:
+ Ene sotheit [298] sal men u spelen gaen,
+ Die cort sal sijn, doe ic u weten.
+ Wie honger heeft, hi mach gaen eten,
+ Ende gaet alle dien graet [299] neder.
+ Ghenoeghet u, so comt alle mergen weder.
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Haarlem 1887.
+
+[2] Bij de oorspronkelijke opvoeringen was het tooneel
+hoogstwaarschijnlijk in twee helften verdeeld.
+
+[3] maagd
+
+[4] hooren
+
+[5] te voren
+
+[6] dan kunt ge een wonderlijke zaak vernemen
+
+[7] schurk
+
+[8] oer = oor = erfgenaam
+
+[9] jongen
+
+[10] verdriet
+
+[11] die hem
+
+[12] bewerkte
+
+[13] heer
+
+[14] zwijgt
+
+[15] hoe het
+
+[16] verwenscht
+
+[17] geweest
+
+[18] het leven
+
+[19] grysaard
+
+[20] lusthof
+
+[21] woud, boschrijk land
+
+[22] Bastaert bliven = verstoken blijven (eig. als een bastaard)
+
+[23] schiep
+
+[24] moeite doen
+
+[25] held, strijder, voornaam persoon
+
+[26] Damascus
+
+[27] machtig
+
+[28] doet mij pijn van verdriet
+
+[29] neerslachtig
+
+[30] op den tijd van de metten = vroegdienst in de Katholieke kerk
+tegen den ochtend. Let op dat een Mohammedaan over de "metten" spreekt!
+
+[31] kersten = christen
+
+[32] tot het Christendom overgaan.
+
+[33] werd
+
+[34] Zoo is het
+
+[35] in de middelned. literatuur in het algemeen benaming voor een
+heidensche godheid; van het verschil tusschen Mohammedanen en Heidenen
+waren de Middeleeuwers niet wel bewust
+
+[36] Indien niet wordt gedaan
+
+[37] voorzorg, behoedzaamheid
+
+[38] bedenken
+
+[39] goed van pas
+
+[40] verbijsterd
+
+[41] dat ik niet weet wat te doen
+
+[42] onmiddellijk
+
+[43] onverwijld
+
+[44] in handen krijgen
+
+[45] mijn
+
+[46] Mohammed, hier een Saraceensche afgod
+
+[47] gunst
+
+[48] ik hem
+
+[49] meen ik
+
+[50] of ik zal
+
+[51] macht
+
+[52] te mijner beschikking
+
+[53] bedacht
+
+[54] eigendom
+
+[55] heiden
+
+[56] wij hem
+
+[57] wanen
+
+[58] vlug
+
+[59] draalt
+
+[60] met u mee, in uw bezit
+
+[61] deze plaats is niet duidelijk: wellicht beteekent het "op de gis"
+"in het wilde weg"
+
+[62] lust
+
+[63] dierbaar aan
+
+[64] die hem
+
+[65] sedert
+
+[66] stellig
+
+[67] volkomen
+
+[68] vertoornd
+
+[69] wyze van doen
+
+[70] vertel
+
+[71] vrees
+
+[72] voortdurend
+
+[73] hem dooden
+
+[74] vanwaar
+
+[75] ter wille van
+
+[76] zoodanige
+
+[77] voor 't verband hier bij te denken: "dat"
+
+[78] onmiddellijk
+
+[79] het land der heidenen
+
+[80] die Balderijs heet, d.i. vermoedelijk Bassora, Z.O. van Bagdad
+
+[81] Turkije
+
+[82] ridder
+
+[83] gewon
+
+[84] geslacht
+
+[85] ziedaar
+
+[86] heet
+
+[87] bezit
+
+[88] ontvangen
+
+[89] geschenk
+
+[90] opvoeden
+
+[91] als
+
+[92] welnu
+
+[93] verbergen
+
+[94] vertellen
+
+[95] na langen tijd
+
+[96] onstandvastig, hier ongeveer in de beteekenis van: "er is geen
+peil op ze te trekken"
+
+[97] let op "Venus" in de mond van den Saraceen
+
+[98] aan 't werk ging
+
+[99] Naar Middeleeuwsche meening een Saraceensche afgod. De naam is
+misschien een verbastering van een Grieksche en Latijnsche bijnaam
+van Hermes (Mercurius)
+
+[100] onmiddelijk
+
+[101] Mohammed (zie bij Mamet vs. 114)
+
+[102] vondeling
+
+[103] let op, draag zorg
+
+[104] voed hem op
+
+[105] heet
+
+[106] gezonden
+
+[107] ooit
+
+[108] door
+
+[109] scheuren, breken
+
+[110] op deze wijze
+
+[111] geen zier
+
+[112] of
+
+[113] heeft den
+
+[114] kwelling
+
+[115] vermaard
+
+[116] tante
+
+[117] ten opzichte van u
+
+[118] boosaardig
+
+[119] = dat ze niet wist dat ik in de nabijheid was
+
+[120] gewaagde ervan
+
+[121] zij is op een anderen weg
+
+[122] ik zou toch
+
+[123] leven
+
+[124] in elk geval, volstrekt
+
+[125] zie vs. 270
+
+[126] buiten zichzelf
+
+[127] zwijg
+
+[128] verdorven, gestraft
+
+[129] vrouw van slechten levenswandel
+
+[130] vermoord
+
+[131] ooit
+
+[132] gevangen
+
+[133] voor mij optreden, vrijpleiten
+
+[134] onschuld
+
+[135] zonder wien niets geschiedt
+
+[136] onverdiend en onschuldig
+
+[137] genadig
+
+[138] barmhartig
+
+[139] boosaardig
+
+[140] doe mij recht verkrijgen
+
+[141] kent
+
+[142] bereid
+
+[143] pleegt
+
+[144] slaap
+
+[145] rust
+
+[146] bevangen
+
+[147] toen hem
+
+[148] in het geheel niet
+
+[149] hij heeft een fiere, edele, inborst
+
+[150] dit woord is hier niet zeer begrijpelijk. Moltzer wil er
+"kenlijk" voor in de plaats lezen
+
+[151] geleden
+
+[152] wel
+
+[153] liefste
+
+[154] schoon
+
+[155] Deed ik het
+
+[156] waande ik
+
+[157] van begin tot einde
+
+[158] wist
+
+[159] houd het ten goede
+
+[160] wandelen
+
+[161] haar, bezitt. voornaamwoord
+
+[162] te boven komen
+
+[163] moge
+
+[164] schande
+
+[165] of ik...
+
+[166] onderzoek gedaan
+
+[167] bij
+
+[168] oneer
+
+[169] nooit
+
+[170] bovendien
+
+[171] meer dan
+
+[172] mensch
+
+[173] gehandeld
+
+[174] = dat en = dat... niet
+
+[175] vreugde
+
+[176] daarvoor moet ik u eeuwig prijzen
+
+[177] eigenl. zich verheugen, feestvieren; hier behagen scheppen in
+
+[178] eerst
+
+[179] gedraald
+
+[180] deugt
+
+[181] teweeggebracht
+
+[182] verdriet
+
+[183] helaas!
+
+[184] Of ik....
+
+[185] ter wille van (uw) genade = goedheid
+
+[186] edel
+
+[187] spoedig
+
+[188] zult hem
+
+[189] rondom
+
+[190] op de "bant"
+
+[191] verheugd
+
+[192] bepaald
+
+[193] "van edelen bloede"
+
+[194] wanneer ik niet heb...
+
+[195] zou het hem betaald zetten
+
+[196] geheel en al
+
+[197] ligt
+
+[198] gevangenis
+
+[199] volgens het handschr. Waarschijnlijk moet er staan: verraderie
+
+[200] dit alles
+
+[201] dat en
+
+[202] draag hem
+
+[203] stoplap voor 't rijm = voorwaar
+
+[204] deugd, hier meer in de beteekenis van weldaad
+
+[205] vreugde
+
+[206] weet dit
+
+[207] terstond
+
+[208] dichtbij
+
+[209] op het idee bracht
+
+[210] dralen, toeven
+
+[211] hier in 't algemeen: edelman
+
+[212] schiep
+
+[213] genadig
+
+[214] verlossen
+
+[215] want de vreugde is eindeloos groot
+
+[216] had ik hem
+
+[217] onmiddellijk
+
+[218] zeer
+
+[219] dienaar
+
+[220] schulden
+
+[221] uit liefde
+
+[222] zeer
+
+[223] verdwenen
+
+[224] leed
+
+[225] Mamet (= Mahoen), zie vs. 114
+
+[226] eerder
+
+[227] edele
+
+[228] ik ze
+
+[229] kwartieren
+
+[230] verloor
+
+[231] die aan het kruis wilde sterven
+
+[232] nooit kwam voor ...
+
+[233] misdaad
+
+[234] of ze
+
+[235] aan het licht komen
+
+[236] in 't eind
+
+[237] doornenkroon
+
+[238] of hij moest mij ontgaan doordat hij in de aarde wegzonk
+
+[239] in het gebied der christenen
+
+[240] ontkomen
+
+[241] laten varen
+
+[242] eveneens
+
+[243] hemel
+
+[244] kuisch, edel
+
+[245] dat is zooals het behoort, niet meer dan billijk
+
+[246] toeven
+
+[247] verloren
+
+[248] tegenspoed
+
+[249] verlaat
+
+[250] in goeden hoghen = verheugd
+
+[251] den jongeling zoo bemint
+
+[252] edel
+
+[253] pelgrim
+
+[254] lieve, geliefde
+
+[255] beter
+
+[256] ooit
+
+[257] of ik moest....
+
+[258] moeite
+
+[259] bij de
+
+[260] hier
+
+[261] om mijnentwil
+
+[262] overgeven
+
+[263] d. i. de kroon
+
+[264] hier = plan
+
+[265] bedacht
+
+[266] ontvangen
+
+[267] hierheen
+
+[268] ten opzichte van
+
+[269] nl. van het hart
+
+[270] geleden
+
+[271] afhandig maken
+
+[272] bepaald
+
+[273] manier van doen, van spreken
+
+[274] vertelt
+
+[275] buiten mij zelf
+
+[276] durfde
+
+[277] heer
+
+[278] schiep
+
+[279] d.i. endedach = sterfdag
+
+[280] dat en
+
+[281] altijd
+
+[282] noch
+
+[283] zie vs. 363; de heele uitdrukking = schurk
+
+[284] ooit
+
+[285] wijsmaken
+
+[286] strijdperk (voor een tweegevecht als godsoordeel)
+
+[287] aantijgen, beschuldigen
+
+[288] hier: booswicht
+
+[289] juist van pas, onverwacht
+
+[290] kist
+
+[291] van ivoor
+
+[292] verwedden
+
+[293] dag des oordeels, hier sterfdag;
+
+[294] in het einde, d.i. bij uw dood
+
+[295] d.i. verselt (vergezeld) = vereenigd
+
+[296] gunne, verleene
+
+[297] op zijn gemak
+
+[298] klucht; na een "abel spel" werd een "sotternie" = een klucht,
+vertoond
+
+[299] trap
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ In de serie Uitgaven van
+
+ KLASSIEKE NEDERLANDSCHE LETTERKUNDE
+
+ zijn op gelijke wijze als dit boekje uitgegeven:
+
+ BEATRIJS
+
+ Het middelneerlandsche gedicht in proza naverteld.
+
+ LANSELOET ENDE SANDERIJN
+ (Lanseloet van Denemerken.)
+
+ Middeleeuwsch tooneelspel in den oorspronkelijken tekst, met inleiding
+ en verklarende aanteekeningen.
+
+ UIT HOOFT's LYRIEK
+
+ Bloemlezing met inleiding over den dichter en aanteekeningen.
+
+ De uitgave van deze boekjes is verzorgd door R. J. SPITZ
+
+ Leeraar in de Nederlandsche Taal- en Letterkunde aan de Hoogere
+ Burgerschool te Apeldoorn.
+
+ Prijs f0.60 per stuk.
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Een abel spel van Esmoreit, by Various
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN ABEL SPEL VAN ESMOREIT ***
+
+***** This file should be named 17644-8.txt or 17644-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/1/7/6/4/17644/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.